summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 18:44:24 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 18:44:24 -0700
commit15b80546700e69f68b1b911eb6d1b456958d7bf2 (patch)
treef48146b01b746aee36044c008f6f0b594827120a
initial commit of ebook 44513HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--44513-0.txt2408
-rw-r--r--44513-h/44513-h.htm3210
-rw-r--r--44513-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--44513-h/images/card.pngbin0 -> 249 bytes
-rw-r--r--44513-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--44513-h/images/frontcover.jpgbin0 -> 70973 bytes
-rw-r--r--44513-h/images/initial-t.pngbin0 -> 6090 bytes
-rw-r--r--44513-h/images/titlepages.jpgbin0 -> 147220 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/44513-8.txt2797
-rw-r--r--old/44513-8.zipbin0 -> 51574 bytes
-rw-r--r--old/44513-h.zipbin0 -> 285724 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/44513-h.htm3621
-rw-r--r--old/44513-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/images/card.pngbin0 -> 249 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/images/frontcover.jpgbin0 -> 70973 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/images/initial-t.pngbin0 -> 6090 bytes
-rw-r--r--old/44513-h/images/titlepages.jpgbin0 -> 147220 bytes
21 files changed, 12052 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/44513-0.txt b/44513-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..54a646e
--- /dev/null
+++ b/44513-0.txt
@@ -0,0 +1,2408 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***
+
+ WERELDBIBLIOTHEEK
+
+ Onder leiding van L. Simons
+
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR
+ GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+
+ SPROTJE
+
+ Door
+ M. SCHARTEN-ANTINK
+
+
+ VIJFDE DRUK, 16e-18e DUIZEND
+
+
+
+
+
+
+
+
+Toen om even voor vieren, met een uitjoel van vrijgelaten baldadigheid,
+de zwerm deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots
+huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van 't lokaal, dat
+voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog
+staan talmen, haar pak onder den arm.
+
+'t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, die niet
+weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap goed
+voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een lap
+voor twee witte.... Dat werd het "uitzet" genoemd, 't eerst-noodige
+voor een dienstbodenplaatsje.
+
+Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het
+kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open
+straatdeur,--de woelige bende dólde nog buiten--, keek dan weer,
+stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten naai-lokaal in:
+"Als 't goed gemaakt is, Marie Plas," zei terloops, achter uit het
+vertrek, de naai-juffrouw, die druk bezig was op te ruimen, "dan
+mot je maar 's komme.... 's avonds tusschen zeven en acht.... met je
+nieuwe spullen an.... zulle we wel 's kijke.... voor 'n dienstje....",
+en met 'n korten knik, schuin uit haar bukken op, zonder aankijken,
+gaf ze 't kind haar afscheid.
+
+Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de
+gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten,
+het schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit
+het lawaai weggebroken: "Dat zijn de meiden van de Weert, die de
+Kepélsteeg ingaan," dacht het kind, en de zorgelijkheid streek wat weg
+uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De helpster, die
+'n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar te letten. Dan,
+in de dichte voordeur-helft, klepte met 'n licht-flits de brievenbus
+open, en was weer zwart tegelijk met den plons van wat wits achter
+het glaasje; de postbode, het deur-open voorbij, stak de stoep over,
+was weg....
+
+Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch
+geraakt.
+
+Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol naai-gerei
+van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang door,
+slipte langs de wit-heete zonnevlakken over muur en vloer bij de
+straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van den Meidag,
+liep ze buiten.
+
+Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam in
+de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen,
+tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en
+druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens
+aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.
+
+Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere
+middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de
+verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken
+over haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje,
+dat stil hing op 't warm-bruin van haar kleinen rug.
+
+Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen,
+haar sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere,
+voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup,
+bang dat het uitschieten zou.
+
+Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun mondje,
+en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de kleine
+grijze oogen; 'n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel postuurtje,
+minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen moest, lang niet
+haar dertien jaren aangaf.
+
+Ze was blij en 'n beetje verdrietig tegelijk.
+
+"Leukies," zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht tong-klakkertje
+achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde kleeren-goed, dat ze
+nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar huis droeg, een pak zoo
+groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed uit haar moeden arm.
+
+Maar ze had ook een àl zachtjes morrelend verdriet over dat nu
+voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, 't jaartje naaischool tóe na
+den kinder-schooltijd tot 'r twaalfde;.... nu was ze inééns groot,
+nu moest ze mee opwerken en verdienen met de anderen.... èchies! ze
+wóu wel!.... toch, 'n vage angst.... hoe zou dat gáán?--groot, ineens,
+nu,.... en ze had 'n raar en zielig gevoel, of ze als 'n ander kind
+langs 'n ander grachtje liep, en ze moest maar weer eens "salig"
+denken en 'n tong-klakkertje maken, om zich 't huilerige gewring uit
+de keel te houden.
+
+En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu nóóit meer de
+kwelling van elken dag komen en gaan tusschen de hurrie der dertig
+kinders en meiden, groote, sterke, plagerige meiden, waar ze bang
+voor was en zich weerloos tegen wist in de schrielte van haar
+achterlijken groei en in de schuchtere verbouwereerdheid van haar
+stillen aard. Het leeren zelf en het werken, dat had ze wel prettig
+gevonden, prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere
+meisjes had gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken,
+wat bedaardjes en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn
+wel weer boven gekomen in kleine giechelarijtjes en heimelijke,
+wat bloohartige grapjes van mekaars klosjes verstoppen en mekaars
+schortebanden los-frutsen. Maar schuw-benauwd en dood-ongelukkig was
+ze geweest de keeren, dat ze was terechtgekomen tusschen de groote,
+woeste deerns, die met klompvoeten stompten naar elkaar, elkander
+uit de bank reden of met spelden in de kuiten prikten....
+
+Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na verminking
+bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, en aan
+zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het karige
+pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven,
+te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, z'n
+beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.
+
+Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door overmaat
+van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen niets-doen,
+door al 't medelijden van de menschen en het zelfbeklag, verweekelijkt
+tot een soort burgermenheer, teemerig en kniezend, terwijl zijn vrouw,
+optornend voor 't heele gezin, verheiebeide in 't slovig werk.
+
+Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; hij had de flesschen
+gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er speelgoed
+voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog uithield, was
+'t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig plezier.
+
+En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, meedeelend
+in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, als ze
+hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend kunstbeen
+en zijn misvormde hand,--het kind, onvoordeelig al bij de geboorte,
+was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en eenzelvig, en
+met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.
+
+Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van 't
+goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde bonken van
+aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien moest en met
+omzichtigheid behandelen.
+
+Vader-en-Marietje,--vóór het ongeluk had hij er minder om gegeven,
+en met de vrouw mee waren de meisjes "geriffermeerd" geworden; maar
+later, door zijn "domeni" drukker bezocht, en meer aan den godsdienst
+doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en,
+toen Marietje kwam, had hij 'r Luthersch willen hebben, wat de moeder
+best vond: 't maakte geen onderscheid;--Vader-en-Marietje hadden
+hun aparte geloofje, hun aparten scheur-kalender met plaatjes van
+Luther en den Wartburg, boven zijn stoel naast 't raam; gingen samen
+'s Zondags naar 't kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.
+
+Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk
+niet uit een kom, maar had z'n eigen knevel-kop, waarop in blauwe
+letters "Leendert" stond; Marietje had 'r eigen bordje, met binnen
+een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart schilderijtje van een
+vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door 't water stapte.... "le
+gue" stond er onder, en geen van allen had ooit geweten wat dat wilde.
+
+Vader, met z'n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan 't lage
+ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, waarin Marietje,
+schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht wasschen.
+
+En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd
+lastig op z'n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z'n nattige haren,
+en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest Marietje
+hem z'n waschboel halen, en poetste hij met het borsteltje in de
+drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z'n overreden hand, de
+geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind vond dat een
+spelletje, stil genoegelijk, en dee mee van netjes handjes wasschen,
+haartje kammen....
+
+Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het
+bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig
+gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek,
+waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen
+vriendelijk voor 'r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, toen
+'t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van gemerkt.
+
+Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de
+meesters, was ze naar "'t naaien" gegaan; zijzelf had erom gebedeld,
+maar moeder had 't ook billijk gevonden.... Ant was naar 't naaien
+geweest.... Sien was naar 't naaien geweest.... Marietje zou hebben wat
+'r zusters hadden gehad, ook al waren ze nou armer; dat dubbeltje in
+de week zou d'r nog wel komme; en dan, als 't jaar om was, dan ging
+ze naar 't fabriek.
+
+Maar 't kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat anders
+voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap
+dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had
+opgepast, dan hielp die je.... nou, en hàd ze dan 'n dienstje, dan
+zou moeder toch wel....!
+
+'t Fabriek.... dat was voor 't kind een begrip van enkel verschrikking:
+kwam ze er wel eens langs, dan liep ze gauw dóór bij 't hooren
+van 't aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende
+geraas,--vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de
+vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een
+vliegwiel zag ijlen in de rondte,--wee-pijnde 'r hart, wanneer, door
+een scherf-hoekend gat in 't brosse glas, een felle riem, als inééns
+vlàk bij haar, duizel-snel en trillend voorbijsneed! O! 't fabriek,--de
+gore, hooge holten, die ze wel eens éven door 'n kierende deur had
+ingekeken, terwijl 'n zure stank, door 'n bitteren roet-walm heen,
+haar in de keel sloeg,--als ze daar in moest, tusschen de troepen
+vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van school komend,
+dikwijls naar buiten had zien drommen in 't schaftuur!.... Nee,
+nee, niet naar 't fabriek.... een dienstje, een stil dienstje,
+bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar kleine keukentje
+zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om alles proper te
+houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden geroepen, bij
+een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou toespreken en
+vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....
+
+Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen
+kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar
+huis, liep zij daar door den warmen Mei-middag in de wisselende
+schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode lint, en
+haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het Turfgrachtje af,
+dan de Singelbrug over, en door de wijde nog ongeplaveide straten
+der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, waar ze woonde, aan
+het Dijkje.
+
+De naaischool was toch zoo best geweest, dacht 't kind, al hàdden
+de meiden 'r geplaagd; de naai-juffrouw was óók best geweest, en
+de helpster had tegen háár nooit gesnauwd; ze had 's winters vaak
+'t langst bij de kachel mogen zitten, en 's zomers mocht ze altijd
+gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met 't water; en puik
+naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo gehad.... en
+zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... zoo
+leukies.... en nou was 't leeren voorgoed gedaan...
+
+"Leukies jammer," zei ze dan opeens bij zichzelf, met den wonderlijken
+zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes te maken.... Ze
+had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu weer pret om hebben,
+en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, zenuwachtige
+mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de jongens op
+straat haar scholden voor "Sprot."
+
+Doch gauw stond 'r bleeke gezichtje weer in plooi van ernst. Ze
+had ook véél zorg en zwarigheid! Als Marietje van school kwam,
+was er altijd gezegd, dan moest ze mee inbrengen.... en met 'n
+ouwelijke angstvalligheid hield ze daaraan vast; 't was immers ook
+redelijk.... ze at zoogoed 'r boterham als de anderen.. Maar o! o! als
+ze maar niet naar 't fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze
+eerst kleeren hebben.... ze had nou 't goed.... maar 't màken! Ze
+had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar had ze die
+japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, want
+van thuis kreeg ze 't niet.... En wàt of 'r moeder nou wel willen
+zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden kostgeld, en Sien gaf
+'n daalder.... zij was nog maar 'n kleintje.... als zij nou eens
+met 'n gulden hielp.... tjee, tjee, een gulden, dat zou ze maar net
+kunnen verdienen met 'r los werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den
+behanger gordijnen naaien, en breiwerk dat 'r moeder uit d'r werkhuizen
+meebracht.... voor 'n gulden moest ze véél werk hebben, hard naaien
+den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze moest
+sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....
+
+Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den knerpenden
+kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een boordevol
+vaartje en lage, week-groene weilanden, naar 'n olie-molen ver in
+'t land liep.
+
+Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met
+'n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle
+gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even niets dan
+de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd was de
+vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe komt....
+
+Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd
+in 't licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes al;
+met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden ze,
+even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige weiland.
+
+Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met 'n paar scheeve
+vakken afgeloopen gras, was 't langs het brokkelig klinkerstraatje
+telkens 'n smalle groene planken-deur en 'n vierkant raam van kleine
+ruitjes in 't verweerd kozijn-hout. Het raam van haar moeder,
+hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een vriendelijke vlek
+tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar blauw-wit en
+kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door 'n enkel oud ruitje, stonden
+de prachtige, rankende kant-bloemen achter het glimmend-gepoetste
+glas. Even schuin, over twee houtklossen, helde 't àf van de ruiten
+en van de bloempotten in 't vensterbankje.
+
+Dat gordijn,--je moest eraan zien, waar "de waschvrouw" woonde--was
+de trots van het kind.
+
+Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de
+naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de
+havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast
+aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was
+niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de
+rauw-vies riekende dweilen over 'n touwtje; 't was niet de vliering
+met in 't miezerig licht door 'n besiepeld dak-raampje, de sjofele
+kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, wat stoffige rommel;
+thuis, dat was zelfs niet 't voorkamertje, dat wel aan kant moèst zijn,
+omdat 'r moeder er streek, maar waar 't achterin toch bijna altijd
+donker was, een enkele kale stoel tegen den kalen muur schooierde,
+en waar nooit, uit de diepe bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch
+wegtrekken kon....
+
+Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt,
+dat was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter
+smettelooze raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor
+de zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums
+in hun schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden schotels;
+'s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een bos zijige,
+roze-en-witte stroo-bloempjes.
+
+Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige kamer-plekje
+vlak àchter het gordijn; naast die blankte, en tusschen het la-kastje
+aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel half voor het raam,
+daar stond de oude leunstoel van vader, met de zwart-gladde zitting en
+rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes over doffer geribbel,
+in randen van bleek mahoniehout.... 't was de plaats van 'r moeder,
+àls die 's zitten kon; meest was 't de hare.
+
+Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol
+grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den
+stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....
+
+Draadje afknippen... draadje aanhechten... "zessetachtig" telde
+ze. 't Waren een soort gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist
+ze eigenlijk niet, maar ze had op iedere streep een ringetje te
+zetten; dien avond moest 't nog naar den behanger.... er zouden er
+wel tweehonderd aan gaan....
+
+"Haast je maar niet zoo," zei de moeder.... "'k breng 't niet voor
+tien uur weg. Als 't af is, hei je toch niks meer te doen."
+
+Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje in de
+kamer, nu haar moeders strijkplank, van het koude potkacheltje naar
+de tafel gelegd, het afsloot van den daarachter verschemerenden
+bedstee-kant.
+
+Er hing een opwekkend-frissche geur door 't vertrekje, een zoet-fijne
+stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, helder-gewasschen,
+in zonne-warmte gebleekt linnengoed.
+
+Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond
+doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank
+en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als
+weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed
+en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even,
+met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door
+dien damp....
+
+Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "achtetachtig."
+
+Het kind had het wonder in den zin.
+
+Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de portretjes en
+'t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, het pak cadeau
+gekregen kleeren.
+
+Stil werkten ze beide.
+
+De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode
+koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden
+scherp-afgescheiden op haar gelig gezicht, het verweerde gezicht
+met de groote slapen en langs de ooren de lange vale zijstukken der
+wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren de stille
+zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte zwarte
+haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove,
+droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het
+zwart-wollen frommeltje van 'n muts, die van achter op een breed-uit
+en los vastgestoken, warrige dot rustte.
+
+Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig
+zijn. Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een
+weeshuis-schort, als 't kind zei.
+
+Met felle sissertjes tikte telkens 'r natgelikte vinger tegen het
+zilverig-blinkend bout-vlak; als 't sissen dofte, haalde ze 'n nieuw
+ijzer van het keukenvuur.
+
+De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en
+gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse
+boordjes,--'t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij
+'t spoor meest, dat ze werkte,--en met een wondere fijnheid van
+aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of één deuk, tastten de
+stokkerige, werk-gekerfde vingers tusschen al dat teer te hanteerene,
+kreukeloos-blanke.
+
+"Hei je geen meidewaschje van de week?" vroeg plotseling het kind.
+
+"Meidewaschje!.. meidewaschje," teemde de moeder haar na, "hoor nou
+die aap met 'r meidewaschje!"
+
+En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande keuken
+binnen, om weer een heeten bout te krijgen.
+
+Wàs dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik over 'n
+meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... allemachtig,
+ze zou nog zoo'n spul krijgen met dat kind.... zoo'n kleine
+pest.... als er bij geluk nou gauw eris 'n plaatsje kwam op 't
+fabriek zij zou d'r nog niet ééns heen willen!.... 'n dienstje,
+'n dienstje hebben.... zoo'n Luthersche stijfkop!.... was daar nou
+eer aan te behalen?.... als ze d'r nog heil in zag, 't kind er
+goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien
+stuivers in de week, en 's avonds twee kale boterhammen mee naar
+huis.... en nog komplimente van d'r volk ook.... witte schorten,
+mutsen, lichte jurken.... wie kon d'r voor mevrouw d'r meissie aan
+de waschtob staan?.... zoo'n kind was al genoeg afgejakkerd.... de
+móeder, o zoo!.... Ant ging op 't fabriek, en Sien ging op 't
+fabriek.... klaagden die nou ooit over 't werk?.... waarom dan Merie
+niet?.... ze waren maar weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch
+ook tot ze d'r bijna bij neerviel..?
+
+Nog een tijdje foeterde ze zoo in 'r zelve na, terwijl met
+behendig-zwenkende wendingen het suizelend ijzer over de laatste
+linnen-stukken streek.
+
+Maar de stille gemoedelijkheid van 't kind was door het smalen van
+de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze niet.
+
+Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "honderd-en-vier."
+
+Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond het
+zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze lekkertjes
+zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit geleerd.... d'r
+moeder en d'r zusters konden 't ook niet.... Achttien stuivers
+vroegen ze voor 't maken.... en acht voor de voering, en nog wel
+zes voor verschot.... en een mutsje van tachtig cente.... eer kon
+je tòch niet bij de naai-juffrouw komme.... achtenveertig stuivers
+was 't bij mekaar.... tjee, achtenveertig stuivers.... daar zou ze
+wel achtenveertig weken voor moeten sparen.... achtenveertig weken,
+tòe maar!.... en plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en
+haar krampige schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen,
+zoo te lachen, dat 'r moeder, opkijkend, moest meelachen van de
+weeromstuit....: wat of die malle piet nou weer had.... En met goedige,
+spotvragende oogen keek ze naar het kind, maar die naaide door....
+
+"Kijk ze nou eris werken," dacht ze dan, "'t is toch zoo'n goed
+schaap...."
+
+Draadje afknippen.... 'r schaar gleed weer tinkelend onder den rand van
+'t schoteltje in 'r schoot; ze nam het klosje van tafel, wikkelde
+wijd den draad af; dan, met 'n handig vinger-strengelingetje,
+rukte ze 'm stuk, belikte 't eind, draaide 't in een puntje,
+en hield draad en naald tegen 't licht.... de oogjes half dicht
+knijpend met een bibberig schuin-optrekken van 'r linker-wangetje,
+mikte ze dan.... en de derde maal glipte fijn het witte spietsje door
+'t smalle staal-splitje heen....
+
+Hè, als je 's avonds op straat die meiden zag, de meiden uit de deftige
+diensten.... ze deed niets liever dan dáárnaar kijken.... brandhelder,
+die meiden, in de lichte, stijf gestreken japonnen met de witte
+schorten, waarin de blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de
+glanzig gepepen tulen mutsjes op 't gladde haar! Daar moest je dan de
+fabrieksmeiden naast zien, hàar zusters, met 'r flodderige jurken van
+valige wollen stof, 'r slordige wollen doeken, 'r lorrig-opgemaakte
+hoeden.
+
+Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger
+van Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe,
+van die zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk
+onderscheidde ze, als zoo'n meid, kieskeurig, met 'r boodschappenmandje
+onder den arm, haar voorbij ging, of 'r muts een enkelen of een
+dubbelen gepijpten rand had, en, naardat de tule haar fijner of
+ordinairder leek, raadde ze binnen die schulp-krans een effen bodempje
+of eentje van gebloemd batist.... Wat zij zou willen, dat had ze al
+lang uitgemaakt: niet zoo'n groote, die stond ouwelijk, en ook niet
+zoo'n hooge prop, net of-i zoo op je haar gewaaid is, nee, er waren er
+die prachtig als een kroon, los en recht op 't hoofd pasten, met een
+zwarte hoedespeld door den haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan
+nog mèt de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder
+'r gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek,
+en voelen aan 'r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten
+aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.
+
+Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de patroontjes
+voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en zwart-en-witte
+ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met slangetjes,
+ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld donker marine,
+dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor 's-avonds, als 't grof werk
+aan kant is, het effen licht-blauw en licht-grijs....
+
+En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met
+tusschenzetseltjes boven den zoom, met festons rondom. Die met een
+hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar flutterig; als je
+wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, met van die
+banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij maar vast
+een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of twee!
+
+Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar
+schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het
+rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.
+
+Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag boven
+de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte muur-stukjes,
+die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het groen-duistere
+dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer beslagen onder de
+blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle straal-kern boorde.
+
+Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele
+bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den
+keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars
+gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de
+bloem-figuren van het gordijn.
+
+Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware
+rol linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers,
+dunne vingertjes met kortgeknipte nagels aan de vierkante toppen,
+die pijn-prikten van 't pikken door de harde stof.
+
+Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in 't warm-bezonkene
+avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe die de laatste
+ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, luchtigjes
+het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden schikte; dan
+ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in de keuken
+met kommetjes en een waterketel.
+
+Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde
+zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel
+naar zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op
+de twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde handen
+over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui
+rechtuit-gestrekt.
+
+Nu ging 't weer eens goed worden.... nu was 'r moeder aan
+'t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters
+kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den
+molen, het bruisend watergutsen in de tinnen kan.
+
+Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong,
+en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog
+kwam en ging door 't roodige licht, dat in de open keukendeur stond.
+
+Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... met de dampende
+kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw vlakbij geschoven,
+haar voeten op de breede richel van 't potkacheltje,--het kind, weer
+overeind-gewerkt, vóór in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover
+'r haarstaartje, een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.
+
+Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen
+van eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan 't afgedane werk, aan
+'t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in haar
+hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat
+zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes
+van drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....
+
+"Je zal wel moe zijn," zei het kind, "twee zulke manden vol...."
+
+"Och.... zóó...." zei de vrouw.
+
+Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan 't heete vocht, zaten
+peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.
+
+"Als 't alle dagen nog Zaterdag was," herbegon mijmerend de
+vrouw.... "je kon alle dagen je waschjes brengen, je geldje halen...."
+
+"Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig," zei ouwelijk-wijs
+en bedenkelijk-knikkend het kind.
+
+En later de vrouw weer: "Je mot dichter bij de rijke buurte
+wone.... bekender wone.... 't Dijkje, dat willen ze niet.... En de
+inrichtingen...."
+
+"De inrichtingen, die doen véél scha," peinsde het kind. Ze vond
+'t heerlijk, zoo stil met haar moeder te praten, als twee groote
+menschen, en wat warms drinken, in den schemer, en 't huisje in rust;
+wàt ze praatten, dat gaf niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden,
+om beurten....
+
+"De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe
+strijkinrichting...." vaagde, met lange rusten, de stem van de vrouw
+weer door 't lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood in een
+laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....
+
+"En de wasscherij op de Steengracht...." ging zachtjes de kinderstem.
+
+De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar
+leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.
+
+Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.
+
+Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den winnenden
+schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de moeder
+de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den tafelrand.
+
+Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en het kamertje waasde
+in één grijzige bruinheid van avondduister.
+
+Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen,
+waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten
+was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte
+volgewaaid.
+
+"Wát 'n lánge dagen al," zuchtte tevreden de moeder.
+
+"En 't spaart je nog al geen olie uit...." femelde zoetjes de stem van
+'t kind terug.
+
+Toen, óver half acht,--'t was Zaterdag--kwamen, vlak na elkaar, de
+twee zusters thuis van 'r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien
+van 'r kleeren altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van 'r
+azijn-makerij, dan Ant, uit 't tricot-fabriek.
+
+Dat was opeens een herrie en volte in 't stille huisje, een lawaaiig
+loopen, waterkletsen aan de pomp op 't plaatsje, roepen om koffie,
+om boterhammen.
+
+En de moeder dadelijk in de weer.
+
+In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan
+kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met
+een schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de
+scherpe lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.
+
+"Dáár hei je Sprot!" lachte plagerig Sien, die 't kleintje niet erg
+lijden mocht.
+
+Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder geen
+licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel zàten
+aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze haar stoel aan,
+en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de gezonde posturen van
+'r twee zusters,--Ant, breedgebouwd, mager en donker als haar moeder,
+Sien, blonder, blanker, wat smaller maar molliger ook, en met sterke
+staal-blauwe oogen onder de zwarte wenkbrauw-streepjes.
+
+Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met
+zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde
+koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben,
+niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar
+en tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen
+Sien d'r vrijer en z'n famielje.
+
+"En als je dan eindelijk dacht, dat 't gedaan was," vertelde Ant,
+"dan zeit dat ouwe wijf: "vos, je zel mij nie vange," en dan begon
+'t spektakel weer van voren af aan."
+
+"Hein ken d'r genéén van z'n eige femilie an," mokte Sien, met 'n
+teleurgesteld-minachtend lippen-pufje achterna.
+
+Dan aten ze zwijgend een oogenblik.
+
+Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar
+den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn,
+vies mondje:
+
+"Hein.... die ziet 'r net uit, oftie altijd 'n poepje mot late."
+
+"Vèrrek! hoor háár nou!.... hóór d'r nou...." schaterde Ant, die
+stampvoette van 't lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen
+spotlach van: hei je nou ooit!
+
+Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig
+gescholden "Sprot! Zòt!"
+
+"Nou......" zei de moeder, "ze dòet je toch niks?"
+
+'t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk haar
+lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken
+van 'r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde
+haar stiekeme lolletje tot, na 't eten, ze Sien het voorkamertje zag
+ingaan en op 't lâ-kastje kijken. Plotseling vloog ze, angst-gestoken,
+overeind; om klaterde de stoel.
+
+"Kleerkoop!.... kleerkoop!" zong tergend Siens schelle stem, en ze
+hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle schuit van het
+afgescheurde papier naar omlaag zeilde.
+
+"Wat?.... wat?" vroeg de moeder....
+
+Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen mondje,
+kreet, schor van drift, of de klanken haar niet uit de keel wilden.
+
+"Van mij! Van mij!" krijschte ze.
+
+"Toe! laat maar...." goelijkte Ant, die 't van andere meiden d'r
+zusjes gehoord had, "'t is van de bedeeling op de naaischool...."
+
+Maar dan de moeder aan 't lamenteeren: en God nog en toe, en had ze
+nou niet een uur wel zitten praten met 'r, en koffie met 'r zitten
+drinken.... en zou zoo'n naarheid nou ook eens een bek opendoen,
+eris wat vertellen.... 't eris laten kijken aan d'r moeder? Geen
+kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat 't de laatste keer was van
+'t naaien! was 't nou niet God geklaagd....
+
+"As gluiperdje dood is...." sarde Sien, 't kind voorbij de keuken
+inschietend, en Ant, die nu ook boos op 'r werd, zei schamper,
+terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog tikte: "Nou! jij
+heb ze hier, hoor!"
+
+De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog
+hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken
+de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de
+drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein,
+in hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind 't aan te zien,
+zonder een woord meer of een beweging. Maar 'r oogjes staken kwaad,
+valsch de schrille pupillen, en haar bleeke mondje was in verbetenheid
+tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen met 'n dienstje? zouden
+ze haar geld geven voor de naaister?.... dan ging hun dat goed toch
+ook niet aan?.... 't was haar goed.... van haar alleen.... ze hóefde
+'t toch niet te laten kijken, als ze niet wou....?
+
+Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien 't
+heele pak vallen, en liep dan zingende 't schemer-donkere voorkamertje
+door en de deur uit.
+
+Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen
+bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar
+jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten
+had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die,
+als een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur
+in het portaaltje steil omhoog stond.
+
+Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen 'n plekje
+sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het dakraampje
+aan de balken weifelde.
+
+De tranen sprongen haar fel in de oogen. "'t Is gemeen, 't is gemeen,"
+grijnde ze en schopte tegen de vale bult van Sien 'r afgehaalde bed.
+
+Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen van machtelooze
+woede, snikkend, 'r twee handen verstijfd aan 'r rokje met 't
+builende pak.
+
+Plots dan voelde ze wàt ze daar droeg,.... óch-Gód dat goed, dat op die
+smerige grond was gevallen, dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en
+met al haar gedachten dáár ineens bij, liep ze op 't raampje toe,
+kroop op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining school,
+en op 'r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat achter de twee
+smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de lappen-hoop,
+streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en paste en
+plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen zat,
+zooals ze 't had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan bedorven!
+
+Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich omdraaiend
+neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot 'r zelve komend,
+zonder veel gedachten meer.
+
+
+
+Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had
+als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der
+buurt, nam ze haar goed op, en, 't voor zich uit houdend, tastte ze de
+vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel werkelijk
+iedereen uit was.
+
+In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de lamp, die ze
+gauw ging opdraaien. Ze had nu geen trek in vóór zitten, want de
+luiken waren opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen,
+dat dorst ze eigenlijk niet goed.
+
+Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn
+zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de
+Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de
+hoogste stoof, ging even haar naaizak uit 't kamertje krijgen; dan,
+de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar knieën
+opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, haar
+halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den lichtschijn.
+
+Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar
+schatten....
+
+Ze hield 't blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, onder
+haar kinnetje, langs haar borst, streek 't omzichtigjes glad, keek,
+schuin van boven af, er langs neer.... 't was héél mooi....; dan
+liet ze het lager, opzij langs haar been afvallen, keek weer, haar
+bovenlijf scheef achteruit.... keek lang, lachte er tegen; nuffige
+neepjes van plooivalling gaf ze, poefte de stof op, aaide ze weer
+effen langs 'r smalle heup.... 't was héél mooi....!
+
+Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met 'r neus erop,
+wreef ze 'n hoekje van 't katoen, hield het gewrevene onder de lamp:
+"niks geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht
+stuivers de el," dacht ze.
+
+Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... "bijna
+niks geen pap," zei ze nog eens.
+
+Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had
+alle tijd: 'r moeder was met de grootste van de twee waschmanden uit;
+'r zusters kwamen 's Zaterdagsavonds nooit voor tienen thuis.
+
+Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.
+
+Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de
+kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf
+over tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige
+vakking over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.
+
+'t Was heel stil in 't keukentje; de buurmenschen van weerszij
+leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen klonk
+bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, 't balrollen in de
+kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek van
+'t Dijkje lag.
+
+En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon
+juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als
+er plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en met
+een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer op den keuken-drempel stond.
+
+"Is Sien uit?" vroeg hij barsch.
+
+'t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, en met
+bolle blauwe oogen zonder veel wimper.
+
+Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze
+nooit bang; "tjee," lachte ze in 'r zelf, "kijkt-ie weer drukke."
+
+"Is Sien er of niet?" herhaalde de jongen, kwaadaardiger nog dan de
+eerste maal.
+
+"Nee, ze is uit," zei het kind eindelijk....
+
+"Ze is al wel een uur uit," zei ze nog achterna, toen haar lachertje
+bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek de voordeur
+dreunend achter zich dicht.
+
+"Tjee, die Sien!" dacht het kind, "nou zal ze ruzie krijgen!" en
+door 'r kleine, groenig beslagen tandjes, gedrukt in de onderlip,
+haalde ze "ffff" de lucht op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even
+met bedenkelijke oogen groot-strak onderuit keek.... "Nou efijn" zei
+ze dan, en de nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed,
+plooiend den zoom precies op het ruitje af, met 'r eene hand de
+vouwtjes opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje
+van de andere wijsvinger en duim.
+
+Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder
+de keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn
+gezicht opscheen.
+
+"Zeg nou 's, Merie, waar is Sien heen?" vroeg hij, probeerend zijn
+stem vriendelijk te maken.
+
+Maar 't kind, niet denkend dat hij 't weer zijn kon, was bij 't klikken
+van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, had instinctmatig
+het goed bijeen gepakt, de krant er over geslagen.
+
+Schichtig trok ze de schouders op.
+
+"Toe, je weet 't wel," zei de jongen, "wanneer is ze dan uitgegaan?"
+
+Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten,
+zei dan plots:
+
+"Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en toen
+ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit...."
+
+"Zoo, had ze je getreiterd...." zei de jongen.
+
+Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond
+'t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar naaizak....
+
+De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met zijn
+felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, gevulde
+wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, en de
+kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer vingen óver hun
+blakende kleur; onder z'n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode
+mond met een kwade groef naar beneden getrokken.
+
+'t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu ook
+wel medelij met 'm.
+
+"Wou je wachten tot Sien thuis kwam?" vroeg ze, bedeesd voorkomend,
+"je ken wel hier wachten...."
+
+Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen
+knipperden, keek dan naar 't kind, dat steelsgewijs naar hem keek.
+
+"Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje," zei hij op eens.... "zoo
+gek lachen.... maar je meent het niet kwaad."
+
+Het kind, dat begonnen was 'r zoom-steekjes te leggen, bleef diep over
+haar werk gebogen zitten; ze vond 't niet aardig, dat hij 'r bij d'r
+scheldnaam noemde, maar hij deed 't zóó vrindelijk, dat 't toch wel
+prettig was. En te verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil
+berouw te hebben, dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.
+
+Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.
+
+"Een kreng is je zuster.... een krèng!" snauwde hij, met zijn fellen
+kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten gebald op zijn
+knieën, "een groot kreng...."
+
+"Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!".... mokte hij achterna.
+
+Daar hadt je 't nou weer, dacht 't kind, nou was Sien weer mooi; die
+wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd zoo zuur rook,
+en zulke groote rare tanden had.... net een jodenkerkhof.... als die
+nou mooi was!
+
+"Ik vin me zusters niks mooi," zei ze met een vies mondje.
+
+De jongen keek haar goedig aan.... "Ant niet, maar Sien.... Sien is
+'n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo'n mooie meid! Maar ze weet
+'t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan d'r krijge zooveel ze
+maar wil. Na mijn weer 'n ander. Ze geeft er om geneen wat. Ze mot
+een jonge hebbe, die cente het...."
+
+"Weet je wat ze nou wil," zei hij opeens vertrouwelijk over de tafel
+leunend, "ze wil 'n goue kettinkie van drievijvetwintig hebbe.... Als
+ik de cente nou niet heb, ken ik toch zoo'n kettinkie nie koope.... en
+dan zeit ze maar, Jan Aalders zou 't wèl geve.... en 'n andere dag
+weer, die jonge van Bertels zou 't wèl geve.... makkelijk genog,
+die z'n vader het de guldens maar voor 't opscheppe.... die kan mooi
+geve.... ik heb de cente niet...."
+
+"Jij verdien nog nie veel, wel?" vroeg 't kind.
+
+"Vijf gulde," zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie gezicht werd
+nog rooier.
+
+"Vijf gulde, da's nie veel.... en da's wèl veel" zei nadenkend 't kind,
+met klem van spreken.
+
+Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo'n kleur gekregen had.
+
+"Toe," zei de jongen kregel, "begin nou niet weer.... doe nou niet
+zoo gek!"
+
+"En jij dan?" had 't kind al gezegd voor ze 't wist; toen bloosde ze
+zelf tot op 'r voorhoofd, en bukte snel weer over 'r werk.
+
+Er was een lange stilte in het keukentje.
+
+Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog
+niet terugkwamen. Ze begon 't eng te vinden.
+
+De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al z'n
+nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en z'n goeie pak,
+omdat 't Zaterdagavond was.... lamme meid!
+
+Hij schoof z'n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit haar met
+een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef hij met
+zijn paarsig-roode hand langs z'n voorhoofd:
+
+"'k Ben wel stapel, dat 'k hier zit te wachte," zei ie, maar hij
+bleef zitten.
+
+"'k Ga 'n pot bier drinke," zei ie een tijdje later, maar hij bleef
+nòg al zitten.
+
+Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z'n buiten-bovenzak, draaide
+'m rond tusschen z'n lippen, bekeek 'm, stak 'm weer weg.
+
+Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen;
+ze was moe, en branderig in 'r gezicht, en rillerig tegelijk....
+
+Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange,
+zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een
+eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag
+gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.
+
+"Kwamen ze nou maar thuis," dacht 't kind.
+
+De jongen begon te schuiven op z'n stoel, wreef met z'n handen over
+z'n knieën....
+
+"Je zou d'r.... je zou d'r...." barstte hij dan los. Maar hij hield
+zich in; dat kind had 'm toch niks gedaan.... en hij streek maar eens
+met z'n zwart-nagelige vinger over 'n hoekje van 't blauwe katoen,
+dat uit de krant piepte: "netjes," zei ie.... "fijn...."
+
+"Pas op, pas op!" schrok het kind "'t is me goed van de bedeeling,
+op 't naaien."
+
+"Fijn," zei de jongen nog eens, "maar licht, zal gauw vuil worde op
+'t fabriek."
+
+"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind fel, met ronde schrikoogjes
+hem aankijkend.
+
+"Zoo," zei de jongen alleen.
+
+"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind nog eens, "'k ga dienen."
+
+"Dienen is ook hard werken," kwam nu de jongen bij, "me zus het
+gediend, maar ze het 't niet kenne volhoue.... ze is nou op 't fabriek
+van de Lange.... Waarom wou jij niet naar 't fabriek, Sprotje?"
+
+Hij vroeg 't weer zacht-vriendelijk, in een soort ondergrondsche
+vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich gevoeld had,
+tegen Sien.
+
+En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen,
+begon zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor
+'t fabriek, zoo vrééselijk bang....: "altijd zoo'n leven om je
+heen, en allemaal tussche vreemde," ze ging haast huilen van moeie
+opwinding.... "allemaal vreemde, en altijd opzichters achter je aan,
+en overal groote wielen...."
+
+Ze sidderde, kneep 'r handen in elkaar, terwijl ze doorklaagde, wat
+kalmer weer: "en zoo zwart.... en zoo smerig.... en al de manne,
+as die er uitkomme... ze zou'e je doodloope.... ik droom er soms
+van.... altijd vloeke en lol...."
+
+"Hoho maar," zei de jongen, die 'r als een gek had zitten aankijken,
+"die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en 'n beetje verdienste...."
+
+Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige
+oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in de krant, haar naaigerei
+in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met kouwelijk 'r handen
+kruiselings onder de oksels, doodmoe van den langen dag, van al de
+opwinding en al 't verdriet, haar oogjes slaperig flets, en diepe,
+blauwige kringen ingezakt boven het strakgespannen vel der jukbeenen.
+
+"Een beetje verdienste.... en een groot huishou'e," kwam ze zachtjes
+bij-femelen, "armoe lij'e.... en dan worden 't sociale...."
+
+"Niet allemaal," zei de jongen.... "ikke niet."
+
+"Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd zijn..."
+
+"En dán," zei de jongen, "'n werkman mag toch wel voor z'n rechte
+opkomme...."
+
+"Nou.... ja...." rekte zeurig-bedenkelijk de kinderstem.
+
+Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen
+avondwind, kwam Sien binnen-gevallen.
+
+Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze
+klaar met 'n brutaal-spottend:
+
+"Nou, as jij liever met me zussie vrijt...."
+
+De jongen stoof op! Zoo'n beest.... nou dorst ze nog zoo te
+beginnen.... had hij niet 'n uur op 'r loopen wachten?.... een heel uur
+op en neer geloopen?.... nou hier nog 'n uur zitten wachten....? Gemeen
+kreng!
+
+Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd,
+de stoof omver trappend, had 'r pak gegrepen, stond achter de
+tafel 't aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog
+terug te schreeuwen.... en die stakkerd van 'n Hein, hij had toch
+gelijk.... Kijk-tie paars worden in z'n gezicht.... en die astrante
+meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang van
+werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat tandvleesch
+allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... kijk nou.... ze
+lacht 'm in z'n gezicht uit.... en tjee, kijk die Hein nou woeiend
+worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, tjééee....!
+
+Dan, klak, klak, vielen de luiken van 't kamerraam dicht,.... daar
+hadt je moeder!
+
+Sien, Hein 'r achterna, 't kamertje door, liep in 't portaaltje de
+vrouw tegen 't lijf....
+
+"Heila! waar mot jij na toe?" baasde die ruw; maar Sien, dol, gilde
+van lol en angst door elkaar, "hij slaat me! help! hij slaat me!" en
+rende door de open deur het dijkje op.
+
+En Hein, die even had willen gaan sussen: "Hoor nou, vrouw
+Plas...." razend 'r achterna.... "Sien! toe nou, Sien!" hoorde 't
+kind hem nog roepen.
+
+"Wel voor den donder," gromde de moeder, die 'r leege mand ijlings
+neerzette, de volle greep.
+
+"Ben jij daar, Merie?"
+
+"Ja moeder."
+
+Maar ze haastte zich al 't portaal door, de twee achteraan, de deuren
+openlatend.
+
+Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje
+leeg-stil in huivere holheid.
+
+"Hu!" zuchtte 't kind door 'n rillertje heen: "zullie liever dan ik!"
+
+Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, voelde
+dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke ruggetje
+loopen; haar oogen staken van den slaap.
+
+Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, op den stoel bij
+'t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp van de keukentafel
+halen, droeg 'm met twee handen, voorzichtig over den drempel stappend,
+op de tafel voor 't raam .... hèèè, daar lag die rol gordijnen
+nou.... die nare Sien ook.... en "ffff" zoog ze de lucht weer door
+'r tanden: de voordeur stond open....!
+
+Op 'r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen den post
+van de kamerdeur, en helde met 'r uitgestrekten arm 't portaaltje
+in.... Net bereikte 'r hand de voordeur.... met twee vingertoppen
+trok ze 'm moeielijk aan, keek even huiverig naar buiten--'t was
+koud.... nachtvorsten.... dacht ze--en duwde 'm zachtjes, gauw, in
+'t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de bedsteedeurtjes
+openzetten.
+
+Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker
+gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje,
+den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich,
+voelde ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.
+
+'t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de ellebogen en
+onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef trekken uit;
+dan hing ze 't over de stoel-leuning als over een kapstok; 't rokje
+was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien onderrok zakte na;
+ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar kostelijke pak.
+
+De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt
+en omgetrokken.
+
+En nu, vaal-wit schimmetje in 'r groen-schemerigen hoek buiten
+den lampe-schijn, stond ze op 'r bleeke voetjes voor de bedstee,
+die kleine Sprot.... 't Staartje, langs den dunnen bruinigen hals,
+puntte neer over het witte keper, dat 'r smalle lijfje omspande;
+uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere armen;
+en sluik om 'r heupjes weg, viel plooiend 'r gestreept wit-katoenen
+onderbroekje tot laag op de dunne kuiten.
+
+Even stond ze zoo, 't kippevel op 'r armen.... Ze schoot haar
+nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide
+ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en
+met 't zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als
+ze in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen
+het keukenbeschot.
+
+Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is 'n groote dienst
+had, en ze had 'r eigen bed, een open ledikantje met lekker beddegoed,
+op een lief zolderkamertje,.... en d'r eigen kastje.... als er nou
+maar gauw een dienstje kwàm, al was 't dan maar voor dagmeisje 't
+eerste jaar.... En zoo dwaalden al 'r zorgjes 'r door 't hoofd.... de
+achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of
+ze nog wat mee zou krijgen van 't ringen naaien van dien middag....
+
+Dan dacht ze er aan, dat 't morgen Zondag was.... het witte kerkje
+zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog maar
+twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster
+'r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden
+schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog 's een
+nieuwe jurk had om aan te trekken.... ze zou maar vroeg gaan.... lang
+het orgel hooren voor domeni binnen kwam, het orgel, waarin zoo'n
+heerlijk-zacht fluitje kon kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.
+
+
+
+Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit
+'t fabriek.
+
+Ze waren met 'r drieën op 't kleine, bruine klinker-plaatsje,
+dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open keukendeur, de
+moeder, in den schaduwhoek bij 't pleetje, was aan 't tobben boenen,
+en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de handen op 'r rug tegen
+het achterhekje, een grijs-geverfd staketseltje, dat even wiebelend
+meeboog onder haar zwaarte.
+
+"Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér gesnapt"--vertelde Ant,
+"van mòrgen vroeg;.... die zalle we óók niet werom zien.... de patroon,
+die is op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in 'r vuile
+schort gepakt.... een heele kluit wol.... d'r broertje stond aan de
+poort te wachten...."
+
+"Tjee, hoe durft ze!" deed Marietje overdreven méé met het
+verhaal, om het voort te dringen en voorbij de oppering van een
+mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder 't zeggen; haar grijze
+oogjes sperden bang in 't smalle gezicht.
+
+Toen--daar wás 't--voelde het kind zich koud worden en heet tegelijk;
+het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat raar en ijl stond op
+'r zinderend lijf.... Onder het verder-vertellen van Ant had zij
+haar moeder zich half zien oprichten van de druipende tobbe, even
+hoofd-wenken háár kant uit, en dan, vragend met 'r oogen, kijken
+naar Ant....
+
+"O! O!" kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van 'n plots
+in-vlijmende pijn.
+
+Maar Ant, goddank, knikte van nee.
+
+"Nee," zei ze, "'t is een meid van zestien, en groot voor d'r
+jaren.... Merietje ken d'r wel drie keer uit!... en werken dat die
+meid kon!"
+
+Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het
+kind had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje,
+'r handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig
+uit in het bezinken van den angst-schok.... wat 'r hart klopte!.... 't
+bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige sliertjes
+versprongen en tril-dreven over de helle lucht....
+
+Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, waarin
+'n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan kijken, zonder
+wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....
+
+In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den schommel knarsen; ze boog
+wat over; rechts, boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk
+opstaan tusschen de loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden
+hevig toe en weg, en een hoed tuimelde telkens boven het groen uit.
+
+De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag
+met zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken;
+er liep niemand....
+
+Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij
+kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland
+ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van
+roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven
+zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen,
+keeren bij 't zwart-houten huisje aan 't eind, en terug-gaan weer
+onder het boomen-groen langs de deinende touw-lijnen.
+
+In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen,
+en een zwart terrein met kolen-loodsen van 't spoor.
+
+Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en
+links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver
+in zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen
+diep-weg wat flauwe vlekken waren van blank vee.
+
+Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over
+een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen
+ze misschien weer zoo'n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als 't
+laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... ze
+zouen nou wel gauw maaien gaan....
+
+En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze 't huis in.
+
+De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even lachen
+om dat sluike wegloopen.
+
+"Ze zal nog wel 's loskomme," zei Ant, "ze is bijdehand genog,.... laat
+ze eerst maar 's op 't fabriek weze...."
+
+Een evene besluiteloosheid kwam over 't gezicht van de vrouw:
+
+"'k Had anders net zoo gedacht, van morrege...." zei ze, "às Merietje
+nou 'r heele hart op diene heit gezet.... wat zou jij nou zegge....?"
+
+"Malligheid," zei Ant, beslist, "je mot er geen bang-schieter van
+maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... altijd alleen.... ze
+telle je de aardappels in je mond.... En je mot ommers zoo'n kind
+niet toegeven, om 'r bestwil."
+
+"Nee," zei de moeder, "dat mòt je ook niet."
+
+Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het
+plaatsje. Beiden hadden hetzelfde soort grof-pluizig, zwart krulhaar
+boven een hoog voorhoofd, dezelfde beenig-breede, koonen-gezichten, de
+moeder wat geliger alleen, en dezelfde mager-forsche vormen van lijf.
+
+Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken,
+zoo, zonder dat zij 't zelf wisten, doende uitrusten even hun lichamen
+van den langen morgen hard werk.
+
+Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een
+stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als
+paarden, die aan-trekken in 't gareel. Even verstreek door de oogen
+der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter
+elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.
+
+Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk
+voor haar was.
+
+Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw
+uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.
+
+'s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg
+drie centen. De drie centen waren voor haar, maar 't kwartje moest
+ze afgeven.
+
+Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte
+kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes dicht, ging
+'s and'rendaags ze terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er
+niets van houden.
+
+Ze had daar wel hartzeer van, maar 't was ook billijk vond ze, en ze
+zei geen woord van beklag.
+
+Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar was, dat ze
+maar stil in veilige hoekjes, op 't plaatsje, op de vliering, aan
+'r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed ergens anders
+verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met 'r jong.
+
+Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een verdienstetje....
+
+"Je mot vragen, wanneer dàt wurm eris zal verdienen als de anderen,"
+praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, terwijl zij in 't
+keukentje de vaten van den vorigen dag stond te wasschen, en 't kind,
+muis-stil achter in den stoel aan het voorkamerraam, haar vragen voor
+de catechisatie leerde.
+
+"Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris helpe," begon
+de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik schuin het kamertje
+in.... Er was die week acht stuivers op de huur tekort, omdat ze
+een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje over....; en
+nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te commandeeren van dit
+niet willen en dàt motten; dat zat maar te dreinen over een dienstje,
+al zei ze niks, en over een lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er
+niet eens genog voor de huur was!
+
+"Zeg! hóór je me niet?" snauwde ze nu ruw.
+
+'t Kind kwam onwillig overeind; 'n mokkend-koppige uitdrukking was er
+op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje in 'r jurkzak
+en met een vinnige genepenheid in 'r flets-grijze oogjes, ging ze
+naar achter.
+
+Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, alles
+afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. had ze
+niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... aan
+háár dacht niemand.... moest die japon van háár niet gemaakt worden?
+
+Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder één
+woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind den keukenrommel
+aan kant.
+
+Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen leeren.
+
+Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor hetzelfde;
+maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze woord-reeksjes
+nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, herhaalde ze
+zonder den zin te vatten; langzaam dan begon 't geen aan dat klein,
+blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld van: de catechisatie,
+het witte boogramen-zaaltje naast de kerk, de damping en de vale reuk
+van domeni's pijp, de goedige stem van domeni, het te winnen,--en ze
+leerde nu ijverig, keek even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde
+op uit het hoofd: "Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God
+vreezen en liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet...." tot
+ze steken bleef, even neer-oogde: "o-ja, dat wij onzen naaste zijn
+geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....," turend
+onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de deur.
+
+En als eindelijk, met 't dun, grijs boekje dicht op tafel,
+zoo stoorloos-vlot 'lijk een vlietend watertje, de rijtjes
+catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder één hapering
+kon afprevelen: "Het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is dat,
+wij moeten God vreezen en liefhebben, dat wij onzen naasten zijn geld
+of goed niet nemen, noch het door valsche waar of handelingen aan ons
+brengen, maar hem zijn goed en nering helpen verbeteren en bewaren;
+het achtste gebod, gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen
+uwen naaste, wat is dat,".... als zij ten slotte het "of goed" niet
+meer vergat en elken keer dacht om de "handelingen," dan was alle
+spanning weggetrokken van haar hersens.
+
+Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; nog
+monterder kwam ze er weer uit. Ze ging graag naar catechisatie,
+luisterde graag naar de vertellingen van domeni, veel mooier als-'t-ie
+'t in de kerk dee, en als ze dan haar beurten goed wist en domeni,
+onder een haal aan zijn pijp, knikte goedkeurend....
+
+Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en 'r gezichtje stond stil-open
+opgeruimd, toen, in den vooravond door de leege kleine-stads-straten
+naar huis gaand, zij àl maar de woordrijtjes nog in haar hoofdje
+voelde na-vlotten, "het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is
+dat".... maar zij had nu geen zin in haar geboden, en als van zelf,
+in de guldene klaarheid om haar heen, gingen 'r gedachtetjes zich
+rijen in het rhythme van 'r versje van deze week:
+
+
+ Daar is uit 's werelds duistere wolken
+ Een Licht der lichten opgegaan.
+ Komt tót zijn schijnsel àlle volken!
+ En gij, mijn ziele, bíd het aan!
+ Het komt de schaduwen beschijnen
+ De zwarte schaduw ván den dood,
+ De nacht der zónde zal verdwijnen
+ Genàde spreidt haar mòrgenrood.
+
+
+Ze vond 't een erg mooi versje, vroeger had ze 't in de kerk ook
+wel eens gezongen, en 'r moeder had 't ook écht mooi gevonden, toen
+ze 't Zondagavond zat te leeren. 'r Versje, dat leerde ze altijd
+dadelijk,--'t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze vond 't ook
+te prettig, om er tot 't lest van de week mee te wachten. Ze kon er
+nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! Dat van verleden week
+
+
+ Hoog omhoog, het hart naar boven,
+
+
+dat was ook erg mooi; hartverheffend was 't, had domeni gezegd;
+en dat van onderlaatst
+
+
+ Zoo blij de landman móe van 't ploegen,
+
+
+maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.
+
+Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar
+zachte pasjes even verklonken,--in de avond-kalme atmosfeer vol
+voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes vóór en
+tusschen de lage huizen, liep het kind genoegelijk haar versjes op
+te zeggen, stil in-zich-zelf, met nauw-bewegende lippen, òm 't andere
+regeltje, mee met haar ademing, inhalend met hijg-geluid.
+
+Zoetjes-aan kuierde ze voort; 't was lekker buiten, ze had geen haast
+om naar huis te keeren....
+
+Toen, voor 'r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een huis
+of tien voor haar uit in de stille straat, twee meiden in lichte
+japonnen, uit een zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde 't kind.... 't
+waren naaischool-meiden; ze hadden 'r uitzetkleeren aan; die gingen
+naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze
+goed; 't was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... 't
+waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool
+geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....
+
+"Hèèè, kijk nou toch...." zei het kind zacht-hardop. Ze had zoo'n
+verdriet! "Kijk ze nou loopen," dacht ze dan weer.
+
+Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe
+jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen,
+recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin
+geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden
+ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje
+van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en 'r haarvlechtjes zaten nu
+in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den mutsrand
+gedraaid; 't leken gróóte meiden.... volwàssen meiden....
+
+"Och-och, hoe mooi," zei het kind nog eens. Het schreien kropte
+haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte,
+gelapte merinos-jurk, onder haar flaphoedje met verkleurd lint, en
+haar staartje op den rug. Ze vond zich 't armoedigste meisje van de
+heele stad....
+
+Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met 'r trotschig,
+stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.
+
+Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet
+achter de twee aan.
+
+Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde lichtheden.
+
+En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren
+ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met
+hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw
+en dat glanzende wit voor haar uit deinde.
+
+Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer binnen......
+
+Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met
+een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De
+zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: "Kè je niet genavond
+zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op catechisatie?" maar ze
+lei 'r toch, een oogenblik later, nog een boterham op 'r bord, omdat
+'t wicht zoo pips zag.
+
+'s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag 't kind
+op de knieën bij haar lap goed, die ze uitlei en vouwde en mat.... maar
+ze zag wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan
+te broeien in haar hoofd.
+
+Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam overleg
+in haar moeë, pijn-zware hersens.
+
+Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze zou zeggen,
+dat 'r schorten al klaar waren, en dat 'r japon ook wel gauw gemaakt
+zou worden.... òf de juffrouw nou niet een dienstje open had.... als
+moeder maar wist dat ze een dienstje kòn krijgen, ziet u, dat dàn
+de kleeren wel gemaakt zouen worden.... als ze had kunnen knippen,
+nou dat wist de juffrouw wel, dan zou de japon al wel een week af
+wezen, de schorten had ze ook zelf gemaakt, de juffrouw moest maar
+'s zien of 't netjes was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten
+in een rolletje meenemen.... ze zou goed haar woord doen....
+
+Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de
+gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij
+de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende,
+zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?--dan voelde ze weer,
+dat ze toch nooit zou durven....
+
+Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in haar neersloeg,
+dat straks, of morgen, of overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen
+met de boodschap, dat er een plaats was op 'r fabriek, dat er een
+plaats was op de fabriek van 'n vrindin.... dat ze dan mee zou
+moèten,.... dat ze dan onherroepelijk naar de fabriek ging....
+
+En dien middag liet de angst haar niet meer los.
+
+'r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.
+
+Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze
+haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.
+
+Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar
+gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan
+nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog met den
+dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er onder
+haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten,
+fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.
+
+Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van
+'t "opgestoken" haar, waarmee ze voor 't eerst zou worden gezien,
+gek-anders en oud, voor 't eerst op straat zou loopen, raar-trotsch
+en akelig-naakt tegelijk; nu, door de àl-beslissende rol, die 't
+zou hebben te vervullen, een angst-droom, waarin ze met krampachtige
+inspanning iets moèst bereiken. En 't was zoo moèilijk! 'r Bevende
+vingers togen wriemelend aan 't werk. Ze had 't al zoo vaak, heimelijk,
+geprobeerd, sinds ze dien avond de twee naaischool-meiden voor zich
+uit zag loopen. Maar meestal ging 't niet!
+
+De drie stugge achterhoofd-strengetjes van 'r vlecht, die kon ze
+maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en àls
+zij al 't achterhaar gladjes in haar linkerhand tot aan de kruin had
+opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen weer als piekerige
+slierten uit 't vastgehouden bosseltje los; hàd ze dan eindelijk al
+'t haar stijf beet, dat rond voorhoofd en nek 't alles in roodige
+pukkeltjes weggetrokken zat, dan wisten 'r ongewende vingers nog maar
+amper om het dunne haar-bundeltje het bandje te strikken.
+
+Telkens en telkens moest ze het overdoen.
+
+Ten leste hing het; 't zweet, met een zwoel-opslaande wàlm van
+warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op 't strakke vel; schokkerig
+schikten en wonden de handen dan het knoetje rond, lagen het uit op
+'t achterhoofd, staken het vast met de paar haarspelden, die er in
+Siens naai-doosje over waren.
+
+Bij het raam, want 't begon al te schemeren, keek ze in 't krom-golvig
+spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er zij-haren los;
+en òm er maar netjes uit te zien, plakte zij met haast-dringerige
+streekjes van water ze tusschen de andere vast; donkere vegen liepen
+over 't bleeke blond omhoog.
+
+Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk,
+borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon,
+waschte nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door 't smerige
+bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.
+
+Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo
+sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.
+
+Toen ging ze op weg.
+
+Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest komen,
+want dat ze dan niet durven zou.
+
+Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken
+onder de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders,
+nu elk piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op
+het achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde
+ze de velschroeiing ternauwernood: "'t is niks," dacht ze, "dan zie
+'k er gezonder uit."
+
+Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, 'r nu
+kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel 't onwennig en
+onvast voorover staan, door 't hooge haardotje, van 'r hoed, waarvan
+de rand scherp op 't voorhoofd drukte.
+
+En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar
+wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek,
+heele einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de
+juffrouw stond.
+
+Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te kijken
+naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep ze
+door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.
+
+Hier was 't; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de bel over.
+
+Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, maar
+de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in schemer-vaalte.
+
+Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de
+juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge,
+witte gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat,
+in een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.
+
+Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat
+er was.
+
+Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen,
+onhoorbaar tredend over den zachten looper.
+
+Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge,
+bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar,
+waarin al haar denken en bewegen als verstolde, en waarin zij maar
+vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot dezen tocht.
+
+Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, haar
+aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij was bewegeloos
+gebleven, zonder goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in
+de starre oogbollen.
+
+Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de
+deurmat.
+
+De meid, die in 't verschiet van 't smaller en donkerder gang-einde
+een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur achter zich
+latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst op haar toe,
+en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van het hoofd
+achterom: "daar mot je wezen." Toen ging ze de trap op.
+
+Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich niet
+te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar toe;
+met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.
+
+Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige roep,
+de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.
+
+En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich
+nu haar voeten in beweging, kwam zij de dood-stille, kerkachtige
+blankte door, en het vertrouwelijker halflicht van de achtergang,
+tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En opeens was de deurknop
+in haar hand, en stond ze op den drempel der kamer.
+
+Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel
+rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór haar zag ze
+een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste schotje en
+den muur vaagde iets wits van een bed.
+
+Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank:
+"Nou, Marie Plas...."
+
+Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in 't volle licht voor
+de tafel. Ze dorst niet opzien.
+
+"Zoo" .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, zooals ze 't
+vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: "Kom je nou zóó bij
+mij.... dat had ik anders verwacht...."
+
+'t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen onder haar
+voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als vervluchtigende
+vlokken vielen de bestraffende klanken in haar wonderlijk-leeg hoofd.
+
+Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich kijken.
+
+"Wat kwam je nu eigenlijk doen?" vroeg de stem opnieuw, maar wat
+aanmoedigender.
+
+Het kind waagde een blik.
+
+Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat de
+juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen,
+de handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg
+dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De
+licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar
+gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind
+op te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij
+knipperde even, en, terug met 't hoofd, zat ze weer als te voren.
+
+Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende
+licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den
+baren lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.
+
+En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle bewustzijn.
+
+"De schorten zijn wel klaar," zei ze met een haperende stem, "maar
+de jurk is nog niet gemaakt...."
+
+"Zoo...." zei de juffrouw "en waarom niet?"
+
+Nu, gesteld voor die vlakke vraag in 't schelle licht, was 't kind weer
+heelemaal in de war. Al haar duidelijke en begrijpelijke verklaringen
+was ze vergeten. Ze was duizelig.
+
+"Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?"
+
+"'k Had geen tijd, juffrouw."
+
+Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dàt uit haar mond.
+
+"Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel tijd,
+om hier in je ouwe kleeren te komen?"
+
+"Nee juffrouw," zei het kind.
+
+"Hè?" vroeg de juffrouw.
+
+"Nee, juffrouw, me moeder wou 't niet," bracht het kind uit.
+
+De juffrouw begreep 't niet wel. 't Verwonderde haar. Ze had altijd
+gemeend, dat ze 't van Plas nog al goed hadden, wist van d'r vaders
+ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een paar stille, knappe
+dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo netjes op school
+was geweest, zoo oppassend en gewillig....
+
+"Zóo," zei de juffrouw, "kon je moeder dat geld niet missen....?"
+
+'t Kind kleurde fél.
+
+"Nou, vertel nou maar eens," drong de juffrouw aan, wat korzelig.
+
+Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind had iets
+stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder dien hoed
+uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan 'r had....
+
+Toen, met een rilling door 'r schouwertjes, een schok-scheut in
+'r beenen, zei 't kind:
+
+"Me moeder wil, dat ik naar 't fabriek ga; me zusters zijn er ook op;
+me moeder wil niet, dat 'k ga dienen."
+
+'t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als 't zóó
+zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine oogen tuurden, half-neer,
+naar den uitersten tafelhoek.
+
+'t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze iets
+verkeerds had gezegd.
+
+De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....
+
+Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige
+handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen
+weer neer.... ja.... als 't zóó zat.... als de ouders, als de
+moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet tegen-ingaan.... zij
+kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan zetten.... zij kon
+niet zeggen: kind, ga niet naar de fabriek.... de menschen schenen
+daar niets meer in te vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje,
+niewaar?.... maar tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan
+dienen.... maar zij kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze
+kwamen bij haar om wat knaps te krijgen.... die bij haar om zoo'n kind
+kwamen, deden 't ook al niet uit overdaad.... zoo'n kind moest toch
+allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan
+ze verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... tegen 't
+winter een regenmantel.... ja, als de moeder niet wou meewerken.... 't
+was jammer.... 't was toch geen kwaad kind.... 't was erg jammer....
+
+En nog eens, met een schouderbeweging van "niets aan te doen,"
+gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, vielen
+met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel weer
+neer.... 't was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een stil
+dienstje zou ze.... maar als de moeder 'r naar de fabriek wou....
+
+De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te
+bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor
+hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....
+
+"Moeder zoù 't geld voor de japon wel kunnen geven...." stootte ze
+nog uit.
+
+"Ja, juist...." zei, practisch, de juffrouw.
+
+Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.
+
+"Wil je moeder nog eens bij me komen?" vroeg de juffrouw.
+
+Heftig knikte het kind van nee.
+
+Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een
+fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide
+het kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in.
+
+"Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over een tijdje," riep de
+juffrouw, die opgestaan was, in de open kamerdeur haar na.
+
+'t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het voordeur-slot,
+kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.
+
+Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te
+zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht was; ze kon
+niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en 'r heele hoofd was vol
+heet geschrei.
+
+Diep-neer met 'r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien zouen
+hoe ze huilde.
+
+Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een zoute
+keelpijn van 't schreien, vond ze haar bordje met boterhammen op een
+hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de vrouwen, bij elkaar,
+er achter, saam aan een groot werk bezig.
+
+De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de
+gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk,
+mee naar huis had gekregen.
+
+Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de vingers
+friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote
+stukken, in de stopnaalden te krijgen.
+
+Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En
+boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen groot
+in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.
+
+"Eet maar gauw, Merietje," zei Ant, "dan mag je meedoen; d'r zalle
+nog wel een paar centen op overschieten voor je."
+
+De vrouw was aan 't vertellen geweest, vertelde door:
+
+"Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en je
+vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou graag...."
+
+"Heeremejeetje!" schetterde opeens Sien 'r schelle stem door 't
+verhaal heen, "kijk die Sprot er uitzien!"
+
+'t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen en
+bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar bord,
+voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.
+
+"Háár, waar mot je met dat kind naar toe!" gilde Sien weer, en
+werktuigelijk tastten Marietje's handen naar het kleine knoetje,
+waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... en plotseling
+voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op 't voorhoofd de prikkende
+trekking der te strak gespannen haartjes, en de weeë pijn, die daarvan
+klopte hoog in 'r hoofd.
+
+"Kind, wat mòt dat?" had de moeder gevraagd, met haar blik van
+goedigen spot.
+
+"Ze lijkent wel een stekelverreken," relde Sien.
+
+"Ik wed...." plaagde Ant, die in haar sas was over het buitenkansje
+van de fabriek, "ik wèd.... dat jij op een dienstje ben uitgeweest!"
+
+"Toe," zei Sien, "ga door! zoo'n klein merakel, wie zou daaran willen?"
+
+En Ant er weer tegen in: "de kleintjes motte d'r ook weze, wat zeg jij,
+Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve Heer, en de ander
+weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, help maar gauw mee...."
+
+Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke
+tranen sprongen 't kind in de oogen; een laatste, uitgebeten boterham
+viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte zij het
+plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen wijd om
+de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld tegen de
+steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke licht-geling door
+'t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, sluik-sliertig vachtje
+het haar 'r tot even over de schouders. Al snikkend vlocht ze het
+weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het staketsel aan, huilde
+ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe in haar tranen de
+lantarens op den singel achter de "Hanekamp" goudene sterren geleken,
+die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze daar naar ging kijken....
+
+Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.
+
+Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant eens
+kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. Sien
+was uit, hoor!
+
+"Zeg," zei ze tegen het kind, "heb jij gezien, dat Sien een goue
+kettinkie had?.... Hein was er.... 'n opstand dat die maakte.... hei
+je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou tòch 'n goue kettinkie
+had,.... op de azijnmakerij had ze 't angehad,.... 'n jongen had 't
+'m verteld.... en hij wou weten van wie ze 't had..."
+
+"Fff" trok het kind haar adem op tusschen de tanden. Dan volgde ze
+willig, huiverig van 't huilen en 't lange staan in den frisschen
+meinacht, waardoor nog 'n vinnig windje sneed.
+
+
+
+Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer
+bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de
+moeder gaf--ze had een goede week gehad--er 'n snee zoete koek bij,
+en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor 'n kettinkie spaarde,
+en hij liet twee nieuwe guldens zien, die hij in een papiertje in zijn
+vestjeszak droeg. Driemaal liet hij dien middag de guldens rinken,
+en ieder was in zijn schik.
+
+Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....
+
+En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing bij
+haar omgaan.
+
+Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de
+bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit dacht, schrok,
+als ze een beweging maakte.
+
+En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden,
+schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af,
+en haar stijfgenepen lippen waren van 't zelfde flets-bleek als haar
+wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten
+er dan tusschen de wenkbrauwen, van 't tobbend gedenk; en den ganschen
+dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots zoo'n
+schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, op een morgen
+"kleine Judas" tegen haar zei.
+
+Dat was wat geweest! 't Kind had zóó onbedaarlijk gehuild, dat de
+moeder, die eerst van de fratsen niets weten wilde, met kopjes water
+haar zenuwen weer onder bedwang moest krijgen.
+
+Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen
+en gewoon met de anderen mee. Maar den volgenden morgen, toen ze op
+boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind in 'r nieuwe
+kleeren gezien.
+
+"Heb jij nog geen dienst?" had die gevraagd, "ikke wel.... bij twee
+dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve kost...."
+
+"Hei je 'n mooi keukentje?" vroeg 't kind belust.
+
+"Nou!--en wat 'n groote!" gichelde de ander, "je ken der je net in
+keeren.... maar 't is een lief keukentje hoor!.... netjes.... kopere
+knoppe aan 't fornuis, en twee kopere krane.... en een kopere
+poffertjespan aan de muur.... en een spiegeltje op de schoorsteen....
+
+"Hei je 'n mooi kamertje?" vroeg het kind weer, in nog grooter
+spanning.
+
+"Nee ommers.... 'k ben er niet voor dag en nacht... maar later
+wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op
+zolder.... met een groot raam en rooie blommen op 't behang...."
+
+Toen was 't bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een strakke
+spichtigheid van onverzettelijk besluit.
+
+En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als
+ingegroefd gehouden.
+
+Dien avond--'t was een druilig-koude avond met telkens buien van
+motregen--wachtte het kind bij den ingang van een doodloopend paadje
+naast de Hanekamp, Sien 'r vrijer op.
+
+Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in 't gras, waar de
+kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er
+kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd
+op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam,
+en er lag kolengruis en vuilnis.
+
+'r Voeten koud in 't drassig gras, 'r goed klam van den stofregen,
+'r hoofdje heet, wachtte ze....
+
+"Hein!" riep ze, "Hein!" toen de jongen eindelijk langs kwam om het
+Dijkje op te gaan, "Hein!"
+
+De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen singel-weg,
+keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den
+lantarenschijn, het kind, sluik in 'r natte kleeren, tusschen de hagen.
+
+Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem tegemoet.
+
+"....Nou?.... wat wou je......?" vroeg hij, onwillig, met een paar
+ingehouden stappen het pad opkomend.
+
+"Sien.... ik weet wat van Sien...." stootte schor 't kind uit, en
+haar oogen waren strak naar 't gezicht van den naderende.
+
+De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg fél met
+zijn oogen....
+
+"Sien vrijt met een ander," stootte nog eens 't kind uit.
+
+"Godver...." De jongen beet zijn vloek af; dan streek hij verbijsterd
+met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit geweken, trapte
+door 't gruis tusschen de schemerige hagen.
+
+Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: kóm,
+en Zondag dan!....
+
+"Je liegt," snauwde hij van zich af, en hij maakte 'n beweging,
+of hij terug wou gaan.
+
+Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder
+het wegje in.
+
+"Wat?.... wat dan....?" hakkelde hij, weer van streek geraakt.
+
+"Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet
+'t.... verleden Zaterdag.... 'k heb 'n briefie gevonden," stamelde
+'t kind, en haar genepen hand bibberde tegen haar jurk, waar papier
+kraakte achter het merinos.
+
+De jongen schoot naar voren: "Hier! geef op...."
+
+Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil,
+weerstond de uitbarsting.
+
+"'k Mot geld hebben," joeg het uit haar verwrongen mondje.
+
+"Wat? geld?"
+
+"De twee guldens," fluisterde ze, heet-heesch.
+
+"O!" smaalde de jongen, opeens weer bedaard, "o!... is 't dáárom te
+doen?.... Ozóó....!"
+
+Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die
+hij ontwarren moest.
+
+"Je liegt," zei hij dan nog eens.
+
+Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad
+uitgaan.
+
+Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep
+en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een
+flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende snik.
+
+Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den lantarenschijn,
+den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het vestzakje,
+als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar borg....; dan
+was hij weg.
+
+Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem
+achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met 'n
+wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf zette, kwam,
+'t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... Ze schrok achteruit.
+
+"Wàt weet je van Sien?.... toe.... Merietje....," smeekte hij.
+
+"'k Heb 'n briefie," zei het kind weer met stuggen drang.
+
+"Wàt toch voor briefie?"
+
+En toen, heet in één adem, kwam 't verhaal: ze had een briefje
+gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien 'r bed.... zeker uit 'r
+zak gevallen.... Sien ging met 'n andere jongen vrijen.... Barend
+heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... als zij de twee gulden
+kreeg, dan kreeg hij het briefje....
+
+"Als 't waar is, zàl je ze hebben," zei de jongen wild.
+
+"Zal je geen herrie maken, Hein, zal je mij niet noeme.... zal je me
+niet verraje?" smeekte op haar beurt het kind.
+
+"Geef dan op! hier!" bulderde nu de jongen, en in zijn rooien
+kop staken als van 'n stier de lichte, naakte oogen. Hij deed een
+boosaardigen greep naar den arm van het kind.
+
+Opschreiend ineens van angst, week die terug. "'k Heb niks.... 'k heb
+niks.." griende ze, doodsbang, den brief met het knuistje verfrommelend
+in haar zak.
+
+"Verdomme!" donderde nog eens de jongen; met een driftigen vinger-graai
+haalde hij 't pakje uit zijn vestzak, ketste het op 't kolen-pad. 't
+Papiertje scheurde in den nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de
+geldstukken over den grond; dan, twee blinkende witte schijfjes, lagen
+ze, onder 't veeg lantaren-licht, stil in 't doorgruisde gras terzijde.
+
+'t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als bezeten,
+had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, het
+brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen
+omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij 't op kon rapen,
+had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende,
+ze klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.
+
+"Nou heb ik 't geld!" dacht ze met een woeste vreugde.... "nou ga ik
+naar de naaister!.... nou heb ik 't geld!" Doch nauwlijks de Hanekamp
+voorbij, hoorde zij de zware gramme stappen van Hein al klatsen achter
+zich aan.
+
+Bij hun deur had hij haar ingehaald.
+
+"Niet zegge.... niet zegge, Hein," fluisterde het kind.
+
+De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte,
+dol van woede, de kamerdeur open.
+
+"O God!" zei het kind.
+
+Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de vlieringtrap
+op....
+
+In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt
+lag, bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks
+gebeuren ging.
+
+Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering,
+'n dof gerucht; 't schenen enkel de zware stemmen van moeder en Hein.
+
+'t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender leek dan
+'t aanvankelijk geweld.
+
+Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.
+
+Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt;
+in de linker zaten de twee guldens geklemd.
+
+Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken
+sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van
+geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was
+er een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van
+moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had 'r geslagen....
+
+Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug schoot.
+
+En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: "Waar zit
+die Judas?"
+
+"O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest," bad het kind,
+radeloos. "O God, help mij toch.... vergeving, God, o lieve Heere
+Jezus, o God...."
+
+En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef
+ze, tegen het weer oploeiend krakeel van beneden in, vol angst en
+zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder ophouden.
+
+Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend
+woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met
+een nog krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar
+angst-verschroeide stem in vertwijfeling....
+
+Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in 'r
+nijpende hand:
+
+"O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal 't niet weer doen,
+o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas genoemd! o
+God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o God,
+genade, genade...."
+
+"Sprot...." hoorde ze plotseling, met een nijdigen krijsch, boven
+het geruzie uit.
+
+Tweemaal na elkaar werd ook haar naam gezegd: "Merie...."
+
+Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren
+kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog
+dieper in haar hoekje weg.
+
+Eens werd er aan de knop van 't kamerdeurtje
+gescharreld.... "Oooo!" kermde ze.
+
+Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een wilde
+schrik in haar opgestoven.. ijlings greep ze haar pak goed van-achter
+de kist.... en het pak onder den arm, de twee guldens nog in de hand
+geklemd, sloop ze sidderend de vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.
+
+In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor de Hanekamp.
+
+Toen zij, steunend, daar even stilstond, sloeg het negen uur op de
+groote stads-toren.
+
+De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en
+klein in 't donker van den verlaten singel.
+
+Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar
+lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: "God! o Vader, o lieve
+heere Jezus, o God..."
+
+Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen
+wist ze niet.
+
+Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten
+werd.
+
+Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam,
+sloeg zij de Vaartlaan in.
+
+Waarom had ze 't gedaan?.... Waarom....?
+
+Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.
+
+Een àl grooter dofheid ging 'r hersens bevangen.
+
+Soms bad ze nog maar werktuigelijk:
+
+"Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God vergeef
+me...."
+
+Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep
+ze nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... platen van
+stramme verlamming pijnden in 'r schenen, waar haar doornatte rokje
+met elken stap zwaar tegenaan klakte.
+
+Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van 't stadje,
+bij 't Plantsoen.
+
+Zij voelde tot hoog in 'r arm een stekende sinteling van uit de
+vingers, die de geldstukken omknelden.
+
+"Ze zullen 't nóóit vergeven," dacht ze.
+
+Als in 't Plantsoen de wind over de weien weer killer den stofregen
+aanblies, ging zij een steeg binnen.
+
+Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een
+winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs 't trottoir,
+heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende winkelkasten
+stonden, 't Eerste stille zijstraatje schoof het kind weer in.
+
+Een oogenblik kwam 't tot haar bewustzijn, dat ze het japongoed nu
+nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon immers.... ze had
+het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze tegelijkertijd,
+dat het niet kon.
+
+Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in
+haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of 't waardelooze
+dingen waren, in haar jurkzak glijden.
+
+Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den wal.
+
+De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte getorente,
+stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was niemand
+meer buiten.
+
+Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.
+
+Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen
+weg.... Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid
+van het bemodderde papier tegen haar arm, vergat 't dan weer.
+
+Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.
+
+Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze
+plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.
+
+De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.
+
+Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe wijk,
+en langs een gracht en door een rij van stegen....
+
+'t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.
+
+'t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te slapen.
+
+Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op
+dit uur.... zouen ze nu wachten op haar?.... wat zouen ze denken? Wat
+zouen ze haar doen, als ze haar zagen....
+
+Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens geschoten:
+zij was gemeen geweest.... ze had 'r zuster verraden.... maar 'r zuster
+was gemeen tegen 'r jongen geweest.... nog véél gemeener.... Daar
+moest ze nu maar aan vasthouden.
+
+Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der
+electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het
+station; ze keerde terug.
+
+Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de
+felle nachtkou joeg 'r op.
+
+Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug
+moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....
+
+Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt
+in 'r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar armen
+deden pijn. 't Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan weer
+uitzwol van de hevige pijn overal.
+
+Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.
+
+"'k Mot 't geld teruggeven," dacht ze.
+
+"'k Mot vergiffenis vragen," dacht ze nog eens.
+
+Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den
+uitkijk zouden staan.
+
+Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....
+
+Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze 'r ook slaan....
+
+Zoo kwam ze ten leste toch 't Dijkje op.... 't kamerraam was licht nog,
+maar 't deurtje was donker.
+
+Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug gaan....
+
+Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak
+zij de hand aan den knop....
+
+"Bè je daar, Merie?" riep gespannen-angstig de stem van 'r moeder.
+
+Zij kwam binnen.
+
+"God nog en toe," zei de vrouw.
+
+'t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei haar
+natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op 'r knieën viel ze er bij neer,
+'t hoofd op 'r armen, met een enkele verdwaalde snik....
+
+"God nog en toe," zei de vrouw nog eens.... "wat zie je d'r uit...."
+
+Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk
+'r een groote kom vol.
+
+"Hier," zei ze, "toe, sta nou op."
+
+'t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een willooze
+snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.
+
+Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden.
+
+"Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen," zei de vrouw,
+"ze zijn je aan 't zoeken.... 't is wat moois...."
+
+Bijna dadelijk viel 't kind in 'n angst-zwaren uitputtingsslaap.
+
+
+
+Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein,
+Sien vree met den jongen van Bertels.
+
+Zoo'n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die moest nou
+de knoop nog doorhakken.... 't was eigenlijk maar goed geweest....
+
+In 'r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal
+voor "gluiperd" en "genieperd" gescholden,--dat, en nog 'n enkel
+vermaan-woord van 'r moeder was 't eenige, wat ze over dien
+vreeselijken avond te hooren kreeg.
+
+Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen
+lang nog, met stil-verwijtende oogen 'r aanzien.
+
+Maar 't kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te merken,
+merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd over
+'r slechte uitzien, 'r nog eens wat buiten 't gewone voedsel toestopte.
+
+Langzaam kwam ze weer wat bij.
+
+Toen, 's Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje gekomen, van de
+menschen bij wie de naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of
+'t meissie eens aankomen wou....
+
+Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een
+bruiloft van den vorigen dag.
+
+Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder 't, en 's avonds,
+klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.
+
+De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, vertelde
+zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die nog
+geen dienst had, want dat 'r kleeren nog niet gemaakt waren. Nou,
+en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven wou,
+dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze nou
+een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....
+
+Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange
+trilling kwam in 'r moeë oogen, toen de breede hand van de juffrouw,
+over het blinkende tafelblad heen, haar de groote zilverschijf
+toereikte.
+
+Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk neer,
+schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand vlak
+voor haar.
+
+"Nou?" zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: "ben je niet
+blij?"
+
+Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.
+
+"En krijg ik nu ook een dienstje?" vroeg ze dan, met een genepen stem.
+
+"Jaa...." zei de juffrouw, "....we hebben al Juli op 't
+oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van de
+dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat
+hoort.... afijn, je mot zelf ook maar 's rondkijke, hè?"
+
+"Ja juffrouw," zei het kind stil. Ze nam den rijksdaalder van tafel,
+mompelde nog iets, en ging dan.
+
+Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze
+bijna niet recht staan van de pijn in 'r lenden.
+
+
+
+En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap thuis, dat er
+een plaats was voor 'r zusje op 't fabriek van Hoogeboom; dat was de
+tweede tricot-weverij uit het stadje.
+
+--Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet voor
+'t plezier van die japon zoo'n meevallertje laten passeeren! Maar ze
+moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw gaan....
+
+Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde
+ook in een van haar werkhuizen--ja! je diende je toch wat moeite
+te getroosten, die dame had toch die rijksdaalder gegeven!--maar
+de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de Hanekamp, na
+'r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in de morgenuren,
+en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als 't nou nog
+voor vast was! .... op 't fabriek verdiende ze dadelijk veertien,
+en je klom gauw op.
+
+Dus, 's avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar Hoogeboom zou.
+
+'t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had ze
+dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor
+de ruiten.....
+
+En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar om.
+
+'t Was al overlegd, dat ze in die japon naar 't fabriek moest. 't
+Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min in....
+
+En met de nieuwe week, 's morgens om kwart voor zeven, ging zij, in
+'t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast Ant op weg.
+
+De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over 'r platte
+borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk op.
+
+Zoo, blootshoofds, 't gladgestreken haar recht-weg naar 't knoetje
+getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, en onwennig
+loopend in de belemmering van 'r voor 't eerst lange kleeren, kwam
+zij de gracht op, waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen
+luidden.
+
+Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.
+
+De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en naast
+de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van werkvolk
+'t lange eind, tot voorbij de brug.
+
+Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling in
+'r lichte japon....
+
+"Sprot, Sprot," riep een jongen, die haar kende.
+
+Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort binnen.
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***
diff --git a/44513-h/44513-h.htm b/44513-h/44513-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..f2e3e7b
--- /dev/null
+++ b/44513-h/44513-h.htm
@@ -0,0 +1,3210 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2013-12-26T08:09:16Z. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>Sprotje</title>
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=UTF-8">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content="Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<meta name="DC.Title" content="Sprotje">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="#####">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+font-size: 100%;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.correctiontable
+{
+width: 75%;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext, table.alignedverse
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedverse
+{
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second
+{
+width: 45%;
+}
+table.alignedverse td.linenumbers
+{
+width: 10%;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, .h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.hangq
+{
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq
+{
+text-indent: -0.40em;
+}
+.hangqqq
+{
+text-indent: -0.71em;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+tr, td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.bottom
+{
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+span.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Table border styles */
+/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */
+table.borderOutside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Table with borders on the vertical inside edges. */
+table.verticalBorderInside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 0px solid black;
+}
+/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */
+table.borderAll
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Special purpose tables: */
+table.intralinear
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+}
+table.intralinear td
+{
+font-size: small;
+text-align: center;
+}
+table.ditto
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+vertical-align: bottom;
+}
+table.ditto tr.s
+{
+height: 0;
+color: white;
+line-height: 0;
+}
+table.ditto tr.s td
+{
+padding: 0px;
+}
+table.ditto tr.d td
+{
+text-align: center;
+line-height: 10pt;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+span.tocPageNum, span.flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 10%;
+border-width: 0;
+}
+td.tocDivNum
+{
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+}
+td.tocPageNum
+{
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt
+{
+font-family: monospace;
+}
+.underline
+{
+text-decoration: underline;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/* External Links */
+.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-repeat: no-repeat;
+background-position: right center;
+}
+.pglink
+{
+background-image: url(images/book.png);
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background-image: url(images/card.png);
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-image: url(images/external.png);
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+h1, .h1
+{
+padding-bottom: 5em;
+}
+h1, h2, .h1, .h2
+{
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline
+{
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-weight: normal;
+}
+table
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tablecaption
+{
+text-align: center;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd21e108width
+{
+width:482px;
+}
+.xd21e114
+{
+text-align:center;
+}
+.xd21e119width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e147
+{
+background: url(images/initial-t.png) no-repeat top left;
+}
+.xd21e147init
+{
+float: left;
+width: 115px;
+height: 110px;
+background: url(images/initial-t.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e1510
+{
+text-align:center;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***</div>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e108width"><img src="images/frontcover.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke voorkant." width="482" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 frenchtitle">
+<div class="divBody">
+<p class="first xd21e114">SPROTJE</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e119width"><img src="images/titlepages.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina&rsquo;s." width="720" height="565"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">WERELDBIBLIOTHEEK</div>
+</div>
+<div class="byline">Onder leiding van L. Simons</div>
+<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN
+GOEDKOOPE LECTUUR&mdash;AMSTERDAM</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">SPROTJE</div>
+</div>
+<div class="byline">Door<br>
+<span class="docAuthor">M. SCHARTEN-ANTINK</span></div>
+<div class="docImprint">VIJFDE DRUK, 16e&ndash;18e DUIZEND</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e144" href="#xd21e144" name=
+"xd21e144">5</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="body">
+<div class="div1 titlepage">
+<div class="divBody">
+<p class="xd21e147"><span class="xd21e147init">T</span>oen om even voor
+vieren, met een uitjoel van vrijgelaten <span class="corr" id=
+"xd21e149" title="Bron: balddadigheid">baldadigheid</span>, de zwerm
+deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots
+huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van &rsquo;t lokaal,
+dat voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog
+staan talmen, haar pak onder den arm.</p>
+<p>&rsquo;t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten,
+die niet weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap
+goed voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een
+lap voor twee witte.... Dat werd het &bdquo;uitzet&rdquo; genoemd,
+&rsquo;t eerst-noodige voor een dienstbodenplaatsje.</p>
+<p>Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het
+kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open
+straatdeur,&mdash;de woelige bende d&oacute;lde nog buiten&mdash;, keek
+dan weer, stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten
+naai-lokaal in: &bdquo;Als &rsquo;t goed gemaakt is, Marie Plas,&rdquo;
+zei terloops, <span class="pagenum">[<a id="xd21e156" href="#xd21e156"
+name="xd21e156">6</a>]</span>achter uit het vertrek, de naai-juffrouw,
+die druk bezig was op te ruimen, &bdquo;dan mot je maar &rsquo;s
+komme.... &rsquo;s avonds tusschen zeven en acht.... met je nieuwe
+spullen an.... zulle we wel &rsquo;s kijke.... voor &rsquo;n
+dienstje....&rdquo;, en met &rsquo;n korten knik, schuin uit haar
+bukken op, zonder aankijken, gaf ze &rsquo;t kind haar afscheid.</p>
+<p>Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de
+gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, het
+schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit het
+lawaai weggebroken: &bdquo;Dat zijn de meiden van de Weert, die de
+Kep&eacute;lsteeg ingaan,&rdquo; dacht het kind, en de zorgelijkheid
+streek wat weg uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De
+helpster, die &rsquo;n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar
+te letten. Dan, in de dichte voordeur-helft, klepte met &rsquo;n
+licht-flits de brievenbus open, en was weer zwart tegelijk met den
+plons van wat wits achter het glaasje; de postbode, het deur-open
+voorbij, stak de stoep over, was weg....</p>
+<p>Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch
+geraakt.</p>
+<p>Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol
+naai-gerei van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang
+door, slipte langs de wit-heete <span class="pagenum">[<a id="xd21e164"
+href="#xd21e164" name="xd21e164">7</a>]</span>zonnevlakken over muur en
+vloer bij de straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van
+den Meidag, liep ze buiten.</p>
+<p>Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam
+in de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen,
+tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en
+druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens
+aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.</p>
+<p>Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere
+middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de
+verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken over
+haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, dat
+stil hing op &rsquo;t warm-bruin van haar kleinen rug.</p>
+<p>Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, haar
+sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere,
+voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, bang
+dat het uitschieten zou.</p>
+<p>Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun
+mondje, en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de
+kleine grijze oogen; &rsquo;n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel
+postuurtje, minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e174" href="#xd21e174" name=
+"xd21e174">8</a>]</span>moest, lang niet haar dertien jaren aangaf.</p>
+<p>Ze was blij en &rsquo;n beetje verdrietig tegelijk.</p>
+<p>&bdquo;Leukies,&rdquo; zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht
+tong-klakkertje achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde
+kleeren-goed, dat ze nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar
+huis droeg, een pak zoo groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed
+uit haar moeden arm.</p>
+<p>Maar ze had ook een &agrave;l zachtjes morrelend verdriet over dat
+nu voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, &rsquo;t jaartje naaischool
+t&oacute;e na den kinder-schooltijd tot &rsquo;r twaalfde;.... nu was
+ze in&eacute;&eacute;ns groot, nu moest ze mee opwerken en verdienen
+met de anderen.... &egrave;chies! ze w&oacute;u wel!.... toch, &rsquo;n
+vage angst.... hoe zou dat g&aacute;&aacute;n?&mdash;groot, ineens,
+nu,.... en ze had &rsquo;n raar en zielig gevoel, of ze als &rsquo;n
+ander kind langs &rsquo;n ander grachtje liep, en ze moest maar weer
+eens &bdquo;salig&rdquo; denken en &rsquo;n tong-klakkertje maken, om
+zich &rsquo;t huilerige gewring uit de keel te houden.</p>
+<p>En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu
+n&oacute;&oacute;it meer de kwelling van elken dag komen en gaan
+tusschen de hurrie der dertig kinders en meiden, groote, sterke,
+plagerige meiden, waar ze bang voor was en zich weerloos tegen wist in
+de schrielte van haar achterlijken groei en in de schuchtere
+verbouwereerdheid van haar stillen aard. Het leeren zelf en
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e185" href="#xd21e185" name=
+"xd21e185">9</a>]</span>het werken, dat had ze wel prettig gevonden,
+prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere meisjes had
+gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, wat bedaardjes
+en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn wel weer boven gekomen
+in kleine giechelarijtjes en heimelijke, wat bloohartige grapjes van
+mekaars klosjes verstoppen en mekaars schortebanden los-frutsen. Maar
+schuw-benauwd en dood-ongelukkig was ze geweest de keeren, dat ze was
+terechtgekomen tusschen de groote, woeste deerns, die met klompvoeten
+stompten naar elkaar, elkander uit de bank reden of met spelden in de
+kuiten prikten....</p>
+<p>Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na
+verminking bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde,
+en aan zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het
+karige pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven,
+te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden,
+z&rsquo;n beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.</p>
+<p>Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door
+overmaat van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen
+niets-doen, door al &rsquo;t medelijden van de menschen en het
+zelfbeklag, verweekelijkt tot een soort burgermenheer, teemerig en
+kniezend, <span class="pagenum">[<a id="xd21e191" href="#xd21e191"
+name="xd21e191">10</a>]</span>terwijl zijn vrouw, optornend voor
+&rsquo;t heele gezin, verheiebeide in &rsquo;t slovig werk.</p>
+<p>Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; <i>hij</i> had de
+flesschen gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er
+speelgoed voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog
+uithield, was &rsquo;t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig
+plezier.</p>
+<p>En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide,
+meedeelend in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden,
+als ze hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend
+kunstbeen en zijn misvormde hand,&mdash;het kind, onvoordeelig al bij
+de geboorte, was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en
+eenzelvig, en met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.</p>
+<p>Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van
+&rsquo;t goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde
+bonken van aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien
+moest en met omzichtigheid behandelen.</p>
+<p>Vader-en-Marietje,&mdash;v&oacute;&oacute;r het ongeluk had hij er
+minder om gegeven, en met de vrouw mee waren de meisjes
+&bdquo;geriffermeerd&rdquo; geworden; maar later, door zijn
+&bdquo;domeni&rdquo; drukker bezocht, en meer aan den godsdienst
+doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en,
+toen Marietje kwam, had hij &rsquo;r <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e204" href="#xd21e204" name="xd21e204">11</a>]</span>Luthersch
+willen hebben, wat de moeder best vond: &rsquo;t maakte geen
+onderscheid;&mdash;Vader-en-Marietje hadden hun aparte geloofje, hun
+aparten scheur-kalender met plaatjes van Luther en den Wartburg, boven
+zijn stoel naast &rsquo;t raam; gingen samen &rsquo;s Zondags naar
+&rsquo;t kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.</p>
+<p>Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk niet
+uit een kom, maar had z&rsquo;n eigen knevel-kop, waarop in blauwe
+letters &bdquo;Leendert&rdquo; stond; Marietje had &rsquo;r eigen
+bordje, met binnen een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart
+schilderijtje van een vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door
+&rsquo;t water stapte.... &bdquo;le gue&rdquo; stond er onder, en geen
+van allen had ooit geweten wat dat wilde.</p>
+<p>Vader, met z&rsquo;n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan
+&rsquo;t lage ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje,
+waarin Marietje, schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht
+wasschen.</p>
+<p>En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd
+lastig op z&rsquo;n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z&rsquo;n
+nattige haren, en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest
+Marietje hem z&rsquo;n waschboel halen, en poetste hij met het
+borsteltje in de drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z&rsquo;n
+overreden hand, de geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind
+vond dat een spelletje, stil <span class="pagenum">[<a id="xd21e213"
+href="#xd21e213" name="xd21e213">12</a>]</span>genoegelijk, en dee mee
+van netjes handjes wasschen, haartje kammen....</p>
+<p>Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het
+bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig
+gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek,
+waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen
+vriendelijk voor &rsquo;r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild,
+toen &rsquo;t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van
+gemerkt.</p>
+<p>Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de
+meesters, was ze naar &bdquo;&rsquo;t naaien&rdquo; gegaan; zijzelf had
+erom gebedeld, maar moeder had &rsquo;t ook billijk gevonden.... Ant
+was naar &rsquo;t naaien geweest.... Sien was naar &rsquo;t naaien
+geweest.... Marietje zou hebben wat &rsquo;r zusters hadden gehad, ook
+al waren ze nou armer; dat dubbeltje in de week zou d&rsquo;r nog wel
+komme; en dan, als &rsquo;t jaar om was, dan ging ze naar &rsquo;t
+fabriek.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat
+anders voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap
+dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had
+opgepast, dan hielp die je.... nou, en h&agrave;d ze dan &rsquo;n
+dienstje, dan zou moeder toch wel....!</p>
+<p>&rsquo;t Fabriek.... dat was voor &rsquo;t kind een begrip van
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e223" href="#xd21e223" name=
+"xd21e223">13</a>]</span>enkel verschrikking: kwam ze er wel eens
+langs, dan liep ze gauw d&oacute;&oacute;r bij &rsquo;t hooren van
+&rsquo;t aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende
+geraas,&mdash;vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de
+vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een
+vliegwiel zag ijlen in de rondte,&mdash;wee-pijnde &rsquo;r hart,
+wanneer, door een scherf-hoekend gat in &rsquo;t brosse glas, een felle
+riem, als in&eacute;&eacute;ns vl&agrave;k bij haar, duizel-snel en
+trillend voorbijsneed! O! &rsquo;t fabriek,&mdash;de gore, hooge
+holten, die ze wel eens &eacute;ven door &rsquo;n kierende deur had
+ingekeken, terwijl &rsquo;n zure stank, door &rsquo;n bitteren
+roet-walm heen, haar in de keel sloeg,&mdash;als ze daar in moest,
+tusschen de troepen vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van
+school komend, dikwijls naar buiten had zien drommen in &rsquo;t
+schaftuur!.... Nee, nee, niet naar &rsquo;t fabriek.... een dienstje,
+een stil dienstje, bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar
+kleine keukentje zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om
+alles proper te houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden
+geroepen, bij een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou
+toespreken en vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....</p>
+<p>Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen
+kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar huis,
+liep zij daar door <span class="pagenum">[<a id="xd21e227" href=
+"#xd21e227" name="xd21e227">14</a>]</span>den warmen Mei-middag in de
+wisselende schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode
+lint, en haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het
+Turfgrachtje af, dan de Singelbrug over, en door de wijde nog
+ongeplaveide straten der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant,
+waar ze woonde, aan het Dijkje.</p>
+<p>De naaischool was toch zoo best geweest, dacht &rsquo;t kind, al
+h&agrave;dden de meiden &rsquo;r geplaagd; de naai-juffrouw was
+&oacute;&oacute;k best geweest, en de helpster had tegen
+h&aacute;&aacute;r nooit gesnauwd; ze had &rsquo;s winters vaak
+&rsquo;t langst bij de kachel mogen zitten, en &rsquo;s zomers mocht ze
+altijd gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met &rsquo;t
+water; en puik naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo
+gehad.... en zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes....
+zoo leukies.... en nou was &rsquo;t leeren voorgoed gedaan...</p>
+<p>&bdquo;Leukies jammer,&rdquo; zei ze dan opeens bij zichzelf, met
+den wonderlijken zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes
+te maken.... Ze had bijna gehuild, maar d&aacute;&aacute;r moest ze nu
+weer pret om hebben, en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze,
+zenuwachtige mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de
+jongens op straat haar scholden voor &bdquo;Sprot.&rdquo;</p>
+<p>Doch gauw stond &rsquo;r bleeke gezichtje weer in plooi <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e235" href="#xd21e235" name=
+"xd21e235">15</a>]</span>van ernst. Ze had ook v&eacute;&eacute;l zorg
+en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, was er altijd gezegd, dan
+moest ze mee inbrengen.... en met &rsquo;n ouwelijke angstvalligheid
+hield ze daaraan vast; &rsquo;t was immers ook redelijk.... ze at
+zoogoed &rsquo;r boterham als de anderen.. Maar o! o! als ze maar niet
+naar &rsquo;t fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze eerst
+kleeren hebben.... ze had nou &rsquo;t goed.... maar &rsquo;t
+m&agrave;ken! Ze had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar
+had ze die japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen,
+want van thuis kreeg ze &rsquo;t niet.... En w&agrave;t of &rsquo;r
+moeder nou wel willen zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden
+kostgeld, en Sien gaf &rsquo;n daalder.... zij was nog maar &rsquo;n
+kleintje.... als zij nou eens met &rsquo;n gulden hielp.... tjee, tjee,
+een gulden, dat zou ze maar net kunnen verdienen met &rsquo;r los
+werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den behanger gordijnen naaien,
+en breiwerk dat &rsquo;r moeder uit d&rsquo;r werkhuizen meebracht....
+voor &rsquo;n gulden moest ze v&eacute;&eacute;l werk hebben, hard
+naaien den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze
+moest sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....</p>
+<p>Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den
+knerpenden kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een
+boordevol vaartje <span class="pagenum">[<a id="xd21e239" href=
+"#xd21e239" name="xd21e239">16</a>]</span>en lage, week-groene
+weilanden, naar &rsquo;n olie-molen ver in &rsquo;t land liep.</p>
+<p>Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met
+&rsquo;n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle
+gras-randje z&oacute;&oacute; overstroomen ging.... Ze voelde nu even
+niets dan de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd
+was de vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe
+komt....</p>
+<p>Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd
+in &rsquo;t licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes
+al; met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden
+ze, even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige
+weiland.</p>
+<p>Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met &rsquo;n paar
+scheeve vakken afgeloopen gras, was &rsquo;t langs het brokkelig
+klinkerstraatje telkens &rsquo;n smalle groene planken-deur en &rsquo;n
+vierkant raam van kleine ruitjes in &rsquo;t verweerd kozijn-hout. Het
+raam van haar moeder, hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een
+vriendelijke vlek tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar
+blauw-wit en kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door &rsquo;n enkel
+oud ruitje, stonden de prachtige, rankende kant-bloemen achter het
+glimmend-gepoetste glas. Even schuin, over twee houtklossen,
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e248" href="#xd21e248" name=
+"xd21e248">17</a>]</span>helde &rsquo;t &agrave;f van de ruiten en van
+de bloempotten in &rsquo;t vensterbankje.</p>
+<p>Dat gordijn,&mdash;je moest eraan zien, waar &bdquo;de
+waschvrouw&rdquo; woonde&mdash;was de trots van het kind.</p>
+<p>Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de
+naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de
+havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast
+aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was
+niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de
+rauw-vies riekende dweilen over &rsquo;n touwtje; &rsquo;t was niet de
+vliering met in &rsquo;t miezerig licht door &rsquo;n besiepeld
+dak-raampje, de sjofele kermisbedden van haar zusters, een paar kisten,
+wat stoffige rommel; thuis, dat was zelfs niet &rsquo;t voorkamertje,
+dat wel aan kant mo&egrave;st zijn, omdat &rsquo;r moeder er streek,
+maar waar &rsquo;t achterin toch bijna altijd donker was, een enkele
+kale stoel tegen den kalen muur schooierde, en waar nooit, uit de diepe
+bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch wegtrekken kon....</p>
+<p>Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, dat
+was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter smettelooze
+raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor de
+zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums in hun
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e256" href="#xd21e256" name=
+"xd21e256">18</a>]</span>schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden
+schotels; &rsquo;s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een
+bos zijige, roze-en-witte stroo-bloempjes.</p>
+<p>Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige
+kamer-plekje vlak &agrave;chter het gordijn; naast die blankte, en
+tusschen het la-kastje aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel
+half voor het raam, daar stond de oude leunstoel van vader, met de
+zwart-gladde zitting en rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes
+over doffer geribbel, in randen van bleek mahoniehout.... &rsquo;t was
+de plaats van &rsquo;r moeder, &agrave;ls die &rsquo;s zitten kon;
+meest was &rsquo;t de hare.</p>
+<p>Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol
+grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den
+stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....</p>
+<p>Draadje afknippen... draadje aanhechten...
+&bdquo;zessetachtig&rdquo; telde ze. &rsquo;t Waren een soort
+gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist ze eigenlijk niet, maar ze
+had op iedere streep een ringetje te zetten; dien avond moest &rsquo;t
+nog naar den behanger.... er zouden er wel tweehonderd aan gaan....</p>
+<p>&bdquo;Haast je maar niet zoo,&rdquo; zei de moeder....
+&bdquo;&rsquo;k breng &rsquo;t niet voor tien uur weg. Als &rsquo;t af
+is, hei je toch niks meer te doen.&rdquo;</p>
+<p>Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e268" href="#xd21e268" name=
+"xd21e268">19</a>]</span>in de kamer, nu haar moeders strijkplank, van
+het koude potkacheltje naar de tafel gelegd, het afsloot van den
+daarachter verschemerenden bedstee-kant.</p>
+<p>Er hing een opwekkend-frissche geur door &rsquo;t vertrekje, een
+zoet-fijne stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend,
+helder-gewasschen, in zonne-warmte gebleekt linnengoed.</p>
+<p>Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond
+doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank
+en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als
+weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed
+en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even,
+met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door dien
+damp....</p>
+<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten....
+&bdquo;achtetachtig.&rdquo;</p>
+<p>Het kind had het wonder in den zin.</p>
+<p>Achter haar, verstopt op het l&acirc;kastje, met er voor de
+portretjes en &rsquo;t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek,
+het pak cadeau gekregen kleeren.</p>
+<p>Stil werkten ze beide.</p>
+<p>De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode
+koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden
+scherp-afgescheiden <span class="pagenum">[<a id="xd21e285" href=
+"#xd21e285" name="xd21e285">20</a>]</span>op haar gelig gezicht, het
+verweerde gezicht met de groote slapen en langs de ooren de lange vale
+zijstukken der wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren
+de stille zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte
+zwarte haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove,
+droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het
+zwart-wollen frommeltje van &rsquo;n muts, die van achter op een
+breed-uit en los vastgestoken, warrige dot rustte.</p>
+<p>Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig zijn.
+Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een
+weeshuis-schort, als &rsquo;t kind zei.</p>
+<p>Met felle sissertjes tikte telkens &rsquo;r natgelikte vinger tegen
+het zilverig-blinkend bout-vlak; als &rsquo;t sissen dofte, haalde ze
+&rsquo;n nieuw ijzer van het keukenvuur.</p>
+<p>De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en
+gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse
+boordjes,&mdash;&rsquo;t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij
+&rsquo;t spoor meest, dat ze werkte,&mdash;en met een wondere fijnheid
+van aanvatten, zonder &eacute;&eacute;n rimpeltje te maken of
+&eacute;&eacute;n deuk, tastten de stokkerige, werk-gekerfde vingers
+tusschen al dat teer te hanteerene, kreukeloos-blanke.</p>
+<p>&bdquo;Hei je geen meidewaschje van de week?&rdquo; vroeg plotseling
+het kind. <span class="pagenum">[<a id="xd21e295" href="#xd21e295"
+name="xd21e295">21</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Meidewaschje!.. meidewaschje,&rdquo; teemde de moeder haar
+na, &bdquo;hoor nou die aap met &rsquo;r meidewaschje!&rdquo;</p>
+<p>En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande
+keuken binnen, om weer een heeten bout te krijgen.</p>
+<p>W&agrave;s dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik
+over &rsquo;n meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen....
+allemachtig, ze zou nog zoo&rsquo;n spul krijgen met dat kind....
+zoo&rsquo;n kleine pest.... als er bij geluk nou gauw eris &rsquo;n
+plaatsje kwam op &rsquo;t fabriek zij zou d&rsquo;r nog niet
+&eacute;&eacute;ns heen willen!.... &rsquo;n dienstje, &rsquo;n
+dienstje hebben.... zoo&rsquo;n Luthersche stijfkop!.... was daar nou
+eer aan te behalen?.... als ze d&rsquo;r nog heil in zag, &rsquo;t kind
+er goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien
+stuivers in de week, en &rsquo;s avonds twee kale boterhammen mee naar
+huis.... en nog komplimente van d&rsquo;r volk ook.... witte schorten,
+mutsen, lichte jurken.... wie kon d&rsquo;r voor mevrouw d&rsquo;r
+meissie aan de waschtob staan?.... zoo&rsquo;n kind was al genoeg
+afgejakkerd.... de m&oacute;eder, o zoo!.... Ant ging op &rsquo;t
+fabriek, en Sien ging op &rsquo;t fabriek.... klaagden die nou ooit
+over &rsquo;t werk?.... waarom dan Merie niet?.... ze waren maar
+weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch ook tot ze d&rsquo;r
+bijna bij neerviel..?</p>
+<p>Nog een tijdje foeterde ze zoo in &rsquo;r zelve na, terwijl
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e305" href="#xd21e305" name=
+"xd21e305">22</a>]</span>met behendig-zwenkende wendingen het suizelend
+ijzer over de laatste linnen-stukken streek.</p>
+<p>Maar de stille gemoedelijkheid van &rsquo;t kind was door het smalen
+van de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze
+niet.</p>
+<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten....
+&bdquo;honderd-en-vier.&rdquo;</p>
+<p>Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond
+het zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze
+lekkertjes zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit
+geleerd.... d&rsquo;r moeder en d&rsquo;r zusters konden &rsquo;t ook
+niet.... Achttien stuivers vroegen ze voor &rsquo;t maken.... en acht
+voor de voering, en nog wel zes voor verschot.... en een mutsje van
+tachtig cente.... eer kon je t&ograve;ch niet bij de naai-juffrouw
+komme.... achtenveertig stuivers was &rsquo;t bij mekaar.... tjee,
+achtenveertig stuivers.... daar zou ze wel achtenveertig weken voor
+moeten sparen.... achtenveertig weken, t&ograve;e maar!.... en
+plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en haar krampige
+schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, zoo te lachen, dat
+&rsquo;r moeder, opkijkend, moest meelachen van de weeromstuit....: wat
+of die malle piet nou weer had.... En met goedige, spotvragende oogen
+keek ze naar het kind, maar die naaide door.... <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e313" href="#xd21e313" name=
+"xd21e313">23</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Kijk ze nou eris werken,&rdquo; dacht ze dan, &bdquo;&rsquo;t
+is toch zoo&rsquo;n goed schaap....&rdquo;</p>
+<p>Draadje afknippen.... &rsquo;r schaar gleed weer tinkelend onder den
+rand van &rsquo;t schoteltje in &rsquo;r schoot; ze nam het klosje van
+tafel, wikkelde wijd den draad af; dan, met &rsquo;n handig
+vinger-strengelingetje, rukte ze &rsquo;m stuk, belikte &rsquo;t eind,
+draaide &rsquo;t in een puntje, en hield draad en naald tegen &rsquo;t
+licht.... de oogjes half dicht knijpend met een bibberig
+schuin-optrekken van &rsquo;r linker-wangetje, mikte ze dan.... en de
+derde maal glipte fijn het witte spietsje door &rsquo;t smalle
+staal-splitje heen....</p>
+<p>H&egrave;, als je &rsquo;s avonds op straat die meiden zag, de
+meiden uit de deftige diensten.... ze deed niets liever dan
+d&aacute;&aacute;rnaar kijken.... brandhelder, die meiden, in de
+lichte, stijf gestreken japonnen met de witte schorten, waarin de
+blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de glanzig gepepen tulen
+mutsjes op &rsquo;t gladde haar! Daar moest je dan de fabrieksmeiden
+naast zien, h&agrave;ar zusters, met &rsquo;r flodderige jurken van
+valige wollen stof, &rsquo;r slordige wollen doeken, &rsquo;r
+lorrig-opgemaakte hoeden.</p>
+<p>Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger van
+Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, van die
+zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk
+onderscheidde <span class="pagenum">[<a id="xd21e322" href="#xd21e322"
+name="xd21e322">24</a>]</span>ze, als zoo&rsquo;n meid, kieskeurig, met
+&rsquo;r boodschappenmandje onder den arm, haar voorbij ging, of
+&rsquo;r muts een enkelen of een dubbelen gepijpten rand had, en,
+naardat de tule haar fijner of ordinairder leek, raadde ze binnen die
+schulp-krans een effen bodempje of eentje van gebloemd batist.... Wat
+zij zou willen, dat had ze al lang uitgemaakt: niet zoo&rsquo;n groote,
+die stond ouwelijk, en ook niet zoo&rsquo;n hooge prop, net of-i zoo op
+je haar gewaaid is, nee, er waren er die prachtig als een kroon, los en
+recht op &rsquo;t hoofd pasten, met een zwarte hoedespeld door den
+haarknoet gestoken:... z&oacute;&oacute; een; maar dan nog m&egrave;t
+de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder &rsquo;r
+gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, en
+voelen aan &rsquo;r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten
+aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.</p>
+<p>Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de
+patroontjes voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en
+zwart-en-witte ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met
+slangetjes, ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld
+donker marine, dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor &rsquo;s-avonds,
+als &rsquo;t grof werk aan kant is, het effen licht-blauw en
+licht-grijs....</p>
+<p>En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met
+tusschenzetseltjes boven den zoom, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e329" href="#xd21e329" name="xd21e329">25</a>]</span>met festons
+rondom. Die met een hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar
+flutterig; als je wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort,
+met van die banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij
+maar vast een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of
+twee!</p>
+<p>Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar
+schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het
+rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.</p>
+<p>Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag
+boven de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte
+muur-stukjes, die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het
+groen-duistere dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer
+beslagen onder de blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle
+straal-kern boorde.</p>
+<p>Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele
+bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den
+keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars
+gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de
+bloem-figuren van het gordijn.</p>
+<p>Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware rol
+linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, dunne
+vingertjes met kortgeknipte <span class="pagenum">[<a id="xd21e339"
+href="#xd21e339" name="xd21e339">26</a>]</span>nagels aan de vierkante
+toppen, die pijn-prikten van &rsquo;t pikken door de harde stof.</p>
+<p>Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in &rsquo;t
+warm-bezonkene avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe
+die de laatste ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek,
+luchtigjes het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden
+schikte; dan ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in
+de keuken met kommetjes en een waterketel.</p>
+<p>Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde
+zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel naar
+zich toe, over haar knie&euml;n heen; met haar spitse ellebogen op de
+twee paardenharen armkussentjes, en haar in&eacute;&eacute;ngevingerde
+handen over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui
+rechtuit-gestrekt.</p>
+<p>Nu ging &rsquo;t weer eens goed worden.... nu was &rsquo;r moeder
+aan &rsquo;t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters
+kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den
+molen, het bruisend <span class="corr" id="xd21e347" title=
+"Bron: watergudsen">watergutsen</span> in de tinnen kan.</p>
+<p>Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong,
+en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog
+kwam en ging door &rsquo;t roodige licht, dat in de open keukendeur
+stond. <span class="pagenum">[<a id="xd21e352" href="#xd21e352" name=
+"xd21e352">27</a>]</span></p>
+<p>Vrouw Plas bracht &eacute;&eacute;n kommetje voor, dan nog een....
+met de dampende kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw
+vlakbij geschoven, haar voeten op de breede richel van &rsquo;t
+potkacheltje,&mdash;het kind, weer overeind-gewerkt, v&oacute;&oacute;r
+in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover &rsquo;r haarstaartje,
+een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.</p>
+<p>Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen van
+eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan &rsquo;t afgedane werk, aan
+&rsquo;t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in
+haar hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat
+zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes van
+drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....</p>
+<p>&bdquo;Je zal wel moe zijn,&rdquo; zei het kind, &bdquo;twee zulke
+manden vol....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och.... z&oacute;&oacute;....&rdquo; zei de vrouw.</p>
+<p>Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan &rsquo;t heete vocht,
+zaten peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.</p>
+<p>&bdquo;Als &rsquo;t alle dagen nog Zaterdag was,&rdquo; herbegon
+mijmerend de vrouw.... &bdquo;je kon alle dagen je waschjes brengen, je
+geldje halen....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig,&rdquo;
+zei ouwelijk-wijs en bedenkelijk-knikkend het kind. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e368" href="#xd21e368" name=
+"xd21e368">28</a>]</span></p>
+<p>En later de vrouw weer: &bdquo;Je mot dichter bij de rijke buurte
+wone.... bekender wone.... &rsquo;t Dijkje, dat willen ze niet.... En
+de inrichtingen....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De inrichtingen, die doen v&eacute;&eacute;l scha,&rdquo;
+peinsde het kind. Ze vond &rsquo;t heerlijk, zoo stil met haar moeder
+te praten, als twee groote menschen, en wat warms drinken, in den
+schemer, en &rsquo;t huisje in rust; w&agrave;t ze praatten, dat gaf
+niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, om beurten....</p>
+<p>&bdquo;De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe
+strijkinrichting....&rdquo; vaagde, met lange rusten, de stem van de
+vrouw weer door &rsquo;t lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood
+in een laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....</p>
+<p>&bdquo;En de wasscherij op de Steengracht....&rdquo; ging zachtjes
+de kinderstem.</p>
+<p>De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar
+leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.</p>
+<p>Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.</p>
+<p>Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den
+winnenden schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de
+moeder de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den
+tafelrand.</p>
+<p>Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e386" href="#xd21e386" name=
+"xd21e386">29</a>]</span>het kamertje waasde in &eacute;&eacute;n
+grijzige bruinheid van avondduister.</p>
+<p>Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen,
+waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten
+was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte
+volgewaaid.</p>
+<p>&bdquo;W&aacute;t &rsquo;n l&aacute;nge dagen al,&rdquo; zuchtte
+tevreden de moeder.</p>
+<p>&bdquo;En &rsquo;t spaart je nog al geen olie uit....&rdquo; femelde
+zoetjes de stem van &rsquo;t kind terug.</p>
+<p>Toen, &oacute;ver half acht,&mdash;&rsquo;t was
+Zaterdag&mdash;kwamen, vlak na elkaar, de twee zusters thuis van
+&rsquo;r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien van &rsquo;r kleeren
+altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van &rsquo;r azijn-makerij,
+dan Ant, uit &rsquo;t tricot-fabriek.</p>
+<p>Dat was opeens een herrie en volte in &rsquo;t stille huisje, een
+lawaaiig loopen, waterkletsen aan de pomp op &rsquo;t plaatsje, roepen
+om koffie, om boterhammen.</p>
+<p>En de moeder dadelijk in de weer.</p>
+<p>In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan
+kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met een
+schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de scherpe
+lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.</p>
+<p>&bdquo;D&aacute;&aacute;r hei je Sprot!&rdquo; lachte plagerig Sien,
+die &rsquo;t kleintje niet erg lijden mocht. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e404" href="#xd21e404" name=
+"xd21e404">30</a>]</span></p>
+<p>Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder
+geen licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel
+z&agrave;ten aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze
+haar stoel aan, en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de
+gezonde posturen van &rsquo;r twee zusters,&mdash;Ant, breedgebouwd,
+mager en donker als haar moeder, Sien, blonder, blanker, wat smaller
+maar molliger ook, en met sterke staal-blauwe oogen onder de zwarte
+wenkbrauw-streepjes.</p>
+<p>Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met
+zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde
+koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben,
+niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar en
+tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen
+Sien d&rsquo;r vrijer en z&rsquo;n famielje.</p>
+<p>&bdquo;En als je dan eindelijk dacht, dat &rsquo;t gedaan
+was,&rdquo; vertelde Ant, &bdquo;dan zeit dat ouwe wijf: &bdquo;vos, je
+zel <i>mij</i> nie vange,&rdquo; en dan begon &rsquo;t spektakel weer
+van voren af aan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hein ken d&rsquo;r gen&eacute;&eacute;n van z&rsquo;n eige
+femilie an,&rdquo; mokte Sien, met &rsquo;n teleurgesteld-minachtend
+lippen-pufje achterna.</p>
+<p>Dan aten ze zwijgend een oogenblik. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e419" href="#xd21e419" name="xd21e419">31</a>]</span></p>
+<p>Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar
+den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn,
+vies mondje:</p>
+<p>&bdquo;Hein.... die ziet &rsquo;r net uit, oftie altijd &rsquo;n
+poepje mot late.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;V&egrave;rrek! hoor h&aacute;&aacute;r nou!....
+h&oacute;&oacute;r d&rsquo;r nou....&rdquo; schaterde Ant, die
+stampvoette van &rsquo;t lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen
+spotlach van: hei je nou ooit!</p>
+<p>Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig
+gescholden &bdquo;Sprot! Z&ograve;t!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou......&rdquo; zei de moeder, &bdquo;ze d&ograve;et je toch
+niks?&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk
+haar lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken
+van &rsquo;r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde
+haar stiekeme lolletje tot, na &rsquo;t eten, ze Sien het voorkamertje
+zag ingaan en op &rsquo;t l&acirc;-kastje kijken.<a id="xd21e432" name=
+"xd21e432"></a> Plotseling vloog ze, angst-gestoken, overeind; om
+klaterde de stoel.</p>
+<p>&bdquo;Kleerkoop!.... kleerkoop!&rdquo; zong tergend Siens schelle
+stem, en ze hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle
+schuit van het afgescheurde papier naar omlaag zeilde.</p>
+<p>&bdquo;Wat?.... wat?&rdquo; vroeg de moeder....</p>
+<p>Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e441" href="#xd21e441" name=
+"xd21e441">32</a>]</span>mondje, kreet, schor van drift, of de klanken
+haar niet uit de keel wilden.</p>
+<p>&bdquo;Van mij! Van mij!&rdquo; krijschte ze.</p>
+<p>&bdquo;Toe! laat maar....&rdquo; goelijkte Ant, die &rsquo;t van
+andere meiden d&rsquo;r zusjes gehoord had, &bdquo;&rsquo;t is van de
+bedeeling op de naaischool....&rdquo;</p>
+<p>Maar dan de moeder aan &rsquo;t lamenteeren: en God nog en toe, en
+had ze nou niet een uur wel zitten praten met &rsquo;r, en koffie met
+&rsquo;r zitten drinken.... en zou zoo&rsquo;n naarheid nou ook eens
+een bek opendoen, eris wat vertellen.... &rsquo;t eris laten kijken aan
+d&rsquo;r moeder? Geen kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat
+&rsquo;t de laatste keer was van &rsquo;t naaien! was &rsquo;t nou niet
+God geklaagd....</p>
+<p>&bdquo;As gluiperdje dood is....&rdquo; sarde Sien, &rsquo;t kind
+voorbij de keuken inschietend, en Ant, die nu ook boos op &rsquo;r
+werd, zei schamper, terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog
+tikte: &bdquo;Nou! jij heb ze hier, hoor!&rdquo;</p>
+<p>De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog
+hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken
+de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de
+drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, in
+hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind &rsquo;t aan te zien,
+zonder een woord meer of een beweging. Maar &rsquo;r oogjes staken
+kwaad, valsch <span class="pagenum">[<a id="xd21e453" href="#xd21e453"
+name="xd21e453">33</a>]</span>de schrille pupillen, en haar bleeke
+mondje was in verbetenheid tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen
+met &rsquo;n dienstje? zouden ze haar geld geven voor de naaister?....
+dan ging hun dat goed toch ook niet aan?.... &rsquo;t was haar goed....
+van haar alleen.... ze h&oacute;efde &rsquo;t toch niet te laten
+kijken, als ze niet wou....?</p>
+<p>Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien
+&rsquo;t heele pak vallen, en liep dan zingende &rsquo;t
+schemer-donkere voorkamertje door en de deur uit.</p>
+<p>Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen
+bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar
+jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten
+had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, als
+een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur in het
+portaaltje steil omhoog stond.</p>
+<p>Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen
+&rsquo;n plekje sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het
+dakraampje aan de balken weifelde.</p>
+<p>De tranen sprongen haar fel in de oogen. &bdquo;&rsquo;t Is gemeen,
+&rsquo;t is gemeen,&rdquo; grijnde ze en schopte tegen de vale bult van
+Sien &rsquo;r afgehaalde bed.</p>
+<p>Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e466" href="#xd21e466" name=
+"xd21e466">34</a>]</span>van machtelooze woede, snikkend, &rsquo;r twee
+handen verstijfd aan &rsquo;r rokje met &rsquo;t builende pak.</p>
+<p>Plots dan voelde ze w&agrave;t ze daar droeg,....
+&oacute;ch-G&oacute;d dat goed, dat op die smerige grond was gevallen,
+dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en met al haar gedachten
+d&aacute;&aacute;r ineens bij, liep ze op &rsquo;t raampje toe, kroop
+op de kist die daarv&oacute;&oacute;r onder de donkere dak-schuining
+school, en op &rsquo;r knie&euml;n bij het drein-wiebelend licht, dat
+achter de twee smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de
+lappen-hoop, streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en
+paste en plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen
+zat, zooals ze &rsquo;t had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan
+bedorven!</p>
+<p>Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich
+omdraaiend neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot &rsquo;r
+zelve komend, zonder veel gedachten meer.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had
+als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der
+buurt, nam ze haar goed op, en, &rsquo;t voor zich uit houdend, tastte
+ze de vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel
+werkelijk iedereen uit was.</p>
+<p>In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e478" href="#xd21e478" name=
+"xd21e478">35</a>]</span>lamp, die ze gauw ging opdraaien. Ze had nu
+geen trek in v&oacute;&oacute;r zitten, want de luiken waren
+opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, dat dorst ze
+eigenlijk niet goed.</p>
+<p>Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn
+zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de
+Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de
+hoogste stoof, ging even haar naaizak uit &rsquo;t kamertje krijgen;
+dan, de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar
+knie&euml;n opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders,
+haar halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den
+lichtschijn.</p>
+<p>Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar
+schatten....</p>
+<p>Ze hield &rsquo;t blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold,
+onder haar kinnetje, langs haar borst, streek &rsquo;t omzichtigjes
+glad, keek, schuin van boven af, er langs neer.... &rsquo;t was
+h&eacute;&eacute;l mooi....; dan liet ze het lager, opzij langs haar
+been afvallen, keek weer, haar bovenlijf scheef achteruit.... keek
+lang, lachte er tegen; nuffige neepjes van plooivalling gaf ze, poefte
+de stof op, aaide ze weer effen langs &rsquo;r smalle heup.... &rsquo;t
+was h&eacute;&eacute;l mooi....!</p>
+<p>Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met &rsquo;r
+neus erop, wreef ze &rsquo;n hoekje van &rsquo;t katoen, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e488" href="#xd21e488" name=
+"xd21e488">36</a>]</span>hield het gewrevene onder de lamp: &bdquo;niks
+geen pap.... d&oacute;&oacute;rgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht
+stuivers de el,&rdquo; dacht ze.</p>
+<p>Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte....
+&bdquo;bijna niks geen pap,&rdquo; zei ze nog eens.</p>
+<p>Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had
+alle tijd: &rsquo;r moeder was met de grootste van de twee waschmanden
+uit; &rsquo;r zusters kwamen &rsquo;s Zaterdagsavonds nooit voor tienen
+thuis.</p>
+<p>Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.</p>
+<p>Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de
+kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf over
+tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige vakking
+over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.</p>
+<p>&rsquo;t Was heel stil in &rsquo;t keukentje; de buurmenschen van
+weerszij leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen
+klonk bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, &rsquo;t balrollen
+in de kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek
+van &rsquo;t Dijkje lag.</p>
+<p>En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon
+juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als er
+plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e503" href="#xd21e503" name=
+"xd21e503">37</a>]</span>met een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer
+op den keuken-drempel stond.</p>
+<p>&bdquo;Is Sien uit?&rdquo; vroeg hij barsch.</p>
+<p>&rsquo;t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht,
+en met bolle blauwe oogen zonder veel wimper.</p>
+<p>Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze
+nooit bang; &bdquo;tjee,&rdquo; lachte ze in &rsquo;r zelf,
+&bdquo;kijkt-ie weer drukke.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is Sien er of niet?&rdquo; herhaalde de jongen, kwaadaardiger
+nog dan de eerste maal.</p>
+<p>&bdquo;Nee, ze is uit,&rdquo; zei het kind eindelijk....</p>
+<p>&bdquo;Ze is al wel een uur uit,&rdquo; zei ze nog achterna, toen
+haar lachertje bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek
+de voordeur dreunend achter zich dicht.</p>
+<p>&bdquo;Tjee, die Sien!&rdquo; dacht het kind, &bdquo;nou zal ze
+ruzie krijgen!&rdquo; en door &rsquo;r kleine, groenig beslagen
+tandjes, gedrukt in de onderlip, haalde ze &bdquo;ffff&rdquo; de lucht
+op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even met bedenkelijke oogen
+groot-strak onderuit keek.... &bdquo;Nou efijn&rdquo; zei ze dan, en de
+nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, plooiend den
+zoom precies op het ruitje af, met &rsquo;r eene hand de vouwtjes
+opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje van de andere
+wijsvinger en duim. <span class="pagenum">[<a id="xd21e519" href=
+"#xd21e519" name="xd21e519">38</a>]</span></p>
+<p>Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder de
+keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn gezicht
+opscheen.</p>
+<p>&bdquo;Zeg nou &rsquo;s, Merie, waar is Sien heen?&rdquo; vroeg hij,
+probeerend zijn stem vriendelijk te maken.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind, niet denkend dat hij &rsquo;t weer zijn kon, was
+bij &rsquo;t klikken van de klink erger geschrokken dan de eerste maal,
+had instinctmatig het goed bijeen gepakt, de krant er over
+geslagen.</p>
+<p>Schichtig trok ze de schouders op.</p>
+<p>&bdquo;Toe, je weet &rsquo;t wel,&rdquo; zei de jongen,
+&bdquo;wanneer is ze dan uitgegaan?&rdquo;</p>
+<p>Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten,
+zei dan plots:</p>
+<p>&bdquo;Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en
+toen ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo, had ze je getreiterd....&rdquo; zei de jongen.</p>
+<p>Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond
+&rsquo;t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar
+naaizak....</p>
+<p>De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met
+zijn felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave,
+gevulde wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen,
+en de kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e541" href="#xd21e541" name=
+"xd21e541">39</a>]</span>vingen &oacute;ver hun blakende kleur; onder
+z&rsquo;n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode mond met een kwade
+groef naar beneden getrokken.</p>
+<p>&rsquo;t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu
+ook wel medelij met &rsquo;m.</p>
+<p>&bdquo;Wou je wachten tot Sien thuis kwam?&rdquo; vroeg ze, bedeesd
+voorkomend, &bdquo;je ken wel hier wachten....&rdquo;</p>
+<p>Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen
+knipperden, keek dan naar &rsquo;t kind, dat steelsgewijs naar hem
+keek.</p>
+<p>&bdquo;Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje,&rdquo; zei hij op
+eens.... &bdquo;zoo gek lachen.... maar je meent het niet
+kwaad.&rdquo;</p>
+<p>Het kind, dat begonnen was &rsquo;r zoom-steekjes te leggen, bleef
+diep over haar werk gebogen zitten; ze vond &rsquo;t niet aardig, dat
+hij &rsquo;r bij d&rsquo;r scheldnaam noemde, maar hij deed &rsquo;t
+z&oacute;&oacute; vrindelijk, dat &rsquo;t toch wel prettig was. En te
+verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil berouw te hebben,
+dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.</p>
+<p>Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.</p>
+<p>&bdquo;Een kreng is je zuster.... een kr&egrave;ng!&rdquo; snauwde
+hij, met zijn fellen kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten
+gebald op zijn knie&euml;n, &bdquo;een groot kreng....&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e558" href="#xd21e558" name=
+"xd21e558">40</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!&rdquo;.... mokte
+hij achterna.</p>
+<p>Daar hadt je &rsquo;t nou weer, dacht &rsquo;t kind, nou was Sien
+weer mooi; die wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd
+zoo zuur rook, en zulke groote rare tanden had.... net een
+jodenkerkhof.... als die nou mooi was!</p>
+<p>&bdquo;Ik vin me zusters niks mooi,&rdquo; zei ze met een vies
+mondje.</p>
+<p>De jongen keek haar goedig aan.... &bdquo;Ant niet, maar Sien....
+Sien is &rsquo;n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo&rsquo;n mooie meid!
+Maar ze weet &rsquo;t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan
+d&rsquo;r krijge zooveel ze maar wil. Na mijn weer &rsquo;n ander. Ze
+geeft er om geneen wat. Ze mot een jonge hebbe, die cente
+het....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Weet je wat ze nou wil,&rdquo; zei hij opeens vertrouwelijk
+over de tafel leunend, &bdquo;ze wil &rsquo;n goue kettinkie van
+drievijvetwintig hebbe.... Als ik de cente nou niet heb, ken ik toch
+zoo&rsquo;n kettinkie nie koope.... en dan zeit ze maar, Jan Aalders
+zou &rsquo;t w&egrave;l geve.... en &rsquo;n andere dag weer, die jonge
+van Bertels zou &rsquo;t w&egrave;l geve.... makkelijk genog, die
+z&rsquo;n vader het de guldens maar voor &rsquo;t opscheppe.... die kan
+mooi geve.... ik heb de cente niet....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij verdien nog nie veel, wel?&rdquo; vroeg &rsquo;t kind.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e572" href="#xd21e572" name=
+"xd21e572">41</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Vijf gulde,&rdquo; zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie
+gezicht werd nog rooier.</p>
+<p>&bdquo;Vijf gulde, da&rsquo;s nie veel.... en da&rsquo;s w&egrave;l
+veel&rdquo; zei nadenkend &rsquo;t kind, met klem van spreken.</p>
+<p>Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo&rsquo;n kleur
+gekregen had.</p>
+<p>&bdquo;Toe,&rdquo; zei de jongen kregel, &bdquo;begin nou niet
+weer.... doe nou niet zoo gek!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En jij dan?&rdquo; had &rsquo;t kind al gezegd voor ze
+&rsquo;t wist; toen bloosde ze zelf tot op &rsquo;r voorhoofd, en bukte
+snel weer over &rsquo;r werk.</p>
+<p>Er was een lange stilte in het keukentje.</p>
+<p>Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog
+niet terugkwamen. Ze begon &rsquo;t eng te vinden.</p>
+<p>De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al
+z&rsquo;n nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en
+z&rsquo;n goeie pak, omdat &rsquo;t Zaterdagavond was.... lamme
+meid!</p>
+<p>Hij schoof z&rsquo;n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit
+haar met een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef
+hij met zijn paarsig-roode hand langs z&rsquo;n voorhoofd:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Ben wel stapel, dat &rsquo;k hier zit te
+wachte,&rdquo; zei ie, maar hij bleef zitten.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Ga &rsquo;n pot bier drinke,&rdquo; zei ie een
+tijdje later, maar hij bleef n&ograve;g al zitten. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e596" href="#xd21e596" name=
+"xd21e596">42</a>]</span></p>
+<p>Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z&rsquo;n buiten-bovenzak,
+draaide &rsquo;m rond tusschen z&rsquo;n lippen, bekeek &rsquo;m, stak
+&rsquo;m weer weg.</p>
+<p>Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen;
+ze was moe, en branderig in &rsquo;r gezicht, en rillerig
+tegelijk....</p>
+<p>Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange,
+zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een
+eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag
+gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.</p>
+<p>&bdquo;Kwamen ze nou maar thuis,&rdquo; dacht &rsquo;t kind.</p>
+<p>De jongen begon te schuiven op z&rsquo;n stoel, wreef met z&rsquo;n
+handen over z&rsquo;n knie&euml;n....</p>
+<p>&bdquo;Je zou d&rsquo;r.... je zou d&rsquo;r....&rdquo; barstte hij
+dan los. Maar hij hield zich in; dat kind had &rsquo;m toch niks
+gedaan.... en hij streek maar eens met z&rsquo;n zwart-nagelige vinger
+over &rsquo;n hoekje van &rsquo;t blauwe katoen, dat uit de krant
+piepte: &bdquo;netjes,&rdquo; zei ie.... &bdquo;fijn....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pas op, pas op!&rdquo; schrok het kind &bdquo;&rsquo;t is me
+goed van de bedeeling, op &rsquo;t naaien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Fijn,&rdquo; zei de jongen nog eens, &bdquo;maar licht, zal
+gauw vuil worde op &rsquo;t fabriek.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k G&agrave; niet naar &rsquo;t fabriek,&rdquo; zei
+&rsquo;t kind fel, met ronde schrikoogjes hem aankijkend. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e615" href="#xd21e615" name=
+"xd21e615">43</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; zei de jongen alleen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k G&agrave; niet naar &rsquo;t fabriek,&rdquo; zei
+&rsquo;t kind nog eens, &bdquo;&rsquo;k ga dienen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dienen is ook hard werken,&rdquo; kwam nu de jongen bij,
+&bdquo;me zus het gediend, maar ze het &rsquo;t niet kenne volhoue....
+ze is nou op &rsquo;t fabriek van de Lange.... Waarom wou jij niet naar
+&rsquo;t fabriek, Sprotje?&rdquo;</p>
+<p>Hij vroeg &rsquo;t weer zacht-vriendelijk, in een soort
+ondergrondsche vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich
+gevoeld had, tegen Sien.</p>
+<p>En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, begon
+zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor &rsquo;t
+fabriek, zoo vr&eacute;&eacute;selijk bang....: &bdquo;altijd
+zoo&rsquo;n leven om je heen, en allemaal tussche vreemde,&rdquo; ze
+ging haast huilen van moeie opwinding.... &bdquo;allemaal vreemde, en
+altijd opzichters achter je aan, en overal groote wielen....&rdquo;</p>
+<p>Ze sidderde, kneep &rsquo;r handen in elkaar, terwijl ze
+doorklaagde, wat kalmer weer: &bdquo;en zoo zwart.... en zoo smerig....
+en al de manne, as die er uitkomme... ze zou&rsquo;e je doodloope....
+ik droom er soms van.... altijd vloeke en lol....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoho maar,&rdquo; zei de jongen, die &rsquo;r als een gek had
+zitten aankijken, &bdquo;die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en
+&rsquo;n beetje verdienste....&rdquo;</p>
+<p>Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e633" href="#xd21e633" name=
+"xd21e633">44</a>]</span>oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in
+de krant, haar naaigerei in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met
+kouwelijk &rsquo;r handen kruiselings onder de oksels, doodmoe van den
+langen dag, van al de opwinding en al &rsquo;t verdriet, haar oogjes
+slaperig flets, en diepe, blauwige kringen ingezakt boven het
+strakgespannen vel der jukbeenen.</p>
+<p>&bdquo;Een beetje verdienste.... en een groot
+huishou&rsquo;e,&rdquo; kwam ze zachtjes bij-femelen, &bdquo;armoe
+lij&rsquo;e.... en dan worden &rsquo;t sociale....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niet allemaal,&rdquo; zei de jongen.... &bdquo;ikke
+niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd
+zijn...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En d&aacute;n,&rdquo; zei de jongen, &bdquo;&rsquo;n werkman
+mag toch wel voor z&rsquo;n rechte opkomme....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou.... ja....&rdquo; rekte zeurig-bedenkelijk de
+kinderstem.</p>
+<p>Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen
+avondwind, kwam Sien <span class="corr" id="xd21e648" title=
+"Bron: binnen gevallen">binnen-gevallen</span>.</p>
+<p>Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze
+klaar met &rsquo;n brutaal-spottend:</p>
+<p>&bdquo;Nou, as jij liever met me zussie vrijt....&rdquo;</p>
+<p>De jongen stoof op! Zoo&rsquo;n beest.... nou dorst ze nog zoo te
+beginnen.... had hij niet &rsquo;n uur op &rsquo;r loopen wachten?....
+een heel uur op en neer geloopen?.... nou hier nog &rsquo;n uur zitten
+wachten....? Gemeen kreng! <span class="pagenum">[<a id="xd21e657"
+href="#xd21e657" name="xd21e657">45</a>]</span></p>
+<p>Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, de
+stoof omver trappend, had &rsquo;r pak gegrepen, stond achter de tafel
+&rsquo;t aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog terug te
+schreeuwen.... en die stakkerd van &rsquo;n Hein, hij had toch
+gelijk.... Kijk-tie paars worden in z&rsquo;n gezicht.... en die
+astrante meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang
+van werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat
+tandvleesch allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer....
+kijk nou.... ze lacht &rsquo;m in z&rsquo;n gezicht uit.... en tjee,
+kijk die Hein nou woeiend worden.... als-t-ie maar nie slaan ging,
+tj&eacute;&eacute;ee....!</p>
+<p>Dan, klak, klak, vielen de luiken van &rsquo;t kamerraam dicht,....
+daar hadt je moeder!</p>
+<p>Sien, Hein &rsquo;r achterna, &rsquo;t kamertje door, liep in
+&rsquo;t portaaltje de vrouw tegen &rsquo;t lijf....</p>
+<p>&bdquo;Heila! waar mot jij na toe?&rdquo; baasde die ruw; maar Sien,
+dol, gilde van lol en angst door elkaar, &bdquo;hij slaat me! help! hij
+slaat me!&rdquo; en rende door de open deur het dijkje op.</p>
+<p>En Hein, die even had willen gaan sussen: &bdquo;Hoor nou, vrouw
+Plas....&rdquo; razend &rsquo;r achterna.... &bdquo;Sien! toe nou,
+Sien!&rdquo; hoorde &rsquo;t kind hem nog roepen.</p>
+<p>&bdquo;Wel voor den donder,&rdquo; gromde de moeder, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e670" href="#xd21e670" name=
+"xd21e670">46</a>]</span>die &rsquo;r leege mand ijlings neerzette, de
+volle greep.</p>
+<p>&bdquo;Ben jij daar, Merie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja moeder.&rdquo;</p>
+<p>Maar ze haastte zich al &rsquo;t portaal door, de twee achteraan, de
+deuren openlatend.</p>
+<p>Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje
+leeg-stil in huivere holheid.</p>
+<p>&bdquo;Hu!&rdquo; zuchtte &rsquo;t kind door &rsquo;n rillertje
+heen: &bdquo;zullie liever dan ik!&rdquo;</p>
+<p>Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten,
+voelde dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke
+ruggetje loopen; haar oogen staken van den slaap.</p>
+<p>Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst v&oacute;&oacute;r,
+op den stoel bij &rsquo;t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp
+van de keukentafel halen, droeg &rsquo;m met twee handen, voorzichtig
+over den drempel stappend, op de tafel voor &rsquo;t raam ....
+h&egrave;&egrave;&egrave;, daar lag die rol gordijnen nou.... die nare
+Sien ook.... en &bdquo;ffff&rdquo; zoog ze de lucht weer door &rsquo;r
+tanden: de voordeur stond open....!</p>
+<p>Op &rsquo;r teenen sloop ze &ograve;m langs den muur, leunde tegen
+den post van de kamerdeur, en helde met &rsquo;r uitgestrekten arm
+&rsquo;t portaaltje in.... Net bereikte &rsquo;r hand de voordeur....
+met twee vingertoppen trok ze <span class="pagenum">[<a id="xd21e689"
+href="#xd21e689" name="xd21e689">47</a>]</span>&rsquo;m moeielijk aan,
+keek even huiverig naar buiten&mdash;&rsquo;t was koud....
+nachtvorsten.... dacht ze&mdash;en duwde &rsquo;m zachtjes, gauw, in
+&rsquo;t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de
+bedsteedeurtjes openzetten.</p>
+<p>Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker
+gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje,
+den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, voelde
+ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.</p>
+<p>&rsquo;t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de
+ellebogen en onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef
+trekken uit; dan hing ze &rsquo;t over de stoel-leuning als over een
+kapstok; &rsquo;t rokje was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien
+onderrok zakte na; ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar
+kostelijke pak.</p>
+<p>De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt
+en omgetrokken.</p>
+<p>En nu, vaal-wit schimmetje in &rsquo;r groen-schemerigen hoek buiten
+den lampe-schijn, stond ze op &rsquo;r bleeke voetjes voor de bedstee,
+die kleine Sprot.... &rsquo;t Staartje, langs den dunnen bruinigen
+hals, puntte neer over het witte keper, dat &rsquo;r smalle lijfje
+omspande; uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere
+armen; en sluik om &rsquo;r heupjes weg, viel plooiend &rsquo;r
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e700" href="#xd21e700" name=
+"xd21e700">48</a>]</span>gestreept wit-katoenen onderbroekje tot laag
+op de dunne kuiten.</p>
+<p>Even stond ze zoo, &rsquo;t kippevel op &rsquo;r armen.... Ze schoot
+haar nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide
+ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en met
+&rsquo;t zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als ze
+in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen het
+keukenbeschot.</p>
+<p>Maar slapen kon ze niet.... h&egrave;, als ze nou later is &rsquo;n
+groote dienst had, en ze had &rsquo;r eigen bed, een open ledikantje
+met lekker beddegoed, op een lief zolderkamertje,.... en d&rsquo;r
+eigen kastje.... als er nou maar gauw een dienstje kw&agrave;m, al was
+&rsquo;t dan maar voor dagmeisje &rsquo;t eerste jaar.... En zoo
+dwaalden al &rsquo;r zorgjes &rsquo;r door &rsquo;t hoofd.... de
+achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of ze
+nog wat mee zou krijgen van &rsquo;t ringen naaien van dien
+middag....</p>
+<p>Dan dacht ze er aan, dat &rsquo;t morgen Zondag was.... het witte
+kerkje zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog
+maar twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster
+&rsquo;r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden
+schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze no&ugrave; nog
+&rsquo;s een nieuwe jurk had om <span class="pagenum">[<a id="xd21e708"
+href="#xd21e708" name="xd21e708">49</a>]</span>aan te trekken.... ze
+zou maar vroeg gaan.... lang het orgel hooren voor domeni binnen kwam,
+het orgel, waarin zoo&rsquo;n heerlijk-zacht fluitje kon
+kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.</p>
+<p class="tb">&#8258;</p>
+<p>Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit
+&rsquo;t fabriek.</p>
+<p>Ze waren met &rsquo;r drie&euml;n op &rsquo;t kleine, bruine
+klinker-plaatsje, dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open
+keukendeur, de moeder, in den schaduwhoek bij &rsquo;t pleetje, was aan
+&rsquo;t tobben boenen, en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de
+handen op &rsquo;r rug tegen het achterhekje, een grijs-geverfd
+staketseltje, dat even wiebelend meeboog onder haar zwaarte.</p>
+<p>&bdquo;Die meid van de Nijs.... die is nou al w&eacute;&eacute;r
+gesnapt&rdquo;&mdash;vertelde Ant, &bdquo;van m&ograve;rgen vroeg;....
+die zalle we &oacute;&oacute;k niet werom zien.... de patroon, die is
+op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in &rsquo;r vuile schort
+gepakt.... een heele kluit wol.... d&rsquo;r broertje stond aan de
+poort te wachten....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tjee, hoe durft ze!&rdquo; deed Marietje overdreven
+m&eacute;&eacute; met het verhaal, om het voort te dringen en voorbij
+de oppering van een mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder
+&rsquo;t zeggen; haar grijze oogjes sperden bang in &rsquo;t smalle
+gezicht. <span class="pagenum">[<a id="xd21e720" href="#xd21e720" name=
+"xd21e720">50</a>]</span></p>
+<p>Toen&mdash;daar w&aacute;s &rsquo;t&mdash;voelde het kind zich koud
+worden en heet tegelijk; het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat
+raar en ijl stond op &rsquo;r zinderend lijf.... Onder het
+verder-vertellen van Ant had zij haar moeder zich half zien oprichten
+van de druipende tobbe, even hoofd-wenken h&aacute;&aacute;r kant uit,
+en dan, vragend met &rsquo;r oogen, kijken naar Ant....</p>
+<p>&bdquo;O! O!&rdquo; kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van
+&rsquo;n plots in-vlijmende pijn.</p>
+<p>Maar Ant, goddank, knikte van nee.</p>
+<p>&bdquo;Nee,&rdquo; zei ze, &bdquo;&rsquo;t is een meid van zestien,
+en groot voor d&rsquo;r jaren.... Merietje ken d&rsquo;r wel drie keer
+uit!... en werken dat die meid kon!&rdquo;</p>
+<p>Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het kind
+had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, &rsquo;r
+handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig uit
+in het bezinken van den angst-schok.... wat &rsquo;r hart klopte!....
+&rsquo;t bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige
+sliertjes versprongen en tril-dreven over de helle lucht....</p>
+<p>Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust,
+waarin &rsquo;n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan
+kijken, zonder wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....</p>
+<p>In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e736" href="#xd21e736" name=
+"xd21e736">51</a>]</span>schommel knarsen; ze boog wat over; rechts,
+boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk opstaan tusschen de
+loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden hevig toe en weg, en een
+hoed tuimelde telkens boven het groen uit.</p>
+<p>De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag met
+zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; er liep
+niemand....</p>
+<p>Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij
+kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland
+ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van
+roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven
+zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen,
+keeren bij &rsquo;t zwart-houten huisje aan &rsquo;t eind, en
+terug-gaan weer onder het boomen-groen langs de deinende
+touw-lijnen.</p>
+<p>In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, en
+een zwart terrein met kolen-loodsen van &rsquo;t spoor.</p>
+<p>Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en
+links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver in
+zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen diep-weg
+wat flauwe vlekken waren van blank vee. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e746" href="#xd21e746" name="xd21e746">52</a>]</span></p>
+<p>Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over
+een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen ze
+misschien weer zoo&rsquo;n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als
+&rsquo;t laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch....
+ze zouen nou wel gauw maaien gaan....</p>
+<p>En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze &rsquo;t
+huis in.</p>
+<p>De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even
+lachen om dat sluike wegloopen.</p>
+<p>&bdquo;Ze zal nog wel &rsquo;s loskomme,&rdquo; zei Ant, &bdquo;ze
+is bijdehand genog,.... laat ze eerst maar &rsquo;s op &rsquo;t fabriek
+weze....&rdquo;</p>
+<p>Een evene besluiteloosheid kwam over &rsquo;t gezicht van de
+vrouw:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Had anders net zoo gedacht, van morrege....&rdquo;
+zei ze, &bdquo;&agrave;s Merietje nou &rsquo;r heele hart op diene heit
+gezet.... wat zou jij nou zegge....?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Malligheid,&rdquo; zei Ant, beslist, &bdquo;je mot er geen
+bang-schieter van maken.... wat hei je nou voor leve as je dien....
+altijd alleen.... ze telle je de aardappels in je mond.... En je mot
+ommers zoo&rsquo;n kind niet toegeven, om &rsquo;r bestwil.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nee,&rdquo; zei de moeder, &bdquo;dat m&ograve;t je ook
+niet.&rdquo;</p>
+<p>Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het
+plaatsje. Beiden hadden hetzelfde <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e766" href="#xd21e766" name="xd21e766">53</a>]</span>soort
+grof-pluizig, zwart krulhaar boven een hoog voorhoofd, dezelfde
+beenig-breede, koonen-gezichten, de moeder wat geliger alleen, en
+dezelfde mager-forsche vormen van lijf.</p>
+<p>Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken,
+zoo, zonder dat zij &rsquo;t zelf wisten, doende uitrusten even hun
+lichamen van den langen morgen hard werk.</p>
+<p>Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een
+stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als
+paarden, die aan-trekken in &rsquo;t gareel. Even verstreek door de
+oogen der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter
+elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.</p>
+<p>Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk
+voor haar was.</p>
+<p>Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw
+uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.</p>
+<p>&rsquo;s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg
+drie centen. De drie centen waren voor haar, maar &rsquo;t kwartje
+moest ze afgeven.</p>
+<p>Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte
+kousen mee. In &eacute;&eacute;n avond stopte ze alle gaten en gaatjes
+dicht, ging &rsquo;s and&rsquo;rendaags <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e781" href="#xd21e781" name="xd21e781">54</a>]</span>ze
+terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er niets van houden.</p>
+<p>Ze had daar wel hartzeer van, maar &rsquo;t was ook billijk vond ze,
+en ze zei geen woord van beklag.</p>
+<p>Toen kwam er weer een dag, dat er g&eacute;&eacute;n werk voor haar
+was, dat ze maar stil in veilige hoekjes, op &rsquo;t plaatsje, op de
+vliering, aan &rsquo;r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed
+ergens anders verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met
+&rsquo;r jong.</p>
+<p>Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een
+verdienstetje....</p>
+<p>&bdquo;Je mot vragen, wanneer d&agrave;t wurm eris zal verdienen als
+de anderen,&rdquo; praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop,
+terwijl zij in &rsquo;t keukentje de vaten van den vorigen dag stond te
+wasschen, en &rsquo;t kind, muis-stil achter in den stoel aan het
+voorkamerraam, haar vragen voor de catechisatie leerde.</p>
+<p>&bdquo;Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris
+helpe,&rdquo; begon de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik
+schuin het kamertje in.... Er was die week acht stuivers op de huur
+tekort, omdat ze een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje
+over....; en nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te
+commandeeren van dit niet willen en d&agrave;t motten; dat zat maar te
+dreinen over een dienstje, al <span class="pagenum">[<a id="xd21e793"
+href="#xd21e793" name="xd21e793">55</a>]</span>zei ze niks, en over een
+lichte jurk.... k&egrave;-je begrijpe, as-t-er niet eens genog voor de
+huur was!</p>
+<p>&bdquo;Zeg! h&oacute;&oacute;r je me niet?&rdquo; snauwde ze nu
+ruw.</p>
+<p>&rsquo;t Kind kwam onwillig overeind; &rsquo;n mokkend-koppige
+uitdrukking was er op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje
+in &rsquo;r jurkzak en met een vinnige genepenheid in &rsquo;r
+flets-grijze oogjes, ging ze naar achter.</p>
+<p>Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na,
+alles afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?..
+had ze niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog....
+aan h&aacute;&aacute;r dacht niemand.... moest die japon van
+h&aacute;&aacute;r niet gemaakt worden?</p>
+<p>Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder
+&eacute;&eacute;n woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind
+den keukenrommel aan kant.</p>
+<p>Toen het klaar was, ging ze weer v&oacute;&oacute;r haar vragen
+leeren.</p>
+<p>Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor
+hetzelfde; maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze
+woord-reeksjes nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven,
+herhaalde ze zonder den zin te vatten; langzaam dan begon &rsquo;t geen
+aan dat klein, blank-bladig boekje verbonden was, het d&eacute;nkbeeld
+van: de catechisatie, het <span class="pagenum">[<a id="xd21e808" href=
+"#xd21e808" name="xd21e808">56</a>]</span>witte boogramen-zaaltje naast
+de kerk, de damping en de vale reuk van domeni&rsquo;s pijp, de goedige
+stem van domeni, het te winnen,&mdash;en ze leerde nu ijverig, keek
+even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde op uit het hoofd:
+&bdquo;Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en
+liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet....&rdquo; tot ze
+steken bleef, even neer-oogde: &bdquo;o-ja, dat wij onzen naaste zijn
+geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....,&rdquo;
+turend onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de
+deur.</p>
+<p>En als eindelijk, met &rsquo;t dun, grijs boekje dicht op tafel, zoo
+stoorloos-vlot &rsquo;lijk een vlietend watertje, de rijtjes
+catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder
+&eacute;&eacute;n hapering kon afprevelen: &bdquo;Het zevende gebod,
+gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en liefhebben,
+dat wij onzen naasten zijn geld of goed niet nemen, noch het door
+valsche waar of handelingen aan ons brengen, maar hem zijn goed en
+nering helpen verbeteren en bewaren; het achtste gebod, gij zult geen
+valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste, wat is dat,&rdquo;....
+als zij ten slotte het &bdquo;of goed&rdquo; niet meer vergat en elken
+keer dacht om de &bdquo;handelingen,&rdquo; dan was alle spanning
+weggetrokken van haar hersens.</p>
+<p>Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e814" href="#xd21e814" name=
+"xd21e814">57</a>]</span>nog monterder kwam ze er weer uit. Ze ging
+graag naar catechisatie, luisterde graag naar de vertellingen van
+domeni, veel mooier als-&rsquo;t-ie &rsquo;t in de kerk dee, en als ze
+dan haar beurten goed wist en domeni, onder een haal aan zijn pijp,
+knikte goedkeurend....</p>
+<p>Nu &oacute;&oacute;k had ze haar vraag pront gekend, en &rsquo;r
+gezichtje stond stil-open opgeruimd, toen, in den vooravond door de
+leege kleine-stads-straten naar huis gaand, zij &agrave;l maar de
+woordrijtjes nog in haar hoofdje voelde na-vlotten, &bdquo;het zevende
+gebod, gij zult niet stelen, wat is dat&rdquo;.... maar zij had nu geen
+zin in haar geboden, en als van zelf, in de guldene klaarheid om haar
+heen, gingen &rsquo;r gedachtetjes zich rijen in het rhythme van
+&rsquo;r versje van deze week:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Daar is uit &rsquo;s werelds duistere wolken</p>
+<p class="line">Een Licht der lichten opgegaan.</p>
+<p class="line">Komt t&oacute;t zijn schijnsel &agrave;lle volken!</p>
+<p class="line">En gij, mijn ziele, b&iacute;d het aan!</p>
+<p class="line">Het komt de schaduwen beschijnen</p>
+<p class="line">De zwarte schaduw v&aacute;n den dood,</p>
+<p class="line">De nacht der z&oacute;nde zal verdwijnen</p>
+<p class="line">Gen&agrave;de spreidt haar m&ograve;rgenrood.</p>
+</div>
+<p class="first">Ze vond &rsquo;t een erg mooi versje, vroeger had ze
+&rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="xd21e837" href="#xd21e837" name=
+"xd21e837">58</a>]</span>in de kerk ook wel eens gezongen, en &rsquo;r
+moeder had &rsquo;t ook &eacute;cht mooi gevonden, toen ze &rsquo;t
+Zondagavond zat te leeren. &rsquo;r Versje, dat leerde ze altijd
+dadelijk,&mdash;&rsquo;t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze
+vond &rsquo;t ook te prettig, om er tot &rsquo;t lest van de week mee
+te wachten. Ze kon er nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool!
+Dat van verleden week</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Hoog omhoog, het hart naar boven,</p>
+</div>
+<p class="first">dat was ook erg mooi; hartverheffend was &rsquo;t, had
+domeni gezegd; en dat van onderlaatst</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zoo blij de landman m&oacute;e van &rsquo;t
+ploegen,</p>
+</div>
+<p class="first">maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.</p>
+<p>Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar
+zachte pasjes even verklonken,&mdash;in de avond-kalme atmosfeer vol
+voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes
+v&oacute;&oacute;r en tusschen de lage huizen, liep het kind
+genoegelijk haar versjes op te zeggen, stil in-zich-zelf, met
+nauw-bewegende lippen, &ograve;m &rsquo;t andere regeltje, mee met haar
+ademing, inhalend met hijg-geluid.</p>
+<p>Zoetjes-aan kuierde ze voort; &rsquo;t was lekker buiten, ze had
+geen haast om naar huis te keeren....</p>
+<p>Toen, voor &rsquo;r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een
+huis of tien voor haar uit in de stille straat, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e856" href="#xd21e856" name=
+"xd21e856">59</a>]</span>twee meiden in lichte japonnen, uit een
+zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde &rsquo;t kind.... &rsquo;t waren
+naaischool-meiden; ze hadden &rsquo;r uitzetkleeren aan; die gingen
+naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze goed;
+&rsquo;t was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... &rsquo;t
+waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool
+geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....</p>
+<p>&bdquo;H&egrave;&egrave;&egrave;, kijk nou toch....&rdquo; zei het
+kind zacht-hardop. Ze had zoo&rsquo;n verdriet! &bdquo;Kijk ze nou
+loopen,&rdquo; dacht ze dan weer.</p>
+<p>Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe
+jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen,
+recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin
+geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden
+ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje
+van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en &rsquo;r haarvlechtjes
+zaten nu in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den
+mutsrand gedraaid; &rsquo;t leken gr&oacute;&oacute;te meiden....
+volw&agrave;ssen meiden....</p>
+<p>&bdquo;Och-och, hoe mooi,&rdquo; zei het kind nog eens. Het schreien
+kropte haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte,
+gelapte merinos-jurk, onder <span class="pagenum">[<a id="xd21e864"
+href="#xd21e864" name="xd21e864">60</a>]</span>haar flaphoedje met
+verkleurd lint, en haar staartje op den rug. Ze vond zich &rsquo;t
+armoedigste meisje van de heele stad....</p>
+<p>Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met &rsquo;r
+trotschig, stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.</p>
+<p>Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet
+achter de twee aan.</p>
+<p>Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde
+lichtheden.</p>
+<p>En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren
+ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met
+hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw en
+dat glanzende wit voor haar uit deinde.</p>
+<p>Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer
+binnen......</p>
+<p>Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met
+een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De
+zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: &bdquo;K&egrave; je niet
+genavond zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op
+catechisatie?&rdquo; maar ze lei &rsquo;r toch, een oogenblik later,
+nog een boterham op &rsquo;r bord, omdat &rsquo;t wicht zoo pips
+zag.</p>
+<p>&rsquo;s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag
+&rsquo;t kind op de knie&euml;n bij haar lap goed, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e881" href="#xd21e881" name=
+"xd21e881">61</a>]</span>die ze uitlei en vouwde en mat.... maar ze zag
+wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan te broeien
+in haar hoofd.</p>
+<p>Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam
+overleg in haar moe&euml;, pijn-zware hersens.</p>
+<p>Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, z&oacute;&oacute; als ze was, ze
+zou zeggen, dat &rsquo;r schorten al klaar waren, en dat &rsquo;r japon
+ook wel gauw gemaakt zou worden.... &ograve;f de juffrouw nou niet een
+dienstje open had.... als moeder maar wist dat ze een dienstje
+k&ograve;n krijgen, ziet u, dat d&agrave;n de kleeren wel gemaakt zouen
+worden.... als ze had kunnen knippen, nou dat wist de juffrouw wel, dan
+zou de japon al wel een week af wezen, de schorten had ze ook zelf
+gemaakt, de juffrouw moest maar &rsquo;s zien of &rsquo;t netjes
+was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten in een rolletje
+meenemen.... ze zou goed haar woord doen....</p>
+<p>Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de
+gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij
+de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende,
+zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?&mdash;dan voelde ze
+weer, dat ze toch nooit zou durven....</p>
+<p>Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e891" href="#xd21e891" name=
+"xd21e891">62</a>]</span>haar neersloeg, dat straks, of morgen, of
+overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen met de boodschap, dat er een
+plaats was op &rsquo;r fabriek, dat er een plaats was op de fabriek van
+&rsquo;n vrindin.... dat ze dan mee zou mo&egrave;ten,.... dat ze dan
+onherroepelijk naar de fabriek ging....</p>
+<p>En dien middag liet de angst haar niet meer los.</p>
+<p>&rsquo;r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.</p>
+<p>Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze
+haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.</p>
+<p>Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar
+gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan
+n&agrave; met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog
+met den dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er
+onder haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten,
+fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.</p>
+<p>Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van
+&rsquo;t &bdquo;opgestoken&rdquo; haar, waarmee ze voor &rsquo;t eerst
+zou worden gezien, gek-anders en oud, voor &rsquo;t eerst op straat zou
+loopen, raar-trotsch en akelig-naakt tegelijk; nu, door de
+&agrave;l-beslissende rol, die &rsquo;t zou hebben te vervullen, een
+angst-droom, waarin ze met krampachtige inspanning iets mo&egrave;st
+bereiken. <span class="pagenum">[<a id="xd21e903" href="#xd21e903"
+name="xd21e903">63</a>]</span>En &rsquo;t was zoo mo&egrave;ilijk!
+&rsquo;r Bevende vingers togen wriemelend aan &rsquo;t werk. Ze had
+&rsquo;t al zoo vaak, heimelijk, geprobeerd, sinds ze dien avond de
+twee naaischool-meiden voor zich uit zag loopen. Maar meestal ging
+&rsquo;t niet!</p>
+<p>De drie stugge achterhoofd-strengetjes van &rsquo;r vlecht, die kon
+ze maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en
+&agrave;ls zij al &rsquo;t achterhaar gladjes in haar linkerhand tot
+aan de kruin had opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen
+weer als piekerige slierten uit &rsquo;t vastgehouden bosseltje los;
+h&agrave;d ze dan eindelijk al &rsquo;t haar stijf beet, dat rond
+voorhoofd en nek &rsquo;t alles in roodige pukkeltjes weggetrokken zat,
+dan wisten &rsquo;r ongewende vingers nog maar amper om het dunne
+haar-bundeltje het bandje te strikken.</p>
+<p>Telkens en telkens moest ze het overdoen.</p>
+<p>Ten leste hing het; &rsquo;t zweet, met een zwoel-opslaande
+w&agrave;lm van warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op &rsquo;t
+strakke vel; schokkerig schikten en wonden de handen dan het knoetje
+rond, lagen het uit op &rsquo;t achterhoofd, staken het vast met de
+paar haarspelden, die er in Siens naai-doosje over waren.</p>
+<p>Bij het raam, want &rsquo;t begon al te schemeren, keek ze in
+&rsquo;t krom-golvig spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er
+zij-haren los; en &ograve;m er maar <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e914" href="#xd21e914" name="xd21e914">64</a>]</span>netjes uit te
+zien, plakte zij met haast-dringerige streekjes van water ze tusschen
+de andere vast; donkere vegen liepen over &rsquo;t bleeke blond
+omhoog.</p>
+<p>Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk,
+borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, waschte
+nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door &rsquo;t smerige
+bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.</p>
+<p>Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo
+sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.</p>
+<p>Toen ging ze op weg.</p>
+<p>Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest
+komen, want dat ze dan niet durven zou.</p>
+<p>Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken onder
+de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, nu elk
+piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op het
+achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde ze de
+velschroeiing ternauwernood: &bdquo;&rsquo;t is niks,&rdquo; dacht ze,
+&bdquo;dan zie &rsquo;k er gezonder uit.&rdquo;</p>
+<p>Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek,
+&rsquo;r nu kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel
+&rsquo;t onwennig en onvast voorover staan, door &rsquo;t hooge
+haardotje, van &rsquo;r hoed, waarvan de rand scherp op &rsquo;t
+voorhoofd drukte. <span class="pagenum">[<a id="xd21e928" href=
+"#xd21e928" name="xd21e928">65</a>]</span></p>
+<p>En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar
+wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, heele
+einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de juffrouw
+stond.</p>
+<p>Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te
+kijken naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep
+ze door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.</p>
+<p>Hier was &rsquo;t; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de
+bel over.</p>
+<p>Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel,
+maar de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in
+schemer-vaalte.</p>
+<p>Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de
+juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, witte
+gang, &ograve;veral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, in
+een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.</p>
+<p>Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat er
+was.</p>
+<p>Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen,
+onhoorbaar tredend over den zachten looper.</p>
+<p>Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge,
+bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar,
+waarin al <span class="pagenum">[<a id="xd21e946" href="#xd21e946"
+name="xd21e946">66</a>]</span>haar denken en bewegen als verstolde, en
+waarin zij maar vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot
+dezen tocht.</p>
+<p>Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe,
+haar aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij<a id=
+"xd21e950" name="xd21e950"></a> was bewegeloos gebleven, zonder
+goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in de starre
+oogbollen.</p>
+<p>Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de
+deurmat.</p>
+<p>De meid, die in &rsquo;t verschiet van &rsquo;t smaller en donkerder
+gang-einde een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur
+achter zich latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst
+op haar toe, en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van
+het hoofd achterom: &bdquo;daar mot je wezen.&rdquo; Toen ging ze de
+trap op.</p>
+<p>Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich
+niet te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar
+toe; met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.</p>
+<p>Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige
+roep, de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.</p>
+<p>En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich
+nu haar voeten in beweging, kwam <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e963" href="#xd21e963" name="xd21e963">67</a>]</span>zij de
+dood-stille, kerkachtige blankte door, en het vertrouwelijker halflicht
+van de achtergang, tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En
+opeens was de deurknop in haar hand, en stond ze op den drempel der
+kamer.</p>
+<p>Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel
+rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand v&oacute;&oacute;r
+haar zag ze een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste
+schotje en den muur vaagde iets wits van een bed.</p>
+<p>Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank:
+&bdquo;Nou, Marie Plas....&rdquo;</p>
+<p>Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in &rsquo;t volle
+licht voor de tafel. Ze dorst niet opzien.</p>
+<p>&bdquo;Zoo&rdquo; .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu,
+zooals ze &rsquo;t vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had:
+&bdquo;Kom je nou z&oacute;&oacute; bij mij.... dat had ik anders
+verwacht....&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen
+onder haar voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als
+vervluchtigende vlokken vielen de bestraffende klanken in haar
+wonderlijk-leeg hoofd.</p>
+<p>Zij bracht geen woord uit, bleef strak v&oacute;&oacute;r zich
+kijken.</p>
+<p>&bdquo;Wat kwam je nu eigenlijk doen?&rdquo; vroeg de stem opnieuw,
+maar wat aanmoedigender. <span class="pagenum">[<a id="xd21e979" href=
+"#xd21e979" name="xd21e979">68</a>]</span></p>
+<p>Het kind waagde een blik.</p>
+<p>Op een schuin in den hoek gezetten canap&eacute;, achter tafel, zat
+de juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, de
+handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg
+dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De
+licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar
+gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind op
+te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij
+knipperde even, en, terug met &rsquo;t hoofd, zat ze weer als te
+voren.</p>
+<p>Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende
+licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den baren
+lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.</p>
+<p>En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle
+bewustzijn.</p>
+<p>&bdquo;De schorten zijn wel klaar,&rdquo; zei ze met een haperende
+stem, &bdquo;maar de jurk is nog niet gemaakt....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo....&rdquo; zei de juffrouw &bdquo;en waarom
+niet?&rdquo;</p>
+<p>Nu, gesteld voor die vlakke vraag in &rsquo;t schelle licht, was
+&rsquo;t kind weer heelemaal in de war. Al haar duidelijke en
+begrijpelijke verklaringen was ze vergeten. Ze was duizelig.</p>
+<p>&bdquo;Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e997" href="#xd21e997" name=
+"xd21e997">69</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Had geen tijd, juffrouw.&rdquo;</p>
+<p>Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel d&agrave;t uit haar
+mond.</p>
+<p>&bdquo;Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel
+tijd, om hier in je ouwe kleeren te komen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nee juffrouw,&rdquo; zei het kind.</p>
+<p>&bdquo;H&egrave;?&rdquo; vroeg de juffrouw.</p>
+<p>&bdquo;Nee, juffrouw, me moeder wou &rsquo;t niet,&rdquo; bracht het
+kind uit.</p>
+<p>De juffrouw begreep &rsquo;t niet wel. &rsquo;t Verwonderde haar. Ze
+had altijd gemeend, dat ze &rsquo;t van Plas nog al goed hadden, wist
+van d&rsquo;r vaders ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een
+paar stille, knappe dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo
+netjes op school was geweest, zoo oppassend en gewillig....</p>
+<p>&bdquo;Z&oacute;o,&rdquo; zei de juffrouw, &bdquo;kon je moeder dat
+geld niet missen....?&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind kleurde f&eacute;l.</p>
+<p>&bdquo;Nou, vertel nou maar eens,&rdquo; drong de juffrouw aan, wat
+korzelig.</p>
+<p>Zij had ook dikwijls iets t&egrave;gen dat kind gehad,.... dat kind
+had iets stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder
+dien hoed uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan &rsquo;r
+had.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1021" href="#xd21e1021"
+name="xd21e1021">70</a>]</span></p>
+<p>Toen, met een rilling door &rsquo;r schouwertjes, een schok-scheut
+in &rsquo;r beenen, zei &rsquo;t kind:</p>
+<p>&bdquo;Me moeder wil, dat ik naar &rsquo;t fabriek ga; me zusters
+zijn er ook op; me moeder wil niet, dat &rsquo;k ga dienen.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als
+&rsquo;t z&oacute;&oacute; zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine
+oogen tuurden, half-neer, naar den uitersten tafelhoek.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze
+iets verkeerds had gezegd.</p>
+<p>De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....</p>
+<p>Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige
+handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen weer
+neer.... ja.... als &rsquo;t z&oacute;&oacute; zat.... als de ouders,
+als de moeder niet meewerkte.... d&aacute;&aacute;r kon zij niet
+tegen-ingaan.... zij kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan
+zetten.... zij kon niet zeggen: kind, ga <span class="ex">niet</span>
+naar de fabriek.... de menschen schenen daar niets meer in te
+vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, niewaar?.... maar
+tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan dienen.... maar zij
+kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze kwamen bij haar om wat
+knaps te krijgen.... die bij haar om zoo&rsquo;n kind kwamen, deden
+&rsquo;t ook al niet uit overdaad.... zoo&rsquo;n kind moest toch
+allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan ze
+verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1037" href="#xd21e1037" name=
+"xd21e1037">71</a>]</span>tegen &rsquo;t winter een regenmantel.... ja,
+als de moeder niet wou meewerken.... &rsquo;t was jammer.... &rsquo;t
+was toch geen kwaad kind.... &rsquo;t was erg jammer....</p>
+<p>En nog eens, met een schouderbeweging van &bdquo;niets aan te
+doen,&rdquo; gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op,
+vielen met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel
+weer neer.... &rsquo;t was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een
+stil dienstje zou ze.... maar als de moeder &rsquo;r naar de fabriek
+wou....</p>
+<p>De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te
+bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor
+hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....</p>
+<p>&bdquo;Moeder zo&ugrave; &rsquo;t geld voor de japon wel kunnen
+geven....&rdquo; stootte ze nog uit.</p>
+<p>&bdquo;Ja, juist....&rdquo; zei, practisch, de juffrouw.</p>
+<p>Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.</p>
+<p>&bdquo;Wil je moeder nog eens bij me komen?&rdquo; vroeg de
+juffrouw.</p>
+<p>Heftig knikte het kind van nee.</p>
+<p>Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een
+fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide het
+kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1056" href="#xd21e1056" name=
+"xd21e1056">72</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Je mag zelf &oacute;&oacute;k nog wel eens terugkomen over
+een tijdje,&rdquo; riep de juffrouw, die opgestaan was, in de open
+kamerdeur haar na.</p>
+<p>&rsquo;t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het
+voordeur-slot, kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.</p>
+<p>Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te
+zoeken d&aacute;&aacute;r, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht
+was; ze kon niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en &rsquo;r
+heele hoofd was vol heet geschrei.</p>
+<p>Diep-neer met &rsquo;r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien
+zouen hoe ze huilde.</p>
+<p>Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een
+zoute keelpijn van &rsquo;t schreien, vond ze haar bordje met
+boterhammen op een hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de
+vrouwen, bij elkaar, er achter, saam aan een groot werk bezig.</p>
+<p>De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de
+gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk,
+mee naar huis had gekregen.</p>
+<p>Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de
+vingers friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote
+stukken, in de stopnaalden te krijgen. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1072" href="#xd21e1072" name="xd21e1072">73</a>]</span></p>
+<p>Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En
+boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knie&euml;n, bewogen
+groot in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.</p>
+<p>&bdquo;Eet maar gauw, Merietje,&rdquo; zei Ant, &bdquo;dan mag je
+meedoen; d&rsquo;r zalle nog wel een paar centen op overschieten voor
+je.&rdquo;</p>
+<p>De vrouw was aan &rsquo;t vertellen geweest, vertelde door:</p>
+<p>&bdquo;Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en
+je vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou
+graag....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeremejeetje!&rdquo; schetterde opeens Sien &rsquo;r schelle
+stem door &rsquo;t verhaal heen, &bdquo;kijk die Sprot er
+uitzien!&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen
+en bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar
+bord, voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.</p>
+<p>&bdquo;H&aacute;&aacute;r, waar mot je met dat kind naar toe!&rdquo;
+gilde Sien weer, en werktuigelijk tastten Marietje&rsquo;s handen naar
+het kleine knoetje, waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten....
+en plotseling voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op &rsquo;t
+voorhoofd de prikkende trekking der te strak gespannen haartjes, en de
+wee&euml; pijn, die daarvan klopte hoog in &rsquo;r hoofd. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1087" href="#xd21e1087" name=
+"xd21e1087">74</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Kind, wat m&ograve;t dat?&rdquo; had de moeder gevraagd, met
+haar blik van goedigen spot.</p>
+<p>&bdquo;Ze lijkent wel een stekelverreken,&rdquo; relde Sien.</p>
+<p>&bdquo;Ik wed....&rdquo; plaagde Ant, die in haar sas was over het
+buitenkansje van de fabriek, &bdquo;ik w&egrave;d.... dat jij op een
+dienstje ben uitgeweest!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toe,&rdquo; zei Sien, &bdquo;ga door! zoo&rsquo;n klein
+merakel, wie zou daaran willen?&rdquo;</p>
+<p>En Ant er weer tegen in: &bdquo;de kleintjes motte d&rsquo;r ook
+weze, wat zeg jij, Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve
+Heer, en de ander weinig.... kom, all&eacute; meid, laat Sien praten,
+help maar gauw mee....&rdquo;</p>
+<p>Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke
+tranen sprongen &rsquo;t kind in de oogen; een laatste, uitgebeten
+boterham viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte
+zij het plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen
+wijd om de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld
+tegen de steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke
+licht-geling door &rsquo;t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek,
+sluik-sliertig vachtje het haar &rsquo;r tot even over de schouders. Al
+snikkend vlocht ze het weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het
+staketsel aan, huilde ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe
+in haar tranen de lantarens op den singel achter de
+&bdquo;Hanekamp&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1101" href=
+"#xd21e1101" name="xd21e1101">75</a>]</span>goudene sterren geleken,
+die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze <span class="corr" id=
+"xd21e1103" title="Bron: daarnaar">daar naar</span> ging kijken....</p>
+<p>Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.</p>
+<p>Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant
+eens kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen.
+Sien was uit, hoor!</p>
+<p>&bdquo;Zeg,&rdquo; zei ze tegen het kind, &bdquo;heb jij gezien, dat
+Sien een goue kettinkie had?.... Hein was er.... &rsquo;n opstand dat
+die maakte.... hei je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou
+t&ograve;ch &rsquo;n goue kettinkie had,.... op de azijnmakerij had ze
+&rsquo;t angehad,.... &rsquo;n jongen had &rsquo;t &rsquo;m verteld....
+en hij wou weten van wie ze &rsquo;t had...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;<span class="corr" id="xd21e1114" title=
+"Bron: fff">Fff</span>&rdquo; trok het kind haar adem op tusschen de
+tanden. Dan volgde ze willig, huiverig van &rsquo;t huilen en &rsquo;t
+lange staan in den frisschen meinacht, waardoor nog &rsquo;n vinnig
+windje sneed.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer
+bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de
+moeder gaf&mdash;ze had een goede week gehad&mdash;er &rsquo;n snee
+zoete koek bij, en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor
+&rsquo;n kettinkie spaarde, en hij liet twee nieuwe guldens zien, die
+hij in een papiertje in zijn vestjeszak droeg. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1121" href="#xd21e1121" name=
+"xd21e1121">76</a>]</span>Driemaal liet hij dien middag de guldens
+rinken, en ieder was in zijn schik.</p>
+<p>Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....</p>
+<p>En ook n&agrave; dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing
+bij haar omgaan.</p>
+<p>Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de
+bedstee zitten, z&oacute;&oacute; stil, dat de moeder, die haar uit
+dacht, schrok, als ze een beweging maakte.</p>
+<p>En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden,
+schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, en
+haar stijfgenepen lippen waren van &rsquo;t zelfde flets-bleek als haar
+wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten
+er dan tusschen de wenkbrauwen, van &rsquo;t tobbend gedenk; en den
+ganschen dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots
+zoo&rsquo;n schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig,
+op een morgen &bdquo;kleine Judas&rdquo; tegen haar zei.</p>
+<p>Dat was wat geweest! &rsquo;t Kind had z&oacute;&oacute;
+onbedaarlijk gehuild, dat de moeder, die eerst van de fratsen niets
+weten wilde, met kopjes water haar zenuwen weer onder bedwang moest
+krijgen.</p>
+<p>Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen en
+gewoon met de anderen mee. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1136"
+href="#xd21e1136" name="xd21e1136">77</a>]</span>Maar den volgenden
+morgen, toen ze op boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind
+in &rsquo;r nieuwe kleeren gezien.</p>
+<p>&bdquo;Heb jij nog geen dienst?&rdquo; had die gevraagd, &bdquo;ikke
+wel.... bij twee dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve
+kost....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hei je &rsquo;n mooi keukentje?&rdquo; vroeg &rsquo;t kind
+belust.</p>
+<p>&bdquo;Nou!&mdash;en wat &rsquo;n groote!&rdquo; gichelde de ander,
+&bdquo;je ken der je net in keeren.... maar &rsquo;t is een lief
+keukentje hoor!.... netjes.... kopere knoppe aan &rsquo;t fornuis, en
+twee kopere krane.... en een kopere poffertjespan aan de muur.... en
+een spiegeltje op de schoorsteen....</p>
+<p>&bdquo;Hei je &rsquo;n mooi kamertje?&rdquo; vroeg het kind weer, in
+nog grooter spanning.</p>
+<p>&bdquo;Nee ommers.... &rsquo;k ben er niet voor dag en nacht... maar
+later wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op
+zolder.... met een groot raam en rooie blommen op &rsquo;t
+behang....&rdquo;</p>
+<p>Toen was &rsquo;t bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een
+strakke spichtigheid van onverzettelijk besluit.</p>
+<p>En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als
+ingegroefd gehouden.</p>
+<p>Dien avond&mdash;&rsquo;t was een druilig-koude avond met telkens
+buien van motregen&mdash;wachtte het kind bij <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1155" href="#xd21e1155" name=
+"xd21e1155">78</a>]</span>den ingang van een doodloopend paadje naast
+de Hanekamp, Sien &rsquo;r vrijer op.</p>
+<p>Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in &rsquo;t gras, waar
+de kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er
+kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd
+op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, en er
+lag kolengruis en vuilnis.</p>
+<p>&rsquo;r Voeten koud in &rsquo;t drassig gras, &rsquo;r goed klam
+van den stofregen, &rsquo;r hoofdje heet, wachtte ze....</p>
+<p>&bdquo;Hein!&rdquo; riep ze, &bdquo;Hein!&rdquo; toen de jongen
+eindelijk langs kwam om het Dijkje op te gaan, &bdquo;Hein!&rdquo;</p>
+<p>De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen
+singel-weg, keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den
+lantarenschijn, het kind, sluik in &rsquo;r natte kleeren, tusschen de
+hagen.</p>
+<p>Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem
+tegemoet.</p>
+<p>&bdquo;....Nou?.... wat wou je......?&rdquo; vroeg hij, onwillig,
+met een paar ingehouden stappen het pad opkomend.</p>
+<p>&bdquo;Sien.... ik weet wat van Sien....&rdquo; stootte schor
+&rsquo;t kind uit, en haar oogen waren strak naar &rsquo;t gezicht van
+den naderende.</p>
+<p>De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg
+f&eacute;l met zijn oogen.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1173"
+href="#xd21e1173" name="xd21e1173">79</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Sien vrijt met een ander,&rdquo; stootte nog eens &rsquo;t
+kind uit.</p>
+<p>&bdquo;Godver....&rdquo; De jongen beet zijn vloek af; dan streek
+hij verbijsterd met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit
+geweken, trapte door &rsquo;t gruis tusschen de schemerige hagen.</p>
+<p>Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning:
+k&oacute;m, en Zondag dan!....</p>
+<p>&bdquo;Je liegt,&rdquo; snauwde hij van zich af, en hij maakte
+&rsquo;n beweging, of hij terug wou gaan.</p>
+<p>Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder
+het wegje in.</p>
+<p>&bdquo;Wat?.... wat dan....?&rdquo; hakkelde hij, weer van streek
+geraakt.</p>
+<p>&bdquo;Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet
+&rsquo;t.... verleden Zaterdag.... &rsquo;k heb &rsquo;n briefie
+gevonden,&rdquo; stamelde &rsquo;t kind, en haar genepen hand bibberde
+tegen haar jurk, waar papier kraakte achter het merinos.</p>
+<p>De jongen schoot naar voren: &bdquo;Hier! geef op....&rdquo;</p>
+<p>Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil,
+weerstond de uitbarsting.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot geld hebben,&rdquo; joeg het uit haar verwrongen
+mondje.</p>
+<p>&bdquo;Wat? geld?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1197"
+href="#xd21e1197" name="xd21e1197">80</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;De twee guldens,&rdquo; fluisterde ze, heet-heesch.</p>
+<p>&bdquo;O!&rdquo; smaalde de jongen, opeens weer bedaard,
+&bdquo;o!... is &rsquo;t d&aacute;&aacute;rom te doen?....
+Oz&oacute;&oacute;....!&rdquo;</p>
+<p>Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die
+hij ontwarren moest.</p>
+<p>&bdquo;Je liegt,&rdquo; zei hij dan nog eens.</p>
+<p>Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad
+uitgaan.</p>
+<p>Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep
+en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een
+flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende
+snik.</p>
+<p>Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den
+lantarenschijn, den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het
+vestzakje, als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar
+borg....; dan was hij weg.</p>
+<p>Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem
+achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met
+&rsquo;n wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf
+zette, kwam, &rsquo;t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op....
+Ze schrok achteruit.</p>
+<p>&bdquo;W&agrave;t weet je van Sien?.... toe.... Merietje....,&rdquo;
+smeekte hij. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1217" href="#xd21e1217"
+name="xd21e1217">81</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Heb &rsquo;n briefie,&rdquo; zei het kind weer met
+stuggen drang.</p>
+<p>&bdquo;W&agrave;t toch voor briefie?&rdquo;</p>
+<p>En toen, heet in &eacute;&eacute;n adem, kwam &rsquo;t verhaal: ze
+had een briefje gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien &rsquo;r bed....
+zeker uit &rsquo;r zak gevallen.... Sien ging met &rsquo;n andere
+jongen vrijen.... Barend heette-d-ie.... meer wist ze er niet van....
+als <i>zij</i> de twee gulden kreeg, dan kreeg hij het briefje....</p>
+<p>&bdquo;Als &rsquo;t waar is, z&agrave;l je ze hebben,&rdquo; zei de
+jongen wild.</p>
+<p>&bdquo;Zal je geen herrie maken, Hein, zal je <i>mij</i> niet
+noeme.... zal je me niet verraje?&rdquo; smeekte op haar beurt het
+kind.</p>
+<p>&bdquo;Geef dan op! hier!&rdquo; bulderde nu de jongen, en in zijn
+rooien kop staken als van &rsquo;n stier de lichte, naakte oogen. Hij
+deed een boosaardigen greep naar den arm van het kind.</p>
+<p>Opschreiend ineens van angst, week die terug. &bdquo;&rsquo;k Heb
+niks.... &rsquo;k heb niks..&rdquo; griende ze, doodsbang, den brief
+met het knuistje verfrommelend in haar zak.</p>
+<p>&bdquo;Verdomme!&rdquo; donderde nog eens de jongen; met een
+driftigen vinger-graai haalde hij &rsquo;t pakje uit zijn vestzak,
+ketste het op &rsquo;t kolen-pad. &rsquo;t Papiertje scheurde in den
+nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de geldstukken over den
+grond; dan, twee blinkende <span class="pagenum">[<a id="xd21e1241"
+href="#xd21e1241" name="xd21e1241">82</a>]</span>witte schijfjes, lagen
+ze, onder &rsquo;t veeg lantaren-licht, stil in &rsquo;t doorgruisde
+gras terzijde.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als
+bezeten, had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit,
+het brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen
+omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij &rsquo;t op kon rapen,
+had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, ze
+klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.</p>
+<p>&bdquo;Nou heb ik &rsquo;t geld!&rdquo; dacht ze met een woeste
+vreugde.... &bdquo;nou ga ik naar de naaister!.... nou heb ik &rsquo;t
+geld!&rdquo; Doch nauwlijks de Hanekamp voorbij, hoorde zij de zware
+gramme stappen van Hein al klatsen achter zich aan.</p>
+<p>Bij hun deur had hij haar ingehaald.</p>
+<p>&bdquo;Niet zegge.... niet zegge, Hein,&rdquo; fluisterde het
+kind.</p>
+<p>De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, dol
+van woede, de kamerdeur open.</p>
+<p>&bdquo;O God!&rdquo; zei het kind.</p>
+<p>Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de
+vlieringtrap op....</p>
+<p>In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt lag,
+bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks gebeuren
+ging. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1260" href="#xd21e1260" name=
+"xd21e1260">83</a>]</span></p>
+<p>Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering,
+&rsquo;n dof gerucht; &rsquo;t schenen enkel de zware stemmen van
+moeder en Hein.</p>
+<p>&rsquo;t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender
+leek dan &rsquo;t aanvankelijk geweld.</p>
+<p>Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.</p>
+<p>Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt;
+in de linker zaten de twee guldens geklemd.</p>
+<p>Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken
+sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van
+geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was er
+een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van
+moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had &rsquo;r geslagen....</p>
+<p>Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug
+schoot.</p>
+<p>En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei:
+&bdquo;Waar zit die Judas?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest,&rdquo;
+bad het kind, radeloos. &bdquo;O God, help mij toch.... vergeving, God,
+o lieve Heere Jezus, o God....<span class="corr" id="xd21e1277" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef
+ze, tegen het weer oploeiend krakeel <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1283" href="#xd21e1283" name="xd21e1283">84</a>]</span>van
+beneden in, vol angst en zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder
+ophouden.</p>
+<p>Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend
+woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met een nog
+krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar
+angst-verschroeide stem in vertwijfeling....</p>
+<p>Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in
+&rsquo;r nijpende hand:</p>
+<p>&bdquo;O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal &rsquo;t niet
+weer doen, o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas
+genoemd! o God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o
+God, genade, genade....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Sprot....&rdquo; hoorde ze plotseling, met een nijdigen
+krijsch, boven het geruzie uit.</p>
+<p><a id="xd21e1294" name="xd21e1294"></a>Tweemaal na elkaar werd ook
+haar naam gezegd: &bdquo;Merie....&rdquo;</p>
+<p>Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren
+kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog
+dieper in haar hoekje weg.</p>
+<p>Eens werd er aan de knop van &rsquo;t kamerdeurtje gescharreld....
+&bdquo;Oooo!&rdquo; kermde ze.</p>
+<p>Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een
+wilde schrik in haar opgestoven.. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1302" href="#xd21e1302" name="xd21e1302">85</a>]</span>ijlings
+greep ze haar pak goed van-achter de kist.... en het pak onder den arm,
+de twee guldens nog in de hand geklemd, sloop ze sidderend de
+vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.</p>
+<p>In &eacute;&eacute;nen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor
+de Hanekamp.</p>
+<p>Toen zij, <span class="corr" id="xd21e1308" title=
+"Bron: steenend">steunend</span>, daar even stilstond, sloeg het negen
+uur op de groote stads-toren.</p>
+<p>De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en
+klein in &rsquo;t donker van den verlaten singel.</p>
+<p>Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar
+lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: &bdquo;God! o Vader, o
+lieve heere Jezus, o God...&rdquo;</p>
+<p>Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen
+wist ze niet.</p>
+<p>Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten
+werd.</p>
+<p>Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam,
+sloeg zij de Vaartlaan in.</p>
+<p>Waarom had ze &rsquo;t gedaan?.... Waarom....?</p>
+<p>Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.</p>
+<p>Een &agrave;l grooter dofheid ging &rsquo;r hersens bevangen.</p>
+<p>Soms bad ze nog maar werktuigelijk:</p>
+<p>&bdquo;Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God
+vergeef me....&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1332" href=
+"#xd21e1332" name="xd21e1332">86</a>]</span></p>
+<p>Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep ze
+nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer v&oacute;&oacute;rt....
+platen van stramme verlamming pijnden in &rsquo;r schenen, waar haar
+doornatte rokje met elken stap zwaar tegenaan klakte.</p>
+<p>Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van &rsquo;t
+stadje, bij &rsquo;t Plantsoen.</p>
+<p>Zij voelde tot hoog in &rsquo;r arm een stekende sinteling van uit
+de vingers, die de geldstukken omknelden.</p>
+<p>&bdquo;Ze zullen &rsquo;t n&oacute;&oacute;it vergeven,&rdquo; dacht
+ze.</p>
+<p>Als in &rsquo;t Plantsoen de wind over de weien weer killer den
+stofregen aanblies, ging zij een steeg binnen.</p>
+<p>Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een
+winkelstraat. Menschen met paraplu&euml;n op gingen langs &rsquo;t
+trottoir, heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende
+winkelkasten stonden, &rsquo;t Eerste stille zijstraatje schoof het
+kind weer in.</p>
+<p>Een oogenblik kwam &rsquo;t tot haar bewustzijn, dat ze het
+japongoed nu n&oacute;g naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon
+immers.... ze had het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze
+tegelijkertijd, dat het niet kon.</p>
+<p>Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in
+haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of &rsquo;t
+waardelooze dingen waren, in haar jurkzak glijden. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1350" href="#xd21e1350" name=
+"xd21e1350">87</a>]</span></p>
+<p>Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den
+wal.</p>
+<p>De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte
+getorente, stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was
+niemand meer buiten.</p>
+<p>Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.</p>
+<p>Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen weg....
+Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid van het
+bemodderde papier tegen haar arm, vergat &rsquo;t dan weer.</p>
+<p>Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.</p>
+<p>Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze
+plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.</p>
+<p>De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.</p>
+<p>Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe
+wijk, en langs een gracht en door een rij van stegen....</p>
+<p>&rsquo;t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.</p>
+<p>&rsquo;t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te
+slapen.</p>
+<p>Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op
+dit uur.... zouen ze nu wachten op <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1374" href="#xd21e1374" name="xd21e1374">88</a>]</span>haar?....
+wat zouen ze denken? Wat zouen ze haar doen, als ze haar zagen....</p>
+<p>Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens
+geschoten: zij was gemeen geweest.... ze had &rsquo;r zuster
+verraden.... maar &rsquo;r zuster was gemeen tegen &rsquo;r jongen
+geweest.... nog v&eacute;&eacute;l gemeener.... Daar moest ze nu maar
+aan vasthouden.</p>
+<p>Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der
+electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het
+station; ze keerde terug.</p>
+<p>Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de
+felle nachtkou joeg &rsquo;r op.</p>
+<p>Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug
+moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....</p>
+<p>Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt
+in &rsquo;r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar
+armen deden pijn. &rsquo;t Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan
+weer uitzwol van de hevige pijn overal.</p>
+<p>Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot &rsquo;t geld teruggeven,&rdquo; dacht ze.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot vergiffenis vragen,&rdquo; dacht ze nog
+eens.</p>
+<p>Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den
+uitkijk zouden staan. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1395" href=
+"#xd21e1395" name="xd21e1395">89</a>]</span></p>
+<p>Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....</p>
+<p>Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze &rsquo;r ook
+slaan....</p>
+<p>Zoo kwam ze ten leste toch &rsquo;t Dijkje op.... &rsquo;t kamerraam
+was licht nog, maar &rsquo;t deurtje was donker.</p>
+<p>Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou n&ograve;g terug
+gaan....</p>
+<p>Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak
+zij de hand aan den knop....</p>
+<p>&bdquo;B&egrave; je daar, Merie?&rdquo; riep gespannen-angstig de
+stem van &rsquo;r moeder.</p>
+<p>Zij kwam binnen.</p>
+<p>&bdquo;God nog en toe,&rdquo; zei de vrouw.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei
+haar natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op &rsquo;r knie&euml;n viel
+ze er bij neer, &rsquo;t hoofd op &rsquo;r armen, met een enkele
+verdwaalde snik....</p>
+<p>&bdquo;God nog en toe,&rdquo; zei de vrouw nog eens.... &bdquo;wat
+zie je d&rsquo;r uit....&rdquo;</p>
+<p>Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk
+&rsquo;r een groote kom vol.</p>
+<p>&bdquo;Hier,&rdquo; zei ze, &bdquo;toe, sta nou op.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een
+willooze snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.</p>
+<p>Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1425" href="#xd21e1425" name=
+"xd21e1425">90</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen,&rdquo; zei
+de vrouw, &bdquo;ze zijn je aan &rsquo;t zoeken.... &rsquo;t is wat
+moois....&rdquo;</p>
+<p>Bijna dadelijk viel &rsquo;t kind in &rsquo;n angst-zwaren
+uitputtingsslaap.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, Sien
+vree met den jongen van Bertels.</p>
+<p>Zoo&rsquo;n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die
+moest nou de knoop nog doorhakken.... &rsquo;t was eigenlijk maar goed
+geweest....</p>
+<p>In &rsquo;r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal
+voor &bdquo;gluiperd&rdquo; en &bdquo;genieperd&rdquo;
+gescholden,&mdash;dat, en nog &rsquo;n enkel vermaan-woord van &rsquo;r
+moeder was &rsquo;t eenige, wat ze over dien vreeselijken avond te
+hooren kreeg.</p>
+<p>Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen
+lang nog, met stil-verwijtende oogen &rsquo;r aanzien.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te
+merken, merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd
+over &rsquo;r slechte uitzien, &rsquo;r nog eens wat buiten &rsquo;t
+gewone voedsel toestopte.</p>
+<p>Langzaam kwam ze weer wat bij.</p>
+<p>Toen, &rsquo;s Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1447" href="#xd21e1447" name=
+"xd21e1447">91</a>]</span>gekomen, van de menschen bij wie de
+naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of &rsquo;t meissie eens
+aankomen wou....</p>
+<p>Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een
+bruiloft van den vorigen dag.</p>
+<p>Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder &rsquo;t, en &rsquo;s
+avonds, klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.</p>
+<p>De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen,
+vertelde zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die
+nog geen dienst had, want dat &rsquo;r kleeren nog niet gemaakt waren.
+Nou, en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven
+wou, dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze
+nou een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....</p>
+<p>Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange
+trilling kwam in &rsquo;r moe&euml; oogen, toen de breede hand van de
+juffrouw, over het blinkende tafelblad heen, haar de groote
+zilverschijf toereikte.</p>
+<p>Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk
+neer, schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand
+vlak voor haar.</p>
+<p>&bdquo;Nou?&rdquo; zei ze met een onwillige kortaangebondenheid:
+&bdquo;ben je niet blij?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1462" href="#xd21e1462" name="xd21e1462">92</a>]</span></p>
+<p>Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.</p>
+<p>&bdquo;En krijg ik nu ook een dienstje?&rdquo; vroeg ze dan, met een
+genepen stem.</p>
+<p>&bdquo;Jaa....&rdquo; zei de juffrouw, &bdquo;....we hebben al Juli
+op &rsquo;t oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van
+de dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat
+hoort.... afijn, je mot zelf ook maar &rsquo;s rondkijke,
+h&egrave;?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juffrouw,&rdquo; zei het kind stil. Ze nam den
+rijksdaalder van tafel, mompelde nog iets, en ging dan.</p>
+<p>Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze
+bijna niet recht staan van de pijn in &rsquo;r lenden.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>En v&oacute;&oacute;r nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap
+thuis, dat er een plaats was voor &rsquo;r zusje op &rsquo;t fabriek
+van Hoogeboom; dat was de tweede tricot-weverij uit het stadje.</p>
+<p>&mdash;Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet
+voor &rsquo;t plezier van die japon zoo&rsquo;n meevallertje laten
+passeeren! Maar ze moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw
+gaan....</p>
+<p>Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde
+ook in een van haar werkhuizen&mdash;ja! je diende je toch wat moeite
+te getroosten, die dame <span class="pagenum">[<a id="xd21e1481" href=
+"#xd21e1481" name="xd21e1481">93</a>]</span>had toch die rijksdaalder
+gegeven!&mdash;maar de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de
+Hanekamp, na &rsquo;r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in
+de morgenuren, en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als
+&rsquo;t nou nog voor vast was! .... op &rsquo;t fabriek verdiende ze
+dadelijk veertien, en je klom gauw op.</p>
+<p>Dus, &rsquo;s avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar
+Hoogeboom zou.</p>
+<p>&rsquo;t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had
+ze dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor
+de ruiten.....</p>
+<p>En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar
+om.</p>
+<p>&rsquo;t Was al overlegd, dat ze in die japon naar &rsquo;t fabriek
+moest. &rsquo;t Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min
+in....</p>
+<p>En met de nieuwe week, &rsquo;s morgens om kwart voor zeven, ging
+zij, in &rsquo;t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast
+Ant op weg.</p>
+<p>De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over &rsquo;r
+platte borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk
+op.</p>
+<p>Zoo, blootshoofds, &rsquo;t gladgestreken haar recht-weg naar
+&rsquo;t knoetje getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen,
+en onwennig loopend in de belemmering <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1498" href="#xd21e1498" name="xd21e1498">94</a>]</span>van
+&rsquo;r voor &rsquo;t eerst lange kleeren, kwam zij de gracht op,
+waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen luidden.</p>
+<p>Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.</p>
+<p>De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en
+naast de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van
+werkvolk &rsquo;t lange eind, tot voorbij de brug.</p>
+<p>Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling
+in &rsquo;r lichte japon....</p>
+<p>&bdquo;Sprot, Sprot,&rdquo; riep een jongen, die haar kende.</p>
+<p>Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort
+binnen.</p>
+<p class="trailer xd21e1510">EINDE.</p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1513" href="#xd21e1513" name=
+"xd21e1513">95</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 ads">
+<div class="divBody">
+<p class="first">VAN M. SCHARTEN-ANTINK</p>
+<p>VERSCHENEN BIJ DE<br>
+MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR:</p>
+<p>SPROTJE. (4e druk)</p>
+<p><a class="pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek"
+href="http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">SPROTJE HEEFT EEN
+DIENST</a>. (3e druk)</p>
+<p>SPROTJES VERDER LEVEN. (3e druk)<br>
+Per deel ingenaaid &fnof; 0.35; carton 0.50; gebonden 0.65</p>
+<p>CATHERINA. (2e druk) Uitverkocht.</p>
+<p>VAN SCHEIDING EN DOOD. Uitverkocht.</p>
+<p>VIER VERTELLINGEN.<br>
+Ingen. &fnof; 0.45; Carton 0.60; Linnen 0.75</p>
+<p>ANGELINA&rsquo;S HUWELIJK.<br>
+Ingen. &fnof; 0.45; Carton &fnof; 0.60</p>
+<p>VAN CAREL SCHARTEN:</p>
+<p>DE ROEPING DER KUNST.<br>
+Ingen. &fnof; 1.40; Carton 1.55; Linnen 1.70</p>
+<p>JULES RENARD: Natuurlijke Historietjes, vert. en ingel. door C.
+Scharten.<br>
+Ingen. &fnof; 0.35; Carton &fnof; 0.45; Linnen &fnof; 0.55 <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1555" href="#xd21e1555" name=
+"xd21e1555">96</a>]</span></p>
+<p>HET SPELLINGVRAAGSTUK. De Vereenvoudigde een gevaar voor Volk en
+Stam. In brochurevorm &fnof; 0.20.</p>
+<p>HET WEZEN EN DE ROEPING DER LETTERKUNDIGE KRITIEK. In brochure-vorm
+&fnof; 0.25.</p>
+<hr class="tb">
+<p>van C. en M. SCHARTEN-ANTINK</p>
+<p>EEN HUIS VOL MENSCHEN<br>
+(8e druk. 12e duizend)</p>
+<p>DE VREEMDE HEERSCHERS. (3e druk)</p>
+<p>TYPEN EN CURIOSITEITEN (Uit Itali&euml;)<br>
+Ingen. &fnof; 1.95; Geb. in keurband &fnof; 2.80</p>
+<p>HONOR&Eacute; DE BALZAC: Het Gevloekte Kind, vertaald en ingeleid
+door C. en M. Scharten-Antink. (2e druk)<br>
+Ingen. &fnof; 0.35; Carton 0.50; Geb. 0.65.</p>
+<p><i>Bij bestelling zende men voor oorlogstoeslag 5 cents extra in
+boven de hiergenoemde prijzen.</i></p>
+</div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+<a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
+Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e41"
+title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>Dit boekje is deel 1 van een drieluik. Deel 2 is <i><a class=
+"pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">Sprotje heeft een
+dienst</a></i> en deel 3 <i>Sprotje&rsquo;s verder leven</i>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
+schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
+stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
+einde van dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2013-12-25 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctiontable" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e149">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">balddadigheid</td>
+<td class="width40 bottom">baldadigheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e347">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">watergudsen</td>
+<td class="width40 bottom">watergutsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e432">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e648">44</a></td>
+<td class="width40 bottom">binnen gevallen</td>
+<td class="width40 bottom">binnen-gevallen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e950">66</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1103">75</a></td>
+<td class="width40 bottom">daarnaar</td>
+<td class="width40 bottom">daar naar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1114">75</a></td>
+<td class="width40 bottom">fff</td>
+<td class="width40 bottom">Fff</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1277">83</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1294">84</a></td>
+<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1308">85</a></td>
+<td class="width40 bottom">steenend</td>
+<td class="width40 bottom">steunend</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/44513-h/images/book.png b/44513-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/44513-h/images/card.png b/44513-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..1ffbe1a
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/44513-h/images/external.png b/44513-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/44513-h/images/frontcover.jpg b/44513-h/images/frontcover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..05eda4b
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/frontcover.jpg
Binary files differ
diff --git a/44513-h/images/initial-t.png b/44513-h/images/initial-t.png
new file mode 100644
index 0000000..70e8084
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/initial-t.png
Binary files differ
diff --git a/44513-h/images/titlepages.jpg b/44513-h/images/titlepages.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5914a47
--- /dev/null
+++ b/44513-h/images/titlepages.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..f1e80ea
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #44513 (https://www.gutenberg.org/ebooks/44513)
diff --git a/old/44513-8.txt b/old/44513-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..65029ee
--- /dev/null
+++ b/old/44513-8.txt
@@ -0,0 +1,2797 @@
+The Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprotje
+
+Author: M. Scharten-Antink
+
+Release Date: December 26, 2013 [EBook #44513]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ WERELDBIBLIOTHEEK
+
+ Onder leiding van L. Simons
+
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR
+ GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+
+ SPROTJE
+
+ Door
+ M. SCHARTEN-ANTINK
+
+
+ VIJFDE DRUK, 16e-18e DUIZEND
+
+
+
+
+
+
+
+
+Toen om even voor vieren, met een uitjoel van vrijgelaten baldadigheid,
+de zwerm deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots
+huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van 't lokaal, dat
+voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog
+staan talmen, haar pak onder den arm.
+
+'t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, die niet
+weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap goed
+voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een lap
+voor twee witte.... Dat werd het "uitzet" genoemd, 't eerst-noodige
+voor een dienstbodenplaatsje.
+
+Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het
+kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open
+straatdeur,--de woelige bende dólde nog buiten--, keek dan weer,
+stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten naai-lokaal in:
+"Als 't goed gemaakt is, Marie Plas," zei terloops, achter uit het
+vertrek, de naai-juffrouw, die druk bezig was op te ruimen, "dan
+mot je maar 's komme.... 's avonds tusschen zeven en acht.... met je
+nieuwe spullen an.... zulle we wel 's kijke.... voor 'n dienstje....",
+en met 'n korten knik, schuin uit haar bukken op, zonder aankijken,
+gaf ze 't kind haar afscheid.
+
+Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de
+gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten,
+het schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit
+het lawaai weggebroken: "Dat zijn de meiden van de Weert, die de
+Kepélsteeg ingaan," dacht het kind, en de zorgelijkheid streek wat weg
+uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De helpster, die
+'n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar te letten. Dan,
+in de dichte voordeur-helft, klepte met 'n licht-flits de brievenbus
+open, en was weer zwart tegelijk met den plons van wat wits achter
+het glaasje; de postbode, het deur-open voorbij, stak de stoep over,
+was weg....
+
+Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch
+geraakt.
+
+Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol naai-gerei
+van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang door,
+slipte langs de wit-heete zonnevlakken over muur en vloer bij de
+straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van den Meidag,
+liep ze buiten.
+
+Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam in
+de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen,
+tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en
+druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens
+aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.
+
+Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere
+middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de
+verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken
+over haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje,
+dat stil hing op 't warm-bruin van haar kleinen rug.
+
+Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen,
+haar sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere,
+voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup,
+bang dat het uitschieten zou.
+
+Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun mondje,
+en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de kleine
+grijze oogen; 'n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel postuurtje,
+minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen moest, lang niet
+haar dertien jaren aangaf.
+
+Ze was blij en 'n beetje verdrietig tegelijk.
+
+"Leukies," zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht tong-klakkertje
+achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde kleeren-goed, dat ze
+nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar huis droeg, een pak zoo
+groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed uit haar moeden arm.
+
+Maar ze had ook een àl zachtjes morrelend verdriet over dat nu
+voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, 't jaartje naaischool tóe na
+den kinder-schooltijd tot 'r twaalfde;.... nu was ze inééns groot,
+nu moest ze mee opwerken en verdienen met de anderen.... èchies! ze
+wóu wel!.... toch, 'n vage angst.... hoe zou dat gáán?--groot, ineens,
+nu,.... en ze had 'n raar en zielig gevoel, of ze als 'n ander kind
+langs 'n ander grachtje liep, en ze moest maar weer eens "salig"
+denken en 'n tong-klakkertje maken, om zich 't huilerige gewring uit
+de keel te houden.
+
+En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu nóóit meer de
+kwelling van elken dag komen en gaan tusschen de hurrie der dertig
+kinders en meiden, groote, sterke, plagerige meiden, waar ze bang
+voor was en zich weerloos tegen wist in de schrielte van haar
+achterlijken groei en in de schuchtere verbouwereerdheid van haar
+stillen aard. Het leeren zelf en het werken, dat had ze wel prettig
+gevonden, prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere
+meisjes had gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken,
+wat bedaardjes en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn
+wel weer boven gekomen in kleine giechelarijtjes en heimelijke,
+wat bloohartige grapjes van mekaars klosjes verstoppen en mekaars
+schortebanden los-frutsen. Maar schuw-benauwd en dood-ongelukkig was
+ze geweest de keeren, dat ze was terechtgekomen tusschen de groote,
+woeste deerns, die met klompvoeten stompten naar elkaar, elkander
+uit de bank reden of met spelden in de kuiten prikten....
+
+Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na verminking
+bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, en aan
+zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het karige
+pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven,
+te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, z'n
+beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.
+
+Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door overmaat
+van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen niets-doen,
+door al 't medelijden van de menschen en het zelfbeklag, verweekelijkt
+tot een soort burgermenheer, teemerig en kniezend, terwijl zijn vrouw,
+optornend voor 't heele gezin, verheiebeide in 't slovig werk.
+
+Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; hij had de flesschen
+gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er speelgoed
+voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog uithield, was
+'t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig plezier.
+
+En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, meedeelend
+in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, als ze
+hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend kunstbeen
+en zijn misvormde hand,--het kind, onvoordeelig al bij de geboorte,
+was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en eenzelvig, en
+met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.
+
+Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van 't
+goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde bonken van
+aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien moest en met
+omzichtigheid behandelen.
+
+Vader-en-Marietje,--vóór het ongeluk had hij er minder om gegeven,
+en met de vrouw mee waren de meisjes "geriffermeerd" geworden; maar
+later, door zijn "domeni" drukker bezocht, en meer aan den godsdienst
+doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en,
+toen Marietje kwam, had hij 'r Luthersch willen hebben, wat de moeder
+best vond: 't maakte geen onderscheid;--Vader-en-Marietje hadden
+hun aparte geloofje, hun aparten scheur-kalender met plaatjes van
+Luther en den Wartburg, boven zijn stoel naast 't raam; gingen samen
+'s Zondags naar 't kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.
+
+Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk
+niet uit een kom, maar had z'n eigen knevel-kop, waarop in blauwe
+letters "Leendert" stond; Marietje had 'r eigen bordje, met binnen
+een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart schilderijtje van een
+vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door 't water stapte.... "le
+gue" stond er onder, en geen van allen had ooit geweten wat dat wilde.
+
+Vader, met z'n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan 't lage
+ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, waarin Marietje,
+schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht wasschen.
+
+En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd
+lastig op z'n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z'n nattige haren,
+en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest Marietje
+hem z'n waschboel halen, en poetste hij met het borsteltje in de
+drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z'n overreden hand, de
+geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind vond dat een
+spelletje, stil genoegelijk, en dee mee van netjes handjes wasschen,
+haartje kammen....
+
+Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het
+bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig
+gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek,
+waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen
+vriendelijk voor 'r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, toen
+'t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van gemerkt.
+
+Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de
+meesters, was ze naar "'t naaien" gegaan; zijzelf had erom gebedeld,
+maar moeder had 't ook billijk gevonden.... Ant was naar 't naaien
+geweest.... Sien was naar 't naaien geweest.... Marietje zou hebben wat
+'r zusters hadden gehad, ook al waren ze nou armer; dat dubbeltje in
+de week zou d'r nog wel komme; en dan, als 't jaar om was, dan ging
+ze naar 't fabriek.
+
+Maar 't kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat anders
+voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap
+dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had
+opgepast, dan hielp die je.... nou, en hàd ze dan 'n dienstje, dan
+zou moeder toch wel....!
+
+'t Fabriek.... dat was voor 't kind een begrip van enkel verschrikking:
+kwam ze er wel eens langs, dan liep ze gauw dóór bij 't hooren
+van 't aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende
+geraas,--vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de
+vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een
+vliegwiel zag ijlen in de rondte,--wee-pijnde 'r hart, wanneer, door
+een scherf-hoekend gat in 't brosse glas, een felle riem, als inééns
+vlàk bij haar, duizel-snel en trillend voorbijsneed! O! 't fabriek,--de
+gore, hooge holten, die ze wel eens éven door 'n kierende deur had
+ingekeken, terwijl 'n zure stank, door 'n bitteren roet-walm heen,
+haar in de keel sloeg,--als ze daar in moest, tusschen de troepen
+vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van school komend,
+dikwijls naar buiten had zien drommen in 't schaftuur!.... Nee,
+nee, niet naar 't fabriek.... een dienstje, een stil dienstje,
+bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar kleine keukentje
+zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om alles proper te
+houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden geroepen, bij
+een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou toespreken en
+vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....
+
+Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen
+kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar
+huis, liep zij daar door den warmen Mei-middag in de wisselende
+schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode lint, en
+haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het Turfgrachtje af,
+dan de Singelbrug over, en door de wijde nog ongeplaveide straten
+der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, waar ze woonde, aan
+het Dijkje.
+
+De naaischool was toch zoo best geweest, dacht 't kind, al hàdden
+de meiden 'r geplaagd; de naai-juffrouw was óók best geweest, en
+de helpster had tegen háár nooit gesnauwd; ze had 's winters vaak
+'t langst bij de kachel mogen zitten, en 's zomers mocht ze altijd
+gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met 't water; en puik
+naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo gehad.... en
+zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... zoo
+leukies.... en nou was 't leeren voorgoed gedaan...
+
+"Leukies jammer," zei ze dan opeens bij zichzelf, met den wonderlijken
+zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes te maken.... Ze
+had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu weer pret om hebben,
+en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, zenuwachtige
+mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de jongens op
+straat haar scholden voor "Sprot."
+
+Doch gauw stond 'r bleeke gezichtje weer in plooi van ernst. Ze
+had ook véél zorg en zwarigheid! Als Marietje van school kwam,
+was er altijd gezegd, dan moest ze mee inbrengen.... en met 'n
+ouwelijke angstvalligheid hield ze daaraan vast; 't was immers ook
+redelijk.... ze at zoogoed 'r boterham als de anderen.. Maar o! o! als
+ze maar niet naar 't fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze
+eerst kleeren hebben.... ze had nou 't goed.... maar 't màken! Ze
+had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar had ze die
+japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, want
+van thuis kreeg ze 't niet.... En wàt of 'r moeder nou wel willen
+zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden kostgeld, en Sien gaf
+'n daalder.... zij was nog maar 'n kleintje.... als zij nou eens
+met 'n gulden hielp.... tjee, tjee, een gulden, dat zou ze maar net
+kunnen verdienen met 'r los werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den
+behanger gordijnen naaien, en breiwerk dat 'r moeder uit d'r werkhuizen
+meebracht.... voor 'n gulden moest ze véél werk hebben, hard naaien
+den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze moest
+sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....
+
+Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den knerpenden
+kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een boordevol
+vaartje en lage, week-groene weilanden, naar 'n olie-molen ver in
+'t land liep.
+
+Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met
+'n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle
+gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even niets dan
+de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd was de
+vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe komt....
+
+Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd
+in 't licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes al;
+met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden ze,
+even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige weiland.
+
+Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met 'n paar scheeve
+vakken afgeloopen gras, was 't langs het brokkelig klinkerstraatje
+telkens 'n smalle groene planken-deur en 'n vierkant raam van kleine
+ruitjes in 't verweerd kozijn-hout. Het raam van haar moeder,
+hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een vriendelijke vlek
+tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar blauw-wit en
+kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door 'n enkel oud ruitje, stonden
+de prachtige, rankende kant-bloemen achter het glimmend-gepoetste
+glas. Even schuin, over twee houtklossen, helde 't àf van de ruiten
+en van de bloempotten in 't vensterbankje.
+
+Dat gordijn,--je moest eraan zien, waar "de waschvrouw" woonde--was
+de trots van het kind.
+
+Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de
+naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de
+havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast
+aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was
+niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de
+rauw-vies riekende dweilen over 'n touwtje; 't was niet de vliering
+met in 't miezerig licht door 'n besiepeld dak-raampje, de sjofele
+kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, wat stoffige rommel;
+thuis, dat was zelfs niet 't voorkamertje, dat wel aan kant moèst zijn,
+omdat 'r moeder er streek, maar waar 't achterin toch bijna altijd
+donker was, een enkele kale stoel tegen den kalen muur schooierde,
+en waar nooit, uit de diepe bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch
+wegtrekken kon....
+
+Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt,
+dat was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter
+smettelooze raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor
+de zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums
+in hun schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden schotels;
+'s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een bos zijige,
+roze-en-witte stroo-bloempjes.
+
+Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige kamer-plekje
+vlak àchter het gordijn; naast die blankte, en tusschen het la-kastje
+aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel half voor het raam,
+daar stond de oude leunstoel van vader, met de zwart-gladde zitting en
+rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes over doffer geribbel,
+in randen van bleek mahoniehout.... 't was de plaats van 'r moeder,
+àls die 's zitten kon; meest was 't de hare.
+
+Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol
+grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den
+stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....
+
+Draadje afknippen... draadje aanhechten... "zessetachtig" telde
+ze. 't Waren een soort gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist
+ze eigenlijk niet, maar ze had op iedere streep een ringetje te
+zetten; dien avond moest 't nog naar den behanger.... er zouden er
+wel tweehonderd aan gaan....
+
+"Haast je maar niet zoo," zei de moeder.... "'k breng 't niet voor
+tien uur weg. Als 't af is, hei je toch niks meer te doen."
+
+Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje in de
+kamer, nu haar moeders strijkplank, van het koude potkacheltje naar
+de tafel gelegd, het afsloot van den daarachter verschemerenden
+bedstee-kant.
+
+Er hing een opwekkend-frissche geur door 't vertrekje, een zoet-fijne
+stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, helder-gewasschen,
+in zonne-warmte gebleekt linnengoed.
+
+Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond
+doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank
+en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als
+weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed
+en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even,
+met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door
+dien damp....
+
+Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "achtetachtig."
+
+Het kind had het wonder in den zin.
+
+Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de portretjes en
+'t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, het pak cadeau
+gekregen kleeren.
+
+Stil werkten ze beide.
+
+De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode
+koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden
+scherp-afgescheiden op haar gelig gezicht, het verweerde gezicht
+met de groote slapen en langs de ooren de lange vale zijstukken der
+wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren de stille
+zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte zwarte
+haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove,
+droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het
+zwart-wollen frommeltje van 'n muts, die van achter op een breed-uit
+en los vastgestoken, warrige dot rustte.
+
+Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig
+zijn. Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een
+weeshuis-schort, als 't kind zei.
+
+Met felle sissertjes tikte telkens 'r natgelikte vinger tegen het
+zilverig-blinkend bout-vlak; als 't sissen dofte, haalde ze 'n nieuw
+ijzer van het keukenvuur.
+
+De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en
+gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse
+boordjes,--'t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij
+'t spoor meest, dat ze werkte,--en met een wondere fijnheid van
+aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of één deuk, tastten de
+stokkerige, werk-gekerfde vingers tusschen al dat teer te hanteerene,
+kreukeloos-blanke.
+
+"Hei je geen meidewaschje van de week?" vroeg plotseling het kind.
+
+"Meidewaschje!.. meidewaschje," teemde de moeder haar na, "hoor nou
+die aap met 'r meidewaschje!"
+
+En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande keuken
+binnen, om weer een heeten bout te krijgen.
+
+Wàs dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik over 'n
+meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... allemachtig,
+ze zou nog zoo'n spul krijgen met dat kind.... zoo'n kleine
+pest.... als er bij geluk nou gauw eris 'n plaatsje kwam op 't
+fabriek zij zou d'r nog niet ééns heen willen!.... 'n dienstje,
+'n dienstje hebben.... zoo'n Luthersche stijfkop!.... was daar nou
+eer aan te behalen?.... als ze d'r nog heil in zag, 't kind er
+goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien
+stuivers in de week, en 's avonds twee kale boterhammen mee naar
+huis.... en nog komplimente van d'r volk ook.... witte schorten,
+mutsen, lichte jurken.... wie kon d'r voor mevrouw d'r meissie aan
+de waschtob staan?.... zoo'n kind was al genoeg afgejakkerd.... de
+móeder, o zoo!.... Ant ging op 't fabriek, en Sien ging op 't
+fabriek.... klaagden die nou ooit over 't werk?.... waarom dan Merie
+niet?.... ze waren maar weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch
+ook tot ze d'r bijna bij neerviel..?
+
+Nog een tijdje foeterde ze zoo in 'r zelve na, terwijl met
+behendig-zwenkende wendingen het suizelend ijzer over de laatste
+linnen-stukken streek.
+
+Maar de stille gemoedelijkheid van 't kind was door het smalen van
+de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze niet.
+
+Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "honderd-en-vier."
+
+Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond het
+zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze lekkertjes
+zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit geleerd.... d'r
+moeder en d'r zusters konden 't ook niet.... Achttien stuivers
+vroegen ze voor 't maken.... en acht voor de voering, en nog wel
+zes voor verschot.... en een mutsje van tachtig cente.... eer kon
+je tòch niet bij de naai-juffrouw komme.... achtenveertig stuivers
+was 't bij mekaar.... tjee, achtenveertig stuivers.... daar zou ze
+wel achtenveertig weken voor moeten sparen.... achtenveertig weken,
+tòe maar!.... en plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en
+haar krampige schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen,
+zoo te lachen, dat 'r moeder, opkijkend, moest meelachen van de
+weeromstuit....: wat of die malle piet nou weer had.... En met goedige,
+spotvragende oogen keek ze naar het kind, maar die naaide door....
+
+"Kijk ze nou eris werken," dacht ze dan, "'t is toch zoo'n goed
+schaap...."
+
+Draadje afknippen.... 'r schaar gleed weer tinkelend onder den rand van
+'t schoteltje in 'r schoot; ze nam het klosje van tafel, wikkelde
+wijd den draad af; dan, met 'n handig vinger-strengelingetje,
+rukte ze 'm stuk, belikte 't eind, draaide 't in een puntje,
+en hield draad en naald tegen 't licht.... de oogjes half dicht
+knijpend met een bibberig schuin-optrekken van 'r linker-wangetje,
+mikte ze dan.... en de derde maal glipte fijn het witte spietsje door
+'t smalle staal-splitje heen....
+
+Hè, als je 's avonds op straat die meiden zag, de meiden uit de deftige
+diensten.... ze deed niets liever dan dáárnaar kijken.... brandhelder,
+die meiden, in de lichte, stijf gestreken japonnen met de witte
+schorten, waarin de blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de
+glanzig gepepen tulen mutsjes op 't gladde haar! Daar moest je dan de
+fabrieksmeiden naast zien, hàar zusters, met 'r flodderige jurken van
+valige wollen stof, 'r slordige wollen doeken, 'r lorrig-opgemaakte
+hoeden.
+
+Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger
+van Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe,
+van die zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk
+onderscheidde ze, als zoo'n meid, kieskeurig, met 'r boodschappenmandje
+onder den arm, haar voorbij ging, of 'r muts een enkelen of een
+dubbelen gepijpten rand had, en, naardat de tule haar fijner of
+ordinairder leek, raadde ze binnen die schulp-krans een effen bodempje
+of eentje van gebloemd batist.... Wat zij zou willen, dat had ze al
+lang uitgemaakt: niet zoo'n groote, die stond ouwelijk, en ook niet
+zoo'n hooge prop, net of-i zoo op je haar gewaaid is, nee, er waren er
+die prachtig als een kroon, los en recht op 't hoofd pasten, met een
+zwarte hoedespeld door den haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan
+nog mèt de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder
+'r gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek,
+en voelen aan 'r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten
+aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.
+
+Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de patroontjes
+voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en zwart-en-witte
+ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met slangetjes,
+ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld donker marine,
+dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor 's-avonds, als 't grof werk
+aan kant is, het effen licht-blauw en licht-grijs....
+
+En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met
+tusschenzetseltjes boven den zoom, met festons rondom. Die met een
+hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar flutterig; als je
+wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, met van die
+banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij maar vast
+een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of twee!
+
+Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar
+schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het
+rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.
+
+Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag boven
+de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte muur-stukjes,
+die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het groen-duistere
+dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer beslagen onder de
+blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle straal-kern boorde.
+
+Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele
+bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den
+keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars
+gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de
+bloem-figuren van het gordijn.
+
+Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware
+rol linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers,
+dunne vingertjes met kortgeknipte nagels aan de vierkante toppen,
+die pijn-prikten van 't pikken door de harde stof.
+
+Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in 't warm-bezonkene
+avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe die de laatste
+ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, luchtigjes
+het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden schikte; dan
+ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in de keuken
+met kommetjes en een waterketel.
+
+Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde
+zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel
+naar zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op
+de twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde handen
+over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui
+rechtuit-gestrekt.
+
+Nu ging 't weer eens goed worden.... nu was 'r moeder aan
+'t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters
+kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den
+molen, het bruisend watergutsen in de tinnen kan.
+
+Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong,
+en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog
+kwam en ging door 't roodige licht, dat in de open keukendeur stond.
+
+Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... met de dampende
+kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw vlakbij geschoven,
+haar voeten op de breede richel van 't potkacheltje,--het kind, weer
+overeind-gewerkt, vóór in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover
+'r haarstaartje, een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.
+
+Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen
+van eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan 't afgedane werk, aan
+'t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in haar
+hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat
+zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes
+van drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....
+
+"Je zal wel moe zijn," zei het kind, "twee zulke manden vol...."
+
+"Och.... zóó...." zei de vrouw.
+
+Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan 't heete vocht, zaten
+peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.
+
+"Als 't alle dagen nog Zaterdag was," herbegon mijmerend de
+vrouw.... "je kon alle dagen je waschjes brengen, je geldje halen...."
+
+"Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig," zei ouwelijk-wijs
+en bedenkelijk-knikkend het kind.
+
+En later de vrouw weer: "Je mot dichter bij de rijke buurte
+wone.... bekender wone.... 't Dijkje, dat willen ze niet.... En de
+inrichtingen...."
+
+"De inrichtingen, die doen véél scha," peinsde het kind. Ze vond
+'t heerlijk, zoo stil met haar moeder te praten, als twee groote
+menschen, en wat warms drinken, in den schemer, en 't huisje in rust;
+wàt ze praatten, dat gaf niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden,
+om beurten....
+
+"De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe
+strijkinrichting...." vaagde, met lange rusten, de stem van de vrouw
+weer door 't lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood in een
+laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....
+
+"En de wasscherij op de Steengracht...." ging zachtjes de kinderstem.
+
+De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar
+leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.
+
+Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.
+
+Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den winnenden
+schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de moeder
+de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den tafelrand.
+
+Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en het kamertje waasde
+in één grijzige bruinheid van avondduister.
+
+Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen,
+waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten
+was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte
+volgewaaid.
+
+"Wát 'n lánge dagen al," zuchtte tevreden de moeder.
+
+"En 't spaart je nog al geen olie uit...." femelde zoetjes de stem van
+'t kind terug.
+
+Toen, óver half acht,--'t was Zaterdag--kwamen, vlak na elkaar, de
+twee zusters thuis van 'r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien
+van 'r kleeren altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van 'r
+azijn-makerij, dan Ant, uit 't tricot-fabriek.
+
+Dat was opeens een herrie en volte in 't stille huisje, een lawaaiig
+loopen, waterkletsen aan de pomp op 't plaatsje, roepen om koffie,
+om boterhammen.
+
+En de moeder dadelijk in de weer.
+
+In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan
+kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met
+een schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de
+scherpe lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.
+
+"Dáár hei je Sprot!" lachte plagerig Sien, die 't kleintje niet erg
+lijden mocht.
+
+Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder geen
+licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel zàten
+aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze haar stoel aan,
+en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de gezonde posturen van
+'r twee zusters,--Ant, breedgebouwd, mager en donker als haar moeder,
+Sien, blonder, blanker, wat smaller maar molliger ook, en met sterke
+staal-blauwe oogen onder de zwarte wenkbrauw-streepjes.
+
+Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met
+zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde
+koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben,
+niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar
+en tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen
+Sien d'r vrijer en z'n famielje.
+
+"En als je dan eindelijk dacht, dat 't gedaan was," vertelde Ant,
+"dan zeit dat ouwe wijf: "vos, je zel mij nie vange," en dan begon
+'t spektakel weer van voren af aan."
+
+"Hein ken d'r genéén van z'n eige femilie an," mokte Sien, met 'n
+teleurgesteld-minachtend lippen-pufje achterna.
+
+Dan aten ze zwijgend een oogenblik.
+
+Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar
+den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn,
+vies mondje:
+
+"Hein.... die ziet 'r net uit, oftie altijd 'n poepje mot late."
+
+"Vèrrek! hoor háár nou!.... hóór d'r nou...." schaterde Ant, die
+stampvoette van 't lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen
+spotlach van: hei je nou ooit!
+
+Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig
+gescholden "Sprot! Zòt!"
+
+"Nou......" zei de moeder, "ze dòet je toch niks?"
+
+'t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk haar
+lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken
+van 'r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde
+haar stiekeme lolletje tot, na 't eten, ze Sien het voorkamertje zag
+ingaan en op 't lâ-kastje kijken. Plotseling vloog ze, angst-gestoken,
+overeind; om klaterde de stoel.
+
+"Kleerkoop!.... kleerkoop!" zong tergend Siens schelle stem, en ze
+hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle schuit van het
+afgescheurde papier naar omlaag zeilde.
+
+"Wat?.... wat?" vroeg de moeder....
+
+Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen mondje,
+kreet, schor van drift, of de klanken haar niet uit de keel wilden.
+
+"Van mij! Van mij!" krijschte ze.
+
+"Toe! laat maar...." goelijkte Ant, die 't van andere meiden d'r
+zusjes gehoord had, "'t is van de bedeeling op de naaischool...."
+
+Maar dan de moeder aan 't lamenteeren: en God nog en toe, en had ze
+nou niet een uur wel zitten praten met 'r, en koffie met 'r zitten
+drinken.... en zou zoo'n naarheid nou ook eens een bek opendoen,
+eris wat vertellen.... 't eris laten kijken aan d'r moeder? Geen
+kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat 't de laatste keer was van
+'t naaien! was 't nou niet God geklaagd....
+
+"As gluiperdje dood is...." sarde Sien, 't kind voorbij de keuken
+inschietend, en Ant, die nu ook boos op 'r werd, zei schamper,
+terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog tikte: "Nou! jij
+heb ze hier, hoor!"
+
+De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog
+hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken
+de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de
+drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein,
+in hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind 't aan te zien,
+zonder een woord meer of een beweging. Maar 'r oogjes staken kwaad,
+valsch de schrille pupillen, en haar bleeke mondje was in verbetenheid
+tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen met 'n dienstje? zouden
+ze haar geld geven voor de naaister?.... dan ging hun dat goed toch
+ook niet aan?.... 't was haar goed.... van haar alleen.... ze hóefde
+'t toch niet te laten kijken, als ze niet wou....?
+
+Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien 't
+heele pak vallen, en liep dan zingende 't schemer-donkere voorkamertje
+door en de deur uit.
+
+Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen
+bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar
+jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten
+had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die,
+als een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur
+in het portaaltje steil omhoog stond.
+
+Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen 'n plekje
+sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het dakraampje
+aan de balken weifelde.
+
+De tranen sprongen haar fel in de oogen. "'t Is gemeen, 't is gemeen,"
+grijnde ze en schopte tegen de vale bult van Sien 'r afgehaalde bed.
+
+Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen van machtelooze
+woede, snikkend, 'r twee handen verstijfd aan 'r rokje met 't
+builende pak.
+
+Plots dan voelde ze wàt ze daar droeg,.... óch-Gód dat goed, dat op die
+smerige grond was gevallen, dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en
+met al haar gedachten dáár ineens bij, liep ze op 't raampje toe,
+kroop op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining school,
+en op 'r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat achter de twee
+smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de lappen-hoop,
+streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en paste en
+plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen zat,
+zooals ze 't had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan bedorven!
+
+Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich omdraaiend
+neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot 'r zelve komend,
+zonder veel gedachten meer.
+
+
+
+Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had
+als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der
+buurt, nam ze haar goed op, en, 't voor zich uit houdend, tastte ze de
+vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel werkelijk
+iedereen uit was.
+
+In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de lamp, die ze
+gauw ging opdraaien. Ze had nu geen trek in vóór zitten, want de
+luiken waren opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen,
+dat dorst ze eigenlijk niet goed.
+
+Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn
+zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de
+Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de
+hoogste stoof, ging even haar naaizak uit 't kamertje krijgen; dan,
+de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar knieën
+opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, haar
+halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den lichtschijn.
+
+Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar
+schatten....
+
+Ze hield 't blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, onder
+haar kinnetje, langs haar borst, streek 't omzichtigjes glad, keek,
+schuin van boven af, er langs neer.... 't was héél mooi....; dan
+liet ze het lager, opzij langs haar been afvallen, keek weer, haar
+bovenlijf scheef achteruit.... keek lang, lachte er tegen; nuffige
+neepjes van plooivalling gaf ze, poefte de stof op, aaide ze weer
+effen langs 'r smalle heup.... 't was héél mooi....!
+
+Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met 'r neus erop,
+wreef ze 'n hoekje van 't katoen, hield het gewrevene onder de lamp:
+"niks geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht
+stuivers de el," dacht ze.
+
+Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... "bijna
+niks geen pap," zei ze nog eens.
+
+Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had
+alle tijd: 'r moeder was met de grootste van de twee waschmanden uit;
+'r zusters kwamen 's Zaterdagsavonds nooit voor tienen thuis.
+
+Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.
+
+Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de
+kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf
+over tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige
+vakking over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.
+
+'t Was heel stil in 't keukentje; de buurmenschen van weerszij
+leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen klonk
+bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, 't balrollen in de
+kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek van
+'t Dijkje lag.
+
+En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon
+juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als
+er plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en met
+een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer op den keuken-drempel stond.
+
+"Is Sien uit?" vroeg hij barsch.
+
+'t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, en met
+bolle blauwe oogen zonder veel wimper.
+
+Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze
+nooit bang; "tjee," lachte ze in 'r zelf, "kijkt-ie weer drukke."
+
+"Is Sien er of niet?" herhaalde de jongen, kwaadaardiger nog dan de
+eerste maal.
+
+"Nee, ze is uit," zei het kind eindelijk....
+
+"Ze is al wel een uur uit," zei ze nog achterna, toen haar lachertje
+bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek de voordeur
+dreunend achter zich dicht.
+
+"Tjee, die Sien!" dacht het kind, "nou zal ze ruzie krijgen!" en
+door 'r kleine, groenig beslagen tandjes, gedrukt in de onderlip,
+haalde ze "ffff" de lucht op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even
+met bedenkelijke oogen groot-strak onderuit keek.... "Nou efijn" zei
+ze dan, en de nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed,
+plooiend den zoom precies op het ruitje af, met 'r eene hand de
+vouwtjes opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje
+van de andere wijsvinger en duim.
+
+Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder
+de keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn
+gezicht opscheen.
+
+"Zeg nou 's, Merie, waar is Sien heen?" vroeg hij, probeerend zijn
+stem vriendelijk te maken.
+
+Maar 't kind, niet denkend dat hij 't weer zijn kon, was bij 't klikken
+van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, had instinctmatig
+het goed bijeen gepakt, de krant er over geslagen.
+
+Schichtig trok ze de schouders op.
+
+"Toe, je weet 't wel," zei de jongen, "wanneer is ze dan uitgegaan?"
+
+Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten,
+zei dan plots:
+
+"Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en toen
+ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit...."
+
+"Zoo, had ze je getreiterd...." zei de jongen.
+
+Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond
+'t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar naaizak....
+
+De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met zijn
+felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, gevulde
+wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, en de
+kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer vingen óver hun
+blakende kleur; onder z'n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode
+mond met een kwade groef naar beneden getrokken.
+
+'t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu ook
+wel medelij met 'm.
+
+"Wou je wachten tot Sien thuis kwam?" vroeg ze, bedeesd voorkomend,
+"je ken wel hier wachten...."
+
+Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen
+knipperden, keek dan naar 't kind, dat steelsgewijs naar hem keek.
+
+"Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje," zei hij op eens.... "zoo
+gek lachen.... maar je meent het niet kwaad."
+
+Het kind, dat begonnen was 'r zoom-steekjes te leggen, bleef diep over
+haar werk gebogen zitten; ze vond 't niet aardig, dat hij 'r bij d'r
+scheldnaam noemde, maar hij deed 't zóó vrindelijk, dat 't toch wel
+prettig was. En te verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil
+berouw te hebben, dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.
+
+Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.
+
+"Een kreng is je zuster.... een krèng!" snauwde hij, met zijn fellen
+kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten gebald op zijn
+knieën, "een groot kreng...."
+
+"Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!".... mokte hij achterna.
+
+Daar hadt je 't nou weer, dacht 't kind, nou was Sien weer mooi; die
+wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd zoo zuur rook,
+en zulke groote rare tanden had.... net een jodenkerkhof.... als die
+nou mooi was!
+
+"Ik vin me zusters niks mooi," zei ze met een vies mondje.
+
+De jongen keek haar goedig aan.... "Ant niet, maar Sien.... Sien is
+'n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo'n mooie meid! Maar ze weet
+'t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan d'r krijge zooveel ze
+maar wil. Na mijn weer 'n ander. Ze geeft er om geneen wat. Ze mot
+een jonge hebbe, die cente het...."
+
+"Weet je wat ze nou wil," zei hij opeens vertrouwelijk over de tafel
+leunend, "ze wil 'n goue kettinkie van drievijvetwintig hebbe.... Als
+ik de cente nou niet heb, ken ik toch zoo'n kettinkie nie koope.... en
+dan zeit ze maar, Jan Aalders zou 't wèl geve.... en 'n andere dag
+weer, die jonge van Bertels zou 't wèl geve.... makkelijk genog,
+die z'n vader het de guldens maar voor 't opscheppe.... die kan mooi
+geve.... ik heb de cente niet...."
+
+"Jij verdien nog nie veel, wel?" vroeg 't kind.
+
+"Vijf gulde," zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie gezicht werd
+nog rooier.
+
+"Vijf gulde, da's nie veel.... en da's wèl veel" zei nadenkend 't kind,
+met klem van spreken.
+
+Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo'n kleur gekregen had.
+
+"Toe," zei de jongen kregel, "begin nou niet weer.... doe nou niet
+zoo gek!"
+
+"En jij dan?" had 't kind al gezegd voor ze 't wist; toen bloosde ze
+zelf tot op 'r voorhoofd, en bukte snel weer over 'r werk.
+
+Er was een lange stilte in het keukentje.
+
+Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog
+niet terugkwamen. Ze begon 't eng te vinden.
+
+De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al z'n
+nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en z'n goeie pak,
+omdat 't Zaterdagavond was.... lamme meid!
+
+Hij schoof z'n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit haar met
+een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef hij met
+zijn paarsig-roode hand langs z'n voorhoofd:
+
+"'k Ben wel stapel, dat 'k hier zit te wachte," zei ie, maar hij
+bleef zitten.
+
+"'k Ga 'n pot bier drinke," zei ie een tijdje later, maar hij bleef
+nòg al zitten.
+
+Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z'n buiten-bovenzak, draaide
+'m rond tusschen z'n lippen, bekeek 'm, stak 'm weer weg.
+
+Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen;
+ze was moe, en branderig in 'r gezicht, en rillerig tegelijk....
+
+Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange,
+zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een
+eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag
+gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.
+
+"Kwamen ze nou maar thuis," dacht 't kind.
+
+De jongen begon te schuiven op z'n stoel, wreef met z'n handen over
+z'n knieën....
+
+"Je zou d'r.... je zou d'r...." barstte hij dan los. Maar hij hield
+zich in; dat kind had 'm toch niks gedaan.... en hij streek maar eens
+met z'n zwart-nagelige vinger over 'n hoekje van 't blauwe katoen,
+dat uit de krant piepte: "netjes," zei ie.... "fijn...."
+
+"Pas op, pas op!" schrok het kind "'t is me goed van de bedeeling,
+op 't naaien."
+
+"Fijn," zei de jongen nog eens, "maar licht, zal gauw vuil worde op
+'t fabriek."
+
+"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind fel, met ronde schrikoogjes
+hem aankijkend.
+
+"Zoo," zei de jongen alleen.
+
+"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind nog eens, "'k ga dienen."
+
+"Dienen is ook hard werken," kwam nu de jongen bij, "me zus het
+gediend, maar ze het 't niet kenne volhoue.... ze is nou op 't fabriek
+van de Lange.... Waarom wou jij niet naar 't fabriek, Sprotje?"
+
+Hij vroeg 't weer zacht-vriendelijk, in een soort ondergrondsche
+vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich gevoeld had,
+tegen Sien.
+
+En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen,
+begon zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor
+'t fabriek, zoo vrééselijk bang....: "altijd zoo'n leven om je
+heen, en allemaal tussche vreemde," ze ging haast huilen van moeie
+opwinding.... "allemaal vreemde, en altijd opzichters achter je aan,
+en overal groote wielen...."
+
+Ze sidderde, kneep 'r handen in elkaar, terwijl ze doorklaagde, wat
+kalmer weer: "en zoo zwart.... en zoo smerig.... en al de manne,
+as die er uitkomme... ze zou'e je doodloope.... ik droom er soms
+van.... altijd vloeke en lol...."
+
+"Hoho maar," zei de jongen, die 'r als een gek had zitten aankijken,
+"die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en 'n beetje verdienste...."
+
+Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige
+oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in de krant, haar naaigerei
+in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met kouwelijk 'r handen
+kruiselings onder de oksels, doodmoe van den langen dag, van al de
+opwinding en al 't verdriet, haar oogjes slaperig flets, en diepe,
+blauwige kringen ingezakt boven het strakgespannen vel der jukbeenen.
+
+"Een beetje verdienste.... en een groot huishou'e," kwam ze zachtjes
+bij-femelen, "armoe lij'e.... en dan worden 't sociale...."
+
+"Niet allemaal," zei de jongen.... "ikke niet."
+
+"Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd zijn..."
+
+"En dán," zei de jongen, "'n werkman mag toch wel voor z'n rechte
+opkomme...."
+
+"Nou.... ja...." rekte zeurig-bedenkelijk de kinderstem.
+
+Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen
+avondwind, kwam Sien binnen-gevallen.
+
+Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze
+klaar met 'n brutaal-spottend:
+
+"Nou, as jij liever met me zussie vrijt...."
+
+De jongen stoof op! Zoo'n beest.... nou dorst ze nog zoo te
+beginnen.... had hij niet 'n uur op 'r loopen wachten?.... een heel uur
+op en neer geloopen?.... nou hier nog 'n uur zitten wachten....? Gemeen
+kreng!
+
+Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd,
+de stoof omver trappend, had 'r pak gegrepen, stond achter de
+tafel 't aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog
+terug te schreeuwen.... en die stakkerd van 'n Hein, hij had toch
+gelijk.... Kijk-tie paars worden in z'n gezicht.... en die astrante
+meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang van
+werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat tandvleesch
+allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... kijk nou.... ze
+lacht 'm in z'n gezicht uit.... en tjee, kijk die Hein nou woeiend
+worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, tjééee....!
+
+Dan, klak, klak, vielen de luiken van 't kamerraam dicht,.... daar
+hadt je moeder!
+
+Sien, Hein 'r achterna, 't kamertje door, liep in 't portaaltje de
+vrouw tegen 't lijf....
+
+"Heila! waar mot jij na toe?" baasde die ruw; maar Sien, dol, gilde
+van lol en angst door elkaar, "hij slaat me! help! hij slaat me!" en
+rende door de open deur het dijkje op.
+
+En Hein, die even had willen gaan sussen: "Hoor nou, vrouw
+Plas...." razend 'r achterna.... "Sien! toe nou, Sien!" hoorde 't
+kind hem nog roepen.
+
+"Wel voor den donder," gromde de moeder, die 'r leege mand ijlings
+neerzette, de volle greep.
+
+"Ben jij daar, Merie?"
+
+"Ja moeder."
+
+Maar ze haastte zich al 't portaal door, de twee achteraan, de deuren
+openlatend.
+
+Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje
+leeg-stil in huivere holheid.
+
+"Hu!" zuchtte 't kind door 'n rillertje heen: "zullie liever dan ik!"
+
+Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, voelde
+dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke ruggetje
+loopen; haar oogen staken van den slaap.
+
+Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, op den stoel bij
+'t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp van de keukentafel
+halen, droeg 'm met twee handen, voorzichtig over den drempel stappend,
+op de tafel voor 't raam .... hèèè, daar lag die rol gordijnen
+nou.... die nare Sien ook.... en "ffff" zoog ze de lucht weer door
+'r tanden: de voordeur stond open....!
+
+Op 'r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen den post
+van de kamerdeur, en helde met 'r uitgestrekten arm 't portaaltje
+in.... Net bereikte 'r hand de voordeur.... met twee vingertoppen
+trok ze 'm moeielijk aan, keek even huiverig naar buiten--'t was
+koud.... nachtvorsten.... dacht ze--en duwde 'm zachtjes, gauw, in
+'t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de bedsteedeurtjes
+openzetten.
+
+Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker
+gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje,
+den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich,
+voelde ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.
+
+'t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de ellebogen en
+onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef trekken uit;
+dan hing ze 't over de stoel-leuning als over een kapstok; 't rokje
+was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien onderrok zakte na;
+ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar kostelijke pak.
+
+De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt
+en omgetrokken.
+
+En nu, vaal-wit schimmetje in 'r groen-schemerigen hoek buiten
+den lampe-schijn, stond ze op 'r bleeke voetjes voor de bedstee,
+die kleine Sprot.... 't Staartje, langs den dunnen bruinigen hals,
+puntte neer over het witte keper, dat 'r smalle lijfje omspande;
+uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere armen;
+en sluik om 'r heupjes weg, viel plooiend 'r gestreept wit-katoenen
+onderbroekje tot laag op de dunne kuiten.
+
+Even stond ze zoo, 't kippevel op 'r armen.... Ze schoot haar
+nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide
+ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en
+met 't zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als
+ze in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen
+het keukenbeschot.
+
+Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is 'n groote dienst
+had, en ze had 'r eigen bed, een open ledikantje met lekker beddegoed,
+op een lief zolderkamertje,.... en d'r eigen kastje.... als er nou
+maar gauw een dienstje kwàm, al was 't dan maar voor dagmeisje 't
+eerste jaar.... En zoo dwaalden al 'r zorgjes 'r door 't hoofd.... de
+achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of
+ze nog wat mee zou krijgen van 't ringen naaien van dien middag....
+
+Dan dacht ze er aan, dat 't morgen Zondag was.... het witte kerkje
+zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog maar
+twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster
+'r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden
+schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog 's een
+nieuwe jurk had om aan te trekken.... ze zou maar vroeg gaan.... lang
+het orgel hooren voor domeni binnen kwam, het orgel, waarin zoo'n
+heerlijk-zacht fluitje kon kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.
+
+
+
+Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit
+'t fabriek.
+
+Ze waren met 'r drieën op 't kleine, bruine klinker-plaatsje,
+dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open keukendeur, de
+moeder, in den schaduwhoek bij 't pleetje, was aan 't tobben boenen,
+en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de handen op 'r rug tegen
+het achterhekje, een grijs-geverfd staketseltje, dat even wiebelend
+meeboog onder haar zwaarte.
+
+"Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér gesnapt"--vertelde Ant,
+"van mòrgen vroeg;.... die zalle we óók niet werom zien.... de patroon,
+die is op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in 'r vuile
+schort gepakt.... een heele kluit wol.... d'r broertje stond aan de
+poort te wachten...."
+
+"Tjee, hoe durft ze!" deed Marietje overdreven méé met het
+verhaal, om het voort te dringen en voorbij de oppering van een
+mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder 't zeggen; haar grijze
+oogjes sperden bang in 't smalle gezicht.
+
+Toen--daar wás 't--voelde het kind zich koud worden en heet tegelijk;
+het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat raar en ijl stond op
+'r zinderend lijf.... Onder het verder-vertellen van Ant had zij
+haar moeder zich half zien oprichten van de druipende tobbe, even
+hoofd-wenken háár kant uit, en dan, vragend met 'r oogen, kijken
+naar Ant....
+
+"O! O!" kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van 'n plots
+in-vlijmende pijn.
+
+Maar Ant, goddank, knikte van nee.
+
+"Nee," zei ze, "'t is een meid van zestien, en groot voor d'r
+jaren.... Merietje ken d'r wel drie keer uit!... en werken dat die
+meid kon!"
+
+Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het
+kind had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje,
+'r handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig
+uit in het bezinken van den angst-schok.... wat 'r hart klopte!.... 't
+bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige sliertjes
+versprongen en tril-dreven over de helle lucht....
+
+Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, waarin
+'n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan kijken, zonder
+wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....
+
+In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den schommel knarsen; ze boog
+wat over; rechts, boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk
+opstaan tusschen de loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden
+hevig toe en weg, en een hoed tuimelde telkens boven het groen uit.
+
+De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag
+met zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken;
+er liep niemand....
+
+Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij
+kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland
+ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van
+roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven
+zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen,
+keeren bij 't zwart-houten huisje aan 't eind, en terug-gaan weer
+onder het boomen-groen langs de deinende touw-lijnen.
+
+In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen,
+en een zwart terrein met kolen-loodsen van 't spoor.
+
+Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en
+links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver
+in zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen
+diep-weg wat flauwe vlekken waren van blank vee.
+
+Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over
+een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen
+ze misschien weer zoo'n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als 't
+laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... ze
+zouen nou wel gauw maaien gaan....
+
+En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze 't huis in.
+
+De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even lachen
+om dat sluike wegloopen.
+
+"Ze zal nog wel 's loskomme," zei Ant, "ze is bijdehand genog,.... laat
+ze eerst maar 's op 't fabriek weze...."
+
+Een evene besluiteloosheid kwam over 't gezicht van de vrouw:
+
+"'k Had anders net zoo gedacht, van morrege...." zei ze, "às Merietje
+nou 'r heele hart op diene heit gezet.... wat zou jij nou zegge....?"
+
+"Malligheid," zei Ant, beslist, "je mot er geen bang-schieter van
+maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... altijd alleen.... ze
+telle je de aardappels in je mond.... En je mot ommers zoo'n kind
+niet toegeven, om 'r bestwil."
+
+"Nee," zei de moeder, "dat mòt je ook niet."
+
+Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het
+plaatsje. Beiden hadden hetzelfde soort grof-pluizig, zwart krulhaar
+boven een hoog voorhoofd, dezelfde beenig-breede, koonen-gezichten, de
+moeder wat geliger alleen, en dezelfde mager-forsche vormen van lijf.
+
+Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken,
+zoo, zonder dat zij 't zelf wisten, doende uitrusten even hun lichamen
+van den langen morgen hard werk.
+
+Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een
+stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als
+paarden, die aan-trekken in 't gareel. Even verstreek door de oogen
+der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter
+elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.
+
+Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk
+voor haar was.
+
+Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw
+uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.
+
+'s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg
+drie centen. De drie centen waren voor haar, maar 't kwartje moest
+ze afgeven.
+
+Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte
+kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes dicht, ging
+'s and'rendaags ze terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er
+niets van houden.
+
+Ze had daar wel hartzeer van, maar 't was ook billijk vond ze, en ze
+zei geen woord van beklag.
+
+Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar was, dat ze
+maar stil in veilige hoekjes, op 't plaatsje, op de vliering, aan
+'r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed ergens anders
+verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met 'r jong.
+
+Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een verdienstetje....
+
+"Je mot vragen, wanneer dàt wurm eris zal verdienen als de anderen,"
+praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, terwijl zij in 't
+keukentje de vaten van den vorigen dag stond te wasschen, en 't kind,
+muis-stil achter in den stoel aan het voorkamerraam, haar vragen voor
+de catechisatie leerde.
+
+"Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris helpe," begon
+de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik schuin het kamertje
+in.... Er was die week acht stuivers op de huur tekort, omdat ze
+een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje over....; en
+nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te commandeeren van dit
+niet willen en dàt motten; dat zat maar te dreinen over een dienstje,
+al zei ze niks, en over een lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er
+niet eens genog voor de huur was!
+
+"Zeg! hóór je me niet?" snauwde ze nu ruw.
+
+'t Kind kwam onwillig overeind; 'n mokkend-koppige uitdrukking was er
+op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje in 'r jurkzak
+en met een vinnige genepenheid in 'r flets-grijze oogjes, ging ze
+naar achter.
+
+Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, alles
+afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. had ze
+niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... aan
+háár dacht niemand.... moest die japon van háár niet gemaakt worden?
+
+Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder één
+woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind den keukenrommel
+aan kant.
+
+Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen leeren.
+
+Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor hetzelfde;
+maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze woord-reeksjes
+nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, herhaalde ze
+zonder den zin te vatten; langzaam dan begon 't geen aan dat klein,
+blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld van: de catechisatie,
+het witte boogramen-zaaltje naast de kerk, de damping en de vale reuk
+van domeni's pijp, de goedige stem van domeni, het te winnen,--en ze
+leerde nu ijverig, keek even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde
+op uit het hoofd: "Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God
+vreezen en liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet...." tot
+ze steken bleef, even neer-oogde: "o-ja, dat wij onzen naaste zijn
+geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....," turend
+onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de deur.
+
+En als eindelijk, met 't dun, grijs boekje dicht op tafel,
+zoo stoorloos-vlot 'lijk een vlietend watertje, de rijtjes
+catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder één hapering
+kon afprevelen: "Het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is dat,
+wij moeten God vreezen en liefhebben, dat wij onzen naasten zijn geld
+of goed niet nemen, noch het door valsche waar of handelingen aan ons
+brengen, maar hem zijn goed en nering helpen verbeteren en bewaren;
+het achtste gebod, gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen
+uwen naaste, wat is dat,".... als zij ten slotte het "of goed" niet
+meer vergat en elken keer dacht om de "handelingen," dan was alle
+spanning weggetrokken van haar hersens.
+
+Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; nog
+monterder kwam ze er weer uit. Ze ging graag naar catechisatie,
+luisterde graag naar de vertellingen van domeni, veel mooier als-'t-ie
+'t in de kerk dee, en als ze dan haar beurten goed wist en domeni,
+onder een haal aan zijn pijp, knikte goedkeurend....
+
+Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en 'r gezichtje stond stil-open
+opgeruimd, toen, in den vooravond door de leege kleine-stads-straten
+naar huis gaand, zij àl maar de woordrijtjes nog in haar hoofdje
+voelde na-vlotten, "het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is
+dat".... maar zij had nu geen zin in haar geboden, en als van zelf,
+in de guldene klaarheid om haar heen, gingen 'r gedachtetjes zich
+rijen in het rhythme van 'r versje van deze week:
+
+
+ Daar is uit 's werelds duistere wolken
+ Een Licht der lichten opgegaan.
+ Komt tót zijn schijnsel àlle volken!
+ En gij, mijn ziele, bíd het aan!
+ Het komt de schaduwen beschijnen
+ De zwarte schaduw ván den dood,
+ De nacht der zónde zal verdwijnen
+ Genàde spreidt haar mòrgenrood.
+
+
+Ze vond 't een erg mooi versje, vroeger had ze 't in de kerk ook
+wel eens gezongen, en 'r moeder had 't ook écht mooi gevonden, toen
+ze 't Zondagavond zat te leeren. 'r Versje, dat leerde ze altijd
+dadelijk,--'t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze vond 't ook
+te prettig, om er tot 't lest van de week mee te wachten. Ze kon er
+nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! Dat van verleden week
+
+
+ Hoog omhoog, het hart naar boven,
+
+
+dat was ook erg mooi; hartverheffend was 't, had domeni gezegd;
+en dat van onderlaatst
+
+
+ Zoo blij de landman móe van 't ploegen,
+
+
+maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.
+
+Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar
+zachte pasjes even verklonken,--in de avond-kalme atmosfeer vol
+voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes vóór en
+tusschen de lage huizen, liep het kind genoegelijk haar versjes op
+te zeggen, stil in-zich-zelf, met nauw-bewegende lippen, òm 't andere
+regeltje, mee met haar ademing, inhalend met hijg-geluid.
+
+Zoetjes-aan kuierde ze voort; 't was lekker buiten, ze had geen haast
+om naar huis te keeren....
+
+Toen, voor 'r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een huis
+of tien voor haar uit in de stille straat, twee meiden in lichte
+japonnen, uit een zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde 't kind.... 't
+waren naaischool-meiden; ze hadden 'r uitzetkleeren aan; die gingen
+naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze
+goed; 't was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... 't
+waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool
+geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....
+
+"Hèèè, kijk nou toch...." zei het kind zacht-hardop. Ze had zoo'n
+verdriet! "Kijk ze nou loopen," dacht ze dan weer.
+
+Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe
+jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen,
+recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin
+geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden
+ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje
+van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en 'r haarvlechtjes zaten nu
+in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den mutsrand
+gedraaid; 't leken gróóte meiden.... volwàssen meiden....
+
+"Och-och, hoe mooi," zei het kind nog eens. Het schreien kropte
+haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte,
+gelapte merinos-jurk, onder haar flaphoedje met verkleurd lint, en
+haar staartje op den rug. Ze vond zich 't armoedigste meisje van de
+heele stad....
+
+Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met 'r trotschig,
+stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.
+
+Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet
+achter de twee aan.
+
+Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde lichtheden.
+
+En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren
+ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met
+hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw
+en dat glanzende wit voor haar uit deinde.
+
+Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer binnen......
+
+Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met
+een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De
+zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: "Kè je niet genavond
+zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op catechisatie?" maar ze
+lei 'r toch, een oogenblik later, nog een boterham op 'r bord, omdat
+'t wicht zoo pips zag.
+
+'s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag 't kind
+op de knieën bij haar lap goed, die ze uitlei en vouwde en mat.... maar
+ze zag wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan
+te broeien in haar hoofd.
+
+Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam overleg
+in haar moeë, pijn-zware hersens.
+
+Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze zou zeggen,
+dat 'r schorten al klaar waren, en dat 'r japon ook wel gauw gemaakt
+zou worden.... òf de juffrouw nou niet een dienstje open had.... als
+moeder maar wist dat ze een dienstje kòn krijgen, ziet u, dat dàn
+de kleeren wel gemaakt zouen worden.... als ze had kunnen knippen,
+nou dat wist de juffrouw wel, dan zou de japon al wel een week af
+wezen, de schorten had ze ook zelf gemaakt, de juffrouw moest maar
+'s zien of 't netjes was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten
+in een rolletje meenemen.... ze zou goed haar woord doen....
+
+Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de
+gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij
+de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende,
+zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?--dan voelde ze weer,
+dat ze toch nooit zou durven....
+
+Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in haar neersloeg,
+dat straks, of morgen, of overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen
+met de boodschap, dat er een plaats was op 'r fabriek, dat er een
+plaats was op de fabriek van 'n vrindin.... dat ze dan mee zou
+moèten,.... dat ze dan onherroepelijk naar de fabriek ging....
+
+En dien middag liet de angst haar niet meer los.
+
+'r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.
+
+Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze
+haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.
+
+Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar
+gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan
+nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog met den
+dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er onder
+haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten,
+fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.
+
+Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van
+'t "opgestoken" haar, waarmee ze voor 't eerst zou worden gezien,
+gek-anders en oud, voor 't eerst op straat zou loopen, raar-trotsch
+en akelig-naakt tegelijk; nu, door de àl-beslissende rol, die 't
+zou hebben te vervullen, een angst-droom, waarin ze met krampachtige
+inspanning iets moèst bereiken. En 't was zoo moèilijk! 'r Bevende
+vingers togen wriemelend aan 't werk. Ze had 't al zoo vaak, heimelijk,
+geprobeerd, sinds ze dien avond de twee naaischool-meiden voor zich
+uit zag loopen. Maar meestal ging 't niet!
+
+De drie stugge achterhoofd-strengetjes van 'r vlecht, die kon ze
+maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en àls
+zij al 't achterhaar gladjes in haar linkerhand tot aan de kruin had
+opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen weer als piekerige
+slierten uit 't vastgehouden bosseltje los; hàd ze dan eindelijk al
+'t haar stijf beet, dat rond voorhoofd en nek 't alles in roodige
+pukkeltjes weggetrokken zat, dan wisten 'r ongewende vingers nog maar
+amper om het dunne haar-bundeltje het bandje te strikken.
+
+Telkens en telkens moest ze het overdoen.
+
+Ten leste hing het; 't zweet, met een zwoel-opslaande wàlm van
+warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op 't strakke vel; schokkerig
+schikten en wonden de handen dan het knoetje rond, lagen het uit op
+'t achterhoofd, staken het vast met de paar haarspelden, die er in
+Siens naai-doosje over waren.
+
+Bij het raam, want 't begon al te schemeren, keek ze in 't krom-golvig
+spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er zij-haren los;
+en òm er maar netjes uit te zien, plakte zij met haast-dringerige
+streekjes van water ze tusschen de andere vast; donkere vegen liepen
+over 't bleeke blond omhoog.
+
+Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk,
+borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon,
+waschte nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door 't smerige
+bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.
+
+Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo
+sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.
+
+Toen ging ze op weg.
+
+Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest komen,
+want dat ze dan niet durven zou.
+
+Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken
+onder de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders,
+nu elk piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op
+het achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde
+ze de velschroeiing ternauwernood: "'t is niks," dacht ze, "dan zie
+'k er gezonder uit."
+
+Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, 'r nu
+kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel 't onwennig en
+onvast voorover staan, door 't hooge haardotje, van 'r hoed, waarvan
+de rand scherp op 't voorhoofd drukte.
+
+En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar
+wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek,
+heele einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de
+juffrouw stond.
+
+Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te kijken
+naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep ze
+door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.
+
+Hier was 't; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de bel over.
+
+Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, maar
+de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in schemer-vaalte.
+
+Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de
+juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge,
+witte gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat,
+in een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.
+
+Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat
+er was.
+
+Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen,
+onhoorbaar tredend over den zachten looper.
+
+Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge,
+bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar,
+waarin al haar denken en bewegen als verstolde, en waarin zij maar
+vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot dezen tocht.
+
+Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, haar
+aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij was bewegeloos
+gebleven, zonder goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in
+de starre oogbollen.
+
+Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de
+deurmat.
+
+De meid, die in 't verschiet van 't smaller en donkerder gang-einde
+een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur achter zich
+latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst op haar toe,
+en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van het hoofd
+achterom: "daar mot je wezen." Toen ging ze de trap op.
+
+Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich niet
+te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar toe;
+met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.
+
+Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige roep,
+de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.
+
+En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich
+nu haar voeten in beweging, kwam zij de dood-stille, kerkachtige
+blankte door, en het vertrouwelijker halflicht van de achtergang,
+tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En opeens was de deurknop
+in haar hand, en stond ze op den drempel der kamer.
+
+Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel
+rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór haar zag ze
+een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste schotje en
+den muur vaagde iets wits van een bed.
+
+Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank:
+"Nou, Marie Plas...."
+
+Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in 't volle licht voor
+de tafel. Ze dorst niet opzien.
+
+"Zoo" .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, zooals ze 't
+vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: "Kom je nou zóó bij
+mij.... dat had ik anders verwacht...."
+
+'t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen onder haar
+voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als vervluchtigende
+vlokken vielen de bestraffende klanken in haar wonderlijk-leeg hoofd.
+
+Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich kijken.
+
+"Wat kwam je nu eigenlijk doen?" vroeg de stem opnieuw, maar wat
+aanmoedigender.
+
+Het kind waagde een blik.
+
+Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat de
+juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen,
+de handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg
+dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De
+licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar
+gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind
+op te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij
+knipperde even, en, terug met 't hoofd, zat ze weer als te voren.
+
+Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende
+licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den
+baren lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.
+
+En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle bewustzijn.
+
+"De schorten zijn wel klaar," zei ze met een haperende stem, "maar
+de jurk is nog niet gemaakt...."
+
+"Zoo...." zei de juffrouw "en waarom niet?"
+
+Nu, gesteld voor die vlakke vraag in 't schelle licht, was 't kind weer
+heelemaal in de war. Al haar duidelijke en begrijpelijke verklaringen
+was ze vergeten. Ze was duizelig.
+
+"Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?"
+
+"'k Had geen tijd, juffrouw."
+
+Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dàt uit haar mond.
+
+"Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel tijd,
+om hier in je ouwe kleeren te komen?"
+
+"Nee juffrouw," zei het kind.
+
+"Hè?" vroeg de juffrouw.
+
+"Nee, juffrouw, me moeder wou 't niet," bracht het kind uit.
+
+De juffrouw begreep 't niet wel. 't Verwonderde haar. Ze had altijd
+gemeend, dat ze 't van Plas nog al goed hadden, wist van d'r vaders
+ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een paar stille, knappe
+dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo netjes op school
+was geweest, zoo oppassend en gewillig....
+
+"Zóo," zei de juffrouw, "kon je moeder dat geld niet missen....?"
+
+'t Kind kleurde fél.
+
+"Nou, vertel nou maar eens," drong de juffrouw aan, wat korzelig.
+
+Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind had iets
+stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder dien hoed
+uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan 'r had....
+
+Toen, met een rilling door 'r schouwertjes, een schok-scheut in
+'r beenen, zei 't kind:
+
+"Me moeder wil, dat ik naar 't fabriek ga; me zusters zijn er ook op;
+me moeder wil niet, dat 'k ga dienen."
+
+'t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als 't zóó
+zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine oogen tuurden, half-neer,
+naar den uitersten tafelhoek.
+
+'t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze iets
+verkeerds had gezegd.
+
+De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....
+
+Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige
+handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen
+weer neer.... ja.... als 't zóó zat.... als de ouders, als de
+moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet tegen-ingaan.... zij
+kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan zetten.... zij kon
+niet zeggen: kind, ga niet naar de fabriek.... de menschen schenen
+daar niets meer in te vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje,
+niewaar?.... maar tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan
+dienen.... maar zij kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze
+kwamen bij haar om wat knaps te krijgen.... die bij haar om zoo'n kind
+kwamen, deden 't ook al niet uit overdaad.... zoo'n kind moest toch
+allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan
+ze verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... tegen 't
+winter een regenmantel.... ja, als de moeder niet wou meewerken.... 't
+was jammer.... 't was toch geen kwaad kind.... 't was erg jammer....
+
+En nog eens, met een schouderbeweging van "niets aan te doen,"
+gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, vielen
+met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel weer
+neer.... 't was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een stil
+dienstje zou ze.... maar als de moeder 'r naar de fabriek wou....
+
+De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te
+bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor
+hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....
+
+"Moeder zoù 't geld voor de japon wel kunnen geven...." stootte ze
+nog uit.
+
+"Ja, juist...." zei, practisch, de juffrouw.
+
+Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.
+
+"Wil je moeder nog eens bij me komen?" vroeg de juffrouw.
+
+Heftig knikte het kind van nee.
+
+Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een
+fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide
+het kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in.
+
+"Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over een tijdje," riep de
+juffrouw, die opgestaan was, in de open kamerdeur haar na.
+
+'t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het voordeur-slot,
+kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.
+
+Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te
+zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht was; ze kon
+niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en 'r heele hoofd was vol
+heet geschrei.
+
+Diep-neer met 'r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien zouen
+hoe ze huilde.
+
+Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een zoute
+keelpijn van 't schreien, vond ze haar bordje met boterhammen op een
+hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de vrouwen, bij elkaar,
+er achter, saam aan een groot werk bezig.
+
+De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de
+gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk,
+mee naar huis had gekregen.
+
+Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de vingers
+friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote
+stukken, in de stopnaalden te krijgen.
+
+Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En
+boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen groot
+in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.
+
+"Eet maar gauw, Merietje," zei Ant, "dan mag je meedoen; d'r zalle
+nog wel een paar centen op overschieten voor je."
+
+De vrouw was aan 't vertellen geweest, vertelde door:
+
+"Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en je
+vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou graag...."
+
+"Heeremejeetje!" schetterde opeens Sien 'r schelle stem door 't
+verhaal heen, "kijk die Sprot er uitzien!"
+
+'t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen en
+bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar bord,
+voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.
+
+"Háár, waar mot je met dat kind naar toe!" gilde Sien weer, en
+werktuigelijk tastten Marietje's handen naar het kleine knoetje,
+waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... en plotseling
+voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op 't voorhoofd de prikkende
+trekking der te strak gespannen haartjes, en de weeë pijn, die daarvan
+klopte hoog in 'r hoofd.
+
+"Kind, wat mòt dat?" had de moeder gevraagd, met haar blik van
+goedigen spot.
+
+"Ze lijkent wel een stekelverreken," relde Sien.
+
+"Ik wed...." plaagde Ant, die in haar sas was over het buitenkansje
+van de fabriek, "ik wèd.... dat jij op een dienstje ben uitgeweest!"
+
+"Toe," zei Sien, "ga door! zoo'n klein merakel, wie zou daaran willen?"
+
+En Ant er weer tegen in: "de kleintjes motte d'r ook weze, wat zeg jij,
+Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve Heer, en de ander
+weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, help maar gauw mee...."
+
+Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke
+tranen sprongen 't kind in de oogen; een laatste, uitgebeten boterham
+viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte zij het
+plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen wijd om
+de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld tegen de
+steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke licht-geling door
+'t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, sluik-sliertig vachtje
+het haar 'r tot even over de schouders. Al snikkend vlocht ze het
+weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het staketsel aan, huilde
+ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe in haar tranen de
+lantarens op den singel achter de "Hanekamp" goudene sterren geleken,
+die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze daar naar ging kijken....
+
+Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.
+
+Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant eens
+kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. Sien
+was uit, hoor!
+
+"Zeg," zei ze tegen het kind, "heb jij gezien, dat Sien een goue
+kettinkie had?.... Hein was er.... 'n opstand dat die maakte.... hei
+je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou tòch 'n goue kettinkie
+had,.... op de azijnmakerij had ze 't angehad,.... 'n jongen had 't
+'m verteld.... en hij wou weten van wie ze 't had..."
+
+"Fff" trok het kind haar adem op tusschen de tanden. Dan volgde ze
+willig, huiverig van 't huilen en 't lange staan in den frisschen
+meinacht, waardoor nog 'n vinnig windje sneed.
+
+
+
+Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer
+bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de
+moeder gaf--ze had een goede week gehad--er 'n snee zoete koek bij,
+en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor 'n kettinkie spaarde,
+en hij liet twee nieuwe guldens zien, die hij in een papiertje in zijn
+vestjeszak droeg. Driemaal liet hij dien middag de guldens rinken,
+en ieder was in zijn schik.
+
+Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....
+
+En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing bij
+haar omgaan.
+
+Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de
+bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit dacht, schrok,
+als ze een beweging maakte.
+
+En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden,
+schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af,
+en haar stijfgenepen lippen waren van 't zelfde flets-bleek als haar
+wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten
+er dan tusschen de wenkbrauwen, van 't tobbend gedenk; en den ganschen
+dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots zoo'n
+schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, op een morgen
+"kleine Judas" tegen haar zei.
+
+Dat was wat geweest! 't Kind had zóó onbedaarlijk gehuild, dat de
+moeder, die eerst van de fratsen niets weten wilde, met kopjes water
+haar zenuwen weer onder bedwang moest krijgen.
+
+Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen
+en gewoon met de anderen mee. Maar den volgenden morgen, toen ze op
+boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind in 'r nieuwe
+kleeren gezien.
+
+"Heb jij nog geen dienst?" had die gevraagd, "ikke wel.... bij twee
+dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve kost...."
+
+"Hei je 'n mooi keukentje?" vroeg 't kind belust.
+
+"Nou!--en wat 'n groote!" gichelde de ander, "je ken der je net in
+keeren.... maar 't is een lief keukentje hoor!.... netjes.... kopere
+knoppe aan 't fornuis, en twee kopere krane.... en een kopere
+poffertjespan aan de muur.... en een spiegeltje op de schoorsteen....
+
+"Hei je 'n mooi kamertje?" vroeg het kind weer, in nog grooter
+spanning.
+
+"Nee ommers.... 'k ben er niet voor dag en nacht... maar later
+wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op
+zolder.... met een groot raam en rooie blommen op 't behang...."
+
+Toen was 't bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een strakke
+spichtigheid van onverzettelijk besluit.
+
+En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als
+ingegroefd gehouden.
+
+Dien avond--'t was een druilig-koude avond met telkens buien van
+motregen--wachtte het kind bij den ingang van een doodloopend paadje
+naast de Hanekamp, Sien 'r vrijer op.
+
+Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in 't gras, waar de
+kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er
+kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd
+op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam,
+en er lag kolengruis en vuilnis.
+
+'r Voeten koud in 't drassig gras, 'r goed klam van den stofregen,
+'r hoofdje heet, wachtte ze....
+
+"Hein!" riep ze, "Hein!" toen de jongen eindelijk langs kwam om het
+Dijkje op te gaan, "Hein!"
+
+De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen singel-weg,
+keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den
+lantarenschijn, het kind, sluik in 'r natte kleeren, tusschen de hagen.
+
+Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem tegemoet.
+
+"....Nou?.... wat wou je......?" vroeg hij, onwillig, met een paar
+ingehouden stappen het pad opkomend.
+
+"Sien.... ik weet wat van Sien...." stootte schor 't kind uit, en
+haar oogen waren strak naar 't gezicht van den naderende.
+
+De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg fél met
+zijn oogen....
+
+"Sien vrijt met een ander," stootte nog eens 't kind uit.
+
+"Godver...." De jongen beet zijn vloek af; dan streek hij verbijsterd
+met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit geweken, trapte
+door 't gruis tusschen de schemerige hagen.
+
+Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: kóm,
+en Zondag dan!....
+
+"Je liegt," snauwde hij van zich af, en hij maakte 'n beweging,
+of hij terug wou gaan.
+
+Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder
+het wegje in.
+
+"Wat?.... wat dan....?" hakkelde hij, weer van streek geraakt.
+
+"Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet
+'t.... verleden Zaterdag.... 'k heb 'n briefie gevonden," stamelde
+'t kind, en haar genepen hand bibberde tegen haar jurk, waar papier
+kraakte achter het merinos.
+
+De jongen schoot naar voren: "Hier! geef op...."
+
+Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil,
+weerstond de uitbarsting.
+
+"'k Mot geld hebben," joeg het uit haar verwrongen mondje.
+
+"Wat? geld?"
+
+"De twee guldens," fluisterde ze, heet-heesch.
+
+"O!" smaalde de jongen, opeens weer bedaard, "o!... is 't dáárom te
+doen?.... Ozóó....!"
+
+Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die
+hij ontwarren moest.
+
+"Je liegt," zei hij dan nog eens.
+
+Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad
+uitgaan.
+
+Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep
+en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een
+flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende snik.
+
+Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den lantarenschijn,
+den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het vestzakje,
+als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar borg....; dan
+was hij weg.
+
+Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem
+achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met 'n
+wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf zette, kwam,
+'t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... Ze schrok achteruit.
+
+"Wàt weet je van Sien?.... toe.... Merietje....," smeekte hij.
+
+"'k Heb 'n briefie," zei het kind weer met stuggen drang.
+
+"Wàt toch voor briefie?"
+
+En toen, heet in één adem, kwam 't verhaal: ze had een briefje
+gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien 'r bed.... zeker uit 'r
+zak gevallen.... Sien ging met 'n andere jongen vrijen.... Barend
+heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... als zij de twee gulden
+kreeg, dan kreeg hij het briefje....
+
+"Als 't waar is, zàl je ze hebben," zei de jongen wild.
+
+"Zal je geen herrie maken, Hein, zal je mij niet noeme.... zal je me
+niet verraje?" smeekte op haar beurt het kind.
+
+"Geef dan op! hier!" bulderde nu de jongen, en in zijn rooien
+kop staken als van 'n stier de lichte, naakte oogen. Hij deed een
+boosaardigen greep naar den arm van het kind.
+
+Opschreiend ineens van angst, week die terug. "'k Heb niks.... 'k heb
+niks.." griende ze, doodsbang, den brief met het knuistje verfrommelend
+in haar zak.
+
+"Verdomme!" donderde nog eens de jongen; met een driftigen vinger-graai
+haalde hij 't pakje uit zijn vestzak, ketste het op 't kolen-pad. 't
+Papiertje scheurde in den nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de
+geldstukken over den grond; dan, twee blinkende witte schijfjes, lagen
+ze, onder 't veeg lantaren-licht, stil in 't doorgruisde gras terzijde.
+
+'t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als bezeten,
+had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, het
+brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen
+omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij 't op kon rapen,
+had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende,
+ze klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.
+
+"Nou heb ik 't geld!" dacht ze met een woeste vreugde.... "nou ga ik
+naar de naaister!.... nou heb ik 't geld!" Doch nauwlijks de Hanekamp
+voorbij, hoorde zij de zware gramme stappen van Hein al klatsen achter
+zich aan.
+
+Bij hun deur had hij haar ingehaald.
+
+"Niet zegge.... niet zegge, Hein," fluisterde het kind.
+
+De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte,
+dol van woede, de kamerdeur open.
+
+"O God!" zei het kind.
+
+Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de vlieringtrap
+op....
+
+In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt
+lag, bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks
+gebeuren ging.
+
+Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering,
+'n dof gerucht; 't schenen enkel de zware stemmen van moeder en Hein.
+
+'t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender leek dan
+'t aanvankelijk geweld.
+
+Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.
+
+Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt;
+in de linker zaten de twee guldens geklemd.
+
+Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken
+sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van
+geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was
+er een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van
+moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had 'r geslagen....
+
+Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug schoot.
+
+En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: "Waar zit
+die Judas?"
+
+"O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest," bad het kind,
+radeloos. "O God, help mij toch.... vergeving, God, o lieve Heere
+Jezus, o God...."
+
+En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef
+ze, tegen het weer oploeiend krakeel van beneden in, vol angst en
+zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder ophouden.
+
+Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend
+woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met
+een nog krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar
+angst-verschroeide stem in vertwijfeling....
+
+Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in 'r
+nijpende hand:
+
+"O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal 't niet weer doen,
+o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas genoemd! o
+God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o God,
+genade, genade...."
+
+"Sprot...." hoorde ze plotseling, met een nijdigen krijsch, boven
+het geruzie uit.
+
+Tweemaal na elkaar werd ook haar naam gezegd: "Merie...."
+
+Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren
+kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog
+dieper in haar hoekje weg.
+
+Eens werd er aan de knop van 't kamerdeurtje
+gescharreld.... "Oooo!" kermde ze.
+
+Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een wilde
+schrik in haar opgestoven.. ijlings greep ze haar pak goed van-achter
+de kist.... en het pak onder den arm, de twee guldens nog in de hand
+geklemd, sloop ze sidderend de vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.
+
+In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor de Hanekamp.
+
+Toen zij, steunend, daar even stilstond, sloeg het negen uur op de
+groote stads-toren.
+
+De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en
+klein in 't donker van den verlaten singel.
+
+Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar
+lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: "God! o Vader, o lieve
+heere Jezus, o God..."
+
+Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen
+wist ze niet.
+
+Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten
+werd.
+
+Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam,
+sloeg zij de Vaartlaan in.
+
+Waarom had ze 't gedaan?.... Waarom....?
+
+Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.
+
+Een àl grooter dofheid ging 'r hersens bevangen.
+
+Soms bad ze nog maar werktuigelijk:
+
+"Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God vergeef
+me...."
+
+Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep
+ze nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... platen van
+stramme verlamming pijnden in 'r schenen, waar haar doornatte rokje
+met elken stap zwaar tegenaan klakte.
+
+Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van 't stadje,
+bij 't Plantsoen.
+
+Zij voelde tot hoog in 'r arm een stekende sinteling van uit de
+vingers, die de geldstukken omknelden.
+
+"Ze zullen 't nóóit vergeven," dacht ze.
+
+Als in 't Plantsoen de wind over de weien weer killer den stofregen
+aanblies, ging zij een steeg binnen.
+
+Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een
+winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs 't trottoir,
+heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende winkelkasten
+stonden, 't Eerste stille zijstraatje schoof het kind weer in.
+
+Een oogenblik kwam 't tot haar bewustzijn, dat ze het japongoed nu
+nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon immers.... ze had
+het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze tegelijkertijd,
+dat het niet kon.
+
+Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in
+haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of 't waardelooze
+dingen waren, in haar jurkzak glijden.
+
+Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den wal.
+
+De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte getorente,
+stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was niemand
+meer buiten.
+
+Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.
+
+Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen
+weg.... Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid
+van het bemodderde papier tegen haar arm, vergat 't dan weer.
+
+Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.
+
+Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze
+plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.
+
+De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.
+
+Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe wijk,
+en langs een gracht en door een rij van stegen....
+
+'t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.
+
+'t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te slapen.
+
+Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op
+dit uur.... zouen ze nu wachten op haar?.... wat zouen ze denken? Wat
+zouen ze haar doen, als ze haar zagen....
+
+Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens geschoten:
+zij was gemeen geweest.... ze had 'r zuster verraden.... maar 'r zuster
+was gemeen tegen 'r jongen geweest.... nog véél gemeener.... Daar
+moest ze nu maar aan vasthouden.
+
+Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der
+electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het
+station; ze keerde terug.
+
+Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de
+felle nachtkou joeg 'r op.
+
+Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug
+moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....
+
+Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt
+in 'r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar armen
+deden pijn. 't Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan weer
+uitzwol van de hevige pijn overal.
+
+Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.
+
+"'k Mot 't geld teruggeven," dacht ze.
+
+"'k Mot vergiffenis vragen," dacht ze nog eens.
+
+Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den
+uitkijk zouden staan.
+
+Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....
+
+Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze 'r ook slaan....
+
+Zoo kwam ze ten leste toch 't Dijkje op.... 't kamerraam was licht nog,
+maar 't deurtje was donker.
+
+Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug gaan....
+
+Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak
+zij de hand aan den knop....
+
+"Bè je daar, Merie?" riep gespannen-angstig de stem van 'r moeder.
+
+Zij kwam binnen.
+
+"God nog en toe," zei de vrouw.
+
+'t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei haar
+natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op 'r knieën viel ze er bij neer,
+'t hoofd op 'r armen, met een enkele verdwaalde snik....
+
+"God nog en toe," zei de vrouw nog eens.... "wat zie je d'r uit...."
+
+Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk
+'r een groote kom vol.
+
+"Hier," zei ze, "toe, sta nou op."
+
+'t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een willooze
+snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.
+
+Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden.
+
+"Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen," zei de vrouw,
+"ze zijn je aan 't zoeken.... 't is wat moois...."
+
+Bijna dadelijk viel 't kind in 'n angst-zwaren uitputtingsslaap.
+
+
+
+Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein,
+Sien vree met den jongen van Bertels.
+
+Zoo'n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die moest nou
+de knoop nog doorhakken.... 't was eigenlijk maar goed geweest....
+
+In 'r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal
+voor "gluiperd" en "genieperd" gescholden,--dat, en nog 'n enkel
+vermaan-woord van 'r moeder was 't eenige, wat ze over dien
+vreeselijken avond te hooren kreeg.
+
+Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen
+lang nog, met stil-verwijtende oogen 'r aanzien.
+
+Maar 't kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te merken,
+merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd over
+'r slechte uitzien, 'r nog eens wat buiten 't gewone voedsel toestopte.
+
+Langzaam kwam ze weer wat bij.
+
+Toen, 's Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje gekomen, van de
+menschen bij wie de naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of
+'t meissie eens aankomen wou....
+
+Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een
+bruiloft van den vorigen dag.
+
+Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder 't, en 's avonds,
+klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.
+
+De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, vertelde
+zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die nog
+geen dienst had, want dat 'r kleeren nog niet gemaakt waren. Nou,
+en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven wou,
+dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze nou
+een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....
+
+Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange
+trilling kwam in 'r moeë oogen, toen de breede hand van de juffrouw,
+over het blinkende tafelblad heen, haar de groote zilverschijf
+toereikte.
+
+Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk neer,
+schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand vlak
+voor haar.
+
+"Nou?" zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: "ben je niet
+blij?"
+
+Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.
+
+"En krijg ik nu ook een dienstje?" vroeg ze dan, met een genepen stem.
+
+"Jaa...." zei de juffrouw, "....we hebben al Juli op 't
+oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van de
+dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat
+hoort.... afijn, je mot zelf ook maar 's rondkijke, hè?"
+
+"Ja juffrouw," zei het kind stil. Ze nam den rijksdaalder van tafel,
+mompelde nog iets, en ging dan.
+
+Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze
+bijna niet recht staan van de pijn in 'r lenden.
+
+
+
+En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap thuis, dat er
+een plaats was voor 'r zusje op 't fabriek van Hoogeboom; dat was de
+tweede tricot-weverij uit het stadje.
+
+--Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet voor
+'t plezier van die japon zoo'n meevallertje laten passeeren! Maar ze
+moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw gaan....
+
+Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde
+ook in een van haar werkhuizen--ja! je diende je toch wat moeite
+te getroosten, die dame had toch die rijksdaalder gegeven!--maar
+de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de Hanekamp, na
+'r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in de morgenuren,
+en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als 't nou nog
+voor vast was! .... op 't fabriek verdiende ze dadelijk veertien,
+en je klom gauw op.
+
+Dus, 's avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar Hoogeboom zou.
+
+'t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had ze
+dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor
+de ruiten.....
+
+En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar om.
+
+'t Was al overlegd, dat ze in die japon naar 't fabriek moest. 't
+Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min in....
+
+En met de nieuwe week, 's morgens om kwart voor zeven, ging zij, in
+'t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast Ant op weg.
+
+De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over 'r platte
+borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk op.
+
+Zoo, blootshoofds, 't gladgestreken haar recht-weg naar 't knoetje
+getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, en onwennig
+loopend in de belemmering van 'r voor 't eerst lange kleeren, kwam
+zij de gracht op, waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen
+luidden.
+
+Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.
+
+De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en naast
+de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van werkvolk
+'t lange eind, tot voorbij de brug.
+
+Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling in
+'r lichte japon....
+
+"Sprot, Sprot," riep een jongen, die haar kende.
+
+Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort binnen.
+
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE ***
+
+***** This file should be named 44513-8.txt or 44513-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/4/5/1/44513/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
diff --git a/old/44513-8.zip b/old/44513-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..9eb0a32
--- /dev/null
+++ b/old/44513-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h.zip b/old/44513-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..9e4eceb
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/44513-h.htm b/old/44513-h/44513-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..bb2de29
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/44513-h.htm
@@ -0,0 +1,3621 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2013-12-26T08:09:16Z. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>Sprotje</title>
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content="Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<meta name="DC.Title" content="Sprotje">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="#####">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+font-size: 100%;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.correctiontable
+{
+width: 75%;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext, table.alignedverse
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedverse
+{
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second
+{
+width: 45%;
+}
+table.alignedverse td.linenumbers
+{
+width: 10%;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, .h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.hangq
+{
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq
+{
+text-indent: -0.40em;
+}
+.hangqqq
+{
+text-indent: -0.71em;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+tr, td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.bottom
+{
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+span.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Table border styles */
+/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */
+table.borderOutside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Table with borders on the vertical inside edges. */
+table.verticalBorderInside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 0px solid black;
+}
+/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */
+table.borderAll
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Special purpose tables: */
+table.intralinear
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+}
+table.intralinear td
+{
+font-size: small;
+text-align: center;
+}
+table.ditto
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+vertical-align: bottom;
+}
+table.ditto tr.s
+{
+height: 0;
+color: white;
+line-height: 0;
+}
+table.ditto tr.s td
+{
+padding: 0px;
+}
+table.ditto tr.d td
+{
+text-align: center;
+line-height: 10pt;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+span.tocPageNum, span.flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 10%;
+border-width: 0;
+}
+td.tocDivNum
+{
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+}
+td.tocPageNum
+{
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt
+{
+font-family: monospace;
+}
+.underline
+{
+text-decoration: underline;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/* External Links */
+.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-repeat: no-repeat;
+background-position: right center;
+}
+.pglink
+{
+background-image: url(images/book.png);
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background-image: url(images/card.png);
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-image: url(images/external.png);
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+h1, .h1
+{
+padding-bottom: 5em;
+}
+h1, h2, .h1, .h2
+{
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline
+{
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-weight: normal;
+}
+table
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tablecaption
+{
+text-align: center;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd21e108width
+{
+width:482px;
+}
+.xd21e114
+{
+text-align:center;
+}
+.xd21e119width
+{
+width:720px;
+}
+.xd21e147
+{
+background: url(images/initial-t.png) no-repeat top left;
+}
+.xd21e147init
+{
+float: left;
+width: 115px;
+height: 110px;
+background: url(images/initial-t.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e1510
+{
+text-align:center;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprotje
+
+Author: M. Scharten-Antink
+
+Release Date: December 26, 2013 [EBook #44513]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e108width"><img src="images/frontcover.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke voorkant." width="482" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 frenchtitle">
+<div class="divBody">
+<p class="first xd21e114">SPROTJE</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e119width"><img src="images/titlepages.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina&rsquo;s." width="720" height="565"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">WERELDBIBLIOTHEEK</div>
+</div>
+<div class="byline">Onder leiding van L. Simons</div>
+<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN
+GOEDKOOPE LECTUUR&mdash;AMSTERDAM</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">SPROTJE</div>
+</div>
+<div class="byline">Door<br>
+<span class="docAuthor">M. SCHARTEN-ANTINK</span></div>
+<div class="docImprint">VIJFDE DRUK, 16e&ndash;18e DUIZEND</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e144" href="#xd21e144" name=
+"xd21e144">5</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="body">
+<div class="div1 titlepage">
+<div class="divBody">
+<p class="xd21e147"><span class="xd21e147init">T</span>oen om even voor
+vieren, met een uitjoel van vrijgelaten <span class="corr" id=
+"xd21e149" title="Bron: balddadigheid">baldadigheid</span>, de zwerm
+deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots
+huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van &rsquo;t lokaal,
+dat voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog
+staan talmen, haar pak onder den arm.</p>
+<p>&rsquo;t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten,
+die niet weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap
+goed voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een
+lap voor twee witte.... Dat werd het &bdquo;uitzet&rdquo; genoemd,
+&rsquo;t eerst-noodige voor een dienstbodenplaatsje.</p>
+<p>Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het
+kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open
+straatdeur,&mdash;de woelige bende d&oacute;lde nog buiten&mdash;, keek
+dan weer, stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten
+naai-lokaal in: &bdquo;Als &rsquo;t goed gemaakt is, Marie Plas,&rdquo;
+zei terloops, <span class="pagenum">[<a id="xd21e156" href="#xd21e156"
+name="xd21e156">6</a>]</span>achter uit het vertrek, de naai-juffrouw,
+die druk bezig was op te ruimen, &bdquo;dan mot je maar &rsquo;s
+komme.... &rsquo;s avonds tusschen zeven en acht.... met je nieuwe
+spullen an.... zulle we wel &rsquo;s kijke.... voor &rsquo;n
+dienstje....&rdquo;, en met &rsquo;n korten knik, schuin uit haar
+bukken op, zonder aankijken, gaf ze &rsquo;t kind haar afscheid.</p>
+<p>Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de
+gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, het
+schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit het
+lawaai weggebroken: &bdquo;Dat zijn de meiden van de Weert, die de
+Kep&eacute;lsteeg ingaan,&rdquo; dacht het kind, en de zorgelijkheid
+streek wat weg uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De
+helpster, die &rsquo;n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar
+te letten. Dan, in de dichte voordeur-helft, klepte met &rsquo;n
+licht-flits de brievenbus open, en was weer zwart tegelijk met den
+plons van wat wits achter het glaasje; de postbode, het deur-open
+voorbij, stak de stoep over, was weg....</p>
+<p>Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch
+geraakt.</p>
+<p>Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol
+naai-gerei van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang
+door, slipte langs de wit-heete <span class="pagenum">[<a id="xd21e164"
+href="#xd21e164" name="xd21e164">7</a>]</span>zonnevlakken over muur en
+vloer bij de straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van
+den Meidag, liep ze buiten.</p>
+<p>Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam
+in de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen,
+tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en
+druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens
+aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.</p>
+<p>Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere
+middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de
+verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken over
+haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, dat
+stil hing op &rsquo;t warm-bruin van haar kleinen rug.</p>
+<p>Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, haar
+sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere,
+voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, bang
+dat het uitschieten zou.</p>
+<p>Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun
+mondje, en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de
+kleine grijze oogen; &rsquo;n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel
+postuurtje, minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e174" href="#xd21e174" name=
+"xd21e174">8</a>]</span>moest, lang niet haar dertien jaren aangaf.</p>
+<p>Ze was blij en &rsquo;n beetje verdrietig tegelijk.</p>
+<p>&bdquo;Leukies,&rdquo; zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht
+tong-klakkertje achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde
+kleeren-goed, dat ze nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar
+huis droeg, een pak zoo groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed
+uit haar moeden arm.</p>
+<p>Maar ze had ook een &agrave;l zachtjes morrelend verdriet over dat
+nu voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, &rsquo;t jaartje naaischool
+t&oacute;e na den kinder-schooltijd tot &rsquo;r twaalfde;.... nu was
+ze in&eacute;&eacute;ns groot, nu moest ze mee opwerken en verdienen
+met de anderen.... &egrave;chies! ze w&oacute;u wel!.... toch, &rsquo;n
+vage angst.... hoe zou dat g&aacute;&aacute;n?&mdash;groot, ineens,
+nu,.... en ze had &rsquo;n raar en zielig gevoel, of ze als &rsquo;n
+ander kind langs &rsquo;n ander grachtje liep, en ze moest maar weer
+eens &bdquo;salig&rdquo; denken en &rsquo;n tong-klakkertje maken, om
+zich &rsquo;t huilerige gewring uit de keel te houden.</p>
+<p>En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu
+n&oacute;&oacute;it meer de kwelling van elken dag komen en gaan
+tusschen de hurrie der dertig kinders en meiden, groote, sterke,
+plagerige meiden, waar ze bang voor was en zich weerloos tegen wist in
+de schrielte van haar achterlijken groei en in de schuchtere
+verbouwereerdheid van haar stillen aard. Het leeren zelf en
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e185" href="#xd21e185" name=
+"xd21e185">9</a>]</span>het werken, dat had ze wel prettig gevonden,
+prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere meisjes had
+gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, wat bedaardjes
+en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn wel weer boven gekomen
+in kleine giechelarijtjes en heimelijke, wat bloohartige grapjes van
+mekaars klosjes verstoppen en mekaars schortebanden los-frutsen. Maar
+schuw-benauwd en dood-ongelukkig was ze geweest de keeren, dat ze was
+terechtgekomen tusschen de groote, woeste deerns, die met klompvoeten
+stompten naar elkaar, elkander uit de bank reden of met spelden in de
+kuiten prikten....</p>
+<p>Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na
+verminking bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde,
+en aan zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het
+karige pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven,
+te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden,
+z&rsquo;n beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.</p>
+<p>Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door
+overmaat van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen
+niets-doen, door al &rsquo;t medelijden van de menschen en het
+zelfbeklag, verweekelijkt tot een soort burgermenheer, teemerig en
+kniezend, <span class="pagenum">[<a id="xd21e191" href="#xd21e191"
+name="xd21e191">10</a>]</span>terwijl zijn vrouw, optornend voor
+&rsquo;t heele gezin, verheiebeide in &rsquo;t slovig werk.</p>
+<p>Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; <i>hij</i> had de
+flesschen gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er
+speelgoed voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog
+uithield, was &rsquo;t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig
+plezier.</p>
+<p>En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide,
+meedeelend in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden,
+als ze hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend
+kunstbeen en zijn misvormde hand,&mdash;het kind, onvoordeelig al bij
+de geboorte, was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en
+eenzelvig, en met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.</p>
+<p>Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van
+&rsquo;t goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde
+bonken van aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien
+moest en met omzichtigheid behandelen.</p>
+<p>Vader-en-Marietje,&mdash;v&oacute;&oacute;r het ongeluk had hij er
+minder om gegeven, en met de vrouw mee waren de meisjes
+&bdquo;geriffermeerd&rdquo; geworden; maar later, door zijn
+&bdquo;domeni&rdquo; drukker bezocht, en meer aan den godsdienst
+doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en,
+toen Marietje kwam, had hij &rsquo;r <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e204" href="#xd21e204" name="xd21e204">11</a>]</span>Luthersch
+willen hebben, wat de moeder best vond: &rsquo;t maakte geen
+onderscheid;&mdash;Vader-en-Marietje hadden hun aparte geloofje, hun
+aparten scheur-kalender met plaatjes van Luther en den Wartburg, boven
+zijn stoel naast &rsquo;t raam; gingen samen &rsquo;s Zondags naar
+&rsquo;t kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.</p>
+<p>Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk niet
+uit een kom, maar had z&rsquo;n eigen knevel-kop, waarop in blauwe
+letters &bdquo;Leendert&rdquo; stond; Marietje had &rsquo;r eigen
+bordje, met binnen een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart
+schilderijtje van een vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door
+&rsquo;t water stapte.... &bdquo;le gue&rdquo; stond er onder, en geen
+van allen had ooit geweten wat dat wilde.</p>
+<p>Vader, met z&rsquo;n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan
+&rsquo;t lage ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje,
+waarin Marietje, schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht
+wasschen.</p>
+<p>En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd
+lastig op z&rsquo;n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z&rsquo;n
+nattige haren, en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest
+Marietje hem z&rsquo;n waschboel halen, en poetste hij met het
+borsteltje in de drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z&rsquo;n
+overreden hand, de geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind
+vond dat een spelletje, stil <span class="pagenum">[<a id="xd21e213"
+href="#xd21e213" name="xd21e213">12</a>]</span>genoegelijk, en dee mee
+van netjes handjes wasschen, haartje kammen....</p>
+<p>Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het
+bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig
+gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek,
+waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen
+vriendelijk voor &rsquo;r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild,
+toen &rsquo;t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van
+gemerkt.</p>
+<p>Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de
+meesters, was ze naar &bdquo;&rsquo;t naaien&rdquo; gegaan; zijzelf had
+erom gebedeld, maar moeder had &rsquo;t ook billijk gevonden.... Ant
+was naar &rsquo;t naaien geweest.... Sien was naar &rsquo;t naaien
+geweest.... Marietje zou hebben wat &rsquo;r zusters hadden gehad, ook
+al waren ze nou armer; dat dubbeltje in de week zou d&rsquo;r nog wel
+komme; en dan, als &rsquo;t jaar om was, dan ging ze naar &rsquo;t
+fabriek.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat
+anders voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap
+dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had
+opgepast, dan hielp die je.... nou, en h&agrave;d ze dan &rsquo;n
+dienstje, dan zou moeder toch wel....!</p>
+<p>&rsquo;t Fabriek.... dat was voor &rsquo;t kind een begrip van
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e223" href="#xd21e223" name=
+"xd21e223">13</a>]</span>enkel verschrikking: kwam ze er wel eens
+langs, dan liep ze gauw d&oacute;&oacute;r bij &rsquo;t hooren van
+&rsquo;t aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende
+geraas,&mdash;vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de
+vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een
+vliegwiel zag ijlen in de rondte,&mdash;wee-pijnde &rsquo;r hart,
+wanneer, door een scherf-hoekend gat in &rsquo;t brosse glas, een felle
+riem, als in&eacute;&eacute;ns vl&agrave;k bij haar, duizel-snel en
+trillend voorbijsneed! O! &rsquo;t fabriek,&mdash;de gore, hooge
+holten, die ze wel eens &eacute;ven door &rsquo;n kierende deur had
+ingekeken, terwijl &rsquo;n zure stank, door &rsquo;n bitteren
+roet-walm heen, haar in de keel sloeg,&mdash;als ze daar in moest,
+tusschen de troepen vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van
+school komend, dikwijls naar buiten had zien drommen in &rsquo;t
+schaftuur!.... Nee, nee, niet naar &rsquo;t fabriek.... een dienstje,
+een stil dienstje, bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar
+kleine keukentje zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om
+alles proper te houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden
+geroepen, bij een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou
+toespreken en vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....</p>
+<p>Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen
+kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar huis,
+liep zij daar door <span class="pagenum">[<a id="xd21e227" href=
+"#xd21e227" name="xd21e227">14</a>]</span>den warmen Mei-middag in de
+wisselende schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode
+lint, en haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het
+Turfgrachtje af, dan de Singelbrug over, en door de wijde nog
+ongeplaveide straten der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant,
+waar ze woonde, aan het Dijkje.</p>
+<p>De naaischool was toch zoo best geweest, dacht &rsquo;t kind, al
+h&agrave;dden de meiden &rsquo;r geplaagd; de naai-juffrouw was
+&oacute;&oacute;k best geweest, en de helpster had tegen
+h&aacute;&aacute;r nooit gesnauwd; ze had &rsquo;s winters vaak
+&rsquo;t langst bij de kachel mogen zitten, en &rsquo;s zomers mocht ze
+altijd gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met &rsquo;t
+water; en puik naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo
+gehad.... en zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes....
+zoo leukies.... en nou was &rsquo;t leeren voorgoed gedaan...</p>
+<p>&bdquo;Leukies jammer,&rdquo; zei ze dan opeens bij zichzelf, met
+den wonderlijken zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes
+te maken.... Ze had bijna gehuild, maar d&aacute;&aacute;r moest ze nu
+weer pret om hebben, en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze,
+zenuwachtige mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de
+jongens op straat haar scholden voor &bdquo;Sprot.&rdquo;</p>
+<p>Doch gauw stond &rsquo;r bleeke gezichtje weer in plooi <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e235" href="#xd21e235" name=
+"xd21e235">15</a>]</span>van ernst. Ze had ook v&eacute;&eacute;l zorg
+en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, was er altijd gezegd, dan
+moest ze mee inbrengen.... en met &rsquo;n ouwelijke angstvalligheid
+hield ze daaraan vast; &rsquo;t was immers ook redelijk.... ze at
+zoogoed &rsquo;r boterham als de anderen.. Maar o! o! als ze maar niet
+naar &rsquo;t fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze eerst
+kleeren hebben.... ze had nou &rsquo;t goed.... maar &rsquo;t
+m&agrave;ken! Ze had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar
+had ze die japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen,
+want van thuis kreeg ze &rsquo;t niet.... En w&agrave;t of &rsquo;r
+moeder nou wel willen zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden
+kostgeld, en Sien gaf &rsquo;n daalder.... zij was nog maar &rsquo;n
+kleintje.... als zij nou eens met &rsquo;n gulden hielp.... tjee, tjee,
+een gulden, dat zou ze maar net kunnen verdienen met &rsquo;r los
+werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den behanger gordijnen naaien,
+en breiwerk dat &rsquo;r moeder uit d&rsquo;r werkhuizen meebracht....
+voor &rsquo;n gulden moest ze v&eacute;&eacute;l werk hebben, hard
+naaien den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze
+moest sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....</p>
+<p>Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den
+knerpenden kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een
+boordevol vaartje <span class="pagenum">[<a id="xd21e239" href=
+"#xd21e239" name="xd21e239">16</a>]</span>en lage, week-groene
+weilanden, naar &rsquo;n olie-molen ver in &rsquo;t land liep.</p>
+<p>Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met
+&rsquo;n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle
+gras-randje z&oacute;&oacute; overstroomen ging.... Ze voelde nu even
+niets dan de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd
+was de vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe
+komt....</p>
+<p>Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd
+in &rsquo;t licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes
+al; met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden
+ze, even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige
+weiland.</p>
+<p>Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met &rsquo;n paar
+scheeve vakken afgeloopen gras, was &rsquo;t langs het brokkelig
+klinkerstraatje telkens &rsquo;n smalle groene planken-deur en &rsquo;n
+vierkant raam van kleine ruitjes in &rsquo;t verweerd kozijn-hout. Het
+raam van haar moeder, hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een
+vriendelijke vlek tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar
+blauw-wit en kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door &rsquo;n enkel
+oud ruitje, stonden de prachtige, rankende kant-bloemen achter het
+glimmend-gepoetste glas. Even schuin, over twee houtklossen,
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e248" href="#xd21e248" name=
+"xd21e248">17</a>]</span>helde &rsquo;t &agrave;f van de ruiten en van
+de bloempotten in &rsquo;t vensterbankje.</p>
+<p>Dat gordijn,&mdash;je moest eraan zien, waar &bdquo;de
+waschvrouw&rdquo; woonde&mdash;was de trots van het kind.</p>
+<p>Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de
+naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de
+havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast
+aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was
+niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de
+rauw-vies riekende dweilen over &rsquo;n touwtje; &rsquo;t was niet de
+vliering met in &rsquo;t miezerig licht door &rsquo;n besiepeld
+dak-raampje, de sjofele kermisbedden van haar zusters, een paar kisten,
+wat stoffige rommel; thuis, dat was zelfs niet &rsquo;t voorkamertje,
+dat wel aan kant mo&egrave;st zijn, omdat &rsquo;r moeder er streek,
+maar waar &rsquo;t achterin toch bijna altijd donker was, een enkele
+kale stoel tegen den kalen muur schooierde, en waar nooit, uit de diepe
+bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch wegtrekken kon....</p>
+<p>Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, dat
+was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter smettelooze
+raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor de
+zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums in hun
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e256" href="#xd21e256" name=
+"xd21e256">18</a>]</span>schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden
+schotels; &rsquo;s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een
+bos zijige, roze-en-witte stroo-bloempjes.</p>
+<p>Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige
+kamer-plekje vlak &agrave;chter het gordijn; naast die blankte, en
+tusschen het la-kastje aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel
+half voor het raam, daar stond de oude leunstoel van vader, met de
+zwart-gladde zitting en rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes
+over doffer geribbel, in randen van bleek mahoniehout.... &rsquo;t was
+de plaats van &rsquo;r moeder, &agrave;ls die &rsquo;s zitten kon;
+meest was &rsquo;t de hare.</p>
+<p>Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol
+grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den
+stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....</p>
+<p>Draadje afknippen... draadje aanhechten...
+&bdquo;zessetachtig&rdquo; telde ze. &rsquo;t Waren een soort
+gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist ze eigenlijk niet, maar ze
+had op iedere streep een ringetje te zetten; dien avond moest &rsquo;t
+nog naar den behanger.... er zouden er wel tweehonderd aan gaan....</p>
+<p>&bdquo;Haast je maar niet zoo,&rdquo; zei de moeder....
+&bdquo;&rsquo;k breng &rsquo;t niet voor tien uur weg. Als &rsquo;t af
+is, hei je toch niks meer te doen.&rdquo;</p>
+<p>Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e268" href="#xd21e268" name=
+"xd21e268">19</a>]</span>in de kamer, nu haar moeders strijkplank, van
+het koude potkacheltje naar de tafel gelegd, het afsloot van den
+daarachter verschemerenden bedstee-kant.</p>
+<p>Er hing een opwekkend-frissche geur door &rsquo;t vertrekje, een
+zoet-fijne stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend,
+helder-gewasschen, in zonne-warmte gebleekt linnengoed.</p>
+<p>Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond
+doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank
+en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als
+weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed
+en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even,
+met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door dien
+damp....</p>
+<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten....
+&bdquo;achtetachtig.&rdquo;</p>
+<p>Het kind had het wonder in den zin.</p>
+<p>Achter haar, verstopt op het l&acirc;kastje, met er voor de
+portretjes en &rsquo;t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek,
+het pak cadeau gekregen kleeren.</p>
+<p>Stil werkten ze beide.</p>
+<p>De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode
+koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden
+scherp-afgescheiden <span class="pagenum">[<a id="xd21e285" href=
+"#xd21e285" name="xd21e285">20</a>]</span>op haar gelig gezicht, het
+verweerde gezicht met de groote slapen en langs de ooren de lange vale
+zijstukken der wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren
+de stille zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte
+zwarte haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove,
+droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het
+zwart-wollen frommeltje van &rsquo;n muts, die van achter op een
+breed-uit en los vastgestoken, warrige dot rustte.</p>
+<p>Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig zijn.
+Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een
+weeshuis-schort, als &rsquo;t kind zei.</p>
+<p>Met felle sissertjes tikte telkens &rsquo;r natgelikte vinger tegen
+het zilverig-blinkend bout-vlak; als &rsquo;t sissen dofte, haalde ze
+&rsquo;n nieuw ijzer van het keukenvuur.</p>
+<p>De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en
+gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse
+boordjes,&mdash;&rsquo;t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij
+&rsquo;t spoor meest, dat ze werkte,&mdash;en met een wondere fijnheid
+van aanvatten, zonder &eacute;&eacute;n rimpeltje te maken of
+&eacute;&eacute;n deuk, tastten de stokkerige, werk-gekerfde vingers
+tusschen al dat teer te hanteerene, kreukeloos-blanke.</p>
+<p>&bdquo;Hei je geen meidewaschje van de week?&rdquo; vroeg plotseling
+het kind. <span class="pagenum">[<a id="xd21e295" href="#xd21e295"
+name="xd21e295">21</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Meidewaschje!.. meidewaschje,&rdquo; teemde de moeder haar
+na, &bdquo;hoor nou die aap met &rsquo;r meidewaschje!&rdquo;</p>
+<p>En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande
+keuken binnen, om weer een heeten bout te krijgen.</p>
+<p>W&agrave;s dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik
+over &rsquo;n meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen....
+allemachtig, ze zou nog zoo&rsquo;n spul krijgen met dat kind....
+zoo&rsquo;n kleine pest.... als er bij geluk nou gauw eris &rsquo;n
+plaatsje kwam op &rsquo;t fabriek zij zou d&rsquo;r nog niet
+&eacute;&eacute;ns heen willen!.... &rsquo;n dienstje, &rsquo;n
+dienstje hebben.... zoo&rsquo;n Luthersche stijfkop!.... was daar nou
+eer aan te behalen?.... als ze d&rsquo;r nog heil in zag, &rsquo;t kind
+er goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien
+stuivers in de week, en &rsquo;s avonds twee kale boterhammen mee naar
+huis.... en nog komplimente van d&rsquo;r volk ook.... witte schorten,
+mutsen, lichte jurken.... wie kon d&rsquo;r voor mevrouw d&rsquo;r
+meissie aan de waschtob staan?.... zoo&rsquo;n kind was al genoeg
+afgejakkerd.... de m&oacute;eder, o zoo!.... Ant ging op &rsquo;t
+fabriek, en Sien ging op &rsquo;t fabriek.... klaagden die nou ooit
+over &rsquo;t werk?.... waarom dan Merie niet?.... ze waren maar
+weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch ook tot ze d&rsquo;r
+bijna bij neerviel..?</p>
+<p>Nog een tijdje foeterde ze zoo in &rsquo;r zelve na, terwijl
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e305" href="#xd21e305" name=
+"xd21e305">22</a>]</span>met behendig-zwenkende wendingen het suizelend
+ijzer over de laatste linnen-stukken streek.</p>
+<p>Maar de stille gemoedelijkheid van &rsquo;t kind was door het smalen
+van de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze
+niet.</p>
+<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten....
+&bdquo;honderd-en-vier.&rdquo;</p>
+<p>Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond
+het zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze
+lekkertjes zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit
+geleerd.... d&rsquo;r moeder en d&rsquo;r zusters konden &rsquo;t ook
+niet.... Achttien stuivers vroegen ze voor &rsquo;t maken.... en acht
+voor de voering, en nog wel zes voor verschot.... en een mutsje van
+tachtig cente.... eer kon je t&ograve;ch niet bij de naai-juffrouw
+komme.... achtenveertig stuivers was &rsquo;t bij mekaar.... tjee,
+achtenveertig stuivers.... daar zou ze wel achtenveertig weken voor
+moeten sparen.... achtenveertig weken, t&ograve;e maar!.... en
+plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en haar krampige
+schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, zoo te lachen, dat
+&rsquo;r moeder, opkijkend, moest meelachen van de weeromstuit....: wat
+of die malle piet nou weer had.... En met goedige, spotvragende oogen
+keek ze naar het kind, maar die naaide door.... <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e313" href="#xd21e313" name=
+"xd21e313">23</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Kijk ze nou eris werken,&rdquo; dacht ze dan, &bdquo;&rsquo;t
+is toch zoo&rsquo;n goed schaap....&rdquo;</p>
+<p>Draadje afknippen.... &rsquo;r schaar gleed weer tinkelend onder den
+rand van &rsquo;t schoteltje in &rsquo;r schoot; ze nam het klosje van
+tafel, wikkelde wijd den draad af; dan, met &rsquo;n handig
+vinger-strengelingetje, rukte ze &rsquo;m stuk, belikte &rsquo;t eind,
+draaide &rsquo;t in een puntje, en hield draad en naald tegen &rsquo;t
+licht.... de oogjes half dicht knijpend met een bibberig
+schuin-optrekken van &rsquo;r linker-wangetje, mikte ze dan.... en de
+derde maal glipte fijn het witte spietsje door &rsquo;t smalle
+staal-splitje heen....</p>
+<p>H&egrave;, als je &rsquo;s avonds op straat die meiden zag, de
+meiden uit de deftige diensten.... ze deed niets liever dan
+d&aacute;&aacute;rnaar kijken.... brandhelder, die meiden, in de
+lichte, stijf gestreken japonnen met de witte schorten, waarin de
+blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de glanzig gepepen tulen
+mutsjes op &rsquo;t gladde haar! Daar moest je dan de fabrieksmeiden
+naast zien, h&agrave;ar zusters, met &rsquo;r flodderige jurken van
+valige wollen stof, &rsquo;r slordige wollen doeken, &rsquo;r
+lorrig-opgemaakte hoeden.</p>
+<p>Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger van
+Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, van die
+zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk
+onderscheidde <span class="pagenum">[<a id="xd21e322" href="#xd21e322"
+name="xd21e322">24</a>]</span>ze, als zoo&rsquo;n meid, kieskeurig, met
+&rsquo;r boodschappenmandje onder den arm, haar voorbij ging, of
+&rsquo;r muts een enkelen of een dubbelen gepijpten rand had, en,
+naardat de tule haar fijner of ordinairder leek, raadde ze binnen die
+schulp-krans een effen bodempje of eentje van gebloemd batist.... Wat
+zij zou willen, dat had ze al lang uitgemaakt: niet zoo&rsquo;n groote,
+die stond ouwelijk, en ook niet zoo&rsquo;n hooge prop, net of-i zoo op
+je haar gewaaid is, nee, er waren er die prachtig als een kroon, los en
+recht op &rsquo;t hoofd pasten, met een zwarte hoedespeld door den
+haarknoet gestoken:... z&oacute;&oacute; een; maar dan nog m&egrave;t
+de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder &rsquo;r
+gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, en
+voelen aan &rsquo;r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten
+aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.</p>
+<p>Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de
+patroontjes voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en
+zwart-en-witte ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met
+slangetjes, ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld
+donker marine, dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor &rsquo;s-avonds,
+als &rsquo;t grof werk aan kant is, het effen licht-blauw en
+licht-grijs....</p>
+<p>En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met
+tusschenzetseltjes boven den zoom, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e329" href="#xd21e329" name="xd21e329">25</a>]</span>met festons
+rondom. Die met een hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar
+flutterig; als je wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort,
+met van die banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij
+maar vast een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of
+twee!</p>
+<p>Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar
+schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het
+rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.</p>
+<p>Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag
+boven de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte
+muur-stukjes, die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het
+groen-duistere dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer
+beslagen onder de blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle
+straal-kern boorde.</p>
+<p>Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele
+bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den
+keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars
+gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de
+bloem-figuren van het gordijn.</p>
+<p>Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware rol
+linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, dunne
+vingertjes met kortgeknipte <span class="pagenum">[<a id="xd21e339"
+href="#xd21e339" name="xd21e339">26</a>]</span>nagels aan de vierkante
+toppen, die pijn-prikten van &rsquo;t pikken door de harde stof.</p>
+<p>Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in &rsquo;t
+warm-bezonkene avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe
+die de laatste ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek,
+luchtigjes het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden
+schikte; dan ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in
+de keuken met kommetjes en een waterketel.</p>
+<p>Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde
+zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel naar
+zich toe, over haar knie&euml;n heen; met haar spitse ellebogen op de
+twee paardenharen armkussentjes, en haar in&eacute;&eacute;ngevingerde
+handen over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui
+rechtuit-gestrekt.</p>
+<p>Nu ging &rsquo;t weer eens goed worden.... nu was &rsquo;r moeder
+aan &rsquo;t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters
+kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den
+molen, het bruisend <span class="corr" id="xd21e347" title=
+"Bron: watergudsen">watergutsen</span> in de tinnen kan.</p>
+<p>Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong,
+en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog
+kwam en ging door &rsquo;t roodige licht, dat in de open keukendeur
+stond. <span class="pagenum">[<a id="xd21e352" href="#xd21e352" name=
+"xd21e352">27</a>]</span></p>
+<p>Vrouw Plas bracht &eacute;&eacute;n kommetje voor, dan nog een....
+met de dampende kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw
+vlakbij geschoven, haar voeten op de breede richel van &rsquo;t
+potkacheltje,&mdash;het kind, weer overeind-gewerkt, v&oacute;&oacute;r
+in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover &rsquo;r haarstaartje,
+een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.</p>
+<p>Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen van
+eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan &rsquo;t afgedane werk, aan
+&rsquo;t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in
+haar hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat
+zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes van
+drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....</p>
+<p>&bdquo;Je zal wel moe zijn,&rdquo; zei het kind, &bdquo;twee zulke
+manden vol....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Och.... z&oacute;&oacute;....&rdquo; zei de vrouw.</p>
+<p>Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan &rsquo;t heete vocht,
+zaten peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.</p>
+<p>&bdquo;Als &rsquo;t alle dagen nog Zaterdag was,&rdquo; herbegon
+mijmerend de vrouw.... &bdquo;je kon alle dagen je waschjes brengen, je
+geldje halen....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig,&rdquo;
+zei ouwelijk-wijs en bedenkelijk-knikkend het kind. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e368" href="#xd21e368" name=
+"xd21e368">28</a>]</span></p>
+<p>En later de vrouw weer: &bdquo;Je mot dichter bij de rijke buurte
+wone.... bekender wone.... &rsquo;t Dijkje, dat willen ze niet.... En
+de inrichtingen....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;De inrichtingen, die doen v&eacute;&eacute;l scha,&rdquo;
+peinsde het kind. Ze vond &rsquo;t heerlijk, zoo stil met haar moeder
+te praten, als twee groote menschen, en wat warms drinken, in den
+schemer, en &rsquo;t huisje in rust; w&agrave;t ze praatten, dat gaf
+niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, om beurten....</p>
+<p>&bdquo;De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe
+strijkinrichting....&rdquo; vaagde, met lange rusten, de stem van de
+vrouw weer door &rsquo;t lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood
+in een laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....</p>
+<p>&bdquo;En de wasscherij op de Steengracht....&rdquo; ging zachtjes
+de kinderstem.</p>
+<p>De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar
+leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.</p>
+<p>Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.</p>
+<p>Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den
+winnenden schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de
+moeder de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den
+tafelrand.</p>
+<p>Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e386" href="#xd21e386" name=
+"xd21e386">29</a>]</span>het kamertje waasde in &eacute;&eacute;n
+grijzige bruinheid van avondduister.</p>
+<p>Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen,
+waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten
+was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte
+volgewaaid.</p>
+<p>&bdquo;W&aacute;t &rsquo;n l&aacute;nge dagen al,&rdquo; zuchtte
+tevreden de moeder.</p>
+<p>&bdquo;En &rsquo;t spaart je nog al geen olie uit....&rdquo; femelde
+zoetjes de stem van &rsquo;t kind terug.</p>
+<p>Toen, &oacute;ver half acht,&mdash;&rsquo;t was
+Zaterdag&mdash;kwamen, vlak na elkaar, de twee zusters thuis van
+&rsquo;r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien van &rsquo;r kleeren
+altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van &rsquo;r azijn-makerij,
+dan Ant, uit &rsquo;t tricot-fabriek.</p>
+<p>Dat was opeens een herrie en volte in &rsquo;t stille huisje, een
+lawaaiig loopen, waterkletsen aan de pomp op &rsquo;t plaatsje, roepen
+om koffie, om boterhammen.</p>
+<p>En de moeder dadelijk in de weer.</p>
+<p>In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan
+kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met een
+schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de scherpe
+lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.</p>
+<p>&bdquo;D&aacute;&aacute;r hei je Sprot!&rdquo; lachte plagerig Sien,
+die &rsquo;t kleintje niet erg lijden mocht. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e404" href="#xd21e404" name=
+"xd21e404">30</a>]</span></p>
+<p>Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder
+geen licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel
+z&agrave;ten aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze
+haar stoel aan, en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de
+gezonde posturen van &rsquo;r twee zusters,&mdash;Ant, breedgebouwd,
+mager en donker als haar moeder, Sien, blonder, blanker, wat smaller
+maar molliger ook, en met sterke staal-blauwe oogen onder de zwarte
+wenkbrauw-streepjes.</p>
+<p>Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met
+zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde
+koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben,
+niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar en
+tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen
+Sien d&rsquo;r vrijer en z&rsquo;n famielje.</p>
+<p>&bdquo;En als je dan eindelijk dacht, dat &rsquo;t gedaan
+was,&rdquo; vertelde Ant, &bdquo;dan zeit dat ouwe wijf: &bdquo;vos, je
+zel <i>mij</i> nie vange,&rdquo; en dan begon &rsquo;t spektakel weer
+van voren af aan.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hein ken d&rsquo;r gen&eacute;&eacute;n van z&rsquo;n eige
+femilie an,&rdquo; mokte Sien, met &rsquo;n teleurgesteld-minachtend
+lippen-pufje achterna.</p>
+<p>Dan aten ze zwijgend een oogenblik. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e419" href="#xd21e419" name="xd21e419">31</a>]</span></p>
+<p>Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar
+den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn,
+vies mondje:</p>
+<p>&bdquo;Hein.... die ziet &rsquo;r net uit, oftie altijd &rsquo;n
+poepje mot late.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;V&egrave;rrek! hoor h&aacute;&aacute;r nou!....
+h&oacute;&oacute;r d&rsquo;r nou....&rdquo; schaterde Ant, die
+stampvoette van &rsquo;t lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen
+spotlach van: hei je nou ooit!</p>
+<p>Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig
+gescholden &bdquo;Sprot! Z&ograve;t!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou......&rdquo; zei de moeder, &bdquo;ze d&ograve;et je toch
+niks?&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk
+haar lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken
+van &rsquo;r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde
+haar stiekeme lolletje tot, na &rsquo;t eten, ze Sien het voorkamertje
+zag ingaan en op &rsquo;t l&acirc;-kastje kijken.<a id="xd21e432" name=
+"xd21e432"></a> Plotseling vloog ze, angst-gestoken, overeind; om
+klaterde de stoel.</p>
+<p>&bdquo;Kleerkoop!.... kleerkoop!&rdquo; zong tergend Siens schelle
+stem, en ze hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle
+schuit van het afgescheurde papier naar omlaag zeilde.</p>
+<p>&bdquo;Wat?.... wat?&rdquo; vroeg de moeder....</p>
+<p>Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e441" href="#xd21e441" name=
+"xd21e441">32</a>]</span>mondje, kreet, schor van drift, of de klanken
+haar niet uit de keel wilden.</p>
+<p>&bdquo;Van mij! Van mij!&rdquo; krijschte ze.</p>
+<p>&bdquo;Toe! laat maar....&rdquo; goelijkte Ant, die &rsquo;t van
+andere meiden d&rsquo;r zusjes gehoord had, &bdquo;&rsquo;t is van de
+bedeeling op de naaischool....&rdquo;</p>
+<p>Maar dan de moeder aan &rsquo;t lamenteeren: en God nog en toe, en
+had ze nou niet een uur wel zitten praten met &rsquo;r, en koffie met
+&rsquo;r zitten drinken.... en zou zoo&rsquo;n naarheid nou ook eens
+een bek opendoen, eris wat vertellen.... &rsquo;t eris laten kijken aan
+d&rsquo;r moeder? Geen kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat
+&rsquo;t de laatste keer was van &rsquo;t naaien! was &rsquo;t nou niet
+God geklaagd....</p>
+<p>&bdquo;As gluiperdje dood is....&rdquo; sarde Sien, &rsquo;t kind
+voorbij de keuken inschietend, en Ant, die nu ook boos op &rsquo;r
+werd, zei schamper, terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog
+tikte: &bdquo;Nou! jij heb ze hier, hoor!&rdquo;</p>
+<p>De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog
+hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken
+de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de
+drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, in
+hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind &rsquo;t aan te zien,
+zonder een woord meer of een beweging. Maar &rsquo;r oogjes staken
+kwaad, valsch <span class="pagenum">[<a id="xd21e453" href="#xd21e453"
+name="xd21e453">33</a>]</span>de schrille pupillen, en haar bleeke
+mondje was in verbetenheid tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen
+met &rsquo;n dienstje? zouden ze haar geld geven voor de naaister?....
+dan ging hun dat goed toch ook niet aan?.... &rsquo;t was haar goed....
+van haar alleen.... ze h&oacute;efde &rsquo;t toch niet te laten
+kijken, als ze niet wou....?</p>
+<p>Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien
+&rsquo;t heele pak vallen, en liep dan zingende &rsquo;t
+schemer-donkere voorkamertje door en de deur uit.</p>
+<p>Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen
+bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar
+jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten
+had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, als
+een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur in het
+portaaltje steil omhoog stond.</p>
+<p>Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen
+&rsquo;n plekje sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het
+dakraampje aan de balken weifelde.</p>
+<p>De tranen sprongen haar fel in de oogen. &bdquo;&rsquo;t Is gemeen,
+&rsquo;t is gemeen,&rdquo; grijnde ze en schopte tegen de vale bult van
+Sien &rsquo;r afgehaalde bed.</p>
+<p>Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e466" href="#xd21e466" name=
+"xd21e466">34</a>]</span>van machtelooze woede, snikkend, &rsquo;r twee
+handen verstijfd aan &rsquo;r rokje met &rsquo;t builende pak.</p>
+<p>Plots dan voelde ze w&agrave;t ze daar droeg,....
+&oacute;ch-G&oacute;d dat goed, dat op die smerige grond was gevallen,
+dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en met al haar gedachten
+d&aacute;&aacute;r ineens bij, liep ze op &rsquo;t raampje toe, kroop
+op de kist die daarv&oacute;&oacute;r onder de donkere dak-schuining
+school, en op &rsquo;r knie&euml;n bij het drein-wiebelend licht, dat
+achter de twee smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de
+lappen-hoop, streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en
+paste en plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen
+zat, zooals ze &rsquo;t had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan
+bedorven!</p>
+<p>Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich
+omdraaiend neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot &rsquo;r
+zelve komend, zonder veel gedachten meer.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had
+als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der
+buurt, nam ze haar goed op, en, &rsquo;t voor zich uit houdend, tastte
+ze de vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel
+werkelijk iedereen uit was.</p>
+<p>In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e478" href="#xd21e478" name=
+"xd21e478">35</a>]</span>lamp, die ze gauw ging opdraaien. Ze had nu
+geen trek in v&oacute;&oacute;r zitten, want de luiken waren
+opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, dat dorst ze
+eigenlijk niet goed.</p>
+<p>Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn
+zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de
+Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de
+hoogste stoof, ging even haar naaizak uit &rsquo;t kamertje krijgen;
+dan, de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar
+knie&euml;n opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders,
+haar halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den
+lichtschijn.</p>
+<p>Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar
+schatten....</p>
+<p>Ze hield &rsquo;t blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold,
+onder haar kinnetje, langs haar borst, streek &rsquo;t omzichtigjes
+glad, keek, schuin van boven af, er langs neer.... &rsquo;t was
+h&eacute;&eacute;l mooi....; dan liet ze het lager, opzij langs haar
+been afvallen, keek weer, haar bovenlijf scheef achteruit.... keek
+lang, lachte er tegen; nuffige neepjes van plooivalling gaf ze, poefte
+de stof op, aaide ze weer effen langs &rsquo;r smalle heup.... &rsquo;t
+was h&eacute;&eacute;l mooi....!</p>
+<p>Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met &rsquo;r
+neus erop, wreef ze &rsquo;n hoekje van &rsquo;t katoen, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e488" href="#xd21e488" name=
+"xd21e488">36</a>]</span>hield het gewrevene onder de lamp: &bdquo;niks
+geen pap.... d&oacute;&oacute;rgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht
+stuivers de el,&rdquo; dacht ze.</p>
+<p>Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte....
+&bdquo;bijna niks geen pap,&rdquo; zei ze nog eens.</p>
+<p>Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had
+alle tijd: &rsquo;r moeder was met de grootste van de twee waschmanden
+uit; &rsquo;r zusters kwamen &rsquo;s Zaterdagsavonds nooit voor tienen
+thuis.</p>
+<p>Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.</p>
+<p>Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de
+kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf over
+tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige vakking
+over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.</p>
+<p>&rsquo;t Was heel stil in &rsquo;t keukentje; de buurmenschen van
+weerszij leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen
+klonk bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, &rsquo;t balrollen
+in de kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek
+van &rsquo;t Dijkje lag.</p>
+<p>En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon
+juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als er
+plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e503" href="#xd21e503" name=
+"xd21e503">37</a>]</span>met een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer
+op den keuken-drempel stond.</p>
+<p>&bdquo;Is Sien uit?&rdquo; vroeg hij barsch.</p>
+<p>&rsquo;t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht,
+en met bolle blauwe oogen zonder veel wimper.</p>
+<p>Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze
+nooit bang; &bdquo;tjee,&rdquo; lachte ze in &rsquo;r zelf,
+&bdquo;kijkt-ie weer drukke.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Is Sien er of niet?&rdquo; herhaalde de jongen, kwaadaardiger
+nog dan de eerste maal.</p>
+<p>&bdquo;Nee, ze is uit,&rdquo; zei het kind eindelijk....</p>
+<p>&bdquo;Ze is al wel een uur uit,&rdquo; zei ze nog achterna, toen
+haar lachertje bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek
+de voordeur dreunend achter zich dicht.</p>
+<p>&bdquo;Tjee, die Sien!&rdquo; dacht het kind, &bdquo;nou zal ze
+ruzie krijgen!&rdquo; en door &rsquo;r kleine, groenig beslagen
+tandjes, gedrukt in de onderlip, haalde ze &bdquo;ffff&rdquo; de lucht
+op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even met bedenkelijke oogen
+groot-strak onderuit keek.... &bdquo;Nou efijn&rdquo; zei ze dan, en de
+nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, plooiend den
+zoom precies op het ruitje af, met &rsquo;r eene hand de vouwtjes
+opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje van de andere
+wijsvinger en duim. <span class="pagenum">[<a id="xd21e519" href=
+"#xd21e519" name="xd21e519">38</a>]</span></p>
+<p>Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder de
+keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn gezicht
+opscheen.</p>
+<p>&bdquo;Zeg nou &rsquo;s, Merie, waar is Sien heen?&rdquo; vroeg hij,
+probeerend zijn stem vriendelijk te maken.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind, niet denkend dat hij &rsquo;t weer zijn kon, was
+bij &rsquo;t klikken van de klink erger geschrokken dan de eerste maal,
+had instinctmatig het goed bijeen gepakt, de krant er over
+geslagen.</p>
+<p>Schichtig trok ze de schouders op.</p>
+<p>&bdquo;Toe, je weet &rsquo;t wel,&rdquo; zei de jongen,
+&bdquo;wanneer is ze dan uitgegaan?&rdquo;</p>
+<p>Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten,
+zei dan plots:</p>
+<p>&bdquo;Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en
+toen ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo, had ze je getreiterd....&rdquo; zei de jongen.</p>
+<p>Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond
+&rsquo;t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar
+naaizak....</p>
+<p>De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met
+zijn felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave,
+gevulde wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen,
+en de kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e541" href="#xd21e541" name=
+"xd21e541">39</a>]</span>vingen &oacute;ver hun blakende kleur; onder
+z&rsquo;n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode mond met een kwade
+groef naar beneden getrokken.</p>
+<p>&rsquo;t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu
+ook wel medelij met &rsquo;m.</p>
+<p>&bdquo;Wou je wachten tot Sien thuis kwam?&rdquo; vroeg ze, bedeesd
+voorkomend, &bdquo;je ken wel hier wachten....&rdquo;</p>
+<p>Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen
+knipperden, keek dan naar &rsquo;t kind, dat steelsgewijs naar hem
+keek.</p>
+<p>&bdquo;Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje,&rdquo; zei hij op
+eens.... &bdquo;zoo gek lachen.... maar je meent het niet
+kwaad.&rdquo;</p>
+<p>Het kind, dat begonnen was &rsquo;r zoom-steekjes te leggen, bleef
+diep over haar werk gebogen zitten; ze vond &rsquo;t niet aardig, dat
+hij &rsquo;r bij d&rsquo;r scheldnaam noemde, maar hij deed &rsquo;t
+z&oacute;&oacute; vrindelijk, dat &rsquo;t toch wel prettig was. En te
+verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil berouw te hebben,
+dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.</p>
+<p>Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.</p>
+<p>&bdquo;Een kreng is je zuster.... een kr&egrave;ng!&rdquo; snauwde
+hij, met zijn fellen kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten
+gebald op zijn knie&euml;n, &bdquo;een groot kreng....&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e558" href="#xd21e558" name=
+"xd21e558">40</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!&rdquo;.... mokte
+hij achterna.</p>
+<p>Daar hadt je &rsquo;t nou weer, dacht &rsquo;t kind, nou was Sien
+weer mooi; die wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd
+zoo zuur rook, en zulke groote rare tanden had.... net een
+jodenkerkhof.... als die nou mooi was!</p>
+<p>&bdquo;Ik vin me zusters niks mooi,&rdquo; zei ze met een vies
+mondje.</p>
+<p>De jongen keek haar goedig aan.... &bdquo;Ant niet, maar Sien....
+Sien is &rsquo;n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo&rsquo;n mooie meid!
+Maar ze weet &rsquo;t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan
+d&rsquo;r krijge zooveel ze maar wil. Na mijn weer &rsquo;n ander. Ze
+geeft er om geneen wat. Ze mot een jonge hebbe, die cente
+het....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Weet je wat ze nou wil,&rdquo; zei hij opeens vertrouwelijk
+over de tafel leunend, &bdquo;ze wil &rsquo;n goue kettinkie van
+drievijvetwintig hebbe.... Als ik de cente nou niet heb, ken ik toch
+zoo&rsquo;n kettinkie nie koope.... en dan zeit ze maar, Jan Aalders
+zou &rsquo;t w&egrave;l geve.... en &rsquo;n andere dag weer, die jonge
+van Bertels zou &rsquo;t w&egrave;l geve.... makkelijk genog, die
+z&rsquo;n vader het de guldens maar voor &rsquo;t opscheppe.... die kan
+mooi geve.... ik heb de cente niet....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij verdien nog nie veel, wel?&rdquo; vroeg &rsquo;t kind.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e572" href="#xd21e572" name=
+"xd21e572">41</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Vijf gulde,&rdquo; zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie
+gezicht werd nog rooier.</p>
+<p>&bdquo;Vijf gulde, da&rsquo;s nie veel.... en da&rsquo;s w&egrave;l
+veel&rdquo; zei nadenkend &rsquo;t kind, met klem van spreken.</p>
+<p>Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo&rsquo;n kleur
+gekregen had.</p>
+<p>&bdquo;Toe,&rdquo; zei de jongen kregel, &bdquo;begin nou niet
+weer.... doe nou niet zoo gek!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En jij dan?&rdquo; had &rsquo;t kind al gezegd voor ze
+&rsquo;t wist; toen bloosde ze zelf tot op &rsquo;r voorhoofd, en bukte
+snel weer over &rsquo;r werk.</p>
+<p>Er was een lange stilte in het keukentje.</p>
+<p>Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog
+niet terugkwamen. Ze begon &rsquo;t eng te vinden.</p>
+<p>De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al
+z&rsquo;n nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en
+z&rsquo;n goeie pak, omdat &rsquo;t Zaterdagavond was.... lamme
+meid!</p>
+<p>Hij schoof z&rsquo;n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit
+haar met een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef
+hij met zijn paarsig-roode hand langs z&rsquo;n voorhoofd:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Ben wel stapel, dat &rsquo;k hier zit te
+wachte,&rdquo; zei ie, maar hij bleef zitten.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Ga &rsquo;n pot bier drinke,&rdquo; zei ie een
+tijdje later, maar hij bleef n&ograve;g al zitten. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e596" href="#xd21e596" name=
+"xd21e596">42</a>]</span></p>
+<p>Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z&rsquo;n buiten-bovenzak,
+draaide &rsquo;m rond tusschen z&rsquo;n lippen, bekeek &rsquo;m, stak
+&rsquo;m weer weg.</p>
+<p>Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen;
+ze was moe, en branderig in &rsquo;r gezicht, en rillerig
+tegelijk....</p>
+<p>Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange,
+zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een
+eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag
+gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.</p>
+<p>&bdquo;Kwamen ze nou maar thuis,&rdquo; dacht &rsquo;t kind.</p>
+<p>De jongen begon te schuiven op z&rsquo;n stoel, wreef met z&rsquo;n
+handen over z&rsquo;n knie&euml;n....</p>
+<p>&bdquo;Je zou d&rsquo;r.... je zou d&rsquo;r....&rdquo; barstte hij
+dan los. Maar hij hield zich in; dat kind had &rsquo;m toch niks
+gedaan.... en hij streek maar eens met z&rsquo;n zwart-nagelige vinger
+over &rsquo;n hoekje van &rsquo;t blauwe katoen, dat uit de krant
+piepte: &bdquo;netjes,&rdquo; zei ie.... &bdquo;fijn....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Pas op, pas op!&rdquo; schrok het kind &bdquo;&rsquo;t is me
+goed van de bedeeling, op &rsquo;t naaien.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Fijn,&rdquo; zei de jongen nog eens, &bdquo;maar licht, zal
+gauw vuil worde op &rsquo;t fabriek.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k G&agrave; niet naar &rsquo;t fabriek,&rdquo; zei
+&rsquo;t kind fel, met ronde schrikoogjes hem aankijkend. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e615" href="#xd21e615" name=
+"xd21e615">43</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zoo,&rdquo; zei de jongen alleen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k G&agrave; niet naar &rsquo;t fabriek,&rdquo; zei
+&rsquo;t kind nog eens, &bdquo;&rsquo;k ga dienen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Dienen is ook hard werken,&rdquo; kwam nu de jongen bij,
+&bdquo;me zus het gediend, maar ze het &rsquo;t niet kenne volhoue....
+ze is nou op &rsquo;t fabriek van de Lange.... Waarom wou jij niet naar
+&rsquo;t fabriek, Sprotje?&rdquo;</p>
+<p>Hij vroeg &rsquo;t weer zacht-vriendelijk, in een soort
+ondergrondsche vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich
+gevoeld had, tegen Sien.</p>
+<p>En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, begon
+zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor &rsquo;t
+fabriek, zoo vr&eacute;&eacute;selijk bang....: &bdquo;altijd
+zoo&rsquo;n leven om je heen, en allemaal tussche vreemde,&rdquo; ze
+ging haast huilen van moeie opwinding.... &bdquo;allemaal vreemde, en
+altijd opzichters achter je aan, en overal groote wielen....&rdquo;</p>
+<p>Ze sidderde, kneep &rsquo;r handen in elkaar, terwijl ze
+doorklaagde, wat kalmer weer: &bdquo;en zoo zwart.... en zoo smerig....
+en al de manne, as die er uitkomme... ze zou&rsquo;e je doodloope....
+ik droom er soms van.... altijd vloeke en lol....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hoho maar,&rdquo; zei de jongen, die &rsquo;r als een gek had
+zitten aankijken, &bdquo;die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en
+&rsquo;n beetje verdienste....&rdquo;</p>
+<p>Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e633" href="#xd21e633" name=
+"xd21e633">44</a>]</span>oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in
+de krant, haar naaigerei in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met
+kouwelijk &rsquo;r handen kruiselings onder de oksels, doodmoe van den
+langen dag, van al de opwinding en al &rsquo;t verdriet, haar oogjes
+slaperig flets, en diepe, blauwige kringen ingezakt boven het
+strakgespannen vel der jukbeenen.</p>
+<p>&bdquo;Een beetje verdienste.... en een groot
+huishou&rsquo;e,&rdquo; kwam ze zachtjes bij-femelen, &bdquo;armoe
+lij&rsquo;e.... en dan worden &rsquo;t sociale....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Niet allemaal,&rdquo; zei de jongen.... &bdquo;ikke
+niet.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd
+zijn...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En d&aacute;n,&rdquo; zei de jongen, &bdquo;&rsquo;n werkman
+mag toch wel voor z&rsquo;n rechte opkomme....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nou.... ja....&rdquo; rekte zeurig-bedenkelijk de
+kinderstem.</p>
+<p>Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen
+avondwind, kwam Sien <span class="corr" id="xd21e648" title=
+"Bron: binnen gevallen">binnen-gevallen</span>.</p>
+<p>Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze
+klaar met &rsquo;n brutaal-spottend:</p>
+<p>&bdquo;Nou, as jij liever met me zussie vrijt....&rdquo;</p>
+<p>De jongen stoof op! Zoo&rsquo;n beest.... nou dorst ze nog zoo te
+beginnen.... had hij niet &rsquo;n uur op &rsquo;r loopen wachten?....
+een heel uur op en neer geloopen?.... nou hier nog &rsquo;n uur zitten
+wachten....? Gemeen kreng! <span class="pagenum">[<a id="xd21e657"
+href="#xd21e657" name="xd21e657">45</a>]</span></p>
+<p>Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, de
+stoof omver trappend, had &rsquo;r pak gegrepen, stond achter de tafel
+&rsquo;t aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog terug te
+schreeuwen.... en die stakkerd van &rsquo;n Hein, hij had toch
+gelijk.... Kijk-tie paars worden in z&rsquo;n gezicht.... en die
+astrante meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang
+van werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat
+tandvleesch allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer....
+kijk nou.... ze lacht &rsquo;m in z&rsquo;n gezicht uit.... en tjee,
+kijk die Hein nou woeiend worden.... als-t-ie maar nie slaan ging,
+tj&eacute;&eacute;ee....!</p>
+<p>Dan, klak, klak, vielen de luiken van &rsquo;t kamerraam dicht,....
+daar hadt je moeder!</p>
+<p>Sien, Hein &rsquo;r achterna, &rsquo;t kamertje door, liep in
+&rsquo;t portaaltje de vrouw tegen &rsquo;t lijf....</p>
+<p>&bdquo;Heila! waar mot jij na toe?&rdquo; baasde die ruw; maar Sien,
+dol, gilde van lol en angst door elkaar, &bdquo;hij slaat me! help! hij
+slaat me!&rdquo; en rende door de open deur het dijkje op.</p>
+<p>En Hein, die even had willen gaan sussen: &bdquo;Hoor nou, vrouw
+Plas....&rdquo; razend &rsquo;r achterna.... &bdquo;Sien! toe nou,
+Sien!&rdquo; hoorde &rsquo;t kind hem nog roepen.</p>
+<p>&bdquo;Wel voor den donder,&rdquo; gromde de moeder, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e670" href="#xd21e670" name=
+"xd21e670">46</a>]</span>die &rsquo;r leege mand ijlings neerzette, de
+volle greep.</p>
+<p>&bdquo;Ben jij daar, Merie?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja moeder.&rdquo;</p>
+<p>Maar ze haastte zich al &rsquo;t portaal door, de twee achteraan, de
+deuren openlatend.</p>
+<p>Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje
+leeg-stil in huivere holheid.</p>
+<p>&bdquo;Hu!&rdquo; zuchtte &rsquo;t kind door &rsquo;n rillertje
+heen: &bdquo;zullie liever dan ik!&rdquo;</p>
+<p>Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten,
+voelde dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke
+ruggetje loopen; haar oogen staken van den slaap.</p>
+<p>Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst v&oacute;&oacute;r,
+op den stoel bij &rsquo;t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp
+van de keukentafel halen, droeg &rsquo;m met twee handen, voorzichtig
+over den drempel stappend, op de tafel voor &rsquo;t raam ....
+h&egrave;&egrave;&egrave;, daar lag die rol gordijnen nou.... die nare
+Sien ook.... en &bdquo;ffff&rdquo; zoog ze de lucht weer door &rsquo;r
+tanden: de voordeur stond open....!</p>
+<p>Op &rsquo;r teenen sloop ze &ograve;m langs den muur, leunde tegen
+den post van de kamerdeur, en helde met &rsquo;r uitgestrekten arm
+&rsquo;t portaaltje in.... Net bereikte &rsquo;r hand de voordeur....
+met twee vingertoppen trok ze <span class="pagenum">[<a id="xd21e689"
+href="#xd21e689" name="xd21e689">47</a>]</span>&rsquo;m moeielijk aan,
+keek even huiverig naar buiten&mdash;&rsquo;t was koud....
+nachtvorsten.... dacht ze&mdash;en duwde &rsquo;m zachtjes, gauw, in
+&rsquo;t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de
+bedsteedeurtjes openzetten.</p>
+<p>Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker
+gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje,
+den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, voelde
+ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.</p>
+<p>&rsquo;t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de
+ellebogen en onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef
+trekken uit; dan hing ze &rsquo;t over de stoel-leuning als over een
+kapstok; &rsquo;t rokje was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien
+onderrok zakte na; ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar
+kostelijke pak.</p>
+<p>De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt
+en omgetrokken.</p>
+<p>En nu, vaal-wit schimmetje in &rsquo;r groen-schemerigen hoek buiten
+den lampe-schijn, stond ze op &rsquo;r bleeke voetjes voor de bedstee,
+die kleine Sprot.... &rsquo;t Staartje, langs den dunnen bruinigen
+hals, puntte neer over het witte keper, dat &rsquo;r smalle lijfje
+omspande; uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere
+armen; en sluik om &rsquo;r heupjes weg, viel plooiend &rsquo;r
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e700" href="#xd21e700" name=
+"xd21e700">48</a>]</span>gestreept wit-katoenen onderbroekje tot laag
+op de dunne kuiten.</p>
+<p>Even stond ze zoo, &rsquo;t kippevel op &rsquo;r armen.... Ze schoot
+haar nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide
+ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en met
+&rsquo;t zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als ze
+in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen het
+keukenbeschot.</p>
+<p>Maar slapen kon ze niet.... h&egrave;, als ze nou later is &rsquo;n
+groote dienst had, en ze had &rsquo;r eigen bed, een open ledikantje
+met lekker beddegoed, op een lief zolderkamertje,.... en d&rsquo;r
+eigen kastje.... als er nou maar gauw een dienstje kw&agrave;m, al was
+&rsquo;t dan maar voor dagmeisje &rsquo;t eerste jaar.... En zoo
+dwaalden al &rsquo;r zorgjes &rsquo;r door &rsquo;t hoofd.... de
+achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of ze
+nog wat mee zou krijgen van &rsquo;t ringen naaien van dien
+middag....</p>
+<p>Dan dacht ze er aan, dat &rsquo;t morgen Zondag was.... het witte
+kerkje zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog
+maar twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster
+&rsquo;r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden
+schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze no&ugrave; nog
+&rsquo;s een nieuwe jurk had om <span class="pagenum">[<a id="xd21e708"
+href="#xd21e708" name="xd21e708">49</a>]</span>aan te trekken.... ze
+zou maar vroeg gaan.... lang het orgel hooren voor domeni binnen kwam,
+het orgel, waarin zoo&rsquo;n heerlijk-zacht fluitje kon
+kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.</p>
+<p class="tb">&#8258;</p>
+<p>Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit
+&rsquo;t fabriek.</p>
+<p>Ze waren met &rsquo;r drie&euml;n op &rsquo;t kleine, bruine
+klinker-plaatsje, dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open
+keukendeur, de moeder, in den schaduwhoek bij &rsquo;t pleetje, was aan
+&rsquo;t tobben boenen, en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de
+handen op &rsquo;r rug tegen het achterhekje, een grijs-geverfd
+staketseltje, dat even wiebelend meeboog onder haar zwaarte.</p>
+<p>&bdquo;Die meid van de Nijs.... die is nou al w&eacute;&eacute;r
+gesnapt&rdquo;&mdash;vertelde Ant, &bdquo;van m&ograve;rgen vroeg;....
+die zalle we &oacute;&oacute;k niet werom zien.... de patroon, die is
+op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in &rsquo;r vuile schort
+gepakt.... een heele kluit wol.... d&rsquo;r broertje stond aan de
+poort te wachten....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Tjee, hoe durft ze!&rdquo; deed Marietje overdreven
+m&eacute;&eacute; met het verhaal, om het voort te dringen en voorbij
+de oppering van een mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder
+&rsquo;t zeggen; haar grijze oogjes sperden bang in &rsquo;t smalle
+gezicht. <span class="pagenum">[<a id="xd21e720" href="#xd21e720" name=
+"xd21e720">50</a>]</span></p>
+<p>Toen&mdash;daar w&aacute;s &rsquo;t&mdash;voelde het kind zich koud
+worden en heet tegelijk; het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat
+raar en ijl stond op &rsquo;r zinderend lijf.... Onder het
+verder-vertellen van Ant had zij haar moeder zich half zien oprichten
+van de druipende tobbe, even hoofd-wenken h&aacute;&aacute;r kant uit,
+en dan, vragend met &rsquo;r oogen, kijken naar Ant....</p>
+<p>&bdquo;O! O!&rdquo; kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van
+&rsquo;n plots in-vlijmende pijn.</p>
+<p>Maar Ant, goddank, knikte van nee.</p>
+<p>&bdquo;Nee,&rdquo; zei ze, &bdquo;&rsquo;t is een meid van zestien,
+en groot voor d&rsquo;r jaren.... Merietje ken d&rsquo;r wel drie keer
+uit!... en werken dat die meid kon!&rdquo;</p>
+<p>Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het kind
+had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, &rsquo;r
+handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig uit
+in het bezinken van den angst-schok.... wat &rsquo;r hart klopte!....
+&rsquo;t bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige
+sliertjes versprongen en tril-dreven over de helle lucht....</p>
+<p>Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust,
+waarin &rsquo;n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan
+kijken, zonder wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....</p>
+<p>In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e736" href="#xd21e736" name=
+"xd21e736">51</a>]</span>schommel knarsen; ze boog wat over; rechts,
+boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk opstaan tusschen de
+loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden hevig toe en weg, en een
+hoed tuimelde telkens boven het groen uit.</p>
+<p>De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag met
+zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; er liep
+niemand....</p>
+<p>Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij
+kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland
+ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van
+roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven
+zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen,
+keeren bij &rsquo;t zwart-houten huisje aan &rsquo;t eind, en
+terug-gaan weer onder het boomen-groen langs de deinende
+touw-lijnen.</p>
+<p>In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, en
+een zwart terrein met kolen-loodsen van &rsquo;t spoor.</p>
+<p>Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en
+links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver in
+zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen diep-weg
+wat flauwe vlekken waren van blank vee. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e746" href="#xd21e746" name="xd21e746">52</a>]</span></p>
+<p>Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over
+een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen ze
+misschien weer zoo&rsquo;n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als
+&rsquo;t laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch....
+ze zouen nou wel gauw maaien gaan....</p>
+<p>En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze &rsquo;t
+huis in.</p>
+<p>De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even
+lachen om dat sluike wegloopen.</p>
+<p>&bdquo;Ze zal nog wel &rsquo;s loskomme,&rdquo; zei Ant, &bdquo;ze
+is bijdehand genog,.... laat ze eerst maar &rsquo;s op &rsquo;t fabriek
+weze....&rdquo;</p>
+<p>Een evene besluiteloosheid kwam over &rsquo;t gezicht van de
+vrouw:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Had anders net zoo gedacht, van morrege....&rdquo;
+zei ze, &bdquo;&agrave;s Merietje nou &rsquo;r heele hart op diene heit
+gezet.... wat zou jij nou zegge....?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Malligheid,&rdquo; zei Ant, beslist, &bdquo;je mot er geen
+bang-schieter van maken.... wat hei je nou voor leve as je dien....
+altijd alleen.... ze telle je de aardappels in je mond.... En je mot
+ommers zoo&rsquo;n kind niet toegeven, om &rsquo;r bestwil.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nee,&rdquo; zei de moeder, &bdquo;dat m&ograve;t je ook
+niet.&rdquo;</p>
+<p>Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het
+plaatsje. Beiden hadden hetzelfde <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e766" href="#xd21e766" name="xd21e766">53</a>]</span>soort
+grof-pluizig, zwart krulhaar boven een hoog voorhoofd, dezelfde
+beenig-breede, koonen-gezichten, de moeder wat geliger alleen, en
+dezelfde mager-forsche vormen van lijf.</p>
+<p>Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken,
+zoo, zonder dat zij &rsquo;t zelf wisten, doende uitrusten even hun
+lichamen van den langen morgen hard werk.</p>
+<p>Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een
+stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als
+paarden, die aan-trekken in &rsquo;t gareel. Even verstreek door de
+oogen der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter
+elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.</p>
+<p>Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk
+voor haar was.</p>
+<p>Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw
+uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.</p>
+<p>&rsquo;s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg
+drie centen. De drie centen waren voor haar, maar &rsquo;t kwartje
+moest ze afgeven.</p>
+<p>Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte
+kousen mee. In &eacute;&eacute;n avond stopte ze alle gaten en gaatjes
+dicht, ging &rsquo;s and&rsquo;rendaags <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e781" href="#xd21e781" name="xd21e781">54</a>]</span>ze
+terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er niets van houden.</p>
+<p>Ze had daar wel hartzeer van, maar &rsquo;t was ook billijk vond ze,
+en ze zei geen woord van beklag.</p>
+<p>Toen kwam er weer een dag, dat er g&eacute;&eacute;n werk voor haar
+was, dat ze maar stil in veilige hoekjes, op &rsquo;t plaatsje, op de
+vliering, aan &rsquo;r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed
+ergens anders verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met
+&rsquo;r jong.</p>
+<p>Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een
+verdienstetje....</p>
+<p>&bdquo;Je mot vragen, wanneer d&agrave;t wurm eris zal verdienen als
+de anderen,&rdquo; praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop,
+terwijl zij in &rsquo;t keukentje de vaten van den vorigen dag stond te
+wasschen, en &rsquo;t kind, muis-stil achter in den stoel aan het
+voorkamerraam, haar vragen voor de catechisatie leerde.</p>
+<p>&bdquo;Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris
+helpe,&rdquo; begon de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik
+schuin het kamertje in.... Er was die week acht stuivers op de huur
+tekort, omdat ze een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje
+over....; en nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te
+commandeeren van dit niet willen en d&agrave;t motten; dat zat maar te
+dreinen over een dienstje, al <span class="pagenum">[<a id="xd21e793"
+href="#xd21e793" name="xd21e793">55</a>]</span>zei ze niks, en over een
+lichte jurk.... k&egrave;-je begrijpe, as-t-er niet eens genog voor de
+huur was!</p>
+<p>&bdquo;Zeg! h&oacute;&oacute;r je me niet?&rdquo; snauwde ze nu
+ruw.</p>
+<p>&rsquo;t Kind kwam onwillig overeind; &rsquo;n mokkend-koppige
+uitdrukking was er op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje
+in &rsquo;r jurkzak en met een vinnige genepenheid in &rsquo;r
+flets-grijze oogjes, ging ze naar achter.</p>
+<p>Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na,
+alles afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?..
+had ze niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog....
+aan h&aacute;&aacute;r dacht niemand.... moest die japon van
+h&aacute;&aacute;r niet gemaakt worden?</p>
+<p>Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder
+&eacute;&eacute;n woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind
+den keukenrommel aan kant.</p>
+<p>Toen het klaar was, ging ze weer v&oacute;&oacute;r haar vragen
+leeren.</p>
+<p>Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor
+hetzelfde; maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze
+woord-reeksjes nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven,
+herhaalde ze zonder den zin te vatten; langzaam dan begon &rsquo;t geen
+aan dat klein, blank-bladig boekje verbonden was, het d&eacute;nkbeeld
+van: de catechisatie, het <span class="pagenum">[<a id="xd21e808" href=
+"#xd21e808" name="xd21e808">56</a>]</span>witte boogramen-zaaltje naast
+de kerk, de damping en de vale reuk van domeni&rsquo;s pijp, de goedige
+stem van domeni, het te winnen,&mdash;en ze leerde nu ijverig, keek
+even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde op uit het hoofd:
+&bdquo;Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en
+liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet....&rdquo; tot ze
+steken bleef, even neer-oogde: &bdquo;o-ja, dat wij onzen naaste zijn
+geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....,&rdquo;
+turend onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de
+deur.</p>
+<p>En als eindelijk, met &rsquo;t dun, grijs boekje dicht op tafel, zoo
+stoorloos-vlot &rsquo;lijk een vlietend watertje, de rijtjes
+catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder
+&eacute;&eacute;n hapering kon afprevelen: &bdquo;Het zevende gebod,
+gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en liefhebben,
+dat wij onzen naasten zijn geld of goed niet nemen, noch het door
+valsche waar of handelingen aan ons brengen, maar hem zijn goed en
+nering helpen verbeteren en bewaren; het achtste gebod, gij zult geen
+valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste, wat is dat,&rdquo;....
+als zij ten slotte het &bdquo;of goed&rdquo; niet meer vergat en elken
+keer dacht om de &bdquo;handelingen,&rdquo; dan was alle spanning
+weggetrokken van haar hersens.</p>
+<p>Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e814" href="#xd21e814" name=
+"xd21e814">57</a>]</span>nog monterder kwam ze er weer uit. Ze ging
+graag naar catechisatie, luisterde graag naar de vertellingen van
+domeni, veel mooier als-&rsquo;t-ie &rsquo;t in de kerk dee, en als ze
+dan haar beurten goed wist en domeni, onder een haal aan zijn pijp,
+knikte goedkeurend....</p>
+<p>Nu &oacute;&oacute;k had ze haar vraag pront gekend, en &rsquo;r
+gezichtje stond stil-open opgeruimd, toen, in den vooravond door de
+leege kleine-stads-straten naar huis gaand, zij &agrave;l maar de
+woordrijtjes nog in haar hoofdje voelde na-vlotten, &bdquo;het zevende
+gebod, gij zult niet stelen, wat is dat&rdquo;.... maar zij had nu geen
+zin in haar geboden, en als van zelf, in de guldene klaarheid om haar
+heen, gingen &rsquo;r gedachtetjes zich rijen in het rhythme van
+&rsquo;r versje van deze week:</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Daar is uit &rsquo;s werelds duistere wolken</p>
+<p class="line">Een Licht der lichten opgegaan.</p>
+<p class="line">Komt t&oacute;t zijn schijnsel &agrave;lle volken!</p>
+<p class="line">En gij, mijn ziele, b&iacute;d het aan!</p>
+<p class="line">Het komt de schaduwen beschijnen</p>
+<p class="line">De zwarte schaduw v&aacute;n den dood,</p>
+<p class="line">De nacht der z&oacute;nde zal verdwijnen</p>
+<p class="line">Gen&agrave;de spreidt haar m&ograve;rgenrood.</p>
+</div>
+<p class="first">Ze vond &rsquo;t een erg mooi versje, vroeger had ze
+&rsquo;t <span class="pagenum">[<a id="xd21e837" href="#xd21e837" name=
+"xd21e837">58</a>]</span>in de kerk ook wel eens gezongen, en &rsquo;r
+moeder had &rsquo;t ook &eacute;cht mooi gevonden, toen ze &rsquo;t
+Zondagavond zat te leeren. &rsquo;r Versje, dat leerde ze altijd
+dadelijk,&mdash;&rsquo;t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze
+vond &rsquo;t ook te prettig, om er tot &rsquo;t lest van de week mee
+te wachten. Ze kon er nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool!
+Dat van verleden week</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Hoog omhoog, het hart naar boven,</p>
+</div>
+<p class="first">dat was ook erg mooi; hartverheffend was &rsquo;t, had
+domeni gezegd; en dat van onderlaatst</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zoo blij de landman m&oacute;e van &rsquo;t
+ploegen,</p>
+</div>
+<p class="first">maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.</p>
+<p>Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar
+zachte pasjes even verklonken,&mdash;in de avond-kalme atmosfeer vol
+voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes
+v&oacute;&oacute;r en tusschen de lage huizen, liep het kind
+genoegelijk haar versjes op te zeggen, stil in-zich-zelf, met
+nauw-bewegende lippen, &ograve;m &rsquo;t andere regeltje, mee met haar
+ademing, inhalend met hijg-geluid.</p>
+<p>Zoetjes-aan kuierde ze voort; &rsquo;t was lekker buiten, ze had
+geen haast om naar huis te keeren....</p>
+<p>Toen, voor &rsquo;r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een
+huis of tien voor haar uit in de stille straat, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e856" href="#xd21e856" name=
+"xd21e856">59</a>]</span>twee meiden in lichte japonnen, uit een
+zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde &rsquo;t kind.... &rsquo;t waren
+naaischool-meiden; ze hadden &rsquo;r uitzetkleeren aan; die gingen
+naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze goed;
+&rsquo;t was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... &rsquo;t
+waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool
+geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....</p>
+<p>&bdquo;H&egrave;&egrave;&egrave;, kijk nou toch....&rdquo; zei het
+kind zacht-hardop. Ze had zoo&rsquo;n verdriet! &bdquo;Kijk ze nou
+loopen,&rdquo; dacht ze dan weer.</p>
+<p>Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe
+jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen,
+recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin
+geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden
+ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje
+van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en &rsquo;r haarvlechtjes
+zaten nu in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den
+mutsrand gedraaid; &rsquo;t leken gr&oacute;&oacute;te meiden....
+volw&agrave;ssen meiden....</p>
+<p>&bdquo;Och-och, hoe mooi,&rdquo; zei het kind nog eens. Het schreien
+kropte haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte,
+gelapte merinos-jurk, onder <span class="pagenum">[<a id="xd21e864"
+href="#xd21e864" name="xd21e864">60</a>]</span>haar flaphoedje met
+verkleurd lint, en haar staartje op den rug. Ze vond zich &rsquo;t
+armoedigste meisje van de heele stad....</p>
+<p>Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met &rsquo;r
+trotschig, stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.</p>
+<p>Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet
+achter de twee aan.</p>
+<p>Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde
+lichtheden.</p>
+<p>En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren
+ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met
+hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw en
+dat glanzende wit voor haar uit deinde.</p>
+<p>Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer
+binnen......</p>
+<p>Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met
+een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De
+zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: &bdquo;K&egrave; je niet
+genavond zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op
+catechisatie?&rdquo; maar ze lei &rsquo;r toch, een oogenblik later,
+nog een boterham op &rsquo;r bord, omdat &rsquo;t wicht zoo pips
+zag.</p>
+<p>&rsquo;s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag
+&rsquo;t kind op de knie&euml;n bij haar lap goed, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e881" href="#xd21e881" name=
+"xd21e881">61</a>]</span>die ze uitlei en vouwde en mat.... maar ze zag
+wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan te broeien
+in haar hoofd.</p>
+<p>Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam
+overleg in haar moe&euml;, pijn-zware hersens.</p>
+<p>Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, z&oacute;&oacute; als ze was, ze
+zou zeggen, dat &rsquo;r schorten al klaar waren, en dat &rsquo;r japon
+ook wel gauw gemaakt zou worden.... &ograve;f de juffrouw nou niet een
+dienstje open had.... als moeder maar wist dat ze een dienstje
+k&ograve;n krijgen, ziet u, dat d&agrave;n de kleeren wel gemaakt zouen
+worden.... als ze had kunnen knippen, nou dat wist de juffrouw wel, dan
+zou de japon al wel een week af wezen, de schorten had ze ook zelf
+gemaakt, de juffrouw moest maar &rsquo;s zien of &rsquo;t netjes
+was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten in een rolletje
+meenemen.... ze zou goed haar woord doen....</p>
+<p>Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de
+gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij
+de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende,
+zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?&mdash;dan voelde ze
+weer, dat ze toch nooit zou durven....</p>
+<p>Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e891" href="#xd21e891" name=
+"xd21e891">62</a>]</span>haar neersloeg, dat straks, of morgen, of
+overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen met de boodschap, dat er een
+plaats was op &rsquo;r fabriek, dat er een plaats was op de fabriek van
+&rsquo;n vrindin.... dat ze dan mee zou mo&egrave;ten,.... dat ze dan
+onherroepelijk naar de fabriek ging....</p>
+<p>En dien middag liet de angst haar niet meer los.</p>
+<p>&rsquo;r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.</p>
+<p>Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze
+haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.</p>
+<p>Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar
+gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan
+n&agrave; met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog
+met den dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er
+onder haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten,
+fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.</p>
+<p>Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van
+&rsquo;t &bdquo;opgestoken&rdquo; haar, waarmee ze voor &rsquo;t eerst
+zou worden gezien, gek-anders en oud, voor &rsquo;t eerst op straat zou
+loopen, raar-trotsch en akelig-naakt tegelijk; nu, door de
+&agrave;l-beslissende rol, die &rsquo;t zou hebben te vervullen, een
+angst-droom, waarin ze met krampachtige inspanning iets mo&egrave;st
+bereiken. <span class="pagenum">[<a id="xd21e903" href="#xd21e903"
+name="xd21e903">63</a>]</span>En &rsquo;t was zoo mo&egrave;ilijk!
+&rsquo;r Bevende vingers togen wriemelend aan &rsquo;t werk. Ze had
+&rsquo;t al zoo vaak, heimelijk, geprobeerd, sinds ze dien avond de
+twee naaischool-meiden voor zich uit zag loopen. Maar meestal ging
+&rsquo;t niet!</p>
+<p>De drie stugge achterhoofd-strengetjes van &rsquo;r vlecht, die kon
+ze maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en
+&agrave;ls zij al &rsquo;t achterhaar gladjes in haar linkerhand tot
+aan de kruin had opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen
+weer als piekerige slierten uit &rsquo;t vastgehouden bosseltje los;
+h&agrave;d ze dan eindelijk al &rsquo;t haar stijf beet, dat rond
+voorhoofd en nek &rsquo;t alles in roodige pukkeltjes weggetrokken zat,
+dan wisten &rsquo;r ongewende vingers nog maar amper om het dunne
+haar-bundeltje het bandje te strikken.</p>
+<p>Telkens en telkens moest ze het overdoen.</p>
+<p>Ten leste hing het; &rsquo;t zweet, met een zwoel-opslaande
+w&agrave;lm van warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op &rsquo;t
+strakke vel; schokkerig schikten en wonden de handen dan het knoetje
+rond, lagen het uit op &rsquo;t achterhoofd, staken het vast met de
+paar haarspelden, die er in Siens naai-doosje over waren.</p>
+<p>Bij het raam, want &rsquo;t begon al te schemeren, keek ze in
+&rsquo;t krom-golvig spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er
+zij-haren los; en &ograve;m er maar <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e914" href="#xd21e914" name="xd21e914">64</a>]</span>netjes uit te
+zien, plakte zij met haast-dringerige streekjes van water ze tusschen
+de andere vast; donkere vegen liepen over &rsquo;t bleeke blond
+omhoog.</p>
+<p>Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk,
+borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, waschte
+nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door &rsquo;t smerige
+bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.</p>
+<p>Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo
+sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.</p>
+<p>Toen ging ze op weg.</p>
+<p>Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest
+komen, want dat ze dan niet durven zou.</p>
+<p>Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken onder
+de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, nu elk
+piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op het
+achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde ze de
+velschroeiing ternauwernood: &bdquo;&rsquo;t is niks,&rdquo; dacht ze,
+&bdquo;dan zie &rsquo;k er gezonder uit.&rdquo;</p>
+<p>Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek,
+&rsquo;r nu kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel
+&rsquo;t onwennig en onvast voorover staan, door &rsquo;t hooge
+haardotje, van &rsquo;r hoed, waarvan de rand scherp op &rsquo;t
+voorhoofd drukte. <span class="pagenum">[<a id="xd21e928" href=
+"#xd21e928" name="xd21e928">65</a>]</span></p>
+<p>En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar
+wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, heele
+einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de juffrouw
+stond.</p>
+<p>Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te
+kijken naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep
+ze door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.</p>
+<p>Hier was &rsquo;t; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de
+bel over.</p>
+<p>Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel,
+maar de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in
+schemer-vaalte.</p>
+<p>Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de
+juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, witte
+gang, &ograve;veral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, in
+een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.</p>
+<p>Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat er
+was.</p>
+<p>Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen,
+onhoorbaar tredend over den zachten looper.</p>
+<p>Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge,
+bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar,
+waarin al <span class="pagenum">[<a id="xd21e946" href="#xd21e946"
+name="xd21e946">66</a>]</span>haar denken en bewegen als verstolde, en
+waarin zij maar vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot
+dezen tocht.</p>
+<p>Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe,
+haar aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij<a id=
+"xd21e950" name="xd21e950"></a> was bewegeloos gebleven, zonder
+goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in de starre
+oogbollen.</p>
+<p>Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de
+deurmat.</p>
+<p>De meid, die in &rsquo;t verschiet van &rsquo;t smaller en donkerder
+gang-einde een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur
+achter zich latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst
+op haar toe, en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van
+het hoofd achterom: &bdquo;daar mot je wezen.&rdquo; Toen ging ze de
+trap op.</p>
+<p>Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich
+niet te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar
+toe; met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.</p>
+<p>Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige
+roep, de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.</p>
+<p>En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich
+nu haar voeten in beweging, kwam <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e963" href="#xd21e963" name="xd21e963">67</a>]</span>zij de
+dood-stille, kerkachtige blankte door, en het vertrouwelijker halflicht
+van de achtergang, tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En
+opeens was de deurknop in haar hand, en stond ze op den drempel der
+kamer.</p>
+<p>Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel
+rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand v&oacute;&oacute;r
+haar zag ze een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste
+schotje en den muur vaagde iets wits van een bed.</p>
+<p>Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank:
+&bdquo;Nou, Marie Plas....&rdquo;</p>
+<p>Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in &rsquo;t volle
+licht voor de tafel. Ze dorst niet opzien.</p>
+<p>&bdquo;Zoo&rdquo; .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu,
+zooals ze &rsquo;t vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had:
+&bdquo;Kom je nou z&oacute;&oacute; bij mij.... dat had ik anders
+verwacht....&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen
+onder haar voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als
+vervluchtigende vlokken vielen de bestraffende klanken in haar
+wonderlijk-leeg hoofd.</p>
+<p>Zij bracht geen woord uit, bleef strak v&oacute;&oacute;r zich
+kijken.</p>
+<p>&bdquo;Wat kwam je nu eigenlijk doen?&rdquo; vroeg de stem opnieuw,
+maar wat aanmoedigender. <span class="pagenum">[<a id="xd21e979" href=
+"#xd21e979" name="xd21e979">68</a>]</span></p>
+<p>Het kind waagde een blik.</p>
+<p>Op een schuin in den hoek gezetten canap&eacute;, achter tafel, zat
+de juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, de
+handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg
+dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De
+licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar
+gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind op
+te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij
+knipperde even, en, terug met &rsquo;t hoofd, zat ze weer als te
+voren.</p>
+<p>Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende
+licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den baren
+lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.</p>
+<p>En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle
+bewustzijn.</p>
+<p>&bdquo;De schorten zijn wel klaar,&rdquo; zei ze met een haperende
+stem, &bdquo;maar de jurk is nog niet gemaakt....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo....&rdquo; zei de juffrouw &bdquo;en waarom
+niet?&rdquo;</p>
+<p>Nu, gesteld voor die vlakke vraag in &rsquo;t schelle licht, was
+&rsquo;t kind weer heelemaal in de war. Al haar duidelijke en
+begrijpelijke verklaringen was ze vergeten. Ze was duizelig.</p>
+<p>&bdquo;Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e997" href="#xd21e997" name=
+"xd21e997">69</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Had geen tijd, juffrouw.&rdquo;</p>
+<p>Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel d&agrave;t uit haar
+mond.</p>
+<p>&bdquo;Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel
+tijd, om hier in je ouwe kleeren te komen?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Nee juffrouw,&rdquo; zei het kind.</p>
+<p>&bdquo;H&egrave;?&rdquo; vroeg de juffrouw.</p>
+<p>&bdquo;Nee, juffrouw, me moeder wou &rsquo;t niet,&rdquo; bracht het
+kind uit.</p>
+<p>De juffrouw begreep &rsquo;t niet wel. &rsquo;t Verwonderde haar. Ze
+had altijd gemeend, dat ze &rsquo;t van Plas nog al goed hadden, wist
+van d&rsquo;r vaders ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een
+paar stille, knappe dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo
+netjes op school was geweest, zoo oppassend en gewillig....</p>
+<p>&bdquo;Z&oacute;o,&rdquo; zei de juffrouw, &bdquo;kon je moeder dat
+geld niet missen....?&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind kleurde f&eacute;l.</p>
+<p>&bdquo;Nou, vertel nou maar eens,&rdquo; drong de juffrouw aan, wat
+korzelig.</p>
+<p>Zij had ook dikwijls iets t&egrave;gen dat kind gehad,.... dat kind
+had iets stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder
+dien hoed uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan &rsquo;r
+had.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1021" href="#xd21e1021"
+name="xd21e1021">70</a>]</span></p>
+<p>Toen, met een rilling door &rsquo;r schouwertjes, een schok-scheut
+in &rsquo;r beenen, zei &rsquo;t kind:</p>
+<p>&bdquo;Me moeder wil, dat ik naar &rsquo;t fabriek ga; me zusters
+zijn er ook op; me moeder wil niet, dat &rsquo;k ga dienen.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als
+&rsquo;t z&oacute;&oacute; zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine
+oogen tuurden, half-neer, naar den uitersten tafelhoek.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze
+iets verkeerds had gezegd.</p>
+<p>De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....</p>
+<p>Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige
+handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen weer
+neer.... ja.... als &rsquo;t z&oacute;&oacute; zat.... als de ouders,
+als de moeder niet meewerkte.... d&aacute;&aacute;r kon zij niet
+tegen-ingaan.... zij kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan
+zetten.... zij kon niet zeggen: kind, ga <span class="ex">niet</span>
+naar de fabriek.... de menschen schenen daar niets meer in te
+vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, niewaar?.... maar
+tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan dienen.... maar zij
+kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze kwamen bij haar om wat
+knaps te krijgen.... die bij haar om zoo&rsquo;n kind kwamen, deden
+&rsquo;t ook al niet uit overdaad.... zoo&rsquo;n kind moest toch
+allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan ze
+verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1037" href="#xd21e1037" name=
+"xd21e1037">71</a>]</span>tegen &rsquo;t winter een regenmantel.... ja,
+als de moeder niet wou meewerken.... &rsquo;t was jammer.... &rsquo;t
+was toch geen kwaad kind.... &rsquo;t was erg jammer....</p>
+<p>En nog eens, met een schouderbeweging van &bdquo;niets aan te
+doen,&rdquo; gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op,
+vielen met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel
+weer neer.... &rsquo;t was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een
+stil dienstje zou ze.... maar als de moeder &rsquo;r naar de fabriek
+wou....</p>
+<p>De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te
+bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor
+hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....</p>
+<p>&bdquo;Moeder zo&ugrave; &rsquo;t geld voor de japon wel kunnen
+geven....&rdquo; stootte ze nog uit.</p>
+<p>&bdquo;Ja, juist....&rdquo; zei, practisch, de juffrouw.</p>
+<p>Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.</p>
+<p>&bdquo;Wil je moeder nog eens bij me komen?&rdquo; vroeg de
+juffrouw.</p>
+<p>Heftig knikte het kind van nee.</p>
+<p>Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een
+fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide het
+kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1056" href="#xd21e1056" name=
+"xd21e1056">72</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Je mag zelf &oacute;&oacute;k nog wel eens terugkomen over
+een tijdje,&rdquo; riep de juffrouw, die opgestaan was, in de open
+kamerdeur haar na.</p>
+<p>&rsquo;t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het
+voordeur-slot, kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.</p>
+<p>Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te
+zoeken d&aacute;&aacute;r, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht
+was; ze kon niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en &rsquo;r
+heele hoofd was vol heet geschrei.</p>
+<p>Diep-neer met &rsquo;r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien
+zouen hoe ze huilde.</p>
+<p>Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een
+zoute keelpijn van &rsquo;t schreien, vond ze haar bordje met
+boterhammen op een hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de
+vrouwen, bij elkaar, er achter, saam aan een groot werk bezig.</p>
+<p>De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de
+gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk,
+mee naar huis had gekregen.</p>
+<p>Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de
+vingers friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote
+stukken, in de stopnaalden te krijgen. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1072" href="#xd21e1072" name="xd21e1072">73</a>]</span></p>
+<p>Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En
+boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knie&euml;n, bewogen
+groot in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.</p>
+<p>&bdquo;Eet maar gauw, Merietje,&rdquo; zei Ant, &bdquo;dan mag je
+meedoen; d&rsquo;r zalle nog wel een paar centen op overschieten voor
+je.&rdquo;</p>
+<p>De vrouw was aan &rsquo;t vertellen geweest, vertelde door:</p>
+<p>&bdquo;Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en
+je vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou
+graag....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Heeremejeetje!&rdquo; schetterde opeens Sien &rsquo;r schelle
+stem door &rsquo;t verhaal heen, &bdquo;kijk die Sprot er
+uitzien!&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen
+en bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar
+bord, voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.</p>
+<p>&bdquo;H&aacute;&aacute;r, waar mot je met dat kind naar toe!&rdquo;
+gilde Sien weer, en werktuigelijk tastten Marietje&rsquo;s handen naar
+het kleine knoetje, waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten....
+en plotseling voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op &rsquo;t
+voorhoofd de prikkende trekking der te strak gespannen haartjes, en de
+wee&euml; pijn, die daarvan klopte hoog in &rsquo;r hoofd. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1087" href="#xd21e1087" name=
+"xd21e1087">74</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Kind, wat m&ograve;t dat?&rdquo; had de moeder gevraagd, met
+haar blik van goedigen spot.</p>
+<p>&bdquo;Ze lijkent wel een stekelverreken,&rdquo; relde Sien.</p>
+<p>&bdquo;Ik wed....&rdquo; plaagde Ant, die in haar sas was over het
+buitenkansje van de fabriek, &bdquo;ik w&egrave;d.... dat jij op een
+dienstje ben uitgeweest!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Toe,&rdquo; zei Sien, &bdquo;ga door! zoo&rsquo;n klein
+merakel, wie zou daaran willen?&rdquo;</p>
+<p>En Ant er weer tegen in: &bdquo;de kleintjes motte d&rsquo;r ook
+weze, wat zeg jij, Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve
+Heer, en de ander weinig.... kom, all&eacute; meid, laat Sien praten,
+help maar gauw mee....&rdquo;</p>
+<p>Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke
+tranen sprongen &rsquo;t kind in de oogen; een laatste, uitgebeten
+boterham viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte
+zij het plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen
+wijd om de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld
+tegen de steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke
+licht-geling door &rsquo;t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek,
+sluik-sliertig vachtje het haar &rsquo;r tot even over de schouders. Al
+snikkend vlocht ze het weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het
+staketsel aan, huilde ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe
+in haar tranen de lantarens op den singel achter de
+&bdquo;Hanekamp&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1101" href=
+"#xd21e1101" name="xd21e1101">75</a>]</span>goudene sterren geleken,
+die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze <span class="corr" id=
+"xd21e1103" title="Bron: daarnaar">daar naar</span> ging kijken....</p>
+<p>Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.</p>
+<p>Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant
+eens kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen.
+Sien was uit, hoor!</p>
+<p>&bdquo;Zeg,&rdquo; zei ze tegen het kind, &bdquo;heb jij gezien, dat
+Sien een goue kettinkie had?.... Hein was er.... &rsquo;n opstand dat
+die maakte.... hei je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou
+t&ograve;ch &rsquo;n goue kettinkie had,.... op de azijnmakerij had ze
+&rsquo;t angehad,.... &rsquo;n jongen had &rsquo;t &rsquo;m verteld....
+en hij wou weten van wie ze &rsquo;t had...&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;<span class="corr" id="xd21e1114" title=
+"Bron: fff">Fff</span>&rdquo; trok het kind haar adem op tusschen de
+tanden. Dan volgde ze willig, huiverig van &rsquo;t huilen en &rsquo;t
+lange staan in den frisschen meinacht, waardoor nog &rsquo;n vinnig
+windje sneed.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer
+bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de
+moeder gaf&mdash;ze had een goede week gehad&mdash;er &rsquo;n snee
+zoete koek bij, en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor
+&rsquo;n kettinkie spaarde, en hij liet twee nieuwe guldens zien, die
+hij in een papiertje in zijn vestjeszak droeg. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1121" href="#xd21e1121" name=
+"xd21e1121">76</a>]</span>Driemaal liet hij dien middag de guldens
+rinken, en ieder was in zijn schik.</p>
+<p>Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....</p>
+<p>En ook n&agrave; dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing
+bij haar omgaan.</p>
+<p>Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de
+bedstee zitten, z&oacute;&oacute; stil, dat de moeder, die haar uit
+dacht, schrok, als ze een beweging maakte.</p>
+<p>En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden,
+schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, en
+haar stijfgenepen lippen waren van &rsquo;t zelfde flets-bleek als haar
+wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten
+er dan tusschen de wenkbrauwen, van &rsquo;t tobbend gedenk; en den
+ganschen dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots
+zoo&rsquo;n schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig,
+op een morgen &bdquo;kleine Judas&rdquo; tegen haar zei.</p>
+<p>Dat was wat geweest! &rsquo;t Kind had z&oacute;&oacute;
+onbedaarlijk gehuild, dat de moeder, die eerst van de fratsen niets
+weten wilde, met kopjes water haar zenuwen weer onder bedwang moest
+krijgen.</p>
+<p>Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen en
+gewoon met de anderen mee. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1136"
+href="#xd21e1136" name="xd21e1136">77</a>]</span>Maar den volgenden
+morgen, toen ze op boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind
+in &rsquo;r nieuwe kleeren gezien.</p>
+<p>&bdquo;Heb jij nog geen dienst?&rdquo; had die gevraagd, &bdquo;ikke
+wel.... bij twee dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve
+kost....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Hei je &rsquo;n mooi keukentje?&rdquo; vroeg &rsquo;t kind
+belust.</p>
+<p>&bdquo;Nou!&mdash;en wat &rsquo;n groote!&rdquo; gichelde de ander,
+&bdquo;je ken der je net in keeren.... maar &rsquo;t is een lief
+keukentje hoor!.... netjes.... kopere knoppe aan &rsquo;t fornuis, en
+twee kopere krane.... en een kopere poffertjespan aan de muur.... en
+een spiegeltje op de schoorsteen....</p>
+<p>&bdquo;Hei je &rsquo;n mooi kamertje?&rdquo; vroeg het kind weer, in
+nog grooter spanning.</p>
+<p>&bdquo;Nee ommers.... &rsquo;k ben er niet voor dag en nacht... maar
+later wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op
+zolder.... met een groot raam en rooie blommen op &rsquo;t
+behang....&rdquo;</p>
+<p>Toen was &rsquo;t bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een
+strakke spichtigheid van onverzettelijk besluit.</p>
+<p>En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als
+ingegroefd gehouden.</p>
+<p>Dien avond&mdash;&rsquo;t was een druilig-koude avond met telkens
+buien van motregen&mdash;wachtte het kind bij <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1155" href="#xd21e1155" name=
+"xd21e1155">78</a>]</span>den ingang van een doodloopend paadje naast
+de Hanekamp, Sien &rsquo;r vrijer op.</p>
+<p>Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in &rsquo;t gras, waar
+de kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er
+kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd
+op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, en er
+lag kolengruis en vuilnis.</p>
+<p>&rsquo;r Voeten koud in &rsquo;t drassig gras, &rsquo;r goed klam
+van den stofregen, &rsquo;r hoofdje heet, wachtte ze....</p>
+<p>&bdquo;Hein!&rdquo; riep ze, &bdquo;Hein!&rdquo; toen de jongen
+eindelijk langs kwam om het Dijkje op te gaan, &bdquo;Hein!&rdquo;</p>
+<p>De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen
+singel-weg, keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den
+lantarenschijn, het kind, sluik in &rsquo;r natte kleeren, tusschen de
+hagen.</p>
+<p>Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem
+tegemoet.</p>
+<p>&bdquo;....Nou?.... wat wou je......?&rdquo; vroeg hij, onwillig,
+met een paar ingehouden stappen het pad opkomend.</p>
+<p>&bdquo;Sien.... ik weet wat van Sien....&rdquo; stootte schor
+&rsquo;t kind uit, en haar oogen waren strak naar &rsquo;t gezicht van
+den naderende.</p>
+<p>De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg
+f&eacute;l met zijn oogen.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1173"
+href="#xd21e1173" name="xd21e1173">79</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Sien vrijt met een ander,&rdquo; stootte nog eens &rsquo;t
+kind uit.</p>
+<p>&bdquo;Godver....&rdquo; De jongen beet zijn vloek af; dan streek
+hij verbijsterd met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit
+geweken, trapte door &rsquo;t gruis tusschen de schemerige hagen.</p>
+<p>Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning:
+k&oacute;m, en Zondag dan!....</p>
+<p>&bdquo;Je liegt,&rdquo; snauwde hij van zich af, en hij maakte
+&rsquo;n beweging, of hij terug wou gaan.</p>
+<p>Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder
+het wegje in.</p>
+<p>&bdquo;Wat?.... wat dan....?&rdquo; hakkelde hij, weer van streek
+geraakt.</p>
+<p>&bdquo;Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet
+&rsquo;t.... verleden Zaterdag.... &rsquo;k heb &rsquo;n briefie
+gevonden,&rdquo; stamelde &rsquo;t kind, en haar genepen hand bibberde
+tegen haar jurk, waar papier kraakte achter het merinos.</p>
+<p>De jongen schoot naar voren: &bdquo;Hier! geef op....&rdquo;</p>
+<p>Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil,
+weerstond de uitbarsting.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot geld hebben,&rdquo; joeg het uit haar verwrongen
+mondje.</p>
+<p>&bdquo;Wat? geld?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1197"
+href="#xd21e1197" name="xd21e1197">80</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;De twee guldens,&rdquo; fluisterde ze, heet-heesch.</p>
+<p>&bdquo;O!&rdquo; smaalde de jongen, opeens weer bedaard,
+&bdquo;o!... is &rsquo;t d&aacute;&aacute;rom te doen?....
+Oz&oacute;&oacute;....!&rdquo;</p>
+<p>Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die
+hij ontwarren moest.</p>
+<p>&bdquo;Je liegt,&rdquo; zei hij dan nog eens.</p>
+<p>Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad
+uitgaan.</p>
+<p>Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep
+en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een
+flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende
+snik.</p>
+<p>Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den
+lantarenschijn, den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het
+vestzakje, als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar
+borg....; dan was hij weg.</p>
+<p>Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem
+achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met
+&rsquo;n wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf
+zette, kwam, &rsquo;t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op....
+Ze schrok achteruit.</p>
+<p>&bdquo;W&agrave;t weet je van Sien?.... toe.... Merietje....,&rdquo;
+smeekte hij. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1217" href="#xd21e1217"
+name="xd21e1217">81</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Heb &rsquo;n briefie,&rdquo; zei het kind weer met
+stuggen drang.</p>
+<p>&bdquo;W&agrave;t toch voor briefie?&rdquo;</p>
+<p>En toen, heet in &eacute;&eacute;n adem, kwam &rsquo;t verhaal: ze
+had een briefje gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien &rsquo;r bed....
+zeker uit &rsquo;r zak gevallen.... Sien ging met &rsquo;n andere
+jongen vrijen.... Barend heette-d-ie.... meer wist ze er niet van....
+als <i>zij</i> de twee gulden kreeg, dan kreeg hij het briefje....</p>
+<p>&bdquo;Als &rsquo;t waar is, z&agrave;l je ze hebben,&rdquo; zei de
+jongen wild.</p>
+<p>&bdquo;Zal je geen herrie maken, Hein, zal je <i>mij</i> niet
+noeme.... zal je me niet verraje?&rdquo; smeekte op haar beurt het
+kind.</p>
+<p>&bdquo;Geef dan op! hier!&rdquo; bulderde nu de jongen, en in zijn
+rooien kop staken als van &rsquo;n stier de lichte, naakte oogen. Hij
+deed een boosaardigen greep naar den arm van het kind.</p>
+<p>Opschreiend ineens van angst, week die terug. &bdquo;&rsquo;k Heb
+niks.... &rsquo;k heb niks..&rdquo; griende ze, doodsbang, den brief
+met het knuistje verfrommelend in haar zak.</p>
+<p>&bdquo;Verdomme!&rdquo; donderde nog eens de jongen; met een
+driftigen vinger-graai haalde hij &rsquo;t pakje uit zijn vestzak,
+ketste het op &rsquo;t kolen-pad. &rsquo;t Papiertje scheurde in den
+nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de geldstukken over den
+grond; dan, twee blinkende <span class="pagenum">[<a id="xd21e1241"
+href="#xd21e1241" name="xd21e1241">82</a>]</span>witte schijfjes, lagen
+ze, onder &rsquo;t veeg lantaren-licht, stil in &rsquo;t doorgruisde
+gras terzijde.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als
+bezeten, had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit,
+het brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen
+omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij &rsquo;t op kon rapen,
+had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, ze
+klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.</p>
+<p>&bdquo;Nou heb ik &rsquo;t geld!&rdquo; dacht ze met een woeste
+vreugde.... &bdquo;nou ga ik naar de naaister!.... nou heb ik &rsquo;t
+geld!&rdquo; Doch nauwlijks de Hanekamp voorbij, hoorde zij de zware
+gramme stappen van Hein al klatsen achter zich aan.</p>
+<p>Bij hun deur had hij haar ingehaald.</p>
+<p>&bdquo;Niet zegge.... niet zegge, Hein,&rdquo; fluisterde het
+kind.</p>
+<p>De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, dol
+van woede, de kamerdeur open.</p>
+<p>&bdquo;O God!&rdquo; zei het kind.</p>
+<p>Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de
+vlieringtrap op....</p>
+<p>In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt lag,
+bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks gebeuren
+ging. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1260" href="#xd21e1260" name=
+"xd21e1260">83</a>]</span></p>
+<p>Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering,
+&rsquo;n dof gerucht; &rsquo;t schenen enkel de zware stemmen van
+moeder en Hein.</p>
+<p>&rsquo;t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender
+leek dan &rsquo;t aanvankelijk geweld.</p>
+<p>Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.</p>
+<p>Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt;
+in de linker zaten de twee guldens geklemd.</p>
+<p>Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken
+sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van
+geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was er
+een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van
+moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had &rsquo;r geslagen....</p>
+<p>Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug
+schoot.</p>
+<p>En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei:
+&bdquo;Waar zit die Judas?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest,&rdquo;
+bad het kind, radeloos. &bdquo;O God, help mij toch.... vergeving, God,
+o lieve Heere Jezus, o God....<span class="corr" id="xd21e1277" title=
+"Niet in bron">&rdquo;</span></p>
+<p>En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef
+ze, tegen het weer oploeiend krakeel <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1283" href="#xd21e1283" name="xd21e1283">84</a>]</span>van
+beneden in, vol angst en zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder
+ophouden.</p>
+<p>Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend
+woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met een nog
+krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar
+angst-verschroeide stem in vertwijfeling....</p>
+<p>Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in
+&rsquo;r nijpende hand:</p>
+<p>&bdquo;O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal &rsquo;t niet
+weer doen, o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas
+genoemd! o God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o
+God, genade, genade....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Sprot....&rdquo; hoorde ze plotseling, met een nijdigen
+krijsch, boven het geruzie uit.</p>
+<p><a id="xd21e1294" name="xd21e1294"></a>Tweemaal na elkaar werd ook
+haar naam gezegd: &bdquo;Merie....&rdquo;</p>
+<p>Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren
+kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog
+dieper in haar hoekje weg.</p>
+<p>Eens werd er aan de knop van &rsquo;t kamerdeurtje gescharreld....
+&bdquo;Oooo!&rdquo; kermde ze.</p>
+<p>Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een
+wilde schrik in haar opgestoven.. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1302" href="#xd21e1302" name="xd21e1302">85</a>]</span>ijlings
+greep ze haar pak goed van-achter de kist.... en het pak onder den arm,
+de twee guldens nog in de hand geklemd, sloop ze sidderend de
+vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.</p>
+<p>In &eacute;&eacute;nen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor
+de Hanekamp.</p>
+<p>Toen zij, <span class="corr" id="xd21e1308" title=
+"Bron: steenend">steunend</span>, daar even stilstond, sloeg het negen
+uur op de groote stads-toren.</p>
+<p>De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en
+klein in &rsquo;t donker van den verlaten singel.</p>
+<p>Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar
+lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: &bdquo;God! o Vader, o
+lieve heere Jezus, o God...&rdquo;</p>
+<p>Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen
+wist ze niet.</p>
+<p>Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten
+werd.</p>
+<p>Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam,
+sloeg zij de Vaartlaan in.</p>
+<p>Waarom had ze &rsquo;t gedaan?.... Waarom....?</p>
+<p>Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.</p>
+<p>Een &agrave;l grooter dofheid ging &rsquo;r hersens bevangen.</p>
+<p>Soms bad ze nog maar werktuigelijk:</p>
+<p>&bdquo;Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God
+vergeef me....&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e1332" href=
+"#xd21e1332" name="xd21e1332">86</a>]</span></p>
+<p>Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep ze
+nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer v&oacute;&oacute;rt....
+platen van stramme verlamming pijnden in &rsquo;r schenen, waar haar
+doornatte rokje met elken stap zwaar tegenaan klakte.</p>
+<p>Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van &rsquo;t
+stadje, bij &rsquo;t Plantsoen.</p>
+<p>Zij voelde tot hoog in &rsquo;r arm een stekende sinteling van uit
+de vingers, die de geldstukken omknelden.</p>
+<p>&bdquo;Ze zullen &rsquo;t n&oacute;&oacute;it vergeven,&rdquo; dacht
+ze.</p>
+<p>Als in &rsquo;t Plantsoen de wind over de weien weer killer den
+stofregen aanblies, ging zij een steeg binnen.</p>
+<p>Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een
+winkelstraat. Menschen met paraplu&euml;n op gingen langs &rsquo;t
+trottoir, heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende
+winkelkasten stonden, &rsquo;t Eerste stille zijstraatje schoof het
+kind weer in.</p>
+<p>Een oogenblik kwam &rsquo;t tot haar bewustzijn, dat ze het
+japongoed nu n&oacute;g naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon
+immers.... ze had het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze
+tegelijkertijd, dat het niet kon.</p>
+<p>Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in
+haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of &rsquo;t
+waardelooze dingen waren, in haar jurkzak glijden. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1350" href="#xd21e1350" name=
+"xd21e1350">87</a>]</span></p>
+<p>Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den
+wal.</p>
+<p>De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte
+getorente, stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was
+niemand meer buiten.</p>
+<p>Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.</p>
+<p>Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen weg....
+Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid van het
+bemodderde papier tegen haar arm, vergat &rsquo;t dan weer.</p>
+<p>Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.</p>
+<p>Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze
+plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.</p>
+<p>De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.</p>
+<p>Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe
+wijk, en langs een gracht en door een rij van stegen....</p>
+<p>&rsquo;t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.</p>
+<p>&rsquo;t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te
+slapen.</p>
+<p>Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op
+dit uur.... zouen ze nu wachten op <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1374" href="#xd21e1374" name="xd21e1374">88</a>]</span>haar?....
+wat zouen ze denken? Wat zouen ze haar doen, als ze haar zagen....</p>
+<p>Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens
+geschoten: zij was gemeen geweest.... ze had &rsquo;r zuster
+verraden.... maar &rsquo;r zuster was gemeen tegen &rsquo;r jongen
+geweest.... nog v&eacute;&eacute;l gemeener.... Daar moest ze nu maar
+aan vasthouden.</p>
+<p>Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der
+electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het
+station; ze keerde terug.</p>
+<p>Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de
+felle nachtkou joeg &rsquo;r op.</p>
+<p>Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug
+moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....</p>
+<p>Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt
+in &rsquo;r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar
+armen deden pijn. &rsquo;t Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan
+weer uitzwol van de hevige pijn overal.</p>
+<p>Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot &rsquo;t geld teruggeven,&rdquo; dacht ze.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot vergiffenis vragen,&rdquo; dacht ze nog
+eens.</p>
+<p>Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den
+uitkijk zouden staan. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1395" href=
+"#xd21e1395" name="xd21e1395">89</a>]</span></p>
+<p>Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....</p>
+<p>Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze &rsquo;r ook
+slaan....</p>
+<p>Zoo kwam ze ten leste toch &rsquo;t Dijkje op.... &rsquo;t kamerraam
+was licht nog, maar &rsquo;t deurtje was donker.</p>
+<p>Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou n&ograve;g terug
+gaan....</p>
+<p>Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak
+zij de hand aan den knop....</p>
+<p>&bdquo;B&egrave; je daar, Merie?&rdquo; riep gespannen-angstig de
+stem van &rsquo;r moeder.</p>
+<p>Zij kwam binnen.</p>
+<p>&bdquo;God nog en toe,&rdquo; zei de vrouw.</p>
+<p>&rsquo;t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei
+haar natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op &rsquo;r knie&euml;n viel
+ze er bij neer, &rsquo;t hoofd op &rsquo;r armen, met een enkele
+verdwaalde snik....</p>
+<p>&bdquo;God nog en toe,&rdquo; zei de vrouw nog eens.... &bdquo;wat
+zie je d&rsquo;r uit....&rdquo;</p>
+<p>Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk
+&rsquo;r een groote kom vol.</p>
+<p>&bdquo;Hier,&rdquo; zei ze, &bdquo;toe, sta nou op.&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een
+willooze snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.</p>
+<p>Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1425" href="#xd21e1425" name=
+"xd21e1425">90</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen,&rdquo; zei
+de vrouw, &bdquo;ze zijn je aan &rsquo;t zoeken.... &rsquo;t is wat
+moois....&rdquo;</p>
+<p>Bijna dadelijk viel &rsquo;t kind in &rsquo;n angst-zwaren
+uitputtingsslaap.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, Sien
+vree met den jongen van Bertels.</p>
+<p>Zoo&rsquo;n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die
+moest nou de knoop nog doorhakken.... &rsquo;t was eigenlijk maar goed
+geweest....</p>
+<p>In &rsquo;r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal
+voor &bdquo;gluiperd&rdquo; en &bdquo;genieperd&rdquo;
+gescholden,&mdash;dat, en nog &rsquo;n enkel vermaan-woord van &rsquo;r
+moeder was &rsquo;t eenige, wat ze over dien vreeselijken avond te
+hooren kreeg.</p>
+<p>Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen
+lang nog, met stil-verwijtende oogen &rsquo;r aanzien.</p>
+<p>Maar &rsquo;t kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te
+merken, merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd
+over &rsquo;r slechte uitzien, &rsquo;r nog eens wat buiten &rsquo;t
+gewone voedsel toestopte.</p>
+<p>Langzaam kwam ze weer wat bij.</p>
+<p>Toen, &rsquo;s Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1447" href="#xd21e1447" name=
+"xd21e1447">91</a>]</span>gekomen, van de menschen bij wie de
+naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of &rsquo;t meissie eens
+aankomen wou....</p>
+<p>Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een
+bruiloft van den vorigen dag.</p>
+<p>Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder &rsquo;t, en &rsquo;s
+avonds, klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.</p>
+<p>De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen,
+vertelde zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die
+nog geen dienst had, want dat &rsquo;r kleeren nog niet gemaakt waren.
+Nou, en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven
+wou, dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze
+nou een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....</p>
+<p>Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange
+trilling kwam in &rsquo;r moe&euml; oogen, toen de breede hand van de
+juffrouw, over het blinkende tafelblad heen, haar de groote
+zilverschijf toereikte.</p>
+<p>Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk
+neer, schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand
+vlak voor haar.</p>
+<p>&bdquo;Nou?&rdquo; zei ze met een onwillige kortaangebondenheid:
+&bdquo;ben je niet blij?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1462" href="#xd21e1462" name="xd21e1462">92</a>]</span></p>
+<p>Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.</p>
+<p>&bdquo;En krijg ik nu ook een dienstje?&rdquo; vroeg ze dan, met een
+genepen stem.</p>
+<p>&bdquo;Jaa....&rdquo; zei de juffrouw, &bdquo;....we hebben al Juli
+op &rsquo;t oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van
+de dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat
+hoort.... afijn, je mot zelf ook maar &rsquo;s rondkijke,
+h&egrave;?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ja juffrouw,&rdquo; zei het kind stil. Ze nam den
+rijksdaalder van tafel, mompelde nog iets, en ging dan.</p>
+<p>Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze
+bijna niet recht staan van de pijn in &rsquo;r lenden.</p>
+<p class="tb"></p>
+<p>En v&oacute;&oacute;r nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap
+thuis, dat er een plaats was voor &rsquo;r zusje op &rsquo;t fabriek
+van Hoogeboom; dat was de tweede tricot-weverij uit het stadje.</p>
+<p>&mdash;Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet
+voor &rsquo;t plezier van die japon zoo&rsquo;n meevallertje laten
+passeeren! Maar ze moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw
+gaan....</p>
+<p>Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde
+ook in een van haar werkhuizen&mdash;ja! je diende je toch wat moeite
+te getroosten, die dame <span class="pagenum">[<a id="xd21e1481" href=
+"#xd21e1481" name="xd21e1481">93</a>]</span>had toch die rijksdaalder
+gegeven!&mdash;maar de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de
+Hanekamp, na &rsquo;r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in
+de morgenuren, en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als
+&rsquo;t nou nog voor vast was! .... op &rsquo;t fabriek verdiende ze
+dadelijk veertien, en je klom gauw op.</p>
+<p>Dus, &rsquo;s avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar
+Hoogeboom zou.</p>
+<p>&rsquo;t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had
+ze dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor
+de ruiten.....</p>
+<p>En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar
+om.</p>
+<p>&rsquo;t Was al overlegd, dat ze in die japon naar &rsquo;t fabriek
+moest. &rsquo;t Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min
+in....</p>
+<p>En met de nieuwe week, &rsquo;s morgens om kwart voor zeven, ging
+zij, in &rsquo;t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast
+Ant op weg.</p>
+<p>De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over &rsquo;r
+platte borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk
+op.</p>
+<p>Zoo, blootshoofds, &rsquo;t gladgestreken haar recht-weg naar
+&rsquo;t knoetje getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen,
+en onwennig loopend in de belemmering <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1498" href="#xd21e1498" name="xd21e1498">94</a>]</span>van
+&rsquo;r voor &rsquo;t eerst lange kleeren, kwam zij de gracht op,
+waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen luidden.</p>
+<p>Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.</p>
+<p>De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en
+naast de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van
+werkvolk &rsquo;t lange eind, tot voorbij de brug.</p>
+<p>Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling
+in &rsquo;r lichte japon....</p>
+<p>&bdquo;Sprot, Sprot,&rdquo; riep een jongen, die haar kende.</p>
+<p>Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort
+binnen.</p>
+<p class="trailer xd21e1510">EINDE.</p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1513" href="#xd21e1513" name=
+"xd21e1513">95</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 ads">
+<div class="divBody">
+<p class="first">VAN M. SCHARTEN-ANTINK</p>
+<p>VERSCHENEN BIJ DE<br>
+MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR:</p>
+<p>SPROTJE. (4e druk)</p>
+<p><a class="pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek"
+href="http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">SPROTJE HEEFT EEN
+DIENST</a>. (3e druk)</p>
+<p>SPROTJES VERDER LEVEN. (3e druk)<br>
+Per deel ingenaaid &fnof; 0.35; carton 0.50; gebonden 0.65</p>
+<p>CATHERINA. (2e druk) Uitverkocht.</p>
+<p>VAN SCHEIDING EN DOOD. Uitverkocht.</p>
+<p>VIER VERTELLINGEN.<br>
+Ingen. &fnof; 0.45; Carton 0.60; Linnen 0.75</p>
+<p>ANGELINA&rsquo;S HUWELIJK.<br>
+Ingen. &fnof; 0.45; Carton &fnof; 0.60</p>
+<p>VAN CAREL SCHARTEN:</p>
+<p>DE ROEPING DER KUNST.<br>
+Ingen. &fnof; 1.40; Carton 1.55; Linnen 1.70</p>
+<p>JULES RENARD: Natuurlijke Historietjes, vert. en ingel. door C.
+Scharten.<br>
+Ingen. &fnof; 0.35; Carton &fnof; 0.45; Linnen &fnof; 0.55 <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1555" href="#xd21e1555" name=
+"xd21e1555">96</a>]</span></p>
+<p>HET SPELLINGVRAAGSTUK. De Vereenvoudigde een gevaar voor Volk en
+Stam. In brochurevorm &fnof; 0.20.</p>
+<p>HET WEZEN EN DE ROEPING DER LETTERKUNDIGE KRITIEK. In brochure-vorm
+&fnof; 0.25.</p>
+<hr class="tb">
+<p>van C. en M. SCHARTEN-ANTINK</p>
+<p>EEN HUIS VOL MENSCHEN<br>
+(8e druk. 12e duizend)</p>
+<p>DE VREEMDE HEERSCHERS. (3e druk)</p>
+<p>TYPEN EN CURIOSITEITEN (Uit Itali&euml;)<br>
+Ingen. &fnof; 1.95; Geb. in keurband &fnof; 2.80</p>
+<p>HONOR&Eacute; DE BALZAC: Het Gevloekte Kind, vertaald en ingeleid
+door C. en M. Scharten-Antink. (2e druk)<br>
+Ingen. &fnof; 0.35; Carton 0.50; Geb. 0.65.</p>
+<p><i>Bij bestelling zende men voor oorlogstoeslag 5 cents extra in
+boven de hiergenoemde prijzen.</i></p>
+</div>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+<a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
+Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e41"
+title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie
+team op <a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>Dit boekje is deel 1 van een drieluik. Deel 2 is <i><a class=
+"pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">Sprotje heeft een
+dienst</a></i> en deel 3 <i>Sprotje&rsquo;s verder leven</i>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
+schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
+stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
+einde van dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2013-12-25 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctiontable" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e149">5</a></td>
+<td class="width40 bottom">balddadigheid</td>
+<td class="width40 bottom">baldadigheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e347">26</a></td>
+<td class="width40 bottom">watergudsen</td>
+<td class="width40 bottom">watergutsen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e432">31</a></td>
+<td class="width40 bottom">.</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e648">44</a></td>
+<td class="width40 bottom">binnen gevallen</td>
+<td class="width40 bottom">binnen-gevallen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e950">66</a></td>
+<td class="width40 bottom">,</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1103">75</a></td>
+<td class="width40 bottom">daarnaar</td>
+<td class="width40 bottom">daar naar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1114">75</a></td>
+<td class="width40 bottom">fff</td>
+<td class="width40 bottom">Fff</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1277">83</a></td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
+<td class="width40 bottom">&rdquo;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1294">84</a></td>
+<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
+<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1308">85</a></td>
+<td class="width40 bottom">steenend</td>
+<td class="width40 bottom">steunend</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE ***
+
+***** This file should be named 44513-h.htm or 44513-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/4/5/1/44513/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/44513-h/images/book.png b/old/44513-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/images/card.png b/old/44513-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..1ffbe1a
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/images/external.png b/old/44513-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/images/frontcover.jpg b/old/44513-h/images/frontcover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..05eda4b
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/frontcover.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/images/initial-t.png b/old/44513-h/images/initial-t.png
new file mode 100644
index 0000000..70e8084
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/initial-t.png
Binary files differ
diff --git a/old/44513-h/images/titlepages.jpg b/old/44513-h/images/titlepages.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5914a47
--- /dev/null
+++ b/old/44513-h/images/titlepages.jpg
Binary files differ