diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 18:44:24 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 18:44:24 -0700 |
| commit | 15b80546700e69f68b1b911eb6d1b456958d7bf2 (patch) | |
| tree | f48146b01b746aee36044c008f6f0b594827120a | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 44513-0.txt | 2408 | ||||
| -rw-r--r-- | 44513-h/44513-h.htm | 3210 | ||||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/card.png | bin | 0 -> 249 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/frontcover.jpg | bin | 0 -> 70973 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/initial-t.png | bin | 0 -> 6090 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 44513-h/images/titlepages.jpg | bin | 0 -> 147220 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/44513-8.txt | 2797 | ||||
| -rw-r--r-- | old/44513-8.zip | bin | 0 -> 51574 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h.zip | bin | 0 -> 285724 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/44513-h.htm | 3621 | ||||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/book.png | bin | 0 -> 364 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/card.png | bin | 0 -> 249 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/external.png | bin | 0 -> 172 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/frontcover.jpg | bin | 0 -> 70973 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/initial-t.png | bin | 0 -> 6090 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/44513-h/images/titlepages.jpg | bin | 0 -> 147220 bytes |
21 files changed, 12052 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/44513-0.txt b/44513-0.txt new file mode 100644 index 0000000..54a646e --- /dev/null +++ b/44513-0.txt @@ -0,0 +1,2408 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 *** + + WERELDBIBLIOTHEEK + + Onder leiding van L. Simons + + + + UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR + GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM + + + + + + + + SPROTJE + + Door + M. SCHARTEN-ANTINK + + + VIJFDE DRUK, 16e-18e DUIZEND + + + + + + + + +Toen om even voor vieren, met een uitjoel van vrijgelaten baldadigheid, +de zwerm deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots +huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van 't lokaal, dat +voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog +staan talmen, haar pak onder den arm. + +'t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, die niet +weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap goed +voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een lap +voor twee witte.... Dat werd het "uitzet" genoemd, 't eerst-noodige +voor een dienstbodenplaatsje. + +Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het +kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open +straatdeur,--de woelige bende dólde nog buiten--, keek dan weer, +stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten naai-lokaal in: +"Als 't goed gemaakt is, Marie Plas," zei terloops, achter uit het +vertrek, de naai-juffrouw, die druk bezig was op te ruimen, "dan +mot je maar 's komme.... 's avonds tusschen zeven en acht.... met je +nieuwe spullen an.... zulle we wel 's kijke.... voor 'n dienstje....", +en met 'n korten knik, schuin uit haar bukken op, zonder aankijken, +gaf ze 't kind haar afscheid. + +Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de +gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, +het schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit +het lawaai weggebroken: "Dat zijn de meiden van de Weert, die de +Kepélsteeg ingaan," dacht het kind, en de zorgelijkheid streek wat weg +uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De helpster, die +'n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar te letten. Dan, +in de dichte voordeur-helft, klepte met 'n licht-flits de brievenbus +open, en was weer zwart tegelijk met den plons van wat wits achter +het glaasje; de postbode, het deur-open voorbij, stak de stoep over, +was weg.... + +Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch +geraakt. + +Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol naai-gerei +van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang door, +slipte langs de wit-heete zonnevlakken over muur en vloer bij de +straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van den Meidag, +liep ze buiten. + +Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam in +de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen, +tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en +druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens +aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant. + +Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere +middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de +verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken +over haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, +dat stil hing op 't warm-bruin van haar kleinen rug. + +Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, +haar sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere, +voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, +bang dat het uitschieten zou. + +Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun mondje, +en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de kleine +grijze oogen; 'n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel postuurtje, +minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen moest, lang niet +haar dertien jaren aangaf. + +Ze was blij en 'n beetje verdrietig tegelijk. + +"Leukies," zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht tong-klakkertje +achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde kleeren-goed, dat ze +nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar huis droeg, een pak zoo +groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed uit haar moeden arm. + +Maar ze had ook een à l zachtjes morrelend verdriet over dat nu +voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, 't jaartje naaischool tóe na +den kinder-schooltijd tot 'r twaalfde;.... nu was ze inééns groot, +nu moest ze mee opwerken en verdienen met de anderen.... èchies! ze +wóu wel!.... toch, 'n vage angst.... hoe zou dat gáán?--groot, ineens, +nu,.... en ze had 'n raar en zielig gevoel, of ze als 'n ander kind +langs 'n ander grachtje liep, en ze moest maar weer eens "salig" +denken en 'n tong-klakkertje maken, om zich 't huilerige gewring uit +de keel te houden. + +En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu nóóit meer de +kwelling van elken dag komen en gaan tusschen de hurrie der dertig +kinders en meiden, groote, sterke, plagerige meiden, waar ze bang +voor was en zich weerloos tegen wist in de schrielte van haar +achterlijken groei en in de schuchtere verbouwereerdheid van haar +stillen aard. Het leeren zelf en het werken, dat had ze wel prettig +gevonden, prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere +meisjes had gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, +wat bedaardjes en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn +wel weer boven gekomen in kleine giechelarijtjes en heimelijke, +wat bloohartige grapjes van mekaars klosjes verstoppen en mekaars +schortebanden los-frutsen. Maar schuw-benauwd en dood-ongelukkig was +ze geweest de keeren, dat ze was terechtgekomen tusschen de groote, +woeste deerns, die met klompvoeten stompten naar elkaar, elkander +uit de bank reden of met spelden in de kuiten prikten.... + +Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na verminking +bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, en aan +zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het karige +pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven, +te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, z'n +beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen. + +Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door overmaat +van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen niets-doen, +door al 't medelijden van de menschen en het zelfbeklag, verweekelijkt +tot een soort burgermenheer, teemerig en kniezend, terwijl zijn vrouw, +optornend voor 't heele gezin, verheiebeide in 't slovig werk. + +Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; hij had de flesschen +gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er speelgoed +voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog uithield, was +'t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig plezier. + +En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, meedeelend +in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, als ze +hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend kunstbeen +en zijn misvormde hand,--het kind, onvoordeelig al bij de geboorte, +was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en eenzelvig, en +met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai. + +Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van 't +goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde bonken van +aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien moest en met +omzichtigheid behandelen. + +Vader-en-Marietje,--vóór het ongeluk had hij er minder om gegeven, +en met de vrouw mee waren de meisjes "geriffermeerd" geworden; maar +later, door zijn "domeni" drukker bezocht, en meer aan den godsdienst +doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en, +toen Marietje kwam, had hij 'r Luthersch willen hebben, wat de moeder +best vond: 't maakte geen onderscheid;--Vader-en-Marietje hadden +hun aparte geloofje, hun aparten scheur-kalender met plaatjes van +Luther en den Wartburg, boven zijn stoel naast 't raam; gingen samen +'s Zondags naar 't kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht. + +Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk +niet uit een kom, maar had z'n eigen knevel-kop, waarop in blauwe +letters "Leendert" stond; Marietje had 'r eigen bordje, met binnen +een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart schilderijtje van een +vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door 't water stapte.... "le +gue" stond er onder, en geen van allen had ooit geweten wat dat wilde. + +Vader, met z'n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan 't lage +ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, waarin Marietje, +schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht wasschen. + +En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd +lastig op z'n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z'n nattige haren, +en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest Marietje +hem z'n waschboel halen, en poetste hij met het borsteltje in de +drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z'n overreden hand, de +geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind vond dat een +spelletje, stil genoegelijk, en dee mee van netjes handjes wasschen, +haartje kammen.... + +Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het +bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig +gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek, +waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen +vriendelijk voor 'r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, toen +'t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van gemerkt. + +Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de +meesters, was ze naar "'t naaien" gegaan; zijzelf had erom gebedeld, +maar moeder had 't ook billijk gevonden.... Ant was naar 't naaien +geweest.... Sien was naar 't naaien geweest.... Marietje zou hebben wat +'r zusters hadden gehad, ook al waren ze nou armer; dat dubbeltje in +de week zou d'r nog wel komme; en dan, als 't jaar om was, dan ging +ze naar 't fabriek. + +Maar 't kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat anders +voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap +dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had +opgepast, dan hielp die je.... nou, en hà d ze dan 'n dienstje, dan +zou moeder toch wel....! + +'t Fabriek.... dat was voor 't kind een begrip van enkel verschrikking: +kwam ze er wel eens langs, dan liep ze gauw dóór bij 't hooren +van 't aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende +geraas,--vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de +vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een +vliegwiel zag ijlen in de rondte,--wee-pijnde 'r hart, wanneer, door +een scherf-hoekend gat in 't brosse glas, een felle riem, als inééns +vlà k bij haar, duizel-snel en trillend voorbijsneed! O! 't fabriek,--de +gore, hooge holten, die ze wel eens éven door 'n kierende deur had +ingekeken, terwijl 'n zure stank, door 'n bitteren roet-walm heen, +haar in de keel sloeg,--als ze daar in moest, tusschen de troepen +vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van school komend, +dikwijls naar buiten had zien drommen in 't schaftuur!.... Nee, +nee, niet naar 't fabriek.... een dienstje, een stil dienstje, +bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar kleine keukentje +zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om alles proper te +houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden geroepen, bij +een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou toespreken en +vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat.... + +Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen +kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar +huis, liep zij daar door den warmen Mei-middag in de wisselende +schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode lint, en +haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het Turfgrachtje af, +dan de Singelbrug over, en door de wijde nog ongeplaveide straten +der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, waar ze woonde, aan +het Dijkje. + +De naaischool was toch zoo best geweest, dacht 't kind, al hà dden +de meiden 'r geplaagd; de naai-juffrouw was óók best geweest, en +de helpster had tegen háár nooit gesnauwd; ze had 's winters vaak +'t langst bij de kachel mogen zitten, en 's zomers mocht ze altijd +gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met 't water; en puik +naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo gehad.... en +zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... zoo +leukies.... en nou was 't leeren voorgoed gedaan... + +"Leukies jammer," zei ze dan opeens bij zichzelf, met den wonderlijken +zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes te maken.... Ze +had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu weer pret om hebben, +en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, zenuwachtige +mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de jongens op +straat haar scholden voor "Sprot." + +Doch gauw stond 'r bleeke gezichtje weer in plooi van ernst. Ze +had ook véél zorg en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, +was er altijd gezegd, dan moest ze mee inbrengen.... en met 'n +ouwelijke angstvalligheid hield ze daaraan vast; 't was immers ook +redelijk.... ze at zoogoed 'r boterham als de anderen.. Maar o! o! als +ze maar niet naar 't fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze +eerst kleeren hebben.... ze had nou 't goed.... maar 't mà ken! Ze +had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar had ze die +japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, want +van thuis kreeg ze 't niet.... En wà t of 'r moeder nou wel willen +zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden kostgeld, en Sien gaf +'n daalder.... zij was nog maar 'n kleintje.... als zij nou eens +met 'n gulden hielp.... tjee, tjee, een gulden, dat zou ze maar net +kunnen verdienen met 'r los werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den +behanger gordijnen naaien, en breiwerk dat 'r moeder uit d'r werkhuizen +meebracht.... voor 'n gulden moest ze véél werk hebben, hard naaien +den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze moest +sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg.... + +Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den knerpenden +kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een boordevol +vaartje en lage, week-groene weilanden, naar 'n olie-molen ver in +'t land liep. + +Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met +'n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle +gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even niets dan +de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd was de +vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe komt.... + +Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd +in 't licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes al; +met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden ze, +even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige weiland. + +Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met 'n paar scheeve +vakken afgeloopen gras, was 't langs het brokkelig klinkerstraatje +telkens 'n smalle groene planken-deur en 'n vierkant raam van kleine +ruitjes in 't verweerd kozijn-hout. Het raam van haar moeder, +hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een vriendelijke vlek +tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar blauw-wit en +kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door 'n enkel oud ruitje, stonden +de prachtige, rankende kant-bloemen achter het glimmend-gepoetste +glas. Even schuin, over twee houtklossen, helde 't à f van de ruiten +en van de bloempotten in 't vensterbankje. + +Dat gordijn,--je moest eraan zien, waar "de waschvrouw" woonde--was +de trots van het kind. + +Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de +naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de +havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast +aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was +niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de +rauw-vies riekende dweilen over 'n touwtje; 't was niet de vliering +met in 't miezerig licht door 'n besiepeld dak-raampje, de sjofele +kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, wat stoffige rommel; +thuis, dat was zelfs niet 't voorkamertje, dat wel aan kant moèst zijn, +omdat 'r moeder er streek, maar waar 't achterin toch bijna altijd +donker was, een enkele kale stoel tegen den kalen muur schooierde, +en waar nooit, uit de diepe bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch +wegtrekken kon.... + +Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, +dat was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter +smettelooze raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor +de zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums +in hun schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden schotels; +'s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een bos zijige, +roze-en-witte stroo-bloempjes. + +Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige kamer-plekje +vlak à chter het gordijn; naast die blankte, en tusschen het la-kastje +aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel half voor het raam, +daar stond de oude leunstoel van vader, met de zwart-gladde zitting en +rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes over doffer geribbel, +in randen van bleek mahoniehout.... 't was de plaats van 'r moeder, +à ls die 's zitten kon; meest was 't de hare. + +Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol +grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den +stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot.... + +Draadje afknippen... draadje aanhechten... "zessetachtig" telde +ze. 't Waren een soort gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist +ze eigenlijk niet, maar ze had op iedere streep een ringetje te +zetten; dien avond moest 't nog naar den behanger.... er zouden er +wel tweehonderd aan gaan.... + +"Haast je maar niet zoo," zei de moeder.... "'k breng 't niet voor +tien uur weg. Als 't af is, hei je toch niks meer te doen." + +Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje in de +kamer, nu haar moeders strijkplank, van het koude potkacheltje naar +de tafel gelegd, het afsloot van den daarachter verschemerenden +bedstee-kant. + +Er hing een opwekkend-frissche geur door 't vertrekje, een zoet-fijne +stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, helder-gewasschen, +in zonne-warmte gebleekt linnengoed. + +Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond +doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank +en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als +weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed +en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even, +met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door +dien damp.... + +Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "achtetachtig." + +Het kind had het wonder in den zin. + +Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de portretjes en +'t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, het pak cadeau +gekregen kleeren. + +Stil werkten ze beide. + +De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode +koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden +scherp-afgescheiden op haar gelig gezicht, het verweerde gezicht +met de groote slapen en langs de ooren de lange vale zijstukken der +wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren de stille +zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte zwarte +haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove, +droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het +zwart-wollen frommeltje van 'n muts, die van achter op een breed-uit +en los vastgestoken, warrige dot rustte. + +Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig +zijn. Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een +weeshuis-schort, als 't kind zei. + +Met felle sissertjes tikte telkens 'r natgelikte vinger tegen het +zilverig-blinkend bout-vlak; als 't sissen dofte, haalde ze 'n nieuw +ijzer van het keukenvuur. + +De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en +gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse +boordjes,--'t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij +'t spoor meest, dat ze werkte,--en met een wondere fijnheid van +aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of één deuk, tastten de +stokkerige, werk-gekerfde vingers tusschen al dat teer te hanteerene, +kreukeloos-blanke. + +"Hei je geen meidewaschje van de week?" vroeg plotseling het kind. + +"Meidewaschje!.. meidewaschje," teemde de moeder haar na, "hoor nou +die aap met 'r meidewaschje!" + +En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande keuken +binnen, om weer een heeten bout te krijgen. + +Wà s dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik over 'n +meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... allemachtig, +ze zou nog zoo'n spul krijgen met dat kind.... zoo'n kleine +pest.... als er bij geluk nou gauw eris 'n plaatsje kwam op 't +fabriek zij zou d'r nog niet ééns heen willen!.... 'n dienstje, +'n dienstje hebben.... zoo'n Luthersche stijfkop!.... was daar nou +eer aan te behalen?.... als ze d'r nog heil in zag, 't kind er +goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien +stuivers in de week, en 's avonds twee kale boterhammen mee naar +huis.... en nog komplimente van d'r volk ook.... witte schorten, +mutsen, lichte jurken.... wie kon d'r voor mevrouw d'r meissie aan +de waschtob staan?.... zoo'n kind was al genoeg afgejakkerd.... de +móeder, o zoo!.... Ant ging op 't fabriek, en Sien ging op 't +fabriek.... klaagden die nou ooit over 't werk?.... waarom dan Merie +niet?.... ze waren maar weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch +ook tot ze d'r bijna bij neerviel..? + +Nog een tijdje foeterde ze zoo in 'r zelve na, terwijl met +behendig-zwenkende wendingen het suizelend ijzer over de laatste +linnen-stukken streek. + +Maar de stille gemoedelijkheid van 't kind was door het smalen van +de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze niet. + +Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "honderd-en-vier." + +Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond het +zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze lekkertjes +zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit geleerd.... d'r +moeder en d'r zusters konden 't ook niet.... Achttien stuivers +vroegen ze voor 't maken.... en acht voor de voering, en nog wel +zes voor verschot.... en een mutsje van tachtig cente.... eer kon +je tòch niet bij de naai-juffrouw komme.... achtenveertig stuivers +was 't bij mekaar.... tjee, achtenveertig stuivers.... daar zou ze +wel achtenveertig weken voor moeten sparen.... achtenveertig weken, +tòe maar!.... en plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en +haar krampige schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, +zoo te lachen, dat 'r moeder, opkijkend, moest meelachen van de +weeromstuit....: wat of die malle piet nou weer had.... En met goedige, +spotvragende oogen keek ze naar het kind, maar die naaide door.... + +"Kijk ze nou eris werken," dacht ze dan, "'t is toch zoo'n goed +schaap...." + +Draadje afknippen.... 'r schaar gleed weer tinkelend onder den rand van +'t schoteltje in 'r schoot; ze nam het klosje van tafel, wikkelde +wijd den draad af; dan, met 'n handig vinger-strengelingetje, +rukte ze 'm stuk, belikte 't eind, draaide 't in een puntje, +en hield draad en naald tegen 't licht.... de oogjes half dicht +knijpend met een bibberig schuin-optrekken van 'r linker-wangetje, +mikte ze dan.... en de derde maal glipte fijn het witte spietsje door +'t smalle staal-splitje heen.... + +Hè, als je 's avonds op straat die meiden zag, de meiden uit de deftige +diensten.... ze deed niets liever dan dáárnaar kijken.... brandhelder, +die meiden, in de lichte, stijf gestreken japonnen met de witte +schorten, waarin de blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de +glanzig gepepen tulen mutsjes op 't gladde haar! Daar moest je dan de +fabrieksmeiden naast zien, hà ar zusters, met 'r flodderige jurken van +valige wollen stof, 'r slordige wollen doeken, 'r lorrig-opgemaakte +hoeden. + +Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger +van Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, +van die zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk +onderscheidde ze, als zoo'n meid, kieskeurig, met 'r boodschappenmandje +onder den arm, haar voorbij ging, of 'r muts een enkelen of een +dubbelen gepijpten rand had, en, naardat de tule haar fijner of +ordinairder leek, raadde ze binnen die schulp-krans een effen bodempje +of eentje van gebloemd batist.... Wat zij zou willen, dat had ze al +lang uitgemaakt: niet zoo'n groote, die stond ouwelijk, en ook niet +zoo'n hooge prop, net of-i zoo op je haar gewaaid is, nee, er waren er +die prachtig als een kroon, los en recht op 't hoofd pasten, met een +zwarte hoedespeld door den haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan +nog mèt de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder +'r gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, +en voelen aan 'r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten +aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn. + +Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de patroontjes +voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en zwart-en-witte +ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met slangetjes, +ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld donker marine, +dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor 's-avonds, als 't grof werk +aan kant is, het effen licht-blauw en licht-grijs.... + +En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met +tusschenzetseltjes boven den zoom, met festons rondom. Die met een +hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar flutterig; als je +wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, met van die +banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij maar vast +een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of twee! + +Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar +schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het +rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond. + +Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag boven +de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte muur-stukjes, +die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het groen-duistere +dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer beslagen onder de +blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle straal-kern boorde. + +Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele +bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den +keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars +gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de +bloem-figuren van het gordijn. + +Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware +rol linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, +dunne vingertjes met kortgeknipte nagels aan de vierkante toppen, +die pijn-prikten van 't pikken door de harde stof. + +Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in 't warm-bezonkene +avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe die de laatste +ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, luchtigjes +het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden schikte; dan +ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in de keuken +met kommetjes en een waterketel. + +Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde +zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel +naar zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op +de twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde handen +over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui +rechtuit-gestrekt. + +Nu ging 't weer eens goed worden.... nu was 'r moeder aan +'t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters +kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den +molen, het bruisend watergutsen in de tinnen kan. + +Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong, +en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog +kwam en ging door 't roodige licht, dat in de open keukendeur stond. + +Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... met de dampende +kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw vlakbij geschoven, +haar voeten op de breede richel van 't potkacheltje,--het kind, weer +overeind-gewerkt, vóór in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover +'r haarstaartje, een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving. + +Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen +van eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan 't afgedane werk, aan +'t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in haar +hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat +zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes +van drie fijne witte blaadjes daarover gespreid.... + +"Je zal wel moe zijn," zei het kind, "twee zulke manden vol...." + +"Och.... zóó...." zei de vrouw. + +Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan 't heete vocht, zaten +peinzend te kijken in den opkrinkenden damp. + +"Als 't alle dagen nog Zaterdag was," herbegon mijmerend de +vrouw.... "je kon alle dagen je waschjes brengen, je geldje halen...." + +"Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig," zei ouwelijk-wijs +en bedenkelijk-knikkend het kind. + +En later de vrouw weer: "Je mot dichter bij de rijke buurte +wone.... bekender wone.... 't Dijkje, dat willen ze niet.... En de +inrichtingen...." + +"De inrichtingen, die doen véél scha," peinsde het kind. Ze vond +'t heerlijk, zoo stil met haar moeder te praten, als twee groote +menschen, en wat warms drinken, in den schemer, en 't huisje in rust; +wà t ze praatten, dat gaf niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, +om beurten.... + +"De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe +strijkinrichting...." vaagde, met lange rusten, de stem van de vrouw +weer door 't lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood in een +laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek.... + +"En de wasscherij op de Steengracht...." ging zachtjes de kinderstem. + +De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar +leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij. + +Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd. + +Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den winnenden +schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de moeder +de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den tafelrand. + +Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en het kamertje waasde +in één grijzige bruinheid van avondduister. + +Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen, +waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten +was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte +volgewaaid. + +"Wát 'n lánge dagen al," zuchtte tevreden de moeder. + +"En 't spaart je nog al geen olie uit...." femelde zoetjes de stem van +'t kind terug. + +Toen, óver half acht,--'t was Zaterdag--kwamen, vlak na elkaar, de +twee zusters thuis van 'r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien +van 'r kleeren altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van 'r +azijn-makerij, dan Ant, uit 't tricot-fabriek. + +Dat was opeens een herrie en volte in 't stille huisje, een lawaaiig +loopen, waterkletsen aan de pomp op 't plaatsje, roepen om koffie, +om boterhammen. + +En de moeder dadelijk in de weer. + +In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan +kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met +een schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de +scherpe lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet. + +"Dáár hei je Sprot!" lachte plagerig Sien, die 't kleintje niet erg +lijden mocht. + +Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder geen +licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel zà ten +aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze haar stoel aan, +en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de gezonde posturen van +'r twee zusters,--Ant, breedgebouwd, mager en donker als haar moeder, +Sien, blonder, blanker, wat smaller maar molliger ook, en met sterke +staal-blauwe oogen onder de zwarte wenkbrauw-streepjes. + +Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met +zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde +koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben, +niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar +en tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen +Sien d'r vrijer en z'n famielje. + +"En als je dan eindelijk dacht, dat 't gedaan was," vertelde Ant, +"dan zeit dat ouwe wijf: "vos, je zel mij nie vange," en dan begon +'t spektakel weer van voren af aan." + +"Hein ken d'r genéén van z'n eige femilie an," mokte Sien, met 'n +teleurgesteld-minachtend lippen-pufje achterna. + +Dan aten ze zwijgend een oogenblik. + +Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar +den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn, +vies mondje: + +"Hein.... die ziet 'r net uit, oftie altijd 'n poepje mot late." + +"Vèrrek! hoor háár nou!.... hóór d'r nou...." schaterde Ant, die +stampvoette van 't lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen +spotlach van: hei je nou ooit! + +Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig +gescholden "Sprot! Zòt!" + +"Nou......" zei de moeder, "ze dòet je toch niks?" + +'t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk haar +lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken +van 'r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde +haar stiekeme lolletje tot, na 't eten, ze Sien het voorkamertje zag +ingaan en op 't lâ-kastje kijken. Plotseling vloog ze, angst-gestoken, +overeind; om klaterde de stoel. + +"Kleerkoop!.... kleerkoop!" zong tergend Siens schelle stem, en ze +hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle schuit van het +afgescheurde papier naar omlaag zeilde. + +"Wat?.... wat?" vroeg de moeder.... + +Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen mondje, +kreet, schor van drift, of de klanken haar niet uit de keel wilden. + +"Van mij! Van mij!" krijschte ze. + +"Toe! laat maar...." goelijkte Ant, die 't van andere meiden d'r +zusjes gehoord had, "'t is van de bedeeling op de naaischool...." + +Maar dan de moeder aan 't lamenteeren: en God nog en toe, en had ze +nou niet een uur wel zitten praten met 'r, en koffie met 'r zitten +drinken.... en zou zoo'n naarheid nou ook eens een bek opendoen, +eris wat vertellen.... 't eris laten kijken aan d'r moeder? Geen +kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat 't de laatste keer was van +'t naaien! was 't nou niet God geklaagd.... + +"As gluiperdje dood is...." sarde Sien, 't kind voorbij de keuken +inschietend, en Ant, die nu ook boos op 'r werd, zei schamper, +terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog tikte: "Nou! jij +heb ze hier, hoor!" + +De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog +hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken +de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de +drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, +in hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind 't aan te zien, +zonder een woord meer of een beweging. Maar 'r oogjes staken kwaad, +valsch de schrille pupillen, en haar bleeke mondje was in verbetenheid +tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen met 'n dienstje? zouden +ze haar geld geven voor de naaister?.... dan ging hun dat goed toch +ook niet aan?.... 't was haar goed.... van haar alleen.... ze hóefde +'t toch niet te laten kijken, als ze niet wou....? + +Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien 't +heele pak vallen, en liep dan zingende 't schemer-donkere voorkamertje +door en de deur uit. + +Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen +bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar +jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten +had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, +als een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur +in het portaaltje steil omhoog stond. + +Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen 'n plekje +sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het dakraampje +aan de balken weifelde. + +De tranen sprongen haar fel in de oogen. "'t Is gemeen, 't is gemeen," +grijnde ze en schopte tegen de vale bult van Sien 'r afgehaalde bed. + +Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen van machtelooze +woede, snikkend, 'r twee handen verstijfd aan 'r rokje met 't +builende pak. + +Plots dan voelde ze wà t ze daar droeg,.... óch-Gód dat goed, dat op die +smerige grond was gevallen, dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en +met al haar gedachten dáár ineens bij, liep ze op 't raampje toe, +kroop op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining school, +en op 'r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat achter de twee +smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de lappen-hoop, +streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en paste en +plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen zat, +zooals ze 't had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan bedorven! + +Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich omdraaiend +neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot 'r zelve komend, +zonder veel gedachten meer. + + + +Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had +als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der +buurt, nam ze haar goed op, en, 't voor zich uit houdend, tastte ze de +vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel werkelijk +iedereen uit was. + +In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de lamp, die ze +gauw ging opdraaien. Ze had nu geen trek in vóór zitten, want de +luiken waren opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, +dat dorst ze eigenlijk niet goed. + +Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn +zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de +Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de +hoogste stoof, ging even haar naaizak uit 't kamertje krijgen; dan, +de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar knieën +opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, haar +halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den lichtschijn. + +Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar +schatten.... + +Ze hield 't blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, onder +haar kinnetje, langs haar borst, streek 't omzichtigjes glad, keek, +schuin van boven af, er langs neer.... 't was héél mooi....; dan +liet ze het lager, opzij langs haar been afvallen, keek weer, haar +bovenlijf scheef achteruit.... keek lang, lachte er tegen; nuffige +neepjes van plooivalling gaf ze, poefte de stof op, aaide ze weer +effen langs 'r smalle heup.... 't was héél mooi....! + +Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met 'r neus erop, +wreef ze 'n hoekje van 't katoen, hield het gewrevene onder de lamp: +"niks geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht +stuivers de el," dacht ze. + +Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... "bijna +niks geen pap," zei ze nog eens. + +Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had +alle tijd: 'r moeder was met de grootste van de twee waschmanden uit; +'r zusters kwamen 's Zaterdagsavonds nooit voor tienen thuis. + +Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust. + +Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de +kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf +over tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige +vakking over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op. + +'t Was heel stil in 't keukentje; de buurmenschen van weerszij +leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen klonk +bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, 't balrollen in de +kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek van +'t Dijkje lag. + +En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon +juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als +er plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en met +een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer op den keuken-drempel stond. + +"Is Sien uit?" vroeg hij barsch. + +'t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, en met +bolle blauwe oogen zonder veel wimper. + +Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze +nooit bang; "tjee," lachte ze in 'r zelf, "kijkt-ie weer drukke." + +"Is Sien er of niet?" herhaalde de jongen, kwaadaardiger nog dan de +eerste maal. + +"Nee, ze is uit," zei het kind eindelijk.... + +"Ze is al wel een uur uit," zei ze nog achterna, toen haar lachertje +bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek de voordeur +dreunend achter zich dicht. + +"Tjee, die Sien!" dacht het kind, "nou zal ze ruzie krijgen!" en +door 'r kleine, groenig beslagen tandjes, gedrukt in de onderlip, +haalde ze "ffff" de lucht op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even +met bedenkelijke oogen groot-strak onderuit keek.... "Nou efijn" zei +ze dan, en de nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, +plooiend den zoom precies op het ruitje af, met 'r eene hand de +vouwtjes opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje +van de andere wijsvinger en duim. + +Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder +de keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn +gezicht opscheen. + +"Zeg nou 's, Merie, waar is Sien heen?" vroeg hij, probeerend zijn +stem vriendelijk te maken. + +Maar 't kind, niet denkend dat hij 't weer zijn kon, was bij 't klikken +van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, had instinctmatig +het goed bijeen gepakt, de krant er over geslagen. + +Schichtig trok ze de schouders op. + +"Toe, je weet 't wel," zei de jongen, "wanneer is ze dan uitgegaan?" + +Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten, +zei dan plots: + +"Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en toen +ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit...." + +"Zoo, had ze je getreiterd...." zei de jongen. + +Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond +'t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar naaizak.... + +De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met zijn +felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, gevulde +wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, en de +kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer vingen óver hun +blakende kleur; onder z'n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode +mond met een kwade groef naar beneden getrokken. + +'t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu ook +wel medelij met 'm. + +"Wou je wachten tot Sien thuis kwam?" vroeg ze, bedeesd voorkomend, +"je ken wel hier wachten...." + +Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen +knipperden, keek dan naar 't kind, dat steelsgewijs naar hem keek. + +"Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje," zei hij op eens.... "zoo +gek lachen.... maar je meent het niet kwaad." + +Het kind, dat begonnen was 'r zoom-steekjes te leggen, bleef diep over +haar werk gebogen zitten; ze vond 't niet aardig, dat hij 'r bij d'r +scheldnaam noemde, maar hij deed 't zóó vrindelijk, dat 't toch wel +prettig was. En te verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil +berouw te hebben, dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes. + +Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken. + +"Een kreng is je zuster.... een krèng!" snauwde hij, met zijn fellen +kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten gebald op zijn +knieën, "een groot kreng...." + +"Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!".... mokte hij achterna. + +Daar hadt je 't nou weer, dacht 't kind, nou was Sien weer mooi; die +wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd zoo zuur rook, +en zulke groote rare tanden had.... net een jodenkerkhof.... als die +nou mooi was! + +"Ik vin me zusters niks mooi," zei ze met een vies mondje. + +De jongen keek haar goedig aan.... "Ant niet, maar Sien.... Sien is +'n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo'n mooie meid! Maar ze weet +'t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan d'r krijge zooveel ze +maar wil. Na mijn weer 'n ander. Ze geeft er om geneen wat. Ze mot +een jonge hebbe, die cente het...." + +"Weet je wat ze nou wil," zei hij opeens vertrouwelijk over de tafel +leunend, "ze wil 'n goue kettinkie van drievijvetwintig hebbe.... Als +ik de cente nou niet heb, ken ik toch zoo'n kettinkie nie koope.... en +dan zeit ze maar, Jan Aalders zou 't wèl geve.... en 'n andere dag +weer, die jonge van Bertels zou 't wèl geve.... makkelijk genog, +die z'n vader het de guldens maar voor 't opscheppe.... die kan mooi +geve.... ik heb de cente niet...." + +"Jij verdien nog nie veel, wel?" vroeg 't kind. + +"Vijf gulde," zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie gezicht werd +nog rooier. + +"Vijf gulde, da's nie veel.... en da's wèl veel" zei nadenkend 't kind, +met klem van spreken. + +Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo'n kleur gekregen had. + +"Toe," zei de jongen kregel, "begin nou niet weer.... doe nou niet +zoo gek!" + +"En jij dan?" had 't kind al gezegd voor ze 't wist; toen bloosde ze +zelf tot op 'r voorhoofd, en bukte snel weer over 'r werk. + +Er was een lange stilte in het keukentje. + +Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog +niet terugkwamen. Ze begon 't eng te vinden. + +De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al z'n +nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en z'n goeie pak, +omdat 't Zaterdagavond was.... lamme meid! + +Hij schoof z'n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit haar met +een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef hij met +zijn paarsig-roode hand langs z'n voorhoofd: + +"'k Ben wel stapel, dat 'k hier zit te wachte," zei ie, maar hij +bleef zitten. + +"'k Ga 'n pot bier drinke," zei ie een tijdje later, maar hij bleef +nòg al zitten. + +Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z'n buiten-bovenzak, draaide +'m rond tusschen z'n lippen, bekeek 'm, stak 'm weer weg. + +Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen; +ze was moe, en branderig in 'r gezicht, en rillerig tegelijk.... + +Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange, +zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een +eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag +gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje. + +"Kwamen ze nou maar thuis," dacht 't kind. + +De jongen begon te schuiven op z'n stoel, wreef met z'n handen over +z'n knieën.... + +"Je zou d'r.... je zou d'r...." barstte hij dan los. Maar hij hield +zich in; dat kind had 'm toch niks gedaan.... en hij streek maar eens +met z'n zwart-nagelige vinger over 'n hoekje van 't blauwe katoen, +dat uit de krant piepte: "netjes," zei ie.... "fijn...." + +"Pas op, pas op!" schrok het kind "'t is me goed van de bedeeling, +op 't naaien." + +"Fijn," zei de jongen nog eens, "maar licht, zal gauw vuil worde op +'t fabriek." + +"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind fel, met ronde schrikoogjes +hem aankijkend. + +"Zoo," zei de jongen alleen. + +"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind nog eens, "'k ga dienen." + +"Dienen is ook hard werken," kwam nu de jongen bij, "me zus het +gediend, maar ze het 't niet kenne volhoue.... ze is nou op 't fabriek +van de Lange.... Waarom wou jij niet naar 't fabriek, Sprotje?" + +Hij vroeg 't weer zacht-vriendelijk, in een soort ondergrondsche +vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich gevoeld had, +tegen Sien. + +En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, +begon zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor +'t fabriek, zoo vrééselijk bang....: "altijd zoo'n leven om je +heen, en allemaal tussche vreemde," ze ging haast huilen van moeie +opwinding.... "allemaal vreemde, en altijd opzichters achter je aan, +en overal groote wielen...." + +Ze sidderde, kneep 'r handen in elkaar, terwijl ze doorklaagde, wat +kalmer weer: "en zoo zwart.... en zoo smerig.... en al de manne, +as die er uitkomme... ze zou'e je doodloope.... ik droom er soms +van.... altijd vloeke en lol...." + +"Hoho maar," zei de jongen, die 'r als een gek had zitten aankijken, +"die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en 'n beetje verdienste...." + +Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige +oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in de krant, haar naaigerei +in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met kouwelijk 'r handen +kruiselings onder de oksels, doodmoe van den langen dag, van al de +opwinding en al 't verdriet, haar oogjes slaperig flets, en diepe, +blauwige kringen ingezakt boven het strakgespannen vel der jukbeenen. + +"Een beetje verdienste.... en een groot huishou'e," kwam ze zachtjes +bij-femelen, "armoe lij'e.... en dan worden 't sociale...." + +"Niet allemaal," zei de jongen.... "ikke niet." + +"Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd zijn..." + +"En dán," zei de jongen, "'n werkman mag toch wel voor z'n rechte +opkomme...." + +"Nou.... ja...." rekte zeurig-bedenkelijk de kinderstem. + +Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen +avondwind, kwam Sien binnen-gevallen. + +Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze +klaar met 'n brutaal-spottend: + +"Nou, as jij liever met me zussie vrijt...." + +De jongen stoof op! Zoo'n beest.... nou dorst ze nog zoo te +beginnen.... had hij niet 'n uur op 'r loopen wachten?.... een heel uur +op en neer geloopen?.... nou hier nog 'n uur zitten wachten....? Gemeen +kreng! + +Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, +de stoof omver trappend, had 'r pak gegrepen, stond achter de +tafel 't aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog +terug te schreeuwen.... en die stakkerd van 'n Hein, hij had toch +gelijk.... Kijk-tie paars worden in z'n gezicht.... en die astrante +meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang van +werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat tandvleesch +allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... kijk nou.... ze +lacht 'm in z'n gezicht uit.... en tjee, kijk die Hein nou woeiend +worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, tjééee....! + +Dan, klak, klak, vielen de luiken van 't kamerraam dicht,.... daar +hadt je moeder! + +Sien, Hein 'r achterna, 't kamertje door, liep in 't portaaltje de +vrouw tegen 't lijf.... + +"Heila! waar mot jij na toe?" baasde die ruw; maar Sien, dol, gilde +van lol en angst door elkaar, "hij slaat me! help! hij slaat me!" en +rende door de open deur het dijkje op. + +En Hein, die even had willen gaan sussen: "Hoor nou, vrouw +Plas...." razend 'r achterna.... "Sien! toe nou, Sien!" hoorde 't +kind hem nog roepen. + +"Wel voor den donder," gromde de moeder, die 'r leege mand ijlings +neerzette, de volle greep. + +"Ben jij daar, Merie?" + +"Ja moeder." + +Maar ze haastte zich al 't portaal door, de twee achteraan, de deuren +openlatend. + +Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje +leeg-stil in huivere holheid. + +"Hu!" zuchtte 't kind door 'n rillertje heen: "zullie liever dan ik!" + +Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, voelde +dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke ruggetje +loopen; haar oogen staken van den slaap. + +Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, op den stoel bij +'t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp van de keukentafel +halen, droeg 'm met twee handen, voorzichtig over den drempel stappend, +op de tafel voor 't raam .... hèèè, daar lag die rol gordijnen +nou.... die nare Sien ook.... en "ffff" zoog ze de lucht weer door +'r tanden: de voordeur stond open....! + +Op 'r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen den post +van de kamerdeur, en helde met 'r uitgestrekten arm 't portaaltje +in.... Net bereikte 'r hand de voordeur.... met twee vingertoppen +trok ze 'm moeielijk aan, keek even huiverig naar buiten--'t was +koud.... nachtvorsten.... dacht ze--en duwde 'm zachtjes, gauw, in +'t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de bedsteedeurtjes +openzetten. + +Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker +gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje, +den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, +voelde ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden. + +'t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de ellebogen en +onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef trekken uit; +dan hing ze 't over de stoel-leuning als over een kapstok; 't rokje +was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien onderrok zakte na; +ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar kostelijke pak. + +De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt +en omgetrokken. + +En nu, vaal-wit schimmetje in 'r groen-schemerigen hoek buiten +den lampe-schijn, stond ze op 'r bleeke voetjes voor de bedstee, +die kleine Sprot.... 't Staartje, langs den dunnen bruinigen hals, +puntte neer over het witte keper, dat 'r smalle lijfje omspande; +uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere armen; +en sluik om 'r heupjes weg, viel plooiend 'r gestreept wit-katoenen +onderbroekje tot laag op de dunne kuiten. + +Even stond ze zoo, 't kippevel op 'r armen.... Ze schoot haar +nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide +ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en +met 't zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als +ze in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen +het keukenbeschot. + +Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is 'n groote dienst +had, en ze had 'r eigen bed, een open ledikantje met lekker beddegoed, +op een lief zolderkamertje,.... en d'r eigen kastje.... als er nou +maar gauw een dienstje kwà m, al was 't dan maar voor dagmeisje 't +eerste jaar.... En zoo dwaalden al 'r zorgjes 'r door 't hoofd.... de +achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of +ze nog wat mee zou krijgen van 't ringen naaien van dien middag.... + +Dan dacht ze er aan, dat 't morgen Zondag was.... het witte kerkje +zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog maar +twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster +'r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden +schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog 's een +nieuwe jurk had om aan te trekken.... ze zou maar vroeg gaan.... lang +het orgel hooren voor domeni binnen kwam, het orgel, waarin zoo'n +heerlijk-zacht fluitje kon kwinkeleeren... en zoo sliep ze in. + + + +Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit +'t fabriek. + +Ze waren met 'r drieën op 't kleine, bruine klinker-plaatsje, +dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open keukendeur, de +moeder, in den schaduwhoek bij 't pleetje, was aan 't tobben boenen, +en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de handen op 'r rug tegen +het achterhekje, een grijs-geverfd staketseltje, dat even wiebelend +meeboog onder haar zwaarte. + +"Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér gesnapt"--vertelde Ant, +"van mòrgen vroeg;.... die zalle we óók niet werom zien.... de patroon, +die is op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in 'r vuile +schort gepakt.... een heele kluit wol.... d'r broertje stond aan de +poort te wachten...." + +"Tjee, hoe durft ze!" deed Marietje overdreven méé met het +verhaal, om het voort te dringen en voorbij de oppering van een +mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder 't zeggen; haar grijze +oogjes sperden bang in 't smalle gezicht. + +Toen--daar wás 't--voelde het kind zich koud worden en heet tegelijk; +het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat raar en ijl stond op +'r zinderend lijf.... Onder het verder-vertellen van Ant had zij +haar moeder zich half zien oprichten van de druipende tobbe, even +hoofd-wenken háár kant uit, en dan, vragend met 'r oogen, kijken +naar Ant.... + +"O! O!" kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van 'n plots +in-vlijmende pijn. + +Maar Ant, goddank, knikte van nee. + +"Nee," zei ze, "'t is een meid van zestien, en groot voor d'r +jaren.... Merietje ken d'r wel drie keer uit!... en werken dat die +meid kon!" + +Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het +kind had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, +'r handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig +uit in het bezinken van den angst-schok.... wat 'r hart klopte!.... 't +bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige sliertjes +versprongen en tril-dreven over de helle lucht.... + +Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, waarin +'n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan kijken, zonder +wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit.... + +In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den schommel knarsen; ze boog +wat over; rechts, boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk +opstaan tusschen de loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden +hevig toe en weg, en een hoed tuimelde telkens boven het groen uit. + +De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag +met zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; +er liep niemand.... + +Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij +kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland +ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van +roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven +zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen, +keeren bij 't zwart-houten huisje aan 't eind, en terug-gaan weer +onder het boomen-groen langs de deinende touw-lijnen. + +In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, +en een zwart terrein met kolen-loodsen van 't spoor. + +Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en +links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver +in zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen +diep-weg wat flauwe vlekken waren van blank vee. + +Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over +een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen +ze misschien weer zoo'n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als 't +laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... ze +zouen nou wel gauw maaien gaan.... + +En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze 't huis in. + +De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even lachen +om dat sluike wegloopen. + +"Ze zal nog wel 's loskomme," zei Ant, "ze is bijdehand genog,.... laat +ze eerst maar 's op 't fabriek weze...." + +Een evene besluiteloosheid kwam over 't gezicht van de vrouw: + +"'k Had anders net zoo gedacht, van morrege...." zei ze, "à s Merietje +nou 'r heele hart op diene heit gezet.... wat zou jij nou zegge....?" + +"Malligheid," zei Ant, beslist, "je mot er geen bang-schieter van +maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... altijd alleen.... ze +telle je de aardappels in je mond.... En je mot ommers zoo'n kind +niet toegeven, om 'r bestwil." + +"Nee," zei de moeder, "dat mòt je ook niet." + +Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het +plaatsje. Beiden hadden hetzelfde soort grof-pluizig, zwart krulhaar +boven een hoog voorhoofd, dezelfde beenig-breede, koonen-gezichten, de +moeder wat geliger alleen, en dezelfde mager-forsche vormen van lijf. + +Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken, +zoo, zonder dat zij 't zelf wisten, doende uitrusten even hun lichamen +van den langen morgen hard werk. + +Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een +stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als +paarden, die aan-trekken in 't gareel. Even verstreek door de oogen +der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter +elkander aan, gingen zij het keukentje binnen. + +Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk +voor haar was. + +Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw +uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje. + +'s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg +drie centen. De drie centen waren voor haar, maar 't kwartje moest +ze afgeven. + +Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte +kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes dicht, ging +'s and'rendaags ze terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er +niets van houden. + +Ze had daar wel hartzeer van, maar 't was ook billijk vond ze, en ze +zei geen woord van beklag. + +Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar was, dat ze +maar stil in veilige hoekjes, op 't plaatsje, op de vliering, aan +'r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed ergens anders +verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met 'r jong. + +Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een verdienstetje.... + +"Je mot vragen, wanneer dà t wurm eris zal verdienen als de anderen," +praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, terwijl zij in 't +keukentje de vaten van den vorigen dag stond te wasschen, en 't kind, +muis-stil achter in den stoel aan het voorkamerraam, haar vragen voor +de catechisatie leerde. + +"Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris helpe," begon +de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik schuin het kamertje +in.... Er was die week acht stuivers op de huur tekort, omdat ze +een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje over....; en +nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te commandeeren van dit +niet willen en dà t motten; dat zat maar te dreinen over een dienstje, +al zei ze niks, en over een lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er +niet eens genog voor de huur was! + +"Zeg! hóór je me niet?" snauwde ze nu ruw. + +'t Kind kwam onwillig overeind; 'n mokkend-koppige uitdrukking was er +op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje in 'r jurkzak +en met een vinnige genepenheid in 'r flets-grijze oogjes, ging ze +naar achter. + +Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, alles +afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. had ze +niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... aan +háár dacht niemand.... moest die japon van háár niet gemaakt worden? + +Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder één +woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind den keukenrommel +aan kant. + +Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen leeren. + +Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor hetzelfde; +maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze woord-reeksjes +nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, herhaalde ze +zonder den zin te vatten; langzaam dan begon 't geen aan dat klein, +blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld van: de catechisatie, +het witte boogramen-zaaltje naast de kerk, de damping en de vale reuk +van domeni's pijp, de goedige stem van domeni, het te winnen,--en ze +leerde nu ijverig, keek even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde +op uit het hoofd: "Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God +vreezen en liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet...." tot +ze steken bleef, even neer-oogde: "o-ja, dat wij onzen naaste zijn +geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....," turend +onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de deur. + +En als eindelijk, met 't dun, grijs boekje dicht op tafel, +zoo stoorloos-vlot 'lijk een vlietend watertje, de rijtjes +catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder één hapering +kon afprevelen: "Het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is dat, +wij moeten God vreezen en liefhebben, dat wij onzen naasten zijn geld +of goed niet nemen, noch het door valsche waar of handelingen aan ons +brengen, maar hem zijn goed en nering helpen verbeteren en bewaren; +het achtste gebod, gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen +uwen naaste, wat is dat,".... als zij ten slotte het "of goed" niet +meer vergat en elken keer dacht om de "handelingen," dan was alle +spanning weggetrokken van haar hersens. + +Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; nog +monterder kwam ze er weer uit. Ze ging graag naar catechisatie, +luisterde graag naar de vertellingen van domeni, veel mooier als-'t-ie +'t in de kerk dee, en als ze dan haar beurten goed wist en domeni, +onder een haal aan zijn pijp, knikte goedkeurend.... + +Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en 'r gezichtje stond stil-open +opgeruimd, toen, in den vooravond door de leege kleine-stads-straten +naar huis gaand, zij à l maar de woordrijtjes nog in haar hoofdje +voelde na-vlotten, "het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is +dat".... maar zij had nu geen zin in haar geboden, en als van zelf, +in de guldene klaarheid om haar heen, gingen 'r gedachtetjes zich +rijen in het rhythme van 'r versje van deze week: + + + Daar is uit 's werelds duistere wolken + Een Licht der lichten opgegaan. + Komt tót zijn schijnsel à lle volken! + En gij, mijn ziele, bÃd het aan! + Het komt de schaduwen beschijnen + De zwarte schaduw ván den dood, + De nacht der zónde zal verdwijnen + Genà de spreidt haar mòrgenrood. + + +Ze vond 't een erg mooi versje, vroeger had ze 't in de kerk ook +wel eens gezongen, en 'r moeder had 't ook écht mooi gevonden, toen +ze 't Zondagavond zat te leeren. 'r Versje, dat leerde ze altijd +dadelijk,--'t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze vond 't ook +te prettig, om er tot 't lest van de week mee te wachten. Ze kon er +nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! Dat van verleden week + + + Hoog omhoog, het hart naar boven, + + +dat was ook erg mooi; hartverheffend was 't, had domeni gezegd; +en dat van onderlaatst + + + Zoo blij de landman móe van 't ploegen, + + +maar dat begreep ze eigenlijk niet goed. + +Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar +zachte pasjes even verklonken,--in de avond-kalme atmosfeer vol +voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes vóór en +tusschen de lage huizen, liep het kind genoegelijk haar versjes op +te zeggen, stil in-zich-zelf, met nauw-bewegende lippen, òm 't andere +regeltje, mee met haar ademing, inhalend met hijg-geluid. + +Zoetjes-aan kuierde ze voort; 't was lekker buiten, ze had geen haast +om naar huis te keeren.... + +Toen, voor 'r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een huis +of tien voor haar uit in de stille straat, twee meiden in lichte +japonnen, uit een zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde 't kind.... 't +waren naaischool-meiden; ze hadden 'r uitzetkleeren aan; die gingen +naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze +goed; 't was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... 't +waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool +geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken.... + +"Hèèè, kijk nou toch...." zei het kind zacht-hardop. Ze had zoo'n +verdriet! "Kijk ze nou loopen," dacht ze dan weer. + +Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe +jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen, +recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin +geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden +ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje +van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en 'r haarvlechtjes zaten nu +in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den mutsrand +gedraaid; 't leken gróóte meiden.... volwà ssen meiden.... + +"Och-och, hoe mooi," zei het kind nog eens. Het schreien kropte +haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte, +gelapte merinos-jurk, onder haar flaphoedje met verkleurd lint, en +haar staartje op den rug. Ze vond zich 't armoedigste meisje van de +heele stad.... + +Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met 'r trotschig, +stijf-schuin geheven hoofd recht-uit. + +Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet +achter de twee aan. + +Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde lichtheden. + +En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren +ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met +hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw +en dat glanzende wit voor haar uit deinde. + +Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer binnen...... + +Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met +een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De +zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: "Kè je niet genavond +zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op catechisatie?" maar ze +lei 'r toch, een oogenblik later, nog een boterham op 'r bord, omdat +'t wicht zoo pips zag. + +'s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag 't kind +op de knieën bij haar lap goed, die ze uitlei en vouwde en mat.... maar +ze zag wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan +te broeien in haar hoofd. + +Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam overleg +in haar moeë, pijn-zware hersens. + +Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze zou zeggen, +dat 'r schorten al klaar waren, en dat 'r japon ook wel gauw gemaakt +zou worden.... òf de juffrouw nou niet een dienstje open had.... als +moeder maar wist dat ze een dienstje kòn krijgen, ziet u, dat dà n +de kleeren wel gemaakt zouen worden.... als ze had kunnen knippen, +nou dat wist de juffrouw wel, dan zou de japon al wel een week af +wezen, de schorten had ze ook zelf gemaakt, de juffrouw moest maar +'s zien of 't netjes was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten +in een rolletje meenemen.... ze zou goed haar woord doen.... + +Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de +gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij +de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende, +zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?--dan voelde ze weer, +dat ze toch nooit zou durven.... + +Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in haar neersloeg, +dat straks, of morgen, of overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen +met de boodschap, dat er een plaats was op 'r fabriek, dat er een +plaats was op de fabriek van 'n vrindin.... dat ze dan mee zou +moèten,.... dat ze dan onherroepelijk naar de fabriek ging.... + +En dien middag liet de angst haar niet meer los. + +'r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis. + +Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze +haar toebereidselen maken tot den grooten tocht. + +Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar +gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan +nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog met den +dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er onder +haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten, +fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals. + +Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van +'t "opgestoken" haar, waarmee ze voor 't eerst zou worden gezien, +gek-anders en oud, voor 't eerst op straat zou loopen, raar-trotsch +en akelig-naakt tegelijk; nu, door de à l-beslissende rol, die 't +zou hebben te vervullen, een angst-droom, waarin ze met krampachtige +inspanning iets moèst bereiken. En 't was zoo moèilijk! 'r Bevende +vingers togen wriemelend aan 't werk. Ze had 't al zoo vaak, heimelijk, +geprobeerd, sinds ze dien avond de twee naaischool-meiden voor zich +uit zag loopen. Maar meestal ging 't niet! + +De drie stugge achterhoofd-strengetjes van 'r vlecht, die kon ze +maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en à ls +zij al 't achterhaar gladjes in haar linkerhand tot aan de kruin had +opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen weer als piekerige +slierten uit 't vastgehouden bosseltje los; hà d ze dan eindelijk al +'t haar stijf beet, dat rond voorhoofd en nek 't alles in roodige +pukkeltjes weggetrokken zat, dan wisten 'r ongewende vingers nog maar +amper om het dunne haar-bundeltje het bandje te strikken. + +Telkens en telkens moest ze het overdoen. + +Ten leste hing het; 't zweet, met een zwoel-opslaande wà lm van +warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op 't strakke vel; schokkerig +schikten en wonden de handen dan het knoetje rond, lagen het uit op +'t achterhoofd, staken het vast met de paar haarspelden, die er in +Siens naai-doosje over waren. + +Bij het raam, want 't begon al te schemeren, keek ze in 't krom-golvig +spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er zij-haren los; +en òm er maar netjes uit te zien, plakte zij met haast-dringerige +streekjes van water ze tusschen de andere vast; donkere vegen liepen +over 't bleeke blond omhoog. + +Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk, +borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, +waschte nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door 't smerige +bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg. + +Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo +sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde. + +Toen ging ze op weg. + +Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest komen, +want dat ze dan niet durven zou. + +Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken +onder de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, +nu elk piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op +het achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde +ze de velschroeiing ternauwernood: "'t is niks," dacht ze, "dan zie +'k er gezonder uit." + +Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, 'r nu +kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel 't onwennig en +onvast voorover staan, door 't hooge haardotje, van 'r hoed, waarvan +de rand scherp op 't voorhoofd drukte. + +En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar +wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, +heele einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de +juffrouw stond. + +Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te kijken +naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep ze +door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit. + +Hier was 't; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de bel over. + +Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, maar +de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in schemer-vaalte. + +Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de +juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, +witte gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, +in een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde. + +Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat +er was. + +Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen, +onhoorbaar tredend over den zachten looper. + +Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge, +bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar, +waarin al haar denken en bewegen als verstolde, en waarin zij maar +vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot dezen tocht. + +Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, haar +aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij was bewegeloos +gebleven, zonder goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in +de starre oogbollen. + +Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de +deurmat. + +De meid, die in 't verschiet van 't smaller en donkerder gang-einde +een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur achter zich +latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst op haar toe, +en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van het hoofd +achterom: "daar mot je wezen." Toen ging ze de trap op. + +Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich niet +te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar toe; +met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen. + +Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige roep, +de roep van haar naam, door een stem, die ze kende. + +En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich +nu haar voeten in beweging, kwam zij de dood-stille, kerkachtige +blankte door, en het vertrouwelijker halflicht van de achtergang, +tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En opeens was de deurknop +in haar hand, en stond ze op den drempel der kamer. + +Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel +rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór haar zag ze +een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste schotje en +den muur vaagde iets wits van een bed. + +Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank: +"Nou, Marie Plas...." + +Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in 't volle licht voor +de tafel. Ze dorst niet opzien. + +"Zoo" .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, zooals ze 't +vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: "Kom je nou zóó bij +mij.... dat had ik anders verwacht...." + +'t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen onder haar +voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als vervluchtigende +vlokken vielen de bestraffende klanken in haar wonderlijk-leeg hoofd. + +Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich kijken. + +"Wat kwam je nu eigenlijk doen?" vroeg de stem opnieuw, maar wat +aanmoedigender. + +Het kind waagde een blik. + +Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat de +juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, +de handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg +dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De +licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar +gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind +op te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij +knipperde even, en, terug met 't hoofd, zat ze weer als te voren. + +Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende +licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den +baren lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren. + +En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle bewustzijn. + +"De schorten zijn wel klaar," zei ze met een haperende stem, "maar +de jurk is nog niet gemaakt...." + +"Zoo...." zei de juffrouw "en waarom niet?" + +Nu, gesteld voor die vlakke vraag in 't schelle licht, was 't kind weer +heelemaal in de war. Al haar duidelijke en begrijpelijke verklaringen +was ze vergeten. Ze was duizelig. + +"Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?" + +"'k Had geen tijd, juffrouw." + +Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dà t uit haar mond. + +"Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel tijd, +om hier in je ouwe kleeren te komen?" + +"Nee juffrouw," zei het kind. + +"Hè?" vroeg de juffrouw. + +"Nee, juffrouw, me moeder wou 't niet," bracht het kind uit. + +De juffrouw begreep 't niet wel. 't Verwonderde haar. Ze had altijd +gemeend, dat ze 't van Plas nog al goed hadden, wist van d'r vaders +ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een paar stille, knappe +dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo netjes op school +was geweest, zoo oppassend en gewillig.... + +"Zóo," zei de juffrouw, "kon je moeder dat geld niet missen....?" + +'t Kind kleurde fél. + +"Nou, vertel nou maar eens," drong de juffrouw aan, wat korzelig. + +Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind had iets +stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder dien hoed +uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan 'r had.... + +Toen, met een rilling door 'r schouwertjes, een schok-scheut in +'r beenen, zei 't kind: + +"Me moeder wil, dat ik naar 't fabriek ga; me zusters zijn er ook op; +me moeder wil niet, dat 'k ga dienen." + +'t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als 't zóó +zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine oogen tuurden, half-neer, +naar den uitersten tafelhoek. + +'t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze iets +verkeerds had gezegd. + +De juffrouw rimpelde het voorhoofd op.... + +Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige +handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen +weer neer.... ja.... als 't zóó zat.... als de ouders, als de +moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet tegen-ingaan.... zij +kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan zetten.... zij kon +niet zeggen: kind, ga niet naar de fabriek.... de menschen schenen +daar niets meer in te vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, +niewaar?.... maar tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan +dienen.... maar zij kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze +kwamen bij haar om wat knaps te krijgen.... die bij haar om zoo'n kind +kwamen, deden 't ook al niet uit overdaad.... zoo'n kind moest toch +allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan +ze verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... tegen 't +winter een regenmantel.... ja, als de moeder niet wou meewerken.... 't +was jammer.... 't was toch geen kwaad kind.... 't was erg jammer.... + +En nog eens, met een schouderbeweging van "niets aan te doen," +gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, vielen +met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel weer +neer.... 't was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een stil +dienstje zou ze.... maar als de moeder 'r naar de fabriek wou.... + +De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te +bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor +hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien.... + +"Moeder zoù 't geld voor de japon wel kunnen geven...." stootte ze +nog uit. + +"Ja, juist...." zei, practisch, de juffrouw. + +Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar. + +"Wil je moeder nog eens bij me komen?" vroeg de juffrouw. + +Heftig knikte het kind van nee. + +Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een +fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide +het kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. + +"Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over een tijdje," riep de +juffrouw, die opgestaan was, in de open kamerdeur haar na. + +'t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het voordeur-slot, +kreeg het open. En toen liep ze weer op straat. + +Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te +zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht was; ze kon +niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en 'r heele hoofd was vol +heet geschrei. + +Diep-neer met 'r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien zouen +hoe ze huilde. + +Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een zoute +keelpijn van 't schreien, vond ze haar bordje met boterhammen op een +hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de vrouwen, bij elkaar, +er achter, saam aan een groot werk bezig. + +De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de +gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk, +mee naar huis had gekregen. + +Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de vingers +friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote +stukken, in de stopnaalden te krijgen. + +Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En +boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen groot +in het kleine bestek de zes bedrijvige handen. + +"Eet maar gauw, Merietje," zei Ant, "dan mag je meedoen; d'r zalle +nog wel een paar centen op overschieten voor je." + +De vrouw was aan 't vertellen geweest, vertelde door: + +"Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en je +vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou graag...." + +"Heeremejeetje!" schetterde opeens Sien 'r schelle stem door 't +verhaal heen, "kijk die Sprot er uitzien!" + +'t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen en +bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar bord, +voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen. + +"Háár, waar mot je met dat kind naar toe!" gilde Sien weer, en +werktuigelijk tastten Marietje's handen naar het kleine knoetje, +waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... en plotseling +voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op 't voorhoofd de prikkende +trekking der te strak gespannen haartjes, en de weeë pijn, die daarvan +klopte hoog in 'r hoofd. + +"Kind, wat mòt dat?" had de moeder gevraagd, met haar blik van +goedigen spot. + +"Ze lijkent wel een stekelverreken," relde Sien. + +"Ik wed...." plaagde Ant, die in haar sas was over het buitenkansje +van de fabriek, "ik wèd.... dat jij op een dienstje ben uitgeweest!" + +"Toe," zei Sien, "ga door! zoo'n klein merakel, wie zou daaran willen?" + +En Ant er weer tegen in: "de kleintjes motte d'r ook weze, wat zeg jij, +Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve Heer, en de ander +weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, help maar gauw mee...." + +Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke +tranen sprongen 't kind in de oogen; een laatste, uitgebeten boterham +viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte zij het +plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen wijd om +de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld tegen de +steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke licht-geling door +'t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, sluik-sliertig vachtje +het haar 'r tot even over de schouders. Al snikkend vlocht ze het +weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het staketsel aan, huilde +ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe in haar tranen de +lantarens op den singel achter de "Hanekamp" goudene sterren geleken, +die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze daar naar ging kijken.... + +Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal. + +Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant eens +kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. Sien +was uit, hoor! + +"Zeg," zei ze tegen het kind, "heb jij gezien, dat Sien een goue +kettinkie had?.... Hein was er.... 'n opstand dat die maakte.... hei +je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou tòch 'n goue kettinkie +had,.... op de azijnmakerij had ze 't angehad,.... 'n jongen had 't +'m verteld.... en hij wou weten van wie ze 't had..." + +"Fff" trok het kind haar adem op tusschen de tanden. Dan volgde ze +willig, huiverig van 't huilen en 't lange staan in den frisschen +meinacht, waardoor nog 'n vinnig windje sneed. + + + +Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer +bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de +moeder gaf--ze had een goede week gehad--er 'n snee zoete koek bij, +en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor 'n kettinkie spaarde, +en hij liet twee nieuwe guldens zien, die hij in een papiertje in zijn +vestjeszak droeg. Driemaal liet hij dien middag de guldens rinken, +en ieder was in zijn schik. + +Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring.... + +En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing bij +haar omgaan. + +Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de +bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit dacht, schrok, +als ze een beweging maakte. + +En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden, +schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, +en haar stijfgenepen lippen waren van 't zelfde flets-bleek als haar +wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten +er dan tusschen de wenkbrauwen, van 't tobbend gedenk; en den ganschen +dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots zoo'n +schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, op een morgen +"kleine Judas" tegen haar zei. + +Dat was wat geweest! 't Kind had zóó onbedaarlijk gehuild, dat de +moeder, die eerst van de fratsen niets weten wilde, met kopjes water +haar zenuwen weer onder bedwang moest krijgen. + +Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen +en gewoon met de anderen mee. Maar den volgenden morgen, toen ze op +boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind in 'r nieuwe +kleeren gezien. + +"Heb jij nog geen dienst?" had die gevraagd, "ikke wel.... bij twee +dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve kost...." + +"Hei je 'n mooi keukentje?" vroeg 't kind belust. + +"Nou!--en wat 'n groote!" gichelde de ander, "je ken der je net in +keeren.... maar 't is een lief keukentje hoor!.... netjes.... kopere +knoppe aan 't fornuis, en twee kopere krane.... en een kopere +poffertjespan aan de muur.... en een spiegeltje op de schoorsteen.... + +"Hei je 'n mooi kamertje?" vroeg het kind weer, in nog grooter +spanning. + +"Nee ommers.... 'k ben er niet voor dag en nacht... maar later +wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op +zolder.... met een groot raam en rooie blommen op 't behang...." + +Toen was 't bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een strakke +spichtigheid van onverzettelijk besluit. + +En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als +ingegroefd gehouden. + +Dien avond--'t was een druilig-koude avond met telkens buien van +motregen--wachtte het kind bij den ingang van een doodloopend paadje +naast de Hanekamp, Sien 'r vrijer op. + +Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in 't gras, waar de +kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er +kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd +op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, +en er lag kolengruis en vuilnis. + +'r Voeten koud in 't drassig gras, 'r goed klam van den stofregen, +'r hoofdje heet, wachtte ze.... + +"Hein!" riep ze, "Hein!" toen de jongen eindelijk langs kwam om het +Dijkje op te gaan, "Hein!" + +De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen singel-weg, +keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den +lantarenschijn, het kind, sluik in 'r natte kleeren, tusschen de hagen. + +Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem tegemoet. + +"....Nou?.... wat wou je......?" vroeg hij, onwillig, met een paar +ingehouden stappen het pad opkomend. + +"Sien.... ik weet wat van Sien...." stootte schor 't kind uit, en +haar oogen waren strak naar 't gezicht van den naderende. + +De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg fél met +zijn oogen.... + +"Sien vrijt met een ander," stootte nog eens 't kind uit. + +"Godver...." De jongen beet zijn vloek af; dan streek hij verbijsterd +met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit geweken, trapte +door 't gruis tusschen de schemerige hagen. + +Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: kóm, +en Zondag dan!.... + +"Je liegt," snauwde hij van zich af, en hij maakte 'n beweging, +of hij terug wou gaan. + +Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder +het wegje in. + +"Wat?.... wat dan....?" hakkelde hij, weer van streek geraakt. + +"Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet +'t.... verleden Zaterdag.... 'k heb 'n briefie gevonden," stamelde +'t kind, en haar genepen hand bibberde tegen haar jurk, waar papier +kraakte achter het merinos. + +De jongen schoot naar voren: "Hier! geef op...." + +Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil, +weerstond de uitbarsting. + +"'k Mot geld hebben," joeg het uit haar verwrongen mondje. + +"Wat? geld?" + +"De twee guldens," fluisterde ze, heet-heesch. + +"O!" smaalde de jongen, opeens weer bedaard, "o!... is 't dáárom te +doen?.... Ozóó....!" + +Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die +hij ontwarren moest. + +"Je liegt," zei hij dan nog eens. + +Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad +uitgaan. + +Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep +en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een +flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende snik. + +Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den lantarenschijn, +den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het vestzakje, +als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar borg....; dan +was hij weg. + +Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem +achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met 'n +wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf zette, kwam, +'t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... Ze schrok achteruit. + +"Wà t weet je van Sien?.... toe.... Merietje....," smeekte hij. + +"'k Heb 'n briefie," zei het kind weer met stuggen drang. + +"Wà t toch voor briefie?" + +En toen, heet in één adem, kwam 't verhaal: ze had een briefje +gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien 'r bed.... zeker uit 'r +zak gevallen.... Sien ging met 'n andere jongen vrijen.... Barend +heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... als zij de twee gulden +kreeg, dan kreeg hij het briefje.... + +"Als 't waar is, zà l je ze hebben," zei de jongen wild. + +"Zal je geen herrie maken, Hein, zal je mij niet noeme.... zal je me +niet verraje?" smeekte op haar beurt het kind. + +"Geef dan op! hier!" bulderde nu de jongen, en in zijn rooien +kop staken als van 'n stier de lichte, naakte oogen. Hij deed een +boosaardigen greep naar den arm van het kind. + +Opschreiend ineens van angst, week die terug. "'k Heb niks.... 'k heb +niks.." griende ze, doodsbang, den brief met het knuistje verfrommelend +in haar zak. + +"Verdomme!" donderde nog eens de jongen; met een driftigen vinger-graai +haalde hij 't pakje uit zijn vestzak, ketste het op 't kolen-pad. 't +Papiertje scheurde in den nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de +geldstukken over den grond; dan, twee blinkende witte schijfjes, lagen +ze, onder 't veeg lantaren-licht, stil in 't doorgruisde gras terzijde. + +'t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als bezeten, +had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, het +brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen +omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij 't op kon rapen, +had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, +ze klemmend in haar vuist, den weg op naar huis. + +"Nou heb ik 't geld!" dacht ze met een woeste vreugde.... "nou ga ik +naar de naaister!.... nou heb ik 't geld!" Doch nauwlijks de Hanekamp +voorbij, hoorde zij de zware gramme stappen van Hein al klatsen achter +zich aan. + +Bij hun deur had hij haar ingehaald. + +"Niet zegge.... niet zegge, Hein," fluisterde het kind. + +De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, +dol van woede, de kamerdeur open. + +"O God!" zei het kind. + +Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de vlieringtrap +op.... + +In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt +lag, bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks +gebeuren ging. + +Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering, +'n dof gerucht; 't schenen enkel de zware stemmen van moeder en Hein. + +'t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender leek dan +'t aanvankelijk geweld. + +Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden. + +Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt; +in de linker zaten de twee guldens geklemd. + +Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken +sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van +geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was +er een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van +moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had 'r geslagen.... + +Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug schoot. + +En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: "Waar zit +die Judas?" + +"O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest," bad het kind, +radeloos. "O God, help mij toch.... vergeving, God, o lieve Heere +Jezus, o God...." + +En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef +ze, tegen het weer oploeiend krakeel van beneden in, vol angst en +zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder ophouden. + +Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend +woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met +een nog krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar +angst-verschroeide stem in vertwijfeling.... + +Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in 'r +nijpende hand: + +"O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal 't niet weer doen, +o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas genoemd! o +God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o God, +genade, genade...." + +"Sprot...." hoorde ze plotseling, met een nijdigen krijsch, boven +het geruzie uit. + +Tweemaal na elkaar werd ook haar naam gezegd: "Merie...." + +Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren +kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog +dieper in haar hoekje weg. + +Eens werd er aan de knop van 't kamerdeurtje +gescharreld.... "Oooo!" kermde ze. + +Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een wilde +schrik in haar opgestoven.. ijlings greep ze haar pak goed van-achter +de kist.... en het pak onder den arm, de twee guldens nog in de hand +geklemd, sloop ze sidderend de vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op. + +In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor de Hanekamp. + +Toen zij, steunend, daar even stilstond, sloeg het negen uur op de +groote stads-toren. + +De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en +klein in 't donker van den verlaten singel. + +Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar +lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: "God! o Vader, o lieve +heere Jezus, o God..." + +Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen +wist ze niet. + +Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten +werd. + +Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam, +sloeg zij de Vaartlaan in. + +Waarom had ze 't gedaan?.... Waarom....? + +Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen. + +Een à l grooter dofheid ging 'r hersens bevangen. + +Soms bad ze nog maar werktuigelijk: + +"Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God vergeef +me...." + +Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep +ze nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... platen van +stramme verlamming pijnden in 'r schenen, waar haar doornatte rokje +met elken stap zwaar tegenaan klakte. + +Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van 't stadje, +bij 't Plantsoen. + +Zij voelde tot hoog in 'r arm een stekende sinteling van uit de +vingers, die de geldstukken omknelden. + +"Ze zullen 't nóóit vergeven," dacht ze. + +Als in 't Plantsoen de wind over de weien weer killer den stofregen +aanblies, ging zij een steeg binnen. + +Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een +winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs 't trottoir, +heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende winkelkasten +stonden, 't Eerste stille zijstraatje schoof het kind weer in. + +Een oogenblik kwam 't tot haar bewustzijn, dat ze het japongoed nu +nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon immers.... ze had +het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze tegelijkertijd, +dat het niet kon. + +Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in +haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of 't waardelooze +dingen waren, in haar jurkzak glijden. + +Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den wal. + +De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte getorente, +stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was niemand +meer buiten. + +Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten. + +Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen +weg.... Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid +van het bemodderde papier tegen haar arm, vergat 't dan weer. + +Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad. + +Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze +plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad. + +De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd. + +Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe wijk, +en langs een gracht en door een rij van stegen.... + +'t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt. + +'t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te slapen. + +Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op +dit uur.... zouen ze nu wachten op haar?.... wat zouen ze denken? Wat +zouen ze haar doen, als ze haar zagen.... + +Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens geschoten: +zij was gemeen geweest.... ze had 'r zuster verraden.... maar 'r zuster +was gemeen tegen 'r jongen geweest.... nog véél gemeener.... Daar +moest ze nu maar aan vasthouden. + +Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der +electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het +station; ze keerde terug. + +Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de +felle nachtkou joeg 'r op. + +Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug +moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan.... + +Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt +in 'r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar armen +deden pijn. 't Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan weer +uitzwol van de hevige pijn overal. + +Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp. + +"'k Mot 't geld teruggeven," dacht ze. + +"'k Mot vergiffenis vragen," dacht ze nog eens. + +Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den +uitkijk zouden staan. + +Als ze maar ergens liggen kon.... slapen.... + +Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze 'r ook slaan.... + +Zoo kwam ze ten leste toch 't Dijkje op.... 't kamerraam was licht nog, +maar 't deurtje was donker. + +Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug gaan.... + +Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak +zij de hand aan den knop.... + +"Bè je daar, Merie?" riep gespannen-angstig de stem van 'r moeder. + +Zij kwam binnen. + +"God nog en toe," zei de vrouw. + +'t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei haar +natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op 'r knieën viel ze er bij neer, +'t hoofd op 'r armen, met een enkele verdwaalde snik.... + +"God nog en toe," zei de vrouw nog eens.... "wat zie je d'r uit...." + +Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk +'r een groote kom vol. + +"Hier," zei ze, "toe, sta nou op." + +'t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een willooze +snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie. + +Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. + +"Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen," zei de vrouw, +"ze zijn je aan 't zoeken.... 't is wat moois...." + +Bijna dadelijk viel 't kind in 'n angst-zwaren uitputtingsslaap. + + + +Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, +Sien vree met den jongen van Bertels. + +Zoo'n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die moest nou +de knoop nog doorhakken.... 't was eigenlijk maar goed geweest.... + +In 'r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal +voor "gluiperd" en "genieperd" gescholden,--dat, en nog 'n enkel +vermaan-woord van 'r moeder was 't eenige, wat ze over dien +vreeselijken avond te hooren kreeg. + +Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen +lang nog, met stil-verwijtende oogen 'r aanzien. + +Maar 't kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te merken, +merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd over +'r slechte uitzien, 'r nog eens wat buiten 't gewone voedsel toestopte. + +Langzaam kwam ze weer wat bij. + +Toen, 's Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje gekomen, van de +menschen bij wie de naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of +'t meissie eens aankomen wou.... + +Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een +bruiloft van den vorigen dag. + +Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder 't, en 's avonds, +klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep. + +De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, vertelde +zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die nog +geen dienst had, want dat 'r kleeren nog niet gemaakt waren. Nou, +en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven wou, +dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze nou +een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken.... + +Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange +trilling kwam in 'r moeë oogen, toen de breede hand van de juffrouw, +over het blinkende tafelblad heen, haar de groote zilverschijf +toereikte. + +Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk neer, +schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand vlak +voor haar. + +"Nou?" zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: "ben je niet +blij?" + +Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind. + +"En krijg ik nu ook een dienstje?" vroeg ze dan, met een genepen stem. + +"Jaa...." zei de juffrouw, "....we hebben al Juli op 't +oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van de +dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat +hoort.... afijn, je mot zelf ook maar 's rondkijke, hè?" + +"Ja juffrouw," zei het kind stil. Ze nam den rijksdaalder van tafel, +mompelde nog iets, en ging dan. + +Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze +bijna niet recht staan van de pijn in 'r lenden. + + + +En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap thuis, dat er +een plaats was voor 'r zusje op 't fabriek van Hoogeboom; dat was de +tweede tricot-weverij uit het stadje. + +--Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet voor +'t plezier van die japon zoo'n meevallertje laten passeeren! Maar ze +moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw gaan.... + +Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde +ook in een van haar werkhuizen--ja! je diende je toch wat moeite +te getroosten, die dame had toch die rijksdaalder gegeven!--maar +de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de Hanekamp, na +'r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in de morgenuren, +en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als 't nou nog +voor vast was! .... op 't fabriek verdiende ze dadelijk veertien, +en je klom gauw op. + +Dus, 's avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar Hoogeboom zou. + +'t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had ze +dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor +de ruiten..... + +En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar om. + +'t Was al overlegd, dat ze in die japon naar 't fabriek moest. 't +Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min in.... + +En met de nieuwe week, 's morgens om kwart voor zeven, ging zij, in +'t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast Ant op weg. + +De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over 'r platte +borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk op. + +Zoo, blootshoofds, 't gladgestreken haar recht-weg naar 't knoetje +getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, en onwennig +loopend in de belemmering van 'r voor 't eerst lange kleeren, kwam +zij de gracht op, waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen +luidden. + +Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg. + +De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en naast +de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van werkvolk +'t lange eind, tot voorbij de brug. + +Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling in +'r lichte japon.... + +"Sprot, Sprot," riep een jongen, die haar kende. + +Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort binnen. + + + + EINDE. + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 *** diff --git a/44513-h/44513-h.htm b/44513-h/44513-h.htm new file mode 100644 index 0000000..f2e3e7b --- /dev/null +++ b/44513-h/44513-h.htm @@ -0,0 +1,3210 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2013-12-26T08:09:16Z. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content= +"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> +<title>Sprotje</title> +<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=UTF-8"> +<meta name="generator" content= +"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> +<meta name="author" content="Margo Scharten-Antink (1869–1957)"> +<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg"> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="DC.Creator" content= +"Margo Scharten-Antink (1869–1957)"> +<meta name="DC.Title" content="Sprotje"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="#####"> +<style type="text/css"> +body +{ +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +font-size: 100%; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/* Titlepage */ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/* End Titlepage */ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.correctiontable +{ +width: 75%; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +table.alignedtext, table.alignedverse +{ +border-collapse: collapse; +} +table.alignedtext td +{ +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedverse +{ +vertical-align: top; +} +table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first +{ +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second +{ +padding-left: 10px; +} +table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second +{ +width: 45%; +} +table.alignedverse td.linenumbers +{ +width: 10%; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, .h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocPart +{ +margin:1.58em 0%; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.opener, .address +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline +{ +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.hangq +{ +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq +{ +text-indent: -0.40em; +} +.hangqqq +{ +text-indent: -0.71em; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/* Tables */ +tr, td, th +{ +vertical-align: top; +} +td.bottom +{ +vertical-align: bottom; +} +td.label, tr.label td +{ +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td +{ +font-style: italic; +} +span.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/* Table border styles */ +/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */ +table.borderOutside +{ +border-collapse: collapse; +} +table.borderOutside td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +} +table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderOutside .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft +{ +border-left: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight +{ +border-right: 2px solid black; +} +/* Table with borders on the vertical inside edges. */ +table.verticalBorderInside +{ +border-collapse: collapse; +} +table.verticalBorderInside td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border-left: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft +{ +border-left: 0px solid black; +} +/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */ +table.borderAll +{ +border-collapse: collapse; +} +table.borderAll td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border: 1px solid black; +} +table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderAll .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft +{ +border-left: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight +{ +border-right: 2px solid black; +} +/* Special purpose tables: */ +table.intralinear +{ +display: inline; +border-collapse: collapse; +} +table.intralinear td +{ +font-size: small; +text-align: center; +} +table.ditto +{ +display: inline; +border-collapse: collapse; +vertical-align: bottom; +} +table.ditto tr.s +{ +height: 0; +color: white; +line-height: 0; +} +table.ditto tr.s td +{ +padding: 0px; +} +table.ditto tr.d td +{ +text-align: center; +line-height: 10pt; +} +/* Poetry */ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/* Drama */ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/* End Drama */ +/* right aligned page number in table of contents */ +span.tocPageNum, span.flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +table.tocList +{ +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum +{ +text-align: right; +width: 10%; +border-width: 0; +} +td.tocDivNum +{ +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +} +td.tocPageNum +{ +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +} +td.tocDivTitle +{ +width: auto; +} +span.corr, span.gap +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/* Font Styles and Colors */ +.ex +{ +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc +{ +font-variant: small-caps; +} +.uc +{ +text-transform: uppercase; +} +.tt +{ +font-family: monospace; +} +.underline +{ +text-decoration: underline; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/* End Font Styles and Colors */ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote, div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +/* External Links */ +.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink +{ +background-repeat: no-repeat; +background-position: right center; +} +.pglink +{ +background-image: url(images/book.png); +padding-right: 18px; +} +.catlink +{ +background-image: url(images/card.png); +padding-right: 17px; +} +.exlink, .wplink, .biblink, .seclink +{ +background-image: url(images/external.png); +padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover +{ +background-color: #FFDCDC; +} +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +h1, .h1 +{ +padding-bottom: 5em; +} +h1, h2, .h1, .h2 +{ +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline +{ +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum +{ +color: #660000; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-weight: normal; +} +table +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.tablecaption +{ +text-align: center; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd21e108width +{ +width:482px; +} +.xd21e114 +{ +text-align:center; +} +.xd21e119width +{ +width:720px; +} +.xd21e147 +{ +background: url(images/initial-t.png) no-repeat top left; +} +.xd21e147init +{ +float: left; +width: 115px; +height: 110px; +background: url(images/initial-t.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd21e1510 +{ +text-align:center; +} +</style> +</head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***</div> + +<div class="front"> +<div class="div1 cover"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd21e108width"><img src="images/frontcover.jpg" alt= +"Oorspronkelijke voorkant." width="482" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="div1 frenchtitle"> +<div class="divBody"> +<p class="first xd21e114">SPROTJE</p> +</div> +</div> +<div class="div1 titlepage"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd21e119width"><img src="images/titlepages.jpg" alt= +"Oorspronkelijke titelpagina’s." width="720" height="565"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">WERELDBIBLIOTHEEK</div> +</div> +<div class="byline">Onder leiding van L. Simons</div> +<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN +GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAM</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">SPROTJE</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">M. SCHARTEN-ANTINK</span></div> +<div class="docImprint">VIJFDE DRUK, 16e–18e DUIZEND</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e144" href="#xd21e144" name= +"xd21e144">5</a>]</span></p> +</div> +<div class="body"> +<div class="div1 titlepage"> +<div class="divBody"> +<p class="xd21e147"><span class="xd21e147init">T</span>oen om even voor +vieren, met een uitjoel van vrijgelaten <span class="corr" id= +"xd21e149" title="Bron: balddadigheid">baldadigheid</span>, de zwerm +deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots +huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van ’t lokaal, +dat voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog +staan talmen, haar pak onder den arm.</p> +<p>’t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, +die niet weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap +goed voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een +lap voor twee witte.... Dat werd het „uitzet” genoemd, +’t eerst-noodige voor een dienstbodenplaatsje.</p> +<p>Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het +kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open +straatdeur,—de woelige bende dólde nog buiten—, keek +dan weer, stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten +naai-lokaal in: „Als ’t goed gemaakt is, Marie Plas,” +zei terloops, <span class="pagenum">[<a id="xd21e156" href="#xd21e156" +name="xd21e156">6</a>]</span>achter uit het vertrek, de naai-juffrouw, +die druk bezig was op te ruimen, „dan mot je maar ’s +komme.... ’s avonds tusschen zeven en acht.... met je nieuwe +spullen an.... zulle we wel ’s kijke.... voor ’n +dienstje....”, en met ’n korten knik, schuin uit haar +bukken op, zonder aankijken, gaf ze ’t kind haar afscheid.</p> +<p>Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de +gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, het +schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit het +lawaai weggebroken: „Dat zijn de meiden van de Weert, die de +Kepélsteeg ingaan,” dacht het kind, en de zorgelijkheid +streek wat weg uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De +helpster, die ’n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar +te letten. Dan, in de dichte voordeur-helft, klepte met ’n +licht-flits de brievenbus open, en was weer zwart tegelijk met den +plons van wat wits achter het glaasje; de postbode, het deur-open +voorbij, stak de stoep over, was weg....</p> +<p>Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch +geraakt.</p> +<p>Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol +naai-gerei van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang +door, slipte langs de wit-heete <span class="pagenum">[<a id="xd21e164" +href="#xd21e164" name="xd21e164">7</a>]</span>zonnevlakken over muur en +vloer bij de straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van +den Meidag, liep ze buiten.</p> +<p>Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam +in de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen, +tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en +druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens +aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.</p> +<p>Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere +middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de +verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken over +haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, dat +stil hing op ’t warm-bruin van haar kleinen rug.</p> +<p>Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, haar +sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere, +voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, bang +dat het uitschieten zou.</p> +<p>Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun +mondje, en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de +kleine grijze oogen; ’n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel +postuurtje, minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen +<span class="pagenum">[<a id="xd21e174" href="#xd21e174" name= +"xd21e174">8</a>]</span>moest, lang niet haar dertien jaren aangaf.</p> +<p>Ze was blij en ’n beetje verdrietig tegelijk.</p> +<p>„Leukies,” zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht +tong-klakkertje achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde +kleeren-goed, dat ze nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar +huis droeg, een pak zoo groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed +uit haar moeden arm.</p> +<p>Maar ze had ook een àl zachtjes morrelend verdriet over dat +nu voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, ’t jaartje naaischool +tóe na den kinder-schooltijd tot ’r twaalfde;.... nu was +ze inééns groot, nu moest ze mee opwerken en verdienen +met de anderen.... èchies! ze wóu wel!.... toch, ’n +vage angst.... hoe zou dat gáán?—groot, ineens, +nu,.... en ze had ’n raar en zielig gevoel, of ze als ’n +ander kind langs ’n ander grachtje liep, en ze moest maar weer +eens „salig” denken en ’n tong-klakkertje maken, om +zich ’t huilerige gewring uit de keel te houden.</p> +<p>En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu +nóóit meer de kwelling van elken dag komen en gaan +tusschen de hurrie der dertig kinders en meiden, groote, sterke, +plagerige meiden, waar ze bang voor was en zich weerloos tegen wist in +de schrielte van haar achterlijken groei en in de schuchtere +verbouwereerdheid van haar stillen aard. Het leeren zelf en +<span class="pagenum">[<a id="xd21e185" href="#xd21e185" name= +"xd21e185">9</a>]</span>het werken, dat had ze wel prettig gevonden, +prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere meisjes had +gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, wat bedaardjes +en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn wel weer boven gekomen +in kleine giechelarijtjes en heimelijke, wat bloohartige grapjes van +mekaars klosjes verstoppen en mekaars schortebanden los-frutsen. Maar +schuw-benauwd en dood-ongelukkig was ze geweest de keeren, dat ze was +terechtgekomen tusschen de groote, woeste deerns, die met klompvoeten +stompten naar elkaar, elkander uit de bank reden of met spelden in de +kuiten prikten....</p> +<p>Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na +verminking bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, +en aan zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het +karige pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven, +te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, +z’n beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.</p> +<p>Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door +overmaat van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen +niets-doen, door al ’t medelijden van de menschen en het +zelfbeklag, verweekelijkt tot een soort burgermenheer, teemerig en +kniezend, <span class="pagenum">[<a id="xd21e191" href="#xd21e191" +name="xd21e191">10</a>]</span>terwijl zijn vrouw, optornend voor +’t heele gezin, verheiebeide in ’t slovig werk.</p> +<p>Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; <i>hij</i> had de +flesschen gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er +speelgoed voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog +uithield, was ’t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig +plezier.</p> +<p>En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, +meedeelend in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, +als ze hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend +kunstbeen en zijn misvormde hand,—het kind, onvoordeelig al bij +de geboorte, was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en +eenzelvig, en met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.</p> +<p>Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van +’t goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde +bonken van aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien +moest en met omzichtigheid behandelen.</p> +<p>Vader-en-Marietje,—vóór het ongeluk had hij er +minder om gegeven, en met de vrouw mee waren de meisjes +„geriffermeerd” geworden; maar later, door zijn +„domeni” drukker bezocht, en meer aan den godsdienst +doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en, +toen Marietje kwam, had hij ’r <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e204" href="#xd21e204" name="xd21e204">11</a>]</span>Luthersch +willen hebben, wat de moeder best vond: ’t maakte geen +onderscheid;—Vader-en-Marietje hadden hun aparte geloofje, hun +aparten scheur-kalender met plaatjes van Luther en den Wartburg, boven +zijn stoel naast ’t raam; gingen samen ’s Zondags naar +’t kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.</p> +<p>Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk niet +uit een kom, maar had z’n eigen knevel-kop, waarop in blauwe +letters „Leendert” stond; Marietje had ’r eigen +bordje, met binnen een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart +schilderijtje van een vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door +’t water stapte.... „le gue” stond er onder, en geen +van allen had ooit geweten wat dat wilde.</p> +<p>Vader, met z’n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan +’t lage ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, +waarin Marietje, schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht +wasschen.</p> +<p>En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd +lastig op z’n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z’n +nattige haren, en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest +Marietje hem z’n waschboel halen, en poetste hij met het +borsteltje in de drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z’n +overreden hand, de geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind +vond dat een spelletje, stil <span class="pagenum">[<a id="xd21e213" +href="#xd21e213" name="xd21e213">12</a>]</span>genoegelijk, en dee mee +van netjes handjes wasschen, haartje kammen....</p> +<p>Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het +bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig +gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek, +waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen +vriendelijk voor ’r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, +toen ’t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van +gemerkt.</p> +<p>Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de +meesters, was ze naar „’t naaien” gegaan; zijzelf had +erom gebedeld, maar moeder had ’t ook billijk gevonden.... Ant +was naar ’t naaien geweest.... Sien was naar ’t naaien +geweest.... Marietje zou hebben wat ’r zusters hadden gehad, ook +al waren ze nou armer; dat dubbeltje in de week zou d’r nog wel +komme; en dan, als ’t jaar om was, dan ging ze naar ’t +fabriek.</p> +<p>Maar ’t kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat +anders voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap +dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had +opgepast, dan hielp die je.... nou, en hàd ze dan ’n +dienstje, dan zou moeder toch wel....!</p> +<p>’t Fabriek.... dat was voor ’t kind een begrip van +<span class="pagenum">[<a id="xd21e223" href="#xd21e223" name= +"xd21e223">13</a>]</span>enkel verschrikking: kwam ze er wel eens +langs, dan liep ze gauw dóór bij ’t hooren van +’t aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende +geraas,—vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de +vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een +vliegwiel zag ijlen in de rondte,—wee-pijnde ’r hart, +wanneer, door een scherf-hoekend gat in ’t brosse glas, een felle +riem, als inééns vlàk bij haar, duizel-snel en +trillend voorbijsneed! O! ’t fabriek,—de gore, hooge +holten, die ze wel eens éven door ’n kierende deur had +ingekeken, terwijl ’n zure stank, door ’n bitteren +roet-walm heen, haar in de keel sloeg,—als ze daar in moest, +tusschen de troepen vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van +school komend, dikwijls naar buiten had zien drommen in ’t +schaftuur!.... Nee, nee, niet naar ’t fabriek.... een dienstje, +een stil dienstje, bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar +kleine keukentje zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om +alles proper te houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden +geroepen, bij een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou +toespreken en vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....</p> +<p>Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen +kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar huis, +liep zij daar door <span class="pagenum">[<a id="xd21e227" href= +"#xd21e227" name="xd21e227">14</a>]</span>den warmen Mei-middag in de +wisselende schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode +lint, en haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het +Turfgrachtje af, dan de Singelbrug over, en door de wijde nog +ongeplaveide straten der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, +waar ze woonde, aan het Dijkje.</p> +<p>De naaischool was toch zoo best geweest, dacht ’t kind, al +hàdden de meiden ’r geplaagd; de naai-juffrouw was +óók best geweest, en de helpster had tegen +háár nooit gesnauwd; ze had ’s winters vaak +’t langst bij de kachel mogen zitten, en ’s zomers mocht ze +altijd gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met ’t +water; en puik naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo +gehad.... en zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... +zoo leukies.... en nou was ’t leeren voorgoed gedaan...</p> +<p>„Leukies jammer,” zei ze dan opeens bij zichzelf, met +den wonderlijken zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes +te maken.... Ze had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu +weer pret om hebben, en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, +zenuwachtige mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de +jongens op straat haar scholden voor „Sprot.”</p> +<p>Doch gauw stond ’r bleeke gezichtje weer in plooi <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e235" href="#xd21e235" name= +"xd21e235">15</a>]</span>van ernst. Ze had ook véél zorg +en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, was er altijd gezegd, dan +moest ze mee inbrengen.... en met ’n ouwelijke angstvalligheid +hield ze daaraan vast; ’t was immers ook redelijk.... ze at +zoogoed ’r boterham als de anderen.. Maar o! o! als ze maar niet +naar ’t fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze eerst +kleeren hebben.... ze had nou ’t goed.... maar ’t +màken! Ze had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar +had ze die japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, +want van thuis kreeg ze ’t niet.... En wàt of ’r +moeder nou wel willen zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden +kostgeld, en Sien gaf ’n daalder.... zij was nog maar ’n +kleintje.... als zij nou eens met ’n gulden hielp.... tjee, tjee, +een gulden, dat zou ze maar net kunnen verdienen met ’r los +werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den behanger gordijnen naaien, +en breiwerk dat ’r moeder uit d’r werkhuizen meebracht.... +voor ’n gulden moest ze véél werk hebben, hard +naaien den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze +moest sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....</p> +<p>Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den +knerpenden kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een +boordevol vaartje <span class="pagenum">[<a id="xd21e239" href= +"#xd21e239" name="xd21e239">16</a>]</span>en lage, week-groene +weilanden, naar ’n olie-molen ver in ’t land liep.</p> +<p>Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met +’n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle +gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even +niets dan de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd +was de vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe +komt....</p> +<p>Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd +in ’t licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes +al; met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden +ze, even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige +weiland.</p> +<p>Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met ’n paar +scheeve vakken afgeloopen gras, was ’t langs het brokkelig +klinkerstraatje telkens ’n smalle groene planken-deur en ’n +vierkant raam van kleine ruitjes in ’t verweerd kozijn-hout. Het +raam van haar moeder, hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een +vriendelijke vlek tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar +blauw-wit en kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door ’n enkel +oud ruitje, stonden de prachtige, rankende kant-bloemen achter het +glimmend-gepoetste glas. Even schuin, over twee houtklossen, +<span class="pagenum">[<a id="xd21e248" href="#xd21e248" name= +"xd21e248">17</a>]</span>helde ’t àf van de ruiten en van +de bloempotten in ’t vensterbankje.</p> +<p>Dat gordijn,—je moest eraan zien, waar „de +waschvrouw” woonde—was de trots van het kind.</p> +<p>Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de +naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de +havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast +aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was +niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de +rauw-vies riekende dweilen over ’n touwtje; ’t was niet de +vliering met in ’t miezerig licht door ’n besiepeld +dak-raampje, de sjofele kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, +wat stoffige rommel; thuis, dat was zelfs niet ’t voorkamertje, +dat wel aan kant moèst zijn, omdat ’r moeder er streek, +maar waar ’t achterin toch bijna altijd donker was, een enkele +kale stoel tegen den kalen muur schooierde, en waar nooit, uit de diepe +bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch wegtrekken kon....</p> +<p>Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, dat +was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter smettelooze +raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor de +zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums in hun +<span class="pagenum">[<a id="xd21e256" href="#xd21e256" name= +"xd21e256">18</a>]</span>schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden +schotels; ’s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een +bos zijige, roze-en-witte stroo-bloempjes.</p> +<p>Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige +kamer-plekje vlak àchter het gordijn; naast die blankte, en +tusschen het la-kastje aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel +half voor het raam, daar stond de oude leunstoel van vader, met de +zwart-gladde zitting en rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes +over doffer geribbel, in randen van bleek mahoniehout.... ’t was +de plaats van ’r moeder, àls die ’s zitten kon; +meest was ’t de hare.</p> +<p>Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol +grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den +stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....</p> +<p>Draadje afknippen... draadje aanhechten... +„zessetachtig” telde ze. ’t Waren een soort +gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist ze eigenlijk niet, maar ze +had op iedere streep een ringetje te zetten; dien avond moest ’t +nog naar den behanger.... er zouden er wel tweehonderd aan gaan....</p> +<p>„Haast je maar niet zoo,” zei de moeder.... +„’k breng ’t niet voor tien uur weg. Als ’t af +is, hei je toch niks meer te doen.”</p> +<p>Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje +<span class="pagenum">[<a id="xd21e268" href="#xd21e268" name= +"xd21e268">19</a>]</span>in de kamer, nu haar moeders strijkplank, van +het koude potkacheltje naar de tafel gelegd, het afsloot van den +daarachter verschemerenden bedstee-kant.</p> +<p>Er hing een opwekkend-frissche geur door ’t vertrekje, een +zoet-fijne stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, +helder-gewasschen, in zonne-warmte gebleekt linnengoed.</p> +<p>Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond +doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank +en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als +weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed +en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even, +met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door dien +damp....</p> +<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... +„achtetachtig.”</p> +<p>Het kind had het wonder in den zin.</p> +<p>Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de +portretjes en ’t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, +het pak cadeau gekregen kleeren.</p> +<p>Stil werkten ze beide.</p> +<p>De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode +koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden +scherp-afgescheiden <span class="pagenum">[<a id="xd21e285" href= +"#xd21e285" name="xd21e285">20</a>]</span>op haar gelig gezicht, het +verweerde gezicht met de groote slapen en langs de ooren de lange vale +zijstukken der wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren +de stille zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte +zwarte haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove, +droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het +zwart-wollen frommeltje van ’n muts, die van achter op een +breed-uit en los vastgestoken, warrige dot rustte.</p> +<p>Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig zijn. +Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een +weeshuis-schort, als ’t kind zei.</p> +<p>Met felle sissertjes tikte telkens ’r natgelikte vinger tegen +het zilverig-blinkend bout-vlak; als ’t sissen dofte, haalde ze +’n nieuw ijzer van het keukenvuur.</p> +<p>De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en +gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse +boordjes,—’t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij +’t spoor meest, dat ze werkte,—en met een wondere fijnheid +van aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of +één deuk, tastten de stokkerige, werk-gekerfde vingers +tusschen al dat teer te hanteerene, kreukeloos-blanke.</p> +<p>„Hei je geen meidewaschje van de week?” vroeg plotseling +het kind. <span class="pagenum">[<a id="xd21e295" href="#xd21e295" +name="xd21e295">21</a>]</span></p> +<p>„Meidewaschje!.. meidewaschje,” teemde de moeder haar +na, „hoor nou die aap met ’r meidewaschje!”</p> +<p>En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande +keuken binnen, om weer een heeten bout te krijgen.</p> +<p>Wàs dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik +over ’n meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... +allemachtig, ze zou nog zoo’n spul krijgen met dat kind.... +zoo’n kleine pest.... als er bij geluk nou gauw eris ’n +plaatsje kwam op ’t fabriek zij zou d’r nog niet +ééns heen willen!.... ’n dienstje, ’n +dienstje hebben.... zoo’n Luthersche stijfkop!.... was daar nou +eer aan te behalen?.... als ze d’r nog heil in zag, ’t kind +er goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien +stuivers in de week, en ’s avonds twee kale boterhammen mee naar +huis.... en nog komplimente van d’r volk ook.... witte schorten, +mutsen, lichte jurken.... wie kon d’r voor mevrouw d’r +meissie aan de waschtob staan?.... zoo’n kind was al genoeg +afgejakkerd.... de móeder, o zoo!.... Ant ging op ’t +fabriek, en Sien ging op ’t fabriek.... klaagden die nou ooit +over ’t werk?.... waarom dan Merie niet?.... ze waren maar +weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch ook tot ze d’r +bijna bij neerviel..?</p> +<p>Nog een tijdje foeterde ze zoo in ’r zelve na, terwijl +<span class="pagenum">[<a id="xd21e305" href="#xd21e305" name= +"xd21e305">22</a>]</span>met behendig-zwenkende wendingen het suizelend +ijzer over de laatste linnen-stukken streek.</p> +<p>Maar de stille gemoedelijkheid van ’t kind was door het smalen +van de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze +niet.</p> +<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... +„honderd-en-vier.”</p> +<p>Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond +het zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze +lekkertjes zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit +geleerd.... d’r moeder en d’r zusters konden ’t ook +niet.... Achttien stuivers vroegen ze voor ’t maken.... en acht +voor de voering, en nog wel zes voor verschot.... en een mutsje van +tachtig cente.... eer kon je tòch niet bij de naai-juffrouw +komme.... achtenveertig stuivers was ’t bij mekaar.... tjee, +achtenveertig stuivers.... daar zou ze wel achtenveertig weken voor +moeten sparen.... achtenveertig weken, tòe maar!.... en +plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en haar krampige +schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, zoo te lachen, dat +’r moeder, opkijkend, moest meelachen van de weeromstuit....: wat +of die malle piet nou weer had.... En met goedige, spotvragende oogen +keek ze naar het kind, maar die naaide door.... <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e313" href="#xd21e313" name= +"xd21e313">23</a>]</span></p> +<p>„Kijk ze nou eris werken,” dacht ze dan, „’t +is toch zoo’n goed schaap....”</p> +<p>Draadje afknippen.... ’r schaar gleed weer tinkelend onder den +rand van ’t schoteltje in ’r schoot; ze nam het klosje van +tafel, wikkelde wijd den draad af; dan, met ’n handig +vinger-strengelingetje, rukte ze ’m stuk, belikte ’t eind, +draaide ’t in een puntje, en hield draad en naald tegen ’t +licht.... de oogjes half dicht knijpend met een bibberig +schuin-optrekken van ’r linker-wangetje, mikte ze dan.... en de +derde maal glipte fijn het witte spietsje door ’t smalle +staal-splitje heen....</p> +<p>Hè, als je ’s avonds op straat die meiden zag, de +meiden uit de deftige diensten.... ze deed niets liever dan +dáárnaar kijken.... brandhelder, die meiden, in de +lichte, stijf gestreken japonnen met de witte schorten, waarin de +blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de glanzig gepepen tulen +mutsjes op ’t gladde haar! Daar moest je dan de fabrieksmeiden +naast zien, hàar zusters, met ’r flodderige jurken van +valige wollen stof, ’r slordige wollen doeken, ’r +lorrig-opgemaakte hoeden.</p> +<p>Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger van +Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, van die +zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk +onderscheidde <span class="pagenum">[<a id="xd21e322" href="#xd21e322" +name="xd21e322">24</a>]</span>ze, als zoo’n meid, kieskeurig, met +’r boodschappenmandje onder den arm, haar voorbij ging, of +’r muts een enkelen of een dubbelen gepijpten rand had, en, +naardat de tule haar fijner of ordinairder leek, raadde ze binnen die +schulp-krans een effen bodempje of eentje van gebloemd batist.... Wat +zij zou willen, dat had ze al lang uitgemaakt: niet zoo’n groote, +die stond ouwelijk, en ook niet zoo’n hooge prop, net of-i zoo op +je haar gewaaid is, nee, er waren er die prachtig als een kroon, los en +recht op ’t hoofd pasten, met een zwarte hoedespeld door den +haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan nog mèt +de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder ’r +gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, en +voelen aan ’r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten +aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.</p> +<p>Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de +patroontjes voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en +zwart-en-witte ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met +slangetjes, ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld +donker marine, dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor ’s-avonds, +als ’t grof werk aan kant is, het effen licht-blauw en +licht-grijs....</p> +<p>En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met +tusschenzetseltjes boven den zoom, <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e329" href="#xd21e329" name="xd21e329">25</a>]</span>met festons +rondom. Die met een hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar +flutterig; als je wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, +met van die banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij +maar vast een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of +twee!</p> +<p>Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar +schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het +rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.</p> +<p>Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag +boven de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte +muur-stukjes, die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het +groen-duistere dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer +beslagen onder de blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle +straal-kern boorde.</p> +<p>Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele +bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den +keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars +gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de +bloem-figuren van het gordijn.</p> +<p>Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware rol +linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, dunne +vingertjes met kortgeknipte <span class="pagenum">[<a id="xd21e339" +href="#xd21e339" name="xd21e339">26</a>]</span>nagels aan de vierkante +toppen, die pijn-prikten van ’t pikken door de harde stof.</p> +<p>Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in ’t +warm-bezonkene avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe +die de laatste ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, +luchtigjes het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden +schikte; dan ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in +de keuken met kommetjes en een waterketel.</p> +<p>Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde +zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel naar +zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op de +twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde +handen over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui +rechtuit-gestrekt.</p> +<p>Nu ging ’t weer eens goed worden.... nu was ’r moeder +aan ’t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters +kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den +molen, het bruisend <span class="corr" id="xd21e347" title= +"Bron: watergudsen">watergutsen</span> in de tinnen kan.</p> +<p>Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong, +en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog +kwam en ging door ’t roodige licht, dat in de open keukendeur +stond. <span class="pagenum">[<a id="xd21e352" href="#xd21e352" name= +"xd21e352">27</a>]</span></p> +<p>Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... +met de dampende kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw +vlakbij geschoven, haar voeten op de breede richel van ’t +potkacheltje,—het kind, weer overeind-gewerkt, vóór +in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover ’r haarstaartje, +een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.</p> +<p>Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen van +eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan ’t afgedane werk, aan +’t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in +haar hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat +zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes van +drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....</p> +<p>„Je zal wel moe zijn,” zei het kind, „twee zulke +manden vol....”</p> +<p>„Och.... zóó....” zei de vrouw.</p> +<p>Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan ’t heete vocht, +zaten peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.</p> +<p>„Als ’t alle dagen nog Zaterdag was,” herbegon +mijmerend de vrouw.... „je kon alle dagen je waschjes brengen, je +geldje halen....”</p> +<p>„Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig,” +zei ouwelijk-wijs en bedenkelijk-knikkend het kind. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e368" href="#xd21e368" name= +"xd21e368">28</a>]</span></p> +<p>En later de vrouw weer: „Je mot dichter bij de rijke buurte +wone.... bekender wone.... ’t Dijkje, dat willen ze niet.... En +de inrichtingen....”</p> +<p>„De inrichtingen, die doen véél scha,” +peinsde het kind. Ze vond ’t heerlijk, zoo stil met haar moeder +te praten, als twee groote menschen, en wat warms drinken, in den +schemer, en ’t huisje in rust; wàt ze praatten, dat gaf +niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, om beurten....</p> +<p>„De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe +strijkinrichting....” vaagde, met lange rusten, de stem van de +vrouw weer door ’t lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood +in een laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....</p> +<p>„En de wasscherij op de Steengracht....” ging zachtjes +de kinderstem.</p> +<p>De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar +leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.</p> +<p>Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.</p> +<p>Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den +winnenden schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de +moeder de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den +tafelrand.</p> +<p>Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e386" href="#xd21e386" name= +"xd21e386">29</a>]</span>het kamertje waasde in één +grijzige bruinheid van avondduister.</p> +<p>Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen, +waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten +was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte +volgewaaid.</p> +<p>„Wát ’n lánge dagen al,” zuchtte +tevreden de moeder.</p> +<p>„En ’t spaart je nog al geen olie uit....” femelde +zoetjes de stem van ’t kind terug.</p> +<p>Toen, óver half acht,—’t was +Zaterdag—kwamen, vlak na elkaar, de twee zusters thuis van +’r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien van ’r kleeren +altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van ’r azijn-makerij, +dan Ant, uit ’t tricot-fabriek.</p> +<p>Dat was opeens een herrie en volte in ’t stille huisje, een +lawaaiig loopen, waterkletsen aan de pomp op ’t plaatsje, roepen +om koffie, om boterhammen.</p> +<p>En de moeder dadelijk in de weer.</p> +<p>In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan +kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met een +schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de scherpe +lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.</p> +<p>„Dáár hei je Sprot!” lachte plagerig Sien, +die ’t kleintje niet erg lijden mocht. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e404" href="#xd21e404" name= +"xd21e404">30</a>]</span></p> +<p>Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder +geen licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel +zàten aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze +haar stoel aan, en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de +gezonde posturen van ’r twee zusters,—Ant, breedgebouwd, +mager en donker als haar moeder, Sien, blonder, blanker, wat smaller +maar molliger ook, en met sterke staal-blauwe oogen onder de zwarte +wenkbrauw-streepjes.</p> +<p>Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met +zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde +koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben, +niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar en +tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen +Sien d’r vrijer en z’n famielje.</p> +<p>„En als je dan eindelijk dacht, dat ’t gedaan +was,” vertelde Ant, „dan zeit dat ouwe wijf: „vos, je +zel <i>mij</i> nie vange,” en dan begon ’t spektakel weer +van voren af aan.”</p> +<p>„Hein ken d’r genéén van z’n eige +femilie an,” mokte Sien, met ’n teleurgesteld-minachtend +lippen-pufje achterna.</p> +<p>Dan aten ze zwijgend een oogenblik. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e419" href="#xd21e419" name="xd21e419">31</a>]</span></p> +<p>Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar +den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn, +vies mondje:</p> +<p>„Hein.... die ziet ’r net uit, oftie altijd ’n +poepje mot late.”</p> +<p>„Vèrrek! hoor háár nou!.... +hóór d’r nou....” schaterde Ant, die +stampvoette van ’t lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen +spotlach van: hei je nou ooit!</p> +<p>Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig +gescholden „Sprot! Zòt!”</p> +<p>„Nou......” zei de moeder, „ze dòet je toch +niks?”</p> +<p>’t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk +haar lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken +van ’r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde +haar stiekeme lolletje tot, na ’t eten, ze Sien het voorkamertje +zag ingaan en op ’t lâ-kastje kijken.<a id="xd21e432" name= +"xd21e432"></a> Plotseling vloog ze, angst-gestoken, overeind; om +klaterde de stoel.</p> +<p>„Kleerkoop!.... kleerkoop!” zong tergend Siens schelle +stem, en ze hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle +schuit van het afgescheurde papier naar omlaag zeilde.</p> +<p>„Wat?.... wat?” vroeg de moeder....</p> +<p>Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen +<span class="pagenum">[<a id="xd21e441" href="#xd21e441" name= +"xd21e441">32</a>]</span>mondje, kreet, schor van drift, of de klanken +haar niet uit de keel wilden.</p> +<p>„Van mij! Van mij!” krijschte ze.</p> +<p>„Toe! laat maar....” goelijkte Ant, die ’t van +andere meiden d’r zusjes gehoord had, „’t is van de +bedeeling op de naaischool....”</p> +<p>Maar dan de moeder aan ’t lamenteeren: en God nog en toe, en +had ze nou niet een uur wel zitten praten met ’r, en koffie met +’r zitten drinken.... en zou zoo’n naarheid nou ook eens +een bek opendoen, eris wat vertellen.... ’t eris laten kijken aan +d’r moeder? Geen kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat +’t de laatste keer was van ’t naaien! was ’t nou niet +God geklaagd....</p> +<p>„As gluiperdje dood is....” sarde Sien, ’t kind +voorbij de keuken inschietend, en Ant, die nu ook boos op ’r +werd, zei schamper, terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog +tikte: „Nou! jij heb ze hier, hoor!”</p> +<p>De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog +hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken +de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de +drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, in +hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind ’t aan te zien, +zonder een woord meer of een beweging. Maar ’r oogjes staken +kwaad, valsch <span class="pagenum">[<a id="xd21e453" href="#xd21e453" +name="xd21e453">33</a>]</span>de schrille pupillen, en haar bleeke +mondje was in verbetenheid tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen +met ’n dienstje? zouden ze haar geld geven voor de naaister?.... +dan ging hun dat goed toch ook niet aan?.... ’t was haar goed.... +van haar alleen.... ze hóefde ’t toch niet te laten +kijken, als ze niet wou....?</p> +<p>Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien +’t heele pak vallen, en liep dan zingende ’t +schemer-donkere voorkamertje door en de deur uit.</p> +<p>Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen +bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar +jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten +had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, als +een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur in het +portaaltje steil omhoog stond.</p> +<p>Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen +’n plekje sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het +dakraampje aan de balken weifelde.</p> +<p>De tranen sprongen haar fel in de oogen. „’t Is gemeen, +’t is gemeen,” grijnde ze en schopte tegen de vale bult van +Sien ’r afgehaalde bed.</p> +<p>Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e466" href="#xd21e466" name= +"xd21e466">34</a>]</span>van machtelooze woede, snikkend, ’r twee +handen verstijfd aan ’r rokje met ’t builende pak.</p> +<p>Plots dan voelde ze wàt ze daar droeg,.... +óch-Gód dat goed, dat op die smerige grond was gevallen, +dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en met al haar gedachten +dáár ineens bij, liep ze op ’t raampje toe, kroop +op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining +school, en op ’r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat +achter de twee smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de +lappen-hoop, streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en +paste en plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen +zat, zooals ze ’t had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan +bedorven!</p> +<p>Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich +omdraaiend neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot ’r +zelve komend, zonder veel gedachten meer.</p> +<hr class="tb"> +<p>Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had +als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der +buurt, nam ze haar goed op, en, ’t voor zich uit houdend, tastte +ze de vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel +werkelijk iedereen uit was.</p> +<p>In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e478" href="#xd21e478" name= +"xd21e478">35</a>]</span>lamp, die ze gauw ging opdraaien. Ze had nu +geen trek in vóór zitten, want de luiken waren +opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, dat dorst ze +eigenlijk niet goed.</p> +<p>Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn +zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de +Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de +hoogste stoof, ging even haar naaizak uit ’t kamertje krijgen; +dan, de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar +knieën opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, +haar halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den +lichtschijn.</p> +<p>Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar +schatten....</p> +<p>Ze hield ’t blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, +onder haar kinnetje, langs haar borst, streek ’t omzichtigjes +glad, keek, schuin van boven af, er langs neer.... ’t was +héél mooi....; dan liet ze het lager, opzij langs haar +been afvallen, keek weer, haar bovenlijf scheef achteruit.... keek +lang, lachte er tegen; nuffige neepjes van plooivalling gaf ze, poefte +de stof op, aaide ze weer effen langs ’r smalle heup.... ’t +was héél mooi....!</p> +<p>Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met ’r +neus erop, wreef ze ’n hoekje van ’t katoen, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e488" href="#xd21e488" name= +"xd21e488">36</a>]</span>hield het gewrevene onder de lamp: „niks +geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht +stuivers de el,” dacht ze.</p> +<p>Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... +„bijna niks geen pap,” zei ze nog eens.</p> +<p>Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had +alle tijd: ’r moeder was met de grootste van de twee waschmanden +uit; ’r zusters kwamen ’s Zaterdagsavonds nooit voor tienen +thuis.</p> +<p>Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.</p> +<p>Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de +kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf over +tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige vakking +over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.</p> +<p>’t Was heel stil in ’t keukentje; de buurmenschen van +weerszij leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen +klonk bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, ’t balrollen +in de kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek +van ’t Dijkje lag.</p> +<p>En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon +juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als er +plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en +<span class="pagenum">[<a id="xd21e503" href="#xd21e503" name= +"xd21e503">37</a>]</span>met een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer +op den keuken-drempel stond.</p> +<p>„Is Sien uit?” vroeg hij barsch.</p> +<p>’t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, +en met bolle blauwe oogen zonder veel wimper.</p> +<p>Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze +nooit bang; „tjee,” lachte ze in ’r zelf, +„kijkt-ie weer drukke.”</p> +<p>„Is Sien er of niet?” herhaalde de jongen, kwaadaardiger +nog dan de eerste maal.</p> +<p>„Nee, ze is uit,” zei het kind eindelijk....</p> +<p>„Ze is al wel een uur uit,” zei ze nog achterna, toen +haar lachertje bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek +de voordeur dreunend achter zich dicht.</p> +<p>„Tjee, die Sien!” dacht het kind, „nou zal ze +ruzie krijgen!” en door ’r kleine, groenig beslagen +tandjes, gedrukt in de onderlip, haalde ze „ffff” de lucht +op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even met bedenkelijke oogen +groot-strak onderuit keek.... „Nou efijn” zei ze dan, en de +nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, plooiend den +zoom precies op het ruitje af, met ’r eene hand de vouwtjes +opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje van de andere +wijsvinger en duim. <span class="pagenum">[<a id="xd21e519" href= +"#xd21e519" name="xd21e519">38</a>]</span></p> +<p>Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder de +keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn gezicht +opscheen.</p> +<p>„Zeg nou ’s, Merie, waar is Sien heen?” vroeg hij, +probeerend zijn stem vriendelijk te maken.</p> +<p>Maar ’t kind, niet denkend dat hij ’t weer zijn kon, was +bij ’t klikken van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, +had instinctmatig het goed bijeen gepakt, de krant er over +geslagen.</p> +<p>Schichtig trok ze de schouders op.</p> +<p>„Toe, je weet ’t wel,” zei de jongen, +„wanneer is ze dan uitgegaan?”</p> +<p>Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten, +zei dan plots:</p> +<p>„Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en +toen ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit....”</p> +<p>„Zoo, had ze je getreiterd....” zei de jongen.</p> +<p>Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond +’t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar +naaizak....</p> +<p>De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met +zijn felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, +gevulde wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, +en de kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e541" href="#xd21e541" name= +"xd21e541">39</a>]</span>vingen óver hun blakende kleur; onder +z’n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode mond met een kwade +groef naar beneden getrokken.</p> +<p>’t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu +ook wel medelij met ’m.</p> +<p>„Wou je wachten tot Sien thuis kwam?” vroeg ze, bedeesd +voorkomend, „je ken wel hier wachten....”</p> +<p>Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen +knipperden, keek dan naar ’t kind, dat steelsgewijs naar hem +keek.</p> +<p>„Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje,” zei hij op +eens.... „zoo gek lachen.... maar je meent het niet +kwaad.”</p> +<p>Het kind, dat begonnen was ’r zoom-steekjes te leggen, bleef +diep over haar werk gebogen zitten; ze vond ’t niet aardig, dat +hij ’r bij d’r scheldnaam noemde, maar hij deed ’t +zóó vrindelijk, dat ’t toch wel prettig was. En te +verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil berouw te hebben, +dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.</p> +<p>Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.</p> +<p>„Een kreng is je zuster.... een krèng!” snauwde +hij, met zijn fellen kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten +gebald op zijn knieën, „een groot kreng....” +<span class="pagenum">[<a id="xd21e558" href="#xd21e558" name= +"xd21e558">40</a>]</span></p> +<p>„Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!”.... mokte +hij achterna.</p> +<p>Daar hadt je ’t nou weer, dacht ’t kind, nou was Sien +weer mooi; die wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd +zoo zuur rook, en zulke groote rare tanden had.... net een +jodenkerkhof.... als die nou mooi was!</p> +<p>„Ik vin me zusters niks mooi,” zei ze met een vies +mondje.</p> +<p>De jongen keek haar goedig aan.... „Ant niet, maar Sien.... +Sien is ’n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo’n mooie meid! +Maar ze weet ’t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan +d’r krijge zooveel ze maar wil. Na mijn weer ’n ander. Ze +geeft er om geneen wat. Ze mot een jonge hebbe, die cente +het....”</p> +<p>„Weet je wat ze nou wil,” zei hij opeens vertrouwelijk +over de tafel leunend, „ze wil ’n goue kettinkie van +drievijvetwintig hebbe.... Als ik de cente nou niet heb, ken ik toch +zoo’n kettinkie nie koope.... en dan zeit ze maar, Jan Aalders +zou ’t wèl geve.... en ’n andere dag weer, die jonge +van Bertels zou ’t wèl geve.... makkelijk genog, die +z’n vader het de guldens maar voor ’t opscheppe.... die kan +mooi geve.... ik heb de cente niet....”</p> +<p>„Jij verdien nog nie veel, wel?” vroeg ’t kind. +<span class="pagenum">[<a id="xd21e572" href="#xd21e572" name= +"xd21e572">41</a>]</span></p> +<p>„Vijf gulde,” zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie +gezicht werd nog rooier.</p> +<p>„Vijf gulde, da’s nie veel.... en da’s wèl +veel” zei nadenkend ’t kind, met klem van spreken.</p> +<p>Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo’n kleur +gekregen had.</p> +<p>„Toe,” zei de jongen kregel, „begin nou niet +weer.... doe nou niet zoo gek!”</p> +<p>„En jij dan?” had ’t kind al gezegd voor ze +’t wist; toen bloosde ze zelf tot op ’r voorhoofd, en bukte +snel weer over ’r werk.</p> +<p>Er was een lange stilte in het keukentje.</p> +<p>Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog +niet terugkwamen. Ze begon ’t eng te vinden.</p> +<p>De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al +z’n nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en +z’n goeie pak, omdat ’t Zaterdagavond was.... lamme +meid!</p> +<p>Hij schoof z’n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit +haar met een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef +hij met zijn paarsig-roode hand langs z’n voorhoofd:</p> +<p>„’k Ben wel stapel, dat ’k hier zit te +wachte,” zei ie, maar hij bleef zitten.</p> +<p>„’k Ga ’n pot bier drinke,” zei ie een +tijdje later, maar hij bleef nòg al zitten. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e596" href="#xd21e596" name= +"xd21e596">42</a>]</span></p> +<p>Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z’n buiten-bovenzak, +draaide ’m rond tusschen z’n lippen, bekeek ’m, stak +’m weer weg.</p> +<p>Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen; +ze was moe, en branderig in ’r gezicht, en rillerig +tegelijk....</p> +<p>Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange, +zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een +eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag +gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.</p> +<p>„Kwamen ze nou maar thuis,” dacht ’t kind.</p> +<p>De jongen begon te schuiven op z’n stoel, wreef met z’n +handen over z’n knieën....</p> +<p>„Je zou d’r.... je zou d’r....” barstte hij +dan los. Maar hij hield zich in; dat kind had ’m toch niks +gedaan.... en hij streek maar eens met z’n zwart-nagelige vinger +over ’n hoekje van ’t blauwe katoen, dat uit de krant +piepte: „netjes,” zei ie.... „fijn....”</p> +<p>„Pas op, pas op!” schrok het kind „’t is me +goed van de bedeeling, op ’t naaien.”</p> +<p>„Fijn,” zei de jongen nog eens, „maar licht, zal +gauw vuil worde op ’t fabriek.”</p> +<p>„’k Gà niet naar ’t fabriek,” zei +’t kind fel, met ronde schrikoogjes hem aankijkend. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e615" href="#xd21e615" name= +"xd21e615">43</a>]</span></p> +<p>„Zoo,” zei de jongen alleen.</p> +<p>„’k Gà niet naar ’t fabriek,” zei +’t kind nog eens, „’k ga dienen.”</p> +<p>„Dienen is ook hard werken,” kwam nu de jongen bij, +„me zus het gediend, maar ze het ’t niet kenne volhoue.... +ze is nou op ’t fabriek van de Lange.... Waarom wou jij niet naar +’t fabriek, Sprotje?”</p> +<p>Hij vroeg ’t weer zacht-vriendelijk, in een soort +ondergrondsche vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich +gevoeld had, tegen Sien.</p> +<p>En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, begon +zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor ’t +fabriek, zoo vrééselijk bang....: „altijd +zoo’n leven om je heen, en allemaal tussche vreemde,” ze +ging haast huilen van moeie opwinding.... „allemaal vreemde, en +altijd opzichters achter je aan, en overal groote wielen....”</p> +<p>Ze sidderde, kneep ’r handen in elkaar, terwijl ze +doorklaagde, wat kalmer weer: „en zoo zwart.... en zoo smerig.... +en al de manne, as die er uitkomme... ze zou’e je doodloope.... +ik droom er soms van.... altijd vloeke en lol....”</p> +<p>„Hoho maar,” zei de jongen, die ’r als een gek had +zitten aankijken, „die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en +’n beetje verdienste....”</p> +<p>Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige +<span class="pagenum">[<a id="xd21e633" href="#xd21e633" name= +"xd21e633">44</a>]</span>oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in +de krant, haar naaigerei in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met +kouwelijk ’r handen kruiselings onder de oksels, doodmoe van den +langen dag, van al de opwinding en al ’t verdriet, haar oogjes +slaperig flets, en diepe, blauwige kringen ingezakt boven het +strakgespannen vel der jukbeenen.</p> +<p>„Een beetje verdienste.... en een groot +huishou’e,” kwam ze zachtjes bij-femelen, „armoe +lij’e.... en dan worden ’t sociale....”</p> +<p>„Niet allemaal,” zei de jongen.... „ikke +niet.”</p> +<p>„Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd +zijn...”</p> +<p>„En dán,” zei de jongen, „’n werkman +mag toch wel voor z’n rechte opkomme....”</p> +<p>„Nou.... ja....” rekte zeurig-bedenkelijk de +kinderstem.</p> +<p>Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen +avondwind, kwam Sien <span class="corr" id="xd21e648" title= +"Bron: binnen gevallen">binnen-gevallen</span>.</p> +<p>Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze +klaar met ’n brutaal-spottend:</p> +<p>„Nou, as jij liever met me zussie vrijt....”</p> +<p>De jongen stoof op! Zoo’n beest.... nou dorst ze nog zoo te +beginnen.... had hij niet ’n uur op ’r loopen wachten?.... +een heel uur op en neer geloopen?.... nou hier nog ’n uur zitten +wachten....? Gemeen kreng! <span class="pagenum">[<a id="xd21e657" +href="#xd21e657" name="xd21e657">45</a>]</span></p> +<p>Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, de +stoof omver trappend, had ’r pak gegrepen, stond achter de tafel +’t aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog terug te +schreeuwen.... en die stakkerd van ’n Hein, hij had toch +gelijk.... Kijk-tie paars worden in z’n gezicht.... en die +astrante meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang +van werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat +tandvleesch allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... +kijk nou.... ze lacht ’m in z’n gezicht uit.... en tjee, +kijk die Hein nou woeiend worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, +tjééee....!</p> +<p>Dan, klak, klak, vielen de luiken van ’t kamerraam dicht,.... +daar hadt je moeder!</p> +<p>Sien, Hein ’r achterna, ’t kamertje door, liep in +’t portaaltje de vrouw tegen ’t lijf....</p> +<p>„Heila! waar mot jij na toe?” baasde die ruw; maar Sien, +dol, gilde van lol en angst door elkaar, „hij slaat me! help! hij +slaat me!” en rende door de open deur het dijkje op.</p> +<p>En Hein, die even had willen gaan sussen: „Hoor nou, vrouw +Plas....” razend ’r achterna.... „Sien! toe nou, +Sien!” hoorde ’t kind hem nog roepen.</p> +<p>„Wel voor den donder,” gromde de moeder, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e670" href="#xd21e670" name= +"xd21e670">46</a>]</span>die ’r leege mand ijlings neerzette, de +volle greep.</p> +<p>„Ben jij daar, Merie?”</p> +<p>„Ja moeder.”</p> +<p>Maar ze haastte zich al ’t portaal door, de twee achteraan, de +deuren openlatend.</p> +<p>Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje +leeg-stil in huivere holheid.</p> +<p>„Hu!” zuchtte ’t kind door ’n rillertje +heen: „zullie liever dan ik!”</p> +<p>Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, +voelde dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke +ruggetje loopen; haar oogen staken van den slaap.</p> +<p>Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, +op den stoel bij ’t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp +van de keukentafel halen, droeg ’m met twee handen, voorzichtig +over den drempel stappend, op de tafel voor ’t raam .... +hèèè, daar lag die rol gordijnen nou.... die nare +Sien ook.... en „ffff” zoog ze de lucht weer door ’r +tanden: de voordeur stond open....!</p> +<p>Op ’r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen +den post van de kamerdeur, en helde met ’r uitgestrekten arm +’t portaaltje in.... Net bereikte ’r hand de voordeur.... +met twee vingertoppen trok ze <span class="pagenum">[<a id="xd21e689" +href="#xd21e689" name="xd21e689">47</a>]</span>’m moeielijk aan, +keek even huiverig naar buiten—’t was koud.... +nachtvorsten.... dacht ze—en duwde ’m zachtjes, gauw, in +’t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de +bedsteedeurtjes openzetten.</p> +<p>Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker +gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje, +den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, voelde +ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.</p> +<p>’t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de +ellebogen en onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef +trekken uit; dan hing ze ’t over de stoel-leuning als over een +kapstok; ’t rokje was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien +onderrok zakte na; ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar +kostelijke pak.</p> +<p>De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt +en omgetrokken.</p> +<p>En nu, vaal-wit schimmetje in ’r groen-schemerigen hoek buiten +den lampe-schijn, stond ze op ’r bleeke voetjes voor de bedstee, +die kleine Sprot.... ’t Staartje, langs den dunnen bruinigen +hals, puntte neer over het witte keper, dat ’r smalle lijfje +omspande; uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere +armen; en sluik om ’r heupjes weg, viel plooiend ’r +<span class="pagenum">[<a id="xd21e700" href="#xd21e700" name= +"xd21e700">48</a>]</span>gestreept wit-katoenen onderbroekje tot laag +op de dunne kuiten.</p> +<p>Even stond ze zoo, ’t kippevel op ’r armen.... Ze schoot +haar nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide +ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en met +’t zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als ze +in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen het +keukenbeschot.</p> +<p>Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is ’n +groote dienst had, en ze had ’r eigen bed, een open ledikantje +met lekker beddegoed, op een lief zolderkamertje,.... en d’r +eigen kastje.... als er nou maar gauw een dienstje kwàm, al was +’t dan maar voor dagmeisje ’t eerste jaar.... En zoo +dwaalden al ’r zorgjes ’r door ’t hoofd.... de +achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of ze +nog wat mee zou krijgen van ’t ringen naaien van dien +middag....</p> +<p>Dan dacht ze er aan, dat ’t morgen Zondag was.... het witte +kerkje zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog +maar twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster +’r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden +schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog +’s een nieuwe jurk had om <span class="pagenum">[<a id="xd21e708" +href="#xd21e708" name="xd21e708">49</a>]</span>aan te trekken.... ze +zou maar vroeg gaan.... lang het orgel hooren voor domeni binnen kwam, +het orgel, waarin zoo’n heerlijk-zacht fluitje kon +kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.</p> +<p class="tb">⁂</p> +<p>Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit +’t fabriek.</p> +<p>Ze waren met ’r drieën op ’t kleine, bruine +klinker-plaatsje, dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open +keukendeur, de moeder, in den schaduwhoek bij ’t pleetje, was aan +’t tobben boenen, en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de +handen op ’r rug tegen het achterhekje, een grijs-geverfd +staketseltje, dat even wiebelend meeboog onder haar zwaarte.</p> +<p>„Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér +gesnapt”—vertelde Ant, „van mòrgen vroeg;.... +die zalle we óók niet werom zien.... de patroon, die is +op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in ’r vuile schort +gepakt.... een heele kluit wol.... d’r broertje stond aan de +poort te wachten....”</p> +<p>„Tjee, hoe durft ze!” deed Marietje overdreven +méé met het verhaal, om het voort te dringen en voorbij +de oppering van een mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder +’t zeggen; haar grijze oogjes sperden bang in ’t smalle +gezicht. <span class="pagenum">[<a id="xd21e720" href="#xd21e720" name= +"xd21e720">50</a>]</span></p> +<p>Toen—daar wás ’t—voelde het kind zich koud +worden en heet tegelijk; het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat +raar en ijl stond op ’r zinderend lijf.... Onder het +verder-vertellen van Ant had zij haar moeder zich half zien oprichten +van de druipende tobbe, even hoofd-wenken háár kant uit, +en dan, vragend met ’r oogen, kijken naar Ant....</p> +<p>„O! O!” kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van +’n plots in-vlijmende pijn.</p> +<p>Maar Ant, goddank, knikte van nee.</p> +<p>„Nee,” zei ze, „’t is een meid van zestien, +en groot voor d’r jaren.... Merietje ken d’r wel drie keer +uit!... en werken dat die meid kon!”</p> +<p>Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het kind +had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, ’r +handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig uit +in het bezinken van den angst-schok.... wat ’r hart klopte!.... +’t bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige +sliertjes versprongen en tril-dreven over de helle lucht....</p> +<p>Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, +waarin ’n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan +kijken, zonder wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....</p> +<p>In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e736" href="#xd21e736" name= +"xd21e736">51</a>]</span>schommel knarsen; ze boog wat over; rechts, +boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk opstaan tusschen de +loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden hevig toe en weg, en een +hoed tuimelde telkens boven het groen uit.</p> +<p>De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag met +zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; er liep +niemand....</p> +<p>Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij +kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland +ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van +roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven +zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen, +keeren bij ’t zwart-houten huisje aan ’t eind, en +terug-gaan weer onder het boomen-groen langs de deinende +touw-lijnen.</p> +<p>In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, en +een zwart terrein met kolen-loodsen van ’t spoor.</p> +<p>Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en +links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver in +zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen diep-weg +wat flauwe vlekken waren van blank vee. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e746" href="#xd21e746" name="xd21e746">52</a>]</span></p> +<p>Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over +een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen ze +misschien weer zoo’n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als +’t laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... +ze zouen nou wel gauw maaien gaan....</p> +<p>En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze ’t +huis in.</p> +<p>De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even +lachen om dat sluike wegloopen.</p> +<p>„Ze zal nog wel ’s loskomme,” zei Ant, „ze +is bijdehand genog,.... laat ze eerst maar ’s op ’t fabriek +weze....”</p> +<p>Een evene besluiteloosheid kwam over ’t gezicht van de +vrouw:</p> +<p>„’k Had anders net zoo gedacht, van morrege....” +zei ze, „às Merietje nou ’r heele hart op diene heit +gezet.... wat zou jij nou zegge....?”</p> +<p>„Malligheid,” zei Ant, beslist, „je mot er geen +bang-schieter van maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... +altijd alleen.... ze telle je de aardappels in je mond.... En je mot +ommers zoo’n kind niet toegeven, om ’r bestwil.”</p> +<p>„Nee,” zei de moeder, „dat mòt je ook +niet.”</p> +<p>Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het +plaatsje. Beiden hadden hetzelfde <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e766" href="#xd21e766" name="xd21e766">53</a>]</span>soort +grof-pluizig, zwart krulhaar boven een hoog voorhoofd, dezelfde +beenig-breede, koonen-gezichten, de moeder wat geliger alleen, en +dezelfde mager-forsche vormen van lijf.</p> +<p>Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken, +zoo, zonder dat zij ’t zelf wisten, doende uitrusten even hun +lichamen van den langen morgen hard werk.</p> +<p>Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een +stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als +paarden, die aan-trekken in ’t gareel. Even verstreek door de +oogen der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter +elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.</p> +<p>Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk +voor haar was.</p> +<p>Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw +uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.</p> +<p>’s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg +drie centen. De drie centen waren voor haar, maar ’t kwartje +moest ze afgeven.</p> +<p>Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte +kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes +dicht, ging ’s and’rendaags <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e781" href="#xd21e781" name="xd21e781">54</a>]</span>ze +terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er niets van houden.</p> +<p>Ze had daar wel hartzeer van, maar ’t was ook billijk vond ze, +en ze zei geen woord van beklag.</p> +<p>Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar +was, dat ze maar stil in veilige hoekjes, op ’t plaatsje, op de +vliering, aan ’r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed +ergens anders verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met +’r jong.</p> +<p>Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een +verdienstetje....</p> +<p>„Je mot vragen, wanneer dàt wurm eris zal verdienen als +de anderen,” praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, +terwijl zij in ’t keukentje de vaten van den vorigen dag stond te +wasschen, en ’t kind, muis-stil achter in den stoel aan het +voorkamerraam, haar vragen voor de catechisatie leerde.</p> +<p>„Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris +helpe,” begon de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik +schuin het kamertje in.... Er was die week acht stuivers op de huur +tekort, omdat ze een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje +over....; en nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te +commandeeren van dit niet willen en dàt motten; dat zat maar te +dreinen over een dienstje, al <span class="pagenum">[<a id="xd21e793" +href="#xd21e793" name="xd21e793">55</a>]</span>zei ze niks, en over een +lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er niet eens genog voor de +huur was!</p> +<p>„Zeg! hóór je me niet?” snauwde ze nu +ruw.</p> +<p>’t Kind kwam onwillig overeind; ’n mokkend-koppige +uitdrukking was er op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje +in ’r jurkzak en met een vinnige genepenheid in ’r +flets-grijze oogjes, ging ze naar achter.</p> +<p>Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, +alles afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. +had ze niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... +aan háár dacht niemand.... moest die japon van +háár niet gemaakt worden?</p> +<p>Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder +één woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind +den keukenrommel aan kant.</p> +<p>Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen +leeren.</p> +<p>Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor +hetzelfde; maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze +woord-reeksjes nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, +herhaalde ze zonder den zin te vatten; langzaam dan begon ’t geen +aan dat klein, blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld +van: de catechisatie, het <span class="pagenum">[<a id="xd21e808" href= +"#xd21e808" name="xd21e808">56</a>]</span>witte boogramen-zaaltje naast +de kerk, de damping en de vale reuk van domeni’s pijp, de goedige +stem van domeni, het te winnen,—en ze leerde nu ijverig, keek +even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde op uit het hoofd: +„Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en +liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet....” tot ze +steken bleef, even neer-oogde: „o-ja, dat wij onzen naaste zijn +geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....,” +turend onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de +deur.</p> +<p>En als eindelijk, met ’t dun, grijs boekje dicht op tafel, zoo +stoorloos-vlot ’lijk een vlietend watertje, de rijtjes +catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder +één hapering kon afprevelen: „Het zevende gebod, +gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en liefhebben, +dat wij onzen naasten zijn geld of goed niet nemen, noch het door +valsche waar of handelingen aan ons brengen, maar hem zijn goed en +nering helpen verbeteren en bewaren; het achtste gebod, gij zult geen +valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste, wat is dat,”.... +als zij ten slotte het „of goed” niet meer vergat en elken +keer dacht om de „handelingen,” dan was alle spanning +weggetrokken van haar hersens.</p> +<p>Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; +<span class="pagenum">[<a id="xd21e814" href="#xd21e814" name= +"xd21e814">57</a>]</span>nog monterder kwam ze er weer uit. Ze ging +graag naar catechisatie, luisterde graag naar de vertellingen van +domeni, veel mooier als-’t-ie ’t in de kerk dee, en als ze +dan haar beurten goed wist en domeni, onder een haal aan zijn pijp, +knikte goedkeurend....</p> +<p>Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en ’r +gezichtje stond stil-open opgeruimd, toen, in den vooravond door de +leege kleine-stads-straten naar huis gaand, zij àl maar de +woordrijtjes nog in haar hoofdje voelde na-vlotten, „het zevende +gebod, gij zult niet stelen, wat is dat”.... maar zij had nu geen +zin in haar geboden, en als van zelf, in de guldene klaarheid om haar +heen, gingen ’r gedachtetjes zich rijen in het rhythme van +’r versje van deze week:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Daar is uit ’s werelds duistere wolken</p> +<p class="line">Een Licht der lichten opgegaan.</p> +<p class="line">Komt tót zijn schijnsel àlle volken!</p> +<p class="line">En gij, mijn ziele, bíd het aan!</p> +<p class="line">Het komt de schaduwen beschijnen</p> +<p class="line">De zwarte schaduw ván den dood,</p> +<p class="line">De nacht der zónde zal verdwijnen</p> +<p class="line">Genàde spreidt haar mòrgenrood.</p> +</div> +<p class="first">Ze vond ’t een erg mooi versje, vroeger had ze +’t <span class="pagenum">[<a id="xd21e837" href="#xd21e837" name= +"xd21e837">58</a>]</span>in de kerk ook wel eens gezongen, en ’r +moeder had ’t ook écht mooi gevonden, toen ze ’t +Zondagavond zat te leeren. ’r Versje, dat leerde ze altijd +dadelijk,—’t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze +vond ’t ook te prettig, om er tot ’t lest van de week mee +te wachten. Ze kon er nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! +Dat van verleden week</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Hoog omhoog, het hart naar boven,</p> +</div> +<p class="first">dat was ook erg mooi; hartverheffend was ’t, had +domeni gezegd; en dat van onderlaatst</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zoo blij de landman móe van ’t +ploegen,</p> +</div> +<p class="first">maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.</p> +<p>Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar +zachte pasjes even verklonken,—in de avond-kalme atmosfeer vol +voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes +vóór en tusschen de lage huizen, liep het kind +genoegelijk haar versjes op te zeggen, stil in-zich-zelf, met +nauw-bewegende lippen, òm ’t andere regeltje, mee met haar +ademing, inhalend met hijg-geluid.</p> +<p>Zoetjes-aan kuierde ze voort; ’t was lekker buiten, ze had +geen haast om naar huis te keeren....</p> +<p>Toen, voor ’r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een +huis of tien voor haar uit in de stille straat, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e856" href="#xd21e856" name= +"xd21e856">59</a>]</span>twee meiden in lichte japonnen, uit een +zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde ’t kind.... ’t waren +naaischool-meiden; ze hadden ’r uitzetkleeren aan; die gingen +naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze goed; +’t was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... ’t +waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool +geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....</p> +<p>„Hèèè, kijk nou toch....” zei het +kind zacht-hardop. Ze had zoo’n verdriet! „Kijk ze nou +loopen,” dacht ze dan weer.</p> +<p>Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe +jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen, +recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin +geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden +ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje +van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en ’r haarvlechtjes +zaten nu in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den +mutsrand gedraaid; ’t leken gróóte meiden.... +volwàssen meiden....</p> +<p>„Och-och, hoe mooi,” zei het kind nog eens. Het schreien +kropte haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte, +gelapte merinos-jurk, onder <span class="pagenum">[<a id="xd21e864" +href="#xd21e864" name="xd21e864">60</a>]</span>haar flaphoedje met +verkleurd lint, en haar staartje op den rug. Ze vond zich ’t +armoedigste meisje van de heele stad....</p> +<p>Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met ’r +trotschig, stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.</p> +<p>Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet +achter de twee aan.</p> +<p>Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde +lichtheden.</p> +<p>En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren +ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met +hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw en +dat glanzende wit voor haar uit deinde.</p> +<p>Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer +binnen......</p> +<p>Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met +een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De +zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: „Kè je niet +genavond zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op +catechisatie?” maar ze lei ’r toch, een oogenblik later, +nog een boterham op ’r bord, omdat ’t wicht zoo pips +zag.</p> +<p>’s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag +’t kind op de knieën bij haar lap goed, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e881" href="#xd21e881" name= +"xd21e881">61</a>]</span>die ze uitlei en vouwde en mat.... maar ze zag +wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan te broeien +in haar hoofd.</p> +<p>Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam +overleg in haar moeë, pijn-zware hersens.</p> +<p>Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze +zou zeggen, dat ’r schorten al klaar waren, en dat ’r japon +ook wel gauw gemaakt zou worden.... òf de juffrouw nou niet een +dienstje open had.... als moeder maar wist dat ze een dienstje +kòn krijgen, ziet u, dat dàn de kleeren wel gemaakt zouen +worden.... als ze had kunnen knippen, nou dat wist de juffrouw wel, dan +zou de japon al wel een week af wezen, de schorten had ze ook zelf +gemaakt, de juffrouw moest maar ’s zien of ’t netjes +was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten in een rolletje +meenemen.... ze zou goed haar woord doen....</p> +<p>Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de +gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij +de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende, +zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?—dan voelde ze +weer, dat ze toch nooit zou durven....</p> +<p>Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e891" href="#xd21e891" name= +"xd21e891">62</a>]</span>haar neersloeg, dat straks, of morgen, of +overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen met de boodschap, dat er een +plaats was op ’r fabriek, dat er een plaats was op de fabriek van +’n vrindin.... dat ze dan mee zou moèten,.... dat ze dan +onherroepelijk naar de fabriek ging....</p> +<p>En dien middag liet de angst haar niet meer los.</p> +<p>’r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.</p> +<p>Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze +haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.</p> +<p>Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar +gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan +nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog +met den dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er +onder haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten, +fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.</p> +<p>Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van +’t „opgestoken” haar, waarmee ze voor ’t eerst +zou worden gezien, gek-anders en oud, voor ’t eerst op straat zou +loopen, raar-trotsch en akelig-naakt tegelijk; nu, door de +àl-beslissende rol, die ’t zou hebben te vervullen, een +angst-droom, waarin ze met krampachtige inspanning iets moèst +bereiken. <span class="pagenum">[<a id="xd21e903" href="#xd21e903" +name="xd21e903">63</a>]</span>En ’t was zoo moèilijk! +’r Bevende vingers togen wriemelend aan ’t werk. Ze had +’t al zoo vaak, heimelijk, geprobeerd, sinds ze dien avond de +twee naaischool-meiden voor zich uit zag loopen. Maar meestal ging +’t niet!</p> +<p>De drie stugge achterhoofd-strengetjes van ’r vlecht, die kon +ze maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en +àls zij al ’t achterhaar gladjes in haar linkerhand tot +aan de kruin had opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen +weer als piekerige slierten uit ’t vastgehouden bosseltje los; +hàd ze dan eindelijk al ’t haar stijf beet, dat rond +voorhoofd en nek ’t alles in roodige pukkeltjes weggetrokken zat, +dan wisten ’r ongewende vingers nog maar amper om het dunne +haar-bundeltje het bandje te strikken.</p> +<p>Telkens en telkens moest ze het overdoen.</p> +<p>Ten leste hing het; ’t zweet, met een zwoel-opslaande +wàlm van warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op ’t +strakke vel; schokkerig schikten en wonden de handen dan het knoetje +rond, lagen het uit op ’t achterhoofd, staken het vast met de +paar haarspelden, die er in Siens naai-doosje over waren.</p> +<p>Bij het raam, want ’t begon al te schemeren, keek ze in +’t krom-golvig spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er +zij-haren los; en òm er maar <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e914" href="#xd21e914" name="xd21e914">64</a>]</span>netjes uit te +zien, plakte zij met haast-dringerige streekjes van water ze tusschen +de andere vast; donkere vegen liepen over ’t bleeke blond +omhoog.</p> +<p>Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk, +borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, waschte +nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door ’t smerige +bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.</p> +<p>Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo +sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.</p> +<p>Toen ging ze op weg.</p> +<p>Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest +komen, want dat ze dan niet durven zou.</p> +<p>Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken onder +de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, nu elk +piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op het +achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde ze de +velschroeiing ternauwernood: „’t is niks,” dacht ze, +„dan zie ’k er gezonder uit.”</p> +<p>Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, +’r nu kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel +’t onwennig en onvast voorover staan, door ’t hooge +haardotje, van ’r hoed, waarvan de rand scherp op ’t +voorhoofd drukte. <span class="pagenum">[<a id="xd21e928" href= +"#xd21e928" name="xd21e928">65</a>]</span></p> +<p>En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar +wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, heele +einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de juffrouw +stond.</p> +<p>Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te +kijken naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep +ze door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.</p> +<p>Hier was ’t; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de +bel over.</p> +<p>Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, +maar de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in +schemer-vaalte.</p> +<p>Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de +juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, witte +gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, in +een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.</p> +<p>Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat er +was.</p> +<p>Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen, +onhoorbaar tredend over den zachten looper.</p> +<p>Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge, +bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar, +waarin al <span class="pagenum">[<a id="xd21e946" href="#xd21e946" +name="xd21e946">66</a>]</span>haar denken en bewegen als verstolde, en +waarin zij maar vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot +dezen tocht.</p> +<p>Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, +haar aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij<a id= +"xd21e950" name="xd21e950"></a> was bewegeloos gebleven, zonder +goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in de starre +oogbollen.</p> +<p>Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de +deurmat.</p> +<p>De meid, die in ’t verschiet van ’t smaller en donkerder +gang-einde een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur +achter zich latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst +op haar toe, en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van +het hoofd achterom: „daar mot je wezen.” Toen ging ze de +trap op.</p> +<p>Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich +niet te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar +toe; met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.</p> +<p>Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige +roep, de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.</p> +<p>En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich +nu haar voeten in beweging, kwam <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e963" href="#xd21e963" name="xd21e963">67</a>]</span>zij de +dood-stille, kerkachtige blankte door, en het vertrouwelijker halflicht +van de achtergang, tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En +opeens was de deurknop in haar hand, en stond ze op den drempel der +kamer.</p> +<p>Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel +rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór +haar zag ze een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste +schotje en den muur vaagde iets wits van een bed.</p> +<p>Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank: +„Nou, Marie Plas....”</p> +<p>Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in ’t volle +licht voor de tafel. Ze dorst niet opzien.</p> +<p>„Zoo” .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, +zooals ze ’t vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: +„Kom je nou zóó bij mij.... dat had ik anders +verwacht....”</p> +<p>’t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen +onder haar voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als +vervluchtigende vlokken vielen de bestraffende klanken in haar +wonderlijk-leeg hoofd.</p> +<p>Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich +kijken.</p> +<p>„Wat kwam je nu eigenlijk doen?” vroeg de stem opnieuw, +maar wat aanmoedigender. <span class="pagenum">[<a id="xd21e979" href= +"#xd21e979" name="xd21e979">68</a>]</span></p> +<p>Het kind waagde een blik.</p> +<p>Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat +de juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, de +handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg +dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De +licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar +gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind op +te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij +knipperde even, en, terug met ’t hoofd, zat ze weer als te +voren.</p> +<p>Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende +licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den baren +lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.</p> +<p>En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle +bewustzijn.</p> +<p>„De schorten zijn wel klaar,” zei ze met een haperende +stem, „maar de jurk is nog niet gemaakt....”</p> +<p>„Zoo....” zei de juffrouw „en waarom +niet?”</p> +<p>Nu, gesteld voor die vlakke vraag in ’t schelle licht, was +’t kind weer heelemaal in de war. Al haar duidelijke en +begrijpelijke verklaringen was ze vergeten. Ze was duizelig.</p> +<p>„Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?” +<span class="pagenum">[<a id="xd21e997" href="#xd21e997" name= +"xd21e997">69</a>]</span></p> +<p>„’k Had geen tijd, juffrouw.”</p> +<p>Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dàt uit haar +mond.</p> +<p>„Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel +tijd, om hier in je ouwe kleeren te komen?”</p> +<p>„Nee juffrouw,” zei het kind.</p> +<p>„Hè?” vroeg de juffrouw.</p> +<p>„Nee, juffrouw, me moeder wou ’t niet,” bracht het +kind uit.</p> +<p>De juffrouw begreep ’t niet wel. ’t Verwonderde haar. Ze +had altijd gemeend, dat ze ’t van Plas nog al goed hadden, wist +van d’r vaders ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een +paar stille, knappe dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo +netjes op school was geweest, zoo oppassend en gewillig....</p> +<p>„Zóo,” zei de juffrouw, „kon je moeder dat +geld niet missen....?”</p> +<p>’t Kind kleurde fél.</p> +<p>„Nou, vertel nou maar eens,” drong de juffrouw aan, wat +korzelig.</p> +<p>Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind +had iets stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder +dien hoed uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan ’r +had.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1021" href="#xd21e1021" +name="xd21e1021">70</a>]</span></p> +<p>Toen, met een rilling door ’r schouwertjes, een schok-scheut +in ’r beenen, zei ’t kind:</p> +<p>„Me moeder wil, dat ik naar ’t fabriek ga; me zusters +zijn er ook op; me moeder wil niet, dat ’k ga dienen.”</p> +<p>’t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als +’t zóó zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine +oogen tuurden, half-neer, naar den uitersten tafelhoek.</p> +<p>’t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze +iets verkeerds had gezegd.</p> +<p>De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....</p> +<p>Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige +handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen weer +neer.... ja.... als ’t zóó zat.... als de ouders, +als de moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet +tegen-ingaan.... zij kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan +zetten.... zij kon niet zeggen: kind, ga <span class="ex">niet</span> +naar de fabriek.... de menschen schenen daar niets meer in te +vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, niewaar?.... maar +tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan dienen.... maar zij +kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze kwamen bij haar om wat +knaps te krijgen.... die bij haar om zoo’n kind kwamen, deden +’t ook al niet uit overdaad.... zoo’n kind moest toch +allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan ze +verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1037" href="#xd21e1037" name= +"xd21e1037">71</a>]</span>tegen ’t winter een regenmantel.... ja, +als de moeder niet wou meewerken.... ’t was jammer.... ’t +was toch geen kwaad kind.... ’t was erg jammer....</p> +<p>En nog eens, met een schouderbeweging van „niets aan te +doen,” gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, +vielen met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel +weer neer.... ’t was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een +stil dienstje zou ze.... maar als de moeder ’r naar de fabriek +wou....</p> +<p>De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te +bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor +hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....</p> +<p>„Moeder zoù ’t geld voor de japon wel kunnen +geven....” stootte ze nog uit.</p> +<p>„Ja, juist....” zei, practisch, de juffrouw.</p> +<p>Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.</p> +<p>„Wil je moeder nog eens bij me komen?” vroeg de +juffrouw.</p> +<p>Heftig knikte het kind van nee.</p> +<p>Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een +fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide het +kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1056" href="#xd21e1056" name= +"xd21e1056">72</a>]</span></p> +<p>„Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over +een tijdje,” riep de juffrouw, die opgestaan was, in de open +kamerdeur haar na.</p> +<p>’t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het +voordeur-slot, kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.</p> +<p>Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te +zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht +was; ze kon niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en ’r +heele hoofd was vol heet geschrei.</p> +<p>Diep-neer met ’r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien +zouen hoe ze huilde.</p> +<p>Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een +zoute keelpijn van ’t schreien, vond ze haar bordje met +boterhammen op een hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de +vrouwen, bij elkaar, er achter, saam aan een groot werk bezig.</p> +<p>De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de +gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk, +mee naar huis had gekregen.</p> +<p>Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de +vingers friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote +stukken, in de stopnaalden te krijgen. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1072" href="#xd21e1072" name="xd21e1072">73</a>]</span></p> +<p>Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En +boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen +groot in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.</p> +<p>„Eet maar gauw, Merietje,” zei Ant, „dan mag je +meedoen; d’r zalle nog wel een paar centen op overschieten voor +je.”</p> +<p>De vrouw was aan ’t vertellen geweest, vertelde door:</p> +<p>„Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en +je vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou +graag....”</p> +<p>„Heeremejeetje!” schetterde opeens Sien ’r schelle +stem door ’t verhaal heen, „kijk die Sprot er +uitzien!”</p> +<p>’t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen +en bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar +bord, voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.</p> +<p>„Háár, waar mot je met dat kind naar toe!” +gilde Sien weer, en werktuigelijk tastten Marietje’s handen naar +het kleine knoetje, waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... +en plotseling voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op ’t +voorhoofd de prikkende trekking der te strak gespannen haartjes, en de +weeë pijn, die daarvan klopte hoog in ’r hoofd. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1087" href="#xd21e1087" name= +"xd21e1087">74</a>]</span></p> +<p>„Kind, wat mòt dat?” had de moeder gevraagd, met +haar blik van goedigen spot.</p> +<p>„Ze lijkent wel een stekelverreken,” relde Sien.</p> +<p>„Ik wed....” plaagde Ant, die in haar sas was over het +buitenkansje van de fabriek, „ik wèd.... dat jij op een +dienstje ben uitgeweest!”</p> +<p>„Toe,” zei Sien, „ga door! zoo’n klein +merakel, wie zou daaran willen?”</p> +<p>En Ant er weer tegen in: „de kleintjes motte d’r ook +weze, wat zeg jij, Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve +Heer, en de ander weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, +help maar gauw mee....”</p> +<p>Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke +tranen sprongen ’t kind in de oogen; een laatste, uitgebeten +boterham viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte +zij het plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen +wijd om de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld +tegen de steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke +licht-geling door ’t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, +sluik-sliertig vachtje het haar ’r tot even over de schouders. Al +snikkend vlocht ze het weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het +staketsel aan, huilde ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe +in haar tranen de lantarens op den singel achter de +„Hanekamp” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1101" href= +"#xd21e1101" name="xd21e1101">75</a>]</span>goudene sterren geleken, +die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze <span class="corr" id= +"xd21e1103" title="Bron: daarnaar">daar naar</span> ging kijken....</p> +<p>Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.</p> +<p>Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant +eens kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. +Sien was uit, hoor!</p> +<p>„Zeg,” zei ze tegen het kind, „heb jij gezien, dat +Sien een goue kettinkie had?.... Hein was er.... ’n opstand dat +die maakte.... hei je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou +tòch ’n goue kettinkie had,.... op de azijnmakerij had ze +’t angehad,.... ’n jongen had ’t ’m verteld.... +en hij wou weten van wie ze ’t had...”</p> +<p>„<span class="corr" id="xd21e1114" title= +"Bron: fff">Fff</span>” trok het kind haar adem op tusschen de +tanden. Dan volgde ze willig, huiverig van ’t huilen en ’t +lange staan in den frisschen meinacht, waardoor nog ’n vinnig +windje sneed.</p> +<p class="tb"></p> +<p>Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer +bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de +moeder gaf—ze had een goede week gehad—er ’n snee +zoete koek bij, en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor +’n kettinkie spaarde, en hij liet twee nieuwe guldens zien, die +hij in een papiertje in zijn vestjeszak droeg. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1121" href="#xd21e1121" name= +"xd21e1121">76</a>]</span>Driemaal liet hij dien middag de guldens +rinken, en ieder was in zijn schik.</p> +<p>Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....</p> +<p>En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing +bij haar omgaan.</p> +<p>Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de +bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit +dacht, schrok, als ze een beweging maakte.</p> +<p>En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden, +schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, en +haar stijfgenepen lippen waren van ’t zelfde flets-bleek als haar +wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten +er dan tusschen de wenkbrauwen, van ’t tobbend gedenk; en den +ganschen dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots +zoo’n schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, +op een morgen „kleine Judas” tegen haar zei.</p> +<p>Dat was wat geweest! ’t Kind had zóó +onbedaarlijk gehuild, dat de moeder, die eerst van de fratsen niets +weten wilde, met kopjes water haar zenuwen weer onder bedwang moest +krijgen.</p> +<p>Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen en +gewoon met de anderen mee. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1136" +href="#xd21e1136" name="xd21e1136">77</a>]</span>Maar den volgenden +morgen, toen ze op boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind +in ’r nieuwe kleeren gezien.</p> +<p>„Heb jij nog geen dienst?” had die gevraagd, „ikke +wel.... bij twee dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve +kost....”</p> +<p>„Hei je ’n mooi keukentje?” vroeg ’t kind +belust.</p> +<p>„Nou!—en wat ’n groote!” gichelde de ander, +„je ken der je net in keeren.... maar ’t is een lief +keukentje hoor!.... netjes.... kopere knoppe aan ’t fornuis, en +twee kopere krane.... en een kopere poffertjespan aan de muur.... en +een spiegeltje op de schoorsteen....</p> +<p>„Hei je ’n mooi kamertje?” vroeg het kind weer, in +nog grooter spanning.</p> +<p>„Nee ommers.... ’k ben er niet voor dag en nacht... maar +later wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op +zolder.... met een groot raam en rooie blommen op ’t +behang....”</p> +<p>Toen was ’t bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een +strakke spichtigheid van onverzettelijk besluit.</p> +<p>En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als +ingegroefd gehouden.</p> +<p>Dien avond—’t was een druilig-koude avond met telkens +buien van motregen—wachtte het kind bij <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1155" href="#xd21e1155" name= +"xd21e1155">78</a>]</span>den ingang van een doodloopend paadje naast +de Hanekamp, Sien ’r vrijer op.</p> +<p>Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in ’t gras, waar +de kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er +kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd +op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, en er +lag kolengruis en vuilnis.</p> +<p>’r Voeten koud in ’t drassig gras, ’r goed klam +van den stofregen, ’r hoofdje heet, wachtte ze....</p> +<p>„Hein!” riep ze, „Hein!” toen de jongen +eindelijk langs kwam om het Dijkje op te gaan, „Hein!”</p> +<p>De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen +singel-weg, keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den +lantarenschijn, het kind, sluik in ’r natte kleeren, tusschen de +hagen.</p> +<p>Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem +tegemoet.</p> +<p>„....Nou?.... wat wou je......?” vroeg hij, onwillig, +met een paar ingehouden stappen het pad opkomend.</p> +<p>„Sien.... ik weet wat van Sien....” stootte schor +’t kind uit, en haar oogen waren strak naar ’t gezicht van +den naderende.</p> +<p>De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg +fél met zijn oogen.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1173" +href="#xd21e1173" name="xd21e1173">79</a>]</span></p> +<p>„Sien vrijt met een ander,” stootte nog eens ’t +kind uit.</p> +<p>„Godver....” De jongen beet zijn vloek af; dan streek +hij verbijsterd met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit +geweken, trapte door ’t gruis tusschen de schemerige hagen.</p> +<p>Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: +kóm, en Zondag dan!....</p> +<p>„Je liegt,” snauwde hij van zich af, en hij maakte +’n beweging, of hij terug wou gaan.</p> +<p>Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder +het wegje in.</p> +<p>„Wat?.... wat dan....?” hakkelde hij, weer van streek +geraakt.</p> +<p>„Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet +’t.... verleden Zaterdag.... ’k heb ’n briefie +gevonden,” stamelde ’t kind, en haar genepen hand bibberde +tegen haar jurk, waar papier kraakte achter het merinos.</p> +<p>De jongen schoot naar voren: „Hier! geef op....”</p> +<p>Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil, +weerstond de uitbarsting.</p> +<p>„’k Mot geld hebben,” joeg het uit haar verwrongen +mondje.</p> +<p>„Wat? geld?” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1197" +href="#xd21e1197" name="xd21e1197">80</a>]</span></p> +<p>„De twee guldens,” fluisterde ze, heet-heesch.</p> +<p>„O!” smaalde de jongen, opeens weer bedaard, +„o!... is ’t dáárom te doen?.... +Ozóó....!”</p> +<p>Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die +hij ontwarren moest.</p> +<p>„Je liegt,” zei hij dan nog eens.</p> +<p>Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad +uitgaan.</p> +<p>Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep +en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een +flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende +snik.</p> +<p>Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den +lantarenschijn, den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het +vestzakje, als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar +borg....; dan was hij weg.</p> +<p>Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem +achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met +’n wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf +zette, kwam, ’t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... +Ze schrok achteruit.</p> +<p>„Wàt weet je van Sien?.... toe.... Merietje....,” +smeekte hij. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1217" href="#xd21e1217" +name="xd21e1217">81</a>]</span></p> +<p>„’k Heb ’n briefie,” zei het kind weer met +stuggen drang.</p> +<p>„Wàt toch voor briefie?”</p> +<p>En toen, heet in één adem, kwam ’t verhaal: ze +had een briefje gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien ’r bed.... +zeker uit ’r zak gevallen.... Sien ging met ’n andere +jongen vrijen.... Barend heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... +als <i>zij</i> de twee gulden kreeg, dan kreeg hij het briefje....</p> +<p>„Als ’t waar is, zàl je ze hebben,” zei de +jongen wild.</p> +<p>„Zal je geen herrie maken, Hein, zal je <i>mij</i> niet +noeme.... zal je me niet verraje?” smeekte op haar beurt het +kind.</p> +<p>„Geef dan op! hier!” bulderde nu de jongen, en in zijn +rooien kop staken als van ’n stier de lichte, naakte oogen. Hij +deed een boosaardigen greep naar den arm van het kind.</p> +<p>Opschreiend ineens van angst, week die terug. „’k Heb +niks.... ’k heb niks..” griende ze, doodsbang, den brief +met het knuistje verfrommelend in haar zak.</p> +<p>„Verdomme!” donderde nog eens de jongen; met een +driftigen vinger-graai haalde hij ’t pakje uit zijn vestzak, +ketste het op ’t kolen-pad. ’t Papiertje scheurde in den +nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de geldstukken over den +grond; dan, twee blinkende <span class="pagenum">[<a id="xd21e1241" +href="#xd21e1241" name="xd21e1241">82</a>]</span>witte schijfjes, lagen +ze, onder ’t veeg lantaren-licht, stil in ’t doorgruisde +gras terzijde.</p> +<p>’t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als +bezeten, had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, +het brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen +omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij ’t op kon rapen, +had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, ze +klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.</p> +<p>„Nou heb ik ’t geld!” dacht ze met een woeste +vreugde.... „nou ga ik naar de naaister!.... nou heb ik ’t +geld!” Doch nauwlijks de Hanekamp voorbij, hoorde zij de zware +gramme stappen van Hein al klatsen achter zich aan.</p> +<p>Bij hun deur had hij haar ingehaald.</p> +<p>„Niet zegge.... niet zegge, Hein,” fluisterde het +kind.</p> +<p>De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, dol +van woede, de kamerdeur open.</p> +<p>„O God!” zei het kind.</p> +<p>Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de +vlieringtrap op....</p> +<p>In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt lag, +bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks gebeuren +ging. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1260" href="#xd21e1260" name= +"xd21e1260">83</a>]</span></p> +<p>Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering, +’n dof gerucht; ’t schenen enkel de zware stemmen van +moeder en Hein.</p> +<p>’t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender +leek dan ’t aanvankelijk geweld.</p> +<p>Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.</p> +<p>Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt; +in de linker zaten de twee guldens geklemd.</p> +<p>Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken +sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van +geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was er +een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van +moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had ’r geslagen....</p> +<p>Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug +schoot.</p> +<p>En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: +„Waar zit die Judas?”</p> +<p>„O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest,” +bad het kind, radeloos. „O God, help mij toch.... vergeving, God, +o lieve Heere Jezus, o God....<span class="corr" id="xd21e1277" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef +ze, tegen het weer oploeiend krakeel <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1283" href="#xd21e1283" name="xd21e1283">84</a>]</span>van +beneden in, vol angst en zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder +ophouden.</p> +<p>Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend +woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met een nog +krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar +angst-verschroeide stem in vertwijfeling....</p> +<p>Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in +’r nijpende hand:</p> +<p>„O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal ’t niet +weer doen, o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas +genoemd! o God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o +God, genade, genade....”</p> +<p>„Sprot....” hoorde ze plotseling, met een nijdigen +krijsch, boven het geruzie uit.</p> +<p><a id="xd21e1294" name="xd21e1294"></a>Tweemaal na elkaar werd ook +haar naam gezegd: „Merie....”</p> +<p>Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren +kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog +dieper in haar hoekje weg.</p> +<p>Eens werd er aan de knop van ’t kamerdeurtje gescharreld.... +„Oooo!” kermde ze.</p> +<p>Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een +wilde schrik in haar opgestoven.. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1302" href="#xd21e1302" name="xd21e1302">85</a>]</span>ijlings +greep ze haar pak goed van-achter de kist.... en het pak onder den arm, +de twee guldens nog in de hand geklemd, sloop ze sidderend de +vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.</p> +<p>In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor +de Hanekamp.</p> +<p>Toen zij, <span class="corr" id="xd21e1308" title= +"Bron: steenend">steunend</span>, daar even stilstond, sloeg het negen +uur op de groote stads-toren.</p> +<p>De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en +klein in ’t donker van den verlaten singel.</p> +<p>Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar +lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: „God! o Vader, o +lieve heere Jezus, o God...”</p> +<p>Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen +wist ze niet.</p> +<p>Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten +werd.</p> +<p>Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam, +sloeg zij de Vaartlaan in.</p> +<p>Waarom had ze ’t gedaan?.... Waarom....?</p> +<p>Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.</p> +<p>Een àl grooter dofheid ging ’r hersens bevangen.</p> +<p>Soms bad ze nog maar werktuigelijk:</p> +<p>„Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God +vergeef me....” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1332" href= +"#xd21e1332" name="xd21e1332">86</a>]</span></p> +<p>Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep ze +nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... +platen van stramme verlamming pijnden in ’r schenen, waar haar +doornatte rokje met elken stap zwaar tegenaan klakte.</p> +<p>Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van ’t +stadje, bij ’t Plantsoen.</p> +<p>Zij voelde tot hoog in ’r arm een stekende sinteling van uit +de vingers, die de geldstukken omknelden.</p> +<p>„Ze zullen ’t nóóit vergeven,” dacht +ze.</p> +<p>Als in ’t Plantsoen de wind over de weien weer killer den +stofregen aanblies, ging zij een steeg binnen.</p> +<p>Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een +winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs ’t +trottoir, heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende +winkelkasten stonden, ’t Eerste stille zijstraatje schoof het +kind weer in.</p> +<p>Een oogenblik kwam ’t tot haar bewustzijn, dat ze het +japongoed nu nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon +immers.... ze had het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze +tegelijkertijd, dat het niet kon.</p> +<p>Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in +haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of ’t +waardelooze dingen waren, in haar jurkzak glijden. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1350" href="#xd21e1350" name= +"xd21e1350">87</a>]</span></p> +<p>Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den +wal.</p> +<p>De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte +getorente, stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was +niemand meer buiten.</p> +<p>Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.</p> +<p>Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen weg.... +Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid van het +bemodderde papier tegen haar arm, vergat ’t dan weer.</p> +<p>Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.</p> +<p>Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze +plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.</p> +<p>De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.</p> +<p>Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe +wijk, en langs een gracht en door een rij van stegen....</p> +<p>’t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.</p> +<p>’t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te +slapen.</p> +<p>Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op +dit uur.... zouen ze nu wachten op <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1374" href="#xd21e1374" name="xd21e1374">88</a>]</span>haar?.... +wat zouen ze denken? Wat zouen ze haar doen, als ze haar zagen....</p> +<p>Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens +geschoten: zij was gemeen geweest.... ze had ’r zuster +verraden.... maar ’r zuster was gemeen tegen ’r jongen +geweest.... nog véél gemeener.... Daar moest ze nu maar +aan vasthouden.</p> +<p>Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der +electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het +station; ze keerde terug.</p> +<p>Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de +felle nachtkou joeg ’r op.</p> +<p>Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug +moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....</p> +<p>Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt +in ’r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar +armen deden pijn. ’t Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan +weer uitzwol van de hevige pijn overal.</p> +<p>Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.</p> +<p>„’k Mot ’t geld teruggeven,” dacht ze.</p> +<p>„’k Mot vergiffenis vragen,” dacht ze nog +eens.</p> +<p>Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den +uitkijk zouden staan. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1395" href= +"#xd21e1395" name="xd21e1395">89</a>]</span></p> +<p>Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....</p> +<p>Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze ’r ook +slaan....</p> +<p>Zoo kwam ze ten leste toch ’t Dijkje op.... ’t kamerraam +was licht nog, maar ’t deurtje was donker.</p> +<p>Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug +gaan....</p> +<p>Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak +zij de hand aan den knop....</p> +<p>„Bè je daar, Merie?” riep gespannen-angstig de +stem van ’r moeder.</p> +<p>Zij kwam binnen.</p> +<p>„God nog en toe,” zei de vrouw.</p> +<p>’t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei +haar natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op ’r knieën viel +ze er bij neer, ’t hoofd op ’r armen, met een enkele +verdwaalde snik....</p> +<p>„God nog en toe,” zei de vrouw nog eens.... „wat +zie je d’r uit....”</p> +<p>Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk +’r een groote kom vol.</p> +<p>„Hier,” zei ze, „toe, sta nou op.”</p> +<p>’t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een +willooze snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.</p> +<p>Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1425" href="#xd21e1425" name= +"xd21e1425">90</a>]</span></p> +<p>„Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen,” zei +de vrouw, „ze zijn je aan ’t zoeken.... ’t is wat +moois....”</p> +<p>Bijna dadelijk viel ’t kind in ’n angst-zwaren +uitputtingsslaap.</p> +<p class="tb"></p> +<p>Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, Sien +vree met den jongen van Bertels.</p> +<p>Zoo’n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die +moest nou de knoop nog doorhakken.... ’t was eigenlijk maar goed +geweest....</p> +<p>In ’r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal +voor „gluiperd” en „genieperd” +gescholden,—dat, en nog ’n enkel vermaan-woord van ’r +moeder was ’t eenige, wat ze over dien vreeselijken avond te +hooren kreeg.</p> +<p>Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen +lang nog, met stil-verwijtende oogen ’r aanzien.</p> +<p>Maar ’t kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te +merken, merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd +over ’r slechte uitzien, ’r nog eens wat buiten ’t +gewone voedsel toestopte.</p> +<p>Langzaam kwam ze weer wat bij.</p> +<p>Toen, ’s Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje +<span class="pagenum">[<a id="xd21e1447" href="#xd21e1447" name= +"xd21e1447">91</a>]</span>gekomen, van de menschen bij wie de +naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of ’t meissie eens +aankomen wou....</p> +<p>Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een +bruiloft van den vorigen dag.</p> +<p>Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder ’t, en ’s +avonds, klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.</p> +<p>De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, +vertelde zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die +nog geen dienst had, want dat ’r kleeren nog niet gemaakt waren. +Nou, en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven +wou, dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze +nou een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....</p> +<p>Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange +trilling kwam in ’r moeë oogen, toen de breede hand van de +juffrouw, over het blinkende tafelblad heen, haar de groote +zilverschijf toereikte.</p> +<p>Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk +neer, schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand +vlak voor haar.</p> +<p>„Nou?” zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: +„ben je niet blij?” <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1462" href="#xd21e1462" name="xd21e1462">92</a>]</span></p> +<p>Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.</p> +<p>„En krijg ik nu ook een dienstje?” vroeg ze dan, met een +genepen stem.</p> +<p>„Jaa....” zei de juffrouw, „....we hebben al Juli +op ’t oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van +de dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat +hoort.... afijn, je mot zelf ook maar ’s rondkijke, +hè?”</p> +<p>„Ja juffrouw,” zei het kind stil. Ze nam den +rijksdaalder van tafel, mompelde nog iets, en ging dan.</p> +<p>Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze +bijna niet recht staan van de pijn in ’r lenden.</p> +<p class="tb"></p> +<p>En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap +thuis, dat er een plaats was voor ’r zusje op ’t fabriek +van Hoogeboom; dat was de tweede tricot-weverij uit het stadje.</p> +<p>—Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet +voor ’t plezier van die japon zoo’n meevallertje laten +passeeren! Maar ze moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw +gaan....</p> +<p>Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde +ook in een van haar werkhuizen—ja! je diende je toch wat moeite +te getroosten, die dame <span class="pagenum">[<a id="xd21e1481" href= +"#xd21e1481" name="xd21e1481">93</a>]</span>had toch die rijksdaalder +gegeven!—maar de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de +Hanekamp, na ’r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in +de morgenuren, en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als +’t nou nog voor vast was! .... op ’t fabriek verdiende ze +dadelijk veertien, en je klom gauw op.</p> +<p>Dus, ’s avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar +Hoogeboom zou.</p> +<p>’t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had +ze dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor +de ruiten.....</p> +<p>En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar +om.</p> +<p>’t Was al overlegd, dat ze in die japon naar ’t fabriek +moest. ’t Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min +in....</p> +<p>En met de nieuwe week, ’s morgens om kwart voor zeven, ging +zij, in ’t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast +Ant op weg.</p> +<p>De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over ’r +platte borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk +op.</p> +<p>Zoo, blootshoofds, ’t gladgestreken haar recht-weg naar +’t knoetje getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, +en onwennig loopend in de belemmering <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1498" href="#xd21e1498" name="xd21e1498">94</a>]</span>van +’r voor ’t eerst lange kleeren, kwam zij de gracht op, +waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen luidden.</p> +<p>Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.</p> +<p>De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en +naast de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van +werkvolk ’t lange eind, tot voorbij de brug.</p> +<p>Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling +in ’r lichte japon....</p> +<p>„Sprot, Sprot,” riep een jongen, die haar kende.</p> +<p>Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort +binnen.</p> +<p class="trailer xd21e1510">EINDE.</p> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1513" href="#xd21e1513" name= +"xd21e1513">95</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 ads"> +<div class="divBody"> +<p class="first">VAN M. SCHARTEN-ANTINK</p> +<p>VERSCHENEN BIJ DE<br> +MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR:</p> +<p>SPROTJE. (4e druk)</p> +<p><a class="pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" +href="http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">SPROTJE HEEFT EEN +DIENST</a>. (3e druk)</p> +<p>SPROTJES VERDER LEVEN. (3e druk)<br> +Per deel ingenaaid ƒ 0.35; carton 0.50; gebonden 0.65</p> +<p>CATHERINA. (2e druk) Uitverkocht.</p> +<p>VAN SCHEIDING EN DOOD. Uitverkocht.</p> +<p>VIER VERTELLINGEN.<br> +Ingen. ƒ 0.45; Carton 0.60; Linnen 0.75</p> +<p>ANGELINA’S HUWELIJK.<br> +Ingen. ƒ 0.45; Carton ƒ 0.60</p> +<p>VAN CAREL SCHARTEN:</p> +<p>DE ROEPING DER KUNST.<br> +Ingen. ƒ 1.40; Carton 1.55; Linnen 1.70</p> +<p>JULES RENARD: Natuurlijke Historietjes, vert. en ingel. door C. +Scharten.<br> +Ingen. ƒ 0.35; Carton ƒ 0.45; Linnen ƒ 0.55 <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1555" href="#xd21e1555" name= +"xd21e1555">96</a>]</span></p> +<p>HET SPELLINGVRAAGSTUK. De Vereenvoudigde een gevaar voor Volk en +Stam. In brochurevorm ƒ 0.20.</p> +<p>HET WEZEN EN DE ROEPING DER LETTERKUNDIGE KRITIEK. In brochure-vorm +ƒ 0.25.</p> +<hr class="tb"> +<p>van C. en M. SCHARTEN-ANTINK</p> +<p>EEN HUIS VOL MENSCHEN<br> +(8e druk. 12e duizend)</p> +<p>DE VREEMDE HEERSCHERS. (3e druk)</p> +<p>TYPEN EN CURIOSITEITEN (Uit Italië)<br> +Ingen. ƒ 1.95; Geb. in keurband ƒ 2.80</p> +<p>HONORÉ DE BALZAC: Het Gevloekte Kind, vertaald en ingeleid +door C. en M. Scharten-Antink. (2e druk)<br> +Ingen. ƒ 0.35; Carton 0.50; Geb. 0.65.</p> +<p><i>Bij bestelling zende men voor oorlogstoeslag 5 cents extra in +boven de hiergenoemde prijzen.</i></p> +</div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> +<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen +overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +<a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href= +"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg +Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e41" +title="Externe link" href= +"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href= +"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> +<p>Dit boekje is deel 1 van een drieluik. Deel 2 is <i><a class= +"pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">Sprotje heeft een +dienst</a></i> en deel 3 <i>Sprotje’s verder leven</i>.</p> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke +schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn +stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn +verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het +einde van dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2013-12-25 Begonnen.</li> +</ul> +<h3 class="main">Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctiontable" summary= +"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e149">5</a></td> +<td class="width40 bottom">balddadigheid</td> +<td class="width40 bottom">baldadigheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e347">26</a></td> +<td class="width40 bottom">watergudsen</td> +<td class="width40 bottom">watergutsen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e432">31</a></td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e648">44</a></td> +<td class="width40 bottom">binnen gevallen</td> +<td class="width40 bottom">binnen-gevallen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e950">66</a></td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1103">75</a></td> +<td class="width40 bottom">daarnaar</td> +<td class="width40 bottom">daar naar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1114">75</a></td> +<td class="width40 bottom">fff</td> +<td class="width40 bottom">Fff</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1277">83</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1294">84</a></td> +<td class="width40 bottom">„</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1308">85</a></td> +<td class="width40 bottom">steenend</td> +<td class="width40 bottom">steunend</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44513 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/44513-h/images/book.png b/44513-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/44513-h/images/book.png diff --git a/44513-h/images/card.png b/44513-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ffbe1a --- /dev/null +++ b/44513-h/images/card.png diff --git a/44513-h/images/external.png b/44513-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/44513-h/images/external.png diff --git a/44513-h/images/frontcover.jpg b/44513-h/images/frontcover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..05eda4b --- /dev/null +++ b/44513-h/images/frontcover.jpg diff --git a/44513-h/images/initial-t.png b/44513-h/images/initial-t.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..70e8084 --- /dev/null +++ b/44513-h/images/initial-t.png diff --git a/44513-h/images/titlepages.jpg b/44513-h/images/titlepages.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5914a47 --- /dev/null +++ b/44513-h/images/titlepages.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..f1e80ea --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #44513 (https://www.gutenberg.org/ebooks/44513) diff --git a/old/44513-8.txt b/old/44513-8.txt new file mode 100644 index 0000000..65029ee --- /dev/null +++ b/old/44513-8.txt @@ -0,0 +1,2797 @@ +The Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Sprotje + +Author: M. Scharten-Antink + +Release Date: December 26, 2013 [EBook #44513] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + WERELDBIBLIOTHEEK + + Onder leiding van L. Simons + + + + UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR + GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR--AMSTERDAM + + + + + + + + SPROTJE + + Door + M. SCHARTEN-ANTINK + + + VIJFDE DRUK, 16e-18e DUIZEND + + + + + + + + +Toen om even voor vieren, met een uitjoel van vrijgelaten baldadigheid, +de zwerm deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots +huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van 't lokaal, dat +voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog +staan talmen, haar pak onder den arm. + +'t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, die niet +weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap goed +voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een lap +voor twee witte.... Dat werd het "uitzet" genoemd, 't eerst-noodige +voor een dienstbodenplaatsje. + +Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het +kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open +straatdeur,--de woelige bende dólde nog buiten--, keek dan weer, +stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten naai-lokaal in: +"Als 't goed gemaakt is, Marie Plas," zei terloops, achter uit het +vertrek, de naai-juffrouw, die druk bezig was op te ruimen, "dan +mot je maar 's komme.... 's avonds tusschen zeven en acht.... met je +nieuwe spullen an.... zulle we wel 's kijke.... voor 'n dienstje....", +en met 'n korten knik, schuin uit haar bukken op, zonder aankijken, +gaf ze 't kind haar afscheid. + +Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de +gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, +het schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit +het lawaai weggebroken: "Dat zijn de meiden van de Weert, die de +Kepélsteeg ingaan," dacht het kind, en de zorgelijkheid streek wat weg +uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De helpster, die +'n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar te letten. Dan, +in de dichte voordeur-helft, klepte met 'n licht-flits de brievenbus +open, en was weer zwart tegelijk met den plons van wat wits achter +het glaasje; de postbode, het deur-open voorbij, stak de stoep over, +was weg.... + +Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch +geraakt. + +Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol naai-gerei +van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang door, +slipte langs de wit-heete zonnevlakken over muur en vloer bij de +straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van den Meidag, +liep ze buiten. + +Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam in +de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen, +tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en +druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens +aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant. + +Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere +middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de +verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken +over haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, +dat stil hing op 't warm-bruin van haar kleinen rug. + +Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, +haar sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere, +voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, +bang dat het uitschieten zou. + +Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun mondje, +en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de kleine +grijze oogen; 'n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel postuurtje, +minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen moest, lang niet +haar dertien jaren aangaf. + +Ze was blij en 'n beetje verdrietig tegelijk. + +"Leukies," zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht tong-klakkertje +achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde kleeren-goed, dat ze +nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar huis droeg, een pak zoo +groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed uit haar moeden arm. + +Maar ze had ook een àl zachtjes morrelend verdriet over dat nu +voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, 't jaartje naaischool tóe na +den kinder-schooltijd tot 'r twaalfde;.... nu was ze inééns groot, +nu moest ze mee opwerken en verdienen met de anderen.... èchies! ze +wóu wel!.... toch, 'n vage angst.... hoe zou dat gáán?--groot, ineens, +nu,.... en ze had 'n raar en zielig gevoel, of ze als 'n ander kind +langs 'n ander grachtje liep, en ze moest maar weer eens "salig" +denken en 'n tong-klakkertje maken, om zich 't huilerige gewring uit +de keel te houden. + +En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu nóóit meer de +kwelling van elken dag komen en gaan tusschen de hurrie der dertig +kinders en meiden, groote, sterke, plagerige meiden, waar ze bang +voor was en zich weerloos tegen wist in de schrielte van haar +achterlijken groei en in de schuchtere verbouwereerdheid van haar +stillen aard. Het leeren zelf en het werken, dat had ze wel prettig +gevonden, prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere +meisjes had gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, +wat bedaardjes en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn +wel weer boven gekomen in kleine giechelarijtjes en heimelijke, +wat bloohartige grapjes van mekaars klosjes verstoppen en mekaars +schortebanden los-frutsen. Maar schuw-benauwd en dood-ongelukkig was +ze geweest de keeren, dat ze was terechtgekomen tusschen de groote, +woeste deerns, die met klompvoeten stompten naar elkaar, elkander +uit de bank reden of met spelden in de kuiten prikten.... + +Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na verminking +bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, en aan +zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het karige +pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven, +te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, z'n +beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen. + +Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door overmaat +van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen niets-doen, +door al 't medelijden van de menschen en het zelfbeklag, verweekelijkt +tot een soort burgermenheer, teemerig en kniezend, terwijl zijn vrouw, +optornend voor 't heele gezin, verheiebeide in 't slovig werk. + +Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; hij had de flesschen +gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er speelgoed +voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog uithield, was +'t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig plezier. + +En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, meedeelend +in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, als ze +hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend kunstbeen +en zijn misvormde hand,--het kind, onvoordeelig al bij de geboorte, +was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en eenzelvig, en +met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai. + +Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van 't +goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde bonken van +aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien moest en met +omzichtigheid behandelen. + +Vader-en-Marietje,--vóór het ongeluk had hij er minder om gegeven, +en met de vrouw mee waren de meisjes "geriffermeerd" geworden; maar +later, door zijn "domeni" drukker bezocht, en meer aan den godsdienst +doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en, +toen Marietje kwam, had hij 'r Luthersch willen hebben, wat de moeder +best vond: 't maakte geen onderscheid;--Vader-en-Marietje hadden +hun aparte geloofje, hun aparten scheur-kalender met plaatjes van +Luther en den Wartburg, boven zijn stoel naast 't raam; gingen samen +'s Zondags naar 't kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht. + +Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk +niet uit een kom, maar had z'n eigen knevel-kop, waarop in blauwe +letters "Leendert" stond; Marietje had 'r eigen bordje, met binnen +een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart schilderijtje van een +vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door 't water stapte.... "le +gue" stond er onder, en geen van allen had ooit geweten wat dat wilde. + +Vader, met z'n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan 't lage +ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, waarin Marietje, +schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht wasschen. + +En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd +lastig op z'n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z'n nattige haren, +en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest Marietje +hem z'n waschboel halen, en poetste hij met het borsteltje in de +drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z'n overreden hand, de +geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind vond dat een +spelletje, stil genoegelijk, en dee mee van netjes handjes wasschen, +haartje kammen.... + +Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het +bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig +gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek, +waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen +vriendelijk voor 'r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, toen +'t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van gemerkt. + +Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de +meesters, was ze naar "'t naaien" gegaan; zijzelf had erom gebedeld, +maar moeder had 't ook billijk gevonden.... Ant was naar 't naaien +geweest.... Sien was naar 't naaien geweest.... Marietje zou hebben wat +'r zusters hadden gehad, ook al waren ze nou armer; dat dubbeltje in +de week zou d'r nog wel komme; en dan, als 't jaar om was, dan ging +ze naar 't fabriek. + +Maar 't kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat anders +voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap +dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had +opgepast, dan hielp die je.... nou, en hàd ze dan 'n dienstje, dan +zou moeder toch wel....! + +'t Fabriek.... dat was voor 't kind een begrip van enkel verschrikking: +kwam ze er wel eens langs, dan liep ze gauw dóór bij 't hooren +van 't aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende +geraas,--vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de +vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een +vliegwiel zag ijlen in de rondte,--wee-pijnde 'r hart, wanneer, door +een scherf-hoekend gat in 't brosse glas, een felle riem, als inééns +vlàk bij haar, duizel-snel en trillend voorbijsneed! O! 't fabriek,--de +gore, hooge holten, die ze wel eens éven door 'n kierende deur had +ingekeken, terwijl 'n zure stank, door 'n bitteren roet-walm heen, +haar in de keel sloeg,--als ze daar in moest, tusschen de troepen +vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van school komend, +dikwijls naar buiten had zien drommen in 't schaftuur!.... Nee, +nee, niet naar 't fabriek.... een dienstje, een stil dienstje, +bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar kleine keukentje +zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om alles proper te +houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden geroepen, bij +een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou toespreken en +vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat.... + +Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen +kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar +huis, liep zij daar door den warmen Mei-middag in de wisselende +schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode lint, en +haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het Turfgrachtje af, +dan de Singelbrug over, en door de wijde nog ongeplaveide straten +der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, waar ze woonde, aan +het Dijkje. + +De naaischool was toch zoo best geweest, dacht 't kind, al hàdden +de meiden 'r geplaagd; de naai-juffrouw was óók best geweest, en +de helpster had tegen háár nooit gesnauwd; ze had 's winters vaak +'t langst bij de kachel mogen zitten, en 's zomers mocht ze altijd +gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met 't water; en puik +naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo gehad.... en +zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... zoo +leukies.... en nou was 't leeren voorgoed gedaan... + +"Leukies jammer," zei ze dan opeens bij zichzelf, met den wonderlijken +zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes te maken.... Ze +had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu weer pret om hebben, +en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, zenuwachtige +mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de jongens op +straat haar scholden voor "Sprot." + +Doch gauw stond 'r bleeke gezichtje weer in plooi van ernst. Ze +had ook véél zorg en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, +was er altijd gezegd, dan moest ze mee inbrengen.... en met 'n +ouwelijke angstvalligheid hield ze daaraan vast; 't was immers ook +redelijk.... ze at zoogoed 'r boterham als de anderen.. Maar o! o! als +ze maar niet naar 't fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze +eerst kleeren hebben.... ze had nou 't goed.... maar 't màken! Ze +had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar had ze die +japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, want +van thuis kreeg ze 't niet.... En wàt of 'r moeder nou wel willen +zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden kostgeld, en Sien gaf +'n daalder.... zij was nog maar 'n kleintje.... als zij nou eens +met 'n gulden hielp.... tjee, tjee, een gulden, dat zou ze maar net +kunnen verdienen met 'r los werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den +behanger gordijnen naaien, en breiwerk dat 'r moeder uit d'r werkhuizen +meebracht.... voor 'n gulden moest ze véél werk hebben, hard naaien +den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze moest +sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg.... + +Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den knerpenden +kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een boordevol +vaartje en lage, week-groene weilanden, naar 'n olie-molen ver in +'t land liep. + +Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met +'n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle +gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even niets dan +de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd was de +vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe komt.... + +Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd +in 't licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes al; +met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden ze, +even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige weiland. + +Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met 'n paar scheeve +vakken afgeloopen gras, was 't langs het brokkelig klinkerstraatje +telkens 'n smalle groene planken-deur en 'n vierkant raam van kleine +ruitjes in 't verweerd kozijn-hout. Het raam van haar moeder, +hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een vriendelijke vlek +tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar blauw-wit en +kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door 'n enkel oud ruitje, stonden +de prachtige, rankende kant-bloemen achter het glimmend-gepoetste +glas. Even schuin, over twee houtklossen, helde 't àf van de ruiten +en van de bloempotten in 't vensterbankje. + +Dat gordijn,--je moest eraan zien, waar "de waschvrouw" woonde--was +de trots van het kind. + +Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de +naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de +havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast +aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was +niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de +rauw-vies riekende dweilen over 'n touwtje; 't was niet de vliering +met in 't miezerig licht door 'n besiepeld dak-raampje, de sjofele +kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, wat stoffige rommel; +thuis, dat was zelfs niet 't voorkamertje, dat wel aan kant moèst zijn, +omdat 'r moeder er streek, maar waar 't achterin toch bijna altijd +donker was, een enkele kale stoel tegen den kalen muur schooierde, +en waar nooit, uit de diepe bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch +wegtrekken kon.... + +Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, +dat was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter +smettelooze raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor +de zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums +in hun schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden schotels; +'s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een bos zijige, +roze-en-witte stroo-bloempjes. + +Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige kamer-plekje +vlak àchter het gordijn; naast die blankte, en tusschen het la-kastje +aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel half voor het raam, +daar stond de oude leunstoel van vader, met de zwart-gladde zitting en +rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes over doffer geribbel, +in randen van bleek mahoniehout.... 't was de plaats van 'r moeder, +àls die 's zitten kon; meest was 't de hare. + +Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol +grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den +stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot.... + +Draadje afknippen... draadje aanhechten... "zessetachtig" telde +ze. 't Waren een soort gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist +ze eigenlijk niet, maar ze had op iedere streep een ringetje te +zetten; dien avond moest 't nog naar den behanger.... er zouden er +wel tweehonderd aan gaan.... + +"Haast je maar niet zoo," zei de moeder.... "'k breng 't niet voor +tien uur weg. Als 't af is, hei je toch niks meer te doen." + +Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje in de +kamer, nu haar moeders strijkplank, van het koude potkacheltje naar +de tafel gelegd, het afsloot van den daarachter verschemerenden +bedstee-kant. + +Er hing een opwekkend-frissche geur door 't vertrekje, een zoet-fijne +stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, helder-gewasschen, +in zonne-warmte gebleekt linnengoed. + +Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond +doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank +en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als +weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed +en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even, +met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door +dien damp.... + +Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "achtetachtig." + +Het kind had het wonder in den zin. + +Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de portretjes en +'t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, het pak cadeau +gekregen kleeren. + +Stil werkten ze beide. + +De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode +koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden +scherp-afgescheiden op haar gelig gezicht, het verweerde gezicht +met de groote slapen en langs de ooren de lange vale zijstukken der +wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren de stille +zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte zwarte +haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove, +droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het +zwart-wollen frommeltje van 'n muts, die van achter op een breed-uit +en los vastgestoken, warrige dot rustte. + +Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig +zijn. Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een +weeshuis-schort, als 't kind zei. + +Met felle sissertjes tikte telkens 'r natgelikte vinger tegen het +zilverig-blinkend bout-vlak; als 't sissen dofte, haalde ze 'n nieuw +ijzer van het keukenvuur. + +De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en +gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse +boordjes,--'t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij +'t spoor meest, dat ze werkte,--en met een wondere fijnheid van +aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of één deuk, tastten de +stokkerige, werk-gekerfde vingers tusschen al dat teer te hanteerene, +kreukeloos-blanke. + +"Hei je geen meidewaschje van de week?" vroeg plotseling het kind. + +"Meidewaschje!.. meidewaschje," teemde de moeder haar na, "hoor nou +die aap met 'r meidewaschje!" + +En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande keuken +binnen, om weer een heeten bout te krijgen. + +Wàs dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik over 'n +meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... allemachtig, +ze zou nog zoo'n spul krijgen met dat kind.... zoo'n kleine +pest.... als er bij geluk nou gauw eris 'n plaatsje kwam op 't +fabriek zij zou d'r nog niet ééns heen willen!.... 'n dienstje, +'n dienstje hebben.... zoo'n Luthersche stijfkop!.... was daar nou +eer aan te behalen?.... als ze d'r nog heil in zag, 't kind er +goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien +stuivers in de week, en 's avonds twee kale boterhammen mee naar +huis.... en nog komplimente van d'r volk ook.... witte schorten, +mutsen, lichte jurken.... wie kon d'r voor mevrouw d'r meissie aan +de waschtob staan?.... zoo'n kind was al genoeg afgejakkerd.... de +móeder, o zoo!.... Ant ging op 't fabriek, en Sien ging op 't +fabriek.... klaagden die nou ooit over 't werk?.... waarom dan Merie +niet?.... ze waren maar weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch +ook tot ze d'r bijna bij neerviel..? + +Nog een tijdje foeterde ze zoo in 'r zelve na, terwijl met +behendig-zwenkende wendingen het suizelend ijzer over de laatste +linnen-stukken streek. + +Maar de stille gemoedelijkheid van 't kind was door het smalen van +de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze niet. + +Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... "honderd-en-vier." + +Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond het +zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze lekkertjes +zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit geleerd.... d'r +moeder en d'r zusters konden 't ook niet.... Achttien stuivers +vroegen ze voor 't maken.... en acht voor de voering, en nog wel +zes voor verschot.... en een mutsje van tachtig cente.... eer kon +je tòch niet bij de naai-juffrouw komme.... achtenveertig stuivers +was 't bij mekaar.... tjee, achtenveertig stuivers.... daar zou ze +wel achtenveertig weken voor moeten sparen.... achtenveertig weken, +tòe maar!.... en plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en +haar krampige schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, +zoo te lachen, dat 'r moeder, opkijkend, moest meelachen van de +weeromstuit....: wat of die malle piet nou weer had.... En met goedige, +spotvragende oogen keek ze naar het kind, maar die naaide door.... + +"Kijk ze nou eris werken," dacht ze dan, "'t is toch zoo'n goed +schaap...." + +Draadje afknippen.... 'r schaar gleed weer tinkelend onder den rand van +'t schoteltje in 'r schoot; ze nam het klosje van tafel, wikkelde +wijd den draad af; dan, met 'n handig vinger-strengelingetje, +rukte ze 'm stuk, belikte 't eind, draaide 't in een puntje, +en hield draad en naald tegen 't licht.... de oogjes half dicht +knijpend met een bibberig schuin-optrekken van 'r linker-wangetje, +mikte ze dan.... en de derde maal glipte fijn het witte spietsje door +'t smalle staal-splitje heen.... + +Hè, als je 's avonds op straat die meiden zag, de meiden uit de deftige +diensten.... ze deed niets liever dan dáárnaar kijken.... brandhelder, +die meiden, in de lichte, stijf gestreken japonnen met de witte +schorten, waarin de blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de +glanzig gepepen tulen mutsjes op 't gladde haar! Daar moest je dan de +fabrieksmeiden naast zien, hàar zusters, met 'r flodderige jurken van +valige wollen stof, 'r slordige wollen doeken, 'r lorrig-opgemaakte +hoeden. + +Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger +van Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, +van die zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk +onderscheidde ze, als zoo'n meid, kieskeurig, met 'r boodschappenmandje +onder den arm, haar voorbij ging, of 'r muts een enkelen of een +dubbelen gepijpten rand had, en, naardat de tule haar fijner of +ordinairder leek, raadde ze binnen die schulp-krans een effen bodempje +of eentje van gebloemd batist.... Wat zij zou willen, dat had ze al +lang uitgemaakt: niet zoo'n groote, die stond ouwelijk, en ook niet +zoo'n hooge prop, net of-i zoo op je haar gewaaid is, nee, er waren er +die prachtig als een kroon, los en recht op 't hoofd pasten, met een +zwarte hoedespeld door den haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan +nog mèt de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder +'r gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, +en voelen aan 'r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten +aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn. + +Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de patroontjes +voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en zwart-en-witte +ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met slangetjes, +ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld donker marine, +dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor 's-avonds, als 't grof werk +aan kant is, het effen licht-blauw en licht-grijs.... + +En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met +tusschenzetseltjes boven den zoom, met festons rondom. Die met een +hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar flutterig; als je +wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, met van die +banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij maar vast +een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of twee! + +Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar +schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het +rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond. + +Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag boven +de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte muur-stukjes, +die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het groen-duistere +dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer beslagen onder de +blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle straal-kern boorde. + +Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele +bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den +keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars +gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de +bloem-figuren van het gordijn. + +Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware +rol linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, +dunne vingertjes met kortgeknipte nagels aan de vierkante toppen, +die pijn-prikten van 't pikken door de harde stof. + +Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in 't warm-bezonkene +avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe die de laatste +ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, luchtigjes +het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden schikte; dan +ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in de keuken +met kommetjes en een waterketel. + +Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde +zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel +naar zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op +de twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde handen +over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui +rechtuit-gestrekt. + +Nu ging 't weer eens goed worden.... nu was 'r moeder aan +'t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters +kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den +molen, het bruisend watergutsen in de tinnen kan. + +Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong, +en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog +kwam en ging door 't roodige licht, dat in de open keukendeur stond. + +Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... met de dampende +kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw vlakbij geschoven, +haar voeten op de breede richel van 't potkacheltje,--het kind, weer +overeind-gewerkt, vóór in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover +'r haarstaartje, een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving. + +Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen +van eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan 't afgedane werk, aan +'t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in haar +hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat +zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes +van drie fijne witte blaadjes daarover gespreid.... + +"Je zal wel moe zijn," zei het kind, "twee zulke manden vol...." + +"Och.... zóó...." zei de vrouw. + +Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan 't heete vocht, zaten +peinzend te kijken in den opkrinkenden damp. + +"Als 't alle dagen nog Zaterdag was," herbegon mijmerend de +vrouw.... "je kon alle dagen je waschjes brengen, je geldje halen...." + +"Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig," zei ouwelijk-wijs +en bedenkelijk-knikkend het kind. + +En later de vrouw weer: "Je mot dichter bij de rijke buurte +wone.... bekender wone.... 't Dijkje, dat willen ze niet.... En de +inrichtingen...." + +"De inrichtingen, die doen véél scha," peinsde het kind. Ze vond +'t heerlijk, zoo stil met haar moeder te praten, als twee groote +menschen, en wat warms drinken, in den schemer, en 't huisje in rust; +wàt ze praatten, dat gaf niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, +om beurten.... + +"De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe +strijkinrichting...." vaagde, met lange rusten, de stem van de vrouw +weer door 't lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood in een +laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek.... + +"En de wasscherij op de Steengracht...." ging zachtjes de kinderstem. + +De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar +leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij. + +Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd. + +Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den winnenden +schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de moeder +de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den tafelrand. + +Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en het kamertje waasde +in één grijzige bruinheid van avondduister. + +Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen, +waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten +was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte +volgewaaid. + +"Wát 'n lánge dagen al," zuchtte tevreden de moeder. + +"En 't spaart je nog al geen olie uit...." femelde zoetjes de stem van +'t kind terug. + +Toen, óver half acht,--'t was Zaterdag--kwamen, vlak na elkaar, de +twee zusters thuis van 'r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien +van 'r kleeren altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van 'r +azijn-makerij, dan Ant, uit 't tricot-fabriek. + +Dat was opeens een herrie en volte in 't stille huisje, een lawaaiig +loopen, waterkletsen aan de pomp op 't plaatsje, roepen om koffie, +om boterhammen. + +En de moeder dadelijk in de weer. + +In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan +kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met +een schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de +scherpe lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet. + +"Dáár hei je Sprot!" lachte plagerig Sien, die 't kleintje niet erg +lijden mocht. + +Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder geen +licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel zàten +aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze haar stoel aan, +en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de gezonde posturen van +'r twee zusters,--Ant, breedgebouwd, mager en donker als haar moeder, +Sien, blonder, blanker, wat smaller maar molliger ook, en met sterke +staal-blauwe oogen onder de zwarte wenkbrauw-streepjes. + +Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met +zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde +koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben, +niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar +en tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen +Sien d'r vrijer en z'n famielje. + +"En als je dan eindelijk dacht, dat 't gedaan was," vertelde Ant, +"dan zeit dat ouwe wijf: "vos, je zel mij nie vange," en dan begon +'t spektakel weer van voren af aan." + +"Hein ken d'r genéén van z'n eige femilie an," mokte Sien, met 'n +teleurgesteld-minachtend lippen-pufje achterna. + +Dan aten ze zwijgend een oogenblik. + +Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar +den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn, +vies mondje: + +"Hein.... die ziet 'r net uit, oftie altijd 'n poepje mot late." + +"Vèrrek! hoor háár nou!.... hóór d'r nou...." schaterde Ant, die +stampvoette van 't lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen +spotlach van: hei je nou ooit! + +Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig +gescholden "Sprot! Zòt!" + +"Nou......" zei de moeder, "ze dòet je toch niks?" + +'t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk haar +lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken +van 'r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde +haar stiekeme lolletje tot, na 't eten, ze Sien het voorkamertje zag +ingaan en op 't lâ-kastje kijken. Plotseling vloog ze, angst-gestoken, +overeind; om klaterde de stoel. + +"Kleerkoop!.... kleerkoop!" zong tergend Siens schelle stem, en ze +hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle schuit van het +afgescheurde papier naar omlaag zeilde. + +"Wat?.... wat?" vroeg de moeder.... + +Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen mondje, +kreet, schor van drift, of de klanken haar niet uit de keel wilden. + +"Van mij! Van mij!" krijschte ze. + +"Toe! laat maar...." goelijkte Ant, die 't van andere meiden d'r +zusjes gehoord had, "'t is van de bedeeling op de naaischool...." + +Maar dan de moeder aan 't lamenteeren: en God nog en toe, en had ze +nou niet een uur wel zitten praten met 'r, en koffie met 'r zitten +drinken.... en zou zoo'n naarheid nou ook eens een bek opendoen, +eris wat vertellen.... 't eris laten kijken aan d'r moeder? Geen +kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat 't de laatste keer was van +'t naaien! was 't nou niet God geklaagd.... + +"As gluiperdje dood is...." sarde Sien, 't kind voorbij de keuken +inschietend, en Ant, die nu ook boos op 'r werd, zei schamper, +terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog tikte: "Nou! jij +heb ze hier, hoor!" + +De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog +hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken +de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de +drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, +in hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind 't aan te zien, +zonder een woord meer of een beweging. Maar 'r oogjes staken kwaad, +valsch de schrille pupillen, en haar bleeke mondje was in verbetenheid +tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen met 'n dienstje? zouden +ze haar geld geven voor de naaister?.... dan ging hun dat goed toch +ook niet aan?.... 't was haar goed.... van haar alleen.... ze hóefde +'t toch niet te laten kijken, als ze niet wou....? + +Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien 't +heele pak vallen, en liep dan zingende 't schemer-donkere voorkamertje +door en de deur uit. + +Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen +bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar +jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten +had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, +als een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur +in het portaaltje steil omhoog stond. + +Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen 'n plekje +sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het dakraampje +aan de balken weifelde. + +De tranen sprongen haar fel in de oogen. "'t Is gemeen, 't is gemeen," +grijnde ze en schopte tegen de vale bult van Sien 'r afgehaalde bed. + +Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen van machtelooze +woede, snikkend, 'r twee handen verstijfd aan 'r rokje met 't +builende pak. + +Plots dan voelde ze wàt ze daar droeg,.... óch-Gód dat goed, dat op die +smerige grond was gevallen, dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en +met al haar gedachten dáár ineens bij, liep ze op 't raampje toe, +kroop op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining school, +en op 'r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat achter de twee +smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de lappen-hoop, +streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en paste en +plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen zat, +zooals ze 't had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan bedorven! + +Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich omdraaiend +neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot 'r zelve komend, +zonder veel gedachten meer. + + + +Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had +als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der +buurt, nam ze haar goed op, en, 't voor zich uit houdend, tastte ze de +vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel werkelijk +iedereen uit was. + +In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de lamp, die ze +gauw ging opdraaien. Ze had nu geen trek in vóór zitten, want de +luiken waren opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, +dat dorst ze eigenlijk niet goed. + +Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn +zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de +Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de +hoogste stoof, ging even haar naaizak uit 't kamertje krijgen; dan, +de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar knieën +opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, haar +halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den lichtschijn. + +Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar +schatten.... + +Ze hield 't blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, onder +haar kinnetje, langs haar borst, streek 't omzichtigjes glad, keek, +schuin van boven af, er langs neer.... 't was héél mooi....; dan +liet ze het lager, opzij langs haar been afvallen, keek weer, haar +bovenlijf scheef achteruit.... keek lang, lachte er tegen; nuffige +neepjes van plooivalling gaf ze, poefte de stof op, aaide ze weer +effen langs 'r smalle heup.... 't was héél mooi....! + +Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met 'r neus erop, +wreef ze 'n hoekje van 't katoen, hield het gewrevene onder de lamp: +"niks geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht +stuivers de el," dacht ze. + +Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... "bijna +niks geen pap," zei ze nog eens. + +Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had +alle tijd: 'r moeder was met de grootste van de twee waschmanden uit; +'r zusters kwamen 's Zaterdagsavonds nooit voor tienen thuis. + +Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust. + +Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de +kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf +over tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige +vakking over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op. + +'t Was heel stil in 't keukentje; de buurmenschen van weerszij +leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen klonk +bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, 't balrollen in de +kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek van +'t Dijkje lag. + +En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon +juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als +er plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en met +een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer op den keuken-drempel stond. + +"Is Sien uit?" vroeg hij barsch. + +'t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, en met +bolle blauwe oogen zonder veel wimper. + +Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze +nooit bang; "tjee," lachte ze in 'r zelf, "kijkt-ie weer drukke." + +"Is Sien er of niet?" herhaalde de jongen, kwaadaardiger nog dan de +eerste maal. + +"Nee, ze is uit," zei het kind eindelijk.... + +"Ze is al wel een uur uit," zei ze nog achterna, toen haar lachertje +bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek de voordeur +dreunend achter zich dicht. + +"Tjee, die Sien!" dacht het kind, "nou zal ze ruzie krijgen!" en +door 'r kleine, groenig beslagen tandjes, gedrukt in de onderlip, +haalde ze "ffff" de lucht op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even +met bedenkelijke oogen groot-strak onderuit keek.... "Nou efijn" zei +ze dan, en de nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, +plooiend den zoom precies op het ruitje af, met 'r eene hand de +vouwtjes opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje +van de andere wijsvinger en duim. + +Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder +de keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn +gezicht opscheen. + +"Zeg nou 's, Merie, waar is Sien heen?" vroeg hij, probeerend zijn +stem vriendelijk te maken. + +Maar 't kind, niet denkend dat hij 't weer zijn kon, was bij 't klikken +van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, had instinctmatig +het goed bijeen gepakt, de krant er over geslagen. + +Schichtig trok ze de schouders op. + +"Toe, je weet 't wel," zei de jongen, "wanneer is ze dan uitgegaan?" + +Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten, +zei dan plots: + +"Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en toen +ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit...." + +"Zoo, had ze je getreiterd...." zei de jongen. + +Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond +'t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar naaizak.... + +De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met zijn +felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, gevulde +wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, en de +kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer vingen óver hun +blakende kleur; onder z'n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode +mond met een kwade groef naar beneden getrokken. + +'t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu ook +wel medelij met 'm. + +"Wou je wachten tot Sien thuis kwam?" vroeg ze, bedeesd voorkomend, +"je ken wel hier wachten...." + +Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen +knipperden, keek dan naar 't kind, dat steelsgewijs naar hem keek. + +"Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje," zei hij op eens.... "zoo +gek lachen.... maar je meent het niet kwaad." + +Het kind, dat begonnen was 'r zoom-steekjes te leggen, bleef diep over +haar werk gebogen zitten; ze vond 't niet aardig, dat hij 'r bij d'r +scheldnaam noemde, maar hij deed 't zóó vrindelijk, dat 't toch wel +prettig was. En te verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil +berouw te hebben, dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes. + +Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken. + +"Een kreng is je zuster.... een krèng!" snauwde hij, met zijn fellen +kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten gebald op zijn +knieën, "een groot kreng...." + +"Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!".... mokte hij achterna. + +Daar hadt je 't nou weer, dacht 't kind, nou was Sien weer mooi; die +wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd zoo zuur rook, +en zulke groote rare tanden had.... net een jodenkerkhof.... als die +nou mooi was! + +"Ik vin me zusters niks mooi," zei ze met een vies mondje. + +De jongen keek haar goedig aan.... "Ant niet, maar Sien.... Sien is +'n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo'n mooie meid! Maar ze weet +'t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan d'r krijge zooveel ze +maar wil. Na mijn weer 'n ander. Ze geeft er om geneen wat. Ze mot +een jonge hebbe, die cente het...." + +"Weet je wat ze nou wil," zei hij opeens vertrouwelijk over de tafel +leunend, "ze wil 'n goue kettinkie van drievijvetwintig hebbe.... Als +ik de cente nou niet heb, ken ik toch zoo'n kettinkie nie koope.... en +dan zeit ze maar, Jan Aalders zou 't wèl geve.... en 'n andere dag +weer, die jonge van Bertels zou 't wèl geve.... makkelijk genog, +die z'n vader het de guldens maar voor 't opscheppe.... die kan mooi +geve.... ik heb de cente niet...." + +"Jij verdien nog nie veel, wel?" vroeg 't kind. + +"Vijf gulde," zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie gezicht werd +nog rooier. + +"Vijf gulde, da's nie veel.... en da's wèl veel" zei nadenkend 't kind, +met klem van spreken. + +Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo'n kleur gekregen had. + +"Toe," zei de jongen kregel, "begin nou niet weer.... doe nou niet +zoo gek!" + +"En jij dan?" had 't kind al gezegd voor ze 't wist; toen bloosde ze +zelf tot op 'r voorhoofd, en bukte snel weer over 'r werk. + +Er was een lange stilte in het keukentje. + +Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog +niet terugkwamen. Ze begon 't eng te vinden. + +De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al z'n +nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en z'n goeie pak, +omdat 't Zaterdagavond was.... lamme meid! + +Hij schoof z'n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit haar met +een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef hij met +zijn paarsig-roode hand langs z'n voorhoofd: + +"'k Ben wel stapel, dat 'k hier zit te wachte," zei ie, maar hij +bleef zitten. + +"'k Ga 'n pot bier drinke," zei ie een tijdje later, maar hij bleef +nòg al zitten. + +Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z'n buiten-bovenzak, draaide +'m rond tusschen z'n lippen, bekeek 'm, stak 'm weer weg. + +Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen; +ze was moe, en branderig in 'r gezicht, en rillerig tegelijk.... + +Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange, +zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een +eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag +gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje. + +"Kwamen ze nou maar thuis," dacht 't kind. + +De jongen begon te schuiven op z'n stoel, wreef met z'n handen over +z'n knieën.... + +"Je zou d'r.... je zou d'r...." barstte hij dan los. Maar hij hield +zich in; dat kind had 'm toch niks gedaan.... en hij streek maar eens +met z'n zwart-nagelige vinger over 'n hoekje van 't blauwe katoen, +dat uit de krant piepte: "netjes," zei ie.... "fijn...." + +"Pas op, pas op!" schrok het kind "'t is me goed van de bedeeling, +op 't naaien." + +"Fijn," zei de jongen nog eens, "maar licht, zal gauw vuil worde op +'t fabriek." + +"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind fel, met ronde schrikoogjes +hem aankijkend. + +"Zoo," zei de jongen alleen. + +"'k Gà niet naar 't fabriek," zei 't kind nog eens, "'k ga dienen." + +"Dienen is ook hard werken," kwam nu de jongen bij, "me zus het +gediend, maar ze het 't niet kenne volhoue.... ze is nou op 't fabriek +van de Lange.... Waarom wou jij niet naar 't fabriek, Sprotje?" + +Hij vroeg 't weer zacht-vriendelijk, in een soort ondergrondsche +vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich gevoeld had, +tegen Sien. + +En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, +begon zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor +'t fabriek, zoo vrééselijk bang....: "altijd zoo'n leven om je +heen, en allemaal tussche vreemde," ze ging haast huilen van moeie +opwinding.... "allemaal vreemde, en altijd opzichters achter je aan, +en overal groote wielen...." + +Ze sidderde, kneep 'r handen in elkaar, terwijl ze doorklaagde, wat +kalmer weer: "en zoo zwart.... en zoo smerig.... en al de manne, +as die er uitkomme... ze zou'e je doodloope.... ik droom er soms +van.... altijd vloeke en lol...." + +"Hoho maar," zei de jongen, die 'r als een gek had zitten aankijken, +"die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en 'n beetje verdienste...." + +Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige +oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in de krant, haar naaigerei +in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met kouwelijk 'r handen +kruiselings onder de oksels, doodmoe van den langen dag, van al de +opwinding en al 't verdriet, haar oogjes slaperig flets, en diepe, +blauwige kringen ingezakt boven het strakgespannen vel der jukbeenen. + +"Een beetje verdienste.... en een groot huishou'e," kwam ze zachtjes +bij-femelen, "armoe lij'e.... en dan worden 't sociale...." + +"Niet allemaal," zei de jongen.... "ikke niet." + +"Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd zijn..." + +"En dán," zei de jongen, "'n werkman mag toch wel voor z'n rechte +opkomme...." + +"Nou.... ja...." rekte zeurig-bedenkelijk de kinderstem. + +Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen +avondwind, kwam Sien binnen-gevallen. + +Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze +klaar met 'n brutaal-spottend: + +"Nou, as jij liever met me zussie vrijt...." + +De jongen stoof op! Zoo'n beest.... nou dorst ze nog zoo te +beginnen.... had hij niet 'n uur op 'r loopen wachten?.... een heel uur +op en neer geloopen?.... nou hier nog 'n uur zitten wachten....? Gemeen +kreng! + +Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, +de stoof omver trappend, had 'r pak gegrepen, stond achter de +tafel 't aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog +terug te schreeuwen.... en die stakkerd van 'n Hein, hij had toch +gelijk.... Kijk-tie paars worden in z'n gezicht.... en die astrante +meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang van +werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat tandvleesch +allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... kijk nou.... ze +lacht 'm in z'n gezicht uit.... en tjee, kijk die Hein nou woeiend +worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, tjééee....! + +Dan, klak, klak, vielen de luiken van 't kamerraam dicht,.... daar +hadt je moeder! + +Sien, Hein 'r achterna, 't kamertje door, liep in 't portaaltje de +vrouw tegen 't lijf.... + +"Heila! waar mot jij na toe?" baasde die ruw; maar Sien, dol, gilde +van lol en angst door elkaar, "hij slaat me! help! hij slaat me!" en +rende door de open deur het dijkje op. + +En Hein, die even had willen gaan sussen: "Hoor nou, vrouw +Plas...." razend 'r achterna.... "Sien! toe nou, Sien!" hoorde 't +kind hem nog roepen. + +"Wel voor den donder," gromde de moeder, die 'r leege mand ijlings +neerzette, de volle greep. + +"Ben jij daar, Merie?" + +"Ja moeder." + +Maar ze haastte zich al 't portaal door, de twee achteraan, de deuren +openlatend. + +Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje +leeg-stil in huivere holheid. + +"Hu!" zuchtte 't kind door 'n rillertje heen: "zullie liever dan ik!" + +Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, voelde +dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke ruggetje +loopen; haar oogen staken van den slaap. + +Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, op den stoel bij +'t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp van de keukentafel +halen, droeg 'm met twee handen, voorzichtig over den drempel stappend, +op de tafel voor 't raam .... hèèè, daar lag die rol gordijnen +nou.... die nare Sien ook.... en "ffff" zoog ze de lucht weer door +'r tanden: de voordeur stond open....! + +Op 'r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen den post +van de kamerdeur, en helde met 'r uitgestrekten arm 't portaaltje +in.... Net bereikte 'r hand de voordeur.... met twee vingertoppen +trok ze 'm moeielijk aan, keek even huiverig naar buiten--'t was +koud.... nachtvorsten.... dacht ze--en duwde 'm zachtjes, gauw, in +'t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de bedsteedeurtjes +openzetten. + +Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker +gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje, +den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, +voelde ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden. + +'t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de ellebogen en +onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef trekken uit; +dan hing ze 't over de stoel-leuning als over een kapstok; 't rokje +was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien onderrok zakte na; +ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar kostelijke pak. + +De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt +en omgetrokken. + +En nu, vaal-wit schimmetje in 'r groen-schemerigen hoek buiten +den lampe-schijn, stond ze op 'r bleeke voetjes voor de bedstee, +die kleine Sprot.... 't Staartje, langs den dunnen bruinigen hals, +puntte neer over het witte keper, dat 'r smalle lijfje omspande; +uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere armen; +en sluik om 'r heupjes weg, viel plooiend 'r gestreept wit-katoenen +onderbroekje tot laag op de dunne kuiten. + +Even stond ze zoo, 't kippevel op 'r armen.... Ze schoot haar +nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide +ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en +met 't zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als +ze in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen +het keukenbeschot. + +Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is 'n groote dienst +had, en ze had 'r eigen bed, een open ledikantje met lekker beddegoed, +op een lief zolderkamertje,.... en d'r eigen kastje.... als er nou +maar gauw een dienstje kwàm, al was 't dan maar voor dagmeisje 't +eerste jaar.... En zoo dwaalden al 'r zorgjes 'r door 't hoofd.... de +achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of +ze nog wat mee zou krijgen van 't ringen naaien van dien middag.... + +Dan dacht ze er aan, dat 't morgen Zondag was.... het witte kerkje +zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog maar +twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster +'r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden +schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog 's een +nieuwe jurk had om aan te trekken.... ze zou maar vroeg gaan.... lang +het orgel hooren voor domeni binnen kwam, het orgel, waarin zoo'n +heerlijk-zacht fluitje kon kwinkeleeren... en zoo sliep ze in. + + + +Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit +'t fabriek. + +Ze waren met 'r drieën op 't kleine, bruine klinker-plaatsje, +dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open keukendeur, de +moeder, in den schaduwhoek bij 't pleetje, was aan 't tobben boenen, +en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de handen op 'r rug tegen +het achterhekje, een grijs-geverfd staketseltje, dat even wiebelend +meeboog onder haar zwaarte. + +"Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér gesnapt"--vertelde Ant, +"van mòrgen vroeg;.... die zalle we óók niet werom zien.... de patroon, +die is op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in 'r vuile +schort gepakt.... een heele kluit wol.... d'r broertje stond aan de +poort te wachten...." + +"Tjee, hoe durft ze!" deed Marietje overdreven méé met het +verhaal, om het voort te dringen en voorbij de oppering van een +mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder 't zeggen; haar grijze +oogjes sperden bang in 't smalle gezicht. + +Toen--daar wás 't--voelde het kind zich koud worden en heet tegelijk; +het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat raar en ijl stond op +'r zinderend lijf.... Onder het verder-vertellen van Ant had zij +haar moeder zich half zien oprichten van de druipende tobbe, even +hoofd-wenken háár kant uit, en dan, vragend met 'r oogen, kijken +naar Ant.... + +"O! O!" kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van 'n plots +in-vlijmende pijn. + +Maar Ant, goddank, knikte van nee. + +"Nee," zei ze, "'t is een meid van zestien, en groot voor d'r +jaren.... Merietje ken d'r wel drie keer uit!... en werken dat die +meid kon!" + +Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het +kind had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, +'r handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig +uit in het bezinken van den angst-schok.... wat 'r hart klopte!.... 't +bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige sliertjes +versprongen en tril-dreven over de helle lucht.... + +Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, waarin +'n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan kijken, zonder +wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit.... + +In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den schommel knarsen; ze boog +wat over; rechts, boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk +opstaan tusschen de loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden +hevig toe en weg, en een hoed tuimelde telkens boven het groen uit. + +De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag +met zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; +er liep niemand.... + +Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij +kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland +ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van +roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven +zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen, +keeren bij 't zwart-houten huisje aan 't eind, en terug-gaan weer +onder het boomen-groen langs de deinende touw-lijnen. + +In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, +en een zwart terrein met kolen-loodsen van 't spoor. + +Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en +links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver +in zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen +diep-weg wat flauwe vlekken waren van blank vee. + +Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over +een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen +ze misschien weer zoo'n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als 't +laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... ze +zouen nou wel gauw maaien gaan.... + +En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze 't huis in. + +De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even lachen +om dat sluike wegloopen. + +"Ze zal nog wel 's loskomme," zei Ant, "ze is bijdehand genog,.... laat +ze eerst maar 's op 't fabriek weze...." + +Een evene besluiteloosheid kwam over 't gezicht van de vrouw: + +"'k Had anders net zoo gedacht, van morrege...." zei ze, "às Merietje +nou 'r heele hart op diene heit gezet.... wat zou jij nou zegge....?" + +"Malligheid," zei Ant, beslist, "je mot er geen bang-schieter van +maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... altijd alleen.... ze +telle je de aardappels in je mond.... En je mot ommers zoo'n kind +niet toegeven, om 'r bestwil." + +"Nee," zei de moeder, "dat mòt je ook niet." + +Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het +plaatsje. Beiden hadden hetzelfde soort grof-pluizig, zwart krulhaar +boven een hoog voorhoofd, dezelfde beenig-breede, koonen-gezichten, de +moeder wat geliger alleen, en dezelfde mager-forsche vormen van lijf. + +Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken, +zoo, zonder dat zij 't zelf wisten, doende uitrusten even hun lichamen +van den langen morgen hard werk. + +Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een +stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als +paarden, die aan-trekken in 't gareel. Even verstreek door de oogen +der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter +elkander aan, gingen zij het keukentje binnen. + +Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk +voor haar was. + +Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw +uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje. + +'s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg +drie centen. De drie centen waren voor haar, maar 't kwartje moest +ze afgeven. + +Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte +kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes dicht, ging +'s and'rendaags ze terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er +niets van houden. + +Ze had daar wel hartzeer van, maar 't was ook billijk vond ze, en ze +zei geen woord van beklag. + +Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar was, dat ze +maar stil in veilige hoekjes, op 't plaatsje, op de vliering, aan +'r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed ergens anders +verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met 'r jong. + +Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een verdienstetje.... + +"Je mot vragen, wanneer dàt wurm eris zal verdienen als de anderen," +praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, terwijl zij in 't +keukentje de vaten van den vorigen dag stond te wasschen, en 't kind, +muis-stil achter in den stoel aan het voorkamerraam, haar vragen voor +de catechisatie leerde. + +"Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris helpe," begon +de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik schuin het kamertje +in.... Er was die week acht stuivers op de huur tekort, omdat ze +een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje over....; en +nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te commandeeren van dit +niet willen en dàt motten; dat zat maar te dreinen over een dienstje, +al zei ze niks, en over een lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er +niet eens genog voor de huur was! + +"Zeg! hóór je me niet?" snauwde ze nu ruw. + +'t Kind kwam onwillig overeind; 'n mokkend-koppige uitdrukking was er +op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje in 'r jurkzak +en met een vinnige genepenheid in 'r flets-grijze oogjes, ging ze +naar achter. + +Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, alles +afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. had ze +niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... aan +háár dacht niemand.... moest die japon van háár niet gemaakt worden? + +Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder één +woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind den keukenrommel +aan kant. + +Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen leeren. + +Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor hetzelfde; +maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze woord-reeksjes +nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, herhaalde ze +zonder den zin te vatten; langzaam dan begon 't geen aan dat klein, +blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld van: de catechisatie, +het witte boogramen-zaaltje naast de kerk, de damping en de vale reuk +van domeni's pijp, de goedige stem van domeni, het te winnen,--en ze +leerde nu ijverig, keek even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde +op uit het hoofd: "Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God +vreezen en liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet...." tot +ze steken bleef, even neer-oogde: "o-ja, dat wij onzen naaste zijn +geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....," turend +onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de deur. + +En als eindelijk, met 't dun, grijs boekje dicht op tafel, +zoo stoorloos-vlot 'lijk een vlietend watertje, de rijtjes +catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder één hapering +kon afprevelen: "Het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is dat, +wij moeten God vreezen en liefhebben, dat wij onzen naasten zijn geld +of goed niet nemen, noch het door valsche waar of handelingen aan ons +brengen, maar hem zijn goed en nering helpen verbeteren en bewaren; +het achtste gebod, gij zult geen valsche getuigenis spreken tegen +uwen naaste, wat is dat,".... als zij ten slotte het "of goed" niet +meer vergat en elken keer dacht om de "handelingen," dan was alle +spanning weggetrokken van haar hersens. + +Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; nog +monterder kwam ze er weer uit. Ze ging graag naar catechisatie, +luisterde graag naar de vertellingen van domeni, veel mooier als-'t-ie +'t in de kerk dee, en als ze dan haar beurten goed wist en domeni, +onder een haal aan zijn pijp, knikte goedkeurend.... + +Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en 'r gezichtje stond stil-open +opgeruimd, toen, in den vooravond door de leege kleine-stads-straten +naar huis gaand, zij àl maar de woordrijtjes nog in haar hoofdje +voelde na-vlotten, "het zevende gebod, gij zult niet stelen, wat is +dat".... maar zij had nu geen zin in haar geboden, en als van zelf, +in de guldene klaarheid om haar heen, gingen 'r gedachtetjes zich +rijen in het rhythme van 'r versje van deze week: + + + Daar is uit 's werelds duistere wolken + Een Licht der lichten opgegaan. + Komt tót zijn schijnsel àlle volken! + En gij, mijn ziele, bíd het aan! + Het komt de schaduwen beschijnen + De zwarte schaduw ván den dood, + De nacht der zónde zal verdwijnen + Genàde spreidt haar mòrgenrood. + + +Ze vond 't een erg mooi versje, vroeger had ze 't in de kerk ook +wel eens gezongen, en 'r moeder had 't ook écht mooi gevonden, toen +ze 't Zondagavond zat te leeren. 'r Versje, dat leerde ze altijd +dadelijk,--'t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze vond 't ook +te prettig, om er tot 't lest van de week mee te wachten. Ze kon er +nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! Dat van verleden week + + + Hoog omhoog, het hart naar boven, + + +dat was ook erg mooi; hartverheffend was 't, had domeni gezegd; +en dat van onderlaatst + + + Zoo blij de landman móe van 't ploegen, + + +maar dat begreep ze eigenlijk niet goed. + +Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar +zachte pasjes even verklonken,--in de avond-kalme atmosfeer vol +voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes vóór en +tusschen de lage huizen, liep het kind genoegelijk haar versjes op +te zeggen, stil in-zich-zelf, met nauw-bewegende lippen, òm 't andere +regeltje, mee met haar ademing, inhalend met hijg-geluid. + +Zoetjes-aan kuierde ze voort; 't was lekker buiten, ze had geen haast +om naar huis te keeren.... + +Toen, voor 'r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een huis +of tien voor haar uit in de stille straat, twee meiden in lichte +japonnen, uit een zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde 't kind.... 't +waren naaischool-meiden; ze hadden 'r uitzetkleeren aan; die gingen +naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze +goed; 't was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... 't +waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool +geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken.... + +"Hèèè, kijk nou toch...." zei het kind zacht-hardop. Ze had zoo'n +verdriet! "Kijk ze nou loopen," dacht ze dan weer. + +Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe +jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen, +recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin +geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden +ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje +van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en 'r haarvlechtjes zaten nu +in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den mutsrand +gedraaid; 't leken gróóte meiden.... volwàssen meiden.... + +"Och-och, hoe mooi," zei het kind nog eens. Het schreien kropte +haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte, +gelapte merinos-jurk, onder haar flaphoedje met verkleurd lint, en +haar staartje op den rug. Ze vond zich 't armoedigste meisje van de +heele stad.... + +Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met 'r trotschig, +stijf-schuin geheven hoofd recht-uit. + +Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet +achter de twee aan. + +Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde lichtheden. + +En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren +ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met +hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw +en dat glanzende wit voor haar uit deinde. + +Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer binnen...... + +Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met +een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De +zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: "Kè je niet genavond +zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op catechisatie?" maar ze +lei 'r toch, een oogenblik later, nog een boterham op 'r bord, omdat +'t wicht zoo pips zag. + +'s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag 't kind +op de knieën bij haar lap goed, die ze uitlei en vouwde en mat.... maar +ze zag wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan +te broeien in haar hoofd. + +Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam overleg +in haar moeë, pijn-zware hersens. + +Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze zou zeggen, +dat 'r schorten al klaar waren, en dat 'r japon ook wel gauw gemaakt +zou worden.... òf de juffrouw nou niet een dienstje open had.... als +moeder maar wist dat ze een dienstje kòn krijgen, ziet u, dat dàn +de kleeren wel gemaakt zouen worden.... als ze had kunnen knippen, +nou dat wist de juffrouw wel, dan zou de japon al wel een week af +wezen, de schorten had ze ook zelf gemaakt, de juffrouw moest maar +'s zien of 't netjes was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten +in een rolletje meenemen.... ze zou goed haar woord doen.... + +Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de +gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij +de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende, +zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?--dan voelde ze weer, +dat ze toch nooit zou durven.... + +Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in haar neersloeg, +dat straks, of morgen, of overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen +met de boodschap, dat er een plaats was op 'r fabriek, dat er een +plaats was op de fabriek van 'n vrindin.... dat ze dan mee zou +moèten,.... dat ze dan onherroepelijk naar de fabriek ging.... + +En dien middag liet de angst haar niet meer los. + +'r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis. + +Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze +haar toebereidselen maken tot den grooten tocht. + +Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar +gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan +nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog met den +dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er onder +haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten, +fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals. + +Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van +'t "opgestoken" haar, waarmee ze voor 't eerst zou worden gezien, +gek-anders en oud, voor 't eerst op straat zou loopen, raar-trotsch +en akelig-naakt tegelijk; nu, door de àl-beslissende rol, die 't +zou hebben te vervullen, een angst-droom, waarin ze met krampachtige +inspanning iets moèst bereiken. En 't was zoo moèilijk! 'r Bevende +vingers togen wriemelend aan 't werk. Ze had 't al zoo vaak, heimelijk, +geprobeerd, sinds ze dien avond de twee naaischool-meiden voor zich +uit zag loopen. Maar meestal ging 't niet! + +De drie stugge achterhoofd-strengetjes van 'r vlecht, die kon ze +maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en àls +zij al 't achterhaar gladjes in haar linkerhand tot aan de kruin had +opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen weer als piekerige +slierten uit 't vastgehouden bosseltje los; hàd ze dan eindelijk al +'t haar stijf beet, dat rond voorhoofd en nek 't alles in roodige +pukkeltjes weggetrokken zat, dan wisten 'r ongewende vingers nog maar +amper om het dunne haar-bundeltje het bandje te strikken. + +Telkens en telkens moest ze het overdoen. + +Ten leste hing het; 't zweet, met een zwoel-opslaande wàlm van +warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op 't strakke vel; schokkerig +schikten en wonden de handen dan het knoetje rond, lagen het uit op +'t achterhoofd, staken het vast met de paar haarspelden, die er in +Siens naai-doosje over waren. + +Bij het raam, want 't begon al te schemeren, keek ze in 't krom-golvig +spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er zij-haren los; +en òm er maar netjes uit te zien, plakte zij met haast-dringerige +streekjes van water ze tusschen de andere vast; donkere vegen liepen +over 't bleeke blond omhoog. + +Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk, +borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, +waschte nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door 't smerige +bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg. + +Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo +sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde. + +Toen ging ze op weg. + +Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest komen, +want dat ze dan niet durven zou. + +Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken +onder de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, +nu elk piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op +het achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde +ze de velschroeiing ternauwernood: "'t is niks," dacht ze, "dan zie +'k er gezonder uit." + +Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, 'r nu +kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel 't onwennig en +onvast voorover staan, door 't hooge haardotje, van 'r hoed, waarvan +de rand scherp op 't voorhoofd drukte. + +En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar +wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, +heele einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de +juffrouw stond. + +Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te kijken +naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep ze +door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit. + +Hier was 't; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de bel over. + +Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, maar +de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in schemer-vaalte. + +Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de +juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, +witte gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, +in een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde. + +Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat +er was. + +Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen, +onhoorbaar tredend over den zachten looper. + +Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge, +bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar, +waarin al haar denken en bewegen als verstolde, en waarin zij maar +vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot dezen tocht. + +Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, haar +aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij was bewegeloos +gebleven, zonder goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in +de starre oogbollen. + +Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de +deurmat. + +De meid, die in 't verschiet van 't smaller en donkerder gang-einde +een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur achter zich +latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst op haar toe, +en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van het hoofd +achterom: "daar mot je wezen." Toen ging ze de trap op. + +Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich niet +te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar toe; +met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen. + +Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige roep, +de roep van haar naam, door een stem, die ze kende. + +En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich +nu haar voeten in beweging, kwam zij de dood-stille, kerkachtige +blankte door, en het vertrouwelijker halflicht van de achtergang, +tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En opeens was de deurknop +in haar hand, en stond ze op den drempel der kamer. + +Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel +rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór haar zag ze +een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste schotje en +den muur vaagde iets wits van een bed. + +Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank: +"Nou, Marie Plas...." + +Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in 't volle licht voor +de tafel. Ze dorst niet opzien. + +"Zoo" .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, zooals ze 't +vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: "Kom je nou zóó bij +mij.... dat had ik anders verwacht...." + +'t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen onder haar +voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als vervluchtigende +vlokken vielen de bestraffende klanken in haar wonderlijk-leeg hoofd. + +Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich kijken. + +"Wat kwam je nu eigenlijk doen?" vroeg de stem opnieuw, maar wat +aanmoedigender. + +Het kind waagde een blik. + +Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat de +juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, +de handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg +dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De +licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar +gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind +op te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij +knipperde even, en, terug met 't hoofd, zat ze weer als te voren. + +Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende +licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den +baren lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren. + +En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle bewustzijn. + +"De schorten zijn wel klaar," zei ze met een haperende stem, "maar +de jurk is nog niet gemaakt...." + +"Zoo...." zei de juffrouw "en waarom niet?" + +Nu, gesteld voor die vlakke vraag in 't schelle licht, was 't kind weer +heelemaal in de war. Al haar duidelijke en begrijpelijke verklaringen +was ze vergeten. Ze was duizelig. + +"Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?" + +"'k Had geen tijd, juffrouw." + +Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dàt uit haar mond. + +"Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel tijd, +om hier in je ouwe kleeren te komen?" + +"Nee juffrouw," zei het kind. + +"Hè?" vroeg de juffrouw. + +"Nee, juffrouw, me moeder wou 't niet," bracht het kind uit. + +De juffrouw begreep 't niet wel. 't Verwonderde haar. Ze had altijd +gemeend, dat ze 't van Plas nog al goed hadden, wist van d'r vaders +ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een paar stille, knappe +dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo netjes op school +was geweest, zoo oppassend en gewillig.... + +"Zóo," zei de juffrouw, "kon je moeder dat geld niet missen....?" + +'t Kind kleurde fél. + +"Nou, vertel nou maar eens," drong de juffrouw aan, wat korzelig. + +Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind had iets +stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder dien hoed +uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan 'r had.... + +Toen, met een rilling door 'r schouwertjes, een schok-scheut in +'r beenen, zei 't kind: + +"Me moeder wil, dat ik naar 't fabriek ga; me zusters zijn er ook op; +me moeder wil niet, dat 'k ga dienen." + +'t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als 't zóó +zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine oogen tuurden, half-neer, +naar den uitersten tafelhoek. + +'t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze iets +verkeerds had gezegd. + +De juffrouw rimpelde het voorhoofd op.... + +Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige +handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen +weer neer.... ja.... als 't zóó zat.... als de ouders, als de +moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet tegen-ingaan.... zij +kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan zetten.... zij kon +niet zeggen: kind, ga niet naar de fabriek.... de menschen schenen +daar niets meer in te vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, +niewaar?.... maar tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan +dienen.... maar zij kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze +kwamen bij haar om wat knaps te krijgen.... die bij haar om zoo'n kind +kwamen, deden 't ook al niet uit overdaad.... zoo'n kind moest toch +allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan +ze verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... tegen 't +winter een regenmantel.... ja, als de moeder niet wou meewerken.... 't +was jammer.... 't was toch geen kwaad kind.... 't was erg jammer.... + +En nog eens, met een schouderbeweging van "niets aan te doen," +gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, vielen +met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel weer +neer.... 't was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een stil +dienstje zou ze.... maar als de moeder 'r naar de fabriek wou.... + +De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te +bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor +hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien.... + +"Moeder zoù 't geld voor de japon wel kunnen geven...." stootte ze +nog uit. + +"Ja, juist...." zei, practisch, de juffrouw. + +Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar. + +"Wil je moeder nog eens bij me komen?" vroeg de juffrouw. + +Heftig knikte het kind van nee. + +Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een +fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide +het kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. + +"Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over een tijdje," riep de +juffrouw, die opgestaan was, in de open kamerdeur haar na. + +'t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het voordeur-slot, +kreeg het open. En toen liep ze weer op straat. + +Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te +zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht was; ze kon +niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en 'r heele hoofd was vol +heet geschrei. + +Diep-neer met 'r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien zouen +hoe ze huilde. + +Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een zoute +keelpijn van 't schreien, vond ze haar bordje met boterhammen op een +hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de vrouwen, bij elkaar, +er achter, saam aan een groot werk bezig. + +De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de +gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk, +mee naar huis had gekregen. + +Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de vingers +friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote +stukken, in de stopnaalden te krijgen. + +Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En +boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen groot +in het kleine bestek de zes bedrijvige handen. + +"Eet maar gauw, Merietje," zei Ant, "dan mag je meedoen; d'r zalle +nog wel een paar centen op overschieten voor je." + +De vrouw was aan 't vertellen geweest, vertelde door: + +"Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en je +vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou graag...." + +"Heeremejeetje!" schetterde opeens Sien 'r schelle stem door 't +verhaal heen, "kijk die Sprot er uitzien!" + +'t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen en +bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar bord, +voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen. + +"Háár, waar mot je met dat kind naar toe!" gilde Sien weer, en +werktuigelijk tastten Marietje's handen naar het kleine knoetje, +waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... en plotseling +voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op 't voorhoofd de prikkende +trekking der te strak gespannen haartjes, en de weeë pijn, die daarvan +klopte hoog in 'r hoofd. + +"Kind, wat mòt dat?" had de moeder gevraagd, met haar blik van +goedigen spot. + +"Ze lijkent wel een stekelverreken," relde Sien. + +"Ik wed...." plaagde Ant, die in haar sas was over het buitenkansje +van de fabriek, "ik wèd.... dat jij op een dienstje ben uitgeweest!" + +"Toe," zei Sien, "ga door! zoo'n klein merakel, wie zou daaran willen?" + +En Ant er weer tegen in: "de kleintjes motte d'r ook weze, wat zeg jij, +Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve Heer, en de ander +weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, help maar gauw mee...." + +Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke +tranen sprongen 't kind in de oogen; een laatste, uitgebeten boterham +viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte zij het +plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen wijd om +de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld tegen de +steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke licht-geling door +'t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, sluik-sliertig vachtje +het haar 'r tot even over de schouders. Al snikkend vlocht ze het +weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het staketsel aan, huilde +ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe in haar tranen de +lantarens op den singel achter de "Hanekamp" goudene sterren geleken, +die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze daar naar ging kijken.... + +Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal. + +Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant eens +kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. Sien +was uit, hoor! + +"Zeg," zei ze tegen het kind, "heb jij gezien, dat Sien een goue +kettinkie had?.... Hein was er.... 'n opstand dat die maakte.... hei +je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou tòch 'n goue kettinkie +had,.... op de azijnmakerij had ze 't angehad,.... 'n jongen had 't +'m verteld.... en hij wou weten van wie ze 't had..." + +"Fff" trok het kind haar adem op tusschen de tanden. Dan volgde ze +willig, huiverig van 't huilen en 't lange staan in den frisschen +meinacht, waardoor nog 'n vinnig windje sneed. + + + +Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer +bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de +moeder gaf--ze had een goede week gehad--er 'n snee zoete koek bij, +en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor 'n kettinkie spaarde, +en hij liet twee nieuwe guldens zien, die hij in een papiertje in zijn +vestjeszak droeg. Driemaal liet hij dien middag de guldens rinken, +en ieder was in zijn schik. + +Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring.... + +En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing bij +haar omgaan. + +Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de +bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit dacht, schrok, +als ze een beweging maakte. + +En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden, +schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, +en haar stijfgenepen lippen waren van 't zelfde flets-bleek als haar +wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten +er dan tusschen de wenkbrauwen, van 't tobbend gedenk; en den ganschen +dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots zoo'n +schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, op een morgen +"kleine Judas" tegen haar zei. + +Dat was wat geweest! 't Kind had zóó onbedaarlijk gehuild, dat de +moeder, die eerst van de fratsen niets weten wilde, met kopjes water +haar zenuwen weer onder bedwang moest krijgen. + +Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen +en gewoon met de anderen mee. Maar den volgenden morgen, toen ze op +boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind in 'r nieuwe +kleeren gezien. + +"Heb jij nog geen dienst?" had die gevraagd, "ikke wel.... bij twee +dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve kost...." + +"Hei je 'n mooi keukentje?" vroeg 't kind belust. + +"Nou!--en wat 'n groote!" gichelde de ander, "je ken der je net in +keeren.... maar 't is een lief keukentje hoor!.... netjes.... kopere +knoppe aan 't fornuis, en twee kopere krane.... en een kopere +poffertjespan aan de muur.... en een spiegeltje op de schoorsteen.... + +"Hei je 'n mooi kamertje?" vroeg het kind weer, in nog grooter +spanning. + +"Nee ommers.... 'k ben er niet voor dag en nacht... maar later +wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op +zolder.... met een groot raam en rooie blommen op 't behang...." + +Toen was 't bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een strakke +spichtigheid van onverzettelijk besluit. + +En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als +ingegroefd gehouden. + +Dien avond--'t was een druilig-koude avond met telkens buien van +motregen--wachtte het kind bij den ingang van een doodloopend paadje +naast de Hanekamp, Sien 'r vrijer op. + +Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in 't gras, waar de +kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er +kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd +op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, +en er lag kolengruis en vuilnis. + +'r Voeten koud in 't drassig gras, 'r goed klam van den stofregen, +'r hoofdje heet, wachtte ze.... + +"Hein!" riep ze, "Hein!" toen de jongen eindelijk langs kwam om het +Dijkje op te gaan, "Hein!" + +De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen singel-weg, +keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den +lantarenschijn, het kind, sluik in 'r natte kleeren, tusschen de hagen. + +Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem tegemoet. + +"....Nou?.... wat wou je......?" vroeg hij, onwillig, met een paar +ingehouden stappen het pad opkomend. + +"Sien.... ik weet wat van Sien...." stootte schor 't kind uit, en +haar oogen waren strak naar 't gezicht van den naderende. + +De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg fél met +zijn oogen.... + +"Sien vrijt met een ander," stootte nog eens 't kind uit. + +"Godver...." De jongen beet zijn vloek af; dan streek hij verbijsterd +met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit geweken, trapte +door 't gruis tusschen de schemerige hagen. + +Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: kóm, +en Zondag dan!.... + +"Je liegt," snauwde hij van zich af, en hij maakte 'n beweging, +of hij terug wou gaan. + +Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder +het wegje in. + +"Wat?.... wat dan....?" hakkelde hij, weer van streek geraakt. + +"Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet +'t.... verleden Zaterdag.... 'k heb 'n briefie gevonden," stamelde +'t kind, en haar genepen hand bibberde tegen haar jurk, waar papier +kraakte achter het merinos. + +De jongen schoot naar voren: "Hier! geef op...." + +Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil, +weerstond de uitbarsting. + +"'k Mot geld hebben," joeg het uit haar verwrongen mondje. + +"Wat? geld?" + +"De twee guldens," fluisterde ze, heet-heesch. + +"O!" smaalde de jongen, opeens weer bedaard, "o!... is 't dáárom te +doen?.... Ozóó....!" + +Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die +hij ontwarren moest. + +"Je liegt," zei hij dan nog eens. + +Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad +uitgaan. + +Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep +en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een +flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende snik. + +Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den lantarenschijn, +den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het vestzakje, +als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar borg....; dan +was hij weg. + +Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem +achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met 'n +wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf zette, kwam, +'t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... Ze schrok achteruit. + +"Wàt weet je van Sien?.... toe.... Merietje....," smeekte hij. + +"'k Heb 'n briefie," zei het kind weer met stuggen drang. + +"Wàt toch voor briefie?" + +En toen, heet in één adem, kwam 't verhaal: ze had een briefje +gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien 'r bed.... zeker uit 'r +zak gevallen.... Sien ging met 'n andere jongen vrijen.... Barend +heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... als zij de twee gulden +kreeg, dan kreeg hij het briefje.... + +"Als 't waar is, zàl je ze hebben," zei de jongen wild. + +"Zal je geen herrie maken, Hein, zal je mij niet noeme.... zal je me +niet verraje?" smeekte op haar beurt het kind. + +"Geef dan op! hier!" bulderde nu de jongen, en in zijn rooien +kop staken als van 'n stier de lichte, naakte oogen. Hij deed een +boosaardigen greep naar den arm van het kind. + +Opschreiend ineens van angst, week die terug. "'k Heb niks.... 'k heb +niks.." griende ze, doodsbang, den brief met het knuistje verfrommelend +in haar zak. + +"Verdomme!" donderde nog eens de jongen; met een driftigen vinger-graai +haalde hij 't pakje uit zijn vestzak, ketste het op 't kolen-pad. 't +Papiertje scheurde in den nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de +geldstukken over den grond; dan, twee blinkende witte schijfjes, lagen +ze, onder 't veeg lantaren-licht, stil in 't doorgruisde gras terzijde. + +'t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als bezeten, +had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, het +brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen +omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij 't op kon rapen, +had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, +ze klemmend in haar vuist, den weg op naar huis. + +"Nou heb ik 't geld!" dacht ze met een woeste vreugde.... "nou ga ik +naar de naaister!.... nou heb ik 't geld!" Doch nauwlijks de Hanekamp +voorbij, hoorde zij de zware gramme stappen van Hein al klatsen achter +zich aan. + +Bij hun deur had hij haar ingehaald. + +"Niet zegge.... niet zegge, Hein," fluisterde het kind. + +De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, +dol van woede, de kamerdeur open. + +"O God!" zei het kind. + +Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de vlieringtrap +op.... + +In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt +lag, bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks +gebeuren ging. + +Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering, +'n dof gerucht; 't schenen enkel de zware stemmen van moeder en Hein. + +'t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender leek dan +'t aanvankelijk geweld. + +Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden. + +Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt; +in de linker zaten de twee guldens geklemd. + +Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken +sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van +geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was +er een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van +moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had 'r geslagen.... + +Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug schoot. + +En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: "Waar zit +die Judas?" + +"O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest," bad het kind, +radeloos. "O God, help mij toch.... vergeving, God, o lieve Heere +Jezus, o God...." + +En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef +ze, tegen het weer oploeiend krakeel van beneden in, vol angst en +zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder ophouden. + +Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend +woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met +een nog krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar +angst-verschroeide stem in vertwijfeling.... + +Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in 'r +nijpende hand: + +"O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal 't niet weer doen, +o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas genoemd! o +God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o God, +genade, genade...." + +"Sprot...." hoorde ze plotseling, met een nijdigen krijsch, boven +het geruzie uit. + +Tweemaal na elkaar werd ook haar naam gezegd: "Merie...." + +Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren +kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog +dieper in haar hoekje weg. + +Eens werd er aan de knop van 't kamerdeurtje +gescharreld.... "Oooo!" kermde ze. + +Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een wilde +schrik in haar opgestoven.. ijlings greep ze haar pak goed van-achter +de kist.... en het pak onder den arm, de twee guldens nog in de hand +geklemd, sloop ze sidderend de vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op. + +In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor de Hanekamp. + +Toen zij, steunend, daar even stilstond, sloeg het negen uur op de +groote stads-toren. + +De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en +klein in 't donker van den verlaten singel. + +Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar +lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: "God! o Vader, o lieve +heere Jezus, o God..." + +Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen +wist ze niet. + +Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten +werd. + +Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam, +sloeg zij de Vaartlaan in. + +Waarom had ze 't gedaan?.... Waarom....? + +Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen. + +Een àl grooter dofheid ging 'r hersens bevangen. + +Soms bad ze nog maar werktuigelijk: + +"Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God vergeef +me...." + +Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep +ze nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... platen van +stramme verlamming pijnden in 'r schenen, waar haar doornatte rokje +met elken stap zwaar tegenaan klakte. + +Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van 't stadje, +bij 't Plantsoen. + +Zij voelde tot hoog in 'r arm een stekende sinteling van uit de +vingers, die de geldstukken omknelden. + +"Ze zullen 't nóóit vergeven," dacht ze. + +Als in 't Plantsoen de wind over de weien weer killer den stofregen +aanblies, ging zij een steeg binnen. + +Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een +winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs 't trottoir, +heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende winkelkasten +stonden, 't Eerste stille zijstraatje schoof het kind weer in. + +Een oogenblik kwam 't tot haar bewustzijn, dat ze het japongoed nu +nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon immers.... ze had +het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze tegelijkertijd, +dat het niet kon. + +Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in +haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of 't waardelooze +dingen waren, in haar jurkzak glijden. + +Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den wal. + +De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte getorente, +stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was niemand +meer buiten. + +Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten. + +Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen +weg.... Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid +van het bemodderde papier tegen haar arm, vergat 't dan weer. + +Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad. + +Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze +plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad. + +De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd. + +Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe wijk, +en langs een gracht en door een rij van stegen.... + +'t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt. + +'t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te slapen. + +Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op +dit uur.... zouen ze nu wachten op haar?.... wat zouen ze denken? Wat +zouen ze haar doen, als ze haar zagen.... + +Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens geschoten: +zij was gemeen geweest.... ze had 'r zuster verraden.... maar 'r zuster +was gemeen tegen 'r jongen geweest.... nog véél gemeener.... Daar +moest ze nu maar aan vasthouden. + +Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der +electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het +station; ze keerde terug. + +Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de +felle nachtkou joeg 'r op. + +Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug +moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan.... + +Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt +in 'r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar armen +deden pijn. 't Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan weer +uitzwol van de hevige pijn overal. + +Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp. + +"'k Mot 't geld teruggeven," dacht ze. + +"'k Mot vergiffenis vragen," dacht ze nog eens. + +Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den +uitkijk zouden staan. + +Als ze maar ergens liggen kon.... slapen.... + +Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze 'r ook slaan.... + +Zoo kwam ze ten leste toch 't Dijkje op.... 't kamerraam was licht nog, +maar 't deurtje was donker. + +Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug gaan.... + +Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak +zij de hand aan den knop.... + +"Bè je daar, Merie?" riep gespannen-angstig de stem van 'r moeder. + +Zij kwam binnen. + +"God nog en toe," zei de vrouw. + +'t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei haar +natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op 'r knieën viel ze er bij neer, +'t hoofd op 'r armen, met een enkele verdwaalde snik.... + +"God nog en toe," zei de vrouw nog eens.... "wat zie je d'r uit...." + +Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk +'r een groote kom vol. + +"Hier," zei ze, "toe, sta nou op." + +'t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een willooze +snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie. + +Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. + +"Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen," zei de vrouw, +"ze zijn je aan 't zoeken.... 't is wat moois...." + +Bijna dadelijk viel 't kind in 'n angst-zwaren uitputtingsslaap. + + + +Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, +Sien vree met den jongen van Bertels. + +Zoo'n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die moest nou +de knoop nog doorhakken.... 't was eigenlijk maar goed geweest.... + +In 'r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal +voor "gluiperd" en "genieperd" gescholden,--dat, en nog 'n enkel +vermaan-woord van 'r moeder was 't eenige, wat ze over dien +vreeselijken avond te hooren kreeg. + +Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen +lang nog, met stil-verwijtende oogen 'r aanzien. + +Maar 't kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te merken, +merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd over +'r slechte uitzien, 'r nog eens wat buiten 't gewone voedsel toestopte. + +Langzaam kwam ze weer wat bij. + +Toen, 's Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje gekomen, van de +menschen bij wie de naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of +'t meissie eens aankomen wou.... + +Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een +bruiloft van den vorigen dag. + +Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder 't, en 's avonds, +klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep. + +De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, vertelde +zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die nog +geen dienst had, want dat 'r kleeren nog niet gemaakt waren. Nou, +en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven wou, +dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze nou +een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken.... + +Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange +trilling kwam in 'r moeë oogen, toen de breede hand van de juffrouw, +over het blinkende tafelblad heen, haar de groote zilverschijf +toereikte. + +Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk neer, +schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand vlak +voor haar. + +"Nou?" zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: "ben je niet +blij?" + +Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind. + +"En krijg ik nu ook een dienstje?" vroeg ze dan, met een genepen stem. + +"Jaa...." zei de juffrouw, "....we hebben al Juli op 't +oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van de +dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat +hoort.... afijn, je mot zelf ook maar 's rondkijke, hè?" + +"Ja juffrouw," zei het kind stil. Ze nam den rijksdaalder van tafel, +mompelde nog iets, en ging dan. + +Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze +bijna niet recht staan van de pijn in 'r lenden. + + + +En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap thuis, dat er +een plaats was voor 'r zusje op 't fabriek van Hoogeboom; dat was de +tweede tricot-weverij uit het stadje. + +--Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet voor +'t plezier van die japon zoo'n meevallertje laten passeeren! Maar ze +moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw gaan.... + +Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde +ook in een van haar werkhuizen--ja! je diende je toch wat moeite +te getroosten, die dame had toch die rijksdaalder gegeven!--maar +de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de Hanekamp, na +'r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in de morgenuren, +en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als 't nou nog +voor vast was! .... op 't fabriek verdiende ze dadelijk veertien, +en je klom gauw op. + +Dus, 's avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar Hoogeboom zou. + +'t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had ze +dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor +de ruiten..... + +En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar om. + +'t Was al overlegd, dat ze in die japon naar 't fabriek moest. 't +Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min in.... + +En met de nieuwe week, 's morgens om kwart voor zeven, ging zij, in +'t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast Ant op weg. + +De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over 'r platte +borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk op. + +Zoo, blootshoofds, 't gladgestreken haar recht-weg naar 't knoetje +getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, en onwennig +loopend in de belemmering van 'r voor 't eerst lange kleeren, kwam +zij de gracht op, waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen +luidden. + +Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg. + +De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en naast +de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van werkvolk +'t lange eind, tot voorbij de brug. + +Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling in +'r lichte japon.... + +"Sprot, Sprot," riep een jongen, die haar kende. + +Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort binnen. + + + + EINDE. + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE *** + +***** This file should be named 44513-8.txt or 44513-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/4/4/5/1/44513/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License available with this file or online at + www.gutenberg.org/license. + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation information page at www.gutenberg.org + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at 809 +North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email +contact links and up to date contact information can be found at the +Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For forty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + diff --git a/old/44513-8.zip b/old/44513-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9eb0a32 --- /dev/null +++ b/old/44513-8.zip diff --git a/old/44513-h.zip b/old/44513-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9e4eceb --- /dev/null +++ b/old/44513-h.zip diff --git a/old/44513-h/44513-h.htm b/old/44513-h/44513-h.htm new file mode 100644 index 0000000..bb2de29 --- /dev/null +++ b/old/44513-h/44513-h.htm @@ -0,0 +1,3621 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" +"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2013-12-26T08:09:16Z. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta name="generator" content= +"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> +<title>Sprotje</title> +<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii"> +<meta name="generator" content= +"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> +<meta name="author" content="Margo Scharten-Antink (1869–1957)"> +<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg"> +<link rel="schema.DC" href= +"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="DC.Creator" content= +"Margo Scharten-Antink (1869–1957)"> +<meta name="DC.Title" content="Sprotje"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> +<meta name="DC.Format" content="text/html"> +<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> +<meta name="DC:Subject" content="#####"> +<style type="text/css"> +body +{ +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +font-size: 100%; +line-height: 1.2em; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} +/* Titlepage */ +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +text-align: center; +} +.titlePage .docTitle +{ +line-height: 3.5em; +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-weight: bold; +} +.titlePage .docTitle .mainTitle +{ +font-size: 1.8em; +} +.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle +{ +font-size: 1.44em; +} +.titlePage .byline +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +font-size:1.2em; +line-height:1.72em; +} +.titlePage .byline .docAuthor +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +.titlePage .figure +{ +margin: 2em 0% 2em 0%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.titlePage .docImprint +{ +margin: 4em 0% 0em 0%; +font-size: 1.2em; +line-height: 1.72em; +} +.titlePage .docImprint .docDate +{ +font-size: 1.2em; +font-weight: bold; +} +/* End Titlepage */ +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.advertisment +{ +background-color:#FFFEE0; +border:black 1px dotted; +color:#000; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} +.correctiontable +{ +width: 75%; +} +.width20 +{ +width: 20%; +} +.width40 +{ +width: 40%; +} +.indextoc +{ +text-align: center; +} +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} +.index +{ +font-size: 80%; +} +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} +.apparatusnote +{ +text-decoration: none; +} +table.alignedtext, table.alignedverse +{ +border-collapse: collapse; +} +table.alignedtext td +{ +vertical-align: top; +width: 50%; +} +table.alignedverse +{ +vertical-align: top; +} +table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first +{ +border-width: 0 0.2px 0 0; +border-color: gray; +border-style: solid; +padding-right: 10px; +} +table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second +{ +padding-left: 10px; +} +table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second +{ +width: 45%; +} +table.alignedverse td.linenumbers +{ +width: 10%; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} +h3, .h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h4, .h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} +.alignleft +{ +text-align:left; +} +.alignright +{ +text-align:right; +} +.alignblock +{ +text-align:justify; +} +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} +p.tocPart +{ +margin:1.58em 0%; +font-variant: small-caps; +} +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} +.opener, .address +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +} +.addrline +{ +margin-top: 0; +margin-bottom: 0; +} +.dateline +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +text-align: right; +} +.salute +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.signed +{ +margin-top: 1.6em; +margin-left: 3.58em; +text-indent: -2em; +} +.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} +.epigraph span.bibl +{ +display: block; +text-align: right; +} +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} +.figure +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} +.figAnnotation +{ +font-size:80%; +position:relative; +margin: 0 auto; /* center this */ +} +.figTopLeft, .figBottomLeft +{ +float: left; +} +.figTop, .figBottom +{ +} +.figTopRight, .figBottomRight +{ +float: right; +} +.hangq +{ +text-indent: -0.32em; +} +.hangqq +{ +text-indent: -0.40em; +} +.hangqqq +{ +text-indent: -0.71em; +} +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} +img +{ +border-width:0; +} +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} +.marginnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} +a.noteref, a.pseudonoteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} +.displayfootnote +{ +display: none; +} +div.footnotes +{ +font-size: 80%; +margin-top: 1em; +padding: 0; +} +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} +p.footnote +{ +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} +p.footnote .label +{ +float:left; +width:2em; +height:12pt; +display:block; +} +/* Tables */ +tr, td, th +{ +vertical-align: top; +} +td.bottom +{ +vertical-align: bottom; +} +td.label, tr.label td +{ +font-weight: bold; +} +td.unit, tr.unit td +{ +font-style: italic; +} +span.sum +{ +padding-top: 2px; border-top: solid black 1px; +} +/* Table border styles */ +/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */ +table.borderOutside +{ +border-collapse: collapse; +} +table.borderOutside td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +} +table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderOutside .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft +{ +border-left: 2px solid black; +} +table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight +{ +border-right: 2px solid black; +} +/* Table with borders on the vertical inside edges. */ +table.verticalBorderInside +{ +border-collapse: collapse; +} +table.verticalBorderInside td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border-left: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft +{ +border-left: 0px solid black; +} +/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */ +table.borderAll +{ +border-collapse: collapse; +} +table.borderAll td +{ +padding-left: 4px; +padding-right: 4px; +border: 1px solid black; +} +table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop +{ +border-top: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellHeadBottom +{ +border-bottom: 1px solid black; +} +table.borderAll .cellBottom +{ +border-bottom: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft +{ +border-left: 2px solid black; +} +table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight +{ +border-right: 2px solid black; +} +/* Special purpose tables: */ +table.intralinear +{ +display: inline; +border-collapse: collapse; +} +table.intralinear td +{ +font-size: small; +text-align: center; +} +table.ditto +{ +display: inline; +border-collapse: collapse; +vertical-align: bottom; +} +table.ditto tr.s +{ +height: 0; +color: white; +line-height: 0; +} +table.ditto tr.s td +{ +padding: 0px; +} +table.ditto tr.d td +{ +text-align: center; +line-height: 10pt; +} +/* Poetry */ +.lgouter +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */ +} +.lg +{ +text-align: left; +} +.lg h4, .lgouter h4 +{ +font-weight: normal; +} +.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left: 16%; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} +p.line +{ +margin: 0 0% 0 0%; +} +span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */ +{ +color: white; +} +.versenum +{ +font-weight:bold; +} +/* Drama */ +.speaker +{ +font-weight: bold; +margin-bottom: 0.4em; +} +.sp .line +{ +margin: 0 10%; +text-align: left; +} +/* End Drama */ +/* right aligned page number in table of contents */ +span.tocPageNum, span.flushright +{ +position: absolute; +right: 16%; +top: auto; +} +table.tocList +{ +width: 100%; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +border-width: 0; +border-collapse: collapse; +} +td.tocPageNum, td.tocDivNum +{ +text-align: right; +width: 10%; +border-width: 0; +} +td.tocDivNum +{ +padding-left: 0; +padding-right: 0.5em; +} +td.tocPageNum +{ +padding-left: 0.5em; +padding-right: 0; +} +td.tocDivTitle +{ +width: auto; +} +span.corr, span.gap +{ +border-bottom:1px dotted red; +} +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} +/* Font Styles and Colors */ +.ex +{ +letter-spacing: 0.2em; +} +.sc +{ +font-variant: small-caps; +} +.uc +{ +text-transform: uppercase; +} +.tt +{ +font-family: monospace; +} +.underline +{ +text-decoration: underline; +} +/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */ +.overline, .overtilde +{ +text-decoration: overline; +} +.rm +{ +font-style: normal; +} +.red +{ +color: red; +} +/* End Font Styles and Colors */ +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} +.aligncenter, div.figure +{ +text-align:center; +} +h1, h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} +h1.label, h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} +h5, h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} +p +{ +text-indent:0; +} +p.firstlinecaps:first-line +{ +text-transform: uppercase; +} +p.dropcap:first-letter +{ +float: left; +clear: left; +margin: 0em 0.05em 0 0; +padding: 0px; +line-height: 0.8em; +font-size: 420%; +vertical-align:super; +} +.lg +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} +p.quote,div.blockquote, div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} +ul { list-style-type: none; } +.castlist, .castitem { list-style-type: none; } +/* External Links */ +.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink +{ +background-repeat: no-repeat; +background-position: right center; +} +.pglink +{ +background-image: url(images/book.png); +padding-right: 18px; +} +.catlink +{ +background-image: url(images/card.png); +padding-right: 17px; +} +.exlink, .wplink, .biblink, .seclink +{ +background-image: url(images/external.png); +padding-right: 13px; +} +.pglink:hover +{ +background-color: #DCFFDC; +} +.catlink:hover +{ +background-color: #FFFFDC; +} +.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover +{ +background-color: #FFDCDC; +} +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} +body, a.hidden +{ +color: black; +} +h1, .h1 +{ +padding-bottom: 5em; +} +h1, h2, .h1, .h2 +{ +text-align: center; +font-variant: small-caps; +font-weight: normal; +} +p.byline +{ +text-align: center; +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} +.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum +{ +color: #660000; +} +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +font-weight: normal; +} +table +{ +margin-left: auto; +margin-right: auto; +} +.tablecaption +{ +text-align: center; +} +.pagenum, .linenum +{ +speak: none; +} +</style> + +<style type="text/css"> +.xd21e108width +{ +width:482px; +} +.xd21e114 +{ +text-align:center; +} +.xd21e119width +{ +width:720px; +} +.xd21e147 +{ +background: url(images/initial-t.png) no-repeat top left; +} +.xd21e147init +{ +float: left; +width: 115px; +height: 110px; +background: url(images/initial-t.png) no-repeat; +text-align: right; +color: white; +font-size: 1px; +} +.xd21e1510 +{ +text-align:center; +} +</style> +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Sprotje + +Author: M. Scharten-Antink + +Release Date: December 26, 2013 [EBook #44513] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ASCII + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + +</pre> + +<div class="front"> +<div class="div1 cover"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd21e108width"><img src="images/frontcover.jpg" alt= +"Oorspronkelijke voorkant." width="482" height="720"></div> +</div> +</div> +<div class="div1 frenchtitle"> +<div class="divBody"> +<p class="first xd21e114">SPROTJE</p> +</div> +</div> +<div class="div1 titlepage"> +<div class="divBody"> +<p class="first"></p> +<div class="figure xd21e119width"><img src="images/titlepages.jpg" alt= +"Oorspronkelijke titelpagina’s." width="720" height="565"></div> +</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">WERELDBIBLIOTHEEK</div> +</div> +<div class="byline">Onder leiding van L. Simons</div> +<div class="docImprint">UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN +GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAM</div> +</div> +<div class="titlePage"> +<div class="docTitle"> +<div class="mainTitle">SPROTJE</div> +</div> +<div class="byline">Door<br> +<span class="docAuthor">M. SCHARTEN-ANTINK</span></div> +<div class="docImprint">VIJFDE DRUK, 16e–18e DUIZEND</div> +</div> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e144" href="#xd21e144" name= +"xd21e144">5</a>]</span></p> +</div> +<div class="body"> +<div class="div1 titlepage"> +<div class="divBody"> +<p class="xd21e147"><span class="xd21e147init">T</span>oen om even voor +vieren, met een uitjoel van vrijgelaten <span class="corr" id= +"xd21e149" title="Bron: balddadigheid">baldadigheid</span>, de zwerm +deerns de school kwam uitgestoven, bleef achter in de plots +huiver-leege gang, aan de schemere deur-opening van ’t lokaal, +dat voor naaikamer diende, een bleekneuzig kind in een bruin jurkje nog +staan talmen, haar pak onder den arm.</p> +<p>’t Was de laatste les van den cursus geweest, en de grooten, +die niet weerom zouden komen, hadden haar bedeeling gekregen, een lap +goed voor een katoenen japon, een lap voor twee blauwe schorten, een +lap voor twee witte.... Dat werd het „uitzet” genoemd, +’t eerst-noodige voor een dienstbodenplaatsje.</p> +<p>Met een schichtige onrust in haar kleine, fletse oogbollen, zag het +kind telkens verstolen naar de zonnige licht-reep der half-open +straatdeur,—de woelige bende dólde nog buiten—, keek +dan weer, stil, met een verdrietig vraag-mondje, het verlaten +naai-lokaal in: „Als ’t goed gemaakt is, Marie Plas,” +zei terloops, <span class="pagenum">[<a id="xd21e156" href="#xd21e156" +name="xd21e156">6</a>]</span>achter uit het vertrek, de naai-juffrouw, +die druk bezig was op te ruimen, „dan mot je maar ’s +komme.... ’s avonds tusschen zeven en acht.... met je nieuwe +spullen an.... zulle we wel ’s kijke.... voor ’n +dienstje....”, en met ’n korten knik, schuin uit haar +bukken op, zonder aankijken, gaf ze ’t kind haar afscheid.</p> +<p>Die, even opgemonterd, bleef nog aarzelend staan luisteren in de +gang. Verder-af reeds rumoerde het klossen van al de klompevoeten, het +schreeuw-gepraat.... plotseling werd er als een groot brok uit het +lawaai weggebroken: „Dat zijn de meiden van de Weert, die de +Kepélsteeg ingaan,” dacht het kind, en de zorgelijkheid +streek wat weg uit haar spitse gezichtje. Maar ze wachtte nog even. De +helpster, die ’n paar maal de gang door kwam, scheen niet op haar +te letten. Dan, in de dichte voordeur-helft, klepte met ’n +licht-flits de brievenbus open, en was weer zwart tegelijk met den +plons van wat wits achter het glaasje; de postbode, het deur-open +voorbij, stak de stoep over, was weg....</p> +<p>Als zijn stappen verklonken waren, was de straat zonder gedruisch +geraakt.</p> +<p>Met een slim, bleek lachje nam het kind den sitsen zak vol +naai-gerei van den kapstok-haak, en als een muisje schoof ze de gang +door, slipte langs de wit-heete <span class="pagenum">[<a id="xd21e164" +href="#xd21e164" name="xd21e164">7</a>]</span>zonnevlakken over muur en +vloer bij de straatdeur, en daardoorheen ineens in de wijde zoelte van +den Meidag, liep ze buiten.</p> +<p>Aan de overzij, in de schaduw der hooge olmen langs de gracht, kwam +in de verte een vrouw, die een kinderwagen duwde; op tintelende wielen, +tegen een zachte overglijding van zonne-vlokken in, naderde het; en +druk met blikken bussen en een netje, liepen en hurkten twee jongens +aasjes te visschen op de steenrichel aan den waterkant.</p> +<p>Zij stak de keien-straat niet over, maar hield in de lekkere +middag-warmte op haar eentje de zonne-klinkers, waar de +verst-uitwiegende boombladeren een dansend glij-schaduwtje streken over +haar zwart-strooien flaphoedje en het piekerig-blonde vlechtje, dat +stil hing op ’t warm-bruin van haar kleinen rug.</p> +<p>Ze liep stilletjes gauw-aan, in jacht om naar huis te komen, haar +sitsen bengel-zak aan den eenen arm, haar pak in den andere, +voorzichtig het omhoogdringend telkens tusschen elleboog en heup, bang +dat het uitschieten zou.</p> +<p>Een vriendelijk, pips gezichtje was het, met een bloedloos dun +mondje, en dun haar, en met twee bruinige sproeten-veegjes onder de +kleine grijze oogen; ’n ouwelijk gezichtje, omdat het schamel +postuurtje, minner nog lijkend in de korte jurk, die ze afdragen +<span class="pagenum">[<a id="xd21e174" href="#xd21e174" name= +"xd21e174">8</a>]</span>moest, lang niet haar dertien jaren aangaf.</p> +<p>Ze was blij en ’n beetje verdrietig tegelijk.</p> +<p>„Leukies,” zei ze bij zichzelf, en ze maakte een zacht +tong-klakkertje achterna, als ze dacht aan het zoo lang begeerde +kleeren-goed, dat ze nu eindelijk in haar bezit had, dat ze nu naar +huis droeg, een pak zoo groot en zwaar, dat het telkens onderdoor gleed +uit haar moeden arm.</p> +<p>Maar ze had ook een àl zachtjes morrelend verdriet over dat +nu voorgoed gedaan-zijn van de naaischool, ’t jaartje naaischool +tóe na den kinder-schooltijd tot ’r twaalfde;.... nu was +ze inééns groot, nu moest ze mee opwerken en verdienen +met de anderen.... èchies! ze wóu wel!.... toch, ’n +vage angst.... hoe zou dat gáán?—groot, ineens, +nu,.... en ze had ’n raar en zielig gevoel, of ze als ’n +ander kind langs ’n ander grachtje liep, en ze moest maar weer +eens „salig” denken en ’n tong-klakkertje maken, om +zich ’t huilerige gewring uit de keel te houden.</p> +<p>En toch had ze maanden naar dit einde verlangd. Nu +nóóit meer de kwelling van elken dag komen en gaan +tusschen de hurrie der dertig kinders en meiden, groote, sterke, +plagerige meiden, waar ze bang voor was en zich weerloos tegen wist in +de schrielte van haar achterlijken groei en in de schuchtere +verbouwereerdheid van haar stillen aard. Het leeren zelf en +<span class="pagenum">[<a id="xd21e185" href="#xd21e185" name= +"xd21e185">9</a>]</span>het werken, dat had ze wel prettig gevonden, +prettig vooral als ze in een hoekje van stille of kleinere meisjes had +gezeten, waar ze dan, ongemoeid, haar taak kon afmaken, wat bedaardjes +en knusjes babbelend. Dan was ook haar kind-zijn wel weer boven gekomen +in kleine giechelarijtjes en heimelijke, wat bloohartige grapjes van +mekaars klosjes verstoppen en mekaars schortebanden los-frutsen. Maar +schuw-benauwd en dood-ongelukkig was ze geweest de keeren, dat ze was +terechtgekomen tusschen de groote, woeste deerns, die met klompvoeten +stompten naar elkaar, elkander uit de bank reden of met spelden in de +kuiten prikten....</p> +<p>Het kind was geboren toen al sinds twee jaar haar vader, na +verminking bij een trein-ongeluk, zijn thuis-zittend prutsleven leidde, +en aan zijn vrouw moest overlaten, bij te verdienen, wat ze op het +karige pensioentje, eerst nog maar met hun vieren, dan met hun vijven, +te kort kwamen. Die paar dubbeltjes van zijn lijstjes-snijden, +z’n beuzelige karton-plakkerij, dat kon niet meetellen.</p> +<p>Van een degelijk werkman, altijd al wat stijf en teuterig door +overmaat van ordentelijkheid, was hij gauw genoeg, in zijn gedwongen +niets-doen, door al ’t medelijden van de menschen en het +zelfbeklag, verweekelijkt tot een soort burgermenheer, teemerig en +kniezend, <span class="pagenum">[<a id="xd21e191" href="#xd21e191" +name="xd21e191">10</a>]</span>terwijl zijn vrouw, optornend voor +’t heele gezin, verheiebeide in ’t slovig werk.</p> +<p>Het nakommertje had toen de man zelf verzorgd; <i>hij</i> had de +flesschen gespoeld, de papjes gekookt, de flokkers gemaakt, later er +speelgoed voor geknutseld; de tien lange jaren, dat hij het nog +uithield, was ’t zijn tijdpasseering geweest en zijn eenig +plezier.</p> +<p>En het kind, aldoor levend om en bij den lijzigen invalide, +meedeelend in de lekkere hapjes, die de rijken uit de buurt stuurden, +als ze hem weer voorbij hadden zien komen met zijn strompelend +kunstbeen en zijn misvormde hand,—het kind, onvoordeelig al bij +de geboorte, was altijd een nietig poppetje gebleven, verwend en +eenzelvig, en met een ouwelijken angst voor wilde spelen en lawaai.</p> +<p>Vader-en-Marietje, dat was met de jaren in de huishouding van +’t goedig-ploeterend wasch- en werk-wijf, en de twee gezonde +bonken van aankomende deerns, het aparte geworden, dat men ontzien +moest en met omzichtigheid behandelen.</p> +<p>Vader-en-Marietje,—vóór het ongeluk had hij er +minder om gegeven, en met de vrouw mee waren de meisjes +„geriffermeerd” geworden; maar later, door zijn +„domeni” drukker bezocht, en meer aan den godsdienst +doende, was hij weer geregeld naar zijn Luthersche kerkje gegaan, en, +toen Marietje kwam, had hij ’r <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e204" href="#xd21e204" name="xd21e204">11</a>]</span>Luthersch +willen hebben, wat de moeder best vond: ’t maakte geen +onderscheid;—Vader-en-Marietje hadden hun aparte geloofje, hun +aparten scheur-kalender met plaatjes van Luther en den Wartburg, boven +zijn stoel naast ’t raam; gingen samen ’s Zondags naar +’t kleine, verwarmde kerkje op de Steengracht.</p> +<p>Vader-en-Marietje hadden ook hun aparte spulletjes. Vader dronk niet +uit een kom, maar had z’n eigen knevel-kop, waarop in blauwe +letters „Leendert” stond; Marietje had ’r eigen +bordje, met binnen een wit-glimmenden korrel-rand een vaal-zwart +schilderijtje van een vrouwtje, dat barrevoets naast een ezel door +’t water stapte.... „le gue” stond er onder, en geen +van allen had ooit geweten wat dat wilde.</p> +<p>Vader, met z’n stijve hout-stomp, kon zich niet redden aan +’t lage ijzeren pompje op de plaats, had zijn wasch-teiltje, +waarin Marietje, schuw voor de kouwe pomp-plenzen, ook zich mocht +wasschen.</p> +<p>En hoe minder de vader werken kon, hoe meer hij ver-heerde; hij werd +lastig op z’n onderkleeren, kamde tienmaal per dag z’n +nattige haren, en als maar even de lijm aan zijn vingers pikte, moest +Marietje hem z’n waschboel halen, en poetste hij met het +borsteltje in de drie strak-rood-vliezige vinger-kootjes van z’n +overreden hand, de geel-hoornige nagels van de gezonde linker. Het kind +vond dat een spelletje, stil <span class="pagenum">[<a id="xd21e213" +href="#xd21e213" name="xd21e213">12</a>]</span>genoegelijk, en dee mee +van netjes handjes wasschen, haartje kammen....</p> +<p>Toen, na haar vaders dood, en hun verhuizing, was al gauw het +bizondere leventje gedaan geweest, was ze ziek geworden, lang ziekig +gebleven van onwennigheid, moest ze iederen morgen naar een kliniek, +waar ze fleschjes lekkere melk kreeg en waar een dokter en juffrouwen +vriendelijk voor ’r waren. Ze had dagenlang stilletjes gehuild, +toen ’t gedaan was geweest; maar niemand had daar iets van +gemerkt.</p> +<p>Dan, van de school, waar ze alleen bangheid had gekend voor de +meesters, was ze naar „’t naaien” gegaan; zijzelf had +erom gebedeld, maar moeder had ’t ook billijk gevonden.... Ant +was naar ’t naaien geweest.... Sien was naar ’t naaien +geweest.... Marietje zou hebben wat ’r zusters hadden gehad, ook +al waren ze nou armer; dat dubbeltje in de week zou d’r nog wel +komme; en dan, als ’t jaar om was, dan ging ze naar ’t +fabriek.</p> +<p>Maar ’t kind, met haar naaischool, had heimelijk heel wat +anders voorgehad.... Tegen Mei, dan kwamen de mevrouwen, die een knap +dagmeisje zochten bij de naai-juffrouw, en als je dan maar goed had +opgepast, dan hielp die je.... nou, en hàd ze dan ’n +dienstje, dan zou moeder toch wel....!</p> +<p>’t Fabriek.... dat was voor ’t kind een begrip van +<span class="pagenum">[<a id="xd21e223" href="#xd21e223" name= +"xd21e223">13</a>]</span>enkel verschrikking: kwam ze er wel eens +langs, dan liep ze gauw dóór bij ’t hooren van +’t aanhoudend-snorrende, stommelende, metaal-klonkende +geraas,—vlijmde de angst door haar hoofd, wanneer ze achter de +vettig-doffe, grauw-bestoven ruitjes der nauwe ramen, duister een +vliegwiel zag ijlen in de rondte,—wee-pijnde ’r hart, +wanneer, door een scherf-hoekend gat in ’t brosse glas, een felle +riem, als inééns vlàk bij haar, duizel-snel en +trillend voorbijsneed! O! ’t fabriek,—de gore, hooge +holten, die ze wel eens éven door ’n kierende deur had +ingekeken, terwijl ’n zure stank, door ’n bitteren +roet-walm heen, haar in de keel sloeg,—als ze daar in moest, +tusschen de troepen vuile kerels en ruwe meiden, zooals zij ze, van +school komend, dikwijls naar buiten had zien drommen in ’t +schaftuur!.... Nee, nee, niet naar ’t fabriek.... een dienstje, +een stil dienstje, bij vriendelijke, bedaarde menschen, waar ze haar +kleine keukentje zou hebben en kalmpjes-aan den dag doorwerken, om +alles proper te houden en ordelijk...., waar ze dan binnen zou worden +geroepen, bij een juffrouw of een mevrouw, die haar zachtzinnig zou +toespreken en vragen, of ze dit nog eens wou doen of dat....</p> +<p>Nu, met haar bengelenden sits-zak en haar pak present-gekregen +kleerengoed, deed zij haar laatsten gang van de naaischool naar huis, +liep zij daar door <span class="pagenum">[<a id="xd21e227" href= +"#xd21e227" name="xd21e227">14</a>]</span>den warmen Mei-middag in de +wisselende schaduw-en-zon over haar flaphoedje met het verkleurde roode +lint, en haar gelapt jurkje van bruin merinos, liep zij het +Turfgrachtje af, dan de Singelbrug over, en door de wijde nog +ongeplaveide straten der nieuwe arbeiders-wijk, naar de Buitenkant, +waar ze woonde, aan het Dijkje.</p> +<p>De naaischool was toch zoo best geweest, dacht ’t kind, al +hàdden de meiden ’r geplaagd; de naai-juffrouw was +óók best geweest, en de helpster had tegen +háár nooit gesnauwd; ze had ’s winters vaak +’t langst bij de kachel mogen zitten, en ’s zomers mocht ze +altijd gaan drinken op de plaats, omdat zij niet morste met ’t +water; en puik naaien had ze geleerd, en nou had ze zooveel goed kedo +gehad.... en zulk mooi goed.... mooi blauw met witte klaverblaadjes.... +zoo leukies.... en nou was ’t leeren voorgoed gedaan...</p> +<p>„Leukies jammer,” zei ze dan opeens bij zichzelf, met +den wonderlijken zin dien ze had, om stil op haar eentje woord-grapjes +te maken.... Ze had bijna gehuild, maar dáár moest ze nu +weer pret om hebben, en ze lachte met het plotselinge en geluidlooze, +zenuwachtige mond-sperrinkje, dat altijd haar lachen was, en waarom de +jongens op straat haar scholden voor „Sprot.”</p> +<p>Doch gauw stond ’r bleeke gezichtje weer in plooi <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e235" href="#xd21e235" name= +"xd21e235">15</a>]</span>van ernst. Ze had ook véél zorg +en zwarigheid! Als Marietje van school kwam, was er altijd gezegd, dan +moest ze mee inbrengen.... en met ’n ouwelijke angstvalligheid +hield ze daaraan vast; ’t was immers ook redelijk.... ze at +zoogoed ’r boterham als de anderen.. Maar o! o! als ze maar niet +naar ’t fabriek hoefde! En voor een dienstje moest ze eerst +kleeren hebben.... ze had nou ’t goed.... maar ’t +màken! Ze had wel naaien geleerd, en stoppen en mazen, maar daar +had ze die japon niet mee in mekaar.... Daar moest ze zelf voor sparen, +want van thuis kreeg ze ’t niet.... En wàt of ’r +moeder nou wel willen zou, dat ze mee-inbracht? Ant gaf twee gulden +kostgeld, en Sien gaf ’n daalder.... zij was nog maar ’n +kleintje.... als zij nou eens met ’n gulden hielp.... tjee, tjee, +een gulden, dat zou ze maar net kunnen verdienen met ’r los +werk.... Wat kreeg ze nou te doen? van den behanger gordijnen naaien, +en breiwerk dat ’r moeder uit d’r werkhuizen meebracht.... +voor ’n gulden moest ze véél werk hebben, hard +naaien den heelen dag.... hoe zou ze dan nog sparen?.... en sparen, ze +moest sparen, gauw sparen.... anders waren de dienstjes weg....</p> +<p>Zoo, tobbend, was zij buiten de stad gekomen, en sloeg den +knerpenden kolen-weg op, die gesmoord-glanzerig in de zon, tusschen een +boordevol vaartje <span class="pagenum">[<a id="xd21e239" href= +"#xd21e239" name="xd21e239">16</a>]</span>en lage, week-groene +weilanden, naar ’n olie-molen ver in ’t land liep.</p> +<p>Een zoele voorjaars-wind woei er ruimer; het water vergleed met +’n zonne-vleug op haar toe, of het vloeiende licht het smalle +gras-randje zóó overstroomen ging.... Ze voelde nu even +niets dan de goede lente-warmte en den zachten wind; en in haar hoofd +was de vrije leegte, gelaten door wat voorbij is, voor het nieuwe +komt....</p> +<p>Dan, rechts, met hun bruine steentjes en dof-blauwe pannen, gestoofd +in ’t licht, en toch als iets donkers erin, waren daar de huisjes +al; met de zakkerige dak-lijn laag aan de diep-blauwe lucht, stonden +ze, even omneer het dijkje, als afgedrast naar het vochtige +weiland.</p> +<p>Daar woonde ze. Beneden de kleine klei-glooiing met ’n paar +scheeve vakken afgeloopen gras, was ’t langs het brokkelig +klinkerstraatje telkens ’n smalle groene planken-deur en ’n +vierkant raam van kleine ruitjes in ’t verweerd kozijn-hout. Het +raam van haar moeder, hagelblank begordijnd, blonk dadelijk als een +vriendelijke vlek tusschen de andere, groezelige vensters uit. Klaar +blauw-wit en kreukeloos-stijf, groenig bevierkant door ’n enkel +oud ruitje, stonden de prachtige, rankende kant-bloemen achter het +glimmend-gepoetste glas. Even schuin, over twee houtklossen, +<span class="pagenum">[<a id="xd21e248" href="#xd21e248" name= +"xd21e248">17</a>]</span>helde ’t àf van de ruiten en van +de bloempotten in ’t vensterbankje.</p> +<p>Dat gordijn,—je moest eraan zien, waar „de +waschvrouw” woonde—was de trots van het kind.</p> +<p>Thuis, dat was, in haar denken als ze op straat liep of op de +naaischool zat, nooit het keukentje waar ze huisden, achter, met de +havelooze kleptafel, de donkere kast met etenslucht uit grauw-bekrast +aardewerk, de matten stoelen waar de biezen onderuit plukten; dat was +niet het plaatsje, versperd van de tobben broeiend waschgoed, met de +rauw-vies riekende dweilen over ’n touwtje; ’t was niet de +vliering met in ’t miezerig licht door ’n besiepeld +dak-raampje, de sjofele kermisbedden van haar zusters, een paar kisten, +wat stoffige rommel; thuis, dat was zelfs niet ’t voorkamertje, +dat wel aan kant moèst zijn, omdat ’r moeder er streek, +maar waar ’t achterin toch bijna altijd donker was, een enkele +kale stoel tegen den kalen muur schooierde, en waar nooit, uit de diepe +bedstee, de vunzige slaaplucht eens frisch wegtrekken kon....</p> +<p>Thuis, het plezierige thuis, het prettigste van heel de buurt, dat +was, in de gedachten van het kind, het zomer en winter smettelooze +raam, het kunstig geblauwseld en gesteven gordijn voor de +zorgzaam-gereinigde ruitjes, achterlangs de twee geraniums in hun +<span class="pagenum">[<a id="xd21e256" href="#xd21e256" name= +"xd21e256">18</a>]</span>schoongeschrobde rood-bruine potjes op aarden +schotels; ’s winters pronkte er een blinkend-blauw vaasje met een +bos zijige, roze-en-witte stroo-bloempjes.</p> +<p>Haar thuis, dat ze liefhad, dat was nog meer het rustige +kamer-plekje vlak àchter het gordijn; naast die blankte, en +tusschen het la-kastje aan den muur en de donkerbruine wasdoek-tafel +half voor het raam, daar stond de oude leunstoel van vader, met de +zwart-gladde zitting en rug van paardehaar, zwart-glimmerende blokjes +over doffer geribbel, in randen van bleek mahoniehout.... ’t was +de plaats van ’r moeder, àls die ’s zitten kon; +meest was ’t de hare.</p> +<p>Daar, een uur later, zat ze nu ook, een zware rol +grijs-en-rood-gestreept, stijf, glanzend linnen naast zich in den +stoel, een schoteltje met koperen ringetjes op schoot....</p> +<p>Draadje afknippen... draadje aanhechten... +„zessetachtig” telde ze. ’t Waren een soort +gordijnen; waarvoor ze moesten dienen, wist ze eigenlijk niet, maar ze +had op iedere streep een ringetje te zetten; dien avond moest ’t +nog naar den behanger.... er zouden er wel tweehonderd aan gaan....</p> +<p>„Haast je maar niet zoo,” zei de moeder.... +„’k breng ’t niet voor tien uur weg. Als ’t af +is, hei je toch niks meer te doen.”</p> +<p>Het kind zat stil in haar hoekje, een afzonderlijk kamertje +<span class="pagenum">[<a id="xd21e268" href="#xd21e268" name= +"xd21e268">19</a>]</span>in de kamer, nu haar moeders strijkplank, van +het koude potkacheltje naar de tafel gelegd, het afsloot van den +daarachter verschemerenden bedstee-kant.</p> +<p>Er hing een opwekkend-frissche geur door ’t vertrekje, een +zoet-fijne stijfsellucht en een zoele wasem van uitdampend, +helder-gewasschen, in zonne-warmte gebleekt linnengoed.</p> +<p>Links van het kind stond de kanten blankheid, blauwig en blond +doorplooid, van het zonne-raam; en rechts, op de wit-omzwachtelde plank +en voor haar op tafel, was al het vlekkeloos-reine strijkgeraad. Als +weer een versche bout suizelend over een nieuw stuk nattig goed gleed +en, als kokend plotseling, het vocht in een wolkje opjoeg, dan, even, +met een vage vleug, schoot wel kleurig een zonnestraal dwars door dien +damp....</p> +<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... +„achtetachtig.”</p> +<p>Het kind had het wonder in den zin.</p> +<p>Achter haar, verstopt op het lâkastje, met er voor de +portretjes en ’t blauwe vaasje, lag onopengemaakt in den hoek, +het pak cadeau gekregen kleeren.</p> +<p>Stil werkten ze beide.</p> +<p>De moeder was een groote, breedgebouwde, hoekige vrouw; hoogroode +koonen, strak netwerk van barstige aartjes over het jukbeen, stonden +scherp-afgescheiden <span class="pagenum">[<a id="xd21e285" href= +"#xd21e285" name="xd21e285">20</a>]</span>op haar gelig gezicht, het +verweerde gezicht met de groote slapen en langs de ooren de lange vale +zijstukken der wangen; over de koonen, onder het bolle voorhoofd, waren +de stille zwarte oogen, vlak en als altijd afgetrokken; en het dichte +zwarte haar, van voren schuin-weg in vlakke golfjes, waaruit de grove, +droge haartjes wriemelend sprongen, werd op de kruin gekroond met het +zwart-wollen frommeltje van ’n muts, die van achter op een +breed-uit en los vastgestoken, warrige dot rustte.</p> +<p>Zij kon wel midden in de veertig en wel achter in de vijftig zijn. +Een lang zwart jak droeg ze, en een grijs-zwarte schort, een +weeshuis-schort, als ’t kind zei.</p> +<p>Met felle sissertjes tikte telkens ’r natgelikte vinger tegen +het zilverig-blinkend bout-vlak; als ’t sissen dofte, haalde ze +’n nieuw ijzer van het keukenvuur.</p> +<p>De tafel lag vol luchtig uitgelegde, nog opstijvende, witte en +gekleurde manshemden, stapeltjes gevouwen zakdoeken en losse +boordjes,—’t was voor ongetrouwde arbeiders en klerken bij +’t spoor meest, dat ze werkte,—en met een wondere fijnheid +van aanvatten, zonder één rimpeltje te maken of +één deuk, tastten de stokkerige, werk-gekerfde vingers +tusschen al dat teer te hanteerene, kreukeloos-blanke.</p> +<p>„Hei je geen meidewaschje van de week?” vroeg plotseling +het kind. <span class="pagenum">[<a id="xd21e295" href="#xd21e295" +name="xd21e295">21</a>]</span></p> +<p>„Meidewaschje!.. meidewaschje,” teemde de moeder haar +na, „hoor nou die aap met ’r meidewaschje!”</p> +<p>En in haar zwaar, stram gestap haastte ze nijdig de openstaande +keuken binnen, om weer een heeten bout te krijgen.</p> +<p>Wàs dat nou niet om giftig te worden.... eeuwig dat gezanik +over ’n meidewaschje.... mutsjes passen.... mutsjes dragen.... +allemachtig, ze zou nog zoo’n spul krijgen met dat kind.... +zoo’n kleine pest.... als er bij geluk nou gauw eris ’n +plaatsje kwam op ’t fabriek zij zou d’r nog niet +ééns heen willen!.... ’n dienstje, ’n +dienstje hebben.... zoo’n Luthersche stijfkop!.... was daar nou +eer aan te behalen?.... als ze d’r nog heil in zag, ’t kind +er goed mee af was.... maar wat nou?.. een kakdienstje van zestien +stuivers in de week, en ’s avonds twee kale boterhammen mee naar +huis.... en nog komplimente van d’r volk ook.... witte schorten, +mutsen, lichte jurken.... wie kon d’r voor mevrouw d’r +meissie aan de waschtob staan?.... zoo’n kind was al genoeg +afgejakkerd.... de móeder, o zoo!.... Ant ging op ’t +fabriek, en Sien ging op ’t fabriek.... klaagden die nou ooit +over ’t werk?.... waarom dan Merie niet?.... ze waren maar +weduw-kinderen, hoor!.... Zijzelf werkte toch ook tot ze d’r +bijna bij neerviel..?</p> +<p>Nog een tijdje foeterde ze zoo in ’r zelve na, terwijl +<span class="pagenum">[<a id="xd21e305" href="#xd21e305" name= +"xd21e305">22</a>]</span>met behendig-zwenkende wendingen het suizelend +ijzer over de laatste linnen-stukken streek.</p> +<p>Maar de stille gemoedelijkheid van ’t kind was door het smalen +van de moeder niet verstoord, en de nabroeiende brommigheid merkte ze +niet.</p> +<p>Draadje afknippen.... draadje aanhechten.... +„honderd-en-vier.”</p> +<p>Stilletjes overleggend dwaalden haar denkinkjes weer rond en rond +het zoo vaak overpeinsde geldzorgje.... de schorten, die ging ze +lekkertjes zelf maken, maar de jurk.... knippen had ze nooit +geleerd.... d’r moeder en d’r zusters konden ’t ook +niet.... Achttien stuivers vroegen ze voor ’t maken.... en acht +voor de voering, en nog wel zes voor verschot.... en een mutsje van +tachtig cente.... eer kon je tòch niet bij de naai-juffrouw +komme.... achtenveertig stuivers was ’t bij mekaar.... tjee, +achtenveertig stuivers.... daar zou ze wel achtenveertig weken voor +moeten sparen.... achtenveertig weken, tòe maar!.... en +plotseling, met haar geluidloos mond-sperrinkje en haar krampige +schoudertrekkinkjes, zat ze, over haar werk gebogen, zoo te lachen, dat +’r moeder, opkijkend, moest meelachen van de weeromstuit....: wat +of die malle piet nou weer had.... En met goedige, spotvragende oogen +keek ze naar het kind, maar die naaide door.... <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e313" href="#xd21e313" name= +"xd21e313">23</a>]</span></p> +<p>„Kijk ze nou eris werken,” dacht ze dan, „’t +is toch zoo’n goed schaap....”</p> +<p>Draadje afknippen.... ’r schaar gleed weer tinkelend onder den +rand van ’t schoteltje in ’r schoot; ze nam het klosje van +tafel, wikkelde wijd den draad af; dan, met ’n handig +vinger-strengelingetje, rukte ze ’m stuk, belikte ’t eind, +draaide ’t in een puntje, en hield draad en naald tegen ’t +licht.... de oogjes half dicht knijpend met een bibberig +schuin-optrekken van ’r linker-wangetje, mikte ze dan.... en de +derde maal glipte fijn het witte spietsje door ’t smalle +staal-splitje heen....</p> +<p>Hè, als je ’s avonds op straat die meiden zag, de +meiden uit de deftige diensten.... ze deed niets liever dan +dáárnaar kijken.... brandhelder, die meiden, in de +lichte, stijf gestreken japonnen met de witte schorten, waarin de +blokjes nog zaten der vouwlijnen, en met de glanzig gepepen tulen +mutsjes op ’t gladde haar! Daar moest je dan de fabrieksmeiden +naast zien, hàar zusters, met ’r flodderige jurken van +valige wollen stof, ’r slordige wollen doeken, ’r +lorrig-opgemaakte hoeden.</p> +<p>Ze was zelf ook zoo gekleed, nog wel in een uitgestukte aflegger van +Sien, maar of ze alles, tot in de kleinste bizonderheden toe, van die +zoo hevig begeerde meiden-kleeding af wist! In een oogwenk +onderscheidde <span class="pagenum">[<a id="xd21e322" href="#xd21e322" +name="xd21e322">24</a>]</span>ze, als zoo’n meid, kieskeurig, met +’r boodschappenmandje onder den arm, haar voorbij ging, of +’r muts een enkelen of een dubbelen gepijpten rand had, en, +naardat de tule haar fijner of ordinairder leek, raadde ze binnen die +schulp-krans een effen bodempje of eentje van gebloemd batist.... Wat +zij zou willen, dat had ze al lang uitgemaakt: niet zoo’n groote, +die stond ouwelijk, en ook niet zoo’n hooge prop, net of-i zoo op +je haar gewaaid is, nee, er waren er die prachtig als een kroon, los en +recht op ’t hoofd pasten, met een zwarte hoedespeld door den +haarknoet gestoken:... zóó een; maar dan nog mèt +de mutsebanden!.... dat blank-gestevene, fijne wit vlak onder ’r +gezicht, dat ze zelf zou kunnen zien, als ze naar omlaag keek, en +voelen aan ’r kaken... ze zou er wel iederen dag schoone moeten +aanspelden, om altijd ordentelijk te zijn.</p> +<p>Lang kon ze voor de winkel-ruiten staan kijken naar al de +patroontjes voor de katoenen japonnen; je hadt blauw-en-witte en +zwart-en-witte ruitjes; streepjesgoed met witte of blauwe erwtjes, met +slangetjes, ankertjes, of klaverblaadjes van vieren; ook gespikkeld +donker marine, dat niet zoo gauw vuil wordt, en voor ’s-avonds, +als ’t grof werk aan kant is, het effen licht-blauw en +licht-grijs....</p> +<p>En dan de schorten! Ze wist er wel fijne, met kantjes onderaan, met +tusschenzetseltjes boven den zoom, <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e329" href="#xd21e329" name="xd21e329">25</a>]</span>met festons +rondom. Die met een hartje, dat op de borst wordt gespeld, waren maar +flutterig; als je wat degelijks wou hebben, dan nam je een galgeschort, +met van die banden, die kruiselings over den rug gingen.... had zij +maar vast een paar gewone, dacht ze dan, met een opnaaiseltje of +twee!</p> +<p>Honderdveertig.... Honderdeeneveertig.... Het schoteltje op haar +schoot liet, door de schaarschere gulden kringetjes heen, al het +rood-en-groen haantje kleuren, dat in den bodem stond.</p> +<p>Als zij eindelijk opkeek, was langzaam-aan de zon gezakt tot laag +boven de verre badhuis-boomen. Het roode daakje en de witte +muur-stukjes, die met het lente-ijle olmen-rijtje zacht-ver over het +groen-duistere dijkje te kijk lagen, waren als met teeren schemer +beslagen onder de blakende goud-bank, waardoor nog de zon zijn felle +straal-kern boorde.</p> +<p>Door het kamertje viel, schuin aan den achterwand, langs de gele +bedstee-deuren, en met een hoekje over de roode tichels van den +keukenvloer, een breede baan rood-goudige gloed, waarin lang en dwars +gerekt het kleine ruitwerk van het raam schaduwde en fijn-zwart de +bloem-figuren van het gordijn.</p> +<p>Het kind, onderuit gegleden in haar wijden stoel, had de zware rol +linnen nu voor zich op tafel liggen, en bewreef haar vingers, dunne +vingertjes met kortgeknipte <span class="pagenum">[<a id="xd21e339" +href="#xd21e339" name="xd21e339">26</a>]</span>nagels aan de vierkante +toppen, die pijn-prikten van ’t pikken door de harde stof.</p> +<p>Haar stille muizen-oogen, grooter en donkerder nu in ’t +warm-bezonkene avond-licht, volgden spiedend haar moeders doening, hoe +die de laatste ijzerhalen over het laatst te vouwen boezeroen streek, +luchtigjes het linnen in stapeltjes deelde en handig in de manden +schikte; dan ging ze haar plank en haar bouten bergen, en rinkelde in +de keuken met kommetjes en een waterketel.</p> +<p>Het kind, met een schrijn-schurend geluid over de hard-gladde +zitting, schoof nog verder onderuit in den stoel, trok de tafel naar +zich toe, over haar knieën heen; met haar spitse ellebogen op de +twee paardenharen armkussentjes, en haar inééngevingerde +handen over de ingedrukte borst gespannen, lag zij dan lekkertjes-lui +rechtuit-gestrekt.</p> +<p>Nu ging ’t weer eens goed worden.... nu was ’r moeder +aan ’t koffiezetten, kregen ze een kopje vooraf, voor de zusters +kwamen.... Zij hoorde het knisterend brijzelen der boontjes in den +molen, het bruisend <span class="corr" id="xd21e347" title= +"Bron: watergudsen">watergutsen</span> in de tinnen kan.</p> +<p>Met halfdichte oogjes snoof zij den geur op, die hartig doordrong, +en bleef vaag kijken naar de donkere gedaante van haar moeder, die nog +kwam en ging door ’t roodige licht, dat in de open keukendeur +stond. <span class="pagenum">[<a id="xd21e352" href="#xd21e352" name= +"xd21e352">27</a>]</span></p> +<p>Vrouw Plas bracht één kommetje voor, dan nog een.... +met de dampende kommetjes in de hand zaten zij nu samen, de vrouw +vlakbij geschoven, haar voeten op de breede richel van ’t +potkacheltje,—het kind, weer overeind-gewerkt, vóór +in den stoel, met een klein-ronden rug, waarover ’r haarstaartje, +een rossig hagedisje, nog juist wat goud ving.</p> +<p>Zij spraken zacht, met droomerige stemmen en met lange poozen van +eensgezinde stilte. De vrouw dacht aan ’t afgedane werk, aan +’t rondbrengen, dien avond, van de waschjes; het kind, diep in +haar hoofd, zag aldoor de kleur en de teekening van het jurkegoed, dat +zij dien middag gekregen had, dat water-heldere blauw met de takjes van +drie fijne witte blaadjes daarover gespreid....</p> +<p>„Je zal wel moe zijn,” zei het kind, „twee zulke +manden vol....”</p> +<p>„Och.... zóó....” zei de vrouw.</p> +<p>Dan zwegen zij weer, lipten voorzichtig aan ’t heete vocht, +zaten peinzend te kijken in den opkrinkenden damp.</p> +<p>„Als ’t alle dagen nog Zaterdag was,” herbegon +mijmerend de vrouw.... „je kon alle dagen je waschjes brengen, je +geldje halen....”</p> +<p>„Waschjes op je eige is niet veel meer tegenwoordig,” +zei ouwelijk-wijs en bedenkelijk-knikkend het kind. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e368" href="#xd21e368" name= +"xd21e368">28</a>]</span></p> +<p>En later de vrouw weer: „Je mot dichter bij de rijke buurte +wone.... bekender wone.... ’t Dijkje, dat willen ze niet.... En +de inrichtingen....”</p> +<p>„De inrichtingen, die doen véél scha,” +peinsde het kind. Ze vond ’t heerlijk, zoo stil met haar moeder +te praten, als twee groote menschen, en wat warms drinken, in den +schemer, en ’t huisje in rust; wàt ze praatten, dat gaf +niet, als ze maar zoetjes zoo wat zeiden, om beurten....</p> +<p>„De Antwerpsche wasscherij.... en de Hoop.... en de Nieuwe +strijkinrichting....” vaagde, met lange rusten, de stem van de +vrouw weer door ’t lage kamertje, waar het scheidende zonne-rood +in een laatste verdwaalde veeg nog de bruine zoldering bestreek....</p> +<p>„En de wasscherij op de Steengracht....” ging zachtjes +de kinderstem.</p> +<p>De vrouw zat flauwtjes, langzaam-nadenkend te knikken, boven haar +leege kommetje, stond op en goot beiden nog een warm scheutje bij.</p> +<p>Dan dronken ze weer en zwegen een langen tijd.</p> +<p>Ze zaten hoe langer hoe meer weggewischt voor elkaar in den +winnenden schemer; het kind zag nog klaar haar moeders gezicht, en de +moeder de kleine handen, die het kind nu in elkaar hield op den +tafelrand.</p> +<p>Het licht aan den zolderhoek was weggeslonken, en <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e386" href="#xd21e386" name= +"xd21e386">29</a>]</span>het kamertje waasde in één +grijzige bruinheid van avondduister.</p> +<p>Maar buiten, over het open dijkje en de donkere badhuisboomen, +waartusschen zooeven de dof-roode vuur-drop in lood-grijs versmolten +was, stond nog de wijde hemel van wonder schemer-rood gepluimte +volgewaaid.</p> +<p>„Wát ’n lánge dagen al,” zuchtte +tevreden de moeder.</p> +<p>„En ’t spaart je nog al geen olie uit....” femelde +zoetjes de stem van ’t kind terug.</p> +<p>Toen, óver half acht,—’t was +Zaterdag—kwamen, vlak na elkaar, de twee zusters thuis van +’r fabrieken; eerst Sien, die in de plooien van ’r kleeren +altijd de scherp goor-zure lucht meebracht van ’r azijn-makerij, +dan Ant, uit ’t tricot-fabriek.</p> +<p>Dat was opeens een herrie en volte in ’t stille huisje, een +lawaaiig loopen, waterkletsen aan de pomp op ’t plaatsje, roepen +om koffie, om boterhammen.</p> +<p>En de moeder dadelijk in de weer.</p> +<p>In de keuken geelden de muren aan, doofden weer even, stonden dan +kalm-belicht. En het kind, uit het voorkamertje komend, keek met een +schichtig-knipperende gluring der weer verfletste oogjes in de scherpe +lampe-vlam, waar het kapje nog niet over was gezet.</p> +<p>„Dáár hei je Sprot!” lachte plagerig Sien, +die ’t kleintje niet erg lijden mocht. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e404" href="#xd21e404" name= +"xd21e404">30</a>]</span></p> +<p>Zij zei niets terug, wachtte nog even bij de deur, tot de moeder +geen licht meer noodig had in de kast, en ze alle drie goed en wel +zàten aan de nu rustig-overschenen kleptafel. Dan sleepte ze +haar stoel aan, en hield zich stil, klein en minnetjes tusschen de +gezonde posturen van ’r twee zusters,—Ant, breedgebouwd, +mager en donker als haar moeder, Sien, blonder, blanker, wat smaller +maar molliger ook, en met sterke staal-blauwe oogen onder de zwarte +wenkbrauw-streepjes.</p> +<p>Het kind, zonder een woord, zat haar avondbrood te eten, dat zij met +zorgvuldig overleg in reepen en blokjes sneed, en in haar aangelengde +koffie doopte. Zij scheen daar wel al haar gedachten bij te hebben, +niets te hooren van wat Ant en Sien zaten op te praten tegen elkaar en +tegen de moeder over een ruzie, waar ze bij waren geweest, tusschen +Sien d’r vrijer en z’n famielje.</p> +<p>„En als je dan eindelijk dacht, dat ’t gedaan +was,” vertelde Ant, „dan zeit dat ouwe wijf: „vos, je +zel <i>mij</i> nie vange,” en dan begon ’t spektakel weer +van voren af aan.”</p> +<p>„Hein ken d’r genéén van z’n eige +femilie an,” mokte Sien, met ’n teleurgesteld-minachtend +lippen-pufje achterna.</p> +<p>Dan aten ze zwijgend een oogenblik. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e419" href="#xd21e419" name="xd21e419">31</a>]</span></p> +<p>Toen, opeens, zei het kind, raar van boven haar bord oploenzend naar +den vensterhoek, zonder iemand aan te zien, en pratend met een fijn, +vies mondje:</p> +<p>„Hein.... die ziet ’r net uit, oftie altijd ’n +poepje mot late.”</p> +<p>„Vèrrek! hoor háár nou!.... +hóór d’r nou....” schaterde Ant, die +stampvoette van ’t lachen. Ook de moeder lachte met haar goedigen +spotlach van: hei je nou ooit!</p> +<p>Maar Sien, felrood op eens, beet van zich af met een venijnig +gescholden „Sprot! Zòt!”</p> +<p>„Nou......” zei de moeder, „ze dòet je toch +niks?”</p> +<p>’t Kind, haar hoofd weer laag over haar bord, zat moeilijk +haar lach-sperrinkjes te verbijten; alleen het zenuwachtig saamtrekken +van ’r schriele schouwertjes verried haar plezier; en zoo duurde +haar stiekeme lolletje tot, na ’t eten, ze Sien het voorkamertje +zag ingaan en op ’t lâ-kastje kijken.<a id="xd21e432" name= +"xd21e432"></a> Plotseling vloog ze, angst-gestoken, overeind; om +klaterde de stoel.</p> +<p>„Kleerkoop!.... kleerkoop!” zong tergend Siens schelle +stem, en ze hield hoog boven haar hoofd het pak, terwijl de holle +schuit van het afgescheurde papier naar omlaag zeilde.</p> +<p>„Wat?.... wat?” vroeg de moeder....</p> +<p>Het kind, met doodsbleeke wangen en een trillend-verkrompen +<span class="pagenum">[<a id="xd21e441" href="#xd21e441" name= +"xd21e441">32</a>]</span>mondje, kreet, schor van drift, of de klanken +haar niet uit de keel wilden.</p> +<p>„Van mij! Van mij!” krijschte ze.</p> +<p>„Toe! laat maar....” goelijkte Ant, die ’t van +andere meiden d’r zusjes gehoord had, „’t is van de +bedeeling op de naaischool....”</p> +<p>Maar dan de moeder aan ’t lamenteeren: en God nog en toe, en +had ze nou niet een uur wel zitten praten met ’r, en koffie met +’r zitten drinken.... en zou zoo’n naarheid nou ook eens +een bek opendoen, eris wat vertellen.... ’t eris laten kijken aan +d’r moeder? Geen kik had ze gegeven, niet eens gezeid, dat +’t de laatste keer was van ’t naaien! was ’t nou niet +God geklaagd....</p> +<p>„As gluiperdje dood is....” sarde Sien, ’t kind +voorbij de keuken inschietend, en Ant, die nu ook boos op ’r +werd, zei schamper, terwijl ze, omkijkend, achter tegen haar elleboog +tikte: „Nou! jij heb ze hier, hoor!”</p> +<p>De drie vrouwen, bijeengedrongen, neusden om het goed, dat Sien nog +hoog hield voor de grijpvingers van het kleintje, bewreven en bestreken +de afgerolde einden, gristen de lappen door elkaar; zwaar vulden de +drie groot-breede lichamen het midden van de keuken.... en klein, in +hun schaduw, een paar stappen af, stond het kind ’t aan te zien, +zonder een woord meer of een beweging. Maar ’r oogjes staken +kwaad, valsch <span class="pagenum">[<a id="xd21e453" href="#xd21e453" +name="xd21e453">33</a>]</span>de schrille pupillen, en haar bleeke +mondje was in verbetenheid tezaam geperst...... Zouden ze haar helpen +met ’n dienstje? zouden ze haar geld geven voor de naaister?.... +dan ging hun dat goed toch ook niet aan?.... ’t was haar goed.... +van haar alleen.... ze hóefde ’t toch niet te laten +kijken, als ze niet wou....?</p> +<p>Toen, met een plotseling genoeg hebben van de pret, plof, liet Sien +’t heele pak vallen, en liep dan zingende ’t +schemer-donkere voorkamertje door en de deur uit.</p> +<p>Het kind, zenuw-haastig, scharrelde het los-gevouwene in haar armen +bij elkaar, sloeg, terwijl zij de keuken uitvloog, beschermend haar +jurk-rokje er rondheen, en door de deur, die Sien opengegooid gelaten +had, strompelde ze de smalle treedjes op van de vliering-trap, die, als +een ladder met breede sporten dadelijk om den hoek der kamerdeur in het +portaaltje steil omhoog stond.</p> +<p>Boven bleef ze eerst versuft in het duffe donker, waar alleen +’n plekje sidderend licht, van de eenige lantaren buiten, bij het +dakraampje aan de balken weifelde.</p> +<p>De tranen sprongen haar fel in de oogen. „’t Is gemeen, +’t is gemeen,” grijnde ze en schopte tegen de vale bult van +Sien ’r afgehaalde bed.</p> +<p>Zoo stond ze nog een oogenblik, trillend-gespannen <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e466" href="#xd21e466" name= +"xd21e466">34</a>]</span>van machtelooze woede, snikkend, ’r twee +handen verstijfd aan ’r rokje met ’t builende pak.</p> +<p>Plots dan voelde ze wàt ze daar droeg,.... +óch-Gód dat goed, dat op die smerige grond was gevallen, +dat ze hadden geknoeid en beduimeld.... en met al haar gedachten +dáár ineens bij, liep ze op ’t raampje toe, kroop +op de kist die daarvóór onder de donkere dak-schuining +school, en op ’r knieën bij het drein-wiebelend licht, dat +achter de twee smalle, grijs-bedropen ruitjes waasde, bekeek ze de +lappen-hoop, streek een voor een de stukken uit, veegde ze glad, en +paste en plooide, tot haar mooie goedje weer kreukeloos in de vouwen +zat, zooals ze ’t had gekregen.... Gelukkig, er was niets aan +bedorven!</p> +<p>Dan lei ze het voorzichtig naast zich op de kist, liet zich +omdraaiend neer-glijen, en bleef zoo zitten, langzamerhand tot ’r +zelve komend, zonder veel gedachten meer.</p> +<hr class="tb"> +<p>Toen sinds een tijd al het kind beneden zich het huisje gehoord had +als een putje van stilte tusschen de kleine, bekende geluiden der +buurt, nam ze haar goed op, en, ’t voor zich uit houdend, tastte +ze de vliering-trap weer af, luisterend toch telkens nog, of wel +werkelijk iedereen uit was.</p> +<p>In de keuken brandde als een gloeiend spijkertje de <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e478" href="#xd21e478" name= +"xd21e478">35</a>]</span>lamp, die ze gauw ging opdraaien. Ze had nu +geen trek in vóór zitten, want de luiken waren +opengebleven, en naar buiten gaan om ze dicht te doen, dat dorst ze +eigenlijk niet goed.</p> +<p>Met knussigheidjes van bedisselen liet zij dan het keukengordijn +zakken, zette een schoon blad van de kleptafel op, lei daar nog de +Advertentie-bode over, haalde zich de minst doorgezeten stoel en de +hoogste stoof, ging even haar naaizak uit ’t kamertje krijgen; +dan, de lamp vlak achter zich, zat zij opzij van de tafel, haar +knieën opgetrokken, haar hoofd wat kouwelijk diep in de schouders, +haar halve haartje en haar eene sproetenwang goudig in den +lichtschijn.</p> +<p>Nu, eindelijk, op haar verdrag, kon ze dan genieten van haar +schatten....</p> +<p>Ze hield ’t blank-blauwe katoen, een slag of wat uitgerold, +onder haar kinnetje, langs haar borst, streek ’t omzichtigjes +glad, keek, schuin van boven af, er langs neer.... ’t was +héél mooi....; dan liet ze het lager, opzij langs haar +been afvallen, keek weer, haar bovenlijf scheef achteruit.... keek +lang, lachte er tegen; nuffige neepjes van plooivalling gaf ze, poefte +de stof op, aaide ze weer effen langs ’r smalle heup.... ’t +was héél mooi....!</p> +<p>Dan, tusschen haar twee duimen en wijsvingers, vlak met ’r +neus erop, wreef ze ’n hoekje van ’t katoen, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e488" href="#xd21e488" name= +"xd21e488">36</a>]</span>hield het gewrevene onder de lamp: „niks +geen pap.... dóórgedrukt.... deugdelijk goed.... wel acht +stuivers de el,” dacht ze.</p> +<p>Nu kreeg haar witte schortegoed een beurt, en dan het bonte.... +„bijna niks geen pap,” zei ze nog eens.</p> +<p>Ze liet alles breed-uit voor zich op de schoone krant liggen; ze had +alle tijd: ’r moeder was met de grootste van de twee waschmanden +uit; ’r zusters kwamen ’s Zaterdagsavonds nooit voor tienen +thuis.</p> +<p>Ze zat in een genoegelijke verademing van zekere rust.</p> +<p>Het licht, onder de deukige, zwart-gelakte kap uit, lag, om de +kern-schaduw der platte porceleinen peer, in een bochtige schijf over +tafel en half over haar heen; achter haar stond het in grillige vakking +over den tichelvloer en een eindweegs tegen den muur op.</p> +<p>’t Was heel stil in ’t keukentje; de buurmenschen van +weerszij leken wel allemaal op Zaterdagavond-boodschappen uit; alleen +klonk bij poozen, dof lang, als een gedempte donder, ’t balrollen +in de kegelbaan van de Hanekamp, de groote uitspanning, die om den hoek +van ’t Dijkje lag.</p> +<p>En friemel-plooiend de stof tusschen haar dunne vingertjes, begon +juist het kind een zoom te leggen aan haar eerste blauwe schort, als er +plotseling een driftig klink-rammelen ging aan de voordeur, en +<span class="pagenum">[<a id="xd21e503" href="#xd21e503" name= +"xd21e503">37</a>]</span>met een paar nijdig-wijde stappen Siens vrijer +op den keuken-drempel stond.</p> +<p>„Is Sien uit?” vroeg hij barsch.</p> +<p>’t Was een korte, zware jongen, met een rood, stevig gezicht, +en met bolle blauwe oogen zonder veel wimper.</p> +<p>Het kind was wel even geschrokken, maar gek, voor die Hein was ze +nooit bang; „tjee,” lachte ze in ’r zelf, +„kijkt-ie weer drukke.”</p> +<p>„Is Sien er of niet?” herhaalde de jongen, kwaadaardiger +nog dan de eerste maal.</p> +<p>„Nee, ze is uit,” zei het kind eindelijk....</p> +<p>„Ze is al wel een uur uit,” zei ze nog achterna, toen +haar lachertje bezonk; en de jongen, die al weg was, trok met een vloek +de voordeur dreunend achter zich dicht.</p> +<p>„Tjee, die Sien!” dacht het kind, „nou zal ze +ruzie krijgen!” en door ’r kleine, groenig beslagen +tandjes, gedrukt in de onderlip, haalde ze „ffff” de lucht +op, terwijl ze, schoudertjes omhoog, even met bedenkelijke oogen +groot-strak onderuit keek.... „Nou efijn” zei ze dan, en de +nijvere handjes priegelden alweer aan het schortegoed, plooiend den +zoom precies op het ruitje af, met ’r eene hand de vouwtjes +opeen-voegend tusschen het telkens zich openende kneepje van de andere +wijsvinger en duim. <span class="pagenum">[<a id="xd21e519" href= +"#xd21e519" name="xd21e519">38</a>]</span></p> +<p>Vijf minuten later was de jongen al weer terug, kwam nu bedaarder de +keuken binnen, tot bij de tafel, die warm het lamplicht in zijn gezicht +opscheen.</p> +<p>„Zeg nou ’s, Merie, waar is Sien heen?” vroeg hij, +probeerend zijn stem vriendelijk te maken.</p> +<p>Maar ’t kind, niet denkend dat hij ’t weer zijn kon, was +bij ’t klikken van de klink erger geschrokken dan de eerste maal, +had instinctmatig het goed bijeen gepakt, de krant er over +geslagen.</p> +<p>Schichtig trok ze de schouders op.</p> +<p>„Toe, je weet ’t wel,” zei de jongen, +„wanneer is ze dan uitgegaan?”</p> +<p>Het kind maakte eerst nog een schutterig beweginkje van niet-weten, +zei dan plots:</p> +<p>„Ze hadden me getreiterd, toen ben ik naar boven geloopen, en +toen ik weer beneden kwam, waren ze allemaal uit....”</p> +<p>„Zoo, had ze je getreiterd....” zei de jongen.</p> +<p>Zij haalde haar bonte schortegoed weer uit de krant, rolde die rond +’t andere heen, om er gauw mee weg te kunnen, nam haar +naaizak....</p> +<p>De jongen was op een stoel achter de tafel gaan zitten, keek met +zijn felle, naakte oogen schril in de lampevlam, terwijl zijn gave, +gevulde wangen van te hoogrood vleesch even zacht blonken op de koonen, +en de kaken, fijn-blond-overdonsd, een glanzigen schemer <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e541" href="#xd21e541" name= +"xd21e541">39</a>]</span>vingen óver hun blakende kleur; onder +z’n dun, wittig snorretje zat zijn rauw-roode mond met een kwade +groef naar beneden getrokken.</p> +<p>’t Kind vond hem raar en griezelig als altijd, maar ze had nu +ook wel medelij met ’m.</p> +<p>„Wou je wachten tot Sien thuis kwam?” vroeg ze, bedeesd +voorkomend, „je ken wel hier wachten....”</p> +<p>Hij zei eerst niets, bleef in de lampevlam staren tot zijn oogen +knipperden, keek dan naar ’t kind, dat steelsgewijs naar hem +keek.</p> +<p>„Je ken toch altijd zoo gek doen, Sprotje,” zei hij op +eens.... „zoo gek lachen.... maar je meent het niet +kwaad.”</p> +<p>Het kind, dat begonnen was ’r zoom-steekjes te leggen, bleef +diep over haar werk gebogen zitten; ze vond ’t niet aardig, dat +hij ’r bij d’r scheldnaam noemde, maar hij deed ’t +zóó vrindelijk, dat ’t toch wel prettig was. En te +verlegen om op te kijken, zat ze bij zichzelf stil berouw te hebben, +dat ze zoo leelijk over hem gedacht had, strakjes.</p> +<p>Een uitval van den jongen deed haar plotseling opschokken.</p> +<p>„Een kreng is je zuster.... een krèng!” snauwde +hij, met zijn fellen kop vooruit naar de deuropening, zijn twee vuisten +gebald op zijn knieën, „een groot kreng....” +<span class="pagenum">[<a id="xd21e558" href="#xd21e558" name= +"xd21e558">40</a>]</span></p> +<p>„Ze weet veel te goed, dat ze zoo mooi is!”.... mokte +hij achterna.</p> +<p>Daar hadt je ’t nou weer, dacht ’t kind, nou was Sien +weer mooi; die wilde, rooie Sien, met haar waaierige haren, die altijd +zoo zuur rook, en zulke groote rare tanden had.... net een +jodenkerkhof.... als die nou mooi was!</p> +<p>„Ik vin me zusters niks mooi,” zei ze met een vies +mondje.</p> +<p>De jongen keek haar goedig aan.... „Ant niet, maar Sien.... +Sien is ’n mooie meid, Sprotje.... jezes, zoo’n mooie meid! +Maar ze weet ’t te goed, ze het lak aan de jongens, ze kan +d’r krijge zooveel ze maar wil. Na mijn weer ’n ander. Ze +geeft er om geneen wat. Ze mot een jonge hebbe, die cente +het....”</p> +<p>„Weet je wat ze nou wil,” zei hij opeens vertrouwelijk +over de tafel leunend, „ze wil ’n goue kettinkie van +drievijvetwintig hebbe.... Als ik de cente nou niet heb, ken ik toch +zoo’n kettinkie nie koope.... en dan zeit ze maar, Jan Aalders +zou ’t wèl geve.... en ’n andere dag weer, die jonge +van Bertels zou ’t wèl geve.... makkelijk genog, die +z’n vader het de guldens maar voor ’t opscheppe.... die kan +mooi geve.... ik heb de cente niet....”</p> +<p>„Jij verdien nog nie veel, wel?” vroeg ’t kind. +<span class="pagenum">[<a id="xd21e572" href="#xd21e572" name= +"xd21e572">41</a>]</span></p> +<p>„Vijf gulde,” zei de jongen. Hij zuchtte, en zijn rooie +gezicht werd nog rooier.</p> +<p>„Vijf gulde, da’s nie veel.... en da’s wèl +veel” zei nadenkend ’t kind, met klem van spreken.</p> +<p>Dan, plotseling, moest ze lachen, omdat hij zoo’n kleur +gekregen had.</p> +<p>„Toe,” zei de jongen kregel, „begin nou niet +weer.... doe nou niet zoo gek!”</p> +<p>„En jij dan?” had ’t kind al gezegd voor ze +’t wist; toen bloosde ze zelf tot op ’r voorhoofd, en bukte +snel weer over ’r werk.</p> +<p>Er was een lange stilte in het keukentje.</p> +<p>Zij, al priegel-pikkend, luisterde aandachtig, of moeder of Ant nog +niet terugkwamen. Ze begon ’t eng te vinden.</p> +<p>De jongen zat weer te staren in de lampevlam.... nou had-ie nog al +z’n nieuwe boezeroen angedaan met dat rood-zije koretje, en +z’n goeie pak, omdat ’t Zaterdagavond was.... lamme +meid!</p> +<p>Hij schoof z’n pet achterover, zoodat zijn kortgeknipt wit +haar met een stijf-scheef kuifje er onder uit kwam plukken; dan wreef +hij met zijn paarsig-roode hand langs z’n voorhoofd:</p> +<p>„’k Ben wel stapel, dat ’k hier zit te +wachte,” zei ie, maar hij bleef zitten.</p> +<p>„’k Ga ’n pot bier drinke,” zei ie een +tijdje later, maar hij bleef nòg al zitten. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e596" href="#xd21e596" name= +"xd21e596">42</a>]</span></p> +<p>Hij haalde een zwarte dikke sigaar uit z’n buiten-bovenzak, +draaide ’m rond tusschen z’n lippen, bekeek ’m, stak +’m weer weg.</p> +<p>Het kind begon hard te verlangen, dat er nu een eind aan zou komen; +ze was moe, en branderig in ’r gezicht, en rillerig +tegelijk....</p> +<p>Het rustige onweer van de kegelbaan pomde nog altijd los met lange, +zachte uitrommeling.... In de verte was het dof geruisch, als een +eindelooze zucht door wijde eenzaamheden, van een trein; en een vaag +gekrijt schreide toen op, vlood met een kort flauw fluitje.</p> +<p>„Kwamen ze nou maar thuis,” dacht ’t kind.</p> +<p>De jongen begon te schuiven op z’n stoel, wreef met z’n +handen over z’n knieën....</p> +<p>„Je zou d’r.... je zou d’r....” barstte hij +dan los. Maar hij hield zich in; dat kind had ’m toch niks +gedaan.... en hij streek maar eens met z’n zwart-nagelige vinger +over ’n hoekje van ’t blauwe katoen, dat uit de krant +piepte: „netjes,” zei ie.... „fijn....”</p> +<p>„Pas op, pas op!” schrok het kind „’t is me +goed van de bedeeling, op ’t naaien.”</p> +<p>„Fijn,” zei de jongen nog eens, „maar licht, zal +gauw vuil worde op ’t fabriek.”</p> +<p>„’k Gà niet naar ’t fabriek,” zei +’t kind fel, met ronde schrikoogjes hem aankijkend. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e615" href="#xd21e615" name= +"xd21e615">43</a>]</span></p> +<p>„Zoo,” zei de jongen alleen.</p> +<p>„’k Gà niet naar ’t fabriek,” zei +’t kind nog eens, „’k ga dienen.”</p> +<p>„Dienen is ook hard werken,” kwam nu de jongen bij, +„me zus het gediend, maar ze het ’t niet kenne volhoue.... +ze is nou op ’t fabriek van de Lange.... Waarom wou jij niet naar +’t fabriek, Sprotje?”</p> +<p>Hij vroeg ’t weer zacht-vriendelijk, in een soort +ondergrondsche vertrouwelijkheid, omdat hij aldoor dat kind met zich +gevoeld had, tegen Sien.</p> +<p>En het kind voelde ook wel de goedgezindheid van den jongen, begon +zachtjes klagend te vertellen, dat zij zoo bang was voor ’t +fabriek, zoo vrééselijk bang....: „altijd +zoo’n leven om je heen, en allemaal tussche vreemde,” ze +ging haast huilen van moeie opwinding.... „allemaal vreemde, en +altijd opzichters achter je aan, en overal groote wielen....”</p> +<p>Ze sidderde, kneep ’r handen in elkaar, terwijl ze +doorklaagde, wat kalmer weer: „en zoo zwart.... en zoo smerig.... +en al de manne, as die er uitkomme... ze zou’e je doodloope.... +ik droom er soms van.... altijd vloeke en lol....”</p> +<p>„Hoho maar,” zei de jongen, die ’r als een gek had +zitten aankijken, „die lol, die kenne ze wel op. Hard werken en +’n beetje verdienste....”</p> +<p>Toen schoot het kind opeens in haar plooi van plezierige +<span class="pagenum">[<a id="xd21e633" href="#xd21e633" name= +"xd21e633">44</a>]</span>oud-vrouwtjes-praat. Ze borg haar spullen in +de krant, haar naaigerei in den sitszak, zat kleintjes gedoken, met +kouwelijk ’r handen kruiselings onder de oksels, doodmoe van den +langen dag, van al de opwinding en al ’t verdriet, haar oogjes +slaperig flets, en diepe, blauwige kringen ingezakt boven het +strakgespannen vel der jukbeenen.</p> +<p>„Een beetje verdienste.... en een groot +huishou’e,” kwam ze zachtjes bij-femelen, „armoe +lij’e.... en dan worden ’t sociale....”</p> +<p>„Niet allemaal,” zei de jongen.... „ikke +niet.”</p> +<p>„Jij dan niet... maar later... as ze getrouwd +zijn...”</p> +<p>„En dán,” zei de jongen, „’n werkman +mag toch wel voor z’n rechte opkomme....”</p> +<p>„Nou.... ja....” rekte zeurig-bedenkelijk de +kinderstem.</p> +<p>Toen, met blinkende oogen en bebloosde wangen van den frisschen +avondwind, kwam Sien <span class="corr" id="xd21e648" title= +"Bron: binnen gevallen">binnen-gevallen</span>.</p> +<p>Ze ontstelde wel even, als ze Hein zag zitten, maar dadelijk was ze +klaar met ’n brutaal-spottend:</p> +<p>„Nou, as jij liever met me zussie vrijt....”</p> +<p>De jongen stoof op! Zoo’n beest.... nou dorst ze nog zoo te +beginnen.... had hij niet ’n uur op ’r loopen wachten?.... +een heel uur op en neer geloopen?.... nou hier nog ’n uur zitten +wachten....? Gemeen kreng! <span class="pagenum">[<a id="xd21e657" +href="#xd21e657" name="xd21e657">45</a>]</span></p> +<p>Het kind, met wakker-geschrikte oogjes, was achteruit geschuurd, de +stoof omver trappend, had ’r pak gegrepen, stond achter de tafel +’t aan te zien.... hoe dorst ze, die Sien,.... nou nog terug te +schreeuwen.... en die stakkerd van ’n Hein, hij had toch +gelijk.... Kijk-tie paars worden in z’n gezicht.... en die +astrante meid.... die was nou mooi, die meid!.... oogen waar je bang +van werdt, en die ragebol van dat haar, en die tanden met dat +tandvleesch allemaal bloot als ze lachte.... nou lachte ze weer.... +kijk nou.... ze lacht ’m in z’n gezicht uit.... en tjee, +kijk die Hein nou woeiend worden.... als-t-ie maar nie slaan ging, +tjééee....!</p> +<p>Dan, klak, klak, vielen de luiken van ’t kamerraam dicht,.... +daar hadt je moeder!</p> +<p>Sien, Hein ’r achterna, ’t kamertje door, liep in +’t portaaltje de vrouw tegen ’t lijf....</p> +<p>„Heila! waar mot jij na toe?” baasde die ruw; maar Sien, +dol, gilde van lol en angst door elkaar, „hij slaat me! help! hij +slaat me!” en rende door de open deur het dijkje op.</p> +<p>En Hein, die even had willen gaan sussen: „Hoor nou, vrouw +Plas....” razend ’r achterna.... „Sien! toe nou, +Sien!” hoorde ’t kind hem nog roepen.</p> +<p>„Wel voor den donder,” gromde de moeder, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e670" href="#xd21e670" name= +"xd21e670">46</a>]</span>die ’r leege mand ijlings neerzette, de +volle greep.</p> +<p>„Ben jij daar, Merie?”</p> +<p>„Ja moeder.”</p> +<p>Maar ze haastte zich al ’t portaal door, de twee achteraan, de +deuren openlatend.</p> +<p>Even klonken nog hooge stemmen langs den dijkweg, dan lag het huisje +leeg-stil in huivere holheid.</p> +<p>„Hu!” zuchtte ’t kind door ’n rillertje +heen: „zullie liever dan ik!”</p> +<p>Wat verwezen was ze op den stoel bij de kamerdeur gaan zitten, +voelde dan weer, in de nacht-kilte, de rillingen over haar pijnlijke +ruggetje loopen; haar oogen staken van den slaap.</p> +<p>Het pak had ze nog op schoot; dat ging ze eerst vóór, +op den stoel bij ’t bedstee-deurtje leggen. Dan kwam zij de lamp +van de keukentafel halen, droeg ’m met twee handen, voorzichtig +over den drempel stappend, op de tafel voor ’t raam .... +hèèè, daar lag die rol gordijnen nou.... die nare +Sien ook.... en „ffff” zoog ze de lucht weer door ’r +tanden: de voordeur stond open....!</p> +<p>Op ’r teenen sloop ze òm langs den muur, leunde tegen +den post van de kamerdeur, en helde met ’r uitgestrekten arm +’t portaaltje in.... Net bereikte ’r hand de voordeur.... +met twee vingertoppen trok ze <span class="pagenum">[<a id="xd21e689" +href="#xd21e689" name="xd21e689">47</a>]</span>’m moeielijk aan, +keek even huiverig naar buiten—’t was koud.... +nachtvorsten.... dacht ze—en duwde ’m zachtjes, gauw, in +’t slot. Ook de kamerdeur sloot ze goed, ging dan de +bedsteedeurtjes openzetten.</p> +<p>Van binnen waren die, als het achterbeschot en de beddeplank, donker +gras-groen geverfd. Daartusschen, als in een groen-afgeschut kamertje, +den stoel met haar pak tegen het voeteneind-deurtje naast zich, voelde +ze zich veilig, ging zich snel uitkleeden.</p> +<p>’t Bruine merinos-jakje, met de lichtere lapjes op de +ellebogen en onder de oksels, wou nooit dan met omzichtig en stroef +trekken uit; dan hing ze ’t over de stoel-leuning als over een +kapstok; ’t rokje was al uitgegleden.... de grijs-en-blauw baaien +onderrok zakte na; ze stapte er uit, en stopte ze zorgvuldig om haar +kostelijke pak.</p> +<p>De laarzen waren gauw losgeveterd, de roodbruine kousen afgestroopt +en omgetrokken.</p> +<p>En nu, vaal-wit schimmetje in ’r groen-schemerigen hoek buiten +den lampe-schijn, stond ze op ’r bleeke voetjes voor de bedstee, +die kleine Sprot.... ’t Staartje, langs den dunnen bruinigen +hals, puntte neer over het witte keper, dat ’r smalle lijfje +omspande; uit de half-lange mouwen van dat borstrokje pijpten de magere +armen; en sluik om ’r heupjes weg, viel plooiend ’r +<span class="pagenum">[<a id="xd21e700" href="#xd21e700" name= +"xd21e700">48</a>]</span>gestreept wit-katoenen onderbroekje tot laag +op de dunne kuiten.</p> +<p>Even stond ze zoo, ’t kippevel op ’r armen.... Ze schoot +haar nachtjakje aan, sloeg het dek open; dan, met een geeuwtje draaide +ze zich om naar de kamer toe, tilde zich op den bedstee-rand, en met +’t zelfde vieze vissche-snoetje, dat ze elken avond trok als ze +in bed kwam, wipte ze om, en schoof zich op haar plekje tegen het +keukenbeschot.</p> +<p>Maar slapen kon ze niet.... hè, als ze nou later is ’n +groote dienst had, en ze had ’r eigen bed, een open ledikantje +met lekker beddegoed, op een lief zolderkamertje,.... en d’r +eigen kastje.... als er nou maar gauw een dienstje kwàm, al was +’t dan maar voor dagmeisje ’t eerste jaar.... En zoo +dwaalden al ’r zorgjes ’r door ’t hoofd.... de +achteveertig stuivers.... wat er Maandag voor werk zou zijn.... of ze +nog wat mee zou krijgen van ’t ringen naaien van dien +middag....</p> +<p>Dan dacht ze er aan, dat ’t morgen Zondag was.... het witte +kerkje zou wel vol zon staan.... in de zijbanken, waar behalve zij nog +maar twee of drie menschen zaten, in haar hoekje dat de stovenzetster +’r altijd gaf, zou ze wegduiken in den koesterenden groen-gouden +schemer van het toegehaalde saaien gordijn.... als ze noù nog +’s een nieuwe jurk had om <span class="pagenum">[<a id="xd21e708" +href="#xd21e708" name="xd21e708">49</a>]</span>aan te trekken.... ze +zou maar vroeg gaan.... lang het orgel hooren voor domeni binnen kwam, +het orgel, waarin zoo’n heerlijk-zacht fluitje kon +kwinkeleeren... en zoo sliep ze in.</p> +<p class="tb">⁂</p> +<p>Den volgenden Maandag-middag, opgewonden, kwam Ant met nieuws uit +’t fabriek.</p> +<p>Ze waren met ’r drieën op ’t kleine, bruine +klinker-plaatsje, dat aan het weiland grensde; Ant stond in de open +keukendeur, de moeder, in den schaduwhoek bij ’t pleetje, was aan +’t tobben boenen, en warmpjes in de zon, leunde Marietje met de +handen op ’r rug tegen het achterhekje, een grijs-geverfd +staketseltje, dat even wiebelend meeboog onder haar zwaarte.</p> +<p>„Die meid van de Nijs.... die is nou al wéér +gesnapt”—vertelde Ant, „van mòrgen vroeg;.... +die zalle we óók niet werom zien.... de patroon, die is +op stelen.... nou!.... en zoo astrant.... weer in ’r vuile schort +gepakt.... een heele kluit wol.... d’r broertje stond aan de +poort te wachten....”</p> +<p>„Tjee, hoe durft ze!” deed Marietje overdreven +méé met het verhaal, om het voort te dringen en voorbij +de oppering van een mogelijkheid.... maar ze moest slikken onder +’t zeggen; haar grijze oogjes sperden bang in ’t smalle +gezicht. <span class="pagenum">[<a id="xd21e720" href="#xd21e720" name= +"xd21e720">50</a>]</span></p> +<p>Toen—daar wás ’t—voelde het kind zich koud +worden en heet tegelijk; het bloed schoot weg uit haar hoofdje, dat +raar en ijl stond op ’r zinderend lijf.... Onder het +verder-vertellen van Ant had zij haar moeder zich half zien oprichten +van de druipende tobbe, even hoofd-wenken háár kant uit, +en dan, vragend met ’r oogen, kijken naar Ant....</p> +<p>„O! O!” kermde het kind inwendig, alsof zij kromp van +’n plots in-vlijmende pijn.</p> +<p>Maar Ant, goddank, knikte van nee.</p> +<p>„Nee,” zei ze, „’t is een meid van zestien, +en groot voor d’r jaren.... Merietje ken d’r wel drie keer +uit!... en werken dat die meid kon!”</p> +<p>Ant praatte nog door, de moeder gaf antwoord en vroeg, maar het kind +had zich afgewend, stond stijf-aangedrukt tegen het hekje, ’r +handen geklemd om de schilfer-splinterige punten, tuurde duizelig uit +in het bezinken van den angst-schok.... wat ’r hart klopte!.... +’t bloed voelde ze bonzend jagen langs het hout.... parelige +sliertjes versprongen en tril-dreven over de helle lucht....</p> +<p>Dan, langzamerhand, kwam ze tot een leege, gedachtelooze rust, +waarin ’n vage naarheid zachtjes verdreinde, bleef ze staan +kijken, zonder wil, naar al de bekende dingen van hun achteruit....</p> +<p>In de Hanekamp hoorde ze de ringen van den <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e736" href="#xd21e736" name= +"xd21e736">51</a>]</span>schommel knarsen; ze boog wat over; rechts, +boven de hooge haag, wist ze het zware paalwerk opstaan tusschen de +loover-dakjes der prieelen. De touwen zwingden hevig toe en weg, en een +hoed tuimelde telkens boven het groen uit.</p> +<p>De timmerwerf naast de uitspanning blaakte in de middagzon, laag met +zijn platte, open schuren vol stapeling van blanke planken; er liep +niemand....</p> +<p>Maar van-achter die werf, onder de bolle kruinen van een rij +kastanjes-in-bloei, kwam de lijnbaan een eindweegs het weiland +ingehoekt; daar, onder het lage, lichte gebladerte, door-strepeld van +roomgele kaarsjes, zag het kind den touwslager, handfrutselend boven +zijn wijde schort vol gevezelte, langzaam stappend de baan afkomen, +keeren bij ’t zwart-houten huisje aan ’t eind, en +terug-gaan weer onder het boomen-groen langs de deinende +touw-lijnen.</p> +<p>In de verte waren er woninkjes achter zwart-geteerde schuttingen, en +een zwart terrein met kolen-loodsen van ’t spoor.</p> +<p>Doch recht voor haar uit tot aan den nauw-zichtbaren trein-dijk, en +links-af zoo ver het oog maar mat, wemelde, groen en vlijend zilver in +zon en zachte wind, de vlakke wijdheid der weiden, waar alleen diep-weg +wat flauwe vlekken waren van blank vee. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e746" href="#xd21e746" name="xd21e746">52</a>]</span></p> +<p>Het gras stond malsch en hoog, met kleine pluimen in den top. Over +een paar weken zouden ze wel gaan maaien, dacht het kind. Dan kregen ze +misschien weer zoo’n hooge hooiberg vlak voor hun hekje, als +’t laatste jaar. Dat rook nog lekkerder dan een schoone wasch.... +ze zouen nou wel gauw maaien gaan....</p> +<p>En met dat plezierige gedachtetje op streek weer, liep ze ’t +huis in.</p> +<p>De moeder en Ant hadden het stille kind nagekeken, moesten even +lachen om dat sluike wegloopen.</p> +<p>„Ze zal nog wel ’s loskomme,” zei Ant, „ze +is bijdehand genog,.... laat ze eerst maar ’s op ’t fabriek +weze....”</p> +<p>Een evene besluiteloosheid kwam over ’t gezicht van de +vrouw:</p> +<p>„’k Had anders net zoo gedacht, van morrege....” +zei ze, „às Merietje nou ’r heele hart op diene heit +gezet.... wat zou jij nou zegge....?”</p> +<p>„Malligheid,” zei Ant, beslist, „je mot er geen +bang-schieter van maken.... wat hei je nou voor leve as je dien.... +altijd alleen.... ze telle je de aardappels in je mond.... En je mot +ommers zoo’n kind niet toegeven, om ’r bestwil.”</p> +<p>„Nee,” zei de moeder, „dat mòt je ook +niet.”</p> +<p>Hoog en breed stonden de twee vrouwen in de schaduw-en-zon van het +plaatsje. Beiden hadden hetzelfde <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e766" href="#xd21e766" name="xd21e766">53</a>]</span>soort +grof-pluizig, zwart krulhaar boven een hoog voorhoofd, dezelfde +beenig-breede, koonen-gezichten, de moeder wat geliger alleen, en +dezelfde mager-forsche vormen van lijf.</p> +<p>Met leege staar-oogen bleven ze vaag over de verre weilanden kijken, +zoo, zonder dat zij ’t zelf wisten, doende uitrusten even hun +lichamen van den langen morgen hard werk.</p> +<p>Dan, bijna tegelijk, met een diepen, zuchtenden ademhaal en een +stijf-rukkende lende-rekking, zetten zij zich weer in postuur, als +paarden, die aan-trekken in ’t gareel. Even verstreek door de +oogen der vrouw een vleug van vreemde verdrietelijkheid. En dan, achter +elkander aan, gingen zij het keukentje binnen.</p> +<p>Het kind naaide dien dag haar schort af, omdat er geen ander werk +voor haar was.</p> +<p>Den volgenden morgen mocht ze wiegelakentjes letteren voor de vrouw +uit de Hanekamp, die op bevallen stond, en verdiende een kwartje.</p> +<p>’s Middags deed ze een boodschap voor de buurmenschen en kreeg +drie centen. De drie centen waren voor haar, maar ’t kwartje +moest ze afgeven.</p> +<p>Den dag daarop bracht haar moeder uit een werkhuis een pak kapotte +kousen mee. In één avond stopte ze alle gaten en gaatjes +dicht, ging ’s and’rendaags <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e781" href="#xd21e781" name="xd21e781">54</a>]</span>ze +terugbrengen, kreeg dertig centen; ze mocht er niets van houden.</p> +<p>Ze had daar wel hartzeer van, maar ’t was ook billijk vond ze, +en ze zei geen woord van beklag.</p> +<p>Toen kwam er weer een dag, dat er géén werk voor haar +was, dat ze maar stil in veilige hoekjes, op ’t plaatsje, op de +vliering, aan ’r schorten zat te pikken, telkens haar rol goed +ergens anders verstekend. Ze sleepte er mee, zei Ant, als een kat met +’r jong.</p> +<p>Maar ook Vrijdags was er weer geen uitkijk op een +verdienstetje....</p> +<p>„Je mot vragen, wanneer dàt wurm eris zal verdienen als +de anderen,” praatte ineens, ongewoon bits, de vrouw hardop, +terwijl zij in ’t keukentje de vaten van den vorigen dag stond te +wasschen, en ’t kind, muis-stil achter in den stoel aan het +voorkamerraam, haar vragen voor de catechisatie leerde.</p> +<p>„Zou je niet eens opkomme.... zou je je moeder niet eris +helpe,” begon de vrouw weer, ongeduldig, met een boozen blik +schuin het kamertje in.... Er was die week acht stuivers op de huur +tekort, omdat ze een werkhuis had gemist; ze tobde daar in haar eentje +over....; en nou zat dat kind maar thuis, en had nog wat te +commandeeren van dit niet willen en dàt motten; dat zat maar te +dreinen over een dienstje, al <span class="pagenum">[<a id="xd21e793" +href="#xd21e793" name="xd21e793">55</a>]</span>zei ze niks, en over een +lichte jurk.... kè-je begrijpe, as-t-er niet eens genog voor de +huur was!</p> +<p>„Zeg! hóór je me niet?” snauwde ze nu +ruw.</p> +<p>’t Kind kwam onwillig overeind; ’n mokkend-koppige +uitdrukking was er op haar bleeke gezichtje. Zij gleed het vragenboekje +in ’r jurkzak en met een vinnige genepenheid in ’r +flets-grijze oogjes, ging ze naar achter.</p> +<p>Verdienen.... verdienen.... had ze niet, op die drie centen na, +alles afgegeven wat ze die week verdiend had, heel de elf stuivers?.. +had ze niet gewerkt wat ze kon?.... en zij was er zelf toch ook nog.... +aan háár dacht niemand.... moest die japon van +háár niet gemaakt worden?</p> +<p>Een vijandige geslotenheid trok haar heele gezichtje strak; zonder +één woord tegen elkaar, redderden de vrouw en het kind +den keukenrommel aan kant.</p> +<p>Toen het klaar was, ging ze weer vóór haar vragen +leeren.</p> +<p>Zachtjes-raffelend fluister-las ze aldoor hetzelfde, aldoor +hetzelfde; maar eerst drongen tusschen en dwars-over die toonlooze +woord-reeksjes nog telkens haar verbitterde gedachten van daareven, +herhaalde ze zonder den zin te vatten; langzaam dan begon ’t geen +aan dat klein, blank-bladig boekje verbonden was, het dénkbeeld +van: de catechisatie, het <span class="pagenum">[<a id="xd21e808" href= +"#xd21e808" name="xd21e808">56</a>]</span>witte boogramen-zaaltje naast +de kerk, de damping en de vale reuk van domeni’s pijp, de goedige +stem van domeni, het te winnen,—en ze leerde nu ijverig, keek +even omhoog met half-dichte oogjes, dreunde op uit het hoofd: +„Gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en +liefhebben, dat wij onzen naaste zijn geld niet....” tot ze +steken bleef, even neer-oogde: „o-ja, dat wij onzen naaste zijn +geld of goed.... niet nemen, noch het door valsche waar....,” +turend onder het door-ruddelen, zonder zien, naar den bovenpost van de +deur.</p> +<p>En als eindelijk, met ’t dun, grijs boekje dicht op tafel, zoo +stoorloos-vlot ’lijk een vlietend watertje, de rijtjes +catechismus-woorden door haar geheugen liepen, zij zonder +één hapering kon afprevelen: „Het zevende gebod, +gij zult niet stelen, wat is dat, wij moeten God vreezen en liefhebben, +dat wij onzen naasten zijn geld of goed niet nemen, noch het door +valsche waar of handelingen aan ons brengen, maar hem zijn goed en +nering helpen verbeteren en bewaren; het achtste gebod, gij zult geen +valsche getuigenis spreken tegen uwen naaste, wat is dat,”.... +als zij ten slotte het „of goed” niet meer vergat en elken +keer dacht om de „handelingen,” dan was alle spanning +weggetrokken van haar hersens.</p> +<p>Montertjes ging zij in den namiddag naar haar catechisatie; +<span class="pagenum">[<a id="xd21e814" href="#xd21e814" name= +"xd21e814">57</a>]</span>nog monterder kwam ze er weer uit. Ze ging +graag naar catechisatie, luisterde graag naar de vertellingen van +domeni, veel mooier als-’t-ie ’t in de kerk dee, en als ze +dan haar beurten goed wist en domeni, onder een haal aan zijn pijp, +knikte goedkeurend....</p> +<p>Nu óók had ze haar vraag pront gekend, en ’r +gezichtje stond stil-open opgeruimd, toen, in den vooravond door de +leege kleine-stads-straten naar huis gaand, zij àl maar de +woordrijtjes nog in haar hoofdje voelde na-vlotten, „het zevende +gebod, gij zult niet stelen, wat is dat”.... maar zij had nu geen +zin in haar geboden, en als van zelf, in de guldene klaarheid om haar +heen, gingen ’r gedachtetjes zich rijen in het rhythme van +’r versje van deze week:</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Daar is uit ’s werelds duistere wolken</p> +<p class="line">Een Licht der lichten opgegaan.</p> +<p class="line">Komt tót zijn schijnsel àlle volken!</p> +<p class="line">En gij, mijn ziele, bíd het aan!</p> +<p class="line">Het komt de schaduwen beschijnen</p> +<p class="line">De zwarte schaduw ván den dood,</p> +<p class="line">De nacht der zónde zal verdwijnen</p> +<p class="line">Genàde spreidt haar mòrgenrood.</p> +</div> +<p class="first">Ze vond ’t een erg mooi versje, vroeger had ze +’t <span class="pagenum">[<a id="xd21e837" href="#xd21e837" name= +"xd21e837">58</a>]</span>in de kerk ook wel eens gezongen, en ’r +moeder had ’t ook écht mooi gevonden, toen ze ’t +Zondagavond zat te leeren. ’r Versje, dat leerde ze altijd +dadelijk,—’t was veel gemakkelijker te onthouden, en ze +vond ’t ook te prettig, om er tot ’t lest van de week mee +te wachten. Ze kon er nu al zooveel, ook van vroeger van zondagschool! +Dat van verleden week</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Hoog omhoog, het hart naar boven,</p> +</div> +<p class="first">dat was ook erg mooi; hartverheffend was ’t, had +domeni gezegd; en dat van onderlaatst</p> +<div class="lgouter"> +<p class="line">Zoo blij de landman móe van ’t +ploegen,</p> +</div> +<p class="first">maar dat begreep ze eigenlijk niet goed.</p> +<p>Zoo, door de lange, verlaten buiten-straat, waarin alleen haar +zachte pasjes even verklonken,—in de avond-kalme atmosfeer vol +voorjaars-zoelte en verschen groen-geur uit de tuintjes +vóór en tusschen de lage huizen, liep het kind +genoegelijk haar versjes op te zeggen, stil in-zich-zelf, met +nauw-bewegende lippen, òm ’t andere regeltje, mee met haar +ademing, inhalend met hijg-geluid.</p> +<p>Zoetjes-aan kuierde ze voort; ’t was lekker buiten, ze had +geen haast om naar huis te keeren....</p> +<p>Toen, voor ’r schrik-verbaasde oogen, liepen plotseling, een +huis of tien voor haar uit in de stille straat, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e856" href="#xd21e856" name= +"xd21e856">59</a>]</span>twee meiden in lichte japonnen, uit een +zij-steeg gekomen.... Oooo! kreunde ’t kind.... ’t waren +naaischool-meiden; ze hadden ’r uitzetkleeren aan; die gingen +naar de naai-juffrouw; die gingen om een dienstje.... Ze kende ze goed; +’t was de meid van de Weert en de meid van Karseboom.... ’t +waren de robbedoezigste en slonzigste meiden van heel de naaischool +geweest.... en kijk ze nou groot lijken in die lange jurken....</p> +<p>„Hèèè, kijk nou toch....” zei het +kind zacht-hardop. Ze had zoo’n verdriet! „Kijk ze nou +loopen,” dacht ze dan weer.</p> +<p>Midden op de straat, even van elkaar af, om elkanders gloednieuwe +jurken niet te kreuken, gingen de meiden met gauwe, stramme passen, +recht-op, en keken recht voor zich uit, de hoofden stijf en schuin +geheven. Met de volle hand, maar nauw het goed aanrakend toch, hielden +ze beide gelijkelijk, als samen vooraf geleerd, de jurken een ietsje +van den grond. Ze hadden tulen mutsjes op, en ’r haarvlechtjes +zaten nu in keurige, vaste knoetjes tusschen het japon-kraagje en den +mutsrand gedraaid; ’t leken gróóte meiden.... +volwàssen meiden....</p> +<p>„Och-och, hoe mooi,” zei het kind nog eens. Het schreien +kropte haar heet in de keel. Zij zag zichzelf loopen in haar korte, +gelapte merinos-jurk, onder <span class="pagenum">[<a id="xd21e864" +href="#xd21e864" name="xd21e864">60</a>]</span>haar flaphoedje met +verkleurd lint, en haar staartje op den rug. Ze vond zich ’t +armoedigste meisje van de heele stad....</p> +<p>Een van de twee meiden zag even om, keek dan weer met ’r +trotschig, stijf-schuin geheven hoofd recht-uit.</p> +<p>Haar gang inhoudend kwam het kind met een groot, mokkend verdriet +achter de twee aan.</p> +<p>Niets was er voor haar in de straat dan die twee benijde +lichtheden.</p> +<p>En toen de meiden al de zij-steeg naar het Turfgrachtje waren +ingeslagen, bleef het kind, langzamer loopend, zonder weten, met +hopeloos-begeerige oogen staren, of nog altijd dat klare water-blauw en +dat glanzende wit voor haar uit deinde.</p> +<p>Maar de zij-steeg langs komend, keek zij er niet meer +binnen......</p> +<p>Thuis zaten ze al om de tafel; ze zei niemand goeden dag, ging met +een strak-bleek gezichtje aanzitten, om haar avondbrood te eten. De +zusters letten er niet op; vrouw Plas zei: „Kè je niet +genavond zeggen? mot je niet bidden? leer je dat op +catechisatie?” maar ze lei ’r toch, een oogenblik later, +nog een boterham op ’r bord, omdat ’t wicht zoo pips +zag.</p> +<p>’s Avonds, in den flauwen lantaren-schijn op de vliering, lag +’t kind op de knieën bij haar lap goed, <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e881" href="#xd21e881" name= +"xd21e881">61</a>]</span>die ze uitlei en vouwde en mat.... maar ze zag +wel, dat het niet gaan zou, en toen begon er een ander plan te broeien +in haar hoofd.</p> +<p>Daar liep ze dan vele dagen mee rond, vele dagen van moeizaam +overleg in haar moeë, pijn-zware hersens.</p> +<p>Ze zou naar de naai-juffrouw gaan, zóó als ze was, ze +zou zeggen, dat ’r schorten al klaar waren, en dat ’r japon +ook wel gauw gemaakt zou worden.... òf de juffrouw nou niet een +dienstje open had.... als moeder maar wist dat ze een dienstje +kòn krijgen, ziet u, dat dàn de kleeren wel gemaakt zouen +worden.... als ze had kunnen knippen, nou dat wist de juffrouw wel, dan +zou de japon al wel een week af wezen, de schorten had ze ook zelf +gemaakt, de juffrouw moest maar ’s zien of ’t netjes +was.... Dat zou ze zeggen; ze zou de schorten in een rolletje +meenemen.... ze zou goed haar woord doen....</p> +<p>Maar als ze dan, een oogenblik, volkomen zich wegdacht midden in de +gebeurtenis: hoe ze zou aanbellen, binnen gaan, in de kamer komen bij +de juffrouw, hoe die met het strenge gezicht, dat ze zoo goed kende, +zou vragen: zoo Marie Plas, en wat kom jij doen?—dan voelde ze +weer, dat ze toch nooit zou durven....</p> +<p>Tot, op een middag, feller dan ooit, de gedachte in <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e891" href="#xd21e891" name= +"xd21e891">62</a>]</span>haar neersloeg, dat straks, of morgen, of +overmorgen, Sien of Ant moest thuis komen met de boodschap, dat er een +plaats was op ’r fabriek, dat er een plaats was op de fabriek van +’n vrindin.... dat ze dan mee zou moèten,.... dat ze dan +onherroepelijk naar de fabriek ging....</p> +<p>En dien middag liet de angst haar niet meer los.</p> +<p>’r Moeder was uit werken en ze was alleen thuis.</p> +<p>Bij het keuken-aanrecht, te zenuwachtig om voort te komen, ging ze +haar toebereidselen maken tot den grooten tocht.</p> +<p>Ze begon met zich te wasschen, haar jurklijfje uit; ze poetste haar +gezichtje en haar hals, poetste en wreef, eerst met groene zeep, dan +nà met de rauw-natte handdoekpunt, boende moeilijk zich droog +met den dunnen lap, tot het vel heet-roodig beet over de koonen, en er +onder haar gloeiende oortjes, waarin van binnen de kneukeltjes jeukten, +fijne pijn-striemen brandden in haar schrielen hals.</p> +<p>Dan ving het haar-opmaken aan, de toch al erge levensverandering van +’t „opgestoken” haar, waarmee ze voor ’t eerst +zou worden gezien, gek-anders en oud, voor ’t eerst op straat zou +loopen, raar-trotsch en akelig-naakt tegelijk; nu, door de +àl-beslissende rol, die ’t zou hebben te vervullen, een +angst-droom, waarin ze met krampachtige inspanning iets moèst +bereiken. <span class="pagenum">[<a id="xd21e903" href="#xd21e903" +name="xd21e903">63</a>]</span>En ’t was zoo moèilijk! +’r Bevende vingers togen wriemelend aan ’t werk. Ze had +’t al zoo vaak, heimelijk, geprobeerd, sinds ze dien avond de +twee naaischool-meiden voor zich uit zag loopen. Maar meestal ging +’t niet!</p> +<p>De drie stugge achterhoofd-strengetjes van ’r vlecht, die kon +ze maar niet gelijkelijk, met de kam-halen mee, omhoog krijgen; en +àls zij al ’t achterhaar gladjes in haar linkerhand tot +aan de kruin had opgegrepen, dan zakten de voor-haren aan de slapen +weer als piekerige slierten uit ’t vastgehouden bosseltje los; +hàd ze dan eindelijk al ’t haar stijf beet, dat rond +voorhoofd en nek ’t alles in roodige pukkeltjes weggetrokken zat, +dan wisten ’r ongewende vingers nog maar amper om het dunne +haar-bundeltje het bandje te strikken.</p> +<p>Telkens en telkens moest ze het overdoen.</p> +<p>Ten leste hing het; ’t zweet, met een zwoel-opslaande +wàlm van warmte, brak haar uit, prikkelde hittig op ’t +strakke vel; schokkerig schikten en wonden de handen dan het knoetje +rond, lagen het uit op ’t achterhoofd, staken het vast met de +paar haarspelden, die er in Siens naai-doosje over waren.</p> +<p>Bij het raam, want ’t begon al te schemeren, keek ze in +’t krom-golvig spiegeltje van den deksel; nog altijd sprongen er +zij-haren los; en òm er maar <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e914" href="#xd21e914" name="xd21e914">64</a>]</span>netjes uit te +zien, plakte zij met haast-dringerige streekjes van water ze tusschen +de andere vast; donkere vegen liepen over ’t bleeke blond +omhoog.</p> +<p>Dan krabde en veegde ze alle vlekjes en spatjes uit haar jurk, +borstelde en blies haar hoedje af, stofte haar schoenen schoon, waschte +nog eens haar handen, vijlde het vuil, dat er door ’t smerige +bombazijn-naaien van dien morgen ingezwart was, met puimsteen weg.</p> +<p>Zij was wel een uur bezig; en willens hield ze al haar denken zoo +sterk ze kon bij dat werk, om te vergeten, waartoe het gebeurde.</p> +<p>Toen ging ze op weg.</p> +<p>Zij liep maar, jachtig, wetend wel, dat ze niet tot kalmte moest +komen, want dat ze dan niet durven zou.</p> +<p>Haar smalle gezichtje, met de vlekkerig-trekkende waschplekken onder +de heete oogjes, was aan de kaken nog spitser dan anders, nu elk +piekertje haar, nat-gekleefd, naar het dunne knoetje hoog op het +achterhoofd weggespannen was. In haar hevige ontdaanheid voelde ze de +velschroeiing ternauwernood: „’t is niks,” dacht ze, +„dan zie ’k er gezonder uit.”</p> +<p>Soms merkte ze, aan de avond-koelte die er fijntjes in-streek, +’r nu kale, even uitgeholde nekje; en ook hinderde haar wel +’t onwennig en onvast voorover staan, door ’t hooge +haardotje, van ’r hoed, waarvan de rand scherp op ’t +voorhoofd drukte. <span class="pagenum">[<a id="xd21e928" href= +"#xd21e928" name="xd21e928">65</a>]</span></p> +<p>En terwijl de beenen zwoegend voort-repten, was in haar +wonderlijk-klaar hoofd een vlucht van woorden en stukjes gesprek, heele +einden verhaal, dat ze houden zou, straks, als ze voor de juffrouw +stond.</p> +<p>Toen ze dicht bij het Turfgrachtje kwam, begon ze schichtig te +kijken naar de menschen, die haar langs gingen, maar te haastiger liep +ze door, het hoofd neer, even de oogen onder den hoed-rand uit.</p> +<p>Hier was ’t; zonder bedenken stapte ze de stoep op, trok de +bel over.</p> +<p>Hoog boven haar geelde de daklijst nog aan den wit-groenen hemel, +maar de stoep met de grijs-arduinen paaltjes stond al in +schemer-vaalte.</p> +<p>Een meisje deed open, het dienstmeisje van de menschen, bij wie de +juffrouw in huis was. Die liet haar in de gang komen, een hooge, witte +gang, òveral weifelig licht-doorreikt van het kaarsje, dat, in +een hooge glazen ballon aan koperen kettingen, helder brandde.</p> +<p>Voor den tweeden keer vroeg het meisje, wie ze zeggen moest, dat er +was.</p> +<p>Het kind fluisterde, kortaf, haar naam, en de meid ging heen, +onhoorbaar tredend over den zachten looper.</p> +<p>Toen, van het oogenblik af, dat zij daar stond, alleen, in de hooge, +bevend-blanke gang, kwam er een bedwelmende bewondering over haar, +waarin al <span class="pagenum">[<a id="xd21e946" href="#xd21e946" +name="xd21e946">66</a>]</span>haar denken en bewegen als verstolde, en +waarin zij maar vaag meer wist van den angst, die haar gedreven had tot +dezen tocht.</p> +<p>Ze zag een oude juffrouw de gang inkomen, als recht op haar toe, +haar aankijken, even knikken, wenden en de trap opgaan; zij<a id= +"xd21e950" name="xd21e950"></a> was bewegeloos gebleven, zonder +goedendag-zeggen, met een verbijsterde staring in de starre +oogbollen.</p> +<p>Zonder gedachten stond ze, de voeten vast aaneengesloten, op de +deurmat.</p> +<p>De meid, die in ’t verschiet van ’t smaller en donkerder +gang-einde een kamer was binnengegaan, kwam weer naar buiten, de deur +achter zich latende aanstaan, liep als de juffrouw van daareven eerst +op haar toe, en zei dan, wendend ook naar de trap, met een wijsknik van +het hoofd achterom: „daar mot je wezen.” Toen ging ze de +trap op.</p> +<p>Het kind, weer alleen in het licht-wemerende voorhuis, dorst zich +niet te verroeren; de gang-blankte sloot als een betoovering om haar +toe; met dezelfde schril-verdwaasde oogjes bleef zij staan turen.</p> +<p>Dan klonk achter uit de op een kier gelaten deur een ongeduldige +roep, de roep van haar naam, door een stem, die ze kende.</p> +<p>En dat bekende verbrak eensklaps de benauwing. Vanzelf zetten zich +nu haar voeten in beweging, kwam <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e963" href="#xd21e963" name="xd21e963">67</a>]</span>zij de +dood-stille, kerkachtige blankte door, en het vertrouwelijker halflicht +van de achtergang, tot aan het schijnsel voor de schelle kier. En +opeens was de deurknop in haar hand, en stond ze op den drempel der +kamer.</p> +<p>Het kind zag een groot vertrek, waarin laag sterk licht was, veel +rood in dat licht, en boven schemer. Aan den wand vóór +haar zag ze een zwart scherm met gouden vogels; tusschen het laatste +schotje en den muur vaagde iets wits van een bed.</p> +<p>Toen, van achter de deur, kwam nog eenmaal de bekende stem-klank: +„Nou, Marie Plas....”</p> +<p>Het kind sloot werktuigelijk de deur, en stond in ’t volle +licht voor de tafel. Ze dorst niet opzien.</p> +<p>„Zoo” .... zei de stem weer, maar snijdend-bits nu, +zooals ze ’t vaak tegen de ondeugende meiden gehoord had: +„Kom je nou zóó bij mij.... dat had ik anders +verwacht....”</p> +<p>’t Kind stond als in een ijlte, zonder den grond te voelen +onder haar voeten, en de stem kwam van ver, in een droom. Als +vervluchtigende vlokken vielen de bestraffende klanken in haar +wonderlijk-leeg hoofd.</p> +<p>Zij bracht geen woord uit, bleef strak vóór zich +kijken.</p> +<p>„Wat kwam je nu eigenlijk doen?” vroeg de stem opnieuw, +maar wat aanmoedigender. <span class="pagenum">[<a id="xd21e979" href= +"#xd21e979" name="xd21e979">68</a>]</span></p> +<p>Het kind waagde een blik.</p> +<p>Op een schuin in den hoek gezetten canapé, achter tafel, zat +de juffrouw. Zij leunde met de beide voorarmen, de ellebogen uiteen, de +handen bij elkaar, op het donker-mahonihouten blad, en ze droeg +dezelfde bruin-en-zwarte japon, die ze vaak in de naai-les aanhad. De +licht-en-schaduw-scheiding van den lampekap-rand viel midden over haar +gezicht. Als ze wat onderuit keek, om, onder de lamp door, het kind op +te nemen, kwam het licht-lijntje tot schuin over haar oogen. Zij +knipperde even, en, terug met ’t hoofd, zat ze weer als te +voren.</p> +<p>Met schrille, genepen oogjes moest het kind naar die verschuivende +licht-en-schaduw-lijn kijken. Toen voelde zij, dat ze zelf in den baren +lampeschijn stond, als naakt in haar sjofele kleeren.</p> +<p>En in die plotselinge schaamte kwam zij tot haar volle +bewustzijn.</p> +<p>„De schorten zijn wel klaar,” zei ze met een haperende +stem, „maar de jurk is nog niet gemaakt....”</p> +<p>„Zoo....” zei de juffrouw „en waarom +niet?”</p> +<p>Nu, gesteld voor die vlakke vraag in ’t schelle licht, was +’t kind weer heelemaal in de war. Al haar duidelijke en +begrijpelijke verklaringen was ze vergeten. Ze was duizelig.</p> +<p>„Nou, waarom kon die japon niet gemaakt worden?” +<span class="pagenum">[<a id="xd21e997" href="#xd21e997" name= +"xd21e997">69</a>]</span></p> +<p>„’k Had geen tijd, juffrouw.”</p> +<p>Zonder begrip te hebben van wat ze zei, viel dàt uit haar +mond.</p> +<p>„Hadt je geen tijd om dat goed weg te brengen? En heb je wel +tijd, om hier in je ouwe kleeren te komen?”</p> +<p>„Nee juffrouw,” zei het kind.</p> +<p>„Hè?” vroeg de juffrouw.</p> +<p>„Nee, juffrouw, me moeder wou ’t niet,” bracht het +kind uit.</p> +<p>De juffrouw begreep ’t niet wel. ’t Verwonderde haar. Ze +had altijd gemeend, dat ze ’t van Plas nog al goed hadden, wist +van d’r vaders ongeluk, van de flinke moeder.... zij had voor een +paar stille, knappe dienstjes vaak aan dit kind gedacht, dat altijd zoo +netjes op school was geweest, zoo oppassend en gewillig....</p> +<p>„Zóo,” zei de juffrouw, „kon je moeder dat +geld niet missen....?”</p> +<p>’t Kind kleurde fél.</p> +<p>„Nou, vertel nou maar eens,” drong de juffrouw aan, wat +korzelig.</p> +<p>Zij had ook dikwijls iets tègen dat kind gehad,.... dat kind +had iets stiekems, iets wonderlijks; wat stond ze nu weer raar onder +dien hoed uit te kijken. Je wist nooit recht wat je aan ’r +had.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1021" href="#xd21e1021" +name="xd21e1021">70</a>]</span></p> +<p>Toen, met een rilling door ’r schouwertjes, een schok-scheut +in ’r beenen, zei ’t kind:</p> +<p>„Me moeder wil, dat ik naar ’t fabriek ga; me zusters +zijn er ook op; me moeder wil niet, dat ’k ga dienen.”</p> +<p>’t Gezicht van de juffrouw trok bedenkelijk: Jaaa... als +’t zóó zat.... Haar wat bol-uitstaande, bruine +oogen tuurden, half-neer, naar den uitersten tafelhoek.</p> +<p>’t Kind, midden door haar verwarring heen, voelde toch, dat ze +iets verkeerds had gezegd.</p> +<p>De juffrouw rimpelde het voorhoofd op....</p> +<p>Even gingen, aan de rusten-blijvende polsen, de beide vleezige +handen omhoog, vielen dan, met een plofje, op de vingertoppen weer +neer.... ja.... als ’t zóó zat.... als de ouders, +als de moeder niet meewerkte.... dáár kon zij niet +tegen-ingaan.... zij kon die kinderen niet tegen hun ouders op gaan +zetten.... zij kon niet zeggen: kind, ga <span class="ex">niet</span> +naar de fabriek.... de menschen schenen daar niets meer in te +vinden.... vroeger, een fatsoenlijk meisje, niewaar?.... maar +tegenwoordig.... dit kind scheen nou liever te gaan dienen.... maar zij +kon er de dames toch niet in laten loopen.... ze kwamen bij haar om wat +knaps te krijgen.... die bij haar om zoo’n kind kwamen, deden +’t ook al niet uit overdaad.... zoo’n kind moest toch +allereerst fatsoenlijk voor den dag komen.... kostte eerst meer dan ze +verdiende.... bonte japonnen, mutsjes.... pantoffels.... <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1037" href="#xd21e1037" name= +"xd21e1037">71</a>]</span>tegen ’t winter een regenmantel.... ja, +als de moeder niet wou meewerken.... ’t was jammer.... ’t +was toch geen kwaad kind.... ’t was erg jammer....</p> +<p>En nog eens, met een schouderbeweging van „niets aan te +doen,” gingen de beide breede handen aan de rustende polsen op, +vielen met een nadrukkelijk, afdoend plofje der vingertoppen op tafel +weer neer.... ’t was geen sterk kind.... wat bloed-arm.... in een +stil dienstje zou ze.... maar als de moeder ’r naar de fabriek +wou....</p> +<p>De bolle bruine oogen keken dan recht het kind aan, dat zich niet te +bergen wist onder dien blik, zoo vernederd als zij zich voelde.... voor +hoe arm moest de juffrouw hun wel aanzien....</p> +<p>„Moeder zoù ’t geld voor de japon wel kunnen +geven....” stootte ze nog uit.</p> +<p>„Ja, juist....” zei, practisch, de juffrouw.</p> +<p>Even keken de bruine oogen en de kleine grijze in elkaar.</p> +<p>„Wil je moeder nog eens bij me komen?” vroeg de +juffrouw.</p> +<p>Heftig knikte het kind van nee.</p> +<p>Toen schoof er voor de starre pupilletjes plotseling een +fel-glinsterend waas, en zonder een woord meer of een knik draaide het +kind zich om en liep, de kamerdeur openlatend, de gang in. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1056" href="#xd21e1056" name= +"xd21e1056">72</a>]</span></p> +<p>„Je mag zelf óók nog wel eens terugkomen over +een tijdje,” riep de juffrouw, die opgestaan was, in de open +kamerdeur haar na.</p> +<p>’t Kind morrelde even, met trillende handen, aan het +voordeur-slot, kreeg het open. En toen liep ze weer op straat.</p> +<p>Ze liep, ze liep, gauw naar huis, als om bescherming en troost te +zoeken dáár, vanwaar ze de angst-vervolging ontvlucht +was; ze kon niet meer denken, hoe alles eigenlijk was, en ’r +heele hoofd was vol heet geschrei.</p> +<p>Diep-neer met ’r gezichtje liep ze, dat de menschen niet zien +zouen hoe ze huilde.</p> +<p>Toen ze thuis kwam, wat bedaard, maar met brandende oogen en een +zoute keelpijn van ’t schreien, vond ze haar bordje met +boterhammen op een hoekje der alweer opgeredderde kleptafel, en de +vrouwen, bij elkaar, er achter, saam aan een groot werk bezig.</p> +<p>De moeder en Sien hielpen Ant met het afhechten der draadjes aan de +gebreide kleeren, waarvan zij een gestampte mudzak vol, als overwerk, +mee naar huis had gekregen.</p> +<p>Over hun wijde schooten met goed zaten ze gebogen, terwijl de +vingers friemelden, om de korte eindjes wol, onhandelbaar aan de groote +stukken, in de stopnaalden te krijgen. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1072" href="#xd21e1072" name="xd21e1072">73</a>]</span></p> +<p>Op tafel lag al een stapel afgewerkte borstrokken en lijfjes. En +boven den zak, opstaande tegen den wal van hun knieën, bewogen +groot in het kleine bestek de zes bedrijvige handen.</p> +<p>„Eet maar gauw, Merietje,” zei Ant, „dan mag je +meedoen; d’r zalle nog wel een paar centen op overschieten voor +je.”</p> +<p>De vrouw was aan ’t vertellen geweest, vertelde door:</p> +<p>„Nou, en toen zeit je oom, nee, zeit-ie, dat doen ik niet, en +je vader kwaad; die was te fesoendelijk; die had nou +graag....”</p> +<p>„Heeremejeetje!” schetterde opeens Sien ’r schelle +stem door ’t verhaal heen, „kijk die Sprot er +uitzien!”</p> +<p>’t Kind, aan de andere zijde der tafel, met haar roode oogen +en bleek-getrokken, vlekkerig gezichtje, bukte nog dieper boven haar +bord, voelde het bloed opjagen onder de blikken der drie vrouwen.</p> +<p>„Háár, waar mot je met dat kind naar toe!” +gilde Sien weer, en werktuigelijk tastten Marietje’s handen naar +het kleine knoetje, waarvan de plukjes sprietsel rondom uitpiekten.... +en plotseling voelde ze nu ook aan haar slapen en midden op ’t +voorhoofd de prikkende trekking der te strak gespannen haartjes, en de +weeë pijn, die daarvan klopte hoog in ’r hoofd. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1087" href="#xd21e1087" name= +"xd21e1087">74</a>]</span></p> +<p>„Kind, wat mòt dat?” had de moeder gevraagd, met +haar blik van goedigen spot.</p> +<p>„Ze lijkent wel een stekelverreken,” relde Sien.</p> +<p>„Ik wed....” plaagde Ant, die in haar sas was over het +buitenkansje van de fabriek, „ik wèd.... dat jij op een +dienstje ben uitgeweest!”</p> +<p>„Toe,” zei Sien, „ga door! zoo’n klein +merakel, wie zou daaran willen?”</p> +<p>En Ant er weer tegen in: „de kleintjes motte d’r ook +weze, wat zeg jij, Merietje? En de een krijg veel haar van onze lieve +Heer, en de ander weinig.... kom, allé meid, laat Sien praten, +help maar gauw mee....”</p> +<p>Doch Ants wijdloopige troosterigheid maakte de maat vol; de dikke +tranen sprongen ’t kind in de oogen; een laatste, uitgebeten +boterham viel terug naast haar bordje; losbarstend in gesnik vluchtte +zij het plaatsje op.... En terwijl in een bevenden grijns haar lippen +wijd om de klapperende tandjes trokken, vloog links de eene haarspeld +tegen de steenen, tikkelde rechts de andere neer. In de zwakke +licht-geling door ’t keuken-gordijn hing als een dun, asch-bleek, +sluik-sliertig vachtje het haar ’r tot even over de schouders. Al +snikkend vlocht ze het weer in een staartje, en dan, gedrukt tegen het +staketsel aan, huilde ze nog lang, stiller en milder, tot ze zag, hoe +in haar tranen de lantarens op den singel achter de +„Hanekamp” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1101" href= +"#xd21e1101" name="xd21e1101">75</a>]</span>goudene sterren geleken, +die wijd-uit trillende stralen schoten, en ze <span class="corr" id= +"xd21e1103" title="Bron: daarnaar">daar naar</span> ging kijken....</p> +<p>Zoo stond ze in donker te suffen. Ze had hoofdpijn, pijn overal.</p> +<p>Een uurtje later, toen het werk voor de fabriek af was, kwam Ant +eens kijken. Die lachte wat met haar, troonde haar mee naar binnen. +Sien was uit, hoor!</p> +<p>„Zeg,” zei ze tegen het kind, „heb jij gezien, dat +Sien een goue kettinkie had?.... Hein was er.... ’n opstand dat +die maakte.... hei je niks gehoord? hij zei maar, dat Sien nou +tòch ’n goue kettinkie had,.... op de azijnmakerij had ze +’t angehad,.... ’n jongen had ’t ’m verteld.... +en hij wou weten van wie ze ’t had...”</p> +<p>„<span class="corr" id="xd21e1114" title= +"Bron: fff">Fff</span>” trok het kind haar adem op tusschen de +tanden. Dan volgde ze willig, huiverig van ’t huilen en ’t +lange staan in den frisschen meinacht, waardoor nog ’n vinnig +windje sneed.</p> +<p class="tb"></p> +<p>Maar den Zondag daarop was heel de ruzie tusschen Sien en Hein weer +bijgelegd. Hein kwam om vier uur een kommetje koffie drinken, en de +moeder gaf—ze had een goede week gehad—er ’n snee +zoete koek bij, en Sien was welgemutst, en Hein zei, dat hij voor +’n kettinkie spaarde, en hij liet twee nieuwe guldens zien, die +hij in een papiertje in zijn vestjeszak droeg. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1121" href="#xd21e1121" name= +"xd21e1121">76</a>]</span>Driemaal liet hij dien middag de guldens +rinken, en ieder was in zijn schik.</p> +<p>Alleen de oogen van het kind hadden een zonderlinge gluring....</p> +<p>En ook nà dien Zondag bleef een ongewone gedachten-broeiing +bij haar omgaan.</p> +<p>Als een licht-schuw rotje kon ze tijden in den duisteren hoek bij de +bedstee zitten, zóó stil, dat de moeder, die haar uit +dacht, schrok, als ze een beweging maakte.</p> +<p>En de zachte avonden, dat ze allen hun stoelen buiten haalden, +schoof zij haar lage tabouret zoo ver mogelijk van de anderen af, en +haar stijfgenepen lippen waren van ’t zelfde flets-bleek als haar +wangetjes, waar nog geen sproeten die kleurden. Twee gleufjes diepten +er dan tusschen de wenkbrauwen, van ’t tobbend gedenk; en den +ganschen dag door stonden haar oogjes zoo bloo-verschrikt, hadden plots +zoo’n schichtigheid van betrapt-worden, dat Ant, onwillekeurig, +op een morgen „kleine Judas” tegen haar zei.</p> +<p>Dat was wat geweest! ’t Kind had zóó +onbedaarlijk gehuild, dat de moeder, die eerst van de fratsen niets +weten wilde, met kopjes water haar zenuwen weer onder bedwang moest +krijgen.</p> +<p>Een dag lang had zij toen haar best gedaan, om opgeruimd te wezen en +gewoon met de anderen mee. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1136" +href="#xd21e1136" name="xd21e1136">77</a>]</span>Maar den volgenden +morgen, toen ze op boodschappen uit was, had ze weer een naaischoolkind +in ’r nieuwe kleeren gezien.</p> +<p>„Heb jij nog geen dienst?” had die gevraagd, „ikke +wel.... bij twee dames.... twaalf stuivers in de week, en de halve +kost....”</p> +<p>„Hei je ’n mooi keukentje?” vroeg ’t kind +belust.</p> +<p>„Nou!—en wat ’n groote!” gichelde de ander, +„je ken der je net in keeren.... maar ’t is een lief +keukentje hoor!.... netjes.... kopere knoppe aan ’t fornuis, en +twee kopere krane.... en een kopere poffertjespan aan de muur.... en +een spiegeltje op de schoorsteen....</p> +<p>„Hei je ’n mooi kamertje?” vroeg het kind weer, in +nog grooter spanning.</p> +<p>„Nee ommers.... ’k ben er niet voor dag en nacht... maar +later wel.... als ik goed beval.... dan krijg ik een kamertje op +zolder.... met een groot raam en rooie blommen op ’t +behang....”</p> +<p>Toen was ’t bleeke snoetje van het kind saamgetrokken in een +strakke spichtigheid van onverzettelijk besluit.</p> +<p>En heel den weg over naar huis had haar gezichtje dien trek als +ingegroefd gehouden.</p> +<p>Dien avond—’t was een druilig-koude avond met telkens +buien van motregen—wachtte het kind bij <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1155" href="#xd21e1155" name= +"xd21e1155">78</a>]</span>den ingang van een doodloopend paadje naast +de Hanekamp, Sien ’r vrijer op.</p> +<p>Tusschen de twee hooge hagen stond ze, opzij in ’t gras, waar +de kringende wiebel-schijn van de singellantaren niet meer viel. Er +kwam daar nooit iemand dan overdag kinderen. Achterin was een altijd +op-slot-zittend hekje, dat in den tuin van de Hanekamp uitkwam, en er +lag kolengruis en vuilnis.</p> +<p>’r Voeten koud in ’t drassig gras, ’r goed klam +van den stofregen, ’r hoofdje heet, wachtte ze....</p> +<p>„Hein!” riep ze, „Hein!” toen de jongen +eindelijk langs kwam om het Dijkje op te gaan, „Hein!”</p> +<p>De jongen, die zachtjes te fluiten liep langs den eenzamen +singel-weg, keek, opgeschrikt, om zich heen, ontwaarde dan, achter den +lantarenschijn, het kind, sluik in ’r natte kleeren, tusschen de +hagen.</p> +<p>Haar oogen, als twee flakkerende kooltjes, koortsten hem +tegemoet.</p> +<p>„....Nou?.... wat wou je......?” vroeg hij, onwillig, +met een paar ingehouden stappen het pad opkomend.</p> +<p>„Sien.... ik weet wat van Sien....” stootte schor +’t kind uit, en haar oogen waren strak naar ’t gezicht van +den naderende.</p> +<p>De jongen, ontstellend, keek gespannen terug haar aan, vroeg +fél met zijn oogen.... <span class="pagenum">[<a id="xd21e1173" +href="#xd21e1173" name="xd21e1173">79</a>]</span></p> +<p>„Sien vrijt met een ander,” stootte nog eens ’t +kind uit.</p> +<p>„Godver....” De jongen beet zijn vloek af; dan streek +hij verbijsterd met zijn hand over zijn oogen. Het kind was achteruit +geweken, trapte door ’t gruis tusschen de schemerige hagen.</p> +<p>Met een bruusken hoofd-gooi kwam de jongen weer tot bezinning: +kóm, en Zondag dan!....</p> +<p>„Je liegt,” snauwde hij van zich af, en hij maakte +’n beweging, of hij terug wou gaan.</p> +<p>Maar het wonderlijk-helle kijken van het kind trok hem nog verder +het wegje in.</p> +<p>„Wat?.... wat dan....?” hakkelde hij, weer van streek +geraakt.</p> +<p>„Sien.... het een andere jongen.... al een week... ik weet +’t.... verleden Zaterdag.... ’k heb ’n briefie +gevonden,” stamelde ’t kind, en haar genepen hand bibberde +tegen haar jurk, waar papier kraakte achter het merinos.</p> +<p>De jongen schoot naar voren: „Hier! geef op....”</p> +<p>Maar het kind, met de uiterste stuwing van haar opgedreven wil, +weerstond de uitbarsting.</p> +<p>„’k Mot geld hebben,” joeg het uit haar verwrongen +mondje.</p> +<p>„Wat? geld?” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1197" +href="#xd21e1197" name="xd21e1197">80</a>]</span></p> +<p>„De twee guldens,” fluisterde ze, heet-heesch.</p> +<p>„O!” smaalde de jongen, opeens weer bedaard, +„o!... is ’t dáárom te doen?.... +Ozóó....!”</p> +<p>Hij weifelde; zijn rood voorhoofd trok moeilijk van gedachten, die +hij ontwarren moest.</p> +<p>„Je liegt,” zei hij dan nog eens.</p> +<p>Het kind zag hem omdraaien en met groote zomp-stappen het hagenpad +uitgaan.</p> +<p>Even was dat een verademing; duizel-licht van hoofd zuchtte ze diep +en in een oogenblikkelijke zenuw-uitviering sperde haar mondje tot een +flauwen grijns, die half haar lachen was en half een sidderende +snik.</p> +<p>Dan, kijkend weer, zag zij, aan de weghelling onder den +lantarenschijn, den jongen den singel opslaan; zijn hand ging in het +vestzakje, als voelend naar de gespaarde guldens, die hij daar +borg....; dan was hij weg.</p> +<p>Het geld! het geld!.... ze moest hem na.... ze moest hem +achterna.... ze moest.... ze moest het geld.... Maar toen ze, met +’n wanhopige krachts-inspanning, haar bevende beenen in draf +zette, kwam, ’t zelfde oogenblik, de jongen het pad weer op.... +Ze schrok achteruit.</p> +<p>„Wàt weet je van Sien?.... toe.... Merietje....,” +smeekte hij. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1217" href="#xd21e1217" +name="xd21e1217">81</a>]</span></p> +<p>„’k Heb ’n briefie,” zei het kind weer met +stuggen drang.</p> +<p>„Wàt toch voor briefie?”</p> +<p>En toen, heet in één adem, kwam ’t verhaal: ze +had een briefje gevonden, Zaterdag-avond.... op Sien ’r bed.... +zeker uit ’r zak gevallen.... Sien ging met ’n andere +jongen vrijen.... Barend heette-d-ie.... meer wist ze er niet van.... +als <i>zij</i> de twee gulden kreeg, dan kreeg hij het briefje....</p> +<p>„Als ’t waar is, zàl je ze hebben,” zei de +jongen wild.</p> +<p>„Zal je geen herrie maken, Hein, zal je <i>mij</i> niet +noeme.... zal je me niet verraje?” smeekte op haar beurt het +kind.</p> +<p>„Geef dan op! hier!” bulderde nu de jongen, en in zijn +rooien kop staken als van ’n stier de lichte, naakte oogen. Hij +deed een boosaardigen greep naar den arm van het kind.</p> +<p>Opschreiend ineens van angst, week die terug. „’k Heb +niks.... ’k heb niks..” griende ze, doodsbang, den brief +met het knuistje verfrommelend in haar zak.</p> +<p>„Verdomme!” donderde nog eens de jongen; met een +driftigen vinger-graai haalde hij ’t pakje uit zijn vestzak, +ketste het op ’t kolen-pad. ’t Papiertje scheurde in den +nijdigen worp; even tolden, al kantelend, de geldstukken over den +grond; dan, twee blinkende <span class="pagenum">[<a id="xd21e1241" +href="#xd21e1241" name="xd21e1241">82</a>]</span>witte schijfjes, lagen +ze, onder ’t veeg lantaren-licht, stil in ’t doorgruisde +gras terzijde.</p> +<p>’t Kind, door die twee witte vlekjes van heftige begeerte als +bezeten, had de oogen er niet af. Werktuigelijk ging haar hand vooruit, +het brief-flardje er nog in. Hij greep haar bij den pols in een stalen +omklemming. Ze liet het vallen. Maar voor hij ’t op kon rapen, +had zij al de twee geldstukken van den grond gegrist, en rende, ze +klemmend in haar vuist, den weg op naar huis.</p> +<p>„Nou heb ik ’t geld!” dacht ze met een woeste +vreugde.... „nou ga ik naar de naaister!.... nou heb ik ’t +geld!” Doch nauwlijks de Hanekamp voorbij, hoorde zij de zware +gramme stappen van Hein al klatsen achter zich aan.</p> +<p>Bij hun deur had hij haar ingehaald.</p> +<p>„Niet zegge.... niet zegge, Hein,” fluisterde het +kind.</p> +<p>De jongen grauwde alleen een onverstaanbaar woord terug, rukte, dol +van woede, de kamerdeur open.</p> +<p>„O God!” zei het kind.</p> +<p>Toen, klappertandend, sloop ze de krakende treedjes van de +vlieringtrap op....</p> +<p>In het hoekje, achter de kist waar haar rol jurkegoed verstopt lag, +bleef ze gehurkt zitten. Ze wist vaag dat er iets vreeselijks gebeuren +ging. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1260" href="#xd21e1260" name= +"xd21e1260">83</a>]</span></p> +<p>Van beneden klonk, na een eerste spoedig gedempte los-tiering, +’n dof gerucht; ’t schenen enkel de zware stemmen van +moeder en Hein.</p> +<p>’t Kind rilde in die stilte, die haar nog onheilspellender +leek dan ’t aanvankelijk geweld.</p> +<p>Ze luisterde met ingehouden adem; ze kon niets onderscheiden.</p> +<p>Haar rechter, stijfgenepen hand hield ze tegen haar borst gedrukt; +in de linker zaten de twee guldens geklemd.</p> +<p>Dan klapte weer de voordeur open.... het stemmengeluid in de keuken +sloeg even neer, brak dadelijk er na opnieuw uit in een opgier van +geraas.... God! nou was Sien thuis.... Sien schreeuwde.... toen was er +een bolderend gestommel.... een woest geschrei.... schreeuwen van +moeder, schreeuwen van Ant.... God! hij had ’r geslagen....</p> +<p>Weer een stilte, die het kind in ijskoude gudsing langs den rug +schoot.</p> +<p>En plotseling, uit die stilte op, hoorde ze Ant, die zei: +„Waar zit die Judas?”</p> +<p>„O God! O Onze-Lieve-Heer! ik ben zoo slecht geweest,” +bad het kind, radeloos. „O God, help mij toch.... vergeving, God, +o lieve Heere Jezus, o God....<span class="corr" id="xd21e1277" title= +"Niet in bron">”</span></p> +<p>En eenmaal de uitzinnige bidwoorden van haar lippen gehijgd, bleef +ze, tegen het weer oploeiend krakeel <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1283" href="#xd21e1283" name="xd21e1283">84</a>]</span>van +beneden in, vol angst en zelf-afschuw de aanroepen uit-stamelen, zonder +ophouden.</p> +<p>Een enkele maal deed een snerpende stem, een verstaanbaar-opklinkend +woord, even den kreunenden woord-deun tot staan komen. Dan, met een nog +krampiger in haar borst gedrukt vuistje, bad weer haar +angst-verschroeide stem in vertwijfeling....</p> +<p>Als een gloeiend schijfje sneden de guldens een pijncirkel in +’r nijpende hand:</p> +<p>„O God, die twee guldens, o God, o God! ik zal ’t niet +weer doen, o lieve Jezus, lieve Heere Jezus, ze hebben me Judas +genoemd! o God ik heb Sien verkocht voor zilverlingen, o lieve Jezus, o +God, genade, genade....”</p> +<p>„Sprot....” hoorde ze plotseling, met een nijdigen +krijsch, boven het geruzie uit.</p> +<p><a id="xd21e1294" name="xd21e1294"></a>Tweemaal na elkaar werd ook +haar naam gezegd: „Merie....”</p> +<p>Telkens, met starre ontzetting, meende ze de vlieringtrap te hooren +kraken, iemand naar boven te hooren komen.... dan wrong ze zich nog +dieper in haar hoekje weg.</p> +<p>Eens werd er aan de knop van ’t kamerdeurtje gescharreld.... +„Oooo!” kermde ze.</p> +<p>Toen ze de tweede maal, duidelijker, dit gerucht hoorde, kwam een +wilde schrik in haar opgestoven.. <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1302" href="#xd21e1302" name="xd21e1302">85</a>]</span>ijlings +greep ze haar pak goed van-achter de kist.... en het pak onder den arm, +de twee guldens nog in de hand geklemd, sloop ze sidderend de +vlieringtrap af.... vloog het Dijkje op.</p> +<p>In éénen hol, zonder om te zien, liep ze door tot voor +de Hanekamp.</p> +<p>Toen zij, <span class="corr" id="xd21e1308" title= +"Bron: steenend">steunend</span>, daar even stilstond, sloeg het negen +uur op de groote stads-toren.</p> +<p>De regen had opgehouden; de enkele lantarens brandden stil-klaar en +klein in ’t donker van den verlaten singel.</p> +<p>Als een zinnelooze snelde het kind verder, den weg in, die voor haar +lag. En met schokkenden adem bad ze nog al: „God! o Vader, o +lieve heere Jezus, o God...”</p> +<p>Ze zou nooit weer thuis durven komen. Ze moest weg, voort, waarheen +wist ze niet.</p> +<p>Ze liep den donkeren singel af; ze liep hard, hard, of ze nagezeten +werd.</p> +<p>Toen het station met zijn electrische booglampen dichtbij kwam, +sloeg zij de Vaartlaan in.</p> +<p>Waarom had ze ’t gedaan?.... Waarom....?</p> +<p>Zachtjes begon weer de motregen neer te stuivelen.</p> +<p>Een àl grooter dofheid ging ’r hersens bevangen.</p> +<p>Soms bad ze nog maar werktuigelijk:</p> +<p>„Och, onze-lieve-Heer, help me.... vergeef me o God, o God +vergeef me....” <span class="pagenum">[<a id="xd21e1332" href= +"#xd21e1332" name="xd21e1332">86</a>]</span></p> +<p>Niet meer op een draf, maar met strak-wijde, snelle stappen, liep ze +nog altijd door.... Ze kon bijna niet meer vóórt.... +platen van stramme verlamming pijnden in ’r schenen, waar haar +doornatte rokje met elken stap zwaar tegenaan klakte.</p> +<p>Toen het half tien sloeg, liep ze aan den anderen kant van ’t +stadje, bij ’t Plantsoen.</p> +<p>Zij voelde tot hoog in ’r arm een stekende sinteling van uit +de vingers, die de geldstukken omknelden.</p> +<p>„Ze zullen ’t nóóit vergeven,” dacht +ze.</p> +<p>Als in ’t Plantsoen de wind over de weien weer killer den +stofregen aanblies, ging zij een steeg binnen.</p> +<p>Dan, als uit een valen slaap opgeschrikt, liep ze in een +winkelstraat. Menschen met parapluën op gingen langs ’t +trottoir, heen-wadend door de licht-banen, die uit de stralende +winkelkasten stonden, ’t Eerste stille zijstraatje schoof het +kind weer in.</p> +<p>Een oogenblik kwam ’t tot haar bewustzijn, dat ze het +japongoed nu nóg naar de naaister zou kunnen brengen.... het kon +immers.... ze had het geld.... maar, als een vaste waarheid, wist ze +tegelijkertijd, dat het niet kon.</p> +<p>Zij verdroeg dan niet langer de snijdende bijting der muntranden in +haar kou-verstijfde palm, liet de twee geldstukken, of ’t +waardelooze dingen waren, in haar jurkzak glijden. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1350" href="#xd21e1350" name= +"xd21e1350">87</a>]</span></p> +<p>Toen het tien uur sloeg, dwaalde ze bij den grooten molen op den +wal.</p> +<p>De arbeiders-huisjes, in de hoogte klein om het nacht-zwarte +getorente, stonden al donker, met uitgebluschte vensters, en er was +niemand meer buiten.</p> +<p>Ze was nu zoo moe, dat ze schreide zonder het te weten.</p> +<p>Eens gleed het pak uit haar gevoelloozen arm op den morsigen weg.... +Zij raapte het op, als in een droom, voelde even de nattigheid van het +bemodderde papier tegen haar arm, vergat ’t dan weer.</p> +<p>Verwezen liep ze, al maar verder.... ze was nu buiten de stad.</p> +<p>Toen een man haar daar langs ging, op den duisteren weg, werd ze +plotseling bang, en ze liep weer terug naar de stad.</p> +<p>De guldens had ze opnieuw in haar hand geklemd.</p> +<p>Ze ging door vele, breede, rechthoekende straten van een nieuwe +wijk, en langs een gracht en door een rij van stegen....</p> +<p>’t Sloeg half elf, toen zij was op de Markt.</p> +<p>’t Liefst zou ze zoo maar op een stoep neerzakken om te +slapen.</p> +<p>Ze dacht opeens klaar aan huis.... ze waren anders al naar bed op +dit uur.... zouen ze nu wachten op <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1374" href="#xd21e1374" name="xd21e1374">88</a>]</span>haar?.... +wat zouen ze denken? Wat zouen ze haar doen, als ze haar zagen....</p> +<p>Flitsen van gedachte-helderheid kwamen haar door de hersens +geschoten: zij was gemeen geweest.... ze had ’r zuster +verraden.... maar ’r zuster was gemeen tegen ’r jongen +geweest.... nog véél gemeener.... Daar moest ze nu maar +aan vasthouden.</p> +<p>Wat later vond ze zich, schrikkend weer, onder de helle straling der +electrische booglampen op de spoorlijn, aan een hekje, dicht bij het +station; ze keerde terug.</p> +<p>Een poos stond ze rillend ergens tegen een boom geleund, maar de +felle nachtkou joeg ’r op.</p> +<p>Toen kwam het duidelijk tot haar bezinning, dat ze naar huis terug +moest.... Ze kon niet anders dan weer naar huis gaan....</p> +<p>Haar voeten brandden van de pijn. Bij iederen stap leek een mes-punt +in ’r zolen te dringen; haar rug deed pijn, haar beenen, haar +armen deden pijn. ’t Was telkens, of ze heel klein inkromp en dan +weer uitzwol van de hevige pijn overal.</p> +<p>Toen het elf uur sloeg, was ze dicht bij de Hanekamp.</p> +<p>„’k Mot ’t geld teruggeven,” dacht ze.</p> +<p>„’k Mot vergiffenis vragen,” dacht ze nog +eens.</p> +<p>Maar ze dorst het Dijkje niet op, uit angst dat ze naar haar op den +uitkijk zouden staan. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1395" href= +"#xd21e1395" name="xd21e1395">89</a>]</span></p> +<p>Als ze maar ergens liggen kon.... slapen....</p> +<p>Ze moest naar huis.... ze wou naar huis, al zouden ze ’r ook +slaan....</p> +<p>Zoo kwam ze ten leste toch ’t Dijkje op.... ’t kamerraam +was licht nog, maar ’t deurtje was donker.</p> +<p>Tot driemaal toe hield zij haar stappen in, wou nòg terug +gaan....</p> +<p>Aarzelend, eindelijk, sloop zij het grashellinkje af, aarzelend stak +zij de hand aan den knop....</p> +<p>„Bè je daar, Merie?” riep gespannen-angstig de +stem van ’r moeder.</p> +<p>Zij kwam binnen.</p> +<p>„God nog en toe,” zei de vrouw.</p> +<p>’t Kind, zonder een woord, lei de twee guldens op tafel, lei +haar natgeregend, bemodderd pak ernaast. Op ’r knieën viel +ze er bij neer, ’t hoofd op ’r armen, met een enkele +verdwaalde snik....</p> +<p>„God nog en toe,” zei de vrouw nog eens.... „wat +zie je d’r uit....”</p> +<p>Zij haalde de pruttelende koffiekan van het keukenfornuis, schonk +’r een groote kom vol.</p> +<p>„Hier,” zei ze, „toe, sta nou op.”</p> +<p>’t Kind zat verwezen voor de bedstee-deurtjes. Tusschen een +willooze snik-trekking door, dronk ze, gulzig, de koffie.</p> +<p>Dan, werktuigelijk, ging ze zich uitkleeden. <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1425" href="#xd21e1425" name= +"xd21e1425">90</a>]</span></p> +<p>„Maak maar dat je erin ligt als je zusters komen,” zei +de vrouw, „ze zijn je aan ’t zoeken.... ’t is wat +moois....”</p> +<p>Bijna dadelijk viel ’t kind in ’n angst-zwaren +uitputtingsslaap.</p> +<p class="tb"></p> +<p>Den Zondag daarop was het erdoor; Sien vree niet meer met Hein, Sien +vree met den jongen van Bertels.</p> +<p>Zoo’n klein wurm, had ze achter Marietjes rug gezegd, die +moest nou de knoop nog doorhakken.... ’t was eigenlijk maar goed +geweest....</p> +<p>In ’r gezicht had Sien, den eersten morgen, haar een paar maal +voor „gluiperd” en „genieperd” +gescholden,—dat, en nog ’n enkel vermaan-woord van ’r +moeder was ’t eenige, wat ze over dien vreeselijken avond te +hooren kreeg.</p> +<p>Ant bracht de twee guldens terug aan Hein. Ant alleen bleef, dagen +lang nog, met stil-verwijtende oogen ’r aanzien.</p> +<p>Maar ’t kind was te suf en te ziek-moe om er veel van te +merken, merkte ook niet de stille zorg, waarmee de moeder, bekommerd +over ’r slechte uitzien, ’r nog eens wat buiten ’t +gewone voedsel toestopte.</p> +<p>Langzaam kwam ze weer wat bij.</p> +<p>Toen, ’s Woensdagsmiddags, was er een loopjongetje +<span class="pagenum">[<a id="xd21e1447" href="#xd21e1447" name= +"xd21e1447">91</a>]</span>gekomen, van de menschen bij wie de +naai-juffrouw inwoonde; die had gevraagd, of ’t meissie eens +aankomen wou....</p> +<p>Marietje was net in de Hanekamp, helpen borden wasschen van een +bruiloft van den vorigen dag.</p> +<p>Toen ze om half vijf thuis kwam, zei de moeder ’t, en ’s +avonds, klokkeslag zeven, stond ze bij de juffrouw op stoep.</p> +<p>De juffrouw was heel vrindelijk. Een van de dames patronessen, +vertelde zij, had naar Marie Plas gevraagd, en zij had gezegd, dat die +nog geen dienst had, want dat ’r kleeren nog niet gemaakt waren. +Nou, en toen had die mevrouw weer gezegd, dat zij het dan wel geven +wou, dan moest dat meisje het later maar afbetalen.... En hier had ze +nou een rijksdaalder, om alles netjes te laten maken....</p> +<p>Stil stond het kind voor de groote mahonihouten tafel; een bange +trilling kwam in ’r moeë oogen, toen de breede hand van de +juffrouw, over het blinkende tafelblad heen, haar de groote +zilverschijf toereikte.</p> +<p>Als ze niet dadelijk aannam, lei de juffrouw het klinkende stuk +neer, schoof het met den gestrekten wijsvinger tot aan den tafelrand +vlak voor haar.</p> +<p>„Nou?” zei ze met een onwillige kortaangebondenheid: +„ben je niet blij?” <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1462" href="#xd21e1462" name="xd21e1462">92</a>]</span></p> +<p>Een flauw lachje kwam er over het wezen van het kind.</p> +<p>„En krijg ik nu ook een dienstje?” vroeg ze dan, met een +genepen stem.</p> +<p>„Jaa....” zei de juffrouw, „....we hebben al Juli +op ’t oogenblik.... de dienstjes zijn vergeven.... tenminste van +de dames, die bij mij zijn geweest.... maar als je moeder nou eris wat +hoort.... afijn, je mot zelf ook maar ’s rondkijke, +hè?”</p> +<p>„Ja juffrouw,” zei het kind stil. Ze nam den +rijksdaalder van tafel, mompelde nog iets, en ging dan.</p> +<p>Toen haar, dien avond, de maat werd genomen bij de naaister, kon ze +bijna niet recht staan van de pijn in ’r lenden.</p> +<p class="tb"></p> +<p>En vóór nog de japon af was, kwam Ant met de boodschap +thuis, dat er een plaats was voor ’r zusje op ’t fabriek +van Hoogeboom; dat was de tweede tricot-weverij uit het stadje.</p> +<p>—Wat moest je nou doen?.... vond de moeder; je kon toch niet +voor ’t plezier van die japon zoo’n meevallertje laten +passeeren! Maar ze moest toch zelf nog eens naar de naai-juffrouw +gaan....</p> +<p>Die wist niets. Zij hoorde hier en daar in een winkel.... zij hoorde +ook in een van haar werkhuizen—ja! je diende je toch wat moeite +te getroosten, die dame <span class="pagenum">[<a id="xd21e1481" href= +"#xd21e1481" name="xd21e1481">93</a>]</span>had toch die rijksdaalder +gegeven!—maar de meiden daar wisten ook niets. De juffrouw uit de +Hanekamp, na ’r bevalling, wou Marietje wel een tijdje hebben, in +de morgenuren, en dan tegen twaalf stuivers in de week.... Ja.... als +’t nou nog voor vast was! .... op ’t fabriek verdiende ze +dadelijk veertien, en je klom gauw op.</p> +<p>Dus, ’s avonds, werd er uitgemaakt, dat Marietje naar +Hoogeboom zou.</p> +<p>’t Kind was te verdoft-gedwee voor een klacht tegen. Wel had +ze dadelijk gedacht: toch gelukkig niet die fabriek met die wielen voor +de ruiten.....</p> +<p>En toen de nieuwe japon thuis kwam, keek ze er bijna niet naar +om.</p> +<p>’t Was al overlegd, dat ze in die japon naar ’t fabriek +moest. ’t Afleggertje, had moeder gezegd, daar leek ze te min +in....</p> +<p>En met de nieuwe week, ’s morgens om kwart voor zeven, ging +zij, in ’t mooie water-blauwe katoen met de klaverblaadjes, naast +Ant op weg.</p> +<p>De japon was op de groei gemaakt, viel sluik-ruim over ’r +platte borstje, bultte onder de schouderbladen in een bolle dwarskreuk +op.</p> +<p>Zoo, blootshoofds, ’t gladgestreken haar recht-weg naar +’t knoetje getrokken, de handen onwennig uit de te lange mouwen, +en onwennig loopend in de belemmering <span class="pagenum">[<a id= +"xd21e1498" href="#xd21e1498" name="xd21e1498">94</a>]</span>van +’r voor ’t eerst lange kleeren, kwam zij de gracht op, +waar, vlak na elkaar, van vier fabrieken de bellen luidden.</p> +<p>Bij de eerste fabriek moest Ant van haar weg.</p> +<p>De vriendin van Ant, die bij Hoogeboom werkte, wachtte daar, en +naast de vreemde meid, zonder te spreken, liep ze door de volte van +werkvolk ’t lange eind, tot voorbij de brug.</p> +<p>Een troepje deerns giechelde plotseling op over de rare nieuweling +in ’r lichte japon....</p> +<p>„Sprot, Sprot,” riep een jongen, die haar kende.</p> +<p>Toen, als in een hallucinatie, ging zij de wijde fabriekspoort +binnen.</p> +<p class="trailer xd21e1510">EINDE.</p> +<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1513" href="#xd21e1513" name= +"xd21e1513">95</a>]</span></p> +</div> +</div> +</div> +<div class="back"> +<div class="div1 ads"> +<div class="divBody"> +<p class="first">VAN M. SCHARTEN-ANTINK</p> +<p>VERSCHENEN BIJ DE<br> +MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR:</p> +<p>SPROTJE. (4e druk)</p> +<p><a class="pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" +href="http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">SPROTJE HEEFT EEN +DIENST</a>. (3e druk)</p> +<p>SPROTJES VERDER LEVEN. (3e druk)<br> +Per deel ingenaaid ƒ 0.35; carton 0.50; gebonden 0.65</p> +<p>CATHERINA. (2e druk) Uitverkocht.</p> +<p>VAN SCHEIDING EN DOOD. Uitverkocht.</p> +<p>VIER VERTELLINGEN.<br> +Ingen. ƒ 0.45; Carton 0.60; Linnen 0.75</p> +<p>ANGELINA’S HUWELIJK.<br> +Ingen. ƒ 0.45; Carton ƒ 0.60</p> +<p>VAN CAREL SCHARTEN:</p> +<p>DE ROEPING DER KUNST.<br> +Ingen. ƒ 1.40; Carton 1.55; Linnen 1.70</p> +<p>JULES RENARD: Natuurlijke Historietjes, vert. en ingel. door C. +Scharten.<br> +Ingen. ƒ 0.35; Carton ƒ 0.45; Linnen ƒ 0.55 <span class= +"pagenum">[<a id="xd21e1555" href="#xd21e1555" name= +"xd21e1555">96</a>]</span></p> +<p>HET SPELLINGVRAAGSTUK. De Vereenvoudigde een gevaar voor Volk en +Stam. In brochurevorm ƒ 0.20.</p> +<p>HET WEZEN EN DE ROEPING DER LETTERKUNDIGE KRITIEK. In brochure-vorm +ƒ 0.25.</p> +<hr class="tb"> +<p>van C. en M. SCHARTEN-ANTINK</p> +<p>EEN HUIS VOL MENSCHEN<br> +(8e druk. 12e duizend)</p> +<p>DE VREEMDE HEERSCHERS. (3e druk)</p> +<p>TYPEN EN CURIOSITEITEN (Uit Italië)<br> +Ingen. ƒ 1.95; Geb. in keurband ƒ 2.80</p> +<p>HONORÉ DE BALZAC: Het Gevloekte Kind, vertaald en ingeleid +door C. en M. Scharten-Antink. (2e druk)<br> +Ingen. ƒ 0.35; Carton 0.50; Geb. 0.65.</p> +<p><i>Bij bestelling zende men voor oorlogstoeslag 5 cents extra in +boven de hiergenoemde prijzen.</i></p> +</div> +</div> +<div class="transcribernote"> +<h2 class="main">Colofon</h2> +<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> +<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen +overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de +<a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href= +"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg +Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e41" +title="Externe link" href= +"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie +team op <a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href= +"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p> +<p>Dit boekje is deel 1 van een drieluik. Deel 2 is <i><a class= +"pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href= +"http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">Sprotje heeft een +dienst</a></i> en deel 3 <i>Sprotje’s verder leven</i>.</p> +<h3 class="main">Codering</h3> +<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke +schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn +stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn +verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het +einde van dit boek.</p> +<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>2013-12-25 Begonnen.</li> +</ul> +<h3 class="main">Externe Referenties</h3> +<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn +dat deze links voor u niet werken.</p> +<h3 class="main">Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table class="correctiontable" summary= +"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> +<tr> +<th>Bladzijde</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e149">5</a></td> +<td class="width40 bottom">balddadigheid</td> +<td class="width40 bottom">baldadigheid</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e347">26</a></td> +<td class="width40 bottom">watergudsen</td> +<td class="width40 bottom">watergutsen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e432">31</a></td> +<td class="width40 bottom">.</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e648">44</a></td> +<td class="width40 bottom">binnen gevallen</td> +<td class="width40 bottom">binnen-gevallen</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e950">66</a></td> +<td class="width40 bottom">,</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1103">75</a></td> +<td class="width40 bottom">daarnaar</td> +<td class="width40 bottom">daar naar</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1114">75</a></td> +<td class="width40 bottom">fff</td> +<td class="width40 bottom">Fff</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1277">83</a></td> +<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> +<td class="width40 bottom">”</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1294">84</a></td> +<td class="width40 bottom">„</td> +<td class="width40 bottom">[<i>Verwijderd</i>]</td> +</tr> +<tr> +<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1308">85</a></td> +<td class="width40 bottom">steenend</td> +<td class="width40 bottom">steunend</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Sprotje, by M. Scharten-Antink + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE *** + +***** This file should be named 44513-h.htm or 44513-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/4/4/5/1/44513/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License available with this file or online at + www.gutenberg.org/license. + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation information page at www.gutenberg.org + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at 809 +North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email +contact links and up to date contact information can be found at the +Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For forty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/old/44513-h/images/book.png b/old/44513-h/images/book.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..963d165 --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/book.png diff --git a/old/44513-h/images/card.png b/old/44513-h/images/card.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ffbe1a --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/card.png diff --git a/old/44513-h/images/external.png b/old/44513-h/images/external.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba4f205 --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/external.png diff --git a/old/44513-h/images/frontcover.jpg b/old/44513-h/images/frontcover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..05eda4b --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/frontcover.jpg diff --git a/old/44513-h/images/initial-t.png b/old/44513-h/images/initial-t.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..70e8084 --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/initial-t.png diff --git a/old/44513-h/images/titlepages.jpg b/old/44513-h/images/titlepages.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5914a47 --- /dev/null +++ b/old/44513-h/images/titlepages.jpg |
