diff options
Diffstat (limited to '44507-0.txt')
| -rw-r--r-- | 44507-0.txt | 926 |
1 files changed, 926 insertions, 0 deletions
diff --git a/44507-0.txt b/44507-0.txt new file mode 100644 index 0000000..a2fc90f --- /dev/null +++ b/44507-0.txt @@ -0,0 +1,926 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44507 *** + + HET EILAND MARKEN + EN ZIJNE BEWONERS, + + GESCHETST DOOR + F. ALLAN. + + Met 2 Kaartjes. + + AMSTERDAM, + WEIJTINGH & VAN DER HAART. + 1854. + + + + + + + +VOORWOORD. + + +Het moge waar zijn, dat het Eiland Marken, bij velen in ons Vaderland +bekend zij, zoo wel door de natuurlijke gesteldheid van dit stukje +gronds, als door de eigenaardige, of liever, verouderde gewoonten +van zijne bewoners;--niet minder waar is het, dat dit Eiland, bij nog +meerdere onzer Landgenooten, zoo niet geheel onbekend, minstens niet +goed, niet naar waarheid, bekend zal zijn.-- + +Hiervan overtuigd, besloot ik dit Werkje in het licht te zenden, +met het doel, Marken en zijne Bewoners naar waarheid te schetsen, +en langs dien weg, het Publiek in de mogelijkheid te stellen, zich +zonder groote opoffering, met dit Eiland en met deze Eilanders, +meer van nabij bekend te maken.-- + +"Vraagt men, of er welligt zooveel merkwaardigs van Marken zij te +zeggen, dat de Uitgave van deze Schets, als van belang kan worden +geacht?"-- + +Zoo merken wij aan, dat niet het merkwaardige, noch ook het +eigenaardige van hetzelve, ons tot de zamenstelling der volgende +bladen, hebben aangespoord:--maar dat wij, naar aanleiding, van +hetgene wij, voor eenigen tijd omtrent dit onderwerp geboekt vonden, +en hetgeen ons bleek, deels bezijden de waarheid--deels overdreven +te zijn, genoopt werden, ten opzigte van Marken en de Markers, +der waarheid openlijk hulde te doen, en datgene in het regte licht +te plaatsen, waarop door anderen eene valsche schaduw geworpen +is;--terwijl deze uitgave tevens voldoen zal aan eenen, door velen, +uitgedrukten wensch.-- + +Wij voegen hierbij niets meer, dan de wensch, dat dit boekske in +veler handen moge komen, en niet onvoldaan ter zijde worde gelegd! + + +Eiland Marken, + +den 1 Feb. 1854. ALLAN. + + + + + + + +INLEIDING. + + +Ofschoon er, voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, van de vroegere +geschiedenis van het EILAND MARKEN, zeer weinig geboekt staat, +zoo moet toch de natuurlijke gesteldheid van hetzelve, in vroegeren +tijd, veel verschild hebben van den toestand, waarin het zich thans +bevindt.--Immers vinden wij, in eene beschrijving van Waterland, +het volgende opgeteekend: + + + "Het EILAND MARKEN, waarschijnlijk in het laatste gedeelte + der 13de eeuw van 't Vaste Land gescheiden, is eene zeer oude + Volkplanting van Vroome Hollanderen. Oudtijds behoorde hetzelve + aan het Klooster Mariëngaarde, in Friesland; doch door Vrouwe + Margaretha, uit hoofde, der moord aan Grave Willem gepleegd, met + meer andere goederen der Friezen, in Holland en Zeeland gelegen, + geconfisqueerd en verkocht."--Van dezen verkoop, is nog een + afschrift op dit Eiland voorhanden.-- + + +Dit een en ander, komt overeen, met hetgene wij daaromtrent +vermeld vinden, in eene overoude Beschrijving van Waterland, waarin +o. a. gezegd wordt: + + + "Dat 't Eijlandt en Dorp van Marcken in oude tijden toegekomen + heeft, het Convent ofte Klooster te Mariëngaarde in Vriesland, + hetwelcke was in Ferweradeel de tweede Grietenije in Ooster-goo, + daar men elf Dorpen in vand, namelijk dit Mariëngard, daar + benevens Fosmert, en Genauwert. Het heeft Winsinius, Vriessche + Historiënschrijver ons onderrecht, dat de helft van het Eijlandt + en Dorp, door Godsdienstige Hollanderen aan 't gemeld Klooster van + Mariëngaarde wechgeschonken was, en dat den Abt en de Munnicken, + de andere helfte kogten van de Persijnen, Heeren van Waterland, + soo dat se het geheel verkregen: maar wederom ontnomen wierd', + door Margareta, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland, + Zeeland, enz., tot wrake, van haren Heer en Broeder Grave Willem + die in Vriesland verslagen was;-- + + +"De woorden van de oude Hollandsche Cronijck, die van Gouthoeven +gevolgt word, luijd aldus: + + + "Deze vrome Margriete, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland, + Zeelandt, Vrieslandt, en oock Henegouwen, heeft doen Confisqueren + en toestaan, alle de Goeden, Landen, en Renten der Vriezen, + geestelijcke en wereldlijcke, die in Holland en Zeeland gelegen + waren, omdat sij in Vrieslandt haren Broeder en gevechten Heere, + hadden verslagen, deselve Goederen verkopende vele en diverse + personen: onder anderen Goederen worden oock verkocht, dat Land + en Dorp van Marcken, dewelcke op die tijd behoorde het Convent + en Klooster van Mariëngaarde, der Ordre van de Premonstreijten, + gelegen in Oost-Vrieslandt, dat welcke de Abt en de Broeders + in voorleden tijden, ghekocht van Heer Claas Persijn, Heere van + Waterland (Gouth. folio 381.) + + "Dit moet van de eerste Claas Persijn wesen, die Ridder was, en in + 't jaar van 1250, ghestorven is: want de andere stierf Anno 1375, + en nu had' et de Munnicken al langh beseten gehadt.-- + + "Het is buiten twijfel, of dit Marcken is vóór 't inbreken der + Zuijderzee eene wellustige (aangename) plaatse, met Hoven versien, + en aan 't Vaste Land gheweest, waar veel Monnicken gehouden hebben: + het Land daar omtrent (sij-lieden in eijgendom) ten meestendeele + beseten hebben, hetwelcke veroorsaackt heeft, de namen van + Munnicke-Meer, Munnickendam, Munnicke-broek, en de Munnick, die + de Munnickedammers noch in hare wapen voeren en houden. 't Kon + wel zijn, dat den Dijck daar de Stad opleijd, ofte die den Dam + is, was gheweest in de Hoefslagh van de Munnicken van Marcken, + en daarom, de Munnickendam." + + +Aangaande de wraak, welke door Margareta (?) Keijserinne van Romen, +Gravinne van Holland en Zeeland, enz. over den dood haars Broeders, ten +aanzien van Marken, zoude genomen zijn, lezen wij, in de Geschiedenis +der Grafelijke Regering, het volgende: + + + "Dat Willem IV., in den jare 1334, op negentienjarigen ouderdom, + als Graaf gehuldigd werd over Holland en Zeeland;--dat Hij afstamde + uit het Grafelijke Huis van Henegouwen;--dat deze Graaf, ten jare + 1345, eenen veldtogt ondernam tegen de muitende Friezen;--en + dat hij, den 26sten of 27sten September van laatstgemeld jaar, + in eenen veldslag, tegen deze, sneuvelde.-- + + "Zijn lijk werd eerst 10 dagen daarna, gevonden, en in een + Klooster, niet ver van Bolsward, begraven.-- + + "Zijne jeugdige Gemalin, eene dochter van Jan III., Hertog van + Brabant, was over dezen dood, zoo zeer verstoord op de Friezen, + dat zij het Klooster der Friesche monnicken op Marken, liet in + den brand steken, en al de monnicken in zee (in den Kuil van + Marken) werpen.-- + + "Daar Willem IV., geene kinderen naliet, werd zijne zuster, + Margaretha, die met Keizer Lodewijk gehuwd was, algemeen, als + Gravin, gehuldigd."-- + + +Hieruit blijkt dus, dat niet alleen Margaretha, maar ook, dat Willems +Gemalin, zich over den dood des Graven, heeft gewroken.-- + + + + + + + +VROEGERE GESTELDHEID VAN HET EILAND MARKEN. + + +Het scheen ons, bij de Beschrijving van het Eiland Marken, in zijnen +tegenwoordigen toestand, niet ongepast te zijn, onzen lezers, vooraf +eenigzins bekend te maken, met den toestand waarin hetzelve zich, op +het einde der voorgaande eeuw bevond. Tot dat einde, bieden wij hen de +volgende Schets aan, die wij, door vriendschappelijke bezorging van +een der geachtste ingezetenen dezer Gemeente, ontvingen, en die ten +jare 1793 opgemaakt is door den Heer C. DE HAAS, destijds Onderwijzer +op dit Eiland.-- + + + "Het Eiland Marken ligt in deszelfs oppervlakte, omtrent + gemeen met dagelijks vol-zee, en wordt bij Stormvloeden + overstroomd, aangemerkt de geringe hoogte der omringkade, + (hierna beschreven) waarom de Huijsen en Werven alle op Terpen of + Heuvels zijn aangelegd; komende nochthans het zeewater, bij Extra + Ordinaire Stormvloeden, zoo als die van 1775, 76 en 91, tot eene + aanmerkelijke hoogte in de Huijsen, hetgeen de bewoners dikwerf + noodzaakt, hunne woningen, ja geheele buurten te verlaten.-- + + "Voorts is dit Eiland doorsneden met Slooten en Vaarten, alsmede + voorzien met 7 houten sluisjes ter uitwatering.-- + + "De zeewering dezes Eilands, bestaat uit een aarden dijk of kade, + ter hoogte van ruim 4 à 5 voeten boven valzee, en Kruijnsbreedte + van 3/7 op eene 2 en 3 voets vallinge.--Deze omringdijk is op vele + plaatsen, aan deszelfs buitenzijde, met Steenglooijingen voorzien, + als van tijd tot tijd meerder noodzakelijk wordende, uit hoofde + der afslijtende rietlanden en buitenoevers.--Men vindt ook nog op + eenige plaatsen, ten dien einde, paalwerken, doch dezelve worden, + uit hoofde der worm en kostbaarheid nu verlaten. + + "De kosten hiertoe worden uit 's Eilands kas en uit de daartoe + geaccordeerde Subsidiën gevonden. (Exept de Vuurtoren, Loots en + Oever, door het Collegie der Pilotage.) + + "De producten der Landerijen, op dit Eiland, bestaat in Hooij-, + Riet- en Weijlanden. De Hooijteelt is het voornaamste product, + doch levert geene groote voordeelen op--men vindt hier eenig + hoornvee, schapen, doch geen paarden. + + "De Hanteeringe dezer Eilanders is voornamelijk: + + "1e. Door middel van Waterschepen: 's Lands Schepen van Oorlog, + die der O. I. Comp. en der Commercie, over het Pampus te sleepen + of te trekken, ook de twee eerstgemelde van en na de stad Hoorn + te boegseeren. + + "2e. Met Botterschepen: wordt des Zomers om den Aal gevischt in + de Zuiderzee, en 's Winters ter vragt of op negotie met de Bucking + of Panharing, Ook dienen dezelve, om de Ondiepste Commercieschepen + over 't Pampus te sleepen. + + "3e. Gaat het grootste gedeelte der manschappen met de Buijsschepen + ter haringvangst en des Winters en de Lente tot met prmo Meij, + geneeren zich dezelve met de Bucking- en Panharingvisscherij, + op de Zuiderzee, met hunne schuiten."-- + + +(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.) + + +Bij deze "Beschrijvinge des Eilands" behoort tevens eene Lijst van +de Buurten, Huijsen, Huijsgezinnen, Bewoners, enz. waarvan wij op +bladz. 4 eene copij geven.-- + + +LIJST DER BUURTEN, HUIJSEN, HUIJSGEZINNEN, BEWONERS, WATERSCHEPEN, ENZ. + + Gemeene Buisliên. + Stierliên van Buijsen. | + Vissersschuijten. | | + Botterschepen. | | | + Waterschepen. | | | | + Kinderen. | | | | | + Ouders. | | | | | | + Bewoners. | | | | | | | + Huijsgezinnen. | | | | | | | | + Huijsen. | | | | | | | | | + Namen der | | | | | | | | | | +Buurten of Werven. | | | | | | | | | | + + 1. Munnickewerv of 44 91 326 148 178 10 3 19 17 65 + Kerbuurt + 2. Nieuwe Buurten 16 35 129 58 71 1 5 12 9 30 + 3. Altena 1 2 6 3 3 -- -- -- -- 1 + 4. De Kets 6 9 27 12 15 -- 1 3 4 5 + 5. Witte Werv 3 9 30 17 13 -- 3 1 -- 2 + 6. Remmerswerv 6 13 57 21 36 1 3 -- 1 8 + 7. Groote Werv 6 16 59 29 30 3 2 3 3 9 + 8. Roose Werv 6 12 35 19 16 -- 1 3 2 8 + 9. De Heuvel 4 8 27 14 13 -- -- 2 2 11 +10. Moeniswerv 12 21 61 38 29 3 -- 3 -- 14 +11. Noorderwerv 2 -- -- -- -- -- -- -- -- -- + +Aldus te zamen op === === === === === == == == == === +de 11 bovenstaande 106 216 753 353 404 18 18 46 38 153 +Buurten of Terpen + + AANMERKINGEN. + + Op de Kerbuurt staan: Kerk, Pastorie, Raad- en Schoolhuijs en + Vroedvrouwswoning. + + Elke Botter word bevaren door 2 man en 1 jongen. + + Elke Haringschuijt door 3 man. + + Elk Waterschip door 2 man. + + Elke Buijs door 11 man en 2 jongens. + +(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.) + + +Nevens deze Schets van de Vroegere Gesteldheid van dit Eiland, voegen +wij de volgende aanmerkingen: + +Betrekkelijk den juisten tijd waarop Marken van het Vaste Land +gescheiden is geworden, verkeert men in het onzekere, en de opgaven +dienaangaande, loopen zeer uit één.--Wel zegt men, dat zulks op het +einde der 13de eeuw moet plaats gehad hebben;--doch wij meenen dat +die gebeurtenis, op een later tijdstip heeft plaats gehad, en wel, +omstreeks de jaren 1675-1676, als wanneer ons Vaderland, en vooral het +Noordelijk gedeelte van onzen geboortegrond, door hevige stormen en +zware watervloeden, zeer geteisterd werd, terwijl in het eerstgenoemde +jaar (1675) het zeewater tot zulk eene ontzettende hoogte steeg, +dat geheel Amsterdam onder water stond, en de zeedijk bij Hoorn als +ook de IJdijk doorbraken. + +Vóór omstreeks eene eeuw, was de afstand tusschen de [1] Zuidelijkste +punt van Marken en den vasten wal, slechts eenige voeten wijd, en liep +men over een' plank van den eenen oever op den anderen. Na dien tijd, +is de afkabbeling, aan de zijde van Marken, dermate toegenomen, dat de +afstand, tusschen evengenoemde landpunten, thans eene uitgestrektheid +heeft van minstens één half uur. + +Volgens de "Lyst der Buurten, Huijsen, enz.", welke wij op bladz. 12 +gegeven hebben, bestonden er ten jare 1793 nog elf bebouwde Terpen +of Heuvels; n.l.: + +De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Altena, Kets, Witte Werf, Remmerswerf, +Groote Werf, Rozenwerf, Heuvel, Moeniswerf en Noorderwerf. Behalve +deze, kende men vóór dien tijd nog eenige andere Buurten, zoo als: + + + De Kraaijenwerf, De Kloosterwerf, \ + De Tamenswerf, De Houtenmanswerf, | afgespoeld of verbrand. + De Koevordenwerf, / + + +Van deze laatste is de naam nog over gebleven in de +Kloostersloot.--Eveneens is dit het geval met de Kraaijenwerversloot. + +Thans echter zijn van de elf bovengenoemde werven nog slechts de +onderstaanden overig: + +De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Kets, Witte-, Groote-, Rozen- en +Moeniswerf,--waarbij in den laatsten tijd nog gevoegd zijn, de +Havenbuurt en de Vuurtoren. + +De Heuvel verlaten en gesloopt. + +De Remmerswerf afgebrand. 1810. + +De Noorderwerf verlaten en gesloopt. 1825. + +Altena verlaten. 1808. + +Weleer was Marken eene bloeijende plaats, wier inwoners, voor +het meerendeel, den landbouw uitoefenden, en op de veeteelt zich +toelegden. Men vond er, zeer vruchtbare wei- en bouwlanden, die +afgewisseld werden door fraai aangelegde Lusthoven en hoog opgaand +geboomte. Langzamerhand evenwel, werden deze vruchtbare velden, door +de zee ondermijnd en verzwolgen, en waren de volgende geslachten +genoodzaakt, zich op de zeevaart toe te leggen. + +De, in vorige eeuwen, steeds toenemende Groote- of Haringvisscherij, +werkte daartoe zeer mede, zoodat er zelfs meer dan "negentig +Marker-Visscherlieden als Stuurlieden op de Haringbuizen werden +aangesteld." + +Ook ten tijde, dat de Walvischvangst in haren eersten bloei verkeerde, +voer een aanzienlijk deel der Markers op Groenland, en in een oud +handschrift, vinden wij nog vermeld, dat "een zevental wakkere +Varensgasten, als Commandeurs, op de Schepen die ter Walvischvangst +voeren, gefungeerd hebben, oock vand men toen hier (te Marken) zeer +behendighe en uijtsteekende harpoeniere." + +De namen der bovengenoemde zeven wakkere varensgasten zijn: + + + ELBERT JANSE, voerende 't Schip d'Eendraght, + MUUS CORNELISE, voerende 't Schip de Noordpool, + OUTGER ELBERTS, voerende 't Schip Fortuna, + KLAAS PIETERSE, voerende 't Schip Harlingen, + PIETER PIETERSE, voerende 't Schip de Walvisch, + JAN TIJMENSE, voerende 't Schip Noord-Holland, + CORNELIS JACOBSE, voerende 't Schip de Hoop. + + + + + + + +TEGENWOORDIGE GESTELDHEID VAN HET EILAND MARKEN [2]. + + +Het Eiland Marken, weleer aan het Vaste Land verbonden, doch sedert +overlangen tijd, daarvan afgescheurd, door de gedurige inbraken en +overstroomingen van het oude meer Flevo, thans de Zuiderzee, en door +gedurige afspoeling, telkens kleiner van omvang geworden, ligt op +ongeveer een half uur afstands van den Waterlandschen zeedijk, tegen +over de Gemeente Katwoude, en is, gerekend naar den tijd, dien men +behoeft, om des winters, bij sterk ijs, naar het stadje Monnickendam +te gaan, ongeveer één uur afstands van daar in de Zuiderzee gelegen. + +Het beslaat thans eene oppervlakte van 295 bunders, strekt zich ter +lengte van 883 roeden, van het Oosten ten Noorden, naar het Westen +ten Zuiden uit, en wordt, door de dusgenaamde Goudzee, van den vasten +wal gescheiden. + +Marken heeft de gedaante van eenen scheefhoekigen driehoek, welks +toppunt naar het Oosten is gekeerd,--en is thans omgeven met eenen, +tamelijk zwaren, dijk, welks kruin, gemiddeld, ter hoogte van bijna +1.30 Ned. El, boven den waterspiegel verheven is, en die, voor het +grootste gedeelte met zware steenglooijingen, en op sommige plaatsen, +ook met stevig geheid paalwerk, tegen de kracht van de golfslagen der +Zuiderzee voorzien is. Op die plaatsen echter, waar nog buitenoevers +zijn, behoeft den dijk de bovengenoemde beveiligingsmiddelen niet, +dewijl het buitenland de kracht der golven genoegzaam breekt. + +Deze, betrekkelijk, geringe dijkshoogte (1.20 N. El), is dan ook +de oorzaak, waardoor het Eiland, bij zeer hooge watergetijden, +onderloopt.--Wij zeggen betrekkelijk geringe dijkshoogte:--Immers, +alhoewel de dijk geene genoegzame hoogte heeft, om het zeewater bij +hooge vloeden te kunnen keeren, zoo moet men niet te min erkennen, dat +dezelve, in vergelijking met den vroegeren toestand der omringkade, +thans merkelijk hooger is;--op sommige plaatsen toch, o. a. op de +hoogte van Rozenwerf, is de kruinshoogte van den dijk, nabij de 2.00 +Ned. Ellen, boven de oppervlakte der zee verheven, en van daar dan ook, +dat men op Marken thans minder dan voorheen, den last van overstrooming +te lijden heeft. + +Welligt zegt deze of gene: "Waarom den dijk niet tot zulk eene +hoogte gebragt, dat het Eiland, geheel van den last des waters +bevrijd blijve?"-- + +Wij antwoorden daarop, dat deskundigen, op goede gronden, meenen te +kunnen beweren, dat de bodem der zee, hier niet toelaat, den dijk, +tot de daartoe noodige hoogte te verzwaren, als zijnde den grond, +uit zijnen aard, daartoe te moerassig, waardoor gevolgelijk verzakking +zoude ontstaan [3]. + +Ter uitwatering van het Eiland, is de dijk met een drietal sluisjes +voorzien, de Buurter-, Meunder- en Kraaijenwerver-sluis geheeten, +waarvan de eerste bij de haven gevonden wordt, terwijl de beide +andere aan den Zuidoostelijken omringdijk zijn gelegen.--Vroeger +telde men zeven zulke sluisjes; waarvan de Meuning-, Klooster-, +Nieuwe- en Schippers-sluisjes thans niet meer bestaan. + +Marken is over zijne gansche oppervlakte doorsneden met Vaarten en +Slooten, die allen in verbinding staan met de hoofdvaart des Eilands, +de Buurter-Wijde-Sloot genaamd. Voor het gerijf van den hooibouw, en +ook voor veehouders, zijn deze vaarten en slooten van groot belang, +ja bijna geheel onmisbaar, naardien al het hooi, naar de los- en +ladingplaats aan de Haven vervoerd moet worden, met eene bijzondere +soort van kleine vaartuigen, Marker-binnenschuitjes geheeten, wier +model, enkel te Marken inheemsch is, en die, naar men zegt, alleen +op de Scheepswerven van de Heeren Kater, te Monnickendam, naar eisch +vervaardigd worden. + +Ook voor de Veehouders zijn deze slooten, te meer noodig, naardien zij, +aangezien het water binnen Marken daartoe te zout is, gehouden zijn, +hun vee dagelijks van versch put- of welwater te voorzien. Schapen +echter, kunnen zonder eenig nadeel, het slootwater drinken. + +Het gansche Eiland wordt in deszelfs lengte, van het Oosten naar +het Westen, doorsneden door een' gegraven vaart, het Kanaal genoemd, +hetwelk een gedeelte is, van het eerst ontworpen Noord-Hollandsche +Kanaal, welk ontwerp echter later, niet geheel ten uitvoer is +gelegd. In dit water wordt thans door sommige Eilanders op aal en +paling gevischt. Eindelijk is het Eiland omgeven met eene barmsloot, +welke in de rigting van den omringdijk, het gansche Eiland omgeeft, +en die de afwatering der landerijen zeer bevorderd. + +De voortbrengselen van den vruchtbaren kleigrond dezes Eilands, zijn +hooi, gras en riet. De niet watervrije ligging van den bodem, belet +deszelfs bewoners, om zich ook op de teelt van andere veldgewassen +toe te leggen.--Het land wordt nooit bemest, dewijl de overstrooming +telkens eene genoegzame hoeveelheid vruchtbaarmakende slip op het +veld achterlaat. Het hooi wordt, voor verreweg het grootste gedeelte +uitgevoerd, naar Gelderland, Utrecht en Noord-Holland. Dit zelfde +heeft ook met het riet plaats, dat voornamelijk op de buitenlanden, +in eene groote hoeveelheid groeit, en van eene bij uitnemendheid goede +hoedanigheid is; terwijl die gedeelten der landerijen, welke niet tot +hooiland zijn bestemd, tot weiland voor het hoornvee gebruikt worden, +hetwelk slechts ter voorziening in de dagelijksche behoefte van melk, +gehouden wordt. + +Tegenover dezen uitvoer, staat de invoer van alle levensbehoeften, +als boter, kaas, groenten, manufacturen, aardappelen, meel, erwten, +boonen, turf, hout, enz., hetwelk s' wekelijks, van Monnickendam, +Hoorn en Amsterdam wordt aangebragt. En, ofschoon er op dit Eiland +thans drie broodbakkers zijn, die zeer goed brood leveren, zoo wordt +er nogthans, s' wekelijks, eene aanzienlijke hoeveelheid brood uit +Harderwijk en Nijkerk ingevoerd. + +Het Hoofdmiddel van bestaan op Marken is de Visscherij. + +Het grootste gedeelte der Markers oefent dit bedrijf uit, met hunne +botters op de Zuiderzee, waar zij hoofdzakelijk visschen, des winters +op haring, en des zomers op ansjovisch; gedurende het overige gedeelte +van den zomer, bepalen sommigen zich tot het botvisschen, doch daar +de voordeelen der laatstgenoemde visscherij van weinig of geen belang +zijn, leggen slechts weinigen er zich op toe. + +Een ander aanzienlijk deel der Eilanders vischt gedurende den +Winter, en in het voorjaar tot Mei, met hunne schuiten, op de +Zuiderzee, terwijl zij zich des Zomers, met de Buisschepen +naar de Noordzee begeven om deel te nemen aan de Groote- of +Haringvisscherij.--Vroeger echter, was het getal der Buislieden, +veel grooter dan tegenwoordig. Zoo telde men in 1793 op Marken acht +en dertig Stuurlieden of Gezagvoerders van Buizen, terwijl men er +thans nog slechts veertien heeft.--Daarentegen is het getal der +Bottervisschers, sedert evengemeld jaar, zoo sterk vermenigvuldigd, +dat het getal botters, thans, in stede van achttien, bijna negentig +bedraagt. + +Eindelijk bepalen zich sommige visscherlieden, gedurende den zomer, +tot het vracht varen met hooi en turf, terwijl weder enkelen zich +bezig houden, met het sleepen van Koopvaarders, over het Pampus, +zijnde eene droogte in de Zuiderzee, die zich, van af Durgerdam ter +lengte van 3/4 uur, O. t. N. in zee uitstrekt. + +Overigens heeft men op Marken ééne zeilmakerij, ééne tanerij, +twee timmerlieden, die tevens metselaars en hoepelmakers zijn, +drie broodbakkerijen en acht kruidenierswinkels,--terwijl er zeven +veehouders zijn. Sedert eenigen tijd, heeft men zich op eene meer +uitgebreide schapenfokkerij toegelegd. [4] + +Van de Buurten of Terpen, die thans op Marken aanwezig zijn, en wier +getal thans 10 bedraagt, is de Kerkbuurt of Monnickenwerf, door de +Markers bij verkorting Me-korf of Me-kurf, geheeten, de grootste en +voornaamste. Zij onderscheidt zich van de overige buurten, door eene +meer geregelde bebouwing en door betere bestrating. Vroeger was zij +in het geheel niet bestraat, lagen er slechts hier en daar eenige +planken, en was het, vooral gedurende den winter, bijna ondoenlijk, +zonder laarzen, deze buurt door te gaan. + +Over het algemeen is de toestand der wegen of paden, sedert de laatste +jaren, veel verbeterd, en jaarlijks worden door de bemoeijingen van +het tegenwoordig Plaatselijk Bestuur, de noodige middelen aangewend, +om deze meer en meer te verbeteren, zoodat er nu reeds, voor het +grootste gedeelte, goed bestrate voetpaden zijn, waar men voor weinige +jaren nog bijna onbruikbare kleiwegen vond. + +De Kerkbuurt is op eene heuvel gelegen, die zich ter hoogte van 6 +à 8 voeten, boven het land verheft.--Ook de overige Buurten zijn op +dusdanige Heuvels aangelegd, ten einde daardoor zooveel mogelijk van +den last des waters bevrijd te blijven. + +Op bovengenoemde Buurt staan de voornaamste gebouwen, zoo als: de +Kerk, het School- en Raadhuis, de Pastorie enz. op welke wij nader +zullen terug komen. + +Op ongeveer tien minuten gaans van de Kerkbuurt liggen de Nieuwe +Buurten, welke eigenlijk uit drie afzonderlijke, naast elkander +liggende heuvels bestaan. Zuidwaarts van deze ligt de Kets, zijnde +eene buurt, waarlangs het kanaal loopt, en die slechts uit een zestal +huizen bestaat. + +Noordwestwaarts van deze buurt, en slechts weinige schreden van +de Nieuwe Buurten, ligt aan de Haven, de Havenbuurt, alwaar men, +benevens eene woning voor den Opzigter van den Waterstaat, en eene +directie-keet, de reeds vroeger gemelde Tanerij en Zeilmakerij vindt. + +Vóór weinige jaren bestonden hier ook eene Scheepstimmerwerf en +Smederij.--Thans zijn deze vernietigd. + +Zuidoostelijk van de Kerkbuurt liggen de vier overige buurten des +Eilands, n.l. de Witte Werf, Groote Werf, Rozenwerf en Moeniswerf, +welke te zamen, op Marken den naam van de Zereide, dragen, en waarvan +het Zereiderpad zijnen naam ontleent. + +Van deze Werven is weinig meer te zeggen, dan dat op de laatstgenoemde, +op Moeniswerf, eene Arm-inrigting gevonden wordt, die der Diaconie +toebehoort, en waarin zulke behoeftige Eilanders worden verzorgd, +die lidmaten zijn der Hervormde Gemeente. Ook op de Kerkbuurt staat +eene liefdadige inrigting, het Armhuis, geheeten; in hetzelve worden +zoodanige armen verpleegd, die ten laste der Algemeene armen zijn. + +Behalve de beide genoemde inrigtingen verdienen, nog gemeld te worden: + +a. De Haven. Deze, aangelegd in het jaar 1837, ligt in het +Noordwestelijk deel des Eilands, omtrent 10 minuten gaans van +de Kerkbuurt verwijderd, en is de gewone landings-, los- en +ladingsplaats. Zij heeft bij eene lengte van 75 Ned. Ellen, eene +breedte van 40 Ned. Ellen, en is omgeven met eenen dijk, die aan de +havenzijde van eene stevige schoeijing en gording voorzien is. Door de +gedurige vermeerdering van het aantal botters, is zij thans echter al +te bekrompen geworden, zoodat men in 1853, een begin gemaakt heeft, +met het graven eener tweede Havenkom, van gelijke grootte als de +eerste, en die thans (1854) met deze, tot één geheel zal vereenigd +worden. Behalve deze haven, is er ook eene afzonderlijke ligplaats +voor de haringschuiten, de Kolk genaamd, en die als eenen regterarm +der Havenkom kan beschouwd worden. + +De geheele inrigting der Haven, kan zeer doelmatig genoemd worden, +en zij onderscheidt zich, door haren geheelen aanleg, gunstig van +vele andere visschershavens.--Het eenige waarop, vooral door vreemde +Schippers, aanmerking wordt gemaakt, is de naauwe ingang der Haven; +doch het schijnt, dat men deze niet wel kan vergrooten, zonder +daardoor, in de haven zelve, last te lijden, van eenen al te grooten +golfslag, die, vooral met harden Noordwestelijken wind, van belang is. + +Vroeger bestonden er op verschillende plaatsen van het Eiland, +tusschen de buitendijks liggende, rietlanden, inhammen of kreeken, +visschershavens genaamd, doch van tijd tot tijd, zijn deze door +afspoeling, voor het grootste gedeelte verdwenen. Op dezen oogenblik +bestaan er nog drie. + +b. De Begraafplaats. Deze is, na de slooping der Oude Kerk, in +1845 aangelegd op eene, sedert 1808 verlaten Buurt, Altena genaamd, +en ligt omstreeks 5 à 6 minuten gaans, westwaarts van de Kerkbuurt +verwijderd. Zij is zeer doelmatig ingerigt, als zijnde haren grondslag +boven den beganen grond geheel water vrij. Zij heeft eene ovaalvormige +gedaante, die in eene afhellende rigting is opgetrokken, terwijl +de toegang tot dezelve, door eene omgegraven sloot en een' poort, +van den publieken weg is afgescheiden. + +c. De Pastorie, gebouwd in 1840, is een fiksch steenen huis, hetwelk +het voorkomen der Kerkbuurt inderdaad tot sieraad verstrekt. Bij +dezelve staan de eenigste vruchtboomen die men op het gansche Eiland +aantreft. + +Behalve deze, zijn er tegenover de Pastorie, op het zoogenaamde Erf, +ook eenige wilgenboomen, die dus als zoo vele bewijzen dáár staan, +dat het gevoelen, alsof op Marken geene boomen kunnen groeijen, faalt. + +d. Slechts eenige schreden van de Pastorie staat de Kerk. Deze, +ofschoon eerst sedert 1846 geheel nieuw opgebouwd, heeft, voor zoo +veel haar uiterlijk aangaat, wel geen onbehagelijk voorkomen, doch +zij voldoet geenszins aan de verwachting der Gemeente, naardien zij +op verscheidene plaatsen zoodanig lekt, dat eene groote en kostbare +reparatie, vooral aan de kap, eerlang plaats moet hebben. + +e. en f. De School en het Raadhuis, vormen te zamen één +kruisgebouw. Beide, in 1850 opgerigt, hebben eenen modernen vorm, +terwijl de inrigting, zoo van het eene als van het andere, allezints +doelmatig kan genoemd worden. + +Jammer echter is het, dat het schoollocaal voor het aantal +schoolpligtige kinderen, dat thans 180 à 190 bedraagt, te bekrompen +is. De plaatselijke gesteldheid van het terrein, gedoogde echter +geenen grooteren aanleg. + +g. Afgescheiden van de overige buurten, en op een half uur afstands +van de Kerkbuurt staat de Vuurtoren, gebouwd in 1839. Het is in zijne +soort een fraai, en bij uitstek net ingerigt gebouw, voorzien van +een zeer sterk schitterend [5] kunstlicht. Hieraan is verbonden des +lichtstookers woning. + + + + + + + +DE BEWONERS VAN HET EILAND MARKEN. + + +De Markers worden, ofschoon zeer ten onregte, veelal voor een dom slag +van menschen aangezien. Van waar deze valsche beschouwing haren grond +ontleent, dit erkennen wij niet te weten, want, bij eene meer gezette +beschouwing dezer lieden, en uit den dagelijkschen omgang met velen +derzelve, blijkt ons juist het tegenovergestelde.--Of zou men dwaas +genoeg kunnen zijn, om, welligt uit hunne eigenaardige kleederdragt, +en uit hunne, hier alleen inheemsche, gewoonten, dit ongunstig besluit +af te leiden: "Markers zijn dom en onbeschaafd?" Dit mogen wij niet +aannemen. + +Wij zullen in deze korte schets ons bepalen met eenige voorname, +algemeene eigenschappen dezer Visschers op te geven. Daarna oordeele +de lezer in hoeverre de beschuldiging gegrond zij, dat deze Eilanders +als dom en onbeschaafd verdienen te worden aangemerkt. + +1e. Misbruikers van sterken drank, worden onder deze Eilanders niet +gevonden, hetgeen daarom te meer verwondering baart, en te meer +verdient geprezen te worden, dewijl zij in hun bedrijf, met vele en +aanhoudende moeijelijkheden en ontberingen, te kampen hebben. + +Wel wordt er jenever, brandewijn en anijs gedronken, doch dit heeft +slechts bij bijzondere gelegenheden plaats, zoo als bij Bruiloften, +Nieuwjaar, bij de terugkomst der Stuurlieden, enz., en dan nog wel in +zulk eene geringe hoeveelheid, dat het gansche verbruik van sterken +drank s' jaarlijks slechts eenige weinige kannen bedraagt. + +2e. Ten aanzien van de zindelijkheid der Markers wordt meermalen een +ongunstig oordeel geveld, en is er wel eens aangemerkt dat deze "veel, +zeer veel te wenschen overlaat." + +Wij meenen nogthans, ter voorziening in die aanmerking, wederkeerig te +kunnen aanmerken, dat, evenzeer als de reinheid van Broek in Waterland +vergroot wordt, ook de onzindelijkheid der Markers meer in naam, +dan wel in de daad bestaat. + +'t Is waar, dit moeten wij erkennen, ook op Marken zijn huisgezinnen +aan te wijzen, waarin men te vergeefs naar eenig spoor van reiniging +zoeken zal. Doch, waar vindt men de zulken niet? Wie wijst ons eene +gemeente aan, waarin geene huisgezinnen worden gevonden, waarin ten +deze opzigte, geene aanmerkingen zoude zijn te maken? + +Over het algemeen echter, kan noch mag Marken van onzindelijkheid +beschuldigd worden, ten zij men welligt, de onreinheid der wegen +bedoele, gedurende den winter of bij regenachtig weder. + +Als bewijzen van het door ons gezegde, meenen wij te mogen wijzen +op den toestand der vaartuigen. En inderdaad, deze is eenig en +voorbeeldig te noemen. Het voorkomen der botters en schuiten, zoo +als zij dáár, en vooral op Zon- en Feestdagen in de haven liggen, +heeft meer overeenkomst met eene vloot van pleiziervaartuigen, dan wel +van eene vloot van visschersschuiten, die, ook bij storm en onweder, +zee bouwen, en te vergeefs zal er naar slechts één vaartuig worden +gezocht, waarvan met grond gezegd zoude kunnen worden, dat er iets +op valt aan te merken, hetwelk tegen orde en reinheid zondigt; en +toch is alleen aan mannen die zorg opgedragen. + +Het zal dus wel geen breedvoerig betoog behoeven, om onze lezers te +overtuigen, dat daar, waar de mannen zóó rein en zóó keurig op het +hunne zijn, de vrouwen (en dit ligt in den aard der zaak opgesloten) +vooral geene mindere reinheid, of minder zorg, op het hare aan +den dag zullen leggen. Men houde hierbij echter in het oog, dat de +meestal zeer bekrompene behuizing, het bij velen groot getal kinderen, +de ontbering van de hulp eener dienstbode, als ook de plaatselijke +gesteldheid zelve, als zoo vele oorzaken zijn aan te merken, die de +zindelijkheid der huismoeders bemoeijelijken, tegenwerken en minder +doen uitkomen, dan zulks veelal aan den vasten wal het geval is. + +3e. Ook ten opzigte van hunnen ijver in hun beroep, leeren wij de +Markers van geene ongunstige zijde kennen. Immers van hun vroegste +jeugd af aan, tot zelfs in vergevorderden ouderdom, zijn zij +onafgebroken bezig in hun beroep, en dat zoowel in den barren winter +als in de zachte lente en warmen zomer. + +Mannen, jongelingen, knapen, ja zelfs grijsaards, bevinden zich +steeds, bij vaarbaar weêr, ter zee, en komen zij, voor zoo veel de +botterlieden aangaat, slechts eenmaal per week, en wel des Zaturdags, +te huis, terwijl zij dan, wanneer er geene gelegenheid ter uitoefening +van hun bedrijf bestaat, hunnen tijd besteden tot het vervaardigen +en herstellen van de noodige netten en het onderhouden van hunnen +vaartuigen. Aan de vrouwen is, behalve de gewone huisselijke +werkzaamheden, de zorg opgedragen, voor de opvoeding der kinderen, +die meestal voor het grootste gedeelte door de vaders niet kan worden +waargenomen. Hun dagelijksch afzijn is hiervan de oorzaak. Voorts +behoort de vervaardiging van alle noodige kleedingstukken, ook van +die der mannen, tot der vrouwen werkkring, terwijl zij tevens den +hooibouw waarnemen, en het noodige garen spinnen voor het vischwand. + +4e. Het is eene erkende waarheid, dat deze Eilandbewoners, in hooge +mate, zuinig zijn, op hunne bezittingen en inkomsten. Slechts zeer +weinigen zijn hiervan uitgezonderd. Van daar is het, dat deze Gemeente, +in vergelijking van andere Visschersplaatsen, meer welvarend en meer +bemiddeld is, dan vele andere. Een bewijs hiervoor, meenen wij te +kunnen vinden in de plaatselijke armoede. Voor vele andere gemeenten +toch, worden jaarlijks, en bij herhaling, liefdegaven opgevraagd +ten behoeve der vele noodlijdende ingezetenen, terwijl ten behoeve +der Markers nooit iets, het minste zelfs niet, wordt gevraagd. En +nogthans ondervinden ook deze, in gelijke mate als andere visschers, +het nadeelige en schadelijke, hetwelk, zoo door mislukte visscherij +als door vroeg invallende winters, wordt te weeg gebragt. + +5e. Ook de belezenheid der Markers pleit ten gunste voor hun zedelijk +karakter; want de kennis van vele zaken, inzonderheid der Vaderlandsche +Geschiedenis, Aardrijkskunde en Rekenkunst betreffende, bewijzen +eenen weetgierigen aard en lust tot nuttige bezigheid. + +Ook het getrouw bezoeken der school, getuigt, dat zij verstandelijke +ontwikkeling op prijs stellen; van de 190 à 200 schoolpligtige +kinderen, (wier schoolpligtigheid van het 5e tot het 14e jaar +ingesloten duurt,) komen er gemiddeld ruim 160 ter school. Eindelijk, +diegenen der Markers, welke zich op de beoefening van andere vakken +hebben toegelegd, zijn daarin allen naar wensch geslaagd, en toonen zij +nog dagelijks, dat zij in hunne betrekking zijn wat zij moeten zijn. + +6e. Even gunstig leeren wij deze Eilanders kennen in hun huisselijk +leven. Bescheidenheid en onderlinge liefde wonen steeds bij hen in, +en indien ons gevraagd werd, of wij voorbeelden kennen van huisselijke +tweedragt, zoo zouden wij daarop ontkennend moeten antwoorden. [6] + +7e. Eindelijk, in den omgang doen de Markers zich als eenvoudige +lieden kennen, in zoo verre namelijk, deze eenvoudigheid betrekking +heeft op hunne wijze van voorkomen. Zij zwijgen liever, dan te spreken +over zaken waarvan zij geene kennis hebben, terwijl datgene wat zij +spreken, doorgaans goed ter snede komt. + +Over het algemeen stellen zij een levendig belang in al wat +Godsdienstig is, en getuigt hun oordeel over, en hunne bekendheid met +vele zaken dienaangaande, dat zij meer dan oppervlakkig bekend zijn, +met vele Godsdienstige en zedelijke werken. + + + +Wij voegen hierbij nog de volgende bijzonderheden, waarmede wij deze +schets zullen besluiten. + +Vooreerst, hunne huisselijke inrigting. Deze is, na den noodlottigen +watervloed van 1825, die overigens op Marken weinig schade heeft +aangebragt, over het geheel zeer bekrompen geworden, en onderscheidt +zich voornamelijk door het gemis van schoorsteenen. De meeste +woningen bestaan uit één woonvertrek, dat mede tot slaapkamer, +keuken en bergplaats voor de visschersgereedschappen dient. De haard +of vuurplaats vindt men doorgaans voor het grootste raam, en bestaat +uit een' plaat, die omgeven is met eene rei gewone vloertegels of +witte marmeren steenen; bij deze plaat staat een kleiner, in den grond +bevestigd, stuk plaatijzer, waartegen het vuur wordt aangelegd. Vlak +voor deze haard staat de tafel, waarbij veelal eenige zeer lage +stoelen. Een gat boven in het dak, de kist genaamd, trekt de rook +regt op, die zich verder boven in het huis, alwaar het vischwand +geborgen is, verspreid, en waardoor men dus beneden weinig of geen +hinder lijdt van den rook. + +De woningen der Markers zijn voor het grootste gedeelte inwendig +niet geverwd, maar worden eenige malen 's jaars schoongemaakt en met +zuiver krijtwit bestreken. Behalve de woonkamer hebben sommigen nog +een afzonderlijk vertrekje, dat tot een zoogenaamd pronkkamertje dient, +en waarin het beste huisraad en de kleederen bewaard wordt. + +Deze huisselijke inrigting is bij verreweg de meeste Markers dezelfde; +slechts een dertigtal woningen zijn er, waarin men eenen schoorsteen +aantreft. + +Ten tweede. Ook de Kleederdragt der Markers is eenig en +bijzonder. Dezelve is een overblijfsel van den zoogenaamden Spaanschen +tijd, en nog op de huidigen dag, zegt men, dat de kleeding der +landlieden in Andalusië, veel met die der Markers overeenkomt. Zij +bestaat zoowel bij de vrouwen als bij de mannen, voor het grootste +gedeelte uit wollen stoffen, zoo als baai, duffel, bever enz., +en is bij allen, zoo bij behoeftigen als meer gegoeden en rijken, +dezelfde. Het eenige teeken van meerdere gegoedheid of welvaren is +een tweetal knoopen, die zij in de kraag of boord van het hemd dragen; +de gegoedsten bezitten gouden, anderen zilveren. Eigenlijk onderscheid +van rang of stand is er niet zigtbaar. + +Ofschoon er onder de Markers geene eigenlijke mode bestaat, zoo +heeft nogthans het gebruik de verwisseling der kleederdragt aan +eenige vaste regels gebonden. Zoo wil het gebruik, dat op kermis, bij +bruiloften, in bruidsdagen enz. de gewone kleeding plaats make voor +andere tooisels, die òf alléén op kermis, òf alléén bij bruiloften, +òf alléén in bruidsdagen enz. gebruikt mogen worden. + +Ten derde. Alhoewel op Marken de uitspraak onzer taal vrij goed is, +zoo bezigt men er toch verscheidene woorden, die minder algemeen +verstaan worden. De voornaamste van deze zijn: + + + het woord bappe voor: grootvader, + het woord noom voor: oom, + het woord tutte voor: zuster, + het woord bort voor: borst, + het woord zeert voor: pijn + het woord schelig voor: leelijk, + het woord bas voor: mooi, (aangedaan), + het woord kniesse voor: knieën, + het woord gank voor: haastig, + het woord vider voor: emmer, + + +enz. terwijl zij, even als de Zeeuwen, de h dáár noemen waar zij niet, +en dezelve weglaten dáár waar zij al genoemd moet worden. + + + + + + + +BIJLAGE. + +De landerijen op Marken, (zij behooren allen aan de bewoners,) +beslaan te zamen ruim 295 bunders. Hiervan gaat af, voor bebouwde +eigendommen, dijk, rietland en water, 70 bunders. Van de overige 225 +bunders, worden 25 bunders als weiland gebruikt, zoo dat de vlakke +inhoud der hooivelden, p.m. 200 bunders bedraagt. De oogst van deze +velden beloopt 's jaarlijks p.m. f 10,000. + +Op deze 200 bunders, zou men (indien men geene overstrooming te duchten +had,) ruim 3000 schapen kunnen houden. Stelt men nu de gemiddelde +opbrengst van ieder schaap op f 10, dan zou men een kapitaal verkrijgen +van f 30,000, hetgeen dus voor de ingezetenen van Marken, eene winst +van f 20,000 zoude opbrengen. + +Dat dit gunstig resultaat, in het belang der Markers, spoedig mogt +verkregen worden, is de wensch van + + + DEN SCHRIJVER. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De hier bedoelde uiterste punten zijn thans bekend als: de Nes en +'t Kruis. + +[2] Marken telt thans 950 inwoners, die allen de H. Godsdienst +belijden. + +[3] Deze bewering is echter onjuist. Immers, wat aangaat de verzakking, +zoo merken wij aan, dat dezelve alleen van toepassing kan zijn, op +nieuw aan te leggen dijken, naardien de bodem van Marken bestaat uit +eene laag klei, en eene laag veen, gevolgd door eene weeke specie, +derrie genaamd. Onder deze laatste stof ligt het vaste zand. Zoo lang +nu de dijk, en het veen, niet door deze derrie zijn heengezonken tot +op het vaste zand, is verzakking steeds noodzakelijk. De Markerdijk +heeft echter die verzakking reeds ondergaan, en zou dus de noodige +zwaarte tot een 2 els hoogte zeer wel kunnen dragen.--Bewijzen daarvoor +zijn zigtbaar in de terpen waarop de buurten zijn gebouwd, die zelfs +hooger dan 2 el boven A. P. gelegen, en aan geene verzakking onderhevig +zijn, en toch zijn deze daarenboven nog bebouwd. Ook de begraafplaats, +die ruim 2 el hoog is, is sedert haren aanleg, niets verzakt. Van hoe +groot belang het voor de ingezetenen zoude zijn, indien den dijk de +noodige hoogte hadde, om van het water bevrijd te blijven, is op te +maken uit de Bijlage, die wij op pag. 24 hebben neêrgesteld. + +[4] Gelijk overal, zijn ook op Marken, de opbrengsten der landerijen +zeer toegenomen. + +[5] Van den tweeden rang. + +[6] Echtscheidingen hebben hier zeer zelden plaats: sedert onheugelijke +jaren kent men er slechts ééne--doch onwettig. Het aantal onwettige +geboorten bedraagt in de 20 jaren naauwelijks één. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Marken en Zijne Bewoners, by +Francis Allan + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44507 *** |
