summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44507-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 18:44:20 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 18:44:20 -0700
commitccc020eee48c66cc3838efdca324e59ef71c5e77 (patch)
treeb4ce49912c1619743e52880934d683f56f0482be /44507-0.txt
initial commit of ebook 44507HEADmain
Diffstat (limited to '44507-0.txt')
-rw-r--r--44507-0.txt926
1 files changed, 926 insertions, 0 deletions
diff --git a/44507-0.txt b/44507-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..a2fc90f
--- /dev/null
+++ b/44507-0.txt
@@ -0,0 +1,926 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44507 ***
+
+ HET EILAND MARKEN
+ EN ZIJNE BEWONERS,
+
+ GESCHETST DOOR
+ F. ALLAN.
+
+ Met 2 Kaartjes.
+
+ AMSTERDAM,
+ WEIJTINGH & VAN DER HAART.
+ 1854.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Het moge waar zijn, dat het Eiland Marken, bij velen in ons Vaderland
+bekend zij, zoo wel door de natuurlijke gesteldheid van dit stukje
+gronds, als door de eigenaardige, of liever, verouderde gewoonten
+van zijne bewoners;--niet minder waar is het, dat dit Eiland, bij nog
+meerdere onzer Landgenooten, zoo niet geheel onbekend, minstens niet
+goed, niet naar waarheid, bekend zal zijn.--
+
+Hiervan overtuigd, besloot ik dit Werkje in het licht te zenden,
+met het doel, Marken en zijne Bewoners naar waarheid te schetsen,
+en langs dien weg, het Publiek in de mogelijkheid te stellen, zich
+zonder groote opoffering, met dit Eiland en met deze Eilanders,
+meer van nabij bekend te maken.--
+
+"Vraagt men, of er welligt zooveel merkwaardigs van Marken zij te
+zeggen, dat de Uitgave van deze Schets, als van belang kan worden
+geacht?"--
+
+Zoo merken wij aan, dat niet het merkwaardige, noch ook het
+eigenaardige van hetzelve, ons tot de zamenstelling der volgende
+bladen, hebben aangespoord:--maar dat wij, naar aanleiding, van
+hetgene wij, voor eenigen tijd omtrent dit onderwerp geboekt vonden,
+en hetgeen ons bleek, deels bezijden de waarheid--deels overdreven
+te zijn, genoopt werden, ten opzigte van Marken en de Markers,
+der waarheid openlijk hulde te doen, en datgene in het regte licht
+te plaatsen, waarop door anderen eene valsche schaduw geworpen
+is;--terwijl deze uitgave tevens voldoen zal aan eenen, door velen,
+uitgedrukten wensch.--
+
+Wij voegen hierbij niets meer, dan de wensch, dat dit boekske in
+veler handen moge komen, en niet onvoldaan ter zijde worde gelegd!
+
+
+Eiland Marken,
+
+den 1 Feb. 1854. ALLAN.
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Ofschoon er, voor zoo veel ik heb kunnen nagaan, van de vroegere
+geschiedenis van het EILAND MARKEN, zeer weinig geboekt staat,
+zoo moet toch de natuurlijke gesteldheid van hetzelve, in vroegeren
+tijd, veel verschild hebben van den toestand, waarin het zich thans
+bevindt.--Immers vinden wij, in eene beschrijving van Waterland,
+het volgende opgeteekend:
+
+
+ "Het EILAND MARKEN, waarschijnlijk in het laatste gedeelte
+ der 13de eeuw van 't Vaste Land gescheiden, is eene zeer oude
+ Volkplanting van Vroome Hollanderen. Oudtijds behoorde hetzelve
+ aan het Klooster Mariëngaarde, in Friesland; doch door Vrouwe
+ Margaretha, uit hoofde, der moord aan Grave Willem gepleegd, met
+ meer andere goederen der Friezen, in Holland en Zeeland gelegen,
+ geconfisqueerd en verkocht."--Van dezen verkoop, is nog een
+ afschrift op dit Eiland voorhanden.--
+
+
+Dit een en ander, komt overeen, met hetgene wij daaromtrent
+vermeld vinden, in eene overoude Beschrijving van Waterland, waarin
+o. a. gezegd wordt:
+
+
+ "Dat 't Eijlandt en Dorp van Marcken in oude tijden toegekomen
+ heeft, het Convent ofte Klooster te Mariëngaarde in Vriesland,
+ hetwelcke was in Ferweradeel de tweede Grietenije in Ooster-goo,
+ daar men elf Dorpen in vand, namelijk dit Mariëngard, daar
+ benevens Fosmert, en Genauwert. Het heeft Winsinius, Vriessche
+ Historiënschrijver ons onderrecht, dat de helft van het Eijlandt
+ en Dorp, door Godsdienstige Hollanderen aan 't gemeld Klooster van
+ Mariëngaarde wechgeschonken was, en dat den Abt en de Munnicken,
+ de andere helfte kogten van de Persijnen, Heeren van Waterland,
+ soo dat se het geheel verkregen: maar wederom ontnomen wierd',
+ door Margareta, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland,
+ Zeeland, enz., tot wrake, van haren Heer en Broeder Grave Willem
+ die in Vriesland verslagen was;--
+
+
+"De woorden van de oude Hollandsche Cronijck, die van Gouthoeven
+gevolgt word, luijd aldus:
+
+
+ "Deze vrome Margriete, Keijserinne van Romen, Gravinne van Holland,
+ Zeelandt, Vrieslandt, en oock Henegouwen, heeft doen Confisqueren
+ en toestaan, alle de Goeden, Landen, en Renten der Vriezen,
+ geestelijcke en wereldlijcke, die in Holland en Zeeland gelegen
+ waren, omdat sij in Vrieslandt haren Broeder en gevechten Heere,
+ hadden verslagen, deselve Goederen verkopende vele en diverse
+ personen: onder anderen Goederen worden oock verkocht, dat Land
+ en Dorp van Marcken, dewelcke op die tijd behoorde het Convent
+ en Klooster van Mariëngaarde, der Ordre van de Premonstreijten,
+ gelegen in Oost-Vrieslandt, dat welcke de Abt en de Broeders
+ in voorleden tijden, ghekocht van Heer Claas Persijn, Heere van
+ Waterland (Gouth. folio 381.)
+
+ "Dit moet van de eerste Claas Persijn wesen, die Ridder was, en in
+ 't jaar van 1250, ghestorven is: want de andere stierf Anno 1375,
+ en nu had' et de Munnicken al langh beseten gehadt.--
+
+ "Het is buiten twijfel, of dit Marcken is vóór 't inbreken der
+ Zuijderzee eene wellustige (aangename) plaatse, met Hoven versien,
+ en aan 't Vaste Land gheweest, waar veel Monnicken gehouden hebben:
+ het Land daar omtrent (sij-lieden in eijgendom) ten meestendeele
+ beseten hebben, hetwelcke veroorsaackt heeft, de namen van
+ Munnicke-Meer, Munnickendam, Munnicke-broek, en de Munnick, die
+ de Munnickedammers noch in hare wapen voeren en houden. 't Kon
+ wel zijn, dat den Dijck daar de Stad opleijd, ofte die den Dam
+ is, was gheweest in de Hoefslagh van de Munnicken van Marcken,
+ en daarom, de Munnickendam."
+
+
+Aangaande de wraak, welke door Margareta (?) Keijserinne van Romen,
+Gravinne van Holland en Zeeland, enz. over den dood haars Broeders, ten
+aanzien van Marken, zoude genomen zijn, lezen wij, in de Geschiedenis
+der Grafelijke Regering, het volgende:
+
+
+ "Dat Willem IV., in den jare 1334, op negentienjarigen ouderdom,
+ als Graaf gehuldigd werd over Holland en Zeeland;--dat Hij afstamde
+ uit het Grafelijke Huis van Henegouwen;--dat deze Graaf, ten jare
+ 1345, eenen veldtogt ondernam tegen de muitende Friezen;--en
+ dat hij, den 26sten of 27sten September van laatstgemeld jaar,
+ in eenen veldslag, tegen deze, sneuvelde.--
+
+ "Zijn lijk werd eerst 10 dagen daarna, gevonden, en in een
+ Klooster, niet ver van Bolsward, begraven.--
+
+ "Zijne jeugdige Gemalin, eene dochter van Jan III., Hertog van
+ Brabant, was over dezen dood, zoo zeer verstoord op de Friezen,
+ dat zij het Klooster der Friesche monnicken op Marken, liet in
+ den brand steken, en al de monnicken in zee (in den Kuil van
+ Marken) werpen.--
+
+ "Daar Willem IV., geene kinderen naliet, werd zijne zuster,
+ Margaretha, die met Keizer Lodewijk gehuwd was, algemeen, als
+ Gravin, gehuldigd."--
+
+
+Hieruit blijkt dus, dat niet alleen Margaretha, maar ook, dat Willems
+Gemalin, zich over den dood des Graven, heeft gewroken.--
+
+
+
+
+
+
+
+VROEGERE GESTELDHEID VAN HET EILAND MARKEN.
+
+
+Het scheen ons, bij de Beschrijving van het Eiland Marken, in zijnen
+tegenwoordigen toestand, niet ongepast te zijn, onzen lezers, vooraf
+eenigzins bekend te maken, met den toestand waarin hetzelve zich, op
+het einde der voorgaande eeuw bevond. Tot dat einde, bieden wij hen de
+volgende Schets aan, die wij, door vriendschappelijke bezorging van
+een der geachtste ingezetenen dezer Gemeente, ontvingen, en die ten
+jare 1793 opgemaakt is door den Heer C. DE HAAS, destijds Onderwijzer
+op dit Eiland.--
+
+
+ "Het Eiland Marken ligt in deszelfs oppervlakte, omtrent
+ gemeen met dagelijks vol-zee, en wordt bij Stormvloeden
+ overstroomd, aangemerkt de geringe hoogte der omringkade,
+ (hierna beschreven) waarom de Huijsen en Werven alle op Terpen of
+ Heuvels zijn aangelegd; komende nochthans het zeewater, bij Extra
+ Ordinaire Stormvloeden, zoo als die van 1775, 76 en 91, tot eene
+ aanmerkelijke hoogte in de Huijsen, hetgeen de bewoners dikwerf
+ noodzaakt, hunne woningen, ja geheele buurten te verlaten.--
+
+ "Voorts is dit Eiland doorsneden met Slooten en Vaarten, alsmede
+ voorzien met 7 houten sluisjes ter uitwatering.--
+
+ "De zeewering dezes Eilands, bestaat uit een aarden dijk of kade,
+ ter hoogte van ruim 4 à 5 voeten boven valzee, en Kruijnsbreedte
+ van 3/7 op eene 2 en 3 voets vallinge.--Deze omringdijk is op vele
+ plaatsen, aan deszelfs buitenzijde, met Steenglooijingen voorzien,
+ als van tijd tot tijd meerder noodzakelijk wordende, uit hoofde
+ der afslijtende rietlanden en buitenoevers.--Men vindt ook nog op
+ eenige plaatsen, ten dien einde, paalwerken, doch dezelve worden,
+ uit hoofde der worm en kostbaarheid nu verlaten.
+
+ "De kosten hiertoe worden uit 's Eilands kas en uit de daartoe
+ geaccordeerde Subsidiën gevonden. (Exept de Vuurtoren, Loots en
+ Oever, door het Collegie der Pilotage.)
+
+ "De producten der Landerijen, op dit Eiland, bestaat in Hooij-,
+ Riet- en Weijlanden. De Hooijteelt is het voornaamste product,
+ doch levert geene groote voordeelen op--men vindt hier eenig
+ hoornvee, schapen, doch geen paarden.
+
+ "De Hanteeringe dezer Eilanders is voornamelijk:
+
+ "1e. Door middel van Waterschepen: 's Lands Schepen van Oorlog,
+ die der O. I. Comp. en der Commercie, over het Pampus te sleepen
+ of te trekken, ook de twee eerstgemelde van en na de stad Hoorn
+ te boegseeren.
+
+ "2e. Met Botterschepen: wordt des Zomers om den Aal gevischt in
+ de Zuiderzee, en 's Winters ter vragt of op negotie met de Bucking
+ of Panharing, Ook dienen dezelve, om de Ondiepste Commercieschepen
+ over 't Pampus te sleepen.
+
+ "3e. Gaat het grootste gedeelte der manschappen met de Buijsschepen
+ ter haringvangst en des Winters en de Lente tot met prmo Meij,
+ geneeren zich dezelve met de Bucking- en Panharingvisscherij,
+ op de Zuiderzee, met hunne schuiten."--
+
+
+(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.)
+
+
+Bij deze "Beschrijvinge des Eilands" behoort tevens eene Lijst van
+de Buurten, Huijsen, Huijsgezinnen, Bewoners, enz. waarvan wij op
+bladz. 4 eene copij geven.--
+
+
+LIJST DER BUURTEN, HUIJSEN, HUIJSGEZINNEN, BEWONERS, WATERSCHEPEN, ENZ.
+
+ Gemeene Buisliên.
+ Stierliên van Buijsen. |
+ Vissersschuijten. | |
+ Botterschepen. | | |
+ Waterschepen. | | | |
+ Kinderen. | | | | |
+ Ouders. | | | | | |
+ Bewoners. | | | | | | |
+ Huijsgezinnen. | | | | | | | |
+ Huijsen. | | | | | | | | |
+ Namen der | | | | | | | | | |
+Buurten of Werven. | | | | | | | | | |
+
+ 1. Munnickewerv of 44 91 326 148 178 10 3 19 17 65
+ Kerbuurt
+ 2. Nieuwe Buurten 16 35 129 58 71 1 5 12 9 30
+ 3. Altena 1 2 6 3 3 -- -- -- -- 1
+ 4. De Kets 6 9 27 12 15 -- 1 3 4 5
+ 5. Witte Werv 3 9 30 17 13 -- 3 1 -- 2
+ 6. Remmerswerv 6 13 57 21 36 1 3 -- 1 8
+ 7. Groote Werv 6 16 59 29 30 3 2 3 3 9
+ 8. Roose Werv 6 12 35 19 16 -- 1 3 2 8
+ 9. De Heuvel 4 8 27 14 13 -- -- 2 2 11
+10. Moeniswerv 12 21 61 38 29 3 -- 3 -- 14
+11. Noorderwerv 2 -- -- -- -- -- -- -- -- --
+
+Aldus te zamen op === === === === === == == == == ===
+de 11 bovenstaande 106 216 753 353 404 18 18 46 38 153
+Buurten of Terpen
+
+ AANMERKINGEN.
+
+ Op de Kerbuurt staan: Kerk, Pastorie, Raad- en Schoolhuijs en
+ Vroedvrouwswoning.
+
+ Elke Botter word bevaren door 2 man en 1 jongen.
+
+ Elke Haringschuijt door 3 man.
+
+ Elk Waterschip door 2 man.
+
+ Elke Buijs door 11 man en 2 jongens.
+
+(Aldus opgemaakt in September 1793 door C. DE HAAS.)
+
+
+Nevens deze Schets van de Vroegere Gesteldheid van dit Eiland, voegen
+wij de volgende aanmerkingen:
+
+Betrekkelijk den juisten tijd waarop Marken van het Vaste Land
+gescheiden is geworden, verkeert men in het onzekere, en de opgaven
+dienaangaande, loopen zeer uit één.--Wel zegt men, dat zulks op het
+einde der 13de eeuw moet plaats gehad hebben;--doch wij meenen dat
+die gebeurtenis, op een later tijdstip heeft plaats gehad, en wel,
+omstreeks de jaren 1675-1676, als wanneer ons Vaderland, en vooral het
+Noordelijk gedeelte van onzen geboortegrond, door hevige stormen en
+zware watervloeden, zeer geteisterd werd, terwijl in het eerstgenoemde
+jaar (1675) het zeewater tot zulk eene ontzettende hoogte steeg,
+dat geheel Amsterdam onder water stond, en de zeedijk bij Hoorn als
+ook de IJdijk doorbraken.
+
+Vóór omstreeks eene eeuw, was de afstand tusschen de [1] Zuidelijkste
+punt van Marken en den vasten wal, slechts eenige voeten wijd, en liep
+men over een' plank van den eenen oever op den anderen. Na dien tijd,
+is de afkabbeling, aan de zijde van Marken, dermate toegenomen, dat de
+afstand, tusschen evengenoemde landpunten, thans eene uitgestrektheid
+heeft van minstens één half uur.
+
+Volgens de "Lyst der Buurten, Huijsen, enz.", welke wij op bladz. 12
+gegeven hebben, bestonden er ten jare 1793 nog elf bebouwde Terpen
+of Heuvels; n.l.:
+
+De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Altena, Kets, Witte Werf, Remmerswerf,
+Groote Werf, Rozenwerf, Heuvel, Moeniswerf en Noorderwerf. Behalve
+deze, kende men vóór dien tijd nog eenige andere Buurten, zoo als:
+
+
+ De Kraaijenwerf, De Kloosterwerf, \
+ De Tamenswerf, De Houtenmanswerf, | afgespoeld of verbrand.
+ De Koevordenwerf, /
+
+
+Van deze laatste is de naam nog over gebleven in de
+Kloostersloot.--Eveneens is dit het geval met de Kraaijenwerversloot.
+
+Thans echter zijn van de elf bovengenoemde werven nog slechts de
+onderstaanden overig:
+
+De Kerkbuurt, Nieuwe Buurten, Kets, Witte-, Groote-, Rozen- en
+Moeniswerf,--waarbij in den laatsten tijd nog gevoegd zijn, de
+Havenbuurt en de Vuurtoren.
+
+De Heuvel verlaten en gesloopt.
+
+De Remmerswerf afgebrand. 1810.
+
+De Noorderwerf verlaten en gesloopt. 1825.
+
+Altena verlaten. 1808.
+
+Weleer was Marken eene bloeijende plaats, wier inwoners, voor
+het meerendeel, den landbouw uitoefenden, en op de veeteelt zich
+toelegden. Men vond er, zeer vruchtbare wei- en bouwlanden, die
+afgewisseld werden door fraai aangelegde Lusthoven en hoog opgaand
+geboomte. Langzamerhand evenwel, werden deze vruchtbare velden, door
+de zee ondermijnd en verzwolgen, en waren de volgende geslachten
+genoodzaakt, zich op de zeevaart toe te leggen.
+
+De, in vorige eeuwen, steeds toenemende Groote- of Haringvisscherij,
+werkte daartoe zeer mede, zoodat er zelfs meer dan "negentig
+Marker-Visscherlieden als Stuurlieden op de Haringbuizen werden
+aangesteld."
+
+Ook ten tijde, dat de Walvischvangst in haren eersten bloei verkeerde,
+voer een aanzienlijk deel der Markers op Groenland, en in een oud
+handschrift, vinden wij nog vermeld, dat "een zevental wakkere
+Varensgasten, als Commandeurs, op de Schepen die ter Walvischvangst
+voeren, gefungeerd hebben, oock vand men toen hier (te Marken) zeer
+behendighe en uijtsteekende harpoeniere."
+
+De namen der bovengenoemde zeven wakkere varensgasten zijn:
+
+
+ ELBERT JANSE, voerende 't Schip d'Eendraght,
+ MUUS CORNELISE, voerende 't Schip de Noordpool,
+ OUTGER ELBERTS, voerende 't Schip Fortuna,
+ KLAAS PIETERSE, voerende 't Schip Harlingen,
+ PIETER PIETERSE, voerende 't Schip de Walvisch,
+ JAN TIJMENSE, voerende 't Schip Noord-Holland,
+ CORNELIS JACOBSE, voerende 't Schip de Hoop.
+
+
+
+
+
+
+
+TEGENWOORDIGE GESTELDHEID VAN HET EILAND MARKEN [2].
+
+
+Het Eiland Marken, weleer aan het Vaste Land verbonden, doch sedert
+overlangen tijd, daarvan afgescheurd, door de gedurige inbraken en
+overstroomingen van het oude meer Flevo, thans de Zuiderzee, en door
+gedurige afspoeling, telkens kleiner van omvang geworden, ligt op
+ongeveer een half uur afstands van den Waterlandschen zeedijk, tegen
+over de Gemeente Katwoude, en is, gerekend naar den tijd, dien men
+behoeft, om des winters, bij sterk ijs, naar het stadje Monnickendam
+te gaan, ongeveer één uur afstands van daar in de Zuiderzee gelegen.
+
+Het beslaat thans eene oppervlakte van 295 bunders, strekt zich ter
+lengte van 883 roeden, van het Oosten ten Noorden, naar het Westen
+ten Zuiden uit, en wordt, door de dusgenaamde Goudzee, van den vasten
+wal gescheiden.
+
+Marken heeft de gedaante van eenen scheefhoekigen driehoek, welks
+toppunt naar het Oosten is gekeerd,--en is thans omgeven met eenen,
+tamelijk zwaren, dijk, welks kruin, gemiddeld, ter hoogte van bijna
+1.30 Ned. El, boven den waterspiegel verheven is, en die, voor het
+grootste gedeelte met zware steenglooijingen, en op sommige plaatsen,
+ook met stevig geheid paalwerk, tegen de kracht van de golfslagen der
+Zuiderzee voorzien is. Op die plaatsen echter, waar nog buitenoevers
+zijn, behoeft den dijk de bovengenoemde beveiligingsmiddelen niet,
+dewijl het buitenland de kracht der golven genoegzaam breekt.
+
+Deze, betrekkelijk, geringe dijkshoogte (1.20 N. El), is dan ook
+de oorzaak, waardoor het Eiland, bij zeer hooge watergetijden,
+onderloopt.--Wij zeggen betrekkelijk geringe dijkshoogte:--Immers,
+alhoewel de dijk geene genoegzame hoogte heeft, om het zeewater bij
+hooge vloeden te kunnen keeren, zoo moet men niet te min erkennen, dat
+dezelve, in vergelijking met den vroegeren toestand der omringkade,
+thans merkelijk hooger is;--op sommige plaatsen toch, o. a. op de
+hoogte van Rozenwerf, is de kruinshoogte van den dijk, nabij de 2.00
+Ned. Ellen, boven de oppervlakte der zee verheven, en van daar dan ook,
+dat men op Marken thans minder dan voorheen, den last van overstrooming
+te lijden heeft.
+
+Welligt zegt deze of gene: "Waarom den dijk niet tot zulk eene
+hoogte gebragt, dat het Eiland, geheel van den last des waters
+bevrijd blijve?"--
+
+Wij antwoorden daarop, dat deskundigen, op goede gronden, meenen te
+kunnen beweren, dat de bodem der zee, hier niet toelaat, den dijk,
+tot de daartoe noodige hoogte te verzwaren, als zijnde den grond,
+uit zijnen aard, daartoe te moerassig, waardoor gevolgelijk verzakking
+zoude ontstaan [3].
+
+Ter uitwatering van het Eiland, is de dijk met een drietal sluisjes
+voorzien, de Buurter-, Meunder- en Kraaijenwerver-sluis geheeten,
+waarvan de eerste bij de haven gevonden wordt, terwijl de beide
+andere aan den Zuidoostelijken omringdijk zijn gelegen.--Vroeger
+telde men zeven zulke sluisjes; waarvan de Meuning-, Klooster-,
+Nieuwe- en Schippers-sluisjes thans niet meer bestaan.
+
+Marken is over zijne gansche oppervlakte doorsneden met Vaarten en
+Slooten, die allen in verbinding staan met de hoofdvaart des Eilands,
+de Buurter-Wijde-Sloot genaamd. Voor het gerijf van den hooibouw, en
+ook voor veehouders, zijn deze vaarten en slooten van groot belang,
+ja bijna geheel onmisbaar, naardien al het hooi, naar de los- en
+ladingplaats aan de Haven vervoerd moet worden, met eene bijzondere
+soort van kleine vaartuigen, Marker-binnenschuitjes geheeten, wier
+model, enkel te Marken inheemsch is, en die, naar men zegt, alleen
+op de Scheepswerven van de Heeren Kater, te Monnickendam, naar eisch
+vervaardigd worden.
+
+Ook voor de Veehouders zijn deze slooten, te meer noodig, naardien zij,
+aangezien het water binnen Marken daartoe te zout is, gehouden zijn,
+hun vee dagelijks van versch put- of welwater te voorzien. Schapen
+echter, kunnen zonder eenig nadeel, het slootwater drinken.
+
+Het gansche Eiland wordt in deszelfs lengte, van het Oosten naar
+het Westen, doorsneden door een' gegraven vaart, het Kanaal genoemd,
+hetwelk een gedeelte is, van het eerst ontworpen Noord-Hollandsche
+Kanaal, welk ontwerp echter later, niet geheel ten uitvoer is
+gelegd. In dit water wordt thans door sommige Eilanders op aal en
+paling gevischt. Eindelijk is het Eiland omgeven met eene barmsloot,
+welke in de rigting van den omringdijk, het gansche Eiland omgeeft,
+en die de afwatering der landerijen zeer bevorderd.
+
+De voortbrengselen van den vruchtbaren kleigrond dezes Eilands, zijn
+hooi, gras en riet. De niet watervrije ligging van den bodem, belet
+deszelfs bewoners, om zich ook op de teelt van andere veldgewassen
+toe te leggen.--Het land wordt nooit bemest, dewijl de overstrooming
+telkens eene genoegzame hoeveelheid vruchtbaarmakende slip op het
+veld achterlaat. Het hooi wordt, voor verreweg het grootste gedeelte
+uitgevoerd, naar Gelderland, Utrecht en Noord-Holland. Dit zelfde
+heeft ook met het riet plaats, dat voornamelijk op de buitenlanden,
+in eene groote hoeveelheid groeit, en van eene bij uitnemendheid goede
+hoedanigheid is; terwijl die gedeelten der landerijen, welke niet tot
+hooiland zijn bestemd, tot weiland voor het hoornvee gebruikt worden,
+hetwelk slechts ter voorziening in de dagelijksche behoefte van melk,
+gehouden wordt.
+
+Tegenover dezen uitvoer, staat de invoer van alle levensbehoeften,
+als boter, kaas, groenten, manufacturen, aardappelen, meel, erwten,
+boonen, turf, hout, enz., hetwelk s' wekelijks, van Monnickendam,
+Hoorn en Amsterdam wordt aangebragt. En, ofschoon er op dit Eiland
+thans drie broodbakkers zijn, die zeer goed brood leveren, zoo wordt
+er nogthans, s' wekelijks, eene aanzienlijke hoeveelheid brood uit
+Harderwijk en Nijkerk ingevoerd.
+
+Het Hoofdmiddel van bestaan op Marken is de Visscherij.
+
+Het grootste gedeelte der Markers oefent dit bedrijf uit, met hunne
+botters op de Zuiderzee, waar zij hoofdzakelijk visschen, des winters
+op haring, en des zomers op ansjovisch; gedurende het overige gedeelte
+van den zomer, bepalen sommigen zich tot het botvisschen, doch daar
+de voordeelen der laatstgenoemde visscherij van weinig of geen belang
+zijn, leggen slechts weinigen er zich op toe.
+
+Een ander aanzienlijk deel der Eilanders vischt gedurende den
+Winter, en in het voorjaar tot Mei, met hunne schuiten, op de
+Zuiderzee, terwijl zij zich des Zomers, met de Buisschepen
+naar de Noordzee begeven om deel te nemen aan de Groote- of
+Haringvisscherij.--Vroeger echter, was het getal der Buislieden,
+veel grooter dan tegenwoordig. Zoo telde men in 1793 op Marken acht
+en dertig Stuurlieden of Gezagvoerders van Buizen, terwijl men er
+thans nog slechts veertien heeft.--Daarentegen is het getal der
+Bottervisschers, sedert evengemeld jaar, zoo sterk vermenigvuldigd,
+dat het getal botters, thans, in stede van achttien, bijna negentig
+bedraagt.
+
+Eindelijk bepalen zich sommige visscherlieden, gedurende den zomer,
+tot het vracht varen met hooi en turf, terwijl weder enkelen zich
+bezig houden, met het sleepen van Koopvaarders, over het Pampus,
+zijnde eene droogte in de Zuiderzee, die zich, van af Durgerdam ter
+lengte van 3/4 uur, O. t. N. in zee uitstrekt.
+
+Overigens heeft men op Marken ééne zeilmakerij, ééne tanerij,
+twee timmerlieden, die tevens metselaars en hoepelmakers zijn,
+drie broodbakkerijen en acht kruidenierswinkels,--terwijl er zeven
+veehouders zijn. Sedert eenigen tijd, heeft men zich op eene meer
+uitgebreide schapenfokkerij toegelegd. [4]
+
+Van de Buurten of Terpen, die thans op Marken aanwezig zijn, en wier
+getal thans 10 bedraagt, is de Kerkbuurt of Monnickenwerf, door de
+Markers bij verkorting Me-korf of Me-kurf, geheeten, de grootste en
+voornaamste. Zij onderscheidt zich van de overige buurten, door eene
+meer geregelde bebouwing en door betere bestrating. Vroeger was zij
+in het geheel niet bestraat, lagen er slechts hier en daar eenige
+planken, en was het, vooral gedurende den winter, bijna ondoenlijk,
+zonder laarzen, deze buurt door te gaan.
+
+Over het algemeen is de toestand der wegen of paden, sedert de laatste
+jaren, veel verbeterd, en jaarlijks worden door de bemoeijingen van
+het tegenwoordig Plaatselijk Bestuur, de noodige middelen aangewend,
+om deze meer en meer te verbeteren, zoodat er nu reeds, voor het
+grootste gedeelte, goed bestrate voetpaden zijn, waar men voor weinige
+jaren nog bijna onbruikbare kleiwegen vond.
+
+De Kerkbuurt is op eene heuvel gelegen, die zich ter hoogte van 6
+à 8 voeten, boven het land verheft.--Ook de overige Buurten zijn op
+dusdanige Heuvels aangelegd, ten einde daardoor zooveel mogelijk van
+den last des waters bevrijd te blijven.
+
+Op bovengenoemde Buurt staan de voornaamste gebouwen, zoo als: de
+Kerk, het School- en Raadhuis, de Pastorie enz. op welke wij nader
+zullen terug komen.
+
+Op ongeveer tien minuten gaans van de Kerkbuurt liggen de Nieuwe
+Buurten, welke eigenlijk uit drie afzonderlijke, naast elkander
+liggende heuvels bestaan. Zuidwaarts van deze ligt de Kets, zijnde
+eene buurt, waarlangs het kanaal loopt, en die slechts uit een zestal
+huizen bestaat.
+
+Noordwestwaarts van deze buurt, en slechts weinige schreden van
+de Nieuwe Buurten, ligt aan de Haven, de Havenbuurt, alwaar men,
+benevens eene woning voor den Opzigter van den Waterstaat, en eene
+directie-keet, de reeds vroeger gemelde Tanerij en Zeilmakerij vindt.
+
+Vóór weinige jaren bestonden hier ook eene Scheepstimmerwerf en
+Smederij.--Thans zijn deze vernietigd.
+
+Zuidoostelijk van de Kerkbuurt liggen de vier overige buurten des
+Eilands, n.l. de Witte Werf, Groote Werf, Rozenwerf en Moeniswerf,
+welke te zamen, op Marken den naam van de Zereide, dragen, en waarvan
+het Zereiderpad zijnen naam ontleent.
+
+Van deze Werven is weinig meer te zeggen, dan dat op de laatstgenoemde,
+op Moeniswerf, eene Arm-inrigting gevonden wordt, die der Diaconie
+toebehoort, en waarin zulke behoeftige Eilanders worden verzorgd,
+die lidmaten zijn der Hervormde Gemeente. Ook op de Kerkbuurt staat
+eene liefdadige inrigting, het Armhuis, geheeten; in hetzelve worden
+zoodanige armen verpleegd, die ten laste der Algemeene armen zijn.
+
+Behalve de beide genoemde inrigtingen verdienen, nog gemeld te worden:
+
+a. De Haven. Deze, aangelegd in het jaar 1837, ligt in het
+Noordwestelijk deel des Eilands, omtrent 10 minuten gaans van
+de Kerkbuurt verwijderd, en is de gewone landings-, los- en
+ladingsplaats. Zij heeft bij eene lengte van 75 Ned. Ellen, eene
+breedte van 40 Ned. Ellen, en is omgeven met eenen dijk, die aan de
+havenzijde van eene stevige schoeijing en gording voorzien is. Door de
+gedurige vermeerdering van het aantal botters, is zij thans echter al
+te bekrompen geworden, zoodat men in 1853, een begin gemaakt heeft,
+met het graven eener tweede Havenkom, van gelijke grootte als de
+eerste, en die thans (1854) met deze, tot één geheel zal vereenigd
+worden. Behalve deze haven, is er ook eene afzonderlijke ligplaats
+voor de haringschuiten, de Kolk genaamd, en die als eenen regterarm
+der Havenkom kan beschouwd worden.
+
+De geheele inrigting der Haven, kan zeer doelmatig genoemd worden,
+en zij onderscheidt zich, door haren geheelen aanleg, gunstig van
+vele andere visschershavens.--Het eenige waarop, vooral door vreemde
+Schippers, aanmerking wordt gemaakt, is de naauwe ingang der Haven;
+doch het schijnt, dat men deze niet wel kan vergrooten, zonder
+daardoor, in de haven zelve, last te lijden, van eenen al te grooten
+golfslag, die, vooral met harden Noordwestelijken wind, van belang is.
+
+Vroeger bestonden er op verschillende plaatsen van het Eiland,
+tusschen de buitendijks liggende, rietlanden, inhammen of kreeken,
+visschershavens genaamd, doch van tijd tot tijd, zijn deze door
+afspoeling, voor het grootste gedeelte verdwenen. Op dezen oogenblik
+bestaan er nog drie.
+
+b. De Begraafplaats. Deze is, na de slooping der Oude Kerk, in
+1845 aangelegd op eene, sedert 1808 verlaten Buurt, Altena genaamd,
+en ligt omstreeks 5 à 6 minuten gaans, westwaarts van de Kerkbuurt
+verwijderd. Zij is zeer doelmatig ingerigt, als zijnde haren grondslag
+boven den beganen grond geheel water vrij. Zij heeft eene ovaalvormige
+gedaante, die in eene afhellende rigting is opgetrokken, terwijl
+de toegang tot dezelve, door eene omgegraven sloot en een' poort,
+van den publieken weg is afgescheiden.
+
+c. De Pastorie, gebouwd in 1840, is een fiksch steenen huis, hetwelk
+het voorkomen der Kerkbuurt inderdaad tot sieraad verstrekt. Bij
+dezelve staan de eenigste vruchtboomen die men op het gansche Eiland
+aantreft.
+
+Behalve deze, zijn er tegenover de Pastorie, op het zoogenaamde Erf,
+ook eenige wilgenboomen, die dus als zoo vele bewijzen dáár staan,
+dat het gevoelen, alsof op Marken geene boomen kunnen groeijen, faalt.
+
+d. Slechts eenige schreden van de Pastorie staat de Kerk. Deze,
+ofschoon eerst sedert 1846 geheel nieuw opgebouwd, heeft, voor zoo
+veel haar uiterlijk aangaat, wel geen onbehagelijk voorkomen, doch
+zij voldoet geenszins aan de verwachting der Gemeente, naardien zij
+op verscheidene plaatsen zoodanig lekt, dat eene groote en kostbare
+reparatie, vooral aan de kap, eerlang plaats moet hebben.
+
+e. en f. De School en het Raadhuis, vormen te zamen één
+kruisgebouw. Beide, in 1850 opgerigt, hebben eenen modernen vorm,
+terwijl de inrigting, zoo van het eene als van het andere, allezints
+doelmatig kan genoemd worden.
+
+Jammer echter is het, dat het schoollocaal voor het aantal
+schoolpligtige kinderen, dat thans 180 à 190 bedraagt, te bekrompen
+is. De plaatselijke gesteldheid van het terrein, gedoogde echter
+geenen grooteren aanleg.
+
+g. Afgescheiden van de overige buurten, en op een half uur afstands
+van de Kerkbuurt staat de Vuurtoren, gebouwd in 1839. Het is in zijne
+soort een fraai, en bij uitstek net ingerigt gebouw, voorzien van
+een zeer sterk schitterend [5] kunstlicht. Hieraan is verbonden des
+lichtstookers woning.
+
+
+
+
+
+
+
+DE BEWONERS VAN HET EILAND MARKEN.
+
+
+De Markers worden, ofschoon zeer ten onregte, veelal voor een dom slag
+van menschen aangezien. Van waar deze valsche beschouwing haren grond
+ontleent, dit erkennen wij niet te weten, want, bij eene meer gezette
+beschouwing dezer lieden, en uit den dagelijkschen omgang met velen
+derzelve, blijkt ons juist het tegenovergestelde.--Of zou men dwaas
+genoeg kunnen zijn, om, welligt uit hunne eigenaardige kleederdragt,
+en uit hunne, hier alleen inheemsche, gewoonten, dit ongunstig besluit
+af te leiden: "Markers zijn dom en onbeschaafd?" Dit mogen wij niet
+aannemen.
+
+Wij zullen in deze korte schets ons bepalen met eenige voorname,
+algemeene eigenschappen dezer Visschers op te geven. Daarna oordeele
+de lezer in hoeverre de beschuldiging gegrond zij, dat deze Eilanders
+als dom en onbeschaafd verdienen te worden aangemerkt.
+
+1e. Misbruikers van sterken drank, worden onder deze Eilanders niet
+gevonden, hetgeen daarom te meer verwondering baart, en te meer
+verdient geprezen te worden, dewijl zij in hun bedrijf, met vele en
+aanhoudende moeijelijkheden en ontberingen, te kampen hebben.
+
+Wel wordt er jenever, brandewijn en anijs gedronken, doch dit heeft
+slechts bij bijzondere gelegenheden plaats, zoo als bij Bruiloften,
+Nieuwjaar, bij de terugkomst der Stuurlieden, enz., en dan nog wel in
+zulk eene geringe hoeveelheid, dat het gansche verbruik van sterken
+drank s' jaarlijks slechts eenige weinige kannen bedraagt.
+
+2e. Ten aanzien van de zindelijkheid der Markers wordt meermalen een
+ongunstig oordeel geveld, en is er wel eens aangemerkt dat deze "veel,
+zeer veel te wenschen overlaat."
+
+Wij meenen nogthans, ter voorziening in die aanmerking, wederkeerig te
+kunnen aanmerken, dat, evenzeer als de reinheid van Broek in Waterland
+vergroot wordt, ook de onzindelijkheid der Markers meer in naam,
+dan wel in de daad bestaat.
+
+'t Is waar, dit moeten wij erkennen, ook op Marken zijn huisgezinnen
+aan te wijzen, waarin men te vergeefs naar eenig spoor van reiniging
+zoeken zal. Doch, waar vindt men de zulken niet? Wie wijst ons eene
+gemeente aan, waarin geene huisgezinnen worden gevonden, waarin ten
+deze opzigte, geene aanmerkingen zoude zijn te maken?
+
+Over het algemeen echter, kan noch mag Marken van onzindelijkheid
+beschuldigd worden, ten zij men welligt, de onreinheid der wegen
+bedoele, gedurende den winter of bij regenachtig weder.
+
+Als bewijzen van het door ons gezegde, meenen wij te mogen wijzen
+op den toestand der vaartuigen. En inderdaad, deze is eenig en
+voorbeeldig te noemen. Het voorkomen der botters en schuiten, zoo
+als zij dáár, en vooral op Zon- en Feestdagen in de haven liggen,
+heeft meer overeenkomst met eene vloot van pleiziervaartuigen, dan wel
+van eene vloot van visschersschuiten, die, ook bij storm en onweder,
+zee bouwen, en te vergeefs zal er naar slechts één vaartuig worden
+gezocht, waarvan met grond gezegd zoude kunnen worden, dat er iets
+op valt aan te merken, hetwelk tegen orde en reinheid zondigt; en
+toch is alleen aan mannen die zorg opgedragen.
+
+Het zal dus wel geen breedvoerig betoog behoeven, om onze lezers te
+overtuigen, dat daar, waar de mannen zóó rein en zóó keurig op het
+hunne zijn, de vrouwen (en dit ligt in den aard der zaak opgesloten)
+vooral geene mindere reinheid, of minder zorg, op het hare aan
+den dag zullen leggen. Men houde hierbij echter in het oog, dat de
+meestal zeer bekrompene behuizing, het bij velen groot getal kinderen,
+de ontbering van de hulp eener dienstbode, als ook de plaatselijke
+gesteldheid zelve, als zoo vele oorzaken zijn aan te merken, die de
+zindelijkheid der huismoeders bemoeijelijken, tegenwerken en minder
+doen uitkomen, dan zulks veelal aan den vasten wal het geval is.
+
+3e. Ook ten opzigte van hunnen ijver in hun beroep, leeren wij de
+Markers van geene ongunstige zijde kennen. Immers van hun vroegste
+jeugd af aan, tot zelfs in vergevorderden ouderdom, zijn zij
+onafgebroken bezig in hun beroep, en dat zoowel in den barren winter
+als in de zachte lente en warmen zomer.
+
+Mannen, jongelingen, knapen, ja zelfs grijsaards, bevinden zich
+steeds, bij vaarbaar weêr, ter zee, en komen zij, voor zoo veel de
+botterlieden aangaat, slechts eenmaal per week, en wel des Zaturdags,
+te huis, terwijl zij dan, wanneer er geene gelegenheid ter uitoefening
+van hun bedrijf bestaat, hunnen tijd besteden tot het vervaardigen
+en herstellen van de noodige netten en het onderhouden van hunnen
+vaartuigen. Aan de vrouwen is, behalve de gewone huisselijke
+werkzaamheden, de zorg opgedragen, voor de opvoeding der kinderen,
+die meestal voor het grootste gedeelte door de vaders niet kan worden
+waargenomen. Hun dagelijksch afzijn is hiervan de oorzaak. Voorts
+behoort de vervaardiging van alle noodige kleedingstukken, ook van
+die der mannen, tot der vrouwen werkkring, terwijl zij tevens den
+hooibouw waarnemen, en het noodige garen spinnen voor het vischwand.
+
+4e. Het is eene erkende waarheid, dat deze Eilandbewoners, in hooge
+mate, zuinig zijn, op hunne bezittingen en inkomsten. Slechts zeer
+weinigen zijn hiervan uitgezonderd. Van daar is het, dat deze Gemeente,
+in vergelijking van andere Visschersplaatsen, meer welvarend en meer
+bemiddeld is, dan vele andere. Een bewijs hiervoor, meenen wij te
+kunnen vinden in de plaatselijke armoede. Voor vele andere gemeenten
+toch, worden jaarlijks, en bij herhaling, liefdegaven opgevraagd
+ten behoeve der vele noodlijdende ingezetenen, terwijl ten behoeve
+der Markers nooit iets, het minste zelfs niet, wordt gevraagd. En
+nogthans ondervinden ook deze, in gelijke mate als andere visschers,
+het nadeelige en schadelijke, hetwelk, zoo door mislukte visscherij
+als door vroeg invallende winters, wordt te weeg gebragt.
+
+5e. Ook de belezenheid der Markers pleit ten gunste voor hun zedelijk
+karakter; want de kennis van vele zaken, inzonderheid der Vaderlandsche
+Geschiedenis, Aardrijkskunde en Rekenkunst betreffende, bewijzen
+eenen weetgierigen aard en lust tot nuttige bezigheid.
+
+Ook het getrouw bezoeken der school, getuigt, dat zij verstandelijke
+ontwikkeling op prijs stellen; van de 190 à 200 schoolpligtige
+kinderen, (wier schoolpligtigheid van het 5e tot het 14e jaar
+ingesloten duurt,) komen er gemiddeld ruim 160 ter school. Eindelijk,
+diegenen der Markers, welke zich op de beoefening van andere vakken
+hebben toegelegd, zijn daarin allen naar wensch geslaagd, en toonen zij
+nog dagelijks, dat zij in hunne betrekking zijn wat zij moeten zijn.
+
+6e. Even gunstig leeren wij deze Eilanders kennen in hun huisselijk
+leven. Bescheidenheid en onderlinge liefde wonen steeds bij hen in,
+en indien ons gevraagd werd, of wij voorbeelden kennen van huisselijke
+tweedragt, zoo zouden wij daarop ontkennend moeten antwoorden. [6]
+
+7e. Eindelijk, in den omgang doen de Markers zich als eenvoudige
+lieden kennen, in zoo verre namelijk, deze eenvoudigheid betrekking
+heeft op hunne wijze van voorkomen. Zij zwijgen liever, dan te spreken
+over zaken waarvan zij geene kennis hebben, terwijl datgene wat zij
+spreken, doorgaans goed ter snede komt.
+
+Over het algemeen stellen zij een levendig belang in al wat
+Godsdienstig is, en getuigt hun oordeel over, en hunne bekendheid met
+vele zaken dienaangaande, dat zij meer dan oppervlakkig bekend zijn,
+met vele Godsdienstige en zedelijke werken.
+
+
+
+Wij voegen hierbij nog de volgende bijzonderheden, waarmede wij deze
+schets zullen besluiten.
+
+Vooreerst, hunne huisselijke inrigting. Deze is, na den noodlottigen
+watervloed van 1825, die overigens op Marken weinig schade heeft
+aangebragt, over het geheel zeer bekrompen geworden, en onderscheidt
+zich voornamelijk door het gemis van schoorsteenen. De meeste
+woningen bestaan uit één woonvertrek, dat mede tot slaapkamer,
+keuken en bergplaats voor de visschersgereedschappen dient. De haard
+of vuurplaats vindt men doorgaans voor het grootste raam, en bestaat
+uit een' plaat, die omgeven is met eene rei gewone vloertegels of
+witte marmeren steenen; bij deze plaat staat een kleiner, in den grond
+bevestigd, stuk plaatijzer, waartegen het vuur wordt aangelegd. Vlak
+voor deze haard staat de tafel, waarbij veelal eenige zeer lage
+stoelen. Een gat boven in het dak, de kist genaamd, trekt de rook
+regt op, die zich verder boven in het huis, alwaar het vischwand
+geborgen is, verspreid, en waardoor men dus beneden weinig of geen
+hinder lijdt van den rook.
+
+De woningen der Markers zijn voor het grootste gedeelte inwendig
+niet geverwd, maar worden eenige malen 's jaars schoongemaakt en met
+zuiver krijtwit bestreken. Behalve de woonkamer hebben sommigen nog
+een afzonderlijk vertrekje, dat tot een zoogenaamd pronkkamertje dient,
+en waarin het beste huisraad en de kleederen bewaard wordt.
+
+Deze huisselijke inrigting is bij verreweg de meeste Markers dezelfde;
+slechts een dertigtal woningen zijn er, waarin men eenen schoorsteen
+aantreft.
+
+Ten tweede. Ook de Kleederdragt der Markers is eenig en
+bijzonder. Dezelve is een overblijfsel van den zoogenaamden Spaanschen
+tijd, en nog op de huidigen dag, zegt men, dat de kleeding der
+landlieden in Andalusië, veel met die der Markers overeenkomt. Zij
+bestaat zoowel bij de vrouwen als bij de mannen, voor het grootste
+gedeelte uit wollen stoffen, zoo als baai, duffel, bever enz.,
+en is bij allen, zoo bij behoeftigen als meer gegoeden en rijken,
+dezelfde. Het eenige teeken van meerdere gegoedheid of welvaren is
+een tweetal knoopen, die zij in de kraag of boord van het hemd dragen;
+de gegoedsten bezitten gouden, anderen zilveren. Eigenlijk onderscheid
+van rang of stand is er niet zigtbaar.
+
+Ofschoon er onder de Markers geene eigenlijke mode bestaat, zoo
+heeft nogthans het gebruik de verwisseling der kleederdragt aan
+eenige vaste regels gebonden. Zoo wil het gebruik, dat op kermis, bij
+bruiloften, in bruidsdagen enz. de gewone kleeding plaats make voor
+andere tooisels, die òf alléén op kermis, òf alléén bij bruiloften,
+òf alléén in bruidsdagen enz. gebruikt mogen worden.
+
+Ten derde. Alhoewel op Marken de uitspraak onzer taal vrij goed is,
+zoo bezigt men er toch verscheidene woorden, die minder algemeen
+verstaan worden. De voornaamste van deze zijn:
+
+
+ het woord bappe voor: grootvader,
+ het woord noom voor: oom,
+ het woord tutte voor: zuster,
+ het woord bort voor: borst,
+ het woord zeert voor: pijn
+ het woord schelig voor: leelijk,
+ het woord bas voor: mooi, (aangedaan),
+ het woord kniesse voor: knieën,
+ het woord gank voor: haastig,
+ het woord vider voor: emmer,
+
+
+enz. terwijl zij, even als de Zeeuwen, de h dáár noemen waar zij niet,
+en dezelve weglaten dáár waar zij al genoemd moet worden.
+
+
+
+
+
+
+
+BIJLAGE.
+
+De landerijen op Marken, (zij behooren allen aan de bewoners,)
+beslaan te zamen ruim 295 bunders. Hiervan gaat af, voor bebouwde
+eigendommen, dijk, rietland en water, 70 bunders. Van de overige 225
+bunders, worden 25 bunders als weiland gebruikt, zoo dat de vlakke
+inhoud der hooivelden, p.m. 200 bunders bedraagt. De oogst van deze
+velden beloopt 's jaarlijks p.m. f 10,000.
+
+Op deze 200 bunders, zou men (indien men geene overstrooming te duchten
+had,) ruim 3000 schapen kunnen houden. Stelt men nu de gemiddelde
+opbrengst van ieder schaap op f 10, dan zou men een kapitaal verkrijgen
+van f 30,000, hetgeen dus voor de ingezetenen van Marken, eene winst
+van f 20,000 zoude opbrengen.
+
+Dat dit gunstig resultaat, in het belang der Markers, spoedig mogt
+verkregen worden, is de wensch van
+
+
+ DEN SCHRIJVER.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De hier bedoelde uiterste punten zijn thans bekend als: de Nes en
+'t Kruis.
+
+[2] Marken telt thans 950 inwoners, die allen de H. Godsdienst
+belijden.
+
+[3] Deze bewering is echter onjuist. Immers, wat aangaat de verzakking,
+zoo merken wij aan, dat dezelve alleen van toepassing kan zijn, op
+nieuw aan te leggen dijken, naardien de bodem van Marken bestaat uit
+eene laag klei, en eene laag veen, gevolgd door eene weeke specie,
+derrie genaamd. Onder deze laatste stof ligt het vaste zand. Zoo lang
+nu de dijk, en het veen, niet door deze derrie zijn heengezonken tot
+op het vaste zand, is verzakking steeds noodzakelijk. De Markerdijk
+heeft echter die verzakking reeds ondergaan, en zou dus de noodige
+zwaarte tot een 2 els hoogte zeer wel kunnen dragen.--Bewijzen daarvoor
+zijn zigtbaar in de terpen waarop de buurten zijn gebouwd, die zelfs
+hooger dan 2 el boven A. P. gelegen, en aan geene verzakking onderhevig
+zijn, en toch zijn deze daarenboven nog bebouwd. Ook de begraafplaats,
+die ruim 2 el hoog is, is sedert haren aanleg, niets verzakt. Van hoe
+groot belang het voor de ingezetenen zoude zijn, indien den dijk de
+noodige hoogte hadde, om van het water bevrijd te blijven, is op te
+maken uit de Bijlage, die wij op pag. 24 hebben neêrgesteld.
+
+[4] Gelijk overal, zijn ook op Marken, de opbrengsten der landerijen
+zeer toegenomen.
+
+[5] Van den tweeden rang.
+
+[6] Echtscheidingen hebben hier zeer zelden plaats: sedert onheugelijke
+jaren kent men er slechts ééne--doch onwettig. Het aantal onwettige
+geboorten bedraagt in de 20 jaren naauwelijks één.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Marken en Zijne Bewoners, by
+Francis Allan
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44507 ***