summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/43213-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '43213-0.txt')
-rw-r--r--43213-0.txt2271
1 files changed, 2271 insertions, 0 deletions
diff --git a/43213-0.txt b/43213-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..006f9ed
--- /dev/null
+++ b/43213-0.txt
@@ -0,0 +1,2271 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 43213 ***
+
+ ANNO 2070.
+ Een blik in de toekomst,
+
+ Door
+ Dr. DIOSCORIDES.
+
+ Derde druk.
+ Utrecht.--J. Greven.
+ 1870.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+Het is thans vijf jaar geleden, dat twee oplagen van dit werkje
+binnen weinige maanden uitverkocht werden. Aan degenen, die mij toen
+aanspoorden eenen nieuwen druk te doen verschijnen, antwoordde ik,
+dat een gastheer, die achting heeft voor zijne gasten en prijs stelt
+op hunne goede meening, zich wel wachten zal hun telkens denzelfden
+schotel op nieuw voor te zetten, al hebben zij ook blijk gegeven
+van dien naar hun smaak te vinden. Een tijdsverloop van vijf jaren
+scheen mij echter voldoende toe, om eene herhaalde opdissching te
+rechtvaardigen. Nieuwe gasten zullen wellicht willen aanzitten,
+en de ouden zullen bevinden, dat aan den schotel eenige kruiderijen
+zijn toegevoegd, die aan sommige beten eenen anderen smaak geven.
+
+Deze toevoeging heeft ook invloed gehad op den titel. Er zijn
+onderwerpen die thans aan de orde van den dag zijn, maar waarvan
+men in 1865 nog niet droomen kon. Zoo moest dan Anno 2065 Anno 2070
+worden. Trouwens de hoogduitsche vertaler van dit werkje had mij reeds
+het voorbeeld gegeven, door het Anno 2066 te betitelen. Men moet
+wel met zijnen tijd medegaan, en wij leven snel in onzen tijd. In
+de verloopen vijf jaren heeft reeds veel eene andere gedaante
+verkregen. Van de in 1865 gedane voorspellingen werd reeds eene, die
+betreffende Venetië, in het volgende jaar vervuld, en eene andere,
+die aangaande spoorwegen uit Zwitserland naar Italië, onder de Alpen
+door, is op het punt van verwezenlijkt te worden. Reeds heeft zich
+in Berlijn eene maatschappij voor distributie van verwarmde lucht
+gevormd, en een beroemd Fransch ingenieur heeft het denkbeeld opgevat
+om de kracht van vallend water te verzamelen en in eigene toestellen
+overal heen te vervoeren waar behoefte aan arbeidsvermogen bestaat.
+
+Indien het zoo blijft voortgaan, dan zullen er wellicht onder mijne
+jongere lezers sommigen zijn die nog eenen tijd beleven, waarin zelfs
+dit werkje geheel verouderd is en zijn titel als eene ironie op de
+langzaamheid van den vooruitgang wordt beschouwd.
+
+
+ Utrecht, 20 Junij 1870.
+
+ Dr. Dioscorides.
+
+
+
+
+
+
+
+Wanneer men den tegenwoordigen toestand der maatschappij vergelijkt
+bij dien van vroegere eeuwen, dan rijst als van zelve de vraag op:
+hoe zal die toestand in volgende eeuwen zijn?
+
+Zal die vooruitgang, welke vooral in onzen tijd zoo groot is
+geweest en zich in zoo velerlei richtingen heeft geopenbaard,
+blijven aanhouden? En, zoo ja,--want teruggang is niet meer denkbaar,
+sedert de drukkunst elken voetstap van den menschelijken geest voor
+uitwisschen heeft behoed,--waarheen zal die gestadige vooruitgang onze
+nakomelingen dan leiden? Wat zal er worden van die tallooze kiemen,
+die het tegenwoordige geslacht uitstrooit, maar waarvan eerst het
+nageslacht de rijpe vruchten zal oogsten?
+
+Het waren dergelijke en vele andere daaruit voortvloeijende vragen,
+die ook mij bezig hielden, toen ik op een achtermiddag in mijnen
+gemakkelijksten leuningstoel gezeten, mijne gedachten haren vrijen
+loop liet volgen, zoodat deze weldra teugelloos ronddwaalden te midden
+der schimmen van personen, die voorlang geleefd hebben. Ik dacht aan
+onzen Musschenbroek, onzen Gravesande, onzen Huygens, onzen Stevin,
+hoe zij zich verwonderen zouden, wanneer zij weder herleefden en de
+verbazende gewrochten der hedendaagsche werktuigkunde aanschouwden;
+aan eenen Newton, eenen Galilei en zoovele anderen, die de grondleggers
+waren van het gebouw, dat zij zelve thans ter naauwernood herkennen
+zouden. Ik dacht aan stoomwerktuigen en elektrische telegrafen,
+aan spoortreinen en stoombooten, aan bergen door tunnels doorboord,
+aan koker- en hangbruggen, aan photographie en gasverlichting,
+aan de verbazende vorderingen der scheikunde, aan verrekijkers en
+mikroskopen, aan duikertoestellen en luchtscheepvaart, en aan honderd
+onderwerpen meer, die in bonte verwarring mijnen geest voorbijtogen,
+allen echter daarin overeenstemmende, dat zij luide getuigden van
+het groote verschil tusschen het heden en het verleden. En toen,
+als om dat verschil nog scherper te doen uitkomen, dwaalden mijne
+gedachten nog verder in het verleden terug, en voor mijne verbeelding
+verrees de schim van Roger Baco, die in de dertiende eeuw leefde en
+een man was, die al zijne tijdgenooten in natuurkennis en helderheid
+van oordeel ver overtrof, maar het gewone lot onderging dergenen,
+welke, in die eeuwen van duisternis, door verlichting boven hunne
+omgeving uitblonken. Hij werd van tooverij beschuldigd en in de
+gevangenis geworpen, waarin hij tien jaren lang versmachtte en volgens
+sommigen stierf. Eenige der uitdrukkingen in zijne voor ons bewaarde
+geschriften, waarin hij, vóór zes eeuwen, als met eenen zienersblik
+voorspelde, wat eerst in onzen tijd eene werkelijkheid is geworden,
+traden voor mijne herinnering, als:
+
+»Er kunnen kijkers gemaakt worden, die de verst afgelegen voorwerpen
+nabij doen schijnen, zoodat wij de kleinste letters op eenen
+ongeloofelijken afstand zullen kunnen lezen en allerlei kleine
+voorwerpen zien en de sterren doen verschijnen waar wij willen."
+
+»Er kunnen werktuigen tot scheepvaart worden gemaakt zonder
+schepelingen, zoodat de grootste zeeschepen door één man bestuurd
+worden en zich met eene grootere snelheid voortbewegen dan indien
+zij vol schepelingen waren."
+
+»Er kunnen wagens gemaakt worden, die zonder dieren zich met eene
+aanmerkelijke kracht voortbewegen."
+
+»Nog oneindig vele dergelijke werktuigen kunnen vervaardigd worden,
+als bruggen zonder zuilen of eenigen anderen steun." [1]
+
+Al nadenkende over deze opmerkelijke uitdrukkingen, verzonk ik in eene
+al dieper en dieper wordende mijmering, waarin al de mij omringende
+voorwerpen allengs geheel uit mijn gezicht verdwenen, en ik eindelijk
+in dien toestand geraakte, waarin, terwijl alles wat stoffelijk aan
+ons is in diepe rust verkeert en de zinnelijke waarneming ophoudt,
+daarentegen de geest buitengewoon wakker en werkzaam blijft en
+de beelden beschouwt, die achtereenvolgens aan het innerlijk oog
+voorbij gaan.
+
+Plotseling was het mij, alsof ik mij bevond te midden eener groote,
+mij onbekende stad. Ik stond op een uitgestrekt plein, aan welks
+eene zijde zich een statig gebouw verhief, met eenen hoogen toren,
+waaraan het opschrift verscheen:
+
+
+ Anno 2070
+
+ 1 Januari.
+
+
+Mijne oogen niet vertrouwende, naderde ik den toren, met eenen blik,
+waarin voorzeker bevreemding en nieuwsgierigheid waren uitgedrukt,
+want een achtbaar heer, die vergezeld was van eene dame, trad op mij
+toe, zeggende: »ik zie dat gij een vreemdeling zijt in Londinia; kan
+ik u ook met eenige inlichting van dienst wezen?" Deze welwillende
+woorden deden mij stilstaan en den man aanzien die voor mij stond,
+wiens schrander en eerwaardig voorkomen dadelijk eenen diepen indruk
+op mij maakten. Oogenblikkelijk herkende ik hem. Het was de man, met
+wien ik mij zoo even nog in mijne gedachten had bezig gehouden. »Gij
+zijt Roger Baco?" zeide ik. »»Die ben ik,"" was zijn antwoord, »»vergun
+mij u tevens in deze dame mijne vriendin Phantasia voor te stellen.""
+
+Ik verkeerde in eenen dier toestanden, waarop het Horatiaansche nil
+mirari ten volle toepasselijk is. Niets van hetgeen ik zag verwonderde
+mij. Zoo ook niet dat de voor meer dan vijf eeuwen gestorven Baco nu
+levend voor mij stond. Ik nam derhalve zijn aanbod eenvoudig aan en
+vroeg hem aanstonds: »wat beteekent dit opschrift?"
+
+»»Dat op gindschen toren, boven de wijzerplaat? Wel niets anders dan
+dat het heden de eerste dag van het jaar 2070 is.""
+
+»Maar hoe laat is het? Op dat wijzerbord zie ik zoo velerlei wijzers
+en cijfers, dat ik er geheel door verward word."
+
+»»Welken tijd bedoelt gij?" was zijne wedervraag. »Waren, middelbaren
+of Aleutischen tijd? Elk dier tijden heeft zijn eigen stel van cijfers
+en wijzers.""
+
+»Wat ware en middelbare tijd zijn, weet ik, maar Aleutische tijd,
+wat moet deze beteekenen?"
+
+»»Sedert de geheele aarde--zoo luidde het antwoord,--door
+telegraaflijnen omsponnen is, en berichten daardoor rondgezonden,
+hetzij in oostelijke of in westelijke richting, in een enkel oogenblik
+de geheele aarde omloopen, is men, ten einde verwarring, vooral in
+handelszaken, te voorkomen, waar het dikwijls op juiste tijdsbepaling
+aankomt, wel genoodzaakt geweest eenen algemeen voor de geheele
+aarde geldigen tijd aan te nemen. Met onderling goedvinden hebben de
+verschillende natiën daartoe het grootste der Aleutische eilanden
+als neutraal punt gekozen. Wanneer aan de oostkust van dat eiland
+de zon opgaat, begint de werelddag. De keuze van dit eiland is geene
+willekeurige geweest, want ten oosten en ten westen van den meridiaan
+die over dit eiland loopt, liggen de streken waar de tijdverwarring het
+grootst was, omdat, al naar gelang men haar van uit Europa het eerst in
+oostelijke richting rondom Afrika of westwaarts rondom Amerika gaande
+ontdekt heeft, men op de reis een dag verloren of gewonnen had. Het
+gevolg hiervan was dat er in die streek eilanden lagen, waarvan de
+bewoners van de oost- en van de westkust, die afkomstig waren van
+vroeger daar aangelegde volkplantingen, met elkander voortdurend
+een dag in de tijdrekening verschilden. Met het aannemen van den
+Aleutischen meridiaan is ook aan die verwarring een einde gemaakt.""
+
+Toen hij deze opheldering gegeven had, vervolgde hij: »»ga met ons,
+wij zullen gelegenheid hebben u nog wel andere merkwaardigheden van
+Londinia te toonen.""
+
+»Londinia? Is dat hetzelfde als London?"
+
+»»Niet geheel. Het London van vroegeren tijd maakt slechts een klein
+gedeelte van het tegenwoordige Londinia uit, dat een aanmerkelijk
+deel van zuid-oostelijk Engeland beslaat en thans omstreeks twaalf
+millioenen inwoners telt.""
+
+Terwijl wij onzen weg vervolgden, maakte ik de banale opmerking,
+dat het heden voor den tijd des jaars buitengewoon zoel weder was.
+
+»»Gij bedriegt u,--zeide Baco,--het is integendeel buitengewoon koud,
+maar gij vergeet, dat wij binnen de stad zijn. Voel de warmte slechts
+van den luchtstroom, die opstijgt uit de als een zeef doorboorde plaat
+voor uwen voet, en gij zult u overtuigen, dat de Maatschappij tot
+distributie van verwarmde lucht zich behoorlijk van hare verplichting
+kwijt. Zie ook slechts naar boven. Indien de warmte niet groot genoeg
+was, dan zoude op het glazen dak boven ons de sneeuw, die heden morgen
+gevallen is, nog wel zichtbaar wezen.""
+
+Ik zag naar boven en ontdekte inderdaad, dat de straat overwelfd was
+met glazen platen van aanmerkelijke lengte en breedte, welke door dunne
+spijlen verbonden waren, terwijl er openingen op zekere afstanden in
+waren aangebracht, waardoor de ventilatie onderhouden werd.
+
+»Wij zijn derhalve in eene zoogenaamde passage vitrée?"
+
+»»Ja, indien gij namelijk het grootste gedeelte der stad met dien
+naam wilt bestempelen. Wat in de negentiende eeuw slechts op eenige
+weinige punten der groote hoofdsteden bestond, is in de eenentwintigste
+algemeen ingevoerd, sedert de kunst gevonden is het goedkoope verre
+sans fin te maken.""
+
+»Voorzeker eene aangename verbetering van het stadsleven, zoolang
+het winter is, maar des zomers moet het onder dit glasdak broeijend
+heet zijn!"
+
+»»Geenszins! Dezelfde maatschappij, die des winters verwarmde lucht
+levert, zorgt des zomers voor eenen koelen luchtstroom. Niets is
+eenvoudiger. Gij weet toch, dat reeds sedert een paar eeuwen in
+den heetsten zomertijd ijs gefabriceerd wordt. Men laat des zomers
+de lucht daarover strijken, vóórdat deze door de zeefplaten heen de
+straat bereikt, en wanneer de warmte-opzichters behoorlijk hun plicht
+doen, is de temperatuur gedurende het geheele jaar nagenoeg gelijk.""
+
+»Waarschijnlijk zullen dan ook de huizen wel op eene dergelijke wijze
+verwarmd worden, zoodat men geen kachels of haarden meer behoeft
+te branden."
+
+Over deze half vragend uitgesproken woorden, die blijk gaven van mijne
+overgroote ouderwetsheid, konden mijne geleiders niet nalaten even
+te glimlachen. Baco maakte echter eene toestemmende buiging, terwijl
+hij zeide: »»Even als men een koudwaterbad naar believen verwarmt door
+opening van de kraan, waaruit het warme water stroomt, evenzoo kan men
+ook de lucht in zijne vertrekken verwarmen door eene kraan te openen,
+waardoor warme lucht binnentreedt, hetgeen nog bovendien het voordeel
+van luchtverversching op de aangenaamste wijze, zonder tocht, geeft.""
+
+»»Ik begrijp waarlijk niet,--zoo mengde Phantasia zich in ons
+gesprek,--hoe men het in die nog half barbaarsche tijden heeft kunnen
+uithouden, wanneer het kachelstoken, zooals ik wel gehoord heb, rook,
+asch en stof in de vertrekken bracht.""
+
+»»En bovendien schoorsteenbranden daardoor ontstonden,--vulde
+Baco aan, die thans onmogelijk zijn geworden, zoodat dan ook de
+assurantie-maatschapppijen niet meer dan een vierde van de vroegere
+premie laten betalen.""
+
+»Nog eene vraag, vóór wij van dit onderwerp afstappen. Welk metaal is
+het, waaruit de sierlijk bewerkte, dunne spijlen bestaan, waardoor
+dat glazen dak in verband gehouden en gedragen wordt? Het schijnt
+mij toe geen ijzer te zijn, hetgeen men eertijds voor dergelijke
+oogmerken aanwendde."
+
+»»Neen,--zoo luidde het antwoord,--ijzer zoude daarvoor wegens zijne
+zwaarte minder goed voldoen dan het aluminium, dat in soortelijk
+gewicht met het glas dat het draagt gelijk staat en bovendien veel
+beter tegen den invloed der lucht bestand is. Gij zult weldra
+ontwaren, dat voor eene menigte van andere doeleinden, waartoe
+vroeger het ijzer uitsluitend in gebruik was, thans het aluminium is
+in de plaats getreden. Ook hebben de oudheidkundigen op een onlangs
+gehouden congres besloten, om bij de steen-, brons- en ijzerperioden,
+die zij als het eigenlijk gebied hunner wetenschap beschouwen, eene
+vierde te voegen, namelijk de aluminiumperiode, welke met het jaar
+1950 begint, toen de nieuwe methode ontdekt is, om het aluminium op
+groote schaal uit gewone klei, oude tichelsteenen, gebroken pannen,
+potten en stukken van aardewerk en porselein te vervaardigen.""
+
+»Zoo is dan het metaal, dat, nog langen tijd nadat het door Wöhler
+ontdekt was, tot de zeldzaamheden behoorde, waarvan men eenige
+korreltjes in de verzamelingen van scheikundige praeparaten bewaarde,
+nu tot een algemeen goed geworden, tot eene weldaad voor de geheele
+maatschappij, vooral in die landen waar klei, met andere woorden
+aluminium-erts, bijna de eenige metaalrijkdom is! En zoo wordt dan op
+nieuw bewaarheid, wat trouwens ook in vroegere tijden reeds zoo dikwerf
+gebleken is, dat de ontdekkingen, langs zuiver wetenschappelijken
+weg gedaan en alleen met het doel om onze kennis te vermeerderen,
+dikwerf later het meest uitgebreide praktische nut stichten!"
+
+»Denk aan den phosporus, door Brandt en Künckel reeds in 1669 ontdekt,
+maar eerst bijna twee eeuwen later in de lucifers tot algemeen gebruik
+gekomen,--aan het chloroform, waarvan men, toen Dumas het voor het
+eerst daarstelde, weinig verwachten kon dat het eenmaal, door wegneming
+van alle pijn gedurende de gevaarlijkste kunstbewerkingen, tot eene
+weldaad voor de lijdende menschheid zoude worden,--aan de merkwaardige
+proeven van Humpry Davy, waaruit het afkoelend vermogen van metaalgaas
+bleek, hetgeen hem leidde tot de uitvinding der veiligheidslamp,
+waardoor duizende menschenlevens behoed werden, terwijl diezelfde
+eigenschap later de grondslag werd, waarop de vervaardiging steunt
+der werktuigen, die door warme lucht worden gedreven en van andere,
+waarmede ten allen tijde ijs bereid wordt. Herinner u de uitvinding
+der photographie, die eerst mogelijk was geworden, nadat eene reeks
+van zuiver wetenschappelijke ontdekkingen was voorafgegaan: aan de
+camera obscura door Porta in de zestiende eeuw,--van de verkleuring van
+zilverzouten door het licht, door Scheele twee eeuwen later,--van het
+iodium, welks bestaan eerst in 1811 door Courtois werd aangewezen,--van
+het schietkatoen en het daaruit vervaardigde collodion door Schönbein,
+om nu niet te gewagen van verscheidene andere stoffen, die langs
+scheikundigen weg gevonden zijn en tot te voorschijn roeping en
+bestendiging der beelden dienen.
+
+»Maar vooral is het de telegraphie, welke het duidelijkst bewijst,
+dat de meest gewichtige uitvindingen, die het diepst hebben ingegrepen
+in den geheelen maatschappelijken toestand van het menschdom, slechts
+het uitvloeisel zijn van ontdekkingen, gedaan door wetenschappelijke
+mannen, die daarvan in de verte niet de nuttige toepassing konden
+voorzien. Of zoude Thales daaraan hebben kunnen denken, toen hij
+voor vijfentwintig eeuwen bemerkte, dat een gewreven stukje barnsteen
+lichte lichaampjes aantrekt, en daarmede het eerste dier verschijnselen
+ontdekte, waarvan de oorzaak aan die geheimzinnige kracht, welke wij de
+elektriciteit noemen, moet worden toegeschreven? Of zouden Galvani en
+Volta daaraan gedacht hebben, toen de eerste zag, hoe de spieren van
+kikvorschen zich onder den invloed der elektriciteit zamentrekken, en
+de tweede, om den aard dier werking nader op het spoor te komen, eene
+reeks van onderzoekingen deed, welke hem leidden tot de zamenstelling
+van de naar hem genoemde kolom, die de jeugdige toestand is onzer
+nog heden ten dage gebruikte batterijen, vanwaar de werking uitgaat,
+die zich met de snelheid der gedachte door de metalen geleiddraden
+voortplant? Of zoude Oerstedt gedroomd hebben van de toepassing
+zijner ontdekking op de telegraphie, toen hij voor het eerst zag,
+dat de magneetnaald afwijkt onder den invloed der elektriciteit, en
+toen vervolgens Arago waarnam, dat ijzer magnetisch wordt, wanneer
+een elektrische stroom door een metaaldraad daarom heen loopt?
+
+»Neen, geen van die allen konden voorzien, waartoe de door hen
+gevonden waarheden, waardoor de menschelijke kennis verrijkt werd,
+eenmaal leiden zouden, evenmin als La Condamine kon vermoeden dat het
+fleschje caoutchouc, door hem uit Amerika medegebracht,--waarheen hij
+zich begeven had tot het doen eener graadmeting nabij den evenaar,--en
+dat hij bij zijne medeleden der Akademie als eene curiositeit liet
+rondgaan, uit eene stof bestond, die eene eeuw later de uitgestrekste
+toepassing in allerlei nijverheidstakken zoude vinden, en zonder
+welke de onderzeesche telegraphie eene onmogelijkheid zoude zijn."
+
+»»Gij hebt volkomen gelijk, zeide Baco. Ik zelf zoude uit mijne kennis
+van hetgeen in den loop der twee laatste eeuwen op het gebied der
+nijverheid geschied is, daaraan nog verscheidene voorbeelden kunnen
+toevoegen, waaruit u blijken zoude, dat menige ontdekking, in de
+negentiende eeuw gedaan en die nog eenen geruimen tijd later slechts
+eene wetenschappelijke beteekenis had, in onze dagen eene bron van
+maatschappelijke welvaart is geworden. Ook twijfelt niemand in dezen
+tijd meer aan het gewicht der zuivere wetenschap, en elke regeering
+rekent het zich tot een duren plicht deze te bevorderen waar zij kan,
+zonder te vragen of zij onmiddellijk reeds vruchten afwerpt, waardoor
+de stoffelijke welvaart der maatschappij gebaat wordt. En zulks te
+minder, daar elk verstandig man het voor een bekrompen en den mensch
+onwaardig denkbeeld houdt, de bevordering van stoffelijk geluk als
+het hoofddoel van het menschelijk streven te beschouwen. Er is immers
+nog een ander en oneindig hooger geluk: dat hetwelk voortspruit uit
+het genot van kennis te vergaderen, die het oorzakelijk verband doet
+inzien tusschen de verschijnselen, welke de natuur ons aanbiedt,
+of die de geschiedenis van den mensch en van alles wat bestaat ons
+leert. Het eerste, het jagen naar stoffelijk genot, heeft de mensch
+met elk dier gemeen. Het tweede, de zucht naar veredeling van zijn
+geestelijk deel, is alleen den mensch eigen; in de voldoening daaraan
+ligt het kenmerk der ware beschaving. De overtuiging van de waarheid
+hiervan is dan ook te zeer in onze geheele maatschappij doorgedrongen,
+dan dat eene regeering het wagen zoude iets te verzuimen wat strekken
+kan om elke wetenschappelijke poging, waardoor die kennis vermeerderd
+kan worden, te steunen, het overigens aan de mannen der wetenschap
+geheel vrij latende te beoordeelen, hoe en in welke richting die
+uitbreiding van kennis behoort te geschieden.""
+
+»Dus hoort men tegenwoordig niet meer gewagen van eene officieele
+wetenschap?"
+
+»»Ik weet niet wat gij daarmede op het oog hebt, hernam Baco, maar
+indien gij het woord »officieel" in den gebruikelijken zin bezigt,
+als van iets dat niet meer kan betwijfeld worden, omdat het van de
+regeering is uitgegaan en deze zich daarvoor aansprakelijk stelt, zoo
+moet gij mij de opmerking ten goede houden, dat dan de uitdrukking
+»officieele wetenschap" eene zeer ongepaste is en van een bekrompen
+geest getuigt. De wetenschap kan wel door de regeering beschermd,
+gesteund, bevorderd, maar nimmer als echt gestempeld worden. Dien
+stempel drukt er alleen de waarheid op.""
+
+
+
+Eenigzins beschaamd over mijne blijkbaar zeer verouderde en
+mij zelven thans schier kinderachtig toeschijnende vraag, ging
+ik stilzwijgend eenige schreden verder, totdat op eens Phantasia
+uitriep: »»Ziedaar ons aan de tentoonstelling van Heliochromien,
+laat ons er binnentreden. Zien wij of zij zooveel beteekent als de
+met ellen lange gouden letters gedrukte biljetten aankondigen, en of
+hier de hoogste kunst door de werkelijkheid geëvenaard wordt!""
+
+Er lag eenige spijtigheid in de wijze, waarop Phantasia deze woorden
+sprak. Op mijne vraag: wat men door heliochromien verstond, gaf zij
+ten antwoord: »»O! niets anders dan photographien met de natuurlijke
+kleuren der voorwerpen, door de zon zelve gepenseeld, zooals mijne
+vriendin Realia het in haren hoogdravenden stijl gelieft te noemen.""
+
+Dus heeft dan eindelijk de brave Niepce de Saint-Victor het doel
+bereikt, waarnaar hij zijn leven lang heeft gestreefd, en heeft de
+prix Trèmont, die de fransche Akademie hem toekende, vruchten gedragen?
+
+Baco zag mij aan met een glimlach, waarin ik medelijden met mijne
+onwetendheid las. Hij vergenoegde zich echter met te zeggen: »»Treed
+binnen, en gij zult hier wel wat anders zien dan de ruwe en voor geene
+bewaring geschikte eerste proeven van Niepce de Saint-Victor, die,
+wanneer mijn geheugen mij niet bedriegt, voor omstreeks twee eeuwen
+geleefd heeft.""
+
+Wij traden binnen, en inderdaad ik wist niet of ik mijne oogen gelooven
+moest. Langs de wanden der zaal hing eene onafzienbare menigte van
+schilderijen: landschappen, portretten, genrestukken, sommige met
+levensgroote beelden, ten voete uit, en al die schilderijen waren
+photographien, maar photographien evenzeer verschillende van die
+welke mij bekend waren, als eene schilderij in olieverw verschilt
+van eene potloodteekening.
+
+»Arme schilders! Arme kunst!--riep ik uit. Wat moet er van u geworden
+zijn!"
+
+Doch Phantasia, die met een zeker ongeduld mijne verrukking zag,
+antwoordde op dien uitroep: »»Arme schilders! ja, indien gij den
+naam van schilders geeft aan hen wien het slechts te doen is,
+om de werkelijkheid zoo getrouw mogelijk na te bootsen, maar zeg
+niet ook: armen kunst! Nog leven er kunstenaars, als de Raphaël's,
+Correggio's, Rubensen en Rembrandts en van vroegere eeuwen, die de
+natuur niet nabootsen maar haar idealiseeren. Dat is de roeping der
+ware kunst. Eenvoudige nabootsing is fabriekwerk. En evenzoo leven
+er nog beeldhouwers, die ware kunstenaars, scheppers van het ideale
+zijn, al worden ook de standbeelden van levende personen geheel op
+werktuigelijke wijze naar photographien vervaardigd, terwijl een
+eenvoudig werkman, die niets van eigenlijke kunst weet, het werktuig
+bestuurt.""
+
+Ik nam die terechtwijzing deemoedig aan en verheugde mij in stilte
+er over, dat dan toch vele dier kunstschatten, waarop ons vaderland
+terecht trotsch is, hunne waarde niet verloren hadden, terwijl het
+mij tamelijk onverschillig voorkwam, of middelmatige talenten, niet in
+staat om zich tot een hooger peil dan dat der bloote werkelijkheid te
+verheffen, voortaan, in de plaats van het penseel, de camera obscura
+gebruikten tot daarstelling hunner tafereelen, die er in getrouwheid
+zeker door winnen moesten.
+
+Toen wij het tentoonstellingsgebouw verlieten, zag ik een grooten
+wagen aankomen, die, niet door paarden getrokken, maar bestuurd door
+een enkel man, zich met de grootste gemakkelijkheid voortbewoog en,
+waar het noodig was, voor andere rijtuigen uitweek. Die wagen was
+beladen met grootere en kleinere, zwart gekleurde cylinders, bijna
+op vaten of tonnen gelijkende.
+
+Ik wist dat men reeds voorlang in Engeland en elders tamelijk wel
+geslaagde proeven had genomen met het vervaardigen van stoomwagens,
+die bestemd waren om niet langs spoorstaven, maar over den gewonen
+weg te loopen, en het verheugde mij zeer te zien, dat men daarin zoo
+goed geslaagd was. Het trok echter mijne aandacht, dat die wagen er
+geheel anders uitzag, dan de mij bekende locomotieven en locomobile's,
+en dat er niets aan waarneembaar was, dat op eene voortbeweging door
+stoom duidde.
+
+Derhalve wendde ik mij weder tot mijnen vriendelijken geleider, niet
+twijfelende of hij zoude mij eene voldoende opheldering geven. Hij
+voldeed dadelijk aan mijn verzoek, doch ik moet verklaren, dat de zaak
+mij niet volkomen helder werd. Ten deele was dit een gevolg daarvan,
+dat Baco bij zijne uitlegging eenige namen noemde van werktuigen
+en van stoffen, die mij volkomen onbekend waren. Ziet hier echter
+ongeveer wat ik er uit begrepen heb.
+
+Zoolang men nog steenkolen in overvloed had, was het gebruik hetzij
+dan van stoom of van verhitte lucht gebleken geheel voldoende te zijn,
+om allerlei soort van werktuigen, vaartuigen of wagens in beweging te
+brengen. Maar sedert den aanvang van de eenentwintigste eeuw, was de
+hoeveelheid steenkolen in de onderscheidene landen van Europa zoozeer
+begonnen te verminderen, dat deze allengs te veel in prijs stegen,
+om nog met blijvend voordeel te worden aangewend. Wel was de voorraad
+in Noord-Amerika nog verre van uitgeput, doch door het vervoer werd
+ook de prijs van deze zeer verhoogd. Ditzelfde bezwaar deed zich ook
+gevoelen bij zulke werktuigen, waarin de drijfkracht werd voortgebracht
+door zich telkens herhalende ontploffingen van een mengsel van lichtgas
+en gewone dampkringslucht, want de prijs van het lichtgas steeg ook
+met dien der steenkolen, waaruit het bij voorkeur vervaardigd werd.
+
+Toen had men zijne toevlucht genomen tot de elektro-magnetische
+werktuigen, die, zoolang de steenkolen goedkoop waren, niet met
+voordeel konden worden aangewend, doch thans met de stoom- en
+andere soortgelijke werktuigen wedijveren konden en daarboven zelfs
+verscheidene voordeelen vooruit hadden, inzonderheid de geheele
+afwezigheid van alle gevaar voor het springen van ketels.
+
+Met dat al bleef het elektro-magnetisme, al had men ook verscheidene
+verbeteringen in zijne aanwending uitgevonden en ingevoerd, toch eene
+veel duurdere beweegkracht dan die welke eertijds aan de steenkolen,
+toen deze nog in overvloed voorhanden waren, ontleend werd. Het
+gevolg hiervan was eene geringere voortbrenging van die velerlei
+zaken, welke tot eene behoefte der hedendaagsche maatschappij zijn
+geworden, ja tot eene noodzakelijke voorwaarde van eene blijvende en
+voortgaande beschaving.
+
+Toen was het, dat men, door die behoefte zelve aangespoord, van alle
+zijden bedacht werd op het uitvinden van nieuwe beweegmiddelen, en
+dat men eindelijk, na eene lange reeks van teleurstellingen, slaagde
+er een te vinden, dat volkomen aan het oogmerk voldeed en waarvan de
+bron inderdaad onuitputtelijk mag heeten.
+
+Reeds sedert overoude tijden had men zich namelijk bediend van de
+beweegkracht van stroomend water en stroomende lucht of wind. Toen
+de stoomwerktuigen in zwang kwamen, had men aan deze meer en meer de
+voorkeur gegeven, eensdeels omdat snel stroomend of vallend water
+niet overal voorhanden is, anderdeels omdat zijne hoeveelheid en
+kracht veranderlijk zijn, al naar gelang er veel of weinig regen
+in de hooger gelegen streken gevallen is. In nog veel grootere mate
+deed laatst genoemd bezwaar, namelijk de veranderlijkheid der kracht,
+zich bij het aanwenden van den wind gevoelen. In de lucht wisselt
+volkomen stilte af met stormen, zoo hevig dat de schipper genoodzaakt
+is al zijne zeilen te bergen en de molenaar gedwongen wordt zijn
+molen te doen stil staan, wegens het gevaar, waaraan deze anders
+zoude zijn blootgesteld. Staat nu een molen stil, dan is deze een
+nutteloos werktuig. Ook de arbeiders staan dan stil en worden niet
+alleen nutteloos maar zelfs schadelijk voor den fabrikant, die hun
+dagloon betaalt. Veel tijd gaat alzoo vruchteloos verloren, en tijd
+is geld. Voegt men nu nog hierbij, dat men met een stoomwerktuig
+onverpoosd kan doorwerken, zoodat de fabrikant de zekerheid heeft
+van een aangenomen werk in eenen vooraf bepaalden tijd ook te kunnen
+afleveren, en de redenen liggen bloot, waarom de kracht vallend van
+water of van wind plaats moest maken voor de stoomkracht, die boven
+deze beide eene veel grootere regelmatigheid vooruit heeft.
+
+Intusschen kon men nooit vergeten, dat men water en wind voor
+niets heeft, en dat daarentegen stoom geld kost. Bovendien is de
+hoeveelheid levende kracht of arbeidsvermogen, welke zetelt in het
+aan de oppervlakte onzer aarde vallende water en in de stroomen des
+dampkrings, zoo onmetelijk groot, dat, in vergelijking daarvan,
+de beweegkracht van alle bestaande stoomwerktuigen bijna niets
+is. Een enkele groote waterval heeft meer arbeidsvermogen dan alle
+stoommachines van Europa te zamen. Een enkele storm kan verwoestingen
+aanrichten zoo groot, dat het belachelijk ware deze in kilogrammeters
+of paardenkrachten te meten.
+
+Toen nu de stoom al duurder en duurder werd, zag men naar middelen uit,
+om, met behoud van de aan de stoomkracht eigene voordeelen, namelijk
+regelmatigheid en gestadigheid, zich de kracht van het vallende
+water en van den wind meer dan vroeger ten nutte te maken. Het kwam
+er dus op aan, om die kracht, welke dan eens groot, dan weder gering
+is, gelijkmatig over een zeker tijdsbestek te verdeelen. Men moest
+als het ware de kracht of het arbeidsvermogen van lucht en water
+kunnen opgaren, opleggen, er, om zoo te spreken, een voorraad van
+verzamelen, die in tijden van gebrek kon gebruikt worden. De natuur
+had arbeidsvermogen opgelegd, toen zij de bosschen deed groeijen,
+waaruit de steenkolenlagen ontstonden. De kunst deed het reeds bij
+de bereiding van buskruid en van andere ontplofbare stoffen. Waarom
+zoude zij het niet onder eenen anderen vorm kunnen beproeven, door
+tijdelijke vastlegging van die levende kracht, waarvan een zoo
+onuitputtelijke voorraad aanwezig is?
+
+Ziedaar het vraagstuk. Hoe het werd opgelost, vermag ik niet
+in bijzonderheden te verklaren. Maar van Baco vernam ik, dat
+de zwarte cylinders, die op den zoo even vermelden wagen lagen,
+den naam droegen van energeiatheken, d. i. van krachtbewaarders of
+krachthouders, en dat de wagen, waarop zij lagen, door één daarvan
+werd voortgedreven, terwijl de overige bestemd waren om aan de huizen
+te worden rondgebracht, hetzij tot het ophijsschen van lasten naar
+de hoogere verdiepingen, waartoe men vroeger menschenkrachten, later
+hydraulische persen aanwendde, of voor smeden, draaijers en andere
+kleine fabrikanten, die eene niet groote maar regelmatige beweegkracht
+bij hun bedrijf behoefden. Groote fabrieken, die eene aanmerkelijke
+beweegkracht vereischten, bezigden dergelijke energeiatheken,
+maar van grooteren omvang en vermogen. Overigens bestonden er, op
+verscheidene punten van Engeland en elders in Europa, fabrieken van
+energeia. Sommige daarvan, die in de bergachtige streken gevestigd
+waren, verzamelden de kracht van vallend water, andere, in de vlakte
+gelegen, die van den wind.
+
+Hoe nu echter de inrichting dier cylinders, en onder welken vorm
+de energeia daarin bevat was, vermag ik niet te zeggen. Wel maakte
+ik daaromtrent eenige hypothesen. Zoo dacht ik onder anderen aan
+samengeperste lucht of eenig ander gas, b. v. koolzuur- of ammoniakgas,
+dat door sterke drukking in eene vaste zelfstandigheid of in eene
+vloeistof veranderd was en, later weder ontsnappende, de daarin
+vastgelegde kracht terug kon geven. Doch ik geef deze hypothesen voor
+beter en erken gaarne er eigenlijk niets zeker van te weten.
+
+
+
+Terwijl Baco deze lange uitlegging gaf, waren wij een goed eind
+weegs voortgewandeld, toen wij aan een groot, sierlijk bewerkt
+aluminiumhek kwamen, waarop met groote letters de woorden: Nationale
+Bibliotheek te lezen stonden. Natuurlijk verlangde ik daar binnen te
+treden. Baco echter merkte op, dat het zien dezer inrichting zeer
+veel tijd zoude vorderen, die ik wellicht op eene aangenamer wijze
+elders besteden konde, en Phantasia zeide, dat, indien de heeren
+die gebouwen vol geleerdheid ingingen, zij de voorkeur gaf aan eene
+wandeling over het groote square, dat wij door het hek heen konden
+zien, en waar, te midden van lanen en perken met voorjaarsbloemen,
+zich de heerlijkste gewrochten van oudere en nieuwere beeldhouwkunst
+aan het oog vertoonden, als om hare woorden van straks te bevestigen,
+dat de ware kunst nog steeds in eere werd gehouden.
+
+Toen wij aan de andere zijde van het square waren gekomen, begreep ik
+de aarzeling van Baco. Voor ons breidde zich, zoo ver het oog zien kon,
+eene reeks van gebouwen uit, die veeleer deed denken aan eene stad van
+matige grootte dan aan eene voor het bewaren van louter boeken bestemde
+plaats. »»Gij ziet, dat gij hier eene keus zult moeten doen, willen
+wij mijne vriendin niet al te lang alleen laten, zeide Baco. Van welk
+vak van menschelijke kennis verlangt gij de boekverzameling te zien?""
+
+»Mij boezemen de geschriften over Natuur-wetenschap het meeste
+belang in."
+
+»»Aan eene bezichtiging van al de gebouwen, waarin deze bewaard worden,
+kan niet gedacht worden. Gij moet u veel meer beperken.""
+
+»Welnu, dan die over Dierkunde."
+
+»»Nog veel te veel, om slechts eenen oppervlakkigen blik op de
+inrichting te werpen. Alleen het doorwandelen der zalen zoude ons te
+lang ophouden. Kies een klein onderdeel daaruit."
+
+»Dan de werken over Entomologie?"
+
+»»Het zal nog niet gaan, gij dient u tot eene enkele orde der insekten
+te bepalen.""
+
+»Kies dan wat gij wilt, zeide ik, ik ben bereid u te volgen."
+
+Zoo traden wij dan een der gebouwen binnen. Onder weg trof mij de
+menigte van beambten, waarvan eenigen zich beijverden om de in nog
+veel grootere menigte aanwezig zijnde bezoekers terecht te wijzen en
+te helpen, terwijl andere bezig waren met het maken van registers
+en uittreksels ten behoeve van geleerden, wien de tijd ontbrak om
+al de geschriften over het onderwerp te lezen, waarmede zij zich
+op dat oogenblik bezig hielden. Ik vernam dat dit een uitnemende
+leerschool voor jeugdige geleerden was, die aldus niet alleen boeken-
+en zaakkennis opdeden, maar daardoor ook tot zelfstandige schrijvers
+werden opgeleid.
+
+Eenen der beambten zag ik bezig met de bladen van een boek, die bijna
+tot stof uiteen vielen, met groote voorzichtigheid op collodionvellen
+te plakken, waarbij ook de opgeplakte zijde nog leesbaar bleef. Ik
+herinnerde mij de verbrande papyrusrollen van Pompeji en Herculanum,
+die op eene dergelijke wijze voor verdere vernietiging bewaard werden,
+doch kon mijne verwondering niet verbergen, toen ik op den titel zag,
+dat het boek in 1860 te Amsterdam gedrukt was. »»Zoo gaat het met de
+meeste boeken der negentiende eeuw, zeide Baco. Het papier, waarop men
+toen drukte, was, ten gevolge van het bleeken door chloor, zoo zwak en
+aan voortgaand bederf onderhevig, dat ons slechts weinige boeken uit
+dien tijd zijn overgebleven. Het is jammer, want er werd in die eeuw
+nog wel wat gedaan, dat de moeite waard was om bewaard te blijven.""
+
+Ik kan niet ontveinzen, dat ik deze voor eenen schrijver uit die eeuw
+weinig aangename tijding met eenig leedgevoel vernam, doch zweeg
+natuurlijk en volgde mijnen geleider door lange rijen van zalen,
+totdat wij eindelijk gekomen waren in eene groote zaal, welker
+wanden van boven tot beneden met boeken bezet waren. Hier hield hij
+stil, zeggende: »»Nu zijt gij in de boekenzaal der Tweevleugelige
+insekten. Zeg nu welk werk gij verlangt in te zien."" Doch toen ik
+die duizende banden, allen handelende over Vliegen en Muggen, in
+dichte rijen voor mij zag staan, vreesde ik mijne onkunde te zeer te
+zullen verraden, door eene keus te doen en een titel te noemen, waaruit
+waarschijnlijk blijken zoude hoe weinig ik op de hoogte der wetenschap
+van de een en twintigste eeuw was. Daarom betuigde ik volkomen voldaan
+te zijn over hetgeen ik reeds gezien had, er bijvoegende, dat ik het
+onbeleefd zoude achten eene dame langer op mij te laten wachten.
+
+Zoo verlieten wij dus de bibliotheek, die wellicht juister met den
+naam van bibliopolis, d. i. boekenstad, mocht bestempeld worden.
+
+
+
+Toen wij het hek uitgingen, traden daardoor juist een aantal
+mannen binnen, die ik, naar hunne kleeding, voor handwerkslieden of
+fabriekarbeiders aanzag. Ik vroeg aan Baco, wat die lieden op die
+plaats kwamen doen.
+
+»»Zij zijn eenige der werklieden van eene naburige fabriek, die,
+volgens hunne beurt, hier een uur lang dagelijks komen, om in gindsche
+zaal, die daarvoor bijzonder is ingericht, de boeken te lezen, welke
+het bestuur der bibliotheek, als het meest voor hunne behoeften
+geschikt, daar geplaatst heeft. Op een groot aantal andere punten
+der stad, inzonderheid in de volkrijkste wijken, waar de meeste
+fabrieken zijn en het grootste aantal arbeiders woont, bestaan
+dergelijke volks-bibliotheken.""
+
+»En worden deze druk bezocht? Geven de meesters verlof aan hunne
+werklieden om daarheen te gaan? Betalen zij hen dan niet minder? Zijn
+zij niet bevreesd dat zulke werklieden te knap, te geleerd zullen
+worden?"
+
+»»Uwe beide eerste vragen kan ik met ja, de beide laatste met neen
+beantwoorden. De ondervinding heeft aan de meesters geleerd, dat zij,
+door dagelijks aan hunne werklieden een uur rust te gunnen, gedurende
+hetwelk zij eenige kennis van hun vak kunnen opdoen en zich in het
+algemeen door het lezen van nuttige werken hooger ontwikkelen, zich
+zelven bevoordeelen. Dit is trouwens hand aan hand gegaan met de
+gestadige invoering van nieuwe werktuigen, waardoor zeer veel van
+hetgeen in vroegeren tijd door handenarbeid moest verricht worden,
+thans op zuiver werktuiglijke wijze wordt voortgebracht. Daardoor is
+de behoefte aan kennis en verstandsontwikkeling onder de arbeidende
+klasse grooter geworden, naarmate het getal dergenen, die slechts in
+lichamelijken arbeid een middel van bestaan vinden, afgenomen is.""
+
+»Jammer,--zeide ik,--dat niet allen in staat zijn van zulk eene
+voortreffelijke gelegenheid gebruik te maken."
+
+»»Die gelegenheid staat voor allen open. Niemand is daarvan
+buitengesloten.""
+
+»Maar toch wel degenen die niet lezen kunnen."
+
+»»Niet lezen! wij zijn in Europa, waarde heer! Niet in Nieuw-Guinea,
+in het land der Papoes! Er is in onze tegenwoordige maatschappij
+niemand die niet lezen en bovendien niet schrijven kan en ten minste
+de beginselen van het rekenen verstaat. Dit zijn immers de allereerste
+middelen die elk noodwendig behoeft, om een stap verder op het veld van
+kennis en geestbeschaving te doen en een nuttig lid der maatschappij
+te zijn!""
+
+»Moet ik daaruit begrijpen, dat alle ouders tegenwoordig verplicht
+worden hunne kinderen ter school te zenden?"
+
+»»Wel zeker! Hoe kunt gij er aan twijfelen! Ouders zijn immers
+verplicht voor de voeding van het lichaam hunner kinderen te zorgen,
+en zouden zij dan niet evenzeer verplicht zijn te zorgen voor de
+voeding van hunnen geest?""
+
+»Ja, maar dat is eene zedelijke verplichting, terwijl, indien ik u
+goed begrijp, de schoolplichtigheid thans bij de wet is voorgeschreven
+en daardoor een groote inbreuk is gemaakt op de individueele vrijheid
+en op de rechten der ouders."
+
+»»Gij hebt mij zeer goed begrepen. Doch veroorloof mij u te zeggen,
+dat gij de zaak op eene hoogst eenzijdige wijze voorstelt. Eene goed
+geordende maatschappij kan immers niet bestaan, zonder dat elk burger
+een gedeelte zijner individueele vrijheid opoffert in het belang
+van het geheel, waarvan hij zelf een deel uitmaakt. Dit geschiedt in
+vele andere gevallen, zonder dat iemand er aan denkt zich daartegen
+te kanten, omdat die opoffering meer dan opgewogen wordt door de
+vele voordeelen, welke aan het leven in eene geregelde maatschappij
+verbonden zijn. En wat de rechten der ouders aanbelangt, zoo moet gij
+niet uit het oog verliezen, dat ook de kinderen rechten hebben, die
+zij mede ter wereld brengen. Een dezer rechten is: dat zij, te midden
+eener beschaafde maatschappij geboren, welke domheid en onwetendheid,
+als aan haar vreemde elementen, buiten stoot, in staat moeten worden
+gesteld om zich een deel dier beschaving eigen te maken. Wanneer nu
+de ouders misbruik maken van hun recht, en dit niet anders wordt dan
+het recht des sterksten, dan moet de staat wel tusschen beide komen en
+door wettelijke bepalingen de kinderen, wier toekomst daarvan afhangt,
+in zijne bescherming nemen. Dit doende behartigt hij trouwens het
+best zijne eigene belangen, want de ondervinding van vroegere eeuwen,
+toen de schoolplichtigheid nog niet algemeen was ingevoerd, heeft
+geleerd, dat de gevangenissen het meest bevolkt werden door hen,
+die noch lezen noch schrijven konden.""
+
+»Veroorloof mij nog ééne vraag. Heeft die invoering niet met zeer
+groote, bijna onoverkomelijke bezwaren te kampen gehad?"
+
+»»Dat die bezwaren niet zoo groot waren als gij schijnt te meenen,
+kan u daaruit blijken, dat reeds in de negentiende eeuw in eenige
+landen van Duitschland de schoolplichtigheid bestond, zonder dat de
+bevolking zich daar eenigzins tegen verzette. Het spreekt wel van zelf,
+dat, toen die maatregel ook elders werd toegepast, men aanvankelijk,
+evenals bij alle andere nog ongewone zaken, op eenige moeijelijkheden
+stuitte, en dat van tijd tot tijd de tusschenkomst van het gezag
+noodig was om de bepalingen der wet te handhaven. Doch eenige weinige
+jaren waren voldoende, om hare trouwe nakoming tot eene volksgewoonte
+te maken, en het tegenwoordige geslacht, dat onder haren zegenenden
+invloed is opgegroeid, is zoozeer doordrongen van de overtuiging der
+onontbeerlijkheid van die eerste kundigheden voor elken burger der
+maatschappij, dat men nu gerustelijk de wet zoude kunnen afschaffen,
+zonder vrees dat er één kind minder de school bezoeken zoude.""
+
+Hetgeen Baco mij daar had medegedeeld bracht mij tot nadenken. Het
+kwam mij nu bijna vreemd en onverklaarbaar voor, dat in eene eeuw,
+toen van zoo veler lippen het woord »vooruitgang" weerklonk, eene zoo
+noodwendige, als van zelf sprekende voorwaarde van elken vooruitgang
+nog bestrijders had kunnen vinden. Ik herinnerde mij daarbij echter,
+dat het woord: »vooruitgang" in verschillende beteekenissen werd
+gebruikt. Juist wilde ik Baco vragen, welke beteekenis men in de
+eenentwintigste eeuw aan dat woord hechtte, toen mijne gedachten werden
+afgeleid door het zien van eene nog uitgestrektere groep van gebouwen
+dan die welke de bibliotheek bevatten, en die desgelijks een groot
+geheel uitmaakten. »Het is het Nationaal Museum" was het antwoord
+op mijne vraag, welke de bestemming dier gebouwen was. »»Daar wordt
+alles bewaard, wat de kunst aan uitstekende gewrochten en de natuur
+aan bezienswaardige voorwerpen oplevert.""
+
+»Ik begrijp, zeide ik, dat een bezoek daarvan, al ware het slechts
+in de qualiteit van toerist, verscheidene dagen vorderen zoude, doch
+zoude ik er althans niet iets, als eene kleine proef, van mogen zien?"
+
+»»Welnu,--hernam Phantasia, terwijl zij stil hield voor een der
+gebouwen, boven welks ingang men de woorden Genealogisch Museum
+las,--»»laat ons deze verzameling, die tot mijne bijzondere
+liefhebberijen behoort, gaan zien.""
+
+Ik wist niet of ik mijne ooren gelooven moest. Hoe, eene dame
+eene liefhebster van genealogie, van oude perkamenten, stamboomen,
+heraldiek! Ik volgde haar echter, doch, in de middelste groote zaal
+gekomen, zag ik niets van dat alles, maar alleen lange, van een,
+middelpunt uitgaande en zich vertakkende en weder vertakkende rijen
+van geraamten, waaronder ik spoedig eenige weinige oude bekenden
+ontdekte: olifanten, mammouthen, mastodonten, rhinocerossen,
+paarden, hippotheriums, anchitheriums, palaeotheriums, lophiodons,
+anoplotheriums enz. enz., maar daartusschen, in nog veel grooter
+aantal, de overblijfselen van andere mij geheel onbekende wezens,
+allen zoo gerangschikt, zoowel volgens hunne verschijning in den
+loop des tijds, als overeenkomstig de verwantschappen van den
+vorm, dat zij reeksen daarstelden van op elkander volgende termen,
+waarvan de meest in elkanders nabijheid geplaatste onderling ook de
+grootste gelijkenis hadden, terwijl de eindtermen der als een waaijer
+uiteenloopende reeksen onderling de grootste verschillen aanboden.
+
+Nu begreep ik wat men met het woord »genealogisch" hier bedoeld
+had. Het was hier niet te doen om adellijke stamboomen, maar om aan
+te toonen langs welken weg de verschillende diersoorten, die opvolgend
+op aarde geleefd hebben, de eene uit de andere ontstaan zijn.
+
+Ik kon echter niet nalaten aan Phantasia die buitengemeen met deze
+rangschikking scheen op te hebben, te doen opmerken, dat zulk eene
+wijze om de overblijfselen van uitgestorven diersoorten te plaatsen,
+niet bewees wat men er mede bedoelde, want dat er nog ten huidigen
+dage allerlei onderling verwante vormen en tusschenvormen leefden.
+
+»»O,--hernam de levendige dame,--»gij zoudt niet meer twijfelen,
+indien gij bekend waart met al de nieuwe ontdekkingen van onze eeuw!""
+
+Daar het nu volkomen waar was, dat deze mij geheel onbekend waren,
+zoo zweeg ik over dit onderwerp, maar richtte nog tot haar de vraag:
+of zich in dit museum ook de voorouders van het menschelijk geslacht
+bevonden? Zij wees op eene rij van gesluijerde gestalten, die in
+den achtergrond der zaal stonden, en vatte mij bij de hand om mij
+daarheen te geleiden. Doch toen kwam Baco tusschen beide, zeggende:
+»»Laat u niet verleiden door mijne vriendin Phantasia; gij zoudt er
+toch niets van zien, daar in dien donkeren hoek, want reeds begint
+de avond te vallen, en wij moeten naar huis, en gij naar uw hotel.""
+
+En inderdaad, het begon reeds zeer duister te worden in het gebouw,
+waarin wij ons bevonden, doch toen wij de straat bereikt hadden, was
+het alsof het daar nog helder dag was. Om mij heen ziende, zocht ik
+naar de gas- of andere vlammen, die deze helderheid teweeg brachten,
+doch zag niets. Eindelijk sloeg ik het oog naar boven en zag toen,
+hoog boven de huizen, een verblindend licht, als eene zon, die zijne
+stralen naar alle zijden uitzond, terwijl ik, op aanmerkelijken
+afstand van elkander, in de verte nog andere dergelijke zonnen boven
+de straat ontdekte. »»Kent gij het solaar-licht nog niet! zeide Baco;
+dat verwondert mij, want reeds in de tweede helft der negentiende eeuw
+is men begonnen alhier en te Parijs eenige openbare gebouwen op eene
+dergelijke wijze te verlichten. Men heeft het reeds lang op de straten
+ingevoerd, gelijktijdig namelijk met de overdekking door glas.""
+
+»Maar dat licht is veel te schitterend en te wit om gaslicht te
+kunnen zijn!"
+
+»»Dat is het ook niet. Gaslicht wordt nog slechts in de veraf gelegen
+buurten gebrand, waar de huizen niet dicht opeen gebouwd zijn, maar
+de verlichting van het middengedeelte der stad geschiedt bij voorkeur
+door verbranding van magnesium, hoewel men hier en daar ook elektrisch
+licht bezigt of andere wijzen om een sterk licht voort te brengen,
+waarvan men er tegenwoordig zeer vele kent. De toestel van spiegels
+en lenzen, die het licht verzamelen en zijne stralen evenwijdig, met
+andere woorden aan zonlicht gelijk maken, is voor al die verschillende
+lichtsoorten dezelfde.""
+
+»Eene dure straatverlichting!"--kon ik mij niet weêrhouden uit
+te roepen.
+
+»»Niet zoo duur, als gij schijnt te denken,--antwoordde Baco,--vooral
+niet waar men magnesium brandt, want er is overvloedig magnesium-erts
+in de wereld, onder den vorm van engelsch zout, dolemiet enz., waaruit
+men, op eene dergelijke goedkoope wijze als bij de aluminium-bereiding
+gevolgd wordt, het magnesium trekken kan. Hier komt bij, dat het
+product der verbranding van dit metaal eene vaste stof is, die men,
+door eene gepaste inrichting van den toestel, weder verzamelen en op
+nieuw tot magnesium herleiden kan, zoodat, theoretisch gesproken,
+eene zekere hoeveelheid magnesium eene voortdurende bron van licht
+is, even goed als de oliekruik der weduwe van Zarphath, waarvan wij
+in het Boek der Koningen lezen.""
+
+Hoe meer ik zag, hoe meer ik tot de vernederende overtuiging kwam,
+dat die hoog geroemde negentiende eeuw, waartoe ik nog steeds gevoelde
+te behooren, zeer achterlijk was, ja dat Phantasia niet zoo geheel
+ongelijk had, toen zij den toestand der maatschappij in dien tijd
+eene nog half-barbaarsche noemde.
+
+Het scheen alsof Baco deze gedachte op mijn gelaat las. Althans hij
+vervolgde: »»Ik zie aan u, dat gij verlangt nog nader kennis te maken
+met den toestand der hedendaagsche maatschappij. Welnu, indien u
+ons gezelschap welgevallig is geweest, verzel ons dan morgen op een
+luchttochtje, dat wij voornemens zijn te doen.""
+
+Het spreekt wel van zelf, dat het vooruitzicht van zulk een tocht
+mijne borst van vreugde deed tintelen. Ik nam derhalve de beleefde
+uitnoodiging met graagte aan, maar kon desniettegenstaande niet
+nalaten een klein bezwaar te opperen betreffende het weder. »O! wees
+daaromtrent niet bezorgd,--antwoordde mijn vriendelijke geleider;--ik
+heb mij reeds heden morgen naar het meteorologisch bureau begeven en
+mij vergewist, dat wij in de eerste veertien dagen goed weder zullen
+hebben. De berichten van alle meteorologische stations uit alle oorden
+der wereld zijn gunstig. De lucht zal helder en de wind goed zijn,
+zoodat de aeronaut slechts weinig gebruik van de uit voorzorg mede
+te nemen energeiatheken zal behoeven te maken.""
+
+
+
+Wij scheidden dus, nadat ik de plaats, waar wij ons den volgenden
+morgen weder zouden ontmoeten, had opgeteekend. Ik sprong in een der
+cabs, die op den hoek der straat gestationeerd waren, met last mij
+naar mijn hotel te brengen. Onder het voortrijden trof het mij, dat ik
+niets van het oorverdoovend geraas vernam, dat anders bij het rijden
+door eene stad ontstaat en even hinderlijk is voor hen die in het
+rijtuig zitten als voor de voorbijgangers en de bewoners der huizen
+van druk bezochte straten. Ik hoorde slechts het aangenaam klinkend
+geluid van vier schelletjes, die het paard droeg, en welker toonen
+te zamen een accoord vormden. Het gelukte mij niet met zekerheid
+te ontdekken of deze afwezigheid van alle geraas het gevolg was van
+den aard van het plaveisel of wel van eene bedekking der wielen met
+hoepels van eene andere stof dan ijzer. Waarschijnlijk was zoowel
+het eene als het andere de oorzaak.
+
+
+
+Aan mijn hotel gekomen trof mij de groote stilte die daar heerschte,
+in weêrwil dat er verscheidene duizende gasten hunnen intrek
+hadden genomen. Weldra vernam ik de reden daarvan, toen ik de
+groote gezelschapszaal intrad en eene, wel is waar zwakke, maar
+allerliefelijkste muziek mijn oor bereikte. Het geluid had iets
+van eene menschelijke stem, maar toch het timbre was een geheel
+ander. Nergens liet zich een muzikant, een zanger of eene zangeres
+zien. Alleen op eene tafel in het midden der zaal stond een kleine
+kast, en het was blijkbaar dat het geluid daaruit voortkwam. Ik
+hield deze kast voor een soort van speelwerktuig, door een uurwerk
+bewogen, en zag met bevreemding dat een groot aantal, zeer ernstig,
+maar tevens opgetogen kijkende mannen, in ademlooze stilte, daarom
+heen stonden te luisteren. Toen de muziek ophield, mengde ik mij in
+hun gezelschap en vroeg: wat het voor een soort van muziekinstrument
+was, dat hun blijkbaar zooveel belangstelling inboezemde?
+
+Met groote verbazing, ja bijna met verontwaardiging vestigden
+zich de oogen van velen op mij, en een hunner riep uit:
+»Een muziekinstrument! Hoe, Mijnheer! Meent gij, dat ooit een
+muziekinstrument zulke toonen zoude kunnen voortbrengen? Kent gij
+dan den telephone niet!"
+
+Nu schoot mij te binnen, dat een aldus genoemd werktuig in 1861 was
+uitgevonden door zekeren Reis, zich grondende op de door Page ontdekte
+eigenschap, dat, wanneer een elektrische stroom door een draadspiraal
+rondom een ijzeren naald loopt, en de stroom telkens wordt afgebroken,
+daarin een toon ontstaat, waarvan de hoogte afhankelijk is van het
+aantal trillingen, te weeg gebracht door de meer of minder snel
+elkander opvolgende afbrekingen des strooms.
+
+Ik antwoordde derhalve, dat mij de telephone zeer wel bekend was,
+en ten bewijze daarvan verhaalde ik de geschiedenis zijner eerste
+uitvinding en eindigde met eene beschrijving van het werktuigje van
+Reis, waardoor toonen der menschelijke stem van zeer groote afstanden
+aldus konden worden overgebracht, er bijvoegende dat het wel van
+zelf sprak, dat dit in den loop van ruim twee eeuwen aanzienlijke
+verbeteringen had ondergaan.
+
+Dadelijk bleek het mij, dat het door mij gesprokene eenen goeden indruk
+had gemaakt, en rondom mij hoorde ik er meer dan een mompelen: »»dat
+wist ik niet, dat de telephone al zoo oud was."" Eenigen maakten mij
+een kompliment over mijne oudheidkennis, en nu kostte het mij dan ook
+geen verdere moeite om te weten te komen, wat hier dan toch eigenlijk
+geschiedde, daar allen het mij om strijd wilden verhalen.
+
+De zaak was deze. In de Noord-Amerikaansche bladen was met grooten
+ophef gewag gemaakt van eene zangeres, welke, volgens die berichten,
+eene stem zoude bezitten, die in omvang en uitdrukking alles overtrof
+wat het levende geslacht nog van eene menschelijke stem gehoord had,
+ja in vergelijking van welke de grootste zangeressen van vroegere
+eeuwen, eene Catalani, eene Malibran, eene Henriette Sonntag, eene
+Jenny Lind, de Patti's, voor zoo ver men oordeelen kon naar hetgeen
+de geschiedenis der kunst van haar vermeldde, niets meer waren dan
+hetgeen de sijs is vergeleken met den nachtegaal.
+
+De muzikale wereld in Londinia was door die berichten in rep en roer
+gebracht. Van alle zijden waren de directeurs van opera's en concerten
+aangespoord geworden om dit wonder van zangkunst te doen overkomen,
+opdat ook de bewoners van Londinia haar hooren konden. Daar het nu
+echter meermalen gebleken was, dat berichten uit Noord-Amerika, het
+vaderland van den humbug, niet recht te vertrouwen waren, zoo hadden
+de gezamenlijke directeurs besloten de zangeres eerst per telegraaf
+te verzoeken een proefje van hare stem te geven door middel van
+den telephone. Men kon dan althans oordeelen over zijnen omvang en
+geoefendheid. De zangeres had daarin toegestemd, en toen hadden de
+directeurs een der transatlantische telegraafkabels voor den avond,
+waarop de proef zoude gegeven worden, afgehuurd.
+
+Als een feitelijk blijk van den omvang harer stem, toonde men mij
+eenige zwarte papierstrooken, met een groot aantal golvende witte
+lijnen daarop, die zoo straks door den nevens den telephone staanden
+phonautograaf daarop getrokken waren en den geheelen toonladder
+der zangeres aanwezen. Van deze papierstrooken zoude den volgenden
+morgen in het aan de muziek gewijde dagblad Panharmonia een afdruk
+verschijnen: »»ten einde het geheele publiek van Londinia zich reeds
+vooraf door de oogen zoude kunnen overtuigen van hetgeen later de
+ooren hooren zouden."" Want, zoo voegde de redacteur der Panharmonia
+er bij: »»elk kenner van muziek weet, wat die golvende streepjes
+beteekenen. Men zal de handen van verbazing ineenslaan, wanneer
+men dezen toon ziet!"" Hierbij wees hij op de laatste der lijntjes,
+waarin de golfjes het dichtst bijeen stonden.
+
+Natuurlijk verlangde ik zeer, om ook de inrichting van den telephone
+van naderbij te leeren kennen. Ik verzocht dus eenen der heeren mij
+dien te willen verklaren, doch nauwelijks was deze daarmede begonnen,
+of het klonk van alle kanten: »chut! chut!" De Noord-Amerikaansche
+zangeres liet zich wederom hooren. Zij zong ditmaal eene aria uit
+Mozart's Don Juan. Het deed mij goed te vernemen, dat dit meesterstuk,
+ruim drie eeuwen na den dood van dien grooten maestro, nog niet
+vergeten was.
+
+Toen het lied was geëindigd, besloten de directeurs eenstemmig, dat
+de zangeres waardig was, door het kunstlievend publiek van Londinia
+gehoord te worden, en men bracht haar eene fanfare, door eenen in
+tegengestelde richting werkenden telephone. Verdere besluiten werden
+er niet genomen, want het stond nu aan elk der directeurs vrij, te
+trachten haar, door het aanbieden van voordeelige voorwaarden, aan
+zijn belang te verbinden. Het was dan ook duidelijk in de houding
+dier heeren te zien, dat elk zijn eigen geheim had, hetwelk hij
+wel zorgen zoude aan geen zijner mededingers te verraden. Zij namen
+desniettegenstaande zeer beleefdelijk afscheid van elkander en van mij,
+en ik zocht mijne kamer op en begaf mij ter rust.
+
+
+
+Den volgenden morgen was ik reeds vroegtijdig bij de hand, en,
+na ontbeten te hebben, wandelde ik op mijn gemak naar de plaats,
+waar ik mijnen medgezel en gezellin van den vorigen dag hoopte aan te
+treffen. Ik had daartoe geen gids noodig, want niets was eenvoudiger
+dan den weg te vinden in dien schijnbaar onmetelijken doolhof. De
+straten, pleinen, enz. waren namelijk niet meer door namen, maar door
+een eigen stelsel van cijfers aangeduid, zoodat men, met behulp van
+een plan, gemakkelijk elk punt terug kon vinden, mits men slechts
+twee cijfers wist, die zijne plaats aanduidden, ongeveer op eene
+dergelijke wijze als de plaatsbepaling op zee geschiedt door middel
+van breedte en lengte.
+
+Reeds op eenen afstand viel mij een groot gebouw in het oog, aan welks
+gevel, in reusachtige letters, de woorden: »Algemeene Aeronautische
+Maatschappij" waren te lezen. Ik had mij voorgesteld, dat onze
+tocht in het vrije veld of minstens op een plein zoude beginnen,
+en het verwonderde mij daarom eenigzins, dat dit gebouw midden in
+het dichtst bewoonde gedeelte der stad stond. Wellicht echter was
+het slechts het veerhuis, waar men zijne plaatskaartjes nam. Doch
+nader komende zag ik, dat het van de overige gebouwen verschilde
+door een geheel plat dak, en dat daarop een gevaarte rustte, hetwelk
+wel eenigzins naar een schip scheen te gelijken, doch waarvan ik de
+omtrekken niet scherp onderscheiden kon, uithoofde van het glazen dak,
+dat de straat overwelfde.
+
+Baco en Phantasia kwamen nagenoeg gelijktijdig met mij aan, en,
+na wisseling der gewone morgengroete, traden wij binnen, om onze
+plaatsen te nemen. Daar de prijs der plaatsen verschilde naar
+het lichaamsgewicht, moesten wij vooraf gewogen worden. Phantasia
+betaalde natuurlijk het minst. Daarop begaven wij ons door eene deur
+in een klein zijvertrek of wachtkamer, waar wij nog eenige andere
+passagiers vonden. In het midden daarvan was een trap en daarboven
+in de zoldering een luik te zien. Langs de wanden waren met kussens
+bekleede zitbanken, als in een spoorwagen eerste klasse. Kort daarna
+was het alsof dit geheele vertrek in beweging geraakte. Ik hoorde
+een zacht schuifelen langs de wanden, alsof iets langs het behangsel
+gleed. Doch schier eer ik tijd had om daarover na te denken, werd
+het luik in de zoldering nedergelaten en klonk door de opening het:
+»Welkom boven, heeren en dames!"
+
+Wij beklommen den trap, en, door de opening naar buiten getreden
+zijnde, bevonden wij ons op het plat van het gebouw, maar juist onder
+den bodem van het luchtschip, waarin een geopend luik gezien werd,
+waardoor wij, daar het vinnig koud was, ons haastten naar binnen
+te gaan. Gelegenheid om nader kennis te maken met de gedaante,
+de uitwendige inrichting en de drijftoestellen van dit luchtschip,
+ontbrak dus. Des te beter was de gelegenheid om de inwendige inrichting
+te zien. Zoodra wij in het ruim van het schip gekomen waren, maakte mij
+Baco opmerkzaam op een langen maar dunnen cylinder, die door de geheele
+lengte van het schip liep. »»Daarin, zeide hij, schuilt het voornaamste
+geheim van de luchtscheepvaart. Om u dit duidelijk te maken, moet
+ik u herinneren, dat het grootste bezwaar der luchtscheepvaart was,
+dat men het niet in zijne macht had anders dan voor den wind uit te
+drijven. Een gewoon schip, waarvan de kiel het water klieft, kan bij
+halven of kwart wind zeilen, omdat het zich in twee middenstoffen,
+het water en de lucht, beweegt, waarvan het eerste eenen grooteren
+tegenstand dan de laatste biedt en daardoor het schip in zijne
+bewegingen steunt. Hier komt bij, dat die tegenstand in eene bepaalde
+richting werkt, namelijk in die waarin het schip zich voortbeweegt,
+en dat men derhalve, door achter aan het schip een roer te plaatsen,
+het in zijn macht heeft, om, dit tegen die richting in doende draaien,
+het schip links of rechts te doen wenden.
+
+»»Wanneer nu een vaartuig alleen door de lucht omringd is, wordt
+dit anders. Het vindt, door den wind voortgestuwd, dat is met den
+luchtstroom medegaande, nergens eenigen tegenstand, en derhalve
+ontbreekt ook elk steunpunt om het te doen wenden. Het zal van zelf
+altijd zijne grootste oppervlakte aan den daarop in een rechten hoek
+invallenden wind aanbieden, even als een licht stuk papier of doek,
+dat door den wind wordt voortgewaaid.
+
+»»Het kwam er derhalve, wilde men de lucht-scheepvaart mogelijk
+maken, in de eerste plaats op aan, dat men aan het vaartuig dien
+noodzakelijken steun, dien tegenstand verschafte, en zie hier nu
+hoe dit geschied is. Die lange cylinder, welke door het geheele
+schip van voren naar achteren loopt, is een week-ijzeren staaf,
+omgeven van een spiraal van koperdraad, die met eene isolerende stof
+bekleed is. Laat men nu een galvanischen stroom door dien draad gaan,
+dan wordt die staaf een zeer krachtige elektromagneet, welke, wanneer
+zijne beweging vrij is, even als de naald van een kompas, eene richting
+ongeveer van zuid naar noord, met eene geringe oostelijke miswijzing,
+en bovendien eene zekere helling moet aannemen. Door eene andere
+kracht uit die richting gedreven, zal hij steeds weder neigen haar
+te hernemen. Daar nu de magneet en het schip vast onderling verbonden
+zijn en een geheel uitmaken, zoo is het laatste zelve als het ware een
+reusachtig kompas. Om de helling weg te nemen, doet men even als bij de
+kompasnaald. Men verandert het zwaartepunt van het geheele vaartuig,
+iets dat op onderscheidene wijzen geschieden kan. Zoo blijft alleen
+de richting in den magnetischen meridiaan over.
+
+»»Blaast nu de wind juist in de richting, waarheen men zich wenscht
+te begeven, dan laat men den toestel buiten werking, dat is men laat
+geen stroom door de spiraal gaan. Zoodra echter de wind niet vlak
+voor het lapje is, wordt het schip in een magneet veranderd. Gesteld
+b. v. dat de wind vlak west is en dat de zeilen juist loodrecht
+tegenover den invallenden wind geplaatst zijn, dan zal het schip noch
+naar het oosten, noch naar het noorden, maar naar een daartusschen
+liggend punt gedreven worden, even als een schip op zee, dat door den
+waterstroom noord- en door den wind westwaarts wordt voortgestuwd,
+ook geene van beide richtingen bij uitsluiting, maar eene tusschen
+beide inliggende volgen zal. Het laat zich nu gemakkelijk inzien,
+dat de luchtschipper aldus, door eene behoorlijk vereenigde werking
+der zeilen en van den elektro-magnetischen toestel, in staat is zijn
+schip elke richting te doen aannemen, welke hij verkiest. Maar dit is
+nog niet alles. Die toestel dient ook als roer. Zoodra men namelijk op
+dezen sleutel drukt, wordt de stroom omgekeerd, en het gevolg hiervan
+is, dat de vroegere noordpool nu zuidpool en de zuidpool noordpool
+wordt. Het is duidelijk, dat dien ten gevolge het schip wenden zal
+en wel juist zooveel als men verlangt, daar men elk oogenblik den
+stroom kan afbreken, waardoor het schip ophoudt een magneet te zijn.
+
+»»Nu komen er wel is waar gevallen voor, even trouwens als bij de
+scheepvaart op zee, dat de wind te sterk en de kracht van den magneet
+niet voldoende is om het luchtschip behoorlijk te besturen. Dan worden
+de energeiatheken, waarvan ik reeds gisteren met een woord melding
+maakte, te hulp geroepen en daardoor de op verschillende punten naar
+buiten uitstekende vier-wiekige schroeven in eene ronddraaijende
+beweging gebracht, steeds zoo na mogelijk loodrecht op de richting
+waarin het schip dreigt af te drijven.
+
+»»Zoo gelukt het meestal het vaartuig in de gewenschte richting te
+houden. Mocht dit niet het geval zijn, dan heeft de luchtschipper
+nog een ander hulpmiddel ter zijner beschikking, dat de zeevaarder
+mist. Hij rijst of daalt met zijn vaartuig om eenen anderen en beteren
+wind op te zoeken, en hij doet zulks niet geheel in den blinde, op goed
+geluk af, want het Meteorologisch Instituut is reeds begonnen kaarten
+uit te geven, waarop de richting der luchtstroomen staat aangeteekend,
+die in de onderscheidene tijden des jaars, met waarschijnlijkheid,
+op bepaalde hoogten zullen worden aangetroffen. Die kaarten zijn op
+eene dergelijke wijze ingericht als diegene, welke reeds voor meer dan
+twee eeuwen door dat instituut werden uitgegeven, doch toen slechts
+de waarschijnlijke windrichting in de onmiddellijke nabijheid der
+aardoppervlakte aanwezen.
+
+»»Wat de wijze betreft, waarop de rijzing en daling geschiedt,
+zoo is deze eenigermate verschillend naar gelang van den aard der
+drijftoestellen. Ik zoude u deze laatste eerst in bijzonderheden
+moeten verklaren om u zulks duidelijk te maken, maar daartoe zouden
+wij op het dek moeten gaan, en het is te vinnig koud, dan dat ik ons
+daaraan zoude durven wagen. Genoeg zij het voor u te weten, dat men
+sedert lang heeft afgezien van de eertijds gebezigde, zeer ruwe manier,
+namelijk van de rijzing door uitwerping van ballast te bewerkstelligen,
+daar dit slechts een oogenblikkelijk hulpmiddel en bovendien voor de
+bewoners der plaatsen, waarboven het vaartuig zich bevond, zeer lastig
+was. De meest geschikte handelwijze is ontleend aan de natuur zelve;
+zij bestaat in eene nabootsing van de werking der zwemblaas bij de
+visschen. Deze rijzen en dalen in het water, door die blaas met de
+daarin bevatte lucht meer of minder samen te drukken, waartoe sommigen
+zelfs van bijzondere druktoestellen voorzien zijn. Gij gevoelt,
+dat de toepassing daarvan op de luchtscheepvaart voor de hand ligt.""
+
+Recht duidelijk gevoelde ik dit nog niet, en bovendien waren er in
+de beschrijving, die Baco mij gaf, nog verscheidene andere duistere
+punten, die mij eenige vragen op de lippen deden zweven. Doch ik
+hield deze terug. Ik besefte dat ik, een kind der negentiende eeuw,
+te weinig op de hoogte der wetenschap was, om alles te begrijpen,
+wat in de eenentwintigste was tot stand gebracht, en dat ik groot
+gevaar liep van vragen te doen, die mij in de schatting van mijnen
+medgezel zouden doen dalen.
+
+
+
+Phantasia, wie het aan geduld ontbrak om aan deze lange verklaring
+het oor te leenen, was reeds het trapje opgegaan, dat naar het
+salon geleidde, en wij volgden haar daarheen. Het zag er netjes uit,
+doch was niet bijzonder op gemak ingericht. Men kon zien, dat het
+hoofdstreven was geweest, om stoelen, tafels en verdere meubelen,
+even als het vaartuig zelf, zoo licht mogelijk te maken, met behoud
+van de noodige stevigheid. Het voornaamste materiaal scheen bamboes
+te zijn, in dunne strooken gesneden en gevlochten. Waar metaal noodig
+was, was uitsluitend aluminium gebruikt.
+
+Reeds in de wachtkamer had ik opgemerkt, dat al de passagiers zich
+onderling in eene en dezelfde taal onderhielden, eene taal waarvan
+mij wel is waar vele woorden bekend schenen, doch waarvan andere mij
+onbekend waren. Ik vroeg derhalve mijnen geleider: tot welke natie
+onze medereizigers behoorden?
+
+»»Tot allerlei natiën,--antwoordde hij. Die barsch uitziende heer,
+daar in gindschen hoek, is een Rus; dat kleine winderige mannetje met
+zijne opgestreken knevels, die naar al de dames van het gezelschap
+gluurt, is zonder twijfel een Franschman; gindsche dikke heer, die de
+hoogste vracht betaald heeft, is een landgenoot van u, een Hollander;
+die twee blond- en langharige jongelieden zijn Duitschers; de overigen
+zijn Engelschen.""
+
+»Maar hoe komt het dan, dat allen dezelfde taal spreken?"
+
+»»Zij spreken de reistaal. In onze eeuw, waarin de meeste menschen
+een groot gedeelte van hun leven op reis doorbrengen, waarin eene
+voortdurende vermenging der volken plaats grijpt, moest zulk eene taal,
+waardoor het gemak van het verkeer bevorderd wordt, wel allengs als
+van zelf geboren worden. Zij is trouwens nog in hare ontwikkeling,
+maar over eenige eeuwen zal zij waarschijnlijk tot wereldtaal zijn
+geworden.""
+
+Ik luisterde nu scherper toe en bemerkte weldra, dat de rondom ons
+gesproken taal eigenlijk eene mengeling van verschillende talen
+was, waarin echter het Engelsch den boventoon voerde, hetgeen zich
+daaruit liet verklaren, dat van het reizend publiek in het algemeen
+ook Engelschen de meerderheid uitmaken.
+
+
+
+Rondom mij ziende, werd nu mijne aandacht getrokken door eenige wijde
+buizen, welke door openingen in de wanden en in den vloer van het schip
+naar buiten staken. Ik zag die buizen eerst voor eene nieuwe soort van
+kanonnen aan en vroeg dus: of dit vaartuig ten oorlog was uitgerust?
+
+Phantasia glimlachte, maar op dien glimlach volgde een zucht en de
+woorden: »»die ridderlijke tijd is ons slechts uit de geschiedenis
+bekend; onze tegenwoordige mannen zijn fabrikanten, handelaars,
+ingenieurs, geleerden, wetgevers, enz., maar soldaten zien wij nog
+slechts op het tooneel, tenzij gij onze constabels, die zeker talrijk
+genoeg zijn, voor soldaten mocht houden.""
+
+»Hoe,--riep ik uit,--geen oorlog en geen staande legers meer! Dus
+hebben dan eindelijk de vredevrienden, Bright, Cobden en hunne
+geestverwanten, gezegevierd en is het tegenwoordige geslacht tot de
+overtuiging gekomen dat de oorlog eene schande voor de menschheid
+was, die menschen aan redelooze dieren gelijk maakte, welke elkander
+in blinde woede vernielden, in plaats van in broederlijke liefde
+en eendracht de schoone aarde te bewonen en het geluk der volken
+wederkeerig te bevorderen!"
+
+»»Ik betwijfel,--antwoordde Baco meesmuilende,--of die overtuiging er
+veel deel aan heeft gehad. De menschen, mijn waarde heer! worden in
+onze eeuw nog evenzeer door hartstochten gedreven als vroeger. Nog
+steeds zijn zij, wat voorlang een onzer dichters hen noemde: »half
+dier, half engel," en zij zullen dit in de toekomst ook wel blijven,
+al moge de maatschappij als geheel beschouwd ook in een zedelijk
+opzicht allengs vooruit gaan. Waren de omstandigheden nog dezelfde als
+in vroegere eeuwen, dan zoude, vrees ik, er ook evenzeer als vroeger
+oorlog zijn. Maar juist de omstandigheden zijn het, die veranderd
+zijn en den oorlog bijna tot eene onmogelijkheid hebben gemaakt.
+
+»»Vooreerst is de tegenwoordige toestand voorbereid door het
+algemeene staten-bankroet op het laatst der negentiende eeuw,
+toen de gezamenlijke schulden der zich beschaafd noemende volken,
+ten gevolge van het kostbare onderhoud der groote staande legers,
+de gezamenlijke nationale kapitalen te boven gingen.
+
+»»In de tweede plaats heeft daartoe medegewerkt de verbazende
+versterking der aanvalswapenen. Toen, voor omstreeks eene eeuw, in den
+laatsten grooten oorlog, de marines van Engeland, Frankrijk, Rusland
+en Noord-Amerika elkander wederkeerig geheel vernield hadden, toen,
+bij eene kanonnade van de beide oevers van het kanaal, dat Engeland
+en Frankrijk scheidt, de hoofdsteden der beide landen in brand waren
+geschoten en de verliezen aan beide zijden onberekenbaar groot,
+ten deele onherstelbaar waren, toen begon men te vragen of zelfs
+eene overwinning zoo groote opofferingen waardig was? Toen werd het
+allengs duidelijk, dat in een oorlog ook de winner een verliezer is.
+
+»»Maar hetgeen inzonderheid er toe heeft bijgedragen om den oorlog
+al zeldzamer en zeldzamer te doen worden en eindelijk, zoo wij hopen,
+geheel verdwijnen, is het meer en meer toegenomen onderling verkeer der
+volken, waardoor de overgeërfde nationale antipathien allengs verdwenen
+zijn; voorts de toepassing van de beginselen van den vrijen handel,
+de opheffing van alle slagboomen, die volken van volken scheidden, de
+gelijkheid van maten, gewichten en munten, de voortdurende uitbreiding
+der middelen van gemeenschap, de ineensmelting der belangen van
+de verschillende natiën tot een groot gemeenschappelijk belang. De
+natiën staan niet meer tegenover elkander, maar doordringen elkander;
+door duizend draden hangen ze innig te samen, en, was de negentiende
+eeuw getuige der invoering van het beginsel der nationaliteit, de
+eenentwintigste eeuw is eene groote schrede verder gegaan, door de
+erkenning van het beginsel der humaniteit.""
+
+Deze laatste woorden vooral troffen mij door hunne juistheid. Ik
+begreep nu eerst recht, hoe elke nieuwe spoorweg, elke nieuwe
+telegraaflijn, elke opheffing van een hinderpaal, waardoor de vrije
+in- en uitvoer belemmerd worden, niet alleen de algemeene welvaart
+rechtstreeks bevorderen, maar ook even zoovele schakels in de keten
+zijn, die de menschen moet omslingeren en hen tot broeders, tot leden
+van één groot huisgezin vereenigen. Echter meende ik aan dit tafereel
+eene schaduwzijde te bespeuren. »Indien er dan geen oorlog meer is,
+indien, ten gevolge daarvan en van andere thans bestaande gunstige
+omstandigheden, handel en nijverheid zich veel meer hebben uitgebreid
+dan ooit te voren, dan moet de bevolking in eene verontrustende mate
+zijn toegenomen. De voortbrenging van het noodige voedsel kan daarmede,
+dunkt mij, niet meer in evenredigheid zijn."
+
+»»Indien gij wilt zeggen, dat er ook thans armen zijn en zelfs lieden
+die van tijd tot tijd gebrek lijden, voor een deel ten gevolge der
+overbevolking van sommige streken, dan hebt gij gelijk, maar ik
+geloof niet dat dit meer, veeleer dat dit minder het geval is dan in
+vroegere eeuwen, in weerwil dat de bevolking van Europa in de laatste
+tweehonderd jaar meer dan verdubbeld is. Maar vergeet niet dat door
+de uitbreiding der vervoermiddelen ook het voedsel gelijkmatiger dan
+vroeger verdeeld wordt, en dat heden ten dage althans niets verloren
+gaat, maar alles zijn weg vindt daarheen waar de behoefte bestaat.
+Ten gevolge van den geheel vrijen handel, brengt nu ieder land juist
+datgene voort, waartoe zijn bodem en klimaat het meest geschikt
+zijn. Voorts is men overal voortgegaan en gaat men nog steeds voort,
+met de ontginning van woeste gronden, en eindelijk heeft ook de steeds
+vooruitgaande wetenschap aan den landbouw gewichtige diensten bewezen
+door de aanwijzing van nieuwe middelen, waardoor de opbrengst der
+akkers vermeerderd wordt. Men kent namelijk met volkomen juistheid,
+zoowel wat aard als hoeveelheid betreft, de stoffen die noodig
+zijn, om elk voedselgewas het best te doen groeijen. Daardoor is
+elk landbouwer een soort van fabrikant geworden. Voor hem zijn
+de planten de werktuigen, door welker tusschenkomst de ruwe,
+d. i. nog onbewerktuigde stoffen, die zich in den bodem en de lucht
+bevinden, in bewerktuigde, d. i. voor voeding geschikte, worden
+omgezet. Zijn streven is derhalve daarheen gericht, om, even als
+elk ander fabrikant doet, de ruwe stoffen zoo goed en zoo goedkoop
+mogelijk te verkrijgen. Onder die ruwe stoffen zijn er verscheidene
+die in vroeger eeuwen nutteloos verloren gingen of zelfs wel, door
+hare vermenging met het water of den bodem der steden, schadelijk
+voor de gezondheid werden. Thans is men wijzer geworden. Alles wat
+de opbrengst der velden vermeerderen kan wordt zorgvuldig verzameld,
+en de algemeene gezondheid heeft ook daarbij gewonnen.""
+
+
+
+Gedurende dit gesprek had ik reeds bemerkt, dat het vaartuig in eene
+zacht schommelende beweging was gekomen, en toen Baco ophield met
+spreken, riep Phantasia mij toe: »»houd nu eens uw oog voor een dier
+pseudokanonnen en vertel ons dan waar wij zijn.""
+
+Ik begreep nu, dat de buizen, die ik voor kanonnen had aangezien,
+teleskopen waren; maar de vergissing was vergeeflijk, daar hunne
+gedaante nog al van die der mij bekende verschilde. Bepaaldelijk waren
+zij veel wijder, iets waardoor ik inzag, dat hunne lichtsterkte zeer
+vermeerderd moest zijn. Toen ik er door zag, ontdekte ik aanstonds
+dat die groote wijdte geen de minste schade deed aan de scherpte der
+beelden, en trof mij bovendien niet alleen het vergrootend vermogen,
+maar ook de uitgebreidheid van het gezichtsveld.
+
+Daar ik, de vingerwijzing van Phantasia volgende, het eerst door het
+teleskoop zag, dat achter het schip uitkwam, deelde ik haar mede dat ik
+eene onmetelijke stad, die wel niet anders dan het door ons verlaten
+Londinia kon zijn, reeds achter ons zag liggen. De zich heinde en ver
+uitbreidende huizenmassa vertoonde zich helder en scherp afstekende op
+den grauwen achtergrond, en geen spoor van rook verhief zich daarboven,
+waaruit ik opmaakte, dat, waar nog steenkolen werden gestookt, men
+ook al den rook wederom door den vuurhaard voerde, en dat dus de in
+1850 uitgevaardigde parlements-acte, die zulks voorschreef, getrouw
+werd nagekomen.
+
+Nu beurtelings door dit, dan door dat teleskoop ziende, staarde ik met
+bewondering naar het tooneel onder en om ons, dat als het ware voorbij
+snelde, terwijl het scheen dat wij stil lagen. Klommen wij, dan had het
+al den schijn alsof de aarde onder ons daalde. Al spoedig kregen wij
+de zee in het gezicht, en in de richting vóór ons vertoonde zich aan de
+overzijde de Belgische en Fransche kust. Over het nauwste gedeelte van
+het kanaal scheen een zwarte draad gespannen te zijn, die beide oevers
+verbond. Naderbij komende begon ik te vermoeden, of het ook een koker-
+of traliebrug kon zijn, een vermoeden, dat door Baco bevestigd werd,
+die er bij voegde, dat zich reeds eene maatschappij gevormd had, om
+een tweede dergelijke te bouwen, daar deze enkele geheel onvoldoende
+voor het drukke verkeer tusschen Engeland en het vasteland was.
+
+
+
+Eene lichte noord-oostelijke wending voerde ons na korten tijd in
+de nabijheid van ons vaderland, dat nu als eene landkaart voor mij
+uitgespreid lag. Met schrik bemerkte ik echter, dat die kaart niet
+geheel zijne oude, mij zoo wel bekende gedaante had. Er ontbrak een
+stuk aan. Geheel Noord-Holland, op een paar kleine eilandjes na, was
+weg. Mijne eigene oogen mistrouwende vroeg ik den dikken heer, dien
+Baco mij als een landgenoot had aangewezen, of ik goed gezien had,
+dat Noord-Holland onder de zee bedolven was.
+
+»»Heel goed gezien, mijnheer!--was zijn antwoord. Dat komt er van, als
+men den raad van verstandige, bezadigde lieden niet hooren wil. Een
+klein hoopje hard schreeuwende Amsterdammers wilde een kanaal recht
+door naar zee hebben. Zij hadden er reeds een, dat gemakkelijk kon
+verbeterd worden, maar daarmede waren zij niet tevreden. Nu, na lang
+tobben kregen zij hun kanaal. Hoe veel het recht gekost heeft, weet
+ik niet, zeker meer dan aan velen aangenaam was. Maar toen het er
+eenmaal was, werd er slechts bij fraai weder gebruik van gemaakt,
+want zoodra de zee hol stond, en dat gebeurt nog al eens op onze
+kust, waagden zich de schippers niet zoo dicht onder den wal. Bij den
+eersten Novemberstorm liep de haven vol zand. Met uitbaggeren zoude
+men dit wel weer klaren, maar het bleek al spoedig dat men wel aan
+het uitbaggeren kon blijven. De scheepvaart werd dus niet veel gebaat
+door dat kanaal. Maar het ergste gebeurde eerst vele jaren later, in
+het noodlottige jaar 1980. Een springvloed viel samen met een storm,
+zoo als er bij menschengeheugen nog nooit een gewoed had. Sluizen en
+dijken bezweken daaronder, en Noord-Holland, waarvan het grootste
+gedeelte van 1 tot 5 meters onder de gemiddelde oppervlakte der
+zee lag, liep vol als een kom, die men onder een kraantje houdt. Te
+Rotterdam werd kort daarna een nieuw tooneelstuk opgevoerd, getiteld:
+Het paard van Troje.""
+
+»Wel dat is verschrikkelijk, Mijnheer!"" kon ik mij niet weêrhouden uit
+te roepen, in weêrwil dat de man die mij deze treurmare mededeelde,
+er niet veel gevoel van scheen te hebben. Uit zijn laatste gezegde
+maakte ik op, dat hij waarschijnlijk een Rotterdammer was, en dit
+deed mij weder door het teleskoop zien en den blik wenden naar de
+stad, die ook mijne geboorteplaats was en waar ik mijne allereerste
+jeugd had doorgebracht. Doch aanvankelijk kon ik mij niet behoorlijk
+orienteeren. De Maasstad had zich naar alle zijden zoozeer uitgebreid,
+ja geheel dit gedeelte van Zuid-Holland was zoo dicht bebouwd geworden,
+dat 's Gravenhage, Delft, Leiden, Schiedam en Rotterdam eigenlijk
+slechts eene groote stad schenen uit te maken.
+
+Ook Utrecht bleek mij zeer in omvang te zijn toegenomen. Mijne
+aandacht viel op een sterk glinsterende, door de zon beschenen
+stip, en, nieuwsgierig welk soort van voorwerp dit was, zette ik een
+sterker oculair voor het teleskoop en herkende toen de gulden Zon der
+Geregtigheid, het bekende wapen der Utrechtsche Akademie, prijkende
+aan den geveltop van een groot en prachtig gebouw. Ik vermoedde dat
+dit het Akademie-gebouw zoude zijn en vroeg zulks aan den dikken heer,
+die mij zoo even had ingelicht.
+
+»»Daar weet ik niemendal van, Mijnheer! Dat zijn dingen, waarvan
+ik geen verstand heb,""--gaf hij ten antwoord. Baco echter die de
+vraag gehoord had, zeide: »»uw vermoeden is juist. Toen eindelijk,
+nadat men vele jaren lang te vergeefs gewacht had op eene nieuwe wet
+op het Hooger onderwijs in Nederland, deze tot stand kwam, hebben
+eenige vermogende inwoners van Utrecht op gemeenschappelijke kosten
+dit inderdaad zeer fraai en voortreflijk ingericht gebouw gesticht
+en daarmede een sprekend bewijs gegeven van hunne belangstelling in
+de wetenschap en van hunne liefde voor de Hoogeschool, waaraan velen
+hunner hunne eigene opleiding tot nuttige staatsburgers genoten.""
+
+Ik dankte Baco voor deze voor mij werkelijk hoogst belangrijke
+mededeeling en vroeg daarop: »of men in die nieuwe wet op het
+hooger onderwijs ook het beginsel had opgenomen, dat het volmaakt
+onverschillig is, waar en op welke wijze men zijne kundigheden heeft
+verworven en dat het eenige hetgeen de staat recht heeft te vorderen
+is: dat daarvan blijk worde gegeven in een in het openbaar voor eene
+staatscommissie afgelegd examen!"
+
+»»Gij roert daar een moeielijk punt aan,--antwoordde hij,--dat
+aanleiding heeft gegeven tot zeer uiteenloopende beschouwingen en
+waarover juist de minst bevoegden, dat is diegenen welke de geringste
+ondervinding op het stuk van examina hadden, waanden met de grootste
+zekerheid te kunnen spreken. Het beginsel vertoont zich op den eersten
+blik als volkomen juist. Zij die het huldigen redeneeren ongeveer op de
+volgende wijze: »Gegeven zijnde eene zekere hoeveelheid oliezaad, dan
+zal men daaruit met dezelfde pers en bij gelijke drukking steeds eene
+zekere hoeveelheid olie kunnen persen of slaan, en deze zal derhalve
+de juiste betrekkelijke waarde van verschillende soorten van oliezaad
+aangeven. Het komt er slechts op aan om eene goede pers te maken, eene
+die altijd gelijkmatig werkt. Even zoo is het nu met een examen. Ook
+dit is een soort van pers, waarin de te examineeren persoon wordt
+gebracht, om uit hem het quantum van kundigheden te persen, waarvan
+het bezit is voorgeschreven als vereischte tot toelating. Heeft men
+een goede examen-pers, dan zullen de uitkomsten steeds vergelijkbaar
+en derhalve billijk zijn."
+
+»»Hier echter stuitte men al ras op een bezwaar. Het valt licht uit
+hout en ijzer persen zamen te stellen, die steeds gelijk werken, maar
+examen-persen, dat is eene andere zaak! Vooreerst ligt de stof daartoe
+niet zoo overal voor de hand, vooral waar het examen-persen voor
+de door hooger onderwijs verkregen kundigheden geldt. En ten tweede
+bestaan examinatoren niet uit hout en ijzer en zijn de examinandi geen
+oliezaad; maar beiden zijn menschen, d. i. bezielde wezens, door wier
+onderlinge aanraking actien en réactien ontstaan, met duizendvoudige
+wisseling, zoodat er van eene volstrekte gelijkmatigheid der uitkomsten
+van een examen nimmer sprake kan zijn, en zulks te minder naar mate de
+examinatoren en de geexamineerden elkander meer vreemd zijn. Dan toch
+voegt zich bij de overige redenen, die tot ongelijkmatigheid leiden,
+nog de zeer natuurlijke afstooting, die zulke heterogene deelen op
+elkander uitoefenen, eene afstooting die dan eens grooter, dan eens
+geringer zal zijn, al naar gelang van den aard van beide partijen.
+
+»»Om aan dit bezwaar te gemoet te komen en het beginsel te redden,
+dat allen die gelijke rechten zouden erlangen ook aan gelijke
+voorwaarden behoorden te voldoen, werden nu van regeringswege
+handboeken aangewezen, waaraan men zich voortaan te houden
+had. Weldra deden zich toen personen op die, om die handboeken
+toch recht bruikbaar en het examen zoo gemakkelijk mogelijk te
+maken, werkjes samenstelden met vragen en antwoorden, in den vorm
+van een catechismus voor elk vak van wetenschap. Velen meenden
+dat men hiermede het toppunt van examinatorische gelijkmatigheid
+had bereikt, maar toen er desniettegenstaande nog altijd klachten
+werden aangeheven over onbillijkheid en willekeur der examineerende
+commissiën, opperden sommigen het denkbeeld: of het niet mogelijk
+zoude zijn het vraagstuk, hoe een volkomen goed examen interichten,
+langs den physico-mechanischen weg op te lossen. Men had toch reeds
+sedert lang oogspiegels, oorspiegels, keelspiegels enz., waarom
+zoude het niet gelukken ook hersenspiegels te vervaardigen? Er
+waren zelf-registreerende thermometers, barometers, magnetometers,
+photometers enz., waarom zoude men niet ook zelf-registreerende
+enkephalometers kunnen vervaardigen? Enkephalometers, die binnen
+eenige oogenblikken, in eenige weinige cijfers, den juisten graad
+van kennis aanwezen, welke het individu zich verworven had, op het
+oogenblik dat het werktuig geappliceerd werd! Heerlijke uitvinding
+voorwaar, zoowel voor examinandi als examinatoren! Jammer slechts
+dat zij niet voor verwezenlijking vatbaar bleek en, met het perpetuum
+mobile en de quadratuur van den cirkel, onder de hersenschimmen moest
+worden gerangschikt.
+
+»»Ondertusschen had men toch gedurende het bestaan van dit overdreven
+examenstelsel eene nuttige ondervinding opgedaan, al was het ook
+eene treurige. Het bleek namelijk, dat, naarmate de jonge lieden zich
+meer toelegden op het verwerven van die kundigheden, welke gevorderd
+werden voor het afleggen van een goed staatsexamen, de lust voor vrije
+studie, voor eigenlijke wetenschap, die meer op een helder oordeel
+dan op geheugen steunt, werd uitgedoofd. Zoo werd het hoofddoel van
+het hooger onderwijs, dat niet bestaat in het africhten tot zekere
+beroepen, maar in de zooveel mogelijk geheele ontwikkeling van alle
+talenten, welke sluimeren bij elk die daaraan deel neemt, grootendeels
+gemist. Men had het voorbeeld der Chinezen gevolgd, die alle andere
+volken overtreffen in de veelheid en langdurigheid der examina,
+en zag in dat de Hollanders groot gevaar liepen langs dien weg in
+waarheid tot de Chinezen van Europa te worden. Men begon toen ook te
+begrijpen, dat een op zich zelf goed beginsel door overdrijving tot
+schadelijke gevolgen leidt, dat examina, hoewel onmisbaar, toch steeds
+een noodzakelijk kwaad blijven en dat het streven om staats-examina
+zoo interichten, dat zij eenen in alle opzichten billijken en
+onbedriegelijken maatstaf aan de hand geven, ter beoordeeling, niet
+van de mate van eenige door het geheugen opgegaarde kennis, maar
+van de geheele mate van verstandelijke ontwikkeling en praktische
+geschiktheid van den geexamineerden, eene onbereikbare hersenschim
+is. Voorts erkende men ook gedwaald te hebben, toen men waande dat
+examina voor staatscommissien een prikkel zouden zijn ter bevordering
+der studie aan de hoogeschool, en dat er veeleer behoefte bestaat
+aan aanmoedigende en opwekkende middelen dan aan nederdrukkende,
+gelijk de vrees is. De menschelijke geest is als een voor gisting
+vatbaar vocht. Zonder gist daarin, geene gisting. Warmte bevordert,
+koude vertraagt haar. Bevorder den bloei van het hooger onderwijs door
+daaraan uitstekende docenten te verbinden, door ruime middelen ter
+hunner beschikking te stellen, om in elke richting mede te werken tot
+uitbreiding en verspreiding van kennis, door aanmoediging van elke
+poging om grondige wetenschap te kweeken, en de gunstige gevolgen
+voor de geheele maatschappij zullen niet uitblijven. In de eerste
+eeuwen van het bestaan der universiteiten kende men daaraan als
+aan zedelijke lichamen zekere rechten, deels voorrechten, toe, die
+allengs door den stroom des tijds werden medegesleept, daar zij niet
+meer pasten in den nieuweren toestand der maatschappij. Slechts één
+recht, of laat mij liever zeggen één plicht, was aan de universiteiten
+verbleven. Het was dat van, na gehouden examina, graden toe te te
+kennen aan hare kweekelingen. Ook van die examina gold hetzelfde als
+van alle andere examina, dat zij namelijk geenen volkomen afdoenden
+waarborg gaven. Maar terwijl de gebreken breed werden uitgemeten,
+werden de daaraan verbonden voordeelen over het hoofd gezien, en
+zoo werden zij allengs, het eene voor en het andere na afgeschaft
+en door examina voor opzettelijk daartoe benoemde staatscommissiën
+vervangen. Toen men echter, na eene lange reeks van proefnemingen,
+bevond dat men, ten einde de Scylla te vermijden, telkens in de
+Charybdis verviel, erkende men ook hier de waarheid van het »le mieux
+c'est l'ennemi du bien," en keerde tot het oude stelsel, ofschoon
+in eenige opzichten gewijzigd en verbeterd, terug. Tevens zocht men
+eensdeels door de kosten der studie te verminderen, anderdeels door
+ondersteuning van uitstekende jonge lieden, die door hunnen aanleg
+beloofden die ondersteuning later aan de maatschappij met woeker te
+zullen vergelden, het bezoek der universiteiten, als de beste plaatsen
+tot het verkrijgen van kennis, te bevorderen. Zoo is dan ook het getal
+der kweekelingen daaraan zoozeer toegenomen, dat er thans geene enkele
+reden meer bestaat, om aan andere dan aan hen die hunne studiën aldaar
+volbracht hebben, het recht tot uitoefening der zoogenaamde geleerde
+beroepen toetekennen. Indien men daartegen mocht aanvoeren dat dit eene
+onbillijkheid is tegenover hen, die de universiteit niet bezochten maar
+zich elders op het verkrijgen van de voor zulk een beroep gevorderde
+kundigheden toelegden, dan zoude ik daarop antwoorden dat het belang
+der individu's wijken moet voor het belang der geheele maatschappij,
+dat ten nauwste met den bloei der hoogescholen verbonden is.""
+
+
+
+Thans wendde ik weder het oog naar andere streken van ons vaderland.
+
+Het noordelijk en noordoostelijk gedeelte scheen zeer in volkrijkheid
+te zijn toegenomen, te oordeelen naar de uitgebreidheid der aldaar
+gelegen steden. Des te meer trof het mij, dat, toen ik den blik
+naar Arnhem richtte, die stad mij ter nauwernood nog zoo groot als
+tegenwoordig scheen te zijn. Ik herinnerde mij toch, dat in het
+midden der negentiende eeuw die stad zeer in bloei was toegenomen,
+inzonderheid ten gevolge van de velen, die hunne fortuin in Oost-Indië
+gewonnen hadden, en zich nu te Arnhem hadden nedergezet, om in die
+fraaie streek het leven te genieten.
+
+Het schijnt dat mij een uitroep van verbazing over de kleinheid van
+Gelderlands hoofdstad ontsnapte. Althans de dikke heer nam het woord,
+zeggende:
+
+»»Ja Mijnheer! Gij hebt gelijk Mijnheer! Arnhem is weer klein geworden,
+na eerst groot geweest te zijn. Zoo gaat het, als kinderen er meer
+van willen weten dan de oude lui.""
+
+Ik begreep volstrekt niet, hoe die menschkundige opmerking hier te pas
+kwam. Doch hij vervolgde; »»Ik zal u eens wat vertellen, Mijnheer! Er
+was eens een heer, die een heel mooien vogel had, maar het mooiste
+van dien vogel was, dat hij alle jaar een gouden ei legde. Natuurlijk
+was die heer bang, dat die vogel zou wegvliegen of hem ontstolen
+worden. Hij kortwiekte hem dus en zette hem toen in een stevigen
+kooi. Maar toen de kinderen van dien heer groot waren geworden, dachten
+zij, dat hun vader dien vogel eigenlijk niet goed behandeld had. De een
+was van meening, dat de billijkheid vorderde dat een gedeelte van het
+gouden ei gebruikt werd, om de kooi van den vogel te verfraaien. Een
+ander was van oordeel, dat de kooi niet alleen verfraaid, maar vergroot
+moest worden, om den vogel gelegenheid tot meer beweging te geven;
+dan zoude deze, in plaats van één gouden ei, er wel meer leggen, en,
+zoo dacht hij er in stilte bij, dan valt er misschien wel een daarvan
+door de tralies in mijn spaarpot. Een derde ging nog een stap verder,
+zeggende dat de kooi niet enkel vergroot, maar geheel vernieuwd en
+van veel dunnere spijlen gemaakt moest worden, opdat de vogel meer
+lucht en licht zoude hebben; dat kwam hem toe, want hij was geen dier,
+dat geschapen was om in de duisternis zijn leven voort te slepen. Een
+vierde eindelijk meende, dat het een schande voor den eigenaar van
+zulk een vogel was, om dien gekortwiekt te houden. Dat was misbruik
+maken van het recht des sterksten! Dat toonde hoe slecht hij zijne
+roeping verstond, hij, aan wien zulk een dier was toevertrouwd!
+
+»»De oude heer was verlegen met de zaak. Hij zag wel het gevaarlijke
+van al die raadgevingen in, maar hij was een goed vader en wilde zijne
+kinderen gaarne genoegen doen. Eerst werd dus de kooi verguld, later
+vergroot, nog later vervangen door een splik-splinter nieuwe, die nu
+zoo luchtig mogelijk was. Onderwijl waren de gekortwiekte vleugels
+van zelf weder aangegroeid, en op een goeden dag had de vogel gedaan,
+wat ieder vogel in zijn geval doen zoude. Hij had zich door de dunne
+spijlen heengewrongen en was weggevlogen.
+
+»»Die vogel heette Java! Begrepen Mijnheer?""
+
+»Volkomen, antwoordde ik, maar wat werd er van den vogel?"
+
+»»Ja Mijnheer! het was eigenlijk een domme streek van den vogel,
+dat hij wegvloog, want hij had het waarlijk zoo kwaad niet in zijn
+kooi, maar een vogel blijft altijd een vogel. Toen hij een eind ver
+weggevlogen was, kwamen er twee groote roofvogels aanvliegen, die hem
+elk met een klauw pakten, terwijl zij met de andere en met den bek
+elkander duchtige slagen toebrachten. De arme vogel verloor daarbij
+een goed deel van zijne veêren en was beurtelings in de macht van den
+eenen en dan weder van den anderen roofvogel. Eindelijk lieten beiden
+hem deerlijk gehavend vallen, om elkander met al hunne wapens aan te
+grijpen, en toen het gevecht voorbij was, waren beiden zoo gewond en
+afgemat, dat zij er niet aan denken konden den vogel te vervolgen!""
+
+»Dus,--riep ik uit,--indien ik uwe beeldspraak recht versta, dan
+hebben ook Frankrijk en Engeland van het bezit van Java afgezien en
+zijn de Javanen thans een vrij volk!"
+
+»»Och wat, vrij! De marmotten zijn ook vrij!"" luidde het antwoord
+van dien Mijnheer Droogstoppel.
+
+»Uwe vergelijking van zoo even was edeler," zeide ik.
+
+»»Die gold alleen het land, maar de Javanen....""
+
+»Welnu?"
+
+»»Zullen wel altijd Javanen blijven. De tegenwoordige zijn nog maar
+een graadje luier dan de vroegere. Java is sedert den laatsten
+grooten oorlog tot neutraal gebied verklaard, waarop alle natiën
+gelijkelijk handel mogen drijven, en wat denkt gij, dat er het gevolg
+van geweest is? Dat er van het beetje koffij en suiker, die het eiland
+nog voortbrengt, sedert jaren niets meer aan de Rotterdamsche markt
+is gekomen. Het meeste gaat tegenwoordig naar Marseille en de overige
+havens der Middellandsche zee.""
+
+Hier mengde zich Baco in het gesprek, zeggende: »»Ik ben geen koopman,
+Mijnheer! maar, indien mijne berichten juist zijn, dan voelen zich
+de Javanen tegenwoordig gelukkiger, dan toen zij onder den dwang
+eerst der Oost-Indische Compagnie en later van het kultuurstelsel
+leefden. Het komt mij voor, dat zulke bezittingen, welke geene
+eigenlijke volkplantingen zijn, op den bezitter ook zekere eigenaardige
+verplichtingen leggen, en dat hij deze niet als een enkel in zijn
+bijzonder voordeel te ontginnen mijn mag beschouwen. Waar een hooger
+ras een lager overheerscht, rust op het eerste de taak het laatste
+tot die hoogere ontwikkeling te brengen, waarvoor het vatbaar is. Uit
+den aard der zaak is elke zoodanige overheersching eene tijdelijke. De
+geschiedenis leert zulks. Eenmaal moet de band verbroken worden, maar
+deze zal des te langer blijven bestaan en de verbreking zal met des
+te minder moeielijkheden gepaard gaan, naar mate de overheersching
+minder het karakter heeft van onderdrukking. Zedelijke overmacht
+is op den duur de krachtigste, en deze wordt het best gehandhaafd
+door billijkheid en rechtvaardigheid van den sterkeren tegenover den
+zwakkeren. Ik voor mij ben overtuigd dat de reden waarom uw staat nog
+zoo lang in het bezit van Java gebleven is, juist gelegen is in de
+omstandigheid, dat voor twee eeuwen eenige noodzakelijke hervormingen
+in het bestuur aldaar zijn ingevoerd. Waren deze nagelaten, dan zoude
+het waarschijnlijk reeds vroeger voor u verloren zijn geweest. En wat
+uwe opmerking aangaande de verplaatsing der markt betreft, zoude niet
+ook het Suez-kanaal daaraan schuld hebben?'"
+
+»»Wel mogelijk, Mijnheer!--antwoordde de Rotterdammer op een knorrigen
+toon,--ik wil niet met u redeneeren, gij zijt een Engelschman, en
+gijlieden meent het altijd beter te weten dan wij; maar dit is zeker,
+dat, indien het zoo voortgaat, wij per telegraaf achteruitgaan.""
+
+Ik verheugde mij in stilte, dat hetgeen ik door het teleskoop gezien
+had, mij de overtuiging had gegeven, dat die achteruitgang nog niet
+merkbaar was, en besloot daaruit, dat de Nederlanders de oude spreuk:
+dat men, als het getij verloopt, de bakens moet verzetten, bij tijds
+in toepassing hadden gebracht. Maar ik waagde het niet dit besluit in
+woorden te kleeden, uit vrees, van onzen reisgenoot, die blijkbaar
+slechts éénen gedragsregel kende, namelijk bevordering van het
+eigenbelang, en van hoogere staathuishoudkundige en volkenrechtelijke
+beginselen niets begreep, nog meer uit zijn humeur te brengen.
+
+
+
+Terwijl dit gesprek voorviel, waren wij weder eenigzins van koers
+veranderd. Wij dreven nu in eene zuid-oostelijke richting, en het
+vaderland verdween allengs uit het gezicht. Naar het oosten ziende,
+ontdekte ik een zwart vlekje, dat zich blijkbaar met groote snelheid
+langs de aardoppervlakte voortbewoog en naar ons toekwam. Het werd
+al grooter en grooter, breidde zich al meer en meer uit en stoof toen
+onder ons door. Ik had echter tijd gehad om er een zeer langen trein
+van groote wagens in te herkennen, zoo groot, dat zij veeleer op huizen
+geleken. »Vanwaar kwam die spoortrein?" vroeg ik. Baco raadpleegde
+zijn reiswijzer en zeide: »»Dat is de trein, die eergisteren morgen van
+Pekin vertrokken is en langs de groote centrale oostwestbaan loopt.""
+
+»Van Pekin? Dus dwars door of over de hooge gebergten van Midden-Azië
+en den Oeral!"
+
+»»Zulke hinderpalen worden in den tegenwoordigen tijd weinig
+geteld. Het is immers al twee eeuwen geleden, dat men den Mont-Cenis
+doorboord heeft. Gij zult zoo dadelijk zien, dat op dezelfde wijze,
+waarop men toen de scheiding tusschen Frankrijk en Italië heeft
+opgeheven, men dit later ook voor Zwitserland en Italië heeft gedaan.""
+
+En inderdaad, allengs begonnen de besneeuwde toppen der Alpen aan den
+horizon te dagen. Deze waren nog onveranderd dezelfde, die zij voor
+eeuwen geweest waren, maar de weg liep nu niet meer over den Splügen,
+over den Simplon of over den St. Bernard, maar onder het gebergte door,
+zoodat wij de treinen, die wij aan de Zwitsersche zijde de tunnels
+hadden zien binnengaan, na eenigen tijd weder aan de Italiaansche
+zijde zagen te voorschijn komen, om hunnen weg in de vlakke, door de
+Po bespoelde streek te vervolgen.
+
+Reeds hoopte ik, dat wij ook in de nabijheid van Rome zouden komen,
+zoodat er misschien gelegenheid zoude bestaan om te zien, wat er van
+die oudste en eerwaardigste der steden geworden was; doch dit gebeurde
+niet. Wij dreven over Venetië, waar de Italiaansche vlag boven den top
+van St. Marcus gezien werd, maar ook eenige Oostenrijksche schepen,
+herkenbaar aan den dubbelen adelaar, nevens vele andere in de haven
+lagen. Beurtelings rijzende en dalende en daardoor niet altijd
+even goed de oorden kunnende herkennen, waarboven wij ons bevonden,
+kwamen wij na eenigen tijd boven Constantinopel, waar nergens meer
+een halve maan te zien was, maar ook geen ander teeken, waaruit men
+konde besluiten tot den staat, waartoe de hoofdstad van het voormalige
+Oostersche Keizerrijk behoorde.
+
+Vervolgens de Zwarte zee overstekende en den Kaukasus achter ons
+latende, zagen wij de vlakte van den Euphraat voor ons uitgebreid. In
+mijne verwachting van aldaar kennis te maken met oostersche tafereelen,
+werd ik echter teleurgesteld. De streken, over welke wij heentrokken,
+hadden geheel een Europeesch aanzien. Niets verkondigde dat wij ons
+in een ander werelddeel bevonden.
+
+Onder de gebouwen, die ik duidelijk onderscheiden kon, was er echter
+een dat een geheel eigenaardigen stijl had. De talrijke en groote
+koepels deden vermoeden, dat het een kerk of moskee was, maar met die
+bestemming strookten niet de bijgebouwen, die op gewone Europeesche
+huizen geleken, maar door zuilen-gaanderijen omgeven waren. Dit gebouw
+of liever deze groep van gebouwen lag op een rotsigen heuvel, en men
+had blijkbaar van daar een zeer ruim uitzicht.
+
+Ik vroeg Baco, of hem ook bij toeval de bestemming van dit gebouw
+bekend was. Hij zag door den kijker en antwoordde: »»Wel zeker, dat is
+de beroemde sterrenwacht van Oroemiah. Ik herken haar naar de plaat,
+die eene afbeelding daarvan voorstelt en in mijn studeervertrek
+hangt. Zelf ben ik daar nog niet geweest, hoewel het observatorium
+een bezoek overwaardig moet zijn.""
+
+»Hoe is men er toch toe gekomen om hier, zoo ver buiten de middelpunten
+van beschaving, eene sterrenwacht van zoo grooten omvang op te
+richten?"
+
+»»Om de eenvoudige reden, dat men er tegenwoordig naar streeft, om
+zooveel mogelijk tijd te sparen, en dus voor het doen van waarnemingen
+die plaatsen kiest, waar de waarnemingen het best en in het kortste
+tijdsbestek kunnen gedaan worden. In Europa zijn de nachten slechts
+zelden zoo helder, dat de vermogende kijkers, die men thans heeft, met
+vrucht kunnen worden gebruikt. Hier daarentegen is de hemel gedurende
+verscheidene maanden des jaars zoo klaar en doorschijnend, dat men
+met het bloote oog reeds de manen van Jupiter en de schijngestalten
+van Venus kan herkennen. In 1852 maakte een Amerikaansche zendeling,
+Stoddard geheeten, den bekenden sterrekundigen John Herschel hierop
+opmerkzaam, doch het was toen en nog lang daarna geen tijd om van
+die uitmuntende gelegenheid, om de hemelverschijnselen gade te slaan,
+partij te trekken. Eerst in het begin der eeuw, waarin wij thans leven,
+is op gezamenlijke kosten van alle beschaafde volken,--en daaronder
+van de Persen zelve, die volstrekt niet meer behoeven onder te doen in
+beschaving voor ons, bewoners van Europa,--deze sterrenwacht gesticht,
+die den naam draagt van: »Centraal Observatorium". Ik behoef er
+wel niet bij te voegen, dat die inrichting rijk voorzien is van de
+uitstekendste werktuigen, en dat daaraan een genoegzaam getal van
+personen verbonden is tot het doen van allerlei waarnemingen.""
+
+»Dus is dan de sterrekunde weder naar haar oude bakermat, naar het
+vaderland der Chaldeërs, teruggekeerd, merkte ik aan. Maar wat is er
+dan geworden van de overige zoo hoog geroemde Europeesche observatoria,
+dat te Greenwich, te Leiden, dat van de Pulkowa enz.?"
+
+»»Deze zijn veranderd in calculatoria, dat zij vroeger toch ook
+reeds voor een groot deel waren. Onder hen worden de aan het centraal
+observatorium verrichte waarnemingen verdeeld, en deze worden dan daar
+berekend. Ook strekken zij nog tot praktische opleiding van jeugdige
+astronomen, die, juist omdat zij daar met vele moeielijkheden te kampen
+hebben en de waarheid der spreuk leeren kennen: per ardua ad astera,
+tot volhardende en nauwkeurige observatoren worden opgekweekt.
+
+»»Dat de praktische sterrekunde te Oroemiah met vrucht wordt beoefend
+en daardoor onze kennis van de samenstelling der hemellichamen zeer is
+toegenomen, kan u blijken uit gindsche kaart, met hetgeen er onder te
+lezen staat. Het zal echter, denk ik, niet noodig zijn u te waarschuwen
+van er u niet door te laten verleiden.""
+
+Ik volgde zijne vingerwijzing en zag aan den wand een groot
+aanplakbiljet opgehangen, waarop met den eersten blik het
+welbekende maanlandschap Tycho te herkennen was, bestaande uit een
+ringgebergte met daarvan straalsgewijs uitgaande, als zilver blinkende
+strepen. Daaronder las men:
+
+Grootste ontdekking dezer eeuw. Onuitputtelijke tinmijnen op de
+maan. Wie spoedig rijk wil zijn, neme aandeelen in de nieuw opgerichte
+Maan-Tin-Exploitatie-Maatschappij Tycho!
+
+Ik was opgestaan om de kaart van naderbij te bezien en mij te
+overtuigen, dat ik mij bij het lezen van dit onderschrift niet bedrogen
+had. Toen ik mij weder omkeerde, las zeker Baco de bevreemding op
+mijn gelaat, want hij zeide: »»Gij schijnt geen geloof te slaan aan
+die ontdekking. Toch bevat het eerste gedeelte van die aankondiging
+waarheid, misschien zelfs meer waarheid dan er mede bedoeld wordt,
+want die tinmijnen zijn werkelijk onuitputtelijk, om de eenvoudige
+reden dat er nooit uit geput zal worden. Maar tinmijnen zijn er, dit
+is een uitgemaakte zaak. Een nauwkeurig onderzoek met den grooten
+parabolischen reflector, voorzien van een hyperbolisch oculair en
+van een spectraal-analytischen toestel voor teruggekaatste stralen,
+heeft onbetwistbaar bewezen, dat de blinkende strepen, die van Tycho
+uitgaan, metallisch tin zijn. Gij zult u trouwens daarover minder
+verwonderen, wanneer gij u herinnert dat op de maan geen water is en
+dat daar ook een dampkring ontbreekt. Metalen derhalve, die op onze
+aarde gewoonlijk in eenen geoxydeerden of anderen gebonden toestand
+voorkomen en daardoor hun glans verliezen, kunnen dezen op de maan
+behouden, even als hier met zilver, goud en platina het geval is.""
+
+Daar ik mij nu herinnerde dat men werkelijk in de laatste helft der
+negentiende eeuw in de spectraalanalyse een middel gevonden had,
+waardoor men de tegenwoordigheid van metalen en andere elementen in
+verschillende hemellichamen kan ontdekken, zoo begon ik schemerachtig
+de mogelijkheid in te zien van met verbeterde toestellen zelfs de
+scheikundige geaardheid van zoo kleine gedeelten der maansoppervlakte
+als die Tycho-strepen zijn te kunnen erkennen. Doch hetgeen mij geheel
+ongeloofelijk voorkwam, was dat er lieden zouden zijn, lichtgeloovig
+genoeg om de exploitatie van tinmijnen op de maan door ons aardbewoners
+voor uitvoerbaar te houden. Toen ik dit tot Baco zeide, antwoordde
+hij: »Mijn waarde heer! de menschen zijn thans op dit punt al even
+als vroeger. Er zijn ten allen tijde bedrogenen geweest, die de
+slachtoffers hunner hebzucht waren, en bedriegers die op de laatste
+speculeerden. De personen, die zulk eene aandeelen-maatschappij
+oprichten, weten zeer goed, dat eene exploitatie van mijnen op de maan
+tot de onmogelijkheden behoort, maar het komt er bij hen ook slechts
+op aan om anderen aan de mogelijkheid daarvan te doen gelooven en het
+publiek ten hunnen eigenen bate te exploiteeren. Ook in vroegere eeuwen
+werd hetzelfde gedaan. Slechts verzon men toen tin-, koper-, lood- en
+andere mijnen, die nergens op aarde bestonden dan op de kaarten, welke
+dienen moesten om anderen een rad voor de oogen te draaien,--groote
+riddergoederen, die, indien zij al bestonden, later bleken kleine
+vervallene hofsteden te zijn,--of vruchtbare landerijen, die voor
+den ongelukkigen kooper in dorre heiden of moerasgronden verkeerden;
+of men verzon zelfs niets maar wist door eene kunstige combinatie van
+cijfers de menschen te doen gelooven, dat, indien men slechts goed de
+kunst van optellen en vermenigvuldigen verstond, 1 + 1 = 4 en 1 × 1 =
+10 was. Zoo is het altijd gegaan en zal het wel altijd gaan. Denk aan
+het oude: mundus vult decipi! Het komt bij zulke gelegenheden vooral
+op een ruim geweten, een stalen voorhoofd en een zekeren tact aan,
+om van de ligtgeloovigheid der menigte niet al te veel te vergen, maar
+haar door een kunstigen schijn van waarheid te verblinden. In vroegeren
+tijd, eer de wetenschap over zoo verbazende hulpmiddelen beschikken
+kon als thans het geval is, zou de geringste boer dengenen die hem
+voorstelde tin uit de maan te halen voor gek hebben gehouden. Thans
+echter zijn zoovele uitvindingen en ontdekkingen gedaan, die voor het
+ongeleerde publiek aan het wonderbare grenzen, dat het te begrijpen is
+dat sommigen eindigen met te gelooven dat voor de telkens al verder en
+verder voortdringende wetenschap geene slagboomen meer bestaan. Richt
+eene Maatschappij op voor het overbrengen van pakgoederen met den
+elektromagnetischen telegraaf, zend een prospectus de wereld in, dat
+doorspekt is met geleerde termen en een schijnbaar wetenschappelijk
+betoog bevat van de deugdelijkheid van het ontworpen plan; verzuim
+vooral niet van op een aanzienlijke winst het uitzicht te openen,
+en gij zult zien dat gij aandeelhouders krijgt.""
+
+Arme menschheid! dacht ik. Zult gij dan altijd dezelfde blijven, steeds
+de slaaf uwer hartstochten en daardoor de speelbal van hen die er tot
+hun voordeel misbruik van zoeken te maken. Ik werd van die gedachte
+echter afgeleid, toen mijn oog viel op een ander aanplakbiljet,
+aan welks hoofd met groote letters te lezen stond:
+
+
+ ANTI 1 = 2 LEAGUE.
+
+
+Ik vroeg mijnen geachten reisgenoot wat dit beteekende. »»Het is
+eene oproeping tot eene meeting, om een verbond te sluiten tegen de
+eentweeërs."" Natuurlijk begreep ik daar niets van. Met zijne mij reeds
+zoo dikwerf betoonde welwillendheid lichtte Baco echter op mijn verzoek
+de zaak nader toe. Om mij op de hoogte te brengen, moest hij evenwel
+eenen langen omweg maken. Men had dan,--zoo luidde ongeveer zijne
+toelichting,--al reeds sedert lang het algemeene stemrecht ingevoerd,
+niet enkel voor mannen, maar ook voor vrouwen. Aanvankelijk had men
+dit echter alleen gegeven aan de meerderjarigen. Maar toen had men de
+zeer gegronde opmerking gemaakt, dat men dit doende zich aan groote
+inconsequentie schuldig maakte. De census toch was afgeschaft, omdat
+er geene enkele voldoende reden bestond, waarom men het stemrecht
+zoude geven aan iemand, die f 20 belasting betaalt en het onthouden
+aan een ander, die voor f 19,99 is aangeslagen. Wordt de census tot
+f 19,99 verlaagd, waarom dan niet tot f 19,98, enzv. tot 0 toe. Toen
+echter nog de meerderjarigheid als een vereischte behouden was om het
+stemrecht te mogen uitoefenen, zagen velen daarin toch eigenlijk weder
+een soort van census. Hoe,--zeide men,--gij schenkt het recht, om zijne
+stem uit te brengen en daardoor invloed uit te oefenen op de welvaart
+van stad en land, aan suffende grijsaards, alleen omdat zij oud zijn,
+en gij onthoudt het aan krachtige jongelieden, alleen omdat zij nog
+niet den leeftijd bereikt hebben, waarop de wet hen meerderjarig
+verklaart! Gij neemt hunne diensten wel aan, om het vaderland te
+verdedigen tegen buitenlandsche vijanden, en zij zouden geen recht
+hebben om mede te stemmen, waar het hunne eigene belangen geldt! Wat
+heeft een jong man van 23 jaren vooruit boven een van 22 jaren en
+11 maanden? Was Pitt niet reeds minister op 21-jarigen ouderdom? Is
+het geen dwaasheid te beweren, dat ooit bij eene wet een bepaalde
+leeftijd kan worden vastgesteld, waarop iemand voor verstandig genoeg
+verklaard wordt, om hem de uitvoering van een recht toe te vertrouwen,
+dat hem als burger van een vrij land aangeboren is! Zulk eene wet
+berust op louter willekeur, zij past niet meer voor onzen tijd, zij
+is eene logische inconsequentie, zij is in lijnrechten strijd met het
+groote beginsel, dat alle burgers en burgeressen van een land gelijke
+rechten hebben,--zij is nog een laatste overblijfsel uit den tijd van
+die vaderlijkheid, waarmede men reeds voor twee eeuwen den spot begon
+te drijven. Tegen eene zoo klemmende redeneering viel nu wel is waar
+niet veel in te brengen, dat even klemmend was. Zij die het beproefden
+werden voor beginsellooze personen uitgekreten, die altijd hinkten op
+twee gedachten, die het er voor hielden dat een deur tegelijk dicht
+en open kon zijn, enzv. Aanvankelijk werd een soort van compromis
+gesloten; het tijdstip der meerderjarigheid werd vervroegd. Natuurlijk
+was dit echter geheel onvoldoende om de voorstanders van het groote
+beginsel en van logische consequentie te bevredigen. Wederom werd de
+meerderjarigheid vervroegd,--en eindelijk geheel afgeschaft. Alle
+burgers en burgertjes, burgeressen en burgeresjes, hoe jong ook,
+zelfs de kindertjes op moeders schoot, hadden nu het stemrecht
+en konden er desverkiezende van gebruik maken. Dit had nu in de
+praktijk wel eenige moeielijkheden,--maar het beginsel was gered,
+en--leven de beginselen! Nu, zoo meende men, was men eindelijk,
+den kiesladder afdalende, op vasten bodem gekomen. Voortaan zoude
+er ongestoorde rust in den lande heerschen, want immers nu was er
+niemand meer die zich met eenigen schijn van recht beklagen kon,
+dat zijne aangeboren rechten niet erkend werden. Doch ziet!--daar
+ontstond eene beweging onder de vrouwenpartij. Er verhieven zich
+eenige stemmen, aanvankelijk zwak en weifelend,--want zij vreesden
+het wapen van den spot,--maar die allengs luider en luider werden
+en klaagden, dat de vrouwen in hare rechten verkort waren. Zij toch
+onder haar die in eene interessante positie verkeerden, waren geen
+enkelwezens meer, maar dubbelwezens, en,--zoo beweerden zij,--zij
+moesten dus ook eene dubbele stem hebben, eene voor haar zelve en
+eene voor het nog ongeboren burgertje of burgeresje. Ja sommigen
+gingen zelfs zoo ver van te eischen, dat, aangezien er ook wel twee-
+of drielingen geboren worden, men een zeker daaraan beantwoordend
+getal stemmen voor de vrouwenpartij moest beschikbaar stellen. De
+statistiek zoude wel de noodige gegevens daarvoor leveren, om uit
+te maken hoe groot het aandeel was, waarop elke der interessante en
+geïnteresseerde dames recht had. Hoe dwaas nu deze redeneering en de
+daarop steunende eischen ook schijnen mogen, zij had toch bij velen
+ingang gevonden. De zaak was reeds in verscheidene dagblad-artikelen
+en brochures uitvoerig besproken. De geleerden van beide partijen
+hadden er zich mede ingelaten en op physiologische en psychologische
+gronden er zich voor of tegen verklaard. Het was inderdaad een zeer
+ingewikkeld vraagstuk. Het gold uit te maken of 1 = 2 of wel 2 = 1
+is. De heeren mathematici beweerden dat dit op hetzelfde neêrkwam en
+in beide gevallen onzin was, maar de vrouwen dachten er anders over,
+en lachten de mathematici in hun gezicht uit. Zoo werden die beide
+cijfers, al naar de 1 voor de 2 of de 2 voor de 1 kwam, tot twee
+leuzen. Zij die eene dubbele stem eischten voor elke vrouw, welker
+dubbelwezigheid door eene Medicinae universae Doctrix behoorlijk
+geconstateerd was, noemden zich eentweeërs, zij die dien eisch
+bestreden werden tweeëeners genoemd. Hiermede was dus het opschrift
+boven het aanplakbiljet verklaard. Nooit,--voegde Baco er bij,--was
+een strijd met meer warmte, ja vinnigheid gevoerd. En geen wonder,
+want wanneer de vrouwenpartij in deze zaak zegevierde, dan zoude deze
+een bepaald en blijvend overwicht boven de mannenpartij verkrijgen.
+
+»Mannenpartij en vrouwenpartij! Zijn dit dan tegenwoordig de twee
+groote staatkundige partijen in den lande?"
+
+»»Zoo is het,--luidde het antwoord. Het ontstaan dier twee partijen
+was het even natuurlijk als noodzakelijk gevolg van de volkomene
+emancipatie der vrouw en van het aan haar toekennen van alle rechten,
+welke de man in vroegere eeuwen alleen bezat.""
+
+Ik kon niet nalaten van mijne bevreemding daarover te kennen te geven
+en mijne vrees uittedrukken, dat daardoor de verhouding tusschen de
+beiden seksen niet verbeterd zoude zijn.
+
+Op het anders zoo ernstige gelaat van Baco vertoonde zich eene
+spottende uitdrukking, en hij antwoordde alleen: »daarin kondt
+gij wel gelijk hebben". Maar Phantasia, die al dien tijd naar ons
+gesprek geluisterd had, nam nu het woord op en zeide: »»Ik zal u de
+waarheid zeggen. Wat mij betreft, ik ben den tegenwoordigen toestand
+hartelijk moede, en ik weet dat vele mijner zusteren het even als
+ik zijn. Toen onze grootmoeders en overgrootmoeders die fraaie,
+zoogenaamde emancipatie bewerkten en de vrouwen in allen opzichte met
+de mannen gelijk werden gesteld, bedachten zij niet wat daarvan het
+onvermijdelijk gevolg moest wezen. Gelijke rechten leggen gelijke
+plichten, gelijke lusten gelijke lasten op. De vrouw die als recht
+eischte, wat haar tot dusverre door den man ontzegd was, verbeurde
+daardoor haar voorrecht, dat haar vroeger door den man vrijwillig was
+toegekend. In de oude romans, welke voor ons de bronnen zijn, waaruit
+wij de zeden van een vroeger tijdperk leeren kennen, treden de mannen
+op als beschermers der vrouwen; elke man, die eenige aanspraak maakte
+op den naam van gentleman, behandelde eene vrouw steeds met achting en
+voorkomende beleefdheid; in de zamenleving werd haar de beste plaats
+ingeruimd; zij werd tegelijk geëerbiedigd en geliefd, geëerbiedigd
+juist uit hoofd harer zwakheid, geliefd omdat zij zich eenvoudig
+nevens den man stelde als zijne hulpe, maar er niet naar streefde om
+hem te verdringen. Thans is dit geheel anders geworden. Wij hebben
+ons zelve willen beschermen en zijn minder beschermd dan ooit. Wij
+hebben ons niet naast, maar tegenover de mannen geplaatst en zij
+zich tegenover ons. Onze zwakheid, die vroeger onze kracht was,
+wordt door het naijverige mannelijke geslacht in niets meer ontzien,
+en wij gevoelen haar nu eerst recht. Wat vroeger gaarne en vrijwillig
+gegeven werd, moet thans worden afgedwongen. Lompheid heeft de vroegere
+ridderlijkheid vervangen. Beleefdheid is een woord dat nog wel in onze
+woordenboeken staat, maar jegens vrouwen zelden meer wordt in acht
+genomen. Gij hebt er u van kunnen overtuigen, hoe onze tegenwoordige
+heeren haar verstaan, toen wij zoo straks den trap opklommen en zij
+de dames op zijde duwende zich dadelijk van de beste plaatsen meester
+maakten. Dit is een klein staaltje van hetgeen thans overal in de
+maatschappij gebeurt. Tegenover het mannelijk geweld stelt zich de
+vrouwelijke list, en de kans voor beide partijen op de zegepraal staat
+tamelijk gelijk, maar het is een dure zegepraal, die verkregen wordt
+ten koste van huiselijken vrede en geluk, ten koste van die edelere
+hoedanigheden, welke zich alleen behoorlijk ontwikkelen kunnen, wanneer
+elke sekse binnen den haar door de natuur en haar bijzonderen aanleg
+aangewezen kring blijft. Wat wij aan rechtstreekschen staatkundigen
+invloed gewonnen hebben, hebben wij aan macht op het hart des mans en
+daardoor aan middellijken invloed verloren, en het is zeer de vraag
+of het verlies niet grooter geweest is dan de winst. Neen, Stuart
+Mill, die, voor ruim twee eeuwen, aan het in het brein van sommigen
+rondspokende denkbeeld om aan de vrouwen het stemrecht te geven, het
+eerst een lichaam gaf en het met het gezag van zijnen naam steunde,
+moge een groot wijsgeer en staathuishoudkundige geweest zijn, hij was
+een slecht kenner van het menschelijk hart en heeft inzonderheid ons
+vrouwen een jammerlijken dienst bewezen.""
+
+Dat het Phantasia ernst was met die klacht, bleek uit de
+opgewondenheid, waarmede zij sprak. Toch kwam het mij voor, dat zij
+Mill wel wat te hard was gevallen. Hij en zijne aanhangers hadden
+immers slechts voorgesteld aan ongehuwde vrouwen van eenen zekeren
+leeftijd en eigenaressen van een zeker eigendom het stemrecht te
+verleenen. Zij konden het immers niet helpen, dat men later tot
+zulke uitersten was vervallen. Maar toen herinnerde ik mij wederom
+den kiesladder, die, eenmaal betreden, dwingt om al verder en verder,
+al dieper en dieper te dalen, en ik begreep dat ook hier allengs alle
+tegenwerpingen hadden moeten zwichten voor zoogenaamde beginselen en
+logische consequentiën.
+
+
+
+Wij hadden onder dit gesprek Oroemiah met zijn sterrenwacht uit
+het gezicht verloren. Tevens bespeurde ik, dat ook de voorwerpen
+onder ons al kleiner en kleiner werden, terwijl de barometer, die in
+een beugel in het midden van het salon hing, aanmerkelijk daalde,
+waaruit ik afleidde dat wij sterk rezen, waarschijnlijk om eenen
+gunstigeren luchtstroom in de hoogere streken des dampkrings op
+te zoeken. Het gevolg hiervan was echter, dat de oorden, waarover
+wij heen togen, al onduidelijker en onduidelijker werden, zoodat er
+weinig van hetgeen zich aan de oppervlakte bevond, meer afzonderlijk
+herkenbaar was. Na eenigen tijd werd die oppervlakte gelijkmatig
+groenachtig blauw. Ik besloot hieruit, dat wij ons boven de Indische
+zee bevonden. Het werd nu tamelijk vervelend in ons salon. De meeste
+passagiers waren ingedommeld. Daarbij merkte ik op, dat bij allen,
+ook bij mij, de ademhaling versneld was, hetgeen ik aan de ijlere
+lucht toeschreef, waarin wij ons thans ophielden. De dikke heer
+ronkte op eene zeer onaangename, stootende wijze. Zelfs de levendige
+Phantasia, die zich tot hiertoe met eene aardige française over hare
+lievelings-onderwerpen, de schoone kunsten en de poësie, onderhouden
+had, zat te sluimeren. Baco was verdiept in een boek, waarin de vraag
+behandeld werd: in hoeverre het mogelijk zoude zijn de aardbewoners
+door optische telegraphische seinen in gemeenschap te stellen met de
+bewoners der overige hemelbollen. Wat mij betreft, ik recapituleerde
+in mijne gedachte al het vreemde en wonderbare, dat ik in den loop
+dier twee dagen gezien had, en dacht er bij: wanneer reeds twee eeuwen
+zoovele veranderingen hebben teweeg gebracht, wat zullen dan vier,
+tien, honderd eeuwen doen!
+
+Eindelijk waagde ik het Baco in zijne lectuur te storen door de vraag:
+»Waarheen meent gij dat wij ons nu begeven?"
+
+»»Ik denk dat wij niet ver meer van Nieuw-Zeeland zijn,"" ontving
+ik ten antwoord. »»Wij hebben een grooten omweg door de hoogere
+lucht gemaakt, om partij te trekken van den tusschen de keerkringen
+opstijgenden en zich dan noord- en zuidwaarts en vervolgens oostwaarts
+wendenden luchtstroom, maar zijn thans weder aan het dalen. Zie
+slechts hoe de barometer rijst.""
+
+Dit zeggen noopte mij weder eens door een der teleskopen te zien,
+en op eenigen afstand ontwaarde ik twee groote eilanden, die slechts
+door een nauwe straat gescheiden waren.
+
+»»Wij zijn thans bij onze tegenvoeters, vervolgde Baco. Nieuw-Zeeland
+is het Groot-Brittanje van de Zuid-zee.""
+
+»Maar toch nog verre van een zoo rijke, machtige en beschaafde
+bevolking te hebben."
+
+»»Niet zoo ver als gij denkt. Reeds telt Nieuw-Zeeland verscheidene
+groote steden, met al de inrichtingen voor onderwijs, wetenschap en
+kunst, die wij in Europa gewoon zijn daar aan te treffen. Het bezit
+eene aanzienlijke handelsvloot, rijke ertsaderen, steenkolenlagen,
+een uitgestrekten landbouw, eenen grooten veestapel, eene bloeijende
+nijverheid en eene krachtige bevolking van meerendeels engelsche
+afkomst.""
+
+»Wat is er dan van de Maori's geworden?"
+
+»»Die zijn verdwenen, men weet niet waar. Volgens sommige
+Nieuw-Zeelandsche oudheidkenners zouden zij uitgestorven zijn; anderen
+beweren dat de laatsten verhuisd zijn, ofschoon het moeielijk zou
+te zeggen zijn waarheen; nog anderen willen dat een gedeelte der
+landelijke bevolking min of meer rechtstreeks van de oude Maori's
+afstamt. Is dit zoo, dan zijn hunne nakomelingen zeer veranderd;
+want het is nu een zeer vreedzaam volkje. Wanneer gij echter eens
+weder te Londinia komt, vergeet dan niet op het Nationaal Museum de
+ingebalsemde Maori's te gaan zien, een man en eene vrouw, de eerste
+prachtig getatoueerd. Gij zult in die zelfde zaal nog een aantal
+andere ingebalsemde oorspronkelijke bewoners van andere streken
+vinden, Nieuw-Hollanders, Amerikaansche Roodhuiden enz., die allen
+thans spoorloos verdwenen zijn.""
+
+»Geldt dit van alle bewoners van landen, waar zich de Europeanen
+gevestigd hebben?"
+
+»»Neen, alleen van die welke buiten de keerkringen gelegen zijn, want
+de heete keerkringsgewesten zijn op den duur voor het Kaukasische ras
+onbewoonbaar, met uitzondering der koelere bergstreken. De binnenlanden
+van Afrika hebben nog hunne oorspronkelijke negerbevolking,
+Nieuw-Guinea wordt nog bewoond door de Papoes, en ook vele andere
+eilanden der tropische zeeën hebben nog bewoners, welke van de vroeger
+daar levende afstammen, ofschoon hun getal over het algemeen eer af-
+dan toegenomen is.""
+
+»Zijn die volkeren, welke tot de zoogenaamde lagere menschenrassen
+behooren, in beschaving vooruit gegaan?"
+
+»»Niet veel. Vooruitgang is bij hen allen langzaam, zeer
+langzaam. Sommigen zijn zelfs van meening, dat de vooruitgang eigenlijk
+meer schijnbaar dan wezenlijk is en meer bestaat in een bloot aannemen
+van eenige Europeesche zeden en gebruiken, en van deze juist niet
+altijd de beste. Intusschen meen ik voor mij toch grond te hebben
+om te gelooven, dat de beschaving ook onder hen vorderingen maakt,
+maar dat de zich bij hen ontwikkelende in haren aard verschillen zal
+van die van het Kaukasische ras.""
+
+Zoo pratende waren wij het noordelijke eiland van Nieuw-Zeeland zoo
+nabij gekomen, dat ik de bergtoppen en zelfs de dichtst bewoonde
+plekken reeds door het teleskoop onderscheiden kon.
+
+Ons reisgezelschap was weder wakker geworden, en Phantasia vroeg
+mij, of ik met hen in hetzelfde logement te Melbourne mijn intrek
+nemen wilde.
+
+»»Wij logeeren in het Hotel van Oud-Engeland, vervolgde zij, en zullen
+vooraf ons diner bestellen.""
+
+Ik antwoordde, zoo als van zelf sprak, dat ik mij niet van een zoo
+aangenaam gezelschap scheiden wilde.
+
+De hofmeester werd geroepen en ontving bevel, om, zoodra wij boven
+kaap Maria van Diemen waren gekomen, de noodige seinen te doen,
+die dan door den telegraaf naar Melbourne zouden worden overgebracht.
+
+Weldra dreven wij boven Nieuw-Zeeland, en ik overtuigde mij, dat Baco
+er niet te veel van had gezegd. Weinige landen ter wereld zijn zoo
+door de natuur begunstigd. In de groote baaien en inhammen zagen wij
+talrijke schepen liggen, van welker masten de vlaggen van allerlei
+natiën, ook onze driekleur, wapperden. Steden en dorpen waren over
+de oppervlakte verbreid, en alles openbaarde eene groote mate van
+welvaart der bevolking.
+
+Onder de vlaggen der schepen was er eene veel talrijker dan de
+overige. Zij vertoonde twaalf zonnen op een blauw veld. Die vlag niet
+kennende, vroeg ik: aan welken staat zij behoorde?
+
+»»Dat is de vlag der twaalf Vereenigde Staten van Nieuw-Holland,
+die te samen eene gefedereerde republiek vormen.""
+
+»Eene republiek! Ik meende dat Nieuw-Holland aan de Britsche kroon
+behoorde."
+
+»Zoo was het eertijds,--hernam Baco. Nu echter zoude dat niet meer
+gaan. Het kind is grooter dan de moeder geworden. De Nieuw-Hollanders
+besturen sedert lang hunne eigene zaken. Zij zijn, zoo als gij
+weet geheel van oorspronkelijk Europeesche afkomst. Dat is het
+groote verschil tusschen Nieuw-Holland en het vroeger aan uwen staat
+behoord hebbende Java en naburige eilanden. Ook zijn wij in de beste
+vriendschap gescheiden, en de eenige band, die ons nog verbindt, is
+het wederzijdsche handelsbelang. Het groote Zuidland is een machtig
+rijk geworden, en wanneer immer, hetgeen echter niet waarschijnlijk
+is, de beschaving uit ons oud Europa verdwijnen mocht, dan zoude zij
+hier nog haren zetel vinden. Gij zult er u van kunnen overtuigen,
+wanneer wij daar zijn aangeland.""
+
+Wij vorderden snel. Reeds verdween Nieuw-Zeeland aan den gezichteinder,
+en aan den tegenovergestelden doemde uit de zee land op, dat zich
+weldra langs den geheelen horizon uitbreidde. Het was Nieuw-Holland,
+het groote Zuidland, het doel onzer reis!
+
+Elk der reizigers begon zich gereed te maken en zijne bagaadje bijeen
+te zoeken.
+
+Daar hadden wij de lange kustlijn onder ons. Wij daalden langzaam,
+in eene zeer schuinsche richting. De voorwerpen aan de oppervlakte der
+aarde werden al duidelijker en duidelijker, al grooter en grooter. Wij
+naderden eene aanzienlijke stad. Het was Melbourne. Spoedig waren wij
+er boven en konden de straten, pleinen, huizen, en zelfs de menschen
+onderscheiden. Nog eenige oogenblikken, en wij vernamen een geweldig
+geraas op het dek boven ons als van het nedervallen van zeilen en
+touwen. Daarop hoorden wij schreeuwende stemmen onder ons en zagen
+dat touwen uit ons vaartuig naar beneden werden geworpen. Toen volgde
+een schok, en.... ik ontwaakte in mijn leuningstoel.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENING
+
+
+[1] Deze uitdrukkingen worden gevonden in den beroemden brief van
+Baco: De mirabili potestate artis et naturae, etc., die het eerst
+in het boek van Claudius Celestinus, De his quae mundo mirabiliter
+eveniunt, Lutetiae Parisiorum 1542, gedrukt is. Dat Baco echter in
+zijne wijsgerige droomen zich ook wel eens verleiden liet de grens
+der mogelijkheid te overschrijden, blijkt uit de aldaar tevens door
+hem gegeven beschrijving van een vliegwerktuig.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Anno 2070, by Dr. Dioscorides
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 43213 ***