summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:11:37 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:11:37 -0700
commit76c6df5839d97525f0f001f7be3361ea4e7b67ca (patch)
tree52322ebba9f4508479ed72f14cbf2f5ae5c13a3a
initial commit of ebook 38980HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38980-0.txt4124
-rw-r--r--38980-0.zipbin0 -> 90022 bytes
-rw-r--r--38980-h.zipbin0 -> 3386715 bytes
-rw-r--r--38980-h/38980-h.htm4400
-rw-r--r--38980-h/images/cover-th.jpgbin0 -> 12975 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/cover.jpgbin0 -> 138334 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_001.pngbin0 -> 1285 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_008.pngbin0 -> 1332 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_015.pngbin0 -> 1374 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_022.pngbin0 -> 1482 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_032a-th.jpgbin0 -> 27980 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_032a.jpgbin0 -> 223671 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_037.pngbin0 -> 1379 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_044.pngbin0 -> 1267 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_048a-th.jpgbin0 -> 25825 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_048a.jpgbin0 -> 205611 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_052.pngbin0 -> 1413 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_061.pngbin0 -> 1373 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_073.pngbin0 -> 1398 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_076a-th.jpgbin0 -> 26849 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_076a.jpgbin0 -> 224209 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_082.pngbin0 -> 1334 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_089.pngbin0 -> 1366 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_090a-th.jpgbin0 -> 20756 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_090a.jpgbin0 -> 176106 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_096.pngbin0 -> 1378 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_098a-th.jpgbin0 -> 26040 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_098a.jpgbin0 -> 202652 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_102.pngbin0 -> 1424 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_114.pngbin0 -> 1343 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_120a-th.jpgbin0 -> 29215 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_120a.jpgbin0 -> 265174 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_122.pngbin0 -> 1371 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_124a-th.jpgbin0 -> 27644 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_124a.jpgbin0 -> 210993 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_130a-th.jpgbin0 -> 27076 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_130a.jpgbin0 -> 206637 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_134.pngbin0 -> 1398 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_140a-th.jpgbin0 -> 27060 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_140a.jpgbin0 -> 207374 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_145.pngbin0 -> 1296 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_156.pngbin0 -> 1418 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_156a-th.jpgbin0 -> 31155 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_156a.jpgbin0 -> 242187 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_165.pngbin0 -> 1271 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_168a-th.jpgbin0 -> 27467 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_168a.jpgbin0 -> 203583 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_172a-th.pngbin0 -> 31192 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_172a.pngbin0 -> 172821 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_175.pngbin0 -> 122 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_deco.pngbin0 -> 319 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_fp-th.jpgbin0 -> 29497 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_fp.jpgbin0 -> 224121 bytes
-rw-r--r--38980-h/images/ill_vogel.pngbin0 -> 347 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
57 files changed, 8540 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38980-0.txt b/38980-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..3372dbe
--- /dev/null
+++ b/38980-0.txt
@@ -0,0 +1,4124 @@
+The Project Gutenberg EBook of Reisindrukken in het Oosten, by Louis Heldring
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reisindrukken in het Oosten
+
+Author: Louis Heldring
+
+Illustrator: R. Julius Hartmann
+
+Release Date: February 25, 2012 [EBook #38980]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISINDRUKKEN IN HET OOSTEN ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. De voetnoot is |
+ | verplaatst naar het eind van de alinea met de verwijzing. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. Tekst in klein kapitaal is omgezet naar |
+ | hoofdletters. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder |
+ | extra tussen-e, met/zonder accent, met/zonder koppelteken). |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org/ |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+Reisindrukken in het Oosten.
+
+
+
+
+Stoomdruk.—Drukkerij Doorgangshuis.—Hoenderloo.
+
+[Illustratie: VIA DOLOROSA.]
+
+
+
+
+ Reisindrukken * * *
+ * * * in het Oosten
+
+ DOOR
+
+ Dr. L. HELDRING.
+
+
+ _Ten voordeele van het Doorgangshuis te Hoenderloo._
+
+ Geïllustreerd.
+
+ [decoratieve illustratie]
+
+
+ ROTTERDAM
+ J. M. BREDÉE.
+
+
+
+
+Voorwoord.
+
+
+_Deze reisindrukken, meerendeels onderweg door mij opgesteld, verschenen
+eerst als _Brieven uit het Oosten_ in het _Nederlandsch Dagblad_ en
+dragen daardoor nog het karakter van afzonderlijke eenigszins op zich
+zelf staande gedeelten onzer reis. Toen zij daarna als Feuilleton in den
+Rotterdamschen Kerkbode waren opgenomen, werd door sommigen de wensch
+geuit, dat ik ze gezamelijk zou uitgeven. Te dien einde werden zij door
+mij hier en daar aangevuld en zooveel mogelijk tot een geheel gevormd om
+bij mijn vertrek uit Rotterdam voor mijne catechisanten te kunnen dienen
+als gedachtenis aan mijn zevenjarig verblijf in de Gemeente._
+
+_Als zoodanig verschijnt dan dit boekje thans in het licht zonder eenige
+verdere pretensie. Het wil iets terug geven van hetgeen wij in het
+Oosten gezien hebben en in 't bijzonder datgene, wat in hooge mate mijne
+aandacht trof, maar biedt geen volledig beeld van het geheel._
+
+_De plaatjes, die dit werkje bevat, zijn ontleend aan een album van
+24 chromolithographieën over Palestina die èn door gelijkenis èn door
+uitvoering boven alle andere, die ik zag, uitmunten. Zij werden onlangs
+in het licht gegeven door het _Rauhe Haus_ te _Hamburg_, wier Directeur,
+mijn vriend _Dr. J. WICHERN_ met toestemming van den teekenaar _R. J.
+HARTMAN_ en den uitgever _J. BENZINGER_ den herdruk van dit twaalftal
+aquarellen, die dit boekje sieren, met de meeste welwillendheid heeft
+bevorderd, mede ook omdat de uitgaaf hiervan moest strekken ten
+voordeele van eene zusterinstelling, het _Doorgangshuis_ te _Hoenderloo_,
+dat evenals het _Rauhe Haus_ de opvoeding van verwaarloosde knapen beoogt.
+Moge deze proeve van illustratie menigeen uitlokken dat schoone album in
+zijn geheel aan te schaffen._
+
+_Met een gevoel van dankbaarheid aan den Heer, die ons het voorrecht
+schonk deze reis te maken en ons op al onze wegen bewaarde, heb ik aan
+de samenstelling van dit boekje gewerkt. Daarbij mag ik niet verzuimen
+een woord van bijzonderen dank te betuigen aan mijne beide ambtsbroeders
+_J. KRAYENBELT_ uit _Rotterdam_ en _H. C. VAN LINDONK_ uit _Oosterbeek_.
+Heeft de eerste, door zijn herhaald bezoek aan Palestina volkomen van
+alles op de hoogte, ons allen vaak door zijn meerdere kennis voorgelicht
+en daardoor op velerlei onze aandacht gevestigd, dat anders daaraan
+wellicht zou zijn ontgaan; persoonlijk heeft hij en vooral de andere
+ambtsbroeder mij verplicht, met wien ik steeds alle lief en leed of
+beter gezegd, met wien ik het eerste en die met mij het laatste zoo
+vriendelijk deelde, toen ik onder minder gunstige omstandigheden de
+terugreis van Caïro naar huis moest aanvaarden._
+
+_Moge het hun en de overige reisgenooten bij de lezing gaan als mij bij
+de samenstelling van dit boekje. Vaak toch was het mij alsof de oude
+indrukken opgefrischt en de heerlijke herinneringen weer verlevendigd
+werden aan zooveel schoone, maar ook enkele droeve dagen._
+
+_Ben ik er in geslaagd aan anderen, die Palestina niet door eigene
+aanschouwing kennen, eene juiste voorstelling, kon het zijn een
+eenigszins sprekend beeld gegeven te hebben van het land, waar eenmaal
+de Heiland der wereld leefde, dan zal ik mijne moeite ruimschoots
+beloond achten._
+
+_Moge dit boekje, welks uiterlijke vorm den uitgever tot eer strekt,
+hem voldoening geven, der stichting van Hoenderloo, wier drukkerij
+het aanbiedt als proeve van bewerking ter aanbeveling strekken en het
+Koninkrijk Gods, hetwelk deze inrichting in het werk der dienende liefde
+tracht te bevorderen ten goede komen._
+
+ H.
+
+
+
+
+CORINTHE.
+
+ Non cuivis contingit Corinthum adire.
+
+
+Het bovenstaande spreekwoord, hetwelk in het Hollandsch beteekent,
+dat men het van oudsher een groot voorrecht achtte Corinthe te mogen
+bezoeken, kwam mij gedurig voor den geest, toen wij op onze reis naar
+het Oosten de klassieke plaatsen der oudheid naderden, waarvan Corinthe
+voor ons, wel niet in rang maar in volgorde de eerste was en waarvan wij
+met groote belangstelling kennis namen.
+
+Het reizen toch is tegenwoordig niet meer zooveel bijzonders als in de
+dagen, toen dat spreekwoord nog algemeen was. Wat beteekent het thans
+nog met een trein, die u in een dag van de Noordzee naar Adriatische zee
+verplaatst en een volgenden dag gansch Italië doorbrengt tot Brindisi!
+Hier stapt men dan op een prachtige salonboot, die helaas al te snel,
+het donkerblauwe water der Adriatische zee doorklieft. Gelukkig wordt
+gedurende enkele uren het anker geworpen voor de haven van Corfoe,
+zoodat men gelegenheid heeft een rijtoer te maken over een klein
+gedeelte van het eiland, de geliefkoosde plek der voormalige Keizerin
+van Oostenrijk, wier lustoord, te midden van het altijd groen geboomte,
+het uitzicht heeft op de prachtige blauwe zee. Nog eenige uren stoomens
+en het anker valt in de Grieksche haven van Padras, waar men den
+klassieken bodem betreedt van den Peloponnesus. Hier staat een
+trein gereed, die u in eenige uren langs de schoone golf, die dit
+schier-eiland ten Noorden begrenst, naar Corinthe brengt.
+
+Zoo iets gansch ongewoons is 't dus in onzen tijd waarlijk niet om naar
+Corinthe te gaan. Het oude spreekwoord doelde dan ook minder op de reis
+daarheen, dan op het verblijf zelf; doch dit is thans zoo eenvoudig, om
+niet te zeggen primitief, dat er wel eenige tegenstrijdigheid in schijnt
+om met zulk een deftig spreekwoord te beginnen.
+
+Toch was er, althans voor mij, reden voor om het een groot voorrecht
+te achten iets van het oude Corinthe te mogen zien. Iets, zeg ik, want
+het is maar zeer weinig wat nog herinnert aan de voormalige grootheid
+dezer oude wereldstad. Doch wij bezochten haar dan ook niet allereerst
+als een monument der klassieke oudheid, maar in gedachte aan de
+Christengemeente, welke de groote heidenapostel daar stichtte; waar
+hij zelf zoo lang vertoefde bij AQUILA en PRISCILLA, evenals hij
+tentenmakers van beroep, bij welke hij te Kenchreën woonde, de
+Oostelijke haven der stad. Deze bijzonderheden wekten vooral onze
+belangstelling; en, al is datgene, wat men ziet, ook nog zoo weinig,
+toch hoop ik dat dit weinige, zoowel in dit als in de volgende
+opstellen, waarin onze reisindrukken in het Oosten worden beschreven,
+de belangstelling van den lezer verdienen en het spreekwoord zal
+bevestigen, dat het inderdaad een voorrecht is naar Corinthe te mogen
+gaan en straks naar die plaatsen, waar de Heer zelf heeft geleefd, waar
+Hij zijn lessen gaf en wonderen deed.
+
+De juiste plaats der oude stad, weleer het middelpunt der hoogste weelde
+en grofste zinnelijkheid, die gemeenlijk hand aan hand gaan, is slechts
+bij benadering te bepalen, daar de plaats waar Corinthe gelegen moet
+hebben, thans een onafzienbaar akkerveld is geworden. Toch is het niet
+moeilijk zich voor te stellen, waar het eenmaal lag. Denk u een strook
+lands, die zacht glooiend oploopt van het strand tot aan een steil,
+koepelvormig gebergte ter hoogte van 575 meter, op een uur afstand
+van de zee. Daar tusschen in lag het oude Corinthe. De voorstad
+Kenchreën, waar PAULUS woonde, lag aan de andere zijde der landengte
+van den Istmus, door een muur met Corinthe verbonden, waarvan nog de
+overblijfsels te zien zijn. De eigenlijke stad strekte zich uit van den
+voet van het gebergte tot aan de Corinthische golf. Op het gebergte zelf
+ziet men nog duidelijk de overblijfsels van de oude vestingwerken van
+den burcht Akrocorinthe, die een geheel vormde met de stad. Aan den voet
+van den burcht verheffen zich 7 rijzige Corinthische zuilen van een
+ouden Griekschen tempel; daarnaast heeft men onlangs, enkele meters
+onder de aarde, de muren en gangen van eenige woonhuizen blootgelegd.
+
+Ziedaar alles wat nog van het oude Corinthe te zien is. Weinig
+inderdaad, maar toch voldoende om zich een denkbeeld te vormen van de
+schoone ligging der stad, wier grondslag blijkbaar geheel terrasvormig
+opliep van de zee tot aan den burcht.
+
+Men kan zich dus denken welk een schoonen aanblik de stad moet
+opgeleverd hebben voor hen, die haar naderden van de zee, van Westelijke
+zijde. Op den voorgrond de haven, met haar talrijke schepen; daarachter
+de stad met hare helderwitte huizen en slanke tempels met sierlijke
+Corinthische zuilen; en eindelijk hoog daarboven de burcht met den
+tempel van Aphrodite.
+
+En welk schouwspel men genoot, wanneer men van den burcht de stad
+overzag, die daar lag in de vlakte aan de schoone donkerblauwe zee
+met het hoog gebergte daarachter en den beroemden Parnassus in het
+verschiet, daarvan hebben wij iets genoten, toen wij in den namiddag de
+hoogte Akrocorinthe bestegen en daar zaten op de ruïnen van den ouden
+tempel, terwijl de zon achter de bergen van den Peloponnesus onderging.
+Het was een onvergetelijk schouwspel; de bergen getint met paarsen
+gloed en de zee nog blauwer dan blauw. En terwijl ons oog zich niet
+kon verzadigen aan dit schoone tafereel in het Westen, keerden wij ons
+onwillekeurig naar het Oosten om een blik te slaan op de Aegeïsche zee
+aan de andere zijde van de landengte, met het gebergte van Attica,
+waarboven de maan in haar volle pracht opging, wier zilverwit licht
+weerkaatste in de spiegelgladde zee en de bergen van Attica daarachter
+bescheen. Het waren onvergetelijke oogenblikken, die wij doorbrachten,
+oogenblikken, waarin zich allerlei indrukken van ons meester maakten en
+die de grootste verwachtingen wekten van een land, dat ons reeds den
+eersten dag zooveel gaf te genieten van de heerlijke schepping van dien
+God, Die ook aan de bewoners van Corinthe onbekend was, totdat de
+apostel PAULUS Hem predikte.
+
+Hoe anders zoude dat Corinthe er nu misschien uitzien, wanneer het die
+prediking had aangenomen en bewaard. Mogelijk zou dan zulk een oordeel
+Gods niet over haar zijn gekomen, zoodat men nu hare plaats nauwelijks
+meer kent.
+
+Het was alsof dat schouwspel van die zon, die onderging, en van die
+maan, die opging, in weinige oogenblikken de geschiedenis van eeuwen
+in onze herinnering terugriep. Het was het beeld van het Evangelie, dat
+week voor den Islam; het was alsof dat tafereel tot ons sprak van de Zon
+der Gerechtigheid, die voor een wijle scheen, totdat de halve maan haar
+verving.
+
+De avond was inmiddels gevallen. Wij daalden den berg af en zagen
+de avondster in een glans, schooner dan wij haar ooit in ons land
+aanschouwden. Een weinig verder ontmoetten wij een herder met zijne
+kudde, die gedurende den nacht de schapen ging weiden op de velden. Die
+ster in het Westen en die schapen op het veld voerden onze gedachten
+onwillekeurig terug naar Bethlehems velden en deden ons denken aan Hem,
+Die in nederigheid geboren, alle macht bezit in hemel en op aarde, bij
+Wien geen ding onmogelijk is. Zal Hij, zoo dachten wij onwillekeurig,
+ook hier nog eenmaal wederom het reine Evangelie van het heil der wereld
+brengen, dat thans verborgen ligt onder het deksel der Grieksche Kerk!
+
+Wie zal het zeggen? Bij Hem zijn alle dingen mogelijk. Hij maakt het
+avondgesternte tot de morgenster. Moge dit ook in geestelijk opzicht van
+Corinthe gelden en hier nog eenmaal de nacht der nevelen wijken voor den
+dag des heils.
+
+
+
+
+ATHENE.
+
+
+De spoortrein, die van Corinthe naar Athene leidt en dien weg in vier
+uren tijds aflegt, vertrekt maar tweemaal daags, de eerste om half twee
+in den namiddag, wel een bewijs, dat er op het gebied van handel en
+verkeer in Griekenland zeer weinig bedrijvigheid is. Hetzelfde merkt men
+op, wanneer men het kanaal passeert, dat de landengte van den Isthmus
+doorsnijdt en de golf van Corinthe met die van Aeginus verbindt en
+waarvan zoo weinig gebruik wordt gemaakt, dat wij gedurende twee volle
+dagen op geen der beide wateren een enkel schip zagen. Het reusachtige
+werk der doorgraving van het kanaal, dat 6 K.m. lang is en op sommige
+plaatsen een hoogte van 70–80 meter doorsnijdt, beantwoordt dus niet
+aan zijn doel, deels omdat de breedte van 23 of de diepte van 8 meter
+onvoldoende is voor groote schepen, deels omdat er noch aan de golf van
+Corinthe noch aan die van Aeginus een havenplaats van eenige beteekenis
+ligt.
+
+De trein volgt de kust der Aeginische zee eerst door de vlakte, daarna
+langs de hoogte en biedt daardoor een verrukkelijk schoon uitzicht over
+de zee en op het eiland Salamis. Verder volgt Megara, een echt Oostersch
+stadje, waarvan de huizen als zwaluwnesten tegen de helling van den berg
+zijn gelegen en het vanwege zijne mysteriën weleer beroemde Eleusis,
+waar men echter slechts de fondamenten ziet van een voormaligen tempel.
+
+Overigens bood de weg, althans in het najaar, weinig schoons. Sedert
+een half jaar had het niet geregend en daardoor was alles even dor en
+droog. Het vale groen der olijfboomen, die sprekend gelijken op onze
+knotwilligen, was grijs van het stof. Die Griekenland bezoekt enkel om
+natuurschoon ziet zich deerlijk teleurgesteld en doet beter een ander
+land te kiezen. Gelukkig werd ons echter veel vergoed door het prachtige
+weder, dat in den herfst bijzonder standvastig is.
+
+Eindelijk bereikt de trein Athene, de stad, die reeds voor zoovele
+eeuwen het middelpunt was van beschaving, en kunst en wijsbegeerte,
+letterkunde en van den godsdienst, zoo zelfs dat PAULUS in zijn tijd den
+bewoners den roem gaf van alleszins godsdienstig te zijn. Inderdaad, men
+kan Athene niet zien zonder de waarheid van dat woord van den Apostel te
+beamen en te denken aan hetgeen hij sprak op den Areopagus, toen hij
+zeide: „Ik zie, dat gij in allen deele zeer godsdienstig zijt” (Hand.
+XVII: 22).
+
+Natuurlijk denk ik daarbij niet aan het tegenwoordige Athene, al
+telt het ook, naar men ons verzekerde, meer dan honderd bedehuizen
+op eene bevolking van ruim 100.000 inwoners; maar wij denken aan het
+godsdienstig geloof der oude Atheners, dat weleer PAULUS trof en dat
+nu nog tot ons spreekt uit allerlei overblijfselen van altaren en
+heiligdommen, die men vindt in de museums en aanwijst in de oude stad.
+
+Van dit alles vormt de burcht Akropolis, die zich meer dan 100 meter
+boven de stad verheft, het middelpunt.
+
+Daarheen richt dan ook elke vreemdeling, die Athene bezoekt, het eerst
+zijne schreden. Voor ons was er nog een bijzondere reden om het op den
+dag onzer aankomst te doen. Het was dien avond toch juist volle maan.
+Gedurende 5 dagen verleent de Regeering dan vergunning om den Akropolis
+met zijne gebouwen bij maanlicht te zien. De chef van het Hôtel d'
+Angleterre was zoo voorkomend geweest voor ons, die zijne landslieden
+waren, zulk eene toestemming te vragen en ik ben er dankbaar voor, dat
+ik daardoor die oude heiligdommen eerst bij maan- en later bij daglicht
+heb mogen aanschouwen. De bekoring daarvan ligt echter niet zoozeer in
+het zachte licht der maan, dat voor het oog minder hinderlijk is dan het
+schelle zonlicht, dat het oog bij dag schier verblindt; maar bovenal
+hierin, dat die oude gebouwen en heiligdommen, die bij dag ruïnes zijn,
+bij maanlicht nog geheel den indruk maken van ongeschonden te zijn
+gebleven. Terwijl men bij dag overal de schendende hand ziet van den
+mensch, die ook hier zooveel heeft verwoest, en de aandacht dikwerf
+wordt afgeleid door de schoone en fijn afgewerkte onderdeelen, die
+waarlijk geen mindere bewondering verdienen dan het geheel, is het bij
+avond, alsof niet zoozeer die deelen, maar het geheel veel meer spreekt.
+En juist dit geheel is zoo indrukwekkend grootsch en verheven. Langs
+majestueuze zuilen in Dorischen stijl bestijgt men de trappen van de
+voorgangen of Propyleën, die den toegang verleenen tot den Akropolis.
+Daar verheft zich ter rechterzijde het Parthenon en ter linkerzijde het
+Erechteion, beide scheppingen van den beroemden beeldhouwer PHIDIAS
+uit den tijd van den prachtlievenden PERICLES, die omstreeks 450 v.
+C. leefde en die gewijd zijn aan Athena, de godin der Wijsheid, de
+beschermgodin van Athene. Wij gaan tusschen beide door, totdat wij ze
+op eenigen afstand achter ons hebben en keeren ons dan om, ten einde de
+voorgevels, die juist naar ons toegekeerd zijn, in het heldere licht der
+maan te bezien, waarin het grauwe marmer als zuiver wit weerkaatst. De
+zijgevels van het Parthenon, die toen de Turken er een kruitmagazijn
+van gemaakt hadden, dat bij een belegering in de lucht sprong, geheel
+verwoest zijn geworden, mist men bij avond niet zoo als bij dag. Dit
+juist verhoogt den indruk van het machtige heiligdom, dat uitdrukken
+moest, wat de Atheners weleer gevoelden voor hunne goden.
+
+En wanneer men dan van dien hoogen Akropolis neerziet naar beneden en
+het oog ontdekt ter eener zijde de rijzige kolommen van den voormaligen
+tempel van Zeus, en ter andere zijde den prachtigen en bijna ongerepten
+tempel van Theseus en men denkt daarbij nog aan zoovele andere grootere
+en kleinere heiligdommen en altaren aan allerlei goden gewijd, dan
+beseft men, waarom de Apostel aan de toenmalige bewoners den roem gaf
+van alleszins godsdienstig te zijn.
+
+En toch, die God, dien zij onwetende dienden door een altaar aan den
+onbekenden God gewijd, was en bleef voor hen de groote onbekende,
+in spijt van de prediking van PAULUS. Zijn woord van den Areopagus
+gesproken, eene breede rotshoogte tusschen den Akropolis en den tempel
+van Theseus gelegen, vond geen ingang, omdat men de goden van eigen
+vinding, tot welke men zichzelf zocht op te heffen door allerlei
+wijsgeerige beschouwingen en redeneeringen, hooger stelde dan den God
+der openbaring, Die tot ons gesproken heeft door Zijnen Zoon. Wanneer
+men daar staat te midden van al dien reuzenarbeid van menschenhanden,
+dan gevoelt men, dat al slaagt de mensch er in een schoon geheel samen
+te stellen, dat de bewondering wekt van voor- en nageslacht, het toch
+een streven blijft naar een ideaal, dat onbereikbaar is. Het is in
+weerwil van al het overweldigend schoone, toch het Parthenon bij avond,
+zonder het heldere licht der zon, waarbij men ziet wat er ontbreekt en
+men ontwaart, dat ondanks al het indrukwekkende en verhevene, het toch
+eene ruïne blijft.
+
+Maar dit neemt niet weg, dat ook zulk eene ruïne getuigt van de
+diepgevoelde behoefte van des menschen ziel, die zoekt naar de hoogste
+waarheid en haar eert als de hoogste wijsheid. Daaraan herinneren ons de
+ruïnen van Athene's heiligdommen en tempels, die er nog bij menigte zijn
+gebleven; terwijl er van den zinnelijken en wellustigen Venusdienst in
+Corinthe nauwelijks een enkele is blijven staan.
+
+Laat ons Christenen, die zoo bevoorrecht zijn boven de oude heidenen en
+die, dank zij de komst van Hem, Die voor ons tot Wijsheid is geworden
+van God, en Die ons den éénen waren God deed kennen, nooit vergeten,
+wat die heidenen over hadden voor hun goden, die zij niet kenden.
+Inderdaad, hun toewijding is in menig opzicht diep beschamend voor ons.
+Moge eenmaal in den dag des oordeels dat volk van Athene niet tegen
+ons getuigen, gelijk de Heer dat voorspelde van de Ninivieten, die hij
+stelde tegenover een Chorazin en Bethsaïda, waarin Hij zooveel krachten
+had gedaan om Zijne goddelijke zending te openbaren. Moge Hij voor ons
+steeds de hoogste Wijsheid in leven en sterven, voor tijd en eeuwigheid
+zijn.
+
+
+
+
+ALEXANDRIË.
+
+
+Een zeereis heeft ontzaglijk veel bekoorlijks, wanneer de zee kalm en de
+boot goed is en te dezen opzichte troffen wij het bijzonder gelukkig bij
+onzen overtocht van de Middellandsche zee, van Piraeus, de havenstad van
+Athene, naar Alexandrië. De overtocht duurde twee volle dagen, maar bood
+ons veel afwisseling, vooral tengevolge van het groot aantal passagiers
+tusschendeks, meerendeels Russische pelgrims, die jaarlijks bij menigte
+van Odessa naar Palestina reizen en, naar men ons vertelde, voor die
+reis slechts enkele roebels betaalden. Op onze boot waren er eenige
+honderden. Gelukkig was het weer goed en de zee kalm, zoodat onze
+pelgrims zonder bezwaar den nacht konden doorbrengen onder den blooten
+hemel; terwijl zij over dag zich op het dek bevonden, waar men ze hun
+potje zag koken en maaltijden nemen.
+
+Het was reeds tegen den avond, toen het stoomschip het anker lichtte
+in de haven van Piraeus. Zacht en schier onmerkbaar gleed het over de
+spiegelgladde vlakte van het kristalheldere water, terwijl de laatste
+stralen der ondergaande zon Athene met den Akropolis, den Lykabettos,
+Hymethos, Penelicon en de andere gebergte rondom de stad verlichtten.
+Nog even konden wij een blik werpen op het spits oploopend gebergte van
+het schoone eiland Aegina, dat donkerzwart afstak tegen den helderen
+hemel, toen de duisternis inviel van den nacht, gedurende welken de boot
+ons bracht in de haven van Suda op het eiland Kreta.
+
+Het was voor ons inderdaad eene verrassing, toen wij hoorden dat de boot
+dit eiland zou aandoen, dat gedurende de laatste jaren een twistappel
+was tusschen Griekenland en Turkije en sedert ons bezoek door de groote
+Mogendheden aan Griekenland werd toegewezen. Ze lagen daar dan toch niet
+gansch te vergeefs, die groote, machtige oorlogbodems, 15 in getal,
+die, toen wij er waren, alleen dienden om de macht dier Mogendheden te
+vertoonen, die zij vertegenwoordigden. Het was nog voor zonsopgang, toen
+de boot haar anker liet vallen in de haven van Suda midden tusschen die
+oorlogschepen, die, toen zij achtereenvolgens hun vroolijk volkslied
+deden hooren, ons onwillekeurig deden denken aan het Europeesch
+concert. In onzen wensch om van den tijd, dien wij daar stillagen te
+mogen gebruik maken om voet aan wal te zetten en het eiland Creta te
+betreden, werden wij teleurgesteld. Niemand werd van of aan boord
+gelaten en wij moesten ons dus tevreden stellen met een blik op het
+eiland, dat wij gedurende den ganschen dag in zijn volle lengte
+voorbij stoomden. De aanblik, dien het uit de verte oplevert, is niet
+bekoorlijk. Het maakt den indruk van een onbewoond eiland. Ook hier
+evenals elders in het Oosten hooge bergen, maar kaal en doodsch zonder
+het frisch en groen geboomte, dat voor ons zooveel bekoorlijks heeft. Of
+en in hoeverre de aloude beschuldiging, welke de Apostel PAULUS in zijn
+tijd reeds tegen de Cretensers inbracht, (Tit. II: 12) dat zij „luie
+buiken” zijn, daarvan de oorzaak is, laat ik in het midden; zeker is
+het, en wij zullen later nog wel eens de gelegenheid hebben dit nader
+aan te toonen, dat onder het ellendige Turksche bestuur geen enkel land
+kan gedijen; of dit onder het Grieksche veel beter zal wezen....? Hoe
+het zij, de verkregen oplossing is althans eene overwinning van het
+Christendom op den Islam en hierin liggen de gegevens voor eene betere
+toekomst voor de bewoners van Creta, waarover wij Christenen ons van
+harte mogen verblijden.
+
+Het was reeds avond geworden toen wij de kust van Afrika naderden en de
+haven van Alexandrië binnenstoomden, hetgeen wij echter niet behoefden
+te betreuren, daar wij haar bij ons vertrek bij dag verlieten en nu
+konden genieten van den tooverachtigen aanblik, dien de duizenden
+lichtjes opleverden, die van schepen en kaden flikkerden in het donker
+van den nacht. Weldra hadden wij ons Hotel bereikt, in welks tuin wij
+voor het eerst in ons leven de rijzige palmboomen onder den blauwen
+hemel zagen staan, die ons verzekerden, dat wij waarlijk in het Oosten
+waren. Het is toch soms als een droom, wanneer men met een snelvarend
+voertuig binnen korten tijd verplaatst wordt van het eene werelddeel in
+het andere, waar alles zoozeer verschilt van hetgeen wij thuis gewoon
+zijn te zien.
+
+Dat ondervonden wij den volgenden morgen, toen wij de merkwaardigheden
+der stad bezichtigden en kennis maakten met het bont gewemel eener
+Oostersche stad, die in het ochtenduur nog in een dikken mist gehuld
+lag, maar nadat deze was opgetrokken prijkte in den vollen gloed eener
+Oostersche zon, wier schitterend licht haast verblindend weêrkaatste
+tegen de helderwitte gebouwen, waartusschen zich telkens de slanke
+minarets verheffen, die de moskeeën versieren.
+
+Alexandrië is een stad van circa 250.000 inwoners, waaronder 50.000
+Europeanen, die een afzonderlijk gedeelte der stad bewonen. Zij strekt
+zich gedeeltelijk uit over een landtong in de zee en omsluit daardoor
+een groot gedeelte van de Westelijke haven. Langs de smallere en
+breedere straten en te midden van tallooze bazaars beweegt zich een
+verscheidenheid van landaard en volksklasse, zooals men ze in onze
+steden nimmer ziet. Pikzwarte Nubiërs, liefst in geheel witte, en
+donkerbruine Arabieren in scherp gekleurde kleeding; de fellahs, wier
+vrouwen bovendien nog getatouëerd zijn, in een lang, blauw gewaad, dat
+tot de voeten afdaalt; negers, sommige met een tulband, andere met den
+rooden fez op het hoofd; daartusschendoor Westerlingen in Europeesch
+kostuum; welk eene eindelooze afwisseling, inderdaad een mundus in nuce,
+een geheele wereld in een klein bestek! Maar juist door dit gemengd
+karakter der bevolking gevoelt men zich hier geen vreemdeling, zooals
+in andere Oostersche steden. Daarvoor is de invloed der Engelschen te
+groot, die op geheel Egypte bijna de hand gelegd hebben en wier soldaten
+in grijs tenu en met een kakihelm op het hoofd, overal de aandacht
+trekken.
+
+Onder hetgeen in en om Alexandrië te zien is, is er slechts weinig, dat
+aan de eeuwenoude wereldstad herinnert; hiertoe behoort de zuil van
+Pompejus, even buiten de stad gelegen, waarbij men juist opgravingen
+deed, in de hoop nog een en ander te vinden uit den ouden tijd. Onze
+weg leidde ons ook langs een der kanalen van den Nijl, waar zich de
+buitenverblijven bevinden van den Bey's en Pacha's, en waarvan de
+getraliede vensters de bewoneressen der harems voor het oog van den
+voorbijganger verbergen. Van een dezer buitenverblijven, het eigendom
+van een rijken Griek, dat tijdelijk onbewoond was, stond de tuin voor
+ons open. Daar zagen wij de Oostersche natuur in haar volle pracht,
+geheele bosschen van palmen, allerlei heesters en struikgewas, die de
+welriekendste geuren verspreidden. Te midden van dat alles bevond zich
+nog een oud Romeinsch grafgewelf, waarschijnlijk de rustplaats van een
+der bewoners van dit bekoorlijk paradijs uit de dagen der eerste eeuwen.
+De grafkelder was echter geheel vervallen en de plaats, waar eenmaal het
+stoffelijk overschot was bijgezet, onherkenbaar geworden. De schendende
+hand van den mensch had ook deze rustplaats der dooden niet ongerept
+gelaten en uit die ledige grafgewelven klonk ons de ernstige waarheid
+tegen, die men nergens zoo diep gevoelt als in Egypte, dat de wereld
+voorbijgaat en hare grootheid. Want in grootheid en luister stond
+eenmaal Egypte aan het hoofd der volkeren, getuige de eeuwenoude
+monumenten in de omstreken van Caïro. En wat is er geworden of gebleven
+van al die grootheid van weleer? Zij ging voorbij!
+
+Zoo is het met alles, wat de wereld oplevert. Alleen het Woord onzes
+Gods bestaat in eeuwigheid. Gode zij dank! ook in Egypte wordt de klank
+van dat Woord gehoord maar helaas al te zeer als een vox clamans in
+deserto!
+
+
+
+
+CAÏRO.
+
+
+De spoorweg, die het Delta gebied in verschillende richtingen
+doorkruist, verbindt ook de beide hoofdsteden van dit wonderland aan
+den Nijl: Alexandrië, dat zich door haar wereldverkeer onderscheidt
+en Caïro, dat zich kenmerkt door de vele vreemdelingen, die er gaarne
+vertoeven. Inderdaad dat Egypte, dat zich op de kaart als een groene
+waaier voor ons uitspreidt, die bij Caïro begint en zich in zijn volle
+breedte ontplooit langs de Middellandsche zee en ter eener zijde wordt
+ingesloten door de woestijn van Lybië en ter andere door die van Arabië,
+dat Egypte is een wonderland. Of was het niet reeds in overoude tijden
+een voorraadschuur voor geheel het Oosten, ofschoon het er maar enkele
+dagen in het jaar regent, dank zij de wonderdoende vruchtbaarheid, die
+de Nijl er aanbrengt. Wanneer men ziet hoe de twee armen dezer rivier,
+die zich bij Caïro van elkander scheiden, verder zich splitsen in
+ontelbare riviertjes en kanaaltjes, die zich als een net over het
+gansche land uitbreiden en het herscheppen in eene vruchtbare oase, dan
+kan men er in komen, dat de oude Egyptenaar dien Nijl als een godheid
+vereerde. Wij hadden vaak gehoord van de overstroomingen van den Nijl,
+en dachten dan aan een strook lands langs de rivier evenals onze
+uiterwaarden, maar wanneer men het land doorreist, dan ziet men aan
+de dammen en dijken, die de kanalen insluiten en aan de kameelen en
+buffels, die op sommige plaatsen tot aan hun buik in den drassigen
+bodem staan, dat dit geheele land leeft niet bij den regen des hemels,
+maar bij de gunst van een godheid over wien de mensch vrijmachtig kan
+beschikken en wij kunnen het ons zoo goed begrijpen, hoe de trotsche
+Pharaos, die dat alles in hunne hand hadden er toe kwamen zich zelven
+voor een God te houden.
+
+Caïro is een wereldstad, evenals Alexandrië, maar van een veel
+weelderiger karakter, vooral door den stroom van vreemdelingen, die
+er den winter komen doorbrengen. Deze moet inderdaad heerlijk zijn,
+een winter van louter schoone Meidagen, waarop de zon altijd helder
+schijnt, zonder ooit door een wolkje versluierd te worden; niet
+afmattend warm, maar aangenaam verkwikkend en die in vereeniging met
+den allesbesproeienden Nijl, alles doet groeien en bloeien. Kan het ons
+verwonderen, dat de oude Egyptenaar, die den Nijl aanbad ook aan de zon
+een eereplaats gaf onder zijne Goden.
+
+De weelde, die in Caïro heerscht, wordt men aanstonds gewaar, zoodra
+men het Shepheard's Hotel binnentreedt, dat in de stad of Ghesireh
+Palace Hotel, dat er buiten aan den oever van den Nijl is gelegen. De
+inrichting er van is zoo prachtig, dat zij ons soms aan een sprookje
+doet denken en men zich haast verbeeldt in een vorstelijk paleis te
+zijn. Trouwens was het laatste oorspronkelijk ook een paleis van den
+Onderkoning, waarin dikwijls vorsten hun intrek namen. Het Shepheard's
+Hotel, waar wij logeerden, ligt in het westelijk en tegelijk een zeer
+westersch gedeelte der stad. Het is niet toevallig, dat het dit karakter
+draagt. Een der vorige Chediven wenschte de stad uit te breiden en van
+het nieuwe gedeelte een tweede Parijs te maken. Hij liet breede en
+rechthoekig op elkander uitloopende straten aanleggen, langs welke de
+grond gratis werd afgestaan aan elkeen, die er een huis op bouwde, dat
+aan zekere eischen voldeed. Zoo verrees hier in korten tijd een stad,
+die een geheel westersch karakter draagt, met het schoone Ezbekiyepark,
+waarin een vijver met allerlei tropische waterplanten; terwijl het
+oostersch karakter der stad ongeschonden bewaard bleef in het Muski aan
+de andere zijde.
+
+Caïro biedt meer dan eenige andere plaats in het Oosten een ongekenden
+rijkdom van allerlei bijzonderheden.
+
+In de eerste plaats zijn het de tallooze moskeeën, van welke de
+voornaamste een bezoek overwaard zijn. Het zijn inderdaad kunstwerken
+van oosterschen bouwtrant, die, ofschoon vierhoekig van vorm toch rond
+schijnen door den wonderschoonen koepel, die als een blauw hemelgewelf
+het heiligdom van boven dekt. Bij dit kenmerk, dat zij allen gemeen
+hebben, heeft elke moskee nog iets bijzonders, dat men u aanwijst. Hier
+wordt ons oog aangetrokken door de prachtige kleuren der geschilderde
+glazen, waardoor het zonlicht wordt getemperd, dat het marmer der wanden
+en pilaren in allerlei tinten beschijnt; elders treft het kunstig uit
+ebbenhout en ivoor gesneden spreekgestoelte onze aandacht; ginds wijst
+men u onder honderden marmeren zuilen er een, waarop de geloovige
+Mohammedaan den naam leest van zijn Profeet, die deze zuil met een
+zweepslag van Mekka naar Caïro joeg; daar buiten de poort in de graven
+der Chalifen bewondert men de rijk versierde graftomben, die het
+stoffelijk overschot bevatten van hen, die hier vroeger regeerden.
+Jammer alleen, dat het thans levende geslacht geen zorg draagt voor
+het onderhoud dezer schoone monumenten der scheppende kunst van het
+voorgeslacht; want, terwijl men voor zich zelf telkens nieuwe bouwt,
+laat men het onderhoud der oude aan Allah over, die er niets aan doet!
+
+Niet schoon, maar hoogst belangrijk is de Azhar moskee, de groote
+hoogeschool van Caïro, waaraan ruim 5000 studenten zijn ingeschreven.
+Daar ziet men ze op oostersche wijze op den vloer zitten met de beenen
+over elkaar, knapen, jongelingen en mannen met den Koran op de knieën,
+dien zij bijna geheel uit het hoofd moeten leeren, met een inktpot voor
+zich en een lei of manuscript in de hand, meestal 10 of 12 te samen met
+een Professor in het midden. Zoo ongeveer zaten wellicht de knapen,
+onder welke zich de twaalfjarige JEZUS in den tempel in Jeruzalem
+bevond, maar zonder die eigenaardige, aanhoudend voor- en achterwaarts
+schommelende beweging van het bovenlijf, die deed denken aan een
+golvende zee. Die beweging, zeide men ons, moest dienen om het geleerde
+gemakkelijk in het geheugen te prenten. 't Is mogelijk, maar dan
+bevreemdt het mij, dat men dat nergens elders heeft toegepast. Zou het
+niet veeleer een uiting zijn van eerbiedige erkenning der waarheid,
+waarvoor men zich buigt of een betooning van Mohammedaansche piëteit,
+dacht ik later, toen ik de huilende Derwischen had gezien.
+
+Hetgeen men toch bij de studeerende jongelingschap ziet in het klein,
+ziet men hier in het groot. Minstens een half uur lang slingeren deze
+Derwischen het hoofd op en neer, of heen en weer; terwijl zij daarbij de
+maat houden door aanhoudend, al luider en hartstochtelijker te zuchten:
+La-il-la-Huh-Hah-Huh! Allah-Huh-Hah-Huh! d.w.z. Hij-Hij- Hij alleen God!
+Het is een allerakeligste vertooning, waarvan niemand de beteekenis
+verstaat, dan alleen de Derwisch zelf, die haar als een der vroomste
+handelingen beschouwt.
+
+Aan de zuid-oostzijde van Caïro bevindt zich de Citadel, eene sterke
+vesting, die de geheele stad beheerscht. Van het terras naast de
+Alabasten moskee, die daar staat en zoo genoemd wordt naar de muren en
+pilaren daar binnen, die alle van alabast zijn, heeft men het schoonste
+uitzicht over de stad, die beneden ons ligt. Daar wijst men ons ook nog
+de gevangenis van JOZEF. Het is een vierkante put, terdiepte van 86
+meter tot welke men afdaalt langs de zijwanden, waarin een gang is
+uitgehouwen, die zoo zacht glooiend afloopt, dat de ezels gemakkelijk op
+dien kunstig uitgedachten weg het water uit de diepte naar boven kunnen
+dragen.
+
+Behalve deze put, waaraan nog de naam van JOZEF is verbonden, zijn in
+Caïro nog enkele plaatsen met Bijbelsche herinneringen. Op den weg
+naar de oude beroemde Zonnestad, waarvan maar een enkele Obelisk is
+overgebleven, wijst men nog een boom, onder welke MARIA tijdens haar
+vlucht naar Egypte gerust en in het Koptisch kwartier een spelonk,
+waarin zij zou gewoond hebben.
+
+Deze Kopten, de oorspronkelijke bewoners des lands, waarvan er in
+OpperEgypte nog 500.000 wonen, zijn de eenige Christenen, die hier nog
+getrouw bleven aan hunne belijdenis, ondanks den machtigen tegenstand
+der Mohammedanen. Zij zijn meerendeels arm en hebben een klein kerkje,
+waarin zij hunne godsdienstoefeningen houden, waarbij zonderling genoeg
+althans voor Christenen, de vrouwen onzichtbaar verscholen zijn op een
+hooge galerij.
+
+Wij kunnen natuurlijk niet bij alles stilstaan, wat men in Caïro te zien
+krijgt, maar het voornaamste zou ontbreken, wanneer wij zwegen van een
+tocht naar de Pyramiden van Giseh en Sakkara, die grootsche monumenten,
+die zoovele eeuwen bestaan en nog steeds aller bewondering wekken.
+
+Ongeveer een uur van Caïro verwijderd op den linkeroever van den
+Nijl bevindt zich de woestijn van Lybië. Langs den hoogen rand dezer
+oneindige zee van golvend zand, begint de lange rij pyramiden, die zich
+naar het zuiden uitstrekt. Wij bezochten enkel die van Giseh en Sakkara.
+
+Gemakkelijke landauers brachten ons over den ijzeren brug, die de beide
+Nijloevers verbindt voorbij het dorpje Giseh naar de Cheopspyramide. In
+een uur tijds reden wij over een door hooge boomen beschaduwden weg, die
+midden door het Nijldal leidt, dat een paar voet was overstroomd, zoodat
+de buffels er zich lustig in konden baden om zich van den overlast der
+vliegen te ontdoen, naar den kalen rand van de woestijn, die zich 30
+meter boven het Nijldal verheft. Hier, boven op deze hoogte bevindt zich
+de majestueuse Cheopspyramide, die 147, daarachter een 2e die 138 en
+een 3e die 66 meter hoog is. Het verschil in hoogte wijst den tijd aan
+gedurende welken de Koning, die haar bouwde, regeerde. Elke vorst begon
+reeds bij zijn troonsbestijging met den bouw eener pyramide, die later
+zijn begraafplaats moest zijn, waaraan jaarlijks een nieuwe laag steenen
+werd toegevoegd. De Cheopspyramide, wiens ontwerper en bouwmeester dus
+het langst regeerde, is daardoor de hoogste.
+
+Statig verheft zich de spits van dit machtig gevaarte ten hemel. De
+ontzettende steenmassa bestaat uit blokken van 1 tot 2 meter, waaraan
+volgens berekening 100.000 menschen gedurende 20 jaren moeten gearbeid
+hebben. De lust bekroop ons niet om de spits te bestijgen, van welke het
+uitzicht ter nauwernood schooner kon zijn, dan dat, wat wij van beneden
+genoten, zonder daarbij de inspanning eener moeilijke klimpartij en de
+gevaren eener duizelingwekkende afdaling te trotseeren. Evenmin waagden
+wij ons aan een bezoek der voormalige grafkamers binnen in de pyramide,
+waarin thans de vleermuizen huizen, maar weleer de gebalsemde lijken der
+koningen werden bijgezet, wier mummiën nu in het museum te Giseh zijn.
+
+Op een kwartier afstand, nog meer naar den rand der woestijn, bevindt
+zich de beroemde Sphinx, met het aangezicht naar het Nijldal gekeerd.
+Dag en nacht houdt zij daar de wacht over het koninklijk graf. Het is
+alsof die geheimzinnige gestalte, samengesteld uit een leeuwenlichaam
+en een menschenhoofd daar ligt te peinzen over het raadsel van den
+dood. Ja, wie zal zeggen, wat de kunstenaar, die dat beeld schiep,
+heeft willen uitdrukken met die wonderbare samenvoeging van dierlijke
+kracht en menschlijk verstand, zooals zich die aan ons vertoont, in die
+majestueuse gestalte van den Koning der woestijn met het hoofd van een
+mensch, waarvan het stemmig gelaat, hoezeer ook geschonden door den
+Mammeluk, die het gebruikte als schietschijf voor zijne kanonnen, toch
+nog een zeldzame schoonheid van wonderbare zachtheid en diepen ernst in
+zich vereenigt.
+
+Van Giseh gaan wij met den trein het Nijldal nog een uur verder in en
+stappen aan het station Bedraschen uit. Gelukkig zijn wij door een
+stevig hek gevrijwaard voor de bestorming van een aantal jongens, die
+hier met hun ezels den reiziger opwachten. Een voor een worden zij
+binnengelaten met hun Keizer- en Bismark-, Gladstone- en Salisburyezel
+of hoe ze allen heeten. Maar wat voor naam het grauwtje ook drage, te
+ontkennen valt het niet, dat het inderdaad een „goed ezel” is, zooals
+de jongen ons telkens nu eens vragend, dan bevestigend verzekert, een
+ezel die inderdaad een goed bakschisch verdient van den Baron, zooals de
+guitige drijver den ruiter noemt; waarlijk onze ezeltjes toonen door den
+flinken draf, dien zij houden, dat zij hun ministerieele namen met eere
+dragen.
+
+Zoo draven wij voort over een dijk, die zich tusschen de palmboomen
+heenslingert, die allen met den voet in het water staan, daar al het
+land hier door den Nijl is overstroomd. Een zijweg geleidt ons naar een
+hooger gelegen palmenbosch, waar vroeger de stad Memphis en thans het
+armzalig dorpje Mitrahine ligt.
+
+Hier staan wij onder de boomen voor een kolos uit harden kalksteen
+gebeiteld, die lang uitgestrekt ter aarde ligt. Het is het beeld van
+Koning RAMSES II, dat met den kroon en de beenen, die echter ontbreken,
+eene lengte van 13 meter heeft. Het oor alleen is een halven meter lang.
+Het vertoont ons het gelaat van den man, die weleer Israël verdrukte in
+de dagen van MOZES en diende vroeger tot versiering van het voorportaal
+van den Ptahtempel, die hier stond, maar met de stad Memphis door den
+stroom werd weggevoerd. Dit beeld kwam uit het slijk te voorschijn,
+waarin het eeuwen lang bewaard bleef. Thans ligt het daar met het starre
+oog ten hemel gericht, alsof het nog zocht naar het licht van de zon,
+die het weleer aanbad, maar die verduisterde, toen de God des Hemels
+sprak.
+
+Wij rijden verder den dijk over, die aan beide zijden door het bruine,
+drassige Nijlwater wordt bespoeld. Hier en daar zijn de slanke fellah
+dochters, wier lange, blauwe kleed door den frisschen wind bewogen
+glooiend langs de leden glijdt, bezig met een soort van hark het dorre
+riet, dat tegen den dijk aandrijft uit het water op te halen. Het is het
+riet dat nog overal langs den Nijl groeit, waartusschen het biezenkistje
+dreef, waarin de kleine MOZES lag, toen hij door Pharao's dochter uit
+het water werd getogen.
+
+[Illustratie: BEELD VAN RAMSES II.]
+
+Aan de woestijn van Sakkara of Sahara, zooals wij gewoonlijk zeggen,
+stijgen wij af. Daar lagen zij weêr voor ons, die machtíge pyramiden,
+die ons zwijgend vertellen, dat wij hier zijn op het doodenveld van
+Memphis, waarin eeuwen her de graven van duizenden werden gedolven. Maar
+het was ons thans meer te doen om de belangrijke opgravingen, die
+MARIETTE en andere oudheidkundigen hier deden en die er in slaagden de
+Apisgraven en dat van den Priester THI te ontdekken, die diep onder het
+telkens zich verplaatsende zand der woestijn verborgen lagen.
+
+De begraafplaats der eertijds vergoode Apisstieren bestaat uit een
+langen gang, langs welken zich aan beide zijden de donkere gewelven
+bevinden, waarin de doode stieren, na gebalsemd te zijn, werden bijgezet
+in prachtige doodkisten van zwart of rood graniet. Zij zijn thans alle
+ledig en meerendeels van haren deksel beroofd. Aan de 4 zijwanden der
+sarcophagen, die elk een gewicht van 65.000 k.g. hebben en 4 meter lang,
+3.30 hoog en 2.30 breed zijn, ziet men overal hieroglyphen. Het is mij
+een raadsel hoe men deze 30 steenen kisten, wier grondstof ver uit het
+Zuiden of uit het hooge Noorden moet aangevoerd zijn, hierheen heeft
+kunnen verplaatsen.
+
+Nog belangrijker is de begraafplaats van THI, een priester, die
+ongeveer 5000 jaren geleden te Memphis leefde, van wege de verschillende
+tafereelen aan het landelijk leven uit vroeger dagen ontleend, die op
+de wanden zijner doodenkamers zijn afgebeeld. In deze afbeeldingen, die
+men bij magnesium licht zeer duidelijk ziet, is iets eentoonigs, omdat
+zij veel op elkaar gelijken; maar de voorstelling zelve in relief op
+den wand gebeiteld is uitermate eigenaardig. Immers, hier ziet men het
+geheele leven uit die dagen voor zich; THI zelf aan het visschen en
+op de jacht; verder zijne menschen, met de kudden op de weide en de
+schepen op het water, werkzaam op het land en in de boerderij, bezig
+met de ganzen, die zij mesten, pillen in den mond te duwen, evenals onze
+Bredasche kapoenen, daarna ze slachten en braden en dat alles voor 5000
+jaren! Het is inderdaad grappig dit alles hier in beeld te zien, wat
+daarbuiten werkelijkheid is. Wat is er toch weinig veranderd in al die
+eeuwen! Men kan zich niet voorstellen, dat daar zooveel geslachten over
+heen gingen, en dit is eene gewaarwording, die men niet enkel hier, maar
+telkens in Egypte opdoet.
+
+Hier wandelt men rond in de graven van THI en zijne tijdgenooten en wij
+zien hoe zij leefden. Straks komen wij in het Giseh museum en staan bij
+de mummie van een RAMSES den Groote, den verdrukker der Israëlieten.
+Het is alsof wij in de trekken op dat strenge gelaat en in dien scherp
+gebogen neus nog het onverzettelijk karakter lezen van den man, die
+zelf voor niemand boog, maar allen voor zich liet bukken.
+
+Daar is iets wonderlijks in het zien van al die dooden, die voor zooveel
+eeuwen leefden en die nog tot ons spreken. Het is ons alsof door dat
+alles de gedachte der eeuwigheid, die zoo diep in hun ziel was gelegd,
+voortdurend zich aan ons opdringt. Zij geloofden aan het leven, dat niet
+sterft, maar het raadsel van den dood bleef voor hen onopgelost. De dood
+was als de Sphinx, die niemand kan doorgronden.
+
+Hoe dikwijls komt mij de gestalte der Sphinx nog voor den geest naar
+de voorstelling eener plaat, die ik eens zag, waarop het kind JEZUS
+rust tusschen hare klauwen in de armen zijner moeder op de vlucht naar
+Egypte. Van het aangezicht van het Kind straalt een Hemelsch licht uit;
+het gelaat van de Sphinx wordt door het matte maanlicht beschenen. Zoo
+ligt zij daar in de stilte van den nacht, met het sombere gelaat naar
+het Oosten gekeerd, alsof zij van hier de oplossing van het raadsel des
+doods verwacht, van dat Oosten, van waar weleer een ABRAHAM, een JOZEF
+en een JACOB als voorboden van het licht des levens togen naar Egypte,
+van waar het kind JEZUS zelf kwam en het licht van Zijn Evangelie, dat
+Egypte voor een wijle bescheen.
+
+Maar van datzelfde Oosten kwam ook het Mohammedanisme, dat nu als het
+bleeke maanlicht haar menschelijk aangezicht beschijnt, maar het raadsel
+des doods, waarover zij peinst, niet oplost.
+
+Ja peinzend ligt zij daar, met die wonderbare uitdrukking van weemoed en
+hoop op haar gelaat, van weemoed over het raadsel des doods en van hoop
+op de opstanding der dooden.
+
+Moge het licht der Opstanding, dat eenmaal in het Oosten daagde, ook nog
+eens over Egypte schijnen!
+
+
+
+
+PORT-SAÏD EN BEYROET.
+
+
+Van Alexandrië vertrok de boot, ditmaal een zeer onzeewaardige, maar dit
+zouden wij eerst later ervaren, bij dag naar Port-Saïd. Wij hadden dus
+de gelegenheid om thans de haven in haar geheel te zien. Recht tegenover
+haren ingang aan het water ligt het breede paleis van den Chedive, die
+het echter slechts zelden bewoont, daar hij in Caïro resideert. Eene
+menigte schepen, die de haven vullen, bewijzen, dat Alexandrië een stad
+is van veel handel en scheepvaart en de voorname stapelplaats voor het
+vervoer van goederen uit Egypte naar Europa.
+
+De verdere reis langs de Afrikaansche kust biedt weinig
+bezienswaardigheden, omdat het geheel Delta-land van Egypte vlak is. Het
+was dus voor ons geen schade, dat wij dit gedeelte bij nacht aflegden.
+Toen wij den volgenden morgen ontwaakten, lagen wij voor anker te
+Port-Saïd aan den ingang van het Suez-kanaal.
+
+Men doet in het Oosten alles op zijn gemak en een reis met een boot,
+die onderscheidene havenplaatsen aanloopt, verwijlt hier gewoonlijk
+een ganschen dag om te lossen en te laden, ten einde dan gedurende den
+nacht weer verder te kunnen stoomen. Door deze omstandigheid waren wij
+gedwongen gedurende een geheelen dag te Port-Saïd te verblijven, van
+welke gelegenheid werd gebruikt gemaakt om aan wal te stappen en het
+weinige, dat er te zien is, in oogenschouw te nemen. Hiertoe behoorde
+de waterleiding uit een der zijkanalen van den Nijl, die de stad van
+drinkwater voorziet en een gedeelte van het kanaal van Suez, langs een
+weg die echter, tengevolge van het mulle zand der woestijn, nauwelijks
+te berijden was. Maar juist op dien weg hadden wij gelegenheid om de
+wreedheid gade te slaan van den Arabier tegenover het onnoozele dier,
+eene wreedaardigheid, zooals men ze gelukkig in Christenlanden niet
+ziet. Ofschoon de meesten onzer den wagen verlieten om het laatste
+gedeelte te voet af te leggen en den koetsiers beduidden, dat zij
+konden wachten, dreven zij hun dieren toch voort, wellicht uit vrees,
+dat ze anders niet betaald zouden krijgen en sloegen er met de grootste
+onbarmhartigheid op los, zoodat meer dan eene zweep door midden brak.
+Hoe had ik gewenscht de taal te kennen van dit volk om mijn ergernis te
+luchten over zulk eene mishandeling! Hoe trof ons in deze schijnbaar
+nietige zaak het verschil tusschen een land, waar de geest der
+humaniteit, die mede ook een der zegeningen is van het Evangelie, niet
+en waar die wel heerscht. Terwijl bij ons zulke gruwelen strafbaar zijn,
+worden ze dáár toegelaten en het verwondert ons niet, dat menschen,
+die zoo omgaan met dieren, even onmenschelijk handelen met hunne
+medemenschen. Maar wij waren immers in Afrika, het land van den
+Arabier, het donkere werelddeel, waarvan de Zending ons gruwelen weet
+te vertellen, die de haren te bergen doen rijzen, gruwelen, die zoo
+ontzettend zijn, dat een LIVINGSTONE, die ze zag, ze niet eens vertelde,
+omdat men ze toch niet zou gelooven.
+
+Ik zal daarom ook maar niet verhalen, wat verder in die havenplaats onze
+ergernis wekte, waar men op straat telkens de bewijzen te zien kreeg van
+de liederlijkheid, die er heerscht. Zij bevestigden het feit, waar de
+Zending zoo dikwerf op wijst, dat overal waar de zoogenoemde Westersche
+beschaving in aanraking komt met Oostersche toestanden, zonder het
+Evangelie, dat daar de gruwelen der zonde, die alle gedachten te
+boven gaan, de volkeren niet alleen zedelijk, maar ook lichamelijk te
+gronde richten. Verblijdend was het daarom, eenigen tijd later in onze
+dagbladen te lezen, dat de Turksche Regeering—en dat zegt wat, wanneer
+zulk eene Regeering meent er zich mede te moeten inlaten—maatregelen
+heeft genomen om een einde te maken aan de meest ergerlijke tooneelen,
+die daar in het openbaar en verborgen plaats vinden. Het is althans
+iets. Maar den eigenlijken strijd tegen de zonde kan alleen het
+Christendom voeren. Daarom is het zeer te hopen, dat de oogen
+der zendingsvrienden meer en meer geopend zullen worden voor de
+wenschelijkheid, ja de noodzakelijkheid om hier te arbeiden, waar, voor
+zooverre mij bekend is, niets geschiedt op het gebied der Zending, zelf
+geen Christelijk bedehuis te vinden is, dat men gelukkig in andere
+steden van Egypte niet te vergeefs zoekt.
+
+Wij waren zeer dankbaar, dat wij aan het einde van een langen en
+snikheeten dag, dien wij grootendeels doorbrachten in de veranda van
+een Hôtel, ons weder konden inschepen. Het was de eerste dag, waarop
+de verzengende Sirokko woei, waarbij de thermometer een uur na
+zonsondergang nog 96° Fahrenheit aanwees, een woestijnwind, die
+gedurende de volgende weken onafgebroken bleef waaien en ons nog
+menige zweetdroppel kosten zou.
+
+Den volgenden morgen zagen wij in de verte voor het eerst iets van de
+kust en van het daarachter liggend gebergte van het Heilige Land. Weldra
+naderden wij Jaffa, waar de boot het anker liet vallen en, omdat er geen
+haven is, tot den namiddag op stroom bleef liggen. De passagiers, die er
+willen landen, moeten dus per roeiboot afgehaald worden van het schip.
+Gelukkig zijn de bootslieden uitermate vaardig om bij een onstuimige
+zee, zooals wij die nu kregen, op het juiste oogenblik gebruik te
+maken van een hoogen golf om de passagiers op te vangen in hun stevige
+armen. Wij waren dankbaar, dat wij aan boord konden blijven, maar die
+dankbaarheid was van korten duur, omdat de wind weldra begon op te
+steken en wij toen gewaar werden hoe onze boot, de „Odessa,” rolde en
+tolde als een visscherspink zonder kiel.
+
+Gelukkig lagen wij toch den volgenden morgen behouden voor anker in de
+haven van Beyroet, de voornaamste havenstad van Syrië. De ligging is
+zeldzaam schoon. Helderwitte huizen verheffen zich van de zee al hooger
+en hooger tegen de helling van het Libanongebergte, dat daarachter
+ligt. De gebouwen en inwoners der stad maken een zeer gemengden indruk,
+tengevolge van het groot getal Europeanen, die hier wonen om de
+handelsbelangen van hun land te behartigen. Men hoort er allerlei talen
+spreken, het meest van alles Fransch, dat evenwel in den laatsten
+tijd meer en meer verdrongen wordt door het Duitsch en het Engelsch.
+Men krijgt dan ook den indruk, dat deze drie Mogendheden er op uit
+zijn haren invloed in Beyroet en vooral in het geheele gebied van
+den Libanon te versterken, vooral ook door allerlei arbeid op
+Christelijk-philanthropisch gebied, die zijn centrum heeft in de stad
+en zijn arbeidsveld buiten in de dorpen op het Libanon-gebergte.
+
+Zoo werkt hier de Duitsche zending met diakonessen van Kaiserswerth,
+onder wier leiding het hospitaal van de orde van St. Jan, een weeshuis
+en een jongedamesschool staan, die wij met groote belangstelling zagen
+onder geleide der directrice. De school was nog niet geopend, daar zij
+gemeenlijk eerst begint, wanneer de rijke kooplieden, die des zomers in
+de bergen wonen, op hun villa's in de stad teruggekeerd zijn. In het
+weeshuis waren 130 kinderen, waaronder 40 Armenische weezen, die sedert
+den laatsten Christenmoord hier een toevlucht vonden. Wij zagen ze in
+de verschillende klassen van onderwijs verdeeld, waar zij onder meer
+Duitsch en Arabisch leerden. Toen de directrices SOPHIE GRÄF en LOUISE
+KAISER ons rondleidden en hoorden, dat wij Nederlanders waren, spraken
+zij met veel waardeering van hetgeen weleer Mej. A. BERGENDAHL uit
+Amsterdam voor deze arme weezen deed. Zij vertelden ons van de vreugde
+der kinderen, wanneer de kisten werden uitgepakt, die uit Nederland
+aankwamen, en ik beloofde dit aan onze landgenooten te zullen
+mededeelen, zoodra ik daartoe gelegenheid had. Mocht iemand dit lezen en
+lust hebben om iets te doen voor deze Syrische weezen, dan zal die hulp
+dankbaar gewaardeerd worden en wèl besteed zijn.
+
+De invloed toch van den zendingsarbeid in Syrië en Palestina is aan
+alles merkbaar, doch ik zal daarover thans niet meer uitwijden, daar ik
+het werk der Inwendige Zending in Jeruzalem en Palestina uitvoerig heb
+beschreven in het Tijdschrift: _Lichtstralen op den akker der wereld_,
+jaargang 1900 afl. 1 en 2.
+
+Zoodra men de stad Beyroet uitgaat en komt in het Christelijk gebied van
+den Libanon, is het als of alles meer welvaart vertoont. De akkers zijn
+bebouwd, de woningen zien er netjes en goed onderhouden uit en de
+Christelijke bevolking maakt een gunstigen indruk, zoodat uit alles
+blijkt, dat het Christendom niet alleen de beloften des toekomenden maar
+ook des tegenwoordigen levens heeft.
+
+
+
+
+BAÄLBEK.
+
+
+Het was nog vroeg in den morgen, toen wij in den trein stapten van
+Beyroet naar Damascus. De spoorlijn loopt bijna evenwijdig aan den
+rijweg, dien de Franschen na 1860 hebben aangelegd. Gedurende de eerste
+twee uren biedt deze eene gestadige afwisseling en een wonderschoon
+vergezicht over Beyroet, dat voor ons oog al lager en lager wegzinkt in
+de diepte en ten laatste nauwelijks nog een kleine witte stip vertoont
+aan de kust der Middellandsche Zee. Ook rondom zich heen ziet men zulke
+stippen, alsof het zwaluwnesten waren, die tegen het Libanongebergte
+aanliggen; het zijn de dorpen en huizen, die glanzen in het vroolijke
+morgenlicht der zon. De velden zijn allerwegen beplant met vruchtboomen,
+vooral met den moerbeziënboom, wiens bladeren als voedsel moeten dienen
+voor de zijdewormen, die een der voornaamste handelsartikelen uit
+het Libanon-gebied opleveren. Het geheel maakt den indruk van eene
+welvarende landstreek en eene nijvere bevolking, die, zooals wij
+reeds opmerkten, overwegend Christelijk is. Gelukkig heeft zij na den
+beruchten Christenmoord in 1860 door de Drusen uit het Hauran-gebergte
+niet meer aan dergelijke aanvallen blootgestaan, deels door den
+invloed van Frankrijk, onder wier bescherming zij stond, deels door de
+verplichting, sedert dien aan de Turksche Regeering opgelegd, om over
+dit gebied een Christengouverneur aan te stellen.
+
+Naarmate men hooger stijgt wordt de cultuur minder. Op ongeveer 1500
+meter heeft de weg zijn hoogste punt bereikt en ziet men in het Oosten
+den Anti-Libanon en in het Zuiden den Grooten Hermon opdagen, twee
+breede bergruggen even kaal en vaal als de Libanon zelf aan de zijde,
+langs welke men nu afdaalt in het Beka-gebied, de breede vlakte van
+Coelo-Syrië die tusschen deze drie bergen inligt.
+
+Het was voor ons eene ware teleurstelling, dat wij noch langs den weg,
+noch op de bergen den beroemden ceder van den Libanon zagen, waarvan men
+zoo dikwijls in den Bijbel leest. Helaas! zij zijn verdwenen. Men zeide
+ons echter, dat er nog enkele plaatsen waren, waar ze groeiden, maar
+die voor een bezoek te ver verwijderd lagen. Daar zou men ze nog kunnen
+zien in hun volle kracht; er waren er, zeide men, die een omvang van 17
+en eene hoogte van 30 meter hadden, wellicht wat overdreven, maar dan
+nog, wat zijn deze enkelen vergeleken bij den tijd, toen die ceders met
+hun fluweelen glans die bergen als één woud bedekten, die thans overal
+even kaal zijn!
+
+Aan het dorpje Maallakah houdt de trein stil en staan onze rijtuigen
+gereed, die ons in 4 uren door de vlakte van Beka naar het eeuwenoude
+Baälbek brengen.
+
+De weg geleidt door eene breede vlakte, een hoog plateau tusschen den
+Libanon en den Anti-Libanon, 1000 meter boven de zee. Slechts hier en
+daar ontwaart men een groepje huizen, die een dorpje vormen. De lange,
+rechte weg biedt weinig afwisseling. Het eenige, wat men daarop ziet,
+zijn karavanen zwaar beladen kameelen, zoodanig achter elkaar gebonden,
+dat zij één trein vormen, waarvan het eigenaardige is, dat een ezeltje
+schijnt dienst te doen als locomotief, niet om den trein in beweging
+te brengen, maar om daaraan de gewenschte snelheid te geven. Het is
+inderdaad een grappig tooneel, wanneer men ziet, hoe zulk een klein roer
+al die „schepen der woestijn” bestuurt, vooral voor ons, die nu juist
+van een ezel geen grooten dunk hebben; maar de Oostersche ezel, ik heb
+dit reeds vroeger meegedeeld, is de Westersche niet.
+
+Na een rit van 4 uren hebben wij Baälbek bereikt, een stadje van
+een paar duizend inwoners, voor de helft Christelijk, voor de helft
+Mohammedaansch. Het is echter niet het stadje en zijn bewoners, die
+ons belang inboezemen, maar het zijn de beroemde ruïnes van de aloude
+heiligdommen, die wij hier aantreffen en die ons een grootsch denkbeeld
+geven van Oostersche bouwkunst.
+
+Voor de juiste waardeering ervan dienen enkele historische
+bijzonderheden hier vooraf te gaan. Volgens overleveringen, die onze
+gids MICHEL ALOUF in een afzonderlijk boekje over Baälbek heeft
+samengebracht, zou de voormalige burcht het oudste gebouw der wereld
+zijn en dagteekenen van het jaar 133 na de schepping. CAÏN zou daarvan
+de grondlegger zijn geweest en zich daarbij bediend hebben van den
+mastodon, een voorwereldlijk dier. Na den zondvloed zou NIMROD de
+bouwvallen van den burcht hersteld en gewijd hebben aan Baäl, den God
+der Moabieten, die de zon aanbaden. Volgens dat boekje zou Baäl _zon_ en
+Bek of Beka _stad_ beteekenen en de naam Baälbek, later Heliopolis, dus
+zonnestad willen zeggen.
+
+Wij weten echter, dat de naam Baäl, d.w.z. Heer, eenvoudig den God
+aanduidt, dien de bewoners van het land, hier zeer bepaald die van de
+Beka-vlakte dienden. Baälbek was dus het middenpunt van den Baäldienst,
+waaraan ook nog de liederlijke vereering van Astarte was verbonden.
+Dit blijkt o.a. uit den naam van zekeren ETHBAÄL, d.w.z. _Baäl is met
+hem_,—een voormaligen priester van Astarte, die later Koning werd van
+Phoenicië. Deze ETHBAÄL was de vader van IZÉBEL, die huwde met ACHAB den
+bekenden Koning van Israël, die den Baäldienst invoerde. Wij weten hoe
+IZÉBEL daaraan met haar gansche hart verknocht was en welken strijd de
+profeet ELIA daartegen voerde op den berg Karmel (1 Kon. XVIII).
+
+In de 2de eeuw na C., toen dit gebied onder de macht der Romeinen kwam
+en de zonnedienst meer en meer algemeen werd in het Oosten, verrezen
+hier twee zonnetempels, een groote en twee kleine en verkreeg Baälbek
+den naam Heliopolis, d. w. z. zonnestad. Beide werden onder de regeering
+van CONSTANTIJN den Groote gesloten. Onder THEODOSIUS den Groote
+werd er een Christelijke kerk van gemaakt; doch deze werd later door
+de Arabieren wederom verwoest, die van de overgebleven gedeelten
+en brokstukken een vesting bouwden. Dientengevolge is er van het
+oorspronkelijke, ook tengevolge van onderscheidene aardbevingen,
+vooral die van 1759, weinig meer overgebleven.
+
+[Illustratie: DE ZONNETEMPEL TE BAÄLBEK.]
+
+In weerwil van dit alles is de aanblik, dien de overgeblevene ruïnes
+vertoonen, nog ontzaglijk indrukwekkend. Duidelijk zijn de grondslagen
+nog te zien van de aloude tempelgebouwen op een kunstmatig opgehoogd
+terras, 300 meter lang en 200 meter breed. Een breede trap aan de
+oostelijke zijde verleende den toegang tot een voorportaal; dan volgde
+een ruime voorhof en daarachter de zonnetempel, waarvan nog 6 van 54
+zuilen overeind staan, elk 19 meter hoog en 2 meter in doorsnede.
+
+De kleinere tempel van JUPITER, die zich daarnaast bevindt, bestaat nog
+bijna in zijn geheel. Van de 42 zuilen, welke de 4 muren omringden, zijn
+er nog 9 op eene rij te zien. Daar deze weinig geschonden zijn, geven
+zij een grootsch denkbeeld van het oorspronkelijk geheel; de architraves
+en friezen aan de kroonlijsten, de kapiteelen aan de zuilen, de kunstige
+beeldhouwwerken aan de plafonds en alle andere onderdeelen zijn zóó
+schoon, dat men een en al bewondering is voor den smaak der ontwerpers
+en den kunstzin der bouwlieden.
+
+Maar onze bewondering stijgt tot verbazing, wanneer men van het
+verhoogde terras afdaalt en de hoeksteenen ziet aan de buitenzijde, die
+den onderbouw vormen. Daaronder zijn er drie aan den Trilithon-muur
+d. w. z. muur van drie steenen, die een lengte van 19½ meter hebben, bij
+een breedte en hoogte van 4 meter. Men schat het gewicht van een enkelen
+steen op 700.000 K.G. Op 20 minuten afstand vindt men de steengroeven,
+waaruit zij genomen zijn, en daarbij nog een steen, die onafgewerkt
+bleef. Ons verstand staat hier stil bij de vraag, hoe men zulke
+gevaarten heeft kunnen verplaatsen en zelfs op elkander leggen. Ik las
+ergens in een boek, dat iemand er van zegt: „ze zijn gedenkteekens van
+eene beschaving, die over mechanische hulpmiddelen beschikte, waarvan
+wij geen begrip hebben,” maar ik voor mij zoû zoo zeggen wanneer ik
+zulke hoogdravende wijsheid lees, dat ik dan de opvatting van de
+Arabieren, die geloofden, dat daarbij voorwereldlijke dieren te pas zijn
+gekomen, nog zoo kwaad niet vind.
+
+Hoe het zij, wij krijgen te Baälbek bij dien Trilithon-tempel, zooals
+hij naar die drie steenen, eeuwen lang genoemd werd, den indruk van een
+reuzenwerk. Dat reuzenwerk diende om Baäl, den God des lands, te eeren.
+En wanneer wij dan de geschiedenis lezen van ACHAB en zijn vrouw IZÉBEL,
+de dochter van dien voornoemden priester van Baäl, kan het ons dan
+verwonderen, dat eene vrouw als zij met haar gansche hart hing aan het
+geloof harer vaderen? Kan ons dan de klacht van een ELIA bevreemden, die
+meende, dat hij de eenige was, die zijne knieën voor dien Baäl niet had
+gebogen, terwijl het gansche volk dat wel deed? Werpt alles, wat wij van
+die vereering van Baäl hier zien, niet een treffend licht op ELIA'S
+strijd op den Karmel?
+
+En wanneer hij in dien strijd het volksgeloof overwint en het gansche
+volk als uit eenen mond uitroept: „de Heere is God! Jehova is God!”
+en daarop alle Baälspriesters doodt, hoe zoû dan zulk een omkeer te
+verklaren zijn, zonder het Bijbelsch bericht van het wonder, dat daar
+plaats greep en waardoor openbaar werd, dat Israëls God de meerdere, ja
+de Eenige was, Dien Israël geroepen was te dienen en te eeren.
+
+Inderdaad, die ruïnes te Baälbek verklaren ons uit Israëls geschiedenis
+menige bladzijde, die wij, zonder ze te kennen, niet zoo goed zouden
+verstaan.
+
+
+
+
+DAMASCUS.
+
+
+Van Maallakah, waar wij uitstapten om Baälbek te bezoeken, vervolgen
+wij per spoortrein onzen weg, die ons over den Anti-Libanon naar
+Damascus brengt. Deze weg doorsnijdt eerst de Beka-vlakte, stijgt
+dan nog circa 400 meter en volgt daarna de slingerende kronkelingen
+van de Barada-rivier. Deze Barada houdt men voor dezelfde rivier,
+waarvan NAÄMAN de Syriër (2 Kon. V: 12) reeds het water prees, dat in
+voortreffelijkheid niet onderdeed voor dat van den Jordaan en heette
+destijds de Amana. Dien ouden roem handhaaft zij nog steeds met eere,
+want zij doorstroomt als een groot ververschingskanaal de geheele stad,
+welke zij in tweeën snijdt, en voorziet tevens de huizen der inwoners en
+de fonteinen langs de straten van heerlijk drinkwater. Zij ontspringt
+op den Anti-Libanon, waar zij hier en daar de vallei, die wij afdalen,
+verfrischt; allengs verbreedt zij zich tot een bergstroom, die aan
+beide zijden met spichtige populieren is beplant; besproeit vervolgens
+groene weiden, waarop kudden grazen, en de tuinen van rijke Arabieren,
+die hier hun buitenverblijf hebben. Eindelijk na 3½ uur heeft de trein
+ons naar Damascus gebracht, dat als eene oase in de woestijn reeds van
+oudsher de „parel van het Oosten” en „het Paradijs der Muzelmannen” werd
+genoemd.
+
+Het zijn eigenaardige gewaarwordingen, die zich van ons meester maken,
+wanneer men met den spoortrein, het vervoermiddel der 19de eeuw, eene
+stad nadert, die reeds evenzoovele eeuwen voor onze jaartelling bestond.
+Onwillekeurig denkt men terug aan den aartsvaderlijken tijd van ABRAHAM,
+wiens trouwe knecht ELIËZER een Damascener van geboorte was; die met
+zijn dappere manschappen hier de Koningen achterhaalde en versloeg, die
+zijn neef LOT gevankelijk hadden weggevoerd. Damascus, de stad, welke
+een DAVID schatplichtig maakte en waarin hij zijne bezetting legde; de
+stad, waar later al die Koningen van Syrië zetelden, die zoo dikwijls
+hun invallen deden in het gebied van Israël; de stad, waar de apostel
+PAULUS woonde in de straat de Rechte, die nog heden ten dage dienzelfden
+naam draagt en waar hij na zijne bekeering het eerst het Evangelie
+predikte, zoodat hij de stad moest ontvluchten langs een muur, dien men
+nog aanwijst; de stad, waar weleer eene bloeiende Christelijke gemeente
+bestond, waar—om maar niet meer te noemen—de welsprekende kerkvader
+JOHANNES DAMASCENUS woonde, die om zijn beroemd werk: „De bron der
+kennis” geacht wordt de geestelijke vader der Grieksche Kerk te zijn.
+Inderdaad, het belangrijke dezer stad is niet gelegen in hetgeen
+zij is, maar in hetgeen zij was, in hare geschiedenis die zoo nauw
+saamgevlochten is met die van den Bijbel en van de Christelijke Kerk
+in het Oosten.
+
+Trouwens Damascus zelf is bij andere Oostersche steden vergeleken arm
+aan monumentale gebouwen. Het eenige, wat men hiertoe kon rekenen, was
+de prachtige Omajaden-moskee, vooral beroemd om haar mozaïek, maar
+die in 1893 door een brand totaal werd vernietigd. Zij stond bij de
+Mohammedanen hoog in aanzien, vooral omdat daarin het hoofd van JOHANNES
+den Dooper werd bewaard, waarbij de bewoner van Damascus nog tot op
+den huidigen dag zijne eeden pleegt te zweren. Daaraan dankte ook de
+Christelijke kerk, die er in het begin onzer jaartelling gestaan heeft
+en waarvan nog enkele bogen zijn overgebleven, den naam van
+Johanneskerk.
+
+Van de oude moskee ziet men enkel nog de zijmuren en de plaats, waar
+zij gestaan heeft; men was druk bezig haar zooveel mogelijk in den
+oorspronkelijken vorm te herstellen. Het trof ons, dat elk geloovige
+daarvoor naar zijn vermogen het zijne moest bijdragen, de rijke in geld,
+de arme door arbeid gedurende een of twee dagen in de week. Het fijne
+werk, waarvan zoodoende misschien niet veel terecht zou komen, werd door
+Christenwerklieden uitgevoerd, ook omdat, naar men ons verzekerde, de
+Mohammedanen daartoe onbekwaam waren.
+
+De overige moskeeën, die wij bezochten—er zijn er 248—gaven weinig
+belangrijks te zien. Bij een dezer bevonden zich een aantal vertrekken
+rondom het voorplein, die dienden om armen te huisvesten en ze te
+voorzien van een dagelijksch middagmaal. Maar, helaas! deze schoone
+trek der Mohammedaansche barmhartigheid, de eenige trouwens, dien ik
+op onze reis in het Oosten heb opgemerkt, was door de hebzucht der
+mannen, die met de uitvoering belast waren, tot een minimum van één
+portie soep in de week teruggebracht! Voor het overige gelijken alle
+moskeën op elkaar. Zij worden slecht onderhouden en weinig bezocht,
+behalve door den vreemdeling, die daarvoor veel moet betalen en zich wel
+moet ontzien, dat hij de sloffen niet verliest, die hem onder de voeten
+worden gebonden ten einde de rietmatten niet te ontwijden, die den vloer
+bedekken. Want zonder die sloffen wordt hem de toegang ontzegd, tenzij
+hij zich getrooste zijne schoenen uit te trekken.
+
+Terwijl dus Damascus bij andere steden achterstaat in
+bezienswaardigheden, is er toch genoeg, dat den vreemden bezoeker belang
+inboezemt. Hiertoe behoort in de eerste plaats het leven der bewoners.
+Men is hier in eene echt Oostersche stad, die zich kenmerkt doordat
+men er leeft op straat. Het verst hebben het hierin de bezoekers van
+de talrijke koffiehuizen gebracht, die op straat rustig op hun divans
+hun nargile zitten te rooken, of hun tijd dooden met een of ander spel.
+Zij zitten daar van den morgen tot den avond met de beenen niet op den
+grond, maar op hun stoel en slaan op hun doode gemak de bedrijvigheid
+gade, die op straat heerscht.
+
+Deze bedrijvigheid ziet men het best in de bazaars. Deze bazaars zijn
+hier met een koepeldak overdekt en doen ons denken aan de passages in
+onze groote steden alleen met dit verschil, dat de bekapping van hout
+en de vloer van aarde is. Daardoor zijn ze somber, stoffig en benauwd.
+Hierbij komt nog, dat er zich niet enkel de bevolking beweegt, die er
+iets komt koopen, maar alles er door elkaar krioelt: karren en wagens,
+kameelen en ezels, menschen en dieren, kinderen en honden, de laatsten
+om dienst te doen als gezondheidspolitie en straatreiniging. Alle afval
+toch wordt eenvoudig op straat geworpen en door hen verslonden. Gelukkig
+zijn ze niet gevaarlijk; ze slapen den ganschen dag en storen zich niet
+aan den voorbijganger; voor karren of rijtuigen staan ze alleen dan op,
+wanneer de koetsier zijn schelle stem laat hooren.
+
+Een en ander maakt een verblijf in de bazaars niet aangenaam, zoodat
+vreemdelingen als wij er niet licht toe komen er wat te koopen. Trouwens
+is dit ook niet gemakkelijk, daar de Arabier gewoonlijk begint 4 maal
+meer te vragen dan de waarde van een voorwerp, zoodat het lang kan duren
+eer de koop gesloten is. Het eenige, waaraan ik mij gewaagd heb, waren
+eenige fleschjes rozenolie, waarvoor Damascus beroemd is, als eene
+herinnering aan de rozenvelden, die het omringen, en als een gewenscht
+tegengift tegen de onfrissche lucht, die men in de bazaars inademt.
+
+Het doet dan ook weldadig aan, wanneer men daarna een toer doet om de
+stad. Daar ziet men o.a. het huis, waarin NAÄMAN de Syriër zou gewoond
+hebben, en de poort aan den ingang van de straat de Rechte, waardoor
+PAULUS de stad zou zijn binnengekomen. Het treft alleen ongelukkig,
+dat deze aan de Oost- en niet aan de Westzijde is gelegen, zooals men
+verwachten zou; maar daar zij de eenige poort is, die nog bestaat,
+schiet er niets anders over dan zich zonder verdere kritiek eenvoudig
+neer te leggen bij overleveringen als deze, iets, waaraan men zich
+spoedig leert gewennen in het Oosten.
+
+In de buitenwijken zijn de straten niet overdekt en veel smaller, zoodat
+ze hoogstens aan een rijtuig toegang verleenen. Ware het niet, dat de
+bovenverdiepingen der huizen aan beide zijden over de straat waren
+gebouwd, zoodat ze een soort van arcades vormden, dan zou de hitte hier
+ondraaglijk wezen. In deze minder drukke gedeelten zijn de aanzienlijken
+gehuisvest. Uitwendig vertoonen hun huizen niets weelderigs; daarentegen
+zijn ze van binnen te rijker getooid en dragen ze de sporen van een
+tijd, toen er groote welvaart heerschte. Het is dan ook inderdaad
+verrassend ze van binnen te zien, hetgeen gaarne wordt toegestaan.
+
+Een wijde poort verleent toegang tot het binnenplein, waar de
+woonvertrekken op uitzien, gewoonlijk van een veranda voorzien om het
+schelle licht te temperen. De helft van het vertrek, waarin men wordt
+ontvangen, is een meter verhoogd; hier staan eenige divans, waarop men
+plaats neemt. De atmosfeer, door marmeren vloeren en zijwanden reeds
+verkoeld, wordt nog bovendien aangenaam verfrischt door een fontein van
+helder water uit de Barada. Een klein kopje drabbige mokka, dat men
+Turksche koffie noemt, en een cigaret, die men wellevendheidshalve niet
+mag weigeren, bekronen de gastvrijheid van den bewoner, een Turk, een
+Israëliet en een Christen, die ons achtereenvolgens toelieten een blik
+te slaan in hunne woningen.
+
+Na getracht te hebben eenigszins een denkbeeld te geven van het leven in
+deze echt Oostersche stad bestijgen wij nog een der omliggende bergen om
+haar in haar geheel te kunnen overzien. Een vooruitspringend gedeelte
+van het Kasjun-gebergte biedt daarvoor eene schoone gelegenheid. Van
+hier toch overziet men gansch Damascus, met de voorstad Meidan, met
+haar ruim 200.000 inwoners. Het juiste cijfer schijnt men niet te kunnen
+opgeven. Wanneer men hier staat, kan men begrijpen, waarom Damascus als
+„de parel van het Oosten” wordt geroemd, want het doet inderdaad denken
+aan een parel, wel niet in goud, maar in het groen gevat. Een breede
+gordel toch van groen geboomte omzoomt de stad, die daar voor ons ligt
+en waarachter zich het Hauran-gebergte ter eener en de eindelooze
+vlakten der woestijn ter anderer zijde uitstrekken.
+
+Onderwijl wij daar stonden, sloeg ik mijn reisboek eens op om na te
+zien, of er niets bijzonders werd vermeld; ik las toen, dat deze plaats
+den Muzelman heilig is, omdat hier weleer ABRAHAM zou gestaan hebben
+en gekomen zou zijn tot de kennis van den Eénen waarachtigen God.
+Onwillekeurig kwamen mij nogmaals de oude gestalten, waarvan ik in
+den aanvang sprak, voor den geest. Ik dacht aan de geschiedenis der
+goddelijke heilsopenbaring, welke waarlijk ook aan een Damascus niet is
+voorbijgegaan, maar zonder vrucht is gebleven. Want daar lag zij voor
+ons, de stad van voor duizenden jaren, schier onveranderd, beschaduwd
+door bergen, waarachter de zon was neergedaald. Zij deed mij denken
+aan het sprookje van Doornroosje, de schoone slaapster in het bosch,
+de Koningsdochter, die door de jaloersche toovergodin betooverd werd,
+zoodat zij honderd jaren lang moest slapen, terwijl alles, wat haar
+omgaf of met haar in aanraking kwam, met haar indommelde. Honderd jaren
+gaan voorbij, niets verandert, alles slaapt en slaapt maar door, totdat
+eindelijk een koningszoon Doornroosje vindt, haar wekt uit den slaap en
+zich met haar verbindt.
+
+O stad en land van zooveel sprookjes, van „Duizend en een nacht”, zoo
+dacht ik onwillekeurig, wanneer zal ook voor u de dag aanbreken, wanneer
+zult gij ontwaken uit uw droom, wanneer zal de stem van den grooten
+Koningszoon ook tot u doordringen, die stem, die daar roept: „Ontwaakt
+gij, die slaapt en sta op uit de dooden en Christus zal over u
+lichten!”?
+
+
+
+
+EEN WOESTIJNREIS.
+
+
+De reis van Damascus naar Palestina nam voorheen verscheidene dagen
+in beslag. Thans, sedert er een spoorweg ligt van Damascus naar
+El-Moezerib, een dorp ten westen van de zee van Tiberias, doet men haar
+in vier uren.
+
+De eindelooze vlakten, die de trein doorloopt, zijn geen woestijnen in
+den eigenlijken zin van het woord. Deze ziet men in Egypte. Zij bestaan
+uit louter zand, waarop niets kan groeien, omdat het voortdurend
+verstuift door den wind. Zulke woestijnen zijn deze niet, want zij
+worden bewoond door Bedouïnen en bebouwd door de Hauran-boeren.
+
+Het verblijf der Bedouïnen, die er bij menigte wonen, herkent men aan
+hun zwarte tenten, vervaardigd uit een stof, die den regen niet doorlaat
+en die de vrouwen uit geitenhaar weven. Zij zijn vierkant van vorm,
+meestal door een tusschengordijn in twee afdeelingen gescheiden, de eene
+voor de mannen, de andere voor de vrouwen en staan aan de voorzijde
+bijna altijd open, zoodat men zonder onbescheiden te wezen het sobere
+leven dezer menschen kan gadeslaan. Zij leven daar geheel afgezonderd
+van de wereld te midden van hunne talrijke kudden kameelen, schapen
+en geiten, die hun een bestaan opleveren en die men bij honderden zag
+vluchten voor het „zwarte paard”, zoo als men den locomotief noemt, die
+ze al fluitende, zuchtende en blazende voor zich uitjoeg van de baan,
+die hier nergens is afgesloten.
+
+Hoe deze arme dieren hier kunnen leven, waar het oog, zoover het reikt,
+geen groen sprietje ontdekt, was mij een raadsel. Later hoorden wij
+van een pastoor nabij Capernaüm, dat deze Bedouïnen toen hun beesten
+gebrek aan voedsel hadden, van de Turksche Regeering vergunning hadden
+verkregen om het vee gedurende eenige weken rondom de zee van Galilea
+te laten grazen. Deze vertelde ons een en ander van zijne reizen door
+het gebied dezer Bedouïnen, waarvan de eene Schêch hem telkens aan den
+anderen aanbeval, zoodat hij zonder eenig gevaar tot aan Bagdad was
+gekomen en waarbij hij van hen de grootste voorkomendheid en
+gastvrijheid had genoten.
+
+Voorts wonen hier in kleine dorpjes, waarbij de trein meestal stopte,
+Hauran-boeren, die van den landbouw leven. Hun dorpjes zijn gemeenlijk
+door een hoogen muur ingesloten. Bij sommigen ziet men nog brokstukken
+van ruïnes, oude torens of vestingwerken, onder welke er zijn, die
+dagteekenen uit den tijd der Romeinen. Hoe gaarne hadden wij zulk een
+dorpje eenigszins van naderbij bezien, maar de trein spoedde voort,
+totdat wij aan het laatste station El-Moezerib aankwamen.
+
+Dit El-Moezerib ligt aan een klein meer, in welks midden zich een
+eilandje bevindt, dat met een dam verbonden is aan den oever. Op dat
+eilandje ziet men nog de ruïnes eener oude vesting, die het bewijs
+leveren, dat hier voorheen een belangrijke plaats heeft gelegen. Thans
+is het een nietig plaatsje en wij vroegen elkander af hoe men toch
+op het denkbeeld is gekomen hier een spoorlijn aan te leggen, waarop
+aanvankelijk eenmaal per dag en later een- of tweemaal per week een
+trein liep. Een bevredigend antwoord op die vraag kon ons echter niemand
+geven. De een beweerde dat de lijn eerlang zou worden doorgetrokken naar
+Haïfa, volgens een ander langs de Doode Zee naar Jerusalem. Later hoorde
+ik en dit komt mij het meest aannemelijk voor, dat deze spoorweg met
+een strategisch doel werd aangelegd en dienen moet om Rusland over land
+te verbinden met het kanaal van Suez en Egypte, ten einde langs dezen
+weg vroeg of laat de macht van het gehate Engeland te fnuiken.
+
+Aan het station stond onze dragoman, de gebruikelijke benaming voor
+een gids in het Oosten, met zijn paarden gereed om ons naar de plaats
+te brengen, waar voor dien nacht onze tenten waren opgeslagen. Nadat
+zich het gezelschap een weinig had verkwikt, werden de paarden bestegen
+en trok de karavaan op, die, met het vervoer der 8 tenten er onder
+begrepen, bestond uit 36 paarden en muildieren, 7 ezels en 30 man. Dien
+ganschen dag reden wij nog door het Hauran-gebied, waarin de beruchte
+Drusen wonen, wier naam de droevige herinnering verlevendigt aan den
+Christenmoord in het Libanon-gebied in 1860, toen zij ongeveer 14000
+Christenen ombrachten, waarvan er 6000 woonden in Damascus. Dit
+geschiedde dus onder de oogen van het Turksch gouvernement en van
+het Turksch garnizoen, dat echter niets deed om het te verhinderen,
+wel een bewijs dat de Regeering zelve er de hand in had. Gelukkig zijn
+dergelijke gruwelen sedert dien in dit gebied niet meer voorgekomen;
+anders zou een tocht daardoorheen niet gerekend kunnen worden te
+behooren tot de genoegens van een reis door Palestina en ook een
+verblijf in tenten veel van zijne bekoorlijkheid verliezen.
+
+Want er is inderdaad iets bekoorlijks in dat ouderwetsche reizen en in
+een leven, zooals de aartsvaders dat gewoon waren. Wel is waar mengt
+er zich nu en dan ook wel eens een wanklank in dat genot en wat proza
+in die poëzie, maar het zou ondankbaar wezen, wanneer ik vergat, hoe
+ons ten slotte alles meeliep. Werden wij niet begunstigd door het
+prachtigste zomerweder, zoo zelfs dat wij de hitte wel eens wat minder
+gewenscht hadden? Maar wat zou er van ons zijn geworden, wanneer ons
+b.v. een Oostersche regen ware overvallen, die soms dagen kan aanhouden
+en waartegen geen tent beschutting verleent en waardoor de rivieren
+somwijlen in enkele uren tijds zoo zwellen, dat men ze niet zonder
+gevaar meer kan doorwaden? Zulke tegenspoeden werden ons gelukkig
+bespaard.
+
+Natuurlijk moet men op zulk een tentenreis niet al te kieskeurig zijn
+en het voor lief nemen, wanneer de Arabier, die u bedient, de kip,
+die hij voorzet, voor uw oogen snijdt met zijn handen; wanneer hij
+de waterkruik, waaruit hij inschenkt, eerst aan zijn mond zet om te
+proeven of het water nog wel frisch is. Zoo zwijg ik ook van kleine
+teleurstellingen, die men ondervindt zooals het geval was met enkelen
+onzer medereizigers, wier koffers doornat werden, doordien het muildier,
+dat ze droeg, bij het doorwaden van den Jordaan omviel door de sterkte
+van den stroom en de zwaarte van den last, dien men het te dragen had
+gegeven. Bij zulke ervaringen troost men zich met de gedachte, dat het
+nog veel erger had kunnen zijn, b.v. wanneer den reiziger zelf zoo iets
+ware overkomen.
+
+Wanneer men echter zulke kleinigheden niet meetelt, is er in een reis in
+tenten iets poëtisch. Het is als met een zeereis, waarbij men aan boord
+stapt in de meest opgewekte stemming en aanvankelijk met alles evenzeer
+is ingenomen, totdat het meer prozaïsche komt.
+
+In zulk eene blijmoedige stemming verkeerden dan ook allen, toen wij aan
+den avond van den eersten dag te Bet Aras aankwamen. Welk een juichtoon
+ging er op, toen wij van verre onze tenten zagen! Welk een genot, daar
+aanstonds te worden onthaald op een warmen kop thee!
+
+Hoe zorgvuldig had onze dragoman aan alles gedacht; hoe netjes werden
+wij bediend; welk een keur van spijzen op den avonddisch en dat alles
+nog wel in een woestenij! En dan rondom ons heen al die grappige
+gezichten van de dorpelingen, ouden en jongen, die ons aangaapten alsof
+wij STANLEY zelf waren!
+
+Daar is in dat alles iets poëtisch en in dankbare stemming legden
+wij ons ter _ruste_ neder. Den volgenden dag bleek het, dat het naar
+waarheid _rusten_ was geweest, want niemand van ons had kunnen slapen.
+Velen waren in hun slaap gestoord door het gehinnik der paarden, die
+rondom de tenten stonden, door het geblaf der honden, die elkaar een
+afgekloven beentje betwistten en door het aanhoudend gebabbel van onze
+trouwe wachters, die al pratende hun tijd opkortten. Maar, dat zou wel
+wennen en het wende ook, zoodat men de volgende dagen hoorde, dat men
+beter en eindelijk zelfs goed had geslapen.
+
+Maar wat niet wende was het paardrijden, vooral voor hen, die het niet
+geleerd hadden of daaraan niet gewoon waren bij zulk eene brandende
+hitte. Want al rustte men gedurende de warmste uren van den dag onder
+een citroen- of vijgeboom, die tochten van 7 à 8 uren te paard waren den
+meesten toch te machtig.
+
+Gelukkig hadden wij op onze reis rekening gehouden met den rustdag
+en toen het eindelijk Zaterdag was, juichte elkeen in het blijde
+vooruitzicht den volgenden dag een rustdag te mogen hebben. Ik geloof
+niet, dat een onzer reizigers ooit zoo de beteekenis en de waarde van
+dien dag gevoelde als hier op deze reis.
+
+Wat was dàt een genot voor ons en onze paarden om eens een ganschen dag
+te mogen uitrusten. Waarlijk, Vader CATS, of wie het ook was, had wel
+gelijk, toen hij wees op den zegen van den rustdag in zijn vierregelig
+versje, dat mij vaak te binnen schoot op deze tochten:
+
+ „Wat haver geven aan zijn beest
+ „En God te bidden in den geest
+ „Is iets, wat wel wat tijd vereischt,
+ „Maar wat niet hindert, als men reist.”
+
+Na deze uitweiding over de voor- en nadeelen van het tenteleven, keeren
+wij tot onze reis terug. Wij zijn middelerwijl tot de grenzen van
+Galilea genaderd en bevinden ons te Ummkês of Mukês, thans een armoedig
+dorpje, voorheen de stad Gadara, de hoofdstad van Peraea, een der tien
+steden van het Dekapolisgebied. De ligging en de omgeving zijn prachtig.
+Het meest treft ons het verrassende uitzicht op de zee van Galilea,
+die rechts van ons ligt in de diepte, 150 meter beneden ons en wier
+groen water scherp afsteekt bij de rondom gelegen bergen. Links van ons
+ontplooit zich voor onzen blik de vlakte van den Jordaan, die wij van
+hier uit, zoover het oog reikt, in hare volle lengte kunnen overzien.
+Recht voor ons uit verheffen zich de berg Thabor en de kleine Hermon.
+
+De straten van het oude Gadara zijn nog duidelijk te herkennen aan de
+wagensporen in het plaveisel der wegen, langs welke aan beide zijden een
+menigte zuilen van bazaltsteen van vroegere gebouwen verspreid liggen.
+Men heeft er dan ook de ruïnen opgegraven van twee theaters en van een
+ouden tempel, die later schijnt opgebouwd te zijn tot eene Christelijke
+kerk en tal van graftombes. In het dorp zag men nog verscheidene met
+fijn beeldhouwwerk versierde sarcophagen of doodkisten, die weleer
+hadden gediend om het stoffelijk overschot te bewaren van de grooten der
+aarde, die daar woonden en die de bewoners thans bezigden als trog voor
+veevoeder en dergelijke dingen. Sic transiit gloria mundi!
+
+Onderwijl wij daar wat uitrustten onder de schaduw van een ouden
+olijfboom, eenling in de gansche omgeving, verzamelde zich rondom
+ons heen eene menigte fellahs of dorpsbewoners. Wanneer ik de
+photographieën, die ik van hen nam, er nog eens op nazie, dan waren het
+echte wilden met angstwekkende tronies. Gelukkig waren ze niet kwaad en
+konden wij ze overgelukkig maken met een sigaar, een voorwerp dat zij
+blijkbaar niet kenden, althans niet wisten aan te steken. Toen hun dit
+echter getoond was, deed zij de rondte van mond tot mond zelfs bij de
+vrouwen, die wij onderkenden aan hare getatouëerde aangezichten.
+
+Eenige oogenblikken later zag ik een man uit hun midden, die onder den
+boom, waar wij zaten, zich afzonderde tot het gebed. Met het aangezicht
+naar het Oosten gekeerd, nijgde hij zijn hoofd eerst driemalen ter
+aarde, knielde toen neder, richtte zich daarna weder op, herhaalde die
+buigende beweging telkens weêr en aanbad.... maar wat? Doch hoe het zij,
+hij toonde, door zich aan niets te storen en voor niemand te schamen,
+dat hij op zijne wijze den moed had zijnen God te belijden voor de
+menschen en fluisterde ons Christenen, schoon zwijgend, een ernstige
+waarheid in het oor, die men op reis zoo licht vergeet.
+
+Toen wij van hier afdaalden naar de Jordaanvlakte, genoten wij nog
+langen tijd van het overschoone uitzicht op de zee van Galilea. Wij
+doorwaadden de rivier de Jarmuk, die in den Jordaan vloeit en voorzagen
+ons van een bloem van den oleander, die hier overal in het wild groeit.
+Tegen den avond kwamen wij bij het dorpje Samach, waar onze tenten waren
+opgeslagen aan den oever van de zee van Galilea.
+
+Het was een verrukkelijk schoone avond, dien wij daar doorbrachten.
+De maan scheen juist in haar eerste kwartier met de geopende zijde
+van haar blinkende sikkel naar Venus gekeerd, die er vlak naast stond
+in schitterende pracht. Het was een sterrenbeeld zooals men slechts
+zelden hier in het Westen aanschouwt. Terstond herkende ik daarin het
+zinnebeeld, dat de Turk koos om zijn vlag te sieren. Jammer, dat het
+maar een enkelen avond te zien was; want doordat de maan den volgenden
+avond later op- en onderging, stond Venus op een veel grooteren afstand.
+
+Toch bleef het mij een onvergetelijk schouwspel en, wanneer ik er aan
+dacht, kwam mij telkens dat gedeelte van den Koran voor den geest,
+waarin beschreven wordt op welke wijze ABRAHAM gekomen is tot het
+bewustzijn, dat er maar een éénig God is. Toen zijn vader, zoo luidt
+dat verhaal, die een heiden was, nog leefde, liet Koning NIMROD alle
+pasgeboren kinderen ombrengen (blijkbaar eene verwarring met den
+kindermoord te Bethlehem). ABRAHAM, die gespaard bleef, werd tot zijn
+15de jaar opgevoed in een spelonk. Toen hij daaruit kwam en des avonds
+aan den hemel een schoone ster zag staan, riep hij uit: „Dat is mijn
+God”! Maar toen zij weder onderging, sprak hij: „ik bemin niet hetgeen
+ondergaat.” Toen hij vervolgens de maan zag opkomen, zeide hij wederom:
+„Dat is mijn God.” Doch toen ook zij onderging, zeide hij: „waarlijk,
+mijn God heeft mij niet geleid om tot de dwalende menschen te behooren.”
+En toen hij eindelijk de zon zag opgaan, zeide hij wederom: „Dat is
+mijn God, deze is grooter.” Maar toen ook zij weêr onderging sprak hij:
+„menschen, ik wil niets te doen hebben met datgene, wat gij afgodisch
+aanbidt; ik richt mijn aangezicht onafgewend naar Hem, die den hemel en
+de aarde uit niet heeft voortgebracht en behoor niet tot degenen, die
+Hem deelgenoot maken van iets, waarmede Hij Zijne eer zou moeten
+deelen.”
+
+En toch koos de Mohammedaan, die een ABRAHAM zoo hoog vereert, tot
+zinnebeeld zijner toekomst iets dat ondergaat!
+
+Was dat een toeval, het noodlot of een profetie?
+
+
+
+
+HET MEER VAN GENNESARETH.
+
+
+Voordat wij het dorpje Samach verlaten, werpen wij eerst nog een blik in
+de armoedige woningen, waaruit het bestaat. Zij zijn meerendeels van
+leem, zonder venster en met platte daken, die uit hout en riet zijn
+samengesteld en met leem overdekt. De deur bestaat in eene opening
+in het midden van een der muren en verleent toegang tot het eenige
+woonvertrek, waarvan het voorste gedeelte dient voor het vee en de
+andere helft voor het huisgezin. De matten, die overdag zijn opgerold,
+worden des avonds als bed gespreid.
+
+Inmiddels zijn onze booten reeds aangekomen, die van Tiberias ontboden
+waren om ons van den zuidelijken naar den noordelijken oever over te
+brengen. Het is nog vroeg in den morgen; maar wij moeten ons haasten,
+want alles voorspelt wederom een warmen dag. Geen wolkje aan den hemel,
+geen zuchtje in de lucht, geen rimpeltje op het water. De heete stralen
+der brandende zon verdubbelen haar warmte door de weêrkaatsing in het
+spiegelgladde vlak der zee. 's Middags om 4 uur wijst de thermometer in
+de schaduw eener koele, steenen veranda nog 94 graden. Zelfs het water
+der zee was zoo lauw, dat ons noch een bad noch een dronk verfrisschen
+kon.
+
+Waarlijk op zulk een dag heeft men te doen met de roeiers. Hoe gaarne
+zou men hun een koeltje gunnen om het zeil te kunnen opzetten; maar
+eerst tegen den avond stak de wind op, die hun het werk kwam verlichten.
+De scheepjes, ongeveer half zoo groot als onze kotters, hebben een mast
+voor een fok, die aan stuurboord wordt bevestigd. In elke boot waren
+zeven man, die elkander geregeld afwisselden. De rustenden vlijden
+zich dan een poosje neder in het vooronder van het schip. Het lied, dat
+aanvankelijk den roeislag begeleidt, houdt gelukkig niet lang aan, want
+het bestaat uit eentonige, klanklooze geluiden, zonder eenige melodie.
+
+Langs den westelijken oever van het meer varen wij steeds met den
+grooten Hermon in het verschiet, in 6 uren tijds van Samach naar Tell
+Hum, het voormalige Capernaüm. Dezen afstand, iets minder dan de lengte
+der geheele zee, die 20.5 bij 9 kilometer is, legden wij in 6 uur tijds
+af.
+
+Eerst kwamen wij voorbij de plaats, waar de Jordaan uit de zee stroomt.
+Zij vormt hier een schiereiland, waarop men nog de overblijfsels kan
+zien eener oude vesting. Verderop volgen dan de badhuizen der warme
+bronnen van Hamman Tabarïja, wier water in vroeger eeuwen door buizen
+naar Tiberias werd geleid. Het bezat reeds in de dagen van FLAVIUS
+JOSEPHUS zekere vermaardheid als heilzaam middel tegen huidziekten
+en rheumatiek. Het heeft 62 graden Celsius warmte en is zeer zout en
+zwavelhoudend. De tegenwoordige badinrichting werd in 1833 gebouwd;
+zij zag er echter niet uitlokkend uit, zooals ons den volgenden morgen
+bleek, toen wij haar van naderbij bezagen.
+
+Tiberias, dat nu volgt, ligt schilderachtig. Het kleine stadje, dat
+nauwelijks 4000 inwoners telt, verheft zich van de zee tegen de glooiing
+van de bergen. Aan onze zijde is het geheel open en naar de landzijde
+ingesloten door een hoogen muur, die aan weêrszijde der stad eindigt
+in twee in de zee vooruitspringende torens. Enkele bootjes liggen in
+de haven. De tegenwoordige stad is aanmerkelijk kleiner dan het oude
+Tiberias van HERODES ANTIPAS, waarvan men door opgraving der oude
+muren den omvang heeft bepaald. Het is thans een armoedig plaatsje,
+berucht vanwege zijn onreinheid, zoo zelfs dat het in den volksmond de
+„residentie van den koning der vlooien” heet. Of er voor deze bewering
+grond is, heeft ons de ondervinding niet geleerd, daar onze dragoman,
+wellicht uit voorzorg, de tenten, waarin wij overnachtten, buiten de
+„residentie” had opgeslagen.
+
+Wij zetten onzen roeitocht voort tot aan den noordelijken oever. Daar
+er geen bewoonde plaatsen meer te zien waren, nam ik mijn Bijbel ter
+hand en las aan ons gezelschap de bekende geschiedenissen voor van de
+wonderbare vischvangst, den storm op zee, de spijziging der 5000 e. a.,
+die aan dit gedeelte van het meer hadden plaats gegrepen. De landstreek
+toch, tegenover welke wij ons nu bevinden, is het gebied van Gennesar of
+Gennesareth, waar de Heiland het meest vertoefde; tegen den middag zijn
+wij te Capernaüm, waar wij aan wal stappen en betreden den gewijden
+bodem, waar Hij woonde in „Zijne stad”. (Matth. IX: 1).
+
+[Illustratie: TIBERIAS.]
+
+Deze plaats is een der weinige, omtrent wier ligging geen verschil
+van meening bestaat. Ook de tegenwoordige naam Tell Hum bevestigt het
+vermoeden, dat hier Capernaüm lag. Capernaüm of Kafr Nahum beteekent
+toch dorp van Nahum; sedert de plaats echter als zoodanig verdween,
+noemde men haar Tell d. w. z. heuvel, hoop (ruïnes) van Hum, eene
+verkorting van Nahum.
+
+Wij landden aan een Franciscaner klooster, dat door twee monniken
+bewoond wordt en treden door een hof een ruim vertrek binnen, waar men
+kan uitrusten en zich verkwikken aan het water, dat men om niet krijgt
+en aan den proviand, dien men zelf heeft meêgebracht. Van de bouwvallen
+der stad, zeide men ons, was weinig meer te zien. Eenige brokstukken van
+zuilen zouden volgens sommigen nog het overblijfsel zijn van eene oude
+Christelijke kerk, volgens anderen van eene Joodsche synagoge, misschien
+die welke de hoofdman liet bouwen, wiens dienstknecht krank lag en door
+JEZUS werd genezen. (Luc. VII: 5).
+
+Daar evenwel buiten in de zon een warmte heerschte als van een oven,
+een hitte ongekend voor dien tijd van het jaar (19 Oct.), wachtten wij
+totdat de middaggloed een weinig was getemperd om terug te varen langs
+de kust naar de overblijfselen van Bethsaïda, die men ongeveer een half
+uur ten Westen van Capernaüm aanwijst. Anderen zoeken de plaats, waar
+Bethsaïda lag, ten Oosten aan gindsche zijde van den Jordaan en eveneens
+die, waar de spijziging der 5000 zou plaats gehad hebben. Wij kunnen op
+dit verschil van meening hier niet ingaan en bepalen ons bij hetgeen
+wij gezien hebben. Hiertoe behooren de overblijfselen van muren, die
+inderdaad doen denken aan een oude stad; onmiddellijk daarnaast, nog
+meer ten Westen, ontplooit zich eene breede grasvlakte, die Ettabgera
+heet, eene Arabische verbastering van het Grieksche woord Heptapygai,
+dat 7 bronnen beteekent. Deze bronnen, die nog een watermolen drijven,
+bevochtigen de landstreek, de eenige aan het meer waar altijd gras
+groeit en die men daarom houdt voor de plaats der spijziging der 5000 en
+waarvan in Joh. VI: 10 gezegd wordt: „Er was veel gras in die plaats.”
+
+Iets verder langs den oever valt ons een nieuwerwetsche woning op, eene
+stichting van de Duitsche R. K. Vereeniging voor Palestina, waarin
+Pater Biever woont, een man van indrukwekkende gestalte, die ons zeer
+vriendelijk en gastvrij onthaalt. Hij heeft zich hier gevestigd om
+de bevolking den land- en tuinbouw te leeren en wijst ons prachtige
+producten van den bodem, die hij, zoodra de zaaitijd daar is, onder de
+bewoners des lands verdeelt. Hij is dezelfde, die ons van zijne reizen
+onder de Bedouïnen vertelde, en die ons allerlei bijzonderheden
+verhaalde van het visschersleven aan het meer.
+
+Zoo vernamen wij, dat gedurende den vischtijd de bocht, waarin wij nu
+zijn, een pachtsom opbrengt van ƒ2000, evenzooveel als het geheele
+overige gedeelte van het meer, omdat het hier zoo bij uitstek vischrijk
+is. De gansche oever is dan overdekt met tenten. Vaak gebeurt het, dat
+men dan dagen achtereen vischt zonder iets te vangen, totdat men op
+eens een geheel net vol heeft, inderdaad eene merkwaardige bevestiging
+niet alleen, maar ook een duidelijke verklaring van de wondervolle
+vischvangst in Joh. XXI ons beschreven. Het wondervolle toch in deze
+gebeurtenis is, dat zij geschiedt in de schemering van den morgen,
+terwijl de vischtijd voorbij is en dat, juist op het woord van den Heer:
+„Werpt het net aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden,” de
+vangst zoo groot is, dat de discipelen „het net niet meer konden trekken
+vanwege de menigte der visschen.” Maar om dit als een wonder te kunnen
+waardeeren, daarvoor is het oog noodig van JOHANNES, den discipel welken
+JEZUS liefhad, een oog dat dieper ziet, dan dat der overigen en in het
+gebeurde de hand des Heeren opmerkt, zooals blijkt uit zijn woord tot
+PETRUS: „Het is de Heer.”
+
+Na eenige verpoozing hernemen wij onze plaatsen in de scheepjes ten
+einde langs den westelijken oever van het meer naar Tiberias terug
+te keeren. Met dit landschap voor oogen, is er niet veel verbeelding
+toe noodig om zich voor te stellen, hoe het er uitzag in de dagen
+des Heeren. Eerst Capernaüm, dan Bethsaïda; onmiddellijk daarachter,
+maar iets hooger tegen het gebergte, Chorazin; langs de zee de oude
+karavanenweg, die van Damascus langs het voormalige Magdala naar
+Tiberias leidt. Nog heden vertoonen zich in die vlakte van Gennesar
+terrassen van wijnbergen en akkervelden, die besproeit worden door
+bronnen frisch water, dat daaruit opborrelt. Hoog daarboven ligt de
+stad Safed, evenals zoovele steden in Palestina, boven op een berg.
+
+Inderdaad het is niet moeielijk, zeg ik, om met dit tafereel voor oogen
+zich den Heer voor te stellen van een scheepken de schare leerende
+in gelijkenissen. Hier een vischnet, dat wordt opgetrokken; daar de
+voorbijtrekkende koopman in schoone paarlen; elders een zaaier, die
+uitging om te zaaien; ginds een weide met een herder en zijne schapen;
+daarboven een stad op een berg, beschenen door het licht der ondergaande
+zon. Was het ons niet, alsof alles wat de Heer weleer in beeld en
+gelijkenis sprak voor onze verbeelding begon te leven!
+
+Het sterkst werden wij dit gewaar, toen wij met ons scheepken ongeveer
+ter hoogte van Magdala waren. De zon was reeds ondergegaan en de
+schemering ingevallen. Op eens leggen de roeiers hun roeispanen uit
+de hand en zetten het zeil op. Niemand van ons bespeurde nog iets van
+wind. Toch was het aan het zeil te zien, dat het spande. Het duurde niet
+lang, of de wind verhief zich. Witte kammen vertoonden zich op de golven
+en ons scheepken werd door een stevige bries voortgestuwd naar de haven
+van Tiberias. De verbeelding was werkelijkheid geworden, gelukkig maar
+van korten duur, doch voldoende om zich voor te stellen, hoe het den
+discipelen weleer te moede was bij den storm op zee.
+
+Doch genoeg over dezen schoonen dag, dien wij doorbrachten op de zee
+van Gennesareth. Alles wat men hier ziet, ook hetgeen men niet meer
+ziet, bevestigt de waarheid van het Evangelie. Of zijn dat Chorazin
+en Bethsaïda, waarvan men nauwelijks de standplaats kent, geen stille
+getuigen van het „Wee u!” dat de Heer er eenmaal over uitsprak? En dat
+Capernaüm dat tot den hemel toe verhoogd was, is het niet tot de hel toe
+nedergestooten geworden?
+
+Inderdaad, wanneer men in enkele woorden den indruk van zulk een dag zou
+willen samenvatten, dan kunnen wij dien niet beter weêrgeven, dan met
+eenvoudig te zeggen: hetgeen de Bijbel ons leert is _waar_.
+
+
+
+
+HET TURKSCH BESTUUR.
+
+
+Wij zetten thans onze reis voort door Galilea over Cana naar Nazareth.
+In groote, slingerende bochten stijgt de rijweg naar boven, totdat men
+op de waterscheiding is van het gebergte Hattin. Achter ons ligt de zee
+van Gennesareth, die al dieper en dieper wegzinkt; terwijl de bergen
+rondom zich al hooger en hooger verheffen, naarmate wij stijgen. Het
+landschap wordt daardoor steeds grootscher en de gezichtskring ruimer,
+zoodat het inderdaad moeite kost er afscheid van te nemen, wellicht
+voor altijd! Hoe gaarne hadden wij hier, waar ook onze Heiland stellig
+meermalen vertoefde, eenigen tijd gerust en in stil gepeins onze
+gedachten bepaald bij al hetgeen men aanschouwde; maar onze dragoman
+dreef ons voort. Nog een laatste blik op dat Tiberias daar beneden in
+de diepte en het gebergte Gaulanitis aan de overzijde van het schoone,
+groene meer en de bergrug, dien wij overschrijden, onttrekt voorgoed aan
+ons oog het onvergetelijk landschap, waarvan wij zoo noode scheidden.
+
+Aan deze zijde van den berg breidt zich een breed dal voor ons uit. Onze
+dragoman verzoekt ons een oogenblik naar hem te luisteren. Hij wijst ons
+naar rechts op de breede kruin van den berg Hattin, die zich toespitst
+in twee horens. Hier zou de plaats geweest zijn, waar de Heer de
+bergrede hield; daar ter linkerzijde, zoo voegt hij er in eenen adem aan
+toe, werden de laatste Kruisridders in 1187 door SALADIN overwonnen in
+een veldslag, die zóó hevig was, dat het bloed der gesneuvelden stroomde
+door de bedding der vallei.
+
+Of deze plaats der bergrede de juiste is en of hetgeen hij vertelde
+omtrent dat bloedig gevecht wel geheel vrij van overdrijving was, laat
+ik in het midden; maar in elk geval was er iets zeer treffends in die
+tegenstelling, welke hij maakte, blijkbaar zonder het zelf te beseffen,
+tusschen dat slagveld—ik schreef haast slachtveld—, waar die edele
+Kruisridders vielen, en dien berg vlak daartegenover, waar de Heiland
+het woord sprak: „Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods
+kinderen genaamd worden.” Was het niet, alsof die schrille tegenstelling
+uitdrukte, dat Gods zegen niet kon rusten op hen, die het Heilige
+Land voor het Evangelie wilden veroveren met onheilige wapenen des
+vleesches? Riep dat woord van den Heiland ons niet den huidigen,
+liefderijken kruistocht voor den geest der Inwendige Zending, wier edele
+riddergestalten strijden met geestelijke wapenen, en die met hun wapenen
+des vredes reeds menige overwinning behaalden, zooals door mij in het
+tijdschrift _Lichtstralen_ werd aangetoond.
+
+De vlakten, die wij verder doorrijden, zijn onbeschrijfelijk dor.
+Heinde noch ver is er een boom te zien. Dit is in geheel Palestina het
+geval. Daardoor vertoont het land overal een doodsch karakter. Hoe veel
+liefelijker zou het landschap er uit zien, wanneer de bergen rondom de
+zee van Gennesareth en elders bedekt waren met bosschen en wouden.
+Slechts in de onmiddellijke nabijheid der dorpen of steden vindt men
+kleine boomgaarden van olijven, citroenen en vijgen. De oorzaken van
+dit droevig verschijnsel liggen in allerlei omstandigheden, die het
+volkomen verklaren en die mij aanleiding geven om hier een en ander
+mede te deelen van de Turksche Regeering en van de maatschappelijke
+wanverhoudingen in een land, dat zucht onder den vloek van haar bestuur.
+Het bevestigt ten volle het bekende spreekwoord: „Waar de Turk zijn
+voet heeft gezet, groeit geen gras meer.”
+
+De oorzaak, waarom men geen vruchtboomen aanplant, is hierin gelegen,
+dat de Regeering van elken boom belasting heft, ook al draagt hij
+geen vrucht. Deze belastingheffing is bovendien overgelaten aan de
+willekeur van den beambte, die er mede belast is. Het is dus alleszins
+verklaarbaar, dat men liever geen boomen aanplant, waarvoor men in de
+belasting kan worden aangeslagen ook al leveren zij nog niets op, en
+ze liefst omhakt, zoodra zij niet meer de waarde der belasting kunnen
+opbrengen. Ten einde nu echter het vellen der boomen te voorkomen, heeft
+de Regeering daartegen, natuurlijk behoudens uitzonderingen, een verbod
+uitgevaardigd. Maar omdat de man, die met het toezicht hierover is
+belast, evenals elk ander Turksch ambtenaar, onmogelijk kan rondkomen
+van zijne karige bezoldiging, vermeerdert hij zijne inkomsten met de
+bakschisch of fooien die hij krijgt, wanneer hij toestaat, dat een
+boom ten doode wordt opgeschreven. Hij leeft dus van het geld, dat hij
+ontvangt voor de overtreding van een wet, die hij behoort te handhaven!
+Zietdaar een staaltje van het Turksch bestuur!
+
+Het gevolg hiervan is, dat men binnen eenige jaren zelfs geen hout
+meer zal hebben om te branden. De directrice van het kinderhuis Talitha
+Kûmi te Jeruzalem was dan ook zeer bezorgd over de toekomst, daar het
+brandhout hoe langer hoe schaarscher en duurder werd. Hetgeen men haar
+tot dusver voor veel geld had geleverd, was afkomstig van boomstammen
+uit bosschen, die reeds lang waren verdwenen, doch waarvan de wortels
+nog in den grond zaten en werden uitgegraven. Steenkolen zijn er
+niet te verkrijgen; de zoogenoemde kolen, die men er brandt, bestaan
+grootendeels uit aarde. In de bergen rondom de Doode Zee meent men ze
+te kunnen vinden; maar elk verzoek tot de Regeering om boringen toe te
+staan, wordt met stilzwijgen beantwoord.
+
+Zoo zou men allerlei kunnen noemen.
+
+De warme baden aan de zee van Tiberias wenschte een vermogend man in
+exploitatie te brengen. Hij richtte zich te dien einde 19 jaren geleden
+tot de verheven Porte, maar wacht tevergeefs op een ferman of
+verlofbrief.
+
+Voor eenige jaren gaf de Regeering tegen hoogen koers een nieuwe munt
+uit. Bij gebrek aan pasmunt werd zij gretig aangenomen. Nauwelijks was
+zij echter in omloop, of er volgde een Iráde of bevelschrift van den
+Sultan, waarbij de waarde tot op de helft verminderde. Sedert dien
+betaalt men dan ook alles in Fransch geld.
+
+Turksche ambtenaren ontvangen nooit meer dan 10 van de 12 maanden
+salaris, waarop zij recht hebben. Het ontbrekende moeten zij dus
+verhalen op hunne ondergeschikten en hun ook 2 maanden minder uitbetalen
+of op andere wijze. Een postbeambte vindt dit tekort in de postzegels,
+die hij afscheurt van de briefkaarten en brieven, die hij daarna
+vernietigt. Vandaar overal in de grootere plaatsen een Oostenrijksche
+post. Zoo men verzuimt van een telegraafbeambte een ontvangbewijs te
+verlangen strijkt hij eenvoudig het geld op, zonder het bericht te
+verzenden.
+
+Zietdaar enkele bijzonderheden, die ik hier vermeld, ten einde
+zich eenigszins een denkbeeld te kunnen vormen van de ontzettende
+wanverhoudingen, die belichaamd zijn in het Turksch bestuur, dat
+een vloek is voor dit land. Het was dan ook een diepe verzuchting,
+waarmede onze dragoman, die mij deze dingen onderweg vertelde, zijne
+mededeelingen besloot, toen hij zeide: „de allerslechtste Regeering
+van eenig ander land in Europa zou nog beter zijn dan de onze.”
+
+In een tijd als die waarin wij leven, in welken zoo vaak wordt geklaagd
+over Regeeringen, mag men zulke dingen wel eens hooren. 't Is waar, wij
+wonen niet in een land der belofte, en toch is het hier in menig opzicht
+nog vrij wat draaglijker dan in _het_ Land der belofte zelf. Laat ons
+echter hopen en gelooven, dat er ook nog voor dit arme land betere
+tijden zijn weggelegd, wanneer de beloften van Hem, Die getrouw is, in
+vervulling zullen gaan.
+
+
+
+
+NAZARETH.
+
+
+Na eenige uren te hebben gerust in het voormalige stadje Cana, thans een
+klein, nietig dorpje, waar niets te zien is dan een klooster met eene
+kerk, ter plaatse, waar de Heer weleer Zijn eerste teeken deed, (Joh.
+II: 1–11) bereikten wij tegen den avond het stadje Nazareth, dat in een
+halven cirkel amphitheatersgewijs tegen de hoogte aanligt. Verschillende
+grootere gebouwen, onder welke vooral die, welke toebehooren aan de
+Franciscaner-orde, vallen terstond in het oog. Pater Soos, die aan
+het hoofd daarvan staat, is een landgenoot. Van onze komst verwittigd,
+bracht hij ons weldra een bezoek en vertelde ons allerlei bijzonderheden
+omtrent de gebruiken van het land en het volk, waarmede hij ons den
+geheelen avond onderhield. Tot de merkwaardigste bijzonderheden
+behoorde het feit, dat in Nazareth, welks bewoners voor het meerendeel
+Christenen zijn, wel Mohammedanen wonen, die met de Christenen op den
+besten voet verkeeren, maar geen Joden. Deze hebben er nooit gewoond en
+worden er tot op den huidigen dag niet geduld. En waarom niet? Eenvoudig
+omdat weleer Nathanaël de stad en haar inwoners zoodanig beleedigd heeft
+door zijn vraag: „Kan er uit Nazareth iets goeds zijn?” (Joh. I: 47),
+dat men er nu geen enkelen Jood toelaat. Pater Soos vertelde ons, dat
+toen eenigen tijd geleden de rijke bankier ROTHSCHILD uit Parijs de
+stad bezocht en bij hem overnachtte, deze des avonds bij donker aankwam
+en vroeg in den morgen weder vertrok uit vrees voor een hagelbui van
+steenen van de lieve straatjeugd. Op onze vraag, of deze zich dan bewust
+was van hetgeen zij deed, luidde zijn antwoord: „neen, maar een bewoner
+van dit land leeft enkel bij overlevering; men doet zoo, omdat de vader
+en grootvader ook zoo deden en omdat deze van hun vader en grootvader
+hetzelfde hebben geleerd”. Eene treffende illustratie inderdaad van
+de bekende overleveringen der ouden, welke de Heer zoo vaak bij Zijn
+onderwijs geeselde. (Matth. V: 21).
+
+[Illustratie: DE MARIABRON TE NAZARETH.]
+
+De Franciscaners hebben zich het schier ongelooflijke getroost om
+langzamerhand die plaatsen in hun bezit te krijgen, waaraan gewijde
+herinneringen verbonden zijn. Zoo zijn zij na jaren er in geslaagd
+eigenaar te worden van de _mensa Christi_, een steenen tafel, die weleer
+buiten, maar nu in de stad ligt en waarvan de overlevering vermeldt, dat
+zij dikwerf door den Heer en Zijne discipelen werd gebruikt, o. a. ook
+nog eenmaal, toen Hij na Zijne verrijzenis hier met hen aanzat. (Marc.
+XVI: 7.)
+
+Zoo zagen wij de plaatsen, waar weleer de woning en de werkplaats
+van JOZEF zouden geweest zijn; de grot, waarin de Engel aan MARIA
+de geboorte des Heeren aankondigde, waarvoor evenwel de Grieksche
+Christenen eene plaats aanwijzen in de benedenstad, en een en ander
+meer ter herinnering aan de eerste levensjaren des Heeren.
+
+Wat hiervan juist zij, zal men wel nooit met zekerheid kunnen zeggen. De
+eenige plaats, waarvan men met eenige waarschijnlijkheid kan vermoeden,
+dat de Heer er meermalen kwam, is de bron in de beneden stad, waar alle
+bewoners moeten komen om water te halen en die nog heden ten dage den
+naam Mariabron draagt. Stellig heeft daar de moeder des Heeren wellicht
+met haar kind, meermalen haar waterkruik gevuld. Maar al kan men ze
+ook niet met den vinger aanwijzen, zeker is het toch, dat hier in dit
+Nazareth overal plekken zijn, waar de Heer in de dagen zijner jeugd
+gewandeld of gestaan, gewerkt en gebeden heeft. Hier staan wij inderdaad
+op gewijden bodem door de voeten van onzen gezegenden Heiland gedrukt
+en waar Hij onder de ouderlijke zorgen en de hoede Zijns Hemelschen
+Vaders opgroeide en rijpte tot den leeftijd, op welken Hij optrad als de
+Zaligmaker der wereld. Met een gevoel van dankbaarheid denk ik daarom
+aan het bezoek aan dat stille Nazareth terug, als de plaats waar Hij
+als kind speelde, als knaap leerde en als jongeling of als man in de
+kracht Zijns levens werkte voor het gezin, waarvan de vader wellicht
+vroeg stierf en Hij dus de zorgen des aardschen levens ook moest helpen
+dragen. Hier heeft Hij de zijnen gediend en al dienende gehoorzaamheid
+geleerd. Hier heeft Hij als kind of jongeling op denzelfden leeftijd als
+wij in de jaren onzer jeugd, blootgestaan en weerstand geboden aan alle
+verzoekingen en nimmer gezondigd. Hier op dit stille, van alle zijden
+door bergen ingesloten en afgezonderde plekje, leerde Hij de wereld in
+hare behoeften en nooden kennen, totdat de tijd daar was, dat Hij als
+het Lam Gods de zonde dier wereld zou dragen.
+
+Merkwaardig vond ik ook dat dit kleine, geheel tusschen het gebergte
+verscholen Nazareth menigvuldig gelegenheid bood om iets van de wereld
+in het groot te aanschouwen, want men behoeft slechts een der omringende
+bergen te bestijgen om naar alle zijden een verrukkelijk schoon
+vergezicht te genieten. Ten Noorden ziet men dan den grooten Hermon, met
+den Anti-Libanon; ten Oosten verheft zich de afgeplatte kruin van den
+Tabor, met het gebergte van Gilead in het verschiet; ten Zuiden ligt de
+kleine Hermon en het gebergte Gilboa, waar SAUL sneuvelde en ten Westen
+de in zijn volle lengte zich uitstrekkende Karmel met de vlakte van
+Jisreël er voor; daar tusschen in tal van grootere en kleinere steden en
+dorpen, alles te zamen als een landkaart, waaraan alleen de plaatsnamen
+ontbreken. Wanneer men daar zoo staat, dan is het alsof menige
+gebeurtenis uit de gewijde geschiedenis voor onze verbeelding herleeft.
+Inderdaad geen plaats eigende zich beter voor de ontwikkeling van dat
+kind, van hetwelk wij lezen, dat het Zijnen ouders onderdanig was, tot
+dat Hij optrad in de wereld als de Zoon des menschen, die gekomen was om
+des Vaders wil te doen.
+
+Waarlijk, onder de plaatsen, die in het Heilige Land een bezoek
+overwaard zijn, bekleedt dat stille en eenvoudige Nazareth een eerste
+plaats. Het bevreemdt ons dan ook niet, dat de Roomsche en Grieksche
+Christenen alles gedaan hebben voor den pelgrim, die het wil bezoeken om
+zijn verblijf te veraangenamen. Beiden hebben hier hun pelgrimshuizen;
+dat der Franciscaners mag een sieraad van Nazareth heeten. Het biedt
+logies aan voor 150 vreemdelingen, die het daar uitstekend hebben, want
+de ruime kamers zijn frisch en zindelijk, echt Hollandsch, dank zij de
+voortreffelijke leiding van onzen vriendelijken landsman, die aan het
+hoofd staat van de geheele inrichting. Er is een groote eetzaal, een
+leeskamer en bovendien een corridor in het midden van het gebouw, waar
+drie lange tafels gedekt staan, elk voor 50 gasten. Daar wordt de moede
+pelgrim verkwikt en versterkt, onverschillig of hij iets betaalt of
+niet, louter uit liefde tot Hem, Die hier het eerst de wereld voorging
+in het werk der barmhartigheid en der dienende liefde. Wij maakten er
+echter geen gebruik van, maar overnachtten in onze tenten op de markt,
+waar de kinderen tot laat in den avond speelden. Hoe gaarne hadden wij
+ze hier hun bruilofts- en begrafenisspel, waarvan de Heer spreekt in
+Zijne gelijkenis (Matth. XI: 16) zien spelen, waarmede zij volgens
+SCHNELLERS bekende boek: _Kent gij het land?_ tot laat in den avond
+bezig kunnen zijn. Maar het kwam ditmaal niet aan de beurt.
+
+Zulke teleurstellingen moet men zich getroosten op een reis door het
+Heilige Land, waarbij men natuurlijk niet alles ziet wat men gewenscht
+had te zien of zooals men het zich voorgesteld had. Toch is datgene, wat
+men ziet, voldoende om zich een voorstelling te maken van het geheel
+en een blijvende herinnering te bewaren aan die plaatsen, waar de God
+des heils aan een verloren wereld Zijne liefde geopenbaard heeft. Men
+ontstichte evenwel zich zelven en anderen niet, zooals sommigen wel eens
+doen, door een waanwijze critiek op allerlei bijzonderheden, die men u
+aanwijst en op de overleveringen, die daarop betrekking hebben, maar men
+bezoeke het met die wijding, welke het uit den aard der zaak bezit voor
+elken geloovige en bezie het met een oog des geloofs, dat niet bekrompen
+hecht aan uiterlijke dingen.
+
+Dan blijft er nog genoeg over en tot stichting èn tot leering beide.
+
+
+
+
+SAMARIA.
+
+
+De reis van Nazareth naar Nabulus, de tegenwoordige hoofdplaats van
+Samaria, duurt twee dagen. Men overnacht te Dschennin en verpoost
+onderweg, den eersten dag te Solam en den volgenden dag te Sanur. Het
+landschap, dat over 't geheel dor is en kaal, is evenwel rijk aan en
+belangrijk door allerlei historische herinneringen. Al ras ziet men aan
+den voet van den kleinen Hermon, dien men links laat liggen, het stadje
+Naïn met een helderwit kerkje, dat scherp afsteekt tegen de vale vlakte.
+Het kerkje behoort al weder aan de Franciscaners „de wachters der
+heilige plaatsen”, die voor het terrein, waarop het staat, een millioen
+guldens hebben betaald en werd gebouwd ter gedachtenis aan de opwekking
+van den jongeling te Naïn. Daarachter ligt Endor, de woonplaats der
+tooveres, die SAUL raadpleegde aan den avond voor den veldslag tegen de
+Filistijnen, waarin hij sneuvelde. Rechts van ons breidt zich de vlakte
+uit van Jisreël, waarop in vroeger dagen zoo menige bloedige slag
+werd geleverd. Dan volgt, even voorbij den kleinen Hermon, het dorpje
+Solam, voorheen Sunem, waar ELISA zoo vaak overnachtte in het bekende
+profetenkamertje, dat de gastvrije Sunamietische huisvrouw voor hem
+had ingericht. Het dorp is door een hoogen muur van ondoordringbare
+cactussen ingesloten, waar men zelfs te paard niet overheen kan zien.
+Tijdens het warmste gedeelte van den dag rust men hier gewoonlijk eenige
+uren uit onder citroenboomen, wier rijpe vruchten, die de eigenaar van
+den boomgaard voor eenige bakschisch vergunt te plukken, heerlijk te pas
+komen om het lauwe drinkwater te verfrisschen. Weldra heeft men den
+Kleinen Hermon achter zich, die van de hoogte af gezien vlak voor zijn
+peetoom den Grooten Hermon ligt. Ik zeg peetoom, want nog nimmer zag ik
+twee bergen, die zoo sprekend op elkaar gelijken en het wordt dan ook
+wanneer men ze van hieruit ziet alleszins duidelijk, waarom men den een
+naar den ander heeft genoemd, ofschoon zij dagen reizens van elkander
+verwijderd liggen.
+
+Den volgenden dag wordt halt gehouden te Sanur onder eenige prachtige
+vijgeboomen, de eenige die wij in Palestina aantroffen met rijpe
+vruchten en waaraan men zich naar hartelust kon te goed doen, natuurlijk
+alweer voor de noodige bakschisch, zonder welke men in het Oosten niet
+kan leven. Van hier sloeg het grootste gedeelte van ons gezelschap, dat
+den tocht reeds lang genoeg vond, den korteren weg in naar Nabulus;
+terwijl enkelen zich met mij een omweg getroosten om een bezoek te
+brengen aan het oude Samaria, welke moeite ruimschoots beloond werd door
+hetgeen wij hier zagen.
+
+Deze voormalige hoofdstad van Israël levert thans een zeer droevig
+schouwspel op. Een klein dorpje Sebastieje herinnert aan de plaats, waar
+het gelegen heeft. Toch is het dorpje een bezoek overwaardig, omdat men
+daardoor een indruk krijgt van de sterke en schoone ligging der machtige
+hoofdstad van het Rijk der tien stammen. Zij lag terrasgewijs deels op,
+deels tegen een hoogte aan, door hooge muren omringd, waarvan nog een
+gedeelte te zien is. Boven van de hoogte ontwaart men in het verre
+Westen de Middellandsche Zee en rondom zich heen eene breede vlakte door
+bergen begrensd, waarvan de Ebal en Gerizim tegen het Oosten den cirkel
+sluiten. Waarlijk, het beeld van Jesaja (XXVIII: 1), die haar vergelijkt
+bij een „kroon, die daar is op het hoofd eener zeer vette vallei” is
+bijzonder treffend.
+
+[Illustratie: SEBASTIEJE (SAMARIA).]
+
+Hier resideerden de Koningen, die over het Rijk van Israël regeerden na
+Omri, den stichter der stad, die hij Samaria, _Wachtburcht_ noemde.
+Inderdaad zij ligt als een wachter op een hoogte, eenige honderden
+meters boven de breede vlakte daaromheen. Hier had koning ACHAB zijn
+elpenbeenen paleis; hier stonden de tempels, welke hij bouwde ten
+gerieve van zijne vrouw IZÉBEL, die gewijd waren aan Baäl en Astarte
+(II Kon. XXII: 39); hier, ging het oordeel in vervulling, dat de profeet
+ELIA had aangekondigd over hem en over zijn huis.
+
+Wat moet dat Samaria schoon geweest zijn in de dagen van HERODES den
+Groote, die om de kruin van den berg een straat liet aanleggen, die 1700
+meter lang was met dubbele rijen hooge zuilen, waarvan er nog vele zijn
+staande gebleven. Overal waar men den voet zet, ziet men slanke pilaren
+bij menigte ter aarde liggen, zoodat men de lijn der oude zuilenstraat
+nog duidelijk kan volgen.
+
+Welk een verrukkelijk vergezicht geniet men van deze hoogte over de
+gansche vlakte, die hier voor ons ligt! Hoe rijk is deze omgeving aan
+historische herinneringen! Niet ver van hier ligt het kleine Dothan,
+waar eens JOZEF werd verkocht; daar woonde later ELISA, toen de Syriërs
+hem omringden, die hij binnen Samaria bracht. In die vlakte lag het
+leger van den Koning van Syrië, dat de Heer des nachts verdreef op het
+woord van den profeet. Van welke teekenen en wonderen waren deze bergen
+eenmaal getuigen in de dagen der oudheid!
+
+En thans! Niets is er overgebleven van al die grootheid uit vroeger
+dagen. Hoe is deze kroon van EFRAÏM naar het woord van JESAJA met voeten
+getreden! Ja, wanneer men hier staat en slaat Jesaja XXVIII op, hoe
+bevestigt dan de aanschouwing van dit alles de vastheid van zijn woord
+omtrent Dengene, van Wien hij daar profeteert: „dat Hij ten oordeel zit
+en tot een Geest des oordeels is.”
+
+Het is inderdaad, alsof men te doen heeft met eene heilige ironie,
+wanneer men er wandelt door dat armoedige dorpje met schamele hutten,
+dat nog den naam Sebastieje „de heerlijke” draagt, een naam, dien
+HERODES aan het door hem herbouwde Samaria gaf ter eere van Keizer
+AUGUSTUS.
+
+Het eenige, wat nog voor enkele jaren de bewondering van den bezoeker
+trok, was de ruïne eener Christelijke kerk, aan JOHANNES den Dooper
+gewijd. Maar helaas! de schendende hand van den Muzelman heeft deze oude
+basilica in een moskee veranderd en daardoor ook dit laatste spoor van
+een Christelijk tijdvak vernietigd. Het eenige, wat hij ongerept liet,
+zijn de graven in de krypt van de moskee, een onderaardsch gewelf,
+waarin men langs een smalle trap afdaalt en waar weleer OBADJA, ELIA
+en JOHANNES de Dooper zouden begraven geweest zijn.
+
+Het is slechts weinig, wat men hier nog ziet; maar juist dit weinige
+predikt te luider en welsprekender de vergankelijkheid van alle aardsche
+grootheid en van alle heerlijkheid dezer wereld.
+
+
+
+
+NABULUS.
+
+
+Op een Zaterdagavond kwamen wij te Nabulus, het voormalige Sichem
+aan. Wij hadden juist 6 dagen te paard gezeten en de gedachte den
+volgenden dag eens uit te mogen rusten was al eene verademing op
+zichzelf. Reeds vroeger heb ik medegedeeld, hoezeer wij het nut van den
+rustdag waardeerden. Onze tenten waren buiten de stad opgeslagen onder
+eenige hooge olijfboomen, die fel heen en weer werden bewogen door een
+hevigen, maar niet verfrisschenden wind, want nog steeds woei dezelfde
+verzengende Sirokko der woestijn. Zelfs des nachts hoorde men hem gieren
+door de boomen en voelde men hem blazen door de tenten, maar zonder den
+dampkring ook maar eenigszins af te koelen.
+
+Den volgenden morgen sloeg ik mijn Bijbel op om de geschiedenissen eens
+na te lezen waarin Sichem eertijds zulk een gewichtige rol speelde.
+Wellicht zouden wij straks op onze wandeling aan belangrijke historische
+plaatsen komen, als b.v. die, waar JOTHAM stond, toen hij die schoone
+fabel sprak van de boomen, die heengingen om eenen koning over zich te
+zalven. Ik wil niet beweren, dat ik de juiste plek op den berg Gerizim
+gezien heb, waar hij toen stond, maar ik ontdekte er verscheidene, waar
+een hooge rotswand een veilige schuilplaats bood om zijne zoo van fijne
+ironie tintelende strafpredikatie te houden tot „alle burgeren van
+Sichem” als JOTHAM deed en van waar hij nog gelegenheid had om tijdig te
+vluchten, indien zijn woord rechtmatigen toorn mocht verwekken. (Richt.
+IX: 21).
+
+Het eerste, wat op onze morgenwandeling onze aandacht trok, was een
+opgewekt kerkgezang, dat ons reeds van verre in de ooren klonk. Toen wij
+naderbij kwamen, zagen wij een net gebouw van twee verdiepingen, waar
+juist godsdienstoefening werd gehouden, hetgeen ons natuurlijk tot een
+bezoek uitlokte. Het was het kerkje der Protestantsche gemeente, die
+hier 150 leden telt, waarvan minstens ⅔ aanwezig waren. Wij troffen
+het dus bijzonder gelukkig, waar ons de gelegenheid ontbrak om op te
+gaan naar het huis des gebeds, dat wij juist aan dit kerkje voorbij
+kwamen, terwijl er dienst was. Wij wisten niet, dat dit een samenkomst
+was van geloofsgenooten, maar leidden dit af uit de inrichting van
+den dienst, de groote inschikkelijkheid, waarmede men ons terstond
+zitplaatsen inruimde en de vriendelijkheid, waarmede men ons de
+gelegenheid bood om mee te zingen uit het gezangboek, dat men ons
+gaf. Nietwaar, zulke kleine oplettendheden zijn wij immers gewoon den
+vreemdeling te bewijzen, die onze kerk binnentreedt, wanneer er dienst
+is? Des te meer betreurden wij het, dat wij van de zoo vriendelijk
+aangeboden gelegenheid geen gebruik konden maken, omdat de geheele
+godsdienstoefening in het Arabisch werd gehouden. Daardoor konden wij
+ook den voorganger niet volgen, hetgeen ons te meer speet, omdat hij,
+blijkens de aandacht waarmede zijn gehoor naar hem luisterde, zeer
+boeiend sprak.
+
+Wanneer men de geschiedenis van het ontstaan dezer gemeente kent, die ik
+elders beschreven heb[1], zal men kunnen begrijpen, hoe weldadig ons dit
+bezoek aan deze Protestantsche kerk hier aandeed, eene geschiedenis,
+waarbij zich bijna woordelijk herhaalde hetgeen plaats vond in de dagen,
+toen de Heer in de onmiddellijke nabijheid dezer stad zat aan den put
+van JACOB en sprak van velden wit om te oogsten. (Joh. IV: 35). Daarbij
+was er iets verheffends in de gedachte, dat wij hier samen waren met
+mannen en vrouwen, waarmede wij ons verbonden gevoelden door hetzelfde
+geloof in eenen Heer en dit nog wel in een der meest Mohammedaansche
+steden van Palestina.
+
+[1] Zie Lichtstralen: Inwendige Zending in Jeruzalem en Palestina, bldz.
+13.
+
+Immers, men bemerkt terstond aan alles, dat de bevolking dezer stad, die
+24000 inwoners telt, waaronder 700 Christenen, overwegend Mohammedaansch
+is. Dit blijkt onder meer uit de geheimzinnige horren voor de vensters,
+waardoor de vrouwen der Muzelmannen zonder zelve gezien te worden naar
+buiten kunnen kijken, en vooral aan de afzichtelijke kleeding, waarin
+zij gehuld zijn, waarin men ze op straat ontmoet. Zij gaan dan geheel in
+het zwart met een sluier, eveneens pikzwart, die meestal door een om het
+hoofd geslagen witten stofmantel, zóo op het aangezicht is vastgebonden,
+dat ook dit geheel zwart ziet. Zoo uitgedoscht doen zij onwillekeurig
+denken aan wandelende mummies. Daarbij hebben zij een wonderbaarlijke
+voorliefde voor overschoenen, hoewel er maanden lang geen droppel regen
+was gevallen en waarmede zij onhoorbaar langs de straat schuiven als een
+zwarte geest, van welken men liefst zijn aangezicht afwendt. Waarlijk,
+wanneer het lijkkleed des doods, waarin men deze Oostersche vrouw
+gehuld ziet, een beeld is van haar innerlijk leven, dan is zij wel diep
+te beklagen vanwege haar somber bestaan.
+
+Te Nabulus is nog eene synagoge der Samaritaansche Joden, die beweren
+af te stammen van de oude bewoners van Samaria, die daar zouden
+achtergebleven zijn na den ondergang van het Rijk der tien stammen
+en na de verwoesting der stad door den Koning der Assyriërs, welke
+laatsten zich hier als kolonisten vestigden en zich vermengden met
+de overgeblevene Joodsche bevolking, tengevolge waarvan de Joden uit
+Jerusalem met hen geene gemeenschap meer hielden, zooals wij weten uit
+de geschiedenis der Samaritaansche vrouw (Joh. IV). Deze Samaritanen
+tellen nog slechts dertig huisgezinnen, die meerendeels in armoedige
+omstandigheden verkeeren. Wij bezochten hunne synagoge, die meer op een
+onderaardsch gewelf dan op een bedehuis gelijkt, waar de priester ons
+de oorspronkelijke boekrollen hunner wet liet zien in oud-Hebreeuwsche
+letters geschreven, bevattende de vijf boeken van MOZES. Driemaal 's
+jaars doen zij nog een bedevaart naar den berg Gerizim, de plaats waar
+eenmaal hun tempel stond.
+
+Bij eene omwandeling van de stad langs dezen berg kan men begrijpen, hoe
+men er toe is gekomen om Nabulus of Neapolis, d. w. z. de nieuwe stad,
+juist hier tusschen de bergen Gerizim en Ebal te bouwen. Uit 22 bronnen,
+waarvan meer dan de helft voortdurend water houden, stroomt een helder
+beekje naar beneden, dat de geheele stad van frisch drinkwater voorziet
+en de tuinen besproeit, die tegen de helling van den Gerizim zijn
+gelegen. Het doet het oog weldadig aan, wanneer men hier weer eens
+wandelt tusschen het frissche groen der boomen; terwijl daarbeneden in
+de diepte de stad ligt met hare helderwitte huizen, op wier platte daken
+zich tegen den avond het geheele gezin verzamelt. Behoudens haar echt
+Oostersch karakter, bezit de stad zelve echter weinig aantrekkelijks,
+ook tengevolge van hare benauwde, duffe straten, gedeeltelijk overwulfd,
+overal met trapjes, langs welke men voortdurend op- en afgaat.
+
+Van Nabulus naar Jerusalem heeft men nog twee dagen te reizen. In de
+onmiddellijke nabijheid der stad bevindt zich de beroemde put van JACOB,
+welbekend door het gesprek, dat de Heer hier met de Samaritaansche
+vrouw hield. Ik was zeer verlangend dien put eens met eigen oogen te
+zullen zien, ten einde te kunnen beoordeelen, welke der verschillende
+photographieën, die ik daarvan had, het best geleek; maar, hoe werd ik
+teleurgesteld, toen ik bemerkte, dat zij geen van allen geleken. Sedert
+eenigen tijd toch is deze put in eigendom overgegaan in de handen van
+Grieksche monniken, die hem volkomen onkenbaar hebben gemaakt, niet
+alleen door de opening daarvan toe te metselen, maar ook door nog
+een gewelf daarover heen te bouwen, waaronder het bijna donker is en
+daaromheen nog een muur te trekken, dit alles uit louter vrees, dat de
+Turken te eeniger tijd zullen trachten den put wederom in hun bezit te
+verkrijgen. Kon men voorheen het water in den put zien staan, thans is
+hij gedeeltelijk met steenen opgevuld. Door eene kleine opening laat men
+ten gerieve van den bezoeker een kaarsje naar beneden zakken om aan te
+toonen, dat er onder het toegemetselde gewelf inderdaad een diepte is
+van 23 meter. Door dit alles heeft dan ook deze plaats alle bekoring
+van haren oorspronkelijken eenvoud verloren, zoodat een bezoek daaraan
+nauwelijks meer de moeite beloont. De vlakte toch, waarop des Heeren oog
+rustte, toen Hij daar zat en sprak van velden wit om te oogsten, ziet
+men binnen dien hoogen muur in 't geheel niet. Het wordt hier echter
+zeer duidelijk, dat het niet juist is, wanneer men in Joh. IV: 5 Sichem
+voor Sichar leest, zooals sommige kerkvaders doen, daar te Sichem,
+zooals ik reeds opmerkte, overvloedig water is, zoodat de Samaritaansche
+niet van daar behoefde te komen om hier water te putten. Het overigens
+onbekende Sichar heeft waarschijnlijk aan den voet van den Ebal gelegen
+en heet thans Eskar.
+
+Gaf deze put van JACOB ons dus niets te zien van de drukke levendigheid,
+die gewoonlijk aan zulke bronnen in het Oosten heerscht, waar
+voortdurend menschen en dieren samenstroomen om hun dorst te lesschen,
+toch hadden wij de volgende dagen en ook later meer dan eens de
+gelegenheid om dit eigenaardig schouwspel gade te slaan, zoowel te
+El Loebban als te El Bire, waar wij eenige uren vertoefden om paard
+en ruiter wat rust en verkwikking te geven, voor zooverre dit in de
+brandende hitte eener oostersche zon mogelijk is. Van waar de menschen
+komen, die bij zulk een bron water halen, was mij een raadsel, want,
+naar ik mij herinner, waren er in de nabijheid van El Loebban maar drie
+of vier huisjes te zien. Toch daagden er telkens nieuwe bezoekers op.
+Reizigers met hun paarden, kooplieden met hun kameelen, jongens met hun
+ezels, herders met hun schapen, alles dwarrelde hier door elkaar en
+verdrong zich om het dichtst bij de bron te wezen, waarbij de schapen
+vooraan stonden, de ezels en paarden er achter en de kameelen eindelijk
+op den derden rang, vanwaar zij met hun lang uitgerekten hals nog juist
+bij het water konden komen. Nu en dan ziet men ook wel eens een schaap,
+dat het al te benauwd krijgt door het gedrang in het water springen,
+maar gelukkig staat er steeds iemand klaar, blijkbaar op dit voorval
+bedacht, om het er uit te trekken. Met zulk een tafereeltje voor oogen,
+verstaat men volkomen het woord van den Heer: „Wiens os of ezel van
+ulieden zal in een put vallen en die hem niet terstond zal uittrekken op
+den dag des Sabbats?” Niet minder levendig gevoelt men ook telkens op
+een reis in Palestina, waar zulke bronnen zeldzaam zijn, de waarde van
+een dronk waters en de beteekenis van dat andere woord: „Zoo wie een
+van deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud waters in
+de naam eens discipels, voorwaar zeg ik u, hij zal zijn loon geenszins
+verliezen.”
+
+De andere bron El Bire, dankt hare vermaardheid aan de overlevering,
+dat MARIA hier het eerst tot de ontdekking zou gekomen zijn, dat de
+twaalfjarige JEZUS zich niet onder het terugkeerend reisgezelschap
+bevond. Daar El-Bire een kleine dagreis van Jeruzalem verwijderd ligt en
+de pelgrims, die huiswaarts gingen, gewoon waren hier te overnachten is
+het zeer waarschijnlijk, dat deze overlevering juist is. MARIA rekende
+dan een dag voor de heenreis, een dag om terug te keeren naar de stad,
+en vond Hem op den derden dag in het huis des Vaders weder.
+
+Een niet onbelangrijk bezoek brachten eenigen onzer nog op den weg
+tusschen Nabulus en Sindschil, waar wij overnachtten, aan het plaatsje
+Sélûn, voorheen Silo, waar in de dagen van SAMUEL een steenen huis met
+den Tabernakel stond. Tegen de hoogte van een heuvel liggen de puinhopen
+der oude stad, die voor ons te merkwaardiger waren, omdat wij nimmer
+eene werkelijk verwoeste stad hadden aanschouwd. Meestal toch wordt
+zij weder door latere bewoners herbouwd, zoodat er weinig meer van eene
+verwoesting te zien is. Hier was dit echter niet het geval. Men liep er
+tusschen de muren, die nog staande waren gebleven van huizen en gebouwen
+en zag overal duidelijk de lijnen der straten, die alle opgevuld waren
+met steenen. De geheele stad was eigenlijk niet anders dan een groote
+steenhoop, sedert onheuglijke tijden onbewoond.
+
+Aan de noordzijde bevindt zich tusschen den heuvel waar Silo op lag en
+een anderen daartegenover een merkwaardig terras, dat men met groote
+waarschijnlijkheid houdt voor de plaats, waar eertijds de tabernakel
+stond. In het midden is een hoog vierkant plein; aan de Oost- en
+Westzijde daarvan bevinden zich twee terrassen het eene telkens eenige
+meters lager dan het andere. Het laat zich zeer goed denken, wanneer men
+dit ziet, dat op het hoogste terras de voorhof lag, waarop de tabernakel
+stond, waartoe men of van beide of van een der beide zijden toegang
+had.
+
+Voor het overige was er op dit gedeelte onzer reis weinig merkwaardigs
+te zien. Hoe dichter men Jeruzalem nadert, des te steenachtiger wordt de
+bodem, zóo zelfs dat deze in letterlijken zin bezaaid is met steenen,
+waar een klein voetpad doorheen kronkelt, dat het paard zorgvuldig
+volgt. Op het onverwacht ziet men, ofschoon nog uren verwijderd,
+Jeruzalem enkele oogenblikken voor zich liggen. Daarna verliest men
+het weder uit het oog, totdat men van de hoogte van den Scopus, op een
+half uur afstand van de stad, haar vlak voor zich heeft. Eigenaardige
+aandoeningen en gewaarwordingen maken zich van iemand meester, die haar
+voor het eerst ziet, zooals zij daar ligt, boven op de bergen Zion en
+Moria, de stad, die eene geschiedenis heeft als weinige haars gelijken,
+de stad, waarin zooveel heeft plaats gegrepen, waardoor het nog heden
+ten dage de klassieke plaats is van drie godsdiensten, dien der Joden,
+der Mohammedanen en der Christenen.
+
+Wij waren recht dankbaar, dat wij te Jerusalem ons verblijf in tenten
+konden verwisselen met een aangenamer logies. Het hospiz of logement
+der R. K. Vereeniging voor Palestina te Keulen had op ons gerekend
+en uitnemende vertrekken voor ons in gereedheid gebracht. Het was een
+flink steenen gebouw, met dikke, zware muren en daardoor heerlijk koel
+en frisch. Voor sommigen onzer, vooral voor de dames was dit eene ware
+verademing. De tentenreis en het paardrijden waren haar te machtig
+geworden en wij waren dankbaar, dat zij in redelijken welstand zoover
+waren gekomen; een harer echter, die naar wij meenden het minst van
+de reis had geleden, overleed hier aan een kortstondige ziekte. Het
+pelgrimshuis, waarin wij logeerden, staat onder leiding van pater
+SCHMIDT, een zeer beminnelijken grijsaard, die reeds jaren te Jerusalem
+woont, en volkomen van alles op de hoogte is en onder wiens vriendelijk
+geleide wij de belangrijkste plaatsen der stad bezochten en die bij
+nadere kennismaking bleek te zijn een man van groote kennis, degelijke
+studie en ruimen blik. Waren alle onze Roomsche geloofsgenooten zooals
+hij, hoe veel dichter zouden wij dan bij elkander staan!
+
+
+
+
+JERICHO EN DE DOODE ZEE.
+
+
+Voordat wij Jerusalem zelve en de merkwaardigheden in en buiten de stad
+in oogenschouw namen, bezochten wij eerst de oude palmenstad Jericho, de
+Doode Zee en den Jordaan.
+
+Aan de omstandigheid, dat er sedert eenigen tijd een uitnemende rijweg
+was aangelegd, dankten wij het, dat wij dezen tocht per rijtuig konden
+doen, hetgeen ons op een langen en stoffigen weg als deze bij een
+gestadig onbewolkten hemel en brandende hitte hoogst welkom was. Want,
+al levert Palestina weinig natuurschoon op en mist men, zooals ik reeds
+vroeger schreef, voortdurend het frissche groen der boomen, dat het oog
+zoo weldadig aandoet, in Galilea en Samaria zag men althans nog nu en
+dan in of bij de dorpen boomgaarden van citroenen, vijgen en olijven.
+Maar tusschen Jerusalem en de Doode zee, een afstand van vijf uur per
+rijtuig, telde ik langs den geheelen weg slechts 2 boomen. Telkens
+kwamen mij dan ook de woorden voor den geest van den dichter van den
+104den Psalm en van zoo menig ander lied, waarin de schoonheid der
+natuur wordt bezongen, en het kostte mij moeite om te gelooven, dat die
+dichters eenmaal woonden in dit land, waar thans alles even kaal en dor
+is. Gedurig kwam mij ook de droevige klacht van den wijzen Prediker in
+gedachte (Pred. X: 16): „Wee u land! welks Koning een kind is”, een
+klacht, die wel een profetie mag heeten, al heeft de dichter daarbij ook
+niet gedacht aan het tegenwoordig ellendig bestuur van den Sultan, in
+wien zij helaas! maar al te zeer vervuld is geworden. Intusschen mogen
+wij, die ook aan de vervulling van zoo menige andere betere profetie
+gelooven, vertrouwen dat God dit land nog niet heeft vergeten, blijkens
+den zegen op het werk, dat Protestantsche Christenen er deden en
+waardoor allengs betere toestanden in het leven geroepen worden.
+
+Wij waren op weg van Jerusalem naar de Doode Zee, een weg, die, zooals
+ik reeds zeide, wel eentonig is, maar toch voor allen, die de schoone
+geschiedenissen des Bijbels kennen, in hooge mate belangwekkend blijft.
+Reeds het eerste plaatsje, waar men aankomt, wanneer men den Olijfberg
+heeft omgereden, is het welbekende Bethanië, waar de Heer zoo gaarne
+vertoefde ten huize van MARIA en MARTHA en zijnen vriend LAZARUS, dien
+Hij uit den dood heeft opgewekt. Diens graf wordt nog getoond, maar
+heeft, evenals zoovele andere gewijde plaatsen na verloop van eeuwen
+zoovele veranderingen ondergaan, dat het schier onkenbaar is geworden.
+Men daalt langs een smalle trap van 25 treden af in een spelonk, waar
+dan nog eenige meters lager een ruim gewelf als het graf van LAZARUS
+wordt aangewezen. Dit laatste is geenszins onmogelijk, mits men zich den
+ingang tot dit gewelf niet zoo diep maar onmiddellijk aan den openbaren
+weg denke, daar anders des Heeren bevel: „Neemt den steen weg en
+ontbindt hem” (Joh. XI: 39–44) onuitvoerbaar zou geweest zijn. Wanneer
+men echter in acht neemt, dat ter plaatse, waar het graf van LAZARUS
+was, later eene groote Christelijke kerk heeft gestaan; dat door den
+bouw daarvan de bodem stellig is opgehoogd, ten einde van het graf zelf
+eene krypt onder die kerk te kunnen maken, en men denkt zich dat alles
+voor een oogenblik weg, dan wordt de waarschijnlijkheid zeer groot, dat
+wij hier de juiste plaats voor ons hebben, waar het wonder geschiedde,
+dat gansch Jerusalem in zulk eene beroering bracht en eene profetie was
+van het groote wonder, dat in den Paaschmorgen zou plaats grijpen. Hoe
+het zij, wij staan te Bethanië op gewijden bodem en weten zeker dat
+ter plaatse, waar volgens zeggen het huis stond van MARIA en MARTHA of
+enkele schreden er van daan, de Heiland dikwerf vertoefde, toen Hij op
+aarde was.
+
+Hetzelfde geldt ook van de bron der Apostelen, langs welke de weg
+naar Jericho ons verder leidt. Ook hiervan kan men met onbetwistbare
+zekerheid zeggen, dat de Heer er vaak met Zijne discipelen vertoefde om
+te rusten en zich te laven aan het kostelijke water, dat daaruit opwelt,
+want zij is de eenige bron tusschen Bethanië en de Jordaanvlakte. Welk
+een voorrecht zou het wezen, wanneer in dit land meer zulke bronnen
+waren, die, zooals men nog ten huidigen dage zegt, _levend_ water
+houden, ter onderscheiding van het stilstaand water der regenbakken.
+
+Na 2½ uur rijdens bereikt men het hoogst punt van den weg, waar den
+paarden eenige rusttijd wordt gegund. Hoewel aan deze plaats geen
+historische herinnering is verbonden, verlevendigt zij toch voor
+onzen geest een der schoonste tafereelen uit het Evangelie. Hier ziet
+men een van die Oostersche herbergen, waarop de Heer doelde in de
+bekende gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan (Luc. X: 34), die
+tegenwoordig den naam karavansera dragen Zij bestaat uit een breed
+voorhuis, waarin twee lange gelagkamers zijn, met breede divans langs
+den muur, die des nachts tot rustbed dienen; daarachter bevindt zich een
+ruime vierkante plaats, door een hoogen muur omringd, waar kameelen,
+paarden en ezels vrij kunnen rondloopen. Daar deze plaats, juist op
+de helft van den weg van Jerusalem naar Jericho ligt en de eenige is,
+die zich tot zulk een pleisterplaats leent, is de veronderstelling
+gewettigd, dat zich hier reeds voor eeuwen een herberg bevond, waaraan
+de Heer dacht, toen Hij de schoone gelijkenis sprak van een zeker
+mensch, die onder de moordenaars viel, toen hij afkwam van Jeruzalem
+naar Jericho. Men ziet zelfs, enkele minuten van de tegenwoordige
+karavansera, nog de ruïnes van een oud gebouw.
+
+Van hier daalt de weg af tot aan Jericho en in gestrekten draf wordt
+de reis voortgezet tot op eens het rijtuig ophoudt en onze dragoman ons
+verzoekt uit te stappen. Hij wijst ons een voetpad, dat om de kruin van
+een heuvel heenleidt en wij staan voor een diep ravijn, dat aan onze
+voeten gaapt. Daar beneden in de diepte stroomt de beek Krith en aan
+het groen geboomte is duidelijk te zien, dat zij ondanks de langdurige
+droogte nog water houdt. Aan den linkeroever van de beek ligt een
+klooster ter gedachtenis aan den profeet ELIA, die hier tijdens den
+hongersnood zijn verblijf hield en door de raven werd gespijzigd. Het
+is als een zwaluwnest tegen een steilen muur genesteld en steekt door
+zijn groen geverfde vensters en deuren scherp af tegen de vale rotsen er
+om heen. Hoe gaarne waren wij in de diepte afgedaald om het van nabij
+te kunnen bezien en de plaats te bezoeken, waar de profeet drie jaren
+leefde uit de hand zijns Heeren, maar de tijd liet het niet toe, daar
+wij nog eenige uren te rijden hadden, voor wij aan de Doode Zee en den
+Jordaan waren.
+
+Jericho zelf, de van ouds beroemde Palmenstad, is thans slechts een
+schamel dorp, dat uit eenige Bedouïenen-tenten bestaat. Van de oude stad
+wijst men nog eenige bouwvallen, waaraan echter niets te zien is. Enkele
+spichtige populieren hebben de plaats ingenomen der voormalige palmen.
+
+Belangrijker is de bron, die geheel Jericho van drinkwater voorziet en
+volgens de overlevering dezelfde is, waarvan de profeet ELISA het water,
+dat ondrinkbaar was, gezond maakte door er zout in te werpen. (II Kon.
+II: 19).
+
+De vlakte rondom Jericho, geeft geenszins een denkbeeld van de
+vruchtbaarheid dezer landstreek, behoudens een klein gedeelte, waar de
+Krith doorstroomt, alvorens zich te storten in de Doode Zee. De eenige
+plant die er groeit doet denken aan onze erica, maar hoe dichter men de
+Zee nadert, hoe doodscher alles wordt. Eindelijk zijn wij aan het strand
+der Zee, die te recht een zee wordt genoemd, omdat zij zoo groot is,
+dat men haar in hare lengte onmogelijk kan overzien. Ter linkerzijde
+verheft zich de hoogte Machaerus, waar HERODES een burcht had gebouwd
+en JOHANNES de Dooper zou onthoofd zijn; meer noordelijk het gebergte
+Nebo, van welks top MOZES het beloofde land overzag; ter rechterzijde
+de bergen van Juda en Engedi. Het water is donkergroen en sterk bewogen
+door den zuidenwind; het strand bestaat uit louter steenen zonder
+schelpen, want geen enkel levend dier, zelfs geen schelpdier kan in dit
+water leven. Het is veel zouter dan dat van den Oceaan en daarenboven
+zoo bitter, dat men den nasmaak er van nog langen tijd behoudt. Een bad
+is weinig verfrisschend, daar het water lauw is; men drijft er als een
+kurk boven op en wanneer men zich heeft gekleed en in de handen wrijft,
+voelt men nog kleine korreltjes zout als zand tusschen de vingers.
+Gelukkig zijn wij spoedig aan den Jordaan, waar een frisch zoetwaterbad
+ons bevrijdt van de zoutlaag, die ons lichaam overdekt.
+
+[Illustratie: DE DOODE ZEE.]
+
+De Jordaanoevers zijn als een liefelijke oase in de woestijn;
+langzaam stroomt de rivier, die omstreeks 30 meter breed is, langs
+donker struikgewas en weelderig geboomte, dat den oever bekleedt. Een
+kluizenaar, die ergens in de nabijheid zijn eenzaam verblijf heeft,
+vaart met zijn bootje langs den oever om zijne netten in te halen. Zacht
+weerkaatst de volle maan haar zilverwit licht in het water en alles te
+zamen biedt een zeldzaam schouwspel, zoodat wij gerust mogen zeggen: wij
+hebben den Jordaan op zijn schoonst gezien.
+
+De avond was reeds gevallen en bij maanlicht reden wij naar Jericho
+terug, de meesten voorzien van een flesch Jordaanwater, dat men als
+een aandenken medeneemt naar huis. Ik deed het niet. Voor mij waren
+er aan dezen dag genoeg schoone en blijvende herinneringen verbonden,
+die waarlijk niet door Jordaanwater behoeven opgefrischt te worden.
+De natuur zelve om ons heen was een commentaar geweest, die menige
+bladzijde der H. Schrift voor ons ophelderde en verstaanbaar maakte en
+wij eindigden dan ook dezen tocht met een gevoel van groote dankbaarheid
+aan Hem, Die ons zulk een heerlijken en onvergetelijken dag schonk.
+
+
+
+
+DE HEILIGDOMMEN IN HET TEGENWOORDIGE JERUSALEM.
+
+
+Toen wij van de Doode Zee terugkwamen en Jerusalem naderden kondigde
+het kanongebulder ons reeds van verre aan, dat de Duitsche Keizer zijn
+intocht deed. Deze gebeurtenis, die de Duitschers voor de geschiedenis
+van het Oosten epochemachend noemden, behoort thans reeds, wellicht voor
+altijd tot het verleden. Wij achten het daarom niet noodig er nog veel
+van te zeggen, te minder omdat zij in verschillende boeken breedvoerig
+werd beschreven.
+
+Hierbij komt, dat Jerusalem, als classieke plaats der oudheid door dat
+bezoek van den Keizer veel van zijn eigenaardigheid had verloren. Men
+stelle zich voor die stad, dat eerbiedwaardige monument uit het grijs
+verleden, thans opgesmukt naar den nieuwsten stijl met eerebogen en
+vlaggen en getooid met lampions voor illuminatie! Welk een schril
+contrast met den heiligen eenvoud, die daar past. Het was dan ook alsof
+de maan, die juist vol was en zoo helder scheen alsof het dag was, de
+heiligschennis eener kunstverlichting niet gedoogde, zoodat hiervan
+niets te zien was. Bovendien was de stad opgepropt met reizigers van
+Stangen's en Cook's bureaux, die elkander telkens verdrongen om den
+Keizer nog eens en voor den zooveelsten keer te zien. Dat alles gaf aan
+de stad een gansch onnatuurlijk aanzien en karakter. Toch belette het
+ons niet om een wandeling te maken naar de kerk van het Heilige graf,
+de Verlosserskerk en de Tempelplaats.
+
+Wij treden de Jaffapoort binnen. Rechts van ons ligt de Davidsburcht,
+thans een kazerne voor de Turksche wacht. De zware steenblokken, die
+er den grondslag van vormen, dagteekenen, naar men zegt, nog uit den
+tijd van Koning DAVID, die in Jerusalem zijn zetel vestigde en den
+Westelijken en Oostelijken heuvel van een sterken muur voorzag. Eenige
+schreden verder treden wij een woonhuis binnen en zien uit een venster
+beneden in de diepte den vijver, die aan HISKIA wordt toegeschreven en
+den naam draagt van het Patriarchenbad. Op den verderen weg naar de kerk
+van het Heilige Graf speurt men duidelijk aan de op- en nedergaande
+straten, dat de stad op twee heuvels is gelegen, waar tusschen een
+dal ligt. De straten zelve zijn eigenlijk niet meer dan stegen, nauw
+en donker, verpest door een benauwde, vunzige lucht, die de vrije
+ademhaling belemmert. Tengevolge van het zeer ongelijke plaveisel ziet
+men er geen paarden of wagens, maar alleen kameelen en ezels, die met
+hun last zich met moeite een weg banen door de menigte, welke zich
+ophoopt bij de bazars om wat te koopen of te verkoopen.
+
+Op het voorplein van de kerk van het Heilige Graf aangekomen worden
+ons door den Heer LISONNE met wien wij reisden, uitnemende plaatsen
+aangewezen, die hij voor ons heeft afgehuurd om de komst af te wachten
+van den Keizer en de Keizerin, die allereerst een bezoek brachten aan
+deze gedenkwaardige kerk. Van dien wachttijd maken wij gebruik om een en
+ander te vertellen van de kerk zelve en hare tegenwoordige eigenaars.
+
+[Illustratie: KERK VAN HET HEILIGE GRAF.]
+
+Zij bestaat uit een zeer onregelmatig geheel, een labyrinth van
+grootere en kleinere heiligdommen en kapellen, die alle afzonderlijke
+namen dragen naar de herinneringen, die de overlevering daaraan
+heeft vastgeknoopt en voornamelijk betrekking hebben op den dood des
+Heeren. Zij zijn het eigendom van Latijnsche, Grieksche, Armenische,
+Koptische en andere Christenen, die in gemeenschappelijk overleg
+elkander vredelievend toestaan om de verschillende heilige plaatsen te
+vereeren.
+
+Treedt men het voorportaal binnen, dan komt men het eerst aan den steen,
+waarop de vrouwen den Heer gezalfd hebben na de kruisiging, die het
+eigendom is der Grieksche Kerk. Daarachter zijn twee heiligdommen met
+hooge koepels overdekt, ter linkerzijde de eigenlijke kapel van het
+graf, die het gemeenschappelijk eigendom is van alle vijf genoemde
+afdeelingen der Christelijke Kerk; recht voor ons uit in het middenschip
+van het gebouw een Grieksche kerk met nog een afzonderlijk heiligdom.
+Rechts hiervan daalt men langs twee trappen af naar de kapel, waar
+HELENA het hout van het kruis zou gevonden hebben. Onmiddellijk rechts
+van den ingang beklimt men een trap van 20 treden en staat dan op eene
+hoogte, die geacht wordt de Calvariënberg te zijn geweest, waar het
+kruis des Heeren stond en die wederom het eigendom is der Grieksche
+Kerk. Hier wijst men in een rots die gespleten is onder een vergulde
+plaat eene opening, waar het kruis des Heeren stond. (Matth. XXVII: 51).
+
+Wat zullen wij tot alle deze dingen zeggen? Men heeft deze kerk wel eens
+bij een Christelijk panopticum vergeleken, eene vergelijking die wel
+niet verheven, maar helaas al te waar is, want het is ongeloofelijk, wat
+men hier te zien krijgt. Behalve de bovengenoemde bijzonderheden toch,
+die betrekking hebben op het lijden en sterven des Heeren, worden er nog
+tal van kapellen en altaren getoond, die betrekking hebben op bekende
+Bijbelsche personen en bovendien nog de graven van ADAM en EVA, ABEL en
+MELCHISEDEK en tal van anderen. Reeds bij de enkele opsomming van dit
+alles, beseft men hoe weinig historisch deze plaatsen zijn. Het is zelfs
+zeer de vraag of Golgotha hier kan gelegen hebben; immers, zoo dit het
+geval is, dan moet de stad buiten wier muren de kruisiging plaats vond,
+wel uitermate smal geweest zijn, daar zij hier nauwelijks 600 meter
+breed kon wezen. Wanneer men alles leest, wat voor of tegen de bewering
+pleit, dat hier Golgotha ligt, komt men tot de slotsom dat daaromtrent
+niets met stellige zekerheid te zeggen valt.
+
+Na deze algemeene opmerkingen laat het zich denken, dat er allicht
+moeilijkheden konden ontstaan tusschen de verschillende eigenaars der
+kerk omtrent den voorrang bij het bezoek van den Keizer. Toch schijnt
+men dit in der minne te hebben geschikt door de 3 patriarchen der
+Latijnsche, Grieksche en Armenische kerk in de gelegenheid te stellen
+hem elk afzonderlijk toe te spreken. Wij zagen ze allen in groot
+pontificaal de trappen afdalen, die naar het voorplein leiden en hun
+plaatsen in de kerk innemen. Voor aan den ingang stond de Latijnsche
+patriarch met zijn gevolg; eenige schreden verder bij den steen der
+zalving, de Armenische; terwijl de Grieksche zich bevond bij de
+eigenlijke kapel van het H. Graf, van welke verschillende plaatsen
+elk hunner hem in zijne eigene taal welkom heette.
+
+Nadat het bezoek van den Keizer en zijn gevolg was afgeloopen en zij het
+kerkgebouw onder klokgelui hadden verlaten traden wij het binnen. Voor
+deze gelegenheid waren alle lampen evenals op groote feesten ontstoken;
+wij zagen dus de kerk als op een grooten feestdag uitgedoscht, maar
+zonder het ontzettend gedrang, dat er dan heerscht. Wij waren daar zeer
+dankbaar voor, want, naar de beschrijvingen, die o. a. van de viering
+van het Paaschfeest worden gegeven zijn de tooneelen, die men dan ziet,
+inderdaad weêrzinwekkend. Wij kunnen ons dan ook volkomen begrijpen, dat
+een vroom man als SAMUEL GOBAT eens tot den Koning van Pruissen zeide,
+dat hij niet geloofde noch hoopte, sedert hij eenmaal ooggetuige geweest
+was van zulk eene feestviering, waardoor zij voor hem alle wijding had
+verloren, dat hier de plaats was, waar men den Heer had gelegd.
+
+Slechts enkele schreden van de kerk van het Heilige Graf ligt het
+Protestantsche kerkgebouw, dat juist was voltooid en den volgenden dag,
+den 31sten October, den Hervormingsdag, plechtig zou worden ingewijd.
+
+Het werd gebouwd op de plaats waar het voormalige Muristan stond. De
+geschiedenis van het Muristan dagteekent van de dagen van KAREL den
+Groote, die, naar men zegt, hier een klooster zou gesticht hebben.
+Na verloop van tijd verrezen er een kerk, een hospitaal, en een
+pelgrimshuis, gesticht door de ordebroeders van St. Jan, die daar hun
+verblijf hielden. In 1869 werd de geheele plaatsruimte, waarvan nog
+slechts enkele ruïnes stonden van vroegere gebouwen, door den Sultan aan
+den toenmaligen kroonprins, den lateren Keizer FREDERIK ten geschenke
+gegeven. Deze vatte aanstonds het plan op om hier een Duitsche kerk te
+bouwen op de fondamenten van de oude St. Maria Latina Majorkerk. De oude
+grondslagen bevonden zich echter 10–15 meter onder den grond en hieruit
+laat zich eenigszins afleiden, welk een reuzenwerk men te verrichten
+had, voordat er een vaste grondslag was verkregen voor den nieuwen bouw.
+Honderdduizenden manden met puin moesten te dien einde eerst weggedragen
+worden buiten de stadspoort.
+
+Na jarenlangen arbeid is dit werk voltooid en midden tusschen al de
+Mohammedaansche moskeeën, die boven Jerusalem uitsteken, verheft zich
+thans ook de sierlijke toren der Protestantsche kerk.
+
+De Verlosserskerk, zooals zij genoemd wordt, is met veel smaak en
+toch zeer eenvoudig in rondboogstijl gebouwd. Zij heeft ongeveer 200
+zitplaatsen; in het midden verheft zich een steenen kansel, aan het
+einde het altaar, links daarvan een keurig net orgel. Een der ingangen
+bestaat uit een voormalige poort, die er nog stond en toegang verleende
+tot het oude Muristan. Boven den anderen ingang bevindt zich een schild,
+waarop een lam is afgebeeld met een vlag, het symbool der overwinning
+van het Christelijk geloof, waarin de gemeente, die hier week aan week
+vergadert, hare kracht vindt.
+
+De derde, tevens de eenige plaats in Jeruzalem, omtrent wier ligging
+nooit eenige twijfel is gerezen, is het tempelplein, dat thans Haram
+esch Scherif heet. Hier stond gedurende vijf eeuwen de tempel van SALOMO
+en later die van HERODES. Thans bevinden er zich nog de Omar-moskee,
+El-Aksa en een aantal bijgebouwen, die alle toebehooren aan de
+Mohammedanen.
+
+Deze Tempelplaats is uit een oudheidkundig oogpunt allerbelangrijkst.
+Ten einde het tegenwoordige plateau, dat thans 470–490 meter lang en
+280–320 meter breed is, maar oorspronkelijk slechts eene kleine ruimte
+bood, zoodanig te vergrooten, dat daarop de tempel met zijne bijgebouwen
+kon verrijzen, moest men òf den kalksteenen heuvel, die in een spits
+uitliep verlagen, waardoor hij echter gemakkelijker toegankelijk werd
+voor den vijand en als vesting in sterkte verminderde, òf daaromheen
+hooge muren optrekken en door opvulling der tusschenruimte de noodige
+bodem-oppervlakte verkrijgen. DAVID en SALOMO schijnen aan dit laatste
+de voorkeur te hebben gegeven. Zij lieten aan de Oost-, West- en
+Zuidzijde muren optrekken ter hoogte van 130 voet uit steenblokken,
+waarvan er sommige nog zichtbaar zijn en die eene lengte hebben van ruim
+30 voet en dus eenig denkbeeld geven van de inspanning, die tot een
+dergelijk werk vereischt werd. Een gedeelte daarvan bestaat nog aan de
+Westzijde, de welbekende klaagmuur, dien men houdt voor afkomstig uit
+den tijd van SALOMO. Daar ziet men altijd, maar vooral op Vrijdagavond
+de Joden bijeen, die er bidden om herstel van tempel en stad en hoort
+men hen hun weemoedig klaaglied aanheffen over hun deerniswaardig lot.
+
+[Illustratie: DE OMARMOSKEE.]
+
+Juist in het midden van de tempelplaats verheft zich ongeveer 3
+meter daarboven, een vierkant plein, waarheen 8 trappen van 4 zijden
+toegang verleenen. Dit plein was voorheen de voorhof der Joden, dien de
+Heidenen in de dagen van HERODES niet mochten betreden op straffe des
+doods. Men heeft nog een steen gevonden, waarop dat verbod geschreven
+stond, hetgeen naar men beweerde, de Apostel PAULUS zou overtreden
+hebben (Hand. XXI: 28).
+
+Midden op dit plein staat thans de prachtige achthoekige Omar-moskee,
+een der schoonste die ik zag, met een hoogen koepel juist boven den
+steen es-Sachra dien de Mohammedanen als de heilige rots vereeren,
+omdat volgens hen MOHAMMED van hier ten hemel zou gevaren zijn. Het is
+wel opmerkelijk, dat MOHAMMED, hier zoowel als te Mekka, waar zijne
+volgelingen den steen Kaäba vereeren, zijn nieuwen godsdienst heeft
+vastgeknoopt aan plaatsen, die om eene of andere reden bijzonder heilig
+geacht werden, hetgeen ons verklaart, hoe het mogelijk was, dat zijn
+godsdienst zoo spoedig ingang kon vinden. Immers deze heilige rots was
+volgens de overlevering der Joden ook de plaats, waar weleer ABRAHAM
+zijn zoon wilde offeren en waar later het brandofferaltaar voor den
+tempel van SALOMO stond. Deze rots is echter niet anders dan de spits
+van den oorspronkelijken kalkberg, waaruit de berg Moria bestaat.
+Door grondboringen zijn de oudheidkundigen er zelfs in geslaagd,
+met volkomen juistheid aan te wijzen, waar de grond op verschillende
+plaatsen is opgehoogd, ten einde de tempelplaats tot een vlak plein te
+maken.
+
+Terwijl men dus overal elders in het onzekere verkeert omtrent plaatsen,
+die men aanwijst, staat men hier op echt historischen bodem. Hierheen
+bracht MARIA haar Kind bij de voorstelling in den tempel; hier ergens
+was de plaats, waar zij den twaalfjarigen Knaap vond; hier de plaats,
+waar de Heiland de schare zoo dikwerf leerde; hier de plaats, waar op
+het Pinksterfeest de discipelen bijeen waren, toen de Heilige Geest over
+hen werd uitgestort. Maar juist daarom gevoelt men zich bij de gedachte
+aan alle deze gebeurtenissen, die hier weleer plaats grepen, zoo droevig
+gestemd, wanneer men op dezen gewijden bodem, waaraan voor den Christen
+zoovele geheiligde herinneringen zijn verbonden, slechts als vreemdeling
+toegelaten wordt bij de gunst der Mohammedaansche overheid. Wij, die
+niet aan plaatsen hechten, misgunnen hun ook deze niet; maar er is toch
+iets weemoedigs in de gedachte, dat op deze merkwaardige plek zelfs
+geen Christelijk bedehuis staat en dat de schoone Christelijke kerk,
+de oudste in Jerusalem, die hier weleer door Keizer JUSTINIANUS werd
+gebouwd, thans de Mohammedaansche moskee El-Aksa is.
+
+Maar nog veel weemoediger moet het den vromen zoon van Gods oude volk
+Israël stemmen, die deze plaats nimmer durft betreden uit vrees, dat hij
+misschien zijn voet zal zetten op het voormalige Heilige der Heiligen,
+en die hier ziet, hoe dit zijn Heiligdom thans wordt ontheiligd door
+den Mohammedaan, die hem zoo diep veracht. Terwijl de Christenen der
+Oostersche en Westersche kerken hun gewijde plaats bezitten in de
+kerk van het Heilige Graf, de Mohammedaan in zijn Omar-moskee, de
+Protestantsche Christenheid in haar Verlosserskerk is de eenige gewijde
+plaats, die den zoon van Israël, den oorspronkelijken bewoner en
+eigenaar der stad werd gelaten daar beneden in de diepte, die oude muur,
+die door SALOMO werd opgetrokken, die klaagmuur waar hij weent en klaagt
+en bidt om den vrede van Jerusalem. Wie zal zeggen of en wanneer die
+bede ooit in verhooring zal gaan? Wij voor ons hopen het van harte en
+stemmen er gaarne mede in, maar kon het zijn zoo, dat eenmaal de zoon
+van Israël en de volgeling van Mohammed zich met ons buigen voor den
+Vredevorst, den grooten Koning van Zion.
+
+
+
+
+DE OUDE STAD EN HARE GRAVEN.
+
+
+Bij mijne verdere beschouwing van Jerusalem, onthoud ik mij opzettelijk
+van eene nadere beschrijving der zoogenoemde bezienswaardigheden. Zij
+is door anderen reeds zoo voortreffelijk gegeven, dat ik slechts in
+herhalingen zou vervallen, wanneer ik dat nog eens deed. Ik stel mij
+daarom voor eene wandeling te doen om de stad, ten einde dan hier en
+daar eens stil te staan bij datgene, wat in het bijzonder mijne aandacht
+trok, vooral uit een oudheidkundig oogpunt.
+
+Men heeft namelijk op het gebied der oudheid ook in Jerusalem
+ontdekkingen gedaan, die op velerlei dingen een geheel nieuw licht
+hebben geworpen en waardoor men tot klaarheid kwam, omtrent velerlei
+waarover men tot nog toe in het onzekere verkeerde. Aangespoord door de
+belangrijke uitkomsten, welke men verkreeg bij een ingesteld onderzoek
+in andere wereldsteden als Ninive en Babel, Thebe en Memphis, Athene
+en Rome, Herculanum en Pompeï, werden in 1867 eene Engelsche en in
+1877 eene Duitsche Vereeniging in het leven geroepen, die zich ten
+doel stelden alles te onderzoeken, wat in Palestina op het gebied der
+oudheidkunde van belang geacht kon worden. Ondanks menigerlei bezwaren,
+die daarbij in den weg stonden, kan men gerust zeggen, dat deze pogingen
+tamelijk welgeslaagd mogen heeten. Intusschen blijft er toch nog zeer
+veel over, waaromtrent men in het onzekere verkeert. Hiertoe behoort ook
+de ligging der oude stad.
+
+Het oude Jerusalem,—eigenlijk zou men hier wel het meervoud kunnen
+bezigen, want de stad werd in den loop der eeuwen zevenmaal verwoest en
+herbouwd, waardoor zij natuurlijk allerlei veranderingen onderging,—de
+oorspronkelijke stad, die DAVID innam, lag op een heuvel en droeg
+blijkens onlangs gevonden gedenktafels reeds eeuwen te voren den naam
+Oeroesalim. Na haar te hebben ingenomen, trok hij er een tweeden
+heuvel bij aan, dien hij verbond door een brug over het Tyropoeon-
+of Kaasmakersdal, welke dubbele stad daardoor den naam Jeruschalajim
+kreeg, een benaming, waardoor in de Hebreeuwsche taal nog dat tweeledige
+wordt uitgedrukt. Deze beide heuvels, waarvan de Oostelijke aanzienlijk
+lager is dan de Westelijke, vormen het uiteinde van den langwerpigen
+berg Scopus, die zich van het Noorden naar het Zuiden uitstrekt. Het
+Kaasmakersdal, waardoor zij van elkander gescheiden waren, liep wederom
+uit in het dal van Hinnom, dat beide heuvels aan de Zuidzijde insluit.
+Dit dal vereenigt zich aan de Oostzijde met dat van Josafat, thans
+het Kidrondal genoemd, dat den lageren heuvel en de daaraangrenzende
+tempelplaats afscheidt van den Olijfberg, die zich in het Noorden met
+den berg Scopus vereenigt.
+
+In de dagen van haren grootsten bloei besloeg de stad den ganschen
+bergrug van den Scopus met de beide heuvels. Thans is zij wederom
+ingekrompen tot een vierkant, dat slechts vier kilometers in omtrek
+heeft, aan elke zijde ongeveer een kilometer. De beide heuvels aan de
+Zuidzijde en een groot gedeelte van den berg Scopus aan de Noordzijde
+behooren thans niet meer tot het ommuurde gedeelte der stad.
+
+Nu is men er in geslaagd de fondamenten te vinden van den stadsmuur, die
+weleer de beide heuvels afsloot en heeft diens loop nauwkeurig kunnen
+bepalen; maar omtrent de grenzen der Noordelijke stad heeft men tot nog
+toe geen stellige zekerheid kunnen verkrijgen. Dit laat zich te beter
+begrijpen, wanneer men bedenkt, dat ten deze elke aanwijzing onder den
+grond moet gezocht worden, en daar deze grootendeels bebouwd is, dient
+men de gelegenheid af te wachten, dat er een herbouw plaats vindt,
+waardoor de grondslagen worden blootgelegd om dan op goed geluk af
+opgravingen te doen. Wanneer men nu hierbij in aanmerking neemt, dat
+Jerusalem in den loop der eeuwen zoo dikwijls herbouwd is en men hier
+dus te doen heeft met brokstukken van misschien zeven over elkander
+gebouwde steden, zal men eenigszins kunnen beseffen, hoe moeilijk het
+voor oudheidkundigen is om tot vaststaande resultaten te komen. Ik
+herinner mij, om een voorbeeld te noemen, op eene wandeling door een
+der straten midden in de stad, in een muur een boog gezien te hebben van
+een poort ter hoogte van een halven meter boven den beganen grond; een
+bewijs dus, dat de tegenwoordige straat verscheidene meters hooger ligt
+dan die, waartoe die boog toegang verleende. In een Russisch gebouw,
+grenzende aan de kerk van het Heilige Graf, ziet men, na eerst eenige
+trappen te zijn afgedaald, dus meters diep onder den beganen grond,
+muren en poorten van oude gebouwen, die men uitgegraven heeft. Zooals
+wij reeds opmerkten moest men ook de fondamenten der Verlosserskerk,
+die daar vlak tegenover ligt, 16 meters diep uitdelven, alvorens vasten
+grondslag te krijgen voor den bouw.
+
+Bij de gesteldheid van zulk een bodem, die het eenige punt van
+uitgang is voor den oudheidkundige bij zijn in te stellen onderzoek,
+kan men zich dus begrijpen, hoezeer de meeningen der geleerden moeten
+uiteenloopen over de ligging van Golgotha. De overlevering wijst
+daarvoor, zooals wij reeds hoorden, de plaats aan in de kerk van het
+Heilige Graf. Daar zoude Keizerin HELENA, de moeder van CONSTANTIJN den
+Groote, het hout van het kruis gevonden hebben. Anderen zoeken Golgotha
+niet binnen, maar buiten de muren der tegenwoordige stad, omdat, gelijk
+wij vroeger zeiden, de kerk van het Heilige Graf binnen de stad ligt en
+men het onmogelijk acht, dat deze plaats eertijds er buiten zou gelegen
+hebben. Natuurlijk hangt hiervan wederom af welke der beide wegen men
+houdt voor de eigenlijke „Via dolorosa”.
+
+Evenzoo bestaat er verschil van gevoelen omtrent de ligging van Zion.
+Volgens sommigen zou daarmede de lagere, Oostelijke heuvel bedoeld
+zijn, ten Zuiden van de tempelplaats, volgens anderen is de hoogere,
+Westelijke heuvel de berg Zion geweest, die nog tot op den huidigen
+dag dien naam draagt. Wanneer men echter die beide heuvels van de
+hoogte Hakeldama, aan de overzijde van het dal Hinnom ziet liggen, dan
+beteekent dat Oostelijke heuveltje niets vergeleken bij zijn Westelijken
+nabuur. Leest men daarbij de beschrijving van de sterkte van den burcht
+Zion in II Sam. V, dan krijgt men den indruk, dat die hoogte een
+onneembare vesting was, die als zoodanig voor DAVID veel waarde had.
+Welnu, wanneer men daar staat en ziet rechts dat onaanzienlijk bultje
+en links die verheven hoogte, dan schijnt alles te pleiten tegen de
+bewering, hoezeer ook met degelijk wetenschappelijke gronden gestaafd,
+dat op die onaanzienlijke hoogte de burcht Zion zoû gelegen hebben, dien
+DAVID innam, omdat hij zich door zijne natuurlijke sterkte als vesting
+aanbeval en dien hij dan ook slechts door de stoutmoedige overrompeling
+van JOAB overmeesterde.
+
+Meer en meer is men thans echter de overtuiging toegedaan, dat de naam
+Zion, die aanvankelijk den oorspronkelijken Davidsburcht gold, later ook
+voor de tempelplaats en eindelijk voor de geheele stad werd gebezigd,
+waarvan het hoogst gelegen gedeelte hem tot op den huidigen dag heeft
+behouden.
+
+Onder het vriendelijk geleide van onzen gastheer Pater SCHMIDT zetten
+wij onze wandeling langs Hakeldama voort en maken van de ons aangeboden
+gelegenheid gebruik om de woning te bezichtigen van een Griekschen
+monnik, die gelegen is tegen den Zuidelijken rotswand van het dal
+Hinnom. De bezichtiging van zulk een huis was voor ons om verschillende
+redenen zeer belangwekkend. De voor- en zijgevel zijn meestal open en
+vormen een soort van veranda, waar men zeer aangenaam zit, wanneer
+de zon er niet op schijnt. Daarachter bevinden zich de voornaamste
+woonvertrekken, die tevens als werkplaatsen dienen. Zij zijn gewoonlijk
+in de rotsen uitgehouwen en daardoor uitermate koel. Hun licht ontvangen
+zij door eene kleine opening van boven in de rots. Achter deze
+vertrekken bevinden zich nog andere kamers, eveneens in de rotsen
+uitgehouwen, waar men de plaats aanwijst, waar men weleer zijne dooden
+begroef en waarin thans de monnik en zijn knecht hunne slaapstede
+hebben. Hij had zelfs de voorzorg genomen om hier ook zijn eigen
+begraafplaats in te richten.
+
+Alle woningen rondom, ook in het kleine dorpje Siloa, dat rechts van ons
+ligt tegen de Westelijke helling van den Olijfberg boven het Kidrondal
+zijn evenzoo ingericht. Daardoor begrijpt men, hoe het mogelijk is bij
+eene tropische hitte als daar heerscht te kunnen leven en werken zonder
+eenigen overlast te hebben van de warmte. Ook het vertrek van den
+beroemden kerkvader HIERONYMUS te Bethlehem was geheel onder den grond
+uitgegraven in de rots en verlicht door een soort luchtkoker, waardoor
+licht en lucht naar binnen stroomden.
+
+[Illustratie: HET KIDRONDAL EN ABSALOM'S GRAF.]
+
+Zulk eene leefwijze werpt ook een eigenaardig licht op het leven in
+de graven, waarvan men onwillekeurig een rilling krijgt, wanneer er in
+de Evangeliën van wordt gesproken. Maar wanneer men iemand daar ziet
+wonen en leven, ja zelfs slapen bij de en in de graven als onze monnik,
+terwijl men daar zit onder zijn vriendelijke veranda onder het genot van
+een glas wijn met het uitzicht op den berg Scopus, die recht voor ons
+ligt en beschenen wordt door de laatste stralen der ondergaande zon, dan
+is de afschuw van zulk een leven in de graven waarlijk niet groot meer.
+
+Een geheel ander karakter draagt het zoogenoemde graf van ABSALOM in
+het Kidrondal. Het is met nog twee andere graven, die er naast zijn,
+uitgehouwen uit de rots en maakt geheel den indruk van een monument
+uit lateren tijd. Hoe het zij, de overlevering heeft er den naam aan
+verbonden van den wederspannigen zoon, die zijn hand ophief tegen zijnen
+vader en zijn zondige daad met den dood moest bekoopen. Het dient daarom
+thans ook tot een waarschuwing voor kinderen, die hun ouders niet
+onderdanig zijn en die men hier een steen laat werpen tegen dit graf
+ten teeken van berouw over en afkeer van hun zonde tegen het vijfde
+gebod.
+
+Hoogst belangrijk waren ook nog andere begraafplaatsen, die wij zagen
+aan de Noordzijde van de stad. Hier liggen de bekende graven der
+Richteren en Koningen, die een bezoek overwaard zijn, omdat zij een
+helder licht werpen over verschillende Bijbelsche uitdrukkingen en het
+Israëlietisch geloof aan het Doodenrijk.
+
+Langs een breeden trap van 24 treden in de rots daalt men af tot een
+groot vierkant plein 8 meter beneden den beganen grond. Het is omstreeks
+28 meter lang en 25 meter breed en van boven geheel open. Aan eene
+zijde ziet men een gewelf, waarboven nog eene eenigszins geschondene
+inscriptie prijkt, waar wij binnen treden. Aan onze linkerhand bevindt
+zich eene vierkante opening ongeveer een meter hoog, welke kan worden
+afgesloten door een rolsteen, die er naast staat in een gleuf en
+ongeveer zoo groot is als een molensteen. Is men met veel moeite er in
+geslaagd om al bukkende door deze opening heen te kruipen, dan komt men
+in een donker vertrek, van waaruit verschillende zijgangen geleiden
+naar de eigenlijke grafkamers. Hier zijn in de zijwanden de rustbanken
+uitgehouwen, waarop de dooden werden bijgezet. In elk dezer kamers is
+plaats voor 6–12 dooden, die hier „vergaderd of verzameld worden tot
+hunne vaderen.” Deze eigenaardige uitdrukking verstaat men volkomen,
+wanneer men zulk een begraafplaats ziet. Immers in zulk eene grafkamer
+werden alle dooden van hetzelfde gezin, of van eenzelfde geslacht
+verzameld en zoo er plaatsruimte ontbrak behoefde men er slechts een
+nieuwe kamer aan toetevoegen.
+
+Het is dan ook gansch natuurlijk, dat het oude Israël zich het
+Doodenrijk of den Hades dacht beneden in de aarde en niets zoo
+ontzettend vond, dan wanneer een zijner geliefde dooden niet vergaderd
+werd met zijne vaderen, maar onbegraven bleef liggen. Ongetwijfeld hangt
+het Israëlietisch geloof aan de lichamelijke opstanding der dooden,
+dat een MARTHA zoo stellig en welsprekend beleed tegenover haren Heer,
+ten nauwste samen met de geheele wijze van begraven, die dan ook op mij
+een veel aangenamer indruk maakte dan het schoonste praalgraf, dat ik
+ooit zag op een Westersch kerkhof. Er was iets in dat onwillekeurig
+verzoende met de gedachte aan den dood. Dat vertrouwelijk verkeer
+en die voortdurende omgang met de dooden hadden voor mij zoo iets
+onuitsprekelijk liefelijks.
+
+Zeerzeker, wij Christenen kunnen ons bij deze beschouwing niet losmaken
+van het heerlijk geloof in de opstanding der dooden, dat wij danken aan
+de overwinning van Christus onzen Heer op den dood. Maar daarom treft
+het ons te meer, dat niet alleen de Jood maar zelfs de Mohammedaan
+den machtigen invloed van dat geloof heeft gevoeld. Behoort het niet
+tot zijne liefste wenschen begraven te worden bij de muren of in de
+nabijheid van dat Jerusalem, waar eenmaal die overwinning op den dood
+werd behaald. Is niet dat Kidrondal, de vallei die Jerusalem van den
+Olijfberg scheidt, de plaats waar volgens hem de CHRISTUS en MOHAMMED
+in den dag des oordeels het wereldgericht zullen houden.
+
+Inderdaad, wanneer men daar rondom Jerusalem wandelt te midden van
+de graven dier duizenden, die hier den jongsten dag tegensluimeren
+en denkt aan het woord van Hem, die eenmaal sprak: „Ziet Ik ben dood
+geweest en wederom levend geworden,” dan is het alsof men zelf bij
+vernieuwing onder den indruk verkeert van en versterkt wordt in de
+gemeenschappelijke belijdenis aller Christenen, die gelooven in de
+wederopstanding des vleesches en in een eeuwig leven.
+
+
+
+
+DE WATERWERKEN DER OUDHEID.
+
+
+Menigeen, die Jerusalem bezocht, zal misschien verzuimen te letten op
+de kunstige waterwerken, die daar zijn en onze rechtmatige bewondering
+verdienen, omdat zij dagteekenen uit een tijd, van welken niemand zou
+gelooven, dat men toen reeds zoo op de hoogte was van de waterbouwkunde
+en daaraan verwante wetenschappen. Daarom wensch ik hier nog een en
+ander te vertellen van hetgeen wij daar op dit gebied zagen.
+
+Toen wij op de Tempelplaats rondwandelden, trof het reeds mijne
+aandacht, dat men op verschillende plaatsen mannen zag, die water
+putten met emmers, die 10 en 20 meter diep werden neêrgelaten. Hoewel
+het gedurende meer dan een half jaar niet had geregend, was daar
+onder den bodem, op welken wij wandelden, toch overvloedig water. Dit
+verschijnsel is te meer bevreemdend, wanneer men weet, dat de ondergrond
+van den berg Moria uit louter kalkrots bestaat en vereischt eene nadere
+verklaring, die mij aanleiding geeft om een en ander mede te deelen
+omtrent de wijze, waarop men Jerusalem van water heeft voorzien.
+
+Het trok te allen tijde in hooge mate de aandacht, dat de inwoners der
+stad, zelfs bij de langdurigste belegeringen, zooals bij die van Koning
+NEBUKADNEZAR, die anderhalf jaar duurde, wel over hongersnood, maar
+nimmer over gebrek aan water te klagen hadden; terwijl daarentegen de
+belegeringslegers buiten de stad van dorst dreigden om te komen. Ook in
+de dagen der kruistochten werden de kruisridders door een hevigen dorst
+geplaagd en moest het water uren ver gehaald en tot hoogen prijs betaald
+worden; terwijl men, na de inneming der stad door GODFRIED VAN BOUILLON,
+daarbinnen overvloedig water vond.
+
+Het schijnt, dat reeds SALOMO bij de ophooging van het tempelplateau
+bedacht geweest is op middelen om de stad, die geheel op kalkrots is
+gebouwd, van water te voorzien. Hij liet bij de ophooging van het
+terrein groote waterreservoirs in de rots uithouwen of metselen, waarin
+het water van het dak van den tempel zich verzamelde. Dit water moest
+dienen voor de reiniging der vaten en der gereedschappen, die bij den
+tempel of den offerdienst in gebruik waren. Men is er in geslaagd 35
+dezer cisternen of regenbakken te onderzoeken, die deels nog in gebruik,
+ten deele echter in onbruik zijn. Een daarvan wordt de groote zee
+genoemd, omdat zij millioenen liters water kan bevatten.
+
+Toen de stad zich meer en meer uitbreidde en de behoefte aan water
+grooter werd naarmate het aantal inwoners vermeerderde, heeft men hierin
+voorzien door eene waterleiding. Men houdt dit voor het werk van SALOMO,
+naar wien de drie groote waterreservoirs nabij Bethlehem, twee uren ten
+zuiden van Jerusalem, nog de Salomo-vijvers worden genoemd. Een niet
+onbelangrijk aandeel in dit werk wordt aan Koning HISKIA toegekend,
+wiens naam nog verbonden is aan het zoogenoemde Patriarchen-bad of den
+Hiskia-vijver, waarvan wij vroeger melding maakten. Deze vijver, die
+in de stad is gelegen, is 73 meter lang en 44 meter breed en lag, toen
+wij er waren, nagenoeg geheel droog. Hij wordt door een afvoerkanaal
+gevuld uit den Mamilla-vijver, die vijf minuten buiten de stad ligt,
+een waterreservoir, dat 89 meter lang, 59 meter breed en 6 meter diep
+en ten deele gemetseld, ten deele in de rots is uitgehouwen. Men houdt
+dezen voor denzelfden vijver, waarbij de profeet JESAJA Koning ACHAZ
+ontmoette en die, omdat hij hooger lag dan de andere, de opperste vijver
+wordt genoemd (Jesaja VII: 3). Aan dezen vijver had ook het gesprek
+plaats tusschen RABSAKE, den veldoverste der Assyriërs, en de afgezanten
+van Koning HISKIA (Jes. XXXVI: 2).
+
+Deze Mamilla-vijver, die tijdens ons verblijf te Jerusalem geheel droog
+was, werd voorheen door de waterleiding van Bethlehem, toen deze nog in
+behoorlijken staat was, voortdurend van water voorzien. Van hier uit
+liep het dan verder langs den berg Sion naar den Tempelberg en door
+onderaardsche kanalen door de geheele stad.
+
+De drie Salomo-vijvers bij Bethlehem vormen het eigenlijke middelpunt
+der geheele waterleiding. Twee toevoerkanalen uit nog zuidelijker
+gelegen dalen brengen het water in deze reservoirs, van welke twee
+andere aquaducten het naar de stad geleiden. Deze Salomo-vijvers liggen
+tegen de helling van een berg op 50 meters afstand van elkaar, de eene
+telkens 6 meter hooger dan de andere, zoodat de eene in de andere kan
+leegloopen. De bovenste is 116, de middenste 129 en de benedenvijver 177
+meter lang en 15 meter diep. Elk reservoir kan een paar millioen vierk.
+meter water bevatten.
+
+De eerste toevoer van water schijnt uit vier kunstig aangelegde
+bronnen te zijn verkregen, die in de rotsen zijn uitgehouwen en zich
+in de onmiddellijke nabijheid der vijvers bevinden. Toen echter deze
+voorraad onvoldoende was, werden twee kanalen uit hooger liggende dalen
+aangelegd, die heden nog de Salomo-vijvers van water voorzien. Het eene
+uit het bronrijke Bisardal is kort, maar zeer kunstig aangelegd; het
+andere, dat veel langer is, komt uit het Arrubdal en splitst zich bij
+de bron in twee armen, die te samen den eigenlijken ader der vijvers
+vormen. Dit kanaal maakt op sommige plaatsen zulke bochten, dat een
+afstand van 25 minuten hemelbreedte een kanaallengte van 3 uren
+vereischte om zonder kostbare viaducten op dezelfde hoogte te kunnen
+blijven.
+
+Eveneens zijn er twee kanalen, die het water van deze reservoirs naar
+Jeruzalem afvoeren. Het eene, vermoedelijk het oudste, dat van den
+bovenste vergaarbak uitgaat, loopt bijna lijnrecht naar de stad. Daarbij
+verdient vermeld te worden, dat dit water in de nabijheid van het graf
+van RACHEL eerst af en daarna weder oploopt door opzettelijk daartoe
+vervaardigde steenen buizen, waaruit blijkt, dat men destijds reeds
+kennis droeg van de wetten van den hevel. Deze leiding, die men tot
+nabij Jeruzalem kan volgen, liep over den Westelijken heuvel Sion naar
+den tempel van onder welks drempel EZECHIËL in zijne profetieën (Ezech.
+XLVII) het water zag stroomen en aanwassen tot een beek, die het geheele
+land besproeide.
+
+Een tweede leiding, die nog in haar geheel bestaat en volgens bevoegde
+beoordeelaars van jongeren datum is, voerde het water van alle drie
+vijvers naar de stad langs een kanaal ter lengte van 7 uren. Daar de
+afstand slechts 2 uren bedraagt, werd deze meerdere lengte veroorzaakt
+door tal van krommingen, die noodzakelijk waren ter vermijding van
+viaducten. Zij vereenigt zich bij de stad met het andere kanaal.
+
+Het was natuurlijk een punt van langdurig onderzoek om te bepalen, wie
+de ontwerper en bouwmeester dezer grootsche waterwerken is geweest.
+Volgens eene overlevering, vermoedelijk gegrond op het woord Pred.
+II: 6: „Ik maakte mij vijvers van wateren”, werden zij aan SALOMO
+toegeschreven. De waarschijnlijkheid pleit voor deze bewering, omdat
+het oudste kanaal in verbinding staat met de vergaarbakken op den door
+SALOMO aangelegden Tempelberg. Een zijner opvolgers, vermoedelijk
+HISKIA, zou dit werk dan later verbeterd hebben door den aanleg van
+een nieuw aanvoerkanaal; terwijl men het tweede meer Oostelijk gelegen
+afvoerkanaal houdt voor het werk van HERODES den Groote. Hiermede staat
+namelijk nog een zijkanaal in verbinding, dat de sporen draagt van
+Romeinschen oorsprong en naar het Herodium loopt. Dit Herodium was een
+burcht met een lusthof op den Frankenberg bij Bethlehem, waarvan nog een
+ruïne bestaat. Aan den voet van dezen berg vindt men een droogliggend
+bassin, dat voorheen als vijver gediend heeft, ter lengte van 74 en
+ter breedte van 45 meter. Men ziet er duidelijk de overblijfsels eener
+waterleiding, die van de Salomo-vijvers komt. Doordien HERODES dus
+het water, dat voor zijn lusthof diende, aan de stad onttrok, was hij
+genoodzaakt een tweede kanaal aan te leggen, dat het water, hetwelk hij
+voor zijn doel niet van noode had, naar de stad geleidde.
+
+Uit dit alles blijkt duidelijk, dat het volk Israël in zijn tijd op het
+gebied van waterbouwkunde niet achterstond bij zijn naburen, maar vooral
+ook uit een werk, dat hier nog bijzondere vermelding verdient en in
+hooge mate onze bewondering wekt.
+
+Zooals ik zeide, was men er reeds vroegtijdig op bedacht om bij
+mogelijke belegeringen van Jerusalem het water aan den vijand te
+onttrekken en binnen de stad te brengen. Nu is er een bron buiten
+den voormaligen ouden stadsmuur aan de Z.-O.-zijde der stad in het
+Kidrondal, die de Mariabron heet. Zij ligt geheel verscholen in de
+kalkrots. Eerst daalt men langs een trap van 16 treden af tot een gewelf
+en komt dan nog 14 treden lager tot het waterbassin, dat een lengte van
+3½ meter en eene breedte van 1½ meter heeft. Deze bron nu heeft men door
+een geheel in de rotsen uitgehouwen onderaardschen tunnel, die onder
+den voormaligen stadsmuur doorliep, verbonden met den Siloa-vijver, die
+binnen de oude stad lag. Wel had het reeds vaak de aandacht getrokken,
+dat het water zich door dit kanaal op geregelde tijden des winters 3–5
+maal en des zomers 2 maal daags met kracht in den vijver uitstortte,
+maar toch had men het nooit gewaagd naar de oorzaak daarvan een
+nauwkeurig onderzoek in te stellen, omdat dit nog al gevaar opleverde,
+doordien de tunnel op sommige plaatsen zeer nauw is. Later heeft men dit
+echter toch gedaan,—de aanleiding daartoe zal ik straks vermelden—en
+toen ontdekt, dat deze zich bij de bron verheft tot de hoogte, welke het
+water bereikt, wanneer het bassin der Mariabron geheel gevuld is. Zoo
+dikwijls dit het geval is, treedt hier dus de hevelwet in werking; want
+zoodra, de waterstand in het bassin zoo hoog is, dat het water de bocht
+van het kanaal bereikt, stroomt het met kracht door het kanaal, totdat
+het bassin geheel ledig is. Deze sterke doorspoeling moet dienen om eene
+opstopping in het kanaal te voorkomen, eene methode, die men ook nog
+bij andere onbekende kanalen in de stad schijnt toegepast te hebben.
+Somwijlen toch hoort men het water in de diepte onder den grond
+ruischen, zonder den loop der kanalen te kennen, hetgeen een helder
+licht werpt op de bekende interpolatie omtrent de beroering van het
+badwater Bethesda (Joh. V: 4).
+
+Tot een onderzoek vond men aanleiding door eene ontdekking, die een
+knaap in 1880 deed aan de opening van den tunnel bij den vijver van
+Siloa. Een der jongens, die daar speelden, toevallig de zoon van den
+Duitschen ingenieur SCHICK, die op het gebied der oudheidkunde in
+Palestina zeer groote verdiensten heeft, zag daar tegen den wand,
+ongeveer 8 meter van den ingang van den tunnel, op eene gepolijste
+vlakte van circa 60 cm. eenige streepjes en recht daartegenover eene nis
+voor een lamp. Bij een nader onderzoek, dat zijn vader daarop instelde,
+bleek het eene inscriptie te zijn van 6 regels, ten deele onleesbaar,
+maar waarvan het leesbare gedeelte ongeveer luidt als volgt:
+
+... de doorgraving. En deze was de geschiedenis der doorgraving. Toen
+nog....
+
+... den beitel van den een tegenover den ander. En toen men tot op 3
+ellen elkaar genaderd was... toen riep de stem van den eenen
+
+den anderen toe, want er was... (vermoedelijk) water in de rots en aan
+den dag der doorboring sloegen de mineurs de een tegenover den ander
+beitel op beitel en vloeiden
+
+de wateren van het uitgangspunt in den vijver door een kanaal van 1200
+ellen (533 meter) en
+
+100 el was de rots hoog boven het hoofd der mineurs.
+
+Uit deze inscriptie bleek dus duidelijk, dat de arbeiders aan dezen
+tunnel gelijktijdig van beide zijden waren begonnen. Deze bijzonderheid
+spoorde de oudheidkundigen aan terstond hieromtrent een plaatselijk
+onderzoek in te stellen en het kanaal door te kruipen, totdat men
+aan eene plaats kwam, waar men aan de holten der ingedreven beitels
+inderdaad kon zien, dat hier de arbeiders elkaar hadden ontmoet.
+
+Welk eene onderneming dit werk dus geweest is, kan men zich nauwelijks
+voorstellen. Toen ik aan den ingang van het kanaal bij den Siloa-vijver
+stond, was ik vol bewondering voor den oudheidkundigen onderzoeker, die
+de moeite niet ontzag om zich door dat enge kanaal heen te wringen van
+de eene naar de andere zijde, ten einde dit gedenkwaardige kunstwerk der
+oudheid nauwkeurig te onderzoeken.
+
+Maar wat is dit in vergelijking met het moeitevolle werk zelf, dat het
+voorgeslacht zoovele eeuwen geleden tot stand heeft gebracht?
+
+Toen voor eenige jaren de tunnel gemaakt werd door den St. Gothart voor
+den spoorweg, die Zwitserland en Italië verbindt, werd er telkens met
+zekeren ophef vermeld, dat men dit werk van twee zijden had aangevangen
+en elkander in het midden van den tunnel had ontmoet. Men noemde dat
+toen het wonder der 19de eeuw; men stond verbaasd, men was er over
+verbijsterd!
+
+En nu ontdekt men in Jerusalem, dat men daar reeds eeuwen voor onze
+jaartelling hetzelfde deed en onwillekeurig komt ons een glimlach op
+de lippen, als wij daarbij denken aan de wijze opmerking van den nog
+zooveel ouderen Koning te Jerusalem: „Hetgeen er geweest is, hetzelve
+zal er zijn en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden;
+zoodat er niets nieuws is onder de zon. Is er eenig ding, waarvan men
+zou kunnen zeggen: ziet dat, het is nieuw? Is het er niet al geweest in
+de eeuwen, die voor ons geweest zijn?” (Pred. I: 9, 10).
+
+
+
+
+BETHLEHEM.
+
+
+Welk een schat van herinneringen zijn aan Bethlehem verbonden! Behoef
+ik te zeggen, dat wij er meer dan eenmaal een bezoek brachten.
+
+De weg er heen, dien men per rijtuig in een klein uur aflegt, is op
+zich zelf reeds in menig opzicht belangrijk. Van de Jaffapoort daalt
+hij af langs de Zuidzijde der stad in het Hinnomdal. Recht tegenover ons
+ligt een geheel nieuwerwetsch dorp; het zijn de woningen die MONTEFIORE
+stichtte ten behoeve van zijne Joodsche geloofsgenooten. Aan de andere
+zijde van het dal stijgt de weg langs Hakeldama weêr omhoog en heeft men
+het uitzicht op den Westelijken heuvel van Jerusalem. Eenige rijzige
+cypressen wijzen de plaats aan waar het Protestantsche kerkhof is, al
+waar SAMUEL GOBAT begraven ligt, wiens naam onafscheidelijk verbonden
+is aan de geschiedenis van het Protestantisme in Jerusalem en Palestina.
+
+[Illustratie: RACHEL'S GRAF.]
+
+Weldra volgt het station Jerusalem van den spoorweg naar Jaffa;
+daarachter liggen de huizen der Duitsche landbouwkoloniën, door mij
+elders beschreven. De weg, die onder langs den Olijfberg uit het
+Kidrondal komt vereenigt zich hier met den onze. Links van ons verheft
+zich de Frankenberg, een afgeknotte kegel, waarvan de kruin kunstmatig
+is geëffend, waarschijnlijk door HERODES den Groote, die er zich een
+zomerverblijf inrichtte, welks tuinen door eene afzonderlijke leiding
+van water werden voorzien uit de vijvers van SALOMO, die wij hierboven
+beschreven hebben. (bldz. 150.)
+
+Halfweg Bethlehem genieten wij, als wij even uitstappen en ons omkeeren,
+van het schoone uitzicht op Jerusalem, dat de reiziger, die van Hebron
+of Bethlehem komt en zijn schreden naar de Godsstad richt hier van deze
+hoogte voor het eerst voor zich ziet. Volgens de overlevering was dan
+ook hier de plaats, waar weleer ABRAHAM stond, toen de Heer hem den berg
+Moria wees, waar hij zijn zoon IZAAK zoû offeren.
+
+Dan volgt het graf van RACHEL, het eenige monument in Palestina,
+ datnog aan de Joden toebehoort. Het is een vierkant steenen gebouw,
+gedeeltelijk overwulfd en bestaat uit twee vertrekken, waarvan het eene
+de graftombe bevat, waarin RACHELS gebeente rust. Wellicht begroeven
+de inwoners van Bethlehem uit piëteit voor deze vroeggestorvene moeder
+eertijds hun dooden daar om heen, misschien ook wel de kinderen, die bij
+de geboorte van JEZUS het slachtoffer werden van de woede van HERODES,
+zooals SCHNELLER veronderstelt in zijn bekende boek over Palestina.
+Daarin zoekt hij een verklaring van de vervulling der profetie, welke
+Mattheus in die gebeurtenis meent te zien uit Jer. XXXI: 15. „Er is
+een stem gehoord in Rama, een klage een zeer bitter geween. RACHEL
+weent over hare kinderen; zij weigert zich te laten troosten, omdat
+zij niet zijn.” Hij veronderstelt, naar het mij voorkomt terecht, dat de
+Evangelist daarbij gedacht heeft aan dit graf, waarin RACHEL treurt over
+den vroegen dood der onnoozele kinderen, die rondom haar heen begraven
+werden en dat hij daarbij tegelijk doelt op de hartverscheurende klacht
+der diep bedroefde moeders, die weêrklonk over de bergen tot aan Rama,
+daar ginds in de verte.
+
+Even voorbij het graf van RACHEL splitst zich de weg in tweeën, de eene,
+die recht doorgaat geleidt naar Hebron, de andere links naar Bethlehem.
+Hier op dezen tweesprong komt ons de geschiedenis voor den geest van
+de Wijzen uit het Oosten, van wie wij lezen, dat zij zich verheugden
+met groote vreugde, toen zij tegen het vallen van den avond in het
+gesternte, dat daar prijkte boven Bethlehem de ster zagen, die zij in
+het Oosten gezien hadden en die zooals SCHNELLER zoo schoon beschrijft,
+daar elken avond aan den hemel verrijst.
+
+Inderdaad, wanneer men in aanmerking neemt, dat in de ligging of
+richting der groote verkeerswegen slechts zelden eene verandering
+komt, dan is er in Palestina stellig geen weg zoo rijk aan historische
+herinneringen als die van Jerusalem naar Bethlehem. Hetzelfde stel
+ik mij ook voor van de velden rondom Bethlehem, die naar ik vermoed
+weinig zullen verschillen van die in vroeger dagen. Het zijn velden met
+boomen beplant, meerendeels wijngaarden, met een steenen hut voor den
+wijngaardenier in het midden, hier en daar afgewisseld door olijven,
+citroenen en vijgeboomen, die met hun verschillend groen aan het
+landschap in onderscheiding van elders een zeer welvarend karakter
+geven. Dit is echter eene uitzondering, die ons niet bevreemdt, omdat
+wij weten, dat de geheele bevolking van Bethschala, dat rechts van ons
+ligt te midden van bebouwde velden en akkers, uitsluitend Christelijk
+is; terwijl Bethlehem op 8000 zielen slechts 260 Mohammedanen telt.
+
+Het Christelijk karakter dezer dorpen valt ook nog in andere opzichten
+in het oog. Overal ziet men de nijvere bevolking aan het werk en de
+gelegenheden zijn vele, waar men een kunstig uit Olijvenhout of
+paarlenmoer gesneden voorwerp kan koopen als aandenken aan Bethlehem.
+
+Maar het meest komt het Christelijk karakter der bevolking uit in de
+kleeding der vrouwen, die hier overal ongesluierd op straat loopen.
+Welk eene gansch andere verschijning is zij als die sombere gestalte,
+die ik vroeger beschreef, geheel in het zwart gehuld en verborgen achter
+een dito sluier, zoodat zij aan een levende mummie deed denken. Het
+aangezicht der Bethlehemsche vrouw is geheel vrij en de sluier, die
+enkel dient om het stof afteweren, hangt in breede plooien van den
+cylindervormigen hoed, waaraan hij is vastgemaakt, over de schouders
+heen. Snoeren van gouden en zilveren penningen tooien haar hoed, hals
+en borst en het jak is versierd met allerlei figuren, die er met goud
+en zilverdraad smaakvol op zijn gestikt. Dit alles maakt de vrouw te
+Bethlehem tot eene aantrekkelijke verschijning, op wier vroolijk
+aangezicht te lezen staat dat zij gelukkiger is dan hare Mohammedaansche
+zuster, vooral wanneer men haar omringd ziet van hare kinderen, die
+om haar heen spelen. Zoo zagen wij ze zitten op de veranda van het
+Protestantsche weeshuis, dat juist werd ingewijd en daar onder eene, die
+inderdaad opvallend schoon was, eene rijzige gestalte met een geheel
+Grieksch type en toch zoo naief kinderlijk, dat toen zij bemerkte, dat
+ik hare schoone snoeren bewonderde, die om haar hals en borst hingen,
+zij ze aanstonds voor mij voor den dag haalde.
+
+De plaats, waar de Heer werd geboren en die natuurlijk elke vreemdeling
+bezoekt, bevindt zich onder de kerk, die naar de moeder des Heeren, de
+Mariakerk heet. Het is een zeer eenvoudig gebouw. De voorgevel bestaat
+uit een hoogen, vlakken muur, waarin een nauw, laag deurtje is, dat
+toegang verleent tot het voorportaal en met opzet zoo klein is ten einde
+de bezitters gemakkelijk in de gelegenheid te stellen hun heiligdom
+tegen een vijandigen aanval te beschermen. Door een tweede deur treedt
+men het schip der kerk binnen, waar men nog de sporen ziet van mozaïek
+op den vloer, van schilderwerk tegen den wand en van verguldsel en
+kleuren aan de houten bekapping, die alle nog overblijfselen zijn van
+voormalige pracht.
+
+Veel schooner is de Katharijnen kerk, die er tegen aan staat en het
+eigendom is der Franciscaners en waarin juist een godsdienstoefening
+was, die op ons door zijn eenvoud een treffenden indruk maakte. Bij
+het koor zat de geestelijke, iets hooger dan het publiek, dat in het
+ruim op Oostersche wijze op den vloer was gezeten met de beenen gekruist
+onder het lichaam. Het was een aardig tafereel, die bonte schare daar
+eerbiedig en aandachtig te zien luisteren naar hetgeen de voorganger
+vertelde. Voor ons was hetgeen hij zeide natuurlijk onverstaanbaar, maar
+toch was er iets bijzonder stichtelijks in de eenvoudige verkondiging
+van het Woord des levens, juist hier in Bethlehem, waar dat Woord het
+eerst werd gehoord. Op mij althans maakte dat geheele tooneel veel meer
+indruk dan de aanschouwing der geboortegrot zelve.
+
+Deze grot bevindt zich, zooals ik reeds zeide, onder de Mariakerk
+eenige trappen onder den beganen grond. Er behoort inderdaad eene rijke
+verbeelding toe om zich voor te stellen, dat deze grot, die den vorm
+heeft van een half kruis, waarvan de opstand 10 en elk der zijarmen 5
+meter lang zijn, eenmaal de stal zou geweest zijn, in welke de kribbe
+stond, waarin het Kindeke werd neergelegd, omdat er geen plaats voor was
+in de herberg. Doch ik heb mij eenmaal voorgenomen mij te onthouden van
+allerlei op- en aanmerkingen op zoogenoemde heilige plaatsen, die mij
+vaak in boeken van anderen ergerden, vooral wanneer zij dan nog gepaard
+gingen met een toon van voornaam medeleden met die domme menschen,
+die men daar ziet nederknielen en aanbidden. Zeer zeker, er is in de
+bijgeloovige overschatting dier heilige plaatsen veel dat ons hindert en
+soms ergert, en men kan haast een glimlach niet onderdrukken, wanneer
+men in die grot eene opening ziet in den vloer, bekleed met een zilveren
+ster, waarvoor de menschen nederknielen, omdat op die plek de ster, die
+den Wijzen uit het Oosten den weg naar Bethlehem wees, in de aarde zonk!
+
+En toch, getuigt die stille vereering niet van een kinderlijk geloof?
+Zijn er niet onder die eenvoudigen, die door hun geloof menigen wijze
+en verstandige beschamen, die als zij in Bethlehem komen zich misschien
+in het geheel niet tot bidden gestemd gevoelen. Voorzeker een gebed in
+geest en in waarheid staat hooger dan een, dat nog aan een bepaalde
+plaats is gebonden. Doch, wanneer wij het gesprek lezen van den Heer
+met de Samaritaansche vrouw over dat onderwerp, dan blijkt daaruit toch
+niet, dat Hij het laatste veracht, maar veeleer beschouwt als iets dat
+van voorbijgaanden aard is.
+
+Mogen er ook onder die pelgrims, die opgaan naar Bethlehem om te
+aanbidden velen zijn, die waarde hechten aan deze bepaalde plaats,
+dan getuigt dat toch van een geloof aan het groote heilsfeit der
+menschwording van den Zoon van God, dat hier eenmaal plaats greep en
+het gebed zelf van de begeerte om de beteekenis van het wonder der
+vleeschwording des Woords te mogen ervaren aan het eigen hart.
+
+Die Bethlehem in dat geloof en met die begeerte bezoekt zal gevoelen,
+dat hij er tot stille aanbidding wordt gestemd en onder dien indruk
+dankbaar zijn voor hetgeen hij hier mag aanschouwen.
+
+
+
+
+DE OLIJFBERG.
+
+
+Het was stellig menigeen, die het Heilige Land bezocht en vooral die
+plaatsen, waaraan de eene of andere gewijde herinnering aan het leven
+des Heeren verbonden is, tot een groote teleurstelling, dat er omtrent
+de juistheid daarvan zoo weinig met zekerheid te zeggen valt. Dit
+geldt van Bethlehem, waar de Heiland geboren en van Nazareth, waar Hij
+opgevoed werd; het geldt van den hof van Gethsemane en zelfs van den
+Olijfberg, van de plaats, waar Hij opvoer ten Hemel.
+
+De weg naar den Olijfberg gaat langs den hof van Gethsemane en snijdt
+dien in twee helften, waarvan de eene bestaat uit een vierkanten
+bloemhof met eenige oude olijfboomen, de andere in een grot, in welken
+de Heer bad. Wanneer nu de veronderstelling juist is, die ik uitte
+omtrent den weg naar Bethlehem, dat oude wegen hoogst zelden verlegd
+worden en dit ook van dezen weg geldt, dan is de waarschijnlijkheid
+gering, dat wij in den tegenwoordigen hof van Gethsemane op de plaats
+zijn, waar de Heer den laatsten avond zijns levens doorbracht. Immers,
+deze weg scheidde dan de plaats waar Hij bad geheel af van den ingang,
+dien de discipelen moesten bewaken.
+
+Mij moet ik zeggen was de ontdekking, dat Gethsemane onmogelijk hier
+kan gelegen hebben geen teleurstelling, want onder al hetgeen ik te
+Jerusalem zag maakte niets op mij zoo weinig indruk als deze hof. Het is
+een vierkante tuin, ingesloten door een hoogen muur en door een kruispad
+in vier gelijke helften verdeeld, elk met regelmatige bloembedden,
+waarop asters, zinias, immortellen en andere bloemen gekweekt worden
+door een monnik, die ze gretig tegen een geldstukje ruilt.
+
+Ongetwijfeld heeft hier ergens tegen de helling van den Olijfberg, die
+geheel met boomen beplant was een olijvengaard gelegen, waar de Heer
+gewoon was zich af te zonderen tot het gebed, maar waar dat geweest is,
+laat zich onmogelijk met zekerheid bepalen, evenmin als op den Olijfberg
+de plaats Zijner Hemelvaart.
+
+Deze berg is de voortzetting van den Scopus, die de stad ten Noorden
+begrenst en vormt een breede bergrug, die haar ten Oosten in een halven
+cirkel insluit. De Olijfberg zelf heeft drie hoogten. Op een dezer wijst
+men de plaats aan, waar de Heer stond, toen Hij opvoer ten Hemel en een
+wolk Hem voor de oogen zijner discipelen wegnam. En waarop grondde men
+de bewering, dat dit hier geschiedde? Zoowaar, op een afdruk van zijn
+voetstap in de rots, die men ons laat zien in de Hemelvaartskapel, een
+al te doorzichtige tegenhanger van den handgreep op de heilige rots in
+de Omarmoskee van den engel GABRIËL, die deze es-Sachra tegenhield, toen
+hij MOHAMMED wilde volgen bij zijn hemelvaart!
+
+Gelukkig, dat er hoogere aandoeningen en verhevener indrukken zijn,
+die zich van ons meester maken, wanneer wij den Olijfberg bestijgen.
+Want, al vinden wij hier nergens een zichtbaar spoor, dat ons aan
+den Heer herinnert, wij gedenken hier hoe Hij met de Zijnen voor het
+laatst dezen weg aflegde, toen Hij den berg der Hemelvaart besteeg. Wij
+denken aan dat Jerusalem, dat daar achter ons ligt, dat Hem had miskend
+en verworpen. Wij denken aan dat smartelijk lijden, dat Hem daar was
+aangedaan en nu voor goed achter Hem lag. Wij denken aan dat alles wat
+Hij leed om een verloren menschheid te verlossen van het verderf en te
+verzoenen met God. Wij denken aan al wat Hij deed om ons den weg ten
+Hemel te banen. Dat alles was thans volbracht en de ure aangebroken,
+waarin Zijn hoogepriesterlijk gebed zoû worden verhoord, de ure waarin
+Hij de heerlijkheid zoû hernemen, die Hij bij den Vader had eer de
+wereld was. Kon het anders of deze gedachten moesten ons als van zelf
+voor den geest komen, terwijl wij dezen berg bestegen, wellicht langs
+dienzelfden weg als Hij weleer.
+
+Naarmate men hooger komt verruimt zich de gezichtskring, totdat men
+eindelijk na een halfuur den top heeft bereikt, van welken men het volle
+uitzicht geniet over de stad, die daar voor ons ligt en het bergachtig
+landschap er om heen.
+
+Voor onze voeten breidt zich het breede Kidrondal uit. Recht tegenover
+ons ligt Jerusalem, met de voormalige Tempelplaats op den voorgrond.
+Waar eenmaal de schoone gebouwen stonden van den tempel, rijst thans het
+statige koepeldak der Omarmoskee ten hemel. Daarachter ontplooit zich
+voor onzen blik de gansche stad met al de slanke minarets der talrijke
+moskeën, waartusschen de breede toren der Protestantsche kerk een goed
+figuur maakt. Sterk weêrkaatst het glanzend licht der felle zonnestralen
+tegen het helderwit der blanke muren, die de vunzige, dompige straten
+verbergen, die de stad doorkruisen. Van hier uit is alles wit, alles
+rein, alles helder, alles licht; van hier uit is Jerusalem op haar
+schoonst en de indruk, dien dit uitzicht van den Olijfberg op ons maakt
+blijft dan ook onvergetelijk.
+
+[Illustratie: JERUSALEM VAN DEN OLIJFBERG.]
+
+Rondom haar heen, tegen de bergen, die haar insluiten, zien wij overal
+gebouwen en stichtingen der liefdadigheid, die de Christenen hier in
+het leven riepen. Hier de huizen der Duitsche kolonisten; daar Talitha
+Kûmi en het Syrische Weeshuis, de bekende toevluchtsoorden voor meisjes
+en jongens; ginds het groote hospitaal voor kranken en het Asyl voor
+melaatschen; voorts tal van pelgrimshuizen van Duitschen, Franschen en
+Russen, die als een groot leger de stad omringen, alsof zij door de
+macht der liefde haar wilden veroveren voor Hem, die Liefde is en dien
+zij allen belijden als den Heiland en Zaligmaker der wereld. Zonder
+zich hunner belijdenis te schamen, stellen zij haar echter niet op
+den voorgrond; het is alsof zij zich hier allen getooid hebben in het
+kleed der dienende liefde als de band der volmaaktheid, die hen samen
+verbindt. Zij liggen daar als stille getuigen van de ontfermende liefde
+en trouw van Hem, die bij zijn laatste afscheid aan de Zijnen beval „te
+beginnen van Jerusalem”.
+
+Ja, wanneer wij hier staan op dien Olijfberg en wij zien die eeuwenoude
+stad daar voor ons liggen en het eenig panorama, dat zich hier voor
+ons oog ontrolt, dan komen ons onwillekeurig die oogenblikken voor den
+geest, toen de Heer hier ook stond met zijne discipelen, die Hem wezen
+op die schoone gebouwen en Hij het aanstaande oordeel over dat Jerusalem
+en het toekomstig gericht over gansch de wereld, die hier voor hem lag,
+aankondigde; maar tegelijk komt ons ook dat machtige zendingsbevel in
+gedachte, dat Hij hier den Zijnen gaf, toen Hij zeide: „gaat dan henen,
+onderwijst al de volken, dezelve doopende in den naam des Vaders, des
+Zoons en des Heiligen Geestes; leerende hen onderhouden alles, wat Ik u
+geboden heb”. Ja wij gevoelen het, hier, waar men zoo hoog staat en zoo
+verre ziet, hier moeten ze gesproken zijn, die verreikende woorden, die
+de einde der aarde omvatten. Van hier moesten ze uitgaan, die eenvoudige
+mannen, van dezen berg, van welken de toen bekende wereld aan hun voeten
+lag om haar te overwinnen door de kracht van hun geloof in Hem, dien zij
+hier hadden aanschouwd in Zijne heerlijkheid.
+
+Helaas, dat onderlinge naijver en menigvuldige verdeeldheden in verloop
+van tijden de Zijnen zoozeer hebben verteerd, dat zij machteloos waren
+om de wereld voor Hem te winnen. Hoe dikwijls was en is Jerusalem
+daarvan nog getuige. Ook nu is voor haar het verschil in belijdenis
+nog maar al te zeer een beletsel om zich te buigen voor haren eenigen
+Koning. Hoe heerlijk zou het wezen, wanneer dat anders ware, wanneer de
+Christenen, die daar in en om Jerusalem wonen één waren in hetzelfde
+geloof, wanneer dat Jerusalem, zooals het hier voor ons ligt het beeld
+teruggaf van hetgeen het in waarheid moest wezen!
+
+Het valt ons moeielijk om van dezen plek te scheiden, vanwaar wij
+Jerusalem op zijn schoonst voor ons zien. Zóó zouden wij het gaarne
+in onze herinnering bewaren. Doch wij moeten den berg weêr af en
+terugkeeren tot de werkelijkheid; maar voor dat wij dit doen, worden wij
+nog eens herinnerd aan de oorspronkelijke eenheid van het Christelijk
+geloof in twee kapellen, die wij binnentreden. De eene is de _Onze
+Vader_ kapel, in 1868 gesticht en zoo genoemd, omdat aan de vier
+zijwanden het Gebed des Heeren in 32 talen geschreven staat; de andere
+is aan de gedachtenis der 12 Apostelen gewijd, die hier, voordat zij
+uit elkander gingen de bekende XII artikelen des Christelijken geloofs
+zouden opgesteld hebben. Men ziet hun beeltenis aan den wand met het
+artikel hunner belijdenis er onder.
+
+Is het geen treffende gedachte, die beide formulieren van eenigheid,
+die de uitdrukking zijn der gemeenschappelijke geloofsbelijdenis aller
+Christelijke kerken op aarde, juist hier boven op dezen Olijfberg met
+stalen stift in steen te zien vereeuwigd. Herinneren zij niet aan den
+gemeenschappelijken oorsprong van ons aller geloof en aan de gemeenschap
+der geloovigen aller natiën, landen en tongen. Zijn ze niet tegelijk
+ook eene profetie eener heerlijke toekomst, waarin alle volkeren zullen
+instemmen met eenzelfde belijdenis en zich met ons zullen vereenigen in
+een gemeenschappelijk gebed tot denzelfden Vader. Zijn die 32 talen,
+waarin dat gebed voor 30 jaren werd opgesteld sedert niet reeds meer
+dan 400 geworden.
+
+Neen, wij dalen den Olijfberg niet af zonder versterkt te zijn in het
+geloof, dat het machtsbevel dat de Koning der aarde hier tot de Zijnen
+sprak zijnen loop zal volbrengen over gansch het wereldrond en allen
+eenmaal zullen toestroomen tot den berg zijner heerlijkheid. Dan zal
+ook Jerusalem Hem huldigen als zijnen Heer. Dat Jerusalem zal schooner
+zijn dan het tegenwoordige, maar toch niet in vergelijking komen met
+het Jerusalem, dat boven is en eenmaal het aardsche zal vervangen, en
+waarin allen vereenigd zullen worden, die den Christus erkenden als
+hunnen Heer en Hem zullen aanbidden als den Koning der eere, Wien zij
+de heerlijkheid in eeuwigheid.
+
+[Illustratie: PALESTINA
+
+_De roode lijn wijst de reis route aan._]
+
+
+
+
+INHOUD:
+
+
+ BLADZ.
+
+ Corinthe 1
+
+ Athene 8
+
+ Alexandrië 15
+
+ Caïro 22
+
+ Port-Saïd en Beyroet 37
+
+ Baälbek 44
+
+ Damascus 52
+
+ Een woestijnreis 61
+
+ Het meer van Gennesareth 73
+
+ Het Turksch Bestuur 82
+
+ Nazareth 89
+
+ Samaria 96
+
+ Nabulus 102
+
+ Jericho en de Doode Zee 114
+
+ De heiligdommen van het tegenwoordige Jerusalem 122
+
+ De oude stad en hare graven 134
+
+ De waterwerken der oudheid 145
+
+ Bethlehem 156
+
+ De Olijfberg 165
+
+ Kaart van Palestina.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: het _Doorgangshuis te Hoenderloo_, |
+ | C: het _Doorgangshuis_ te _Hoenderloo_, |
+ | B: zelfs dat Paulus in zijn tijd |
+ | C: zelfs dat PAULUS in zijn tijd |
+ | B: dat weleer Paulus trof en |
+ | C: dat weleer PAULUS trof en |
+ | B: richt dan ook elk vreemdeling, |
+ | C: richt dan ook elke vreemdeling, |
+ | B: heiligdommen eerst bij- maan- en |
+ | C: heiligdommen eerst bij maan- en |
+ | B: prediking van Paulus. Zijn woord |
+ | C: prediking van PAULUS. Zijn woord |
+ | B: de macht dier Mogenheden te |
+ | C: de macht dier Mogendheden te |
+ | B: welke de Apostel Paulus in zijn |
+ | C: welke de Apostel PAULUS in zijn |
+ | B: in en om Alexadrië te zien is, |
+ | C: in en om Alexandrië te zien is, |
+ | B: CAIRO. |
+ | C: CAÏRO. |
+ | B: vierkante put, terdiepte ven 86 |
+ | C: vierkante put, terdiepte van 86 |
+ | B: onder welke Maria tijdens haar |
+ | C: onder welke MARIA tijdens haar |
+ | B: volgens berekenîng 100.000 menschen |
+ | C: volgens berekening 100.000 menschen |
+ | B: dat eenmaal in et Oosten daagde, |
+ | C: dat eenmaal in het Oosten daagde, |
+ | B: PORT-SAID EN BEYROET. |
+ | C: PORT-SAÏD EN BEYROET. |
+ | B: ergenis wekte, waar men |
+ | C: ergernis wekte, waar men |
+ | B: Baälbek brengen |
+ | C: Baälbek brengen. |
+ | B: op den berg Karmel (1 Kon. XVIII) |
+ | C: op den berg Karmel (1 Kon. XVIII). |
+ | B: DE ZONNETEMPEL TE BAALBEK. |
+ | C: DE ZONNETEMPEL TE BAÄLBEK. |
+ | B: NAAMAN de Syriër |
+ | C: NAÄMAN de Syriër |
+ | B: huis, waarin NAÄMAN de Syrier zou |
+ | C: huis, waarin NAÄMAN de Syriër zou |
+ | B: groen geboomte omzoont de stad, die |
+ | C: groen geboomte omzoomt de stad, die |
+ | B: dat deze Bedouinen toen hun beesten |
+ | C: dat deze Bedouïnen toen hun beesten |
+ | B: oogen snijdt men zijn handen; |
+ | C: oogen snijdt met zijn handen; |
+ | B: was het paardrijden vooral voor |
+ | C: was het paardrijden, vooral voor |
+ | B: en fluisterende ons Christenen, |
+ | C: en fluisterde ons Christenen, |
+ | B: kindermoord te Betlehem). ABRAHAM, die |
+ | C: kindermoord te Bethlehem). ABRAHAM, die |
+ | B: HET MEER VAN GENESARETH. |
+ | C: HET MEER VAN GENNESARETH. |
+ | B: 62 graden Celcius warmte en |
+ | C: 62 graden Celsius warmte en |
+ | B: landden aan een Fransciscaner klooster, |
+ | C: landden aan een Franciscaner klooster, |
+ | B: Jezus werd genezen. |
+ | C: JEZUS werd genezen. |
+ | B: jaar (19 Oct.), wachten wij |
+ | C: jaar (19 Oct.), wachtten wij |
+ | B: dat de discipelen het net niet meer |
+ | C: dat de discipelen „het net niet meer |
+ | B: Galilea over Cana naar Nazereth. |
+ | C: Galilea over Cana naar Nazareth. |
+ | B: tegen hoogen oers een nieuwe munt |
+ | C: tegen hoogen koers een nieuwe munt |
+ | B: toch is het hier in- menig |
+ | C: toch is het hier in menig |
+ | B: Zijn eerste teeken deed, (Joh |
+ | C: Zijn eerste teeken deed, (Joh. |
+ | B: is de bron in de bene den stad, waar |
+ | C: is de bron in de beneden stad, waar |
+ | B: dat der Fransciscaners mag een sieraad |
+ | C: dat der Franciscaners mag een sieraad |
+ | B: tooveres, die Saul raadpleegde |
+ | C: tooveres, die SAUL raadpleegde |
+ | B: gehouden te Samur onder eenige prachtige |
+ | C: gehouden te Sanur onder eenige prachtige |
+ | B: verzengende sirokko der woestijn. Zelfs |
+ | C: verzengende Sirokko der woestijn. Zelfs |
+ | B: vijf boeken van Mozes. Driemaal 's |
+ | C: vijf boeken van MOZES. Driemaal 's |
+ | B: de profeet Elisa het water, |
+ | C: de profeet ELISA het water, |
+ | B: vraag of Gotgotha hier kan |
+ | C: vraag of Golgotha hier kan |
+ | B: dankdaar voor, want, naar |
+ | C: dankbaar voor, want, naar |
+ | B: de prachtige acht hoekige Omar-moskee, |
+ | C: de prachtige achthoekige Omar-moskee, |
+ | B: Honderduizenden manden met puin |
+ | C: Honderdduizenden manden met puin |
+ | B: HIERONYMUS te Betlehem was geheel |
+ | C: HIERONYMUS te Bethlehem was geheel |
+ | B: aan het zoogoemde Patriarchen-bad of |
+ | C: aan het zoogenoemde Patriarchen-bad of |
+ | B: van Koning HISKIA (Jes XXXVI: |
+ | C: van Koning HISKIA (Jes. XXXVI: |
+ | B: des zomers 2 maal-daags met kracht |
+ | C: des zomers 2 maal daags met kracht |
+ | B: is geeffend, waarschijnlijk door HERODES |
+ | C: is geëffend, waarschijnlijk door HERODES |
+ | B: beschreven hebben. (bldz 150.) |
+ | C: beschreven hebben. (bldz. 150.) |
+ | B: graf van RACHEL het eenige monument |
+ | C: graf van RACHEL, het eenige monument |
+ | B: van RACHEL splist zich de |
+ | C: van RACHEL splitst zich de |
+ | B: de andere links naar Bethehem. |
+ | C: de andere links naar Bethlehem. |
+ | B: eigendom is der Fransciscaners en waarin |
+ | C: eigendom is der Franciscaners en waarin |
+ | B: hij MOHAMED wilde volgen bij |
+ | C: hij MOHAMMED wilde volgen bij |
+ | B: den geest komen, ter wijl wij |
+ | C: den geest komen, terwijl wij |
+ | B: Port Said en Beyroet |
+ | C: Port-Saïd en Beyroet |
+ | B: Baalbek |
+ | C: Baälbek |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reisindrukken in het Oosten, by Louis Heldring
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISINDRUKKEN IN HET OOSTEN ***
+
+***** This file should be named 38980-0.txt or 38980-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/9/8/38980/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/38980-0.zip b/38980-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..d58fbb4
--- /dev/null
+++ b/38980-0.zip
Binary files differ
diff --git a/38980-h.zip b/38980-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..8d9af27
--- /dev/null
+++ b/38980-h.zip
Binary files differ
diff --git a/38980-h/38980-h.htm b/38980-h/38980-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..7683a80
--- /dev/null
+++ b/38980-h/38980-h.htm
@@ -0,0 +1,4400 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+
+ <title>
+ Reisindrukken in het Oosten, by Louis Heldring&mdash;A Project Gutenberg eBook.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 0.5em;
+ font-family: monospace; font-size: 267%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 5em; margin-bottom: 1em;
+ letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-size: 100%;}
+h2.vw {font-weight: normal; letter-spacing: 0em; margin-right: 0em; font-size: 175%;}
+
+p {text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 2em; margin-bottom: 1em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.spreuk {text-indent: 0em; text-align: right; font-size: 75%; margin-bottom: 2em;}
+
+div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;}
+div.verso {margin-top: 9em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 30em; font-size: 75%; text-align: center; border-top: 2px dotted black;}
+div.voorrede {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 2em;}
+
+/* TB */
+hr {width: 33%; clear: both; border: 1px solid black;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.fnsep {width: 18%; text-align: left; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em;
+ margin-left: 0; margin-right: 0;}
+hr.chend {width: 22%; margin-top: 2em; margin-bottom: 1em;}
+hr.chbegin {width: 11%; margin-top: 1em; margin-bottom: 2em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {margin-top: 2em; margin-bottom: 1em;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+
+/* ALIGN */
+.right {text-align: right;}
+.ind3 {text-indent: 3em;}
+.ri2 {padding-right: 2em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.f {font-weight: normal; font-style: normal;}
+.ls1 {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em;}
+.ls2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;}
+
+/* IMAGES */
+img {border: 0;}
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+.caption {text-align: center; font-weight: bold; font-size: 85%;}
+.caption2 {text-align: center; font-weight: normal; font-size: 100%;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 0; margin-right: 0; font-size: 75%; text-align: justify; }
+.footnote .label {padding-right: 1.5em; text-decoration: none;}
+.fnanchor {text-decoration: none; margin-left: 0.1em;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+.poem div.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 8em; text-indent: -8em;}
+
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size120 {font-size: 120%;}
+.size300 {font-size: 300%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {border: 1px solid; padding: 1em; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+@media screen
+{ body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+ p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em;}
+ .TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; background-color: #dddddd;}
+ img.cap {float: left; margin: -1em 0.5em 0 0; position: relative;}
+ p.drop {text-indent: 0em;}
+ p.drop:first-letter {color: Window; visibility: hidden; margin-left: -1em;}
+}
+
+@media print
+{ p {margin: 0;}
+ .pagenum {display: none;}
+ ins {border: none;}
+ img.cap {float: left; margin: -1em 0.5em 0 0; position: relative;}
+ p.drop {text-indent: 0em;}
+ p.drop:first-letter {color: Window; visibility: hidden; margin-left: -1em;}
+
+}
+
+@media handheld
+{ body {margin-left: 2%; margin-right: 2%;}
+ p {margin-top: .2em; margin-bottom: .2em;}
+ .pagenum {display: none;}
+ img.cap {display: none;}
+ p.drop {text-indent: 1em;}
+ p.drop:first-letter {color: WindowText; visibility: visible; margin-left: 0;}
+}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Reisindrukken in het Oosten, by Louis Heldring
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reisindrukken in het Oosten
+
+Author: Louis Heldring
+
+Illustrator: R. Julius Hartmann
+
+Release Date: February 25, 2012 [EBook #38980]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISINDRUKKEN IN HET OOSTEN ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.
+ De voetnoot is naar het eind van het hoofdstuk verplaatst.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling (met of zonder extra tussen-<i>e</i>, e of , met of zonder koppelteken) zijn behouden.<br />
+ Een extra verduidelijking is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een
+ <ins class="info" title="Verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p>
+
+ <p>Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de
+ betreffende illustratie te klikken.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 360px;">
+ <a href="images/cover.jpg"><img src="images/cover-th.jpg" width="360" height="510" title="Klik voor vergroting (10801530px, 135Kb)" alt="" /></a>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="i">&nbsp;</span><a id="p_i"></a></p>
+
+<h1>Reisindrukken in het Oosten.</h1>
+
+<p><span class="pagenum" title="ii">&nbsp;</span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<div class="verso">Stoomdruk.&mdash;Drukkerij Doorgangshuis.&mdash;Hoenderloo.</div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 266px;">
+ <span class="pagenum" title="-,-">&nbsp;</span>
+ <a href="images/ill_fp.jpg"><img src="images/ill_fp-th.jpg" width="266" height="479" title="Klik voor vergroting (6841231px, 219Kb)" alt="" /></a>
+ <div class="caption">VIA DOLOROSA.</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iii">&nbsp;</span><a id="p_iii"></a></p>
+
+<div class="title">
+ <p class="tp size300">Reisindrukken
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ &nbsp; <br /> &nbsp;
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ <img src="images/ill_deco.png" width="16" height="16" style="display: inline; vertical-align: 0.2em;" alt="" />
+ in het Oosten</p>
+
+ <p class="tp size75">DOOR</p>
+
+ <p class="tp"><b>Dr. L. HELDRING.</b></p>
+
+ <p class="tp size120"><i>Ten voordeele van het Doorgangshuis te Hoenderloo.</i></p>
+
+ <p class="tp ls1">Gellustreerd.</p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 23px;">
+ <img src="images/ill_vogel.png" width="23" height="28" style="margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;" alt="" />
+ </div>
+
+ <p class="tp size75"><span class="mixcap">Rotterdam</span><br />
+ <span class="ls2">J. M. BREDE.</span></p>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iv">&nbsp;</span><a id="p_iv"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="v"><br />&nbsp;</span><a id="p_v"></a></p>
+
+<div class="voorrede">
+
+ <h2 class="vw"><a id="Voorwoord"></a>Voorwoord.</h2>
+
+ <hr class="chbegin" />
+
+ <p><i>Deze reisindrukken, meerendeels onderweg door mij opgesteld, verschenen
+ eerst als <em class="f">Brieven uit het Oosten</em> in het <em class="f">Nederlandsch Dagblad</em> en dragen
+ daardoor nog het karakter van afzonderlijke eenigszins op zich zelf
+ staande gedeelten onzer reis. Toen zij daarna als Feuilleton in den
+ Rotterdamschen Kerkbode waren opgenomen, werd door sommigen de wensch
+ geuit, dat ik ze gezamelijk zou uitgeven. Te dien einde werden zij door
+ mij hier en daar aangevuld en zooveel mogelijk tot een geheel gevormd om
+ bij mijn vertrek uit Rotterdam voor mijne catechisanten te kunnen dienen
+ als gedachtenis aan mijn zevenjarig verblijf in de Gemeente.</i></p>
+
+ <p><i>Als zoodanig verschijnt dan dit boekje thans in het licht zonder eenige
+ verdere pretensie. Het wil iets terug geven van hetgeen wij in het
+ Oosten gezien hebben en in 't bijzonder datgene, wat in hooge mate mijne
+ aandacht trof, maar biedt geen volledig beeld van het geheel.</i></p>
+
+ <p><i>De plaatjes, die dit werkje bevat, zijn ontleend aan <span class="pagenum" title="vi">&nbsp;</span><a id="p_vi"></a>een album van 24
+ chromolithographien over Palestina die n door gelijkenis n door
+ uitvoering boven alle andere, die ik zag, uitmunten. Zij werden onlangs
+ in het licht gegeven door het <em class="f" xml:lang="de">Rauhe Haus</em> te <em class="f">Hamburg</em>,
+ wier Directeur, mijn vriend <em class="f">Dr. <span class="mixcap" xml:lang="de">J. Wichern</span></em> met
+ toestemming van den teekenaar <em class="f"><span class="mixcap" xml:lang="de">R. J. Hartman</span></em>
+ en den uitgever <em class="f"><span class="mixcap" xml:lang="de">J. Benzinger</span></em> den herdruk van dit twaalftal
+ aquarellen, die dit boekje sieren, met de meeste welwillendheid heeft
+ bevorderd, mede ook omdat de uitgaaf hiervan moest strekken ten
+ voordeele van eene zusterinstelling, het
+ <em class="f">Doorgangshuis</em><ins class="corr" id="corr1" title="Niet cursief in Bron."><i> te </i></ins><em class="f">Hoenderloo</em>,
+ dat evenals het <em class="f" xml:lang="de">Rauhe Haus</em> de opvoeding van verwaarloosde knapen beoogt.
+ Moge deze proeve van illustratie menigeen uitlokken dat schoone album in
+ zijn geheel aan te schaffen.</i></p>
+
+ <p><i>Met een gevoel van dankbaarheid aan den Heer, die ons het voorrecht
+ schonk deze reis te maken en ons op al onze wegen bewaarde, heb ik aan
+ de samenstelling van dit boekje gewerkt. Daarbij mag ik niet verzuimen
+ een woord van bijzonderen dank te betuigen aan mijne beide ambtsbroeders
+ <em class="f"><span class="mixcap">J. Krayenbelt</span></em> uit <em class="f">Rotterdam</em>
+ en <em class="f"><span class="mixcap">H. C. van Lindonk</span></em> uit <em class="f">Oosterbeek</em>. Heeft
+ de eerste, door zijn herhaald bezoek aan Palestina volkomen van alles op
+ de hoogte, ons allen vaak door zijn meerdere kennis voorgelicht en
+ daardoor op velerlei onze aandacht gevestigd, dat anders daaraan
+ wellicht zou zijn ontgaan; persoonlijk heeft hij en vooral de <span class="pagenum" title="vii">&nbsp;</span><a id="p_vii"></a>andere
+ ambtsbroeder mij verplicht, met wien ik steeds alle lief en leed of
+ beter gezegd, met wien ik het eerste en die met mij het laatste zoo
+ vriendelijk deelde, toen ik onder minder gunstige omstandigheden de
+ terugreis van Caro naar huis moest aanvaarden.</i></p>
+
+ <p><i>Moge het hun en de overige reisgenooten bij de lezing gaan als mij bij
+ de samenstelling van dit boekje. Vaak toch was het mij alsof de oude
+ indrukken opgefrischt en de heerlijke herinneringen weer verlevendigd
+ werden aan zooveel schoone, maar ook enkele droeve dagen.</i></p>
+
+ <p><i>Ben ik er in geslaagd aan anderen, die Palestina niet door eigene
+ aanschouwing kennen, eene juiste voorstelling, kon het zijn een
+ eenigszins sprekend beeld gegeven te hebben van het land, waar eenmaal
+ de Heiland der wereld leefde, dan zal ik mijne moeite ruimschoots
+ beloond achten.</i></p>
+
+ <p><i>Moge dit boekje, welks uiterlijke vorm den uitgever tot eer strekt,
+ hem voldoening geven, der stichting van Hoenderloo, wier drukkerij
+ het aanbiedt als proeve van bewerking ter aanbeveling strekken en het
+ Koninkrijk Gods, hetwelk deze inrichting in het werk der dienende liefde
+ tracht te bevorderen ten goede komen.</i></p>
+
+ <p class="right ri2">H.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="viii">&nbsp;</span><a id="p_viii"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="1"><br />&nbsp;</span><a id="p_1"></a></p>
+
+<h2><a id="CORINTHE"></a>CORINTHE.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<p class="spreuk" xml:lang="la">Non cuivis contingit Corinthum adire.</p>
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_001.png" width="63" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Het bovenstaande spreekwoord, hetwelk in het Hollandsch beteekent,
+dat men het van oudsher een groot voorrecht achtte Corinthe te mogen
+bezoeken, kwam mij gedurig voor den geest, toen wij op onze reis naar
+het Oosten de klassieke plaatsen der oudheid naderden, waarvan Corinthe
+voor ons, wel niet in rang maar in volgorde de eerste was en waarvan wij
+met groote belangstelling kennis namen.</p>
+
+<p>Het reizen toch is tegenwoordig niet meer zooveel bijzonders als in de
+dagen, toen dat spreekwoord nog algemeen was. Wat beteekent het thans
+nog met een trein, die u in een dag van de Noordzee naar Adriatische zee
+verplaatst en een volgenden dag gansch Itali doorbrengt tot Brindisi!
+Hier stapt men dan op een prachtige salonboot, die helaas al <span class="pagenum" title="2">&nbsp;</span><a id="p_2"></a>te snel,
+het donkerblauwe water der Adriatische zee doorklieft. Gelukkig wordt
+gedurende enkele uren het anker geworpen voor de haven van Corfoe,
+zoodat men gelegenheid heeft een rijtoer te maken over een klein
+gedeelte van het eiland, de geliefkoosde plek der voormalige Keizerin
+van Oostenrijk, wier lustoord, te midden van het altijd groen geboomte,
+het uitzicht heeft op de prachtige blauwe zee. Nog eenige uren stoomens
+en het anker valt in de Grieksche haven van Padras, waar men den
+klassieken bodem betreedt van den Peloponnesus. Hier staat een
+trein gereed, die u in eenige uren langs de schoone golf, die dit
+schier-eiland ten Noorden begrenst, naar Corinthe brengt.</p>
+
+<p>Zoo iets gansch ongewoons is 't dus in onzen tijd waarlijk niet om naar
+Corinthe te gaan. Het oude spreekwoord doelde dan ook minder op de reis
+daarheen, dan op het verblijf zelf; doch dit is thans zoo eenvoudig, om
+niet te zeggen primitief, dat er wel eenige tegenstrijdigheid in schijnt
+om met zulk een deftig spreekwoord te beginnen.</p>
+
+<p>Toch was er, althans voor mij, reden voor om het een groot voorrecht
+te achten iets van het oude Corinthe te mogen zien. Iets, zeg ik, want
+het is maar zeer weinig wat nog herinnert aan de voormalige grootheid
+dezer oude wereldstad. Doch wij bezochten haar dan ook niet allereerst
+als een monument <span class="pagenum" title="3">&nbsp;</span><a id="p_3"></a>der klassieke oudheid, maar in gedachte aan de
+Christengemeente, welke de groote heidenapostel daar stichtte; waar hij
+zelf zoo lang vertoefde bij <span class="mixcap">Aquila</span> en <span class="mixcap">Priscilla</span>, evenals hij
+tentenmakers van beroep, bij welke hij te Kenchren woonde, de
+Oostelijke haven der stad. Deze bijzonderheden wekten vooral onze
+belangstelling; en, al is datgene, wat men ziet, ook nog zoo weinig,
+toch hoop ik dat dit weinige, zoowel in dit als in de volgende
+opstellen, waarin onze reisindrukken in het Oosten worden beschreven,
+de belangstelling van den lezer verdienen en het spreekwoord zal
+bevestigen, dat het inderdaad een voorrecht is naar Corinthe te mogen
+gaan en straks naar die plaatsen, waar de Heer zelf heeft geleefd, waar
+Hij zijn lessen gaf en wonderen deed.</p>
+
+<p>De juiste plaats der oude stad, weleer het middelpunt der hoogste weelde
+en grofste zinnelijkheid, die gemeenlijk hand aan hand gaan, is slechts
+bij benadering te bepalen, daar de plaats waar Corinthe gelegen moet
+hebben, thans een onafzienbaar akkerveld is geworden. Toch is het niet
+moeilijk zich voor te stellen, waar het eenmaal lag. Denk u een strook
+lands, die zacht glooiend oploopt van het strand tot aan een steil,
+koepelvormig gebergte ter hoogte van 575 meter, op een uur afstand van
+de zee. Daar tusschen in lag het oude Corinthe. De <span class="pagenum" title="4">&nbsp;</span><a id="p_4"></a>voorstad Kenchren,
+waar <span class="mixcap">Paulus</span> woonde, lag aan de andere zijde der landengte van
+den Istmus, door een muur met Corinthe verbonden, waarvan nog de
+overblijfsels te zien zijn. De eigenlijke stad strekte zich uit van den
+voet van het gebergte tot aan de Corinthische golf. Op het gebergte zelf
+ziet men nog duidelijk de overblijfsels van de oude vestingwerken van
+den burcht Akrocorinthe, die een geheel vormde met de stad. Aan den voet
+van den burcht verheffen zich 7 rijzige Corinthische zuilen van een
+ouden Griekschen tempel; daarnaast heeft men onlangs, enkele meters
+onder de aarde, de muren en gangen van eenige woonhuizen blootgelegd.</p>
+
+<p>Ziedaar alles wat nog van het oude Corinthe te zien is. Weinig
+inderdaad, maar toch voldoende om zich een denkbeeld te vormen van de
+schoone ligging der stad, wier grondslag blijkbaar geheel terrasvormig
+opliep van de zee tot aan den burcht.</p>
+
+<p>Men kan zich dus denken welk een schoonen aanblik de stad moet
+opgeleverd hebben voor hen, die haar naderden van de zee, van Westelijke
+zijde. Op den voorgrond de haven, met haar talrijke schepen; daarachter
+de stad met hare helderwitte huizen en slanke tempels met sierlijke
+Corinthische zuilen; en eindelijk hoog daarboven de burcht met den
+tempel van Aphrodite.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="5">&nbsp;</span><a id="p_5"></a></p>
+
+<p>En welk schouwspel men genoot, wanneer men van den burcht de stad
+overzag, die daar lag in de vlakte aan de schoone donkerblauwe zee
+met het hoog gebergte daarachter en den beroemden Parnassus in het
+verschiet, daarvan hebben wij iets genoten, toen wij in den namiddag de
+hoogte Akrocorinthe bestegen en daar zaten op de runen van den ouden
+tempel, terwijl de zon achter de bergen van den Peloponnesus onderging.
+Het was een onvergetelijk schouwspel; de bergen getint met paarsen
+gloed en de zee nog blauwer dan blauw. En terwijl ons oog zich niet
+kon verzadigen aan dit schoone tafereel in het Westen, keerden wij ons
+onwillekeurig naar het Oosten om een blik te slaan op de Aegesche zee
+aan de andere zijde van de landengte, met het gebergte van Attica,
+waarboven de maan in haar volle pracht opging, wier zilverwit licht
+weerkaatste in de spiegelgladde zee en de bergen van Attica daarachter
+bescheen. Het waren onvergetelijke oogenblikken, die wij doorbrachten,
+oogenblikken, waarin zich allerlei indrukken van ons meester maakten en
+die de grootste verwachtingen wekten van een land, dat ons reeds den
+eersten dag zooveel gaf te genieten van de heerlijke schepping van dien
+God, Die ook aan de bewoners van Corinthe onbekend was, totdat de
+apostel <span class="mixcap">Paulus</span> Hem predikte.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="6">&nbsp;</span><a id="p_6"></a></p>
+
+<p>Hoe anders zoude dat Corinthe er nu misschien uitzien, wanneer het die
+prediking had aangenomen en bewaard. Mogelijk zou dan zulk een oordeel
+Gods niet over haar zijn gekomen, zoodat men nu hare plaats nauwelijks
+meer kent.</p>
+
+<p>Het was alsof dat schouwspel van die zon, die onderging, en van die
+maan, die opging, in weinige oogenblikken de geschiedenis van eeuwen in
+onze herinnering terugriep. Het was het beeld van het Evangelie, dat
+week voor den Islam; het was alsof dat tafereel tot ons sprak van de Zon
+der Gerechtigheid, die voor een wijle scheen, totdat de halve maan haar
+verving.</p>
+
+<p>De avond was inmiddels gevallen. Wij daalden den berg af en zagen
+de avondster in een glans, schooner dan wij haar ooit in ons land
+aanschouwden. Een weinig verder ontmoetten wij een herder met zijne
+kudde, die gedurende den nacht de schapen ging weiden op de velden. Die
+ster in het Westen en die schapen op het veld voerden onze gedachten
+onwillekeurig terug naar Bethlehems velden en deden ons denken aan Hem,
+Die in nederigheid geboren, alle macht bezit in hemel en op aarde, bij
+Wien geen ding onmogelijk is. Zal Hij, zoo dachten wij onwillekeurig,
+ook hier nog eenmaal wederom het reine Evangelie van het heil der wereld
+brengen, dat thans <span class="pagenum" title="7">&nbsp;</span><a id="p_7"></a>verborgen ligt onder het deksel der Grieksche Kerk!</p>
+
+<p>Wie zal het zeggen? Bij Hem zijn alle dingen mogelijk. Hij maakt het
+avondgesternte tot de morgenster. Moge dit ook in geestelijk opzicht van
+Corinthe gelden en hier nog eenmaal de nacht der nevelen wijken voor den
+dag des heils.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="8">&nbsp;</span><a id="p_8"></a></p>
+
+<h2><a id="ATHENE"></a>ATHENE.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_008.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">De spoortrein, die van Corinthe naar Athene leidt en dien weg in vier
+uren tijds aflegt, vertrekt maar tweemaal daags, de eerste om half twee
+in den namiddag, wel een bewijs, dat er op het gebied van handel en
+verkeer in Griekenland zeer weinig bedrijvigheid is. Hetzelfde merkt men
+op, wanneer men het kanaal passeert, dat de landengte van den Isthmus
+doorsnijdt en de golf van Corinthe met die van Aeginus verbindt en
+waarvan zoo weinig gebruik wordt gemaakt, dat wij gedurende twee volle
+dagen op geen der beide wateren een enkel schip zagen. Het reusachtige
+werk der doorgraving van het kanaal, dat 6 K.m. lang is en op sommige
+plaatsen een hoogte van 70&ndash;80 meter doorsnijdt, beantwoordt <span class="pagenum" title="9">&nbsp;</span><a id="p_9"></a>dus niet
+aan zijn doel, deels omdat de breedte van 23 of de diepte van 8 meter
+onvoldoende is voor groote schepen, deels omdat er noch aan de golf van
+Corinthe noch aan die van Aeginus een havenplaats van eenige beteekenis
+ligt.</p>
+
+<p>De trein volgt de kust der Aeginische zee eerst door de vlakte, daarna
+langs de hoogte en biedt daardoor een verrukkelijk schoon uitzicht over
+de zee en op het eiland Salamis. Verder volgt Megara, een echt Oostersch
+stadje, waarvan de huizen als zwaluwnesten tegen de helling van den berg
+zijn gelegen en het vanwege zijne mysterin weleer beroemde Eleusis,
+waar men echter slechts de fondamenten ziet van een voormaligen tempel.</p>
+
+<p>Overigens bood de weg, althans in het najaar, weinig schoons. Sedert
+een half jaar had het niet geregend en daardoor was alles even dor en
+droog. Het vale groen der olijfboomen, die sprekend gelijken op onze
+knotwilligen, was grijs van het stof. Die Griekenland bezoekt enkel om
+natuurschoon ziet zich deerlijk teleurgesteld en doet beter een ander
+land te kiezen. Gelukkig werd ons echter veel vergoed door het prachtige
+weder, dat in den herfst bijzonder standvastig is.</p>
+
+<p>Eindelijk bereikt de trein Athene, de stad, die reeds voor zoovele
+eeuwen het middelpunt was van beschaving, <span class="pagenum" title="10">&nbsp;</span><a id="p_10"></a>en kunst en wijsbegeerte,
+letterkunde en van den godsdienst, zoo zelfs dat <ins class="corr" id="corr2" title="Bron: Paulus"><span class="mixcap">Paulus</span></ins> in zijn tijd
+den bewoners den roem gaf van alleszins godsdienstig te zijn. Inderdaad,
+men kan Athene niet zien zonder de waarheid van dat woord van den
+Apostel te beamen en te denken aan hetgeen hij sprak op den Areopagus,
+toen hij zeide: &bdquo;Ik zie, dat gij in allen deele zeer godsdienstig zijt&rdquo;
+(Hand. XVII: 22).</p>
+
+<p>Natuurlijk denk ik daarbij niet aan het tegenwoordige Athene, al
+telt het ook, naar men ons verzekerde, meer dan honderd bedehuizen
+op eene bevolking van ruim 100.000 inwoners; maar wij denken aan het
+godsdienstig geloof der oude Atheners, dat weleer <ins class="corr" id="corr3" title="Bron: Paulus"><span class="mixcap">Paulus</span></ins> trof en
+dat nu nog tot ons spreekt uit allerlei overblijfselen van altaren en
+heiligdommen, die men vindt in de museums en aanwijst in de oude stad.</p>
+
+<p>Van dit alles vormt de burcht Akropolis, die zich meer dan 100 meter
+boven de stad verheft, het middelpunt.</p>
+
+<p>Daarheen richt dan ook <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: elk">elke</ins> vreemdeling, die Athene bezoekt, het eerst
+zijne schreden. Voor ons was er nog een bijzondere reden om het op den
+dag onzer aankomst te doen. Het was dien avond toch juist volle maan.
+Gedurende 5 dagen verleent de Regeering dan vergunning om den Akropolis
+met zijne gebouwen bij maanlicht te zien. De chef van het Htel <span class="pagenum" title="11">&nbsp;</span><a id="p_11"></a>d'
+Angleterre was zoo voorkomend geweest voor ons, die zijne landslieden
+waren, zulk eene toestemming te vragen en ik ben er dankbaar voor, dat
+ik daardoor die oude heiligdommen eerst <ins class="corr" id="corr5" title="Bron: bij-">bij</ins> maan- en later
+bij daglicht heb mogen aanschouwen. De bekoring daarvan ligt echter niet
+zoozeer in het zachte licht der maan, dat voor het oog minder hinderlijk
+is dan het schelle zonlicht, dat het oog bij dag schier verblindt; maar
+bovenal hierin, dat die oude gebouwen en heiligdommen, die bij dag
+runes zijn, bij maanlicht nog geheel den indruk maken van ongeschonden
+te zijn gebleven. Terwijl men bij dag overal de schendende hand ziet van
+den mensch, die ook hier zooveel heeft verwoest, en de aandacht dikwerf
+wordt afgeleid door de schoone en fijn afgewerkte onderdeelen, die
+waarlijk geen mindere bewondering verdienen dan het geheel, is het bij
+avond, alsof niet zoozeer die deelen, maar het geheel veel meer spreekt.
+En juist dit geheel is zoo indrukwekkend grootsch en verheven. Langs
+majestueuze zuilen in Dorischen stijl bestijgt men de trappen van de
+voorgangen of Propylen, die den toegang verleenen tot den Akropolis.
+Daar verheft zich ter rechterzijde het Parthenon en ter linkerzijde het
+Erechteion, beide scheppingen van den beroemden beeldhouwer <span class="mixcap">Phidias</span> uit
+den tijd van den prachtlievenden <span class="mixcap">Pericles</span>, die omstreeks <span class="pagenum" title="12">&nbsp;</span><a id="p_12"></a>450 v. C.
+leefde en die gewijd zijn aan Athena, de godin der Wijsheid, de
+beschermgodin van Athene. Wij gaan tusschen beide door, totdat wij ze op
+eenigen afstand achter ons hebben en keeren ons dan om, ten einde de
+voorgevels, die juist naar ons toegekeerd zijn, in het heldere licht der
+maan te bezien, waarin het grauwe marmer als zuiver wit weerkaatst. De
+zijgevels van het Parthenon, die toen de Turken er een kruitmagazijn
+van gemaakt hadden, dat bij een belegering in de lucht sprong, geheel
+verwoest zijn geworden, mist men bij avond niet zoo als bij dag. Dit
+juist verhoogt den indruk van het machtige heiligdom, dat uitdrukken
+moest, wat de Atheners weleer gevoelden voor hunne goden.</p>
+
+<p>En wanneer men dan van dien hoogen Akropolis neerziet naar beneden en
+het oog ontdekt ter eener zijde de rijzige kolommen van den voormaligen
+tempel van Zeus, en ter andere zijde den prachtigen en bijna ongerepten
+tempel van Theseus en men denkt daarbij nog aan zoovele andere grootere
+en kleinere heiligdommen en altaren aan allerlei goden gewijd, dan
+beseft men, waarom de Apostel aan de toenmalige bewoners den roem gaf
+van alleszins godsdienstig te zijn.</p>
+
+<p>En toch, die God, dien zij onwetende dienden door een altaar aan den
+onbekenden God gewijd, was en <span class="pagenum" title="13">&nbsp;</span><a id="p_13"></a>bleef voor hen de groote onbekende, in
+spijt van de prediking van <ins class="corr" id="corr6" title="Bron: Paulus"><span class="mixcap">Paulus</span></ins>. Zijn woord van den Areopagus
+gesproken, eene breede rotshoogte tusschen den Akropolis en den tempel
+van Theseus gelegen, vond geen ingang, omdat men de goden van eigen
+vinding, tot welke men zichzelf zocht op te heffen door allerlei
+wijsgeerige beschouwingen en redeneeringen, hooger stelde dan den God
+der openbaring, Die tot ons gesproken heeft door Zijnen Zoon. Wanneer
+men daar staat te midden van al dien reuzenarbeid van menschenhanden,
+dan gevoelt men, dat al slaagt de mensch er in een schoon geheel samen
+te stellen, dat de bewondering wekt van voor- en nageslacht, het toch
+een streven blijft naar een ideaal, dat onbereikbaar is. Het is in
+weerwil van al het overweldigend schoone, toch het Parthenon bij avond,
+zonder het heldere licht der zon, waarbij men ziet wat er ontbreekt en
+men ontwaart, dat ondanks al het indrukwekkende en verhevene, het toch
+eene rune blijft.</p>
+
+<p>Maar dit neemt niet weg, dat ook zulk eene rune getuigt van de
+diepgevoelde behoefte van des menschen ziel, die zoekt naar de hoogste
+waarheid en haar eert als de hoogste wijsheid. Daaraan herinneren ons de
+runen van Athene's heiligdommen en tempels, die er nog bij menigte zijn
+gebleven; terwijl er van den zinnelijken en wellustigen Venusdienst <span class="pagenum" title="14">&nbsp;</span><a id="p_14"></a>in
+Corinthe nauwelijks een enkele is blijven staan.</p>
+
+<p>Laat ons Christenen, die zoo bevoorrecht zijn boven de oude heidenen en
+die, dank zij de komst van Hem, Die voor ons tot Wijsheid is geworden
+van God, en Die ons den nen waren God deed kennen, nooit vergeten, wat
+die heidenen over hadden voor hun goden, die zij niet kenden. Inderdaad,
+hun toewijding is in menig opzicht diep beschamend voor ons. Moge
+eenmaal in den dag des oordeels dat volk van Athene niet tegen ons
+getuigen, gelijk de Heer dat voorspelde van de Ninivieten, die hij
+stelde tegenover een Chorazin en Bethsada, waarin Hij zooveel krachten
+had gedaan om Zijne goddelijke zending te openbaren. Moge Hij voor ons
+steeds de hoogste Wijsheid in leven en sterven, voor tijd en eeuwigheid
+zijn.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="15">&nbsp;</span><a id="p_15"></a></p>
+
+<h2><a id="ALEXANDRIE"></a>ALEXANDRI.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_015.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Een zeereis heeft ontzaglijk veel bekoorlijks, wanneer de zee kalm en de
+boot goed is en te dezen opzichte troffen wij het bijzonder gelukkig bij
+onzen overtocht van de Middellandsche zee, van Piraeus, de havenstad van
+Athene, naar Alexandri. De overtocht duurde twee volle dagen, maar bood
+ons veel afwisseling, vooral tengevolge van het groot aantal passagiers
+tusschendeks, meerendeels Russische pelgrims, die jaarlijks bij menigte
+van Odessa naar Palestina reizen en, naar men ons vertelde, voor die
+reis slechts enkele roebels betaalden. Op onze boot waren er eenige
+honderden. Gelukkig was het weer goed en de zee kalm, zoodat onze
+pelgrims zonder bezwaar den nacht konden doorbrengen onder den blooten
+hemel; terwijl zij over dag zich op het dek bevonden, waar men ze hun
+potje zag koken en maaltijden nemen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="16">&nbsp;</span><a id="p_16"></a></p>
+
+<p>Het was reeds tegen den avond, toen het stoomschip het anker lichtte in
+de haven van Piraeus. Zacht en schier onmerkbaar gleed het over de
+spiegelgladde vlakte van het kristalheldere water, terwijl de laatste
+stralen der ondergaande zon Athene met den Akropolis, den Lykabettos,
+Hymethos, Penelicon en de andere gebergte rondom de stad verlichtten.
+Nog even konden wij een blik werpen op het spits oploopend gebergte van
+het schoone eiland Aegina, dat donkerzwart afstak tegen den helderen
+hemel, toen de duisternis inviel van den nacht, gedurende welken de boot
+ons bracht in de haven van Suda op het eiland Kreta.</p>
+
+<p>Het was voor ons inderdaad eene verrassing, toen wij hoorden dat de boot
+dit eiland zou aandoen, dat gedurende de laatste jaren een twistappel
+was tusschen Griekenland en Turkije en sedert ons bezoek door de groote
+Mogendheden aan Griekenland werd toegewezen. Ze lagen daar dan toch niet
+gansch te vergeefs, die groote, machtige oorlogbodems, 15 in getal, die,
+toen wij er waren, alleen dienden om de macht dier <ins class="corr" id="corr7" title="Bron: Mogenheden">Mogendheden</ins> te
+vertoonen, die zij vertegenwoordigden. Het was nog voor zonsopgang, toen
+de boot haar anker liet vallen in de haven van Suda midden tusschen die
+oorlogschepen, die, toen zij achtereenvolgens hun vroolijk volkslied
+deden hooren, ons onwillekeurig <span class="pagenum" title="17">&nbsp;</span><a id="p_17"></a>deden denken aan het Europeesch
+concert. In onzen wensch om van den tijd, dien wij daar stillagen te
+mogen gebruik maken om voet aan wal te zetten en het eiland Creta te
+betreden, werden wij teleurgesteld. Niemand werd van of aan boord
+gelaten en wij moesten ons dus tevreden stellen met een blik op het
+eiland, dat wij gedurende den ganschen dag in zijn volle lengte
+voorbij stoomden. De aanblik, dien het uit de verte oplevert, is niet
+bekoorlijk. Het maakt den indruk van een onbewoond eiland. Ook hier
+evenals elders in het Oosten hooge bergen, maar kaal en doodsch zonder
+het frisch en groen geboomte, dat voor ons zooveel bekoorlijks heeft. Of
+en in hoeverre de aloude beschuldiging, welke de Apostel <ins class="corr" id="corr8" title="Bron: Paulus"><span class="mixcap">Paulus</span></ins> in zijn
+tijd reeds tegen de Cretensers inbracht, (Tit. II: 12) dat zij &bdquo;luie
+buiken&rdquo; zijn, daarvan de oorzaak is, laat ik in het midden; zeker is
+het, en wij zullen later nog wel eens de gelegenheid hebben dit nader
+aan te toonen, dat onder het ellendige Turksche bestuur geen enkel land
+kan gedijen; of dit onder het Grieksche veel beter zal wezen....? Hoe
+het zij, de verkregen oplossing is althans eene overwinning van het
+Christendom op den Islam en hierin liggen de gegevens voor eene betere
+toekomst voor de bewoners van Creta, waarover wij Christenen ons van
+harte mogen verblijden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="18">&nbsp;</span><a id="p_18"></a></p>
+
+<p>Het was reeds avond geworden toen wij de kust van Afrika naderden en de
+haven van Alexandri binnenstoomden, hetgeen wij echter niet behoefden
+te betreuren, daar wij haar bij ons vertrek bij dag verlieten en nu
+konden genieten van den tooverachtigen aanblik, dien de duizenden
+lichtjes opleverden, die van schepen en kaden flikkerden in het donker
+van den nacht. Weldra hadden wij ons Hotel bereikt, in welks tuin wij
+voor het eerst in ons leven de rijzige palmboomen onder den blauwen
+hemel zagen staan, die ons verzekerden, dat wij waarlijk in het Oosten
+waren. Het is toch soms als een droom, wanneer men met een snelvarend
+voertuig binnen korten tijd verplaatst wordt van het eene werelddeel in
+het andere, waar alles zoozeer verschilt van hetgeen wij thuis gewoon
+zijn te zien.</p>
+
+<p>Dat ondervonden wij den volgenden morgen, toen wij de merkwaardigheden
+der stad bezichtigden en kennis maakten met het bont gewemel eener
+Oostersche stad, die in het ochtenduur nog in een dikken mist gehuld
+lag, maar nadat deze was opgetrokken prijkte in den vollen gloed eener
+Oostersche zon, wier schitterend licht haast verblindend werkaatste
+tegen de helderwitte gebouwen, waartusschen zich telkens de slanke
+minarets verheffen, die de moskeen versieren.</p>
+
+<p>Alexandri is een stad van circa 250.000 inwoners, <span class="pagenum" title="19">&nbsp;</span><a id="p_19"></a>waaronder 50.000
+Europeanen, die een afzonderlijk gedeelte der stad bewonen. Zij strekt
+zich gedeeltelijk uit over een landtong in de zee en omsluit daardoor
+een groot gedeelte van de Westelijke haven. Langs de smallere en
+breedere straten en te midden van tallooze bazaars beweegt zich een
+verscheidenheid van landaard en volksklasse, zooals men ze in onze
+steden nimmer ziet. Pikzwarte Nubirs, liefst in geheel witte, en
+donkerbruine Arabieren in scherp gekleurde kleeding; de fellahs, wier
+vrouwen bovendien nog getatouerd zijn, in een lang, blauw gewaad, dat
+tot de voeten afdaalt; negers, sommige met een tulband, andere met den
+rooden fez op het hoofd; daartusschendoor Westerlingen in Europeesch
+kostuum; welk eene eindelooze afwisseling, inderdaad een <span xml:lang="la">mundus in nuce</span>,
+een geheele wereld in een klein bestek! Maar juist door dit gemengd
+karakter der bevolking gevoelt men zich hier geen vreemdeling, zooals
+in andere Oostersche steden. Daarvoor is de invloed der Engelschen te
+groot, die op geheel Egypte bijna de hand gelegd hebben en wier soldaten
+in grijs tenu en met een kakihelm op het hoofd, overal de aandacht
+trekken.</p>
+
+<p>Onder hetgeen in en om <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Alexadri">Alexandri</ins> te zien is, is er slechts weinig,
+dat aan de eeuwenoude wereldstad herinnert; hiertoe behoort de zuil van
+Pompejus, <span class="pagenum" title="20">&nbsp;</span><a id="p_20"></a>even buiten de stad gelegen, waarbij men juist opgravingen
+deed, in de hoop nog een en ander te vinden uit den ouden tijd. Onze
+weg leidde ons ook langs een der kanalen van den Nijl, waar zich de
+buitenverblijven bevinden van den Bey's en Pacha's, en waarvan de
+getraliede vensters de bewoneressen der harems voor het oog van den
+voorbijganger verbergen. Van een dezer buitenverblijven, het eigendom
+van een rijken Griek, dat tijdelijk onbewoond was, stond de tuin voor
+ons open. Daar zagen wij de Oostersche natuur in haar volle pracht,
+geheele bosschen van palmen, allerlei heesters en struikgewas, die de
+welriekendste geuren verspreidden. Te midden van dat alles bevond zich
+nog een oud Romeinsch grafgewelf, waarschijnlijk de rustplaats van een
+der bewoners van dit bekoorlijk paradijs uit de dagen der eerste eeuwen.
+De grafkelder was echter geheel vervallen en de plaats, waar eenmaal het
+stoffelijk overschot was bijgezet, onherkenbaar geworden. De schendende
+hand van den mensch had ook deze rustplaats der dooden niet ongerept
+gelaten en uit die ledige grafgewelven klonk ons de ernstige waarheid
+tegen, die men nergens zoo diep gevoelt als in Egypte, dat de wereld
+voorbijgaat en hare grootheid. Want in grootheid en luister stond
+eenmaal Egypte aan het hoofd der volkeren, getuige <span class="pagenum" title="21">&nbsp;</span><a id="p_21"></a>de eeuwenoude
+monumenten in de omstreken van Caro. En wat is er geworden of gebleven
+van al die grootheid van weleer? Zij ging voorbij!</p>
+
+<p>Zoo is het met alles, wat de wereld oplevert. Alleen het Woord onzes
+Gods bestaat in eeuwigheid. Gode zij dank! ook in Egypte wordt de klank
+van dat Woord gehoord maar helaas al te zeer als een <span xml:lang="la">vox clamans in
+deserto</span>!</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="22">&nbsp;</span><a id="p_22"></a></p>
+
+<h2><a id="CAIRO"></a><ins class="corr" id="corr10" title="Bron: CAIRO">CARO</ins>.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_022.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">De spoorweg, die het Delta gebied in verschillende richtingen
+doorkruist, verbindt ook de beide hoofdsteden van dit wonderland aan
+den Nijl: Alexandri, dat zich door haar wereldverkeer onderscheidt
+en Caro, dat zich kenmerkt door de vele vreemdelingen, die er gaarne
+vertoeven. Inderdaad dat Egypte, dat zich op de kaart als een groene
+waaier voor ons uitspreidt, die bij Caro begint en zich in zijn volle
+breedte ontplooit langs de Middellandsche zee en ter eener zijde wordt
+ingesloten door de woestijn van Lybi en ter andere door die van Arabi,
+dat Egypte is een wonderland. Of was het niet reeds in overoude tijden
+een voorraadschuur voor geheel het Oosten, ofschoon het er maar enkele
+dagen in het jaar regent, dank zij de wonderdoende vruchtbaarheid, die
+de Nijl er aanbrengt. Wanneer <span class="pagenum" title="23">&nbsp;</span><a id="p_23"></a>men ziet hoe de twee armen dezer rivier,
+die zich bij Caro van elkander scheiden, verder zich splitsen in
+ontelbare riviertjes en kanaaltjes, die zich als een net over het
+gansche land uitbreiden en het herscheppen in eene vruchtbare oase, dan
+kan men er in komen, dat de oude Egyptenaar dien Nijl als een godheid
+vereerde. Wij hadden vaak gehoord van de overstroomingen van den Nijl,
+en dachten dan aan een strook lands langs de rivier evenals onze
+uiterwaarden, maar wanneer men het land doorreist, dan ziet men aan
+de dammen en dijken, die de kanalen insluiten en aan de kameelen en
+buffels, die op sommige plaatsen tot aan hun buik in den drassigen
+bodem staan, dat dit geheele land leeft niet bij den regen des hemels,
+maar bij de gunst van een godheid over wien de mensch vrijmachtig kan
+beschikken en wij kunnen het ons zoo goed begrijpen, hoe de trotsche
+Pharaos, die dat alles in hunne hand hadden er toe kwamen zich zelven
+voor een God te houden.</p>
+
+<p>Caro is een wereldstad, evenals Alexandri, maar van een veel
+weelderiger karakter, vooral door den stroom van vreemdelingen, die
+er den winter komen doorbrengen. Deze moet inderdaad heerlijk zijn,
+een winter van louter schoone Meidagen, waarop de zon altijd helder
+schijnt, zonder ooit door een wolkje versluierd te worden; niet
+afmattend warm, maar aangenaam <span class="pagenum" title="24">&nbsp;</span><a id="p_24"></a>verkwikkend en die in vereeniging met
+den allesbesproeienden Nijl, alles doet groeien en bloeien. Kan het ons
+verwonderen, dat de oude Egyptenaar, die den Nijl aanbad ook aan de zon
+een eereplaats gaf onder zijne Goden.</p>
+
+<p>De weelde, die in Caro heerscht, wordt men aanstonds gewaar, zoodra
+men het <span xml:lang="en">Shepheard's Hotel</span> binnentreedt, dat in de stad of <span xml:lang="en">Ghesireh
+Palace Hotel</span>, dat er buiten aan den oever van den Nijl is gelegen. De
+inrichting er van is zoo prachtig, dat zij ons soms aan een sprookje
+doet denken en men zich haast verbeeldt in een vorstelijk paleis te
+zijn. Trouwens was het laatste oorspronkelijk ook een paleis van den
+Onderkoning, waarin dikwijls vorsten hun intrek namen. Het <span xml:lang="en">Shepheard's
+Hotel</span>, waar wij logeerden, ligt in het westelijk en tegelijk een zeer
+westersch gedeelte der stad. Het is niet toevallig, dat het dit karakter
+draagt. Een der vorige Chediven wenschte de stad uit te breiden en van
+het nieuwe gedeelte een tweede Parijs te maken. Hij liet breede en
+rechthoekig op elkander uitloopende straten aanleggen, langs welke de
+grond gratis werd afgestaan aan elkeen, die er een huis op bouwde, dat
+aan zekere eischen voldeed. Zoo verrees hier in korten tijd een stad,
+die een geheel westersch karakter draagt, met het schoone Ezbekiyepark,
+waarin een vijver met allerlei tropische <span class="pagenum" title="25">&nbsp;</span><a id="p_25"></a>waterplanten; terwijl het
+oostersch karakter der stad ongeschonden bewaard bleef in het Muski aan
+de andere zijde.</p>
+
+<p>Caro biedt meer dan eenige andere plaats in het Oosten een ongekenden
+rijkdom van allerlei bijzonderheden.</p>
+
+<p>In de eerste plaats zijn het de tallooze moskeen, van welke de
+voornaamste een bezoek overwaard zijn. Het zijn inderdaad kunstwerken
+van oosterschen bouwtrant, die, ofschoon vierhoekig van vorm toch rond
+schijnen door den wonderschoonen koepel, die als een blauw hemelgewelf
+het heiligdom van boven dekt. Bij dit kenmerk, dat zij allen gemeen
+hebben, heeft elke moskee nog iets bijzonders, dat men u aanwijst. Hier
+wordt ons oog aangetrokken door de prachtige kleuren der geschilderde
+glazen, waardoor het zonlicht wordt getemperd, dat het marmer der wanden
+en pilaren in allerlei tinten beschijnt; elders treft het kunstig uit
+ebbenhout en ivoor gesneden spreekgestoelte onze aandacht; ginds wijst
+men u onder honderden marmeren zuilen er een, waarop de geloovige
+Mohammedaan den naam leest van zijn Profeet, die deze zuil met een
+zweepslag van Mekka naar Caro joeg; daar buiten de poort in de graven
+der Chalifen bewondert men de rijk versierde graftomben, die het
+stoffelijk overschot bevatten van hen, die hier vroeger regeerden.
+<span class="pagenum" title="26">&nbsp;</span><a id="p_26"></a>Jammer alleen, dat het thans levende geslacht geen zorg draagt voor
+het onderhoud dezer schoone monumenten der scheppende kunst van het
+voorgeslacht; want, terwijl men voor zich zelf telkens nieuwe bouwt,
+laat men het onderhoud der oude aan Allah over, die er niets aan doet!</p>
+
+<p>Niet schoon, maar hoogst belangrijk is de Azhar moskee, de groote
+hoogeschool van Caro, waaraan ruim 5000 studenten zijn ingeschreven.
+Daar ziet men ze op oostersche wijze op den vloer zitten met de beenen
+over elkaar, knapen, jongelingen en mannen met den Koran op de knien,
+dien zij bijna geheel uit het hoofd moeten leeren, met een inktpot voor
+zich en een lei of manuscript in de hand, meestal 10 of 12 te samen met
+een Professor in het midden. Zoo ongeveer zaten wellicht de knapen,
+onder welke zich de twaalfjarige <span class="mixcap">Jezus</span> in den tempel in Jeruzalem
+bevond, maar zonder die eigenaardige, aanhoudend voor- en achterwaarts
+schommelende beweging van het bovenlijf, die deed denken aan een
+golvende zee. Die beweging, zeide men ons, moest dienen om het geleerde
+gemakkelijk in het geheugen te prenten. 't Is mogelijk, maar dan
+bevreemdt het mij, dat men dat nergens elders heeft toegepast. Zou het
+niet veeleer een uiting zijn van eerbiedige erkenning der waarheid,
+waarvoor men zich buigt of een betooning van Mohammedaansche <span class="pagenum" title="27">&nbsp;</span><a id="p_27"></a>piteit,
+dacht ik later, toen ik de huilende Derwischen had gezien.</p>
+
+<p>Hetgeen men toch bij de studeerende jongelingschap ziet in het klein,
+ziet men hier in het groot. Minstens een half uur lang slingeren deze
+Derwischen het hoofd op en neer, of heen en weer; terwijl zij daarbij de
+maat houden door aanhoudend, al luider en hartstochtelijker te zuchten:
+La-il-la-Huh-Hah-Huh! Allah-Huh-Hah-Huh! d.w.z. Hij-Hij- Hij alleen God!
+Het is een allerakeligste vertooning, waarvan niemand de beteekenis
+verstaat, dan alleen de Derwisch zelf, die haar als een der vroomste
+handelingen beschouwt.</p>
+
+<p>Aan de zuid-oostzijde van Caro bevindt zich de Citadel, eene sterke
+vesting, die de geheele stad beheerscht. Van het terras naast de
+Alabasten moskee, die daar staat en zoo genoemd wordt naar de muren en
+pilaren daar binnen, die alle van alabast zijn, heeft men het schoonste
+uitzicht over de stad, die beneden ons ligt. Daar wijst men ons ook nog
+de gevangenis van <span class="mixcap">Jozef</span>. Het is een vierkante put, terdiepte
+<ins class="corr" id="corr11" title="Bron: ven">van</ins> 86 meter tot welke men afdaalt langs de zijwanden, waarin
+een gang is uitgehouwen, die zoo zacht glooiend afloopt, dat de ezels
+gemakkelijk op dien kunstig uitgedachten weg het water uit de diepte
+naar boven kunnen dragen.</p>
+
+<p>Behalve deze put, waaraan nog de naam van <span class="mixcap">Jozef</span> <span class="pagenum" title="28">&nbsp;</span><a id="p_28"></a>is verbonden, zijn in
+Caro nog enkele plaatsen met Bijbelsche herinneringen. Op den weg naar
+de oude beroemde Zonnestad, waarvan maar een enkele Obelisk is
+overgebleven, wijst men nog een boom, onder welke <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: Maria"><span class="mixcap">Maria</span></ins> tijdens
+haar vlucht naar Egypte gerust en in het Koptisch kwartier een spelonk,
+waarin zij zou gewoond hebben.</p>
+
+<p>Deze Kopten, de oorspronkelijke bewoners des lands, waarvan er in
+OpperEgypte nog 500.000 wonen, zijn de eenige Christenen, die hier nog
+getrouw bleven aan hunne belijdenis, ondanks den machtigen tegenstand
+der Mohammedanen. Zij zijn meerendeels arm en hebben een klein kerkje,
+waarin zij hunne godsdienstoefeningen houden, waarbij zonderling genoeg
+althans voor Christenen, de vrouwen onzichtbaar verscholen zijn op een
+hooge galerij.</p>
+
+<p>Wij kunnen natuurlijk niet bij alles stilstaan, wat men in Caro te zien
+krijgt, maar het voornaamste zou ontbreken, wanneer wij zwegen van een
+tocht naar de Pyramiden van Giseh en Sakkara, die grootsche monumenten,
+die zoovele eeuwen bestaan en nog steeds aller bewondering wekken.</p>
+
+<p>Ongeveer een uur van Caro verwijderd op den linkeroever van den
+Nijl bevindt zich de woestijn van Lybi. Langs den hoogen rand dezer
+oneindige zee van golvend zand, begint de lange rij pyramiden, <span class="pagenum" title="29">&nbsp;</span><a id="p_29"></a>die zich
+naar het zuiden uitstrekt. Wij bezochten enkel die van Giseh en Sakkara.</p>
+
+<p>Gemakkelijke landauers brachten ons over den ijzeren brug, die de beide
+Nijloevers verbindt voorbij het dorpje Giseh naar de Cheopspyramide. In
+een uur tijds reden wij over een door hooge boomen beschaduwden weg, die
+midden door het Nijldal leidt, dat een paar voet was overstroomd, zoodat
+de buffels er zich lustig in konden baden om zich van den overlast der
+vliegen te ontdoen, naar den kalen rand van de woestijn, die zich 30
+meter boven het Nijldal verheft. Hier, boven op deze hoogte bevindt zich
+de majestueuse Cheopspyramide, die 147, daarachter een 2e die 138 en
+een 3e die 66 meter hoog is. Het verschil in hoogte wijst den tijd aan
+gedurende welken de Koning, die haar bouwde, regeerde. Elke vorst begon
+reeds bij zijn troonsbestijging met den bouw eener pyramide, die later
+zijn begraafplaats moest zijn, waaraan jaarlijks een nieuwe laag steenen
+werd toegevoegd. De Cheopspyramide, wiens ontwerper en bouwmeester dus
+het langst regeerde, is daardoor de hoogste.</p>
+
+<p>Statig verheft zich de spits van dit machtig gevaarte ten hemel. De
+ontzettende steenmassa bestaat uit blokken van 1 tot 2 meter, waaraan
+volgens <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: berekenng">berekening</ins> 100.000 menschen
+gedurende 20 jaren <span class="pagenum" title="30">&nbsp;</span><a id="p_30"></a>moeten
+gearbeid hebben. De lust bekroop ons niet om de spits te bestijgen, van
+welke het uitzicht ter nauwernood schooner kon zijn, dan dat, wat wij
+van beneden genoten, zonder daarbij de inspanning eener moeilijke
+klimpartij en de gevaren eener duizelingwekkende afdaling te trotseeren.
+Evenmin waagden wij ons aan een bezoek der voormalige grafkamers binnen
+in de pyramide, waarin thans de vleermuizen huizen, maar weleer de
+gebalsemde lijken der koningen werden bijgezet, wier mummin nu in het
+museum te Giseh zijn.</p>
+
+<p>Op een kwartier afstand, nog meer naar den rand der woestijn, bevindt
+zich de beroemde Sphinx, met het aangezicht naar het Nijldal gekeerd.
+Dag en nacht houdt zij daar de wacht over het koninklijk graf. Het is
+alsof die geheimzinnige gestalte, samengesteld uit een leeuwenlichaam en
+een menschenhoofd daar ligt te peinzen over het raadsel van den dood.
+Ja, wie zal zeggen, wat de kunstenaar, die dat beeld schiep, heeft
+willen uitdrukken met die wonderbare samenvoeging van dierlijke kracht
+en menschlijk verstand, zooals zich die aan ons vertoont, in die
+majestueuse gestalte van den Koning der woestijn met het hoofd van een
+mensch, waarvan het stemmig gelaat, hoezeer ook geschonden door den
+Mammeluk, die het gebruikte als schietschijf voor zijne kanonnen, toch
+nog een <span class="pagenum" title="31">&nbsp;</span><a id="p_31"></a>zeldzame schoonheid van wonderbare zachtheid en diepen ernst in
+zich vereenigt.</p>
+
+<p>Van Giseh gaan wij met den trein het Nijldal nog een uur verder in en
+stappen aan het station Bedraschen uit. Gelukkig zijn wij door een
+stevig hek gevrijwaard voor de bestorming van een aantal jongens, die
+hier met hun ezels den reiziger opwachten. Een voor een worden zij
+binnengelaten met hun Keizer- en <span xml:lang="de">Bismark</span>-, <span xml:lang="en">Gladstone</span>- en <span xml:lang="en">Salisbury</span>ezel
+of hoe ze allen heeten. Maar wat voor naam het grauwtje ook drage, te
+ontkennen valt het niet, dat het inderdaad een &bdquo;goed ezel&rdquo; is, zooals
+de jongen ons telkens nu eens vragend, dan bevestigend verzekert, een
+ezel die inderdaad een goed bakschisch verdient van den Baron, zooals de
+guitige drijver den ruiter noemt; waarlijk onze ezeltjes toonen door den
+flinken draf, dien zij houden, dat zij hun ministerieele namen met eere
+dragen.</p>
+
+<p>Zoo draven wij voort over een dijk, die zich tusschen de palmboomen
+heenslingert, die allen met den voet in het water staan, daar al het
+land hier door den Nijl is overstroomd. Een zijweg geleidt ons naar een
+hooger gelegen palmenbosch, waar vroeger de stad Memphis en thans het
+armzalig dorpje Mitrahine ligt.</p>
+
+<p>Hier staan wij onder de boomen voor een kolos uit harden kalksteen
+gebeiteld, die lang uitgestrekt ter aarde ligt. Het is het beeld van
+Koning <span class="mixcap">Ramses II</span>, <span class="pagenum" title="32">&nbsp;</span><a id="p_32"></a>dat met den kroon en de beenen, die echter ontbreken,
+eene lengte van 13 meter heeft. Het oor alleen is een halven meter lang.
+Het vertoont ons het gelaat van den man, die weleer Isral verdrukte in
+de dagen van <span class="mixcap">Mozes</span> en diende vroeger tot versiering van het voorportaal
+van den Ptahtempel, die hier stond, maar met de stad Memphis door den
+stroom werd weggevoerd. Dit beeld kwam uit het slijk te voorschijn,
+waarin het eeuwen lang bewaard bleef. Thans ligt het daar met het starre
+oog ten hemel gericht, alsof het nog zocht naar het licht van de zon,
+die het weleer aanbad, maar die verduisterde, toen de God des Hemels
+sprak.</p>
+
+<p>Wij rijden verder den dijk over, die aan beide zijden door het bruine,
+drassige Nijlwater wordt bespoeld. Hier en daar zijn de slanke fellah
+dochters, wier lange, blauwe kleed door den frisschen wind bewogen
+glooiend langs de leden glijdt, bezig met een soort van hark het dorre
+riet, dat tegen den dijk aandrijft uit het water op te halen. Het is het
+riet dat nog overal langs den Nijl groeit, waartusschen het biezenkistje
+dreef, waarin de kleine <span class="mixcap">Mozes</span> lag, toen hij door Pharao's dochter uit
+het water werd getogen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 313px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_032a.jpg"><img src="images/ill_032a-th.jpg" width="313" height="470" title="Klik voor vergroting (8061207px, 219Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">BEELD VAN RAMSES II.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Aan de woestijn van Sakkara of Sahara, zooals wij gewoonlijk zeggen,
+stijgen wij af. Daar lagen zij wer voor ons, die machtge pyramiden,
+die ons zwijgend <span class="pagenum" title="33">&nbsp;</span><a id="p_33"></a>vertellen, dat wij hier zijn op het doodenveld van
+Memphis, waarin eeuwen her de graven van duizenden werden gedolven. Maar
+het was ons thans meer te doen om de belangrijke opgravingen, die
+<span class="mixcap">Mariette</span> en andere oudheidkundigen hier deden en die er in slaagden de
+Apisgraven en dat van den Priester <span class="mixcap">Thi</span> te ontdekken, die diep onder het
+telkens zich verplaatsende zand der woestijn verborgen lagen.</p>
+
+<p>De begraafplaats der eertijds vergoode Apisstieren bestaat uit een
+langen gang, langs welken zich aan beide zijden de donkere gewelven
+bevinden, waarin de doode stieren, na gebalsemd te zijn, werden bijgezet
+in prachtige doodkisten van zwart of rood graniet. Zij zijn thans alle
+ledig en meerendeels van haren deksel beroofd. Aan de 4 zijwanden der
+sarcophagen, die elk een gewicht van 65.000 k.g. hebben en 4 meter lang,
+3.30 hoog en 2.30 breed zijn, ziet men overal hieroglyphen. Het is mij
+een raadsel hoe men deze 30 steenen kisten, wier grondstof ver uit het
+Zuiden of uit het hooge Noorden moet aangevoerd zijn, hierheen heeft
+kunnen verplaatsen.</p>
+
+<p>Nog belangrijker is de begraafplaats van <span class="mixcap">Thi</span>, een priester, die ongeveer
+5000 jaren geleden te Memphis leefde, van wege de verschillende
+tafereelen aan het landelijk leven uit vroeger dagen ontleend, die op de
+<span class="pagenum" title="34">&nbsp;</span><a id="p_34"></a>wanden zijner doodenkamers zijn afgebeeld. In deze afbeeldingen, die
+men bij magnesium licht zeer duidelijk ziet, is iets eentoonigs, omdat
+zij veel op elkaar gelijken; maar de voorstelling zelve in relief op den
+wand gebeiteld is uitermate eigenaardig. Immers, hier ziet men het
+geheele leven uit die dagen voor zich; <span class="mixcap">Thi</span> zelf aan het visschen en op
+de jacht; verder zijne menschen, met de kudden op de weide en de schepen
+op het water, werkzaam op het land en in de boerderij, bezig met de
+ganzen, die zij mesten, pillen in den mond te duwen, evenals onze
+Bredasche kapoenen, daarna ze slachten en braden en dat alles voor 5000
+jaren! Het is inderdaad grappig dit alles hier in beeld te zien, wat
+daarbuiten werkelijkheid is. Wat is er toch weinig veranderd in al die
+eeuwen! Men kan zich niet voorstellen, dat daar zooveel geslachten over
+heen gingen, en dit is eene gewaarwording, die men niet enkel hier, maar
+telkens in Egypte opdoet.</p>
+
+<p>Hier wandelt men rond in de graven van <span class="mixcap">Thi</span> en zijne tijdgenooten en wij
+zien hoe zij leefden. Straks komen wij in het Giseh museum en staan bij
+de mummie van een <span class="mixcap">Ramses</span> den Groote, den verdrukker der Isralieten. Het
+is alsof wij in de trekken op dat strenge gelaat en in dien scherp
+gebogen neus nog het onverzettelijk karakter lezen van den man, <span class="pagenum" title="35">&nbsp;</span><a id="p_35"></a>die
+zelf voor niemand boog, maar allen voor zich liet bukken.</p>
+
+<p>Daar is iets wonderlijks in het zien van al die dooden, die voor zooveel
+eeuwen leefden en die nog tot ons spreken. Het is ons alsof door dat
+alles de gedachte der eeuwigheid, die zoo diep in hun ziel was gelegd,
+voortdurend zich aan ons opdringt. Zij geloofden aan het leven, dat niet
+sterft, maar het raadsel van den dood bleef voor hen onopgelost. De dood
+was als de Sphinx, die niemand kan doorgronden.</p>
+
+<p>Hoe dikwijls komt mij de gestalte der Sphinx nog voor den geest naar de
+voorstelling eener plaat, die ik eens zag, waarop het kind <span class="mixcap">Jezus</span> rust
+tusschen hare klauwen in de armen zijner moeder op de vlucht naar
+Egypte. Van het aangezicht van het Kind straalt een Hemelsch licht uit;
+het gelaat van de Sphinx wordt door het matte maanlicht beschenen. Zoo
+ligt zij daar in de stilte van den nacht, met het sombere gelaat naar
+het Oosten gekeerd, alsof zij van hier de oplossing van het raadsel des
+doods verwacht, van dat Oosten, van waar weleer een <span class="mixcap">Abraham</span>, een <span class="mixcap">Jozef</span>
+en een <span class="mixcap">Jacob</span> als voorboden van het licht des levens togen naar Egypte,
+van waar het kind <span class="mixcap">Jezus</span> zelf kwam en het licht van Zijn Evangelie, dat
+Egypte voor een wijle bescheen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="36">&nbsp;</span><a id="p_36"></a></p>
+
+<p>Maar van datzelfde Oosten kwam ook het Mohammedanisme, dat nu als het
+bleeke maanlicht haar menschelijk aangezicht beschijnt, maar het raadsel
+des doods, waarover zij peinst, niet oplost.</p>
+
+<p>Ja peinzend ligt zij daar, met die wonderbare uitdrukking van weemoed en
+hoop op haar gelaat, van weemoed over het raadsel des doods en van hoop
+op de opstanding der dooden.</p>
+
+<p>Moge het licht der Opstanding, dat eenmaal in <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: et">het</ins> Oosten daagde,
+ook nog eens over Egypte schijnen!</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="37">&nbsp;</span><a id="p_37"></a></p>
+
+<h2><a id="PORTSAID"></a><ins class="corr" id="corr15" title="Bron: PORT-SAID">PORT-SAD</ins> EN BEYROET.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_037.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Van Alexandri vertrok de boot, ditmaal een zeer onzeewaardige, maar dit
+zouden wij eerst later ervaren, bij dag naar Port-Sad. Wij hadden dus
+de gelegenheid om thans de haven in haar geheel te zien. Recht tegenover
+haren ingang aan het water ligt het breede paleis van den Chedive, die
+het echter slechts zelden bewoont, daar hij in Caro resideert. Eene
+menigte schepen, die de haven vullen, bewijzen, dat Alexandri een stad
+is van veel handel en scheepvaart en de voorname stapelplaats voor het
+vervoer van goederen uit Egypte naar Europa.</p>
+
+<p>De verdere reis langs de Afrikaansche kust biedt weinig
+bezienswaardigheden, omdat het geheel Delta-land van Egypte vlak is. Het
+was dus voor ons geen schade, dat wij dit gedeelte bij nacht aflegden.
+<span class="pagenum" title="38">&nbsp;</span><a id="p_38"></a>Toen wij den volgenden morgen ontwaakten, lagen wij voor anker te
+Port-Sad aan den ingang van het Suez-kanaal.</p>
+
+<p>Men doet in het Oosten alles op zijn gemak en een reis met een boot, die
+onderscheidene havenplaatsen aanloopt, verwijlt hier gewoonlijk een
+ganschen dag om te lossen en te laden, ten einde dan gedurende den nacht
+weer verder te kunnen stoomen. Door deze omstandigheid waren wij
+gedwongen gedurende een geheelen dag te Port-Sad te verblijven, van
+welke gelegenheid werd gebruikt gemaakt om aan wal te stappen en het
+weinige, dat er te zien is, in oogenschouw te nemen. Hiertoe behoorde de
+waterleiding uit een der zijkanalen van den Nijl, die de stad van
+drinkwater voorziet en een gedeelte van het kanaal van Suez, langs een
+weg die echter, tengevolge van het mulle zand der woestijn, nauwelijks
+te berijden was. Maar juist op dien weg hadden wij gelegenheid om de
+wreedheid gade te slaan van den Arabier tegenover het onnoozele dier,
+eene wreedaardigheid, zooals men ze gelukkig in Christenlanden niet
+ziet. Ofschoon de meesten onzer den wagen verlieten om het laatste
+gedeelte te voet af te leggen en den koetsiers beduidden, dat zij konden
+wachten, dreven zij hun dieren toch voort, wellicht uit vrees, dat ze
+anders niet betaald zouden krijgen en sloegen <span class="pagenum" title="39">&nbsp;</span><a id="p_39"></a>er met de grootste
+onbarmhartigheid op los, zoodat meer dan eene zweep door midden brak.
+Hoe had ik gewenscht de taal te kennen van dit volk om mijn ergernis te
+luchten over zulk eene mishandeling! Hoe trof ons in deze schijnbaar
+nietige zaak het verschil tusschen een land, waar de geest der
+humaniteit, die mede ook een der zegeningen is van het Evangelie, niet
+en waar die wel heerscht. Terwijl bij ons zulke gruwelen strafbaar zijn,
+worden ze dr toegelaten en het verwondert ons niet, dat menschen, die
+zoo omgaan met dieren, even onmenschelijk handelen met hunne
+medemenschen. Maar wij waren immers in Afrika, het land van den Arabier,
+het donkere werelddeel, waarvan de Zending ons gruwelen weet te
+vertellen, die de haren te bergen doen rijzen, gruwelen, die zoo
+ontzettend zijn, dat een <span class="mixcap" xml:lang="en">Livingstone</span>, die ze zag, ze niet eens vertelde,
+omdat men ze toch niet zou gelooven.</p>
+
+<p>Ik zal daarom ook maar niet verhalen, wat verder in die havenplaats onze
+<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: ergenis">ergernis</ins> wekte, waar men op straat telkens de bewijzen te
+zien kreeg van de liederlijkheid, die er heerscht. Zij bevestigden het
+feit, waar de Zending zoo dikwerf op wijst, dat overal waar de
+zoogenoemde Westersche beschaving in aanraking komt met Oostersche
+toestanden, zonder het Evangelie, dat daar de gruwelen der zonde, die
+alle gedachten te boven gaan, de volkeren niet alleen zedelijk, maar ook
+<span class="pagenum" title="40">&nbsp;</span><a id="p_40"></a>lichamelijk te gronde richten. Verblijdend was het daarom, eenigen tijd
+later in onze dagbladen te lezen, dat de Turksche Regeering&mdash;en dat zegt
+wat, wanneer zulk eene Regeering meent er zich mede te moeten
+inlaten&mdash;maatregelen heeft genomen om een einde te maken aan de meest
+ergerlijke tooneelen, die daar in het openbaar en verborgen plaats
+vinden. Het is althans iets. Maar den eigenlijken strijd tegen de zonde
+kan alleen het Christendom voeren. Daarom is het zeer te hopen, dat de
+oogen der zendingsvrienden meer en meer geopend zullen worden voor de
+wenschelijkheid, ja de noodzakelijkheid om hier te arbeiden, waar, voor
+zooverre mij bekend is, niets geschiedt op het gebied der Zending, zelf
+geen Christelijk bedehuis te vinden is, dat men gelukkig in andere
+steden van Egypte niet te vergeefs zoekt.</p>
+
+<p>Wij waren zeer dankbaar, dat wij aan het einde van een langen en
+snikheeten dag, dien wij grootendeels doorbrachten in de veranda van een
+Htel, ons weder konden inschepen. Het was de eerste dag, waarop de
+verzengende Sirokko woei, waarbij de thermometer een uur na
+zonsondergang nog <ins class="info" title="35.6C">96 Fahrenheit</ins> aanwees, een woestijnwind,
+die gedurende de volgende weken onafgebroken bleef waaien en ons nog
+menige zweetdroppel kosten zou.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen zagen wij in de verte voor <span class="pagenum" title="41">&nbsp;</span><a id="p_41"></a>het eerst iets van de
+kust en van het daarachter liggend gebergte van het Heilige Land. Weldra
+naderden wij Jaffa, waar de boot het anker liet vallen en, omdat er geen
+haven is, tot den namiddag op stroom bleef liggen. De passagiers, die er
+willen landen, moeten dus per roeiboot afgehaald worden van het schip.
+Gelukkig zijn de bootslieden uitermate vaardig om bij een onstuimige
+zee, zooals wij die nu kregen, op het juiste oogenblik gebruik te maken
+van een hoogen golf om de passagiers op te vangen in hun stevige
+armen. Wij waren dankbaar, dat wij aan boord konden blijven, maar die
+dankbaarheid was van korten duur, omdat de wind weldra begon op te
+steken en wij toen gewaar werden hoe onze boot, de &bdquo;Odessa,&rdquo; rolde en
+tolde als een visscherspink zonder kiel.</p>
+
+<p>Gelukkig lagen wij toch den volgenden morgen behouden voor anker in de
+haven van Beyroet, de voornaamste havenstad van Syri. De ligging is
+zeldzaam schoon. Helderwitte huizen verheffen zich van de zee al hooger
+en hooger tegen de helling van het Libanongebergte, dat daarachter
+ligt. De gebouwen en inwoners der stad maken een zeer gemengden indruk,
+tengevolge van het groot getal Europeanen, die hier wonen om de
+handelsbelangen van hun land te behartigen. Men hoort er allerlei <span class="pagenum" title="42">&nbsp;</span><a id="p_42"></a>talen
+spreken, het meest van alles Fransch, dat evenwel in den laatsten tijd
+meer en meer verdrongen wordt door het Duitsch en het Engelsch.
+Men krijgt dan ook den indruk, dat deze drie Mogendheden er op uit
+zijn haren invloed in Beyroet en vooral in het geheele gebied van
+den Libanon te versterken, vooral ook door allerlei arbeid op
+Christelijk-philanthropisch gebied, die zijn centrum heeft in de stad
+en zijn arbeidsveld buiten in de dorpen op het Libanon-gebergte.</p>
+
+<p>Zoo werkt hier de Duitsche zending met diakonessen van <span xml:lang="de">Kaiserswerth</span>,
+onder wier leiding het hospitaal van de orde van St. Jan, een weeshuis
+en een jongedamesschool staan, die wij met groote belangstelling zagen
+onder geleide der directrice. De school was nog niet geopend, daar zij
+gemeenlijk eerst begint, wanneer de rijke kooplieden, die des zomers in
+de bergen wonen, op hun villa's in de stad teruggekeerd zijn. In het
+weeshuis waren 130 kinderen, waaronder 40 Armenische weezen, die sedert
+den laatsten Christenmoord hier een toevlucht vonden. Wij zagen ze in
+de verschillende klassen van onderwijs verdeeld, waar zij onder meer
+Duitsch en Arabisch leerden. Toen de directrices <span class="mixcap" xml:lang="de">Sophie Grf</span> en <span class="mixcap" xml:lang="de">Louise
+Kaiser</span> ons rondleidden en hoorden, dat wij Nederlanders waren, spraken
+zij met veel waardeering <span class="pagenum" title="43">&nbsp;</span><a id="p_43"></a>van hetgeen weleer Mej. <span class="mixcap">A. Bergendahl</span> uit
+Amsterdam voor deze arme weezen deed. Zij vertelden ons van de vreugde
+der kinderen, wanneer de kisten werden uitgepakt, die uit Nederland
+aankwamen, en ik beloofde dit aan onze landgenooten te zullen
+mededeelen, zoodra ik daartoe gelegenheid had. Mocht iemand dit lezen en
+lust hebben om iets te doen voor deze Syrische weezen, dan zal die hulp
+dankbaar gewaardeerd worden en wl besteed zijn.</p>
+
+<p>De invloed toch van den zendingsarbeid in Syri en Palestina is aan
+alles merkbaar, doch ik zal daarover thans niet meer uitwijden, daar ik
+het werk der Inwendige Zending in Jeruzalem en Palestina uitvoerig heb
+beschreven in het Tijdschrift: <i>Lichtstralen op den akker der wereld</i>,
+jaargang 1900 afl. 1 en 2.</p>
+
+<p>Zoodra men de stad Beyroet uitgaat en komt in het Christelijk gebied van
+den Libanon, is het als of alles meer welvaart vertoont. De akkers zijn
+bebouwd, de woningen zien er netjes en goed onderhouden uit en de
+Christelijke bevolking maakt een gunstigen indruk, zoodat uit alles
+blijkt, dat het Christendom niet alleen de beloften des toekomenden maar
+ook des tegenwoordigen levens heeft.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="44">&nbsp;</span><a id="p_44"></a></p>
+
+<h2><a id="BAALBEK"></a>BALBEK.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_044.png" width="63" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Het was nog vroeg in den morgen, toen wij in den trein stapten van
+Beyroet naar Damascus. De spoorlijn loopt bijna evenwijdig aan den
+rijweg, dien de Franschen na 1860 hebben aangelegd. Gedurende de eerste
+twee uren biedt deze eene gestadige afwisseling en een wonderschoon
+vergezicht over Beyroet, dat voor ons oog al lager en lager wegzinkt in
+de diepte en ten laatste nauwelijks nog een kleine witte stip vertoont
+aan de kust der Middellandsche Zee. Ook rondom zich heen ziet men zulke
+stippen, alsof het zwaluwnesten waren, die tegen het Libanongebergte
+aanliggen; het zijn de dorpen en huizen, die glanzen in het vroolijke
+morgenlicht der zon. De velden zijn allerwegen beplant met vruchtboomen,
+vooral met den moerbezinboom, <span class="pagenum" title="45">&nbsp;</span><a id="p_45"></a>wiens bladeren als voedsel moeten dienen
+voor de zijdewormen, die een der voornaamste handelsartikelen uit het
+Libanon-gebied opleveren. Het geheel maakt den indruk van eene
+welvarende landstreek en eene nijvere bevolking, die, zooals wij reeds
+opmerkten, overwegend Christelijk is. Gelukkig heeft zij na den
+beruchten Christenmoord in 1860 door de Drusen uit het Hauran-gebergte
+niet meer aan dergelijke aanvallen blootgestaan, deels door den invloed
+van Frankrijk, onder wier bescherming zij stond, deels door de
+verplichting, sedert dien aan de Turksche Regeering opgelegd, om over
+dit gebied een Christengouverneur aan te stellen.</p>
+
+<p>Naarmate men hooger stijgt wordt de cultuur minder. Op ongeveer 1500
+meter heeft de weg zijn hoogste punt bereikt en ziet men in het Oosten
+den Anti-Libanon en in het Zuiden den Grooten Hermon opdagen, twee
+breede bergruggen even kaal en vaal als de Libanon zelf aan de zijde,
+langs welke men nu afdaalt in het Beka-gebied, de breede vlakte van
+Coelo-Syri die tusschen deze drie bergen inligt.</p>
+
+<p>Het was voor ons eene ware teleurstelling, dat wij noch langs den weg,
+noch op de bergen den beroemden ceder van den Libanon zagen, waarvan men
+zoo dikwijls in den Bijbel leest. Helaas! zij zijn verdwenen. Men zeide
+ons echter, dat er nog enkele <span class="pagenum" title="46">&nbsp;</span><a id="p_46"></a>plaatsen waren, waar ze groeiden, maar
+die voor een bezoek te ver verwijderd lagen. Daar zou men ze nog kunnen
+zien in hun volle kracht; er waren er, zeide men, die een omvang van 17
+en eene hoogte van 30 meter hadden, wellicht wat overdreven, maar dan
+nog, wat zijn deze enkelen vergeleken bij den tijd, toen die ceders met
+hun fluweelen glans die bergen als n woud bedekten, die thans overal
+even kaal zijn!</p>
+
+<p>Aan het dorpje Maallakah houdt de trein stil en staan onze rijtuigen
+gereed, die ons in 4 uren door de vlakte van Beka naar het eeuwenoude
+Balbek brengen<ins class="corr" id="corr17" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>De weg geleidt door eene breede vlakte, een hoog plateau tusschen den
+Libanon en den Anti-Libanon, 1000 meter boven de zee. Slechts hier en
+daar ontwaart men een groepje huizen, die een dorpje vormen. De lange,
+rechte weg biedt weinig afwisseling. Het eenige, wat men daarop ziet,
+zijn karavanen zwaar beladen kameelen, zoodanig achter elkaar gebonden,
+dat zij n trein vormen, waarvan het eigenaardige is, dat een ezeltje
+schijnt dienst te doen als locomotief, niet om den trein in beweging te
+brengen, maar om daaraan de gewenschte snelheid te geven. Het is
+inderdaad een grappig tooneel, wanneer men ziet, hoe zulk een klein roer
+al die &bdquo;schepen der woestijn&rdquo; bestuurt, vooral voor ons, die nu juist
+van een ezel geen grooten dunk hebben; maar de <span class="pagenum" title="47">&nbsp;</span><a id="p_47"></a>Oostersche ezel, ik heb
+dit reeds vroeger meegedeeld, is de Westersche niet.</p>
+
+<p>Na een rit van 4 uren hebben wij Balbek bereikt, een stadje van een
+paar duizend inwoners, voor de helft Christelijk, voor de helft
+Mohammedaansch. Het is echter niet het stadje en zijn bewoners, die ons
+belang inboezemen, maar het zijn de beroemde runes van de aloude
+heiligdommen, die wij hier aantreffen en die ons een grootsch denkbeeld
+geven van Oostersche bouwkunst.</p>
+
+<p>Voor de juiste waardeering ervan dienen enkele historische
+bijzonderheden hier vooraf te gaan. Volgens overleveringen, die onze
+gids <span class="mixcap">Michel Alouf</span> in een afzonderlijk boekje over Balbek heeft
+samengebracht, zou de voormalige burcht het oudste gebouw der wereld
+zijn en dagteekenen van het jaar 133 na de schepping. <span class="mixcap">Can</span> zou daarvan
+de grondlegger zijn geweest en zich daarbij bediend hebben van den
+mastodon, een voorwereldlijk dier. Na den zondvloed zou <span class="mixcap">Nimrod</span> de
+bouwvallen van den burcht hersteld en gewijd hebben aan Bal, den God
+der Moabieten, die de zon aanbaden. Volgens dat boekje zou Bal <i>zon</i> en
+Bek of Beka <i>stad</i> beteekenen en de naam Balbek, later Heliopolis, dus
+zonnestad willen zeggen.</p>
+
+<p>Wij weten echter, dat de naam Bal, d.w.z. Heer, eenvoudig den God
+aanduidt, dien de bewoners van <span class="pagenum" title="48">&nbsp;</span><a id="p_48"></a>het land, hier zeer bepaald die van de
+Beka-vlakte dienden. Balbek was dus het middenpunt van den Baldienst,
+waaraan ook nog de liederlijke vereering van Astarte was verbonden. Dit
+blijkt o.a. uit den naam van zekeren <span class="mixcap">Ethbal</span>, d.w.z. <i>Bal is met
+hem</i>,&mdash;een voormaligen priester van Astarte, die later Koning werd van
+Phoenici. Deze <span class="mixcap">Ethbal</span> was de vader van <span class="mixcap">Izbel</span>, die huwde met <span class="mixcap">Achab</span> den
+bekenden Koning van Isral, die den Baldienst invoerde. Wij weten hoe
+<span class="mixcap">Izbel</span> daaraan met haar gansche hart verknocht was en welken strijd de
+profeet <span class="mixcap">Elia</span> daartegen voerde op den berg Karmel
+(1 Kon. XVIII)<ins class="corr" id="corr18" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>In de 2<sup>de</sup> eeuw na C., toen dit gebied onder de macht der Romeinen
+kwam en de zonnedienst meer en meer algemeen werd in het Oosten,
+verrezen hier twee zonnetempels, een groote en twee kleine en verkreeg
+Balbek den naam Heliopolis, d. w. z. zonnestad. Beide werden onder de
+regeering van <span class="mixcap">Constantijn</span> den Groote gesloten. Onder <span class="mixcap">Theodosius</span> den
+Groote werd er een Christelijke kerk van gemaakt; doch deze werd later
+door de Arabieren wederom verwoest, die van de overgebleven gedeelten en
+brokstukken een vesting bouwden. Dientengevolge is er van het
+oorspronkelijke, ook tengevolge van onderscheidene aardbevingen, vooral
+die van 1759, weinig meer overgebleven.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 323px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_048a.jpg"><img src="images/ill_048a-th.jpg" width="323" height="487" title="Klik voor vergroting (8321251px, 201Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">DE ZONNETEMPEL TE <ins class="corr" id="corr19" title="Bron: BAALBEK">BALBEK</ins>.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="49">&nbsp;</span><a id="p_49"></a></p>
+
+<p>In weerwil van dit alles is de aanblik, dien de overgeblevene runes
+vertoonen, nog ontzaglijk indrukwekkend. Duidelijk zijn de grondslagen
+nog te zien van de aloude tempelgebouwen op een kunstmatig opgehoogd
+terras, 300 meter lang en 200 meter breed. Een breede trap aan de
+oostelijke zijde verleende den toegang tot een voorportaal; dan volgde
+een ruime voorhof en daarachter de zonnetempel, waarvan nog 6 van 54
+zuilen overeind staan, elk 19 meter hoog en 2 meter in doorsnede.</p>
+
+<p>De kleinere tempel van <span class="mixcap">Jupiter</span>, die zich daarnaast bevindt, bestaat nog
+bijna in zijn geheel. Van de 42 zuilen, welke de 4 muren omringden, zijn
+er nog 9 op eene rij te zien. Daar deze weinig geschonden zijn, geven
+zij een grootsch denkbeeld van het oorspronkelijk geheel; de architraves
+en friezen aan de kroonlijsten, de kapiteelen aan de zuilen, de kunstige
+beeldhouwwerken aan de plafonds en alle andere onderdeelen zijn z
+schoon, dat men een en al bewondering is voor den smaak der ontwerpers
+en den kunstzin der bouwlieden.</p>
+
+<p>Maar onze bewondering stijgt tot verbazing, wanneer men van het
+verhoogde terras afdaalt en de hoeksteenen ziet aan de buitenzijde, die
+den onderbouw vormen. Daaronder zijn er drie aan den Trilithon-muur d.
+w. z. muur van drie steenen, die een lengte <span class="pagenum" title="50">&nbsp;</span><a id="p_50"></a>van 19 meter hebben, bij
+een breedte en hoogte van 4 meter. Men schat het gewicht van een enkelen
+steen op 700.000 K.G. Op 20 minuten afstand vindt men de steengroeven,
+waaruit zij genomen zijn, en daarbij nog een steen, die onafgewerkt
+bleef. Ons verstand staat hier stil bij de vraag, hoe men zulke
+gevaarten heeft kunnen verplaatsen en zelfs op elkander leggen. Ik las
+ergens in een boek, dat iemand er van zegt: &bdquo;ze zijn gedenkteekens van
+eene beschaving, die over mechanische hulpmiddelen beschikte, waarvan
+wij geen begrip hebben,&rdquo; maar ik voor mij zo zoo zeggen wanneer ik
+zulke hoogdravende wijsheid lees, dat ik dan de opvatting van de
+Arabieren, die geloofden, dat daarbij voorwereldlijke dieren te pas zijn
+gekomen, nog zoo kwaad niet vind.</p>
+
+<p>Hoe het zij, wij krijgen te Balbek bij dien Trilithon-tempel, zooals
+hij naar die drie steenen, eeuwen lang genoemd werd, den indruk van een
+reuzenwerk. Dat reuzenwerk diende om Bal, den God des lands, te eeren.
+En wanneer wij dan de geschiedenis lezen van <span class="mixcap">Achab</span> en zijn vrouw <span class="mixcap">Izbel</span>,
+de dochter van dien voornoemden priester van Bal, kan het ons dan
+verwonderen, dat eene vrouw als zij met haar gansche hart hing aan het
+geloof harer vaderen? Kan ons dan de klacht van een <span class="mixcap">Elia</span> bevreemden, die
+meende, dat hij de eenige was, die zijne knien voor dien <span class="pagenum" title="51">&nbsp;</span><a id="p_51"></a>Bal niet had
+gebogen, terwijl het gansche volk dat wel deed? Werpt alles, wat wij van
+die vereering van Bal hier zien, niet een treffend licht op <span class="mixcap">Elia's</span>
+strijd op den Karmel?</p>
+
+<p>En wanneer hij in dien strijd het volksgeloof overwint en het gansche
+volk als uit eenen mond uitroept: &bdquo;de Heere is God! Jehova is God!&rdquo; en
+daarop alle Balspriesters doodt, hoe zo dan zulk een omkeer te
+verklaren zijn, zonder het Bijbelsch bericht van het wonder, dat daar
+plaats greep en waardoor openbaar werd, dat Israls God de meerdere, ja
+de Eenige was, Dien Isral geroepen was te dienen en te eeren.</p>
+
+<p>Inderdaad, die runes te Balbek verklaren ons uit Israls geschiedenis
+menige bladzijde, die wij, zonder ze te kennen, niet zoo goed zouden
+verstaan.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="52">&nbsp;</span><a id="p_52"></a></p>
+
+<h2><a id="DAMASCUS"></a>DAMASCUS.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_052.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Van Maallakah, waar wij uitstapten om Balbek te bezoeken, vervolgen wij
+per spoortrein onzen weg, die ons over den Anti-Libanon naar Damascus
+brengt. Deze weg doorsnijdt eerst de Beka-vlakte, stijgt dan nog circa
+400 meter en volgt daarna de slingerende kronkelingen van de
+Barada-rivier. Deze Barada houdt men voor dezelfde rivier, waarvan
+<span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr20" title="Bron: Naaman">Naman</ins></span> de Syrir (2 Kon. V: 12) reeds het water prees, dat in
+voortreffelijkheid niet onderdeed voor dat van den Jordaan en heette
+destijds de Amana. Dien ouden roem handhaaft zij nog steeds met eere,
+want zij doorstroomt als een groot ververschingskanaal de geheele stad,
+welke zij in tween snijdt, en voorziet tevens de huizen der inwoners en
+de fonteinen langs de straten van heerlijk drinkwater. Zij ontspringt op
+den Anti-Libanon, waar zij hier en daar de vallei, die wij afdalen,
+verfrischt; allengs <span class="pagenum" title="53">&nbsp;</span><a id="p_53"></a>verbreedt zij zich tot een bergstroom, die aan
+beide zijden met spichtige populieren is beplant; besproeit vervolgens
+groene weiden, waarop kudden grazen, en de tuinen van rijke Arabieren,
+die hier hun buitenverblijf hebben. Eindelijk na 3 uur heeft de trein
+ons naar Damascus gebracht, dat als eene oase in de woestijn reeds van
+oudsher de &bdquo;parel van het Oosten&rdquo; en &bdquo;het Paradijs der Muzelmannen&rdquo; werd
+genoemd.</p>
+
+<p>Het zijn eigenaardige gewaarwordingen, die zich van ons meester maken,
+wanneer men met den spoortrein, het vervoermiddel der 19<sup>de</sup> eeuw, eene
+stad nadert, die reeds evenzoovele eeuwen voor onze jaartelling bestond.
+Onwillekeurig denkt men terug aan den aartsvaderlijken tijd van <span class="mixcap">Abraham</span>,
+wiens trouwe knecht <span class="mixcap">Elizer</span> een Damascener van geboorte was; die met
+zijn dappere manschappen hier de Koningen achterhaalde en versloeg, die
+zijn neef <span class="mixcap">Lot</span> gevankelijk hadden weggevoerd. Damascus, de stad, welke
+een <span class="mixcap">David</span> schatplichtig maakte en waarin hij zijne bezetting legde; de
+stad, waar later al die Koningen van Syri zetelden, die zoo dikwijls
+hun invallen deden in het gebied van Isral; de stad, waar de apostel
+<span class="mixcap">Paulus</span> woonde in de straat de Rechte, die nog heden ten dage dienzelfden
+naam draagt en waar hij na zijne bekeering het eerst het Evangelie
+predikte, zoodat hij de stad moest ontvluchten langs een muur, dien <span class="pagenum" title="54">&nbsp;</span><a id="p_54"></a>men
+nog aanwijst; de stad, waar weleer eene bloeiende Christelijke gemeente
+bestond, waar&mdash;om maar niet meer te noemen&mdash;de welsprekende kerkvader
+<span class="mixcap">Johannes Damascenus</span> woonde, die om zijn beroemd werk: &bdquo;De bron der
+kennis&rdquo; geacht wordt de geestelijke vader der Grieksche Kerk te zijn.
+Inderdaad, het belangrijke dezer stad is niet gelegen in hetgeen zij is,
+maar in hetgeen zij was, in hare geschiedenis die zoo nauw
+saamgevlochten is met die van den Bijbel en van de Christelijke Kerk in
+het Oosten.</p>
+
+<p>Trouwens Damascus zelf is bij andere Oostersche steden vergeleken arm
+aan monumentale gebouwen. Het eenige, wat men hiertoe kon rekenen, was
+de prachtige Omajaden-moskee, vooral beroemd om haar mozaek, maar die
+in 1893 door een brand totaal werd vernietigd. Zij stond bij de
+Mohammedanen hoog in aanzien, vooral omdat daarin het hoofd van <span class="mixcap">Johannes</span>
+den Dooper werd bewaard, waarbij de bewoner van Damascus nog tot op den
+huidigen dag zijne eeden pleegt te zweren. Daaraan dankte ook de
+Christelijke kerk, die er in het begin onzer jaartelling gestaan heeft
+en waarvan nog enkele bogen zijn overgebleven, den naam van
+Johanneskerk.</p>
+
+<p>Van de oude moskee ziet men enkel nog de zijmuren en de plaats, waar zij
+gestaan heeft; men was druk bezig haar zooveel mogelijk in den
+oorspronkelijken <span class="pagenum" title="55">&nbsp;</span><a id="p_55"></a>vorm te herstellen. Het trof ons, dat elk geloovige
+daarvoor naar zijn vermogen het zijne moest bijdragen, de rijke in geld,
+de arme door arbeid gedurende een of twee dagen in de week. Het fijne
+werk, waarvan zoodoende misschien niet veel terecht zou komen, werd door
+Christenwerklieden uitgevoerd, ook omdat, naar men ons verzekerde, de
+Mohammedanen daartoe onbekwaam waren.</p>
+
+<p>De overige moskeen, die wij bezochten&mdash;er zijn er 248&mdash;gaven weinig
+belangrijks te zien. Bij een dezer bevonden zich een aantal vertrekken
+rondom het voorplein, die dienden om armen te huisvesten en ze te
+voorzien van een dagelijksch middagmaal. Maar, helaas! deze schoone trek
+der Mohammedaansche barmhartigheid, de eenige trouwens, dien ik op onze
+reis in het Oosten heb opgemerkt, was door de hebzucht der mannen, die
+met de uitvoering belast waren, tot een minimum van n portie soep in
+de week teruggebracht! Voor het overige gelijken alle mosken op
+<span class="pagenum" title="56">&nbsp;</span><a id="p_56"></a>elkaar. Zij worden slecht onderhouden en weinig bezocht, behalve door
+den vreemdeling, die daarvoor veel moet betalen en zich wel moet
+ontzien, dat hij de sloffen niet verliest, die hem onder de voeten
+worden gebonden ten einde de rietmatten niet te ontwijden, die den vloer
+bedekken. Want zonder die sloffen wordt hem de toegang ontzegd, tenzij
+hij zich getrooste zijne schoenen uit te trekken.</p>
+
+<p>Terwijl dus Damascus bij andere steden achterstaat in
+bezienswaardigheden, is er toch genoeg, dat den vreemden bezoeker belang
+inboezemt. Hiertoe behoort in de eerste plaats het leven der bewoners.
+Men is hier in eene echt Oostersche stad, die zich kenmerkt doordat men
+er leeft op straat. Het verst hebben het hierin de bezoekers van de
+talrijke koffiehuizen gebracht, die op straat rustig op hun divans hun
+nargile zitten te rooken, of hun tijd dooden met een of ander spel.
+Zij zitten daar van den morgen tot den avond met de beenen niet op den
+grond, maar op hun stoel en slaan op hun doode gemak de bedrijvigheid
+gade, die op straat heerscht.</p>
+
+<p>Deze bedrijvigheid ziet men het best in de bazaars. Deze bazaars zijn
+hier met een koepeldak overdekt en doen ons denken aan de passages in
+onze groote steden alleen met dit verschil, dat de bekapping van hout
+en de vloer van aarde is. Daardoor zijn ze somber, stoffig en benauwd.
+Hierbij komt nog, dat er zich niet enkel de bevolking beweegt, die er
+iets komt koopen, maar alles er door elkaar krioelt: karren en wagens,
+kameelen en ezels, menschen en dieren, kinderen en honden, de laatsten
+om dienst te doen als gezondheidspolitie en straatreiniging. Alle afval
+toch wordt eenvoudig op straat geworpen en <span class="pagenum" title="57">&nbsp;</span><a id="p_57"></a>door hen verslonden. Gelukkig
+zijn ze niet gevaarlijk; ze slapen den ganschen dag en storen zich niet
+aan den voorbijganger; voor karren of rijtuigen staan ze alleen dan op,
+wanneer de koetsier zijn schelle stem laat hooren.</p>
+
+<p>Een en ander maakt een verblijf in de bazaars niet aangenaam, zoodat
+vreemdelingen als wij er niet licht toe komen er wat te koopen. Trouwens
+is dit ook niet gemakkelijk, daar de Arabier gewoonlijk begint 4 maal
+meer te vragen dan de waarde van een voorwerp, zoodat het lang kan duren
+eer de koop gesloten is. Het eenige, waaraan ik mij gewaagd heb, waren
+eenige fleschjes rozenolie, waarvoor Damascus beroemd is, als eene
+herinnering aan de rozenvelden, die het omringen, en als een gewenscht
+tegengift tegen de onfrissche lucht, die men in de bazaars inademt.</p>
+
+<p>Het doet dan ook weldadig aan, wanneer men daarna een toer doet om de
+stad. Daar ziet men o.a. het huis, waarin <span class="mixcap">Naman</span>
+de <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: Syrier">Syrir</ins> zou
+gewoond hebben, en de poort aan den ingang van de straat de Rechte,
+waardoor <span class="mixcap">Paulus</span> de stad zou zijn binnengekomen. Het treft alleen
+ongelukkig, dat deze aan de Oost- en niet aan de Westzijde is gelegen,
+zooals men verwachten zou; maar daar zij de eenige poort is, die nog
+bestaat, schiet er niets anders over dan <span class="pagenum" title="58">&nbsp;</span><a id="p_58"></a>zich zonder verdere kritiek
+eenvoudig neer te leggen bij overleveringen als deze, iets, waaraan men
+zich spoedig leert gewennen in het Oosten.</p>
+
+<p>In de buitenwijken zijn de straten niet overdekt en veel smaller, zoodat
+ze hoogstens aan een rijtuig toegang verleenen. Ware het niet, dat de
+bovenverdiepingen der huizen aan beide zijden over de straat waren
+gebouwd, zoodat ze een soort van arcades vormden, dan zou de hitte hier
+ondraaglijk wezen. In deze minder drukke gedeelten zijn de aanzienlijken
+gehuisvest. Uitwendig vertoonen hun huizen niets weelderigs; daarentegen
+zijn ze van binnen te rijker getooid en dragen ze de sporen van een
+tijd, toen er groote welvaart heerschte. Het is dan ook inderdaad
+verrassend ze van binnen te zien, hetgeen gaarne wordt toegestaan.</p>
+
+<p>Een wijde poort verleent toegang tot het binnenplein, waar de
+woonvertrekken op uitzien, gewoonlijk van een veranda voorzien om het
+schelle licht te temperen. De helft van het vertrek, waarin men wordt
+ontvangen, is een meter verhoogd; hier staan eenige divans, waarop men
+plaats neemt. De atmosfeer, door marmeren vloeren en zijwanden reeds
+verkoeld, wordt nog bovendien aangenaam verfrischt door een fontein van
+helder water uit de Barada. Een klein kopje drabbige mokka, dat men
+Turksche <span class="pagenum" title="59">&nbsp;</span><a id="p_59"></a>koffie noemt, en een cigaret, die men wellevendheidshalve niet
+mag weigeren, bekronen de gastvrijheid van den bewoner, een Turk, een
+Israliet en een Christen, die ons achtereenvolgens toelieten een blik
+te slaan in hunne woningen.</p>
+
+<p>Na getracht te hebben eenigszins een denkbeeld te geven van het leven in
+deze echt Oostersche stad bestijgen wij nog een der omliggende bergen om
+haar in haar geheel te kunnen overzien. Een vooruitspringend gedeelte
+van het Kasjun-gebergte biedt daarvoor eene schoone gelegenheid. Van
+hier toch overziet men gansch Damascus, met de voorstad Meidan, met haar
+ruim 200.000 inwoners. Het juiste cijfer schijnt men niet te kunnen
+opgeven. Wanneer men hier staat, kan men begrijpen, waarom Damascus als
+&bdquo;de parel van het Oosten&rdquo; wordt geroemd, want het doet inderdaad denken
+aan een parel, wel niet in goud, maar in het groen gevat. Een breede
+gordel toch van groen geboomte <ins class="corr" id="corr22" title="Bron: omzoont">omzoomt</ins> de stad, die daar
+voor ons ligt en waarachter zich het Hauran-gebergte ter eener en de
+eindelooze vlakten der woestijn ter anderer zijde uitstrekken.</p>
+
+<p>Onderwijl wij daar stonden, sloeg ik mijn reisboek eens op om na te
+zien, of er niets bijzonders werd vermeld; ik las toen, dat deze plaats
+den Muzelman heilig is, omdat hier weleer <span class="mixcap">Abraham</span> zou gestaan <span class="pagenum" title="60">&nbsp;</span><a id="p_60"></a>hebben en
+gekomen zou zijn tot de kennis van den Enen waarachtigen God.
+Onwillekeurig kwamen mij nogmaals de oude gestalten, waarvan ik in
+den aanvang sprak, voor den geest. Ik dacht aan de geschiedenis der
+goddelijke heilsopenbaring, welke waarlijk ook aan een Damascus niet is
+voorbijgegaan, maar zonder vrucht is gebleven. Want daar lag zij voor
+ons, de stad van voor duizenden jaren, schier onveranderd, beschaduwd
+door bergen, waarachter de zon was neergedaald. Zij deed mij denken
+aan het sprookje van Doornroosje, de schoone slaapster in het bosch,
+de Koningsdochter, die door de jaloersche toovergodin betooverd werd,
+zoodat zij honderd jaren lang moest slapen, terwijl alles, wat haar
+omgaf of met haar in aanraking kwam, met haar indommelde. Honderd jaren
+gaan voorbij, niets verandert, alles slaapt en slaapt maar door, totdat
+eindelijk een koningszoon Doornroosje vindt, haar wekt uit den slaap en
+zich met haar verbindt.</p>
+
+<p>O stad en land van zooveel sprookjes, van &bdquo;Duizend en een nacht&rdquo;, zoo
+dacht ik onwillekeurig, wanneer zal ook voor u de dag aanbreken, wanneer
+zult gij ontwaken uit uw droom, wanneer zal de stem van den grooten
+Koningszoon ook tot u doordringen, die stem, die daar roept: &bdquo;Ontwaakt
+gij, die slaapt en sta op uit de dooden en Christus zal over u
+lichten!&rdquo;?</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="61">&nbsp;</span><a id="p_61"></a></p>
+
+<h2><a id="WOESTIJNREIS"></a>EEN WOESTIJNREIS.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_061.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">De reis van Damascus naar Palestina nam voorheen verscheidene dagen
+in beslag. Thans, sedert er een spoorweg ligt van Damascus naar
+El-Moezerib, een dorp ten westen van de zee van Tiberias, doet men haar
+in vier uren.</p>
+
+<p>De eindelooze vlakten, die de trein doorloopt, zijn geen woestijnen in
+den eigenlijken zin van het woord. Deze ziet men in Egypte. Zij bestaan
+uit louter zand, waarop niets kan groeien, omdat het voortdurend
+verstuift door den wind. Zulke woestijnen zijn deze niet, want zij
+worden bewoond door Bedounen en bebouwd door de Hauran-boeren.</p>
+
+<p>Het verblijf der Bedounen, die er bij menigte wonen, herkent men aan
+hun zwarte tenten, vervaardigd uit een stof, die den regen niet doorlaat
+<span class="pagenum" title="62">&nbsp;</span><a id="p_62"></a>en die de vrouwen uit geitenhaar weven. Zij zijn vierkant van vorm,
+meestal door een tusschengordijn in twee afdeelingen gescheiden, de eene
+voor de mannen, de andere voor de vrouwen en staan aan de voorzijde
+bijna altijd open, zoodat men zonder onbescheiden te wezen het sobere
+leven dezer menschen kan gadeslaan. Zij leven daar geheel afgezonderd
+van de wereld te midden van hunne talrijke kudden kameelen, schapen en
+geiten, die hun een bestaan opleveren en die men bij honderden zag
+vluchten voor het &bdquo;zwarte paard&rdquo;, zoo als men den locomotief noemt, die
+ze al fluitende, zuchtende en blazende voor zich uitjoeg van de baan,
+die hier nergens is afgesloten.</p>
+
+<p>Hoe deze arme dieren hier kunnen leven, waar het oog, zoover het reikt,
+geen groen sprietje ontdekt, was mij een raadsel. Later hoorden wij van
+een pastoor nabij Capernam, dat deze <ins class="corr" id="corr23" title="Bron: Bedouinen">Bedounen</ins> toen hun beesten
+gebrek aan voedsel hadden, van de Turksche Regeering vergunning hadden
+verkregen om het vee gedurende eenige weken rondom de zee van Galilea
+te laten grazen. Deze vertelde ons een en ander van zijne reizen door
+het gebied dezer Bedounen, waarvan de eene Schch hem telkens aan den
+anderen aanbeval, zoodat hij zonder eenig gevaar tot aan Bagdad was
+gekomen <span class="pagenum" title="63">&nbsp;</span><a id="p_63"></a>en waarbij hij van hen de grootste voorkomendheid en
+gastvrijheid had genoten.</p>
+
+<p>Voorts wonen hier in kleine dorpjes, waarbij de trein meestal stopte,
+Hauran-boeren, die van den landbouw leven. Hun dorpjes zijn gemeenlijk
+door een hoogen muur ingesloten. Bij sommigen ziet men nog brokstukken
+van runes, oude torens of vestingwerken, onder welke er zijn, die
+dagteekenen uit den tijd der Romeinen. Hoe gaarne hadden wij zulk een
+dorpje eenigszins van naderbij bezien, maar de trein spoedde voort,
+totdat wij aan het laatste station El-Moezerib aankwamen.</p>
+
+<p>Dit El-Moezerib ligt aan een klein meer, in welks midden zich een
+eilandje bevindt, dat met een dam verbonden is aan den oever. Op dat
+eilandje ziet men nog de runes eener oude vesting, die het bewijs
+leveren, dat hier voorheen een belangrijke plaats heeft gelegen. Thans
+is het een nietig plaatsje en wij vroegen elkander af hoe men toch
+op het denkbeeld is gekomen hier een spoorlijn aan te leggen, waarop
+aanvankelijk eenmaal per dag en later een- of tweemaal per week een
+trein liep. Een bevredigend antwoord op die vraag kon ons echter niemand
+geven. De een beweerde dat de lijn eerlang zou worden doorgetrokken naar
+Hafa, volgens een ander langs de Doode Zee naar Jerusalem. Later hoorde
+ik en dit komt <span class="pagenum" title="64">&nbsp;</span><a id="p_64"></a>mij het meest aannemelijk voor, dat deze spoorweg met
+een strategisch doel werd aangelegd en dienen moet om Rusland over land
+te verbinden met het kanaal van Suez en Egypte, ten einde langs dezen
+weg vroeg of laat de macht van het gehate Engeland te fnuiken.</p>
+
+<p>Aan het station stond onze dragoman, de gebruikelijke benaming voor
+een gids in het Oosten, met zijn paarden gereed om ons naar de plaats
+te brengen, waar voor dien nacht onze tenten waren opgeslagen. Nadat
+zich het gezelschap een weinig had verkwikt, werden de paarden bestegen
+en trok de karavaan op, die, met het vervoer der 8 tenten er onder
+begrepen, bestond uit 36 paarden en muildieren, 7 ezels en 30 man. Dien
+ganschen dag reden wij nog door het Hauran-gebied, waarin de beruchte
+Drusen wonen, wier naam de droevige herinnering verlevendigt aan den
+Christenmoord in het Libanon-gebied in 1860, toen zij ongeveer 14000
+Christenen ombrachten, waarvan er 6000 woonden in Damascus. Dit
+geschiedde dus onder de oogen van het Turksch gouvernement en van
+het Turksch garnizoen, dat echter niets deed om het te verhinderen,
+wel een bewijs dat de Regeering zelve er de hand in had. Gelukkig zijn
+dergelijke gruwelen sedert dien in dit gebied niet meer voorgekomen;
+anders zou een tocht daardoorheen niet gerekend kunnen worden te
+behooren <span class="pagenum" title="65">&nbsp;</span><a id="p_65"></a>tot de genoegens van een reis door Palestina en ook een
+verblijf in tenten veel van zijne bekoorlijkheid verliezen.</p>
+
+<p>Want er is inderdaad iets bekoorlijks in dat ouderwetsche reizen en in
+een leven, zooals de aartsvaders dat gewoon waren. Wel is waar mengt
+er zich nu en dan ook wel eens een wanklank in dat genot en wat proza
+in die pozie, maar het zou ondankbaar wezen, wanneer ik vergat, hoe
+ons ten slotte alles meeliep. Werden wij niet begunstigd door het
+prachtigste zomerweder, zoo zelfs dat wij de hitte wel eens wat minder
+gewenscht hadden? Maar wat zou er van ons zijn geworden, wanneer ons
+b.v. een Oostersche regen ware overvallen, die soms dagen kan aanhouden
+en waartegen geen tent beschutting verleent en waardoor de rivieren
+somwijlen in enkele uren tijds zoo zwellen, dat men ze niet zonder
+gevaar meer kan doorwaden? Zulke tegenspoeden werden ons gelukkig
+bespaard.</p>
+
+<p>Natuurlijk moet men op zulk een tentenreis niet al te kieskeurig zijn en
+het voor lief nemen, wanneer de Arabier, die u bedient, de kip, die hij
+voorzet, voor uw oogen snijdt <ins class="corr" id="corr24" title="Bron: men">met</ins> zijn handen; wanneer hij de
+waterkruik, waaruit hij inschenkt, eerst aan zijn mond zet om te
+proeven of het water nog wel frisch is. Zoo zwijg ik ook van kleine
+teleurstellingen, <span class="pagenum" title="66">&nbsp;</span><a id="p_66"></a>die men ondervindt zooals het geval was met enkelen
+onzer medereizigers, wier koffers doornat werden, doordien het muildier,
+dat ze droeg, bij het doorwaden van den Jordaan omviel door de sterkte
+van den stroom en de zwaarte van den last, dien men het te dragen had
+gegeven. Bij zulke ervaringen troost men zich met de gedachte, dat het
+nog veel erger had kunnen zijn, b.v. wanneer den reiziger zelf zoo iets
+ware overkomen.</p>
+
+<p>Wanneer men echter zulke kleinigheden niet meetelt, is er in een reis in
+tenten iets potisch. Het is als met een zeereis, waarbij men aan boord
+stapt in de meest opgewekte stemming en aanvankelijk met alles evenzeer
+is ingenomen, totdat het meer prozasche komt.</p>
+
+<p>In zulk eene blijmoedige stemming verkeerden dan ook allen, toen wij aan
+den avond van den eersten dag te Bet Aras aankwamen. Welk een juichtoon
+ging er op, toen wij van verre onze tenten zagen! Welk een genot, daar
+aanstonds te worden onthaald op een warmen kop thee!</p>
+
+<p>Hoe zorgvuldig had onze dragoman aan alles gedacht; hoe netjes werden
+wij bediend; welk een keur van spijzen op den avonddisch en dat alles
+nog wel in een woestenij! En dan rondom ons heen al die grappige
+gezichten van de dorpelingen, ouden <span class="pagenum" title="67">&nbsp;</span><a id="p_67"></a>en jongen, die ons aangaapten alsof
+wij <span class="mixcap">Stanley</span> zelf waren!</p>
+
+<p>Daar is in dat alles iets potisch en in dankbare stemming legden wij
+ons ter <i>ruste</i> neder. Den volgenden dag bleek het, dat het naar
+waarheid <i>rusten</i> was geweest, want niemand van ons had kunnen slapen.
+Velen waren in hun slaap gestoord door het gehinnik der paarden, die
+rondom de tenten stonden, door het geblaf der honden, die elkaar een
+afgekloven beentje betwistten en door het aanhoudend gebabbel van onze
+trouwe wachters, die al pratende hun tijd opkortten. Maar, dat zou wel
+wennen en het wende ook, zoodat men de volgende dagen hoorde, dat men
+beter en eindelijk zelfs goed had geslapen.</p>
+
+<p>Maar wat niet wende was het paardrijden<ins class="corr" id="corr25" title="Niet in Bron.">,</ins> vooral voor hen, die het
+niet geleerd hadden of daaraan niet gewoon waren bij zulk eene brandende
+hitte. Want al rustte men gedurende de warmste uren van den dag onder
+een citroen- of vijgeboom, die tochten van 7 8 uren te paard waren den
+meesten toch te machtig.</p>
+
+<p id="rustdag">Gelukkig hadden wij op onze reis rekening gehouden met den rustdag en
+toen het eindelijk Zaterdag was, juichte elkeen in het blijde
+vooruitzicht den volgenden dag een rustdag te mogen hebben. Ik geloof
+<span class="pagenum" title="68">&nbsp;</span><a id="p_68"></a>niet, dat een onzer reizigers ooit zoo de beteekenis en de waarde van
+dien dag gevoelde als hier op deze reis.</p>
+
+<p>Wat was dt een genot voor ons en onze paarden om eens een ganschen dag
+te mogen uitrusten. Waarlijk, Vader <span class="mixcap">Cats</span>, of wie het ook was, had wel
+gelijk, toen hij wees op den zegen van den rustdag in zijn vierregelig
+versje, dat mij vaak te binnen schoot op deze tochten:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <div class="i0">&bdquo;Wat haver geven aan zijn beest<br /></div>
+ <div class="i0">&bdquo;En God te bidden in den geest<br /></div>
+ <div class="i0">&bdquo;Is iets, wat wel wat tijd vereischt,<br /></div>
+ <div class="i0">&bdquo;Maar wat niet hindert, als men reist.&rdquo;<br /></div>
+</div>
+</div>
+
+<p>Na deze uitweiding over de voor- en nadeelen van het tenteleven, keeren
+wij tot onze reis terug. Wij zijn middelerwijl tot de grenzen van
+Galilea genaderd en bevinden ons te Ummks of Muks, thans een armoedig
+dorpje, voorheen de stad Gadara, de hoofdstad van Peraea, een der tien
+steden van het Dekapolisgebied. De ligging en de omgeving zijn prachtig.
+Het meest treft ons het verrassende uitzicht op de zee van Galilea, die
+rechts van ons ligt in de diepte, 150 meter beneden ons en wier groen
+water scherp afsteekt bij de rondom gelegen bergen. Links van ons
+ontplooit <span class="pagenum" title="69">&nbsp;</span><a id="p_69"></a>zich voor onzen blik de vlakte van den Jordaan, die wij van
+hier uit, zoover het oog reikt, in hare volle lengte kunnen overzien.
+Recht voor ons uit verheffen zich de berg Thabor en de kleine Hermon.</p>
+
+<p>De straten van het oude Gadara zijn nog duidelijk te herkennen aan de
+wagensporen in het plaveisel der wegen, langs welke aan beide zijden een
+menigte zuilen van bazaltsteen van vroegere gebouwen verspreid liggen.
+Men heeft er dan ook de runen opgegraven van twee theaters en van een
+ouden tempel, die later schijnt opgebouwd te zijn tot eene Christelijke
+kerk en tal van graftombes. In het dorp zag men nog verscheidene met
+fijn beeldhouwwerk versierde sarcophagen of doodkisten, die weleer
+hadden gediend om het stoffelijk overschot te bewaren van de grooten der
+aarde, die daar woonden en die de bewoners thans bezigden als trog voor
+veevoeder en dergelijke dingen. <span xml:lang="la">Sic transiit gloria mundi!</span></p>
+
+<p>Onderwijl wij daar wat uitrustten onder de schaduw van een ouden
+olijfboom, eenling in de gansche omgeving, verzamelde zich rondom
+ons heen eene menigte fellahs of dorpsbewoners. Wanneer ik de
+photographien, die ik van hen nam, er nog eens op nazie, dan waren het
+echte wilden met angstwekkende tronies. Gelukkig waren ze niet kwaad en
+konden wij ze overgelukkig maken met een sigaar, een voorwerp dat <span class="pagenum" title="70">&nbsp;</span><a id="p_70"></a>zij
+blijkbaar niet kenden, althans niet wisten aan te steken. Toen hun dit
+echter getoond was, deed zij de rondte van mond tot mond zelfs bij de
+vrouwen, die wij onderkenden aan hare getatouerde aangezichten.</p>
+
+<p>Eenige oogenblikken later zag ik een man uit hun midden, die onder den
+boom, waar wij zaten, zich afzonderde tot het gebed. Met het aangezicht
+naar het Oosten gekeerd, nijgde hij zijn hoofd eerst driemalen ter
+aarde, knielde toen neder, richtte zich daarna weder op, herhaalde die
+buigende beweging telkens wer en aanbad.... maar wat? Doch hoe het zij,
+hij toonde, door zich aan niets te storen en voor niemand te schamen,
+dat hij op zijne wijze den moed had zijnen God te belijden voor de
+menschen en <ins class="corr" id="corr26" title="Bron: fluisterende">fluisterde</ins> ons Christenen, schoon
+zwijgend, een ernstige waarheid in het oor, die men op reis zoo licht
+vergeet.</p>
+
+<p>Toen wij van hier afdaalden naar de Jordaanvlakte, genoten wij nog
+langen tijd van het overschoone uitzicht op de zee van Galilea. Wij
+doorwaadden de rivier de Jarmuk, die in den Jordaan vloeit en voorzagen
+ons van een bloem van den oleander, die hier overal in het wild groeit.
+Tegen den avond kwamen wij bij het dorpje Samach, waar onze tenten waren
+opgeslagen aan den oever van de zee van Galilea.</p>
+
+<p>Het was een verrukkelijk schoone avond, dien wij <span class="pagenum" title="71">&nbsp;</span><a id="p_71"></a>daar doorbrachten.
+De maan scheen juist in haar eerste kwartier met de geopende zijde
+van haar blinkende sikkel naar Venus gekeerd, die er vlak naast stond
+in schitterende pracht. Het was een sterrenbeeld zooals men slechts
+zelden hier in het Westen aanschouwt. Terstond herkende ik daarin het
+zinnebeeld, dat de Turk koos om zijn vlag te sieren. Jammer, dat het
+maar een enkelen avond te zien was; want doordat de maan den volgenden
+avond later op- en onderging, stond Venus op een veel grooteren afstand.</p>
+
+<p>Toch bleef het mij een onvergetelijk schouwspel en, wanneer ik er aan
+dacht, kwam mij telkens dat gedeelte van den Koran voor den geest,
+waarin beschreven wordt op welke wijze <span class="mixcap">Abraham</span> gekomen is tot het
+bewustzijn, dat er maar een nig God is. Toen zijn vader, zoo luidt dat
+verhaal, die een heiden was, nog leefde, liet Koning <span class="mixcap">Nimrod</span> alle
+pasgeboren kinderen ombrengen (blijkbaar eene verwarring met den
+kindermoord te <ins class="corr" id="corr27" title="Bron: Betlehem">Bethlehem</ins>).
+<span class="mixcap">Abraham</span>, die gespaard bleef, werd tot
+zijn 15<sup>de</sup> jaar opgevoed in een spelonk. Toen hij daaruit kwam en des
+avonds aan den hemel een schoone ster zag staan, riep hij uit: &bdquo;Dat is
+mijn God&rdquo;! Maar toen zij weder onderging, sprak hij: &bdquo;ik bemin niet
+hetgeen ondergaat.&rdquo; Toen hij vervolgens de maan zag opkomen, zeide <span class="pagenum" title="72">&nbsp;</span><a id="p_72"></a>hij
+wederom: &bdquo;Dat is mijn God.&rdquo; Doch toen ook zij onderging, zeide hij:
+&bdquo;waarlijk, mijn God heeft mij niet geleid om tot de dwalende menschen te
+behooren.&rdquo; En toen hij eindelijk de zon zag opgaan, zeide hij wederom:
+&bdquo;Dat is mijn God, deze is grooter.&rdquo; Maar toen ook zij wer onderging
+sprak hij: &bdquo;menschen, ik wil niets te doen hebben met datgene, wat gij
+afgodisch aanbidt; ik richt mijn aangezicht onafgewend naar Hem, die
+den hemel en de aarde uit niet heeft voortgebracht en behoor niet tot
+degenen, die Hem deelgenoot maken van iets, waarmede Hij Zijne eer zou
+moeten deelen.&rdquo;</p>
+
+<p>En toch koos de Mohammedaan, die een <span class="mixcap">Abraham</span> zoo hoog vereert, tot
+zinnebeeld zijner toekomst iets dat ondergaat!</p>
+
+<p>Was dat een toeval, het noodlot of een profetie?</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="73">&nbsp;</span><a id="p_73"></a></p>
+
+<h2><a id="GENNESARETH"></a>HET MEER VAN <ins class="corr" id="corr28" title="Bron: GENESARETH">GENNESARETH</ins>.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_073.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Voordat wij het dorpje Samach verlaten, werpen wij eerst nog een blik in
+de armoedige woningen, waaruit het bestaat. Zij zijn meerendeels van
+leem, zonder venster en met platte daken, die uit hout en riet zijn
+samengesteld en met leem overdekt. De deur bestaat in eene opening
+in het midden van een der muren en verleent toegang tot het eenige
+woonvertrek, waarvan het voorste gedeelte dient voor het vee en de
+andere helft voor het huisgezin. De matten, die overdag zijn opgerold,
+worden des avonds als bed gespreid.</p>
+
+<p>Inmiddels zijn onze booten reeds aangekomen, die van Tiberias ontboden
+waren om ons van den zuidelijken naar den noordelijken oever over te
+brengen. Het is nog vroeg in den morgen; maar wij moeten ons <span class="pagenum" title="74">&nbsp;</span><a id="p_74"></a>haasten,
+want alles voorspelt wederom een warmen dag. Geen wolkje aan den hemel,
+geen zuchtje in de lucht, geen rimpeltje op het water. De heete stralen
+der brandende zon verdubbelen haar warmte door de werkaatsing in het
+spiegelgladde vlak der zee. 's Middags om 4 uur wijst de thermometer in
+de schaduw eener koele, steenen veranda nog 94 graden. Zelfs het water
+der zee was zoo lauw, dat ons noch een bad noch een dronk verfrisschen
+kon.</p>
+
+<p>Waarlijk op zulk een dag heeft men te doen met de roeiers. Hoe gaarne
+zou men hun een koeltje gunnen om het zeil te kunnen opzetten; maar
+eerst tegen den avond stak de wind op, die hun het werk kwam verlichten.
+De scheepjes, ongeveer half zoo groot als onze kotters, hebben een mast
+voor een fok, die aan stuurboord wordt bevestigd. In elke boot waren
+zeven man, die elkander geregeld afwisselden. De rustenden vlijden zich
+dan een poosje neder in het vooronder van het schip. Het lied, dat
+aanvankelijk den roeislag begeleidt, houdt gelukkig niet lang aan, want
+het bestaat uit eentonige, klanklooze geluiden, zonder eenige melodie.</p>
+
+<p>Langs den westelijken oever van het meer varen wij steeds met den
+grooten Hermon in het verschiet, in 6 uren tijds van Samach naar Tell
+Hum, het voormalige Capernam. Dezen afstand, iets minder dan <span class="pagenum" title="75">&nbsp;</span><a id="p_75"></a>de lengte
+der geheele zee, die 20.5 bij 9 kilometer is, legden wij in 6 uur tijds
+af.</p>
+
+<p>Eerst kwamen wij voorbij de plaats, waar de Jordaan uit de zee stroomt.
+Zij vormt hier een schiereiland, waarop men nog de overblijfsels kan
+zien eener oude vesting. Verderop volgen dan de badhuizen der warme
+bronnen van Hamman Tabarja, wier water in vroeger eeuwen door buizen
+naar Tiberias werd geleid. Het bezat reeds in de dagen van <span class="mixcap">Flavius
+Josephus</span> zekere vermaardheid als heilzaam middel tegen huidziekten en
+rheumatiek. Het heeft 62 graden <ins class="corr" id="corr29" title="Bron: Celcius">Celsius</ins> warmte en is zeer zout en
+zwavelhoudend. De tegenwoordige badinrichting werd in 1833 gebouwd; zij
+zag er echter niet uitlokkend uit, zooals ons den volgenden morgen
+bleek, toen wij haar van naderbij bezagen.</p>
+
+<p>Tiberias, dat nu volgt, ligt schilderachtig. Het kleine stadje, dat
+nauwelijks 4000 inwoners telt, verheft zich van de zee tegen de glooiing
+van de bergen. Aan onze zijde is het geheel open en naar de landzijde
+ingesloten door een hoogen muur, die aan werszijde der stad eindigt in
+twee in de zee vooruitspringende torens. Enkele bootjes liggen in de
+haven. De tegenwoordige stad is aanmerkelijk kleiner dan het oude
+Tiberias van <span class="mixcap">Herodes Antipas</span>, waarvan men door opgraving der oude muren
+den omvang heeft bepaald. <span class="pagenum" title="76">&nbsp;</span><a id="p_76"></a>Het is thans een armoedig plaatsje, berucht
+vanwege zijn onreinheid, zoo zelfs dat het in den volksmond de
+&bdquo;residentie van den koning der vlooien&rdquo; heet. Of er voor deze bewering
+grond is, heeft ons de ondervinding niet geleerd, daar onze dragoman,
+wellicht uit voorzorg, de tenten, waarin wij overnachtten, buiten de
+&bdquo;residentie&rdquo; had opgeslagen.</p>
+
+<p>Wij zetten onzen roeitocht voort tot aan den noordelijken oever. Daar
+er geen bewoonde plaatsen meer te zien waren, nam ik mijn Bijbel ter
+hand en las aan ons gezelschap de bekende geschiedenissen voor van de
+wonderbare vischvangst, den storm op zee, de spijziging der 5000 e. a.,
+die aan dit gedeelte van het meer hadden plaats gegrepen. De landstreek
+toch, tegenover welke wij ons nu bevinden, is het gebied van Gennesar of
+Gennesareth, waar de Heiland het meest vertoefde; tegen den middag zijn
+wij te Capernam, waar wij aan wal stappen en betreden den gewijden
+bodem, waar Hij woonde in &bdquo;Zijne stad&rdquo;. (Matth. IX: 1).</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 471px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_076a.jpg"><img src="images/ill_076a-th.jpg" width="471" height="311" title="Klik voor vergroting (1211801px, 219Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">TIBERIAS.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Deze plaats is een der weinige, omtrent wier ligging geen verschil van
+meening bestaat. Ook de tegenwoordige naam Tell Hum bevestigt het
+vermoeden, dat hier Capernam lag. Capernam of Kafr Nahum beteekent
+toch dorp van Nahum; sedert de plaats echter als zoodanig verdween,
+noemde men <span class="pagenum" title="77">&nbsp;</span><a id="p_77"></a>haar Tell d. w. z. heuvel, hoop (runes) van Hum, eene
+verkorting van Nahum.</p>
+
+<p>Wij landden aan een <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: Fransciscaner">Franciscaner</ins> klooster, dat door twee monniken
+bewoond wordt en treden door een hof een ruim vertrek binnen, waar men
+kan uitrusten en zich verkwikken aan het water, dat men om niet krijgt
+en aan den proviand, dien men zelf heeft megebracht. Van de bouwvallen
+der stad, zeide men ons, was weinig meer te zien. Eenige brokstukken van
+zuilen zouden volgens sommigen nog het overblijfsel zijn van eene oude
+Christelijke kerk, volgens anderen van eene Joodsche synagoge, misschien
+die welke de hoofdman liet bouwen, wiens dienstknecht krank lag en door
+<ins class="corr" id="corr31" title="Bron: Jezus"><span class="mixcap">Jezus</span></ins> werd genezen. (Luc. VII: 5).</p>
+
+<p>Daar evenwel buiten in de zon een warmte heerschte als van een oven, een
+hitte ongekend voor dien tijd van het jaar (19 Oct.), <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: wachten">wachtten</ins> wij
+totdat de middaggloed een weinig was getemperd om terug te varen langs
+de kust naar de overblijfselen van Bethsada, die men ongeveer een half
+uur ten Westen van Capernam aanwijst. Anderen zoeken de plaats, waar
+Bethsada lag, ten Oosten aan gindsche zijde van den Jordaan en eveneens
+die, waar de spijziging der 5000 zou plaats gehad hebben. Wij kunnen op
+dit verschil van meening hier niet ingaan en bepalen <span class="pagenum" title="78">&nbsp;</span><a id="p_78"></a>ons bij hetgeen
+wij gezien hebben. Hiertoe behooren de overblijfselen van muren, die
+inderdaad doen denken aan een oude stad; onmiddellijk daarnaast, nog
+meer ten Westen, ontplooit zich eene breede grasvlakte, die Ettabgera
+heet, eene Arabische verbastering van het Grieksche woord Heptapygai,
+dat 7 bronnen beteekent. Deze bronnen, die nog een watermolen drijven,
+bevochtigen de landstreek, de eenige aan het meer waar altijd gras
+groeit en die men daarom houdt voor de plaats der spijziging der 5000 en
+waarvan in Joh. VI: 10 gezegd wordt: &bdquo;Er was veel gras in die plaats.&rdquo;</p>
+
+<p id="landbouw">Iets verder langs den oever valt ons een nieuwerwetsche woning op, eene
+stichting van de Duitsche R. K. Vereeniging voor Palestina, waarin
+Pater <span xml:lang="de">Biever</span> woont, een man van indrukwekkende gestalte, die ons zeer
+vriendelijk en gastvrij onthaalt. Hij heeft zich hier gevestigd om
+de bevolking den land- en tuinbouw te leeren en wijst ons prachtige
+producten van den bodem, die hij, zoodra de zaaitijd daar is, onder de
+bewoners des lands verdeelt. Hij is dezelfde, die ons van zijne reizen
+onder de Bedounen vertelde, en die ons allerlei bijzonderheden
+verhaalde van het visschersleven aan het meer.</p>
+
+<p>Zoo vernamen wij, dat gedurende den vischtijd de bocht, waarin wij nu
+zijn, een pachtsom opbrengt <span class="pagenum" title="79">&nbsp;</span><a id="p_79"></a>van
+&fnof;2000, evenzooveel als het geheele
+overige gedeelte van het meer, omdat het hier zoo bij uitstek vischrijk
+is. De gansche oever is dan overdekt met tenten. Vaak gebeurt het, dat
+men dan dagen achtereen vischt zonder iets te vangen, totdat men op
+eens een geheel net vol heeft, inderdaad eene merkwaardige bevestiging
+niet alleen, maar ook een duidelijke verklaring van de wondervolle
+vischvangst in Joh. XXI ons beschreven. Het wondervolle toch in deze
+gebeurtenis is, dat zij geschiedt in de schemering van den morgen,
+terwijl de vischtijd voorbij is en dat, juist op het woord van den Heer:
+&bdquo;Werpt het net aan de rechterzijde van het schip en gij zult vinden,&rdquo; de
+vangst zoo groot is, dat de discipelen <ins class="corr" id="corr33" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>het net niet meer konden
+trekken vanwege de menigte der visschen.&rdquo; Maar om dit als een wonder te
+kunnen waardeeren, daarvoor is het oog noodig van <span class="mixcap">Johannes</span>, den discipel
+welken <span class="mixcap">Jezus</span> liefhad, een oog dat dieper ziet, dan dat der overigen en
+in het gebeurde de hand des Heeren opmerkt, zooals blijkt uit zijn woord
+tot <span class="mixcap">Petrus</span>: &bdquo;Het is de Heer.&rdquo;</p>
+
+<p>Na eenige verpoozing hernemen wij onze plaatsen in de scheepjes ten
+einde langs den westelijken oever van het meer naar Tiberias terug te
+keeren. Met dit landschap voor oogen, is er niet veel verbeelding toe
+noodig om zich voor te stellen, hoe het er uitzag in de <span class="pagenum" title="80">&nbsp;</span><a id="p_80"></a>dagen des
+Heeren. Eerst Capernam, dan Bethsada; onmiddellijk daarachter, maar
+iets hooger tegen het gebergte, Chorazin; langs de zee de oude
+karavanenweg, die van Damascus langs het voormalige Magdala naar
+Tiberias leidt. Nog heden vertoonen zich in die vlakte van Gennesar
+terrassen van wijnbergen en akkervelden, die besproeit worden door
+bronnen frisch water, dat daaruit opborrelt. Hoog daarboven ligt de stad
+Safed, evenals zoovele steden in Palestina, boven op een berg.</p>
+
+<p>Inderdaad het is niet moeielijk, zeg ik, om met dit tafereel voor oogen
+zich den Heer voor te stellen van een scheepken de schare leerende in
+gelijkenissen. Hier een vischnet, dat wordt opgetrokken; daar de
+voorbijtrekkende koopman in schoone paarlen; elders een zaaier, die
+uitging om te zaaien; ginds een weide met een herder en zijne schapen;
+daarboven een stad op een berg, beschenen door het licht der ondergaande
+zon. Was het ons niet, alsof alles wat de Heer weleer in beeld en
+gelijkenis sprak voor onze verbeelding begon te leven!</p>
+
+<p>Het sterkst werden wij dit gewaar, toen wij met ons scheepken ongeveer
+ter hoogte van Magdala waren. De zon was reeds ondergegaan en de
+schemering ingevallen. Op eens leggen de roeiers hun roeispanen uit de
+hand en zetten het zeil op. Niemand <span class="pagenum" title="81">&nbsp;</span><a id="p_81"></a>van ons bespeurde nog iets van
+wind. Toch was het aan het zeil te zien, dat het spande. Het duurde niet
+lang, of de wind verhief zich. Witte kammen vertoonden zich op de golven
+en ons scheepken werd door een stevige bries voortgestuwd naar de haven
+van Tiberias. De verbeelding was werkelijkheid geworden, gelukkig maar
+van korten duur, doch voldoende om zich voor te stellen, hoe het den
+discipelen weleer te moede was bij den storm op zee.</p>
+
+<p>Doch genoeg over dezen schoonen dag, dien wij doorbrachten op de zee
+van Gennesareth. Alles wat men hier ziet, ook hetgeen men niet meer
+ziet, bevestigt de waarheid van het Evangelie. Of zijn dat Chorazin en
+Bethsada, waarvan men nauwelijks de standplaats kent, geen stille
+getuigen van het &bdquo;Wee u!&rdquo; dat de Heer er eenmaal over uitsprak? En dat
+Capernam dat tot den hemel toe verhoogd was, is het niet tot de hel toe
+nedergestooten geworden?</p>
+
+<p>Inderdaad, wanneer men in enkele woorden den indruk van zulk een dag zou
+willen samenvatten, dan kunnen wij dien niet beter wergeven, dan met
+eenvoudig te zeggen: hetgeen de Bijbel ons leert is <i>waar</i>.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="82">&nbsp;</span><a id="p_82"></a></p>
+
+<h2><a id="TURKSCH_BESTUUR"></a>HET TURKSCH BESTUUR.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_082.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Wij zetten thans onze reis voort door Galilea over Cana naar
+<ins class="corr" id="corr34" title="Bron: Nazereth">Nazareth</ins>. In groote, slingerende bochten stijgt de rijweg
+naar boven, totdat men op de waterscheiding is van het gebergte Hattin.
+Achter ons ligt de zee van Gennesareth, die al dieper en dieper
+wegzinkt; terwijl de bergen rondom zich al hooger en hooger verheffen,
+naarmate wij stijgen. Het landschap wordt daardoor steeds grootscher en
+de gezichtskring ruimer, zoodat het inderdaad moeite kost er afscheid
+van te nemen, wellicht voor altijd! Hoe gaarne hadden wij hier, waar ook
+onze Heiland stellig meermalen vertoefde, eenigen tijd gerust en in stil
+gepeins onze gedachten bepaald bij al hetgeen men aanschouwde; maar onze
+dragoman dreef ons voort. Nog een laatste blik op dat Tiberias daar
+<span class="pagenum" title="83">&nbsp;</span><a id="p_83"></a>beneden in de diepte en het gebergte Gaulanitis aan de overzijde van
+het schoone, groene meer en de bergrug, dien wij overschrijden, onttrekt
+voorgoed aan ons oog het onvergetelijk landschap, waarvan wij zoo noode
+scheidden.</p>
+
+<p>Aan deze zijde van den berg breidt zich een breed dal voor ons uit. Onze
+dragoman verzoekt ons een oogenblik naar hem te luisteren. Hij wijst ons
+naar rechts op de breede kruin van den berg Hattin, die zich toespitst
+in twee horens. Hier zou de plaats geweest zijn, waar de Heer de
+bergrede hield; daar ter linkerzijde, zoo voegt hij er in eenen adem aan
+toe, werden de laatste Kruisridders in 1187 door <span class="mixcap">Saladin</span> overwonnen in
+een veldslag, die z hevig was, dat het bloed der gesneuvelden stroomde
+door de bedding der vallei.</p>
+
+<p>Of deze plaats der bergrede de juiste is en of hetgeen hij vertelde
+omtrent dat bloedig gevecht wel geheel vrij van overdrijving was, laat
+ik in het midden; maar in elk geval was er iets zeer treffends in die
+tegenstelling, welke hij maakte, blijkbaar zonder het zelf te beseffen,
+tusschen dat slagveld&mdash;ik schreef haast slachtveld&mdash;, waar die edele
+Kruisridders vielen, en dien berg vlak daartegenover, waar de Heiland
+het woord sprak: &bdquo;Zalig zijn de vreedzamen, want zij zullen Gods
+kinderen genaamd worden.&rdquo; Was het niet, <span class="pagenum" title="84">&nbsp;</span><a id="p_84"></a>alsof die schrille
+tegenstelling uitdrukte, dat Gods zegen niet kon rusten op hen, die het
+Heilige Land voor het Evangelie wilden veroveren met onheilige wapenen
+des vleesches? Riep dat woord van den Heiland ons niet den huidigen,
+liefderijken kruistocht voor den geest der Inwendige Zending, wier edele
+riddergestalten strijden met geestelijke wapenen, en die met hun wapenen
+des vredes reeds menige overwinning behaalden, zooals door mij in het
+tijdschrift <i>Lichtstralen</i> werd aangetoond.</p>
+
+<p>De vlakten, die wij verder doorrijden, zijn onbeschrijfelijk dor. Heinde
+noch ver is er een boom te zien. Dit is in geheel Palestina het geval.
+Daardoor vertoont het land overal een doodsch karakter. Hoe veel
+liefelijker zou het landschap er uit zien, wanneer de bergen rondom de
+zee van Gennesareth en elders bedekt waren met bosschen en wouden.
+Slechts in de onmiddellijke nabijheid der dorpen of steden vindt men
+kleine boomgaarden van olijven, citroenen en vijgen. De oorzaken van dit
+droevig verschijnsel liggen in allerlei omstandigheden, die het volkomen
+verklaren en die mij aanleiding geven om hier een en ander mede te
+deelen van de Turksche Regeering en van de maatschappelijke
+wanverhoudingen in een land, dat zucht onder den vloek van haar bestuur.
+Het bevestigt ten volle het bekende <span class="pagenum" title="85">&nbsp;</span><a id="p_85"></a>spreekwoord: &bdquo;Waar de Turk zijn
+voet heeft gezet, groeit geen gras meer.&rdquo;</p>
+
+<p>De oorzaak, waarom men geen vruchtboomen aanplant, is hierin gelegen,
+dat de Regeering van elken boom belasting heft, ook al draagt hij
+geen vrucht. Deze belastingheffing is bovendien overgelaten aan de
+willekeur van den beambte, die er mede belast is. Het is dus alleszins
+verklaarbaar, dat men liever geen boomen aanplant, waarvoor men in de
+belasting kan worden aangeslagen ook al leveren zij nog niets op, en
+ze liefst omhakt, zoodra zij niet meer de waarde der belasting kunnen
+opbrengen. Ten einde nu echter het vellen der boomen te voorkomen, heeft
+de Regeering daartegen, natuurlijk behoudens uitzonderingen, een verbod
+uitgevaardigd. Maar omdat de man, die met het toezicht hierover is
+belast, evenals elk ander Turksch ambtenaar, onmogelijk kan rondkomen
+van zijne karige bezoldiging, vermeerdert hij zijne inkomsten met de
+bakschisch of fooien die hij krijgt, wanneer hij toestaat, dat een
+boom ten doode wordt opgeschreven. Hij leeft dus van het geld, dat hij
+ontvangt voor de overtreding van een wet, die hij behoort te handhaven!
+Zietdaar een staaltje van het Turksch bestuur!</p>
+
+<p>Het gevolg hiervan is, dat men binnen eenige jaren zelfs geen hout
+meer zal hebben om te branden. De <span class="pagenum" title="86">&nbsp;</span><a id="p_86"></a>directrice van het kinderhuis Talitha
+Kmi te Jeruzalem was dan ook zeer bezorgd over de toekomst, daar het
+brandhout hoe langer hoe schaarscher en duurder werd. Hetgeen men haar
+tot dusver voor veel geld had geleverd, was afkomstig van boomstammen
+uit bosschen, die reeds lang waren verdwenen, doch waarvan de wortels
+nog in den grond zaten en werden uitgegraven. Steenkolen zijn er
+niet te verkrijgen; de zoogenoemde kolen, die men er brandt, bestaan
+grootendeels uit aarde. In de bergen rondom de Doode Zee meent men ze
+te kunnen vinden; maar elk verzoek tot de Regeering om boringen toe te
+staan, wordt met stilzwijgen beantwoord.</p>
+
+<p>Zoo zou men allerlei kunnen noemen.</p>
+
+<p>De warme baden aan de zee van Tiberias wenschte een vermogend man in
+exploitatie te brengen. Hij richtte zich te dien einde 19 jaren geleden
+tot de verheven Porte, maar wacht tevergeefs op een ferman of
+verlofbrief.</p>
+
+<p>Voor eenige jaren gaf de Regeering tegen hoogen <ins class="corr" id="corr35" title="Bron: oers">koers</ins> een nieuwe
+munt uit. Bij gebrek aan pasmunt werd zij gretig aangenomen. Nauwelijks
+was zij echter in omloop, of er volgde een Irde of bevelschrift van
+den Sultan, waarbij de waarde tot op de helft verminderde. Sedert dien
+betaalt men dan ook alles in Fransch geld.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="87">&nbsp;</span><a id="p_87"></a></p>
+
+<p>Turksche ambtenaren ontvangen nooit meer dan 10 van de 12 maanden
+salaris, waarop zij recht hebben. Het ontbrekende moeten zij dus
+verhalen op hunne ondergeschikten en hun ook 2 maanden minder uitbetalen
+of op andere wijze. Een postbeambte vindt dit tekort in de postzegels,
+die hij afscheurt van de briefkaarten en brieven, die hij daarna
+vernietigt. Vandaar overal in de grootere plaatsen een Oostenrijksche
+post. Zoo men verzuimt van een telegraafbeambte een ontvangbewijs te
+verlangen strijkt hij eenvoudig het geld op, zonder het bericht te
+verzenden.</p>
+
+<p>Zietdaar enkele bijzonderheden, die ik hier vermeld, ten einde
+zich eenigszins een denkbeeld te kunnen vormen van de ontzettende
+wanverhoudingen, die belichaamd zijn in het Turksch bestuur, dat
+een vloek is voor dit land. Het was dan ook een diepe verzuchting,
+waarmede onze dragoman, die mij deze dingen onderweg vertelde, zijne
+mededeelingen besloot, toen hij zeide: &bdquo;de allerslechtste Regeering
+van eenig ander land in Europa zou nog beter zijn dan de onze.&rdquo;</p>
+
+<p>In een tijd als die waarin wij leven, in welken zoo vaak wordt geklaagd
+over Regeeringen, mag men zulke dingen wel eens hooren. 't Is waar, wij
+wonen niet in een land der belofte, en toch is het hier <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: in-">in</ins>
+<span class="pagenum" title="88">&nbsp;</span><a id="p_88"></a>menig
+opzicht nog vrij wat draaglijker dan in <i>het</i> Land der belofte zelf.
+Laat ons echter hopen en gelooven, dat er ook nog voor dit arme land
+betere tijden zijn weggelegd, wanneer de beloften van Hem, Die getrouw
+is, in vervulling zullen gaan.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="89">&nbsp;</span><a id="p_89"></a></p>
+
+<h2><a id="NAZARETH"></a>NAZARETH.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_089.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Na eenige uren te hebben gerust in het voormalige stadje Cana, thans een
+klein, nietig dorpje, waar niets te zien is dan een klooster met eene
+kerk, ter plaatse, waar de Heer weleer Zijn eerste teeken deed, (Joh<ins class="corr" id="corr37" title="Niet in Bron.">.</ins>
+II: 1&ndash;11) bereikten wij tegen den avond het stadje Nazareth, dat in een
+halven cirkel amphitheatersgewijs tegen de hoogte aanligt. Verschillende
+grootere gebouwen, onder welke vooral die, welke toebehooren aan de
+Franciscaner-orde, vallen terstond in het oog. Pater Soos, die aan het
+hoofd daarvan staat, is een landgenoot. Van onze komst verwittigd,
+bracht hij ons weldra een bezoek en vertelde ons allerlei bijzonderheden
+omtrent de gebruiken van het land en het volk, waarmede hij ons den
+geheelen avond onderhield. Tot de merkwaardigste <span class="pagenum" title="90">&nbsp;</span><a id="p_90"></a>bijzonderheden
+behoorde het feit, dat in Nazareth, welks bewoners voor het meerendeel
+Christenen zijn, wel Mohammedanen wonen, die met de Christenen op den
+besten voet verkeeren, maar geen Joden. Deze hebben er nooit gewoond en
+worden er tot op den huidigen dag niet geduld. En waarom niet? Eenvoudig
+omdat weleer Nathanal de stad en haar inwoners zoodanig beleedigd heeft
+door zijn vraag: &bdquo;Kan er uit Nazareth iets goeds zijn?&rdquo; (Joh. I: 47),
+dat men er nu geen enkelen Jood toelaat. Pater Soos vertelde ons, dat
+toen eenigen tijd geleden de rijke bankier <span class="mixcap">Rothschild</span> uit Parijs de stad
+bezocht en bij hem overnachtte, deze des avonds bij donker aankwam en
+vroeg in den morgen weder vertrok uit vrees voor een hagelbui van
+steenen van de lieve straatjeugd. Op onze vraag, of deze zich dan bewust
+was van hetgeen zij deed, luidde zijn antwoord: &bdquo;neen, maar een bewoner
+van dit land leeft enkel bij overlevering; men doet zoo, omdat de vader
+en grootvader ook zoo deden en omdat deze van hun vader en grootvader
+hetzelfde hebben geleerd&rdquo;. Eene treffende illustratie inderdaad van de
+bekende overleveringen der ouden, welke de Heer zoo vaak bij Zijn
+onderwijs geeselde. (Matth. V: 21).</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 296px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_090a.jpg"><img src="images/ill_090a-th.jpg" width="296" height="469" title="Klik voor vergroting (7611206px, 172Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">DE MARIABRON TE NAZARETH.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>De Franciscaners hebben zich het schier ongelooflijke getroost om
+langzamerhand die plaatsen in hun bezit <span class="pagenum" title="91">&nbsp;</span><a id="p_91"></a>te krijgen, waaraan gewijde
+herinneringen verbonden zijn. Zoo zijn zij na jaren er in geslaagd
+eigenaar te worden van de <i xml:lang="la">mensa Christi</i>, een steenen tafel, die
+weleer buiten, maar nu in de stad ligt en waarvan de overlevering
+vermeldt, dat zij dikwerf door den Heer en Zijne discipelen werd
+gebruikt, o. a. ook nog eenmaal, toen Hij na Zijne verrijzenis hier met
+hen aanzat. (Marc. XVI: 7.)</p>
+
+<p>Zoo zagen wij de plaatsen, waar weleer de woning en de werkplaats van
+<span class="mixcap">Jozef</span> zouden geweest zijn; de grot, waarin de Engel aan <span class="mixcap">Maria</span> de
+geboorte des Heeren aankondigde, waarvoor evenwel de Grieksche
+Christenen eene plaats aanwijzen in de benedenstad, en een en ander meer
+ter herinnering aan de eerste levensjaren des Heeren.</p>
+
+<p>Wat hiervan juist zij, zal men wel nooit met zekerheid kunnen zeggen. De
+eenige plaats, waarvan men met eenige waarschijnlijkheid kan vermoeden,
+dat de Heer er meermalen kwam, is de bron in de <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: bene&nbsp;den">beneden</ins> stad, waar
+alle bewoners moeten komen om water te halen en die nog heden ten dage
+den naam Mariabron draagt. Stellig heeft daar de moeder des Heeren
+wellicht met haar kind, meermalen haar waterkruik gevuld. Maar al kan
+men ze ook niet met den vinger aanwijzen, zeker is het toch, dat hier in
+dit Nazareth overal plekken zijn, waar de Heer in de dagen zijner <span class="pagenum" title="92">&nbsp;</span><a id="p_92"></a>jeugd
+gewandeld of gestaan, gewerkt en gebeden heeft. Hier staan wij inderdaad
+op gewijden bodem door de voeten van onzen gezegenden Heiland gedrukt
+en waar Hij onder de ouderlijke zorgen en de hoede Zijns Hemelschen
+Vaders opgroeide en rijpte tot den leeftijd, op welken Hij optrad als de
+Zaligmaker der wereld. Met een gevoel van dankbaarheid denk ik daarom
+aan het bezoek aan dat stille Nazareth terug, als de plaats waar Hij
+als kind speelde, als knaap leerde en als jongeling of als man in de
+kracht Zijns levens werkte voor het gezin, waarvan de vader wellicht
+vroeg stierf en Hij dus de zorgen des aardschen levens ook moest helpen
+dragen. Hier heeft Hij de zijnen gediend en al dienende gehoorzaamheid
+geleerd. Hier heeft Hij als kind of jongeling op denzelfden leeftijd als
+wij in de jaren onzer jeugd, blootgestaan en weerstand geboden aan alle
+verzoekingen en nimmer gezondigd. Hier op dit stille, van alle zijden
+door bergen ingesloten en afgezonderde plekje, leerde Hij de wereld in
+hare behoeften en nooden kennen, totdat de tijd daar was, dat Hij als
+het Lam Gods de zonde dier wereld zou dragen.</p>
+
+<p>Merkwaardig vond ik ook dat dit kleine, geheel tusschen het gebergte
+verscholen Nazareth menigvuldig gelegenheid bood om iets van de wereld
+in het groot te aanschouwen, want men behoeft slechts een der omringende
+bergen te bestijgen om naar alle zijden <span class="pagenum" title="93">&nbsp;</span><a id="p_93"></a>een verrukkelijk schoon
+vergezicht te genieten. Ten Noorden ziet men dan den grooten Hermon, met
+den Anti-Libanon; ten Oosten verheft zich de afgeplatte kruin van den
+Tabor, met het gebergte van Gilead in het verschiet; ten Zuiden ligt de
+kleine Hermon en het gebergte Gilboa, waar <span class="mixcap">Saul</span> sneuvelde en ten Westen
+de in zijn volle lengte zich uitstrekkende Karmel met de vlakte van
+Jisrel er voor; daar tusschen in tal van grootere en kleinere steden en
+dorpen, alles te zamen als een landkaart, waaraan alleen de plaatsnamen
+ontbreken. Wanneer men daar zoo staat, dan is het alsof menige
+gebeurtenis uit de gewijde geschiedenis voor onze verbeelding herleeft.
+Inderdaad geen plaats eigende zich beter voor de ontwikkeling van dat
+kind, van hetwelk wij lezen, dat het Zijnen ouders onderdanig was, tot
+dat Hij optrad in de wereld als de Zoon des menschen, die gekomen was om
+des Vaders wil te doen.</p>
+
+<p>Waarlijk, onder de plaatsen, die in het Heilige Land een bezoek
+overwaard zijn, bekleedt dat stille en eenvoudige Nazareth een eerste
+plaats. Het bevreemdt ons dan ook niet, dat de Roomsche en Grieksche
+Christenen alles gedaan hebben voor den pelgrim, die het wil bezoeken om
+zijn verblijf te veraangenamen. Beiden hebben hier hun pelgrimshuizen;
+dat der <ins class="corr" id="corr39" title="Bron: Fransciscaners">Franciscaners</ins> mag een sieraad van Nazareth heeten. Het <span class="pagenum" title="94">&nbsp;</span><a id="p_94"></a>biedt
+logies aan voor 150 vreemdelingen, die het daar uitstekend hebben, want
+de ruime kamers zijn frisch en zindelijk, echt Hollandsch, dank zij de
+voortreffelijke leiding van onzen vriendelijken landsman, die aan het
+hoofd staat van de geheele inrichting. Er is een groote eetzaal, een
+leeskamer en bovendien een corridor in het midden van het gebouw, waar
+drie lange tafels gedekt staan, elk voor 50 gasten. Daar wordt de moede
+pelgrim verkwikt en versterkt, onverschillig of hij iets betaalt of
+niet, louter uit liefde tot Hem, Die hier het eerst de wereld voorging
+in het werk der barmhartigheid en der dienende liefde. Wij maakten er
+echter geen gebruik van, maar overnachtten in onze tenten op de markt,
+waar de kinderen tot laat in den avond speelden. Hoe gaarne hadden wij
+ze hier hun bruilofts- en begrafenisspel, waarvan de Heer spreekt in
+Zijne gelijkenis (Matth. XI: 16) zien spelen, waarmede zij volgens
+<span class="mixcap" xml:lang="de">Schnellers</span> bekende boek: <i>Kent gij het land?</i> tot laat in den avond
+bezig kunnen zijn. Maar het kwam ditmaal niet aan de beurt.</p>
+
+<p>Zulke teleurstellingen moet men zich getroosten op een reis door het
+Heilige Land, waarbij men natuurlijk niet alles ziet wat men gewenscht
+had te zien of zooals men het zich voorgesteld had. Toch is datgene, wat
+men ziet, voldoende om zich een voorstelling <span class="pagenum" title="95">&nbsp;</span><a id="p_95"></a>te maken van het geheel
+en een blijvende herinnering te bewaren aan die plaatsen, waar de God
+des heils aan een verloren wereld Zijne liefde geopenbaard heeft. Men
+ontstichte evenwel zich zelven en anderen niet, zooals sommigen wel eens
+doen, door een waanwijze critiek op allerlei bijzonderheden, die men u
+aanwijst en op de overleveringen, die daarop betrekking hebben, maar men
+bezoeke het met die wijding, welke het uit den aard der zaak bezit voor
+elken geloovige en bezie het met een oog des geloofs, dat niet bekrompen
+hecht aan uiterlijke dingen.</p>
+
+<p>Dan blijft er nog genoeg over en tot stichting n tot leering beide.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="96">&nbsp;</span><a id="p_96"></a></p>
+
+<h2><a id="SAMARIA"></a>SAMARIA.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_096.png" width="65" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">De reis van Nazareth naar Nabulus, de tegenwoordige hoofdplaats van
+Samaria, duurt twee dagen. Men overnacht te Dschennin en verpoost
+onderweg, den eersten dag te Solam en den volgenden dag te Sanur. Het
+landschap, dat over 't geheel dor is en kaal, is evenwel rijk aan en
+belangrijk door allerlei historische herinneringen. Al ras ziet men aan
+den voet van den kleinen Hermon, dien men links laat liggen, het stadje
+Nan met een helderwit kerkje, dat scherp afsteekt tegen de vale vlakte.
+Het kerkje behoort al weder aan de Franciscaners &bdquo;de wachters der
+heilige plaatsen&rdquo;, die voor het terrein, waarop het staat, een millioen
+guldens hebben betaald en werd gebouwd ter gedachtenis aan de opwekking
+van den jongeling te Nan. Daarachter <span class="pagenum" title="97">&nbsp;</span><a id="p_97"></a>ligt Endor, de woonplaats der
+tooveres, die <ins class="corr" id="corr40" title="Bron: Saul"><span class="mixcap">Saul</span></ins> raadpleegde aan den avond voor den veldslag
+tegen de Filistijnen, waarin hij sneuvelde. Rechts van ons breidt zich
+de vlakte uit van Jisrel, waarop in vroeger dagen zoo menige bloedige
+slag werd geleverd. Dan volgt, even voorbij den kleinen Hermon, het
+dorpje Solam, voorheen Sunem, waar <span class="mixcap">Elisa</span> zoo vaak overnachtte in het
+bekende profetenkamertje, dat de gastvrije Sunamietische huisvrouw voor
+hem had ingericht. Het dorp is door een hoogen muur van ondoordringbare
+cactussen ingesloten, waar men zelfs te paard niet overheen kan zien.
+Tijdens het warmste gedeelte van den dag rust men hier gewoonlijk eenige
+uren uit onder citroenboomen, wier rijpe vruchten, die de eigenaar van
+den boomgaard voor eenige bakschisch vergunt te plukken, heerlijk te pas
+komen om het lauwe drinkwater te verfrisschen. Weldra heeft men den
+Kleinen Hermon achter zich, die van de hoogte af gezien vlak voor zijn
+peetoom den Grooten Hermon ligt. Ik zeg peetoom, want nog nimmer zag ik
+twee bergen, die zoo sprekend op elkaar gelijken en het wordt dan ook
+wanneer men ze van hieruit ziet alleszins duidelijk, waarom men den een
+naar den ander heeft genoemd, ofschoon zij dagen reizens van elkander
+verwijderd liggen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="98">&nbsp;</span><a id="p_98"></a></p>
+
+<p>Den volgenden dag wordt halt gehouden te <ins class="corr" id="corr41" title="Bron: Samur">Sanur</ins> onder eenige prachtige
+vijgeboomen, de eenige die wij in Palestina aantroffen met rijpe
+vruchten en waaraan men zich naar hartelust kon te goed doen, natuurlijk
+alweer voor de noodige bakschisch, zonder welke men in het Oosten niet
+kan leven. Van hier sloeg het grootste gedeelte van ons gezelschap, dat
+den tocht reeds lang genoeg vond, den korteren weg in naar Nabulus;
+terwijl enkelen zich met mij een omweg getroosten om een bezoek te
+brengen aan het oude Samaria, welke moeite ruimschoots beloond werd door
+hetgeen wij hier zagen.</p>
+
+<p>Deze voormalige hoofdstad van Isral levert thans een zeer droevig
+schouwspel op. Een klein dorpje Sebastieje herinnert aan de plaats, waar
+het gelegen heeft. Toch is het dorpje een bezoek overwaardig, omdat men
+daardoor een indruk krijgt van de sterke en schoone ligging der machtige
+hoofdstad van het Rijk der tien stammen. Zij lag terrasgewijs deels op,
+deels tegen een hoogte aan, door hooge muren omringd, waarvan nog een
+gedeelte te zien is. Boven van de hoogte ontwaart men in het verre
+Westen de Middellandsche Zee en rondom zich heen eene breede vlakte door
+bergen begrensd, waarvan de Ebal en Gerizim tegen het Oosten den cirkel
+sluiten. Waarlijk, het beeld van Jesaja (XXVIII: 1), die haar <span class="pagenum" title="99">&nbsp;</span><a id="p_99"></a>vergelijkt
+bij een &bdquo;kroon, die daar is op het hoofd eener zeer vette vallei&rdquo; is
+bijzonder treffend.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 470px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_098a.jpg"><img src="images/ill_098a-th.jpg" width="470" height="312" title="Klik voor vergroting (1209801px, 198Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">SEBASTIEJE (SAMARIA).<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Hier resideerden de Koningen, die over het Rijk van Isral regeerden na
+Omri, den stichter der stad, die hij Samaria, <i>Wachtburcht</i> noemde.
+Inderdaad zij ligt als een wachter op een hoogte, eenige honderden
+meters boven de breede vlakte daaromheen. Hier had koning <span class="mixcap">Achab</span> zijn
+elpenbeenen paleis; hier stonden de tempels, welke hij bouwde ten
+gerieve van zijne vrouw <span class="mixcap">Izbel</span>, die gewijd waren aan Bal en Astarte (II
+Kon. XXII: 39); hier, ging het oordeel in vervulling, dat de profeet
+<span class="mixcap">Elia</span> had aangekondigd over hem en over zijn huis.</p>
+
+<p>Wat moet dat Samaria schoon geweest zijn in de dagen van <span class="mixcap">Herodes</span> den
+Groote, die om de kruin van den berg een straat liet aanleggen, die 1700
+meter lang was met dubbele rijen hooge zuilen, waarvan er nog vele zijn
+staande gebleven. Overal waar men den voet zet, ziet men slanke pilaren
+bij menigte ter aarde liggen, zoodat men de lijn der oude zuilenstraat
+nog duidelijk kan volgen.</p>
+
+<p>Welk een verrukkelijk vergezicht geniet men van deze hoogte over de
+gansche vlakte, die hier voor ons ligt! Hoe rijk is deze omgeving aan
+historische herinneringen! Niet ver van hier ligt het kleine Dothan,
+waar eens <span class="mixcap">Jozef</span> werd verkocht; daar
+woonde <span class="pagenum" title="100">&nbsp;</span><a id="p_100"></a>later <span class="mixcap">Elisa</span>, toen de Syrirs
+hem omringden, die hij binnen Samaria bracht. In die vlakte lag het
+leger van den Koning van Syri, dat de Heer des nachts verdreef op het
+woord van den profeet. Van welke teekenen en wonderen waren deze bergen
+eenmaal getuigen in de dagen der oudheid!</p>
+
+<p>En thans! Niets is er overgebleven van al die grootheid uit vroeger
+dagen. Hoe is deze kroon van <span class="mixcap">Efram</span> naar het woord van <span class="mixcap">Jesaja</span> met voeten
+getreden! Ja, wanneer men hier staat en slaat Jesaja XXVIII op, hoe
+bevestigt dan de aanschouwing van dit alles de vastheid van zijn woord
+omtrent Dengene, van Wien hij daar profeteert: &bdquo;dat Hij ten oordeel zit
+en tot een Geest des oordeels is.&rdquo;</p>
+
+<p>Het is inderdaad, alsof men te doen heeft met eene heilige ironie,
+wanneer men er wandelt door dat armoedige dorpje met schamele hutten,
+dat nog den naam Sebastieje &bdquo;de heerlijke&rdquo; draagt, een naam, dien
+<span class="mixcap">Herodes</span> aan het door hem herbouwde Samaria gaf ter eere van Keizer
+<span class="mixcap">Augustus</span>.</p>
+
+<p>Het eenige, wat nog voor enkele jaren de bewondering van den bezoeker
+trok, was de rune eener Christelijke kerk, aan <span class="mixcap">Johannes</span> den Dooper
+gewijd. Maar helaas! de schendende hand van den Muzelman heeft deze oude
+basilica in een moskee veranderd en daardoor ook dit laatste spoor van
+een Christelijk <span class="pagenum" title="101">&nbsp;</span><a id="p_101"></a>tijdvak vernietigd. Het eenige, wat hij ongerept liet,
+zijn de graven in de krypt van de moskee, een onderaardsch gewelf,
+waarin men langs een smalle trap afdaalt en waar weleer <span class="mixcap">Obadja</span>, <span class="mixcap">Elia</span> en
+<span class="mixcap">Johannes</span> de Dooper zouden begraven geweest zijn.</p>
+
+<p>Het is slechts weinig, wat men hier nog ziet; maar juist dit weinige
+predikt te luider en welsprekender de vergankelijkheid van alle aardsche
+grootheid en van alle heerlijkheid dezer wereld.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="102">&nbsp;</span><a id="p_102"></a></p>
+
+<h2><a id="NABULUS"></a>NABULUS.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_102.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Op een Zaterdagavond kwamen wij te Nabulus, het voormalige Sichem aan.
+Wij hadden juist 6 dagen te paard gezeten en de gedachte den volgenden
+dag eens uit te mogen rusten was al eene verademing op zichzelf. Reeds
+<a href="#rustdag">vroeger</a> heb ik medegedeeld, hoezeer wij het nut van den rustdag
+waardeerden. Onze tenten waren buiten de stad opgeslagen onder eenige
+hooge olijfboomen, die fel heen en weer werden bewogen door een hevigen,
+maar niet verfrisschenden wind, want nog steeds woei dezelfde
+verzengende <ins class="corr" id="corr42" title="Bron: sirokko">Sirokko</ins> der woestijn. Zelfs des nachts hoorde men hem gieren
+door de boomen en voelde men hem blazen door de tenten, maar zonder den
+dampkring ook maar eenigszins af te koelen.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen sloeg ik mijn Bijbel op om <span class="pagenum" title="103">&nbsp;</span><a id="p_103"></a>de geschiedenissen eens
+na te lezen waarin Sichem eertijds zulk een gewichtige rol speelde.
+Wellicht zouden wij straks op onze wandeling aan belangrijke historische
+plaatsen komen, als b.v. die, waar <span class="mixcap">Jotham</span> stond, toen hij die schoone
+fabel sprak van de boomen, die heengingen om eenen koning over zich te
+zalven. Ik wil niet beweren, dat ik de juiste plek op den berg Gerizim
+gezien heb, waar hij toen stond, maar ik ontdekte er verscheidene, waar
+een hooge rotswand een veilige schuilplaats bood om zijne zoo van fijne
+ironie tintelende strafpredikatie te houden tot &bdquo;alle burgeren van
+Sichem&rdquo; als <span class="mixcap">Jotham</span> deed en van waar hij nog gelegenheid had om tijdig te
+vluchten, indien zijn woord rechtmatigen toorn mocht verwekken. (Richt.
+IX: 21).</p>
+
+<p>Het eerste, wat op onze morgenwandeling onze aandacht trok, was een
+opgewekt kerkgezang, dat ons reeds van verre in de ooren klonk. Toen wij
+naderbij kwamen, zagen wij een net gebouw van twee verdiepingen, waar
+juist godsdienstoefening werd gehouden, hetgeen ons natuurlijk tot een
+bezoek uitlokte. Het was het kerkje der Protestantsche gemeente, die
+hier 150 leden telt, waarvan minstens &#8532; aanwezig waren. Wij troffen
+het dus bijzonder gelukkig, waar ons de gelegenheid ontbrak om op te
+gaan naar het huis des gebeds, dat wij juist aan dit kerkje <span class="pagenum" title="104">&nbsp;</span><a id="p_104"></a>voorbij
+kwamen, terwijl er dienst was. Wij wisten niet, dat dit een samenkomst
+was van geloofsgenooten, maar leidden dit af uit de inrichting van den
+dienst, de groote inschikkelijkheid, waarmede men ons terstond
+zitplaatsen inruimde en de vriendelijkheid, waarmede men ons de
+gelegenheid bood om mee te zingen uit het gezangboek, dat men ons gaf.
+Nietwaar, zulke kleine oplettendheden zijn wij immers gewoon den
+vreemdeling te bewijzen, die onze kerk binnentreedt, wanneer er dienst
+is? Des te meer betreurden wij het, dat wij van de zoo vriendelijk
+aangeboden gelegenheid geen gebruik konden maken, omdat de geheele
+godsdienstoefening in het Arabisch werd gehouden. Daardoor konden wij
+ook den voorganger niet volgen, hetgeen ons te meer speet, omdat hij,
+blijkens de aandacht waarmede zijn gehoor naar hem luisterde, zeer
+boeiend sprak.</p>
+
+<p>Wanneer men de geschiedenis van het ontstaan dezer gemeente kent, die ik
+elders beschreven heb<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>, zal men kunnen begrijpen, hoe weldadig ons dit
+bezoek aan deze Protestantsche kerk hier aandeed, eene geschiedenis,
+waarbij zich bijna woordelijk herhaalde hetgeen plaats vond in de dagen,
+toen de Heer in de onmiddellijke nabijheid dezer stad zat aan den <span class="pagenum" title="105">&nbsp;</span><a id="p_105"></a>put
+van <span class="mixcap">Jacob</span> en sprak van velden wit om te oogsten. (Joh. IV: 35). Daarbij
+was er iets verheffends in de gedachte, dat wij hier samen waren met
+mannen en vrouwen, waarmede wij ons verbonden gevoelden door hetzelfde
+geloof in eenen Heer en dit nog wel in een der meest Mohammedaansche
+steden van Palestina.</p>
+
+<p>Immers, men bemerkt terstond aan alles, dat de bevolking dezer stad, die
+24000 inwoners telt, waaronder 700 Christenen, overwegend Mohammedaansch
+is. Dit blijkt onder meer uit de geheimzinnige horren voor de vensters,
+waardoor de vrouwen der Muzelmannen zonder zelve gezien te worden naar
+buiten kunnen kijken, en vooral aan de afzichtelijke kleeding, waarin
+zij gehuld zijn, waarin men ze op straat ontmoet. Zij gaan dan geheel in
+het zwart met een sluier, eveneens pikzwart, die meestal door een om het
+hoofd geslagen witten stofmantel, zo op het aangezicht is vastgebonden,
+dat ook dit geheel zwart ziet. Zoo uitgedoscht doen zij onwillekeurig
+denken aan wandelende mummies. Daarbij hebben zij een wonderbaarlijke
+voorliefde voor overschoenen, hoewel er maanden lang geen droppel regen
+was gevallen en waarmede zij onhoorbaar langs de straat schuiven als een
+zwarte geest, van welken men liefst zijn aangezicht afwendt. Waarlijk,
+wanneer het lijkkleed <span class="pagenum" title="106">&nbsp;</span><a id="p_106"></a>des doods, waarin men deze Oostersche vrouw
+gehuld ziet, een beeld is van haar innerlijk leven, dan is zij wel diep
+te beklagen vanwege haar somber bestaan.</p>
+
+<p>Te Nabulus is nog eene synagoge der Samaritaansche Joden, die beweren af
+te stammen van de oude bewoners van Samaria, die daar zouden
+achtergebleven zijn na den ondergang van het Rijk der tien stammen en na
+de verwoesting der stad door den Koning der Assyrirs, welke laatsten
+zich hier als kolonisten vestigden en zich vermengden met de
+overgeblevene Joodsche bevolking, tengevolge waarvan de Joden uit
+Jerusalem met hen geene gemeenschap meer hielden, zooals wij weten uit
+de geschiedenis der Samaritaansche vrouw (Joh. IV). Deze Samaritanen
+tellen nog slechts dertig huisgezinnen, die meerendeels in armoedige
+omstandigheden verkeeren. Wij bezochten hunne synagoge, die meer op een
+onderaardsch gewelf dan op een bedehuis gelijkt, waar de priester ons de
+oorspronkelijke boekrollen hunner wet liet zien in oud-Hebreeuwsche
+letters geschreven, bevattende de vijf boeken van <ins class="corr" id="corr43" title="Bron: Mozes"><span class="mixcap">Mozes</span></ins>.
+Driemaal 's jaars doen zij nog een bedevaart naar den berg Gerizim, de
+plaats waar eenmaal hun tempel stond.</p>
+
+<p>Bij eene omwandeling van de stad langs dezen berg kan men begrijpen, hoe
+men er toe is gekomen om <span class="pagenum" title="107">&nbsp;</span><a id="p_107"></a>Nabulus of Neapolis, d. w. z. de nieuwe stad,
+juist hier tusschen de bergen Gerizim en Ebal te bouwen. Uit 22 bronnen,
+waarvan meer dan de helft voortdurend water houden, stroomt een helder
+beekje naar beneden, dat de geheele stad van frisch drinkwater voorziet
+en de tuinen besproeit, die tegen de helling van den Gerizim zijn
+gelegen. Het doet het oog weldadig aan, wanneer men hier weer eens
+wandelt tusschen het frissche groen der boomen; terwijl daarbeneden in
+de diepte de stad ligt met hare helderwitte huizen, op wier platte daken
+zich tegen den avond het geheele gezin verzamelt. Behoudens haar echt
+Oostersch karakter, bezit de stad zelve echter weinig aantrekkelijks,
+ook tengevolge van hare benauwde, duffe straten, gedeeltelijk overwulfd,
+overal met trapjes, langs welke men voortdurend op- en afgaat.</p>
+
+<p>Van Nabulus naar Jerusalem heeft men nog twee dagen te reizen. In de
+onmiddellijke nabijheid der stad bevindt zich de beroemde put van <span class="mixcap">Jacob</span>,
+welbekend door het gesprek, dat de Heer hier met de Samaritaansche vrouw
+hield. Ik was zeer verlangend dien put eens met eigen oogen te zullen
+zien, ten einde te kunnen beoordeelen, welke der verschillende
+photographien, die ik daarvan had, het best geleek; maar, hoe werd ik
+teleurgesteld, toen ik bemerkte, dat zij geen van allen geleken. Sedert
+eenigen tijd <span class="pagenum" title="108">&nbsp;</span><a id="p_108"></a>toch is deze put in eigendom overgegaan in de handen van
+Grieksche monniken, die hem volkomen onkenbaar hebben gemaakt, niet
+alleen door de opening daarvan toe te metselen, maar ook door nog een
+gewelf daarover heen te bouwen, waaronder het bijna donker is en
+daaromheen nog een muur te trekken, dit alles uit louter vrees, dat de
+Turken te eeniger tijd zullen trachten den put wederom in hun bezit te
+verkrijgen. Kon men voorheen het water in den put zien staan, thans is
+hij gedeeltelijk met steenen opgevuld. Door eene kleine opening laat men
+ten gerieve van den bezoeker een kaarsje naar beneden zakken om aan te
+toonen, dat er onder het toegemetselde gewelf inderdaad een diepte is
+van 23 meter. Door dit alles heeft dan ook deze plaats alle bekoring van
+haren oorspronkelijken eenvoud verloren, zoodat een bezoek daaraan
+nauwelijks meer de moeite beloont. De vlakte toch, waarop des Heeren oog
+rustte, toen Hij daar zat en sprak van velden wit om te oogsten, ziet
+men binnen dien hoogen muur in 't geheel niet. Het wordt hier echter
+zeer duidelijk, dat het niet juist is, wanneer men in Joh. IV: 5 Sichem
+voor Sichar leest, zooals sommige kerkvaders doen, daar te Sichem,
+zooals ik reeds opmerkte, overvloedig water is, zoodat de Samaritaansche
+niet van daar behoefde te komen om hier water te <span class="pagenum" title="109">&nbsp;</span><a id="p_109"></a>putten. Het overigens
+onbekende Sichar heeft waarschijnlijk aan den voet van den Ebal gelegen
+en heet thans Eskar.</p>
+
+<p>Gaf deze put van <span class="mixcap">Jacob</span> ons dus niets te zien van de drukke levendigheid,
+die gewoonlijk aan zulke bronnen in het Oosten heerscht, waar
+voortdurend menschen en dieren samenstroomen om hun dorst te lesschen,
+toch hadden wij de volgende dagen en ook later meer dan eens de
+gelegenheid om dit eigenaardig schouwspel gade te slaan, zoowel te El
+Loebban als te El Bire, waar wij eenige uren vertoefden om paard en
+ruiter wat rust en verkwikking te geven, voor zooverre dit in de
+brandende hitte eener oostersche zon mogelijk is. Van waar de menschen
+komen, die bij zulk een bron water halen, was mij een raadsel, want,
+naar ik mij herinner, waren er in de nabijheid van El Loebban maar drie
+of vier huisjes te zien. Toch daagden er telkens nieuwe bezoekers op.
+Reizigers met hun paarden, kooplieden met hun kameelen, jongens met hun
+ezels, herders met hun schapen, alles dwarrelde hier door elkaar en
+verdrong zich om het dichtst bij de bron te wezen, waarbij de schapen
+vooraan stonden, de ezels en paarden er achter en de kameelen eindelijk
+op den derden rang, vanwaar zij met hun lang uitgerekten hals nog juist
+bij het water konden komen. Nu en dan ziet men ook wel <span class="pagenum" title="110">&nbsp;</span><a id="p_110"></a>eens een schaap,
+dat het al te benauwd krijgt door het gedrang in het water springen,
+maar gelukkig staat er steeds iemand klaar, blijkbaar op dit voorval
+bedacht, om het er uit te trekken. Met zulk een tafereeltje voor oogen,
+verstaat men volkomen het woord van den Heer: &bdquo;Wiens os of ezel van
+ulieden zal in een put vallen en die hem niet terstond zal uittrekken op
+den dag des Sabbats?&rdquo; Niet minder levendig gevoelt men ook telkens op
+een reis in Palestina, waar zulke bronnen zeldzaam zijn, de waarde van
+een dronk waters en de beteekenis van dat andere woord: &bdquo;Zoo wie een van
+deze kleinen te drinken geeft alleenlijk een beker koud waters in de
+naam eens discipels, voorwaar zeg ik u, hij zal zijn loon geenszins
+verliezen.&rdquo;</p>
+
+<p>De andere bron El Bire, dankt hare vermaardheid aan de overlevering, dat
+<span class="mixcap">Maria</span> hier het eerst tot de ontdekking zou gekomen zijn, dat de
+twaalfjarige <span class="mixcap">Jezus</span> zich niet onder het terugkeerend reisgezelschap
+bevond. Daar El-Bire een kleine dagreis van Jeruzalem verwijderd ligt en
+de pelgrims, die huiswaarts gingen, gewoon waren hier te overnachten is
+het zeer waarschijnlijk, dat deze overlevering juist is. <span class="mixcap">Maria</span> rekende
+dan een dag voor de heenreis, een dag om terug te keeren naar de stad,
+en vond Hem op den derden dag in het huis des Vaders weder.</p>
+
+<p>Een niet onbelangrijk bezoek brachten eenigen onzer <span class="pagenum" title="111">&nbsp;</span><a id="p_111"></a>nog op den weg
+tusschen Nabulus en Sindschil, waar wij overnachtten, aan het plaatsje
+Sln, voorheen Silo, waar in de dagen van <span class="mixcap">Samuel</span> een steenen huis met
+den Tabernakel stond. Tegen de hoogte van een heuvel liggen de puinhopen
+der oude stad, die voor ons te merkwaardiger waren, omdat wij nimmer
+eene werkelijk verwoeste stad hadden aanschouwd. Meestal toch wordt zij
+weder door latere bewoners herbouwd, zoodat er weinig meer van eene
+verwoesting te zien is. Hier was dit echter niet het geval. Men liep er
+tusschen de muren, die nog staande waren gebleven van huizen en gebouwen
+en zag overal duidelijk de lijnen der straten, die alle opgevuld waren
+met steenen. De geheele stad was eigenlijk niet anders dan een groote
+steenhoop, sedert onheuglijke tijden onbewoond.</p>
+
+<p>Aan de noordzijde bevindt zich tusschen den heuvel waar Silo op lag en
+een anderen daartegenover een merkwaardig terras, dat men met groote
+waarschijnlijkheid houdt voor de plaats, waar eertijds de tabernakel
+stond. In het midden is een hoog vierkant plein; aan de Oost- en
+Westzijde daarvan bevinden zich twee terrassen het eene telkens eenige
+meters lager dan het andere. Het laat zich zeer goed denken, wanneer men
+dit ziet, dat op het hoogste terras de voorhof lag, waarop de tabernakel
+stond, waartoe <span class="pagenum" title="112">&nbsp;</span><a id="p_112"></a>men of van beide of van een der beide zijden toegang
+had.</p>
+
+<p>Voor het overige was er op dit gedeelte onzer reis weinig merkwaardigs
+te zien. Hoe dichter men Jeruzalem nadert, des te steenachtiger wordt de
+bodem, zo zelfs dat deze in letterlijken zin bezaaid is met steenen,
+waar een klein voetpad doorheen kronkelt, dat het paard zorgvuldig
+volgt. Op het onverwacht ziet men, ofschoon nog uren verwijderd,
+Jeruzalem enkele oogenblikken voor zich liggen. Daarna verliest men het
+weder uit het oog, totdat men van de hoogte van den Scopus, op een half
+uur afstand van de stad, haar vlak voor zich heeft. Eigenaardige
+aandoeningen en gewaarwordingen maken zich van iemand meester, die haar
+voor het eerst ziet, zooals zij daar ligt, boven op de bergen Zion en
+Moria, de stad, die eene geschiedenis heeft als weinige haars gelijken,
+de stad, waarin zooveel heeft plaats gegrepen, waardoor het nog heden
+ten dage de klassieke plaats is van drie godsdiensten, dien der Joden,
+der Mohammedanen en der Christenen.</p>
+
+<p>Wij waren recht dankbaar, dat wij te Jerusalem ons verblijf in tenten
+konden verwisselen met een aangenamer logies. Het hospiz of logement der
+R. K. Vereeniging voor Palestina te Keulen had op ons gerekend en
+uitnemende vertrekken voor ons <span class="pagenum" title="113">&nbsp;</span><a id="p_113"></a>in gereedheid gebracht. Het was een
+flink steenen gebouw, met dikke, zware muren en daardoor heerlijk koel
+en frisch. Voor sommigen onzer, vooral voor de dames was dit eene ware
+verademing. De tentenreis en het paardrijden waren haar te machtig
+geworden en wij waren dankbaar, dat zij in redelijken welstand zoover
+waren gekomen; een harer echter, die naar wij meenden het minst van de
+reis had geleden, overleed hier aan een kortstondige ziekte. Het
+pelgrimshuis, waarin wij logeerden, staat onder leiding van pater
+<span class="mixcap">Schmidt</span>, een zeer beminnelijken grijsaard, die reeds jaren te Jerusalem
+woont, en volkomen van alles op de hoogte is en onder wiens vriendelijk
+geleide wij de belangrijkste plaatsen der stad bezochten en die bij
+nadere kennismaking bleek te zijn een man van groote kennis, degelijke
+studie en ruimen blik. Waren alle onze Roomsche geloofsgenooten zooals
+hij, hoe veel dichter zouden wij dan bij elkander staan!</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label"><sup>1</sup>)</a> Zie Lichtstralen: Inwendige Zending in Jeruzalem en
+Palestina, bldz. 13.</p></div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="114">&nbsp;</span><a id="p_114"></a></p>
+
+<h2><a id="JERICHO"></a>JERICHO EN DE DOODE ZEE.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_114.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Voordat wij Jerusalem zelve en de merkwaardigheden in en buiten de stad
+in oogenschouw namen, bezochten wij eerst de oude palmenstad Jericho, de
+Doode Zee en den Jordaan.</p>
+
+<p>Aan de omstandigheid, dat er sedert eenigen tijd een uitnemende rijweg
+was aangelegd, dankten wij het, dat wij dezen tocht per rijtuig konden
+doen, hetgeen ons op een langen en stoffigen weg als deze bij een
+gestadig onbewolkten hemel en brandende hitte hoogst welkom was. Want,
+al levert Palestina weinig natuurschoon op en mist men, zooals ik reeds
+vroeger schreef, voortdurend het frissche groen der boomen, dat het oog
+zoo weldadig aandoet, in Galilea en Samaria zag men althans nog nu en
+dan in of bij de dorpen boomgaarden van citroenen, vijgen en olijven.
+Maar <span class="pagenum" title="115">&nbsp;</span><a id="p_115"></a>tusschen Jerusalem en de Doode zee, een afstand van vijf uur per
+rijtuig, telde ik langs den geheelen weg slechts 2 boomen. Telkens
+kwamen mij dan ook de woorden voor den geest van den dichter van den
+104<sup>den</sup> Psalm en van zoo menig ander lied, waarin de schoonheid der
+natuur wordt bezongen, en het kostte mij moeite om te gelooven, dat die
+dichters eenmaal woonden in dit land, waar thans alles even kaal en dor
+is. Gedurig kwam mij ook de droevige klacht van den wijzen Prediker in
+gedachte (Pred. X: 16): &bdquo;Wee u land! welks Koning een kind is&rdquo;, een
+klacht, die wel een profetie mag heeten, al heeft de dichter daarbij ook
+niet gedacht aan het tegenwoordig ellendig bestuur van den Sultan, in
+wien zij helaas! maar al te zeer vervuld is geworden. Intusschen mogen
+wij, die ook aan de vervulling van zoo menige andere betere profetie
+gelooven, vertrouwen dat God dit land nog niet heeft vergeten, blijkens
+den zegen op het werk, dat Protestantsche Christenen er deden en
+waardoor allengs betere toestanden in het leven geroepen worden.</p>
+
+<p>Wij waren op weg van Jerusalem naar de Doode Zee, een weg, die, zooals
+ik reeds zeide, wel eentonig is, maar toch voor allen, die de schoone
+geschiedenissen des Bijbels kennen, in hooge mate belangwekkend blijft.
+Reeds het eerste plaatsje, waar men aankomt, <span class="pagenum" title="116">&nbsp;</span><a id="p_116"></a>wanneer men den Olijfberg
+heeft omgereden, is het welbekende Bethani, waar de Heer zoo gaarne
+vertoefde ten huize van <span class="mixcap">Maria</span> en <span class="mixcap">Martha</span> en zijnen vriend <span class="mixcap">Lazarus</span>, dien
+Hij uit den dood heeft opgewekt. Diens graf wordt nog getoond, maar
+heeft, evenals zoovele andere gewijde plaatsen na verloop van eeuwen
+zoovele veranderingen ondergaan, dat het schier onkenbaar is geworden.
+Men daalt langs een smalle trap van 25 treden af in een spelonk, waar
+dan nog eenige meters lager een ruim gewelf als het graf van <span class="mixcap">Lazarus</span>
+wordt aangewezen. Dit laatste is geenszins onmogelijk, mits men zich den
+ingang tot dit gewelf niet zoo diep maar onmiddellijk aan den openbaren
+weg denke, daar anders des Heeren bevel: &bdquo;Neemt den steen weg en
+ontbindt hem&rdquo; (Joh. XI: 39&ndash;44) onuitvoerbaar zou geweest zijn. Wanneer
+men echter in acht neemt, dat ter plaatse, waar het graf van <span class="mixcap">Lazarus</span>
+was, later eene groote Christelijke kerk heeft gestaan; dat door den
+bouw daarvan de bodem stellig is opgehoogd, ten einde van het graf zelf
+eene krypt onder die kerk te kunnen maken, en men denkt zich dat alles
+voor een oogenblik weg, dan wordt de waarschijnlijkheid zeer groot, dat
+wij hier de juiste plaats voor ons hebben, waar het wonder geschiedde,
+dat gansch Jerusalem in zulk eene beroering bracht en eene profetie was
+van het groote wonder, dat in den Paaschmorgen <span class="pagenum" title="117">&nbsp;</span><a id="p_117"></a>zou plaats grijpen. Hoe
+het zij, wij staan te Bethani op gewijden bodem en weten zeker dat ter
+plaatse, waar volgens zeggen het huis stond van <span class="mixcap">Maria</span> en <span class="mixcap">Martha</span> of
+enkele schreden er van daan, de Heiland dikwerf vertoefde, toen Hij op
+aarde was.</p>
+
+<p>Hetzelfde geldt ook van de bron der Apostelen, langs welke de weg naar
+Jericho ons verder leidt. Ook hiervan kan men met onbetwistbare
+zekerheid zeggen, dat de Heer er vaak met Zijne discipelen vertoefde om
+te rusten en zich te laven aan het kostelijke water, dat daaruit opwelt,
+want zij is de eenige bron tusschen Bethani en de Jordaanvlakte. Welk
+een voorrecht zou het wezen, wanneer in dit land meer zulke bronnen
+waren, die, zooals men nog ten huidigen dage zegt, <i>levend</i> water
+houden, ter onderscheiding van het stilstaand water der regenbakken.</p>
+
+<p>Na 2 uur rijdens bereikt men het hoogst punt van den weg, waar den
+paarden eenige rusttijd wordt gegund. Hoewel aan deze plaats geen
+historische herinnering is verbonden, verlevendigt zij toch voor
+onzen geest een der schoonste tafereelen uit het Evangelie. Hier ziet
+men een van die Oostersche herbergen, waarop de Heer doelde in de
+bekende gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan (Luc. X: 34), die
+tegenwoordig den naam karavansera dragen <span class="pagenum" title="118">&nbsp;</span><a id="p_118"></a>Zij bestaat uit een breed
+voorhuis, waarin twee lange gelagkamers zijn, met breede divans langs
+den muur, die des nachts tot rustbed dienen; daarachter bevindt zich een
+ruime vierkante plaats, door een hoogen muur omringd, waar kameelen,
+paarden en ezels vrij kunnen rondloopen. Daar deze plaats, juist op
+de helft van den weg van Jerusalem naar Jericho ligt en de eenige is,
+die zich tot zulk een pleisterplaats leent, is de veronderstelling
+gewettigd, dat zich hier reeds voor eeuwen een herberg bevond, waaraan
+de Heer dacht, toen Hij de schoone gelijkenis sprak van een zeker
+mensch, die onder de moordenaars viel, toen hij afkwam van Jeruzalem
+naar Jericho. Men ziet zelfs, enkele minuten van de tegenwoordige
+karavansera, nog de runes van een oud gebouw.</p>
+
+<p>Van hier daalt de weg af tot aan Jericho en in gestrekten draf wordt de
+reis voortgezet tot op eens het rijtuig ophoudt en onze dragoman ons
+verzoekt uit te stappen. Hij wijst ons een voetpad, dat om de kruin van
+een heuvel heenleidt en wij staan voor een diep ravijn, dat aan onze
+voeten gaapt. Daar beneden in de diepte stroomt de beek Krith en aan het
+groen geboomte is duidelijk te zien, dat zij ondanks de langdurige
+droogte nog water houdt. Aan den linkeroever van de beek ligt een
+klooster ter <span class="pagenum" title="119">&nbsp;</span><a id="p_119"></a>gedachtenis aan den profeet <span class="mixcap">Elia</span>, die hier tijdens den
+hongersnood zijn verblijf hield en door de raven werd gespijzigd. Het is
+als een zwaluwnest tegen een steilen muur genesteld en steekt door zijn
+groen geverfde vensters en deuren scherp af tegen de vale rotsen er om
+heen. Hoe gaarne waren wij in de diepte afgedaald om het van nabij te
+kunnen bezien en de plaats te bezoeken, waar de profeet drie jaren
+leefde uit de hand zijns Heeren, maar de tijd liet het niet toe, daar
+wij nog eenige uren te rijden hadden, voor wij aan de Doode Zee en den
+Jordaan waren.</p>
+
+<p>Jericho zelf, de van ouds beroemde Palmenstad, is thans slechts een
+schamel dorp, dat uit eenige Bedouenen-tenten bestaat. Van de oude stad
+wijst men nog eenige bouwvallen, waaraan echter niets te zien is. Enkele
+spichtige populieren hebben de plaats ingenomen der voormalige palmen.</p>
+
+<p>Belangrijker is de bron, die geheel Jericho van drinkwater voorziet en
+volgens de overlevering dezelfde is, waarvan de profeet <ins class="corr" id="corr44" title="Bron: Elisa"><span class="mixcap">Elisa</span></ins>
+het water, dat ondrinkbaar was, gezond maakte door er zout in te werpen.
+(II Kon. II: 19).</p>
+
+<p>De vlakte rondom Jericho, geeft geenszins een denkbeeld van de
+vruchtbaarheid dezer landstreek, behoudens een klein gedeelte, waar de
+Krith doorstroomt, <span class="pagenum" title="120">&nbsp;</span><a id="p_120"></a>alvorens zich te storten in de Doode Zee. De eenige
+plant die er groeit doet denken aan onze erica, maar hoe dichter men de
+Zee nadert, hoe doodscher alles wordt. Eindelijk zijn wij aan het strand
+der Zee, die te recht een zee wordt genoemd, omdat zij zoo groot is, dat
+men haar in hare lengte onmogelijk kan overzien. Ter linkerzijde verheft
+zich de hoogte Machaerus, waar <span class="mixcap">Herodes</span> een burcht had gebouwd en
+<span class="mixcap">Johannes</span> de Dooper zou onthoofd zijn; meer noordelijk het gebergte Nebo,
+van welks top <span class="mixcap">Mozes</span> het beloofde land overzag; ter rechterzijde de
+bergen van Juda en Engedi. Het water is donkergroen en sterk bewogen
+door den zuidenwind; het strand bestaat uit louter steenen zonder
+schelpen, want geen enkel levend dier, zelfs geen schelpdier kan in dit
+water leven. Het is veel zouter dan dat van den Oceaan en daarenboven
+zoo bitter, dat men den nasmaak er van nog langen tijd behoudt. Een bad
+is weinig verfrisschend, daar het water lauw is; men drijft er als een
+kurk boven op en wanneer men zich heeft gekleed en in de handen wrijft,
+voelt men nog kleine korreltjes zout als zand tusschen de vingers.
+Gelukkig zijn wij spoedig aan den Jordaan, waar een frisch zoetwaterbad
+ons bevrijdt van de zoutlaag, die ons lichaam overdekt.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 488px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_120a.jpg"><img src="images/ill_120a-th.jpg" width="488" height="320" title="Klik voor vergroting (1256823px, 259Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">DE DOODE ZEE.
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>De Jordaanoevers zijn als een liefelijke oase in de <span class="pagenum" title="121">&nbsp;</span><a id="p_121"></a>woestijn;
+langzaam stroomt de rivier, die omstreeks 30 meter breed is, langs
+donker struikgewas en weelderig geboomte, dat den oever bekleedt. Een
+kluizenaar, die ergens in de nabijheid zijn eenzaam verblijf heeft,
+vaart met zijn bootje langs den oever om zijne netten in te halen. Zacht
+weerkaatst de volle maan haar zilverwit licht in het water en alles te
+zamen biedt een zeldzaam schouwspel, zoodat wij gerust mogen zeggen: wij
+hebben den Jordaan op zijn schoonst gezien.</p>
+
+<p>De avond was reeds gevallen en bij maanlicht reden wij naar Jericho
+terug, de meesten voorzien van een flesch Jordaanwater, dat men als een
+aandenken medeneemt naar huis. Ik deed het niet. Voor mij waren er aan
+dezen dag genoeg schoone en blijvende herinneringen verbonden, die
+waarlijk niet door Jordaanwater behoeven opgefrischt te worden. De
+natuur zelve om ons heen was een commentaar geweest, die menige
+bladzijde der H. Schrift voor ons ophelderde en verstaanbaar maakte en
+wij eindigden dan ook dezen tocht met een gevoel van groote dankbaarheid
+aan Hem, Die ons zulk een heerlijken en onvergetelijken dag schonk.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="122">&nbsp;</span><a id="p_122"></a></p>
+
+<h2><a id="HEILIGDOMMEN"></a>DE HEILIGDOMMEN IN HET TEGENWOORDIGE JERUSALEM.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_122.png" width="64" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Toen wij van de Doode Zee terugkwamen en Jerusalem naderden kondigde het
+kanongebulder ons reeds van verre aan, dat de Duitsche Keizer zijn
+intocht deed. Deze gebeurtenis, die de Duitschers voor de geschiedenis
+van het Oosten <span xml:lang="de">epochemachend</span> noemden, behoort thans reeds,
+wellicht voor altijd tot het verleden. Wij achten het daarom niet noodig
+er nog veel van te zeggen, te minder omdat zij in verschillende boeken
+breedvoerig werd beschreven.</p>
+
+<p>Hierbij komt, dat Jerusalem, als classieke plaats der oudheid door dat
+bezoek van den Keizer veel van zijn eigenaardigheid had verloren. Men
+stelle zich voor die stad, dat eerbiedwaardige monument uit <span class="pagenum" title="123">&nbsp;</span><a id="p_123"></a>het grijs
+verleden, thans opgesmukt naar den nieuwsten stijl met eerebogen en
+vlaggen en getooid met lampions voor illuminatie! Welk een schril
+contrast met den heiligen eenvoud, die daar past. Het was dan ook alsof
+de maan, die juist vol was en zoo helder scheen alsof het dag was, de
+heiligschennis eener kunstverlichting niet gedoogde, zoodat hiervan
+niets te zien was. Bovendien was de stad opgepropt met reizigers van
+<span xml:lang="de">Stangen's</span> en <span xml:lang="en">Cook's</span> bureaux, die elkander telkens verdrongen om den
+Keizer nog eens en voor den zooveelsten keer te zien. Dat alles gaf aan
+de stad een gansch onnatuurlijk aanzien en karakter. Toch belette het
+ons niet om een wandeling te maken naar de kerk van het Heilige graf, de
+Verlosserskerk en de Tempelplaats.</p>
+
+<p>Wij treden de Jaffapoort binnen. Rechts van ons ligt de Davidsburcht,
+thans een kazerne voor de Turksche wacht. De zware steenblokken, die er
+den grondslag van vormen, dagteekenen, naar men zegt, nog uit den tijd
+van Koning <span class="mixcap">David</span>, die in Jerusalem zijn zetel vestigde en den
+Westelijken en Oostelijken heuvel van een sterken muur voorzag. <a id="vijverhiskia"></a>Eenige
+schreden verder treden wij een woonhuis binnen en zien uit een venster
+beneden in de diepte den vijver, die aan <span class="mixcap">Hiskia</span> wordt toegeschreven en
+den naam draagt van het Patriarchenbad. Op den verderen weg naar de kerk
+<span class="pagenum" title="124">&nbsp;</span><a id="p_124"></a>van het Heilige Graf speurt men duidelijk aan de op- en nedergaande
+straten, dat de stad op twee heuvels is gelegen, waar tusschen een dal
+ligt. De straten zelve zijn eigenlijk niet meer dan stegen, nauw en
+donker, verpest door een benauwde, vunzige lucht, die de vrije
+ademhaling belemmert. Tengevolge van het zeer ongelijke plaveisel ziet
+men er geen paarden of wagens, maar alleen kameelen en ezels, die met
+hun last zich met moeite een weg banen door de menigte, welke zich
+ophoopt bij de bazars om wat te koopen of te verkoopen.</p>
+
+<p>Op het voorplein van de kerk van het Heilige Graf aangekomen worden ons
+door den Heer <span class="mixcap">Lisonne</span> met wien wij reisden, uitnemende plaatsen
+aangewezen, die hij voor ons heeft afgehuurd om de komst af te wachten
+van den Keizer en de Keizerin, die allereerst een bezoek brachten aan
+deze gedenkwaardige kerk. Van dien wachttijd maken wij gebruik om een en
+ander te vertellen van de kerk zelve en hare tegenwoordige eigenaars.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 312px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_124a.jpg"><img src="images/ill_124a-th.jpg" width="312" height="456" title="Klik voor vergroting (8021173px, 207Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">KERK VAN HET HEILIGE GRAF.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Zij bestaat uit een zeer onregelmatig geheel, een labyrinth van grootere
+en kleinere heiligdommen en kapellen, die alle afzonderlijke namen
+dragen naar de herinneringen, die de overlevering daaraan heeft
+vastgeknoopt en voornamelijk betrekking hebben op den dood des Heeren.
+Zij zijn het eigendom van <span class="pagenum" title="125">&nbsp;</span><a id="p_125"></a>Latijnsche, Grieksche, Armenische,
+Koptische en andere Christenen, die in gemeenschappelijk overleg
+elkander vredelievend toestaan om de verschillende heilige plaatsen te
+vereeren.</p>
+
+<p>Treedt men het voorportaal binnen, dan komt men het eerst aan den steen,
+waarop de vrouwen den Heer gezalfd hebben na de kruisiging, die het
+eigendom is der Grieksche Kerk. Daarachter zijn twee heiligdommen met
+hooge koepels overdekt, ter linkerzijde de eigenlijke kapel van het
+graf, die het gemeenschappelijk eigendom is van alle vijf genoemde
+afdeelingen der Christelijke Kerk; recht voor ons uit in het middenschip
+van het gebouw een Grieksche kerk met nog een afzonderlijk heiligdom.
+Rechts hiervan daalt men langs twee trappen af naar de kapel, waar
+<span class="mixcap">Helena</span> het hout van het kruis zou gevonden hebben. Onmiddellijk rechts
+van den ingang beklimt men een trap van 20 treden en staat dan op eene
+hoogte, die geacht wordt de Calvarinberg te zijn geweest, waar het
+kruis des Heeren stond en die wederom het eigendom is der Grieksche
+Kerk. Hier wijst men in een rots die gespleten is onder een vergulde
+plaat eene opening, waar het kruis des Heeren stond. (Matth. XXVII: 51).</p>
+
+<p>Wat zullen wij tot alle deze dingen zeggen? Men heeft deze kerk wel eens
+bij een Christelijk <span class="pagenum" title="126">&nbsp;</span><a id="p_126"></a><span xml:lang="la">panopticum</span> vergeleken, eene vergelijking die
+wel niet verheven, maar helaas al te waar is, want het is ongeloofelijk,
+wat men hier te zien krijgt. Behalve de bovengenoemde bijzonderheden
+toch, die betrekking hebben op het lijden en sterven des Heeren, worden
+er nog tal van kapellen en altaren getoond, die betrekking hebben op
+bekende Bijbelsche personen en bovendien nog de graven van <span class="mixcap">Adam</span> en <span class="mixcap">Eva</span>,
+<span class="mixcap">Abel</span> en <span class="mixcap">Melchisedek</span> en tal van anderen. Reeds bij de enkele opsomming
+van dit alles, beseft men hoe weinig historisch deze plaatsen zijn. Het
+is zelfs zeer de vraag of <ins class="corr" id="corr45" title="Bron: Gotgotha">Golgotha</ins> hier kan gelegen
+hebben; immers, zoo dit het geval is, dan moet de stad buiten wier muren
+de kruisiging plaats vond, wel uitermate smal geweest zijn, daar zij
+hier nauwelijks 600 meter breed kon wezen. Wanneer men alles leest, wat
+voor of tegen de bewering pleit, dat hier Golgotha ligt, komt men tot de
+slotsom dat daaromtrent niets met stellige zekerheid te zeggen valt.</p>
+
+<p>Na deze algemeene opmerkingen laat het zich denken, dat er allicht
+moeilijkheden konden ontstaan tusschen de verschillende eigenaars der
+kerk omtrent den voorrang bij het bezoek van den Keizer. Toch schijnt
+men dit in der minne te hebben geschikt door de 3 patriarchen der
+Latijnsche, Grieksche en Armenische kerk in de gelegenheid te stellen
+hem <span class="pagenum" title="127">&nbsp;</span><a id="p_127"></a>elk afzonderlijk toe te spreken. Wij zagen ze allen in groot
+pontificaal de trappen afdalen, die naar het voorplein leiden en hun
+plaatsen in de kerk innemen. Voor aan den ingang stond de Latijnsche
+patriarch met zijn gevolg; eenige schreden verder bij den steen der
+zalving, de Armenische; terwijl de Grieksche zich bevond bij de
+eigenlijke kapel van het H. Graf, van welke verschillende plaatsen elk
+hunner hem in zijne eigene taal welkom heette.</p>
+
+<p>Nadat het bezoek van den Keizer en zijn gevolg was afgeloopen en zij het
+kerkgebouw onder klokgelui hadden verlaten traden wij het binnen. Voor
+deze gelegenheid waren alle lampen evenals op groote feesten ontstoken;
+wij zagen dus de kerk als op een grooten feestdag uitgedoscht, maar
+zonder het ontzettend gedrang, dat er dan heerscht. Wij waren daar zeer
+<ins class="corr" id="corr46" title="Bron: dankdaar">dankbaar</ins> voor, want, naar de beschrijvingen, die o. a. van
+de viering van het Paaschfeest worden gegeven zijn de tooneelen, die men
+dan ziet, inderdaad werzinwekkend. Wij kunnen ons dan ook volkomen
+begrijpen, dat een vroom man als <span class="mixcap">Samuel Gobat</span> eens tot den Koning van
+Pruissen zeide, dat hij niet geloofde noch hoopte, sedert hij eenmaal
+ooggetuige geweest was van zulk eene feestviering, waardoor zij voor hem
+alle wijding had verloren, dat hier de plaats was, waar men den Heer had
+gelegd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="128">&nbsp;</span><a id="p_128"></a></p>
+
+<p>Slechts enkele schreden van de kerk van het Heilige Graf ligt het
+Protestantsche kerkgebouw, dat juist was voltooid en den volgenden dag,
+den 31<sup>sten</sup> October, den Hervormingsdag, plechtig zou worden ingewijd.</p>
+
+<p>Het werd gebouwd op de plaats waar het voormalige Muristan stond. De
+geschiedenis van het Muristan dagteekent van de dagen van <span class="mixcap">Karel</span> den
+Groote, die, naar men zegt, hier een klooster zou gesticht hebben. Na
+verloop van tijd verrezen er een kerk, een hospitaal, en een
+pelgrimshuis, gesticht door de ordebroeders van St. Jan, die daar hun
+verblijf hielden. In 1869 werd de geheele plaatsruimte, waarvan nog
+slechts enkele runes stonden van vroegere gebouwen, door den Sultan aan
+den toenmaligen kroonprins, den lateren Keizer <span class="mixcap">Frederik</span> ten geschenke
+gegeven. Deze vatte aanstonds het plan op om hier een Duitsche kerk te
+bouwen op de fondamenten van de oude St. Maria Latina Majorkerk. De oude
+grondslagen bevonden zich echter 10&ndash;15 meter onder den grond en hieruit
+laat zich eenigszins afleiden, welk een reuzenwerk men te verrichten
+had, voordat er een vaste grondslag was verkregen voor den nieuwen bouw.
+<ins class="corr" id="corr47" title="Bron: Honderduizenden">Honderdduizenden</ins> manden met puin moesten te dien
+einde eerst weggedragen worden buiten de stadspoort.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="129">&nbsp;</span><a id="p_129"></a></p>
+
+<p>Na jarenlangen arbeid is dit werk voltooid en midden tusschen al de
+Mohammedaansche moskeen, die boven Jerusalem uitsteken, verheft zich
+thans ook de sierlijke toren der Protestantsche kerk.</p>
+
+<p>De Verlosserskerk, zooals zij genoemd wordt, is met veel smaak en toch
+zeer eenvoudig in rondboogstijl gebouwd. Zij heeft ongeveer 200
+zitplaatsen; in het midden verheft zich een steenen kansel, aan het
+einde het altaar, links daarvan een keurig net orgel. Een der ingangen
+bestaat uit een voormalige poort, die er nog stond en toegang verleende
+tot het oude Muristan. Boven den anderen ingang bevindt zich een schild,
+waarop een lam is afgebeeld met een vlag, het symbool der overwinning
+van het Christelijk geloof, waarin de gemeente, die hier week aan week
+vergadert, hare kracht vindt.</p>
+
+<p>De derde, tevens de eenige plaats in Jeruzalem, omtrent wier ligging
+nooit eenige twijfel is gerezen, is het tempelplein, dat thans Haram
+esch Scherif heet. Hier stond gedurende vijf eeuwen de tempel van <span class="mixcap">Salomo</span>
+en later die van <span class="mixcap">Herodes</span>. Thans bevinden er zich nog de Omar-moskee,
+El-Aksa en een aantal bijgebouwen, die alle toebehooren aan de
+Mohammedanen.</p>
+
+<p>Deze Tempelplaats is uit een oudheidkundig oogpunt allerbelangrijkst.
+Ten einde het tegenwoordige <span class="pagenum" title="130">&nbsp;</span><a id="p_130"></a>plateau, dat thans 470&ndash;490 meter lang en
+280&ndash;320 meter breed is, maar oorspronkelijk slechts eene kleine ruimte
+bood, zoodanig te vergrooten, dat daarop de tempel met zijne bijgebouwen
+kon verrijzen, moest men f den kalksteenen heuvel, die in een spits
+uitliep verlagen, waardoor hij echter gemakkelijker toegankelijk werd
+voor den vijand en als vesting in sterkte verminderde, f daaromheen
+hooge muren optrekken en door opvulling der tusschenruimte de noodige
+bodem-oppervlakte verkrijgen. <span class="mixcap">David</span> en <span class="mixcap">Salomo</span> schijnen aan dit laatste
+de voorkeur te hebben gegeven. Zij lieten aan de Oost-, West- en
+Zuidzijde muren optrekken ter hoogte van 130 voet uit steenblokken,
+waarvan er sommige nog zichtbaar zijn en die eene lengte hebben van ruim
+30 voet en dus eenig denkbeeld geven van de inspanning, die tot een
+dergelijk werk vereischt werd. Een gedeelte daarvan bestaat nog aan de
+Westzijde, de welbekende klaagmuur, dien men houdt voor afkomstig uit
+den tijd van <span class="mixcap">Salomo</span>. Daar ziet men altijd, maar vooral op Vrijdagavond
+de Joden bijeen, die er bidden om herstel van tempel en stad en hoort
+men hen hun weemoedig klaaglied aanheffen over hun deerniswaardig lot.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 308px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_130a.jpg"><img src="images/ill_130a-th.jpg" width="308" height="460" title="Klik voor vergroting (7911184px, 202Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">DE OMARMOSKEE.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Juist in het midden van de tempelplaats verheft zich ongeveer 3 meter
+daarboven, een vierkant plein, <span class="pagenum" title="131">&nbsp;</span><a id="p_131"></a>waarheen 8 trappen van 4 zijden
+toegang verleenen. Dit plein was voorheen de voorhof der Joden, dien de
+Heidenen in de dagen van <span class="mixcap">Herodes</span> niet mochten betreden op straffe des
+doods. Men heeft nog een steen gevonden, waarop dat verbod geschreven
+stond, hetgeen naar men beweerde, de Apostel <span class="mixcap">Paulus</span> zou overtreden
+hebben (Hand. XXI: 28).</p>
+
+<p>Midden op dit plein staat thans de prachtige
+<ins class="corr" id="corr48" title="Bron: acht&nbsp;hoekige">achthoekige</ins> Omar-moskee, een der schoonste die ik zag, met
+een hoogen koepel juist boven den steen es-Sachra dien de Mohammedanen
+als de heilige rots vereeren, omdat volgens hen <span class="mixcap">Mohammed</span> van hier ten
+hemel zou gevaren zijn. Het is wel opmerkelijk, dat <span class="mixcap">Mohammed</span>, hier
+zoowel als te Mekka, waar zijne volgelingen den steen Kaba vereeren,
+zijn nieuwen godsdienst heeft vastgeknoopt aan plaatsen, die om eene of
+andere reden bijzonder heilig geacht werden, hetgeen ons verklaart, hoe
+het mogelijk was, dat zijn godsdienst zoo spoedig ingang kon vinden.
+Immers deze heilige rots was volgens de overlevering der Joden ook de
+plaats, waar weleer <span class="mixcap">Abraham</span> zijn zoon wilde offeren en waar later het
+brandofferaltaar voor den tempel van <span class="mixcap">Salomo</span> stond. Deze rots is echter
+niet anders dan de spits van den oorspronkelijken kalkberg, waaruit de
+berg Moria bestaat. Door grondboringen zijn de oudheidkundigen er zelfs
+in geslaagd, <span class="pagenum" title="132">&nbsp;</span><a id="p_132"></a>met volkomen juistheid aan te wijzen, waar de grond op
+verschillende plaatsen is opgehoogd, ten einde de tempelplaats tot een
+vlak plein te maken.</p>
+
+<p>Terwijl men dus overal elders in het onzekere verkeert omtrent plaatsen,
+die men aanwijst, staat men hier op echt historischen bodem. Hierheen
+bracht <span class="mixcap">Maria</span> haar Kind bij de voorstelling in den tempel; hier ergens
+was de plaats, waar zij den twaalfjarigen Knaap vond; hier de plaats,
+waar de Heiland de schare zoo dikwerf leerde; hier de plaats, waar op
+het Pinksterfeest de discipelen bijeen waren, toen de Heilige Geest over
+hen werd uitgestort. Maar juist daarom gevoelt men zich bij de gedachte
+aan alle deze gebeurtenissen, die hier weleer plaats grepen, zoo droevig
+gestemd, wanneer men op dezen gewijden bodem, waaraan voor den Christen
+zoovele geheiligde herinneringen zijn verbonden, slechts als vreemdeling
+toegelaten wordt bij de gunst der Mohammedaansche overheid. Wij, die
+niet aan plaatsen hechten, misgunnen hun ook deze niet; maar er is toch
+iets weemoedigs in de gedachte, dat op deze merkwaardige plek zelfs geen
+Christelijk bedehuis staat en dat de schoone Christelijke kerk, de
+oudste in Jerusalem, die hier weleer door Keizer <span class="mixcap">Justinianus</span> werd
+gebouwd, thans de Mohammedaansche moskee El-Aksa is.</p>
+
+<p>Maar nog veel weemoediger moet het den vromen <span class="pagenum" title="133">&nbsp;</span><a id="p_133"></a>zoon van Gods oude volk
+Isral stemmen, die deze plaats nimmer durft betreden uit vrees, dat hij
+misschien zijn voet zal zetten op het voormalige Heilige der Heiligen,
+en die hier ziet, hoe dit zijn Heiligdom thans wordt ontheiligd door den
+Mohammedaan, die hem zoo diep veracht. Terwijl de Christenen der
+Oostersche en Westersche kerken hun gewijde plaats bezitten in de kerk
+van het Heilige Graf, de Mohammedaan in zijn Omar-moskee, de
+Protestantsche Christenheid in haar Verlosserskerk is de eenige gewijde
+plaats, die den zoon van Isral, den oorspronkelijken bewoner en
+eigenaar der stad werd gelaten daar beneden in de diepte, die oude muur,
+die door <span class="mixcap">Salomo</span> werd opgetrokken, die klaagmuur waar hij weent en klaagt
+en bidt om den vrede van Jerusalem. Wie zal zeggen of en wanneer die
+bede ooit in verhooring zal gaan? Wij voor ons hopen het van harte en
+stemmen er gaarne mede in, maar kon het zijn zoo, dat eenmaal de zoon
+van Isral en de volgeling van Mohammed zich met ons buigen
+voor den Vredevorst, den grooten Koning van Zion.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="134">&nbsp;</span><a id="p_134"></a></p>
+
+<h2><a id="OUDE_STAD"></a>DE OUDE STAD EN HARE GRAVEN.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_134.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Bij mijne verdere beschouwing van Jerusalem, onthoud ik mij opzettelijk
+van eene nadere beschrijving der zoogenoemde bezienswaardigheden. Zij is
+door anderen reeds zoo voortreffelijk gegeven, dat ik slechts in
+herhalingen zou vervallen, wanneer ik dat nog eens deed. Ik stel mij
+daarom voor eene wandeling te doen om de stad, ten einde dan hier en
+daar eens stil te staan bij datgene, wat in het bijzonder mijne aandacht
+trok, vooral uit een oudheidkundig oogpunt.</p>
+
+<p>Men heeft namelijk op het gebied der oudheid ook in Jerusalem
+ontdekkingen gedaan, die op velerlei dingen een geheel nieuw licht
+hebben geworpen en waardoor men tot klaarheid kwam, omtrent velerlei
+waarover men tot nog toe in het onzekere verkeerde. <span class="pagenum" title="135">&nbsp;</span><a id="p_135"></a>Aangespoord door de
+belangrijke uitkomsten, welke men verkreeg bij een ingesteld onderzoek
+in andere wereldsteden als Ninive en Babel, Thebe en Memphis, Athene en
+Rome, Herculanum en Pompe, werden in 1867 eene Engelsche en in 1877
+eene Duitsche Vereeniging in het leven geroepen, die zich ten doel
+stelden alles te onderzoeken, wat in Palestina op het gebied der
+oudheidkunde van belang geacht kon worden. Ondanks menigerlei bezwaren,
+die daarbij in den weg stonden, kan men gerust zeggen, dat deze pogingen
+tamelijk welgeslaagd mogen heeten. Intusschen blijft er toch nog zeer
+veel over, waaromtrent men in het onzekere verkeert. Hiertoe behoort ook
+de ligging der oude stad.</p>
+
+<p>Het oude Jerusalem,&mdash;eigenlijk zou men hier wel het meervoud kunnen
+bezigen, want de stad werd in den loop der eeuwen zevenmaal verwoest en
+herbouwd, waardoor zij natuurlijk allerlei veranderingen onderging,&mdash;de
+oorspronkelijke stad, die <span class="mixcap">David</span> innam, lag op een heuvel en droeg
+blijkens onlangs gevonden gedenktafels reeds eeuwen te voren den naam
+Oeroesalim. Na haar te hebben ingenomen, trok hij er een tweeden heuvel
+bij aan, dien hij verbond door een brug over het Tyropoeon- of
+Kaasmakersdal, welke dubbele stad daardoor den naam Jeruschalajim kreeg,
+een benaming, waardoor <span class="pagenum" title="136">&nbsp;</span><a id="p_136"></a>in de Hebreeuwsche taal nog dat tweeledige wordt
+uitgedrukt. Deze beide heuvels, waarvan de Oostelijke aanzienlijk lager
+is dan de Westelijke, vormen het uiteinde van den langwerpigen berg
+Scopus, die zich van het Noorden naar het Zuiden uitstrekt. Het
+Kaasmakersdal, waardoor zij van elkander gescheiden waren, liep wederom
+uit in het dal van Hinnom, dat beide heuvels aan de Zuidzijde insluit.
+Dit dal vereenigt zich aan de Oostzijde met dat van Josafat, thans het
+Kidrondal genoemd, dat den lageren heuvel en de daaraangrenzende
+tempelplaats afscheidt van den Olijfberg, die zich in het Noorden met
+den berg Scopus vereenigt.</p>
+
+<p>In de dagen van haren grootsten bloei besloeg de stad den ganschen
+bergrug van den Scopus met de beide heuvels. Thans is zij wederom
+ingekrompen tot een vierkant, dat slechts vier kilometers in omtrek
+heeft, aan elke zijde ongeveer een kilometer. De beide heuvels aan de
+Zuidzijde en een groot gedeelte van den berg Scopus aan de Noordzijde
+behooren thans niet meer tot het ommuurde gedeelte der stad.</p>
+
+<p>Nu is men er in geslaagd de fondamenten te vinden van den stadsmuur, die
+weleer de beide heuvels afsloot en heeft diens loop nauwkeurig kunnen
+bepalen; maar omtrent de grenzen der Noordelijke <span class="pagenum" title="137">&nbsp;</span><a id="p_137"></a>stad heeft men tot nog
+toe geen stellige zekerheid kunnen verkrijgen. Dit laat zich te beter
+begrijpen, wanneer men bedenkt, dat ten deze elke aanwijzing onder den
+grond moet gezocht worden, en daar deze grootendeels bebouwd is, dient
+men de gelegenheid af te wachten, dat er een herbouw plaats vindt,
+waardoor de grondslagen worden blootgelegd om dan op goed geluk af
+opgravingen te doen. Wanneer men nu hierbij in aanmerking neemt, dat
+Jerusalem in den loop der eeuwen zoo dikwijls herbouwd is en men hier
+dus te doen heeft met brokstukken van misschien zeven over elkander
+gebouwde steden, zal men eenigszins kunnen beseffen, hoe moeilijk het
+voor oudheidkundigen is om tot vaststaande resultaten te komen. Ik
+herinner mij, om een voorbeeld te noemen, op eene wandeling door een der
+straten midden in de stad, in een muur een boog gezien te hebben van een
+poort ter hoogte van een halven meter boven den beganen grond; een
+bewijs dus, dat de tegenwoordige straat verscheidene meters hooger ligt
+dan die, waartoe die boog toegang verleende. In een Russisch gebouw,
+grenzende aan de kerk van het Heilige Graf, ziet men, na eerst eenige
+trappen te zijn afgedaald, dus meters diep onder den beganen grond,
+muren en poorten van oude gebouwen, die men uitgegraven heeft. Zooals
+wij reeds opmerkten <span class="pagenum" title="138">&nbsp;</span><a id="p_138"></a>moest men ook de fondamenten der Verlosserskerk,
+die daar vlak tegenover ligt, 16 meters diep uitdelven, alvorens vasten
+grondslag te krijgen voor den bouw.</p>
+
+<p>Bij de gesteldheid van zulk een bodem, die het eenige punt van uitgang
+is voor den oudheidkundige bij zijn in te stellen onderzoek, kan men
+zich dus begrijpen, hoezeer de meeningen der geleerden moeten
+uiteenloopen over de ligging van Golgotha. De overlevering wijst
+daarvoor, zooals wij reeds hoorden, de plaats aan in de kerk van het
+Heilige Graf. Daar zoude Keizerin <span class="mixcap">Helena</span>, de moeder van <span class="mixcap">Constantijn</span> den
+Groote, het hout van het kruis gevonden hebben. Anderen zoeken Golgotha
+niet binnen, maar buiten de muren der tegenwoordige stad, omdat, gelijk
+wij vroeger zeiden, de kerk van het Heilige Graf binnen de stad ligt en
+men het onmogelijk acht, dat deze plaats eertijds er buiten zou gelegen
+hebben. Natuurlijk hangt hiervan wederom af welke der beide wegen men
+houdt voor de eigenlijke &bdquo;<span xml:lang="la">Via dolorosa</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Evenzoo bestaat er verschil van gevoelen omtrent de ligging van Zion.
+Volgens sommigen zou daarmede de lagere, Oostelijke heuvel bedoeld zijn,
+ten Zuiden van de tempelplaats, volgens anderen is de hoogere,
+Westelijke heuvel de berg Zion geweest, die nog tot op den <span class="pagenum" title="139">&nbsp;</span><a id="p_139"></a>huidigen dag
+dien naam draagt. Wanneer men echter die beide heuvels van de hoogte
+Hakeldama, aan de overzijde van het dal Hinnom ziet liggen, dan
+beteekent dat Oostelijke heuveltje niets vergeleken bij zijn Westelijken
+nabuur. Leest men daarbij de beschrijving van de sterkte van den burcht
+Zion in II Sam. V, dan krijgt men den indruk, dat die hoogte een
+onneembare vesting was, die als zoodanig voor <span class="mixcap">David</span> veel waarde had.
+Welnu, wanneer men daar staat en ziet rechts dat onaanzienlijk bultje en
+links die verheven hoogte, dan schijnt alles te pleiten tegen de
+bewering, hoezeer ook met degelijk wetenschappelijke gronden gestaafd,
+dat op die onaanzienlijke hoogte de burcht Zion zo gelegen hebben, dien
+<span class="mixcap">David</span> innam, omdat hij zich door zijne natuurlijke sterkte als vesting
+aanbeval en dien hij dan ook slechts door de stoutmoedige overrompeling
+van <span class="mixcap">Joab</span> overmeesterde.</p>
+
+<p>Meer en meer is men thans echter de overtuiging toegedaan, dat de naam
+Zion, die aanvankelijk den oorspronkelijken Davidsburcht gold, later ook
+voor de tempelplaats en eindelijk voor de geheele stad werd gebezigd,
+waarvan het hoogst gelegen gedeelte hem tot op den huidigen dag heeft
+behouden.</p>
+
+<p>Onder het vriendelijk geleide van onzen gastheer Pater <span class="mixcap">Schmidt</span> zetten
+wij onze wandeling langs Hakeldama voort en maken van de ons aangeboden
+gelegenheid <span class="pagenum" title="140">&nbsp;</span><a id="p_140"></a>gebruik om de woning te bezichtigen van een Griekschen
+monnik, die gelegen is tegen den Zuidelijken rotswand van het dal
+Hinnom. De bezichtiging van zulk een huis was voor ons om verschillende
+redenen zeer belangwekkend. De voor- en zijgevel zijn meestal open en
+vormen een soort van veranda, waar men zeer aangenaam zit, wanneer de
+zon er niet op schijnt. Daarachter bevinden zich de voornaamste
+woonvertrekken, die tevens als werkplaatsen dienen. Zij zijn gewoonlijk
+in de rotsen uitgehouwen en daardoor uitermate koel. Hun licht ontvangen
+zij door eene kleine opening van boven in de rots. Achter deze
+vertrekken bevinden zich nog andere kamers, eveneens in de rotsen
+uitgehouwen, waar men de plaats aanwijst, waar men weleer zijne dooden
+begroef en waarin thans de monnik en zijn knecht hunne slaapstede
+hebben. Hij had zelfs de voorzorg genomen om hier ook zijn eigen
+begraafplaats in te richten.</p>
+
+<p>Alle woningen rondom, ook in het kleine dorpje Siloa, dat rechts van ons
+ligt tegen de Westelijke helling van den Olijfberg boven het Kidrondal
+zijn evenzoo ingericht. Daardoor begrijpt men, hoe het mogelijk is bij
+eene tropische hitte als daar heerscht te kunnen leven en werken zonder
+eenigen overlast te hebben van de warmte. Ook het vertrek van den
+beroemden kerkvader <span class="mixcap">Hieronymus</span> te
+<ins class="corr" id="corr49" title="Bron: Betlehem">Bethlehem</ins> was geheel
+onder <span class="pagenum" title="141">&nbsp;</span><a id="p_141"></a>den grond uitgegraven in de rots en verlicht door een soort
+luchtkoker, waardoor licht en lucht naar binnen stroomden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 456px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_140a.jpg"><img src="images/ill_140a-th.jpg" width="456" height="307" title="Klik voor vergroting (1172790px, 203Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">HET KIDRONDAL EN ABSALOM'S GRAF.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Zulk eene leefwijze werpt ook een eigenaardig licht op het leven in de
+graven, waarvan men onwillekeurig een rilling krijgt, wanneer er in de
+Evangelin van wordt gesproken. Maar wanneer men iemand daar ziet wonen
+en leven, ja zelfs slapen bij de en in de graven als onze monnik,
+terwijl men daar zit onder zijn vriendelijke veranda onder het genot van
+een glas wijn met het uitzicht op den berg Scopus, die recht voor ons
+ligt en beschenen wordt door de laatste stralen der ondergaande zon, dan
+is de afschuw van zulk een leven in de graven waarlijk niet groot meer.</p>
+
+<p>Een geheel ander karakter draagt het zoogenoemde graf van <span class="mixcap">Absalom</span> in het
+Kidrondal. Het is met nog twee andere graven, die er naast zijn,
+uitgehouwen uit de rots en maakt geheel den indruk van een monument uit
+lateren tijd. Hoe het zij, de overlevering heeft er den naam aan
+verbonden van den wederspannigen zoon, die zijn hand ophief tegen zijnen
+vader en zijn zondige daad met den dood moest bekoopen. Het dient daarom
+thans ook tot een waarschuwing voor kinderen, die hun ouders niet
+onderdanig zijn en die men hier een steen laat werpen <span class="pagenum" title="142">&nbsp;</span><a id="p_142"></a>tegen dit graf
+ten teeken van berouw over en afkeer van hun zonde tegen het vijfde
+gebod.</p>
+
+<p>Hoogst belangrijk waren ook nog andere begraafplaatsen, die wij zagen
+aan de Noordzijde van de stad. Hier liggen de bekende graven der
+Richteren en Koningen, die een bezoek overwaard zijn, omdat zij een
+helder licht werpen over verschillende Bijbelsche uitdrukkingen en het
+Isralietisch geloof aan het Doodenrijk.</p>
+
+<p>Langs een breeden trap van 24 treden in de rots daalt men af tot een
+groot vierkant plein 8 meter beneden den beganen grond. Het is omstreeks
+28 meter lang en 25 meter breed en van boven geheel open. Aan eene zijde
+ziet men een gewelf, waarboven nog eene eenigszins geschondene
+inscriptie prijkt, waar wij binnen treden. Aan onze linkerhand bevindt
+zich eene vierkante opening ongeveer een meter hoog, welke kan worden
+afgesloten door een rolsteen, die er naast staat in een gleuf en
+ongeveer zoo groot is als een molensteen. Is men met veel moeite er in
+geslaagd om al bukkende door deze opening heen te kruipen, dan komt men
+in een donker vertrek, van waaruit verschillende zijgangen geleiden naar
+de eigenlijke grafkamers. Hier zijn in de zijwanden de rustbanken
+uitgehouwen, waarop de dooden werden bijgezet. In elk dezer kamers is
+<span class="pagenum" title="143">&nbsp;</span><a id="p_143"></a>plaats voor 6&ndash;12 dooden, die hier &bdquo;vergaderd of verzameld worden tot
+hunne vaderen.&rdquo; Deze eigenaardige uitdrukking verstaat men volkomen,
+wanneer men zulk een begraafplaats ziet. Immers in zulk eene grafkamer
+werden alle dooden van hetzelfde gezin, of van eenzelfde geslacht
+verzameld en zoo er plaatsruimte ontbrak behoefde men er slechts een
+nieuwe kamer aan toetevoegen.</p>
+
+<p>Het is dan ook gansch natuurlijk, dat het oude Isral zich het
+Doodenrijk of den Hades dacht beneden in de aarde en niets zoo
+ontzettend vond, dan wanneer een zijner geliefde dooden niet vergaderd
+werd met zijne vaderen, maar onbegraven bleef liggen. Ongetwijfeld hangt
+het Isralietisch geloof aan de lichamelijke opstanding der dooden, dat
+een <span class="mixcap">Martha</span> zoo stellig en welsprekend beleed tegenover haren Heer, ten
+nauwste samen met de geheele wijze van begraven, die dan ook op mij een
+veel aangenamer indruk maakte dan het schoonste praalgraf, dat ik ooit
+zag op een Westersch kerkhof. Er was iets in dat onwillekeurig verzoende
+met de gedachte aan den dood. Dat vertrouwelijk verkeer en die
+voortdurende omgang met de dooden hadden voor mij zoo iets
+onuitsprekelijk liefelijks.</p>
+
+<p>Zeerzeker, wij Christenen kunnen ons bij deze beschouwing niet losmaken
+van het heerlijk geloof in <span class="pagenum" title="144">&nbsp;</span><a id="p_144"></a>de opstanding der dooden, dat wij danken aan
+de overwinning van Christus onzen Heer op den dood. Maar daarom treft
+het ons te meer, dat niet alleen de Jood maar zelfs de Mohammedaan den
+machtigen invloed van dat geloof heeft gevoeld. Behoort het niet tot
+zijne liefste wenschen begraven te worden bij de muren of in de
+nabijheid van dat Jerusalem, waar eenmaal die overwinning op den dood
+werd behaald. Is niet dat Kidrondal, de vallei die Jerusalem van den
+Olijfberg scheidt, de plaats waar volgens hem de <span class="mixcap">Christus</span> en <span class="mixcap">Mohammed</span> in
+den dag des oordeels het wereldgericht zullen houden.</p>
+
+<p>Inderdaad, wanneer men daar rondom Jerusalem wandelt te midden van de
+graven dier duizenden, die hier den jongsten dag tegensluimeren en denkt
+aan het woord van Hem, die eenmaal sprak: &bdquo;Ziet Ik ben dood geweest en
+wederom levend geworden,&rdquo; dan is het alsof men zelf bij vernieuwing
+onder den indruk verkeert van en versterkt wordt in de
+gemeenschappelijke belijdenis aller Christenen, die gelooven in de
+wederopstanding des vleesches en in een eeuwig leven.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="145">&nbsp;</span><a id="p_145"></a></p>
+
+<h2><a id="WATERWERKEN"></a>DE WATERWERKEN DER OUDHEID.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_145.png" width="64" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Menigeen, die Jerusalem bezocht, zal misschien verzuimen te letten op de
+kunstige waterwerken, die daar zijn en onze rechtmatige bewondering
+verdienen, omdat zij dagteekenen uit een tijd, van welken niemand zou
+gelooven, dat men toen reeds zoo op de hoogte was van de waterbouwkunde
+en daaraan verwante wetenschappen. Daarom wensch ik hier nog een en
+ander te vertellen van hetgeen wij daar op dit gebied zagen.</p>
+
+<p>Toen wij op de Tempelplaats rondwandelden, trof het reeds mijne
+aandacht, dat men op verschillende plaatsen mannen zag, die water putten
+met emmers, die 10 en 20 meter diep werden nergelaten. Hoewel het
+gedurende meer dan een half jaar niet had geregend, was daar onder den
+bodem, op welken <span class="pagenum" title="146">&nbsp;</span><a id="p_146"></a>wij wandelden, toch overvloedig water. Dit
+verschijnsel is te meer bevreemdend, wanneer men weet, dat de ondergrond
+van den berg Moria uit louter kalkrots bestaat en vereischt eene nadere
+verklaring, die mij aanleiding geeft om een en ander mede te deelen
+omtrent de wijze, waarop men Jerusalem van water heeft voorzien.</p>
+
+<p>Het trok te allen tijde in hooge mate de aandacht, dat de inwoners der
+stad, zelfs bij de langdurigste belegeringen, zooals bij die van Koning
+<span class="mixcap">Nebukadnezar</span>, die anderhalf jaar duurde, wel over hongersnood, maar
+nimmer over gebrek aan water te klagen hadden; terwijl daarentegen de
+belegeringslegers buiten de stad van dorst dreigden om te komen. Ook in
+de dagen der kruistochten werden de kruisridders door een hevigen dorst
+geplaagd en moest het water uren ver gehaald en tot hoogen prijs betaald
+worden; terwijl men, na de inneming der stad door <span class="mixcap">Godfried van Bouillon</span>,
+daarbinnen overvloedig water vond.</p>
+
+<p>Het schijnt, dat reeds <span class="mixcap">Salomo</span> bij de ophooging van het tempelplateau
+bedacht geweest is op middelen om de stad, die geheel op kalkrots is
+gebouwd, van water te voorzien. Hij liet bij de ophooging van het
+terrein groote waterreservoirs in de rots uithouwen of metselen, waarin
+het water van het dak van den tempel zich verzamelde. Dit water <span class="pagenum" title="147">&nbsp;</span><a id="p_147"></a>moest
+dienen voor de reiniging der vaten en der gereedschappen, die bij den
+tempel of den offerdienst in gebruik waren. Men is er in geslaagd 35
+dezer cisternen of regenbakken te onderzoeken, die deels nog in gebruik,
+ten deele echter in onbruik zijn. Een daarvan wordt de groote zee
+genoemd, omdat zij millioenen liters water kan bevatten.</p>
+
+<p>Toen de stad zich meer en meer uitbreidde en de behoefte aan water
+grooter werd naarmate het aantal inwoners vermeerderde, heeft men hierin
+voorzien door eene waterleiding. Men houdt dit voor het werk van <span class="mixcap">Salomo</span>,
+naar wien de drie groote waterreservoirs nabij Bethlehem, twee uren ten
+zuiden van Jerusalem, nog de Salomo-vijvers worden genoemd. Een niet
+onbelangrijk aandeel in dit werk wordt aan Koning <span class="mixcap">Hiskia</span> toegekend,
+wiens naam nog verbonden is aan het <ins class="corr" id="corr50" title="Bron: zoogoemde">zoogenoemde</ins>
+Patriarchen-bad of den Hiskia-vijver, waarvan wij <a href="#vijverhiskia">vroeger</a>
+melding maakten. Deze vijver, die in de stad is gelegen, is 73 meter
+lang en 44 meter breed en lag, toen wij er waren, nagenoeg geheel droog.
+Hij wordt door een afvoerkanaal gevuld uit den Mamilla-vijver, die vijf
+minuten buiten de stad ligt, een waterreservoir, dat 89 meter lang, 59
+meter breed en 6 meter diep en ten deele gemetseld, ten deele in de rots
+is uitgehouwen. Men houdt dezen voor denzelfden vijver, waarbij de
+profeet <span class="mixcap">Jesaja</span> <span class="pagenum" title="148">&nbsp;</span><a id="p_148"></a>Koning <span class="mixcap">Achaz</span> ontmoette en die, omdat hij hooger lag dan
+de andere, de opperste vijver wordt genoemd (Jesaja VII: 3). Aan dezen
+vijver had ook het gesprek plaats tusschen <span class="mixcap">Rabsake</span>, den veldoverste der
+Assyrirs, en de afgezanten van Koning <span class="mixcap">Hiskia</span>
+(Jes<ins class="corr" id="corr51" title="Niet in Bron.">.</ins> XXXVI: 2).</p>
+
+<p>Deze Mamilla-vijver, die tijdens ons verblijf te Jerusalem geheel droog
+was, werd voorheen door de waterleiding van Bethlehem, toen deze nog in
+behoorlijken staat was, voortdurend van water voorzien. Van hier uit
+liep het dan verder langs den berg Sion naar den Tempelberg en door
+onderaardsche kanalen door de geheele stad.</p>
+
+<p>De drie Salomo-vijvers bij Bethlehem vormen het eigenlijke middelpunt
+der geheele waterleiding. Twee toevoerkanalen uit nog zuidelijker
+gelegen dalen brengen het water in deze reservoirs, van welke twee
+andere aquaducten het naar de stad geleiden. Deze Salomo-vijvers liggen
+tegen de helling van een berg op 50 meters afstand van elkaar, de eene
+telkens 6 meter hooger dan de andere, zoodat de eene in de andere kan
+leegloopen. De bovenste is 116, de middenste 129 en de benedenvijver 177
+meter lang en 15 meter diep. Elk reservoir kan een paar millioen vierk.
+meter water bevatten.</p>
+
+<p>De eerste toevoer van water schijnt uit vier kunstig <span class="pagenum" title="149">&nbsp;</span><a id="p_149"></a>aangelegde bronnen
+te zijn verkregen, die in de rotsen zijn uitgehouwen en zich in de
+onmiddellijke nabijheid der vijvers bevinden. Toen echter deze voorraad
+onvoldoende was, werden twee kanalen uit hooger liggende dalen
+aangelegd, die heden nog de Salomo-vijvers van water voorzien. Het eene
+uit het bronrijke Bisardal is kort, maar zeer kunstig aangelegd; het
+andere, dat veel langer is, komt uit het Arrubdal en splitst zich bij de
+bron in twee armen, die te samen den eigenlijken ader der vijvers
+vormen. Dit kanaal maakt op sommige plaatsen zulke bochten, dat een
+afstand van 25 minuten hemelbreedte een kanaallengte van 3 uren
+vereischte om zonder kostbare viaducten op dezelfde hoogte te kunnen
+blijven.</p>
+
+<p>Eveneens zijn er twee kanalen, die het water van deze reservoirs naar
+Jeruzalem afvoeren. Het eene, vermoedelijk het oudste, dat van den
+bovenste vergaarbak uitgaat, loopt bijna lijnrecht naar de stad. Daarbij
+verdient vermeld te worden, dat dit water in de nabijheid van het graf
+van <span class="mixcap">Rachel</span> eerst af en daarna weder oploopt door opzettelijk daartoe
+vervaardigde steenen buizen, waaruit blijkt, dat men destijds reeds
+kennis droeg van de wetten van den hevel. Deze leiding, die men tot
+nabij Jeruzalem kan volgen, liep over den Westelijken heuvel Sion naar
+den tempel van onder welks drempel <span class="mixcap">Ezechil</span> in zijne profetien <span class="pagenum" title="150">&nbsp;</span><a id="p_150"></a>(Ezech.
+XLVII) het water zag stroomen en aanwassen tot een beek, die het geheele
+land besproeide.</p>
+
+<p id="vijversalomo">Een tweede leiding, die nog in haar geheel bestaat en volgens bevoegde
+beoordeelaars van jongeren datum is, voerde het water van alle drie
+vijvers naar de stad langs een kanaal ter lengte van 7 uren. Daar de
+afstand slechts 2 uren bedraagt, werd deze meerdere lengte veroorzaakt
+door tal van krommingen, die noodzakelijk waren ter vermijding van
+viaducten. Zij vereenigt zich bij de stad met het andere kanaal.</p>
+
+<p>Het was natuurlijk een punt van langdurig onderzoek om te bepalen, wie
+de ontwerper en bouwmeester dezer grootsche waterwerken is geweest.
+Volgens eene overlevering, vermoedelijk gegrond op het woord Pred. II:
+6: &bdquo;Ik maakte mij vijvers van wateren&rdquo;, werden zij aan <span class="mixcap">Salomo</span>
+toegeschreven. De waarschijnlijkheid pleit voor deze bewering, omdat het
+oudste kanaal in verbinding staat met de vergaarbakken op den door
+<span class="mixcap">Salomo</span> aangelegden Tempelberg. Een zijner opvolgers, vermoedelijk
+<span class="mixcap">Hiskia</span>, zou dit werk dan later verbeterd hebben door den aanleg van een
+nieuw aanvoerkanaal; terwijl men het tweede meer Oostelijk gelegen
+afvoerkanaal houdt voor het werk van <span class="mixcap">Herodes</span> den Groote. Hiermede staat
+namelijk nog een zijkanaal in verbinding, dat de sporen draagt van
+Romeinschen oorsprong en naar het Herodium loopt. Dit <span class="pagenum" title="151">&nbsp;</span><a id="p_151"></a>Herodium was een
+burcht met een lusthof op den Frankenberg bij Bethlehem, waarvan nog een
+rune bestaat. Aan den voet van dezen berg vindt men een droogliggend
+bassin, dat voorheen als vijver gediend heeft, ter lengte van 74 en ter
+breedte van 45 meter. Men ziet er duidelijk de overblijfsels eener
+waterleiding, die van de Salomo-vijvers komt. Doordien <span class="mixcap">Herodes</span> dus het
+water, dat voor zijn lusthof diende, aan de stad onttrok, was hij
+genoodzaakt een tweede kanaal aan te leggen, dat het water, hetwelk hij
+voor zijn doel niet van noode had, naar de stad geleidde.</p>
+
+<p>Uit dit alles blijkt duidelijk, dat het volk Isral in zijn tijd op het
+gebied van waterbouwkunde niet achterstond bij zijn naburen, maar vooral
+ook uit een werk, dat hier nog bijzondere vermelding verdient en in
+hooge mate onze bewondering wekt.</p>
+
+<p>Zooals ik zeide, was men er reeds vroegtijdig op bedacht om bij
+mogelijke belegeringen van Jerusalem het water aan den vijand te
+onttrekken en binnen de stad te brengen. Nu is er een bron buiten
+den voormaligen ouden stadsmuur aan de Z.-O.-zijde der stad in het
+Kidrondal, die de Mariabron heet. Zij ligt geheel verscholen in de
+kalkrots. Eerst daalt men langs een trap van 16 treden af tot een gewelf
+en komt dan nog 14 treden lager tot het waterbassin, <span class="pagenum" title="152">&nbsp;</span><a id="p_152"></a>dat een lengte van
+3 meter en eene breedte van 1 meter heeft. Deze bron nu heeft men door
+een geheel in de rotsen uitgehouwen onderaardschen tunnel, die onder den
+voormaligen stadsmuur doorliep, verbonden met den Siloa-vijver, die
+binnen de oude stad lag. Wel had het reeds vaak de aandacht getrokken,
+dat het water zich door dit kanaal op geregelde tijden des winters 3&ndash;5
+maal en des zomers 2 <ins class="corr" id="corr52" title="Bron: maal-daags">maal daags</ins> met kracht in den vijver uitstortte,
+maar toch had men het nooit gewaagd naar de oorzaak daarvan een
+nauwkeurig onderzoek in te stellen, omdat dit nog al gevaar opleverde,
+doordien de tunnel op sommige plaatsen zeer nauw is. Later heeft men dit
+echter toch gedaan,&mdash;de aanleiding daartoe zal ik straks vermelden&mdash;en
+toen ontdekt, dat deze zich bij de bron verheft tot de hoogte, welke het
+water bereikt, wanneer het bassin der Mariabron geheel gevuld is. Zoo
+dikwijls dit het geval is, treedt hier dus de hevelwet in werking; want
+zoodra, de waterstand in het bassin zoo hoog is, dat het water de bocht
+van het kanaal bereikt, stroomt het met kracht door het kanaal, totdat
+het bassin geheel ledig is. Deze sterke doorspoeling moet dienen om eene
+opstopping in het kanaal te voorkomen, eene methode, die men ook nog
+bij andere onbekende kanalen in de stad schijnt toegepast te hebben.
+Somwijlen <span class="pagenum" title="153">&nbsp;</span><a id="p_153"></a>toch hoort men het water in de diepte onder den grond
+ruischen, zonder den loop der kanalen te kennen, hetgeen een helder
+licht werpt op de bekende interpolatie omtrent de beroering van het
+badwater Bethesda (Joh. V: 4).</p>
+
+<p>Tot een onderzoek vond men aanleiding door eene ontdekking, die een
+knaap in 1880 deed aan de opening van den tunnel bij den vijver van
+Siloa. Een der jongens, die daar speelden, toevallig de zoon van den
+Duitschen ingenieur <span class="mixcap">Schick</span>, die op het gebied der oudheidkunde
+in Palestina zeer groote verdiensten heeft, zag daar tegen den wand,
+ongeveer 8 meter van den ingang van den tunnel, op eene gepolijste
+vlakte van circa 60 cm. eenige streepjes en recht daartegenover eene nis
+voor een lamp. Bij een nader onderzoek, dat zijn vader daarop instelde,
+bleek het eene inscriptie te zijn van 6 regels, ten deele onleesbaar,
+maar waarvan het leesbare gedeelte ongeveer luidt als volgt:</p>
+
+<p>... de doorgraving. En deze was de geschiedenis der doorgraving. Toen
+nog....</p>
+
+<p>... den beitel van den een tegenover den ander. En toen men tot op 3
+ellen elkaar genaderd was... toen riep de stem van den eenen</p>
+
+<p>den anderen toe, want er was... (vermoedelijk) water in de rots en aan
+den dag der <span class="pagenum" title="154">&nbsp;</span><a id="p_154"></a>doorboring sloegen de mineurs de een tegenover den ander
+beitel op beitel en vloeiden</p>
+
+<p>de wateren van het uitgangspunt in den vijver door een kanaal van 1200
+ellen (533 meter) en</p>
+
+<p>100 el was de rots hoog boven het hoofd der mineurs.</p>
+
+<p>Uit deze inscriptie bleek dus duidelijk, dat de arbeiders aan dezen
+tunnel gelijktijdig van beide zijden waren begonnen. Deze bijzonderheid
+spoorde de oudheidkundigen aan terstond hieromtrent een plaatselijk
+onderzoek in te stellen en het kanaal door te kruipen, totdat men aan
+eene plaats kwam, waar men aan de holten der ingedreven beitels
+inderdaad kon zien, dat hier de arbeiders elkaar hadden ontmoet.</p>
+
+<p>Welk eene onderneming dit werk dus geweest is, kan men zich nauwelijks
+voorstellen. Toen ik aan den ingang van het kanaal bij den Siloa-vijver
+stond, was ik vol bewondering voor den oudheidkundigen onderzoeker, die
+de moeite niet ontzag om zich door dat enge kanaal heen te wringen van
+de eene naar de andere zijde, ten einde dit gedenkwaardige kunstwerk der
+oudheid nauwkeurig te onderzoeken.</p>
+
+<p>Maar wat is dit in vergelijking met het moeitevolle werk zelf, dat het
+voorgeslacht zoovele eeuwen geleden tot stand heeft gebracht?</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="155">&nbsp;</span><a id="p_155"></a></p>
+
+<p>Toen voor eenige jaren de tunnel gemaakt werd door den St. Gothart voor
+den spoorweg, die Zwitserland en Itali verbindt, werd er telkens met
+zekeren ophef vermeld, dat men dit werk van twee zijden had aangevangen
+en elkander in het midden van den tunnel had ontmoet. Men noemde dat
+toen het wonder der 19<sup>de</sup> eeuw; men stond verbaasd, men was er over
+verbijsterd!</p>
+
+<p>En nu ontdekt men in Jerusalem, dat men daar reeds eeuwen voor onze
+jaartelling hetzelfde deed en onwillekeurig komt ons een glimlach op de
+lippen, als wij daarbij denken aan de wijze opmerking van den nog
+zooveel ouderen Koning te Jerusalem: &bdquo;Hetgeen er geweest is, hetzelve
+zal er zijn en hetgeen er gedaan is, hetzelve zal er gedaan worden;
+zoodat er niets nieuws is onder de zon. Is er eenig ding, waarvan men
+zou kunnen zeggen: ziet dat, het is nieuw? Is het er niet al geweest in
+de eeuwen, die voor ons geweest zijn?&rdquo; (Pred. I: 9, 10).</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="156">&nbsp;</span><a id="p_156"></a></p>
+
+<h2><a id="BETHLEHEM"></a>BETHLEHEM.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_156.png" width="63" height="65" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Welk een schat van herinneringen zijn aan Bethlehem verbonden! Behoef ik
+te zeggen, dat wij er meer dan eenmaal een bezoek brachten.</p>
+
+<p>De weg er heen, dien men per rijtuig in een klein uur aflegt, is op zich
+zelf reeds in menig opzicht belangrijk. Van de Jaffapoort daalt hij af
+langs de Zuidzijde der stad in het Hinnomdal. Recht tegenover ons ligt
+een geheel nieuwerwetsch dorp; het zijn de woningen die <span class="mixcap">Montefiore</span>
+stichtte ten behoeve van zijne Joodsche geloofsgenooten. Aan de andere
+zijde van het dal stijgt de weg langs Hakeldama wer omhoog en heeft men
+het uitzicht op den Westelijken heuvel van Jerusalem. Eenige rijzige
+cypressen wijzen de plaats aan waar het Protestantsche kerkhof is, al
+waar <span class="mixcap" xml:lang="de">Samuel Gobat</span> begraven
+<span class="pagenum" title="157">&nbsp;</span><a id="p_157"></a>ligt, wiens naam onafscheidelijk verbonden
+is aan de geschiedenis van het Protestantisme in Jerusalem en Palestina.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 484px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_156a.jpg"><img src="images/ill_156a-th.jpg" width="484" height="326" title="Klik voor vergroting (1245839px, 237Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">RACHEL'S GRAF.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Weldra volgt het station Jerusalem van den spoorweg naar Jaffa;
+daarachter liggen de huizen der Duitsche landbouwkolonin, door mij
+<a href="#landbouw">elders</a> beschreven. De weg, die onder langs den Olijfberg uit het
+Kidrondal komt vereenigt zich hier met den onze. Links van ons verheft
+zich de Frankenberg, een afgeknotte kegel, waarvan de kruin kunstmatig
+is <ins class="corr" id="corr53" title="Bron: geeffend">geffend</ins>, waarschijnlijk
+door <span class="mixcap">Herodes</span> den Groote, die er
+zich een zomerverblijf inrichtte, welks tuinen door eene afzonderlijke
+leiding van water werden voorzien uit de vijvers van <span class="mixcap">Salomo</span>, die wij
+<a href="#vijversalomo">hierboven</a> beschreven hebben. (bldz<ins class="corr" id="corr54" title="Niet in Bron.">.</ins> 150.)</p>
+
+<p>Halfweg Bethlehem genieten wij, als wij even uitstappen en ons omkeeren,
+van het schoone uitzicht op Jerusalem, dat de reiziger, die van Hebron
+of Bethlehem komt en zijn schreden naar de Godsstad richt hier van deze
+hoogte voor het eerst voor zich ziet. Volgens de overlevering was dan
+ook hier de plaats, waar weleer <span class="mixcap">Abraham</span> stond, toen de Heer hem den berg
+Moria wees, waar hij zijn zoon <span class="mixcap">Izaak</span> zo offeren.</p>
+
+<p>Dan volgt het graf van <span class="mixcap">Rachel</span><ins class="corr" id="corr55" title="Niet in Bron.">,</ins> het eenige monument in Palestina,
+dat nog aan de Joden toebehoort. <span class="pagenum" title="158">&nbsp;</span><a id="p_158"></a>Het is een vierkant steenen gebouw,
+gedeeltelijk overwulfd en bestaat uit twee vertrekken, waarvan het eene
+de graftombe bevat, waarin <span class="mixcap">Rachels</span> gebeente rust. Wellicht begroeven de
+inwoners van Bethlehem uit piteit voor deze vroeggestorvene moeder
+eertijds hun dooden daar om heen, misschien ook wel de kinderen, die bij
+de geboorte van <span class="mixcap">Jezus</span> het slachtoffer werden van de woede van <span class="mixcap">Herodes</span>,
+zooals <span class="mixcap" xml:lang="de">Schneller</span> veronderstelt in zijn bekende boek over Palestina.
+Daarin zoekt hij een verklaring van de vervulling der profetie, welke
+Mattheus in die gebeurtenis meent te zien uit Jer. XXXI: 15. &bdquo;Er is een
+stem gehoord in Rama, een klage een zeer bitter geween. <span class="mixcap">Rachel</span> weent
+over hare kinderen; zij weigert zich te laten troosten, omdat zij niet
+zijn.&rdquo; Hij veronderstelt, naar het mij voorkomt terecht, dat de
+Evangelist daarbij gedacht heeft aan dit graf, waarin <span class="mixcap">Rachel</span> treurt over
+den vroegen dood der onnoozele kinderen, die rondom haar heen begraven
+werden en dat hij daarbij tegelijk doelt op de hartverscheurende klacht
+der diep bedroefde moeders, die werklonk over de bergen tot aan Rama,
+daar ginds in de verte.</p>
+
+<p>Even voorbij het graf van <span class="mixcap">Rachel</span>
+<ins class="corr" id="corr56" title="Bron: splist">splitst</ins> zich de weg in tween,
+de eene, die recht doorgaat geleidt naar Hebron, de andere links naar
+<ins class="corr" id="corr57" title="Bron: Bethehem">Bethlehem</ins>. Hier op dezen tweesprong komt ons de geschiedenis voor den
+geest <span class="pagenum" title="159">&nbsp;</span><a id="p_159"></a>van de Wijzen uit het Oosten, van wie wij lezen, dat zij zich
+verheugden met groote vreugde, toen zij tegen het vallen van den avond
+in het gesternte, dat daar prijkte boven Bethlehem de ster zagen, die
+zij in het Oosten gezien hadden en die zooals <span class="mixcap" xml:lang="de">Schneller</span> zoo schoon
+beschrijft, daar elken avond aan den hemel verrijst.</p>
+
+<p>Inderdaad, wanneer men in aanmerking neemt, dat in de ligging of
+richting der groote verkeerswegen slechts zelden eene verandering
+komt, dan is er in Palestina stellig geen weg zoo rijk aan historische
+herinneringen als die van Jerusalem naar Bethlehem. Hetzelfde stel
+ik mij ook voor van de velden rondom Bethlehem, die naar ik vermoed
+weinig zullen verschillen van die in vroeger dagen. Het zijn velden met
+boomen beplant, meerendeels wijngaarden, met een steenen hut voor den
+wijngaardenier in het midden, hier en daar afgewisseld door olijven,
+citroenen en vijgeboomen, die met hun verschillend groen aan het
+landschap in onderscheiding van elders een zeer welvarend karakter
+geven. Dit is echter eene uitzondering, die ons niet bevreemdt, omdat
+wij weten, dat de geheele bevolking van Bethschala, dat rechts van ons
+ligt te midden van bebouwde velden en akkers, uitsluitend Christelijk
+is; terwijl Bethlehem op 8000 zielen slechts 260 Mohammedanen telt.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="160">&nbsp;</span><a id="p_160"></a></p>
+
+<p>Het Christelijk karakter dezer dorpen valt ook nog in andere opzichten
+in het oog. Overal ziet men de nijvere bevolking aan het werk en de
+gelegenheden zijn vele, waar men een kunstig uit Olijvenhout of
+paarlenmoer gesneden voorwerp kan koopen als aandenken aan Bethlehem.</p>
+
+<p>Maar het meest komt het Christelijk karakter der bevolking uit in de
+kleeding der vrouwen, die hier overal ongesluierd op straat loopen.
+Welk eene gansch andere verschijning is zij als die sombere gestalte,
+die ik vroeger beschreef, geheel in het zwart gehuld en verborgen achter
+een dito sluier, zoodat zij aan een levende mummie deed denken. Het
+aangezicht der Bethlehemsche vrouw is geheel vrij en de sluier, die
+enkel dient om het stof afteweren, hangt in breede plooien van den
+cylindervormigen hoed, waaraan hij is vastgemaakt, over de schouders
+heen. Snoeren van gouden en zilveren penningen tooien haar hoed, hals
+en borst en het jak is versierd met allerlei figuren, die er met goud
+en zilverdraad smaakvol op zijn gestikt. Dit alles maakt de vrouw te
+Bethlehem tot eene aantrekkelijke verschijning, op wier vroolijk
+aangezicht te lezen staat dat zij gelukkiger is dan hare Mohammedaansche
+zuster, vooral wanneer men haar omringd ziet van hare kinderen, die
+om haar heen spelen. Zoo zagen wij ze zitten op de veranda van <span class="pagenum" title="161">&nbsp;</span><a id="p_161"></a>het
+Protestantsche weeshuis, dat juist werd ingewijd en daar onder eene, die
+inderdaad opvallend schoon was, eene rijzige gestalte met een geheel
+Grieksch type en toch zoo naief kinderlijk, dat toen zij bemerkte, dat
+ik hare schoone snoeren bewonderde, die om haar hals en borst hingen,
+zij ze aanstonds voor mij voor den dag haalde.</p>
+
+<p>De plaats, waar de Heer werd geboren en die natuurlijk elke vreemdeling
+bezoekt, bevindt zich onder de kerk, die naar de moeder des Heeren, de
+Mariakerk heet. Het is een zeer eenvoudig gebouw. De voorgevel bestaat
+uit een hoogen, vlakken muur, waarin een nauw, laag deurtje is, dat
+toegang verleent tot het voorportaal en met opzet zoo klein is ten einde
+de bezitters gemakkelijk in de gelegenheid te stellen hun heiligdom
+tegen een vijandigen aanval te beschermen. Door een tweede deur treedt
+men het schip der kerk binnen, waar men nog de sporen ziet van mozaek
+op den vloer, van schilderwerk tegen den wand en van verguldsel en
+kleuren aan de houten bekapping, die alle nog overblijfselen zijn van
+voormalige pracht.</p>
+
+<p>Veel schooner is de Katharijnen kerk, die er tegen aan staat en het
+eigendom is der <ins class="corr" id="corr58" title="Bron: Fransciscaners">Franciscaners</ins> en waarin juist een godsdienstoefening
+was, die op ons door zijn eenvoud een treffenden indruk maakte. <span class="pagenum" title="162">&nbsp;</span><a id="p_162"></a>Bij
+het koor zat de geestelijke, iets hooger dan het publiek, dat in het
+ruim op Oostersche wijze op den vloer was gezeten met de beenen gekruist
+onder het lichaam. Het was een aardig tafereel, die bonte schare daar
+eerbiedig en aandachtig te zien luisteren naar hetgeen de voorganger
+vertelde. Voor ons was hetgeen hij zeide natuurlijk onverstaanbaar, maar
+toch was er iets bijzonder stichtelijks in de eenvoudige verkondiging
+van het Woord des levens, juist hier in Bethlehem, waar dat Woord het
+eerst werd gehoord. Op mij althans maakte dat geheele tooneel veel meer
+indruk dan de aanschouwing der geboortegrot zelve.</p>
+
+<p>Deze grot bevindt zich, zooals ik reeds zeide, onder de Mariakerk
+eenige trappen onder den beganen grond. Er behoort inderdaad eene rijke
+verbeelding toe om zich voor te stellen, dat deze grot, die den vorm
+heeft van een half kruis, waarvan de opstand 10 en elk der zijarmen 5
+meter lang zijn, eenmaal de stal zou geweest zijn, in welke de kribbe
+stond, waarin het Kindeke werd neergelegd, omdat er geen plaats voor was
+in de herberg. Doch ik heb mij eenmaal voorgenomen mij te onthouden van
+allerlei op- en aanmerkingen op zoogenoemde heilige plaatsen, die mij
+vaak in boeken van anderen ergerden, vooral wanneer zij dan nog gepaard
+gingen met een toon <span class="pagenum" title="163">&nbsp;</span><a id="p_163"></a>van voornaam medeleden met die domme menschen,
+die men daar ziet nederknielen en aanbidden. Zeer zeker, er is in de
+bijgeloovige overschatting dier heilige plaatsen veel dat ons hindert en
+soms ergert, en men kan haast een glimlach niet onderdrukken, wanneer
+men in die grot eene opening ziet in den vloer, bekleed met een zilveren
+ster, waarvoor de menschen nederknielen, omdat op die plek de ster, die
+den Wijzen uit het Oosten den weg naar Bethlehem wees, in de aarde zonk!</p>
+
+<p>En toch, getuigt die stille vereering niet van een kinderlijk geloof?
+Zijn er niet onder die eenvoudigen, die door hun geloof menigen wijze
+en verstandige beschamen, die als zij in Bethlehem komen zich misschien
+in het geheel niet tot bidden gestemd gevoelen. Voorzeker een gebed in
+geest en in waarheid staat hooger dan een, dat nog aan een bepaalde
+plaats is gebonden. Doch, wanneer wij het gesprek lezen van den Heer
+met de Samaritaansche vrouw over dat onderwerp, dan blijkt daaruit toch
+niet, dat Hij het laatste veracht, maar veeleer beschouwt als iets dat
+van voorbijgaanden aard is.</p>
+
+<p>Mogen er ook onder die pelgrims, die opgaan naar Bethlehem om te
+aanbidden velen zijn, die waarde hechten aan deze bepaalde plaats,
+dan getuigt dat toch van een geloof aan het groote heilsfeit der
+<span class="pagenum" title="164">&nbsp;</span><a id="p_164"></a>menschwording van den Zoon van God, dat hier eenmaal plaats greep en
+het gebed zelf van de begeerte om de beteekenis van het wonder der
+vleeschwording des Woords te mogen ervaren aan het eigen hart.</p>
+
+<p>Die Bethlehem in dat geloof en met die begeerte bezoekt zal gevoelen,
+dat hij er tot stille aanbidding wordt gestemd en onder dien indruk
+dankbaar zijn voor hetgeen hij hier mag aanschouwen.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="165">&nbsp;</span><a id="p_165"></a></p>
+
+<h2><a id="OLIJFBERG"></a>DE OLIJFBERG.</h2>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div><img class="cap" src="images/ill_165.png" width="63" height="64" alt="" /></div>
+
+<p class="drop">Het was stellig menigeen, die het Heilige Land bezocht en vooral die
+plaatsen, waaraan de eene of andere gewijde herinnering aan het leven
+des Heeren verbonden is, tot een groote teleurstelling, dat er omtrent
+de juistheid daarvan zoo weinig met zekerheid te zeggen valt. Dit
+geldt van Bethlehem, waar de Heiland geboren en van Nazareth, waar Hij
+opgevoed werd; het geldt van den hof van Gethsemane en zelfs van den
+Olijfberg, van de plaats, waar Hij opvoer ten Hemel.</p>
+
+<p>De weg naar den Olijfberg gaat langs den hof van Gethsemane en snijdt
+dien in twee helften, waarvan de eene bestaat uit een vierkanten
+bloemhof met eenige oude olijfboomen, de andere in een grot, in welken
+de Heer bad. Wanneer nu de veronderstelling <span class="pagenum" title="166">&nbsp;</span><a id="p_166"></a>juist is, die ik uitte
+omtrent den weg naar Bethlehem, dat oude wegen hoogst zelden verlegd
+worden en dit ook van dezen weg geldt, dan is de waarschijnlijkheid
+gering, dat wij in den tegenwoordigen hof van Gethsemane op de plaats
+zijn, waar de Heer den laatsten avond zijns levens doorbracht. Immers,
+deze weg scheidde dan de plaats waar Hij bad geheel af van den ingang,
+dien de discipelen moesten bewaken.</p>
+
+<p>Mij moet ik zeggen was de ontdekking, dat Gethsemane onmogelijk hier
+kan gelegen hebben geen teleurstelling, want onder al hetgeen ik te
+Jerusalem zag maakte niets op mij zoo weinig indruk als deze hof. Het is
+een vierkante tuin, ingesloten door een hoogen muur en door een kruispad
+in vier gelijke helften verdeeld, elk met regelmatige bloembedden,
+waarop asters, zinias, immortellen en andere bloemen gekweekt worden
+door een monnik, die ze gretig tegen een geldstukje ruilt.</p>
+
+<p>Ongetwijfeld heeft hier ergens tegen de helling van den Olijfberg, die
+geheel met boomen beplant was een olijvengaard gelegen, waar de Heer
+gewoon was zich af te zonderen tot het gebed, maar waar dat geweest is,
+laat zich onmogelijk met zekerheid bepalen, evenmin als op den Olijfberg
+de plaats Zijner Hemelvaart.</p>
+
+<p>Deze berg is de voortzetting van den Scopus, die <span class="pagenum" title="167">&nbsp;</span><a id="p_167"></a>de stad ten Noorden
+begrenst en vormt een breede bergrug, die haar ten Oosten in een halven
+cirkel insluit. De Olijfberg zelf heeft drie hoogten. Op een dezer wijst
+men de plaats aan, waar de Heer stond, toen Hij opvoer ten Hemel en een
+wolk Hem voor de oogen zijner discipelen wegnam. En waarop grondde men
+de bewering, dat dit hier geschiedde? Zoowaar, op een afdruk van zijn
+voetstap in de rots, die men ons laat zien in de Hemelvaartskapel, een
+al te doorzichtige tegenhanger van den handgreep op de heilige rots in
+de Omarmoskee van den engel <span class="mixcap">Gabril</span>, die deze es-Sachra tegenhield, toen
+hij <ins class="corr" id="corr59" title="Bron: Mohamed"> <span class="mixcap">Mohammed</span></ins> wilde volgen bij zijn hemelvaart!</p>
+
+<p>Gelukkig, dat er hoogere aandoeningen en verhevener indrukken zijn, die
+zich van ons meester maken, wanneer wij den Olijfberg bestijgen. Want,
+al vinden wij hier nergens een zichtbaar spoor, dat ons aan den Heer
+herinnert, wij gedenken hier hoe Hij met de Zijnen voor het laatst
+dezen weg aflegde, toen Hij den berg der Hemelvaart besteeg. Wij denken
+aan dat Jerusalem, dat daar achter ons ligt, dat Hem had miskend en
+verworpen. Wij denken aan dat smartelijk lijden, dat Hem daar was
+aangedaan en nu voor goed achter Hem lag. Wij denken aan dat alles wat
+Hij leed om een verloren menschheid te verlossen van het verderf en te
+verzoenen met <span class="pagenum" title="168">&nbsp;</span><a id="p_168"></a>God. Wij denken aan al wat Hij deed om ons den weg ten
+Hemel te banen. Dat alles was thans volbracht en de ure aangebroken,
+waarin Zijn hoogepriesterlijk gebed zo worden verhoord, de ure waarin
+Hij de heerlijkheid zo hernemen, die Hij bij den Vader had eer de
+wereld was. Kon het anders of deze gedachten moesten ons als van zelf
+voor den geest komen, <ins class="corr" id="corr60" title="Bron: ter&nbsp;wijl">terwijl</ins> wij dezen berg bestegen,
+wellicht langs dienzelfden weg als Hij weleer.</p>
+
+<p>Naarmate men hooger komt verruimt zich de gezichtskring, totdat men
+eindelijk na een halfuur den top heeft bereikt, van welken men het volle
+uitzicht geniet over de stad, die daar voor ons ligt en het bergachtig
+landschap er om heen.</p>
+
+<p>Voor onze voeten breidt zich het breede Kidrondal uit. Recht tegenover
+ons ligt Jerusalem, met de voormalige Tempelplaats op den voorgrond.
+Waar eenmaal de schoone gebouwen stonden van den tempel, rijst thans het
+statige koepeldak der Omarmoskee ten hemel. Daarachter ontplooit zich
+voor onzen blik de gansche stad met al de slanke minarets der talrijke
+mosken, waartusschen de breede toren der Protestantsche kerk een goed
+figuur maakt. Sterk werkaatst het glanzend licht der felle zonnestralen
+tegen het helderwit der blanke muren, die de vunzige, dompige straten
+verbergen, die de stad doorkruisen. Van <span class="pagenum" title="169">&nbsp;</span><a id="p_169"></a>hier uit is alles wit, alles
+rein, alles helder, alles licht; van hier uit is Jerusalem op haar
+schoonst en de indruk, dien dit uitzicht van den Olijfberg op ons maakt
+blijft dan ook onvergetelijk.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 299px;">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_168a.jpg"><img src="images/ill_168a-th.jpg" width="299" height="474" title="Klik voor vergroting (7691218px, 199Kb)" alt="" /></a>
+<div class="caption">JERUSALEM VAN DEN OLIJFBERG.<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p>Rondom haar heen, tegen de bergen, die haar insluiten, zien wij overal
+gebouwen en stichtingen der liefdadigheid, die de Christenen hier in
+het leven riepen. Hier de huizen der Duitsche kolonisten; daar Talitha
+Kmi en het Syrische Weeshuis, de bekende toevluchtsoorden voor meisjes
+en jongens; ginds het groote hospitaal voor kranken en het Asyl voor
+melaatschen; voorts tal van pelgrimshuizen van Duitschen, Franschen en
+Russen, die als een groot leger de stad omringen, alsof zij door de
+macht der liefde haar wilden veroveren voor Hem, die Liefde is en dien
+zij allen belijden als den Heiland en Zaligmaker der wereld. Zonder
+zich hunner belijdenis te schamen, stellen zij haar echter niet op
+den voorgrond; het is alsof zij zich hier allen getooid hebben in het
+kleed der dienende liefde als de band der volmaaktheid, die hen samen
+verbindt. Zij liggen daar als stille getuigen van de ontfermende liefde
+en trouw van Hem, die bij zijn laatste afscheid aan de Zijnen beval &bdquo;te
+beginnen van Jerusalem&rdquo;.</p>
+
+<p>Ja, wanneer wij hier staan op dien Olijfberg en wij zien die eeuwenoude
+stad daar voor ons liggen <span class="pagenum" title="170">&nbsp;</span><a id="p_170"></a>en het eenig panorama, dat zich hier voor
+ons oog ontrolt, dan komen ons onwillekeurig die oogenblikken voor den
+geest, toen de Heer hier ook stond met zijne discipelen, die Hem wezen
+op die schoone gebouwen en Hij het aanstaande oordeel over dat Jerusalem
+en het toekomstig gericht over gansch de wereld, die hier voor hem lag,
+aankondigde; maar tegelijk komt ons ook dat machtige zendingsbevel in
+gedachte, dat Hij hier den Zijnen gaf, toen Hij zeide: &bdquo;gaat dan henen,
+onderwijst al de volken, dezelve doopende in den naam des Vaders, des
+Zoons en des Heiligen Geestes; leerende hen onderhouden alles, wat Ik u
+geboden heb&rdquo;. Ja wij gevoelen het, hier, waar men zoo hoog staat en zoo
+verre ziet, hier moeten ze gesproken zijn, die verreikende woorden, die
+de einde der aarde omvatten. Van hier moesten ze uitgaan, die eenvoudige
+mannen, van dezen berg, van welken de toen bekende wereld aan hun voeten
+lag om haar te overwinnen door de kracht van hun geloof in Hem, dien zij
+hier hadden aanschouwd in Zijne heerlijkheid.</p>
+
+<p>Helaas, dat onderlinge naijver en menigvuldige verdeeldheden in verloop
+van tijden de Zijnen zoozeer hebben verteerd, dat zij machteloos waren
+om de wereld voor Hem te winnen. Hoe dikwijls was en is Jerusalem
+daarvan nog getuige. Ook nu is <span class="pagenum" title="171">&nbsp;</span><a id="p_171"></a>voor haar het verschil in belijdenis
+nog maar al te zeer een beletsel om zich te buigen voor haren eenigen
+Koning. Hoe heerlijk zou het wezen, wanneer dat anders ware, wanneer de
+Christenen, die daar in en om Jerusalem wonen n waren in hetzelfde
+geloof, wanneer dat Jerusalem, zooals het hier voor ons ligt het beeld
+teruggaf van hetgeen het in waarheid moest wezen!</p>
+
+<p>Het valt ons moeielijk om van dezen plek te scheiden, vanwaar wij
+Jerusalem op zijn schoonst voor ons zien. Z zouden wij het gaarne
+in onze herinnering bewaren. Doch wij moeten den berg wer af en
+terugkeeren tot de werkelijkheid; maar voor dat wij dit doen, worden wij
+nog eens herinnerd aan de oorspronkelijke eenheid van het Christelijk
+geloof in twee kapellen, die wij binnentreden. De eene is de <i>Onze
+Vader</i> kapel, in 1868 gesticht en zoo genoemd, omdat aan de vier
+zijwanden het Gebed des Heeren in 32 talen geschreven staat; de andere
+is aan de gedachtenis der 12 Apostelen gewijd, die hier, voordat zij uit
+elkander gingen de bekende XII artikelen des Christelijken geloofs
+zouden opgesteld hebben. Men ziet hun beeltenis aan den wand met het
+artikel hunner belijdenis er onder.</p>
+
+<p>Is het geen treffende gedachte, die beide formulieren van eenigheid,
+die de uitdrukking zijn der <span class="pagenum" title="172">&nbsp;</span><a id="p_172"></a>gemeenschappelijke geloofsbelijdenis aller
+Christelijke kerken op aarde, juist hier boven op dezen Olijfberg met
+stalen stift in steen te zien vereeuwigd. Herinneren zij niet aan den
+gemeenschappelijken oorsprong van ons aller geloof en aan de gemeenschap
+der geloovigen aller natin, landen en tongen. Zijn ze niet tegelijk
+ook eene profetie eener heerlijke toekomst, waarin alle volkeren zullen
+instemmen met eenzelfde belijdenis en zich met ons zullen vereenigen in
+een gemeenschappelijk gebed tot denzelfden Vader. Zijn die 32 talen,
+waarin dat gebed voor 30 jaren werd opgesteld sedert niet reeds meer dan
+400 geworden.</p>
+
+<p>Neen, wij dalen den Olijfberg niet af zonder versterkt te zijn in het
+geloof, dat het machtsbevel dat de Koning der aarde hier tot de Zijnen
+sprak zijnen loop zal volbrengen over gansch het wereldrond en allen
+eenmaal zullen toestroomen tot den berg zijner heerlijkheid. Dan zal ook
+Jerusalem Hem huldigen als zijnen Heer. Dat Jerusalem zal schooner zijn
+dan het tegenwoordige, maar toch niet in vergelijking komen met het
+Jerusalem, dat boven is en eenmaal het aardsche zal vervangen, en waarin
+allen vereenigd zullen worden, die den Christus erkenden als hunnen Heer
+en Hem zullen aanbidden als den Koning der eere, Wien zij de
+heerlijkheid in eeuwigheid.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<div class="figcenter" style="width: 356px;" id="KAART">
+<span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span>
+<a href="images/ill_172a.png"><img src="images/ill_172a-th.png" width="356" height="536" title="Klik voor vergroting (9161378px, 168Kb)" alt="" /></a>
+ <div class="caption2">PALESTINA<br />
+ <i class="size75">De roode lijn wijst de reisroute aan.</i><span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span></div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="173">&nbsp;</span><a id="p_173"></a></p>
+<p><span class="pagenum" title="174"><br />&nbsp;</span><a id="p_174"></a></p>
+<p><span class="pagenum" title="175"><br /><br />&nbsp;</span><a id="p_175"></a></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+ <h2><a id="INHOUD"></a>INHOUD:</h2>
+
+ <table class="toc" id="toc" summary="inhoudsopgave">
+ <tbody>
+ <tr><td></td><td class="tdr mixcap size75">Bladz.</td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#CORINTHE">Corinthe</a></td><td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ATHENE">Athene</a></td><td class="tdr"><a href="#p_8">8</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#ALEXANDRIE">Alexandri</a></td><td class="tdr"><a href="#p_15">15</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#CAIRO">Caro</a></td><td class="tdr"><a href="#p_22">22</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#PORTSAID"><ins class="corr" id="corr61" title="Bron: Port Said">Port-Sad</ins> en Beyroet</a></td><td class="tdr"><a href="#p_37">37</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#BAALBEK"><ins class="corr" id="corr62" title="Bron: Baalbek">Balbek</ins></a></td><td class="tdr"><a href="#p_44">44</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#DAMASCUS">Damascus</a></td><td class="tdr"><a href="#p_52">52</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#WOESTIJNREIS">Een woestijnreis</a></td><td class="tdr"><a href="#p_61">61</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#GENNESARETH">Het meer van Gennesareth</a></td><td class="tdr"><a href="#p_73">73</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#TURKSCH_BESTUUR">Het Turksch Bestuur</a></td><td class="tdr"><a href="#p_82">82</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#NAZARETH">Nazareth</a></td><td class="tdr"><a href="#p_89">89</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#SAMARIA">Samaria</a></td><td class="tdr"><a href="#p_96">96</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#NABULUS">Nabulus</a></td><td class="tdr"><a href="#p_102">102</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#JERICHO">Jericho en de Doode Zee</a></td><td class="tdr"><a href="#p_114">114</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#HEILIGDOMMEN">De heiligdommen van het tegenwoordige Jerusalem</a></td><td class="tdr"><a href="#p_122">122</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#OUDE_STAD">De oude stad en hare graven</a></td><td class="tdr"><a href="#p_134">134</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#WATERWERKEN">De waterwerken der oudheid</a></td><td class="tdr"><a href="#p_145">145</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#BETHLEHEM">Bethlehem</a></td><td class="tdr"><a href="#p_156">156</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#OLIJFBERG">De Olijfberg</a></td><td class="tdr"><a href="#p_165">165</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl ind3"><a href="#KAART">Kaart van Palestina.</a></td><td class="tdr"></td></tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 172px;">
+ <img src="images/ill_175.png" width="172" height="5" alt="" />
+ </div>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. vi</a></td><td class="td4">&nbsp;te&nbsp;</td><td class="td4"><i>&nbsp;te&nbsp;</i></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 10</a></td><td class="td4">Paulus</td><td class="td4 mixcap">Paulus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 10</a></td><td class="td4">Paulus</td><td class="td4 mixcap">Paulus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 10</a></td><td class="td4">elk</td><td class="td4">elke</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 11</a></td><td class="td4">bij-</td><td class="td4">bij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 13</a></td><td class="td4">Paulus</td><td class="td4 mixcap">Paulus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 16</a></td><td class="td4">Mogenheden</td><td class="td4">Mogendheden</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 17</a></td><td class="td4">Paulus</td><td class="td4 mixcap">Paulus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 19</a></td><td class="td4">Alexadri</td><td class="td4">Alexandri</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 22</a></td><td class="td4">CAIRO</td><td class="td4">CARO</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 27</a></td><td class="td4">ven</td><td class="td4">van</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 28</a></td><td class="td4">Maria</td><td class="td4 mixcap">Maria</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 29</a></td><td class="td4">berekenng</td><td class="td4">berekening</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 36</a></td><td class="td4">et</td><td class="td4">het</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 37</a></td><td class="td4">PORT-SAID</td><td class="td4">PORT-SAD</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 39</a></td><td class="td4">ergenis</td><td class="td4">ergernis</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 46</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 48</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 48*</a></td><td class="td4">BAALBEK</td><td class="td4">BALBEK</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 52</a></td><td class="td4 mixcap">Naaman</td><td class="td4 mixcap">Naman</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 57</a></td><td class="td4">Syrier</td><td class="td4">Syrir</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 59</a></td><td class="td4">omzoont</td><td class="td4">omzoomt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 62</a></td><td class="td4">Bedouinen</td><td class="td4">Bedounen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 65</a></td><td class="td4">men</td><td class="td4">met</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 67</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 70</a></td><td class="td4">fluisterende</td><td class="td4">fluisterde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 71</a></td><td class="td4">Betlehem</td><td class="td4">Bethlehem</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 73</a></td><td class="td4">GENESARETH</td><td class="td4">GENNESARETH</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 75</a></td><td class="td4">Celcius</td><td class="td4">Celsius</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 77</a></td><td class="td4">Fransciscaner</td><td class="td4">Franciscaner</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 77</a></td><td class="td4">Jezus</td><td class="td4 mixcap">Jezus</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 77</a></td><td class="td4">wachten</td><td class="td4">wachtten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 79</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 82</a></td><td class="td4">Nazereth</td><td class="td4">Nazareth</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 86</a></td><td class="td4">oers</td><td class="td4">koers</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 87</a></td><td class="td4">in-</td><td class="td4">in</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 89</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 91</a></td><td class="td4">bene&nbsp;den</td><td class="td4">beneden</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 93</a></td><td class="td4">Fransciscaners</td><td class="td4">Franciscaners</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 97</a></td><td class="td4">Saul</td><td class="td4 mixcap">Saul</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 98</a></td><td class="td4">Samur</td><td class="td4">Sanur</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 102</a></td><td class="td4">sirokko</td><td class="td4">Sirokko</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 106</a></td><td class="td4">Mozes</td><td class="td4 mixcap">Mozes</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 119</a></td><td class="td4">Elisa</td><td class="td4 mixcap">Elisa</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 126</a></td><td class="td4">Gotgotha</td><td class="td4">Golgotha</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 127</a></td><td class="td4">dankdaar</td><td class="td4">dankbaar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 128</a></td><td class="td4">Honderduizenden</td><td class="td4">Honderdduizenden</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 131</a></td><td class="td4">acht&nbsp;hoekige</td><td class="td4">achthoekige</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 140</a></td><td class="td4">Betlehem</td><td class="td4">Bethlehem</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 147</a></td><td class="td4">zoogoemde</td><td class="td4">zoogenoemde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 148</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr52">Blz. 152</a></td><td class="td4">maal-daags</td><td class="td4">maal daags</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr53">Blz. 157</a></td><td class="td4">geeffend</td><td class="td4">geffend</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr54">Blz. 157</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr55">Blz. 157</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr56">Blz. 158</a></td><td class="td4">splist</td><td class="td4">splitst</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr57">Blz. 158</a></td><td class="td4">Bethehem</td><td class="td4">Bethlehem</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr58">Blz. 161</a></td><td class="td4">Fransciscaners</td><td class="td4">Franciscaners</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr59">Blz. 167</a></td><td class="td4 mixcap">Mohamed</td><td class="td4 mixcap">Mohammed</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr60">Blz. 168</a></td><td class="td4">ter&nbsp;wijl</td><td class="td4">terwijl</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr61">Blz. 175</a></td><td class="td4">Port Said</td><td class="td4">Port-Sad</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr62">Blz. 175</a></td><td class="td4">Baalbek</td><td class="td4">Balbek</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Reisindrukken in het Oosten, by Louis Heldring
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REISINDRUKKEN IN HET OOSTEN ***
+
+***** This file should be named 38980-h.htm or 38980-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/9/8/38980/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/38980-h/images/cover-th.jpg b/38980-h/images/cover-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0fc68d5
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/cover-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/cover.jpg b/38980-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6eb01e5
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_001.png b/38980-h/images/ill_001.png
new file mode 100644
index 0000000..6e718a0
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_001.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_008.png b/38980-h/images/ill_008.png
new file mode 100644
index 0000000..b19e4e2
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_008.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_015.png b/38980-h/images/ill_015.png
new file mode 100644
index 0000000..0087749
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_015.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_022.png b/38980-h/images/ill_022.png
new file mode 100644
index 0000000..ac226ed
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_022.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_032a-th.jpg b/38980-h/images/ill_032a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d63c0bf
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_032a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_032a.jpg b/38980-h/images/ill_032a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e125e17
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_032a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_037.png b/38980-h/images/ill_037.png
new file mode 100644
index 0000000..c78fc4a
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_037.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_044.png b/38980-h/images/ill_044.png
new file mode 100644
index 0000000..8c4fe4e
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_044.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_048a-th.jpg b/38980-h/images/ill_048a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bcb6bbc
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_048a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_048a.jpg b/38980-h/images/ill_048a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9b4966e
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_048a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_052.png b/38980-h/images/ill_052.png
new file mode 100644
index 0000000..068f855
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_052.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_061.png b/38980-h/images/ill_061.png
new file mode 100644
index 0000000..a0758fd
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_061.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_073.png b/38980-h/images/ill_073.png
new file mode 100644
index 0000000..fbfab2f
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_073.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_076a-th.jpg b/38980-h/images/ill_076a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9b877e0
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_076a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_076a.jpg b/38980-h/images/ill_076a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0d69115
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_076a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_082.png b/38980-h/images/ill_082.png
new file mode 100644
index 0000000..8deebe4
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_082.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_089.png b/38980-h/images/ill_089.png
new file mode 100644
index 0000000..3446ed9
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_089.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_090a-th.jpg b/38980-h/images/ill_090a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..64a8f95
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_090a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_090a.jpg b/38980-h/images/ill_090a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e84b05c
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_090a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_096.png b/38980-h/images/ill_096.png
new file mode 100644
index 0000000..63113b4
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_096.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_098a-th.jpg b/38980-h/images/ill_098a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..38b39fd
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_098a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_098a.jpg b/38980-h/images/ill_098a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2e91250
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_098a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_102.png b/38980-h/images/ill_102.png
new file mode 100644
index 0000000..7fe53ec
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_102.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_114.png b/38980-h/images/ill_114.png
new file mode 100644
index 0000000..0465b55
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_114.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_120a-th.jpg b/38980-h/images/ill_120a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..be83f4a
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_120a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_120a.jpg b/38980-h/images/ill_120a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bfcca09
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_120a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_122.png b/38980-h/images/ill_122.png
new file mode 100644
index 0000000..16b5217
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_122.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_124a-th.jpg b/38980-h/images/ill_124a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f6b37e2
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_124a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_124a.jpg b/38980-h/images/ill_124a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..853d74d
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_124a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_130a-th.jpg b/38980-h/images/ill_130a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..0f4f5a9
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_130a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_130a.jpg b/38980-h/images/ill_130a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3756016
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_130a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_134.png b/38980-h/images/ill_134.png
new file mode 100644
index 0000000..22e7980
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_134.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_140a-th.jpg b/38980-h/images/ill_140a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3a094da
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_140a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_140a.jpg b/38980-h/images/ill_140a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..42e6758
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_140a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_145.png b/38980-h/images/ill_145.png
new file mode 100644
index 0000000..69273ff
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_145.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_156.png b/38980-h/images/ill_156.png
new file mode 100644
index 0000000..681d7a1
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_156.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_156a-th.jpg b/38980-h/images/ill_156a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4b4749f
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_156a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_156a.jpg b/38980-h/images/ill_156a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2849234
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_156a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_165.png b/38980-h/images/ill_165.png
new file mode 100644
index 0000000..dd840b9
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_165.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_168a-th.jpg b/38980-h/images/ill_168a-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b78b0da
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_168a-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_168a.jpg b/38980-h/images/ill_168a.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7571705
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_168a.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_172a-th.png b/38980-h/images/ill_172a-th.png
new file mode 100644
index 0000000..4467bf1
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_172a-th.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_172a.png b/38980-h/images/ill_172a.png
new file mode 100644
index 0000000..4023720
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_172a.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_175.png b/38980-h/images/ill_175.png
new file mode 100644
index 0000000..af1cbc0
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_175.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_deco.png b/38980-h/images/ill_deco.png
new file mode 100644
index 0000000..80e0e3c
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_deco.png
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_fp-th.jpg b/38980-h/images/ill_fp-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f708435
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_fp-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_fp.jpg b/38980-h/images/ill_fp.jpg
new file mode 100644
index 0000000..66d948c
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_fp.jpg
Binary files differ
diff --git a/38980-h/images/ill_vogel.png b/38980-h/images/ill_vogel.png
new file mode 100644
index 0000000..b544f03
--- /dev/null
+++ b/38980-h/images/ill_vogel.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..abe6a3e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38980 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38980)