diff options
Diffstat (limited to '38919-8.txt')
| -rw-r--r-- | 38919-8.txt | 2350 |
1 files changed, 2350 insertions, 0 deletions
diff --git a/38919-8.txt b/38919-8.txt new file mode 100644 index 0000000..098c2d3 --- /dev/null +++ b/38919-8.txt @@ -0,0 +1,2350 @@ +The Project Gutenberg EBook of Een vriendelijke morgenstond, by +F. Lohr and Karl Gustav Nieritz + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Een vriendelijke morgenstond + De ganzenkoopman van Neurenberg + +Author: F. Lohr + Karl Gustav Nieritz + +Translator: J.H. Bok + +Release Date: February 18, 2012 [EBook #38919] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN VRIENDELIJKE MORGENSTOND *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | | + | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als | + | _cursief_. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling (e/ê) zijn behouden. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + +EEN VRIENDELIJKE MORGENSTOND. + + + + + EEN VRIENDELIJKE + MORGENSTOND. + + NAAR F. LOHR. + + + DE GANZENKOOPMAN VAN NEURENBERG. + + NAAR GUSTAV NIERITZ. + + + _Door den Schrijver der "Lentejaren" enz._ + + + HAARLEM, + I. DE HAAN. + + + + +EEN VRIENDELIJKE MORGENSTOND. + + +Meester Liebel stond aan het venster van zijn bovenkamertje, en was +bezig zich voor een klein spiegeltje, dat tegen het venster hing, te +scheren. Hiermede bezig zijnde, hield hij de volgende alleenspraak: "Als +ik de laatste mode volgde, dan liet ik mijn baard ongehinderd groeien, +totdat hij op mijn borst hing. Brrr! ik herinner mij nog zeer goed hoe +bang ik in mijn jeugd voor de Poolsche Joden was, als zij, op weg naar +de Leipziger mis, onze stad doortrokken. Er waren moeders, die, als haar +kinderen niet gehoorzaam wilden wezen, dreigden: "als je niet zoet zijt, +geef ik je aan een Poolsche Jood!" Nu is het reeds zoover gekomen, dat +zelfs schoolmeesters knevels en lange baarden dragen, en het zal niet +lang meer duren, of zelfs de geestelijken laten hun baarden groeien. +Dat had de intendant Zittman eens moeten beleven! Bij hem durfde men +niet anders verschijnen, dan gekleed in zwarten rok, korte broek met +kuitgespen en zwarte zijden kousen, een driekanten steek op het hoofd, +met een witgepoederde staartpruik en natuurlijk eerbiedig binnenkomende +met den steek in de hand. Nu verschijnt men zelfs bij de hoogst +geplaatste personen in rijgewaad, met hooge laarzen en sporen, en +tooit zich zoo op, dat men geen deftig man van een hansworst kan +onderscheiden..... Wie klopt daar?" + +De kamerdeur werd geopend en een paar kinderen traden binnen; een jongen +van acht en een meisje van zeven jaren. De eerste had een blad in de +handen, waarop een koffiekannetje, suikerpot en kopje stonden. Het +schenkblad was met bloemen versierd. Het meisje torschte twee potten +met bloemen: een Basilicum en een roode Balsemine. + +"Goeden morgen, meester!" riepen de kinderen tegelijk op vriendelijken +toon, "wij wenschen u geluk." + +"Wat beteekent dat?" vroeg de meester verrast, "wat bedoelt gij?" + +"Het is immers heden uw geboortedag," antwoordde de knaap. + +"De zestigste," viel het meisje in de reden. + +"Wij wenschen u geluk," riep de knaap, "en hopen dat gij dezen dag nog +veel gezond en opgeruimd beleven mag." + +"Nog veel?" antwoordde Liebel lachende, "men kan zijn geboortedag toch +slechts éénmaal in 't jaar vieren." + +"Ik heb dat wel meer in het dagblad gelezen," verontschuldigde zich de +knaap. + +"Het is toch niet goed uitgedrukt, het is niet taalkundig," vervolgde +Liebel. "Het is beter als men zegt: dikwerf. Maar dat doet er niet toe! +Kinderen, ik dank u en uwe lieve ouders hartelijk voor de betoonde +liefde en belangstelling. Ik had wezenlijk nog niet om mijn verjaardag +gedacht, die toch belangrijk genoeg is, omdat er weder een tiental jaren +voorbij zijn. Wat ruiken die Basilicums lekker! Hoe is het mogelijk dat +die groene blaadjes zoo'n aangename geur verspreiden kunnen? Er zijn +juist nog twee ledige plaatsjes in mijn bloementuin, die nu door deze +potten kunnen ingenomen worden." + +"Wij hebben de planten zelf opgekweekt," sprak de knaap op trotschen +toon. + +"Dan hebt gij er goed slag van," antwoordde Liebel, "en nu vind ik het +geschenk nog veel aardiger. Nogmaals hartelijk dank en de groete aan uw +brave ouders." + +De kinderen vertrokken. + +De meester ging aan tafel zitten en gebruikte zijn eenvoudig ontbijt. +"Die arme menschen," prevelde hij, "zijn gewoonlijk dankbaarder dan de +rijken en voornamen, die zich verbeelden hun plicht gedaan te hebben, +als zij voor het onderwijs, dat hun kinderen genieten, den meester +betaald hebben. Omdat ik de kinderen van mijn huisbaas kosteloos +voorthelp met lezen en schrijven, geven zij mij dagelijks, zonder er +iets voor te rekenen, mijn ontbijt en bewijzen mij allerlei lieve +oplettendheden. Maar komaan, laat ik nu mijn geschenken een plaats +geven." Hij opende het venster, waarvoor reeds op een smal plankje, +drie bloeiende planten stonden. "Welk een heerlijke morgenlucht," riep +Liebel, "wat schijnt die zon heerlijk aan den blauwen hemel; alles +groeit en bloeit, de natuur is prachtig. O, de mensch, die opmerkzaam +is, kan gelukkig zijn. Gevoel ik mij niet even gelukkig als wanneer de +grootste tuin met lanen, bloembedden, rustbanken en tuinbeelden mijn +eigendom waren? Ik heb nergens een cent voor uit te geven, en mij niet +te beklagen over onwillige of luie daglooners. Er wordt alweder geklopt. +Zou er weder iemand zijn om mij geluk te wenschen?--Binnen!" + +Het was een agent van politie, die op ruwen toon den meester aansprak: +"Mijnheer, gij hebt daar voor uw venster bloempotten staan, die niet +door een ijzeren hek beschut zijn. Dit is overtreding van de +politieverordening en ze moeten dus verwijderd worden." + +"Ziet eens hier, beste vriend," antwoordde Liebel, "ik heb iederen pot +met een sterk touw vastgebonden, waardoor het onmogelijk is dat er een +vallen kan." + +"IJzeren stangen, luidt de politiewet," antwoordde de agent, "touw is +breekbaar, en als gij niet zorgt dat de potten met een ijzeren stang +omgeven worden, zijt gij strafbaar en het kost u vijf thaler boete; ik +verleen geen gratie." + +"Wat ziet die politie toch scherp," antwoordde Liebel eenigzins +toornig. "Zij bemoeien zich zelfs met mijn dakkamertje, dat vijf +verdiepingen hoog is, maar daarentegen zien zij somwijlen niets van +wat er op de straat voorvalt. Bij voorbeeld, gisteren avond, toen het +duister was, ben ik over een steenen paal gevallen, die voor het huis +van den geheimraad Hänel geplaatst is, en dat is toch ook iets dat door +de politieverordening verboden is." + +"Hoort eens," viel de agent hem in de rede, "ik stoor mij niet aan +praatjes; gij hebt recht om een aanklacht in te dienen tegen den steenen +paal van den geheimraad, mogelijk wordt hij dan verwijderd. Als er niet +geklaagd wordt, wordt er ook niet gehandeld." + +"Dus, men heeft mijn bloempotten aangeklaagd?" vroeg Liebel, "wie heeft +dat gedaan, vertel mij dat als het u belieft." + +"Dat mag ik niet," antwoordde de agent, "gij weet nu waar het op staat; +goeden morgen." + +"Arme kinderen van Flora," sprak Liebel, terwijl hij de touwen lossneed +en de planten in de kamer bracht. "Het is nog niet genoeg dat gij in +nauwe potten gesloten zijt, maar nu ontneemt men u ook nog lucht, licht +en zonneschijn. Waar moet ik nu met u henen? Het spijt mij dat ik geen +bloementafel bezit. Mijn vreugde over mijn geboortedag is van korten +duur geweest. Maar laat ik mij niet door wereldsche zaken uit mijn +humeur laten brengen; alle lief heeft zijn leed, zegt de groote dichter. +Ik ben toch nog rijker dan Diogenes." + +Dit zeggende liep hij naar het geopende venster en zong: + + Reeds zestig jaren zijt gij oud, + En hebt veel storm beleefd; + +en, zich zelven moed insprekende, liet hij er op volgen: "De boodschap +van den agent is nog niet eens een storm, het is slechts een rukwindje." + +Liebel gaf op twee scholen onderwijs in de latijnsche taal. Toen hij +des middags te twaalf uur uit de scholen huiswaarts keerde, stond de +huisknecht van den rijken bankier hem op te wachten. + +"Meester," zeide hij, "mijnheer wenscht u te spreken." + +Liebel begaf zich terstond naar den bankier, die in hetzelfde huis +de benedenverdiepingen bewoonde. Het verschil tusschen de rijk +gemeubeleerde vertrekken hier en het dakkamertje boven was groot. + +De bankier zat voor een prachtigen mahoniehouten schrijftafel, en stond +niet op toen Liebel binnentrad, maar keerde het hoofd slechts even om, +terwijl hij op onaangenamen toon hem aldus aansprak: + +"Mijnheer, ik ben over u zeer ontevreden, gij hebt mij beleedigd; ik zeg +u de huur van uw woning op." + +"Lieve hemel!" antwoordde de schoolmeester, "wat heb ik misdaan; ik +heb u in geruimen tijd niet gezien of gesproken; waarmede heb ik u +beleedigd?" + +"Toen ik heden morgen in den tuin liep," vervolgde de bankier op +brommenden toon, "hebt gij op spottenden toon mij toegezongen: + + "Reeds dertig jaren zijt gij oud, + En hebt nog niets beleefd."" + +"Mijnheer!" antwoordde de meester, "ik verzeker u als eerlijk man," +dit zeggende sloeg hij met de hand op de borst, "dat ik niet dertig, +maar zestig jaren gezongen heb, en daarmede mij zelven bedoelde, omdat +ik heden zestig jaar oud geworden ben, en, zooals ik gezongen heb, +menigen storm beleefd heb. Nu heb ik heden wel geen storm, maar toch +een rukwindje doorleefd, omdat ik een ontmoeting met een politieagent +gehad heb, die mij bedreigd heeft met vijf thaler boete, omdat mijn +bloempotten met touwtjes zijn vastgebonden, terwijl zij door een ijzeren +hek moeten afgesloten worden." + +"Welnu, als dat het geval is," zeide de bankier, die nu tevreden gesteld +was, "dan neem ik mijn woord terug, maar raad u aan in het vervolg niet +weer zoo luid voor het open raam te staan zingen. Ik zal onder mijn +rommel nog wel een ijzeren hekje hebben; mijn smid zal dat voor het +venster vastmaken." + +"Gij maakt mij gelukkig, mijnheer Meier," sprak de meester, "zoo wordt +op mijn geboortedag mijn liefste wensch vervuld." + +"Het is goed," antwoordde de bankier. "Apropos! Ik heb gehoord dat gij +de beide kinderen van den huisbewaarder les geeft in lezen en schrijven; +zoudt gij lust en gelegenheid hebben om nog een kleine scholier onder +uwe bescherming te nemen? Uit medelijden heb ik een ouderloos kind van +een mijner bloedverwanten in huis genomen; het is zoo mismaakt, dat het +de openbare school niet kan bezoeken. Ik verzwijg u niet, dat het kind +zoo eigenzinnig en onhandelbaar is, dat het met de grootste strengheid +behandeld moet worden. Als gij den moed hebt om dat karakter te buigen, +wees dan zoo goed er dagelijks een uur aan te besteden." + +"Ik zal trachten aan uw verlangen te voldoen," antwoordde Liebel. + +De bankier schelde en gebood den binnentredenden bediende mijnheer de +meester bij de kleine Theodoor te brengen. + +Liebel volgde den bediende, die eenige kamers voorbij liep, totdat zij +eindelijk aan een klein vertrek kwamen, dat zeer eenvoudig gemeubeleerd +was, en geen ander uitzicht had dan tegen een kalen muur. + +Er was hier geen toegang voor een enkelen zonnestraal, een benauwde +lucht kwam de meester tegen. + +Voor een der twee vensters zat een bejaarde vrouw, de oppasseres en +gezelschapsjuffrouw van het kind 't welk aan een tafel zat, die midden +op den vloer stond, met looden soldaatjes te spelen. Het kind kon zes +of zeven jaar oud zijn, zag er bleek en mager uit, had dunne armpjes en +beentjes, daarentegen dikke knokkels en een opgezet lijf. + +"Dat is Theodoor," zeide de bediende tot Liebel, "ziet dat gij iets +van hem maken kan, maar gij zult er niet veel eer mede inleggen." Dit +zeggende verliet hij het vertrek. + +"Lieve jongen," zoo sprak Liebel den knaap aan, "gij schijnt u te +vervelen, mag ik met u spelen?" Theodoor gaf geen antwoord, maar keek +onverschillig voor zich. + +"Kijk mij eens goed aan," vervolgde Liebel, "en geef mij eens een hand, +ik meen het goed met u." Hij boog het hoofd nog lager, verborg de linker +hand onder tafel en wierp met de rechter de soldaten om. + +"Mijnheer," zeide de vrouw, die aan het venster zat, "vermoei u toch +niet met dat onhandelbare stijfhoofd. Als hij niet goed wil, zijn geen +tien menschen in staat hem tot reden te brengen." + +Liebel wierp een medelijdenden blik op het geestige maar innig kranke +kind. Hij zette een stoel bij de tafel, ging tegenover den knaap +zitten, en begon van eenige speelkaarten, die op tafel lagen, een huis +te bouwen. Hij deed alsof er niemand in de kamer was en sprak tegen zich +zelven. + +"Dat is mijn huis," zei Liebel, "nu nog een benedenverdieping,--nu maak +ik er een hek om heen,--nu nog een verdieping er boven op,--nog een..... +o jé!" + +Met opzet liet de meester het geheele gebouw instorten, waarbij hij +opmerkte, dat Theodoor eerst nieuwsgierig het spel had gade geslagen en +bij het omvallen zelfs gelachen had. + +"Nu zal ik voor den koning een prachtig slot bouwen," vervolgde de +meester. "Zie zoo, daar staat het,--daar moeten nu schildwachten voor +staan." + +Theodoor verzette er zich niet tegen, dat Liebel eenige soldaten voor +hem weg nam en die voor het koninklijk slot plaatste. + +"De koning komt uit het slot," vervolgde de meester, terwijl hij een +looden generaal voor het kaartenhuis plaatste, "nu moet de wacht voor +hem difileeren." Hij plaatste eenige soldaten in gelederen, de muziek en +de tamboers voorop; met den mond bootste hij het geluid van muziek en +trom na, terwijl hij tegelijk kommandeerde. + +Theodoor was oplettender geworden en nu en dan zweefde er een lachje om +zijn lippen. Van tijd tot tijd staakte de meester het spel, en eindelijk +stond hij op, reikte het kind een hand en vroeg: "mag ik nog eens terug +komen?" + +Theodoor zweeg, keek den meester aan, greep zijn rechter hand en drukte +die vast in de zijne en bleef zoo eenigen tijd zitten. Liebel bleef een +poosje sprakeloos voor hem staan; eindelijk herhaalde hij zijne vraag, +terwijl zijn hand nog in die van den knaap rustte, "mag ik nog eens +terug komen?" + +Theodoor knikte eenigzins met het hoofd, terwijl hij zijn hand uit die +van den meester verwijderde. Liebel vertrok en werd door de vrouw +uitgeleid. + +"Gij zijt een duivelskunstenaar," zeide zij, "gij kunt meer dan eten; +als gij den jongen tot spreken krijgt, verricht gij een wonder." + +Liebel verliet de woning van den bankier. De goede man liep in gepeins +verzonken over de straat. "Arme jongen," prevelde hij, "men heeft u +altijd verkeerd begrepen; ach, wat hebt gij veel verzorging noodig, en +wat wordt er weinig gedaan tot heil van uw ziel en lichaam. De bankier +is een onhandelbaar man, hij wil altijd zijn eigen zin volgen, met +hem kan ik dus niet over de opvoeding van Theodoor spreken. Ik zal +zelfstandig handelen en zijn toestemming niet vragen. Tot levensdoel +stel ik mij voor, den knaap uit zijn ziekelijken toestand en uit zijn +staat van verdooving te redden; met Gods hulp zal ik mijn doel +bereiken." + +Den volgenden dag herhaalde Liebel zijn bezoek en het spel. Ook had +hij drie groote witte dobbelsteenen medegebracht; deze liet hij over de +tafel rollen en telde overluid de oogen. Hij deed dit alles zonder zich +met den knaap te bemoeien. Eindelijk deed Theodoor uit eigen beweging +hetzelfde wat Liebel deed; zijn ijver ontwaakte, hij speelde lustig mede +en lachte somwijlen hartelijk. Eindelijk leerde hij de achttien oogen +van de dobbelsteenen tellen, kreeg lust om nu te tellen hoeveel soldaten +hij bezat, wilde weten hoe de kleedingstukken en de wapenen der soldaten +genoemd werden, enz. Later werden de dobbelsteenen en soldaten vervangen +door een groote verscheidenheid van bont gekleurde boonen, waardoor hij +al spelende de beginselen der rekenkunde leerde. Toen kwam het lezen aan +de beurt. Hiertoe bezigde Liebel eenige groote letters, die op strookjes +bordpapier geplakt waren, en vertelde hem bij iedere letter een klein +sprookje, waardoor hij Theodoor onderhoudend wist bezig te houden. Nadat +de eerste moeielijkheden overwonnen waren, werd Theodoor hoe langer hoe +bevattelijker en Liebel zag zijn moeite rijkelijk beloond. + +De bankier bemoeide zich volstrekt niet met hem, en vroeg nooit aan den +meester of Theodoor al of niet leerde. + +Op zekeren dag ontmoette Liebel, toen hij het huis van den bankier wilde +verlaten, mevrouw Meier in den gang. Na haar vriendelijk goeden dag +gezegd te hebben, vroeg hij haar wat de reden was dat Theodoor nimmer +van de buitenlucht mocht genieten, daar dit zoo wenschelijk zou zijn +voor het herstel van zijn gezondheid. + +Mevrouw scheen met deze vraag verlegen te zijn. Eindelijk antwoordde +zij: "Mijnheer Liebel, ik weet niet of gij met het karakter van mijn +man bekend zijt; zoo niet, dan zal ik beginnen met u te zeggen, dat +hij over eenige zaken vreemde denkbeelden heeft; gij weet, wij zijn +kinderloos, en het blijkt uit deze zaak, dat de bankier volstrekt geen +slag heeft van kinderen op te voeden. Toen wij Theodoor in huis namen, +was hij ziekelijk en nog is hij gebrekkig; hij kon bijna niet loopen, en +daarom heeft mijn man een gezelschapsjuffrouw genomen om Theodoor bezig +te houden, maar heeft haar bepaald verboden het kind buiten de kamer te +laten. Het zou verkeerd zijn, hem het vreemde van deze opvoeding aan het +verstand te brengen; heeft hij eenmaal een plan gevormd, dan moet het +uitgevoerd worden; ik zou u daarom bepaald ontraden ooit over deze zaak +met mijn man te spreken." + +Liebel was een te verstandig man, om niet de gegrondheid van deze +bewering in te zien. Nu hij op de hoogte der zaak stond, groette hij +mevrouw en verliet de woning van den dommen rijken bankier. + +"Dat arme kind," prevelde Liebel, toen hij op straat was. "Gelukkig dat +ik nimmer over hem tegen den bankier gesproken heb; nu is mij niets +verboden en ik kan dus doen wat ik wil. Ik weet een plekje, waar hij +ongestoord in het groen, in de vrije lucht en in de heldere zonneschijn +zich vrij en onbedwongen kan bewegen. Ik bedoel den hoek grond +achter den moestuin bij de tuinmanswoning, waar nooit iemand van de +huisgenooten komt; niemand bemoeit zich met het kind, maar ik zal wel +zorgen dat hij dagelijks ongemerkt komt waar hij zijn gezondheid kan +herkrijgen. Ik houd mij overtuigd, dat geen der knechts of der meiden +mij verraden zullen." + +De bankier zat dagelijks op zijn kantoor, mevrouw had hare huiselijke +bezigheden en dacht niet meer om het onderhoud, dat zij met Liebel had +gehad. Deze ontvouwde zijn plan aan de gezelschapsjuffrouw. "Als gij het +op u durft nemen," zeide zij, "mij is het wel, ik heb er niet op tegen; +ook zie ik zeer goed in, dat, nu gij hem zoover ontwikkeld hebt, de +vrije lucht noodig voor hem is." + +Theodoor herleefde, toen hij dagelijks een groot uur in den tuin +doorbracht en naar hartelust in het zand speelde. Het maken van +zandhoopen, het zandkruien en dergelijke bezigheden meer, oefenden een +wonderdadigen invloed op zijn gestel en humeur uit. + +Het duurde niet lang of de kinderen van den huisbewaarder voegden zich +bij hem, en gaarne hield hij zich met hen bezig. Terwijl het kind zich +alzoo vermaakte, studeerde Liebel in een boek, waarin vele platen waren. +"Men is nooit te oud om te leeren," zeide hij tot zich zelven, "tot +nu toe heb ik het steekspel als een schadelijke nieuwigheid, als een +halsbrekende kunst beschouwd, ja, het voor een schadelijke zaak gehouden +voor ondeugende jongens, en nu zit ik vlijtig in deze handleiding voor +het steekspel te studeeren, omdat ik het op Theodoor wil toepassen." + +Liebel begon natuurlijk zijn oefeningen met de lichtste en eenvoudigste +bewegingen, waaraan Liesbet en Gotthelff, de kinderen van den +huisbewaarder, insgelijks deelnamen. + +Het is een algemeene waarheid, dat men die kinderen, welke veel te +kort komen, de meeste liefde en zorg toedraagt. Zoo'n kind gelijkt +veel op het verloren schaap, waarover de herder zoo innig gelukkig was, +en waarover hij meer vreugde betoonde, dan over de negen en negentig +schapen, die hij altijd bij zich had. Zoo'n vreugde beleefde Liebel aan +Theodoor, toen deze dagelijks naar lichaam en ziel krachtiger werd. +Zelfs zijn kromme beenen stonden veel beter dan vroeger. + +Er verliepen achttien maanden, waarin de trouwe meester alle zorg aan +zijn leerling besteedde, en met opzet het bijzijn van den bankier +vermeed. + +De tweede winter liep reeds ten einde, toen op zekeren avond, in de +maand Februari, meester Liebel in een draagkorf te huis werd gebracht: +hij had een been gebroken. + +"Lieve hemel," riep de huisbewaarder Golberg, toen hij zijn vriend zag, +"hoe is u dat overkomen?" + +"Het is eensdeels mijn eigen schuld," antwoordde Liebel met zwakke stem, +"en voor het overige de schuld van den steenen paal die voor het huis +van den geheimraad Hänel staat. Ik had oplettender moeten zijn, omdat ik +reeds vroeger over dien paal gestruikeld ben, en had het trottoir moeten +houden. Maar ik liep in gedachten verzonken, en dacht aan onze kleine +Theodoor, voor wie ik een gekleurden bal in den zak heb. Eensklaps +struikel ik over den bewusten paal en val op den grond. Terstond +bemerkte ik dat ik mijn been gebroken had, want ik kon niet opstaan. +Beste Golberg, doe mij het genoegen en roep een heelmeester; in dien +tijd zullen de dragers mij wel naar mijn kamertje willen brengen." + +Golberg voldeed aan dit verlangen en zijn vrouw bleef bij den meester. + +"Verschrikkelijk," riep zij, "arme man, waarom moest nu juist u zoo'n +ongeluk overkomen!" + +"Waarom? Dat weet onze lieve Heer," antwoordde Liebel. "Maar, in ieder +geval, een beenbreuk is een ongeluk. Het zal mij veel pijn veroorzaken; +bijna zes weken het bed moeten houden; in al dien tijd kan ik geen +lessen geven en dientengevolge geen geld verdienen en mogelijk nog met +een stijf been mijn verdere dagen moeten voortleven. Maar ik vertrouw +op God, die meermalen uit het kwade nog iets goeds geboren doet worden; +dat is mijn grootste troost. Als alle menschen bij de ongelukken die +hen treffen maar het vertrouwen op God behielden, dan zouden zij minder +troosteloos zijn. Herinnert gij u nog, vrouw Golberg, den tijd toen de +politieagent mij met boete bedreigde als ik mijn bloempotten niet met +een ijzeren hek afsloot? Ik maakte mij daarover volstrekt niet boos, +maar zong lustig mijn liedje; daarover werd ik bij den bankier geroepen +en gedreigd mijn woning te moeten verlaten. En wat was van dit alles het +gevolg? Ik kreeg voor het raam het vereischte ijzeren hek, bovendien +het misdeelde kind Theodoor tot leerling, die nu mijn grootste geluk +uitmaakt. Welnu, uit deze beenbreuk zal ook wel weêr iets goeds geboren +worden; ik zal mijn lot geduldig dragen, en op mijn ziekbed heb ik tijd +om over gewichtige zaken na te denken." + +Blijmoedig en zonder klagen verdroeg Liebel de hevigste pijn bij het +zetten van het been en de daaropvolgende koortsen. Golberg en zijn vrouw +waakten om beurt bij het ziekbed, terwijl hunne kinderen steeds bereid +waren om voor het noodige te zorgen. Het was voor den werkzamen man een +vreeselijke zaak zoo langen tijd, zonder iets uit te voeren op bed te +liggen; zelfs het lezen werd hem in de eerste dagen door den arts +verboden. + +Toen Theodoor voor het eerst, zonder dat de bankier er iets van wist, +zijn goede leermeester bezocht, vloden de tranen hem langs de wangen. +Deze deelneming van den wees troffen den meester zeer, zoodat hij, om +den goeden jongen te troosten, begon te schertsen. "Welnu," zeide hij +lachend, "nu zijn wij elkander gelijk. Voortaan zal ik hinken even als +gij, alleen met dat onderscheid, dat uw hinken hoe langer hoe minder en +het mijne met den tijd erger worden zal; het is toch altijd beter dat ik +mijn been gebroken heb, dan dat ik mijn hersens verloren had." + +"De geheimraad Hänel laat dikwerf naar uw toestand vragen," zeide op +zekeren dag Gotthelff. + +"Hij zal den geneesheer betalen," vervolgde Liesbet. + +"De vrouw van den geheimraad," liet Gotthelff er op volgen, "zal, zoodra +de geneesheer het toestaat, voor u versterkende middelen gereed maken." + +"De geheimraad heeft het goed met u voor," zeide Liesbet lachende. + +"De lastige steenen paal is nu voor de deur weggenomen," hernam +Gotthelff. + +"Waarlijk?" riep Liebel op opgeruimden toon. "Daarin ziet gij al weêr, +dat uit het kwade iets goeds geboren wordt. Nu kan er niemand meer op +die plaats struikelen of het moet glad op straat zijn." + +Drie weken later was Liebel zoover hersteld, dat hij, ofschoon te bed +liggende, de drie kinderen kon onderwijzen, kleine geschiedenissen +vertellen of met hen spelen. Weder drie weken later kon hij het bed +verlaten en, met behulp van een stok, zijn kamertje op en neder loopen. +Tot zijn groote vreugde kwam hij tot de ontdekking, dat zijn been niet +verzwakt of te kort geworden was, zoodat hij volstrekt niet mank liep. + +Met ongeduld verwachtte hij de dagelijksche komst der drie kinderen, +om hen voor den eersten keer loopende tegemoet te komen en hen +deelgenoot te zien van zijn vreugde. Er kwam echter niemand. Er was iets +voorgevallen dat, zoo het zich eerst liet aanzien, noodlottig voor vele +menschen zou afloopen. De bankier Meier had zich naar de tuinmanswoning +begeven, omdat daar in de nabijheid een voorraad brandhout lag, die door +den aanhoudenden winter zeer verminderd was; nu wilde hij zijn voorraad +eens overzien. Terwijl hij hiermede bezig was, vernam hij in zijn +onmiddelijke nabijheid het lachen en tieren van eenige kinderstemmen, +die achter het gebouw speelden. Op het geluid af loopende, zag Meier +twee jongens en een meisje, die zich bezig hielden met sneeuwballen +gooien, en in het vuur van hun spel de komst van den gevreesden huisheer +niet bemerkten. Hij zag spoedig, dat een der knapen en het meisje +kinderen waren van den huisbewaarder; de tweede knaap met roode wangen, +die lustig bezig was zich tegen de twee andere kinderen te verdedigen, +herkende hij niet. + +Meier had zijn pleegkind slechts zelden en dan nog altijd in de benauwde +kamer gezien, waar hij wezenloos en stil op een stoel zat; daarom dacht +hij in den beginne een vreemd kind voor zich te zien. + +Toen de kinderen eindelijk de tegenwoordigheid van den gevreesden +huisheer bemerkten, staakten zij eensklaps hun spel. + +Verschrikt lieten zij de sneeuwballen uit de handen vallen en stonden +onbewegelijk als zoutpilaren. Theodoor liet het hoofd op de borst +zinken; het rood van zijn wangen verdween en werd vervangen door +doodelijk wit, angstig keek hij naar den grond. + +"Is het mogelijk!" riep Meier verrast uit, "gij, Theodoor, hier?" + +Men kon het den bankier aanzien, dat hij verrast was over de +verandering, die er met den knaap had plaats gehad. Eerst straalde hem +de vreugde uit de oogen, doch op hetzelfde oogenblik beheerschte hem +zijn kwade luim. Hij herinnerde zich de bevelen die hij vroeger gegeven +had, en op den hem eigen onaangenamen toon vervolgde hij: "Gij hier op +dezen natten grond, met kleeren die nat van de sneeuw zijn; wie heeft u +toestemming gegeven om de kamer te verlaten, en zonder mijne toestemming +hier te spelen? Spreek, jongen." + +"Ik ben uit eigen beweging hier heen gegaan," sprak Theodoor op +vrijmoedigen toon. + +"En waar is vrouw Wimner?" vervolgde Meier. + +"Toen zij even de kamer verlaten had, ben ik haar gevolgd." + +"Het is niet waar," viel Gotthelff in de rede; "wij hebben Theodoor +afgehaald om hier te turnen, en daarop is dit spelletje gevolgd." + +"Te turnen," riep Meier op spottenden toon. "Allerliefst! wat weten +zulke domme kinderen van turnen!" + +"Heel veel," antwoordde Liesbet op beslisten toon, "meester Liebel +heeft..." + +"Stil!" riep Gotthelff gebiedend. + +"Wat is er met den ouden schoolmeester?" vroeg Meier. + +"Hij kan ons geen les geven, omdat hij met een gebroken been te bed +ligt," zeide Liesbet, "en daarom..." + +"Hebben wij vrije tijd," vervolgde Gotthelff, "en daarom hebben wij met +elkander geturnd." + +"Ik zal die zaak ernstig onderzoeken," sprak Meier, "maar wee degeen, +die van dit alles de schuld heeft." + +"Wij alleen hebben schuld," riep Gotthelff. + +"Dat zullen wij zien,"--hernam Meier. "Marsch, jongen, vooruit naar je +kamer, en wee u, als gij buiten mijn toestemming er weêr uitkomt." + +Theodoor gehoorzaamde zonder een woord tegen te spreken. Gotthelff en +Liesbet daarentegen vertelden alles wat er voorgevallen was aan hunne +ouders. + +Liebel wachtte nog altijd op de kinderen. Eindelijk ging hij weder +liggen en verdiepte zich in gissingen over het onverwachte wegblijven. +Eindelijk kwam Golberg, die er buitengewoon ernstig uitzag. + +"Waarom zijn de kinderen niet gekomen?" vroeg Liebel. + +"Ik weet niet of ik u de oorzaak zeggen wil," antwoordde Golberg, "er is +iets onaangenaams voorgevallen, en ik vrees, dat als ik u het vertel, +deze geschiedenis nadeelig op uw herstel zal werken." + +"Vooruit er mede," zeide Liebel, "de onzekerheid pijnigt meer dan de +wetenschap." + +Golberg vertelde alles wat er voorgevallen was. "De bankier heeft alle +knechts en meiden streng ondervraagd, en de uitslag hiervan is geweest, +dat wij drieën, gij, vrouw Wimner en ik, de hoofdoorzaak van alles zijn. +Vrouw Wimner moet terstond het huis uit; ik met het einde der maand, en +wat mijnheer Meier met u doen zal weet ik niet." + +Liebel schrikte geweldig. "Wij hebben," zeide hij, "eerder een belooning +dan straf verdiend, maar we hebben niet gedacht aan het booze humeur +van een tiran. Ik ben de oorzaak van het leed, dat vrouw Wimner en u +aangedaan wordt. Wat nu te doen, om dat kwaad goed te maken?" + +"Heb voor mij en de mijnen geen zorg, meester," vervolgde Golberg. +"Reeds lang heb ik plan gehad om iets anders te zoeken en dan voor +de betrekking van huisbewaarder te bedanken. Mijn vrouw en ik zijn +voornemens een kruidenierswinkel op te richten; het noodige geld +daarvoor ontbreekt ons echter. Ik heb al eenige keeren moeite gedaan +om geld te krijgen, maar er is niemand te vinden, die zonder een goed +onderpand geld geven wil. Maar nu de zaken zoo staan, zal er mogelijk +wel een menschenvriend zijn die ons helpen wil. Vrouw Wimner beklaag ik +volstrekt niet; zij mag blijde zijn uit een dienst ontslagen te worden, +die waarlijk niet veel beter dan een gevangenis is. Alleen beklaag ik +Theodoor; op dien kan de wreede bankier zich wreken." + +Toen Golberg vertrokken was, raadpleegde Liebel met zichzelven. +"Golberg," zeide hij, "heeft zich als een echte Samaritaan voor mij +gedragen, bij mijn ziekbed gewaakt en mij trouw verpleegd. Het is door +mijn toedoen dat zij hunne betrekking verliezen. Evenzoo vrouw Wimner. +Het is dus niet meer dan plicht dat ik zooveel mogelijk hulp verleen. +Ach, als ik nu maar kon of durfde uit gaan!" + +Zes dagen later gaf de heelmeester hiertoe zijn toestemming. Liebel +strompelde het huis uit, nadat hij uit een gesloten lade een klein +voorwerp, dat in papier gewikkeld was, had gehaald en in zijn jaszak +gestoken. + +Het werd avond, maar de meester kwam niet te huis. Daarentegen liep +door de stad het praatje, dat de oude meester Liebel door de politie +gearresteerd was, omdat hij bij een der juweliers een gouden snuifdoos, +met brillanten omzet, had te koop aangeboden, en dat dit voorwerp +reeds lang als gestolen bij de politie was aangegeven. Het gerucht was +waarheid. Liebel zat tusschen vier muren, in een somber hok, dat slechts +enkele stralen daglicht toeliet en waarin zich niets dan een stroozak, +om op te leggen, bevond. Hij trok zich zijn lot echter niet aan; +integendeel, hij was vroolijk en tevreden. "Er hebben," prevelde hij, +"vóór mij meer menschen onschuldig gezeten." Hij ging in gedachten na, +hoeveel personen uit de geschiedenis onschuldig gevangen waren geweest, +en eindigde zijn overdenking met het bekende lied: + + Wees trouw en eerelijk tot aan uw laatsten dag, + +en toen hij aan den volzin kwam: + + Dat zingt gij bij de waterkruik, alsof het nektar was, + +staakte hij zijn gezang, terwijl hij lachend uitriep: "Daar staat +werkelijk een waterkruik. Kom, ik wil eens proeven of de inhoud naar +wijn smaakt. Ik hoop maar dat men mij tegen den avond wat eten brengt." + +Toen Golberg het vreeselijke nieuws vernomen had, vloog hij naar den +geheimraad Hänel, en vroeg of deze de voorspraak zijn wilde voor den +meester. De heer Hänel was hiertoe terstond bereid. + +Toen Liebel den volgenden morgen in 't verhoor genomen werd, verklaarde +hij, dat hij, nu ruim vijf-en-twintig jaar geleden, den tegenwoordigen +vorst les gegeven had in de latijnsche en de grieksche taal, en dat +hij toen, tot belooning daarvoor, de gouden doos met brillanten omzet, +waarop het jaartal gegraveerd was, van den vorst ontvangen had. Hij had +de doos nooit gebruikt, omdat hij niet snoof, en haar bewaard, totdat +hij de geldswaarde noodig had, en daar zich dit geval nu voordeed, had +hij besloten de doos te verkoopen. + +Toen Liebel dat verhaal gedaan had, werd het verslag daarover den +geheimraad Hänel ter hand gesteld. Deze was een vertrouwde van den +vorst, en deelde hem het gebeurde mede. + +"O ja," zeide de vorst, "ik herinner mij nog zeer goed mijn leermeester +in de doode talen. Ik was zeventien jaren oud, toen ik de lessen van +hem kreeg, die mij toegang tot de universiteit gaven. Het was een best +mensch, die meester Liebel; en dat ik hem, bij de vele staatszorgen, +geheel vergeten heb, is zijn eigen schuld, daar hij nooit weder iets +van zich heeft laten hooren. Ik herinner mij ook zeer goed, dat mijn +overleden vader hem een gouden doos ten geschenke gegeven heeft. De +hofjuwelier Schrödel zal daarover wel nadere inlichtingen kunnen geven, +want bij hem werden alle dergelijke geschenken gekocht." + +Toen de doos den juwelier werd voorgelegd, bekeek hij haar nauwkeurig, +want hij had de gewoonte om ieder stuk, dat bij hem vervaardigd was, een +geheim teeken te geven--dit vond hij ook op deze doos. Daarna sloeg hij +zijn boek op, waarin vermeld stond den tijd van aflevering, den naam aan +wien zij gezonden was, als ook den prijs wat zij gekost had. Alles sloot +met hetgeen door den meester gezegd was. + +"Ik heb," zeide de juwelier, "veel dusdanige doozen aan ons hof +geleverd; dus, als al de eigenaars als dieven worden opgepakt, dan kan +de gevangenis spoedig goed bevolkt zijn." + +Liebel was weder naar zijn cel gebracht, doch spoedig vernam hij eenige +naderende voetstappen. De grendels werden van de deur weggeschoven, en, +gelijk met den gevangenbewaarder, stormde de huisbewaarder Golberg met +vrouw en kinderen binnen. Allen drukten en kusten de handen van den +meester. + +Golberg riep: "beste mijnheer Liebel, uw onschuld is erkend, de +geheimraad, die mij deze heuchelijke tijding heeft medegedeeld, zal op +het oogenblik hier zijn, om u met eer uit dit ellendige hol te voeren." + +"Hoe is het mogelijk," vroeg vrouw Golberg, "dat men u voor een dief +heeft kunnen houden? Het is verschrikkelijk!" + +"Och," antwoordde Liebel op zachten toon, "deze nieuwe beproeving zal +ook alweer noodig geweest zijn. Van heden af zal ik ten minste de +vrijheid nog meer waardeeren dan vroeger. Drie zaken heb ik zeer +ontbeerd: de vriendelijke zonnestralen, mijn boeken en uw lekkere +koffie, vrouw Golberg. Dezen morgen werd ik onthaald op een watersoepje. +Die wilde er niet best in; wel zong ik met heldere stem: "Dan zingt gij +bij de waterkruik alsof het nektar was,"--maar ik meende het toch niet. +Dat water heeft mijn maag bedorven." + +"Als gij bij ons komt," zeide vrouw Golberg, "dan zal ik u een kop +koffie gereed maken, zooals gij nog nooit gedronken hebt. Een lood +koffie voor twee kopjes en daarbij een lekker broodje uit de koninklijke +bakkerij. Wat zou Theodoor gaarne met ons hier heen gegaan zijn, maar de +arme jongen zit insgelijks gevangen." + +"Dat arme kind," zuchtte Liebel, "God zegene hem." + +Het binnenkomen van den geheimraad brak het gesprek af. + +"Zwaar beproefde man," zoo ving deze aan, "verlaat met mij deze +verschrikkelijke plaats. De vorst wacht u; hij is bereid u een +schitterende voldoening te geven." + +"Wie?... ik? ik zou met deze slechte kleêren, die nog naar de gevangenis +ruiken, voor den vorst verschijnen? Neen, dat gaat niet." + +"Kom, volg mij," riep de geheimraad, terwijl hij den tegenstrevenden +meester met zich trok, "het rijtuig staat op u te wachten." + +Het was een rijk vergulde hof koets, waaromheen zich een nieuwsgierige +volksmenigte geschaard had. Toen de meester, door twee hoflakeien +gevolgd, het rijtuig instapte, zag hij niets dan vroolijke en opgeruimde +gezichten. Toen de vurige paarden het rijtuig in beweging brachten, +hoorde hij achter zich het volk aanheffen: "hoera, hoera! leve meester +Liebel--hoera!" + +"Droom of waak ik?" vroeg Liebel, terwijl hij zich op het zachte kussen +heen en weder liet schommelen, "ben ik eensklaps zoo'n belangrijk +persoon geworden?" + +De vorst ontving lachende zijn vroegeren leermeester. "Beste Liebel," +zoo sprak deze hem aan, "ik moet beginnen met u te beknorren, omdat gij +nooit weer zijt komen omkijken naar uw ouden leerling. Waarom zijt gij +nooit bij mij geweest? Waarom hebt gij niet gedongen naar den titel van +professor? Mijn invloed zou u ten dienste gestaan hebben." + +"Genadige vorst," antwoordde Liebel, "ik weet dat uwe doorluchtigheid +dagelijks met verzoekschriften overstelpt wordt, en aangezien ik door +het geven van lessen in mijn onderhoud heb kunnen voorzien, zoo vond ik +geen vrijheid het aantal verzoekschriften met nog een te vermeerderen." + +"Als alle menschen zoo bescheiden waren," antwoordde de vorst. "Maar +nu, wat wilt gij? Een hoogere betrekking bij het onderwijs, of de +betrekking van bibliothecaris aan de hoogeschool? Of wilt gij liever in +de residentie blijven? In dat geval heb ik ook nog wel een betrekking +voor u. De custos van onze bibliotheek heeft zijn ontslag aangevraagd +en deze post is nog niet begeven. Er is aan verbonden een jaarwedde van +500 thaler en geeft u bovendien nog veel vrije tijd. Wat wilt gij?" + +"Ach, uwe doorluchtigheid, welk onverwacht geluk! Ja, de boeken, de +boeken, dat is mijn element. Hoe gelukkig zal ik mij gevoelen als..." + +"Goed," zeide de vorst, "bij deze benoem ik u tot mijn +hofbibliothecaris, en tevens ontvangt gij hier ten tweede maal uit mijn +hand de snuifdoos. Gebruik haar minstens nog een vijfentwintigtal +jaren." + +De vorst vermaakte zich met den hoogst gelukkigen Liebel. Eindelijk trad +de geheimraad naar hem toe, en voerde hem weder naar het rijtuig, dat +hem naar zijn woning bracht. + +"Wat heb ik gehoord," zeide de geheimraad, "snuift gij niet? Ik +daarentegen ben een hartstochtelijk snuiver, wees zoo goed en laat mij +het eerste snuifje uit de koninklijke doos hebben." + +Liebel haalde de doos uit den zak, die veel zwaarder was dan vroeger. +Toen hij het deksel oplichtte, glinsterden hem, tot den rand der doos +toe, nieuwe dukaten tegen. + +"Dat is sterke snuif," riep de geheimraad op lachenden toon. "Zult gij +die ook zonder te gebruiken laten beschimmelen, zooals gij vroeger de +doos gedaan hebt?" + +"Neen," antwoordde Liebel, terwijl tranen van aandoening over zijn +wangen biggelden, "met dat geld zal ik een goede zaak tot stand brengen +en veel nut stichten. Dat geld zal het geluk bevorderen van mijn +vrienden, die mij in den nood trouw ter zijde gestaan hebben. Om hen +te redden had ik deze doos willen verkoopen, die ik van nu af als een +kostbaar kleinood in eere houden zal. Hoe wonderbaar zijn de wegen des +Heeren, die dikwerf uit het slechte het goede doet geboren worden." + +Het gebeurde zooals Liebel gezegd had. De kruidenierswinkel van Golberg +was spoedig gereed. Dat Liebel vrouw Wimner tot zijn huishoudster +benoemde, zoodra hij zijn dakkamertje verwisseld had voor eene nette +woning, was een zaak, die, zoo hij zeide, van zelve sprak. + +Door deze handelwijze waren alle verdrukte en slecht behandelde personen +gered. Eén echter verkeerde nog in een ongelukkigen toestand. De arme +Theodoor zat nog eenzaam in zijn sombere achterkamer. Dit hinderde den +hofbibliothecaris, en hij rustte niet vóór hij een middel gevonden had, +waardoor ook deze ongelukkige een beter lot deelachtig werd. + +Op zekeren dag kwam het Liebel ter ooren, dat de zaken van den bankier +niet in orde waren. De onaangename man had zich in speculatiën gestoken +die verkeerd afgeloopen waren, en het was vrij algemeen bekend, dat hij +daarmede zijn vermogen verspeeld had. Nauwelijks was Liebel met deze +zaak bekend of hij vervoegde zich bij den bankier. + +De ontvangst was niet vriendelijk; trouwens, Liebel had zich daarop +voorbereid; hij had nog nooit een vriendelijk woord van mijnheer Meier +ontvangen. + +Eerlijk en openhartig kwam Liebel voor zijn zaak uit. Hij verbloemde +niets wat hij van den toestand van den bankier vernomen had en eindigde +met de vraag: "En nu, mijnheer Meier, kom ik met een vriendelijk verzoek +tot u: sta mij den verlaten wees af, ik zal, zoo lang ik leef, voor hem +zorgen, en tevens maken dat hij, indien ik kom te sterven, niet zonder +hulp achterblijft." + +Men kon zien, dat de trotsche bankier een inwendigen strijd voerde. Het +aanbod was echter te verleidelijk, en hij wilde ook wel van Theodoor +ontslagen zijn. Op den hem eigen stroeven toon gaf hij zijn toestemming +en deed afstand van den knaap. + +Liebel was overgelukkig. Geen minuut wilde hij zijn leerling meer in de +achterkamer laten. Hij verzocht en kreeg toestemming om den knaap +terstond uit zijn gevangenis te bevrijden en met zich te nemen. + +Nog nooit had Liebel zoo gelukkig langs de straat geloopen, dan deze +keer, nu hij Theodoor naar zijn woning bracht. Met medelijden zag hij +den knaap aan. "Ach," dacht hij, "wat heeft dat kind veel ontbeerd. Het +zal voortaan mijn levensdoel zijn hem te vergoeden al wat hij tot nu toe +te kort gekomen is." + +Veertien jaren waren vervlogen. De bankier was overleden zonder +eenig fortuin na te laten. Theodoor was een jonge krachtige man van +drie-en-twintig jaren geworden. Na den dood van zijn oom werd het huis, +waarin hij eenige jaren in ellendigen toestand geleefd had, door aankoop +zijn eigendom. + +Op een schoonen zomermiddag zat in de schaduw der tuinmanswoning, de +plek, waar het spel met de sneeuwballen had plaats gehad, de eerwaarde +leermeester Liebel op de eereplaats aan den maaltijd. Zijn hoofd was +bedekt met een zwart fluweelen mutsje, waaronder zilverwitte haren te +voorschijn kwamen; diepe rimpels lagen hem op het voorhoofd. Vóór hem +op de tafel stonden twee potten met bloemen, de eene was een donkere +Basilicum, de andere een vuurroode Balsamine, geschenken van Gotthelff +en Liesbet. Liebel vierde heden zijn vier-en-zeventigste verjaardag. De +kinderen zaten naast hunne ouders, daarnevens Theodoor Meier en vrouw +Wimner, die af en aan liep om de verschillende gerechten op te brengen. + +Bovendien zat er nog aan tafel de echtgenoot van Liesbet, een welvarend +drogist, die, als deelgenoot, met Gotthelff flinke zaken deed. De +welbereide spijzen en de edele wijn werden met gretigheid genuttigd, +terwijl er menige heildronk op het welzijn van den grijsaard, aller +vriend, werd uitgebracht. + +Deze wierp een blik op zijn dakvenstertje en zeide met bevende stem: +"Het is heden juist veertien jaren geleden, dat ik daar voor dat +geopende dakvenster stond en zong: + + Reeds zestig jaren zijt gij oud, en hebt veel storm beleefd. + +Er hebben na dien tijd nog heel wat stormen over mijn hoofd gewaaid, +doch allen zijn door Gods goedheid opgevolgd geworden door zonneschijn +en kalm weder. Hem daarvoor de dank, Hem alleen de eer!" + + + + +DE GANZENKOOPMAN VAN NEURENBERG. + + +"O, ganzendief! ganzendief!" werd in het dorp geroepen. "Ganzendief! +ganzendief!" weerklonk het in de verte. Waar men liep of stond, ieder +oogenblik hoorde men de jeugd die leelijke woorden herhalen. Het gold +een kleinen, armen knaap, die er niet ouder uitzag dan tien of elf +jaren, maar die reeds dertien jaren achter den rug had. + +Het is een bizondere liefhebberij, hoofdzakelijk voor de jeugd op het +platte land, om haar gelijken, en voornamelijk het arme deel der +gemeente, te bespotten en bijnamen te geven, te meer, wanneer eenig +lichaamsgebrek hiertoe aanleiding geeft. + +Men deed echter een groot onrecht met Balthasar Teppel, want dien gold +het scheldwoord, "ganzendief" te noemen. Men had hem liever den naam +van ganzenvriend moeten geven. + +Ieder mensch moet op aarde iets hebben waarmede hij ingenomen is, en +Balthasar bezat op aarde niets dan twee kleine jonge ganzen, die nog +niet eens vederen, maar goudgeele haren bezaten. Hij had noch vader noch +moeder, noch broeders, noch zusters, zelfs geen naaste bloedverwant--hij +was een verlaten wees. Hij bezat niets dan het vertrouwen op God en de +twee jonge ganzen, die hij van den watermolenaar gekregen had. Balthasar +wist niet dat ganzen eenmaal het Kapitool van Rome gered hadden, evenmin +wist hij hoe lekker een boterham, met ganzenlever besmeerd, smaakte. +Niettegenstaande dat, hield hij veel van de ganzen en benijdde hen +dikwerf, omdat zij volstrekt geen last van de bittere kou hadden, en +zelfs, al liepen zij in den regen, niet nat werden, daar zij het water +van hun vederen afschudden. Ook van koud noch van warm weder hadden zij +eenige last. Hij hoorde veel liever het geschater van een gans dan het +kakelen van een haan of het koeren van een duif, of het blaffen van een +hond. Zoo heeft ieder zijn smaak. + +Op zekeren dag had een dozijn jonge ganzen, die eenige dagen +geleden uit den dop gekropen waren, zich van de moederlijke zorg +onttrokken en in de nabij zijnde molenvliet begeven, waar zij, door den +stroom voortgedreven, hunne zwakke zwemvliezen nauwelijks behoefden +te gebruiken. Zoo naderden zij, dicht aaneengesloten, het snel +ronddraaiende rad van den watermolen, dat, als het hun in zijn vaart +medesleurde, allen in één oogwenk uit het water zoude opbeuren en +tusschen de kamraderen vermorselen. Nog één oogenblik en het zou met het +leven der jeugdige waaghalzen gedaan zijn, doch juist op dit oogenblik +naderde hun redder de plaats des onheils. Balthasar, die het ongeluk zag +aankomen, snelde, zonder aan eigen levensgevaar te denken, te hulp. De +moedige knaap sprong op een balk, die dwars in het water over een beek +lag, plaatste zich daarop in liggende houding en zwaaide met handen en +voeten. De ganzen, hierdoor verschrikt, vlogen links en rechts en +trachtten hun verschrikker te ontvlieden. + +De molenaar en zijn vrouw kwamen op het geschreeuw van Balthasar buiten, +en, het gevaar ziende, brachten zij eerst hunne ganzen in veiligheid, +en hielpen daarna Balthasar uit zijn benauwden toestand, aan wie twee +der geredde gansjes als loon voor zijn edelmoedigheid ten geschenke +gegeven werd. + +Er is voor hem, die niet veel gewoon is, weinig noodig om zich gelukkig +te gevoelen. Menig vorst is niet zoo gelukkig met het overwinnen van +twee koningrijken als onze Balthasar was met zijn twee ganzen. Hij +vergat zijn toestand en voelde niet eens dat zijn armen en beenen nat +waren, veel minder hinderde hem de koude, ofschoon hij liep te sidderen. +Hij hield de ganzen in beide handen en drukte ze tegen zijn borst. +Opgeruimd van vreugde vervolgde hij zijn weg en zocht de eenzaamheid op, +om daar zijn schatten goed te kunnen bekijken en de jeugdige vogeltjes +in het gras te laten loopen. Even als een goede huismoeder, die alle +zorgen aan haar lievelingen besteed, zoo ook was Balthasar, of liever +Balzer, want zoo werd hij algemeen genoemd, vol zorg voor zijn +lievelingen, en voorzag ze van goed voedsel en drinken. + +Balzer woonde, even als andere arme weezen, in het dorpsarmhuis; hij had +op den zolder een klein kamertje, dat hij zijn eigendom kon noemen; dat +vertrek had de eigenschap van in den winter verschrikkelijk koud en in +den zomer brandend heet te zijn; dit hinderde hem echter volstrekt niet. +Van jongs af aan ontbeeringen gewend, was hij niet beter gewoon. Balzer +maakte in een hoek van het dakkamertje een stal voor zijn lievelingen. + +Des morgens werd hij door hun gesnater gewekt, en dan was zijn eerste +bezigheid hen te voederen. Hij deelde met hen zijn grof roggebrood, +ofschoon de portie, die hij dagelijks van het armenhuis kreeg, niet +groot was. + +Het ging echter in het armenhuis, waar Balzer verpleegd werd, juist +zooals het overal gaat: men duldde niet dat iemand, die door de gemeente +onderhouden werd, iets voor zijn liefhebberij er op nahield, en zoo werd +het Balzer ook verboden twee ganzen te onderhouden. De goede jongen kon +echter niet scheiden van de beesten, die hij innig lief gekregen had. + +Door het dorp, waar onze Balzer woonde, stroomde een tamelijk breed +water, dat in de naaste rivier uitliep. Het was dus natuurlijk, dat de +bewoners van Dortingen, zoo heette het dorp, daarin hunne ganzen lieten +zwemmen; het kweeken van deze vogels verschafte aan menigeen een groot +deel van hun bestaan. + +Nu wilde het toeval dat de persoon, die door het dorpsbestuur aangesteld +was om toezicht over de ganzen te houden, een betere betrekking kon +krijgen, en alzoo voor den post van ganzenbewaker bedankte. + +De molenaarsvrouw, die de edelmoedige daad van Balzer nog niet vergeten +was, sprak met de invloedrijke personen van het dorp en maakte dat +Balzer benoemd werd tot waker over de ganzen. + +Hierdoor raakte het gemeentebestuur uit het armenhuis een wees kwijt, +want nu kon Balzer zijn eigen brood verdienen. Het gemeentebestuur +ondersteunde gaarne deze zaak, daar het in zijn voordeel was, en tevens +maakte het Balzer meer dan gelukkig. + +Nu was er niemand die hem beletten kon, om zijn twee ganzen tegelijk met +de anderen, zoowel in het water als op de weide te verzorgen. + +Hij bond, om alle verwarring te voorkomen, om de nekken en linker +pooten van zijn ganzen een rood bandje. Deze voorzorgsmaatregel, door +Balzer genomen, was zeer verstandig en bleek spoedig niet overbodig te +zijn geweest. + +Nu had de knaap gelegenheid en tijd om de natuur, de levenswijs, den +aard, de ziekten en kwalen der ganzen te leeren kennen, alsook om te +bestudeeren welk voedsel goed of schadelijk voor hen was. Hij was geen +luie, gedachtelooze ganzenhoeder; den geheelen dag hield hij zich met de +vogels, die aan zijn zorg toevertrouwd waren, bezig, en zeer terecht +verwierf hij spoedig algemeen den bijnaam van Ganzenvriend. De vogels +betoonden zich dankbaar voor de liefderijke zorg en verpleging, die +dagelijks aan hen besteed werd; zij volgden Balzer waar hij ging en +bleven altijd in zijn onmiddelijke nabijheid. + +Toen de ganzen van Balzer volwassen waren en er gezond en prachtig +uitzagen, trachtte een boosaardige dorpsjongen hem zijn eigendom +afhandig te maken. Met dit doel had hij de roode bandjes van de halzen +losgemaakt en deze om de halzen gebonden van twee magere ganzen, die hem +toebehoorden en die hij aldus wilde laten doorgaan voor ganzen van +Balzer. + +Deze, die door zijn dagelijkschen omgang met de vogels, allen aan hun +vederen kende, bemerkte spoedig het bedrog; hij riep de ganzen die hem +toebehoorden; deze naderden hem en hadden de lintjes nog om de pooten; +hierop had de dief niet gelet en daardoor kwam het bedrog spoedig uit. + +Een wreed gevaar bedreigde op nieuw de ganzen van Balzer, en ditmaal was +het veel erger. + +Onzen ganzenhoeder had dit gemeen met alle jongens van zijn jaren, dat +hij des nachts zeer vast sliep, en dat zelfs het gebulder van een +kanonschot niet in staat was hem wakker te maken. + +Maar, even als een zorgvuldige moeder terstond ontwaakt als haar +jeugdige lieveling schreeuwt of als het iets overkomt, zoo ook was het +met Balzer; er kon des nachts niets met de ganzen gebeuren of hij +ontwaakte; het minste vreemde geluid of de minste onrust onder hen deden +hem terstond ontwaken en in de duisternis van zijn legerstede opstaan. +Spoedig begaf hij zich dan bij de vogels, verzorgde hen en wist +menigmaal door spoedige hulp groote ongelukken te voorkomen. + +Op zekeren nacht vernam hij, nadat hij eenigen tijd geslapen had, een +onrustige beweging onder zijn kudde; het bed uit te springen was voor +hem het werk van een seconde; hij greep in het duister rond, en kwam +spoedig tot de ervaring dat er een dief in den stal was; het gelukte +hem een vrouw bij de kleeren te pakken, en, wat hij eenmaal vast had, +liet hij niet gemakkelijk los. Er ontstond tusschen hem en de diefegge +een vreeselijke worsteling; de vrouw sprak geen woord, maar deed alle +mogelijke moeite om zich uit de handen van Balzer te bevrijden. +Eindelijk gelukte het haar; de rok, waaraan Balzer haar vast hield, +scheurde; zij ontvluchtte en de ganzenhoeder bleef met een lap in de +handen staan. + +Balzer, die gedurende de worsteling om hulp geroepen had, werd spoedig +door de buren bijgestaan; zelfs de nachtwacht kwam op het hulpgeschreeuw +toeloopen, en had het geluk de diefegge te grijpen, juist op het +oogenblik dat zij den stal wilde ontvluchten; de vrouw werd in arrest +gebracht en met veertien dagen gevangenis gestraft. + +Het werd herfst, de lucht werd dagelijks bewolkt, het gras op de weide +groeide niet meer, en alzoo moest er een einde gemaakt worden aan het +ganzenhoeden. + +De volwassen en vette ganzen gingen den weg op van het vleesch, dat wil +zeggen: zij werden gedeeltelijk levend, gedeeltelijk dood verkocht, +terwijl slechts een klein gedeelte voor de fokkerij behouden bleef. +Balzer moest ook van het geliefd tweetal scheiden; vooreerst omdat hij +in de eerste maanden buiten betrekking gesteld werd, en ten tweede omdat +er nu geen groen voedsel meer te vinden was. + +Op een guren dag in de maand November toog Balzer met zijn twee ganzen +naar de stad Neurenberg, die twee uren van het dorp verwijderd lag. In +zijn zakken had hij een paar stukken roggebrood en de ganzen droeg hij +onder zijn armen. Al wat hij bezat droeg hij bij zich. + +Terwijl de ganzen, die volstrekt geen begrip hadden van het treurige lot +dat hen te wachten stond, vroolijk heen en weder keken, was het hart +van hem die hen droeg, o zoo gedrukt. Hij moest van datgene wat hem het +liefst was voor altijd scheiden, en eenzaam den langen somberen winter +doorleven. Eerst liep hij langs den weg te weenen, doch eindelijk +bemoeide hij zich meer met zijn vogels en sprak hen op troostenden toon +toe; hij scheen behoefte te gevoelen hen nogmaals vriendelijk toe te +spreken, ofschoon hij zeer goed wist dat zij hem toch niet begrepen. + +"Och," zuchtte hij eindelijk, "sterven moeten wij allen--allen zonder +onderscheid. Eerst heb ik mijn beste vader en vier weken daarna mijn +onvergetelijke moeder zien sterven! Oude menschen _moeten_ sterven, doch +somwijlen sterven jonge menschen ook. Niemand wil een oude gans koopen, +dus het lot van die arme beesten is, om jong te sterven, daarom moet ik +van u scheiden, want nu is uw vleesch nog jong en zacht. Het verdriet om +u te zien sterven, zal mij bespaard worden, en als ik veel geld voor u +weet te krijgen, dan zal ik in 't voorjaar in staat zijn weder eenige +jonge ganzen te koopen." + +Zoo denkende en pratende, naderde Balzer eindelijk den Vrouwentoren te +Neurenberg. Hij liep de brug, die over de stadsgracht voerde, over, en +naderde de hoog gewelfde poort, die hij spoedig achter den rug had. +Eensklaps hoorde hij achter zich geweldig luid roepen: "Hé, knaap! Wilt +gij eensklaps uw ganzen zien verbeurd verklaard, of wilt gij eerst +marktgeld betalen?" + +"Marktgeld!" antwoordde Balzer, die niets van deze woorden begreep en +den stadsportier, die tevens het ambt van commies vervulde, +verwonderlijk aanstaarde. + +"Ja, marktgeld," antwoordde de commies, terwijl hij de open hand naar +hem uitstrekte. "Een kreutzer voor iedere gans." + +"Ik heb geen geld," antwoordde Balzer met bevende stem. + +"Maak dan maar spoedig dat gij weêr buiten de stad komt," hernam de +commies, "en gaat van waar gij gekomen zijt." + +"Niet zoo driftig, mijnheer," antwoordde Balzer op smeekenden toon. "Ik +ben een arme wees, en bezit niets dan deze twee ganzen, die ik gaarne in +de stad zou willen verkoopen." + +"Dat gaat mij allemaal niet aan," grauwde de man hem toe. "Al waart +gij de eigen zoon van den keizer, dan zoudt gij toch moeten betalen. +Daarvoor is Neurenberg een vrije rijksstad en stelt zich tevreden met +een onnoozelen kreutzer van iederen gulden die het landvolk hier in de +stad draagt." + +"Ik wil u die twee kreutzers gaarne betalen," antwoordde Balzer, "als ik +weder de stad verlaat en mijn ganzen verkocht heb." + +"Ja, dan moest ik wel een ezel zijn," hernam de commies op lachenden +toon, "als ik mij met zulke praatjes liet afschepen. Dus komaan, betaal +wat gij schuldig zijt, of..." + +"Ik heb ze niet," antwoordde Balzer, "maar zijt gij tevreden als ik u +mijn buis als pand achterlaat?" + +"Dat buis?" antwoordde de man, terwijl hij het kleedingstuk met een +verachtelijken blik aanzag. "Wel, het ziet er kakelbont genoeg uit; +allerlei lappen, het heeft wel iets van de landkaart van het Duitsche +rijk. Ik zal het wel laten om dat oude ding in mijn handen te nemen. +Voort, jongen, maak dat je weg komt." + +Balzer stond bitter te weenen. Een fruithandelaar, die oor- en +ooggetuige geweest was van hetgeen er tusschen Balzer en den commies +had plaats gehad, riep den knaap bij zich in den winkel. "Hier hebt gij +twee kreutzer," zeide hij op deelnemenden toon tot den knaap. "Maar gij +moet mij uw buis tot pand achterlaten; er wordt tegenwoordig zooveel +bedrog gepleegd, dat men niemand meer kan vertrouwen, en ik kan de twee +kreutzer ook niet missen." + +Balzer zette de twee ganzen op den grond, trok zijn buis uit en +overhandigde het onder dankbetuiging aan den fruithandelaar. Hij +betaalde de twee kreutzer aan den commies, die, zonder verder een woord +te spreken, weder op zijn stoeltje in de poort ging zitten. Daarna nam +Balzer de ganzen onder den arm en ging met een beklemd hart naar de +markt. + +Veel nieuws was hier voor onzen jeugdigen koopman te zien. Niet ver van +een prachtige kerk verwijderd, zag hij een sierlijk bewerkte pomp, die +haar heldere waterstralen uit gebeeldhouwde koppen te voorschijn bracht. + +Onze voorvaderen rekenden onder de heerlijkste voortbrengselen der +natuur het water als een reine stof, en bouwden daarom rijk versierde +gedenkzuilen, waaruit zij het volk van water voorzagen. Dit is de reden +dat men nog in vele oude steden zulke prachtige fonteinen en pompen op +de markten ziet. + +Ofschoon Balzer geen kunstkenner was, voelde hij zich toch bizonder +aangetrokken tot dat gedenkstuk. Eerst liet hij zijn ganzen drinken, +laafde toen zich zelf en deelde daarna zijn brood met zijn twee +lievelingen. Toen zocht hij een plaats dicht bij de pomp op en bleef +daar staan met onder iederen arm een gans; zijn aandacht was onverdeeld +gevestigd op de heldere waterstralen der pomp en op de steeds +aangroeiende menigte op de markt. + +Geruimen tijd stond Balzer op zijn plaats, steeds te wachten of er een +kooper voor zijn ganzen zou komen opdagen. Het scheen alsof niemand +eenige attentie had voor den ongeoefenden koopman, die zijn ganzen al +vaster en vaster tegen zich aandrukte om ze te verwarmen. Eindelijk liep +een welgekleede burgervrouw met een mand aan den arm op hem toe. + +"Wat kost zoo'n gans?" vroeg zij, terwijl zij de vogels bevoelde. + +"Vijf en twintig kreutzer!" antwoordde Balzer, terwijl hij alle moeite +deed om zijn waar aan te prijzen. De vrouw antwoordde niet, nam dan de +eene en dan de andere gans in de hand, woog en bevoelde ze, en zeide +eindelijk: "Ik houd niet van loven, dus kort en goed, ik geef u een +blanken gulden." + +Zij haalde het groote geldstuk uit haar beugeltas en hield dat den knaap +voor de oogen. + +"Doe er nog twee kreutzer bij," antwoordde hij met bevende stem, "die +zijn voor het marktgeld dat ik heb moeten betalen." + +De vrouw keek met doordringende blikken den knaap aan en haalde nog twee +kreutzer uit haar tas. "Ziedaar," antwoordde zij, "maar dan moet gij de +ganzen te huis brengen, ik woon hier niet ver van daan." + +"Dat wil ik gaarne doen," antwoordde Balzer. + +Onder het loopen vroeg de vrouw, waarom hij in November zoo ligt gekleed +was. De knaap vertelde haar zijn wedervaren en tevens eenige van zijn +verdere lotgevallen. De vrouw had medelijden met den armen knaap en gaf +hem, toen zij te huis gekomen was, een buis, dat er veel beter uitzag +dan dat hetwelk hij verpand had. Daarna zette zij hem een kom warme +soep voor, die hem zoo lekker smaakte als hij ooit iets geproefd had. +Eindelijk kwam de heer des huizes uit zijn winkel, waar hij +verschillende koopwaren verkocht, in de kamer. + +"Gij hebt ganzen gekocht, Barbaratje," zeide hij, "gij weet toch, dat er +zijn die slechte schachten in de vleugelen hebben." Dit zeggende, trok +hij een paar veeren uit de vleugelen en vergeleek deze met de veeren +pen, welke hij achter het oor had. "Ziet gij," vervolgde hij, terwijl +hij minachtend de schachten op den grond wierp, "zij zijn veel te zwak +en te week, ik heb veel liever bereide Hamburger pennen." + +"Bereide?" vroeg Balzer verwonderd, "kan men ganzenpennen bereiden? Hoe +gaat dat?" + +"Alles wordt bereid wil het goed bruikbaar worden," antwoordde de +koopman, "leder, hout, ja, mensch en dier, tot zelfs de geweren voor +de soldaten." Daarna vertelde hij den knaap, op welke wijze versche +ganzenvederen tot bruikbare schrijfpennen gemaakt worden. Toen hij van +Balzer vernam, dat deze het geld, dat hij voor de ganzen ontvangen had, +tot het voorjaar wilde bewaren om er dan weder jonge voor te koopen, +vond hij dit voornemen zeer goed. "Maar," zeide hij, "als ik in uw +plaats was, zou ik dat geld niet zoolang doelloos laten liggen, maar ik +kocht daarvoor eenige kleine koopwaren, voorwerpen, die het boerenvolk +altijd gebruiken kunnen en die zij altijd uit de stad moeten halen; +bijvoorbeeld: garen, band, naai- en breinaalden, leien en griffels, +vragenboeken en dergelijke zaken. Ik handel in die artikelen en wil ze u +voor billijken prijs verkoopen. Gij moet met een kleine winst tevreden +zijn, dan hebt gij kans, dat gij uw gulden, vóór den winter verstreken +is, tot drie of vier gulden vermeerderd ziet." + +Dit voorstel stond Balzer Tippel bijzonder goed aan en hij nam het +voorstel gretig aan. Beladen met zijn nieuwe koopwaren, nam hij den +terugtocht aan; eerst loste hij zijn buis, dat hij verpand had, weder +in, en had de zelfvoldoening door den koopman een eerlijken jongen +genoemd te worden. In plaats van nu den geheelen dag in ledigheid +door te brengen, (scholen bestonden er toen op de dorpen nog niet, +ons voorval heeft plaats gehad in het jaar 1548) liep Balzer met +zijn koopwaar van het eene dorp naar het andere. Daar zijn waar +uit benoodigdheden bestond en niet te hoog in prijs waren, was hij +spoedig uitverkocht en moest hij op nieuw naar den koopman Wormser, +in Neurenberg, om nieuwe voorraad op te doen. + +Balzer leefde zoo zuinig mogelijk, en daar hij in de wintermaanden nog +eenige ondersteuning uit de gemeentekas ontving, had hij bijna niets +van zijn verdiensten uit te geven. In dien tijd bestond er nog wat meer +gastvrijheid dan tegenwoordig, zoodat het menigmaal gebeurde, dat Balzer +bij een boer ten eten gevraagd werd of een nachtverblijf bekwam, zonder +dat hij er iets voor behoefde te betalen. Toen het voorjaar aangebroken +was, nam hij weder het ambt van ganzenhoeder bij de hand, en toen het +weder herfst was voerde Balzer vier paar vette ganzen, die onbezwaard +en zijn eigendom waren, naar de markt te Neurenberg. Zoo verliepen er +eenige jaren, waarin Balzer door vlijt, spaarzaamheid en overleg, zijn +inkomen zag vergrooten. + +Eindelijk had hij zijn post van ganzenhoeder neergelegd en een +onbewoonde hut met den daaraan grenzenden tuin gehuurd, waarin hij +woonde en zijn koopwaar borg. Hij was nu niet meer de arme ganzenhoeder, +die bij de vogels in den stal sliep, maar een knappe, flinke jongeling, +die door rijken en armen gaarne werd ontmoet. + +Op zekeren dag in de maand Augustus dreef Balzer Tippel een kudde vette +ganzen voor zich op den landweg, die naar Neurenberg leidde, uit. Onder +luid gesnater dreef hij een honderdtal vogels voort, terwijl zij, die +aan den buitenkant liepen, zich te goed deden aan het gras dat langs den +weg groeide. + +Vier jonge heeren uit den deftigen stand reden op prachtige paarden de +poort van Neurenberg uit den troep tegemoet. Toen de voorste den troep +ganzen gewaar werd, gaf hij zijn paard de sporen, zoodat dit begon te +steigeren, waarna het in wilden draf door de ganzen heen reed. + +Dit heldenstuk kostte aan drie ganzen het leven en aan eenige anderen +gebroken pooten of vleugels, terwijl zij, die ongedeerd bleven, angstig +heen en weder vlogen. + +Toornig over deze behandeling, liep Balzer naar hem toe, die aanleiding +gegeven had tot dit ongeval, om hem zijn misdrijf onder het oog te +brengen en schadevergoeding te vragen. + +In plaats van antwoord ontving hij een slag met de zweep over zijn +aangezicht, terwijl de ruiter hem toeriep: "Uit den weg, ganzenlummel!" + +Terwijl Balzer bedremmeld en weenende van pijn daar stond, vervolgden de +ruiters, voldaan over hunnen wreedaard, in vliegenden galop hun weg. + +Eindelijk verzamelde Balzer de doode en gewonde vogels, terwijl hij +de verstrooide weder tot rust trachtte te brengen; gelukkig voor hem +ondervond hij hierbij de hulp van een paar jongens, die ooggetuigen +geweest waren van het wreede schouwspel. Daarna ging hij naar een +fontein en verkoelde zijn aangezicht, dat brandend heet was van de +bekomen slagen. + +Hierna begaf hij zich naar een stalhouder, waar hij zijn vogels in +verzekerde bewaring gaf en liep toen de stad in, om te weten te komen +waar de wreede ruiters te huis behoorden en hoe hunne namen waren. Om +hierin te slagen liep hij naar den fruithandelaar, die hem de twee +kreutzers geleend had en met wien hij na dien tijd altijd kennis +gehouden had. + +"Vrouw Mertens," vroeg Balzer, nadat hij de vrouw vriendelijk goeden +morgen gewenscht had, "hebt gij hier ook vier ruiters voorbij zien +rijden?" + +"Ja zeker," antwoordde zij, "het waren allen vier zonen van +groothandelaars uit de stad, jongens, die alles verzwelgen wat hunne +vaders verdiend hebben. De ergste van allen is de jonge Siebold, die nu +vier weken geleden zijn vader heeft helpen begraven. In plaats van de +voetsporen van zijn vader te volgen, mishandelt hij zijn onderhoorigen +en leidt een verkeerd leven; zijn moeder, die alle mogelijke zorg aan +zijn opvoeding heeft besteed, heeft niets over hem te zeggen en moet +zich naar zijn grillen schikken. Nu, het gevolg is dat hij niets doet +dan geld verteeren en uitgaan." + +Nadat Balzer uitgelegd had hoe de wreedaard er uitzag en gekleed was, +moest dat Siebold geweest zijn. Balzer begaf zich naar diens woning. + +Hier moest hij over balen en kisten springen om aan den ingang te +komen, die hem toegang tot een trap gaf, welke hem den weg naar de +keuken deed vinden, waarin zich twee meiden en een net gekleede +jongejuffrouw bevonden. Balzer was in bijna alle groote huizen bekend +als de ganzenhoeder; het was dus niets vreemds, dat de jongejuffrouw, +die een arme verre bloedverwant van het huis Siebold was, naar hem +toeliep met de woorden: "wij hebben heden niets noodig, want, zooals gij +ziet, wij zijn reeds voorzien." + +Dit zeggende, wees de jongejuffrouw met haar vingers op een blank +geschuurden schotel, waarop vier prachtige vette ganzen gereed lagen om +te worden gebraden. + +Voor een oogenblik vergat Balzer zijn leed; als een echte liefhebber +en met het oog van een kenner liep hij naar de ganzen; hij onderzocht +den ouderdom, de hoeveelheid vet, de dikte der lever, en kwam tot het +besluit, dat de laatste vogel het beste was. Nog zelden had hij zulke +mooie en prachtig schoongemaakte ganzen gezien. + +"Hebt gij deze ganzen zelf gefokt en geslacht?" vroeg hij op +vriendelijken toon aan de jongejuffrouw. + +"Wel zeker," antwoordde zij. + +"Geslacht ook?" herhaalde Balzer. + +"Ja," antwoordde het meisje, "het is geen prachtig werk om een gans den +hals om te draaien, maar ik doe het liever zelf, dan het aan anderen +over te laten, die de arme dieren somwijlen noodeloos martelen." + +Eindelijk vertelde Balzer zijn wedervaren en toonde, als bewijs van +de waarheid, de striemen op zijn gezicht. Het meisje had hem met +belangstelling aangehoord; zuchtend antwoordde zij: "dat is een slechte +streek." Daarna keerde zij zich om en kwam spoedig terug met een potje +zalf. "Daar," zeide zij, "smeer uw wonden met deze zalf in, in dien tijd +zal ik naar mijn tante gaan, haar het gebeurde vertellen en +schadevergoeding voor u vragen." + +Toen zij weg was, wilde Balzer weten wie deze jongejuffer was. De beide +dienstmeiden prezen haar zeer en verafschuwden den jongenheer. + +"Mijn tante," luidde het antwoord van de jongejuffer, toen deze weder in +de keuken verscheen, "kan het verhaal, zooals gij het vertelt, nog niet +geheel gelooven; zij wil er eerst met den jongenheer over spreken, en +vraagt of gij na den middag zoudt willen terugkomen?" + +Toen Balzer eenige uren later weder in de keuken verscheen, zag hij het +jonge meisje met de handen onder het hoofd aan een tafel zitten. Het +meisje schrikte geweldig, toen zij eenige oogenblikken later het hoofd +ophief en Balzer zag staan wachten. Met tranen in de oogen zag zij hem +aan en zeide: "Ganzenvriend, (onder een anderen naam was Balzer in +Neurenberg niet bekend) gij komt in vele huizen en bij vele familien, +weet gij niet een dienst voor mij? Ik zie niet tegen werken op, maar +nooit wil ik weer in een dienst zijn, waar een jongenheer in huis is. +Loon heb ik niet noodig." + +"Op het oogenblik weet ik geen betrekking voor u," antwoordde Balzer, +"maar ik wil wel eens voor u uitkijken, misschien weet ik binnen eenige +dagen wel iets voor u." + +"Hier is," vervolgde Marianne, terwijl zij den ganzenkoopman een zakje +met geld ter hand stelde, "het geld voor de ganzen, die gedood en +beschadigd zijn." + +Na zich eenigen tijd bedacht te hebben, nam Balzer het geld aan. "Het +was mij," zeide hij, "minder om het geld te doen, dan wel, dat ik wilde +dat de jongeheer voor zijn baldadigheid gestraft werd. Mijn plan was, +hem voor het gerecht te laten komen, maar om u geen verder verdriet te +doen, zal ik het er nu bij laten." + +Een week later verscheen Balzer weder in de keuken van mevrouw Siebold. +"Ik heb," zeide hij, na Marianne vriendelijk gegroet te hebben, "een +dienst voor u, maar zij is op het platteland, twee uren van hier." + +"Dat is mij onverschillig," viel Marianne hem in de rede. + +"Men biedt u twintig gulden loon per jaar, benevens kost en inwoning," +vervolgde hij. + +"Te veel, dat is veel te veel," riep het meisje. "Ik heb om geen loon +gevraagd. Waar woont die milde heerschap?" + +"Het is geen heerschap," antwoordde Balzer, "maar slechts een landman. +En dat moet ik er u bijzeggen: er moet flink gewerkt worden; voor +twintig gulden loon kan men ook iets vorderen." + +"Ik werk gaarne," antwoordde Marianne, "deze beide dienstmeiden en +zelfs mijn tante Siebold zullen moeten erkennen dat ik nooit met de +handen in mijn boezelaar gezeten heb." + +"Dat hoor ik gaarne," zeide Balzer, "want ik zou gaarne met mijn +aanbeveling eer in leggen." + +"Welnu, zeg mij dan," vervolgde Marianne, "waar het is en hoe de naam +van den boer is, opdat ik een en ander aan tante vertellen kan." + +"Het dorp heet Dortingen," antwoordde Balzer kalm, "en de naam van hem, +die u huren wil, is Balthasar Tippel, hier in Neurenberg bekend onder +den naam van Ganzenvriend." + +"Lieve Hemel! Gij?" riep Marianne, door deze inlichting getroffen. "Spot +gij nu met een arme wees?" + +"Volstrekt niet," antwoordde Balzer op ernstigen toon, "het is zooals ik +u gezegd heb." + +"Maar gij zijt," vervolgde het meisje, terwijl een roode kleur haar +wangen verfden, "nog een jongmensch, en ik heb u toch vooruit mijne +bedenkingen gemaakt." + +"Ik ben dertig jaren oud," vervolgde Balzer lachende, "daarbij ben +ik geen jongenheer en ook weinig te huis. Bovendien, ik schenk u niet +weinig vertrouwen, iets dat ik hoop dat door u gewaardeerd zal worden. +Ik oefen in Dortingen een winkel uit in kramerijen, die door u gedreven +moet worden. Zijt gij oneerlijk--iets dat ik niet geloof--dan kunt gij +mij langen tijd benadeelen zonder dat ik er iets van bemerk. Denk over +mijn voorstel na, totdat ik over drie dagen terugkom. In dien tijd kunt +gij naar mij onderzoeken; verneemt gij iets in mijn nadeel, dan moet gij +het mij openhartig zeggen, en kan ik het niet met grond tegenspreken, +welnu, dan hebt gij verder niets met mij te maken." + +"Houd mij niet voor ondankbaar," antwoordde Marianne, "dat ik uw aanbod +niet terstond aanneem, maar er eerst rijpelijk over wil nadenken. Het +zou zeer lichtzinnig van mij zijn en gij zoudt mij terecht voor +onbezonnen houden als ik uw voorstel terstond aannam." + +"Dat antwoord had ik van u verwacht," zeide Balzer, "uw besluit doet mij +veel genoegen. Het blijft dus bij onze afspraak. Tot wederziens." + +Marianne besteedde de drie dagen, die zij had om te bedenken, met +overal naar den handel, wandel en huiselijken toestand van Balzer te +onderzoeken. Overal zwaaide men Ganzenvriend de grootste lof toe; bij +ieder stond hij bekend als een eerlijk en vlijtig koopman en als een +rechtschapen jongmensch. + +Toen Balzer op den bestemden dag terugkwam, verklaarde Marianne zich +bereid om de aangeboden betrekking te aanvaarden, en daar zij geen vaste +verbindtenis met het huis Siebold aangegaan had, kon zij vertrekken zoo +spoedig als zij wilde; iets, dat Balzer zeer aangenaam was. + +Eenige dagen later kwam Balzer met zijn wagen, bespannen met twee +paarden, voor de deur, waarop de bezittingen van Marianne geladen +werden. + +De jonge Siebold vond het allerprettigst dat Marianne dienstmeid werd +bij Ganzenvriend. Hij kon het dan ook niet nalaten haar bij het vertrek +hartelijk te bespotten. + +Hij ging in zijn pakhuis en keerde met een gevulden grof linnen zak +terug, die hij bij den inboedel van Marianne wierp. "Daar," riep hij, +tot een van zijn pakhuisknechten, "daar, gooi dien zak bij den boedel +van Marianne, dan kan zij haar pleegkinderen, de ganzen, daarmede +voeden. Als zij die noten opeten, zullen zij dorst krijgen, en zich vet +drinken. Marianne, als gij dezen zak ziet, denk dan aan mij; gij ziet, +ik wil geen kwaad met kwaad vergelden." + +Marianne antwoordde geen woord op deze reden. Zij liet het zonder +iets te zeggen toe, dat de knecht den zak op den wagen wierp. Het zou +werkelijk een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen als het muskaatnoten +waren; zij rekende daarop echter niet, want zij verbeelde zich, dat de +zak, onder het op den wagen gooien, een zonderling geluid gaf. + +Marianne ging naar haar tante, nam hartelijk afscheid, dankte voor alles +wat zij bij haar genoten had, waarna de beide vrouwen als vriendinnen +van elkander gingen. + +"Zij schijnt niet nieuwsgierig te zijn," dacht Balzer onder het +huiswaarts rijden, "want zij onderzoekt niet eens wat er zich in den zak +bevindt; als het muskaatnoten zijn, kan er wel vijf en twintig pond in +zitten." + +Toen zij Dortingen binnen gereden waren, hield de wagen voor een eenzaam +huisje stil, dat er uitzag als een dorpshuisje, met stroodak overdekt, +en slechts één verdieping hoog. + +Balzer en Marianne stegen af en begonnen de pakken en kisten in huis +te dragen. Een vrouw, die uit den winkel te voorschijn kwam, liep de +nieuwe juffrouw tegemoet, en, na haar van boven tot onder waargenomen te +hebben, bood zij haar hulp bij het werk aan. Balzer wees deze dienst van +de hand, waarna zij zich weder in den winkel begaf. + +Nadat de goederen op de slaapkamer van Marianne gebracht waren, leidde +Balzer de nieuwe huishoudster het geheele huis door. Het gevolg hiervan +was, dat Marianne een geheel ander en hooger denkbeeld van haar nieuwen +heer en meester kreeg. Eerst kwam zij in een vertrek, dat rondom met +kasten betimmerd was, waarin de bossen pennen, allen in verschillende +soorten, geborgen waren. Daarna in een vertrek, waar de zakken veeren +hemelhoog opgestapeld lagen; een derde vertrek werd gebruikt om alles, +wat er verder van de gans bruikbaar gemaakt werd, te bewaren. In een +vierde vertrek zag Marianne eenige vrouwen en meisjes, die zich bezig +hielden met het zuiveren van dons en bereiden der pennen; overal +heerschte bedrijvigheid, en men kon hieruit opmaken, dat in deze woning +uitgebreide zaken gedreven werden. Het woonvertrek was eenvoudig, maar +goed ingericht. Marianne merkte op, dat overal een onverbeterlijke orde +heerschte, ofschoon men aan alles kon zien, dat er in de huishouding een +goede vrouwenhand ontbrak, die, zonder zich weelde te veroorloven, alles +tot een aangenaam geheel kon maken. Zij zag al spoedig, dat er met een +weinig smaak veel, dat niet mooi was, opgeknapt kon worden; andere +kleine snuisterijen opgepoetst of verwijderd moesten worden, in één +woord, zij gevoelde dat zij in dat huis een dankbare rol spelen kon. + +Balzer liet de oudste huishoudster niet vertrekken, vóór zij Marianne +geheel op de hoogte van alles gebracht had, iets dat met een week +afgeloopen was. Het was voor Marianne alsof haar een zwaar pak van het +hart genomen werd, toen haar voorgangster vertrokken was, want zij was +gedurende deze dagen niet lief voor Marianne geweest, en had duidelijk +laten blijken dat zij haar de betrekking niet gunde. Nu eerst begon +Marianne haar nieuwe taak. Het allereerst nam zij den winkel tot taak; +het koperwerk werd geschuurd, de laden en kasten schoon gemaakt, de +toonbank gewreven, in één woord, de winkel was in een paar dagen zoo +veranderd, dat ieder die er in kwam verbaasd stond te kijken, en nu nog +veel meer dan vroeger kwamen om het een of ander te koopen. + +Nu was de keuken aan de beurt om opgeknapt te worden. Het hout-, koper- +en ijzerwerk werd van de wanden afgenomen, en toen het er weder tegen +aan gehangen werd, glom alles als een spiegel. Daarna de woon- en +slaapkamer, en zoo eindelijk alle vertrekken. Balzer gevoelde zich nu in +huis nog gelukkiger dan vroeger. Ongemerkt werd hij bij alles wat hij +deed nog ordelijker en zindelijker, en zorgde wel dat er geen vlekje +op het heldere witte tafelkleed kwam, en liep niet meer op klompen +het woonvertrek in, en nooit zag men hem van nu af meer buiten zijn +werkplaats met een broek vol vlekken en modderspatten. Het was alsof hem +het eten lekkerder smaakte, nu het door Marianne in zindelijke schotels +op tafel gebracht werd, en ook de messen, lepels en vorken glommen +helderder dan vroeger. Hij genoot in stilte en sprak tegen Marianne +nergens over; zij kon echter aan zijn gedrag zeer goed bemerken dat +hetgeen zij deed niet onopgemerkt bleef. + +Hij was, zooals Balzer gezegd had toen hij Marianne gehuurd had, +dikwijls van huis; zijn uitgebreide zaken vorderden, dat hij veel reizen +moest. Al spoedig bekorte hij zijn tochten en kwam vroeger te huis dan +gewoonlijk. Eindelijk scheen hij minder lust in reizen te krijgen, en +dikwerf liet hij zich woorden ontglippen, waaruit men kon opmaken, dat +hij liever te huis bleef. + +Balzer droeg Marianne de grootste achting toe, erkende het goede dat zij +hem bewees, en ofschoon dit maakte, dat hij haar als zijn zuster +behandelde, wist hij toch dien ernst te paren aan wat de afstand +tusschen heer en dienstbode niet beletten. + +Balzer bezat, buiten zijn woonhuis, nog een schoone boerderij, die door +een zetbaas met zijn vrouw onder zijn beheer gedreven werd. Toen Balzer +Marianne deze bezitting liet zien, zeide hij met eenigzins bevende stem: +"Toen ik nog een arme ganzenjongen was, en niets bezat dan twee jonge +ganzen, die ik van de molenaarsvrouw present gekregen had, toen wilde de +eigenaar van deze boerderij mij mijne bezitting ontstelen, iets, dat hem +echter niet gelukt is. Later werd hij door eigen schuld arm, doordat hij +zich in luiheid, dobbelen en drinken te buiten ging. Mijn pogingen om +vooruit te komen, werden gezegend, zoodat ik, toen deze bezitting aan +den meest biedende verkocht werd, eigenaar ben geworden van een +landgoed, waaraan voor mij zulke merkwaardige herinneringen verbonden +waren." + +Toen de drie eerste maanden verstreken waren, waarin Marianne de post +van huishoudster vervuld had, betaalde Balzer haar, in plaats van vijf, +tien gulden loon. Toen het meisje hierover zeer verwonderd was, zeide +hij: "Neem dit geld, Marianne, gij hebt in deze drie maanden door uw +vlijt en zindelijkheid meer dan het dubbele uitgewonnen, en mij het +leven aangenaam gemaakt." + +Dit was de eerste keer dat Balzer zijn tevredenheid openlijk kenbaar +maakte. Deze betuiging deed Marianne meer genoegen dan het verdubbelde +loon. Toen het tweede kwartaal verstreken was en Balzer haar weder +het loon gaf, zeide hij met bevende stem: "Marianne, ik moet u iets +gewichtigs mededeelen, ik ben namelijk tot de overtuiging gekomen, dat +ik een huisvrouw noodig heb." + +Toen Marianne dit vernam, werd zij bleek van schrik en keek Balzer met +verbaasde oogen aan. Toen Balzer verder geen woord sprak, antwoordde het +meisje op vragenden toon: + +"Zijt gij dan niet meer met mijn werk tevreden?" + +"Dat zeg ik niet," antwoordde Balzer, "integendeel, ik heb alle reden om +over uw werk meer dan tevreden te zijn. Maar laat mij openhartig zijn. +Zooals gij weet, Marianne, mijn inboedel, voorraadschuren en huisraad +zijn goed voorzien, en toch ontbreekt mij iets. Voor wie werk ik? Ik heb +op de wereld geen sterveling, die deel in mijn geluk of ongeluk neemt, +die mij in mijn ziekte zou willen oppassen, of bij sterven de oogen zou +willen sluiten. Tot nu toe hebben de aardsche zorgen mij geen tijd +gelaten hierover na te denken. Maar nadat het huiselijke leven zooveel +aangenamer geworden is, gevoel ik inniger behoefte een deelgenoote +in mijn geluk te hebben. Marianne, gij hebt een half jaar mij kunnen +gadeslaan, zeg mij openhartig: zou een vrouw met mij gelukkig kunnen +zijn? Gij weet, ik heb, evenals alle menschen, mijn gebreken." + +"Wel, baas," antwoordde Marianne, "gij schat u zelve te gering, welke +vrouw zou met u niet gelukkig kunnen zijn?" + +"O," antwoordde Balzer, "het zou mijn levensgeluk volmaken als ik een +degelijke, vlijtige, deugdzame levensgezellin bezat. Marianne, zoudt +_gij_ met mij lief en leed willen deelen?" + +Deze laatste woorden maakten een diepen indruk op het meisje. Balzer, +die nooit een overhaast besluit nam, wilde dit ook niet van Marianne; +hij gaf haar daarom tijd om over zijn voorstel na te denken. + + * * * * * + +Marianne werd de vrouw van Balzer. Beiden deden wat in hun vermogen +was om elkander het leven gelukkig te maken. Het huis Balthasar Tippel +nam in welvaart toe, terwijl het huis Siebold in Hamburg jaarlijks +achteruit ging. De jonge Siebold was door eigen schuld arm geworden; +zijn moeder was van verdriet overleden; de zaak was te niet gegaan, en +het huis stond ledig. Eerstdaags zouden de laatste goederen publiek +verkocht worden. + +In dezen tijd--het was jaarmarkt te Neurenberg--reed Balzer met zijn +vrouw en drie gezonde kinderen in een net wagentje, met twee flinke +paarden bespannen, naar de stad. Juist in dezelfde straat, waarin hij +eenmaal met zijn ganzen geloopen, en de striemen over het gezicht +gekregen had van den jongen Siebold, kwam hem een man in gebogen houding +met versleten kleederen en ingevallen oogen tegen. Het was Siebold, die +vroeger door zijn baldadigheid en geschreeuw diezelfde straat zooveel +keeren in beweging gebracht had. Marianne herkende hem terstond en +Siebold dook in elkander, toen hij zijn vroegere dienstbode gewaar werd. +Sluw als een dief ontweek hij haar aanblik; Marianne weende bij dit +gezicht en deelde haar man deze ontmoeting mede. + +"Lieve hemel," zeide zij, "wie had dat ooit gedacht, toen hij mij de +baal galnoten, die hij voor muskaatnoten hield, toewierp. Nog maak ik +van deze noten de prachtige zwarte schrijfinkt, waarmede gij schrijft, +en die wij nu nog aan de eerste kantoren verkoopen." + +"Die ongelukkige," antwoordde Balzer op deelnemenden toon. "Zonder zijn +toedoen is hij ons geluk bevorderlijk geweest, want had het voorval met +de zweep niet plaats gehad, dan had ik u nimmer leeren kennen. Daarom +zullen wij ons over hem ontfermen en zien of wij hem uit zijn ellendigen +toestand redden kunnen. Willen wij het huis koopen en in de stad gaan +wonen?" vroeg Balzer aan zijn vrouw, toen zij met het rijtuig voor het +koopmanshuis stonden. + +"Neen, o neen," viel Marianne hem in de reden. "Waar zouden wij ons +gelukkiger kunnen gevoelen dan in ons lief Dortingen. Neen, neen, en +bovendien, het huis van Siebold heeft voor mij geen aangename +herinneringen." + +"Ik meende het ook niet," antwoordde Balzer op lachenden toon, "ofschoon +Neurenberg voor mij altijd iets aantrekkelijks heeft." + +Terwijl Marianne met haar kinderen de markt overliepen en verschillende +inkoopen in de stad deden, vervoegde Balzer zich bij een beroemd +steenhouwer, Pankras Labenwolf genaamd, een leerling van den +alombekenden Peter Besiler. Hij vond hem in gepeins verzonken in een +leunstoel zitten, terwijl er een voltooide grafzerk, met zinnebeelden +van den koophandel versierd, voor hem stond. + +"Meester Labenwolf," zoo begon Balzer, na eerst vriendelijk gegroet te +hebben. "Ik kom bij u een monumentaal stuk bestellen." + +"Hebt gij geld?" vroeg de kunstenaar op niet zeer vriendelijken toon. + +"Kent gij mij niet?" vroeg Balzer. "Ik ben Ganzenvriend." + +"Al waart gij onze burgemeester in eigen persoon," schreeuwde de +kunstenaar, "dan deed ik nog niets voor u zonder eerst geld te zien. +Hebt gij den rijken koopman Siebold gekend? Die bestelde mij, eenige +jaren geleden, dit gedenkteeken; het moest dienen om op het graf van +zijn vader te prijken. Toen het stuk gereed en goed uitgevoerd was, was +de rijke Siebold bankroet, en daar staat nu de gedenkzuil renteloos. Als +gij wilt kunt gij haar voor den halven prijs koopen." + +"Ik dank u," antwoordde Balzer hoofdschuddend. "Ik geloof gaarne, dat +het een kunststuk is, maar ik moet geen gedenkstuk hebben voor een +begraafplaats, ik wil iets hebben dat vrij en frank op de markt van +Neurenberg prijken kan. Het moet tot nut zijn voor menschen en dieren. +Maakt uw berekening en ik zal u vooruit betalen." + +De beide mannen spraken geruimen tijd met elkander, en nadat zij het +over den koop eens geworden waren, voegde Balzer zich weder bij de +zijnen, dien hij echter niets van zijn plan mededeelde. + +Er verliepen twee jaren. In dien tijd had Balzer gezorgd, dat de jonge +Siebold als klerk op een der eerste kantoren te Neurenberg geplaatst +was. + +Het was weder jaarmarkt en Balzer ging met vrouw en kinderen naar +Neurenberg. Hij stalde in de eerste herberg binnen de poort en ging met +de zijnen te voet de stad in. Spoedig waren zij op de markt bij de Lieve +Vrouwenkerk. Hier stonden een menigte menschen belangstellend te kijken +en met elkander te praten. Wat was het, dat daar boven al die hoofden +zoo prachtig blonk? Balzer en de zijnen naderden den volksdrom. + +"Dat heeft Ganzenvriend laten maken. Ja, het is Ganzenvriend," hoorde +men hier en daar roepen. + +Met moeite drong Balzer met de zijnen door de menigte. Toen men hem +echter herkende, gingen eenige lieden ter zijde om hem vrijen doortocht +te verleenen. Marianne en de kinderen begrepen niets van alles wat zij +rondom zich zagen. Eindelijk stonden zij voor het meesterstuk. + +"Hoe vindt gij dit, Marianne?" vroeg Balzer, terwijl hij haar wees naar +een prachtige fontein, die heldere waterstralen om zich heen wierp. Het +was een meesterstuk van beeldhouwwerk; boven de fontein stond een jongen +met twee ganzen onder de armen. Zoo kwam het, dat iedereen begreep dat +Ganzenvriend de gever zijn moest van dit kunststuk. + +Diep geroerd sprak Ganzenvriend tot zijn, vrouw en kinderen: "Hier +op deze plaats stond ik eens met twee ganzen onder de armen, het was +alles wat ik bezat; hier op deze plaats leerde ik vrouw Wimner kennen, +die met Gods hulp den grondsteen gelegd heeft, waarop mijn geluk werd +voortgebouwd. Uit erkentelijkheid voor al het goede, dat mij in deze +stad is te beurt gevallen, heb ik haar dit blijvend gedenkteeken willen +stichten. God zij gedankt voor zijn rijke weldaden." + +"Leve Ganzenvriend!" klonk het uit duizend monden. + +Sedert zijn er driehonderd jaren verloopen. De tijd heeft alle daar +aanwezenden naar het graf gevoerd. Hunne graven zijn reeds vervallen, +met slijk en modder overdekt en onkenbaar geworden. Maar nog staat de +fontein met den ganzenjongen op haar oude plaats; onvermoeid draagt hij +zijne ganzen onder de armen, en stralen de heldere waterstroomen, die +menschen en dieren verkwikken, over de markt. Er zijn op het gedenkstuk +geen lofspreuken of zelfverheffende woorden gebeiteld; dat heeft +Balthasar nimmer willen hebben. + +De levensgeschiedenis van Ganzenvriend gaat over van geslacht tot +geslacht, en nog wordt hij door de ouders den kinderen voorgespiegeld +als een toonbeeld van vlijt en spaarzaamheid. + + + + +DE HERSTELDE ZIEKE. + + +Rijke menschen hebben dikwerf, niettegenstaande zij veel geld bezitten, +met vele kwalen te doen, waarvan de arme menschen geen begrip hebben. +Want het zijn kwalen, die niet in de lucht zitten, maar in de vette +schotels en gevulde glazen, in de zachte bedden en in de gemakkelijke +stoelen. Zeker Amsterdammer wist daar alles van; den ganschen voormiddag +zat hij gemakkelijk in zijn leuningstoel en rookte zijn pijp, als hij er +niet te lui toe was, of zat door de glazen naar buiten te staren; des +middags at hij zooveel als twee gewone menschen. Den geheelen namiddag +besteedde hij met eten; nu koude, dan warme spijzen, niet omdat hij +honger had, maar alleen uit tijdverdrijf. Dit hield hij vol tot des +avonds, zoodat men eigenlijk niet bepalen kon wanneer zijn middagmaal +afgeloopen of zijn avondmaal begonnen was. Als het laatste eindelijk +afgeloopen was, vleidde hij zich ter ruste en was zoo vermoeid, alsof +hij geheele dagen steenen gestapeld of hout gedragen had. Door deze +levenswijze kreeg hij zoo'n dik lichaam, dat hij zich niet bewegen +kon. Eindelijk had hij geen lust meer in eten en kon niet slapen; hij +gevoelde zich niet goed en was wel niet ziek, maar ook niet gezond. Als +men hem sprak, dan had hij 365 kwalen; iederen dag had hij iets anders +dat hem kwelde. Hij riep den raad in van alle doktoren, die in Amsterdam +waren. Hij slikte alle drankjes, poeders en pillen, waardoor hij den +bijnaam kreeg van de wandelende apotheek. Het baatte hem echter niets, +want hij volgde den raad niet op, die de geneesheeren hem gaven. + +"Wat baat mij al mijn rijkdom," klaagde hij, "als ik een leven slijten +moet als een hond; de geneesheeren willen mij voor geld niet beter +maken." + +Eindelijk hoorde hij, dat er, honderd uren van Amsterdam verwijderd, +een geneesheer woonde, die dusdanige kranken volmaakt genezen kon. +In dezen man stelde hij vertrouwen en beschreef hem zijn toestand. +De geneesheer begreep terstond aan welke kwaal hij lijdende was, en +dat geen geneesmiddelen, maar matigheid en beweging hem herstellen +moesten. Hij schreef hem daarom een brief van den volgenden inhoud: + + _Beste vriend!_ + + Gij verkeert in een gevaarlijken toestand, maar als gij mijn raad + wilt opvolgen, zult gij herstellen. Gij hebt in uw ingewanden een + gevaarlijk dier, een lintworm met zeven bekken; dit beest moet ik + zelf in bedwang brengen en daarom moet gij bij mij komen. + + Maar in de eerste plaats moet ik uw melden: gij moogt niet rijden + of varen, maar moet loopende hier heen komen, want anders zou het + dier met zijn zeven bekken, even zoo vele darmen beschadigen. + + Ten tweede moet gij niet meer eten dan tweemaal daags een bordje + groenten, des middags met een stukje vleesch en des avonds met + een ei; verder, als gij opstaat, moogt ge een kop bouillon + drinken. Eet gij meer, dan wordt de lintworm dagelijks grooter en + drukt u de lever in. + + Ziehier mijn raad, en als gij dien niet opvolgt, zult gij het + volgende jaar de koekoek niet meer hooren. Doet nu wat gij wilt. + +Toen de zieke dit vonnis gelezen had, liet hij den volgenden morgen zijn +schoenen poetsen en begaf zich volgens het voorschrift van den dokter op +weg. + +Den eersten dag kroop hij zoo langzaam over den weg, dat een slak hem +wel had kunnen bijhouden. Hij was niet in staat de voorbijgangers te +groeten of voor een worm te wijken. + +Den tweeden en derden dag kwam het hem voor dat de vogels liefelijker +zongen dan vroeger, de dauw vond hij zoo aangenaam, de koornbloemen zoo +prachtig rood, de menschen, die hem tegen kwamen, waren vroolijker en +zelf gevoelde hij zich opgewekter. + +Iederen morgen, als hij zijn logement verliet, vond hij de natuur +schooner, en ging het wandelen gemakkelijker. En toen hij den +achttienden dag ontwaakte in de stad waar de geneesheer woonde, was hij +zoo volmaakt gezond, dat hij tegen zich zelve zeide: "Nu had ik toch +nooit op ongelegener tijd zoo gezond kunnen zijn, als op het oogenblik +dat ik bij den geneesheer zal komen. Als er nu maar iets was dat niet +goed was; had ik nu maar pijn in het lijf of in het hoofd, maar ik ben +volmaakt gezond." + +Toen hij bij den geneesheer kwam, nam deze hem bij de hand en zeide: +"Vertel mij nu eens breedvoerig wat u scheelt." + +De zieke antwoordde: "Mijnheer de dokter, mij mankeert niets; als gij +zoo gezond zijt als ik dan hebt gij redenen om tevreden te zijn." + +De geneesheer antwoordde: "Gij hebt wijs gehandeld met mijn raad op +te volgen. De lintworm bestaat niet meer, maar zij heeft haar eieren +nog achtergelaten; daarom moet gij weder te voet naar huis gaan, en +dagelijks een uur lang hout zagen, zonder dat iemand het ziet en niet +meer eten dan hoog noodig is, want anders ontwikkelen de eieren zich. +Als gij op die manier leeft, kunt gij oud worden." + +De rijke vreemdeling antwoordde: "Ik begrijp u, dokter, gij hebt mij een +goede les gegeven." + +Hij volgde den raad en stierf op 87jarigen leeftijd. + + + + +LEVE DE KONINGIN. + + +Een Engelschman zat reeds een half uur in een hoek van een koffiehuis +in een Duitsch dorpje op een tandmeester te wachten; hij beet zich +de tanden op elkander van ongeduld, want een dezer veroorzaakte hem +geweldige pijn. Eensklaps trad er een pruikenmaker binnen en zette +zich bij hem aan tafel neder. Het duurde niet lang of deze wilde een +aardigheid hebben. Hij verbeeldde zich, dat de Engelschman niet heel +vernuftig en daarbij een vreemdeling in het land was. Hij begon met +hem een lang gesprek, waarop de Engelschman niet veel antwoord gaf. +Hij hemelde Frankrijk hoog op, vertelde, dat het een buitengewoon rijk +land was, en dat men een best paard hebben moest, wilde men het in drie +en een half jaar doorrijden. Hij prees den koning en de koningin en +riep: "Op hun gezondheid wil ik met u drinken!" Toen zij met elkander +geklonken hadden, verscheurde de pruikenmaker de manchetten van zijn +overhemd en zeide: "Leve de koningin! Gentleman, gij moet ook uw +manchetten verscheuren op het welzijn van de koningin; ik heb ze ook +verscheurd." + +"Loop heen," riep de Engelschman, "gij hebt zeker een papieren overhemd. +Het mijne is nieuw en komt pas van de naaister." + +De pruikenmaker herhaalde: "Mijnheer, ik versta geen tegenspraak, +nogmaals verzoek ik u: verscheur uwe manchetten, of wij zullen vechten +op leven of dood!" Wilde de Engelschman onaangenaamheden voorkomen, +dan was hij genoodzaakt zijn manchetten te verscheuren. Hij voldeed +aan het verlangen van den pruikenmaker en werd daarna zeer spraakzaam. +Hij vertelde veel over Engeland en Londen, over den grooten kerktoren, +en dat men buitengewoon goede oogen hebben moest, wilde men op de klok +van den toren zien hoe laat het was. Hij vertelde altijd door, totdat +eindelijk de tandmeester kwam. Toen de tandmeester binnen trad, en +vroeg wat de vreemdeling van hem wilde, zeide de Engelschman: "Haal mij +dien tand uit den mond, de derde, op het welzijn van de koningin van +Engeland! Mijnheer," zeide hij tot den pruikenmaker, "gij blijft daar +zitten en verroer u niet."--Toen de tand getrokken was, zeide hij tegen +den tandmeester: "Wees nu zoo goed en trek dezen heer ook den derden +tand uit, op het welzijn van de koningin. Goede vriend," vervolgde hij +tot den pruikenmaker, "ik heb er mij een laten uittrekken, dus, gij moet +dit insgelijks laten doen."--Nu maakte de pruikenmaker geen gekheid, +hij kreeg een kleur tot achter de ooren en riep: "Die zaak staat niet +gelijk. Ziedaar, uw tand is hol, er kan wel een konijn door; de mijne +zijn alle gaaf en ik kan er wel een breinaald mede doorbijten, ja, als +gij wilt, zult gij zien dat ik er een geldstuk mede doorbijt," doch de +Engelschman luisterde niet naar deze redeneering. "Mijnheer," antwoordde +hij, "ik versta geen tegenspraak. Nogmaals: gij laat u de derde tand +uittrekken, of wij vechten op leven of dood en ik doorboor u met dezen +degen, totdat de punt in de deur steekt!" Toen dacht de pruikenmaker: +"een tand--een leven--ik heb te huis negen kinderen, dus liever een tand +missen." Hij ging hierop bedaard zitten en liet zich een tand trekken. + +De pruikenmaker en de Engelschman verlieten als goede vrienden het +koffiehuis. + + + + + +--------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: "Nog veel?" antwoorde Liebel | + | C: "Nog veel?" antwoordde Liebel | + | B: schoolmeester, wat heb ik misdaan; | + | C: schoolmeester, "wat heb ik misdaan; | + | B: hebt nog niets beleefd." | + | C: hebt nog niets beleefd."" | + | B: uit, "gij, Theodoor, hier? | + | C: uit, "gij, Theodoor, hier?" | + | B: daarop is dit spelletje gevolgd. | + | C: daarop is dit spelletje gevolgd." | + | B: "Stil!" riep Gottholff gebiedend. | + | C: "Stil!" riep Gotthelff gebiedend. | + | B: over het onverwachtte wegblijven | + | C: over het onverwachte wegblijven | + | B: er buitengewoon ernstig uitzag." | + | C: er buitengewoon ernstig uitzag. | + | B: maar kon of durfde uit gaan! | + | C: maar kon of durfde uit gaan!" | + | B: "Wees trouw en eerelijk tot aan uw | + | C: Wees trouw en eerelijk tot aan uw | + | B: nooit gebruikt, omdat, hij niet | + | C: nooit gebruikt, omdat hij niet | + | B: alle dergelijke geschenken gekocht. | + | C: alle dergelijke geschenken gekocht." | + | B: jaren. | + | C: jaren." | + | B: doos gedaan hebt? | + | C: doos gedaan hebt?" | + | B: veel nut stichten? Dat geld zal het | + | C: veel nut stichten. Dat geld zal het | + | B: zijn vier-en-zevenstigste verjaardag. | + | C: zijn vier-en-zeventigste verjaardag. | + | B: en, het vaar ziende, brachten | + | C: en, het gevaar ziende, brachten | + | B: overal gaat: men dulde niet dat | + | C: overal gaat: men duldde niet dat | + | B: "Och, zuchtte hij eindelijk, | + | C: "Och," zuchtte hij eindelijk, | + | B: ooggetuigge geweest was van hetgeen | + | C: ooggetuige geweest was van hetgeen | + | B: aan; eerst lostte hij zijn buis, | + | C: aan; eerst loste hij zijn buis, | + | B: rijden? | + | C: rijden?" | + | B: mij onverschillig, viel Marianne | + | C: mij onverschillig," viel Marianne | + | B: dorp heet Dortingen, antwoordde Balzer | + | C: dorp heet Dortingen," antwoordde Balzer | + | B: schijnt niet nieuwgierig te zijn," | + | C: schijnt niet nieuwsgierig te zijn," | + | B: leeft, kunt gij oud worden. | + | C: leeft, kunt gij oud worden." | + | B: de koningin!" Gentleman, gij | + | C: de koningin! Gentleman, gij | + | | + +--------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Een vriendelijke morgenstond, by +F. Lohr and Karl Gustav Nieritz + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK EEN VRIENDELIJKE MORGENSTOND *** + +***** This file should be named 38919-8.txt or 38919-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/9/1/38919/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
