summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:10:17 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-14 20:10:17 -0700
commit55f9f9eb67927aaabcba38c49b1bf1b96a4780d6 (patch)
tree687440321127f7455952e7b00cba2cbac1253306
initial commit of ebook 38426HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38426-0.txt5677
-rw-r--r--38426-8.txt5677
-rw-r--r--38426-8.zipbin0 -> 105451 bytes
-rw-r--r--38426-h/38426-h.htm6315
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p002.pngbin0 -> 6782 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p008.pngbin0 -> 9472 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p018.pngbin0 -> 6308 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p020.pngbin0 -> 44149 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p020th.pngbin0 -> 8031 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p054.pngbin0 -> 5672 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_p064.pngbin0 -> 64524 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/ill_piii.pngbin0 -> 4355 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/kaart-th.jpgbin0 -> 89768 bytes
-rw-r--r--38426-h/images/kaart.jpgbin0 -> 1051789 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
17 files changed, 17685 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38426-0.txt b/38426-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..2189805
--- /dev/null
+++ b/38426-0.txt
@@ -0,0 +1,5677 @@
+The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.
+Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren.
+ uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging
+
+Author: Anton Albert Beekman
+
+Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder |
+ | accent, met/zonder koppelteken, met/zonder tussen-s en |
+ | ph/f-verschillen. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van de |
+ | bijbehorende alinea. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Vette tekst is weergegeven als #vet#. Uitgespatieerde tekst |
+ | is weergegeven als ~uitgespatieerd~. Aanwijzingen in de |
+ | kantlijn zijn weergegeven als [Kantlijn: aanwijzing]. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org |
+ | |
+ | De volgende in dit e-boek vermeldde titels zijn beschikbaar |
+ | op Project Gutenberg. |
+ | * “1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de |
+ | Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk” |
+ | eboek #36317 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36317) |
+ | * “De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra |
+ | het plan C. LELY.” |
+ | eboek #36319 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36319) |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.
+
+WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+
+
+ DEEL I.
+
+ DE AFSLUITING EN DROOGMAKING
+ DER ZUIDERZEE.
+
+
+ DEEL II.
+
+ WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING.
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+
+ N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ
+ voorheen E. J. BRILL, LEIDEN 1917.
+
+
+
+
+BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.—LEIDEN.
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+In den eersten jaargang van den „Praktischen Volks-Almanak”, een
+jaarboekje ter verspreiding van kennis der „Toegepaste Wetenschappen”,
+uitgegeven te Haarlem bij A. C. KRUSEMAN, en verschenen 1 Januari 1854,
+komt als titelplaat voor „_Haarlemmermeer_”.
+
+Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in
+3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens
+het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het
+ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in
+1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de
+Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere,
+voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius,
+aangevangen is het water uit de „Meer” te pompen, tot afvoer door de
+Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den
+Katwijkschen Rijn.
+
+Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare
+landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en
+gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag
+het onbekende jaartal 18...
+
+Een bijschrift „bij de Titelplaat” bevat het volgende hoogst
+merkwaardige slotstuk:
+
+ „En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders
+ land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot
+ hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft
+ het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver
+ doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen
+ aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:—den
+ bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene
+ vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen
+ door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de
+ voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar
+ elders vervoerd zullen worden.”
+
+ „Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het
+ Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de
+ productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der
+ dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts
+ worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen
+ bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen
+ van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe.
+ Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water
+ overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den
+ verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden
+ staat als het ware tusschen beide in.—Elke aanwinst van land, en
+ met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder,
+ is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de
+ gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich
+ ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat
+ het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat
+ het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede
+ uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke
+ ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den
+ welstand der natie.”
+
+Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen,
+dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn.
+Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de
+toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral
+naar aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een
+opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen
+te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar
+armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke
+thans alom in de Meer te vinden zijn.
+
+De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige tijden
+gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de
+ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate
+er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte
+fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat
+deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de
+meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de
+verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren.
+
+Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der
+tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te
+brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig
+zou niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die
+droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden.
+En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert JAN ADRIAANSZOON
+LEEGHWATER, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste
+ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar
+waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan
+belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot
+de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel
+Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst
+belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze
+duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming,
+toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was
+geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een
+later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te
+gaan niet meer heeft kunnen begrijpen.
+
+Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de
+geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op
+het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het
+Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze
+gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de
+dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld
+dit werk te ondernemen en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja
+erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook
+maar een oogenblik met ernst te onderzoeken.
+
+In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen;
+aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp
+tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal
+indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide
+het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder
+noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland
+goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratiën afgebeeld,
+spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen
+van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen
+de beëindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den
+lijve werden gevoeld.
+
+Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vóór- en tegenstanders
+wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige
+oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den
+moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en
+gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het
+grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is.
+
+Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een
+eeresaluut aan de Regeering worden gebracht.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten,
+boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details
+uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje
+toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp
+heeft de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt
+overzicht te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke
+drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen
+uitgaven; de heer dr. A. A. BEEKMAN, de onvermoeide strijder voor
+de Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid
+verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij
+hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het publiek
+voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt
+daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele
+geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene
+verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van
+uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele
+details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus,
+dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte
+trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging
+en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak
+willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide
+litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling
+van belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels
+bepaaldelijk daaraan gewijd.
+
+In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen
+tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn
+daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren.
+Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige
+kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld
+ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke
+Dr. BEEKMAN op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den
+titel van „Weerlegging van Bezwaren” is deze behandeling als tweede deel
+bij dezen bundel gevoegd.
+
+Wij geven dus thans het woord aan dr. A. A. BEEKMAN.
+
+Amsterdam, 6 Januari 1917.
+
+ Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:
+
+ Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_.
+ Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_.
+ Dr. J. KRAUS.
+ L. VOLKER Azn.
+ Jhr. Mr. P. VAN FOREEST.
+ TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS.
+ Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_.
+ Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_,
+
+ Nieuwendijk 121 Amsterdam.
+
+
+
+
+VOORREDE.
+
+
+Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en
+droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien
+binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote
+werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig
+verlangd,—nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te
+moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed.
+
+Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft
+reeds ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft
+dit o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die
+de technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van
+de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar
+ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan,
+waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd
+uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat
+is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten
+voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal
+maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren
+weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten,
+wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot
+voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk één
+van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid,
+moeite en offers te brengen tot een goed einde.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler
+handen kome.
+
+Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor
+iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wèl gedocumenteerd,
+terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de
+Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen
+wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht
+hebben gezien.
+
+ Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging,
+ het Lid van het Algemeen Bestuur:
+ Dr. A. A. BEEKMAN.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Deel I.—#De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.#
+
+ Blz.
+
+ Voorwoord V
+
+ Voorrede XI
+
+ Inleiding 1
+
+ I. Beschrijving van de Zuiderzee.
+
+ II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en
+ droogmaking.
+
+ Werk van VAN DIGGELEN 9
+ Plan BEIJERINCK 10
+ Gewijzigd plan BEIJERINCK 10
+ Regeeringsontwerp 1877 11
+ Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN 13
+ Oprichting Zuiderzee-Vereeniging 14
+ Nota's der Zuiderzee-Vereeniging 15
+ Benoeming Staatscommissie 1892 16
+ Verslag Staatscommissie 1894 17
+ Regeeringsontwerp 1901 17
+ Regeeringsontwerp 1907 17
+ Regeeringsontwerp 1916 18
+
+ III. Plan van afsluiting en droogmaking der
+ Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.
+
+ Beschrijving 19
+ Duur van het werk en werkplan 28
+
+ IV. De gevolgen van technischen aard.
+
+ Voor de waterkeering 29
+ Voor de afwatering 31
+ Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden 33
+ Invloed op de afwatering van Friesland 34
+ Voor de wateraanvulling en waterverversching 37
+ Kwel door en onderdoor den afsluitdijk 43
+ Beschikbare hoeveelheid water ter inlating 45
+ Voor de scheepvaart 46
+ Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer 48
+ Bezwaren van technischen aard 49
+ Gebruik van gewapend beton 52
+
+ V. De aanwinst van grondgebied.
+
+ Internationale beteekenis van Nederland verhoogd 55
+ Aard der gronden 55
+ Ontzilting der nieuwe gronden 57
+ Voorbereiding der gronden vóór de uitgifte 58
+ Verkaveling en perceelsindeeling 59
+ Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe
+ gronden 59
+ Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden 60
+ Wijze van uitgifte der gronden 62
+
+ VI. De Zuiderzeevisscherij vóór en na de afsluiting.
+
+ Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij 65
+ Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf 66
+ Vergelijking beteekenis visscherij met die van het
+ landbouwbedrijf in de nieuwe provincie 68
+ Schadeloosstelling oude visschers 69
+ Zoetwatervisscherij na de afsluiting 70
+
+ VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van
+ de afsluiting en droogmaking.
+
+ Bevolking in de nieuwe provincie 72
+ Bewoonbaarmaking 73
+ Gevreesde daling van de waarde der oude gronden 74
+ Tekort aan grond 74
+ Voldoend aantal landbouwers beschikbaar 76
+ Geen werkloozen aan het einde van het werk 77
+ Arbeidsloonen op oude gronden 77
+ Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden 78
+ Grondwaarde en prijzen der producten 79
+ Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het
+ buitenland 80
+ Ontginning woeste gronden 81
+ Maatschappelijke voordeelen 84
+ Vermeerdering der arbeidsgelegenheid 84
+ Voordeelen voor de nijverheid 85
+ Idem voor verkeer en marktwezen 86
+
+ De kosten.
+
+ Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar 86
+ Raming der kosten 87
+ Beperking van het plan 88
+ Nadere finantieele beschouwingen 90
+ Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting 91
+ Noodzakelijkheid van de uitvoering 93
+ Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk 94
+ Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen
+ zonder afsluitdijk 96
+
+
+ Deel II.—#Weerlegging van bezwaren.#
+
+ Weerlegging van bezwaren 99
+ Slotwoord 148
+
+
+
+
+DEEL I.
+
+DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout
+water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen
+binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls
+lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den
+aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een
+schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend
+bestaan oplevert...
+
+Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in
+een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de
+omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de
+kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt.
+
+Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting
+droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter
+dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem,
+waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan
+kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten
+zullen gebaat worden.
+
+Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het
+sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die
+theorie en praktijk aan de hand doen.
+
+En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest
+bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten
+geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche
+land.
+
+Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de
+vreedzame verovering van een grondgebied, 11 à 12 Haarlemmermeren groot,
+met een welvarende bevolking.
+
+De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben
+verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen.
+
+En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien
+zonder geldelijke opofferingen.
+
+Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden
+aangetoond.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+I. Beschrijving van de Zuiderzee.
+
+
+Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier
+een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig
+de Zuiderzee noemen.
+
+De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs
+geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan
+grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal
+verder zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de
+tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom
+in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid–Noord loopend de
+uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot
+gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel,
+de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz.
+uitkwamen.
+
+Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het
+eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14de eeuw ontstaan.
+Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een kuststroom
+ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin. Tusschen
+Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee.
+
+De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen
+_dagelijksch of gewoon laag water_ (L.W.) en _dagelijksch of gewoon
+hoog water_ (H.W.),—d. z. de gemiddelden van alle eb- en van alle
+vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900–1910)—,
+dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde
+van Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen echter het
+water der Noordzee hier op de kust ver boven H.W. opzetten, tot ong.
+3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot ong. –2,50
+A.P.
+
+Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee
+lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige
+aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend
+op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op
+zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het
+water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vóór den tijd der
+Romeinen—want deze kenden de „Wadden” reeds—het land ter weerszijden,
+aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts
+in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten
+wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen.
+Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten
+aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen
+daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot
+steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van
+het Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten,
+terpen of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken,
+zeker reeds in de 8ste en 9de eeuw, tegen de binnendringende wateren
+beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water
+buiten die dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven
+liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef
+over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden
+gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de
+beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog;
+voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende
+wad- of waardgronden droog.
+
+Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't
+algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen,
+zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom,
+van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water
+staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte
+onder den naam van Vliestroom, over.
+
+De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze
+gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo
+te midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van
+Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere
+zijde.
+
+Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de
+werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het
+veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden
+van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de
+Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan
+verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen,
+paal en perk gesteld werd.
+
+De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur uitgeveend tot
+op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en
+Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der
+droogmakerijen vormt.
+
+Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking
+der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren
+uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en
+drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge
+vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel
+der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men
+den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte,
+het zoogenaamde „Val van Urk”, waarin ruim 5 M. water staat. Op deze
+wijze werd het „Almere” der Middeleeuwen gevormd.
+
+In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water
+heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes,
+die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het
+Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en
+Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig
+dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men ½ tot 1½ uur verwijderd
+zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte
+is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is.
+
+In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z.
+_bij gewone getijen_ op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt
+door de zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn
+Enkhuizen–Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen
+vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is
+daar weinig verschil, 20 à 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou
+ook kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den
+blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W.,
+dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts
+0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M., te Muiden 0,34 M. Te
+Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38
+M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer.
+
+Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande
+uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze
+kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende
+massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te
+Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan
+stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe
+zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan
+veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat,
+zeer veel te verduren.
+
+Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is
+gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is
+nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan,
+door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere
+zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a.
+plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water
+uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vóór
+Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo hoog opwoei, dat
+t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de
+oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde.
+Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee
+(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen
+de gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een
+grootste hoogteverschil v.m. 5 uur tusschen de Oranjesluizen en
+Blankenham van 4,60 M.
+
+Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs
+de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat
+bij zulken wind de Zuiderzee het minste water.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.
+
+
+[Kantlijn: Werk van V. DIGGELEN.]
+
+In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat
+B. P. G. VAN DIGGELEN te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee[1]. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee
+met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch zóó, dat
+een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie.
+Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van
+de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk
+weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote
+economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's
+meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn.
+
+[1] De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en
+ droogmaking, besch. door B. P. G. VAN DIGGELEN.—Zwolle 1849.
+
+De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs
+van 's Rijks Waterstaat FERRAND en VAN DER KUN op te dragen daarover
+een rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst
+in 1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te
+benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,—daarna aan den
+Ingenieur VAN DIGGELEN het maken van een ontwerp op te dragen.
+
+Op initiatief van het 1e en 2e Dijksdistrict van Overijsel werd in 1864
+een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om de
+afsluiting en droogmaking ter hand te nemen.
+
+[Kantlijn: Plan BEIJERINCK.]
+
+In 1865 vestigde de Minister ROCHUSSEN de aandacht van de Maatschappij
+van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp
+tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den
+Inspecteur van 's Rijks Waterstaat J. A. BEIJERINCK, dat spoedig gereed
+was[2]. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over
+Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de
+geheele oppervlakte daarbinnen.
+
+[2] Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v.
+ officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav.
+ 1868.
+
+Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had
+te onderzoeken of 1º de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat
+plan mogelijk was; 2º of de uitvoering aan particulieren kon worden
+overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De
+Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der
+droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen
+was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en
+raadde daarom aan den Staat de onderneming af.
+
+[Kantlijn: Gewijzigd plan BEIJERINCK.]
+
+De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet
+vereenigen kon, werd vervangen door een Comité ROCHUSSEN-BOSCH-VAN
+RANDWIJCK. Dit deed een gewijzigd plan BEIJERINCK opmaken in overleg
+met zijn technischen adviseur, den ingenieur T. J. STIELTJES.
+
+Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een Staatscommissie ter
+beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk
+gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet
+winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk[3].
+
+[3] Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873.
+
+Het Comité vroeg toen aan de Regeering een subsidie van ƒ250.- per H.A.,
+doch _ontving_ eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het werk
+beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1877.]
+
+In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk
+deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni
+1875 werden ƒ8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de
+Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie
+HEEMSKERK het eerste wetsontwerp aangeboden „betreffende de bedijking en
+droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van
+een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal”.
+
+De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp
+BEIJERINCK, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar
+hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond.
+
+De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000
+HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten.
+
+Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote
+oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde
+beschouwde, buiten te sluiten,—en ter andere om den dijk op klei te
+kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof.
+HARTING zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen,
+dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door
+STIELTJES bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een
+enkel woord.
+
+Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie HEEMSKERK was
+afgetreden en vervangen door een Ministerie KAPPEIJNE, was een der
+eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit
+Regeeringsontwerp.
+
+Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak
+vernomen, behalve uit geschriften die, evenals vóór dien tijd,
+nu en dan daarover verschenen. Als merkwaardig is daarvan te
+noemen dat van Jhr. P. OPPERDOES ALEWIJN[4], omdat het voor 't
+eerst voorstelde een noordelijker afsluiting met behoud van een
+groot wateroppervlak daarbinnen,—welke eenvoudige oplossing tot
+voorloopige berging van groote massa's IJselwater bij hooge
+rivierstanden, zooals wij zien zullen, gevolgd is in het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is
+te beschouwen.
+
+[4] Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige aangelegenheid der
+ indijking en inpoldering van een gedeelte der Zuiderzee in verb. m.
+ d. richting v. d. N.-Holl.–Frieschen spoorweg tusschen Amsterdam en
+ Leeuwarden.—Amst. 1873.
+
+ * * * * *
+
+In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer A. BUMA een
+wetsontwerp in, luidende: „Er zal een onderzoek worden ingesteld naar
+
+ _a._ het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer,
+
+ _b._ het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door
+ particulieren.”
+
+Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken,
+toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een
+daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking.
+
+Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der
+Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering
+van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op
+degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop
+zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de
+uitvoering- te kunnen overgaan.
+
+[Kantlijn: Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN.]
+
+In 1885 stelden nl. de Heeren A. BUMA en Mr. P. J. G. VAN DIGGELEN,
+Lid der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der
+Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten,
+hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan
+besturen van Provinciën, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en
+landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting
+en droogmaking het meest belang hadden.
+
+Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen
+technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte
+uit, dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat
+van Texel, waarin 30 à 40 M. water staat), „ter opheffing van het
+Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt” en
+dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de
+Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz.
+
+Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op
+de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van
+het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van
+het _zuidelijk_ deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar
+zij meenden ook—en dit is het begin geweest van een beter oordeel over
+alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat en van een beteren
+grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden
+gebouwd—, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog
+beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking
+zou hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende
+gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel
+niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem,
+niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der
+Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N.
+van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden
+afgevoerd, enz. enz.
+
+Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde
+besturen om te komen tot een grondig onderzoek.
+
+[Kantlijn: Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.]
+
+Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van
+afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de
+~Zuiderzee-Vereeniging~ opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde:
+
+„Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en
+grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze
+waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding
+eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de
+Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is.”
+
+Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: „Hoofddoel
+is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen
+het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en
+de Zuiderzee”.
+
+Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige verruiming der
+zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee
+meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen
+sprake[5]. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een
+dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in
+het duister zou zijn die men niet wagen mocht.
+
+[5] Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon.
+ Instituut v. Ingenieurs. Voordracht van het lid VAN KERCKHOFF.
+
+Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde
+punten en nog veel meer bleef toch bestaan.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug.
+d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld
+uit de Heeren BUMA, voorzitter, VAN DIGGELEN, onder-voorzitter,
+WERTHEIM, penningmeester en VAN DER HOUVEN VAN OORDT, secretaris. De
+Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs VAN DER TOORN en LELY.
+Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het
+technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur
+C. LELY, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat.
+
+[Kantlijn: Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.]
+
+Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887–Maart 1892 achtereenvolgens
+verschenen 8 ~technische nota's~, met tal van berekeningen, graphische
+voorstellingen, platen en kaarten[6].
+
+[6] Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging verschenen
+ en verkrijgbaar bij de Firma voorh. E. J. BRILL te Leiden, dragen
+ alle den titel: „Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking van
+ de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee” en—behalve de 6e en 8e
+ Nota—„De afsluiting Noord-Holland–Wieringen–Friesland en de
+ droogmaking van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting”.
+ Zij zijn:
+
+ 1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting
+ van de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel.
+
+ 2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der
+ provinciën langs de Zuiderzee.
+
+ 3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der
+ provinciën langs de Zuiderzee.
+
+ 4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der
+ provinciën langs de Zuiderzee.
+
+ De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee.
+
+ 5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de
+ sluizen en de bijkomende werken.
+
+ M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting
+ en droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee.
+
+ 6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en
+ 1890.—1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse
+ metingen.
+
+ 7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking.
+
+ Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting)
+ van het Wieringermeer.
+
+ Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot
+ afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen
+ binnen de afsluiting.
+
+ 8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting
+ en droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage:
+ Schetsontwerp ter partieele indijking en droogmaking der
+ Zuiderzee zonder afsluiting.
+
+In de 7e Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan van
+afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de
+uitkomsten van het bodemonderzoek.
+
+Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: »Oeconomische
+en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding
+der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's.”
+Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van H. C. VAN DER
+HOUVEN VAN OORDT en Mr. G. VISSERING, »De Oeconomische beteekenis van
+de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee”, waarvan in Juni 1901 een
+tweede druk bezorgd werd.
+
+[Kantlijn: Benoeming Staatscommissie 1892.]
+
+Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept.
+1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op
+de verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich
+uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen:
+
+of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als
+door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort
+te worden ondernomen, en zoo ja,
+
+op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht.
+
+[Kantlijn: Verslag Staatscommissie 1894.]
+
+Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De
+1e vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van de 27 leden;—de 6
+leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in hoofdzaak hun
+bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het uitvoeren der
+geheele onderneming zal met zich brengen en op de onzekerheid van hare
+oeconomische uitkomsten.
+
+De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den
+voet in dit verslag vermeld.
+
+De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde
+zij met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de
+uitvoering,—dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm
+der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de
+beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1901.]
+
+7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. C. LELY),—tot afsluiting der
+Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar
+het plan der Staatscommissie).—Na aftreden van dit Ministerie
+ingetrokken.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1907.]
+
+4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. J. KRAUS), voor den aanleg
+van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en
+droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie,
+maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en
+zavelgronden 16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden
+Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.]
+
+6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. C. LELY), tot afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en
+de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide
+oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar,
+terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een
+nader bij de wet te bepalen tijdstip.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+III. Plan van afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.
+
+
+[Kantlijn: Beschrijving.]
+
+Dit plan is in groote trekken het volgende.
+
+Er wordt een ~afsluitdijk~ gemaakt van Van Ewijksluis
+(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van
+de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de
+Friesche kust.
+
+Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte,
+diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte
+daarbinnen.
+
+De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul
+van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W.
+heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.;
+de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim
+6.5 M. beneden L.W. diep is.
+
+De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de
+kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de
+aansluiting aan den Frieschen zeedijk.
+
+De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de
+buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen
+bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende
+breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen.
+Binnen tegen den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van
+grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of—wat
+wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn—van grond daar ter plaatse uit
+den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan
+gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor
+dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte
+van –4,40 A.P.
+
+[Illustratie: ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)]
+
+In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen
+de aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den
+Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd.
+
+Wat de ~wijze van uitvoering~ van dezen dijk betreft, men stelt zich
+voor eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam
+een eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van
+de kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar
+de getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der
+Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende
+openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter
+wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten
+dat die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter
+weerszijden van het eiland twee „sluitgaten”, elk lang 8250 M.
+overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien
+tegen ontgronding. In de 5e Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt
+voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen
+dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het
+water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn
+niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als
+die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het
+lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande
+over de geheele lengte.
+
+Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te
+doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn,
+wat tijd van uitvoering en kosten betreft,—veel zal van de
+weersgesteldheid afhangen.
+
+Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de
+indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden
+geleden.
+
+Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in
+het Verslag der Staatscommissie minder juist „polders” genaamd.
+
+ De ~Noordwestelijke Droogmakerij~ (Wieringermeer), gr.
+ 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz.
+ 21.200 HA., waarvan klei- en zavelgronden 18.700 HA.
+
+ De ~Zuidwestelijke Droogmakerij~ (Hoornsche Hop), gr.
+ 31.520 HA., na aftrek van dijken, enz. 30.800 HA.,
+ waarvan klei- en zavelgronden 27.820 HA.
+
+ De ~Zuidoostelijke Droogmakerij~, gr. 107.760 HA., na
+ aftrek van dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en
+ zavelgronden 98.990 HA.
+
+ De ~Noordoostelijke Droogmakerij~, gr. 50.850 HA., na
+ aftrek van dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en
+ zavelgronden 48.900 HA.
+
+De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van
+dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden
+194.410 HA.
+
+De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging
+voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de
+verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen
+van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts
+verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O.
+Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan
+de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij
+aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer,
+waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en
+vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op
+uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep.
+
+De ~meerdijken~, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn
+van verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld
+zijn aan de meest voorkomende stormvloeden.
+
+De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en daalt in 't
+algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie het Kaartje). De
+droogmakerijen moesten daarom in ~polders~ (door de Staatscommissie
+„polderafdeelingen” genoemd) met verschillende peilen, nl. van het
+polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld.
+Daarbij is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden,
+die, als bestaande uit 1 à 2 M. klei op vasten, lang onder druk
+geweest zijnden zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal
+bedragen,—voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de
+polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden.
+Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid.
+
+Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen.
+
+Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M.
+opvoerhoogte, bovendien ⅙ daarvan voor reserve, opmaling tot A.P.,
+nl. 40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer,
+en 25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan
+zal volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot
+drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K.
+bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen
+worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen
+verlangt dan 20 jaar geleden—liefst met droge slootbodems.
+
+De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de
+snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd.
+Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te
+verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de
+volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras
+liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de
+aangrenzende oude landen.
+
+Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over,
+groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging
+zeer juist met den naam van „~IJselmeer~” werd aangeduid,—niet alleen
+omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing
+gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond.
+
+Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer
+en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat
+daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat.
+
+Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende
+3 etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge
+buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij
+uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever
+in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het
+IJselmeer, samen 4800 M³ in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M.
+zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich
+zelden of nooit zal voordoen.
+
+De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo
+gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen
+de eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den
+afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te
+zien is.
+
+Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van –0,40 A.P. op
+het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone
+omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil
+zonder bezwaar tot –0,20 A.P. worden verhoogd.
+
+Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend.
+Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de oostpunt van Wieringen
+te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de
+buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en
+aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin
+zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de
+slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote
+en een kleine schutsluis.
+
+Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van –0,40 A.P. niet
+altijd juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn
+van den aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de
+buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is
+dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig
+boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar
+een of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere
+standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel
+geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer
+kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van
+de afgesloten kom bestaat.
+
+Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden
+afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet.
+Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld.
+
+Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk ~tusschen Piaam
+en Harlingen~ een ~kanaal~ worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming
+van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor
+de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden
+aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het
+IJselmeer.
+
+In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart naar en van
+den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig
+diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog
+water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar
+t. W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het
+Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel
+over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de
+vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na
+de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom
+wordt in het plan het ~Zwolsche Diep verlengd~ tusschen twee leidammen
+door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen
+vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt.
+
+Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten
+waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het
+IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij
+t. Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis
+gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van
+hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan
+de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart
+tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl,
+zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T.
+N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met
+Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge
+dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer
+gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om
+ook hiervan het water in het IJselmeer te brengen. Ook wordt door de
+droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering
+van Blokzijl tot het IJselmeer.
+
+Voorts wordt de rivier de ~Eem~ verlengd met een breed en diep kanaal,
+gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het
+IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt
+gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van
+beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden.
+
+Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het
+Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de
+Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij
+heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het
+IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee
+panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer
+zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het
+laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in
+de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij
+komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer
+t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van
+Schermerboezem aldaar.
+
+Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart
+langs het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een
+kanaal uit dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend
+met een schut- en uitwateringssluis in de Binnenhaven te Medemblik;
+een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard door
+den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal,
+uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van den
+Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met
+een schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen.
+
+Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en
+het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het
+meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen.
+
+[Kantlijn: Duur van het werk en werkplan.]
+
+Wat den ~duur van het werk~ en het ~werkplan~ betreft, de Staatscommissie
+meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het
+5e–9e jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden verbeterd
+en het kanaal Piaam–Harlingen worden gemaakt. Daarna volgen de aanleg
+van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en drooghouden der vier
+droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der ringvaarten, zoodat
+de N.W. droogmakerij in het 14e, de Z.O. droogmakerij in het 21e, de
+Z.W. droogmakerij in het 28e en de N.O. droogmakerij in het 33e jaar
+gereed komen. Met dien verstande, dat de drooggemaakte gronden nog 2 à 3
+jaar zullen worden drooggehouden en voorloopig bebouwd en eerst in het
+3e jaar na de verkaveling zullen worden uitgegeven.
+
+Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting
+van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een „veel kortere tijd” voor de
+droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen,
+wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor
+de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar
+de in het 4e jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12e jaar, en
+de in het 6e jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in het 15e jaar
+gereed kunnen zijn.[7]
+
+[7] Zie voorts bij Hoofdstuk VII.
+
+
+
+
+IV. De gevolgen van technischen aard.
+
+
+De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn
+van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van
+zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna
+uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst
+nagaan.
+
+[Kantlijn: Voor de waterkeering.]
+
+~Voor de waterkeering.~
+
+Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen
+worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel,
+belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en
+noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of
+andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer
+in die mate als thans op de open Zuiderzee.
+
+Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de
+Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1º. doordat groote massa's
+Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2º. door
+opwaaiing, 3º. door de oorzaken onder 1º. en 2º. tegelijk, zooals o. a.
+bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt
+dus voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak,
+zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu.
+
+Uit de 2e Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der
+Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op
+verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen voorkomen,
+zelfs nog 1,5 à 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar
+zijn waargenomen.
+
+Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge
+zeedijken beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust
+van Friesland, bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten
+van de Veluwe en Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen òf
+nagenoeg geheel van alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l.
+aan de droogmakerijen grenzen, òf zeker belangrijk minder onderhoud
+vereischen voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van
+de Dronter Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de
+Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van
+Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche
+Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem
+(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost.
+Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der
+overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen
+met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal
+vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal
+geven dan de tegenwoordige.
+
+T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere
+stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de
+Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar
+ingediende wetsontwerp zegt[8].
+
+[8] Ald. Bl. 7.
+
+Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van
+Piaam en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van
+vulling en lediging van de noordelijke kom bij de dagelijksche getijden
+(dus zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden
+aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor
+wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek
+bij Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling
+voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven
+tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig.
+
+De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting
+is geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd
+verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de
+zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook
+al wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de
+bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2de Deel:
+„Weerlegging van bezwaren”.
+
+[Kantlijn: Voor de afwatering.]
+
+~Voor de afwatering.~
+
+Het weinig veranderlijk peil van –0,40 N.A.P. van het IJselmeer
+zal zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der
+omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem,
+voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de
+(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied,
+enz.
+
+Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om
+schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,—voor
+dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar
+geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli–Augustus 1894 door
+hooge standen van Frieslands boezem (–0,25 à –0,14 N.A.P.) een schade,
+voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die toen op 2 millioen
+gulden geschat werd,—en zulke hooge standen komen meermalen voor.
+De bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden
+weggenomen,—men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland
+stoombemaling van den boezem aan te brengen—maar zij zullen belangrijk
+er door worden verminderd.
+
+De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen,
+uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken
+welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs
+zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven.
+
+Daar is b.v. het vraagstuk van de ~afwatering van den Vechtboezem~. Deze,
+die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt
+van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als
+dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige
+uitwatering elk jaar één of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing
+van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water
+komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt.
+Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op ½ à 1 millioen gulden
+geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het
+IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter
+geheel overbodig.
+
+Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der ~afwatering van de Geldersche
+Vallei~, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs
+onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem
+en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim
+profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort
+gebracht en _kan_ door een eenvoudige verruiming van sommige
+waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en
+gemakkelijker worden opgelost dan thans.
+
+De ~afwatering van het Noordzeekanaal~, die van zooveel gewicht is,
+omdat op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook
+Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats
+heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met
+behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door
+de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels
+_door sluizen_ op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de
+scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal
+ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen
+worden beheerscht[9].
+
+[9] Zie hierover C. W. LELY c. i. Beschouwingen v. d. afwatering v. h.
+ Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d. Zuiderzee
+ (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203).
+
+[Kantlijn: Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden]
+
+Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting
+der Zuiderzee gebaat worden, 1º doordat de loozing door hooge
+Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan
+worden belet, 2º omdat wegens de minder sterke schommelingen van
+het buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te
+zijn,—daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt
+zal kunnen worden van de ~lage~ en ~zeer lage Zuiderzeestanden~, die nu
+de afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige
+loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en
+buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing
+hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van
+Overijsel. Deze kunnen nu in het voorjaar bij de dan heerschende O. en
+N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote
+massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna
+in den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de
+gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan –0,10 à –0,15 N.A.P. af en
+daar de landen dan waterstanden van –0,40 à –0,45 N.A.P. noodig hebben,
+zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en
+valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van
+het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren.
+De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen,
+maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare
+stoomgemalen opgezien.
+
+Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet
+meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden
+die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich
+eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de
+bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het
+water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden
+behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,—nu
+staan zij dan veelal onder water,—kunstmest aanwenden en dus ook
+daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen[10].
+
+[10] Zie hierover meer uitvoerig: DEKING DURA. Iets over den toestand
+ der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide Mij,
+ 1909, bl. 173.
+
+[Kantlijn: Invloed op de afwatering van Friesland.]
+
+Wat ~Friesland~ betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden.
+Wel zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage
+Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen meehelpen om
+Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel
+is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de
+Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen,
+kanalen, enz. »Frieslandsboezem” vormend, die door 13 sluizen langs de
+Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte
+stand van dien boezem in den zomer 10 à 15 cM. boven Friesch Peil (=
+Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 à 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde
+ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij
+lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de
+afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer
+en meer tot –1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen
+en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het
+voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral
+voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van
+het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te
+brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om
+door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te
+brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand
+niet genoeg beheerschen.
+
+Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage
+landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge
+boezemstanden wordt overstroomd,—bij een stand van +0.25 Z.P. staan
+reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die „buitenlanden” onder water.
+
+Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of
+komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk
+uitsluitend grasland; zij staan 's winters in den regel voor een groot
+gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan
+wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade
+geleden[11].
+
+[11] De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het
+ Lid der Ged. St. v. Friesl. VAN WELDEREN Bn RENGERS in een rede,
+ geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. Mij van Landb.
+ 28 Dec. 1909,—opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide Mij, 22e
+ Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar.
+
+Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken,
+kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water
+eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die
+landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan
+stijgen zij ook daardoor zeker in waarde.
+
+Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand.
+Zij zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van één of
+meer groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe
+reeds besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee,
+dus afwatering op –0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden
+voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel
+ze nog noodig zijn, zeker minder kosten.
+
+De heer RENGERS meent dat _in jaren van normalen regenval_ de boezem
+daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg
+nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging
+omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te
+verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een
+zoetwatermeer).
+
+Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten
+goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd ook moge
+schijnen, de gelegenheid die door de afsluiting ontstaat voor aanvulling
+van zijn boezem met zoet water in droge tijden.
+
+[Kantlijn: Voor de wateraanvulling en waterverversching.]
+
+Voor de ~wateraanvulling~ en ~waterverversching~.
+
+Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl
+aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd,
+dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder
+zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna
+zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten.
+
+Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een
+afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan
+inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen
+der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de
+afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds
+daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt.
+
+Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote
+rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het
+voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden.
+Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem
+te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,—70 à 190 millioen M³ 's
+jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M³ per dag. Uit den aldus
+aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk
+een bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel,
+Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels.
+
+Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor
+deze gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij
+uitstek deskundigen, de HH. TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, Lid v.
+Ged. St. v. Friesland, en K. BREEBAART JZN. te Winkel, op verzoek
+der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de voordeelen van
+de voorziening met zoet water, resp. van de Provinciën Friesland en
+Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige specialiteiten
+hebben doen voorlichten[12]. In het volgende is ook daaraan een en ander
+ontleend.
+
+[12] Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d.
+ Zuiderzee-Vereeniging 1911.—Leid. 1911.
+
+Het ~Noorderkwartier~ laat in tijden van watergebrek water in uit
+den boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook
+door de schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de
+boezemwateren van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte
+van Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele
+schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het
+vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt—als men het zoo
+noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het
+oosten der stad naar het westen te komen—door Zuiderzeewater in te
+laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van
+andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden
+ƒ100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde
+oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste
+deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in _uit de
+Zuiderzee_, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de
+Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.).
+
+Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij
+uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr.
+VAN DER ZANDE en Dr. SCHEIJ van het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn
+zeggen: 1º dat door de gelegenheid van verversching met zoet water
+ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels
+en machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout
+is; 2º dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee
+krijgt, waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen
+gebreken in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3º dat
+vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de
+slooten stankvorming bevordert.
+
+In het Verslag van den Heer BREEBAART, samen met deskundigen opgemaakt,
+wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral
+van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in
+plaats van brak water, dat—zoo wordt o. a. voor de zandstreken
+geconstateerd—voor den grasgroei zeer nadeelig is.
+
+Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor
+drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van
+goed drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer
+drie ton gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het
+water door diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig
+gezuiverd—duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik
+is in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per
+spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz.
+
+Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de ~toestand van Friesland
+in droge tijden~, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis
+bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen,
+plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept.
+1904 uit Workum: „In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward
+en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen
+hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee
+nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in
+de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder
+Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd
+aan de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder
+dan de helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders
+den winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden”. Of van dien
+ouden Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der
+Zuiderzee-Vereeniging schreef: „Wij hebben geen bruikbaar slootwater
+meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de
+afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog.
+
+In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het
+scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er
+overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut
+zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke
+kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op
+slechts ééne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder
+zout”[13].
+
+[13] Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. G.
+ VISSERING, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging.
+
+Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan
+water, dat van het ~verzouten~ van het overblijvende, vooral in het
+westen der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen,
+ook te Stavoren, maar het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden
+veel beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de
+visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz.
+
+In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den
+invloed van zoet water in Friesland op den toestand van ~landbouw~,
+~veeteelt~ en ~zuivelbereiding~: „Veel grooter dan deze reeds zoo
+belangrijke schade”—nl. door te hoogen waterstand—„is die welke _te
+lage_ waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang
+aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende
+en de schade niet te overzien.” In 't bijzonder wordt dan aangetoond
+de mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de
+hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee,
+door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat
+bijna overal in de Provincie te wenschen over.
+
+Ook de ~scheepvaart~, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt
+in zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook
+van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,—en dit geldt zoowel
+voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg
+de Lemmer–Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen;
+schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen
+dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden
+door inlating uit het IJselmeer.
+
+Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls veel
+schade lijdt is ook de ~zoetwatervisscherij~,—omdat nu elk jaar
+bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de
+droogvallende buitenlanden verloren gaan, omdat nu 's zomers veel zout
+water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt
+voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk
+omdat het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte
+stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor
+visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een
+droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een
+ververschingsbron achter de hand was.
+
+De ~volksgezondheid~ wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet
+zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt
+door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de
+schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert
+ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was.
+
+Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal
+meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar
+voor epidemische ziekten.
+
+~Handel~ en ~nijverheid~ zullen er ook zeker bij winnen als het
+gebrekkig verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer
+zal voorkomen. In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt
+Aquarius mee, dat het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt
+(incl. die van de stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer
+moeten gewasschen worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond
+voor de ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf
+worden per keer gemiddeld op ƒ25.-, dus per jaar op ƒ150.- geschat,
+dus voor alle ketels samen op ƒ82.500 per jaar, welk bedrag echter
+vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels.
+
+Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op het Land van
+Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep.
+
+En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland
+en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende
+zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. ~verbetering der
+afwatering~.
+
+In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de
+landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden
+daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het
+water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,—omdat men niet durft,
+n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan.
+
+Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip
+en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt[14], dan
+blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen
+de vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer RENGERS,
+die daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen
+aangehaalden rede: „_Zoolang de waterinlating in Friesland niet gevonden
+is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen blijven_”.
+
+[14] Tijdschr. Ned. Heide-Maatschij, 22e Jaarg. (1910), bl. 41 e. v.
+
+Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar,
+waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook
+elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat
+aanvulling daarna altijd mogelijk is.
+
+[Kantlijn: Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.]
+
+Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door
+een afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te
+scheiden,—eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten.
+
+Indertijd heeft de Hoogleeraar HARTING de vrees uitgesproken, dat als
+de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende keilaag
+werd aangelegd, zooveel water door dat zand naar binnen zou dringen, dat
+men den bodem daarachter niet zou kunnen droogleggen: door hem genomen
+proeven waren in dit opzicht niet geruststellend[15].
+
+[15] P. HARTING. De geol. en phys. gesteldheid v. d. Zuiderzeebodem.
+Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks.
+
+Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit
+vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat
+uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders
+(dus niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder
+omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de
+praktijk weinig of niets viel af te leiden[16].
+
+[16] Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water onder
+verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende
+samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst.
+1887.
+
+HARTING zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke
+waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van
+de lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil
+in waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op
+verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de
+Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn.
+En hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den
+afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en
+boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de
+dijk zelf.
+
+Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte
+in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs
+gedurende een gedeelte van elk getij overdruk _van binnen naar buiten_
+zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de
+genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts 1⁄90,
+bij stormvloed slechts 1⁄22 naar binnen zou kwellen van de hoeveelheid
+zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand op het meer
+vloeit.
+
+De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte
+van het water van het IJselmeer.
+
+[Kantlijn: Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.]
+
+Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende
+hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe
+polders en de aangrenzende gewesten?
+
+Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4e Nota der
+Zuiderzee-Vereeniging.
+
+De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt
+aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er
+op brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de
+verdamping het grootst is (1 Mei–1 September) de IJsel gewoonlijk niet
+het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten van
+sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de
+afvoer het kleinst in de herfstmaanden.
+
+Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871–1885
+(in de andere jaren zou òf weinig ingelaten of de aanvoer betr.
+groot geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou
+geweest zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands
+Noorderkwartier van water te voorzien,—wat echter slechts een daling
+van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus
+zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer
+ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 × die van Rijnland)
+en een te groote verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters)
+gerekend is.
+
+Daar het aangenomen peil van het IJselmeer –0.40 A.P., dat van
+Frieslandsboezem –0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) –0.58
+A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden.
+Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing
+dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten
+der sluizen wat verhoogen, b. v. tot –0,20 A.P., wat ook voor de
+scheepvaart gewenscht is.
+
+Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor
+waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend
+genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten
+bijgebouwd worden.
+
+[Kantlijn: Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.]
+
+~Voor de scheepvaart.~
+
+Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden,
+integendeel in menig opzicht worden gebaat.
+
+De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, ⅓
+à ½ van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht.
+
+Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep,
+de Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn.
+
+In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten,
+niet „op tij” gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn
+trouwens gering,—in de zuidelijke kom 25 à 50 cM.—ook in vergelijking
+met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt.
+
+Het peil van –0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer
+gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand in het midden van de
+zuidelijke kom, dat van –0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager.
+Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben,
+of door afwaaiing. Standen beneden –0,60 A.P., zooals nu wel eens
+voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen.
+
+Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter
+door de afsluiting de ~bevaarbaarheid t. O. van Schokland~ onvoldoende
+worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het
+Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland.
+
+Ook zagen wij dat vóór het tot standkomen der afsluiting eenige
+~havens~, die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor
+dan H.W. moet worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging
+der havendammen eenige meerdere blijvende diepte moet worden
+gegeven,—zoodat zij dan ten allen tijde bevaarbaar worden.
+
+Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste
+gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden
+waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor
+in de geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het
+Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 à 23 dM. water staat. Eenige
+baggering zal daar plaatselijk moeten helpen.
+
+Een voordeel is dat de ~schuttingen~ door de Oranjesluizen te
+~Schellingwoude~ zeer zullen worden bekort wegens het kleiner
+verschil tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer;
+waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen
+plaats hebben.
+
+Voor de ~vaart op Harlingen~ zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te
+leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen.
+
+Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer
+niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker
+een ~veel veiliger vaart~ worden verkregen. Op het IJselmeer zal het
+niet meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval
+is. Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte
+van dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen
+en menschenlevens niet te spreken;—zulke ongevallen zullen na de
+afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot
+belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des
+lands.
+
+[Kantlijn: Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.]
+
+Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de
+~verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib~ die de IJsel
+daarin zal aanvoeren.
+
+Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M³
+per jaar kan worden geschat[17], het zand zal zich na de afsluiting wel
+op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvóór, nl. op een 2700 HA.
+groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan
+worden weggebaggerd.
+
+[17] Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887.
+
+De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M³ 's jaars
+gesteld worden[18]. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den
+bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve
+eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt
+echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele
+oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet worden dat de
+ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet
+worden weggebaggerd.
+
+[18] Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2.
+
+Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het
+werk in het eerste jaar een kapitaal van ƒ300.000 gebracht, dat na 66
+jaar tegen 3½ percent aangegroeid tot ƒ2.857.000 een rente zou geven
+voldoende om jaarlijks 400.000 M³ tegen 25 cts per M³ uit het IJselmeer
+te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over
+het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de
+droogmakerijen vallen.
+
+Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te
+bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter
+weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen
+den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart
+niet hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van
+zijn oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen.
+Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te
+verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar
+Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind
+(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde
+richting[19].
+
+[19] Zie de Nota van het lid der Staatscommissie J. W. WELCKER als
+ Bijlage bij het Verslag dier Commissie.
+
+[Kantlijn: Bezwaren van technischen aard.]
+
+Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den
+laatsten tijd, ~bezwaren~ gemaakt ~van technischen aard~, veelal door
+tegenstanders breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan.
+Dit nu is een fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg
+van onderdeelen gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als
+zoodanig niet treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze
+worden aangelegd.
+
+Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig.
+
+Want men bedenke wel, dat het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een
+voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten
+ongeveer te kunnen nagaan.
+
+Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de
+onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden
+uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en
+nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen
+dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan.
+
+Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp
+van Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp
+KRAUS, 1907): „Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden,
+dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van
+de overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in
+onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra
+door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het
+werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te
+doen nemen. Enz.”
+
+Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het „Verslag der
+onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt
+plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting
+der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer,
+samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat ~de Blocq van
+Kuffeler~”. Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,—in sommige
+zeer veel!—is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, o. a.
+ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de
+afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen,
+vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale
+gronden van Wieringen, enz. enz.
+
+Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen,
+enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen—een
+zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners
+van de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie
+van het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de
+waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die
+dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en
+geteekend is klakkeloos zouden overnemen.
+
+Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen
+is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen
+dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2e Nota, bl. 15) en de Staatscommissie
+meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van het Vlie en van
+den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft, maar dat van
+daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v. uit het Vlie
+naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste waterstand bij
+stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de Texelstroom op
+ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te liggen als het
+Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit naar den dijk
+niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met een sterken
+golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze redeneering
+zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken.
+
+Maar het is de vraag of de _gewone_ (gemiddelde of dagelijksche)
+vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan
+nu en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen
+rijzen[20].
+
+[20] Zie „Weerlegging van bezwaren”, bl. 123.
+
+Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk
+en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat
+de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de
+helft verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd
+geheel ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan
+ook slechts ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar
+binnen te stroomen om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat
+er evenwicht is tusschen het water binnen en buiten[21]. Terecht
+zegt dan ook de Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu
+ingediende wetsontwerp, dat „geene of slechts geringe verhooging van
+de stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten”
+(bl. 7).
+
+[21] Ald., bl. 118 e. v.
+
+Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat
+met den bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de
+hoogte van dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche
+en Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de
+waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de
+sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger
+moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar
+daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van
+het geheele werk.
+
+[Kantlijn: Gebruik van gewapend beton.]
+
+Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan
+en zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige onderdeelen geheel anders
+zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld.
+
+Vooral het gebruik van ~gewapend beton~, dat in den laatsten tijd meer
+en meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen
+meebrengen,—wat ook invloed kan hebben op de kosten.
+
+Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit
+om verslag uit te brengen over de vraag: „in welke mate kan gewapend
+beton in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de
+meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de
+uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en
+onderhoud?”
+
+Deze „gewapend-betoncommissie”, samengesteld uit de HH. Mr. P. VAN
+FOREEST, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, A. W. BOS,
+Dir. Gemeentewerken Amsterdam, J. M. VAN ELZELINGEN, Hoofdingenieur
+v. d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, B. HOGENBOOM, Oud-Inspecteur
+Generaal van 's Rijks Waterstaat, G. J. DE JONGH, Dir. Gemeentewerken
+Rotterdam, J. W. C. TELLEGEN, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht
+Amsterdam en L. VOLKER AZN., aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag
+uit[22].
+
+[22] Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911.
+
+De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te
+verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en
+zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5
+M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken
+en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij
+niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing
+van kosten is misschien daardoor te verkrijgen, maar nog moeilijk te
+bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing
+in tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit
+finantieel oogpunt.
+
+Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op
+de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat
+het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van
+Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor
+het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet
+behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen
+gulden) kan worden.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+V. De aanwinst van grondgebied.
+
+
+[Kantlijn: Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.]
+
+Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche
+provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis
+van dien staat belangrijk verhoogd.
+
+Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking
+onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die
+vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk
+sneller toename der oude bevolking.
+
+[Kantlijn: Aard der gronden.]
+
+Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte
+af van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen
+twijfel te bestaan.
+
+Een groot aantal ~grondboringen~ zijn verricht. Voor het plan BEIJERINCK
+werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan;
+deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd.
+Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de
+Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102
+boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen
+verricht[23]; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de
+Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen
+der Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879
+280 boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer LELY een
+nader onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der
+Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben,
+die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128
+zijn uitgevoerd.
+
+[23] Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d. Commissie
+ uit de Waterschappen.—Haarlem 1874.
+
+Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen.
+
+Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd
+gedaan door Prof. VAN BEMMELEN en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn
+rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877.
+
+Prof. VAN BEMMELEN was van oordeel, „dat de kleigronden van de
+Zuiderzee” (klei tot 50 perc. zand) „in kwaliteit gelijk zullen zijn
+aan de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 à
+70 perc. zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+gronden der Groninger noordelijke zeepolders”.
+
+Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek van Prof. VAN BEMMELEN tot het besluit: „dat
+minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond
+van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde”.[24]
+
+[24] Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters handelt
+ uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging.
+
+Bij deze uitspraak werd echter het zand als „van geen onmiddellijke
+waarde” beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele
+zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een
+belangrijk voortbrengingsvermogen vermogen kunnen hebben, vooral als
+zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot
+grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die
+uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die
+tot de vruchtbaarheid er van bijdragen.
+
+Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus
+gerust zijn.
+
+Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der
+gronden zelve af, maar ook van een ~goede afwatering~ en, in droge
+tijden, van een ~voldoende wateraanvulling~.
+
+De nieuwe gronden moeten flink diep „uit het water gehaald” kunnen
+worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen
+gebracht worden en _spoedig_ gebracht kunnen worden, ook bij sterken
+regenval.
+
+[Kantlijn: Ontzilting der nieuwe gronden.]
+
+Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig
+ontzilt worden door de daarop vallende regens. Prof. VAN BEMMELEN zegt
+daaromtrent: „Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft,
+zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden
+blootgesteld, is in de IJpolders gebleken.
+
+.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van
+den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en
+vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. _Dit
+verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven._ De genoemde
+polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het
+begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later
+nog versterkt is geworden”.[25]
+
+[25] Zie hierover meer uitvoerig VAN BEMMELEN. Verslag omtr. het
+ onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee
+ v. 1875, gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de
+ bedijking en droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee,
+ enz. v. 1877, Hoofdst. IV.
+
+ En VAN BEMMELEN. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v.
+ Nederland (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866,
+ blz. 16 e. v.
+
+Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij
+zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan
+de polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste
+daarin voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze
+droogvallen,—de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M.
+inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling
+werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen
+kan beheerschen.
+
+[Kantlijn: Voorbereiding der gronden vóór de uitgifte.]
+
+Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt
+er op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen
+uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen
+behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der
+gebruikers over te geven[26]. De gronden worden dan zoogenaamd zwart
+gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten,
+worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig
+verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de droogmaking
+van de Wieringermeer werd daarop gerekend. In dien tijd kunnen de
+gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit den Dollart in 1740
+bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar gedeeltelijk met
+koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een oogst, waarvan de
+verkoop na aftrek van alle onkosten de bedijkingskosten met 4852 gl.,
+6 st. en 2 d. overtrof!
+
+[26] Zie V. D. HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. De Economische Beteekenis
+ van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83.
+
+Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats hebben voor de
+rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van
+proefvelden, cultuurvakjes, enz.[27].
+
+[27] Zie o. a. HUDIG. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen voor de
+ droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914.
+
+[Kantlijn: Verkaveling en perceelsindeeling.]
+
+Wat de eigenlijke ~verkaveling~ of verdeeling der gronden aangaat door
+de kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten,
+kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak
+reeds van verschillende zijden bezien is.
+
+De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag[28] een plan met kavels
+van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van
+de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw,
+Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd
+benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van
+10 HA.[29].
+
+[28] § 45.
+
+[29] Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5.
+
+[Kantlijn: Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.]
+
+Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen
+gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger
+met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest.
+Maar die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden,
+waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door
+vergelijking van ongelijksoortige gronden.
+
+Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625—in 't zuiden zand) en
+van de Heer Hugowaard (1631—grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf
+niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden
+niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk
+uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn
+nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer ƒ100.- bruto per HA. 's jaars minder
+opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909–1911 resp. gem.
+ƒ283.- en ƒ382.-).
+
+Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de
+droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting
+voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en
+dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel
+met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen,
+vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars
+voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging
+in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn,
+zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de
+IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen.
+
+Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft
+kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne
+techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.]
+
+Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden
+der Zuiderzee-Provincie ~opbrengsten~ zullen geven, gemiddeld als die
+van de Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte
+waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte
+IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens
+reeds door Prof. VAN BEMMELEN werd uitgesproken.
+
+In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer
+van 1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden
+in de Waard- en Groetpolders bedroeg droeg ƒ100.- à ƒ120.-, van de
+zavelgronden ƒ70.- à ƒ90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte
+zavelgronden ƒ50.- en van de zwaardere ƒ90.- de HA. en dat men dus met
+de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde jaarlijksche
+~netto-opbrengst~ van ƒ60.- p. HA. veilig mag aannemen, na aftrek van
+de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot afsluiting en
+droogmaking van de Zuiderzee[30] komt de Regeering tot een hooger
+bedrag, nl. van ƒ80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die in
+Nederland in het tijdvak 1900–1909 gekocht en na 1909 weer verkocht
+zijn,—waarover hierna meer.
+
+[30] Blz. 15.
+
+Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de E. N. T. O. S. in
+1913 te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en
+Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt,
+waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van
+de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909,
+1910 en 1911. Deze waren:
+
+ in de Waard- en Groetpolders ƒ382.- de HA.
+ in de IJpolders „374.- „ „
+
+en over 1911 en 1912
+
+ in noordwestelijk Noord-Brabant (klei) „357.- „ „
+ op Noord-Beveland (klei) „359.- „ „
+ in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel) „336.- „ „
+
+Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde
+~bruto-opbrengst~ van ƒ350.- de HA. mogen verwachten.
+
+De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend,
+komt men dus tot een netto-opbrengst van 16 millioen gulden en een
+bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Wijze van uitgifte der gronden.]
+
+Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd
+o. a. afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden.
+Maar het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat
+tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden
+zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het
+aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende
+den pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de
+kwade daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door
+verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker
+zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk
+af in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade
+door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den
+pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren
+met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig
+belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de
+landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te
+brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den
+toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892–1893. In 't
+algemeen staat de landbouw dáár het hoogst, waar de grond het eigendom
+is van de gebruikers.
+
+Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk
+een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder
+meer—daarover is men 't vrijwel eens—moet uitgesloten zijn, opdat niet
+het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan
+het oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen
+plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden,
+alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der
+gebruikers te doen blijven.
+
+Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis
+bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v.
+den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij
+annuïteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden
+verkregen.
+
+Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond,
+die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die
+zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere
+gebouwen voorschieten.
+
+Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk
+gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen,
+waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden
+en waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts
+geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal
+zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen,
+zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende
+deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd
+pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander
+stelsel. Prof. MOLTZER sprak eens van „de Zuiderzee, proefveld onzer
+agrarische wetgeving”.[31]
+
+[31] Zie over dit onderwerp o. a. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en VISSERING.
+ De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d. Zuiderzee, 2e
+ Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v.
+
+ Verslag der Staatscommissie 1892, § 128 en Bijl. XI van dat
+ Verslag: Rapport v. d. HH. FONTEIN DE JONG en V. D. HOUVEN VAN
+ OORDT.
+
+ K. REIJNE. Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk
+ 1901. (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders).
+
+
+
+
+VI. De Zuiderzee-visscherij vóór en na de afsluiting.
+
+
+Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de
+Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen.
+
+Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een
+gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het
+groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de
+wenschelijkheid daarvan te bestrijden.
+
+[Illustratie]
+
+Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door
+demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het
+Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden
+is in eene vergadering van den Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam
+besloten „te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee”.
+
+Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het
+visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan—als het in 't algemeen
+dien naam verdient!—nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend
+was.
+
+Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis
+is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen
+te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent.
+
+Wel beweerde de Minister van Waterstaat DE MAREZ OYENS bij de
+behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij,
+nog altijd is „een bloeiende tak van bedrijf” en dat „de afsluiting aan
+een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in
+5 provinciën (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand
+berustend”.
+
+Maar wat heeft men aan zulke _woorden_?
+
+Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien „bloeienden tak van
+bedrijf” gesteld is.
+
+[Kantlijn: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij.]
+
+Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te
+schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste
+visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; één
+anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt
+soms niet meer dan 1½ millioen gulden, in 1890, _het_ ansjovisjaar,
+4 millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde
+jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,—als
+men het zoo noemen wil,—een zeker aantal visschers met hunne gezinnen,
+na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven,
+zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken (gedeeltelijk
+in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen, rookerijen, enz. moet
+worden uitbetaald.
+
+[Kantlijn: Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.]
+
+Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren
+kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een ~Commissie van onderzoek~
+benoemd, waarin één lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging
+zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke
+onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.[32]
+
+[32] Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging.
+ Dl I. De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot
+ onderzoek.—Leid. 1905.
+
+Wat die Commissie ons van dat „op overouden toestand berustend
+bestaansmiddel” moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai
+beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z.
+van den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het
+geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent
+men deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van #1730#
+volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter
+724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548
+gedurende 6 à 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden.
+Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal
+van #3017# meerderjarige visschers.
+
+Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen
+treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is
+slecht.
+
+De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer
+vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en
+onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen
+loon aan knechts, nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en
+afschrijft op de netten (½ à ⅓ der waarde), dan blijft daarvan
+veelal weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon.
+
+Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk,
+Bunschoten, Hoorn, enz.).
+
+Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15
+percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers
+steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen
+een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te
+Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met
+groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart
+op loggers op de Noordzee.
+
+Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of
+een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De
+Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels
+uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid
+geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel
+verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote
+aanvoer de marktprijzen beheerscht.
+
+Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel
+goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet
+wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor
+de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden
+aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren.
+
+Wat blijft er dus over van dit „op overoude toestanden berustend
+bestaansmiddel?” Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences
+en hondekarren waren eenmaal voor velen „een op overoude toestanden
+berustend bestaansmiddel” en toch heeft men ze door den aanleg van
+spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude
+waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het
+nieuwe dat zijn plaats inneemt.
+
+[Kantlijn: Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h.
+ landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.]
+
+Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging
+onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij
+bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met
+zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht
+materieel, is een „bloeiende tak van bedrijf”. Wat zou dit met zijn
+bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij
+het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst
+van 70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen,
+verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een
+welvarende bevolking van 250.000 à 300.000 menschen in het nieuwe
+gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen
+gulden vergaren?
+
+Een voorbeeld uit de praktijk[33]. Vóórdat het westelijk gedeelte
+van het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten
+daar 2 visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de
+droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote
+boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den
+landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker
+nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het
+misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de
+verdiensten van dien anderhalven visscher?
+
+[33] K. REIJNE. Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee.
+ Beverwijk 1901, bl. 11.
+
+In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg
+door de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele
+ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden
+gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele
+visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet!
+
+[Kantlijn: Schadeloosstelling oude visschers.]
+
+Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het
+personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent
+schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe
+bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime
+schadeloosstelling hebben gevonden.
+
+Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in
+het Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4½ millioen gulden
+uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke
+som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd
+soms op hoogen toon geëischt dat die som grooter moest zijn[34].
+
+[34] Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het
+ bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl.
+ 239–260.
+
+De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 à 40 jaar
+duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen
+gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor
+goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld
+zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs,
+steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers
+schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond
+worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post
+zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren.
+
+[Kantlijn: Zoetwatervisscherij na de afsluiting.]
+
+In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de
+Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in
+den tegenwoordigen vorm.
+
+Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer
+en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet
+aan te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter
+dan die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland
+(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte
+van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die
+wateren.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche
+Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij
+in het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen.
+Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig
+gesteld rapport uit[35], waarin men o. a. leest dat paling en spiering
+het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook
+gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden
+toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook:
+„Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen
+gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten
+van nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het
+IJselmeer een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op
+het IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden
+gedreven”. Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet
+genoemd.
+
+[35] Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III. Rapp.
+ v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige
+ IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden,
+ 1906.
+
+Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal
+en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking
+der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van
+weleer op het open IJ[36]. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn
+in de afgesloten Zuiderzee?
+
+[36] Zie ook den Heer DIL van Koog a. d. Zaan i. h. Alg. Handelsblad v.
+ 1900.
+
+
+
+
+VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de
+afsluiting en droogmaking.
+
+
+Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij
+uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook
+belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is
+mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen.
+
+[Kantlijn: Bevolking in de nieuwe provincie.]
+
+Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in
+Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden,
+kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171
+beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer één per 4,8
+HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de
+Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan
+in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent
+men voor het groot landbouwbedrijf één man per 4,5 HA., dan zullen dus
+in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn,
+met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;—door
+tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter
+kunnen zijn.
+
+Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden,
+ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat
+de toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende
+provincie blijft, 250.000 à 300.000 bewoners zal bedragen. Ter
+vergelijking diene, dat de in hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland
+(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners
+buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan
+11.836 vrouwen.
+
+Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch
+ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het
+begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij
+kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een
+groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten.
+
+[Kantlijn: Bewoonbaarmaking.]
+
+Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vóór de kolonisatie
+geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. „De vestiging
+in de Zuiderzeepolders”, zegt de Staatscommissie terecht, „moet niet
+bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene,
+zij 't dan ook vruchtbare wildernis”.
+
+Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten
+bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht
+70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en
+stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,—terug te betalen bij
+annuiteiten binnen 20 jaar.
+
+Ook wordt voorgesteld vóór de uitgifte der gronden een aantal gebouwen
+van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet
+dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt
+daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen
+één gemeentehuis, één post- en telegraafkantoor met bijkantoren, één
+groote school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal
+zijn 8 × ƒ125000 = 1 millioen gulden, d. i. ƒ5.- per HA. (wel wat matig
+berekend!)
+
+Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend
+op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 × 50 HA. grond geven om te
+kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich
+uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het
+geheel,—zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven.
+
+[Kantlijn: Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.]
+
+Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het
+besluit der meerderheid stemde, Mr. VAN NIEROP is indertijd gezegd:[37]
+„het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal
+de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige
+voorwaarden, dat elders storing ontstaat”.
+
+[37] De Economist. Jaarg. 1897.
+
+De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen
+is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten.
+
+[Kantlijn: Tekort aan grond.]
+
+Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren
+grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de
+laatste 15 à 20 jaren 4000 à 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet
+alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd
+over het ~tekort aan grond~. In nagenoeg alle deelen van het land kan
+men die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te
+blijven in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel
+sterker toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het
+voor tal van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om
+hieraan te komen.
+
+Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, omdat men er van
+uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking
+mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de
+Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,—wat in elk geval
+bewijst dat er gebrek is aan grond.
+
+Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van
+1908 tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit
+oude provinciën, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen
+gevestigd.
+
+Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen
+dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige
+landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,—een klacht die men om
+zoo te zeggen overal vernemen kan.
+
+Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz.
+worden of—en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen
+behalve eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten—zij verlaten als
+landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk
+een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is
+toch zeker niet in het belang van den Staat.
+
+Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan
+van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei–Juni 1910
+bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van
+meer dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de
+bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep,
+als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een
+of andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen,
+dus zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen,
+terwijl de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en
+uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500
+nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren
+zelfs tot 8 à 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze
+verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal
+landgebruikers aan zich trekken.
+
+De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van
+den Landbouw verzamelde gegevens[38], omtrent de ontginning van
+heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is.
+In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540
+HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede
+laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen,
+die van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans
+spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en
+bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht.
+
+[38] Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16.
+
+[Kantlijn: Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.]
+
+Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de
+nieuwe gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze
+aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke
+landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking
+jaarlijks met 1,4 × 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een
+aanwas van 15.000 à 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 à 4500 's
+jaars.
+
+Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders als van zelf reeds
+vóór de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch
+zijn dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders
+boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die
+aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als
+vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het
+landbouwbedrijf.
+
+Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of
+seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den
+hooitijd, bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn.
+De voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te
+veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder
+werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland,
+in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral
+in het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in
+slappe tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting
+van slooten, enz. Dit is een voordeel èn voor het landbouwbedrijf èn
+voor die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden
+in de Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en
+droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van
+arbeid.
+
+[Kantlijn: Geen werkloozen aan het einde van het werk.]
+
+Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk
+werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen.
+
+[Kantlijn: Arbeidsloonen op oude gronden.]
+
+De Staatscommissie,—dus 20 jaar geleden en juist in een tijd
+dat het onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht
+ging,—oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog
+waren en dat, als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden
+stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden.
+
+Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als
+de prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat
+het door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen.
+En waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der
+losse arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te
+betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het
+een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan
+leiden.
+
+[Kantlijn: Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.]
+
+Om te bewijzen dat de ~verkoopprijzen~ van de nieuwe nieuwe gronden bij
+zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt,
+heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der
+gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar
+wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken
+worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling,
+enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar
+werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders,
+waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden
+de gronden verkocht:
+
+ in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. ƒ2000 p. HA.
+ „ „ II 1200 „ „ „ „2046 „ „
+ „ „ III 1100 „ „ „ „2868 „ „
+ „ „ V en VI (waarin een strook veen), 334 HA. tegen
+ gem. ƒ1800 p. HA.[39].
+
+[39] Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877.
+ Volgens de Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs.
+ v. d. R.-Wat. WORTMAN en V. D. BROEK, uitg. d. h. Dept. v.
+ Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en
+ behalve de aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor
+ _gemiddeld_ 2330 gulden de HA. Sommige perceelen brachten ruim
+ ƒ3200 de HA. op.
+
+Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim
+5500 HA.[40] groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door
+het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wèl het geval
+zijn? _De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds
+daarvoor bestede koopprijzen._ Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer
+vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op
+uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het
+bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag
+daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen
+machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende
+wijzen zullen kunnen worden voldaan?
+
+[40] Volgens DE VRIES en SCHORER. Zeeweringen en Waterschappen v.
+ Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA.
+
+En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden
+geacht, dan is de Staat niet tot verkoop _gedwongen_, maar kan ze
+zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt.
+
+Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in
+cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is
+niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te
+weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden
+gedrukt.
+
+[Kantlijn: Grondwaarde en prijzen der producten.]
+
+Hierboven werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en
+misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den
+aard der gronden, maar ook van de ~prijzen der producten~ afhankelijk
+is. Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der
+Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij
+voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een
+droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000
+quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog
+ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt
+nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en
+voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe
+bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de
+Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan
+4- à 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten
+invloed zijn op de graanprijzen.
+
+Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de
+Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,—alleen
+Rusland (met Polen en Siberië) levert nog iets meer,—en hoewel de
+bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens
+den groei der bevolking en der beschaving, zoodat _daardoor_ eer
+verhooging dan verlaging van prijzen te verwachten is,—misschien kan
+de uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in
+Argentinië, daarin verandering brengen.
+
+[Kantlijn: Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.]
+
+Maar #door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee,
+zal Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de
+noodige tarwe kunnen voorzien#. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA.
+met tarwe worden bebouwd, kunnen deze 160.000 × 50 = 8 millioen H.L.
+tarwe geven. Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu
+voortbrengt, dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L.,
+die nagenoeg voldoende is voor onze geheele behoefte.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Ontginning van woeste gronden.]
+
+Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben
+meer dan eens de ~ontginning van woeste gronden~ daartegenover gesteld.
+Waarom niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen,
+zoo vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem
+der zee?
+
+Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom
+dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene
+schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen.
+Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor
+boschbouw. En vóór den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het
+binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In
+het nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste
+bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor
+boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,—wat dus de
+ontginning tot bosch zal steunen.
+
+Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning
+van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan
+in wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die
+volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport
+van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den
+aard der woeste gronden aldaar[41] wordt o. a. meegedeeld, dat een groot
+gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw, geschikt is.
+Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar is, is alleen
+geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18 à 20 jaar, gaat
+aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het daarin gestoken
+kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden, dalgronden en ook
+lage heiden, die men een goede afwatering kan geven, zijn bij goede
+behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te maken en
+vele geven dan weldra goede rente,—zooals o. a. op vele plaatsen,
+voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant, de aan
+de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met andere,
+waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo voorspoedig. De
+hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na veel arbeid en
+bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan een matige rente
+als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij 's winters
+door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders die uit
+geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen tevreden
+stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen schijnen
+echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een matige
+rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder Norg,
+groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch opgeleverd—de
+rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten, waarvan de kosten
+met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het aankoopkapitaal (ƒ100.- de
+HA.) en de samengestelde rente daarvan en van de ingestoken kapitalen
+à 3½ percent, ƒ1100.- de HA. hebben bedragen,—waarbij echter nog de
+kosten van een verharden weg daarheen moeten gevoegd worden. De 15
+boerderijen daarop gesticht zijn verpacht voor 32,5 à 55 gulden per HA.
+voor 6 jaar[42].
+
+[41] Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900.
+
+[42] Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v.
+
+Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven;
+bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen
+de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren.
+
+Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen
+woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te
+veroveren Zuiderzeegebied.
+
+Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt
+liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds
+hunne ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen
+landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook
+op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er
+door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan
+men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van
+den Landbouw[43].
+
+[43] Zie o. a. Jaargang 1908, No. 6.
+
+Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden
+niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee.
+
+Dit zijn _beide_ zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te
+maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet _beide_ uitvoeren met al den
+ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen?
+
+Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in
+een brief uit New-York van den correspondent der ~Nieuwe Rotterdamsche
+Courant~ van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor
+den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het
+tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat
+de landverhuizing van Nederlanders naar (_Noord_-)Amerika in de laatste
+jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers
+bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den
+landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit
+het vaderland was: „uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van
+vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste
+heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen”. Ook
+vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet
+tot welstand kon voeren.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Maatschappelijke voordeelen.]
+
+Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn
+nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden.
+
+[Kantlijn: Vermeerdering arbeidsgelegenheid.]
+
+Vooreerst de ~vermeerdering der arbeidsgelegenheid~[44]. Hierbij is het
+volgende wèl te onderscheiden.
+
+[44] Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de
+ Drooglegging der Zuiderzee op de werkloosheid van A. PLATE en
+ A. A. BEEKMAN i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen de werkloosheid.
+ Jaarg. 1, Afl. III en IV.
+
+Gedurende ~de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.~
+der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders,
+voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs
+onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en
+betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel
+arbeid zullen vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet
+het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken
+ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz.
+zullen hebben te vervoeren.
+
+Ook de ~verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden~, die dus
+gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen,
+zal veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor
+grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden
+bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen.
+
+Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting
+der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55
+millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald.
+
+En eindelijk gedurende de ~blijvende vestiging of kolonisatie~,
+eveneens ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders
+samenvallend, moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor
+de boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare
+gebouwen moeten vóór en na worden gesticht, samen voor ongeveer één
+millioen gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte
+arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe
+landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is
+daar geen geordende maatschappij denkbaar.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Voordeelen v. d. nijverheid.]
+
+Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze ~nijverheid~, vooral
+de steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor
+26 millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan
+materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892–1894). En
+bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan
+aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze
+nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan
+zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de
+touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der
+Zuiderzee.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Idem voor verkeer en marktwezen.]
+
+De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer
+der jaarlijksche producten van den landbouw, zal ~het verkeer~ per
+spoorweg, per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen
+en de „villes mortes” langs de kusten van den ouden plas zullen
+~marktplaatsen~ worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van
+inkoop en doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde
+provincie.
+
+ * * * * *
+
+~De kosten.~
+
+[Kantlijn: Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.]
+
+De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen,
+door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer
+geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met
+een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd.
+
+Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de
+uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het
+productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den
+landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer
+10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42
+HL. tarwe opbracht,—nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen.
+
+En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans,
+mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000
+KG. op.
+
+Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van
+klei- en zandgronden, beide in 6 provinciën, die 1900–1909 gekocht en na
+1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van
+een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van ƒ1004.- in 1900–1909
+tot ƒ1698.- nà 1909 en van zand resp. van ƒ528.- tot ƒ812.-. Op grond
+daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche zuivere opbrengst van
+ƒ80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts ƒ60.- in het wetsontwerp
+van 1907.
+
+[Kantlijn: Raming der kosten.]
+
+In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in
+1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van
+1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten
+van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen
+der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van
+1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op _222 millioen
+gulden_.
+
+Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet
+uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen,
+maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle
+risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader
+zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het
+Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het
+Wieringermeer,—en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken
+ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen
+(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken,
+als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan
+vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden
+beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid,
+dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare
+constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen.
+
+De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als
+nevenstaande tabel aangeeft.
+
+[Kantlijn: Beperking van het plan.]
+
+In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld
+nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van
+de beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van
+uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald.
+
+Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken
+en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden
+voorbereid.
+
+De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde
+omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land,
+waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren
+tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl
+zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar
+stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in
+het 12e jaar (in plaats van in het 14e) zal zijn tot stand te brengen
+en die van den Hoornschen Polder in het 15e (in plaats van in het 18e).
+De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en een
+oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een uitgave
+van _110 millioen gulden_ vereischen (zie boven),—dus ongeveer
+de helft van die voor het geheele plan.
+
+ =======================+========================+========================
+ | Ram. St. Comm. 1892. | Ram. St. Comm. 1914.
+ +-----------+------------+-----------+------------
+ Uit te voeren werken. | Benoodigd | Gezamenlijk| Benoodigd | Gezamenlijk
+ | bedrag. | bedrag. | bedrag. | bedrag.
+ =======================+===========+============+===========+============
+ _De afsluiting._ | | | |
+ | | | |
+ I. De afsluitdijk met | | | |
+ daarbij behoorende | | | |
+ werken. | | | |
+ | | | |
+ a. Afsluitdijk |ƒ28.130.000| |ƒ41.200.000|
+ | | | |
+ b. Werken op Wieringen|„ 8.000.000| |„ 8.700.000|
+ | | | |
+ c. Kan. Harl.–Piaam | | | |
+ en verhooging zeedijk | | | |
+ Piaam–Zurig |„ 2.585.000| |„ 3.550.000|
+ | | | |
+ d. Verhooging Balgdijk| | | |
+ en verbetering van de | | | |
+ havens |„ 600.000| |„ 600.000|
+ | | | |
+ e. Onvoorziene werken | | | |
+ in verb. m. de afsl. | | | |
+ en ter afronding |„ 1.485.000| |„ 950.000|
+ +-----------+ƒ 40.800.000+-----------+ƒ 55.000.000
+ | | | |
+ II. De verbetering v. | | | |
+ h. Zwolsche Diep | — |„ 3.564.000| |„ 5.000.000
+ | | | |
+ III. De voorziening | | | |
+ i. d. | | | |
+ visscherijbelangen. | — |„ 4.500.000| |„ 6.000.000
+ | | | |
+ IV. De voorz. i. d. | | | |
+ belangen der | | | |
+ waterverversching v. | | | |
+ Amsterdam en ter afr. | |„ 236.000| |„ 250.000
+ | | | |
+ _De droogmaking._ | | | |
+ | | | |
+ V. De inpolderingen | | | |
+ achter den | | | |
+ afsluitdijk. | | | |
+ | | | |
+ a. De | | | |
+ Wieringermeerpolder |ƒ12.700.000| |ƒ15.950.000|
+ | | | |
+ b. De Hoornsche polder|„22.850.000| |„28.130.000|
+ | | | |
+ c. De Zuidoostelijke | | | |
+ polder |„61.850.000| |„72.650.000|
+ | | | |
+ d. De Noordoostelijke | | | |
+ polder. |„32.500.000| |„38.220.000|
+ | | | |
+ |-----------|„129.900.000+-----------+„154.950.000
+ | +------------+ +------------
+ Totaal | |ƒ179.000.000| |ƒ221.200.000
+ | | | |
+
+Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal
+kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen.
+
+[Kantlijn: Nadere finantieele beschouwingen.]
+
+In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering „dat indien de
+duur van het werk—de afsluiting en de vier polders—op 30 jaar wordt
+gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders
+resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering
+der kosten zou komen, de rente eener 4½ pct. leening van 222 millioen
+gulden—zijnde de totale raming—waarvan gemiddeld ƒ7.500.000 per jaar
+zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een
+pachtopbrengst van gemiddeld ƒ80.- per HA.”
+
+Hoewel nu een zuivere pacht van ƒ80.- de HA. zeker niet te hoog is te
+achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van
+omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als
+grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de
+eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden
+ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4½ percent, uit
+de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig
+voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een
+langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking
+der kosten.
+
+Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken
+kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt.
+
+Bovendien genieten dan twee- à driehonderd duizend menschen een goed
+bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook
+van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan
+de Zuiderzee gelegen gewesten.
+
+Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de Staat dit werk met
+gerustheid kan uitvoeren, waar het _als onderneming_ aan particulieren
+misschien zou moeten worden ontraden. De _Staat_ zal in elk geval nog
+goede winsten behalen.
+
+Ook Mr. VAN NIEROP erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel
+ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar
+ten slotte zegt hij: „De warmste voorstander van de droogmaking moet nog
+aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat
+het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder
+zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou
+zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen
+moeten opbrengen”.
+
+[Kantlijn: Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.]
+
+Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier
+gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het
+zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in
+aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken.
+
+Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. VAN
+NIEROP verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken,
+inderdaad bestaat.
+
+Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend
+vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat
+van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet
+worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. ƒ5.-
+stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op ƒ10.-
+de HA. Men krijgt aldus ƒ500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4
+percent 12½ millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen t. N.
+van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op
+ƒ5.-—wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te Hoorn niet te veel
+werd geacht—, dan krijgt men ƒ700.000 meer jaarlijksche opbrengst, dus
+17,5 millioen meerwaarde.
+
+Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor
+ƒ10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA.
+van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met ƒ5.- de HA.
+zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van ƒ1.200.000
+'s jaars—een meerwaarde van 30 millioen dus,—buiten de voordeelen
+voor de nijverheid, de scheepvaart en de visscherij.
+
+Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer
+willekeurig. De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van
+zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek
+van den Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor
+Noord-Holland en Friesland samen ƒ680.000 's jaars zouden bedragen,
+dus gekapitaliseerd tegen 4½ percent een kapitaal van 15 millioen
+zouden vertegenwoordigen,—een schatting die m. i. zeker te laag is.
+
+Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen
+hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz.
+en vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar
+zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met
+hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te
+trachten ook die onder cijfers te brengen?
+
+De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate
+aanwezig.
+
+Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging
+als door de Staatscommissie uitgesproken meening: „dat de voordeelen
+van den afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou
+zijn om alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere
+droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen”,—maar het blijft toch
+m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den
+afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Noodzakelijkheid van de uitvoering.]
+
+Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het
+volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande
+beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de
+opmerking dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele
+jaren) uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van
+Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken,
+enz., zegt Mr. VAN NIEROP: „Deze werken strekten om te voorzien in
+een behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde
+den aanleg van spoor- en waterwegen”. En verder: „Al is het geen
+onderneming” (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), „zij is
+daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering”.
+
+Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot
+afsluiting en droogmaking der Zuiderzee—er is immers geen onderscheid
+in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om
+het verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de
+bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom
+alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat
+aanleggen van spoorwegen nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen
+al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn
+als wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs
+Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men
+onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik
+te maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de
+gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale
+beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan „het openbaar belang”
+niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken?
+
+Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht.
+
+In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt
+de Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag
+beantwoordt of er voor het Rijk _voldoende reden_ voor de uitvoering
+van het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk
+misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het
+Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen.
+En: „Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door
+het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk deel
+des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen bodem met een
+aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het openen van een
+uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en werkkracht”.
+
+[Kantlijn: Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.]
+
+Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en œconomische zijde
+van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld aanbevolen om
+den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen de Zuiderzee
+gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken.
+
+Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van
+betrekkelijk kleine stukken[45], is het gemakkelijk te begrijpen dat
+dit zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen.
+Het betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken _op_ de oevers van
+nieuw aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals
+in Zeeland en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en
+hooge afsluitdijken gelegd moeten worden _op den bodem der Zuiderzee_
+en de aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel
+tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd,
+voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker
+millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn!
+
+[45] A. HUET. De meest voordeelige wijze van landaanwinning in de
+ Zuiderzee.—Zwolle 1895.
+
+Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben
+aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze
+aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen,
+als wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere
+opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij
+uitvoering in eens.
+
+En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan?
+Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel
+kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan
+droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de
+groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare
+kleigronden bestaat, en bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al
+hadden zij in 't geheel geen waarde.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder
+ afsluitdijk.]
+
+Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk
+weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken,
+zooals dan ook èn door de Zuiderzee-Vereeniging èn door de
+Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met
+afsluitdijk.
+
+Voor zulk een droogmaking _zonder_ afsluitdijk is meer te zeggen dan
+voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in
+de _eerste_ 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door
+hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat
+dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken
+moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden
+(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en
+drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder
+zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg ƒ3.367.000 meer). Ten slotte
+zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie):
+ƒ212.700.000, met rente ƒ279.000.000 en met rente op rente
+ƒ293.000.000,—alleen deze laatste som is iets minder dan die met
+afsluitdijk.
+
+Het verschil in kosten kan dus niet beslissen.
+
+Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot één
+geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men _zoo
+spoedig mogelijk_ alle vier genoemde gedeelten droogmaken en _zoo
+spoedig mogelijk_ alle gronden uitgeven.
+
+Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd
+of tijdelijk geschorst zou worden, dan konden daardoor verliezen
+geleden worden.
+
+Maar juist dat groote _geheel_ en wel zoodra mogelijk is het wat velen
+in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en
+moet gewaagd worden.
+
+Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel;
+de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan,
+ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als één geheel
+aan te pakken en te voltooien.
+
+Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie
+te spreken, „voor een deel een quaestie van temperament”.
+
+En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels,
+als men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf
+productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot
+gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk
+gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te
+worden gebracht.
+
+En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering
+zonder afsluitdijk.
+
+De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit „dat een
+inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de
+Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting”. Nu die voordeelen door nadere
+beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel
+grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer
+gerechtigd tot het besluit: #Afsluiting en droogmaking volgens het plan
+van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.#
+
+
+
+
+DEEL II.
+
+WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+
+
+In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin
+het plan der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en
+gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch
+oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen.
+Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied.
+
+In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de
+belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts
+als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen
+afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de
+grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan
+hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige
+kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk.
+
+Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed
+denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde
+daarvan beslissen.
+
+De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden
+en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan
+kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde
+uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden.
+
+Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens
+te stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen
+beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is
+het stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij
+de tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van
+een eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan „en
+passant” wat kennis trachten bij te brengen, wat echter òf zeer moeilijk
+òf onmogelijk is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet
+wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op
+den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens
+is om overtuigd te worden.
+
+Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig
+het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door
+onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den
+aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal
+niet versmaden.
+
+Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven.
+
+Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij
+te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de
+Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te
+houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste
+kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor
+zouden kunnen brengen.
+
+
+
+
+Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande
+beantwoorden, den Heer GELDER, directeur en aandeelhouder van de
+Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof
+geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd
+op een vergadering te Amsterdam, waar de Heer GELDER aldus begon:
+
+„Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen
+die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten.”
+
+„Waarom deugt die afsluitdijk niet?” zoo vroeg ik.
+
+„Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus.”
+
+„Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?”
+
+„Ingenieurs” (meervoud) „hebben het gezegd.”
+
+„Wie zijn die ingenieurs?”
+
+„De ingenieur VAN VEEN” (enkelvoud) „te Breda.”
+
+„Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wèl tegen de
+meerdijken.”
+
+En dan klaagt de Heer GELDER er over, dat men niet met hem „debatteeren”
+wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. SMEENGE en mij
+„lafaards.”
+
+Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat.
+De Heer GELDER moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het
+goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen
+doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden
+zij adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste
+beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal
+van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren
+over zijn onverantwoordelijk kabaal.
+
+ * * * * *
+
+Over de bezwaren van den Heer VAN VEEN, civ. ingenieur, oud-direkteur
+der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een
+brochure uitgegeven, getiteld „De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke
+constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der
+Zuiderzee”, waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog
+te maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen
+te liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet
+voldoende zijn,—een zuiver technische quaestie dus.
+
+De Heer VAN VEEN heeft ook nog op andere „groote gevaren en bezwaren”
+gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een
+voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam.
+
+Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's _nu_ te
+bespreken. Ik zou den Heer VAN VEEN nl. willen vragen of hij
+werkelijk meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der
+Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden—of liever: of hij meent
+dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van
+uitvoering mogelijk is.
+
+Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om
+het geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de
+voornaamste zaken die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale
+raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is
+de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton,
+toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.).
+
+Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht,
+waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te
+maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld
+nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door
+de ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de
+verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren
+als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten
+trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd
+denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in
+bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid _door
+ingenieurs_.
+
+Het is wel zonderling dat men dit aan een _ingenieur_ moet in
+herinnering brengen.
+
+Ten overvloede wijs ik den Heer VAN VEEN op het in dit jaar verschenen
+„Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een
+meer uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte
+van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de
+Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat
+DE BLOCQ VAN KUFFELER.” Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle
+onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan
+der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken
+en van hunne samenstelling en afmetingen, van de afwaterings- en
+scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de
+verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van
+de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke
+quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is
+gezien. Enz., enz.
+
+Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der
+onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten
+tegen windmolens!
+
+ * * * * *
+
+„De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra het plan C.
+LELY.”
+
+Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen
+boekje van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een
+niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt
+van den Heer ULEHAKE, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een
+jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan
+de resultaten „veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY”.
+
+Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den
+Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden
+zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den
+Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de
+nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen
+dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M.
+diep is!
+
+Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte
+toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij
+legt dien meer naar buiten in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3
+gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 à 11 M.
+te doen heeft, maar waarin „natuurlijk de strooming veel minder sterk
+zal zijn dan in de Helsdeur”—waarom dit „natuurlijk” is schijnt niet
+recht duidelijk. Dat werkje in volle zee—een sprong in 't duister,
+waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal
+kosten—is „een natuurlijk plan”, omdat het „van de bestaande banken
+en eilanden profiteert.”
+
+Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een
+afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men
+slechts de teleurstellende mededeeling: „Het spreekt van zelf, dat de
+zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan LELY, niet
+in _die_ mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor
+het plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig
+ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (_sic_) der
+zeegaten verbonden, _enkel_ „geldelijke” waren, en het dus volstrekt
+niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel
+schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY.” Als die ervaren
+ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl.
+de _technische_ bezwaren enkel _geldelijke_ waren, dan is 't maar goed
+dat zijn naam niet genoemd wordt.
+
+Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door
+streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte
+heeft van een rijksdaalder.
+
+Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den
+IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor
+de afwatering en de scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze
+zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in
+open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken
+moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige
+honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen
+in het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren
+doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 à 30 M. en
+de Vliestroom 6 à 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den
+bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper.
+
+Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige
+waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om _Land_ te doen,
+land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu „met
+bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den
+modderbak.” Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de
+bescheiden Heer ULEHAKE „meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek
+uit te oefenen op het plan LELY en bestudeerde het IJselmeer.” En daar
+komt de minister LELY maar treurig af! Hoor, hoor!
+
+„De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te
+kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen.”
+
+Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat
+kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de
+kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen
+IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij
+Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en,
+omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen langs die
+rivier, gaat hij den Krommen Rijn–Ouden Rijn–Vecht weer openen, dus den
+middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus
+ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt
+hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden
+millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op.
+Is er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden?
+
+De bescheiden Heer ULEHAKE „gevoelt als onderwijzer zeer goed het
+ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur.”
+Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander
+toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. „Daar de Minister de
+uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen
+tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen
+peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die
+veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O.
+van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O.
+polder verdrinkt.” Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had
+uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 à 2 M. lager zouden
+blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn
+plan bij den Heer ULEHAKE gekomen met verzoek om consideratie en advies!
+
+Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer ULEHAKE in
+zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af.
+
+Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee axioma's:
+
+a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken
+over gewapend en cementbeton, eene specie, die uitnemend geschikt is
+tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken.
+
+b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te
+beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs „heide maakt tot
+weide.”
+
+En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer ULEHAKE „den
+doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren.”
+
+The villain dies! Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan.
+
+De auteur van 't stuk beoogt „als voorloopig doel”, dat zijn plan door
+de Regeering worde onderzocht.
+
+Wie weet!?
+
+ * * * * *
+
+In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer
+D. R. MANSHOLT op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om
+„een bijna waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te
+pompen, om daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten
+door de ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te
+verzuipen.” De Heer MANSHOLT tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat
+de voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de
+Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze
+groote gevaren te duchten zijn.
+
+In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den
+Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari
+wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer D. R. MANSHOLT,
+de Heer L. H. MANSHOLT, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen
+brochure „De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig gevaar voor
+Friesland en Groningen” ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd.
+
+Hoewel ik in de oogen van den Heer MANSHOLT Sr. slechts een „zoogenaamd
+deskundige” ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden
+en te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne
+redeneering,—dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen
+gemaakt wordt,—is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins
+moeilijk de heeren MANSHOLT Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij
+blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de
+wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen,
+terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die
+binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien,
+drie _verschillende_ verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar
+verward.
+
+Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen.
+
+De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee
+indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en
+waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal
+tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N.
+om Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten
+doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij
+nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een
+verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water
+(L. W.)—dit _verschil_ heet de hoogte van de vloedgolf—van 5,60 M.,
+aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts
+natuurlijk meer en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze
+plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil
+toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de _buitenzijde_ van de
+eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij
+tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen MOENS-NOLTHENIUS:
+
+ ============================+=============+=======================
+ Plaatsen | buiten | binnen
+ ============================+=============+=======================
+ Texel | 1,25 M. | 1,05 M.
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Eierlandsche Gat | 1,45 „ |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Vlieland | 1,65 „ | 1,40 „
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Terschelling | 1,80 „ | 1,70 „
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Ameland | 1,90 „ | 1,70 „
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Schiermonnikoog | 2,15 „ | 2,10 M. (Friesche Gat)
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Rottum | 2,30 „ |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Borkum | 2,50 „ |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Cuxhaven (volgens H. Lentz) |ong. 2,80 M. |
+
+Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden _buitengaats_ noord- en
+oostwaarts tot de Elbe en dus ook de _hoogste_ zeestanden binnengaats op
+geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14
+Januari 1916:
+
+ Helder +1,75 N.A.P.
+ Texel (Oude Schild) +1,98 „
+ Vlieland (Oost-Vlieland) +2,21 „
+ Terschelling (West-Terschelling) +1,98 „
+ Roptazijl +2,86 „
+ Nieuw Bilt +2,90 „
+ Ameland +3,20 „
+ Schiermonnikoog +3,46 „
+
+Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen
+afwaaiing op de andere opwaaiing van water plaats had, zooals hierna
+zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren
+MANSHOLT onbekend te zijn, althans de Heer MANSHOLT Jr. zegt, naar
+aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten:
+„op 't eerste gezicht ziet men, dat het een _normaal_ verschijnsel is,
+dat juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten
+de Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden
+aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer
+niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan
+te nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts
+_gedeeltelijk_ gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in
+de Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke
+beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten
+volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken
+vloedstand veroorzaakt”.
+
+De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en
+Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater „in
+ontzaggelijke massaas” binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm!
+Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den
+invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de
+Zuiderzee, dat dan 2 à 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet?
+Waarmee natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der
+zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door
+het naar binnen vloeien van het Noordzeewater.
+
+Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen
+zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het
+vloedwater daarin opgestuwd, waardoor achterin hoogere H.W.- en
+lagere L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de
+Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart.
+Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W.
+2,10 M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond
+bij Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en
+zou te Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te
+Delfzijl, als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over
+de Dollart kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de
+H.H. MANSHOLT doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp
+en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit
+geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch
+beeld van de zeestanden langs die kusten.
+
+Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als
+aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde.
+
+Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen
+komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate
+de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de
+Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw
+zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en
+L.W. buiten vóór het zeegat van den Helder +0,38 en –0,87 N.A.P. en vóór
+het Vlie +0,65 en –1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen
++0,32 N.A.P. en –0,23 en te Stavoren +0,21 en –0,28 N.A.P. bedragen.
+
+Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne
+grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun
+gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen
+hals tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking—ik bedoel
+nu in normale omstandigheden, dus zonder wind—nog samengestelder. Daar
+verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen
+dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij
+H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te
+7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te
+Stavoren te 9,20 u. het geval is,—in de gedeeltelijk afgesloten
+Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe
+gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus
+zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het
+Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen–Ketel, dus tot iets t.
+Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware eenigszins
+teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde getijverschillen voor van
+hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek); de plaatsen langs de
+zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog water te 12¾ à 1 uur.
+
+De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen
+zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in
+de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water
+bevat als de zuidelijke hoog water heeft.
+
+Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit
+het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld
+wordt en ook dat zij na het tijdstip van H.W. zich naar twee zijden,
+nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt.
+
+Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer
+gewijzigd.
+
+Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door:
+
+1º inloopen van Noordzeewater door de zeegaten,
+
+2º opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde.
+
+3º beide oorzaken onder 1º en 2º te gelijk.
+
+Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de
+richting van den wind.
+
+Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen,
+dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de
+storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor
+veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog
+daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft
+de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt,
+dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water
+blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de
+geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden
+daardoor veroorzaakt.
+
+Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is
+gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen
+en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing.
+
+Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of
+ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ééne zijde
+voortbewogen, stel ter diepte van 2, 3, 4, 5 M.—dit hangt van de kracht
+van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door het
+wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het
+water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft
+de wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt
+geen helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder
+de voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig
+of geen aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een
+helling aan. De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht
+en van den afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden
+Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vóór
+Amsterdam zoo laag _af_ dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het
+water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog _op_woei, dat er
+tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En
+bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd
+een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te
+Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen
+weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee.
+
+Een voorbeeld van inloopen _en_ opwaaien biedt de stormvloed van 13/14
+Januari 1916. In de 2½ etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die
+den 13en te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting
+stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat
+de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels
+volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze
+woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 Jan.)
+zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water
+opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten,
+zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger
+waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de
+noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die
+van sommige voorafgaande stormvloeden,—wat uit de afwaaiing van dat
+gedeelte te verklaren is.
+
+Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en
+van de Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de
+beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit
+leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele
+die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal
+noemen.
+
+ * * * * *
+
+De Heer MANSHOLT Sr. zegt: „Met het oog op deze feiten ligt het m. i.
+toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van
+groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij
+direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals
+men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust,
+minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden.
+Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen
+als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de
+stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu
+deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z.
+zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde
+bergruimte—alle andere factoren gelijk gerekend—precies, in de helft
+van den gewonen tijd zal volstroomen.
+
+Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen
+beuken—'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is—het water zal ook
+ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z.
+verdeeld over de oppervlakte der wadden.
+
+Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet
+het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de
+minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke
+punt!”
+
+En toch is op deze redeneering alles af te dingen!
+
+Zij is fout en doordat de Heer MANSHOLT dit niet bemerkt heeft, bemerkte
+hij ook niet, dat de 2e alinea in tegenspraak is met de eerste.
+
+Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is
+als een andere in de helft van den tijd „volstroomt.”
+
+Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud
+gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter
+inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde
+snelheid van instroomen, enz.)?
+
+Het antwoord kan niet anders luiden dan:
+
+_Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de
+opening naar binnen behoeft te loopen._
+
+Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere
+hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot
+vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele
+oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele
+zou bedragen.
+
+De fout die de H.H. MANSHOLT maken,—dezelfde trouwens die zoovelen
+maakten en nog maken—is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen
+stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook
+is, er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen
+zal stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen,
+totdat er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder
+de werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. _Het
+water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee
+geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft
+buiten op de Noordzee._
+
+Door die fout komt de Heer MANSHOLT tot de bewering dat het water binnen
+de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel
+hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 à 3 M. hooger!) en daardoor ook tot
+de tegenspraak daarvan, dat nl. voor _diezelfde_ hoeveelheid die volgens
+hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is
+tot vulling van die half zoo groote bergruimte.
+
+De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering
+doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de
+bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk
+tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met
+de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de
+Heeren MANSHOLT het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen
+dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou
+men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog
+kunnen doen rijzen!
+
+Zoo zeide de Heer OBREEN w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer,
+dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den
+waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water „dat
+gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen” moest dan in een
+kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat
+uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op!
+
+Ook de Heer C. P. VIJVERBERG c. i. in zijn onlangs verschenen brochure
+„Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen,” die
+hierachter ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door
+dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid,
+dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke
+kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: „Het wil
+mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet
+illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den
+bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche,
+Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland
+en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen
+van den afsluitdijk Wieringen–Piaam in zeer belangrijke mate zal worden
+verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel
+van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan
+zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door
+de Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een
+belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen
+waar te nemen.”
+
+Altijd weer hetzelfde! „Het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee
+wordt geborgen,” dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er
+geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in.
+
+Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden
+moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de
+afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en
+verlegging van geulen, enz. Dr. LORIÉ zegt[46] „Nu wordt evenwel de
+Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind,
+dus met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het,
+door storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer
+dan vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het
+Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans
+zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: „De
+aanleg van een dam naar Terschelling”—om die uitschuring te voorkomen
+en aanwas te bevorderen—„moet aan de afsluiting der Zuiderzee
+voorafgaan.””
+
+[46] Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36.
+
+Begrijp ik den Heer LORIÉ wel, dan heeft hij hier niet een verhooging
+der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling
+een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats
+hebben. Mocht dit juist zijn,—wat m. i. nog niet vaststaat,—dan zou de
+aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben,
+in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden.
+
+Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der
+Zuiderzee-Wadden verkleind door het leggen van een afsluitdijk, dan zal
+ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar
+binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding.
+En dus is _door die verkleining_ geen verhooging der stormvloeden te
+wachten.
+
+De Heer MANSHOLT Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne
+meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen
+van die heeren niet begrepen.
+
+De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat H. E. DE BRUYN betoogde nl.
+in het feestnummer van „De Ingenieur” van 1911, dat door het leggen van
+den voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan
+zal stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal
+worden benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het
+hierboven gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van
+de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.)
+van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging
+van H.W. als verlaging van L.W. Stel dat deze laatste evenveel bedragen,
+dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer DE
+BRUYN ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het
+„dus ook verder oostwaarts”, dat de Heer MANSHOLT er bij voegt, zal nog
+minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen.
+
+Nu zeide de Hoofdingenieur DE BRUYN wel:
+
+„Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden
+te wachten.” Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker,
+dan zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer
+MANSHOLT Sr. schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor
+te stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal
+zijn, en de Heer MANSHOLT Jr. roept naar aanleiding van die bewering van
+den hoofdingenieur DE BRUYN, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: „Dit
+is bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij
+_storm_vloeden,—na afsluiting der Zuiderzee?”
+
+Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat
+geval vervalt de geheele redeneering van den Heer DE BRUYN. Immers dan
+is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen
+zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden
+geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even
+hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan.
+
+En evenmin mag de heer MANSHOLT Sr. zich beroepen op den
+oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer A. BEKAAR,—hij
+heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de
+afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen[47].
+Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het
+Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe,
+ten N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM.
+verhooging van H.W. ontstaan _onmiddellijk ten Zuiden van dien dam_
+(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan
+(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts
+verloopen. De Heer MANSHOLT maakt daarvan, dat de Heer BEKAAR heeft
+aangetoond, dat het vloedwater „op de Wester-Schelde minstens 2
+decimeter was gerezen”—iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te
+vinden is. En nog erger maakt 't de Heer MANSHOLT Jr. als hij zegt,
+dat de Heer BEKAAR in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn
+stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de
+Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger
+zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de
+Heer BEKAAR nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven.
+
+[47] Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873–1874, blz. 255.
+
+ * * * * *
+
+De Heer MANSHOLT Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te
+toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den
+tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den
+nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee.
+
+In zijn boekje leest men nl.: „Welnu, op grond van de gegevens
+betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden
+mag stellig worden aangenomen dat _gemiddeld_ die plotselinge stijging
+over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet
+minder heeft bedragen dan 180 cM.” (nl. bij den stormvloed van 13/14
+Jan. 1916), „waarbij we aannemen dat _tevoren_ reeds het water 1 M.
+boven N.A.P. was opgestuwd.
+
+„De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt ± 360.000 HA. In enkele uren
+tijds wordt daarin dus 3.600.000.000 × 1,8 = 6480 millioen M³ water
+opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa binnen een tijdsverloop
+van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur dus ± 1080 millioen M³
+water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000 M³ per seconde. Men
+houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het tijdstip, dat voor de
+zeeweringen van Friesland en Groningen het meest kritiek is, wanneer
+nl. de storm omloopt van het Westen naar het Noord-Westen of Noorden.
+
+„De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen
+een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij
+stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt,
+dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M².
+Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M.
+per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de
+Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel
+nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt _bovendien_ de
+vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden
+afsluitdijk eenige meters opgestuwd.
+
+„Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook
+een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der
+Waddenzee, boven Groningen, naar het Zuiden. Deze conclusie mag met
+stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze is
+bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de
+Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft.
+Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats
+van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen
+stroom van het vloedwater in die richting.
+
+„... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen
+steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm
+naar het Noorden de vloed direkt begint te dalen,—daarvan zal na de
+afsluiting der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee
+bij Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar
+gevormden zak niet voldoende kan ontwijken.”
+
+Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring
+van begrippen. De Heer MANSHOLT Jr. had daarom beter gedaan zich
+te onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in
+becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant
+noch wal raken. Zulk geschrijf,—het moge dan te goeder trouw tot
+waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,—is meer dan
+overmoedig.
+
+Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de
+Heer MANSHOLT heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt
+van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin
+en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt:
+de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de
+duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van
+Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en
+van Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet
+de hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie
+zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M²[48],
+terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker
+niet minder dan 36000 M² schat. De geheele doorsnede wordt dan niet
+75000 maar 200.000 M². Deelt men dit op een ingestroomde watermassa
+van 300.000 M³, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M.
+ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er
+water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles
+opslokkende Zuiderzee te vullen.
+
+[48] Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff).
+
+Toch meent de Heer MANSHOLT Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche
+waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de
+stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die
+richting af. Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen in
+'t oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten, nl.
+getijwerking (zie boven) en de (westelijke) wind, het water hooger
+opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en
+dus het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide
+krachten houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt,
+d. i. de zwaartekracht, in evenwicht, _beletten_ dus juist het water
+in westelijke richting weg te vloeien.
+
+Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer
+MANSHOLT vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en
+Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het
+grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar
+de Noordzee.
+
+Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de
+vloed direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het
+Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing
+hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft
+(zie boven). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over
+de _lengte_ der Wadden (Vlie–Friesche Gat 64 K.M. en Friesche Gat–Eems
+44 K.M.); wordt de wind noord dan over de _breedte_ (8 à 15 K.M.).
+
+ * * * * *
+
+Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt?
+
+Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van
+Toelichting van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting
+en droogmaking van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche
+en Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts
+geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting
+is te verwachten.
+
+Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger
+dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal
+het uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind opwaaien tegen den
+dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de
+Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer
+gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;—dus tot ongeveer +3
+A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum–Harlingen
+stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om
+bovengenoemde reden), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van
+hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen
+van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,—voor
+volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de
+verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden
+gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij
+Piaam bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat
+de Regeering voorstelt de Friesche dijken t. N. van Piaam wat te
+verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het
+westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis,
+zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen,
+waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder
+eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt.
+
+ * * * * *
+
+Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den
+afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het
+water dat _nu_ de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting _niet meer_
+door de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te
+vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men
+niets van een verhooging der stormvloeden bemerken.
+
+Wat de HH. MANSHOLT daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van
+de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op
+te houden met in de Provinciën Friesland en Groningen noodeloos onrust
+te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste
+provincie een zegen zal zijn.
+
+Misschien wordt het oordeel der H.H. MANSHOLT beheerscht door hun
+antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen
+dit te mogen zeggen, omdat de Heer MANSHOLT Sr. zich niet ontziet om de
+in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking
+zullen worden verkregen „een bijna waardeloos moeras” te noemen.
+
+Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid
+is.
+
+Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den
+bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden
+betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald.
+
+Prof. V. BEMMELEN was van oordeel, „dat de kleigronden van de Zuiderzee”
+(klei tot 50 perc. zand), „in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 à 70 perc.
+zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der
+Groninger noordelijke zeepolders” (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp
+van 1877).
+
+Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek door Prof. V. BEMMELEN tot het besluit: „dat
+minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond
+van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde.” Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het
+vele zand dat _het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging_ nog
+bevatte, maar dat toch nu niet meer als „van geen onmiddellijke waarde”
+zou genoemd worden.
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte de bezwaren van den Heer VIJVERBERG, in zijn bovengenoemde
+brochure neergelegd.
+
+Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan LELY, door
+de Staatscommissie in 1894 geraamd op 189 millioen gulden en door een in
+'t bijzonder voor de herziening der kosten benoemde Staatscommissie van
+1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog gesteld kan worden op 300
+millioen, daar prijzen en loonstandaard nog aanzienlijk zullen stijgen.
+Daar nu de ramingen van vele groote werken in binnen- en buitenland door
+de werkelijke kosten verre zijn overschreden en aan het werk van de
+afsluiting en droogmaking der Zuiderzee groote risico's zijn verbonden,
+zoo meent de Heer VIJVERBERG de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog
+als de raming en dus „niet lager te (moeten) stellen dan zes honderd
+millioen gulden en den tijd van uitvoering niet korter aan te nemen dan
+veertig jaar.”
+
+Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt
+niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als
+grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer VIJVERBERG het
+volgende staatje.
+
+ =======================+=========================+====================
+ | Raming der kosten | Werkelijke kosten
+ -----------------------+-------------------------+--------------------
+ Manchester-kanaal | ƒ 70 millioen | ƒ195 millioen
+ Congo-spoorweg | „ 12 „ | „ 35 „
+ Kanaal van Korinthe | „ 14 „ | „ 28 „
+ Suez-kanaal | „100 „ | „228 „
+ |{ |Verwerkt tot op
+ |{ ƒ150 mill. (De Lesseps)|30 Juni 1913
+ |{ „281 „ in 1894 |± ƒ874 millioen,
+ Panama-kanaal |{ „256 „ in 1898 |geautoriseerd op
+ |{ „360 „ in 1900 |dien datum ƒ938
+ |{ „349 „ in 1903 |millioen, werkelijke
+ |{ |kosten meer dan één
+ |{ |milliard.
+ Rotterdamsche Waterweg | ƒ 6 millioen | ƒ 43 millioen
+ Noordzeekanaal | „ 15 „ | „ 32 „
+ Merwedekanaal | „ 14 „ | „ 21 „
+ Sluis te IJmuiden | „ 3,5 „ | „ 6 „
+ Verlegging van den | „ 13,5 „ | „ 22 „
+ Maasmond | |
+ Solo-vallei-werken | |Gestaakt nadat ruim
+ | |11 millioen gulden
+ | |waren verwerkt.
+ Tijdens indiening | „ 19 „ |
+ wetsontwerp | |
+ Na staking der werken | „ 39 „ |
+
+Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche
+staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan
+te merken, dat de „werkelijke kosten” tevens die werken betreffen,
+die eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het
+oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen
+juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming.
+Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit
+zelf, als hij zegt: „Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken
+aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan
+oorspronkelijk in de bedoeling lag”. Natuurlijk! Men dacht er bij het
+begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van
+9 M. beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is.
+
+Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de
+raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet
+15), terwijl het geheele werk gekost heeft ƒ37.225.000 (dus niét 32
+millioen),—maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van
+bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen (ƒ1.103.000)
+en van werken, niet voorzien in de concessie, ƒ5.970.000[49]. Omtrent
+deze laatste zal de Heer VIJVERBERG misschien opmerken, dat er bij zijn
+waarvan men eerst gedurende het werk de noodzakelijkheid inzag;
+gedeeltelijk is dit echter niet het geval.
+
+[49] WORTMAN en V. D. BROEK. Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal.
+
+Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den
+Maasmond. De raming was ƒ15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de
+kosten waren (tot Juni 1908) ƒ24.210.443 (niet 22 mill.); maar hiervoor
+zijn uitgevoerd, behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde werken,
+de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement ROËL-KOOL) voor
+ƒ1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der Waaldijken voor
+ƒ646.020, de brug bij Heusden (amendement SERET) voor ƒ693.127,
+terwijl in plaats van het oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's
+Hertogenbosch–Hedikhuizen, geraamd op ƒ549.200, de voorziening in het
+inundatiegebied van Dommel en A ƒ2.265.710 en het scheepvaartkanaal
+Engelen–Henriettewaard ƒ1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee
+rekening, dan wordt de verhouding van raming en werkelijke kosten niet
+13,5:22 maar ong. 30:37.
+
+Beschouwt men alleen de _genoemde_ werken in Nederland, dan is er dus
+geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te
+stellen.
+
+Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit
+de ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit _alle_ in Nederland
+uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wèl uitgevoerd voor
+het bedrag der raming of voor minder?
+
+Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer VIJVERBERG doet, de kosten van
+de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op
+het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus
+verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast.
+
+Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico
+verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico
+aan verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende
+de uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook
+ten aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen ondergrond
+komen te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel
+bewijzen, als hij zegt: „Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld
+technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit
+en tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd
+zijn en nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg,
+dat die werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei
+slechte invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een
+kort tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar.”
+
+„In volle zee”—lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan
+alle zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,—wordt dan toch
+alleen de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts ¼ à
+⅓ van het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar
+geschat wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote
+droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen
+voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken „in
+volle zee” genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al
+zeer gering.
+
+De financieele beschouwingen over het werk die de Heer VIJVERBERG
+vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten
+van 600 millioen,—zoodat „de Provincie Lelyland”, als de gronden voor
+gemiddeld ƒ1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het
+werk, volgens hem aan het land nog een schuld van ƒ300 millioen zal te
+dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan.
+
+Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van
+de groote niet-rechtstreeksche voordeelen, die voor het geheele land
+zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare
+provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend
+vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering
+en wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten,
+welke voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen
+vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het
+onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden.
+
+ * * * * *
+
+Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer
+VIJVERBERG, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van
+13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken „als het ware misbruikt
+(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee.” En daarop
+volgt: „Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die
+rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of
+het behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral
+aan het voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van
+Texel, Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden
+gemaakt, dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt
+ingejaagd,”—welke meening dan door den Heer VIJVERBERG terecht wordt
+bestreden, want zij is geheel onjuist.
+
+Maar de Heer VIJVERBERG noemt de geschriften niet waaruit hem dat
+„misbruik” en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn
+gebleken.
+
+Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der
+Zuiderzee-Vereeniging Mr. VISSERING in het Handelsblad, Een harde les,
+enz. van 15 Jan. e. v., of van dat van mijn hand in de N. R. Courant
+van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend
+vermogen der zeegaten?
+
+Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat _als_ de Zuiderzee
+afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet
+voorgekomen zou zijn,—iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het
+maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet
+een „misbruik” maken van de omstandigheden.
+
+Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat
+afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van
+dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging
+beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. LELY in hare
+Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee _niet noodzakelijk_ kan
+worden geacht om de Zuiderzee-provinciën op den duur tegen het geweld
+der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend
+middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af
+te tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in
+de dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden
+geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in „De
+Ingenieur”), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken,
+over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten,
+enz.—vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal
+kosten.
+
+_Het wegnemen van „het Zuiderzeegevaar” voor de dijken binnen de
+afsluiting is slechts één der voordelen uit een technisch oogpunt,—en
+zelfs volstrekt niet het belangrijkste,—die een gevolg zullen zijn van
+de afsluiting._ In zijn opstel „De afdoende verbetering” wordt dit dan
+ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet
+en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd[50].
+
+[50] Zie „De Watervloed van 13/14 Januari 1916”, uitg. d.d.
+ Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16.
+
+Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar
+aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een
+_mis_bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft.
+
+ * * * * *
+
+De hierop volgende beschouwing van den Heer VIJVERBERG handelt over
+het bezwaar van den Heer D. R. MANSHOLT omtrent de verhooging der
+waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver
+dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het
+quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in
+zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind,
+en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op
+de Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze
+quaestie is reeds hiervoor (bl. 118 e.v.) uitvoerig behandeld waarnaar
+ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling
+der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden
+gezegd.
+
+De Heer VIJVERBERG zegt ook: „Het komt me echter niet meer dan billijk
+voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren
+van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders”—nl. die langs de
+Zuiderzee _binnen_ den afsluitdijk—„hunne dijklasten ook in 't
+vervolg blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe
+Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende
+polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering
+der plannen LELY eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte
+wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche
+onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het
+gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar.
+
+Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening
+gehouden te zijn”.
+
+Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van
+voorbedijking vergist de Heer VIJVERBERG zich. Dat zoogenaamd „recht van
+dijkvelling” bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en
+is ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft
+nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet.
+De Heer VIJVERBERG verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de
+aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of
+waterschap.
+
+Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het
+Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen.
+
+Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook
+anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds
+den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht,
+niet alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel
+grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,—men denke
+b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvóór. Bovendien werd na de
+uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen
+telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden
+de binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland
+geheel, andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van
+zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk
+zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot
+gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat,
+dus mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden
+verlost? Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet
+rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert
+men echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van
+dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade[51]
+à 4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 à 11
+millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met
+de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee?
+
+[51] Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging.
+
+ * * * * *
+
+De Heer VIJVERBERG wijst er ook op, dat de voordeelen voor
+de afwatering der aangelegen landen bij een afsluiting der
+Zuiderzee,—daarin bestaande dat die landen daarop beter en gedurende
+langere perioden langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen
+kunnen afwateren,—worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken
+tot noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een
+niet onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de
+gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk
+zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij
+willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle
+andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge Zuiderzeestanden worden nu
+veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na de
+afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door opwaaiing
+die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere IJselmeer zijn
+kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de windkracht ook
+afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft. Om deze beide
+redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5 tot 2 M.
+blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en zal de
+duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer verminderen.
+Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ééne zijde, aan de
+andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de afwatering kan
+ten goede komen.
+
+De Heer VIJVERBERG neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot
+voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche
+Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de
+afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands
+afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel
+heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het
+Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de
+afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal
+zijn. Maar daartegenover staat:
+
+1º Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot –0,30 à
+–0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste
+gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van
+kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd;
+
+2º doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten en er dus
+voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het
+inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het
+voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk
+watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen
+laten afstroomen.
+
+Wat de Heer VIJVERBERG dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen
+in de afwatering van Friesland, ook zonder afsluiting der Zuiderzee,
+doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed op de
+hoogte is. Immers hij zegt: „Friesland kan echter zeer voldoende langs
+natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar lage
+ebben en diep water voorkomen”.
+
+Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl.
+in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu
+zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door
+kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet
+tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem
+voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog
+niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote
+voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer
+Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan
+reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880–1889, die 4
+millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel
+onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen
+niet tevens zeer worden verruimd.
+
+Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies: „Bovendien is
+het aanhouden van één zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's
+boezem gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen
+behooren groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen
+bemalingswerktuig en eigen boezempeil” (lees polderpeil); „dan kan
+Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede
+zal kunnen komen en de afwatering bevorderen”. Het Friesche boezem_peil_
+is niets dan een peil ter vergelijking (–0,66 N.A.P.), naar welks
+bereiking nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas
+soms nog lagere boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.–1 Okt. schijnt
+een boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus –0,54 N.A.P.),
+het meest gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer VIJVERBERG, dat
+na inpoldering der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van
+particulieren is) de boezem_stand_ wel hooger kan zijn dan nu. Dat
+die boezem- of buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven
+Friesland's boezempeil, dus van –0,46 N.A.P., onder water gaan komen,
+worden ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun
+grasgewas dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan
+worden verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem
+bij standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000
+H.A. verkleind (van ⅕ tot 1⁄12) en in natte tijden zullen daardoor
+de standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M.,
+hoewel zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog
+worden verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den
+boezemstand, waaraan dan _het geheele boezemgebied_ behoefte heeft
+zeker niet gemakkelijker maken, maar de Heer VIJVERBERG zegt, dat
+daardoor dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... _bevorderd_!
+De Heer VIJVERBERG schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar
+watervrij worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen
+zal zijn, maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn,
+zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij
+den tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade
+lijden door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit
+hun winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere
+beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een
+deskundige als de Heer TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, lid van Ged.
+Staten van Friesland, „dat men bij het stellen van de voorwaarden,
+waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate
+de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand,
+maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het
+droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer
+zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;..”[52]
+
+[52] Tijdschr. Heide Mij, 1910, bl. 39.
+
+ * * * * *
+
+Vervolgens bespreekt de Heer VIJVERBERG nog de quaestie van de
+aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte
+met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van
+onberekenbaar nut zou kunnen zijn en „uit dat oogpunt het te vormen
+IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde”. Maar dan berekent
+hij dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien door aanvoer
+van water uit den IJsel, waarvan de kosten echter „niet onbeteekenend
+zullen blijken”, terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals
+door den ingenieur CONRAD in de vergadering van het Kon. Instituut v.
+Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: „Waar uit
+het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-LELY
+wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid
+om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt
+met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als
+zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit
+haren nood te helpen”. Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie
+heeft dat ooit gezegd?
+
+Wèl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd
+betoogd, dat _al_ die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de
+afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. _tegelijk_
+door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen
+enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting.
+
+Maar nu rekene de Heer VIJVERBERG eens uit hoeveel het verkrijgen
+van al die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering
+en het onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der
+afwatering van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte
+hebben, de wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W.
+Overijsel en Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens
+bijeen en vergelijke de uitkomst eens met de geraamde kosten van den
+afsluitdijk (66 millioen),—met de verbetering van het Zwolsche Diep en
+de schadeloosstelling aan de visschers,—waarbij dan nog te bedenken
+is, dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten
+van de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard.
+
+ * * * * *
+
+En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden
+als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der
+Zuiderzee te kunnen nalaten!
+
+De Heer VIJVERBERG somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er
+bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder
+die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte
+toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot
+genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot
+nu door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van
+spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,—ook dat ben ik met den Heer
+VIJVERBERG eens.
+
+Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in
+de Zuiderzee?
+
+Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste
+gronden zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk
+zooveel hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter
+voortbrengingsvermogen van deze laatste.
+
+Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt:
+de Heer VIJVERBERG noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan
+kan slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met
+goede afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede
+uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt,
+maar ten koste van veel arbeid en veel geld: de Heer J. T. CREMER o. a.
+deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente
+(600 H.A.) hem ƒ1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet
+gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte
+der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan
+eerst na 18 à 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk
+dit alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden,
+die dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van ƒ350.- en
+netto-opbrengsten van ƒ80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook
+hoogere ontginningskosten gewettigd zijn.
+
+Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn
+in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge
+mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij
+_beide_ in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet
+tegen de andere worden uitgespeeld.
+
+
+
+
+SLOTWOORD.
+
+
+Tot zoover hebben wij Dr. A. A. BEEKMAN aan het woord gelaten, die tot
+onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende
+wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor
+het voetlicht heeft gebracht.
+
+Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij
+herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren
+steeds dringender moet worden uitgesproken.
+
+Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der
+Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich
+op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de
+ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in
+voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker
+en beter kan maken.
+
+Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen,
+het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen
+van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de
+toekomst ons het nuttigst wezen kan.
+
+Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als
+hoogste wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van
+roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft
+ons land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche
+weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde
+vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van
+Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven,
+niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige
+vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de
+goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag
+gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente.
+
+Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen
+bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van
+een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden
+dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd
+wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen,
+die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren,
+afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de
+afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt.
+
+In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een
+der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om
+redenen uitgelegd in bijgaand schrijven:
+
+„Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot
+nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van
+ons land, van den invoer van graan, heeft mij doen inzien dat het
+droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende
+binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij
+onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons
+den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken.
+
+„Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale
+onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel
+mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te
+geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen
+noteeren”.
+
+Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot
+stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls
+neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een
+actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten
+tijd tot stand gebracht.
+
+Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland
+eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig
+millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den
+oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van
+gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indië van
+te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen
+gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend
+geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen,
+die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen
+medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van
+noodzaak was eindelijk wakker geworden, en door samenwerking was meteen
+de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders,
+de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen.
+
+Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan;
+ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van
+onthouding, het aanvaarden van de daad.
+
+De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland
+geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te
+ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een
+doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is
+er juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die
+aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot
+drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den
+uitputtenden strijd met België Nederlands financiën er droeviger
+voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk
+aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd.
+En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn
+economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze
+heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf
+voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen
+gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat
+toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor
+het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te
+vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij
+onze vaderen van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze
+ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het
+tienvoud zal bedragen van toen?
+
+Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat
+men zou kunnen noemen een „landhonger”; talrijke jonge mannen uit
+nijvere gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen
+bedrijf te kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende
+van werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden
+steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes
+grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest
+de vlijt ook is.
+
+Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons
+land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter
+gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot
+verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de
+eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering
+moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van
+ver over zee te halen?
+
+In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden
+thans dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder
+vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te
+benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het
+is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om
+zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart
+van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener
+geheele provincie, en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij
+zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt
+ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die
+vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden.
+
+Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar
+eigen grond hunkeren, wij hebben het geld.
+
+Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den
+meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap
+van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over
+de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan
+de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld
+in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan
+elkander te ontnemen.
+
+In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de
+onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven,
+een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland
+moeten bepalen?
+
+Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat
+niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons
+moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839!
+
+Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze
+geëerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de
+onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo
+rijp voor zulk een daad.
+
+Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans
+spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging.
+
+Amsterdam, 6 Januari 1917.
+
+ Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:
+
+ Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_.
+ Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_.
+ Dr. J. KRAUS.
+ L. VOLKER Azn.
+ Jhr. Mr. P. VAN FOREEST.
+ TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS.
+ Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_.
+ Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_,
+
+ Nieuwendijk 121 Amsterdam.
+
+
+
+
+De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven:
+
+
+ 1887. Technische Nota no. 1: betreffende het onderzoek omtrent }
+ de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee }
+
+ 1887. Nota no. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering }
+ der provinciën langs de Zuiderzee }
+
+ 1888. Nota no. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing }
+ der provinciën langs de Zuiderzee }
+
+ 1889. Nota no. 4: de invloed der afsluiting op de }
+ waterverversching der provinciën langs de Zuiderzee. De }
+ invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee }
+
+ 1890. Nota no. 5: de constructie en de kosten van den }
+ afsluitdijk, de sluizen en de bijkomende werken. De } ƒ10.-
+ voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de }
+ droogmaking }
+
+ 1891. Nota no. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 }
+ en 1890 }
+ _a._ grondboringen. }
+ _b._ stroommetingen. }
+ _c._ diverse metingen. }
+
+ 1891. Nota no. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der }
+ verschillende indijkingen }
+
+ 1891. Nota no. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot }
+ afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee }
+
+ 1892. Oeconomische en finantieele beschouwingen van het
+ Dagelijksch Bestuur naar aanleiding der resultaten van het
+ technisch onderzoek vervat in de acht Nota's ƒ0.50
+
+ 1892. Endiguement et Dessèchement du Zuiderzee „0.50
+ I. Considérations économiques de la
+ Zuiderzee-Vereeniging.
+ II. Discours, prononcé par M. J. M. TELDERS.
+
+ 1894. Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie „0.25
+
+ 1895. Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee „0.25
+ Antwoord van S. J. VERMAES op hoofdartikelen »Nieuwe
+ Rotterdamsche Courant”.
+
+ 1898. De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging
+ der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR. G.
+ VISSERING „1.50
+
+ 1901. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de
+ Zuiderzee met Toelichtende Memorie „0.60
+
+ 1901. De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging
+ der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR G.
+ VISSERING.
+ Tweede herziene en bijgewerkte uitgave ƒ1.50
+
+ 1905. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide
+ Kamers der Staten-Generaal „0.50
+
+ 1905. Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie
+ van Onderzoek.
+ Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat,
+ Handel en Nijverheid met Nota van Beantwoording der
+ Zuiderzee-Vereeniging „1.-
+
+ 1906. Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij
+ over de Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer
+ en in de wateren der droog te leggen polders „0.25
+
+ 1908. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de
+ beide Kamers der Staten-Generaal, uitgegeven door de
+ Zuiderzee-Vereeniging. Deel II „1.-
+
+ 1911. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee „1.-
+ I. De voordeelen van de voorziening der provinciën
+ Friesland en Noord-Holland met zoet water.
+ II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen
+ voor 1908, 1909, 1910, 1911.
+ III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot
+ droogmaking der Wieringermeer.
+ IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar
+ 1910.
+ V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in
+ Juli 1909.
+
+ 1911. De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911,
+ bevattende Verslag der Commissie over de toepassing van
+ gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten „1.-
+
+ 1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de
+ Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk „0.60
+
+ 1914. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee „1.-
+ I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de
+ Werkloosheid.
+ II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen
+ voor 1912 en 1913.
+ III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned.
+ Heidemaatschappij.
+ IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op
+ Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913.
+
+ 1916. De Watervloed van 13–14 Januari 1916 „0.50
+
+
+[Illustratie: PLAN VAN AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ~ZUIDERZEE~.
+
+(ZUIDERZEE-VEREENIGING—STAATSCOMMISSIE)]
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) — Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: DIGGELEN 8 |
+ | C: DIGGELEN 9 |
+ | B: afwatering van Friesland 35 |
+ | C: afwatering van Friesland 34 |
+ | B: Ameland ongeveer 1.90 M. bedraagt. |
+ | C: Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. |
+ | B: kust ver boven HW. opzetten, |
+ | C: kust ver boven H.W. opzetten, |
+ | B: in het IJ 0,52 M. te Muiden |
+ | C: in het IJ 0,52 M., te Muiden |
+ | B: Plan BEIJERINCK |
+ | C: Plan BEIJERINCK. |
+ | B: particulieren. |
+ | C: particulieren.” |
+ | B: G. VISSERING. De Oeconomische beteekenis |
+ | C: G. VISSERING, »De Oeconomische beteekenis |
+ | B: door 21 van dc 27 leden; |
+ | C: door 21 van de 27 leden; |
+ | B: |
+ | C: [Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] |
+ | B: en uitwateringsluis in de Binnenhaven |
+ | C: en uitwateringssluis in de Binnenhaven |
+ | B: oppervlakkig beschouwd, ook moge |
+ | C: oppervlakkig beschouwd ook moge |
+ | B: uitstek-deskundigen, de HH. |
+ | C: uitstek deskundigen, de HH. |
+ | B: toestand dikwijls veeI |
+ | C: toestand dikwijls veel |
+ | B: aangehaalden rede. „_Zoolang de |
+ | C: aangehaalden rede: „_Zoolang de |
+ | B: 1907 betr. de drooogmaking |
+ | C: 1907 betr. de droogmaking |
+ | B: Opbrengst v. d. Zuiderzee visscherij. |
+ | C: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij. |
+ | B: zeilmakerijen mast- en blokmakerijen, |
+ | C: zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, |
+ | B: in een belangrijk deel deel |
+ | C: in een belangrijk deel |
+ | B: Achtereen volgens indijken en |
+ | C: Achtereenvolgens indijken en |
+ | B: te beperken en te beheerschen'” |
+ | C: te beperken en te beheerschen.” |
+ | B: „Zijn vernietigende uitspraak |
+ | C: Zijn vernietigende uitspraak |
+ | B: (L. W,)—dit _verschil_ heet |
+ | C: (L. W.)—dit _verschil_ heet |
+ | B: +2.21 „ |
+ | C: +2,21 „ |
+ | B: +1.98 „ |
+ | C: +1,98 „ |
+ | B: +2.86 „ |
+ | C: +2,86 „ |
+ | B: +0,32 N.A.P. –0,23 en te Stavoren |
+ | C: +0,32 N.A.P. en –0,23 en te Stavoren |
+ | B: voorafgaan.” |
+ | C: voorafgaan.”” |
+ | B: leest men nl: „Welnu, op grond |
+ | C: leest men nl.: „Welnu, op grond |
+ | B: daarin dus 3.600.000.0000 |
+ | C: daarin dus 3.600.000.000 |
+ | B: meest kritiek is wanneer |
+ | C: meest kritiek is, wanneer |
+ | B: boven Groningen, naat het Zuiden. |
+ | C: boven Groningen, naar het Zuiden. |
+ | B: nog wal raken. Zulk |
+ | C: noch wal raken. Zulk |
+ | B: richting af Maar waardoor wordt |
+ | C: richting af. Maar waardoor wordt |
+ | B: wind opwaaiien tegen den |
+ | C: wind opwaaien tegen den |
+ | B: de Staatcommissie in 1894 geraamd |
+ | C: de Staatscommissie in 1894 geraamd |
+ | B: Heusden (amendement Seret) voor |
+ | C: Heusden (amendement SERET) voor |
+ | B: van 13/14 Januari 1916, uitg. |
+ | C: van 13/14 Januari 1916”, uitg. |
+ | B: afwatering van Fiesland, ook zonder |
+ | C: afwatering van Friesland, ook zonder |
+ | B: Tijdschr. Heise Ms, |
+ | C: Tijdschr. Heide Mij, |
+ | B: acht Nota's ƒ0 50 |
+ | C: acht Nota's ƒ0.50 |
+ | B: uitgave ƒ1 50 |
+ | C: uitgave ƒ1.50 |
+ | B: Generaal „0 50 |
+ | C: Generaal „0.50 |
+ | B: polders „0 25 |
+ | C: polders „0.25 |
+ | B: Zuiderzee „1 - |
+ | C: Zuiderzee „1.- |
+ | B: Noord-Holland met zoet water |
+ | C: Noord-Holland met zoet water. |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee. Weerlegging van bezwa, by Anton Albert Beekman
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+***** This file should be named 38426-0.txt or 38426-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/38426-8.txt b/38426-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..17c991e
--- /dev/null
+++ b/38426-8.txt
@@ -0,0 +1,5677 @@
+The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.
+Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren.
+ uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging
+
+Author: Anton Albert Beekman
+
+Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder |
+ | accent, met/zonder koppelteken, met/zonder tussen-s en |
+ | ph/f-verschillen. |
+ | |
+ | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. |
+ | Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van de |
+ | bijbehorende alinea. |
+ | |
+ | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. |
+ | Vette tekst is weergegeven als #vet#. Uitgespatieerde tekst |
+ | is weergegeven als ~uitgespatieerd~. Aanwijzingen in de |
+ | kantlijn zijn weergegeven als [Kantlijn: aanwijzing]. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org |
+ | |
+ | De volgende in dit e-boek vermeldde titels zijn beschikbaar |
+ | op Project Gutenberg. |
+ | * "1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de |
+ | Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk" |
+ | eboek #36317 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36317) |
+ | * "De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra |
+ | het plan C. LELY." |
+ | eboek #36319 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36319) |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.
+
+WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+
+
+ DEEL I.
+
+ DE AFSLUITING EN DROOGMAKING
+ DER ZUIDERZEE.
+
+
+ DEEL II.
+
+ WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+ UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING.
+
+ [Decoratieve illustratie]
+
+
+ N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ
+ voorheen E. J. BRILL, LEIDEN 1917.
+
+
+
+
+BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.--LEIDEN.
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+In den eersten jaargang van den "Praktischen Volks-Almanak", een
+jaarboekje ter verspreiding van kennis der "Toegepaste Wetenschappen",
+uitgegeven te Haarlem bij A. C. KRUSEMAN, en verschenen 1 Januari 1854,
+komt als titelplaat voor "_Haarlemmermeer_".
+
+Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in
+3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens
+het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het
+ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in
+1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de
+Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere,
+voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius,
+aangevangen is het water uit de "Meer" te pompen, tot afvoer door de
+Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den
+Katwijkschen Rijn.
+
+Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare
+landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en
+gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag
+het onbekende jaartal 18...
+
+Een bijschrift "bij de Titelplaat" bevat het volgende hoogst
+merkwaardige slotstuk:
+
+ "En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders
+ land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot
+ hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft
+ het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver
+ doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen
+ aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:--den
+ bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene
+ vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen
+ door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de
+ voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar
+ elders vervoerd zullen worden."
+
+ "Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het
+ Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de
+ productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der
+ dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts
+ worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen
+ bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen
+ van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe.
+ Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water
+ overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den
+ verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden
+ staat als het ware tusschen beide in.--Elke aanwinst van land, en
+ met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder,
+ is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de
+ gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich
+ ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat
+ het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat
+ het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede
+ uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke
+ ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den
+ welstand der natie."
+
+Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen,
+dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn.
+Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de
+toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral
+naar aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een
+opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen
+te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar
+armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke
+thans alom in de Meer te vinden zijn.
+
+De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige tijden
+gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de
+ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate
+er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte
+fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat
+deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de
+meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de
+verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren.
+
+Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der
+tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te
+brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig
+zou niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die
+droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden.
+En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert JAN ADRIAANSZOON
+LEEGHWATER, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste
+ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar
+waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan
+belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot
+de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel
+Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst
+belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze
+duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming,
+toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was
+geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een
+later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te
+gaan niet meer heeft kunnen begrijpen.
+
+Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de
+geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op
+het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het
+Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze
+gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de
+dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld
+dit werk te ondernemen en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja
+erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook
+maar een oogenblik met ernst te onderzoeken.
+
+In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen;
+aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp
+tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal
+indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide
+het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder
+noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland
+goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratin afgebeeld,
+spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen
+van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen
+de beindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den
+lijve werden gevoeld.
+
+Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vr- en tegenstanders
+wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige
+oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den
+moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en
+gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het
+grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is.
+
+Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een
+eeresaluut aan de Regeering worden gebracht.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten,
+boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details
+uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje
+toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp
+heeft de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt
+overzicht te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke
+drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen
+uitgaven; de heer dr. A. A. BEEKMAN, de onvermoeide strijder voor
+de Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid
+verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij
+hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het publiek
+voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt
+daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele
+geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene
+verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van
+uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele
+details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus,
+dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte
+trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging
+en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak
+willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide
+litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling
+van belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels
+bepaaldelijk daaraan gewijd.
+
+In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen
+tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn
+daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren.
+Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige
+kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld
+ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke
+Dr. BEEKMAN op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den
+titel van "Weerlegging van Bezwaren" is deze behandeling als tweede deel
+bij dezen bundel gevoegd.
+
+Wij geven dus thans het woord aan dr. A. A. BEEKMAN.
+
+Amsterdam, 6 Januari 1917.
+
+ Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:
+
+ Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_.
+ Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_.
+ Dr. J. KRAUS.
+ L. VOLKER Azn.
+ Jhr. Mr. P. VAN FOREEST.
+ TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS.
+ Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_.
+ Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_,
+
+ Nieuwendijk 121 Amsterdam.
+
+
+
+
+VOORREDE.
+
+
+Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en
+droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien
+binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote
+werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig
+verlangd,--nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te
+moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed.
+
+Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft
+reeds ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft
+dit o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die
+de technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van
+de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar
+ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan,
+waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd
+uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat
+is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten
+voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal
+maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren
+weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten,
+wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot
+voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk n
+van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid,
+moeite en offers te brengen tot een goed einde.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler
+handen kome.
+
+Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor
+iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wl gedocumenteerd,
+terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de
+Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen
+wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht
+hebben gezien.
+
+ Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging,
+ het Lid van het Algemeen Bestuur:
+ Dr. A. A. BEEKMAN.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Deel I.--#De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.#
+
+ Blz.
+
+ Voorwoord V
+
+ Voorrede XI
+
+ Inleiding 1
+
+ I. Beschrijving van de Zuiderzee.
+
+ II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en
+ droogmaking.
+
+ Werk van VAN DIGGELEN 9
+ Plan BEIJERINCK 10
+ Gewijzigd plan BEIJERINCK 10
+ Regeeringsontwerp 1877 11
+ Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN 13
+ Oprichting Zuiderzee-Vereeniging 14
+ Nota's der Zuiderzee-Vereeniging 15
+ Benoeming Staatscommissie 1892 16
+ Verslag Staatscommissie 1894 17
+ Regeeringsontwerp 1901 17
+ Regeeringsontwerp 1907 17
+ Regeeringsontwerp 1916 18
+
+ III. Plan van afsluiting en droogmaking der
+ Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.
+
+ Beschrijving 19
+ Duur van het werk en werkplan 28
+
+ IV. De gevolgen van technischen aard.
+
+ Voor de waterkeering 29
+ Voor de afwatering 31
+ Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden 33
+ Invloed op de afwatering van Friesland 34
+ Voor de wateraanvulling en waterverversching 37
+ Kwel door en onderdoor den afsluitdijk 43
+ Beschikbare hoeveelheid water ter inlating 45
+ Voor de scheepvaart 46
+ Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer 48
+ Bezwaren van technischen aard 49
+ Gebruik van gewapend beton 52
+
+ V. De aanwinst van grondgebied.
+
+ Internationale beteekenis van Nederland verhoogd 55
+ Aard der gronden 55
+ Ontzilting der nieuwe gronden 57
+ Voorbereiding der gronden vr de uitgifte 58
+ Verkaveling en perceelsindeeling 59
+ Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe
+ gronden 59
+ Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden 60
+ Wijze van uitgifte der gronden 62
+
+ VI. De Zuiderzeevisscherij vr en na de afsluiting.
+
+ Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij 65
+ Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf 66
+ Vergelijking beteekenis visscherij met die van het
+ landbouwbedrijf in de nieuwe provincie 68
+ Schadeloosstelling oude visschers 69
+ Zoetwatervisscherij na de afsluiting 70
+
+ VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van
+ de afsluiting en droogmaking.
+
+ Bevolking in de nieuwe provincie 72
+ Bewoonbaarmaking 73
+ Gevreesde daling van de waarde der oude gronden 74
+ Tekort aan grond 74
+ Voldoend aantal landbouwers beschikbaar 76
+ Geen werkloozen aan het einde van het werk 77
+ Arbeidsloonen op oude gronden 77
+ Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden 78
+ Grondwaarde en prijzen der producten 79
+ Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het
+ buitenland 80
+ Ontginning woeste gronden 81
+ Maatschappelijke voordeelen 84
+ Vermeerdering der arbeidsgelegenheid 84
+ Voordeelen voor de nijverheid 85
+ Idem voor verkeer en marktwezen 86
+
+ De kosten.
+
+ Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar 86
+ Raming der kosten 87
+ Beperking van het plan 88
+ Nadere finantieele beschouwingen 90
+ Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting 91
+ Noodzakelijkheid van de uitvoering 93
+ Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk 94
+ Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen
+ zonder afsluitdijk 96
+
+
+ Deel II.--#Weerlegging van bezwaren.#
+
+ Weerlegging van bezwaren 99
+ Slotwoord 148
+
+
+
+
+DEEL I.
+
+DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout
+water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen
+binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls
+lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den
+aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een
+schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend
+bestaan oplevert...
+
+Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in
+een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de
+omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de
+kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt.
+
+Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting
+droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter
+dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem,
+waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan
+kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten
+zullen gebaat worden.
+
+Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het
+sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die
+theorie en praktijk aan de hand doen.
+
+En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest
+bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten
+geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche
+land.
+
+Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de
+vreedzame verovering van een grondgebied, 11 12 Haarlemmermeren groot,
+met een welvarende bevolking.
+
+De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben
+verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen.
+
+En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien
+zonder geldelijke opofferingen.
+
+Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden
+aangetoond.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+I. Beschrijving van de Zuiderzee.
+
+
+Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier
+een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig
+de Zuiderzee noemen.
+
+De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs
+geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan
+grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal
+verder zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de
+tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom
+in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid-Noord loopend de
+uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot
+gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel,
+de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz.
+uitkwamen.
+
+Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het
+eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14de eeuw ontstaan.
+Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een kuststroom
+ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin. Tusschen
+Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee.
+
+De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen
+_dagelijksch of gewoon laag water_ (L.W.) en _dagelijksch of gewoon
+hoog water_ (H.W.),--d. z. de gemiddelden van alle eb- en van alle
+vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900-1910)--,
+dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde
+van Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen echter het
+water der Noordzee hier op de kust ver boven H.W. opzetten, tot ong.
+3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot ong. -2,50
+A.P.
+
+Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee
+lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige
+aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend
+op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op
+zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het
+water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vr den tijd der
+Romeinen--want deze kenden de "Wadden" reeds--het land ter weerszijden,
+aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts
+in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten
+wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen.
+Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten
+aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen
+daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot
+steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van
+het Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten,
+terpen of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken,
+zeker reeds in de 8ste en 9de eeuw, tegen de binnendringende wateren
+beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water
+buiten die dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven
+liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef
+over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden
+gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de
+beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog;
+voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende
+wad- of waardgronden droog.
+
+Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't
+algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen,
+zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom,
+van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water
+staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte
+onder den naam van Vliestroom, over.
+
+De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze
+gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo
+te midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van
+Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere
+zijde.
+
+Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de
+werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het
+veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden
+van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de
+Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan
+verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen,
+paal en perk gesteld werd.
+
+De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur uitgeveend tot
+op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en
+Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der
+droogmakerijen vormt.
+
+Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking
+der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren
+uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en
+drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge
+vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel
+der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men
+den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte,
+het zoogenaamde "Val van Urk", waarin ruim 5 M. water staat. Op deze
+wijze werd het "Almere" der Middeleeuwen gevormd.
+
+In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water
+heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes,
+die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het
+Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en
+Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig
+dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men tot 1 uur verwijderd
+zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte
+is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is.
+
+In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z.
+_bij gewone getijen_ op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt
+door de zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn
+Enkhuizen-Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen
+vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is
+daar weinig verschil, 20 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou
+ook kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den
+blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W.,
+dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts
+0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M., te Muiden 0,34 M. Te
+Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38
+M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer.
+
+Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande
+uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze
+kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende
+massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te
+Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan
+stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe
+zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan
+veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat,
+zeer veel te verduren.
+
+Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is
+gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is
+nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan,
+door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere
+zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a.
+plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water
+uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vr
+Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo hoog opwoei, dat
+t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de
+oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde.
+Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee
+(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen
+de gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een
+grootste hoogteverschil v.m. 5 uur tusschen de Oranjesluizen en
+Blankenham van 4,60 M.
+
+Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs
+de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat
+bij zulken wind de Zuiderzee het minste water.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.
+
+
+[Kantlijn: Werk van V. DIGGELEN.]
+
+In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat
+B. P. G. VAN DIGGELEN te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee[1]. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee
+met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch z, dat
+een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie.
+Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van
+de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk
+weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote
+economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's
+meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn.
+
+[1] De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en
+ droogmaking, besch. door B. P. G. VAN DIGGELEN.--Zwolle 1849.
+
+De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs
+van 's Rijks Waterstaat FERRAND en VAN DER KUN op te dragen daarover
+een rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst
+in 1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te
+benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,--daarna aan den
+Ingenieur VAN DIGGELEN het maken van een ontwerp op te dragen.
+
+Op initiatief van het 1e en 2e Dijksdistrict van Overijsel werd in 1864
+een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om de
+afsluiting en droogmaking ter hand te nemen.
+
+[Kantlijn: Plan BEIJERINCK.]
+
+In 1865 vestigde de Minister ROCHUSSEN de aandacht van de Maatschappij
+van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp
+tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den
+Inspecteur van 's Rijks Waterstaat J. A. BEIJERINCK, dat spoedig gereed
+was[2]. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over
+Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de
+geheele oppervlakte daarbinnen.
+
+[2] Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v.
+ officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav.
+ 1868.
+
+Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had
+te onderzoeken of 1 de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat
+plan mogelijk was; 2 of de uitvoering aan particulieren kon worden
+overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De
+Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der
+droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen
+was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en
+raadde daarom aan den Staat de onderneming af.
+
+[Kantlijn: Gewijzigd plan BEIJERINCK.]
+
+De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet
+vereenigen kon, werd vervangen door een Comit ROCHUSSEN-BOSCH-VAN
+RANDWIJCK. Dit deed een gewijzigd plan BEIJERINCK opmaken in overleg
+met zijn technischen adviseur, den ingenieur T. J. STIELTJES.
+
+Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een Staatscommissie ter
+beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk
+gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet
+winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk[3].
+
+[3] Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873.
+
+Het Comit vroeg toen aan de Regeering een subsidie van f250.- per H.A.,
+doch _ontving_ eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het werk
+beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1877.]
+
+In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk
+deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni
+1875 werden f8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de
+Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie
+HEEMSKERK het eerste wetsontwerp aangeboden "betreffende de bedijking en
+droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van
+een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal".
+
+De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp
+BEIJERINCK, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar
+hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond.
+
+De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000
+HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten.
+
+Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote
+oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde
+beschouwde, buiten te sluiten,--en ter andere om den dijk op klei te
+kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof.
+HARTING zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen,
+dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door
+STIELTJES bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een
+enkel woord.
+
+Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie HEEMSKERK was
+afgetreden en vervangen door een Ministerie KAPPEIJNE, was een der
+eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit
+Regeeringsontwerp.
+
+Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak
+vernomen, behalve uit geschriften die, evenals vr dien tijd,
+nu en dan daarover verschenen. Als merkwaardig is daarvan te
+noemen dat van Jhr. P. OPPERDOES ALEWIJN[4], omdat het voor 't
+eerst voorstelde een noordelijker afsluiting met behoud van een
+groot wateroppervlak daarbinnen,--welke eenvoudige oplossing tot
+voorloopige berging van groote massa's IJselwater bij hooge
+rivierstanden, zooals wij zien zullen, gevolgd is in het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is
+te beschouwen.
+
+[4] Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige aangelegenheid der
+ indijking en inpoldering van een gedeelte der Zuiderzee in verb. m.
+ d. richting v. d. N.-Holl.-Frieschen spoorweg tusschen Amsterdam en
+ Leeuwarden.--Amst. 1873.
+
+ * * * * *
+
+In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer A. BUMA een
+wetsontwerp in, luidende: "Er zal een onderzoek worden ingesteld naar
+
+ _a._ het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer,
+
+ _b._ het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door
+ particulieren."
+
+Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken,
+toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een
+daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking.
+
+Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der
+Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering
+van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op
+degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop
+zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de
+uitvoering- te kunnen overgaan.
+
+[Kantlijn: Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN.]
+
+In 1885 stelden nl. de Heeren A. BUMA en Mr. P. J. G. VAN DIGGELEN,
+Lid der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der
+Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten,
+hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan
+besturen van Provincin, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en
+landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting
+en droogmaking het meest belang hadden.
+
+Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen
+technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte
+uit, dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat
+van Texel, waarin 30 40 M. water staat), "ter opheffing van het
+Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt" en
+dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de
+Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz.
+
+Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op
+de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van
+het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van
+het _zuidelijk_ deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar
+zij meenden ook--en dit is het begin geweest van een beter oordeel over
+alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat en van een beteren
+grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden
+gebouwd--, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog
+beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking
+zou hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende
+gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel
+niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem,
+niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der
+Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N.
+van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden
+afgevoerd, enz. enz.
+
+Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde
+besturen om te komen tot een grondig onderzoek.
+
+[Kantlijn: Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.]
+
+Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van
+afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de
+~Zuiderzee-Vereeniging~ opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde:
+
+"Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en
+grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze
+waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding
+eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de
+Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is."
+
+Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: "Hoofddoel
+is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen
+het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en
+de Zuiderzee".
+
+Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige verruiming der
+zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee
+meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen
+sprake[5]. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een
+dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in
+het duister zou zijn die men niet wagen mocht.
+
+[5] Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon.
+ Instituut v. Ingenieurs. Voordracht van het lid VAN KERCKHOFF.
+
+Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde
+punten en nog veel meer bleef toch bestaan.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug.
+d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld
+uit de Heeren BUMA, voorzitter, VAN DIGGELEN, onder-voorzitter,
+WERTHEIM, penningmeester en VAN DER HOUVEN VAN OORDT, secretaris. De
+Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs VAN DER TOORN en LELY.
+Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het
+technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur
+C. LELY, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat.
+
+[Kantlijn: Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.]
+
+Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887-Maart 1892 achtereenvolgens
+verschenen 8 ~technische nota's~, met tal van berekeningen, graphische
+voorstellingen, platen en kaarten[6].
+
+[6] Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging verschenen
+ en verkrijgbaar bij de Firma voorh. E. J. BRILL te Leiden, dragen
+ alle den titel: "Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking van
+ de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee" en--behalve de 6e en 8e
+ Nota--"De afsluiting Noord-Holland-Wieringen-Friesland en de
+ droogmaking van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting".
+ Zij zijn:
+
+ 1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting
+ van de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel.
+
+ 2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der
+ provincin langs de Zuiderzee.
+
+ 3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der
+ provincin langs de Zuiderzee.
+
+ 4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der
+ provincin langs de Zuiderzee.
+
+ De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee.
+
+ 5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de
+ sluizen en de bijkomende werken.
+
+ M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting
+ en droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee.
+
+ 6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en
+ 1890.--1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse
+ metingen.
+
+ 7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking.
+
+ Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting)
+ van het Wieringermeer.
+
+ Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee.
+
+ Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot
+ afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen
+ binnen de afsluiting.
+
+ 8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting
+ en droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage:
+ Schetsontwerp ter partieele indijking en droogmaking der
+ Zuiderzee zonder afsluiting.
+
+In de 7e Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan van
+afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de
+uitkomsten van het bodemonderzoek.
+
+Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: Oeconomische
+en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding
+der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's."
+Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van H. C. VAN DER
+HOUVEN VAN OORDT en Mr. G. VISSERING, De Oeconomische beteekenis van
+de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee", waarvan in Juni 1901 een
+tweede druk bezorgd werd.
+
+[Kantlijn: Benoeming Staatscommissie 1892.]
+
+Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept.
+1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op
+de verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich
+uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen:
+
+of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als
+door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort
+te worden ondernomen, en zoo ja,
+
+op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht.
+
+[Kantlijn: Verslag Staatscommissie 1894.]
+
+Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De
+1e vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van de 27 leden;--de 6
+leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in hoofdzaak hun
+bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het uitvoeren der
+geheele onderneming zal met zich brengen en op de onzekerheid van hare
+oeconomische uitkomsten.
+
+De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den
+voet in dit verslag vermeld.
+
+De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde
+zij met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de
+uitvoering,--dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm
+der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de
+beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1901.]
+
+7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. C. LELY),--tot afsluiting der
+Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar
+het plan der Staatscommissie).--Na aftreden van dit Ministerie
+ingetrokken.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1907.]
+
+4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. J. KRAUS), voor den aanleg
+van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en
+droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie,
+maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en
+zavelgronden 16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden
+Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913.
+
+[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.]
+
+6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. C. LELY), tot afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en
+de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide
+oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar,
+terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een
+nader bij de wet te bepalen tijdstip.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+III. Plan van afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.
+
+
+[Kantlijn: Beschrijving.]
+
+Dit plan is in groote trekken het volgende.
+
+Er wordt een ~afsluitdijk~ gemaakt van Van Ewijksluis
+(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van
+de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de
+Friesche kust.
+
+Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte,
+diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte
+daarbinnen.
+
+De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul
+van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W.
+heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.;
+de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim
+6.5 M. beneden L.W. diep is.
+
+De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de
+kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de
+aansluiting aan den Frieschen zeedijk.
+
+De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de
+buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen
+bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende
+breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen.
+Binnen tegen den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van
+grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of--wat
+wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn--van grond daar ter plaatse uit
+den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan
+gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor
+dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte
+van -4,40 A.P.
+
+[Illustratie: ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)]
+
+In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen
+de aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den
+Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd.
+
+Wat de ~wijze van uitvoering~ van dezen dijk betreft, men stelt zich
+voor eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam
+een eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van
+de kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar
+de getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der
+Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende
+openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter
+wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten
+dat die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter
+weerszijden van het eiland twee "sluitgaten", elk lang 8250 M.
+overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien
+tegen ontgronding. In de 5e Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt
+voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen
+dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het
+water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn
+niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als
+die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het
+lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande
+over de geheele lengte.
+
+Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te
+doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn,
+wat tijd van uitvoering en kosten betreft,--veel zal van de
+weersgesteldheid afhangen.
+
+Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de
+indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden
+geleden.
+
+Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in
+het Verslag der Staatscommissie minder juist "polders" genaamd.
+
+ De ~Noordwestelijke Droogmakerij~ (Wieringermeer), gr.
+ 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz.
+ 21.200 HA., waarvan klei- en zavelgronden 18.700 HA.
+
+ De ~Zuidwestelijke Droogmakerij~ (Hoornsche Hop), gr.
+ 31.520 HA., na aftrek van dijken, enz. 30.800 HA.,
+ waarvan klei- en zavelgronden 27.820 HA.
+
+ De ~Zuidoostelijke Droogmakerij~, gr. 107.760 HA., na
+ aftrek van dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en
+ zavelgronden 98.990 HA.
+
+ De ~Noordoostelijke Droogmakerij~, gr. 50.850 HA., na
+ aftrek van dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en
+ zavelgronden 48.900 HA.
+
+De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van
+dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden
+194.410 HA.
+
+De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging
+voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de
+verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen
+van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts
+verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O.
+Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan
+de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij
+aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer,
+waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en
+vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op
+uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep.
+
+De ~meerdijken~, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn
+van verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld
+zijn aan de meest voorkomende stormvloeden.
+
+De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en daalt in 't
+algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie het Kaartje). De
+droogmakerijen moesten daarom in ~polders~ (door de Staatscommissie
+"polderafdeelingen" genoemd) met verschillende peilen, nl. van het
+polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld.
+Daarbij is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden,
+die, als bestaande uit 1 2 M. klei op vasten, lang onder druk
+geweest zijnden zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal
+bedragen,--voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de
+polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden.
+Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid.
+
+Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen.
+
+Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M.
+opvoerhoogte, bovendien 1/6 daarvan voor reserve, opmaling tot A.P.,
+nl. 40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer,
+en 25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan
+zal volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot
+drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K.
+bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen
+worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen
+verlangt dan 20 jaar geleden--liefst met droge slootbodems.
+
+De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de
+snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd.
+Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te
+verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de
+volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras
+liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de
+aangrenzende oude landen.
+
+Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over,
+groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging
+zeer juist met den naam van "~IJselmeer~" werd aangeduid,--niet alleen
+omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing
+gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond.
+
+Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer
+en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat
+daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat.
+
+Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende
+3 etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge
+buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij
+uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever
+in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het
+IJselmeer, samen 4800 M in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M.
+zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich
+zelden of nooit zal voordoen.
+
+De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo
+gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen
+de eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den
+afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te
+zien is.
+
+Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van -0,40 A.P. op
+het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone
+omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil
+zonder bezwaar tot -0,20 A.P. worden verhoogd.
+
+Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend.
+Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de oostpunt van Wieringen
+te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de
+buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en
+aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin
+zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de
+slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote
+en een kleine schutsluis.
+
+Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van -0,40 A.P. niet
+altijd juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn
+van den aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de
+buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is
+dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig
+boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar
+een of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere
+standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel
+geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer
+kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van
+de afgesloten kom bestaat.
+
+Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden
+afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet.
+Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld.
+
+Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk ~tusschen Piaam
+en Harlingen~ een ~kanaal~ worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming
+van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor
+de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden
+aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het
+IJselmeer.
+
+In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart naar en van
+den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig
+diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog
+water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar
+t. W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het
+Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel
+over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de
+vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na
+de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom
+wordt in het plan het ~Zwolsche Diep verlengd~ tusschen twee leidammen
+door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen
+vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt.
+
+Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten
+waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het
+IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij
+t. Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis
+gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van
+hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan
+de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart
+tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl,
+zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T.
+N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met
+Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge
+dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer
+gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om
+ook hiervan het water in het IJselmeer te brengen. Ook wordt door de
+droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering
+van Blokzijl tot het IJselmeer.
+
+Voorts wordt de rivier de ~Eem~ verlengd met een breed en diep kanaal,
+gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het
+IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt
+gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van
+beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden.
+
+Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het
+Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de
+Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij
+heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het
+IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee
+panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer
+zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het
+laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in
+de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij
+komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer
+t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van
+Schermerboezem aldaar.
+
+Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart
+langs het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een
+kanaal uit dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend
+met een schut- en uitwateringssluis in de Binnenhaven te Medemblik;
+een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard door
+den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal,
+uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van den
+Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met
+een schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen.
+
+Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en
+het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het
+meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen.
+
+[Kantlijn: Duur van het werk en werkplan.]
+
+Wat den ~duur van het werk~ en het ~werkplan~ betreft, de Staatscommissie
+meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het
+5e-9e jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden verbeterd
+en het kanaal Piaam-Harlingen worden gemaakt. Daarna volgen de aanleg
+van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en drooghouden der vier
+droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der ringvaarten, zoodat
+de N.W. droogmakerij in het 14e, de Z.O. droogmakerij in het 21e, de
+Z.W. droogmakerij in het 28e en de N.O. droogmakerij in het 33e jaar
+gereed komen. Met dien verstande, dat de drooggemaakte gronden nog 2 3
+jaar zullen worden drooggehouden en voorloopig bebouwd en eerst in het
+3e jaar na de verkaveling zullen worden uitgegeven.
+
+Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting
+van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een "veel kortere tijd" voor de
+droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen,
+wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor
+de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar
+de in het 4e jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12e jaar, en
+de in het 6e jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in het 15e jaar
+gereed kunnen zijn.[7]
+
+[7] Zie voorts bij Hoofdstuk VII.
+
+
+
+
+IV. De gevolgen van technischen aard.
+
+
+De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn
+van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van
+zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna
+uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst
+nagaan.
+
+[Kantlijn: Voor de waterkeering.]
+
+~Voor de waterkeering.~
+
+Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen
+worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel,
+belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en
+noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of
+andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer
+in die mate als thans op de open Zuiderzee.
+
+Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de
+Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1. doordat groote massa's
+Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2. door
+opwaaiing, 3. door de oorzaken onder 1. en 2. tegelijk, zooals o. a.
+bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt
+dus voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak,
+zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu.
+
+Uit de 2e Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der
+Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op
+verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen voorkomen,
+zelfs nog 1,5 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar
+zijn waargenomen.
+
+Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge
+zeedijken beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust
+van Friesland, bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten
+van de Veluwe en Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen f
+nagenoeg geheel van alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l.
+aan de droogmakerijen grenzen, f zeker belangrijk minder onderhoud
+vereischen voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van
+de Dronter Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de
+Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van
+Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche
+Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem
+(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost.
+Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der
+overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen
+met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal
+vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal
+geven dan de tegenwoordige.
+
+T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere
+stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de
+Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar
+ingediende wetsontwerp zegt[8].
+
+[8] Ald. Bl. 7.
+
+Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van
+Piaam en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van
+vulling en lediging van de noordelijke kom bij de dagelijksche getijden
+(dus zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden
+aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor
+wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek
+bij Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling
+voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven
+tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig.
+
+De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting
+is geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd
+verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de
+zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook
+al wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de
+bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2de Deel:
+"Weerlegging van bezwaren".
+
+[Kantlijn: Voor de afwatering.]
+
+~Voor de afwatering.~
+
+Het weinig veranderlijk peil van -0,40 N.A.P. van het IJselmeer
+zal zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der
+omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem,
+voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de
+(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied,
+enz.
+
+Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om
+schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,--voor
+dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar
+geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli-Augustus 1894 door
+hooge standen van Frieslands boezem (-0,25 -0,14 N.A.P.) een schade,
+voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die toen op 2 millioen
+gulden geschat werd,--en zulke hooge standen komen meermalen voor.
+De bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden
+weggenomen,--men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland
+stoombemaling van den boezem aan te brengen--maar zij zullen belangrijk
+er door worden verminderd.
+
+De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen,
+uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken
+welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs
+zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven.
+
+Daar is b.v. het vraagstuk van de ~afwatering van den Vechtboezem~. Deze,
+die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt
+van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als
+dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige
+uitwatering elk jaar n of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing
+van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water
+komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt.
+Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op 1 millioen gulden
+geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het
+IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter
+geheel overbodig.
+
+Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der ~afwatering van de Geldersche
+Vallei~, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs
+onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem
+en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim
+profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort
+gebracht en _kan_ door een eenvoudige verruiming van sommige
+waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en
+gemakkelijker worden opgelost dan thans.
+
+De ~afwatering van het Noordzeekanaal~, die van zooveel gewicht is,
+omdat op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook
+Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats
+heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met
+behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door
+de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels
+_door sluizen_ op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de
+scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal
+ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen
+worden beheerscht[9].
+
+[9] Zie hierover C. W. LELY c. i. Beschouwingen v. d. afwatering v. h.
+ Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d. Zuiderzee
+ (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203).
+
+[Kantlijn: Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden]
+
+Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting
+der Zuiderzee gebaat worden, 1 doordat de loozing door hooge
+Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan
+worden belet, 2 omdat wegens de minder sterke schommelingen van
+het buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te
+zijn,--daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt
+zal kunnen worden van de ~lage~ en ~zeer lage Zuiderzeestanden~, die nu
+de afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige
+loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en
+buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing
+hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van
+Overijsel. Deze kunnen nu in het voorjaar bij de dan heerschende O. en
+N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote
+massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna
+in den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de
+gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan -0,10 -0,15 N.A.P. af en
+daar de landen dan waterstanden van -0,40 -0,45 N.A.P. noodig hebben,
+zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en
+valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van
+het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren.
+De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen,
+maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare
+stoomgemalen opgezien.
+
+Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet
+meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden
+die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich
+eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de
+bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het
+water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden
+behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,--nu
+staan zij dan veelal onder water,--kunstmest aanwenden en dus ook
+daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen[10].
+
+[10] Zie hierover meer uitvoerig: DEKING DURA. Iets over den toestand
+ der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide Mij,
+ 1909, bl. 173.
+
+[Kantlijn: Invloed op de afwatering van Friesland.]
+
+Wat ~Friesland~ betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden.
+Wel zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage
+Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen meehelpen om
+Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel
+is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de
+Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen,
+kanalen, enz. Frieslandsboezem" vormend, die door 13 sluizen langs de
+Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte
+stand van dien boezem in den zomer 10 15 cM. boven Friesch Peil (=
+Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde
+ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij
+lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de
+afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer
+en meer tot -1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen
+en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het
+voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral
+voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van
+het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te
+brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om
+door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te
+brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand
+niet genoeg beheerschen.
+
+Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage
+landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge
+boezemstanden wordt overstroomd,--bij een stand van +0.25 Z.P. staan
+reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die "buitenlanden" onder water.
+
+Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of
+komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk
+uitsluitend grasland; zij staan 's winters in den regel voor een groot
+gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan
+wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade
+geleden[11].
+
+[11] De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het
+ Lid der Ged. St. v. Friesl. VAN WELDEREN Bn RENGERS in een rede,
+ geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. Mij van Landb.
+ 28 Dec. 1909,--opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide Mij, 22e
+ Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar.
+
+Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken,
+kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water
+eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die
+landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan
+stijgen zij ook daardoor zeker in waarde.
+
+Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand.
+Zij zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van n of
+meer groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe
+reeds besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee,
+dus afwatering op -0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden
+voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel
+ze nog noodig zijn, zeker minder kosten.
+
+De heer RENGERS meent dat _in jaren van normalen regenval_ de boezem
+daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg
+nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging
+omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te
+verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een
+zoetwatermeer).
+
+Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten
+goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd ook moge
+schijnen, de gelegenheid die door de afsluiting ontstaat voor aanvulling
+van zijn boezem met zoet water in droge tijden.
+
+[Kantlijn: Voor de wateraanvulling en waterverversching.]
+
+Voor de ~wateraanvulling~ en ~waterverversching~.
+
+Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl
+aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd,
+dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder
+zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna
+zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten.
+
+Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een
+afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan
+inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen
+der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de
+afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds
+daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt.
+
+Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote
+rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het
+voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden.
+Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem
+te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,--70 190 millioen M 's
+jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M per dag. Uit den aldus
+aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk
+een bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel,
+Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels.
+
+Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor
+deze gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij
+uitstek deskundigen, de HH. TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, Lid v.
+Ged. St. v. Friesland, en K. BREEBAART JZN. te Winkel, op verzoek
+der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de voordeelen van
+de voorziening met zoet water, resp. van de Provincin Friesland en
+Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige specialiteiten
+hebben doen voorlichten[12]. In het volgende is ook daaraan een en ander
+ontleend.
+
+[12] Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d.
+ Zuiderzee-Vereeniging 1911.--Leid. 1911.
+
+Het ~Noorderkwartier~ laat in tijden van watergebrek water in uit
+den boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook
+door de schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de
+boezemwateren van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte
+van Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele
+schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het
+vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt--als men het zoo
+noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het
+oosten der stad naar het westen te komen--door Zuiderzeewater in te
+laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van
+andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden
+f100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde
+oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste
+deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in _uit de
+Zuiderzee_, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de
+Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.).
+
+Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij
+uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr.
+VAN DER ZANDE en Dr. SCHEIJ van het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn
+zeggen: 1 dat door de gelegenheid van verversching met zoet water
+ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels
+en machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout
+is; 2 dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee
+krijgt, waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen
+gebreken in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3 dat
+vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de
+slooten stankvorming bevordert.
+
+In het Verslag van den Heer BREEBAART, samen met deskundigen opgemaakt,
+wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral
+van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in
+plaats van brak water, dat--zoo wordt o. a. voor de zandstreken
+geconstateerd--voor den grasgroei zeer nadeelig is.
+
+Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor
+drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van
+goed drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer
+drie ton gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het
+water door diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig
+gezuiverd--duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik
+is in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per
+spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz.
+
+Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de ~toestand van Friesland
+in droge tijden~, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis
+bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen,
+plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept.
+1904 uit Workum: "In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward
+en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen
+hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee
+nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in
+de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder
+Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd
+aan de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder
+dan de helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders
+den winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden". Of van dien
+ouden Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der
+Zuiderzee-Vereeniging schreef: "Wij hebben geen bruikbaar slootwater
+meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de
+afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog.
+
+In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het
+scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er
+overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut
+zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke
+kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op
+slechts ne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder
+zout"[13].
+
+[13] Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. G.
+ VISSERING, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging.
+
+Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan
+water, dat van het ~verzouten~ van het overblijvende, vooral in het
+westen der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen,
+ook te Stavoren, maar het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden
+veel beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de
+visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz.
+
+In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den
+invloed van zoet water in Friesland op den toestand van ~landbouw~,
+~veeteelt~ en ~zuivelbereiding~: "Veel grooter dan deze reeds zoo
+belangrijke schade"--nl. door te hoogen waterstand--"is die welke _te
+lage_ waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang
+aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende
+en de schade niet te overzien." In 't bijzonder wordt dan aangetoond
+de mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de
+hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee,
+door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat
+bijna overal in de Provincie te wenschen over.
+
+Ook de ~scheepvaart~, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt
+in zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook
+van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,--en dit geldt zoowel
+voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg
+de Lemmer-Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen;
+schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen
+dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden
+door inlating uit het IJselmeer.
+
+Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls veel
+schade lijdt is ook de ~zoetwatervisscherij~,--omdat nu elk jaar
+bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de
+droogvallende buitenlanden verloren gaan, omdat nu 's zomers veel zout
+water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt
+voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk
+omdat het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte
+stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor
+visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een
+droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een
+ververschingsbron achter de hand was.
+
+De ~volksgezondheid~ wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet
+zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt
+door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de
+schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert
+ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was.
+
+Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal
+meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar
+voor epidemische ziekten.
+
+~Handel~ en ~nijverheid~ zullen er ook zeker bij winnen als het
+gebrekkig verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer
+zal voorkomen. In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt
+Aquarius mee, dat het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt
+(incl. die van de stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer
+moeten gewasschen worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond
+voor de ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf
+worden per keer gemiddeld op f25.-, dus per jaar op f150.- geschat,
+dus voor alle ketels samen op f82.500 per jaar, welk bedrag echter
+vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels.
+
+Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op het Land van
+Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep.
+
+En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland
+en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende
+zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. ~verbetering der
+afwatering~.
+
+In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de
+landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden
+daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het
+water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,--omdat men niet durft,
+n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan.
+
+Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip
+en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt[14], dan
+blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen
+de vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer RENGERS,
+die daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen
+aangehaalden rede: "_Zoolang de waterinlating in Friesland niet gevonden
+is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen blijven_".
+
+[14] Tijdschr. Ned. Heide-Maatschij, 22e Jaarg. (1910), bl. 41 e. v.
+
+Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar,
+waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook
+elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat
+aanvulling daarna altijd mogelijk is.
+
+[Kantlijn: Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.]
+
+Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door
+een afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te
+scheiden,--eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten.
+
+Indertijd heeft de Hoogleeraar HARTING de vrees uitgesproken, dat als
+de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende keilaag
+werd aangelegd, zooveel water door dat zand naar binnen zou dringen, dat
+men den bodem daarachter niet zou kunnen droogleggen: door hem genomen
+proeven waren in dit opzicht niet geruststellend[15].
+
+[15] P. HARTING. De geol. en phys. gesteldheid v. d. Zuiderzeebodem.
+Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks.
+
+Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit
+vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat
+uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders
+(dus niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder
+omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de
+praktijk weinig of niets viel af te leiden[16].
+
+[16] Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water onder
+verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende
+samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst.
+1887.
+
+HARTING zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke
+waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van
+de lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil
+in waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op
+verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de
+Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn.
+En hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den
+afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en
+boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de
+dijk zelf.
+
+Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte
+in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs
+gedurende een gedeelte van elk getij overdruk _van binnen naar buiten_
+zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de
+genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts 1/90,
+bij stormvloed slechts 1/22 naar binnen zou kwellen van de hoeveelheid
+zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand op het meer
+vloeit.
+
+De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte
+van het water van het IJselmeer.
+
+[Kantlijn: Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.]
+
+Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende
+hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe
+polders en de aangrenzende gewesten?
+
+Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4e Nota der
+Zuiderzee-Vereeniging.
+
+De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt
+aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er
+op brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de
+verdamping het grootst is (1 Mei-1 September) de IJsel gewoonlijk niet
+het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten van
+sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de
+afvoer het kleinst in de herfstmaanden.
+
+Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871-1885
+(in de andere jaren zou f weinig ingelaten of de aanvoer betr.
+groot geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou
+geweest zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands
+Noorderkwartier van water te voorzien,--wat echter slechts een daling
+van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus
+zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer
+ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 die van Rijnland)
+en een te groote verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters)
+gerekend is.
+
+Daar het aangenomen peil van het IJselmeer -0.40 A.P., dat van
+Frieslandsboezem -0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) -0.58
+A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden.
+Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing
+dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten
+der sluizen wat verhoogen, b. v. tot -0,20 A.P., wat ook voor de
+scheepvaart gewenscht is.
+
+Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor
+waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend
+genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten
+bijgebouwd worden.
+
+[Kantlijn: Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.]
+
+~Voor de scheepvaart.~
+
+Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden,
+integendeel in menig opzicht worden gebaat.
+
+De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, 1/3
+ van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht.
+
+Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep,
+de Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn.
+
+In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten,
+niet "op tij" gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn
+trouwens gering,--in de zuidelijke kom 25 50 cM.--ook in vergelijking
+met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt.
+
+Het peil van -0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer
+gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand in het midden van de
+zuidelijke kom, dat van -0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager.
+Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben,
+of door afwaaiing. Standen beneden -0,60 A.P., zooals nu wel eens
+voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen.
+
+Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter
+door de afsluiting de ~bevaarbaarheid t. O. van Schokland~ onvoldoende
+worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het
+Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland.
+
+Ook zagen wij dat vr het tot standkomen der afsluiting eenige
+~havens~, die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor
+dan H.W. moet worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging
+der havendammen eenige meerdere blijvende diepte moet worden
+gegeven,--zoodat zij dan ten allen tijde bevaarbaar worden.
+
+Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste
+gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden
+waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor
+in de geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het
+Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 23 dM. water staat. Eenige
+baggering zal daar plaatselijk moeten helpen.
+
+Een voordeel is dat de ~schuttingen~ door de Oranjesluizen te
+~Schellingwoude~ zeer zullen worden bekort wegens het kleiner
+verschil tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer;
+waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen
+plaats hebben.
+
+Voor de ~vaart op Harlingen~ zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te
+leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen.
+
+Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer
+niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker
+een ~veel veiliger vaart~ worden verkregen. Op het IJselmeer zal het
+niet meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval
+is. Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte
+van dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen
+en menschenlevens niet te spreken;--zulke ongevallen zullen na de
+afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot
+belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des
+lands.
+
+[Kantlijn: Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.]
+
+Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de
+~verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib~ die de IJsel
+daarin zal aanvoeren.
+
+Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M
+per jaar kan worden geschat[17], het zand zal zich na de afsluiting wel
+op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvr, nl. op een 2700 HA.
+groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan
+worden weggebaggerd.
+
+[17] Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887.
+
+De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M 's jaars
+gesteld worden[18]. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den
+bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve
+eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt
+echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele
+oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet worden dat de
+ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet
+worden weggebaggerd.
+
+[18] Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2.
+
+Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het
+werk in het eerste jaar een kapitaal van f300.000 gebracht, dat na 66
+jaar tegen 3 percent aangegroeid tot f2.857.000 een rente zou geven
+voldoende om jaarlijks 400.000 M tegen 25 cts per M uit het IJselmeer
+te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over
+het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de
+droogmakerijen vallen.
+
+Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te
+bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter
+weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen
+den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart
+niet hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van
+zijn oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen.
+Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te
+verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar
+Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind
+(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde
+richting[19].
+
+[19] Zie de Nota van het lid der Staatscommissie J. W. WELCKER als
+ Bijlage bij het Verslag dier Commissie.
+
+[Kantlijn: Bezwaren van technischen aard.]
+
+Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den
+laatsten tijd, ~bezwaren~ gemaakt ~van technischen aard~, veelal door
+tegenstanders breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan.
+Dit nu is een fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg
+van onderdeelen gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als
+zoodanig niet treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze
+worden aangelegd.
+
+Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig.
+
+Want men bedenke wel, dat het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een
+voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten
+ongeveer te kunnen nagaan.
+
+Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de
+onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden
+uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en
+nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen
+dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan.
+
+Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp
+van Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp
+KRAUS, 1907): "Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden,
+dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van
+de overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in
+onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra
+door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het
+werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te
+doen nemen. Enz."
+
+Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het "Verslag der
+onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt
+plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting
+der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer,
+samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat ~de Blocq van
+Kuffeler~". Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,--in sommige
+zeer veel!--is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, o. a.
+ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de
+afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen,
+vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale
+gronden van Wieringen, enz. enz.
+
+Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen,
+enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen--een
+zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners
+van de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie
+van het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de
+waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die
+dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en
+geteekend is klakkeloos zouden overnemen.
+
+Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen
+is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen
+dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2e Nota, bl. 15) en de Staatscommissie
+meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van het Vlie en van
+den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft, maar dat van
+daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v. uit het Vlie
+naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste waterstand bij
+stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de Texelstroom op
+ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te liggen als het
+Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit naar den dijk
+niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met een sterken
+golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze redeneering
+zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken.
+
+Maar het is de vraag of de _gewone_ (gemiddelde of dagelijksche)
+vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan
+nu en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen
+rijzen[20].
+
+[20] Zie "Weerlegging van bezwaren", bl. 123.
+
+Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk
+en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat
+de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de
+helft verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd
+geheel ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan
+ook slechts ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar
+binnen te stroomen om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat
+er evenwicht is tusschen het water binnen en buiten[21]. Terecht
+zegt dan ook de Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu
+ingediende wetsontwerp, dat "geene of slechts geringe verhooging van
+de stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten"
+(bl. 7).
+
+[21] Ald., bl. 118 e. v.
+
+Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat
+met den bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de
+hoogte van dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche
+en Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de
+waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de
+sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger
+moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar
+daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van
+het geheele werk.
+
+[Kantlijn: Gebruik van gewapend beton.]
+
+Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan
+en zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige onderdeelen geheel anders
+zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld.
+
+Vooral het gebruik van ~gewapend beton~, dat in den laatsten tijd meer
+en meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen
+meebrengen,--wat ook invloed kan hebben op de kosten.
+
+Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit
+om verslag uit te brengen over de vraag: "in welke mate kan gewapend
+beton in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de
+meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de
+uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en
+onderhoud?"
+
+Deze "gewapend-betoncommissie", samengesteld uit de HH. Mr. P. VAN
+FOREEST, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, A. W. BOS,
+Dir. Gemeentewerken Amsterdam, J. M. VAN ELZELINGEN, Hoofdingenieur
+v. d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, B. HOGENBOOM, Oud-Inspecteur
+Generaal van 's Rijks Waterstaat, G. J. DE JONGH, Dir. Gemeentewerken
+Rotterdam, J. W. C. TELLEGEN, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht
+Amsterdam en L. VOLKER AZN., aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag
+uit[22].
+
+[22] Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911.
+
+De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te
+verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en
+zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5
+M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken
+en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij
+niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing
+van kosten is misschien daardoor te verkrijgen, maar nog moeilijk te
+bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing
+in tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit
+finantieel oogpunt.
+
+Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op
+de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat
+het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van
+Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor
+het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet
+behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen
+gulden) kan worden.
+
+[Illustratie]
+
+
+
+
+V. De aanwinst van grondgebied.
+
+
+[Kantlijn: Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.]
+
+Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche
+provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis
+van dien staat belangrijk verhoogd.
+
+Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking
+onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die
+vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk
+sneller toename der oude bevolking.
+
+[Kantlijn: Aard der gronden.]
+
+Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte
+af van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen
+twijfel te bestaan.
+
+Een groot aantal ~grondboringen~ zijn verricht. Voor het plan BEIJERINCK
+werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan;
+deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd.
+Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de
+Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102
+boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen
+verricht[23]; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de
+Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen
+der Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879
+280 boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer LELY een
+nader onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der
+Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben,
+die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128
+zijn uitgevoerd.
+
+[23] Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d. Commissie
+ uit de Waterschappen.--Haarlem 1874.
+
+Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen.
+
+Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd
+gedaan door Prof. VAN BEMMELEN en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn
+rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877.
+
+Prof. VAN BEMMELEN was van oordeel, "dat de kleigronden van de
+Zuiderzee" (klei tot 50 perc. zand) "in kwaliteit gelijk zullen zijn
+aan de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden" (50
+70 perc. zand) "der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+gronden der Groninger noordelijke zeepolders".
+
+Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek van Prof. VAN BEMMELEN tot het besluit: "dat
+minstens van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond
+van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde".[24]
+
+[24] Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters handelt
+ uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging.
+
+Bij deze uitspraak werd echter het zand als "van geen onmiddellijke
+waarde" beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele
+zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een
+belangrijk voortbrengingsvermogen vermogen kunnen hebben, vooral als
+zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot
+grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die
+uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die
+tot de vruchtbaarheid er van bijdragen.
+
+Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus
+gerust zijn.
+
+Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der
+gronden zelve af, maar ook van een ~goede afwatering~ en, in droge
+tijden, van een ~voldoende wateraanvulling~.
+
+De nieuwe gronden moeten flink diep "uit het water gehaald" kunnen
+worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen
+gebracht worden en _spoedig_ gebracht kunnen worden, ook bij sterken
+regenval.
+
+[Kantlijn: Ontzilting der nieuwe gronden.]
+
+Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig
+ontzilt worden door de daarop vallende regens. Prof. VAN BEMMELEN zegt
+daaromtrent: "Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft,
+zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden
+blootgesteld, is in de IJpolders gebleken.
+
+.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van
+den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en
+vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. _Dit
+verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven._ De genoemde
+polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het
+begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later
+nog versterkt is geworden".[25]
+
+[25] Zie hierover meer uitvoerig VAN BEMMELEN. Verslag omtr. het
+ onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee
+ v. 1875, gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de
+ bedijking en droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee,
+ enz. v. 1877, Hoofdst. IV.
+
+ En VAN BEMMELEN. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v.
+ Nederland (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866,
+ blz. 16 e. v.
+
+Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij
+zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan
+de polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste
+daarin voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze
+droogvallen,--de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M.
+inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling
+werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen
+kan beheerschen.
+
+[Kantlijn: Voorbereiding der gronden vr de uitgifte.]
+
+Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt
+er op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen
+uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen
+behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der
+gebruikers over te geven[26]. De gronden worden dan zoogenaamd zwart
+gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten,
+worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig
+verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de droogmaking
+van de Wieringermeer werd daarop gerekend. In dien tijd kunnen de
+gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit den Dollart in 1740
+bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar gedeeltelijk met
+koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een oogst, waarvan de
+verkoop na aftrek van alle onkosten de bedijkingskosten met 4852 gl.,
+6 st. en 2 d. overtrof!
+
+[26] Zie V. D. HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. De Economische Beteekenis
+ van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83.
+
+Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats hebben voor de
+rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van
+proefvelden, cultuurvakjes, enz.[27].
+
+[27] Zie o. a. HUDIG. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen voor de
+ droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914.
+
+[Kantlijn: Verkaveling en perceelsindeeling.]
+
+Wat de eigenlijke ~verkaveling~ of verdeeling der gronden aangaat door
+de kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten,
+kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak
+reeds van verschillende zijden bezien is.
+
+De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag[28] een plan met kavels
+van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van
+de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw,
+Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd
+benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van
+10 HA.[29].
+
+[28] 45.
+
+[29] Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5.
+
+[Kantlijn: Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.]
+
+Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen
+gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger
+met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest.
+Maar die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden,
+waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door
+vergelijking van ongelijksoortige gronden.
+
+Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625--in 't zuiden zand) en
+van de Heer Hugowaard (1631--grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf
+niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden
+niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk
+uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn
+nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer f100.- bruto per HA. 's jaars minder
+opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909-1911 resp. gem.
+f283.- en f382.-).
+
+Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de
+droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting
+voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en
+dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel
+met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen,
+vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars
+voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging
+in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn,
+zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de
+IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen.
+
+Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft
+kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne
+techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.]
+
+Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden
+der Zuiderzee-Provincie ~opbrengsten~ zullen geven, gemiddeld als die
+van de Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte
+waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte
+IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens
+reeds door Prof. VAN BEMMELEN werd uitgesproken.
+
+In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer
+van 1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden
+in de Waard- en Groetpolders bedroeg droeg f100.- f120.-, van de
+zavelgronden f70.- f90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte
+zavelgronden f50.- en van de zwaardere f90.- de HA. en dat men dus met
+de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde jaarlijksche
+~netto-opbrengst~ van f60.- p. HA. veilig mag aannemen, na aftrek van
+de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot afsluiting en
+droogmaking van de Zuiderzee[30] komt de Regeering tot een hooger
+bedrag, nl. van f80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die in
+Nederland in het tijdvak 1900-1909 gekocht en na 1909 weer verkocht
+zijn,--waarover hierna meer.
+
+[30] Blz. 15.
+
+Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de E. N. T. O. S. in
+1913 te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en
+Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt,
+waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van
+de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909,
+1910 en 1911. Deze waren:
+
+ in de Waard- en Groetpolders f382.- de HA.
+ in de IJpolders "374.- " "
+
+en over 1911 en 1912
+
+ in noordwestelijk Noord-Brabant (klei) "357.- " "
+ op Noord-Beveland (klei) "359.- " "
+ in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel) "336.- " "
+
+Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde
+~bruto-opbrengst~ van f350.- de HA. mogen verwachten.
+
+De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend,
+komt men dus tot een netto-opbrengst van 16 millioen gulden en een
+bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Wijze van uitgifte der gronden.]
+
+Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd
+o. a. afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden.
+Maar het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat
+tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden
+zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het
+aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende
+den pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de
+kwade daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door
+verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker
+zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk
+af in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade
+door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den
+pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren
+met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig
+belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de
+landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te
+brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den
+toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892-1893. In 't
+algemeen staat de landbouw dr het hoogst, waar de grond het eigendom
+is van de gebruikers.
+
+Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk
+een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder
+meer--daarover is men 't vrijwel eens--moet uitgesloten zijn, opdat niet
+het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan
+het oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen
+plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden,
+alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der
+gebruikers te doen blijven.
+
+Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis
+bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v.
+den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij
+annuteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden
+verkregen.
+
+Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond,
+die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die
+zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere
+gebouwen voorschieten.
+
+Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk
+gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen,
+waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden
+en waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts
+geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal
+zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen,
+zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende
+deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd
+pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander
+stelsel. Prof. MOLTZER sprak eens van "de Zuiderzee, proefveld onzer
+agrarische wetgeving".[31]
+
+[31] Zie over dit onderwerp o. a. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en VISSERING.
+ De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d. Zuiderzee, 2e
+ Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v.
+
+ Verslag der Staatscommissie 1892, 128 en Bijl. XI van dat
+ Verslag: Rapport v. d. HH. FONTEIN DE JONG en V. D. HOUVEN VAN
+ OORDT.
+
+ K. REIJNE. Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk
+ 1901. (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders).
+
+
+
+
+VI. De Zuiderzee-visscherij vr en na de afsluiting.
+
+
+Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de
+Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen.
+
+Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een
+gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het
+groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de
+wenschelijkheid daarvan te bestrijden.
+
+[Illustratie]
+
+Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door
+demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het
+Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden
+is in eene vergadering van den Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam
+besloten "te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee".
+
+Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het
+visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan--als het in 't algemeen
+dien naam verdient!--nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend
+was.
+
+Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis
+is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen
+te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent.
+
+Wel beweerde de Minister van Waterstaat DE MAREZ OYENS bij de
+behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij,
+nog altijd is "een bloeiende tak van bedrijf" en dat "de afsluiting aan
+een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in
+5 provincin (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand
+berustend".
+
+Maar wat heeft men aan zulke _woorden_?
+
+Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien "bloeienden tak van
+bedrijf" gesteld is.
+
+[Kantlijn: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij.]
+
+Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te
+schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste
+visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; n
+anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt
+soms niet meer dan 1 millioen gulden, in 1890, _het_ ansjovisjaar,
+4 millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde
+jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,--als
+men het zoo noemen wil,--een zeker aantal visschers met hunne gezinnen,
+na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven,
+zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken (gedeeltelijk
+in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen, rookerijen, enz. moet
+worden uitbetaald.
+
+[Kantlijn: Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.]
+
+Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren
+kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een ~Commissie van onderzoek~
+benoemd, waarin n lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging
+zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke
+onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.[32]
+
+[32] Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging.
+ Dl I. De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot
+ onderzoek.--Leid. 1905.
+
+Wat die Commissie ons van dat "op overouden toestand berustend
+bestaansmiddel" moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai
+beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z.
+van den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het
+geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent
+men deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van #1730#
+volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter
+724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548
+gedurende 6 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden.
+Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal
+van #3017# meerderjarige visschers.
+
+Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen
+treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is
+slecht.
+
+De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer
+vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en
+onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen
+loon aan knechts, nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en
+afschrijft op de netten ( 1/3 der waarde), dan blijft daarvan
+veelal weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon.
+
+Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk,
+Bunschoten, Hoorn, enz.).
+
+Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15
+percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers
+steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen
+een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te
+Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met
+groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart
+op loggers op de Noordzee.
+
+Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of
+een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De
+Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels
+uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid
+geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel
+verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote
+aanvoer de marktprijzen beheerscht.
+
+Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel
+goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet
+wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor
+de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden
+aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren.
+
+Wat blijft er dus over van dit "op overoude toestanden berustend
+bestaansmiddel?" Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences
+en hondekarren waren eenmaal voor velen "een op overoude toestanden
+berustend bestaansmiddel" en toch heeft men ze door den aanleg van
+spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude
+waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het
+nieuwe dat zijn plaats inneemt.
+
+[Kantlijn: Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h.
+ landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.]
+
+Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging
+onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij
+bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met
+zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht
+materieel, is een "bloeiende tak van bedrijf". Wat zou dit met zijn
+bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij
+het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst
+van 70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen,
+verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een
+welvarende bevolking van 250.000 300.000 menschen in het nieuwe
+gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen
+gulden vergaren?
+
+Een voorbeeld uit de praktijk[33]. Vrdat het westelijk gedeelte
+van het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten
+daar 2 visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de
+droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote
+boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den
+landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker
+nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het
+misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de
+verdiensten van dien anderhalven visscher?
+
+[33] K. REIJNE. Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee.
+ Beverwijk 1901, bl. 11.
+
+In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg
+door de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele
+ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden
+gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele
+visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet!
+
+[Kantlijn: Schadeloosstelling oude visschers.]
+
+Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het
+personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent
+schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe
+bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime
+schadeloosstelling hebben gevonden.
+
+Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in
+het Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4 millioen gulden
+uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke
+som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd
+soms op hoogen toon geischt dat die som grooter moest zijn[34].
+
+[34] Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het
+ bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl.
+ 239-260.
+
+De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 40 jaar
+duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen
+gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor
+goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld
+zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs,
+steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers
+schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond
+worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post
+zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren.
+
+[Kantlijn: Zoetwatervisscherij na de afsluiting.]
+
+In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de
+Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in
+den tegenwoordigen vorm.
+
+Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer
+en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet
+aan te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter
+dan die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland
+(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte
+van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die
+wateren.
+
+De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche
+Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij
+in het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen.
+Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig
+gesteld rapport uit[35], waarin men o. a. leest dat paling en spiering
+het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook
+gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden
+toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook:
+"Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen
+gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten
+van nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het
+IJselmeer een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op
+het IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden
+gedreven". Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet
+genoemd.
+
+[35] Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III. Rapp.
+ v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige
+ IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden,
+ 1906.
+
+Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal
+en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking
+der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van
+weleer op het open IJ[36]. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn
+in de afgesloten Zuiderzee?
+
+[36] Zie ook den Heer DIL van Koog a. d. Zaan i. h. Alg. Handelsblad v.
+ 1900.
+
+
+
+
+VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de
+afsluiting en droogmaking.
+
+
+Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij
+uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook
+belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is
+mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen.
+
+[Kantlijn: Bevolking in de nieuwe provincie.]
+
+Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in
+Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden,
+kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171
+beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer n per 4,8
+HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de
+Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan
+in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent
+men voor het groot landbouwbedrijf n man per 4,5 HA., dan zullen dus
+in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn,
+met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;--door
+tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter
+kunnen zijn.
+
+Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden,
+ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat
+de toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende
+provincie blijft, 250.000 300.000 bewoners zal bedragen. Ter
+vergelijking diene, dat de in hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland
+(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners
+buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan
+11.836 vrouwen.
+
+Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch
+ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het
+begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij
+kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een
+groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten.
+
+[Kantlijn: Bewoonbaarmaking.]
+
+Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vr de kolonisatie
+geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. "De vestiging
+in de Zuiderzeepolders", zegt de Staatscommissie terecht, "moet niet
+bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene,
+zij 't dan ook vruchtbare wildernis".
+
+Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten
+bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht
+70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en
+stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,--terug te betalen bij
+annuiteiten binnen 20 jaar.
+
+Ook wordt voorgesteld vr de uitgifte der gronden een aantal gebouwen
+van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet
+dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt
+daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen
+n gemeentehuis, n post- en telegraafkantoor met bijkantoren, n
+groote school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal
+zijn 8 f125000 = 1 millioen gulden, d. i. f5.- per HA. (wel wat matig
+berekend!)
+
+Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend
+op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 50 HA. grond geven om te
+kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich
+uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het
+geheel,--zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven.
+
+[Kantlijn: Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.]
+
+Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het
+besluit der meerderheid stemde, Mr. VAN NIEROP is indertijd gezegd:[37]
+"het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal
+de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige
+voorwaarden, dat elders storing ontstaat".
+
+[37] De Economist. Jaarg. 1897.
+
+De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen
+is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten.
+
+[Kantlijn: Tekort aan grond.]
+
+Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren
+grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de
+laatste 15 20 jaren 4000 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet
+alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd
+over het ~tekort aan grond~. In nagenoeg alle deelen van het land kan
+men die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te
+blijven in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel
+sterker toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het
+voor tal van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om
+hieraan te komen.
+
+Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, omdat men er van
+uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking
+mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de
+Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,--wat in elk geval
+bewijst dat er gebrek is aan grond.
+
+Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van
+1908 tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit
+oude provincin, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen
+gevestigd.
+
+Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen
+dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige
+landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,--een klacht die men om
+zoo te zeggen overal vernemen kan.
+
+Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz.
+worden of--en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen
+behalve eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten--zij verlaten als
+landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk
+een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is
+toch zeker niet in het belang van den Staat.
+
+Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan
+van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei-Juni 1910
+bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van
+meer dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de
+bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep,
+als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een
+of andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen,
+dus zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen,
+terwijl de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en
+uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500
+nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren
+zelfs tot 8 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze
+verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal
+landgebruikers aan zich trekken.
+
+De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van
+den Landbouw verzamelde gegevens[38], omtrent de ontginning van
+heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is.
+In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540
+HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede
+laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen,
+die van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans
+spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en
+bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht.
+
+[38] Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16.
+
+[Kantlijn: Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.]
+
+Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de
+nieuwe gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze
+aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke
+landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking
+jaarlijks met 1,4 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een
+aanwas van 15.000 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 4500 's
+jaars.
+
+Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders als van zelf reeds
+vr de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch
+zijn dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders
+boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die
+aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als
+vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het
+landbouwbedrijf.
+
+Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of
+seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den
+hooitijd, bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn.
+De voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te
+veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder
+werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland,
+in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral
+in het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in
+slappe tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting
+van slooten, enz. Dit is een voordeel n voor het landbouwbedrijf n
+voor die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden
+in de Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en
+droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van
+arbeid.
+
+[Kantlijn: Geen werkloozen aan het einde van het werk.]
+
+Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk
+werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen.
+
+[Kantlijn: Arbeidsloonen op oude gronden.]
+
+De Staatscommissie,--dus 20 jaar geleden en juist in een tijd
+dat het onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht
+ging,--oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog
+waren en dat, als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden
+stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden.
+
+Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als
+de prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat
+het door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen.
+En waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der
+losse arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te
+betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het
+een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan
+leiden.
+
+[Kantlijn: Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.]
+
+Om te bewijzen dat de ~verkoopprijzen~ van de nieuwe nieuwe gronden bij
+zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt,
+heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der
+gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar
+wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken
+worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling,
+enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar
+werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders,
+waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden
+de gronden verkocht:
+
+ in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. f2000 p. HA.
+ " " II 1200 " " " "2046 " "
+ " " III 1100 " " " "2868 " "
+ " " V en VI (waarin een strook veen), 334 HA. tegen
+ gem. f1800 p. HA.[39].
+
+[39] Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877.
+ Volgens de Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs.
+ v. d. R.-Wat. WORTMAN en V. D. BROEK, uitg. d. h. Dept. v.
+ Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en
+ behalve de aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor
+ _gemiddeld_ 2330 gulden de HA. Sommige perceelen brachten ruim
+ f3200 de HA. op.
+
+Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim
+5500 HA.[40] groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door
+het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wl het geval
+zijn? _De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds
+daarvoor bestede koopprijzen._ Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer
+vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op
+uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het
+bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag
+daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen
+machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende
+wijzen zullen kunnen worden voldaan?
+
+[40] Volgens DE VRIES en SCHORER. Zeeweringen en Waterschappen v.
+ Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA.
+
+En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden
+geacht, dan is de Staat niet tot verkoop _gedwongen_, maar kan ze
+zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt.
+
+Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in
+cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is
+niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te
+weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden
+gedrukt.
+
+[Kantlijn: Grondwaarde en prijzen der producten.]
+
+Hierboven werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en
+misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den
+aard der gronden, maar ook van de ~prijzen der producten~ afhankelijk
+is. Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der
+Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij
+voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een
+droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000
+quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog
+ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt
+nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en
+voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe
+bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de
+Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan
+4- 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten
+invloed zijn op de graanprijzen.
+
+Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de
+Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,--alleen
+Rusland (met Polen en Siberi) levert nog iets meer,--en hoewel de
+bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens
+den groei der bevolking en der beschaving, zoodat _daardoor_ eer
+verhooging dan verlaging van prijzen te verwachten is,--misschien kan
+de uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in
+Argentini, daarin verandering brengen.
+
+[Kantlijn: Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.]
+
+Maar #door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee,
+zal Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de
+noodige tarwe kunnen voorzien#. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA.
+met tarwe worden bebouwd, kunnen deze 160.000 50 = 8 millioen H.L.
+tarwe geven. Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu
+voortbrengt, dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L.,
+die nagenoeg voldoende is voor onze geheele behoefte.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Ontginning van woeste gronden.]
+
+Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben
+meer dan eens de ~ontginning van woeste gronden~ daartegenover gesteld.
+Waarom niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen,
+zoo vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem
+der zee?
+
+Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom
+dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene
+schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen.
+Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor
+boschbouw. En vr den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het
+binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In
+het nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste
+bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor
+boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,--wat dus de
+ontginning tot bosch zal steunen.
+
+Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning
+van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan
+in wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die
+volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport
+van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den
+aard der woeste gronden aldaar[41] wordt o. a. meegedeeld, dat een groot
+gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw, geschikt is.
+Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar is, is alleen
+geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18 20 jaar, gaat
+aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het daarin gestoken
+kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden, dalgronden en ook
+lage heiden, die men een goede afwatering kan geven, zijn bij goede
+behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te maken en
+vele geven dan weldra goede rente,--zooals o. a. op vele plaatsen,
+voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant, de aan
+de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met andere,
+waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo voorspoedig. De
+hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na veel arbeid en
+bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan een matige rente
+als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij 's winters
+door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders die uit
+geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen tevreden
+stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen schijnen
+echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een matige
+rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder Norg,
+groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch opgeleverd--de
+rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten, waarvan de kosten
+met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het aankoopkapitaal (f100.- de
+HA.) en de samengestelde rente daarvan en van de ingestoken kapitalen
+ 3 percent, f1100.- de HA. hebben bedragen,--waarbij echter nog de
+kosten van een verharden weg daarheen moeten gevoegd worden. De 15
+boerderijen daarop gesticht zijn verpacht voor 32,5 55 gulden per HA.
+voor 6 jaar[42].
+
+[41] Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900.
+
+[42] Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v.
+
+Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven;
+bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen
+de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren.
+
+Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen
+woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te
+veroveren Zuiderzeegebied.
+
+Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt
+liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds
+hunne ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen
+landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook
+op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er
+door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan
+men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van
+den Landbouw[43].
+
+[43] Zie o. a. Jaargang 1908, No. 6.
+
+Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden
+niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee.
+
+Dit zijn _beide_ zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te
+maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet _beide_ uitvoeren met al den
+ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen?
+
+Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in
+een brief uit New-York van den correspondent der ~Nieuwe Rotterdamsche
+Courant~ van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor
+den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het
+tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat
+de landverhuizing van Nederlanders naar (_Noord_-)Amerika in de laatste
+jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers
+bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den
+landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit
+het vaderland was: "uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van
+vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste
+heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen". Ook
+vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet
+tot welstand kon voeren.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Maatschappelijke voordeelen.]
+
+Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn
+nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden.
+
+[Kantlijn: Vermeerdering arbeidsgelegenheid.]
+
+Vooreerst de ~vermeerdering der arbeidsgelegenheid~[44]. Hierbij is het
+volgende wl te onderscheiden.
+
+[44] Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de
+ Drooglegging der Zuiderzee op de werkloosheid van A. PLATE en
+ A. A. BEEKMAN i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen de werkloosheid.
+ Jaarg. 1, Afl. III en IV.
+
+Gedurende ~de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.~
+der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders,
+voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs
+onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en
+betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel
+arbeid zullen vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet
+het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken
+ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz.
+zullen hebben te vervoeren.
+
+Ook de ~verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden~, die dus
+gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen,
+zal veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor
+grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden
+bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen.
+
+Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting
+der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55
+millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald.
+
+En eindelijk gedurende de ~blijvende vestiging of kolonisatie~,
+eveneens ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders
+samenvallend, moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor
+de boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare
+gebouwen moeten vr en na worden gesticht, samen voor ongeveer n
+millioen gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte
+arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe
+landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is
+daar geen geordende maatschappij denkbaar.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Voordeelen v. d. nijverheid.]
+
+Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze ~nijverheid~, vooral
+de steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor
+26 millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan
+materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892-1894). En
+bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan
+aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze
+nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan
+zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de
+touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der
+Zuiderzee.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Idem voor verkeer en marktwezen.]
+
+De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer
+der jaarlijksche producten van den landbouw, zal ~het verkeer~ per
+spoorweg, per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen
+en de "villes mortes" langs de kusten van den ouden plas zullen
+~marktplaatsen~ worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van
+inkoop en doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde
+provincie.
+
+ * * * * *
+
+~De kosten.~
+
+[Kantlijn: Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.]
+
+De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen,
+door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer
+geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met
+een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd.
+
+Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de
+uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het
+productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den
+landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer
+10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42
+HL. tarwe opbracht,--nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen.
+
+En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans,
+mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000
+KG. op.
+
+Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van
+klei- en zandgronden, beide in 6 provincin, die 1900-1909 gekocht en na
+1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van
+een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van f1004.- in 1900-1909
+tot f1698.- n 1909 en van zand resp. van f528.- tot f812.-. Op grond
+daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche zuivere opbrengst van
+f80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts f60.- in het wetsontwerp
+van 1907.
+
+[Kantlijn: Raming der kosten.]
+
+In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in
+1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van
+1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten
+van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen
+der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van
+1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op _222 millioen
+gulden_.
+
+Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet
+uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen,
+maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle
+risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader
+zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het
+Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het
+Wieringermeer,--en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken
+ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen
+(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken,
+als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan
+vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden
+beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid,
+dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare
+constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen.
+
+De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als
+nevenstaande tabel aangeeft.
+
+[Kantlijn: Beperking van het plan.]
+
+In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld
+nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van
+de beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van
+uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald.
+
+Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken
+en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden
+voorbereid.
+
+De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde
+omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land,
+waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren
+tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl
+zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar
+stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in
+het 12e jaar (in plaats van in het 14e) zal zijn tot stand te brengen
+en die van den Hoornschen Polder in het 15e (in plaats van in het 18e).
+De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en een
+oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een uitgave
+van _110 millioen gulden_ vereischen (zie boven),--dus ongeveer
+de helft van die voor het geheele plan.
+
+ =======================+========================+========================
+ | Ram. St. Comm. 1892. | Ram. St. Comm. 1914.
+ +-----------+------------+-----------+------------
+ Uit te voeren werken. | Benoodigd | Gezamenlijk| Benoodigd | Gezamenlijk
+ | bedrag. | bedrag. | bedrag. | bedrag.
+ =======================+===========+============+===========+============
+ _De afsluiting._ | | | |
+ | | | |
+ I. De afsluitdijk met | | | |
+ daarbij behoorende | | | |
+ werken. | | | |
+ | | | |
+ a. Afsluitdijk |f28.130.000| |f41.200.000|
+ | | | |
+ b. Werken op Wieringen|" 8.000.000| |" 8.700.000|
+ | | | |
+ c. Kan. Harl.-Piaam | | | |
+ en verhooging zeedijk | | | |
+ Piaam-Zurig |" 2.585.000| |" 3.550.000|
+ | | | |
+ d. Verhooging Balgdijk| | | |
+ en verbetering van de | | | |
+ havens |" 600.000| |" 600.000|
+ | | | |
+ e. Onvoorziene werken | | | |
+ in verb. m. de afsl. | | | |
+ en ter afronding |" 1.485.000| |" 950.000|
+ +-----------+f 40.800.000+-----------+f 55.000.000
+ | | | |
+ II. De verbetering v. | | | |
+ h. Zwolsche Diep | -- |" 3.564.000| |" 5.000.000
+ | | | |
+ III. De voorziening | | | |
+ i. d. | | | |
+ visscherijbelangen. | -- |" 4.500.000| |" 6.000.000
+ | | | |
+ IV. De voorz. i. d. | | | |
+ belangen der | | | |
+ waterverversching v. | | | |
+ Amsterdam en ter afr. | |" 236.000| |" 250.000
+ | | | |
+ _De droogmaking._ | | | |
+ | | | |
+ V. De inpolderingen | | | |
+ achter den | | | |
+ afsluitdijk. | | | |
+ | | | |
+ a. De | | | |
+ Wieringermeerpolder |f12.700.000| |f15.950.000|
+ | | | |
+ b. De Hoornsche polder|"22.850.000| |"28.130.000|
+ | | | |
+ c. De Zuidoostelijke | | | |
+ polder |"61.850.000| |"72.650.000|
+ | | | |
+ d. De Noordoostelijke | | | |
+ polder. |"32.500.000| |"38.220.000|
+ | | | |
+ |-----------|"129.900.000+-----------+"154.950.000
+ | +------------+ +------------
+ Totaal | |f179.000.000| |f221.200.000
+ | | | |
+
+Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal
+kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen.
+
+[Kantlijn: Nadere finantieele beschouwingen.]
+
+In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering "dat indien de
+duur van het werk--de afsluiting en de vier polders--op 30 jaar wordt
+gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders
+resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering
+der kosten zou komen, de rente eener 4 pct. leening van 222 millioen
+gulden--zijnde de totale raming--waarvan gemiddeld f7.500.000 per jaar
+zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een
+pachtopbrengst van gemiddeld f80.- per HA."
+
+Hoewel nu een zuivere pacht van f80.- de HA. zeker niet te hoog is te
+achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van
+omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als
+grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de
+eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden
+ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4 percent, uit
+de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig
+voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een
+langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking
+der kosten.
+
+Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken
+kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt.
+
+Bovendien genieten dan twee- driehonderd duizend menschen een goed
+bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook
+van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan
+de Zuiderzee gelegen gewesten.
+
+Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de Staat dit werk met
+gerustheid kan uitvoeren, waar het _als onderneming_ aan particulieren
+misschien zou moeten worden ontraden. De _Staat_ zal in elk geval nog
+goede winsten behalen.
+
+Ook Mr. VAN NIEROP erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel
+ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar
+ten slotte zegt hij: "De warmste voorstander van de droogmaking moet nog
+aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat
+het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder
+zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou
+zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen
+moeten opbrengen".
+
+[Kantlijn: Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.]
+
+Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier
+gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het
+zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in
+aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken.
+
+Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. VAN
+NIEROP verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken,
+inderdaad bestaat.
+
+Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend
+vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat
+van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet
+worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. f5.-
+stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op f10.-
+de HA. Men krijgt aldus f500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4
+percent 12 millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen t. N.
+van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op
+f5.---wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te Hoorn niet te veel
+werd geacht--, dan krijgt men f700.000 meer jaarlijksche opbrengst, dus
+17,5 millioen meerwaarde.
+
+Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor
+f10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA.
+van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met f5.- de HA.
+zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van f1.200.000
+'s jaars--een meerwaarde van 30 millioen dus,--buiten de voordeelen
+voor de nijverheid, de scheepvaart en de visscherij.
+
+Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer
+willekeurig. De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van
+zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek
+van den Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor
+Noord-Holland en Friesland samen f680.000 's jaars zouden bedragen,
+dus gekapitaliseerd tegen 4 percent een kapitaal van 15 millioen
+zouden vertegenwoordigen,--een schatting die m. i. zeker te laag is.
+
+Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen
+hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz.
+en vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar
+zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met
+hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te
+trachten ook die onder cijfers te brengen?
+
+De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate
+aanwezig.
+
+Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging
+als door de Staatscommissie uitgesproken meening: "dat de voordeelen
+van den afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou
+zijn om alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere
+droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen",--maar het blijft toch
+m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den
+afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Noodzakelijkheid van de uitvoering.]
+
+Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het
+volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande
+beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de
+opmerking dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele
+jaren) uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van
+Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken,
+enz., zegt Mr. VAN NIEROP: "Deze werken strekten om te voorzien in
+een behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde
+den aanleg van spoor- en waterwegen". En verder: "Al is het geen
+onderneming" (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), "zij is
+daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering".
+
+Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot
+afsluiting en droogmaking der Zuiderzee--er is immers geen onderscheid
+in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om
+het verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de
+bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom
+alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat
+aanleggen van spoorwegen nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen
+al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn
+als wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs
+Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men
+onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik
+te maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de
+gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale
+beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan "het openbaar belang"
+niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken?
+
+Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht.
+
+In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt
+de Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag
+beantwoordt of er voor het Rijk _voldoende reden_ voor de uitvoering
+van het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk
+misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het
+Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen.
+En: "Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door
+het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk deel
+des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen bodem met een
+aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het openen van een
+uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en werkkracht".
+
+[Kantlijn: Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.]
+
+Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en oeconomische zijde
+van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld aanbevolen om
+den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen de Zuiderzee
+gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken.
+
+Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van
+betrekkelijk kleine stukken[45], is het gemakkelijk te begrijpen dat
+dit zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen.
+Het betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken _op_ de oevers van
+nieuw aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals
+in Zeeland en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en
+hooge afsluitdijken gelegd moeten worden _op den bodem der Zuiderzee_
+en de aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel
+tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd,
+voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker
+millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn!
+
+[45] A. HUET. De meest voordeelige wijze van landaanwinning in de
+ Zuiderzee.--Zwolle 1895.
+
+Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben
+aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze
+aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen,
+als wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere
+opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij
+uitvoering in eens.
+
+En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan?
+Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel
+kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan
+droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de
+groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare
+kleigronden bestaat, en bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al
+hadden zij in 't geheel geen waarde.
+
+ * * * * *
+
+[Kantlijn: Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder
+ afsluitdijk.]
+
+Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk
+weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken,
+zooals dan ook n door de Zuiderzee-Vereeniging n door de
+Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met
+afsluitdijk.
+
+Voor zulk een droogmaking _zonder_ afsluitdijk is meer te zeggen dan
+voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in
+de _eerste_ 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door
+hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat
+dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken
+moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden
+(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en
+drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder
+zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg f3.367.000 meer). Ten slotte
+zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie):
+f212.700.000, met rente f279.000.000 en met rente op rente
+f293.000.000,--alleen deze laatste som is iets minder dan die met
+afsluitdijk.
+
+Het verschil in kosten kan dus niet beslissen.
+
+Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot n
+geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men _zoo
+spoedig mogelijk_ alle vier genoemde gedeelten droogmaken en _zoo
+spoedig mogelijk_ alle gronden uitgeven.
+
+Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd
+of tijdelijk geschorst zou worden, dan konden daardoor verliezen
+geleden worden.
+
+Maar juist dat groote _geheel_ en wel zoodra mogelijk is het wat velen
+in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en
+moet gewaagd worden.
+
+Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel;
+de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan,
+ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als n geheel
+aan te pakken en te voltooien.
+
+Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie
+te spreken, "voor een deel een quaestie van temperament".
+
+En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels,
+als men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf
+productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot
+gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk
+gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te
+worden gebracht.
+
+En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering
+zonder afsluitdijk.
+
+De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit "dat een
+inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de
+Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting". Nu die voordeelen door nadere
+beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel
+grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer
+gerechtigd tot het besluit: #Afsluiting en droogmaking volgens het plan
+van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.#
+
+
+
+
+DEEL II.
+
+WEERLEGGING VAN BEZWAREN.
+
+
+
+
+In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin
+het plan der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en
+gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch
+oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen.
+Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied.
+
+In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de
+belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts
+als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen
+afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de
+grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan
+hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige
+kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk.
+
+Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed
+denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde
+daarvan beslissen.
+
+De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden
+en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan
+kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde
+uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden.
+
+Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens
+te stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen
+beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is
+het stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij
+de tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van
+een eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan "en
+passant" wat kennis trachten bij te brengen, wat echter f zeer moeilijk
+f onmogelijk is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet
+wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op
+den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens
+is om overtuigd te worden.
+
+Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig
+het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door
+onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den
+aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal
+niet versmaden.
+
+Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven.
+
+Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij
+te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de
+Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te
+houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste
+kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor
+zouden kunnen brengen.
+
+
+
+
+Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande
+beantwoorden, den Heer GELDER, directeur en aandeelhouder van de
+Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof
+geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd
+op een vergadering te Amsterdam, waar de Heer GELDER aldus begon:
+
+"Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen
+die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten."
+
+"Waarom deugt die afsluitdijk niet?" zoo vroeg ik.
+
+"Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus."
+
+"Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?"
+
+"Ingenieurs" (meervoud) "hebben het gezegd."
+
+"Wie zijn die ingenieurs?"
+
+"De ingenieur VAN VEEN" (enkelvoud) "te Breda."
+
+"Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wl tegen de
+meerdijken."
+
+En dan klaagt de Heer GELDER er over, dat men niet met hem "debatteeren"
+wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. SMEENGE en mij
+"lafaards."
+
+Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat.
+De Heer GELDER moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het
+goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen
+doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden
+zij adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste
+beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal
+van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren
+over zijn onverantwoordelijk kabaal.
+
+ * * * * *
+
+Over de bezwaren van den Heer VAN VEEN, civ. ingenieur, oud-direkteur
+der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een
+brochure uitgegeven, getiteld "De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke
+constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der
+Zuiderzee", waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog
+te maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen
+te liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet
+voldoende zijn,--een zuiver technische quaestie dus.
+
+De Heer VAN VEEN heeft ook nog op andere "groote gevaren en bezwaren"
+gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een
+voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam.
+
+Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's _nu_ te
+bespreken. Ik zou den Heer VAN VEEN nl. willen vragen of hij
+werkelijk meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der
+Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden--of liever: of hij meent
+dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van
+uitvoering mogelijk is.
+
+Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om
+het geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de
+voornaamste zaken die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale
+raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is
+de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton,
+toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.).
+
+Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht,
+waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te
+maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld
+nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door
+de ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de
+verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren
+als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten
+trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd
+denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in
+bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid _door
+ingenieurs_.
+
+Het is wel zonderling dat men dit aan een _ingenieur_ moet in
+herinnering brengen.
+
+Ten overvloede wijs ik den Heer VAN VEEN op het in dit jaar verschenen
+"Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een
+meer uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte
+van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de
+Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat
+DE BLOCQ VAN KUFFELER." Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle
+onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan
+der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken
+en van hunne samenstelling en afmetingen, van de afwaterings- en
+scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de
+verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van
+de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke
+quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is
+gezien. Enz., enz.
+
+Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der
+onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten
+tegen windmolens!
+
+ * * * * *
+
+"De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra het plan C.
+LELY."
+
+Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen
+boekje van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een
+niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt
+van den Heer ULEHAKE, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een
+jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan
+de resultaten "veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY".
+
+Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den
+Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden
+zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den
+Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de
+nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen
+dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M.
+diep is!
+
+Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte
+toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij
+legt dien meer naar buiten in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3
+gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 11 M.
+te doen heeft, maar waarin "natuurlijk de strooming veel minder sterk
+zal zijn dan in de Helsdeur"--waarom dit "natuurlijk" is schijnt niet
+recht duidelijk. Dat werkje in volle zee--een sprong in 't duister,
+waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal
+kosten--is "een natuurlijk plan", omdat het "van de bestaande banken
+en eilanden profiteert."
+
+Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een
+afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men
+slechts de teleurstellende mededeeling: "Het spreekt van zelf, dat de
+zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan LELY, niet
+in _die_ mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor
+het plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig
+ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (_sic_) der
+zeegaten verbonden, _enkel_ "geldelijke" waren, en het dus volstrekt
+niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel
+schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY." Als die ervaren
+ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl.
+de _technische_ bezwaren enkel _geldelijke_ waren, dan is 't maar goed
+dat zijn naam niet genoemd wordt.
+
+Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door
+streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte
+heeft van een rijksdaalder.
+
+Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den
+IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor
+de afwatering en de scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze
+zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in
+open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken
+moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige
+honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen
+in het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren
+doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 30 M. en
+de Vliestroom 6 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den
+bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper.
+
+Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige
+waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om _Land_ te doen,
+land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu "met
+bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den
+modderbak." Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de
+bescheiden Heer ULEHAKE "meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek
+uit te oefenen op het plan LELY en bestudeerde het IJselmeer." En daar
+komt de minister LELY maar treurig af! Hoor, hoor!
+
+"De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te
+kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen."
+
+Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat
+kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de
+kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen
+IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij
+Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en,
+omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen langs die
+rivier, gaat hij den Krommen Rijn-Ouden Rijn-Vecht weer openen, dus den
+middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus
+ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt
+hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden
+millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op.
+Is er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden?
+
+De bescheiden Heer ULEHAKE "gevoelt als onderwijzer zeer goed het
+ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur."
+Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander
+toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. "Daar de Minister de
+uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen
+tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen
+peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die
+veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O.
+van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O.
+polder verdrinkt." Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had
+uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 2 M. lager zouden
+blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn
+plan bij den Heer ULEHAKE gekomen met verzoek om consideratie en advies!
+
+Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer ULEHAKE in
+zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af.
+
+Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee axioma's:
+
+a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken
+over gewapend en cementbeton, eene specie, die uitnemend geschikt is
+tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken.
+
+b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te
+beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs "heide maakt tot
+weide."
+
+En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer ULEHAKE "den
+doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren."
+
+The villain dies! Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan.
+
+De auteur van 't stuk beoogt "als voorloopig doel", dat zijn plan door
+de Regeering worde onderzocht.
+
+Wie weet!?
+
+ * * * * *
+
+In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer
+D. R. MANSHOLT op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om
+"een bijna waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te
+pompen, om daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten
+door de ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te
+verzuipen." De Heer MANSHOLT tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat
+de voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de
+Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze
+groote gevaren te duchten zijn.
+
+In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den
+Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari
+wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer D. R. MANSHOLT,
+de Heer L. H. MANSHOLT, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen
+brochure "De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig gevaar voor
+Friesland en Groningen" ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd.
+
+Hoewel ik in de oogen van den Heer MANSHOLT Sr. slechts een "zoogenaamd
+deskundige" ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden
+en te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne
+redeneering,--dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen
+gemaakt wordt,--is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins
+moeilijk de heeren MANSHOLT Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij
+blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de
+wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen,
+terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die
+binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien,
+drie _verschillende_ verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar
+verward.
+
+Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen.
+
+De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee
+indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en
+waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal
+tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N.
+om Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten
+doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij
+nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een
+verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water
+(L. W.)--dit _verschil_ heet de hoogte van de vloedgolf--van 5,60 M.,
+aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts
+natuurlijk meer en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze
+plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil
+toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de _buitenzijde_ van de
+eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij
+tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen MOENS-NOLTHENIUS:
+
+ ============================+=============+=======================
+ Plaatsen | buiten | binnen
+ ============================+=============+=======================
+ Texel | 1,25 M. | 1,05 M.
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Eierlandsche Gat | 1,45 " |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Vlieland | 1,65 " | 1,40 "
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Terschelling | 1,80 " | 1,70 "
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Ameland | 1,90 " | 1,70 "
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Schiermonnikoog | 2,15 " | 2,10 M. (Friesche Gat)
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Rottum | 2,30 " |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Borkum | 2,50 " |
+ ----------------------------+-------------+-----------------------
+ Cuxhaven (volgens H. Lentz) |ong. 2,80 M. |
+
+Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden _buitengaats_ noord- en
+oostwaarts tot de Elbe en dus ook de _hoogste_ zeestanden binnengaats op
+geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14
+Januari 1916:
+
+ Helder +1,75 N.A.P.
+ Texel (Oude Schild) +1,98 "
+ Vlieland (Oost-Vlieland) +2,21 "
+ Terschelling (West-Terschelling) +1,98 "
+ Roptazijl +2,86 "
+ Nieuw Bilt +2,90 "
+ Ameland +3,20 "
+ Schiermonnikoog +3,46 "
+
+Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen
+afwaaiing op de andere opwaaiing van water plaats had, zooals hierna
+zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren
+MANSHOLT onbekend te zijn, althans de Heer MANSHOLT Jr. zegt, naar
+aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten:
+"op 't eerste gezicht ziet men, dat het een _normaal_ verschijnsel is,
+dat juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten
+de Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden
+aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer
+niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan
+te nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts
+_gedeeltelijk_ gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in
+de Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke
+beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten
+volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken
+vloedstand veroorzaakt".
+
+De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en
+Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater "in
+ontzaggelijke massaas" binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm!
+Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den
+invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de
+Zuiderzee, dat dan 2 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet?
+Waarmee natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der
+zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door
+het naar binnen vloeien van het Noordzeewater.
+
+Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen
+zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het
+vloedwater daarin opgestuwd, waardoor achterin hoogere H.W.- en
+lagere L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de
+Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart.
+Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W.
+2,10 M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond
+bij Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en
+zou te Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te
+Delfzijl, als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over
+de Dollart kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de
+H.H. MANSHOLT doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp
+en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit
+geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch
+beeld van de zeestanden langs die kusten.
+
+Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als
+aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde.
+
+Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen
+komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate
+de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de
+Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw
+zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en
+L.W. buiten vr het zeegat van den Helder +0,38 en -0,87 N.A.P. en vr
+het Vlie +0,65 en -1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen
++0,32 N.A.P. en -0,23 en te Stavoren +0,21 en -0,28 N.A.P. bedragen.
+
+Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne
+grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun
+gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen
+hals tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking--ik bedoel
+nu in normale omstandigheden, dus zonder wind--nog samengestelder. Daar
+verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen
+dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij
+H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te
+7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te
+Stavoren te 9,20 u. het geval is,--in de gedeeltelijk afgesloten
+Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe
+gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus
+zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het
+Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen-Ketel, dus tot iets t.
+Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware eenigszins
+teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde getijverschillen voor van
+hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek); de plaatsen langs de
+zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog water te 12 1 uur.
+
+De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen
+zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in
+de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water
+bevat als de zuidelijke hoog water heeft.
+
+Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit
+het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld
+wordt en ook dat zij na het tijdstip van H.W. zich naar twee zijden,
+nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt.
+
+Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer
+gewijzigd.
+
+Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door:
+
+1 inloopen van Noordzeewater door de zeegaten,
+
+2 opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde.
+
+3 beide oorzaken onder 1 en 2 te gelijk.
+
+Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de
+richting van den wind.
+
+Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen,
+dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de
+storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor
+veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog
+daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft
+de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt,
+dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water
+blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de
+geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden
+daardoor veroorzaakt.
+
+Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is
+gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen
+en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing.
+
+Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of
+ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ne zijde
+voortbewogen, stel ter diepte van 2, 3, 4, 5 M.--dit hangt van de kracht
+van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door het
+wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het
+water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft
+de wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt
+geen helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder
+de voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig
+of geen aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een
+helling aan. De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht
+en van den afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden
+Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vr
+Amsterdam zoo laag _af_ dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het
+water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog _op_woei, dat er
+tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En
+bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd
+een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te
+Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen
+weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee.
+
+Een voorbeeld van inloopen _en_ opwaaien biedt de stormvloed van 13/14
+Januari 1916. In de 2 etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die
+den 13en te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting
+stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat
+de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels
+volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze
+woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 Jan.)
+zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water
+opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten,
+zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger
+waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de
+noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die
+van sommige voorafgaande stormvloeden,--wat uit de afwaaiing van dat
+gedeelte te verklaren is.
+
+Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en
+van de Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de
+beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit
+leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele
+die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal
+noemen.
+
+ * * * * *
+
+De Heer MANSHOLT Sr. zegt: "Met het oog op deze feiten ligt het m. i.
+toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van
+groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij
+direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals
+men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust,
+minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden.
+Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen
+als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de
+stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu
+deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z.
+zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde
+bergruimte--alle andere factoren gelijk gerekend--precies, in de helft
+van den gewonen tijd zal volstroomen.
+
+Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen
+beuken--'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is--het water zal ook
+ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z.
+verdeeld over de oppervlakte der wadden.
+
+Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet
+het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de
+minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke
+punt!"
+
+En toch is op deze redeneering alles af te dingen!
+
+Zij is fout en doordat de Heer MANSHOLT dit niet bemerkt heeft, bemerkte
+hij ook niet, dat de 2e alinea in tegenspraak is met de eerste.
+
+Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is
+als een andere in de helft van den tijd "volstroomt."
+
+Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud
+gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter
+inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde
+snelheid van instroomen, enz.)?
+
+Het antwoord kan niet anders luiden dan:
+
+_Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de
+opening naar binnen behoeft te loopen._
+
+Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere
+hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot
+vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele
+oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele
+zou bedragen.
+
+De fout die de H.H. MANSHOLT maken,--dezelfde trouwens die zoovelen
+maakten en nog maken--is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen
+stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook
+is, er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen
+zal stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen,
+totdat er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder
+de werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. _Het
+water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee
+geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft
+buiten op de Noordzee._
+
+Door die fout komt de Heer MANSHOLT tot de bewering dat het water binnen
+de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel
+hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 3 M. hooger!) en daardoor ook tot
+de tegenspraak daarvan, dat nl. voor _diezelfde_ hoeveelheid die volgens
+hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is
+tot vulling van die half zoo groote bergruimte.
+
+De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering
+doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de
+bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk
+tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met
+de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de
+Heeren MANSHOLT het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen
+dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou
+men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog
+kunnen doen rijzen!
+
+Zoo zeide de Heer OBREEN w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer,
+dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den
+waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water "dat
+gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen" moest dan in een
+kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat
+uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op!
+
+Ook de Heer C. P. VIJVERBERG c. i. in zijn onlangs verschenen brochure
+"Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen," die
+hierachter ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door
+dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid,
+dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke
+kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: "Het wil
+mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet
+illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den
+bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche,
+Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland
+en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen
+van den afsluitdijk Wieringen-Piaam in zeer belangrijke mate zal worden
+verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel
+van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan
+zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door
+de Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een
+belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen
+waar te nemen."
+
+Altijd weer hetzelfde! "Het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee
+wordt geborgen," dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er
+geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in.
+
+Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden
+moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de
+afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en
+verlegging van geulen, enz. Dr. LORI zegt[46] "Nu wordt evenwel de
+Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind,
+dus met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het,
+door storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer
+dan vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het
+Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans
+zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: "De
+aanleg van een dam naar Terschelling"--om die uitschuring te voorkomen
+en aanwas te bevorderen--"moet aan de afsluiting der Zuiderzee
+voorafgaan.""
+
+[46] Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36.
+
+Begrijp ik den Heer LORI wel, dan heeft hij hier niet een verhooging
+der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling
+een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats
+hebben. Mocht dit juist zijn,--wat m. i. nog niet vaststaat,--dan zou de
+aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben,
+in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden.
+
+Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der
+Zuiderzee-Wadden verkleind door het leggen van een afsluitdijk, dan zal
+ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar
+binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding.
+En dus is _door die verkleining_ geen verhooging der stormvloeden te
+wachten.
+
+De Heer MANSHOLT Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne
+meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen
+van die heeren niet begrepen.
+
+De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat H. E. DE BRUYN betoogde nl.
+in het feestnummer van "De Ingenieur" van 1911, dat door het leggen van
+den voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan
+zal stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal
+worden benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het
+hierboven gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van
+de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.)
+van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging
+van H.W. als verlaging van L.W. Stel dat deze laatste evenveel bedragen,
+dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer DE
+BRUYN ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het
+"dus ook verder oostwaarts", dat de Heer MANSHOLT er bij voegt, zal nog
+minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen.
+
+Nu zeide de Hoofdingenieur DE BRUYN wel:
+
+"Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden
+te wachten." Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker,
+dan zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer
+MANSHOLT Sr. schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor
+te stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal
+zijn, en de Heer MANSHOLT Jr. roept naar aanleiding van die bewering van
+den hoofdingenieur DE BRUYN, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: "Dit
+is bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij
+_storm_vloeden,--na afsluiting der Zuiderzee?"
+
+Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat
+geval vervalt de geheele redeneering van den Heer DE BRUYN. Immers dan
+is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen
+zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden
+geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even
+hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan.
+
+En evenmin mag de heer MANSHOLT Sr. zich beroepen op den
+oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer A. BEKAAR,--hij
+heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de
+afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen[47].
+Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het
+Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe,
+ten N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM.
+verhooging van H.W. ontstaan _onmiddellijk ten Zuiden van dien dam_
+(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan
+(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts
+verloopen. De Heer MANSHOLT maakt daarvan, dat de Heer BEKAAR heeft
+aangetoond, dat het vloedwater "op de Wester-Schelde minstens 2
+decimeter was gerezen"--iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te
+vinden is. En nog erger maakt 't de Heer MANSHOLT Jr. als hij zegt,
+dat de Heer BEKAAR in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn
+stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de
+Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger
+zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de
+Heer BEKAAR nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven.
+
+[47] Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873-1874, blz. 255.
+
+ * * * * *
+
+De Heer MANSHOLT Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te
+toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den
+tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den
+nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee.
+
+In zijn boekje leest men nl.: "Welnu, op grond van de gegevens
+betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden
+mag stellig worden aangenomen dat _gemiddeld_ die plotselinge stijging
+over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet
+minder heeft bedragen dan 180 cM." (nl. bij den stormvloed van 13/14
+Jan. 1916), "waarbij we aannemen dat _tevoren_ reeds het water 1 M.
+boven N.A.P. was opgestuwd.
+
+"De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt 360.000 HA. In enkele uren
+tijds wordt daarin dus 3.600.000.000 1,8 = 6480 millioen M water
+opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa binnen een tijdsverloop
+van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur dus 1080 millioen M
+water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000 M per seconde. Men
+houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het tijdstip, dat voor de
+zeeweringen van Friesland en Groningen het meest kritiek is, wanneer
+nl. de storm omloopt van het Westen naar het Noord-Westen of Noorden.
+
+"De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen
+een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij
+stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt,
+dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M.
+Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M.
+per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de
+Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel
+nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt _bovendien_ de
+vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden
+afsluitdijk eenige meters opgestuwd.
+
+"Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook
+een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der
+Waddenzee, boven Groningen, naar het Zuiden. Deze conclusie mag met
+stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze is
+bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de
+Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft.
+Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats
+van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen
+stroom van het vloedwater in die richting.
+
+"... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen
+steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm
+naar het Noorden de vloed direkt begint te dalen,--daarvan zal na de
+afsluiting der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee
+bij Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar
+gevormden zak niet voldoende kan ontwijken."
+
+Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring
+van begrippen. De Heer MANSHOLT Jr. had daarom beter gedaan zich
+te onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in
+becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant
+noch wal raken. Zulk geschrijf,--het moge dan te goeder trouw tot
+waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,--is meer dan
+overmoedig.
+
+Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de
+Heer MANSHOLT heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt
+van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin
+en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt:
+de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de
+duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van
+Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en
+van Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet
+de hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie
+zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M[48],
+terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker
+niet minder dan 36000 M schat. De geheele doorsnede wordt dan niet
+75000 maar 200.000 M. Deelt men dit op een ingestroomde watermassa
+van 300.000 M, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M.
+ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er
+water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles
+opslokkende Zuiderzee te vullen.
+
+[48] Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff).
+
+Toch meent de Heer MANSHOLT Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche
+waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de
+stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die
+richting af. Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen in
+'t oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten, nl.
+getijwerking (zie boven) en de (westelijke) wind, het water hooger
+opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en
+dus het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide
+krachten houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt,
+d. i. de zwaartekracht, in evenwicht, _beletten_ dus juist het water
+in westelijke richting weg te vloeien.
+
+Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer
+MANSHOLT vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en
+Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het
+grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar
+de Noordzee.
+
+Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de
+vloed direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het
+Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing
+hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft
+(zie boven). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over
+de _lengte_ der Wadden (Vlie-Friesche Gat 64 K.M. en Friesche Gat-Eems
+44 K.M.); wordt de wind noord dan over de _breedte_ (8 15 K.M.).
+
+ * * * * *
+
+Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt?
+
+Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van
+Toelichting van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting
+en droogmaking van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche
+en Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts
+geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting
+is te verwachten.
+
+Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger
+dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal
+het uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind opwaaien tegen den
+dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de
+Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer
+gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;--dus tot ongeveer +3
+A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum-Harlingen
+stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om
+bovengenoemde reden), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van
+hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen
+van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,--voor
+volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de
+verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden
+gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij
+Piaam bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat
+de Regeering voorstelt de Friesche dijken t. N. van Piaam wat te
+verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het
+westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis,
+zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen,
+waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder
+eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt.
+
+ * * * * *
+
+Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den
+afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het
+water dat _nu_ de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting _niet meer_
+door de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te
+vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men
+niets van een verhooging der stormvloeden bemerken.
+
+Wat de HH. MANSHOLT daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van
+de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op
+te houden met in de Provincin Friesland en Groningen noodeloos onrust
+te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste
+provincie een zegen zal zijn.
+
+Misschien wordt het oordeel der H.H. MANSHOLT beheerscht door hun
+antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen
+dit te mogen zeggen, omdat de Heer MANSHOLT Sr. zich niet ontziet om de
+in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking
+zullen worden verkregen "een bijna waardeloos moeras" te noemen.
+
+Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid
+is.
+
+Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den
+bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden
+betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald.
+
+Prof. V. BEMMELEN was van oordeel, "dat de kleigronden van de Zuiderzee"
+(klei tot 50 perc. zand), "in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden" (50 70 perc.
+zand) "der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der
+Groninger noordelijke zeepolders" (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp
+van 1877).
+
+Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek door Prof. V. BEMMELEN tot het besluit: "dat
+minstens van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond
+van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde." Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het
+vele zand dat _het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging_ nog
+bevatte, maar dat toch nu niet meer als "van geen onmiddellijke waarde"
+zou genoemd worden.
+
+ * * * * *
+
+Ten slotte de bezwaren van den Heer VIJVERBERG, in zijn bovengenoemde
+brochure neergelegd.
+
+Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan LELY, door
+de Staatscommissie in 1894 geraamd op 189 millioen gulden en door een in
+'t bijzonder voor de herziening der kosten benoemde Staatscommissie van
+1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog gesteld kan worden op 300
+millioen, daar prijzen en loonstandaard nog aanzienlijk zullen stijgen.
+Daar nu de ramingen van vele groote werken in binnen- en buitenland door
+de werkelijke kosten verre zijn overschreden en aan het werk van de
+afsluiting en droogmaking der Zuiderzee groote risico's zijn verbonden,
+zoo meent de Heer VIJVERBERG de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog
+als de raming en dus "niet lager te (moeten) stellen dan zes honderd
+millioen gulden en den tijd van uitvoering niet korter aan te nemen dan
+veertig jaar."
+
+Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt
+niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als
+grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer VIJVERBERG het
+volgende staatje.
+
+ =======================+=========================+====================
+ | Raming der kosten | Werkelijke kosten
+ -----------------------+-------------------------+--------------------
+ Manchester-kanaal | f 70 millioen | f195 millioen
+ Congo-spoorweg | " 12 " | " 35 "
+ Kanaal van Korinthe | " 14 " | " 28 "
+ Suez-kanaal | "100 " | "228 "
+ |{ |Verwerkt tot op
+ |{ f150 mill. (De Lesseps)|30 Juni 1913
+ |{ "281 " in 1894 | f874 millioen,
+ Panama-kanaal |{ "256 " in 1898 |geautoriseerd op
+ |{ "360 " in 1900 |dien datum f938
+ |{ "349 " in 1903 |millioen, werkelijke
+ |{ |kosten meer dan n
+ |{ |milliard.
+ Rotterdamsche Waterweg | f 6 millioen | f 43 millioen
+ Noordzeekanaal | " 15 " | " 32 "
+ Merwedekanaal | " 14 " | " 21 "
+ Sluis te IJmuiden | " 3,5 " | " 6 "
+ Verlegging van den | " 13,5 " | " 22 "
+ Maasmond | |
+ Solo-vallei-werken | |Gestaakt nadat ruim
+ | |11 millioen gulden
+ | |waren verwerkt.
+ Tijdens indiening | " 19 " |
+ wetsontwerp | |
+ Na staking der werken | " 39 " |
+
+Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche
+staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan
+te merken, dat de "werkelijke kosten" tevens die werken betreffen,
+die eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het
+oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen
+juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming.
+Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit
+zelf, als hij zegt: "Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken
+aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan
+oorspronkelijk in de bedoeling lag". Natuurlijk! Men dacht er bij het
+begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van
+9 M. beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is.
+
+Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de
+raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet
+15), terwijl het geheele werk gekost heeft f37.225.000 (dus nit 32
+millioen),--maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van
+bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen (f1.103.000)
+en van werken, niet voorzien in de concessie, f5.970.000[49]. Omtrent
+deze laatste zal de Heer VIJVERBERG misschien opmerken, dat er bij zijn
+waarvan men eerst gedurende het werk de noodzakelijkheid inzag;
+gedeeltelijk is dit echter niet het geval.
+
+[49] WORTMAN en V. D. BROEK. Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal.
+
+Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den
+Maasmond. De raming was f15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de
+kosten waren (tot Juni 1908) f24.210.443 (niet 22 mill.); maar hiervoor
+zijn uitgevoerd, behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde werken,
+de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement ROL-KOOL) voor
+f1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der Waaldijken voor
+f646.020, de brug bij Heusden (amendement SERET) voor f693.127,
+terwijl in plaats van het oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's
+Hertogenbosch-Hedikhuizen, geraamd op f549.200, de voorziening in het
+inundatiegebied van Dommel en A f2.265.710 en het scheepvaartkanaal
+Engelen-Henriettewaard f1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee
+rekening, dan wordt de verhouding van raming en werkelijke kosten niet
+13,5:22 maar ong. 30:37.
+
+Beschouwt men alleen de _genoemde_ werken in Nederland, dan is er dus
+geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te
+stellen.
+
+Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit
+de ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit _alle_ in Nederland
+uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wl uitgevoerd voor
+het bedrag der raming of voor minder?
+
+Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer VIJVERBERG doet, de kosten van
+de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op
+het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus
+verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast.
+
+Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico
+verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico
+aan verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende
+de uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook
+ten aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen ondergrond
+komen te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel
+bewijzen, als hij zegt: "Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld
+technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit
+en tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd
+zijn en nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg,
+dat die werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei
+slechte invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een
+kort tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar."
+
+"In volle zee"--lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan
+alle zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,--wordt dan toch
+alleen de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts
+1/3 van het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar
+geschat wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote
+droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen
+voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken "in
+volle zee" genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al
+zeer gering.
+
+De financieele beschouwingen over het werk die de Heer VIJVERBERG
+vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten
+van 600 millioen,--zoodat "de Provincie Lelyland", als de gronden voor
+gemiddeld f1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het
+werk, volgens hem aan het land nog een schuld van f300 millioen zal te
+dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan.
+
+Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van
+de groote niet-rechtstreeksche voordeelen, die voor het geheele land
+zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare
+provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend
+vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering
+en wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten,
+welke voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen
+vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het
+onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden.
+
+ * * * * *
+
+Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer
+VIJVERBERG, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van
+13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken "als het ware misbruikt
+(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee." En daarop
+volgt: "Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die
+rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of
+het behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral
+aan het voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van
+Texel, Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden
+gemaakt, dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt
+ingejaagd,"--welke meening dan door den Heer VIJVERBERG terecht wordt
+bestreden, want zij is geheel onjuist.
+
+Maar de Heer VIJVERBERG noemt de geschriften niet waaruit hem dat
+"misbruik" en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn
+gebleken.
+
+Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der
+Zuiderzee-Vereeniging Mr. VISSERING in het Handelsblad, Een harde les,
+enz. van 15 Jan. e. v., of van dat van mijn hand in de N. R. Courant
+van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend
+vermogen der zeegaten?
+
+Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat _als_ de Zuiderzee
+afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet
+voorgekomen zou zijn,--iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het
+maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet
+een "misbruik" maken van de omstandigheden.
+
+Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat
+afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van
+dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging
+beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. LELY in hare
+Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee _niet noodzakelijk_ kan
+worden geacht om de Zuiderzee-provincin op den duur tegen het geweld
+der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend
+middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af
+te tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in
+de dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden
+geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in "De
+Ingenieur"), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken,
+over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten,
+enz.--vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal
+kosten.
+
+_Het wegnemen van "het Zuiderzeegevaar" voor de dijken binnen de
+afsluiting is slechts n der voordelen uit een technisch oogpunt,--en
+zelfs volstrekt niet het belangrijkste,--die een gevolg zullen zijn van
+de afsluiting._ In zijn opstel "De afdoende verbetering" wordt dit dan
+ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet
+en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd[50].
+
+[50] Zie "De Watervloed van 13/14 Januari 1916", uitg. d.d.
+ Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16.
+
+Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar
+aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een
+_mis_bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft.
+
+ * * * * *
+
+De hierop volgende beschouwing van den Heer VIJVERBERG handelt over
+het bezwaar van den Heer D. R. MANSHOLT omtrent de verhooging der
+waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver
+dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het
+quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in
+zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind,
+en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op
+de Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze
+quaestie is reeds hiervoor (bl. 118 e.v.) uitvoerig behandeld waarnaar
+ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling
+der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden
+gezegd.
+
+De Heer VIJVERBERG zegt ook: "Het komt me echter niet meer dan billijk
+voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren
+van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders"--nl. die langs de
+Zuiderzee _binnen_ den afsluitdijk--"hunne dijklasten ook in 't
+vervolg blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe
+Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende
+polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering
+der plannen LELY eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte
+wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche
+onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het
+gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar.
+
+Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening
+gehouden te zijn".
+
+Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van
+voorbedijking vergist de Heer VIJVERBERG zich. Dat zoogenaamd "recht van
+dijkvelling" bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en
+is ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft
+nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet.
+De Heer VIJVERBERG verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de
+aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of
+waterschap.
+
+Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het
+Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen.
+
+Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook
+anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds
+den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht,
+niet alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel
+grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,--men denke
+b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvr. Bovendien werd na de
+uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen
+telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden
+de binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland
+geheel, andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van
+zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk
+zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot
+gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat,
+dus mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden
+verlost? Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet
+rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert
+men echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van
+dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade[51]
+ 4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 11
+millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met
+de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee?
+
+[51] Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging.
+
+ * * * * *
+
+De Heer VIJVERBERG wijst er ook op, dat de voordeelen voor
+de afwatering der aangelegen landen bij een afsluiting der
+Zuiderzee,--daarin bestaande dat die landen daarop beter en gedurende
+langere perioden langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen
+kunnen afwateren,--worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken
+tot noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een
+niet onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de
+gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk
+zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij
+willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle
+andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge Zuiderzeestanden worden nu
+veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na de
+afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door opwaaiing
+die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere IJselmeer zijn
+kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de windkracht ook
+afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft. Om deze beide
+redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5 tot 2 M.
+blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en zal de
+duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer verminderen.
+Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ne zijde, aan de
+andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de afwatering kan
+ten goede komen.
+
+De Heer VIJVERBERG neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot
+voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche
+Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de
+afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands
+afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel
+heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het
+Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de
+afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal
+zijn. Maar daartegenover staat:
+
+1 Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot -0,30
+-0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste
+gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van
+kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd;
+
+2 doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten en er dus
+voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het
+inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het
+voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk
+watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen
+laten afstroomen.
+
+Wat de Heer VIJVERBERG dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen
+in de afwatering van Friesland, ook zonder afsluiting der Zuiderzee,
+doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed op de
+hoogte is. Immers hij zegt: "Friesland kan echter zeer voldoende langs
+natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar lage
+ebben en diep water voorkomen".
+
+Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl.
+in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu
+zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door
+kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet
+tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem
+voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog
+niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote
+voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer
+Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan
+reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880-1889, die 4
+millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel
+onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen
+niet tevens zeer worden verruimd.
+
+Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies: "Bovendien is
+het aanhouden van n zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's
+boezem gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen
+behooren groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen
+bemalingswerktuig en eigen boezempeil" (lees polderpeil); "dan kan
+Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede
+zal kunnen komen en de afwatering bevorderen". Het Friesche boezem_peil_
+is niets dan een peil ter vergelijking (-0,66 N.A.P.), naar welks
+bereiking nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas
+soms nog lagere boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.-1 Okt. schijnt
+een boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus -0,54 N.A.P.),
+het meest gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer VIJVERBERG, dat
+na inpoldering der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van
+particulieren is) de boezem_stand_ wel hooger kan zijn dan nu. Dat
+die boezem- of buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven
+Friesland's boezempeil, dus van -0,46 N.A.P., onder water gaan komen,
+worden ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun
+grasgewas dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan
+worden verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem
+bij standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000
+H.A. verkleind (van 1/5 tot 1/12) en in natte tijden zullen daardoor
+de standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M.,
+hoewel zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog
+worden verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den
+boezemstand, waaraan dan _het geheele boezemgebied_ behoefte heeft
+zeker niet gemakkelijker maken, maar de Heer VIJVERBERG zegt, dat
+daardoor dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... _bevorderd_!
+De Heer VIJVERBERG schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar
+watervrij worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen
+zal zijn, maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn,
+zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij
+den tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade
+lijden door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit
+hun winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere
+beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een
+deskundige als de Heer TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, lid van Ged.
+Staten van Friesland, "dat men bij het stellen van de voorwaarden,
+waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate
+de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand,
+maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het
+droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer
+zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;.."[52]
+
+[52] Tijdschr. Heide Mij, 1910, bl. 39.
+
+ * * * * *
+
+Vervolgens bespreekt de Heer VIJVERBERG nog de quaestie van de
+aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte
+met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van
+onberekenbaar nut zou kunnen zijn en "uit dat oogpunt het te vormen
+IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde". Maar dan berekent
+hij dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien door aanvoer
+van water uit den IJsel, waarvan de kosten echter "niet onbeteekenend
+zullen blijken", terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals
+door den ingenieur CONRAD in de vergadering van het Kon. Instituut v.
+Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: "Waar uit
+het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-LELY
+wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid
+om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt
+met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als
+zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit
+haren nood te helpen". Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie
+heeft dat ooit gezegd?
+
+Wl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd
+betoogd, dat _al_ die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de
+afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. _tegelijk_
+door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen
+enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting.
+
+Maar nu rekene de Heer VIJVERBERG eens uit hoeveel het verkrijgen
+van al die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering
+en het onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der
+afwatering van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte
+hebben, de wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W.
+Overijsel en Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens
+bijeen en vergelijke de uitkomst eens met de geraamde kosten van den
+afsluitdijk (66 millioen),--met de verbetering van het Zwolsche Diep en
+de schadeloosstelling aan de visschers,--waarbij dan nog te bedenken
+is, dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten
+van de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard.
+
+ * * * * *
+
+En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden
+als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der
+Zuiderzee te kunnen nalaten!
+
+De Heer VIJVERBERG somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er
+bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder
+die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte
+toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot
+genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot
+nu door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van
+spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,--ook dat ben ik met den Heer
+VIJVERBERG eens.
+
+Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in
+de Zuiderzee?
+
+Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste
+gronden zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk
+zooveel hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter
+voortbrengingsvermogen van deze laatste.
+
+Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt:
+de Heer VIJVERBERG noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan
+kan slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met
+goede afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede
+uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt,
+maar ten koste van veel arbeid en veel geld: de Heer J. T. CREMER o. a.
+deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente
+(600 H.A.) hem f1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet
+gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte
+der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan
+eerst na 18 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk
+dit alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden,
+die dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van f350.- en
+netto-opbrengsten van f80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook
+hoogere ontginningskosten gewettigd zijn.
+
+Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn
+in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge
+mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij
+_beide_ in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet
+tegen de andere worden uitgespeeld.
+
+
+
+
+SLOTWOORD.
+
+
+Tot zoover hebben wij Dr. A. A. BEEKMAN aan het woord gelaten, die tot
+onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende
+wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor
+het voetlicht heeft gebracht.
+
+Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij
+herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren
+steeds dringender moet worden uitgesproken.
+
+Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der
+Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich
+op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de
+ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in
+voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker
+en beter kan maken.
+
+Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen,
+het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen
+van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de
+toekomst ons het nuttigst wezen kan.
+
+Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als
+hoogste wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van
+roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft
+ons land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche
+weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde
+vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van
+Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven,
+niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige
+vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de
+goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag
+gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente.
+
+Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen
+bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van
+een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden
+dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd
+wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen,
+die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren,
+afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de
+afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt.
+
+In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een
+der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om
+redenen uitgelegd in bijgaand schrijven:
+
+"Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot
+nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van
+ons land, van den invoer van graan, heeft mij doen inzien dat het
+droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende
+binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij
+onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons
+den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken.
+
+"Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale
+onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel
+mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te
+geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen
+noteeren".
+
+Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot
+stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls
+neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een
+actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten
+tijd tot stand gebracht.
+
+Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland
+eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig
+millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den
+oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van
+gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indi van
+te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen
+gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend
+geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen,
+die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen
+medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van
+noodzaak was eindelijk wakker geworden, en door samenwerking was meteen
+de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders,
+de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen.
+
+Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan;
+ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van
+onthouding, het aanvaarden van de daad.
+
+De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland
+geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te
+ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een
+doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is
+er juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die
+aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot
+drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den
+uitputtenden strijd met Belgi Nederlands financin er droeviger
+voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk
+aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd.
+En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn
+economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze
+heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf
+voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen
+gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat
+toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor
+het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te
+vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij
+onze vaderen van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze
+ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het
+tienvoud zal bedragen van toen?
+
+Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat
+men zou kunnen noemen een "landhonger"; talrijke jonge mannen uit
+nijvere gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen
+bedrijf te kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende
+van werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden
+steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes
+grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest
+de vlijt ook is.
+
+Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons
+land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter
+gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot
+verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de
+eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering
+moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van
+ver over zee te halen?
+
+In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden
+thans dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder
+vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te
+benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het
+is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om
+zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart
+van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener
+geheele provincie, en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij
+zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt
+ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die
+vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden.
+
+Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar
+eigen grond hunkeren, wij hebben het geld.
+
+Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den
+meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap
+van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over
+de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan
+de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld
+in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan
+elkander te ontnemen.
+
+In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de
+onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven,
+een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland
+moeten bepalen?
+
+Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat
+niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons
+moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839!
+
+Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze
+geerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de
+onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo
+rijp voor zulk een daad.
+
+Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans
+spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging.
+
+Amsterdam, 6 Januari 1917.
+
+ Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:
+
+ Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_.
+ Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_.
+ Dr. J. KRAUS.
+ L. VOLKER Azn.
+ Jhr. Mr. P. VAN FOREEST.
+ TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS.
+ Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_.
+ Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_,
+
+ Nieuwendijk 121 Amsterdam.
+
+
+
+
+De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven:
+
+
+ 1887. Technische Nota no. 1: betreffende het onderzoek omtrent }
+ de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee }
+
+ 1887. Nota no. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering }
+ der provincin langs de Zuiderzee }
+
+ 1888. Nota no. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing }
+ der provincin langs de Zuiderzee }
+
+ 1889. Nota no. 4: de invloed der afsluiting op de }
+ waterverversching der provincin langs de Zuiderzee. De }
+ invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee }
+
+ 1890. Nota no. 5: de constructie en de kosten van den }
+ afsluitdijk, de sluizen en de bijkomende werken. De } f10.-
+ voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de }
+ droogmaking }
+
+ 1891. Nota no. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 }
+ en 1890 }
+ _a._ grondboringen. }
+ _b._ stroommetingen. }
+ _c._ diverse metingen. }
+
+ 1891. Nota no. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der }
+ verschillende indijkingen }
+
+ 1891. Nota no. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot }
+ afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee }
+
+ 1892. Oeconomische en finantieele beschouwingen van het
+ Dagelijksch Bestuur naar aanleiding der resultaten van het
+ technisch onderzoek vervat in de acht Nota's f0.50
+
+ 1892. Endiguement et Desschement du Zuiderzee "0.50
+ I. Considrations conomiques de la
+ Zuiderzee-Vereeniging.
+ II. Discours, prononc par M. J. M. TELDERS.
+
+ 1894. Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie "0.25
+
+ 1895. Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee "0.25
+ Antwoord van S. J. VERMAES op hoofdartikelen Nieuwe
+ Rotterdamsche Courant".
+
+ 1898. De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging
+ der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR. G.
+ VISSERING "1.50
+
+ 1901. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de
+ Zuiderzee met Toelichtende Memorie "0.60
+
+ 1901. De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging
+ der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR G.
+ VISSERING.
+ Tweede herziene en bijgewerkte uitgave f1.50
+
+ 1905. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide
+ Kamers der Staten-Generaal "0.50
+
+ 1905. Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie
+ van Onderzoek.
+ Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat,
+ Handel en Nijverheid met Nota van Beantwoording der
+ Zuiderzee-Vereeniging "1.-
+
+ 1906. Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij
+ over de Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer
+ en in de wateren der droog te leggen polders "0.25
+
+ 1908. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de
+ beide Kamers der Staten-Generaal, uitgegeven door de
+ Zuiderzee-Vereeniging. Deel II "1.-
+
+ 1911. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee "1.-
+ I. De voordeelen van de voorziening der provincin
+ Friesland en Noord-Holland met zoet water.
+ II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen
+ voor 1908, 1909, 1910, 1911.
+ III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot
+ droogmaking der Wieringermeer.
+ IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar
+ 1910.
+ V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in
+ Juli 1909.
+
+ 1911. De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911,
+ bevattende Verslag der Commissie over de toepassing van
+ gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten "1.-
+
+ 1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de
+ Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk "0.60
+
+ 1914. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee "1.-
+ I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de
+ Werkloosheid.
+ II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen
+ voor 1912 en 1913.
+ III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned.
+ Heidemaatschappij.
+ IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op
+ Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913.
+
+ 1916. De Watervloed van 13-14 Januari 1916 "0.50
+
+
+[Illustratie: PLAN VAN AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ~ZUIDERZEE~.
+
+(ZUIDERZEE-VEREENIGING--STAATSCOMMISSIE)]
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: DIGGELEN 8 |
+ | C: DIGGELEN 9 |
+ | B: afwatering van Friesland 35 |
+ | C: afwatering van Friesland 34 |
+ | B: Ameland ongeveer 1.90 M. bedraagt. |
+ | C: Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. |
+ | B: kust ver boven HW. opzetten, |
+ | C: kust ver boven H.W. opzetten, |
+ | B: in het IJ 0,52 M. te Muiden |
+ | C: in het IJ 0,52 M., te Muiden |
+ | B: Plan BEIJERINCK |
+ | C: Plan BEIJERINCK. |
+ | B: particulieren. |
+ | C: particulieren." |
+ | B: G. VISSERING. De Oeconomische beteekenis |
+ | C: G. VISSERING, De Oeconomische beteekenis |
+ | B: door 21 van dc 27 leden; |
+ | C: door 21 van de 27 leden; |
+ | B: |
+ | C: [Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] |
+ | B: en uitwateringsluis in de Binnenhaven |
+ | C: en uitwateringssluis in de Binnenhaven |
+ | B: oppervlakkig beschouwd, ook moge |
+ | C: oppervlakkig beschouwd ook moge |
+ | B: uitstek-deskundigen, de HH. |
+ | C: uitstek deskundigen, de HH. |
+ | B: toestand dikwijls veeI |
+ | C: toestand dikwijls veel |
+ | B: aangehaalden rede. "_Zoolang de |
+ | C: aangehaalden rede: "_Zoolang de |
+ | B: 1907 betr. de drooogmaking |
+ | C: 1907 betr. de droogmaking |
+ | B: Opbrengst v. d. Zuiderzee visscherij. |
+ | C: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij. |
+ | B: zeilmakerijen mast- en blokmakerijen, |
+ | C: zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, |
+ | B: in een belangrijk deel deel |
+ | C: in een belangrijk deel |
+ | B: Achtereen volgens indijken en |
+ | C: Achtereenvolgens indijken en |
+ | B: te beperken en te beheerschen'" |
+ | C: te beperken en te beheerschen." |
+ | B: "Zijn vernietigende uitspraak |
+ | C: Zijn vernietigende uitspraak |
+ | B: (L. W,)--dit _verschil_ heet |
+ | C: (L. W.)--dit _verschil_ heet |
+ | B: +2.21 " |
+ | C: +2,21 " |
+ | B: +1.98 " |
+ | C: +1,98 " |
+ | B: +2.86 " |
+ | C: +2,86 " |
+ | B: +0,32 N.A.P. -0,23 en te Stavoren |
+ | C: +0,32 N.A.P. en -0,23 en te Stavoren |
+ | B: voorafgaan." |
+ | C: voorafgaan."" |
+ | B: leest men nl: "Welnu, op grond |
+ | C: leest men nl.: "Welnu, op grond |
+ | B: daarin dus 3.600.000.0000 |
+ | C: daarin dus 3.600.000.000 |
+ | B: meest kritiek is wanneer |
+ | C: meest kritiek is, wanneer |
+ | B: boven Groningen, naat het Zuiden. |
+ | C: boven Groningen, naar het Zuiden. |
+ | B: nog wal raken. Zulk |
+ | C: noch wal raken. Zulk |
+ | B: richting af Maar waardoor wordt |
+ | C: richting af. Maar waardoor wordt |
+ | B: wind opwaaiien tegen den |
+ | C: wind opwaaien tegen den |
+ | B: de Staatcommissie in 1894 geraamd |
+ | C: de Staatscommissie in 1894 geraamd |
+ | B: Heusden (amendement Seret) voor |
+ | C: Heusden (amendement SERET) voor |
+ | B: van 13/14 Januari 1916, uitg. |
+ | C: van 13/14 Januari 1916", uitg. |
+ | B: afwatering van Fiesland, ook zonder |
+ | C: afwatering van Friesland, ook zonder |
+ | B: Tijdschr. Heise Ms, |
+ | C: Tijdschr. Heide Mij, |
+ | B: acht Nota's f0 50 |
+ | C: acht Nota's f0.50 |
+ | B: uitgave f1 50 |
+ | C: uitgave f1.50 |
+ | B: Generaal "0 50 |
+ | C: Generaal "0.50 |
+ | B: polders "0 25 |
+ | C: polders "0.25 |
+ | B: Zuiderzee "1 - |
+ | C: Zuiderzee "1.- |
+ | B: Noord-Holland met zoet water |
+ | C: Noord-Holland met zoet water. |
+ | |
+ +--------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+***** This file should be named 38426-8.txt or 38426-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/38426-8.zip b/38426-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..30c5440
--- /dev/null
+++ b/38426-8.zip
Binary files differ
diff --git a/38426-h/38426-h.htm b/38426-h/38426-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..fe4cf32
--- /dev/null
+++ b/38426-h/38426-h.htm
@@ -0,0 +1,6315 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren, by Anton Albert Beekman.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 110%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 2em;
+ font-weight: normal; font-size: 120%;}
+.h2uitg {font-size: 167%;}
+h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 1em; font-size: 100%;}
+.h3voor {font-size: 117%;}
+.h3weer {margin-top: 6em;}
+small {font-size: 67%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+p.nota {margin-left: 1em; padding-left: 1.5em; text-indent: -1.5em;}
+p.notasub {margin-left: 3.5em; padding-left: 1em; text-indent: -1em;}
+
+div.voorblad {margin-top: 1em; margin-bottom: 0.5em; text-align: center; font-size: 100%;}
+div.title {margin-top: 5em; margin-bottom: 1em; text-align: center;}
+div.verso {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 32em; font-size: 60%; text-align: center; border-top: 1px solid black;}
+div.voor {margin-top: 4em; margin-bottom: 2em; font-size: 85%;}
+div.vwquote {padding-left: 2em;}
+div.intro {font-size: 85%;}
+div.db {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: 22em; margin: auto;}
+p.plist1 {padding-left: 2.5em; text-indent: -1.5em;}
+div.inhoud {margin-top: 2em; margin-bottom: 1em;}
+div.uitgaven {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 75%;}
+div.kaart {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;}
+div.fnsep {width: 17%; border: 1px solid black; text-align: left;
+ margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+div.chbegin {width: 17%; border: 1px solid black;
+ margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+div.chend {width: 17%; border: 1px solid black;
+ margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+
+/* TB */
+hr {width: 30%; clear: both; border: 1px solid black;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+hr.hr20 {width: 20%; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+.sidenote {padding-bottom: 0.3em; padding-top: 0.3em; padding-left: 0.3em; padding-right: 0.3em;
+ max-width: 14em; margin-right: 0.4em; margin-top: 0.4em; margin-left: -3em;
+ float: left; clear: left; font-size: 67%; text-align: center;
+ color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px; }
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 80%;}
+.polder {margin-left: 0em; margin-right: auto;}
+td.tdlinh {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdlinh1 {text-align: left; padding-left: 1.5em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em;
+ padding-top: 0.7em; padding-bottom: 0.7em;}
+td.tdlinh2 {text-align: left; padding-left: 3.5em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em;}
+.bedragen {border-collapse: separate; border-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; font-size: 67%;
+ padding: 2px 0 0 0; border-top: 4px solid black;}
+th.bedragkop {font-weight: normal;
+ padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;
+ padding-top: 1em; padding-bottom: 1em;
+ border-color: black; border-style: solid;
+ border-top-width: 1px; border-bottom-width: 3px;
+ border-left-width: 0px; border-right-width: 1px;}
+th.nobrw {border-right-width: 0px;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdj {text-align: justify; padding-left: 2em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; vertical-align: bottom;}
+.zzvl {text-align: left; vertical-align: top;}
+.zzvr {text-align: right; width: 5em; vertical-align: top;}
+
+/* BORDERS */
+.br {border-right: 1px solid black;}
+.bb {border-bottom: 1px solid black;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.floatleft {float: left; width: auto;}
+.floatright {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: auto;}
+.i1 {text-indent: 1em; text-align: left;}
+.i1rev {padding-left: 1em; text-indent: -1em; margin-top: 0em; margin-bottom: 0em;}
+.i2 {text-indent: 2em;}
+.ri1 {padding-right: 1em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+sub {vertical-align: -0.3em; font-size: 75%;}
+.smcap {font-size: 80%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;}
+abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;}
+
+/* IMAGES */
+img {border: 0;}
+.figcenter {margin-left: auto; margin-right: auto; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; text-align: center;}
+.caption {text-align: center;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 75%; text-align: justify; }
+.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;}
+.fnanchor {text-decoration: none; margin-left: 0.1em;}
+
+.size67 {font-size: 67%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+.size90 {font-size: 90%;}
+.size110 {font-size: 110%;}
+.size120 {font-size: 120%;}
+.size150 {font-size: 150%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.
+Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren.
+ uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging
+
+Author: Anton Albert Beekman
+
+Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.<br />
+ Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling (met/zonder accent, met/zonder koppelteken,
+ met/zonder tussen-s en ph/f-verschillen) zijn behouden.</p>
+
+ <p>Een extra verduidelijking of vertaling is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een
+ <ins class="info" title="Vertaling of verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p>
+
+ <p>Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende
+ illustratie te klikken.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="i">&nbsp;</span><a id="p_i"></a></p>
+
+<div class="voorblad">
+ <h1>DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.<br />
+ &mdash;&mdash;&mdash;&mdash;<br />
+ WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</h1>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="ii">&nbsp;</span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="iii"><br />&nbsp;</span><a id="p_iii"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <p class="tp"><span class="size90">DEEL I.</span><br /><br />
+ <span class="size150">DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.</span></p>
+
+ <hr class="hr20" />
+
+ <p class="tp"><span class="size90">DEEL II.</span><br /><br />
+ <span class="size150">WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</span></p>
+
+ <hr />
+
+ <p class="tp size110">UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING.</p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 142px;">
+ <img src="images/ill_piii.png" width="142" height="231" title="TUTA SUB AEGIDE PALLAS" alt="drukkersmerk E.J. Brill" />
+ </div>
+
+ <p class="tp size90">N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ<br />
+ <span class="size67">VOORHEEN</span>
+ <span class="size120">E. J. BRILL,</span> LEIDEN 1917.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iv">&nbsp;</span><a id="p_iv"></a></p>
+
+<div class="verso">BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.&mdash;LEIDEN.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="v">&nbsp;</span><a id="p_v"></a></p>
+
+<div class="voor">
+
+ <h3 class="h3voor"><a id="VOORWOORD"></a>VOORWOORD.</h3>
+
+ <p>In den eersten jaargang van den &bdquo;Praktischen Volks-Almanak&rdquo;, een
+ jaarboekje ter verspreiding van kennis der &bdquo;Toegepaste Wetenschappen&rdquo;,
+ uitgegeven te Haarlem bij <span class="mixcap">A. C. Kruseman</span>, en verschenen 1 Januari 1854,
+ komt als titelplaat voor &bdquo;<i>Haarlemmermeer</i>&rdquo;.</p>
+
+ <p>Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in
+ 3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens
+ het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het
+ ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in
+ 1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de
+ Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere,
+ voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius,
+ aangevangen is het water uit de &bdquo;Meer&rdquo; te pompen, tot afvoer door de
+ Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den
+ Katwijkschen Rijn.</p>
+
+ <p>Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare
+ landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en
+ gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag
+ het onbekende jaartal 18...</p>
+
+ <p>Een bijschrift &bdquo;bij de Titelplaat&rdquo; bevat het volgende hoogst
+ merkwaardige slotstuk:</p>
+
+ <div class="vwquote">
+ <p>&bdquo;En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders
+ land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot
+ hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft
+ het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver
+ doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen
+ aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:&mdash;den
+ bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene
+ <span class="pagenum" title="vi">&nbsp;</span><a id="p_vi"></a>vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen
+ door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de
+ voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar
+ elders vervoerd zullen worden.&rdquo;</p>
+
+ <p>&bdquo;Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het
+ Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de
+ productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der
+ dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts
+ worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen
+ bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen
+ van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe.
+ Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water
+ overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den
+ verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden
+ staat als het ware tusschen beide in.&mdash;Elke aanwinst van land, en
+ met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder,
+ is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de
+ gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich
+ ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat
+ het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat
+ het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede
+ uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke
+ ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den
+ welstand der natie.&rdquo;</p>
+ </div>
+
+ <p>Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen,
+ dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn.
+ Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de
+ toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral naar
+ aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een
+ opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen
+ te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar
+ armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke
+ thans alom in de Meer te vinden zijn.</p>
+
+ <p>De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige <span class="pagenum" title="vii">&nbsp;</span><a id="p_vii"></a>tijden
+ gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de
+ ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate
+ er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte
+ fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat
+ deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de
+ meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de
+ verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren.</p>
+
+ <p>Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der
+ tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te
+ brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig zou
+ niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die
+ droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden.
+ En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert <span class="mixcap">Jan Adriaanszoon
+ Leeghwater</span>, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste
+ ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar
+ waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan
+ belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot
+ de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel
+ Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst
+ belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze
+ duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming,
+ toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was
+ geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een
+ later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te
+ gaan niet meer heeft kunnen begrijpen.</p>
+
+ <p>Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de
+ geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op
+ het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het
+ Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze
+ gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de
+ dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld
+ dit werk te ondernemen <span class="pagenum" title="viii">&nbsp;</span><a id="p_viii"></a>en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja
+ erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook
+ maar een oogenblik met ernst te onderzoeken.</p>
+
+ <p>In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen;
+ aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp
+ tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal
+ indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide
+ het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder
+ noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland
+ goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratin afgebeeld,
+ spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen
+ van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen
+ de beindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den
+ lijve werden gevoeld.</p>
+
+ <p>Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vr- en tegenstanders
+ wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige
+ oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den
+ moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en
+ gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het
+ grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is.</p>
+
+ <p>Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een
+ eeresaluut aan de Regeering worden gebracht.</p>
+
+ <p>De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten,
+ boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details
+ uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje
+ toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp heeft
+ de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt overzicht
+ te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke
+ drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen
+ uitgaven; de heer dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>, de onvermoeide strijder voor de
+ Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid
+ verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij
+ hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het <span class="pagenum" title="ix">&nbsp;</span><a id="p_ix"></a>publiek
+ voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt
+ daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele
+ geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene
+ verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van
+ uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele
+ details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus,
+ dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte
+ trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging
+ en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak
+ willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide
+ litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling van
+ belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels
+ bepaaldelijk daaraan gewijd.</p>
+
+ <p>In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen
+ tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn
+ daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren.
+ Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige
+ kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld
+ ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke
+ Dr. <span class="mixcap">Beekman</span> op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den
+ titel van &bdquo;Weerlegging van Bezwaren&rdquo; is deze behandeling als tweede deel
+ bij dezen bundel gevoegd.</p>
+
+ <p>Wij geven dus thans het woord aan dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>.</p>
+
+ <p class="i2">Amsterdam, 6 Januari 1917.</p>
+
+ <p class="right">Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:</p>
+
+ <div class="db">
+ <p class="noi">Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span>, <i>Voorzitter</i>.<br />
+ Mr. <span class="mixcap">H. Smeenge</span>, <i>Onder-Voorzitter</i>.<br />
+ Dr. <span class="mixcap">J. Kraus</span>.<br />
+ <span class="mixcap">L. Volker</span> Azn.<br />
+ Jhr. Mr. <span class="mixcap">P. van Foreest</span>.<br />
+ <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>.<br />
+ Jhr. Mr. <span class="mixcap">J. F. Backer</span>, <i>Penningmeester</i>.<br />
+ Mr. <span class="mixcap">C. J. Pekelharing</span>, <i>Secretaris</i>,<br />
+ <span class="floatright">Nieuwendijk 121 Amsterdam.</span></p>
+ </div>
+
+</div>
+
+<p class="clear"><span class="pagenum" title="xi">&nbsp;</span><a id="p_xi"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="x"><br />&nbsp;</span><a id="p_x"></a></p>
+
+<div class="voor">
+
+ <h3 class="h3voor"><a id="VOORREDE"></a>VOORREDE.</h3>
+
+ <p>Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en
+ droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien
+ binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote
+ werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig
+ verlangd,&mdash;nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te
+ moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed.</p>
+
+ <p>Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft reeds
+ ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft dit
+ o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die de
+ technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van
+ de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar
+ ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan,
+ waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd
+ uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht.</p>
+
+ <p>De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat
+ is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten
+ voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal
+ maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren
+ weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten,
+ wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot
+ voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk n
+ van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid,
+ moeite en offers te brengen tot een goed einde.</p>
+
+ <p><span class="pagenum" title="xii">&nbsp;</span><a id="p_xii"></a></p>
+
+ <p>De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler
+ handen kome.</p>
+
+ <p>Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor
+ iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wl gedocumenteerd,
+ terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de
+ Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen
+ wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht
+ hebben gezien.</p>
+
+ <div class="floatright ri1">
+ <p class="center noi"><span class="size90">Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging,<br />
+ het Lid van het Algemeen Bestuur:</span><br />
+ Dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>.</p>
+ </div>
+
+</div>
+
+<p class="clear"><span class="pagenum" title="xiii">&nbsp;</span><a id="p_xiii"></a></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+ <h3><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h3>
+
+ <table class="toc" summary="">
+ <tbody>
+
+ <tr><td class="tdc" colspan="2">Deel I.&mdash;<b>De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.</b></td></tr>
+
+ <tr><td></td>
+ <td class="tdc">Blz.</td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh"><a href="#VOORWOORD">Voorwoord</a></td>
+ <td class="tdr smcap"><a href="#p_v">V</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh"><a href="#VOORREDE">Voorrede</a></td>
+ <td class="tdr smcap"><a href="#p_xi">XI</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh"><a href="#INLEIDING">Inleiding</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_I">I. Beschrijving van de Zuiderzee.</a></td>
+ <td></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_II">II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Werk van <span class="mixcap">Van Diggelen</span></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_9"><ins class="corr" id="corr1" title="Bron: 8">9</ins></a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Plan <span class="mixcap">Beijerinck</span></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_10">10</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_10">10</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1877</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_11">11</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Circulaire <span class="mixcap">Buma</span> en <span class="mixcap">Van Diggelen</span></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_13">13</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Oprichting Zuiderzee-Vereeniging</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_14">14</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Nota's der Zuiderzee-Vereeniging</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_15">15</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Benoeming Staatscommissie 1892</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_16">16</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Verslag Staatscommissie 1894</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1901</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1907</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1916</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_18">18</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_III">III. Plan van afsluiting en droogmaking der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Beschrijving</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_19">19</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Duur van het werk en werkplan</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_28">28</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_IV">IV. De gevolgen van technischen aard.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voor de waterkeering</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_29">29</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voor de afwatering</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_31">31</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_33">33</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Invloed op de afwatering van Friesland</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_34"><ins class="corr" id="corr2" title="Bron: 35">34</ins></a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voor de wateraanvulling en waterverversching</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_37">37</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Kwel door en onderdoor den afsluitdijk</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_43">43</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Beschikbare hoeveelheid water ter inlating</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_45">45</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2"><span class="pagenum" title="xiv">&nbsp;</span><a id="p_xiv"></a>Voor de scheepvaart</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_46">46</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_48">48</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Bezwaren van technischen aard</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_49">49</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Gebruik van gewapend beton</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_52">52</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_V">V. De aanwinst van grondgebied.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Internationale beteekenis van Nederland verhoogd</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Aard der gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Ontzilting der nieuwe gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_57">57</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voorbereiding der gronden vr de uitgifte</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_58">58</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Verkaveling en perceelsindeeling</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_59">59</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_59">59</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_60">60</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Wijze van uitgifte der gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_62">62</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_VI">VI. De Zuiderzeevisscherij vr en na de afsluiting.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_65">65</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_66">66</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Vergelijking beteekenis visscherij met die van het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_68">68</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Schadeloosstelling oude visschers</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_69">69</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Zoetwatervisscherij na de afsluiting</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_70">70</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_VII">VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van de afsluiting en droogmaking.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Bevolking in de nieuwe provincie</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_72">72</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Bewoonbaarmaking</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_73">73</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Gevreesde daling van de waarde der oude gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_74">74</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Tekort aan grond</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_74">74</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voldoend aantal landbouwers beschikbaar</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_76">76</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Geen werkloozen aan het einde van het werk</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_77">77</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Arbeidsloonen op oude gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_77">77</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_78">78</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Grondwaarde en prijzen der producten</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_79">79</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het buitenland</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_80">80</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Ontginning woeste gronden</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_81">81</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Maatschappelijke voordeelen</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_84">84</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Vermeerdering der arbeidsgelegenheid</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_84">84</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Voordeelen voor de nijverheid</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_85">85</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Idem voor verkeer en marktwezen</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_86">86</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_KOSTEN">De kosten.</a></td>
+ <td></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_86">86</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Raming der kosten</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_87">87</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Beperking van het plan</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_88">88</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Nadere finantieele beschouwingen</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_90">90</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2"><span class="pagenum" title="xv">&nbsp;</span><a id="p_xv"></a>Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_91">91</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Noodzakelijkheid van de uitvoering</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_93">93</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_94">94</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh2">Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder afsluitdijk</td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_96">96</a></td></tr>
+
+ <tr><td class="tdc" colspan="2" style="padding-top: 0.7em; padding-bottom: 0.7em;">Deel II.&mdash;<b>Weerlegging van bezwaren.</b></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh"><a href="#deelII_INLEIDING">Weerlegging van bezwaren</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_99">99</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdlinh"><a href="#deelII_SLOTWOORD">Slotwoord</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_148">148</a></td></tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="xvi">&nbsp;</span><a id="p_xvi"></a></p>
+<p><span class="pagenum" title="xvii"><br />&nbsp;</span><a id="p_xvii"></a></p>
+
+<h2><a id="DEEL_I"></a><small>DEEL I.</small><br />
+DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.</h2>
+
+<p><span class="pagenum" title="xviii">&nbsp;</span><a id="p_xviii"></a></p>
+<p><span class="pagenum" title="1"><br />&nbsp;</span><a id="p_1"></a></p>
+
+<div class="intro">
+
+ <h3 class="h3voor"><a id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h3>
+
+ <div class="chbegin"></div>
+
+ <p>Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout
+ water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen
+ binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls
+ lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den
+ aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een
+ schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend
+ bestaan oplevert...</p>
+
+ <p>Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in
+ een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de
+ omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de
+ kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt.</p>
+
+ <p>Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting
+ droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter
+ dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem,
+ waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan
+ kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten
+ zullen gebaat worden.</p>
+
+ <p>Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het
+ sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die
+ theorie en praktijk aan de hand doen.</p>
+
+ <p><span class="pagenum" title="2">&nbsp;</span><a id="p_2"></a></p>
+
+ <p>En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest
+ bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten
+ geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche
+ land.</p>
+
+ <p>Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de
+ vreedzame verovering van een grondgebied, 11 12 Haarlemmermeren groot,
+ met een welvarende bevolking.</p>
+
+ <p>De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben
+ verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen.</p>
+
+ <p>En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien
+ zonder geldelijke opofferingen.</p>
+
+ <p>Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden
+ aangetoond.</p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 448px;">
+ <img src="images/ill_p002.png" width="448" height="224" alt="" />
+ </div>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="3">&nbsp;</span><a id="p_3"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_I"></a>I. Beschrijving van de Zuiderzee.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<p>Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier
+een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig
+de Zuiderzee noemen.</p>
+
+<p>De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs
+geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan
+grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal verder
+zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de
+tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom
+in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid&ndash;Noord loopend de
+uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot
+gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel,
+de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz.
+uitkwamen.</p>
+
+<p>Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het
+eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14<sup>de</sup> eeuw
+ontstaan. Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een
+kuststroom ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin.
+Tusschen Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee.</p>
+
+<p>De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen
+<i>dagelijksch of gewoon laag water</i> (L.W.) en <i>dagelijksch of gewoon hoog
+water</i> (H.W.),&mdash;d. z. de <span class="pagenum" title="4">&nbsp;</span><a id="p_4"></a>gemiddelden van alle eb- en van alle
+vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900&ndash;1910)&mdash;,
+dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde
+van Ameland ongeveer 1<ins class="corr" id="corr3" title="Bron: .">,</ins>90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen
+echter het water der Noordzee hier op de kust ver boven <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: HW.">H.W.</ins> opzetten,
+tot ong. 3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot
+ong. &ndash;2,50 A.P.</p>
+
+<p>Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee
+lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige
+aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend
+op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op
+zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het
+water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vr den tijd der
+Romeinen&mdash;want deze kenden de &bdquo;Wadden&rdquo; reeds&mdash;het land ter weerszijden,
+aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts
+in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten
+wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen.
+Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten
+aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen
+daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot
+steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van het
+Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten, terpen
+of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken, zeker
+reeds in de 8<sup>ste</sup> en 9<sup>de</sup> eeuw, tegen de binnendringende wateren
+beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water
+buiten die <span class="pagenum" title="5">&nbsp;</span><a id="p_5"></a>dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven
+liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef
+over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden
+gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de
+beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog;
+voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende
+wad- of waardgronden droog.</p>
+
+<p>Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't
+algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen,
+zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom,
+van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water
+staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte
+onder den naam van Vliestroom, over.</p>
+
+<p>De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze
+gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo te
+midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van
+Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere
+zijde.</p>
+
+<p>Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de
+werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het
+veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden
+van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de
+Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan
+verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen,
+paal en perk gesteld werd.</p>
+
+<p>De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur <span class="pagenum" title="6">&nbsp;</span><a id="p_6"></a>uitgeveend tot
+op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en
+Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der
+droogmakerijen vormt.</p>
+
+<p>Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking
+der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren
+uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en
+drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge
+vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel
+der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men
+den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte,
+het zoogenaamde &bdquo;Val van Urk&rdquo;, waarin ruim 5 M. water staat. Op deze
+wijze werd het &bdquo;Almere&rdquo; der Middeleeuwen gevormd.</p>
+
+<p>In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water
+heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes,
+die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het
+Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en
+Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig
+dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men &frac12; tot 1&frac12; uur verwijderd
+zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte
+is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is.</p>
+
+<p>In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z. <i>bij
+gewone getijen</i> op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt door de
+zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn
+Enkhuizen&ndash;Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen
+<span class="pagenum" title="7">&nbsp;</span><a id="p_7"></a>vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is
+daar weinig verschil, 20 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou ook
+kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den
+blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W.,
+dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts
+0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M.<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">,</ins> te Muiden 0,34 M. Te
+Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38
+M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer.</p>
+
+<p>Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande
+uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze
+kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende
+massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te
+Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan
+stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe
+zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan
+veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat,
+zeer veel te verduren.</p>
+
+<p>Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is
+gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is
+nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan,
+door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere
+zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a.
+plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water
+uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vr
+Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo <span class="pagenum" title="8">&nbsp;</span><a id="p_8"></a>hoog opwoei, dat
+t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de
+oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde.
+Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee
+(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen de
+gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een
+grootste hoogteverschil <ins class="info" title="voormiddag">v.m.</ins> 5 uur tusschen de Oranjesluizen en
+Blankenham van 4,60 M.</p>
+
+<p>Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs
+de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat
+bij zulken wind de Zuiderzee het minste water.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 395px;">
+ <img src="images/ill_p008.png" width="395" height="185" alt="" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="9">&nbsp;</span><a id="p_9"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_II"></a>II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<div class="sidenote">Werk van <span class="mixcap">v. Diggelen</span>.</div>
+
+<p>In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">B.
+P. G. van Diggelen</span> te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee
+met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch z, dat
+een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie.
+Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van
+de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk
+weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote
+economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's
+meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn.</p>
+
+<p>De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs
+van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">Ferrand</span> en <span class="mixcap">Van der Kun</span> op te dragen daarover een
+rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst in
+1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te
+benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,&mdash;daarna aan den
+Ingenieur <span class="mixcap">Van Diggelen</span> het maken van een ontwerp op te dragen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="10">&nbsp;</span><a id="p_10"></a></p>
+
+<p>Op initiatief van het 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup> Dijksdistrict van Overijsel werd
+in 1864 een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om
+de afsluiting en droogmaking ter hand te nemen.</p>
+
+<div class="sidenote">Plan <span class="mixcap">Beijerinck</span><ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">.</ins></div>
+
+<p>In 1865 vestigde de Minister <span class="mixcap">Rochussen</span> de aandacht van de Maatschappij
+van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp
+tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den
+Inspecteur van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">J. A. Beijerinck</span>, dat spoedig gereed
+was<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a>. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over
+Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de
+geheele oppervlakte daarbinnen.</p>
+
+<p>Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had te
+onderzoeken of 1 de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat plan
+mogelijk was; 2 of de uitvoering aan particulieren kon worden
+overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De
+Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der
+droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen
+was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en
+raadde daarom aan den Staat de onderneming af.</p>
+
+<div class="sidenote">Gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span>.</div>
+
+<p>De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet
+vereenigen kon, werd vervangen door een Comit <span class="mixcap">Rochussen-Bosch-van
+Randwijck</span>. Dit deed een gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span> opmaken in overleg met
+zijn technischen adviseur, den ingenieur <span class="mixcap">T. J. Stieltjes</span>.</p>
+
+<p>Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een <span class="pagenum" title="11">&nbsp;</span><a id="p_11"></a>Staatscommissie ter
+beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk
+gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet
+winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Het Comit vroeg toen aan de Regeering een subsidie van &fnof;250.- per
+H.A., doch <i>ontving</i> eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het
+werk beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd.</p>
+
+<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1877.</div>
+
+<p>In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk
+deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni
+1875 werden &fnof;8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de
+Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie
+<span class="mixcap">Heemskerk</span> het eerste wetsontwerp aangeboden &bdquo;betreffende de bedijking en
+droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van
+een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal&rdquo;.</p>
+
+<p>De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp
+<span class="mixcap">Beijerinck</span>, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar
+hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond.</p>
+
+<p>De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000
+HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten.</p>
+
+<p>Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote
+oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde
+beschouwde, buiten te sluiten,&mdash;en ter andere om den dijk op klei te
+kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof.
+<span class="mixcap">Harting</span> zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen,
+<span class="pagenum" title="12">&nbsp;</span><a id="p_12"></a>dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door
+<span class="mixcap">Stieltjes</span> bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een
+enkel woord.</p>
+
+<p>Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie <span class="mixcap">Heemskerk</span> was
+afgetreden en vervangen door een Ministerie <span class="mixcap">Kappeijne</span>, was een der
+eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit
+Regeeringsontwerp.</p>
+
+<p>Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak vernomen,
+behalve uit geschriften die, evenals vr dien tijd, nu en dan daarover
+verschenen. Als merkwaardig is daarvan te noemen dat van Jhr. <span class="mixcap">P.
+Opperdoes Alewijn</span><a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a>, omdat het voor 't eerst voorstelde een
+noordelijker afsluiting met behoud van een groot wateroppervlak
+daarbinnen,&mdash;welke eenvoudige oplossing tot voorloopige berging van
+groote massa's IJselwater bij hooge rivierstanden, zooals wij zien
+zullen, gevolgd is in het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is
+te beschouwen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer <span class="mixcap">A. Buma</span> een
+wetsontwerp in, luidende: &bdquo;Er zal een onderzoek worden ingesteld naar</p>
+
+<p class="plist1"><i>a.</i> het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer,</p>
+
+<p class="plist1"><i>b.</i> het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door
+particulieren.<ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken,
+toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een
+daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="13">&nbsp;</span><a id="p_13"></a></p>
+
+<p>Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der
+Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering
+van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op
+degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop
+zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de
+uitvoering- te kunnen overgaan.</p>
+
+<div class="sidenote">Circulaire <span class="mixcap">Buma</span> en <span class="mixcap">Van Diggelen.</span></div>
+
+<p>In 1885 stelden nl. de Heeren <span class="mixcap">A. Buma</span> en Mr. <span class="mixcap">P. J. G. van Diggelen</span>, Lid
+der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der
+Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten,
+hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan
+besturen van Provincin, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en
+landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting
+en droogmaking het meest belang hadden.</p>
+
+<p>Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen
+technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte uit,
+dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat van
+Texel, waarin 30 40 M. water staat), &bdquo;ter opheffing van het
+Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt&rdquo; en
+dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de
+Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz.</p>
+
+<p>Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op
+de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van
+het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van
+het <i>zuidelijk</i> deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar
+zij meenden ook&mdash;en dit is het begin geweest van een beter oordeel over
+alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat <span class="pagenum" title="14">&nbsp;</span><a id="p_14"></a>en van een beteren
+grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden
+gebouwd&mdash;, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog
+beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking zou
+hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende
+gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel
+niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem,
+niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der
+Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N.
+van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden
+afgevoerd, enz. enz.</p>
+
+<p>Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde
+besturen om te komen tot een grondig onderzoek.</p>
+
+<div class="sidenote">Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.</div>
+
+<p>Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van
+afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de
+<em class="g">Zuiderzee-Vereeniging</em> opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde:</p>
+
+<p>&bdquo;Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en
+grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze
+waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding
+eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de
+Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is.&rdquo;</p>
+
+<p>Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: &bdquo;Hoofddoel
+is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen
+het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en
+de Zuiderzee&rdquo;.</p>
+
+<p>Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige <span class="pagenum" title="15">&nbsp;</span><a id="p_15"></a>verruiming der
+zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee
+meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen
+sprake<a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a>. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een
+dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in
+het duister zou zijn die men niet wagen mocht.</p>
+
+<p>Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde
+punten en nog veel meer bleef toch bestaan.</p>
+
+<p>De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug.
+d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld
+uit de Heeren <span class="mixcap">Buma</span>, voorzitter, <span class="mixcap">van Diggelen</span>, onder-voorzitter,
+<span class="mixcap">Wertheim</span>, penningmeester en <span class="mixcap">van der Houven van Oordt</span>, secretaris. De
+Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs <span class="mixcap">van der Toorn</span> en <span class="mixcap">Lely</span>.
+Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het
+technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur <span class="mixcap">C.
+Lely</span>, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat.</p>
+
+<div class="sidenote">Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.</div>
+
+<p>Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887&ndash;Maart 1892
+achtereenvolgens verschenen 8 <em class="g">technische nota's</em>, met tal van
+berekeningen, graphische voorstellingen, platen en kaarten<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a>.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="16">&nbsp;</span><a id="p_16"></a></p>
+
+<p>In de 7<sup>e</sup> Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan
+van afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de
+uitkomsten van het bodemonderzoek.</p>
+
+<p>Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: Oeconomische
+en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding
+der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's.&rdquo;
+Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van <span class="mixcap">H. C. van der
+Houven van Oordt</span> en Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span><ins class="corr" id="corr8" title="Bron: .&nbsp;">, </ins>De Oeconomische
+beteekenis van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee&rdquo;, waarvan in
+Juni 1901 een tweede druk bezorgd werd.</p>
+
+<div class="sidenote">Benoeming Staatscommissie 1892.</div>
+
+<p>Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept.
+1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op de
+verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich
+uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="17">&nbsp;</span><a id="p_17"></a></p>
+
+<p>of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als
+door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort
+te worden ondernomen, en zoo ja,</p>
+
+<p>op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht.</p>
+
+<div class="sidenote">Verslag Staatscommissie 1894.</div>
+
+<p>Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De
+1<sup>e</sup> vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: dc">de</ins> 27
+leden;&mdash;de 6 leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in
+hoofdzaak hun bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het
+uitvoeren der geheele onderneming zal met zich brengen en op de
+onzekerheid van hare oeconomische uitkomsten.</p>
+
+<p>De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den
+voet in dit verslag vermeld.</p>
+
+<p>De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde zij
+met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de
+uitvoering,&mdash;dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm
+der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de
+beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1901.</div>
+
+<p>7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">C. Lely</span>),&mdash;tot afsluiting der
+Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar
+het plan der Staatscommissie).&mdash;Na aftreden van dit Ministerie
+ingetrokken.</p>
+
+<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1907.</div>
+
+<p>4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">J. Kraus</span>), voor den aanleg
+van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en
+droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie,
+maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en
+zavelgronden <span class="pagenum" title="18">&nbsp;</span><a id="p_18"></a>16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden
+Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913.</p>
+
+<div class="sidenote"><ins class="corr" id="corr10" title="Niet in Bron.">Regeeringsontwerp 1916.</ins></div>
+
+<p>6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">C. Lely</span>), tot afsluiting en
+droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en
+de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide
+oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar,
+terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een
+nader bij de wet te bepalen tijdstip.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 256px;">
+<img src="images/ill_p018.png" width="256" height="323" alt="" />
+</div>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">1)</a>
+ <p>De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en droogmaking,
+ besch. door <span class="mixcap">B. P. G. van Diggelen</span>.&mdash;Zwolle 1849.</p>
+</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">2)</a>
+ <p>Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v.
+ officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav. 1868.</p>
+</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">3)</a>
+ <p>Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873.</p>
+</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">4)</a>
+ <p>Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige
+ aangelegenheid der indijking en inpoldering van een gedeelte der
+ Zuiderzee in verb. m. d. richting v. d. N.-Holl.&ndash;Frieschen spoorweg
+ tusschen Amsterdam en Leeuwarden.&mdash;Amst. 1873.</p>
+</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">5)</a>
+ <p>Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon. Instituut
+ v. Ingenieurs. Voordracht van het lid <span class="mixcap">Van Kerckhoff</span>.</p>
+</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">6)</a>
+ <p>Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging
+ verschenen en verkrijgbaar bij de Firma voorh. <span class="mixcap">E. J. Brill</span> te Leiden,
+ dragen alle den titel: &bdquo;Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking
+ van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee&rdquo; en&mdash;behalve de 6e en 8e
+ Nota&mdash;&bdquo;De afsluiting Noord-Holland&ndash;Wieringen&ndash;Friesland en de droogmaking
+ van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting&rdquo;. Zij zijn:</p>
+
+ <p class="nota">1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting van
+ de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel.</p>
+
+ <p class="nota">2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der provincin
+ langs de Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="nota">3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der provincin
+ langs de Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="nota">4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der
+ provincin langs de Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="notasub">De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="nota">5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de sluizen
+ en de bijkomende werken.</p>
+
+ <p class="notasub">M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting en
+ droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="nota">6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en
+ 1890.&mdash;1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse metingen.</p>
+
+ <p class="nota">7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking.</p>
+
+ <p class="notasub">Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting) van het Wieringermeer.</p>
+
+ <p class="notasub">Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="notasub">Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="notasub">Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee.</p>
+
+ <p class="notasub">Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot afsluiting
+ der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen binnen de afsluiting.</p>
+
+ <p class="nota">8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting en
+ droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage: Schetsontwerp
+ ter partieele indijking en droogmaking der Zuiderzee zonder
+ afsluiting.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="19">&nbsp;</span><a id="p_19"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_III"></a>III. Plan van afsluiting en droogmaking der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<div class="sidenote">Beschrijving.</div>
+
+<p>Dit plan is in groote trekken het volgende.</p>
+
+<p>Er wordt een <em class="g">afsluitdijk</em> gemaakt van Van Ewijksluis
+(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van
+de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de
+Friesche kust.</p>
+
+<p>Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte,
+diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte
+daarbinnen.</p>
+
+<p>De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul
+van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W.
+heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.;
+de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim
+6.5 M. beneden L.W. diep is.</p>
+
+<p>De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de
+kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de
+aansluiting aan den Frieschen zeedijk.</p>
+
+<p>De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de
+buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen
+bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende
+breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen.
+Binnen tegen <span class="pagenum" title="20">&nbsp;</span><a id="p_20"></a>den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van
+grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of&mdash;wat
+wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn&mdash;van grond daar ter plaatse uit
+den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan
+gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor
+dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte
+van &ndash;4,40 A.P.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 604px;">
+<a href="images/ill_p020.png"><img src="images/ill_p020th.png" width="604" height="98" alt="" title="Klik voor vergroting (1812293px, 43kB)" /></a>
+<div class="caption">ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)</div>
+</div>
+
+<p>In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen de
+aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den
+Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd.</p>
+
+<p>Wat de <em class="g">wijze van uitvoering</em> van dezen dijk betreft, men stelt zich voor
+eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam een
+eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van de
+kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar de
+getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der
+Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende
+<span class="pagenum" title="21">&nbsp;</span><a id="p_21"></a>openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter
+wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten dat
+die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter
+weerszijden van het eiland twee &bdquo;sluitgaten&rdquo;, elk lang 8250 M.
+overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien
+tegen ontgronding. In de 5<sup>e</sup> Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt
+voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen
+dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het
+water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn
+niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als
+die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het
+lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande
+over de geheele lengte.</p>
+
+<p>Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te
+doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn,
+wat tijd van uitvoering en kosten betreft,&mdash;veel zal van de
+weersgesteldheid afhangen.</p>
+
+<p>Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de
+indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden
+geleden.</p>
+
+<p>Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in
+het Verslag der Staatscommissie minder juist &bdquo;polders&rdquo; genaamd.</p>
+
+<table summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdj">De <em class="g">Noordwestelijke Droogmakerij</em> (Wieringermeer),
+ gr. 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz. 21.200 HA.,
+ waarvan klei- en zavelgronden</td>
+ <td class="tdr">18.700&nbsp;HA.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">De <em class="g">Zuidwestelijke Droogmakerij</em> (Hoornsche Hop), gr. 31.520 HA., na
+ aftrek <span class="pagenum" title="22">&nbsp;</span><a id="p_22"></a>van dijken, enz. 30.800 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td>
+ <td class="tdr">27.820&nbsp;HA.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">De <em class="g">Zuidoostelijke Droogmakerij</em>, gr. 107.760 HA., na aftrek van
+ dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td>
+ <td class="tdr">98.990&nbsp;HA.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">De <em class="g">Noordoostelijke Droogmakerij</em>, gr. 50.850 HA., na aftrek van
+ dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td>
+ <td class="tdr">48.900&nbsp;HA.</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van
+dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden
+194.410 HA.</p>
+
+<p>De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging
+voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de
+verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen
+van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts
+verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O.
+Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan
+de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij
+aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer,
+waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en
+vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op
+uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep.</p>
+
+<p>De <em class="g">meerdijken</em>, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn van
+verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld zijn
+aan de meest voorkomende stormvloeden.</p>
+
+<p>De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en <span class="pagenum" title="23">&nbsp;</span><a id="p_23"></a>daalt in 't
+algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie <a href="#kaart">het Kaartje</a>). De
+droogmakerijen moesten daarom in <em class="g">polders</em> (door de Staatscommissie
+&bdquo;polderafdeelingen&rdquo; genoemd) met verschillende peilen, nl. van het
+polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld. Daarbij
+is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden, die, als
+bestaande uit 1 2 M. klei op vasten, lang onder druk geweest zijnden
+zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal
+bedragen,&mdash;voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de
+polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden.
+Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid.</p>
+
+<p>Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen.</p>
+
+<p>Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M.
+opvoerhoogte, bovendien &#8537; daarvan voor reserve, opmaling tot A.P., nl.
+40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer, en
+25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan zal
+volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot
+drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K.
+bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen
+worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen
+verlangt dan 20 jaar geleden&mdash;liefst met droge slootbodems.</p>
+
+<p>De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de
+snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd.
+Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te
+verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de
+volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras
+liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de
+aangrenzende oude landen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="24">&nbsp;</span><a id="p_24"></a></p>
+
+<p>Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over,
+groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging
+zeer juist met den naam van &bdquo;<em class="g">IJselmeer</em>&rdquo; werd aangeduid,&mdash;niet alleen
+omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing
+gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond.</p>
+
+<p>Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer
+en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat
+daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat.</p>
+
+<p>Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende 3
+etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge
+buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij
+uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever
+in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het
+IJselmeer, samen 4800 M in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M.
+zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich
+zelden of nooit zal voordoen.</p>
+
+<p>De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo
+gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen de
+eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den
+afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te
+zien is.</p>
+
+<p>Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van &ndash;0,40 A.P. op
+het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone
+omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil
+zonder bezwaar tot &ndash;0,20 A.P. worden verhoogd.</p>
+
+<p>Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend.
+Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de <span class="pagenum" title="25">&nbsp;</span><a id="p_25"></a>oostpunt van Wieringen
+te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de
+buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en
+aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin
+zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de
+slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote
+en een kleine schutsluis.</p>
+
+<p>Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van &ndash;0,40 A.P. niet altijd
+juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn van den
+aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de
+buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is
+dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig
+boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar een
+of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere
+standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel
+geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer
+kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van
+de afgesloten kom bestaat.</p>
+
+<p>Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden
+afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet.
+Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld.</p>
+
+<p>Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk <em class="g">tusschen Piaam
+en Harlingen</em> een <em class="g">kanaal</em> worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming
+van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor
+de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden
+aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het
+IJselmeer.</p>
+
+<p>In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart <span class="pagenum" title="26">&nbsp;</span><a id="p_26"></a>naar en van
+den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig
+diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog
+water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar t.
+W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het
+Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel
+over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de
+vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na
+de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom
+wordt in het plan het <em class="g">Zwolsche Diep verlengd</em> tusschen twee leidammen
+door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen
+vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt.</p>
+
+<p>Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten
+waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het
+IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij t.
+Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis
+gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van
+hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan
+de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart
+tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl,
+zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T.
+N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met
+Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge
+dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer
+gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om
+ook hiervan het water in het IJselmeer <span class="pagenum" title="27">&nbsp;</span><a id="p_27"></a>te brengen. Ook wordt door de
+droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering
+van Blokzijl tot het IJselmeer.</p>
+
+<p>Voorts wordt de rivier de <em class="g">Eem</em> verlengd met een breed en diep kanaal,
+gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het
+IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt
+gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van
+beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden.</p>
+
+<p>Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het
+Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de
+Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij
+heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het
+IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee
+panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer
+zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het
+laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in
+de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij
+komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer
+t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van
+Schermerboezem aldaar.</p>
+
+<p>Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart langs
+het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een kanaal uit
+dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend met een
+schut- en <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: uitwateringsluis">uitwateringssluis</ins> in de Binnenhaven te
+Medemblik; een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard
+door den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal,
+uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van <span class="pagenum" title="28">&nbsp;</span><a id="p_28"></a>den
+Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met een
+schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen.</p>
+
+<p>Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en
+het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het
+meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen.</p>
+
+<div class="sidenote">Duur van het werk en werkplan.</div>
+
+<p>Wat den <em class="g">duur van het werk</em> en het <em class="g">werkplan</em> betreft, de Staatscommissie
+meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het
+5<sup>e</sup>&ndash;9<sup>e</sup> jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden
+verbeterd en het kanaal Piaam&ndash;Harlingen worden gemaakt. Daarna
+volgen de aanleg van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en
+drooghouden der vier droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der
+ringvaarten, zoodat de N.W. droogmakerij in het 14<sup>e</sup>, de Z.O.
+droogmakerij in het 21<sup>e</sup>, de Z.W. droogmakerij in het 28<sup>e</sup> en de
+N.O. droogmakerij in het 33<sup>e</sup> jaar gereed komen. Met dien verstande,
+dat de drooggemaakte gronden nog 2 3 jaar zullen worden drooggehouden
+en voorloopig bebouwd en eerst in het 3<sup>e</sup> jaar na de verkaveling
+zullen worden uitgegeven.</p>
+
+<p>Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting
+van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een &bdquo;veel kortere tijd&rdquo; voor de
+droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen,
+wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor
+de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar
+de in het 4<sup>e</sup> jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12<sup>e</sup>
+jaar, en de in het 6<sup>e</sup> jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in
+het 15<sup>e</sup> jaar gereed kunnen zijn.<a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor"><sup>7</sup>)</a></p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">7)</a>
+ <p>Zie voorts bij <a href="#cross8">Hoofdstuk VII</a>.</p></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="29">&nbsp;</span><a id="p_29"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_IV"></a>IV. De gevolgen van technischen aard.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<p>De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn
+van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van
+zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna
+uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst
+nagaan.</p>
+
+<div class="sidenote">Voor de waterkeering.</div>
+
+<p><em class="g">Voor de waterkeering.</em></p>
+
+<p>Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen
+worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel,
+belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en
+noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of
+andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer
+in die mate als thans op de open Zuiderzee.</p>
+
+<p>Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de
+Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1. doordat groote massa's
+Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2. door
+opwaaiing, 3. door de oorzaken onder 1. en 2. tegelijk, zooals o. a.
+bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt dus
+voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak,
+zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu.</p>
+
+<p>Uit de 2<sup>e</sup> Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der
+Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op
+verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen <span class="pagenum" title="30">&nbsp;</span><a id="p_30"></a>voorkomen,
+zelfs nog 1,5 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar
+zijn waargenomen.</p>
+
+<p>Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge zeedijken
+beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust van Friesland,
+bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten van de Veluwe en
+Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen f nagenoeg geheel van
+alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l. aan de
+droogmakerijen grenzen, f zeker belangrijk minder onderhoud vereischen
+voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van de Dronter
+Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de
+Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van
+Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche
+Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem
+(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost.
+Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der
+overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen
+met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal
+vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal
+geven dan de tegenwoordige.</p>
+
+<p>T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere
+stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de
+Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar
+ingediende wetsontwerp zegt<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor"><sup>8</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van Piaam
+en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van vulling
+en lediging van de noordelijke <span class="pagenum" title="31">&nbsp;</span><a id="p_31"></a>kom bij de dagelijksche getijden (dus
+zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden
+aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor
+wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek bij
+Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling
+voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven
+tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig.</p>
+
+<p>De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting is
+geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd
+verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de
+zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook al
+wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de
+bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2<sup>de</sup>
+Deel: &bdquo;<a href="#p_120">Weerlegging van bezwaren</a>&rdquo;.</p>
+
+<div class="sidenote">Voor de afwatering.</div>
+
+<p><em class="g">Voor de afwatering.</em></p>
+
+<p>Het weinig veranderlijk peil van &ndash;0,40 N.A.P. van het IJselmeer zal
+zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der
+omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem,
+voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de
+(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied,
+enz.</p>
+
+<p>Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om
+schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,&mdash;voor
+dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar
+geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli&ndash;Augustus 1894 door
+hooge standen van Frieslands boezem (&ndash;0,25 &ndash;0,14 N.A.P.) een schade,
+voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die <span class="pagenum" title="32">&nbsp;</span><a id="p_32"></a>toen op 2 millioen
+gulden geschat werd,&mdash;en zulke hooge standen komen meermalen voor. De
+bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden
+weggenomen,&mdash;men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland
+stoombemaling van den boezem aan te brengen&mdash;maar zij zullen belangrijk
+er door worden verminderd.</p>
+
+<p>De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen,
+uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken
+welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs
+zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven.</p>
+
+<p>Daar is b.v. het vraagstuk van de <em class="g">afwatering van den Vechtboezem</em>. Deze,
+die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt
+van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als
+dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige
+uitwatering elk jaar n of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing
+van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water
+komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt.
+Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op &frac12; 1 millioen gulden
+geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het
+IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter
+geheel overbodig.</p>
+
+<p>Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der <em class="g">afwatering van de Geldersche
+Vallei</em>, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs
+onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem
+en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim
+profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort
+gebracht en <i>kan</i> door een eenvoudige verruiming <span class="pagenum" title="33">&nbsp;</span><a id="p_33"></a>van sommige
+waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en
+gemakkelijker worden opgelost dan thans.</p>
+
+<p>De <em class="g">afwatering van het Noordzeekanaal</em>, die van zooveel gewicht is, omdat
+op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook
+Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats
+heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met
+behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door
+de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels
+<i>door sluizen</i> op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de
+scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal
+ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen
+worden beheerscht<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor"><sup>9</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="sidenote">Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden</div>
+
+<p>Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting der
+Zuiderzee gebaat worden, 1 doordat de loozing door hooge
+Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan
+worden belet, 2 omdat wegens de minder sterke schommelingen van het
+buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te
+zijn,&mdash;daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt
+zal kunnen worden van de <em class="g">lage</em> en <em class="g">zeer lage Zuiderzeestanden</em>, die nu de
+afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige
+loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en
+buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing
+hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van
+Overijsel. Deze kunnen nu in het <span class="pagenum" title="34">&nbsp;</span><a id="p_34"></a>voorjaar bij de dan heerschende O. en
+N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote
+massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna in
+den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de
+gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan &ndash;0,10 &ndash;0,15 N.A.P. af en
+daar de landen dan waterstanden van &ndash;0,40 &ndash;0,45 N.A.P. noodig hebben,
+zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en
+valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van
+het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren.
+De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen,
+maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare
+stoomgemalen opgezien.</p>
+
+<p>Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet
+meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden
+die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich
+eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de
+bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het
+water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden
+behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,&mdash;nu
+staan zij dan veelal onder water,&mdash;kunstmest aanwenden en dus ook
+daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor"><sup>10</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="sidenote">Invloed op de afwatering van Friesland.</div>
+
+<p>Wat <em class="g">Friesland</em> betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden. Wel
+zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage
+Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen <span class="pagenum" title="35">&nbsp;</span><a id="p_35"></a>meehelpen om
+Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel
+is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de
+Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen,
+kanalen, enz. Frieslandsboezem&rdquo; vormend, die door 13 sluizen langs de
+Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte
+stand van dien boezem in den zomer 10 15 cM. boven Friesch Peil (=
+Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde
+ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij
+lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de
+afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer
+en meer tot &ndash;1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen
+en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het
+voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral
+voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van
+het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te
+brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om
+door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te
+brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand
+niet genoeg beheerschen.</p>
+
+<p>Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage
+landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge
+boezemstanden wordt overstroomd,&mdash;bij een stand van +0.25 Z.P. staan
+reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die &bdquo;buitenlanden&rdquo; onder water.</p>
+
+<p>Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of
+komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk
+uitsluitend grasland; zij staan <span class="pagenum" title="36">&nbsp;</span><a id="p_36"></a>'s winters in den regel voor een groot
+gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan
+wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade
+geleden<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor"><sup>11</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken,
+kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water
+eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die
+landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan
+stijgen zij ook daardoor zeker in waarde.</p>
+
+<p>Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand. Zij
+zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van n of meer
+groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe reeds
+besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee, dus
+afwatering op &ndash;0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden
+voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel ze
+nog noodig zijn, zeker minder kosten.</p>
+
+<p>De heer <span class="mixcap">Rengers</span> meent dat <i>in jaren van normalen regenval</i> de boezem
+daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg
+nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging
+omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te
+verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een
+zoetwatermeer).</p>
+
+<p>Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten
+goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd<ins class="corr" id="corr12" title="Bron: ,"></ins>
+ook moge schijnen, de gelegenheid die <span class="pagenum" title="37">&nbsp;</span><a id="p_37"></a>door de afsluiting ontstaat voor
+aanvulling van zijn boezem met zoet water in droge tijden.</p>
+
+<div class="sidenote">Voor de wateraanvulling en waterverversching.</div>
+
+<p>Voor de <em class="g">wateraanvulling</em> en <em class="g">waterverversching</em>.</p>
+
+<p>Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl
+aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd,
+dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder
+zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna
+zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten.</p>
+
+<p>Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een
+afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan
+inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen
+der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de
+afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds
+daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt.</p>
+
+<p>Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote
+rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het
+voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden.
+Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem
+te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,&mdash;70 190 millioen M 's
+jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M per dag. Uit den aldus
+aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk een
+bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel,
+Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels.</p>
+
+<p>Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor deze
+gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij
+<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: uitstek-deskundigen">uitstek&nbsp;deskundigen</ins>,
+de HH. <span class="mixcap">Th. van Welderen</span>
+Baron <span class="mixcap">Rengers</span>, Lid v. Ged. St. v. Friesland, en <span class="mixcap">K. Breebaart Jzn</span>. <span class="pagenum" title="38">&nbsp;</span><a id="p_38"></a>te
+Winkel, op verzoek der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de
+voordeelen van de voorziening met zoet water, resp. van de Provincin
+Friesland en Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige
+specialiteiten hebben doen voorlichten<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor"><sup>12</sup>)</a>. In het volgende is ook
+daaraan een en ander ontleend.</p>
+
+<p>Het <em class="g">Noorderkwartier</em> laat in tijden van watergebrek water in uit den
+boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook door de
+schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de boezemwateren
+van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte van
+Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele
+schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het
+vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt&mdash;als men het zoo
+noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het
+oosten der stad naar het westen te komen&mdash;door Zuiderzeewater in te
+laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van
+andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden
+&fnof;100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde
+oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste
+deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in <i>uit de
+Zuiderzee</i>, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de
+Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.).</p>
+
+<p>Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij
+uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr. <span class="mixcap">Van
+der Zande</span> en Dr. <span class="mixcap">Scheij</span> van het <span class="pagenum" title="39">&nbsp;</span><a id="p_39"></a>Rijkslandbouwproefstation te Hoorn
+zeggen: 1 dat door de gelegenheid van verversching met zoet water
+ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels en
+machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout is;
+2 dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee krijgt,
+waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen gebreken
+in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3 dat
+vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de
+slooten stankvorming bevordert.</p>
+
+<p>In het Verslag van den Heer <span class="mixcap">Breebaart</span>, samen met deskundigen opgemaakt,
+wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral
+van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in
+plaats van brak water, dat&mdash;zoo wordt o. a. voor de zandstreken
+geconstateerd&mdash;voor den grasgroei zeer nadeelig is.</p>
+
+<p>Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor
+drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van goed
+drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer drie ton
+gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het water door
+diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig
+gezuiverd&mdash;duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik is
+in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per
+spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz.</p>
+
+<p>Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de <em class="g">toestand van Friesland
+in droge tijden</em>, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis
+bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen,
+plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept.
+<span class="pagenum" title="40">&nbsp;</span><a id="p_40"></a>1904 uit Workum: &bdquo;In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward
+en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen
+hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee
+nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in
+de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder
+Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd aan
+de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder dan de
+helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders den
+winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden&rdquo;. Of van dien ouden
+Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der
+Zuiderzee-Vereeniging schreef: &bdquo;Wij hebben geen bruikbaar slootwater
+meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de
+afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog.</p>
+
+<p>In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het
+scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er
+overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut
+zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke
+kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op
+slechts ne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder
+zout&rdquo;<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor"><sup>13</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan
+water, dat van het <em class="g">verzouten</em> van het overblijvende, vooral in het westen
+der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen, ook te
+Stavoren, maar <span class="pagenum" title="41">&nbsp;</span><a id="p_41"></a>het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden veel
+beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de
+visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz.</p>
+
+<p>In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den
+invloed van zoet water in Friesland op den toestand van <em class="g">landbouw</em>,
+<em class="g">veeteelt</em> en <em class="g">zuivelbereiding</em>: &bdquo;Veel grooter dan deze reeds zoo
+belangrijke schade&rdquo;&mdash;nl. door te hoogen waterstand&mdash;&bdquo;is die welke <i>te
+lage</i> waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang
+aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende
+en de schade niet te overzien.&rdquo; In 't bijzonder wordt dan aangetoond de
+mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de
+hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee,
+door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat
+bijna overal in de Provincie te wenschen over.</p>
+
+<p>Ook de <em class="g">scheepvaart</em>, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt in
+zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook
+van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,&mdash;en dit geldt zoowel
+voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg
+de Lemmer&ndash;Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen;
+schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen
+dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden
+door inlating uit het IJselmeer.</p>
+
+<p>Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls
+<ins class="corr" id="corr14" title="Bron: veeI">veel</ins> schade lijdt is ook de <em class="g">zoetwatervisscherij</em>,&mdash;omdat nu elk
+jaar bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de
+droogvallende buitenlanden verloren <span class="pagenum" title="42">&nbsp;</span><a id="p_42"></a>gaan, omdat nu 's zomers veel zout
+water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt
+voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk omdat
+het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte
+stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor
+visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een
+droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een
+ververschingsbron achter de hand was.</p>
+
+<p>De <em class="g">volksgezondheid</em> wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet
+zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt
+door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de
+schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert
+ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was.</p>
+
+<p>Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal
+meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar
+voor epidemische ziekten.</p>
+
+<p><em class="g">Handel</em> en <em class="g">nijverheid</em> zullen er ook zeker bij winnen als het gebrekkig
+verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer zal voorkomen.
+In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt Aquarius mee, dat
+het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt (incl. die van de
+stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer moeten gewasschen
+worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond voor de
+ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf worden
+per keer gemiddeld op &fnof;25.-, dus per jaar op &fnof;150.- geschat, dus
+voor alle ketels samen op &fnof;82.500 per jaar, welk bedrag echter
+vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels.</p>
+
+<p>Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op <span class="pagenum" title="43">&nbsp;</span><a id="p_43"></a>het Land van
+Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep.</p>
+
+<p>En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland
+en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende
+zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. <em class="g">verbetering der
+afwatering</em>.</p>
+
+<p>In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de
+landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden
+daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het
+water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,&mdash;omdat men niet durft,
+n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan.</p>
+
+<p>Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip
+en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="fnanchor"><sup>14</sup>)</a>, dan
+blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen de
+vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer <span class="mixcap">Rengers</span>, die
+daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen
+aangehaalden rede<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: .">:</ins> &bdquo;<i>Zoolang de waterinlating in Friesland niet
+gevonden is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen
+blijven</i>&rdquo;.</p>
+
+<p>Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar,
+waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook
+elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat
+aanvulling daarna altijd mogelijk is.</p>
+
+<div class="sidenote">Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.</div>
+
+<p>Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door een
+afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te
+scheiden,&mdash;eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="44">&nbsp;</span><a id="p_44"></a></p>
+
+<p>Indertijd heeft de Hoogleeraar <span class="mixcap">Harting</span> de vrees uitgesproken, dat als
+de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende
+keilaag werd aangelegd, zooveel water door dat zand
+naar binnen zou dringen, dat men den bodem daarachter niet zou kunnen
+droogleggen: door hem genomen proeven waren in dit opzicht niet
+geruststellend<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="fnanchor"><sup>15</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit
+vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat
+uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders (dus
+niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder
+omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de
+praktijk weinig of niets viel af te leiden<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="fnanchor"><sup>16</sup>)</a>.</p>
+
+<p><span class="mixcap">Harting</span> zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke
+waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van de
+lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil in
+waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op
+verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de
+Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn. En
+hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den
+afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en
+boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de
+dijk zelf.</p>
+
+<p>Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte
+in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs
+gedurende een gedeelte van elk <span class="pagenum" title="45">&nbsp;</span><a id="p_45"></a>getij overdruk <i>van binnen naar buiten</i>
+zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de
+genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts <sup>1</sup>&frasl;<sub>90</sub>,
+bij stormvloed slechts <sup>1</sup>&frasl;<sub>22</sub> naar binnen zou kwellen van de
+hoeveelheid zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand
+op het meer vloeit.</p>
+
+<p>De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte
+van het water van het IJselmeer.</p>
+
+<div class="sidenote">Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.</div>
+
+<p>Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende
+hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe
+polders en de aangrenzende gewesten?</p>
+
+<p>Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4<sup>e</sup> Nota der
+Zuiderzee-Vereeniging.</p>
+
+<p>De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt
+aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er op
+brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de
+verdamping het grootst is (1 Mei&ndash;1 September) de IJsel gewoonlijk
+niet het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten
+van sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de
+afvoer het kleinst in de herfstmaanden.</p>
+
+<p>Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871&ndash;1885 (in
+de andere jaren zou f weinig ingelaten of de aanvoer betr. groot
+geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou geweest
+zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands
+Noorderkwartier van water te voorzien,&mdash;wat echter slechts een daling
+van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus
+zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer
+ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 die van Rijnland)
+en een te groote <span class="pagenum" title="46">&nbsp;</span><a id="p_46"></a>verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters)
+gerekend is.</p>
+
+<p>Daar het aangenomen peil van het IJselmeer &ndash;0.40 A.P., dat van
+Frieslandsboezem &ndash;0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) &ndash;0.58
+A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden.
+Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing
+dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten
+der sluizen wat verhoogen, b. v. tot &ndash;0,20 A.P., wat ook voor de
+scheepvaart gewenscht is.</p>
+
+<p>Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor
+waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend
+genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten
+bijgebouwd worden.</p>
+
+<div class="sidenote">Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.</div>
+
+<p><em class="g">Voor de scheepvaart.</em></p>
+
+<p>Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden,
+integendeel in menig opzicht worden gebaat.</p>
+
+<p>De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, &#8531;
+ &frac12; van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht.</p>
+
+<p>Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep, de
+Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn.</p>
+
+<p>In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten,
+niet &bdquo;op tij&rdquo; gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn
+trouwens gering,&mdash;in de zuidelijke kom 25 50 cM.&mdash;ook in vergelijking
+met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt.</p>
+
+<p>Het peil van &ndash;0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer
+gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand <span class="pagenum" title="47">&nbsp;</span><a id="p_47"></a>in het midden van de
+zuidelijke kom, dat van &ndash;0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager.
+Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben, of
+door afwaaiing. Standen beneden &ndash;0,60 A.P., zooals nu wel eens
+voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen.</p>
+
+<p>Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter
+door de afsluiting de <em class="g">bevaarbaarheid t. O. van Schokland</em> onvoldoende
+worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het
+Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland.</p>
+
+<p>Ook zagen wij dat vr het tot standkomen der afsluiting eenige <em class="g">havens</em>,
+die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor dan H.W. moet
+worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging der havendammen eenige
+meerdere blijvende diepte moet worden gegeven,&mdash;zoodat zij dan ten allen
+tijde bevaarbaar worden.</p>
+
+<p>Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste
+gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden
+waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor in de
+geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het
+Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 23 dM. water staat. Eenige
+baggering zal daar plaatselijk moeten helpen.</p>
+
+<p>Een voordeel is dat de <em class="g">schuttingen</em> door de Oranjesluizen te
+<em class="g">Schellingwoude</em> zeer zullen worden bekort wegens het kleiner verschil
+tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer;
+waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen plaats
+hebben.</p>
+
+<p>Voor de <em class="g">vaart op Harlingen</em> zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te
+leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="48">&nbsp;</span><a id="p_48"></a></p>
+
+<p>Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer
+niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker
+een <em class="g">veel veiliger vaart</em> worden verkregen. Op het IJselmeer zal het niet
+meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval is.
+Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte van
+dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen en
+menschenlevens niet te spreken;&mdash;zulke ongevallen zullen na de
+afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot
+belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des
+lands.</p>
+
+<div class="sidenote">Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.</div>
+
+<p>Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de
+<em class="g">verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib</em> die de IJsel
+daarin zal aanvoeren.</p>
+
+<p>Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M
+per jaar kan worden geschat<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="fnanchor"><sup>17</sup>)</a>, het zand zal zich na de afsluiting wel
+op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvr, nl. op een 2700 HA.
+groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan
+worden weggebaggerd.</p>
+
+<p>De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M 's jaars
+gesteld worden<a id="FNa_18" href="#FN_18" class="fnanchor"><sup>18</sup>)</a>. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den
+bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve
+eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt
+echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele
+oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet <span class="pagenum" title="49">&nbsp;</span><a id="p_49"></a>worden dat de
+ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet
+worden weggebaggerd.</p>
+
+<p>Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het
+werk in het eerste jaar een kapitaal van &fnof;300.000 gebracht, dat na 66
+jaar tegen 3&frac12; percent aangegroeid tot &fnof;2.857.000 een rente zou geven
+voldoende om jaarlijks 400.000 M tegen 25 cts per M uit het IJselmeer
+te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over
+het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de
+droogmakerijen vallen.</p>
+
+<p>Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te
+bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter
+weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen
+den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart niet
+hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van zijn
+oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen.
+Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te
+verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar
+Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind
+(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde
+richting<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="fnanchor"><sup>19</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="sidenote">Bezwaren van technischen aard.</div>
+
+<p>Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den laatsten
+tijd, <em class="g">bezwaren</em> gemaakt <em class="g">van technischen aard</em>, veelal door tegenstanders
+breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan. Dit nu is een
+fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg van onderdeelen
+gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als zoodanig <span class="pagenum" title="50">&nbsp;</span><a id="p_50"></a>niet
+treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze worden aangelegd.</p>
+
+<p>Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig.</p>
+
+<p>Want men bedenke wel, dat het plan der
+Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een
+voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten
+ongeveer te kunnen nagaan.</p>
+
+<p>Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de
+onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden
+uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en
+nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen
+dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan.</p>
+
+<p>Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp van
+Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp
+<span class="mixcap">Kraus</span>, 1907): &bdquo;Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden,
+dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van de
+overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in
+onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra
+door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het
+werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te
+doen nemen. Enz.&rdquo;</p>
+
+<p>Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het &bdquo;Verslag der
+onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt
+plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting
+der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer,
+samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat <em class="g">de Blocq van
+Kuffeler</em>&rdquo;. Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,&mdash;in sommige
+zeer veel!&mdash;is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, <span class="pagenum" title="51">&nbsp;</span><a id="p_51"></a>o.
+a. ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de
+afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen,
+vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale
+gronden van Wieringen, enz. enz.</p>
+
+<p>Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen,
+enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen&mdash;een
+zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners van
+de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie van
+het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de
+waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die
+dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en
+geteekend is klakkeloos zouden overnemen.</p>
+
+<p>Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen
+is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen
+dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2<sup>e</sup> Nota, bl. 15) en de
+Staatscommissie meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van
+het Vlie en van den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft,
+maar dat van daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v.
+uit het Vlie naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste
+waterstand bij stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de
+Texelstroom op ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te
+liggen als het Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit
+naar den dijk niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met
+een sterken golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze
+redeneering zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="52">&nbsp;</span><a id="p_52"></a></p>
+
+<p>Maar het is de vraag of de <i>gewone</i> (gemiddelde of dagelijksche)
+vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan nu
+en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen
+rijzen<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="fnanchor"><sup>20</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk
+en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat
+de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de helft
+verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd geheel
+ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan ook slechts
+ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar binnen te stroomen
+om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat er evenwicht is
+tusschen het water binnen en buiten<a id="FNa_21" href="#FN_21" class="fnanchor"><sup>21</sup>)</a>. Terecht zegt dan ook de
+Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu ingediende
+wetsontwerp, dat &bdquo;geene of slechts geringe verhooging van de
+stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten&rdquo; (bl.
+7).</p>
+
+<p>Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat met den
+bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de hoogte van
+dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche en
+Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de
+waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de
+sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger
+moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar
+daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van het
+geheele werk.</p>
+
+<div class="sidenote">Gebruik van gewapend beton.</div>
+
+<p>Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan en
+zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige <span class="pagenum" title="53">&nbsp;</span><a id="p_53"></a>onderdeelen geheel anders
+zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld.</p>
+
+<p>Vooral het gebruik van <em class="g">gewapend beton</em>, dat in den laatsten tijd meer en
+meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen
+meebrengen,&mdash;wat ook invloed kan hebben op de kosten.</p>
+
+<p>Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit om
+verslag uit te brengen over de vraag: &bdquo;in welke mate kan gewapend beton
+in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de
+meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de
+uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en
+onderhoud?&rdquo;</p>
+
+<p>Deze &bdquo;gewapend-betoncommissie&rdquo;, samengesteld uit de HH. Mr. <span class="mixcap">P. Van
+Foreest</span>, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, <span class="mixcap">A. W. Bos</span>,
+Dir. Gemeentewerken Amsterdam, <span class="mixcap">J. M. Van Elzelingen</span>, Hoofdingenieur v.
+d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, <span class="mixcap">B. Hogenboom</span>, Oud-Inspecteur
+Generaal van 's Rijks Waterstaat, <span class="mixcap">G. J. De Jongh</span>, Dir. Gemeentewerken
+Rotterdam, <span class="mixcap">J. W. C. Tellegen</span>, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht
+Amsterdam en <span class="mixcap">L. Volker Azn.</span>, aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag
+uit<a id="FNa_22" href="#FN_22" class="fnanchor"><sup>22</sup>)</a>.</p>
+
+<p>De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te
+verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en
+zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5
+M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken
+en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij
+niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing
+van kosten is misschien daardoor te <span class="pagenum" title="54">&nbsp;</span><a id="p_54"></a>verkrijgen, maar nog moeilijk te
+bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing in
+tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit
+finantieel oogpunt.</p>
+
+<p>Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op
+de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat
+het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van
+Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor
+het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet
+behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen
+gulden) kan worden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 326px;">
+<img src="images/ill_p054.png" width="326" height="203" alt="" />
+</div>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">8)</a>
+ <p>Ald. Bl. 7.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">9)</a>
+ <p>Zie hierover <span class="mixcap">C. W. Lely</span> c. i. Beschouwingen v. d.
+ afwatering v. h. Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d.
+ Zuiderzee (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203).</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">10)</a>
+ <p>Zie hierover meer uitvoerig: <span class="mixcap">Deking Dura</span>. Iets over den toestand
+ der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide M<sup>ij</sup>, 1909, bl. 173.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">11)</a>
+ <p>De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het Lid der
+ Ged. St. v. Friesl. <span class="mixcap">Van Welderen</span> Bn <span class="mixcap">Rengers</span> in een
+ rede, geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. M<sup>ij</sup> van
+ Landb. 28 Dec. 1909,&mdash;opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide M<sup>ij</sup>,
+ 22<sup>e</sup> Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">12)</a>
+ <p>Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d.
+ Zuiderzee-Vereeniging 1911.&mdash;Leid. 1911.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">13)</a>
+ <p>Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. <span class="mixcap">G.
+ Vissering</span>, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">14)</a>
+ <p>Tijdschr. Ned. Heide-Maatsch<sup>ij</sup>, 22<sup>e</sup> Jaarg. (1910), bl. 41 e. v.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">15)</a>
+ <p><span class="mixcap">P. Harting</span>. De geol. en phys. gesteldheid v. d.
+ Zuiderzeebodem. Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">16)</a>
+ <p>Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water
+ onder verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende
+ samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst. 1887.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">17)</a>
+ <p>Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">18)</a>
+ <p>Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">19)</a>
+ <p>Zie de Nota van het lid der Staatscommissie <span class="mixcap">J. W. Welcker</span>
+ als Bijlage bij het Verslag dier Commissie.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">20)</a>
+ <p>Zie &bdquo;Weerlegging van bezwaren&rdquo;, bl. <a href="#p_123">123</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_21" href="#FNa_21" class="label">21)</a>
+ <p>Ald., bl. <a href="#cross0">118 e. v.</a></p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_22" href="#FNa_22" class="label">22)</a>
+ <p>Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911.</p></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="55">&nbsp;</span><a id="p_55"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_V"></a>V. De aanwinst van grondgebied.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<div class="sidenote">Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.</div>
+
+<p>Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche
+provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis
+van dien staat belangrijk verhoogd.</p>
+
+<p>Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking
+onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die
+vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk
+sneller toename der oude bevolking.</p>
+
+<div class="sidenote">Aard der gronden.</div>
+
+<p>Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte af
+van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen
+twijfel te bestaan.</p>
+
+<p>Een groot aantal <em class="g">grondboringen</em> zijn verricht. Voor het plan <span class="mixcap">Beijerinck</span>
+werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan;
+deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd.
+Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de
+Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102
+boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen
+verricht<a id="FNa_23" href="#FN_23" class="fnanchor"><sup>23</sup>)</a>; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de
+Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen der
+<span class="pagenum" title="56">&nbsp;</span><a id="p_56"></a>Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879 280
+boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer <span class="mixcap">Lely</span> een nader
+onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der
+Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben,
+die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128
+zijn uitgevoerd.</p>
+
+<p>Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen.</p>
+
+<p>Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd
+gedaan door Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn
+rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877.</p>
+
+<p>Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> was van oordeel, &bdquo;dat de kleigronden van de
+Zuiderzee&rdquo; (klei tot 50 perc. zand) &bdquo;in kwaliteit gelijk zullen zijn aan
+de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden&rdquo; (50 70
+perc. zand) &bdquo;der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+gronden der Groninger noordelijke zeepolders&rdquo;.</p>
+
+<p>Prof. <span class="mixcap">Mayer</span>, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek van Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> tot het besluit: &bdquo;dat
+minstens &frac34; van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond van
+groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde&rdquo;.<a id="FNa_24" href="#FN_24" class="fnanchor"><sup>24</sup>)</a></p>
+
+<p>Bij deze uitspraak werd echter het zand als &bdquo;van geen onmiddellijke
+waarde&rdquo; beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele
+zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een
+belangrijk voortbrengingsvermogen <span class="pagenum" title="57">&nbsp;</span><a id="p_57"></a>vermogen kunnen hebben, vooral als
+zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot
+grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die
+uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die
+tot de vruchtbaarheid er van bijdragen.</p>
+
+<p>Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus
+gerust zijn.</p>
+
+<p>Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der
+gronden zelve af, maar ook van een <em class="g">goede afwatering</em> en, in droge tijden,
+van een <em class="g">voldoende wateraanvulling</em>.</p>
+
+<p>De nieuwe gronden moeten flink diep &bdquo;uit het water gehaald&rdquo; kunnen
+worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen
+gebracht worden en <i>spoedig</i> gebracht kunnen worden, ook bij sterken
+regenval.</p>
+
+<div class="sidenote">Ontzilting der nieuwe gronden.</div>
+
+<p>Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig ontzilt
+worden door de daarop vallende regens. Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> zegt
+daaromtrent: &bdquo;Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft,
+zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden
+blootgesteld, is in de IJpolders gebleken.</p>
+
+<p>.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van
+den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en
+vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. <i>Dit
+verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven.</i> De genoemde
+polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het
+begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later
+nog versterkt is geworden&rdquo;.<a id="FNa_25" href="#FN_25" class="fnanchor"><sup>25</sup>)</a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="58">&nbsp;</span><a id="p_58"></a></p>
+
+<p>Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij
+zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan de
+polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste daarin
+voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze
+droogvallen,&mdash;de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M.
+inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling
+werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen
+kan beheerschen.</p>
+
+<div class="sidenote">Voorbereiding der gronden vr de uitgifte.</div>
+
+<p>Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt er
+op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen
+uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen
+behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der
+gebruikers over te geven<a id="FNa_26" href="#FN_26" class="fnanchor"><sup>26</sup>)</a>. De gronden worden dan zoogenaamd zwart
+gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten,
+worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig
+verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de
+<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: drooogmaking">droogmaking</ins> van de Wieringermeer werd daarop gerekend.
+In dien tijd kunnen de gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit
+den Dollart in 1740 bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar
+gedeeltelijk met koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een
+oogst, waarvan de verkoop na aftrek van alle onkosten de
+bedijkingskosten met <ins class="info" title="4852 guldens, 6 stuivers, en 2 duiten">4852 gl., 6 st. en 2 d.</ins> overtrof!</p>
+
+<p>Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats <span class="pagenum" title="59">&nbsp;</span><a id="p_59"></a>hebben voor de
+rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van
+proefvelden, cultuurvakjes, enz.<a id="FNa_27" href="#FN_27" class="fnanchor"><sup>27</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="sidenote">Verkaveling en perceelsindeeling.</div>
+
+<p>Wat de eigenlijke <em class="g">verkaveling</em> of verdeeling der gronden aangaat door de
+kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten,
+kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak
+reeds van verschillende zijden bezien is.</p>
+
+<p>De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag<a id="FNa_28" href="#FN_28" class="fnanchor"><sup>28</sup>)</a> een plan met kavels
+van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van
+de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw,
+Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd
+benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van
+10 HA.<a id="FNa_29" href="#FN_29" class="fnanchor"><sup>29</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="sidenote">Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.</div>
+
+<p>Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen
+gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger
+met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest. Maar
+die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden,
+waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door
+vergelijking van ongelijksoortige gronden.</p>
+
+<p>Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625&mdash;in 't zuiden zand) en
+van de Heer Hugowaard (1631&mdash;grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf
+niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden
+niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk
+uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn
+<span class="pagenum" title="60">&nbsp;</span><a id="p_60"></a>nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer &fnof;100.- bruto per HA. 's jaars
+minder opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909&ndash;1911
+resp. gem. &fnof;283.- en &fnof;382.-).</p>
+
+<p>Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de
+droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting
+voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en
+dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel
+met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen,
+vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars
+voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging
+in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn,
+zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de
+IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen.</p>
+
+<p>Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft
+kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne
+techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.</div>
+
+<p>Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden der
+Zuiderzee-Provincie <em class="g">opbrengsten</em> zullen geven, gemiddeld als die van de
+Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte
+waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte
+IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens
+reeds door Prof. <span class="mixcap">Van Bemmelen</span> werd uitgesproken.</p>
+
+<p>In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer van
+1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden in de
+Waard- en Groetpolders bedroeg <span class="pagenum" title="61">&nbsp;</span><a id="p_61"></a>droeg &fnof;100.- &fnof;120.-, van de
+zavelgronden &fnof;70.- &fnof;90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte
+zavelgronden &fnof;50.- en van de zwaardere &fnof;90.- de HA. en dat men dus
+met de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde
+jaarlijksche <em class="g">netto-opbrengst</em> van &fnof;60.- p. HA. veilig mag aannemen, na
+aftrek van de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot
+afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee<a id="FNa_30" href="#FN_30" class="fnanchor"><sup>30</sup>)</a> komt de Regeering tot een
+hooger bedrag, nl. van &fnof;80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die
+in Nederland in het tijdvak 1900&ndash;1909 gekocht en na 1909 weer verkocht
+zijn,&mdash;waarover hierna meer.</p>
+
+<p>Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de
+<abbr title="Eerste Nederlandsche Tentoonstelling Op Scheepvaartgebied">E. N. T. O. S.</abbr> in 1913
+te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en
+Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt,
+waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van
+de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909,
+1910 en 1911. Deze waren:</p>
+
+<table class="polder" summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdl" style="width: 20em;">in de Waard- en Groetpolders</td>
+ <td class="tdc" style="width: 7em;">&fnof;382.- de HA.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">in de IJpolders</td>
+ <td class="tdc">&bdquo;374.-&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>en over 1911 en 1912</p>
+
+<table class="polder" summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdl" style="width: 20em;">in noordwestelijk Noord-Brabant (klei)</td>
+ <td class="tdc" style="width: 7em;">&bdquo;357.-&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">op Noord-Beveland (klei)</td>
+ <td class="tdc">&bdquo;359.-&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel)</td>
+ <td class="tdc">&bdquo;336.-&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde <em class="g">bruto-opbrengst</em>
+van &fnof;350.- de HA. mogen verwachten.</p>
+
+<p>De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend,
+komt men dus tot een netto-opbrengst van <span class="pagenum" title="62">&nbsp;</span><a id="p_62"></a>16 millioen gulden en een
+bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Wijze van uitgifte der gronden.</div>
+
+<p>Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd o. a.
+afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden. Maar
+het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat
+tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden
+zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het
+aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende den
+pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de kwade
+daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door
+verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker
+zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk af
+in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade
+door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den
+pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren
+met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig
+belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de
+landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te
+brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den
+toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892&ndash;1893. In 't
+algemeen staat de landbouw dr het hoogst, waar de grond het eigendom
+is van de gebruikers.</p>
+
+<p>Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk
+een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder
+meer&mdash;daarover is men 't vrijwel eens&mdash;moet uitgesloten zijn, opdat niet
+het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan
+het <span class="pagenum" title="63">&nbsp;</span><a id="p_63"></a>oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen
+plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden,
+alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der
+gebruikers te doen blijven.</p>
+
+<p>Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis
+bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v.
+den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij
+annuteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden
+verkregen.</p>
+
+<p>Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond,
+die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die
+zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere
+gebouwen voorschieten.</p>
+
+<p>Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk
+gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen,
+waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden en
+waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts
+geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal
+zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen,
+zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende
+deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd
+pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander
+stelsel. Prof. <span class="mixcap">Moltzer</span> sprak eens van &bdquo;de Zuiderzee, proefveld onzer
+agrarische wetgeving&rdquo;.<a id="FNa_31" href="#FN_31" class="fnanchor"><sup>31</sup>)</a></p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_23" href="#FNa_23" class="label">23)</a>
+ <p>Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d.
+ Commissie uit de Waterschappen.&mdash;Haarlem 1874.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_24" href="#FNa_24" class="label">24)</a>
+ <p>Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters
+ handelt uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_25" href="#FNa_25" class="label">25)</a>
+ <p>Zie hierover meer uitvoerig <span class="mixcap">van Bemmelen</span>. Verslag omtr.
+ het onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee v. 1875,
+ gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de bedijking en
+ droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee, enz. v. 1877, Hoofdst. IV.</p>
+
+ <p>En <span class="mixcap">van Bemmelen</span>. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v. Nederland
+ (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866, blz. 16 e. v.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_26" href="#FNa_26" class="label">26)</a>
+ <p>Zie <span class="mixcap">V. d. Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Vissering</span>. De Economische
+ Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_27" href="#FNa_27" class="label">27)</a>
+ <p>Zie o. a. <span class="mixcap">Hudig</span>. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen
+ voor de droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_28" href="#FNa_28" class="label">28)</a>
+ <p> 45.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_29" href="#FNa_29" class="label">29)</a>
+ <p>Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_30" href="#FNa_30" class="label">30)</a>
+ <p>Blz. 15.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_31" href="#FNa_31" class="label">31)</a>
+ <p>Zie over dit onderwerp o. a. <span class="mixcap">van der Houven van Oordt</span> en
+ <span class="mixcap">Vissering</span>. De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d.
+ Zuiderzee, 2<sup>e</sup> Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v.</p>
+
+ <p>Verslag der Staatscommissie 1892, 128 en Bijl. XI van dat Verslag: Rapport v. d.
+ HH. <span class="mixcap">Fontein de Jong</span> en <span class="mixcap">v. d. Houven van Oordt</span>.</p>
+
+ <p><span class="mixcap">K. Reijne.</span> Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk 1901.
+ (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders).</p>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="64">&nbsp;</span><a id="p_64"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_VI"></a>VI. De Zuiderzee-visscherij vr en na de afsluiting.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<p>Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de
+Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen.</p>
+
+<p>Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een
+gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het
+groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de
+wenschelijkheid daarvan te bestrijden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 574px;">
+<img src="images/ill_p064.png" width="574" height="356" alt="" />
+</div>
+
+<p>Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door
+demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het
+Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden is
+in eene vergadering van den <span class="pagenum" title="65">&nbsp;</span><a id="p_65"></a>Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam
+besloten &bdquo;te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee&rdquo;.</p>
+
+<p>Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het
+visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan&mdash;als het in 't algemeen
+dien naam verdient!&mdash;nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend was.</p>
+
+<p>Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis
+is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen
+te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent.</p>
+
+<p>Wel beweerde de Minister van Waterstaat <span class="mixcap">de Marez Oyens</span> bij de
+behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij,
+nog altijd is &bdquo;een bloeiende tak van bedrijf&rdquo; en dat &bdquo;de afsluiting aan
+een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in 5
+provincin (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand
+berustend&rdquo;.</p>
+
+<p>Maar wat heeft men aan zulke <i>woorden</i>?</p>
+
+<p>Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien &bdquo;bloeienden tak van
+bedrijf&rdquo; gesteld is.</p>
+
+<div class="sidenote">Opbrengst v. d. <ins class="corr" id="corr17" title="Bron: Zuiderzee visscherij">Zuiderzee-visscherij</ins>.</div>
+
+<p>Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te
+schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste
+visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; n
+anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt
+soms niet meer dan 1&frac12; millioen gulden, in 1890, <i>het</i> ansjovisjaar, 4
+millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde
+jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,&mdash;als
+men het zoo noemen wil,&mdash;een zeker aantal visschers met hunne gezinnen,
+na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven,
+zeilmakerijen<ins class="corr" id="corr18" title="Niet in Bron.">,</ins> <span class="pagenum" title="66">&nbsp;</span><a id="p_66"></a>mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken
+(gedeeltelijk in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen,
+rookerijen, enz. moet worden uitbetaald.</p>
+
+<div class="sidenote">Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.</div>
+
+<p>Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren
+kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een <em class="g">Commissie van onderzoek</em>
+benoemd, waarin n lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging
+zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke
+onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.<a id="FNa_32" href="#FN_32" class="fnanchor"><sup>32</sup>)</a></p>
+
+<p>Wat die Commissie ons van dat &bdquo;op overouden toestand berustend
+bestaansmiddel&rdquo; moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai
+beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z. van
+den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het
+geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent men
+deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van <b>1730</b>
+volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter
+724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548
+gedurende 6 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden.
+Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal
+van <b>3017</b> meerderjarige visschers.</p>
+
+<p>Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen
+treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is slecht.</p>
+
+<p>De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer
+vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en
+onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen
+loon aan knechts, <span class="pagenum" title="67">&nbsp;</span><a id="p_67"></a>nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en
+afschrijft op de netten (&frac12; &#8531; der waarde), dan blijft daarvan veelal
+weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon.</p>
+
+<p>Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk,
+Bunschoten, Hoorn, enz.).</p>
+
+<p>Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15
+percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers
+steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen
+een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te
+Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met
+groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart
+op loggers op de Noordzee.</p>
+
+<p>Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of
+een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De
+Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels
+uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid
+geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel
+verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote
+aanvoer de marktprijzen beheerscht.</p>
+
+<p>Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel
+goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet
+wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor
+de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden
+aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren.</p>
+
+<p>Wat blijft er dus over van dit &bdquo;op overoude toestanden berustend
+bestaansmiddel?&rdquo; Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences en
+hondekarren waren eenmaal voor velen &bdquo;een op overoude toestanden
+berustend bestaansmiddel&rdquo; en <span class="pagenum" title="68">&nbsp;</span><a id="p_68"></a>toch heeft men ze door den aanleg van
+spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude
+waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het
+nieuwe dat zijn plaats inneemt.</p>
+
+<div class="sidenote">Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h.
+landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.</div>
+
+<p>Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging
+onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij
+bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met
+zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht
+materieel, is een &bdquo;bloeiende tak van bedrijf&rdquo;. Wat zou dit met zijn
+bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij
+het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst van
+70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen,
+verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een
+welvarende bevolking van 250.000 300.000 menschen in het nieuwe
+gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen
+gulden vergaren?</p>
+
+<p>Een voorbeeld uit de praktijk<a id="FNa_33" href="#FN_33" class="fnanchor"><sup>33</sup>)</a>. Vrdat het westelijk gedeelte van
+het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten daar 2
+visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de
+droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote
+boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den
+landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker
+nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het
+misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de
+verdiensten van dien anderhalven visscher?</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="69">&nbsp;</span><a id="p_69"></a></p>
+
+<p>In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg door
+de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele
+ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden
+gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele
+visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet!</p>
+
+<div class="sidenote">Schadeloosstelling oude visschers.</div>
+
+<p>Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het
+personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent
+schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe
+bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime
+schadeloosstelling hebben gevonden.</p>
+
+<p>Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in het
+Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4&frac12; millioen gulden
+uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke
+som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd
+soms op hoogen toon geischt dat die som grooter moest zijn<a id="FNa_34" href="#FN_34" class="fnanchor"><sup>34</sup>)</a>.</p>
+
+<p>De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 40 jaar
+duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen
+gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor
+goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld
+zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs,
+steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers
+schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond
+worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post
+zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="70">&nbsp;</span><a id="p_70"></a></p>
+
+<div class="sidenote">Zoetwatervisscherij na de afsluiting.</div>
+
+<p>In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de
+Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in
+den tegenwoordigen vorm.</p>
+
+<p>Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer
+en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet aan
+te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter dan
+die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland
+(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte
+van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die
+wateren.</p>
+
+<p>De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche
+Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij in
+het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen.
+Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig
+gesteld rapport uit<a id="FNa_35" href="#FN_35" class="fnanchor"><sup>35</sup>)</a>, waarin men o. a. leest dat paling en spiering
+het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook
+gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden
+toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook:
+&bdquo;Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen
+gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten van
+nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het IJselmeer
+een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op het
+IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden gedreven&rdquo;.
+Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet genoemd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="71">&nbsp;</span><a id="p_71"></a></p>
+
+<p>Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal
+en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking
+der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van
+weleer op het open IJ<a id="FNa_36" href="#FN_36" class="fnanchor"><sup>36</sup>)</a>. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn
+in de afgesloten Zuiderzee?</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_32" href="#FNa_32" class="label">32)</a>
+ <p>Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging. Dl I.
+ De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot onderzoek.&mdash;Leid. 1905.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_33" href="#FNa_33" class="label">33)</a>
+ <p><span class="mixcap">K. Reijne.</span> Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee.
+ Beverwijk 1901, bl. 11.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_34" href="#FNa_34" class="label">34)</a>
+ <p>Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het
+ bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl. 239&ndash;260.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_35" href="#FNa_35" class="label">35)</a>
+ <p>Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III.
+ Rapp. v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige
+ IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden, 1906.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_36" href="#FNa_36" class="label">36)</a>
+ <p>Zie ook den Heer <span class="mixcap">Dil</span> van Koog a. d. Zaan i. h. Alg.
+ Handelsblad v. 1900.</p></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="72">&nbsp;</span><a id="p_72"></a></p>
+
+<h3><a id="deelI_VII"></a>VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de afsluiting en droogmaking.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<p>Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij
+uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook
+belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is
+mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen.</p>
+
+<div class="sidenote">Bevolking in de nieuwe provincie.</div>
+
+<p>Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in
+Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden,
+kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171
+beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer n per 4,8
+HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de
+Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan
+in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent
+men voor het groot landbouwbedrijf n man per 4,5 HA., dan zullen dus
+in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn,
+met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;&mdash;door
+tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter
+kunnen zijn.</p>
+
+<p>Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden,
+ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat de
+toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende
+provincie blijft, 250.000 300.000 bewoners zal bedragen. Ter
+vergelijking diene, dat de in <span class="pagenum" title="73">&nbsp;</span><a id="p_73"></a>hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland
+(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners
+buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan
+11.836 vrouwen.</p>
+
+<p>Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch
+ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het
+begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij
+kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een
+groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten.</p>
+
+<div class="sidenote">Bewoonbaarmaking.</div>
+
+<p>Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vr de kolonisatie
+geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. &bdquo;De vestiging in
+de Zuiderzeepolders&rdquo;, zegt de Staatscommissie terecht, &bdquo;moet niet
+bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene,
+zij 't dan ook vruchtbare wildernis&rdquo;.</p>
+
+<p>Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten
+bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht
+70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en
+stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,&mdash;terug te betalen bij
+annuiteiten binnen 20 jaar.</p>
+
+<p>Ook wordt voorgesteld vr de uitgifte der gronden een aantal gebouwen
+van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet
+dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt
+daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen n
+gemeentehuis, n post- en telegraafkantoor met bijkantoren, n groote
+school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal zijn 8
+&fnof;125000 = 1 millioen gulden, d. i. &fnof;5.- per HA. (wel wat matig berekend!)</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="74">&nbsp;</span><a id="p_74"></a></p>
+
+<p>Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend
+op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 50 HA. grond geven om te
+kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich
+uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het
+geheel,&mdash;zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven.</p>
+
+<div class="sidenote">Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.</div>
+
+<p>Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het
+besluit der meerderheid stemde, Mr. <span class="mixcap">van Nierop</span> is indertijd gezegd:<a id="FNa_37" href="#FN_37" class="fnanchor"><sup>37</sup>)</a>
+&bdquo;het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal
+de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige
+voorwaarden, dat elders storing ontstaat&rdquo;.</p>
+
+<p>De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen
+is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten.</p>
+
+<div class="sidenote">Tekort aan grond.</div>
+
+<p>Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren
+grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de
+laatste 15 20 jaren 4000 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet
+alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd
+over het <em class="g">tekort aan grond</em>. In nagenoeg alle deelen van het land kan men
+die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te blijven
+in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel sterker
+toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het voor tal
+van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om hieraan
+te komen.</p>
+
+<p>Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, <span class="pagenum" title="75">&nbsp;</span><a id="p_75"></a>omdat men er van
+uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking
+mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de
+Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,&mdash;wat in elk geval
+bewijst dat er gebrek is aan grond.</p>
+
+<p>Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van 1908
+tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit oude
+provincin, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen
+gevestigd.</p>
+
+<p>Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen
+dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige
+landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,&mdash;een klacht die men om
+zoo te zeggen overal vernemen kan.</p>
+
+<p>Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz.
+worden of&mdash;en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen behalve
+eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten&mdash;zij verlaten als
+landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk
+een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is
+toch zeker niet in het belang van den Staat.</p>
+
+<p>Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan
+van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei&ndash;Juni 1910
+bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van meer
+dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de
+bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep,
+als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een of
+andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen, <span class="pagenum" title="76">&nbsp;</span><a id="p_76"></a>dus
+zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen, terwijl
+de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en
+uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500
+nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren
+zelfs tot 8 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze
+verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal
+landgebruikers aan zich trekken.</p>
+
+<p>De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van den
+Landbouw verzamelde gegevens<a id="FNa_38" href="#FN_38" class="fnanchor"><sup>38</sup>)</a>, omtrent de ontginning van
+heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is.
+In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540
+HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede
+laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen, die
+van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans
+spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en
+bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht.</p>
+
+<div class="sidenote">Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.</div>
+
+<p>Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de nieuwe
+gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze
+aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke
+landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking
+jaarlijks met 1,4 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een
+aanwas van 15.000 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 4500 's
+jaars.</p>
+
+<p>Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders <span class="pagenum" title="77">&nbsp;</span><a id="p_77"></a>als van zelf reeds
+vr de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch zijn
+dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders
+boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die
+aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als
+vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het
+landbouwbedrijf.</p>
+
+<p>Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of
+seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den hooitijd,
+bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn. De
+voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te
+veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder
+werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland,
+in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral in
+het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in slappe
+tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting van
+slooten, enz. Dit is een voordeel n voor het landbouwbedrijf n voor
+die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden in de
+Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en
+droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van
+arbeid.</p>
+
+<div class="sidenote">Geen werkloozen aan het einde van het werk.</div>
+
+<p>Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk
+werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen.</p>
+
+<div class="sidenote">Arbeidsloonen op oude gronden.</div>
+
+<p>De Staatscommissie,&mdash;dus 20 jaar geleden en juist in een tijd dat het
+onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht
+ging,&mdash;oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog
+waren en dat, <span class="pagenum" title="78">&nbsp;</span><a id="p_78"></a>als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden
+stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden.</p>
+
+<p>Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als de
+prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat het
+door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen. En
+waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der losse
+arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te
+betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het
+een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan
+leiden.</p>
+
+<div class="sidenote">Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.</div>
+
+<p>Om te bewijzen dat de <em class="g">verkoopprijzen</em> van de nieuwe nieuwe gronden bij
+zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt,
+heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der
+gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar
+wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken
+worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling,
+enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar
+werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders,
+waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden
+de gronden verkocht:</p>
+
+<p class="i1rev">in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. &fnof;2000 p. HA.</p>
+
+<p class="i1rev">&nbsp;&bdquo; &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp; II
+&nbsp;&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; 1200 &nbsp;&bdquo;
+&nbsp; &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &bdquo;
+&nbsp; &nbsp; &bdquo;2046 &nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;</p>
+
+<p class="i1rev">&nbsp;&bdquo; &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp; III
+&nbsp;&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp;&nbsp; 1100 &nbsp;&bdquo;
+&nbsp; &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &bdquo;
+&nbsp; &nbsp; &bdquo;2868 &nbsp;&bdquo;&nbsp;&nbsp;&bdquo;</p>
+
+<p class="i1rev">&nbsp;&bdquo; &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp; V en VI
+(waarin een strook veen), 334 HA. tegen
+gem. &fnof;1800 p. HA.<a id="FNa_39" href="#FN_39" class="fnanchor"><sup>39</sup>)</a>.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="79">&nbsp;</span><a id="p_79"></a></p>
+
+<p>Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim
+5500 HA.<a id="FNa_40" href="#FN_40" class="fnanchor"><sup>40</sup>)</a> groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door
+het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wl het geval
+zijn? <i id="cross5">De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds
+daarvoor bestede koopprijzen.</i> Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer
+vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op
+uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het
+bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag
+daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen
+machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende
+wijzen zullen kunnen worden voldaan?</p>
+
+<p>En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden
+geacht, dan is de Staat niet tot verkoop <i>gedwongen</i>, maar kan ze
+zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt.</p>
+
+<p>Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in
+cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is
+niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te
+weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden
+gedrukt.</p>
+
+<div class="sidenote">Grondwaarde en prijzen der producten.</div>
+
+<p><a href="#cross5">Hierboven</a> werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en
+misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den
+aard der gronden, <span class="pagenum" title="80">&nbsp;</span><a id="p_80"></a>maar ook van de <em class="g">prijzen der producten</em> afhankelijk is.
+Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der
+Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij
+voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een
+droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000
+quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog
+ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt
+nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en
+voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe
+bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de
+Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan
+4- 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten
+invloed zijn op de graanprijzen.</p>
+
+<p>Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de
+Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,&mdash;alleen
+Rusland (met Polen en Siberi) levert nog iets meer,&mdash;en hoewel de
+bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens den
+groei der bevolking en der beschaving, zoodat <i>daardoor</i> eer verhooging
+dan verlaging van prijzen te verwachten is,&mdash;misschien kan de
+uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in
+Argentini, daarin verandering brengen.</p>
+
+<div class="sidenote">Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.</div>
+
+<p>Maar <b>door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee, zal
+Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de noodige
+tarwe kunnen voorzien</b>. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA. met tarwe
+worden bebouwd, kunnen deze 160.000 50 = 8 millioen <span class="pagenum" title="81">&nbsp;</span><a id="p_81"></a>H.L. tarwe geven.
+Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu voortbrengt,
+dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L., die nagenoeg
+voldoende is voor onze geheele behoefte.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Ontginning van woeste gronden.</div>
+
+<p>Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben meer
+dan eens de <em class="g">ontginning van woeste gronden</em> daartegenover gesteld. Waarom
+niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen, zoo
+vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem der
+zee?</p>
+
+<p>Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom
+dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene
+schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen.
+Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor
+boschbouw. En vr den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het
+binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In het
+nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste
+bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor
+boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,&mdash;wat dus de
+ontginning tot bosch zal steunen.</p>
+
+<p>Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning
+van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan in
+wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die
+volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport
+van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den
+aard der woeste gronden aldaar<a id="FNa_41" href="#FN_41" class="fnanchor"><sup>41</sup>)</a> <span class="pagenum" title="82">&nbsp;</span><a id="p_82"></a>wordt o. a. meegedeeld, dat een
+groot gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw,
+geschikt is. Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar
+is, is alleen geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18
+20 jaar, gaat aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het
+daarin gestoken kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden,
+dalgronden en ook lage heiden, die men een goede afwatering kan geven,
+zijn bij goede behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te
+maken en vele geven dan weldra goede rente,&mdash;zooals o. a. op vele
+plaatsen, voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant,
+de aan de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met
+andere, waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo
+voorspoedig. De hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na
+veel arbeid en bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan
+een matige rente als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij
+'s winters door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders
+die uit geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen
+tevreden stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen
+schijnen echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een
+matige rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder
+Norg, groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch
+opgeleverd&mdash;de rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten,
+waarvan de kosten met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het
+aankoopkapitaal (&fnof;100.- de HA.) en de samengestelde rente daarvan en
+van de ingestoken kapitalen 3&frac12; percent, &fnof;1100.- de HA. hebben
+bedragen,&mdash;waarbij echter <span class="pagenum" title="83">&nbsp;</span><a id="p_83"></a>nog de kosten van een verharden weg daarheen
+moeten gevoegd worden. De 15 boerderijen daarop gesticht zijn verpacht
+voor 32,5 55 gulden per HA. voor 6 jaar<a id="FNa_42" href="#FN_42" class="fnanchor"><sup>42</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven;
+bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen
+de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren.</p>
+
+<p>Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen
+woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te
+veroveren Zuiderzeegebied.</p>
+
+<p>Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt
+liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds hunne
+ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen
+landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook
+op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er
+door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan
+men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van
+den Landbouw<a id="FNa_43" href="#FN_43" class="fnanchor"><sup>43</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden
+niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee.</p>
+
+<p>Dit zijn <i>beide</i> zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te
+maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet <i>beide</i> uitvoeren met al den
+ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen?</p>
+
+<p>Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in een
+brief uit New-York van den correspondent <span class="pagenum" title="84">&nbsp;</span><a id="p_84"></a>der <em class="g">Nieuwe Rotterdamsche
+Courant</em> van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor
+den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het
+tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat de
+landverhuizing van Nederlanders naar (<i>Noord</i>-)Amerika in de laatste
+jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers
+bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den
+landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit het
+vaderland was: &bdquo;uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van
+vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste
+heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen&rdquo;. Ook
+vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet
+tot welstand kon voeren.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Maatschappelijke voordeelen.</div>
+
+<p>Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn
+nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden.</p>
+
+<div class="sidenote">Vermeerdering arbeidsgelegenheid.</div>
+
+<p>Vooreerst de <em class="g">vermeerdering der arbeidsgelegenheid</em><a id="FNa_44" href="#FN_44" class="fnanchor"><sup>44</sup>)</a>. Hierbij is het
+volgende wl te onderscheiden.</p>
+
+<p>Gedurende <em class="g">de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.</em>
+der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders,
+voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs
+onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en
+betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel
+arbeid zullen <span class="pagenum" title="85">&nbsp;</span><a id="p_85"></a>vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet
+het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken
+ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz.
+zullen hebben te vervoeren.</p>
+
+<p>Ook de <em class="g">verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden</em>, die dus
+gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen, zal
+veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor
+grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden
+bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen.</p>
+
+<p>Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting
+der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55
+millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald.</p>
+
+<p>En eindelijk gedurende de <em class="g">blijvende vestiging of kolonisatie</em>, eveneens
+ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders samenvallend,
+moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor de
+boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare gebouwen
+moeten vr en na worden gesticht, samen voor ongeveer n millioen
+gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte
+arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe
+landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is
+daar geen geordende maatschappij denkbaar.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Voordeelen v. d. nijverheid.</div>
+
+<p>Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze <em class="g">nijverheid</em>, vooral de
+steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor 26
+millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan
+materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892&ndash;1894). <span class="pagenum" title="86">&nbsp;</span><a id="p_86"></a>En
+bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan
+aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze
+nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan
+zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de
+touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der
+Zuiderzee.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Idem voor verkeer en marktwezen.</div>
+
+<p>De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer der
+jaarlijksche producten van den landbouw, zal <em class="g">het verkeer</em> per spoorweg,
+per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen en de
+&bdquo;<span xml:lang="fr">villes mortes</span>&rdquo; langs de kusten van den ouden plas zullen <em class="g">marktplaatsen</em>
+worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van inkoop en
+doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde provincie.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p id="deelI_KOSTEN"><em class="g">De kosten.</em></p>
+
+<div class="sidenote">Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.</div>
+
+<p>De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen,
+door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer
+geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met
+een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd.</p>
+
+<p>Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de
+uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het
+productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den
+landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer
+10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42
+HL. tarwe opbracht,&mdash;nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="87">&nbsp;</span><a id="p_87"></a></p>
+
+<p>En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans,
+mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000
+KG. op.</p>
+
+<p>Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van
+klei- en zandgronden, beide in 6 provincin, die 1900&ndash;1909 gekocht en na
+1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van
+een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van &fnof;1004.- in
+1900&ndash;1909 tot &fnof;1698.- n 1909 en van zand resp. van &fnof;528.- tot
+&fnof;812.-. Op grond daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche
+zuivere opbrengst van &fnof;80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts
+&fnof;60.- in het wetsontwerp van 1907.</p>
+
+<div class="sidenote">Raming der kosten.</div>
+
+<p>In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in
+1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van
+1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten
+van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen
+der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van
+1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op <i>222 millioen
+gulden</i>.</p>
+
+<p>Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet
+uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen,
+maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle
+risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader
+zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het
+Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het
+Wieringermeer,&mdash;en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken
+ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen
+<span class="pagenum" title="88">&nbsp;</span><a id="p_88"></a>(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken,
+als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan
+vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden
+beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid,
+dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare
+constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen.</p>
+
+<p>De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als
+nevenstaande tabel aangeeft.</p>
+
+<div class="sidenote">Beperking van het plan.</div>
+
+<p>In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld
+nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van de
+beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van
+uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald.</p>
+
+<p>Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken
+en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden
+voorbereid.</p>
+
+<p id="cross8">De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde
+omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land,
+waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren
+tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl
+zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar
+stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in het
+12<sup>e</sup> jaar (in plaats van in het 14<sup>e</sup>) zal zijn tot stand te brengen
+en die van den Hoornschen Polder in het 15<sup>e</sup> (in plaats van in het
+18<sup>e</sup>). De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en
+een oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een
+uitgave van <i>110 <span class="pagenum" title="89">&nbsp;</span><a id="p_89"></a>millioen gulden</i> vereischen
+(<a href="#ramingen" title="onderstaande tabel, Ramingen Staatscommissie 1914">zie boven</a>),&mdash;dus
+ongeveer de helft van die voor het geheele plan.</p>
+
+<table id="ramingen" class="bedragen" summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <th class="bedragkop" rowspan="2">Uit te voeren werken.</th>
+ <th class="bedragkop" colspan="2" style="border-bottom-width: 0px;"><abbr title="Ramingen Staatscommissie">Ram. St. Comm.</abbr> 1892.</th>
+ <th class="bedragkop nobrw" colspan="2" style="border-bottom-width: 0px;"><abbr title="Ramingen Staatscommissie">Ram. St. Comm.</abbr> 1914.</th>
+ </tr>
+ <tr>
+ <th class="bedragkop">Benoodigd bedrag.</th>
+ <th class="bedragkop">Gezamenlijk bedrag.</th>
+ <th class="bedragkop">Benoodigd bedrag.</th>
+ <th class="bedragkop nobrw">Gezamenlijk bedrag.</th>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc br"><i>De afsluiting.</i></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">I. De afsluitdijk met daarbij behoorende werken.</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">a. Afsluitdijk</td>
+ <td class="tdr br">&fnof;28.130.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&fnof;41.200.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">b. Werken op Wieringen</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 8.000.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 8.700.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">c. Kan. Harl.&ndash;Piaam en verhooging zeedijk Piaam&ndash;Zurig</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 2.585.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 3.550.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">d. Verhooging Balgdijk en verbetering van de havens</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 600.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 600.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">e. Onvoorziene werken in verb. m. de afsl. en ter afronding</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 1.485.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 950.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br"></td>
+ <td class="tdr br">&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</td>
+ <td class="tdr br">&fnof;40.800.000</td>
+ <td class="tdr br">&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</td>
+ <td class="tdr">&fnof;55.000.000</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">II. De verbetering v. h. Zwolsche Diep</td>
+ <td class="tdc br">&mdash;</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 3.564.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr">&bdquo; 5.000.000</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">III. De voorziening i. d. visscherijbelangen.</td>
+ <td class="tdc br">&mdash;</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 4.500.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr">&bdquo; 6.000.000</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">IV. De voorz. i. d. belangen der waterverversching v. Amsterdam en ter afr.</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 236.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr">&bdquo; 250.000</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc br i2"><i>De droogmaking.</i></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">V. De inpolderingen achter den afsluitdijk.</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">a. De Wieringermeerpolder</td>
+ <td class="tdr br">&fnof;12.700.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&fnof;15.950.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">b. De Hoornsche polder</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 22.850.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 28.130.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">c. De Zuidoostelijke polder</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 61.850.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 72.650.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br i2">d. De Noordoostelijke polder.</td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 32.500.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&bdquo; 38.220.000</td>
+ <td class="tdr"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc br"></td>
+ <td class="tdr br">&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</td>
+ <td class="tdr bb br">&bdquo; 129.900.000</td>
+ <td class="tdr br">&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;&mdash;</td>
+ <td class="tdr bb">&bdquo; 154.950.000</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdc br">Totaal</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr br">&fnof;179.000.000</td>
+ <td class="tdr br"></td>
+ <td class="tdr">&fnof;221.200.000</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal
+kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="90">&nbsp;</span><a id="p_90"></a></p><div class="sidenote">Nadere finantieele beschouwingen.</div>
+
+<p>In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering &bdquo;dat indien de duur
+van het werk&mdash;de afsluiting en de vier polders&mdash;op 30 jaar wordt
+gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders
+resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering
+der kosten zou komen, de rente eener 4&frac12; pct. leening van 222 millioen
+gulden&mdash;zijnde de totale raming&mdash;waarvan gemiddeld &fnof;7.500.000 per jaar
+zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een
+pachtopbrengst van gemiddeld &fnof;80.- per HA.&rdquo;</p>
+
+<p>Hoewel nu een zuivere pacht van &fnof;80.- de HA. zeker niet te hoog is te
+achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van
+omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als
+grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de
+eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden
+ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4&frac12; percent, uit
+de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig
+voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een
+langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking
+der kosten.</p>
+
+<p>Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken
+kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt.</p>
+
+<p>Bovendien genieten dan twee- driehonderd duizend menschen een goed
+bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook
+van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan
+de Zuiderzee gelegen gewesten.</p>
+
+<p>Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de <span class="pagenum" title="91">&nbsp;</span><a id="p_91"></a>Staat dit werk met
+gerustheid kan uitvoeren, waar het <i>als onderneming</i> aan particulieren
+misschien zou moeten worden ontraden. De <i>Staat</i> zal in elk geval nog
+goede winsten behalen.</p>
+
+<p>Ook Mr. <span class="mixcap">van Nierop</span> erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel
+ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar
+ten slotte zegt hij: &bdquo;De warmste voorstander van de droogmaking moet nog
+aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat
+het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder
+zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou
+zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen
+moeten opbrengen&rdquo;.</p>
+
+<div class="sidenote">Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.</div>
+
+<p>Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier
+gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het
+zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in
+aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken.</p>
+
+<p>Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. <span class="mixcap">Van
+Nierop</span> verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken,
+inderdaad bestaat.</p>
+
+<p>Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend
+vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat
+van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet
+worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. &fnof;5.-
+stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op &fnof;10.- de
+HA. Men krijgt aldus &fnof;500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4
+percent 12&frac12; millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen <span class="pagenum" title="92">&nbsp;</span><a id="p_92"></a>t. N.
+van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op
+&fnof;5.-&mdash;wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te
+Hoorn niet te veel werd geacht&mdash;, dan krijgt men &fnof;700.000 meer
+jaarlijksche opbrengst, dus 17,5 millioen meerwaarde.</p>
+
+<p>Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor
+&fnof;10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA.
+van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met &fnof;5.- de HA.
+zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van &fnof;1.200.000 's
+jaars&mdash;een meerwaarde van 30 millioen dus,&mdash;buiten de voordeelen voor de
+nijverheid, de scheepvaart en de visscherij.</p>
+
+<p>Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer willekeurig.
+De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van
+zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek van den
+Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor Noord-Holland
+en Friesland samen &fnof;680.000 's jaars zouden bedragen, dus
+gekapitaliseerd tegen 4&frac12; percent een kapitaal van 15 millioen zouden
+vertegenwoordigen,&mdash;een schatting die m. i. zeker te laag is.</p>
+
+<p>Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen
+hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz. en
+vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar
+zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met
+hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te
+trachten ook die onder cijfers te brengen?</p>
+
+<p>De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate
+aanwezig.</p>
+
+<p>Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging <span class="pagenum" title="93">&nbsp;</span><a id="p_93"></a>als
+door de Staatscommissie uitgesproken meening: &bdquo;dat de voordeelen van den
+afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou zijn om
+alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere
+droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen&rdquo;,&mdash;maar het blijft toch
+m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den
+afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote">Noodzakelijkheid van de uitvoering.</div>
+
+<p>Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het
+volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande
+beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de opmerking
+dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele jaren)
+uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van
+Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken,
+enz., zegt Mr. <span class="mixcap">Van Nierop</span>: &bdquo;Deze werken strekten om te voorzien in een
+behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde den
+aanleg van spoor- en waterwegen&rdquo;. En verder: &bdquo;Al is het geen
+onderneming&rdquo; (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), &bdquo;zij is
+daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering&rdquo;.</p>
+
+<p>Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot
+afsluiting en droogmaking der Zuiderzee&mdash;er is immers geen onderscheid
+in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om het
+verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de
+bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom
+alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat
+aanleggen van spoorwegen <span class="pagenum" title="94">&nbsp;</span><a id="p_94"></a>nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen
+al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn als
+wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs
+Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men
+onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik te
+maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de
+gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale
+beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan &bdquo;het openbaar belang&rdquo;
+niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken?</p>
+
+<p>Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht.</p>
+
+<p>In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt de
+Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag
+beantwoordt of er voor het Rijk <i>voldoende reden</i> voor de uitvoering van
+het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk
+misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het
+Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen.
+En: &bdquo;Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door
+het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk
+deel<ins class="corr" id="corr19" title="Bron: &nbsp;deel"></ins> des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen
+bodem met een aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het
+openen van een uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en
+werkkracht&rdquo;.</p>
+
+<div class="sidenote">Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.</div>
+
+<p>Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en &oelig;conomische
+zijde van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld
+aanbevolen om den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen
+de Zuiderzee <span class="pagenum" title="95">&nbsp;</span><a id="p_95"></a>gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken.</p>
+
+<p>Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van
+betrekkelijk kleine stukken<a id="FNa_45" href="#FN_45" class="fnanchor"><sup>45</sup>)</a>, is het gemakkelijk te begrijpen dat dit
+zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen. Het
+betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken <i>op</i> de oevers van nieuw
+aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals in Zeeland
+en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en hooge
+afsluitdijken gelegd moeten worden <i>op den bodem der Zuiderzee</i> en de
+aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel
+tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd,
+voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker
+millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn!</p>
+
+<p>Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben
+aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze
+aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen, als
+wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere
+opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij
+uitvoering in eens.</p>
+
+<p>En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan?
+Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel
+kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan
+droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de
+groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare
+kleigronden bestaat, en <span class="pagenum" title="96">&nbsp;</span><a id="p_96"></a>bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al
+hadden zij in 't geheel geen waarde.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="sidenote"><ins class="corr" id="corr20" title="Bron: Achtereen&nbsp;volgens">Achtereenvolgens</ins> indijken en
+droogmaken der 4 deelen zonder afsluitdijk.</div>
+
+<p>Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk
+weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken,
+zooals dan ook n door de Zuiderzee-Vereeniging n door de
+Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met
+afsluitdijk.</p>
+
+<p>Voor zulk een droogmaking <i>zonder</i> afsluitdijk is meer te zeggen dan
+voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in de
+<i>eerste</i> 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door
+hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat
+dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken
+moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden
+(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en
+drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder
+zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg &fnof;3.367.000 meer). Ten slotte
+zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie):
+&fnof;212.700.000, met rente &fnof;279.000.000 en met rente op rente
+&fnof;293.000.000,&mdash;alleen deze laatste som is iets minder dan die met
+afsluitdijk.</p>
+
+<p>Het verschil in kosten kan dus niet beslissen.</p>
+
+<p>Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot n
+geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men <i>zoo
+spoedig mogelijk</i> alle vier genoemde gedeelten droogmaken en <i>zoo
+spoedig mogelijk</i> alle gronden uitgeven.</p>
+
+<p>Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd
+of tijdelijk geschorst zou worden, <span class="pagenum" title="97">&nbsp;</span><a id="p_97"></a>dan konden daardoor verliezen
+geleden worden.</p>
+
+<p>Maar juist dat groote <i>geheel</i> en wel zoodra mogelijk is het wat velen
+in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en
+moet gewaagd worden.</p>
+
+<p>Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel;
+de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan,
+ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als n geheel
+aan te pakken en te voltooien.</p>
+
+<p>Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie
+te spreken, &bdquo;voor een deel een quaestie van temperament&rdquo;.</p>
+
+<p>En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels, als
+men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf
+productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot
+gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk
+gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te
+worden gebracht.</p>
+
+<p>En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering
+zonder afsluitdijk.</p>
+
+<p>De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit &bdquo;dat een
+inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de
+Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting&rdquo;. Nu die voordeelen door nadere
+beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel
+grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer
+gerechtigd tot het besluit: <b>Afsluiting en droogmaking volgens het plan
+van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</b></p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_37" href="#FNa_37" class="label">37)</a>
+ <p>De Economist. Jaarg. 1897.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_38" href="#FNa_38" class="label">38)</a>
+ <p>Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_39" href="#FNa_39" class="label">39)</a>
+ <p>Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877. Volgens de
+ Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs. v. d. R.-Wat. <span class="mixcap">Wortman</span>
+ en <span class="mixcap">v. d. Broek</span>, uitg. d. h. Dep<sup>t</sup>. v.
+ Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en behalve de
+ aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor <i>gemiddeld</i> 2330 gulden
+ de HA. Sommige perceelen brachten ruim &fnof;3200 de HA. op.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_40" href="#FNa_40" class="label">40)</a>
+ <p>Volgens <span class="mixcap">De Vries</span> en <span class="mixcap">Schorer</span>. Zeeweringen
+ en Waterschappen v. Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_41" href="#FNa_41" class="label">41)</a>
+ <p>Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_42" href="#FNa_42" class="label">42)</a>
+ <p>Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_43" href="#FNa_43" class="label">43)</a>
+ <p>Zie o. a. Jaargang 1908, N<sup>o</sup>. 6.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_44" href="#FNa_44" class="label">44)</a>
+ <p>Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de Drooglegging der
+ Zuiderzee op de werkloosheid van <span class="mixcap">A. Plate</span> en
+ <span class="mixcap">A. A. Beekman</span> i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen
+ de werkloosheid. Jaarg. 1, Afl. III en IV.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_45" href="#FNa_45" class="label">45)</a>
+ <p><span class="mixcap">A. Huet.</span> De meest voordeelige wijze van landaanwinning
+ in de Zuiderzee.&mdash;Zwolle 1895.</p></div>
+
+<div class="chend"></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="98">&nbsp;</span><a id="p_98"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="99"><br />&nbsp;</span><a id="p_99"></a></p>
+
+<h2><a id="DEEL_II"></a><small>DEEL II.</small><br />
+WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</h2>
+
+<p><span class="pagenum" title="100">&nbsp;</span><a id="p_100"></a></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="101"><br />&nbsp;</span><a id="p_101"></a></p>
+
+<div class="intro">
+
+ <h3 class="h3weer"><a id="deelII_INLEIDING"></a></h3>
+
+ <p>In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin het plan
+ der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en
+ gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch
+ oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen.
+ Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied.</p>
+
+ <p>In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de
+ belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts
+ als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen
+ afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de
+ grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan
+ hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige
+ kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk.</p>
+
+ <p>Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed
+ denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde
+ daarvan beslissen.</p>
+
+ <p>De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden
+ en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan
+ kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde
+ uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden.</p>
+
+ <p>Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens te
+ stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen
+ beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is het
+ stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij de
+ tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van een
+ eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan &bdquo;en
+ passant&rdquo; wat kennis trachten bij te brengen, wat echter f zeer moeilijk
+ f onmogelijk <span class="pagenum" title="102">&nbsp;</span><a id="p_102"></a>is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet
+ wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op
+ den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens
+ is om overtuigd te worden.</p>
+
+ <p>Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig
+ het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door
+ onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den
+ aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal
+ niet versmaden.</p>
+
+ <p>Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven.</p>
+
+ <p>Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij
+ te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de
+ Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te
+ houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste
+ kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor
+ zouden kunnen brengen.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="103">&nbsp;</span><a id="p_103"></a></p>
+
+<h3 class="h3weer"><a id="deelII_WEERLEGGING"></a></h3>
+
+<p>Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande
+beantwoorden, den Heer <span class="mixcap">Gelder</span>, directeur en aandeelhouder van de
+Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof
+geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd op
+een vergadering te Amsterdam, waar de Heer <span class="mixcap">Gelder</span> aldus begon:</p>
+
+<p>&bdquo;Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen
+die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waarom deugt die afsluitdijk niet?&rdquo; zoo vroeg ik.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ingenieurs&rdquo; (meervoud) &bdquo;hebben het gezegd.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wie zijn die ingenieurs?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De ingenieur <span class="mixcap">van Veen</span>&rdquo; (enkelvoud) &bdquo;te Breda.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wl tegen de
+meerdijken.&rdquo;</p>
+
+<p>En dan klaagt de Heer <span class="mixcap">Gelder</span> er over, dat men niet met hem &bdquo;debatteeren&rdquo;
+wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. <span class="mixcap">Smeenge</span> en mij
+&bdquo;lafaards.&rdquo;</p>
+
+<p>Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat. De
+Heer <span class="mixcap">Gelder</span> moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het
+goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen
+<span class="pagenum" title="104">&nbsp;</span><a id="p_104"></a>doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden zij
+adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste
+beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal
+van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren
+over zijn onverantwoordelijk kabaal.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Over de bezwaren van den Heer <span class="mixcap">van Veen</span>, civ. ingenieur, oud-direkteur
+der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een
+brochure uitgegeven, getiteld &bdquo;De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke
+constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der
+Zuiderzee&rdquo;, waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog te
+maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen te
+liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet
+voldoende zijn,&mdash;een zuiver technische quaestie dus.</p>
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">van Veen</span> heeft ook nog op andere &bdquo;groote gevaren en bezwaren&rdquo;
+gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een
+voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam.</p>
+
+<p>Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's <i>nu</i> te
+bespreken. Ik zou den Heer <span class="mixcap">van Veen</span> nl. willen vragen of hij werkelijk
+meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der
+Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden&mdash;of liever: of hij meent
+dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van
+uitvoering mogelijk is.</p>
+
+<p>Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om het
+geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de
+voornaamste zaken <span class="pagenum" title="105">&nbsp;</span><a id="p_105"></a>die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale
+raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is
+de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton,
+toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.).</p>
+
+<p>Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht,
+waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te
+maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld
+nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door de
+ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de
+verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren
+als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten
+trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd
+denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in
+bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid <i>door
+ingenieurs</i>.</p>
+
+<p>Het is wel zonderling dat men dit aan een <i>ingenieur</i> moet in
+herinnering brengen.</p>
+
+<p>Ten overvloede wijs ik den Heer <span class="mixcap">van Veen</span> op het in dit jaar verschenen
+&bdquo;Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een meer
+uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de
+afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de
+Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat
+<span class="mixcap">de Blocq van Kuffeler</span>.&rdquo; Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle
+onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan
+der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken
+en van hunne samenstelling en afmetingen, van <span class="pagenum" title="106">&nbsp;</span><a id="p_106"></a>de afwaterings- en
+scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de
+verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van
+de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke
+quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is
+gezien. Enz., enz.</p>
+
+<p>Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der
+onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten
+tegen windmolens!</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>&bdquo;<a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36319" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36319 beschikbaar.">De
+drooglegging der Zuiderzee. Het plan <span class="mixcap">J. Ulehake</span> contra het
+plan <span class="mixcap">C. Lely</span>.</a>&rdquo;</p>
+
+<p>Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen boekje
+van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een
+niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt
+van den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span>, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een
+jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan
+de resultaten &bdquo;veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan <span class="mixcap">Lely</span>&rdquo;.</p>
+
+<p>Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den
+Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden
+zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den
+Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de
+nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen
+dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M.
+diep is!</p>
+
+<p>Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte
+toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij
+legt dien meer naar buiten <span class="pagenum" title="107">&nbsp;</span><a id="p_107"></a>in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3
+gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 11 M.
+te doen heeft, maar waarin &bdquo;natuurlijk de strooming veel minder sterk
+zal zijn dan in de Helsdeur&rdquo;&mdash;waarom dit &bdquo;natuurlijk&rdquo; is schijnt niet
+recht duidelijk. Dat werkje in volle zee&mdash;een sprong in 't duister,
+waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal
+kosten&mdash;is &bdquo;een natuurlijk plan&rdquo;, omdat het &bdquo;van de bestaande banken en
+eilanden profiteert.&rdquo;</p>
+
+<p>Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een
+afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men
+slechts de teleurstellende mededeeling: &bdquo;Het spreekt van zelf, dat de
+zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan <span class="mixcap">Lely</span>, niet in
+<i>die</i> mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor het
+plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig
+ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (<i>sic</i>) der
+zeegaten verbonden, <i>enkel</i> &bdquo;geldelijke&rdquo; waren, en het dus volstrekt
+niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel
+schitterender zullen zijn dan die van 't plan <span class="mixcap">Lely</span>.&rdquo; Als die ervaren
+ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl.
+de <i>technische</i> bezwaren enkel <i>geldelijke</i> waren, dan is 't maar goed
+dat zijn naam niet genoemd wordt.</p>
+
+<p>Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door
+streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte
+heeft van een rijksdaalder.</p>
+
+<p>Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den
+IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor
+de afwatering en de <span class="pagenum" title="108">&nbsp;</span><a id="p_108"></a>scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze
+zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in
+open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken
+moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige
+honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen in
+het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren
+doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 30 M. en de
+Vliestroom 6 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den
+bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper.</p>
+
+<p>Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige
+waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om <i>Land</i> te doen,
+land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu &bdquo;met
+bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den
+modderbak.&rdquo; Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de
+bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> &bdquo;meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek
+uit te oefenen op het plan <span class="mixcap">Lely</span> en bestudeerde het IJselmeer.&rdquo; En daar
+komt de minister <span class="mixcap">Lely</span> maar treurig af! Hoor, hoor!</p>
+
+<p>&bdquo;De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te
+kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te
+beheerschen<ins class="corr" id="corr21" title="Bron: &lsquo;">.</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat
+kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de
+kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen
+IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij
+Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en,
+omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen <span class="pagenum" title="109">&nbsp;</span><a id="p_109"></a>langs die
+rivier, gaat hij den Krommen Rijn&ndash;Ouden Rijn&ndash;Vecht weer openen, dus den
+middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus
+ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt
+hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden
+millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op. Is
+er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden?</p>
+
+<p>De bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> &bdquo;gevoelt als onderwijzer zeer goed het
+ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur.&rdquo;
+Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander
+toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. &bdquo;Daar de Minister de
+uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen
+tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen
+peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die
+veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O. van
+Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O. polder
+verdrinkt.&rdquo; Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had
+uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 2 M. lager zouden
+blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn
+plan bij den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> gekomen met verzoek om consideratie en advies!</p>
+
+<p>Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> in
+zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr22" title="Bron: &bdquo;"></ins>Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee
+axioma's:</p>
+
+<p>a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken
+over gewapend en cementbeton, eene <span class="pagenum" title="110">&nbsp;</span><a id="p_110"></a>specie, die uitnemend geschikt is
+tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken.</p>
+
+<p>b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te
+beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs &bdquo;heide maakt tot
+weide.&rdquo;</p>
+
+<p>En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> &bdquo;den
+doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren.&rdquo;</p>
+
+<p><span xml:lang="en">The villain dies!</span> Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan.</p>
+
+<p>De auteur van 't stuk beoogt &bdquo;als voorloopig doel&rdquo;, dat zijn plan door
+de Regeering worde onderzocht.</p>
+
+<p>Wie weet!?</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer <span class="mixcap">D. R.
+Mansholt</span> op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om &bdquo;een bijna
+waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te pompen, om
+daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten door de
+ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te verzuipen.&rdquo;
+De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat de
+voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de
+Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze
+groote gevaren te duchten zijn.</p>
+
+<p>In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den
+Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari
+wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer <span class="mixcap">D. R. Mansholt</span>,
+de Heer <span class="mixcap">L. H. Mansholt</span>, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen
+brochure &bdquo;De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig <span class="pagenum" title="111">&nbsp;</span><a id="p_111"></a>gevaar voor
+Friesland en Groningen&rdquo; ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd.</p>
+
+<p>Hoewel ik in de oogen van den Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. slechts een &bdquo;zoogenaamd
+deskundige&rdquo; ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden en
+te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne
+redeneering,&mdash;dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen
+gemaakt wordt,&mdash;is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins
+moeilijk de heeren <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij
+blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de
+wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen,
+terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die
+binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien,
+drie <i>verschillende</i> verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar
+verward.</p>
+
+<p>Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen.</p>
+
+<p id="cross1">De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee
+indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en
+waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal
+tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N. om
+Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten
+doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij
+nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een
+verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water
+(L. W<ins class="corr" id="corr23" title="Bron: ,">.</ins>)&mdash;dit <i>verschil</i> heet de hoogte van de vloedgolf&mdash;van 5,60
+M., aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts
+natuurlijk meer <span class="pagenum" title="112">&nbsp;</span><a id="p_112"></a>en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze
+plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil
+toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de <i>buitenzijde</i> van de
+eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij
+tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen <span class="mixcap">Moens-Nolthenius</span>:</p>
+
+<table class="bedragen" summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <th class="bedragkop">Plaatsen</th>
+ <th class="bedragkop">buiten</th>
+ <th class="bedragkop nobrw">binnen</th>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Texel</td>
+ <td class="tdc br">1,25 M.</td>
+ <td class="tdc">1,05 M.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Eierlandsche Gat</td>
+ <td class="tdc br">1,45 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Vlieland</td>
+ <td class="tdc br">1,65 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc">1,40 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Terschelling</td>
+ <td class="tdc br">1,80 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc">1,70 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Ameland</td>
+ <td class="tdc br">1,90 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc">1,70 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Schiermonnikoog</td>
+ <td class="tdc br">2,15 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc">2,10 M. (Friesche Gat)</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Rottum</td>
+ <td class="tdc br">2,30 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Borkum</td>
+ <td class="tdc br">2,50 &bdquo;</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Cuxhaven (volgens H. Lentz)</td>
+ <td class="tdc br">ong. 2,80 M.</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden <i>buitengaats</i> noord- en
+oostwaarts tot de Elbe en dus ook de <i>hoogste</i> zeestanden binnengaats op
+geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14
+Januari 1916:</p>
+
+<table summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Helder</td>
+ <td class="tdl">+1,75 N.A.P.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Texel (Oude Schild)</td>
+ <td class="tdl">+1,98 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Vlieland (Oost-Vlieland)</td>
+ <td class="tdl">+2<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: .">,</ins>21 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Terschelling (West-Terschelling)</td>
+ <td class="tdl">+1<ins class="corr" id="corr25" title="Bron: .">,</ins>98 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Roptazijl</td>
+ <td class="tdl">+2<ins class="corr" id="corr26" title="Bron: .">,</ins>86 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Nieuw Bilt</td>
+ <td class="tdl">+2,90 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Ameland</td>
+ <td class="tdl">+3,20 &bdquo;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl">Schiermonnikoog</td>
+ <td class="tdl">+3,46 &bdquo;</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p>Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen
+afwaaiing op de andere opwaaiing van water <span class="pagenum" title="113">&nbsp;</span><a id="p_113"></a>plaats had, zooals hierna
+zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren
+<span class="mixcap">Mansholt</span> onbekend te zijn, althans de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. zegt, naar
+aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten: &bdquo;op
+'t eerste gezicht ziet men, dat het een <i>normaal</i> verschijnsel is, dat
+juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten de
+Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden
+aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer
+niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan te
+nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts
+<i>gedeeltelijk</i> gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in de
+Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke
+beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten
+volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken
+vloedstand veroorzaakt&rdquo;.</p>
+
+<p>De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en
+Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater &bdquo;in
+ontzaggelijke massaas&rdquo; binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm!
+Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den
+invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de
+Zuiderzee, dat dan 2 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet? Waarmee
+natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der
+zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door
+het naar binnen vloeien van het Noordzeewater.</p>
+
+<p>Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen
+zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het
+vloedwater daarin opgestuwd, waardoor <span class="pagenum" title="114">&nbsp;</span><a id="p_114"></a>achterin hoogere H.W.- en lagere
+L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de
+Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart.
+Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W. 2,10
+M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond bij
+Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en zou te
+Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te Delfzijl,
+als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over de Dollart
+kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de H.H.
+<span class="mixcap">Mansholt</span> doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en
+Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp
+en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit
+geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch
+beeld van de zeestanden langs die kusten.</p>
+
+<p>Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als
+aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde.</p>
+
+<p>Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen
+komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate
+de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de
+Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw
+zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en
+L.W. buiten vr het zeegat van den Helder +0,38 en &ndash;0,87 N.A.P. en vr
+het Vlie +0,65 en &ndash;1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen
++0,32 N.A.P.<ins class="corr" id="corr27" title="Niet in Bron.">&nbsp;en</ins> &ndash;0,23 en te Stavoren +0,21 en &ndash;0,28 N.A.P.
+bedragen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="115">&nbsp;</span><a id="p_115"></a></p>
+
+<p>Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne
+grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun
+gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen hals
+tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking&mdash;ik bedoel nu in
+normale omstandigheden, dus zonder wind&mdash;nog samengestelder. Daar
+verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen
+dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij
+H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te
+7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te
+Stavoren te 9,20 u. het geval is,&mdash;in de gedeeltelijk afgesloten
+Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe
+gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus
+zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het
+Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen&ndash;Ketel, dus tot
+iets t. Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware
+eenigszins teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde
+getijverschillen voor van hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek);
+de plaatsen langs de zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog
+water te 12&frac34; 1 uur.</p>
+
+<p>De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen
+zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in
+de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water
+bevat als de zuidelijke hoog water heeft.</p>
+
+<p id="cross3">Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit
+het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld
+wordt en ook dat zij na het <span class="pagenum" title="116">&nbsp;</span><a id="p_116"></a>tijdstip van H.W. zich naar twee zijden,
+nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt.</p>
+
+<p>Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer
+gewijzigd.</p>
+
+<p>Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door:</p>
+
+<p>1 inloopen van Noordzeewater door de zeegaten,</p>
+
+<p>2 opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde.</p>
+
+<p>3 beide oorzaken onder 1 en 2 te gelijk.</p>
+
+<p>Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de
+richting van den wind.</p>
+
+<p>Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen,
+dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de
+storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor
+veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog
+daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft
+de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt,
+dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water
+blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de
+geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden
+daardoor veroorzaakt.</p>
+
+<p>Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is
+gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen
+en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing.</p>
+
+<p>Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of
+ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ne zijde
+voortbewogen, stel ter <span class="pagenum" title="117">&nbsp;</span><a id="p_117"></a>diepte van 2, 3, 4, 5 M.&mdash;dit hangt van de
+kracht van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door
+het wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het
+water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft de
+wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt geen
+helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder de
+voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig of geen
+aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een helling
+aan. <a id="cross2"></a>De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht en van den
+afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden
+Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vr
+Amsterdam zoo laag <i>af</i> dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het
+water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog <i>op</i>woei, dat er
+tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En
+bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd
+een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te
+Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen
+weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee.</p>
+
+<p>Een voorbeeld van inloopen <i>en</i> opwaaien biedt de stormvloed van 13/14
+Januari 1916. In de 2&frac12; etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die
+den 13<sup>en</sup> te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting
+stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat
+de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels
+volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze
+woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 <span class="pagenum" title="118">&nbsp;</span><a id="p_118"></a>Jan.)
+zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water
+opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten,
+zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger
+waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de
+noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die
+van sommige voorafgaande stormvloeden,&mdash;wat uit de afwaaiing van dat
+gedeelte te verklaren is.</p>
+
+<p>Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en van de
+Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de
+beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit
+leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele
+die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal
+noemen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p id="cross0">De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zegt: &bdquo;Met het oog op deze feiten ligt het m. i.
+toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van
+groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij
+direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals
+men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust,
+minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden.
+Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen
+als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de
+stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu
+deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z.
+zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde
+bergruimte&mdash;alle <span class="pagenum" title="119">&nbsp;</span><a id="p_119"></a>andere factoren gelijk gerekend&mdash;precies, in de helft
+van den gewonen tijd zal volstroomen.</p>
+
+<p>Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen
+beuken&mdash;'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is&mdash;het water zal ook
+ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z.
+verdeeld over de oppervlakte der wadden.</p>
+
+<p>Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet
+het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de
+minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke
+punt!&rdquo;</p>
+
+<p>En toch is op deze redeneering alles af te dingen!</p>
+
+<p>Zij is fout en doordat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> dit niet bemerkt heeft, bemerkte
+hij ook niet, dat de 2<sup>e</sup> alinea in tegenspraak is met de eerste.</p>
+
+<p>Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is
+als een andere in de helft van den tijd &bdquo;volstroomt.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud
+gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter
+inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde
+snelheid van instroomen, enz.)?</p>
+
+<p>Het antwoord kan niet anders luiden dan:</p>
+
+<p><i>Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de
+opening naar binnen behoeft te loopen.</i></p>
+
+<p>Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere
+hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot
+vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele
+oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele
+zou bedragen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="120">&nbsp;</span><a id="p_120"></a></p>
+
+<p>De fout die de H.H. <span class="mixcap">Mansholt</span> maken,&mdash;dezelfde trouwens die zoovelen
+maakten en nog maken&mdash;is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen
+stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook is,
+er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen zal
+stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen, totdat
+er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder de
+werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. <i>Het
+water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee
+geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft
+buiten op de Noordzee.</i></p>
+
+<p>Door die fout komt de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> tot de bewering dat het water binnen
+de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel
+hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 3 M. hooger!) en daardoor ook tot
+de tegenspraak daarvan, dat nl. voor <i>diezelfde</i> hoeveelheid die volgens
+hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is
+tot vulling van die half zoo groote bergruimte.</p>
+
+<p>De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering
+doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de
+bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk
+tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met
+de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de
+Heeren <span class="mixcap">Mansholt</span> het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen
+dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou
+men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog
+kunnen doen rijzen!</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="121">&nbsp;</span><a id="p_121"></a></p>
+
+<p>Zoo zeide de Heer <span class="mixcap">Obreen</span> w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer,
+dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den
+waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water &bdquo;dat
+gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen&rdquo; moest dan in een
+kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat
+uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op!</p>
+
+<p id="cross6">Ook de Heer <span class="mixcap">C. P. Vijverberg</span> c. i. in zijn onlangs verschenen brochure
+&bdquo;Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen,&rdquo; die
+<a href="#cross7">hierachter</a> ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door
+dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid,
+dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke
+kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: &bdquo;Het wil
+mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet
+illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den
+bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche,
+Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland
+en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen van
+den afsluitdijk Wieringen&ndash;Piaam in zeer belangrijke mate zal worden
+verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel
+van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan
+zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door de
+Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een
+belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen
+waar te nemen.&rdquo;</p>
+
+<p>Altijd weer hetzelfde! &bdquo;Het quantum water, hetwelk nu <span class="pagenum" title="122">&nbsp;</span><a id="p_122"></a>in de Zuiderzee
+wordt geborgen,&rdquo; dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er
+geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in.</p>
+
+<p>Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden
+moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de
+afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en
+verlegging van geulen, enz. Dr. <span class="mixcap">Lori</span> zegt<a id="FNa_46" href="#FN_46" class="fnanchor"><sup>46</sup>)</a> &bdquo;Nu wordt evenwel de
+Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind, dus
+met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het, door
+storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer dan
+vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het
+Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans
+zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: &bdquo;De
+aanleg van een dam naar Terschelling&rdquo;&mdash;om die uitschuring te voorkomen
+en aanwas te bevorderen&mdash;&bdquo;moet aan de afsluiting der Zuiderzee
+voorafgaan.&rdquo;<ins class="corr" id="corr28" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Begrijp ik den Heer <span class="mixcap">Lori</span> wel, dan heeft hij hier niet een verhooging
+der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling
+een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats
+hebben. Mocht dit juist zijn,&mdash;wat m. i. nog niet vaststaat,&mdash;dan zou de
+aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben,
+in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden.</p>
+
+<p>Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der
+Zuiderzee-Wadden verkleind door het <span class="pagenum" title="123">&nbsp;</span><a id="p_123"></a>leggen van een afsluitdijk, dan zal
+ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar
+binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding. En
+dus is <i>door die verkleining</i> geen verhooging der stormvloeden te
+wachten.</p>
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne
+meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen
+van die heeren niet begrepen.</p>
+
+<p>De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat <span class="mixcap">H. E. de Bruyn</span> betoogde nl. in
+het feestnummer van &bdquo;De Ingenieur&rdquo; van 1911, dat door het leggen van den
+voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan zal
+stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal worden
+benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het
+<a href="#cross3">hierboven</a> gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van
+de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.)
+van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging
+van H.W. als verlaging van L.W. <a id="cross4"></a>Stel dat deze laatste evenveel bedragen,
+dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer <span class="mixcap">de
+Bruyn</span> ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het &bdquo;dus
+ook verder oostwaarts&rdquo;, dat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> er bij voegt, zal nog
+minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen.</p>
+
+<p>Nu zeide de Hoofdingenieur <span class="mixcap">de Bruyn</span> wel:</p>
+
+<p>&bdquo;Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden te
+wachten.&rdquo; Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker, dan
+zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer <span class="mixcap">Mansholt</span>
+Sr. <span class="pagenum" title="124">&nbsp;</span><a id="p_124"></a>schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor te
+stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal zijn,
+en de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. roept naar aanleiding van die bewering van den
+hoofdingenieur <span class="mixcap">de Bruyn</span>, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: &bdquo;Dit is
+bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij
+<i>storm</i>vloeden,&mdash;na afsluiting der Zuiderzee?&rdquo;</p>
+
+<p>Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat
+geval vervalt de geheele redeneering van den Heer <span class="mixcap">de Bruyn</span>. Immers dan
+is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen
+zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden
+geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even
+hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan.</p>
+
+<p>En evenmin mag de heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zich beroepen op den
+oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer <span class="mixcap">A. Bekaar</span>,&mdash;hij
+heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de
+afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen<a id="FNa_47" href="#FN_47" class="fnanchor"><sup>47</sup>)</a>.
+Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het
+Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe, ten
+N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM.
+verhooging van H.W. ontstaan <i>onmiddellijk ten Zuiden van dien dam</i>
+(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan
+(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts
+verloopen. De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> maakt daarvan, dat de Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> heeft
+aangetoond, dat het vloedwater &bdquo;op de Wester-Schelde<span class="pagenum" title="125">&nbsp;</span><a id="p_125"></a> minstens 2
+decimeter was gerezen&rdquo;&mdash;iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te
+vinden is. En nog erger maakt 't de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. als hij zegt, dat
+de Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn
+stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de
+Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger
+zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de
+Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te
+toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den
+tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den
+nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee.</p>
+
+<p>In zijn boekje leest men nl<ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">.</ins>: &bdquo;Welnu, op grond van de gegevens
+betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden
+mag stellig worden aangenomen dat <i>gemiddeld</i> die plotselinge stijging
+over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet
+minder heeft bedragen dan 180 cM.&rdquo; (nl. bij den stormvloed van 13/14
+Jan. 1916), &bdquo;waarbij we aannemen dat <i>tevoren</i> reeds het water 1 M.
+boven N.A.P. was opgestuwd.</p>
+
+<p>&bdquo;De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt 360.000 HA. In enkele uren
+tijds wordt daarin dus <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: 3.600.000.0000">3.600.000.000</ins> 1,8 = 6480
+millioen M water opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa
+binnen een tijdsverloop van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur
+dus 1080 millioen M water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000
+M per seconde. Men houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het
+tijdstip, dat voor de zeeweringen <span class="pagenum" title="126">&nbsp;</span><a id="p_126"></a>van Friesland en Groningen het meest
+kritiek is<ins class="corr" id="corr31" title="Bron: &middot;">,</ins> wanneer nl. de storm omloopt van het Westen
+naar het Noord-Westen of Noorden.</p>
+
+<p>&bdquo;De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen
+een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij
+stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt,
+dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M.
+Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M.
+per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de
+Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel
+nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt <i>bovendien</i> de
+vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden
+afsluitdijk eenige meters opgestuwd.</p>
+
+<p>&bdquo;Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook
+een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der
+Waddenzee, boven Groningen, <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: naat">naar</ins> het Zuiden. Deze conclusie
+mag met stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze
+is bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de
+Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft.
+Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats
+van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen
+stroom van het vloedwater in die richting.</p>
+
+<p>&bdquo;... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen
+steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm naar
+het Noorden de vloed direkt begint te dalen,&mdash;daarvan zal na de
+afsluiting <span class="pagenum" title="127">&nbsp;</span><a id="p_127"></a>der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee bij
+Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar
+gevormden zak niet voldoende kan ontwijken.&rdquo;</p>
+
+<p>Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring
+van begrippen. De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. had daarom beter gedaan zich te
+onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in
+becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant
+<ins class="corr" id="corr33" title="Bron: nog">noch</ins> wal raken. Zulk geschrijf,&mdash;het moge dan te goeder trouw
+tot waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,&mdash;is meer
+dan overmoedig.</p>
+
+<p>Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de
+Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt
+van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin
+en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt:
+de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de
+duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van
+Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en van
+Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet de
+hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie
+zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M<a id="FNa_48" href="#FN_48" class="fnanchor"><sup>48</sup>)</a>,
+terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker
+niet minder dan 36000 M schat. De geheele doorsnede wordt dan niet
+75000 maar 200.000 M. Deelt men dit op een ingestroomde watermassa <span class="pagenum" title="128">&nbsp;</span><a id="p_128"></a>van
+300.000 M, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M.
+ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er
+water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles
+opslokkende Zuiderzee te vullen.</p>
+
+<p>Toch meent de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche
+waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de
+stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die
+richting af<ins class="corr" id="corr34" title="Niet in Bron.">.</ins> Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen
+in 't oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten,
+nl. getijwerking (zie <a href="#cross1">boven</a>) en de (westelijke) wind, het water hooger
+opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en dus
+het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide krachten
+houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt, d. i. de
+zwaartekracht, in evenwicht, <i>beletten</i> dus juist het water in
+westelijke richting weg te vloeien.</p>
+
+<p>Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer
+<span class="mixcap">Mansholt</span> vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en
+Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het
+grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar de
+Noordzee.</p>
+
+<p>Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de vloed
+direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het
+Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing
+hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft (zie
+<a href="#cross2">boven</a>). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over
+de <i>lengte</i> der Wadden (Vlie&ndash;Friesche <span class="pagenum" title="129">&nbsp;</span><a id="p_129"></a>Gat
+64 K.M. en Friesche Gat&ndash;Eems
+44 K.M.); wordt de wind noord dan over de <i>breedte</i> (8 15 K.M.).</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt?</p>
+
+<p>Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van Toelichting
+van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting en droogmaking
+van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche en
+Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts
+geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting
+is te verwachten.</p>
+
+<p>Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger
+dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal het
+uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind <ins class="corr" id="corr35" title="Bron: opwaaiien">opwaaien</ins> tegen den
+dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de
+Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer
+gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;&mdash;dus tot ongeveer +3
+A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum&ndash;Harlingen
+stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om
+<a href="#cross4">bovengenoemde reden</a>), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van
+hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen
+van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,&mdash;voor
+volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de
+verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden
+gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij Piaam
+bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat de
+Regeering voorstelt de Friesche <span class="pagenum" title="130">&nbsp;</span><a id="p_130"></a>dijken t. N. van Piaam wat te
+verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het
+westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis,
+zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen,
+waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder
+eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den
+afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het water
+dat <i>nu</i> de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting <i>niet meer</i> door
+de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te
+vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men
+niets van een verhooging der stormvloeden bemerken.</p>
+
+<p>Wat de HH. <span class="mixcap">Mansholt</span> daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van
+de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op
+te houden met in de Provincin Friesland en Groningen noodeloos onrust
+te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste
+provincie een zegen zal zijn.</p>
+
+<p>Misschien wordt het oordeel der H.H. <span class="mixcap">Mansholt</span> beheerscht door hun
+antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen
+dit te mogen zeggen, omdat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zich niet ontziet om de
+in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking
+zullen worden verkregen &bdquo;een bijna waardeloos moeras&rdquo; te noemen.</p>
+
+<p>Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid is.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="131">&nbsp;</span><a id="p_131"></a></p>
+
+<p>Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den
+bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden
+betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald.</p>
+
+<p>Prof. <span class="mixcap">v. Bemmelen</span> was van oordeel, &bdquo;dat de kleigronden van de Zuiderzee&rdquo;
+(klei tot 50 perc. zand), &bdquo;in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de
+kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden&rdquo; (50 70 perc.
+zand) &bdquo;der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der
+Groninger noordelijke zeepolders&rdquo; (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp
+van 1877).</p>
+
+<p>Prof. <span class="mixcap">Mayer</span>, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht
+de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan
+en van het onderzoek door Prof. <span class="mixcap">v. Bemmelen</span> tot het besluit: &bdquo;dat
+minstens &frac34; van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond van
+groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen
+onmiddellijke waarde.&rdquo; Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het
+vele zand dat <i>het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging</i> nog
+bevatte, maar dat toch nu niet meer als &bdquo;van geen onmiddellijke waarde&rdquo;
+zou genoemd worden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p id="cross7">Ten slotte de bezwaren van den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>, in zijn <a href="#cross6">bovengenoemde</a>
+brochure neergelegd.</p>
+
+<p>Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan <span class="mixcap">Lely</span>, door
+de <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: Staatcommissie">Staatscommissie</ins> in 1894 geraamd op 189 millioen
+gulden en door een in 't bijzonder voor de herziening der kosten
+benoemde Staatscommissie van 1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog
+gesteld kan worden op 300 millioen, daar prijzen en loonstandaard nog
+<span class="pagenum" title="132">&nbsp;</span><a id="p_132"></a>aanzienlijk zullen stijgen. Daar nu de ramingen van vele groote werken
+in binnen- en buitenland door de werkelijke kosten verre zijn
+overschreden en aan het werk van de afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee groote risico's zijn verbonden, zoo meent de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>
+de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog als de raming en dus &bdquo;niet
+lager te (moeten) stellen dan zes honderd millioen gulden en den tijd
+van uitvoering niet korter aan te nemen dan veertig jaar.&rdquo;</p>
+
+<p>Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt
+niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als
+grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> het
+volgende staatje.</p>
+
+<table class="bedragen" summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <th class="bedragkop"></th>
+ <th class="bedragkop">Raming der kosten</th>
+ <th class="bedragkop nobrw">Werkelijke kosten</th>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Manchester-kanaal</td>
+ <td class="tdc br"> &fnof; &nbsp; 70 millioen</td>
+ <td class="tdc"> &fnof; 195 millioen</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Congo-spoorweg</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; &nbsp; 12 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; &nbsp; 35 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Kanaal van Korinthe</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; &nbsp; 14 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; &nbsp; 28 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Suez-kanaal</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; 100 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; 228 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Panama-kanaal</td>
+ <td class="tdl br">
+ <span class="floatleft" style="font-size: 475%;">{</span> &fnof; 150 mill. (De Lesseps)<br />
+ &bdquo; &nbsp;281 &nbsp;&bdquo; &nbsp;&nbsp;in 1894 <br />
+ &bdquo; &nbsp; 256 &nbsp; &bdquo; &nbsp;&nbsp; in 1898 <br />
+ &bdquo; &nbsp; 360 &nbsp;&bdquo; &nbsp;&nbsp;in 1900 <br />
+ &bdquo; &nbsp; 349 &nbsp; &bdquo; &nbsp;&nbsp;in 1903 </td>
+ <td class="tdl i1" style="max-width: 16em;">Verwerkt tot op 30 Juni 1913 &fnof;874 millioen,
+ geautoriseerd op dien datum &fnof;938 millioen,
+ werkelijke kosten meer dan n milliard.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Rotterdamsche Waterweg</td>
+ <td class="tdc br">&fnof; &nbsp;6 millioen</td>
+ <td class="tdc">&fnof; 43 millioen</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Noordzeekanaal</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; 15 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; 32 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Merwedekanaal</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; 14 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; 21 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Sluis te IJmuiden</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; &nbsp; 3,5 &nbsp;&bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; &nbsp; 6 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Verlegging van den Maasmond</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; 13,5 &nbsp;&bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"> &bdquo; 22 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Solo-vallei-werken</td>
+ <td class="tdc br"></td>
+ <td class="tdl i1" style="max-width: 16em;">Gestaakt nadat ruim 11 millioen gulden waren verwerkt.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Tijdens indiening wetsontwerp</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; 19 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdl br">Na staking der werken</td>
+ <td class="tdc br"> &bdquo; &nbsp; 3 &nbsp; &nbsp; &bdquo; &nbsp; &nbsp;</td>
+ <td class="tdc"></td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p><span class="pagenum" title="133">&nbsp;</span><a id="p_133"></a></p>
+
+<p>Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche
+staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan te
+merken, dat de &bdquo;werkelijke kosten&rdquo; tevens die werken betreffen, die
+eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het
+oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen
+juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming.
+Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit
+zelf, als hij zegt: &bdquo;Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken
+aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan
+oorspronkelijk in de bedoeling lag&rdquo;. Natuurlijk! Men dacht er bij het
+begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van 9 M.
+beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is.</p>
+
+<p>Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de
+raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet 15),
+terwijl het geheele werk gekost heeft &fnof;37.225.000 (dus nit 32
+millioen),&mdash;maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van
+bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen
+(&fnof;1.103.000) en van werken, niet voorzien in de concessie,
+&fnof;5.970.000<a id="FNa_49" href="#FN_49" class="fnanchor"><sup>49</sup>)</a>. Omtrent deze laatste zal de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> misschien
+opmerken, dat er bij zijn waarvan men eerst gedurende het werk de
+noodzakelijkheid inzag; gedeeltelijk is dit echter niet het geval.</p>
+
+<p>Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den
+Maasmond. De raming was &fnof;15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de
+kosten waren (tot Juni 1908) &fnof;24.210.443 (niet 22 mill.); maar
+hiervoor zijn uitgevoerd, <span class="pagenum" title="134">&nbsp;</span><a id="p_134"></a>behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde
+werken, de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement
+<span class="mixcap">Rol-Kool</span>) voor &fnof;1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der
+Waaldijken voor &fnof;646.020, de brug bij Heusden (amendement
+<ins class="corr" id="corr37" title="Bron: Seret"><span class="mixcap">Seret</span></ins>) voor &fnof;693.127, terwijl in plaats van het
+oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's Hertogenbosch&ndash;Hedikhuizen,
+geraamd op &fnof;549.200, de voorziening in het inundatiegebied van Dommel
+en A &fnof;2.265.710 en het scheepvaartkanaal Engelen&ndash;Henriettewaard
+&fnof;1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee rekening, dan wordt de
+verhouding van raming en werkelijke kosten niet 13,5:22 maar ong. 30:37.</p>
+
+<p>Beschouwt men alleen de <i>genoemde</i> werken in Nederland, dan is er dus
+geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te
+stellen.</p>
+
+<p>Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit de
+ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit <i>alle</i> in Nederland
+uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wl uitgevoerd voor
+het bedrag der raming of voor minder?</p>
+
+<p>Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> doet, de kosten van
+de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op
+het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus
+verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast.</p>
+
+<p>Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico
+verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico aan
+verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende de
+uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook ten
+aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen <span class="pagenum" title="135">&nbsp;</span><a id="p_135"></a>ondergrond komen
+te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel
+bewijzen, als hij zegt: &bdquo;Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld
+technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit en
+tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd zijn en
+nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg, dat die
+werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei slechte
+invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een kort
+tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;In volle zee&rdquo;&mdash;lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan alle
+zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,&mdash;wordt dan toch alleen
+de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts &frac14; &#8531; van
+het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar geschat
+wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote
+droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen
+voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken &bdquo;in
+volle zee&rdquo; genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al
+zeer gering.</p>
+
+<p>De financieele beschouwingen over het werk die de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>
+vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten van
+600 millioen,&mdash;zoodat &bdquo;de Provincie Lelyland&rdquo;, als de gronden voor
+gemiddeld &fnof;1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het
+werk, volgens hem aan het land nog een schuld van &fnof;300 millioen zal te
+dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan.</p>
+
+<p>Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van de
+groote niet-rechtstreeksche voordeelen, <span class="pagenum" title="136">&nbsp;</span><a id="p_136"></a>die voor het geheele land
+zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare
+provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend
+vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering en
+wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten, welke
+voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen
+vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het
+onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer
+<span class="mixcap">Vijverberg</span>, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van
+13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken &bdquo;als het ware misbruikt
+(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee.&rdquo; En daarop
+volgt: &bdquo;Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die
+rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of het
+behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral aan het
+voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van Texel,
+Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden gemaakt,
+dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt
+ingejaagd,&rdquo;&mdash;welke meening dan door den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> terecht wordt
+bestreden, want zij is geheel onjuist.</p>
+
+<p>Maar de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> noemt de geschriften niet waaruit hem dat
+&bdquo;misbruik&rdquo; en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn
+gebleken.</p>
+
+<p>Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der
+Zuiderzee-Vereeniging Mr. <span class="mixcap">Vissering</span> in het Handelsblad, Een harde les,
+enz. van 15 Jan. e. v., of van dat <span class="pagenum" title="137">&nbsp;</span><a id="p_137"></a>van mijn hand in de N. R. Courant
+van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend
+vermogen der zeegaten?</p>
+
+<p>Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat <i>als</i> de Zuiderzee
+afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet
+voorgekomen zou zijn,&mdash;iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het
+maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet
+een &bdquo;misbruik&rdquo; maken van de omstandigheden.</p>
+
+<p>Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat
+afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van
+dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging
+beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. <span class="mixcap">Lely</span> in hare
+Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee <i>niet noodzakelijk</i> kan
+worden geacht om de Zuiderzee-provincin op den duur tegen het geweld
+der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend
+middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af te
+tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in de
+dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden
+geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in &bdquo;De
+Ingenieur&rdquo;), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken,
+over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten,
+enz.&mdash;vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal
+kosten.</p>
+
+<p><i>Het wegnemen van &bdquo;het Zuiderzeegevaar&rdquo; voor de dijken binnen de
+afsluiting is slechts n der voordelen uit een technisch oogpunt,&mdash;en
+zelfs volstrekt niet het belangrijkste,&mdash;die een gevolg zullen zijn van
+de afsluiting.</i> <span class="pagenum" title="138">&nbsp;</span><a id="p_138"></a>In zijn opstel &bdquo;De afdoende verbetering&rdquo; wordt dit dan
+ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet
+en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd<a id="FNa_50" href="#FN_50" class="fnanchor"><sup>50</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar
+aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een
+<i>mis</i>bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De hierop volgende beschouwing van den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> handelt over het
+bezwaar van den Heer <span class="mixcap">D. R. Mansholt</span> omtrent de verhooging der
+waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver
+dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het
+quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in
+zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind,
+en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op de
+Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze
+quaestie is reeds hiervoor (<a href="#cross0">bl. 118 e.v.</a>) uitvoerig behandeld waarnaar
+ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling
+der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden
+gezegd.</p>
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> zegt ook: &bdquo;Het komt me echter niet meer dan billijk
+voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren
+van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders&rdquo;&mdash;nl. die langs de
+Zuiderzee <i>binnen</i> den afsluitdijk&mdash;&bdquo;hunne dijklasten ook in 't vervolg
+blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe
+<span class="pagenum" title="139">&nbsp;</span><a id="p_139"></a>Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende
+polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering
+der plannen <span class="mixcap">Lely</span> eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte
+wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche
+onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het
+gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar.</p>
+
+<p>Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening
+gehouden te zijn&rdquo;.</p>
+
+<p>Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van
+voorbedijking vergist de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> zich. Dat zoogenaamd &bdquo;recht van
+dijkvelling&rdquo; bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en is
+ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft
+nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet.
+De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de
+aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of
+waterschap.</p>
+
+<p>Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het
+Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen.</p>
+
+<p>Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook
+anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds
+den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht, niet
+alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel
+grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,&mdash;men denke
+b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvr. Bovendien werd na de
+uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen
+telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden <span class="pagenum" title="140">&nbsp;</span><a id="p_140"></a>de
+binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland geheel,
+andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van
+zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk
+zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot
+gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat, dus
+mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden verlost?
+Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet
+rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert men
+echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van
+dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade<a id="FNa_51" href="#FN_51" class="fnanchor"><sup>51</sup>)</a>
+4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 11
+millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met
+de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee?</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> wijst er ook op, dat de voordeelen voor de afwatering
+der aangelegen landen bij een afsluiting der Zuiderzee,&mdash;daarin
+bestaande dat die landen daarop beter en gedurende langere perioden
+langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen kunnen
+afwateren,&mdash;worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken tot
+noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een niet
+onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de
+gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk
+zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij
+willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle
+andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge <span class="pagenum" title="141">&nbsp;</span><a id="p_141"></a>Zuiderzeestanden worden
+nu veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na
+de afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door
+opwaaiing die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere
+IJselmeer zijn kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de
+windkracht ook afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft.
+Om deze beide redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5
+tot 2 M. blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en
+zal de duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer
+verminderen. Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ne
+zijde, aan de andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de
+afwatering kan ten goede komen.</p>
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot
+voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche
+Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de
+afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands
+afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel
+heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het
+Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de
+afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal
+zijn. Maar daartegenover staat:</p>
+
+<p>1 Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot &ndash;0,30
+&ndash;0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste
+gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van
+kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd;</p>
+
+<p>2 doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten <span class="pagenum" title="142">&nbsp;</span><a id="p_142"></a>en er dus
+voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het
+inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het
+voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk
+watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen
+laten afstroomen.</p>
+
+<p>Wat de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen
+in de afwatering van <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: Fiesland">Friesland</ins>, ook zonder afsluiting der
+Zuiderzee, doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed
+op de hoogte is. Immers hij zegt: &bdquo;Friesland kan echter zeer voldoende
+langs natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar
+lage ebben en diep water voorkomen&rdquo;.</p>
+
+<p>Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl.
+in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu
+zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door
+kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet
+tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem
+voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog
+niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote
+voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer
+Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan
+reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880&ndash;1889, die 4
+millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel
+onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen
+niet tevens zeer worden verruimd.</p>
+
+<p>Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies:<span class="pagenum" title="143">&nbsp;</span><a id="p_143"></a> &bdquo;Bovendien is het
+aanhouden van n zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's boezem
+gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen behooren
+groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen
+bemalingswerktuig en eigen boezempeil&rdquo; (lees polderpeil); &bdquo;dan kan
+Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede zal
+kunnen komen en de afwatering bevorderen&rdquo;. Het Friesche boezem<i>peil</i> is
+niets dan een peil ter vergelijking (&ndash;0,66 N.A.P.), naar welks bereiking
+nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas soms nog lagere
+boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.&ndash;1 Okt. schijnt een
+boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus &ndash;0,54 N.A.P.), het meest
+gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>, dat na inpoldering
+der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van particulieren is) de
+boezem<i>stand</i> wel hooger kan zijn dan nu. Dat die boezem- of
+buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven Friesland's
+boezempeil, dus van &ndash;0,46 N.A.P., onder water gaan komen, worden
+ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun grasgewas
+dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan worden
+verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem bij
+standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000 H.A.
+verkleind (van &#8533; tot <sup>1</sup>&frasl;<sub>12</sub>) en in natte tijden zullen daardoor de
+standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M., hoewel
+zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog worden
+verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den
+boezemstand, waaraan dan <i>het geheele boezemgebied</i> behoefte heeft zeker
+niet gemakkelijker maken, maar de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> <span class="pagenum" title="144">&nbsp;</span><a id="p_144"></a>zegt, dat daardoor
+dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... <i>bevorderd</i>! De Heer
+<span class="mixcap">Vijverberg</span> schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar watervrij
+worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen zal zijn,
+maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn,
+zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij den
+tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade lijden
+door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit hun
+winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere
+beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een
+deskundige als de Heer <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>, lid van Ged.
+Staten van Friesland, &bdquo;dat men bij het stellen van de voorwaarden,
+waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate
+de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand,
+maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het
+droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer
+zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;..&rdquo;<a id="FNa_52" href="#FN_52" class="fnanchor"><sup>52</sup>)</a></p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Vervolgens bespreekt de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> nog de quaestie van de
+aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte
+met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van
+onberekenbaar nut zou kunnen zijn en &bdquo;uit dat oogpunt het te vormen
+IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde&rdquo;. Maar dan berekent hij
+dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien <span class="pagenum" title="145">&nbsp;</span><a id="p_145"></a>door aanvoer van
+water uit den IJsel, waarvan de kosten echter &bdquo;niet onbeteekenend zullen
+blijken&rdquo;, terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals door
+den ingenieur <span class="mixcap">Conrad</span> in de vergadering van het Kon. Instituut v.
+Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: &bdquo;Waar uit
+het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-<span class="mixcap">Lely</span>
+wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid
+om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt
+met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als
+zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit
+haren nood te helpen&rdquo;. Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie
+heeft dat ooit gezegd?</p>
+
+<p>Wl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd
+betoogd, dat <i>al</i> die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de
+afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. <i>tegelijk</i>
+door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen
+enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting.</p>
+
+<p>Maar nu rekene de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> eens uit hoeveel het verkrijgen van al
+die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering en het
+onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der afwatering
+van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte hebben, de
+wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W. Overijsel en
+Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens bijeen en vergelijke
+de uitkomst eens met de geraamde kosten van den afsluitdijk (66
+millioen),&mdash;met de verbetering van het Zwolsche Diep en de
+schadeloosstelling aan de visschers,&mdash;waarbij dan nog te bedenken <span class="pagenum" title="146">&nbsp;</span><a id="p_146"></a>is,
+dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten van
+de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden
+als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der
+Zuiderzee te kunnen nalaten!</p>
+
+<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er
+bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder
+die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte
+toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot
+genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot nu
+door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van
+spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,&mdash;ook dat ben ik met den Heer
+<span class="mixcap">Vijverberg</span> eens.</p>
+
+<p>Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in
+de Zuiderzee?</p>
+
+<p>Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste gronden
+zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk zooveel
+hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter
+voortbrengingsvermogen van deze laatste.</p>
+
+<p>Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt:
+de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan kan
+slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met goede
+afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede
+uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt,
+maar ten koste van veel <span class="pagenum" title="147">&nbsp;</span><a id="p_147"></a>arbeid en veel geld: de Heer <span class="mixcap">J. T. Cremer</span> o. a.
+deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente
+(600 H.A.) hem &fnof;1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet
+gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte
+der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan
+eerst na 18 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk dit
+alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden, die
+dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van &fnof;350.- en
+netto-opbrengsten van &fnof;80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook
+hoogere ontginningskosten gewettigd zijn.</p>
+
+<p>Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn
+in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge
+mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij
+<i>beide</i> in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet
+tegen de andere worden uitgespeeld.</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_46" href="#FNa_46" class="label">46)</a>
+ <p>Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_47" href="#FNa_47" class="label">47)</a>
+ <p>Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873&ndash;1874, blz. 255.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_48" href="#FNa_48" class="label">48)</a>
+ <p>Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff).</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_49" href="#FNa_49" class="label">49)</a>
+ <p><span class="mixcap">Wortman</span> en <span class="mixcap">v. d. Broek</span>.
+ Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_50" href="#FNa_50" class="label">50)</a>
+ <p>Zie &bdquo;De Watervloed van 13/14 Januari 1916<ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>,
+ uitg. d.d. Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_51" href="#FNa_51" class="label">51)</a>
+ <p>Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging.</p></div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_52" href="#FNa_52" class="label">52)</a>
+ <p>Tijdschr. <ins class="corr" id="corr40" title="Bron: Heise Ms">Heide M<sup>ij</sup></ins>, 1910, bl. 39.</p></div>
+
+<p><span class="pagenum" title="148">&nbsp;</span><a id="p_148"></a></p>
+
+<h3><a id="deelII_SLOTWOORD"></a>SLOTWOORD.</h3>
+
+<div class="chbegin"></div>
+
+<p>Tot zoover hebben wij Dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span> aan het woord gelaten, die tot
+onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende
+wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor
+het voetlicht heeft gebracht.</p>
+
+<p>Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij
+herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren
+steeds dringender moet worden uitgesproken.</p>
+
+<p>Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der
+Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich
+op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de
+ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in
+voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker en
+beter kan maken.</p>
+
+<p>Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen,
+het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen
+van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de
+toekomst ons het nuttigst wezen kan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="149">&nbsp;</span><a id="p_149"></a></p>
+
+<p>Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als hoogste
+wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van
+roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft ons
+land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche
+weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde
+vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van
+Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven,
+niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige
+vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de
+goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag
+gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente.</p>
+
+<p>Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen
+bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van
+een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden
+dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd
+wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen,
+die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren,
+afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de
+afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt.</p>
+
+<p>In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een
+der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om
+redenen uitgelegd in bijgaand schrijven:</p>
+
+<p>&bdquo;Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot
+nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van ons
+land, van den invoer <span class="pagenum" title="150">&nbsp;</span><a id="p_150"></a>van graan, heeft mij doen inzien dat het
+droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende
+binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij
+onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons
+den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken.</p>
+
+<p>&bdquo;Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale
+onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel
+mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te
+geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen
+noteeren&rdquo;.</p>
+
+<p>Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot
+stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls
+neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een
+actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten
+tijd tot stand gebracht.</p>
+
+<p>Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland
+eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig
+millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den
+oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van
+gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indi van
+te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen
+gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend
+geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen,
+die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen
+medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van
+noodzaak was eindelijk wakker <span class="pagenum" title="151">&nbsp;</span><a id="p_151"></a>geworden, en door samenwerking was meteen
+de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders,
+de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen.</p>
+
+<p>Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan;
+ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van
+onthouding, het aanvaarden van de daad.</p>
+
+<p>De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland
+geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te
+ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een
+doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is er
+juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die
+aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot
+drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den
+uitputtenden strijd met Belgi Nederlands financin er droeviger
+voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk
+aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd.
+En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn
+economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze
+heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf
+voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen
+gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat
+toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor
+het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te
+vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij onze
+vaderen <span class="pagenum" title="152">&nbsp;</span><a id="p_152"></a>van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze
+ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het
+tienvoud zal bedragen van toen?</p>
+
+<p>Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat men
+zou kunnen noemen een &bdquo;landhonger&rdquo;; talrijke jonge mannen uit nijvere
+gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen bedrijf te
+kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende van
+werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden
+steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes
+grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest
+de vlijt ook is.</p>
+
+<p>Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons
+land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter
+gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot
+verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de
+eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering
+moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van
+ver over zee te halen?</p>
+
+<p>In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden thans
+dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder
+vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te
+benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het
+is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om
+zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart
+van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener
+geheele provincie, <span class="pagenum" title="153">&nbsp;</span><a id="p_153"></a>en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij
+zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt
+ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die
+vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden.</p>
+
+<p>Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar
+eigen grond hunkeren, wij hebben het geld.</p>
+
+<p>Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den
+meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap
+van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over
+de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan
+de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld
+in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan
+elkander te ontnemen.</p>
+
+<p>In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de
+onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven,
+een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland
+moeten bepalen?</p>
+
+<p>Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat
+niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons
+moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839!</p>
+
+<p>Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze
+geerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de
+onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo
+rijp voor zulk een daad.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="154">&nbsp;</span><a id="p_154"></a></p>
+
+<p>Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans
+spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging.</p>
+
+<p class="i2">Amsterdam, 6 Januari 1917.</p>
+
+<p class="right size85">Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:</p>
+
+<div class="db size85">
+ <p class="noi">Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span>, <i>Voorzitter</i>.<br />
+ Mr. <span class="mixcap">H. Smeenge</span>, <i>Onder-Voorzitter</i>.<br />
+ Dr. <span class="mixcap">J. Kraus</span>.<br />
+ <span class="mixcap">L. Volker</span> Azn.<br />
+ Jhr. Mr. <span class="mixcap">P. van Foreest</span>.<br />
+ <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>.<br />
+ Jhr. Mr. <span class="mixcap">J. F. Backer</span>, <i>Penningmeester</i>.<br />
+ Mr. <span class="mixcap">C. J. Pekelharing</span>, <i>Secretaris</i>,<br />
+ <span class="floatright">Nieuwendijk 121 Amsterdam.</span></p>
+</div>
+
+<p class="clear"><span class="pagenum" title="155">&nbsp;</span><a id="p_155"></a></p>
+
+<div class="uitgaven">
+
+<h2 class="h2uitg"><a id="uitgaven"></a>De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven:</h2>
+
+<table summary="">
+<tbody>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1887.</td>
+ <td class="zzvl">Technische Nota n<sup>o</sup>. 1: betreffende het onderzoek omtrent de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee</td>
+ <td class="zzvl" style="border-left: 2px solid black; vertical-align: middle;" rowspan="8">}&nbsp;<span style="float: right">&fnof;10.-&nbsp;</span></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1887.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering der provincin langs de Zuiderzee</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1888.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing der provincin langs de Zuiderzee</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1889.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 4: de invloed der afsluiting op de waterverversching der provincin langs
+ de Zuiderzee. De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1890.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 5: de constructie en de kosten van den afsluitdijk, de sluizen en
+ de bijkomende werken. De voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de droogmaking</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1891.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 en 1890<br />
+ <i>a.</i> grondboringen.<br />
+ <i>b.</i> stroommetingen.<br />
+ <i>c.</i> diverse metingen.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1891.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der verschillende indijkingen</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1891.</td>
+ <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1892.</td>
+ <td class="zzvl">Oeconomische en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar
+ aanleiding der resultaten van het technisch onderzoek vervat in de acht Nota's</td>
+ <td class="zzvr">&fnof;0<ins class="corr" id="corr41" title="Bron: &nbsp;">.</ins>50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1892.</td>
+ <td class="zzvl">Endiguement et Desschement du Zuiderzee<br />
+ I. Considrations conomiques de la Zuiderzee-Vereeniging.<br />
+ II. Discours, prononc par <span class="mixcap">M. J. M. Telders</span>.</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1894.</td>
+ <td class="zzvl">Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.25</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1895.</td>
+ <td class="zzvl">Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee
+ Antwoord van <span class="mixcap">S. J. Vermaes</span> op hoofdartikelen Nieuwe Rotterdamsche Courant&rdquo;.</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.25</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1898.</td>
+ <td class="zzvl">De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee door
+ <span class="mixcap">H. C. van der Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Mr. G. Vissering</span></td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1.50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1901.</td>
+ <td class="zzvl"><a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36317" title="De tweede druk (1912) van dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36317 beschikbaar.">Ontwerp van
+ Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee met Toelichtende Memorie</a></td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.60</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr"><span class="pagenum" title="156">&nbsp;</span><a id="p_156"></a>1901.</td>
+ <td class="zzvl">De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee door
+ <span class="mixcap">H. C. van der Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Mr G. Vissering</span>.
+ Tweede herziene en bijgewerkte uitgave</td>
+ <td class="zzvr">&fnof;1<ins class="corr" id="corr42" title="Bron: &nbsp;">.</ins>50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1905.</td>
+ <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide Kamers der Staten-Generaal</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: &nbsp;">.</ins>50</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1905.</td>
+ <td class="zzvl">Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie van Onderzoek.<br />
+ Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat, Handel en
+ Nijverheid met Nota van Beantwoording der Zuiderzee-Vereeniging</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1.- &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1906.</td>
+ <td class="zzvl">Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij over de
+ Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0<ins class="corr" id="corr44" title="Bron: &nbsp;">.</ins>25</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1908.</td>
+ <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide Kamers der
+ Staten-Generaal, uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging. Deel II</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1.- &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1911.</td>
+ <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee<br />
+ I. De voordeelen van de voorziening der provincin Friesland en
+ Noord-Holland met zoet water<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">.</ins><br />
+ II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen voor 1908, 1909, 1910, 1911.<br />
+ III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot droogmaking der Wieringermeer.<br />
+ IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar 1910.<br />
+ V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in Juli 1909.</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1<ins class="corr" id="corr46" title="Bron: &nbsp;">.</ins>- &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1911.</td>
+ <td class="zzvl">De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911, bevattende
+ Verslag der Commissie over de toepassing van gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1.- &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1912.</td>
+ <td class="zzvl"><a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36317" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36317 beschikbaar.">Ontwerp van
+ Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk</a></td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.60</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1914.</td>
+ <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee<br />
+ I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de Werkloosheid.<br />
+ II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen voor 1912 en 1913.<br />
+ III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned. Heidemaatschappij.<br />
+ IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913.</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 1.- &nbsp;</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="zzvr">1916.</td>
+ <td class="zzvl">De Watervloed van 13&ndash;14 Januari 1916</td>
+ <td class="zzvr">&bdquo; 0.50</td>
+ </tr>
+</tbody>
+</table>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="-">&nbsp;</span><a id="kaart"></a></p>
+
+<div class="kaart">
+
+ <div class="figcenter" style="width: 790px;">
+ <a href="images/kaart.jpg"><img src="images/kaart-th.jpg" width="790" height="494" alt="" title="Klik voor vergroting (32912057px, 1.00MB)" /></a>
+ <div class="caption mixcap">Plan van Afsluiting en Droogmaking der <em class="g">ZUIDERZEE</em>.<br />
+ (Zuiderzee-Vereeniging&mdash;Staatscommissie)</div>
+ </div>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. xiii</a></td><td class="td4">8</td><td class="td4">9</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. xiii</a></td><td class="td4">35</td><td class="td4">34</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 4</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 4</a></td><td class="td4">HW.</td><td class="td4">H.W.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 7</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 10</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 12</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 16</a></td><td class="td4">.&nbsp;</td><td class="td4">, </td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 17</a></td><td class="td4">dc</td><td class="td4">de</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 18</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">Regeeringsontwerp 1916.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 27</a></td><td class="td4">uitwateringsluis</td><td class="td4">uitwateringssluis</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 36</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 37</a></td><td class="td4">uitstek-deskundigen</td><td class="td4">uitstek&nbsp;deskundigen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 41</a></td><td class="td4">veeI</td><td class="td4">veel</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 43</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">:</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 58</a></td><td class="td4">drooogmaking</td><td class="td4">droogmaking</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 65</a></td><td class="td4">Zuiderzee visscherij</td><td class="td4">Zuiderzee-visscherij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 65</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 94</a></td><td class="td4">&nbsp;deel</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 96</a></td><td class="td4">Achtereen&nbsp;volgens</td><td class="td4">Achtereenvolgens</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 108</a></td><td class="td4">&lsquo;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 109</a></td><td class="td4">&bdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 111</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 114</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&nbsp;en</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 122</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 125</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 125</a></td><td class="td4">3.600.000.0000</td><td class="td4">3.600.000.000</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 126</a></td><td class="td4">&middot;</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 126</a></td><td class="td4">naat</td><td class="td4">naar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 127</a></td><td class="td4">nog</td><td class="td4">noch</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 128</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 129</a></td><td class="td4">opwaaiien</td><td class="td4">opwaaien</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 131</a></td><td class="td4">Staatcommissie</td><td class="td4">Staatscommissie</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 134</a></td><td class="td4">Seret</td><td class="td4"><span class="mixcap">Seret</span></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 138 (voetnoot)</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 142</a></td><td class="td4">Fiesland</td><td class="td4">Friesland</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 144 (voetnoot)</a></td><td class="td4">Heise Ms</td><td class="td4">Heide M<sup>ij</sup></td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 155</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 156</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 156</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 156</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 156</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 156</a></td><td class="td4">&nbsp;</td><td class="td4">.</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der
+Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING ***
+
+***** This file should be named 38426-h.htm or 38426-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/38426-h/images/ill_p002.png b/38426-h/images/ill_p002.png
new file mode 100644
index 0000000..f49d20c
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p002.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p008.png b/38426-h/images/ill_p008.png
new file mode 100644
index 0000000..f751720
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p008.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p018.png b/38426-h/images/ill_p018.png
new file mode 100644
index 0000000..64dadeb
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p018.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p020.png b/38426-h/images/ill_p020.png
new file mode 100644
index 0000000..14af6fc
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p020.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p020th.png b/38426-h/images/ill_p020th.png
new file mode 100644
index 0000000..027c87c
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p020th.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p054.png b/38426-h/images/ill_p054.png
new file mode 100644
index 0000000..a28462e
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p054.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_p064.png b/38426-h/images/ill_p064.png
new file mode 100644
index 0000000..3716bc0
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_p064.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/ill_piii.png b/38426-h/images/ill_piii.png
new file mode 100644
index 0000000..8a5a384
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/ill_piii.png
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/kaart-th.jpg b/38426-h/images/kaart-th.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7d207f9
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/kaart-th.jpg
Binary files differ
diff --git a/38426-h/images/kaart.jpg b/38426-h/images/kaart.jpg
new file mode 100644
index 0000000..79e6b65
--- /dev/null
+++ b/38426-h/images/kaart.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..c5cda8e
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38426 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38426)