diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:10:17 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-14 20:10:17 -0700 |
| commit | 55f9f9eb67927aaabcba38c49b1bf1b96a4780d6 (patch) | |
| tree | 687440321127f7455952e7b00cba2cbac1253306 | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 38426-0.txt | 5677 | ||||
| -rw-r--r-- | 38426-8.txt | 5677 | ||||
| -rw-r--r-- | 38426-8.zip | bin | 0 -> 105451 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/38426-h.htm | 6315 | ||||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p002.png | bin | 0 -> 6782 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p008.png | bin | 0 -> 9472 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p018.png | bin | 0 -> 6308 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p020.png | bin | 0 -> 44149 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p020th.png | bin | 0 -> 8031 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p054.png | bin | 0 -> 5672 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_p064.png | bin | 0 -> 64524 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/ill_piii.png | bin | 0 -> 4355 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/kaart-th.jpg | bin | 0 -> 89768 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38426-h/images/kaart.jpg | bin | 0 -> 1051789 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
17 files changed, 17685 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/38426-0.txt b/38426-0.txt new file mode 100644 index 0000000..2189805 --- /dev/null +++ b/38426-0.txt @@ -0,0 +1,5677 @@ +The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. +Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren. + uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging + +Author: Anton Albert Beekman + +Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder | + | accent, met/zonder koppelteken, met/zonder tussen-s en | + | ph/f-verschillen. | + | | + | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van de | + | bijbehorende alinea. | + | | + | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. | + | Vette tekst is weergegeven als #vet#. Uitgespatieerde tekst | + | is weergegeven als ~uitgespatieerd~. Aanwijzingen in de | + | kantlijn zijn weergegeven als [Kantlijn: aanwijzing]. | + | | + | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | + | e-boek op http://www.gutenberg.org | + | | + | De volgende in dit e-boek vermeldde titels zijn beschikbaar | + | op Project Gutenberg. | + | * “1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de | + | Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk” | + | eboek #36317 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36317) | + | * “De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra | + | het plan C. LELY.” | + | eboek #36319 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36319) | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + + + +DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE. + +WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + + + DEEL I. + + DE AFSLUITING EN DROOGMAKING + DER ZUIDERZEE. + + + DEEL II. + + WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING. + + [Decoratieve illustratie] + + + N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ + voorheen E. J. BRILL, LEIDEN 1917. + + + + +BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.—LEIDEN. + + + + +VOORWOORD. + + +In den eersten jaargang van den „Praktischen Volks-Almanak”, een +jaarboekje ter verspreiding van kennis der „Toegepaste Wetenschappen”, +uitgegeven te Haarlem bij A. C. KRUSEMAN, en verschenen 1 Januari 1854, +komt als titelplaat voor „_Haarlemmermeer_”. + +Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in +3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens +het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het +ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in +1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de +Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere, +voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius, +aangevangen is het water uit de „Meer” te pompen, tot afvoer door de +Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den +Katwijkschen Rijn. + +Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare +landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en +gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag +het onbekende jaartal 18... + +Een bijschrift „bij de Titelplaat” bevat het volgende hoogst +merkwaardige slotstuk: + + „En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders + land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot + hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft + het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver + doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen + aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:—den + bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene + vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen + door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de + voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar + elders vervoerd zullen worden.” + + „Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het + Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de + productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der + dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts + worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen + bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen + van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe. + Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water + overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den + verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden + staat als het ware tusschen beide in.—Elke aanwinst van land, en + met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder, + is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de + gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich + ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat + het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat + het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede + uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke + ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den + welstand der natie.” + +Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen, +dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn. +Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de +toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral +naar aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een +opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen +te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar +armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke +thans alom in de Meer te vinden zijn. + +De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige tijden +gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de +ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate +er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte +fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat +deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de +meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de +verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren. + +Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der +tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te +brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig +zou niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die +droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden. +En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert JAN ADRIAANSZOON +LEEGHWATER, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste +ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar +waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan +belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot +de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel +Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst +belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze +duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming, +toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was +geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een +later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te +gaan niet meer heeft kunnen begrijpen. + +Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de +geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op +het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het +Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze +gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de +dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld +dit werk te ondernemen en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja +erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook +maar een oogenblik met ernst te onderzoeken. + +In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen; +aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp +tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal +indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide +het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder +noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland +goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratiën afgebeeld, +spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen +van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen +de beëindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den +lijve werden gevoeld. + +Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vóór- en tegenstanders +wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige +oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den +moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en +gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het +grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is. + +Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een +eeresaluut aan de Regeering worden gebracht. + +De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten, +boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details +uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje +toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp +heeft de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt +overzicht te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke +drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen +uitgaven; de heer dr. A. A. BEEKMAN, de onvermoeide strijder voor +de Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid +verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij +hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het publiek +voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt +daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele +geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene +verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van +uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele +details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus, +dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte +trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging +en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak +willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide +litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling +van belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels +bepaaldelijk daaraan gewijd. + +In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen +tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn +daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren. +Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige +kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld +ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke +Dr. BEEKMAN op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den +titel van „Weerlegging van Bezwaren” is deze behandeling als tweede deel +bij dezen bundel gevoegd. + +Wij geven dus thans het woord aan dr. A. A. BEEKMAN. + +Amsterdam, 6 Januari 1917. + + Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging: + + Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_. + Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_. + Dr. J. KRAUS. + L. VOLKER Azn. + Jhr. Mr. P. VAN FOREEST. + TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS. + Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_. + Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_, + + Nieuwendijk 121 Amsterdam. + + + + +VOORREDE. + + +Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en +droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien +binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote +werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig +verlangd,—nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te +moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed. + +Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft +reeds ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft +dit o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die +de technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van +de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar +ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan, +waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd +uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht. + +De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat +is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten +voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal +maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren +weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten, +wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot +voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk één +van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid, +moeite en offers te brengen tot een goed einde. + +De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler +handen kome. + +Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor +iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wèl gedocumenteerd, +terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de +Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen +wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht +hebben gezien. + + Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging, + het Lid van het Algemeen Bestuur: + Dr. A. A. BEEKMAN. + + + + +INHOUD. + + + Deel I.—#De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.# + + Blz. + + Voorwoord V + + Voorrede XI + + Inleiding 1 + + I. Beschrijving van de Zuiderzee. + + II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en + droogmaking. + + Werk van VAN DIGGELEN 9 + Plan BEIJERINCK 10 + Gewijzigd plan BEIJERINCK 10 + Regeeringsontwerp 1877 11 + Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN 13 + Oprichting Zuiderzee-Vereeniging 14 + Nota's der Zuiderzee-Vereeniging 15 + Benoeming Staatscommissie 1892 16 + Verslag Staatscommissie 1894 17 + Regeeringsontwerp 1901 17 + Regeeringsontwerp 1907 17 + Regeeringsontwerp 1916 18 + + III. Plan van afsluiting en droogmaking der + Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie. + + Beschrijving 19 + Duur van het werk en werkplan 28 + + IV. De gevolgen van technischen aard. + + Voor de waterkeering 29 + Voor de afwatering 31 + Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden 33 + Invloed op de afwatering van Friesland 34 + Voor de wateraanvulling en waterverversching 37 + Kwel door en onderdoor den afsluitdijk 43 + Beschikbare hoeveelheid water ter inlating 45 + Voor de scheepvaart 46 + Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer 48 + Bezwaren van technischen aard 49 + Gebruik van gewapend beton 52 + + V. De aanwinst van grondgebied. + + Internationale beteekenis van Nederland verhoogd 55 + Aard der gronden 55 + Ontzilting der nieuwe gronden 57 + Voorbereiding der gronden vóór de uitgifte 58 + Verkaveling en perceelsindeeling 59 + Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe + gronden 59 + Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden 60 + Wijze van uitgifte der gronden 62 + + VI. De Zuiderzeevisscherij vóór en na de afsluiting. + + Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij 65 + Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf 66 + Vergelijking beteekenis visscherij met die van het + landbouwbedrijf in de nieuwe provincie 68 + Schadeloosstelling oude visschers 69 + Zoetwatervisscherij na de afsluiting 70 + + VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van + de afsluiting en droogmaking. + + Bevolking in de nieuwe provincie 72 + Bewoonbaarmaking 73 + Gevreesde daling van de waarde der oude gronden 74 + Tekort aan grond 74 + Voldoend aantal landbouwers beschikbaar 76 + Geen werkloozen aan het einde van het werk 77 + Arbeidsloonen op oude gronden 77 + Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden 78 + Grondwaarde en prijzen der producten 79 + Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het + buitenland 80 + Ontginning woeste gronden 81 + Maatschappelijke voordeelen 84 + Vermeerdering der arbeidsgelegenheid 84 + Voordeelen voor de nijverheid 85 + Idem voor verkeer en marktwezen 86 + + De kosten. + + Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar 86 + Raming der kosten 87 + Beperking van het plan 88 + Nadere finantieele beschouwingen 90 + Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting 91 + Noodzakelijkheid van de uitvoering 93 + Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk 94 + Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen + zonder afsluitdijk 96 + + + Deel II.—#Weerlegging van bezwaren.# + + Weerlegging van bezwaren 99 + Slotwoord 148 + + + + +DEEL I. + +DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE. + + + + +INLEIDING. + + +Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout +water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen +binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls +lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den +aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een +schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend +bestaan oplevert... + +Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in +een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de +omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de +kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt. + +Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting +droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter +dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem, +waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan +kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten +zullen gebaat worden. + +Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het +sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die +theorie en praktijk aan de hand doen. + +En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest +bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten +geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche +land. + +Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de +vreedzame verovering van een grondgebied, 11 à 12 Haarlemmermeren groot, +met een welvarende bevolking. + +De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben +verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen. + +En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien +zonder geldelijke opofferingen. + +Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden +aangetoond. + +[Illustratie] + + + + +I. Beschrijving van de Zuiderzee. + + +Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier +een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig +de Zuiderzee noemen. + +De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs +geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan +grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal +verder zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de +tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom +in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid–Noord loopend de +uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot +gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel, +de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz. +uitkwamen. + +Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het +eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14de eeuw ontstaan. +Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een kuststroom +ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin. Tusschen +Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee. + +De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen +_dagelijksch of gewoon laag water_ (L.W.) en _dagelijksch of gewoon +hoog water_ (H.W.),—d. z. de gemiddelden van alle eb- en van alle +vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900–1910)—, +dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde +van Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen echter het +water der Noordzee hier op de kust ver boven H.W. opzetten, tot ong. +3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot ong. –2,50 +A.P. + +Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee +lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige +aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend +op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op +zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het +water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vóór den tijd der +Romeinen—want deze kenden de „Wadden” reeds—het land ter weerszijden, +aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts +in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten +wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen. +Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten +aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen +daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot +steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van +het Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten, +terpen of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken, +zeker reeds in de 8ste en 9de eeuw, tegen de binnendringende wateren +beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water +buiten die dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven +liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef +over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden +gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de +beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog; +voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende +wad- of waardgronden droog. + +Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't +algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen, +zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom, +van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water +staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte +onder den naam van Vliestroom, over. + +De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze +gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo +te midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van +Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere +zijde. + +Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de +werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het +veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden +van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de +Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan +verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen, +paal en perk gesteld werd. + +De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur uitgeveend tot +op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en +Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der +droogmakerijen vormt. + +Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking +der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren +uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en +drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge +vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel +der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men +den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte, +het zoogenaamde „Val van Urk”, waarin ruim 5 M. water staat. Op deze +wijze werd het „Almere” der Middeleeuwen gevormd. + +In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water +heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes, +die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het +Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en +Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig +dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men ½ tot 1½ uur verwijderd +zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte +is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is. + +In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z. +_bij gewone getijen_ op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt +door de zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn +Enkhuizen–Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen +vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is +daar weinig verschil, 20 à 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou +ook kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den +blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W., +dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts +0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M., te Muiden 0,34 M. Te +Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38 +M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer. + +Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande +uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze +kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende +massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te +Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan +stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe +zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan +veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat, +zeer veel te verduren. + +Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is +gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is +nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan, +door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere +zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a. +plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water +uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vóór +Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo hoog opwoei, dat +t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de +oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde. +Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee +(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen +de gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een +grootste hoogteverschil v.m. 5 uur tusschen de Oranjesluizen en +Blankenham van 4,60 M. + +Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs +de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat +bij zulken wind de Zuiderzee het minste water. + +[Illustratie] + + + + +II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking. + + +[Kantlijn: Werk van V. DIGGELEN.] + +In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat +B. P. G. VAN DIGGELEN te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee[1]. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee +met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch zóó, dat +een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie. +Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van +de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk +weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote +economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's +meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn. + +[1] De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en + droogmaking, besch. door B. P. G. VAN DIGGELEN.—Zwolle 1849. + +De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs +van 's Rijks Waterstaat FERRAND en VAN DER KUN op te dragen daarover +een rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst +in 1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te +benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,—daarna aan den +Ingenieur VAN DIGGELEN het maken van een ontwerp op te dragen. + +Op initiatief van het 1e en 2e Dijksdistrict van Overijsel werd in 1864 +een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om de +afsluiting en droogmaking ter hand te nemen. + +[Kantlijn: Plan BEIJERINCK.] + +In 1865 vestigde de Minister ROCHUSSEN de aandacht van de Maatschappij +van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp +tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den +Inspecteur van 's Rijks Waterstaat J. A. BEIJERINCK, dat spoedig gereed +was[2]. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over +Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de +geheele oppervlakte daarbinnen. + +[2] Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v. + officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav. + 1868. + +Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had +te onderzoeken of 1º de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat +plan mogelijk was; 2º of de uitvoering aan particulieren kon worden +overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De +Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der +droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen +was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en +raadde daarom aan den Staat de onderneming af. + +[Kantlijn: Gewijzigd plan BEIJERINCK.] + +De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet +vereenigen kon, werd vervangen door een Comité ROCHUSSEN-BOSCH-VAN +RANDWIJCK. Dit deed een gewijzigd plan BEIJERINCK opmaken in overleg +met zijn technischen adviseur, den ingenieur T. J. STIELTJES. + +Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een Staatscommissie ter +beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk +gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet +winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk[3]. + +[3] Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873. + +Het Comité vroeg toen aan de Regeering een subsidie van ƒ250.- per H.A., +doch _ontving_ eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het werk +beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1877.] + +In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk +deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni +1875 werden ƒ8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de +Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie +HEEMSKERK het eerste wetsontwerp aangeboden „betreffende de bedijking en +droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van +een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal”. + +De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp +BEIJERINCK, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar +hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond. + +De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000 +HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten. + +Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote +oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde +beschouwde, buiten te sluiten,—en ter andere om den dijk op klei te +kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof. +HARTING zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen, +dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door +STIELTJES bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een +enkel woord. + +Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie HEEMSKERK was +afgetreden en vervangen door een Ministerie KAPPEIJNE, was een der +eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit +Regeeringsontwerp. + +Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak +vernomen, behalve uit geschriften die, evenals vóór dien tijd, +nu en dan daarover verschenen. Als merkwaardig is daarvan te +noemen dat van Jhr. P. OPPERDOES ALEWIJN[4], omdat het voor 't +eerst voorstelde een noordelijker afsluiting met behoud van een +groot wateroppervlak daarbinnen,—welke eenvoudige oplossing tot +voorloopige berging van groote massa's IJselwater bij hooge +rivierstanden, zooals wij zien zullen, gevolgd is in het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is +te beschouwen. + +[4] Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige aangelegenheid der + indijking en inpoldering van een gedeelte der Zuiderzee in verb. m. + d. richting v. d. N.-Holl.–Frieschen spoorweg tusschen Amsterdam en + Leeuwarden.—Amst. 1873. + + * * * * * + +In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer A. BUMA een +wetsontwerp in, luidende: „Er zal een onderzoek worden ingesteld naar + + _a._ het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer, + + _b._ het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door + particulieren.” + +Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken, +toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een +daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking. + +Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der +Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering +van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op +degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop +zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de +uitvoering- te kunnen overgaan. + +[Kantlijn: Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN.] + +In 1885 stelden nl. de Heeren A. BUMA en Mr. P. J. G. VAN DIGGELEN, +Lid der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der +Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten, +hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan +besturen van Provinciën, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en +landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting +en droogmaking het meest belang hadden. + +Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen +technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte +uit, dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat +van Texel, waarin 30 à 40 M. water staat), „ter opheffing van het +Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt” en +dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de +Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz. + +Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op +de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van +het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van +het _zuidelijk_ deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar +zij meenden ook—en dit is het begin geweest van een beter oordeel over +alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat en van een beteren +grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden +gebouwd—, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog +beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking +zou hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende +gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel +niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem, +niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der +Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N. +van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden +afgevoerd, enz. enz. + +Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde +besturen om te komen tot een grondig onderzoek. + +[Kantlijn: Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.] + +Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van +afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de +~Zuiderzee-Vereeniging~ opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde: + +„Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en +grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze +waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding +eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de +Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is.” + +Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: „Hoofddoel +is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen +het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en +de Zuiderzee”. + +Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige verruiming der +zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee +meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen +sprake[5]. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een +dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in +het duister zou zijn die men niet wagen mocht. + +[5] Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon. + Instituut v. Ingenieurs. Voordracht van het lid VAN KERCKHOFF. + +Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde +punten en nog veel meer bleef toch bestaan. + +De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug. +d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld +uit de Heeren BUMA, voorzitter, VAN DIGGELEN, onder-voorzitter, +WERTHEIM, penningmeester en VAN DER HOUVEN VAN OORDT, secretaris. De +Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs VAN DER TOORN en LELY. +Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het +technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur +C. LELY, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat. + +[Kantlijn: Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.] + +Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887–Maart 1892 achtereenvolgens +verschenen 8 ~technische nota's~, met tal van berekeningen, graphische +voorstellingen, platen en kaarten[6]. + +[6] Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging verschenen + en verkrijgbaar bij de Firma voorh. E. J. BRILL te Leiden, dragen + alle den titel: „Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking van + de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee” en—behalve de 6e en 8e + Nota—„De afsluiting Noord-Holland–Wieringen–Friesland en de + droogmaking van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting”. + Zij zijn: + + 1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting + van de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel. + + 2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der + provinciën langs de Zuiderzee. + + 3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der + provinciën langs de Zuiderzee. + + 4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der + provinciën langs de Zuiderzee. + + De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee. + + 5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de + sluizen en de bijkomende werken. + + M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting + en droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee. + + 6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en + 1890.—1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse + metingen. + + 7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking. + + Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting) + van het Wieringermeer. + + Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot + afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen + binnen de afsluiting. + + 8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting + en droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage: + Schetsontwerp ter partieele indijking en droogmaking der + Zuiderzee zonder afsluiting. + +In de 7e Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan van +afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de +uitkomsten van het bodemonderzoek. + +Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: »Oeconomische +en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding +der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's.” +Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van H. C. VAN DER +HOUVEN VAN OORDT en Mr. G. VISSERING, »De Oeconomische beteekenis van +de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee”, waarvan in Juni 1901 een +tweede druk bezorgd werd. + +[Kantlijn: Benoeming Staatscommissie 1892.] + +Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept. +1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op +de verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich +uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen: + +of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als +door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort +te worden ondernomen, en zoo ja, + +op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht. + +[Kantlijn: Verslag Staatscommissie 1894.] + +Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De +1e vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van de 27 leden;—de 6 +leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in hoofdzaak hun +bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het uitvoeren der +geheele onderneming zal met zich brengen en op de onzekerheid van hare +oeconomische uitkomsten. + +De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den +voet in dit verslag vermeld. + +De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der +Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde +zij met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de +uitvoering,—dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm +der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de +beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld. + + * * * * * + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1901.] + +7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. C. LELY),—tot afsluiting der +Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar +het plan der Staatscommissie).—Na aftreden van dit Ministerie +ingetrokken. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1907.] + +4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. J. KRAUS), voor den aanleg +van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en +droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie, +maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en +zavelgronden 16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden +Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] + +6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. C. LELY), tot afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en +de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide +oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar, +terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een +nader bij de wet te bepalen tijdstip. + +[Illustratie] + + + + +III. Plan van afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie. + + +[Kantlijn: Beschrijving.] + +Dit plan is in groote trekken het volgende. + +Er wordt een ~afsluitdijk~ gemaakt van Van Ewijksluis +(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van +de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de +Friesche kust. + +Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte, +diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte +daarbinnen. + +De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul +van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W. +heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.; +de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim +6.5 M. beneden L.W. diep is. + +De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de +kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de +aansluiting aan den Frieschen zeedijk. + +De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de +buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen +bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende +breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen. +Binnen tegen den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van +grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of—wat +wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn—van grond daar ter plaatse uit +den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan +gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor +dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte +van –4,40 A.P. + +[Illustratie: ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)] + +In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen +de aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den +Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd. + +Wat de ~wijze van uitvoering~ van dezen dijk betreft, men stelt zich +voor eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam +een eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van +de kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar +de getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der +Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende +openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter +wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten +dat die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter +weerszijden van het eiland twee „sluitgaten”, elk lang 8250 M. +overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien +tegen ontgronding. In de 5e Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt +voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen +dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het +water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn +niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als +die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het +lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande +over de geheele lengte. + +Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te +doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn, +wat tijd van uitvoering en kosten betreft,—veel zal van de +weersgesteldheid afhangen. + +Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de +indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden +geleden. + +Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in +het Verslag der Staatscommissie minder juist „polders” genaamd. + + De ~Noordwestelijke Droogmakerij~ (Wieringermeer), gr. + 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz. + 21.200 HA., waarvan klei- en zavelgronden 18.700 HA. + + De ~Zuidwestelijke Droogmakerij~ (Hoornsche Hop), gr. + 31.520 HA., na aftrek van dijken, enz. 30.800 HA., + waarvan klei- en zavelgronden 27.820 HA. + + De ~Zuidoostelijke Droogmakerij~, gr. 107.760 HA., na + aftrek van dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en + zavelgronden 98.990 HA. + + De ~Noordoostelijke Droogmakerij~, gr. 50.850 HA., na + aftrek van dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en + zavelgronden 48.900 HA. + +De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van +dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden +194.410 HA. + +De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging +voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de +verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen +van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts +verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O. +Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan +de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij +aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer, +waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en +vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op +uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep. + +De ~meerdijken~, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn +van verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld +zijn aan de meest voorkomende stormvloeden. + +De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en daalt in 't +algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie het Kaartje). De +droogmakerijen moesten daarom in ~polders~ (door de Staatscommissie +„polderafdeelingen” genoemd) met verschillende peilen, nl. van het +polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld. +Daarbij is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden, +die, als bestaande uit 1 à 2 M. klei op vasten, lang onder druk +geweest zijnden zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal +bedragen,—voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de +polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden. +Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid. + +Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen. + +Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M. +opvoerhoogte, bovendien ⅙ daarvan voor reserve, opmaling tot A.P., +nl. 40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer, +en 25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan +zal volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot +drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K. +bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen +worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen +verlangt dan 20 jaar geleden—liefst met droge slootbodems. + +De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de +snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd. +Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te +verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de +volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras +liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de +aangrenzende oude landen. + +Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over, +groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging +zeer juist met den naam van „~IJselmeer~” werd aangeduid,—niet alleen +omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing +gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond. + +Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer +en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat +daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat. + +Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende +3 etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge +buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij +uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever +in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het +IJselmeer, samen 4800 M³ in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M. +zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich +zelden of nooit zal voordoen. + +De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo +gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen +de eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den +afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te +zien is. + +Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van –0,40 A.P. op +het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone +omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil +zonder bezwaar tot –0,20 A.P. worden verhoogd. + +Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend. +Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de oostpunt van Wieringen +te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de +buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en +aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin +zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de +slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote +en een kleine schutsluis. + +Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van –0,40 A.P. niet +altijd juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn +van den aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de +buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is +dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig +boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar +een of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere +standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel +geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer +kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van +de afgesloten kom bestaat. + +Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden +afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet. +Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld. + +Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk ~tusschen Piaam +en Harlingen~ een ~kanaal~ worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming +van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor +de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden +aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het +IJselmeer. + +In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart naar en van +den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig +diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog +water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar +t. W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het +Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel +over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de +vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na +de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom +wordt in het plan het ~Zwolsche Diep verlengd~ tusschen twee leidammen +door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen +vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt. + +Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten +waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het +IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij +t. Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis +gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van +hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan +de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart +tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl, +zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T. +N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met +Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge +dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer +gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om +ook hiervan het water in het IJselmeer te brengen. Ook wordt door de +droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering +van Blokzijl tot het IJselmeer. + +Voorts wordt de rivier de ~Eem~ verlengd met een breed en diep kanaal, +gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het +IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt +gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van +beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden. + +Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het +Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de +Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij +heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het +IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee +panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer +zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het +laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in +de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij +komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer +t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van +Schermerboezem aldaar. + +Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart +langs het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een +kanaal uit dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend +met een schut- en uitwateringssluis in de Binnenhaven te Medemblik; +een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard door +den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal, +uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van den +Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met +een schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen. + +Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en +het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het +meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen. + +[Kantlijn: Duur van het werk en werkplan.] + +Wat den ~duur van het werk~ en het ~werkplan~ betreft, de Staatscommissie +meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het +5e–9e jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden verbeterd +en het kanaal Piaam–Harlingen worden gemaakt. Daarna volgen de aanleg +van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en drooghouden der vier +droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der ringvaarten, zoodat +de N.W. droogmakerij in het 14e, de Z.O. droogmakerij in het 21e, de +Z.W. droogmakerij in het 28e en de N.O. droogmakerij in het 33e jaar +gereed komen. Met dien verstande, dat de drooggemaakte gronden nog 2 à 3 +jaar zullen worden drooggehouden en voorloopig bebouwd en eerst in het +3e jaar na de verkaveling zullen worden uitgegeven. + +Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting +van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een „veel kortere tijd” voor de +droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen, +wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor +de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar +de in het 4e jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12e jaar, en +de in het 6e jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in het 15e jaar +gereed kunnen zijn.[7] + +[7] Zie voorts bij Hoofdstuk VII. + + + + +IV. De gevolgen van technischen aard. + + +De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn +van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van +zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna +uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst +nagaan. + +[Kantlijn: Voor de waterkeering.] + +~Voor de waterkeering.~ + +Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen +worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel, +belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en +noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of +andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer +in die mate als thans op de open Zuiderzee. + +Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de +Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1º. doordat groote massa's +Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2º. door +opwaaiing, 3º. door de oorzaken onder 1º. en 2º. tegelijk, zooals o. a. +bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt +dus voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak, +zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu. + +Uit de 2e Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der +Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op +verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen voorkomen, +zelfs nog 1,5 à 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar +zijn waargenomen. + +Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge +zeedijken beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust +van Friesland, bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten +van de Veluwe en Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen òf +nagenoeg geheel van alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l. +aan de droogmakerijen grenzen, òf zeker belangrijk minder onderhoud +vereischen voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van +de Dronter Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de +Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van +Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche +Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem +(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost. +Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der +overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen +met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal +vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal +geven dan de tegenwoordige. + +T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere +stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de +Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar +ingediende wetsontwerp zegt[8]. + +[8] Ald. Bl. 7. + +Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van +Piaam en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van +vulling en lediging van de noordelijke kom bij de dagelijksche getijden +(dus zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden +aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor +wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek +bij Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling +voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven +tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig. + +De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting +is geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd +verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de +zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook +al wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de +bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2de Deel: +„Weerlegging van bezwaren”. + +[Kantlijn: Voor de afwatering.] + +~Voor de afwatering.~ + +Het weinig veranderlijk peil van –0,40 N.A.P. van het IJselmeer +zal zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der +omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem, +voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de +(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied, +enz. + +Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om +schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,—voor +dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar +geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli–Augustus 1894 door +hooge standen van Frieslands boezem (–0,25 à –0,14 N.A.P.) een schade, +voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die toen op 2 millioen +gulden geschat werd,—en zulke hooge standen komen meermalen voor. +De bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden +weggenomen,—men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland +stoombemaling van den boezem aan te brengen—maar zij zullen belangrijk +er door worden verminderd. + +De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen, +uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken +welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs +zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven. + +Daar is b.v. het vraagstuk van de ~afwatering van den Vechtboezem~. Deze, +die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt +van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als +dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige +uitwatering elk jaar één of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing +van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water +komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt. +Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op ½ à 1 millioen gulden +geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het +IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter +geheel overbodig. + +Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der ~afwatering van de Geldersche +Vallei~, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs +onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem +en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim +profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort +gebracht en _kan_ door een eenvoudige verruiming van sommige +waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en +gemakkelijker worden opgelost dan thans. + +De ~afwatering van het Noordzeekanaal~, die van zooveel gewicht is, +omdat op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook +Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats +heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met +behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door +de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels +_door sluizen_ op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de +scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal +ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen +worden beheerscht[9]. + +[9] Zie hierover C. W. LELY c. i. Beschouwingen v. d. afwatering v. h. + Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d. Zuiderzee + (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203). + +[Kantlijn: Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden] + +Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting +der Zuiderzee gebaat worden, 1º doordat de loozing door hooge +Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan +worden belet, 2º omdat wegens de minder sterke schommelingen van +het buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te +zijn,—daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt +zal kunnen worden van de ~lage~ en ~zeer lage Zuiderzeestanden~, die nu +de afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige +loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en +buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing +hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van +Overijsel. Deze kunnen nu in het voorjaar bij de dan heerschende O. en +N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote +massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna +in den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de +gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan –0,10 à –0,15 N.A.P. af en +daar de landen dan waterstanden van –0,40 à –0,45 N.A.P. noodig hebben, +zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en +valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van +het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren. +De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen, +maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare +stoomgemalen opgezien. + +Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet +meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden +die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich +eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de +bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het +water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden +behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,—nu +staan zij dan veelal onder water,—kunstmest aanwenden en dus ook +daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen[10]. + +[10] Zie hierover meer uitvoerig: DEKING DURA. Iets over den toestand + der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide Mij, + 1909, bl. 173. + +[Kantlijn: Invloed op de afwatering van Friesland.] + +Wat ~Friesland~ betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden. +Wel zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage +Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen meehelpen om +Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel +is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de +Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen, +kanalen, enz. »Frieslandsboezem” vormend, die door 13 sluizen langs de +Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte +stand van dien boezem in den zomer 10 à 15 cM. boven Friesch Peil (= +Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 à 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde +ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij +lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de +afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer +en meer tot –1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen +en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het +voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral +voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van +het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te +brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om +door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te +brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand +niet genoeg beheerschen. + +Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage +landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge +boezemstanden wordt overstroomd,—bij een stand van +0.25 Z.P. staan +reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die „buitenlanden” onder water. + +Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of +komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk +uitsluitend grasland; zij staan 's winters in den regel voor een groot +gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan +wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade +geleden[11]. + +[11] De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het + Lid der Ged. St. v. Friesl. VAN WELDEREN Bn RENGERS in een rede, + geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. Mij van Landb. + 28 Dec. 1909,—opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide Mij, 22e + Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar. + +Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken, +kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water +eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die +landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan +stijgen zij ook daardoor zeker in waarde. + +Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand. +Zij zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van één of +meer groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe +reeds besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee, +dus afwatering op –0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden +voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel +ze nog noodig zijn, zeker minder kosten. + +De heer RENGERS meent dat _in jaren van normalen regenval_ de boezem +daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg +nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging +omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te +verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een +zoetwatermeer). + +Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten +goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd ook moge +schijnen, de gelegenheid die door de afsluiting ontstaat voor aanvulling +van zijn boezem met zoet water in droge tijden. + +[Kantlijn: Voor de wateraanvulling en waterverversching.] + +Voor de ~wateraanvulling~ en ~waterverversching~. + +Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl +aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd, +dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder +zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna +zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten. + +Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een +afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan +inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen +der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de +afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds +daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt. + +Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote +rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het +voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden. +Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem +te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,—70 à 190 millioen M³ 's +jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M³ per dag. Uit den aldus +aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk +een bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel, +Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels. + +Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor +deze gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij +uitstek deskundigen, de HH. TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, Lid v. +Ged. St. v. Friesland, en K. BREEBAART JZN. te Winkel, op verzoek +der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de voordeelen van +de voorziening met zoet water, resp. van de Provinciën Friesland en +Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige specialiteiten +hebben doen voorlichten[12]. In het volgende is ook daaraan een en ander +ontleend. + +[12] Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d. + Zuiderzee-Vereeniging 1911.—Leid. 1911. + +Het ~Noorderkwartier~ laat in tijden van watergebrek water in uit +den boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook +door de schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de +boezemwateren van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte +van Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele +schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het +vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt—als men het zoo +noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het +oosten der stad naar het westen te komen—door Zuiderzeewater in te +laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van +andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden +ƒ100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde +oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste +deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in _uit de +Zuiderzee_, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de +Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.). + +Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij +uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr. +VAN DER ZANDE en Dr. SCHEIJ van het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn +zeggen: 1º dat door de gelegenheid van verversching met zoet water +ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels +en machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout +is; 2º dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee +krijgt, waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen +gebreken in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3º dat +vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de +slooten stankvorming bevordert. + +In het Verslag van den Heer BREEBAART, samen met deskundigen opgemaakt, +wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral +van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in +plaats van brak water, dat—zoo wordt o. a. voor de zandstreken +geconstateerd—voor den grasgroei zeer nadeelig is. + +Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor +drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van +goed drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer +drie ton gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het +water door diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig +gezuiverd—duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik +is in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per +spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz. + +Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de ~toestand van Friesland +in droge tijden~, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis +bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen, +plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept. +1904 uit Workum: „In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward +en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen +hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee +nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in +de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder +Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd +aan de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder +dan de helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders +den winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden”. Of van dien +ouden Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der +Zuiderzee-Vereeniging schreef: „Wij hebben geen bruikbaar slootwater +meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de +afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog. + +In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het +scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er +overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut +zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke +kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op +slechts ééne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder +zout”[13]. + +[13] Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. G. + VISSERING, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging. + +Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan +water, dat van het ~verzouten~ van het overblijvende, vooral in het +westen der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen, +ook te Stavoren, maar het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden +veel beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de +visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz. + +In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den +invloed van zoet water in Friesland op den toestand van ~landbouw~, +~veeteelt~ en ~zuivelbereiding~: „Veel grooter dan deze reeds zoo +belangrijke schade”—nl. door te hoogen waterstand—„is die welke _te +lage_ waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang +aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende +en de schade niet te overzien.” In 't bijzonder wordt dan aangetoond +de mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de +hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee, +door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat +bijna overal in de Provincie te wenschen over. + +Ook de ~scheepvaart~, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt +in zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook +van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,—en dit geldt zoowel +voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg +de Lemmer–Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen; +schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen +dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden +door inlating uit het IJselmeer. + +Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls veel +schade lijdt is ook de ~zoetwatervisscherij~,—omdat nu elk jaar +bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de +droogvallende buitenlanden verloren gaan, omdat nu 's zomers veel zout +water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt +voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk +omdat het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte +stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor +visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een +droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een +ververschingsbron achter de hand was. + +De ~volksgezondheid~ wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet +zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt +door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de +schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert +ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was. + +Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal +meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar +voor epidemische ziekten. + +~Handel~ en ~nijverheid~ zullen er ook zeker bij winnen als het +gebrekkig verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer +zal voorkomen. In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt +Aquarius mee, dat het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt +(incl. die van de stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer +moeten gewasschen worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond +voor de ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf +worden per keer gemiddeld op ƒ25.-, dus per jaar op ƒ150.- geschat, +dus voor alle ketels samen op ƒ82.500 per jaar, welk bedrag echter +vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels. + +Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op het Land van +Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep. + +En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland +en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende +zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. ~verbetering der +afwatering~. + +In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de +landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden +daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het +water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,—omdat men niet durft, +n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan. + +Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip +en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt[14], dan +blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen +de vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer RENGERS, +die daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen +aangehaalden rede: „_Zoolang de waterinlating in Friesland niet gevonden +is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen blijven_”. + +[14] Tijdschr. Ned. Heide-Maatschij, 22e Jaarg. (1910), bl. 41 e. v. + +Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar, +waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook +elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat +aanvulling daarna altijd mogelijk is. + +[Kantlijn: Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.] + +Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door +een afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te +scheiden,—eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten. + +Indertijd heeft de Hoogleeraar HARTING de vrees uitgesproken, dat als +de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende keilaag +werd aangelegd, zooveel water door dat zand naar binnen zou dringen, dat +men den bodem daarachter niet zou kunnen droogleggen: door hem genomen +proeven waren in dit opzicht niet geruststellend[15]. + +[15] P. HARTING. De geol. en phys. gesteldheid v. d. Zuiderzeebodem. +Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks. + +Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit +vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat +uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders +(dus niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder +omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de +praktijk weinig of niets viel af te leiden[16]. + +[16] Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water onder +verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende +samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst. +1887. + +HARTING zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke +waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van +de lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil +in waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op +verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de +Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn. +En hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den +afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en +boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de +dijk zelf. + +Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte +in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs +gedurende een gedeelte van elk getij overdruk _van binnen naar buiten_ +zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de +genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts 1⁄90, +bij stormvloed slechts 1⁄22 naar binnen zou kwellen van de hoeveelheid +zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand op het meer +vloeit. + +De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte +van het water van het IJselmeer. + +[Kantlijn: Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.] + +Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende +hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe +polders en de aangrenzende gewesten? + +Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4e Nota der +Zuiderzee-Vereeniging. + +De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt +aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er +op brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de +verdamping het grootst is (1 Mei–1 September) de IJsel gewoonlijk niet +het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten van +sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de +afvoer het kleinst in de herfstmaanden. + +Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871–1885 +(in de andere jaren zou òf weinig ingelaten of de aanvoer betr. +groot geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou +geweest zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands +Noorderkwartier van water te voorzien,—wat echter slechts een daling +van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus +zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer +ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 × die van Rijnland) +en een te groote verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters) +gerekend is. + +Daar het aangenomen peil van het IJselmeer –0.40 A.P., dat van +Frieslandsboezem –0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) –0.58 +A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden. +Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing +dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten +der sluizen wat verhoogen, b. v. tot –0,20 A.P., wat ook voor de +scheepvaart gewenscht is. + +Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor +waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend +genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten +bijgebouwd worden. + +[Kantlijn: Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.] + +~Voor de scheepvaart.~ + +Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden, +integendeel in menig opzicht worden gebaat. + +De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, ⅓ +à ½ van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht. + +Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep, +de Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn. + +In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten, +niet „op tij” gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn +trouwens gering,—in de zuidelijke kom 25 à 50 cM.—ook in vergelijking +met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt. + +Het peil van –0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer +gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand in het midden van de +zuidelijke kom, dat van –0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager. +Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben, +of door afwaaiing. Standen beneden –0,60 A.P., zooals nu wel eens +voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen. + +Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter +door de afsluiting de ~bevaarbaarheid t. O. van Schokland~ onvoldoende +worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het +Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland. + +Ook zagen wij dat vóór het tot standkomen der afsluiting eenige +~havens~, die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor +dan H.W. moet worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging +der havendammen eenige meerdere blijvende diepte moet worden +gegeven,—zoodat zij dan ten allen tijde bevaarbaar worden. + +Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste +gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden +waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor +in de geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het +Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 à 23 dM. water staat. Eenige +baggering zal daar plaatselijk moeten helpen. + +Een voordeel is dat de ~schuttingen~ door de Oranjesluizen te +~Schellingwoude~ zeer zullen worden bekort wegens het kleiner +verschil tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer; +waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen +plaats hebben. + +Voor de ~vaart op Harlingen~ zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te +leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen. + +Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer +niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker +een ~veel veiliger vaart~ worden verkregen. Op het IJselmeer zal het +niet meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval +is. Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte +van dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen +en menschenlevens niet te spreken;—zulke ongevallen zullen na de +afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot +belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des +lands. + +[Kantlijn: Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.] + +Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de +~verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib~ die de IJsel +daarin zal aanvoeren. + +Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M³ +per jaar kan worden geschat[17], het zand zal zich na de afsluiting wel +op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvóór, nl. op een 2700 HA. +groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan +worden weggebaggerd. + +[17] Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887. + +De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M³ 's jaars +gesteld worden[18]. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den +bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve +eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt +echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele +oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet worden dat de +ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet +worden weggebaggerd. + +[18] Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2. + +Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het +werk in het eerste jaar een kapitaal van ƒ300.000 gebracht, dat na 66 +jaar tegen 3½ percent aangegroeid tot ƒ2.857.000 een rente zou geven +voldoende om jaarlijks 400.000 M³ tegen 25 cts per M³ uit het IJselmeer +te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over +het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de +droogmakerijen vallen. + +Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te +bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter +weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen +den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart +niet hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van +zijn oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen. +Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te +verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar +Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind +(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde +richting[19]. + +[19] Zie de Nota van het lid der Staatscommissie J. W. WELCKER als + Bijlage bij het Verslag dier Commissie. + +[Kantlijn: Bezwaren van technischen aard.] + +Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den +laatsten tijd, ~bezwaren~ gemaakt ~van technischen aard~, veelal door +tegenstanders breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan. +Dit nu is een fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg +van onderdeelen gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als +zoodanig niet treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze +worden aangelegd. + +Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig. + +Want men bedenke wel, dat het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een +voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten +ongeveer te kunnen nagaan. + +Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de +onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden +uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en +nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen +dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan. + +Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp +van Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp +KRAUS, 1907): „Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden, +dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van +de overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in +onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra +door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het +werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te +doen nemen. Enz.” + +Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het „Verslag der +onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt +plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting +der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer, +samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat ~de Blocq van +Kuffeler~”. Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,—in sommige +zeer veel!—is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, o. a. +ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de +afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, +vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale +gronden van Wieringen, enz. enz. + +Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen, +enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen—een +zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners +van de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie +van het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de +waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die +dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en +geteekend is klakkeloos zouden overnemen. + +Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen +is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen +dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2e Nota, bl. 15) en de Staatscommissie +meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van het Vlie en van +den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft, maar dat van +daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v. uit het Vlie +naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste waterstand bij +stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de Texelstroom op +ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te liggen als het +Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit naar den dijk +niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met een sterken +golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze redeneering +zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken. + +Maar het is de vraag of de _gewone_ (gemiddelde of dagelijksche) +vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan +nu en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen +rijzen[20]. + +[20] Zie „Weerlegging van bezwaren”, bl. 123. + +Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk +en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat +de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de +helft verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd +geheel ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan +ook slechts ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar +binnen te stroomen om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat +er evenwicht is tusschen het water binnen en buiten[21]. Terecht +zegt dan ook de Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu +ingediende wetsontwerp, dat „geene of slechts geringe verhooging van +de stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten” +(bl. 7). + +[21] Ald., bl. 118 e. v. + +Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat +met den bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de +hoogte van dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche +en Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de +waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de +sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger +moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar +daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van +het geheele werk. + +[Kantlijn: Gebruik van gewapend beton.] + +Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan +en zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige onderdeelen geheel anders +zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld. + +Vooral het gebruik van ~gewapend beton~, dat in den laatsten tijd meer +en meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen +meebrengen,—wat ook invloed kan hebben op de kosten. + +Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit +om verslag uit te brengen over de vraag: „in welke mate kan gewapend +beton in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de +meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de +uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en +onderhoud?” + +Deze „gewapend-betoncommissie”, samengesteld uit de HH. Mr. P. VAN +FOREEST, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, A. W. BOS, +Dir. Gemeentewerken Amsterdam, J. M. VAN ELZELINGEN, Hoofdingenieur +v. d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, B. HOGENBOOM, Oud-Inspecteur +Generaal van 's Rijks Waterstaat, G. J. DE JONGH, Dir. Gemeentewerken +Rotterdam, J. W. C. TELLEGEN, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht +Amsterdam en L. VOLKER AZN., aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag +uit[22]. + +[22] Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911. + +De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te +verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en +zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5 +M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken +en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij +niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing +van kosten is misschien daardoor te verkrijgen, maar nog moeilijk te +bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing +in tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit +finantieel oogpunt. + +Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op +de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat +het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van +Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor +het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet +behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen +gulden) kan worden. + +[Illustratie] + + + + +V. De aanwinst van grondgebied. + + +[Kantlijn: Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.] + +Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche +provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis +van dien staat belangrijk verhoogd. + +Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking +onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die +vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk +sneller toename der oude bevolking. + +[Kantlijn: Aard der gronden.] + +Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte +af van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen +twijfel te bestaan. + +Een groot aantal ~grondboringen~ zijn verricht. Voor het plan BEIJERINCK +werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan; +deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd. +Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de +Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102 +boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen +verricht[23]; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de +Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen +der Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879 +280 boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer LELY een +nader onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der +Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben, +die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128 +zijn uitgevoerd. + +[23] Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d. Commissie + uit de Waterschappen.—Haarlem 1874. + +Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen. + +Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd +gedaan door Prof. VAN BEMMELEN en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn +rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877. + +Prof. VAN BEMMELEN was van oordeel, „dat de kleigronden van de +Zuiderzee” (klei tot 50 perc. zand) „in kwaliteit gelijk zullen zijn +aan de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 à +70 perc. zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +gronden der Groninger noordelijke zeepolders”. + +Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek van Prof. VAN BEMMELEN tot het besluit: „dat +minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond +van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde”.[24] + +[24] Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters handelt + uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging. + +Bij deze uitspraak werd echter het zand als „van geen onmiddellijke +waarde” beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele +zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een +belangrijk voortbrengingsvermogen vermogen kunnen hebben, vooral als +zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot +grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die +uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die +tot de vruchtbaarheid er van bijdragen. + +Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus +gerust zijn. + +Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der +gronden zelve af, maar ook van een ~goede afwatering~ en, in droge +tijden, van een ~voldoende wateraanvulling~. + +De nieuwe gronden moeten flink diep „uit het water gehaald” kunnen +worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen +gebracht worden en _spoedig_ gebracht kunnen worden, ook bij sterken +regenval. + +[Kantlijn: Ontzilting der nieuwe gronden.] + +Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig +ontzilt worden door de daarop vallende regens. Prof. VAN BEMMELEN zegt +daaromtrent: „Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft, +zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden +blootgesteld, is in de IJpolders gebleken. + +.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van +den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en +vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. _Dit +verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven._ De genoemde +polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het +begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later +nog versterkt is geworden”.[25] + +[25] Zie hierover meer uitvoerig VAN BEMMELEN. Verslag omtr. het + onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee + v. 1875, gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de + bedijking en droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee, + enz. v. 1877, Hoofdst. IV. + + En VAN BEMMELEN. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v. + Nederland (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866, + blz. 16 e. v. + +Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij +zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan +de polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste +daarin voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze +droogvallen,—de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M. +inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling +werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen +kan beheerschen. + +[Kantlijn: Voorbereiding der gronden vóór de uitgifte.] + +Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt +er op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen +uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen +behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der +gebruikers over te geven[26]. De gronden worden dan zoogenaamd zwart +gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten, +worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig +verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de droogmaking +van de Wieringermeer werd daarop gerekend. In dien tijd kunnen de +gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit den Dollart in 1740 +bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar gedeeltelijk met +koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een oogst, waarvan de +verkoop na aftrek van alle onkosten de bedijkingskosten met 4852 gl., +6 st. en 2 d. overtrof! + +[26] Zie V. D. HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. De Economische Beteekenis + van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83. + +Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats hebben voor de +rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van +proefvelden, cultuurvakjes, enz.[27]. + +[27] Zie o. a. HUDIG. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen voor de + droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914. + +[Kantlijn: Verkaveling en perceelsindeeling.] + +Wat de eigenlijke ~verkaveling~ of verdeeling der gronden aangaat door +de kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten, +kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak +reeds van verschillende zijden bezien is. + +De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag[28] een plan met kavels +van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van +de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw, +Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd +benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van +10 HA.[29]. + +[28] § 45. + +[29] Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5. + +[Kantlijn: Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.] + +Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen +gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger +met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest. +Maar die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden, +waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door +vergelijking van ongelijksoortige gronden. + +Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625—in 't zuiden zand) en +van de Heer Hugowaard (1631—grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf +niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden +niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk +uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn +nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer ƒ100.- bruto per HA. 's jaars minder +opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909–1911 resp. gem. +ƒ283.- en ƒ382.-). + +Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de +droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting +voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en +dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel +met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen, +vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars +voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging +in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn, +zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de +IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen. + +Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft +kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne +techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden. + + * * * * * + +[Kantlijn: Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.] + +Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden +der Zuiderzee-Provincie ~opbrengsten~ zullen geven, gemiddeld als die +van de Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte +waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte +IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens +reeds door Prof. VAN BEMMELEN werd uitgesproken. + +In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer +van 1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden +in de Waard- en Groetpolders bedroeg droeg ƒ100.- à ƒ120.-, van de +zavelgronden ƒ70.- à ƒ90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte +zavelgronden ƒ50.- en van de zwaardere ƒ90.- de HA. en dat men dus met +de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde jaarlijksche +~netto-opbrengst~ van ƒ60.- p. HA. veilig mag aannemen, na aftrek van +de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot afsluiting en +droogmaking van de Zuiderzee[30] komt de Regeering tot een hooger +bedrag, nl. van ƒ80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die in +Nederland in het tijdvak 1900–1909 gekocht en na 1909 weer verkocht +zijn,—waarover hierna meer. + +[30] Blz. 15. + +Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de E. N. T. O. S. in +1913 te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en +Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt, +waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van +de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909, +1910 en 1911. Deze waren: + + in de Waard- en Groetpolders ƒ382.- de HA. + in de IJpolders „374.- „ „ + +en over 1911 en 1912 + + in noordwestelijk Noord-Brabant (klei) „357.- „ „ + op Noord-Beveland (klei) „359.- „ „ + in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel) „336.- „ „ + +Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde +~bruto-opbrengst~ van ƒ350.- de HA. mogen verwachten. + +De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend, +komt men dus tot een netto-opbrengst van 16 millioen gulden en een +bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars. + + * * * * * + +[Kantlijn: Wijze van uitgifte der gronden.] + +Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd +o. a. afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden. +Maar het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat +tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden +zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het +aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende +den pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de +kwade daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door +verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker +zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk +af in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade +door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den +pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren +met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig +belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de +landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te +brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den +toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892–1893. In 't +algemeen staat de landbouw dáár het hoogst, waar de grond het eigendom +is van de gebruikers. + +Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk +een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder +meer—daarover is men 't vrijwel eens—moet uitgesloten zijn, opdat niet +het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan +het oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen +plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden, +alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der +gebruikers te doen blijven. + +Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis +bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v. +den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij +annuïteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden +verkregen. + +Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond, +die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die +zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere +gebouwen voorschieten. + +Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk +gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen, +waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden +en waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts +geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal +zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen, +zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende +deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd +pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander +stelsel. Prof. MOLTZER sprak eens van „de Zuiderzee, proefveld onzer +agrarische wetgeving”.[31] + +[31] Zie over dit onderwerp o. a. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. + De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d. Zuiderzee, 2e + Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v. + + Verslag der Staatscommissie 1892, § 128 en Bijl. XI van dat + Verslag: Rapport v. d. HH. FONTEIN DE JONG en V. D. HOUVEN VAN + OORDT. + + K. REIJNE. Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk + 1901. (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders). + + + + +VI. De Zuiderzee-visscherij vóór en na de afsluiting. + + +Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de +Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen. + +Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een +gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het +groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de +wenschelijkheid daarvan te bestrijden. + +[Illustratie] + +Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door +demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het +Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden +is in eene vergadering van den Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam +besloten „te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee”. + +Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het +visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan—als het in 't algemeen +dien naam verdient!—nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend +was. + +Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis +is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen +te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent. + +Wel beweerde de Minister van Waterstaat DE MAREZ OYENS bij de +behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij, +nog altijd is „een bloeiende tak van bedrijf” en dat „de afsluiting aan +een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in +5 provinciën (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand +berustend”. + +Maar wat heeft men aan zulke _woorden_? + +Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien „bloeienden tak van +bedrijf” gesteld is. + +[Kantlijn: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij.] + +Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te +schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste +visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; één +anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt +soms niet meer dan 1½ millioen gulden, in 1890, _het_ ansjovisjaar, +4 millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde +jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,—als +men het zoo noemen wil,—een zeker aantal visschers met hunne gezinnen, +na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven, +zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken (gedeeltelijk +in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen, rookerijen, enz. moet +worden uitbetaald. + +[Kantlijn: Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.] + +Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren +kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een ~Commissie van onderzoek~ +benoemd, waarin één lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging +zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke +onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.[32] + +[32] Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging. + Dl I. De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot + onderzoek.—Leid. 1905. + +Wat die Commissie ons van dat „op overouden toestand berustend +bestaansmiddel” moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai +beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z. +van den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het +geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent +men deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van #1730# +volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter +724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548 +gedurende 6 à 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden. +Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal +van #3017# meerderjarige visschers. + +Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen +treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is +slecht. + +De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer +vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en +onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen +loon aan knechts, nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en +afschrijft op de netten (½ à ⅓ der waarde), dan blijft daarvan +veelal weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon. + +Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk, +Bunschoten, Hoorn, enz.). + +Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15 +percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers +steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen +een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te +Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met +groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart +op loggers op de Noordzee. + +Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of +een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De +Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels +uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid +geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel +verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote +aanvoer de marktprijzen beheerscht. + +Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel +goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet +wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor +de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden +aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren. + +Wat blijft er dus over van dit „op overoude toestanden berustend +bestaansmiddel?” Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences +en hondekarren waren eenmaal voor velen „een op overoude toestanden +berustend bestaansmiddel” en toch heeft men ze door den aanleg van +spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude +waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het +nieuwe dat zijn plaats inneemt. + +[Kantlijn: Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h. + landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.] + +Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging +onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij +bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met +zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht +materieel, is een „bloeiende tak van bedrijf”. Wat zou dit met zijn +bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij +het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst +van 70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen, +verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een +welvarende bevolking van 250.000 à 300.000 menschen in het nieuwe +gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen +gulden vergaren? + +Een voorbeeld uit de praktijk[33]. Vóórdat het westelijk gedeelte +van het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten +daar 2 visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de +droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote +boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den +landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker +nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het +misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de +verdiensten van dien anderhalven visscher? + +[33] K. REIJNE. Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee. + Beverwijk 1901, bl. 11. + +In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg +door de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele +ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden +gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele +visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet! + +[Kantlijn: Schadeloosstelling oude visschers.] + +Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het +personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent +schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe +bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime +schadeloosstelling hebben gevonden. + +Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in +het Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4½ millioen gulden +uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke +som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd +soms op hoogen toon geëischt dat die som grooter moest zijn[34]. + +[34] Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het + bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl. + 239–260. + +De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 à 40 jaar +duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen +gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor +goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld +zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs, +steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers +schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond +worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post +zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren. + +[Kantlijn: Zoetwatervisscherij na de afsluiting.] + +In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de +Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in +den tegenwoordigen vorm. + +Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer +en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet +aan te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter +dan die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland +(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte +van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die +wateren. + +De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche +Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij +in het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen. +Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig +gesteld rapport uit[35], waarin men o. a. leest dat paling en spiering +het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook +gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden +toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook: +„Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen +gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten +van nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het +IJselmeer een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op +het IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden +gedreven”. Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet +genoemd. + +[35] Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III. Rapp. + v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige + IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden, + 1906. + +Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal +en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking +der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van +weleer op het open IJ[36]. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn +in de afgesloten Zuiderzee? + +[36] Zie ook den Heer DIL van Koog a. d. Zaan i. h. Alg. Handelsblad v. + 1900. + + + + +VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de +afsluiting en droogmaking. + + +Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij +uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook +belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is +mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen. + +[Kantlijn: Bevolking in de nieuwe provincie.] + +Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in +Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden, +kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171 +beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer één per 4,8 +HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de +Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan +in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent +men voor het groot landbouwbedrijf één man per 4,5 HA., dan zullen dus +in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn, +met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;—door +tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter +kunnen zijn. + +Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden, +ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat +de toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende +provincie blijft, 250.000 à 300.000 bewoners zal bedragen. Ter +vergelijking diene, dat de in hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland +(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners +buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan +11.836 vrouwen. + +Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch +ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het +begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij +kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een +groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten. + +[Kantlijn: Bewoonbaarmaking.] + +Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vóór de kolonisatie +geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. „De vestiging +in de Zuiderzeepolders”, zegt de Staatscommissie terecht, „moet niet +bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene, +zij 't dan ook vruchtbare wildernis”. + +Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten +bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht +70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en +stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,—terug te betalen bij +annuiteiten binnen 20 jaar. + +Ook wordt voorgesteld vóór de uitgifte der gronden een aantal gebouwen +van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet +dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt +daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen +één gemeentehuis, één post- en telegraafkantoor met bijkantoren, één +groote school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal +zijn 8 × ƒ125000 = 1 millioen gulden, d. i. ƒ5.- per HA. (wel wat matig +berekend!) + +Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend +op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 × 50 HA. grond geven om te +kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich +uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het +geheel,—zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven. + +[Kantlijn: Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.] + +Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het +besluit der meerderheid stemde, Mr. VAN NIEROP is indertijd gezegd:[37] +„het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal +de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige +voorwaarden, dat elders storing ontstaat”. + +[37] De Economist. Jaarg. 1897. + +De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen +is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten. + +[Kantlijn: Tekort aan grond.] + +Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren +grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de +laatste 15 à 20 jaren 4000 à 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet +alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd +over het ~tekort aan grond~. In nagenoeg alle deelen van het land kan +men die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te +blijven in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel +sterker toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het +voor tal van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om +hieraan te komen. + +Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, omdat men er van +uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking +mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de +Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,—wat in elk geval +bewijst dat er gebrek is aan grond. + +Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van +1908 tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit +oude provinciën, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen +gevestigd. + +Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen +dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige +landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,—een klacht die men om +zoo te zeggen overal vernemen kan. + +Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz. +worden of—en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen +behalve eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten—zij verlaten als +landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk +een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is +toch zeker niet in het belang van den Staat. + +Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan +van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei–Juni 1910 +bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van +meer dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de +bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep, +als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een +of andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen, +dus zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen, +terwijl de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en +uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500 +nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren +zelfs tot 8 à 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze +verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal +landgebruikers aan zich trekken. + +De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van +den Landbouw verzamelde gegevens[38], omtrent de ontginning van +heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is. +In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540 +HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede +laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen, +die van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans +spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en +bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht. + +[38] Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16. + +[Kantlijn: Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.] + +Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de +nieuwe gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze +aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke +landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking +jaarlijks met 1,4 × 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een +aanwas van 15.000 à 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 à 4500 's +jaars. + +Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders als van zelf reeds +vóór de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch +zijn dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders +boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die +aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als +vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het +landbouwbedrijf. + +Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of +seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den +hooitijd, bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn. +De voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te +veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder +werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland, +in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral +in het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in +slappe tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting +van slooten, enz. Dit is een voordeel èn voor het landbouwbedrijf èn +voor die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden +in de Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en +droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van +arbeid. + +[Kantlijn: Geen werkloozen aan het einde van het werk.] + +Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk +werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen. + +[Kantlijn: Arbeidsloonen op oude gronden.] + +De Staatscommissie,—dus 20 jaar geleden en juist in een tijd +dat het onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht +ging,—oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog +waren en dat, als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden +stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden. + +Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als +de prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat +het door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen. +En waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der +losse arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te +betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het +een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan +leiden. + +[Kantlijn: Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.] + +Om te bewijzen dat de ~verkoopprijzen~ van de nieuwe nieuwe gronden bij +zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt, +heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der +gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar +wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken +worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling, +enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar +werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders, +waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden +de gronden verkocht: + + in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. ƒ2000 p. HA. + „ „ II 1200 „ „ „ „2046 „ „ + „ „ III 1100 „ „ „ „2868 „ „ + „ „ V en VI (waarin een strook veen), 334 HA. tegen + gem. ƒ1800 p. HA.[39]. + +[39] Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877. + Volgens de Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs. + v. d. R.-Wat. WORTMAN en V. D. BROEK, uitg. d. h. Dept. v. + Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en + behalve de aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor + _gemiddeld_ 2330 gulden de HA. Sommige perceelen brachten ruim + ƒ3200 de HA. op. + +Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim +5500 HA.[40] groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door +het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wèl het geval +zijn? _De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds +daarvoor bestede koopprijzen._ Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer +vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op +uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het +bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag +daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen +machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende +wijzen zullen kunnen worden voldaan? + +[40] Volgens DE VRIES en SCHORER. Zeeweringen en Waterschappen v. + Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA. + +En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden +geacht, dan is de Staat niet tot verkoop _gedwongen_, maar kan ze +zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt. + +Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in +cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is +niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te +weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden +gedrukt. + +[Kantlijn: Grondwaarde en prijzen der producten.] + +Hierboven werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en +misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den +aard der gronden, maar ook van de ~prijzen der producten~ afhankelijk +is. Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der +Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij +voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een +droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000 +quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog +ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt +nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en +voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe +bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de +Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan +4- à 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten +invloed zijn op de graanprijzen. + +Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de +Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,—alleen +Rusland (met Polen en Siberië) levert nog iets meer,—en hoewel de +bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens +den groei der bevolking en der beschaving, zoodat _daardoor_ eer +verhooging dan verlaging van prijzen te verwachten is,—misschien kan +de uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in +Argentinië, daarin verandering brengen. + +[Kantlijn: Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.] + +Maar #door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee, +zal Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de +noodige tarwe kunnen voorzien#. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA. +met tarwe worden bebouwd, kunnen deze 160.000 × 50 = 8 millioen H.L. +tarwe geven. Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu +voortbrengt, dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L., +die nagenoeg voldoende is voor onze geheele behoefte. + + * * * * * + +[Kantlijn: Ontginning van woeste gronden.] + +Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben +meer dan eens de ~ontginning van woeste gronden~ daartegenover gesteld. +Waarom niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen, +zoo vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem +der zee? + +Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom +dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene +schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen. +Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor +boschbouw. En vóór den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het +binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In +het nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste +bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor +boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,—wat dus de +ontginning tot bosch zal steunen. + +Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning +van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan +in wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die +volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport +van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den +aard der woeste gronden aldaar[41] wordt o. a. meegedeeld, dat een groot +gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw, geschikt is. +Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar is, is alleen +geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18 à 20 jaar, gaat +aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het daarin gestoken +kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden, dalgronden en ook +lage heiden, die men een goede afwatering kan geven, zijn bij goede +behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te maken en +vele geven dan weldra goede rente,—zooals o. a. op vele plaatsen, +voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant, de aan +de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met andere, +waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo voorspoedig. De +hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na veel arbeid en +bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan een matige rente +als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij 's winters +door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders die uit +geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen tevreden +stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen schijnen +echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een matige +rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder Norg, +groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch opgeleverd—de +rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten, waarvan de kosten +met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het aankoopkapitaal (ƒ100.- de +HA.) en de samengestelde rente daarvan en van de ingestoken kapitalen +à 3½ percent, ƒ1100.- de HA. hebben bedragen,—waarbij echter nog de +kosten van een verharden weg daarheen moeten gevoegd worden. De 15 +boerderijen daarop gesticht zijn verpacht voor 32,5 à 55 gulden per HA. +voor 6 jaar[42]. + +[41] Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900. + +[42] Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v. + +Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven; +bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen +de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren. + +Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen +woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te +veroveren Zuiderzeegebied. + +Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt +liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds +hunne ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen +landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook +op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er +door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan +men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van +den Landbouw[43]. + +[43] Zie o. a. Jaargang 1908, No. 6. + +Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden +niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee. + +Dit zijn _beide_ zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te +maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet _beide_ uitvoeren met al den +ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen? + +Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in +een brief uit New-York van den correspondent der ~Nieuwe Rotterdamsche +Courant~ van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor +den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het +tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat +de landverhuizing van Nederlanders naar (_Noord_-)Amerika in de laatste +jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers +bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den +landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit +het vaderland was: „uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van +vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste +heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen”. Ook +vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet +tot welstand kon voeren. + + * * * * * + +[Kantlijn: Maatschappelijke voordeelen.] + +Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn +nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden. + +[Kantlijn: Vermeerdering arbeidsgelegenheid.] + +Vooreerst de ~vermeerdering der arbeidsgelegenheid~[44]. Hierbij is het +volgende wèl te onderscheiden. + +[44] Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de + Drooglegging der Zuiderzee op de werkloosheid van A. PLATE en + A. A. BEEKMAN i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen de werkloosheid. + Jaarg. 1, Afl. III en IV. + +Gedurende ~de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.~ +der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders, +voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs +onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en +betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel +arbeid zullen vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet +het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken +ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz. +zullen hebben te vervoeren. + +Ook de ~verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden~, die dus +gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen, +zal veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor +grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden +bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen. + +Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting +der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55 +millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald. + +En eindelijk gedurende de ~blijvende vestiging of kolonisatie~, +eveneens ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders +samenvallend, moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor +de boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare +gebouwen moeten vóór en na worden gesticht, samen voor ongeveer één +millioen gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte +arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe +landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is +daar geen geordende maatschappij denkbaar. + + * * * * * + +[Kantlijn: Voordeelen v. d. nijverheid.] + +Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze ~nijverheid~, vooral +de steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor +26 millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan +materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892–1894). En +bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan +aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze +nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan +zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de +touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der +Zuiderzee. + + * * * * * + +[Kantlijn: Idem voor verkeer en marktwezen.] + +De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer +der jaarlijksche producten van den landbouw, zal ~het verkeer~ per +spoorweg, per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen +en de „villes mortes” langs de kusten van den ouden plas zullen +~marktplaatsen~ worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van +inkoop en doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde +provincie. + + * * * * * + +~De kosten.~ + +[Kantlijn: Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.] + +De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen, +door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer +geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met +een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd. + +Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de +uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het +productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den +landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer +10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42 +HL. tarwe opbracht,—nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen. + +En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans, +mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000 +KG. op. + +Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van +klei- en zandgronden, beide in 6 provinciën, die 1900–1909 gekocht en na +1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van +een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van ƒ1004.- in 1900–1909 +tot ƒ1698.- nà 1909 en van zand resp. van ƒ528.- tot ƒ812.-. Op grond +daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche zuivere opbrengst van +ƒ80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts ƒ60.- in het wetsontwerp +van 1907. + +[Kantlijn: Raming der kosten.] + +In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in +1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van +1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten +van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen +der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van +1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op _222 millioen +gulden_. + +Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet +uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen, +maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle +risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader +zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het +Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het +Wieringermeer,—en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken +ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen +(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken, +als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan +vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden +beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid, +dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare +constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen. + +De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als +nevenstaande tabel aangeeft. + +[Kantlijn: Beperking van het plan.] + +In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld +nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van +de beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van +uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald. + +Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken +en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden +voorbereid. + +De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde +omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land, +waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren +tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl +zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar +stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in +het 12e jaar (in plaats van in het 14e) zal zijn tot stand te brengen +en die van den Hoornschen Polder in het 15e (in plaats van in het 18e). +De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en een +oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een uitgave +van _110 millioen gulden_ vereischen (zie boven),—dus ongeveer +de helft van die voor het geheele plan. + + =======================+========================+======================== + | Ram. St. Comm. 1892. | Ram. St. Comm. 1914. + +-----------+------------+-----------+------------ + Uit te voeren werken. | Benoodigd | Gezamenlijk| Benoodigd | Gezamenlijk + | bedrag. | bedrag. | bedrag. | bedrag. + =======================+===========+============+===========+============ + _De afsluiting._ | | | | + | | | | + I. De afsluitdijk met | | | | + daarbij behoorende | | | | + werken. | | | | + | | | | + a. Afsluitdijk |ƒ28.130.000| |ƒ41.200.000| + | | | | + b. Werken op Wieringen|„ 8.000.000| |„ 8.700.000| + | | | | + c. Kan. Harl.–Piaam | | | | + en verhooging zeedijk | | | | + Piaam–Zurig |„ 2.585.000| |„ 3.550.000| + | | | | + d. Verhooging Balgdijk| | | | + en verbetering van de | | | | + havens |„ 600.000| |„ 600.000| + | | | | + e. Onvoorziene werken | | | | + in verb. m. de afsl. | | | | + en ter afronding |„ 1.485.000| |„ 950.000| + +-----------+ƒ 40.800.000+-----------+ƒ 55.000.000 + | | | | + II. De verbetering v. | | | | + h. Zwolsche Diep | — |„ 3.564.000| |„ 5.000.000 + | | | | + III. De voorziening | | | | + i. d. | | | | + visscherijbelangen. | — |„ 4.500.000| |„ 6.000.000 + | | | | + IV. De voorz. i. d. | | | | + belangen der | | | | + waterverversching v. | | | | + Amsterdam en ter afr. | |„ 236.000| |„ 250.000 + | | | | + _De droogmaking._ | | | | + | | | | + V. De inpolderingen | | | | + achter den | | | | + afsluitdijk. | | | | + | | | | + a. De | | | | + Wieringermeerpolder |ƒ12.700.000| |ƒ15.950.000| + | | | | + b. De Hoornsche polder|„22.850.000| |„28.130.000| + | | | | + c. De Zuidoostelijke | | | | + polder |„61.850.000| |„72.650.000| + | | | | + d. De Noordoostelijke | | | | + polder. |„32.500.000| |„38.220.000| + | | | | + |-----------|„129.900.000+-----------+„154.950.000 + | +------------+ +------------ + Totaal | |ƒ179.000.000| |ƒ221.200.000 + | | | | + +Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal +kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen. + +[Kantlijn: Nadere finantieele beschouwingen.] + +In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering „dat indien de +duur van het werk—de afsluiting en de vier polders—op 30 jaar wordt +gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders +resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering +der kosten zou komen, de rente eener 4½ pct. leening van 222 millioen +gulden—zijnde de totale raming—waarvan gemiddeld ƒ7.500.000 per jaar +zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een +pachtopbrengst van gemiddeld ƒ80.- per HA.” + +Hoewel nu een zuivere pacht van ƒ80.- de HA. zeker niet te hoog is te +achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van +omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als +grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de +eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden +ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4½ percent, uit +de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig +voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een +langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking +der kosten. + +Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken +kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt. + +Bovendien genieten dan twee- à driehonderd duizend menschen een goed +bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook +van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan +de Zuiderzee gelegen gewesten. + +Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de Staat dit werk met +gerustheid kan uitvoeren, waar het _als onderneming_ aan particulieren +misschien zou moeten worden ontraden. De _Staat_ zal in elk geval nog +goede winsten behalen. + +Ook Mr. VAN NIEROP erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel +ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar +ten slotte zegt hij: „De warmste voorstander van de droogmaking moet nog +aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat +het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder +zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou +zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen +moeten opbrengen”. + +[Kantlijn: Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.] + +Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier +gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het +zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in +aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken. + +Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. VAN +NIEROP verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken, +inderdaad bestaat. + +Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend +vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat +van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet +worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. ƒ5.- +stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op ƒ10.- +de HA. Men krijgt aldus ƒ500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4 +percent 12½ millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen t. N. +van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op +ƒ5.-—wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te Hoorn niet te veel +werd geacht—, dan krijgt men ƒ700.000 meer jaarlijksche opbrengst, dus +17,5 millioen meerwaarde. + +Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor +ƒ10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA. +van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met ƒ5.- de HA. +zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van ƒ1.200.000 +'s jaars—een meerwaarde van 30 millioen dus,—buiten de voordeelen +voor de nijverheid, de scheepvaart en de visscherij. + +Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer +willekeurig. De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van +zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek +van den Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor +Noord-Holland en Friesland samen ƒ680.000 's jaars zouden bedragen, +dus gekapitaliseerd tegen 4½ percent een kapitaal van 15 millioen +zouden vertegenwoordigen,—een schatting die m. i. zeker te laag is. + +Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen +hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz. +en vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar +zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met +hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te +trachten ook die onder cijfers te brengen? + +De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate +aanwezig. + +Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging +als door de Staatscommissie uitgesproken meening: „dat de voordeelen +van den afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou +zijn om alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere +droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen”,—maar het blijft toch +m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den +afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen. + + * * * * * + +[Kantlijn: Noodzakelijkheid van de uitvoering.] + +Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het +volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande +beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de +opmerking dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele +jaren) uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van +Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken, +enz., zegt Mr. VAN NIEROP: „Deze werken strekten om te voorzien in +een behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde +den aanleg van spoor- en waterwegen”. En verder: „Al is het geen +onderneming” (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), „zij is +daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering”. + +Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot +afsluiting en droogmaking der Zuiderzee—er is immers geen onderscheid +in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om +het verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de +bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom +alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat +aanleggen van spoorwegen nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen +al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn +als wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs +Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men +onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik +te maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de +gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale +beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan „het openbaar belang” +niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken? + +Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht. + +In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt +de Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag +beantwoordt of er voor het Rijk _voldoende reden_ voor de uitvoering +van het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk +misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het +Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen. +En: „Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door +het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk deel +des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen bodem met een +aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het openen van een +uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en werkkracht”. + +[Kantlijn: Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.] + +Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en œconomische zijde +van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld aanbevolen om +den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen de Zuiderzee +gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken. + +Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van +betrekkelijk kleine stukken[45], is het gemakkelijk te begrijpen dat +dit zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen. +Het betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken _op_ de oevers van +nieuw aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals +in Zeeland en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en +hooge afsluitdijken gelegd moeten worden _op den bodem der Zuiderzee_ +en de aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel +tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd, +voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker +millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn! + +[45] A. HUET. De meest voordeelige wijze van landaanwinning in de + Zuiderzee.—Zwolle 1895. + +Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben +aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze +aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen, +als wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere +opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij +uitvoering in eens. + +En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan? +Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel +kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan +droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de +groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare +kleigronden bestaat, en bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al +hadden zij in 't geheel geen waarde. + + * * * * * + +[Kantlijn: Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder + afsluitdijk.] + +Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk +weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken, +zooals dan ook èn door de Zuiderzee-Vereeniging èn door de +Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met +afsluitdijk. + +Voor zulk een droogmaking _zonder_ afsluitdijk is meer te zeggen dan +voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in +de _eerste_ 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door +hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat +dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken +moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden +(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en +drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder +zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg ƒ3.367.000 meer). Ten slotte +zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie): +ƒ212.700.000, met rente ƒ279.000.000 en met rente op rente +ƒ293.000.000,—alleen deze laatste som is iets minder dan die met +afsluitdijk. + +Het verschil in kosten kan dus niet beslissen. + +Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot één +geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men _zoo +spoedig mogelijk_ alle vier genoemde gedeelten droogmaken en _zoo +spoedig mogelijk_ alle gronden uitgeven. + +Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd +of tijdelijk geschorst zou worden, dan konden daardoor verliezen +geleden worden. + +Maar juist dat groote _geheel_ en wel zoodra mogelijk is het wat velen +in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en +moet gewaagd worden. + +Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel; +de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan, +ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als één geheel +aan te pakken en te voltooien. + +Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie +te spreken, „voor een deel een quaestie van temperament”. + +En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels, +als men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf +productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot +gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk +gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te +worden gebracht. + +En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering +zonder afsluitdijk. + +De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit „dat een +inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de +Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting”. Nu die voordeelen door nadere +beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel +grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer +gerechtigd tot het besluit: #Afsluiting en droogmaking volgens het plan +van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.# + + + + +DEEL II. + +WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + + +In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin +het plan der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en +gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch +oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen. +Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied. + +In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de +belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts +als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen +afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de +grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan +hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige +kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk. + +Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed +denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde +daarvan beslissen. + +De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden +en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan +kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde +uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden. + +Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens +te stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen +beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is +het stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij +de tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van +een eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan „en +passant” wat kennis trachten bij te brengen, wat echter òf zeer moeilijk +òf onmogelijk is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet +wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op +den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens +is om overtuigd te worden. + +Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig +het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door +onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den +aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal +niet versmaden. + +Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven. + +Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij +te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de +Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te +houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste +kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor +zouden kunnen brengen. + + + + +Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande +beantwoorden, den Heer GELDER, directeur en aandeelhouder van de +Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof +geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd +op een vergadering te Amsterdam, waar de Heer GELDER aldus begon: + +„Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen +die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten.” + +„Waarom deugt die afsluitdijk niet?” zoo vroeg ik. + +„Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus.” + +„Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?” + +„Ingenieurs” (meervoud) „hebben het gezegd.” + +„Wie zijn die ingenieurs?” + +„De ingenieur VAN VEEN” (enkelvoud) „te Breda.” + +„Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wèl tegen de +meerdijken.” + +En dan klaagt de Heer GELDER er over, dat men niet met hem „debatteeren” +wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. SMEENGE en mij +„lafaards.” + +Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat. +De Heer GELDER moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het +goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen +doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden +zij adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste +beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal +van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren +over zijn onverantwoordelijk kabaal. + + * * * * * + +Over de bezwaren van den Heer VAN VEEN, civ. ingenieur, oud-direkteur +der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een +brochure uitgegeven, getiteld „De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke +constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der +Zuiderzee”, waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog +te maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen +te liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet +voldoende zijn,—een zuiver technische quaestie dus. + +De Heer VAN VEEN heeft ook nog op andere „groote gevaren en bezwaren” +gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een +voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam. + +Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's _nu_ te +bespreken. Ik zou den Heer VAN VEEN nl. willen vragen of hij +werkelijk meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der +Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden—of liever: of hij meent +dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van +uitvoering mogelijk is. + +Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om +het geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de +voornaamste zaken die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale +raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is +de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton, +toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.). + +Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht, +waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te +maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld +nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door +de ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de +verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren +als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten +trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd +denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in +bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid _door +ingenieurs_. + +Het is wel zonderling dat men dit aan een _ingenieur_ moet in +herinnering brengen. + +Ten overvloede wijs ik den Heer VAN VEEN op het in dit jaar verschenen +„Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een +meer uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte +van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de +Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat +DE BLOCQ VAN KUFFELER.” Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle +onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan +der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken +en van hunne samenstelling en afmetingen, van de afwaterings- en +scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de +verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van +de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke +quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is +gezien. Enz., enz. + +Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der +onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten +tegen windmolens! + + * * * * * + +„De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra het plan C. +LELY.” + +Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen +boekje van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een +niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt +van den Heer ULEHAKE, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een +jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan +de resultaten „veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY”. + +Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den +Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden +zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den +Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de +nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen +dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M. +diep is! + +Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte +toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij +legt dien meer naar buiten in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3 +gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 à 11 M. +te doen heeft, maar waarin „natuurlijk de strooming veel minder sterk +zal zijn dan in de Helsdeur”—waarom dit „natuurlijk” is schijnt niet +recht duidelijk. Dat werkje in volle zee—een sprong in 't duister, +waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal +kosten—is „een natuurlijk plan”, omdat het „van de bestaande banken +en eilanden profiteert.” + +Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een +afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men +slechts de teleurstellende mededeeling: „Het spreekt van zelf, dat de +zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan LELY, niet +in _die_ mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor +het plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig +ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (_sic_) der +zeegaten verbonden, _enkel_ „geldelijke” waren, en het dus volstrekt +niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel +schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY.” Als die ervaren +ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl. +de _technische_ bezwaren enkel _geldelijke_ waren, dan is 't maar goed +dat zijn naam niet genoemd wordt. + +Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door +streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte +heeft van een rijksdaalder. + +Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den +IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor +de afwatering en de scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze +zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in +open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken +moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige +honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen +in het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren +doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 à 30 M. en +de Vliestroom 6 à 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den +bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper. + +Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige +waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om _Land_ te doen, +land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu „met +bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den +modderbak.” Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de +bescheiden Heer ULEHAKE „meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek +uit te oefenen op het plan LELY en bestudeerde het IJselmeer.” En daar +komt de minister LELY maar treurig af! Hoor, hoor! + +„De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te +kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen.” + +Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat +kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de +kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen +IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij +Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en, +omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen langs die +rivier, gaat hij den Krommen Rijn–Ouden Rijn–Vecht weer openen, dus den +middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus +ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt +hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden +millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op. +Is er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden? + +De bescheiden Heer ULEHAKE „gevoelt als onderwijzer zeer goed het +ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur.” +Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander +toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. „Daar de Minister de +uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen +tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen +peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die +veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O. +van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O. +polder verdrinkt.” Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had +uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 à 2 M. lager zouden +blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn +plan bij den Heer ULEHAKE gekomen met verzoek om consideratie en advies! + +Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer ULEHAKE in +zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af. + +Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee axioma's: + +a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken +over gewapend en cementbeton, eene specie, die uitnemend geschikt is +tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken. + +b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te +beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs „heide maakt tot +weide.” + +En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer ULEHAKE „den +doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren.” + +The villain dies! Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan. + +De auteur van 't stuk beoogt „als voorloopig doel”, dat zijn plan door +de Regeering worde onderzocht. + +Wie weet!? + + * * * * * + +In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer +D. R. MANSHOLT op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om +„een bijna waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te +pompen, om daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten +door de ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te +verzuipen.” De Heer MANSHOLT tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat +de voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de +Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze +groote gevaren te duchten zijn. + +In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den +Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari +wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer D. R. MANSHOLT, +de Heer L. H. MANSHOLT, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen +brochure „De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig gevaar voor +Friesland en Groningen” ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd. + +Hoewel ik in de oogen van den Heer MANSHOLT Sr. slechts een „zoogenaamd +deskundige” ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden +en te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne +redeneering,—dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen +gemaakt wordt,—is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins +moeilijk de heeren MANSHOLT Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij +blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de +wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen, +terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die +binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien, +drie _verschillende_ verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar +verward. + +Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen. + +De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee +indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en +waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal +tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N. +om Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten +doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij +nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een +verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water +(L. W.)—dit _verschil_ heet de hoogte van de vloedgolf—van 5,60 M., +aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts +natuurlijk meer en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze +plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil +toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de _buitenzijde_ van de +eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij +tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen MOENS-NOLTHENIUS: + + ============================+=============+======================= + Plaatsen | buiten | binnen + ============================+=============+======================= + Texel | 1,25 M. | 1,05 M. + ----------------------------+-------------+----------------------- + Eierlandsche Gat | 1,45 „ | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Vlieland | 1,65 „ | 1,40 „ + ----------------------------+-------------+----------------------- + Terschelling | 1,80 „ | 1,70 „ + ----------------------------+-------------+----------------------- + Ameland | 1,90 „ | 1,70 „ + ----------------------------+-------------+----------------------- + Schiermonnikoog | 2,15 „ | 2,10 M. (Friesche Gat) + ----------------------------+-------------+----------------------- + Rottum | 2,30 „ | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Borkum | 2,50 „ | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Cuxhaven (volgens H. Lentz) |ong. 2,80 M. | + +Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden _buitengaats_ noord- en +oostwaarts tot de Elbe en dus ook de _hoogste_ zeestanden binnengaats op +geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14 +Januari 1916: + + Helder +1,75 N.A.P. + Texel (Oude Schild) +1,98 „ + Vlieland (Oost-Vlieland) +2,21 „ + Terschelling (West-Terschelling) +1,98 „ + Roptazijl +2,86 „ + Nieuw Bilt +2,90 „ + Ameland +3,20 „ + Schiermonnikoog +3,46 „ + +Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen +afwaaiing op de andere opwaaiing van water plaats had, zooals hierna +zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren +MANSHOLT onbekend te zijn, althans de Heer MANSHOLT Jr. zegt, naar +aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten: +„op 't eerste gezicht ziet men, dat het een _normaal_ verschijnsel is, +dat juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten +de Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden +aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer +niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan +te nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts +_gedeeltelijk_ gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in +de Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke +beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten +volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken +vloedstand veroorzaakt”. + +De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en +Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater „in +ontzaggelijke massaas” binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm! +Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den +invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de +Zuiderzee, dat dan 2 à 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet? +Waarmee natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der +zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door +het naar binnen vloeien van het Noordzeewater. + +Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen +zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het +vloedwater daarin opgestuwd, waardoor achterin hoogere H.W.- en +lagere L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de +Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart. +Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W. +2,10 M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond +bij Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en +zou te Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te +Delfzijl, als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over +de Dollart kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de +H.H. MANSHOLT doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp +en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit +geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch +beeld van de zeestanden langs die kusten. + +Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als +aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde. + +Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen +komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate +de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de +Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw +zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en +L.W. buiten vóór het zeegat van den Helder +0,38 en –0,87 N.A.P. en vóór +het Vlie +0,65 en –1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen ++0,32 N.A.P. en –0,23 en te Stavoren +0,21 en –0,28 N.A.P. bedragen. + +Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne +grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun +gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen +hals tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking—ik bedoel +nu in normale omstandigheden, dus zonder wind—nog samengestelder. Daar +verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen +dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij +H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te +7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te +Stavoren te 9,20 u. het geval is,—in de gedeeltelijk afgesloten +Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe +gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus +zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het +Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen–Ketel, dus tot iets t. +Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware eenigszins +teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde getijverschillen voor van +hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek); de plaatsen langs de +zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog water te 12¾ à 1 uur. + +De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen +zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in +de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water +bevat als de zuidelijke hoog water heeft. + +Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit +het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld +wordt en ook dat zij na het tijdstip van H.W. zich naar twee zijden, +nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt. + +Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer +gewijzigd. + +Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door: + +1º inloopen van Noordzeewater door de zeegaten, + +2º opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde. + +3º beide oorzaken onder 1º en 2º te gelijk. + +Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de +richting van den wind. + +Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen, +dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de +storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor +veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog +daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft +de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt, +dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water +blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de +geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden +daardoor veroorzaakt. + +Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is +gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen +en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing. + +Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of +ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ééne zijde +voortbewogen, stel ter diepte van 2, 3, 4, 5 M.—dit hangt van de kracht +van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door het +wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het +water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft +de wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt +geen helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder +de voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig +of geen aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een +helling aan. De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht +en van den afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden +Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vóór +Amsterdam zoo laag _af_ dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het +water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog _op_woei, dat er +tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En +bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd +een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te +Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen +weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee. + +Een voorbeeld van inloopen _en_ opwaaien biedt de stormvloed van 13/14 +Januari 1916. In de 2½ etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die +den 13en te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting +stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat +de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels +volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze +woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 Jan.) +zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water +opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten, +zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger +waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de +noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die +van sommige voorafgaande stormvloeden,—wat uit de afwaaiing van dat +gedeelte te verklaren is. + +Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en +van de Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de +beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit +leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele +die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal +noemen. + + * * * * * + +De Heer MANSHOLT Sr. zegt: „Met het oog op deze feiten ligt het m. i. +toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van +groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij +direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals +men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust, +minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden. +Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen +als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de +stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu +deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z. +zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde +bergruimte—alle andere factoren gelijk gerekend—precies, in de helft +van den gewonen tijd zal volstroomen. + +Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen +beuken—'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is—het water zal ook +ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z. +verdeeld over de oppervlakte der wadden. + +Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet +het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de +minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke +punt!” + +En toch is op deze redeneering alles af te dingen! + +Zij is fout en doordat de Heer MANSHOLT dit niet bemerkt heeft, bemerkte +hij ook niet, dat de 2e alinea in tegenspraak is met de eerste. + +Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is +als een andere in de helft van den tijd „volstroomt.” + +Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud +gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter +inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde +snelheid van instroomen, enz.)? + +Het antwoord kan niet anders luiden dan: + +_Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de +opening naar binnen behoeft te loopen._ + +Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere +hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot +vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele +oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele +zou bedragen. + +De fout die de H.H. MANSHOLT maken,—dezelfde trouwens die zoovelen +maakten en nog maken—is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen +stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook +is, er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen +zal stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen, +totdat er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder +de werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. _Het +water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee +geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft +buiten op de Noordzee._ + +Door die fout komt de Heer MANSHOLT tot de bewering dat het water binnen +de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel +hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 à 3 M. hooger!) en daardoor ook tot +de tegenspraak daarvan, dat nl. voor _diezelfde_ hoeveelheid die volgens +hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is +tot vulling van die half zoo groote bergruimte. + +De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering +doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de +bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk +tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met +de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de +Heeren MANSHOLT het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen +dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou +men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog +kunnen doen rijzen! + +Zoo zeide de Heer OBREEN w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer, +dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den +waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water „dat +gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen” moest dan in een +kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat +uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op! + +Ook de Heer C. P. VIJVERBERG c. i. in zijn onlangs verschenen brochure +„Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen,” die +hierachter ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door +dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid, +dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke +kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: „Het wil +mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet +illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den +bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche, +Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland +en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen +van den afsluitdijk Wieringen–Piaam in zeer belangrijke mate zal worden +verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel +van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan +zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door +de Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een +belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen +waar te nemen.” + +Altijd weer hetzelfde! „Het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee +wordt geborgen,” dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er +geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in. + +Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden +moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de +afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en +verlegging van geulen, enz. Dr. LORIÉ zegt[46] „Nu wordt evenwel de +Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind, +dus met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het, +door storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer +dan vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het +Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans +zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: „De +aanleg van een dam naar Terschelling”—om die uitschuring te voorkomen +en aanwas te bevorderen—„moet aan de afsluiting der Zuiderzee +voorafgaan.”” + +[46] Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36. + +Begrijp ik den Heer LORIÉ wel, dan heeft hij hier niet een verhooging +der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling +een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats +hebben. Mocht dit juist zijn,—wat m. i. nog niet vaststaat,—dan zou de +aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben, +in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden. + +Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der +Zuiderzee-Wadden verkleind door het leggen van een afsluitdijk, dan zal +ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar +binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding. +En dus is _door die verkleining_ geen verhooging der stormvloeden te +wachten. + +De Heer MANSHOLT Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne +meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen +van die heeren niet begrepen. + +De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat H. E. DE BRUYN betoogde nl. +in het feestnummer van „De Ingenieur” van 1911, dat door het leggen van +den voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan +zal stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal +worden benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het +hierboven gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van +de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.) +van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging +van H.W. als verlaging van L.W. Stel dat deze laatste evenveel bedragen, +dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer DE +BRUYN ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het +„dus ook verder oostwaarts”, dat de Heer MANSHOLT er bij voegt, zal nog +minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen. + +Nu zeide de Hoofdingenieur DE BRUYN wel: + +„Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden +te wachten.” Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker, +dan zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer +MANSHOLT Sr. schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor +te stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal +zijn, en de Heer MANSHOLT Jr. roept naar aanleiding van die bewering van +den hoofdingenieur DE BRUYN, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: „Dit +is bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij +_storm_vloeden,—na afsluiting der Zuiderzee?” + +Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat +geval vervalt de geheele redeneering van den Heer DE BRUYN. Immers dan +is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen +zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden +geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even +hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan. + +En evenmin mag de heer MANSHOLT Sr. zich beroepen op den +oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer A. BEKAAR,—hij +heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de +afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen[47]. +Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het +Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe, +ten N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM. +verhooging van H.W. ontstaan _onmiddellijk ten Zuiden van dien dam_ +(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan +(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts +verloopen. De Heer MANSHOLT maakt daarvan, dat de Heer BEKAAR heeft +aangetoond, dat het vloedwater „op de Wester-Schelde minstens 2 +decimeter was gerezen”—iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te +vinden is. En nog erger maakt 't de Heer MANSHOLT Jr. als hij zegt, +dat de Heer BEKAAR in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn +stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de +Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger +zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de +Heer BEKAAR nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven. + +[47] Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873–1874, blz. 255. + + * * * * * + +De Heer MANSHOLT Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te +toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den +tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den +nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee. + +In zijn boekje leest men nl.: „Welnu, op grond van de gegevens +betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden +mag stellig worden aangenomen dat _gemiddeld_ die plotselinge stijging +over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet +minder heeft bedragen dan 180 cM.” (nl. bij den stormvloed van 13/14 +Jan. 1916), „waarbij we aannemen dat _tevoren_ reeds het water 1 M. +boven N.A.P. was opgestuwd. + +„De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt ± 360.000 HA. In enkele uren +tijds wordt daarin dus 3.600.000.000 × 1,8 = 6480 millioen M³ water +opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa binnen een tijdsverloop +van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur dus ± 1080 millioen M³ +water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000 M³ per seconde. Men +houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het tijdstip, dat voor de +zeeweringen van Friesland en Groningen het meest kritiek is, wanneer +nl. de storm omloopt van het Westen naar het Noord-Westen of Noorden. + +„De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen +een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij +stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt, +dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M². +Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M. +per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de +Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel +nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt _bovendien_ de +vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden +afsluitdijk eenige meters opgestuwd. + +„Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook +een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der +Waddenzee, boven Groningen, naar het Zuiden. Deze conclusie mag met +stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze is +bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de +Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft. +Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats +van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen +stroom van het vloedwater in die richting. + +„... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen +steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm +naar het Noorden de vloed direkt begint te dalen,—daarvan zal na de +afsluiting der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee +bij Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar +gevormden zak niet voldoende kan ontwijken.” + +Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring +van begrippen. De Heer MANSHOLT Jr. had daarom beter gedaan zich +te onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in +becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant +noch wal raken. Zulk geschrijf,—het moge dan te goeder trouw tot +waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,—is meer dan +overmoedig. + +Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de +Heer MANSHOLT heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt +van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin +en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt: +de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de +duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van +Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en +van Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet +de hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie +zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M²[48], +terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker +niet minder dan 36000 M² schat. De geheele doorsnede wordt dan niet +75000 maar 200.000 M². Deelt men dit op een ingestroomde watermassa +van 300.000 M³, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M. +ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er +water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles +opslokkende Zuiderzee te vullen. + +[48] Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff). + +Toch meent de Heer MANSHOLT Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche +waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de +stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die +richting af. Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen in +'t oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten, nl. +getijwerking (zie boven) en de (westelijke) wind, het water hooger +opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en +dus het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide +krachten houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt, +d. i. de zwaartekracht, in evenwicht, _beletten_ dus juist het water +in westelijke richting weg te vloeien. + +Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer +MANSHOLT vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en +Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het +grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar +de Noordzee. + +Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de +vloed direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het +Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing +hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft +(zie boven). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over +de _lengte_ der Wadden (Vlie–Friesche Gat 64 K.M. en Friesche Gat–Eems +44 K.M.); wordt de wind noord dan over de _breedte_ (8 à 15 K.M.). + + * * * * * + +Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt? + +Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van +Toelichting van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting +en droogmaking van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche +en Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts +geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting +is te verwachten. + +Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger +dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal +het uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind opwaaien tegen den +dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de +Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer +gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;—dus tot ongeveer +3 +A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum–Harlingen +stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om +bovengenoemde reden), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van +hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen +van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,—voor +volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de +verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden +gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij +Piaam bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat +de Regeering voorstelt de Friesche dijken t. N. van Piaam wat te +verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het +westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis, +zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen, +waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder +eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt. + + * * * * * + +Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den +afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het +water dat _nu_ de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting _niet meer_ +door de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te +vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men +niets van een verhooging der stormvloeden bemerken. + +Wat de HH. MANSHOLT daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van +de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op +te houden met in de Provinciën Friesland en Groningen noodeloos onrust +te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste +provincie een zegen zal zijn. + +Misschien wordt het oordeel der H.H. MANSHOLT beheerscht door hun +antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen +dit te mogen zeggen, omdat de Heer MANSHOLT Sr. zich niet ontziet om de +in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking +zullen worden verkregen „een bijna waardeloos moeras” te noemen. + +Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid +is. + +Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den +bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden +betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald. + +Prof. V. BEMMELEN was van oordeel, „dat de kleigronden van de Zuiderzee” +(klei tot 50 perc. zand), „in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 à 70 perc. +zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der +Groninger noordelijke zeepolders” (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp +van 1877). + +Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek door Prof. V. BEMMELEN tot het besluit: „dat +minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond +van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde.” Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het +vele zand dat _het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging_ nog +bevatte, maar dat toch nu niet meer als „van geen onmiddellijke waarde” +zou genoemd worden. + + * * * * * + +Ten slotte de bezwaren van den Heer VIJVERBERG, in zijn bovengenoemde +brochure neergelegd. + +Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan LELY, door +de Staatscommissie in 1894 geraamd op 189 millioen gulden en door een in +'t bijzonder voor de herziening der kosten benoemde Staatscommissie van +1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog gesteld kan worden op 300 +millioen, daar prijzen en loonstandaard nog aanzienlijk zullen stijgen. +Daar nu de ramingen van vele groote werken in binnen- en buitenland door +de werkelijke kosten verre zijn overschreden en aan het werk van de +afsluiting en droogmaking der Zuiderzee groote risico's zijn verbonden, +zoo meent de Heer VIJVERBERG de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog +als de raming en dus „niet lager te (moeten) stellen dan zes honderd +millioen gulden en den tijd van uitvoering niet korter aan te nemen dan +veertig jaar.” + +Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt +niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als +grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer VIJVERBERG het +volgende staatje. + + =======================+=========================+==================== + | Raming der kosten | Werkelijke kosten + -----------------------+-------------------------+-------------------- + Manchester-kanaal | ƒ 70 millioen | ƒ195 millioen + Congo-spoorweg | „ 12 „ | „ 35 „ + Kanaal van Korinthe | „ 14 „ | „ 28 „ + Suez-kanaal | „100 „ | „228 „ + |{ |Verwerkt tot op + |{ ƒ150 mill. (De Lesseps)|30 Juni 1913 + |{ „281 „ in 1894 |± ƒ874 millioen, + Panama-kanaal |{ „256 „ in 1898 |geautoriseerd op + |{ „360 „ in 1900 |dien datum ƒ938 + |{ „349 „ in 1903 |millioen, werkelijke + |{ |kosten meer dan één + |{ |milliard. + Rotterdamsche Waterweg | ƒ 6 millioen | ƒ 43 millioen + Noordzeekanaal | „ 15 „ | „ 32 „ + Merwedekanaal | „ 14 „ | „ 21 „ + Sluis te IJmuiden | „ 3,5 „ | „ 6 „ + Verlegging van den | „ 13,5 „ | „ 22 „ + Maasmond | | + Solo-vallei-werken | |Gestaakt nadat ruim + | |11 millioen gulden + | |waren verwerkt. + Tijdens indiening | „ 19 „ | + wetsontwerp | | + Na staking der werken | „ 39 „ | + +Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche +staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan +te merken, dat de „werkelijke kosten” tevens die werken betreffen, +die eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het +oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen +juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming. +Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit +zelf, als hij zegt: „Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken +aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan +oorspronkelijk in de bedoeling lag”. Natuurlijk! Men dacht er bij het +begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van +9 M. beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is. + +Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de +raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet +15), terwijl het geheele werk gekost heeft ƒ37.225.000 (dus niét 32 +millioen),—maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van +bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen (ƒ1.103.000) +en van werken, niet voorzien in de concessie, ƒ5.970.000[49]. Omtrent +deze laatste zal de Heer VIJVERBERG misschien opmerken, dat er bij zijn +waarvan men eerst gedurende het werk de noodzakelijkheid inzag; +gedeeltelijk is dit echter niet het geval. + +[49] WORTMAN en V. D. BROEK. Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal. + +Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den +Maasmond. De raming was ƒ15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de +kosten waren (tot Juni 1908) ƒ24.210.443 (niet 22 mill.); maar hiervoor +zijn uitgevoerd, behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde werken, +de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement ROËL-KOOL) voor +ƒ1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der Waaldijken voor +ƒ646.020, de brug bij Heusden (amendement SERET) voor ƒ693.127, +terwijl in plaats van het oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's +Hertogenbosch–Hedikhuizen, geraamd op ƒ549.200, de voorziening in het +inundatiegebied van Dommel en A ƒ2.265.710 en het scheepvaartkanaal +Engelen–Henriettewaard ƒ1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee +rekening, dan wordt de verhouding van raming en werkelijke kosten niet +13,5:22 maar ong. 30:37. + +Beschouwt men alleen de _genoemde_ werken in Nederland, dan is er dus +geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te +stellen. + +Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit +de ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit _alle_ in Nederland +uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wèl uitgevoerd voor +het bedrag der raming of voor minder? + +Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer VIJVERBERG doet, de kosten van +de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op +het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus +verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast. + +Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico +verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico +aan verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende +de uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook +ten aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen ondergrond +komen te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel +bewijzen, als hij zegt: „Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld +technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit +en tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd +zijn en nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg, +dat die werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei +slechte invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een +kort tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar.” + +„In volle zee”—lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan +alle zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,—wordt dan toch +alleen de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts ¼ à +⅓ van het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar +geschat wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote +droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen +voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken „in +volle zee” genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al +zeer gering. + +De financieele beschouwingen over het werk die de Heer VIJVERBERG +vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten +van 600 millioen,—zoodat „de Provincie Lelyland”, als de gronden voor +gemiddeld ƒ1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het +werk, volgens hem aan het land nog een schuld van ƒ300 millioen zal te +dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan. + +Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van +de groote niet-rechtstreeksche voordeelen, die voor het geheele land +zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare +provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend +vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering +en wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten, +welke voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen +vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het +onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden. + + * * * * * + +Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer +VIJVERBERG, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van +13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken „als het ware misbruikt +(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee.” En daarop +volgt: „Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die +rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of +het behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral +aan het voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van +Texel, Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden +gemaakt, dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt +ingejaagd,”—welke meening dan door den Heer VIJVERBERG terecht wordt +bestreden, want zij is geheel onjuist. + +Maar de Heer VIJVERBERG noemt de geschriften niet waaruit hem dat +„misbruik” en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn +gebleken. + +Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der +Zuiderzee-Vereeniging Mr. VISSERING in het Handelsblad, Een harde les, +enz. van 15 Jan. e. v., of van dat van mijn hand in de N. R. Courant +van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend +vermogen der zeegaten? + +Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat _als_ de Zuiderzee +afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet +voorgekomen zou zijn,—iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het +maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet +een „misbruik” maken van de omstandigheden. + +Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat +afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van +dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging +beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. LELY in hare +Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee _niet noodzakelijk_ kan +worden geacht om de Zuiderzee-provinciën op den duur tegen het geweld +der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend +middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af +te tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in +de dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden +geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in „De +Ingenieur”), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken, +over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten, +enz.—vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal +kosten. + +_Het wegnemen van „het Zuiderzeegevaar” voor de dijken binnen de +afsluiting is slechts één der voordelen uit een technisch oogpunt,—en +zelfs volstrekt niet het belangrijkste,—die een gevolg zullen zijn van +de afsluiting._ In zijn opstel „De afdoende verbetering” wordt dit dan +ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet +en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd[50]. + +[50] Zie „De Watervloed van 13/14 Januari 1916”, uitg. d.d. + Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16. + +Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar +aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een +_mis_bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft. + + * * * * * + +De hierop volgende beschouwing van den Heer VIJVERBERG handelt over +het bezwaar van den Heer D. R. MANSHOLT omtrent de verhooging der +waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver +dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het +quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in +zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind, +en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op +de Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze +quaestie is reeds hiervoor (bl. 118 e.v.) uitvoerig behandeld waarnaar +ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling +der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden +gezegd. + +De Heer VIJVERBERG zegt ook: „Het komt me echter niet meer dan billijk +voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren +van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders”—nl. die langs de +Zuiderzee _binnen_ den afsluitdijk—„hunne dijklasten ook in 't +vervolg blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe +Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende +polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering +der plannen LELY eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte +wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche +onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het +gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar. + +Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening +gehouden te zijn”. + +Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van +voorbedijking vergist de Heer VIJVERBERG zich. Dat zoogenaamd „recht van +dijkvelling” bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en +is ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft +nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet. +De Heer VIJVERBERG verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de +aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of +waterschap. + +Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het +Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen. + +Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook +anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds +den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht, +niet alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel +grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,—men denke +b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvóór. Bovendien werd na de +uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen +telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden +de binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland +geheel, andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van +zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk +zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot +gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat, +dus mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden +verlost? Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet +rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert +men echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van +dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade[51] +à 4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 à 11 +millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met +de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee? + +[51] Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging. + + * * * * * + +De Heer VIJVERBERG wijst er ook op, dat de voordeelen voor +de afwatering der aangelegen landen bij een afsluiting der +Zuiderzee,—daarin bestaande dat die landen daarop beter en gedurende +langere perioden langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen +kunnen afwateren,—worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken +tot noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een +niet onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de +gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk +zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij +willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle +andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge Zuiderzeestanden worden nu +veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na de +afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door opwaaiing +die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere IJselmeer zijn +kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de windkracht ook +afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft. Om deze beide +redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5 tot 2 M. +blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en zal de +duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer verminderen. +Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ééne zijde, aan de +andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de afwatering kan +ten goede komen. + +De Heer VIJVERBERG neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot +voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche +Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de +afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands +afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel +heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het +Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de +afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal +zijn. Maar daartegenover staat: + +1º Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot –0,30 à +–0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste +gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van +kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd; + +2º doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten en er dus +voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het +inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het +voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk +watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen +laten afstroomen. + +Wat de Heer VIJVERBERG dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen +in de afwatering van Friesland, ook zonder afsluiting der Zuiderzee, +doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed op de +hoogte is. Immers hij zegt: „Friesland kan echter zeer voldoende langs +natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar lage +ebben en diep water voorkomen”. + +Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl. +in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu +zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door +kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet +tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem +voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog +niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote +voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer +Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan +reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880–1889, die 4 +millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel +onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen +niet tevens zeer worden verruimd. + +Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies: „Bovendien is +het aanhouden van één zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's +boezem gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen +behooren groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen +bemalingswerktuig en eigen boezempeil” (lees polderpeil); „dan kan +Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede +zal kunnen komen en de afwatering bevorderen”. Het Friesche boezem_peil_ +is niets dan een peil ter vergelijking (–0,66 N.A.P.), naar welks +bereiking nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas +soms nog lagere boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.–1 Okt. schijnt +een boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus –0,54 N.A.P.), +het meest gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer VIJVERBERG, dat +na inpoldering der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van +particulieren is) de boezem_stand_ wel hooger kan zijn dan nu. Dat +die boezem- of buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven +Friesland's boezempeil, dus van –0,46 N.A.P., onder water gaan komen, +worden ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun +grasgewas dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan +worden verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem +bij standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000 +H.A. verkleind (van ⅕ tot 1⁄12) en in natte tijden zullen daardoor +de standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M., +hoewel zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog +worden verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den +boezemstand, waaraan dan _het geheele boezemgebied_ behoefte heeft +zeker niet gemakkelijker maken, maar de Heer VIJVERBERG zegt, dat +daardoor dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... _bevorderd_! +De Heer VIJVERBERG schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar +watervrij worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen +zal zijn, maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn, +zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij +den tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade +lijden door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit +hun winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere +beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een +deskundige als de Heer TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, lid van Ged. +Staten van Friesland, „dat men bij het stellen van de voorwaarden, +waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate +de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand, +maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het +droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer +zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;..”[52] + +[52] Tijdschr. Heide Mij, 1910, bl. 39. + + * * * * * + +Vervolgens bespreekt de Heer VIJVERBERG nog de quaestie van de +aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte +met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van +onberekenbaar nut zou kunnen zijn en „uit dat oogpunt het te vormen +IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde”. Maar dan berekent +hij dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien door aanvoer +van water uit den IJsel, waarvan de kosten echter „niet onbeteekenend +zullen blijken”, terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals +door den ingenieur CONRAD in de vergadering van het Kon. Instituut v. +Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: „Waar uit +het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-LELY +wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid +om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt +met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als +zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit +haren nood te helpen”. Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie +heeft dat ooit gezegd? + +Wèl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd +betoogd, dat _al_ die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de +afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. _tegelijk_ +door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen +enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting. + +Maar nu rekene de Heer VIJVERBERG eens uit hoeveel het verkrijgen +van al die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering +en het onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der +afwatering van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte +hebben, de wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W. +Overijsel en Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens +bijeen en vergelijke de uitkomst eens met de geraamde kosten van den +afsluitdijk (66 millioen),—met de verbetering van het Zwolsche Diep en +de schadeloosstelling aan de visschers,—waarbij dan nog te bedenken +is, dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten +van de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard. + + * * * * * + +En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden +als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der +Zuiderzee te kunnen nalaten! + +De Heer VIJVERBERG somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er +bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder +die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte +toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot +genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot +nu door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van +spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,—ook dat ben ik met den Heer +VIJVERBERG eens. + +Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in +de Zuiderzee? + +Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste +gronden zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk +zooveel hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter +voortbrengingsvermogen van deze laatste. + +Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt: +de Heer VIJVERBERG noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan +kan slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met +goede afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede +uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt, +maar ten koste van veel arbeid en veel geld: de Heer J. T. CREMER o. a. +deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente +(600 H.A.) hem ƒ1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet +gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte +der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan +eerst na 18 à 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk +dit alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden, +die dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van ƒ350.- en +netto-opbrengsten van ƒ80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook +hoogere ontginningskosten gewettigd zijn. + +Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn +in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge +mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij +_beide_ in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet +tegen de andere worden uitgespeeld. + + + + +SLOTWOORD. + + +Tot zoover hebben wij Dr. A. A. BEEKMAN aan het woord gelaten, die tot +onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende +wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor +het voetlicht heeft gebracht. + +Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij +herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren +steeds dringender moet worden uitgesproken. + +Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der +Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich +op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de +ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in +voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker +en beter kan maken. + +Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen, +het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen +van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de +toekomst ons het nuttigst wezen kan. + +Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als +hoogste wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van +roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft +ons land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche +weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde +vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van +Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven, +niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige +vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de +goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag +gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente. + +Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen +bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van +een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden +dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd +wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen, +die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren, +afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de +afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt. + +In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een +der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om +redenen uitgelegd in bijgaand schrijven: + +„Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot +nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van +ons land, van den invoer van graan, heeft mij doen inzien dat het +droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende +binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij +onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons +den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken. + +„Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale +onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel +mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te +geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen +noteeren”. + +Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot +stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls +neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een +actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten +tijd tot stand gebracht. + +Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland +eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig +millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den +oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van +gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indië van +te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen +gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend +geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen, +die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen +medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van +noodzaak was eindelijk wakker geworden, en door samenwerking was meteen +de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders, +de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen. + +Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan; +ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van +onthouding, het aanvaarden van de daad. + +De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland +geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te +ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een +doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is +er juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die +aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot +drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den +uitputtenden strijd met België Nederlands financiën er droeviger +voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk +aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd. +En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn +economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze +heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf +voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen +gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat +toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor +het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te +vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij +onze vaderen van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze +ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het +tienvoud zal bedragen van toen? + +Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat +men zou kunnen noemen een „landhonger”; talrijke jonge mannen uit +nijvere gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen +bedrijf te kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende +van werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden +steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes +grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest +de vlijt ook is. + +Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons +land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter +gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot +verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de +eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering +moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van +ver over zee te halen? + +In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden +thans dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder +vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te +benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het +is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om +zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart +van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener +geheele provincie, en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij +zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt +ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die +vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden. + +Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar +eigen grond hunkeren, wij hebben het geld. + +Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den +meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap +van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over +de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan +de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld +in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan +elkander te ontnemen. + +In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de +onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven, +een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland +moeten bepalen? + +Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat +niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons +moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839! + +Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze +geëerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de +onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo +rijp voor zulk een daad. + +Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans +spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging. + +Amsterdam, 6 Januari 1917. + + Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging: + + Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_. + Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_. + Dr. J. KRAUS. + L. VOLKER Azn. + Jhr. Mr. P. VAN FOREEST. + TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS. + Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_. + Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_, + + Nieuwendijk 121 Amsterdam. + + + + +De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven: + + + 1887. Technische Nota no. 1: betreffende het onderzoek omtrent } + de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee } + + 1887. Nota no. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering } + der provinciën langs de Zuiderzee } + + 1888. Nota no. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing } + der provinciën langs de Zuiderzee } + + 1889. Nota no. 4: de invloed der afsluiting op de } + waterverversching der provinciën langs de Zuiderzee. De } + invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee } + + 1890. Nota no. 5: de constructie en de kosten van den } + afsluitdijk, de sluizen en de bijkomende werken. De } ƒ10.- + voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de } + droogmaking } + + 1891. Nota no. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 } + en 1890 } + _a._ grondboringen. } + _b._ stroommetingen. } + _c._ diverse metingen. } + + 1891. Nota no. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der } + verschillende indijkingen } + + 1891. Nota no. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot } + afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee } + + 1892. Oeconomische en finantieele beschouwingen van het + Dagelijksch Bestuur naar aanleiding der resultaten van het + technisch onderzoek vervat in de acht Nota's ƒ0.50 + + 1892. Endiguement et Dessèchement du Zuiderzee „0.50 + I. Considérations économiques de la + Zuiderzee-Vereeniging. + II. Discours, prononcé par M. J. M. TELDERS. + + 1894. Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie „0.25 + + 1895. Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee „0.25 + Antwoord van S. J. VERMAES op hoofdartikelen »Nieuwe + Rotterdamsche Courant”. + + 1898. De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging + der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR. G. + VISSERING „1.50 + + 1901. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de + Zuiderzee met Toelichtende Memorie „0.60 + + 1901. De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging + der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR G. + VISSERING. + Tweede herziene en bijgewerkte uitgave ƒ1.50 + + 1905. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide + Kamers der Staten-Generaal „0.50 + + 1905. Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie + van Onderzoek. + Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat, + Handel en Nijverheid met Nota van Beantwoording der + Zuiderzee-Vereeniging „1.- + + 1906. Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij + over de Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer + en in de wateren der droog te leggen polders „0.25 + + 1908. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de + beide Kamers der Staten-Generaal, uitgegeven door de + Zuiderzee-Vereeniging. Deel II „1.- + + 1911. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee „1.- + I. De voordeelen van de voorziening der provinciën + Friesland en Noord-Holland met zoet water. + II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen + voor 1908, 1909, 1910, 1911. + III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot + droogmaking der Wieringermeer. + IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar + 1910. + V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in + Juli 1909. + + 1911. De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911, + bevattende Verslag der Commissie over de toepassing van + gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten „1.- + + 1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de + Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk „0.60 + + 1914. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee „1.- + I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de + Werkloosheid. + II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen + voor 1912 en 1913. + III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned. + Heidemaatschappij. + IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op + Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913. + + 1916. De Watervloed van 13–14 Januari 1916 „0.50 + + +[Illustratie: PLAN VAN AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ~ZUIDERZEE~. + +(ZUIDERZEE-VEREENIGING—STAATSCOMMISSIE)] + + + + + +--------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Bron (B:) — Correctie (C:) | + | | + | B: DIGGELEN 8 | + | C: DIGGELEN 9 | + | B: afwatering van Friesland 35 | + | C: afwatering van Friesland 34 | + | B: Ameland ongeveer 1.90 M. bedraagt. | + | C: Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. | + | B: kust ver boven HW. opzetten, | + | C: kust ver boven H.W. opzetten, | + | B: in het IJ 0,52 M. te Muiden | + | C: in het IJ 0,52 M., te Muiden | + | B: Plan BEIJERINCK | + | C: Plan BEIJERINCK. | + | B: particulieren. | + | C: particulieren.” | + | B: G. VISSERING. De Oeconomische beteekenis | + | C: G. VISSERING, »De Oeconomische beteekenis | + | B: door 21 van dc 27 leden; | + | C: door 21 van de 27 leden; | + | B: | + | C: [Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] | + | B: en uitwateringsluis in de Binnenhaven | + | C: en uitwateringssluis in de Binnenhaven | + | B: oppervlakkig beschouwd, ook moge | + | C: oppervlakkig beschouwd ook moge | + | B: uitstek-deskundigen, de HH. | + | C: uitstek deskundigen, de HH. | + | B: toestand dikwijls veeI | + | C: toestand dikwijls veel | + | B: aangehaalden rede. „_Zoolang de | + | C: aangehaalden rede: „_Zoolang de | + | B: 1907 betr. de drooogmaking | + | C: 1907 betr. de droogmaking | + | B: Opbrengst v. d. Zuiderzee visscherij. | + | C: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij. | + | B: zeilmakerijen mast- en blokmakerijen, | + | C: zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, | + | B: in een belangrijk deel deel | + | C: in een belangrijk deel | + | B: Achtereen volgens indijken en | + | C: Achtereenvolgens indijken en | + | B: te beperken en te beheerschen'” | + | C: te beperken en te beheerschen.” | + | B: „Zijn vernietigende uitspraak | + | C: Zijn vernietigende uitspraak | + | B: (L. W,)—dit _verschil_ heet | + | C: (L. W.)—dit _verschil_ heet | + | B: +2.21 „ | + | C: +2,21 „ | + | B: +1.98 „ | + | C: +1,98 „ | + | B: +2.86 „ | + | C: +2,86 „ | + | B: +0,32 N.A.P. –0,23 en te Stavoren | + | C: +0,32 N.A.P. en –0,23 en te Stavoren | + | B: voorafgaan.” | + | C: voorafgaan.”” | + | B: leest men nl: „Welnu, op grond | + | C: leest men nl.: „Welnu, op grond | + | B: daarin dus 3.600.000.0000 | + | C: daarin dus 3.600.000.000 | + | B: meest kritiek is wanneer | + | C: meest kritiek is, wanneer | + | B: boven Groningen, naat het Zuiden. | + | C: boven Groningen, naar het Zuiden. | + | B: nog wal raken. Zulk | + | C: noch wal raken. Zulk | + | B: richting af Maar waardoor wordt | + | C: richting af. Maar waardoor wordt | + | B: wind opwaaiien tegen den | + | C: wind opwaaien tegen den | + | B: de Staatcommissie in 1894 geraamd | + | C: de Staatscommissie in 1894 geraamd | + | B: Heusden (amendement Seret) voor | + | C: Heusden (amendement SERET) voor | + | B: van 13/14 Januari 1916, uitg. | + | C: van 13/14 Januari 1916”, uitg. | + | B: afwatering van Fiesland, ook zonder | + | C: afwatering van Friesland, ook zonder | + | B: Tijdschr. Heise Ms, | + | C: Tijdschr. Heide Mij, | + | B: acht Nota's ƒ0 50 | + | C: acht Nota's ƒ0.50 | + | B: uitgave ƒ1 50 | + | C: uitgave ƒ1.50 | + | B: Generaal „0 50 | + | C: Generaal „0.50 | + | B: polders „0 25 | + | C: polders „0.25 | + | B: Zuiderzee „1 - | + | C: Zuiderzee „1.- | + | B: Noord-Holland met zoet water | + | C: Noord-Holland met zoet water. | + | | + +--------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee. Weerlegging van bezwa, by Anton Albert Beekman + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + +***** This file should be named 38426-0.txt or 38426-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/38426-8.txt b/38426-8.txt new file mode 100644 index 0000000..17c991e --- /dev/null +++ b/38426-8.txt @@ -0,0 +1,5677 @@ +The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. +Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren. + uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging + +Author: Anton Albert Beekman + +Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: met/zonder | + | accent, met/zonder koppelteken, met/zonder tussen-s en | + | ph/f-verschillen. | + | | + | Aan het eind van dit e-boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. | + | Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van de | + | bijbehorende alinea. | + | | + | In het origineel cursieve tekst is weergegeven als _cursief_. | + | Vette tekst is weergegeven als #vet#. Uitgespatieerde tekst | + | is weergegeven als ~uitgespatieerd~. Aanwijzingen in de | + | kantlijn zijn weergegeven als [Kantlijn: aanwijzing]. | + | | + | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | + | e-boek op http://www.gutenberg.org | + | | + | De volgende in dit e-boek vermeldde titels zijn beschikbaar | + | op Project Gutenberg. | + | * "1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de | + | Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk" | + | eboek #36317 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36317) | + | * "De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra | + | het plan C. LELY." | + | eboek #36319 (http://www.gutenberg.org/ebooks/36319) | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + + + +DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE. + +WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + + + DEEL I. + + DE AFSLUITING EN DROOGMAKING + DER ZUIDERZEE. + + + DEEL II. + + WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING. + + [Decoratieve illustratie] + + + N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ + voorheen E. J. BRILL, LEIDEN 1917. + + + + +BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.--LEIDEN. + + + + +VOORWOORD. + + +In den eersten jaargang van den "Praktischen Volks-Almanak", een +jaarboekje ter verspreiding van kennis der "Toegepaste Wetenschappen", +uitgegeven te Haarlem bij A. C. KRUSEMAN, en verschenen 1 Januari 1854, +komt als titelplaat voor "_Haarlemmermeer_". + +Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in +3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens +het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het +ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in +1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de +Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere, +voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius, +aangevangen is het water uit de "Meer" te pompen, tot afvoer door de +Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den +Katwijkschen Rijn. + +Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare +landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en +gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag +het onbekende jaartal 18... + +Een bijschrift "bij de Titelplaat" bevat het volgende hoogst +merkwaardige slotstuk: + + "En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders + land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot + hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft + het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver + doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen + aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:--den + bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene + vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen + door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de + voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar + elders vervoerd zullen worden." + + "Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het + Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de + productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der + dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts + worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen + bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen + van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe. + Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water + overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den + verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden + staat als het ware tusschen beide in.--Elke aanwinst van land, en + met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder, + is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de + gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich + ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat + het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat + het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede + uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke + ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den + welstand der natie." + +Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen, +dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn. +Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de +toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral +naar aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een +opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen +te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar +armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke +thans alom in de Meer te vinden zijn. + +De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige tijden +gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de +ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate +er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte +fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat +deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de +meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de +verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren. + +Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der +tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te +brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig +zou niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die +droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden. +En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert JAN ADRIAANSZOON +LEEGHWATER, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste +ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar +waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan +belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot +de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel +Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst +belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze +duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming, +toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was +geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een +later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te +gaan niet meer heeft kunnen begrijpen. + +Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de +geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op +het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het +Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze +gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de +dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld +dit werk te ondernemen en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja +erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook +maar een oogenblik met ernst te onderzoeken. + +In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen; +aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp +tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal +indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide +het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder +noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland +goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratin afgebeeld, +spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen +van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen +de beindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den +lijve werden gevoeld. + +Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vr- en tegenstanders +wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige +oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den +moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en +gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het +grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is. + +Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een +eeresaluut aan de Regeering worden gebracht. + +De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten, +boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details +uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje +toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp +heeft de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt +overzicht te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke +drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen +uitgaven; de heer dr. A. A. BEEKMAN, de onvermoeide strijder voor +de Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid +verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij +hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het publiek +voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt +daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele +geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene +verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van +uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele +details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus, +dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte +trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging +en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak +willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide +litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling +van belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels +bepaaldelijk daaraan gewijd. + +In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen +tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn +daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren. +Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige +kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld +ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke +Dr. BEEKMAN op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den +titel van "Weerlegging van Bezwaren" is deze behandeling als tweede deel +bij dezen bundel gevoegd. + +Wij geven dus thans het woord aan dr. A. A. BEEKMAN. + +Amsterdam, 6 Januari 1917. + + Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging: + + Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_. + Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_. + Dr. J. KRAUS. + L. VOLKER Azn. + Jhr. Mr. P. VAN FOREEST. + TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS. + Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_. + Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_, + + Nieuwendijk 121 Amsterdam. + + + + +VOORREDE. + + +Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en +droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien +binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote +werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig +verlangd,--nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te +moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed. + +Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft +reeds ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft +dit o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die +de technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van +de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar +ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan, +waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd +uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht. + +De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat +is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten +voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal +maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren +weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten, +wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot +voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk n +van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid, +moeite en offers te brengen tot een goed einde. + +De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler +handen kome. + +Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor +iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wl gedocumenteerd, +terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de +Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen +wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht +hebben gezien. + + Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging, + het Lid van het Algemeen Bestuur: + Dr. A. A. BEEKMAN. + + + + +INHOUD. + + + Deel I.--#De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.# + + Blz. + + Voorwoord V + + Voorrede XI + + Inleiding 1 + + I. Beschrijving van de Zuiderzee. + + II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en + droogmaking. + + Werk van VAN DIGGELEN 9 + Plan BEIJERINCK 10 + Gewijzigd plan BEIJERINCK 10 + Regeeringsontwerp 1877 11 + Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN 13 + Oprichting Zuiderzee-Vereeniging 14 + Nota's der Zuiderzee-Vereeniging 15 + Benoeming Staatscommissie 1892 16 + Verslag Staatscommissie 1894 17 + Regeeringsontwerp 1901 17 + Regeeringsontwerp 1907 17 + Regeeringsontwerp 1916 18 + + III. Plan van afsluiting en droogmaking der + Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie. + + Beschrijving 19 + Duur van het werk en werkplan 28 + + IV. De gevolgen van technischen aard. + + Voor de waterkeering 29 + Voor de afwatering 31 + Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden 33 + Invloed op de afwatering van Friesland 34 + Voor de wateraanvulling en waterverversching 37 + Kwel door en onderdoor den afsluitdijk 43 + Beschikbare hoeveelheid water ter inlating 45 + Voor de scheepvaart 46 + Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer 48 + Bezwaren van technischen aard 49 + Gebruik van gewapend beton 52 + + V. De aanwinst van grondgebied. + + Internationale beteekenis van Nederland verhoogd 55 + Aard der gronden 55 + Ontzilting der nieuwe gronden 57 + Voorbereiding der gronden vr de uitgifte 58 + Verkaveling en perceelsindeeling 59 + Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe + gronden 59 + Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden 60 + Wijze van uitgifte der gronden 62 + + VI. De Zuiderzeevisscherij vr en na de afsluiting. + + Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij 65 + Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf 66 + Vergelijking beteekenis visscherij met die van het + landbouwbedrijf in de nieuwe provincie 68 + Schadeloosstelling oude visschers 69 + Zoetwatervisscherij na de afsluiting 70 + + VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van + de afsluiting en droogmaking. + + Bevolking in de nieuwe provincie 72 + Bewoonbaarmaking 73 + Gevreesde daling van de waarde der oude gronden 74 + Tekort aan grond 74 + Voldoend aantal landbouwers beschikbaar 76 + Geen werkloozen aan het einde van het werk 77 + Arbeidsloonen op oude gronden 77 + Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden 78 + Grondwaarde en prijzen der producten 79 + Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het + buitenland 80 + Ontginning woeste gronden 81 + Maatschappelijke voordeelen 84 + Vermeerdering der arbeidsgelegenheid 84 + Voordeelen voor de nijverheid 85 + Idem voor verkeer en marktwezen 86 + + De kosten. + + Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar 86 + Raming der kosten 87 + Beperking van het plan 88 + Nadere finantieele beschouwingen 90 + Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting 91 + Noodzakelijkheid van de uitvoering 93 + Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk 94 + Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen + zonder afsluitdijk 96 + + + Deel II.--#Weerlegging van bezwaren.# + + Weerlegging van bezwaren 99 + Slotwoord 148 + + + + +DEEL I. + +DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE. + + + + +INLEIDING. + + +Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout +water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen +binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls +lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den +aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een +schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend +bestaan oplevert... + +Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in +een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de +omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de +kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt. + +Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting +droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter +dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem, +waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan +kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten +zullen gebaat worden. + +Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het +sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die +theorie en praktijk aan de hand doen. + +En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest +bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten +geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche +land. + +Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de +vreedzame verovering van een grondgebied, 11 12 Haarlemmermeren groot, +met een welvarende bevolking. + +De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben +verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen. + +En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien +zonder geldelijke opofferingen. + +Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden +aangetoond. + +[Illustratie] + + + + +I. Beschrijving van de Zuiderzee. + + +Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier +een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig +de Zuiderzee noemen. + +De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs +geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan +grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal +verder zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de +tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom +in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid-Noord loopend de +uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot +gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel, +de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz. +uitkwamen. + +Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het +eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14de eeuw ontstaan. +Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een kuststroom +ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin. Tusschen +Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee. + +De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen +_dagelijksch of gewoon laag water_ (L.W.) en _dagelijksch of gewoon +hoog water_ (H.W.),--d. z. de gemiddelden van alle eb- en van alle +vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900-1910)--, +dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde +van Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen echter het +water der Noordzee hier op de kust ver boven H.W. opzetten, tot ong. +3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot ong. -2,50 +A.P. + +Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee +lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige +aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend +op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op +zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het +water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vr den tijd der +Romeinen--want deze kenden de "Wadden" reeds--het land ter weerszijden, +aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts +in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten +wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen. +Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten +aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen +daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot +steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van +het Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten, +terpen of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken, +zeker reeds in de 8ste en 9de eeuw, tegen de binnendringende wateren +beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water +buiten die dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven +liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef +over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden +gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de +beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog; +voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende +wad- of waardgronden droog. + +Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't +algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen, +zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom, +van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water +staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte +onder den naam van Vliestroom, over. + +De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze +gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo +te midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van +Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere +zijde. + +Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de +werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het +veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden +van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de +Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan +verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen, +paal en perk gesteld werd. + +De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur uitgeveend tot +op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en +Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der +droogmakerijen vormt. + +Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking +der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren +uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en +drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge +vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel +der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men +den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte, +het zoogenaamde "Val van Urk", waarin ruim 5 M. water staat. Op deze +wijze werd het "Almere" der Middeleeuwen gevormd. + +In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water +heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes, +die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het +Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en +Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig +dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men tot 1 uur verwijderd +zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte +is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is. + +In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z. +_bij gewone getijen_ op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt +door de zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn +Enkhuizen-Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen +vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is +daar weinig verschil, 20 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou +ook kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den +blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W., +dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts +0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M., te Muiden 0,34 M. Te +Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38 +M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer. + +Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande +uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze +kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende +massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te +Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan +stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe +zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan +veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat, +zeer veel te verduren. + +Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is +gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is +nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan, +door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere +zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a. +plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water +uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vr +Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo hoog opwoei, dat +t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de +oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde. +Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee +(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen +de gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een +grootste hoogteverschil v.m. 5 uur tusschen de Oranjesluizen en +Blankenham van 4,60 M. + +Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs +de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat +bij zulken wind de Zuiderzee het minste water. + +[Illustratie] + + + + +II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking. + + +[Kantlijn: Werk van V. DIGGELEN.] + +In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat +B. P. G. VAN DIGGELEN te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee[1]. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee +met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch z, dat +een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie. +Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van +de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk +weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote +economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's +meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn. + +[1] De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en + droogmaking, besch. door B. P. G. VAN DIGGELEN.--Zwolle 1849. + +De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs +van 's Rijks Waterstaat FERRAND en VAN DER KUN op te dragen daarover +een rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst +in 1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te +benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,--daarna aan den +Ingenieur VAN DIGGELEN het maken van een ontwerp op te dragen. + +Op initiatief van het 1e en 2e Dijksdistrict van Overijsel werd in 1864 +een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om de +afsluiting en droogmaking ter hand te nemen. + +[Kantlijn: Plan BEIJERINCK.] + +In 1865 vestigde de Minister ROCHUSSEN de aandacht van de Maatschappij +van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp +tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den +Inspecteur van 's Rijks Waterstaat J. A. BEIJERINCK, dat spoedig gereed +was[2]. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over +Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de +geheele oppervlakte daarbinnen. + +[2] Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v. + officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav. + 1868. + +Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had +te onderzoeken of 1 de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat +plan mogelijk was; 2 of de uitvoering aan particulieren kon worden +overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De +Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der +droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen +was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en +raadde daarom aan den Staat de onderneming af. + +[Kantlijn: Gewijzigd plan BEIJERINCK.] + +De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet +vereenigen kon, werd vervangen door een Comit ROCHUSSEN-BOSCH-VAN +RANDWIJCK. Dit deed een gewijzigd plan BEIJERINCK opmaken in overleg +met zijn technischen adviseur, den ingenieur T. J. STIELTJES. + +Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een Staatscommissie ter +beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk +gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet +winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk[3]. + +[3] Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873. + +Het Comit vroeg toen aan de Regeering een subsidie van f250.- per H.A., +doch _ontving_ eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het werk +beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1877.] + +In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk +deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni +1875 werden f8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de +Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie +HEEMSKERK het eerste wetsontwerp aangeboden "betreffende de bedijking en +droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van +een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal". + +De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp +BEIJERINCK, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar +hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond. + +De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000 +HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten. + +Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote +oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde +beschouwde, buiten te sluiten,--en ter andere om den dijk op klei te +kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof. +HARTING zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen, +dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door +STIELTJES bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een +enkel woord. + +Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie HEEMSKERK was +afgetreden en vervangen door een Ministerie KAPPEIJNE, was een der +eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit +Regeeringsontwerp. + +Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak +vernomen, behalve uit geschriften die, evenals vr dien tijd, +nu en dan daarover verschenen. Als merkwaardig is daarvan te +noemen dat van Jhr. P. OPPERDOES ALEWIJN[4], omdat het voor 't +eerst voorstelde een noordelijker afsluiting met behoud van een +groot wateroppervlak daarbinnen,--welke eenvoudige oplossing tot +voorloopige berging van groote massa's IJselwater bij hooge +rivierstanden, zooals wij zien zullen, gevolgd is in het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is +te beschouwen. + +[4] Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige aangelegenheid der + indijking en inpoldering van een gedeelte der Zuiderzee in verb. m. + d. richting v. d. N.-Holl.-Frieschen spoorweg tusschen Amsterdam en + Leeuwarden.--Amst. 1873. + + * * * * * + +In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer A. BUMA een +wetsontwerp in, luidende: "Er zal een onderzoek worden ingesteld naar + + _a._ het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer, + + _b._ het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door + particulieren." + +Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken, +toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een +daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking. + +Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der +Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering +van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op +degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop +zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de +uitvoering- te kunnen overgaan. + +[Kantlijn: Circulaire BUMA en VAN DIGGELEN.] + +In 1885 stelden nl. de Heeren A. BUMA en Mr. P. J. G. VAN DIGGELEN, +Lid der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der +Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten, +hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan +besturen van Provincin, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en +landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting +en droogmaking het meest belang hadden. + +Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen +technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte +uit, dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat +van Texel, waarin 30 40 M. water staat), "ter opheffing van het +Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt" en +dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de +Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz. + +Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op +de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van +het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van +het _zuidelijk_ deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar +zij meenden ook--en dit is het begin geweest van een beter oordeel over +alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat en van een beteren +grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden +gebouwd--, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog +beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking +zou hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende +gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel +niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem, +niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der +Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N. +van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden +afgevoerd, enz. enz. + +Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde +besturen om te komen tot een grondig onderzoek. + +[Kantlijn: Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.] + +Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van +afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de +~Zuiderzee-Vereeniging~ opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde: + +"Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en +grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze +waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding +eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de +Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is." + +Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: "Hoofddoel +is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen +het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en +de Zuiderzee". + +Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige verruiming der +zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee +meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen +sprake[5]. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een +dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in +het duister zou zijn die men niet wagen mocht. + +[5] Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon. + Instituut v. Ingenieurs. Voordracht van het lid VAN KERCKHOFF. + +Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde +punten en nog veel meer bleef toch bestaan. + +De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug. +d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld +uit de Heeren BUMA, voorzitter, VAN DIGGELEN, onder-voorzitter, +WERTHEIM, penningmeester en VAN DER HOUVEN VAN OORDT, secretaris. De +Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs VAN DER TOORN en LELY. +Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het +technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur +C. LELY, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat. + +[Kantlijn: Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.] + +Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887-Maart 1892 achtereenvolgens +verschenen 8 ~technische nota's~, met tal van berekeningen, graphische +voorstellingen, platen en kaarten[6]. + +[6] Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging verschenen + en verkrijgbaar bij de Firma voorh. E. J. BRILL te Leiden, dragen + alle den titel: "Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking van + de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee" en--behalve de 6e en 8e + Nota--"De afsluiting Noord-Holland-Wieringen-Friesland en de + droogmaking van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting". + Zij zijn: + + 1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting + van de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel. + + 2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der + provincin langs de Zuiderzee. + + 3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der + provincin langs de Zuiderzee. + + 4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der + provincin langs de Zuiderzee. + + De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee. + + 5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de + sluizen en de bijkomende werken. + + M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting + en droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee. + + 6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en + 1890.--1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse + metingen. + + 7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking. + + Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting) + van het Wieringermeer. + + Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee. + + Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot + afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen + binnen de afsluiting. + + 8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting + en droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage: + Schetsontwerp ter partieele indijking en droogmaking der + Zuiderzee zonder afsluiting. + +In de 7e Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan van +afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de +uitkomsten van het bodemonderzoek. + +Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: Oeconomische +en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding +der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's." +Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van H. C. VAN DER +HOUVEN VAN OORDT en Mr. G. VISSERING, De Oeconomische beteekenis van +de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee", waarvan in Juni 1901 een +tweede druk bezorgd werd. + +[Kantlijn: Benoeming Staatscommissie 1892.] + +Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept. +1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op +de verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich +uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen: + +of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als +door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort +te worden ondernomen, en zoo ja, + +op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht. + +[Kantlijn: Verslag Staatscommissie 1894.] + +Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De +1e vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van de 27 leden;--de 6 +leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in hoofdzaak hun +bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het uitvoeren der +geheele onderneming zal met zich brengen en op de onzekerheid van hare +oeconomische uitkomsten. + +De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den +voet in dit verslag vermeld. + +De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der +Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde +zij met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de +uitvoering,--dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm +der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de +beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld. + + * * * * * + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1901.] + +7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. C. LELY),--tot afsluiting der +Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar +het plan der Staatscommissie).--Na aftreden van dit Ministerie +ingetrokken. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1907.] + +4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. J. KRAUS), voor den aanleg +van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en +droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie, +maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en +zavelgronden 16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden +Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913. + +[Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] + +6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. C. LELY), tot afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en +de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide +oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar, +terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een +nader bij de wet te bepalen tijdstip. + +[Illustratie] + + + + +III. Plan van afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie. + + +[Kantlijn: Beschrijving.] + +Dit plan is in groote trekken het volgende. + +Er wordt een ~afsluitdijk~ gemaakt van Van Ewijksluis +(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van +de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de +Friesche kust. + +Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte, +diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte +daarbinnen. + +De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul +van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W. +heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.; +de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim +6.5 M. beneden L.W. diep is. + +De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de +kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de +aansluiting aan den Frieschen zeedijk. + +De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de +buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen +bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende +breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen. +Binnen tegen den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van +grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of--wat +wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn--van grond daar ter plaatse uit +den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan +gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor +dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte +van -4,40 A.P. + +[Illustratie: ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)] + +In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen +de aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den +Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd. + +Wat de ~wijze van uitvoering~ van dezen dijk betreft, men stelt zich +voor eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam +een eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van +de kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar +de getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der +Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende +openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter +wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten +dat die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter +weerszijden van het eiland twee "sluitgaten", elk lang 8250 M. +overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien +tegen ontgronding. In de 5e Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt +voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen +dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het +water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn +niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als +die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het +lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande +over de geheele lengte. + +Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te +doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn, +wat tijd van uitvoering en kosten betreft,--veel zal van de +weersgesteldheid afhangen. + +Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de +indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden +geleden. + +Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in +het Verslag der Staatscommissie minder juist "polders" genaamd. + + De ~Noordwestelijke Droogmakerij~ (Wieringermeer), gr. + 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz. + 21.200 HA., waarvan klei- en zavelgronden 18.700 HA. + + De ~Zuidwestelijke Droogmakerij~ (Hoornsche Hop), gr. + 31.520 HA., na aftrek van dijken, enz. 30.800 HA., + waarvan klei- en zavelgronden 27.820 HA. + + De ~Zuidoostelijke Droogmakerij~, gr. 107.760 HA., na + aftrek van dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en + zavelgronden 98.990 HA. + + De ~Noordoostelijke Droogmakerij~, gr. 50.850 HA., na + aftrek van dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en + zavelgronden 48.900 HA. + +De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van +dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden +194.410 HA. + +De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging +voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de +verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen +van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts +verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O. +Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan +de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij +aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer, +waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en +vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op +uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep. + +De ~meerdijken~, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn +van verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld +zijn aan de meest voorkomende stormvloeden. + +De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en daalt in 't +algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie het Kaartje). De +droogmakerijen moesten daarom in ~polders~ (door de Staatscommissie +"polderafdeelingen" genoemd) met verschillende peilen, nl. van het +polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld. +Daarbij is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden, +die, als bestaande uit 1 2 M. klei op vasten, lang onder druk +geweest zijnden zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal +bedragen,--voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de +polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden. +Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid. + +Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen. + +Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M. +opvoerhoogte, bovendien 1/6 daarvan voor reserve, opmaling tot A.P., +nl. 40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer, +en 25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan +zal volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot +drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K. +bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen +worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen +verlangt dan 20 jaar geleden--liefst met droge slootbodems. + +De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de +snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd. +Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te +verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de +volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras +liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de +aangrenzende oude landen. + +Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over, +groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging +zeer juist met den naam van "~IJselmeer~" werd aangeduid,--niet alleen +omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing +gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond. + +Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer +en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat +daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat. + +Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende +3 etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge +buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij +uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever +in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het +IJselmeer, samen 4800 M in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M. +zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich +zelden of nooit zal voordoen. + +De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo +gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen +de eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den +afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te +zien is. + +Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van -0,40 A.P. op +het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone +omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil +zonder bezwaar tot -0,20 A.P. worden verhoogd. + +Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend. +Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de oostpunt van Wieringen +te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de +buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en +aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin +zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de +slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote +en een kleine schutsluis. + +Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van -0,40 A.P. niet +altijd juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn +van den aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de +buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is +dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig +boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar +een of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere +standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel +geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer +kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van +de afgesloten kom bestaat. + +Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden +afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet. +Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld. + +Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk ~tusschen Piaam +en Harlingen~ een ~kanaal~ worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming +van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor +de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden +aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het +IJselmeer. + +In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart naar en van +den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig +diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog +water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar +t. W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het +Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel +over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de +vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na +de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom +wordt in het plan het ~Zwolsche Diep verlengd~ tusschen twee leidammen +door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen +vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt. + +Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten +waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het +IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij +t. Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis +gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van +hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan +de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart +tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl, +zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T. +N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met +Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge +dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer +gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om +ook hiervan het water in het IJselmeer te brengen. Ook wordt door de +droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering +van Blokzijl tot het IJselmeer. + +Voorts wordt de rivier de ~Eem~ verlengd met een breed en diep kanaal, +gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het +IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt +gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van +beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden. + +Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het +Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de +Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij +heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het +IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee +panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer +zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het +laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in +de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij +komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer +t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van +Schermerboezem aldaar. + +Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart +langs het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een +kanaal uit dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend +met een schut- en uitwateringssluis in de Binnenhaven te Medemblik; +een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard door +den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal, +uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van den +Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met +een schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen. + +Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en +het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het +meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen. + +[Kantlijn: Duur van het werk en werkplan.] + +Wat den ~duur van het werk~ en het ~werkplan~ betreft, de Staatscommissie +meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het +5e-9e jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden verbeterd +en het kanaal Piaam-Harlingen worden gemaakt. Daarna volgen de aanleg +van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en drooghouden der vier +droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der ringvaarten, zoodat +de N.W. droogmakerij in het 14e, de Z.O. droogmakerij in het 21e, de +Z.W. droogmakerij in het 28e en de N.O. droogmakerij in het 33e jaar +gereed komen. Met dien verstande, dat de drooggemaakte gronden nog 2 3 +jaar zullen worden drooggehouden en voorloopig bebouwd en eerst in het +3e jaar na de verkaveling zullen worden uitgegeven. + +Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting +van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een "veel kortere tijd" voor de +droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen, +wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor +de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar +de in het 4e jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12e jaar, en +de in het 6e jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in het 15e jaar +gereed kunnen zijn.[7] + +[7] Zie voorts bij Hoofdstuk VII. + + + + +IV. De gevolgen van technischen aard. + + +De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn +van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van +zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna +uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst +nagaan. + +[Kantlijn: Voor de waterkeering.] + +~Voor de waterkeering.~ + +Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen +worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel, +belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en +noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of +andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer +in die mate als thans op de open Zuiderzee. + +Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de +Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1. doordat groote massa's +Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2. door +opwaaiing, 3. door de oorzaken onder 1. en 2. tegelijk, zooals o. a. +bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt +dus voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak, +zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu. + +Uit de 2e Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der +Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op +verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen voorkomen, +zelfs nog 1,5 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar +zijn waargenomen. + +Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge +zeedijken beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust +van Friesland, bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten +van de Veluwe en Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen f +nagenoeg geheel van alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l. +aan de droogmakerijen grenzen, f zeker belangrijk minder onderhoud +vereischen voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van +de Dronter Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de +Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van +Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche +Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem +(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost. +Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der +overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen +met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal +vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal +geven dan de tegenwoordige. + +T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere +stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de +Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar +ingediende wetsontwerp zegt[8]. + +[8] Ald. Bl. 7. + +Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van +Piaam en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van +vulling en lediging van de noordelijke kom bij de dagelijksche getijden +(dus zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden +aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor +wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek +bij Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling +voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven +tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig. + +De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting +is geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd +verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de +zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook +al wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de +bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2de Deel: +"Weerlegging van bezwaren". + +[Kantlijn: Voor de afwatering.] + +~Voor de afwatering.~ + +Het weinig veranderlijk peil van -0,40 N.A.P. van het IJselmeer +zal zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der +omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem, +voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de +(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied, +enz. + +Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om +schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,--voor +dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar +geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli-Augustus 1894 door +hooge standen van Frieslands boezem (-0,25 -0,14 N.A.P.) een schade, +voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die toen op 2 millioen +gulden geschat werd,--en zulke hooge standen komen meermalen voor. +De bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden +weggenomen,--men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland +stoombemaling van den boezem aan te brengen--maar zij zullen belangrijk +er door worden verminderd. + +De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen, +uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken +welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs +zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven. + +Daar is b.v. het vraagstuk van de ~afwatering van den Vechtboezem~. Deze, +die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt +van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als +dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige +uitwatering elk jaar n of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing +van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water +komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt. +Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op 1 millioen gulden +geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het +IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter +geheel overbodig. + +Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der ~afwatering van de Geldersche +Vallei~, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs +onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem +en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim +profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort +gebracht en _kan_ door een eenvoudige verruiming van sommige +waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en +gemakkelijker worden opgelost dan thans. + +De ~afwatering van het Noordzeekanaal~, die van zooveel gewicht is, +omdat op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook +Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats +heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met +behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door +de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels +_door sluizen_ op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de +scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal +ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen +worden beheerscht[9]. + +[9] Zie hierover C. W. LELY c. i. Beschouwingen v. d. afwatering v. h. + Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d. Zuiderzee + (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203). + +[Kantlijn: Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden] + +Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting +der Zuiderzee gebaat worden, 1 doordat de loozing door hooge +Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan +worden belet, 2 omdat wegens de minder sterke schommelingen van +het buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te +zijn,--daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt +zal kunnen worden van de ~lage~ en ~zeer lage Zuiderzeestanden~, die nu +de afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige +loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en +buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing +hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van +Overijsel. Deze kunnen nu in het voorjaar bij de dan heerschende O. en +N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote +massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna +in den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de +gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan -0,10 -0,15 N.A.P. af en +daar de landen dan waterstanden van -0,40 -0,45 N.A.P. noodig hebben, +zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en +valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van +het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren. +De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen, +maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare +stoomgemalen opgezien. + +Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet +meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden +die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich +eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de +bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het +water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden +behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,--nu +staan zij dan veelal onder water,--kunstmest aanwenden en dus ook +daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen[10]. + +[10] Zie hierover meer uitvoerig: DEKING DURA. Iets over den toestand + der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide Mij, + 1909, bl. 173. + +[Kantlijn: Invloed op de afwatering van Friesland.] + +Wat ~Friesland~ betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden. +Wel zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage +Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen meehelpen om +Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel +is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de +Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen, +kanalen, enz. Frieslandsboezem" vormend, die door 13 sluizen langs de +Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte +stand van dien boezem in den zomer 10 15 cM. boven Friesch Peil (= +Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde +ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij +lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de +afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer +en meer tot -1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen +en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het +voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral +voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van +het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te +brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om +door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te +brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand +niet genoeg beheerschen. + +Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage +landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge +boezemstanden wordt overstroomd,--bij een stand van +0.25 Z.P. staan +reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die "buitenlanden" onder water. + +Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of +komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk +uitsluitend grasland; zij staan 's winters in den regel voor een groot +gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan +wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade +geleden[11]. + +[11] De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het + Lid der Ged. St. v. Friesl. VAN WELDEREN Bn RENGERS in een rede, + geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. Mij van Landb. + 28 Dec. 1909,--opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide Mij, 22e + Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar. + +Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken, +kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water +eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die +landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan +stijgen zij ook daardoor zeker in waarde. + +Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand. +Zij zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van n of +meer groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe +reeds besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee, +dus afwatering op -0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden +voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel +ze nog noodig zijn, zeker minder kosten. + +De heer RENGERS meent dat _in jaren van normalen regenval_ de boezem +daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg +nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging +omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te +verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een +zoetwatermeer). + +Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten +goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd ook moge +schijnen, de gelegenheid die door de afsluiting ontstaat voor aanvulling +van zijn boezem met zoet water in droge tijden. + +[Kantlijn: Voor de wateraanvulling en waterverversching.] + +Voor de ~wateraanvulling~ en ~waterverversching~. + +Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl +aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd, +dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder +zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna +zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten. + +Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een +afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan +inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen +der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de +afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds +daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt. + +Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote +rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het +voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden. +Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem +te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,--70 190 millioen M 's +jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M per dag. Uit den aldus +aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk +een bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel, +Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels. + +Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor +deze gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij +uitstek deskundigen, de HH. TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, Lid v. +Ged. St. v. Friesland, en K. BREEBAART JZN. te Winkel, op verzoek +der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de voordeelen van +de voorziening met zoet water, resp. van de Provincin Friesland en +Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige specialiteiten +hebben doen voorlichten[12]. In het volgende is ook daaraan een en ander +ontleend. + +[12] Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d. + Zuiderzee-Vereeniging 1911.--Leid. 1911. + +Het ~Noorderkwartier~ laat in tijden van watergebrek water in uit +den boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook +door de schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de +boezemwateren van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte +van Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele +schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het +vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt--als men het zoo +noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het +oosten der stad naar het westen te komen--door Zuiderzeewater in te +laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van +andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden +f100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde +oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste +deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in _uit de +Zuiderzee_, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de +Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.). + +Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij +uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr. +VAN DER ZANDE en Dr. SCHEIJ van het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn +zeggen: 1 dat door de gelegenheid van verversching met zoet water +ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels +en machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout +is; 2 dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee +krijgt, waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen +gebreken in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3 dat +vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de +slooten stankvorming bevordert. + +In het Verslag van den Heer BREEBAART, samen met deskundigen opgemaakt, +wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral +van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in +plaats van brak water, dat--zoo wordt o. a. voor de zandstreken +geconstateerd--voor den grasgroei zeer nadeelig is. + +Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor +drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van +goed drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer +drie ton gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het +water door diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig +gezuiverd--duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik +is in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per +spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz. + +Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de ~toestand van Friesland +in droge tijden~, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis +bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen, +plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept. +1904 uit Workum: "In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward +en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen +hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee +nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in +de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder +Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd +aan de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder +dan de helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders +den winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden". Of van dien +ouden Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der +Zuiderzee-Vereeniging schreef: "Wij hebben geen bruikbaar slootwater +meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de +afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog. + +In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het +scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er +overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut +zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke +kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op +slechts ne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder +zout"[13]. + +[13] Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. G. + VISSERING, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging. + +Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan +water, dat van het ~verzouten~ van het overblijvende, vooral in het +westen der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen, +ook te Stavoren, maar het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden +veel beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de +visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz. + +In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den +invloed van zoet water in Friesland op den toestand van ~landbouw~, +~veeteelt~ en ~zuivelbereiding~: "Veel grooter dan deze reeds zoo +belangrijke schade"--nl. door te hoogen waterstand--"is die welke _te +lage_ waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang +aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende +en de schade niet te overzien." In 't bijzonder wordt dan aangetoond +de mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de +hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee, +door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat +bijna overal in de Provincie te wenschen over. + +Ook de ~scheepvaart~, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt +in zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook +van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,--en dit geldt zoowel +voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg +de Lemmer-Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen; +schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen +dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden +door inlating uit het IJselmeer. + +Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls veel +schade lijdt is ook de ~zoetwatervisscherij~,--omdat nu elk jaar +bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de +droogvallende buitenlanden verloren gaan, omdat nu 's zomers veel zout +water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt +voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk +omdat het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte +stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor +visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een +droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een +ververschingsbron achter de hand was. + +De ~volksgezondheid~ wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet +zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt +door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de +schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert +ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was. + +Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal +meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar +voor epidemische ziekten. + +~Handel~ en ~nijverheid~ zullen er ook zeker bij winnen als het +gebrekkig verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer +zal voorkomen. In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt +Aquarius mee, dat het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt +(incl. die van de stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer +moeten gewasschen worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond +voor de ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf +worden per keer gemiddeld op f25.-, dus per jaar op f150.- geschat, +dus voor alle ketels samen op f82.500 per jaar, welk bedrag echter +vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels. + +Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op het Land van +Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep. + +En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland +en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende +zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. ~verbetering der +afwatering~. + +In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de +landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden +daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het +water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,--omdat men niet durft, +n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan. + +Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip +en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt[14], dan +blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen +de vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer RENGERS, +die daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen +aangehaalden rede: "_Zoolang de waterinlating in Friesland niet gevonden +is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen blijven_". + +[14] Tijdschr. Ned. Heide-Maatschij, 22e Jaarg. (1910), bl. 41 e. v. + +Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar, +waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook +elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat +aanvulling daarna altijd mogelijk is. + +[Kantlijn: Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.] + +Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door +een afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te +scheiden,--eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten. + +Indertijd heeft de Hoogleeraar HARTING de vrees uitgesproken, dat als +de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende keilaag +werd aangelegd, zooveel water door dat zand naar binnen zou dringen, dat +men den bodem daarachter niet zou kunnen droogleggen: door hem genomen +proeven waren in dit opzicht niet geruststellend[15]. + +[15] P. HARTING. De geol. en phys. gesteldheid v. d. Zuiderzeebodem. +Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks. + +Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit +vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat +uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders +(dus niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder +omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de +praktijk weinig of niets viel af te leiden[16]. + +[16] Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water onder +verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende +samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst. +1887. + +HARTING zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke +waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van +de lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil +in waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op +verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de +Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn. +En hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den +afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en +boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de +dijk zelf. + +Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte +in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs +gedurende een gedeelte van elk getij overdruk _van binnen naar buiten_ +zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de +genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts 1/90, +bij stormvloed slechts 1/22 naar binnen zou kwellen van de hoeveelheid +zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand op het meer +vloeit. + +De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte +van het water van het IJselmeer. + +[Kantlijn: Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.] + +Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende +hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe +polders en de aangrenzende gewesten? + +Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4e Nota der +Zuiderzee-Vereeniging. + +De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt +aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er +op brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de +verdamping het grootst is (1 Mei-1 September) de IJsel gewoonlijk niet +het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten van +sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de +afvoer het kleinst in de herfstmaanden. + +Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871-1885 +(in de andere jaren zou f weinig ingelaten of de aanvoer betr. +groot geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou +geweest zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands +Noorderkwartier van water te voorzien,--wat echter slechts een daling +van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus +zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer +ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 die van Rijnland) +en een te groote verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters) +gerekend is. + +Daar het aangenomen peil van het IJselmeer -0.40 A.P., dat van +Frieslandsboezem -0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) -0.58 +A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden. +Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing +dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten +der sluizen wat verhoogen, b. v. tot -0,20 A.P., wat ook voor de +scheepvaart gewenscht is. + +Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor +waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend +genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten +bijgebouwd worden. + +[Kantlijn: Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.] + +~Voor de scheepvaart.~ + +Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden, +integendeel in menig opzicht worden gebaat. + +De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, 1/3 + van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht. + +Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep, +de Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn. + +In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten, +niet "op tij" gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn +trouwens gering,--in de zuidelijke kom 25 50 cM.--ook in vergelijking +met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt. + +Het peil van -0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer +gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand in het midden van de +zuidelijke kom, dat van -0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager. +Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben, +of door afwaaiing. Standen beneden -0,60 A.P., zooals nu wel eens +voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen. + +Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter +door de afsluiting de ~bevaarbaarheid t. O. van Schokland~ onvoldoende +worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het +Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland. + +Ook zagen wij dat vr het tot standkomen der afsluiting eenige +~havens~, die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor +dan H.W. moet worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging +der havendammen eenige meerdere blijvende diepte moet worden +gegeven,--zoodat zij dan ten allen tijde bevaarbaar worden. + +Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste +gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden +waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor +in de geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het +Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 23 dM. water staat. Eenige +baggering zal daar plaatselijk moeten helpen. + +Een voordeel is dat de ~schuttingen~ door de Oranjesluizen te +~Schellingwoude~ zeer zullen worden bekort wegens het kleiner +verschil tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer; +waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen +plaats hebben. + +Voor de ~vaart op Harlingen~ zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te +leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen. + +Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer +niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker +een ~veel veiliger vaart~ worden verkregen. Op het IJselmeer zal het +niet meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval +is. Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte +van dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen +en menschenlevens niet te spreken;--zulke ongevallen zullen na de +afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot +belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des +lands. + +[Kantlijn: Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.] + +Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de +~verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib~ die de IJsel +daarin zal aanvoeren. + +Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M +per jaar kan worden geschat[17], het zand zal zich na de afsluiting wel +op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvr, nl. op een 2700 HA. +groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan +worden weggebaggerd. + +[17] Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887. + +De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M 's jaars +gesteld worden[18]. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den +bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve +eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt +echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele +oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet worden dat de +ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet +worden weggebaggerd. + +[18] Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2. + +Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het +werk in het eerste jaar een kapitaal van f300.000 gebracht, dat na 66 +jaar tegen 3 percent aangegroeid tot f2.857.000 een rente zou geven +voldoende om jaarlijks 400.000 M tegen 25 cts per M uit het IJselmeer +te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over +het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de +droogmakerijen vallen. + +Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te +bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter +weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen +den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart +niet hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van +zijn oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen. +Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te +verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar +Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind +(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde +richting[19]. + +[19] Zie de Nota van het lid der Staatscommissie J. W. WELCKER als + Bijlage bij het Verslag dier Commissie. + +[Kantlijn: Bezwaren van technischen aard.] + +Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den +laatsten tijd, ~bezwaren~ gemaakt ~van technischen aard~, veelal door +tegenstanders breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan. +Dit nu is een fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg +van onderdeelen gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als +zoodanig niet treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze +worden aangelegd. + +Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig. + +Want men bedenke wel, dat het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een +voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten +ongeveer te kunnen nagaan. + +Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de +onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden +uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en +nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen +dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan. + +Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp +van Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp +KRAUS, 1907): "Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden, +dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van +de overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in +onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra +door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het +werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te +doen nemen. Enz." + +Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het "Verslag der +onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt +plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting +der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer, +samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat ~de Blocq van +Kuffeler~". Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,--in sommige +zeer veel!--is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, o. a. +ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de +afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, +vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale +gronden van Wieringen, enz. enz. + +Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen, +enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen--een +zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners +van de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie +van het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de +waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die +dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en +geteekend is klakkeloos zouden overnemen. + +Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen +is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen +dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2e Nota, bl. 15) en de Staatscommissie +meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van het Vlie en van +den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft, maar dat van +daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v. uit het Vlie +naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste waterstand bij +stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de Texelstroom op +ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te liggen als het +Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit naar den dijk +niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met een sterken +golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze redeneering +zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken. + +Maar het is de vraag of de _gewone_ (gemiddelde of dagelijksche) +vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan +nu en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen +rijzen[20]. + +[20] Zie "Weerlegging van bezwaren", bl. 123. + +Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk +en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat +de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de +helft verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd +geheel ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan +ook slechts ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar +binnen te stroomen om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat +er evenwicht is tusschen het water binnen en buiten[21]. Terecht +zegt dan ook de Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu +ingediende wetsontwerp, dat "geene of slechts geringe verhooging van +de stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten" +(bl. 7). + +[21] Ald., bl. 118 e. v. + +Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat +met den bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de +hoogte van dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche +en Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de +waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de +sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger +moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar +daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van +het geheele werk. + +[Kantlijn: Gebruik van gewapend beton.] + +Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan +en zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige onderdeelen geheel anders +zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld. + +Vooral het gebruik van ~gewapend beton~, dat in den laatsten tijd meer +en meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen +meebrengen,--wat ook invloed kan hebben op de kosten. + +Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit +om verslag uit te brengen over de vraag: "in welke mate kan gewapend +beton in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de +meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de +uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en +onderhoud?" + +Deze "gewapend-betoncommissie", samengesteld uit de HH. Mr. P. VAN +FOREEST, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, A. W. BOS, +Dir. Gemeentewerken Amsterdam, J. M. VAN ELZELINGEN, Hoofdingenieur +v. d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, B. HOGENBOOM, Oud-Inspecteur +Generaal van 's Rijks Waterstaat, G. J. DE JONGH, Dir. Gemeentewerken +Rotterdam, J. W. C. TELLEGEN, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht +Amsterdam en L. VOLKER AZN., aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag +uit[22]. + +[22] Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911. + +De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te +verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en +zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5 +M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken +en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij +niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing +van kosten is misschien daardoor te verkrijgen, maar nog moeilijk te +bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing +in tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit +finantieel oogpunt. + +Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op +de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat +het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van +Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor +het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet +behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen +gulden) kan worden. + +[Illustratie] + + + + +V. De aanwinst van grondgebied. + + +[Kantlijn: Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.] + +Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche +provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis +van dien staat belangrijk verhoogd. + +Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking +onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die +vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk +sneller toename der oude bevolking. + +[Kantlijn: Aard der gronden.] + +Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte +af van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen +twijfel te bestaan. + +Een groot aantal ~grondboringen~ zijn verricht. Voor het plan BEIJERINCK +werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan; +deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd. +Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de +Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102 +boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen +verricht[23]; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de +Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen +der Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879 +280 boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer LELY een +nader onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der +Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben, +die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128 +zijn uitgevoerd. + +[23] Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d. Commissie + uit de Waterschappen.--Haarlem 1874. + +Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen. + +Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd +gedaan door Prof. VAN BEMMELEN en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn +rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877. + +Prof. VAN BEMMELEN was van oordeel, "dat de kleigronden van de +Zuiderzee" (klei tot 50 perc. zand) "in kwaliteit gelijk zullen zijn +aan de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden" (50 +70 perc. zand) "der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +gronden der Groninger noordelijke zeepolders". + +Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek van Prof. VAN BEMMELEN tot het besluit: "dat +minstens van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond +van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde".[24] + +[24] Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters handelt + uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging. + +Bij deze uitspraak werd echter het zand als "van geen onmiddellijke +waarde" beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele +zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een +belangrijk voortbrengingsvermogen vermogen kunnen hebben, vooral als +zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot +grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die +uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die +tot de vruchtbaarheid er van bijdragen. + +Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus +gerust zijn. + +Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der +gronden zelve af, maar ook van een ~goede afwatering~ en, in droge +tijden, van een ~voldoende wateraanvulling~. + +De nieuwe gronden moeten flink diep "uit het water gehaald" kunnen +worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen +gebracht worden en _spoedig_ gebracht kunnen worden, ook bij sterken +regenval. + +[Kantlijn: Ontzilting der nieuwe gronden.] + +Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig +ontzilt worden door de daarop vallende regens. Prof. VAN BEMMELEN zegt +daaromtrent: "Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft, +zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden +blootgesteld, is in de IJpolders gebleken. + +.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van +den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en +vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. _Dit +verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven._ De genoemde +polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het +begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later +nog versterkt is geworden".[25] + +[25] Zie hierover meer uitvoerig VAN BEMMELEN. Verslag omtr. het + onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee + v. 1875, gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de + bedijking en droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee, + enz. v. 1877, Hoofdst. IV. + + En VAN BEMMELEN. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v. + Nederland (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866, + blz. 16 e. v. + +Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij +zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan +de polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste +daarin voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze +droogvallen,--de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M. +inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling +werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen +kan beheerschen. + +[Kantlijn: Voorbereiding der gronden vr de uitgifte.] + +Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt +er op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen +uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen +behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der +gebruikers over te geven[26]. De gronden worden dan zoogenaamd zwart +gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten, +worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig +verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de droogmaking +van de Wieringermeer werd daarop gerekend. In dien tijd kunnen de +gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit den Dollart in 1740 +bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar gedeeltelijk met +koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een oogst, waarvan de +verkoop na aftrek van alle onkosten de bedijkingskosten met 4852 gl., +6 st. en 2 d. overtrof! + +[26] Zie V. D. HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. De Economische Beteekenis + van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83. + +Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats hebben voor de +rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van +proefvelden, cultuurvakjes, enz.[27]. + +[27] Zie o. a. HUDIG. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen voor de + droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914. + +[Kantlijn: Verkaveling en perceelsindeeling.] + +Wat de eigenlijke ~verkaveling~ of verdeeling der gronden aangaat door +de kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten, +kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak +reeds van verschillende zijden bezien is. + +De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag[28] een plan met kavels +van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van +de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw, +Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd +benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van +10 HA.[29]. + +[28] 45. + +[29] Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5. + +[Kantlijn: Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.] + +Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen +gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger +met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest. +Maar die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden, +waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door +vergelijking van ongelijksoortige gronden. + +Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625--in 't zuiden zand) en +van de Heer Hugowaard (1631--grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf +niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden +niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk +uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn +nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer f100.- bruto per HA. 's jaars minder +opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909-1911 resp. gem. +f283.- en f382.-). + +Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de +droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting +voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en +dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel +met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen, +vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars +voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging +in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn, +zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de +IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen. + +Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft +kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne +techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden. + + * * * * * + +[Kantlijn: Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.] + +Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden +der Zuiderzee-Provincie ~opbrengsten~ zullen geven, gemiddeld als die +van de Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte +waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte +IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens +reeds door Prof. VAN BEMMELEN werd uitgesproken. + +In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer +van 1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden +in de Waard- en Groetpolders bedroeg droeg f100.- f120.-, van de +zavelgronden f70.- f90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte +zavelgronden f50.- en van de zwaardere f90.- de HA. en dat men dus met +de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde jaarlijksche +~netto-opbrengst~ van f60.- p. HA. veilig mag aannemen, na aftrek van +de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot afsluiting en +droogmaking van de Zuiderzee[30] komt de Regeering tot een hooger +bedrag, nl. van f80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die in +Nederland in het tijdvak 1900-1909 gekocht en na 1909 weer verkocht +zijn,--waarover hierna meer. + +[30] Blz. 15. + +Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de E. N. T. O. S. in +1913 te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en +Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt, +waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van +de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909, +1910 en 1911. Deze waren: + + in de Waard- en Groetpolders f382.- de HA. + in de IJpolders "374.- " " + +en over 1911 en 1912 + + in noordwestelijk Noord-Brabant (klei) "357.- " " + op Noord-Beveland (klei) "359.- " " + in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel) "336.- " " + +Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde +~bruto-opbrengst~ van f350.- de HA. mogen verwachten. + +De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend, +komt men dus tot een netto-opbrengst van 16 millioen gulden en een +bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars. + + * * * * * + +[Kantlijn: Wijze van uitgifte der gronden.] + +Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd +o. a. afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden. +Maar het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat +tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden +zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het +aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende +den pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de +kwade daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door +verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker +zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk +af in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade +door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den +pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren +met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig +belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de +landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te +brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den +toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892-1893. In 't +algemeen staat de landbouw dr het hoogst, waar de grond het eigendom +is van de gebruikers. + +Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk +een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder +meer--daarover is men 't vrijwel eens--moet uitgesloten zijn, opdat niet +het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan +het oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen +plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden, +alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der +gebruikers te doen blijven. + +Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis +bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v. +den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij +annuteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden +verkregen. + +Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond, +die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die +zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere +gebouwen voorschieten. + +Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk +gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen, +waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden +en waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts +geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal +zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen, +zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende +deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd +pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander +stelsel. Prof. MOLTZER sprak eens van "de Zuiderzee, proefveld onzer +agrarische wetgeving".[31] + +[31] Zie over dit onderwerp o. a. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en VISSERING. + De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d. Zuiderzee, 2e + Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v. + + Verslag der Staatscommissie 1892, 128 en Bijl. XI van dat + Verslag: Rapport v. d. HH. FONTEIN DE JONG en V. D. HOUVEN VAN + OORDT. + + K. REIJNE. Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk + 1901. (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders). + + + + +VI. De Zuiderzee-visscherij vr en na de afsluiting. + + +Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de +Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen. + +Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een +gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het +groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de +wenschelijkheid daarvan te bestrijden. + +[Illustratie] + +Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door +demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het +Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden +is in eene vergadering van den Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam +besloten "te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee". + +Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het +visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan--als het in 't algemeen +dien naam verdient!--nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend +was. + +Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis +is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen +te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent. + +Wel beweerde de Minister van Waterstaat DE MAREZ OYENS bij de +behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij, +nog altijd is "een bloeiende tak van bedrijf" en dat "de afsluiting aan +een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in +5 provincin (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand +berustend". + +Maar wat heeft men aan zulke _woorden_? + +Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien "bloeienden tak van +bedrijf" gesteld is. + +[Kantlijn: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij.] + +Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te +schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste +visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; n +anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt +soms niet meer dan 1 millioen gulden, in 1890, _het_ ansjovisjaar, +4 millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde +jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,--als +men het zoo noemen wil,--een zeker aantal visschers met hunne gezinnen, +na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven, +zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken (gedeeltelijk +in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen, rookerijen, enz. moet +worden uitbetaald. + +[Kantlijn: Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.] + +Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren +kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een ~Commissie van onderzoek~ +benoemd, waarin n lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging +zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke +onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.[32] + +[32] Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging. + Dl I. De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot + onderzoek.--Leid. 1905. + +Wat die Commissie ons van dat "op overouden toestand berustend +bestaansmiddel" moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai +beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z. +van den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het +geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent +men deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van #1730# +volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter +724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548 +gedurende 6 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden. +Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal +van #3017# meerderjarige visschers. + +Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen +treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is +slecht. + +De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer +vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en +onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen +loon aan knechts, nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en +afschrijft op de netten ( 1/3 der waarde), dan blijft daarvan +veelal weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon. + +Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk, +Bunschoten, Hoorn, enz.). + +Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15 +percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers +steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen +een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te +Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met +groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart +op loggers op de Noordzee. + +Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of +een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De +Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels +uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid +geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel +verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote +aanvoer de marktprijzen beheerscht. + +Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel +goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet +wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor +de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden +aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren. + +Wat blijft er dus over van dit "op overoude toestanden berustend +bestaansmiddel?" Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences +en hondekarren waren eenmaal voor velen "een op overoude toestanden +berustend bestaansmiddel" en toch heeft men ze door den aanleg van +spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude +waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het +nieuwe dat zijn plaats inneemt. + +[Kantlijn: Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h. + landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.] + +Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging +onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij +bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met +zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht +materieel, is een "bloeiende tak van bedrijf". Wat zou dit met zijn +bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij +het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst +van 70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen, +verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een +welvarende bevolking van 250.000 300.000 menschen in het nieuwe +gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen +gulden vergaren? + +Een voorbeeld uit de praktijk[33]. Vrdat het westelijk gedeelte +van het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten +daar 2 visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de +droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote +boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den +landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker +nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het +misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de +verdiensten van dien anderhalven visscher? + +[33] K. REIJNE. Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee. + Beverwijk 1901, bl. 11. + +In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg +door de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele +ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden +gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele +visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet! + +[Kantlijn: Schadeloosstelling oude visschers.] + +Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het +personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent +schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe +bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime +schadeloosstelling hebben gevonden. + +Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in +het Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4 millioen gulden +uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke +som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd +soms op hoogen toon geischt dat die som grooter moest zijn[34]. + +[34] Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het + bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl. + 239-260. + +De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 40 jaar +duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen +gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor +goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld +zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs, +steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers +schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond +worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post +zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren. + +[Kantlijn: Zoetwatervisscherij na de afsluiting.] + +In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de +Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in +den tegenwoordigen vorm. + +Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer +en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet +aan te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter +dan die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland +(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte +van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die +wateren. + +De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche +Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij +in het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen. +Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig +gesteld rapport uit[35], waarin men o. a. leest dat paling en spiering +het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook +gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden +toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook: +"Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen +gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten +van nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het +IJselmeer een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op +het IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden +gedreven". Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet +genoemd. + +[35] Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III. Rapp. + v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige + IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden, + 1906. + +Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal +en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking +der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van +weleer op het open IJ[36]. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn +in de afgesloten Zuiderzee? + +[36] Zie ook den Heer DIL van Koog a. d. Zaan i. h. Alg. Handelsblad v. + 1900. + + + + +VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de +afsluiting en droogmaking. + + +Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij +uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook +belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is +mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen. + +[Kantlijn: Bevolking in de nieuwe provincie.] + +Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in +Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden, +kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171 +beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer n per 4,8 +HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de +Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan +in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent +men voor het groot landbouwbedrijf n man per 4,5 HA., dan zullen dus +in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn, +met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;--door +tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter +kunnen zijn. + +Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden, +ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat +de toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende +provincie blijft, 250.000 300.000 bewoners zal bedragen. Ter +vergelijking diene, dat de in hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland +(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners +buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan +11.836 vrouwen. + +Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch +ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het +begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij +kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een +groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten. + +[Kantlijn: Bewoonbaarmaking.] + +Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vr de kolonisatie +geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. "De vestiging +in de Zuiderzeepolders", zegt de Staatscommissie terecht, "moet niet +bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene, +zij 't dan ook vruchtbare wildernis". + +Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten +bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht +70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en +stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,--terug te betalen bij +annuiteiten binnen 20 jaar. + +Ook wordt voorgesteld vr de uitgifte der gronden een aantal gebouwen +van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet +dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt +daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen +n gemeentehuis, n post- en telegraafkantoor met bijkantoren, n +groote school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal +zijn 8 f125000 = 1 millioen gulden, d. i. f5.- per HA. (wel wat matig +berekend!) + +Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend +op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 50 HA. grond geven om te +kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich +uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het +geheel,--zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven. + +[Kantlijn: Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.] + +Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het +besluit der meerderheid stemde, Mr. VAN NIEROP is indertijd gezegd:[37] +"het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal +de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige +voorwaarden, dat elders storing ontstaat". + +[37] De Economist. Jaarg. 1897. + +De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen +is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten. + +[Kantlijn: Tekort aan grond.] + +Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren +grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de +laatste 15 20 jaren 4000 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet +alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd +over het ~tekort aan grond~. In nagenoeg alle deelen van het land kan +men die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te +blijven in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel +sterker toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het +voor tal van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om +hieraan te komen. + +Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, omdat men er van +uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking +mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de +Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,--wat in elk geval +bewijst dat er gebrek is aan grond. + +Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van +1908 tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit +oude provincin, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen +gevestigd. + +Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen +dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige +landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,--een klacht die men om +zoo te zeggen overal vernemen kan. + +Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz. +worden of--en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen +behalve eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten--zij verlaten als +landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk +een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is +toch zeker niet in het belang van den Staat. + +Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan +van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei-Juni 1910 +bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van +meer dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de +bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep, +als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een +of andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen, +dus zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen, +terwijl de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en +uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500 +nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren +zelfs tot 8 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze +verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal +landgebruikers aan zich trekken. + +De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van +den Landbouw verzamelde gegevens[38], omtrent de ontginning van +heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is. +In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540 +HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede +laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen, +die van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans +spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en +bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht. + +[38] Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16. + +[Kantlijn: Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.] + +Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de +nieuwe gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze +aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke +landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking +jaarlijks met 1,4 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een +aanwas van 15.000 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 4500 's +jaars. + +Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders als van zelf reeds +vr de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch +zijn dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders +boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die +aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als +vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het +landbouwbedrijf. + +Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of +seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den +hooitijd, bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn. +De voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te +veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder +werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland, +in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral +in het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in +slappe tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting +van slooten, enz. Dit is een voordeel n voor het landbouwbedrijf n +voor die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden +in de Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en +droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van +arbeid. + +[Kantlijn: Geen werkloozen aan het einde van het werk.] + +Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk +werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen. + +[Kantlijn: Arbeidsloonen op oude gronden.] + +De Staatscommissie,--dus 20 jaar geleden en juist in een tijd +dat het onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht +ging,--oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog +waren en dat, als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden +stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden. + +Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als +de prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat +het door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen. +En waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der +losse arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te +betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het +een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan +leiden. + +[Kantlijn: Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.] + +Om te bewijzen dat de ~verkoopprijzen~ van de nieuwe nieuwe gronden bij +zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt, +heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der +gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar +wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken +worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling, +enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar +werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders, +waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden +de gronden verkocht: + + in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. f2000 p. HA. + " " II 1200 " " " "2046 " " + " " III 1100 " " " "2868 " " + " " V en VI (waarin een strook veen), 334 HA. tegen + gem. f1800 p. HA.[39]. + +[39] Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877. + Volgens de Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs. + v. d. R.-Wat. WORTMAN en V. D. BROEK, uitg. d. h. Dept. v. + Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en + behalve de aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor + _gemiddeld_ 2330 gulden de HA. Sommige perceelen brachten ruim + f3200 de HA. op. + +Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim +5500 HA.[40] groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door +het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wl het geval +zijn? _De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds +daarvoor bestede koopprijzen._ Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer +vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op +uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het +bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag +daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen +machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende +wijzen zullen kunnen worden voldaan? + +[40] Volgens DE VRIES en SCHORER. Zeeweringen en Waterschappen v. + Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA. + +En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden +geacht, dan is de Staat niet tot verkoop _gedwongen_, maar kan ze +zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt. + +Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in +cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is +niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te +weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden +gedrukt. + +[Kantlijn: Grondwaarde en prijzen der producten.] + +Hierboven werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en +misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den +aard der gronden, maar ook van de ~prijzen der producten~ afhankelijk +is. Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der +Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij +voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een +droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000 +quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog +ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt +nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en +voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe +bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de +Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan +4- 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten +invloed zijn op de graanprijzen. + +Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de +Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,--alleen +Rusland (met Polen en Siberi) levert nog iets meer,--en hoewel de +bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens +den groei der bevolking en der beschaving, zoodat _daardoor_ eer +verhooging dan verlaging van prijzen te verwachten is,--misschien kan +de uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in +Argentini, daarin verandering brengen. + +[Kantlijn: Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.] + +Maar #door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee, +zal Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de +noodige tarwe kunnen voorzien#. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA. +met tarwe worden bebouwd, kunnen deze 160.000 50 = 8 millioen H.L. +tarwe geven. Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu +voortbrengt, dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L., +die nagenoeg voldoende is voor onze geheele behoefte. + + * * * * * + +[Kantlijn: Ontginning van woeste gronden.] + +Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben +meer dan eens de ~ontginning van woeste gronden~ daartegenover gesteld. +Waarom niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen, +zoo vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem +der zee? + +Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom +dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene +schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen. +Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor +boschbouw. En vr den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het +binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In +het nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste +bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor +boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,--wat dus de +ontginning tot bosch zal steunen. + +Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning +van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan +in wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die +volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport +van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den +aard der woeste gronden aldaar[41] wordt o. a. meegedeeld, dat een groot +gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw, geschikt is. +Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar is, is alleen +geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18 20 jaar, gaat +aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het daarin gestoken +kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden, dalgronden en ook +lage heiden, die men een goede afwatering kan geven, zijn bij goede +behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te maken en +vele geven dan weldra goede rente,--zooals o. a. op vele plaatsen, +voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant, de aan +de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met andere, +waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo voorspoedig. De +hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na veel arbeid en +bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan een matige rente +als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij 's winters +door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders die uit +geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen tevreden +stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen schijnen +echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een matige +rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder Norg, +groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch opgeleverd--de +rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten, waarvan de kosten +met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het aankoopkapitaal (f100.- de +HA.) en de samengestelde rente daarvan en van de ingestoken kapitalen + 3 percent, f1100.- de HA. hebben bedragen,--waarbij echter nog de +kosten van een verharden weg daarheen moeten gevoegd worden. De 15 +boerderijen daarop gesticht zijn verpacht voor 32,5 55 gulden per HA. +voor 6 jaar[42]. + +[41] Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900. + +[42] Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v. + +Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven; +bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen +de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren. + +Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen +woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te +veroveren Zuiderzeegebied. + +Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt +liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds +hunne ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen +landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook +op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er +door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan +men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van +den Landbouw[43]. + +[43] Zie o. a. Jaargang 1908, No. 6. + +Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden +niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee. + +Dit zijn _beide_ zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te +maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet _beide_ uitvoeren met al den +ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen? + +Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in +een brief uit New-York van den correspondent der ~Nieuwe Rotterdamsche +Courant~ van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor +den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het +tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat +de landverhuizing van Nederlanders naar (_Noord_-)Amerika in de laatste +jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers +bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den +landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit +het vaderland was: "uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van +vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste +heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen". Ook +vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet +tot welstand kon voeren. + + * * * * * + +[Kantlijn: Maatschappelijke voordeelen.] + +Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn +nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden. + +[Kantlijn: Vermeerdering arbeidsgelegenheid.] + +Vooreerst de ~vermeerdering der arbeidsgelegenheid~[44]. Hierbij is het +volgende wl te onderscheiden. + +[44] Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de + Drooglegging der Zuiderzee op de werkloosheid van A. PLATE en + A. A. BEEKMAN i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen de werkloosheid. + Jaarg. 1, Afl. III en IV. + +Gedurende ~de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.~ +der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders, +voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs +onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en +betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel +arbeid zullen vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet +het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken +ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz. +zullen hebben te vervoeren. + +Ook de ~verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden~, die dus +gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen, +zal veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor +grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden +bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen. + +Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting +der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55 +millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald. + +En eindelijk gedurende de ~blijvende vestiging of kolonisatie~, +eveneens ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders +samenvallend, moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor +de boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare +gebouwen moeten vr en na worden gesticht, samen voor ongeveer n +millioen gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte +arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe +landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is +daar geen geordende maatschappij denkbaar. + + * * * * * + +[Kantlijn: Voordeelen v. d. nijverheid.] + +Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze ~nijverheid~, vooral +de steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor +26 millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan +materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892-1894). En +bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan +aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze +nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan +zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de +touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der +Zuiderzee. + + * * * * * + +[Kantlijn: Idem voor verkeer en marktwezen.] + +De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer +der jaarlijksche producten van den landbouw, zal ~het verkeer~ per +spoorweg, per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen +en de "villes mortes" langs de kusten van den ouden plas zullen +~marktplaatsen~ worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van +inkoop en doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde +provincie. + + * * * * * + +~De kosten.~ + +[Kantlijn: Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.] + +De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen, +door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer +geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met +een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd. + +Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de +uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het +productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den +landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer +10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42 +HL. tarwe opbracht,--nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen. + +En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans, +mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000 +KG. op. + +Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van +klei- en zandgronden, beide in 6 provincin, die 1900-1909 gekocht en na +1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van +een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van f1004.- in 1900-1909 +tot f1698.- n 1909 en van zand resp. van f528.- tot f812.-. Op grond +daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche zuivere opbrengst van +f80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts f60.- in het wetsontwerp +van 1907. + +[Kantlijn: Raming der kosten.] + +In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in +1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van +1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten +van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen +der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van +1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op _222 millioen +gulden_. + +Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet +uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen, +maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle +risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader +zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het +Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het +Wieringermeer,--en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken +ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen +(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken, +als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan +vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden +beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid, +dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare +constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen. + +De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als +nevenstaande tabel aangeeft. + +[Kantlijn: Beperking van het plan.] + +In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld +nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van +de beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van +uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald. + +Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken +en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden +voorbereid. + +De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde +omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land, +waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren +tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl +zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar +stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in +het 12e jaar (in plaats van in het 14e) zal zijn tot stand te brengen +en die van den Hoornschen Polder in het 15e (in plaats van in het 18e). +De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en een +oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een uitgave +van _110 millioen gulden_ vereischen (zie boven),--dus ongeveer +de helft van die voor het geheele plan. + + =======================+========================+======================== + | Ram. St. Comm. 1892. | Ram. St. Comm. 1914. + +-----------+------------+-----------+------------ + Uit te voeren werken. | Benoodigd | Gezamenlijk| Benoodigd | Gezamenlijk + | bedrag. | bedrag. | bedrag. | bedrag. + =======================+===========+============+===========+============ + _De afsluiting._ | | | | + | | | | + I. De afsluitdijk met | | | | + daarbij behoorende | | | | + werken. | | | | + | | | | + a. Afsluitdijk |f28.130.000| |f41.200.000| + | | | | + b. Werken op Wieringen|" 8.000.000| |" 8.700.000| + | | | | + c. Kan. Harl.-Piaam | | | | + en verhooging zeedijk | | | | + Piaam-Zurig |" 2.585.000| |" 3.550.000| + | | | | + d. Verhooging Balgdijk| | | | + en verbetering van de | | | | + havens |" 600.000| |" 600.000| + | | | | + e. Onvoorziene werken | | | | + in verb. m. de afsl. | | | | + en ter afronding |" 1.485.000| |" 950.000| + +-----------+f 40.800.000+-----------+f 55.000.000 + | | | | + II. De verbetering v. | | | | + h. Zwolsche Diep | -- |" 3.564.000| |" 5.000.000 + | | | | + III. De voorziening | | | | + i. d. | | | | + visscherijbelangen. | -- |" 4.500.000| |" 6.000.000 + | | | | + IV. De voorz. i. d. | | | | + belangen der | | | | + waterverversching v. | | | | + Amsterdam en ter afr. | |" 236.000| |" 250.000 + | | | | + _De droogmaking._ | | | | + | | | | + V. De inpolderingen | | | | + achter den | | | | + afsluitdijk. | | | | + | | | | + a. De | | | | + Wieringermeerpolder |f12.700.000| |f15.950.000| + | | | | + b. De Hoornsche polder|"22.850.000| |"28.130.000| + | | | | + c. De Zuidoostelijke | | | | + polder |"61.850.000| |"72.650.000| + | | | | + d. De Noordoostelijke | | | | + polder. |"32.500.000| |"38.220.000| + | | | | + |-----------|"129.900.000+-----------+"154.950.000 + | +------------+ +------------ + Totaal | |f179.000.000| |f221.200.000 + | | | | + +Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal +kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen. + +[Kantlijn: Nadere finantieele beschouwingen.] + +In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering "dat indien de +duur van het werk--de afsluiting en de vier polders--op 30 jaar wordt +gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders +resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering +der kosten zou komen, de rente eener 4 pct. leening van 222 millioen +gulden--zijnde de totale raming--waarvan gemiddeld f7.500.000 per jaar +zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een +pachtopbrengst van gemiddeld f80.- per HA." + +Hoewel nu een zuivere pacht van f80.- de HA. zeker niet te hoog is te +achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van +omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als +grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de +eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden +ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4 percent, uit +de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig +voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een +langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking +der kosten. + +Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken +kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt. + +Bovendien genieten dan twee- driehonderd duizend menschen een goed +bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook +van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan +de Zuiderzee gelegen gewesten. + +Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de Staat dit werk met +gerustheid kan uitvoeren, waar het _als onderneming_ aan particulieren +misschien zou moeten worden ontraden. De _Staat_ zal in elk geval nog +goede winsten behalen. + +Ook Mr. VAN NIEROP erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel +ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar +ten slotte zegt hij: "De warmste voorstander van de droogmaking moet nog +aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat +het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder +zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou +zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen +moeten opbrengen". + +[Kantlijn: Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.] + +Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier +gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het +zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in +aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken. + +Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. VAN +NIEROP verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken, +inderdaad bestaat. + +Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend +vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat +van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet +worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. f5.- +stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op f10.- +de HA. Men krijgt aldus f500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4 +percent 12 millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen t. N. +van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op +f5.---wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te Hoorn niet te veel +werd geacht--, dan krijgt men f700.000 meer jaarlijksche opbrengst, dus +17,5 millioen meerwaarde. + +Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor +f10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA. +van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met f5.- de HA. +zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van f1.200.000 +'s jaars--een meerwaarde van 30 millioen dus,--buiten de voordeelen +voor de nijverheid, de scheepvaart en de visscherij. + +Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer +willekeurig. De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van +zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek +van den Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor +Noord-Holland en Friesland samen f680.000 's jaars zouden bedragen, +dus gekapitaliseerd tegen 4 percent een kapitaal van 15 millioen +zouden vertegenwoordigen,--een schatting die m. i. zeker te laag is. + +Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen +hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz. +en vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar +zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met +hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te +trachten ook die onder cijfers te brengen? + +De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate +aanwezig. + +Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging +als door de Staatscommissie uitgesproken meening: "dat de voordeelen +van den afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou +zijn om alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere +droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen",--maar het blijft toch +m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den +afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen. + + * * * * * + +[Kantlijn: Noodzakelijkheid van de uitvoering.] + +Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het +volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande +beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de +opmerking dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele +jaren) uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van +Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken, +enz., zegt Mr. VAN NIEROP: "Deze werken strekten om te voorzien in +een behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde +den aanleg van spoor- en waterwegen". En verder: "Al is het geen +onderneming" (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), "zij is +daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering". + +Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot +afsluiting en droogmaking der Zuiderzee--er is immers geen onderscheid +in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om +het verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de +bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom +alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat +aanleggen van spoorwegen nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen +al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn +als wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs +Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men +onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik +te maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de +gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale +beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan "het openbaar belang" +niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken? + +Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht. + +In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt +de Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag +beantwoordt of er voor het Rijk _voldoende reden_ voor de uitvoering +van het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk +misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het +Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen. +En: "Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door +het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk deel +des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen bodem met een +aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het openen van een +uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en werkkracht". + +[Kantlijn: Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.] + +Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en oeconomische zijde +van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld aanbevolen om +den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen de Zuiderzee +gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken. + +Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van +betrekkelijk kleine stukken[45], is het gemakkelijk te begrijpen dat +dit zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen. +Het betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken _op_ de oevers van +nieuw aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals +in Zeeland en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en +hooge afsluitdijken gelegd moeten worden _op den bodem der Zuiderzee_ +en de aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel +tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd, +voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker +millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn! + +[45] A. HUET. De meest voordeelige wijze van landaanwinning in de + Zuiderzee.--Zwolle 1895. + +Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben +aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze +aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen, +als wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere +opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij +uitvoering in eens. + +En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan? +Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel +kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan +droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de +groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare +kleigronden bestaat, en bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al +hadden zij in 't geheel geen waarde. + + * * * * * + +[Kantlijn: Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder + afsluitdijk.] + +Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk +weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken, +zooals dan ook n door de Zuiderzee-Vereeniging n door de +Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met +afsluitdijk. + +Voor zulk een droogmaking _zonder_ afsluitdijk is meer te zeggen dan +voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in +de _eerste_ 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door +hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat +dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken +moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden +(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en +drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder +zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg f3.367.000 meer). Ten slotte +zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie): +f212.700.000, met rente f279.000.000 en met rente op rente +f293.000.000,--alleen deze laatste som is iets minder dan die met +afsluitdijk. + +Het verschil in kosten kan dus niet beslissen. + +Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot n +geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men _zoo +spoedig mogelijk_ alle vier genoemde gedeelten droogmaken en _zoo +spoedig mogelijk_ alle gronden uitgeven. + +Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd +of tijdelijk geschorst zou worden, dan konden daardoor verliezen +geleden worden. + +Maar juist dat groote _geheel_ en wel zoodra mogelijk is het wat velen +in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en +moet gewaagd worden. + +Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel; +de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan, +ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als n geheel +aan te pakken en te voltooien. + +Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie +te spreken, "voor een deel een quaestie van temperament". + +En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels, +als men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf +productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot +gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk +gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te +worden gebracht. + +En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering +zonder afsluitdijk. + +De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit "dat een +inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de +Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting". Nu die voordeelen door nadere +beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel +grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer +gerechtigd tot het besluit: #Afsluiting en droogmaking volgens het plan +van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.# + + + + +DEEL II. + +WEERLEGGING VAN BEZWAREN. + + + + +In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin +het plan der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en +gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch +oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen. +Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied. + +In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de +belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts +als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen +afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de +grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan +hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige +kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk. + +Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed +denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde +daarvan beslissen. + +De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden +en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan +kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde +uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden. + +Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens +te stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen +beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is +het stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij +de tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van +een eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan "en +passant" wat kennis trachten bij te brengen, wat echter f zeer moeilijk +f onmogelijk is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet +wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op +den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens +is om overtuigd te worden. + +Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig +het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door +onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den +aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal +niet versmaden. + +Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven. + +Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij +te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de +Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te +houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste +kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor +zouden kunnen brengen. + + + + +Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande +beantwoorden, den Heer GELDER, directeur en aandeelhouder van de +Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof +geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd +op een vergadering te Amsterdam, waar de Heer GELDER aldus begon: + +"Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen +die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten." + +"Waarom deugt die afsluitdijk niet?" zoo vroeg ik. + +"Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus." + +"Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?" + +"Ingenieurs" (meervoud) "hebben het gezegd." + +"Wie zijn die ingenieurs?" + +"De ingenieur VAN VEEN" (enkelvoud) "te Breda." + +"Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wl tegen de +meerdijken." + +En dan klaagt de Heer GELDER er over, dat men niet met hem "debatteeren" +wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. SMEENGE en mij +"lafaards." + +Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat. +De Heer GELDER moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het +goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen +doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden +zij adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste +beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal +van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren +over zijn onverantwoordelijk kabaal. + + * * * * * + +Over de bezwaren van den Heer VAN VEEN, civ. ingenieur, oud-direkteur +der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een +brochure uitgegeven, getiteld "De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke +constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der +Zuiderzee", waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog +te maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen +te liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet +voldoende zijn,--een zuiver technische quaestie dus. + +De Heer VAN VEEN heeft ook nog op andere "groote gevaren en bezwaren" +gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een +voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam. + +Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's _nu_ te +bespreken. Ik zou den Heer VAN VEEN nl. willen vragen of hij +werkelijk meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der +Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden--of liever: of hij meent +dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van +uitvoering mogelijk is. + +Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om +het geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de +voornaamste zaken die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale +raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is +de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton, +toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.). + +Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht, +waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te +maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld +nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door +de ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de +verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren +als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten +trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd +denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in +bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid _door +ingenieurs_. + +Het is wel zonderling dat men dit aan een _ingenieur_ moet in +herinnering brengen. + +Ten overvloede wijs ik den Heer VAN VEEN op het in dit jaar verschenen +"Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een +meer uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte +van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de +Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat +DE BLOCQ VAN KUFFELER." Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle +onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan +der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken +en van hunne samenstelling en afmetingen, van de afwaterings- en +scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de +verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van +de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke +quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is +gezien. Enz., enz. + +Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der +onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten +tegen windmolens! + + * * * * * + +"De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. ULEHAKE contra het plan C. +LELY." + +Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen +boekje van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een +niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt +van den Heer ULEHAKE, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een +jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan +de resultaten "veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY". + +Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den +Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden +zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den +Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de +nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen +dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M. +diep is! + +Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte +toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij +legt dien meer naar buiten in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3 +gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 11 M. +te doen heeft, maar waarin "natuurlijk de strooming veel minder sterk +zal zijn dan in de Helsdeur"--waarom dit "natuurlijk" is schijnt niet +recht duidelijk. Dat werkje in volle zee--een sprong in 't duister, +waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal +kosten--is "een natuurlijk plan", omdat het "van de bestaande banken +en eilanden profiteert." + +Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een +afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men +slechts de teleurstellende mededeeling: "Het spreekt van zelf, dat de +zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan LELY, niet +in _die_ mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor +het plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig +ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (_sic_) der +zeegaten verbonden, _enkel_ "geldelijke" waren, en het dus volstrekt +niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel +schitterender zullen zijn dan die van 't plan LELY." Als die ervaren +ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl. +de _technische_ bezwaren enkel _geldelijke_ waren, dan is 't maar goed +dat zijn naam niet genoemd wordt. + +Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door +streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte +heeft van een rijksdaalder. + +Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den +IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor +de afwatering en de scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze +zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in +open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken +moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige +honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen +in het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren +doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 30 M. en +de Vliestroom 6 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den +bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper. + +Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige +waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om _Land_ te doen, +land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu "met +bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den +modderbak." Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de +bescheiden Heer ULEHAKE "meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek +uit te oefenen op het plan LELY en bestudeerde het IJselmeer." En daar +komt de minister LELY maar treurig af! Hoor, hoor! + +"De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te +kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te beheerschen." + +Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat +kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de +kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen +IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij +Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en, +omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen langs die +rivier, gaat hij den Krommen Rijn-Ouden Rijn-Vecht weer openen, dus den +middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus +ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt +hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden +millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op. +Is er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden? + +De bescheiden Heer ULEHAKE "gevoelt als onderwijzer zeer goed het +ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur." +Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander +toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. "Daar de Minister de +uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen +tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen +peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die +veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O. +van Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O. +polder verdrinkt." Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had +uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 2 M. lager zouden +blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn +plan bij den Heer ULEHAKE gekomen met verzoek om consideratie en advies! + +Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer ULEHAKE in +zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af. + +Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee axioma's: + +a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken +over gewapend en cementbeton, eene specie, die uitnemend geschikt is +tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken. + +b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te +beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs "heide maakt tot +weide." + +En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer ULEHAKE "den +doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren." + +The villain dies! Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan. + +De auteur van 't stuk beoogt "als voorloopig doel", dat zijn plan door +de Regeering worde onderzocht. + +Wie weet!? + + * * * * * + +In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer +D. R. MANSHOLT op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om +"een bijna waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te +pompen, om daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten +door de ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te +verzuipen." De Heer MANSHOLT tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat +de voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de +Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze +groote gevaren te duchten zijn. + +In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den +Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari +wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer D. R. MANSHOLT, +de Heer L. H. MANSHOLT, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen +brochure "De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig gevaar voor +Friesland en Groningen" ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd. + +Hoewel ik in de oogen van den Heer MANSHOLT Sr. slechts een "zoogenaamd +deskundige" ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden +en te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne +redeneering,--dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen +gemaakt wordt,--is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins +moeilijk de heeren MANSHOLT Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij +blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de +wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen, +terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die +binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien, +drie _verschillende_ verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar +verward. + +Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen. + +De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee +indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en +waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal +tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N. +om Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten +doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij +nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een +verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water +(L. W.)--dit _verschil_ heet de hoogte van de vloedgolf--van 5,60 M., +aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts +natuurlijk meer en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze +plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil +toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de _buitenzijde_ van de +eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij +tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen MOENS-NOLTHENIUS: + + ============================+=============+======================= + Plaatsen | buiten | binnen + ============================+=============+======================= + Texel | 1,25 M. | 1,05 M. + ----------------------------+-------------+----------------------- + Eierlandsche Gat | 1,45 " | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Vlieland | 1,65 " | 1,40 " + ----------------------------+-------------+----------------------- + Terschelling | 1,80 " | 1,70 " + ----------------------------+-------------+----------------------- + Ameland | 1,90 " | 1,70 " + ----------------------------+-------------+----------------------- + Schiermonnikoog | 2,15 " | 2,10 M. (Friesche Gat) + ----------------------------+-------------+----------------------- + Rottum | 2,30 " | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Borkum | 2,50 " | + ----------------------------+-------------+----------------------- + Cuxhaven (volgens H. Lentz) |ong. 2,80 M. | + +Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden _buitengaats_ noord- en +oostwaarts tot de Elbe en dus ook de _hoogste_ zeestanden binnengaats op +geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14 +Januari 1916: + + Helder +1,75 N.A.P. + Texel (Oude Schild) +1,98 " + Vlieland (Oost-Vlieland) +2,21 " + Terschelling (West-Terschelling) +1,98 " + Roptazijl +2,86 " + Nieuw Bilt +2,90 " + Ameland +3,20 " + Schiermonnikoog +3,46 " + +Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen +afwaaiing op de andere opwaaiing van water plaats had, zooals hierna +zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren +MANSHOLT onbekend te zijn, althans de Heer MANSHOLT Jr. zegt, naar +aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten: +"op 't eerste gezicht ziet men, dat het een _normaal_ verschijnsel is, +dat juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten +de Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden +aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer +niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan +te nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts +_gedeeltelijk_ gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in +de Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke +beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten +volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken +vloedstand veroorzaakt". + +De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en +Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater "in +ontzaggelijke massaas" binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm! +Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den +invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de +Zuiderzee, dat dan 2 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet? +Waarmee natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der +zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door +het naar binnen vloeien van het Noordzeewater. + +Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen +zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het +vloedwater daarin opgestuwd, waardoor achterin hoogere H.W.- en +lagere L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de +Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart. +Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W. +2,10 M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond +bij Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en +zou te Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te +Delfzijl, als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over +de Dollart kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de +H.H. MANSHOLT doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp +en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit +geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch +beeld van de zeestanden langs die kusten. + +Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als +aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde. + +Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen +komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate +de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de +Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw +zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en +L.W. buiten vr het zeegat van den Helder +0,38 en -0,87 N.A.P. en vr +het Vlie +0,65 en -1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen ++0,32 N.A.P. en -0,23 en te Stavoren +0,21 en -0,28 N.A.P. bedragen. + +Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne +grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun +gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen +hals tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking--ik bedoel +nu in normale omstandigheden, dus zonder wind--nog samengestelder. Daar +verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen +dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij +H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te +7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te +Stavoren te 9,20 u. het geval is,--in de gedeeltelijk afgesloten +Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe +gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus +zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het +Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen-Ketel, dus tot iets t. +Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware eenigszins +teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde getijverschillen voor van +hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek); de plaatsen langs de +zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog water te 12 1 uur. + +De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen +zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in +de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water +bevat als de zuidelijke hoog water heeft. + +Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit +het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld +wordt en ook dat zij na het tijdstip van H.W. zich naar twee zijden, +nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt. + +Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer +gewijzigd. + +Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door: + +1 inloopen van Noordzeewater door de zeegaten, + +2 opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde. + +3 beide oorzaken onder 1 en 2 te gelijk. + +Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de +richting van den wind. + +Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen, +dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de +storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor +veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog +daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft +de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt, +dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water +blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de +geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden +daardoor veroorzaakt. + +Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is +gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen +en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing. + +Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of +ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ne zijde +voortbewogen, stel ter diepte van 2, 3, 4, 5 M.--dit hangt van de kracht +van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door het +wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het +water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft +de wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt +geen helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder +de voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig +of geen aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een +helling aan. De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht +en van den afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden +Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vr +Amsterdam zoo laag _af_ dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het +water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog _op_woei, dat er +tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En +bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd +een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te +Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen +weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee. + +Een voorbeeld van inloopen _en_ opwaaien biedt de stormvloed van 13/14 +Januari 1916. In de 2 etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die +den 13en te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting +stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat +de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels +volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze +woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 Jan.) +zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water +opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten, +zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger +waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de +noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die +van sommige voorafgaande stormvloeden,--wat uit de afwaaiing van dat +gedeelte te verklaren is. + +Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en +van de Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de +beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit +leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele +die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal +noemen. + + * * * * * + +De Heer MANSHOLT Sr. zegt: "Met het oog op deze feiten ligt het m. i. +toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van +groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij +direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals +men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust, +minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden. +Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen +als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de +stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu +deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z. +zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde +bergruimte--alle andere factoren gelijk gerekend--precies, in de helft +van den gewonen tijd zal volstroomen. + +Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen +beuken--'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is--het water zal ook +ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z. +verdeeld over de oppervlakte der wadden. + +Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet +het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de +minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke +punt!" + +En toch is op deze redeneering alles af te dingen! + +Zij is fout en doordat de Heer MANSHOLT dit niet bemerkt heeft, bemerkte +hij ook niet, dat de 2e alinea in tegenspraak is met de eerste. + +Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is +als een andere in de helft van den tijd "volstroomt." + +Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud +gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter +inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde +snelheid van instroomen, enz.)? + +Het antwoord kan niet anders luiden dan: + +_Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de +opening naar binnen behoeft te loopen._ + +Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere +hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot +vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele +oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele +zou bedragen. + +De fout die de H.H. MANSHOLT maken,--dezelfde trouwens die zoovelen +maakten en nog maken--is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen +stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook +is, er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen +zal stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen, +totdat er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder +de werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. _Het +water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee +geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft +buiten op de Noordzee._ + +Door die fout komt de Heer MANSHOLT tot de bewering dat het water binnen +de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel +hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 3 M. hooger!) en daardoor ook tot +de tegenspraak daarvan, dat nl. voor _diezelfde_ hoeveelheid die volgens +hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is +tot vulling van die half zoo groote bergruimte. + +De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering +doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de +bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk +tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met +de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de +Heeren MANSHOLT het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen +dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou +men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog +kunnen doen rijzen! + +Zoo zeide de Heer OBREEN w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer, +dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den +waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water "dat +gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen" moest dan in een +kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat +uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op! + +Ook de Heer C. P. VIJVERBERG c. i. in zijn onlangs verschenen brochure +"Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen," die +hierachter ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door +dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid, +dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke +kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: "Het wil +mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet +illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den +bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche, +Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland +en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen +van den afsluitdijk Wieringen-Piaam in zeer belangrijke mate zal worden +verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel +van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan +zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door +de Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een +belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen +waar te nemen." + +Altijd weer hetzelfde! "Het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee +wordt geborgen," dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er +geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in. + +Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden +moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de +afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en +verlegging van geulen, enz. Dr. LORI zegt[46] "Nu wordt evenwel de +Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind, +dus met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het, +door storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer +dan vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het +Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans +zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: "De +aanleg van een dam naar Terschelling"--om die uitschuring te voorkomen +en aanwas te bevorderen--"moet aan de afsluiting der Zuiderzee +voorafgaan."" + +[46] Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36. + +Begrijp ik den Heer LORI wel, dan heeft hij hier niet een verhooging +der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling +een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats +hebben. Mocht dit juist zijn,--wat m. i. nog niet vaststaat,--dan zou de +aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben, +in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden. + +Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der +Zuiderzee-Wadden verkleind door het leggen van een afsluitdijk, dan zal +ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar +binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding. +En dus is _door die verkleining_ geen verhooging der stormvloeden te +wachten. + +De Heer MANSHOLT Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne +meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen +van die heeren niet begrepen. + +De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat H. E. DE BRUYN betoogde nl. +in het feestnummer van "De Ingenieur" van 1911, dat door het leggen van +den voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan +zal stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal +worden benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het +hierboven gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van +de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.) +van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging +van H.W. als verlaging van L.W. Stel dat deze laatste evenveel bedragen, +dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer DE +BRUYN ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het +"dus ook verder oostwaarts", dat de Heer MANSHOLT er bij voegt, zal nog +minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen. + +Nu zeide de Hoofdingenieur DE BRUYN wel: + +"Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden +te wachten." Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker, +dan zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer +MANSHOLT Sr. schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor +te stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal +zijn, en de Heer MANSHOLT Jr. roept naar aanleiding van die bewering van +den hoofdingenieur DE BRUYN, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: "Dit +is bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij +_storm_vloeden,--na afsluiting der Zuiderzee?" + +Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat +geval vervalt de geheele redeneering van den Heer DE BRUYN. Immers dan +is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen +zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden +geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even +hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan. + +En evenmin mag de heer MANSHOLT Sr. zich beroepen op den +oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer A. BEKAAR,--hij +heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de +afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen[47]. +Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het +Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe, +ten N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM. +verhooging van H.W. ontstaan _onmiddellijk ten Zuiden van dien dam_ +(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan +(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts +verloopen. De Heer MANSHOLT maakt daarvan, dat de Heer BEKAAR heeft +aangetoond, dat het vloedwater "op de Wester-Schelde minstens 2 +decimeter was gerezen"--iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te +vinden is. En nog erger maakt 't de Heer MANSHOLT Jr. als hij zegt, +dat de Heer BEKAAR in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn +stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de +Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger +zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de +Heer BEKAAR nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven. + +[47] Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873-1874, blz. 255. + + * * * * * + +De Heer MANSHOLT Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te +toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den +tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den +nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee. + +In zijn boekje leest men nl.: "Welnu, op grond van de gegevens +betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden +mag stellig worden aangenomen dat _gemiddeld_ die plotselinge stijging +over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet +minder heeft bedragen dan 180 cM." (nl. bij den stormvloed van 13/14 +Jan. 1916), "waarbij we aannemen dat _tevoren_ reeds het water 1 M. +boven N.A.P. was opgestuwd. + +"De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt 360.000 HA. In enkele uren +tijds wordt daarin dus 3.600.000.000 1,8 = 6480 millioen M water +opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa binnen een tijdsverloop +van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur dus 1080 millioen M +water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000 M per seconde. Men +houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het tijdstip, dat voor de +zeeweringen van Friesland en Groningen het meest kritiek is, wanneer +nl. de storm omloopt van het Westen naar het Noord-Westen of Noorden. + +"De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen +een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij +stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt, +dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M. +Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M. +per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de +Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel +nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt _bovendien_ de +vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden +afsluitdijk eenige meters opgestuwd. + +"Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook +een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der +Waddenzee, boven Groningen, naar het Zuiden. Deze conclusie mag met +stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze is +bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de +Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft. +Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats +van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen +stroom van het vloedwater in die richting. + +"... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen +steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm +naar het Noorden de vloed direkt begint te dalen,--daarvan zal na de +afsluiting der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee +bij Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar +gevormden zak niet voldoende kan ontwijken." + +Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring +van begrippen. De Heer MANSHOLT Jr. had daarom beter gedaan zich +te onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in +becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant +noch wal raken. Zulk geschrijf,--het moge dan te goeder trouw tot +waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,--is meer dan +overmoedig. + +Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de +Heer MANSHOLT heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt +van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin +en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt: +de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de +duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van +Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en +van Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet +de hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie +zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M[48], +terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker +niet minder dan 36000 M schat. De geheele doorsnede wordt dan niet +75000 maar 200.000 M. Deelt men dit op een ingestroomde watermassa +van 300.000 M, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M. +ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er +water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles +opslokkende Zuiderzee te vullen. + +[48] Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff). + +Toch meent de Heer MANSHOLT Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche +waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de +stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die +richting af. Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen in +'t oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten, nl. +getijwerking (zie boven) en de (westelijke) wind, het water hooger +opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en +dus het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide +krachten houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt, +d. i. de zwaartekracht, in evenwicht, _beletten_ dus juist het water +in westelijke richting weg te vloeien. + +Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer +MANSHOLT vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en +Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het +grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar +de Noordzee. + +Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de +vloed direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het +Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing +hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft +(zie boven). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over +de _lengte_ der Wadden (Vlie-Friesche Gat 64 K.M. en Friesche Gat-Eems +44 K.M.); wordt de wind noord dan over de _breedte_ (8 15 K.M.). + + * * * * * + +Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt? + +Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van +Toelichting van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting +en droogmaking van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche +en Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts +geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting +is te verwachten. + +Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger +dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal +het uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind opwaaien tegen den +dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de +Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer +gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;--dus tot ongeveer +3 +A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum-Harlingen +stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om +bovengenoemde reden), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van +hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen +van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,--voor +volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de +verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden +gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij +Piaam bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat +de Regeering voorstelt de Friesche dijken t. N. van Piaam wat te +verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het +westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis, +zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen, +waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder +eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt. + + * * * * * + +Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den +afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het +water dat _nu_ de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting _niet meer_ +door de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te +vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men +niets van een verhooging der stormvloeden bemerken. + +Wat de HH. MANSHOLT daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van +de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op +te houden met in de Provincin Friesland en Groningen noodeloos onrust +te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste +provincie een zegen zal zijn. + +Misschien wordt het oordeel der H.H. MANSHOLT beheerscht door hun +antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen +dit te mogen zeggen, omdat de Heer MANSHOLT Sr. zich niet ontziet om de +in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking +zullen worden verkregen "een bijna waardeloos moeras" te noemen. + +Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid +is. + +Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den +bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden +betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald. + +Prof. V. BEMMELEN was van oordeel, "dat de kleigronden van de Zuiderzee" +(klei tot 50 perc. zand), "in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden" (50 70 perc. +zand) "der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der +Groninger noordelijke zeepolders" (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp +van 1877). + +Prof. MAYER, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek door Prof. V. BEMMELEN tot het besluit: "dat +minstens van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond +van groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde." Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het +vele zand dat _het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging_ nog +bevatte, maar dat toch nu niet meer als "van geen onmiddellijke waarde" +zou genoemd worden. + + * * * * * + +Ten slotte de bezwaren van den Heer VIJVERBERG, in zijn bovengenoemde +brochure neergelegd. + +Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan LELY, door +de Staatscommissie in 1894 geraamd op 189 millioen gulden en door een in +'t bijzonder voor de herziening der kosten benoemde Staatscommissie van +1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog gesteld kan worden op 300 +millioen, daar prijzen en loonstandaard nog aanzienlijk zullen stijgen. +Daar nu de ramingen van vele groote werken in binnen- en buitenland door +de werkelijke kosten verre zijn overschreden en aan het werk van de +afsluiting en droogmaking der Zuiderzee groote risico's zijn verbonden, +zoo meent de Heer VIJVERBERG de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog +als de raming en dus "niet lager te (moeten) stellen dan zes honderd +millioen gulden en den tijd van uitvoering niet korter aan te nemen dan +veertig jaar." + +Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt +niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als +grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer VIJVERBERG het +volgende staatje. + + =======================+=========================+==================== + | Raming der kosten | Werkelijke kosten + -----------------------+-------------------------+-------------------- + Manchester-kanaal | f 70 millioen | f195 millioen + Congo-spoorweg | " 12 " | " 35 " + Kanaal van Korinthe | " 14 " | " 28 " + Suez-kanaal | "100 " | "228 " + |{ |Verwerkt tot op + |{ f150 mill. (De Lesseps)|30 Juni 1913 + |{ "281 " in 1894 | f874 millioen, + Panama-kanaal |{ "256 " in 1898 |geautoriseerd op + |{ "360 " in 1900 |dien datum f938 + |{ "349 " in 1903 |millioen, werkelijke + |{ |kosten meer dan n + |{ |milliard. + Rotterdamsche Waterweg | f 6 millioen | f 43 millioen + Noordzeekanaal | " 15 " | " 32 " + Merwedekanaal | " 14 " | " 21 " + Sluis te IJmuiden | " 3,5 " | " 6 " + Verlegging van den | " 13,5 " | " 22 " + Maasmond | | + Solo-vallei-werken | |Gestaakt nadat ruim + | |11 millioen gulden + | |waren verwerkt. + Tijdens indiening | " 19 " | + wetsontwerp | | + Na staking der werken | " 39 " | + +Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche +staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan +te merken, dat de "werkelijke kosten" tevens die werken betreffen, +die eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het +oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen +juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming. +Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit +zelf, als hij zegt: "Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken +aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan +oorspronkelijk in de bedoeling lag". Natuurlijk! Men dacht er bij het +begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van +9 M. beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is. + +Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de +raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet +15), terwijl het geheele werk gekost heeft f37.225.000 (dus nit 32 +millioen),--maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van +bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen (f1.103.000) +en van werken, niet voorzien in de concessie, f5.970.000[49]. Omtrent +deze laatste zal de Heer VIJVERBERG misschien opmerken, dat er bij zijn +waarvan men eerst gedurende het werk de noodzakelijkheid inzag; +gedeeltelijk is dit echter niet het geval. + +[49] WORTMAN en V. D. BROEK. Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal. + +Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den +Maasmond. De raming was f15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de +kosten waren (tot Juni 1908) f24.210.443 (niet 22 mill.); maar hiervoor +zijn uitgevoerd, behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde werken, +de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement ROL-KOOL) voor +f1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der Waaldijken voor +f646.020, de brug bij Heusden (amendement SERET) voor f693.127, +terwijl in plaats van het oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's +Hertogenbosch-Hedikhuizen, geraamd op f549.200, de voorziening in het +inundatiegebied van Dommel en A f2.265.710 en het scheepvaartkanaal +Engelen-Henriettewaard f1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee +rekening, dan wordt de verhouding van raming en werkelijke kosten niet +13,5:22 maar ong. 30:37. + +Beschouwt men alleen de _genoemde_ werken in Nederland, dan is er dus +geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te +stellen. + +Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit +de ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit _alle_ in Nederland +uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wl uitgevoerd voor +het bedrag der raming of voor minder? + +Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer VIJVERBERG doet, de kosten van +de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op +het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus +verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast. + +Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico +verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico +aan verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende +de uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook +ten aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen ondergrond +komen te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel +bewijzen, als hij zegt: "Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld +technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit +en tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd +zijn en nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg, +dat die werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei +slechte invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een +kort tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar." + +"In volle zee"--lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan +alle zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,--wordt dan toch +alleen de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts +1/3 van het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar +geschat wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote +droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen +voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken "in +volle zee" genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al +zeer gering. + +De financieele beschouwingen over het werk die de Heer VIJVERBERG +vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten +van 600 millioen,--zoodat "de Provincie Lelyland", als de gronden voor +gemiddeld f1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het +werk, volgens hem aan het land nog een schuld van f300 millioen zal te +dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan. + +Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van +de groote niet-rechtstreeksche voordeelen, die voor het geheele land +zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare +provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend +vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering +en wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten, +welke voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen +vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het +onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden. + + * * * * * + +Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer +VIJVERBERG, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van +13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken "als het ware misbruikt +(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee." En daarop +volgt: "Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die +rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of +het behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral +aan het voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van +Texel, Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden +gemaakt, dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt +ingejaagd,"--welke meening dan door den Heer VIJVERBERG terecht wordt +bestreden, want zij is geheel onjuist. + +Maar de Heer VIJVERBERG noemt de geschriften niet waaruit hem dat +"misbruik" en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn +gebleken. + +Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der +Zuiderzee-Vereeniging Mr. VISSERING in het Handelsblad, Een harde les, +enz. van 15 Jan. e. v., of van dat van mijn hand in de N. R. Courant +van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend +vermogen der zeegaten? + +Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat _als_ de Zuiderzee +afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet +voorgekomen zou zijn,--iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het +maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet +een "misbruik" maken van de omstandigheden. + +Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat +afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van +dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging +beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. LELY in hare +Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee _niet noodzakelijk_ kan +worden geacht om de Zuiderzee-provincin op den duur tegen het geweld +der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend +middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af +te tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in +de dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden +geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in "De +Ingenieur"), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken, +over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten, +enz.--vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal +kosten. + +_Het wegnemen van "het Zuiderzeegevaar" voor de dijken binnen de +afsluiting is slechts n der voordelen uit een technisch oogpunt,--en +zelfs volstrekt niet het belangrijkste,--die een gevolg zullen zijn van +de afsluiting._ In zijn opstel "De afdoende verbetering" wordt dit dan +ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet +en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd[50]. + +[50] Zie "De Watervloed van 13/14 Januari 1916", uitg. d.d. + Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16. + +Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar +aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een +_mis_bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft. + + * * * * * + +De hierop volgende beschouwing van den Heer VIJVERBERG handelt over +het bezwaar van den Heer D. R. MANSHOLT omtrent de verhooging der +waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver +dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het +quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in +zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind, +en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op +de Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze +quaestie is reeds hiervoor (bl. 118 e.v.) uitvoerig behandeld waarnaar +ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling +der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden +gezegd. + +De Heer VIJVERBERG zegt ook: "Het komt me echter niet meer dan billijk +voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren +van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders"--nl. die langs de +Zuiderzee _binnen_ den afsluitdijk--"hunne dijklasten ook in 't +vervolg blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe +Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende +polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering +der plannen LELY eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte +wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche +onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het +gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar. + +Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening +gehouden te zijn". + +Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van +voorbedijking vergist de Heer VIJVERBERG zich. Dat zoogenaamd "recht van +dijkvelling" bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en +is ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft +nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet. +De Heer VIJVERBERG verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de +aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of +waterschap. + +Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het +Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen. + +Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook +anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds +den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht, +niet alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel +grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,--men denke +b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvr. Bovendien werd na de +uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen +telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden +de binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland +geheel, andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van +zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk +zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot +gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat, +dus mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden +verlost? Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet +rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert +men echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van +dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade[51] + 4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 11 +millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met +de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee? + +[51] Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging. + + * * * * * + +De Heer VIJVERBERG wijst er ook op, dat de voordeelen voor +de afwatering der aangelegen landen bij een afsluiting der +Zuiderzee,--daarin bestaande dat die landen daarop beter en gedurende +langere perioden langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen +kunnen afwateren,--worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken +tot noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een +niet onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de +gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk +zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij +willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle +andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge Zuiderzeestanden worden nu +veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na de +afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door opwaaiing +die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere IJselmeer zijn +kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de windkracht ook +afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft. Om deze beide +redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5 tot 2 M. +blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en zal de +duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer verminderen. +Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ne zijde, aan de +andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de afwatering kan +ten goede komen. + +De Heer VIJVERBERG neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot +voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche +Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de +afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands +afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel +heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het +Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de +afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal +zijn. Maar daartegenover staat: + +1 Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot -0,30 +-0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste +gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van +kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd; + +2 doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten en er dus +voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het +inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het +voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk +watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen +laten afstroomen. + +Wat de Heer VIJVERBERG dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen +in de afwatering van Friesland, ook zonder afsluiting der Zuiderzee, +doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed op de +hoogte is. Immers hij zegt: "Friesland kan echter zeer voldoende langs +natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar lage +ebben en diep water voorkomen". + +Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl. +in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu +zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door +kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet +tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem +voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog +niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote +voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer +Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan +reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880-1889, die 4 +millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel +onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen +niet tevens zeer worden verruimd. + +Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies: "Bovendien is +het aanhouden van n zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's +boezem gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen +behooren groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen +bemalingswerktuig en eigen boezempeil" (lees polderpeil); "dan kan +Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede +zal kunnen komen en de afwatering bevorderen". Het Friesche boezem_peil_ +is niets dan een peil ter vergelijking (-0,66 N.A.P.), naar welks +bereiking nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas +soms nog lagere boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.-1 Okt. schijnt +een boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus -0,54 N.A.P.), +het meest gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer VIJVERBERG, dat +na inpoldering der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van +particulieren is) de boezem_stand_ wel hooger kan zijn dan nu. Dat +die boezem- of buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven +Friesland's boezempeil, dus van -0,46 N.A.P., onder water gaan komen, +worden ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun +grasgewas dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan +worden verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem +bij standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000 +H.A. verkleind (van 1/5 tot 1/12) en in natte tijden zullen daardoor +de standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M., +hoewel zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog +worden verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den +boezemstand, waaraan dan _het geheele boezemgebied_ behoefte heeft +zeker niet gemakkelijker maken, maar de Heer VIJVERBERG zegt, dat +daardoor dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... _bevorderd_! +De Heer VIJVERBERG schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar +watervrij worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen +zal zijn, maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn, +zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij +den tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade +lijden door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit +hun winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere +beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een +deskundige als de Heer TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS, lid van Ged. +Staten van Friesland, "dat men bij het stellen van de voorwaarden, +waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate +de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand, +maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het +droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer +zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;.."[52] + +[52] Tijdschr. Heide Mij, 1910, bl. 39. + + * * * * * + +Vervolgens bespreekt de Heer VIJVERBERG nog de quaestie van de +aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte +met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van +onberekenbaar nut zou kunnen zijn en "uit dat oogpunt het te vormen +IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde". Maar dan berekent +hij dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien door aanvoer +van water uit den IJsel, waarvan de kosten echter "niet onbeteekenend +zullen blijken", terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals +door den ingenieur CONRAD in de vergadering van het Kon. Instituut v. +Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: "Waar uit +het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-LELY +wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid +om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt +met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als +zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit +haren nood te helpen". Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie +heeft dat ooit gezegd? + +Wl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd +betoogd, dat _al_ die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de +afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. _tegelijk_ +door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen +enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting. + +Maar nu rekene de Heer VIJVERBERG eens uit hoeveel het verkrijgen +van al die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering +en het onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der +afwatering van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte +hebben, de wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W. +Overijsel en Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens +bijeen en vergelijke de uitkomst eens met de geraamde kosten van den +afsluitdijk (66 millioen),--met de verbetering van het Zwolsche Diep en +de schadeloosstelling aan de visschers,--waarbij dan nog te bedenken +is, dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten +van de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard. + + * * * * * + +En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden +als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der +Zuiderzee te kunnen nalaten! + +De Heer VIJVERBERG somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er +bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder +die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte +toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot +genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot +nu door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van +spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,--ook dat ben ik met den Heer +VIJVERBERG eens. + +Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in +de Zuiderzee? + +Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste +gronden zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk +zooveel hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter +voortbrengingsvermogen van deze laatste. + +Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt: +de Heer VIJVERBERG noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan +kan slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met +goede afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede +uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt, +maar ten koste van veel arbeid en veel geld: de Heer J. T. CREMER o. a. +deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente +(600 H.A.) hem f1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet +gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte +der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan +eerst na 18 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk +dit alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden, +die dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van f350.- en +netto-opbrengsten van f80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook +hoogere ontginningskosten gewettigd zijn. + +Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn +in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge +mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij +_beide_ in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet +tegen de andere worden uitgespeeld. + + + + +SLOTWOORD. + + +Tot zoover hebben wij Dr. A. A. BEEKMAN aan het woord gelaten, die tot +onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende +wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor +het voetlicht heeft gebracht. + +Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij +herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren +steeds dringender moet worden uitgesproken. + +Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der +Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich +op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de +ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in +voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker +en beter kan maken. + +Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen, +het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen +van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de +toekomst ons het nuttigst wezen kan. + +Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als +hoogste wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van +roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft +ons land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche +weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde +vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van +Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven, +niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige +vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de +goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag +gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente. + +Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen +bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van +een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden +dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd +wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen, +die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren, +afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de +afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt. + +In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een +der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om +redenen uitgelegd in bijgaand schrijven: + +"Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot +nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van +ons land, van den invoer van graan, heeft mij doen inzien dat het +droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende +binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij +onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons +den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken. + +"Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale +onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel +mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te +geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen +noteeren". + +Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot +stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls +neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een +actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten +tijd tot stand gebracht. + +Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland +eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig +millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den +oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van +gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indi van +te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen +gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend +geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen, +die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen +medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van +noodzaak was eindelijk wakker geworden, en door samenwerking was meteen +de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders, +de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen. + +Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan; +ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van +onthouding, het aanvaarden van de daad. + +De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland +geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te +ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een +doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is +er juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die +aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot +drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den +uitputtenden strijd met Belgi Nederlands financin er droeviger +voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk +aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd. +En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn +economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze +heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf +voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen +gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat +toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor +het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te +vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij +onze vaderen van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze +ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het +tienvoud zal bedragen van toen? + +Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat +men zou kunnen noemen een "landhonger"; talrijke jonge mannen uit +nijvere gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen +bedrijf te kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende +van werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden +steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes +grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest +de vlijt ook is. + +Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons +land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter +gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot +verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de +eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering +moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van +ver over zee te halen? + +In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden +thans dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder +vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te +benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het +is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om +zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart +van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener +geheele provincie, en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij +zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt +ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die +vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden. + +Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar +eigen grond hunkeren, wij hebben het geld. + +Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den +meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap +van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over +de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan +de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld +in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan +elkander te ontnemen. + +In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de +onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven, +een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland +moeten bepalen? + +Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat +niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons +moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839! + +Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze +geerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de +onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo +rijp voor zulk een daad. + +Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans +spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging. + +Amsterdam, 6 Januari 1917. + + Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging: + + Mr. G. VISSERING, _Voorzitter_. + Mr. H. SMEENGE, _Onder-Voorzitter_. + Dr. J. KRAUS. + L. VOLKER Azn. + Jhr. Mr. P. VAN FOREEST. + TH. VAN WELDEREN Baron RENGERS. + Jhr. Mr. J. F. BACKER, _Penningmeester_. + Mr. C. J. PEKELHARING, _Secretaris_, + + Nieuwendijk 121 Amsterdam. + + + + +De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven: + + + 1887. Technische Nota no. 1: betreffende het onderzoek omtrent } + de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee } + + 1887. Nota no. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering } + der provincin langs de Zuiderzee } + + 1888. Nota no. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing } + der provincin langs de Zuiderzee } + + 1889. Nota no. 4: de invloed der afsluiting op de } + waterverversching der provincin langs de Zuiderzee. De } + invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee } + + 1890. Nota no. 5: de constructie en de kosten van den } + afsluitdijk, de sluizen en de bijkomende werken. De } f10.- + voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de } + droogmaking } + + 1891. Nota no. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 } + en 1890 } + _a._ grondboringen. } + _b._ stroommetingen. } + _c._ diverse metingen. } + + 1891. Nota no. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der } + verschillende indijkingen } + + 1891. Nota no. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot } + afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee } + + 1892. Oeconomische en finantieele beschouwingen van het + Dagelijksch Bestuur naar aanleiding der resultaten van het + technisch onderzoek vervat in de acht Nota's f0.50 + + 1892. Endiguement et Desschement du Zuiderzee "0.50 + I. Considrations conomiques de la + Zuiderzee-Vereeniging. + II. Discours, prononc par M. J. M. TELDERS. + + 1894. Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie "0.25 + + 1895. Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee "0.25 + Antwoord van S. J. VERMAES op hoofdartikelen Nieuwe + Rotterdamsche Courant". + + 1898. De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging + der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR. G. + VISSERING "1.50 + + 1901. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de + Zuiderzee met Toelichtende Memorie "0.60 + + 1901. De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging + der Zuiderzee door H. C. VAN DER HOUVEN VAN OORDT en MR G. + VISSERING. + Tweede herziene en bijgewerkte uitgave f1.50 + + 1905. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide + Kamers der Staten-Generaal "0.50 + + 1905. Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie + van Onderzoek. + Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat, + Handel en Nijverheid met Nota van Beantwoording der + Zuiderzee-Vereeniging "1.- + + 1906. Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij + over de Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer + en in de wateren der droog te leggen polders "0.25 + + 1908. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de + beide Kamers der Staten-Generaal, uitgegeven door de + Zuiderzee-Vereeniging. Deel II "1.- + + 1911. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee "1.- + I. De voordeelen van de voorziening der provincin + Friesland en Noord-Holland met zoet water. + II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen + voor 1908, 1909, 1910, 1911. + III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot + droogmaking der Wieringermeer. + IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar + 1910. + V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in + Juli 1909. + + 1911. De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911, + bevattende Verslag der Commissie over de toepassing van + gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten "1.- + + 1912. Ontwerp van Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de + Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk "0.60 + + 1914. De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee "1.- + I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de + Werkloosheid. + II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen + voor 1912 en 1913. + III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned. + Heidemaatschappij. + IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op + Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913. + + 1916. De Watervloed van 13-14 Januari 1916 "0.50 + + +[Illustratie: PLAN VAN AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ~ZUIDERZEE~. + +(ZUIDERZEE-VEREENIGING--STAATSCOMMISSIE)] + + + + + +--------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: DIGGELEN 8 | + | C: DIGGELEN 9 | + | B: afwatering van Friesland 35 | + | C: afwatering van Friesland 34 | + | B: Ameland ongeveer 1.90 M. bedraagt. | + | C: Ameland ongeveer 1,90 M. bedraagt. | + | B: kust ver boven HW. opzetten, | + | C: kust ver boven H.W. opzetten, | + | B: in het IJ 0,52 M. te Muiden | + | C: in het IJ 0,52 M., te Muiden | + | B: Plan BEIJERINCK | + | C: Plan BEIJERINCK. | + | B: particulieren. | + | C: particulieren." | + | B: G. VISSERING. De Oeconomische beteekenis | + | C: G. VISSERING, De Oeconomische beteekenis | + | B: door 21 van dc 27 leden; | + | C: door 21 van de 27 leden; | + | B: | + | C: [Kantlijn: Regeeringsontwerp 1916.] | + | B: en uitwateringsluis in de Binnenhaven | + | C: en uitwateringssluis in de Binnenhaven | + | B: oppervlakkig beschouwd, ook moge | + | C: oppervlakkig beschouwd ook moge | + | B: uitstek-deskundigen, de HH. | + | C: uitstek deskundigen, de HH. | + | B: toestand dikwijls veeI | + | C: toestand dikwijls veel | + | B: aangehaalden rede. "_Zoolang de | + | C: aangehaalden rede: "_Zoolang de | + | B: 1907 betr. de drooogmaking | + | C: 1907 betr. de droogmaking | + | B: Opbrengst v. d. Zuiderzee visscherij. | + | C: Opbrengst v. d. Zuiderzee-visscherij. | + | B: zeilmakerijen mast- en blokmakerijen, | + | C: zeilmakerijen, mast- en blokmakerijen, | + | B: in een belangrijk deel deel | + | C: in een belangrijk deel | + | B: Achtereen volgens indijken en | + | C: Achtereenvolgens indijken en | + | B: te beperken en te beheerschen'" | + | C: te beperken en te beheerschen." | + | B: "Zijn vernietigende uitspraak | + | C: Zijn vernietigende uitspraak | + | B: (L. W,)--dit _verschil_ heet | + | C: (L. W.)--dit _verschil_ heet | + | B: +2.21 " | + | C: +2,21 " | + | B: +1.98 " | + | C: +1,98 " | + | B: +2.86 " | + | C: +2,86 " | + | B: +0,32 N.A.P. -0,23 en te Stavoren | + | C: +0,32 N.A.P. en -0,23 en te Stavoren | + | B: voorafgaan." | + | C: voorafgaan."" | + | B: leest men nl: "Welnu, op grond | + | C: leest men nl.: "Welnu, op grond | + | B: daarin dus 3.600.000.0000 | + | C: daarin dus 3.600.000.000 | + | B: meest kritiek is wanneer | + | C: meest kritiek is, wanneer | + | B: boven Groningen, naat het Zuiden. | + | C: boven Groningen, naar het Zuiden. | + | B: nog wal raken. Zulk | + | C: noch wal raken. Zulk | + | B: richting af Maar waardoor wordt | + | C: richting af. Maar waardoor wordt | + | B: wind opwaaiien tegen den | + | C: wind opwaaien tegen den | + | B: de Staatcommissie in 1894 geraamd | + | C: de Staatscommissie in 1894 geraamd | + | B: Heusden (amendement Seret) voor | + | C: Heusden (amendement SERET) voor | + | B: van 13/14 Januari 1916, uitg. | + | C: van 13/14 Januari 1916", uitg. | + | B: afwatering van Fiesland, ook zonder | + | C: afwatering van Friesland, ook zonder | + | B: Tijdschr. Heise Ms, | + | C: Tijdschr. Heide Mij, | + | B: acht Nota's f0 50 | + | C: acht Nota's f0.50 | + | B: uitgave f1 50 | + | C: uitgave f1.50 | + | B: Generaal "0 50 | + | C: Generaal "0.50 | + | B: polders "0 25 | + | C: polders "0.25 | + | B: Zuiderzee "1 - | + | C: Zuiderzee "1.- | + | B: Noord-Holland met zoet water | + | C: Noord-Holland met zoet water. | + | | + +--------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + +***** This file should be named 38426-8.txt or 38426-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/38426-8.zip b/38426-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..30c5440 --- /dev/null +++ b/38426-8.zip diff --git a/38426-h/38426-h.htm b/38426-h/38426-h.htm new file mode 100644 index 0000000..fe4cf32 --- /dev/null +++ b/38426-h/38426-h.htm @@ -0,0 +1,6315 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl"> + +<head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> + + <title> + The Project Gutenberg eBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren, by Anton Albert Beekman. + </title> + <style type="text/css"> + +body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;} + +h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 110%;} +h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 2em; + font-weight: normal; font-size: 120%;} +.h2uitg {font-size: 167%;} +h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 1em; font-size: 100%;} +.h3voor {font-size: 117%;} +.h3weer {margin-top: 6em;} +small {font-size: 67%;} + +p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;} +p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent: 0em;} +p.noi {text-indent: 0em;} +p.nota {margin-left: 1em; padding-left: 1.5em; text-indent: -1.5em;} +p.notasub {margin-left: 3.5em; padding-left: 1em; text-indent: -1em;} + +div.voorblad {margin-top: 1em; margin-bottom: 0.5em; text-align: center; font-size: 100%;} +div.title {margin-top: 5em; margin-bottom: 1em; text-align: center;} +div.verso {margin-top: 8em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto; + width: 32em; font-size: 60%; text-align: center; border-top: 1px solid black;} +div.voor {margin-top: 4em; margin-bottom: 2em; font-size: 85%;} +div.vwquote {padding-left: 2em;} +div.intro {font-size: 85%;} +div.db {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: 22em; margin: auto;} +p.plist1 {padding-left: 2.5em; text-indent: -1.5em;} +div.inhoud {margin-top: 2em; margin-bottom: 1em;} +div.uitgaven {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 75%;} +div.kaart {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;} +div.fnsep {width: 17%; border: 1px solid black; text-align: left; + margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;} +div.chbegin {width: 17%; border: 1px solid black; + margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;} +div.chend {width: 17%; border: 1px solid black; + margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;} + +/* TB */ +hr {width: 30%; clear: both; border: 1px solid black; + margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;} +hr.tb {border-style: none;} +hr.hr20 {width: 20%; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em;} + +.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right; + font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal; + letter-spacing: normal; color: #888888;} +span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";} + +.sidenote {padding-bottom: 0.3em; padding-top: 0.3em; padding-left: 0.3em; padding-right: 0.3em; + max-width: 14em; margin-right: 0.4em; margin-top: 0.4em; margin-left: -3em; + float: left; clear: left; font-size: 67%; text-align: center; + color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px; } + +/* TABLES */ +table {margin-left: auto; margin-right: auto; + padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;} +.toc {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 80%;} +.polder {margin-left: 0em; margin-right: auto;} +td.tdlinh {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;} +td.tdlinh1 {text-align: left; padding-left: 1.5em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em; + padding-top: 0.7em; padding-bottom: 0.7em;} +td.tdlinh2 {text-align: left; padding-left: 3.5em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em;} +.bedragen {border-collapse: separate; border-spacing: 0; + margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; font-size: 67%; + padding: 2px 0 0 0; border-top: 4px solid black;} +th.bedragkop {font-weight: normal; + padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; + padding-top: 1em; padding-bottom: 1em; + border-color: black; border-style: solid; + border-top-width: 1px; border-bottom-width: 3px; + border-left-width: 0px; border-right-width: 1px;} +th.nobrw {border-right-width: 0px;} +td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;} +td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;} +td.tdj {text-align: justify; padding-left: 2em; padding-right: 0.5em; text-indent: -1em;} +td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; vertical-align: bottom;} +.zzvl {text-align: left; vertical-align: top;} +.zzvr {text-align: right; width: 5em; vertical-align: top;} + +/* BORDERS */ +.br {border-right: 1px solid black;} +.bb {border-bottom: 1px solid black;} + +/* ALIGN */ +.clear {clear: both;} +.center {text-align: center;} +.right {text-align: right;} +.floatleft {float: left; width: auto;} +.floatright {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: auto;} +.i1 {text-indent: 1em; text-align: left;} +.i1rev {padding-left: 1em; text-indent: -1em; margin-top: 0em; margin-bottom: 0em;} +.i2 {text-indent: 2em;} +.ri1 {padding-right: 1em;} + +sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;} +sub {vertical-align: -0.3em; font-size: 75%;} +.smcap {font-size: 80%;} +.mixcap {font-variant: small-caps;} +.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;} +ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;} +ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;} +abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;} + +/* IMAGES */ +img {border: 0;} +.figcenter {margin-left: auto; margin-right: auto; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; text-align: center;} +.caption {text-align: center;} + +/* FOOTNOTES */ +.footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 75%; text-align: justify; } +.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;} +.fnanchor {text-decoration: none; margin-left: 0.1em;} + +.size67 {font-size: 67%;} +.size85 {font-size: 85%;} +.size90 {font-size: 90%;} +.size110 {font-size: 110%;} +.size120 {font-size: 120%;} +.size150 {font-size: 150%;} + +/* Transcriber Note */ +.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; + background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;} +.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0; + margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;} +.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} +.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;} +.TNbox th {text-align: left;} +.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;} +td.td2 {width: 20%;} +td.td4 {width: 40%;} + + </style> +</head> + +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. +Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren. + uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging + +Author: Anton Albert Beekman + +Release Date: December 27, 2011 [EBook #38426] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + +<div class="TNbox"> + + <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2> + + <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. + Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p> + + <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.<br /> + Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p> + + <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een + <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>, + waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br /> + Variaties in spelling (met/zonder accent, met/zonder koppelteken, + met/zonder tussen-s en ph/f-verschillen) zijn behouden.</p> + + <p>Een extra verduidelijking of vertaling is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een + <ins class="info" title="Vertaling of verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p> + + <p>Van de meeste illustraties is een vergroting beschikbaar door op de betreffende + illustratie te klikken.</p> + + <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan + <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p> + + <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn + dat deze links voor u niet werken.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="i"> </span><a id="p_i"></a></p> + +<div class="voorblad"> + <h1>DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.<br /> + ————<br /> + WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</h1> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="ii"> </span><a id="p_ii"></a></p> + +<p><span class="pagenum" title="iii"><br /> </span><a id="p_iii"></a></p> + +<div class="title"> + + <p class="tp"><span class="size90">DEEL I.</span><br /><br /> + <span class="size150">DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.</span></p> + + <hr class="hr20" /> + + <p class="tp"><span class="size90">DEEL II.</span><br /><br /> + <span class="size150">WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</span></p> + + <hr /> + + <p class="tp size110">UITGEGEVEN DOOR DE ZUIDERZEE-VEREENIGING.</p> + + <div class="figcenter" style="width: 142px;"> + <img src="images/ill_piii.png" width="142" height="231" title="TUTA SUB AEGIDE PALLAS" alt="drukkersmerk E.J. Brill" /> + </div> + + <p class="tp size90">N. V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ<br /> + <span class="size67">VOORHEEN</span> + <span class="size120">E. J. BRILL,</span> LEIDEN 1917.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="iv"> </span><a id="p_iv"></a></p> + +<div class="verso">BOEKDRUKKERIJ voorheen E. J. BRILL.—LEIDEN.</div> + +<p><span class="pagenum" title="v"> </span><a id="p_v"></a></p> + +<div class="voor"> + + <h3 class="h3voor"><a id="VOORWOORD"></a>VOORWOORD.</h3> + + <p>In den eersten jaargang van den „Praktischen Volks-Almanak”, een + jaarboekje ter verspreiding van kennis der „Toegepaste Wetenschappen”, + uitgegeven te Haarlem bij <span class="mixcap">A. C. Kruseman</span>, en verschenen 1 Januari 1854, + komt als titelplaat voor „<i>Haarlemmermeer</i>”.</p> + + <p>Dit volgens onze begrippen vrij ouderwetsche prentje is verdeeld in + 3 afdeelingen: de bovenste stelt voor een gevecht te water tijdens + het beleg van de stad Haarlem in 1573; in het verschiet ziet men het + ommuurde Haarlem liggen. Het tweede prentje geeft ons den toestand in + 1850, een rustige ringvaart met eenige schepen, en het stoomgemaal de + Lynden, bij de uitmonding van het Spaarne, dat met de beide andere, + voor dien tijd zeer machtige machines de Leeghwater en de Cruquius, + aangevangen is het water uit de „Meer” te pompen, tot afvoer door de + Ringvaart, en verder naar zee langs Spaarndam, Halfweg en den + Katwijkschen Rijn.</p> + + <p>Het onderste prentje bevat een toekomstbeeld; het stelt voor vruchtbare + landerijen met boerenwoningen, een kerkje, melkvee in de weiden en + gemaaide hooilanden; onder dit prentje staat bij wijze van open vraag + het onbekende jaartal 18...</p> + + <p>Een bijschrift „bij de Titelplaat” bevat het volgende hoogst + merkwaardige slotstuk:</p> + + <div class="vwquote"> + <p>„En zoo is dan dit werk gelukkig ten einde gebragt; 18100 bunders + land zijn voor den landbouw gewonnen, en reeds gedeeltelijk tot + hooge prijzen in handen van bijzondere personen geraakt. Thans heeft + het werk der ontginning eenen aanvang genomen en wordt dit met ijver + doorgezet, en nu mogen wij ook verwachten, dat onze oogen nog zullen + aanschouwen, waarop velen de hoop reeds hadden opgegeven:—den + bodem van het voormalige Haarlemmermeer veranderd in een groene + <span class="pagenum" title="vi"> </span><a id="p_vi"></a>vlakte, met vruchtbare bouwlanden en veerijke weiden, met woningen + door geboomte omgeven, met wegen en kanalen, langs welke de + voortbrengselen van dien aan de golven ontwoekerden grond naar + elders vervoerd zullen worden.”</p> + + <p>„Die gebeurtenis, de droogmaking en ontginning van het + Haarlemmermeer, is een gewigtige gebeurtenis. Vermeerdering van de + productie der eerste levensbehoeften, ziedaar eene der grootste, der + dringendste eischen van onzen tijd, en aan dien eisch kan slechts + worden voldaan door het scheppen, om zoo te zeggen, van nieuwen + bouwgrond, en door de verhooging van het voortbrengingsvermogen + van alle bebouwd wordende gronden, hetzij oude, hetzij nieuwe. + Het eerste geschiedt door het droogmaken van tot dusver met water + overdekte bodems; het tweede door de toepassing der regelen van den + verbeterden landbouw; de ontginning van heidevelden en duingronden + staat als het ware tusschen beide in.—Elke aanwinst van land, en + met name zulk een groote aanwinst als van den Haarlemmermeer-polder, + is dus eene gewigtige, een heugelijke gebeurtenis, waarvan de + gezegende gevolgen niet zullen uitblijven, al vertoonen zij zich + ook al niet terstond zoo duidelijk. Verblijden wij ons daarom, dat + het groote werk ten einde is gebragt; maar wenschen wij tevens, dat + het niet het laatste van dien aard moge blijven, maar dat de goede + uitslag daarvan eene aansporing moge zijn tot meer dergelijke + ondernemingen, die niet anders dan voordeelig kunnen werken op den + welstand der natie.”</p> + </div> + + <p>Die opmerkingen zijn zoo frisch, die woorden zijn zoo juist gekozen, + dat zij even goed op het huidige oogenblik geschreven konden zijn. + Hoe juist blijkt thans uit de opgedane ondervinding die blik in de + toekomst geweest te zijn! Wanneer men bij deze woorden, maar vooral naar + aanleiding van het derde prentje, de verwachte toekomst in 18.. een + opmerking zou willen maken, dan zou het deze zijn: dat de verwachtingen + te bescheiden waren, de boerenwoningen op die afbeelding zijn maar + armzalige huisjes in vergelijking met de prachtige boerderijen, welke + thans alom in de Meer te vinden zijn.</p> + + <p>De droogmaking van de Haarlemmermeer heeft ook ongunstige <span class="pagenum" title="vii"> </span><a id="p_vii"></a>tijden + gekend; zelfs toen het werk reeds aan den gang was, lieten de + ongeluksprofeten nog hun afkeurende stem hooren, des te luider naarmate + er eenige tegenvallers onder het werk kwamen. Later zijn bij de uitgifte + fouten begaan; zoowel door de uitgifte der gronden op een oogenblik, dat + deze nog niet voldoende afgewerkt waren, als door een verkoop van de + meer dan 18000 hectaren te spoedig na elkaar aan de meestbiedenden; de + verkoop werd zelfs voortgezet toen er bijna geen gegadigden meer waren.</p> + + <p>Hoe nietig en hoe onjuist gelijken ons nu de argumenten der + tegenstanders; zeker er waren bezwaren tegen de droogmaking in te + brengen; voor die bezwaren is echter een uitweg gevonden, en stellig zou + niemand thans tot den ouden toestand willen terugkeeren, indien die + droogmaking door eene tooverformule ongedaan gemaakt zou kunnen worden. + En toch heeft het twee honderd jaren geduurd sedert <span class="mixcap">Jan Adriaanszoon + Leeghwater</span>, ingenieur en molenmaker in de Rijp, in 1640 een eerste + ernstig ontwerp tot droogmaking in het licht gaf; binnen drie jaar + waren zijne plannen voor de derde maal herdrukt; over gebrek aan + belangstelling kon hij dus niet klagen. Eerst in het jaar 1839 werd tot + de uitvoering besloten, nadat hevige stormvloeden in 1836, die zoowel + Leiden als Amsterdam ernstige schade hadden toegebracht, de minst + belangrijke zijde van het vraagstuk aan den volke op gevoelige wijze + duidelijk hadden gemaakt. Men vatte eerst den moed tot de onderneming, + toen men de schade van den bestaanden toestand plotseling gewaar was + geworden. De schitterende uitkomsten zouden pas worden erkend door een + later geslacht, dat dan ook den twijfel om tot de uitvoering over te + gaan niet meer heeft kunnen begrijpen.</p> + + <p>Bij de Zuiderzeezaak begint het er hard naar te gelijken, dat de + geschiedenis zich hier zal herhalen. Reeds jaren en jaren is op + het groote belang van die afsluiting en drooglegging gewezen; het + Nederlandsche volk is weder traag geweest in het verwerken van deze + gedachte, in de aanvaarding van dit grootsche plan; men gevoelde niet de + dringende noodzaak om als verdediging tegen de woedende baren onverwijld + dit werk te ondernemen <span class="pagenum" title="viii"> </span><a id="p_viii"></a>en bleef dus beschouwen, wikken en wegen ja + erger nog: de groote menigte gaf zich nauwelijks de moeite dit plan ook + maar een oogenblik met ernst te onderzoeken.</p> + + <p>In de laatste jaren is in dit opzicht een kentering gekomen; + aangezien ondernemende ministeries eenige malen een wetsontwerp + tot gedeeltelijke afsluiting en drooglegging bij de Staten-Generaal + indienden, kwam de zaak meer algemeen ter sprake, en gelukkig groeide + het aantal voorstanders letterlijk bij den dag. Toch waren het weder + noodtoestanden, welke het besef in het nut der onderneming in Nederland + goed wakker schudden; de hooge vloeden in vele illustratin afgebeeld, + spraken meer tot het gemoed, ofschoon de voordeelen, door het scheppen + van een nieuw gebied, zoo groot als eene provincie nog verre overtreffen + de beindiging van de nadeelige toestanden, welke ook thans aan den + lijve werden gevoeld.</p> + + <p>Ons tegenwoordig ministerie, dat door politieke vr- en tegenstanders + wordt geroemd om zijn energie, en doorzettingsvermogen in de hevige + oorlogscrisis, waaronder ook Nederland gebukt gaat, heeft ook den + moed gevonden opnieuw een ontwerp in te dienen tot afsluiting en + gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee; gelukkig vooral ook dat het + grootsche plan der afsluiting wederom opgenomen is.</p> + + <p>Van de zijde der Zuiderzee-Vereeniging mag voor deze daad zeker wel een + eeresaluut aan de Regeering worden gebracht.</p> + + <p>De Zuiderzee-Vereeniging heeft reeds een groot aantal rapporten, + boeken, verhandelingen enz. over de Zuiderzeequaestie en hare details + uitgegeven; eene lijst van deze uitgaven is ook weder aan dit boekje + toegevoegd. Naar aanleiding van de indiening van dit wetsontwerp heeft + de Vereeniging het wenschelijk geoordeeld nog eens een beknopt overzicht + te geven van het geheele plan tot afsluiting en gedeeltelijke + drooglegging, en van den inhoud der omvangrijke bibliotheek harer eigen + uitgaven; de heer dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>, de onvermoeide strijder voor de + Zuiderzeezaak, heeft zich tot onze groote erkentelijkheid bereid + verklaard een dergelijk, kort overzicht samen te stellen, dat wij + hierbij als toelichting onzerzijds op het Wetsontwerp aan het <span class="pagenum" title="ix"> </span><a id="p_ix"></a>publiek + voor leggen. Dit boekje bevat dus op zich zelf niets nieuws; men vindt + daarin terug feiten, gegevens en gedachten, die verspreid zijn over vele + geschriften de Zuiderzeezaak betreffende; het is dus feitelijk eene + verkorte opsomming van de hoofdzaken, in die uitgebreide bibliotheek van + uitgaven der Zuiderzee-Vereeniging en van andere tijdschriften, in vele + details uitgewerkt. Het motief voor het uitgeven van dit boekje is dus, + dat het van groot nut kan zijn om voor de nog niet ingewijden in korte + trekken een beeld te geven van het doel der afsluiting en drooglegging + en van de werkwijze, en om diegenen, die verder studie van de zaak + willen maken, te helpen tot het vinden van een weg in de uitgebreide + litteratuur over dit onderwerp. Daarom is telkens bij de behandeling van + belangrijke onderdeelen verwezen naar de boekwerken en artikels + bepaaldelijk daaraan gewijd.</p> + + <p>In den laatsten tijd zijn een aantal geschriften en artikels uitgekomen + tot bestrijding van de plannen tot afsluiting der Zuiderzee; er zijn + daaronder, welke nieuwe argumenten daartegen schijnen aan te voeren. + Daar die artikelen allen berusten op onjuiste gegevens of onvolledige + kennis van de werkelijke toestanden, hebben wij het nuttig geoordeeld + ook eene nadere bespreking aan die laatste artikelen te wijden, welke + Dr. <span class="mixcap">Beekman</span> op ons verzoek ook heeft willen te boek stellen; onder den + titel van „Weerlegging van Bezwaren” is deze behandeling als tweede deel + bij dezen bundel gevoegd.</p> + + <p>Wij geven dus thans het woord aan dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>.</p> + + <p class="i2">Amsterdam, 6 Januari 1917.</p> + + <p class="right">Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:</p> + + <div class="db"> + <p class="noi">Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span>, <i>Voorzitter</i>.<br /> + Mr. <span class="mixcap">H. Smeenge</span>, <i>Onder-Voorzitter</i>.<br /> + Dr. <span class="mixcap">J. Kraus</span>.<br /> + <span class="mixcap">L. Volker</span> Azn.<br /> + Jhr. Mr. <span class="mixcap">P. van Foreest</span>.<br /> + <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>.<br /> + Jhr. Mr. <span class="mixcap">J. F. Backer</span>, <i>Penningmeester</i>.<br /> + Mr. <span class="mixcap">C. J. Pekelharing</span>, <i>Secretaris</i>,<br /> + <span class="floatright">Nieuwendijk 121 Amsterdam.</span></p> + </div> + +</div> + +<p class="clear"><span class="pagenum" title="xi"> </span><a id="p_xi"></a></p> + +<p><span class="pagenum" title="x"><br /> </span><a id="p_x"></a></p> + +<div class="voor"> + + <h3 class="h3voor"><a id="VOORREDE"></a>VOORREDE.</h3> + + <p>Nu door de Regeering een wetsvoorstel is ingediend tot afsluiting en + droogmaking van een aanzienlijk gedeelte der Zuiderzee en misschien + binnen korten tijd een aanvang zal worden gemaakt met het groote + werk, door velen reeds lang in 't belang van hun vaderland zoo vurig + verlangd,—nu meende de Zuiderzee-Vereeniging nog eens haar stem te + moeten doen hooren voor de zaak waarvoor zij reeds zooveel jaren streed.</p> + + <p>Iets nieuws zal zij daarbij zeker niet meedeelen. Immers zij heeft reeds + ruim 28 jaar de natie naar haar beste weten voorgelicht. Zij heeft dit + o. a. gedaan door de uitgave van een groot aantal geschriften, die de + technische, oeconomische, maatschappelijke en geldelijke zijden van + de Zuiderzeezaak behandelen in haar ganschen omvang niet alleen, maar + ook meer in 't bijzonder die zaken die daarmede in verband staan, + waaromtrent een nader onderzoek nog gewenscht scheen, twijfel werd + uitgesproken, bezwaren werden te berde gebracht.</p> + + <p>De Zuiderzee-Vereeniging wil echter nog eens in 't kort samenvatten wat + is geschied, nog eens de krachtige argumenten doen hooren die pleiten + voor de grootsche voorgenomen daad, die Nederland zooveel krachtiger zal + maken, nog eens den geopperden twijfel wegnemen, de vernomen bezwaren + weerleggen. Zij wil nog zooveel mogelijk onwetenden voorlichten, + wankelmoedigen een hart onder den riem steken, tegenstanders tot + voorstanders maken, opdat het Nederlandsche volk zooveel mogelijk n + van zin de schouders zette onder het werk, om het met veel arbeid, + moeite en offers te brengen tot een goed einde.</p> + + <p><span class="pagenum" title="xii"> </span><a id="p_xii"></a></p> + + <p>De Zuiderzee-Vereeniging wenscht daarom dat dit geschrift in veler + handen kome.</p> + + <p>Voor dit doel werd het zoo beknopt mogelijk ingericht, naar ik hoop voor + iedereen goed verstaanbaar, werden de mededeelingen wl gedocumenteerd, + terwijl voor hen die omtrent vraagstukken, samenhangende met de + Zuiderzeezaak, meer uitvoerig wenschen te worden ingelicht, verwezen + wordt naar de werken, stukken en bescheiden, die daarover het licht + hebben gezien.</p> + + <div class="floatright ri1"> + <p class="center noi"><span class="size90">Namens het Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging,<br /> + het Lid van het Algemeen Bestuur:</span><br /> + Dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span>.</p> + </div> + +</div> + +<p class="clear"><span class="pagenum" title="xiii"> </span><a id="p_xiii"></a></p> + +<div class="inhoud"> + + <h3><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h3> + + <table class="toc" summary=""> + <tbody> + + <tr><td class="tdc" colspan="2">Deel I.—<b>De afsluiting en droogmaking der Zuiderzee.</b></td></tr> + + <tr><td></td> + <td class="tdc">Blz.</td></tr> + <tr><td class="tdlinh"><a href="#VOORWOORD">Voorwoord</a></td> + <td class="tdr smcap"><a href="#p_v">V</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh"><a href="#VOORREDE">Voorrede</a></td> + <td class="tdr smcap"><a href="#p_xi">XI</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh"><a href="#INLEIDING">Inleiding</a></td> + <td class="tdr"><a href="#p_1">1</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_I">I. Beschrijving van de Zuiderzee.</a></td> + <td></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_II">II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Werk van <span class="mixcap">Van Diggelen</span></td> + <td class="tdr"><a href="#p_9"><ins class="corr" id="corr1" title="Bron: 8">9</ins></a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Plan <span class="mixcap">Beijerinck</span></td> + <td class="tdr"><a href="#p_10">10</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span></td> + <td class="tdr"><a href="#p_10">10</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1877</td> + <td class="tdr"><a href="#p_11">11</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Circulaire <span class="mixcap">Buma</span> en <span class="mixcap">Van Diggelen</span></td> + <td class="tdr"><a href="#p_13">13</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Oprichting Zuiderzee-Vereeniging</td> + <td class="tdr"><a href="#p_14">14</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Nota's der Zuiderzee-Vereeniging</td> + <td class="tdr"><a href="#p_15">15</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Benoeming Staatscommissie 1892</td> + <td class="tdr"><a href="#p_16">16</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Verslag Staatscommissie 1894</td> + <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1901</td> + <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1907</td> + <td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Regeeringsontwerp 1916</td> + <td class="tdr"><a href="#p_18">18</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_III">III. Plan van afsluiting en droogmaking der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Beschrijving</td> + <td class="tdr"><a href="#p_19">19</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Duur van het werk en werkplan</td> + <td class="tdr"><a href="#p_28">28</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_IV">IV. De gevolgen van technischen aard.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voor de waterkeering</td> + <td class="tdr"><a href="#p_29">29</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voor de afwatering</td> + <td class="tdr"><a href="#p_31">31</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_33">33</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Invloed op de afwatering van Friesland</td> + <td class="tdr"><a href="#p_34"><ins class="corr" id="corr2" title="Bron: 35">34</ins></a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voor de wateraanvulling en waterverversching</td> + <td class="tdr"><a href="#p_37">37</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Kwel door en onderdoor den afsluitdijk</td> + <td class="tdr"><a href="#p_43">43</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Beschikbare hoeveelheid water ter inlating</td> + <td class="tdr"><a href="#p_45">45</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2"><span class="pagenum" title="xiv"> </span><a id="p_xiv"></a>Voor de scheepvaart</td> + <td class="tdr"><a href="#p_46">46</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer</td> + <td class="tdr"><a href="#p_48">48</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Bezwaren van technischen aard</td> + <td class="tdr"><a href="#p_49">49</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Gebruik van gewapend beton</td> + <td class="tdr"><a href="#p_52">52</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_V">V. De aanwinst van grondgebied.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Internationale beteekenis van Nederland verhoogd</td> + <td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Aard der gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_55">55</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Ontzilting der nieuwe gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_57">57</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voorbereiding der gronden vr de uitgifte</td> + <td class="tdr"><a href="#p_58">58</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Verkaveling en perceelsindeeling</td> + <td class="tdr"><a href="#p_59">59</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_59">59</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_60">60</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Wijze van uitgifte der gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_62">62</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_VI">VI. De Zuiderzeevisscherij vr en na de afsluiting.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Opbrengst van de Zuiderzee-visscherij</td> + <td class="tdr"><a href="#p_65">65</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf</td> + <td class="tdr"><a href="#p_66">66</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Vergelijking beteekenis visscherij met die van het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie</td> + <td class="tdr"><a href="#p_68">68</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Schadeloosstelling oude visschers</td> + <td class="tdr"><a href="#p_69">69</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Zoetwatervisscherij na de afsluiting</td> + <td class="tdr"><a href="#p_70">70</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_VII">VII. De economische, maatschappelijke en finantieele zijde van de afsluiting en droogmaking.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Bevolking in de nieuwe provincie</td> + <td class="tdr"><a href="#p_72">72</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Bewoonbaarmaking</td> + <td class="tdr"><a href="#p_73">73</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Gevreesde daling van de waarde der oude gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_74">74</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Tekort aan grond</td> + <td class="tdr"><a href="#p_74">74</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voldoend aantal landbouwers beschikbaar</td> + <td class="tdr"><a href="#p_76">76</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Geen werkloozen aan het einde van het werk</td> + <td class="tdr"><a href="#p_77">77</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Arbeidsloonen op oude gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_77">77</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_78">78</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Grondwaarde en prijzen der producten</td> + <td class="tdr"><a href="#p_79">79</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk van het buitenland</td> + <td class="tdr"><a href="#p_80">80</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Ontginning woeste gronden</td> + <td class="tdr"><a href="#p_81">81</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Maatschappelijke voordeelen</td> + <td class="tdr"><a href="#p_84">84</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Vermeerdering der arbeidsgelegenheid</td> + <td class="tdr"><a href="#p_84">84</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Voordeelen voor de nijverheid</td> + <td class="tdr"><a href="#p_85">85</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Idem voor verkeer en marktwezen</td> + <td class="tdr"><a href="#p_86">86</a></td></tr> + + <tr><td class="tdlinh1"><a href="#deelI_KOSTEN">De kosten.</a></td> + <td></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar</td> + <td class="tdr"><a href="#p_86">86</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Raming der kosten</td> + <td class="tdr"><a href="#p_87">87</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Beperking van het plan</td> + <td class="tdr"><a href="#p_88">88</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Nadere finantieele beschouwingen</td> + <td class="tdr"><a href="#p_90">90</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2"><span class="pagenum" title="xv"> </span><a id="p_xv"></a>Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting</td> + <td class="tdr"><a href="#p_91">91</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Noodzakelijkheid van de uitvoering</td> + <td class="tdr"><a href="#p_93">93</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk</td> + <td class="tdr"><a href="#p_94">94</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh2">Achtereenvolgens indijken en droogmaken der 4 deelen zonder afsluitdijk</td> + <td class="tdr"><a href="#p_96">96</a></td></tr> + + <tr><td class="tdc" colspan="2" style="padding-top: 0.7em; padding-bottom: 0.7em;">Deel II.—<b>Weerlegging van bezwaren.</b></td></tr> + <tr><td class="tdlinh"><a href="#deelII_INLEIDING">Weerlegging van bezwaren</a></td> + <td class="tdr"><a href="#p_99">99</a></td></tr> + <tr><td class="tdlinh"><a href="#deelII_SLOTWOORD">Slotwoord</a></td> + <td class="tdr"><a href="#p_148">148</a></td></tr> + </tbody> + </table> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="xvi"> </span><a id="p_xvi"></a></p> +<p><span class="pagenum" title="xvii"><br /> </span><a id="p_xvii"></a></p> + +<h2><a id="DEEL_I"></a><small>DEEL I.</small><br /> +DE AFSLUITING EN DROOGMAKING DER ZUIDERZEE.</h2> + +<p><span class="pagenum" title="xviii"> </span><a id="p_xviii"></a></p> +<p><span class="pagenum" title="1"><br /> </span><a id="p_1"></a></p> + +<div class="intro"> + + <h3 class="h3voor"><a id="INLEIDING"></a>INLEIDING.</h3> + + <div class="chbegin"></div> + + <p>Midden in ons klein land ligt een groote dikwijls onstuimige plas zout + water, een binnenlandsche zeeboezem, die door kostbare dijken en dammen + binnen zijn perken moet worden gehouden, waarop de scheepvaart dikwijls + lastig en gevaarlijk is, die in droge tijden voor gansche gewesten den + aanvoer van zoet water uit de groote rivieren geheel belemmert, die een + schamele visschersbevolking slechts een sober of geheel onvoldoend + bestaan oplevert...</p> + + <p>Als men een groot gedeelte van dien plas afsluit en hem daardoor in + een veel kalmer zoetwatermeer verandert, dan moet de welvaart van de + omliggende gewesten zoo belangrijk stijgen, dat daardoor alleen de + kosten der afsluiting grootendeels, zoo niet geheel worden goed gemaakt.</p> + + <p>Als men daarna de daarvoor geschikte gedeelten binnen de afsluiting + droogmaakt, dan verkrijgt men een nieuwe provincie, 30000 H.A. grooter + dan de Provincie Zeeland, met een bij uitnemendheid vruchtbaren bodem, + waarop ongeveer tweehonderd vijftig duizend menschen een goed bestaan + kunnen vinden, waardoor handel, nijverheid, marktwezen ook daarbuiten + zullen gebaat worden.</p> + + <p>Daar zal men dan kunnen breken met het oude pachtstelsel en het + sociaal-landhuishoudkundig vraagstuk oplossen op de beste wijze die + theorie en praktijk aan de hand doen.</p> + + <p><span class="pagenum" title="2"> </span><a id="p_2"></a></p> + + <p>En wat in dat maagdelijk gewest door voorlichting van de meest + bevoegden op menig gebied zal worden toegepast en goede uitkomsten + geeft, dat zal ook daarbuiten navolging vinden tot heil van het gansche + land.</p> + + <p>Nederland zal zijn internationale beteekenis zien rijzen door de + vreedzame verovering van een grondgebied, 11 12 Haarlemmermeren groot, + met een welvarende bevolking.</p> + + <p>De natie zal door inspanning en strijd een grootsche daad hebben + verricht en daardoor aan kracht hebben gewonnen.</p> + + <p>En dat alles zal verkregen worden met betrekkelijk weinige, misschien + zonder geldelijke opofferingen.</p> + + <p>Dit alles zal in het volgende nog eens voor de zooveelste maal worden + aangetoond.</p> + + <div class="figcenter" style="width: 448px;"> + <img src="images/ill_p002.png" width="448" height="224" alt="" /> + </div> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="3"> </span><a id="p_3"></a></p> + +<h3><a id="deelI_I"></a>I. Beschrijving van de Zuiderzee.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<p>Tot juist begrip van de plannen van afsluiting en droogmaking ga hier +een korte beschrijving vooraf van den zeeboezem, dien wij tegenwoordig +de Zuiderzee noemen.</p> + +<p>De Noordzee-eilanden bestaan voor een groot gedeelte, enkele zelfs +geheel, uit de overblijfselen van een duinrij en de onmiddellijk daaraan +grenzende geest- of zandgronden. Die duinrij strekte zich eenmaal verder +zeewaarts uit en was minder sterk doorbroken dan nu. Tusschen de +tegenwoordige eilanden Vlieland en Terschelling kwam een groote stroom +in zee, het Vlie of de Flevus der Romeinen, die Zuid–Noord loopend de +uitwatering vormde van een groot meer, het meer Flevo, dat een groot +gedeelte van de tegenwoordige zuidelijke kom besloeg en waarin de IJsel, +de Vecht en kleinere rivieren als de Eem, de Overijselsche Vecht, enz. +uitkwamen.</p> + +<p>Het Eierlandsche Gat tusschen Eierland (nu het noordelijk deel van het +eiland Texel) en Vlieland is later, na het begin der 14<sup>de</sup> eeuw +ontstaan. Het Marsdiep bestond reeds in de vroege middeleeuwen als een +kuststroom ten N. van Huisduinen, een vlakke zandplaat met duin. +Tusschen Schellinge en Ameland kwam de Boorn in zee.</p> + +<p>De getijden die op onze kusten gaan veroorzaken een verschil tusschen +<i>dagelijksch of gewoon laag water</i> (L.W.) en <i>dagelijksch of gewoon hoog +water</i> (H.W.),—d. z. de <span class="pagenum" title="4"> </span><a id="p_4"></a>gemiddelden van alle eb- en van alle +vloedstanden gedurende het laatste tienjarig tijdvak (nu 1900–1910)—, +dat aan de buitenzijde van Texel ongeveer 1,25 M. en aan de buitenzijde +van Ameland ongeveer 1<ins class="corr" id="corr3" title="Bron: .">,</ins>90 M. bedraagt. Stormvloeden kunnen +echter het water der Noordzee hier op de kust ver boven <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: HW.">H.W.</ins> opzetten, +tot ong. 3,50 + A.P., stormebben het laag onder L.W. doen dalen, tot +ong. –2,50 A.P.</p> + +<p>Achter de duinen in het noordelijk deel der tegenwoordige Zuiderzee +lagen uitgestrekte gronden, bestaande evenals de tegenwoordige +aangrenzende gewesten Noord-Holland en Friesland, uit klei rustend +op zand en, vooral meer zuidwaarts, ook op veen, dat op zijn beurt op +zand ligt. Bij elken vloed drong door de genoemde riviermonden het +water der zee naar binnen en overstroomde reeds lang vr den tijd der +Romeinen—want deze kenden de „Wadden” reeds—het land ter weerszijden, +aanvankelijk niet ver, doch langzamerhand al verder en verder landwaarts +in, naarmate de bodem in 't algemeen een weinig daalde en de zeegaten +wijder werden: daardoor ontstond de kleilaag op het zand en het veen. +Door de voortdurende werking der stormvloeden bleven de zeegaten +aanhoudend in vermogen toenemen; de dagelijksche vloeden drongen +daardoor al dieper en dieper landwaarts in en op dezelfde punten tot +steeds grootere hoogte. De bewoners t. Z. van Wieringen en t. O. van het +Vlie moesten hun woonplaatsen op kunstmatig opgeworpen hoogten, terpen +of wierden terugtrekken en daarna ook hunne landen door dijken, zeker +reeds in de 8<sup>ste</sup> en 9<sup>de</sup> eeuw, tegen de binnendringende wateren +beschermen. Achter de duinen kwam toen zooveel beweging in het water +buiten die <span class="pagenum" title="5"> </span><a id="p_5"></a>dijken, dat de lichte kleideeltjes daar niet konden blijven +liggen; deze werden weggeschuurd, alleen het onderliggende zand bleef +over, terwijl daarin en daarlangs steeds dieper wordende geulen werden +gevormd. Nu liggen die gronden, nagenoeg geheel uit zand en in de +beschermde hoeken hier en daar uit een stukje veen bestaande, er nog; +voor een groot gedeelte loopen zij nog bij elk laag water als de bekende +wad- of waardgronden droog.</p> + +<p>Het aldus gevormde noordelijk gedeelte der Zuiderzee is dus in 't +algemeen nog zeer ondiep, maar doorsneden met eenige diepe geulen, +zooals het kaartje hierachter aanwijst; de diepste is de Texelstroom, +van uit het Marsdiep N.O. waarts gaande en waarin 15 tot 30 M. water +staat; ook de geul van het oude Vlie is nog, voor een groot gedeelte +onder den naam van Vliestroom, over.</p> + +<p>De zuidelijke kom der Zuiderzee werd echter op geheel andere wijze +gevormd. Daar lag, zooals wij weten, eenmaal het groote meer Flevo te +midden van het laagveen dat de verbinding vormde tusschen dat van +Holland en Utrecht ter eene en van Friesland en Overijsel ter andere +zijde.</p> + +<p>Evenals bij andere groote plassen geschiedt, breidde het zich door de +werking van den wind op de oppervlakte en afslag en verwijdering van het +veen langs zijn oevers al meer en meer uit, tot aan de hooge zandgronden +van het Gooi en de Veluwe, enz. en tot daar waar, zooals langs de +Hollandsche en een deel der Friesche en Overijselsche kusten, aan +verdere uitbreiding door den mensch, door middel van dijken en dammen, +paal en perk gesteld werd.</p> + +<p>De zuidelijke kom werd dus als het ware door de natuur <span class="pagenum" title="6"> </span><a id="p_6"></a>uitgeveend tot +op de onderliggende oude blauwe klei (katteklei), die ook in Holland en +Utrecht onder het veen ligt en er den bekenden vruchtbaren bodem der +droogmakerijen vormt.</p> + +<p>Intusschen was het Vlie tusschen Enkhuizen en Stavoren, door de werking +der getijden van uit het Noorden, al meer en meer verruimd, de wateren +uit het noordelijk deel liepen samen met die van het zuidelijk en +drongen bij elk gewoon tij hierin door tot iets t. Z. van Urk, bij hooge +vloeden echter veel verder, en ruimden er mede de nog in het N.O. deel +der zuidelijke kom overgebleven brokken veen op. T. W. van Urk vindt men +den meest zuidelijken uitlooper der geulen van het noordelijk gedeelte, +het zoogenaamde „Val van Urk”, waarin ruim 5 M. water staat. Op deze +wijze werd het „Almere” der Middeleeuwen gevormd.</p> + +<p>In deze zuidelijke kom, waar in 't algemeen veel meer rust in het water +heerscht dan in het noordelijk gedeelte, bezinken nu de kleideeltjes, +die het water op onze kusten steeds bevat, althans t. Z. van het +Enkhuizerzand en ook in den luwen N.O. hoek tegen Friesland en +Overijsel. Die kom heeft een van de kusten naar het midden gelijkmatig +dalenden bodem; uit de Z.- en O.kusten moet men ½ tot 1½ uur verwijderd +zijn, alvorens de lijn van 2 M. diepte te bereiken; het diepste gedeelte +is een strook tusschen Marken en Urk, die tot 4,5 M. diep is.</p> + +<p>In de aldus gevormde Zuiderzee gaat dus ook eb en vloed. D. w. z. <i>bij +gewone getijen</i> op de Noordzeekust (zonder harden wind) loopt door de +zeegaten het vloedwater naar binnen tot ongeveer de lijn +Enkhuizen–Ketelmond. Het water t. Z. daarvan wordt bij elken gewonen +<span class="pagenum" title="7"> </span><a id="p_7"></a>vloed als 't ware iets teruggeduwd en bij eb iets losgelaten; er is +daar weinig verschil, 20 30 cM., tusschen L.W. en H.W. Men zou ook +kunnen zeggen: de zuidelijke kom verkeert dus eigenlijk in den +blijvenden toestand van hoogwater. Het verschil tusschen L.W. en H.W., +dat bij den Helder nog 1,20 M. bedraagt, is te Medemblik nog slechts +0,65 M., aan de Oranjesluizen in het IJ 0,52 M.<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">,</ins> te Muiden 0,34 M. Te +Harlingen is dat verschil 1,31 M., te Stavoren 0,47 M., te Elburg 0,38 +M., het minst langs de zuidkust van Friesland: 0,24 M. te Lemmer.</p> + +<p>Maar als het stormt, vooral als de storm, zooals veelal bij ons te lande +uit het Z.W. begonnen, daarna W. geworden, waarbij veel water op onze +kust gejaagd is, eindelijk N.W. is gedraaid, dan worden ontzettende +massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee gejaagd, zoodat het water te +Harlingen tot 3 M. boven A.P., te Elburg tot 3,25 M. boven dat vlak kan +stijgen! Daar al het ingestroomde water door de betrekkelijke nauwe +zeegaten slechts langzaam kan wegloopen, zijn de hooge standen dan +veelal langdurig en hebben de dijken, vooral die waarop de wind staat, +zeer veel te verduren.</p> + +<p>Maar ook als betrekkelijk weinig of geen Noordzeewater naar binnen is +gekomen, kunnen sommige kusten het erg te kwaad krijgen. De Zuiderzee is +nl. ondiep, zooals wij zagen, en in ondiepe groote waterplassen kan, +door de werking van den wind, het water sterk naar de een of andere +zijde worden gestuwd. Dit verschijnsel van op- en afwaaiing had o. a. +plaats bij den bekenden Z.W. Pinksterstorm van Mei 1860, toen het water +uit het Z.W. der Zuiderzee zoo laag afwoei, dat de bodem van het IJ vr +Amsterdam droog lag, en tegelijk aan de N.O.kusten zoo <span class="pagenum" title="8"> </span><a id="p_8"></a>hoog opwoei, dat +t. Z. van den IJselmond een stand van +2,17 A.P. bereikt werd, zoodat de +oppervlakte der Zuiderzee van het Z.W. naar het N.O. ruim 4 M. helde. +Toch was toen betrekkelijk weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee +(gem. stand +0,47 A.P.). Bij den Z.W. storm van 24 Jan, 1884, toen de +gemiddelde stand der Zuiderzee slechts +0,70 A.P. was, was er een +grootste hoogteverschil <ins class="info" title="voormiddag">v.m.</ins> 5 uur tusschen de Oranjesluizen en +Blankenham van 4,60 M.</p> + +<p>Bij oostelijke winden, die vooral in het voorjaar voorkomen, komen langs +de oostelijke kusten zeer lage ebbestanden voor; in 't algemeen bevat +bij zulken wind de Zuiderzee het minste water.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 395px;"> + <img src="images/ill_p008.png" width="395" height="185" alt="" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="9"> </span><a id="p_9"></a></p> + +<h3><a id="deelI_II"></a>II. Geschiedkundig overzicht der plannen tot afsluiting en droogmaking.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<div class="sidenote">Werk van <span class="mixcap">v. Diggelen</span>.</div> + +<p>In 1849 verscheen van de hand den Ingenieur van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">B. +P. G. van Diggelen</span> te Zwolle zijn bekend werk over de afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>. De schrijver wilde de geheele Zuiderzee +met de Wadden en de Lauwerszee afsluiten en droogleggen, doch z, dat +een breede open verbinding overbleef tusschen het Marsdiep en het Vlie. +Het water van den IJsel zou door breede stroombanen langs de kusten van +de Zuiderzee naar de Noordzee worden geleid. Het werk bevat betrekkelijk +weinig omtrent techniek en uitvoering, maar zet vooral uiteen de groote +economische en andere voordeelen voor ons land, die naar schrijver's +meening van de uitvoering het gevolg zouden zijn.</p> + +<p>De groote aandacht die dit werk trok noopte de Regeering den Inspecteurs +van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">Ferrand</span> en <span class="mixcap">Van der Kun</span> op te dragen daarover een +rapport uit te brengen. Dit is 3 Nov. 1849 uitgebracht, maar eerst in +1867 bekend geworden. Het adviseerde om eene Staatscommissie te +benoemen, die zou bepalen of het plan wenschelijk was,—daarna aan den +Ingenieur <span class="mixcap">Van Diggelen</span> het maken van een ontwerp op te dragen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="10"> </span><a id="p_10"></a></p> + +<p>Op initiatief van het 1<sup>e</sup> en 2<sup>e</sup> Dijksdistrict van Overijsel werd +in 1864 een request van waterschapsbesturen aan de Regeering gericht om +de afsluiting en droogmaking ter hand te nemen.</p> + +<div class="sidenote">Plan <span class="mixcap">Beijerinck</span><ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">.</ins></div> + +<p>In 1865 vestigde de Minister <span class="mixcap">Rochussen</span> de aandacht van de Maatschappij +van Grondcrediet op de Zuiderzeezaak. Deze deed daarop maken een ontwerp +tot droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee door den +Inspecteur van 's Rijks Waterstaat <span class="mixcap">J. A. Beijerinck</span>, dat spoedig gereed +was<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a>. Dit stelde voor een afsluiting door een dijk van Enkhuizen over +Urk naar een punt t. Z. van den Ketelmond (IJsel) en droogmaking van de +geheele oppervlakte daarbinnen.</p> + +<p>Daarop werd 28 Aug. 1866 een Raad v. Waterstaat ingesteld, die had te +onderzoeken of 1 de uitvoering naar de hoofdtrekken van dat plan +mogelijk was; 2 of de uitvoering aan particulieren kon worden +overgelaten, dan wel of uitvoering van Staatswege aan te raden was. De +Raad, hoewel hij veel technische bezwaren had, nam de mogelijkheid der +droogmaking aan; zeide dat geen geldelijk voordeel daarmee te behalen +was, geloofde dat de noodzakelijkheid voor de uitvoering niet bestond en +raadde daarom aan den Staat de onderneming af.</p> + +<div class="sidenote">Gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span>.</div> + +<p>De Maatschappij van Grondcrediet, die zich met deze uitspraak niet +vereenigen kon, werd vervangen door een Comit <span class="mixcap">Rochussen-Bosch-van +Randwijck</span>. Dit deed een gewijzigd plan <span class="mixcap">Beijerinck</span> opmaken in overleg met +zijn technischen adviseur, den ingenieur <span class="mixcap">T. J. Stieltjes</span>.</p> + +<p>Er volgde toen 4 Mei 1870 de benoeming van een <span class="pagenum" title="11"> </span><a id="p_11"></a>Staatscommissie ter +beoordeeling van het ontwerp voor het indijken, enz. van het Zuidelijk +gedeelte der Zuiderzee. Deze vond de zaak als onderneming niet +winstgevend en medewerking van den Staat noodzakelijk<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a>.</p> + +<p>Het Comit vroeg toen aan de Regeering een subsidie van ƒ250.- per +H.A., doch <i>ontving</i> eerst in 1873 antwoord met de mededeeling, dat het +werk beter door den Staat zelven kon worden uitgevoerd.</p> + +<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1877.</div> + +<p>In de Troonrede van 1874 werd een plan tot droogmaking van het zuidelijk +deel der Zuiderzee in het vooruitzicht gesteld. Bij de Wet van 5 Juni +1875 werden ƒ8000 voor eenige onderzoekingen, boringen, enz. op de +Staatsbegrooting uitgetrokken en 18 April 1877 werd door het Ministerie +<span class="mixcap">Heemskerk</span> het eerste wetsontwerp aangeboden „betreffende de bedijking en +droogmaking van het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee en het maken van +een waterweg van Amsterdam naar de rivier de Waal”.</p> + +<p>De afsluitdijk was nog meer zuidelijk ontworpen dan in het ontwerp +<span class="mixcap">Beijerinck</span>, nl. van Blokkershoek t. Z. van het Enkhuizerzand om, naar +hetzelfde punt t. Z. van den Ketelmond.</p> + +<p>De oppervlakte der droog te maken gronden was 157000 HA., waarvan 144000 +HA. klei. Raming van kosten 116 millioen gulden zonder de intresten.</p> + +<p>Het zuidelijker plaatsen van den afsluitdijk geschiedde om een groote +oppervlakte zand, die men als bouwgrond van weinig of geen waarde +beschouwde, buiten te sluiten,—en ter andere om den dijk op klei te +kunnen leggen en niet op zand, daar in dit laatste geval volgens Prof. +<span class="mixcap">Harting</span> zooveel kwelwater onder den dijk door naar binnen zou dringen, +<span class="pagenum" title="12"> </span><a id="p_12"></a>dat een voldoende afsluiting niet mogelijk zou zijn, iets wat door +<span class="mixcap">Stieltjes</span> bestreden werd. Over deze kwestie volgt hieronder nog een +enkel woord.</p> + +<p>Toen in November van hetzelfde jaar het Ministerie <span class="mixcap">Heemskerk</span> was +afgetreden en vervangen door een Ministerie <span class="mixcap">Kappeijne</span>, was een der +eerste daden van het nieuwe Ministerie een intrekking van dit +Regeeringsontwerp.</p> + +<p>Geruimen tijd werd toen niets meer van de Zuiderzeezaak vernomen, +behalve uit geschriften die, evenals vr dien tijd, nu en dan daarover +verschenen. Als merkwaardig is daarvan te noemen dat van Jhr. <span class="mixcap">P. +Opperdoes Alewijn</span><a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a>, omdat het voor 't eerst voorstelde een +noordelijker afsluiting met behoud van een groot wateroppervlak +daarbinnen,—welke eenvoudige oplossing tot voorloopige berging van +groote massa's IJselwater bij hooge rivierstanden, zooals wij zien +zullen, gevolgd is in het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie, dat als het meest gewenschte is +te beschouwen.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>In het jaar 1884 diende de afgevaardigde ter Tweede Kamer <span class="mixcap">A. Buma</span> een +wetsontwerp in, luidende: „Er zal een onderzoek worden ingesteld naar</p> + +<p class="plist1"><i>a.</i> het dichten der zeegaten en het vormen van een zoetwatermeer,</p> + +<p class="plist1"><i>b.</i> het droogleggen of kanaliseeren daarvan van Staatswege of door +particulieren.<ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">”</ins></p> + +<p>Dit wetsontwerp werd echter weldra door den voorsteller ingetrokken, +toen hij zag dat het geen kans had om te worden aangenomen, evenals een +daarna door hem ingediende motie van gelijke strekking.</p> + +<p><span class="pagenum" title="13"> </span><a id="p_13"></a></p> + +<p>Spoedig daarna echter brak het tijdperk aan in de geschiedenis der +Zuiderzeezaak, waarin deze met ruimer blik werd bezien en de uitvoering +van het groote werk, dat reeds zoo lang velen had beziggehouden, op +degelijke wijze werd voorbereid. Toen is het standpunt ingenomen, waarop +zij zich nu reeds geruimen tijd bevindt en van waar men meent nu tot de +uitvoering- te kunnen overgaan.</p> + +<div class="sidenote">Circulaire <span class="mixcap">Buma</span> en <span class="mixcap">Van Diggelen.</span></div> + +<p>In 1885 stelden nl. de Heeren <span class="mixcap">A. Buma</span> en Mr. <span class="mixcap">P. J. G. van Diggelen</span>, Lid +der Prov. Staten van Overijsel, na bespreking met eenige leden der +Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en der Provinciale Staten, +hunne bekende circulaire op en zonden die in Augustus van dat jaar aan +besturen van Provincin, gemeenten, waterschappen, handelslichamen en +landbouwmaatschappijen, die bij het tot stand komen van een afsluiting +en droogmaking het meest belang hadden.</p> + +<p>Onder hen door wier samenspreking dit stuk was samengesteld waren geen +technici en daardoor waarschijnlijk ging zij van de grondgedachte uit, +dat de zeegaten moesten worden afgesloten (waaronder het Zeegat van +Texel, waarin 30 40 M. water staat), „ter opheffing van het +Zuiderzeegevaar dat meer en meer zorgwekkend voor Nederland wordt” en +dan zoo na mogelijk de geheele Zuiderzee, de Friesche Wadden en de +Lauwerszee te bedijken en droog te maken, enz.</p> + +<p>Daarom betoogden de schrijvers dat het niet in de allereerste plaats op +de drooglegging maar op de afsluiting aankwam en dat de uitvoering van +het Regeeringsontwerp van 1877, dat zich bepaalde tot het afsluiten van +het <i>zuidelijk</i> deel alleen, een groote misgreep zou geweest zijn. Maar +zij meenden ook—en dit is het begin geweest van een beter oordeel over +alles wat met de Zuiderzeezaak in verband staat <span class="pagenum" title="14"> </span><a id="p_14"></a>en van een beteren +grondslag waarop een plan van afsluiting en droogmaking kon worden +gebouwd—, dat er nog zeer veel gegevens ontbraken en dat o. a. nog +beantwoord moest worden welke gevolgen een afsluiting en droogmaking zou +hebben voor de waterkeeringen, voor de afwatering der aangrenzende +gewesten, voor handel-, scheepvaart- en nijverheidsbelangen. En, hoewel +niet in 't bijzonder genoemd, men zou dan ook moeten kennen den bodem, +niet alleen in het zuidelijk deel, maar ook in andere deelen der +Zuiderzee, men zou moeten weten op welke wijze bij een afsluiting t. N. +van de monden van den IJsel, het water van deze rivier zou moeten worden +afgevoerd, enz. enz.</p> + +<p>Betuiging van instemming en medewerking werd verzocht van genoemde +besturen om te komen tot een grondig onderzoek.</p> + +<div class="sidenote">Oprichting Zuiderzee-Vereeniging.</div> + +<p>Als gevolg hiervan werd het volgend jaar op een bijeenkomst van +afgevaardigden uit die besturen en van enkele particulieren de +<em class="g">Zuiderzee-Vereeniging</em> opgericht, van welker statuten Art. 2 luidde:</p> + +<p>„Het doel der Vereeniging is het doen instellen van een volledig en +grondig (technisch en financieel) onderzoek of, en zoo ja, naar de wijze +waarop en de middelen waardoor eene afsluiting (mede ter voorbereiding +eener later geleidelijke drooglegging) van de geheele Zuiderzee, de +Wadden en de Lauwerszee wenschelijk en uitvoerbaar is.”</p> + +<p>Dit zeker niet fraai gesteld artikel werd aldus toegelicht: „Hoofddoel +is alzoo: het onderzoek naar een betere beveiliging van Nederland tegen +het zeegevaar door opheffing der vrije gemeenschap tusschen de Noord- en +de Zuiderzee”.</p> + +<p>Men hield dus vast aan het denkbeeld, dat een gestadige <span class="pagenum" title="15"> </span><a id="p_15"></a>verruiming der +zeegaten een steeds grooter wordend gevaar voor de kusten der Zuiderzee +meebracht. Maar van zulk een verruiming in de laatste eeuwen was geen +sprake<a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a>. En reeds het begin van het onderzoek toonde aan, dat een +dichting der zeegaten, vooral van het Marsdiep en het Vlie een sprong in +het duister zou zijn die men niet wagen mocht.</p> + +<p>Maar de noodzakelijkheid van een onderzoek van al de hierboven genoemde +punten en nog veel meer bleef toch bestaan.</p> + +<p>De Zuiderzee-Vereeniging, 28 Apr. 1886 geconstitueerd, verkreeg 16 Aug. +d. a. v. de Kon. goedkeuring. Het Dagelijksch Bestuur werd samengesteld +uit de Heeren <span class="mixcap">Buma</span>, voorzitter, <span class="mixcap">van Diggelen</span>, onder-voorzitter, +<span class="mixcap">Wertheim</span>, penningmeester en <span class="mixcap">van der Houven van Oordt</span>, secretaris. De +Vereeniging stelde in haar dienst de ingenieurs <span class="mixcap">van der Toorn</span> en <span class="mixcap">Lely</span>. +Eerstgenoemde verzocht en verkreeg spoedig daarna ontslag en het +technisch onderzoek werd sedert geheel geleid door den ingenieur <span class="mixcap">C. +Lely</span>, den tegenwoordigen Minister van Waterstaat.</p> + +<div class="sidenote">Nota's der Zuiderzee-Vereeniging.</div> + +<p>Als uitkomsten van het onderzoek zijn 1887–Maart 1892 +achtereenvolgens verschenen 8 <em class="g">technische nota's</em>, met tal van +berekeningen, graphische voorstellingen, platen en kaarten<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a>.</p> + +<p><span class="pagenum" title="16"> </span><a id="p_16"></a></p> + +<p>In de 7<sup>e</sup> Nota gaf de Zuiderzee-Vereeniging zelve een bepaald plan +van afsluiting en droogmaking. Dit plan is opgemaakt in verband met de +uitkomsten van het bodemonderzoek.</p> + +<p>Tegelijk met de laatste nota 4 Maart 1892 verscheen ook: Oeconomische +en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar aanleiding +der resultaten van het technisch onderzoek, vervat in de 8 nota's.” +Later, Apr. 1898, verscheen het uitgebreider werk van <span class="mixcap">H. C. van der +Houven van Oordt</span> en Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span><ins class="corr" id="corr8" title="Bron: . ">, </ins>De Oeconomische +beteekenis van de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee”, waarvan in +Juni 1901 een tweede druk bezorgd werd.</p> + +<div class="sidenote">Benoeming Staatscommissie 1892.</div> + +<p>Spoedig nadat de laatste der nota's het licht had gezien, nl. 8 Sept. +1892, werd een Staatscommissie benoemd van 30 leden, deskundigen op de +verschillende gebieden waarover de afsluiting en droogmaking zich +uitstrekken, waaraan de beantwoording werd opgedragen van de vragen:</p> + +<p><span class="pagenum" title="17"> </span><a id="p_17"></a></p> + +<p>of eene afsluiting en eene droogmaking der Zuiderzee op een wijze als +door de Zuiderzee-Vereeniging is voorgesteld, in 's Lands belang behoort +te worden ondernomen, en zoo ja,</p> + +<p>op welke wijze dit werk tot uitvoering moet worden gebracht.</p> + +<div class="sidenote">Verslag Staatscommissie 1894.</div> + +<p>Reeds 14 Apr. 1894 werd door de Commissie haar rapport uitgebracht. De +1<sup>e</sup> vraag werd bevestigend beantwoord door 21 van <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: dc">de</ins> 27 +leden;—de 6 leden die in ontkennenden zin antwoordden, grondden in +hoofdzaak hun bezwaren op de groote finantieele verplichtingen, die het +uitvoeren der geheele onderneming zal met zich brengen en op de +onzekerheid van hare oeconomische uitkomsten.</p> + +<p>De tweede vraag werd door alle leden beantwoord: door den Staat, op den +voet in dit verslag vermeld.</p> + +<p>De Staatscommissie kon zich in 't algemeen wel met het plan der +Zuiderzee-Vereeniging vereenigen. Omtrent enkele punten verschilde zij +met deze van inzicht of stelde zij wijzigingen voor in de +uitvoering,—dit laatste vooral ten aanzien van de grootte en den vorm +der droogmakerijen. De belangrijkste afwijkingen zullen hierna bij de +beschrijving der onderdeelen worden meegedeeld.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1901.</div> + +<p>7 Mei 1901. Tweede Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">C. Lely</span>),—tot afsluiting der +Zuiderzee en droogmaking van de Wieringermeer en den Z.W. Polder. (Naar +het plan der Staatscommissie).—Na aftreden van dit Ministerie +ingetrokken.</p> + +<div class="sidenote">Regeeringsontwerp 1907.</div> + +<p>4 Nov. 1907. Derde Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">J. Kraus</span>), voor den aanleg +van een gedeelte van de afsluiting der Zuiderzee en indijking en +droogmaking van de Wieringermeer. (Naar het plan der Staatscommissie, +maar verkleind met het Z.O. diepste gedeelte; verkoopbare klei- en +zavelgronden <span class="pagenum" title="18"> </span><a id="p_18"></a>16 500 HA.). Ingetrokken door een in 1913 opgetreden +Ministerie bij Brief van 11 Sept. 1913.</p> + +<div class="sidenote"><ins class="corr" id="corr10" title="Niet in Bron.">Regeeringsontwerp 1916.</ins></div> + +<p>6 Sept. 1916. Vierde Regeeringsontwerp (Min. <span class="mixcap">C. Lely</span>), tot afsluiting en +droogmaking der Zuiderzee, waarbij bepaald wordt dat de afsluitdijk en +de beide westelijke gedeelten eerst zullen worden uitgevoerd en de beide +oostelijke zullen worden voorbereid in een geraamden tijd van 15 jaar, +terwijl met deze laatstgenoemde gedeelten aangevangen zal worden op een +nader bij de wet te bepalen tijdstip.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 256px;"> +<img src="images/ill_p018.png" width="256" height="323" alt="" /> +</div> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">1)</a> + <p>De Zuiderzee, de Friesche Wadden en de Lauwerszee, hare bedijking en droogmaking, + besch. door <span class="mixcap">B. P. G. van Diggelen</span>.—Zwolle 1849.</p> +</div> + +<div class="footnote"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">2)</a> + <p>Droogmaking van het Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee. Verzameling v. + officieele bescheiden, uitg. d. d. Mij. van Grondcrediet. 's-Grav. 1868.</p> +</div> + +<div class="footnote"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">3)</a> + <p>Verslag der Staatscommissie ter beoordeeling, enz. Leiden 1873.</p> +</div> + +<div class="footnote"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">4)</a> + <p>Eenige bemerkingen betreffende de zoo gewichtige + aangelegenheid der indijking en inpoldering van een gedeelte der + Zuiderzee in verb. m. d. richting v. d. N.-Holl.–Frieschen spoorweg + tusschen Amsterdam en Leeuwarden.—Amst. 1873.</p> +</div> + +<div class="footnote"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">5)</a> + <p>Zie de Notulen v. d. vergadering van 9 Juni 1887 v. h. Kon. Instituut + v. Ingenieurs. Voordracht van het lid <span class="mixcap">Van Kerckhoff</span>.</p> +</div> + +<div class="footnote"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">6)</a> + <p>Deze nota's, als alle werken van de Zuiderzee-Vereeniging + verschenen en verkrijgbaar bij de Firma voorh. <span class="mixcap">E. J. Brill</span> te Leiden, + dragen alle den titel: „Onderzoek omtrent de afsluiting en droogmaking + van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee” en—behalve de 6e en 8e + Nota—„De afsluiting Noord-Holland–Wieringen–Friesland en de droogmaking + van het gedeelte der Zuiderzee binnen die afsluiting”. Zij zijn:</p> + + <p class="nota">1e Nota. Beschouwingen over verschillende wijzen van afsluiting van + de geheele Zuiderzee en over de insluiting van den IJsel.</p> + + <p class="nota">2e Nota. De invloed der afsluiting op de waterkeering der provincin + langs de Zuiderzee.</p> + + <p class="nota">3e Nota. De invloed der afsluiting op de waterloozing der provincin + langs de Zuiderzee.</p> + + <p class="nota">4e Nota. De invloed der afsluiting op de waterverversching der + provincin langs de Zuiderzee.</p> + + <p class="notasub">De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee.</p> + + <p class="nota">5e Nota. De constructie en de kosten van den afsluitdijk, de sluizen + en de bijkomende werken.</p> + + <p class="notasub">M. e. Bijlage v. Dr. P. P. C. Hoek. De invloed der afsluiting en + droogmaking op de visscherij in de Zuiderzee.</p> + + <p class="nota">6e Nota. Resultaten der terreinwerkzaamheden verricht in 1889 en + 1890.—1. Grondboringen, 2. Stroommetingen, 3. Diverse metingen.</p> + + <p class="nota">7e Nota. Geologische toestand en algemeen plan van indijking.</p> + + <p class="notasub">Schetsontwerp ter indijking en droogmaking (na de afsluiting) van het Wieringermeer.</p> + + <p class="notasub">Id. van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee.</p> + + <p class="notasub">Id. van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee.</p> + + <p class="notasub">Id. van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee.</p> + + <p class="notasub">Tijd van uitvoering en kosten van het geheele ontwerp tot afsluiting + der Zuiderzee over Wieringen met de indijkingen binnen de afsluiting.</p> + + <p class="nota">8e Nota. Vergelijking van verschillende ontwerpen ter afsluiting en + droogmaking van de Zuiderzee met o. a. een Bijlage: Schetsontwerp + ter partieele indijking en droogmaking der Zuiderzee zonder + afsluiting.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="19"> </span><a id="p_19"></a></p> + +<h3><a id="deelI_III"></a>III. Plan van afsluiting en droogmaking der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<div class="sidenote">Beschrijving.</div> + +<p>Dit plan is in groote trekken het volgende.</p> + +<p>Er wordt een <em class="g">afsluitdijk</em> gemaakt van Van Ewijksluis +(Anna-Paulownapolder) aan de Noord-Hollandsche kust tot Wieringen en van +de N.O. punt van dit eiland N.O. waarts tot bij het dorpje Piaam aan de +Friesche kust.</p> + +<p>Deze plaats werd als de meest geschikte gekozen met het oog op lengte, +diepte van de te snijden geulen en grootte van de oppervlakte +daarbinnen.</p> + +<p>De voorgestelde dijk snijdt tusschen het vasteland en Wieringen de geul +van het Amsteldiep, die hier een grootste diepte van 11 M. beneden L.W. +heeft. Tusschen Wieringen en Friesland is de gemiddelde diepte 3,60 M.; +de diepste geul die hier gesneden wordt is die van de Vlieter, die ruim +6.5 M. beneden L.W. diep is.</p> + +<p>De lengte van de beide deelen samen bedraagt 29300 M. De hoogte van de +kruin zal van +5,20 A.P. bij Wieringen oploopen tot +5,60 A.P. bij de +aansluiting aan den Frieschen zeedijk.</p> + +<p>De voet van den afsluitdijk (zie het dwarsprofiel) steunt aan de +buitenzijde tegen een rijzen dam, opgewerkt tot laag water, met steen +bestort. Die dam wordt gelegd op een rijzen grondstuk van voldoende +breedte om bij overstorting van water tegen ontgronding te beschermen. +Binnen tegen <span class="pagenum" title="20"> </span><a id="p_20"></a>den dam wordt het lichaam van den dijk opgewerkt van +grond, afkomstig uit het hierna te noemen kanaal door Wieringen of—wat +wel eenvoudiger en goedkooper zal zijn—van grond daar ter plaatse uit +den Zuiderzeebodem genomen. Aan de binnenzijde wordt daartegenaan +gebracht een breede berm, dragende een rijweg en een spoorweg voor +dubbel spoor. De geheele aanleg wordt daar ongeveer 90 M. op de diepte +van –4,40 A.P.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 604px;"> +<a href="images/ill_p020.png"><img src="images/ill_p020th.png" width="604" height="98" alt="" title="Klik voor vergroting (1812293px, 43kB)" /></a> +<div class="caption">ALGEMEEN DWARSPROFIEL VAN DEN AFSLUITDIJK (Schaal 1:500.)</div> +</div> + +<p>In verband met de aangenomen hoogte van den afsluitdijk zullen de +aansluitende dijken op Wieringen, de Balgdijk langs den +Anna-Paulownapolder en de Friesche zeedijk tot Zurig worden verhoogd.</p> + +<p>Wat de <em class="g">wijze van uitvoering</em> van dezen dijk betreft, men stelt zich voor +eerst op het midden van het Breezand tusschen Wieringen en Piaam een +eiland te maken van rijswerk en steen en dan van hieruit en van de +kusten van Wieringen en Friesland uit den dijk op te werken. Daar de +getijen het water hier in en uit het af te sluiten gedeelte der +Zuiderzee doen stroomen, zouden in de aldus steeds nauwer wordende +<span class="pagenum" title="21"> </span><a id="p_21"></a>openingen tusschen de afgewerkte dijksgedeelten grooter en grooter +wordende snelheden ontstaan, die den bodem dermate zouden aantasten dat +die openingen niet te dichten zouden zijn. Daarom laat men ter +weerszijden van het eiland twee „sluitgaten”, elk lang 8250 M. +overblijven, die op den bodem van een rijzen grondstuk worden voorzien +tegen ontgronding. In de 5<sup>e</sup> Nota der Zuiderzee-Vereeniging wordt +voorgesteld in die sluitgaten dan eerst met horizontale lagen een rijzen +dam tot de hoogte van L.W. aan te brengen; de snelheden waarmee het +water, dat bij stormvloeden over dien dam stort, den bodem bereikt, zijn +niet zoo groot, dat daardoor belangrijke verdieping te vreezen is, als +die bodem met grondstukken is bekleed. Daarop en daartegen wordt dan het +lichaam van den dijk opgetrokken, ook met horizontale lagen, doorgaande +over de geheele lengte.</p> + +<p>Deze bijzonderheden der uitvoering worden hier alleen meegedeeld om te +doen zien, dat aan het werk van den afsluitdijk risico's verbonden zijn, +wat tijd van uitvoering en kosten betreft,—veel zal van de +weersgesteldheid afhangen.</p> + +<p>Maar, zooals wij zien zullen, kunnen die risico's met het oog op de +indirecte voordeelen die de afsluitdijk meebrengt, zeer goed worden +geleden.</p> + +<p>Binnen den afsluitdijk zullen vier oppervlakten worden drooggemaakt, in +het Verslag der Staatscommissie minder juist „polders” genaamd.</p> + +<table summary=""> +<tbody> + <tr> + <td class="tdj">De <em class="g">Noordwestelijke Droogmakerij</em> (Wieringermeer), + gr. 21.700 HA., na aftrek van dijken, wegen, water, enz. 21.200 HA., + waarvan klei- en zavelgronden</td> + <td class="tdr">18.700 HA.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdj">De <em class="g">Zuidwestelijke Droogmakerij</em> (Hoornsche Hop), gr. 31.520 HA., na + aftrek <span class="pagenum" title="22"> </span><a id="p_22"></a>van dijken, enz. 30.800 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td> + <td class="tdr">27.820 HA.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdj">De <em class="g">Zuidoostelijke Droogmakerij</em>, gr. 107.760 HA., na aftrek van + dijken, enz. 105.500 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td> + <td class="tdr">98.990 HA.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdj">De <em class="g">Noordoostelijke Droogmakerij</em>, gr. 50.850 HA., na aftrek van + dijken, enz. 49.700 HA., waarvan klei- en zavelgronden</td> + <td class="tdr">48.900 HA.</td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>De geheele drooggemaakte oppervlakte is groot 211830 HA., na aftrek van +dijken, wegen, water, enz. 207200 HA., waarvan klei- en zavelgronden +194.410 HA.</p> + +<p>De veranderingen in vorm en grootte aan de door de Zuiderzee-Vereeniging +voorgestelde droogmakerijen aangebracht betroffen in de eerste plaats de +verbreeding van den waterweg tusschen de Z.W. en de Z.O. droogmakerijen +van 1500 tot 5000 M. met het oog op de militaire verdediging; voorts +verkleining van de Z.W. Droogmakerij aan de N. zijde en van Z.O. +Droogmakerij aan den Z.W. hoek bij Muiderberg met stukken waar zand aan +de oppervlakte ligt; en eindelijk vergrooting van de N.O. Droogmakerij +aan de N. zijde met den langen nauw toeloopenden inham naar de Lemmer, +waarin men voor de scheepvaart te sterke opwaaiing vreesde, en +vermindering met een gedeelte aan de Z.O. zijde met het oog op +uitwateringsbelangen en de vaart op het Zwolsche Diep.</p> + +<p>De <em class="g">meerdijken</em>, waarmee de vier droogmakerijen worden afgesloten zijn van +verschillende hoogte, +2,5 tot +3,50 A.P., al naar zij blootgesteld zijn +aan de meest voorkomende stormvloeden.</p> + +<p>De bodem der droogmakerijen is ongelijk van diepte en <span class="pagenum" title="23"> </span><a id="p_23"></a>daalt in 't +algemeen geleidelijk van de kust naar buiten (Zie <a href="#kaart">het Kaartje</a>). De +droogmakerijen moesten daarom in <em class="g">polders</em> (door de Staatscommissie +„polderafdeelingen” genoemd) met verschillende peilen, nl. van het +polderwater in de kanalen, tochten en slooten, worden verdeeld. Daarbij +is aangenomen, dat de klink (ineenzakken) van deze gronden, die, als +bestaande uit 1 2 M. klei op vasten, lang onder druk geweest zijnden +zandbodem, waarschijnlijk slechts 0,5 tot 0,65 zal +bedragen,—voorzichtigheidshalve op 1 M. moet worden gesteld en dat de +polderpeilen 1 M. beneden de laagste terreinen zullen genomen worden. +Deze peilen zijn op het Kaartje aangeduid.</p> + +<p>Elk der polders zal een eigen bemaling krijgen.</p> + +<p>Rekenende op de normale sterkte van 12 P.K. p. 1000 HA. per 1 M. +opvoerhoogte, bovendien ⅙ daarvan voor reserve, opmaling tot A.P., nl. +40 cM. boven het normale peil van het overblijvend afgesloten meer, en +25 cM. neerslag (daling van het polderwater) bij de gemalen, dan zal +volgens het plan het gezamenlijk vermogen der stoomwerktuigen tot +drooghouding, en waarmee ook de droogmaking geschiedt, 16.930 P.K. +bedragen. Bij een uitvoering zal dit nog wel iets grooter genomen +worden, daar men voor bouwland in den laatsten tijd nog lager peilen +verlangt dan 20 jaar geleden—liefst met droge slootbodems.</p> + +<p>De polders worden gescheiden door kaden, waarin schutsluizen op de +snijpunten met de kanalen die in de droogmakerijen worden aangelegd. +Daardoor is het mogelijk om eerst de ondiepste af te malen en te +verkavelen (met tochten, slooten en wegen doorsnijden), daarna de +volgende, enz. Op die wijze blijven groote oppervlakten niet lang dras +liggen, wat zeer schadelijk zou zijn voor de gezondheid, ook in de +aangrenzende oude landen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="24"> </span><a id="p_24"></a></p> + +<p>Na de droogmaking blijft binnen den afsluitdijk een waterplas over, +groot 145.000 HA., die reeds in het ontwerp van de Zuiderzee-Vereeniging +zeer juist met den naam van „<em class="g">IJselmeer</em>” werd aangeduid,—niet alleen +omdat daarin de IJsel uitloopt, maar ook omdat daardoor de oplossing +gevonden is van een afsluiting met binnendijking van den IJselmond.</p> + +<p>Is dat meer nl. groot genoeg, dan zal het ook bij geheel beletten afvoer +en buitengewonen aanvoer van water niet zoo hoog kunnen stijgen, dat +daardoor gevaar voor de aangrenzende landen ontstaat.</p> + +<p>Berekend is, dat zoo de uitwateringssluizen van dat meer gedurende 3 +etmalen achtereen gesloten moesten blijven wegens hooge +buitenwaterstanden en bij een buitengewonen toevoer van den IJsel bij +uiterst hooge standen en doorbraken van Rijndijken op den rechteroever +in Duitschland en van de kleinere rivieren en boezems afwaterend op het +IJselmeer, samen 4800 M in de seconde, dit meer slechts ongeveer 1 M. +zou kunnen stijgen, dus bij een samenloop van omstandigheden zooals zich +zelden of nooit zal voordoen.</p> + +<p>De plaats van de vier droogmakerijen en van het IJselmeer zijn zoo +gekozen, dat de vruchtbare klei- en zavelgronden grootendeels binnen de +eerste vallen, de zandgronden met de diepere geulen t. Z. van den +afsluitdijk den bodem van het IJselmeer vormen, zooals op het Kaartje te +zien is.</p> + +<p>Voor de afwatering en de scheepvaart wordt een peil van –0,40 A.P. op +het IJselmeer noodig en wenschelijk geacht. 's Zomers kan in gewone +omstandigheden, vooral om de waterverversching uit het meer, dit peil +zonder bezwaar tot –0,20 A.P. worden verhoogd.</p> + +<p>Daarnaar is dan ook het vermogen der uitwateringssluizen berekend. +Voorgesteld wordt een zeer wijd kanaal door de <span class="pagenum" title="25"> </span><a id="p_25"></a>oostpunt van Wieringen +te maken, breed 1000 M. bij de daarin te maken sluizen, 1200 M. aan de +buitenzijde in de dieptelijn van 5 M. tusschen de koppen der dammen en +aan de binnenzijde 1500 M. bij de aansluiting aan het IJselmeer. Daarin +zullen worden gemaakt 30 uitwateringssluizen, elk 10 M. wijd en met de +slagdrempels 4 M. beneden het IJselmeerpeil. Daarnaast komen een groote +en een kleine schutsluis.</p> + +<p>Het spreekt echter van zelf, dat genoemd peil van –0,40 A.P. niet altijd +juist kan worden gehandhaafd, daar de standen afhankelijk zijn van den +aanvoer op het meer, voornamelijk van den IJsel, en van de +buitenwaterstanden bij Wieringen waarop geloosd moet worden. Nagegaan is +dat in zeer ongunstige omstandigheden de stand slechts zelden en weinig +boven A.P. zal kunnen stijgen. Maar door den wind kan het water naar een +of andere zijde worden gejaagd, zoodat tijdelijk hoogere en lagere +standen kunnen voorkomen. De op- en afwaaiingen zullen echter veel +geringer zijn dan nu in de open Zuiderzee, ten eerste omdat het meer +kleiner is, ten andere omdat het IJselmeer uit het diepste gedeelte van +de afgesloten kom bestaat.</p> + +<p>Door de hier geschetste werken van afsluiting en droogmaking zouden +afwatering en scheepvaart worden belemmerd en hier en daar geheel belet. +Daarom worden nog de volgende werken voorgesteld.</p> + +<p>Voor de vaart op Harlingen zal binnen langs den zeedijk <em class="g">tusschen Piaam +en Harlingen</em> een <em class="g">kanaal</em> worden gegraven, gedeeltelijk door verruiming +van de bestaande dijkvaart, terwijl de uitkomende grond dienen kan voor +de genoemde verhooging van den zeedijk. Bij Piaam zal een haven worden +aangelegd en een schutsluis ter verbinding van het kanaal met het +IJselmeer.</p> + +<p>In de Zuiderzee t. O. van Schokland, waar de scheepvaart <span class="pagenum" title="26"> </span><a id="p_26"></a>naar en van +den mond van het Zwolsche Diep zeer druk is, is nu dikwijls te weinig +diepte, vooral bij oostelijke winden. De schepen wachten dan op hoog +water en nemen zoo noodig niet den gewonen weg t. Z. en t. O., maar t. +W. en t. N. van Schokland om, die iets dieper is of, als ook het +Zwolsche Diep door den lagen waterstand onbevaarbaar is, langs den IJsel +over het Katerveer door de Willemsvaart naar Zwolle. Ten deele hangt de +vaart hier dus niet van den L.W.- maar van den H.W.stand af, zoodat na +de afsluiting de vaardiepte hier nu en dan onvoldoende zou zijn. Daarom +wordt in het plan het <em class="g">Zwolsche Diep verlengd</em> tusschen twee leidammen +door tot de lijn van 2.5 M. diepte t. Z. van Schokland en wel in gebogen +vorm, waardoor de vaarweg beter bezeilbaar wordt.</p> + +<p>Om de Lemmer met zijn drukke scheepvaart, gelegen aan den grooten +waterweg van Holland naar Friesland en Groningen, in gemeenschap met het +IJselmeer te brengen, wordt in den meerdijk van de N.O. droogmakerij t. +Z. van het punt van aansluiting aan de Friesche kust een schutsluis +gebouwd; daarnaast komen ook een uitwaterings- en een inlaatsluis. Van +hier naar de Lemmer wordt een dijk gelegd, die genoemde droogmakerij aan +de N.-zijde begrensd en daarlangs een geul gebaggerd voor de scheepvaart +tusschen de Lemmer en de genoemde sluizen, met een zijtak naar Takozijl, +zoodat de uitwateringssluizen te Lemmer en Takozijl kunnen vervallen. T. +N. van de droogmakerij blijft dan een waterplas in open gemeenschap met +Frieslands boezem; de bodem daarvan is grootendeels zand en veen: hooge +dijken langs genoemde geulen worden hierdoor uitgespaard. Van de Lemmer +gaat door de droogmakerij een kanaal tot bij Slijkenburg in de Linde om +ook hiervan het water in het IJselmeer <span class="pagenum" title="27"> </span><a id="p_27"></a>te brengen. Ook wordt door de +droogmakerij heen een kort kanaal gemaakt voor scheepvaart en afwatering +van Blokzijl tot het IJselmeer.</p> + +<p>Voorts wordt de rivier de <em class="g">Eem</em> verlengd met een breed en diep kanaal, +gaande om de hooge gronden van het Gooi heen en open uitkomend in het +IJselmeer bij Muiderberg, terwijl van uit de Eem een kanaal wordt +gemaakt langs de tegenwoordige kust tot in den IJsel (Ketelmond), van +beide door schut- en uitwateringssluizen gescheiden.</p> + +<p>Achter de Z.W. droogmakerij is een kanaal ontworpen, uit het +Noord-Hollandsch Kanaal bij Ilpendam langs de Z.O. ringvaart van de +Purmer om Edam heen tot voorbij Lutje-Schardam, dan door de droogmakerij +heen naar Hoorn en van hier binnendijks tot Blokkershoek aan het +IJselmeer. Een schutsluis bij Lutje-Schardam scheidt het kanaal in twee +panden, waarvan het eene met Schermerboezem het andere met het IJselmeer +zal gemeen liggen. Een schut- en keersluis te Blokkershoek kan het +laatste afsluiten bij hooge standen op het IJselmeer. Om te voorzien in +de afwatering, nu eenige sluizen aan de Zuiderzee door deze droogmakerij +komen te vervallen, wordt een kort zijkanaal gemaakt naar het IJselmeer +t. N. van Monnikendam met een stoomgemaal tot afmaling van +Schermerboezem aldaar.</p> + +<p>Door de N.W. droogmakerij zouden de afwatering en de scheepvaart langs +het Kolhornerdiep worden belet. Daarom zijn ontworpen: een kanaal uit +dit diep binnenlangs den tegenwoordigen zeedijk en uitkomend met een +schut- en <ins class="corr" id="corr11" title="Bron: uitwateringsluis">uitwateringssluis</ins> in de Binnenhaven te +Medemblik; een kanaal van de uitwateringssluis van de Wieringerwaard +door den Anna-Paulownapolder heen naar de Van Ewijksvaart; een kanaal, +uit het Noord-Hollandsch Kanaal binnen langs den Balgdijk van <span class="pagenum" title="28"> </span><a id="p_28"></a>den +Anna-Paulownapolder en t. Z. langs en door Wieringen, uitkomend met een +schut- en uitwateringssluis in het kanaal door Wieringen.</p> + +<p>Voorts zullen in verband met het aangenomen peil van het IJselmeer en +het vervallen van de vloeden binnen de afsluiting sommige havens aan het +meer worden verdiept door baggering en verlenging der havendammen.</p> + +<div class="sidenote">Duur van het werk en werkplan.</div> + +<p>Wat den <em class="g">duur van het werk</em> en het <em class="g">werkplan</em> betreft, de Staatscommissie +meent dat de afsluitdijk in 9 jaar zal kunnen worden voltooid; in het +5<sup>e</sup>–9<sup>e</sup> jaar zullen het Zwolsche Diep en de havens kunnen worden +verbeterd en het kanaal Piaam–Harlingen worden gemaakt. Daarna +volgen de aanleg van de meerdijken, het droogmaken, verkavelen en +drooghouden der vier droogmakerijen en in verband daarmede de aanleg der +ringvaarten, zoodat de N.W. droogmakerij in het 14<sup>e</sup>, de Z.O. +droogmakerij in het 21<sup>e</sup>, de Z.W. droogmakerij in het 28<sup>e</sup> en de +N.O. droogmakerij in het 33<sup>e</sup> jaar gereed komen. Met dien verstande, +dat de drooggemaakte gronden nog 2 3 jaar zullen worden drooggehouden +en voorloopig bebouwd en eerst in het 3<sup>e</sup> jaar na de verkaveling +zullen worden uitgegeven.</p> + +<p>Van belang is het echter op te merken dat in de Memorie van Toelichting +van het nu aanhangige wetsontwerp (1916) een „veel kortere tijd” voor de +droogmaking der vier inpolderingen als waarschijnlijk wordt aangenomen, +wat vooral met het oog op de rentebesparing van groot gewicht is. Voor +de uitvoering van den afsluitdijk wordt ook 9 jaar noodig geacht, maar +de in het 4<sup>e</sup> jaar te beginnen N.W. Droogmakerij zou in het 12<sup>e</sup> +jaar, en de in het 6<sup>e</sup> jaar aan te vangen Z.W. Droogmakerij reeds in +het 15<sup>e</sup> jaar gereed kunnen zijn.<a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor"><sup>7</sup>)</a></p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">7)</a> + <p>Zie voorts bij <a href="#cross8">Hoofdstuk VII</a>.</p></div> + +<p><span class="pagenum" title="29"> </span><a id="p_29"></a></p> + +<h3><a id="deelI_IV"></a>IV. De gevolgen van technischen aard.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<p>De voor- en nadeelen van technischen aard, die een gevolg zullen zijn +van het hierboven geschetste werk en die, zooals wij zien zullen, van +zeer groot belang zijn voor de omliggende gewesten, zullen bijna +uitsluitend voortvloeien uit de afsluiting. Wij zullen die hier eerst +nagaan.</p> + +<div class="sidenote">Voor de waterkeering.</div> + +<p><em class="g">Voor de waterkeering.</em></p> + +<p>Op het afgesloten IJselmeer zullen hooge waterstanden alleen kunnen +worden veroorzaakt door grooten watertoevoer, voornl. van den IJsel, +belemmerden afvoer door de sluizen op Wieringen bij westelijke en +noordwestelijke stormen, terwijl bij storm het water naar de een of +andere zijde kan worden opgezet, maar, zooals wij zagen, zeker niet meer +in die mate als thans op de open Zuiderzee.</p> + +<p>Zeer hooge waterstanden bij stormvloeden kunnen nu langs de +Zuiderzeekusten worden veroorzaakt 1. doordat groote massa's +Noordzeewater door de zeegaten naar binnen worden gejaagd, 2. door +opwaaiing, 3. door de oorzaken onder 1. en 2. tegelijk, zooals o. a. +bij den stormvloed van 13/14 Januari 1916. Na de afsluiting vervalt dus +voor de kusten t. Z. van den afsluitdijk de eerstgenoemde oorzaak, +zoodat aldaar veel minder hooge standen te verwachten zijn dan nu.</p> + +<p>Uit de 2<sup>e</sup> Nota der Zuiderzee-Vereeniging en het Verslag der +Staatscommissie is af te leiden, dat de hoogste standen die op +verschillende plaatsen langs het IJselmeer zullen kunnen <span class="pagenum" title="30"> </span><a id="p_30"></a>voorkomen, +zelfs nog 1,5 2 M. zullen blijven beneden de hoogste die tot nu aldaar +zijn waargenomen.</p> + +<p>Binnen de afsluiting worden de aangelegen landen door hooge zeedijken +beschermd behalve op een drietal punten aan de zuidkust van Friesland, +bij Vollenhove, langs een gedeelte van de kusten van de Veluwe en +Gooiland en bij Muiderberg. Die dijken zullen f nagenoeg geheel van +alle onderhoud worden ontlast, voor zoover zij n.l. aan de +droogmakerijen grenzen, f zeker belangrijk minder onderhoud vereischen +voor de gedeelten langs het IJselmeer. Kwestie's als die van de Dronter +Overlaat, het onbedijkt gedeelte tusschen den IJselmond en de +Geldersch-Overijselsche grens (waardoor ook gronden in 't noorden van +Gelderland op ongelegen tijden onder water komen), die van het Zwolsche +Diep (overstrooming van Zwolle en belette waterloozing), van de Eem +(dijkbreuken en overstroomingen er langs) zijn dan van zelf opgelost. +Voor zoover de graslanden aldaar dan het vruchtbaarmakend slib der +overstroomingen zullen missen, zij opgemerkt, dat als de overstroomingen +met zout- of brakwater ophouden, zich daarop een andere grassoort zal +vestigen, die met kunstmest behandeld een nog hoogere opbrengst zal +geven dan de tegenwoordige.</p> + +<p>T. N. van den afsluitdijk zijn geen of slechts weinig hoogere +stormvloedhoogten te verwachten dan daar nu voorkomen, zooals ook de +Regeering in de Memorie van Toelichting van het thans door haar +ingediende wetsontwerp zegt<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor"><sup>8</sup>)</a>.</p> + +<p>Wel zullen langs de Friesche kust tot op zekeren afstand t. N. van Piaam +en ter plaatse van den afsluitdijk, door de bijzondere wijze van vulling +en lediging van de noordelijke <span class="pagenum" title="31"> </span><a id="p_31"></a>kom bij de dagelijksche getijden (dus +zonder sterken wind), de gemiddelde hoogwater- en laagwaterstanden +aldaar misschien een 40 cM. resp. hooger en lager worden en daardoor +wellicht ook de stormvloeden zooveel rijzen, vooral in den hoek bij +Piaam bij N.W. winden, maar daarvoor wordt ter geruststelling +voorgesteld de Friesche dijken t. N. van Piaam een verhooging te geven +tot de hoogte van den afsluitdijk aldaar, te niet loopende bij Zurig.</p> + +<p>De vrees dat de stormvloedshoogten langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten aanzienlijk zullen verhoogen door de afsluiting is +geheel ongegrond. De geschriften daarover in den laatsten tijd +verschenen gaan van de geheel onjuiste onderstelling uit, dat door de +zeegaten altijd evenveel water naar binnen zal blijven stroomen, ook al +wordt de zeeboezem daarachter tot op de helft verkleind. Voor de +bestrijding van die verkeerde meening zie men hierachter het 2<sup>de</sup> +Deel: „<a href="#p_120">Weerlegging van bezwaren</a>”.</p> + +<div class="sidenote">Voor de afwatering.</div> + +<p><em class="g">Voor de afwatering.</em></p> + +<p>Het weinig veranderlijk peil van –0,40 N.A.P. van het IJselmeer zal +zeker een groote verbetering meebrengen voor de afwatering der +omliggende gewesten, o. a. die langs de (Utrechtsche) Vecht, de Eem, +voor de polders langs den Beneden-IJsel, het Zwarte Water en de +(Overijselsche) Vecht, voor het Land van Vollenhove, het Lindegebied, +enz.</p> + +<p>Dat in den regel lage peil van het IJselmeer geeft ook een middel om +schadelijke zeer hooge standen van Frieslands boezem te voorkomen,—voor +dit gewest, waarvan de waterloozing zooveel bezwaren heeft, voorwaar +geen kleinigheid, als men bedenkt dat o. a. in Juli–Augustus 1894 door +hooge standen van Frieslands boezem (–0,25 –0,14 N.A.P.) een schade, +voornl. aan den hooibouw, werd toegebracht, die <span class="pagenum" title="32"> </span><a id="p_32"></a>toen op 2 millioen +gulden geschat werd,—en zulke hooge standen komen meermalen voor. De +bedoelde bezwaren zullen door de afsluiting niet geheel worden +weggenomen,—men is trouwens reeds bezig aan de zuidzijde van Friesland +stoombemaling van den boezem aan te brengen—maar zij zullen belangrijk +er door worden verminderd.</p> + +<p>De kosten van gebruik en onderhoud der bestaande bemalingsmiddelen, +uitslaande op de Zuiderzee, zullen dus minder worden, die van de werken +welke ter verbetering zijn voorgesteld eveneens, terwijl andere, zelfs +zeer kostbare, geheel achterwege kunnen blijven.</p> + +<p>Daar is b.v. het vraagstuk van de <em class="g">afwatering van den Vechtboezem</em>. Deze, +die behalve van de langsgelegen polders te Utrecht het water ontvangt +van een groot gebied en alleen door de sluis te Muiden kan loozen, als +dit niet door hooge Zuiderzeestanden belet wordt, is door die gebrekkige +uitwatering elk jaar n of meermalen zoo hoog opgezet, dat de loozing +van de landen erlangs belet wordt, sommige hiervan zelfs onder water +komen, doordat het Vechtwater op enkele plaatsen over de kaden loopt. +Middelen ter verbetering zijn voorgesteld, die op ½ 1 millioen gulden +geraamd werden. Bij een weinig veranderlijken lagen stand van het +IJselmeer, dus voldoende loozing te Muiden, zijn die werken echter +geheel overbodig.</p> + +<p>Bekend is ook de eeuwenoude kwestie der <em class="g">afwatering van de Geldersche +Vallei</em>, vooral veroorzaakt door de weinige samenwerking en zelfs +onderlinge tegenwerking der daarbij betrokken landen. Wordt aan de Eem +en het te maken verlengde, zooals voorgesteld wordt, een zeer ruim +profiel gegeven, dan wordt het lage IJselmeerpeil dicht bij Amersfoort +gebracht en <i>kan</i> door een eenvoudige verruiming <span class="pagenum" title="33"> </span><a id="p_33"></a>van sommige +waterleidingen in de Vallei de zaak op minder kostbare wijze en +gemakkelijker worden opgelost dan thans.</p> + +<p>De <em class="g">afwatering van het Noordzeekanaal</em>, die van zooveel gewicht is, omdat +op dat kanaal o. a. de boezems van Rijnland en Amstelland en ook +Schermerboezem (t. N. van het voormalige IJ) loozen, en die nu plaats +heeft door een sluis te IJmuiden op de Noordzee en grootendeels met +behulp van een stoomgemaal te Schellingwoude op de Zuiderzee, zal door +de afsluiting zeer worden gebaat, omdat dan die afwatering grootendeels +<i>door sluizen</i> op de Zuiderzee zal kunnen plaats hebben, zoodat de +scheepvaart weinig of geen last van het spuien te IJmuiden meer zal +ondervinden, terwijl zelfs groot waterbezwaar zonder afmaling zal kunnen +worden beheerscht<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor"><sup>9</sup>)</a>.</p> + +<div class="sidenote">Verdwijnen der lage Zuiderzeestanden</div> + +<p>Zal aldus de afwatering der omringende landen bij afsluiting der +Zuiderzee gebaat worden, 1 doordat de loozing door hooge +Zuiderzeestanden niet meer zoo dikwijls en langdurig als thans kan +worden belet, 2 omdat wegens de minder sterke schommelingen van het +buitenwater de bemalingswerktuigen minder kostbaar behoeven te +zijn,—daartegenover staat het nadeel dat dan niet meer gebruik gemaakt +zal kunnen worden van de <em class="g">lage</em> en <em class="g">zeer lage Zuiderzeestanden</em>, die nu de +afwatering van sommige streken ten goede komen, omdat een krachtige +loozing vooral afhangt van het verschil in hoogte tusschen binnen- en +buitenwater. Dit geldt vooral voor die streken, waarvan de waterloozing +hoofdzakelijk van die lage standen afhangt, zooals die van het N.W. van +Overijsel. Deze kunnen nu in het <span class="pagenum" title="34"> </span><a id="p_34"></a>voorjaar bij de dan heerschende O. en +N.O. winden, dus lage afwaaiing van de Zuiderzee aldaar, hun groote +massa's overtollig winterwater gemakkelijk kwijt worden. Maar daarna in +den zomer, bewegen de getijen zich hier tusschen nauwe grenzen, de +gemiddelde ebben loopen er dan niet lager dan –0,10 –0,15 N.A.P. af en +daar de landen dan waterstanden van –0,40 –0,45 N.A.P. noodig hebben, +zoo is thans hun afwatering toch vaak onvoldoende. Is de zomer nat en +valt de regentijd vroeg in, dan gaat dikwijls reeds de eerste snede van +het hooigras, het voornaamste voortbrengsel van deze landen, verloren. +De tegenwoordige toestand is dus ook slecht of onvoldoende te noemen, +maar de meeste landen hebben tegen het aanschaffen van kostbare +stoomgemalen opgezien.</p> + +<p>Wordt de Zuiderzee afgesloten, dan kunnen bedoelde lage standen niet +meer voorkomen en de toestand wordt geheel onhoudbaar. Maar dan worden +die landen gedwongen om stoomgemalen aan te schaffen, sommige na zich +eerst nog te hebben ingepolderd, en de aanleg en het gebruik van de +bemalingsmiddelen zal veel minder kostbaar zijn dan nu, omdat zij het +water dan niet meer op zoo hooge en veranderlijke buitenwaterstanden +behoeven op te brengen. Ook kunnen zij dan 's winters droog blijven,—nu +staan zij dan veelal onder water,—kunstmest aanwenden en dus ook +daardoor in voortbrengingsvermogen toenemen<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor"><sup>10</sup>)</a>.</p> + +<div class="sidenote">Invloed op de afwatering van Friesland.</div> + +<p>Wat <em class="g">Friesland</em> betreft, daar zal dit bezwaar nog minder gelden. Wel +zullen bij een afsluiting de zuidelijke sluizen bij de lage +Zuiderzeestanden in het voorjaar niet meer kunnen <span class="pagenum" title="35"> </span><a id="p_35"></a>meehelpen om +Friesland van zijn overtollig winterwater te bevrijden, maar dit nadeel +is voor de provincie betrekkelijk gering. Dit gewest, t. N. van de +Linde, toch brengt zijn water op een groot samenstel van meren, plassen, +kanalen, enz. Frieslandsboezem” vormend, die door 13 sluizen langs de +Zuid-, West- en Noordkust op zee uitwatert. Nu is de meest gewenschte +stand van dien boezem in den zomer 10 15 cM. boven Friesch Peil (= +Z.P. = 0,66 N.A.P.) dus 0,56 0,51 beneden A.P., maar de gemiddelde +ebben t. Z. van Makkum zijn hooger, zoodat de sluizen aldaar slechts bij +lagere zeestanden, voornl. bij oostelijke winden in het voorjaar tot de +afwatering kunnen bijdragen. T. N. daarvan echter dalen de ebben al meer +en meer tot –1,44 N.A.P. in de Lauwerszee aan de Dokkumer Nieuwe Zijlen +en daar dit ook de meest vermogende sluizen zijn, zoo ligt daar het +voornaamste punt van loozing van Frieslandsboezem. Toch is die, vooral +voor onzen tijd onvoldoende, voornl. doordat de groote watermassa's van +het geheele gewest niet spoedig genoeg bij de noordelijke sluizen te +brengen zijn. Veel is reeds gedaan ten koste van veel tonnen gouds om +door verruiming der waterleidingen daarheen, enz. daarin verbetering te +brengen, maar de toestand is nog onvoldoende: men kan den boezemstand +niet genoeg beheerschen.</p> + +<p>Dit brengt vooral zooveel schade teweeg, omdat een gedeelte der lage +landen, vooral in het Zuiden dus, niet ingepolderd is en dus bij hooge +boezemstanden wordt overstroomd,—bij een stand van +0.25 Z.P. staan +reeds 6000, bij +0.46 Z.P. 32000 HA. van die „buitenlanden” onder water.</p> + +<p>Bovendien loopen bij zeer hooge standen ook een aantal polders in of +komen door belette loozing onder water. Die lage landen zijn natuurlijk +uitsluitend grasland; zij staan <span class="pagenum" title="36"> </span><a id="p_36"></a>'s winters in den regel voor een groot +gedeelte onder, maar komen in natte zomers hooge standen voor, waarvan +wij hierboven een voorbeeld zagen, dan wordt ontzaglijke schade +geleden<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor"><sup>11</sup>)</a>.</p> + +<p>Dat de overstrooming door boezemwater die landen vruchtbaar zou maken, +kan alleen in zekere mate gelden voor de kleistreken, waar dat water +eenige kleideeltjes bevat, maar overigens niet. Kan men bovendien die +landen ook 's winters droog houden en ze met kunstmest behandelen, dan +stijgen zij ook daardoor zeker in waarde.</p> + +<p>Reeds vele plannen zijn gemaakt ter verbetering van dezen toestand. Zij +zullen zich ten slotte wel oplossen in de stichting van n of meer +groote stoomgemalen aan de zuidzijde der Provincie, waartoe reeds +besloten werd. Maar kan men door de afsluiting der Zuiderzee, dus +afwatering op –0,40 A.P., in elk geval de zeer hooge boezemstanden +voorkomen, dan zullen aanleg en gebruik van die gemalen, voor zooveel ze +nog noodig zijn, zeker minder kosten.</p> + +<p>De heer <span class="mixcap">Rengers</span> meent dat <i>in jaren van normalen regenval</i> de boezem +daardoor op +0.30 Z.P. zal te houden zijn, wat nu 's winters nagenoeg +nooit mogelijk is (Rapport a. h. Dag. Best. der Zuiderzee-Vereeniging +omtr. de voordeelen voor de Prov. Friesland en Noord-Holland te +verwachten v. d. afsluiting der Zuiderzee en de vorming van een +zoetwatermeer).</p> + +<p>Wat echter Frieslands nu gebrekkige afwatering in hooge mate zal ten +goede komen, dat is, hoe vreemd dit oppervlakkig beschouwd<ins class="corr" id="corr12" title="Bron: ,"></ins> +ook moge schijnen, de gelegenheid die <span class="pagenum" title="37"> </span><a id="p_37"></a>door de afsluiting ontstaat voor +aanvulling van zijn boezem met zoet water in droge tijden.</p> + +<div class="sidenote">Voor de wateraanvulling en waterverversching.</div> + +<p>Voor de <em class="g">wateraanvulling</em> en <em class="g">waterverversching</em>.</p> + +<p>Als door de sluizen op Wieringen steeds op zee wordt geloosd, terwijl +aanhoudend zoet water, hoofdzakelijk door den IJsel wordt aangevoerd, +dan is het duidelijk dat het IJselmeer reeds bij de afsluiting minder +zout zal zijn dan bij het begin van het werk en dat het niet lang daarna +zoet water of althans water van gering zoutgehalte zal bevatten.</p> + +<p>Dit nu is wel het grootste voordeel dat een gevolg zal zijn van een +afsluiting der Zuiderzee. Men is dit gelukkig al meer en meer gaan +inzien. De daardoor verkregen verhooging van het voortbrengingsvermogen +der aangrenzende gewesten is zoo belangrijk, dat de kosten van de +afsluiting op zich zelve, dus zonder droogmaking, waarschijnlijk reeds +daardoor grootendeels zouden worden goed gemaakt.</p> + +<p>Andere deelen n.l. van ons polderland, gelegen niet ver van de groote +rivieren, zooals Holland en Utrecht t. Z. van de Zuiderzee en het +voormalige IJ, kunnen daaruit altijd water verkrijgen in droge tijden. +Zoo laat o. a. Rijnland bij droogte en ter verversching van zijn boezem +te Gouda uit den Hollandschen IJsel water in,—70 190 millioen M 's +jaars al naar de behoefte, soms 2 millioen M per dag. Uit den aldus +aangevulden boezem laten de polders dan water naar binnen. Maar zulk een +bron van zoet water missen Friesland en N.W. Overijsel geheel, +Noord-Holland t. N. van het IJ (Noorderkwartier) grootendeels.</p> + +<p>Om de voordeelen van het bezit van zulk een zoetwaterbron voor deze +gewesten naar waarde te kunnen schatten hebben twee bij +<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: uitstek-deskundigen">uitstek deskundigen</ins>, +de HH. <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> +Baron <span class="mixcap">Rengers</span>, Lid v. Ged. St. v. Friesland, en <span class="mixcap">K. Breebaart Jzn</span>. <span class="pagenum" title="38"> </span><a id="p_38"></a>te +Winkel, op verzoek der Zuiderzee-Vereeniging verslag uitgebracht over de +voordeelen van de voorziening met zoet water, resp. van de Provincin +Friesland en Noord-Holland welke heeren zich daarbij nog door eenige +specialiteiten hebben doen voorlichten<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor"><sup>12</sup>)</a>. In het volgende is ook +daaraan een en ander ontleend.</p> + +<p>Het <em class="g">Noorderkwartier</em> laat in tijden van watergebrek water in uit den +boezem van het Noordzeekanaal door de duikersluizen, soms ook door de +schutsluizen, te Nauerna en te Zaandam, dat zich dan in de boezemwateren +van dat geheele gewest, behalve in het oostelijk gedeelte van +Westfriesland kan verspreiden. Maar dat water is brak door de vele +schuttingen te IJmuiden en te Schellingwoude. Bovendien wordt het +vervuild, doordat Amsterdam zijn grachten doorspoelt—als men het zoo +noemen wil, want de drabbige massa heeft 8 dagen noodig om van het +oosten der stad naar het westen te komen—door Zuiderzeewater in te +laten bij Zeeburg en het te loozen op het Noordzeekanaal, in plaats van +andersom te spuien, wat echter wegens de dikwijls hooge Zuiderzeestanden +ƒ100.000 's jaars aan opmaling te Zeeburg zou kosten. Het genoemde +oostelijk deel van Westfriesland (Vier Noorder Koggen en het grootste +deel van Drechterland) laat 's zomers bij droogte water in <i>uit de +Zuiderzee</i>, dus zout water (zoutgehalte ongeveer 25 p. mille; de +Noordzee op onze kust ongeveer 33 p. m.).</p> + +<p>Het voornaamste voordeel voor dit gewest van kaasproductie bij +uitnemendheid is gelegen in de gevolgen voor de zuivelbereiding. Dr. <span class="mixcap">Van +der Zande</span> en Dr. <span class="mixcap">Scheij</span> van het <span class="pagenum" title="39"> </span><a id="p_39"></a>Rijkslandbouwproefstation te Hoorn +zeggen: 1 dat door de gelegenheid van verversching met zoet water +ketelwater zal worden verkregen dat niet te schadelijk is voor ketels en +machines, ook in de streken waar het nortonwater zout of zeer zout is; +2 dat het vee door het gebruik van brak water licht diarrhee krijgt, +waardoor de melk aan sterke verontreiniging blootstaat, hetgeen gebreken +in de zuivelproducten kan veroorzaken, b.v. losse kaas; 3 dat +vermenging van den afval der zuivelbereiding met brak water in de +slooten stankvorming bevordert.</p> + +<p>In het Verslag van den Heer <span class="mixcap">Breebaart</span>, samen met deskundigen opgemaakt, +wordt gezegd dat de vruchtbaarheid van alle soorten van gronden, vooral +van de grasgronden zeker zal worden verhoogd door geheel zoet water in +plaats van brak water, dat—zoo wordt o. a. voor de zandstreken +geconstateerd—voor den grasgroei zeer nadeelig is.</p> + +<p>Ook zal het IJselmeer waarschijnlijk kunnen dienen als bron voor +drinkwaterleidingen in gemeenten die zich nu moeilijk of niet van goed +drinkwater kunnen voorzien. Te Hoorn heeft men nu voor ongeveer drie ton +gouds een (bron) drinkwaterleiding aangelegd, waarvoor het water door +diepe boring moest worden verkregen en daarna scheikundig +gezuiverd—duur dus voor zoo'n betrekkelijk kleine stad; te Medemblik is +in droge zomers voor grof geld drinkwater verkrijgbaar, dat per +spoortrein aangevoerd wordt uit Alkmaar of den Helder, enz.</p> + +<p>Maar veel erger nog dan van Noord-Holland is de <em class="g">toestand van Friesland +in droge tijden</em>, daar dit geen enkele zoetwaterbron van beteekenis +bezit. Dan hoort men noodkreten uit dat gewest van water, meren, poelen, +plassen en vaarten, zooals o. a. in de Bolswarder Courant v. 15 Sept. +<span class="pagenum" title="40"> </span><a id="p_40"></a>1904 uit Workum: „In den omtrek van onze stad en verderop naar Bolsward +en Makkum ziet het er met de landerijen treurig uit. Vele perceelen +hebben een echt wintersch aanzien, dor en kaal, waarop het weidende vee +nauwelijks den honger kan stillen. Daarbij ontbreekt het drinkwater in +de slooten, zoodat het ongerief en de schade zeer groot zijn. Onder +Bolsward wordt op een boerderij nu reeds zeven weken hooi gevoederd aan +de beesten en op verschillende plaatsen aldaar melkt men minder dan de +helft in gewone jaren. Met groote bezorgdheid zien de veehouders den +winter tegemoet, die lang en moeilijk zal worden”. Of van dien ouden +Fries uit westelijk Friesland, die aan den secretaris der +Zuiderzee-Vereeniging schreef: „Wij hebben geen bruikbaar slootwater +meer in de polders, noch voor drinken van het vee noch voor de +afscheiding der perceelen. De meeste slooten liggen eenvoudig droog.</p> + +<p>In de vaarwaters staat nog een weinig en dat is pap geworden. Het +scheepvaartverkeer gaat zeer bezwaarlijk. Het weinige water dat er +overbleef is zout geworden door de vermenging met binnengeschut +zeewater. Alle visch is dood. Ziedaar de toestand langs de westelijke +kust van Friesland. Verder in de Provincie is de toestand dezelfde op +slechts ne uitzondering na: daar is het overgebleven water iets minder +zout”<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor"><sup>13</sup>)</a>.</p> + +<p>Een ander nadeel voegt zich nl. in droge tijden bij het gebrek aan +water, dat van het <em class="g">verzouten</em> van het overblijvende, vooral in het westen +der Provincie, door het vele schutten, voornamelijk te Harlingen, ook te +Stavoren, maar <span class="pagenum" title="41"> </span><a id="p_41"></a>het zoutgehalte is daar geringer. Daardoor worden veel +beesten ziek, de hoedanigheid der zuivelproducten lijdt er door, de +visch sterft, de industrie lijdt schade door het zoute ketelwater, enz.</p> + +<p>In meergenoemd Verslag zeggen de drie vakmannen-rapporteurs omtrent den +invloed van zoet water in Friesland op den toestand van <em class="g">landbouw</em>, +<em class="g">veeteelt</em> en <em class="g">zuivelbereiding</em>: „Veel grooter dan deze reeds zoo +belangrijke schade”—nl. door te hoogen waterstand—„is die welke <i>te +lage</i> waterstand in den zomer veroorzaakt. Wanneer de droogte lang +aanhoudt en ook de slooten beginnen droog te worden, dan zijn de ellende +en de schade niet te overzien.” In 't bijzonder wordt dan aangetoond de +mindere opbrengst van de melk, zoowel wat de hoedanigheid als de +hoeveelheid betreft, niettegenstaande krachtige voeding van het vee, +door het gebruik van onzuiver drinkwater. De hoedanigheid hiervan laat +bijna overal in de Provincie te wenschen over.</p> + +<p>Ook de <em class="g">scheepvaart</em>, die in Friesland van zooveel beteekenis is, lijdt in +zulke tijden zeer door watergebrek, daar dan standen van 30, soms ook +van 40 en 50 cM. beneden Friesch Peil voorkomen,—en dit geldt zoowel +voor de kleine schipperij als voor de groote tjalkvaart op den waterweg +de Lemmer–Stroobos, deel uitmakende van dien van Holland naar Groningen; +schepen raken dan aan den grond en versperren vaarwaters. Beide zullen +dus zeer gebaat worden als de boezem altijd op peil kan gehouden worden +door inlating uit het IJselmeer.</p> + +<p>Een tak van bedrijf die bij den tegenwoordigen toestand dikwijls +<ins class="corr" id="corr14" title="Bron: veeI">veel</ins> schade lijdt is ook de <em class="g">zoetwatervisscherij</em>,—omdat nu elk +jaar bij de voorjaarsafstrooming groote massa's vischkuit en broed op de +droogvallende buitenlanden verloren <span class="pagenum" title="42"> </span><a id="p_42"></a>gaan, omdat nu 's zomers veel zout +water op den boezem komt, wat groote uitgestrektheden ongeschikt maakt +voor visch (behalve voor paling) en veel visch doodt, en eindelijk omdat +het afvalwater van enkele fabrieken (o. a. van de beruchte +stroocartonfabriek te Leeuwarden) het zeer gedaalde boezemwater voor +visch nog geheel bederft. Het Verslag meent, dat de opbrengst in een +droog jaar wel tweemaal zoo groot zou kunnen zijn als een +ververschingsbron achter de hand was.</p> + +<p>De <em class="g">volksgezondheid</em> wordt tegenwoordig benadeeld, omdat de boezem niet +zoo noodig ververscht kan worden bij vervuiling, bij rotting veroorzaakt +door het hooge zoutgehalte, en omdat het boezemwater vaak door de +schippers gedronken wordt. Het telkens droogvallen der gronden bevordert +ook malaria, voornamelijk als het overstroomingswater brak of zout was.</p> + +<p>Afsluiting der Zuiderzee en inlaten van zoet water uit het IJselmeer zal +meebrengen zuiver water, zuiverder lucht en vermindering van het gevaar +voor epidemische ziekten.</p> + +<p><em class="g">Handel</em> en <em class="g">nijverheid</em> zullen er ook zeker bij winnen als het gebrekkig +verkeer door te lage waterstanden in den zomer niet meer zal voorkomen. +In het Nieuwsblad van Friesland van 7 Okt. 1905 deelt Aquarius mee, dat +het aantal stoomketels in Friesland 550 bedraagt (incl. die van de +stoombooten) en dat die minstens 6 keer per jaar meer moeten gewasschen +worden dan wanneer geheel zoet water ten dienste stond voor de +ketelvoeding. De kosten daarvan en de stagnatie in het bedrijf worden +per keer gemiddeld op ƒ25.-, dus per jaar op ƒ150.- geschat, dus +voor alle ketels samen op ƒ82.500 per jaar, welk bedrag echter +vermeerderd moet worden wegens de grootere slijtage der ketels.</p> + +<p>Voor een deel is het gezegde ook van toepassing op <span class="pagenum" title="43"> </span><a id="p_43"></a>het Land van +Vollenhove t. N.W. van het Meppelerdiep.</p> + +<p>En, zooals reeds werd opgemerkt, nog een groot voordeel voor Friesland +en het Land van Vollenhove zal aan de mogelijkheid van voldoende +zoetwateraanvulling ten allen tijde verbonden zijn, nl. <em class="g">verbetering der +afwatering</em>.</p> + +<p>In het voorjaar toch, als het winterwater moet worden verwijderd en de +landbouw flink lage waterstanden noodig heeft, zoodat ook natte tijden +daarna weinig of geen schade kunnen veroorzaken, laat men veelal het +water niet zooveel afstroomen als gewenscht is,—omdat men niet durft, +n.l. met het oog op een drogen tijd die volgen kan.</p> + +<p>Gaat men de bijna angstvallige zorg na waarmee in Friesland het tijdstip +en de duur van afstrooming met de zeesluizen geregeld wordt<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="fnanchor"><sup>14</sup>)</a>, dan +blijkt daaruit hoe de gezaghebbers altijd geslingerd worden tusschen de +vrees voor te veel en die voor te weinig water. De Heer <span class="mixcap">Rengers</span>, die +daaraan zelf zooveel deelnam, zegt dan ook in zijn meermalen +aangehaalden rede<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: .">:</ins> „<i>Zoolang de waterinlating in Friesland niet +gevonden is, zal de beheersching van den waterstand onvolkomen +blijven</i>”.</p> + +<p>Heeft men echter in het IJselmeer steeds een zoetwaterbron beschikbaar, +waaruit men altijd putten kan zooveel men noodig heeft, dan zal men ook +elk oogenblik den boezem zooveel durven verlagen als men wil, omdat +aanvulling daarna altijd mogelijk is.</p> + +<div class="sidenote">Kwel door en onderdoor den afsluitdijk.</div> + +<p>Er is wel eens twijfel gerezen omtrent de mogelijkheid om door een +afsluitdijk het zeewater werkelijk van het IJselmeer te +scheiden,—eenige onvermijdelijke doorkwelling daargelaten.</p> + +<p><span class="pagenum" title="44"> </span><a id="p_44"></a></p> + +<p>Indertijd heeft de Hoogleeraar <span class="mixcap">Harting</span> de vrees uitgesproken, dat als +de afsluitdijk op diluvisch zand of zelfs op een daarop rustende +keilaag werd aangelegd, zooveel water door dat zand +naar binnen zou dringen, dat men den bodem daarachter niet zou kunnen +droogleggen: door hem genomen proeven waren in dit opzicht niet +geruststellend<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="fnanchor"><sup>15</sup>)</a>.</p> + +<p>Een commissie uit de Kon. Akademie van Wetenschappen benoemd om dit +vraagstuk in 't bijzonder te onderzoeken, meende evenwel terecht, dat +uit laboratoriumproeven in nauwe glazen buizen en met van elders (dus +niet van den Zuiderzeebodem) gehaald zand genomen, dus onder +omstandigheden die zeer van de werkelijkheid verschilden, voor de +praktijk weinig of niets viel af te leiden<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="fnanchor"><sup>16</sup>)</a>.</p> + +<p><span class="mixcap">Harting</span> zelf kende aan die proeven daarom ook slechts een betrekkelijke +waarde toe. De kwel, die afhangt van de geaardheid van den grond, van de +lengte over welke de doorkwelling plaats heeft en van het verschil in +waterstand buiten en binnen (drukhoogte), zou op grond van op +verschillende plaatsen in ons land opgedane ondervinding, volgens de +Commissie bij een drukhoogte van 4 M. nog betrekkelijk gering zijn. En +hierbij werd niet alleen rekening gehouden met een kwel door den +afsluitdijk, maar ook met die door de kaden langs boezemmeren en +boezemkanalen (Regeeringsontwerp 1877), samen 6 maal zoo lang als de +dijk zelf.</p> + +<p>Bij het ontwerp Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie is de drukhoogte +in normale omstandigheden bij H.W. slechts 0,80 M., terwijl er zelfs +gedurende een gedeelte van elk <span class="pagenum" title="45"> </span><a id="p_45"></a>getij overdruk <i>van binnen naar buiten</i> +zal zijn. Gebruik makende van dezelfde wijze van berekening als de +genoemde commissie vindt men, dat in gewone omstandigheden slechts <sup>1</sup>⁄<sub>90</sub>, +bij stormvloed slechts <sup>1</sup>⁄<sub>22</sub> naar binnen zou kwellen van de +hoeveelheid zoetwater die in dezelfden tijd bij middelbaren IJselstand +op het meer vloeit.</p> + +<p>De kwel zal dus geen noemenswaardigen invloed hebben op het zoutgehalte +van het water van het IJselmeer.</p> + +<div class="sidenote">Beschikbare hoeveelheid water ter inlating.</div> + +<p>Een andere vraag is: Zal in droge zomers altijd een voldoende +hoeveelheid zoet water beschikbaar zijn ter inlating in de nieuwe +polders en de aangrenzende gewesten?</p> + +<p>Deze kwestie wordt uitvoerig behandeld in de 4<sup>e</sup> Nota der +Zuiderzee-Vereeniging.</p> + +<p>De waterplas binnen de afsluiting verliest door verdamping en wordt +aangevuld uit het water dat rivieren en boezems, vooral de IJsel er op +brengen. Een gunstige omstandigheid is, dat in de maanden als de +verdamping het grootst is (1 Mei–1 September) de IJsel gewoonlijk +niet het minst afvoert, daar hij dan ook gevoed wordt door het smelten +van sneeuw en ijs in het brongebied van den Rijn; in 't algemeen is de +afvoer het kleinst in de herfstmaanden.</p> + +<p>Uit die nota blijkt o. a., dat in 10 jaren van het tijdvak 1871–1885 (in +de andere jaren zou f weinig ingelaten of de aanvoer betr. groot +geweest zijn) alleen in Mei 1880 en Aug. 1885 eenig tekort zou geweest +zijn om de nieuw drooggemaakte gronden, Friesland en Hollands +Noorderkwartier van water te voorzien,—wat echter slechts een daling +van 2 cM. van het IJselmeer zou kunnen veroorzaakt hebben. Dit zou dus +zeker geen bezwaar geweest zijn, vooral als men bedenkt, dat op zeer +ruime waterinlating behalve in de nieuwe landen (5 die van Rijnland) +en een te groote <span class="pagenum" title="46"> </span><a id="p_46"></a>verdamping (gemeten n.l. in kleine verdampingsmeters) +gerekend is.</p> + +<p>Daar het aangenomen peil van het IJselmeer –0.40 A.P., dat van +Frieslandsboezem –0,66 en dat van Schermerboezem (Noorderkwartier) –0.58 +A.P. is, zoo zal bij dien stand altijd water ingelaten kunnen worden. +Mocht de stand van het meer lager zijn of plaatselijk door afwaaiing +dalen, dan kan men dien tijdelijk b. v. in April en Mei door het sluiten +der sluizen wat verhoogen, b. v. tot –0,20 A.P., wat ook voor de +scheepvaart gewenscht is.</p> + +<p>Van Frieslands sluizen is alleen de bestaande Lemstersluis voor +waterinlating geschikt, maar zij alleen is daartoe niet vermogend +genoeg. Er zal daarom aan de zuidzijde nog een inlaatsluis moeten +bijgebouwd worden.</p> + +<div class="sidenote">Gevolgen der afsluiting voor de scheepvaart.</div> + +<p><em class="g">Voor de scheepvaart.</em></p> + +<p>Door de afsluiting zal de scheepvaart geen nadeel ondervinden, +integendeel in menig opzicht worden gebaat.</p> + +<p>De scheepvaart op de Zuiderzee is n.l. voor een zeer groot gedeelte, ⅓ + ½ van de geheele scheepvaartbeweging, van en naar Amsterdam gericht.</p> + +<p>Dan volgen wat de grootte van die beweging betreft het Zwolsche Diep, de +Lemmer en het Keteldiep (IJsel), voorts Harlingen, Muiden, Hoorn.</p> + +<p>In gewone omstandigheden wordt, bij de grootendeels langdurige vaarten, +niet „op tij” gevaren; de verschillen tusschen H.W. en L.W. zijn +trouwens gering,—in de zuidelijke kom 25 50 cM.—ook in vergelijking +met de schommelingen van den waterstand door den wind veroorzaakt.</p> + +<p>Het peil van –0,20 A.P. van het IJselmeer in den zomer is ongeveer +gelijk aan den tegenwoordigen laagwaterstand <span class="pagenum" title="47"> </span><a id="p_47"></a>in het midden van de +zuidelijke kom, dat van –0,40 A.P. 's winters ongeveer 20 cM. lager. +Maar deze verlaging komt ook nu herhaaldelijk voor bij lage ebben, of +door afwaaiing. Standen beneden –0,60 A.P., zooals nu wel eens +voorkomen, zullen zelden meer op het IJselmeer worden aangetroffen.</p> + +<p>Zooals reeds bij de beschrijving van het plan is opgemerkt, zou echter +door de afsluiting de <em class="g">bevaarbaarheid t. O. van Schokland</em> onvoldoende +worden. Daarin zal worden tegemoet gekomen door de verlenging van het +Zwolsche Diep tot t. Z. van Schokland.</p> + +<p>Ook zagen wij dat vr het tot standkomen der afsluiting eenige <em class="g">havens</em>, +die nu niet met L.W. bevaren kunnen worden en waarvoor dan H.W. moet +worden afgewacht, door uitbaggering en verlenging der havendammen eenige +meerdere blijvende diepte moet worden gegeven,—zoodat zij dan ten allen +tijde bevaarbaar worden.</p> + +<p>Na de droogmaking der vier deelen blijft in 't algemeen het diepste +gedeelte der Zuiderzee over voor het IJselmeer en voor den breeden +waterweg van Amsterdam daarheen. De ondiepste plaatsen komen voor in de +geul die naar de Oranjesluizen voert en waarin nu bij het +Vuurtoreneiland bij L.W. slechts 21 23 dM. water staat. Eenige +baggering zal daar plaatselijk moeten helpen.</p> + +<p>Een voordeel is dat de <em class="g">schuttingen</em> door de Oranjesluizen te +<em class="g">Schellingwoude</em> zeer zullen worden bekort wegens het kleiner verschil +tusschen de standen op het Noordzeekanaal en het IJselmeer; +waarschijnlijk zal de doorvaart nu en dan bij gelijk water kunnen plaats +hebben.</p> + +<p>Voor de <em class="g">vaart op Harlingen</em> zal, zooals wij zagen, een nieuw aan te +leggen kanaal van Piaam naar die plaats dienst doen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="48"> </span><a id="p_48"></a></p> + +<p>Zal dus de bevaarbaarheid door het aangenomen peil van hef IJselmeer +niet worden geschaad, in enkele opzichten zelfs bevorderd, er zal zeker +een <em class="g">veel veiliger vaart</em> worden verkregen. Op het IJselmeer zal het niet +meer in die mate spoken als nu en dan op de Zuiderzee het geval is. +Menige hooge lading of deklast ging op de soms woeste watervlakte van +dezen zeeboezem verloren, om van het verlies van vaartuigen en +menschenlevens niet te spreken;—zulke ongevallen zullen na de +afsluiting wel nooit meer voorkomen. Die veiliger vaart is van groot +belang, ook in verband met de groote waterwegen in het noorden des +lands.</p> + +<div class="sidenote">Zand- en slibaanvoer op het IJselmeer.</div> + +<p>Een kwestie die in de eerste plaats de scheepvaart raakt is de +<em class="g">verondieping van het IJselmeer door het zand en de slib</em> die de IJsel +daarin zal aanvoeren.</p> + +<p>Wat den zandafvoer van die rivier aangaat, die op ongeveer 200.000 M +per jaar kan worden geschat<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="fnanchor"><sup>17</sup>)</a>, het zand zal zich na de afsluiting wel +op dezelfde plaats blijven neerzetten als daarvr, nl. op een 2700 HA. +groote oppervlakte buiten den Ketelmond, van waar het dan evenals nu kan +worden weggebaggerd.</p> + +<p>De massa slib door den IJsel meegevoerd moet op 400.000 M 's jaars +gesteld worden<a id="FNa_18" href="#FN_18" class="fnanchor"><sup>18</sup>)</a>. Werd deze hoeveelheid gelijkmatig verdeeld over den +bodem van het 145.000 HA. groote meer, dan zou die in de eerste halve +eeuw na de afsluiting den bodem slechts 1,5 cM. verhoogen. Het spreekt +echter van zelf dat de verdeeling niet gelijkmatig over de geheele +oppervlakte zal geschieden en dat, waar voorkomen moet <span class="pagenum" title="49"> </span><a id="p_49"></a>worden dat de +ophooging hinderlijk voor de scheepvaart wordt, de slibneerslag moet +worden weggebaggerd.</p> + +<p>Daarom werd door de Staatscommissie op de voorloopige begrooting van het +werk in het eerste jaar een kapitaal van ƒ300.000 gebracht, dat na 66 +jaar tegen 3½ percent aangegroeid tot ƒ2.857.000 een rente zou geven +voldoende om jaarlijks 400.000 M tegen 25 cts per M uit het IJselmeer +te baggeren. Daarbij werd echter de neerslag in de eerste 66 jaar over +het hoofd gezien, al zal die wel voor een groot deel binnen de +droogmakerijen vallen.</p> + +<p>Intusschen is de juiste daarvoor noodige som vooruit moeilijk te +bepalen. Immers er zullen aanhoogingen kunnen voorkomen, b.v. ter +weerszijden van het verlengde Zwolsche Diep, aan de binnenzijde tegen +den afsluitdijk, die kunnen blijven liggen, daar zij de scheepvaart niet +hinderen en ook de waterberging van het IJselmeer, die alleen van zijn +oppervlakte en niet van de diepte afhangt, niet kunnen wijzigen. +Daarentegen is op enkele andere plaatsen veel hinderlijke neerslag te +verwachten o. a. in het zuidelijk einde van den breeden waterweg naar +Amsterdam, in verband met de richting van den meest heerschenden wind +(Z.W.) en de daardoor veroorzaakte onderstrooming in tegengestelde +richting<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="fnanchor"><sup>19</sup>)</a>.</p> + +<div class="sidenote">Bezwaren van technischen aard.</div> + +<p>Tegen sommige van de voorgestelde werken zijn, vooral in den laatsten +tijd, <em class="g">bezwaren</em> gemaakt <em class="g">van technischen aard</em>, veelal door tegenstanders +breed uitgemeten ter bestrijding van het geheele plan. Dit nu is een +fout. Al mochten enkele opmerkingen omtrent den aanleg van onderdeelen +gegrond zijn, dan nog kunnen zij het geheele plan als zoodanig <span class="pagenum" title="50"> </span><a id="p_50"></a>niet +treffen. Die onderdeelen moeten dan op andere wijze worden aangelegd.</p> + +<p>Maar in elk geval zijn zulke opmerkingen geheel ontijdig.</p> + +<p>Want men bedenke wel, dat het plan der +Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie niets anders is dan een +voor-ontwerp in groote trekken, om de gedachten te bepalen en de kosten +ongeveer te kunnen nagaan.</p> + +<p>Maar als de verantwoordelijke ingenieurs aan het werk gaan en van de +onderdeelen de ontwerpen gaan opmaken, waarnaar zij zullen worden +uitgevoerd, dan zullen zij ongetwijfeld rekening houden met het beste en +nieuwste wat de wetenschap hun aan de hand doet en zullen die ontwerpen +dikwijls in menig opzicht afwijken van het globale plan.</p> + +<p>Daarom leest men o. a. in de Memorie van Toelichting bij het Ontwerp van +Wet tot indijking en droogmaking van de Wieringermeer (Wetsontwerp +<span class="mixcap">Kraus</span>, 1907): „Het ligt niet in de bedoeling van de ondergeteekenden, +dat het plan der indijking en droogmaking van de Wieringermeer en van de +overige in verband daarmede uit te voeren werken reeds thans tot in +onderdeelen zouden worden vastgelegd. Het voornemen bestaat om, zoodra +door aanneming van dit wetsontwerp in beginsel tot de uitvoering van het +werk zal zijn besloten, de nadere uitwerking der plannen ter hand te +doen nemen. Enz.”</p> + +<p>Ten duidelijkste blijkt het boven gezegde uit het „Verslag der +onderzoekingen v. h. Bureau voor het opmaken van een meer uitgewerkt +plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de afsluiting +der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de Wieringermeer, +samengesteld door den ingenieur van 's Rijks Waterstaat <em class="g">de Blocq van +Kuffeler</em>”. Men ziet daaruit dat in bijna alle onderdeelen,—in sommige +zeer veel!—is afgeweken van het globale plan der Staatscommissie, <span class="pagenum" title="51"> </span><a id="p_51"></a>o. +a. ten opzichte van de plaats, afmetingen, enz. der buitendijken, van de +afwaterings- en scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, +vooral ook ten aanzien van de bestrijding der kwel uit de diluviale +gronden van Wieringen, enz. enz.</p> + +<p>Zoo is b.v. critiek uitgeoefend op de wijze van aanleg, de afmetingen, +enz. van de meerdijken die de vier droogmakerijen moeten beschermen—een +zaak van belang, omdat zelfs twijfel aan de veiligheid der bewoners van +de nieuwe landen van grooten invloed zou kunnen zijn op de oeconomie van +het geheele plan. Maar het is immers niet denkbaar, dat de +waterstaats-ingenieurs, belast met het ontwerpen en uitvoeren van die +dijken, hetgeen daaromtrent in het Verslag der Staatscommissie gezegd en +geteekend is klakkeloos zouden overnemen.</p> + +<p>Zoo is ook beweerd, dat de kruin van den afsluitdijk te laag ontworpen +is, omdat na de afsluiting aldaar hoogere stormvloeden zullen voorkomen +dan nu. De Zuiderzee-Vereeniging (2<sup>e</sup> Nota, bl. 15) en de +Staatscommissie meenen dat bij storm in de diepe geulen, zooals die van +het Vlie en van den Texelstroom weinig of geen opwaaiing plaats heeft, +maar dat van daaruit het water opwaait over de ondiepere gedeelten, b.v. +uit het Vlie naar de Friesche kust, wat te Harlingen eene hoogste +waterstand bij stormvloed van +2,90 A.P. heeft veroorzaakt. Daar nu de +Texelstroom op ongeveer denzelfden afstand van den afsluitdijk komt te +liggen als het Vlie van de Friesche kust, zoo zal de opwaaiing daaruit +naar den dijk niet grooter zijn en hiernaar is, rekening houdende met +een sterken golfoploop tegen den dijk, de hoogte hiervan bepaald. Deze +redeneering zal wel juist zijn, wordt ook niet weersproken.</p> + +<p><span class="pagenum" title="52"> </span><a id="p_52"></a></p> + +<p>Maar het is de vraag of de <i>gewone</i> (gemiddelde of dagelijksche) +vloeden bij den afsluitdijk misschien wat hooger zullen stijgen dan nu +en in verband daarmede ook de stormvloeden daardoor wat zullen +rijzen<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="fnanchor"><sup>20</sup>)</a>.</p> + +<p>Een aanzienlijke verhooging der stormvloeden t. N. van den afsluitdijk +en zelfs langs de noordelijke kusten van Friesland en Groningen, doordat +de bergruimte van de Zuiderzee en de Wadden dan tot op ongeveer de helft +verkleind wordt, is een schrikbeeld waarmee in den laatsten tijd geheel +ten onrechte onrust wordt veroorzaakt. Immers er behoeft dan ook slechts +ongeveer de helft van het water door de zeegaten naar binnen te stroomen +om de overgebleven kom zoo hoog op te zetten dat er evenwicht is +tusschen het water binnen en buiten<a id="FNa_21" href="#FN_21" class="fnanchor"><sup>21</sup>)</a>. Terecht zegt dan ook de +Regeering in de Memorie van Toelichting van het nu ingediende +wetsontwerp, dat „geene of slechts geringe verhooging van de +stormvloedhoogten, als gevolg van de afsluiting, is te verwachten” (bl. +7).</p> + +<p>Hoe dit zij, deze quaestie zal nog wel worden nagegaan, voordat met den +bouw van den afsluitdijk begonnen wordt, niet alleen om de hoogte van +dien dijk zelven en van die der aansluitende Friesche en +Noord-Hollandsche dijken, maar ook om andere zaken die met de +waterstanden aldaar samenhangen, o. a. de te verwachten snelheden in de +sluitgaten, enz. Mocht dan blijken dat de afsluitdijk 0,50 M. hooger +moet worden gemaakt, welnu dan kan en zal dat zeker gebeuren, maar +daarmee staat of valt niet de wenschelijkheid of de mogelijkheid van het +geheele werk.</p> + +<div class="sidenote">Gebruik van gewapend beton.</div> + +<p>Het voor-ontwerp van de Staatscommissie is reeds 20 jaar oud. Het kan en +zal waarschijnlijk gebeuren dat sommige <span class="pagenum" title="53"> </span><a id="p_53"></a>onderdeelen geheel anders +zullen worden gemaakt dan werd voorgesteld.</p> + +<p>Vooral het gebruik van <em class="g">gewapend beton</em>, dat in den laatsten tijd meer en +meer toepassing vindt, zal misschien zulke belangrijke wijzigingen +meebrengen,—wat ook invloed kan hebben op de kosten.</p> + +<p>Daarom noodigde de Zuiderzee-Vereeniging in 1909 een commissie uit om +verslag uit te brengen over de vraag: „in welke mate kan gewapend beton +in uitgebreiden zin van toepassing zijn bij den afsluitdijk, de +meerdijken, den bouw der kunstwerken, enz., ter bezuiniging bij de +uitvoering, onder behoud van gelijke deugdelijkheid in aanleg en +onderhoud?”</p> + +<p>Deze „gewapend-betoncommissie”, samengesteld uit de HH. Mr. <span class="mixcap">P. Van +Foreest</span>, Dijkgraaf v. d. Hondsbossche en Duinen tot Petten, <span class="mixcap">A. W. Bos</span>, +Dir. Gemeentewerken Amsterdam, <span class="mixcap">J. M. Van Elzelingen</span>, Hoofdingenieur v. +d. Prov. Waterstaat in Zuid-Holland, <span class="mixcap">B. Hogenboom</span>, Oud-Inspecteur +Generaal van 's Rijks Waterstaat, <span class="mixcap">G. J. De Jongh</span>, Dir. Gemeentewerken +Rotterdam, <span class="mixcap">J. W. C. Tellegen</span>, Dir. Gem. Bouw- en Woningtoezicht +Amsterdam en <span class="mixcap">L. Volker Azn.</span>, aannemer, bracht Sept. 1911 haar verslag +uit<a id="FNa_22" href="#FN_22" class="fnanchor"><sup>22</sup>)</a>.</p> + +<p>De groote meerderheid der Commissie stelt voor de afsluiting te +verkrijgen door in de sluitgaten, na aanvulling der geulen met zand en +zinkwerk, twee rijen bakken van gewapend beton, lang 50, breed en hoog 5 +M., met tusschenruimten in verband tegen elkaar steunend, te doen zinken +en daarop en daartegen het lichaam van den dijk op te werken, zoodat zij +niet aan de inwerking van zeewater zijn blootgesteld. Eenige besparing +van kosten is misschien daardoor te <span class="pagenum" title="54"> </span><a id="p_54"></a>verkrijgen, maar nog moeilijk te +bepalen. Maar de Commissie meende dat daarmede aanzienlijke besparing in +tijd zou te verkrijgen zijn en dit is een groot voordeel, ook uit +finantieel oogpunt.</p> + +<p>Op de andere werken zouden niet veel kosten te besparen zijn behalve op +de sluiswerken op of bij Wieringen. De meerderheid was van oordeel, dat +het beter was deze binnen een cirkelvormigen ringdijk in zee t. O. van +Wieringen aan te leggen, omdat daardoor 7 ton onteigeningskosten voor +het kanaal door Wieringen zouden worden uitgespaard, 250 HA. aldaar niet +behoeven te worden opgeofferd en de afsluitdijk 1 KM. korter (1 millioen +gulden) kan worden.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 326px;"> +<img src="images/ill_p054.png" width="326" height="203" alt="" /> +</div> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">8)</a> + <p>Ald. Bl. 7.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">9)</a> + <p>Zie hierover <span class="mixcap">C. W. Lely</span> c. i. Beschouwingen v. d. + afwatering v. h. Noordzeekanaal in verband m. d. afsl. en droogm. d. + Zuiderzee (Weekbl. De Ingenieur, Jaarg. 1914, bl. 203).</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">10)</a> + <p>Zie hierover meer uitvoerig: <span class="mixcap">Deking Dura</span>. Iets over den toestand + der afwatering in een deel van Overijsel. Tijdschr. Ned. Heide M<sup>ij</sup>, 1909, bl. 173.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">11)</a> + <p>De afwatering van Frieslandsboezem is uitvoerig behandeld door het Lid der + Ged. St. v. Friesl. <span class="mixcap">Van Welderen</span> Bn <span class="mixcap">Rengers</span> in een + rede, geh. v. d. verg. der Afd. Tietjerksteradeel der Fr. M<sup>ij</sup> van + Landb. 28 Dec. 1909,—opgenomen i. h. Tijdschr. d. Ned. Heide M<sup>ij</sup>, + 22<sup>e</sup> Jaarg. (1910), bl. 35. Zie ook bl. 69 aldaar.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">12)</a> + <p>Zie: De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Uitg. d. d. + Zuiderzee-Vereeniging 1911.—Leid. 1911.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">13)</a> + <p>Medegedeeld in het Handelsblad v. 27 Okt. 1904 door Mr. <span class="mixcap">G. + Vissering</span>, destijds Secretaris van de Zuiderzee-Vereeniging.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">14)</a> + <p>Tijdschr. Ned. Heide-Maatsch<sup>ij</sup>, 22<sup>e</sup> Jaarg. (1910), bl. 41 e. v.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">15)</a> + <p><span class="mixcap">P. Harting</span>. De geol. en phys. gesteldheid v. d. + Zuiderzeebodem. Versl. en Med. Afd. Nat. K. Ak. v. Wet., Dl. XI, 2e Reeks.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">16)</a> + <p>Verslag v. d. Comm. t. onderzoek n. d. mate waarin water + onder verschillende drukhoogte door zandmassa's van verschillende + samenstelling en breedte stroomt. Uitg. d. d. Kon. Ak. v. Wet. Amst. 1887.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">17)</a> + <p>Not. Verg. Kon. Inst. v. Ingenieurs. 13 Sept. 1887.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">18)</a> + <p>Nota's der Zuiderzee-Vereeniging I en VIII. Bijl. 2.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">19)</a> + <p>Zie de Nota van het lid der Staatscommissie <span class="mixcap">J. W. Welcker</span> + als Bijlage bij het Verslag dier Commissie.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">20)</a> + <p>Zie „Weerlegging van bezwaren”, bl. <a href="#p_123">123</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_21" href="#FNa_21" class="label">21)</a> + <p>Ald., bl. <a href="#cross0">118 e. v.</a></p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_22" href="#FNa_22" class="label">22)</a> + <p>Uitgave v. d. Zuiderzee-Vereeniging. Leiden 1911.</p></div> + +<p><span class="pagenum" title="55"> </span><a id="p_55"></a></p> + +<h3><a id="deelI_V"></a>V. De aanwinst van grondgebied.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<div class="sidenote">Internationale beteekenis van Nederland verhoogd.</div> + +<p>Door de vergrooting van het grondgebied van een staat met een gansche +provincie, bestaande uit zeer vruchtbare gronden, wordt de beteekenis +van dien staat belangrijk verhoogd.</p> + +<p>Wel wordt met zulk een annexatie als hier bedoeld geen nieuwe bevolking +onmiddellijk ingelijfd, maar de uitbreiding der bestaansmiddelen, die +vele duizenden tot welvaart zal voeren, brengt mede een betrekkelijk +sneller toename der oude bevolking.</p> + +<div class="sidenote">Aard der gronden.</div> + +<p>Die vermeerdering van beteekenis hangt echter voor een groot gedeelte af +van den aard van den aangewonnen grond. En daaromtrent behoeft geen +twijfel te bestaan.</p> + +<p>Een groot aantal <em class="g">grondboringen</em> zijn verricht. Voor het plan <span class="mixcap">Beijerinck</span> +werden in 1866 in het zuidelijk deel reeds 134 grondboringen gedaan; +deze werden voor het Regeeringsontwerp in 1875 nog met 271 vermeerderd. +Tusschen Vollenhove, de noordpunt van Schokland en den Ketel deed de +Staatscommissie van 1878 voor de verbetering van het Zwolsche Diep 102 +boringen uitvoeren. In het Wieringermeer zijn in 1869 grondboringen +verricht<a id="FNa_23" href="#FN_23" class="fnanchor"><sup>23</sup>)</a>; bovendien zijn er daar in 1880 nog 120 gedaan. Op de +Wadden t. Z. van Ameland zijn blijkens het Verslag v. Commissarissen der +<span class="pagenum" title="56"> </span><a id="p_56"></a>Maatschappij tot landaanwinning op de Friesche Wadden in 1879 280 +boringen verricht; in 1889 is daar door den Heer <span class="mixcap">Lely</span> een nader +onderzoek gedaan. Toen moesten nog over ruim de helft der +Zuiderzee-oppervlakte (met inbegrip der Wadden) boringen plaats hebben, +die in 1889 en 1890 door de Zuiderzee-Vereeniging ten getale van 2128 +zijn uitgevoerd.</p> + +<p>Binnen den ontworpen afsluitdijk vallen 1049 van genoemde boringen.</p> + +<p>Het onderzoek der grondmonsters in het zuidelijk gedeelte is indertijd +gedaan door Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> en de uitkomsten zijn meegedeeld in zijn +rapport, overgelegd als Bijlage N bij het Regeeringsontwerp van 1877.</p> + +<p>Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> was van oordeel, „dat de kleigronden van de +Zuiderzee” (klei tot 50 perc. zand) „in kwaliteit gelijk zullen zijn aan +de kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 70 +perc. zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +gronden der Groninger noordelijke zeepolders”.</p> + +<p>Prof. <span class="mixcap">Mayer</span>, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek van Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> tot het besluit: „dat +minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond van +groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde”.<a id="FNa_24" href="#FN_24" class="fnanchor"><sup>24</sup>)</a></p> + +<p>Bij deze uitspraak werd echter het zand als „van geen onmiddellijke +waarde” beschouwd. Maar nu, 25 jaar later, weten wij dat ook vele +zandgronden bij een goede behandeling en bemesting wel degelijk een +belangrijk voortbrengingsvermogen <span class="pagenum" title="57"> </span><a id="p_57"></a>vermogen kunnen hebben, vooral als +zij laag genoeg liggen ten opzichte van den algemeenen waterstand om tot +grasland te worden gemaakt. Zand werd hier genoemd alle zandgrond die +uit meer dan 90 percent zand bestaat; het bevat dus nog kleideeltjes die +tot de vruchtbaarheid er van bijdragen.</p> + +<p>Wat de geologische gesteldheid der nieuwe gronden betreft kan men dus +gerust zijn.</p> + +<p>Intusschen hangt de vruchtbaarheid niet alleen van de geaardheid der +gronden zelve af, maar ook van een <em class="g">goede afwatering</em> en, in droge tijden, +van een <em class="g">voldoende wateraanvulling</em>.</p> + +<p>De nieuwe gronden moeten flink diep „uit het water gehaald” kunnen +worden, m. a. w. het polderwater moet op voldoend laag peil kunnen +gebracht worden en <i>spoedig</i> gebracht kunnen worden, ook bij sterken +regenval.</p> + +<div class="sidenote">Ontzilting der nieuwe gronden.</div> + +<p>Is dit het geval, dan kunnen zij na de droogmaking ook spoedig ontzilt +worden door de daarop vallende regens. Prof. <span class="mixcap">van Bemmelen</span> zegt +daaromtrent: „Hoe snel de uitspoeling van de chloruren plaats heeft, +zoodra de aan zee ontwoekerde akkers aan een krachtige bemaling worden +blootgesteld, is in de IJpolders gebleken.</p> + +<p>.... Vergelijkt men dezen goeden afloop met de lijdensgeschiedenis van +den Anna-Paulownapolder (1847) en den Waard- en Groetpolder (1844) en +vele Zeeuwsche polders, dan valt het groote verschil in het oog. <i>Dit +verschil is alleen aan de bemaling toe te schrijven.</i> De genoemde +polders werden gebrekkig door windmolens bemalen, de IJpolders van het +begin af door stoomwerktuigen, welker vermogen in sommige polders later +nog versterkt is geworden”.<a id="FNa_25" href="#FN_25" class="fnanchor"><sup>25</sup>)</a></p> + +<p><span class="pagenum" title="58"> </span><a id="p_58"></a></p> + +<p>Voor een uitstekende afwatering is in het ontwerp zorg gedragen. Wij +zagen dat daartoe de droogmakerijen in polders zijn verdeeld, waarvan de +polderpeilen voorzichtigheidshalve op 2 M. beneden de laagste daarin +voorkomende terreinen zijn gesteld op het tijdstip dat deze +droogvallen,—de Zuiderzee-Vereeniging, die niet op 1 M. maar op 0,5 M. +inklinking rekende, had hiervoor slechts 1,5 M. genomen. De bemaling +werd zoo berekend, dat zij onder alle omstandigheden die peilen volkomen +kan beheerschen.</p> + +<div class="sidenote">Voorbereiding der gronden vr de uitgifte.</div> + +<p>Zijn de gronden in een polder drooggevallen en verkaveld, dan wordt er +op gerekend, dat die niet dadelijk op een of andere wijze zullen +uitgegeven worden. Men wil die dan nog gedurende ongeveer 3 jaar doen +behandelen, bebouwen, enz. om ze volkomen geschikt in handen der +gebruikers over te geven<a id="FNa_26" href="#FN_26" class="fnanchor"><sup>26</sup>)</a>. De gronden worden dan zoogenaamd zwart +gemaakt, gruppels en slooten, die in 't begin telkens weer toeschieten, +worden geschoten en herschoten, de verharding der wegen waar noodig +verbeterd, enz. Ook in het Wetsontwerp v. 1907 betr. de +<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: drooogmaking">droogmaking</ins> van de Wieringermeer werd daarop gerekend. +In dien tijd kunnen de gronden toch reeds rijke vruchten dragen: de uit +den Dollart in 1740 bedijkte Stadspolder (427 HA.) werd in dat jaar +gedeeltelijk met koolzaad bezaaid; dit leverde in het volgende jaar een +oogst, waarvan de verkoop na aftrek van alle onkosten de +bedijkingskosten met <ins class="info" title="4852 guldens, 6 stuivers, en 2 duiten">4852 gl., 6 st. en 2 d.</ins> overtrof!</p> + +<p>Ook kan in dien tijd het landbouwkundig onderzoek plaats <span class="pagenum" title="59"> </span><a id="p_59"></a>hebben voor de +rationeele cultuur der nieuwe gronden, door het bebouwen van +proefvelden, cultuurvakjes, enz.<a id="FNa_27" href="#FN_27" class="fnanchor"><sup>27</sup>)</a>.</p> + +<div class="sidenote">Verkaveling en perceelsindeeling.</div> + +<p>Wat de eigenlijke <em class="g">verkaveling</em> of verdeeling der gronden aangaat door de +kanalen met hoofdwegen er langs, landwegen, hoofd- en kruistochten, +kavel- en hein- of tusschenslooten, zij opgemerkt, dat ook deze zaak +reeds van verschillende zijden bezien is.</p> + +<p>De Staatscommissie gaf daarvoor in haar Verslag<a id="FNa_28" href="#FN_28" class="fnanchor"><sup>28</sup>)</a> een plan met kavels +van 20 HA., terwijl voor het Regeeringsontwerp voor de droogmaking van +de Wieringermeer van 1907 door den toenmaligen Minister van Landbouw, +Handel en Nijverheid een Commissie van Landhuishoudkundigen werd +benoemd, die een andere wijze van verkaveling voorstelde met kavels van +10 HA.<a id="FNa_29" href="#FN_29" class="fnanchor"><sup>29</sup>)</a>.</p> + +<div class="sidenote">Teleurstellingen vroeger ondervonden met nieuwe gronden.</div> + +<p>Meer dan eens is de vrees geuit, dat de uit de Zuiderzee aangewonnen +gronden evenzeer teleurstelling zouden opleveren als dit reeds vroeger +met nieuw drooggemaakte of ingedijkte gronden het geval is geweest. Maar +die vrees kwam voort uit onvoldoende kennis van de omstandigheden, +waaronder de aanwinst van die gronden weleer heeft plaats gehad of door +vergelijking van ongelijksoortige gronden.</p> + +<p>Zoo vielen o. a. de gronden van de Wormer (1625—in 't zuiden zand) en +van de Heer Hugowaard (1631—grootendeels zand) tegen, daar zij vooraf +niet behoorlijk waren onderzocht. Daarom mag men de Zuiderzeegronden +niet vergelijken met die van den Haarlemmermeerpolder, die gedeeltelijk +uit zand en veen bestaan, en die dan ook in onzen tijd met zijn +<span class="pagenum" title="60"> </span><a id="p_60"></a>nieuwere hulpmiddelen nog ongeveer ƒ100.- bruto per HA. 's jaars +minder opleveren dan die van de Waard- en Groetpolders (in 1909–1911 +resp. gem. ƒ283.- en ƒ382.-).</p> + +<p>Zeker! in den Haarlemmermeerpolder ging het den eersten tijd na de +droogmaking zeer slecht. De gronden waren verkocht met de verplichting +voor de verkoopers om ze nog met slooten en gruppen te doorsnijden en +dit geschiedde door velen min of meer gebrekkig. Het langjarig gesukkel +met de afwatering was, behalve aan de onvoldoende loozingsmiddelen, +vooral te wijten aan de omstandigheid, dat de slooten door de eigenaars +voor ophouding van water mochten afgedamd worden, zoodat de waterberging +in den polder veel te klein was. Maar tegenvallers in dit opzicht zijn, +zooals wij zagen, voor de Zuiderzeegronden geheel uitgesloten. Bij de +IJgronden zijn zij ook niet voorgekomen.</p> + +<p>Juist met hetgeen de geschiedenis ons in dit opzicht geleerd heeft +kunnen wij ons voordeel doen, terwijl de hulpmiddelen der moderne +techniek geheel andere zijn dan die van vroegere tijden.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Bruto- en netto-opbrengsten der Zuiderzeegronden.</div> + +<p>Men mag daarom aannemen, dat de aldus voorbereide vruchtbare gronden der +Zuiderzee-Provincie <em class="g">opbrengsten</em> zullen geven, gemiddeld als die van de +Waard- en Groetpolders, al komen zij voor het grootste gedeelte +waarschijnlijk nog meer met de zwaardere gronden der drooggemaakte +IJpolders overeen, wat voor de kleigronden in de zuidelijke kom trouwens +reeds door Prof. <span class="mixcap">Van Bemmelen</span> werd uitgesproken.</p> + +<p>In het Regeeringsontwerp van de droogmaking van de Wieringermeer van +1907 wordt meegedeeld, dat in dat jaar de pacht van kleigronden in de +Waard- en Groetpolders bedroeg <span class="pagenum" title="61"> </span><a id="p_61"></a>droeg ƒ100.- ƒ120.-, van de +zavelgronden ƒ70.- ƒ90.-; in den Anna-Paulownapolder van lichte +zavelgronden ƒ50.- en van de zwaardere ƒ90.- de HA. en dat men dus +met de Staatscommissie van de Zuiderzeegronden een gemiddelde +jaarlijksche <em class="g">netto-opbrengst</em> van ƒ60.- p. HA. veilig mag aannemen, na +aftrek van de polderlasten. In het nu aanhangige Wetsontwerp tot +afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee<a id="FNa_30" href="#FN_30" class="fnanchor"><sup>30</sup>)</a> komt de Regeering tot een +hooger bedrag, nl. van ƒ80.-, gegrond op de koopsommen der gronden die +in Nederland in het tijdvak 1900–1909 gekocht en na 1909 weer verkocht +zijn,—waarover hierna meer.</p> + +<p>Voor de inzending der Zuiderzee-Vereeniging op de +<abbr title="Eerste Nederlandsche Tentoonstelling Op Scheepvaartgebied">E. N. T. O. S.</abbr> in 1913 +te Amsterdam werden door het Departement van Landbouw, Handel en +Nijverheid aan die vereeniging welwillend een aantal gegevens verstrekt, +waaruit de gemiddelde jaarlijksche bruto-opbrengsten berekend zijn van +de kleigronden in verschillende deelen des lands over de jaren 1909, +1910 en 1911. Deze waren:</p> + +<table class="polder" summary=""> +<tbody> + <tr> + <td class="tdl" style="width: 20em;">in de Waard- en Groetpolders</td> + <td class="tdc" style="width: 7em;">ƒ382.- de HA.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">in de IJpolders</td> + <td class="tdc">„374.- „ „ </td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>en over 1911 en 1912</p> + +<table class="polder" summary=""> +<tbody> + <tr> + <td class="tdl" style="width: 20em;">in noordwestelijk Noord-Brabant (klei)</td> + <td class="tdc" style="width: 7em;">„357.- „ „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">op Noord-Beveland (klei)</td> + <td class="tdc">„359.- „ „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">in de noordelijke landbouwstreek van Groningen (zavel)</td> + <td class="tdc">„336.- „ „ </td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>Voor de Zuiderzeegronden zal men dus wel een gemiddelde <em class="g">bruto-opbrengst</em> +van ƒ350.- de HA. mogen verwachten.</p> + +<p>De oppervlakte der Zuiderzee-Provincie op rond 200.000 HA. stellend, +komt men dus tot een netto-opbrengst van <span class="pagenum" title="62"> </span><a id="p_62"></a>16 millioen gulden en een +bruto-opbrengst van 70 millioen gulden 's jaars.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Wijze van uitgifte der gronden.</div> + +<p>Het hier genoemde cijfer van de vermoedelijke netto-opbrengst werd o. a. +afgeleid uit de pachtprijzen van bestaande gelijksoortige gronden. Maar +het zal wel allerminst het pachtstelsel zijn, althans zooals dat +tegenwoordig geldt, dat in het nieuwe gewest bij de uitgifte van gronden +zal worden toegepast. Immers bekend zijn de groote gebreken die het +aankleven, vooral daarin bestaande, dat de goede kansen gedurende den +pachttijd grootendeels ten goede komen aan den eigenaar, de kwade +daarentegen aan den pachter. Verbetering der gronden b.v. door +verbeterde afwatering of door betere behandeling door den gebruiker +zelven, verbetering der verkeersmiddelen, enz. teekenen zich dadelijk af +in verhooging der pacht aan het einde van den pachttermijn. De schade +door droogte, natte jaren, misgewas, enz. veroorzaakt, worden door den +pachter geleden. Deze kan zelden of nooit de verliezen van slechte jaren +met het voordeel van goede herstellen. De pachter heeft geen langdurig +belang bij verbetering van grond en bedrijf. Daardoor bereikt de +landbouw zelf op de pachtgronden veelal niet de hoogte waarop hij te +brengen zou zijn, zooals o. a. bevestigd is door het onderzoek van den +toestand van den landbouw door de Staatscommissie van 1892–1893. In 't +algemeen staat de landbouw dr het hoogst, waar de grond het eigendom +is van de gebruikers.</p> + +<p>Daarom zal het wenschelijk zijn in het nieuwe gewest zooveel mogelijk +een eigenerfden-boerenstand in 't leven te roepen. Verkoop zonder +meer—daarover is men 't vrijwel eens—moet uitgesloten zijn, opdat niet +het grootkapitaal zich op de nieuwe gronden werpt met alle nadeelen aan +het <span class="pagenum" title="63"> </span><a id="p_63"></a>oude pachtstelsel verbonden. Verkoop zou echter toch wel kunnen +plaats hebben aan de grondgebruikers zelven en onder zekere voorwaarden, +alle ten doel hebbende om de gronden zooveel mogelijk in handen der +gebruikers te doen blijven.</p> + +<p>Om ook hen die weinig gegoed zijn, maar werkkracht, ijver en kennis +bezitten, in staat te stellen tot meer welvaart te komen, zou men b. v. +den grond kunnen uitgeven tegen betaling van rente en aflossing bij +annuteiten, zoodat na zeker aantal jaren grondeigendom kan worden +verkregen.</p> + +<p>Dit komt dus eigenlijk neer op een verkoop met hypotheek op den grond, +die binnen zekeren tijd moet worden afgelost. Men wil zelfs aan hen die +zulks verlangen een gedeelte der bouwkosten van woningen en andere +gebouwen voorschieten.</p> + +<p>Intusschen heeft men bij de uitgifte van gronden in dit maagdelijk +gewest een grootere vrijheid van handelen dan voor de oude landen, +waarbij met allerlei bestaande toestanden is rekening te houden en +waarvoor de wetgeving in sommige opzichten moeilijk en slechts +geleidelijk te veranderen is. Voor zoover het noodig of gewenscht zal +zijn de gronden ook in handen van niet-eigenerfde gebruikers te brengen, +zal men een stelsel kunnen volgen, dat door de meest gezaghebbende +deskundigen als het beste wordt aanbevolen, b. v. een verbeterd +pachtstelsel met veranderlijke cijns, lage erfpacht of eenig ander +stelsel. Prof. <span class="mixcap">Moltzer</span> sprak eens van „de Zuiderzee, proefveld onzer +agrarische wetgeving”.<a id="FNa_31" href="#FN_31" class="fnanchor"><sup>31</sup>)</a></p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_23" href="#FNa_23" class="label">23)</a> + <p>Ontwerp tot Indijking van de Wieringermeer, opgem. d. d. + Commissie uit de Waterschappen.—Haarlem 1874.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_24" href="#FNa_24" class="label">24)</a> + <p>Over de boringen en het onderzoek der grondmonsters + handelt uitvoerig Nota 6 der Zuiderzee-Vereeniging.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_25" href="#FNa_25" class="label">25)</a> + <p>Zie hierover meer uitvoerig <span class="mixcap">van Bemmelen</span>. Verslag omtr. + het onderzoek v. d. monsters der grondboringen in de Zuiderzee v. 1875, + gev. als Bijl. N bij het Ontwerp van Wet omtrent de bedijking en + droogmaking v. h. zuidelijk deel der Zuiderzee, enz. v. 1877, Hoofdst. IV.</p> + + <p>En <span class="mixcap">van Bemmelen</span>. Bijdr. t. d. kennis v. alluvialen bodem v. Nederland + (Uitg. d. Kon. Ak. v. Wetenschappen). Amst. 1866, blz. 16 e. v.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_26" href="#FNa_26" class="label">26)</a> + <p>Zie <span class="mixcap">V. d. Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Vissering</span>. De Economische + Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee, 2e Dr., blz. 83.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_27" href="#FNa_27" class="label">27)</a> + <p>Zie o. a. <span class="mixcap">Hudig</span>. Wat kan het landbouwkundig onderzoek doen + voor de droog te leggen Zuiderzeepolders? Cultura 1914.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_28" href="#FNa_28" class="label">28)</a> + <p> 45.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_29" href="#FNa_29" class="label">29)</a> + <p>Zie de Mem. v. Toelichting bij dat Wetsontwerp, bl. 5.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_30" href="#FNa_30" class="label">30)</a> + <p>Blz. 15.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_31" href="#FNa_31" class="label">31)</a> + <p>Zie over dit onderwerp o. a. <span class="mixcap">van der Houven van Oordt</span> en + <span class="mixcap">Vissering</span>. De Economische Beteekenis v. d. afsl. en droogl. d. + Zuiderzee, 2<sup>e</sup> Dr. Leiden 1901, blz. 83 e. v.</p> + + <p>Verslag der Staatscommissie 1892, 128 en Bijl. XI van dat Verslag: Rapport v. d. + HH. <span class="mixcap">Fontein de Jong</span> en <span class="mixcap">v. d. Houven van Oordt</span>.</p> + + <p><span class="mixcap">K. Reijne.</span> Een pleidooi v. d. droogmaking der Zuiderzee. Beverwijk 1901. + (Het agrarisch vraagstuk in de nieuwe polders).</p> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="64"> </span><a id="p_64"></a></p> + +<h3><a id="deelI_VI"></a>VI. De Zuiderzee-visscherij vr en na de afsluiting.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<p>Als de Zuiderzee wordt afgesloten en drooggemaakt, dan zal zeker de +Zuiderzee-visscherij, althans in haren tegenwoordigen vorm, verdwijnen.</p> + +<p>Daar er dus hier een werkelijk verlies aan te toonen valt, dat een +gevolg is van de afsluiting, is daarvan door de tegenstanders van het +groote werk altijd zooveel mogelijk gebruik gemaakt om de +wenschelijkheid daarvan te bestrijden.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 574px;"> +<img src="images/ill_p064.png" width="574" height="356" alt="" /> +</div> + +<p>Men heeft die bestrijding zelfs kracht trachten bij te zetten door +demonstraties. Een revue is gehouden over de visschersvloot op het +Pampus als een vlootschouw bij Spithead. En ongeveer een jaar geleden is +in eene vergadering van den <span class="pagenum" title="65"> </span><a id="p_65"></a>Zuiderzee-visschersbond te Amsterdam +besloten „te ageeren tegen de droogmaking der Zuiderzee”.</p> + +<p>Maar dit alles bewijst niets, of liever... het bewijst alleen dat het +visschersvolkje aan zijn oud middel van bestaan—als het in 't algemeen +dien naam verdient!—nog zeer gehecht is. Iets wat reeds lang bekend was.</p> + +<p>Aangetoond moet worden dat het visscherijbedrijf van zooveel beteekenis +is, dat het niet door een ander mag worden verdrongen en dit is alleen +te bereiken, als men de uitkomsten van dat bedrijf kent.</p> + +<p>Wel beweerde de Minister van Waterstaat <span class="mixcap">de Marez Oyens</span> bij de +behandeling der Staatsbegrooting van 1905, dat de Zuiderzeevisscherij, +nog altijd is „een bloeiende tak van bedrijf” en dat „de afsluiting aan +een groot deel der bevolking van een kuststreek van groote lengte in 5 +provincin (zou) ontnemen bestaansmiddelen op overouden toestand +berustend”.</p> + +<p>Maar wat heeft men aan zulke <i>woorden</i>?</p> + +<p>Feiten, cijfers moeten aantoonen hoe het met dien „bloeienden tak van +bedrijf” gesteld is.</p> + +<div class="sidenote">Opbrengst v. d. <ins class="corr" id="corr17" title="Bron: Zuiderzee visscherij">Zuiderzee-visscherij</ins>.</div> + +<p>Het is zeer moeilijk de waarde van de jaarlijks gevangen visch te +schatten, daar de vangsten zeer uiteenloopen, vooral van de kostbaarste +visch, de ansjovis (in 1880 1000 ankers, in 1890 190.000 ankers; n +anker = 50 KG. = 2800 stuks). De geheele jaarlijksche opbrengst bedraagt +soms niet meer dan 1½ millioen gulden, in 1890, <i>het</i> ansjovisjaar, 4 +millioen. Men zal niet ver van de waarheid zijn, als men de gemiddelde +jaarlijksche opbrengst schat op 2 millioen gulden. Hiervan leven,—als +men het zoo noemen wil,—een zeker aantal visschers met hunne gezinnen, +na aftrek van hetgeen aan aanverwante bedrijven als scheepswerven, +zeilmakerijen<ins class="corr" id="corr18" title="Niet in Bron.">,</ins> <span class="pagenum" title="66"> </span><a id="p_66"></a>mast- en blokmakerijen, nettenfabrieken +(gedeeltelijk in het buitenland), touwslagerijen, kuiperijen, +rookerijen, enz. moet worden uitbetaald.</p> + +<div class="sidenote">Uitkomsten onderzoek geheel bedrijf.</div> + +<p>Om den toestand van het geheele bedrijf tot in bijzonderheden te leeren +kennen heeft de Zuiderzee-Vereeniging een <em class="g">Commissie van onderzoek</em> +benoemd, waarin n lid van het Dagelijksch Bestuur van die Vereeniging +zitting had, welke Commissie na persoonlijke en plaatselijke +onderzoekingen in 1905 een uitvoerig verslag heeft uitgebracht.<a id="FNa_32" href="#FN_32" class="fnanchor"><sup>32</sup>)</a></p> + +<p>Wat die Commissie ons van dat „op overouden toestand berustend +bestaansmiddel” moest meedeelen, geeft daarvan waarlijk geen fraai +beeld! Daardoor weten wij nu, dat van de 2069 vaartuigen die t. Z. van +den afsluitdijk visschen, slechts 1390 zich daarmee gedurende het +geheele jaar bezighouden, de overige slechts 2 tot 9 maanden. Rekent men +deze laatste voor de helft, dan komt men tot een geheel van <b>1730</b> +volledige bedrijven. Daaraan nemen deel 4434 visschers, waarvan echter +724 beneden 20 jaar oud zijn, 643 ook een ander beroep uitoefenen, 548 +gedurende 6 7 maanden op Noordzeeloggers dienen en 196 bedeeld worden. +Deze laatste drie groepen voor de helft rekenend, krijgt men een totaal +van <b>3017</b> meerderjarige visschers.</p> + +<p>Volgens het Verslag is de toestand der visschersbevolking in 't algemeen +treurig. Er is bijna nergens welvaart. De toestand der schepen is slecht.</p> + +<p>De visschers krijgen schepen en want op crediet en zijn dan niet meer +vrij. Er wordt veel geleefd van schip en want (door herstellingen en +onderhoud na te laten). Als de schipper van zijn gemaakte besommingen +loon aan knechts, <span class="pagenum" title="67"> </span><a id="p_67"></a>nettenverlies, slijtage en rente aftrekt en +afschrijft op de netten (½ ⅓ der waarde), dan blijft daarvan veelal +weinig over. De knechts hebben meestal een zeer karig loon.</p> + +<p>Op veel plaatsen zit de visschersbevolking diep in de schuld (Urk, +Bunschoten, Hoorn, enz.).</p> + +<p>Te Elburg wordt 's winters 24, te Bunschoten 18 en te Enkhuizen 15 +percent bedeeld. De toestand is nog 't best daar, waar de visschers +steun vinden in andere bedrijven, b. v. op Wieringen, waar bijna allen +een huis en wat grond hebben en zij tevens wat aan landbouw doen; te +Enkhuizen, waar veel tuinbouwwerk is te vinden in de Streek en waar met +groenten gevaren wordt en met steenkolen, enz. voor Urk; een derde vaart +op loggers op de Noordzee.</p> + +<p>Vroeger waren die visschers er het best aan toe, die het geheele jaar of +een deel er van op de Noordzee vischten. Maar die tijd is voorbij. De +Noordzee-visscherij is meer en meer grootbedrijf geworden, grootendeels +uitgevoerd met stoomtrawlers, stoomloggers, enz., die meer zekerheid +geven op bepaalde dagen met hunne vangsten binnen te komen, die veel +verder kunnen gaan en spoediger kunnen terugkomen en waarvan de groote +aanvoer de marktprijzen beheerscht.</p> + +<p>Het gevaarlijke visschen met kleine zeilschepen op de kust vormde wel +goede zeelui, maar de weinige daarmee te IJmuiden aangevoerde visch moet +wachten op den aanvoer van grootere partijen om verkocht te worden. Voor +de Zuiderzeevisscherij is het ook moeilijk om tegen den geregelden +aanvoer en de prijzen aldaar te concurreeren.</p> + +<p>Wat blijft er dus over van dit „op overoude toestanden berustend +bestaansmiddel?” Trouwens ook ouderwetsche trekschuiten, diligences en +hondekarren waren eenmaal voor velen „een op overoude toestanden +berustend bestaansmiddel” en <span class="pagenum" title="68"> </span><a id="p_68"></a>toch heeft men ze door den aanleg van +spoor- en tramwegen wreedaardig vermoord! De vraag is niet wat het oude +waard is, maar wat de waarde daarvan beteekent in vergelijking met het +nieuwe dat zijn plaats inneemt.</p> + +<div class="sidenote">Vergelijking beteekenis visscherij met die v. h. +landbouwbedrijf in de nieuwe provincie.</div> + +<p>Men heeft het Rapport van de Commissie van de Zuiderzee-Vereeniging +onwaar en tendentieus genoemd, den samenstellers verweten dat zij +bevooroordeeld waren. Welnu laten we eens aannemen, dat dit bedrijf, met +zijn tal van bedeelde en in schulden zittende visschers en zijn slecht +materieel, is een „bloeiende tak van bedrijf”. Wat zou dit met zijn +bruto-opbrengst van 2 millioen gulden 's jaars dan nog beteekenen bij +het landbouwbedrijf in de nieuwe provincie met een bruto-opbrengst van +70 millioen? Wat is het bestaan van die hoogstens 15000 menschen, +verbonden aan het visscherijbedrijf, vergeleken bij dat van een +welvarende bevolking van 250.000 300.000 menschen in het nieuwe +gewest, die bovendien 's jaars een netto-opbrengst van 16 millioen +gulden vergaren?</p> + +<p>Een voorbeeld uit de praktijk<a id="FNa_33" href="#FN_33" class="fnanchor"><sup>33</sup>)</a>. Vrdat het westelijk gedeelte van +het voormalige IJ, de Wijkermeer was drooggemaakt, vischten daar 2 +visschers uit Beverwijk, waarvan een bedeeld werd. Nu, na de +droogmaking, zijn in dat gedeelte der vruchtbare IJpolders 10 groote +boerderijen, waar dus even zooveel boeren met hun gezinnen van den +landbouw leven, 's jaars 50.000 gulden arbeidsloon uitkeeren en zeker +nog een aanzienlijke som als winst maken of als pacht betalen. Ware het +misschien beter geweest de Wijkermeer als vischwater te behouden om de +verdiensten van dien anderhalven visscher?</p> + +<p><span class="pagenum" title="69"> </span><a id="p_69"></a></p> + +<p>In het midden der vorige eeuw werd de aanleg van den Rijnspoorweg door +de Volksvertegenwoordiging afgestemd, o. a. omdat daardoor vele +ondernemingen als beurtschepen, vrachtwagens, enz. te gronde zouden +gaan. Men glimlacht nu daarom, maar wil ter wille van een schamele +visschersbevolking de aanwinst van een groote vruchtbare provincie niet!</p> + +<div class="sidenote">Schadeloosstelling oude visschers.</div> + +<p>Toen later toch de Rijnspoorweg is tot stand gekomen, is aan het +personeel, verbonden aan de oude middelen van vervoer geen cent +schadeloosstelling toegekend. Maar dat personeel zal in de vele nieuwe +bestaansmiddelen, die de spoorweg schiep, wel spoedig ruime +schadeloosstelling hebben gevonden.</p> + +<p>Op de begrooting van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee in het +Verslag der Staatscommissie, was een bedrag van 4½ millioen gulden +uitgetrokken voor schadeloosstelling aan de oude visschers, enz., welke +som in het aanhangig wetsontwerp op 6 millioen gebracht is, en toch werd +soms op hoogen toon geischt dat die som grooter moest zijn<a id="FNa_34" href="#FN_34" class="fnanchor"><sup>34</sup>)</a>.</p> + +<p>De Zuiderzeevisschers zullen zich gedurende een werk dat 30 40 jaar +duurt langzamerhand aan den nieuwen toestand aanpassen. Sommigen zullen +gaan varen op de Noordzee en op de handelsvloot, vooral als daartoe voor +goed voorbereidend onderwijs gezorgd wordt, waarop zij zeer gesteld +zijn. Anderen zullen materialen gaan varen voor het groote werk, rijs, +steen, enz. voor den afsluitdijk, enz. Acht men voor de oude visschers +schadeloosstelling toch billijk, zoo geve men die. Kan aangetoond +worden, dat 6 millioen niet voldoende is, dan geve men meer. Die post +zal de kostenrekening der Zuiderzeezaak niet te zeer bezwaren.</p> + +<p><span class="pagenum" title="70"> </span><a id="p_70"></a></p> + +<div class="sidenote">Zoetwatervisscherij na de afsluiting.</div> + +<p>In deze beschouwingen werd uitgegaan van de onderstelling, dat de +Zuiderzeevisscherij geheel zal verdwijnen. Zeker zal zij verdwijnen in +den tegenwoordigen vorm.</p> + +<p>Maar wat zal de visscherij opleveren op het 145.000 HA. groote IJselmeer +en in de 10.000 HA. polderwateren van het nieuwe gewest? Het is niet aan +te nemen dat die onbelangrijk zal zijn. Die oppervlakte is grooter dan +die van de tegenwoordige zoetwatervisscherij in geheel Nederland +(134.000 HA.). Nu hangt wel de vischopbrengst niet alleen van de grootte +van het vischwater af, maar zij zal toch aanzienlijk moeten zijn in die +wateren.</p> + +<p>De Zuiderzee-Vereeniging verzocht in 1905 aan de Nederlandsche +Heidemaatschappij verslag te willen geven over de zoetwatervisscherij in +het toekomstige IJselmeer en in de polderwateren der droogmakerijen. +Deze maatschappij bracht in het volgend jaar haar zeer voorzichtig +gesteld rapport uit<a id="FNa_35" href="#FN_35" class="fnanchor"><sup>35</sup>)</a>, waarin men o. a. leest dat paling en spiering +het IJselmeer zullen blijven bevolken, bot misschien ook (is ook +gebleven in het IJ), terwijl een nieuwe vischstand daaraan zal worden +toegevoerd voornamelijk door den IJsel en het Zwarte Water. En ook: +„Wanneer door een doelmatig bevisschen, waarbij waardevolle visschen +gespaard worden, zoolang ze nog te klein zijn, en door het uitzetten van +nieuwe marktwaardige vischsoorten gezorgd wordt, dat op het IJselmeer +een rijke vischstand ontstaat en bewaard blijft, dan zal op het +IJselmeer ongetwijfeld een bloeiend visscherijbedrijf kunnen worden gedreven”. +Cijfers omtrent te verwachten opbrengsten worden echter niet genoemd.</p> + +<p><span class="pagenum" title="71"> </span><a id="p_71"></a></p> + +<p>Merkwaardig is dat de visscherij op het tegenwoordige Noordzee-Kanaal +en zijn zijtakken, waarvan men het voortbestaan ook door de droogmaking +der IJpolders bedreigd achtte, nu van meer beteekenis is dan die van +weleer op het open IJ<a id="FNa_36" href="#FN_36" class="fnanchor"><sup>36</sup>)</a>. Zou dat niet eveneens het geval kunnen zijn +in de afgesloten Zuiderzee?</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_32" href="#FNa_32" class="label">32)</a> + <p>Verzameling van Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Vereeniging. Dl I. + De Zuiderzee-visscherij, rapport eener Commissie tot onderzoek.—Leid. 1905.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_33" href="#FNa_33" class="label">33)</a> + <p><span class="mixcap">K. Reijne.</span> Een pleidooi voor de droogmaking der Zuiderzee. + Beverwijk 1901, bl. 11.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_34" href="#FNa_34" class="label">34)</a> + <p>Omtrent de wijze van schadeloosstelling en de berekening van het + bedrag er van zie het Verslag der Visscherij-Commissie, bl. 239–260.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_35" href="#FNa_35" class="label">35)</a> + <p>Verzameling v. Rapporten uitg. d. d. Zuiderzee-Ver. Dl. III. + Rapp. v. d. Ned. Heide-Mij. o. d. Zoetwatervisscherij in het toekomstige + IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders. Leiden, 1906.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_36" href="#FNa_36" class="label">36)</a> + <p>Zie ook den Heer <span class="mixcap">Dil</span> van Koog a. d. Zaan i. h. Alg. + Handelsblad v. 1900.</p></div> + +<p><span class="pagenum" title="72"> </span><a id="p_72"></a></p> + +<h3><a id="deelI_VII"></a>VII. De economische, maatschappelijke en financieele zijde van de afsluiting en droogmaking.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<p>Het nieuwe gewest zal in elk geval een landbouwgewest zijn bij +uitnemendheid. Of ligging of bijzondere omstandigheden daarin ook +belangrijke nijverheidsondernemingen zullen in 't leven roepen is +mogelijk, maar daarop valt nog niet met eenige zekerheid te rekenen.</p> + +<div class="sidenote">Bevolking in de nieuwe provincie.</div> + +<p>Op 1 December 1909 was de bebouwbare oppervlakte van den grond in +Nederland 2.433.686 HA., daaronder begrepen tuin- en warmoezerijgronden, +kweekerijen en bosschen, die bebouwd werden door 504.171 +beroepslandbouwers van het mannelijk geslacht, dus ongeveer n per 4,8 +HA. Grasland, dat minder krachten vereischt dan bouwland, zal in de +Zuiderzee-provincie waarschijnlijk niet veel voorkomen, nog minder dan +in Zeeland, waar het ruim 23 percent der oppervlakte bedraagt. Rekent +men voor het groot landbouwbedrijf n man per 4,5 HA., dan zullen dus +in de nieuwe provincie ongeveer 45000 beroepslandbouwers noodig zijn, +met hunne gezinnen een bevolking van 225.000 personen uitmakend;—door +tuinbouw, kweekerijen, enz. zal dit aantal misschien nog iets grooter +kunnen zijn.</p> + +<p>Voorts zullen een groot aantal neringdoenden, handwerkslieden, +ambtenaren, enz. in het nieuwe gewest zich moeten vestigen, zoodat de +toekomstige bevolking, als de Zuiderzee een zuiver landbouwende +provincie blijft, 250.000 300.000 bewoners zal bedragen. Ter +vergelijking diene, dat de in <span class="pagenum" title="73"> </span><a id="p_73"></a>hoofdzaak landbouwende Provincie Zeeland +(181.000 HA.) 31 Dec. 1909 op een geheele bevolking van 235.000 inwoners +buiten de landbouwers 47.734 werklieden, ambtenaren, enz. telde, waarvan +11.836 vrouwen.</p> + +<p>Natuurlijk zal die bevolking er eerst langzamerhand binnentrekken. Doch +ook niet zoo langzaam als vroeger op andere nieuwe gronden, waar in het +begin de toestand nog veel te wenschen overliet. Bovendien wonen bij +kleinere drooggemaakte oppervlakten de grondgebruikers, enz. voor een +groot deel niet daarop, maar in de nabijheid er buiten.</p> + +<div class="sidenote">Bewoonbaarmaking.</div> + +<p>Het komt er niet alleen op aan de nieuwe gronden vr de kolonisatie +geschikt te maken voor gebruik, maar ook voor bewoning. „De vestiging in +de Zuiderzeepolders”, zegt de Staatscommissie terecht, „moet niet +bemoeilijkt worden door het denkbeeld, dat men er verplaatst is in eene, +zij 't dan ook vruchtbare wildernis”.</p> + +<p>Daartoe wil de Staatscommissie niet de woningen door den Staat laten +bouwen, maar aan den verkrijger van minstens 20 HA. grond des gewenscht +70 percent van de werkelijke bouwkosten voorschieten voor woning en +stalling, na goedkeuring van bestek en teekening,—terug te betalen bij +annuiteiten binnen 20 jaar.</p> + +<p>Ook wordt voorgesteld vr de uitgifte der gronden een aantal gebouwen +van openbaar nut te stichten, vooral omdat de eerste bewoners niet +dadelijk talrijk genoeg zullen zijn om dat zelven te doen. Het ligt +daarom in de bedoeling voor elke gemeente van 25000 HA. te bouwen n +gemeentehuis, n post- en telegraafkantoor met bijkantoren, n groote +school en 4 kleine, zoodat voor de acht gemeenten noodig zal zijn 8 +ƒ125000 = 1 millioen gulden, d. i. ƒ5.- per HA. (wel wat matig berekend!)</p> + +<p><span class="pagenum" title="74"> </span><a id="p_74"></a></p> + +<p>Om den gemeenten dadelijk eenige inkomsten te geven wil men, rekenend +op 5 kerkdorpen per gemeente, aan elk 5 50 HA. grond geven om te +kunnen uitgeven als bouwterreinen, naarmate de kommen der dorpen zich +uitbreiden. Dit is dus een oppervlakte reservegrond van 1% van het +geheel,—zoodat 2000 HA. minder zullen worden uitgegeven.</p> + +<div class="sidenote">Gevreesde daling v. d. waarde der oude gronden.</div> + +<p>Door een der leden van de Staatscommissie van 1892, die tegen het +besluit der meerderheid stemde, Mr. <span class="mixcap">van Nierop</span> is indertijd gezegd:<a id="FNa_37" href="#FN_37" class="fnanchor"><sup>37</sup>)</a> +„het groot aanbod van grond overtreft de behoeften; dientengevolge zal +de grond niet in cultuur gebracht kunnen worden, tenzij op zoo gunstige +voorwaarden, dat elders storing ontstaat”.</p> + +<p>De bewering dat het groote aanbod van grond de behoeften zal overtreffen +is echter in strijd met de sedert vele jaren waargenomen feiten.</p> + +<div class="sidenote">Tekort aan grond.</div> + +<p>Niettegenstaande toch dat de gemiddelde toeneming van onzen bebouwbaren +grond (zonder warmoezerijen, kweekerijen, boomgaarden en bosch) in de +laatste 15 20 jaren 4000 5000 HA. 's jaars bedroeg, wordt niet +alleen in de laatsten tijd, maar reeds tientallen van jaren geklaagd +over het <em class="g">tekort aan grond</em>. In nagenoeg alle deelen van het land kan men +die klacht vernemen. Onze boerenbevolking is er aan gehecht te blijven +in het bedrijf der vaderen. Maar bij de betrekkelijk veel sterker +toename van de bevolking dan van den beschikbaren grond is het voor tal +van boerenzoons die een eigen bedrijf wenschen niet mogelijk om hieraan +te komen.</p> + +<p>Vooral in sommige zandstreken is dit zeer moeilijk, <span class="pagenum" title="75"> </span><a id="p_75"></a>omdat men er van +uit de streken des lands met rijkeren bodem en meer welvarende bevolking +mede komt bemachtigen wat er nog open komt; in dit opzicht doen b. v. de +Zuid-Hollandsche eilanden de Veluwe concurrentie aan,—wat in elk geval +bewijst dat er gebrek is aan grond.</p> + +<p>Ook op de in de laatste jaren in Drente ontgonnen heidegronden (van 1908 +tot 1914 ong. 8000 HA.!) hebben zich tal van landbouwers uit oude +provincin, vooral uit Holland, Zeeland, Friesland en Groningen +gevestigd.</p> + +<p>Een nadeelig gevolg hiervan is, dat de landprijzen en pachtprijzen +dikwijls te hoog worden opgedreven, zoodat vooral in ongunstige +landbouwjaren het bedrijf niet meer loonend is,—een klacht die men om +zoo te zeggen overal vernemen kan.</p> + +<p>Tal van boerenzoons moeten dus ambtenaar, onderwijzer, werkman, enz. +worden of—en dit zijn meestal de minsten niet, omdat zij toonen behalve +eenig geld, energie, en vakkennis te bezitten—zij verlaten als +landverhuizers het vaderland, dat hen niet langer voeden kan. En zulk +een verscheuring van den band tusschen bevolking en geboortegrond is +toch zeker niet in het belang van den Staat.</p> + +<p>Een eenvoudige redeneering verklaart trouwens gemakkelijk het bestaan +van zulk een landhonger. Immers volgens de telling van Mei–Juni 1910 +bedroeg toen het aantal landgebruikers (eigenaars en pachters) van meer +dan 1 HA. land in Nederland ongeveer 209.000. Aannemende dat de +bevolking jaarlijks met 1,4 percent toeneemt, dan zal deze beroepsgroep, +als de verhouding tusschen de verschillende groepen niet door een of +andere omstandigheid gestoord wordt, denzelfden aanwas vertoonen, <span class="pagenum" title="76"> </span><a id="p_76"></a>dus +zou het aantal landgebruikers dan met ruim 2900 moeten toenemen, terwijl +de 10000 HA. Zuiderzeegronden die jaarlijks kunnen verkaveld en +uitgegeven worden voor het groot landbouwbedrijf slechts ongeveer 500 +nieuwe bedrijven zullen vereischen. En de 5000, in de laatste jaren +zelfs tot 8 10000 HA. gestegen aanwas van gronden, op andere wijze +verkregen, kan dan zonder bezwaar nog een ongeveer gelijk aantal +landgebruikers aan zich trekken.</p> + +<p>De Regeering meent ook, op grond van de door de Directie van den +Landbouw verzamelde gegevens<a id="FNa_38" href="#FN_38" class="fnanchor"><sup>38</sup>)</a>, omtrent de ontginning van +heidegronden, dat de vraag naar bebouwbaar land nog steeds toenemend is. +In 1901 werden ontgonnen tot bouw- en grasland 871 HA. en tot bosch 540 +HA.; in 1911 waren die cijfers resp. 7939 en 903 HA. In verband daarmede +laat het zich aanzien, dat de gronden in de ontworpen inpolderingen, die +van veel betere kwaliteit zijn dan ontgonnen heidegronden, thans +spoediger zullen kunnen worden uitgegeven dan door de Staatscommissie en +bij de indiening van het wetsontwerp 1901 werd gedacht.</p> + +<div class="sidenote">Voldoend aantal landbouwers beschikbaar.</div> + +<p>Dat het geheele aantal landbouwers (dus met de arbeiders) voor de nieuwe +gronden ook steeds beschikbaar zal zijn, kan op dezelfde wijze +aangetoond worden. Op 31 Dec. 1909 waren in ons land 504.000 mannelijke +landbouwers, die dus bij gelijke toename als de overige bevolking +jaarlijks met 1,4 5040 = ong. 7000 zouden moeten vermeerderen. En een +aanwas van 15.000 20.000 HA. vereischt er slechts 3500 4500 's +jaars.</p> + +<p>Voor de Zuiderzeegronden zijn de noodige arbeiders <span class="pagenum" title="77"> </span><a id="p_77"></a>als van zelf reeds +vr de uitgifte van die gronden aanwezig. Onze polderwerkers toch zijn +dezelfde die op sommige tijden van het jaar als losse arbeiders +boerenarbeid verrichten (maaien, graanoogst, bieten rooien) en zij die +aan de verkaveling der nieuwe gronden hebben gewerkt, zullen daarna als +vaste of losse arbeiders aldaar werk kunnen vinden in het +landbouwbedrijf.</p> + +<p>Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat het aantal losse of +seizoenarbeiders hoe langer hoe geringer wordt, dat zij in den hooitijd, +bietentijd, enz. hoe langer hoe moeilijker te krijgen zijn. De +voornaamste oorzaak hiervan is, dat hun bestaan te weinig vast, te +veranderlijk en te weinig zeker is. Om in die tijden dan niet zonder +werkkrachten te zitten schijnt men in sommige streken o. a. in Zeeland, +in de Haarlemmermeer, enz. er meer en meer toe over te gaan, vooral in +het groot-landbouwbedrijf om die menschen voor vast te houden: in slappe +tijden worden zij dan gebruikt voor grondverbetering, slatting van +slooten, enz. Dit is een voordeel n voor het landbouwbedrijf n voor +die arbeiders. Het groot-landbouwbedrijf nu zal uitgeoefend worden in de +Zuiderzee-Provincie en op die wijze werkt dus de afsluiting en +droogmaking ook min of meer normaliseerend op het verschaffen van +arbeid.</p> + +<div class="sidenote">Geen werkloozen aan het einde van het werk.</div> + +<p>Het wel eens geopperde bezwaar, dat na afloop van het werk veel volk +werkloos zal worden, zal zich dus in 't algemeen niet voordoen.</p> + +<div class="sidenote">Arbeidsloonen op oude gronden.</div> + +<p>De Staatscommissie,—dus 20 jaar geleden en juist in een tijd dat het +onzen landbouw, vooral door de lage graanprijzen slecht +ging,—oordeelde, dat de arbeidsloonen op de zandgronden reeds vrij hoog +waren en dat, <span class="pagenum" title="78"> </span><a id="p_78"></a>als deze door meer vraag naar arbeidskrachten nog zouden +stijgen, het bedrijf aldaar daaronder zou lijden.</p> + +<p>Maar het voortbrengingsvermogen van die soort van gronden zoowel als de +prijzen der producten zijn sedert dien tijd zeer gestegen, zoodat het +door de Commissie genoemde bezwaar nu zeker veel minder zou wegen. En +waar in sommige streken, vooral bij de boschcultuur de loonen der losse +arbeiders wat zullen stijgen, daar is dit in 't algemeen niet te +betreuren, als men weet dat die loonen dikwijls zoo laag zijn, dat het +een raadsel mag heeten hoe men daarvan een menschwaardig bestaan kan +leiden.</p> + +<div class="sidenote">Vermoedelijke verkoopprijzen nieuwe gronden.</div> + +<p>Om te bewijzen dat de <em class="g">verkoopprijzen</em> van de nieuwe nieuwe gronden bij +zulke groote aanbiedingen jaren achtereen zeer zullen worden gedrukt, +heeft men zich o. a. beroepen op de prijzen gemaakt bij den verkoop der +gronden in den Zuidplaspolder, in den Haarlemmermeerpolder, enz. Maar +wij zagen reeds dat deze niet met Zuiderzeegronden mogen vergeleken +worden, evenmin wat de bodemsoort als wat de afwatering, verkaveling, +enz. betreft. Waar deze alle van zeer goede hoedanigheid waren, daar +werden ook dadelijk hooge prijzen besteed, zooals in de IJpolders, +waarmee de Zuiderzeegronden veel overeenkomst zullen hebben. Daar werden +de gronden verkocht:</p> + +<p class="i1rev">in Polder I (Wijkermeer) 1000 HA. tegen gem. ƒ2000 p. HA.</p> + +<p class="i1rev"> „ „ II + 1200 „ + „ „ + „2046 „ „</p> + +<p class="i1rev"> „ „ III + 1100 „ + „ „ + „2868 „ „</p> + +<p class="i1rev"> „ „ V en VI +(waarin een strook veen), 334 HA. tegen +gem. ƒ1800 p. HA.<a id="FNa_39" href="#FN_39" class="fnanchor"><sup>39</sup>)</a>.</p> + +<p><span class="pagenum" title="79"> </span><a id="p_79"></a></p> + +<p>Men zal misschien opmerken dat de drooggemaakte IJpolders slechts ruim +5500 HA.<a id="FNa_40" href="#FN_40" class="fnanchor"><sup>40</sup>)</a> groot zijn, dat daarvan de prijzen niet gedrukt werden door +het groote aanbod. Maar zou dit bij de Zuiderzeegronden wl het geval +zijn? <i id="cross5">De werkelijke waarde van den grond hangt niet af van eenige reeds +daarvoor bestede koopprijzen.</i> Zeer spoedig moet men wel inzien met zeer +vruchtbare gronden te doen te hebben, waar alles voor hun gebruik op +uitstekende wijze is voorbereid. En is het dan te denken, bij het +bestaande tekort aan cultuurgrond en de nog steeds toenemende vraag +daarnaar, dat men zulke gronden niet voor flinke koopsommen zal willen +machtig worden, vooral als deze, zooals gezegd is, op verschillende +wijzen zullen kunnen worden voldaan?</p> + +<p>En mochten door een of andere oorzaak de aanbiedingen te laag worden +geacht, dan is de Staat niet tot verkoop <i>gedwongen</i>, maar kan ze +zoolang zelf doen bebouwen als hij dat noodig vindt.</p> + +<p>Dat de nieuwe gronden dus alleen tegen zulke gunstige voorwaarden in +cultuur gebracht zouden kunnen worden, dat elders storing ontstaat, is +niet in te zien: door het ruime aanbod zullen de prijzen noch wegens te +weinig vraag noch wegens te weinig arbeidskrachten blijvend worden +gedrukt.</p> + +<div class="sidenote">Grondwaarde en prijzen der producten.</div> + +<p><a href="#cross5">Hierboven</a> werd gesproken van de werkelijke waarde der gronden en +misschien zal de opmerking worden gemaakt, dat deze niet alleen van den +aard der gronden, <span class="pagenum" title="80"> </span><a id="p_80"></a>maar ook van de <em class="g">prijzen der producten</em> afhankelijk is. +Maar men behoeft waarlijk niet te vreezen, dat de aanwinst der +Zuiderzeegronden zelve invloed zal uitoefenen op die prijzen: wat zij +voortbrengen immers is ten aanzien van de wereldproductie als een +droppel in de zee. Van de geheele wereldtarweoogst in 1909 van 447351000 +quarters (1 qu. = 2,9 HL.) bracht Nederland er 600000 voort en had nog +ongeveer 4,5 maal zooveel noodig voor eigen gebruik; de behoefte neemt +nog steeds toe door aanwas van bevolking, meer gebruik als veevoeder en +voor de nijverheid. Nu zijn in ons land ongeveer 60.000 HA. met tarwe +bezet, die in 1914 ruim 700.000 quarters opbrachten; al werd dus in de +Zuiderzee-Provincie niets dan tarwe verbouwd en al bracht Nederland dan +4- 5-maal zooveel voort als nu, dan kon dit van niet den minsten +invloed zijn op de graanprijzen.</p> + +<p>Die graanprijzen worden voornamelijk bepaald door den uitvoer van de +Vereenigde Staten van Noord-Amerika, het tweede tarweland,—alleen +Rusland (met Polen en Siberi) levert nog iets meer,—en hoewel de +bebouwde oppervlakte er nog toeneemt, neemt de uitvoer af wegens den +groei der bevolking en der beschaving, zoodat <i>daardoor</i> eer verhooging +dan verlaging van prijzen te verwachten is,—misschien kan de +uitbreiding van den graanbouw elders, voornamelijk in Canada en in +Argentini, daarin verandering brengen.</p> + +<div class="sidenote">Tarweverbruik in Nederland onafhankelijk v.h. buitenland.</div> + +<p>Maar <b>door de droogmaking der vruchtbare kleigronden in de Zuiderzee, zal +Nederland in tijden als wij nu beleven zichzelf geheel van de noodige +tarwe kunnen voorzien</b>. Als van de Zuiderzeegronden 160.000 HA. met tarwe +worden bebouwd, kunnen deze 160.000 50 = 8 millioen <span class="pagenum" title="81"> </span><a id="p_81"></a>H.L. tarwe geven. +Voegt men hierbij de ruim 2 millioen H.L. die Nederland nu voortbrengt, +dan krijgt men eene hoeveelheid van ruim 10 millioen H.L., die nagenoeg +voldoende is voor onze geheele behoefte.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Ontginning van woeste gronden.</div> + +<p>Tegenstanders van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee hebben meer +dan eens de <em class="g">ontginning van woeste gronden</em> daartegenover gesteld. Waarom +niet liever onze woeste gronden in vruchtbaar land herschapen, zoo +vragen zij dan, dan nieuwe gronden te gaan veroveren op den bodem der +zee?</p> + +<p>Maar waarom die tegenstelling? Beide zaken zijn hoogst nuttig. Waarom +dan een van beide uitgesloten? En het tot stand komen van de eene +schaadt toch de andere niet. Zelfs kan de eene de andere bevorderen. +Veel zoogenaamde woeste grond immers is alleen te ontginnen voor +boschbouw. En vr den oorlog hoorde men vaak klagen, dat men in het +binnenland geen voldoenden afzet kon vinden voor jong sparhout. In het +nieuwe Zuiderzee-gewest zullen, vooral in den tijd van de eerste +bewoning en bebouwing groote hoeveelheden van dat hout noodig zijn voor +boonenhout, afrasteringen, bergen, zolders, dakhout, enz.,—wat dus de +ontginning tot bosch zal steunen.</p> + +<p>Bovendien wordt er soms geheel verkeerd geoordeeld over de ontginning +van woeste gronden. Sommigen meenen dat men deze alle herscheppen kan in +wat men wil. Het lijkt er niet naar! Vooreerst zijn er gedeelten die +volstrekt onontginbaar zijn (loodzand, oerbanken, enz.): in het Rapport +van de Heide-Maatschappij aan Gedeputeerde Staten van Drente over den +aard der woeste gronden aldaar<a id="FNa_41" href="#FN_41" class="fnanchor"><sup>41</sup>)</a> <span class="pagenum" title="82"> </span><a id="p_82"></a>wordt o. a. meegedeeld, dat een +groot gedeelte voor geen enkele cultuur, ook niet voor boschbouw, +geschikt is. Het overgroot gedeelte van onze heidevelden dat ontginbaar +is, is alleen geschikt voor bebossching. Maar eerst na vele jaren, 18 +20 jaar, gaat aldaar aangelegd bosch een matige rente geven van het +daarin gestoken kapitaal. Laag gelegen landen, als broekgronden, +dalgronden en ook lage heiden, die men een goede afwatering kan geven, +zijn bij goede behandeling veelal betrekkelijk spoedig tot grasland te +maken en vele geven dan weldra goede rente,—zooals o. a. op vele +plaatsen, voornamelijk langs de riviertjes in oostelijk Noord-Brabant, +de aan de gemeenten toebehoorende en niets opleverende landen. Met +andere, waaraan veel arbeid noodig is, gaat dit echter niet zoo +voorspoedig. De hooger gelegen landen in diezelfde streek, die eerst na +veel arbeid en bemesting tot bouwland zijn gemaakt, geven slechts dan +een matige rente als de arbeidskrachten zeer goedkoop zijn, b.v. als zij +'s winters door boeren met eigen volk bewerkt worden of door arbeiders +die uit geldgebrek of uit verveling zich met uiterst lage dagloonen +tevreden stellen. Elders ondernomen groote en goed geleide ontginningen +schijnen echter ook een goed bestaan aan de gebruikers en bovendien een +matige rente te geven. Zoo heeft de ontginning van het Zeijerveld onder +Norg, groot 630 HA., 416 HA. bouw- en grasland en 164 HA. bosch +opgeleverd—de rest werd ingenomen door wegen, kanalen en slooten, +waarvan de kosten met inbegrip van het gebouwenkapitaal, het +aankoopkapitaal (ƒ100.- de HA.) en de samengestelde rente daarvan en +van de ingestoken kapitalen 3½ percent, ƒ1100.- de HA. hebben +bedragen,—waarbij echter <span class="pagenum" title="83"> </span><a id="p_83"></a>nog de kosten van een verharden weg daarheen +moeten gevoegd worden. De 15 boerderijen daarop gesticht zijn verpacht +voor 32,5 55 gulden per HA. voor 6 jaar<a id="FNa_42" href="#FN_42" class="fnanchor"><sup>42</sup>)</a>.</p> + +<p>Maar op de Zuiderzeegronden kan men jaren lang roofbouw drijven; +bemesting zou zelfs in den eersten tijd schadelijk zijn. En zwaar zullen +de vrachten kostelijke vruchten zijn die zij dadelijk opleveren.</p> + +<p>Men ziet dus dat dooreengenomen het voortbrengingsvermogen van ontgonnen +woeste gronden niet gelijkgesteld mag worden met dat van het te +veroveren Zuiderzeegebied.</p> + +<p>Maar toch, wie zou niet de ontginning van de tot nu geheel ongebruikt +liggende oppervlakten gronds van harte toejuichen? Hoeveel goeds hunne +ontginning in vele streken brengt, vooral ook voor den kleinen +landbouwer en den boerenarbeider, hoe het geheele landbouwbedrijf, ook +op de oude gronden, er door verbeterd wordt, armoede en werkloosheid er +door worden weggenomen, de veestapel er door uitgebreid wordt, enz. kan +men o. a. vinden in de Verslagen en Mededeelingen van de Directie van +den Landbouw<a id="FNa_43" href="#FN_43" class="fnanchor"><sup>43</sup>)</a>.</p> + +<p>Maar daarom kenne men de ontginning van de zoogenaamde woeste gronden +niet een voorrang toe boven de droogmaking van een deel der Zuiderzee.</p> + +<p>Dit zijn <i>beide</i> zeer nuttige zaken, die weinig of niets met elkaar te +maken hebben. Waarom zouden wij ze dan niet <i>beide</i> uitvoeren met al den +ijver en de toewijding die zij zoo ten volle verdienen?</p> + +<p>Op merkwaardige wijze worden bovenstaande beschouwingen bevestigd in een +brief uit New-York van den correspondent <span class="pagenum" title="84"> </span><a id="p_84"></a>der <em class="g">Nieuwe Rotterdamsche +Courant</em> van 12 Sept. 1911, Avondblad C, waaruit blijkt, dat ook in voor +den landbouw gunstige tijden zooals tegenwoordig, het bezwaar van het +tekort aan grond sterk gevoeld wordt. Daarin wordt er op gewezen, dat de +landverhuizing van Nederlanders naar (<i>Noord</i>-)Amerika in de laatste +jaren toeneemt. Uit persoonlijke besprekingen met de landverhuizers +bleek den schrijver, dat zij voor de groote meerderheid tot den +landbouwenden stand behoorden en dat de oorzaak van hun vertrek uit het +vaderland was: „uiterst hooge prijzen voor bouwland, aankoop van +vruchtbaren grond voor groote gezinnen onbereikbaar, terwijl woeste +heidevelden, enz. te kostbare en tijdroovende ontginning vorderen”. Ook +vernam hij, dat het huren van bouwhoeven, dus het pachtersbedrijf, niet +tot welstand kon voeren.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Maatschappelijke voordeelen.</div> + +<p>Aan de uitvoering van het groote werk der afsluiting en droogmaking zijn +nog eenige maatschappelijke voordeelen verbonden.</p> + +<div class="sidenote">Vermeerdering arbeidsgelegenheid.</div> + +<p>Vooreerst de <em class="g">vermeerdering der arbeidsgelegenheid</em><a id="FNa_44" href="#FN_44" class="fnanchor"><sup>44</sup>)</a>. Hierbij is het +volgende wl te onderscheiden.</p> + +<p>Gedurende <em class="g">de uitvoering van het werk, doch buiten de verkaveling, enz.</em> +der gronden zal er veel werk komen voor eenige groepen van arbeiders, +voornamelijk voor rijswerkers, voor de arbeiders in de grienden langs +onze benedenrivieren, voor grondwerkers (polderjongens), metselaars en +betonbewerkers, die vooral aan de groote sluiswerken op Wieringen veel +arbeid zullen <span class="pagenum" title="85"> </span><a id="p_85"></a>vinden, voor dijkwerkers (steenzetters, enz.), en niet +het minst voor de schippers, die voor den afsluitdijk en de meerdijken +ontzettende massa's klei, bazalt en anderen steen, eiken palen, enz. +zullen hebben te vervoeren.</p> + +<p>Ook de <em class="g">verkaveling en de bewoonbaarmaking der gronden</em>, die dus +gedeeltelijk met de uitvoering van de andere werken zal samenvallen, zal +veel arbeid brengen voor werklieden van zekere beroepen, voor +grondwerkers; voor metselaars, timmerlieden en smeden aan honderden +bruggen, sluizen, duikers en gebouwen voor de stoomgemalen.</p> + +<p>Aan het werk zelf in de beide eerste perioden zullen, naar de begrooting +der Staatscommissie van voor 20 jaar, 45 millioen (dus nu minstens 55 +millioen) gulden aan arbeidsloonen en scheepsvrachten worden betaald.</p> + +<p>En eindelijk gedurende de <em class="g">blijvende vestiging of kolonisatie</em>, eveneens +ten deele met de beide genoemde soorten van arbeid elders samenvallend, +moeten de woningen voor de vaste bevolking, gebouwen voor de +boerderijen, enz. worden gebouwd. De hiervoor genoemde openbare gebouwen +moeten vr en na worden gesticht, samen voor ongeveer n millioen +gulden. Het spreekt van zelf dat dan al naar de behoefte +arbeidskrachten, vertegenwoordigend alle beroepen, zich in de nieuwe +landen zullen neerzetten, voor een gedeelte voor goed; zonder hen is +daar geen geordende maatschappij denkbaar.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Voordeelen v. d. nijverheid.</div> + +<p>Ten andere is het gemakkelijk in te zien, dat onze <em class="g">nijverheid</em>, vooral de +steenbakkerij, vruchten van het groote werk zal plukken. Behalve voor 26 +millioen gulden steen uit het buitenland, zal voor 118 millioen aan +materialen uit Nederland zelf noodig zijn (begrooting 1892–1894). <span class="pagenum" title="86"> </span><a id="p_86"></a>En +bij de ontwikkeling van het nieuwe gewest zal aldaar behoefte bestaan +aan steen, hout, steenkool, turf, landbouwwerktuigen, enz.; onze +nijverheid daarbuiten zal er hare producten kunnen plaatsen en daarvan +zeker nog geheel andere gevolgen kunnen ondervinden dan tegenwoordig de +touwslagerijen, rookerijen en garnalenpellerijen bij het bestaan der +Zuiderzee.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Idem voor verkeer en marktwezen.</div> + +<p>De aanvoer van al die artikelen en nog veel meer en de afvoer der +jaarlijksche producten van den landbouw, zal <em class="g">het verkeer</em> per spoorweg, +per as en per schip ook buiten het nieuwe gewest verlevendigen en de +„<span xml:lang="fr">villes mortes</span>” langs de kusten van den ouden plas zullen <em class="g">marktplaatsen</em> +worden in de hedendaagsche beteekenis, nl. plaatsen van inkoop en +doorvoer voor de welvarende bevolking van een rijke twaalfde provincie.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p id="deelI_KOSTEN"><em class="g">De kosten.</em></p> + +<div class="sidenote">Verhooging der kosten in de laatste 25 jaar.</div> + +<p>De cijfers van de berekeningen der kosten en van de geldelijke gevolgen, +door de Staatscommissie van 1892 genoemd, zijn natuurlijk nu niet meer +geldig maar moeten, vooral wegens de verhooging der arbeidsloonen, met +een aanzienlijk bedrag worden vermeerderd.</p> + +<p>Toch behoeft dit volstrekt geen bezorgdheid te doen ontstaan omtrent de +uitvoerbaarheid van het werk uit een geldelijk oogpunt. Immers ook het +productievermogen van den grond is door den grooten vooruitgang van den +landbouw sedert dien tijd in niet mindere mate toegenomen. Nog ongeveer +10 jaar geleden kon men aannemen, dat een HA. goede kleigrond gem. 42 +HL. tarwe opbracht,—nu mag men die opbrengst op 52 HL. stellen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="87"> </span><a id="p_87"></a></p> + +<p>En waar toen de HA. 300.000 KG. suikerbieten gaf, levert die thans, +mits naar de eischen der tegenwoordige wetenschap behandeld, wel 400.000 +KG. op.</p> + +<p>Het aanhangige regeeringsontwerp bevat een opgave van koopsommen van +klei- en zandgronden, beide in 6 provincin, die 1900–1909 gekocht en na +1900 weer verkocht zijn (bl. 15), waaruit blijkt dat de koopsommen van +een HA. zeeklei in Nederland gem. gestegen zijn van ƒ1004.- in +1900–1909 tot ƒ1698.- n 1909 en van zand resp. van ƒ528.- tot +ƒ812.-. Op grond daarvan meent de Regeering nu een jaarlijksche +zuivere opbrengst van ƒ80.- per HA. te mogen aannemen tegen slechts +ƒ60.- in het wetsontwerp van 1907.</p> + +<div class="sidenote">Raming der kosten.</div> + +<p>In verband met de hier bedoelde algemeene stijging der prijzen is in +1914 een Staatscommissie benoemd om de ramingen der Staatscommissie van +1892 aan een nader onderzoek te onderwerpen. Door deze zijn de kosten +van het geheele werk (zonder die voor de voorzieningen in de belangen +der landsverdediging), die volgens de raming der Staatscommissie van +1892 179 millioen gulden zouden bedragen, geraamd op <i>222 millioen +gulden</i>.</p> + +<p>Hierbij valt echter op te merken, dat de verhoogde raming niet +uitsluitend het gevolg is van hoogere loonen en prijzen van materialen, +maar ook in niet onbelangrijke mate van de omstandigheid, dat alle +risico's die zich bij zulk een omvangrijk werk kunnen voordoen, nader +zijn overwogen, ook aan de hand van hetgeen wordt meegedeeld in het +Verslag van het meer uitgewerkt plan van de droogmaking van het +Wieringermeer,—en dat meer speciaal de aandacht is gewijd aan de werken +ontworpen binnen de beide het eerst aan de orde zijnde inpolderingen +<span class="pagenum" title="88"> </span><a id="p_88"></a>(NW. en ZW. droogmakerijen) en de daarmee in verband staande werken, +als scheepvaart- en afwateringskanalen, enz. Daardoor kunnen meer dan +vroeger groote tegenvallers bij de uitvoering als uitgesloten worden +beschouwd, temeer omdat geen rekening is gehouden met de omstandigheid, +dat waarschijnlijk bij eenige werken door een minder kostbare +constructie of werkwijze bezuinigingen zullen worden verkregen.</p> + +<p>De raming van de groote onderdeelen van het plan, wordt dan als +nevenstaande tabel aangeeft.</p> + +<div class="sidenote">Beperking van het plan.</div> + +<p>In het aanhangig wetsontwerp wordt evenals in dat van 1901 voorgesteld +nu alleen in de wet vast te leggen de afsluiting en de uitvoering van de +beide westelijke polders. Later kan dus bij de wet het begin van +uitvoering der beide oostelijke polders worden bepaald.</p> + +<p>Maar deze laatste worden toch ook genoemd onder de uit te voeren werken +en zij zullen reeds spoedig nadat aan den afsluitdijk begonnen is worden +voorbereid.</p> + +<p id="cross8">De Regeering meent nl. dat het, in verband met de sedert 1901 veranderde +omstandigheden met betrekking tot de waarde van en de vraag naar land, +waarschijnlijk is, dat de droogmaking der vier polders in veel korteren +tijd zal kunnen plaats hebben dan destijds werd verondersteld. Terwijl +zij den werkduur voor den afsluitdijk alleen evenals vroeger op 9 jaar +stelt, meent zij dat de droogmaking, enz. der Wieringermeer reeds in het +12<sup>e</sup> jaar (in plaats van in het 14<sup>e</sup>) zal zijn tot stand te brengen +en die van den Hoornschen Polder in het 15<sup>e</sup> (in plaats van in het +18<sup>e</sup>). De uitvoering van dit beperkte plan, waardoor de afsluiting en +een oppervlakte van ruim 74.320 HA. zal worden verkregen, zal een +uitgave van <i>110 <span class="pagenum" title="89"> </span><a id="p_89"></a>millioen gulden</i> vereischen +(<a href="#ramingen" title="onderstaande tabel, Ramingen Staatscommissie 1914">zie boven</a>),—dus +ongeveer de helft van die voor het geheele plan.</p> + +<table id="ramingen" class="bedragen" summary=""> +<tbody> + <tr> + <th class="bedragkop" rowspan="2">Uit te voeren werken.</th> + <th class="bedragkop" colspan="2" style="border-bottom-width: 0px;"><abbr title="Ramingen Staatscommissie">Ram. St. Comm.</abbr> 1892.</th> + <th class="bedragkop nobrw" colspan="2" style="border-bottom-width: 0px;"><abbr title="Ramingen Staatscommissie">Ram. St. Comm.</abbr> 1914.</th> + </tr> + <tr> + <th class="bedragkop">Benoodigd bedrag.</th> + <th class="bedragkop">Gezamenlijk bedrag.</th> + <th class="bedragkop">Benoodigd bedrag.</th> + <th class="bedragkop nobrw">Gezamenlijk bedrag.</th> + </tr> + <tr> + <td class="tdc br"><i>De afsluiting.</i></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">I. De afsluitdijk met daarbij behoorende werken.</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">a. Afsluitdijk</td> + <td class="tdr br">ƒ28.130.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">ƒ41.200.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">b. Werken op Wieringen</td> + <td class="tdr br">„ 8.000.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 8.700.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">c. Kan. Harl.–Piaam en verhooging zeedijk Piaam–Zurig</td> + <td class="tdr br">„ 2.585.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 3.550.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">d. Verhooging Balgdijk en verbetering van de havens</td> + <td class="tdr br">„ 600.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 600.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">e. Onvoorziene werken in verb. m. de afsl. en ter afronding</td> + <td class="tdr br">„ 1.485.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 950.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br"></td> + <td class="tdr br">————————</td> + <td class="tdr br">ƒ40.800.000</td> + <td class="tdr br">————————</td> + <td class="tdr">ƒ55.000.000</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">II. De verbetering v. h. Zwolsche Diep</td> + <td class="tdc br">—</td> + <td class="tdr br">„ 3.564.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr">„ 5.000.000</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">III. De voorziening i. d. visscherijbelangen.</td> + <td class="tdc br">—</td> + <td class="tdr br">„ 4.500.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr">„ 6.000.000</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">IV. De voorz. i. d. belangen der waterverversching v. Amsterdam en ter afr.</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 236.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr">„ 250.000</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdc br i2"><i>De droogmaking.</i></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">V. De inpolderingen achter den afsluitdijk.</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">a. De Wieringermeerpolder</td> + <td class="tdr br">ƒ12.700.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">ƒ15.950.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">b. De Hoornsche polder</td> + <td class="tdr br">„ 22.850.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 28.130.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">c. De Zuidoostelijke polder</td> + <td class="tdr br">„ 61.850.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 72.650.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br i2">d. De Noordoostelijke polder.</td> + <td class="tdr br">„ 32.500.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">„ 38.220.000</td> + <td class="tdr"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdc br"></td> + <td class="tdr br">————————</td> + <td class="tdr bb br">„ 129.900.000</td> + <td class="tdr br">————————</td> + <td class="tdr bb">„ 154.950.000</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdc br">Totaal</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr br">ƒ179.000.000</td> + <td class="tdr br"></td> + <td class="tdr">ƒ221.200.000</td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>Doordat dan vroeger tot de uitgifte van de drooggelegde gronden zal +kunnen worden overgegaan, zal ook rentebesparing worden verkregen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="90"> </span><a id="p_90"></a></p><div class="sidenote">Nadere finantieele beschouwingen.</div> + +<p>In verband met het bovenstaande zegt nu de Regeering „dat indien de duur +van het werk—de afsluiting en de vier polders—op 30 jaar wordt +gesteld, en wordt aangenomen dat de pachtopbrengst der vier polders +resp. 15, 20, 25 en 35 jaar na den aanvang der afsluiting in mindering +der kosten zou komen, de rente eener 4½ pct. leening van 222 millioen +gulden—zijnde de totale raming—waarvan gemiddeld ƒ7.500.000 per jaar +zou worden verbruikt, met rente op rente, gedekt zoude zijn bij een +pachtopbrengst van gemiddeld ƒ80.- per HA.”</p> + +<p>Hoewel nu een zuivere pacht van ƒ80.- de HA. zeker niet te hoog is te +achten, zoo wil de Regeering, in aanmerking nemende de wisseling van +omstandigheden, die zich zou kunnen voordoen, deze berekening niet als +grondslag voor haar wetsvoorstel nemen. Wel stelt zij voor gedurende de +eerste 14 jaar, wanneer nog geen rechtstreeksche baten zullen worden +ontvangen, de renten van de dan op te nemen gelden tegen 4½ percent, uit +de gewone middelen te betalen, benevens de renten van de gelden, noodig +voor 's lands verdediging. Zij acht het niet wenschelijk om voor een +langdurig tijdperk nu reeds verdere regelingen te treffen tot dekking +der kosten.</p> + +<p>Maar uit een ander blijkt toch dat de rente van het in het werk gestoken +kapitaal door de baten ruimschoots gedekt wordt.</p> + +<p>Bovendien genieten dan twee- driehonderd duizend menschen een goed +bestaan, terwijl de Staat de indirecte voordeelen daarvan geniet en ook +van de afsluiting, voortvloeiende uit de verhoogde welvaart van de aan +de Zuiderzee gelegen gewesten.</p> + +<p>Uit deze beschouwing blijkt ook duidelijk waarom de <span class="pagenum" title="91"> </span><a id="p_91"></a>Staat dit werk met +gerustheid kan uitvoeren, waar het <i>als onderneming</i> aan particulieren +misschien zou moeten worden ontraden. De <i>Staat</i> zal in elk geval nog +goede winsten behalen.</p> + +<p>Ook Mr. <span class="mixcap">van Nierop</span> erkent dat de Staat zich in dit geval op een geheel +ander standpunt heeft te stellen dan particulieren dat kunnen doen. Maar +ten slotte zegt hij: „De warmste voorstander van de droogmaking moet nog +aantoonen, dat deze indirecte voordeelen van dien aard zullen zijn, dat +het er niet toe doet of de kosten verscheiden millioenen meer of minder +zullen bedragen en dat het voor de belastingschuldigen onverschillig zou +zijn of zij gedurende de inpoldering belangrijke sommen aan rente zullen +moeten opbrengen”.</p> + +<div class="sidenote">Raming van de indirecte voordeelen der afsluiting.</div> + +<p>Daar er ongetwijfeld aan dit groote werk risico verbonden is, is de hier +gestelde eisch gerechtvaardigd, maar toch in zooverre onbillijk dat het +zeer moeilijk, zoo niet onmogelijk is om de indirecte voordeelen in +aantallen guldens kapitaal of rente uit te drukken.</p> + +<p>Toch is het niet moeilijk in te zien, dat de ruime marge die Mr. <span class="mixcap">Van +Nierop</span> verlangt om eventueele overschrijding der ramingen te dekken, +inderdaad bestaat.</p> + +<p>Om eenig denkbeeld te verkrijgen van de verhooging van het voortbrengend +vermogen van Noord-Holland t. N. van het IJ, zou men kunnen stellen, dat +van 150.000 HA. binnen de duinen 100.000 HA. belang hebben bij het zoet +worden van het boezemwater en dat daardoor de opbrengst per HA. ƒ5.- +stijgt. Voor Westfriesland schatte een zuivelconsulent die op ƒ10.- de +HA. Men krijgt aldus ƒ500.000 's jaars of gekapitaliseerd tegen 4 +percent 12½ millioen meerwaarde. Of neemt men het aantal runderen <span class="pagenum" title="92"> </span><a id="p_92"></a>t. N. +van het IJ aan op 140.000 en de hoogere opbrengst van elk beest op +ƒ5.-—wat voor eenige jaren op het landbouwcongres te +Hoorn niet te veel werd geacht—, dan krijgt men ƒ700.000 meer +jaarlijksche opbrengst, dus 17,5 millioen meerwaarde.</p> + +<p>Wat Friesland betreft, stellen wij dat 40.000 HA. buitenlanden daardoor +ƒ10.- p. HA. 's jaars meer zullen opbrengen en dat van nog 160.000 HA. +van het boezemgebied de jaarlijksche gebruikswaarde met ƒ5.- de HA. +zal toenemen, dan komt men tot een hoogere opbrengst van ƒ1.200.000 's +jaars—een meerwaarde van 30 millioen dus,—buiten de voordeelen voor de +nijverheid, de scheepvaart en de visscherij.</p> + +<p>Intusschen zijn deze cijfers natuurlijk altijd min of meer willekeurig. +De Regeering noemt alleen die waarop het voordeel van +zoetwateraanvulling en waterverversching ingevolge een onderzoek van den +Zuiderzeebond in September 1897 zijn geschat en die voor Noord-Holland +en Friesland samen ƒ680.000 's jaars zouden bedragen, dus +gekapitaliseerd tegen 4½ percent een kapitaal van 15 millioen zouden +vertegenwoordigen,—een schatting die m. i. zeker te laag is.</p> + +<p>Maar bovendien moeten in rekening komen de andere indirecte voordeelen +hiervoor genoemd, nl. die voor de waterkeering, waterloozing, enz. en +vooral van de aanwinst van een groote vruchtbare provincie, waar +zoovelen een goed bestaan zullen vinden, al worden die verminderd met +hetgeen de Zuiderzee nu als vischwater oplevert. Is het nog noodig te +trachten ook die onder cijfers te brengen?</p> + +<p>De verlangde dekking voor eventueele tegenvallers is dus in ruime mate +aanwezig.</p> + +<p>Wel herhaalt de Regeering de zoowel door de Zuiderzee-Vereeniging <span class="pagenum" title="93"> </span><a id="p_93"></a>als +door de Staatscommissie uitgesproken meening: „dat de voordeelen van den +afsluitdijk niet van dien aard zijn, dat het wenschelijk zou zijn om +alleen met het oog daarop, geheel afgescheiden van een latere +droogmaking, de afsluiting ten uitvoer te leggen”,—maar het blijft toch +m. i. niet onmogelijk dat de waarde van die voordeelen de kosten van den +afsluitdijk zeer nabij zullen komen of zelfs overtreffen.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote">Noodzakelijkheid van de uitvoering.</div> + +<p>Men heeft wel eens de vraag gedaan: Waarom dit groote werk? Is het +volstrekt noodig? Het antwoord op deze vraag is uit de voorgaande +beschouwingen gemakkelijk op te maken. Naar aanleiding van de opmerking +dat er wel meer zulke groote sommen (ook gedurende vele jaren) +uitgegeven zijn, zooals 265 millioen gulden voor aanleg van +Staatsspoorwegen, in 20 jaar tijds 259 millioen aan openbare werken, +enz., zegt Mr. <span class="mixcap">Van Nierop</span>: „Deze werken strekten om te voorzien in een +behoefte, die bevrediging eischte. Het openbaar verkeer vorderde den +aanleg van spoor- en waterwegen”. En verder: „Al is het geen +onderneming” (de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee), „zij is +daarmede zeer verwant. Geen openbaar belang vordert haar uitvoering”.</p> + +<p>Och kom! Werken ter bevordering van het openbaar verkeer en die tot +afsluiting en droogmaking der Zuiderzee—er is immers geen onderscheid +in het doel van die beide. Het verkeer bevordert men toch niet om het +verkeer zelf! Het doel van beide soorten van werken is toch: de +bestaansmiddelen uit te breiden of nieuwe te scheppen. Daarom en daarom +alleen worden zulke werken tot stand gebracht. Zeker! Hadden wij dat +aanleggen van spoorwegen <span class="pagenum" title="94"> </span><a id="p_94"></a>nagelaten, dan zouden wij onze eigen belangen +al zeer slecht hebben gediend, maar dit zal evenzeer het geval zijn als +wij de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee nalaten. Een wijs +Regeeringsbeleid moet er niet alleen op gericht zijn te doen wat men +onmogelijk kan nalaten, maar om van alle aanwezige middelen gebruik te +maken om de welvaart van het land te verhoogen. En als een land de +gelegenheid heeft om zijn innerlijke kracht en zijn internationale +beteekenis belangrijk te doen toenemen, wordt dan „het openbaar belang” +niet in hooge mate gediend door van die gelegenheid gebruik te maken?</p> + +<p>Dat is niet alleen wijs Regeeringsbeleid, het is ook Regeeringsplicht.</p> + +<p>In de Memorie van Toelichting bij het nu aangeboden wetsontwerp stelt de +Regeering zich blijkbaar ook op dit standpunt, waar zij de vraag +beantwoordt of er voor het Rijk <i>voldoende reden</i> voor de uitvoering van +het groote werk bestaat en waarin zij zegt, dat al zou het werk +misschien nog een geldelijke bate opleveren, dit op zichzelf voor het +Rijk nog niet alleen de drijfveer mag zijn om het werk te ondernemen. +En: „Hoofddoel moet zijn het vermeerderen van de algemeene welvaart door +het scheppen van een beteren waterstaatstoestand in een belangrijk +deel<ins class="corr" id="corr19" title="Bron: deel"></ins> des lands, door de vergrooting van den vaderlandschen +bodem met een aanzienlijke uitgestrektheid vruchtbaar land en door het +openen van een uitgebreid arbeidsveld voor Nederlandsche nijverheid en +werkkracht”.</p> + +<div class="sidenote">Indijking bij kleine gedeelten zonder afsluitdijk.</div> + +<p>Ten slotte. Vooral met het oog op de geldelijke en œconomische +zijde van de Zuiderzeezaak heeft men meer dan eens het denkbeeld +aanbevolen om den afsluitdijk weg te laten en al naar de behoefte binnen +de Zuiderzee <span class="pagenum" title="95"> </span><a id="p_95"></a>gronden geleidelijk in te dijken en droog te maken.</p> + +<p>Voor zooveel daarmee bedoeld wordt het achtereenvolgens indijken van +betrekkelijk kleine stukken<a id="FNa_45" href="#FN_45" class="fnanchor"><sup>45</sup>)</a>, is het gemakkelijk te begrijpen dat dit +zeker de meest nadeelige wijze zou zijn om grond aan te winnen. Het +betreft hier niet het leggen van nieuwe dijken <i>op</i> de oevers van nieuw +aangewassen gronden, om deze van de zee af te sluiten, zooals in Zeeland +en elders nu en dan geschiedt. Maar hier zouden zware en hooge +afsluitdijken gelegd moeten worden <i>op den bodem der Zuiderzee</i> en de +aldus afgesloten stukken moeten worden drooggemaakt. Hoeveel +tienduizenden meters dijk zouden op die wijze moeten worden gelegd, +voordat men b. v. 100.000 HA. had ingedijkt? Dat zou toch zeker +millioenen guldens noodeloos in het water werpen zijn!</p> + +<p>Bovendien zou men op die wijze na zekeren tijd een oppervlakte hebben +aangewonnen, waarin wegen, spoorwegen, kanalen, enz. stuksgewijze +aangelegd zijn en dus zeker niet zulk een goed geheel zouden vormen, als +wanneer dat in eens had kunnen geschieden, terwijl ook in andere +opzichten niet zulk een goed geheel zou zijn verkregen dan bij +uitvoering in eens.</p> + +<p>En hoe zou het dan met enkele minderwaardige veen- en zandgronden gaan? +Wie zal b.v., ook in onzen tijd, bereid gevonden worden om met veel +kosten de zandgronden op den bodem der Zuiderzee langs de Veluwe te gaan +droogleggen? Bij droogmaking in eens kunnen zij echter mede binnen de +groote Z.O. droogmakerij vallen, die overigens uit zeer vruchtbare +kleigronden bestaat, en <span class="pagenum" title="96"> </span><a id="p_96"></a>bezwaren de kosten hiervan weinig, zelfs al +hadden zij in 't geheel geen waarde.</p> + +<hr class="tb" /> + +<div class="sidenote"><ins class="corr" id="corr20" title="Bron: Achtereen volgens">Achtereenvolgens</ins> indijken en +droogmaken der 4 deelen zonder afsluitdijk.</div> + +<p>Men kan echter nog anders handelen, nl. eenvoudig den afsluitdijk +weglaten en achtereenvolgens de vier groote deelen gaan droogmaken, +zooals dan ook n door de Zuiderzee-Vereeniging n door de +Staatscommissie ernstig is overwogen en vergeleken met het plan met +afsluitdijk.</p> + +<p>Voor zulk een droogmaking <i>zonder</i> afsluitdijk is meer te zeggen dan +voor een bij kleine gedeelten. De groote kosten van dien dijk, die in de +<i>eerste</i> 9 jaar van het werk moet worden aangelegd, drukken dus door +hunne renten sterk die van het geheel. Daartegenover staat echter dat +dan de dijken der vier droogmakerijen niet meerdijken maar zeedijken +moeten zijn, waarvan de kosten 61 millioen gulden hooger geraamd worden +(Staatscommissie). Ook zullen dan de gemalen voor droogmaking en +drooghouding het water hooger moeten kunnen opbrengen, dus kostbaarder +zijn in aanleg en onderhoud (in aanleg ƒ3.367.000 meer). Ten slotte +zouden de geheele kosten zonder afsluitdijk zijn (Staatscommissie): +ƒ212.700.000, met rente ƒ279.000.000 en met rente op rente +ƒ293.000.000,—alleen deze laatste som is iets minder dan die met +afsluitdijk.</p> + +<p>Het verschil in kosten kan dus niet beslissen.</p> + +<p>Zwaarder weegt het argument dat door den afsluitdijk het werk tot n +geheel gestempeld wordt: is eenmaal die dijk gelegd, dan moet men <i>zoo +spoedig mogelijk</i> alle vier genoemde gedeelten droogmaken en <i>zoo +spoedig mogelijk</i> alle gronden uitgeven.</p> + +<p>Kwamen er eens tijdsomstandigheden, waardoor de voortgang zeer vertraagd +of tijdelijk geschorst zou worden, <span class="pagenum" title="97"> </span><a id="p_97"></a>dan konden daardoor verliezen +geleden worden.</p> + +<p>Maar juist dat groote <i>geheel</i> en wel zoodra mogelijk is het wat velen +in de eerste plaats wenschen en dat daarom naar hunne meening mag en +moet gewaagd worden.</p> + +<p>Wat den een een bezwaar toeschijnt, vindt de ander juist een voordeel; +de een deinst voor mogelijke verliezen terug, de ander durft het aan, +ook al mochten zulke verliezen zich voordoen, het werk als n geheel +aan te pakken en te voltooien.</p> + +<p>Daarover valt moeilijk te redeneeren; dat is, om met de Staatscommissie +te spreken, „voor een deel een quaestie van temperament”.</p> + +<p>En dit argument van spoedig te moeten afwerken vervalt grootendeels, als +men den afsluitdijk met bijkomende werken als een op zich zelf +productief werk beschouwt, waarvan de kosten althans voor een groot +gedeelte door de indirecte voordeelen zullen worden goedgemaakt, welk +gedeelte dus niet ten laste van de volgende werken zal behoeven te +worden gebracht.</p> + +<p>En het zijn juist die groote voordeelen, die men mist bij een uitvoering +zonder afsluitdijk.</p> + +<p>De Staatscommissie kwam daardoor toch tot het besluit „dat een +inpoldering met afsluitdijk te verkiezen is boven inpolderingen in de +Zuiderzee zonder voorafgaande afsluiting”. Nu die voordeelen door nadere +beschouwing meer en meer van groote beteekenis zijn gebleken, veel +grooter dan waarop de Staatscommissie die schatte, is men zooveel temeer +gerechtigd tot het besluit: <b>Afsluiting en droogmaking volgens het plan +van de Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie.</b></p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_37" href="#FNa_37" class="label">37)</a> + <p>De Economist. Jaarg. 1897.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_38" href="#FNa_38" class="label">38)</a> + <p>Zie Memorie van Toelichting b. h. Wetsontwerp 1916, bl. 15 en 16.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_39" href="#FNa_39" class="label">39)</a> + <p>Volgens de Mem. v. Toel. bij het Regeeringsontwerp van 1877. Volgens de + Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal door de Ingrs. v. d. R.-Wat. <span class="mixcap">Wortman</span> + en <span class="mixcap">v. d. Broek</span>, uitg. d. h. Dep<sup>t</sup>. v. + Waterstaat, werden de gronden, gerekend naar hunne grootte en behalve de + aangeplempte grond bij Nieuwendam verkocht voor <i>gemiddeld</i> 2330 gulden + de HA. Sommige perceelen brachten ruim ƒ3200 de HA. op.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_40" href="#FNa_40" class="label">40)</a> + <p>Volgens <span class="mixcap">De Vries</span> en <span class="mixcap">Schorer</span>. Zeeweringen + en Waterschappen v. Noord-Holland, volgens de Waterstaatskaart 5809 HA.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_41" href="#FNa_41" class="label">41)</a> + <p>Tijdschrift Heide-Maatschappij. Jaarg. 1900.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_42" href="#FNa_42" class="label">42)</a> + <p>Tijdschr. Heide-Mij. 1915, bl. 285 e. v.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_43" href="#FNa_43" class="label">43)</a> + <p>Zie o. a. Jaargang 1908, N<sup>o</sup>. 6.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_44" href="#FNa_44" class="label">44)</a> + <p>Zie de praeadviezen over het onderwerp: De invloed van de Drooglegging der + Zuiderzee op de werkloosheid van <span class="mixcap">A. Plate</span> en + <span class="mixcap">A. A. Beekman</span> i. h. Tijdschr. d. Nat. Ver. tegen + de werkloosheid. Jaarg. 1, Afl. III en IV.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_45" href="#FNa_45" class="label">45)</a> + <p><span class="mixcap">A. Huet.</span> De meest voordeelige wijze van landaanwinning + in de Zuiderzee.—Zwolle 1895.</p></div> + +<div class="chend"></div> + +<p><span class="pagenum" title="98"> </span><a id="p_98"></a></p> + +<p><span class="pagenum" title="99"><br /> </span><a id="p_99"></a></p> + +<h2><a id="DEEL_II"></a><small>DEEL II.</small><br /> +WEERLEGGING VAN BEZWAREN.</h2> + +<p><span class="pagenum" title="100"> </span><a id="p_100"></a></p> + +<p><span class="pagenum" title="101"><br /> </span><a id="p_101"></a></p> + +<div class="intro"> + + <h3 class="h3weer"><a id="deelII_INLEIDING"></a></h3> + + <p>In den laatsten tijd zijn eenige geschriften verschenen waarin het plan + der Zuiderzee-Vereeniging-Staatscommissie tot afsluiting en + gedeeltelijke drooglegging der Zuiderzee voornamelijk uit een technisch + oogpunt wordt bestreden of een ander beter geacht plan wordt aanbevolen. + Ook in enkele mondelinge voordrachten is dat geschied.</p> + + <p>In 't algemeen kunnen blijken van belangstelling in een zaak, waarbij de + belangen van het gansche land in zoo hooge mate betrokken zijn, slechts + als een verblijdend teeken worden begroet. Maar wanneer de beschouwingen + afkomstig zijn van niet-deskundigen, wien de kennis ontbreekt van de + grondbeginselen der wetenschappen die bij de zaak betrokken zijn, dan + hebben die op zich zelve weinig of geen waarde en dan is een ernstige + kritische beoordeeling daarvan zoo goed als onmogelijk.</p> + + <p>Hiermee is niet gezegd dat ook een niet-deskundige niet eens een goed + denkbeeld kan hebben, maar ten slotte moeten deskundigen over de waarde + daarvan beslissen.</p> + + <p>De bovenbedoelde geschriften zijn op een enkel na helaas van onbevoegden + en het gevolg daarvan is, dat dezen zooals gewoonlijk hun gebrek aan + kennis trachten aan te vullen door groote woorden, zeer kras gestelde + uitspraken, ja in een enkel geval zelfs door te schelden.</p> + + <p>Toen de Zuiderzee-Vereeniging mij verzocht ook mijne meeningen eens te + stellen tegenover zooveel ongegronde en los daarheen geworpen + beweringen, trok die taak mij dan ook zeker niet aan. Debat toch is het + stellen van argumenten tegenover argumenten, maar waar deze bij de + tegenpartij ontbreken, daar slaat men in de lucht, daar kan van een + eigenlijken vruchtbaren strijd geen sprake zijn. Men moet dan „en + passant” wat kennis trachten bij te brengen, wat echter f zeer moeilijk + f onmogelijk <span class="pagenum" title="102"> </span><a id="p_102"></a>is. En men vraagt dan allicht zich zelven af of men niet + wat beters te doen heeft dan zich uit te putten in redeneeringen die op + den ander toch geen vat kunnen hebben, omdat hij bij voorbaat onwillens + is om overtuigd te worden.</p> + + <p>Intusschen moet nog een andere overweging gelden. Hoe betreurenswaardig + het ook is, het is meermalen gebleken, dat de openbare meening door + onbevoegden op een dwaalspoor geleid werd, temeer doordat dezen uit den + aard der zaak de hulpmiddelen van heftigheid, geschreeuw, enz. veelal + niet versmaden.</p> + + <p>Uit deze laatste overweging heb ik toegegeven.</p> + + <p>Ik nam de minder aangename en misschien ook zeer ondankbare taak op mij + te trachten het ontstaan van wanbegrippen, onrust, enz. betreffende de + Zuiderzeezaak te voorkomen en de openbare meening in het rechte spoor te + houden, nu sommigen door hunne scheeve voorstellingen en niet op juiste + kennis van feiten gegronde beweringen, die meening op een dwaalspoor + zouden kunnen brengen.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="103"> </span><a id="p_103"></a></p> + +<h3 class="h3weer"><a id="deelII_WEERLEGGING"></a></h3> + +<p>Als ik, de verschillende bedoelde bestrijders der Zuiderzeezaak gaande +beantwoorden, den Heer <span class="mixcap">Gelder</span>, directeur en aandeelhouder van de +Visscherij-Courant, het eerst noem, dat is dat niet om zijn grof +geschreeuw en geschetter te gaan weerleggen. Ik heb dat eens beproefd op +een vergadering te Amsterdam, waar de Heer <span class="mixcap">Gelder</span> aldus begon:</p> + +<p>„Die afsluitdijk deugt niet. Hij zal spoedig bezwijken en de menschen +die er achter wonen, zullen verdrinken als ratten.”</p> + +<p>„Waarom deugt die afsluitdijk niet?” zoo vroeg ik.</p> + +<p>„Dat kan ik niet zeggen, want ik ben geen technicus.”</p> + +<p>„Hoe kunt u dan beweren, dat die dijk niet deugt?”</p> + +<p>„Ingenieurs” (meervoud) „hebben het gezegd.”</p> + +<p>„Wie zijn die ingenieurs?”</p> + +<p>„De ingenieur <span class="mixcap">van Veen</span>” (enkelvoud) „te Breda.”</p> + +<p>„Die heeft nooit bezwaren tegen den afsluitdijk ingebracht, wl tegen de +meerdijken.”</p> + +<p>En dan klaagt de Heer <span class="mixcap">Gelder</span> er over, dat men niet met hem „debatteeren” +wil! En in zijn blaadje scheldt hij daarom Mr. <span class="mixcap">Smeenge</span> en mij +„lafaards.”</p> + +<p>Het spreekt wel van zelf dat men zoo iemand niet meer te woord staat. De +Heer <span class="mixcap">Gelder</span> moge voortaan zoo hard schreeuwen als hij wil en het +goedmoedig visschersvolkje van alles trachten wijs te maken en adressen +<span class="pagenum" title="104"> </span><a id="p_104"></a>doen teekenen tegen de afsluiting (als ik voor hen sprak, teekenden zij +adressen er voor!), hij moge in zijn lijforgaan de dolzinnigste +beweringen met allerlei groote en vette letters laten drukken, hij zal +van mij noch mondeling noch schriftelijk een enkel woord meer hooren +over zijn onverantwoordelijk kabaal.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Over de bezwaren van den Heer <span class="mixcap">van Veen</span>, civ. ingenieur, oud-direkteur +der openbare werken te Breda, kan ik kort zijn. Deze heeft onlangs een +brochure uitgegeven, getiteld „De Januari-ramp en de hoogst gevaarlijke +constructie van de dijken in het aanhangige plan tot droogmaking der +Zuiderzee”, waarin hij betoogt, dat waar de meerdijken der vier droog te +maken deelen van het plan der Staatscommissie op slappen bodem komen te +liggen, de voorzieningen die de commissie daartegen aanbeveelt niet +voldoende zijn,—een zuiver technische quaestie dus.</p> + +<p>De Heer <span class="mixcap">van Veen</span> heeft ook nog op andere „groote gevaren en bezwaren” +gewezen, alle van technischen aard, althans die welke ik eens uit een +voordracht te Amsterdam gehouden van hem vernam.</p> + +<p>Maar het kan tot niets dienen die technische quaestie's <i>nu</i> te +bespreken. Ik zou den Heer <span class="mixcap">van Veen</span> nl. willen vragen of hij werkelijk +meent, dat, als het tot een uitvoering komt, het plan der +Staatscommissie blindelings zal gevolgd worden—of liever: of hij meent +dat naar de enkele groote lijnen van dat plan zelfs een begin van +uitvoering mogelijk is.</p> + +<p>Dat plan is immers alleen in eenige algemeene trekken aangegeven om het +geheel te kunnen overzien, de gedachten te kunnen bepalen bij de +voornaamste zaken <span class="pagenum" title="105"> </span><a id="p_105"></a>die zich zullen kunnen voordoen en een zeer globale +raming van kosten te kunnen opmaken. Bovendien is het 22 jaar oud en is +de techniek in dien tijd zeer vooruitgegaan (baggerwerk, gewapend beton, +toepassing van elektriciteit als beweegkracht, enz.).</p> + +<p>Komt het tot een uitvoering, dan worden een of meer bureaux ingericht, +waar de ingenieurs aan het werk gaan om meer in 't bijzonder studie te +maken van de onderdeelen en van de vele moeilijkheden die ongetwijfeld +nog zullen voorkomen en waaronder er zelfs zeker zullen zijn die door de +ontwerpers van het groote plan niet zijn voorzien. Zij die de +verantwoordelijkheid hebben te dragen zullen b.v. ongetwijfeld bezwaren +als die van een slappen bodem onder de meerdijken naar hun beste weten +trachten op te lossen en niet werktuigelijk een daaromtrent geopperd +denkbeeld van de Staatscommissie volgen. Daarom worden de werken in +bijzonderheden ontworpen en wordt de uitvoering daarvan geleid <i>door +ingenieurs</i>.</p> + +<p>Het is wel zonderling dat men dit aan een <i>ingenieur</i> moet in +herinnering brengen.</p> + +<p>Ten overvloede wijs ik den Heer <span class="mixcap">van Veen</span> op het in dit jaar verschenen +„Verslag der onderzoekingen van het Bureau voor het opmaken van een meer +uitgewerkt plan met begrooting voor den aanleg van een gedeelte van de +afsluiting der Zuiderzee en indijking en droogmaking van de +Wieringermeer, samengesteld door den ingenieur van den Rijks-Waterstaat +<span class="mixcap">de Blocq van Kuffeler</span>.” Hij zal daaruit zien hoe in bijna alle +onderdeelen is afgeweken (in sommige zeer veel!) van het globale plan +der Staatscommissie, o. a. ten opzichte van de plaats der buitendijken +en van hunne samenstelling en afmetingen, van <span class="pagenum" title="106"> </span><a id="p_106"></a>de afwaterings- en +scheepvaartkanalen ten behoeve der aangrenzende landen, van de +verdeeling in polders en van hunne bemaling, vooral ook ten aanzien van +de bestrijding der kwel uit de diluviale gronden van Wieringen, welke +quaestie door de Staatscommissie in 't geheel niet onder de oogen is +gezien. Enz., enz.</p> + +<p>Laat men toch nu niet gaan strijden over de technische uitvoering der +onderdeelen, die nog volstrekt niet vaststaat. Dat is immers vechten +tegen windmolens!</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>„<a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36319" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36319 beschikbaar.">De +drooglegging der Zuiderzee. Het plan <span class="mixcap">J. Ulehake</span> contra het +plan <span class="mixcap">C. Lely</span>.</a>”</p> + +<p>Aldus luidt de bescheiden titel van een in dit jaar verschenen boekje +van iemand die zijn naam niet noemt (maar blijkbaar ook een +niet-technicus), waarin hij op geestdriftige wijze het plan aanbeveelt +van den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span>, onderwijzer in den Grooten IJpolder, dat deze een +jaar of negen geleden aan H. M. de Koningin heeft aangeboden en waarvan +de resultaten „veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan <span class="mixcap">Lely</span>”.</p> + +<p>Dat plan komt in hoofdzaak neer op het afsluiten der zeegaten van den +Helder tot de Eems, zoodat ook al het inktkokerzand achter de eilanden +zal worden drooggelegd. Die zeegaten zijn wel diep, o. a. dat van den +Helder tot 41 M., maar men schrikt daarvan alleen zoo erg, omdat in de +nota's der Zuiderzee-Vereeniging de hoogteschaal veel grooter is genomen +dan de lengteschaal. Alsof dit het feit wegneemt dat het gat toch 41 M. +diep is!</p> + +<p>Onze bescheiden onderwijzer, die een afsluitdam door zulk een diepte +toch ook wel wat bar schijnt te vinden, heeft er wat op gevonden: hij +legt dien meer naar buiten <span class="pagenum" title="107"> </span><a id="p_107"></a>in een gebogen vorm, zoodat hij dan 2 of 3 +gaten heeft af te sluiten, waar hij ook nog met diepten van 10 11 M. +te doen heeft, maar waarin „natuurlijk de strooming veel minder sterk +zal zijn dan in de Helsdeur”—waarom dit „natuurlijk” is schijnt niet +recht duidelijk. Dat werkje in volle zee—een sprong in 't duister, +waarvan zeker niemand kan zeggen of het 30 of 300 millioen zal +kosten—is „een natuurlijk plan”, omdat het „van de bestaande banken en +eilanden profiteert.”</p> + +<p>Er moeten dan nog minstens zes andere zeegaten worden gedicht en een +afsluitdijk langs de Eems worden gemaakt, maar daaromtrent verneemt men +slechts de teleurstellende mededeeling: „Het spreekt van zelf, dat de +zeegaten en Waddengedeelten, als vallende buiten het plan <span class="mixcap">Lely</span>, niet in +<i>die</i> mate en richting werden onderzocht, om voldoende gegevens voor het +plan U. te verschaffen. Wel verklaarde een ervaren waterbouwkundig +ingenieur, dat de technische bezwaren, aan het dempen (<i>sic</i>) der +zeegaten verbonden, <i>enkel</i> „geldelijke” waren, en het dus volstrekt +niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U. veel +schitterender zullen zijn dan die van 't plan <span class="mixcap">Lely</span>.” Als die ervaren +ingenieur werkelijk dien volstrekten onzin heeft uitgesproken, dat nl. +de <i>technische</i> bezwaren enkel <i>geldelijke</i> waren, dan is 't maar goed +dat zijn naam niet genoemd wordt.</p> + +<p>Maar toch heeft onze plannenmaker al die afsluitingen aangeduid door +streepjes op een schetsje, waarop de eigenlijke Zuiderzee de grootte +heeft van een rijksdaalder.</p> + +<p>Daarop staan ook veel dunne en dikke lijntjes die de verlenging van den +IJsel naar het zeegat van den Helder en daarop uitkomende kanalen voor +de afwatering en de <span class="pagenum" title="108"> </span><a id="p_108"></a>scheepvaart schijnen te moeten voorstellen. Deze +zullen dus, voor zooveel het verlengde van den IJsel en de daarmee in +open verbinding staande kanalen betreft, ter weerszijden van dijken +moeten worden voorzien, gemiddeld 10 M. hoog en samen zeker eenige +honderdduizenden meters lang. Dat de vele groote en zeer diepe geulen in +het noordelijk deel der Zuiderzee en tusschen Enkhuizen en Stavoren +doorgaande tot t. W. van Urk (de Texelstroom b. v. is 15 30 M. en de +Vliestroom 6 20 M. diep) totaal worden genegeerd, toont ons den +bewonderenswaardigen durf van den voor niets terugdeinzenden ontwerper.</p> + +<p>Hij heeft blijkbaar 't land aan een IJselmeer tot voorloopige +waterberging, want 't is hem in de eerste plaats om <i>Land</i> te doen, +land, dat dan beschikbaar zal komen voor de werkmenschen, die nu „met +bloote kaken hunne ruggen krom moeten werken in den turfkuil en den +modderbak.” Maar het gemis van zulk een meer is zoo erg niet, want de +bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> „meende gerechtigd te zijn eenigszins critiek +uit te oefenen op het plan <span class="mixcap">Lely</span> en bestudeerde het IJselmeer.” En daar +komt de minister <span class="mixcap">Lely</span> maar treurig af! Hoor, hoor!</p> + +<p>„De Heer U. wil trachten alle rivieren uitloozende in de Zuiderzee te +kanaliseeren, ten einde den watertoevoer te beperken en te +beheerschen<ins class="corr" id="corr21" title="Bron: ‘">.</ins>”</p> + +<p>Onze dillettant-civiel-ingenieur, die blijkbaar niet weet wat +kanaliseeren is, schijnt zich te verbeelden dat zoo'n rivier na de +kanalisatie minder water afvoert! Maar hij wil bovendien dien lastigen +IJsel nog op een andere wijze klein krijgen, door nl. door werken bij +Westervoort een deel van zijn water langs den Rijn af te voeren en, +omdat hij waarschijnlijk noodkreten voorziet uit de landen <span class="pagenum" title="109"> </span><a id="p_109"></a>langs die +rivier, gaat hij den Krommen Rijn–Ouden Rijn–Vecht weer openen, dus den +middelsten Rijnarm uit den Romeinschen tijd herstellen. Al wordt aldus +ons gansche rivierstelsel, waaraan wij nu anderhalve eeuw gewerkt +hebben, in de war gebracht en al zullen die veranderingen honderden +millioenen kosten, deze waterstaatsdictator ziet niet daartegen op. Is +er niet iets grootsch, iets geniaals in zulke denkbeelden?</p> + +<p>De bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> „gevoelt als onderwijzer zeer goed het +ongelijke van den strijd dien hij aanbond tegen den Minister-ingenieur.” +Maar door zijn studie over het IJselmeer verslaat hij zijn tegenstander +toch totaal. Hoor maar naar zijn bewonderaar. „Daar de Minister de +uitmonding van 't Zwarte Water van Kraggenburg uit wenscht te verlengen +tot ongeveer de Zuidpunt van Schokland (en dat werk is lang geen +peulschilletje), roept hij aldaar een toestand in 't leven, die +veroorzaakt dat het westelijk deel van Overijsel tot verre t. O. van +Dalfsen van tijd tot tijd in een bare zee verandert, of de N.O. polder +verdrinkt.” Die onnoozele minister, die nog wel zoo netjes had +uitgerekend dat de standen op het IJselmeer 1,5 2 M. lager zouden +blijven dan die op de open Zuiderzee! Ware hij toch eerst maar met zijn +plan bij den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> gekomen met verzoek om consideratie en advies!</p> + +<p>Maar nu dit helaas niet geschied is, maakt de bescheiden Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> in +zijn ongelijken strijd zijn tegenstander totaal af.</p> + +<p><ins class="corr" id="corr22" title="Bron: „"></ins>Zijn vernietigende uitspraak berust op deze twee +axioma's:</p> + +<p>a. De waterbouwkunde, voorgelicht door de scheikunde kreeg te beschikken +over gewapend en cementbeton, eene <span class="pagenum" title="110"> </span><a id="p_110"></a>specie, die uitnemend geschikt is +tot het leggen van den afsluitdijk en de bijkomende werken.</p> + +<p>b. De landbouw kreeg, voorgelicht en geschraagd door de scheikunde, te +beschikken over de hulpmeststoffen, waarmede men zelfs „heide maakt tot +weide.”</p> + +<p>En deze twee grondwaarheden geven volgens den Heer <span class="mixcap">Ulehake</span> „den +doodsteek aan 't plan L. en doen (ze) het zijne zegevieren.”</p> + +<p><span xml:lang="en">The villain dies!</span> Wij kunnen nu gerustgesteld naar huis toe gaan.</p> + +<p>De auteur van 't stuk beoogt „als voorloopig doel”, dat zijn plan door +de Regeering worde onderzocht.</p> + +<p>Wie weet!?</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 17 Januari ll. komt de Heer <span class="mixcap">D. R. +Mansholt</span> op tegen het plan van den Minister van Waterstaat om „een bijna +waardeloos moeras met ontzaglijke kosten onder water weg te pompen, om +daarentegen en daardoor de vruchtbare en met groote kosten door de +ingelanden ingedijkte polders langs onze Noordzeekusten te verzuipen.” +De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> tracht dan voornamelijk aan te toonen, dat de +voorgestelde afsluiting der Zuiderzee de stormvloedhoogten langs de +Friesche en Groningsche kusten zoo zal doen stijgen, dat voor deze +groote gevaren te duchten zijn.</p> + +<p>In zijn repliek van 31 Jan. d.a.v. op het ingezonden stuk van den +Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging in het Handelsblad van 25 Januari +wordt ongeveer hetzelfde betoogd. De zoon van den Heer <span class="mixcap">D. R. Mansholt</span>, +de Heer <span class="mixcap">L. H. Mansholt</span>, heeft daarna in eene Juni 1916 verschenen +brochure „De afsluiting der Zuiderzee, een ernstig <span class="pagenum" title="111"> </span><a id="p_111"></a>gevaar voor +Friesland en Groningen” ongeveer dezelfde denkbeelden verdedigd.</p> + +<p>Hoewel ik in de oogen van den Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. slechts een „zoogenaamd +deskundige” ben, durf ik mij verstouten zijne meeningen te bestrijden en +te bewijzen dat die geheel onjuist zijn. De hoofdfout in zijne +redeneering,—dezelfde trouwens die door nagenoeg alle niet-deskundigen +gemaakt wordt,—is gemakkelijk aan te wijzen en toch is het eenigszins +moeilijk de heeren <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. en Jr. te weerleggen, omdat zij +blijkbaar het verschijnsel der getijden langs onze Noordzeekusten en de +wijze waarop het zich in de Zuiderzee voortplant niet voldoende kennen, +terwijl ook de oorzaken van de stormvloeden tegen de kusten van die +binnenzee niet juist worden ingezien: volloopen, opstuwen en opwaaien, +drie <i>verschillende</i> verschijnselen, worden daarbij telkens met elkaar +verward.</p> + +<p>Ik moet daarom wel eerst even het volgende in herinnering brengen.</p> + +<p id="cross1">De getijden op onze kusten worden veroorzaakt voornamelijk door twee +indirecte getijwerkingen die van den Atlantischen Oceaan uitgaan en +waarvan de eene, het zoogenaamde Zuidtij, tot ons komt door het Kanaal +tusschen Engeland en Frankrijk en de andere, het Noordtij, t. N. om +Schotland heen zich voortzet in de Noordzee en tot onze kusten +doordringt. Nog een derde getijwerking, als van minder belang, laten wij +nu maar buiten beschouwing. Het Zuidtij veroorzaakt te Calais nog een +verschil tusschen gemiddeld hoog water (H. W.) en gemiddeld laag water +(L. W<ins class="corr" id="corr23" title="Bron: ,">.</ins>)—dit <i>verschil</i> heet de hoogte van de vloedgolf—van 5,60 +M., aan de Wielingen van 3,67 M. en dat verschil neemt noordwaarts +natuurlijk meer <span class="pagenum" title="112"> </span><a id="p_112"></a>en meer af tot een eind t. N. van Petten; bij deze +plaats bedraagt het nog 1.34 M. Maar voorbij dat punt gaat dat verschil +toenemen langs onze Noordzeekust (d. i. langs de <i>buitenzijde</i> van de +eilanden) onder den meer en meer toenemenden invloed van het Noordtij +tot aan den mond van de Elbe, volgens de waarnemingen <span class="mixcap">Moens-Nolthenius</span>:</p> + +<table class="bedragen" summary=""> +<tbody> + <tr> + <th class="bedragkop">Plaatsen</th> + <th class="bedragkop">buiten</th> + <th class="bedragkop nobrw">binnen</th> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Texel</td> + <td class="tdc br">1,25 M.</td> + <td class="tdc">1,05 M.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Eierlandsche Gat</td> + <td class="tdc br">1,45 „</td> + <td class="tdc"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Vlieland</td> + <td class="tdc br">1,65 „</td> + <td class="tdc">1,40 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Terschelling</td> + <td class="tdc br">1,80 „</td> + <td class="tdc">1,70 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Ameland</td> + <td class="tdc br">1,90 „</td> + <td class="tdc">1,70 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Schiermonnikoog</td> + <td class="tdc br">2,15 „</td> + <td class="tdc">2,10 M. (Friesche Gat)</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Rottum</td> + <td class="tdc br">2,30 „</td> + <td class="tdc"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Borkum</td> + <td class="tdc br">2,50 „</td> + <td class="tdc"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Cuxhaven (volgens H. Lentz)</td> + <td class="tdc br">ong. 2,80 M.</td> + <td class="tdc"></td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>Om dezelfde reden stijgen ook de stormvloeden <i>buitengaats</i> noord- en +oostwaarts tot de Elbe en dus ook de <i>hoogste</i> zeestanden binnengaats op +geringen afstand achter de zeegaten, b.v. bij den stormvloed van 13/14 +Januari 1916:</p> + +<table summary=""> +<tbody> + <tr> + <td class="tdl">Helder</td> + <td class="tdl">+1,75 N.A.P.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Texel (Oude Schild)</td> + <td class="tdl">+1,98 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Vlieland (Oost-Vlieland)</td> + <td class="tdl">+2<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: .">,</ins>21 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Terschelling (West-Terschelling)</td> + <td class="tdl">+1<ins class="corr" id="corr25" title="Bron: .">,</ins>98 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Roptazijl</td> + <td class="tdl">+2<ins class="corr" id="corr26" title="Bron: .">,</ins>86 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Nieuw Bilt</td> + <td class="tdl">+2,90 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Ameland</td> + <td class="tdl">+3,20 „</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl">Schiermonnikoog</td> + <td class="tdl">+3,46 „</td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p>Hierbij echter in het oog te houden, dat op eenige van deze plaatsen +afwaaiing op de andere opwaaiing van water <span class="pagenum" title="113"> </span><a id="p_113"></a>plaats had, zooals hierna +zal worden verklaard. Met deze werking der getijen schijnen de Heeren +<span class="mixcap">Mansholt</span> onbekend te zijn, althans de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. zegt, naar +aanleiding van door hem geconstrueerde lijnen van stormvloedhoogten: „op +'t eerste gezicht ziet men, dat het een <i>normaal</i> verschijnsel is, dat +juist op de plaats waar het zeewater door drie groote diepe zeegaten de +Zuiderzee kan binnenstroomen, de vloedhoogte ook bij de eilanden +aanzienlijk lager is dan naar het N.O. en naar 't Z.W. Ligt het nu weer +niet voor de hand, voor dit merkwaardig verschijnsel als oorzaak aan te +nemen, dat de vloed bij Texel, Vlieland en Terschelling slechts +<i>gedeeltelijk</i> gestuit wordt en verder in ontzaggelijke massaas in de +Z.Z. wordt gestuwd? Wanneer we straks globaal nagaan van welke +beteekenis deze watermassa is, zal daaruit m. i. noodzakelijk moeten +volgen, dat ook hier de Z.Z. dien opmerkelijk lageren plaatselijken +vloedstand veroorzaakt”.</p> + +<p>De schrijver meent dus dat de vloeden tusschen den Helder en +Terschelling buitengaats minder hoog stijgen, omdat het vloedwater „in +ontzaggelijke massaas” binnen de Zuiderzee gestuwd wordt. Och herm! +Zouden de vloedhoogten op onze Noordzeekusten werkelijk onder den +invloed staan van het waterverlies in dat kleine binnenzeetje, de +Zuiderzee, dat dan 2 3 M. hooger dan gewoonlijk wordt opgezet? Waarmee +natuurlijk niet gezegd is, dat in de onmiddellijke nabijheid der +zeegaten en in deze zelve niet eenige plaatselijke daling ontstaat door +het naar binnen vloeien van het Noordzeewater.</p> + +<p>Door de zeegaten vloeit Noordzeewater in de daarachter gelegen +zeeboezems. Wordt de zeeboezem naar achteren nauwer, dan wordt het +vloedwater daarin opgestuwd, waardoor <span class="pagenum" title="114"> </span><a id="p_114"></a>achterin hoogere H.W.- en lagere +L.W.-standen voorkomen dan aan den mond, zooals b.v. op de +Wester-Schelde, in het Friesche Gat-Lauwerszee en in de Eems-Dollart. +Terwijl b.v. in het Friesche Gat het verschil tusschen H.W. en L.W. 2,10 +M. bedraagt, is het te Zoutkamp 2,38, terwijl het aan den Eemsmond bij +Borkum 2,50 M. is, is het te Delfzijl toegenomen tot 2,78 M. en zou te +Emden, waar het ongeveer 2,70 M. bedraagt, grooter zijn dan te Delfzijl, +als het vloedwater zich tusschen die beide plaatsen niet over de Dollart +kon verspreiden. Het is daarom niet geoorloofd om, zooals de H.H. +<span class="mixcap">Mansholt</span> doen, onder de standen langs de noordelijke Friesche en +Groningsche kusten die te Ezumazijl, aan de Friesche Zijl en te Zoutkamp +en die te Delfzijl en Statenzijl op te nemen. En evenmin mag dit +geschieden met de stormvloedshoogten aldaar. Men krijgt dan een valsch +beeld van de zeestanden langs die kusten.</p> + +<p>Blijft de zeeboezem naar binnen ongeveer dezelfde wijdte behouden als +aan den mond, dan blijft de hoogte van de vloedgolf ook dezelfde.</p> + +<p>Maar is de zeeboezem wijder dan het zeegat waardoor de vloed naar binnen +komt, dan wordt de grootte van de vloedgolf al minder en minder naarmate +de ruimte achter het zeegat toeneemt. Dit heeft o. a. plaats bij de +Zuiderzee, waarin de getijen werken door verscheidene zeegaten, die nauw +zijn met betrekking tot de groote ruimte daarachter, zoodat b.v. H.W. en +L.W. buiten vr het zeegat van den Helder +0,38 en –0,87 N.A.P. en vr +het Vlie +0,65 en –1,00 N.A.P. zijn, terwijl die cijfers te Enkhuizen ++0,32 N.A.P.<ins class="corr" id="corr27" title="Niet in Bron."> en</ins> –0,23 en te Stavoren +0,21 en –0,28 N.A.P. +bedragen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="115"> </span><a id="p_115"></a></p> + +<p>Zien wij dus dat de waterstanden in de zeeboezems niet alleen van hunne +grootte maar ook van hun vorm afhangen, als zij groot zijn en hun +gedaante nog al grillig is, zooals bij de Zuiderzee met haar nauwen hals +tusschen Enkhuizen en Stavoren, dan is de getijwerking—ik bedoel nu in +normale omstandigheden, dus zonder wind—nog samengestelder. Daar +verspreidt zich nl. het vloedwater dat door de zeegaten naar binnen +dringt vrij snel over de noordelijke kom, zoodat als 't bij springtij +H.W. te Nieuwediep is te ong. 7,25 u., dit te Texel (Oude Schild) te +7,59 u., te Oost-Vlieland te 8,19 u., te Harlingen te 8,47 u. en te +Stavoren te 9,20 u. het geval is,—in de gedeeltelijk afgesloten +Wieringermeer echter te Medemblik eerst te 10.14 u. en voorbij het nauwe +gedeelte van Stavoren eerst te 10.20 te Enkhuizen. Het dringt dan (dus +zonder harden wind of storm) in de zuidelijke kom niet verder naar het +Zuiden door dan tot ongeveer een lijn Enkhuizen–Ketel, dus tot +iets t. Z. van Urk. Het water in die kom wordt dan alleen als 't ware +eenigszins teruggeduwd en daarop komen dan nog gemiddelde +getijverschillen voor van hoogstens een halven meter (in den Z.W. hoek); +de plaatsen langs de zuidelijke en oostelijke kusten hebben dan hoog +water te 12¾ 1 uur.</p> + +<p>De genoemde verschillen in tijd nu waarop de hoogwaterstanden voorkomen +zijn oorzaak, dat als de noordelijke kom op 't hoogst gevuld is, het in +de zuidelijke laagwater is, terwijl de noordelijke kom het minste water +bevat als de zuidelijke hoog water heeft.</p> + +<p id="cross3">Een gevolg hiervan is dat de noordelijke kom van twee zijden, van uit +het Noorden en uit het Zuiden, zij het ook niet in gelijke mate, gevuld +wordt en ook dat zij na het <span class="pagenum" title="116"> </span><a id="p_116"></a>tijdstip van H.W. zich naar twee zijden, +nl. door de zeegaten en naar de zuidelijke kom ledigt.</p> + +<p>Maar bij sterken wind of storm wordt de geschetste toestand zeer +gewijzigd.</p> + +<p>Hooge waterstanden in de Zuiderzee kunnen nl. worden veroorzaakt door:</p> + +<p>1 inloopen van Noordzeewater door de zeegaten,</p> + +<p>2 opwaaien van het Zuiderzeewater naar een of andere zijde.</p> + +<p>3 beide oorzaken onder 1 en 2 te gelijk.</p> + +<p>Deze oorzaken hangen niet alleen af van de sterkte doch ook van de +richting van den wind.</p> + +<p>Begint het, zooals meestal bij ons te lande, uit het Z.W. te stormen, +dan komt daardoor weinig of geen water binnen de Zuiderzee. Blijft de +storm aanhouden en draait, zooals gewoonlijk, de wind naar W., waardoor +veel van het eerst uit het Z.W. langs onze kusten gejaagde water hoog +daartegen wordt opgezet, dan gaat meer water naar binnen komen en blijft +de storm dan nog langer doorgaan, terwijl de windrichting N.W. wordt, +dan komen groote massa's Noordzeewater binnen de Zuiderzee. Dit water +blijft dan niet ten N. van Urk, maar verspreidt zich weldra over de +geheele zuidelijke kom. Hooge standen langs de kusten aldaar worden +daardoor veroorzaakt.</p> + +<p>Maar ook zonder dat een droppel Noordzeewater binnen de Zuiderzee is +gekomen, kunnen langs de kusten daarvan zeer hooge zeestanden voorkomen +en wel door het verschijnsel van op- en afwaaiing.</p> + +<p>Als het nl. hard waait of stormt, wordt de bovenste laag van een of +ander water van eenige uitgebreidheid voor den wind uit naar ne zijde +voortbewogen, stel ter <span class="pagenum" title="117"> </span><a id="p_117"></a>diepte van 2, 3, 4, 5 M.—dit hangt van de +kracht van den wind af. In diep water nu wordt de leegte, ontstaan door +het wegwaaien van water op zeker punt, onmiddellijk aangevuld door het +water daaronder, waarin dan een tegenstroom ontstaat, en dus blijft de +wateroppervlakte overal nagenoeg op dezelfde hoogte, m.a.w. neemt geen +helling aan. Maar bij ondiepe wateren ontbreekt het water onder de +voortgejaagde massa grootendeels of geheel, daar kan dus weinig of geen +aanvulling plaats hebben en dus neemt de waterspiegel daar een helling +aan. <a id="cross2"></a>De grootte van die opwaaiing hangt af van de windkracht en van den +afstand waarover de opwaaiing plaats heeft. Bij den bekenden +Pinksterstorm van Mei 1860, die uit het Z.W. woei, woei het IJ vr +Amsterdam zoo laag <i>af</i> dat hier en daar de bodem droog lag, terwijl het +water tegen de oostelijke kusten der Zuiderzee zoo hoog <i>op</i>woei, dat er +tusschen Amsterdam en Dronten een verschil in stand was van 4,30 M. En +bij den vloed van Januari 1884, ook door Z.W. storm veroorzaakt, werd +een verschil tusschen gelijktijdige standen aan de Oranjesluizen en te +Blankenham waargenomen van 4,60 M. Toch was er in deze beide gevallen +weinig Noordzeewater binnen de Zuiderzee.</p> + +<p>Een voorbeeld van inloopen <i>en</i> opwaaien biedt de stormvloed van 13/14 +Januari 1916. In de 2½ etmaal nl., die voorafgingen aan den storm, die +den 13<sup>en</sup> te 11 uur begon, had het den meesten tijd uit N.W. richting +stormachtig gewaaid met vlagen van storm, behalve gedurende 20 uur dat +de wind W. en Z.W. was. Daardoor was de Zuiderzee reeds grootendeels +volgewaaid met Noordzeewater, toen de eigenlijke storm begon. En deze +woei ook uit het Noordwesten en tegen het einde (6 u. voorm. 14 <span class="pagenum" title="118"> </span><a id="p_118"></a>Jan.) +zelfs uit noordelijke richting en deed dus uit die richting het water +opwaaien in de zuidelijke kom en vooral tegen de zuidelijke kusten, +zoodat daar zeestanden voorkwamen, die op eenige plaatsen zelfs hooger +waren dan die van den beruchten stormvloed van Febr. 1825. In de +noordelijke kom waren de standen ook wel hoog, doch bleven beneden die +van sommige voorafgaande stormvloeden,—wat uit de afwaaiing van dat +gedeelte te verklaren is.</p> + +<p>Ik heb gemeend deze eigenschappen van de ons begrenzende zee en van de +Zuiderzee hier nog eens te moeten uiteenzetten, omdat bij de +beschouwingen van sommigen daarmee geen rekening gehouden wordt. Dit +leidt dan natuurlijk tot verkeerde gevolgtrekkingen, zooals een enkele +die ik hierboven reeds aanwees en zooals ik er hierna nog een paar zal +noemen.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p id="cross0">De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zegt: „Met het oog op deze feiten ligt het m. i. +toch voor de hand, dat de Z.Z. als bergplaats van het vloedwater van +groot belang is. Wanneer wij een blik op de kaart slaan, dan zien wij +direkt, dat de oppervlakte der Z.Z. binnen den afsluitdijk, die, zooals +men weet geprojecteerd is van het eiland Wieringen op de Friesche kust, +minstens zoo groot is als de oppervlakte van het wad binnen de eilanden. +Bij den tegenwoordigen toestand zijn deze beide ruimten te beschouwen +als bergplaatsen van het vloedwater dat in den korten tijd, dat de +stormvloeden opkomen, door de zeegaten kan binnenstroomen. Indien wij nu +deze bergplaats de helft verkleinen, zooals bij afscheiding van de Z.Z. +zal geschieden, dan ligt het toch voor de hand, dat deze verkleinde +bergruimte—alle <span class="pagenum" title="119"> </span><a id="p_119"></a>andere factoren gelijk gerekend—precies, in de helft +van den gewonen tijd zal volstroomen.</p> + +<p>Niet alleen dat daardoor de golven onze dijken dubbel zoo lang zullen +beuken—'t geen op zich zelf reeds bedenkelijk is—het water zal ook +ongeveer zooveel hooger rijzen als geborgen kan worden in de Z.Z. +verdeeld over de oppervlakte der wadden.</p> + +<p>Ik zou niet weten wat op deze redeneering is af te dingen en daarom moet +het des te meer bevreemden dat noch de Staatscommissie van 1892 noch de +minister van waterstaat eenige aandacht schenkt aan dit belangrijke +punt!”</p> + +<p>En toch is op deze redeneering alles af te dingen!</p> + +<p>Zij is fout en doordat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> dit niet bemerkt heeft, bemerkte +hij ook niet, dat de 2<sup>e</sup> alinea in tegenspraak is met de eerste.</p> + +<p>Zeker! Het is volkomen juist dat een bergruimte die half zoo groot is +als een andere in de helft van den tijd „volstroomt.”</p> + +<p>Maar hoe komt dat? Waarom wordt een bakje van een halven liter inhoud +gevuld in de helft van den tijd die noodig is om een bakje van een liter +inhoud te vullen (natuurlijk door dezelfde opening, met dezelfde +snelheid van instroomen, enz.)?</p> + +<p>Het antwoord kan niet anders luiden dan:</p> + +<p><i>Omdat om dat half zoo groote bakje te vullen slechts de helft door de +opening naar binnen behoeft te loopen.</i></p> + +<p>Om de Wadden, enz. ten N. van den ontworpen afsluitdijk tot zekere +hoogte te vullen is slechts de helft van het water noodig, dat tot +vulling van Wadden + Zuiderzee vereischt wordt en dus is er geen enkele +oorzaak aan te wijzen waardoor de rijzing van het water daar het dubbele +zou bedragen.</p> + +<p><span class="pagenum" title="120"> </span><a id="p_120"></a></p> + +<p>De fout die de H.H. <span class="mixcap">Mansholt</span> maken,—dezelfde trouwens die zoovelen +maakten en nog maken—is, dat zij uitgaan van de door niets te bewijzen +stelling dat, hoe groot de achter de zeegaten gelegen bergruimte ook is, +er door die gaten altijd dezelfde hoeveelheid water naar binnen zal +stroomen. Maar er loopt immers slechts zoolang water naar binnen, totdat +er evenwicht is tusschen de watermassa's binnen en buiten onder de +werking van de drie krachten: getijden, wind en zwaartekracht. <i>Het +water dat nu ten Z. van de plaats van den afsluitdijk in de Zuiderzee +geborgen wordt komt na de afsluiting niet binnen de zeegaten, blijft +buiten op de Noordzee.</i></p> + +<p>Door die fout komt de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> tot de bewering dat het water binnen +de gaten bij verkleining van de bergruimte aldaar tot op de helft veel +hooger zal moeten stijgen (dus 2,5 3 M. hooger!) en daardoor ook tot +de tegenspraak daarvan, dat nl. voor <i>diezelfde</i> hoeveelheid die volgens +hem altijd naar binnen stroomt slechts de helft van den tijd noodig is +tot vulling van die half zoo groote bergruimte.</p> + +<p>De fout is gemakkelijk in te zien als men de foutieve redeneering +doorzettend tot een onmogelijkheid komt. Immers, onderstel dat men de +bergruimte ten N. van den afsluitdijk nog eens door een of anderen dijk +tot de helft verkleinde, doch ook dat deze helft door alle zeegaten met +de Noordzee in verbinding bleef, dan zou volgens de redeneering van de +Heeren <span class="mixcap">Mansholt</span> het water daarin weer tweemaal zoo hoog moeten rijzen +dan in de geheele kom ten N. van den afsluitdijk. En zoo voortgaande zou +men het door een afsluitdijk zeer dicht achter de zeegaten hemelhoog +kunnen doen rijzen!</p> + +<p><span class="pagenum" title="121"> </span><a id="p_121"></a></p> + +<p>Zoo zeide de Heer <span class="mixcap">Obreen</span> w. i. eens in het Weekblad de Amsterdammer, +dat elke verkleining van den Zuiderzeeboezem, b.v. door indijking, den +waterstand daarbinnen noodwendig moest verhoogen. Want het water „dat +gewoon is om door de zeegaten naar binnen te stroomen” moest dan in een +kleinere ruimte worden opborgen. Ja, als men met water te doen heeft dat +uit gewoonte zoo koppig is, dan houdt alle redeneering op!</p> + +<p id="cross6">Ook de Heer <span class="mixcap">C. P. Vijverberg</span> c. i. in zijn onlangs verschenen brochure +„Eenige beschouwingen in verband met de Zuiderzeeplannen,” die +<a href="#cross7">hierachter</a> ook nog in haar geheel zal besproken worden, komt door +dezelfde verkeerde redeneering althans tot de groote waarschijnlijkheid, +dat door de voorgestelde afsluiting de stormvloeden langs de noordelijke +kusten tot aan den Dollart hooger zullen stijgen. Hij zegt nl.: „Het wil +mij echter voorkomen dat het gevaar voor verhoogde waterstanden niet +illusoir mag genoemd worden: de Zuiderzee toch maakt deel uit van den +bergboezem die zich uitstrekt tusschen de Geldersche, Overijselsche, +Friesche en Groningsche kust eenerzijds en de kusten van Noord-Holland +en de Wadden-eilanden anderzijds en waar deze boezem door het leggen van +den afsluitdijk Wieringen–Piaam in zeer belangrijke mate zal worden +verkleind, is de waarschijnlijkheid zeer groot, dat het overgroote deel +van het quantum water, hetwelk nu in de Zuiderzee wordt geborgen, dan +zal geperst worden in noordelijke en noordoostelijke richting door de +Waddenzee, waardoor bij krachtigen westen en noordwesten wind een +belangrijke vloedverhooging op de Friesch Groningsche kust zal vallen +waar te nemen.”</p> + +<p>Altijd weer hetzelfde! „Het quantum water, hetwelk nu <span class="pagenum" title="122"> </span><a id="p_122"></a>in de Zuiderzee +wordt geborgen,” dat moet en dat zal naar binnen komen, ook al is er +geen Zuiderzee meer. Neen, dat komt er dan niet meer in.</p> + +<p>Het al of niet verhoogen van de stormvloedstanden binnen de eilanden +moet niet verward worden met andere wijzigingen die aldaar na de +afsluiting zullen optreden, zooals snellere vulling, uitschuring en +verlegging van geulen, enz. Dr. <span class="mixcap">Lori</span> zegt<a id="FNa_46" href="#FN_46" class="fnanchor"><sup>46</sup>)</a> „Nu wordt evenwel de +Zuiderzeekom door de voorgestelde afsluiting aanzienlijk verkleind, dus +met stormvloed sneller gevuld. Bestaat er niet veel kans, dat het, door +storm uit het westen voortgezweepte water, na de afsluiting meer dan +vroeger een uitweg in oostelijke richting zal zoeken en dus het +Terschellinger Wad uitschuren? Het komt mij voor, dat daarop veel kans +zal bestaan en dus met goed gevolg de stelling verdedigd kan worden: „De +aanleg van een dam naar Terschelling”—om die uitschuring te voorkomen +en aanwas te bevorderen—„moet aan de afsluiting der Zuiderzee +voorafgaan.”<ins class="corr" id="corr28" title="Niet in Bron.">”</ins></p> + +<p>Begrijp ik den Heer <span class="mixcap">Lori</span> wel, dan heeft hij hier niet een verhooging +der stormvloeden op het oog, maar meent hij dat door de snellere vulling +een langduriger en dus sterker uitschuring van het Wad zal plaats +hebben. Mocht dit juist zijn,—wat m. i. nog niet vaststaat,—dan zou de +aanleg van dien dam gelijktijdig met de afsluiting moeten plaats hebben, +in elk geval niet tot uitstel van dit groote werk moeten lijden.</p> + +<p>Het kan blijkbaar niet genoeg gezegd worden: wordt de bergruimte der +Zuiderzee-Wadden verkleind door het <span class="pagenum" title="123"> </span><a id="p_123"></a>leggen van een afsluitdijk, dan zal +ook de hoeveelheid water die bij stormvloeden door de zeegaten naar +binnen loopt worden verkleind en wel ongeveer in dezelfde verhouding. En +dus is <i>door die verkleining</i> geen verhooging der stormvloeden te +wachten.</p> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. beroept zich op een paar deskundigen, die zijne +meening zouden deelen. Geheel ten onrechte! Want hij heeft de betoogen +van die heeren niet begrepen.</p> + +<p>De Hoofdingenieur van 's Rijks-Waterstaat <span class="mixcap">H. E. de Bruyn</span> betoogde nl. in +het feestnummer van „De Ingenieur” van 1911, dat door het leggen van den +voorgestelden afsluitdijk de gemiddelde vloedhoogte ten N. daarvan zal +stijgen, omdat daardoor aan de noordelijke kom de gelegenheid zal worden +benomen zich ook naar het Zuiden te ledigen, zooals blijkens het +<a href="#cross3">hierboven</a> gezegde nu plaats heeft. Daardoor zou te Piaam de hoogte van +de vloedgolf (d. i. dus het verschil in hoogte tusschen H.W. en L.W.) +van 0,80 tot 1,60 M., dus met 0,80 M. toenemen, zoowel door verhooging +van H.W. als verlaging van L.W. <a id="cross4"></a>Stel dat deze laatste evenveel bedragen, +dus 40 cM. groot zijn te Piaam, dan zal de verhooging die de Heer <span class="mixcap">de +Bruyn</span> ook te Harlingen verwachtte niet meer kunnen bedragen, en het „dus +ook verder oostwaarts”, dat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> er bij voegt, zal nog +minder beteekenen en waarschijnlijk reeds bij Roptazijl zijn verloopen.</p> + +<p>Nu zeide de Hoofdingenieur <span class="mixcap">de Bruyn</span> wel:</p> + +<p>„Verhoogt het hoogwater, dan is ook verhooging van de stormvloeden te +wachten.” Als deze even hoog boven H.W. blijven oploopen, zeker, dan +zullen de stormvloeden mede 40 cM. hooger rijzen. Maar den Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> +Sr. <span class="pagenum" title="124"> </span><a id="p_124"></a>schijnt zich daarvan een nog veel grooter verhooging voor te +stellen, die zelfs langs de Groningsche kusten nog belangrijk zal zijn, +en de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. roept naar aanleiding van die bewering van den +hoofdingenieur <span class="mixcap">de Bruyn</span>, dat nl. het H.W. zal verhoogen, uit: „Dit is +bij gewone vloeden reeds 't geval. Hoe zal de toestand dan worden bij +<i>storm</i>vloeden,—na afsluiting der Zuiderzee?”</p> + +<p>Welnu, dan zal men er in 't geheel niets van bemerken, want voor dat +geval vervalt de geheele redeneering van den Heer <span class="mixcap">de Bruyn</span>. Immers dan +is er geen sprake van, dat de noordelijke kom van den tegenwoordigen +zeeboezem zoowel naar het Noorden als naar het Zuiden zal worden +geledigd, want het water in de zuidelijke kom staat dan ongeveer even +hoog of nog hooger dan ten Noorden daarvan.</p> + +<p>En evenmin mag de heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zich beroepen op den +oud-Hoofdinspecteur van 's Rijks Waterstaat, den Heer <span class="mixcap">A. Bekaar</span>,—hij +heeft diens artikel over de wijziging der waterstanden op het Sloe na de +afdamming niet alleen niet begrepen, maar zelfs niet goed gelezen<a id="FNa_47" href="#FN_47" class="fnanchor"><sup>47</sup>)</a>. +Daar nl. de lijn van kentering tusschen de vloeden, die van uit het +Noorden door het Veersche Gat en van uit het Zuiden door het Sloe, ten +N. van den afsluitdam lag, is, toen deze gelegd was, ruim 20 cM. +verhooging van H.W. ontstaan <i>onmiddellijk ten Zuiden van dien dam</i> +(Sloeveer) en ruim 20 cM. verlaging onmiddellijk ten N. daarvan +(Arnemuiden), welke wijzigingen natuurlijk zuid- en noordwaarts +verloopen. De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> maakt daarvan, dat de Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> heeft +aangetoond, dat het vloedwater „op de Wester-Schelde<span class="pagenum" title="125"> </span><a id="p_125"></a> minstens 2 +decimeter was gerezen”—iets wat natuurlijk in diens geschrift niet te +vinden is. En nog erger maakt 't de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. als hij zegt, dat +de Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> in een uitstekend gedocumenteerd artikel als zijn +stellige meening heeft te kennen gegeven, dat na de afsluiting van de +Zuiderzee de vloeden ten noorden van den afsluitdijk belangrijk hooger +zullen oploopen (brochure, bl. 4). Zoover ik heb kunnen nagaan, heeft de +Heer <span class="mixcap">Bekaar</span> nooit iets betreffende afsluiting der Zuiderzee geschreven.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. heeft er nog iets anders op bedacht om aan te +toonen dat de noordelijke kusten van Friesland en Groningen bij den +tegenwoordigen toestand ontzet worden door dien eenigen redder in den +nood, de alles in zich opnemende Zuiderzee.</p> + +<p>In zijn boekje leest men nl<ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">.</ins>: „Welnu, op grond van de gegevens +betreffende de vloedhoogten langs de Zuiderzee en de Zuiderzee-eilanden +mag stellig worden aangenomen dat <i>gemiddeld</i> die plotselinge stijging +over de geheele Zuiderzee binnen den geprojecteerden afsluitdijk niet +minder heeft bedragen dan 180 cM.” (nl. bij den stormvloed van 13/14 +Jan. 1916), „waarbij we aannemen dat <i>tevoren</i> reeds het water 1 M. +boven N.A.P. was opgestuwd.</p> + +<p>„De oppervlakte van de Zuiderzee bedraagt 360.000 HA. In enkele uren +tijds wordt daarin dus <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: 3.600.000.0000">3.600.000.000</ins> 1,8 = 6480 +millioen M water opgestuwd. We mogen aannemen dat deze watermassa +binnen een tijdsverloop van 6 uren is opgejaagd, zoodat de Z.Z. per uur +dus 1080 millioen M water heeft geborgen, of niet minder dan 300.000 +M per seconde. Men houde hierbij in 't oog, dat dit geschiedt op het +tijdstip, dat voor de zeeweringen <span class="pagenum" title="126"> </span><a id="p_126"></a>van Friesland en Groningen het meest +kritiek is<ins class="corr" id="corr31" title="Bron: ·">,</ins> wanneer nl. de storm omloopt van het Westen +naar het Noord-Westen of Noorden.</p> + +<p>„De zeegaten bij Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland hebben samen +een doorstroomwijdte van vrijwel 15 K.M. Nemen we nu aan dat bij +stormvloed de diepte over de geheele breedte gemiddeld 5 M. bedraagt, +dan is dus het instroomingsoppervlak dezer zeegaten, totaal 75000 M. +Het zeewater zal dus door genoemde zeegaten met een snelheid van 4 M. +per seconde moeten binnenstroomen om de boven omschreven opstuwing in de +Zuiderzee mogelijk te maken. Dit is een enorme snelheid, die zeker wel +nooit zal worden bereikt. Welnu, terzelfder tijd wordt <i>bovendien</i> de +vloed in de groote Waddenzee ten Noorden van den geprojecteerden +afsluitdijk eenige meters opgestuwd.</p> + +<p>„Het ligt dus wel voor de hand, dat behalve door genoemde zeegaten, ook +een enorme massa water wordt verplaatst van uit het Oostelijk deel der +Waddenzee, boven Groningen, <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: naat">naar</ins> het Zuiden. Deze conclusie +mag met stelligheid uit de gegeven becijfering worden getrokken, en ze +is bovendien geheel in overeenstemming met de stormvloedhoogten langs de +Groninger- en Friesche kust, zooals onze grafische tabel die aangeeft. +Deze vloedhoogten toch nemen regelmatig en vrij sterk af, tot de plaats +van den geprojecteerden afsluitdijk, 't geen wijst op een krachtigen +stroom van het vloedwater in die richting.</p> + +<p>„... Kon tot nu toe langs de kust van Noordelijk Friesland en Groningen +steeds gekonstateerd worden dat bij het doorloopen van den storm naar +het Noorden de vloed direkt begint te dalen,—daarvan zal na de +afsluiting <span class="pagenum" title="127"> </span><a id="p_127"></a>der Zuiderzee geen sprake meer zijn, daar de Waddenzee bij +Harlingen dan reeds is volgestuwd en het vloedwater in den daar +gevormden zak niet voldoende kan ontwijken.”</p> + +<p>Dit betoog wijst op een aaneenschakeling van wanbegrippen en verwarring +van begrippen. De Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. had daarom beter gedaan zich te +onthouden van beschouwingen op dat gebied en vooral niet in +becijferingen moeten treden met getallen die hij niet kent en die kant +<ins class="corr" id="corr33" title="Bron: nog">noch</ins> wal raken. Zulk geschrijf,—het moge dan te goeder trouw +tot waarschuwing van zijn landgenooten zijn openbaar gemaakt,—is meer +dan overmoedig.</p> + +<p>Vooreerst is de genoemde doorsnede der zeegaten geheel onjuist, want de +Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> heeft er niet aan gedacht dat die doorsnede, die afhangt +van den waterstand, bij stormvloed genomen moet worden van duin tot duin +en dat de breedte dan niet 15 K.M. maar meer dan het dubbele bedraagt: +de breedte van het Texelsche Zeegat is 4 K.M., de afstand tusschen de +duinen van Eierland en die op Vlieland 10,5 K.M., tusschen die van +Vlieland en Terschelling 10 K.M. en tusschen die van Terschelling en van +Ameland 12,5 K.M. Bij een stormvloed van 2 M. boven Volzee (nog niet de +hoogste!) bedraagt het gezamenlijk profiel van instrooming der drie +zeegaten van Texel, het Eierlandsche Gat en het Vlie 164060 M<a id="FNa_48" href="#FN_48" class="fnanchor"><sup>48</sup>)</a>, +terwijl ik dat van de opening tusschen Terschelling en Ameland op zeker +niet minder dan 36000 M schat. De geheele doorsnede wordt dan niet +75000 maar 200.000 M. Deelt men dit op een ingestroomde watermassa <span class="pagenum" title="128"> </span><a id="p_128"></a>van +300.000 M, dan verkrijgt men een snelheid van niet 4 maar 1,5 M. +ongeveer p. sec.! En hiermede vervalt dus de geheele redeneering dat er +water van de Groningsche en Friesche Wadden moet komen om die alles +opslokkende Zuiderzee te vullen.</p> + +<p>Toch meent de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Jr. dat werkelijk zulk een westwaartsche +waterverplaatsing over de Wadden moet plaats hebben, want de +stormvloedhoogten langs de Groningsche en Friesche kusten nemen in die +richting af<ins class="corr" id="corr34" title="Niet in Bron.">.</ins> Maar waardoor wordt juist veroorzaakt dat die standen +in 't oosten hooger zijn dan die in 't westen? Doordat twee krachten, +nl. getijwerking (zie <a href="#cross1">boven</a>) en de (westelijke) wind, het water hooger +opzetten naarmate de punten van waarneming meer oostelijk liggen en dus +het zeeoppervlak een helling doen aannemen, m. a. w. die beide krachten +houden een andere kracht die in tegengestelde richting werkt, d. i. de +zwaartekracht, in evenwicht, <i>beletten</i> dus juist het water in +westelijke richting weg te vloeien.</p> + +<p>Maar als het dan gaat ebben en de wind gaat liggen? zoo zal de Heer +<span class="mixcap">Mansholt</span> vragen. Wel, dan zal het water dat tegen de Groningsche en +Friesche kusten staat terug gaan langs dezelfde wegen waarlangs het +grootendeels gekomen is, nl. door de zeegaten t. O. van het Vlie naar de +Noordzee.</p> + +<p>Waarom dan op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen de vloed +direkt begint te dalen bij het doorloopen van den storm naar het +Noorden? Omdat dan de opwaaiing minder wordt. De grootte der opwaaiing +hangt nl. mede af van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft (zie +<a href="#cross2">boven</a>). Zoolang de wind west blijft heeft opwaaiing plaats over +de <i>lengte</i> der Wadden (Vlie–Friesche <span class="pagenum" title="129"> </span><a id="p_129"></a>Gat +64 K.M. en Friesche Gat–Eems +44 K.M.); wordt de wind noord dan over de <i>breedte</i> (8 15 K.M.).</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Wat er dan wel gebeuren zal als de afsluitdijk ligt?</p> + +<p>Niet veel anders dan nu. De Regeering zegt in de Memorie van Toelichting +van het aanhangige wetsontwerp betreffende de afsluiting en droogmaking +van de Zuiderzee dan ook terecht, dat langs de Friesche en +Noord-Hollandsche kusten t. N. van den afsluitdijk geene of slechts +geringe verhooging van de stormvloedhoogten als gevolg van de afsluiting +is te verwachten.</p> + +<p>Wel zal ter hoogte van den afsluitdijk het water bij storm wat hooger +dan nu kunnen rijzen, want over de ondiepe gronden t. N. daarvan zal het +uit den diepen Texelstroom bij noordelijken wind <ins class="corr" id="corr35" title="Bron: opwaaiien">opwaaien</ins> tegen den +dijk, ongeveer evenveel als het nu uit den Vliestroom opwaait tegen de +Friesche dijken bij westelijken wind, daar die diepe geulen op ongeveer +gelijke afstanden van die dijken gelegen zijn;—dus tot ongeveer +3 +A.P., waartoe het nu ook op zijn hoogst op de lijn Workum–Harlingen +stijgt. Als dan daarbij nog een verhooging van 40 cM. te voegen is (om +<a href="#cross4">bovengenoemde reden</a>), dan zal men dus tegen den afsluitdijk standen van +hoogstens +3,40 A.P. hebben te verwachten. Daarvoor zijn de afmetingen +van den afsluitdijk (kruin +5,20 tot +5,60 A.P.) wel voldoende,—voor +volkomen veiligheid bij den golfoploop zal bij de uitvoering door de +verantwoordelijke ingenieurs de hoogte misschien op +6 A.P. worden +gebracht. Vooral als de windrichting W.N.W. is, is in den hoek bij Piaam +bovendien eenige opstuwing te verwachten en het is daarom dat de +Regeering voorstelt de Friesche <span class="pagenum" title="130"> </span><a id="p_130"></a>dijken t. N. van Piaam wat te +verhoogen, van +5,60 A.P. aldaar afloopend tot bij Zurig. Ook aan het +westelijk einde van den afsluitdijk, in den hoek bij de van Ewijksluis, +zal bij N. en N.O.-wind eenige verhooging van vloeden kunnen voorkomen, +waarom ook voorgesteld wordt om den Balgdijk van den Anna-Paulownapolder +eene verhooging te geven die noordwaarts verloopt.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Voor een verhooging van het peil der stormvloeden ten N. van den +afsluitdijk en zelfs op de Friesche en Groningsche Wadden door het water +dat <i>nu</i> de zuidelijke kom vult, maar na de afsluiting <i>niet meer</i> door +de zeegaten naar binnen zal stroomen, behoeft men heusch niet te +vreezen. Op de noordelijke kusten van Friesland en Groningen zal men +niets van een verhooging der stormvloeden bemerken.</p> + +<p>Wat de HH. <span class="mixcap">Mansholt</span> daartegen inbrengen berust op onvoldoende kennis van +de werking der getijden op onze kusten, enz. En daarom behoorden zij op +te houden met in de Provincin Friesland en Groningen noodeloos onrust +te verwekken omtrent een plan, welks uitvoering vooral voor de eerste +provincie een zegen zal zijn.</p> + +<p>Misschien wordt het oordeel der H.H. <span class="mixcap">Mansholt</span> beheerscht door hun +antipathie tegen de droogmaking van groote oppervlakten gronds. Ik meen +dit te mogen zeggen, omdat de Heer <span class="mixcap">Mansholt</span> Sr. zich niet ontziet om de +in 't algemeen bij uitstek vruchtbare gronden die door de droogmaking +zullen worden verkregen „een bijna waardeloos moeras” te noemen.</p> + +<p>Dat is heel leelijk gezegd, want hij kon weten dat dit een onwaarheid is.</p> + +<p><span class="pagenum" title="131"> </span><a id="p_131"></a></p> + +<p>Voor een uitstekende afwatering en daarmede spoedige ontzilting van den +bodem zal natuurlijk worden gezorgd. En wat de hoedanigheid der gronden +betreft, worde hier nog eens het volgende herhaald.</p> + +<p>Prof. <span class="mixcap">v. Bemmelen</span> was van oordeel, „dat de kleigronden van de Zuiderzee” +(klei tot 50 perc. zand), „in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de +kleigronden der IJpolders en dat de lichte kleigronden” (50 70 perc. +zand) „der Zuiderzee in kwaliteit gelijk zullen zijn aan de gronden der +Groninger noordelijke zeepolders” (Bijlage N. bij het Regeeringsontwerp +van 1877).</p> + +<p>Prof. <span class="mixcap">Mayer</span>, Dir. v. h. Landbouwproefstation te Wageningen, onderzocht +de grondsoorten na de laatste boringen van 1890 en kwam op grond daarvan +en van het onderzoek door Prof. <span class="mixcap">v. Bemmelen</span> tot het besluit: „dat +minstens ¾ van de gronden der toekomstige polders zal zijn bouwgrond van +groote waarde en slechts een ondergeschikt gedeelte van geen +onmiddellijke waarde.” Met dit laatste wordt voornamelijk bedoeld het +vele zand dat <i>het oorspronkelijk plan der Zuiderzee-Vereeniging</i> nog +bevatte, maar dat toch nu niet meer als „van geen onmiddellijke waarde” +zou genoemd worden.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p id="cross7">Ten slotte de bezwaren van den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>, in zijn <a href="#cross6">bovengenoemde</a> +brochure neergelegd.</p> + +<p>Hij begint met er op te wijzen dat de uitvoering van het plan <span class="mixcap">Lely</span>, door +de <ins class="corr" id="corr36" title="Bron: Staatcommissie">Staatscommissie</ins> in 1894 geraamd op 189 millioen +gulden en door een in 't bijzonder voor de herziening der kosten +benoemde Staatscommissie van 1914 geraamd op 230 millioen, na den oorlog +gesteld kan worden op 300 millioen, daar prijzen en loonstandaard nog +<span class="pagenum" title="132"> </span><a id="p_132"></a>aanzienlijk zullen stijgen. Daar nu de ramingen van vele groote werken +in binnen- en buitenland door de werkelijke kosten verre zijn +overschreden en aan het werk van de afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee groote risico's zijn verbonden, zoo meent de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> +de kosten van uitvoering tweemaal zoo hoog als de raming en dus „niet +lager te (moeten) stellen dan zes honderd millioen gulden en den tijd +van uitvoering niet korter aan te nemen dan veertig jaar.”</p> + +<p>Dat hier de raming eenvoudig met twee moet worden vermenigvuldigd, wordt +niet voldoende aangetoond en gelijkt dus een greep in 't wilde. Als +grondslag voor zijne redeneering nl. geeft de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> het +volgende staatje.</p> + +<table class="bedragen" summary=""> +<tbody> + <tr> + <th class="bedragkop"></th> + <th class="bedragkop">Raming der kosten</th> + <th class="bedragkop nobrw">Werkelijke kosten</th> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Manchester-kanaal</td> + <td class="tdc br"> ƒ 70 millioen</td> + <td class="tdc"> ƒ 195 millioen</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Congo-spoorweg</td> + <td class="tdc br"> „ 12 „ </td> + <td class="tdc"> „ 35 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Kanaal van Korinthe</td> + <td class="tdc br"> „ 14 „ </td> + <td class="tdc"> „ 28 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Suez-kanaal</td> + <td class="tdc br"> „ 100 „ </td> + <td class="tdc"> „ 228 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Panama-kanaal</td> + <td class="tdl br"> + <span class="floatleft" style="font-size: 475%;">{</span> ƒ 150 mill. (De Lesseps)<br /> + „ 281 „ in 1894 <br /> + „ 256 „ in 1898 <br /> + „ 360 „ in 1900 <br /> + „ 349 „ in 1903 </td> + <td class="tdl i1" style="max-width: 16em;">Verwerkt tot op 30 Juni 1913 ƒ874 millioen, + geautoriseerd op dien datum ƒ938 millioen, + werkelijke kosten meer dan n milliard.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Rotterdamsche Waterweg</td> + <td class="tdc br">ƒ 6 millioen</td> + <td class="tdc">ƒ 43 millioen</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Noordzeekanaal</td> + <td class="tdc br"> „ 15 „ </td> + <td class="tdc"> „ 32 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Merwedekanaal</td> + <td class="tdc br"> „ 14 „ </td> + <td class="tdc"> „ 21 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Sluis te IJmuiden</td> + <td class="tdc br"> „ 3,5 „ </td> + <td class="tdc"> „ 6 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Verlegging van den Maasmond</td> + <td class="tdc br"> „ 13,5 „ </td> + <td class="tdc"> „ 22 „ </td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Solo-vallei-werken</td> + <td class="tdc br"></td> + <td class="tdl i1" style="max-width: 16em;">Gestaakt nadat ruim 11 millioen gulden waren verwerkt.</td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Tijdens indiening wetsontwerp</td> + <td class="tdc br"> „ 19 „ </td> + <td class="tdc"></td> + </tr> + <tr> + <td class="tdl br">Na staking der werken</td> + <td class="tdc br"> „ 3 „ </td> + <td class="tdc"></td> + </tr> +</tbody> +</table> + +<p><span class="pagenum" title="133"> </span><a id="p_133"></a></p> + +<p>Vooreerst is wat de werken in Nederland betreft (van de buitenlandsche +staan mij geen gegevens ten dienste) op de hier gegeven cijfers aan te +merken, dat de „werkelijke kosten” tevens die werken betreffen, die +eerst later, gedurende het werk, zijn toegevoegd aan die van het +oorspronkelijk plan waarvoor de raming gemaakt is: zij geven dus geen +juisten maatstaf ter beoordeeling van het overschrijden van die raming. +Ten aanzien van den Rotterdamschen Waterweg erkent de schrijver dit +zelf, als hij zegt: „Opgemerkt dient hierbij te worden, dat de werken +aan den Rotterdamschen Waterweg veel verder zijn voortgezet dan +oorspronkelijk in de bedoeling lag”. Natuurlijk! Men dacht er bij het +begin zeker niet aan den nieuwen waterweg een doorgaande diepte van 9 M. +beneden L.W. te geven, zooals nu feitelijk reeds verkregen is.</p> + +<p>Maar ook bij de andere genoemde werken is dit het geval. Zoo was de +raming van de werken aan het Noordzeekanaal 21 millioen (dus niet 15), +terwijl het geheele werk gekost heeft ƒ37.225.000 (dus nit 32 +millioen),—maar onder dit laatste bedrag zijn begrepen de kosten van +bijkomende werken, als lichttorens en twee spoorwegbruggen +(ƒ1.103.000) en van werken, niet voorzien in de concessie, +ƒ5.970.000<a id="FNa_49" href="#FN_49" class="fnanchor"><sup>49</sup>)</a>. Omtrent deze laatste zal de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> misschien +opmerken, dat er bij zijn waarvan men eerst gedurende het werk de +noodzakelijkheid inzag; gedeeltelijk is dit echter niet het geval.</p> + +<p>Nog minder kan dit gezegd worden van de werken ter verlegging van den +Maasmond. De raming was ƒ15.106.850 (niet 13,5 millioen dus) en de +kosten waren (tot Juni 1908) ƒ24.210.443 (niet 22 mill.); maar +hiervoor zijn uitgevoerd, <span class="pagenum" title="134"> </span><a id="p_134"></a>behalve de in het Regeeringsontwerp genoemde +werken, de dichting der Heerewaardensche Overlaten (amendement +<span class="mixcap">Rol-Kool</span>) voor ƒ1.545.901 en als gevolg daarvan de verhooging der +Waaldijken voor ƒ646.020, de brug bij Heusden (amendement +<ins class="corr" id="corr37" title="Bron: Seret"><span class="mixcap">Seret</span></ins>) voor ƒ693.127, terwijl in plaats van het +oorspronkelijk voorgesteld kanaal 's Hertogenbosch–Hedikhuizen, +geraamd op ƒ549.200, de voorziening in het inundatiegebied van Dommel +en A ƒ2.265.710 en het scheepvaartkanaal Engelen–Henriettewaard +ƒ1.116.316 gekost hebben. Houdt men hiermee rekening, dan wordt de +verhouding van raming en werkelijke kosten niet 13,5:22 maar ong. 30:37.</p> + +<p>Beschouwt men alleen de <i>genoemde</i> werken in Nederland, dan is er dus +geen reden om de werkelijke kosten op het dubbele van de ramingen te +stellen.</p> + +<p>Maar bovendien zou dit eerst mogen geschieden, wanneer zulk een uit de +ondervinding verkregen verhoudingsgetal uit <i>alle</i> in Nederland +uitgevoerde werken was gebleken. Hoeveel werken zijn wl uitgevoerd voor +het bedrag der raming of voor minder?</p> + +<p>Het gaat dus niet aan om, zooals de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> doet, de kosten van +de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee kortweg vast te stellen op +het dubbele van de raming en dan bij andere beschouwingen van het aldus +verkregen cijfer uit te gaan, als stond dit onomstootelijk vast.</p> + +<p>Bovendien is er overdrijving in zijne voorstelling van het risico +verbonden aan de uitvoering van dit groote werk. Zeker! er is risico aan +verbonden en wel vooral ten aanzien van den afsluitdijk: gedurende de +uitvoering kan de weersgesteldheid mee- of tegenvallen, enz.; ook ten +aanzien van de meerdijken, die hier en daar op slappen <span class="pagenum" title="135"> </span><a id="p_135"></a>ondergrond komen +te rusten, is dat het geval. Maar de schrijver wil m. i. te veel +bewijzen, als hij zegt: „Hoewel het opgemaakt project ongetwijfeld +technisch uitvoerbaar is en alle bezwaren, welke tegen de soliditeit en +tegen de wijze van uitvoering der voorgestelde werken aangevoerd zijn en +nog worden, m. i. niet steekhoudend zijn, neemt het niet weg, dat die +werken moeten worden uitgevoerd in volle zee, onder allerlei slechte +invloeden van weer en wind en stroom, en niet gedurende een kort +tijdsbestek, maar gedurende een periode van 30 tot 40 jaar.”</p> + +<p>„In volle zee”—lees: in de Zuiderzee, d. i. een zeer ondiepe, aan alle +zijden door gronden ingesloten golf of zeeboezem,—wordt dan toch alleen +de afsluitdijk gemaakt, die wat de kosten betreft slechts ¼ ⅓ van +het werk omvat en waarvan de duur van uitvoering op 9 jaar geschat +wordt. Het daarna afsluiten en droog maken der vier groote +droogmakerijen, het verkavelen der gronden, de aanleg van de kanalen +voor de aangrenzende gewesten, enz. kunnen toch moeilijk werken „in +volle zee” genoemd worden en het daarbij te loopen risico is zeker al +zeer gering.</p> + +<p>De financieele beschouwingen over het werk die de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> +vervolgens geeft, zijn gegrond op die willekeurig aangenomen kosten van +600 millioen,—zoodat „de Provincie Lelyland”, als de gronden voor +gemiddeld ƒ1500 per H.A. van de hand worden gedaan, na afloop van het +werk, volgens hem aan het land nog een schuld van ƒ300 millioen zal te +dragen geven. Ik behoef daarop hier dus niet verder in te gaan.</p> + +<p>Alleen wil ik nog opmerken dat de schrijver met geen woord rept van de +groote niet-rechtstreeksche voordeelen, <span class="pagenum" title="136"> </span><a id="p_136"></a>die voor het geheele land +zullen voortvloeien uit de aanwinst van een groote uiterst vruchtbare +provincie en van de belangrijke verhooging van het voortbrengend +vermogen der omliggende gewesten door verbetering der afwatering en +wateraanvulling, alsook van de vermindering der dijklasten, welke +voordeelen gekapitaliseerd een bedrag van vele millioenen +vertegenwoordigen en waardoor er een groote ruimte bestaat voor het +onverhoopt geval dat de raming met zeker bedrag wordt overschreden.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Ten sterkste moet opgekomen worden tegen de bewering van den Heer +<span class="mixcap">Vijverberg</span>, dat in den laatsten tijd de rampen door den stormvloed van +13/14 Jan. 1916 veroorzaakt aan de zeedijken „als het ware misbruikt +(werden) als propaganda voor de afsluiting der Zuiderzee.” En daarop +volgt: „Sommigen trachten de meening ingang te doen vinden, dat die +rampen niet zijn te wijten aan een gebrek in de goede constructie of het +behoorlijk onderhoud der beschadigde zeeweringen, maar vooral aan het +voortdurend in capaciteit toenemen der zeegaten (zeegat van Texel, +Eierlandsche Gat, het Vlie), waardoor het mogelijk zou worden gemaakt, +dat bij elken opvolgenden storm meer water de Zuiderzee wordt +ingejaagd,”—welke meening dan door den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> terecht wordt +bestreden, want zij is geheel onjuist.</p> + +<p>Maar de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> noemt de geschriften niet waaruit hem dat +„misbruik” en die verkeerde meening omtrent zeegaten zouden zijn +gebleken.</p> + +<p>Bedoelt hij misschien de artikelen van den Voorzitter der +Zuiderzee-Vereeniging Mr. <span class="mixcap">Vissering</span> in het Handelsblad, Een harde les, +enz. van 15 Jan. e. v., of van dat <span class="pagenum" title="137"> </span><a id="p_137"></a>van mijn hand in de N. R. Courant +van 2 Febr. 1916, waarin echter niet gerept wordt van het toenemend +vermogen der zeegaten?</p> + +<p>Maar daarin wordt er slechts op gewezen, dat <i>als</i> de Zuiderzee +afgesloten geweest ware, zooals wordt voorgesteld, de bedoelde ramp niet +voorgekomen zou zijn,—iets wat volkomen juist is. Men moge dit nu het +maken van propaganda noemen, dat was dan toch zeker geoorloofd en niet +een „misbruik” maken van de omstandigheden.</p> + +<p>Niemand toch heeft beweerd, voor zoover ik heb kunnen nagaan, dat +afsluiting van de Zuiderzee het eenige middel is om voor goed van +dergelijke rampen ontslagen te worden. En de Zuiderzee-Vereeniging +beaamt nog de woorden van den tegenwoordigen Minister Dr. <span class="mixcap">Lely</span> in hare +Nota 5, nl. dat eene afsluiting der Zuiderzee <i>niet noodzakelijk</i> kan +worden geacht om de Zuiderzee-provincin op den duur tegen het geweld +der zee te beveiligen. Maar toch zou die afsluiting het meest afdoend +middel zijn, want past men dit toe, dan behoeft men zich niet meer af te +tobben over de vraagstukken van de oorzaak der langsscheuren in de +dijken en het verzakken der binnentaluds (waarover reeds maanden +geschreven is en strijd is gevoerd door deskundigen, o. a. in „De +Ingenieur”), over de afmetingen en de beste samenstelling der dijken, +over de maatregelen te nemen waar deze op slecht staal rusten, +enz.—vraagstukken waarvan de oplossing zeker millioenen schats zal +kosten.</p> + +<p><i>Het wegnemen van „het Zuiderzeegevaar” voor de dijken binnen de +afsluiting is slechts n der voordelen uit een technisch oogpunt,—en +zelfs volstrekt niet het belangrijkste,—die een gevolg zullen zijn van +de afsluiting.</i> <span class="pagenum" title="138"> </span><a id="p_138"></a>In zijn opstel „De afdoende verbetering” wordt dit dan +ook duidelijk door den Voorzitter der Zuiderzee-Vereeniging uiteengezet +en worden nog eens de andere voornaamste voordeelen opgenoemd<a id="FNa_50" href="#FN_50" class="fnanchor"><sup>50</sup>)</a>.</p> + +<p>Dit nog eens voor de zooveelste maal in herinnering brengen naar +aanleiding van de ramp van 13/14 Januari ll. is toch zeker niet een +<i>mis</i>bruik maken van het ongeluk dat Nederland toen getroffen heeft.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>De hierop volgende beschouwing van den Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> handelt over het +bezwaar van den Heer <span class="mixcap">D. R. Mansholt</span> omtrent de verhooging der +waterstanden ten N. van den afsluitdijk en daarin valt de schrijver +dezen laatste bij, ook uitgaande van de onjuiste onderstelling dat het +quantum water dat nu bij stormvloed in de Zuiderzee geborgen wordt er in +zal blijven stroomen, al wordt de oppervlakte tot op de helft verkleind, +en dat zich dan ook een verhoogde getijwerking zal doen gevoelen op de +Waddenzee, waardoor de Wadden zullen uitschuren en verdiepen. Deze +quaestie is reeds hiervoor (<a href="#cross0">bl. 118 e.v.</a>) uitvoerig behandeld waarnaar +ik dus hier kan verwijzen. Over de billijkheid van schadeloosstelling +der grondbezitters langs de Wadden behoeft dus ook niets meer te worden +gezegd.</p> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> zegt ook: „Het komt me echter niet meer dan billijk +voor, dat, indien de Zuiderzee-plannen uitgevoerd worden, de eigenaren +van gronden, gelegen in bovenbedoelde polders”—nl. die langs de +Zuiderzee <i>binnen</i> den afsluitdijk—„hunne dijklasten ook in 't vervolg +blijven bijdragen ten behoeve van het onderhoud der nieuwe +<span class="pagenum" title="139"> </span><a id="p_139"></a>Zuiderzeewerken, zooals dat ook in Zeeland bij de z. g. achterliggende +polders geschiedt, of wel, dat die polders in de kosten van uitvoering +der plannen <span class="mixcap">Lely</span> eene bijdrage in eens verleenen, waarvan de grootte +wordt vastgesteld naar het gekapitaliseerd bedrag der jaarlijksche +onderhouds- en vernieuwingskosten hunner zeeweringen, berekend naar het +gemiddelde daarvan over de laatste 10 jaar.</p> + +<p>Met het bovenstaande schijnt in het aanhangig wetsontwerp geen rekening +gehouden te zijn”.</p> + +<p>Omtrent eene verplichte bijdrage der polders in Zeeland ingeval van +voorbedijking vergist de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> zich. Dat zoogenaamd „recht van +dijkvelling” bestond vroeger in Vlaanderen als een costumier recht en is +ook wel een enkele maal in Holland en Zeeland toegepast, maar heeft +nooit als een recht in Zeeland gegolden en bestaat daar ook nu nog niet. +De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> verwart hiermede waarschijnlijk de bijdragen van de +aangrenzende polders na calamiteusverklaring van een polder of +waterschap.</p> + +<p>Maar over de hier bedoelde bijdrage bij uitvoering van het +Zuiderzee-ontwerp kan men van gevoelen verschillen.</p> + +<p>Men kan echter deze zaak uit een oogpunt van algemeen landsbelang ook +anders beschouwen. De Zuiderzee heeft nl. gedurende vele eeuwen reeds +den omliggenden landen op verschillende wijzen nadeel toegebracht, niet +alleen aan die welke met dijklasten zijn bezwaard, maar nog veel +grootere gebieden die nu en dan zijn overstroomd geworden,—men denke +b.v. aan de ramp van 1825 en vele daarvr. Bovendien werd na de +uitbreiding van die binnenzee de afwatering der omliggende landen +telkens gestoord en, doordat zij met zout water gevuld werd, werden <span class="pagenum" title="140"> </span><a id="p_140"></a>de +binnenwateren verzout en sommige gewesten, zooals Friesland geheel, +andere, zooals Hollands Noorderkwartier grootendeels van +zoetwateraanvulling in droge tijden verstoken. Zou het nu zoo onbillijk +zijn als al die gronden, ja geheele gewesten, die samen een groot +gedeelte van Nederland beslaan, op kosten van den ganschen Staat, dus +mede van die landen zelve, uit dien ongunstigen toestand werden verlost? +Hun daardoor zeer verhoogde waarde komt toch, al is het niet +rechtstreeks, de Nederlandsche schatkist ten goede. Kapitaliseert men +echter het bedrag van hun dijklasten, vermeerderd met dat van +dijksverbeteringen en de door overstroomingen toegebrachte schade<a id="FNa_51" href="#FN_51" class="fnanchor"><sup>51</sup>)</a> +4 percent, dan zou men een bijdrage in eens van misschien 10 11 +millioen kunnen verwachten, maar wat beteekent dit in vergelijking met +de kosten van afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der Zuiderzee?</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> wijst er ook op, dat de voordeelen voor de afwatering +der aangelegen landen bij een afsluiting der Zuiderzee,—daarin +bestaande dat die landen daarop beter en gedurende langere perioden +langs natuurlijken weg (d. i. door sluizen) zullen kunnen +afwateren,—worden overschat. Want, zoo zegt hij, bij zuidelijken tot +noordwestelijken wind toch zal in het toekomstig IJselmeer een niet +onbelangrijke opwaaiing van meerwater plaats hebben, waardoor de +gelegenheid tot afwatering der op lager wal gelegen streken onmogelijk +zal worden gemaakt of in elk geval zeer ernstig geschaad. Ik zou er bij +willen voegen: niet alleen bij de genoemde winden, maar ook bij alle +andere zal opwaaiing voorkomen. Maar de hooge <span class="pagenum" title="141"> </span><a id="p_141"></a>Zuiderzeestanden worden +nu veroorzaakt: ten eerste door het inloopen van Noordzeewater, wat na +de afsluiting niet meer zal kunnen plaats hebben, ten andere door +opwaaiing die nu echter veel grooter is dan zij op het kleinere +IJselmeer zijn kan, omdat de grootte der opwaaiing behalve van de +windkracht ook afhangt van de lengte waarover de opwaaiing plaats heeft. +Om deze beide redenen zullen de hoogste standen op het IJselmeer nog 1,5 +tot 2 M. blijven beneden die welke nu op de open Zuiderzee voorkomen en +zal de duur van het gesloten blijven der uitwateringssluizen zeer +verminderen. Bovendien bedenke men dat, als er opwaaiing is naar ne +zijde, aan de andere zijde afwaaiing plaats heeft, wat dus aldaar de +afwatering kan ten goede komen.</p> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> neemt in 't bijzonder Friesland's boezem tot +voorbeeld, hoewel er gebieden zijn, zooals de Vechtstreek, de Geldersche +Vallei, enz. die wat hunne afwatering betreft zeker meer door de +afsluiting gebaat zullen zijn. Hij had zelfs een nadeel voor Frieslands +afwatering kunnen noemen, nl. dat nu in 't voorjaar, door de dan veel +heerschende oostelijke en noordoostelijke winden de sluizen in het +Zuiden althans eenigen tijd mee kunnen helpen loozen, wat na de +afsluiting en de droogmaking van den N.O.-polder niet meer mogelijk zal +zijn. Maar daartegenover staat:</p> + +<p>1 Friesland zal zijn boezemwater des winters in den regel tot –0,30 +–0,40 A.P. kunnen laten afloopen, iets wat nu gedurende het grootste +gedeelte van dat seizoen niet mogelijk is. Door het gebruik van +kunstmest zullen de graslanden dan kunnen worden verbeterd;</p> + +<p>2 doordat het IJselmeer spoedig zoet water zal bevatten <span class="pagenum" title="142"> </span><a id="p_142"></a>en er dus +voortdurend een voldoende zoetwaterbron achter de hand is voor het +inlaten bij droge zomertijden, behoeven Gedeputeerde Staten in het +voorjaar niet zoo angstvallig te werk te gaan met het oog op mogelijk +watergebrek daarna, maar zullen zij dan met de sluizen flink kunnen +laten afstroomen.</p> + +<p>Wat de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> dan nog zegt omtrent aan te brengen verbeteringen +in de afwatering van <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: Fiesland">Friesland</ins>, ook zonder afsluiting der +Zuiderzee, doet mij vermoeden dat hij van den toestand aldaar niet goed +op de hoogte is. Immers hij zegt: „Friesland kan echter zeer voldoende +langs natuurlijken weg afwateren op de Lauwerzee bij Oostmahorn, waar +lage ebben en diep water voorkomen”.</p> + +<p>Vooreerst ligt Oostmahorn buiten het gebied van Frieslands boezem, nl. +in Oost-Dongeradeel, dat een eigen afwatering op de Lauwerzee heeft. Nu +zou men natuurlijk wel van uit Frieslands boezem (Dokkumerdiep) een door +kaden ingesloten kanaal van groot vermogen kunnen maken, maar dan moet +tevens gezorgd worden dat het overtollig water van den geheelen boezem +voldoende daarheen worde geleid. Het is toch bekend dat het tot nu nog +niet is mogen gelukken om Frieslands boezemwater, vooral uit de groote +voorraadschuur in het Zuidwesten op voldoende wijze naar de Dokkumer +Nieuwe Zijlen in het Noordoosten te brengen, niettegenstaande daaraan +reeds schatten besteed zijn, o. a. door de werken van 1880–1889, die 4 +millioen gulden gekost hebben. Het aangeprezen middel zal zeker geheel +onvoldoende blijken als de aanvoerwegen van het boezemwater daarheen +niet tevens zeer worden verruimd.</p> + +<p>Maar dan leest men het niet zeer duidelijke advies:<span class="pagenum" title="143"> </span><a id="p_143"></a> „Bovendien is het +aanhouden van n zelfde peil voor alle z.g. voor Friesland's boezem +gelegen gronden ondoelmatig, dus ongewenscht; die lage landen behooren +groepsgewijze te worden ingepolderd, elke polder met eigen +bemalingswerktuig en eigen boezempeil” (lees polderpeil); „dan kan +Friesland's boezempeil worden verhoogd, wat de scheepvaart ten goede zal +kunnen komen en de afwatering bevorderen”. Het Friesche boezem<i>peil</i> is +niets dan een peil ter vergelijking (–0,66 N.A.P.), naar welks bereiking +nooit wordt gestreefd, al komen in droge tijden helaas soms nog lagere +boezemstanden voor. 's Zomers 15 Apr.–1 Okt. schijnt een +boezemstand van 12 cM. boven Friesch peil (dus –0,54 N.A.P.), het meest +gewenscht. Waarschijnlijk bedoelt de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span>, dat na inpoldering +der buitenlanden (wat echter geheel een zaak van particulieren is) de +boezem<i>stand</i> wel hooger kan zijn dan nu. Dat die boezem- of +buitenlanden, die nu bij een stand van 20 cM. boven Friesland's +boezempeil, dus van –0,46 N.A.P., onder water gaan komen, worden +ingepolderd, is op zich zelve beschouwd wenschelijk, omdat hun grasgewas +dan niet meer 's zomers kan verloren gaan en hun grassoort kan worden +verbeterd. Maar dan wordt de waterberging van Frieslands boezem bij +standen 45 cM. boven Friesch peil met oppervlakten tot 30.000 H.A. +verkleind (van ⅕ tot <sup>1</sup>⁄<sub>12</sub>) en in natte tijden zullen daardoor de +standen van Friesland's boezem, die nu reeds tot ongeveer 1 M., hoewel +zelden tot 0.70 M. boven het Friesche boezempeil stijgen, nog worden +verhoogd. Dit zal in het voorjaar een flinke verlaging van den +boezemstand, waaraan dan <i>het geheele boezemgebied</i> behoefte heeft zeker +niet gemakkelijker maken, maar de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> <span class="pagenum" title="144"> </span><a id="p_144"></a>zegt, dat daardoor +dan in 't algemeen de afwatering zal worden.... <i>bevorderd</i>! De Heer +<span class="mixcap">Vijverberg</span> schijnt te meenen dat als die buitenlanden maar watervrij +worden gemaakt, de afwatering van Friesland voldoende geholpen zal zijn, +maar hij vergeet dat er nog ongeveer 300.000 H.A. landen zijn, +zomerpolders, winterpolders en hoogere gronden in het Oosten die bij den +tegenwoordigen toestand reeds dikwijls ontzettend veel schade lijden +door hooge boezemstanden, die alle in 't voorjaar tijdig uit hun +winterwater moeten worden verlost, en die dus ook bij een betere +beheersching van die standen groot belang hebben. Daarom zeide een +deskundige als de Heer <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>, lid van Ged. +Staten van Friesland, „dat men bij het stellen van de voorwaarden, +waaraan de verbeterde afstrooming moet voldoen, ook in niet geringe mate +de aandacht schenkt aan den toestand der lage landen, ligt voor de hand, +maar men wachte zich de waterafvoerkwestie te vereenzelvigen met het +droogleggen der boezemlanden.... Van een verbetering van den waterafvoer +zal nagenoeg de geheele provincie voordeel genieten;..”<a id="FNa_52" href="#FN_52" class="fnanchor"><sup>52</sup>)</a></p> + +<hr class="tb" /> + +<p>Vervolgens bespreekt de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> nog de quaestie van de +aanvulling van Friesland's boezem bij lagen stand en groot zoutgehalte +met versch water, die voor landbouw, veeteelt en nijverheid van +onberekenbaar nut zou kunnen zijn en „uit dat oogpunt het te vormen +IJselmeer voor Friesland van onschatbare waarde”. Maar dan berekent hij +dat daarin ook voldoende zou kunnen worden voorzien <span class="pagenum" title="145"> </span><a id="p_145"></a>door aanvoer van +water uit den IJsel, waarvan de kosten echter „niet onbeteekenend zullen +blijken”, terwijl Noord-Holland zou kunnen geholpen worden zooals door +den ingenieur <span class="mixcap">Conrad</span> in de vergadering van het Kon. Instituut v. +Ingenieurs v. 11 Apr. 1893 is uiteengezet. En dan zegt hij: „Waar uit +het bovenstaande volgt, dat de uitvoering van het Zuiderzee-plan-<span class="mixcap">Lely</span> +wel van groot belang kan zijn voor Friesland, doch dat de mogelijkheid +om Friesland's boezem van versch water te voorzien, niet staat of valt +met het plan, daar wordt elke grond gemist voor de redeneering, als +zouden de Zuiderzeeplannen uitgevoerd moeten worden om Friesland uit +haren nood te helpen”. Maar waar is toch die redeneering te vinden? Wie +heeft dat ooit gezegd?</p> + +<p>Wl hebben de voorstanders der afsluiting van de Zuiderzee altijd +betoogd, dat <i>al</i> die voordeelen, nl. die voor de waterkeering, voor de +afwatering, voor de wateraanvulling en verversching, enz. <i>tegelijk</i> +door de afsluiting zullen worden verkregen, volstrekt niet dat geen +enkel daarvan is op te lossen zonder die afsluiting.</p> + +<p>Maar nu rekene de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> eens uit hoeveel het verkrijgen van al +die voordeelen op andere wijzen zal kosten, dus de verbetering en het +onderhoud der tegenwoordige waterkeering, de verbetering der afwatering +van alle gebieden rondom de Zuiderzee die daaraan behoefte hebben, de +wateraanvulling en verversching voor Friesland, N.W. Overijsel en +Hollands Noorderkwartier. Hij telle die sommen eens bijeen en vergelijke +de uitkomst eens met de geraamde kosten van den afsluitdijk (66 +millioen),—met de verbetering van het Zwolsche Diep en de +schadeloosstelling aan de visschers,—waarbij dan nog te bedenken <span class="pagenum" title="146"> </span><a id="p_146"></a>is, +dat door dien afsluitdijk ongeveer 80 millioen gulden op de kosten van +de meerdijken der vier droogmakerijen zullen worden bespaard.</p> + +<hr class="tb" /> + +<p>En eindelijk alweer die verwijzing naar het ontginnen van woeste gronden +als beweegreden om de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking der +Zuiderzee te kunnen nalaten!</p> + +<p>De Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> somt de voordeelen van die ontginning op. Ik zou er +bij willen voegen: men kan eigenlijk geen goed Nederlander zijn zonder +die uitbreiding van het voortbrengingsvermogen van onzen bodem van harte +toe te juichen. En is het daarbij betrokken landsbelang daartoe groot +genoeg, welnu, dan steune de Regeering die ontginning meer dan tot nu +door verbetering van afwatering, aanleg van gewone wegen en van +spoorwegen, verschaffen van kapitaal, enz.,—ook dat ben ik met den Heer +<span class="mixcap">Vijverberg</span> eens.</p> + +<p>Maar wat beteekent dit als argument tegen de droogmaking van gronden in +de Zuiderzee?</p> + +<p>Men verbeelde zich toch vooral niet dat de ontginning der woeste gronden +zeer weinig kost en dat die van de Zuiderzeegronden betrekkelijk zooveel +hooger zullen zijn, in aanmerking nemend het zooveel grooter +voortbrengingsvermogen van deze laatste.</p> + +<p>Vooreerst zijn lang niet alle woeste gronden voor ontginning geschikt: +de Heer <span class="mixcap">Vijverberg</span> noemt zelf 300.000 H.A. van de 550.000 H.A. Dan kan +slechts een betrekkelijk klein gedeelte (laag gelegen en toch met goede +afwatering) tot grasland gemaakt worden, wat vrij spoedig goede +uitkomsten geeft. Een ander gedeelte kan tot bouwland worden aangemaakt, +maar ten koste van veel <span class="pagenum" title="147"> </span><a id="p_147"></a>arbeid en veel geld: de Heer <span class="mixcap">J. T. Cremer</span> o. a. +deelde mede, dat de ontginning van het Zeijerveld bij Norg in Drente +(600 H.A.) hem ƒ1100.- de H.A. gekost heeft, waarbij dan nog niet +gerekend is de aanleg van een harden weg daarheen. Het grootste gedeelte +der woeste gronden is alleen voor boschaanleg geschikt en begint dan +eerst na 18 20 jaar een zeer matige rente op te leveren. Vergelijk dit +alles nu eens met het voortbrengend vermogen der Zuiderzeegronden, die +dadelijk na de verkaveling zeker bruto-opbrengsten van ƒ350.- en +netto-opbrengsten van ƒ80.- de H.A. zullen geven en waarvoor dus ook +hoogere ontginningskosten gewettigd zijn.</p> + +<p>Ontginning van woeste gronden en droogmaking van den Zuiderzeebodem zijn +in aard en uitkomsten verschillend, maar zij bevorderen beide in hooge +mate de uitbreiding van onze bestaansmiddelen. Daarom behooren zij +<i>beide</i> in 's lands belang te worden uitgevoerd en de eene mag dus niet +tegen de andere worden uitgespeeld.</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_46" href="#FNa_46" class="label">46)</a> + <p>Tijdschr. v. Gesch., Land- en Volkenkunde, 1900, bl. 36.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_47" href="#FNa_47" class="label">47)</a> + <p>Versl. Kon. Inst. v. Ingrs. 1873–1874, blz. 255.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_48" href="#FNa_48" class="label">48)</a> + <p>Not. Verg. 9 Juni 1887 K. Inst. v. Ingrs. (Voordracht Kerckhoff).</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_49" href="#FNa_49" class="label">49)</a> + <p><span class="mixcap">Wortman</span> en <span class="mixcap">v. d. Broek</span>. + Gesch. en Beschr. v. h. Noordzeekanaal.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_50" href="#FNa_50" class="label">50)</a> + <p>Zie „De Watervloed van 13/14 Januari 1916<ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">”</ins>, + uitg. d.d. Zuiderzee-Vereeniging, blz. 16.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_51" href="#FNa_51" class="label">51)</a> + <p>Zie de 5e Nota van de Zuiderzee-Vereeniging.</p></div> + +<div class="footnote"><a id="FN_52" href="#FNa_52" class="label">52)</a> + <p>Tijdschr. <ins class="corr" id="corr40" title="Bron: Heise Ms">Heide M<sup>ij</sup></ins>, 1910, bl. 39.</p></div> + +<p><span class="pagenum" title="148"> </span><a id="p_148"></a></p> + +<h3><a id="deelII_SLOTWOORD"></a>SLOTWOORD.</h3> + +<div class="chbegin"></div> + +<p>Tot zoover hebben wij Dr. <span class="mixcap">A. A. Beekman</span> aan het woord gelaten, die tot +onze groote erkentelijkheid op de hem eigen duidelijke en onderhoudende +wijze al die reeds bekende feiten en gegevens nog eens in het kort voor +het voetlicht heeft gebracht.</p> + +<p>Wij willen daaraan nog een kort woord toevoegen, dat wij reeds zoo bij +herhaling hebben uitgesproken, doch dat met het voortvlieden der jaren +steeds dringender moet worden uitgesproken.</p> + +<p>Twijfelmoedigheid is een zeer op den voorgrond komende eigenschap der +Hollanders. Zij koesteren als het ware dien twijfel, beroemen er zich +op, en doen gaarne voorkomen alsof hun twijfelmoedigheid eigenlijk de +ware voorzichtigheid is. Alsof voorzichtigheid niet veeleer ligt in +voorbereiding, in vooruitziendheid van wat ons in de toekomst sterker en +beter kan maken.</p> + +<p>Voorzichtigheid is niet belichaamd in het negatieve, in het niets doen, +het zich onthouden; integendeel in het positieve, in het tijdig nemen +van maatregelen, mits wel overdacht en goed voorbereid, voor wat in de +toekomst ons het nuttigst wezen kan.</p> + +<p><span class="pagenum" title="149"> </span><a id="p_149"></a></p> + +<p>Vasthouden aan het oude wordt in ons land maar al te veel als hoogste +wijsheid beschouwd, en vooruitstrevendheid met den naam van +roekeloosheid bestempeld: door het vasthouden aan het oude heeft ons +land bij herhaling bittere ervaringen op gedaan. De Twentsche +weefindustrie is voor 1840 te gronde gegaan, omdat zij krampachtig wilde +vasthouden aan hare oude werkwijze, en de vernietigende concurrentie van +Engeland en Amerika slechts door toepassing van hooge invoer-tarieven, +niet door wijziging in hunne fabricatie wilde afweren. Eerst toen eenige +vooruitziende mannen de oude weefgetouwen geheel gingen afschaffen en de +goed overdachte nieuwe machines gingen invoeren, werd de grondslag +gelegd voor den buitengewonen bloei van het thans zoo nijvere Twente.</p> + +<p>Bij de Zuiderzeezaak zien wij weder dergelijke verschijnselen; velen +bleven zich blind staren op de tegenwoordige gebrekkige visscherij van +een 3000 man, die ongeveer 2 millioen gulden kunnen besommen, en hadden +dan geen oog meer voor de breede toekomst van welvaart, welke opengelegd +wordt in de nieuwe drooggelegde gronden voor meer dan 250.000 menschen, +die jaarlijks zeker meer dan 70 millioen gulden kunnen produceeren, +afgezien van de nieuwe zoetwater-visscherij, die dan binnen de +afgesloten ruimte systematisch kan worden gekweekt.</p> + +<p>In den oorlogstijd ontving de Zuiderzee-Vereeniging een verzoek van een +der grootste reeders van ons land om toelating tot het lidmaatschap, om +redenen uitgelegd in bijgaand schrijven:</p> + +<p>„Heeft Uwe Vereeniging steeds mijn sympathie gehad als een groot +nationaal werk, de door den oorlog gebleken afhankelijkheid van ons +land, van den invoer <span class="pagenum" title="150"> </span><a id="p_150"></a>van graan, heeft mij doen inzien dat het +droogleggen van de Zuiderzee het eenige middel zal zijn om een voldoende +binnenlandsche productie van graan te verkrijgen, waardoor wij +onafhankelijk zouden kunnen worden van buitenlandsche machten, welke ons +den aanvoer van graan onmogelijk zouden kunnen maken.</p> + +<p>„Deze productie is mijns inziens meer noodzakelijk om onze nationale +onafhankelijkheid te verdedigen, dan een sterk leger, en om dus zooveel +mogelijk mede te werken om tot een droogmaking van de Zuiderzee te +geraken, verzoek ik U beleefd mij als lid Uwer Vereeniging te willen +noteeren”.</p> + +<p>Er zijn zaken in ons land, die bij sommige een roep hebben niet tot +stand gebracht te kunnen worden; dat niet kunnen komt echter dikwijls +neder alleen op een zich-onthouden; wordt dit onthouden veranderd in een +actieve medewerking, dan ziet men het onmogelijk-geachte binnen korten +tijd tot stand gebracht.</p> + +<p>Het gold in de latere jaren steeds eene onmogelijkheid om in Nederland +eene groote Staatsleening met welslagen uit te geven; een veertig +millioen werd reeds te veel geacht. Nederland komt onverwacht voor den +oorlogstoestand te staan en reeds drie Staatsleeningen van Nederland van +gezamenlijk 525 millioen gulden en twee van Nederlandsch Oost-Indi van +te zamen 142.5 millioen gulden, of in algeheel totaal van 667.5 millioen +gulden zijn uitgeschreven, en al deze leeningen zijn overteekend +geworden, sommige zelfs zeer belangrijk. Die groote menigte personen, +die vroeger in onthouding hun grootste wijsheid zagen, hebben nu allen +medegewerkt tot een dergelijk resultaat. Het gevoel van nuttigheid, van +noodzaak was eindelijk wakker <span class="pagenum" title="151"> </span><a id="p_151"></a>geworden, en door samenwerking was meteen +de kracht gevonden, wier bestaan vroeger ontkend was. Ook de onthouders, +de twijfelmoedigen waren thans tot eene daad gekomen.</p> + +<p>Met de afsluiting en drooglegging der Zuiderzee zal het evenzoo gaan; +ook deze zaak heeft alleen noodig het opgeven van de politiek van +onthouding, het aanvaarden van de daad.</p> + +<p>De twijfelmoedigen zullen thans natuurlijk weder zeggen, dat Nederland +geen geld zal hebben om in deze tijden een dergelijk groot werk te +ondernemen; een prachtig argument voor diegenen, die liefst maar een +doofpot als kenmerk in hun wapenschild moeten voeren; misschien is er +juist nooit meer reden voor Nederland geweest dan thans om die +aanwinning van land te ondernemen. In 1839 werd het besluit tot +drooglegging van de Haarlemmermeer genomen, in den tijd toen na den +uitputtenden strijd met Belgi Nederlands financin er droeviger +voorstonden dan ooit. Toch heeft men onder die omstandigheden het werk +aangedurfd, en mede daardoor een grondslag voor latere welvaart gelegd. +En thans zouden wij dien moed missen, in een tijd dat Nederland zijn +economische kracht en welvaart in eene voor velen verrassende wijze +heeft getoond? Voor het verdedigen van wat wij hebben, doch op zichzelf +voor onproductieve uitgaven, wordt zonder aarzelen meer dan 650 millioen +gulden opgebracht; dit was een mooi getuigenis van nationale kracht, dat +toonde hoe belangstelling voor de publieke zaak nog alom bestaat; voor +het scheppen van een nieuw welvarend gewest zou het geld dan niet te +vinden zijn? Wij zouden dus op dit punt dan achter moeten staan bij onze +vaderen <span class="pagenum" title="152"> </span><a id="p_152"></a>van 1839, terwijl onze rijkdommen, onze krachten, onze +ingenieurswetenschap, onze landbouwwetenschap zeker meer dan het +tienvoud zal bedragen van toen?</p> + +<p>Juist in de latere jaren is gebleken, dat in ons land heerscht wat men +zou kunnen noemen een „landhonger”; talrijke jonge mannen uit nijvere +gezinnen, boerenzoons, enz. zoeken naar land om een eigen bedrijf te +kunnen opzetten, nu het bedrijf der ouders reeds voldoende van +werkkrachten voorzien is; de pachten van kleine stukjes grond worden +steeds opgedreven, wegens het te groot aantal gegadigden; die stukjes +grond zijn te klein om daarop tot welvaart te kunnen geraken, hoe noest +de vlijt ook is.</p> + +<p>Het laatste jaar heeft ons geleerd hoe onzegbaar nuttig het voor ons +land geweest zou zijn, indien wij binnen onze grenzen een nog grooter +gebied voor land- en tuinbouw zouden gehad hebben; niet alleen tot +verhooging van onze welvaart, doch vooral ook tot voorziening in de +eigen behoeften van voedingsmiddelen. Welk een moeite heeft de Regeering +moeten doen om in dien oorlogstijd het noodige voedsel voor het volk van +ver over zee te halen?</p> + +<p>In het buitenland, zoowel in Duitschland als in Engeland, worden thans +dwangmaatregelen genomen om de bevolking er toe te brengen ieder +vrijliggend stukje grond voor kweeken van landbouwvoortbrengselen te +benutten; de oorlog heeft doen gevoelen hoe nuttig, ja noodzakelijk het +is om de productiekracht van het land te verhoogen. Wij hebben hier om +zoo te zeggen voor het grijpen om onze voortbrengingskracht in het hart +van het land te vergrooten met een gebied van de uitgestrektheid eener +geheele provincie, <span class="pagenum" title="153"> </span><a id="p_153"></a>en dat nog wel van den allerbesten bouwgrond; en wij +zullen die gelegenheid nog langer onbenut laten, nadat wij op dit punt +ook zoo harde lessen in den oorlog hebben gekregen? Het stellen van die +vraag alleen zou ons bijna beschaamd doen worden.</p> + +<p>Wij hebben de mannen, wij hebben de krachten voor het werk, die naar +eigen grond hunkeren, wij hebben het geld.</p> + +<p>Wij kunnen ons land vergrooten, versterken, meer volmaken, door den +meest vredelievenden arbeid, die men zich denken kan; door wetenschap +van ingenieurs en landbouwkundigen, door scheppingswerk van onze, over +de geheele wereld gewaardeerde aannemers; en dat alles, terwijl meer dan +de helft van de aarde, en twee-derden van hare bewoners zijn gewikkeld +in een krijg van vernietiging, in de hoop gebied met wapengeweld aan +elkander te ontnemen.</p> + +<p>In deze omstandigheden zouden de twijfelmoedigen het pleit winnen, de +onthouders zouden in ons land de lijn van ontwikkeling moeten aangeven, +een averechtsch begrip van voorzichtigheid zou de toekomst van Nederland +moeten bepalen?</p> + +<p>Na de opleving van ons nationaal bewustzijn in de laatste jaren is dat +niet meer te verwachten. Ware dit het geval, hoe diep zouden wij dan ons +moeten schamen tegenover onze zooveel verder ziende vaderen van 1839!</p> + +<p>Mogen dan ook de Staten-Generaal eindelijk aan de roepstem van onze +geerbiedigde Koningin en van Hare Regeering gehoor geven en tot de +onderneming van dit groote werk besluiten. Nog nooit was ons land zoo +rijp voor zulk een daad.</p> + +<p><span class="pagenum" title="154"> </span><a id="p_154"></a></p> + +<p>Deze beslissing zou een aureool brengen om den arbeid van de thans +spoedig scheidende Kamers van Volksvertegenwoordiging.</p> + +<p class="i2">Amsterdam, 6 Januari 1917.</p> + +<p class="right size85">Het Dagelijksch Bestuur der Zuiderzee-Vereeniging:</p> + +<div class="db size85"> + <p class="noi">Mr. <span class="mixcap">G. Vissering</span>, <i>Voorzitter</i>.<br /> + Mr. <span class="mixcap">H. Smeenge</span>, <i>Onder-Voorzitter</i>.<br /> + Dr. <span class="mixcap">J. Kraus</span>.<br /> + <span class="mixcap">L. Volker</span> Azn.<br /> + Jhr. Mr. <span class="mixcap">P. van Foreest</span>.<br /> + <span class="mixcap">Th. van Welderen</span> Baron <span class="mixcap">Rengers</span>.<br /> + Jhr. Mr. <span class="mixcap">J. F. Backer</span>, <i>Penningmeester</i>.<br /> + Mr. <span class="mixcap">C. J. Pekelharing</span>, <i>Secretaris</i>,<br /> + <span class="floatright">Nieuwendijk 121 Amsterdam.</span></p> +</div> + +<p class="clear"><span class="pagenum" title="155"> </span><a id="p_155"></a></p> + +<div class="uitgaven"> + +<h2 class="h2uitg"><a id="uitgaven"></a>De Zuiderzee-Vereeniging heeft achtereenvolgens uitgegeven:</h2> + +<table summary=""> +<tbody> + <tr> + <td class="zzvr">1887.</td> + <td class="zzvl">Technische Nota n<sup>o</sup>. 1: betreffende het onderzoek omtrent de afsluiting van de Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee</td> + <td class="zzvl" style="border-left: 2px solid black; vertical-align: middle;" rowspan="8">} <span style="float: right">ƒ10.- </span></td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1887.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 2: de invloed der afsluiting op de waterkeering der provincin langs de Zuiderzee</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1888.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 3: de invloed der afsluiting op de waterloozing der provincin langs de Zuiderzee</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1889.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 4: de invloed der afsluiting op de waterverversching der provincin langs + de Zuiderzee. De invloed der afsluiting op de scheepvaart der Zuiderzee</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1890.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 5: de constructie en de kosten van den afsluitdijk, de sluizen en + de bijkomende werken. De voor- en nadeelen der afsluiting buiten verband met de droogmaking</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1891.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 6: resultaten der terreinwerkzaamheden van 1889 en 1890<br /> + <i>a.</i> grondboringen.<br /> + <i>b.</i> stroommetingen.<br /> + <i>c.</i> diverse metingen.</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1891.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 7: De droogmaking met schetsontwerpen der verschillende indijkingen</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1891.</td> + <td class="zzvl">Nota n<sup>o</sup>. 8: Vergelijking van verschillende ontwerpen tot afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1892.</td> + <td class="zzvl">Oeconomische en finantieele beschouwingen van het Dagelijksch Bestuur naar + aanleiding der resultaten van het technisch onderzoek vervat in de acht Nota's</td> + <td class="zzvr">ƒ0<ins class="corr" id="corr41" title="Bron: ">.</ins>50</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1892.</td> + <td class="zzvl">Endiguement et Desschement du Zuiderzee<br /> + I. Considrations conomiques de la Zuiderzee-Vereeniging.<br /> + II. Discours, prononc par <span class="mixcap">M. J. M. Telders</span>.</td> + <td class="zzvr">„ 0.50</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1894.</td> + <td class="zzvl">Uittreksel uit het Verslag der Staatscommissie</td> + <td class="zzvr">„ 0.25</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1895.</td> + <td class="zzvl">Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee + Antwoord van <span class="mixcap">S. J. Vermaes</span> op hoofdartikelen Nieuwe Rotterdamsche Courant”.</td> + <td class="zzvr">„ 0.25</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1898.</td> + <td class="zzvl">De Economische beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee door + <span class="mixcap">H. C. van der Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Mr. G. Vissering</span></td> + <td class="zzvr">„ 1.50</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1901.</td> + <td class="zzvl"><a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36317" title="De tweede druk (1912) van dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36317 beschikbaar.">Ontwerp van + Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee met Toelichtende Memorie</a></td> + <td class="zzvr">„ 0.60</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr"><span class="pagenum" title="156"> </span><a id="p_156"></a>1901.</td> + <td class="zzvl">De Economische Beteekenis van de Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee door + <span class="mixcap">H. C. van der Houven van Oordt</span> en <span class="mixcap">Mr G. Vissering</span>. + Tweede herziene en bijgewerkte uitgave</td> + <td class="zzvr">ƒ1<ins class="corr" id="corr42" title="Bron: ">.</ins>50</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1905.</td> + <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide Kamers der Staten-Generaal</td> + <td class="zzvr">„ 0<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: ">.</ins>50</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1905.</td> + <td class="zzvl">Deel I. De Zuiderzeevisscherij, Rapport eener Commissie van Onderzoek.<br /> + Deel II. De Rapporten aan den Minister van Waterstaat, Handel en + Nijverheid met Nota van Beantwoording der Zuiderzee-Vereeniging</td> + <td class="zzvr">„ 1.- </td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1906.</td> + <td class="zzvl">Deel III. Rapport van de Nederlandsche Heide-Maatschappij over de + Zoetwatervisscherij in het toekomstige IJselmeer en in de wateren der droog te leggen polders</td> + <td class="zzvr">„ 0<ins class="corr" id="corr44" title="Bron: ">.</ins>25</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1908.</td> + <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee in de beide Kamers der + Staten-Generaal, uitgegeven door de Zuiderzee-Vereeniging. Deel II</td> + <td class="zzvr">„ 1.- </td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1911.</td> + <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee<br /> + I. De voordeelen van de voorziening der provincin Friesland en + Noord-Holland met zoet water<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">.</ins><br /> + II. Staten-Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen voor 1908, 1909, 1910, 1911.<br /> + III. Voorloopig Verslag IIe Kamer over het Wetsontwerp tot droogmaking der Wieringermeer.<br /> + IV. Handelingen Provinciale Staten van Noord-Holland najaar 1910.<br /> + V. Inzending ter Landbouwtentoonstelling te Deventer in Juli 1909.</td> + <td class="zzvr">„ 1<ins class="corr" id="corr46" title="Bron: ">.</ins>- </td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1911.</td> + <td class="zzvl">De afsluiting en drooglegging der Zuiderzee. Vervolg 1911, bevattende + Verslag der Commissie over de toepassing van gewapend beton bij den bouw der dijken. Met 4 kaarten</td> + <td class="zzvr">„ 1.- </td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1912.</td> + <td class="zzvl"><a href="http://www.gutenberg.org/ebooks/36317" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org/ als e-boek #36317 beschikbaar.">Ontwerp van + Wet tot Afsluiting en Droogmaking van de Zuiderzee met toelichtende Memorie. Met 1 Kaart. 2e druk</a></td> + <td class="zzvr">„ 0.60</td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1914.</td> + <td class="zzvl">De Afsluiting en Drooglegging der Zuiderzee<br /> + I. De invloed van de drooglegging der Zuiderzee op de Werkloosheid.<br /> + II. Staten Generaal. Behandeling der Staatsbegrootingen voor 1912 en 1913.<br /> + III. Verzameling C. Leemans. Bruikleen aan de Ned. Heidemaatschappij.<br /> + IV. Inzending ter Eerste Nederlandsche Tentoonstelling op Scheepvaartgebied, Amsterdam, 1913.</td> + <td class="zzvr">„ 1.- </td> + </tr> + <tr> + <td class="zzvr">1916.</td> + <td class="zzvl">De Watervloed van 13–14 Januari 1916</td> + <td class="zzvr">„ 0.50</td> + </tr> +</tbody> +</table> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="-"> </span><a id="kaart"></a></p> + +<div class="kaart"> + + <div class="figcenter" style="width: 790px;"> + <a href="images/kaart.jpg"><img src="images/kaart-th.jpg" width="790" height="494" alt="" title="Klik voor vergroting (32912057px, 1.00MB)" /></a> + <div class="caption mixcap">Plan van Afsluiting en Droogmaking der <em class="g">ZUIDERZEE</em>.<br /> + (Zuiderzee-Vereeniging—Staatscommissie)</div> + </div> + +</div> + +<div class="TNbox"> +<a id="correctie"></a> + +<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2> + +<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p> + +<table summary="correcties in tekst"> + <thead> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr> + </thead> + <tbody> + <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. xiii</a></td><td class="td4">8</td><td class="td4">9</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. xiii</a></td><td class="td4">35</td><td class="td4">34</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 4</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 4</a></td><td class="td4">HW.</td><td class="td4">H.W.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 7</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 10</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 12</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 16</a></td><td class="td4">. </td><td class="td4">, </td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 17</a></td><td class="td4">dc</td><td class="td4">de</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 18</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">Regeeringsontwerp 1916.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 27</a></td><td class="td4">uitwateringsluis</td><td class="td4">uitwateringssluis</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 36</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 37</a></td><td class="td4">uitstek-deskundigen</td><td class="td4">uitstek deskundigen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 41</a></td><td class="td4">veeI</td><td class="td4">veel</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 43</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">:</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 58</a></td><td class="td4">drooogmaking</td><td class="td4">droogmaking</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 65</a></td><td class="td4">Zuiderzee visscherij</td><td class="td4">Zuiderzee-visscherij</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 65</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 94</a></td><td class="td4"> deel</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 96</a></td><td class="td4">Achtereen volgens</td><td class="td4">Achtereenvolgens</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 108</a></td><td class="td4">‘</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 109</a></td><td class="td4">„</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 111</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 112</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 114</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4"> en</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 122</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 125</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 125</a></td><td class="td4">3.600.000.0000</td><td class="td4">3.600.000.000</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 126</a></td><td class="td4">·</td><td class="td4">,</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 126</a></td><td class="td4">naat</td><td class="td4">naar</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 127</a></td><td class="td4">nog</td><td class="td4">noch</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 128</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 129</a></td><td class="td4">opwaaiien</td><td class="td4">opwaaien</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 131</a></td><td class="td4">Staatcommissie</td><td class="td4">Staatscommissie</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 134</a></td><td class="td4">Seret</td><td class="td4"><span class="mixcap">Seret</span></td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 138 (voetnoot)</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 142</a></td><td class="td4">Fiesland</td><td class="td4">Friesland</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 144 (voetnoot)</a></td><td class="td4">Heise Ms</td><td class="td4">Heide M<sup>ij</sup></td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 155</a></td><td class="td4"> </td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 156</a></td><td class="td4"> </td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 156</a></td><td class="td4"> </td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 156</a></td><td class="td4"> </td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 156</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 156</a></td><td class="td4"> </td><td class="td4">.</td></tr> + </tbody> +</table> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De afsluiting en droogmaking der +Zuiderzee. Weerlegging van bezwaren., by Anton Albert Beekman + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE AFSLUITING EN DROOGMAKING *** + +***** This file should be named 38426-h.htm or 38426-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/4/2/38426/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/38426-h/images/ill_p002.png b/38426-h/images/ill_p002.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f49d20c --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p002.png diff --git a/38426-h/images/ill_p008.png b/38426-h/images/ill_p008.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f751720 --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p008.png diff --git a/38426-h/images/ill_p018.png b/38426-h/images/ill_p018.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..64dadeb --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p018.png diff --git a/38426-h/images/ill_p020.png b/38426-h/images/ill_p020.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..14af6fc --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p020.png diff --git a/38426-h/images/ill_p020th.png b/38426-h/images/ill_p020th.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..027c87c --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p020th.png diff --git a/38426-h/images/ill_p054.png b/38426-h/images/ill_p054.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a28462e --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p054.png diff --git a/38426-h/images/ill_p064.png b/38426-h/images/ill_p064.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3716bc0 --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_p064.png diff --git a/38426-h/images/ill_piii.png b/38426-h/images/ill_piii.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8a5a384 --- /dev/null +++ b/38426-h/images/ill_piii.png diff --git a/38426-h/images/kaart-th.jpg b/38426-h/images/kaart-th.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7d207f9 --- /dev/null +++ b/38426-h/images/kaart-th.jpg diff --git a/38426-h/images/kaart.jpg b/38426-h/images/kaart.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..79e6b65 --- /dev/null +++ b/38426-h/images/kaart.jpg diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..c5cda8e --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #38426 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38426) |
