diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 38211-0.txt | 2318 | ||||
| -rw-r--r-- | 38211-0.zip | bin | 0 -> 43143 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-8.txt | 2318 | ||||
| -rw-r--r-- | 38211-8.zip | bin | 0 -> 42917 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h.zip | bin | 0 -> 81906 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/38211-h.htm | 2549 | ||||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p001.png | bin | 0 -> 17067 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p003.png | bin | 0 -> 161 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p006.png | bin | 0 -> 5650 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p018.png | bin | 0 -> 256 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p024.png | bin | 0 -> 1452 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p031.png | bin | 0 -> 1943 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p038.png | bin | 0 -> 842 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p045.png | bin | 0 -> 734 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 38211-h/images/ill_p046.png | bin | 0 -> 440 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
18 files changed, 7201 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/38211-0.txt b/38211-0.txt new file mode 100644 index 0000000..d9455dd --- /dev/null +++ b/38211-0.txt @@ -0,0 +1,2318 @@ +The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De H. Nikolaas in het folklore + +Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn | + | hernummerd en verplaatst naar het eind van de alinea met de | + | verwijzing. | + | | + | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als | + | _cursief_. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: | + | MEYER/MEIJER. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | + | e-boek op http://www.gutenberg.org/ | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + + + + DE H. NIKOLAAS + IN + HET FOLKLORE + + DOOR + + + Dr. JOS. SCHRIJNEN, + + _leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond, + bibliothekaris van het Genootschap „Limburg”._ + + + [Illustratie: Limburgs provinciewapen] + + + ROERMOND, + + J. J. ROMEN EN ZONEN. + + 1898. + + + + +De H. Nicolaas in het Folklore. + + +„Folk-lore,” zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm[1], „is op alle gebied de +wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt +tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school! +Folk-lore in alle kunstuitingen!” En zoo is het Folklore in engeren zin, +dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en +gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen, +legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks, +niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die +uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des +tijds. Immers: „men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt +ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna +had vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste +stof en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van _Folk-lore_ +bestempeld heeft, d. i. _volkskunde, volkswetenschap_.”[2] Aan hare +verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het +Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver +zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat +van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met +verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen +en bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf—voor +het eerst door Mr. Thoms, Sekretaris der _Camden Society_ in het +Athenæumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt—had slechts enkele +tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch +burgerrecht te verschaffen. + +[1] In de _Lettervruchten_ v. h. Taal- en Letterlievend + Studentengenootschap „Met Tijd en Vlijt”. Leuven 1892. P. 4. + +[2] P. ALBERDINGK THIJM, l. l., ib. + +Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare +zusterwetenschappen—Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en +Linguïstiek—deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als _vergelijkende_ +wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene +reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven +oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen, +zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op +te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene +bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne +oorspronkelijke beteekenis door te dringen. + +Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet +duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr. +G. Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van +Joës a Leydis schuil gaat[3]: „Maar de verschijning van Sint-Nikolaas +als _Bisschop_ pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken +oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden +_overal_ in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons +eigen vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping +niet ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd +toediende: „qui sua tantum mirantur.” Op zijn Hollandsch gezegd: die +niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur, +en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat.” + +[3] In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem bij + Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: _Sint Nikolaas, + zijn Feest en Gebruiken_. Zie _De Katholiek_, Dl. CXIII, p. 154. + +En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken Folkloristen gevonden, +die beweren in de volksfeestviering van den H. Nikolaas niet-kristelijke +bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit + +1º omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het +feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij +op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, _die +niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te +danken hebben_; en + +2º omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen +verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H. +Nikolaas in verband staat, als van _zuiver_ kristelijken oorsprong te +beschouwen. + +Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering +tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,—vaker door de +overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene _moralis +certitudo_ wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in +den knecht Ruprecht b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan +Marmorinus, den zwarten koning der Agareniërs, en wel zonder gevaar, +_het spoor der orthodoxie bijster te raken_. + +Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig +versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek +van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van _De Katholiek_. +Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het +katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze +gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. „verkerstening” zijn er +aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen +heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd +van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de +behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen, +zonder de eenheid van het geheel te schaden;—en toch is de mogelijkheid +niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met +de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik neem dus de taak +op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met +de woorden: „aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te +brengen”. In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal +gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als +_specimina_ dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek +aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in +eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene +verhandeling over de „_Overblijfselen van den Wôdankultus in Limburg_”, +Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap „Limburg” is gezegd. +Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel +gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te +putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als +bronnen kon aanhalen! + +[Decoratieve illustratie] + + + + +I. + +HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK. + + Sinte Klaas, die goede man, + Die ook alles bakken kan, + Suikergoed en taaie man, + Ja, daar krijg ik ook wat van. + (DR. EELCOO VERWIJS, _Sinterklaas_, 's Gravenhage, + 1863. P. 74.) + + +Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest +van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep +in de waarlijk „onmisbare distinctie,” door Dr. Brom in zijn eerste +artikel vastgesteld[4]. Zelfs dan, als de Kerk _wilde_ afschaffen, +gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom +uit te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den +_Indiculus superstitionum et paganiarum_[5] na te gaan, en aldra zal +men tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. _De +incantationibus_[6] (No 12), en _De divinis vel sortilegis_[7] (No 14) +nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het, dat +zich dit bijgeloof vooral aan kristelijke feesten, zoo b. v. Kerstdag +en St. Thomasdag vasthecht;—en aan _deze_ opvattingen en praktijken zal +toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen toeschrijven. Ook +vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit de XVde eeuw, ten +behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone volksklasse, in +het Limburgsche Folklore terug: _Qui exercent supersticiositates cum acu +qua cadaver est consutum_[8]. + +[4] L. L., p. 83. + +[5] Bij MORITZ HEIJNE, _Kleinere altniederdeutsche Denkmäler_. + Paderborn, 1877. Pp. 89, 90. + +[6] Over tooverij. + +[7] Over zieners en waarzeggers. + +[8] Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een doodshemd + genaaid is. Bij HERMANN USENER, _Christlicher Festbrauch._ + Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door + mij opgeteekend in mijne studie, getiteld; _De Doode in het + Limburgsche Folklore_, in het Jaarboek van „Limburg”. I, p. 192. + +Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten +van den schoen, van volksfantasieën als het rijden over de daken, het +werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de +Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar +zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen +al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge +dan met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het +dichtste stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste zou ik het +betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke veroordeeling +van het geloof aan een Sleipnir aan het daglicht te brengen. + +Aan Wôdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en +bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op +de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden, +zooals Holda en Perchta, speelden dan slechts eene ondergeschikte rol. +Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband +hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven +vasthouden, ofwel—wat waarschijnlijker is—met Weinhold en +Phannenschmid, door Mogk gevolgd[9], het Germaansche jaar in vieren +indeelen,—het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand +ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde, +begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest +of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel +in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt +het tijdperk der „Twaalf Nachten” genoemd; onze oostelijke naburen +spreken van de _Zwölften_, _Unternächte_, _Rauchnächte_ of _Losstage_. +Volgens sommigen moet men door de _Rauchnächte_ de drie Donderdagen vóór +Kerstmis verstaan[10]. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6, +25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord „Joel”, afkomstig van +het Oud-Noordsche _jol_ (= _*jul_), hangt waarschijnlijk niet met het +Angel-Saksische _hveol_ = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene +Indo-Germaansche wortel JEKU, en beteekent „scherts”, „vroolijkheid”, +zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het „jolige” bij +uitstek was[11]. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond +in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1º door het genieten der +offergaven, gedurende dien tijd aan Wôdan c. s. en ook aan de zielen der +afgestorvenen gebracht; en 2º—reden van œkonomischen aard—door de +twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen, +wanneer deze niet, zooals Tille beweert[12], zelfs de hoofdaanleiding +tot de winterfeestviering gegeven hebben. + +[9] _Grundr. d. Germ. Philol._, her. v. H. PAUL. I, p. 1125. + +[10] WILHELM MANNHARDT, _Der Baumkultus der Germanen und ihrer + Nachbarstämme_. Berlin, 1875. P. 542. + +[11] Vgl. ELARD HUGO MEIJER, _Germanische Mythologie_. Berlin, 1891. + P. 197. + +[12] ALEXANDER TILLE, _Die Geschichte der Deutschen Weihnacht_. + Leipzig, 1893. P. 6 vlg. + +Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest, +het _Góiblót_, in Februari, „til gródhrar” voor den wasdom, terwijl het +„Joelfeest” daar in Januari viel, „til árs” voor den oogst[13]. + +[13] MOGK, l. l., p. 1126; MEIJER, l. l., p. 196. + +Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van +dagen in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en +Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat +beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wôdan, den god der vruchtbaarheid +golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt +uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de +voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wôdan als +voorrijder, door het luchtruim joeg[14], dan krijgen wij een bijna +aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat +zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari +uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen, +welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,—St. +Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30 +November), vooral St. Andreas_nacht_, St. Barbara (4 December), +St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas +(21 December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December), +het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6 +Januari)—veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken +van het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die +alsdan de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun +huidigen toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en +bedenken wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke +overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking, +zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat +het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en +door de volksfantasie, het eene vóór, het andere na, aan kristelijke +instellingen en persoonlijkheden vastgehecht. + +[14] _Overblijfselen_, p. 10. + +Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat +hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? „In unserem +Volksglauben”, zegt Mogk[15] „sind in algemeinen die Opfer vergessen; +gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach +daran zu erinnern”; en Grimm[16] beschouwt als offerresten vooral „das +reiben der heiligen flamme, laufen durch die brände, werfen von blumen +in das feuer, _backen und austheilen grosser brote oder kuchen_, und der +reihetanz”. Zoo ook v. Reinsberg-Düringsfeld: „Der Weihnachtsschmaus +trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden +waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch üblich sind, sowie +die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen +Tieren haben, deutlich bekunden”[17]. Men mag deze meening zijn +toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den +Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste +smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden. + +[15] L. L., I, p. 1125. + +[16] JACOB GRIMM, _Deutsche Mythologie_. Berlin, 1875 (Vierte Ausg. + bes. v. E. H. MEIJER) I. p. 35. + +[17] _Das festliche Jahr der Germanischen Völker_. Leipzig, 1898. + P. 4. + +Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St. +Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk +althans spreekt van _Martinsschmäusen_[18]. In het Freudenthal (Oostenr. +Silezië) krijgen kinderen en volwassenen op St. Maartensvooravond +velerlei geschenken, maar vooral het _Martinshörndl_ mag niet +ontbreken[19]. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de _Andreaskranz_ +gebakken[20]. In Hohenzollern begint men acht dagen vóór Sinterklaas +reeds met het bakken van het _Klausenmannle_, een wittebrood in den vorm +van een dansenden man[21]. Met Sinterklaas vergast zich in heel ons land +oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen en benamingen. +Te Seekirch (Würtemberg) bakt men alsdan lange, dunne koeken, die den +vorm van pyramiden hebben; in het „Oberambt Ehingen” kleine, ronde +suikerbroodjes, z. g. _Cloosen-Weckle_; te Dieburg (Hessen-Nassau) +_Nicolaus-Lebkuchen_; te Leipzig _Pflaumentoffel_, eene eigenaardige +lekkernij[22]. Dan volgt Kerstmis met zijn in het Limburgsche Folklore +eigenaardige Kerstbroodje van Geleen[23], en tweede Kerstdag, waarop de +kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes onthaald worden[24]; +voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel tweeërlei brood, het eene +zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de Rijnlanden[25]. Ook zijn +de _Weihnachtsstollen_ bekend. Kerstbrood geldt in Duitschland voor +brandstillend[26]. Tusschen Kerstmis en Nieuwjaar kende men er eertijds +een bijzonder soort brood[27]. Voeg hierbij nog het Nieuwjaarsgebak +(„Nieuwjaarsmoppen”, aan den Rijn: „Neujahrskränzchen”) en de +smulpartijen op Driekoningendag, die o. a. te Laerz (Mecklenburg) +plaats vinden[28], en ge zult tot het besluit komen, dat de gastronomen +gedurende het Joeltijdperk geen reden tot klagen hebben. Bovengemelde +meening omtrent deze gerechten wordt dan ook, bepaaldelijk voor de +Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den inzender van No 1178b der +aangehaalde Bartsch'sche verzameling[29]: „Die gegen Weihnachten +gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen, Has=Poppen, welche nach +jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und deren Heerde darstellen +sollen, _unsprünglieh aber Opfergaben gewesen sein mögen, die am +Julfeste dargebracht wurden_ (Beyer in den Mekl. Jahrb. XX, 150), werden +von manchen Bäckern mit Saffran bestrichen und heissen darum auch: +Saffran=Pöppings”. Ook Meyer is deze zienswijze toegedaan[30], met het +oog vooral op het volgende: Buiten den wolf (en den raaf)[31] zijn Wôdan +vooral de bok en de ever heilig; deze dieren vooral werden als _symbolen +der vruchtbaarheid_ in den Joeltijd aan Wôdan den windgod, den god der +vruchtbaarheid geofferd. “Veel wind, veel ooft,” zegt een spreekwoord; +wind schenkt vruchtbaarheid en doet het koorn, rijpen[32]. Vandaar 1º +dat Wôdan als god der vruchtbaarheid vooral dan vereerd werd, als de +winden heviger loeiden dan ooit. Het Joelfeest werd dan ook niet ter +eere van den zonnegod, maar van den god der vruchtbaarheid gevierd[33]; +en 2º dat om redenen van œkonomischen aard dit feest bij de Germaansche +plattelandbewoners als het hoogste gold. Nu bakt men gedurende het +_heele Joeltijdperk_, niet slechts met Sinterklaas, niet alleen koeken +in den vorm van menschen en paarden, maar vooral van bokken en varkens. +Ook met Kerstmis stellen in Mecklenburg de z. g. _Kinjes-Poppen_ meestal +varkens voor[34]. In Zwaben bakt men met Kerstmis _Springerle_, d. i. +koeken in allerhande soorten van diervormen. Dan ook wordt in het +Noorden de _Julgalt_ gebakken en onder het zaadkoren gemengd; dit gebak +heeft den boks- of zwijnsvorm. Op Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger +een _Hörnstöter_ onder het voêr[35]. Ook in het Odenwald mengt men z. g. +_Julkuchen_ onder het zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te +worden vermeld, dat de boksvorm hier met een hamer versierd is[36]. Dit +mocht ons onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer +een hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wôdan, maar aan +Donar toegeschreven, die volgens Saxo Grammaticus door een slag van +zijn hamer den bliksem deed geboren worden[37]. Waarschijnlijk hebben +wij hier te doen met No 26 van den _Indiculus superstitionum_:[38] _De +simulacro de consparsa farina_[39]. Ook anderszins nog wordt zulk een +_simulacrum_ vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid +overtrokken blok, _Julbucken_ genoemd; en in Silezië snijdt men schapen +en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met +konijnsvel[40]. + +[18] L. L., I, p. 1127. + +[19] THEODOR VERNALEKEN, _Mythen und Bräuche des Volken in + Oesterreich_. Wien, 1859. P. 62. + +[20] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l.l., p. 420. + +[21] DR. EUGEN SCHNELL, _Sanct Nicolaus, der heilige Bischof und + Kinderfreund_. Brünn, 1886. I. p. 17. + +[22] SCHNELL, l. l., I, pp. 46, 51, 62. + +[23] RUSSEL, _De heerlijkheid Geleen_, p. 73. + +[24] H. WELTERS, _Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in + Limburg_. Venloo, 1877. P. 12. + +[25] TILLE, l. l., p. 47. + +[26] MEIJER, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den 24sten + December _Vulbuuksabend_ genoemd. Zie V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, + l.l., p. 464. + +[27] TILLE, l. l., ib. + +[28] KARL BARTSCH, _Sagen, Märchen und Gebräuche aus Meklenburg_. + Wien, 1879. II, p. 250. + +[29] II, p. 227. + +[30] L. L., pp. 215, 218. + +[31] _Overblijfselen_, p. 15. + +[32] _Overblijfselen_, p. 22. + +[33] MOGK, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet men + in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (BARTSCH, + l.l., II. p. 232); tot dit doeleinde worden in Engeland de + boomen dien nacht met stokken geslagen (MANNHARDT, l. l., p. + 279). „Is er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel + vruchten dragen,” zegt men in Limburg; zoo ook: „Sneeuw in den + Kerstnacht geeft een goeden hopoogst.” En in Mecklenburg: „Als + in de _Zwölften_ de boomen zich bukken, komt er veel ooft.” + (BARTSCH, l. l., II, p. 250). + +[34] BARTSCH, l. l., II, p. 227. + +[35] BARTSCH, l. l., II, p. 241. + +[36] MEIJER, l. l., pp. 101, 103, 215, 211. + +[37] GRIMM, l. l., II, pp. 835, 1021. Daar de geloofsverkondigers de + afgoden als duivels voorstelden (_Overblijfselen_, pp. 5, 6, + 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van Donar, zoo b. v. in de + verwensching: „Dass dîch der Hammer schlage!” De hamer is ook + het symbool der macht en vernieling. + +[38] HEIJNE, l. l., p. 90. + +[39] Over den vorm van koekdeeg. + +[40] SCHNELL, l. l., I, p. 65. + +De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr. +Brom het zoo juist uitdrukt, „gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven +wordt”[41]. + +[41] L. L., p. 157. + +Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie +Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen +Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer +zij onthaald; ook in de noordelijke provinciën is dit gebruik niet +heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens +blijkt[42]. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg[43], in de +Altmark[44] en in Oostenrijksch Silezië[45]; daar geeft men alsdan ook +aan volwassenen allerlei soort van geschenken. Op sommige plaatsen is +St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de +tweede plaats, zoo b. v. te Düsseldorf in Erfurt[46], waar men als te +Venloo, te Utrecht[47] en voorheen in Oostfriesland[48] met lantaarns en +lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te +IJperen, in heel het kanton Aalst[49] en voorheen te Augsburg[50]. Over +de roede van St. Martinus in een volgend hoofdstuk. In Engeland is St. +Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest[51]. + +[42] _Martinus, Bisschop der Galliërs_, in zijne _Tilburgsche + Avondstonden_. Amsterdam, 1850. Zie ook V. + REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 406. + +[43] BARTSCH, II, p. 222. + +[44] ADALBERT KUHN, _Märkische Sagen und Märchen_. Berlin, 1843. + P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een + St. Maartenslied mee, in de Altmark gezongen: + + Märtiin Märtiins Vaegelken + Mett siin vergült Snaevelken! + Geft us watt un lat us gan, + Datt wii hüüt noch wiier kamn; enz. + +[45] VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. + +[46] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 406, 408. + +[47] SCHOTEL, l. l., p. 55. + +[48] SCHNELL, l. l., I, p. 36. + +[49] BROM, l. l., p. 156. + +[50] TILLE, l. l., p. 28. + +[51] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 412, 414, 420. + +Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster +van Sinterklaas[52]. De gebruiken van 6 December zijn overbekend; +in ons land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in +Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en +lekkers voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in +de Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz[53]. In Tirol speelt Lucia +voor de meisjes de rol van Sinterklaas[54]. + +[52] BROM, l. l., ib. + +[53] SCHNELL, l. l., I., pp. 22, 73, 78. + +[54] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 434. + +Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en +eenige gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons +Sinterklaasfeest slacht; een verdienstelijk historisch overzicht +der _Weihnachtsbescherung_ is door Tille geleverd[55]. In de +Provincie Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep +„heio” te Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te +Echt gebeurt dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op +Nieuwjaarsdag[56]. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari +appelen, noten en peperkoek[57]. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op +verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de +kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk[58]. + +[55] L. L. pp. 189–219. + +[56] WELTERS, l. l., pp. 12, 13. + +[57] BARTSCH, l. l., p. 234. + +[58] Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk vallen, + zoo b. v. het „rijden” der Engelen op Palmzondag, staan + waarschijnlijk met het Lentefeest in verband. + +Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in +enge verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding, +die door het verband tusschen „wind” en „vruchtbaarheid” in een helder +daglicht treedt[59], en in de synonimie der termen „rijden” en „ten +geschenke geven” hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook +het in den grond der zaak éénvormige geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des voorrijders der Wilde +Jacht, des „gevers der goede gaven”, mag gescheiden worden. Iets meer +dan de bloote namen van _Joel_tijd, _Joel_gebak, _Joel_bok, _Joel_knots, +_Joel_stroo, _Joel_licht, _Joel_blok, enz. moet van het vóórkristelijke +vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven. Beslister dan ooit blijf +ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne _Overblijfselen_ +neerschreef[60]: „Mogt dan ook het geven van geschenken op +Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van +den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op +Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden +invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend”. + +[59] Zie pp. 12, 13. + +[60] P. 28. + +Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig toe hebben bijgedragen, +het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans bezit. In bijna +alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen: het Kristelijke, +het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en zoo zal Rome's +invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder uitwerking +gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze voorouders +in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet[61]; in navolging der +Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende dagen der +week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut in het +Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht der +_bivia_ en _trivia_ op onzen bodem overgeplant[62]. Met alle reden +mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is +bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus „der dritte im Bunde”, wien +ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende +geschenken vereerden[63]. + +[61] E. SIEVERS, _Grundr. d. Germ. Philol._, I, p. 246. + +[62] _De Doode_, enz., l. l., I, p. 191. + +[63] JORDAN-PRELLER, _Römische Mythologie_. Berlin, 1891. Pp. 179, + 180. Vgl. Ov., _Fast._, I, 71 vlg. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +II. + +SCHOORSTEEN EN SCHOEN. + + Sint Niklaas, dou goede bloed! + Geefme een zakje vol suikergoed: + Niet te veel en niet te min. + Smijt het maar tot de schoorsteen in. + + (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74). + + +Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, „rijdt” door den schoorsteen. Niet +alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens +gaven niet altijd even begeerenswaardig. + +Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman +in den Harz den voorrijder het bekende „hoho” achterna. Daar valt +plotseling een zwarte klomp _door den schoorsteen_, dat de vonken er van +opstuiven[64]. + +[64] GRIMM, l. l., II, p. 774. + +In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen +de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te +openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de +Jager een zijner honden achter, die _door den schoorsteen_ op den haard +viel[65]. + +[65] BARTSCH, l. l., I, p. 17. + +Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud[66], evenals +zijne gemalin Frija, onder de benaming van _Fru Gor_[67]. + +[66] GRIMM, l. l., II, p. 770 vlg.; _Overblijfselen_, pp. 27, 28; + DR. L. KNAPPERT, _Folklore_. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.; + VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van + woudgeesten: MANNHARDT, l. l., pp. 142, 152. + +[67] BARTSCH, l. l., II, pp. 242, 243. + +Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld +en de gewone stervelingen,—de ruime, ouderwetsche schoorsteen, +zooals die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan +wonder, dat hij eene groote rol in de tooverwereld speelt? Dat men op +Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk +bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te +doorgronden[68]? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden +opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den +haard, het middelpunt des huisgezins, af[69]. + +[68] BARTSCH, l. l., p. 237. + +[69] Niet slechts door den schoorsteen, ook door het _sleutelgat_ + komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in + Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen + te worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen. + (BARTSCH, l. l., II, p. 103). + +Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan „den +overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den +overwinnaar van Diana” bij diens komst door den schoorsteen, een groote +geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef..... + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + + Heiliger Sanct Nicolaus + Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus, + Leg uns doch was schönes ein, + Wir woll'n recht fromm und fleissig sein, + +zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden +onze Nederlandsche _spes patriæ_. Onder den schoorsteen wordt de +_schoen_ gezet: „een schoen bij iemand zetten” is synoniem van „iemand +iets afbedelen”. Nu bestond er in Italië aan de hoven van sommige +vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen +beteekent, _Zopata_ genoemd[70]. Dat ons dit gebruik uit Spanje is +overgewaaid, acht SCHNELL bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook +ons geschenk dien naam dragen[71]. Daarenboven is Spanje een dier +landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair +was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid +geene nadere verhouding van Nederland tot Spanje kan doen gelden; den +schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en +eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn. + +[70] BRANDT bij EELCOO VERWIJS, l. l., p. 19. + +[71] L. L., V, p. 42. + +Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al +kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk +nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Italië? Hij „zal wel +op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden”, zegt Eelcoo +Verwijs[72]; de reden, dat nl. bedoelde maagden „bij het ontwaken +telkens den schat onder hare kleederen, _als 't ware_[73] in de +schoenen, vonden”, komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is +in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te +Salzburg[74], in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar[75]. + +[72] L. L., p. 19. + +[73] Wij kursiveeren. + +[74] SCHNELL, l. l., p. 10. + +[75] SCHNELL, l. l., III, p. 60. + +De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore. +Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wôdan, vult schoenen en +laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche +verhaal[76] zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas +geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd +te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met +goud voor[77]. + +[76] L. L., II, pp. 770 vlg. + +[77] _Overblijfselen_, p. 28. + +Legt in Mecklenburg de bruid vóór de huwelijksplechtigheid in elken +schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een +slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts +ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt, +wordt niet door den hond aangeblaft[78]. Op Kerst- en Silvesteravond +werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen +of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is +weggelegd[79]. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen +zeer veel voor[80]. + +[78] BARTSCH, l. l., II, 61, 349, 449. + +[79] VERNALEKEN, l. l., pp. 349, 350; BARTSCH, l. l., 236. + +[80] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 438. + +Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats _om +het voeder te bevatten „voor Sinterklaas zijn paard”_. In heel Limburg +en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provinciën wordt haver +en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie, +Tirol en Vorarlberg[81]. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen +van Duitschland en Skandinavië heerschende oogstgebruik, eenige halmen +op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, _„voor +Wōdan en zijn paard”_, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld +Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer +aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden +schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende +der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het +tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele, +overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den +god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een +offer van hooi, dat immers reeds in de Edda „Sleipnis verdr”[82] genoemd +wordt[83]. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in +een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld. + +[81] SCHNELL, l. l., p. 60. + +[82] Sleipnir's spijs. + +[83] _Overblijfselen_, l. l., p. 24. + +Maar laten we eenige feiten aangeven. + +In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op +den akker eene gave „für Odens pferde” achterlieten[84]; in Beieren, +in den omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den _Waudlgaul_ +bestemd; daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de +_Waudlhunde_, die den derden nacht komen en de gaven verslinden[85]. +Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons +het best en volledigst door Bartsch[86] meegedeeld, reden, waarom wij +het stuk hier in zijn geheel laten volgen: + +[84] GRIMM, l. l., I, p. 128. + +[85] Overblijfselen, l. l., p. 24. + +[86] L. L. l. l., pp. 307, 308. + +„Früher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmähen des +Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich +dem Wode. Das älteste Zeugniss für diesen merkwürdigen Gebrauch enthält +der ausführliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem +Ende des 16. Jahrhunderts. „„Im Heidendome,”” erzählt derselbe, „„hebben +tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen, +denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins +ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan +laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschörtet +unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Höde vom Koppe +genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche +upgerichtet, unde hebben den Wodendövel dremal semplick lud averall also +angeropen unde gebeden: + + Wode, + Hale dinem Rosse nu Voder, + Nu Distel und Dorn, + Thom andren Jhar beter Korn! + +Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch +an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlüden solcher +avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne +gespöret wert””. + +Diese Erzählung wird vollkommen bestätigt durch einen gleichzeitigen +Bericht über den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider +nur ein Bruchstück im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es +„„Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem +letzten Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stücke +Ackers ein klein Plätzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben +an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan +das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen +beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts +gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut: + + Ho Wode, Ho Wode, du goder, + Hale dinem Rosse nu voder, + Hale nu Disteln und Dorn, + Thom andern Jar beter Korn!”” + +Eben dieses Gebrauches erwähnt auch der Präpositus Frank zu Sternberg +in der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus +Gryse als seinen Gewährsmann anführt, aber zugleich versichert, dass +er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer +Jugend erinnert hätten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so +an: + + Wode, Wode, + Hahl dinem Rosse nu Voder, + Nu Distel und Dorn, + Aechter Jahr bäter Korn! + +Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser +Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag +unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nämlich sind die +angeführten Verse in den Dörfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn +auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte, +am Ende des Feldes einen Büschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn +auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet.” + +In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst +wordt[87]; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een +rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden: + + „Wôld, Wôld, Wôld[88]!” + +[87] GRIMM, l. l., I, p. 128. + +[88] _Overblijfselen_, l. l, p. 24. + +Ook Wôdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712 +verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder +het roepen van: „Fru Gaue, haltet (_of_ halet) ju fauer[89]!” Te +Kerstlingerode, in het Göttingsche, laat men den laatsten armvol aren +ongemaaid staan „vor Fru Holle[90]”; in den omtrek van het voormalige +klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van _Vergodendeelstruss_. +Sommigen verklaren dit woord als „vergelding voor zwaren arbeid”, +anderen, met Kuhn[91], als „Frô Goden Deel Struuss”. In deze laatste +schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische +beteekenis boven gesproken is[92]. + +[89] Neem uw voêr in ontvangst (_of_ haal uw voêr). Zie MEIJER, + l. l., p. 291. + +[90] KNAPPERT, l. l., p. 173. + +[91] L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik + MANNHARDT, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; GRIMM, l. l., I, + p. 209. + +[92] Zie p. 12. + +Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan „damit”, +zooals men zeide, „de Waur Futter für sin Pferd finde”. Vergelijken wij +nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: „Sankt Martin muss noch ein +Heu für sein Rössl finden[93]”. De synonimie springt in het oog, schoon +het in deze laatste uitdrukking niet _Waur_, noch Sinterklaas, maar St. +Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest +en de Sinterklaasviering uit. Te Müggelsheim (Altmark) gelooven de +kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi +voor de huisdeur[94]. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij +Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de +schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee +de zegen van 's nabuurs vee over[95]. In Oostenrijksch Silezië wordt op +Kerstavond het vee met weit en erwten gevoerd[96]; ook in Mecklenburg +werd dien nacht eertijds _Haferloses_ (losse haver) als veevoeder op +tafel gelegd[97]. Eindelijk, bij het haver _zaaien_ laten de boeren op +den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het +paard van koning Abel[98]. + +[93] TILLE, l. l., p. 23. + +[94] KUHN, l. l., pp. 345, 346. + +[95] BARTSCH, l. l., II, p. 233. + +[96] MANNHARDT, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der + vruchtbaarheid in een volgend hoofdstuk. + +[97] BARTSCH, l. l., II, p. 227. + +[98] MEIJER, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel tot de + Wilde Jacht in het volgende hoofdstuk. + +Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken +uit het feit, dat te Pölitz (Mecklenburg) het nabootsen van een +schimmel door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op +Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is[99]; dat +het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den +z. g. _Roggenbär_[100]; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna +algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen +denken aan de _simulacra de pannis facta_[101], en aan het _simulacrun +quod per campos portant_[102], resp. No 27 en 28 van den _Indiculus +superstitionum_[103]. + +[99] BARTSCH, l. l., II, p. 306. + +[100] MEIJER, l. l., p. 102; MANNHARDT, l. l., p. 421. + +[101] Poppen uit lompen. + +[102] Pop, die men door het veld draagt. + +[103] HEIJNE, l. l., p. 90. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +III. + +DE SCHIMMELRIJDER.[104] + +[104] Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (SCHNELL, l. l., + II, p. 60). + + Sinter Klaas, die goede heer, + Hij komt alle jaren weer, + Met zijn paardje voor den wagen, + Daar komt Sinte Klaas aan jagen. + (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74). + + +Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter +op het hoofd[105], een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders +geslagen[106], die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden +hangt,—zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra +voor. + +[105] Sinterclaes bisschop, + Settie _hooghe mutse_ op! + (Amsterdam.) + +[106] Sinterklôs Gods (good?) heilig man, + Trek dînen besten _tabberd_ aan. + (Venloo.) + + Sint Niklaes, o heilige man, + Met uw _gespikkelden talfaerd_ aen. + (Oost-Vlaanderen.) + +Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den +breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans _Gûngnir_ +in de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld, +waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op +zijn trouwen schimmel _Sleipnir_,—ziedaar het portret van Wôdan-Odhin, +ons in de hoofdtrekken door Saxo Grammaticus geteekend. + +Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den +Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.—Volkomen +juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de +Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer +zulke overeenkomst zich in meer dan één opzicht vertoont, en vooral, +wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts +op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van +bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die des +Wilden Jagers, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat +goede wil, laat ik zeggen _esprit de système_ vereischt wordt, om +de volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde +legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan +ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over +te hellen? Ter zake dus. + +Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en +huilende windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn Sleipnir +door de lucht, door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet +vormt het Wôdansheer of de z. g. „Wilde Jacht”, die nog heden bij alle +Germaansche stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op +verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In +den Eiffel heet deze Jacht het _Wudes-_ of _Wodesheer_; in Zwaben het +_Wutes-_ of _Mutesheer_; in den Elzas het _Wütenheer_ (men vergete niet, +dat de naam _Wôdan_ van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het +Oud-Hoogduitsche _wuot_, wat „woede” en „verstand” beteekent); in Zweden +het _Odens här_. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: „Oden far +förbi”[107]. + +[107] Odhin vaart voorbij. + +De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den +naam van _Wode_, _Jaue_, _Goi_ of _Joe_, in Mecklenburg _Waur_, in +Beieren _Wotn_, _Wutan_, _Wut_ of _Wode_[108]. In Zwaben worden hem, +buiten de algemeene betiteling van _Schimmelreiter_, dezelfde bijnamen +gegeven, waarmee men eertijds Wôdan placht aan te duiden: _Breithut_, +_Langhut_, _Schlapphut_. In Oostenrijk is hij in een langen mantel +gehuld en draagt een hoed met breeden rand[109]. Het zou echter eene +dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wôdan het monopolie, den +bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel +Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens +het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd, +door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam +Hackelberg[110], uit _hackel bärend_ „mantel dragend” verbasterd. +Het Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van +„Hänske met de hond”[111]. In Hessen is het de _Schnellertsgeist_[112]. +Veelal ook zijn het _historische persoonlijkheden_: In den Harz en +in de Lausnitz _Dietrich von Bern_ (Theodorik de Groote) ook wel +_Berndietrich_ genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam +van _Banadietrich_[113]; te Eisleben _Eckhart_[114]; in Engeland +koning Artur, in Skandinavië koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel. +Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den +Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de +XVIIde eeuw rijdt Charlemagne aan de spits van het geestenheer, terwijl +Roland het vaandel draagt[115]. + +[108] MEYER, l. l., pp. 236, 237. + +[109] VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47. + +[110] KUHN, l. l., pp. 19, 25, 101, 187. + +[111] _Overblijfselen_, l. l., p. 12. + +[112] J. W. WOLF, _Hessische Sagen_. Göttingen-Leipzig, 1853. P. 21. + +[113] VERNALEKEN, l. l., p. 41. + +[114] „Der treue Eckhart” of „Eckhart mit dem weissen Stab”. GRIMM, + l. l., II, pp. 779, 780. + +[115] GRIMM, l. l., II, pp. 779–788. + +Ook andere _Heiligen_, ja ook _Engelen_ deelen deze eer met den H. +Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabriël; in +Staffordshire noemt men nog heden de Wilde Jacht „Gabriel Hounds”, en te +Lembeck in Westfalen „de Engelske Jagd”, d. i. de Jacht des Engels[116]. +Zoo ook St. Hubertus, „la chasse St. Hubert” (door ontleening); zoo +vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de gewone ikonografische +voorstelling van dezen Heilige die, te paard gezeten, zijn mantel +in tweeën deelt; maar de volksvoorstelling van Sint Maarten (Limb.: +_Sintermerte_), van _Junker Marten_, volgens welke deze, door zijn +knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde Jacht op Sint +Maartensavond draagt in Duitschland den naam van _Martinsgestämpf_[117]. + +[116] MANNHARDT, l. l., p. 251. + +[117] MEYER, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit als +voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele voorstellingen, +zooals die, bedoeld door Prof. V. D. VLIET, _Tweemaandelijksch +Tijdschrift_, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten de zaak in alle +geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen dezen Heilige en +Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald _niet_ worden afgeleid uit +het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers was. (Zie b. v. +SIMROCK, _Rheinsagen_. Bonn, 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. 22, 23, +56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan te danken hebben +aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de echtheid van dit en +soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld. + +De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche +bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche +bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, _legio_. +Veeleer was de schimmel van Wôdan na de overwinning van het Kristendom +in de IXde en Xde eeuw, toen het _werkelijk_ geloof aan een Wôdan was +verloren gegaan, eene _res derelicta primi occupantis_, nog slechts +bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich +nog hier of daar in het Folklore vertoont[118], maar welke het niet +moeielijk viel voor edeler, meer reëele figuren te doen wijken. Op +dien schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het +hoog hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige +geschiedenis of sage hadden gespeeld—Heiligen, koningen, legerhoofden +en anderen—eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wôdan's Sleipnir ook +„als _substratum_ gediend voor de vereering van Sint Nicolaas”[119]. + +[118] Zie p. 26. + +[119] BROM, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de belangrijke + studie van den Bollandist J. VAN DEN GHEYN, getiteld: _Le + Personnage d'Arlequin_, in zijne _Essais de Mythologie et de + Philologie comparée_. Bruxelles-Paris, 1885. Pp. 107–131. + +Nog eene opmerking. Niet slechts _dat er sprake is_ van het paard des +Heiligen; aan dit paard wordt als het ware _een zekere kultus gebracht_, +die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang, +dien Sleipnir in de vereering der oude Germanen bekleedde: _daar_ +had die vereering ook beteekenis, wijl Wôdan met zijn paard, beiden +verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden. +Beiden werden in één adem genoemd; „Oden und sein Pferd”, „Wôdan und +sein Pferd” is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen, +zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede, +die in het Lubecksche z. g. _Schwerttanzspiel_ (stedelijke en landelijke +tooneelvertooning) _Starkader_ in den mond wordt gelegd: „Heilige Wode, +nû lên mi dîn pêrd”[120]. + +[120] _Zeitschr. für deutsches Altertum_, XX, p. 13. De + _Schwerttanzspiele_ waren van de XVde tot XVIIde eeuw over + heel Duitschland verspreid. + +Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige +wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in +het moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig +en zwart[121]. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten +op[122]. + +[121] VERNALEKEN, l. l., pp. 34, 35, 50. + +[122] VERNALEKEN, l. l., p. 83. + +Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre +tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te +laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond[123]; aldus ook Wôdan en +de Wilde Jager[124]. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een +hoefindruk achter, evenals de schimmel van _Karel Quinte_, als deze uit +den _Gudinsberg_ (_Wuodenesberg_) komt[125]. Van een Sinterklaas_wagen_ +spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore[126]; van een +wagen bedienen zich ook de Wilde Jager[127], St. Thomas en het +Kerstkind[128]. De Wôdanswagen is genoegzaam bekend[129]. + +[123] _Overblijfselen_, l. l., p. 14. + +[124] VERNALEKEN, l. l., p. 46. + +[125] MEYER, l. l., p. 242. + +[126] VERNALEKEN, l. l., p. 286. + +[127] VERNALEKEN, l. l., p. 55. + +[128] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 436, 453. + +[129] _Overblijfselen_, l. l., pp. 18, 19. + +Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend, +evenals Wôdan, die den bijnaam draagt van _vegtamr_ „aan verre tochten +gewend”. Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en +zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk +schijnt voorheen _Engeland_, de _Insula pomorum_[130], geweest te +zijn[131]; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal _Spanje_, dan ook +_Condé_: + + Drie appelkens van _Condé_ + Breng mijn broerkens ook wat mee. + (West-Vlaanderen). + + Om appelkens van _Condé_ + Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee. + (Oost-Vlaanderen)[132]. + +[130] Het Appeleneiland. + +[131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. + +[132] Ons „appeltjes van Oranje” is aan het Fransch ontleend. Bij + KILIAEN vindt men „aranienappel”, vgl. het _Ital._ arancio uit + het _Arab.-Perz._ nârandj. + +Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar _Picardië_: + + Gank ût rije, + No 't lendje van _Picardië_[133]. + +[133] MEYER, l. l., p. 256. + +Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is[134] zal het niemand +verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van _Ebermann_ +draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den „gever van goed +geluk”, en deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De +Schimmelrijder verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer +verschillende persoonlijkheden, waarover in het volgende hoofdstuk, en +op verschillende dagen. In Silezië is het met St. Maarten, te Kranowitz +en Ratibor met _St. Nikel_[135], te Osnabrück o. a. met Kerstmis en +Nieuwjaar: de schimmel heet dan de „Spaansche hengst”[136]. Zoo ook +in Mecklenburg[137]; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op +Kerstavond[138], evenals in Engeland. Zou het volgende nog op een +samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? „Auf der +Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf +weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine +schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus”. (BARTSCH, l. l., +I, p. 16). + +[134] Zie p. 12. + +[135] SCHNELL, l. l., I, pp. 65, 66. + +[136] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 448. + +[137] BARTSCH, l. l., II, pp. 224, 233, 234. + +[138] SCHNELL, l. l., I, p. 50. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +IV. + +VORMVERANDERINGEN. + + Wie stout is of boos, + Sint Niklaas hoort alles, + Hij luistert altoos! + Hem kan men niet foppen, + Geloof mij oprecht, + Wat hij niet gezien heeft, + Vertelt hem zijn knecht. + (Uit SCHENKMAN'S prentenboek). + + +Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal +eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen +vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de +gevolgtrekking juist was. + +Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore +verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk: + +I. VAN HEIDENSCHEN OORSPRONG. + +1º _Wôdan_, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid. + +2º _Hruodperaht_, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal +onder den naam van Ruprecht verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde +Jacht—gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel—en is, +evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig +en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem. + +3º _Perchta_ of _Bertha_[139], eene godin, die in karakter het meest met +de godin Holda[140] overeenkomt. Als „die wilde Bertha” vaart zij door +de lucht, en verleent vruchtbaarheid aan de akkers[141]. Haar heilig +was de _Perchtenabend_, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen, +witten sluier is zij gehuld[142]. Nog heden laat men in Tirol eten voor +haar staan. + +[139] Zie p. 8. + +[140] Zie over deze godin KNAPPERT, l. l., pp. 123 vlg. + +[141] MOGK, l. l., pp. 1107, 1108. + +[142] Van haar en Holda stammen onze „Witte Juffers”. Somtijds + vertoont zij zich echter, onder den vorm van _Berchtel_, + in zwarte lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. V. + REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 483. + +II. VAN KRISTELIJKEN OORSPRONG. + +1º De _H. Nikolaas_, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van +Myra. + +2º De _H. Martinus_, bisschop van Tours, volksheilige. + +3º Het _Kerstkind_, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt. + +4º De _H. Driekoningen_, die hunne offergaven aan de kribbe des +Verlossers nederlegden. + +5º De _H. Lucia_, Maagd en Martelares. + +Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat attributen van +heidensche figuren op kristelijke zijn overgegaan, maar ook, dat +kristelijke dragers derzelfde attributen, volgens plaatselijke +omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen; en eindelijk, dat +men, door onderlinge ontleening van verschillende Folkloristische +_centra_, personen, namen en attributen op de meest grillige wijze +heeft gekombineerd. + +1º Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door +de lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij +_Junker Marten_[143]. In Zwaben noemt men hem _Pelzmärte_, vroeger +in Beieren _Pelzmartle_. Deze samenstellingen met _Pelz-_ zijn niet +zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene +vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid +heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den +Joelbok.— + +[143] Zie p. 27. + +Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard[144]. In gezelschap van +St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals +blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682[145]. In het +Freudenthal (Oostenr. Silezië) brengt hij op een schimmel gezeten +allerlei geschenken aan grooten en kleinen[146]. In de Rijnprovincie, +IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas[147]. + +[144] Zie p. 23. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou zijn + blijven staan, evenals die van den hoef van het Wôdanros, zooals + MEYER, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. WOLF toch + spreekt t. a. p. (_Niederländische Sagen_. Leipzig, 1843. P. + 435) uitdrukkelijk van „Martin, ein Sohn des Grafen von Namur, + der siebente Bischof von Tongern”. + +[145] BARTSCH, l. l., II, p. 222. + +[146] Zie p. 11. + +[147] Zie p. 14. + +2º Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een +eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als +bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een +pelsmantel gehuld[148]. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor +den _Nikelmann_; ieder jaar haalt deze zich een offer[149]. Dergelijke +sombere eigenschappen dankt de Heilige óf aan Ruprecht, in diens +hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, óf aan het feit, dat Wôdan +vaak met den duivel op ééne lijn werd gesteld[150]. Duidelijk blijken +althans zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton +Wallis, volgens welke hij—evenals de berggeesten—uit de rotsspelonken +te voorschijn komt[151]. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem +_Pelznikel_ (ook wel _Nikel_ of _St. Nikel_). In Tirol heet de vooravond +van Sinterklaas _Klaubautag_[152]. + +[148] BROM, l. l., p. 155. + +[149] SCHNELL, l. l., I, p. 29. + +[150] Zie p. 13. + +[151] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +[152] = _Klaubauftag_. _Klaubauf_ is de naam van den kobold. + +3º In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel[153], evenals +Father Christmas in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel +vindt voor zijn paard[154]. In het graafschap Rupin verschijnt een +naamlooze ruiter op een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede +figuur een grooten zak draagt, en de _Christmann_ of _Christpuppe_ +heet[155]. + +[153] MEYER, l. l., p. 257. + +[154] POL DE MONT, _Dietsche Warande_, X, 1, 1897. P. 30. + +[155] KUHN, l. l., p. 346. + +4º Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van +het Kerstkind voorzien, treedt _Hruodparaht_ op, óf zelfstandig, óf +aan één van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de +Rijnprovincie _Hans Muff_, in den Elzas _Hans Trapp_, anders elders. +De benaming _Ruprecht_ heeft als wisselvorm _Rupel_[156]; ook de Wilde +Jager heet Ruprecht[157]. Op den _Hutberg_ bij Herrnhut huizen twee +Wilde Jagers: _Ulrich Ruprecht_ en _Bernhard Dietrich_[158]. Het +uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt +Ruprecht als kwaadaardige elf, dan is hij trouw gewapend met zak en +roedachtig dan is zijn gezicht zwart _van het roet_. Ook de zak op +zijn rug is een roetzak: _Schmutzbartel_ heet hij om zijn roetachtig +uitzicht. Ook de _Perchteln_ d. i. vermomde gestalten, die op +_Perchtenabend_[159] rondloopen, de _Pfingstlümmel_ in het Ansbachsche, +de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een +roetig gezicht[160]. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is „keineswegs +bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwärzung] mir in roher Weise +ausdrücken zu wollen, dass der dargestellte Dämon[161] ein nicht +sichtbares, für menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein +Schatten, ein Gespenst sei”[162]. + +[156] GRIMM, l. l., I, p. 417. + +[157] MEYER, l. l., p. 237. + +[158] MEYER, l. l., p. 242. + +[159] Zie p. 33. + +[160] MANNHARDT, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548. + +[161] Als het Grieksche δαίμων, half goddelijk, half menschelijk + wezen, op te vatten. + +[162] L. L. p. 322. + +In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en +erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd +ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark _der hele Christ_, _Ruprecht_ +of _Hans Ruprecht_; in Mecklenburg _der ru Clas_ of _Ruklas_ in de +Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland _Clas_, _Glas Bur_, of +_Buller Clas_. In Beieren kent men een goeden en kwaden _Klas_[163]. In +de Oud-Mark trekt eenige dagen vóór Kerstmis de afschuwelijke gedaante +van _Klas Bur_ met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond, +ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste +loon of straf[164]. In Mecklenburg heet _Rug-klas_ „des heiligen +Christ Vorposten”; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede +voorzien[165]. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam +van _Schmutzli_[166]. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet +bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van _Huosecker_[167], +in Tirol onder dien van de _Wauwe_[168]. Omstreeks het jaar 1850 +verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als +_Hel-Niclas_, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens[169]. +Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: _Sparmundi_, _Pelzebub_, +_Pelznikel_, _Butzemann_[170]. Dit _Butzemann_, waarmee men ons +„boezeman” of „boeman” kan vergelijken, is eene benaming van +den huisgeest[171]. _Pelzoppel_ heet hij in Hessen-Nassau. In +Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw, +_Berchtel_, _Buzebergt_ of _Eiserne Bertha_ genaamd; _Berchtel_ en +_—bergt_ staan blijkbaar in betrekking tot den naam Perchta, evenals +_—bartel_. In Oberhausen zei men eertijds: „Heut kommt der Klas, morgen +de Buzebercht”[172]. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December +'s avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar de +ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij +zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij +door een soort _Nikolo_ begeleid. „Da der Name der heiligen Lucia”, zegt +v. Reinsberg-Düringsfeld[173], „welcher aus _lux_, Licht, entstanden +sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist +es natürlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Züge der alten +Göttin angenommen hat.” Ook door _Wode_ wordt niet zelden de rol +van Ruprecht gespeeld, zoo te Mecklenburg[174]; in de Thuringsche +kerstsage van de 17de eeuw doet dit „der treue Eckhart”[175]. Ook wordt +Ruprecht veelal door den _Julbuk_ of _Julbock_ vervangen, d. i., een +knecht in boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte +_Klapperbock_[176]. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen +vóór Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is +reeds gesproken; over den ever insgelijks[177], zoodat het ons niet +moeilijk zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in +erwtenstroo gehuld (_Erbsenbär_), die gedurende het Joeltijdperk plaats +heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol +verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: „Jemand einen Bären aufbinden” +haar ontstaan. De beer wordt door Klas of Ruprecht geleid. Te Breslau is +_Nicolo_ vergezeld van _Bartel_, tot wien de kinderen roepen: + + Bartel, Bartel, wilder Bär, + Leg mir ein, was i beger, enz.[178] + +Bartel wordt ook _Strohbartel_ genoemd; hier en daar draagt Ruprecht +het epitheton _Strohbart_[179], als hij zich nl. in stroo gewikkeld +vertoont. + +[163] SCHNELL, l. l., I, p. 22. + +[164] KUHN, l. l., p. 345. + +[165] Zou tot deze verschijning wellicht _Klas Rugebart_ in betrekking + staan, die in het Lubecksche _Schwerttanzspiel_ voorkomt? Zie + _Zeitschr. für deutsches Altertum_, XX, p. 10. + +[166] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +[167] SCHNELL, l. l., V, p. 59. + +[168] VERNALEKEN, l. l., p. 62. + +[169] TILLE, l. l., p. 49. + +[170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. + +[171] MOGK, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam _Klaubauf_, boven + p. 34. + +[172] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 433. + +[173] L. L. p. 434. + +[174] GRIMM, l. l., II, pp. 781, 782. + +[175] TILLE, l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. + +[176] SCHNELL, l. l., I, p. 62. + +[177] Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde Jacht. Zie + MEYER, l. l., p. 244. + +[178] SCHNELL, l. l., I, p. 63. + +[179] GRIMM, l. l., III, p. 149. + +De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat +het _erwten_stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt +vruchtbaarheidssymbool[180]. Om veel ooft te krijgen worden gedurende +het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden; +gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden[181]; op +Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten +eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen[182]. +In het Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door +de kamerdeur[183]; gedurende de z. g. _Knöpflinsnächte_ (de +Donderdagnachten vóór Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland +volwassenen en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen +den vensterruiten[184]. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde +bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: „In Zug +in Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel +afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als +bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en +gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan +eene _blaas met erwten_[185] was bevestigd”[186]. + +[180] MEYER, l. l., p. 103. + +[181] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 464. + +[182] BARTSCH, l. l., II, p. 233. + +[183] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 453. + +[184] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 424, 425. + +[185] Wij kursiveeren. + +[186] L. L., p. 29. + +Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis +hebben? + +[Decoratieve illustratie] + + + + +V. + +BEL EN ROEDE. + + St. Niklasawen, + denn geit wi nâ baben, + _denn klingelt de klokken_, + denn danzen de poppen. + (MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2). + + +Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas +wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te +voren in het kanton Bern[187]; in Hohenzollern trekken op den vooravond +van het feest, mannen en vrouwen, z. g. _Niclause_, onder ketting- en +belgerinkel door de straten[188]; in het kanton Unterwalden gaat eenige +dagen te voren een als hanstworst gekleed man _Samichlausen-Geiggel_ +genaamd, met bellen van huis tot huis[189]. + +[187] SCHNELL, l. l., I, p. 95. + +[188] SCHNELL, l. l., I, p. 22. + +[189] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het +volgende rijmpje: + + Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man, + Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan, + Geefftemen een beurs _met bellen_[190], + Soo sal ickje niet meer quellen, + So langhe als het God geliefft, + Heb ik Sinte Niclaesje lieff[191]. + +[190] Wij kursiveeren. + +[191] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 73. + +Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker; +daar hoort men: + + Heilige Krist du gôde mann, + trek dîn besten tabbert an[192], + komm veer onse deer, + _klinger ons wat veer_[193]. + +Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van _Klinggeest_[194] en +_Klingjes_[195] draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud kondigt +het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok aan[196]. +Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde gedaante, +waarvan op blz. 35 sprake was—Ruprecht, Clas of anders geheeten—die +met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith (Rijnprovincie) +is Hans Muff van bellen voorzien[197]; in Mecklenburg heet de +Schimmelrijder _Klingklas_[198]; klokjes en belletjes draagt ook +_Aschenklas_[199]. In het Noorden treden de Joelbokken met schelletjes +op[200]. + +[192] Volgens J. A. LEYDIS stelt de tabberd het pallium voor! + +[193] MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2. + +[194] MANNHARDT, l. l., p. 326. + +[195] BARTSCH, l. l., II, p. 224. + +[196] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 446, 453. + +[197] SCHNELL, l. l., I, p. 61. + +[198] BARTSCH, l. l., II, p. 324. + +[199] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 448. + +[200] MEYER, l. l., p. 218. + +Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den _huisgeest_ eigen; +niet van Wôdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit +attribuut; Wôdan is trouwens de _Elfenkönig_ of _Ellenkönig_[201]. Een +_Pück_ (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal[202], diende dertig +volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken, +stal en elders. Tot loon bedong hij: _tunicam de diversis coloribus et +tintinnabulis plenam_[203]. In Schotland huisde eertijds een kobold, die +den naam van _Shellycoat_ droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden +veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn +verwantschap met den lustigen huisgeest[204]. + +[201] VAN DEN GHEYN, l. l., p. 115 vlg. + +[202] Bij GRIMM, l. l., I, pp. 423, 424. + +[203] Een veelkleurig kleed vol bellen. + +[204] GRIMM, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148. + +Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen +zich voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest—_Grüner Georg_, +_Pfingstl_, _Pfigstbutz_, enz.—vertoont een roetgezicht en rinkelt met +eene koeschel[205]. Gedurende de _Rauchnächte_ loopen de Perchteln met +_koeschellen_ en _lange zweepen_ rond; op Kerstavond loopen op vele +plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het +dorp; op Donderdag vóór Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming +hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met +paardenschellen[206]. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid +in verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in +het Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente „das Gras +ausläuten”, d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het +gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met +groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt +men „den Langas (lente) wecken”[207]. + +[205] MANNHARDT, l. l., p. 608. + +[206] MANNHARDT, l. l., pp. 542, 543. + +[207] MANNHARDT, l. l., p. 540. + +Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit[208], „dass Glocke und +Schelle zur ursprünglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehörten und +eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten”. Kon de huisgeest +als _geest_ zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen, +te sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische +τρίζειν—de taal der geesten in het algemeen—bel en klok zijn hem wel +als daemon der vruchtbaarheid eigen. + +[208] L. L., p. 327. + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + + Ein Schatten schleichet um das Haus, + Und horch, welch Kettengeklirre! + Fürwahr das ist Sanct Nicolaus, + Das Ruthen-Männlein von Myra. + (SCHNELL, l. l., I, p. 15). + +Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten, +Ruprecht en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken +uitdeelen, zijn ook gewapend met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men +de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk +is dezer roede van _berkenhout_; in Tirol vindt men de hazelaarsgard, +met welke de Butzemann, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij +op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt[209]. In Zwitserland draagt de +H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een +groene twijg[210]. Hiermee komt de z. g. _Martinsgerte_ overeen, die de +Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter +krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen +alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide. +Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk: + + Kommt der heilig St. Märten (Mirte) + Mit seiner Gerten; + _Soviel Kranewitbeeren, + Soviel Ochsen und Stiere. + Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!_ + Steckt sie hinter den Kühbarn, + So wird auf's Jahr keine Kuh verloren, + Und steckt sie hinter die Stalltür, + Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfür. + +[209] MANNHARDT, l. l., p. 269. + +[210] TILLE, l. l., pp. 130, 131. + +En in Beneden-Oostenrijk: + + Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten; + _Soviel als die Rute Zweige hat, + Soviel soll auch der Bauer Vieh haben._ + Nehmt ihr die Ruten in eure Hand, + Steckt ihr 's wol auf ober der Wand, + Wol hinter das Dach, + Am Sankt Gregoriustag + Treibt das arme Vieh aus, + Durch alle Engeln aus[211]. + +[211] MANNHARDT, l. l., pp. 273, 274; vgl. MEYER, l. l., p. 254. + +Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is +haar elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. Hetzelfde kan gezegd +worden van de zweepen der Perchteln[212] en der boerenknapen, die te +Mähren (Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden +trekken[213]. Zou dus de meening van Tille[214] het ware treffen, +volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door +het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak +hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten +toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den +derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan, +terwijl ze roepen: + + _Frisches Grün! Langes Leben!_ + Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nüsse u. s. w.) geben[215]. + +[212] Zie p. 41. + +[213] VERNALEKEN, l. l., pp. 285, 286. + +[214] L. L., p. 195 et passim. + +[215] MANNHARDT, l. l., p. 265; TILLE, l. l., p. 196. Mannhardt vooral + heeft over dit onderwerp in zijn _Baumkultus_ onder den + titel van: „Der Schlag mit der Lebensrute” eene meesterlijk + gedachte en keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de + daar besproken gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden + samenhangen is eene _zuivere hypothese_, en we geven ze dan + ook slechts als zoodanig. Men vergelijke nog een feestgebruik + der _Lupercalia_, te Rome den 15den Februari gevierd. Naar + den schijn te oordeelen was het slaan met riemen, dat de + _Luperci_ zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden, + eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de + vruchtbaarheid in verband (JORDAN-PRELLER, l. l., p. 390), + zoodat de vrouwen den _Lupercis_ zelfs den weg versperden, om + zich in de vlakke hand te doen treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, + v. 4: + _Nec prodest agili palmas præbere luperco._ + + En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te + bieden. + +De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben _Pfeffertag_, wijl +dan de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de +voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen, +noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens +de meisjes met rozemarijnstengels, al zeggend: + + Da komme ich her getreten + mit meiner frischen Gerten, + mit meinem frischen Mut. + Schmeckt der Pfeffertag gut?[216] + +[216] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 467. + +Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de +afstraffing, door Dr. Brom aan Joës a Leydis met de roede van +Sinterklaas toegediend, een „slag met de levensroede” moge geweest zijn! + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + +En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest +uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat +er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere „mannen van naam en +groote kennis”, die men „helaas ook in ons eigen vaderland” dezelfde +meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter +meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten: + + De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat + sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage + met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het + volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan + door eene menigte van feiten worden gestaafd. + +Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Joës +a Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar +mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en +Faustus den Manicheër! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven, +ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief +worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft—op +zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij +ons schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven +kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van +kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ééne staat vast: +de H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering speelt, +niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne +slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de +oogen van het kristelijke volk. + +Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen +ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als +dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet +geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren _ware_ glorie, ter +bestrijding van _wezenlijke_ dwaalbegrippen het slagzwaard dient te +worden opgevat? + +[Decoratieve illustratie] + + + + +INHOUD. + + + Pagina. + + VOORREDE 3 + + I. HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK 7 + + II. SCHOORSTEEN EN SCHOEN 17 + + III. DE SCHIMMELRIJDER 25 + + IV. VORMVERANDERINGEN 32 + + V. BEL EN ROEDE 39 + + BESLUIT 44 + +[Decoratieve illustratie] + + + + + +-----------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst | + | aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: de Katholieken Fokloristen gevonden, | + | C: de Katholieken Folkloristen gevonden, | + | B: zich dit bijgeoof vooral | + | C: zich dit bijgeloof vooral | + | B: dichste stof der archieven | + | C: dichtste stof der archieven | + | B: speelden dan slecht eene ondergeschikte | + | C: speelden dan slechts eene ondergeschikte | + | B: „Joelfeest daar in Januari | + | C: „Joelfeest” daar in Januari | + | B: [16] JACOR GRIMM, _Deutsche | + | C: [16] JACOB GRIMM, _Deutsche | + | B: kinderen en volwassen op St. | + | C: kinderen en volwassenen op St. | + | B: Rijn: „Neujahrskränzchen) en de | + | C: Rijn: „Neujahrskränzchen”) en de | + | B: II. p. 252); tot dit doeleinde | + | C: II. p. 232); tot dit doeleinde | + | B: [41] L. L., p. 157, | + | C: [41] L. L., p. 157. | + | B: in de Altmark gezonden: | + | C: in de Altmark gezongen: | + | B: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 117. | + | C: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. | + | B: [46] V, REINSBERG-DÜRINGSFELD, | + | C: [46] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, | + | B: zijn overgebleven, Beslister dan | + | C: zijn overgebleven. Beslister dan | + | B: „Mog dan ook het geven | + | C: „Mogt dan ook het geven | + | B: er krachtig toen hebben bijgedragen, | + | C: er krachtig toe hebben bijgedragen, | + | B: Berlin, 1891. Pp, 179, | + | C: Berlin, 1891. Pp. 179, | + | B: [80] REINSBERG-DÜRINGSFELD, | + | C: [80] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, | + | B: seinen Gewährsmann auführt, aber | + | C: seinen Gewährsmann anführt, aber | + | B: _Overblijfselen_, l. l, p. 24 | + | C: _Overblijfselen_, l. l, p. 24. | + | B: [99] BARTSCH, i. l., | + | C: [99] BARTSCH, l. l., | + | B: [109] VERN ALEKEN, l. l., | + | C: [109] VERNALEKEN, l. l., | + | B: Staffordhire noemt men nog | + | C: Staffordshire noemt men nog | + | B: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l, pp. | + | C: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. | + | B: lên mi dîn pêrd”[120] | + | C: lên mi dîn pêrd”[120]. | + | B: [131] EELCO VERWIJS, l. l., p. 77. | + | C: [131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. | + | B: het _Arab-Perz._ nârandj. | + | C: het _Arab.-Perz._ nârandj. | + | B: REINSBERG DÜRINGSFELD, l. l., p. 483. | + | C: REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 483. | + | B: verschijnsel voor, dat attribubuten van | + | C: verschijnsel voor, dat attributen van | + | B: [144] Zie p. 129. Dat de indruk | + | C: [144] Zie p. 23. Dat de indruk | + | B: Sinterklaas _Klaubautag_[152] | + | C: Sinterklaas _Klaubautag_[152]. | + | B: [150] Zie p. 3. | + | C: [150] Zie p. 13. | + | B: [155] KUHN, l. l., p 346. | + | C: [155] KUHN, l. l., p. 346. | + | B: Ruprecht als kwaad aardige elf, | + | C: Ruprecht als kwaadaardige elf, | + | B: [164] KUHN, l. l, p. 345. | + | C: [164] KUHN, l. l., p. 345. | + | B: [170] SCHNELL, l. l, I, p. 21. | + | C: [170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. | + | B: p. 140. | + | C: p. 34. | + | B: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 133. | + | C: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. | + | B: der vensterruiten[184]. Aldus | + | C: den vensterruiten[184]. Aldus | + | B: [186] L. L, p. 29. | + | C: [186] L. L., p. 29. | + | B: daart hoort men: | + | C: daar hoort men: | + | B: op blz. 142 sprake was—Ruprecht, | + | C: op blz. 35 sprake was—Ruprecht, | + | B: in Meckenburg heet de Schimmelrijder | + | C: in Mecklenburg heet de Schimmelrijder | + | B: [201] VAN DEN GHEYN, l. l, | + | C: [201] VAN DEN GHEYN, l. l., | + | B: 265; TILLE, l. l, p. 196. | + | C: 265; TILLE, l. l., p. 196. | + | B: treffen. Vgl. JUV. _Sat._ II, | + | C: treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, | + | B: rozemarijnstengels, al zeggen: | + | C: rozemarijnstengels, al zeggend: | + | | + +-----------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + +***** This file should be named 38211-0.txt or 38211-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/38211-0.zip b/38211-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ea8c22e --- /dev/null +++ b/38211-0.zip diff --git a/38211-8.txt b/38211-8.txt new file mode 100644 index 0000000..48d4f5b --- /dev/null +++ b/38211-8.txt @@ -0,0 +1,2318 @@ + +The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De H. Nikolaas in het folklore + +Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +----------------------------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, | + | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te | + | moderniseren. | + | | + | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het | + | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn | + | hernummerd en verplaatst naar het eind van de alinea met de | + | verwijzing. | + | | + | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als | + | _cursief_. Letters uit het griekse alfabet zijn omgezet en | + | weergeven als [Grieks: woord]. | + | De letter o met macron is als [=o] weergegeven. | + | | + | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn | + | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: | + | MEYER/MEIJER. | + | | + | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de | + | aangebrachte correcties. | + | | + | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit | + | e-boek op http://www.gutenberg.org/ | + | | + +----------------------------------------------------------------+ + + + + + DE H. NIKOLAAS + IN + HET FOLKLORE + + DOOR + + + Dr. JOS. SCHRIJNEN, + + _leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond, + bibliothekaris van het Genootschap "Limburg"._ + + + [Illustratie: Limburgs provinciewapen] + + + ROERMOND, + + J. J. ROMEN EN ZONEN. + + 1898. + + + + +De H. Nicolaas in het Folklore. + + +"Folk-lore," zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm[1], "is op alle gebied de +wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt +tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school! +Folk-lore in alle kunstuitingen!" En zoo is het Folklore in engeren zin, +dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en +gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen, +legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks, +niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die +uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des +tijds. Immers: "men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt +ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna +had vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste +stof en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van _Folk-lore_ +bestempeld heeft, d. i. _volkskunde, volkswetenschap_."[2] Aan hare +verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het +Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver +zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat +van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met +verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen +en bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf--voor +het eerst door Mr. Thoms, Sekretaris der _Camden Society_ in het +Athenumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt--had slechts enkele +tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch +burgerrecht te verschaffen. + +[1] In de _Lettervruchten_ v. h. Taal- en Letterlievend + Studentengenootschap "Met Tijd en Vlijt". Leuven 1892. P. 4. + +[2] P. ALBERDINGK THIJM, l. l., ib. + +Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare +zusterwetenschappen--Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en +Lingustiek--deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als _vergelijkende_ +wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene +reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven +oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen, +zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op +te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene +bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne +oorspronkelijke beteekenis door te dringen. + +Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet +duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr. +G. Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van +Jos a Leydis schuil gaat[3]: "Maar de verschijning van Sint-Nikolaas +als _Bisschop_ pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken +oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden +_overal_ in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons +eigen vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping +niet ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd +toediende: "qui sua tantum mirantur." Op zijn Hollandsch gezegd: die +niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur, +en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat." + +[3] In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem bij + Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: _Sint Nikolaas, + zijn Feest en Gebruiken_. Zie _De Katholiek_, Dl. CXIII, p. 154. + +En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken Folkloristen gevonden, +die beweren in de volksfeestviering van den H. Nikolaas niet-kristelijke +bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit + +1 omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het +feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij +op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, _die +niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te +danken hebben_; en + +2 omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen +verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H. +Nikolaas in verband staat, als van _zuiver_ kristelijken oorsprong te +beschouwen. + +Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering +tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,--vaker door de +overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene _moralis +certitudo_ wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in +den knecht Ruprecht b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan +Marmorinus, den zwarten koning der Agarenirs, en wel zonder gevaar, +_het spoor der orthodoxie bijster te raken_. + +Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig +versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek +van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van _De Katholiek_. +Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het +katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze +gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. "verkerstening" zijn er +aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen +heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd +van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de +behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen, +zonder de eenheid van het geheel te schaden;--en toch is de mogelijkheid +niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met +de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik neem dus de taak +op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met +de woorden: "aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te +brengen". In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal +gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als +_specimina_ dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek +aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in +eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene +verhandeling over de "_Overblijfselen van den Wdankultus in Limburg_", +Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap "Limburg" is gezegd. +Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel +gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te +putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als +bronnen kon aanhalen! + +[Decoratieve illustratie] + + + + +I. + +HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK. + + Sinte Klaas, die goede man, + Die ook alles bakken kan, + Suikergoed en taaie man, + Ja, daar krijg ik ook wat van. + (DR. EELCOO VERWIJS, _Sinterklaas_, 's Gravenhage, + 1863. P. 74.) + + +Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest +van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep +in de waarlijk "onmisbare distinctie," door Dr. Brom in zijn eerste +artikel vastgesteld[4]. Zelfs dan, als de Kerk _wilde_ afschaffen, +gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom +uit te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den +_Indiculus superstitionum et paganiarum_[5] na te gaan, en aldra zal +men tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. _De +incantationibus_[6] (No 12), en _De divinis vel sortilegis_[7] (No 14) +nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het, dat +zich dit bijgeloof vooral aan kristelijke feesten, zoo b. v. Kerstdag +en St. Thomasdag vasthecht;--en aan _deze_ opvattingen en praktijken zal +toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen toeschrijven. Ook +vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit de XVde eeuw, ten +behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone volksklasse, in +het Limburgsche Folklore terug: _Qui exercent supersticiositates cum acu +qua cadaver est consutum_[8]. + +[4] L. L., p. 83. + +[5] Bij MORITZ HEIJNE, _Kleinere altniederdeutsche Denkmler_. + Paderborn, 1877. Pp. 89, 90. + +[6] Over tooverij. + +[7] Over zieners en waarzeggers. + +[8] Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een doodshemd + genaaid is. Bij HERMANN USENER, _Christlicher Festbrauch._ + Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door + mij opgeteekend in mijne studie, getiteld; _De Doode in het + Limburgsche Folklore_, in het Jaarboek van "Limburg". I, p. 192. + +Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten +van den schoen, van volksfantasien als het rijden over de daken, het +werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de +Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar +zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen +al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge +dan met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het +dichtste stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste zou ik het +betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke veroordeeling +van het geloof aan een Sleipnir aan het daglicht te brengen. + +Aan Wdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en +bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op +de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden, +zooals Holda en Perchta, speelden dan slechts eene ondergeschikte rol. +Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband +hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven +vasthouden, ofwel--wat waarschijnlijker is--met Weinhold en +Phannenschmid, door Mogk gevolgd[9], het Germaansche jaar in vieren +indeelen,--het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand +ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde, +begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest +of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel +in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt +het tijdperk der "Twaalf Nachten" genoemd; onze oostelijke naburen +spreken van de _Zwlften_, _Unternchte_, _Rauchnchte_ of _Losstage_. +Volgens sommigen moet men door de _Rauchnchte_ de drie Donderdagen vr +Kerstmis verstaan[10]. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6, +25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord "Joel", afkomstig van +het Oud-Noordsche _jol_ (= _*jul_), hangt waarschijnlijk niet met het +Angel-Saksische _hveol_ = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene +Indo-Germaansche wortel JEKU, en beteekent "scherts", "vroolijkheid", +zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het "jolige" bij +uitstek was[11]. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond +in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1 door het genieten der +offergaven, gedurende dien tijd aan Wdan c. s. en ook aan de zielen der +afgestorvenen gebracht; en 2--reden van oekonomischen aard--door de +twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen, +wanneer deze niet, zooals Tille beweert[12], zelfs de hoofdaanleiding +tot de winterfeestviering gegeven hebben. + +[9] _Grundr. d. Germ. Philol._, her. v. H. PAUL. I, p. 1125. + +[10] WILHELM MANNHARDT, _Der Baumkultus der Germanen und ihrer + Nachbarstmme_. Berlin, 1875. P. 542. + +[11] Vgl. ELARD HUGO MEIJER, _Germanische Mythologie_. Berlin, 1891. + P. 197. + +[12] ALEXANDER TILLE, _Die Geschichte der Deutschen Weihnacht_. + Leipzig, 1893. P. 6 vlg. + +Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest, +het _Giblt_, in Februari, "til grdhrar" voor den wasdom, terwijl het +"Joelfeest" daar in Januari viel, "til rs" voor den oogst[13]. + +[13] MOGK, l. l., p. 1126; MEIJER, l. l., p. 196. + +Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van +dagen in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en +Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat +beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wdan, den god der vruchtbaarheid +golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt +uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de +voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wdan als +voorrijder, door het luchtruim joeg[14], dan krijgen wij een bijna +aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat +zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari +uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen, +welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,--St. +Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30 +November), vooral St. Andreas_nacht_, St. Barbara (4 December), +St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas +(21 December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December), +het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6 +Januari)--veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken +van het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die +alsdan de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun +huidigen toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en +bedenken wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke +overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking, +zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat +het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en +door de volksfantasie, het eene vr, het andere na, aan kristelijke +instellingen en persoonlijkheden vastgehecht. + +[14] _Overblijfselen_, p. 10. + +Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat +hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? "In unserem +Volksglauben", zegt Mogk[15] "sind in algemeinen die Opfer vergessen; +gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach +daran zu erinnern"; en Grimm[16] beschouwt als offerresten vooral "das +reiben der heiligen flamme, laufen durch die brnde, werfen von blumen +in das feuer, _backen und austheilen grosser brote oder kuchen_, und der +reihetanz". Zoo ook v. Reinsberg-Dringsfeld: "Der Weihnachtsschmaus +trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden +waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch blich sind, sowie +die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen +Tieren haben, deutlich bekunden"[17]. Men mag deze meening zijn +toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den +Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste +smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden. + +[15] L. L., I, p. 1125. + +[16] JACOB GRIMM, _Deutsche Mythologie_. Berlin, 1875 (Vierte Ausg. + bes. v. E. H. MEIJER) I. p. 35. + +[17] _Das festliche Jahr der Germanischen Vlker_. Leipzig, 1898. + P. 4. + +Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St. +Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk +althans spreekt van _Martinsschmusen_[18]. In het Freudenthal (Oostenr. +Silezi) krijgen kinderen en volwassenen op St. Maartensvooravond +velerlei geschenken, maar vooral het _Martinshrndl_ mag niet +ontbreken[19]. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de _Andreaskranz_ +gebakken[20]. In Hohenzollern begint men acht dagen vr Sinterklaas +reeds met het bakken van het _Klausenmannle_, een wittebrood in den vorm +van een dansenden man[21]. Met Sinterklaas vergast zich in heel ons land +oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen en benamingen. +Te Seekirch (Wrtemberg) bakt men alsdan lange, dunne koeken, die den +vorm van pyramiden hebben; in het "Oberambt Ehingen" kleine, ronde +suikerbroodjes, z. g. _Cloosen-Weckle_; te Dieburg (Hessen-Nassau) +_Nicolaus-Lebkuchen_; te Leipzig _Pflaumentoffel_, eene eigenaardige +lekkernij[22]. Dan volgt Kerstmis met zijn in het Limburgsche Folklore +eigenaardige Kerstbroodje van Geleen[23], en tweede Kerstdag, waarop de +kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes onthaald worden[24]; +voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel tweerlei brood, het eene +zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de Rijnlanden[25]. Ook zijn +de _Weihnachtsstollen_ bekend. Kerstbrood geldt in Duitschland voor +brandstillend[26]. Tusschen Kerstmis en Nieuwjaar kende men er eertijds +een bijzonder soort brood[27]. Voeg hierbij nog het Nieuwjaarsgebak +("Nieuwjaarsmoppen", aan den Rijn: "Neujahrskrnzchen") en de +smulpartijen op Driekoningendag, die o. a. te Laerz (Mecklenburg) +plaats vinden[28], en ge zult tot het besluit komen, dat de gastronomen +gedurende het Joeltijdperk geen reden tot klagen hebben. Bovengemelde +meening omtrent deze gerechten wordt dan ook, bepaaldelijk voor de +Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den inzender van No 1178b der +aangehaalde Bartsch'sche verzameling[29]: "Die gegen Weihnachten +gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen, Has=Poppen, welche nach +jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und deren Heerde darstellen +sollen, _unsprnglieh aber Opfergaben gewesen sein mgen, die am +Julfeste dargebracht wurden_ (Beyer in den Mekl. Jahrb. XX, 150), werden +von manchen Bckern mit Saffran bestrichen und heissen darum auch: +Saffran=Pppings". Ook Meyer is deze zienswijze toegedaan[30], met het +oog vooral op het volgende: Buiten den wolf (en den raaf)[31] zijn Wdan +vooral de bok en de ever heilig; deze dieren vooral werden als _symbolen +der vruchtbaarheid_ in den Joeltijd aan Wdan den windgod, den god der +vruchtbaarheid geofferd. "Veel wind, veel ooft," zegt een spreekwoord; +wind schenkt vruchtbaarheid en doet het koorn, rijpen[32]. Vandaar 1 +dat Wdan als god der vruchtbaarheid vooral dan vereerd werd, als de +winden heviger loeiden dan ooit. Het Joelfeest werd dan ook niet ter +eere van den zonnegod, maar van den god der vruchtbaarheid gevierd[33]; +en 2 dat om redenen van oekonomischen aard dit feest bij de Germaansche +plattelandbewoners als het hoogste gold. Nu bakt men gedurende het +_heele Joeltijdperk_, niet slechts met Sinterklaas, niet alleen koeken +in den vorm van menschen en paarden, maar vooral van bokken en varkens. +Ook met Kerstmis stellen in Mecklenburg de z. g. _Kinjes-Poppen_ meestal +varkens voor[34]. In Zwaben bakt men met Kerstmis _Springerle_, d. i. +koeken in allerhande soorten van diervormen. Dan ook wordt in het +Noorden de _Julgalt_ gebakken en onder het zaadkoren gemengd; dit gebak +heeft den boks- of zwijnsvorm. Op Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger +een _Hrnstter_ onder het vor[35]. Ook in het Odenwald mengt men z. g. +_Julkuchen_ onder het zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te +worden vermeld, dat de boksvorm hier met een hamer versierd is[36]. Dit +mocht ons onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer +een hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wdan, maar aan +Donar toegeschreven, die volgens Saxo Grammaticus door een slag van +zijn hamer den bliksem deed geboren worden[37]. Waarschijnlijk hebben +wij hier te doen met No 26 van den _Indiculus superstitionum_:[38] _De +simulacro de consparsa farina_[39]. Ook anderszins nog wordt zulk een +_simulacrum_ vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid +overtrokken blok, _Julbucken_ genoemd; en in Silezi snijdt men schapen +en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met +konijnsvel[40]. + +[18] L. L., I, p. 1127. + +[19] THEODOR VERNALEKEN, _Mythen und Bruche des Volken in + Oesterreich_. Wien, 1859. P. 62. + +[20] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l.l., p. 420. + +[21] DR. EUGEN SCHNELL, _Sanct Nicolaus, der heilige Bischof und + Kinderfreund_. Brnn, 1886. I. p. 17. + +[22] SCHNELL, l. l., I, pp. 46, 51, 62. + +[23] RUSSEL, _De heerlijkheid Geleen_, p. 73. + +[24] H. WELTERS, _Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in + Limburg_. Venloo, 1877. P. 12. + +[25] TILLE, l. l., p. 47. + +[26] MEIJER, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den 24sten + December _Vulbuuksabend_ genoemd. Zie V. REINSBERG-DRINGSFELD, + l.l., p. 464. + +[27] TILLE, l. l., ib. + +[28] KARL BARTSCH, _Sagen, Mrchen und Gebruche aus Meklenburg_. + Wien, 1879. II, p. 250. + +[29] II, p. 227. + +[30] L. L., pp. 215, 218. + +[31] _Overblijfselen_, p. 15. + +[32] _Overblijfselen_, p. 22. + +[33] MOGK, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet men + in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (BARTSCH, + l.l., II. p. 232); tot dit doeleinde worden in Engeland de + boomen dien nacht met stokken geslagen (MANNHARDT, l. l., p. + 279). "Is er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel + vruchten dragen," zegt men in Limburg; zoo ook: "Sneeuw in den + Kerstnacht geeft een goeden hopoogst." En in Mecklenburg: "Als + in de _Zwlften_ de boomen zich bukken, komt er veel ooft." + (BARTSCH, l. l., II, p. 250). + +[34] BARTSCH, l. l., II, p. 227. + +[35] BARTSCH, l. l., II, p. 241. + +[36] MEIJER, l. l., pp. 101, 103, 215, 211. + +[37] GRIMM, l. l., II, pp. 835, 1021. Daar de geloofsverkondigers de + afgoden als duivels voorstelden (_Overblijfselen_, pp. 5, 6, + 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van Donar, zoo b. v. in de + verwensching: "Dass dch der Hammer schlage!" De hamer is ook + het symbool der macht en vernieling. + +[38] HEIJNE, l. l., p. 90. + +[39] Over den vorm van koekdeeg. + +[40] SCHNELL, l. l., I, p. 65. + +De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr. +Brom het zoo juist uitdrukt, "gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven +wordt"[41]. + +[41] L. L., p. 157. + +Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie +Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen +Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer +zij onthaald; ook in de noordelijke provincin is dit gebruik niet +heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens +blijkt[42]. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg[43], in de +Altmark[44] en in Oostenrijksch Silezi[45]; daar geeft men alsdan ook +aan volwassenen allerlei soort van geschenken. Op sommige plaatsen is +St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de +tweede plaats, zoo b. v. te Dsseldorf in Erfurt[46], waar men als te +Venloo, te Utrecht[47] en voorheen in Oostfriesland[48] met lantaarns en +lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te +IJperen, in heel het kanton Aalst[49] en voorheen te Augsburg[50]. Over +de roede van St. Martinus in een volgend hoofdstuk. In Engeland is St. +Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest[51]. + +[42] _Martinus, Bisschop der Gallirs_, in zijne _Tilburgsche + Avondstonden_. Amsterdam, 1850. Zie ook V. + REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 406. + +[43] BARTSCH, II, p. 222. + +[44] ADALBERT KUHN, _Mrkische Sagen und Mrchen_. Berlin, 1843. + P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een + St. Maartenslied mee, in de Altmark gezongen: + + Mrtiin Mrtiins Vaegelken + Mett siin verglt Snaevelken! + Geft us watt un lat us gan, + Datt wii ht noch wiier kamn; enz. + +[45] VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. + +[46] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 406, 408. + +[47] SCHOTEL, l. l., p. 55. + +[48] SCHNELL, l. l., I, p. 36. + +[49] BROM, l. l., p. 156. + +[50] TILLE, l. l., p. 28. + +[51] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 412, 414, 420. + +Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster +van Sinterklaas[52]. De gebruiken van 6 December zijn overbekend; +in ons land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in +Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en +lekkers voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in +de Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz[53]. In Tirol speelt Lucia +voor de meisjes de rol van Sinterklaas[54]. + +[52] BROM, l. l., ib. + +[53] SCHNELL, l. l., I., pp. 22, 73, 78. + +[54] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 434. + +Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en +eenige gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons +Sinterklaasfeest slacht; een verdienstelijk historisch overzicht +der _Weihnachtsbescherung_ is door Tille geleverd[55]. In de +Provincie Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep +"heio" te Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te +Echt gebeurt dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op +Nieuwjaarsdag[56]. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari +appelen, noten en peperkoek[57]. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op +verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de +kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk[58]. + +[55] L. L. pp. 189-219. + +[56] WELTERS, l. l., pp. 12, 13. + +[57] BARTSCH, l. l., p. 234. + +[58] Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk vallen, + zoo b. v. het "rijden" der Engelen op Palmzondag, staan + waarschijnlijk met het Lentefeest in verband. + +Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in +enge verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding, +die door het verband tusschen "wind" en "vruchtbaarheid" in een helder +daglicht treedt[59], en in de synonimie der termen "rijden" en "ten +geschenke geven" hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook +het in den grond der zaak nvormige geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des voorrijders der Wilde +Jacht, des "gevers der goede gaven", mag gescheiden worden. Iets meer +dan de bloote namen van _Joel_tijd, _Joel_gebak, _Joel_bok, _Joel_knots, +_Joel_stroo, _Joel_licht, _Joel_blok, enz. moet van het vrkristelijke +vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven. Beslister dan ooit blijf +ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne _Overblijfselen_ +neerschreef[60]: "Mogt dan ook het geven van geschenken op +Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van +den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op +Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden +invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend". + +[59] Zie pp. 12, 13. + +[60] P. 28. + +Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig toe hebben bijgedragen, +het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans bezit. In bijna +alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen: het Kristelijke, +het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en zoo zal Rome's +invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder uitwerking +gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze voorouders +in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet[61]; in navolging der +Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende dagen der +week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut in het +Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht der +_bivia_ en _trivia_ op onzen bodem overgeplant[62]. Met alle reden +mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is +bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus "der dritte im Bunde", wien +ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende +geschenken vereerden[63]. + +[61] E. SIEVERS, _Grundr. d. Germ. Philol._, I, p. 246. + +[62] _De Doode_, enz., l. l., I, p. 191. + +[63] JORDAN-PRELLER, _Rmische Mythologie_. Berlin, 1891. Pp. 179, + 180. Vgl. Ov., _Fast._, I, 71 vlg. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +II. + +SCHOORSTEEN EN SCHOEN. + + Sint Niklaas, dou goede bloed! + Geefme een zakje vol suikergoed: + Niet te veel en niet te min. + Smijt het maar tot de schoorsteen in. + + (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74). + + +Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, "rijdt" door den schoorsteen. Niet +alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens +gaven niet altijd even begeerenswaardig. + +Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman +in den Harz den voorrijder het bekende "hoho" achterna. Daar valt +plotseling een zwarte klomp _door den schoorsteen_, dat de vonken er van +opstuiven[64]. + +[64] GRIMM, l. l., II, p. 774. + +In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen +de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te +openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de +Jager een zijner honden achter, die _door den schoorsteen_ op den haard +viel[65]. + +[65] BARTSCH, l. l., I, p. 17. + +Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud[66], evenals +zijne gemalin Frija, onder de benaming van _Fru Gor_[67]. + +[66] GRIMM, l. l., II, p. 770 vlg.; _Overblijfselen_, pp. 27, 28; + DR. L. KNAPPERT, _Folklore_. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.; + VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van + woudgeesten: MANNHARDT, l. l., pp. 142, 152. + +[67] BARTSCH, l. l., II, pp. 242, 243. + +Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld +en de gewone stervelingen,--de ruime, ouderwetsche schoorsteen, +zooals die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan +wonder, dat hij eene groote rol in de tooverwereld speelt? Dat men op +Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk +bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te +doorgronden[68]? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden +opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den +haard, het middelpunt des huisgezins, af[69]. + +[68] BARTSCH, l. l., p. 237. + +[69] Niet slechts door den schoorsteen, ook door het _sleutelgat_ + komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in + Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen + te worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen. + (BARTSCH, l. l., II, p. 103). + +Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan "den +overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den +overwinnaar van Diana" bij diens komst door den schoorsteen, een groote +geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef..... + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + + Heiliger Sanct Nicolaus + Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus, + Leg uns doch was schnes ein, + Wir woll'n recht fromm und fleissig sein, + +zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden +onze Nederlandsche _spes patri_. Onder den schoorsteen wordt de +_schoen_ gezet: "een schoen bij iemand zetten" is synoniem van "iemand +iets afbedelen". Nu bestond er in Itali aan de hoven van sommige +vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen +beteekent, _Zopata_ genoemd[70]. Dat ons dit gebruik uit Spanje is +overgewaaid, acht SCHNELL bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook +ons geschenk dien naam dragen[71]. Daarenboven is Spanje een dier +landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair +was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid +geene nadere verhouding van Nederland tot Spanje kan doen gelden; den +schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en +eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn. + +[70] BRANDT bij EELCOO VERWIJS, l. l., p. 19. + +[71] L. L., V, p. 42. + +Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al +kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk +nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Itali? Hij "zal wel +op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden", zegt Eelcoo +Verwijs[72]; de reden, dat nl. bedoelde maagden "bij het ontwaken +telkens den schat onder hare kleederen, _als 't ware_[73] in de +schoenen, vonden", komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is +in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te +Salzburg[74], in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar[75]. + +[72] L. L., p. 19. + +[73] Wij kursiveeren. + +[74] SCHNELL, l. l., p. 10. + +[75] SCHNELL, l. l., III, p. 60. + +De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore. +Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wdan, vult schoenen en +laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche +verhaal[76] zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas +geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd +te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met +goud voor[77]. + +[76] L. L., II, pp. 770 vlg. + +[77] _Overblijfselen_, p. 28. + +Legt in Mecklenburg de bruid vr de huwelijksplechtigheid in elken +schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een +slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts +ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt, +wordt niet door den hond aangeblaft[78]. Op Kerst- en Silvesteravond +werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen +of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is +weggelegd[79]. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen +zeer veel voor[80]. + +[78] BARTSCH, l. l., II, 61, 349, 449. + +[79] VERNALEKEN, l. l., pp. 349, 350; BARTSCH, l. l., 236. + +[80] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 438. + +Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats _om +het voeder te bevatten "voor Sinterklaas zijn paard"_. In heel Limburg +en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provincin wordt haver +en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie, +Tirol en Vorarlberg[81]. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen +van Duitschland en Skandinavi heerschende oogstgebruik, eenige halmen +op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, _"voor +W[=o]dan en zijn paard"_, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld +Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer +aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden +schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende +der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het +tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele, +overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den +god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een +offer van hooi, dat immers reeds in de Edda "Sleipnis verdr"[82] genoemd +wordt[83]. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in +een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld. + +[81] SCHNELL, l. l., p. 60. + +[82] Sleipnir's spijs. + +[83] _Overblijfselen_, l. l., p. 24. + +Maar laten we eenige feiten aangeven. + +In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op +den akker eene gave "fr Odens pferde" achterlieten[84]; in Beieren, +in den omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den _Waudlgaul_ +bestemd; daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de +_Waudlhunde_, die den derden nacht komen en de gaven verslinden[85]. +Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons +het best en volledigst door Bartsch[86] meegedeeld, reden, waarom wij +het stuk hier in zijn geheel laten volgen: + +[84] GRIMM, l. l., I, p. 128. + +[85] Overblijfselen, l. l., p. 24. + +[86] L. L. l. l., pp. 307, 308. + +"Frher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmhen des +Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich +dem Wode. Das lteste Zeugniss fr diesen merkwrdigen Gebrauch enthlt +der ausfhrliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem +Ende des 16. Jahrhunderts. ""Im Heidendome,"" erzhlt derselbe, ""hebben +tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen, +denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins +ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan +laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschrtet +unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Hde vom Koppe +genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche +upgerichtet, unde hebben den Wodendvel dremal semplick lud averall also +angeropen unde gebeden: + + Wode, + Hale dinem Rosse nu Voder, + Nu Distel und Dorn, + Thom andren Jhar beter Korn! + +Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch +an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlden solcher +avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne +gespret wert"". + +Diese Erzhlung wird vollkommen besttigt durch einen gleichzeitigen +Bericht ber den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider +nur ein Bruchstck im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es +""Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem +letzten Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stcke +Ackers ein klein Pltzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben +an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan +das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen +beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts +gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut: + + Ho Wode, Ho Wode, du goder, + Hale dinem Rosse nu voder, + Hale nu Disteln und Dorn, + Thom andern Jar beter Korn!"" + +Eben dieses Gebrauches erwhnt auch der Prpositus Frank zu Sternberg +in der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus +Gryse als seinen Gewhrsmann anfhrt, aber zugleich versichert, dass +er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer +Jugend erinnert htten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so +an: + + Wode, Wode, + Hahl dinem Rosse nu Voder, + Nu Distel und Dorn, + Aechter Jahr bter Korn! + +Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser +Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag +unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nmlich sind die +angefhrten Verse in den Drfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn +auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte, +am Ende des Feldes einen Bschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn +auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet." + +In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst +wordt[87]; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een +rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden: + + "Wld, Wld, Wld[88]!" + +[87] GRIMM, l. l., I, p. 128. + +[88] _Overblijfselen_, l. l, p. 24. + +Ook Wdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712 +verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder +het roepen van: "Fru Gaue, haltet (_of_ halet) ju fauer[89]!" Te +Kerstlingerode, in het Gttingsche, laat men den laatsten armvol aren +ongemaaid staan "vor Fru Holle[90]"; in den omtrek van het voormalige +klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van _Vergodendeelstruss_. +Sommigen verklaren dit woord als "vergelding voor zwaren arbeid", +anderen, met Kuhn[91], als "Fr Goden Deel Struuss". In deze laatste +schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische +beteekenis boven gesproken is[92]. + +[89] Neem uw vor in ontvangst (_of_ haal uw vor). Zie MEIJER, + l. l., p. 291. + +[90] KNAPPERT, l. l., p. 173. + +[91] L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik + MANNHARDT, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; GRIMM, l. l., I, + p. 209. + +[92] Zie p. 12. + +Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan "damit", +zooals men zeide, "de Waur Futter fr sin Pferd finde". Vergelijken wij +nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: "Sankt Martin muss noch ein +Heu fr sein Rssl finden[93]". De synonimie springt in het oog, schoon +het in deze laatste uitdrukking niet _Waur_, noch Sinterklaas, maar St. +Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest +en de Sinterklaasviering uit. Te Mggelsheim (Altmark) gelooven de +kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi +voor de huisdeur[94]. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij +Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de +schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee +de zegen van 's nabuurs vee over[95]. In Oostenrijksch Silezi wordt op +Kerstavond het vee met weit en erwten gevoerd[96]; ook in Mecklenburg +werd dien nacht eertijds _Haferloses_ (losse haver) als veevoeder op +tafel gelegd[97]. Eindelijk, bij het haver _zaaien_ laten de boeren op +den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het +paard van koning Abel[98]. + +[93] TILLE, l. l., p. 23. + +[94] KUHN, l. l., pp. 345, 346. + +[95] BARTSCH, l. l., II, p. 233. + +[96] MANNHARDT, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der + vruchtbaarheid in een volgend hoofdstuk. + +[97] BARTSCH, l. l., II, p. 227. + +[98] MEIJER, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel tot de + Wilde Jacht in het volgende hoofdstuk. + +Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken +uit het feit, dat te Plitz (Mecklenburg) het nabootsen van een +schimmel door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op +Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is[99]; dat +het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den +z. g. _Roggenbr_[100]; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna +algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen +denken aan de _simulacra de pannis facta_[101], en aan het _simulacrun +quod per campos portant_[102], resp. No 27 en 28 van den _Indiculus +superstitionum_[103]. + +[99] BARTSCH, l. l., II, p. 306. + +[100] MEIJER, l. l., p. 102; MANNHARDT, l. l., p. 421. + +[101] Poppen uit lompen. + +[102] Pop, die men door het veld draagt. + +[103] HEIJNE, l. l., p. 90. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +III. + +DE SCHIMMELRIJDER.[104] + +[104] Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (SCHNELL, l. l., + II, p. 60). + + Sinter Klaas, die goede heer, + Hij komt alle jaren weer, + Met zijn paardje voor den wagen, + Daar komt Sinte Klaas aan jagen. + (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74). + + +Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter +op het hoofd[105], een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders +geslagen[106], die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden +hangt,--zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra +voor. + +[105] Sinterclaes bisschop, + Settie _hooghe mutse_ op! + (Amsterdam.) + +[106] Sinterkls Gods (good?) heilig man, + Trek dnen besten _tabberd_ aan. + (Venloo.) + + Sint Niklaes, o heilige man, + Met uw _gespikkelden talfaerd_ aen. + (Oost-Vlaanderen.) + +Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den +breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans _Gngnir_ +in de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld, +waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op +zijn trouwen schimmel _Sleipnir_,--ziedaar het portret van Wdan-Odhin, +ons in de hoofdtrekken door Saxo Grammaticus geteekend. + +Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den +Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.--Volkomen +juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de +Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer +zulke overeenkomst zich in meer dan n opzicht vertoont, en vooral, +wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts +op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van +bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die des +Wilden Jagers, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat +goede wil, laat ik zeggen _esprit de systme_ vereischt wordt, om +de volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde +legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan +ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over +te hellen? Ter zake dus. + +Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en +huilende windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn Sleipnir +door de lucht, door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet +vormt het Wdansheer of de z. g. "Wilde Jacht", die nog heden bij alle +Germaansche stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op +verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In +den Eiffel heet deze Jacht het _Wudes-_ of _Wodesheer_; in Zwaben het +_Wutes-_ of _Mutesheer_; in den Elzas het _Wtenheer_ (men vergete niet, +dat de naam _Wdan_ van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het +Oud-Hoogduitsche _wuot_, wat "woede" en "verstand" beteekent); in Zweden +het _Odens hr_. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: "Oden far +frbi"[107]. + +[107] Odhin vaart voorbij. + +De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den +naam van _Wode_, _Jaue_, _Goi_ of _Joe_, in Mecklenburg _Waur_, in +Beieren _Wotn_, _Wutan_, _Wut_ of _Wode_[108]. In Zwaben worden hem, +buiten de algemeene betiteling van _Schimmelreiter_, dezelfde bijnamen +gegeven, waarmee men eertijds Wdan placht aan te duiden: _Breithut_, +_Langhut_, _Schlapphut_. In Oostenrijk is hij in een langen mantel +gehuld en draagt een hoed met breeden rand[109]. Het zou echter eene +dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wdan het monopolie, den +bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel +Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens +het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd, +door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam +Hackelberg[110], uit _hackel brend_ "mantel dragend" verbasterd. +Het Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van +"Hnske met de hond"[111]. In Hessen is het de _Schnellertsgeist_[112]. +Veelal ook zijn het _historische persoonlijkheden_: In den Harz en +in de Lausnitz _Dietrich von Bern_ (Theodorik de Groote) ook wel +_Berndietrich_ genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam +van _Banadietrich_[113]; te Eisleben _Eckhart_[114]; in Engeland +koning Artur, in Skandinavi koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel. +Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den +Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de +XVIIde eeuw rijdt Charlemagne aan de spits van het geestenheer, terwijl +Roland het vaandel draagt[115]. + +[108] MEYER, l. l., pp. 236, 237. + +[109] VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47. + +[110] KUHN, l. l., pp. 19, 25, 101, 187. + +[111] _Overblijfselen_, l. l., p. 12. + +[112] J. W. WOLF, _Hessische Sagen_. Gttingen-Leipzig, 1853. P. 21. + +[113] VERNALEKEN, l. l., p. 41. + +[114] "Der treue Eckhart" of "Eckhart mit dem weissen Stab". GRIMM, + l. l., II, pp. 779, 780. + +[115] GRIMM, l. l., II, pp. 779-788. + +Ook andere _Heiligen_, ja ook _Engelen_ deelen deze eer met den H. +Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabril; in +Staffordshire noemt men nog heden de Wilde Jacht "Gabriel Hounds", en te +Lembeck in Westfalen "de Engelske Jagd", d. i. de Jacht des Engels[116]. +Zoo ook St. Hubertus, "la chasse St. Hubert" (door ontleening); zoo +vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de gewone ikonografische +voorstelling van dezen Heilige die, te paard gezeten, zijn mantel +in tween deelt; maar de volksvoorstelling van Sint Maarten (Limb.: +_Sintermerte_), van _Junker Marten_, volgens welke deze, door zijn +knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde Jacht op Sint +Maartensavond draagt in Duitschland den naam van _Martinsgestmpf_[117]. + +[116] MANNHARDT, l. l., p. 251. + +[117] MEYER, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit als +voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele voorstellingen, +zooals die, bedoeld door Prof. V. D. VLIET, _Tweemaandelijksch +Tijdschrift_, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten de zaak in alle +geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen dezen Heilige en +Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald _niet_ worden afgeleid uit +het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers was. (Zie b. v. +SIMROCK, _Rheinsagen_. Bonn, 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. 22, 23, +56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan te danken hebben +aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de echtheid van dit en +soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld. + +De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche +bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche +bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, _legio_. +Veeleer was de schimmel van Wdan na de overwinning van het Kristendom +in de IXde en Xde eeuw, toen het _werkelijk_ geloof aan een Wdan was +verloren gegaan, eene _res derelicta primi occupantis_, nog slechts +bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich +nog hier of daar in het Folklore vertoont[118], maar welke het niet +moeielijk viel voor edeler, meer reele figuren te doen wijken. Op +dien schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het +hoog hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige +geschiedenis of sage hadden gespeeld--Heiligen, koningen, legerhoofden +en anderen--eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wdan's Sleipnir ook +"als _substratum_ gediend voor de vereering van Sint Nicolaas"[119]. + +[118] Zie p. 26. + +[119] BROM, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de belangrijke + studie van den Bollandist J. VAN DEN GHEYN, getiteld: _Le + Personnage d'Arlequin_, in zijne _Essais de Mythologie et de + Philologie compare_. Bruxelles-Paris, 1885. Pp. 107-131. + +Nog eene opmerking. Niet slechts _dat er sprake is_ van het paard des +Heiligen; aan dit paard wordt als het ware _een zekere kultus gebracht_, +die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang, +dien Sleipnir in de vereering der oude Germanen bekleedde: _daar_ +had die vereering ook beteekenis, wijl Wdan met zijn paard, beiden +verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden. +Beiden werden in n adem genoemd; "Oden und sein Pferd", "Wdan und +sein Pferd" is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen, +zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede, +die in het Lubecksche z. g. _Schwerttanzspiel_ (stedelijke en landelijke +tooneelvertooning) _Starkader_ in den mond wordt gelegd: "Heilige Wode, +n ln mi dn prd"[120]. + +[120] _Zeitschr. fr deutsches Altertum_, XX, p. 13. De + _Schwerttanzspiele_ waren van de XVde tot XVIIde eeuw over + heel Duitschland verspreid. + +Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige +wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in +het moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig +en zwart[121]. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten +op[122]. + +[121] VERNALEKEN, l. l., pp. 34, 35, 50. + +[122] VERNALEKEN, l. l., p. 83. + +Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre +tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te +laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond[123]; aldus ook Wdan en +de Wilde Jager[124]. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een +hoefindruk achter, evenals de schimmel van _Karel Quinte_, als deze uit +den _Gudinsberg_ (_Wuodenesberg_) komt[125]. Van een Sinterklaas_wagen_ +spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore[126]; van een +wagen bedienen zich ook de Wilde Jager[127], St. Thomas en het +Kerstkind[128]. De Wdanswagen is genoegzaam bekend[129]. + +[123] _Overblijfselen_, l. l., p. 14. + +[124] VERNALEKEN, l. l., p. 46. + +[125] MEYER, l. l., p. 242. + +[126] VERNALEKEN, l. l., p. 286. + +[127] VERNALEKEN, l. l., p. 55. + +[128] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 436, 453. + +[129] _Overblijfselen_, l. l., pp. 18, 19. + +Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend, +evenals Wdan, die den bijnaam draagt van _vegtamr_ "aan verre tochten +gewend". Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en +zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk +schijnt voorheen _Engeland_, de _Insula pomorum_[130], geweest te +zijn[131]; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal _Spanje_, dan ook +_Cond_: + + Drie appelkens van _Cond_ + Breng mijn broerkens ook wat mee. + (West-Vlaanderen). + + Om appelkens van _Cond_ + Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee. + (Oost-Vlaanderen)[132]. + +[130] Het Appeleneiland. + +[131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. + +[132] Ons "appeltjes van Oranje" is aan het Fransch ontleend. Bij + KILIAEN vindt men "aranienappel", vgl. het _Ital._ arancio uit + het _Arab.-Perz._ nrandj. + +Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar _Picardi_: + + Gank t rije, + No 't lendje van _Picardi_[133]. + +[133] MEYER, l. l., p. 256. + +Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is[134] zal het niemand +verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van _Ebermann_ +draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den "gever van goed +geluk", en deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De +Schimmelrijder verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer +verschillende persoonlijkheden, waarover in het volgende hoofdstuk, en +op verschillende dagen. In Silezi is het met St. Maarten, te Kranowitz +en Ratibor met _St. Nikel_[135], te Osnabrck o. a. met Kerstmis en +Nieuwjaar: de schimmel heet dan de "Spaansche hengst"[136]. Zoo ook +in Mecklenburg[137]; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op +Kerstavond[138], evenals in Engeland. Zou het volgende nog op een +samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? "Auf der +Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf +weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine +schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus". (BARTSCH, l. l., +I, p. 16). + +[134] Zie p. 12. + +[135] SCHNELL, l. l., I, pp. 65, 66. + +[136] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 448. + +[137] BARTSCH, l. l., II, pp. 224, 233, 234. + +[138] SCHNELL, l. l., I, p. 50. + +[Decoratieve illustratie] + + + + +IV. + +VORMVERANDERINGEN. + + Wie stout is of boos, + Sint Niklaas hoort alles, + Hij luistert altoos! + Hem kan men niet foppen, + Geloof mij oprecht, + Wat hij niet gezien heeft, + Vertelt hem zijn knecht. + (Uit SCHENKMAN'S prentenboek). + + +Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal +eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen +vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de +gevolgtrekking juist was. + +Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore +verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk: + +I. VAN HEIDENSCHEN OORSPRONG. + +1 _Wdan_, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid. + +2 _Hruodperaht_, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal +onder den naam van Ruprecht verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde +Jacht--gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel--en is, +evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig +en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem. + +3 _Perchta_ of _Bertha_[139], eene godin, die in karakter het meest met +de godin Holda[140] overeenkomt. Als "die wilde Bertha" vaart zij door +de lucht, en verleent vruchtbaarheid aan de akkers[141]. Haar heilig +was de _Perchtenabend_, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen, +witten sluier is zij gehuld[142]. Nog heden laat men in Tirol eten voor +haar staan. + +[139] Zie p. 8. + +[140] Zie over deze godin KNAPPERT, l. l., pp. 123 vlg. + +[141] MOGK, l. l., pp. 1107, 1108. + +[142] Van haar en Holda stammen onze "Witte Juffers". Somtijds + vertoont zij zich echter, onder den vorm van _Berchtel_, + in zwarte lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. V. + REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 483. + +II. VAN KRISTELIJKEN OORSPRONG. + +1 De _H. Nikolaas_, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van +Myra. + +2 De _H. Martinus_, bisschop van Tours, volksheilige. + +3 Het _Kerstkind_, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt. + +4 De _H. Driekoningen_, die hunne offergaven aan de kribbe des +Verlossers nederlegden. + +5 De _H. Lucia_, Maagd en Martelares. + +Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat attributen van +heidensche figuren op kristelijke zijn overgegaan, maar ook, dat +kristelijke dragers derzelfde attributen, volgens plaatselijke +omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen; en eindelijk, dat +men, door onderlinge ontleening van verschillende Folkloristische +_centra_, personen, namen en attributen op de meest grillige wijze +heeft gekombineerd. + +1 Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door +de lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij +_Junker Marten_[143]. In Zwaben noemt men hem _Pelzmrte_, vroeger +in Beieren _Pelzmartle_. Deze samenstellingen met _Pelz-_ zijn niet +zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene +vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid +heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den +Joelbok.-- + +[143] Zie p. 27. + +Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard[144]. In gezelschap van +St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals +blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682[145]. In het +Freudenthal (Oostenr. Silezi) brengt hij op een schimmel gezeten +allerlei geschenken aan grooten en kleinen[146]. In de Rijnprovincie, +IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas[147]. + +[144] Zie p. 23. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou zijn + blijven staan, evenals die van den hoef van het Wdanros, zooals + MEYER, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. WOLF toch + spreekt t. a. p. (_Niederlndische Sagen_. Leipzig, 1843. P. + 435) uitdrukkelijk van "Martin, ein Sohn des Grafen von Namur, + der siebente Bischof von Tongern". + +[145] BARTSCH, l. l., II, p. 222. + +[146] Zie p. 11. + +[147] Zie p. 14. + +2 Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een +eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als +bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een +pelsmantel gehuld[148]. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor +den _Nikelmann_; ieder jaar haalt deze zich een offer[149]. Dergelijke +sombere eigenschappen dankt de Heilige f aan Ruprecht, in diens +hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, f aan het feit, dat Wdan +vaak met den duivel op ne lijn werd gesteld[150]. Duidelijk blijken +althans zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton +Wallis, volgens welke hij--evenals de berggeesten--uit de rotsspelonken +te voorschijn komt[151]. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem +_Pelznikel_ (ook wel _Nikel_ of _St. Nikel_). In Tirol heet de vooravond +van Sinterklaas _Klaubautag_[152]. + +[148] BROM, l. l., p. 155. + +[149] SCHNELL, l. l., I, p. 29. + +[150] Zie p. 13. + +[151] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +[152] = _Klaubauftag_. _Klaubauf_ is de naam van den kobold. + +3 In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel[153], evenals +Father Christmas in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel +vindt voor zijn paard[154]. In het graafschap Rupin verschijnt een +naamlooze ruiter op een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede +figuur een grooten zak draagt, en de _Christmann_ of _Christpuppe_ +heet[155]. + +[153] MEYER, l. l., p. 257. + +[154] POL DE MONT, _Dietsche Warande_, X, 1, 1897. P. 30. + +[155] KUHN, l. l., p. 346. + +4 Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van +het Kerstkind voorzien, treedt _Hruodparaht_ op, f zelfstandig, f +aan n van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de +Rijnprovincie _Hans Muff_, in den Elzas _Hans Trapp_, anders elders. +De benaming _Ruprecht_ heeft als wisselvorm _Rupel_[156]; ook de Wilde +Jager heet Ruprecht[157]. Op den _Hutberg_ bij Herrnhut huizen twee +Wilde Jagers: _Ulrich Ruprecht_ en _Bernhard Dietrich_[158]. Het +uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt +Ruprecht als kwaadaardige elf, dan is hij trouw gewapend met zak en +roedachtig dan is zijn gezicht zwart _van het roet_. Ook de zak op +zijn rug is een roetzak: _Schmutzbartel_ heet hij om zijn roetachtig +uitzicht. Ook de _Perchteln_ d. i. vermomde gestalten, die op +_Perchtenabend_[159] rondloopen, de _Pfingstlmmel_ in het Ansbachsche, +de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een +roetig gezicht[160]. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is "keineswegs +bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwrzung] mir in roher Weise +ausdrcken zu wollen, dass der dargestellte Dmon[161] ein nicht +sichtbares, fr menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein +Schatten, ein Gespenst sei"[162]. + +[156] GRIMM, l. l., I, p. 417. + +[157] MEYER, l. l., p. 237. + +[158] MEYER, l. l., p. 242. + +[159] Zie p. 33. + +[160] MANNHARDT, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548. + +[161] Als het Grieksche [Grieks: daimn], half goddelijk, half + menschelijk wezen, op te vatten. + +[162] L. L. p. 322. + +In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en +erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd +ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark _der hele Christ_, _Ruprecht_ +of _Hans Ruprecht_; in Mecklenburg _der ru Clas_ of _Ruklas_ in de +Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland _Clas_, _Glas Bur_, of +_Buller Clas_. In Beieren kent men een goeden en kwaden _Klas_[163]. In +de Oud-Mark trekt eenige dagen vr Kerstmis de afschuwelijke gedaante +van _Klas Bur_ met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond, +ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste +loon of straf[164]. In Mecklenburg heet _Rug-klas_ "des heiligen +Christ Vorposten"; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede +voorzien[165]. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam +van _Schmutzli_[166]. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet +bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van _Huosecker_[167], +in Tirol onder dien van de _Wauwe_[168]. Omstreeks het jaar 1850 +verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als +_Hel-Niclas_, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens[169]. +Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: _Sparmundi_, _Pelzebub_, +_Pelznikel_, _Butzemann_[170]. Dit _Butzemann_, waarmee men ons +"boezeman" of "boeman" kan vergelijken, is eene benaming van +den huisgeest[171]. _Pelzoppel_ heet hij in Hessen-Nassau. In +Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw, +_Berchtel_, _Buzebergt_ of _Eiserne Bertha_ genaamd; _Berchtel_ en +_--bergt_ staan blijkbaar in betrekking tot den naam Perchta, evenals +_--bartel_. In Oberhausen zei men eertijds: "Heut kommt der Klas, morgen +de Buzebercht"[172]. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December +'s avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar de +ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij +zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij +door een soort _Nikolo_ begeleid. "Da der Name der heiligen Lucia", zegt +v. Reinsberg-Dringsfeld[173], "welcher aus _lux_, Licht, entstanden +sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist +es natrlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Zge der alten +Gttin angenommen hat." Ook door _Wode_ wordt niet zelden de rol +van Ruprecht gespeeld, zoo te Mecklenburg[174]; in de Thuringsche +kerstsage van de 17de eeuw doet dit "der treue Eckhart"[175]. Ook wordt +Ruprecht veelal door den _Julbuk_ of _Julbock_ vervangen, d. i., een +knecht in boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte +_Klapperbock_[176]. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen +vr Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is +reeds gesproken; over den ever insgelijks[177], zoodat het ons niet +moeilijk zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in +erwtenstroo gehuld (_Erbsenbr_), die gedurende het Joeltijdperk plaats +heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol +verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: "Jemand einen Bren aufbinden" +haar ontstaan. De beer wordt door Klas of Ruprecht geleid. Te Breslau is +_Nicolo_ vergezeld van _Bartel_, tot wien de kinderen roepen: + + Bartel, Bartel, wilder Br, + Leg mir ein, was i beger, enz.[178] + +Bartel wordt ook _Strohbartel_ genoemd; hier en daar draagt Ruprecht +het epitheton _Strohbart_[179], als hij zich nl. in stroo gewikkeld +vertoont. + +[163] SCHNELL, l. l., I, p. 22. + +[164] KUHN, l. l., p. 345. + +[165] Zou tot deze verschijning wellicht _Klas Rugebart_ in betrekking + staan, die in het Lubecksche _Schwerttanzspiel_ voorkomt? Zie + _Zeitschr. fr deutsches Altertum_, XX, p. 10. + +[166] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +[167] SCHNELL, l. l., V, p. 59. + +[168] VERNALEKEN, l. l., p. 62. + +[169] TILLE, l. l., p. 49. + +[170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. + +[171] MOGK, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam _Klaubauf_, boven + p. 34. + +[172] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 433. + +[173] L. L. p. 434. + +[174] GRIMM, l. l., II, pp. 781, 782. + +[175] TILLE, l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. + +[176] SCHNELL, l. l., I, p. 62. + +[177] Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde Jacht. Zie + MEYER, l. l., p. 244. + +[178] SCHNELL, l. l., I, p. 63. + +[179] GRIMM, l. l., III, p. 149. + +De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat +het _erwten_stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt +vruchtbaarheidssymbool[180]. Om veel ooft te krijgen worden gedurende +het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden; +gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden[181]; op +Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten +eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen[182]. +In het Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door +de kamerdeur[183]; gedurende de z. g. _Knpflinsnchte_ (de +Donderdagnachten vr Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland +volwassenen en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen +den vensterruiten[184]. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde +bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: "In Zug +in Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel +afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als +bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en +gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan +eene _blaas met erwten_[185] was bevestigd"[186]. + +[180] MEYER, l. l., p. 103. + +[181] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 464. + +[182] BARTSCH, l. l., II, p. 233. + +[183] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 453. + +[184] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 424, 425. + +[185] Wij kursiveeren. + +[186] L. L., p. 29. + +Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis +hebben? + +[Decoratieve illustratie] + + + + +V. + +BEL EN ROEDE. + + St. Niklasawen, + denn geit wi n baben, + _denn klingelt de klokken_, + denn danzen de poppen. + (MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2). + + +Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas +wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te +voren in het kanton Bern[187]; in Hohenzollern trekken op den vooravond +van het feest, mannen en vrouwen, z. g. _Niclause_, onder ketting- en +belgerinkel door de straten[188]; in het kanton Unterwalden gaat eenige +dagen te voren een als hanstworst gekleed man _Samichlausen-Geiggel_ +genaamd, met bellen van huis tot huis[189]. + +[187] SCHNELL, l. l., I, p. 95. + +[188] SCHNELL, l. l., I, p. 22. + +[189] SCHNELL, l. l., I, p. 73. + +Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het +volgende rijmpje: + + Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man, + Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan, + Geefftemen een beurs _met bellen_[190], + Soo sal ickje niet meer quellen, + So langhe als het God geliefft, + Heb ik Sinte Niclaesje lieff[191]. + +[190] Wij kursiveeren. + +[191] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 73. + +Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker; +daar hoort men: + + Heilige Krist du gde mann, + trek dn besten tabbert an[192], + komm veer onse deer, + _klinger ons wat veer_[193]. + +Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van _Klinggeest_[194] en +_Klingjes_[195] draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud kondigt +het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok aan[196]. +Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde gedaante, +waarvan op blz. 35 sprake was--Ruprecht, Clas of anders geheeten--die +met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith (Rijnprovincie) +is Hans Muff van bellen voorzien[197]; in Mecklenburg heet de +Schimmelrijder _Klingklas_[198]; klokjes en belletjes draagt ook +_Aschenklas_[199]. In het Noorden treden de Joelbokken met schelletjes +op[200]. + +[192] Volgens J. A. LEYDIS stelt de tabberd het pallium voor! + +[193] MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2. + +[194] MANNHARDT, l. l., p. 326. + +[195] BARTSCH, l. l., II, p. 224. + +[196] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 446, 453. + +[197] SCHNELL, l. l., I, p. 61. + +[198] BARTSCH, l. l., II, p. 324. + +[199] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 448. + +[200] MEYER, l. l., p. 218. + +Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den _huisgeest_ eigen; +niet van Wdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit +attribuut; Wdan is trouwens de _Elfenknig_ of _Ellenknig_[201]. Een +_Pck_ (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal[202], diende dertig +volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken, +stal en elders. Tot loon bedong hij: _tunicam de diversis coloribus et +tintinnabulis plenam_[203]. In Schotland huisde eertijds een kobold, die +den naam van _Shellycoat_ droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden +veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn +verwantschap met den lustigen huisgeest[204]. + +[201] VAN DEN GHEYN, l. l., p. 115 vlg. + +[202] Bij GRIMM, l. l., I, pp. 423, 424. + +[203] Een veelkleurig kleed vol bellen. + +[204] GRIMM, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148. + +Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen +zich voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest--_Grner Georg_, +_Pfingstl_, _Pfigstbutz_, enz.--vertoont een roetgezicht en rinkelt met +eene koeschel[205]. Gedurende de _Rauchnchte_ loopen de Perchteln met +_koeschellen_ en _lange zweepen_ rond; op Kerstavond loopen op vele +plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het +dorp; op Donderdag vr Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming +hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met +paardenschellen[206]. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid +in verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in +het Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente "das Gras +ausluten", d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het +gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met +groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt +men "den Langas (lente) wecken"[207]. + +[205] MANNHARDT, l. l., p. 608. + +[206] MANNHARDT, l. l., pp. 542, 543. + +[207] MANNHARDT, l. l., p. 540. + +Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit[208], "dass Glocke und +Schelle zur ursprnglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehrten und +eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten". Kon de huisgeest +als _geest_ zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen, +te sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische +[Grieks: trizein]--de taal der geesten in het algemeen--bel en klok zijn +hem wel als daemon der vruchtbaarheid eigen. + +[208] L. L., p. 327. + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + + Ein Schatten schleichet um das Haus, + Und horch, welch Kettengeklirre! + Frwahr das ist Sanct Nicolaus, + Das Ruthen-Mnnlein von Myra. + (SCHNELL, l. l., I, p. 15). + +Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten, +Ruprecht en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken +uitdeelen, zijn ook gewapend met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men +de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk +is dezer roede van _berkenhout_; in Tirol vindt men de hazelaarsgard, +met welke de Butzemann, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij +op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt[209]. In Zwitserland draagt de +H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een +groene twijg[210]. Hiermee komt de z. g. _Martinsgerte_ overeen, die de +Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter +krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen +alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide. +Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk: + + Kommt der heilig St. Mrten (Mirte) + Mit seiner Gerten; + _Soviel Kranewitbeeren, + Soviel Ochsen und Stiere. + Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!_ + Steckt sie hinter den Khbarn, + So wird auf's Jahr keine Kuh verloren, + Und steckt sie hinter die Stalltr, + Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfr. + +[209] MANNHARDT, l. l., p. 269. + +[210] TILLE, l. l., pp. 130, 131. + +En in Beneden-Oostenrijk: + + Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten; + _Soviel als die Rute Zweige hat, + Soviel soll auch der Bauer Vieh haben._ + Nehmt ihr die Ruten in eure Hand, + Steckt ihr 's wol auf ober der Wand, + Wol hinter das Dach, + Am Sankt Gregoriustag + Treibt das arme Vieh aus, + Durch alle Engeln aus[211]. + +[211] MANNHARDT, l. l., pp. 273, 274; vgl. MEYER, l. l., p. 254. + +Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is +haar elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. Hetzelfde kan gezegd +worden van de zweepen der Perchteln[212] en der boerenknapen, die te +Mhren (Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden +trekken[213]. Zou dus de meening van Tille[214] het ware treffen, +volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door +het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak +hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten +toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den +derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan, +terwijl ze roepen: + + _Frisches Grn! Langes Leben!_ + Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nsse u. s. w.) geben[215]. + +[212] Zie p. 41. + +[213] VERNALEKEN, l. l., pp. 285, 286. + +[214] L. L., p. 195 et passim. + +[215] MANNHARDT, l. l., p. 265; TILLE, l. l., p. 196. Mannhardt vooral + heeft over dit onderwerp in zijn _Baumkultus_ onder den + titel van: "Der Schlag mit der Lebensrute" eene meesterlijk + gedachte en keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de + daar besproken gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden + samenhangen is eene _zuivere hypothese_, en we geven ze dan + ook slechts als zoodanig. Men vergelijke nog een feestgebruik + der _Lupercalia_, te Rome den 15den Februari gevierd. Naar + den schijn te oordeelen was het slaan met riemen, dat de + _Luperci_ zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden, + eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de + vruchtbaarheid in verband (JORDAN-PRELLER, l. l., p. 390), + zoodat de vrouwen den _Lupercis_ zelfs den weg versperden, om + zich in de vlakke hand te doen treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, + v. 4: + _Nec prodest agili palmas prbere luperco._ + + En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te + bieden. + +De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben _Pfeffertag_, wijl +dan de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de +voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen, +noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens +de meisjes met rozemarijnstengels, al zeggend: + + Da komme ich her getreten + mit meiner frischen Gerten, + mit meinem frischen Mut. + Schmeckt der Pfeffertag gut?[216] + +[216] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 467. + +Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de +afstraffing, door Dr. Brom aan Jos a Leydis met de roede van +Sinterklaas toegediend, een "slag met de levensroede" moge geweest zijn! + +[Decoratieve illustratie] + + * * * * * + +En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest +uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat +er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere "mannen van naam en +groote kennis", die men "helaas ook in ons eigen vaderland" dezelfde +meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter +meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten: + + De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat + sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage + met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het + volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan + door eene menigte van feiten worden gestaafd. + +Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Jos +a Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar +mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en +Faustus den Manicher! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven, +ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief +worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft--op +zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij +ons schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven +kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van +kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ne staat vast: +de H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering speelt, +niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne +slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de +oogen van het kristelijke volk. + +Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen +ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als +dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet +geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren _ware_ glorie, ter +bestrijding van _wezenlijke_ dwaalbegrippen het slagzwaard dient te +worden opgevat? + +[Decoratieve illustratie] + + + + +INHOUD. + + + Pagina. + + VOORREDE 3 + + I. HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK 7 + + II. SCHOORSTEEN EN SCHOEN 17 + + III. DE SCHIMMELRIJDER 25 + + IV. VORMVERANDERINGEN 32 + + V. BEL EN ROEDE 39 + + BESLUIT 44 + +[Decoratieve illustratie] + + + + + +-----------------------------------------------+ + | | + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | De volgende correcties zijn in de tekst | + | aangebracht: | + | | + | Bron (B:) -- Correctie (C:) | + | | + | B: de Katholieken Fokloristen gevonden, | + | C: de Katholieken Folkloristen gevonden, | + | B: zich dit bijgeoof vooral | + | C: zich dit bijgeloof vooral | + | B: dichste stof der archieven | + | C: dichtste stof der archieven | + | B: speelden dan slecht eene ondergeschikte | + | C: speelden dan slechts eene ondergeschikte | + | B: "Joelfeest daar in Januari | + | C: "Joelfeest" daar in Januari | + | B: [16] JACOR GRIMM, _Deutsche | + | C: [16] JACOB GRIMM, _Deutsche | + | B: kinderen en volwassen op St. | + | C: kinderen en volwassenen op St. | + | B: Rijn: "Neujahrskrnzchen) en de | + | C: Rijn: "Neujahrskrnzchen") en de | + | B: II. p. 252); tot dit doeleinde | + | C: II. p. 232); tot dit doeleinde | + | B: [41] L. L., p. 157, | + | C: [41] L. L., p. 157. | + | B: in de Altmark gezonden: | + | C: in de Altmark gezongen: | + | B: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 117. | + | C: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. | + | B: [46] V, REINSBERG-DRINGSFELD, | + | C: [46] V. REINSBERG-DRINGSFELD, | + | B: zijn overgebleven, Beslister dan | + | C: zijn overgebleven. Beslister dan | + | B: "Mog dan ook het geven | + | C: "Mogt dan ook het geven | + | B: er krachtig toen hebben bijgedragen, | + | C: er krachtig toe hebben bijgedragen, | + | B: Berlin, 1891. Pp, 179, | + | C: Berlin, 1891. Pp. 179, | + | B: [80] REINSBERG-DRINGSFELD, | + | C: [80] V. REINSBERG-DRINGSFELD, | + | B: seinen Gewhrsmann aufhrt, aber | + | C: seinen Gewhrsmann anfhrt, aber | + | B: _Overblijfselen_, l. l, p. 24 | + | C: _Overblijfselen_, l. l, p. 24. | + | B: [99] BARTSCH, i. l., | + | C: [99] BARTSCH, l. l., | + | B: [109] VERN ALEKEN, l. l., | + | C: [109] VERNALEKEN, l. l., | + | B: Staffordhire noemt men nog | + | C: Staffordshire noemt men nog | + | B: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l, pp. | + | C: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. | + | B: ln mi dn prd"[120] | + | C: ln mi dn prd"[120]. | + | B: [131] EELCO VERWIJS, l. l., p. 77. | + | C: [131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. | + | B: het _Arab-Perz._ nrandj. | + | C: het _Arab.-Perz._ nrandj. | + | B: REINSBERG DRINGSFELD, l. l., p. 483. | + | C: REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 483. | + | B: verschijnsel voor, dat attribubuten van | + | C: verschijnsel voor, dat attributen van | + | B: [144] Zie p. 129. Dat de indruk | + | C: [144] Zie p. 23. Dat de indruk | + | B: Sinterklaas _Klaubautag_[152] | + | C: Sinterklaas _Klaubautag_[152]. | + | B: [150] Zie p. 3. | + | C: [150] Zie p. 13. | + | B: [155] KUHN, l. l., p 346. | + | C: [155] KUHN, l. l., p. 346. | + | B: Ruprecht als kwaad aardige elf, | + | C: Ruprecht als kwaadaardige elf, | + | B: [164] KUHN, l. l, p. 345. | + | C: [164] KUHN, l. l., p. 345. | + | B: [170] SCHNELL, l. l, I, p. 21. | + | C: [170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. | + | B: p. 140. | + | C: p. 34. | + | B: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 133. | + | C: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. | + | B: der vensterruiten[184]. Aldus | + | C: den vensterruiten[184]. Aldus | + | B: [186] L. L, p. 29. | + | C: [186] L. L., p. 29. | + | B: daart hoort men: | + | C: daar hoort men: | + | B: op blz. 142 sprake was--Ruprecht, | + | C: op blz. 35 sprake was--Ruprecht, | + | B: in Meckenburg heet de Schimmelrijder | + | C: in Mecklenburg heet de Schimmelrijder | + | B: [201] VAN DEN GHEYN, l. l, | + | C: [201] VAN DEN GHEYN, l. l., | + | B: 265; TILLE, l. l, p. 196. | + | C: 265; TILLE, l. l., p. 196. | + | B: treffen. Vgl. JUV. _Sat._ II, | + | C: treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, | + | B: rozemarijnstengels, al zeggen: | + | C: rozemarijnstengels, al zeggend: | + | | + +-----------------------------------------------+ + + +End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + +***** This file should be named 38211-8.txt or 38211-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
\ No newline at end of file diff --git a/38211-8.zip b/38211-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ac674b2 --- /dev/null +++ b/38211-8.zip diff --git a/38211-h.zip b/38211-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3145b9b --- /dev/null +++ b/38211-h.zip diff --git a/38211-h/38211-h.htm b/38211-h/38211-h.htm new file mode 100644 index 0000000..6c4c352 --- /dev/null +++ b/38211-h/38211-h.htm @@ -0,0 +1,2549 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl"> + +<head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> + + <title> + The Project Gutenberg eBook of De H. Nikolaas in het folklore, by Jos. Schrijnen. + </title> + <style type="text/css"> + +body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;} + +h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; line-height: 2em; font-size: 175%;} +h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 300%;} +h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; font-size: 100%;} + +h2.h2inh {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-size: 150%;} +big {font-size: 225%;} +small {font-size: 50%;} + +p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;} +p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent: 0em;} +p.subh3 {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; text-align: center; text-indent: 0em; + font-weight: normal; font-size: 120%;} +p.noi {text-indent: 0em;} + +div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;} +div.fnsep {width: 10%; border: 1px solid black; text-align: left; + margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;} + +/* TB */ +hr {width: 33%; clear: both; border: 1px solid black; + margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;} +hr.tb {border-style: none;} + +.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right; + font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal; + letter-spacing: normal; color: #888888;} +span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";} + +/* TABLES */ +table {margin-left: auto; margin-right: auto; + padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;} +.toc {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em;} +td.tdl {text-align: left; padding: 0.5em;} +td.tdr {text-align: right; padding: 0.5em;} + +sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;} +.mixcap {font-variant: small-caps;} +.besluit {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em; + font-weight: normal; font-style: normal; font-size: 120%;} +.ls1 {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em;} +.ls2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;} +ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;} +ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;} +abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;} + +/* IMAGES */ +img {border: 0;} +.figcenter {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: center; + margin-top: 2em;} + +/* FOOTNOTES */ +.footnote {margin-left: 0%; margin-right: 5%; font-size: 75%; text-align: justify; } +.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;} +.footnote p {text-indent: 4.5em;} +.fnanchor {margin-left: 0.2em; font-size: 100%; text-decoration: none;} + +/* POETRY */ +.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;} +.poem br {display: none;} +.pkop {margin-left: 30%; margin-right: 10%; text-align: left;} +.pkop br {display: none;} +.stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} +.bron {margin: -0.5em 0em 1em 4em; text-indent: -1em; width: 32em;} +.pkop span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} +.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} +.poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} +.poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} +.poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + +.mono {font-family: monospace;} +.size75 {font-size: 75%;} +.size90 {font-size: 90%;} +.size120 {font-size: 120%;} +.size150 {font-size: 150%;} + +/* Transcriber Note */ +.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em; + background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;} +.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0; + margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;} +.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;} +.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;} +.TNbox th {text-align: left;} +.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;} +td.td2 {width: 30%;} +td.td4 {width: 35%;} + + </style> +</head> + +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De H. Nikolaas in het folklore + +Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + + + + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + +<div class="TNbox"> + + <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2> + + <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling. + Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p> + + <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p> + + <p>Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p> + + <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een + <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>, + waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br /> + Variaties in spelling (<span class="mixcap">Meyer/Meijer</span>) zijn behouden. + Een extra verduidelijking of vertaling is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een + <ins class="info" title="Vertaling of verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p> + + <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan + <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p> + +</div> + +<p><span class="pagenum" title="1"> </span><a id="p_1"></a></p> + +<div class="title"> + + <h1><big>DE H. NIKOLAAS</big><br /> + <small>IN</small><br /> + <span class="ls2">HET FOLKLORE</span></h1> + + <p class="tp size90">DOOR</p> + + <p class="tp"><span class="ls1 size150">Dr. JOS. SCHRIJNEN,</span><br /><br /> + <i class="size90">leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond,<br /> + bibliothekaris van het Genootschap „Limburg”.</i></p> + + <div class="figcenter" style="width: 294px;"> + <img src="images/ill_p001.png" width="294" height="269" alt="Limburgs provinciewapen" title="Limburgs provinciewapen" /> + </div> + + <p class="tp"><span class="mixcap">Roermond,</span><br /> + <span class="ls2">J. J. ROMEN EN ZONEN.</span><br /> + <span class="size120">1898.</span></p> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="2"> </span><a id="p_2"></a> +<span class="pagenum" title="3"><br /> </span><a id="p_3"></a></p> + +<h2 class="mono"><a id="VOORREDE"></a>De H. Nicolaas in het Folklore.</h2> + +<div class="figcenter" style="width: 165px;"> +<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p>„Folk-lore,” zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor">(1)</a>, „is op alle gebied de +wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt +tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school! +Folk-lore in alle kunstuitingen!” En zoo is het Folklore in engeren zin, +dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en +gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen, +legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks, +niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die +uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des +tijds. Immers: „men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt +ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna had +vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste stof +en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van <i>Folk-lore</i> +bestempeld heeft, d. i. <i>volkskunde, volkswetenschap</i>.”<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor">(2)</a> Aan hare +verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het +Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver +zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat +van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met +verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen en +bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf—voor het +eerst door <span xml:lang="en">Mr. Thoms</span>, Sekretaris der <span class="pagenum" title="4"> </span><a id="p_4"></a><i xml:lang="en">Camden Society</i> in het +Athenumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt—had slechts enkele +tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch +burgerrecht te verschaffen.</p> + +<p>Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare +zusterwetenschappen—Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en +Lingustiek—deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als <i>vergelijkende</i> +wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene +reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven +oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen, +zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op +te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene +bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne +oorspronkelijke beteekenis door te dringen.</p> + +<p>Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet +duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr. G. +Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van Jos +a Leydis schuil gaat<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor">(3)</a>: „Maar de verschijning van Sint-Nikolaas als +<i>Bisschop</i> pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken +oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden +<i>overal</i> in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons eigen +vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping niet +ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd +toediende: „<span xml:lang="la">qui sua tantum mirantur</span>.” Op zijn Hollandsch gezegd: die +niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur, +en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat.”</p> + +<p>En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken <ins class="corr" id="corr1" title="Bron: Fokloristen">Folkloristen</ins> gevonden, die +beweren in de volksfeestviering van den <span class="pagenum" title="5"> </span><a id="p_5"></a>H. Nikolaas niet-kristelijke +bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit</p> + +<p>1 omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het +feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij +op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, <i>die +niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te +danken hebben</i>; en</p> + +<p>2 omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen +verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H. +Nikolaas in verband staat, als van <i>zuiver</i> kristelijken oorsprong te +beschouwen.</p> + +<p>Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering +tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,—vaker door de +overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene <i xml:lang="la">moralis +certitudo</i> wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in den +knecht <span xml:lang="de">Ruprecht</span> b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan +<span xml:lang="la">Marmorinus</span>, den zwarten koning der Agarenirs, en wel zonder gevaar, +<i>het spoor der orthodoxie bijster te raken</i>.</p> + +<p>Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig +versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek +van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van <i>De Katholiek</i>. +Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het +katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze +gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. „verkerstening” zijn er +aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen +heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd +van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de +behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen, +zonder de eenheid van het geheel te schaden;—en toch is de mogelijkheid +niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met +de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik <span class="pagenum" title="6"> </span><a id="p_6"></a>neem dus de taak +op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met +de woorden: „aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te +brengen”. In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal +gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als +<i xml:lang="la">specimina</i> dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek +aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in +eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene +verhandeling over de „<i>Overblijfselen van den Wdankultus in Limburg</i>”, +Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap „Limburg” is gezegd. +Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel +gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te +putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als +bronnen kon aanhalen!</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">(1)</a> In de <i>Lettervruchten</i> v. h. Taal- en Letterlievend +Studentengenootschap „Met Tijd en Vlijt”. Leuven 1892. P. 4.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">(2)</a> <span class="mixcap">P. Alberdingk Thijm</span>, l. l., ib.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">(3)</a> In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem +bij Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: <i>Sint Nikolaas, zijn +Feest en Gebruiken</i>. Zie <i>De Katholiek</i>, Dl. CXIII, p. 154.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 319px;"> +<img src="images/ill_p006.png" width="319" height="28" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="7"> </span><a id="p_7"></a></p> + +<h3><a id="I"></a>I.</h3> + +<p class="subh3">HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK.</p> + +<div class="pkop"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Sinte Klaas, die goede man,<br /></span> + <span class="i0">Die ook alles bakken kan,<br /></span> + <span class="i0">Suikergoed en taaie man,<br /></span> + <span class="i0">Ja, daar krijg ik ook wat van.<br /></span> +</div> +<div class="bron"> + (<span class="mixcap">Dr. Eelcoo Verwijs</span>, <i>Sinterklaas</i>, 's Gravenhage, 1863. P. 74.) +</div> +</div> + +<p>Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest +van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep +in de waarlijk „onmisbare distinctie,” door Dr. Brom in zijn eerste +artikel vastgesteld<a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor">(4)</a>. Zelfs dan, als de Kerk <i>wilde</i> afschaffen, +gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom uit +te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den +<i xml:lang="la">Indiculus superstitionum et paganiarum</i><a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor">(5)</a> na te gaan, en aldra zal men +tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. <i xml:lang="la">De +incantationibus</i><a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor">(6)</a> (N<sup>o</sup> 12), en <i xml:lang="la">De divinis vel sortilegis</i><a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor">(7)</a> (N<sup>o</sup> +14) nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het, +dat zich dit <ins class="corr" id="corr2" title="Bron: bijgeoof">bijgeloof</ins> vooral aan kristelijke feesten, zoo +b. v. Kerstdag en St. Thomasdag vasthecht;—en aan <i>deze</i> opvattingen en +praktijken zal toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen +toeschrijven. Ook vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit +de XVde eeuw, ten behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone +volksklasse, in het Limburgsche <span class="pagenum" title="8"> </span><a id="p_8"></a>Folklore terug: <i xml:lang="la">Qui exercent +supersticiositates cum acu qua cadaver est consutum</i><a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor">(8)</a>.</p> + +<p>Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten +van den schoen, van volksfantasien als het rijden over de daken, het +werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de +Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar +zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen +al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge dan +met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het +<ins class="corr" id="corr3" title="Bron: dichste">dichtste</ins> stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste +zou ik het betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke +veroordeeling van het geloof aan een <span xml:lang="no">Sleipnir</span> aan het daglicht te +brengen.</p> + +<p id="cross3">Aan Wdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en +bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op +de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden, +zooals Holda en Perchta, speelden dan <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: slecht">slechts</ins> eene ondergeschikte rol. +Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband +hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven +vasthouden, ofwel—wat waarschijnlijker is—met Weinhold en +Phannenschmid, door Mogk gevolgd<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor">(9)</a>, het Germaansche jaar in vieren +indeelen,—het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand +ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde, +begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest +of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel +in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt +het tijdperk der „Twaalf Nachten” genoemd; onze oostelijke naburen +spreken van de <i xml:lang="de">Zwlften</i>, <span class="pagenum" title="9"> </span><a id="p_9"></a><i xml:lang="de">Unternchte</i>, <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> of <i xml:lang="de">Losstage</i>. +Volgens sommigen moet men door de <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> de drie Donderdagen vr +Kerstmis verstaan<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor">(10)</a>. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6, +25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord „Joel”, afkomstig van het +Oud-Noordsche <i xml:lang="no">jol</i> (= <i xml:lang="no">*jul</i>), hangt waarschijnlijk niet met het +Angel-Saksische <i>hveol</i> = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene +Indo-Germaansche wortel <span class="mixcap">Jeku</span>, en beteekent „scherts”, „vroolijkheid”, +zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het „jolige” bij +uitstek was<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor">(11)</a>. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond +in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1 door het genieten der +offergaven, gedurende dien tijd aan Wdan c. s. en ook aan de zielen der +afgestorvenen gebracht; en 2—reden van œkonomischen aard—door de +twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen, +wanneer deze niet, zooals Tille beweert<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor">(12)</a>, zelfs de hoofdaanleiding +tot de winterfeestviering gegeven hebben.</p> + +<p>Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest, +het <i>Giblt</i>, in Februari, „til grdhrar” voor den wasdom, terwijl het +„Joelfeest<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">”</ins> daar in Januari viel, „til rs” voor den oogst<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor">(13)</a>.</p> + +<p>Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van dagen +in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en +Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat +beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wdan, den god der vruchtbaarheid +golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt +uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de +voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wdan als +voorrijder, door het luchtruim joeg<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="fnanchor">(14)</a>, dan krijgen wij <span class="pagenum" title="10"> </span><a id="p_10"></a>een bijna +aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat +zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari +uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen, +welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,—St. +Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30 +November), vooral St. Andreas<i>nacht</i>, St. Barbara (4 December), +St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas (21 +December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December), +het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6 +Januari)—veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken van +het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die alsdan +de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun huidigen +toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en bedenken +wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke +overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking, +zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat +het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en +door de volksfantasie, het eene vr, het andere na, aan kristelijke +instellingen en persoonlijkheden vastgehecht.</p> + +<p>Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat +hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? „<span xml:lang="de">In unserem +Volksglauben</span>”, zegt Mogk<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="fnanchor">(15)</a> „<span xml:lang="de">sind in algemeinen die Opfer vergessen; +gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach +daran zu erinnern</span>”; en Grimm<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="fnanchor">(16)</a> beschouwt als offerresten vooral „<span xml:lang="de">das +reiben der heiligen flamme, laufen durch die brnde, werfen von blumen +in das feuer, <i>backen und austheilen grosser brote oder kuchen</i>, und der +reihetanz</span>”. Zoo ook v. Reinsberg-Dringsfeld: „<span xml:lang="de">Der Weihnachtsschmaus +trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden +<span class="pagenum" title="11"> </span><a id="p_11"></a>waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch blich sind, sowie +die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen +Tieren haben, deutlich bekunden</span>”<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="fnanchor">(17)</a>. Men mag deze meening zijn +toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den +Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste +smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden.</p> + +<p id="cross5">Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St. +Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk +althans spreekt van <i xml:lang="de">Martinsschmusen</i><a id="FNa_18" href="#FN_18" class="fnanchor">(18)</a>. <a id="cross13"></a>In het Freudenthal (Oostenr. +Silezi) krijgen kinderen en <ins class="corr" id="corr6" title="Bron: volwassen">volwassenen</ins> op St. +Maartensvooravond velerlei geschenken, maar vooral het <i xml:lang="de">Martinshrndl</i> +mag niet ontbreken<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="fnanchor">(19)</a>. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de +<i xml:lang="de">Andreaskranz</i> gebakken<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="fnanchor">(20)</a>. +In Hohenzollern begint men acht dagen vr +Sinterklaas reeds met het bakken van het <i xml:lang="de">Klausenmannle</i>, een wittebrood +in den vorm van een dansenden man<a id="FNa_21" href="#FN_21" class="fnanchor">(21)</a>. Met Sinterklaas vergast zich in +heel ons land oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen +en benamingen. Te Seekirch (Wrtemberg) bakt men alsdan lange, dunne +koeken, die den vorm van pyramiden hebben; in het „<span xml:lang="de">Oberambt Ehingen</span>” +kleine, ronde suikerbroodjes, z. g. <i xml:lang="de">Cloosen-Weckle</i>; te Dieburg +(Hessen-Nassau) <i xml:lang="de">Nicolaus-Lebkuchen</i>; te Leipzig <i xml:lang="de">Pflaumentoffel</i>, eene +eigenaardige lekkernij<a id="FNa_22" href="#FN_22" class="fnanchor">(22)</a>. Dan volgt Kerstmis met zijn in het +Limburgsche Folklore eigenaardige Kerstbroodje van Geleen<a id="FNa_23" href="#FN_23" class="fnanchor">(23)</a>, en tweede +Kerstdag, waarop de kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes +onthaald worden<a id="FNa_24" href="#FN_24" class="fnanchor">(24)</a>; voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel +<span class="pagenum" title="12"> </span><a id="p_12"></a>tweerlei brood, het eene zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de +Rijnlanden<a id="FNa_25" href="#FN_25" class="fnanchor">(25)</a>. Ook zijn de <i xml:lang="de">Weihnachtsstollen</i> bekend. Kerstbrood +geldt in Duitschland voor brandstillend<a id="FNa_26" href="#FN_26" class="fnanchor">(26)</a>. Tusschen Kerstmis en +Nieuwjaar kende men er eertijds een bijzonder soort brood<a id="FNa_27" href="#FN_27" class="fnanchor">(27)</a>. Voeg +hierbij nog het Nieuwjaarsgebak („Nieuwjaarsmoppen”, aan den Rijn: +„<span xml:lang="de">Neujahrskrnzchen</span><ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">”</ins>) en de smulpartijen op Driekoningendag, die o. +a. te <span xml:lang="de">Laerz (Mecklenburg)</span> plaats vinden<a id="FNa_28" href="#FN_28" class="fnanchor">(28)</a>, en ge zult tot het besluit +komen, dat de gastronomen gedurende het Joeltijdperk geen reden tot +klagen hebben. Bovengemelde meening omtrent deze gerechten wordt dan +ook, bepaaldelijk voor de Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den +inzender van N<sup>o</sup> 1178b der aangehaalde Bartsch'sche verzameling<a id="FNa_29" href="#FN_29" class="fnanchor">(29)</a>: +„<span xml:lang="de">Die gegen Weihnachten gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen, +Has=Poppen, welche nach jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und +deren Heerde darstellen sollen, <i>unsprnglieh aber Opfergaben gewesen +sein mgen, die am Julfeste dargebracht wurden</i> (Beyer in den Mekl. +Jahrb. XX, 150), werden von manchen Bckern mit Saffran bestrichen und +heissen darum auch: Saffran=Pppings</span>”. Ook Meyer is deze zienswijze +toegedaan<a id="FNa_30" href="#FN_30" class="fnanchor">(30)</a>, met het oog vooral op het volgende: <a id="cross14"></a>Buiten den wolf (en +den raaf)<a id="FNa_31" href="#FN_31" class="fnanchor">(31)</a> zijn Wdan vooral de +bok en de ever heilig; <a id="cross2"></a>deze dieren +vooral werden als <i>symbolen der vruchtbaarheid</i> in den Joeltijd aan +Wdan den windgod, den god der vruchtbaarheid geofferd. “Veel wind, veel +ooft,” zegt een spreekwoord; wind schenkt vruchtbaarheid en doet het +koorn, rijpen<a id="FNa_32" href="#FN_32" class="fnanchor">(32)</a>. Vandaar 1 dat Wdan als god der vruchtbaarheid +vooral dan vereerd werd, als de winden heviger loeiden <span class="pagenum" title="13"> </span><a id="p_13"></a>dan ooit. Het +Joelfeest werd dan ook niet ter eere van den zonnegod, maar van den god +der vruchtbaarheid gevierd<a id="FNa_33" href="#FN_33" class="fnanchor">(33)</a>; en 2 dat om redenen van œkonomischen +aard dit feest bij de Germaansche plattelandbewoners als het hoogste +gold. Nu bakt men gedurende het <i>heele Joeltijdperk</i>, niet slechts met +Sinterklaas, niet alleen koeken in den vorm van menschen en paarden, +maar vooral van bokken en varkens. Ook met Kerstmis stellen in +Mecklenburg de z. g. <i xml:lang="de">Kinjes-Poppen</i> meestal varkens voor<a id="FNa_34" href="#FN_34" class="fnanchor">(34)</a>. In Zwaben +bakt men met Kerstmis <i xml:lang="de">Springerle</i>, d. i. koeken in allerhande soorten +van diervormen. Dan ook wordt in het Noorden de <i xml:lang="de">Julgalt</i> gebakken en +onder het zaadkoren gemengd; dit gebak heeft den boks- of zwijnsvorm. Op +Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger een <i xml:lang="de">Hrnstter</i> onder het +vor<a id="FNa_35" href="#FN_35" class="fnanchor">(35)</a>. Ook in het Odenwald mengt men z. g. <i xml:lang="de">Julkuchen</i> onder het +zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te worden vermeld, dat de +boksvorm hier met een hamer versierd is<a id="FNa_36" href="#FN_36" class="fnanchor">(36)</a>. Dit mocht ons +onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer een +hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wdan, maar aan Donar +toegeschreven, die volgens <span xml:lang="la">Saxo Grammaticus</span> door een slag van zijn hamer +den bliksem deed geboren worden<a id="FNa_37" href="#FN_37" class="fnanchor">(37)</a>. Waarschijnlijk hebben wij hier te +doen met N<sup>o</sup> 26 van den <i xml:lang="la">Indiculus superstitionum</i>:<a id="FNa_38" href="#FN_38" class="fnanchor">(38)</a> <i xml:lang="la">De simulacro +de consparsa farina</i><a id="FNa_39" href="#FN_39" class="fnanchor">(39)</a>. +<span class="pagenum" title="14"> </span><a id="p_14"></a>Ook anderszins nog wordt zulk een +<i xml:lang="la">simulacrum</i> vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid +overtrokken blok, <i xml:lang="de">Julbucken</i> genoemd; en in Silezi snijdt men schapen +en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met +konijnsvel<a id="FNa_40" href="#FN_40" class="fnanchor">(40)</a>.</p> + +<p>De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr. +Brom het zoo juist uitdrukt, „gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven +wordt”<a id="FNa_41" href="#FN_41" class="fnanchor">(41)</a>.</p> + +<p>Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie +Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen +Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer +zij onthaald; ook in de noordelijke provincin is dit gebruik niet +heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens +blijkt<a id="FNa_42" href="#FN_42" class="fnanchor">(42)</a>. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg<a id="FNa_43" href="#FN_43" class="fnanchor">(43)</a>, in de +Altmark<a id="FNa_44" href="#FN_44" class="fnanchor">(44)</a> en in Oostenrijksch Silezi<a id="FNa_45" href="#FN_45" class="fnanchor">(45)</a>; daar geeft men alsdan ook +aan volwassenen allerlei soort van geschenken. <a id="cross6"></a>Op sommige plaatsen is +St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de +tweede plaats, zoo b. v. te Dsseldorf in Erfurt<a id="FNa_46" href="#FN_46" class="fnanchor">(46)</a>, waar men als te +Venloo, te Utrecht<a id="FNa_47" href="#FN_47" class="fnanchor">(47)</a> en voorheen in Oostfriesland<a id="FNa_48" href="#FN_48" class="fnanchor">(48)</a> met lantaarns en +lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te +IJperen, in heel het kanton Aalst<a id="FNa_49" href="#FN_49" class="fnanchor">(49)</a> en voorheen te Augsburg<a id="FNa_50" href="#FN_50" class="fnanchor">(50)</a>. Over +de roede van St. Martinus in een <a href="#cross1">volgend hoofdstuk</a>. In Engeland is St. +Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest<a id="FNa_51" href="#FN_51" class="fnanchor">(51)</a>.</p> + +<p><span class="pagenum" title="15"> </span><a id="p_15"></a></p> + +<p>Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster +van Sinterklaas<a id="FNa_52" href="#FN_52" class="fnanchor">(52)</a>. De gebruiken van 6 December zijn overbekend; in ons +land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in +Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en lekkers +voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in de +Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz<a id="FNa_53" href="#FN_53" class="fnanchor">(53)</a>. In Tirol speelt Lucia voor de +meisjes de rol van Sinterklaas<a id="FNa_54" href="#FN_54" class="fnanchor">(54)</a>.</p> + +<p>Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en eenige +gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons Sinterklaasfeest +slacht; een verdienstelijk historisch overzicht der +<i xml:lang="de">Weihnachtsbescherung</i> is door Tille geleverd<a id="FNa_55" href="#FN_55" class="fnanchor">(55)</a>. In de Provincie +Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep „heio” te +Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te Echt gebeurt +dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op +Nieuwjaarsdag<a id="FNa_56" href="#FN_56" class="fnanchor">(56)</a>. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari +appelen, noten en peperkoek<a id="FNa_57" href="#FN_57" class="fnanchor">(57)</a>. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op +verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de +kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk<a id="FNa_58" href="#FN_58" class="fnanchor">(58)</a>.</p> + +<p>Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in enge +verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding, die door +het verband tusschen „wind” en „vruchtbaarheid” in een helder daglicht +treedt<a id="FNa_59" href="#FN_59" class="fnanchor">(59)</a>, en in de synonimie der termen „rijden” en „ten geschenke +geven” hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook het in den +grond der zaak nvormige geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des <span class="pagenum" title="16"> </span><a id="p_16"></a>voorrijders der Wilde +Jacht, des „gevers der goede gaven”, mag gescheiden worden. Iets meer +dan de bloote namen van <i>Joel</i>tijd, <i>Joel</i>gebak, <i>Joel</i>bok, <i>Joel</i>knots, +<i>Joel</i>stroo, <i>Joel</i>licht, <i>Joel</i>blok, enz. moet van het vrkristelijke +vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven<ins class="corr" id="corr8" title="Bron: ,">.</ins> Beslister dan ooit +blijf ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne <i>Overblijfselen</i> +neerschreef<a id="FNa_60" href="#FN_60" class="fnanchor">(60)</a>: +„<ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Mog">Mogt</ins> dan ook het geven van geschenken op +Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van +den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op +Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden +invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend”.</p> + +<p>Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig <ins class="corr" id="corr10" title="Bron: toen">toe</ins> hebben +bijgedragen, het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans +bezit. In bijna alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen: +het Kristelijke, het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en +zoo zal Rome's invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder +uitwerking gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze +voorouders in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet<a id="FNa_61" href="#FN_61" class="fnanchor">(61)</a>; in +navolging der Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende +dagen der week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut +in het Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht +der <i xml:lang="la">bivia</i> en <i xml:lang="la">trivia</i> op onzen bodem overgeplant<a id="FNa_62" href="#FN_62" class="fnanchor">(62)</a>. Met alle reden +mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het +Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is +bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus „<span xml:lang="de">der dritte im Bunde</span>”, wien +ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende +geschenken vereerden<a id="FNa_63" href="#FN_63" class="fnanchor">(63)</a>.</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">(4)</a> L. L., p. 83.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">(5)</a> Bij <span class="mixcap">Moritz Heijne</span>, <i xml:lang="de">Kleinere altniederdeutsche Denkmler</i>. +Paderborn, 1877. Pp. 89, 90.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">(6)</a> Over tooverij.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">(7)</a> Over zieners en waarzeggers.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">(8)</a> Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een +doodshemd genaaid is. Bij <span class="mixcap">Hermann Usener</span>, <i xml:lang="de">Christlicher Festbrauch.</i> +Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door mij +opgeteekend in mijne studie, getiteld; <i>De Doode in het Limburgsche +Folklore</i>, in het Jaarboek van „Limburg”. I, p. 192.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">(9)</a> <i xml:lang="de">Grundr. d. Germ. Philol.</i>, her. v. <span class="mixcap">H. Paul</span>. I, p. 1125.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">(10)</a> <span class="mixcap">Wilhelm Mannhardt</span>, <i xml:lang="de">Der Baumkultus der Germanen und ihrer +Nachbarstmme</i>. Berlin, 1875. P. 542.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">(11)</a> Vgl. <span class="mixcap">Elard Hugo Meijer</span>, <i xml:lang="de">Germanische Mythologie</i>. Berlin, +1891. P. 197.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">(12)</a> <span class="mixcap">Alexander Tille</span>, <i xml:lang="de">Die Geschichte der Deutschen Weihnacht</i>. +Leipzig, 1893. P. 6 vlg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">(13)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., p. 1126; <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 196.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">(14)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 10.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">(15)</a> L. L., I, p. 1125.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">(16)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr11" title="Bron: Jacor">Jacob</ins> Grimm</span>, <i xml:lang="de">Deutsche Mythologie</i>. Berlin, +1875 (<span xml:lang="de">Vierte Ausg.</span> bes. v. <span class="mixcap">E. H. Meijer</span>) I. p. 35.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">(17)</a> <i xml:lang="de">Das festliche Jahr der Germanischen Vlker</i>. Leipzig, +1898. P. 4.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">(18)</a> L. L., I, p. 1127.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">(19)</a> <span class="mixcap">Theodor Vernaleken</span>, <i xml:lang="de">Mythen und Bruche des Volken in +Oesterreich</i>. Wien, 1859. P. 62.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">(20)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l.l., p. 420.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_21" href="#FNa_21" class="label">(21)</a> <span class="mixcap">Dr. Eugen Schnell</span>, <i xml:lang="de">Sanct Nicolaus, der heilige Bischof +und Kinderfreund</i>. Brnn, 1886. I. p. 17.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_22" href="#FNa_22" class="label">(22)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, pp. 46, 51, 62.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_23" href="#FNa_23" class="label">(23)</a> <span class="mixcap">Russel</span>, <i>De heerlijkheid Geleen</i>, p. 73.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_24" href="#FNa_24" class="label">(24)</a> <span class="mixcap">H. Welters</span>, <i>Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in +Limburg</i>. Venloo, 1877. P. 12.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_25" href="#FNa_25" class="label">(25)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 47.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_26" href="#FNa_26" class="label">(26)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den +24<sup>sten</sup> December <i xml:lang="de">Vulbuuksabend</i> genoemd. Zie <span class="mixcap">v. +Reinsberg-Dringsfeld</span>, l.l., p. 464.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_27" href="#FNa_27" class="label">(27)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., ib.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_28" href="#FNa_28" class="label">(28)</a> <span class="mixcap">Karl Bartsch</span>, <i xml:lang="de">Sagen, Mrchen und Gebruche aus +Meklenburg</i>. Wien, 1879. II, p. 250.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_29" href="#FNa_29" class="label">(29)</a> II, p. 227.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_30" href="#FNa_30" class="label">(30)</a> L. L., pp. 215, 218.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_31" href="#FNa_31" class="label">(31)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 15.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_32" href="#FNa_32" class="label">(32)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 22.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_33" href="#FNa_33" class="label">(33)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet +men in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (<span class="mixcap">Bartsch</span>, +l.l., II. p. <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: 252">232</ins>); tot dit doeleinde worden in Engeland de +boomen dien nacht met stokken geslagen (<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 279). „Is +er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel vruchten dragen,” +zegt men in Limburg; zoo ook: „Sneeuw in den Kerstnacht geeft een goeden +hopoogst.” En in Mecklenburg: „Als in de <i xml:lang="de">Zwlften</i> de boomen zich +bukken, komt er veel ooft.” (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 250).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_34" href="#FNa_34" class="label">(34)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 227.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_35" href="#FNa_35" class="label">(35)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 241.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_36" href="#FNa_36" class="label">(36)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., pp. 101, 103, 215, 211.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_37" href="#FNa_37" class="label">(37)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 835, 1021. <a id="cross17"></a>Daar de +geloofsverkondigers de afgoden als duivels voorstelden +(<i>Overblijfselen</i>, pp. 5, 6, 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van +Donar, zoo b. v. in de verwensching: „<span xml:lang="de">Dass dch der Hammer schlage!</span>” De +hamer is ook het symbool der macht en vernieling.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_38" href="#FNa_38" class="label">(38)</a> <span class="mixcap">Heijne</span>, l. l., p. 90.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_39" href="#FNa_39" class="label">(39)</a> Over den vorm van koekdeeg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_40" href="#FNa_40" class="label">(40)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 65.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_41" href="#FNa_41" class="label">(41)</a> L. L., p. 157<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: ,">.</ins></p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_42" href="#FNa_42" class="label">(42)</a> <i>Martinus, Bisschop der Gallirs</i>, in zijne <i>Tilburgsche +Avondstonden</i>. Amsterdam, 1850. Zie ook <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., +p. 406.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_43" href="#FNa_43" class="label">(43)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, II, p. 222.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_44" href="#FNa_44" class="label">(44)</a> <span class="mixcap">Adalbert Kuhn</span>, <i xml:lang="de">Mrkische Sagen und Mrchen</i>. Berlin, +1843. P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een St. +Maartenslied mee, in de Altmark <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: gezonden">gezongen</ins>:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Mrtiin Mrtiins Vaegelken<br /></span> + <span class="i0">Mett siin verglt Snaevelken!<br /></span> + <span class="i0">Geft us watt un lat us gan,<br /></span> + <span class="i0">Datt wii ht noch wiier kamn; enz.<br /></span> +</div> +</div> + +</div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_45" href="#FNa_45" class="label">(45)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 62. +Zie <a href="#cross13">p. <ins class="corr" id="corr15" title="Bron: 117">11</ins></a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_46" href="#FNa_46" class="label">(46)</a> <span class="mixcap">v<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: ,">.</ins> Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 406, 408.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_47" href="#FNa_47" class="label">(47)</a> <span class="mixcap">Schotel</span>, l. l., p. 55.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_48" href="#FNa_48" class="label">(48)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 36.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_49" href="#FNa_49" class="label">(49)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 156.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_50" href="#FNa_50" class="label">(50)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 28.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_51" href="#FNa_51" class="label">(51)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 412, 414, 420.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_52" href="#FNa_52" class="label">(52)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., ib.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_53" href="#FNa_53" class="label">(53)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I., pp. 22, 73, 78.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_54" href="#FNa_54" class="label">(54)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 434.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_55" href="#FNa_55" class="label">(55)</a> L. L. pp. 189–219.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_56" href="#FNa_56" class="label">(56)</a> <span class="mixcap">Welters</span>, l. l., pp. 12, 13.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_57" href="#FNa_57" class="label">(57)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., p. 234.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_58" href="#FNa_58" class="label">(58)</a> Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk +vallen, zoo b. v. het „rijden” der Engelen op Palmzondag, staan +waarschijnlijk met het Lentefeest in verband.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_59" href="#FNa_59" class="label">(59)</a> Zie pp. <a href="#FNa_32">12, 13</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_60" href="#FNa_60" class="label">(60)</a> P. 28.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_61" href="#FNa_61" class="label">(61)</a> <span class="mixcap">E. Sievers</span>, <i xml:lang="de">Grundr. d. Germ. Philol.</i>, I, p. 246.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_62" href="#FNa_62" class="label">(62)</a> <i>De Doode</i>, enz., l. l., I, p. 191.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_63" href="#FNa_63" class="label">(63)</a> <span class="mixcap">Jordan-Preller</span>, <i xml:lang="de">Rmische Mythologie</i>. Berlin, 1891. Pp<ins class="corr" id="corr17" title="Bron: ,">.</ins> +179, 180. Vgl. Ov., <i>Fast.</i>, I, 71 vlg.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 165px;"> +<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="17"> </span><a id="p_17"></a></p> + +<h3><a id="II"></a>II.</h3> + +<p class="subh3">SCHOORSTEEN EN SCHOEN.</p> + +<div class="pkop"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Sint Niklaas, dou goede bloed!<br /></span> + <span class="i0">Geefme een zakje vol suikergoed:<br /></span> + <span class="i0">Niet te veel en niet te min.<br /></span> + <span class="i0">Smijt het maar tot de schoorsteen in.<br /></span> +</div> +<div class="bron"> + (<span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 74).</div> +</div> + +<p>Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, „rijdt” door den schoorsteen. Niet +alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens +gaven niet altijd even begeerenswaardig.</p> + +<p>Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman +in den Harz den voorrijder het bekende „hoho” achterna. Daar valt +plotseling een zwarte klomp <i>door den schoorsteen</i>, dat de vonken er van +opstuiven<a id="FNa_64" href="#FN_64" class="fnanchor">(64)</a>.</p> + +<p>In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen +de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te +openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de +Jager een zijner honden achter, die <i>door den schoorsteen</i> op den haard +viel<a id="FNa_65" href="#FN_65" class="fnanchor">(65)</a>.</p> + +<p>Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud<a id="FNa_66" href="#FN_66" class="fnanchor">(66)</a>, evenals +zijne gemalin Frija, onder de benaming van <i xml:lang="sv">Fru Gor</i><a id="FNa_67" href="#FN_67" class="fnanchor">(67)</a>.</p> + +<p>Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld +en de gewone stervelingen,—de ruime, ouderwetsche schoorsteen, zooals +die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan wonder, +dat hij eene groote <span class="pagenum" title="18"> </span><a id="p_18"></a>rol in de tooverwereld speelt? Dat men op +Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk +bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te +doorgronden<a id="FNa_68" href="#FN_68" class="fnanchor">(68)</a>? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden +opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den +haard, het middelpunt des huisgezins, af<a id="FNa_69" href="#FN_69" class="fnanchor">(69)</a>.</p> + +<p>Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan „den +overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den +overwinnaar van Diana” bij diens komst door den schoorsteen, een groote +geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef.....</p> + +<div class="figcenter" style="width: 147px;"> +<img src="images/ill_p018.png" width="147" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +<div><hr class="tb" /></div> +</div> + +<div class="pkop" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Heiliger Sanct Nicolaus<br /></span> + <span class="i0">Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus,<br /></span> + <span class="i0">Leg uns doch was schnes ein,<br /></span> + <span class="i0">Wir woll'n recht fromm und fleissig sein,<br /></span> +</div> +</div> + +<p class="noi">zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden +onze Nederlandsche <i xml:lang="la">spes patri</i>. Onder den schoorsteen wordt de +<i>schoen</i> gezet: „een schoen bij iemand zetten” is synoniem van „iemand +iets afbedelen”. Nu bestond er in Itali aan de hoven van sommige +vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen +beteekent, <i xml:lang="es">Zopata</i> genoemd<a id="FNa_70" href="#FN_70" class="fnanchor">(70)</a>. Dat ons dit gebruik uit Spanje is +overgewaaid, acht <span class="mixcap">Schnell</span> bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook +ons geschenk dien naam dragen<a id="FNa_71" href="#FN_71" class="fnanchor">(71)</a>. Daarenboven is Spanje een dier +landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair +was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid +geene nadere verhouding van <span class="pagenum" title="19"> </span><a id="p_19"></a>Nederland tot Spanje kan doen gelden; den +schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en +eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn.</p> + +<p>Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al +kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk +nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Itali? Hij „zal wel +op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden”, zegt Eelcoo +Verwijs<a id="FNa_72" href="#FN_72" class="fnanchor">(72)</a>; de reden, dat nl. bedoelde maagden „bij het ontwaken +telkens den schat onder hare kleederen, <i>als 't ware</i><a id="FNa_73" href="#FN_73" class="fnanchor">(73)</a> in de +schoenen, vonden”, komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is +in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te +Salzburg<a id="FNa_74" href="#FN_74" class="fnanchor">(74)</a>, in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar<a id="FNa_75" href="#FN_75" class="fnanchor">(75)</a>.</p> + +<p>De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore. +Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wdan, vult schoenen en +laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche +verhaal<a id="FNa_76" href="#FN_76" class="fnanchor">(76)</a> zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas +geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd +te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met +goud voor<a id="FNa_77" href="#FN_77" class="fnanchor">(77)</a>.</p> + +<p>Legt in Mecklenburg de bruid vr de huwelijksplechtigheid in elken +schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een +slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts +ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt, +wordt niet door den hond aangeblaft<a id="FNa_78" href="#FN_78" class="fnanchor">(78)</a>. Op Kerst- en Silvesteravond +werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen +<span class="pagenum" title="20"> </span><a id="p_20"></a>of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is +weggelegd<a id="FNa_79" href="#FN_79" class="fnanchor">(79)</a>. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen +zeer veel voor<a id="FNa_80" href="#FN_80" class="fnanchor">(80)</a>.</p> + +<p>Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats <i>om +het voeder te bevatten „voor Sinterklaas zijn paard”</i>. In heel Limburg +en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provincin wordt haver +en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie, +Tirol en Vorarlberg<a id="FNa_81" href="#FN_81" class="fnanchor">(81)</a>. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen +van Duitschland en Skandinavi heerschende oogstgebruik, eenige halmen +op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, <i>„voor +Wōdan en zijn paard”</i>, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld +Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer +aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden +schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende +der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het +tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele, +overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den +god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een +offer van hooi, dat immers reeds in de Edda „<span xml:lang="no">Sleipnis verdr</span>”<a id="FNa_82" href="#FN_82" class="fnanchor">(82)</a> genoemd +wordt<a id="FNa_83" href="#FN_83" class="fnanchor">(83)</a>. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in +een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld.</p> + +<p>Maar laten we eenige feiten aangeven.</p> + +<p>In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op den +akker eene gave „<span xml:lang="de">fr Odens pferde</span>” achterlieten<a id="FNa_84" href="#FN_84" class="fnanchor">(84)</a>; in Beieren, in den +omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den <i xml:lang="de">Waudlgaul</i> bestemd; +daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de +<i xml:lang="de">Waudlhunde</i>, <span class="pagenum" title="21"> </span><a id="p_21"></a>die den derden nacht komen en de gaven verslinden<a id="FNa_85" href="#FN_85" class="fnanchor">(85)</a>. +Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons +het best en volledigst door Bartsch<a id="FNa_86" href="#FN_86" class="fnanchor">(86)</a> meegedeeld, reden, waarom wij +het stuk hier in zijn geheel laten volgen:</p> + +<p xml:lang="de">„Frher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmhen des +Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich +dem Wode. Das lteste Zeugniss fr diesen merkwrdigen Gebrauch enthlt +der ausfhrliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem +Ende des 16. Jahrhunderts. „„Im Heidendome,”” erzhlt derselbe, „„hebben +tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen, +denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins +ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan +laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschrtet +unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Hde vom Koppe +genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche +upgerichtet, unde hebben den Wodendvel dremal semplick lud averall also +angeropen unde gebeden:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Wode,<br /></span> + <span class="i0">Hale dinem Rosse nu Voder,<br /></span> + <span class="i0">Nu Distel und Dorn,<br /></span> + <span class="i0">Thom andren Jhar beter Korn!<br /></span> +</div> +</div> + +<p xml:lang="de">Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch +an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlden solcher +avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne +gespret wert””.</p> + +<p xml:lang="de">Diese Erzhlung wird vollkommen besttigt durch einen gleichzeitigen +Bericht ber den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider +nur ein Bruchstck im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es +„„Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem +letzten <span class="pagenum" title="22"> </span><a id="p_22"></a>Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stcke +Ackers ein klein Pltzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben +an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan +das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen +beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts +gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Ho Wode, Ho Wode, du goder,<br /></span> + <span class="i0">Hale dinem Rosse nu voder,<br /></span> + <span class="i0">Hale nu Disteln und Dorn,<br /></span> + <span class="i0">Thom andern Jar beter Korn!””<br /></span> +</div> +</div> + +<p xml:lang="de">Eben dieses Gebrauches erwhnt auch der Prpositus Frank zu Sternberg in +der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus +Gryse als seinen Gewhrsmann <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: aufhrt">anfhrt</ins>, aber zugleich versichert, dass +er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer +Jugend erinnert htten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so an:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i4">Wode, Wode,<br /></span> + <span class="i0">Hahl dinem Rosse nu Voder,<br /></span> + <span class="i2">Nu Distel und Dorn,<br /></span> + <span class="i1">Aechter Jahr bter Korn!<br /></span> +</div> +</div> + +<p xml:lang="de">Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser +Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag +unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nmlich sind die +angefhrten Verse in den Drfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn +auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte, +am Ende des Feldes einen Bschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn +auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet.”</p> + +<p>In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst +wordt<a id="FNa_87" href="#FN_87" class="fnanchor">(87)</a>; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een +rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden:</p> + +<p><span class="pagenum" title="23"> </span><a id="p_23"></a></p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">„Wld, Wld, Wld<a id="FNa_88" href="#FN_88" class="fnanchor">(88)</a>!”<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Ook Wdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712 +verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder het +roepen van: „<span xml:lang="de">Fru Gaue, haltet (<i xml:lang="nl">of</i> halet) ju fauer</span><a id="FNa_89" href="#FN_89" class="fnanchor">(89)</a>!” Te +Kerstlingerode, in het Gttingsche, laat men den laatsten armvol aren +ongemaaid staan „<span xml:lang="de">vor Fru Holle</span><a id="FNa_90" href="#FN_90" class="fnanchor">(90)</a>”; in den omtrek van het voormalige +klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van <i xml:lang="de">Vergodendeelstruss</i>. +Sommigen verklaren dit woord als „vergelding voor zwaren arbeid”, +anderen, met Kuhn<a id="FNa_91" href="#FN_91" class="fnanchor">(91)</a>, als „<span xml:lang="de">Fr Goden Deel Struuss</span>”. In deze laatste +schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische +beteekenis boven gesproken is<a id="FNa_92" href="#FN_92" class="fnanchor">(92)</a>.</p> + +<p>Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan „<span xml:lang="de">damit</span>”, +zooals men zeide, „<span xml:lang="de">de Waur Futter fr sin Pferd finde</span>”. Vergelijken wij +nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: „<span id="cross16" xml:lang="de">Sankt Martin muss noch ein +Heu fr sein Rssl finden</span><a id="FNa_93" href="#FN_93" class="fnanchor">(93)</a>”. De synonimie springt in het oog, schoon +het in deze laatste uitdrukking niet <i xml:lang="de">Waur</i>, noch Sinterklaas, maar St. +Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest +en de Sinterklaasviering uit. Te Mggelsheim (Altmark) gelooven de +kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi +voor de huisdeur<a id="FNa_94" href="#FN_94" class="fnanchor">(94)</a>. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij +Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de +schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee +de zegen van 's nabuurs vee over<a id="FNa_95" href="#FN_95" class="fnanchor">(95)</a>. In Oostenrijksch Silezi wordt op +Kerstavond <span class="pagenum" title="24"> </span><a id="p_24"></a>het vee met weit en erwten gevoerd<a id="FNa_96" href="#FN_96" class="fnanchor">(96)</a>; ook in Mecklenburg +werd dien nacht eertijds <i xml:lang="de">Haferloses</i> (losse haver) als veevoeder op +tafel gelegd<a id="FNa_97" href="#FN_97" class="fnanchor">(97)</a>. Eindelijk, bij het haver <i>zaaien</i> laten de boeren op +den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het +paard van koning Abel<a id="FNa_98" href="#FN_98" class="fnanchor">(98)</a>.</p> + +<p>Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken uit +het feit, dat te Plitz (Mecklenburg) het nabootsen van een schimmel +door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op +Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is<a id="FNa_99" href="#FN_99" class="fnanchor">(99)</a>; dat +het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den +z. g. <i xml:lang="de">Roggenbr</i><a id="FNa_100" href="#FN_100" class="fnanchor">(100)</a>; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna +algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen +denken aan de <i xml:lang="la">simulacra de pannis facta</i><a id="FNa_101" href="#FN_101" class="fnanchor">(101)</a>, en aan het <i xml:lang="la">simulacrun +quod per campos portant</i><a id="FNa_102" href="#FN_102" class="fnanchor">(102)</a>, resp. N<sup>o</sup> 27 en 28 van den <i xml:lang="la">Indiculus +superstitionum</i><a id="FNa_103" href="#FN_103" class="fnanchor">(103)</a>.</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_64" href="#FNa_64" class="label">(64)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, p. 774.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_65" href="#FNa_65" class="label">(65)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., I, p. 17.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_66" href="#FNa_66" class="label">(66)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, p. 770 vlg.; <i>Overblijfselen</i>, pp. 27, +28; <span class="mixcap">Dr. L. Knappert</span>, <i>Folklore</i>. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.; +<span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van woudgeesten: +<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 142, 152.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_67" href="#FNa_67" class="label">(67)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, pp. 242, 243.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_68" href="#FNa_68" class="label">(68)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., p. 237.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_69" href="#FNa_69" class="label">(69)</a> Niet slechts door den schoorsteen, ook door het +<i>sleutelgat</i> komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in +Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen te +worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen. (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., +II, p. 103).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_70" href="#FNa_70" class="label">(70)</a> <span class="mixcap">Brandt</span> bij <span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 19.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_71" href="#FNa_71" class="label">(71)</a> L. L., V, p. 42.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_72" href="#FNa_72" class="label">(72)</a> L. L., p. 19.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_73" href="#FNa_73" class="label">(73)</a> Wij kursiveeren.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_74" href="#FNa_74" class="label">(74)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., p. 10.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_75" href="#FNa_75" class="label">(75)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., III, p. 60.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_76" href="#FNa_76" class="label">(76)</a> L. L., II, pp. 770 vlg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_77" href="#FNa_77" class="label">(77)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 28.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_78" href="#FNa_78" class="label">(78)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, 61, 349, 449.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_79" href="#FNa_79" class="label">(79)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 349, 350; <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., 236.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_80" href="#FNa_80" class="label">(80)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr19" title="Niet in Bron.">v. </ins>Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 438.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_81" href="#FNa_81" class="label">(81)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., p. 60.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_82" href="#FNa_82" class="label">(82)</a> <span xml:lang="no">Sleipnir</span>'s spijs.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_83" href="#FNa_83" class="label">(83)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 24.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_84" href="#FNa_84" class="label">(84)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 128.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_85" href="#FNa_85" class="label">(85)</a> Overblijfselen, l. l., p. 24.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_86" href="#FNa_86" class="label">(86)</a> L. L. l. l., pp. 307, 308.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_87" href="#FNa_87" class="label">(87)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 128.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_88" href="#FNa_88" class="label">(88)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l, p. 24<ins class="corr" id="corr20" title="Niet in Bron.">.</ins></p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_89" href="#FNa_89" class="label">(89)</a> Neem uw vor in ontvangst (<i>of</i> haal uw vor). Zie <span class="mixcap">Meijer</span>, +l. l., p. 291.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_90" href="#FNa_90" class="label">(90)</a> <span class="mixcap">Knappert</span>, l. l., p. 173.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_91" href="#FNa_91" class="label">(91)</a> L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik +<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 209.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_92" href="#FNa_92" class="label">(92)</a> Zie <a href="#cross14">p. 12</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_93" href="#FNa_93" class="label">(93)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 23.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_94" href="#FNa_94" class="label">(94)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., pp. 345, 346.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_95" href="#FNa_95" class="label">(95)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 233.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_96" href="#FNa_96" class="label">(96)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der +vruchtbaarheid in een <a href="#cross7">volgend hoofdstuk</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_97" href="#FNa_97" class="label">(97)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 227.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_98" href="#FNa_98" class="label">(98)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel +tot de Wilde Jacht in het <a href="#cross8">volgende hoofdstuk</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_99" href="#FNa_99" class="label">(99)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: i">l</ins>. l., II, p. 306.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_100" href="#FNa_100" class="label">(100)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 102; <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 421.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_101" href="#FNa_101" class="label">(101)</a> Poppen uit lompen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_102" href="#FNa_102" class="label">(102)</a> Pop, die men door het veld draagt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_103" href="#FNa_103" class="label">(103)</a> <span class="mixcap">Heijne</span>, l. l., p. 90.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 314px;"> +<img src="images/ill_p024.png" width="314" height="44" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="25"> </span><a id="p_25"></a></p> + +<h3><a id="III"></a>III.</h3> + +<p class="subh3">DE SCHIMMELRIJDER.<a id="FNa_104" href="#FN_104" class="fnanchor">(104)</a></p> + +<div class="pkop"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Sinter Klaas, die goede heer,<br /></span> + <span class="i0">Hij komt alle jaren weer,<br /></span> + <span class="i0">Met zijn paardje voor den wagen,<br /></span> + <span class="i0">Daar komt Sinte Klaas aan jagen.<br /></span> +</div> +<div class="bron"> + (<span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 74).</div> +</div> + +<p>Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter +op het hoofd<a id="FNa_105" href="#FN_105" class="fnanchor">(105)</a>, een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders +geslagen<a id="FNa_106" href="#FN_106" class="fnanchor">(106)</a>, die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden +hangt,—zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra voor.</p> + +<p>Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den +breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans <i xml:lang="no">Gngnir</i> in +de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld, +waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op +zijn trouwen schimmel <i xml:lang="no">Sleipnir</i>,—ziedaar het portret van Wdan-Odhin, +ons in de hoofdtrekken door <span xml:lang="la">Saxo Grammaticus</span> geteekend.</p> + +<p>Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den +Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.—Volkomen +juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de +Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer +zulke overeenkomst zich in meer dan n opzicht vertoont, en <span class="pagenum" title="26"> </span><a id="p_26"></a>vooral, +wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts +op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van +bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die <span xml:lang="de">des +Wilden Jagers</span>, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat +goede wil, laat ik zeggen <i xml:lang="fr">esprit de systme</i> vereischt wordt, om de +volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde +legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan +ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over +te hellen? Ter zake dus.</p> + +<p id="cross15">Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en huilende +windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn <span xml:lang="no">Sleipnir</span> door de lucht, +door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet vormt het +Wdansheer of de z. g. „Wilde Jacht”, die nog heden bij alle Germaansche +stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op +verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In +den Eiffel heet deze Jacht het <i xml:lang="de">Wudes-</i> of <i xml:lang="de">Wodesheer</i>; in Zwaben het +<i xml:lang="de">Wutes-</i> of <i xml:lang="de">Mutesheer</i>; in den Elzas het <i xml:lang="de">Wtenheer</i> (men vergete niet, +dat de naam <i xml:lang="de">Wdan</i> van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het +Oud-Hoogduitsche <i xml:lang="de">wuot</i>, wat „woede” en „verstand” beteekent); in Zweden +het <i xml:lang="sv">Odens hr</i>. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: „<span xml:lang="sv">Oden far +frbi</span>”<a id="FNa_107" href="#FN_107" class="fnanchor">(107)</a>.</p> + +<p>De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den +naam van <i xml:lang="de">Wode</i>, <i xml:lang="de">Jaue</i>, <i xml:lang="de">Goi</i> of <i xml:lang="de">Joe</i>, in Mecklenburg <i xml:lang="de">Waur</i>, in +Beieren <i xml:lang="de">Wotn</i>, <i xml:lang="de">Wutan</i>, <i xml:lang="de">Wut</i> of <i xml:lang="de">Wode</i><a id="FNa_108" href="#FN_108" class="fnanchor">(108)</a>. In Zwaben worden hem, +buiten de algemeene betiteling van <i xml:lang="de">Schimmelreiter</i>, dezelfde bijnamen +gegeven, waarmee men eertijds Wdan placht aan te duiden: <i xml:lang="de">Breithut</i>, +<i xml:lang="de">Langhut</i>, <i xml:lang="de">Schlapphut</i>. In Oostenrijk is hij in een langen mantel +gehuld en draagt een hoed met breeden rand<a id="FNa_109" href="#FN_109" class="fnanchor">(109)</a>. Het zou echter <span class="pagenum" title="27"> </span><a id="p_27"></a>eene +dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wdan het monopolie, den +bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel +Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens +het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd, +door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam +<span xml:lang="de">Hackelberg</span><a id="FNa_110" href="#FN_110" class="fnanchor">(110)</a>, uit <i xml:lang="de">hackel brend</i> „mantel dragend” verbasterd. Het +Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van „Hnske met +de hond”<a id="FNa_111" href="#FN_111" class="fnanchor">(111)</a>. In Hessen is het de <i xml:lang="de">Schnellertsgeist</i><a id="FNa_112" href="#FN_112" class="fnanchor">(112)</a>. +<a id="cross8"></a>Veelal ook zijn het <i>historische persoonlijkheden</i>: In den Harz en in de Lausnitz +<i xml:lang="de">Dietrich von Bern</i> (Theodorik de Groote) ook wel <i xml:lang="de">Berndietrich</i> +genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam van +<i xml:lang="de">Banadietrich</i><a id="FNa_113" href="#FN_113" class="fnanchor">(113)</a>; <a id="cross11"></a>te Eisleben <i xml:lang="de">Eckhart</i><a id="FNa_114" href="#FN_114" class="fnanchor">(114)</a>; in Engeland koning +Artur, in Skandinavi koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel. +Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den +Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de +XVIIde eeuw rijdt <span xml:lang="fr">Charlemagne</span> aan de spits van het geestenheer, terwijl +Roland het vaandel draagt<a id="FNa_115" href="#FN_115" class="fnanchor">(115)</a>.</p> + +<p>Ook andere <i>Heiligen</i>, ja ook <i>Engelen</i> deelen deze eer met den H. +Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabril; in +<ins class="corr" id="corr22" title="Bron: Staffordhire" xml:lang="en">Staffordshire</ins> noemt men nog heden de Wilde Jacht +„<span xml:lang="en">Gabriel Hounds</span>”, en te Lembeck in Westfalen „<span xml:lang="de">de Engelske Jagd</span>”, d. i. +de Jacht des Engels<a id="FNa_116" href="#FN_116" class="fnanchor">(116)</a>. Zoo ook St. Hubertus, „<span xml:lang="fr">la chasse St. Hubert</span>” +(door ontleening); zoo vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de +gewone ikonografische voorstelling van dezen Heilige die, te paard +gezeten, zijn mantel in tween deelt; <a id="cross4"></a>maar de volksvoorstelling van Sint +Maarten (Limb.: <i>Sintermerte</i>), van <i xml:lang="de">Junker Marten</i>, <span class="pagenum" title="28"> </span><a id="p_28"></a>volgens welke +deze, door zijn knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde +Jacht op Sint Maartensavond draagt in Duitschland den naam van +<i xml:lang="de">Martinsgestmpf</i><a id="FNa_117" href="#FN_117" class="fnanchor">(117)</a>.</p> + +<p>De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche +bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche +bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, <i xml:lang="la">legio</i>. +Veeleer was de schimmel van Wdan na de overwinning van het Kristendom +in de IXde en Xde eeuw, toen het <i>werkelijk</i> geloof aan een Wdan was +verloren gegaan, eene <i xml:lang="la">res derelicta primi occupantis</i>, nog slechts +bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich nog +hier of daar in het Folklore vertoont<a id="FNa_118" href="#FN_118" class="fnanchor">(118)</a>, maar welke het niet +moeielijk viel voor edeler, meer reele figuren te doen wijken. Op dien +schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het hoog +hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige +geschiedenis of sage hadden gespeeld—Heiligen, koningen, legerhoofden +en anderen—eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wdan's <span xml:lang="no">Sleipnir</span> ook +„als <i xml:lang="la">substratum</i> gediend voor de vereering van Sint Nicolaas”<a id="FNa_119" href="#FN_119" class="fnanchor">(119)</a>.</p> + +<p>Nog eene opmerking. Niet slechts <i>dat er sprake is</i> van het paard des +Heiligen; aan dit paard wordt als het ware <i>een zekere kultus gebracht</i>, +die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang, +dien <span xml:lang="no">Sleipnir</span> in de vereering der oude Germanen bekleedde: <i>daar</i> had +die vereering <span class="pagenum" title="29"> </span><a id="p_29"></a>ook beteekenis, wijl Wdan met zijn paard, beiden +verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden. +Beiden werden in n adem genoemd; „<span xml:lang="de">Oden und sein Pferd</span>”, „<span xml:lang="de">Wdan und +sein Pferd</span>” is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen, +zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede, +die in het Lubecksche z. g. <i xml:lang="de">Schwerttanzspiel</i> (stedelijke en landelijke +tooneelvertooning) <i xml:lang="de">Starkader</i> in den mond wordt gelegd: „<span xml:lang="de">Heilige Wode, +n ln mi dn prd</span>”<a id="FNa_120" href="#FN_120" class="fnanchor">(120)</a><ins class="corr" id="corr23" title="Niet in Bron.">.</ins></p> + +<p>Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige +wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in het +moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig en +zwart<a id="FNa_121" href="#FN_121" class="fnanchor">(121)</a>. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten +op<a id="FNa_122" href="#FN_122" class="fnanchor">(122)</a>.</p> + +<p>Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre +tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te +laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond<a id="FNa_123" href="#FN_123" class="fnanchor">(123)</a>; aldus ook Wdan en +de Wilde Jager<a id="FNa_124" href="#FN_124" class="fnanchor">(124)</a>. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een +hoefindruk achter, evenals de schimmel van <i xml:lang="de">Karel Quinte</i>, als deze uit +den <i xml:lang="de">Gudinsberg</i> (<i xml:lang="de">Wuodenesberg</i>) komt<a id="FNa_125" href="#FN_125" class="fnanchor">(125)</a>. Van een Sinterklaas<i>wagen</i> +spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore<a id="FNa_126" href="#FN_126" class="fnanchor">(126)</a>; van een +wagen bedienen zich ook de Wilde Jager<a id="FNa_127" href="#FN_127" class="fnanchor">(127)</a>, St. Thomas en het +Kerstkind<a id="FNa_128" href="#FN_128" class="fnanchor">(128)</a>. De Wdanswagen is genoegzaam bekend<a id="FNa_129" href="#FN_129" class="fnanchor">(129)</a>.</p> + +<p>Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend, +evenals Wdan, die den bijnaam draagt van <span class="pagenum" title="30"> </span><a id="p_30"></a><i xml:lang="no">vegtamr</i> „aan verre tochten +gewend”. Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en +zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk +schijnt voorheen <i>Engeland</i>, de <i xml:lang="en">Insula pomorum</i><a id="FNa_130" href="#FN_130" class="fnanchor">(130)</a>, geweest te +zijn<a id="FNa_131" href="#FN_131" class="fnanchor">(131)</a>; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal <i>Spanje</i>, dan ook +<i>Cond</i>:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Drie appelkens van <i>Cond</i><br /></span> + <span class="i0">Breng mijn broerkens ook wat mee.<br /></span> +</div> +<div class="bron">(West-Vlaanderen).</div> +</div> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Om appelkens van <i>Cond</i><br /></span> + <span class="i0">Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee.<br /></span> +</div> +<div class="bron">(Oost-Vlaanderen)<a id="FNa_132" href="#FN_132" class="fnanchor">(132)</a>.</div> +</div> + +<p>Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar <i>Picardi</i>:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Gank t rije,<br /></span> + <span class="i0">No 't lendje van <i>Picardi</i><a id="FNa_133" href="#FN_133" class="fnanchor">(133)</a>.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is<a id="FNa_134" href="#FN_134" class="fnanchor">(134)</a> zal het niemand +verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van <i xml:lang="de">Ebermann</i> +draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den „gever van goed geluk”, en +deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De Schimmelrijder +verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer verschillende +persoonlijkheden, waarover in het <a href="#IV">volgende hoofdstuk</a>, en op +verschillende dagen. In Silezi is het met St. Maarten, te Kranowitz en +Ratibor met <i xml:lang="de">St. Nikel</i><a id="FNa_135" href="#FN_135" class="fnanchor">(135)</a>, te Osnabrck o. a. met Kerstmis en +Nieuwjaar: de schimmel heet dan de „Spaansche hengst”<a id="FNa_136" href="#FN_136" class="fnanchor">(136)</a>. Zoo ook in +Mecklenburg<a id="FNa_137" href="#FN_137" class="fnanchor">(137)</a>; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op +Kerstavond<a id="FNa_138" href="#FN_138" class="fnanchor">(138)</a>, evenals in <span class="pagenum" title="31"> </span><a id="p_31"></a>Engeland. Zou het volgende nog op een +samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? „<span xml:lang="de">Auf der +Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf +weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine +schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus</span>”. (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., +I, p. 16).</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_104" href="#FNa_104" class="label">(104)</a> Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (<span class="mixcap">Schnell</span>, +l. l., II, p. 60).</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_105" href="#FNa_105" class="label">(105)</a></p> + + <div class="poem"> + <div class="stanza"> + <span class="i0">Sinterclaes bisschop,<br /></span> + <span class="i0">Settie <i>hooghe mutse</i> op!<br /></span> + </div> + <div class="bron">(Amsterdam.)</div> + </div> + +</div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_106" href="#FNa_106" class="label">(106)</a></p> + + <div class="poem"> + <div class="stanza"> + <span class="i0">Sinterkls Gods (good?) heilig man,<br /></span> + <span class="i0">Trek dnen besten <i>tabberd</i> aan.<br /></span> + </div> + <div class="bron">(Venloo.)</div> + <div class="stanza"> + <span class="i0">Sint Niklaes, o heilige man,<br /></span> + <span class="i0">Met uw <i>gespikkelden talfaerd</i> aen.<br /></span> + </div> + <div class="bron">(Oost-Vlaanderen.)</div> + </div> +</div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_107" href="#FNa_107" class="label">(107)</a> Odhin vaart voorbij.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_108" href="#FNa_108" class="label">(108)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., pp. 236, 237.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_109" href="#FNa_109" class="label">(109)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr24" title="Bron: Vern aleken">Vernaleken</ins></span>, +l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_110" href="#FNa_110" class="label">(110)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., pp. 19, 25, 101, 187.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_111" href="#FNa_111" class="label">(111)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 12.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_112" href="#FNa_112" class="label">(112)</a> <span class="mixcap">J. W. Wolf</span>, <i xml:lang="de">Hessische Sagen</i>. Gttingen-Leipzig, 1853. +P. 21.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_113" href="#FNa_113" class="label">(113)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 41.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_114" href="#FNa_114" class="label">(114)</a> „<span xml:lang="de">Der treue Eckhart</span>” of „<span xml:lang="de">Eckhart mit dem weissen Stab</span>”. +<span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 779, 780.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_115" href="#FNa_115" class="label">(115)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 779–788.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_116" href="#FNa_116" class="label">(116)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 251.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_117" href="#FNa_117" class="label">(117)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit +als voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele +voorstellingen, zooals die, bedoeld door Prof. <span class="mixcap">v. d. Vliet</span>, +<i>Tweemaandelijksch Tijdschrift</i>, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten +de zaak in alle geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen +dezen Heilige en Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald <i>niet</i> +worden afgeleid uit het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers +was. (Zie b. v. <span class="mixcap">Simrock</span>, <i xml:lang="de">Rheinsagen</i>. Bonn, 1850. P. 23; <span class="mixcap">Schnell</span>, l. +l<ins class="corr" id="corr25" title="Niet in Bron.">.</ins>, pp. 22, 23, 56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan +te danken hebben aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de +echtheid van dit en soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_118" href="#FNa_118" class="label">(118)</a> Zie <a href="#cross15">p. 26</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_119" href="#FNa_119" class="label">(119)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de +belangrijke studie van den Bollandist <span class="mixcap">J. van den Gheyn</span>, getiteld: <i xml:lang="fr">Le +Personnage d'Arlequin</i>, in zijne <i xml:lang="fr">Essais de Mythologie et de Philologie +compare</i>. <span xml:lang="fr">Bruxelles-Paris</span>, 1885. Pp. 107–131.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_120" href="#FNa_120" class="label">(120)</a> <i xml:lang="de">Zeitschr. fr deutsches Altertum</i>, XX, p. 13. De +<i xml:lang="de">Schwerttanzspiele</i> waren van de XVde tot XVIIde eeuw over heel +Duitschland verspreid.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_121" href="#FNa_121" class="label">(121)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 34, 35, 50.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_122" href="#FNa_122" class="label">(122)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 83.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_123" href="#FNa_123" class="label">(123)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 14.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_124" href="#FNa_124" class="label">(124)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 46.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_125" href="#FNa_125" class="label">(125)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 242.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_126" href="#FNa_126" class="label">(126)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 286.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_127" href="#FNa_127" class="label">(127)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 55.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_128" href="#FNa_128" class="label">(128)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 436, 453.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_129" href="#FNa_129" class="label">(129)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., pp. 18, 19.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_130" href="#FNa_130" class="label">(130)</a> Het Appeleneiland.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_131" href="#FNa_131" class="label">(131)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr26" title="Bron: Eelcoo">Eelcoo</ins> Verwijs</span>, l. l., p. 77.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_132" href="#FNa_132" class="label">(132)</a> Ons „appeltjes van Oranje” is aan het Fransch ontleend. +Bij <span class="mixcap">Kiliaen</span> vindt men „aranienappel”, vgl. het <i>Ital.</i> <span xml:lang="it">arancio</span> uit het +<i>Arab<ins class="corr" id="corr27" title="Niet in Bron.">.</ins>-Perz.</i> <span xml:lang="fa">nrandj</span>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_133" href="#FNa_133" class="label">(133)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 256.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_134" href="#FNa_134" class="label">(134)</a> Zie <a href="#cross14">p. 12</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_135" href="#FNa_135" class="label">(135)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, pp. 65, 66.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_136" href="#FNa_136" class="label">(136)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 448.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_137" href="#FNa_137" class="label">(137)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, pp. 224, 233, 234.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_138" href="#FNa_138" class="label">(138)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 50.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 370px;"> +<img src="images/ill_p031.png" width="370" height="55" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="32"> </span><a id="p_32"></a></p> + +<h3><a id="IV"></a>IV.</h3> + +<p class="subh3">VORMVERANDERINGEN.</p> + +<div class="pkop"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Wie stout is of boos,<br /></span> + <span class="i0">Sint Niklaas hoort alles,<br /></span> + <span class="i0">Hij luistert altoos!<br /></span> + <span class="i0">Hem kan men niet foppen,<br /></span> + <span class="i0">Geloof mij oprecht,<br /></span> + <span class="i0">Wat hij niet gezien heeft,<br /></span> + <span class="i0">Vertelt hem zijn knecht.<br /></span> +</div> + <div class="bron">(Uit <span class="mixcap">Schenkman's</span> prentenboek).</div> +</div> + +<p>Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal +eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen +vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de +gevolgtrekking juist was.</p> + +<p>Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore +verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk:</p> + +<p>I. <span class="mixcap">Van Heidenschen Oorsprong.</span></p> + +<p>1 <i>Wdan</i>, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid.</p> + +<p>2 <i xml:lang="de">Hruodperaht</i>, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal +onder den naam van <span xml:lang="de">Ruprecht</span> verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde +Jacht—gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel—en is, +evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig +en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem.</p> + +<p>3 <i>Perchta</i> of <i>Bertha</i><a id="FNa_139" href="#FN_139" class="fnanchor">(139)</a>, eene godin, die in karakter het meest met +de godin Holda<a id="FNa_140" href="#FN_140" class="fnanchor">(140)</a> overeenkomt. Als „die wilde Bertha” vaart zij door +de lucht, en verleent vruchtbaarheid <span class="pagenum" title="33"> </span><a id="p_33"></a>aan de akkers<a id="FNa_141" href="#FN_141" class="fnanchor">(141)</a>. +Haar heilig was de <i id="cross9" xml:lang="de">Perchtenabend</i>, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen, +witten sluier is zij gehuld<a id="FNa_142" href="#FN_142" class="fnanchor">(142)</a>. Nog heden laat men in Tirol eten voor +haar staan.</p> + +<p>II. <span class="mixcap">Van Kristelijken Oorsprong.</span></p> + +<p>1 De <i>H. Nikolaas</i>, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van Myra.</p> + +<p>2 De <i>H. Martinus</i>, bisschop van Tours, volksheilige.</p> + +<p>3 Het <i>Kerstkind</i>, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt.</p> + +<p>4 De <i>H. Driekoningen</i>, die hunne offergaven aan de kribbe des +Verlossers nederlegden.</p> + +<p>5 De <i>H. Lucia</i>, Maagd en Martelares.</p> + +<p>Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat +<ins class="corr" id="corr28" title="Bron: attribubuten">attributen</ins> van heidensche figuren op kristelijke zijn +overgegaan, maar ook, dat kristelijke dragers derzelfde attributen, +volgens plaatselijke omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen; +en eindelijk, dat men, door onderlinge ontleening van verschillende +Folkloristische <i xml:lang="la">centra</i>, personen, namen en attributen op de meest +grillige wijze heeft gekombineerd.</p> + +<p>1 Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door de +lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij +<i xml:lang="de">Junker Marten</i><a id="FNa_143" href="#FN_143" class="fnanchor">(143)</a>. In Zwaben noemt men hem <i xml:lang="de">Pelzmrte</i>, vroeger in +Beieren <i xml:lang="de">Pelzmartle</i>. Deze samenstellingen met <i xml:lang="de">Pelz-</i> zijn niet +zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene +vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid +heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den +Joelbok.—</p> + +<p>Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard<a id="FNa_144" href="#FN_144" class="fnanchor">(144)</a>. In <span class="pagenum" title="34"> </span><a id="p_34"></a>gezelschap van +St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals +blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682<a id="FNa_145" href="#FN_145" class="fnanchor">(145)</a>. In het +Freudenthal (Oostenr. Silezi) brengt hij op een schimmel gezeten +allerlei geschenken aan grooten en kleinen<a id="FNa_146" href="#FN_146" class="fnanchor">(146)</a>. In de Rijnprovincie, +IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas<a id="FNa_147" href="#FN_147" class="fnanchor">(147)</a>.</p> + +<p>2 Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een +eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als +bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een +pelsmantel gehuld<a id="FNa_148" href="#FN_148" class="fnanchor">(148)</a>. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor +den <i xml:lang="de">Nikelmann</i>; ieder jaar haalt deze zich een offer<a id="FNa_149" href="#FN_149" class="fnanchor">(149)</a>. Dergelijke +sombere eigenschappen dankt de Heilige f aan <span xml:lang="de">Ruprecht</span>, in diens +hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, f aan het feit, dat Wdan vaak +met den duivel op ne lijn werd gesteld<a id="FNa_150" href="#FN_150" class="fnanchor">(150)</a>. Duidelijk blijken althans +zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton Wallis, +volgens welke hij—evenals de berggeesten—uit de rotsspelonken te +voorschijn komt<a id="FNa_151" href="#FN_151" class="fnanchor">(151)</a>. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem +<i xml:lang="de">Pelznikel</i> (ook wel <i xml:lang="de">Nikel</i> of <i xml:lang="de">St. Nikel</i>). In Tirol heet de vooravond +van Sinterklaas <i id="cross10" xml:lang="de">Klaubautag</i><a id="FNa_152" href="#FN_152" class="fnanchor">(152)</a><ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">.</ins></p> + +<p>3 In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel<a id="FNa_153" href="#FN_153" class="fnanchor">(153)</a>, evenals +<span xml:lang="en">Father Christmas</span> in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel +vindt voor zijn paard<a id="FNa_154" href="#FN_154" class="fnanchor">(154)</a>. In het graafschap Rupin verschijnt een +naamlooze ruiter op <span class="pagenum" title="35"> </span><a id="p_35"></a>een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede +figuur een grooten zak draagt, en de <i xml:lang="de">Christmann</i> of <i xml:lang="de">Christpuppe</i> +heet<a id="FNa_155" href="#FN_155" class="fnanchor">(155)</a>.</p> + +<p>4 Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van +het Kerstkind voorzien, treedt <i xml:lang="de">Hruodparaht</i> op, f zelfstandig, f aan +n van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de +Rijnprovincie <i xml:lang="de">Hans Muff</i>, in den Elzas <i xml:lang="de">Hans Trapp</i>, anders elders. De +benaming <i xml:lang="de">Ruprecht</i> heeft als wisselvorm <i xml:lang="de">Rupel</i><a id="FNa_156" href="#FN_156" class="fnanchor">(156)</a>; ook de Wilde +Jager heet <span xml:lang="de">Ruprecht</span><a id="FNa_157" href="#FN_157" class="fnanchor">(157)</a>. Op den <i xml:lang="de">Hutberg</i> bij Herrnhut huizen twee +Wilde Jagers: <i xml:lang="de">Ulrich Ruprecht</i> en <i xml:lang="de">Bernhard Dietrich</i><a id="FNa_158" href="#FN_158" class="fnanchor">(158)</a>. Het +uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt +<span xml:lang="de">Ruprecht</span> als <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: kwaad aardige">kwaadaardige</ins> elf, dan is hij trouw +gewapend met zak en roedachtig dan is zijn gezicht zwart <i>van het roet</i>. +Ook de zak op zijn rug is een roetzak: <i xml:lang="de">Schmutzbartel</i> heet hij om zijn +roetachtig uitzicht. Ook de <i xml:lang="de">Perchteln</i> d. i. vermomde gestalten, die op +<i xml:lang="de">Perchtenabend</i><a id="FNa_159" href="#FN_159" class="fnanchor">(159)</a> rondloopen, de <i xml:lang="de">Pfingstlmmel</i> in het Ansbachsche, +de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een roetig +gezicht<a id="FNa_160" href="#FN_160" class="fnanchor">(160)</a>. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is „<span xml:lang="de">keineswegs +bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwrzung] mir in roher Weise +ausdrcken zu wollen, dass der dargestellte Dmon<a id="FNa_161" href="#FN_161" class="fnanchor">(161)</a> ein nicht +sichtbares, fr menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein +Schatten, ein Gespenst sei</span>”<a id="FNa_162" href="#FN_162" class="fnanchor">(162)</a>.</p> + +<p>In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en +erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd +ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark <i xml:lang="de">der hele Christ</i>, <i xml:lang="de">Ruprecht</i> of +<i xml:lang="de">Hans Ruprecht</i>; in <span class="pagenum" title="36"> </span><a id="p_36"></a>Mecklenburg <i xml:lang="de">der ru Clas</i> of <i xml:lang="de">Ruklas</i> in de +Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland <i xml:lang="de">Clas</i>, <i xml:lang="de">Glas Bur</i>, of +<i xml:lang="de">Buller Clas</i>. In Beieren kent men een goeden en kwaden <i xml:lang="de">Klas</i><a id="FNa_163" href="#FN_163" class="fnanchor">(163)</a>. In +de Oud-Mark trekt eenige dagen vr Kerstmis de afschuwelijke gedaante +van <i xml:lang="de">Klas Bur</i> met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond, +ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste +loon of straf<a id="FNa_164" href="#FN_164" class="fnanchor">(164)</a>. In Mecklenburg heet <i xml:lang="de">Rug-klas</i> „<span xml:lang="de">des heiligen Christ +Vorposten</span>”; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede +voorzien<a id="FNa_165" href="#FN_165" class="fnanchor">(165)</a>. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam +van <i xml:lang="de">Schmutzli</i><a id="FNa_166" href="#FN_166" class="fnanchor">(166)</a>. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet +bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van <i xml:lang="de">Huosecker</i><a id="FNa_167" href="#FN_167" class="fnanchor">(167)</a>, +in Tirol onder dien van de <i xml:lang="de">Wauwe</i><a id="FNa_168" href="#FN_168" class="fnanchor">(168)</a>. Omstreeks het jaar 1850 +verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als +<i xml:lang="de">Hel-Niclas</i>, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens<a id="FNa_169" href="#FN_169" class="fnanchor">(169)</a>. +Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: <i xml:lang="de">Sparmundi</i>, <i xml:lang="de">Pelzebub</i>, +<i xml:lang="de">Pelznikel</i>, <i xml:lang="de">Butzemann</i><a id="FNa_170" href="#FN_170" class="fnanchor">(170)</a>. Dit <i xml:lang="de">Butzemann</i>, waarmee men ons +„boezeman” of „boeman” kan vergelijken, is eene benaming van den +huisgeest<a id="FNa_171" href="#FN_171" class="fnanchor">(171)</a>. <i xml:lang="de">Pelzoppel</i> heet hij in Hessen-Nassau. In +Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw, +<i xml:lang="de">Berchtel</i>, <i xml:lang="de">Buzebergt</i> of <i xml:lang="de">Eiserne Bertha</i> genaamd; <i xml:lang="de">Berchtel</i> en +<i xml:lang="de">—bergt</i> staan blijkbaar in betrekking tot den naam <span xml:lang="de">Perchta</span>, evenals +<i xml:lang="de">—bartel</i>. In Oberhausen zei men eertijds: „<span xml:lang="de">Heut kommt der Klas, morgen +de Buzebercht</span>”<a id="FNa_172" href="#FN_172" class="fnanchor">(172)</a>. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December 's +avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar <span class="pagenum" title="37"> </span><a id="p_37"></a>de +ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij +zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij +door een soort <i xml:lang="de">Nikolo</i> begeleid. „<span xml:lang="de">Da der Name der heiligen Lucia</span>”, zegt +v. Reinsberg-Dringsfeld<a id="FNa_173" href="#FN_173" class="fnanchor">(173)</a>, „<span xml:lang="de">welcher aus <i xml:lang="la">lux</i>, Licht, entstanden +sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist es +natrlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Zge der alten Gttin +angenommen hat.</span>” Ook door <i xml:lang="de">Wode</i> wordt niet zelden de rol van <span xml:lang="de">Ruprecht</span> +gespeeld, zoo te Mecklenburg<a id="FNa_174" href="#FN_174" class="fnanchor">(174)</a>; in de Thuringsche kerstsage van de +17de eeuw doet dit „<span xml:lang="de">der treue Eckhart</span>”<a id="FNa_175" href="#FN_175" class="fnanchor">(175)</a>. Ook wordt <span xml:lang="de">Ruprecht</span> veelal +door den <i xml:lang="de">Julbuk</i> of <i xml:lang="de">Julbock</i> vervangen, d. i., een knecht in +boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte +<i xml:lang="de">Klapperbock</i><a id="FNa_176" href="#FN_176" class="fnanchor">(176)</a>. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen +vr Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is <a href="#cross2">reeds</a> +gesproken; over den ever insgelijks<a id="FNa_177" href="#FN_177" class="fnanchor">(177)</a>, zoodat het ons niet moeilijk +zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in +erwtenstroo gehuld (<i xml:lang="de">Erbsenbr</i>), die gedurende het Joeltijdperk plaats +heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol +verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: „<span xml:lang="de">Jemand einen Bren aufbinden</span>” +haar ontstaan. De beer wordt door <span xml:lang="de">Klas</span> of <span xml:lang="de">Ruprecht</span> geleid. Te Breslau is +<i xml:lang="de">Nicolo</i> vergezeld van <i xml:lang="de">Bartel</i>, tot wien de kinderen roepen:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Bartel, Bartel, wilder Br,<br /></span> + <span class="i0">Leg mir ein, was i beger, enz.<a id="FNa_178" href="#FN_178" class="fnanchor">(178)</a><br /></span> +</div> +</div> + +<p class="noi"><span xml:lang="de">Bartel</span> wordt ook <i xml:lang="de">Strohbartel</i> genoemd; hier en daar draagt +<span xml:lang="de">Ruprecht</span> het epitheton <i xml:lang="de">Strohbart</i><a id="FNa_179" href="#FN_179" class="fnanchor">(179)</a>, als hij zich nl. in stroo +gewikkeld vertoont.</p> + +<p><span class="pagenum" title="38"> </span><a id="p_38"></a></p> + +<p id="cross7">De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat het +<i>erwten</i>stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt +vruchtbaarheidssymbool<a id="FNa_180" href="#FN_180" class="fnanchor">(180)</a>. Om veel ooft te krijgen worden gedurende +het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden; +gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden<a id="FNa_181" href="#FN_181" class="fnanchor">(181)</a>; op +Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten +eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen<a id="FNa_182" href="#FN_182" class="fnanchor">(182)</a>. In het +Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door de +kamerdeur<a id="FNa_183" href="#FN_183" class="fnanchor">(183)</a>; gedurende de z. g. <i xml:lang="de">Knpflinsnchte</i> (de +Donderdagnachten vr Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland volwassenen +en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen <ins class="corr" id="corr31" title="Bron: der">den</ins> +vensterruiten<a id="FNa_184" href="#FN_184" class="fnanchor">(184)</a>. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde +bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: „In <span xml:lang="de">Zug</span> in +Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel +afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als +bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en +gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan +eene <i>blaas met erwten</i><a id="FNa_185" href="#FN_185" class="fnanchor">(185)</a> was bevestigd”<a id="FNa_186" href="#FN_186" class="fnanchor">(186)</a>.</p> + +<p>Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis hebben?</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_139" href="#FNa_139" class="label">(139)</a> Zie <a href="#cross3">p. 8</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_140" href="#FNa_140" class="label">(140)</a> Zie over deze godin <span class="mixcap">Knappert</span>, l. l., pp. 123 vlg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_141" href="#FNa_141" class="label">(141)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., pp. 1107, 1108.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_142" href="#FNa_142" class="label">(142)</a> Van haar en Holda stammen onze „Witte Juffers”. Somtijds +vertoont zij zich echter, onder den vorm van <i xml:lang="de">Berchtel</i>, in zwarte +lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. <span class="mixcap">v. +Reinsberg<ins class="corr" id="corr32" title="Niet in Bron.">-</ins>Dringsfeld</span>, l. l., p. 483.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_143" href="#FNa_143" class="label">(143)</a> Zie <a href="#cross4">p. 27</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_144" href="#FNa_144" class="label">(144)</a> Zie <a href="#cross16">p. <ins class="corr" id="corr33" title="Bron: 129">23</ins></a>. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou +zijn blijven staan, evenals die van den hoef van het Wdanros, zooals +<span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. <span class="mixcap">Wolf</span> toch spreekt +t. a. p. (<i xml:lang="de">Niederlndische Sagen</i>. Leipzig, 1843. P. 435) uitdrukkelijk +van „<span xml:lang="de">Martin, ein Sohn des Grafen von Namur, der siebente Bischof von Tongern</span>”.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_145" href="#FNa_145" class="label">(145)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 222.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_146" href="#FNa_146" class="label">(146)</a> Zie <a href="#cross5">p. 11</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_147" href="#FNa_147" class="label">(147)</a> Zie <a href="#cross6">p. 14</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_148" href="#FNa_148" class="label">(148)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 155.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_149" href="#FNa_149" class="label">(149)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 29.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_150" href="#FNa_150" class="label">(150)</a> Zie <a href="#cross17">p. <ins class="corr" id="corr34" title="Bron: 3">13</ins></a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_151" href="#FNa_151" class="label">(151)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_152" href="#FNa_152" class="label">(152)</a> = <i xml:lang="de">Klaubauftag</i>. <i xml:lang="de">Klaubauf</i> is de naam van den kobold.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_153" href="#FNa_153" class="label">(153)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 257.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_154" href="#FNa_154" class="label">(154)</a> <span class="mixcap">Pol de Mont</span>, <i xml:lang="de">Dietsche Warande</i>, X, 1, 1897. P. 30.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_155" href="#FNa_155" class="label">(155)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., p<ins class="corr" id="corr35" title="Niet in Bron.">.</ins> 346.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_156" href="#FNa_156" class="label">(156)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 417.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_157" href="#FNa_157" class="label">(157)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 237.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_158" href="#FNa_158" class="label">(158)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 242.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_159" href="#FNa_159" class="label">(159)</a> Zie <a href="#cross9">p. 33</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_160" href="#FNa_160" class="label">(160)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_161" href="#FNa_161" class="label">(161)</a> Als het Grieksche <span title="daimn">δαίμων</span>, half goddelijk, half +menschelijk wezen, op te vatten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_162" href="#FNa_162" class="label">(162)</a> L. L. p. 322.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_163" href="#FNa_163" class="label">(163)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 22.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_164" href="#FNa_164" class="label">(164)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l<ins class="corr" id="corr36" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 345.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_165" href="#FNa_165" class="label">(165)</a> Zou tot deze verschijning wellicht <i xml:lang="de">Klas Rugebart</i> in +betrekking staan, die in het Lubecksche <i xml:lang="de">Schwerttanzspiel</i> voorkomt? Zie +<i xml:lang="de">Zeitschr. fr deutsches Altertum</i>, XX, p. 10.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_166" href="#FNa_166" class="label">(166)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_167" href="#FNa_167" class="label">(167)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., V, p. 59.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_168" href="#FNa_168" class="label">(168)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 62.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_169" href="#FNa_169" class="label">(169)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 49.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_170" href="#FNa_170" class="label">(170)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l<ins class="corr" id="corr37" title="Niet in Bron.">.</ins>, I, p. 21.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_171" href="#FNa_171" class="label">(171)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam <i>Klaubauf</i>, +boven <a href="#cross10">p. <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: 140">34</ins></a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_172" href="#FNa_172" class="label">(172)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 433.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_173" href="#FNa_173" class="label">(173)</a> L. L. p. 434.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_174" href="#FNa_174" class="label">(174)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 781, 782.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_175" href="#FNa_175" class="label">(175)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 29. Vgl. boven +<a href="#cross11">p. <ins class="corr" id="corr39" title="Bron: 133">27</ins></a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_176" href="#FNa_176" class="label">(176)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 62.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_177" href="#FNa_177" class="label">(177)</a> Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde +Jacht. Zie <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 244.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_178" href="#FNa_178" class="label">(178)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 63.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_179" href="#FNa_179" class="label">(179)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., III, p. 149.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_180" href="#FNa_180" class="label">(180)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 103.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_181" href="#FNa_181" class="label">(181)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 464.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_182" href="#FNa_182" class="label">(182)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 233.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_183" href="#FNa_183" class="label">(183)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 453.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_184" href="#FNa_184" class="label">(184)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 424, 425.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_185" href="#FNa_185" class="label">(185)</a> Wij kursiveeren.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_186" href="#FNa_186" class="label">(186)</a> L. L<ins class="corr" id="corr40" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 29.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 264px;"> +<img src="images/ill_p038.png" width="264" height="27" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="39"> </span><a id="p_39"></a></p> + +<h3><a id="V"></a>V.</h3> + +<p class="subh3">BEL EN ROEDE.</p> + +<div class="pkop"> +<div class="stanza" xml:lang="de"> + <span class="i0">St. Niklasawen,<br /></span> + <span class="i0">denn geit wi n baben,<br /></span> + <span class="i0"><i>denn klingelt de klokken</i>,<br /></span> + <span class="i0">denn danzen de poppen.<br /></span> +</div> + <div class="bron">(<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 327 Aanm. 2).</div> +</div> + +<p>Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas +wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te +voren in het kanton Bern<a id="FNa_187" href="#FN_187" class="fnanchor">(187)</a>; in Hohenzollern trekken op den vooravond +van het feest, mannen en vrouwen, z. g. <i xml:lang="de">Niclause</i>, onder ketting- en +belgerinkel door de straten<a id="FNa_188" href="#FN_188" class="fnanchor">(188)</a>; in het kanton Unterwalden gaat eenige +dagen te voren een als hanstworst gekleed man <i xml:lang="de">Samichlausen-Geiggel</i> +genaamd, met bellen van huis tot huis<a id="FNa_189" href="#FN_189" class="fnanchor">(189)</a>.</p> + +<p>Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het +volgende rijmpje:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man,<br /></span> + <span class="i0">Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan,<br /></span> + <span class="i0">Geefftemen een beurs <i>met bellen</i><a id="FNa_190" href="#FN_190" class="fnanchor">(190)</a>,<br /></span> + <span class="i0">Soo sal ickje niet meer quellen,<br /></span> + <span class="i0">So langhe als het God geliefft,<br /></span> + <span class="i0">Heb ik Sinte Niclaesje lieff<a id="FNa_191" href="#FN_191" class="fnanchor">(191)</a>.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker; +<ins class="corr" id="corr41" title="Bron: daart">daar</ins> hoort men:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Heilige Krist du gde mann,<br /></span> + <span class="i0">trek dn besten tabbert an<a id="FNa_192" href="#FN_192" class="fnanchor">(192)</a>,<br /></span> + <span class="i0">komm veer onse deer,<br /></span> + <span class="i0"><i>klinger ons wat veer</i><a id="FNa_193" href="#FN_193" class="fnanchor">(193)</a>.<br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="40"> </span><a id="p_40"></a></p> + +<p class="noi">Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van <i>Klinggeest</i><a id="FNa_194" href="#FN_194" class="fnanchor">(194)</a> +en <i>Klingjes</i><a id="FNa_195" href="#FN_195" class="fnanchor">(195)</a> draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud +kondigt het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok +aan<a id="FNa_196" href="#FN_196" class="fnanchor">(196)</a>. Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde +gedaante, waarvan op blz. <ins class="corr" id="corr42" title="Bron: 142">35</ins> sprake was—<span xml:lang="de">Ruprecht, Clas</span> of anders +geheeten—die met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith +(Rijnprovincie) is Hans Muff van bellen voorzien<a id="FNa_197" href="#FN_197" class="fnanchor">(197)</a>; in +<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: Meckenburg">Mecklenburg</ins> heet de Schimmelrijder +<i xml:lang="de">Klingklas</i><a id="FNa_198" href="#FN_198" class="fnanchor">(198)</a>; +klokjes en belletjes draagt ook <i xml:lang="de">Aschenklas</i><a id="FNa_199" href="#FN_199" class="fnanchor">(199)</a>. In het Noorden treden +de Joelbokken met schelletjes op<a id="FNa_200" href="#FN_200" class="fnanchor">(200)</a>.</p> + +<p>Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den <i>huisgeest</i> eigen; +niet van Wdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit +attribuut; Wdan is trouwens de <i xml:lang="de">Elfenknig</i> of <i xml:lang="de">Ellenknig</i><a id="FNa_201" href="#FN_201" class="fnanchor">(201)</a>. Een +<i xml:lang="de">Pck</i> (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal<a id="FNa_202" href="#FN_202" class="fnanchor">(202)</a>, diende dertig +volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken, +stal en elders. Tot loon bedong hij: <i xml:lang="la">tunicam de diversis coloribus et +tintinnabulis plenam</i><a id="FNa_203" href="#FN_203" class="fnanchor">(203)</a>. In Schotland huisde eertijds een kobold, die +den naam van <i xml:lang="en">Shellycoat</i> droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden +veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn +verwantschap met den lustigen huisgeest<a id="FNa_204" href="#FN_204" class="fnanchor">(204)</a>.</p> + +<p>Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen zich +voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest—<i xml:lang="de">Grner Georg</i>, +<i xml:lang="de">Pfingstl</i>, <i xml:lang="de">Pfigstbutz</i>, enz.—vertoont een roetgezicht en rinkelt met +eene koeschel<a id="FNa_205" href="#FN_205" class="fnanchor">(205)</a>. <span class="pagenum" title="41"> </span><a id="p_41"></a>Gedurende +de <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> loopen de <span id="cross12" xml:lang="de">Perchteln</span> met +<i>koeschellen</i> en <i>lange zweepen</i> rond; op Kerstavond loopen op vele +plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het +dorp; op Donderdag vr Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming +hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met +paardenschellen<a id="FNa_206" href="#FN_206" class="fnanchor">(206)</a>. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid in +verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in het +Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente „<span xml:lang="de">das Gras +ausluten</span>”, d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het +gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met +groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt +men „<span xml:lang="de">den Langas (<span xml:lang="nl">lente</span>) wecken</span>”<a id="FNa_207" href="#FN_207" class="fnanchor">(207)</a>.</p> + +<p>Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit<a id="FNa_208" href="#FN_208" class="fnanchor">(208)</a>, „<span xml:lang="de">dass Glocke und +Schelle zur ursprnglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehrten und +eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten</span>”. Kon de huisgeest +als <i>geest</i> zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen, te +sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische +<span title="trizein">τρίζειν</span>—de +taal der geesten in het algemeen—bel en klok zijn +hem wel als daemon der vruchtbaarheid eigen.</p> + +<div class="figcenter" style="width: 165px;"> +<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +<div><hr class="tb" /></div> +</div> + +<div class="pkop" id="cross1"> +<div class="stanza" xml:lang="de"> + <span class="i0">Ein Schatten schleichet um das Haus,<br /></span> + <span class="i0">Und horch, welch Kettengeklirre!<br /></span> + <span class="i0">Frwahr das ist Sanct Nicolaus,<br /></span> + <span class="i0">Das Ruthen-Mnnlein von Myra.<br /></span> +</div> + <div class="bron">(<span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 15).</div> +</div> + +<p>Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten, +<span xml:lang="de">Ruprecht</span> en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken +uitdeelen, zijn ook gewapend <span class="pagenum" title="42"> </span><a id="p_42"></a>met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men +de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk +is dezer roede van <i>berkenhout</i>; in Tirol vindt men de hazelaarsgard, +met welke de <span xml:lang="de">Butzemann</span>, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij +op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt<a id="FNa_209" href="#FN_209" class="fnanchor">(209)</a>. In Zwitserland draagt de +H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een +groene twijg<a id="FNa_210" href="#FN_210" class="fnanchor">(210)</a>. Hiermee komt de z. g. <i xml:lang="de">Martinsgerte</i> overeen, die de +Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter +krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen +alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide. +Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza" xml:lang="de"> + <span class="i0">Kommt der heilig St. Mrten (Mirte)<br /></span> + <span class="i0">Mit seiner Gerten;<br /></span> + <span class="i0"><i>Soviel Kranewitbeeren,</i><br /></span> + <span class="i0"><i>Soviel Ochsen und Stiere.</i><br /></span> + <span class="i0"><i>Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!</i><br /></span> + <span class="i0">Steckt sie hinter den Khbarn,<br /></span> + <span class="i0">So wird auf's Jahr keine Kuh verloren,<br /></span> + <span class="i0">Und steckt sie hinter die Stalltr,<br /></span> + <span class="i0">Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfr.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>En in Beneden-Oostenrijk:</p> + +<div class="poem"> +<div class="stanza" xml:lang="de"> + <span class="i0">Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten;<br /></span> + <span class="i0"><i>Soviel als die Rute Zweige hat,</i><br /></span> + <span class="i0"><i>Soviel soll auch der Bauer Vieh haben.</i><br /></span> + <span class="i0">Nehmt ihr die Ruten in eure Hand,<br /></span> + <span class="i0">Steckt ihr 's wol auf ober der Wand,<br /></span> + <span class="i0">Wol hinter das Dach,<br /></span> + <span class="i0">Am Sankt Gregoriustag<br /></span> + <span class="i0">Treibt das arme Vieh aus,<br /></span> + <span class="i0">Durch alle Engeln aus<a id="FNa_211" href="#FN_211" class="fnanchor">(211)</a>.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is haar +elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. <span class="pagenum" title="43"> </span><a id="p_43"></a>Hetzelfde kan gezegd worden +van de zweepen der <span xml:lang="de">Perchteln</span><a id="FNa_212" href="#FN_212" class="fnanchor">(212)</a> en der boerenknapen, die te Mhren +(Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden +trekken<a id="FNa_213" href="#FN_213" class="fnanchor">(213)</a>. Zou dus de meening van Tille<a id="FNa_214" href="#FN_214" class="fnanchor">(214)</a> het ware treffen, +volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door +het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak +hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten +toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den +derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan, +terwijl ze roepen:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0"><i>Frisches Grn! Langes Leben!</i><br /></span> + <span class="i0">Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nsse u. s. w.) geben<a id="FNa_215" href="#FN_215" class="fnanchor">(215)</a>.<br /></span> +</div> +</div> + +<p>De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben <i xml:lang="de">Pfeffertag</i>, wijl dan +de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de +voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen, +noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens +de meisjes met rozemarijnstengels, al <ins class="corr" id="corr44" title="Bron: zeggen">zeggend</ins>:</p> + +<div class="poem" xml:lang="de"> +<div class="stanza"> + <span class="i0">Da komme ich her getreten<br /></span> + <span class="i0">mit meiner frischen Gerten,<br /></span> + <span class="i0">mit meinem frischen Mut.<br /></span> + <span class="i0">Schmeckt der Pfeffertag gut?<a id="FNa_216" href="#FN_216" class="fnanchor">(216)</a><br /></span> +</div> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="44"> </span><a id="p_44"></a></p> + +<p>Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de +afstraffing, door Dr. Brom aan Jos a Leydis met de roede van +Sinterklaas toegediend, een „slag met de levensroede” moge geweest zijn!</p> + +<div class="figcenter" style="width: 165px;"> +<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +<div><hr class="tb" /></div> +</div> + +<p id="BESLUIT">En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest +uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat +er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere „mannen van naam en +groote kennis”, die men „helaas ook in ons eigen vaderland” dezelfde +meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter +meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten:</p> + +<p><em class="besluit">De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat +sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage +met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het +volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan +door eene menigte van feiten worden gestaafd.</em></p> + +<p>Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Jos a +Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar +mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en +Faustus den Manicher! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven, +ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief +worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft—op +zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij ons +schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven +kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van +kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ne staat vast: de +H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering <span class="pagenum" title="45"> </span><a id="p_45"></a>speelt, +niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne +slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de +oogen van het kristelijke volk.</p> + +<p>Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen +ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als +dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet +geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren <i>ware</i> glorie, ter +bestrijding van <i>wezenlijke</i> dwaalbegrippen het slagzwaard dient te +worden opgevat?</p> + +<div class="fnsep"></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_187" href="#FNa_187" class="label">(187)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 95.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_188" href="#FNa_188" class="label">(188)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 22.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_189" href="#FNa_189" class="label">(189)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_190" href="#FNa_190" class="label">(190)</a> Wij kursiveeren.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_191" href="#FNa_191" class="label">(191)</a> <span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 73.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_192" href="#FNa_192" class="label">(192)</a> Volgens <span class="mixcap">J. A. Leydis</span> stelt de tabberd het pallium voor!</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_193" href="#FNa_193" class="label">(193)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 327 Aanm. 2.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_194" href="#FNa_194" class="label">(194)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 326.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_195" href="#FNa_195" class="label">(195)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 224.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_196" href="#FNa_196" class="label">(196)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 446, 453.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_197" href="#FNa_197" class="label">(197)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 61.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_198" href="#FNa_198" class="label">(198)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 324.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_199" href="#FNa_199" class="label">(199)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 448.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_200" href="#FNa_200" class="label">(200)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 218.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_201" href="#FNa_201" class="label">(201)</a> <span class="mixcap">van den Gheyn</span>, l. l<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 115 vlg.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_202" href="#FNa_202" class="label">(202)</a> Bij <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, pp. 423, 424.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_203" href="#FNa_203" class="label">(203)</a> Een veelkleurig kleed vol bellen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_204" href="#FNa_204" class="label">(204)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_205" href="#FNa_205" class="label">(205)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 608.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_206" href="#FNa_206" class="label">(206)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 542, 543.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_207" href="#FNa_207" class="label">(207)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 540.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_208" href="#FNa_208" class="label">(208)</a> L. L., p. 327.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_209" href="#FNa_209" class="label">(209)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 269.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_210" href="#FNa_210" class="label">(210)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., pp. 130, 131.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_211" href="#FNa_211" class="label">(211)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 273, 274; vgl. <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. +254.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_212" href="#FNa_212" class="label">(212)</a> Zie <a href="#cross12">p. 41</a>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_213" href="#FNa_213" class="label">(213)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 285, 286.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_214" href="#FNa_214" class="label">(214)</a> L. L., p. 195 <span xml:lang="la">et passim</span>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_215" href="#FNa_215" class="label">(215)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 265; <span class="mixcap">Tille</span>, l. l<ins class="corr" id="corr46" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 196. +Mannhardt vooral heeft over dit onderwerp in zijn <i xml:lang="de">Baumkultus</i> onder den +titel van: „<span xml:lang="de">Der Schlag mit der Lebensrute</span>” eene meesterlijk gedachte en +keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de daar besproken +gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden samenhangen is eene +<i>zuivere hypothese</i>, en we geven ze dan ook slechts als zoodanig. Men +vergelijke nog een feestgebruik der <i xml:lang="la">Lupercalia</i>, te Rome den 15den +Februari gevierd. Naar den schijn te oordeelen was het slaan met riemen, +dat de <i xml:lang="la">Luperci</i> zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden, +eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de vruchtbaarheid +in verband (<span class="mixcap">Jordan-Preller</span>, l. l., p. 390), zoodat de vrouwen den +<i xml:lang="la">Lupercis</i> zelfs den weg versperden, om zich in de vlakke hand te doen +treffen. Vgl. <abbr class="mixcap" title="Juvenal" xml:lang="la">Juv.</abbr><ins class="corr" id="corr47" title="Niet in Bron.">,</ins> +<abbr title="Satire" xml:lang="la"><i>Sat.</i></abbr> II, v. 14:</p> + + <div class="poem"> + <div class="stanza"> + <span class="i0"><i xml:lang="la">Nec prodest agili palmas prbere luperco.</i><br /></span> + <span class="i0">En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te bieden.<br /></span> + </div> + </div> + +</div> + +<div class="footnote"><p><a id="FN_216" href="#FNa_216" class="label">(216)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 467.</p></div> + +<div class="figcenter" style="width: 264px;"> +<img src="images/ill_p045.png" width="264" height="34" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<p><span class="pagenum" title="46"> </span><a id="p_46"></a></p> + +<h2 class="h2inh"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2> + +<div class="figcenter" style="width: 147px;"> +<img src="images/ill_p018.png" width="147" height="4" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<table class="toc" summary="inhoudsopgave"> +<tbody> + <tr><td colspan="2"></td><td class="tdr size75">Pagina.</td></tr> + <tr><td class="tdl mixcap" colspan="2"><a href="#VOORREDE">Voorrede</a></td><td class="tdr"><a href="#p_3">3</a></td></tr> + <tr><td class="tdl"><a href="#I">I.</a></td><td class="tdl mixcap">Het Vruchtbaarheidstijdperk</td><td class="tdr"><a href="#p_7">7</a></td></tr> + <tr><td class="tdl"><a href="#II">II.</a></td><td class="tdl mixcap">Schoorsteen en Schoen</td><td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr> + <tr><td class="tdl"><a href="#III">III.</a></td><td class="tdl mixcap">De Schimmelrijder</td><td class="tdr"><a href="#p_25">25</a></td></tr> + <tr><td class="tdl"><a href="#IV">IV.</a></td><td class="tdl mixcap">Vormveranderingen</td><td class="tdr"><a href="#p_32">32</a></td></tr> + <tr><td class="tdl"><a href="#V">V.</a></td><td class="tdl mixcap">Bel en Roede</td><td class="tdr"><a href="#p_39">39</a></td></tr> + <tr><td class="tdl mixcap" colspan="2"><a href="#BESLUIT">Besluit</a></td><td class="tdr"><a href="#p_44">44</a></td></tr> +</tbody> +</table> + +<div class="figcenter" style="width: 217px;"> +<img src="images/ill_p046.png" width="217" height="13" alt="Decoratieve illustratie" /> +</div> + +<div class="TNbox"> +<a id="correctie"></a> + +<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2> + +<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p> + +<table summary="correcties in tekst"> + <thead> + <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr> + </thead> + <tbody> + <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 4</a></td><td class="td4">Fokloristen</td><td class="td4">Folkloristen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 7</a></td><td class="td4">bijgeoof</td><td class="td4">bijgeloof</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 8</a></td><td class="td4">dichste</td><td class="td4">dichtste</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 8</a></td><td class="td4">slecht</td><td class="td4">slechts</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 9</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 10 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap" xml:lang="de">Jacor</td><td class="td4 mixcap" xml:lang="de">Jacob</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 11</a></td><td class="td4">volwassen</td><td class="td4">volwassenen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 12</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">”</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 13 (voetnoot)</a></td><td class="td4">252</td><td class="td4">232</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">gezonden</td><td class="td4">gezongen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">117</td><td class="td4">11</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 16</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 16</a></td><td class="td4">Mog</td><td class="td4">Mogt</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 16</a></td><td class="td4">toen</td><td class="td4">toe</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 16 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 20 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">v. </td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 22</a></td><td class="td4" xml:lang="de">aufhrt</td><td class="td4" xml:lang="de">anfhrt</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 23 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 24 (voetnoot)</a></td><td class="td4">i</td><td class="td4">l</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 26 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap">Vern aleken</td><td class="td4 mixcap">Vernaleken</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 27</a></td><td class="td4" xml:lang="en">Staffordhire</td><td class="td4" xml:lang="en">Staffordshire</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 28 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 29</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 30 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap">Eelco</td><td class="td4 mixcap">Eelcoo</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 30 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 33</a></td><td class="td4">attribubuten</td><td class="td4">attributen</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 33 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">-</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 33 (voetnoot)</a></td><td class="td4">129</td><td class="td4">23</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 34 (voetnoot)</a></td><td class="td4">3</td><td class="td4">13</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 34</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 35</a></td><td class="td4">kwaad aardige</td><td class="td4">kwaadaardige</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 35 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 38</a></td><td class="td4">der</td><td class="td4">den</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4">140</td><td class="td4">34</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 37 (voetnoot)</a></td><td class="td4">133</td><td class="td4">27</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 38 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 39</a></td><td class="td4">daart</td><td class="td4">daar</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 40</a></td><td class="td4">142</td><td class="td4">35</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 40</a></td><td class="td4">Meckenburg</td><td class="td4">Mecklenburg</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 40 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 43</a></td><td class="td4">zeggen</td><td class="td4">zeggend</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 43 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr> + <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 43 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr> + + </tbody> +</table> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by +Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE *** + +***** This file should be named 38211-h.htm or 38211-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/ + +Produced by The Online Distributed Proofreading Team at +http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/38211-h/images/ill_p001.png b/38211-h/images/ill_p001.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d9c0b54 --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p001.png diff --git a/38211-h/images/ill_p003.png b/38211-h/images/ill_p003.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9e07b00 --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p003.png diff --git a/38211-h/images/ill_p006.png b/38211-h/images/ill_p006.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a1d3c84 --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p006.png diff --git a/38211-h/images/ill_p018.png b/38211-h/images/ill_p018.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ab8af2e --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p018.png diff --git a/38211-h/images/ill_p024.png b/38211-h/images/ill_p024.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..bb3a38e --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p024.png diff --git a/38211-h/images/ill_p031.png b/38211-h/images/ill_p031.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..027d70c --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p031.png diff --git a/38211-h/images/ill_p038.png b/38211-h/images/ill_p038.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..539ad67 --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p038.png diff --git a/38211-h/images/ill_p045.png b/38211-h/images/ill_p045.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ee8934b --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p045.png diff --git a/38211-h/images/ill_p046.png b/38211-h/images/ill_p046.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d9ab5e9 --- /dev/null +++ b/38211-h/images/ill_p046.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..804f5e1 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #38211 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38211) |
