summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--38211-0.txt2318
-rw-r--r--38211-0.zipbin0 -> 43143 bytes
-rw-r--r--38211-8.txt2318
-rw-r--r--38211-8.zipbin0 -> 42917 bytes
-rw-r--r--38211-h.zipbin0 -> 81906 bytes
-rw-r--r--38211-h/38211-h.htm2549
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p001.pngbin0 -> 17067 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p003.pngbin0 -> 161 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p006.pngbin0 -> 5650 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p018.pngbin0 -> 256 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p024.pngbin0 -> 1452 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p031.pngbin0 -> 1943 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p038.pngbin0 -> 842 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p045.pngbin0 -> 734 bytes
-rw-r--r--38211-h/images/ill_p046.pngbin0 -> 440 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
18 files changed, 7201 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/38211-0.txt b/38211-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..d9455dd
--- /dev/null
+++ b/38211-0.txt
@@ -0,0 +1,2318 @@
+The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De H. Nikolaas in het folklore
+
+Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: UTF-8
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn |
+ | hernummerd en verplaatst naar het eind van de alinea met de |
+ | verwijzing. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: |
+ | MEYER/MEIJER. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org/ |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ DE H. NIKOLAAS
+ IN
+ HET FOLKLORE
+
+ DOOR
+
+
+ Dr. JOS. SCHRIJNEN,
+
+ _leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond,
+ bibliothekaris van het Genootschap „Limburg”._
+
+
+ [Illustratie: Limburgs provinciewapen]
+
+
+ ROERMOND,
+
+ J. J. ROMEN EN ZONEN.
+
+ 1898.
+
+
+
+
+De H. Nicolaas in het Folklore.
+
+
+„Folk-lore,” zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm[1], „is op alle gebied de
+wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt
+tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school!
+Folk-lore in alle kunstuitingen!” En zoo is het Folklore in engeren zin,
+dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en
+gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen,
+legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks,
+niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die
+uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des
+tijds. Immers: „men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt
+ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna
+had vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste
+stof en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van _Folk-lore_
+bestempeld heeft, d. i. _volkskunde, volkswetenschap_.”[2] Aan hare
+verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het
+Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver
+zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat
+van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met
+verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen
+en bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf—voor
+het eerst door Mr. Thoms, Sekretaris der _Camden Society_ in het
+Athenæumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt—had slechts enkele
+tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch
+burgerrecht te verschaffen.
+
+[1] In de _Lettervruchten_ v. h. Taal- en Letterlievend
+ Studentengenootschap „Met Tijd en Vlijt”. Leuven 1892. P. 4.
+
+[2] P. ALBERDINGK THIJM, l. l., ib.
+
+Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare
+zusterwetenschappen—Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en
+Linguïstiek—deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als _vergelijkende_
+wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene
+reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven
+oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen,
+zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op
+te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene
+bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne
+oorspronkelijke beteekenis door te dringen.
+
+Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet
+duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr.
+G. Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van
+Joës a Leydis schuil gaat[3]: „Maar de verschijning van Sint-Nikolaas
+als _Bisschop_ pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken
+oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden
+_overal_ in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons
+eigen vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping
+niet ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd
+toediende: „qui sua tantum mirantur.” Op zijn Hollandsch gezegd: die
+niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur,
+en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat.”
+
+[3] In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem bij
+ Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: _Sint Nikolaas,
+ zijn Feest en Gebruiken_. Zie _De Katholiek_, Dl. CXIII, p. 154.
+
+En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken Folkloristen gevonden,
+die beweren in de volksfeestviering van den H. Nikolaas niet-kristelijke
+bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit
+
+1º omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het
+feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij
+op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, _die
+niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te
+danken hebben_; en
+
+2º omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen
+verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H.
+Nikolaas in verband staat, als van _zuiver_ kristelijken oorsprong te
+beschouwen.
+
+Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering
+tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,—vaker door de
+overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene _moralis
+certitudo_ wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in
+den knecht Ruprecht b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan
+Marmorinus, den zwarten koning der Agareniërs, en wel zonder gevaar,
+_het spoor der orthodoxie bijster te raken_.
+
+Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig
+versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek
+van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van _De Katholiek_.
+Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het
+katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze
+gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. „verkerstening” zijn er
+aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen
+heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd
+van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de
+behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen,
+zonder de eenheid van het geheel te schaden;—en toch is de mogelijkheid
+niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met
+de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik neem dus de taak
+op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met
+de woorden: „aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te
+brengen”. In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal
+gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als
+_specimina_ dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek
+aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in
+eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene
+verhandeling over de „_Overblijfselen van den Wôdankultus in Limburg_”,
+Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap „Limburg” is gezegd.
+Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel
+gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te
+putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als
+bronnen kon aanhalen!
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+I.
+
+HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK.
+
+ Sinte Klaas, die goede man,
+ Die ook alles bakken kan,
+ Suikergoed en taaie man,
+ Ja, daar krijg ik ook wat van.
+ (DR. EELCOO VERWIJS, _Sinterklaas_, 's Gravenhage,
+ 1863. P. 74.)
+
+
+Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest
+van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep
+in de waarlijk „onmisbare distinctie,” door Dr. Brom in zijn eerste
+artikel vastgesteld[4]. Zelfs dan, als de Kerk _wilde_ afschaffen,
+gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom
+uit te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den
+_Indiculus superstitionum et paganiarum_[5] na te gaan, en aldra zal
+men tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. _De
+incantationibus_[6] (No 12), en _De divinis vel sortilegis_[7] (No 14)
+nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het, dat
+zich dit bijgeloof vooral aan kristelijke feesten, zoo b. v. Kerstdag
+en St. Thomasdag vasthecht;—en aan _deze_ opvattingen en praktijken zal
+toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen toeschrijven. Ook
+vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit de XVde eeuw, ten
+behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone volksklasse, in
+het Limburgsche Folklore terug: _Qui exercent supersticiositates cum acu
+qua cadaver est consutum_[8].
+
+[4] L. L., p. 83.
+
+[5] Bij MORITZ HEIJNE, _Kleinere altniederdeutsche Denkmäler_.
+ Paderborn, 1877. Pp. 89, 90.
+
+[6] Over tooverij.
+
+[7] Over zieners en waarzeggers.
+
+[8] Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een doodshemd
+ genaaid is. Bij HERMANN USENER, _Christlicher Festbrauch._
+ Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door
+ mij opgeteekend in mijne studie, getiteld; _De Doode in het
+ Limburgsche Folklore_, in het Jaarboek van „Limburg”. I, p. 192.
+
+Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten
+van den schoen, van volksfantasieën als het rijden over de daken, het
+werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de
+Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar
+zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen
+al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge
+dan met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het
+dichtste stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste zou ik het
+betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke veroordeeling
+van het geloof aan een Sleipnir aan het daglicht te brengen.
+
+Aan Wôdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en
+bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op
+de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden,
+zooals Holda en Perchta, speelden dan slechts eene ondergeschikte rol.
+Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband
+hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven
+vasthouden, ofwel—wat waarschijnlijker is—met Weinhold en
+Phannenschmid, door Mogk gevolgd[9], het Germaansche jaar in vieren
+indeelen,—het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand
+ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde,
+begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest
+of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel
+in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt
+het tijdperk der „Twaalf Nachten” genoemd; onze oostelijke naburen
+spreken van de _Zwölften_, _Unternächte_, _Rauchnächte_ of _Losstage_.
+Volgens sommigen moet men door de _Rauchnächte_ de drie Donderdagen vóór
+Kerstmis verstaan[10]. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6,
+25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord „Joel”, afkomstig van
+het Oud-Noordsche _jol_ (= _*jul_), hangt waarschijnlijk niet met het
+Angel-Saksische _hveol_ = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene
+Indo-Germaansche wortel JEKU, en beteekent „scherts”, „vroolijkheid”,
+zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het „jolige” bij
+uitstek was[11]. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond
+in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1º door het genieten der
+offergaven, gedurende dien tijd aan Wôdan c. s. en ook aan de zielen der
+afgestorvenen gebracht; en 2º—reden van œkonomischen aard—door de
+twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen,
+wanneer deze niet, zooals Tille beweert[12], zelfs de hoofdaanleiding
+tot de winterfeestviering gegeven hebben.
+
+[9] _Grundr. d. Germ. Philol._, her. v. H. PAUL. I, p. 1125.
+
+[10] WILHELM MANNHARDT, _Der Baumkultus der Germanen und ihrer
+ Nachbarstämme_. Berlin, 1875. P. 542.
+
+[11] Vgl. ELARD HUGO MEIJER, _Germanische Mythologie_. Berlin, 1891.
+ P. 197.
+
+[12] ALEXANDER TILLE, _Die Geschichte der Deutschen Weihnacht_.
+ Leipzig, 1893. P. 6 vlg.
+
+Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest,
+het _Góiblót_, in Februari, „til gródhrar” voor den wasdom, terwijl het
+„Joelfeest” daar in Januari viel, „til árs” voor den oogst[13].
+
+[13] MOGK, l. l., p. 1126; MEIJER, l. l., p. 196.
+
+Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van
+dagen in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en
+Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat
+beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wôdan, den god der vruchtbaarheid
+golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt
+uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de
+voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wôdan als
+voorrijder, door het luchtruim joeg[14], dan krijgen wij een bijna
+aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat
+zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari
+uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen,
+welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,—St.
+Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30
+November), vooral St. Andreas_nacht_, St. Barbara (4 December),
+St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas
+(21 December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December),
+het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6
+Januari)—veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken
+van het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die
+alsdan de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun
+huidigen toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en
+bedenken wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke
+overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking,
+zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat
+het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en
+door de volksfantasie, het eene vóór, het andere na, aan kristelijke
+instellingen en persoonlijkheden vastgehecht.
+
+[14] _Overblijfselen_, p. 10.
+
+Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat
+hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? „In unserem
+Volksglauben”, zegt Mogk[15] „sind in algemeinen die Opfer vergessen;
+gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach
+daran zu erinnern”; en Grimm[16] beschouwt als offerresten vooral „das
+reiben der heiligen flamme, laufen durch die brände, werfen von blumen
+in das feuer, _backen und austheilen grosser brote oder kuchen_, und der
+reihetanz”. Zoo ook v. Reinsberg-Düringsfeld: „Der Weihnachtsschmaus
+trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden
+waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch üblich sind, sowie
+die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen
+Tieren haben, deutlich bekunden”[17]. Men mag deze meening zijn
+toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den
+Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste
+smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden.
+
+[15] L. L., I, p. 1125.
+
+[16] JACOB GRIMM, _Deutsche Mythologie_. Berlin, 1875 (Vierte Ausg.
+ bes. v. E. H. MEIJER) I. p. 35.
+
+[17] _Das festliche Jahr der Germanischen Völker_. Leipzig, 1898.
+ P. 4.
+
+Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St.
+Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk
+althans spreekt van _Martinsschmäusen_[18]. In het Freudenthal (Oostenr.
+Silezië) krijgen kinderen en volwassenen op St. Maartensvooravond
+velerlei geschenken, maar vooral het _Martinshörndl_ mag niet
+ontbreken[19]. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de _Andreaskranz_
+gebakken[20]. In Hohenzollern begint men acht dagen vóór Sinterklaas
+reeds met het bakken van het _Klausenmannle_, een wittebrood in den vorm
+van een dansenden man[21]. Met Sinterklaas vergast zich in heel ons land
+oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen en benamingen.
+Te Seekirch (Würtemberg) bakt men alsdan lange, dunne koeken, die den
+vorm van pyramiden hebben; in het „Oberambt Ehingen” kleine, ronde
+suikerbroodjes, z. g. _Cloosen-Weckle_; te Dieburg (Hessen-Nassau)
+_Nicolaus-Lebkuchen_; te Leipzig _Pflaumentoffel_, eene eigenaardige
+lekkernij[22]. Dan volgt Kerstmis met zijn in het Limburgsche Folklore
+eigenaardige Kerstbroodje van Geleen[23], en tweede Kerstdag, waarop de
+kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes onthaald worden[24];
+voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel tweeërlei brood, het eene
+zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de Rijnlanden[25]. Ook zijn
+de _Weihnachtsstollen_ bekend. Kerstbrood geldt in Duitschland voor
+brandstillend[26]. Tusschen Kerstmis en Nieuwjaar kende men er eertijds
+een bijzonder soort brood[27]. Voeg hierbij nog het Nieuwjaarsgebak
+(„Nieuwjaarsmoppen”, aan den Rijn: „Neujahrskränzchen”) en de
+smulpartijen op Driekoningendag, die o. a. te Laerz (Mecklenburg)
+plaats vinden[28], en ge zult tot het besluit komen, dat de gastronomen
+gedurende het Joeltijdperk geen reden tot klagen hebben. Bovengemelde
+meening omtrent deze gerechten wordt dan ook, bepaaldelijk voor de
+Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den inzender van No 1178b der
+aangehaalde Bartsch'sche verzameling[29]: „Die gegen Weihnachten
+gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen, Has=Poppen, welche nach
+jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und deren Heerde darstellen
+sollen, _unsprünglieh aber Opfergaben gewesen sein mögen, die am
+Julfeste dargebracht wurden_ (Beyer in den Mekl. Jahrb. XX, 150), werden
+von manchen Bäckern mit Saffran bestrichen und heissen darum auch:
+Saffran=Pöppings”. Ook Meyer is deze zienswijze toegedaan[30], met het
+oog vooral op het volgende: Buiten den wolf (en den raaf)[31] zijn Wôdan
+vooral de bok en de ever heilig; deze dieren vooral werden als _symbolen
+der vruchtbaarheid_ in den Joeltijd aan Wôdan den windgod, den god der
+vruchtbaarheid geofferd. “Veel wind, veel ooft,” zegt een spreekwoord;
+wind schenkt vruchtbaarheid en doet het koorn, rijpen[32]. Vandaar 1º
+dat Wôdan als god der vruchtbaarheid vooral dan vereerd werd, als de
+winden heviger loeiden dan ooit. Het Joelfeest werd dan ook niet ter
+eere van den zonnegod, maar van den god der vruchtbaarheid gevierd[33];
+en 2º dat om redenen van œkonomischen aard dit feest bij de Germaansche
+plattelandbewoners als het hoogste gold. Nu bakt men gedurende het
+_heele Joeltijdperk_, niet slechts met Sinterklaas, niet alleen koeken
+in den vorm van menschen en paarden, maar vooral van bokken en varkens.
+Ook met Kerstmis stellen in Mecklenburg de z. g. _Kinjes-Poppen_ meestal
+varkens voor[34]. In Zwaben bakt men met Kerstmis _Springerle_, d. i.
+koeken in allerhande soorten van diervormen. Dan ook wordt in het
+Noorden de _Julgalt_ gebakken en onder het zaadkoren gemengd; dit gebak
+heeft den boks- of zwijnsvorm. Op Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger
+een _Hörnstöter_ onder het voêr[35]. Ook in het Odenwald mengt men z. g.
+_Julkuchen_ onder het zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te
+worden vermeld, dat de boksvorm hier met een hamer versierd is[36]. Dit
+mocht ons onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer
+een hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wôdan, maar aan
+Donar toegeschreven, die volgens Saxo Grammaticus door een slag van
+zijn hamer den bliksem deed geboren worden[37]. Waarschijnlijk hebben
+wij hier te doen met No 26 van den _Indiculus superstitionum_:[38] _De
+simulacro de consparsa farina_[39]. Ook anderszins nog wordt zulk een
+_simulacrum_ vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid
+overtrokken blok, _Julbucken_ genoemd; en in Silezië snijdt men schapen
+en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met
+konijnsvel[40].
+
+[18] L. L., I, p. 1127.
+
+[19] THEODOR VERNALEKEN, _Mythen und Bräuche des Volken in
+ Oesterreich_. Wien, 1859. P. 62.
+
+[20] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l.l., p. 420.
+
+[21] DR. EUGEN SCHNELL, _Sanct Nicolaus, der heilige Bischof und
+ Kinderfreund_. Brünn, 1886. I. p. 17.
+
+[22] SCHNELL, l. l., I, pp. 46, 51, 62.
+
+[23] RUSSEL, _De heerlijkheid Geleen_, p. 73.
+
+[24] H. WELTERS, _Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in
+ Limburg_. Venloo, 1877. P. 12.
+
+[25] TILLE, l. l., p. 47.
+
+[26] MEIJER, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den 24sten
+ December _Vulbuuksabend_ genoemd. Zie V. REINSBERG-DÜRINGSFELD,
+ l.l., p. 464.
+
+[27] TILLE, l. l., ib.
+
+[28] KARL BARTSCH, _Sagen, Märchen und Gebräuche aus Meklenburg_.
+ Wien, 1879. II, p. 250.
+
+[29] II, p. 227.
+
+[30] L. L., pp. 215, 218.
+
+[31] _Overblijfselen_, p. 15.
+
+[32] _Overblijfselen_, p. 22.
+
+[33] MOGK, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet men
+ in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (BARTSCH,
+ l.l., II. p. 232); tot dit doeleinde worden in Engeland de
+ boomen dien nacht met stokken geslagen (MANNHARDT, l. l., p.
+ 279). „Is er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel
+ vruchten dragen,” zegt men in Limburg; zoo ook: „Sneeuw in den
+ Kerstnacht geeft een goeden hopoogst.” En in Mecklenburg: „Als
+ in de _Zwölften_ de boomen zich bukken, komt er veel ooft.”
+ (BARTSCH, l. l., II, p. 250).
+
+[34] BARTSCH, l. l., II, p. 227.
+
+[35] BARTSCH, l. l., II, p. 241.
+
+[36] MEIJER, l. l., pp. 101, 103, 215, 211.
+
+[37] GRIMM, l. l., II, pp. 835, 1021. Daar de geloofsverkondigers de
+ afgoden als duivels voorstelden (_Overblijfselen_, pp. 5, 6,
+ 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van Donar, zoo b. v. in de
+ verwensching: „Dass dîch der Hammer schlage!” De hamer is ook
+ het symbool der macht en vernieling.
+
+[38] HEIJNE, l. l., p. 90.
+
+[39] Over den vorm van koekdeeg.
+
+[40] SCHNELL, l. l., I, p. 65.
+
+De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr.
+Brom het zoo juist uitdrukt, „gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven
+wordt”[41].
+
+[41] L. L., p. 157.
+
+Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie
+Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen
+Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer
+zij onthaald; ook in de noordelijke provinciën is dit gebruik niet
+heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens
+blijkt[42]. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg[43], in de
+Altmark[44] en in Oostenrijksch Silezië[45]; daar geeft men alsdan ook
+aan volwassenen allerlei soort van geschenken. Op sommige plaatsen is
+St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de
+tweede plaats, zoo b. v. te Düsseldorf in Erfurt[46], waar men als te
+Venloo, te Utrecht[47] en voorheen in Oostfriesland[48] met lantaarns en
+lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te
+IJperen, in heel het kanton Aalst[49] en voorheen te Augsburg[50]. Over
+de roede van St. Martinus in een volgend hoofdstuk. In Engeland is St.
+Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest[51].
+
+[42] _Martinus, Bisschop der Galliërs_, in zijne _Tilburgsche
+ Avondstonden_. Amsterdam, 1850. Zie ook V.
+ REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 406.
+
+[43] BARTSCH, II, p. 222.
+
+[44] ADALBERT KUHN, _Märkische Sagen und Märchen_. Berlin, 1843.
+ P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een
+ St. Maartenslied mee, in de Altmark gezongen:
+
+ Märtiin Märtiins Vaegelken
+ Mett siin vergült Snaevelken!
+ Geft us watt un lat us gan,
+ Datt wii hüüt noch wiier kamn; enz.
+
+[45] VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11.
+
+[46] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 406, 408.
+
+[47] SCHOTEL, l. l., p. 55.
+
+[48] SCHNELL, l. l., I, p. 36.
+
+[49] BROM, l. l., p. 156.
+
+[50] TILLE, l. l., p. 28.
+
+[51] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 412, 414, 420.
+
+Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster
+van Sinterklaas[52]. De gebruiken van 6 December zijn overbekend;
+in ons land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in
+Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en
+lekkers voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in
+de Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz[53]. In Tirol speelt Lucia
+voor de meisjes de rol van Sinterklaas[54].
+
+[52] BROM, l. l., ib.
+
+[53] SCHNELL, l. l., I., pp. 22, 73, 78.
+
+[54] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 434.
+
+Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en
+eenige gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons
+Sinterklaasfeest slacht; een verdienstelijk historisch overzicht
+der _Weihnachtsbescherung_ is door Tille geleverd[55]. In de
+Provincie Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep
+„heio” te Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te
+Echt gebeurt dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op
+Nieuwjaarsdag[56]. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari
+appelen, noten en peperkoek[57]. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op
+verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de
+kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk[58].
+
+[55] L. L. pp. 189–219.
+
+[56] WELTERS, l. l., pp. 12, 13.
+
+[57] BARTSCH, l. l., p. 234.
+
+[58] Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk vallen,
+ zoo b. v. het „rijden” der Engelen op Palmzondag, staan
+ waarschijnlijk met het Lentefeest in verband.
+
+Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in
+enge verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding,
+die door het verband tusschen „wind” en „vruchtbaarheid” in een helder
+daglicht treedt[59], en in de synonimie der termen „rijden” en „ten
+geschenke geven” hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook
+het in den grond der zaak éénvormige geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des voorrijders der Wilde
+Jacht, des „gevers der goede gaven”, mag gescheiden worden. Iets meer
+dan de bloote namen van _Joel_tijd, _Joel_gebak, _Joel_bok, _Joel_knots,
+_Joel_stroo, _Joel_licht, _Joel_blok, enz. moet van het vóórkristelijke
+vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven. Beslister dan ooit blijf
+ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne _Overblijfselen_
+neerschreef[60]: „Mogt dan ook het geven van geschenken op
+Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van
+den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op
+Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden
+invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend”.
+
+[59] Zie pp. 12, 13.
+
+[60] P. 28.
+
+Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig toe hebben bijgedragen,
+het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans bezit. In bijna
+alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen: het Kristelijke,
+het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en zoo zal Rome's
+invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder uitwerking
+gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze voorouders
+in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet[61]; in navolging der
+Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende dagen der
+week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut in het
+Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht der
+_bivia_ en _trivia_ op onzen bodem overgeplant[62]. Met alle reden
+mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is
+bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus „der dritte im Bunde”, wien
+ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende
+geschenken vereerden[63].
+
+[61] E. SIEVERS, _Grundr. d. Germ. Philol._, I, p. 246.
+
+[62] _De Doode_, enz., l. l., I, p. 191.
+
+[63] JORDAN-PRELLER, _Römische Mythologie_. Berlin, 1891. Pp. 179,
+ 180. Vgl. Ov., _Fast._, I, 71 vlg.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+II.
+
+SCHOORSTEEN EN SCHOEN.
+
+ Sint Niklaas, dou goede bloed!
+ Geefme een zakje vol suikergoed:
+ Niet te veel en niet te min.
+ Smijt het maar tot de schoorsteen in.
+
+ (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74).
+
+
+Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, „rijdt” door den schoorsteen. Niet
+alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens
+gaven niet altijd even begeerenswaardig.
+
+Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman
+in den Harz den voorrijder het bekende „hoho” achterna. Daar valt
+plotseling een zwarte klomp _door den schoorsteen_, dat de vonken er van
+opstuiven[64].
+
+[64] GRIMM, l. l., II, p. 774.
+
+In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen
+de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te
+openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de
+Jager een zijner honden achter, die _door den schoorsteen_ op den haard
+viel[65].
+
+[65] BARTSCH, l. l., I, p. 17.
+
+Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud[66], evenals
+zijne gemalin Frija, onder de benaming van _Fru Gor_[67].
+
+[66] GRIMM, l. l., II, p. 770 vlg.; _Overblijfselen_, pp. 27, 28;
+ DR. L. KNAPPERT, _Folklore_. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.;
+ VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van
+ woudgeesten: MANNHARDT, l. l., pp. 142, 152.
+
+[67] BARTSCH, l. l., II, pp. 242, 243.
+
+Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld
+en de gewone stervelingen,—de ruime, ouderwetsche schoorsteen,
+zooals die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan
+wonder, dat hij eene groote rol in de tooverwereld speelt? Dat men op
+Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk
+bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te
+doorgronden[68]? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden
+opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den
+haard, het middelpunt des huisgezins, af[69].
+
+[68] BARTSCH, l. l., p. 237.
+
+[69] Niet slechts door den schoorsteen, ook door het _sleutelgat_
+ komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in
+ Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen
+ te worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen.
+ (BARTSCH, l. l., II, p. 103).
+
+Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan „den
+overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den
+overwinnaar van Diana” bij diens komst door den schoorsteen, een groote
+geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef.....
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+ Heiliger Sanct Nicolaus
+ Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus,
+ Leg uns doch was schönes ein,
+ Wir woll'n recht fromm und fleissig sein,
+
+zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden
+onze Nederlandsche _spes patriæ_. Onder den schoorsteen wordt de
+_schoen_ gezet: „een schoen bij iemand zetten” is synoniem van „iemand
+iets afbedelen”. Nu bestond er in Italië aan de hoven van sommige
+vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen
+beteekent, _Zopata_ genoemd[70]. Dat ons dit gebruik uit Spanje is
+overgewaaid, acht SCHNELL bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook
+ons geschenk dien naam dragen[71]. Daarenboven is Spanje een dier
+landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair
+was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid
+geene nadere verhouding van Nederland tot Spanje kan doen gelden; den
+schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en
+eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn.
+
+[70] BRANDT bij EELCOO VERWIJS, l. l., p. 19.
+
+[71] L. L., V, p. 42.
+
+Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al
+kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk
+nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Italië? Hij „zal wel
+op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden”, zegt Eelcoo
+Verwijs[72]; de reden, dat nl. bedoelde maagden „bij het ontwaken
+telkens den schat onder hare kleederen, _als 't ware_[73] in de
+schoenen, vonden”, komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is
+in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te
+Salzburg[74], in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar[75].
+
+[72] L. L., p. 19.
+
+[73] Wij kursiveeren.
+
+[74] SCHNELL, l. l., p. 10.
+
+[75] SCHNELL, l. l., III, p. 60.
+
+De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore.
+Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wôdan, vult schoenen en
+laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche
+verhaal[76] zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas
+geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd
+te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met
+goud voor[77].
+
+[76] L. L., II, pp. 770 vlg.
+
+[77] _Overblijfselen_, p. 28.
+
+Legt in Mecklenburg de bruid vóór de huwelijksplechtigheid in elken
+schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een
+slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts
+ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt,
+wordt niet door den hond aangeblaft[78]. Op Kerst- en Silvesteravond
+werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen
+of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is
+weggelegd[79]. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen
+zeer veel voor[80].
+
+[78] BARTSCH, l. l., II, 61, 349, 449.
+
+[79] VERNALEKEN, l. l., pp. 349, 350; BARTSCH, l. l., 236.
+
+[80] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 438.
+
+Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats _om
+het voeder te bevatten „voor Sinterklaas zijn paard”_. In heel Limburg
+en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provinciën wordt haver
+en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie,
+Tirol en Vorarlberg[81]. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen
+van Duitschland en Skandinavië heerschende oogstgebruik, eenige halmen
+op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, _„voor
+Wōdan en zijn paard”_, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld
+Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer
+aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden
+schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende
+der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het
+tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele,
+overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den
+god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een
+offer van hooi, dat immers reeds in de Edda „Sleipnis verdr”[82] genoemd
+wordt[83]. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in
+een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld.
+
+[81] SCHNELL, l. l., p. 60.
+
+[82] Sleipnir's spijs.
+
+[83] _Overblijfselen_, l. l., p. 24.
+
+Maar laten we eenige feiten aangeven.
+
+In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op
+den akker eene gave „für Odens pferde” achterlieten[84]; in Beieren,
+in den omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den _Waudlgaul_
+bestemd; daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de
+_Waudlhunde_, die den derden nacht komen en de gaven verslinden[85].
+Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons
+het best en volledigst door Bartsch[86] meegedeeld, reden, waarom wij
+het stuk hier in zijn geheel laten volgen:
+
+[84] GRIMM, l. l., I, p. 128.
+
+[85] Overblijfselen, l. l., p. 24.
+
+[86] L. L. l. l., pp. 307, 308.
+
+„Früher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmähen des
+Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich
+dem Wode. Das älteste Zeugniss für diesen merkwürdigen Gebrauch enthält
+der ausführliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem
+Ende des 16. Jahrhunderts. „„Im Heidendome,”” erzählt derselbe, „„hebben
+tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen,
+denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins
+ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan
+laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschörtet
+unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Höde vom Koppe
+genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche
+upgerichtet, unde hebben den Wodendövel dremal semplick lud averall also
+angeropen unde gebeden:
+
+ Wode,
+ Hale dinem Rosse nu Voder,
+ Nu Distel und Dorn,
+ Thom andren Jhar beter Korn!
+
+Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch
+an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlüden solcher
+avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne
+gespöret wert””.
+
+Diese Erzählung wird vollkommen bestätigt durch einen gleichzeitigen
+Bericht über den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider
+nur ein Bruchstück im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es
+„„Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem
+letzten Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stücke
+Ackers ein klein Plätzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben
+an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan
+das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen
+beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts
+gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut:
+
+ Ho Wode, Ho Wode, du goder,
+ Hale dinem Rosse nu voder,
+ Hale nu Disteln und Dorn,
+ Thom andern Jar beter Korn!””
+
+Eben dieses Gebrauches erwähnt auch der Präpositus Frank zu Sternberg
+in der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus
+Gryse als seinen Gewährsmann anführt, aber zugleich versichert, dass
+er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer
+Jugend erinnert hätten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so
+an:
+
+ Wode, Wode,
+ Hahl dinem Rosse nu Voder,
+ Nu Distel und Dorn,
+ Aechter Jahr bäter Korn!
+
+Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser
+Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag
+unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nämlich sind die
+angeführten Verse in den Dörfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn
+auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte,
+am Ende des Feldes einen Büschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn
+auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet.”
+
+In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst
+wordt[87]; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een
+rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden:
+
+ „Wôld, Wôld, Wôld[88]!”
+
+[87] GRIMM, l. l., I, p. 128.
+
+[88] _Overblijfselen_, l. l, p. 24.
+
+Ook Wôdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712
+verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder
+het roepen van: „Fru Gaue, haltet (_of_ halet) ju fauer[89]!” Te
+Kerstlingerode, in het Göttingsche, laat men den laatsten armvol aren
+ongemaaid staan „vor Fru Holle[90]”; in den omtrek van het voormalige
+klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van _Vergodendeelstruss_.
+Sommigen verklaren dit woord als „vergelding voor zwaren arbeid”,
+anderen, met Kuhn[91], als „Frô Goden Deel Struuss”. In deze laatste
+schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische
+beteekenis boven gesproken is[92].
+
+[89] Neem uw voêr in ontvangst (_of_ haal uw voêr). Zie MEIJER,
+ l. l., p. 291.
+
+[90] KNAPPERT, l. l., p. 173.
+
+[91] L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik
+ MANNHARDT, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; GRIMM, l. l., I,
+ p. 209.
+
+[92] Zie p. 12.
+
+Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan „damit”,
+zooals men zeide, „de Waur Futter für sin Pferd finde”. Vergelijken wij
+nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: „Sankt Martin muss noch ein
+Heu für sein Rössl finden[93]”. De synonimie springt in het oog, schoon
+het in deze laatste uitdrukking niet _Waur_, noch Sinterklaas, maar St.
+Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest
+en de Sinterklaasviering uit. Te Müggelsheim (Altmark) gelooven de
+kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi
+voor de huisdeur[94]. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij
+Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de
+schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee
+de zegen van 's nabuurs vee over[95]. In Oostenrijksch Silezië wordt op
+Kerstavond het vee met weit en erwten gevoerd[96]; ook in Mecklenburg
+werd dien nacht eertijds _Haferloses_ (losse haver) als veevoeder op
+tafel gelegd[97]. Eindelijk, bij het haver _zaaien_ laten de boeren op
+den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het
+paard van koning Abel[98].
+
+[93] TILLE, l. l., p. 23.
+
+[94] KUHN, l. l., pp. 345, 346.
+
+[95] BARTSCH, l. l., II, p. 233.
+
+[96] MANNHARDT, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der
+ vruchtbaarheid in een volgend hoofdstuk.
+
+[97] BARTSCH, l. l., II, p. 227.
+
+[98] MEIJER, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel tot de
+ Wilde Jacht in het volgende hoofdstuk.
+
+Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken
+uit het feit, dat te Pölitz (Mecklenburg) het nabootsen van een
+schimmel door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op
+Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is[99]; dat
+het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den
+z. g. _Roggenbär_[100]; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna
+algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen
+denken aan de _simulacra de pannis facta_[101], en aan het _simulacrun
+quod per campos portant_[102], resp. No 27 en 28 van den _Indiculus
+superstitionum_[103].
+
+[99] BARTSCH, l. l., II, p. 306.
+
+[100] MEIJER, l. l., p. 102; MANNHARDT, l. l., p. 421.
+
+[101] Poppen uit lompen.
+
+[102] Pop, die men door het veld draagt.
+
+[103] HEIJNE, l. l., p. 90.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+III.
+
+DE SCHIMMELRIJDER.[104]
+
+[104] Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (SCHNELL, l. l.,
+ II, p. 60).
+
+ Sinter Klaas, die goede heer,
+ Hij komt alle jaren weer,
+ Met zijn paardje voor den wagen,
+ Daar komt Sinte Klaas aan jagen.
+ (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74).
+
+
+Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter
+op het hoofd[105], een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders
+geslagen[106], die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden
+hangt,—zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra
+voor.
+
+[105] Sinterclaes bisschop,
+ Settie _hooghe mutse_ op!
+ (Amsterdam.)
+
+[106] Sinterklôs Gods (good?) heilig man,
+ Trek dînen besten _tabberd_ aan.
+ (Venloo.)
+
+ Sint Niklaes, o heilige man,
+ Met uw _gespikkelden talfaerd_ aen.
+ (Oost-Vlaanderen.)
+
+Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den
+breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans _Gûngnir_
+in de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld,
+waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op
+zijn trouwen schimmel _Sleipnir_,—ziedaar het portret van Wôdan-Odhin,
+ons in de hoofdtrekken door Saxo Grammaticus geteekend.
+
+Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den
+Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.—Volkomen
+juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de
+Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer
+zulke overeenkomst zich in meer dan één opzicht vertoont, en vooral,
+wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts
+op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van
+bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die des
+Wilden Jagers, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat
+goede wil, laat ik zeggen _esprit de système_ vereischt wordt, om
+de volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde
+legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan
+ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over
+te hellen? Ter zake dus.
+
+Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en
+huilende windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn Sleipnir
+door de lucht, door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet
+vormt het Wôdansheer of de z. g. „Wilde Jacht”, die nog heden bij alle
+Germaansche stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op
+verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In
+den Eiffel heet deze Jacht het _Wudes-_ of _Wodesheer_; in Zwaben het
+_Wutes-_ of _Mutesheer_; in den Elzas het _Wütenheer_ (men vergete niet,
+dat de naam _Wôdan_ van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het
+Oud-Hoogduitsche _wuot_, wat „woede” en „verstand” beteekent); in Zweden
+het _Odens här_. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: „Oden far
+förbi”[107].
+
+[107] Odhin vaart voorbij.
+
+De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den
+naam van _Wode_, _Jaue_, _Goi_ of _Joe_, in Mecklenburg _Waur_, in
+Beieren _Wotn_, _Wutan_, _Wut_ of _Wode_[108]. In Zwaben worden hem,
+buiten de algemeene betiteling van _Schimmelreiter_, dezelfde bijnamen
+gegeven, waarmee men eertijds Wôdan placht aan te duiden: _Breithut_,
+_Langhut_, _Schlapphut_. In Oostenrijk is hij in een langen mantel
+gehuld en draagt een hoed met breeden rand[109]. Het zou echter eene
+dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wôdan het monopolie, den
+bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel
+Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens
+het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd,
+door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam
+Hackelberg[110], uit _hackel bärend_ „mantel dragend” verbasterd.
+Het Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van
+„Hänske met de hond”[111]. In Hessen is het de _Schnellertsgeist_[112].
+Veelal ook zijn het _historische persoonlijkheden_: In den Harz en
+in de Lausnitz _Dietrich von Bern_ (Theodorik de Groote) ook wel
+_Berndietrich_ genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam
+van _Banadietrich_[113]; te Eisleben _Eckhart_[114]; in Engeland
+koning Artur, in Skandinavië koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel.
+Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den
+Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de
+XVIIde eeuw rijdt Charlemagne aan de spits van het geestenheer, terwijl
+Roland het vaandel draagt[115].
+
+[108] MEYER, l. l., pp. 236, 237.
+
+[109] VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47.
+
+[110] KUHN, l. l., pp. 19, 25, 101, 187.
+
+[111] _Overblijfselen_, l. l., p. 12.
+
+[112] J. W. WOLF, _Hessische Sagen_. Göttingen-Leipzig, 1853. P. 21.
+
+[113] VERNALEKEN, l. l., p. 41.
+
+[114] „Der treue Eckhart” of „Eckhart mit dem weissen Stab”. GRIMM,
+ l. l., II, pp. 779, 780.
+
+[115] GRIMM, l. l., II, pp. 779–788.
+
+Ook andere _Heiligen_, ja ook _Engelen_ deelen deze eer met den H.
+Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabriël; in
+Staffordshire noemt men nog heden de Wilde Jacht „Gabriel Hounds”, en te
+Lembeck in Westfalen „de Engelske Jagd”, d. i. de Jacht des Engels[116].
+Zoo ook St. Hubertus, „la chasse St. Hubert” (door ontleening); zoo
+vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de gewone ikonografische
+voorstelling van dezen Heilige die, te paard gezeten, zijn mantel
+in tweeën deelt; maar de volksvoorstelling van Sint Maarten (Limb.:
+_Sintermerte_), van _Junker Marten_, volgens welke deze, door zijn
+knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde Jacht op Sint
+Maartensavond draagt in Duitschland den naam van _Martinsgestämpf_[117].
+
+[116] MANNHARDT, l. l., p. 251.
+
+[117] MEYER, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit als
+voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele voorstellingen,
+zooals die, bedoeld door Prof. V. D. VLIET, _Tweemaandelijksch
+Tijdschrift_, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten de zaak in alle
+geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen dezen Heilige en
+Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald _niet_ worden afgeleid uit
+het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers was. (Zie b. v.
+SIMROCK, _Rheinsagen_. Bonn, 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. 22, 23,
+56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan te danken hebben
+aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de echtheid van dit en
+soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld.
+
+De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche
+bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche
+bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, _legio_.
+Veeleer was de schimmel van Wôdan na de overwinning van het Kristendom
+in de IXde en Xde eeuw, toen het _werkelijk_ geloof aan een Wôdan was
+verloren gegaan, eene _res derelicta primi occupantis_, nog slechts
+bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich
+nog hier of daar in het Folklore vertoont[118], maar welke het niet
+moeielijk viel voor edeler, meer reëele figuren te doen wijken. Op
+dien schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het
+hoog hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige
+geschiedenis of sage hadden gespeeld—Heiligen, koningen, legerhoofden
+en anderen—eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wôdan's Sleipnir ook
+„als _substratum_ gediend voor de vereering van Sint Nicolaas”[119].
+
+[118] Zie p. 26.
+
+[119] BROM, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de belangrijke
+ studie van den Bollandist J. VAN DEN GHEYN, getiteld: _Le
+ Personnage d'Arlequin_, in zijne _Essais de Mythologie et de
+ Philologie comparée_. Bruxelles-Paris, 1885. Pp. 107–131.
+
+Nog eene opmerking. Niet slechts _dat er sprake is_ van het paard des
+Heiligen; aan dit paard wordt als het ware _een zekere kultus gebracht_,
+die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang,
+dien Sleipnir in de vereering der oude Germanen bekleedde: _daar_
+had die vereering ook beteekenis, wijl Wôdan met zijn paard, beiden
+verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden.
+Beiden werden in één adem genoemd; „Oden und sein Pferd”, „Wôdan und
+sein Pferd” is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen,
+zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede,
+die in het Lubecksche z. g. _Schwerttanzspiel_ (stedelijke en landelijke
+tooneelvertooning) _Starkader_ in den mond wordt gelegd: „Heilige Wode,
+nû lên mi dîn pêrd”[120].
+
+[120] _Zeitschr. für deutsches Altertum_, XX, p. 13. De
+ _Schwerttanzspiele_ waren van de XVde tot XVIIde eeuw over
+ heel Duitschland verspreid.
+
+Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige
+wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in
+het moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig
+en zwart[121]. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten
+op[122].
+
+[121] VERNALEKEN, l. l., pp. 34, 35, 50.
+
+[122] VERNALEKEN, l. l., p. 83.
+
+Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre
+tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te
+laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond[123]; aldus ook Wôdan en
+de Wilde Jager[124]. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een
+hoefindruk achter, evenals de schimmel van _Karel Quinte_, als deze uit
+den _Gudinsberg_ (_Wuodenesberg_) komt[125]. Van een Sinterklaas_wagen_
+spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore[126]; van een
+wagen bedienen zich ook de Wilde Jager[127], St. Thomas en het
+Kerstkind[128]. De Wôdanswagen is genoegzaam bekend[129].
+
+[123] _Overblijfselen_, l. l., p. 14.
+
+[124] VERNALEKEN, l. l., p. 46.
+
+[125] MEYER, l. l., p. 242.
+
+[126] VERNALEKEN, l. l., p. 286.
+
+[127] VERNALEKEN, l. l., p. 55.
+
+[128] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 436, 453.
+
+[129] _Overblijfselen_, l. l., pp. 18, 19.
+
+Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend,
+evenals Wôdan, die den bijnaam draagt van _vegtamr_ „aan verre tochten
+gewend”. Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en
+zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk
+schijnt voorheen _Engeland_, de _Insula pomorum_[130], geweest te
+zijn[131]; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal _Spanje_, dan ook
+_Condé_:
+
+ Drie appelkens van _Condé_
+ Breng mijn broerkens ook wat mee.
+ (West-Vlaanderen).
+
+ Om appelkens van _Condé_
+ Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee.
+ (Oost-Vlaanderen)[132].
+
+[130] Het Appeleneiland.
+
+[131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77.
+
+[132] Ons „appeltjes van Oranje” is aan het Fransch ontleend. Bij
+ KILIAEN vindt men „aranienappel”, vgl. het _Ital._ arancio uit
+ het _Arab.-Perz._ nârandj.
+
+Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar _Picardië_:
+
+ Gank ût rije,
+ No 't lendje van _Picardië_[133].
+
+[133] MEYER, l. l., p. 256.
+
+Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is[134] zal het niemand
+verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van _Ebermann_
+draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den „gever van goed
+geluk”, en deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De
+Schimmelrijder verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer
+verschillende persoonlijkheden, waarover in het volgende hoofdstuk, en
+op verschillende dagen. In Silezië is het met St. Maarten, te Kranowitz
+en Ratibor met _St. Nikel_[135], te Osnabrück o. a. met Kerstmis en
+Nieuwjaar: de schimmel heet dan de „Spaansche hengst”[136]. Zoo ook
+in Mecklenburg[137]; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op
+Kerstavond[138], evenals in Engeland. Zou het volgende nog op een
+samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? „Auf der
+Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf
+weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine
+schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus”. (BARTSCH, l. l.,
+I, p. 16).
+
+[134] Zie p. 12.
+
+[135] SCHNELL, l. l., I, pp. 65, 66.
+
+[136] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 448.
+
+[137] BARTSCH, l. l., II, pp. 224, 233, 234.
+
+[138] SCHNELL, l. l., I, p. 50.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+IV.
+
+VORMVERANDERINGEN.
+
+ Wie stout is of boos,
+ Sint Niklaas hoort alles,
+ Hij luistert altoos!
+ Hem kan men niet foppen,
+ Geloof mij oprecht,
+ Wat hij niet gezien heeft,
+ Vertelt hem zijn knecht.
+ (Uit SCHENKMAN'S prentenboek).
+
+
+Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal
+eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen
+vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de
+gevolgtrekking juist was.
+
+Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore
+verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk:
+
+I. VAN HEIDENSCHEN OORSPRONG.
+
+1º _Wôdan_, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid.
+
+2º _Hruodperaht_, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal
+onder den naam van Ruprecht verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde
+Jacht—gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel—en is,
+evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig
+en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem.
+
+3º _Perchta_ of _Bertha_[139], eene godin, die in karakter het meest met
+de godin Holda[140] overeenkomt. Als „die wilde Bertha” vaart zij door
+de lucht, en verleent vruchtbaarheid aan de akkers[141]. Haar heilig
+was de _Perchtenabend_, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen,
+witten sluier is zij gehuld[142]. Nog heden laat men in Tirol eten voor
+haar staan.
+
+[139] Zie p. 8.
+
+[140] Zie over deze godin KNAPPERT, l. l., pp. 123 vlg.
+
+[141] MOGK, l. l., pp. 1107, 1108.
+
+[142] Van haar en Holda stammen onze „Witte Juffers”. Somtijds
+ vertoont zij zich echter, onder den vorm van _Berchtel_,
+ in zwarte lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. V.
+ REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 483.
+
+II. VAN KRISTELIJKEN OORSPRONG.
+
+1º De _H. Nikolaas_, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van
+Myra.
+
+2º De _H. Martinus_, bisschop van Tours, volksheilige.
+
+3º Het _Kerstkind_, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt.
+
+4º De _H. Driekoningen_, die hunne offergaven aan de kribbe des
+Verlossers nederlegden.
+
+5º De _H. Lucia_, Maagd en Martelares.
+
+Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat attributen van
+heidensche figuren op kristelijke zijn overgegaan, maar ook, dat
+kristelijke dragers derzelfde attributen, volgens plaatselijke
+omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen; en eindelijk, dat
+men, door onderlinge ontleening van verschillende Folkloristische
+_centra_, personen, namen en attributen op de meest grillige wijze
+heeft gekombineerd.
+
+1º Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door
+de lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij
+_Junker Marten_[143]. In Zwaben noemt men hem _Pelzmärte_, vroeger
+in Beieren _Pelzmartle_. Deze samenstellingen met _Pelz-_ zijn niet
+zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene
+vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid
+heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den
+Joelbok.—
+
+[143] Zie p. 27.
+
+Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard[144]. In gezelschap van
+St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals
+blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682[145]. In het
+Freudenthal (Oostenr. Silezië) brengt hij op een schimmel gezeten
+allerlei geschenken aan grooten en kleinen[146]. In de Rijnprovincie,
+IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas[147].
+
+[144] Zie p. 23. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou zijn
+ blijven staan, evenals die van den hoef van het Wôdanros, zooals
+ MEYER, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. WOLF toch
+ spreekt t. a. p. (_Niederländische Sagen_. Leipzig, 1843. P.
+ 435) uitdrukkelijk van „Martin, ein Sohn des Grafen von Namur,
+ der siebente Bischof von Tongern”.
+
+[145] BARTSCH, l. l., II, p. 222.
+
+[146] Zie p. 11.
+
+[147] Zie p. 14.
+
+2º Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een
+eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als
+bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een
+pelsmantel gehuld[148]. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor
+den _Nikelmann_; ieder jaar haalt deze zich een offer[149]. Dergelijke
+sombere eigenschappen dankt de Heilige óf aan Ruprecht, in diens
+hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, óf aan het feit, dat Wôdan
+vaak met den duivel op ééne lijn werd gesteld[150]. Duidelijk blijken
+althans zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton
+Wallis, volgens welke hij—evenals de berggeesten—uit de rotsspelonken
+te voorschijn komt[151]. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem
+_Pelznikel_ (ook wel _Nikel_ of _St. Nikel_). In Tirol heet de vooravond
+van Sinterklaas _Klaubautag_[152].
+
+[148] BROM, l. l., p. 155.
+
+[149] SCHNELL, l. l., I, p. 29.
+
+[150] Zie p. 13.
+
+[151] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+[152] = _Klaubauftag_. _Klaubauf_ is de naam van den kobold.
+
+3º In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel[153], evenals
+Father Christmas in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel
+vindt voor zijn paard[154]. In het graafschap Rupin verschijnt een
+naamlooze ruiter op een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede
+figuur een grooten zak draagt, en de _Christmann_ of _Christpuppe_
+heet[155].
+
+[153] MEYER, l. l., p. 257.
+
+[154] POL DE MONT, _Dietsche Warande_, X, 1, 1897. P. 30.
+
+[155] KUHN, l. l., p. 346.
+
+4º Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van
+het Kerstkind voorzien, treedt _Hruodparaht_ op, óf zelfstandig, óf
+aan één van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de
+Rijnprovincie _Hans Muff_, in den Elzas _Hans Trapp_, anders elders.
+De benaming _Ruprecht_ heeft als wisselvorm _Rupel_[156]; ook de Wilde
+Jager heet Ruprecht[157]. Op den _Hutberg_ bij Herrnhut huizen twee
+Wilde Jagers: _Ulrich Ruprecht_ en _Bernhard Dietrich_[158]. Het
+uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt
+Ruprecht als kwaadaardige elf, dan is hij trouw gewapend met zak en
+roedachtig dan is zijn gezicht zwart _van het roet_. Ook de zak op
+zijn rug is een roetzak: _Schmutzbartel_ heet hij om zijn roetachtig
+uitzicht. Ook de _Perchteln_ d. i. vermomde gestalten, die op
+_Perchtenabend_[159] rondloopen, de _Pfingstlümmel_ in het Ansbachsche,
+de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een
+roetig gezicht[160]. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is „keineswegs
+bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwärzung] mir in roher Weise
+ausdrücken zu wollen, dass der dargestellte Dämon[161] ein nicht
+sichtbares, für menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein
+Schatten, ein Gespenst sei”[162].
+
+[156] GRIMM, l. l., I, p. 417.
+
+[157] MEYER, l. l., p. 237.
+
+[158] MEYER, l. l., p. 242.
+
+[159] Zie p. 33.
+
+[160] MANNHARDT, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548.
+
+[161] Als het Grieksche δαίμων, half goddelijk, half menschelijk
+ wezen, op te vatten.
+
+[162] L. L. p. 322.
+
+In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en
+erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd
+ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark _der hele Christ_, _Ruprecht_
+of _Hans Ruprecht_; in Mecklenburg _der ru Clas_ of _Ruklas_ in de
+Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland _Clas_, _Glas Bur_, of
+_Buller Clas_. In Beieren kent men een goeden en kwaden _Klas_[163]. In
+de Oud-Mark trekt eenige dagen vóór Kerstmis de afschuwelijke gedaante
+van _Klas Bur_ met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond,
+ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste
+loon of straf[164]. In Mecklenburg heet _Rug-klas_ „des heiligen
+Christ Vorposten”; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede
+voorzien[165]. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam
+van _Schmutzli_[166]. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet
+bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van _Huosecker_[167],
+in Tirol onder dien van de _Wauwe_[168]. Omstreeks het jaar 1850
+verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als
+_Hel-Niclas_, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens[169].
+Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: _Sparmundi_, _Pelzebub_,
+_Pelznikel_, _Butzemann_[170]. Dit _Butzemann_, waarmee men ons
+„boezeman” of „boeman” kan vergelijken, is eene benaming van
+den huisgeest[171]. _Pelzoppel_ heet hij in Hessen-Nassau. In
+Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw,
+_Berchtel_, _Buzebergt_ of _Eiserne Bertha_ genaamd; _Berchtel_ en
+_—bergt_ staan blijkbaar in betrekking tot den naam Perchta, evenals
+_—bartel_. In Oberhausen zei men eertijds: „Heut kommt der Klas, morgen
+de Buzebercht”[172]. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December
+'s avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar de
+ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij
+zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij
+door een soort _Nikolo_ begeleid. „Da der Name der heiligen Lucia”, zegt
+v. Reinsberg-Düringsfeld[173], „welcher aus _lux_, Licht, entstanden
+sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist
+es natürlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Züge der alten
+Göttin angenommen hat.” Ook door _Wode_ wordt niet zelden de rol
+van Ruprecht gespeeld, zoo te Mecklenburg[174]; in de Thuringsche
+kerstsage van de 17de eeuw doet dit „der treue Eckhart”[175]. Ook wordt
+Ruprecht veelal door den _Julbuk_ of _Julbock_ vervangen, d. i., een
+knecht in boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte
+_Klapperbock_[176]. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen
+vóór Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is
+reeds gesproken; over den ever insgelijks[177], zoodat het ons niet
+moeilijk zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in
+erwtenstroo gehuld (_Erbsenbär_), die gedurende het Joeltijdperk plaats
+heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol
+verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: „Jemand einen Bären aufbinden”
+haar ontstaan. De beer wordt door Klas of Ruprecht geleid. Te Breslau is
+_Nicolo_ vergezeld van _Bartel_, tot wien de kinderen roepen:
+
+ Bartel, Bartel, wilder Bär,
+ Leg mir ein, was i beger, enz.[178]
+
+Bartel wordt ook _Strohbartel_ genoemd; hier en daar draagt Ruprecht
+het epitheton _Strohbart_[179], als hij zich nl. in stroo gewikkeld
+vertoont.
+
+[163] SCHNELL, l. l., I, p. 22.
+
+[164] KUHN, l. l., p. 345.
+
+[165] Zou tot deze verschijning wellicht _Klas Rugebart_ in betrekking
+ staan, die in het Lubecksche _Schwerttanzspiel_ voorkomt? Zie
+ _Zeitschr. für deutsches Altertum_, XX, p. 10.
+
+[166] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+[167] SCHNELL, l. l., V, p. 59.
+
+[168] VERNALEKEN, l. l., p. 62.
+
+[169] TILLE, l. l., p. 49.
+
+[170] SCHNELL, l. l., I, p. 21.
+
+[171] MOGK, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam _Klaubauf_, boven
+ p. 34.
+
+[172] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 433.
+
+[173] L. L. p. 434.
+
+[174] GRIMM, l. l., II, pp. 781, 782.
+
+[175] TILLE, l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27.
+
+[176] SCHNELL, l. l., I, p. 62.
+
+[177] Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde Jacht. Zie
+ MEYER, l. l., p. 244.
+
+[178] SCHNELL, l. l., I, p. 63.
+
+[179] GRIMM, l. l., III, p. 149.
+
+De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat
+het _erwten_stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt
+vruchtbaarheidssymbool[180]. Om veel ooft te krijgen worden gedurende
+het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden;
+gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden[181]; op
+Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten
+eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen[182].
+In het Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door
+de kamerdeur[183]; gedurende de z. g. _Knöpflinsnächte_ (de
+Donderdagnachten vóór Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland
+volwassenen en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen
+den vensterruiten[184]. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde
+bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: „In Zug
+in Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel
+afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als
+bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en
+gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan
+eene _blaas met erwten_[185] was bevestigd”[186].
+
+[180] MEYER, l. l., p. 103.
+
+[181] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 464.
+
+[182] BARTSCH, l. l., II, p. 233.
+
+[183] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 453.
+
+[184] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 424, 425.
+
+[185] Wij kursiveeren.
+
+[186] L. L., p. 29.
+
+Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis
+hebben?
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+V.
+
+BEL EN ROEDE.
+
+ St. Niklasawen,
+ denn geit wi nâ baben,
+ _denn klingelt de klokken_,
+ denn danzen de poppen.
+ (MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2).
+
+
+Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas
+wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te
+voren in het kanton Bern[187]; in Hohenzollern trekken op den vooravond
+van het feest, mannen en vrouwen, z. g. _Niclause_, onder ketting- en
+belgerinkel door de straten[188]; in het kanton Unterwalden gaat eenige
+dagen te voren een als hanstworst gekleed man _Samichlausen-Geiggel_
+genaamd, met bellen van huis tot huis[189].
+
+[187] SCHNELL, l. l., I, p. 95.
+
+[188] SCHNELL, l. l., I, p. 22.
+
+[189] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het
+volgende rijmpje:
+
+ Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man,
+ Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan,
+ Geefftemen een beurs _met bellen_[190],
+ Soo sal ickje niet meer quellen,
+ So langhe als het God geliefft,
+ Heb ik Sinte Niclaesje lieff[191].
+
+[190] Wij kursiveeren.
+
+[191] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 73.
+
+Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker;
+daar hoort men:
+
+ Heilige Krist du gôde mann,
+ trek dîn besten tabbert an[192],
+ komm veer onse deer,
+ _klinger ons wat veer_[193].
+
+Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van _Klinggeest_[194] en
+_Klingjes_[195] draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud kondigt
+het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok aan[196].
+Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde gedaante,
+waarvan op blz. 35 sprake was—Ruprecht, Clas of anders geheeten—die
+met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith (Rijnprovincie)
+is Hans Muff van bellen voorzien[197]; in Mecklenburg heet de
+Schimmelrijder _Klingklas_[198]; klokjes en belletjes draagt ook
+_Aschenklas_[199]. In het Noorden treden de Joelbokken met schelletjes
+op[200].
+
+[192] Volgens J. A. LEYDIS stelt de tabberd het pallium voor!
+
+[193] MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2.
+
+[194] MANNHARDT, l. l., p. 326.
+
+[195] BARTSCH, l. l., II, p. 224.
+
+[196] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., pp. 446, 453.
+
+[197] SCHNELL, l. l., I, p. 61.
+
+[198] BARTSCH, l. l., II, p. 324.
+
+[199] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 448.
+
+[200] MEYER, l. l., p. 218.
+
+Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den _huisgeest_ eigen;
+niet van Wôdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit
+attribuut; Wôdan is trouwens de _Elfenkönig_ of _Ellenkönig_[201]. Een
+_Pück_ (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal[202], diende dertig
+volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken,
+stal en elders. Tot loon bedong hij: _tunicam de diversis coloribus et
+tintinnabulis plenam_[203]. In Schotland huisde eertijds een kobold, die
+den naam van _Shellycoat_ droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden
+veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn
+verwantschap met den lustigen huisgeest[204].
+
+[201] VAN DEN GHEYN, l. l., p. 115 vlg.
+
+[202] Bij GRIMM, l. l., I, pp. 423, 424.
+
+[203] Een veelkleurig kleed vol bellen.
+
+[204] GRIMM, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148.
+
+Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen
+zich voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest—_Grüner Georg_,
+_Pfingstl_, _Pfigstbutz_, enz.—vertoont een roetgezicht en rinkelt met
+eene koeschel[205]. Gedurende de _Rauchnächte_ loopen de Perchteln met
+_koeschellen_ en _lange zweepen_ rond; op Kerstavond loopen op vele
+plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het
+dorp; op Donderdag vóór Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming
+hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met
+paardenschellen[206]. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid
+in verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in
+het Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente „das Gras
+ausläuten”, d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het
+gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met
+groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt
+men „den Langas (lente) wecken”[207].
+
+[205] MANNHARDT, l. l., p. 608.
+
+[206] MANNHARDT, l. l., pp. 542, 543.
+
+[207] MANNHARDT, l. l., p. 540.
+
+Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit[208], „dass Glocke und
+Schelle zur ursprünglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehörten und
+eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten”. Kon de huisgeest
+als _geest_ zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen,
+te sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische
+τρίζειν—de taal der geesten in het algemeen—bel en klok zijn hem wel
+als daemon der vruchtbaarheid eigen.
+
+[208] L. L., p. 327.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+ Ein Schatten schleichet um das Haus,
+ Und horch, welch Kettengeklirre!
+ Fürwahr das ist Sanct Nicolaus,
+ Das Ruthen-Männlein von Myra.
+ (SCHNELL, l. l., I, p. 15).
+
+Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten,
+Ruprecht en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken
+uitdeelen, zijn ook gewapend met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men
+de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk
+is dezer roede van _berkenhout_; in Tirol vindt men de hazelaarsgard,
+met welke de Butzemann, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij
+op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt[209]. In Zwitserland draagt de
+H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een
+groene twijg[210]. Hiermee komt de z. g. _Martinsgerte_ overeen, die de
+Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter
+krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen
+alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide.
+Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk:
+
+ Kommt der heilig St. Märten (Mirte)
+ Mit seiner Gerten;
+ _Soviel Kranewitbeeren,
+ Soviel Ochsen und Stiere.
+ Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!_
+ Steckt sie hinter den Kühbarn,
+ So wird auf's Jahr keine Kuh verloren,
+ Und steckt sie hinter die Stalltür,
+ Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfür.
+
+[209] MANNHARDT, l. l., p. 269.
+
+[210] TILLE, l. l., pp. 130, 131.
+
+En in Beneden-Oostenrijk:
+
+ Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten;
+ _Soviel als die Rute Zweige hat,
+ Soviel soll auch der Bauer Vieh haben._
+ Nehmt ihr die Ruten in eure Hand,
+ Steckt ihr 's wol auf ober der Wand,
+ Wol hinter das Dach,
+ Am Sankt Gregoriustag
+ Treibt das arme Vieh aus,
+ Durch alle Engeln aus[211].
+
+[211] MANNHARDT, l. l., pp. 273, 274; vgl. MEYER, l. l., p. 254.
+
+Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is
+haar elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. Hetzelfde kan gezegd
+worden van de zweepen der Perchteln[212] en der boerenknapen, die te
+Mähren (Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden
+trekken[213]. Zou dus de meening van Tille[214] het ware treffen,
+volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door
+het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak
+hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten
+toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den
+derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan,
+terwijl ze roepen:
+
+ _Frisches Grün! Langes Leben!_
+ Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nüsse u. s. w.) geben[215].
+
+[212] Zie p. 41.
+
+[213] VERNALEKEN, l. l., pp. 285, 286.
+
+[214] L. L., p. 195 et passim.
+
+[215] MANNHARDT, l. l., p. 265; TILLE, l. l., p. 196. Mannhardt vooral
+ heeft over dit onderwerp in zijn _Baumkultus_ onder den
+ titel van: „Der Schlag mit der Lebensrute” eene meesterlijk
+ gedachte en keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de
+ daar besproken gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden
+ samenhangen is eene _zuivere hypothese_, en we geven ze dan
+ ook slechts als zoodanig. Men vergelijke nog een feestgebruik
+ der _Lupercalia_, te Rome den 15den Februari gevierd. Naar
+ den schijn te oordeelen was het slaan met riemen, dat de
+ _Luperci_ zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden,
+ eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de
+ vruchtbaarheid in verband (JORDAN-PRELLER, l. l., p. 390),
+ zoodat de vrouwen den _Lupercis_ zelfs den weg versperden, om
+ zich in de vlakke hand te doen treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II,
+ v. 4:
+ _Nec prodest agili palmas præbere luperco._
+
+ En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te
+ bieden.
+
+De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben _Pfeffertag_, wijl
+dan de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de
+voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen,
+noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens
+de meisjes met rozemarijnstengels, al zeggend:
+
+ Da komme ich her getreten
+ mit meiner frischen Gerten,
+ mit meinem frischen Mut.
+ Schmeckt der Pfeffertag gut?[216]
+
+[216] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 467.
+
+Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de
+afstraffing, door Dr. Brom aan Joës a Leydis met de roede van
+Sinterklaas toegediend, een „slag met de levensroede” moge geweest zijn!
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest
+uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat
+er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere „mannen van naam en
+groote kennis”, die men „helaas ook in ons eigen vaderland” dezelfde
+meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter
+meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten:
+
+ De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat
+ sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage
+ met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het
+ volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan
+ door eene menigte van feiten worden gestaafd.
+
+Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Joës
+a Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar
+mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en
+Faustus den Manicheër! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven,
+ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief
+worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft—op
+zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij
+ons schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven
+kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van
+kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ééne staat vast:
+de H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering speelt,
+niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne
+slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de
+oogen van het kristelijke volk.
+
+Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen
+ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als
+dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet
+geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren _ware_ glorie, ter
+bestrijding van _wezenlijke_ dwaalbegrippen het slagzwaard dient te
+worden opgevat?
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Pagina.
+
+ VOORREDE 3
+
+ I. HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK 7
+
+ II. SCHOORSTEEN EN SCHOEN 17
+
+ III. DE SCHIMMELRIJDER 25
+
+ IV. VORMVERANDERINGEN 32
+
+ V. BEL EN ROEDE 39
+
+ BESLUIT 44
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+ +-----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: de Katholieken Fokloristen gevonden, |
+ | C: de Katholieken Folkloristen gevonden, |
+ | B: zich dit bijgeoof vooral |
+ | C: zich dit bijgeloof vooral |
+ | B: dichste stof der archieven |
+ | C: dichtste stof der archieven |
+ | B: speelden dan slecht eene ondergeschikte |
+ | C: speelden dan slechts eene ondergeschikte |
+ | B: „Joelfeest daar in Januari |
+ | C: „Joelfeest” daar in Januari |
+ | B: [16] JACOR GRIMM, _Deutsche |
+ | C: [16] JACOB GRIMM, _Deutsche |
+ | B: kinderen en volwassen op St. |
+ | C: kinderen en volwassenen op St. |
+ | B: Rijn: „Neujahrskränzchen) en de |
+ | C: Rijn: „Neujahrskränzchen”) en de |
+ | B: II. p. 252); tot dit doeleinde |
+ | C: II. p. 232); tot dit doeleinde |
+ | B: [41] L. L., p. 157, |
+ | C: [41] L. L., p. 157. |
+ | B: in de Altmark gezonden: |
+ | C: in de Altmark gezongen: |
+ | B: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 117. |
+ | C: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. |
+ | B: [46] V, REINSBERG-DÜRINGSFELD, |
+ | C: [46] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, |
+ | B: zijn overgebleven, Beslister dan |
+ | C: zijn overgebleven. Beslister dan |
+ | B: „Mog dan ook het geven |
+ | C: „Mogt dan ook het geven |
+ | B: er krachtig toen hebben bijgedragen, |
+ | C: er krachtig toe hebben bijgedragen, |
+ | B: Berlin, 1891. Pp, 179, |
+ | C: Berlin, 1891. Pp. 179, |
+ | B: [80] REINSBERG-DÜRINGSFELD, |
+ | C: [80] V. REINSBERG-DÜRINGSFELD, |
+ | B: seinen Gewährsmann auführt, aber |
+ | C: seinen Gewährsmann anführt, aber |
+ | B: _Overblijfselen_, l. l, p. 24 |
+ | C: _Overblijfselen_, l. l, p. 24. |
+ | B: [99] BARTSCH, i. l., |
+ | C: [99] BARTSCH, l. l., |
+ | B: [109] VERN ALEKEN, l. l., |
+ | C: [109] VERNALEKEN, l. l., |
+ | B: Staffordhire noemt men nog |
+ | C: Staffordshire noemt men nog |
+ | B: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l, pp. |
+ | C: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. |
+ | B: lên mi dîn pêrd”[120] |
+ | C: lên mi dîn pêrd”[120]. |
+ | B: [131] EELCO VERWIJS, l. l., p. 77. |
+ | C: [131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. |
+ | B: het _Arab-Perz._ nârandj. |
+ | C: het _Arab.-Perz._ nârandj. |
+ | B: REINSBERG DÜRINGSFELD, l. l., p. 483. |
+ | C: REINSBERG-DÜRINGSFELD, l. l., p. 483. |
+ | B: verschijnsel voor, dat attribubuten van |
+ | C: verschijnsel voor, dat attributen van |
+ | B: [144] Zie p. 129. Dat de indruk |
+ | C: [144] Zie p. 23. Dat de indruk |
+ | B: Sinterklaas _Klaubautag_[152] |
+ | C: Sinterklaas _Klaubautag_[152]. |
+ | B: [150] Zie p. 3. |
+ | C: [150] Zie p. 13. |
+ | B: [155] KUHN, l. l., p 346. |
+ | C: [155] KUHN, l. l., p. 346. |
+ | B: Ruprecht als kwaad aardige elf, |
+ | C: Ruprecht als kwaadaardige elf, |
+ | B: [164] KUHN, l. l, p. 345. |
+ | C: [164] KUHN, l. l., p. 345. |
+ | B: [170] SCHNELL, l. l, I, p. 21. |
+ | C: [170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. |
+ | B: p. 140. |
+ | C: p. 34. |
+ | B: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 133. |
+ | C: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. |
+ | B: der vensterruiten[184]. Aldus |
+ | C: den vensterruiten[184]. Aldus |
+ | B: [186] L. L, p. 29. |
+ | C: [186] L. L., p. 29. |
+ | B: daart hoort men: |
+ | C: daar hoort men: |
+ | B: op blz. 142 sprake was—Ruprecht, |
+ | C: op blz. 35 sprake was—Ruprecht, |
+ | B: in Meckenburg heet de Schimmelrijder |
+ | C: in Mecklenburg heet de Schimmelrijder |
+ | B: [201] VAN DEN GHEYN, l. l, |
+ | C: [201] VAN DEN GHEYN, l. l., |
+ | B: 265; TILLE, l. l, p. 196. |
+ | C: 265; TILLE, l. l., p. 196. |
+ | B: treffen. Vgl. JUV. _Sat._ II, |
+ | C: treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, |
+ | B: rozemarijnstengels, al zeggen: |
+ | C: rozemarijnstengels, al zeggend: |
+ | |
+ +-----------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+***** This file should be named 38211-0.txt or 38211-0.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/38211-0.zip b/38211-0.zip
new file mode 100644
index 0000000..ea8c22e
--- /dev/null
+++ b/38211-0.zip
Binary files differ
diff --git a/38211-8.txt b/38211-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..48d4f5b
--- /dev/null
+++ b/38211-8.txt
@@ -0,0 +1,2318 @@
+
+The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De H. Nikolaas in het folklore
+
+Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Voetnoten zijn |
+ | hernummerd en verplaatst naar het eind van de alinea met de |
+ | verwijzing. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. Letters uit het griekse alfabet zijn omgezet en |
+ | weergeven als [Grieks: woord]. |
+ | De letter o met macron is als [=o] weergegeven. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden: |
+ | MEYER/MEIJER. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org/ |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ DE H. NIKOLAAS
+ IN
+ HET FOLKLORE
+
+ DOOR
+
+
+ Dr. JOS. SCHRIJNEN,
+
+ _leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond,
+ bibliothekaris van het Genootschap "Limburg"._
+
+
+ [Illustratie: Limburgs provinciewapen]
+
+
+ ROERMOND,
+
+ J. J. ROMEN EN ZONEN.
+
+ 1898.
+
+
+
+
+De H. Nicolaas in het Folklore.
+
+
+"Folk-lore," zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm[1], "is op alle gebied de
+wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt
+tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school!
+Folk-lore in alle kunstuitingen!" En zoo is het Folklore in engeren zin,
+dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en
+gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen,
+legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks,
+niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die
+uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des
+tijds. Immers: "men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt
+ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna
+had vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste
+stof en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van _Folk-lore_
+bestempeld heeft, d. i. _volkskunde, volkswetenschap_."[2] Aan hare
+verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het
+Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver
+zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat
+van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met
+verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen
+en bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf--voor
+het eerst door Mr. Thoms, Sekretaris der _Camden Society_ in het
+Athenumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt--had slechts enkele
+tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch
+burgerrecht te verschaffen.
+
+[1] In de _Lettervruchten_ v. h. Taal- en Letterlievend
+ Studentengenootschap "Met Tijd en Vlijt". Leuven 1892. P. 4.
+
+[2] P. ALBERDINGK THIJM, l. l., ib.
+
+Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare
+zusterwetenschappen--Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en
+Lingustiek--deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als _vergelijkende_
+wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene
+reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven
+oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen,
+zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op
+te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene
+bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne
+oorspronkelijke beteekenis door te dringen.
+
+Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet
+duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr.
+G. Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van
+Jos a Leydis schuil gaat[3]: "Maar de verschijning van Sint-Nikolaas
+als _Bisschop_ pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken
+oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden
+_overal_ in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons
+eigen vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping
+niet ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd
+toediende: "qui sua tantum mirantur." Op zijn Hollandsch gezegd: die
+niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur,
+en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat."
+
+[3] In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem bij
+ Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: _Sint Nikolaas,
+ zijn Feest en Gebruiken_. Zie _De Katholiek_, Dl. CXIII, p. 154.
+
+En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken Folkloristen gevonden,
+die beweren in de volksfeestviering van den H. Nikolaas niet-kristelijke
+bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit
+
+1 omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het
+feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij
+op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, _die
+niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te
+danken hebben_; en
+
+2 omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen
+verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H.
+Nikolaas in verband staat, als van _zuiver_ kristelijken oorsprong te
+beschouwen.
+
+Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering
+tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,--vaker door de
+overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene _moralis
+certitudo_ wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in
+den knecht Ruprecht b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan
+Marmorinus, den zwarten koning der Agarenirs, en wel zonder gevaar,
+_het spoor der orthodoxie bijster te raken_.
+
+Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig
+versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek
+van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van _De Katholiek_.
+Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het
+katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze
+gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. "verkerstening" zijn er
+aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen
+heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd
+van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de
+behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen,
+zonder de eenheid van het geheel te schaden;--en toch is de mogelijkheid
+niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met
+de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik neem dus de taak
+op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met
+de woorden: "aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te
+brengen". In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal
+gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als
+_specimina_ dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek
+aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in
+eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene
+verhandeling over de "_Overblijfselen van den Wdankultus in Limburg_",
+Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap "Limburg" is gezegd.
+Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel
+gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te
+putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als
+bronnen kon aanhalen!
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+I.
+
+HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK.
+
+ Sinte Klaas, die goede man,
+ Die ook alles bakken kan,
+ Suikergoed en taaie man,
+ Ja, daar krijg ik ook wat van.
+ (DR. EELCOO VERWIJS, _Sinterklaas_, 's Gravenhage,
+ 1863. P. 74.)
+
+
+Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest
+van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep
+in de waarlijk "onmisbare distinctie," door Dr. Brom in zijn eerste
+artikel vastgesteld[4]. Zelfs dan, als de Kerk _wilde_ afschaffen,
+gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom
+uit te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den
+_Indiculus superstitionum et paganiarum_[5] na te gaan, en aldra zal
+men tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. _De
+incantationibus_[6] (No 12), en _De divinis vel sortilegis_[7] (No 14)
+nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het, dat
+zich dit bijgeloof vooral aan kristelijke feesten, zoo b. v. Kerstdag
+en St. Thomasdag vasthecht;--en aan _deze_ opvattingen en praktijken zal
+toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen toeschrijven. Ook
+vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit de XVde eeuw, ten
+behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone volksklasse, in
+het Limburgsche Folklore terug: _Qui exercent supersticiositates cum acu
+qua cadaver est consutum_[8].
+
+[4] L. L., p. 83.
+
+[5] Bij MORITZ HEIJNE, _Kleinere altniederdeutsche Denkmler_.
+ Paderborn, 1877. Pp. 89, 90.
+
+[6] Over tooverij.
+
+[7] Over zieners en waarzeggers.
+
+[8] Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een doodshemd
+ genaaid is. Bij HERMANN USENER, _Christlicher Festbrauch._
+ Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door
+ mij opgeteekend in mijne studie, getiteld; _De Doode in het
+ Limburgsche Folklore_, in het Jaarboek van "Limburg". I, p. 192.
+
+Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten
+van den schoen, van volksfantasien als het rijden over de daken, het
+werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de
+Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar
+zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen
+al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge
+dan met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het
+dichtste stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste zou ik het
+betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke veroordeeling
+van het geloof aan een Sleipnir aan het daglicht te brengen.
+
+Aan Wdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en
+bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op
+de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden,
+zooals Holda en Perchta, speelden dan slechts eene ondergeschikte rol.
+Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband
+hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven
+vasthouden, ofwel--wat waarschijnlijker is--met Weinhold en
+Phannenschmid, door Mogk gevolgd[9], het Germaansche jaar in vieren
+indeelen,--het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand
+ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde,
+begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest
+of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel
+in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt
+het tijdperk der "Twaalf Nachten" genoemd; onze oostelijke naburen
+spreken van de _Zwlften_, _Unternchte_, _Rauchnchte_ of _Losstage_.
+Volgens sommigen moet men door de _Rauchnchte_ de drie Donderdagen vr
+Kerstmis verstaan[10]. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6,
+25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord "Joel", afkomstig van
+het Oud-Noordsche _jol_ (= _*jul_), hangt waarschijnlijk niet met het
+Angel-Saksische _hveol_ = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene
+Indo-Germaansche wortel JEKU, en beteekent "scherts", "vroolijkheid",
+zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het "jolige" bij
+uitstek was[11]. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond
+in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1 door het genieten der
+offergaven, gedurende dien tijd aan Wdan c. s. en ook aan de zielen der
+afgestorvenen gebracht; en 2--reden van oekonomischen aard--door de
+twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen,
+wanneer deze niet, zooals Tille beweert[12], zelfs de hoofdaanleiding
+tot de winterfeestviering gegeven hebben.
+
+[9] _Grundr. d. Germ. Philol._, her. v. H. PAUL. I, p. 1125.
+
+[10] WILHELM MANNHARDT, _Der Baumkultus der Germanen und ihrer
+ Nachbarstmme_. Berlin, 1875. P. 542.
+
+[11] Vgl. ELARD HUGO MEIJER, _Germanische Mythologie_. Berlin, 1891.
+ P. 197.
+
+[12] ALEXANDER TILLE, _Die Geschichte der Deutschen Weihnacht_.
+ Leipzig, 1893. P. 6 vlg.
+
+Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest,
+het _Giblt_, in Februari, "til grdhrar" voor den wasdom, terwijl het
+"Joelfeest" daar in Januari viel, "til rs" voor den oogst[13].
+
+[13] MOGK, l. l., p. 1126; MEIJER, l. l., p. 196.
+
+Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van
+dagen in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en
+Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat
+beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wdan, den god der vruchtbaarheid
+golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt
+uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de
+voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wdan als
+voorrijder, door het luchtruim joeg[14], dan krijgen wij een bijna
+aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat
+zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari
+uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen,
+welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,--St.
+Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30
+November), vooral St. Andreas_nacht_, St. Barbara (4 December),
+St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas
+(21 December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December),
+het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6
+Januari)--veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken
+van het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die
+alsdan de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun
+huidigen toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en
+bedenken wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke
+overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking,
+zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat
+het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en
+door de volksfantasie, het eene vr, het andere na, aan kristelijke
+instellingen en persoonlijkheden vastgehecht.
+
+[14] _Overblijfselen_, p. 10.
+
+Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat
+hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? "In unserem
+Volksglauben", zegt Mogk[15] "sind in algemeinen die Opfer vergessen;
+gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach
+daran zu erinnern"; en Grimm[16] beschouwt als offerresten vooral "das
+reiben der heiligen flamme, laufen durch die brnde, werfen von blumen
+in das feuer, _backen und austheilen grosser brote oder kuchen_, und der
+reihetanz". Zoo ook v. Reinsberg-Dringsfeld: "Der Weihnachtsschmaus
+trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden
+waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch blich sind, sowie
+die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen
+Tieren haben, deutlich bekunden"[17]. Men mag deze meening zijn
+toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den
+Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste
+smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden.
+
+[15] L. L., I, p. 1125.
+
+[16] JACOB GRIMM, _Deutsche Mythologie_. Berlin, 1875 (Vierte Ausg.
+ bes. v. E. H. MEIJER) I. p. 35.
+
+[17] _Das festliche Jahr der Germanischen Vlker_. Leipzig, 1898.
+ P. 4.
+
+Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St.
+Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk
+althans spreekt van _Martinsschmusen_[18]. In het Freudenthal (Oostenr.
+Silezi) krijgen kinderen en volwassenen op St. Maartensvooravond
+velerlei geschenken, maar vooral het _Martinshrndl_ mag niet
+ontbreken[19]. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de _Andreaskranz_
+gebakken[20]. In Hohenzollern begint men acht dagen vr Sinterklaas
+reeds met het bakken van het _Klausenmannle_, een wittebrood in den vorm
+van een dansenden man[21]. Met Sinterklaas vergast zich in heel ons land
+oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen en benamingen.
+Te Seekirch (Wrtemberg) bakt men alsdan lange, dunne koeken, die den
+vorm van pyramiden hebben; in het "Oberambt Ehingen" kleine, ronde
+suikerbroodjes, z. g. _Cloosen-Weckle_; te Dieburg (Hessen-Nassau)
+_Nicolaus-Lebkuchen_; te Leipzig _Pflaumentoffel_, eene eigenaardige
+lekkernij[22]. Dan volgt Kerstmis met zijn in het Limburgsche Folklore
+eigenaardige Kerstbroodje van Geleen[23], en tweede Kerstdag, waarop de
+kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes onthaald worden[24];
+voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel tweerlei brood, het eene
+zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de Rijnlanden[25]. Ook zijn
+de _Weihnachtsstollen_ bekend. Kerstbrood geldt in Duitschland voor
+brandstillend[26]. Tusschen Kerstmis en Nieuwjaar kende men er eertijds
+een bijzonder soort brood[27]. Voeg hierbij nog het Nieuwjaarsgebak
+("Nieuwjaarsmoppen", aan den Rijn: "Neujahrskrnzchen") en de
+smulpartijen op Driekoningendag, die o. a. te Laerz (Mecklenburg)
+plaats vinden[28], en ge zult tot het besluit komen, dat de gastronomen
+gedurende het Joeltijdperk geen reden tot klagen hebben. Bovengemelde
+meening omtrent deze gerechten wordt dan ook, bepaaldelijk voor de
+Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den inzender van No 1178b der
+aangehaalde Bartsch'sche verzameling[29]: "Die gegen Weihnachten
+gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen, Has=Poppen, welche nach
+jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und deren Heerde darstellen
+sollen, _unsprnglieh aber Opfergaben gewesen sein mgen, die am
+Julfeste dargebracht wurden_ (Beyer in den Mekl. Jahrb. XX, 150), werden
+von manchen Bckern mit Saffran bestrichen und heissen darum auch:
+Saffran=Pppings". Ook Meyer is deze zienswijze toegedaan[30], met het
+oog vooral op het volgende: Buiten den wolf (en den raaf)[31] zijn Wdan
+vooral de bok en de ever heilig; deze dieren vooral werden als _symbolen
+der vruchtbaarheid_ in den Joeltijd aan Wdan den windgod, den god der
+vruchtbaarheid geofferd. "Veel wind, veel ooft," zegt een spreekwoord;
+wind schenkt vruchtbaarheid en doet het koorn, rijpen[32]. Vandaar 1
+dat Wdan als god der vruchtbaarheid vooral dan vereerd werd, als de
+winden heviger loeiden dan ooit. Het Joelfeest werd dan ook niet ter
+eere van den zonnegod, maar van den god der vruchtbaarheid gevierd[33];
+en 2 dat om redenen van oekonomischen aard dit feest bij de Germaansche
+plattelandbewoners als het hoogste gold. Nu bakt men gedurende het
+_heele Joeltijdperk_, niet slechts met Sinterklaas, niet alleen koeken
+in den vorm van menschen en paarden, maar vooral van bokken en varkens.
+Ook met Kerstmis stellen in Mecklenburg de z. g. _Kinjes-Poppen_ meestal
+varkens voor[34]. In Zwaben bakt men met Kerstmis _Springerle_, d. i.
+koeken in allerhande soorten van diervormen. Dan ook wordt in het
+Noorden de _Julgalt_ gebakken en onder het zaadkoren gemengd; dit gebak
+heeft den boks- of zwijnsvorm. Op Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger
+een _Hrnstter_ onder het vor[35]. Ook in het Odenwald mengt men z. g.
+_Julkuchen_ onder het zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te
+worden vermeld, dat de boksvorm hier met een hamer versierd is[36]. Dit
+mocht ons onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer
+een hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wdan, maar aan
+Donar toegeschreven, die volgens Saxo Grammaticus door een slag van
+zijn hamer den bliksem deed geboren worden[37]. Waarschijnlijk hebben
+wij hier te doen met No 26 van den _Indiculus superstitionum_:[38] _De
+simulacro de consparsa farina_[39]. Ook anderszins nog wordt zulk een
+_simulacrum_ vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid
+overtrokken blok, _Julbucken_ genoemd; en in Silezi snijdt men schapen
+en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met
+konijnsvel[40].
+
+[18] L. L., I, p. 1127.
+
+[19] THEODOR VERNALEKEN, _Mythen und Bruche des Volken in
+ Oesterreich_. Wien, 1859. P. 62.
+
+[20] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l.l., p. 420.
+
+[21] DR. EUGEN SCHNELL, _Sanct Nicolaus, der heilige Bischof und
+ Kinderfreund_. Brnn, 1886. I. p. 17.
+
+[22] SCHNELL, l. l., I, pp. 46, 51, 62.
+
+[23] RUSSEL, _De heerlijkheid Geleen_, p. 73.
+
+[24] H. WELTERS, _Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in
+ Limburg_. Venloo, 1877. P. 12.
+
+[25] TILLE, l. l., p. 47.
+
+[26] MEIJER, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den 24sten
+ December _Vulbuuksabend_ genoemd. Zie V. REINSBERG-DRINGSFELD,
+ l.l., p. 464.
+
+[27] TILLE, l. l., ib.
+
+[28] KARL BARTSCH, _Sagen, Mrchen und Gebruche aus Meklenburg_.
+ Wien, 1879. II, p. 250.
+
+[29] II, p. 227.
+
+[30] L. L., pp. 215, 218.
+
+[31] _Overblijfselen_, p. 15.
+
+[32] _Overblijfselen_, p. 22.
+
+[33] MOGK, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet men
+ in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (BARTSCH,
+ l.l., II. p. 232); tot dit doeleinde worden in Engeland de
+ boomen dien nacht met stokken geslagen (MANNHARDT, l. l., p.
+ 279). "Is er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel
+ vruchten dragen," zegt men in Limburg; zoo ook: "Sneeuw in den
+ Kerstnacht geeft een goeden hopoogst." En in Mecklenburg: "Als
+ in de _Zwlften_ de boomen zich bukken, komt er veel ooft."
+ (BARTSCH, l. l., II, p. 250).
+
+[34] BARTSCH, l. l., II, p. 227.
+
+[35] BARTSCH, l. l., II, p. 241.
+
+[36] MEIJER, l. l., pp. 101, 103, 215, 211.
+
+[37] GRIMM, l. l., II, pp. 835, 1021. Daar de geloofsverkondigers de
+ afgoden als duivels voorstelden (_Overblijfselen_, pp. 5, 6,
+ 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van Donar, zoo b. v. in de
+ verwensching: "Dass dch der Hammer schlage!" De hamer is ook
+ het symbool der macht en vernieling.
+
+[38] HEIJNE, l. l., p. 90.
+
+[39] Over den vorm van koekdeeg.
+
+[40] SCHNELL, l. l., I, p. 65.
+
+De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr.
+Brom het zoo juist uitdrukt, "gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven
+wordt"[41].
+
+[41] L. L., p. 157.
+
+Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie
+Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen
+Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer
+zij onthaald; ook in de noordelijke provincin is dit gebruik niet
+heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens
+blijkt[42]. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg[43], in de
+Altmark[44] en in Oostenrijksch Silezi[45]; daar geeft men alsdan ook
+aan volwassenen allerlei soort van geschenken. Op sommige plaatsen is
+St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de
+tweede plaats, zoo b. v. te Dsseldorf in Erfurt[46], waar men als te
+Venloo, te Utrecht[47] en voorheen in Oostfriesland[48] met lantaarns en
+lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te
+IJperen, in heel het kanton Aalst[49] en voorheen te Augsburg[50]. Over
+de roede van St. Martinus in een volgend hoofdstuk. In Engeland is St.
+Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest[51].
+
+[42] _Martinus, Bisschop der Gallirs_, in zijne _Tilburgsche
+ Avondstonden_. Amsterdam, 1850. Zie ook V.
+ REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 406.
+
+[43] BARTSCH, II, p. 222.
+
+[44] ADALBERT KUHN, _Mrkische Sagen und Mrchen_. Berlin, 1843.
+ P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een
+ St. Maartenslied mee, in de Altmark gezongen:
+
+ Mrtiin Mrtiins Vaegelken
+ Mett siin verglt Snaevelken!
+ Geft us watt un lat us gan,
+ Datt wii ht noch wiier kamn; enz.
+
+[45] VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11.
+
+[46] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 406, 408.
+
+[47] SCHOTEL, l. l., p. 55.
+
+[48] SCHNELL, l. l., I, p. 36.
+
+[49] BROM, l. l., p. 156.
+
+[50] TILLE, l. l., p. 28.
+
+[51] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 412, 414, 420.
+
+Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster
+van Sinterklaas[52]. De gebruiken van 6 December zijn overbekend;
+in ons land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in
+Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en
+lekkers voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in
+de Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz[53]. In Tirol speelt Lucia
+voor de meisjes de rol van Sinterklaas[54].
+
+[52] BROM, l. l., ib.
+
+[53] SCHNELL, l. l., I., pp. 22, 73, 78.
+
+[54] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 434.
+
+Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en
+eenige gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons
+Sinterklaasfeest slacht; een verdienstelijk historisch overzicht
+der _Weihnachtsbescherung_ is door Tille geleverd[55]. In de
+Provincie Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep
+"heio" te Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te
+Echt gebeurt dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op
+Nieuwjaarsdag[56]. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari
+appelen, noten en peperkoek[57]. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op
+verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de
+kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk[58].
+
+[55] L. L. pp. 189-219.
+
+[56] WELTERS, l. l., pp. 12, 13.
+
+[57] BARTSCH, l. l., p. 234.
+
+[58] Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk vallen,
+ zoo b. v. het "rijden" der Engelen op Palmzondag, staan
+ waarschijnlijk met het Lentefeest in verband.
+
+Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in
+enge verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding,
+die door het verband tusschen "wind" en "vruchtbaarheid" in een helder
+daglicht treedt[59], en in de synonimie der termen "rijden" en "ten
+geschenke geven" hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook
+het in den grond der zaak nvormige geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des voorrijders der Wilde
+Jacht, des "gevers der goede gaven", mag gescheiden worden. Iets meer
+dan de bloote namen van _Joel_tijd, _Joel_gebak, _Joel_bok, _Joel_knots,
+_Joel_stroo, _Joel_licht, _Joel_blok, enz. moet van het vrkristelijke
+vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven. Beslister dan ooit blijf
+ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne _Overblijfselen_
+neerschreef[60]: "Mogt dan ook het geven van geschenken op
+Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van
+den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op
+Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden
+invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend".
+
+[59] Zie pp. 12, 13.
+
+[60] P. 28.
+
+Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig toe hebben bijgedragen,
+het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans bezit. In bijna
+alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen: het Kristelijke,
+het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en zoo zal Rome's
+invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder uitwerking
+gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze voorouders
+in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet[61]; in navolging der
+Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende dagen der
+week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut in het
+Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht der
+_bivia_ en _trivia_ op onzen bodem overgeplant[62]. Met alle reden
+mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is
+bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus "der dritte im Bunde", wien
+ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende
+geschenken vereerden[63].
+
+[61] E. SIEVERS, _Grundr. d. Germ. Philol._, I, p. 246.
+
+[62] _De Doode_, enz., l. l., I, p. 191.
+
+[63] JORDAN-PRELLER, _Rmische Mythologie_. Berlin, 1891. Pp. 179,
+ 180. Vgl. Ov., _Fast._, I, 71 vlg.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+II.
+
+SCHOORSTEEN EN SCHOEN.
+
+ Sint Niklaas, dou goede bloed!
+ Geefme een zakje vol suikergoed:
+ Niet te veel en niet te min.
+ Smijt het maar tot de schoorsteen in.
+
+ (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74).
+
+
+Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, "rijdt" door den schoorsteen. Niet
+alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens
+gaven niet altijd even begeerenswaardig.
+
+Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman
+in den Harz den voorrijder het bekende "hoho" achterna. Daar valt
+plotseling een zwarte klomp _door den schoorsteen_, dat de vonken er van
+opstuiven[64].
+
+[64] GRIMM, l. l., II, p. 774.
+
+In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen
+de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te
+openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de
+Jager een zijner honden achter, die _door den schoorsteen_ op den haard
+viel[65].
+
+[65] BARTSCH, l. l., I, p. 17.
+
+Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud[66], evenals
+zijne gemalin Frija, onder de benaming van _Fru Gor_[67].
+
+[66] GRIMM, l. l., II, p. 770 vlg.; _Overblijfselen_, pp. 27, 28;
+ DR. L. KNAPPERT, _Folklore_. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.;
+ VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van
+ woudgeesten: MANNHARDT, l. l., pp. 142, 152.
+
+[67] BARTSCH, l. l., II, pp. 242, 243.
+
+Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld
+en de gewone stervelingen,--de ruime, ouderwetsche schoorsteen,
+zooals die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan
+wonder, dat hij eene groote rol in de tooverwereld speelt? Dat men op
+Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk
+bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te
+doorgronden[68]? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden
+opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den
+haard, het middelpunt des huisgezins, af[69].
+
+[68] BARTSCH, l. l., p. 237.
+
+[69] Niet slechts door den schoorsteen, ook door het _sleutelgat_
+ komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in
+ Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen
+ te worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen.
+ (BARTSCH, l. l., II, p. 103).
+
+Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan "den
+overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den
+overwinnaar van Diana" bij diens komst door den schoorsteen, een groote
+geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef.....
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+ Heiliger Sanct Nicolaus
+ Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus,
+ Leg uns doch was schnes ein,
+ Wir woll'n recht fromm und fleissig sein,
+
+zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden
+onze Nederlandsche _spes patri_. Onder den schoorsteen wordt de
+_schoen_ gezet: "een schoen bij iemand zetten" is synoniem van "iemand
+iets afbedelen". Nu bestond er in Itali aan de hoven van sommige
+vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen
+beteekent, _Zopata_ genoemd[70]. Dat ons dit gebruik uit Spanje is
+overgewaaid, acht SCHNELL bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook
+ons geschenk dien naam dragen[71]. Daarenboven is Spanje een dier
+landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair
+was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid
+geene nadere verhouding van Nederland tot Spanje kan doen gelden; den
+schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en
+eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn.
+
+[70] BRANDT bij EELCOO VERWIJS, l. l., p. 19.
+
+[71] L. L., V, p. 42.
+
+Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al
+kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk
+nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Itali? Hij "zal wel
+op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden", zegt Eelcoo
+Verwijs[72]; de reden, dat nl. bedoelde maagden "bij het ontwaken
+telkens den schat onder hare kleederen, _als 't ware_[73] in de
+schoenen, vonden", komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is
+in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te
+Salzburg[74], in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar[75].
+
+[72] L. L., p. 19.
+
+[73] Wij kursiveeren.
+
+[74] SCHNELL, l. l., p. 10.
+
+[75] SCHNELL, l. l., III, p. 60.
+
+De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore.
+Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wdan, vult schoenen en
+laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche
+verhaal[76] zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas
+geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd
+te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met
+goud voor[77].
+
+[76] L. L., II, pp. 770 vlg.
+
+[77] _Overblijfselen_, p. 28.
+
+Legt in Mecklenburg de bruid vr de huwelijksplechtigheid in elken
+schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een
+slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts
+ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt,
+wordt niet door den hond aangeblaft[78]. Op Kerst- en Silvesteravond
+werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen
+of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is
+weggelegd[79]. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen
+zeer veel voor[80].
+
+[78] BARTSCH, l. l., II, 61, 349, 449.
+
+[79] VERNALEKEN, l. l., pp. 349, 350; BARTSCH, l. l., 236.
+
+[80] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 438.
+
+Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats _om
+het voeder te bevatten "voor Sinterklaas zijn paard"_. In heel Limburg
+en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provincin wordt haver
+en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie,
+Tirol en Vorarlberg[81]. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen
+van Duitschland en Skandinavi heerschende oogstgebruik, eenige halmen
+op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, _"voor
+W[=o]dan en zijn paard"_, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld
+Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer
+aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden
+schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende
+der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het
+tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele,
+overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den
+god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een
+offer van hooi, dat immers reeds in de Edda "Sleipnis verdr"[82] genoemd
+wordt[83]. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in
+een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld.
+
+[81] SCHNELL, l. l., p. 60.
+
+[82] Sleipnir's spijs.
+
+[83] _Overblijfselen_, l. l., p. 24.
+
+Maar laten we eenige feiten aangeven.
+
+In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op
+den akker eene gave "fr Odens pferde" achterlieten[84]; in Beieren,
+in den omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den _Waudlgaul_
+bestemd; daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de
+_Waudlhunde_, die den derden nacht komen en de gaven verslinden[85].
+Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons
+het best en volledigst door Bartsch[86] meegedeeld, reden, waarom wij
+het stuk hier in zijn geheel laten volgen:
+
+[84] GRIMM, l. l., I, p. 128.
+
+[85] Overblijfselen, l. l., p. 24.
+
+[86] L. L. l. l., pp. 307, 308.
+
+"Frher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmhen des
+Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich
+dem Wode. Das lteste Zeugniss fr diesen merkwrdigen Gebrauch enthlt
+der ausfhrliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem
+Ende des 16. Jahrhunderts. ""Im Heidendome,"" erzhlt derselbe, ""hebben
+tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen,
+denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins
+ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan
+laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschrtet
+unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Hde vom Koppe
+genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche
+upgerichtet, unde hebben den Wodendvel dremal semplick lud averall also
+angeropen unde gebeden:
+
+ Wode,
+ Hale dinem Rosse nu Voder,
+ Nu Distel und Dorn,
+ Thom andren Jhar beter Korn!
+
+Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch
+an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlden solcher
+avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne
+gespret wert"".
+
+Diese Erzhlung wird vollkommen besttigt durch einen gleichzeitigen
+Bericht ber den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider
+nur ein Bruchstck im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es
+""Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem
+letzten Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stcke
+Ackers ein klein Pltzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben
+an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan
+das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen
+beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts
+gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut:
+
+ Ho Wode, Ho Wode, du goder,
+ Hale dinem Rosse nu voder,
+ Hale nu Disteln und Dorn,
+ Thom andern Jar beter Korn!""
+
+Eben dieses Gebrauches erwhnt auch der Prpositus Frank zu Sternberg
+in der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus
+Gryse als seinen Gewhrsmann anfhrt, aber zugleich versichert, dass
+er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer
+Jugend erinnert htten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so
+an:
+
+ Wode, Wode,
+ Hahl dinem Rosse nu Voder,
+ Nu Distel und Dorn,
+ Aechter Jahr bter Korn!
+
+Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser
+Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag
+unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nmlich sind die
+angefhrten Verse in den Drfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn
+auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte,
+am Ende des Feldes einen Bschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn
+auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet."
+
+In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst
+wordt[87]; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een
+rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden:
+
+ "Wld, Wld, Wld[88]!"
+
+[87] GRIMM, l. l., I, p. 128.
+
+[88] _Overblijfselen_, l. l, p. 24.
+
+Ook Wdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712
+verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder
+het roepen van: "Fru Gaue, haltet (_of_ halet) ju fauer[89]!" Te
+Kerstlingerode, in het Gttingsche, laat men den laatsten armvol aren
+ongemaaid staan "vor Fru Holle[90]"; in den omtrek van het voormalige
+klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van _Vergodendeelstruss_.
+Sommigen verklaren dit woord als "vergelding voor zwaren arbeid",
+anderen, met Kuhn[91], als "Fr Goden Deel Struuss". In deze laatste
+schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische
+beteekenis boven gesproken is[92].
+
+[89] Neem uw vor in ontvangst (_of_ haal uw vor). Zie MEIJER,
+ l. l., p. 291.
+
+[90] KNAPPERT, l. l., p. 173.
+
+[91] L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik
+ MANNHARDT, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; GRIMM, l. l., I,
+ p. 209.
+
+[92] Zie p. 12.
+
+Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan "damit",
+zooals men zeide, "de Waur Futter fr sin Pferd finde". Vergelijken wij
+nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: "Sankt Martin muss noch ein
+Heu fr sein Rssl finden[93]". De synonimie springt in het oog, schoon
+het in deze laatste uitdrukking niet _Waur_, noch Sinterklaas, maar St.
+Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest
+en de Sinterklaasviering uit. Te Mggelsheim (Altmark) gelooven de
+kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi
+voor de huisdeur[94]. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij
+Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de
+schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee
+de zegen van 's nabuurs vee over[95]. In Oostenrijksch Silezi wordt op
+Kerstavond het vee met weit en erwten gevoerd[96]; ook in Mecklenburg
+werd dien nacht eertijds _Haferloses_ (losse haver) als veevoeder op
+tafel gelegd[97]. Eindelijk, bij het haver _zaaien_ laten de boeren op
+den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het
+paard van koning Abel[98].
+
+[93] TILLE, l. l., p. 23.
+
+[94] KUHN, l. l., pp. 345, 346.
+
+[95] BARTSCH, l. l., II, p. 233.
+
+[96] MANNHARDT, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der
+ vruchtbaarheid in een volgend hoofdstuk.
+
+[97] BARTSCH, l. l., II, p. 227.
+
+[98] MEIJER, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel tot de
+ Wilde Jacht in het volgende hoofdstuk.
+
+Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken
+uit het feit, dat te Plitz (Mecklenburg) het nabootsen van een
+schimmel door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op
+Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is[99]; dat
+het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den
+z. g. _Roggenbr_[100]; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna
+algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen
+denken aan de _simulacra de pannis facta_[101], en aan het _simulacrun
+quod per campos portant_[102], resp. No 27 en 28 van den _Indiculus
+superstitionum_[103].
+
+[99] BARTSCH, l. l., II, p. 306.
+
+[100] MEIJER, l. l., p. 102; MANNHARDT, l. l., p. 421.
+
+[101] Poppen uit lompen.
+
+[102] Pop, die men door het veld draagt.
+
+[103] HEIJNE, l. l., p. 90.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+III.
+
+DE SCHIMMELRIJDER.[104]
+
+[104] Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (SCHNELL, l. l.,
+ II, p. 60).
+
+ Sinter Klaas, die goede heer,
+ Hij komt alle jaren weer,
+ Met zijn paardje voor den wagen,
+ Daar komt Sinte Klaas aan jagen.
+ (EELCOO VERWIJS, l. l., p. 74).
+
+
+Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter
+op het hoofd[105], een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders
+geslagen[106], die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden
+hangt,--zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra
+voor.
+
+[105] Sinterclaes bisschop,
+ Settie _hooghe mutse_ op!
+ (Amsterdam.)
+
+[106] Sinterkls Gods (good?) heilig man,
+ Trek dnen besten _tabberd_ aan.
+ (Venloo.)
+
+ Sint Niklaes, o heilige man,
+ Met uw _gespikkelden talfaerd_ aen.
+ (Oost-Vlaanderen.)
+
+Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den
+breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans _Gngnir_
+in de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld,
+waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op
+zijn trouwen schimmel _Sleipnir_,--ziedaar het portret van Wdan-Odhin,
+ons in de hoofdtrekken door Saxo Grammaticus geteekend.
+
+Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den
+Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.--Volkomen
+juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de
+Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer
+zulke overeenkomst zich in meer dan n opzicht vertoont, en vooral,
+wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts
+op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van
+bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die des
+Wilden Jagers, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat
+goede wil, laat ik zeggen _esprit de systme_ vereischt wordt, om
+de volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde
+legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan
+ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over
+te hellen? Ter zake dus.
+
+Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en
+huilende windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn Sleipnir
+door de lucht, door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet
+vormt het Wdansheer of de z. g. "Wilde Jacht", die nog heden bij alle
+Germaansche stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op
+verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In
+den Eiffel heet deze Jacht het _Wudes-_ of _Wodesheer_; in Zwaben het
+_Wutes-_ of _Mutesheer_; in den Elzas het _Wtenheer_ (men vergete niet,
+dat de naam _Wdan_ van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het
+Oud-Hoogduitsche _wuot_, wat "woede" en "verstand" beteekent); in Zweden
+het _Odens hr_. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: "Oden far
+frbi"[107].
+
+[107] Odhin vaart voorbij.
+
+De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den
+naam van _Wode_, _Jaue_, _Goi_ of _Joe_, in Mecklenburg _Waur_, in
+Beieren _Wotn_, _Wutan_, _Wut_ of _Wode_[108]. In Zwaben worden hem,
+buiten de algemeene betiteling van _Schimmelreiter_, dezelfde bijnamen
+gegeven, waarmee men eertijds Wdan placht aan te duiden: _Breithut_,
+_Langhut_, _Schlapphut_. In Oostenrijk is hij in een langen mantel
+gehuld en draagt een hoed met breeden rand[109]. Het zou echter eene
+dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wdan het monopolie, den
+bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel
+Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens
+het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd,
+door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam
+Hackelberg[110], uit _hackel brend_ "mantel dragend" verbasterd.
+Het Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van
+"Hnske met de hond"[111]. In Hessen is het de _Schnellertsgeist_[112].
+Veelal ook zijn het _historische persoonlijkheden_: In den Harz en
+in de Lausnitz _Dietrich von Bern_ (Theodorik de Groote) ook wel
+_Berndietrich_ genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam
+van _Banadietrich_[113]; te Eisleben _Eckhart_[114]; in Engeland
+koning Artur, in Skandinavi koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel.
+Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den
+Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de
+XVIIde eeuw rijdt Charlemagne aan de spits van het geestenheer, terwijl
+Roland het vaandel draagt[115].
+
+[108] MEYER, l. l., pp. 236, 237.
+
+[109] VERNALEKEN, l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47.
+
+[110] KUHN, l. l., pp. 19, 25, 101, 187.
+
+[111] _Overblijfselen_, l. l., p. 12.
+
+[112] J. W. WOLF, _Hessische Sagen_. Gttingen-Leipzig, 1853. P. 21.
+
+[113] VERNALEKEN, l. l., p. 41.
+
+[114] "Der treue Eckhart" of "Eckhart mit dem weissen Stab". GRIMM,
+ l. l., II, pp. 779, 780.
+
+[115] GRIMM, l. l., II, pp. 779-788.
+
+Ook andere _Heiligen_, ja ook _Engelen_ deelen deze eer met den H.
+Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabril; in
+Staffordshire noemt men nog heden de Wilde Jacht "Gabriel Hounds", en te
+Lembeck in Westfalen "de Engelske Jagd", d. i. de Jacht des Engels[116].
+Zoo ook St. Hubertus, "la chasse St. Hubert" (door ontleening); zoo
+vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de gewone ikonografische
+voorstelling van dezen Heilige die, te paard gezeten, zijn mantel
+in tween deelt; maar de volksvoorstelling van Sint Maarten (Limb.:
+_Sintermerte_), van _Junker Marten_, volgens welke deze, door zijn
+knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde Jacht op Sint
+Maartensavond draagt in Duitschland den naam van _Martinsgestmpf_[117].
+
+[116] MANNHARDT, l. l., p. 251.
+
+[117] MEYER, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit als
+voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele voorstellingen,
+zooals die, bedoeld door Prof. V. D. VLIET, _Tweemaandelijksch
+Tijdschrift_, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten de zaak in alle
+geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen dezen Heilige en
+Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald _niet_ worden afgeleid uit
+het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers was. (Zie b. v.
+SIMROCK, _Rheinsagen_. Bonn, 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. 22, 23,
+56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan te danken hebben
+aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de echtheid van dit en
+soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld.
+
+De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche
+bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche
+bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, _legio_.
+Veeleer was de schimmel van Wdan na de overwinning van het Kristendom
+in de IXde en Xde eeuw, toen het _werkelijk_ geloof aan een Wdan was
+verloren gegaan, eene _res derelicta primi occupantis_, nog slechts
+bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich
+nog hier of daar in het Folklore vertoont[118], maar welke het niet
+moeielijk viel voor edeler, meer reele figuren te doen wijken. Op
+dien schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het
+hoog hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige
+geschiedenis of sage hadden gespeeld--Heiligen, koningen, legerhoofden
+en anderen--eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wdan's Sleipnir ook
+"als _substratum_ gediend voor de vereering van Sint Nicolaas"[119].
+
+[118] Zie p. 26.
+
+[119] BROM, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de belangrijke
+ studie van den Bollandist J. VAN DEN GHEYN, getiteld: _Le
+ Personnage d'Arlequin_, in zijne _Essais de Mythologie et de
+ Philologie compare_. Bruxelles-Paris, 1885. Pp. 107-131.
+
+Nog eene opmerking. Niet slechts _dat er sprake is_ van het paard des
+Heiligen; aan dit paard wordt als het ware _een zekere kultus gebracht_,
+die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang,
+dien Sleipnir in de vereering der oude Germanen bekleedde: _daar_
+had die vereering ook beteekenis, wijl Wdan met zijn paard, beiden
+verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden.
+Beiden werden in n adem genoemd; "Oden und sein Pferd", "Wdan und
+sein Pferd" is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen,
+zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede,
+die in het Lubecksche z. g. _Schwerttanzspiel_ (stedelijke en landelijke
+tooneelvertooning) _Starkader_ in den mond wordt gelegd: "Heilige Wode,
+n ln mi dn prd"[120].
+
+[120] _Zeitschr. fr deutsches Altertum_, XX, p. 13. De
+ _Schwerttanzspiele_ waren van de XVde tot XVIIde eeuw over
+ heel Duitschland verspreid.
+
+Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige
+wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in
+het moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig
+en zwart[121]. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten
+op[122].
+
+[121] VERNALEKEN, l. l., pp. 34, 35, 50.
+
+[122] VERNALEKEN, l. l., p. 83.
+
+Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre
+tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te
+laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond[123]; aldus ook Wdan en
+de Wilde Jager[124]. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een
+hoefindruk achter, evenals de schimmel van _Karel Quinte_, als deze uit
+den _Gudinsberg_ (_Wuodenesberg_) komt[125]. Van een Sinterklaas_wagen_
+spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore[126]; van een
+wagen bedienen zich ook de Wilde Jager[127], St. Thomas en het
+Kerstkind[128]. De Wdanswagen is genoegzaam bekend[129].
+
+[123] _Overblijfselen_, l. l., p. 14.
+
+[124] VERNALEKEN, l. l., p. 46.
+
+[125] MEYER, l. l., p. 242.
+
+[126] VERNALEKEN, l. l., p. 286.
+
+[127] VERNALEKEN, l. l., p. 55.
+
+[128] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 436, 453.
+
+[129] _Overblijfselen_, l. l., pp. 18, 19.
+
+Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend,
+evenals Wdan, die den bijnaam draagt van _vegtamr_ "aan verre tochten
+gewend". Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en
+zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk
+schijnt voorheen _Engeland_, de _Insula pomorum_[130], geweest te
+zijn[131]; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal _Spanje_, dan ook
+_Cond_:
+
+ Drie appelkens van _Cond_
+ Breng mijn broerkens ook wat mee.
+ (West-Vlaanderen).
+
+ Om appelkens van _Cond_
+ Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee.
+ (Oost-Vlaanderen)[132].
+
+[130] Het Appeleneiland.
+
+[131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77.
+
+[132] Ons "appeltjes van Oranje" is aan het Fransch ontleend. Bij
+ KILIAEN vindt men "aranienappel", vgl. het _Ital._ arancio uit
+ het _Arab.-Perz._ nrandj.
+
+Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar _Picardi_:
+
+ Gank t rije,
+ No 't lendje van _Picardi_[133].
+
+[133] MEYER, l. l., p. 256.
+
+Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is[134] zal het niemand
+verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van _Ebermann_
+draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den "gever van goed
+geluk", en deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De
+Schimmelrijder verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer
+verschillende persoonlijkheden, waarover in het volgende hoofdstuk, en
+op verschillende dagen. In Silezi is het met St. Maarten, te Kranowitz
+en Ratibor met _St. Nikel_[135], te Osnabrck o. a. met Kerstmis en
+Nieuwjaar: de schimmel heet dan de "Spaansche hengst"[136]. Zoo ook
+in Mecklenburg[137]; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op
+Kerstavond[138], evenals in Engeland. Zou het volgende nog op een
+samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? "Auf der
+Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf
+weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine
+schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus". (BARTSCH, l. l.,
+I, p. 16).
+
+[134] Zie p. 12.
+
+[135] SCHNELL, l. l., I, pp. 65, 66.
+
+[136] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 448.
+
+[137] BARTSCH, l. l., II, pp. 224, 233, 234.
+
+[138] SCHNELL, l. l., I, p. 50.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+IV.
+
+VORMVERANDERINGEN.
+
+ Wie stout is of boos,
+ Sint Niklaas hoort alles,
+ Hij luistert altoos!
+ Hem kan men niet foppen,
+ Geloof mij oprecht,
+ Wat hij niet gezien heeft,
+ Vertelt hem zijn knecht.
+ (Uit SCHENKMAN'S prentenboek).
+
+
+Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal
+eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen
+vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de
+gevolgtrekking juist was.
+
+Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore
+verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk:
+
+I. VAN HEIDENSCHEN OORSPRONG.
+
+1 _Wdan_, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid.
+
+2 _Hruodperaht_, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal
+onder den naam van Ruprecht verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde
+Jacht--gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel--en is,
+evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig
+en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem.
+
+3 _Perchta_ of _Bertha_[139], eene godin, die in karakter het meest met
+de godin Holda[140] overeenkomt. Als "die wilde Bertha" vaart zij door
+de lucht, en verleent vruchtbaarheid aan de akkers[141]. Haar heilig
+was de _Perchtenabend_, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen,
+witten sluier is zij gehuld[142]. Nog heden laat men in Tirol eten voor
+haar staan.
+
+[139] Zie p. 8.
+
+[140] Zie over deze godin KNAPPERT, l. l., pp. 123 vlg.
+
+[141] MOGK, l. l., pp. 1107, 1108.
+
+[142] Van haar en Holda stammen onze "Witte Juffers". Somtijds
+ vertoont zij zich echter, onder den vorm van _Berchtel_,
+ in zwarte lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. V.
+ REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 483.
+
+II. VAN KRISTELIJKEN OORSPRONG.
+
+1 De _H. Nikolaas_, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van
+Myra.
+
+2 De _H. Martinus_, bisschop van Tours, volksheilige.
+
+3 Het _Kerstkind_, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt.
+
+4 De _H. Driekoningen_, die hunne offergaven aan de kribbe des
+Verlossers nederlegden.
+
+5 De _H. Lucia_, Maagd en Martelares.
+
+Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat attributen van
+heidensche figuren op kristelijke zijn overgegaan, maar ook, dat
+kristelijke dragers derzelfde attributen, volgens plaatselijke
+omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen; en eindelijk, dat
+men, door onderlinge ontleening van verschillende Folkloristische
+_centra_, personen, namen en attributen op de meest grillige wijze
+heeft gekombineerd.
+
+1 Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door
+de lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij
+_Junker Marten_[143]. In Zwaben noemt men hem _Pelzmrte_, vroeger
+in Beieren _Pelzmartle_. Deze samenstellingen met _Pelz-_ zijn niet
+zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene
+vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid
+heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den
+Joelbok.--
+
+[143] Zie p. 27.
+
+Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard[144]. In gezelschap van
+St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals
+blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682[145]. In het
+Freudenthal (Oostenr. Silezi) brengt hij op een schimmel gezeten
+allerlei geschenken aan grooten en kleinen[146]. In de Rijnprovincie,
+IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas[147].
+
+[144] Zie p. 23. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou zijn
+ blijven staan, evenals die van den hoef van het Wdanros, zooals
+ MEYER, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. WOLF toch
+ spreekt t. a. p. (_Niederlndische Sagen_. Leipzig, 1843. P.
+ 435) uitdrukkelijk van "Martin, ein Sohn des Grafen von Namur,
+ der siebente Bischof von Tongern".
+
+[145] BARTSCH, l. l., II, p. 222.
+
+[146] Zie p. 11.
+
+[147] Zie p. 14.
+
+2 Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een
+eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als
+bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een
+pelsmantel gehuld[148]. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor
+den _Nikelmann_; ieder jaar haalt deze zich een offer[149]. Dergelijke
+sombere eigenschappen dankt de Heilige f aan Ruprecht, in diens
+hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, f aan het feit, dat Wdan
+vaak met den duivel op ne lijn werd gesteld[150]. Duidelijk blijken
+althans zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton
+Wallis, volgens welke hij--evenals de berggeesten--uit de rotsspelonken
+te voorschijn komt[151]. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem
+_Pelznikel_ (ook wel _Nikel_ of _St. Nikel_). In Tirol heet de vooravond
+van Sinterklaas _Klaubautag_[152].
+
+[148] BROM, l. l., p. 155.
+
+[149] SCHNELL, l. l., I, p. 29.
+
+[150] Zie p. 13.
+
+[151] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+[152] = _Klaubauftag_. _Klaubauf_ is de naam van den kobold.
+
+3 In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel[153], evenals
+Father Christmas in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel
+vindt voor zijn paard[154]. In het graafschap Rupin verschijnt een
+naamlooze ruiter op een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede
+figuur een grooten zak draagt, en de _Christmann_ of _Christpuppe_
+heet[155].
+
+[153] MEYER, l. l., p. 257.
+
+[154] POL DE MONT, _Dietsche Warande_, X, 1, 1897. P. 30.
+
+[155] KUHN, l. l., p. 346.
+
+4 Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van
+het Kerstkind voorzien, treedt _Hruodparaht_ op, f zelfstandig, f
+aan n van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de
+Rijnprovincie _Hans Muff_, in den Elzas _Hans Trapp_, anders elders.
+De benaming _Ruprecht_ heeft als wisselvorm _Rupel_[156]; ook de Wilde
+Jager heet Ruprecht[157]. Op den _Hutberg_ bij Herrnhut huizen twee
+Wilde Jagers: _Ulrich Ruprecht_ en _Bernhard Dietrich_[158]. Het
+uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt
+Ruprecht als kwaadaardige elf, dan is hij trouw gewapend met zak en
+roedachtig dan is zijn gezicht zwart _van het roet_. Ook de zak op
+zijn rug is een roetzak: _Schmutzbartel_ heet hij om zijn roetachtig
+uitzicht. Ook de _Perchteln_ d. i. vermomde gestalten, die op
+_Perchtenabend_[159] rondloopen, de _Pfingstlmmel_ in het Ansbachsche,
+de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een
+roetig gezicht[160]. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is "keineswegs
+bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwrzung] mir in roher Weise
+ausdrcken zu wollen, dass der dargestellte Dmon[161] ein nicht
+sichtbares, fr menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein
+Schatten, ein Gespenst sei"[162].
+
+[156] GRIMM, l. l., I, p. 417.
+
+[157] MEYER, l. l., p. 237.
+
+[158] MEYER, l. l., p. 242.
+
+[159] Zie p. 33.
+
+[160] MANNHARDT, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548.
+
+[161] Als het Grieksche [Grieks: daimn], half goddelijk, half
+ menschelijk wezen, op te vatten.
+
+[162] L. L. p. 322.
+
+In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en
+erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd
+ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark _der hele Christ_, _Ruprecht_
+of _Hans Ruprecht_; in Mecklenburg _der ru Clas_ of _Ruklas_ in de
+Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland _Clas_, _Glas Bur_, of
+_Buller Clas_. In Beieren kent men een goeden en kwaden _Klas_[163]. In
+de Oud-Mark trekt eenige dagen vr Kerstmis de afschuwelijke gedaante
+van _Klas Bur_ met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond,
+ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste
+loon of straf[164]. In Mecklenburg heet _Rug-klas_ "des heiligen
+Christ Vorposten"; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede
+voorzien[165]. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam
+van _Schmutzli_[166]. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet
+bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van _Huosecker_[167],
+in Tirol onder dien van de _Wauwe_[168]. Omstreeks het jaar 1850
+verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als
+_Hel-Niclas_, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens[169].
+Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: _Sparmundi_, _Pelzebub_,
+_Pelznikel_, _Butzemann_[170]. Dit _Butzemann_, waarmee men ons
+"boezeman" of "boeman" kan vergelijken, is eene benaming van
+den huisgeest[171]. _Pelzoppel_ heet hij in Hessen-Nassau. In
+Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw,
+_Berchtel_, _Buzebergt_ of _Eiserne Bertha_ genaamd; _Berchtel_ en
+_--bergt_ staan blijkbaar in betrekking tot den naam Perchta, evenals
+_--bartel_. In Oberhausen zei men eertijds: "Heut kommt der Klas, morgen
+de Buzebercht"[172]. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December
+'s avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar de
+ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij
+zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij
+door een soort _Nikolo_ begeleid. "Da der Name der heiligen Lucia", zegt
+v. Reinsberg-Dringsfeld[173], "welcher aus _lux_, Licht, entstanden
+sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist
+es natrlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Zge der alten
+Gttin angenommen hat." Ook door _Wode_ wordt niet zelden de rol
+van Ruprecht gespeeld, zoo te Mecklenburg[174]; in de Thuringsche
+kerstsage van de 17de eeuw doet dit "der treue Eckhart"[175]. Ook wordt
+Ruprecht veelal door den _Julbuk_ of _Julbock_ vervangen, d. i., een
+knecht in boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte
+_Klapperbock_[176]. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen
+vr Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is
+reeds gesproken; over den ever insgelijks[177], zoodat het ons niet
+moeilijk zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in
+erwtenstroo gehuld (_Erbsenbr_), die gedurende het Joeltijdperk plaats
+heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol
+verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: "Jemand einen Bren aufbinden"
+haar ontstaan. De beer wordt door Klas of Ruprecht geleid. Te Breslau is
+_Nicolo_ vergezeld van _Bartel_, tot wien de kinderen roepen:
+
+ Bartel, Bartel, wilder Br,
+ Leg mir ein, was i beger, enz.[178]
+
+Bartel wordt ook _Strohbartel_ genoemd; hier en daar draagt Ruprecht
+het epitheton _Strohbart_[179], als hij zich nl. in stroo gewikkeld
+vertoont.
+
+[163] SCHNELL, l. l., I, p. 22.
+
+[164] KUHN, l. l., p. 345.
+
+[165] Zou tot deze verschijning wellicht _Klas Rugebart_ in betrekking
+ staan, die in het Lubecksche _Schwerttanzspiel_ voorkomt? Zie
+ _Zeitschr. fr deutsches Altertum_, XX, p. 10.
+
+[166] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+[167] SCHNELL, l. l., V, p. 59.
+
+[168] VERNALEKEN, l. l., p. 62.
+
+[169] TILLE, l. l., p. 49.
+
+[170] SCHNELL, l. l., I, p. 21.
+
+[171] MOGK, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam _Klaubauf_, boven
+ p. 34.
+
+[172] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 433.
+
+[173] L. L. p. 434.
+
+[174] GRIMM, l. l., II, pp. 781, 782.
+
+[175] TILLE, l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27.
+
+[176] SCHNELL, l. l., I, p. 62.
+
+[177] Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde Jacht. Zie
+ MEYER, l. l., p. 244.
+
+[178] SCHNELL, l. l., I, p. 63.
+
+[179] GRIMM, l. l., III, p. 149.
+
+De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat
+het _erwten_stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt
+vruchtbaarheidssymbool[180]. Om veel ooft te krijgen worden gedurende
+het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden;
+gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden[181]; op
+Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten
+eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen[182].
+In het Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door
+de kamerdeur[183]; gedurende de z. g. _Knpflinsnchte_ (de
+Donderdagnachten vr Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland
+volwassenen en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen
+den vensterruiten[184]. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde
+bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: "In Zug
+in Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel
+afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als
+bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en
+gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan
+eene _blaas met erwten_[185] was bevestigd"[186].
+
+[180] MEYER, l. l., p. 103.
+
+[181] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 464.
+
+[182] BARTSCH, l. l., II, p. 233.
+
+[183] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 453.
+
+[184] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 424, 425.
+
+[185] Wij kursiveeren.
+
+[186] L. L., p. 29.
+
+Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis
+hebben?
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+V.
+
+BEL EN ROEDE.
+
+ St. Niklasawen,
+ denn geit wi n baben,
+ _denn klingelt de klokken_,
+ denn danzen de poppen.
+ (MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2).
+
+
+Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas
+wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te
+voren in het kanton Bern[187]; in Hohenzollern trekken op den vooravond
+van het feest, mannen en vrouwen, z. g. _Niclause_, onder ketting- en
+belgerinkel door de straten[188]; in het kanton Unterwalden gaat eenige
+dagen te voren een als hanstworst gekleed man _Samichlausen-Geiggel_
+genaamd, met bellen van huis tot huis[189].
+
+[187] SCHNELL, l. l., I, p. 95.
+
+[188] SCHNELL, l. l., I, p. 22.
+
+[189] SCHNELL, l. l., I, p. 73.
+
+Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het
+volgende rijmpje:
+
+ Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man,
+ Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan,
+ Geefftemen een beurs _met bellen_[190],
+ Soo sal ickje niet meer quellen,
+ So langhe als het God geliefft,
+ Heb ik Sinte Niclaesje lieff[191].
+
+[190] Wij kursiveeren.
+
+[191] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 73.
+
+Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker;
+daar hoort men:
+
+ Heilige Krist du gde mann,
+ trek dn besten tabbert an[192],
+ komm veer onse deer,
+ _klinger ons wat veer_[193].
+
+Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van _Klinggeest_[194] en
+_Klingjes_[195] draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud kondigt
+het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok aan[196].
+Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde gedaante,
+waarvan op blz. 35 sprake was--Ruprecht, Clas of anders geheeten--die
+met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith (Rijnprovincie)
+is Hans Muff van bellen voorzien[197]; in Mecklenburg heet de
+Schimmelrijder _Klingklas_[198]; klokjes en belletjes draagt ook
+_Aschenklas_[199]. In het Noorden treden de Joelbokken met schelletjes
+op[200].
+
+[192] Volgens J. A. LEYDIS stelt de tabberd het pallium voor!
+
+[193] MANNHARDT, l. l., p. 327 Aanm. 2.
+
+[194] MANNHARDT, l. l., p. 326.
+
+[195] BARTSCH, l. l., II, p. 224.
+
+[196] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., pp. 446, 453.
+
+[197] SCHNELL, l. l., I, p. 61.
+
+[198] BARTSCH, l. l., II, p. 324.
+
+[199] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 448.
+
+[200] MEYER, l. l., p. 218.
+
+Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den _huisgeest_ eigen;
+niet van Wdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit
+attribuut; Wdan is trouwens de _Elfenknig_ of _Ellenknig_[201]. Een
+_Pck_ (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal[202], diende dertig
+volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken,
+stal en elders. Tot loon bedong hij: _tunicam de diversis coloribus et
+tintinnabulis plenam_[203]. In Schotland huisde eertijds een kobold, die
+den naam van _Shellycoat_ droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden
+veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn
+verwantschap met den lustigen huisgeest[204].
+
+[201] VAN DEN GHEYN, l. l., p. 115 vlg.
+
+[202] Bij GRIMM, l. l., I, pp. 423, 424.
+
+[203] Een veelkleurig kleed vol bellen.
+
+[204] GRIMM, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148.
+
+Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen
+zich voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest--_Grner Georg_,
+_Pfingstl_, _Pfigstbutz_, enz.--vertoont een roetgezicht en rinkelt met
+eene koeschel[205]. Gedurende de _Rauchnchte_ loopen de Perchteln met
+_koeschellen_ en _lange zweepen_ rond; op Kerstavond loopen op vele
+plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het
+dorp; op Donderdag vr Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming
+hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met
+paardenschellen[206]. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid
+in verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in
+het Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente "das Gras
+ausluten", d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het
+gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met
+groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt
+men "den Langas (lente) wecken"[207].
+
+[205] MANNHARDT, l. l., p. 608.
+
+[206] MANNHARDT, l. l., pp. 542, 543.
+
+[207] MANNHARDT, l. l., p. 540.
+
+Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit[208], "dass Glocke und
+Schelle zur ursprnglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehrten und
+eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten". Kon de huisgeest
+als _geest_ zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen,
+te sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische
+[Grieks: trizein]--de taal der geesten in het algemeen--bel en klok zijn
+hem wel als daemon der vruchtbaarheid eigen.
+
+[208] L. L., p. 327.
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+ Ein Schatten schleichet um das Haus,
+ Und horch, welch Kettengeklirre!
+ Frwahr das ist Sanct Nicolaus,
+ Das Ruthen-Mnnlein von Myra.
+ (SCHNELL, l. l., I, p. 15).
+
+Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten,
+Ruprecht en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken
+uitdeelen, zijn ook gewapend met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men
+de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk
+is dezer roede van _berkenhout_; in Tirol vindt men de hazelaarsgard,
+met welke de Butzemann, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij
+op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt[209]. In Zwitserland draagt de
+H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een
+groene twijg[210]. Hiermee komt de z. g. _Martinsgerte_ overeen, die de
+Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter
+krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen
+alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide.
+Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk:
+
+ Kommt der heilig St. Mrten (Mirte)
+ Mit seiner Gerten;
+ _Soviel Kranewitbeeren,
+ Soviel Ochsen und Stiere.
+ Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!_
+ Steckt sie hinter den Khbarn,
+ So wird auf's Jahr keine Kuh verloren,
+ Und steckt sie hinter die Stalltr,
+ Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfr.
+
+[209] MANNHARDT, l. l., p. 269.
+
+[210] TILLE, l. l., pp. 130, 131.
+
+En in Beneden-Oostenrijk:
+
+ Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten;
+ _Soviel als die Rute Zweige hat,
+ Soviel soll auch der Bauer Vieh haben._
+ Nehmt ihr die Ruten in eure Hand,
+ Steckt ihr 's wol auf ober der Wand,
+ Wol hinter das Dach,
+ Am Sankt Gregoriustag
+ Treibt das arme Vieh aus,
+ Durch alle Engeln aus[211].
+
+[211] MANNHARDT, l. l., pp. 273, 274; vgl. MEYER, l. l., p. 254.
+
+Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is
+haar elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. Hetzelfde kan gezegd
+worden van de zweepen der Perchteln[212] en der boerenknapen, die te
+Mhren (Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden
+trekken[213]. Zou dus de meening van Tille[214] het ware treffen,
+volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door
+het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak
+hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten
+toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den
+derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan,
+terwijl ze roepen:
+
+ _Frisches Grn! Langes Leben!_
+ Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nsse u. s. w.) geben[215].
+
+[212] Zie p. 41.
+
+[213] VERNALEKEN, l. l., pp. 285, 286.
+
+[214] L. L., p. 195 et passim.
+
+[215] MANNHARDT, l. l., p. 265; TILLE, l. l., p. 196. Mannhardt vooral
+ heeft over dit onderwerp in zijn _Baumkultus_ onder den
+ titel van: "Der Schlag mit der Lebensrute" eene meesterlijk
+ gedachte en keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de
+ daar besproken gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden
+ samenhangen is eene _zuivere hypothese_, en we geven ze dan
+ ook slechts als zoodanig. Men vergelijke nog een feestgebruik
+ der _Lupercalia_, te Rome den 15den Februari gevierd. Naar
+ den schijn te oordeelen was het slaan met riemen, dat de
+ _Luperci_ zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden,
+ eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de
+ vruchtbaarheid in verband (JORDAN-PRELLER, l. l., p. 390),
+ zoodat de vrouwen den _Lupercis_ zelfs den weg versperden, om
+ zich in de vlakke hand te doen treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II,
+ v. 4:
+ _Nec prodest agili palmas prbere luperco._
+
+ En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te
+ bieden.
+
+De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben _Pfeffertag_, wijl
+dan de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de
+voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen,
+noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens
+de meisjes met rozemarijnstengels, al zeggend:
+
+ Da komme ich her getreten
+ mit meiner frischen Gerten,
+ mit meinem frischen Mut.
+ Schmeckt der Pfeffertag gut?[216]
+
+[216] V. REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 467.
+
+Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de
+afstraffing, door Dr. Brom aan Jos a Leydis met de roede van
+Sinterklaas toegediend, een "slag met de levensroede" moge geweest zijn!
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+ * * * * *
+
+En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest
+uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat
+er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere "mannen van naam en
+groote kennis", die men "helaas ook in ons eigen vaderland" dezelfde
+meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter
+meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten:
+
+ De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat
+ sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage
+ met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het
+ volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan
+ door eene menigte van feiten worden gestaafd.
+
+Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Jos
+a Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar
+mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en
+Faustus den Manicher! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven,
+ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief
+worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft--op
+zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij
+ons schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven
+kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van
+kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ne staat vast:
+de H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering speelt,
+niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne
+slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de
+oogen van het kristelijke volk.
+
+Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen
+ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als
+dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet
+geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren _ware_ glorie, ter
+bestrijding van _wezenlijke_ dwaalbegrippen het slagzwaard dient te
+worden opgevat?
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Pagina.
+
+ VOORREDE 3
+
+ I. HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK 7
+
+ II. SCHOORSTEEN EN SCHOEN 17
+
+ III. DE SCHIMMELRIJDER 25
+
+ IV. VORMVERANDERINGEN 32
+
+ V. BEL EN ROEDE 39
+
+ BESLUIT 44
+
+[Decoratieve illustratie]
+
+
+
+
+ +-----------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: de Katholieken Fokloristen gevonden, |
+ | C: de Katholieken Folkloristen gevonden, |
+ | B: zich dit bijgeoof vooral |
+ | C: zich dit bijgeloof vooral |
+ | B: dichste stof der archieven |
+ | C: dichtste stof der archieven |
+ | B: speelden dan slecht eene ondergeschikte |
+ | C: speelden dan slechts eene ondergeschikte |
+ | B: "Joelfeest daar in Januari |
+ | C: "Joelfeest" daar in Januari |
+ | B: [16] JACOR GRIMM, _Deutsche |
+ | C: [16] JACOB GRIMM, _Deutsche |
+ | B: kinderen en volwassen op St. |
+ | C: kinderen en volwassenen op St. |
+ | B: Rijn: "Neujahrskrnzchen) en de |
+ | C: Rijn: "Neujahrskrnzchen") en de |
+ | B: II. p. 252); tot dit doeleinde |
+ | C: II. p. 232); tot dit doeleinde |
+ | B: [41] L. L., p. 157, |
+ | C: [41] L. L., p. 157. |
+ | B: in de Altmark gezonden: |
+ | C: in de Altmark gezongen: |
+ | B: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 117. |
+ | C: VERNALEKEN, l. l., p. 62. Zie p. 11. |
+ | B: [46] V, REINSBERG-DRINGSFELD, |
+ | C: [46] V. REINSBERG-DRINGSFELD, |
+ | B: zijn overgebleven, Beslister dan |
+ | C: zijn overgebleven. Beslister dan |
+ | B: "Mog dan ook het geven |
+ | C: "Mogt dan ook het geven |
+ | B: er krachtig toen hebben bijgedragen, |
+ | C: er krachtig toe hebben bijgedragen, |
+ | B: Berlin, 1891. Pp, 179, |
+ | C: Berlin, 1891. Pp. 179, |
+ | B: [80] REINSBERG-DRINGSFELD, |
+ | C: [80] V. REINSBERG-DRINGSFELD, |
+ | B: seinen Gewhrsmann aufhrt, aber |
+ | C: seinen Gewhrsmann anfhrt, aber |
+ | B: _Overblijfselen_, l. l, p. 24 |
+ | C: _Overblijfselen_, l. l, p. 24. |
+ | B: [99] BARTSCH, i. l., |
+ | C: [99] BARTSCH, l. l., |
+ | B: [109] VERN ALEKEN, l. l., |
+ | C: [109] VERNALEKEN, l. l., |
+ | B: Staffordhire noemt men nog |
+ | C: Staffordshire noemt men nog |
+ | B: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l, pp. |
+ | C: 1850. P. 23; SCHNELL, l. l., pp. |
+ | B: ln mi dn prd"[120] |
+ | C: ln mi dn prd"[120]. |
+ | B: [131] EELCO VERWIJS, l. l., p. 77. |
+ | C: [131] EELCOO VERWIJS, l. l., p. 77. |
+ | B: het _Arab-Perz._ nrandj. |
+ | C: het _Arab.-Perz._ nrandj. |
+ | B: REINSBERG DRINGSFELD, l. l., p. 483. |
+ | C: REINSBERG-DRINGSFELD, l. l., p. 483. |
+ | B: verschijnsel voor, dat attribubuten van |
+ | C: verschijnsel voor, dat attributen van |
+ | B: [144] Zie p. 129. Dat de indruk |
+ | C: [144] Zie p. 23. Dat de indruk |
+ | B: Sinterklaas _Klaubautag_[152] |
+ | C: Sinterklaas _Klaubautag_[152]. |
+ | B: [150] Zie p. 3. |
+ | C: [150] Zie p. 13. |
+ | B: [155] KUHN, l. l., p 346. |
+ | C: [155] KUHN, l. l., p. 346. |
+ | B: Ruprecht als kwaad aardige elf, |
+ | C: Ruprecht als kwaadaardige elf, |
+ | B: [164] KUHN, l. l, p. 345. |
+ | C: [164] KUHN, l. l., p. 345. |
+ | B: [170] SCHNELL, l. l, I, p. 21. |
+ | C: [170] SCHNELL, l. l., I, p. 21. |
+ | B: p. 140. |
+ | C: p. 34. |
+ | B: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 133. |
+ | C: l. l., p. 29. Vgl. boven p. 27. |
+ | B: der vensterruiten[184]. Aldus |
+ | C: den vensterruiten[184]. Aldus |
+ | B: [186] L. L, p. 29. |
+ | C: [186] L. L., p. 29. |
+ | B: daart hoort men: |
+ | C: daar hoort men: |
+ | B: op blz. 142 sprake was--Ruprecht, |
+ | C: op blz. 35 sprake was--Ruprecht, |
+ | B: in Meckenburg heet de Schimmelrijder |
+ | C: in Mecklenburg heet de Schimmelrijder |
+ | B: [201] VAN DEN GHEYN, l. l, |
+ | C: [201] VAN DEN GHEYN, l. l., |
+ | B: 265; TILLE, l. l, p. 196. |
+ | C: 265; TILLE, l. l., p. 196. |
+ | B: treffen. Vgl. JUV. _Sat._ II, |
+ | C: treffen. Vgl. JUV., _Sat._ II, |
+ | B: rozemarijnstengels, al zeggen: |
+ | C: rozemarijnstengels, al zeggend: |
+ | |
+ +-----------------------------------------------+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+***** This file should be named 38211-8.txt or 38211-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/38211-8.zip b/38211-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..ac674b2
--- /dev/null
+++ b/38211-8.zip
Binary files differ
diff --git a/38211-h.zip b/38211-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..3145b9b
--- /dev/null
+++ b/38211-h.zip
Binary files differ
diff --git a/38211-h/38211-h.htm b/38211-h/38211-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..6c4c352
--- /dev/null
+++ b/38211-h/38211-h.htm
@@ -0,0 +1,2549 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De H. Nikolaas in het folklore, by Jos. Schrijnen.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; line-height: 2em; font-size: 175%;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 300%;}
+h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em; font-size: 100%;}
+
+h2.h2inh {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-size: 150%;}
+big {font-size: 225%;}
+small {font-size: 50%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.subh3 {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; text-align: center; text-indent: 0em;
+ font-weight: normal; font-size: 120%;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+
+div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center;}
+div.fnsep {width: 10%; border: 1px solid black; text-align: left;
+ margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+
+/* TB */
+hr {width: 33%; clear: both; border: 1px solid black;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.toc {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em;}
+td.tdl {text-align: left; padding: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding: 0.5em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.besluit {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em;
+ font-weight: normal; font-style: normal; font-size: 120%;}
+.ls1 {letter-spacing: 0.1em; margin-right: -0.1em;}
+.ls2 {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+ins.info {border-bottom: 1px dotted green; text-decoration: none;}
+abbr {border-bottom: 1px dotted green; speak: spell-out;}
+
+/* IMAGES */
+img {border: 0;}
+.figcenter {margin-left: auto; margin-right: auto; text-align: center;
+ margin-top: 2em;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 0%; margin-right: 5%; font-size: 75%; text-align: justify; }
+.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;}
+.footnote p {text-indent: 4.5em;}
+.fnanchor {margin-left: 0.2em; font-size: 100%; text-decoration: none;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left;}
+.poem br {display: none;}
+.pkop {margin-left: 30%; margin-right: 10%; text-align: left;}
+.pkop br {display: none;}
+.stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+.bron {margin: -0.5em 0em 1em 4em; text-indent: -1em; width: 32em;}
+.pkop span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i1 {display: block; margin-left: 1em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+.mono {font-family: monospace;}
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size90 {font-size: 90%;}
+.size120 {font-size: 120%;}
+.size150 {font-size: 150%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h2 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 30%;}
+td.td4 {width: 35%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De H. Nikolaas in het folklore
+
+Author: Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+Release Date: December 5, 2011 [EBook #38211]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+
+
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h2>Opmerkingen van de bewerker</h2>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling (<span class="mixcap">Meyer/Meijer</span>) zijn behouden.
+ Een extra verduidelijking of vertaling is beschikbaar bij woorden die voorzien zijn van een
+ <ins class="info" title="Vertaling of verduidelijking.">dunne groene stippellijn</ins>.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1">&nbsp;</span><a id="p_1"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <h1><big>DE H. NIKOLAAS</big><br />
+ <small>IN</small><br />
+ <span class="ls2">HET FOLKLORE</span></h1>
+
+ <p class="tp size90">DOOR</p>
+
+ <p class="tp"><span class="ls1 size150">Dr. JOS. SCHRIJNEN,</span><br /><br />
+ <i class="size90">leeraar aan het Bisschoppelijk Kollege te Roermond,<br />
+ bibliothekaris van het Genootschap &bdquo;Limburg&rdquo;.</i></p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 294px;">
+ <img src="images/ill_p001.png" width="294" height="269" alt="Limburgs provinciewapen" title="Limburgs provinciewapen" />
+ </div>
+
+ <p class="tp"><span class="mixcap">Roermond,</span><br />
+ <span class="ls2">J. J. ROMEN EN ZONEN.</span><br />
+ <span class="size120">1898.</span></p>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="2">&nbsp;</span><a id="p_2"></a>
+<span class="pagenum" title="3"><br />&nbsp;</span><a id="p_3"></a></p>
+
+<h2 class="mono"><a id="VOORREDE"></a>De H. Nicolaas in het Folklore.</h2>
+
+<div class="figcenter" style="width: 165px;">
+<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p>&bdquo;Folk-lore,&rdquo; zegt Prof. Paul Alberdingk Thijm<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor">(1)</a>, &bdquo;is op alle gebied de
+wapenkreet geworden. Wee dengene, die zich daartegen kant! Hij worstelt
+tegen den stroom. Folk-lore in de raadzalen! Folk-lore in de school!
+Folk-lore in alle kunstuitingen!&rdquo; En zoo is het Folklore in engeren zin,
+dat wil zeggen, de wetenschappelijke behandeling van gewoonten, zeden en
+gebruiken, spreekwijzen en uitdrukkingen, liederen, sprookjes, sagen,
+legenden en voorstellingen, die voortleven in den boezem des volks,
+niet alleen eene moderne wetenschap, maar tevens eene wetenschap, die
+uitdrukking verleent aan den geest, die beantwoordt aan de behoeften des
+tijds. Immers: &bdquo;men wendt zich weder tot de natuur; de volksaard wordt
+ondervraagd. Men spoort op waarin die bestaat, omdat men dien bijna had
+vergeten; men graaft oude legenden, sagen, spreuken uit het dikste stof
+en beoefent een vak, dat men met den nieuwen naam van <i>Folk-lore</i>
+bestempeld heeft, d. i. <i>volkskunde, volkswetenschap</i>.&rdquo;<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor">(2)</a> Aan hare
+verhouding tot de tijdsomstandigheden dankt de wetenschap van het
+Folklore zonder twijfel hare rassche verspreiding. Met koortsigen ijver
+zette men zich in alle beschaafde landen aan het werk, om den schat
+van overleveringen op te teekenen, te schiften, te groepeeren, en met
+verbazende snelheid zag men allerwegen Folkloristische vereenigingen en
+bibliotheken verrijzen; en de naam der jonge wetenschap zelf&mdash;voor het
+eerst door <span xml:lang="en">Mr. Thoms</span>, Sekretaris der <span class="pagenum" title="4">&nbsp;</span><a id="p_4"></a><i xml:lang="en">Camden Society</i> in het
+Athenumnummer van 22 Augustus 1846 gebruikt&mdash;had slechts enkele
+tientallen van jaren noodig, om zich een onbetwist Europeesch
+burgerrecht te verschaffen.</p>
+
+<p>Van meet af betrad deze wetenschap ook reeds den weg, dien hare
+zusterwetenschappen&mdash;Mythologie, Geschiedenis, Ethnologie en
+Lingustiek&mdash;deze eeuw vooral zijn ingeslagen: als <i>vergelijkende</i>
+wetenschap zag zij het licht. Niet tevreden op beperkt terrein eene
+reeks van min of meer samenhangende verschijnselen op een gegeven
+oogenblik op het leven te betrappen of ook hooger opwaarts te vervolgen,
+zoekt de Folklorist analoge sagen en gebruiken bij verwante stammen op
+te sporen; hij ontdoet het aldus verkregen materiaal van alle heterogene
+bestanddeelen, vergelijkt, en tracht zoodoende tot hun kern en hunne
+oorspronkelijke beteekenis door te dringen.</p>
+
+<p>Deze door elk wetenschappelijk Folklorist te volgen gedragslijn doet
+duidelijk zien, hoe juist het verwijt van eenzijdigheid was, door Dr. G.
+Brom onlangs tot zeker iemand gericht, die onder het pseudoniem van Jos
+a Leydis schuil gaat<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor">(3)</a>: &bdquo;Maar de verschijning van Sint-Nikolaas als
+<i>Bisschop</i> pleit toch, zoo men wil, voor den zuiver katholieken
+oorsprong en zin van zijn feestviering. Zeker, indien zulk een optreden
+<i>overal</i> in gebruik was; maar dat is voornamelijk het geval in ons eigen
+vaderland. Hierop alleen acht gevende, zouden wij de berisping niet
+ontgaan, welke Tacitus aan de geschiedschrijvers van zijn tijd
+toediende: &bdquo;<span xml:lang="la">qui sua tantum mirantur</span>.&rdquo; Op zijn Hollandsch gezegd: die
+niet verder zien dan de gezichteinder reikt boven hun eigen onderdeur,
+en meenen, dat hun beperkt kringetje de gansche wereld omvat.&rdquo;</p>
+
+<p>En inderdaad, worden er tusschen de Katholieken <ins class="corr" id="corr1" title="Bron: Fokloristen">Folkloristen</ins> gevonden, die
+beweren in de volksfeestviering van den <span class="pagenum" title="5">&nbsp;</span><a id="p_5"></a>H. Nikolaas niet-kristelijke
+bestanddeelen, te ontdekken, dan is dit</p>
+
+<p>1 omdat zij tusschen volksgebruiken en volksvoorstellingen, die met het
+feest in betrekking staan, en andere gebruiken en voorstellingen, hetzij
+op eigen bodem, hetzij elders, eene verwantschap meenen te speuren, <i>die
+niet aan ontleening van het St. Nikolaasfeest haar oorsprong kan te
+danken hebben</i>; en</p>
+
+<p>2 omdat geen enkel kerkelijk leerstuk, geen enkele kerkelijke wet hen
+verplicht, al wat op het oogenblik met de feestviering van den H.
+Nikolaas in verband staat, als van <i>zuiver</i> kristelijken oorsprong te
+beschouwen.</p>
+
+<p>Wel zullen zij niet altijd langs den weg eener klemmende bewijsvoering
+tot onwraakbare resultaten kunnen geraken,&mdash;vaker door de
+overtuigingskracht van een voldoend aantal feiten tot eene <i xml:lang="la">moralis
+certitudo</i> wellicht; in ieder geval zal het hun echter vrijstaan in den
+knecht <span xml:lang="de">Ruprecht</span> b. v. liever een elfische gedaante te zien, dan
+<span xml:lang="la">Marmorinus</span>, den zwarten koning der Agarenirs, en wel zonder gevaar,
+<i>het spoor der orthodoxie bijster te raken</i>.</p>
+
+<p>Hij, die dergelijke beginselen huldigde, zal hierin niet weinig
+versterkt zijn geworden door de zooeven geciteerde meesterlijke kritiek
+van Dr. Brom in de l.l. Januari en Februarinummers van <i>De Katholiek</i>.
+Niet slechts de eer der katholieke historiografie, ook die van het
+katholieke Folklore is daar van bevoegde zijde op schitterende wijze
+gewroken. Het feit en goed recht eener z. g. &bdquo;verkerstening&rdquo; zijn er
+aangetoond, de banen, die de katholieke geschiedvorscher te volgen
+heeft, afgebakend, het blazoen der katholieke Volkskunde is er gezuiverd
+van alle smet en blaam. Uitteraard kon de schrijver echter bij de
+behandeling van zijn vierde punt niet tot meer bijzonderheden afdalen,
+zonder de eenheid van het geheel te schaden;&mdash;en toch is de mogelijkheid
+niet uitgesloten, dat menig Katholiek naar eene nadere kennismaking met
+de zienswijze der Folkloristen in deze verlangt. Ik <span class="pagenum" title="6">&nbsp;</span><a id="p_6"></a>neem dus de taak
+op, door Dr. Brom zelf l. l., p. 152 den Folkloristen overgelaten met
+de woorden: &bdquo;aan hen de taak, zoo mogelijk eene volledige oplossing te
+brengen&rdquo;. In de volgende bladzijden stel ik mij voor, een zeker aantal
+gegevens tot eenige rubrieken terug te voeren, en deze, meer als
+<i xml:lang="la">specimina</i> dan als volledige verzameling, het belangstellend publiek
+aan te bieden. Niet zelden echter zal ik hierbij gedwongen zijn in
+eene herhaling te vallen, van hetgeen reeds in mijne meer algemeene
+verhandeling over de &bdquo;<i>Overblijfselen van den Wdankultus in Limburg</i>&rdquo;,
+Vde Jaargang, IIIde Afdeeling van het Genootschap &bdquo;Limburg&rdquo; is gezegd.
+Ook duide men het mij niet ten kwade, zoo ik voor het meerendeel
+gedwongen ben uit ongeloovige of althans niet-katholieke schrijvers te
+putten. Gave God, dat ik meer werken van katholieke Folkloristen als
+bronnen kon aanhalen!</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label">(1)</a> In de <i>Lettervruchten</i> v. h. Taal- en Letterlievend
+Studentengenootschap &bdquo;Met Tijd en Vlijt&rdquo;. Leuven 1892. P. 4.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label">(2)</a> <span class="mixcap">P. Alberdingk Thijm</span>, l. l., ib.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label">(3)</a> In zijne kritiek van een kortelings onder dit pseudoniem
+bij Borg, Amsterdam, verschenen werkje, getiteld: <i>Sint Nikolaas, zijn
+Feest en Gebruiken</i>. Zie <i>De Katholiek</i>, Dl. CXIII, p. 154.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 319px;">
+<img src="images/ill_p006.png" width="319" height="28" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="7">&nbsp;</span><a id="p_7"></a></p>
+
+<h3><a id="I"></a>I.</h3>
+
+<p class="subh3">HET VRUCHTBAARHEIDSTIJDPERK.</p>
+
+<div class="pkop">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Sinte Klaas, die goede man,<br /></span>
+ <span class="i0">Die ook alles bakken kan,<br /></span>
+ <span class="i0">Suikergoed en taaie man,<br /></span>
+ <span class="i0">Ja, daar krijg ik ook wat van.<br /></span>
+</div>
+<div class="bron">
+ (<span class="mixcap">Dr. Eelcoo Verwijs</span>, <i>Sinterklaas</i>, 's Gravenhage, 1863. P. 74.)
+</div>
+</div>
+
+<p>Verreweg de meeste gebruiken en volksvoorstellingen, die met het feest
+van den H. Nikolaas in verband staan, behooren m. i. tot de derde groep
+in de waarlijk &bdquo;onmisbare distinctie,&rdquo; door Dr. Brom in zijn eerste
+artikel vastgesteld<a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor">(4)</a>. Zelfs dan, als de Kerk <i>wilde</i> afschaffen,
+gelukte het haar bij lange niet volkomen, het ingekankerde heidendom uit
+te roeien. Om zich hiervan te overtuigen, behoeft men slechts den
+<i xml:lang="la">Indiculus superstitionum et paganiarum</i><a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor">(5)</a> na te gaan, en aldra zal men
+tot de ontdekking komen, dat verschillende nummers, zoo b. v. <i xml:lang="la">De
+incantationibus</i><a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor">(6)</a> (N<sup>o</sup> 12), en <i xml:lang="la">De divinis vel sortilegis</i><a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor">(7)</a> (N<sup>o</sup>
+14) nog in het huidige bijgeloof voortbestaan. Opmerking verdient het,
+dat zich dit <ins class="corr" id="corr2" title="Bron: bijgeoof">bijgeloof</ins> vooral aan kristelijke feesten, zoo
+b. v. Kerstdag en St. Thomasdag vasthecht;&mdash;en aan <i>deze</i> opvattingen en
+praktijken zal toch wel niemand een kristelijken oorsprong willen
+toeschrijven. Ook vind ik reeds het eerste nummer eener vragenlijst uit
+de XVde eeuw, ten behoeve der priesters voor biechtelingen uit de gewone
+volksklasse, in het Limburgsche <span class="pagenum" title="8">&nbsp;</span><a id="p_8"></a>Folklore terug: <i xml:lang="la">Qui exercent
+supersticiositates cum acu qua cadaver est consutum</i><a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor">(8)</a>.</p>
+
+<p>Maar wat zeggen van gebruiken als het geven van geschenken, het zetten
+van den schoen, van volksfantasien als het rijden over de daken, het
+werpen door den schoorsteen? Zou men niet veilig kunnen aannemen, dat de
+Kerk ten opzichte hiervan steeds strikt onpartijdig gebleven is, daar
+zij er volstrekt geen gevaar in zag, zoo sommige heidensche attributen
+al door het volk op een H. Nikolaas werden overgedragen? Men moge dan
+met nog zooveel ijver de oudste dokumenten doorwroeten en het
+<ins class="corr" id="corr3" title="Bron: dichste">dichtste</ins> stof der archieven doen opdwarrelen, ten sterkste
+zou ik het betwijfelen, of men er ooit in zal slagen, eene kerkelijke
+veroordeeling van het geloof aan een <span xml:lang="no">Sleipnir</span> aan het daglicht te
+brengen.</p>
+
+<p id="cross3">Aan Wdan, de verpersoonlijking der bewogen lucht, den windgod en
+bijgevolg den god der vruchtbaarheid, behoorden de Winterfeesten; hem op
+de eerste plaats werd dan geofferd; andere chtonische- en windgodheden,
+zooals Holda en Perchta, speelden dan <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: slecht">slechts</ins> eene ondergeschikte rol.
+Nu mag men met Grimm aan een driedeeling des jaars en, in verband
+hiermee, aan het voormalig bestaan van drie hoofdoffertijden blijven
+vasthouden, ofwel&mdash;wat waarschijnlijker is&mdash;met Weinhold en
+Phannenschmid, door Mogk gevolgd<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor">(9)</a>, het Germaansche jaar in vieren
+indeelen,&mdash;het bestaan der beide Winterfeesten wordt door niemand
+ontkend. Het eerste dezer feesten, hetwelk een geruimen tijd duurde,
+begon omstreeks het begin van November; het tweede z. g. Midwinterfeest
+of Joelfeest, ontegenzeglijk het hoogste feest der oude Germanen, viel
+in de tweede helft van December en in de eerste van Januari. Dit wordt
+het tijdperk der &bdquo;Twaalf Nachten&rdquo; genoemd; onze oostelijke naburen
+spreken van de <i xml:lang="de">Zwlften</i>, <span class="pagenum" title="9">&nbsp;</span><a id="p_9"></a><i xml:lang="de">Unternchte</i>, <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> of <i xml:lang="de">Losstage</i>.
+Volgens sommigen moet men door de <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> de drie Donderdagen vr
+Kerstmis verstaan<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor">(10)</a>. De Tirolsche boerenalmanak geeft als zoodanig 6,
+25 en 31 December, en 6 Januari aan. Het woord &bdquo;Joel&rdquo;, afkomstig van het
+Oud-Noordsche <i xml:lang="no">jol</i> (= <i xml:lang="no">*jul</i>), hangt waarschijnlijk niet met het
+Angel-Saksische <i>hveol</i> = rad, samen, maar komt waarschijnlijk van eene
+Indo-Germaansche wortel <span class="mixcap">Jeku</span>, en beteekent &bdquo;scherts&rdquo;, &bdquo;vroolijkheid&rdquo;,
+zoodat dit feest, naar zijne etymologie te oordeelen, het &bdquo;jolige&rdquo; bij
+uitstek was<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor">(11)</a>. Inderdaad, het karakter der beide Winterfeesten bestond
+in eene uitgelaten vroolijkheid, veroorzaakt 1 door het genieten der
+offergaven, gedurende dien tijd aan Wdan c. s. en ook aan de zielen der
+afgestorvenen gebracht; en 2&mdash;reden van &oelig;konomischen aard&mdash;door de
+twee groote slachttijden, die met de winterfeestviering samenvielen,
+wanneer deze niet, zooals Tille beweert<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor">(12)</a>, zelfs de hoofdaanleiding
+tot de winterfeestviering gegeven hebben.</p>
+
+<p>Anders was het in het Noorden. De Oost-Germanen vierden hun hoofdfeest,
+het <i>Giblt</i>, in Februari, &bdquo;til grdhrar&rdquo; voor den wasdom, terwijl het
+&bdquo;Joelfeest<ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> daar in Januari viel, &bdquo;til rs&rdquo; voor den oogst<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor">(13)</a>.</p>
+
+<p>Gegeven dus, dat het eerste Winterfeest eene vrij groote rij van dagen
+in beslag nam; dat het Joelfeest meestal tusschen Kerstmis en
+Driekoningen, plaatselijk echter ook vroeger of later kon vallen; dat
+beide Winterfeesten hoofdzakelijk Wdan, den god der vruchtbaarheid
+golden; dat eindelijk, gedurende heel den tijd, als de natuur schijnt
+uitgestorven en de winden het vaakst ontketend zijn, volgens de
+voorstellingen der oude Germanen de Wilde Jacht, met Wdan als
+voorrijder, door het luchtruim joeg<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="fnanchor">(14)</a>, dan krijgen wij <span class="pagenum" title="10">&nbsp;</span><a id="p_10"></a>een bijna
+aaneengesloten feesttijdperk, den god der goede gaven ter eere, dat
+zich ongeveer van het begin van November tot het midden van Januari
+uitstrekte. Wij bevinden nu, dat vele volksgebruiken en volksverhalen,
+welke met kristelijke feesten gedurende dit tijdperk samenhangen,&mdash;St.
+Martinus (11 November), St. Clemens (23 November), St. Andreas (30
+November), vooral St. Andreas<i>nacht</i>, St. Barbara (4 December),
+St. Nikolaas (6 December), St. Lucia (13 December), St. Thomas (21
+December), Kerstmis (25 December), St. Stefanus (26 December),
+het feest der Onnoozele Kinderen (28 December), Driekoningen (6
+Januari)&mdash;veel overeenkomst blijken te bezitten met de gebruiken van
+het Winterfeesttijdperk en met de attributen van den god, die alsdan
+de hoofdrol vervulde. Zien wij dan anderdeels, dat zij in hun huidigen
+toestand eene groote objectieve verscheidenheid vertoonen en bedenken
+wij, dat in de feestkringen van andere tijdperken dergelijke
+overeenkomst vergeefs wordt gezocht, dan dunkt mij is de gevolgtrekking,
+zoo niet strikt bewijsbaar, dan toch alleszins te rechtvaardigen, dat
+het hier attributen geldt, van hun oorspronkelijk subjekt losgerukt, en
+door de volksfantasie, het eene vr, het andere na, aan kristelijke
+instellingen en persoonlijkheden vastgehecht.</p>
+
+<p>Heidensche offers gingen steeds van offermaaltijden vergezeld. Wat
+hiervan in ons hedendaagsch Folklore kan zijn overgebleven? &bdquo;<span xml:lang="de">In unserem
+Volksglauben</span>&rdquo;, zegt Mogk<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="fnanchor">(15)</a> &bdquo;<span xml:lang="de">sind in algemeinen die Opfer vergessen;
+gewisse Gerichte, die man in jenen Tagen isst, scheinen nur noch schwach
+daran zu erinnern</span>&rdquo;; en Grimm<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="fnanchor">(16)</a> beschouwt als offerresten vooral &bdquo;<span xml:lang="de">das
+reiben der heiligen flamme, laufen durch die brnde, werfen von blumen
+in das feuer, <i>backen und austheilen grosser brote oder kuchen</i>, und der
+reihetanz</span>&rdquo;. Zoo ook v. Reinsberg-Dringsfeld: &bdquo;<span xml:lang="de">Der Weihnachtsschmaus
+trat an die Stelle der alten Gastereien, die mit den Opfern verbunden
+<span class="pagenum" title="11">&nbsp;</span><a id="p_11"></a>waren, wie uns die verschiedenen Speisen, die noch blich sind, sowie
+die Weihnachtskuchen, welche die Gestalt von Ebern, Pferden und anderen
+Tieren haben, deutlich bekunden</span>&rdquo;<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="fnanchor">(17)</a>. Men mag deze meening zijn
+toegedaan of niet, vreemd is het in ieder geval, dat juist gedurende den
+Joeltijd (in den meest uitgebreiden, boven aangeduiden zin) de meeste
+smulpartijen en gebaksvormen gevonden worden.</p>
+
+<p id="cross5">Met St. Maarten bakt men bij ons bijzondere koeken, St.
+Maartenshoorntjes genaamd; in Duitschland houdt men smulpartijen, Mogk
+althans spreekt van <i xml:lang="de">Martinsschmusen</i><a id="FNa_18" href="#FN_18" class="fnanchor">(18)</a>. <a id="cross13"></a>In het Freudenthal (Oostenr.
+Silezi) krijgen kinderen en <ins class="corr" id="corr6" title="Bron: volwassen">volwassenen</ins> op St.
+Maartensvooravond velerlei geschenken, maar vooral het <i xml:lang="de">Martinshrndl</i>
+mag niet ontbreken<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="fnanchor">(19)</a>. Met St. Andreas wordt te Reichenberg de
+<i xml:lang="de">Andreaskranz</i> gebakken<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="fnanchor">(20)</a>.
+In Hohenzollern begint men acht dagen vr
+Sinterklaas reeds met het bakken van het <i xml:lang="de">Klausenmannle</i>, een wittebrood
+in den vorm van een dansenden man<a id="FNa_21" href="#FN_21" class="fnanchor">(21)</a>. Met Sinterklaas vergast zich in
+heel ons land oud en jong aan peperkoek onder de meest grillige vormen
+en benamingen. Te Seekirch (Wrtemberg) bakt men alsdan lange, dunne
+koeken, die den vorm van pyramiden hebben; in het &bdquo;<span xml:lang="de">Oberambt Ehingen</span>&rdquo;
+kleine, ronde suikerbroodjes, z. g. <i xml:lang="de">Cloosen-Weckle</i>; te Dieburg
+(Hessen-Nassau) <i xml:lang="de">Nicolaus-Lebkuchen</i>; te Leipzig <i xml:lang="de">Pflaumentoffel</i>, eene
+eigenaardige lekkernij<a id="FNa_22" href="#FN_22" class="fnanchor">(22)</a>. Dan volgt Kerstmis met zijn in het
+Limburgsche Folklore eigenaardige Kerstbroodje van Geleen<a id="FNa_23" href="#FN_23" class="fnanchor">(23)</a>, en tweede
+Kerstdag, waarop de kinderen te Neeroeteren (Belg. Limburg) op broodjes
+onthaald worden<a id="FNa_24" href="#FN_24" class="fnanchor">(24)</a>; voorheen at men op Stefanusdag in den Eiffel
+<span class="pagenum" title="12">&nbsp;</span><a id="p_12"></a>tweerlei brood, het eene zuur, het andere zoet, zooals nog thans in de
+Rijnlanden<a id="FNa_25" href="#FN_25" class="fnanchor">(25)</a>. Ook zijn de <i xml:lang="de">Weihnachtsstollen</i> bekend. Kerstbrood
+geldt in Duitschland voor brandstillend<a id="FNa_26" href="#FN_26" class="fnanchor">(26)</a>. Tusschen Kerstmis en
+Nieuwjaar kende men er eertijds een bijzonder soort brood<a id="FNa_27" href="#FN_27" class="fnanchor">(27)</a>. Voeg
+hierbij nog het Nieuwjaarsgebak (&bdquo;Nieuwjaarsmoppen&rdquo;, aan den Rijn:
+&bdquo;<span xml:lang="de">Neujahrskrnzchen</span><ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins>) en de smulpartijen op Driekoningendag, die o.
+a. te <span xml:lang="de">Laerz (Mecklenburg)</span> plaats vinden<a id="FNa_28" href="#FN_28" class="fnanchor">(28)</a>, en ge zult tot het besluit
+komen, dat de gastronomen gedurende het Joeltijdperk geen reden tot
+klagen hebben. Bovengemelde meening omtrent deze gerechten wordt dan
+ook, bepaaldelijk voor de Kerstkoeken, aannemelijk geacht, door den
+inzender van N<sup>o</sup> 1178b der aangehaalde Bartsch'sche verzameling<a id="FNa_29" href="#FN_29" class="fnanchor">(29)</a>:
+&bdquo;<span xml:lang="de">Die gegen Weihnachten gebackenen sogenannten Kinnerges=Poppen,
+Has=Poppen, welche nach jetziger Denkung die Hirten von Bethlehem und
+deren Heerde darstellen sollen, <i>unsprnglieh aber Opfergaben gewesen
+sein mgen, die am Julfeste dargebracht wurden</i> (Beyer in den Mekl.
+Jahrb. XX, 150), werden von manchen Bckern mit Saffran bestrichen und
+heissen darum auch: Saffran=Pppings</span>&rdquo;. Ook Meyer is deze zienswijze
+toegedaan<a id="FNa_30" href="#FN_30" class="fnanchor">(30)</a>, met het oog vooral op het volgende: <a id="cross14"></a>Buiten den wolf (en
+den raaf)<a id="FNa_31" href="#FN_31" class="fnanchor">(31)</a> zijn Wdan vooral de
+bok en de ever heilig; <a id="cross2"></a>deze dieren
+vooral werden als <i>symbolen der vruchtbaarheid</i> in den Joeltijd aan
+Wdan den windgod, den god der vruchtbaarheid geofferd. &ldquo;Veel wind, veel
+ooft,&rdquo; zegt een spreekwoord; wind schenkt vruchtbaarheid en doet het
+koorn, rijpen<a id="FNa_32" href="#FN_32" class="fnanchor">(32)</a>. Vandaar 1 dat Wdan als god der vruchtbaarheid
+vooral dan vereerd werd, als de winden heviger loeiden <span class="pagenum" title="13">&nbsp;</span><a id="p_13"></a>dan ooit. Het
+Joelfeest werd dan ook niet ter eere van den zonnegod, maar van den god
+der vruchtbaarheid gevierd<a id="FNa_33" href="#FN_33" class="fnanchor">(33)</a>; en 2 dat om redenen van &oelig;konomischen
+aard dit feest bij de Germaansche plattelandbewoners als het hoogste
+gold. Nu bakt men gedurende het <i>heele Joeltijdperk</i>, niet slechts met
+Sinterklaas, niet alleen koeken in den vorm van menschen en paarden,
+maar vooral van bokken en varkens. Ook met Kerstmis stellen in
+Mecklenburg de z. g. <i xml:lang="de">Kinjes-Poppen</i> meestal varkens voor<a id="FNa_34" href="#FN_34" class="fnanchor">(34)</a>. In Zwaben
+bakt men met Kerstmis <i xml:lang="de">Springerle</i>, d. i. koeken in allerhande soorten
+van diervormen. Dan ook wordt in het Noorden de <i xml:lang="de">Julgalt</i> gebakken en
+onder het zaadkoren gemengd; dit gebak heeft den boks- of zwijnsvorm. Op
+Nieuwjaarsmorgen brokt de Meklenburger een <i xml:lang="de">Hrnstter</i> onder het
+vor<a id="FNa_35" href="#FN_35" class="fnanchor">(35)</a>. Ook in het Odenwald mengt men z. g. <i xml:lang="de">Julkuchen</i> onder het
+zaad; als eigenaardigheid diene echter hierbij te worden vermeld, dat de
+boksvorm hier met een hamer versierd is<a id="FNa_36" href="#FN_36" class="fnanchor">(36)</a>. Dit mocht ons
+onverklaarbaar voorkomen, wisten wij niet, dat ook de hamer een
+hoofdsymbool der vruchtbaarheid is, wel niet aan Wdan, maar aan Donar
+toegeschreven, die volgens <span xml:lang="la">Saxo Grammaticus</span> door een slag van zijn hamer
+den bliksem deed geboren worden<a id="FNa_37" href="#FN_37" class="fnanchor">(37)</a>. Waarschijnlijk hebben wij hier te
+doen met N<sup>o</sup> 26 van den <i xml:lang="la">Indiculus superstitionum</i>:<a id="FNa_38" href="#FN_38" class="fnanchor">(38)</a> <i xml:lang="la">De simulacro
+de consparsa farina</i><a id="FNa_39" href="#FN_39" class="fnanchor">(39)</a>.
+<span class="pagenum" title="14">&nbsp;</span><a id="p_14"></a>Ook anderszins nog wordt zulk een
+<i xml:lang="la">simulacrum</i> vervaardigd. In Oost-Gothland is het een met zwijnshuid
+overtrokken blok, <i xml:lang="de">Julbucken</i> genoemd; en in Silezi snijdt men schapen
+en geiten (niet veeleer bokjes?) uit hout, en overtrekt die met
+konijnsvel<a id="FNa_40" href="#FN_40" class="fnanchor">(40)</a>.</p>
+
+<p>De Joeltijd is daarenboven het tijdperk, gedurende hetwelk, zooals Dr.
+Brom het zoo juist uitdrukt, &bdquo;gegeven werd en tegenwoordig nog gegeven
+wordt&rdquo;<a id="FNa_41" href="#FN_41" class="fnanchor">(41)</a>.</p>
+
+<p>Wederom wordt dit tijdperk door St. Maarten geopend. In de provincie
+Limburg, te Roermond en te Venloo vooral, wordt op het feest van dezen
+Heilige de jeugd op appelen, peren, noten, krakelingen en wat dies meer
+zij onthaald; ook in de noordelijke provincin is dit gebruik niet
+heelemaal onbekend, zooals uit de door Schotel verzamelde gegevens
+blijkt<a id="FNa_42" href="#FN_42" class="fnanchor">(42)</a>. Iets dergelijks vindt men in heel Mecklenburg<a id="FNa_43" href="#FN_43" class="fnanchor">(43)</a>, in de
+Altmark<a id="FNa_44" href="#FN_44" class="fnanchor">(44)</a> en in Oostenrijksch Silezi<a id="FNa_45" href="#FN_45" class="fnanchor">(45)</a>; daar geeft men alsdan ook
+aan volwassenen allerlei soort van geschenken. <a id="cross6"></a>Op sommige plaatsen is
+St. Maarten zelfs het hoofdfeest en komt Sinterklaas of Kerstmis op de
+tweede plaats, zoo b. v. te Dsseldorf in Erfurt<a id="FNa_46" href="#FN_46" class="fnanchor">(46)</a>, waar men als te
+Venloo, te Utrecht<a id="FNa_47" href="#FN_47" class="fnanchor">(47)</a> en voorheen in Oostfriesland<a id="FNa_48" href="#FN_48" class="fnanchor">(48)</a> met lantaarns en
+lampions op den vooravond door de straten trekt, in de Rijnstreken, te
+IJperen, in heel het kanton Aalst<a id="FNa_49" href="#FN_49" class="fnanchor">(49)</a> en voorheen te Augsburg<a id="FNa_50" href="#FN_50" class="fnanchor">(50)</a>. Over
+de roede van St. Martinus in een <a href="#cross1">volgend hoofdstuk</a>. In Engeland is St.
+Clemensdag, te Reichenberg St. Andreasdag schenkingsfeest<a id="FNa_51" href="#FN_51" class="fnanchor">(51)</a>.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="15">&nbsp;</span><a id="p_15"></a></p>
+
+<p>Te Keulen is de H. Barbara (4 Dec.) met hare geschenken de voorloopster
+van Sinterklaas<a id="FNa_52" href="#FN_52" class="fnanchor">(52)</a>. De gebruiken van 6 December zijn overbekend; in ons
+land is Sinterklaas het hoofdschenkingsfeest, evenals in
+Opper-Oostenrijk, waar het Kerstfeest weinig bekend is. Ooft en lekkers
+voor de kinderen schenkt Sinterklaas o. a. in Beieren en in de
+Zwitsersche kantons Luzern en Schwytz<a id="FNa_53" href="#FN_53" class="fnanchor">(53)</a>. In Tirol speelt Lucia voor de
+meisjes de rol van Sinterklaas<a id="FNa_54" href="#FN_54" class="fnanchor">(54)</a>.</p>
+
+<p>Dan volgt het Kerstfeest dat, behoudens den Kerstboom en eenige
+gebruiken van ondergeschikten aard, volkomen ons Sinterklaasfeest
+slacht; een verdienstelijk historisch overzicht der
+<i xml:lang="de">Weihnachtsbescherung</i> is door Tille geleverd<a id="FNa_55" href="#FN_55" class="fnanchor">(55)</a>. In de Provincie
+Limburg worden dien dag aan de kinderen op hun geroep &bdquo;heio&rdquo; te
+Merkelbeek, Brunssum en Oirsbeek appelen toegeworpen. Te Echt gebeurt
+dit op Silvester-, te Roosteren, Buggenum en Nunhem op
+Nieuwjaarsdag<a id="FNa_56" href="#FN_56" class="fnanchor">(56)</a>. In Mecklenburg schenkt de Schimmelrijder op 1 Januari
+appelen, noten en peperkoek<a id="FNa_57" href="#FN_57" class="fnanchor">(57)</a>. Eindelijk, met Driekoningen, gaan op
+verschillende plaatsen van Limburg, zoo b. v. te Weert en omstreken, de
+kinderen om geschenken bedelen, en sluiten aldus het Joeltijdperk<a id="FNa_58" href="#FN_58" class="fnanchor">(58)</a>.</p>
+
+<p>Laten wij hier de opmerking maken, dat dit geven van geschenken in enge
+verhouding staat tot het rijden door de lucht, eene verhouding, die door
+het verband tusschen &bdquo;wind&rdquo; en &bdquo;vruchtbaarheid&rdquo; in een helder daglicht
+treedt<a id="FNa_59" href="#FN_59" class="fnanchor">(59)</a>, en in de synonimie der termen &bdquo;rijden&rdquo; en &bdquo;ten geschenke
+geven&rdquo; hare uitdrukking vindt. Reden waarom ik meen, dat ook het in den
+grond der zaak nvormige geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk niet volstrekt van den persoon des <span class="pagenum" title="16">&nbsp;</span><a id="p_16"></a>voorrijders der Wilde
+Jacht, des &bdquo;gevers der goede gaven&rdquo;, mag gescheiden worden. Iets meer
+dan de bloote namen van <i>Joel</i>tijd, <i>Joel</i>gebak, <i>Joel</i>bok, <i>Joel</i>knots,
+<i>Joel</i>stroo, <i>Joel</i>licht, <i>Joel</i>blok, enz. moet van het vrkristelijke
+vruchtbaarheidstijdperk zijn overgebleven<ins class="corr" id="corr8" title="Bron: ,">.</ins> Beslister dan ooit
+blijf ik dus de stelling handhaven, die ik in mijne <i>Overblijfselen</i>
+neerschreef<a id="FNa_60" href="#FN_60" class="fnanchor">(60)</a>:
+&bdquo;<ins class="corr" id="corr9" title="Bron: Mog">Mogt</ins> dan ook het geven van geschenken op
+Sinterklaasdag voor een groot deel op de bekende liefdadigheid van
+den Heilige berusten, zeer waarschijnlijk is het toch, dat de op
+Germaanschen bodem bestaande Midwinterfeesten een niet onbeduidenden
+invloed op dit gebruik hebben uitgeoefend&rdquo;.</p>
+
+<p>Zelfs eene andere oorzaak nog moet er krachtig <ins class="corr" id="corr10" title="Bron: toen">toe</ins> hebben
+bijgedragen, het Sinterklaasfeest den vorm te geven, dien het thans
+bezit. In bijna alle Germaansche volksfeesten zijn drie bestanddeelen:
+het Kristelijke, het Germaansche en het Romaansche innig versmolten; en
+zoo zal Rome's invloed ook op het Germaansche Winterfeest niet zonder
+uitwerking gebleven zijn. Uit het Romeinsche alfabet ontleenden onze
+voorouders in de eerste eeuwen na Kristus hun Runen-alfabet<a id="FNa_61" href="#FN_61" class="fnanchor">(61)</a>; in
+navolging der Romeinen gaven zij namen van godheden aan de verschillende
+dagen der week; uit de Romeinsche Mythologie drong menig goden-attribuut
+in het Germaansche pantheon, werd het geloof aan de geestwerende kracht
+der <i xml:lang="la">bivia</i> en <i xml:lang="la">trivia</i> op onzen bodem overgeplant<a id="FNa_62" href="#FN_62" class="fnanchor">(62)</a>. Met alle reden
+mogen wij dus aannemen, dat in het geven van geschenken gedurende het
+Joeltijdperk ook een overblijfsel der Romeinsche Kalendenviering is
+bewaard gebleven. Aldus wordt de god Janus &bdquo;<span xml:lang="de">der dritte im Bunde</span>&rdquo;, wien
+ter eere op 1 Januari allen elkander gelukwenschten en passende
+geschenken vereerden<a id="FNa_63" href="#FN_63" class="fnanchor">(63)</a>.</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label">(4)</a> L. L., p. 83.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label">(5)</a> Bij <span class="mixcap">Moritz Heijne</span>, <i xml:lang="de">Kleinere altniederdeutsche Denkmler</i>.
+Paderborn, 1877. Pp. 89, 90.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label">(6)</a> Over tooverij.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label">(7)</a> Over zieners en waarzeggers.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label">(8)</a> Die bijgeloovigheid plegen met eene naald, waarmee een
+doodshemd genaaid is. Bij <span class="mixcap">Hermann Usener</span>, <i xml:lang="de">Christlicher Festbrauch.</i>
+Bonn, 1887. P. 84. Dit punt van het bijgeloof is reeds door mij
+opgeteekend in mijne studie, getiteld; <i>De Doode in het Limburgsche
+Folklore</i>, in het Jaarboek van &bdquo;Limburg&rdquo;. I, p. 192.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label">(9)</a> <i xml:lang="de">Grundr. d. Germ. Philol.</i>, her. v. <span class="mixcap">H. Paul</span>. I, p. 1125.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label">(10)</a> <span class="mixcap">Wilhelm Mannhardt</span>, <i xml:lang="de">Der Baumkultus der Germanen und ihrer
+Nachbarstmme</i>. Berlin, 1875. P. 542.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label">(11)</a> Vgl. <span class="mixcap">Elard Hugo Meijer</span>, <i xml:lang="de">Germanische Mythologie</i>. Berlin,
+1891. P. 197.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label">(12)</a> <span class="mixcap">Alexander Tille</span>, <i xml:lang="de">Die Geschichte der Deutschen Weihnacht</i>.
+Leipzig, 1893. P. 6 vlg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label">(13)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., p. 1126; <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 196.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label">(14)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 10.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label">(15)</a> L. L., I, p. 1125.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label">(16)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr11" title="Bron: Jacor">Jacob</ins> Grimm</span>, <i xml:lang="de">Deutsche Mythologie</i>. Berlin,
+1875 (<span xml:lang="de">Vierte Ausg.</span> bes. v. <span class="mixcap">E. H. Meijer</span>) I. p. 35.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label">(17)</a> <i xml:lang="de">Das festliche Jahr der Germanischen Vlker</i>. Leipzig,
+1898. P. 4.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label">(18)</a> L. L., I, p. 1127.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label">(19)</a> <span class="mixcap">Theodor Vernaleken</span>, <i xml:lang="de">Mythen und Bruche des Volken in
+Oesterreich</i>. Wien, 1859. P. 62.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label">(20)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l.l., p. 420.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_21" href="#FNa_21" class="label">(21)</a> <span class="mixcap">Dr. Eugen Schnell</span>, <i xml:lang="de">Sanct Nicolaus, der heilige Bischof
+und Kinderfreund</i>. Brnn, 1886. I. p. 17.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_22" href="#FNa_22" class="label">(22)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, pp. 46, 51, 62.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_23" href="#FNa_23" class="label">(23)</a> <span class="mixcap">Russel</span>, <i>De heerlijkheid Geleen</i>, p. 73.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_24" href="#FNa_24" class="label">(24)</a> <span class="mixcap">H. Welters</span>, <i>Feesten, Zeden, Gebruiken en Spreekwoorden in
+Limburg</i>. Venloo, 1877. P. 12.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_25" href="#FNa_25" class="label">(25)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 47.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_26" href="#FNa_26" class="label">(26)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 218. In Holstein wordt de avond van den
+24<sup>sten</sup> December <i xml:lang="de">Vulbuuksabend</i> genoemd. Zie <span class="mixcap">v.
+Reinsberg-Dringsfeld</span>, l.l., p. 464.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_27" href="#FNa_27" class="label">(27)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., ib.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_28" href="#FNa_28" class="label">(28)</a> <span class="mixcap">Karl Bartsch</span>, <i xml:lang="de">Sagen, Mrchen und Gebruche aus
+Meklenburg</i>. Wien, 1879. II, p. 250.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_29" href="#FNa_29" class="label">(29)</a> II, p. 227.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_30" href="#FNa_30" class="label">(30)</a> L. L., pp. 215, 218.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_31" href="#FNa_31" class="label">(31)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 15.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_32" href="#FNa_32" class="label">(32)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 22.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_33" href="#FNa_33" class="label">(33)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., I, pp. 1125, 1126. Op Nieuwjaarsnacht schiet
+men in Meklenburg in de boomen, om ze vruchtbaar te maken (<span class="mixcap">Bartsch</span>,
+l.l., II. p. <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: 252">232</ins>); tot dit doeleinde worden in Engeland de
+boomen dien nacht met stokken geslagen (<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 279). &bdquo;Is
+er wind in de Kerstdagen, dan zullen de boomen veel vruchten dragen,&rdquo;
+zegt men in Limburg; zoo ook: &bdquo;Sneeuw in den Kerstnacht geeft een goeden
+hopoogst.&rdquo; En in Mecklenburg: &bdquo;Als in de <i xml:lang="de">Zwlften</i> de boomen zich
+bukken, komt er veel ooft.&rdquo; (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 250).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_34" href="#FNa_34" class="label">(34)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 227.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_35" href="#FNa_35" class="label">(35)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 241.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_36" href="#FNa_36" class="label">(36)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., pp. 101, 103, 215, 211.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_37" href="#FNa_37" class="label">(37)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 835, 1021. <a id="cross17"></a>Daar de
+geloofsverkondigers de afgoden als duivels voorstelden
+(<i>Overblijfselen</i>, pp. 5, 6, 16, 19, 34) werd Hamer tot synoniem van
+Donar, zoo b. v. in de verwensching: &bdquo;<span xml:lang="de">Dass dch der Hammer schlage!</span>&rdquo; De
+hamer is ook het symbool der macht en vernieling.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_38" href="#FNa_38" class="label">(38)</a> <span class="mixcap">Heijne</span>, l. l., p. 90.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_39" href="#FNa_39" class="label">(39)</a> Over den vorm van koekdeeg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_40" href="#FNa_40" class="label">(40)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 65.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_41" href="#FNa_41" class="label">(41)</a> L. L., p. 157<ins class="corr" id="corr13" title="Bron: ,">.</ins></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_42" href="#FNa_42" class="label">(42)</a> <i>Martinus, Bisschop der Gallirs</i>, in zijne <i>Tilburgsche
+Avondstonden</i>. Amsterdam, 1850. Zie ook <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l.,
+p. 406.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_43" href="#FNa_43" class="label">(43)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, II, p. 222.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_44" href="#FNa_44" class="label">(44)</a> <span class="mixcap">Adalbert Kuhn</span>, <i xml:lang="de">Mrkische Sagen und Mrchen</i>. Berlin,
+1843. P. 344. Als eigenaardigheid deelen we hier het begin van een St.
+Maartenslied mee, in de Altmark <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: gezonden">gezongen</ins>:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Mrtiin Mrtiins Vaegelken<br /></span>
+ <span class="i0">Mett siin verglt Snaevelken!<br /></span>
+ <span class="i0">Geft us watt un lat us gan,<br /></span>
+ <span class="i0">Datt wii ht noch wiier kamn; enz.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_45" href="#FNa_45" class="label">(45)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 62.
+Zie <a href="#cross13">p. <ins class="corr" id="corr15" title="Bron: 117">11</ins></a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_46" href="#FNa_46" class="label">(46)</a> <span class="mixcap">v<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: ,">.</ins> Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 406, 408.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_47" href="#FNa_47" class="label">(47)</a> <span class="mixcap">Schotel</span>, l. l., p. 55.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_48" href="#FNa_48" class="label">(48)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 36.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_49" href="#FNa_49" class="label">(49)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 156.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_50" href="#FNa_50" class="label">(50)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 28.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_51" href="#FNa_51" class="label">(51)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 412, 414, 420.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_52" href="#FNa_52" class="label">(52)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., ib.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_53" href="#FNa_53" class="label">(53)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I., pp. 22, 73, 78.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_54" href="#FNa_54" class="label">(54)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 434.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_55" href="#FNa_55" class="label">(55)</a> L. L. pp. 189&ndash;219.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_56" href="#FNa_56" class="label">(56)</a> <span class="mixcap">Welters</span>, l. l., pp. 12, 13.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_57" href="#FNa_57" class="label">(57)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., p. 234.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_58" href="#FNa_58" class="label">(58)</a> Enkele soortgelijke gebruiken, die buiten dit tijdperk
+vallen, zoo b. v. het &bdquo;rijden&rdquo; der Engelen op Palmzondag, staan
+waarschijnlijk met het Lentefeest in verband.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_59" href="#FNa_59" class="label">(59)</a> Zie pp. <a href="#FNa_32">12, 13</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_60" href="#FNa_60" class="label">(60)</a> P. 28.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_61" href="#FNa_61" class="label">(61)</a> <span class="mixcap">E. Sievers</span>, <i xml:lang="de">Grundr. d. Germ. Philol.</i>, I, p. 246.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_62" href="#FNa_62" class="label">(62)</a> <i>De Doode</i>, enz., l. l., I, p. 191.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_63" href="#FNa_63" class="label">(63)</a> <span class="mixcap">Jordan-Preller</span>, <i xml:lang="de">Rmische Mythologie</i>. Berlin, 1891. Pp<ins class="corr" id="corr17" title="Bron: ,">.</ins>
+179, 180. Vgl. Ov., <i>Fast.</i>, I, 71 vlg.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 165px;">
+<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="17">&nbsp;</span><a id="p_17"></a></p>
+
+<h3><a id="II"></a>II.</h3>
+
+<p class="subh3">SCHOORSTEEN EN SCHOEN.</p>
+
+<div class="pkop">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Sint Niklaas, dou goede bloed!<br /></span>
+ <span class="i0">Geefme een zakje vol suikergoed:<br /></span>
+ <span class="i0">Niet te veel en niet te min.<br /></span>
+ <span class="i0">Smijt het maar tot de schoorsteen in.<br /></span>
+</div>
+<div class="bron">
+ (<span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 74).</div>
+</div>
+
+<p>Sinterklaas werpt veelal zijne gaven, &bdquo;rijdt&rdquo; door den schoorsteen. Niet
+alleen hij echter, ook St. Maarten, ook de Wilde Jager, al zijn diens
+gaven niet altijd even begeerenswaardig.</p>
+
+<p>Eens, toen de Wilde Jacht voorbijreed, riep een vermetel timmerman
+in den Harz den voorrijder het bekende &bdquo;hoho&rdquo; achterna. Daar valt
+plotseling een zwarte klomp <i>door den schoorsteen</i>, dat de vonken er van
+opstuiven<a id="FNa_64" href="#FN_64" class="fnanchor">(64)</a>.</p>
+
+<p>In een dorp aan de Elbe woonde eens een man, die zich verstoutte, toen
+de Wilde Jager in den Kerstnacht door de lucht stormde, zijne deur te
+openen, en hem spottend om eene kerstgave te vragen. Hierop liet de
+Jager een zijner honden achter, die <i>door den schoorsteen</i> op den haard
+viel<a id="FNa_65" href="#FN_65" class="fnanchor">(65)</a>.</p>
+
+<p>Meermalen echter schenkt de nachtelijke ruiter ook goud<a id="FNa_66" href="#FN_66" class="fnanchor">(66)</a>, evenals
+zijne gemalin Frija, onder de benaming van <i xml:lang="sv">Fru Gor</i><a id="FNa_67" href="#FN_67" class="fnanchor">(67)</a>.</p>
+
+<p>Inderdaad, de schoorsteen is de verbindingsweg tusschen de geestenwereld
+en de gewone stervelingen,&mdash;de ruime, ouderwetsche schoorsteen, zooals
+die nog thans op het platte land wordt aangetroffen. Is het dan wonder,
+dat hij eene groote <span class="pagenum" title="18">&nbsp;</span><a id="p_18"></a>rol in de tooverwereld speelt? Dat men op
+Silvesteravond, in het hartje van den Joeltijd, het toovertijdperk
+bij uitnemendheid, in den schoorsteen ziet, om de toekomst te
+doorgronden<a id="FNa_68" href="#FN_68" class="fnanchor">(68)</a>? Dat toovermiddelen veelal in den schoorsteen worden
+opgehangen? Vooral de huisgeesten dalen door den schoorsteen tot den
+haard, het middelpunt des huisgezins, af<a id="FNa_69" href="#FN_69" class="fnanchor">(69)</a>.</p>
+
+<p>Nu is het in zich genomen wel niet onmogelijk, dat het volk aan &bdquo;den
+overwinnaar van den duivel, den overwinnaar van het heidendom, den
+overwinnaar van Diana&rdquo; bij diens komst door den schoorsteen, een groote
+geestes-schoonmaak toeschrijft of althans toeschreef.....</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 147px;">
+<img src="images/ill_p018.png" width="147" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+<div><hr class="tb" /></div>
+</div>
+
+<div class="pkop" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Heiliger Sanct Nicolaus<br /></span>
+ <span class="i0">Wir stell'n dir unsere Schuh' hinaus,<br /></span>
+ <span class="i0">Leg uns doch was schnes ein,<br /></span>
+ <span class="i0">Wir woll'n recht fromm und fleissig sein,<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="noi">zoo zong eertijds de jeugd te Weenen, en in dien geest zingt nog heden
+onze Nederlandsche <i xml:lang="la">spes patri</i>. Onder den schoorsteen wordt de
+<i>schoen</i> gezet: &bdquo;een schoen bij iemand zetten&rdquo; is synoniem van &bdquo;iemand
+iets afbedelen&rdquo;. Nu bestond er in Itali aan de hoven van sommige
+vorsten eene plechtigheid, naar een Spaansch woord, dat schoen
+beteekent, <i xml:lang="es">Zopata</i> genoemd<a id="FNa_70" href="#FN_70" class="fnanchor">(70)</a>. Dat ons dit gebruik uit Spanje is
+overgewaaid, acht <span class="mixcap">Schnell</span> bepaald onmogelijk; dan moest, zegt hij, ook
+ons geschenk dien naam dragen<a id="FNa_71" href="#FN_71" class="fnanchor">(71)</a>. Daarenboven is Spanje een dier
+landen, waar de viering van het St. Nikolaasfeest het minst populair
+was. Laten we hier opmerken, dat men tot verklaring dezer bijzonderheid
+geene nadere verhouding van <span class="pagenum" title="19">&nbsp;</span><a id="p_19"></a>Nederland tot Spanje kan doen gelden; den
+schoen toch vindt men ook in het Duitsche en Oostenrijksche Folklore, en
+eene ontleening aan Nederland zou in dit geval hard te betwijfelen zijn.</p>
+
+<p>Maar de schoen kan van Italiaanschen oorsprong zijn. Toegegeven; doch al
+kon men dit bewijzen, dan was hierdoor de oplossing van het vraagstuk
+nog slechts verplaatst. Van waar dan de schoen in Itali? Hij &bdquo;zal wel
+op niets anders doelen dan op de legende der drie maagden&rdquo;, zegt Eelcoo
+Verwijs<a id="FNa_72" href="#FN_72" class="fnanchor">(72)</a>; de reden, dat nl. bedoelde maagden &bdquo;bij het ontwaken
+telkens den schat onder hare kleederen, <i>als 't ware</i><a id="FNa_73" href="#FN_73" class="fnanchor">(73)</a> in de
+schoenen, vonden&rdquo;, komt ons echter meer grappig dan juist voor. Ook is
+in dit geval de verruiling van schoen en schotel, zooals wij die te
+Salzburg<a id="FNa_74" href="#FN_74" class="fnanchor">(74)</a>, in Tirol en in Vorarlberg vinden, vrij onverklaarbaar<a id="FNa_75" href="#FN_75" class="fnanchor">(75)</a>.</p>
+
+<p>De schoen van Sinterklaas staat niet alleen in het Germaansche Folklore.
+Ook de Wilde Jager, deze getransformeerde Wdan, vult schoenen en
+laarzen met goud. Op zijn bevel trekt de boer in het Grimm'sche
+verhaal<a id="FNa_76" href="#FN_76" class="fnanchor">(76)</a> zijne laarzen uit, en vult die met het bloed van een pas
+geschoten hert. Bij zijne tehuiskomst blijkt het bloed in goud veranderd
+te zijn. Ook in een Hessisch sprookje komt het vullen van laarzen met
+goud voor<a id="FNa_77" href="#FN_77" class="fnanchor">(77)</a>.</p>
+
+<p>Legt in Mecklenburg de bruid vr de huwelijksplechtigheid in elken
+schoen een stuk geld, dan heeft ze later nooit geldgebrek; een
+slangentong in elken schoen gelegd maakt onkwetsbaar; wie 's nachts
+ruggelings drie stroohalmen uit het dak trekt en in zijn schoen legt,
+wordt niet door den hond aangeblaft<a id="FNa_78" href="#FN_78" class="fnanchor">(78)</a>. Op Kerst- en Silvesteravond
+werpen zich in Oostenrijk en Mecklenburg jongens en meisjes een schoen
+<span class="pagenum" title="20">&nbsp;</span><a id="p_20"></a>of pantoffel over het hoofd, om te zien, of hun geluk of ongeluk is
+weggelegd<a id="FNa_79" href="#FN_79" class="fnanchor">(79)</a>. Ook op St. Thomasavond komt het gebruik van schoenwerpen
+zeer veel voor<a id="FNa_80" href="#FN_80" class="fnanchor">(80)</a>.</p>
+
+<p>Maar er is meer: de schoen van Sinterklaas dient op de eerste plaats <i>om
+het voeder te bevatten &bdquo;voor Sinterklaas zijn paard&rdquo;</i>. In heel Limburg
+en op verschillende plaatsen van onze noordelijke provincin wordt haver
+en hooi voor het beestje gereed gezet. Zoo ook in de Rijnprovincie,
+Tirol en Vorarlberg<a id="FNa_81" href="#FN_81" class="fnanchor">(81)</a>. Vergelijkt men nu hiermee het op vele plaatsen
+van Duitschland en Skandinavi heerschende oogstgebruik, eenige halmen
+op den akker te laten staan, zooals het uitdrukkelijk heet, <i>&bdquo;voor
+W&#333;dan en zijn paard&rdquo;</i>, dan dunkt me, dat de oorsprong van bedoeld
+Sinterklaasgebruik naar het land verlegd moet worden. En zijn dan meer
+aanknoopingspunten te vinden tusschen den met hooi of haver gevulden
+schoen en het oogstoffer, dan tusschen dienzelfden schoen en de legende
+der drie maagden, te meer daar wij weten, dat het Joeltijdperk het
+tijdperk der vruchtbaarheid is. In dit hooi toch zou ik een schamele,
+overigens onschuldige, rest willen zien van een voormalig offer aan den
+god, of liever aan het paard van den god der vruchtbaarheid, en wel een
+offer van hooi, dat immers reeds in de Edda &bdquo;<span xml:lang="no">Sleipnis verdr</span>&rdquo;<a id="FNa_82" href="#FN_82" class="fnanchor">(82)</a> genoemd
+wordt<a id="FNa_83" href="#FN_83" class="fnanchor">(83)</a>. Dit hooi legt men soms op een bord, bij voorkeur echter in
+een schoen, wegens diens betrekking tot de tooverwereld.</p>
+
+<p>Maar laten we eenige feiten aangeven.</p>
+
+<p>In Schonen en Blekingen bleef het lang gebruik, dat de maaiers op den
+akker eene gave &bdquo;<span xml:lang="de">fr Odens pferde</span>&rdquo; achterlieten<a id="FNa_84" href="#FN_84" class="fnanchor">(84)</a>; in Beieren, in den
+omtrek van Beilngries, is de korenschoof voor den <i xml:lang="de">Waudlgaul</i> bestemd;
+daarenboven zet men bier, melk en brood op den akker voor de
+<i xml:lang="de">Waudlhunde</i>, <span class="pagenum" title="21">&nbsp;</span><a id="p_21"></a>die den derden nacht komen en de gaven verslinden<a id="FNa_85" href="#FN_85" class="fnanchor">(85)</a>.
+Wat voorheen en thans in Mecklenburg geschiedde en geschiedt wordt ons
+het best en volledigst door Bartsch<a id="FNa_86" href="#FN_86" class="fnanchor">(86)</a> meegedeeld, reden, waarom wij
+het stuk hier in zijn geheel laten volgen:</p>
+
+<p xml:lang="de">&bdquo;Frher allgemein und theilweise noch jetzt liess man beim Abmhen des
+Winterkorns auf jedem Felde einen Haufen stehn, und weihte ihn feierlich
+dem Wode. Das lteste Zeugniss fr diesen merkwrdigen Gebrauch enthlt
+der ausfhrliche Bericht des Rostocker Predigers Nicolaus Gryse aus dem
+Ende des 16. Jahrhunderts. &bdquo;&bdquo;Im Heidendome,&rdquo;&rdquo; erzhlt derselbe, &bdquo;&bdquo;hebben
+tor tydt der Arne de Meyers dem Affgade Woden umme gudt Korn angeropen,
+denn wenn de Roggenarne geendet, hefft man up den lesten Platz eins
+ydern Veldes einen kleinen ordt unde Humpel Korns unafgemeyet stan
+laten, dat sulwe baven an den Aren drevoldigen thosamende geschrtet
+unde besprenget, alle Meyers syn darumme hergetreden, ere Hde vom Koppe
+genamen und ere Seyse na dersulven Wode unde geschrenckedem Kornbusche
+upgerichtet, unde hebben den Wodendvel dremal semplick lud averall also
+angeropen unde gebeden:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Wode,<br /></span>
+ <span class="i0">Hale dinem Rosse nu Voder,<br /></span>
+ <span class="i0">Nu Distel und Dorn,<br /></span>
+ <span class="i0">Thom andren Jhar beter Korn!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p xml:lang="de">Welcker affgodischer gebruck im Pavestdom gebleven, darher denn ock noch
+an dessen orden, dar Heyden gewanet, by etlycken Ackerlden solcher
+avergelovischer gebruck in der anropinge des Woden tor tydt der Arne
+gespret wert&rdquo;&rdquo;.</p>
+
+<p xml:lang="de">Diese Erzhlung wird vollkommen besttigt durch einen gleichzeitigen
+Bericht ber den auf dem Lande herrschenden Aberglauben, wovon leider
+nur ein Bruchstck im Schweriner Archive enthalten ist. Darin heisst es
+&bdquo;&bdquo;Wan nemblich die Roggen-Ernte geendiget, lassen die Meyer auf dem
+letzten <span class="pagenum" title="22">&nbsp;</span><a id="p_22"></a>Humpel roggen stehen. Densulven unafgemeyten Roggen Stcke
+Ackers ein klein Pltzlein oder, wie mans nennet, schurtzen sie oben
+an den arndten dreyfach zusammen und besprengen ihn mit Wasser. Wan
+das geschehen, stellen sie sich mit gebloszeten Heuptern in einen
+beschlossenen Circul oder Kreyss herumb, richten ihre Seicheln auffwerts
+gegen den geschrenkten Kornbusch, rufen und schreyen uber laut:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Ho Wode, Ho Wode, du goder,<br /></span>
+ <span class="i0">Hale dinem Rosse nu voder,<br /></span>
+ <span class="i0">Hale nu Disteln und Dorn,<br /></span>
+ <span class="i0">Thom andern Jar beter Korn!&rdquo;&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p xml:lang="de">Eben dieses Gebrauches erwhnt auch der Prpositus Frank zu Sternberg in
+der Mitte des vorigen Jahrhunderts, wobei er allerdings den Nicolaus
+Gryse als seinen Gewhrsmann <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: aufhrt">anfhrt</ins>, aber zugleich versichert, dass
+er selbst alte Leute gesprochen, welche sich dieser Feldlust aus ihrer
+Jugend erinnert htten. Auch gibt er den Weihspruch etwas abweichend so an:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i4">Wode, Wode,<br /></span>
+ <span class="i0">Hahl dinem Rosse nu Voder,<br /></span>
+ <span class="i2">Nu Distel und Dorn,<br /></span>
+ <span class="i1">Aechter Jahr bter Korn!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p xml:lang="de">Zu Franck's Zeit war also das eigentliche Wodensopfer schon ausser
+Gebrauch, aber gleichwohl haben sich noch bis auf den heutigen Tag
+unzweifelhafte Spuren desselben erhalten. Noch jetzt nmlich sind die
+angefhrten Verse in den Drfern der Umgegend von Rostock bekannt, wenn
+auch nur in dem Munde der Kinder, und noch jetzt ist es eben dort Sitte,
+am Ende des Feldes einen Bschel Korn stehen zu lassen, wenn man ihn
+auch nicht mehr in feierlichem Gesange und Tanze dem Gotte weihet.&rdquo;</p>
+
+<p>In Oldenburg laat men een stuk halmen staan, waarom heen gedanst
+wordt<a id="FNa_87" href="#FN_87" class="fnanchor">(87)</a>; volgens Schaumburgsche zede werd bij deze gelegenheid een
+rijmpje gezongen, dat aanhief met de woorden:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="23">&nbsp;</span><a id="p_23"></a></p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Wld, Wld, Wld<a id="FNa_88" href="#FN_88" class="fnanchor">(88)</a>!&rdquo;<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Ook Wdan's gemalin Frija werd een haveroffer gebracht. Nog in 1712
+verzamelde men zich in Neder-Saksen om de laatste halmen, onder het
+roepen van: &bdquo;<span xml:lang="de">Fru Gaue, haltet (<i xml:lang="nl">of</i> halet) ju fauer</span><a id="FNa_89" href="#FN_89" class="fnanchor">(89)</a>!&rdquo; Te
+Kerstlingerode, in het Gttingsche, laat men den laatsten armvol aren
+ongemaaid staan &bdquo;<span xml:lang="de">vor Fru Holle</span><a id="FNa_90" href="#FN_90" class="fnanchor">(90)</a>&rdquo;; in den omtrek van het voormalige
+klooster Diesdorf droeg deze schoof den naam van <i xml:lang="de">Vergodendeelstruss</i>.
+Sommigen verklaren dit woord als &bdquo;vergelding voor zwaren arbeid&rdquo;,
+anderen, met Kuhn<a id="FNa_91" href="#FN_91" class="fnanchor">(91)</a>, als &bdquo;<span xml:lang="de">Fr Goden Deel Struuss</span>&rdquo;. In deze laatste
+schoof schuilen ook de wolf en de bok, dieren, over wier Folkloristische
+beteekenis boven gesproken is<a id="FNa_92" href="#FN_92" class="fnanchor">(92)</a>.</p>
+
+<p>Te Hagenow (Mecklenburg) liet men vroeger eenige halmen staan &bdquo;<span xml:lang="de">damit</span>&rdquo;,
+zooals men zeide, &bdquo;<span xml:lang="de">de Waur Futter fr sin Pferd finde</span>&rdquo;. Vergelijken wij
+nu hiermee het ook in Duitschland gebezigde: &bdquo;<span id="cross16" xml:lang="de">Sankt Martin muss noch ein
+Heu fr sein Rssl finden</span><a id="FNa_93" href="#FN_93" class="fnanchor">(93)</a>&rdquo;. De synonimie springt in het oog, schoon
+het in deze laatste uitdrukking niet <i xml:lang="de">Waur</i>, noch Sinterklaas, maar St.
+Maarten geldt. Immers, het hooioffer strekt zich buiten het oogstfeest
+en de Sinterklaasviering uit. Te Mggelsheim (Altmark) gelooven de
+kinderen, dat Kristus op een ezel komt gereden, en werpen het dier hooi
+voor de huisdeur<a id="FNa_94" href="#FN_94" class="fnanchor">(94)</a>. Op Silvesternacht steekt men in een dorp bij
+Stavenhagen eene schoof op buurmans grondgebied; stilzwijgend wordt de
+schoof weer ingehaald en aan het vee gevoerd. Hierdoor gaat op het vee
+de zegen van 's nabuurs vee over<a id="FNa_95" href="#FN_95" class="fnanchor">(95)</a>. In Oostenrijksch Silezi wordt op
+Kerstavond <span class="pagenum" title="24">&nbsp;</span><a id="p_24"></a>het vee met weit en erwten gevoerd<a id="FNa_96" href="#FN_96" class="fnanchor">(96)</a>; ook in Mecklenburg
+werd dien nacht eertijds <i xml:lang="de">Haferloses</i> (losse haver) als veevoeder op
+tafel gelegd<a id="FNa_97" href="#FN_97" class="fnanchor">(97)</a>. Eindelijk, bij het haver <i>zaaien</i> laten de boeren op
+den Hesterberg (Sleeswijk) des nachts een zak vol haver staan voor het
+paard van koning Abel<a id="FNa_98" href="#FN_98" class="fnanchor">(98)</a>.</p>
+
+<p>Nader moge het verband tusschen het Joel- en Oogstfeest nog blijken uit
+het feit, dat te Plitz (Mecklenburg) het nabootsen van een schimmel
+door middel van een bedlaken, een gebruik dat men elders op
+Silvesteravond aantreft, gedurende den oogsttijd heerschende is<a id="FNa_99" href="#FN_99" class="fnanchor">(99)</a>; dat
+het everzwijn bij beide feesten eene hoofdrol speelt, men denke aan den
+z. g. <i xml:lang="de">Roggenbr</i><a id="FNa_100" href="#FN_100" class="fnanchor">(100)</a>; en eindelijk, dat men op beide tijden bijna
+algemeen de bekende stroopoppen (of stroovermommingen) ontmoet, die doen
+denken aan de <i xml:lang="la">simulacra de pannis facta</i><a id="FNa_101" href="#FN_101" class="fnanchor">(101)</a>, en aan het <i xml:lang="la">simulacrun
+quod per campos portant</i><a id="FNa_102" href="#FN_102" class="fnanchor">(102)</a>, resp. N<sup>o</sup> 27 en 28 van den <i xml:lang="la">Indiculus
+superstitionum</i><a id="FNa_103" href="#FN_103" class="fnanchor">(103)</a>.</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_64" href="#FNa_64" class="label">(64)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, p. 774.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_65" href="#FNa_65" class="label">(65)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., I, p. 17.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_66" href="#FNa_66" class="label">(66)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, p. 770 vlg.; <i>Overblijfselen</i>, pp. 27,
+28; <span class="mixcap">Dr. L. Knappert</span>, <i>Folklore</i>. Amsterdam, 1887. P. 167 Aanm.;
+<span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 25, 38, 46. Goud als geschenk van woudgeesten:
+<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 142, 152.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_67" href="#FNa_67" class="label">(67)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, pp. 242, 243.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_68" href="#FNa_68" class="label">(68)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., p. 237.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_69" href="#FNa_69" class="label">(69)</a> Niet slechts door den schoorsteen, ook door het
+<i>sleutelgat</i> komt Sinterklaas binnen. Het sleutelgat immers speelt in
+Folklore eene niet onbeduidende rol: om b.v. van ziekte genezen te
+worden, moet men driemaal door het sleutelgat blazen. (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l.,
+II, p. 103).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_70" href="#FNa_70" class="label">(70)</a> <span class="mixcap">Brandt</span> bij <span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 19.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_71" href="#FNa_71" class="label">(71)</a> L. L., V, p. 42.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_72" href="#FNa_72" class="label">(72)</a> L. L., p. 19.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_73" href="#FNa_73" class="label">(73)</a> Wij kursiveeren.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_74" href="#FNa_74" class="label">(74)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., p. 10.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_75" href="#FNa_75" class="label">(75)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., III, p. 60.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_76" href="#FNa_76" class="label">(76)</a> L. L., II, pp. 770 vlg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_77" href="#FNa_77" class="label">(77)</a> <i>Overblijfselen</i>, p. 28.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_78" href="#FNa_78" class="label">(78)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, 61, 349, 449.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_79" href="#FNa_79" class="label">(79)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 349, 350; <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., 236.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_80" href="#FNa_80" class="label">(80)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr19" title="Niet in Bron.">v.&nbsp;</ins>Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 438.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_81" href="#FNa_81" class="label">(81)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., p. 60.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_82" href="#FNa_82" class="label">(82)</a> <span xml:lang="no">Sleipnir</span>'s spijs.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_83" href="#FNa_83" class="label">(83)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 24.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_84" href="#FNa_84" class="label">(84)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 128.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_85" href="#FNa_85" class="label">(85)</a> Overblijfselen, l. l., p. 24.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_86" href="#FNa_86" class="label">(86)</a> L. L. l. l., pp. 307, 308.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_87" href="#FNa_87" class="label">(87)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 128.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_88" href="#FNa_88" class="label">(88)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l, p. 24<ins class="corr" id="corr20" title="Niet in Bron.">.</ins></p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_89" href="#FNa_89" class="label">(89)</a> Neem uw vor in ontvangst (<i>of</i> haal uw vor). Zie <span class="mixcap">Meijer</span>,
+l. l., p. 291.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_90" href="#FNa_90" class="label">(90)</a> <span class="mixcap">Knappert</span>, l. l., p. 173.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_91" href="#FNa_91" class="label">(91)</a> L. L., p. VI en pp. 337 vlg.; zie verder over dit gebruik
+<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 190, 213, 393, 396; <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 209.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_92" href="#FNa_92" class="label">(92)</a> Zie <a href="#cross14">p. 12</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_93" href="#FNa_93" class="label">(93)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 23.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_94" href="#FNa_94" class="label">(94)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., pp. 345, 346.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_95" href="#FNa_95" class="label">(95)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 233.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_96" href="#FNa_96" class="label">(96)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 232. Over de erwten als symbool der
+vruchtbaarheid in een <a href="#cross7">volgend hoofdstuk</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_97" href="#FNa_97" class="label">(97)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 227.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_98" href="#FNa_98" class="label">(98)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 256. Over de verhouding van koning Abel
+tot de Wilde Jacht in het <a href="#cross8">volgende hoofdstuk</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_99" href="#FNa_99" class="label">(99)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, <ins class="corr" id="corr21" title="Bron: i">l</ins>. l., II, p. 306.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_100" href="#FNa_100" class="label">(100)</a> <span class="mixcap">Meijer</span>, l. l., p. 102; <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 421.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_101" href="#FNa_101" class="label">(101)</a> Poppen uit lompen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_102" href="#FNa_102" class="label">(102)</a> Pop, die men door het veld draagt.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_103" href="#FNa_103" class="label">(103)</a> <span class="mixcap">Heijne</span>, l. l., p. 90.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 314px;">
+<img src="images/ill_p024.png" width="314" height="44" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="25">&nbsp;</span><a id="p_25"></a></p>
+
+<h3><a id="III"></a>III.</h3>
+
+<p class="subh3">DE SCHIMMELRIJDER.<a id="FNa_104" href="#FN_104" class="fnanchor">(104)</a></p>
+
+<div class="pkop">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Sinter Klaas, die goede heer,<br /></span>
+ <span class="i0">Hij komt alle jaren weer,<br /></span>
+ <span class="i0">Met zijn paardje voor den wagen,<br /></span>
+ <span class="i0">Daar komt Sinte Klaas aan jagen.<br /></span>
+</div>
+<div class="bron">
+ (<span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 74).</div>
+</div>
+
+<p>Een groote, krachtige figuur te paard, den staf in de hand, den mijter
+op het hoofd<a id="FNa_105" href="#FN_105" class="fnanchor">(105)</a>, een ruimgeplooiden bisschopsmantel om de schouders
+geslagen<a id="FNa_106" href="#FN_106" class="fnanchor">(106)</a>, die aan weerskanten statig langs het paard naar beneden
+hangt,&mdash;zoo stelt zich de kinderwereld den heiligen bisschop van Myra voor.</p>
+
+<p>Een persoon van hooge gestalte, met langen, witten baard, den
+breedgeranden hoed diep in de oogen gedrukt, de wonderlans <i xml:lang="no">Gngnir</i> in
+de hand, het rijzige lichaam in een wijden, donkeren mantel gehuld,
+waarin hij zijne beschermelingen door de lucht draagt, en gezeten op
+zijn trouwen schimmel <i xml:lang="no">Sleipnir</i>,&mdash;ziedaar het portret van Wdan-Odhin,
+ons in de hoofdtrekken door <span xml:lang="la">Saxo Grammaticus</span> geteekend.</p>
+
+<p>Maar dit geeft u nog geen recht een parallel te trekken tusschen den
+Germaanschen hoofdgod en den geliefkoosden volksheilige.&mdash;Volkomen
+juist, wanneer deze trekken de eenige gemeenschappelijke waren, en de
+Wodanstype slechts in Sinterklaas hare uitdrukking vond. Maar wanneer
+zulke overeenkomst zich in meer dan n opzicht vertoont, en <span class="pagenum" title="26">&nbsp;</span><a id="p_26"></a>vooral,
+wanneer men, behoudens eenige afwijkingen van minder belang, die slechts
+op lokale verhoudingen berusten, de Wodansvoorstelling in tal van
+bekende persoonlijkheden buiten den H. Nikolaas, bij name in die <span xml:lang="de">des
+Wilden Jagers</span>, wedervindt? Wanneer er van den anderen kant heel wat
+goede wil, laat ik zeggen <i xml:lang="fr">esprit de systme</i> vereischt wordt, om de
+volksvoorstelling van den H. Nikolaas zelfs met de overgeleverde
+legenden van dezen Heilige in overeenstemming te brengen? Zou het dan
+ongeoorloofd zijn, naar de zijde der Oud-Germaansche overlevering over
+te hellen? Ter zake dus.</p>
+
+<p id="cross15">Gedurende heel het Joeltijdperk met zijn gure, woeste buien en huilende
+windvlagen reed de Germaansche windgod op zijn <span xml:lang="no">Sleipnir</span> door de lucht,
+door een talloos heer van geesten gevolgd. Deze stoet vormt het
+Wdansheer of de z. g. &bdquo;Wilde Jacht&rdquo;, die nog heden bij alle Germaansche
+stammen in de volksfantasie voortleeft. Zelfs de naam is op
+verschillende plaatsen, min of meer verbasterd, behouden gebleven. In
+den Eiffel heet deze Jacht het <i xml:lang="de">Wudes-</i> of <i xml:lang="de">Wodesheer</i>; in Zwaben het
+<i xml:lang="de">Wutes-</i> of <i xml:lang="de">Mutesheer</i>; in den Elzas het <i xml:lang="de">Wtenheer</i> (men vergete niet,
+dat de naam <i xml:lang="de">Wdan</i> van dezelfde Germaansche wortel afkomstig is als het
+Oud-Hoogduitsche <i xml:lang="de">wuot</i>, wat &bdquo;woede&rdquo; en &bdquo;verstand&rdquo; beteekent); in Zweden
+het <i xml:lang="sv">Odens hr</i>. Daar zegt men, als het stormt, uitdrukkelijk: &bdquo;<span xml:lang="sv">Oden far
+frbi</span>&rdquo;<a id="FNa_107" href="#FN_107" class="fnanchor">(107)</a>.</p>
+
+<p>De voorrijder, met of zonder stoet, draagt in Beneden-Duitschland den
+naam van <i xml:lang="de">Wode</i>, <i xml:lang="de">Jaue</i>, <i xml:lang="de">Goi</i> of <i xml:lang="de">Joe</i>, in Mecklenburg <i xml:lang="de">Waur</i>, in
+Beieren <i xml:lang="de">Wotn</i>, <i xml:lang="de">Wutan</i>, <i xml:lang="de">Wut</i> of <i xml:lang="de">Wode</i><a id="FNa_108" href="#FN_108" class="fnanchor">(108)</a>. In Zwaben worden hem,
+buiten de algemeene betiteling van <i xml:lang="de">Schimmelreiter</i>, dezelfde bijnamen
+gegeven, waarmee men eertijds Wdan placht aan te duiden: <i xml:lang="de">Breithut</i>,
+<i xml:lang="de">Langhut</i>, <i xml:lang="de">Schlapphut</i>. In Oostenrijk is hij in een langen mantel
+gehuld en draagt een hoed met breeden rand<a id="FNa_109" href="#FN_109" class="fnanchor">(109)</a>. Het zou echter <span class="pagenum" title="27">&nbsp;</span><a id="p_27"></a>eene
+dwaling zijn te meenen, dat het volk aan Wdan het monopolie, den
+bewusten schimmel te berijden, zou hebben afgestaan. Over heel
+Duitschland is de sage van een vervloekten jager verspreid, die wegens
+het schenden van den Zondag gedoemd werd, door zijne honden gevolgd,
+door het luchtruim te jagen tot den jongsten dag. Hij draagt den naam
+<span xml:lang="de">Hackelberg</span><a id="FNa_110" href="#FN_110" class="fnanchor">(110)</a>, uit <i xml:lang="de">hackel brend</i> &bdquo;mantel dragend&rdquo; verbasterd. Het
+Limburgsche Folklore kent deze figuur onder de benaming van &bdquo;Hnske met
+de hond&rdquo;<a id="FNa_111" href="#FN_111" class="fnanchor">(111)</a>. In Hessen is het de <i xml:lang="de">Schnellertsgeist</i><a id="FNa_112" href="#FN_112" class="fnanchor">(112)</a>.
+<a id="cross8"></a>Veelal ook zijn het <i>historische persoonlijkheden</i>: In den Harz en in de Lausnitz
+<i xml:lang="de">Dietrich von Bern</i> (Theodorik de Groote) ook wel <i xml:lang="de">Berndietrich</i>
+genoemd; in Oostenrijk dezelfde koning onder den naam van
+<i xml:lang="de">Banadietrich</i><a id="FNa_113" href="#FN_113" class="fnanchor">(113)</a>; <a id="cross11"></a>te Eisleben <i xml:lang="de">Eckhart</i><a id="FNa_114" href="#FN_114" class="fnanchor">(114)</a>; in Engeland koning
+Artur, in Skandinavi koning Waldemar, in Sleeswijk koning Abel.
+Frankrijk heeft de Germaansche voorstelling overgenomen en op Karel den
+Grooten en Karel V toegepast; volgens een Bourgondisch gedicht uit de
+XVIIde eeuw rijdt <span xml:lang="fr">Charlemagne</span> aan de spits van het geestenheer, terwijl
+Roland het vaandel draagt<a id="FNa_115" href="#FN_115" class="fnanchor">(115)</a>.</p>
+
+<p>Ook andere <i>Heiligen</i>, ja ook <i>Engelen</i> deelen deze eer met den H.
+Nikolaas. Zoo in de XVde en XVIde eeuw de Aartsengel Gabril; in
+<ins class="corr" id="corr22" title="Bron: Staffordhire" xml:lang="en">Staffordshire</ins> noemt men nog heden de Wilde Jacht
+&bdquo;<span xml:lang="en">Gabriel Hounds</span>&rdquo;, en te Lembeck in Westfalen &bdquo;<span xml:lang="de">de Engelske Jagd</span>&rdquo;, d. i.
+de Jacht des Engels<a id="FNa_116" href="#FN_116" class="fnanchor">(116)</a>. Zoo ook St. Hubertus, &bdquo;<span xml:lang="fr">la chasse St. Hubert</span>&rdquo;
+(door ontleening); zoo vooral St. Martinus. Hiermee bedoel ik niet de
+gewone ikonografische voorstelling van dezen Heilige die, te paard
+gezeten, zijn mantel in tween deelt; <a id="cross4"></a>maar de volksvoorstelling van Sint
+Maarten (Limb.: <i>Sintermerte</i>), van <i xml:lang="de">Junker Marten</i>, <span class="pagenum" title="28">&nbsp;</span><a id="p_28"></a>volgens welke
+deze, door zijn knecht begeleid, door het luchtruim raast. De Wilde
+Jacht op Sint Maartensavond draagt in Duitschland den naam van
+<i xml:lang="de">Martinsgestmpf</i><a id="FNa_117" href="#FN_117" class="fnanchor">(117)</a>.</p>
+
+<p>De opgenoemde persoonlijkheden zijn toch niet allen Middeleeuwsche
+bisschoppen geweest; wel is het aantal der heilige Middeleeuwsche
+bisschoppen, bij welke geen spoor van paard te bekennen valt, <i xml:lang="la">legio</i>.
+Veeleer was de schimmel van Wdan na de overwinning van het Kristendom
+in de IXde en Xde eeuw, toen het <i>werkelijk</i> geloof aan een Wdan was
+verloren gegaan, eene <i xml:lang="la">res derelicta primi occupantis</i>, nog slechts
+bereden door eene half goddelijke, half demonische schim, die zich nog
+hier of daar in het Folklore vertoont<a id="FNa_118" href="#FN_118" class="fnanchor">(118)</a>, maar welke het niet
+moeielijk viel voor edeler, meer reele figuren te doen wijken. Op dien
+schimmel heeft het volk in den loop der tijden aan allen, die het hoog
+hield, omdat zij eene groote rol in kerkelijke- of staatkundige
+geschiedenis of sage hadden gespeeld&mdash;Heiligen, koningen, legerhoofden
+en anderen&mdash;eene eereplaats gegund; en zoo heeft Wdan's <span xml:lang="no">Sleipnir</span> ook
+&bdquo;als <i xml:lang="la">substratum</i> gediend voor de vereering van Sint Nicolaas&rdquo;<a id="FNa_119" href="#FN_119" class="fnanchor">(119)</a>.</p>
+
+<p>Nog eene opmerking. Niet slechts <i>dat er sprake is</i> van het paard des
+Heiligen; aan dit paard wordt als het ware <i>een zekere kultus gebracht</i>,
+die slechts dan te verklaren is, wanneer men denkt aan den hoogen rang,
+dien <span xml:lang="no">Sleipnir</span> in de vereering der oude Germanen bekleedde: <i>daar</i> had
+die vereering <span class="pagenum" title="29">&nbsp;</span><a id="p_29"></a>ook beteekenis, wijl Wdan met zijn paard, beiden
+verpersoonlijkingen van den wind, als vereenzelvigd gedacht werden.
+Beiden werden in n adem genoemd; &bdquo;<span xml:lang="de">Oden und sein Pferd</span>&rdquo;, &bdquo;<span xml:lang="de">Wdan und
+sein Pferd</span>&rdquo; is nog thans eene in vele Zweedsche en Duitsche sagen,
+zegenspreuken en gebruiken gangbare uitdrukking. Vergelijk ook de bede,
+die in het Lubecksche z. g. <i xml:lang="de">Schwerttanzspiel</i> (stedelijke en landelijke
+tooneelvertooning) <i xml:lang="de">Starkader</i> in den mond wordt gelegd: &bdquo;<span xml:lang="de">Heilige Wode,
+n ln mi dn prd</span>&rdquo;<a id="FNa_120" href="#FN_120" class="fnanchor">(120)</a><ins class="corr" id="corr23" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>Vorm en kleur van het bewuste paard hebben hier en daar eenige
+wijzigingen ondergaan. Oorspronkelijk is het achtbeenig en wit; in het
+moderne Folklore verschijnt het niet zelden drie- of tweebeenig en
+zwart<a id="FNa_121" href="#FN_121" class="fnanchor">(121)</a>. In Oostenrijk duikt nog een schimmel met acht pooten
+op<a id="FNa_122" href="#FN_122" class="fnanchor">(122)</a>.</p>
+
+<p>Het paard is voor den Heilige het onmisbare vervoermiddel op zijn verre
+tochten. Soms is hij gedwongen, de reis te onderbreken en zijn paard te
+laten beslaan; de smid wordt rijkelijk beloond<a id="FNa_123" href="#FN_123" class="fnanchor">(123)</a>; aldus ook Wdan en
+de Wilde Jager<a id="FNa_124" href="#FN_124" class="fnanchor">(124)</a>. Het paard van Sinterklaas laat ook niet zelden een
+hoefindruk achter, evenals de schimmel van <i xml:lang="de">Karel Quinte</i>, als deze uit
+den <i xml:lang="de">Gudinsberg</i> (<i xml:lang="de">Wuodenesberg</i>) komt<a id="FNa_125" href="#FN_125" class="fnanchor">(125)</a>. Van een Sinterklaas<i>wagen</i>
+spreken onze volksrijmpjes, en het Oostenrijksche Folklore<a id="FNa_126" href="#FN_126" class="fnanchor">(126)</a>; van een
+wagen bedienen zich ook de Wilde Jager<a id="FNa_127" href="#FN_127" class="fnanchor">(127)</a>, St. Thomas en het
+Kerstkind<a id="FNa_128" href="#FN_128" class="fnanchor">(128)</a>. De Wdanswagen is genoegzaam bekend<a id="FNa_129" href="#FN_129" class="fnanchor">(129)</a>.</p>
+
+<p>Aan verre tochten te paard of in zijn wagen is de H. Bisschop gewend,
+evenals Wdan, die den bijnaam draagt van <span class="pagenum" title="30">&nbsp;</span><a id="p_30"></a><i xml:lang="no">vegtamr</i> &bdquo;aan verre tochten
+gewend&rdquo;. Sinterklaas komt van verre, en wel van het land van licht en
+zonneschijn, vanwaar hij appelen, kastanjes enz. medebrengt. Dit rijk
+schijnt voorheen <i>Engeland</i>, de <i xml:lang="en">Insula pomorum</i><a id="FNa_130" href="#FN_130" class="fnanchor">(130)</a>, geweest te
+zijn<a id="FNa_131" href="#FN_131" class="fnanchor">(131)</a>; in onze Sinterklaasliedjes is het meestal <i>Spanje</i>, dan ook
+<i>Cond</i>:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Drie appelkens van <i>Cond</i><br /></span>
+ <span class="i0">Breng mijn broerkens ook wat mee.<br /></span>
+</div>
+<div class="bron">(West-Vlaanderen).</div>
+</div>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Om appelkens van <i>Cond</i><br /></span>
+ <span class="i0">Breng er mij een g'heel schootjen (schuitjen?) mee.<br /></span>
+</div>
+<div class="bron">(Oost-Vlaanderen)<a id="FNa_132" href="#FN_132" class="fnanchor">(132)</a>.</div>
+</div>
+
+<p>Te Venloo keert Sinterklaas weer terug naar <i>Picardi</i>:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Gank t rije,<br /></span>
+ <span class="i0">No 't lendje van <i>Picardi</i><a id="FNa_133" href="#FN_133" class="fnanchor">(133)</a>.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Na hetgeen boven over het everzwijn gezegd is<a id="FNa_134" href="#FN_134" class="fnanchor">(134)</a> zal het niemand
+verwonderen, dat de Schimmelrijder somwijlen den naam van <i xml:lang="de">Ebermann</i>
+draagt. Dan beschouwt men hem vooral als den &bdquo;gever van goed geluk&rdquo;, en
+deelt hij, op een schimmel gezeten, zijne gaven uit. De Schimmelrijder
+verschijnt in die hoedanigheid onder den vorm van zeer verschillende
+persoonlijkheden, waarover in het <a href="#IV">volgende hoofdstuk</a>, en op
+verschillende dagen. In Silezi is het met St. Maarten, te Kranowitz en
+Ratibor met <i xml:lang="de">St. Nikel</i><a id="FNa_135" href="#FN_135" class="fnanchor">(135)</a>, te Osnabrck o. a. met Kerstmis en
+Nieuwjaar: de schimmel heet dan de &bdquo;Spaansche hengst&rdquo;<a id="FNa_136" href="#FN_136" class="fnanchor">(136)</a>. Zoo ook in
+Mecklenburg<a id="FNa_137" href="#FN_137" class="fnanchor">(137)</a>; te Schorau (Preussen) daarentegen slechts op
+Kerstavond<a id="FNa_138" href="#FN_138" class="fnanchor">(138)</a>, evenals in <span class="pagenum" title="31">&nbsp;</span><a id="p_31"></a>Engeland. Zou het volgende nog op een
+samenhang van Sinterklaas met de Wilde Jacht kunnen wijzen? &bdquo;<span xml:lang="de">Auf der
+Schelfe [Mecklenburg] umreitet in der Neujahrsnacht ein Reiter auf
+weissem Schimmel dreimal die Kirche. An der stelle derselben stand eine
+schon vor 1211 erbaute Kapelle des heiligen Nikolaus</span>&rdquo;. (<span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l.,
+I, p. 16).</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_104" href="#FNa_104" class="label">(104)</a> Bijnaam van Sinterklaas in Tirol en Vorarlberg (<span class="mixcap">Schnell</span>,
+l. l., II, p. 60).</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_105" href="#FNa_105" class="label">(105)</a></p>
+
+ <div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">Sinterclaes bisschop,<br /></span>
+ <span class="i0">Settie <i>hooghe mutse</i> op!<br /></span>
+ </div>
+ <div class="bron">(Amsterdam.)</div>
+ </div>
+
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_106" href="#FNa_106" class="label">(106)</a></p>
+
+ <div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">Sinterkls Gods (good?) heilig man,<br /></span>
+ <span class="i0">Trek dnen besten <i>tabberd</i> aan.<br /></span>
+ </div>
+ <div class="bron">(Venloo.)</div>
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0">Sint Niklaes, o heilige man,<br /></span>
+ <span class="i0">Met uw <i>gespikkelden talfaerd</i> aen.<br /></span>
+ </div>
+ <div class="bron">(Oost-Vlaanderen.)</div>
+ </div>
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_107" href="#FNa_107" class="label">(107)</a> Odhin vaart voorbij.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_108" href="#FNa_108" class="label">(108)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., pp. 236, 237.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_109" href="#FNa_109" class="label">(109)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr24" title="Bron: Vern&nbsp;aleken">Vernaleken</ins></span>,
+l. l., pp. 25, 26, 30, 31, 47.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_110" href="#FNa_110" class="label">(110)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., pp. 19, 25, 101, 187.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_111" href="#FNa_111" class="label">(111)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 12.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_112" href="#FNa_112" class="label">(112)</a> <span class="mixcap">J. W. Wolf</span>, <i xml:lang="de">Hessische Sagen</i>. Gttingen-Leipzig, 1853.
+P. 21.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_113" href="#FNa_113" class="label">(113)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 41.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_114" href="#FNa_114" class="label">(114)</a> &bdquo;<span xml:lang="de">Der treue Eckhart</span>&rdquo; of &bdquo;<span xml:lang="de">Eckhart mit dem weissen Stab</span>&rdquo;.
+<span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 779, 780.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_115" href="#FNa_115" class="label">(115)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 779&ndash;788.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_116" href="#FNa_116" class="label">(116)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 251.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_117" href="#FNa_117" class="label">(117)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., pp. 132, 237. Of ook St. Kristoforus ooit
+als voorrijder der Wilde Jacht heeft dienst gedaan? Enkele
+voorstellingen, zooals die, bedoeld door Prof. <span class="mixcap">v. d. Vliet</span>,
+<i>Tweemaandelijksch Tijdschrift</i>, IV, 2, Nov. 1897, p. 191 Aanm., laten
+de zaak in alle geval zeer twijfelachtig. En wat het verband tusschen
+dezen Heilige en Sint Nikolaas betreft, dit kan m. i. bepaald <i>niet</i>
+worden afgeleid uit het feit, dat Myra's bisschop patroon der schippers
+was. (Zie b. v. <span class="mixcap">Simrock</span>, <i xml:lang="de">Rheinsagen</i>. Bonn, 1850. P. 23; <span class="mixcap">Schnell</span>, l.
+l<ins class="corr" id="corr25" title="Niet in Bron.">.</ins>, pp. 22, 23, 56, 65.) Dit attribuut kan zeer goed zijn ontstaan
+te danken hebben aan het bekende verhaal der zeevaart, al mag de
+echtheid van dit en soortgelijke verhalen met recht worden betwijfeld.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_118" href="#FNa_118" class="label">(118)</a> Zie <a href="#cross15">p. 26</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_119" href="#FNa_119" class="label">(119)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 161. Zie over dit onderwerp ook de
+belangrijke studie van den Bollandist <span class="mixcap">J. van den Gheyn</span>, getiteld: <i xml:lang="fr">Le
+Personnage d'Arlequin</i>, in zijne <i xml:lang="fr">Essais de Mythologie et de Philologie
+compare</i>. <span xml:lang="fr">Bruxelles-Paris</span>, 1885. Pp. 107&ndash;131.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_120" href="#FNa_120" class="label">(120)</a> <i xml:lang="de">Zeitschr. fr deutsches Altertum</i>, XX, p. 13. De
+<i xml:lang="de">Schwerttanzspiele</i> waren van de XVde tot XVIIde eeuw over heel
+Duitschland verspreid.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_121" href="#FNa_121" class="label">(121)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 34, 35, 50.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_122" href="#FNa_122" class="label">(122)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 83.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_123" href="#FNa_123" class="label">(123)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., p. 14.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_124" href="#FNa_124" class="label">(124)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 46.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_125" href="#FNa_125" class="label">(125)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 242.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_126" href="#FNa_126" class="label">(126)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 286.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_127" href="#FNa_127" class="label">(127)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 55.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_128" href="#FNa_128" class="label">(128)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 436, 453.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_129" href="#FNa_129" class="label">(129)</a> <i>Overblijfselen</i>, l. l., pp. 18, 19.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_130" href="#FNa_130" class="label">(130)</a> Het Appeleneiland.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_131" href="#FNa_131" class="label">(131)</a> <span class="mixcap"><ins class="corr" id="corr26" title="Bron: Eelcoo">Eelcoo</ins> Verwijs</span>, l. l., p. 77.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_132" href="#FNa_132" class="label">(132)</a> Ons &bdquo;appeltjes van Oranje&rdquo; is aan het Fransch ontleend.
+Bij <span class="mixcap">Kiliaen</span> vindt men &bdquo;aranienappel&rdquo;, vgl. het <i>Ital.</i> <span xml:lang="it">arancio</span> uit het
+<i>Arab<ins class="corr" id="corr27" title="Niet in Bron.">.</ins>-Perz.</i> <span xml:lang="fa">nrandj</span>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_133" href="#FNa_133" class="label">(133)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 256.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_134" href="#FNa_134" class="label">(134)</a> Zie <a href="#cross14">p. 12</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_135" href="#FNa_135" class="label">(135)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, pp. 65, 66.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_136" href="#FNa_136" class="label">(136)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 448.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_137" href="#FNa_137" class="label">(137)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, pp. 224, 233, 234.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_138" href="#FNa_138" class="label">(138)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 50.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 370px;">
+<img src="images/ill_p031.png" width="370" height="55" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="32">&nbsp;</span><a id="p_32"></a></p>
+
+<h3><a id="IV"></a>IV.</h3>
+
+<p class="subh3">VORMVERANDERINGEN.</p>
+
+<div class="pkop">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Wie stout is of boos,<br /></span>
+ <span class="i0">Sint Niklaas hoort alles,<br /></span>
+ <span class="i0">Hij luistert altoos!<br /></span>
+ <span class="i0">Hem kan men niet foppen,<br /></span>
+ <span class="i0">Geloof mij oprecht,<br /></span>
+ <span class="i0">Wat hij niet gezien heeft,<br /></span>
+ <span class="i0">Vertelt hem zijn knecht.<br /></span>
+</div>
+ <div class="bron">(Uit <span class="mixcap">Schenkman's</span> prentenboek).</div>
+</div>
+
+<p>Om het in dit hoofdstuk te behandelen Folkloristische materiaal
+eenigermate te kunnen ontwarren, zullen wij enkele beginselen
+vooropstellen. De lezer moge dan naderhand zelf oordeelen, of de
+gevolgtrekking juist was.</p>
+
+<p>Gedurende het tijdperk van vruchtbaarheid treden in het Folklore
+verschillende persoonlijkheden op den voorgrond; zoo voornamelijk:</p>
+
+<p>I. <span class="mixcap">Van Heidenschen Oorsprong.</span></p>
+
+<p>1 <i>Wdan</i>, windgod, voorrijder der Wilde Jacht, god der vruchtbaarheid.</p>
+
+<p>2 <i xml:lang="de">Hruodperaht</i>, een bekende huisgeest, kobold of kabouter, die meestal
+onder den naam van <span xml:lang="de">Ruprecht</span> verschijnt. Hij neemt deel aan de Wilde
+Jacht&mdash;gedurende den Joeltijd drijven immers de geesten hun spel&mdash;en is,
+evenals zijn kollega's, nu eens vrijgevig en goedig, dan weer boosaardig
+en streng. Deze figuur ontmoeten wij slechts op Germaanschen bodem.</p>
+
+<p>3 <i>Perchta</i> of <i>Bertha</i><a id="FNa_139" href="#FN_139" class="fnanchor">(139)</a>, eene godin, die in karakter het meest met
+de godin Holda<a id="FNa_140" href="#FN_140" class="fnanchor">(140)</a> overeenkomt. Als &bdquo;die wilde Bertha&rdquo; vaart zij door
+de lucht, en verleent vruchtbaarheid <span class="pagenum" title="33">&nbsp;</span><a id="p_33"></a>aan de akkers<a id="FNa_141" href="#FN_141" class="fnanchor">(141)</a>.
+Haar heilig was de <i id="cross9" xml:lang="de">Perchtenabend</i>, aan het einde der Twaalf Nachten. In een langen,
+witten sluier is zij gehuld<a id="FNa_142" href="#FN_142" class="fnanchor">(142)</a>. Nog heden laat men in Tirol eten voor
+haar staan.</p>
+
+<p>II. <span class="mixcap">Van Kristelijken Oorsprong.</span></p>
+
+<p>1 De <i>H. Nikolaas</i>, de vrijgevige kindervriend, de groote bisschop van Myra.</p>
+
+<p>2 De <i>H. Martinus</i>, bisschop van Tours, volksheilige.</p>
+
+<p>3 Het <i>Kerstkind</i>, dat de wereld door Zijne geboorte verblijdt.</p>
+
+<p>4 De <i>H. Driekoningen</i>, die hunne offergaven aan de kribbe des
+Verlossers nederlegden.</p>
+
+<p>5 De <i>H. Lucia</i>, Maagd en Martelares.</p>
+
+<p>Nu doet zich niet alleen het verschijnsel voor, dat
+<ins class="corr" id="corr28" title="Bron: attribubuten">attributen</ins> van heidensche figuren op kristelijke zijn
+overgegaan, maar ook, dat kristelijke dragers derzelfde attributen,
+volgens plaatselijke omstandigheden, wezenlijk van elkaar verschillen;
+en eindelijk, dat men, door onderlinge ontleening van verschillende
+Folkloristische <i xml:lang="la">centra</i>, personen, namen en attributen op de meest
+grillige wijze heeft gekombineerd.</p>
+
+<p>1 Sint Maarten verschijnt in het Limburgsche Folklore, te paard door de
+lucht rijdend, begeleid door zijn knecht. Als Wilde Jager heet hij
+<i xml:lang="de">Junker Marten</i><a id="FNa_143" href="#FN_143" class="fnanchor">(143)</a>. In Zwaben noemt men hem <i xml:lang="de">Pelzmrte</i>, vroeger in
+Beieren <i xml:lang="de">Pelzmartle</i>. Deze samenstellingen met <i xml:lang="de">Pelz-</i> zijn niet
+zeldzaam; ik vermoed, dat zij hun oorsprong te danken hebben aan eene
+vermomming door middel van vellen van een den god der vruchtbaarheid
+heilig dier: eene vermomming van dien aard treft men aan in den
+Joelbok.&mdash;</p>
+
+<p>Ook Sint Maarten ontvangt hooi voor zijn paard<a id="FNa_144" href="#FN_144" class="fnanchor">(144)</a>. In <span class="pagenum" title="34">&nbsp;</span><a id="p_34"></a>gezelschap van
+St. Nikolaas begeleidde hij eertijds het Kerstkind op Kerstavond, zooals
+blijkt uit een edikt van Gustaaf Adolf van 25 Nov. 1682<a id="FNa_145" href="#FN_145" class="fnanchor">(145)</a>. In het
+Freudenthal (Oostenr. Silezi) brengt hij op een schimmel gezeten
+allerlei geschenken aan grooten en kleinen<a id="FNa_146" href="#FN_146" class="fnanchor">(146)</a>. In de Rijnprovincie,
+IJperen en het kanton Aalst speelt hij de rol van Sinterklaas<a id="FNa_147" href="#FN_147" class="fnanchor">(147)</a>.</p>
+
+<p>2 Sint Nikolaas is in Nederland meestal bekend onder den vorm van een
+eerbiedwaardig bisschop. In Oost-Friesland treedt hij op, niet als
+bisschop gekleed, maar als een grijsaard met witten baard en in een
+pelsmantel gehuld<a id="FNa_148" href="#FN_148" class="fnanchor">(148)</a>. Te Quedlinburg waarschuwt men de kinderen voor
+den <i xml:lang="de">Nikelmann</i>; ieder jaar haalt deze zich een offer<a id="FNa_149" href="#FN_149" class="fnanchor">(149)</a>. Dergelijke
+sombere eigenschappen dankt de Heilige f aan <span xml:lang="de">Ruprecht</span>, in diens
+hoedanigheid van boosaardigen huisgeest, f aan het feit, dat Wdan vaak
+met den duivel op ne lijn werd gesteld<a id="FNa_150" href="#FN_150" class="fnanchor">(150)</a>. Duidelijk blijken althans
+zijne elfische attributen uit eene legende van het kanton Wallis,
+volgens welke hij&mdash;evenals de berggeesten&mdash;uit de rotsspelonken te
+voorschijn komt<a id="FNa_151" href="#FN_151" class="fnanchor">(151)</a>. In Beieren en in de Rijnpalts noemt men hem
+<i xml:lang="de">Pelznikel</i> (ook wel <i xml:lang="de">Nikel</i> of <i xml:lang="de">St. Nikel</i>). In Tirol heet de vooravond
+van Sinterklaas <i id="cross10" xml:lang="de">Klaubautag</i><a id="FNa_152" href="#FN_152" class="fnanchor">(152)</a><ins class="corr" id="corr29" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>3 In Duitschland rijdt het Kerstkind rond op een schimmel<a id="FNa_153" href="#FN_153" class="fnanchor">(153)</a>, evenals
+<span xml:lang="en">Father Christmas</span> in Engeland, die daar ook een bosje hooi en een wortel
+vindt voor zijn paard<a id="FNa_154" href="#FN_154" class="fnanchor">(154)</a>. In het graafschap Rupin verschijnt een
+naamlooze ruiter op <span class="pagenum" title="35">&nbsp;</span><a id="p_35"></a>een schimmel, terwijl eene in het wit gekleede
+figuur een grooten zak draagt, en de <i xml:lang="de">Christmann</i> of <i xml:lang="de">Christpuppe</i>
+heet<a id="FNa_155" href="#FN_155" class="fnanchor">(155)</a>.</p>
+
+<p>4 Buiten zijn eigen attributen ook nog met die van Sinterklaas of van
+het Kerstkind voorzien, treedt <i xml:lang="de">Hruodparaht</i> op, f zelfstandig, f aan
+n van beiden dienstbaar. In ons land heet hij Pieterman, in de
+Rijnprovincie <i xml:lang="de">Hans Muff</i>, in den Elzas <i xml:lang="de">Hans Trapp</i>, anders elders. De
+benaming <i xml:lang="de">Ruprecht</i> heeft als wisselvorm <i xml:lang="de">Rupel</i><a id="FNa_156" href="#FN_156" class="fnanchor">(156)</a>; ook de Wilde
+Jager heet <span xml:lang="de">Ruprecht</span><a id="FNa_157" href="#FN_157" class="fnanchor">(157)</a>. Op den <i xml:lang="de">Hutberg</i> bij Herrnhut huizen twee
+Wilde Jagers: <i xml:lang="de">Ulrich Ruprecht</i> en <i xml:lang="de">Bernhard Dietrich</i><a id="FNa_158" href="#FN_158" class="fnanchor">(158)</a>. Het
+uiterlijk dezer persoonlijkheid is min of meer gedrochtelijk: verschijnt
+<span xml:lang="de">Ruprecht</span> als <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: kwaad&nbsp;aardige">kwaadaardige</ins> elf, dan is hij trouw
+gewapend met zak en roedachtig dan is zijn gezicht zwart <i>van het roet</i>.
+Ook de zak op zijn rug is een roetzak: <i xml:lang="de">Schmutzbartel</i> heet hij om zijn
+roetachtig uitzicht. Ook de <i xml:lang="de">Perchteln</i> d. i. vermomde gestalten, die op
+<i xml:lang="de">Perchtenabend</i><a id="FNa_159" href="#FN_159" class="fnanchor">(159)</a> rondloopen, de <i xml:lang="de">Pfingstlmmel</i> in het Ansbachsche,
+de pijpers in het gevolg van den Pingstkoning, treden op met een roetig
+gezicht<a id="FNa_160" href="#FN_160" class="fnanchor">(160)</a>. Dit zwart maken, zegt Mannhardt, is &bdquo;<span xml:lang="de">keineswegs
+bedeutungslos und zwar scheint sie [die Schwrzung] mir in roher Weise
+ausdrcken zu wollen, dass der dargestellte Dmon<a id="FNa_161" href="#FN_161" class="fnanchor">(161)</a> ein nicht
+sichtbares, fr menschliche Augen dunkles unheimliches Wesen, ein
+Schatten, ein Gespenst sei</span>&rdquo;<a id="FNa_162" href="#FN_162" class="fnanchor">(162)</a>.</p>
+
+<p>In Noord-Duitschland verschijnt op Kerstavond eene baardige, in pels en
+erwtenstroo gehulde figuur, die appelen, noten, enz. onder de jeugd
+ronddeelt. Deze heet in de Middel-Mark <i xml:lang="de">der hele Christ</i>, <i xml:lang="de">Ruprecht</i> of
+<i xml:lang="de">Hans Ruprecht</i>; in <span class="pagenum" title="36">&nbsp;</span><a id="p_36"></a>Mecklenburg <i xml:lang="de">der ru Clas</i> of <i xml:lang="de">Ruklas</i> in de
+Oud-Mark, Brunswijk, Hannover en Oost-Friesland <i xml:lang="de">Clas</i>, <i xml:lang="de">Glas Bur</i>, of
+<i xml:lang="de">Buller Clas</i>. In Beieren kent men een goeden en kwaden <i xml:lang="de">Klas</i><a id="FNa_163" href="#FN_163" class="fnanchor">(163)</a>. In
+de Oud-Mark trekt eenige dagen vr Kerstmis de afschuwelijke gedaante
+van <i xml:lang="de">Klas Bur</i> met de lieflijke figuur van het Kerstkind rond,
+ondervraagt de kinderen, laat ze bidden, en geeft hun naar verdienste
+loon of straf<a id="FNa_164" href="#FN_164" class="fnanchor">(164)</a>. In Mecklenburg heet <i xml:lang="de">Rug-klas</i> &bdquo;<span xml:lang="de">des heiligen Christ
+Vorposten</span>&rdquo;; hij rijdt op een schimmel en is met aschzak en roede
+voorzien<a id="FNa_165" href="#FN_165" class="fnanchor">(165)</a>. Te Lucern rammelt hij met kettingen en draagt den naam
+van <i xml:lang="de">Schmutzli</i><a id="FNa_166" href="#FN_166" class="fnanchor">(166)</a>. In een pelsmantel gehuld, het gezicht met roet
+bedekt, treedt hij in Luxemburg op onder den naam van <i xml:lang="de">Huosecker</i><a id="FNa_167" href="#FN_167" class="fnanchor">(167)</a>,
+in Tirol onder dien van de <i xml:lang="de">Wauwe</i><a id="FNa_168" href="#FN_168" class="fnanchor">(168)</a>. Omstreeks het jaar 1850
+verscheen deze figuur in talrijke plaatsen rondom Bamberg als
+<i xml:lang="de">Hel-Niclas</i>, in erwtenstroo gehuld en rammelend met hare ketens<a id="FNa_169" href="#FN_169" class="fnanchor">(169)</a>.
+Nog draagt zij in Hohenzollern de namen: <i xml:lang="de">Sparmundi</i>, <i xml:lang="de">Pelzebub</i>,
+<i xml:lang="de">Pelznikel</i>, <i xml:lang="de">Butzemann</i><a id="FNa_170" href="#FN_170" class="fnanchor">(170)</a>. Dit <i xml:lang="de">Butzemann</i>, waarmee men ons
+&bdquo;boezeman&rdquo; of &bdquo;boeman&rdquo; kan vergelijken, is eene benaming van den
+huisgeest<a id="FNa_171" href="#FN_171" class="fnanchor">(171)</a>. <i xml:lang="de">Pelzoppel</i> heet hij in Hessen-Nassau. In
+Beneden-Oostenrijk wordt de taak van knecht waargenomen door eene vrouw,
+<i xml:lang="de">Berchtel</i>, <i xml:lang="de">Buzebergt</i> of <i xml:lang="de">Eiserne Bertha</i> genaamd; <i xml:lang="de">Berchtel</i> en
+<i xml:lang="de">&mdash;bergt</i> staan blijkbaar in betrekking tot den naam <span xml:lang="de">Perchta</span>, evenals
+<i xml:lang="de">&mdash;bartel</i>. In Oberhausen zei men eertijds: &bdquo;<span xml:lang="de">Heut kommt der Klas, morgen
+de Buzebercht</span>&rdquo;<a id="FNa_172" href="#FN_172" class="fnanchor">(172)</a>. In het Bohemerwoud verschijnt den 12den December 's
+avonds de H. Lucia, die aan de brave kinderen ooft uitdeelt, maar <span class="pagenum" title="37">&nbsp;</span><a id="p_37"></a>de
+ondeugende dreigt, hun den buik open te rijten. Gewoonlijk vertoont zij
+zich onder den vorm eener geit, waarover een bedlaken hangt, en is zij
+door een soort <i xml:lang="de">Nikolo</i> begeleid. &bdquo;<span xml:lang="de">Da der Name der heiligen Lucia</span>&rdquo;, zegt
+v. Reinsberg-Dringsfeld<a id="FNa_173" href="#FN_173" class="fnanchor">(173)</a>, &bdquo;<span xml:lang="de">welcher aus <i xml:lang="la">lux</i>, Licht, entstanden
+sein soll, dem der heidnischen Perchta, Lichte, entspricht, so ist es
+natrlich, dass die Heilige im Volksglauben viele Zge der alten Gttin
+angenommen hat.</span>&rdquo; Ook door <i xml:lang="de">Wode</i> wordt niet zelden de rol van <span xml:lang="de">Ruprecht</span>
+gespeeld, zoo te Mecklenburg<a id="FNa_174" href="#FN_174" class="fnanchor">(174)</a>; in de Thuringsche kerstsage van de
+17de eeuw doet dit &bdquo;<span xml:lang="de">der treue Eckhart</span>&rdquo;<a id="FNa_175" href="#FN_175" class="fnanchor">(175)</a>. Ook wordt <span xml:lang="de">Ruprecht</span> veelal
+door den <i xml:lang="de">Julbuk</i> of <i xml:lang="de">Julbock</i> vervangen, d. i., een knecht in
+boksgedaante; te Leipzig noemt men soortgelijke gestalte
+<i xml:lang="de">Klapperbock</i><a id="FNa_176" href="#FN_176" class="fnanchor">(176)</a>. In erwtenstroo gewikkeld gaat hij de laatste dagen
+vr Kerstmis rond. Over den bok als symbool der vruchtbaarheid is <a href="#cross2">reeds</a>
+gesproken; over den ever insgelijks<a id="FNa_177" href="#FN_177" class="fnanchor">(177)</a>, zoodat het ons niet moeilijk
+zal vallen den omgang met den beer of tammen ever, meestal in
+erwtenstroo gehuld (<i xml:lang="de">Erbsenbr</i>), die gedurende het Joeltijdperk plaats
+heeft, te verklaren. Dit gebruik is bijna over heel Duitschland en Tirol
+verspreid; hieraan dankt de uitdrukking: &bdquo;<span xml:lang="de">Jemand einen Bren aufbinden</span>&rdquo;
+haar ontstaan. De beer wordt door <span xml:lang="de">Klas</span> of <span xml:lang="de">Ruprecht</span> geleid. Te Breslau is
+<i xml:lang="de">Nicolo</i> vergezeld van <i xml:lang="de">Bartel</i>, tot wien de kinderen roepen:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Bartel, Bartel, wilder Br,<br /></span>
+ <span class="i0">Leg mir ein, was i beger, enz.<a id="FNa_178" href="#FN_178" class="fnanchor">(178)</a><br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="noi"><span xml:lang="de">Bartel</span> wordt ook <i xml:lang="de">Strohbartel</i> genoemd; hier en daar draagt
+<span xml:lang="de">Ruprecht</span> het epitheton <i xml:lang="de">Strohbart</i><a id="FNa_179" href="#FN_179" class="fnanchor">(179)</a>, als hij zich nl. in stroo
+gewikkeld vertoont.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="38">&nbsp;</span><a id="p_38"></a></p>
+
+<p id="cross7">De beteekenis van het stroo moet hierin gezocht worden, dat het
+<i>erwten</i>stroo is. Onder de vruchten is vooral de erwt
+vruchtbaarheidssymbool<a id="FNa_180" href="#FN_180" class="fnanchor">(180)</a>. Om veel ooft te krijgen worden gedurende
+het tijdperk der Twaalf Nachten de ooftboomen met erwtenstroo omwonden;
+gedurende dit tijdperk mogen geen erwten gegeten worden<a id="FNa_181" href="#FN_181" class="fnanchor">(181)</a>; op
+Silvesteravond worden de hoenders met erwten gevoerd: zooveel erwten
+eene kip eet, zooveel eieren zal ze 't volgend jaar leggen<a id="FNa_182" href="#FN_182" class="fnanchor">(182)</a>. In het
+Bohemerwoud werpt het Kerstkind een handvol erwten door de
+kamerdeur<a id="FNa_183" href="#FN_183" class="fnanchor">(183)</a>; gedurende de z. g. <i xml:lang="de">Knpflinsnchte</i> (de
+Donderdagnachten vr Kerstmis) trekken in Zuid-Duitschland volwassenen
+en kinderen van huis tot huis en werpen erwten tegen <ins class="corr" id="corr31" title="Bron: der">den</ins>
+vensterruiten<a id="FNa_184" href="#FN_184" class="fnanchor">(184)</a>. Aldus zal het mogelijk zijn eene vreemde
+bijzonderheid te verklaren in het bericht van Eelcoo Verwijs: &bdquo;In <span xml:lang="de">Zug</span> in
+Zwitserland werd de Kinderbisschop eerst in 1797 op hooger bevel
+afgeschaft. Telkens verscheen den 6den December een scholier als
+bisschop gekleed, voorafgegaan door een bisschop met zijn staf, en
+gevolgd door een nar, die insgelijks met een staf was gewapend, waaraan
+eene <i>blaas met erwten</i><a id="FNa_185" href="#FN_185" class="fnanchor">(185)</a> was bevestigd&rdquo;<a id="FNa_186" href="#FN_186" class="fnanchor">(186)</a>.</p>
+
+<p>Of zouden ook de erwten soms eene specifiek kristelijke beteekenis hebben?</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_139" href="#FNa_139" class="label">(139)</a> Zie <a href="#cross3">p. 8</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_140" href="#FNa_140" class="label">(140)</a> Zie over deze godin <span class="mixcap">Knappert</span>, l. l., pp. 123 vlg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_141" href="#FNa_141" class="label">(141)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., pp. 1107, 1108.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_142" href="#FNa_142" class="label">(142)</a> Van haar en Holda stammen onze &bdquo;Witte Juffers&rdquo;. Somtijds
+vertoont zij zich echter, onder den vorm van <i xml:lang="de">Berchtel</i>, in zwarte
+lompen gehuld en met een roetgezicht. Vgl. <span class="mixcap">v.
+Reinsberg<ins class="corr" id="corr32" title="Niet in Bron.">-</ins>Dringsfeld</span>, l. l., p. 483.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_143" href="#FNa_143" class="label">(143)</a> Zie <a href="#cross4">p. 27</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_144" href="#FNa_144" class="label">(144)</a> Zie <a href="#cross16">p. <ins class="corr" id="corr33" title="Bron: 129">23</ins></a>. Dat de indruk van zijn voet in een steen zou
+zijn blijven staan, evenals die van den hoef van het Wdanros, zooals
+<span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 257 beweert, berust op eene dwaling. <span class="mixcap">Wolf</span> toch spreekt
+t. a. p. (<i xml:lang="de">Niederlndische Sagen</i>. Leipzig, 1843. P. 435) uitdrukkelijk
+van &bdquo;<span xml:lang="de">Martin, ein Sohn des Grafen von Namur, der siebente Bischof von Tongern</span>&rdquo;.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_145" href="#FNa_145" class="label">(145)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 222.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_146" href="#FNa_146" class="label">(146)</a> Zie <a href="#cross5">p. 11</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_147" href="#FNa_147" class="label">(147)</a> Zie <a href="#cross6">p. 14</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_148" href="#FNa_148" class="label">(148)</a> <span class="mixcap">Brom</span>, l. l., p. 155.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_149" href="#FNa_149" class="label">(149)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 29.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_150" href="#FNa_150" class="label">(150)</a> Zie <a href="#cross17">p. <ins class="corr" id="corr34" title="Bron: 3">13</ins></a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_151" href="#FNa_151" class="label">(151)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_152" href="#FNa_152" class="label">(152)</a> = <i xml:lang="de">Klaubauftag</i>. <i xml:lang="de">Klaubauf</i> is de naam van den kobold.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_153" href="#FNa_153" class="label">(153)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 257.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_154" href="#FNa_154" class="label">(154)</a> <span class="mixcap">Pol de Mont</span>, <i xml:lang="de">Dietsche Warande</i>, X, 1, 1897. P. 30.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_155" href="#FNa_155" class="label">(155)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l., p<ins class="corr" id="corr35" title="Niet in Bron.">.</ins> 346.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_156" href="#FNa_156" class="label">(156)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, p. 417.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_157" href="#FNa_157" class="label">(157)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 237.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_158" href="#FNa_158" class="label">(158)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 242.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_159" href="#FNa_159" class="label">(159)</a> Zie <a href="#cross9">p. 33</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_160" href="#FNa_160" class="label">(160)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 162, 314, 321, 365, 548.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_161" href="#FNa_161" class="label">(161)</a> Als het Grieksche <span title="daimn">&#948;&#945;&#8055;&#956;&#969;&#957;</span>, half goddelijk, half
+menschelijk wezen, op te vatten.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_162" href="#FNa_162" class="label">(162)</a> L. L. p. 322.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_163" href="#FNa_163" class="label">(163)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 22.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_164" href="#FNa_164" class="label">(164)</a> <span class="mixcap">Kuhn</span>, l. l<ins class="corr" id="corr36" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 345.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_165" href="#FNa_165" class="label">(165)</a> Zou tot deze verschijning wellicht <i xml:lang="de">Klas Rugebart</i> in
+betrekking staan, die in het Lubecksche <i xml:lang="de">Schwerttanzspiel</i> voorkomt? Zie
+<i xml:lang="de">Zeitschr. fr deutsches Altertum</i>, XX, p. 10.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_166" href="#FNa_166" class="label">(166)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_167" href="#FNa_167" class="label">(167)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., V, p. 59.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_168" href="#FNa_168" class="label">(168)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., p. 62.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_169" href="#FNa_169" class="label">(169)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 49.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_170" href="#FNa_170" class="label">(170)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l<ins class="corr" id="corr37" title="Niet in Bron.">.</ins>, I, p. 21.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_171" href="#FNa_171" class="label">(171)</a> <span class="mixcap">Mogk</span>, l. l., p. 1034. Vergelijk ook den naam <i>Klaubauf</i>,
+boven <a href="#cross10">p. <ins class="corr" id="corr38" title="Bron: 140">34</ins></a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_172" href="#FNa_172" class="label">(172)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 433.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_173" href="#FNa_173" class="label">(173)</a> L. L. p. 434.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_174" href="#FNa_174" class="label">(174)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., II, pp. 781, 782.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_175" href="#FNa_175" class="label">(175)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., p. 29. Vgl. boven
+<a href="#cross11">p. <ins class="corr" id="corr39" title="Bron: 133">27</ins></a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_176" href="#FNa_176" class="label">(176)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 62.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_177" href="#FNa_177" class="label">(177)</a> Ib. De ever speelt ook eene voorname rol in de Wilde
+Jacht. Zie <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 244.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_178" href="#FNa_178" class="label">(178)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 63.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_179" href="#FNa_179" class="label">(179)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., III, p. 149.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_180" href="#FNa_180" class="label">(180)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 103.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_181" href="#FNa_181" class="label">(181)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 464.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_182" href="#FNa_182" class="label">(182)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 233.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_183" href="#FNa_183" class="label">(183)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 453.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_184" href="#FNa_184" class="label">(184)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 424, 425.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_185" href="#FNa_185" class="label">(185)</a> Wij kursiveeren.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_186" href="#FNa_186" class="label">(186)</a> L. L<ins class="corr" id="corr40" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 29.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 264px;">
+<img src="images/ill_p038.png" width="264" height="27" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="39">&nbsp;</span><a id="p_39"></a></p>
+
+<h3><a id="V"></a>V.</h3>
+
+<p class="subh3">BEL EN ROEDE.</p>
+
+<div class="pkop">
+<div class="stanza" xml:lang="de">
+ <span class="i0">St. Niklasawen,<br /></span>
+ <span class="i0">denn geit wi n baben,<br /></span>
+ <span class="i0"><i>denn klingelt de klokken</i>,<br /></span>
+ <span class="i0">denn danzen de poppen.<br /></span>
+</div>
+ <div class="bron">(<span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 327 Aanm. 2).</div>
+</div>
+
+<p>Zoo zingt men te Friedrichstadt a/d Eider. De komst van Sinterklaas
+wordt door belgeklingel aangekondigd. Knapen doen dit reeds eene week te
+voren in het kanton Bern<a id="FNa_187" href="#FN_187" class="fnanchor">(187)</a>; in Hohenzollern trekken op den vooravond
+van het feest, mannen en vrouwen, z. g. <i xml:lang="de">Niclause</i>, onder ketting- en
+belgerinkel door de straten<a id="FNa_188" href="#FN_188" class="fnanchor">(188)</a>; in het kanton Unterwalden gaat eenige
+dagen te voren een als hanstworst gekleed man <i xml:lang="de">Samichlausen-Geiggel</i>
+genaamd, met bellen van huis tot huis<a id="FNa_189" href="#FN_189" class="fnanchor">(189)</a>.</p>
+
+<p>Dat de bel den Heilige ook in ons land niet vreemd is, blijk uit het
+volgende rijmpje:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Sint Niclaes Bisschop, goed heylich man,<br /></span>
+ <span class="i0">Wil je wat in mijn schoentje geven, God loont u dan,<br /></span>
+ <span class="i0">Geefftemen een beurs <i>met bellen</i><a id="FNa_190" href="#FN_190" class="fnanchor">(190)</a>,<br /></span>
+ <span class="i0">Soo sal ickje niet meer quellen,<br /></span>
+ <span class="i0">So langhe als het God geliefft,<br /></span>
+ <span class="i0">Heb ik Sinte Niclaesje lieff<a id="FNa_191" href="#FN_191" class="fnanchor">(191)</a>.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Maar in den Dantziger Werder is de bel een attribuut van den Zaligmaker;
+<ins class="corr" id="corr41" title="Bron: daart">daar</ins> hoort men:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Heilige Krist du gde mann,<br /></span>
+ <span class="i0">trek dn besten tabbert an<a id="FNa_192" href="#FN_192" class="fnanchor">(192)</a>,<br /></span>
+ <span class="i0">komm veer onse deer,<br /></span>
+ <span class="i0"><i>klinger ons wat veer</i><a id="FNa_193" href="#FN_193" class="fnanchor">(193)</a>.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="40">&nbsp;</span><a id="p_40"></a></p>
+
+<p class="noi">Vandaar dat het Kerstkind ook de benaming van <i>Klinggeest</i><a id="FNa_194" href="#FN_194" class="fnanchor">(194)</a>
+en <i>Klingjes</i><a id="FNa_195" href="#FN_195" class="fnanchor">(195)</a> draagt. Ook in den Elzas en in het Bohemerwoud
+kondigt het Kerstkind Zijne komst door het luiden eener zilveren klok
+aan<a id="FNa_196" href="#FN_196" class="fnanchor">(196)</a>. Maar het is toch vooral de in pels en erwtenstroo gehuldigde
+gedaante, waarvan op blz. <ins class="corr" id="corr42" title="Bron: 142">35</ins> sprake was&mdash;<span xml:lang="de">Ruprecht, Clas</span> of anders
+geheeten&mdash;die met bellen en ketenen behangen optreedt. Te St. Vith
+(Rijnprovincie) is Hans Muff van bellen voorzien<a id="FNa_197" href="#FN_197" class="fnanchor">(197)</a>; in
+<ins class="corr" id="corr43" title="Bron: Meckenburg">Mecklenburg</ins> heet de Schimmelrijder
+<i xml:lang="de">Klingklas</i><a id="FNa_198" href="#FN_198" class="fnanchor">(198)</a>;
+klokjes en belletjes draagt ook <i xml:lang="de">Aschenklas</i><a id="FNa_199" href="#FN_199" class="fnanchor">(199)</a>. In het Noorden treden
+de Joelbokken met schelletjes op<a id="FNa_200" href="#FN_200" class="fnanchor">(200)</a>.</p>
+
+<p>Mijns inziens is de bel evenals het roetgezicht den <i>huisgeest</i> eigen;
+niet van Wdan maar van den kant der elfen gewerd Sinterklaas dit
+attribuut; Wdan is trouwens de <i xml:lang="de">Elfenknig</i> of <i xml:lang="de">Ellenknig</i><a id="FNa_201" href="#FN_201" class="fnanchor">(201)</a>. Een
+<i xml:lang="de">Pck</i> (kobold), zoo verhaalt Ern. Joach. Westphal<a id="FNa_202" href="#FN_202" class="fnanchor">(202)</a>, diende dertig
+volle jaren bij de monniken van een klooster in Mecklenburg, in keuken,
+stal en elders. Tot loon bedong hij: <i xml:lang="la">tunicam de diversis coloribus et
+tintinnabulis plenam</i><a id="FNa_203" href="#FN_203" class="fnanchor">(203)</a>. In Schotland huisde eertijds een kobold, die
+den naam van <i xml:lang="en">Shellycoat</i> droeg; ook de dwergen der Middeleeuwen hielden
+veel van bellen; de bellen aan het pak van den hofnar pleiten voor zijn
+verwantschap met den lustigen huisgeest<a id="FNa_204" href="#FN_204" class="fnanchor">(204)</a>.</p>
+
+<p>Ook de op verschillende tijden en onder verschillende benamingen zich
+voordoende vertegenwoordiger van den woudgeest&mdash;<i xml:lang="de">Grner Georg</i>,
+<i xml:lang="de">Pfingstl</i>, <i xml:lang="de">Pfigstbutz</i>, enz.&mdash;vertoont een roetgezicht en rinkelt met
+eene koeschel<a id="FNa_205" href="#FN_205" class="fnanchor">(205)</a>. <span class="pagenum" title="41">&nbsp;</span><a id="p_41"></a>Gedurende
+de <i xml:lang="de">Rauchnchte</i> loopen de <span id="cross12" xml:lang="de">Perchteln</span> met
+<i>koeschellen</i> en <i>lange zweepen</i> rond; op Kerstavond loopen op vele
+plaatsen van Duitschland knapen met riemen vol koeschellen door het
+dorp; op Donderdag vr Vastenavond bestaat plaatselijk de vermomming
+hoofdzakelijk uit een bedlaken, eene hanenveder, en een riem met
+paardenschellen<a id="FNa_206" href="#FN_206" class="fnanchor">(206)</a>. De bel schijnt dus tevens met de vruchtbaarheid in
+verband te staan, wat verder nog o. a. hieruit blijkt, dat in het
+Beneden-Inndal de jongelieden bij het begin der lente &bdquo;<span xml:lang="de">das Gras
+ausluten</span>&rdquo;, d. i. met bellen het veld doorkruisen, om den groei van het
+gras te bevorderen; en in de Vingstau den 22sten Februari de jeugd, met
+groote bellen en koeklokken omhangen, van huis tot huis gaat: dit noemt
+men &bdquo;<span xml:lang="de">den Langas (<span xml:lang="nl">lente</span>) wecken</span>&rdquo;<a id="FNa_207" href="#FN_207" class="fnanchor">(207)</a>.</p>
+
+<p>Uit dusdanige feiten trekt Mannhardt het besluit<a id="FNa_208" href="#FN_208" class="fnanchor">(208)</a>, &bdquo;<span xml:lang="de">dass Glocke und
+Schelle zur ursprnglichen Darstellung des Wachstumsgeistes gehrten und
+eine notwendige Seite seines Wesens andeuten sollten</span>&rdquo;. Kon de huisgeest
+als <i>geest</i> zich anderszins kenbaar maken, zoo b. v. door te suisen, te
+sissen, te fluiten, te rammelen met ketens, of door het homerische
+<span title="trizein">&#964;&#961;&#8055;&#950;&#949;&#953;&#957;</span>&mdash;de
+taal der geesten in het algemeen&mdash;bel en klok zijn
+hem wel als daemon der vruchtbaarheid eigen.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 165px;">
+<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+<div><hr class="tb" /></div>
+</div>
+
+<div class="pkop" id="cross1">
+<div class="stanza" xml:lang="de">
+ <span class="i0">Ein Schatten schleichet um das Haus,<br /></span>
+ <span class="i0">Und horch, welch Kettengeklirre!<br /></span>
+ <span class="i0">Frwahr das ist Sanct Nicolaus,<br /></span>
+ <span class="i0">Das Ruthen-Mnnlein von Myra.<br /></span>
+</div>
+ <div class="bron">(<span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 15).</div>
+</div>
+
+<p>Een enkel woord ook over de roede of gard. Sinterklaas, St. Maarten,
+<span xml:lang="de">Ruprecht</span> en diens varianten, alle die persoonlijkheden, welke geschenken
+uitdeelen, zijn ook gewapend <span class="pagenum" title="42">&nbsp;</span><a id="p_42"></a>met het bewuste tuchtmiddel, waarvoor men
+de kinderwereld zulk een heilzaam ontzag weet in te boezemen. Gewoonlijk
+is dezer roede van <i>berkenhout</i>; in Tirol vindt men de hazelaarsgard,
+met welke de <span xml:lang="de">Butzemann</span>, behoorlijk in erwtenstroo gewikkeld, alwie hij
+op zijn weg ontmoet onmeedoogend kastijdt<a id="FNa_209" href="#FN_209" class="fnanchor">(209)</a>. In Zwitserland draagt de
+H. Nikolaas plaatselijk een opgesmukt boompje, in Hamburg voorheen een
+groene twijg<a id="FNa_210" href="#FN_210" class="fnanchor">(210)</a>. Hiermee komt de z. g. <i xml:lang="de">Martinsgerte</i> overeen, die de
+Beiersche herder den 10den November zijn meester ter hand stelt: achter
+krib of staldeur gestoken schut zij gedurende den winter het vee tegen
+alle onheil, en in de lente drijft men er de koeien mee naar de weide.
+Hierbij bedient men zich in Etzendorf (Beieren) van de volgende spreuk:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza" xml:lang="de">
+ <span class="i0">Kommt der heilig St. Mrten (Mirte)<br /></span>
+ <span class="i0">Mit seiner Gerten;<br /></span>
+ <span class="i0"><i>Soviel Kranewitbeeren,</i><br /></span>
+ <span class="i0"><i>Soviel Ochsen und Stiere.</i><br /></span>
+ <span class="i0"><i>Soviel Zweige, soviel Fuder Heu!</i><br /></span>
+ <span class="i0">Steckt sie hinter den Khbarn,<br /></span>
+ <span class="i0">So wird auf's Jahr keine Kuh verloren,<br /></span>
+ <span class="i0">Und steckt sie hinter die Stalltr,<br /></span>
+ <span class="i0">Treibt sie auf's Jahr mit Freuden herfr.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>En in Beneden-Oostenrijk:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza" xml:lang="de">
+ <span class="i0">Kommt der Sanct Mirt mit seiner Ruten;<br /></span>
+ <span class="i0"><i>Soviel als die Rute Zweige hat,</i><br /></span>
+ <span class="i0"><i>Soviel soll auch der Bauer Vieh haben.</i><br /></span>
+ <span class="i0">Nehmt ihr die Ruten in eure Hand,<br /></span>
+ <span class="i0">Steckt ihr 's wol auf ober der Wand,<br /></span>
+ <span class="i0">Wol hinter das Dach,<br /></span>
+ <span class="i0">Am Sankt Gregoriustag<br /></span>
+ <span class="i0">Treibt das arme Vieh aus,<br /></span>
+ <span class="i0">Durch alle Engeln aus<a id="FNa_211" href="#FN_211" class="fnanchor">(211)</a>.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Blijkbaar staat deze twijg met de vruchtbaarheid in verband, en is haar
+elke verhouding tot eene tuchtroede vreemd. <span class="pagenum" title="43">&nbsp;</span><a id="p_43"></a>Hetzelfde kan gezegd worden
+van de zweepen der <span xml:lang="de">Perchteln</span><a id="FNa_212" href="#FN_212" class="fnanchor">(212)</a> en der boerenknapen, die te Mhren
+(Oostenrijk) op den vooravond van Sinterklaas door de velden
+trekken<a id="FNa_213" href="#FN_213" class="fnanchor">(213)</a>. Zou dus de meening van Tille<a id="FNa_214" href="#FN_214" class="fnanchor">(214)</a> het ware treffen,
+volgens welke de levens- en vruchtbaarbeidsroede van Sinterklaas door
+het Protestantisme tot ware slagroede, tot strafinstrument, tot plak
+hervormd is? Dan waren de bordjes verhangen, en zou men den juisten
+toestand nog b. v. in de Orlagau aantreffen, waar de kinderen op den
+derden Kerstdag hunne ouders en peetooms met rozemarijnstengels slaan,
+terwijl ze roepen:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0"><i>Frisches Grn! Langes Leben!</i><br /></span>
+ <span class="i0">Ihr sollt mir 'n blanken Taler (Nsse u. s. w.) geben<a id="FNa_215" href="#FN_215" class="fnanchor">(215)</a>.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>De feestdag der Onnoozele Kinderen heet in Zwaben <i xml:lang="de">Pfeffertag</i>, wijl dan
+de kinderen met roeden of groene twijgen door de straten trekken, de
+voorbijgangers slagen toedienen en de huizen binnendringen, om appelen,
+noten en peperkoek te eischen. Bij Lichtefels (Beieren) slaan de jongens
+de meisjes met rozemarijnstengels, al <ins class="corr" id="corr44" title="Bron: zeggen">zeggend</ins>:</p>
+
+<div class="poem" xml:lang="de">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Da komme ich her getreten<br /></span>
+ <span class="i0">mit meiner frischen Gerten,<br /></span>
+ <span class="i0">mit meinem frischen Mut.<br /></span>
+ <span class="i0">Schmeckt der Pfeffertag gut?<a id="FNa_216" href="#FN_216" class="fnanchor">(216)</a><br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="44">&nbsp;</span><a id="p_44"></a></p>
+
+<p>Wat hiervan zijn moge, het blijft onze innigste wensch, dat de
+afstraffing, door Dr. Brom aan Jos a Leydis met de roede van
+Sinterklaas toegediend, een &bdquo;slag met de levensroede&rdquo; moge geweest zijn!</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 165px;">
+<img src="images/ill_p003.png" width="165" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+<div><hr class="tb" /></div>
+</div>
+
+<p id="BESLUIT">En nu de gevolgtrekking: dat de oorsprong van het Sinterklaasfeest
+uitsluitend in het heidendom te zoeken is? Geen haar op mijn hoofd, dat
+er aan denkt. Trouwens, noch Dr. Brom, noch andere &bdquo;mannen van naam en
+groote kennis&rdquo;, die men &bdquo;helaas ook in ons eigen vaderland&rdquo; dezelfde
+meening vindt toegedaan, hebben ooit iets dergelijks beweerd. Dit echter
+meen ik uit het bijgebrachte materiaal te mogen besluiten:</p>
+
+<p><em class="besluit">De zuiver wetenschappelijke, IN CASU Folkloristische stelling, dat
+sommige volksvoorstellingen en volksgebruiken, die heden ten dage
+met de feestviering van den H. Nikolaas in verband staan, door het
+volk van heidenschen op kristelijken bodem zijn overgebracht, kan
+door eene menigte van feiten worden gestaafd.</em></p>
+
+<p>Niet dat ik deze meening aan iemand zou willen opdringen, aan een Jos a
+Leydis het allerminst; maar men verkettere dan ook niet hen, die haar
+mochten zijn toegedaan, men betitele hen niet als napraters van Renan en
+Faustus den Manicher! De eer der Kerk zal evenzeer gehandhaafd blijven,
+ook al mochten knecht en paard en gard den Heiligen Nikolaas definitief
+worden ontzegd! En wat de grootheid van Myra's bisschop betreft&mdash;op
+zuiver historische gronden niet genoegzaam gewaarborgd, straalt zij ons
+schitterend tegen van de hooge eereplaats af, die de verheven
+kindervriend in het Folklore inneemt. Zijne attributen mogen van
+kristelijken of van heidenschen oorsprong zijn, dit ne staat vast: de
+H. Nikolaas zou de groote rol, die hij in de volksvereering <span class="pagenum" title="45">&nbsp;</span><a id="p_45"></a>speelt,
+niet hebben verworven, zou het aureool van populariteit niet om zijne
+slapen gevlochten hebben, ware hij niet werkelijk groot geweest in de
+oogen van het kristelijke volk.</p>
+
+<p>Blijven aldus de eer van Gods Kerk, de grootheid Zijns lieven Heiligen
+ongerept, zou het dan niet verkieslijker zijn, in vrije geschillen als
+dit den moker te laten rusten, opdat het vertrouwen in den kampioen niet
+geschokt worde, wanneer ter verdediging van 's Heeren <i>ware</i> glorie, ter
+bestrijding van <i>wezenlijke</i> dwaalbegrippen het slagzwaard dient te
+worden opgevat?</p>
+
+<div class="fnsep"></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_187" href="#FNa_187" class="label">(187)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 95.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_188" href="#FNa_188" class="label">(188)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 22.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_189" href="#FNa_189" class="label">(189)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 73.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_190" href="#FNa_190" class="label">(190)</a> Wij kursiveeren.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_191" href="#FNa_191" class="label">(191)</a> <span class="mixcap">Eelcoo Verwijs</span>, l. l., p. 73.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_192" href="#FNa_192" class="label">(192)</a> Volgens <span class="mixcap">J. A. Leydis</span> stelt de tabberd het pallium voor!</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_193" href="#FNa_193" class="label">(193)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 327 Aanm. 2.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_194" href="#FNa_194" class="label">(194)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 326.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_195" href="#FNa_195" class="label">(195)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 224.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_196" href="#FNa_196" class="label">(196)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., pp. 446, 453.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_197" href="#FNa_197" class="label">(197)</a> <span class="mixcap">Schnell</span>, l. l., I, p. 61.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_198" href="#FNa_198" class="label">(198)</a> <span class="mixcap">Bartsch</span>, l. l., II, p. 324.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_199" href="#FNa_199" class="label">(199)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 448.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_200" href="#FNa_200" class="label">(200)</a> <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p. 218.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_201" href="#FNa_201" class="label">(201)</a> <span class="mixcap">van den Gheyn</span>, l. l<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 115 vlg.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_202" href="#FNa_202" class="label">(202)</a> Bij <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, pp. 423, 424.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_203" href="#FNa_203" class="label">(203)</a> Een veelkleurig kleed vol bellen.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_204" href="#FNa_204" class="label">(204)</a> <span class="mixcap">Grimm</span>, l. l., I, pp. 385, 424; III, p. 148.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_205" href="#FNa_205" class="label">(205)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 608.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_206" href="#FNa_206" class="label">(206)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 542, 543.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_207" href="#FNa_207" class="label">(207)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 540.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_208" href="#FNa_208" class="label">(208)</a> L. L., p. 327.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_209" href="#FNa_209" class="label">(209)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 269.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_210" href="#FNa_210" class="label">(210)</a> <span class="mixcap">Tille</span>, l. l., pp. 130, 131.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_211" href="#FNa_211" class="label">(211)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., pp. 273, 274; vgl. <span class="mixcap">Meyer</span>, l. l., p.
+254.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_212" href="#FNa_212" class="label">(212)</a> Zie <a href="#cross12">p. 41</a>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_213" href="#FNa_213" class="label">(213)</a> <span class="mixcap">Vernaleken</span>, l. l., pp. 285, 286.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_214" href="#FNa_214" class="label">(214)</a> L. L., p. 195 <span xml:lang="la">et passim</span>.</p></div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_215" href="#FNa_215" class="label">(215)</a> <span class="mixcap">Mannhardt</span>, l. l., p. 265; <span class="mixcap">Tille</span>, l. l<ins class="corr" id="corr46" title="Niet in Bron.">.</ins>, p. 196.
+Mannhardt vooral heeft over dit onderwerp in zijn <i xml:lang="de">Baumkultus</i> onder den
+titel van: &bdquo;<span xml:lang="de">Der Schlag mit der Lebensrute</span>&rdquo; eene meesterlijk gedachte en
+keurig uitgewerkte verhandeling geleverd. Dat de daar besproken
+gebruiken met de gard van Sinterklaas zouden samenhangen is eene
+<i>zuivere hypothese</i>, en we geven ze dan ook slechts als zoodanig. Men
+vergelijke nog een feestgebruik der <i xml:lang="la">Lupercalia</i>, te Rome den 15den
+Februari gevierd. Naar den schijn te oordeelen was het slaan met riemen,
+dat de <i xml:lang="la">Luperci</i> zich tegenover de Romeinsche vrouwen veroorloofden,
+eene tuchtiging; en toch stond dit gebruik veeleer met de vruchtbaarheid
+in verband (<span class="mixcap">Jordan-Preller</span>, l. l., p. 390), zoodat de vrouwen den
+<i xml:lang="la">Lupercis</i> zelfs den weg versperden, om zich in de vlakke hand te doen
+treffen. Vgl. <abbr class="mixcap" title="Juvenal" xml:lang="la">Juv.</abbr><ins class="corr" id="corr47" title="Niet in Bron.">,</ins>
+<abbr title="Satire" xml:lang="la"><i>Sat.</i></abbr> II, v. 14:</p>
+
+ <div class="poem">
+ <div class="stanza">
+ <span class="i0"><i xml:lang="la">Nec prodest agili palmas prbere luperco.</i><br /></span>
+ <span class="i0">En het baat niet den vluggen Lupercus de vlakke hand te bieden.<br /></span>
+ </div>
+ </div>
+
+</div>
+
+<div class="footnote"><p><a id="FN_216" href="#FNa_216" class="label">(216)</a> <span class="mixcap">v. Reinsberg-Dringsfeld</span>, l. l., p. 467.</p></div>
+
+<div class="figcenter" style="width: 264px;">
+<img src="images/ill_p045.png" width="264" height="34" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="46">&nbsp;</span><a id="p_46"></a></p>
+
+<h2 class="h2inh"><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+<div class="figcenter" style="width: 147px;">
+<img src="images/ill_p018.png" width="147" height="4" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<table class="toc" summary="inhoudsopgave">
+<tbody>
+ <tr><td colspan="2"></td><td class="tdr size75">Pagina.</td></tr>
+ <tr><td class="tdl mixcap" colspan="2"><a href="#VOORREDE">Voorrede</a></td><td class="tdr"><a href="#p_3">3</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#I">I.</a></td><td class="tdl mixcap">Het Vruchtbaarheidstijdperk</td><td class="tdr"><a href="#p_7">7</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#II">II.</a></td><td class="tdl mixcap">Schoorsteen en Schoen</td><td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#III">III.</a></td><td class="tdl mixcap">De Schimmelrijder</td><td class="tdr"><a href="#p_25">25</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#IV">IV.</a></td><td class="tdl mixcap">Vormveranderingen</td><td class="tdr"><a href="#p_32">32</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl"><a href="#V">V.</a></td><td class="tdl mixcap">Bel en Roede</td><td class="tdr"><a href="#p_39">39</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdl mixcap" colspan="2"><a href="#BESLUIT">Besluit</a></td><td class="tdr"><a href="#p_44">44</a></td></tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<div class="figcenter" style="width: 217px;">
+<img src="images/ill_p046.png" width="217" height="13" alt="Decoratieve illustratie" />
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h2>Overzicht aangebrachte correcties</h2>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 4</a></td><td class="td4">Fokloristen</td><td class="td4">Folkloristen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 7</a></td><td class="td4">bijgeoof</td><td class="td4">bijgeloof</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 8</a></td><td class="td4">dichste</td><td class="td4">dichtste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 8</a></td><td class="td4">slecht</td><td class="td4">slechts</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 9</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 10 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap" xml:lang="de">Jacor</td><td class="td4 mixcap" xml:lang="de">Jacob</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 11</a></td><td class="td4">volwassen</td><td class="td4">volwassenen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 12</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 13 (voetnoot)</a></td><td class="td4">252</td><td class="td4">232</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">gezonden</td><td class="td4">gezongen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">117</td><td class="td4">11</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 14 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 16</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 16</a></td><td class="td4">Mog</td><td class="td4">Mogt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 16</a></td><td class="td4">toen</td><td class="td4">toe</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 16 (voetnoot)</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 20 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">v.&nbsp;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 22</a></td><td class="td4" xml:lang="de">aufhrt</td><td class="td4" xml:lang="de">anfhrt</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 23 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 24 (voetnoot)</a></td><td class="td4">i</td><td class="td4">l</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 26 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap">Vern&nbsp;aleken</td><td class="td4 mixcap">Vernaleken</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 27</a></td><td class="td4" xml:lang="en">Staffordhire</td><td class="td4" xml:lang="en">Staffordshire</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 28 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 29</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 30 (voetnoot)</a></td><td class="td4 mixcap">Eelco</td><td class="td4 mixcap">Eelcoo</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 30 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 33</a></td><td class="td4">attribubuten</td><td class="td4">attributen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 33 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">-</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 33 (voetnoot)</a></td><td class="td4">129</td><td class="td4">23</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 34 (voetnoot)</a></td><td class="td4">3</td><td class="td4">13</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 34</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 35</a></td><td class="td4">kwaad&nbsp;aardige</td><td class="td4">kwaadaardige</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 35 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 38</a></td><td class="td4">der</td><td class="td4">den</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 36 (voetnoot)</a></td><td class="td4">140</td><td class="td4">34</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 37 (voetnoot)</a></td><td class="td4">133</td><td class="td4">27</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 38 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 39</a></td><td class="td4">daart</td><td class="td4">daar</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 40</a></td><td class="td4">142</td><td class="td4">35</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 40</a></td><td class="td4">Meckenburg</td><td class="td4">Mecklenburg</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 40 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 43</a></td><td class="td4">zeggen</td><td class="td4">zeggend</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 43 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 43 (voetnoot)</a></td><td class="td4"><i>[Niet in Bron.]</i></td><td class="td4">,</td></tr>
+
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De H. Nikolaas in het folklore, by
+Jozef Karel Frans Hubert Schrijnen
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE H. NIKOLAAS IN HET FOLKLORE ***
+
+***** This file should be named 38211-h.htm or 38211-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/8/2/1/38211/
+
+Produced by The Online Distributed Proofreading Team at
+http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/38211-h/images/ill_p001.png b/38211-h/images/ill_p001.png
new file mode 100644
index 0000000..d9c0b54
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p001.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p003.png b/38211-h/images/ill_p003.png
new file mode 100644
index 0000000..9e07b00
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p003.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p006.png b/38211-h/images/ill_p006.png
new file mode 100644
index 0000000..a1d3c84
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p006.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p018.png b/38211-h/images/ill_p018.png
new file mode 100644
index 0000000..ab8af2e
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p018.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p024.png b/38211-h/images/ill_p024.png
new file mode 100644
index 0000000..bb3a38e
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p024.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p031.png b/38211-h/images/ill_p031.png
new file mode 100644
index 0000000..027d70c
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p031.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p038.png b/38211-h/images/ill_p038.png
new file mode 100644
index 0000000..539ad67
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p038.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p045.png b/38211-h/images/ill_p045.png
new file mode 100644
index 0000000..ee8934b
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p045.png
Binary files differ
diff --git a/38211-h/images/ill_p046.png b/38211-h/images/ill_p046.png
new file mode 100644
index 0000000..d9ab5e9
--- /dev/null
+++ b/38211-h/images/ill_p046.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..804f5e1
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #38211 (https://www.gutenberg.org/ebooks/38211)