diff options
Diffstat (limited to '37828-8.txt')
| -rw-r--r-- | 37828-8.txt | 4574 |
1 files changed, 4574 insertions, 0 deletions
diff --git a/37828-8.txt b/37828-8.txt new file mode 100644 index 0000000..5325d62 --- /dev/null +++ b/37828-8.txt @@ -0,0 +1,4574 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Ridders, by Aristofanes + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Ridders + +Author: Aristofanes + +Translator: Hendrik Clemens Muller + +Release Date: October 23, 2011 [EBook #37828] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + + + + + + + + DE RIDDERS + Van + Aristofanes + + Vertaald door + DR. H. C. MULLER + + + + + + + +INHOUD VAN HET STUK. + + +Dit stuk is geschreven tegen Kléon, den volksleider der Atheners. Hij +wordt voorgesteld als een pasgekochte Paphlagonische slaaf, in het +huis van den heer Volk (Démos), door wien hij boven de anderen wordt +voorgetrokken. Zijn twee medeslaven smeden nu tegen hem samen, +en halen, volgens de woorden van een orakel, den worstverkooper +Agorákritos over, tegen hem op te treden, en voortaan over het +Atheensche volk te heerschen. In den vorm van een koor verschijnen nu +ook de Atheensche ridders (vertegenwoordigers van den ridderstand), en +smaden Kléon, die zich tracht te verdedigen door ze bij den raad (der +vijfhonderd) aan te klagen van eene samenzwering tegen den staat. Er +heeft een scheldpartij en een gevecht tusschen den leêrlooier en den +worsthandelaar plaats, en de dichter maakt van de gelegenheid gebruik +om zijn hart tegenover het publiek uit te storten, om de voorvaderen te +prijzen, en door een lofgedicht op de paarden tevens den ridderstand +in de hoogte te steken. De strijd der twee tegenstanders in den raad +eindigt met een overwinning van den beulingventer, die het van Kléon +telkens in onbeschaamdheid wint. Terwijl het koor zich hierover +verheugt, wil de razende Kléon thans zijn heer Volk (Démos) zelf +laten beslissen. De knorrige oude heer verschijnt, en bepaalt dat +de wedstrijd op de Pnyx (den Heuvel) zal plaats vinden, waartoe het +ridderkoor een opwekkend lied zingt.--Nadat de heer Volk (Démos) op +de steenen zitplaatsen der Pnyx plaats heeft genomen, vangt de tweede, +de ernstige strijd aan. Beide volksvrienden krijgen nu beurtelings het +woord, en bespreken den oorlog en de staatkundige gebeurtenissen van +den dag. De een tracht den ander in flikflooierij van meester Volk +en bespottelijke dreigementen te overvleugelen. Kléon wil zich door +orakelspreuken redden. De worstenman heeft ze ook. Zij zullen gehaald +worden, Démos zal ze aanhooren en dan beslissen; na welk tooneel het +koor den naderenden val van Kléon voorspelt.--In de volgende tooneelen +wint het de worsthandelaar in uitlegging der spreuken. Kléon geeft +zich nog niet gewonnen, hij stelt voor heer Volk om de beurt ten eten +te geven. Wie dat het best doet, zal overwinnaar zijn. Een koorlied, +dat dit tooneel besluit, schildert op dichterlijke wijze het ware +karakter van den veranderlijken heer Démos. + +Thans verschijnen beiden met manden vol eten. Kléon schijnt het +door fijnere spijzen te winnen, maar de beulingventer weet zich +door list en overmoed den zege te verschaffen. Eindelijk geeft +Kléon zich gewonnen, het orakel had hem reeds lang geleden zijn val +voorspeld, en treurig en moedeloos zinkt hij in elkaar. Agorákritos, +de worsthandelaar, gaat met heer Volk weg, ten einde hem door zijn +kunst te verjongen. Na een tusschenzang van het koor, komen beiden +geheel veranderd terug, Agorákritos als een edel vaderlander, Démos +een flinke Marathonstrijder, in plaats van een zwakke grijsaard, +zooals vroeger. De eerste wordt in zijn nieuw ambt bevestigd, Kléon +veroordeeld om aan de poorten der stad te gaan schreeuwen tegen +badmeesters en lichte vrouwen. + + + +De Ridders is opgevoerd te Athene, in Februari 424 v. C. De dichter +ontving voor dit stuk den eersten prijs, en overwon zijne twee +mededingers, waaronder den talentvollen blijspelschrijver Kratinos. + + + + + + + +PERSONEN. + + +Slaven van Volk (Démos). + Eerste Anonymus (Nikias) + Tweede Anonymus (Demosthenes) +Een Paphlagoniër (Kléon). +Agorákritos, worsthandelaar. +Koor van Ridders. +Volk (Démos), een oude heer. +Stille Personen: Slaven (aan het einde van het stuk). + + + +De eerste acteur (Aristofanes zelf) speelt voor den worsthandelaar. + +De tweede acteur speelt voor Nikias, later voor den Paphlagoniër. + +De derde acteur speelt voor Demosthenes, later voor Volk. + + + +Het stuk speelt te Athene, vóór het huis van Volk. + + + + + + + +EERSTE TOONEEL. + + +Men ziet het huis van den ouden Volk, daarvóór een slaaf (Nikias), +die pijnlijk heen en weer loopt. + +Eerste Slaaf (Nikias), daarna Tweede Slaaf (Demosthenes). + + + +Eerste Slaaf. + + Tarátaratá, o wat een rampen, tátaratá! + Die nieuwgekochte beroerde Paphlagoniër + "Verderven hem de goden met z'n wanbeheer!" + Want sedert hij hier in het huis gedrongen is + Wordt ieder slaaf door hem geranseld, eeuwigdoor. + +(De tweede slaaf komt te voorschijn) + +Tweede Slaaf. + + Die allerberoerdste Paphlagoniër, weg met hem + En met z'n streken. + +Eerste Slaaf. + + Hoe maak jij het, ellendige? + +Tweede Slaaf. + + Slecht, evenals jij. + +Eerste Slaaf. + + Kom dan maar hier, dan zullen wij + "Een duetje samen fluiten, Olympos nagebootst." + + +Samen (fluitende). + + Tu-tu, tu-tu, tu-tu, tu-tu, tutu, tutu! + +Tweede Slaaf. + + Vergeefs het klagen! Doen we niet beter en zoeken eerst + Een uitkomst voor ons beiden, zonder weegeklaag? + +Eerste Slaaf. + + Wat moet er gebeuren? + + + +Tweede Slaaf. + + Jij moet 't zeggen. + +Eerste Slaaf. + + Neen, zeg jij 't! + Ik wil niet vechten. + +Tweede Slaaf. + + Bij Apol, ik evenmin. + +Eerste Slaaf. + + "Kunt gij niet raden wat mijn plicht te zeggen is?" + +Tweede Slaaf. + + Vat moed en spreek, als jij het zegt, zeg ik het ook. + +Eerste Slaaf. + + Ik ben geen sladood! Vertel mij hoe ik het zeggen kan + Een beetje gemaniereerd, zooals Euripides. + +Tweede Slaaf. + + Neen, neen, neen, neen, verkoop in 's hemels naam geen kool, + Maar zoek een middel om te ontvluchten aan dien heer. + +Eerste Slaaf. + + Zeg dan: we-loopen, achter elkaar, precies als ik. + +Tweede Slaaf. + + We-loo-pen, daar, ik zeg het al. + +Eerste Slaaf. + + Zeg dan daarna + Het woordje: weg, daarachter! + +Tweede Slaaf. + + Weg! + +Eerste Slaaf. + + Zóó is het goed! + Doe of je 't woordje langzaam aftrekt, en zeg eerst: + We-loopen-, daarna zeg je: weg, en dan heel gauw.... + +Tweede Slaaf. + + We-loopen, weg, we-loopen weg, we-loopen weg! + +Eerste Slaaf. + + Mooi zoo, niet waar! + +Tweede Slaaf. + + Jawel, bij Zeus! maar voor m'n huid + Voorspelt het mij een leelijke toekomst. + +Eerste Slaaf. + + Wel, waarom? + +Tweede Slaaf. + + Omdat bij dien aftrek licht m'n huid verloren gaat. + +Eerste Slaaf. + + Het beste voor ons beiden dunkt mij nu te zijn + "Ons neer te werpen voor een heilig godenbeeld." + +Tweede Slaaf. + + Welk godenbeeld? geloof jij vast dat er goden zijn? + +Eerste Slaaf. + + Welzeker! + +Tweede Slaaf. + + En wat is dan jouw bewijs daarvoor? + +Eerste Slaaf. + + Omdat ik gehaat ben bij de goden. Klopt dat niet? + +Tweede Slaaf. + + Je overtuigt me. Maar 'k zoek tòch een andren weg! + Wat denk je, wil ik de zaak vertellen aan 't publiek? + +Eerste Slaaf. + + Dat is niet kwaad. We vragen één ding aan 't publiek, + +(tot het publiek gewend): + + Om asjeblieft te laten blijken aan d'acteurs, + Als men pleizier heeft van onze verzen en ons spel. + +Tweede Slaaf. + + Ik zal vertellen. + +(tot het publiek) + + Weet dan, publiek, we hebben 'n heer, + Heel boersch en driftig, 'n boonenverslinder, onbesuisd, + Meneer Volk van den Heuvel, een humeurigen ouweheer, + En 'n beetje doof. Die kocht op d'eersten van de maand + Een slaaf, Paphlagoniër, en leerlooier van beroep, + Maar ondertusschen een verduiveld grooten schelm. + Die kerel had den aard van ons oudje snel doorgrond, + Die beroerde Paphlagoniër! vleide onzen heer, + Hij streelde en likte, hij bedroog en kamde 'm op, + Met allerlei flikvlooierijen sprak hij zóó: + "Mijnheer Volk, neem 'n bad, maar eerst nog even één proces, + "Pak aan, en slik, en eet. Daar heb j' een kwartje vast! + "Wil ik je eten klaarzetten?"--Dan pakt hij weg + Wat een van ons al voor z'n heer heeft klaargemaakt, + En maakt zich lief. Zóó had ik eens verleden jaar + Een lekkren koek gebakken met Spartaansch beslag, + Maar hij kwam listig aangeloopen, pakte 'm weg, + En bood de roomtaart die ikzelf geslagen had! + Ons jaagt hij weg, en niemand anders mag zijn heer + Bedienen. Hij staat met een leêren krans op 't hoofd, + En jaagt, terwijl z'n meester eet, de sprekers weg. + Hij zingt orakels, en de ouwe orakelt meê. + Zoodra hij hem met Moeder de Gans heeft volgepropt, + Beginnen z'n kunsten. Al de slaven in het huis, + Belastert hij, en het gevolg is: slaag voor ons! + De Paphlagoniër loopt voortdurend woedend rond, + En stookt en kuipt, en roept op eens bij voorbeeld uit: + "Zie je wel hoe Hylas door mijn toedoen slagen krijgt? + "Houdt mij te vrind, of anders ga je kapot vandaag!" + En wij--moeten geven. Doen we 't niet, de ouwe geeft + Ons zeker dan nog tienmaal erger voor de broek. + +(tot den ander): + + Dus laten wij maar gauw bedenken, beste vrind, + Wat weg ons nù te kiezen staat, en wie ons helpt. + +Eerste Slaaf. + + Je vraagt, wat weg? We loopen weg, dat's ònze weg. + +Tweede Slaaf. + + O neen, want alles weet de Paphlagoniër, + Zelf ziet hij toe op alles. Met z'n eene been + Staat hij in Pylos, met z'n ander op de Pnyx. + Z'n beenen houdt hij altijd zóóver uit elkaar, + Dat feitelijk z'n achterste is in Gapenburg, + Z'n handen in Bedel-, en z'n geest in Stelenburg. + +Eerste Slaaf. + + Dan is het best dat wij maar doodgaan! + +Tweede Slaaf. + + Laat ons zien, + Hoe wij dan sterven kunnen vol van dapperheid. + +Eerste Slaaf. + + Ja zeker, hoe te sterven vol van dapperheid? + Het beste is misschien, wij drinken stierenbloed. + Het meest bevalt me de dood nog van Themistokles. + +Tweede Slaaf. + + Of ongemengden wijn, den goeden god ter eer, + Want daaruit volgt allicht een goed en wijs besluit. + +Eerste Slaaf. + + Wat ongemengd? Dus is het jou om drank te doen? + Nam ooit een man, die dronken was, een wijs besluit? + +Tweede Slaaf. + + Jij bent een echte geheelonthoudingsleuteraar. + Durf jij beweren dat de wijn 't verstand beneemt? + Is er soms iets, dat meer vermag, dan juist de wijn? + Kijk, als de menschen lekker aan het drinken zijn, + Dan worden ze rijk, ze winnen altijd hun proces, + Ze zijn gelukkig, en ze doen hun vrienden goed. + Breng mij ten minste drommels gauw een kan vol wijn, + 'k Besproei mijn geest, en zal een groote wijsgeer zijn! + +Eerste Slaaf. + + O hemel, wat bezorg j' ons nog met jouw gedrink! + +Tweede Slaaf. + + Breng 't gauw, m'n beste! + +(Nikias gaat het huis binnen) + + Zie hoe 'k achterover lig! + Ben 'k eenmaal dronken, dan bestrooi ik het tooneel + Met invalletjes en meeninkjes en plannetjes. + +(Demosthenes ligt achterover. Nikias komt terug met een kan en +een beker). + + + + + + + +TWEEDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Eerste Slaaf. + + Gelukkig maar, dat ik niet binnen ben betrapt, + Toen ik dien wijn stal! + +Tweede Slaaf. + + Wat doet de Paphlagoniër? + +Eerste Slaaf. + + Hij vrat zouten koeken, openlijk verkochte waar, + En snurkt nu dronken achterover op zijn leêr. + +Tweede Slaaf. + + Komaan dan, schenk me gauw wat onvermengden wijn, + Om hier te plengen. + +Eerste Slaaf. + + Plengen wij den goeden God! + +(hij vult den beker, en reikt hem aan Demosthenes) + + Drink, drink den rooden wijn gewijd aan Pramnos' god! + +(Demosthenes drinkt) + +Tweede Slaaf. + + O goede god, van u koom' wijsheid, niet van mij! + +Eerste Slaaf. + + Wat is er nu nog meer te doen? + +Tweede Slaaf. + + Steel drommels gauw + De orakels, die de Paphlagoniër binnen heeft, + Zoolang hij slaapt. + +Eerste Slaaf. + + Het zal gebeuren, maar ik vrees + Dat dan op eens uit den goeden god een slechte groeit. + +(Hij gaat naar binnen) + +Tweede Slaaf. + + Komaan, ik zet den kan vol wijn weer aan den mond. + +(Nikias komt met een rol terug) + + + + + + + +DERDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Eerste Slaaf. + + De Paphlagoniër ligt ronkend neêr en stinkt, + Hij merkte niet dat ik het heilig orakel stal, + Dat hij zoo trouw bewaarde. + +Tweede Slaaf. + + 'n Slimme guit ben jij! + Geef hier, laat mij het lezen. En schenk jij mij in, + Een beetje gauw. Laat mij eens zien, wat staat er in? + O gulden spreuken! reik mij gauw den beker aan. + +Eerste Slaaf. + + Laat zien, wat zegt 't orakel? + +Tweede Slaaf. + + Schenk me nóg eens in. + +Eerste Slaaf. + + Is dat één van de spreuken "Schenk me nòg eens in?" + +Tweede Slaaf. + + O Bakis! + +Eerste Slaaf. + + Wat is er? + +Tweede Slaaf. + + Kerel, schenk me nòg eens in! + +Eerste Slaaf. + + Ik denk dat die Bakis nog al diep in 't glaasje keek. + +Tweede Slaaf. + + Vervloekte Paphlagoniër, heb je dit bewaard, + 't Orakel vreezend dat je zelf betrof? + +Eerste Slaaf. + + Hoe dan? + +Tweede Slaaf. + + Omdat er duidelijk staat, dat hij verloren is. + +Eerste Slaaf. + + Wat zeg je? + +Tweede Slaaf. + + Kijk eens, duidelijk staat het in de spreuk + Dat er allereerst een vlashandelaar is opgestaan, + Die al de zaken van den staat besturen zal. + +Eerste Slaaf. + + Eén handelaar dus. En wat komt er dan? Spreek op. + +Tweede Slaaf. + + Een schapenhand'laar zal daarna de tweede zijn. + +Eerste Slaaf. + + Twéé handelaars dus. Wat gebeurt er dan met dien? + +Tweede Slaaf. + + Hij zal besturen, tot er nòg een beroerder vent + Dan hij zal komen, en dan gaat hij op de flesch. + Dán komt er een hand'laar in huiden, een Paphlagoniër, + Een dief, een schreeuwer, met 'n stem als 'n waterval. + +Eerste Slaaf. + + Moet dan de schapenverkooper weêr te gronde gaan + Door een leêrverkooper? + +Tweede Slaaf. + + Zeker. + +Eerste Slaaf. + + Wat een ongeluk! + Zou er soms niet nòg een andre verkooper ergens zijn? + +Tweede Slaaf. + + Er is er nog één, die kerel heeft een prachtig vak. + +Eerste Slaaf. + + Wat voor een beroep? + +Tweede Slaaf. + + Moet ik het zeggen? + +Eerste Slaaf. + + Ja, bij Zeus! + +Tweede Slaaf. + + Een worstverkooper zal het zijn, die hèm verdrijft. + +Eerste Slaaf. + + Een worstverkooper? Bij Poseidon, wat een vak. + Waar zullen wij dat mannetje eens zoeken gaan? + +Tweede Slaaf. + + Wij gaan hem zoeken! + +(Er verschijnt een worstverkooper of beulingventer, met een plank, +en worsten dragende). + +Eerste Slaaf. + + Kijk, daar komt hij waarlijk aan, + Hoe godstoevallig! naar de markt! + +Tweede Slaaf. + + O beste vrind, + O worstverkooper, heerlijke kerel, kom bij ons, + Kom op 't tooneel, en red geheel de stad en ons! + + + + + + + +VIERDE TOONEEL. + + +Dezelfden. De worstverkooper. + + + +Worstverkooper. + + Wat is er? Waarom roep je? + +Tweede Slaaf. + + Kom toch hier, en hoor + Hoe'n welgelukzalig en voorspoedig man je bent. + +Eerste Slaaf. + + Zeg, neem jij hem maar dadelijk z'n worstplank af. + Vertel hem dàn, wat het orakel hem voorspelt, + En ik ga op post staan bij den Paphlagoniër. + + (Nikias af) + + + + + + + +VIJFDE TOONEEL. + + +Demosthenes. De worstverkooper. + + + +Tweede Slaaf. + + Kom, leg jij eerst maar je bagaadje op den grond, + En groet daarna eerbiedig d'aarde en de goôn. + +Worstverkooper (legt z'n boel neer). + + Ziedaar. Wat is er? + +Tweede Slaaf. + + O gelukkige, rijke man! + In 't heden niets, maar morgen overmachtig groot! + "O hertog van het zalige Atheensche volk!" + +Worstverkooper. + + Laat jij me liever darmen schoonmaken, beste vrind, + En beuling verkoopen. Waarom hou je me voor den gek? + +Tweede Slaaf. + + Wat voor een beuling, gekke kerel? Kijk 't publiek! + "Ziet gij geschaard der volken rijen?" + +Worstverkooper. + + Ja, dat zie 'k. + +Eerste Slaaf. + + "Van al die scharen zult gij zelf de hertog zijn," + En van de markt, en van de havens, en de Pnyx, + Den raad zal je trappen, klein zal je houden de generaals, + En binden en boeien, en vrouwen pakken op 't stadhuis. + +Worstverkooper. + + Ik? + +Tweede Slaaf. + + Jij, welzeker! je ziet nog niet eens je heele macht. + Stap op het tooneel, ga op je eigen worstplank staan. + Zie d'eilanden die in een kring gelegen zijn. + +Worstverkooper (doet dit). + + Die zie ik. + +Tweede Slaaf. + + De handelsplaatsen en de schepen ook? + +Worstverkooper. + + Ik zie ze. + +Tweede Slaaf. + + Ben je dan niet een overgelukkig man? + Kijk nu eens met je rechteroog naar Karië, + En met je linker moet je tot Karthago zien. + +Worstverkooper. + + Ik verrek m'n oogen, noem je dat soms m'n geluk? + +Tweede Slaaf. + + Dat niet, maar alles wordt op ùwen wenk verkocht. + Gij wordt in waarheid, zóó als 't oud orakel zegt, + Een man van aanzien. + +Worstverkooper. + + Zeg mij eerst, hoe zal ik ooit + Van aanzien worden, als ik niets dan worst verkoop? + +Tweede Slaaf. + + Juist dàt is de reden dat j' een man van aanzien wordt, + Je komt van de markt, je fopt de menschen, bent brutaal. + +Worstverkooper. + + Maar 'k vind niet dat ik zelf zoo'n aanzien waardig ben. + +Tweede Slaaf. + + Wat zeg je? vindt je zelf niet dat j' een rang verdient? + Het komt me voor dat jij jezelven heel goed kent. + Ben je soms van nette ouders? + +Worstverkooper. + + Bij de goden, neen! + Dat zou 'k je kunnen leeren.... + +Tweede Slaaf. + + Zalig is dan uw lot, + Dan zijt g' uitnemend voor het staatsbestuur geschikt. + +Worstverkooper. + + Maar beste man, 'k bezocht niet eens de lagere school, + De letters ken ik, maar ik schrijf ze als een smid. + +Tweede Slaaf. + + Het eenige nadeel is dat je nog een beetje schrijft! + Om 't volk te leiden heeft men nù geen lagere school + Meer noodig, en ook geen menschen meer van goed fatsoen, + Wèl dommen en schaamteloozen! Weiger niet het lot, + Dat in 't orakel door de goôn is voorbeschikt. + +Worstverkooper. + + Hoe zijn de woorden van 't orakel? + +Tweede Slaaf. + + Bij de goden! mooi, + Heel dubbelzinnig en heel wijsgeerig is voorspeld: + "Doch als de aadlaar van leêr, kromsnavelig, met zijn gebekte + "Den bloeddorstigen draak, den heer Domkop, vreeslijk gepakt heeft, + "Dan gaat meteen ook uw stank, Paphlagonische looier, verloren, + "Aan de verkoopers van worst schenkt macht en aanzien de godheid, + "Wen ze niet liever besluiten om steeds dóór worst te verkoopen." + +Worstverkooper. + + Slaat dàt nu op mij? leg dat ereis uit, m'n beste vrind. + +Tweede Slaaf. + + "Adelaar van leêr" is de Paphlagoniër dien je kent. + +Worstverkooper. + + En wat is "kromsnavelig?" + +Tweede Slaaf. + + Dat heeft ongeveer den zin, + Dat hij met zijn handen, als een snavel, alles gapt. + +Worstverkooper. + + En wat is de "draak?" + +Tweede Slaaf. + + O, dat is duidelijk als de zon. + Een draak is lang, en ook een worst is altijd lang, + En bloed verslindt een worst zoowel als iedre draak. + Hij meent dus dat de draak den leêren adelaar + Zal overwinnen, "wen hij niet geeft om zijn geklets." + +Worstverkooper. + + Dat wen, daar kan ik aan wennen! maar ik sta verbaasd, + Hoe iemand als ik het heele volk regeeren kan! + +Tweede Slaaf. + + Een makkelijk werkje! Ga maar door met je beroep! + Haal alle zaken, of het een worst is, door mekaar, + Ja alles, en geef altijd maar aan 't volk zijn vet, + Dan houdt je het zoet met woordjes uit de keukentaal. + Volksleiderstalenten heb je overigens genoeg: + Een stem als een oordeel, lage komaf, aan de markt gewend, + Dat 's alles wat er voor een staatsman noodig is! + Het Delfisch orakel, en de andre, stemmen saam. + Zet gauw een krans op, en offer aan God Domkop nu! + Overwin dien andren kerel. + +Worstverkooper. + + Maar wie staat mij bij + In dit gevecht? de goede standen zijn bang voor hem, + En 't arme volk, dat rilt en beeft al voor z'n stem. + +Tweede Slaaf. + + Er zijn nog duizend ridders, heele flinke lui, + Die haten hem, en helpen ù door dik en dun, + Dan verder alle burgers die ontwikkeld zijn, + En van het publiek hier ieder die fatsoenlijk is, + En ik met hen, en de godheid zelf zal mèt u zijn. + Wees maar niet bang, z'n tronie is niet nagevolgd! + Geen van de kappers heeft, uit pure vrees voor hem, + Z'n masker durven maken. Toch zal iedereen + Hem gauw herkennen. Het publiek is slim genoeg. + +(De Paphlagoniër komt naar buiten). + +Worstverkooper. + + O wee, o wee, daar komt de Paphlagoniër. + + + + + + + +ZESDE TOONEEL. + + +Dezelfden. De Paphlagoniër. + + + +Paphlagoniër. + + Je zult er geen pleizier van hebben, bij de goôn. + Dat jullie tegen 't volksbestuur zoo samenzweert! + Wat moet hier toch die beker uit Chalkidike? + Jelui wilt zeker den afval der Chalkidiërs? + Naar den donder, naar den bliksem, ontrouw slaventuig. + +Tweede Slaaf. + +(tot den worsthandelaar) + + Wat vlucht je? waarom blijf je niet? o edele + Koopman in worsten laat den staat niet in den steek! + +(tot het koor:) + + Komt te hulp, o eedle ridders. Simon en Panaetios! + Nu is 't tijd, rukt allen aanstonds naar den rechtervleugel op! + +(tot den worstverkooper) + + Zie, men nadert. Op, verdedig u en keer terstond weerom! + Uit dien stofwolk kunt gij leeren dat men oprukt allen saam! + Kom te hulp dan, en verdrijf hem, jaagt hem samen op de vlucht! + +(De worsthandelaar keert terug, en valt met Demosthenes samen den +Paphlagoniër aan, terwijl het koor de dansplaats binnentrekt). + +(Het koor van 24 ridders trekt, in twee deelen gesplitst, de dansplaats +binnen). + + + + + + + +ZEVENDE TOONEEL. + + +De vorigen. Het koor. + + + +Koor (eerste halfkoor). + + Sla den schelm, den grooten deugniet, ridderstandbezwadderaar, + Tollenaar, slokop en vraatziek, alverslinder als een kolk, + Ja, een schelm, een schelm der schelmen; dikwijls dient dat woord + gezegd, + Sla hem, geef hem op zijn baadje, en gooi alles op den kant, + Haat hem, zooals wij hem haten, val hem aan en schreeuw maar toe, + Laat hem niet den dans ontsnappen, want geen uitweg is hem vreemd, + En hij zal zijn biezen pakken als de slimme Eukrates. + +De Paphlagoniër. + + O, mijn beste heeren rechters, kwartjesvinders zooals ik, + Die ik help aan uw bestaantje, 't zij ik recht of onrecht schreeuw, + Komt te hulp, ik word geslagen door een samenzweerderstroep! + +Koor (tweede halfkoor). + + Dat verdien je, staatsgeldvreter, vóór het lot nog heeft beslist! + Jij, die alle ambtenaren uitknipt als een stuk citroen, + En bevoelt als waren 't vruchten, rijp of onrijp naar den tast, + En als je iemand hebt gevonden, die bij de bondgenooten hoort, + Haal j' 'm uit den Chersonesos, en je pakt terstond hem aan, + Tot j' 'm onder hebt gekregen en geheel vernietigd hebt! + Jij! je aast op alle burgers, die nog dommer zijn dan jij, + Mits ze rijk zijn, niet fatsoenlijk, komen ze in je kraam te pas! + +Paphlagoniër. + + Ga jelui mij óók vervolgen? Juist voor jullie krijg ik slaag! + Want ik wou juist voor gaan stellen, dat het méér dan billijk is + Om een standbeeld op te richten voor den dapp'ren ridderstand. + +Koor. + + Wat een zwetser, wat een draaier! Zie je niet, hoe hij ons fopt, + Ons trakteert als oude kerels, altijd zich in bochten draait? + Mocht hij even overwinnen, toch is 't gauw met hem gedaan, + Want wij stooten als de bokken, en verplett'ren hem het been. + +Paphlagoniër. + + Staat, ik roep u ten getuige, hoe 'k door beesten word vertrapt. + +Koor. + + Schreeuw maar door, dat is het middel dat je macht schonk in den staat! + +Paphlagoniër. + + Ik zal schreeuwen, door mijn schreeuwen drijf ik jullie op de vlucht! + +Koor. + + Schreeuw eens harder dan deze kerel, dan verdien je een hoera! + Maar kan hij brutaler schreeuwen, dan wacht ons de zegekoek! + +Paphlagoniër. + + Deze kerel? Ik verdenk hem, 'k breng hem daadlijk voor 't gerecht, + Want hij levert aan den vijand drijvend materiaal van soep! + +Worstverkooper. + + Ik zal jòu voor den rechter brengen, jij die met een leege maag + Op 't stadhuis komt, en er uitloopt met een dikken vollen buik! + +Tweede Slaaf. + + O, hij smokkelt verboden waren, zeker brood en vleesch en visch! + Perikles had dát niet noodig, die gaf nooit zoo'n ergernis. + +Paphlagoniër. + + Jij gaat zeker naar den bliksem. + +Worstverkooper. + + Als jij schreeuwt, ik driemaal harder. + +Paphlagoniër. + + Ik zal schreeuwen dat je omvalt. + +Worstverkooper. + + Ik zal buldren dat je dondert. + +Paphlagoniër. + + 'k Klaag je aan, als je gaat dienen. + +Worstverkooper. + + Als een hond laat ik je grienen. + +Paphlagoniër. + + Ik ontmasker je als zwetser. + +Worstverkooper. + + Ik zal jou het beentje lichten. + +Paphlagoniër. + + Heb je lef om m' aan te kijken? + +Worstverkooper. + + Wat? mijn ouders zijn jou gelijken! + +Paphlagoniër. + + Ik vermoord je, als je durft kikken. + +Worstverkooper. + + 'k Stop je in mest en laat je stikken. + +Paphlagoniër. + + Ik ben 'n dief--durf jij 't beweren? + +Worstverkooper. + + Ik kan stelen--dieven leeren-- + En nog valsche eeden zweeren! + +Paphlagoniër. + + Op mìjn terrein durf jij je wagen? + 'k Zal je voor den raad doen dagen, + 'k Zal je met belasting plagen, + Dat je je leugen en valschen eed, + Alles uit je darmen zweet! + +Koor. + + Aaklige vent, + Dief zonder end, + En schreeuwer, je bent--mislijk! + Jou en je kliek + Kent het publiek, + Je schreeuwt je nog ziek--gewislijk! + + Ambtenarentractementen + En belastingdocumenten, + Advokaten en kliënten, + Weten hoe brutaal je bent, + Van je schreeuwen en je knoeien, + Je bedillen en bemoeien, + Doe j' Athene overvloeien, + Alles raakt hier op z'n end. + +Aanvoerder van het koor. + + Jij hebt met je stemgebulder heel Athene leeggepompt, + En gelijk een visscher azend kijk je naar belasting uit! + +Paphlagoniër. + + 'k Ben allang reeds op de hoogte, wie mij dat toch heeft gelapt. + +Worstverkooper. + + Zooals jij in 't schoenenlappen, zoo ben ik in 't worstenvak. + Jij die huid van slechte beesten handig te versnijden weet + En dan rondvent aan de boeren, of het dikke zolen zijn, + Voordat één dag is verloopen, is het leêr al uitgezet! + +Tweede Slaaf. + + Zeus zal m'n getuige wezen, dat heeft hij ook mij gelapt, + Al de lui van mijn gemeente en m'n vrienden lachten m' uit, + Vóór ik Pergase bereikte zwom ik reeds in iedren schoen. + +Koor. + + Kléon! je bent + Zoo'n slimme vent, + Want 't is bekend + Sinds eeuwen: + Nu en altijd, + Gepeupel leidt + Brutaliteit + En schreeuwen! + +Aanvoerder van het koor. + + Door je invloed in Athene melk je iedren vreemdeling, + Als hij 't ziet, vergaat van woede 't zoontje van Hippódamos. + +Koor. + + Maar er is een vent gekomen, + Die voor jou niet hoeft te schromen, + Die jou spoedig heeft genomen, + Veel gemeener nog dan jij, + Ik verheug mij in zijn boosheid, + Want door listen en door loosheid, + En door sluwe schaamteloosheid + Dringt hij jou geheel op zij! + +Aanvoerder van het koor. + + Kom jij nu, ridder van de worst, en toon je fluks een kerel, + Toon ook dat een beschaafde man nu niets meer heeft te zeggen. + + + + + + + +ACHTSTE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Worstverkooper. + + Verneemt dan allen uit mijn mond, wat dát is voor een burger! + +Paphlagoniër. + + Laat mij toch gaan. + +Worstverkooper. + + Ik zeker niet, 'k stam uit Jan Rap als uwees! + +Tweede Slaaf. + + Als hij niet buigt, zeg dan er bij dat j' ouders ook Jan Rap zijn! + +Paphlagoniër. + + Laat mij nu los. + +Worstverkooper. + + Bij Zeus! + +Paphlagoniër. + + Bij Zeus! + +Worstverkooper. + + Neen, nooit, bij god Poseidon! + +(Zij vechten) + +Paphlagoniër. + + Ik barst van woede en ergernis. + +Worstverkooper. + + Dàt zal ik je zelfs niet toestaan! + +Tweede Slaaf. + + Sta, bij de goden, hem toch toe van ergernis te stikken! + +Paphlagoniër. + + Wie geeft je zoo'n brutaliteit om tegen mij te spreken? + +Worstverkooper. + + Omdat ik spreken kan als jij, en lekkre soep kan koken. + +Paphlagoniër. + + Jij spreken? weet je wat je kan? wanneer er in je handen + Een stuk rauw vleesch gevallen is, dàt kan je goed behandelen. + Met jou is het precies gegaan als met de meeste menschen. + Als jij tegen een mindren man 'n procesje hebt gewonnen, + Dan loop je nachten over straat en leutert tegen je zelven, + Drinkt niets dan water, schettert hard, verveelt je beste vrienden, + En denkt dan dat je een spreker bent. Je bent een groote domkop. + +Worstverkooper. + + En wat heb jij gedronken dan, zoodat geheel Athene + Z'n mond moet houden en alleen naar jou geschetter luistert? + +Paphlagoniër. + + Wie stel je over tegen mij? 'k Ben iemand die in staat is + Om na een lekker vischdiner, met echten wijn beklonken, + De veldheers, die in Pylos zijn, als snollen te behandelen. + +Worstverkooper. + + En ik kan 'n heelen ossenmaag met darmen van een varken + Inslokken, en het vet daarna, met ongewasschen handen, + En dàn nog al de redenaars, en Nikias, overdond'ren. + +Tweede Slaaf. + + Al wat je zegt bevalt me wel, maar één ding valt me tegen, + Dat als jij aan de regeering komt, jij 't vet alleen wilt slurpen. + +Paphlagoniër. + + Jij zult geen snoeken eten, en de Milesiërs verjagen. + +Worstverkooper. + + Ik eet een beest z'n pooten op, en pacht dan zilvermijnen. + +Paphlagoniër. + + Ik spring op eens, en met geweld breng ik den raad ten onder. + +Worstverkooper. + + Ik stop je achterste als een worst, en sla je op je donder. + +Paphlagoniër. + + Jou pak ik eerst bij 't achterste, en sleur je dan voorover. + +Tweede Slaaf. + + Dan pak je zeker mij meteen, jou godvergeten roover. + +(Zij vechten) + +Paphlagoniër. + + 'k Laat je krom sluiten in de boeien. + +Worstverkooper. + + Als deserteur laat ik je bloeien. + +Paphlagoniër. + + Ik zal je looien met gemak. + +Worstverkooper. + + Ik zal je villen als een zak. + +Paphlagoniër. + + 'k Hang je op aan huid en velletjes. + +Worstverkooper. + + En ik hak je tot frikadelletjes. + +Paphlagoniër. + + Al je oogharen pluk ik uit. + +Worstverkooper. + + En ik snijd je den krop uit je snuit. + +Eerste Slaaf. + + Behandel hem, goddorie, maar + Precies of hij een varken waar'! + Sla hem een spijker in den snuit, + En haal daarna zijn tong er uit, + Wanneer aldus het heele dier + Gespalkt is op de kunstmanier, + Dan onderzoek je of een wrat + Te zien is op zijn varkensgat. + +Koor. + + Leve de man, + Heet op de pan, + Die hèm nog kan + Bedwingen, + Die door zijn mal + Gebrul en gebral + Kléon nog zal + Verdringen! + + 't Was geen kwaad experimentje, + Om een nòg grooter schreeuwtalentje, + Om een nòg gemeener ventje + Uit te sturen in den strijd-- + Kom, en sla hem op zijn baadje, + Geef hem niet het halve maatje, + Want de dwingland in ons staatje + Heeft het bijna afgeleid. + +Aanvoerder van het koor. + + Want wanneer je hem maar éénmaal in de worsteling verzwakt, + Toont hij zich een laffen kerel, o ik ken z'n waren aard. + En zoo'n lafaard heeft waarachtig nog z'n heele leven lang + Voor een flinken vent gegolden! hij sneed riemen van andermans leêr! + Hij houdt nu de korenaaren van 't vijandelijk korenveld + Hier gevangen, en steekt later al hun losgeld in z'n zak. + +Paphlagoniër. + + Ik ben niet bevreesd voor jullie, zoolang als de raad nog leeft, + En zoolang van alle spelers Volk het domste bakkes heeft. + +Koor. + + Met z'n gesnoef + Wil ons de boef + Nù nog den loef + Afsteken! + Glad als een aal, + Altijd brutaal + Is nog zijn taal + Gebleken! + +Aanvoerder van het koor. + + 'k Haat je erger dan de dekens, waar Kratinos zich in bevuilt, + Erger dan de slechte drama's, waar vriend Morsimos in huilt! + +Koor. + + Jij, die als een ontaarde bij + Kruipt en gonst in alle zaken, + En je honing tracht te maken + Uit de bloem der omkooperij! + Moge 't slechtverworven eten op 't stadhuis ook slecht je smaken! + Mocht het lot ons zóó iets schenken, + Mocht jij raken in den druk, + Dan zou ik een lied bedenken: + "Laat ons klinken, laat ons drinken, + Laat ons juichen van geluk!" + +Aanvoerder van het koor. + +Ja, 'k wed, de zoon van Bulias, de meisjesgek op jaren, +Spant jou ter eere nog Apol en Bacchos op z'n snaren. + + + + + + + +NEGENDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Paphlagoniër. + + Mij zult ge, bij Poseidon, nooit in driestheid overwinnen, + Of ik zal geen vergaadring meer met offerdienst beginnen! + +Worstverkooper. + + En ik zweer bij de oorvijgen, die ik als jongen talrijk + Gekregen heb, en bij het mes waar 'k mee kan bekkesnijden, + Dat ik het van je winnen zal, want anders was ik zeker, + Met hondebrokken opgevoed, zoo'n kerel niet geworden! + +Paphlagoniër. + + Met hondebrokken opgevoed? Ik draag hier al sinds tijen + Den eernaam Hondsvot, en durf jij een hondsvot gaan bestrijen? + +Worstverkooper. + + Ik ben een boef van d' echte soort, als jongen al een boefje, + Want toen heb ik de slagers al bestolen met een foefje: + "Kijk, zie je daar die zwaluw niet? 't wordt lente, boerenkinkel!" + Riep ik, en keken zij, dan stal ik 't vleesch hun uit den winkel. + +Tweede Slaaf. + + Jij bent een handig brokje vleesch, en wijs en onverschrokken, + Als d'ander slâ in 't voorjaar eet, steel jij de voorjaarsbrokken! + +Worstverkooper. + + Dat deed ik meestal ongemerkt, maar snapten mij die heeren, + Dan ging ik, in elkaar gehurkt, bij hoog en laag aan 't zweeren; + Zoodat, toen eens een spreker zag, hoe ik ze had bedrogen, + Hij uitriep: "Kijk, die jongen wordt nog eens bij 't volk een hooge!" + +Tweede Slaaf. + + Dat heeft hij drommels goed voorspeld, en 't was dan ook geen wonder, + Je was meineedige en een dief, en 't vleesch zat in je donder! + +Paphlagoniër. + + Ik leer je d' onbeschaamdheid af, eerst jou en dan den ander, + Ik stort te voorschijn als een groot en schitterend tegenstander, + En 'k zal de aarde en de zee ondersteboven keeren! + +Worstverkooper. + + En ik haal eerst mijn worsten in, die jij zou kuljoneeren, + En daarna vaar ik tegen je uit en zal je mores leeren. + +Tweede Slaaf. + + Wanneer je scheepje lek mocht gaan, zal ik op 't ruim wel passen! + +Paphlagoniër. + + Geloof jij dat je ongestraft, bij Demeter! vijf talenten + Van d'arme Atheners stelen kunt? + +Tweede Slaaf. + + Pas op en vier je schoot wat! + Hij blaast als de noordoostenwind! Straks regent het processen. + +Worstverkooper. + + Jij hebt uit Potidaea tien talenten vast gestolen! + +Paphlagoniër. + + Wat zou dat? aas jij soms op één, om dan je mond te houen? + +Tweede Slaaf + +(tot den Paphlagoniër). + + Hij stak er graag één in zijn zak. + +(tot den worsthandelaar) + + Laat schieten maar je touwen! + De eerste storm is nu bedaard! + +Paphlagoniër. + + Jij gaat met een vierdubbel proces + Van honderd talenten op de flesch. + +Worstverkooper. + + Als deserteur krijg je twintig er bij, + En duizend wegens oplichterij! + +Paphlagoniër. + + Jij bent gesproten uit een geslacht, + Dat door de goden is veracht! + +Worstverkooper. + + Jouw grootvader liep hier in 't land + Gewapend achter 'n dwingeland! + +Paphlagoniër. + + Mijn grootvaâr? van wien stam ik af? + +Worstverkooper. + + Van vrouwendienaars, laag en laf! + Want ik weet zeker dat hij was + In dienst van de vrouw van Hippias, + Haar naam? herinner ik mij wel, + Die klonk zoo iets als "juffrouw Vel." + +Paphlagoniër. + + Je bent een schelm. + +Worstverkooper. + + Je bent een schurk. + +Tweede Slaaf. + + Sla flink er op. + +Paphlagoniër (schreeuwende). + + Mijn arme kop, + 'k Val in een samenzweerdersstrop! + +Tweede Slaaf. + + Je ranselt hem aan allen kant, + Met darmen en met ingewand, + Zoodat het kraakt en knettert, + Zóó wordt het best een vent gestraft, + Die altijd schreeuwt en schettert! + +Aanvoerder van het koor. + + O allerdapperste stuk vleesch, o held der heldenscharen, + Voor ons en voor geheel den staat de redder in gevaren, + Wat heb je mooi, met mannentaal en flink, dien man verslagen, + Hoe kan mijn vreugd genoegzaam van uw eer en roem gewagen? + + + + + + + +TIENDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Paphlagoniër. + + Het was me niet ontgaan, dat jullie de heele zaak + Heel netjes in elkaar getimmerd hadt, + Maar ik wist wat te beklinken en te spijkeren was. + + + +Worstverkooper. + + 't Ontgaat me óók niet, al wat jij in Argos doet, + +(tot het publiek:) + + Hij maakt ons schijnbaar het volk van Argos tot bondgenoot, + Maar steunt daar op eigen houtje de Lacedæmoniërs. + +Tweede Slaaf + +(tot den worstverkooper) + + Kan jij ook niet tegen hem spreken als een timmerman? + +Worstverkooper + +(tot den Paphlagoniër). + + Ik weet wel, hoe die dingen samengeklonken zijn, + Zij worden bedisseld ten bate van de gevangenen! + +Tweede Slaaf. + + Goed zoo! spreek jij van "smeden" als hij "spijkeren" zegt! + +Worstverkooper. + + De mannen van daar, die hameren mee aan 't zelfde slot. + Al biedt je mij nóg zooveel goud of zilvergeld, + Al stuur je je vrienden, toch verhinder je mij niet + Om dat bekend te maken aan 't Atheensche volk. + +Paphlagoniër. + + En ik zal daadlijk mij begeven naar den raad, + En daar vermelden hoe gij allen samenzweert, + En hoe gij 's nachts hier op den burg tezamenkomt, + En hoe gij aan den koning der Persen ons verraadt, + En--hoe j'ons kaas wilt geven uit Boeotië! + +Worstverkooper. + + Hoe duur zou wel die kaas zijn uit Boeotië? + +Paphlagoniër. + + Bij Herkules! 'k zal maken dat je onderligt! + + (Af.) + + + + + + + +ELFDE TOONEEL. + + +Dezelfden, behalve de Paphlagoniër. + + + +Aanvoerder van het koor. + + Toon nu eens je beleid en je stoutmoedigheid! + Als 't waar is dat je vroeger, zooals je zelf vertelt, + In elkaar gehurkt gestolen vleesch verstoppen kondt-- + Dan loop je nu ook drommels gauw naar 't raadsgebouw, + Want hij 's daar binnengevallen, en hij dient terstond + Al buldrend tegen allen een valsche aanklacht in. + +Worstverkooper. + + Dan ga ik, vuil als ik ben, maar toch leg ik nog eerst + M'n darmen en m'n messen hier op den grond ter neer. + +(Hij legt alles af) + +Tweede Slaaf. + + Daar heb je olie, wrijf er eerst je nek mee in, + Dan glijdt daartegen de heele valsche aanklacht af. + +Worstverkooper. + + Uitmuntend! jij hoort zeker thuis in 't turnlokaal. + +Tweede Slaaf. + + Slik ook dit nog naar beneden. + +(Hij geeft hem knoflook) + +Worstverkooper. + + Waarvoor dient me dat? + +Tweede Slaaf. + + Door knoflook te eten zal j' een beter kemphaan zijn. + Kom, spoed je voort. + +Worstverkooper. + + Dat doe ik al. + +Tweede Slaaf. + + En denk er aan: + Je bijt en lastert, je eet z'n hanekam maar op, + Als dàt gedaan is, kom je hier weer in galop! + +(De worstverkooper gaat naar de stad, de slaaf gaat het huis binnen). + +Koorlied. + + Ga henen met vreugd, en handel vrij + Tot blijdschap en voldoening van mij, + 500 Zeus zelf bescherme uw paden, + En als d'overwinning eens is behaald, + Dan komt gij terug, en zegepraalt, + Met kransen bestrooid en beladen! + +De aanvoerder van het koor + +(tot de toeschouwers) + + En gij! verleent ons aandachtig gehoor, als wij naderen met anapesten, + Gij, die bij de feesten verschillende zangen van velerlei Muse + gehoord hebt! + +(Het koor wendt zich naar het publiek) + +Parabase. + + Als eertijds een van het oude geslacht, als een vroegere + blijspelendichter + Ons verzocht om naar het publiek toegewend zijne verzen te gaan + reciteeren, + Niet licht verwierf hij die gunst van ons; maar thans is de dichter + het waardig, + Omdat hij veracht wie bij ons is veracht, en omdat hij de waarheid + durft spreken, + En dapper op Typhon zelf losgaat, en het onweêr waagde te tarten. + Maar dàt, waar velen verbaasd over zijn, die verwonderd mij vroegen + naar d'oorzaak, + Waarom hij niet vroeger een koor heeft verzocht, om zelf zijn + tooneelstuk te spelen, + Dàt droeg hij ons op te verklaren aan u. Ik heb--aldus sprak de + dichter-- + Niet uit domheid zóó met mijn verzen gedraald, maar ik huldigde + altijd de meening + Dat er niets op aarde zoo moeilijk was als een blijspel goed te + vertoonen. + Veel minnaars verdringen zich om haar gunst, maar de Muse schenkt + weinigen toegang. + En de dichter, publiek! heeft uw aard doorgrond, hoe gij jaarlijks + verandert en wisselt, + Hoe gij altijd de vroegere dichters verzaakt, zoodra hen d'ouderdom + nadert: + Hij weet wat met Mágnes eens is geschied, toen leeftijd zijn lokken + vergrijsde, + Die zoo menigen wapentros heeft gesticht, als hij won in den edelen + wedkamp, + Die met wiss'lende tonen uw oor heeft gestreeld--met lierzang--met + kwinkeleeren, + Met Lydisch gefluit--met wespengeluid--die met kikkergekwaak u + gedoopt heeft, + En die tòch niet altijd u kon voldoen, en als grijsaard, niet toen + hij jong was, + Door ù is versmaad, omdat hij te tam, te gematigd was in zijn + spotlust! + + Ik herinner den dichter Kratinos u ook, die van lof overstroomd en + van glorie + Door uw veld als een bergstroom rolt, poëzie! en platanen en machtige + eiken + Met wortel en tak op den grond doet slaan--zóó velt hij zijn vijand + ter neder, + Dat bij ieder feestmaal zijn lied weerklonk: "Godin Geefgraag met + vijgenpantoffels!" + En "Bouwmeesters van kunstrijken zang"--zóó bloeide zijn naam in + Athene. + Doch thans? Geen meelij vervult uwe borst, als hij treurt en zeurt + in zijn verzen, + Wanneer bij het tokkelen weigert zijn luit, als de klanken verdwenen + van vroeger, + En valsch weerklinkt de geheiligde snaar!--Thans dwaalt hij als + grijsaard in 't ronde, + Aan Kónnos gelijk, en "verdord is zijn krans, en hij gaat aan zijn + dorst nog te gronde!" + Hem paste de staatsdrank op het stadhuis, den zoo dikwerf schittrend + bekroonde, + Dan zeurde hij niet, en zat glansrijk hier bij den priester van + god Dionysos. + + Zie Krátes eens, wat moest hij van u ook al grillen en luim + ondervinden! + Wiens kunst leek op een eenvoudig ontbijt, dat hem luttele + inspanning kostte, + Die met nuchteren smaak u een maaltijd schonk van grappen en fijne + gedachten, + Toch--hield hij het uit, soms daalde zijn zon, en dan rees hij weer + naar de hoogte. + Hij vreesde het wisselend dichterenlot. Denkt allen aan wat hij + eens zeide: + Dat men vóór alle dingen een roeier moet zijn, en daarna pas staan + aan het stuurrad, + Allereerst op de plecht van het vaartuig geplaatst, om de richting + te leeren der winden, + En ten slotte de stuurman van alles te zijn!--Tot dank voor al deze + woorden, + Omdat hij verstandige denkbeelden had, en niet leuterend sprong in + zijn scheepje, + Schenkt gij hem nu donderend handengeklap, voortdurend een + eeregeleide, + Goedgekeurd gemompel op 't schouwburgfeest, + Dat de dichter tevreden naar huis moge gaan, + In zijn arbeid geslaagd, + Met een voorhoofd, stralend van blijdschap! + +Koor (Ode). + + God Poseidon, ù roep ik aan, + U is de stem van 't snuivend ros, + U zijn hoefslag geheiligd: + Gij, die over de waterbaan + 't Donkergekleurde schip doet gaan, + Gij, die zeevaart beveiligt! + + God Poseidon, der rossen heer! + Die u verheugt in glans en eer, + Als, in schittrende rijen, + Heel de bloeiende jeugd der stad + Luchtig, vluchtig de teugels vat + Van den brieschenden paardenschat, + Voor zijn harddraverijen! + + Kom ten reidans van uit de zee, + Breng uwen gulden drietand mee, + Door dolfijnen gedragen! + Gij, wien van verre de schipper smeekt, + Als zijn kiel op de klippen breekt, + Door den stormwind verslagen! + + Zilten telg van den dondergod! + Gij, wien Phormion heel zijn lot, + 't Lot zijner schepen vertrouwde: + U ter eer klink' 't loflied schoon, + U, Poseidon, Kronos' zoon-- + Gij, ons het liefst van de hemelgoôn, + Toen ons de zeeslag benauwde! + + Ja, ik wil den roem verkonden van ons heerlijk voorgeslacht, + Waardig op het kleed te stralen, dat m' Athene jaarlijks bracht, + Mannen die in voetgevechten, òf in 't schip-omkluisterd heir + Ons den zege steeds bevochten, 't vaderland tot roem en eer. + Geen van al die dappre mannen heeft den vijand ooit geteld, + Doch zoodra 't gevaar nabij was, zwol zijn moed en werd hij held. + Mocht er één terzijde storten, mocht hij wanklen in den slag, + Hij ontkende, stofafschuddend, dat hij ooit ten onder lag! + Nimmer staakten zij de worstling, want geen vroeger generaal + Maakte ooit, als Kléon's vader, aanspraak op een staatsonthaal; + Thans verlangt men eerezitplaats, spijs en drank van 't algemeen, + Of men weigert mee te vechten. Doch wij eischen dat elkeen + Zich zal offren, onbaatzuchtig, voor den staat en voor zijn goôn, + Méér verlangen wij van niemand, slechts dit ééne ridderloon: + Dat, zoodra de vrede daar is, gij 't ons niet misgunnen zult, + Dat ons lijf weer is geroskamd, hoofd- en baardhaar weer gekruld! + +Koor (Ode). + + En gij, Pallas, der stede heil! + Gij die Atheen, in rotsen steil, + Steunt in oorlog en vrede, + Die reeds vaak onze stad behieldt, + Die ons dichterental bezielt + Naar de aloude zede! + + Nader, godin van kunst en vreê, + Breng welwillend den Zege mee, + 't Beeld dat rust op uw handen, + Nike, die ons lied begeleidt, + Die in oorlog, die in strijd + Aan Athene haar zorgen wijdt, + Schutgodes dezer landen! + + Reik thans zegenend uwe hand + Aan de bloem van den ridderstand, + Als zij krijg wil beginnen + Met den vijand, die aan ons land + Zijn eerzuchtige netten spant: + Schenk ons zoet overwinnen! + + Thans wil 'k ook den lof bazuinen van den eedlen paardenstand! + Zij verdienen lof en eerbied, want zij brachten veel tot stand, + Hebben mèt ons veel verdragen, ingevallen en gestreên, + Maar wat zij op 't land volbrachten, kent nog lang niet iedereen! + Sprongen zij niet, flink als mannen, op de schepen van het land? + Dronken zij niet flink uit bekers, aten knoflook uit de hand? + Droegen zij elkaar niet riemen, als gewone menschen, na, + Riepen zij niet, waterscheppend: "Wie roeit mee? hiep, hiep, hoera!" + "Aarzel niet om aan te pakken, grijp de riemen, edel ros!"-- + Toen men aankwam in Korinthe, liep de troep er gauw op los + Om met hoeven zich een rustplaats en een deksel op te slaan + En wat was uw voedsel, paarden? kreeften, en geen klaverblaân! + Als een kreeft naar land kwam kruipen, vingt gij hem uit 't peilloos + diep, + Zoodat eens 'n Korinthisch kreeftje, 'n moppentapper, luidkeels + riep: + "Vreeslijk toch, o god Poseidon, dat de woning van geen visch, + Noch de aarde noch het water voor de ridders veilig is!" + + + + + + + +TWAALFDE TOONEEL. + + +(De worstverkooper komt terug) + +Het koor. De worstverkooper. + + + +Aanvoerder van het koor. + + Dierbaarste man, bezield van jeugdig' overmoed, + Met hoeveel zorg betreurde ik uw afwezigheid! + En daar gij nu behouden zijt teruggekeerd, + Vertel ons, wàt is 't einde van den strijd geweest? + +Worstverkooper. + + Nu heet ik "Winraad," want ik overwon den raad! + +Koor. (Strophe of Keer). + + Juicht nu allen! de worsteman + Zal zijn rede beginnen. + Hij, die spreekt zoo heet van de pan, + En die nog beter vechten kan, + Glorierijk overwinnen! + Vang thans aan met uw verhaal, + Niets ga voor ons verloren, + Stel uw rede noch perk noch paal, + Want ik reis één en andermaal + Om uw woorden te hooren. + Spreek dus rustig en welgemoed, + Wie aan u twijfelen dorsten + Vallen u thans eerbiedig te voet, + Zijn verrukt door uw heldenmoed, + Edel koopman in worsten! + +Worstverkooper. + + Het loont de moeite om te hooren wat ik deed. + Ik rende terstond en achter hem de raadzaal in. + Hij brak reeds binnen menig donderwoord den nek, + En braakte zijn verwensching tegen de ridders uit, + En schold hen samenzweerders, zoodat iedereen + Hem ging gelooven. Al de mannen van den raad + Wist hij te boeien door zijn grove leugenkool. + Men keek zuur als mosterd, dreigend fronste men het hoofd. + Toen ik nu zag hoe men gesteld was op zijn woord, + En hoe men door zijn sluwe taal bedrogen werd, + Toen bad ik tot de goden die ik 't beste ken, + "O Onbeschaamden en Bedriegers (dus bad ik), + "O Stommelingen en Kabouters, o Slavenras, + "O Markt waarin ik reeds als knaap ben opgevoed! + "Schenkt mij nu durf, behalve een gelikte tong, + "Een stem vol onbeschaamdheid!" Wijl ik dit bedacht, + Liet een verkeerde liefhebber aan mijn rechterkant + Er eentje vliegen, zoodat ik van eerbied boog. + Toen heb ik met mijn achterste het traliewerk + Geopend, en ik schreeuwde 't uit met wijden mond: + "Ik breng u, heeren van den raad, een goed bericht, + "Hoort dus de blijde boodschap, waar ik hier meê kom, + "Nog nimmer, sinds de oorlog uitgebroken is, + "Is hier de ansjovis voor een lager prijs verkocht!"-- + Op deze tijding trok elkeen een zoet gezicht, + Men wijdde mij voor 't goed bericht een eerekrans, + En ik gaf aan den raad toen het geheim advies + "Om alle ansjovis op te koopen voor een cent per stuk, + "En de schotels t' arresteeren, die voorhanden zijn." + Men klapte en men gaapte mij verwonderd aan. + De Paphlagoniër, die dit alles had bemerkt, + En de woorden wist die indruk maken op den raad, + Nam toen het woord, en zeide: "Mannen, ik stel voor + "De goede tijding te herdenken, ons gebracht, + "Met een honderdkoeienoffer aan godin Atheen." + Hem knikte toen de heele raad welwillend toe, + Doch ik, die nimmer wijken wil voor koeiemest, + Bood tweehonderd koeien, en versloeg hem door dat bod. + Ook stelde ik voor, aan Artemis de jachtgodin + Een duizendbokjesoffer te beloven, als + D'ansjovis honderd voor een cent geprijsd zou zijn. + En op dat voorstel knikte weer de heele raad. + Toen hij dat hoorde, schrikte hij, sprak leutertaal, + En de bedienden sleurden hem van 't spreekgestoelt'. + Nu stond elk op, en er ontstond een vischdebat, + Maar Kléon smeekte, of men nog wat blijven wou, + "Verneemt nog wat u de heraut uit Sparta zegt, + "Een wapenstilstand biedt hij u ten tweeden keer!" + Doch ieder schreeuwde tegen hem, als uit één mond: + "Een wapenstilstand? nu op eens? terwijl zoo juist + "Bericht werd dat d'ansjovis is in prijs verlaagd? + "Dat is niet noodig, d'oorlog kan zijn gang gaan, hoor." + En tevens riep men: "Hef maar gauw de zitting op." + Van alle kanten sprong men over de balie heen, + En ik kneep uit, en kocht alle koriander op + En alle uien, die op de markt te vinden zijn, + En maakte daar toen de ansjovis lekker mee, + Zoodat de raadslui smulden voor geen halve cent. + Ik, die alom bewonderd ben en opgekamd, + Heb met mijn korianders en mijn uien dus + Voor weinig centen al de raadslui--opgeknapt! + +Koor. + +(antistrophe of tegen-keer) + + Heil u, dierbare beulingvrind, + Heil zij u allerwege, + Alles gaat u thans voor den wind, + Wie zoo dapper den strijd begint, + 685 Dien wacht weldra de zege! + Want die schurk vond een schurk in u. + Grooter in list en in lagen, + Met uwen mond, zoo groot en ruw, + Met uwe listen, fijn en sluw, + Hebt gij hèm nog verslagen. + Vecht nu maar tot het einde door, + Toon u listig en machtig, + Want wij allen, het ridderkoor, + Helpen u en volgen uw spoor, + Ondersteunen u krachtig! + +Worstverkooper. + + Daar komt hij, onze vriend de Paphlagoniër, + Hij bruist als een bergstroom, en hij snuift en raast maar door, + Alsof hij m' op wil eten, hij lijkt Blauwbaard wel. + + + + + + + +DERTIENDE TOONEEL. + + +(De Paphlagoniër, met een krans op, komt terug uit den raad en snelt +op het tooneel). + +Worstverkooper, Paphlagoniër, Het Koor. + + + +Paphlagoniër. + + Als ik jou niet vermorsel, als ik de leugentaal + Niet meer heb van vroeger, dan ben ik een verloren man. + +Worstverkooper. + + Ik lach om jou bedreiging, 'k schud van je snoeverij, + Ik dans om jou een negerdans en ik hoon j' er bij! + +Paphlagoniër. + + Ik zweer je bij Demeter! dat 'k niet leven zal, + Als ik je nìet levend opvreet en het land uitjaag. + +Worstverkooper. + + Niet levend opvreet? kerel, ik zuip je levend op, + Al moest ik daarna barsten als een varkensblaas. + +Paphlagoniër. + + Je sterft, zoowaar ik voorzitter ben van Athene's raad! + +Worstverkooper. + + Jij voorzitter? en ik zal maken vroeg of laat + Dat j' op de allerlaatste zitbank zitten gaat. + +Paphlagoniër. + + 'k Zweer bij den hemel, ik laat jou in boeien slaan. + +Worstverkooper. + + O wat een driftkop! wou je soms wat eten gaan? + +(ter zijde) + + Waar smult hij van? is 't soms een beurs, met geld belaân? + +Paphlagoniër. + + Met m'n nagels krab ik al je ingewanden uit. + +Worstverkooper. + + En met mijn nagels maak ik gaten in je huid, + En haal het eten, dat de raad je geeft, er uit. + +Paphlagoniër. + + Ik sleur jou, vrindje, voor 't gerecht, geloof me vrij. + +Worstverkooper. + + Ik sleur jou ook, en doe een valschen eed daarbij. + +Paphlagoniër. + + Wees maar verzekerd, schurk, dat 't volk naar jou nìet hoort, + Maar ik kan ze lekker foppen, op mijn eerewoord. + +Worstverkooper. + + Heb jij zoo zeker het gepeupel in je macht? + +Paphlagoniër. + + Ik weet waarvan zij smullen, en dat is m'n kracht. + +Worstverkooper. + + Je voêrt ze gemeen, zooals er vele bakers doen, + Van 't eten dat je voorkauwt geef je 't kind haast niets, + Terwijl je zelf driemaal zooveel naar binnen slokt. + +Paphlagoniër. + + Bij Zeus! ik zweer je, als 't je nòg niet is bekend, + Dat 'k ieder dik of dunner maak, door mijn talent. + +Worstverkooper. + + Dat is een slimheid, die mijn achterste ook wel weet. + +Paphlagoniër. + + Als jij voor 't volk komt houdt je overmoed geen stand, + Laat ons naar 't volk gaan. + +Worstverkooper. + + 'k Heb daartegen geen bezwaar, + Vooruit, loop op, niets mag er zijn dat ons weerhoudt. + +Paphlagoniër. + + Heer Volk, kom hier! + +Worstverkooper. + + Ja, vader Volk, kom hier bij Zeus, + Lief vadertje Volk, verlaat je huis en kom bij ons! + + + + + + + +VEERTIENDE TOONEEL. + + +De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor. + + + +Volk. + + Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m'n deur, + Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt. + +Paphlagoniër. + + Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan. + +Volk. + + Wie doet dat, Paphlagoniër? + +Paphlagoniër. + + Ik krijg slaag voor u, + Van dien vent en van die heertjes daar. + +Volk. + + Waarom is dat? + +Paphlagoniër. + + Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben. + +Volk. + + Zeg, wie ben jij daar? + +Worstverkooper. + + Een medeminnaar ben 'k van hem, + Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen, + Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui. + Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij, + Je doet precies als kinderen die bedorven zijn, + Je luistert nimmer naar den raad van nette lui, + Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers, + Schoenlappers en leerlooiers--die houdt jij te vrind. + +Paphlagoniër. + + Ik ben een weldoener van hem! + +Worstverkooper. + + Verklaar dat eens! + +Paphlagoniër. + + Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam, + Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier. + +Worstverkooper. + + Maar ik heb onlangs, toen ik uit m'n winkel kwam, + Den pot gestolen van iemand, die aan 't kooken was. + +Paphlagoniër. + + Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering, + Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meest + Gunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend. + +Worstverkooper. + + Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx! + +Volk. + + Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx! + Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx! + +(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich +daar neder). + +Worstverkooper (ter zijde). + + O wee, ik ben verloren, want de oude man, + Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer, + Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots, + Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt. + +Koor. + +(tot den worstverkooper) + + Zet nu maar alle zeilen bij, + En toon je beste beentje, + Wees overmoedig en wees vrij, + Bedenk een heele scheldpartij, + Waarmee je Kléon zet op zij, + Want hij, hij is er eentje, + + Die zich in alle bochten weet + Te dringen en te wringen, + In elken muur ziet hij een reet, + En hij kent listen bij de vleet, + Al is 't gevaar ook nog zoo heet, + Om toch den dans t'ontspringen! + +Aanvoerder van het koor. + + Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt, + Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt, + Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen + omhoog hijscht! + + + + + + + +VIJFTIENDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Paphlagoniër. + + Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en + schutten, + Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen + staat der Atheners, + D'allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho, + Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden + gespijzigd. + Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in + 't strijdperk, + Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde! + +Worstverkooper. + + En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden, + En in kleine stukjes gebraden zijn--doch wanneer die wensch niet + genoeg is, + +(hij houdt zijn worstplank in de hoogte) + + Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze + worstplank, + En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden + begraven. + +Paphlagoniër. + + Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft + dan ik doe? + Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas + voortdurend gevuld was, + Want in het publiek--ik vroeg het den een--ik bestal en ik worgde + den ander, + Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een + pleiziertje. + +Worstverkooper. + + Dat's heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u + hetzelfde. + Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als + een maaltijd, + Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles + u toonen. + Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw + koolvuur. + Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor + uw bestaan vocht, + U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en + grootspraak, + Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op + de rotsen, + Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in + de hoogte, + Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft + geleden! + +(Hij legt een matras onder hem) + +Volk. + + Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten + tirannenvermoorder? + Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u + een volksvriend. + +Paphlagoniër. + + Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering + vleierijtje! + +Worstverkooper. + + Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee + gestreeld hebt! + +Paphlagoniër. + + Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker + beschermde, + Of die u meer liefhad dan ik--is 't niet zoo, ja, ja, ik verwed er + mijn hoofd om. + +Worstverkooper. + + Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en + het aanziet, + Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en + nesten? + Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos + aankwam + Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezanten + Met schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand + verzoeken. + +Paphlagoniër. + + Opdat gij over alle Hellenen heerscht!--Want 't staat in orakels + geschreven, + Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen + salaris, + Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken + en voeden, + Dat ik hem zal verschaffen, 't zij recht of 't zij krom, zijn drie + obolen salaris. + +Worstverkooper. + + Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je + beoogde + Van de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk + ondertusschen + Door oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet + zoude bemerken, + Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen + je opzag! + Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar + wil vertoeven, + En moed zal hervatten bij 't eten van gort, en het sap van druiven + weer aanspreekt, + Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd + hebt, + En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù + uit te brengen. + Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij + droomt van uzelven! + +Paphlagoniër. + + Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij + telkens belastert + Bij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo + herhaaldelijk weldeed, + Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in 't bijzonder + gedaan heb? + +Worstverkooper. + + "Stad van Argos, luister naar diens verhaal!"--met Themistokles durft + gij u meten? + Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in + behoeftigen toestand? + Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood + als kluifje, + En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de + oude haar afnam? + Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de + Atheners, + Door murengebouw en orakelgezang--met Themistokles durft gij u + meten! + Hij--werd verbannen uit onze stad--Jij--smult van warme kadetjes! + +Paphlagoniër. + + Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet + hooren, + Ik die u bemin? + +Volk. + + Houd jij maar op en verveel mij niet met je + kletspraat + Lang was 't mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat + knijpt in 't donker. + +Worstverkooper. + + Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn + ontelbaar! + Zoodra gij slaapt, plukt hij expres + De lekkerste stengels uit een proces, + En slikt die door, met beide hand + Staat hij te lepelen de soep van 't land. + +Paphlagoniër. + + Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijs + Dat je vijf talenten stal als prijs! + +Worstverkooper. + + Wat plas je door en flodder je toch, + Jij, die door je listen en je bedrog + Het Atheensche volk weet te honen? + Geloof maar dat 'k aan kan toonen, + Of bij de goden! ik leef niet meer, + Dat j' uit Mytilene keer op keer, + Door omkooperij van velen + Meer dan veertig mina's dorst stelen! + +Koor. + +(tot den worstverkooper) + + O gij, die als een steun en stut + Voor allen zijt verschenen, + 'k Bewonder van uw taal de fut, + En als gij verder ons beschut, + Zult gij de grootste zijn in nut + Voor 't volkje der Hellenen! + + Gij zult weldra in stad en land + Alleen 't bewind gaan voeren, + Neptuin gelijk, zet fluks uw tand + De bondgenooten naar uw hand, + Geld zult gij slaan uit iedren stand + Door schudden en door roeren! + +Aanvoerder van het koor. + + Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven, + Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven! + + + + + + + +ZESTIENDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Paphlagoniër. + + Neen, goeje menschen, 't is zoover met mij nog niet gekomen! + Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen + Dat 'k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijken + Zoolang de schilde' en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken. + +Worstverkooper. + + Hou jij maar met je schilden op! je hebt m' al vat gegeven, + Want als je waarlijk hieldt van 't volk, had jij nooit last gegeven + Die schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen. + Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen, + Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen. + Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen, + Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende, + Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d'ellende, + Zoodat, wanneer jij brullen zou, en "Gooi-em-er-uit" zou spelen, + Zij 's nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen, + Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten. + +Volk. + + Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten, + Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken! + +Paphlagoniër. + + Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie 't laatst mag spreken! + Wees zeker dat j' een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden, + Wie samenzweerde tegen 't volk wist ik alleen te binden, + Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten, + Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten. + +Worstverkooper. + + Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen, + Als 't water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen, + Maar als het water troebel is, dan roeren z' in de modder, + Dan vangen zij!--Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder. + Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen, + Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen, + Dien jij bemint zooals je zegt? + +Volk. + + Neen, bij Apollo, nimmer! + +Worstverkooper. + + Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer. + Maar ik--kocht lang een schoenenpaar, en geef het j' om te dragen. + +Volk. + + Jij bent de grootste vriend van 't volk, waar 'k ooit van kon gewagen, + Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten. + +Paphlagoniër. + + 't Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten! + Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met 't kwaad te vechten, + D'onzedelijken Haviksneus ontnam 'k zijn burgerrechten! + +Worstverkooper. + + Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren, + Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren! + 't Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken! + Jij, die nog nooit deez' ouwen heer een hemd hebt aangetrokken, + Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je leven + Aan 't volk gegund--hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven. + +(Hij doet Volk een hemd aan) + +Volk. + + Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken, + Al schonk hij wijs--maar zulk een hemd is 't schoonste der + geschenken. + +Paphlagoniër. + + 't Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen. + +Worstverkooper. + + Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen, + Zóó schiet ik in jouw sloffen nou--dus wil je niet verwonderen. + +Paphlagoniër. + + Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes! + Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez' mantel u! + +(Hij wil hem ook een mantel aandoen) + +Volk (den mantel afwijzende). + + Ajakkes! + Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke! + +Worstverkooper. + + Dien deed hij jou opzett'lijk om, om jou daarin te stikken. + Reeds vroeg had hij 't op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden + Het silphium is in prijs gedaald? + +Volk. + + Dat weet ik nog als heden. + +Worstverkooper. + + Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken. + Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten, + De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten. + +Volk. + + Dat moest ik onlangs van een man uit 't dorpje Mest nog hooren. + +Worstverkooper. + + Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d' ooren? + +Volk. + + Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen. + +Paphlagoniër. + + Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen. + +Worstverkooper. + + Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren. + +Paphlagoniër. + + Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren, + Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken, + J'een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken. + +Worstverkooper. + + En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen, + Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen. + +(Hij biedt dit aan) + +Paphlagoniër. + + Ik trek je grijze haren uit, dat j' eeuwig jong zal blijven. + +Worstverkooper. + + En ik geef jou een hazestaart, om j' oogjes in te wrijven. + +(Hij biedt dit aan) + +Paphlagoniër. + + Jij mag je neus, wanneer je 'm snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven. + +Worstverkooper. + + Neen, dat is vies, geloof me vrij. + Doe 't liefst bij mij, doe 't liefst bij mij. + +Paphlagoniër. + + Ik zal je krijgen dat 't je lust; + Wanneer je ooit een schip uitrust, + Dan lever ik j' een oud stuk hout, + Dat jij geen geld meer overhoudt: + Waaraan altijd iets, dat 's gewis, + Te lappen en te timm'ren is, + Ook zal ik zorgen dat je vast + Niets anders krijgt dan 'n rotte mast. + +Worstverkooper. + + Wat snuift de vent! wat sputtert hij! + Als overkokende rijstebrij, + Met dreigementen en met straf, + Komaan, ik neem het schuim er af! + +(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan). + +Paphlagoniër. + + Ik laat je betalen dat je kraakt, + En in de vermogensbelasting raakt, + Jij wordt door mij, door mij alleen, + Hoogstaangeslagene in Atheen. + +Worstverkooper. + + Ik dreig je niet met zoet of zuur, + Maar wensch je 't volgend avontuur: + Dat als je pan staat op het vuur, + Waarin een lekkere pijlinktvisch + Met veel geknetter en gesis + Verrukk'lijk aan het braden is: + Jij dan d' aanstaande spreker bent + Over een Milesisch incident + (Waarbij te gappen is één talent): + Welnu--is d'omkooperij verricht, + Dan wed ik dat je je haast allicht + Om met een afterdinnergezicht + De vergadering te verschrikken! + Dan hoop ik dat op eens de man, + Die met jou konkelen wil en kan, + Terwijl de visch nog staat in de pan, + Verschijne voor jouw blikken, + En dat je dan, voordat de visch + Nog in jouw maag verdwenen is, + Jij, happig op het geldgegris, + Nog onder het eten mag stikken! + +Koor (lied). + + Bij Apollo, bij Demeter, + En bij Zeus den dondergod, + Zulk een wensch is voor den vreter + Het verdiende levenslot! + + + + + + + +ZEVENTIENDE TOONEEL. + + +Dezelfden. + + + +Volk. + + Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijk + Een goede burger, zooals nimmer nog voorheen + Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui. + Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër, + Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds! + Geef dus je zegelring terug, je mag niet meer + Voor mij blijven zorgen. + +Paphlagoniër (geeft den ring terug). + + Dáár, 'k verzeker u alleen + Dat als jij mij niet langer voor je zorgen laat, + Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik. + +Volk. + + 't Is zeker dat die zegelring dien jij me geeft + De mijne niet is, er staat een ander zegel op, + Of 'k zie niet goed. + +Worstverkooper. + + Laat zien aan mij, wat stond er op? + +Volk. + + Het was een soort gebakken deeg van ossenvet. + +Worstverkooper. + + Dat staat er niet. + +Volk. + + Zie jij geen deeg, wat staat er dan? + +Worstverkooper. + + Een meeuw, die boven op een rots aan 't schreeuwen is. + +Volk. + + O wee. + +Worstverkooper. + + Wat is er? + +Volk. + + Gooi dien ring maar heel gauw weg, + 't Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos, + Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij. + +(Hij geeft hem een anderen) + +Paphlagoniër. + + Doe dat nog niet, o ouweheer, 'k bezweer het u, + Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord. + +Worstverkooper. + + Hoor dan ook de mijne. + +Paphlagoniër. + + Als je luistert naar dièn vent, + Dan wordt je kaal. + +Worstverkooper. + + Wanneer je doet wat hij verlangt, + Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid. + +Paphlagoniër. + + In mijn orakels staat dat jij regeeren moet, + Bekransd met rozen, over 't heele grondgebied. + +Worstverkooper. + + En in de mijne, dat jij in een purperkleed, + Een krans op 't hoofd, zult rijden op een gulden kar, + En--Smikythes en Agyrrios vervolgen zult. + +Kooraanvoerder. + + Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheer + Ze kan vernemen. + +Worstverkooper. + + Zeker. + +Volk (tot den Paphlagoniër). + + Breng de uwe ook! + +Paphlagoniër. + + Vooruit. + +Worstverkooper. + + Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond. + + (Beiden af) + +Koor (eerste helft). + + Schoonste zonlicht dat ooit verscheen, + Welk een vreugde voor gansch Atheen, + Voor den vreemdeling, voor elkeen, + Ging slechts Kléon te gronde! + Maar er zijn ouderen van jaar, + Die hem helpen, alsof 't hier waar + Altijd een Dertigprocesbazaar-- + 980 Ons bestrijden--'t is zonde! + Want hij zorgt, dus zeurt men wat, + Dat Atheen twee dingen bevat, + Die onmisbaar zijn in een stad: + 'n Lepel is 't, en een stamper.... + +(Tweede helft) + + Hoort nu Kléon's muziekbedrog: + Wat vertelt ons de jeugd, die toch + Met hem op school ging, toen hij nog + Was een kleine slampamper? + Dat hij eeuwig en altijd maar + Streek op één en dezelfde snaar, + Of geen andere toon er waar', + Zonder andre talenten-- + Tot zijn leeraar, te goeder stond', + Hem als onleerzaam naar huis toe zond, + Daar er voor hem geen klank bestond, + Dan het gerol van centen! + + + + + + + +ACHTTIENDE TOONEEL. + + +Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor. + + + +Paphlagoniër (met orakelrollen). + + Kijk nu ereis hier! en 'k breng ze nog niet allemaal. + +Worstverkooper + +(met een nog grooter pak) + + Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal. + +Volk. + + Wat is dat? + +Paphlagoniër. + + Orakels! + +Volk. + + Zijn dat z'alle? + +Paphlagoniër. + + Wat vraag je toch? + Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van. + +Worstverkooper. + + En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol. + +Volk. + + Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn? + +Paphlagoniër. + + De mijne zijn van Bakis. + +Volk. + + En de uwe, van wie? + +Worstverkooper. + + Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was. + +Volk. + + Wat staat er in? + +Paphlagoniër. + + Ze handlen van Pylos, van Atheen, + Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer. + +Volk. + + En die van u? + +Worstverkooper. + + O, over Athene en linzenbrei, + Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort, + Over de valsche broodafwegers op de markt, + Over jou, over mij--verrekken mag die kerel daar! + +Volk. + + Komaan, leest allebei nu je orakels op, + Ook dat over mij, waarin ik zoo'n behagen schep, + Dat ik "een aadlaar in de wolken" worden zal. + +Paphlagoniër. + + Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor. + "Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo + "Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet, + "Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend, + "Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend + "Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde. + "Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen." + +Volk. + + Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet. + Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen? + +Paphlagoniër. + + Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft. + Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond. + +Worstverkooper. + + Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hond + Aan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel, + In mijn orakels staat het rechte over dien hond. + +Volk. + + Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand, + Als somtijds die orakelhond mij bijten wil. + +Worstverkooper. + + "Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper, + "Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd, + "Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert. + "Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken, + "En die des nachts alle schotels en ook alle--eilanden aflikt." + +Volk. + + Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal. + +Paphlagoniër. + + Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan: + "Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in 't heilig Athene, + "Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten. + "En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren, + "Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer." + Begrijpt gij dit? + +Volk. + + Ik snap er niets van, bij Apol. + +Paphlagoniër. + + De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt, + Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet. + +Volk. + + Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag. + +Worstverkooper. + + Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk, + Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook, + Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht. + +Volk. + + Hoe heeft de godheid dat bedoeld? + +Worstverkooper. + + Hij geeft bevel + Dat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult. + +Volk. + + Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld. + "Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven, + "Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal + "Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had." + +Worstverkooper (ter zijde). + + 't Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was! + +(hardop) + + "Kekrops' spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig? + "Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar + oplegt, + "Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar + vechten." + +Paphlagoniër. + + Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets + inkomt, + "Daar is een Poort voor de Poort." + +Volk. + + Voor de Poort? wat zou dat + beteekenen? + +Worstverkooper. + + Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal. + +Volk. + + Zoodat 'k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend? + +Worstverkooper. + + Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg. + Nog is er één orakel, waarin voorkomt van + De zeevaart--let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt. + +Volk. + + Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen dat + Vóór alles aan mijn zeelui 't loon wordt uitgekeerd. + +Worstverkooper. + + "Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot, + "Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren." + Weet jij wie dàt is? + +Volk. + + O, de hondsvot Philóstratos. + +Worstverkooper. + + Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagt + Om schepen, waar hij belastingen mee innen kan, + En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult. + +Volk. + + Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld? + +Worstverkooper. + + Jawel, want honden en ook schepen loopen snel. + +Volk. + + Maar waarom spreekt hij ook van "vos" behalve "hond?" + +Worstverkooper. + + Hier worden met "vosjes" de soldaten wis bedoeld, + Omdat ze druiven knabblen in 't vijandlijk land. + +Volk. + + Goed! + Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon? + +Worstverkooper. + + Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast. + Hoor dit orakel nog aan: "Apoll" beveelt u Cyllene + "Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen." + +Volk. + + Wat voor Cyllene? + +Worstverkooper. + + Hier wordt vast z'n hand bedoeld, + "Stil leenen" meent hij, als hij stil z'n hand ophoudt. + +Paphlagoniër. + + Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo + Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes. + Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij, + Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen. + +Worstverkooper. + + Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde, + Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen. + +Paphlagoniër. + + Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen, + En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart. + +Worstverkooper. + + Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene, + Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten, + En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd + Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z' op het zijne. + +Volk. + + Hoera, hoera! + De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast! + En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend, + Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs! + +Paphlagoniër. + + Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdat + Ik jou je haver en je dagelijksch brood verschaf. + +Volk. + + Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te lang + Door jou bedrogen, en ook door Theophanes. + +Paphlagoniër. + + Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd. + +Worstverkooper. + + Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt, + En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak. + +Volk. + + Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nu + Ik vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan, + Dien geef ik de teugels van de volksvergadering. + +Paphlagoniër. + + Ik ga het eerst naar binnen. + +Worstverkooper. + + Neen, niet jij, maar ik! + +(Hij stoot hem terug. Beiden af) + +Koor. + + O Volk! hoe is toch uw rijk + Zoo schoon en grootsch tegelijk, + Daar ieder u vreest, in 't slijk + Zich werpt voor uw voeten. + Want licht ontvlambaar zijt gij, + Verlekkerd op vleierij, + En tuk op bedriegerij + Van wie u ontmoeten! + Elk sprekertje gaapt gij aan, + Uw verstand schijnt op reis gegaan, + Nu duldt gij van elk voortaan + Slechts vleien en groeten! + +Volk. + + In uw kruin, uw harendom + Zweeft geene gedachte om, + Want ik houd m' opzettelijk dom, + Ben niet onverstandig! + Verheugd is steeds mijn gemoed, + Wanneer men als kind mij voedt, + Wanneer ik een gids ontmoet, + Die stelen kan, handig! + Doch als hij door euveldaân + Gevuld is en welbelaân, + Dan val ik hem plotsling aan, + En kwak hem lostandig! + +Koor. + + Dat noem ik een wijs beleid, + Ik zie dat gij waakzaam zijt, + En vol van scherpzinnigheid, + Trots grijzende jaren! + Want ik merk, gij speelt er mee, + En gij fokt hen op als vee, + Om ze voor de meeting gedwee + En vet te bewaren! + En als in uw keuken dan + Geen spijs meer verschijnen kan, + Dan slokt ge den vetsten man + Met huid en met haren! + +Volk. + + Is dat niet een slim bestaan, + De lieden die in hun waan + Mij vreeselijk foppen gaan, + Mij schijnbaar misleiden? + Hen ga ik voorzichtig na, + Voor hen voel ik geen genâ, + Zoodra als zij hun papa + Oplichten en mijden-- + Dan betrap ik hen terstond, + Onderzoek hen met mijn sond', + En laat uit hun dievenmond + Het braaksel weer glijden! + + + + + + + +NEGENTIENDE TOONEEL. + + +Volk, De Paphlagoniër, De Worstverkooper, Koor. + + + +Paphlagoniër + +(tot Worstverkooper) + + Ga naar de eeuwige zaligheid. + +Worstverkooper. + + Jij, deugniet, eerst! + +Paphlagoniër. + + Heer Volk! ik ga hier zitten, want nu ben ik klaar + Om jou, zooals ik allang begeerde, wèl te doen. + +Worstverkooper. + + En ik ben ook allanger dan lang daartoe bereid, + Wel honderdmaal en duizendmalen langer dan lang. + +Volk. + + Ik wacht op jullie, en dat valt me vreeslijk lang, + Want ik verafschuw al dat gedoe in mijn belang. + +Worstverkooper. + + Weet je wat je doen moet? + +Volk. + + Niet vóórdat jij 't hebt gezegd. + +Worstverkooper. + + Laat mij en hem een wedstrijd doen van meet af aan, + Wie jou het meeste weldoet. + +Volk. + + Goed, dat zal ik doen. + Vooruit dan! + +Paphlagoniër en Worstverkooper. + + Kijk! + +(Ze loopen tegen elkaar, en komen niets verder) + +Volk. + + Waarom loop je niet! + +Worstverkooper. + + Je komt niet vooruit! + +(Hij stoot den Paphlagoniër terug). + +Volk (terzijde). + + Òf 'k heb vandaag door die twee minnaars een mooien dag, + Òf 'k zal, bij Zeus, voor altijd naar den drommel gaan. + +Paphlagoniër. + + Maar zie je niet, dat ik het eerst j' een zetel geef? + +Worstverkooper. + + Een zetel, maar geen tafel--dat doe ik het eerst! + +Paphlagoniër. + + Kijk hier dat lekker broodje dat ik breng voor jou, + Dat geheel voor jou uit Pylische gerst gebakken is. + +Worstverkooper. + + Ik breng je uitgeholde kruimels, beste heer, + Door de godin met ivoren handen zelf gehold. + +Volk. + + Wat is uw vinger groot geweest, o heerscheres! + +Paphlagoniër. + + Ik breng je snert van goede kleur en lekkren smaak, + Die Pallas Pylosstrijdster zelf heeft omgeroerd. + +Worstverkooper. + + Heer Volk, 't is duidelijk dat de godin je gunstig is, + Door mijne hand biedt zij j' een pot met lekkere saus. + +Volk. + + Geloof jij soms dat j' in de stad nog wonen zoudt, + Als zij niet duidlijk met haar pot ons gunstig was? + +Paphlagoniër. + + De Legerscharenverschrikster schenkt je dit brokje nog. + +Worstverkooper. + + De Sterkevadersdochter schenkt je gebraden vleesch, + Een stukje pens, een stukje darm en een stukje maag. + +Volk. + + Dat 's mooi, dat zij nog voor haar feestkleed dankbaar is. + +Paphlagoniër. + + De Helmbosfladderaarster biedt u dezen koek, + Opdat de schepen voortaan glijden als een koek! + +Worstverkooper. + + Neem ook nog dit. + +Volk. + + Wat moet ik met die darmen doen? + +Worstverkooper. + + Die stukken zendt u de godin opzettelijk, + Om als ribstukken bij de schepen dienst te doen, + Want onze marine gaat haar blijkbaar aan het hart. + Hier heb je nog wat om te drinken, tweederdewijn. + +Volk. + + Hoe heerlijk, Zeus! een godlijke drieëenigheid! + +Worstverkooper. + + De Drieontsprotene heeft van drieën één gemaakt! + +Paphlagoniër. + + Neem nu van mij een stukje aan van vetten koek. + +Worstverkooper. + + Van mij geen stukje, maar een heelen koek ineens. + +Paphlagoniër. + + Jij kan hem niet van haas doen smullen, dat kan ik. + +Worstverkooper. + + O jee, hoe kom ik aan een stukje lekkeren haas? + M'n beste geest! bedenk nu toch een loozen streek. + +Paphlagoniër. + + Zie je dat, jou schurk der schurken? + +Worstverkooper. + + 'k Geef er weinig om, + Want in de verte komen er lui, ik zie ze al, + Het zijn gezanten met een welgevulde beurs. + +Paphlagoniër. + + Waar, waar? + +Worstverkooper. + + 't Raakt jou niet, laat de vreemden maar met rust. + +(Terwijl de Paphlagoniër kijkt, pakt de Worstverkooper de hazenpastei +weg). + + M'n beste heer Volk, zie jij die mooie hazenpastei? + +Paphlagoniër (terugloopende). + + O jee, je hebt gestolen wat het mijne was! + +Worstverkooper. + + Jij hebt, bij de goôn, bij Pylos net als ik gedaan! + +Volk. + + Hoe kwam j'er toe te stelen, zeg mij dat eens gauw! + +Worstverkooper. + + Een god schonk mij de gedachte, en den diefstal ik. + +Paphlagoniër. + + Ik heb de kans geloopen, ik den haas gebraân. + +Volk. + + Ga jij maat weg! ik dank het hem, hij bracht hem mee! + +Paphlagoniër. + + Ik ongelukkige! Ik word overonbeschaamd! + +Worstverkooper. + + Kan je nòg niet onderscheiden, wie van beiden nu + Het meest aan jou en aan je maag heeft welgedaan? + +Volk. + + Zeg nu, publiek, welk kenmerk ik gebruiken moet, + Dat 'k in uw oogen een rechtvaardig oordeel vel! + +Worstverkooper. + + Ik zal 't je zeggen. Neem in alle stilte maar + Mijn korf met spijzen, onderzoek wat daarin is, + En wat in zijn korf is--dan is rechtvaardig wàt je beslist! + +Volk. + + Laat kijken, wat er in is. + +Worstverkooper. + + Zie je niet, vaderlief, + Dat de heele korf al leeg is? Alles gaf 'k aan jou! + +Volk. + + Dat is een korf die bij de volkspartij behoort! + +Worstverkooper. + + Kijk nu eens naar den korf van den Paphlagoniër, + Zie je dat? + +Volk. + + Mijn hemel, nù nog vol van lekkernij! + Wat heeft hij daar een reuzenkoek apart gelegd! + En wat een schijntje heeft hij afgestaan aan mij! + +Worstverkooper. + + Zoo heeft hij vroeger ook altijd met jou gedaan: + Hij gaf je mee van 't kleinste dat hij zelf ontving, + En slokte zelf altijd de grootste brokken op. + +Volk. + + O schurk! die mij dus bedrogen en bestolen hebt! + "En ik heb u met kransen en geschenk getooid!" + +Paphlagoniër. + + Wanneer ik stal, dan was 't in 't voordeel van den staat. + +Volk. + + Leg jij maar gauw je krans af, want ik dorst om hem + Daarmee te sieren. + +Worstverkooper. + + Leg je krans af, galgebrok! + +Paphlagoniër. + + Dat doe ik niet, want ik bezit een Delfisch woord, + Waarin voorspeld is wie alleen mij kan verslaan. + +Worstverkooper. + + Mijn naam wordt daarin al te duidelijk slechts genoemd. + +Paphlagoniër. + + Ik wil nu door bewijzen onderzoeken gaan, + Of jij met die orakelspreuk wel wordt bedoeld. + En daarom richt ik allereerst deez vraag aan u: + Ben jij als kind bij iemand op de school geweest? + +Worstverkooper. + + In de varkenszengplaats ben 'k met vuisten grootgebracht. + +Paphlagoniër. + + Wat zeg je daar! 't orakel brandt mij op de ziel. + En wat voor sport heb jij beoefend op je school? + +Worstverkooper. + + Valsche eeden, stelen, en een onbeschoft gezicht. + +Paphlagoniër. + + O groote Febus Apollo, wat doet gij mij aan! + +Worstverkooper. + + Ik leerde worstverkoopen--en wat zwijnerij. + +Paphlagoniër. + + Helaas, helaas, het is voor goed met mij gedaan, + Een heel klein hoopje is nog 't ééne waar 'k op drijf. + Zeg mij nu nog: verkocht jij beuling op de markt, + Of heb je 't altijd vóór de poort der stad gedaan? + +Worstverkooper. + + Wel, vóór de poort, want daar verkoopt men zoutevisch. + +Paphlagoniër. + + O hemel, juist was de voorspelling van den god! + Verwijdert, dienaars! mij, den ongelukkige, + O krans, ga blijde weg van mij, ofschoon ik u + Niet willig loslaat: 'n ander wacht op uw bezit, + Geen grooter dief, maar wel een man van méér geluk. + +(Legt zijn krans af) + +Worstverkooper. + + Hellenische Zeus, ù is de zege! + +(De slaven komen uit het huis) + + + + + + + +TWINTIGSTE TOONEEL. + + +Dezelfden. Een slaaf. (Demosthenes). + + + +Slaaf. + + Heil u den overwinnaar, wees indachtig thans + Dat gij door mij de zege behaaldet. 'k Vraag u slechts + Om als Phanos bij processen jouw griffier te zijn. + +Volk. + + En zeg mij nu hoe gij toch heet. + +Worstverkooper. + + Agorákritos, + Want onder twisten op de markt ben ik opgevoed. + +Volk. + + Dan vertrouw 'k mij voortaan toe aan Agorákritos, + En wil niets meer weten van dien Paphlagoniër. + +Worstverkooper. + + En ik zal heerlijk voor je zorgen, meester Volk, + Zoodat j' erkent dat niemand beter in de stad + Van de Praateners ooit verschenen is dan ik. + + (Alle acteurs verlaten het tooneel) + +Koor. + + Wat is er schooner dan in den beginne + Of aan het eind met vroolijken zinne + De temmers der brieschende rossen te zingen-- + En Thumantis, die geen haard kan krijgen, + En Lysistratos te verzwijgen, + Niet met een spotvers hen te bespringen? + Hem, dien Apol altijd honger ziet lijden, + Hem, die de hand langs zijn koker laat glijden, + Weenend hem smeekt, of de godheid zijn lijden + Niet kan bedwingen?-- + +(Toezang) + + Van de slechten kwaad te spreken werd door niemand ooit veracht, + Eerbied eisch ik voor de goeden, als men 't ware en recht betracht. + Is in waarheid er een slechtaard, die verwijt en smaad verdient, + Dan behandel ik hem nimmer, bij de goden, als mijn vriend. + Niemand is er, waarde hoorders, die Arígnotos niet kent, + Wie maar zwart kan onderscheiden, of--'t helklinkend instrument. + Deze man bezit een broeder, hem in wezen ongelijk: + De verloopen Ariphrádes, die met slechtheid loopt te kijk. + Hij is niet alleen een slechtaard, want misschien ontging het mij, + Niet alleen een aartsslampamper, maar hij vond nog dit er bij: + Dat hij eigen lichaamsdeelen afstaat voor ontaard genot, + En een beeld is der ontaarding midden in het hoerekot. + Hij bezoedelt baard en lippen, altijd dierlijk, altijd los, + Zingt uit Polymnéstes' liedjes, frequenteert Oeónichos. + Wie voor zoo'n verloopen kerel nu geen afschuw voelt en schrik, + Wordt veroordeeld nooit te drinken uit hetzelfde glas als ik. + +(Tegenkoor) + + Dikwijls kwam mij in slaaplooze nachten + De veelvraat Kleónymos in gedachten, + Hoe lukt het hem altijd maar eten te krijgen? + Hij spint altijd als een spin zijn webbe + Om het eten en drinken van hen die het hebben, + En hun tafel beschouwt hij maar als zijn eigen! + En zij--zij bidden en smeeken zeer: + "Op de knieën verzoek ik u, edel heer, + "Verlaat mijn tafel toch dezen keer!" + Doch vergeefs is hun dreigen. + +(Tweede Toezang) + + Men verhaalt, de drieriemschepen hielden eens vergadering, + En dat een der oudste kielen toen aldus aan 't spreken ging: + "Dames! heb je niet vernomen waarvan heel de stad gewaagt? + Iemand heeft pas voor Karthago honderd schepen aangevraagd. + 't Is die slechtbefaamde burger, 't is die zure Hypérbolos!" + Toen de dames dat nu hoorden, brak een luid gemompel los, + En één van de kielen, die nog door geen manlief was betreên, + Riep: "de hemel moog mij bestaan, mij gebiedt hij nimmer, neen! + Liever moge ik van den houtworm rotten tot mijn ouden dag!" + Juffrouw Schepers zei hetzelfde: "neen, ik duld niet zijn gezag!" + Niet voor niets ben ik getimmerd uit het kostbaar pijnboomhout!" + Als d' Atheners dàt besluiten, varen w' allen, jong en oud + Naar der Eumeniden tempel en naar Theseus' godshuis heen, + Want als wij maar kommandeeren fopt hij niet geheel Atheen; + Laat hem naar den drommel zeilen, laat hem voor zijn kraaientocht + Maar de bakken te water laten, waar hij zijn lampjes in verkocht." + + + + + + + +EEN EN TWINTIGSTE TOONEEL. + +De worstverkooper. Het koor. + + + +Worstverkooper. + + Elk zwijge aandachtig en sluite den mond, weg met alle + getuigenverhooren, + Men sluite terstond alle rechtbanken ook, waarin deze stad zich + verlustigt, + En over ons onverhoopte geluk juich' de heele schouwburg van + blijdschap! + +Kooraanvoerder. + + O morgenlicht voor het heilig Atheen, o aller eilanden toevlucht, + Wat brengt gij ons voor voorspoedig bericht, dat de straten zich + vullen met vetdamp? + +Worstverkooper. + + Heer Volk heb ik door koken verjongd--van een leelijkert maakte ik + een prachtvent. + +Kooraanvoerder. + + En waar is hij thans, o menschenvriend van bewonderenswaardige + vinding? + +Worstverkooper. + + Hij woont in ons viooltjesbekranst, in ons oud eerwaardig Athene. + +Kooraanvoerder. + + Hoe hem te zien? hoe is hij gekleed? wat is hij voor kerel geworden? + +Worstverkooper. + + Zooals hij met Aristides eens, met Miltiades aanzat ten maaltijd, + Aanschouwt hem zelf, want ik hoor reeds gedruisch van een plechtig + geopende voorpoort. + Juicht allen in koor bij het blijde gezicht van het oud eerwaardig + Athene, + Elks lofzang, ieders bewondering waard, waar het roemruchte Volk nu + gaat wonen. + +Kooraanvoerder. + + O gezondheidstralend, viooltjesbekranst, en benijdenswaardig Athene, + Toon ons wie nu over Hellas alleen en ook over dit land zal + gebieden. + + + + + + + +TWEE EN TWINTIGSTE TOONEEL. + + +Dezelfden. Volk. + + + +Worstverkooper. + + Daar is hij te zien, met een krekel getooid, vol geschitter naar + d'oude gestalte, + Naar wapenstilstand, niet slakken riekt hij, als gezalfd met de + heerlijkste myrre. + +Kooraanvoerder. + + Heil u, der Hellenen koning voortaan! want wij deelen van harte in + uw blijdschap, + Gij handelt zooals het betaamt aan den staat, en aan Marathon's + zegetrofeeën! + +Volk. + + O liefste mij der mannen, kom, Agorákritos! + +(de Worstverkooper nadert) + + Wat deedt gij goed met uw verjongingskuur! + +Worstverkooper. + + Wat? ik? + M'n beste man, je weet niet hoe je vroeger was, + En wat je deed--je hieldt mij anders voor een god. + +Volk. + + Wat deed ik dan vroeger, en hoe was ik vroeger dan? + +Worstverkooper. + + Wel, vroeger, als men zei in de volksvergadering: + "O Volk, ik houd zooveel van jou, van jou alleen, + "Ik wil voor je zorgen, ik alleen ben j' echte vriend," + Als iemand met die praatjes aan zijn speech begon, + Dan stak je je kuif op, toonde je horens-- + +Volk. + + Deed ik dat? + +Worstverkooper. + + En met zulke woorden werd je telkens wéér bedot. + +Volk. + + Wat zeg je, dat gebeurde, en ik merkte 't niet? + +Worstverkooper. + + Omdat, bij Zeus, je ooren als een zonnescherm + Te zamen klapten en zich dan weer openden! + +Volk. + + Was ik zoo dom, zoo'n onbedachtzame ouweheer? + +Worstverkooper. + + En als er een stel redenaars aan 't spreken was, + En d' een voor oorlogsschepen pleitte--d' andere + Voor staatsgeld aan salarissen--wist de ééne man + Zijn vijand te overtroeven, en kneep daadlijk uit. + +(Volk geeft teekens van schaamte) + + Zeg, waarom bukt g' u? blijft ge niet zooals ge waart? + +Volk. + + Ik schaam mij voor de verkeerde daden van voorheen. + +Worstverkooper. + + Dat was ùw schuld niet, heb daarover maar geen zorg, + Dat deden zij die u bedrogen. Zeg me nu: + Wanneer een schurk van een aanklager nu tot u zegt: + "Je zult geen brood meer hebben, heeren rechters, hoor, + "Wanneer je niet dat vonnis velt zooals ik wil." + Wat zal je doen met zulk een valschen beschuldiger? + +Volk. + + Ik til hem op, en gooi hem in den afgrond neer, + En aan zijn nek mag slingeren--Hypérbolos. + +Worstverkooper. + + Dat is verstandig, dat 's nu eens naar recht gezeid! + Vertel nù, wat je verdere politiek zal zijn. + +Volk. + + Ten eerste betaal ik, wie op oorlogsschepen dient, + En van den tocht terugkeert, het volledig loon. + +Worstverkooper. + + Dat geeft pleizier aan velen, wier zitvlak pijn gaat doen. + +Volk. + + Elk, verder, die ingeschreven voor de militie is, + Zal niet door invloeden van zijn plaats verwisselen, + Maar zal ingeschreven blijven evenals voorheen. + +Worstverkooper (ter zijde). + + 't Zal spijten aan het handvatsel van Kleónymos. + +Volk. + + Geen baardelooze zal meer koopen op de markt. + +Worstverkooper. + + Waar moet dan voortaan Strato koopen en Klisthenes? + +Volk. + + 'k Bedoel die heertjes, die steeds bij den kapper zijn, + En die daar zittend converseeren zooals volgt: + "Wat knappe vent die Phaeax, en wat leerd' ie goed!" + "Zijn argumenten, zijn conclusies zijn perfekt," + "Hij spreekt met geur, is een orateur en een charmeur," + "En op de meetings heeft hij nimmer een malheur." + +Worstverkooper. + + Sla dien kerel op z'n achterste met z'n gezeur! + +Volk. + + 'k Stuur al die heertjes nog veel liever op de jacht. + En zal ze leeren af te laten van politiek. + +(Een slaaf brengt Volk een zetel) + +Worstverkooper. + + Wanneer dat waar is, neem dan dezen klapstoel aan, + En een sterken jongen, die hem voor je dragen zal: + Maak hem desnoods tot klapstoel zelf, wanneer je wilt. + +Volk. + + Ik zalige kom in mijn oude levenswijs! + +Worstverkooper. + + Door dat ik jou een wapenstilstand van dertig jaar + In levenden lijve aanbied. Wapenstilstand, hier! + +(Men brengt een kruik wijn) + +Volk. + + O groote Zeus! hoe heerlijk is dat, bij de goôn, + Mag ik een aanval op dien wapenstilstand doen? + +(Worstverkooper geeft den oude de kruik) + + Waar haalde je dien vandaan? + +Worstverkooper. + + De Paphlagoniër + Heeft die maar altijd binn' in huis voor jou verstopt, + Pak aan nu! moge de wapenstilstand spoedig gaan + Naar 't platteland! + +Volk. + + En zeg den Paphlagoniër, + Die dat gedaan heeft, dat een strenge straf hem wacht. + +Worstverkooper. + + Die straf zal wezen dat hij mijn beroep erlangt; + Alleen zal hij zijn beuling verkoopen voor de poort, + Ook zal hij knoeien met ezel- en met hondenvleesch, + En dronken zal hij met meiden aan het schelden gaan, + En 't water drinken, dat in de badkuip over is. + +Volk. + + Dat 's goed bedacht, want zulk een loon heeft hij verdiend, + De meiden en de badknechten--daar hoort hij bij. + Jou daarentegen roep ik thans naar het stadhuis, + En op dien zetel, waar hij zat, de galgebrok. + Hier, neem dit groene feestkleed aan, en volg mij thans! + + Breng hem naar buiten, toon hem zijn nieuw vak bovendien, + Dat de vreemde, steeds door hem geplaagd, het ook mag zien! + +(Slaven sleepen den Paphlagoniër aan handen en voeten mee, die als +beulingventer, in de kleeren van den Worstverkooper, naar buiten wordt +gegooid. Agorákritos, in feestkleed, volgt met het koor meester Volk). + + + EINDE. + + + + + + + +KORTE OPHELDERINGEN BIJ DE RIDDERS VAN ARISTOFANES. + + +Vs. 15 Parodie van Euripides. +Vs. 17 Ongeveer "Ik heb geen lef in mijn donder." +Vs. 19 Toespeling op Euripides' moeder, die groentevrouw was. +Vs. 31 Parodie van een onbekend dichter. +Vs. 42 Démos Pyknítes, Démos van de Pnyx (heuvel waar het volk + vergaderde). +Vs. 51 Drie obolen = ongeveer een kwartje, was de bezoldiging + der rechters. +Vs. 55 Poging om de Grieksche woordspelingen terug te + geven. Demosthenes herinnert aan zijne verdiensten bij Pylos. +Vs. 107 Zware roode wijn, afkomstig van den berg Pramnos op het + eiland Ikaros. +Vs. 123 Bakis, beroemde oude waarzegger. +Vs. 159 Parodie van een onbekend (tragisch) dichter, zooals + ontelbare malen bij Aristofanes. +Vs. 197 vgl. Parodie op den ouderwetschen epischen vorm en stijl + der orakels. +Vs. 215 Woordspeling van démos = volk, en demós = vet. (Verschil + van klemtoon). +Vs. 230 Een klassieke plaats voor de politiek en de + schouwburgtoestanden in Athene. +Vs. 237 Dadelijk bij zijn eerste optreden komt de Paphlagoniër + (Kléon) met verzonnen beschuldigingen, als een echte sykofant. +Vs. 242 Simon en Panaetios, aanvoerders van de ridders, overigens + onbekend. +Vs. 254 Eukrates, volksleider, door A. bespot. +Vs. 265 De tekst is hier (en elders) jammerlijk bedorven, ik + tracht er een zin aan te geven. +Vs. 279 Woordspeling, in plaats van scheepsmateriaal levert die + kerel (zegt de Pa.) soepmateriaal aan den vijand der Atheners. +Vs. 321 Plaatsje bij Athene. "Vóórdat ik ver buiten Athene was, + waren reeds mijn gekochte zolen onbruikbaar." +Vs. 327 De zoon van Hippodamos, Archeptolemos, aristokraten te + Athene, geestverwanten van A. en vijanden van Kléon en de + demokratie. +Vs. 347-350 Nog tegenwoordig van toepassing op vele "demokratische" + sprekers en leiders. +Vs. 355-358 Toespelingen op Pylos en den Peloponnesischen oorlog. +Vs. 361 Een duistere politieke toespeling. +Vs. 375 vlg. Demosthenes stelt voor een proef met hem te nemen, + zooals men varkens behandelt. +Vs. 392 "hij sneed riemen van anderman's leêr," met het oog op + Kléon's bedrijf als leerlooier. +Vs. 394 Dit slaat op de te Athene gevangen Spartanen van het + eiland Sfakteria. +Vs. 400-401 Misschien toespelingen op den dichter Kratinos als + dronkaard; Morsimos wordt vaak als slecht tragisch dichter + bespot. +Vs. 407 Dit is eene voor ons duistere toespeling, zooals vaak + bij A. +Vs. 433 "uitvaren" is dubbelzinnig. Ook de Gr. tekst slaat op + wind en zeevaart. +Vs. 448 vlg. Altemaal woordspelingen, die in het Ned. moeielijk + zijn weer te geven. +Vs. 462 Kléon spreekt in timmermanstaal, om zich populair te maken. +Vs. 475 vlg. Alles parodie op het gemeene verklikkerige karakter + van Kléon. +Vs. 511 Typhon, een mythologisch ondier, waarmede A. Kléon + vereenzelvigt. +Vs. 529-530 Aanhalingen uit een blijspel van Kratinos (Cratinus, + bij Horatius), met Eupolis en Aristofanes de grootste + blijspeldichter. +Vs. 534 Kónnos, beroemd citherspeler, doodarm gestorven. +Vs. 537 Krátes, ook een bekend kluchtspelschrijver. +Vs. 563 Phormion, een populair Atheensch admiraal. +Vs. 566 het kleed = de péplos, plechtig aan Athene gebracht in + den optocht der Panathenaeën. +Vs. 579-580 Met andere woorden, dat de ridders, zoodra de vrede + gesloten is, weer als van ouds toilet kunnen maken, en als + menschen van stand voor den dag kunnen komen. +Vs. 595 vlg. Het ridderkoor verhoogt het komisch effekt, door een + loflied op de paarden, als een soort van stand. Al de nu + volgende verzen slaan op een plundertocht, door Nikias met + behulp van Atheensche ridders ondernomen, wier paarden in + speciaal daarvoor ingerichte transportschepen waren + overgebracht. De woordspelingen en toespelingen in vs. + 600-610 gaan echter meestal voor ons verloren. +Vs. 615 Nicobulus = Winraad, vgl. Thrasybulus = Koenraad. +Vs. 641 "het traliewerk," waardoor de leden van den raad en van de + rechtbanken van het publiek werden afgesloten. De + worsthandelaar of beulingventer paradeert hier met zijn + onbeschaamdheid. De geheele passage, vs. 624-682, is een + uitmuntende parodie van een Atheensche raadszitting. +Vs. 697 in het Gr. den "móthoon" dansen = een plompe onfatsoenlijke + dans = ongeveer een "negerdans," een "cake-walk." +Vs. 728 Een soort oogstkrans, een twijg, voor de huisdeur + opgehangen, als goed voorteeken. +Vs. 744 De worsthandelaar overtreft Kléon telkens, door plattere + voorbeelden en grootere gemeenheid. +Vs. 762 Voorbeeld, aan een zeeslag ontleend. +Vs. 765 Drie beruchte sujetten te Athene. +Vs. 786 Harmodios (en Aristogiton), moordenaars van den tiran + Hipparchos, als martelaars der vrijheid te Athene vereerd. +Vs. 794 Archeptólemos, vgl. vs. 327. +Vs. 813 Parodie op den Telephos van Euripides. +Vs. 877 Kléon snoeft dat hij een zekeren Gryttos, een homosexueel, + zijn burgerschapsrechten had doen ontnemen. +Vs. 895 Silphium, laserpitium, was een duur stimulans, bij + gerechten gebruikt, en bewerkte diarrhee, enz. Vandaar ook de + woordspeling in vs. 899. +Vs. 901 Die Roodkop = Kléon. +Vs. 927 vlg. Kléon wordt voorgesteld als een lekkerbek, die van + smulpartijtjes naar de volksvergadering loopt. +Vs. 948 "je zegelring." De slaaf die voor het huishouden zorgde + (tamias), had den zegelring van zijn heer, en alles achter + slot en grendel. +Vs. 954 Woordspeling van demós = vet, en démos = volk, + (vgl. vs. 215.) +Vs. 958 Kleónymos, de Grieksche Falstaff, steeds door A. bespot. +Vs. 969 Toespeling op een politiek proces uit dien tijd (?) +Vs. 979 Toespeling op een soort winkel in de havenstad Piraeus, die + ik met een toespeling op onze "dertigcentbazaars" tracht weer + te geven. +Vs. 984 Met z'n lepel en z'n stamper (dingen in een keuken + onmisbaar) werkt Kléon in de staatskeuken, in de + staatshuishouding. +Vs. 985-95 Een poging om de Gr. woordspelingen van het oorspronk. + eenigszins terug te geven. +Vs. 1003 Bakis (en Glanis), (vgl. vs. 123.) +Vs. 1040 Toespeling op het beroemde orakel, dat de Atheners + ontvingen voor de aankomst van Xerxes. +Vs. 1059 Woordspelingen met Pylos, in Messenië, het tooneel van Kléons + heldendaden. Pylos beteekent "poort." Ook vs. 1060 bevat in + het Gr. een woordspeling, die in het Ned. verloren gaat. Maar + zelfs in den oorspr. tekst zijn hier alle toespelingen niet + duidelijk. +Vs. 1069 Philóstratos, berucht koppelaar te Athene. +Vs. 1077 Toespeling daarop dat de soldij der Attische soldaten + niet geregeld werd uitbetaald. +Vs. 1080-85 Een reeks van woordspelingen op toen aktueele feiten + en personen. +Vs. 1103 Theophanes, waarschijnl. een handlanger van Kléon. +Vs. 1118 Woordelijk: "Uw verstand, o volk, is aanwezig, en toch + op reis." +Vs. 1121 vlg. Deze beurtzang is de scherpste satire op de + demokratie, die ooit geschreven werd. +Vs. 1169 Het kolossale beeld van Athene in het Parthenon, door + Phidias uit ivoor en goud gemaakt. +Vs. 1172 "Pylosstrijdster," enz. Al deze namen der godin Athene + zijn parodistisch gebruikt. +Vs. 1189 Woordspeling met den bijnaam van Athene, als Pallos + Tritogeneia. +Vs. 1206 d. i. ik word in onbeschaamdheid overvleugeld. +Vs. 1225 Parodie van een onbekend treurspeldichter. +Vs. 1236 Volgens de uitleggers een plaats waar men geslachte + varkens de borstels afzengde. +Vs. 1245-46 Op de markt verkoopen was fatsoenlijker dan vóór + de poort. +Vs. 1256 Phanos, particulier secretaris van Kléon? +Vs. 1257 Agorákritos, kan als meneer "Markttwist," of zoo iets, + worden vertaald. +Vs. 1263 "Praat"eners zijn de Atheners in de oudheid geweest, + en zijn het nu nog. +Vs. 1264 vgl. Spotternij tegen bekende Atheensche sujetten. +Vs. 1274 vlg. De dichter geeselt hier alweer bekende en beruchte + Atheensche sujetten. +Vs. 1291 Kleónymos, vgl. vs. 958. +Vs. 1301 vlg. Parodie op den lompenkoopman Hypérbolos, steeds door + A. bespot, een verloopen demokraat, die een tocht tegen + Karthago schijnt te hebben ondernomen. +Vs. 1324 "viooltjesbekranst" uit een beroemd loflied van Pindaros + op Athene ontleend. +Vs. 1331 De krekel (cicade) werd door de Atheners gedragen, als + zinnebeeld van hun oud geslacht, en als autochthonen (in het land + zelf geborenen). +Vs. 1332 Slakken, kleine slakjes bezigden de rechters bij het + stemmen. Dit vers beteekent dus "hij riekt niet meer naar + processen." +Vs. 1362 Hypérbolos, vlg. vs. 1301. +Vs. 1372 Kleónymos wordt hier en elders als lafaard, als + "schildwegwerper" bespot. +Vs. 1374 A. bespot telkens de "heertjes" van zijn tijd. De volgende + verzen parodieeren de gemaniereerde taal van die "viveurs." +Vs. 1389 vlg. De woordspeling gaat hier verloren, omdat het Gr. woord + "plengoffer" en "wapenstilstand" beteekent. Het Atheensche + volk had recht op wapenstilstand sedert 445 v. C., maar Kléon + had door zijn oorlogszuchtig optreden als het ware dien + wapenstilstand weggestopt. +Vs. 1408 De vreemdelingen, die voor de Dionysos-feesten naar + Athene kwamen, moeten de bestraffing van Kléon bijwonen. + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Ridders, by Aristofanes + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERS *** + +***** This file should be named 37828-8.txt or 37828-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/7/8/2/37828/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project +Gutenberg. + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
