summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/37828-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '37828-8.txt')
-rw-r--r--37828-8.txt4574
1 files changed, 4574 insertions, 0 deletions
diff --git a/37828-8.txt b/37828-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..5325d62
--- /dev/null
+++ b/37828-8.txt
@@ -0,0 +1,4574 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Ridders, by Aristofanes
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Ridders
+
+Author: Aristofanes
+
+Translator: Hendrik Clemens Muller
+
+Release Date: October 23, 2011 [EBook #37828]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ DE RIDDERS
+ Van
+ Aristofanes
+
+ Vertaald door
+ DR. H. C. MULLER
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD VAN HET STUK.
+
+
+Dit stuk is geschreven tegen Kléon, den volksleider der Atheners. Hij
+wordt voorgesteld als een pasgekochte Paphlagonische slaaf, in het
+huis van den heer Volk (Démos), door wien hij boven de anderen wordt
+voorgetrokken. Zijn twee medeslaven smeden nu tegen hem samen,
+en halen, volgens de woorden van een orakel, den worstverkooper
+Agorákritos over, tegen hem op te treden, en voortaan over het
+Atheensche volk te heerschen. In den vorm van een koor verschijnen nu
+ook de Atheensche ridders (vertegenwoordigers van den ridderstand), en
+smaden Kléon, die zich tracht te verdedigen door ze bij den raad (der
+vijfhonderd) aan te klagen van eene samenzwering tegen den staat. Er
+heeft een scheldpartij en een gevecht tusschen den leêrlooier en den
+worsthandelaar plaats, en de dichter maakt van de gelegenheid gebruik
+om zijn hart tegenover het publiek uit te storten, om de voorvaderen te
+prijzen, en door een lofgedicht op de paarden tevens den ridderstand
+in de hoogte te steken. De strijd der twee tegenstanders in den raad
+eindigt met een overwinning van den beulingventer, die het van Kléon
+telkens in onbeschaamdheid wint. Terwijl het koor zich hierover
+verheugt, wil de razende Kléon thans zijn heer Volk (Démos) zelf
+laten beslissen. De knorrige oude heer verschijnt, en bepaalt dat
+de wedstrijd op de Pnyx (den Heuvel) zal plaats vinden, waartoe het
+ridderkoor een opwekkend lied zingt.--Nadat de heer Volk (Démos) op
+de steenen zitplaatsen der Pnyx plaats heeft genomen, vangt de tweede,
+de ernstige strijd aan. Beide volksvrienden krijgen nu beurtelings het
+woord, en bespreken den oorlog en de staatkundige gebeurtenissen van
+den dag. De een tracht den ander in flikflooierij van meester Volk
+en bespottelijke dreigementen te overvleugelen. Kléon wil zich door
+orakelspreuken redden. De worstenman heeft ze ook. Zij zullen gehaald
+worden, Démos zal ze aanhooren en dan beslissen; na welk tooneel het
+koor den naderenden val van Kléon voorspelt.--In de volgende tooneelen
+wint het de worsthandelaar in uitlegging der spreuken. Kléon geeft
+zich nog niet gewonnen, hij stelt voor heer Volk om de beurt ten eten
+te geven. Wie dat het best doet, zal overwinnaar zijn. Een koorlied,
+dat dit tooneel besluit, schildert op dichterlijke wijze het ware
+karakter van den veranderlijken heer Démos.
+
+Thans verschijnen beiden met manden vol eten. Kléon schijnt het
+door fijnere spijzen te winnen, maar de beulingventer weet zich
+door list en overmoed den zege te verschaffen. Eindelijk geeft
+Kléon zich gewonnen, het orakel had hem reeds lang geleden zijn val
+voorspeld, en treurig en moedeloos zinkt hij in elkaar. Agorákritos,
+de worsthandelaar, gaat met heer Volk weg, ten einde hem door zijn
+kunst te verjongen. Na een tusschenzang van het koor, komen beiden
+geheel veranderd terug, Agorákritos als een edel vaderlander, Démos
+een flinke Marathonstrijder, in plaats van een zwakke grijsaard,
+zooals vroeger. De eerste wordt in zijn nieuw ambt bevestigd, Kléon
+veroordeeld om aan de poorten der stad te gaan schreeuwen tegen
+badmeesters en lichte vrouwen.
+
+
+
+De Ridders is opgevoerd te Athene, in Februari 424 v. C. De dichter
+ontving voor dit stuk den eersten prijs, en overwon zijne twee
+mededingers, waaronder den talentvollen blijspelschrijver Kratinos.
+
+
+
+
+
+
+
+PERSONEN.
+
+
+Slaven van Volk (Démos).
+ Eerste Anonymus (Nikias)
+ Tweede Anonymus (Demosthenes)
+Een Paphlagoniër (Kléon).
+Agorákritos, worsthandelaar.
+Koor van Ridders.
+Volk (Démos), een oude heer.
+Stille Personen: Slaven (aan het einde van het stuk).
+
+
+
+De eerste acteur (Aristofanes zelf) speelt voor den worsthandelaar.
+
+De tweede acteur speelt voor Nikias, later voor den Paphlagoniër.
+
+De derde acteur speelt voor Demosthenes, later voor Volk.
+
+
+
+Het stuk speelt te Athene, vóór het huis van Volk.
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE TOONEEL.
+
+
+Men ziet het huis van den ouden Volk, daarvóór een slaaf (Nikias),
+die pijnlijk heen en weer loopt.
+
+Eerste Slaaf (Nikias), daarna Tweede Slaaf (Demosthenes).
+
+
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Tarátaratá, o wat een rampen, tátaratá!
+ Die nieuwgekochte beroerde Paphlagoniër
+ "Verderven hem de goden met z'n wanbeheer!"
+ Want sedert hij hier in het huis gedrongen is
+ Wordt ieder slaaf door hem geranseld, eeuwigdoor.
+
+(De tweede slaaf komt te voorschijn)
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Die allerberoerdste Paphlagoniër, weg met hem
+ En met z'n streken.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Hoe maak jij het, ellendige?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Slecht, evenals jij.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Kom dan maar hier, dan zullen wij
+ "Een duetje samen fluiten, Olympos nagebootst."
+
+
+Samen (fluitende).
+
+ Tu-tu, tu-tu, tu-tu, tu-tu, tutu, tutu!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Vergeefs het klagen! Doen we niet beter en zoeken eerst
+ Een uitkomst voor ons beiden, zonder weegeklaag?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat moet er gebeuren?
+
+
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Jij moet 't zeggen.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Neen, zeg jij 't!
+ Ik wil niet vechten.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Bij Apol, ik evenmin.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ "Kunt gij niet raden wat mijn plicht te zeggen is?"
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Vat moed en spreek, als jij het zegt, zeg ik het ook.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Ik ben geen sladood! Vertel mij hoe ik het zeggen kan
+ Een beetje gemaniereerd, zooals Euripides.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Neen, neen, neen, neen, verkoop in 's hemels naam geen kool,
+ Maar zoek een middel om te ontvluchten aan dien heer.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Zeg dan: we-loopen, achter elkaar, precies als ik.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ We-loo-pen, daar, ik zeg het al.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Zeg dan daarna
+ Het woordje: weg, daarachter!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Weg!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Zóó is het goed!
+ Doe of je 't woordje langzaam aftrekt, en zeg eerst:
+ We-loopen-, daarna zeg je: weg, en dan heel gauw....
+
+Tweede Slaaf.
+
+ We-loopen, weg, we-loopen weg, we-loopen weg!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Mooi zoo, niet waar!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Jawel, bij Zeus! maar voor m'n huid
+ Voorspelt het mij een leelijke toekomst.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wel, waarom?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Omdat bij dien aftrek licht m'n huid verloren gaat.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Het beste voor ons beiden dunkt mij nu te zijn
+ "Ons neer te werpen voor een heilig godenbeeld."
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Welk godenbeeld? geloof jij vast dat er goden zijn?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Welzeker!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ En wat is dan jouw bewijs daarvoor?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Omdat ik gehaat ben bij de goden. Klopt dat niet?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Je overtuigt me. Maar 'k zoek tòch een andren weg!
+ Wat denk je, wil ik de zaak vertellen aan 't publiek?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Dat is niet kwaad. We vragen één ding aan 't publiek,
+
+(tot het publiek gewend):
+
+ Om asjeblieft te laten blijken aan d'acteurs,
+ Als men pleizier heeft van onze verzen en ons spel.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Ik zal vertellen.
+
+(tot het publiek)
+
+ Weet dan, publiek, we hebben 'n heer,
+ Heel boersch en driftig, 'n boonenverslinder, onbesuisd,
+ Meneer Volk van den Heuvel, een humeurigen ouweheer,
+ En 'n beetje doof. Die kocht op d'eersten van de maand
+ Een slaaf, Paphlagoniër, en leerlooier van beroep,
+ Maar ondertusschen een verduiveld grooten schelm.
+ Die kerel had den aard van ons oudje snel doorgrond,
+ Die beroerde Paphlagoniër! vleide onzen heer,
+ Hij streelde en likte, hij bedroog en kamde 'm op,
+ Met allerlei flikvlooierijen sprak hij zóó:
+ "Mijnheer Volk, neem 'n bad, maar eerst nog even één proces,
+ "Pak aan, en slik, en eet. Daar heb j' een kwartje vast!
+ "Wil ik je eten klaarzetten?"--Dan pakt hij weg
+ Wat een van ons al voor z'n heer heeft klaargemaakt,
+ En maakt zich lief. Zóó had ik eens verleden jaar
+ Een lekkren koek gebakken met Spartaansch beslag,
+ Maar hij kwam listig aangeloopen, pakte 'm weg,
+ En bood de roomtaart die ikzelf geslagen had!
+ Ons jaagt hij weg, en niemand anders mag zijn heer
+ Bedienen. Hij staat met een leêren krans op 't hoofd,
+ En jaagt, terwijl z'n meester eet, de sprekers weg.
+ Hij zingt orakels, en de ouwe orakelt meê.
+ Zoodra hij hem met Moeder de Gans heeft volgepropt,
+ Beginnen z'n kunsten. Al de slaven in het huis,
+ Belastert hij, en het gevolg is: slaag voor ons!
+ De Paphlagoniër loopt voortdurend woedend rond,
+ En stookt en kuipt, en roept op eens bij voorbeeld uit:
+ "Zie je wel hoe Hylas door mijn toedoen slagen krijgt?
+ "Houdt mij te vrind, of anders ga je kapot vandaag!"
+ En wij--moeten geven. Doen we 't niet, de ouwe geeft
+ Ons zeker dan nog tienmaal erger voor de broek.
+
+(tot den ander):
+
+ Dus laten wij maar gauw bedenken, beste vrind,
+ Wat weg ons nù te kiezen staat, en wie ons helpt.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Je vraagt, wat weg? We loopen weg, dat's ònze weg.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O neen, want alles weet de Paphlagoniër,
+ Zelf ziet hij toe op alles. Met z'n eene been
+ Staat hij in Pylos, met z'n ander op de Pnyx.
+ Z'n beenen houdt hij altijd zóóver uit elkaar,
+ Dat feitelijk z'n achterste is in Gapenburg,
+ Z'n handen in Bedel-, en z'n geest in Stelenburg.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Dan is het best dat wij maar doodgaan!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Laat ons zien,
+ Hoe wij dan sterven kunnen vol van dapperheid.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Ja zeker, hoe te sterven vol van dapperheid?
+ Het beste is misschien, wij drinken stierenbloed.
+ Het meest bevalt me de dood nog van Themistokles.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Of ongemengden wijn, den goeden god ter eer,
+ Want daaruit volgt allicht een goed en wijs besluit.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat ongemengd? Dus is het jou om drank te doen?
+ Nam ooit een man, die dronken was, een wijs besluit?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Jij bent een echte geheelonthoudingsleuteraar.
+ Durf jij beweren dat de wijn 't verstand beneemt?
+ Is er soms iets, dat meer vermag, dan juist de wijn?
+ Kijk, als de menschen lekker aan het drinken zijn,
+ Dan worden ze rijk, ze winnen altijd hun proces,
+ Ze zijn gelukkig, en ze doen hun vrienden goed.
+ Breng mij ten minste drommels gauw een kan vol wijn,
+ 'k Besproei mijn geest, en zal een groote wijsgeer zijn!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ O hemel, wat bezorg j' ons nog met jouw gedrink!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Breng 't gauw, m'n beste!
+
+(Nikias gaat het huis binnen)
+
+ Zie hoe 'k achterover lig!
+ Ben 'k eenmaal dronken, dan bestrooi ik het tooneel
+ Met invalletjes en meeninkjes en plannetjes.
+
+(Demosthenes ligt achterover. Nikias komt terug met een kan en
+een beker).
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Gelukkig maar, dat ik niet binnen ben betrapt,
+ Toen ik dien wijn stal!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Wat doet de Paphlagoniër?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Hij vrat zouten koeken, openlijk verkochte waar,
+ En snurkt nu dronken achterover op zijn leêr.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Komaan dan, schenk me gauw wat onvermengden wijn,
+ Om hier te plengen.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Plengen wij den goeden God!
+
+(hij vult den beker, en reikt hem aan Demosthenes)
+
+ Drink, drink den rooden wijn gewijd aan Pramnos' god!
+
+(Demosthenes drinkt)
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O goede god, van u koom' wijsheid, niet van mij!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat is er nu nog meer te doen?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Steel drommels gauw
+ De orakels, die de Paphlagoniër binnen heeft,
+ Zoolang hij slaapt.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Het zal gebeuren, maar ik vrees
+ Dat dan op eens uit den goeden god een slechte groeit.
+
+(Hij gaat naar binnen)
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Komaan, ik zet den kan vol wijn weer aan den mond.
+
+(Nikias komt met een rol terug)
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Eerste Slaaf.
+
+ De Paphlagoniër ligt ronkend neêr en stinkt,
+ Hij merkte niet dat ik het heilig orakel stal,
+ Dat hij zoo trouw bewaarde.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ 'n Slimme guit ben jij!
+ Geef hier, laat mij het lezen. En schenk jij mij in,
+ Een beetje gauw. Laat mij eens zien, wat staat er in?
+ O gulden spreuken! reik mij gauw den beker aan.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Laat zien, wat zegt 't orakel?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Schenk me nóg eens in.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Is dat één van de spreuken "Schenk me nòg eens in?"
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O Bakis!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat is er?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Kerel, schenk me nòg eens in!
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Ik denk dat die Bakis nog al diep in 't glaasje keek.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Vervloekte Paphlagoniër, heb je dit bewaard,
+ 't Orakel vreezend dat je zelf betrof?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Hoe dan?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Omdat er duidelijk staat, dat hij verloren is.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat zeg je?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Kijk eens, duidelijk staat het in de spreuk
+ Dat er allereerst een vlashandelaar is opgestaan,
+ Die al de zaken van den staat besturen zal.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Eén handelaar dus. En wat komt er dan? Spreek op.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Een schapenhand'laar zal daarna de tweede zijn.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Twéé handelaars dus. Wat gebeurt er dan met dien?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Hij zal besturen, tot er nòg een beroerder vent
+ Dan hij zal komen, en dan gaat hij op de flesch.
+ Dán komt er een hand'laar in huiden, een Paphlagoniër,
+ Een dief, een schreeuwer, met 'n stem als 'n waterval.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Moet dan de schapenverkooper weêr te gronde gaan
+ Door een leêrverkooper?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Zeker.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat een ongeluk!
+ Zou er soms niet nòg een andre verkooper ergens zijn?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Er is er nog één, die kerel heeft een prachtig vak.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Wat voor een beroep?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Moet ik het zeggen?
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Ja, bij Zeus!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Een worstverkooper zal het zijn, die hèm verdrijft.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Een worstverkooper? Bij Poseidon, wat een vak.
+ Waar zullen wij dat mannetje eens zoeken gaan?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Wij gaan hem zoeken!
+
+(Er verschijnt een worstverkooper of beulingventer, met een plank,
+en worsten dragende).
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Kijk, daar komt hij waarlijk aan,
+ Hoe godstoevallig! naar de markt!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O beste vrind,
+ O worstverkooper, heerlijke kerel, kom bij ons,
+ Kom op 't tooneel, en red geheel de stad en ons!
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden. De worstverkooper.
+
+
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat is er? Waarom roep je?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Kom toch hier, en hoor
+ Hoe'n welgelukzalig en voorspoedig man je bent.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Zeg, neem jij hem maar dadelijk z'n worstplank af.
+ Vertel hem dàn, wat het orakel hem voorspelt,
+ En ik ga op post staan bij den Paphlagoniër.
+
+ (Nikias af)
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE TOONEEL.
+
+
+Demosthenes. De worstverkooper.
+
+
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Kom, leg jij eerst maar je bagaadje op den grond,
+ En groet daarna eerbiedig d'aarde en de goôn.
+
+Worstverkooper (legt z'n boel neer).
+
+ Ziedaar. Wat is er?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O gelukkige, rijke man!
+ In 't heden niets, maar morgen overmachtig groot!
+ "O hertog van het zalige Atheensche volk!"
+
+Worstverkooper.
+
+ Laat jij me liever darmen schoonmaken, beste vrind,
+ En beuling verkoopen. Waarom hou je me voor den gek?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Wat voor een beuling, gekke kerel? Kijk 't publiek!
+ "Ziet gij geschaard der volken rijen?"
+
+Worstverkooper.
+
+ Ja, dat zie 'k.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ "Van al die scharen zult gij zelf de hertog zijn,"
+ En van de markt, en van de havens, en de Pnyx,
+ Den raad zal je trappen, klein zal je houden de generaals,
+ En binden en boeien, en vrouwen pakken op 't stadhuis.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Jij, welzeker! je ziet nog niet eens je heele macht.
+ Stap op het tooneel, ga op je eigen worstplank staan.
+ Zie d'eilanden die in een kring gelegen zijn.
+
+Worstverkooper (doet dit).
+
+ Die zie ik.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ De handelsplaatsen en de schepen ook?
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zie ze.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Ben je dan niet een overgelukkig man?
+ Kijk nu eens met je rechteroog naar Karië,
+ En met je linker moet je tot Karthago zien.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik verrek m'n oogen, noem je dat soms m'n geluk?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Dat niet, maar alles wordt op ùwen wenk verkocht.
+ Gij wordt in waarheid, zóó als 't oud orakel zegt,
+ Een man van aanzien.
+
+Worstverkooper.
+
+ Zeg mij eerst, hoe zal ik ooit
+ Van aanzien worden, als ik niets dan worst verkoop?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Juist dàt is de reden dat j' een man van aanzien wordt,
+ Je komt van de markt, je fopt de menschen, bent brutaal.
+
+Worstverkooper.
+
+ Maar 'k vind niet dat ik zelf zoo'n aanzien waardig ben.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Wat zeg je? vindt je zelf niet dat j' een rang verdient?
+ Het komt me voor dat jij jezelven heel goed kent.
+ Ben je soms van nette ouders?
+
+Worstverkooper.
+
+ Bij de goden, neen!
+ Dat zou 'k je kunnen leeren....
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Zalig is dan uw lot,
+ Dan zijt g' uitnemend voor het staatsbestuur geschikt.
+
+Worstverkooper.
+
+ Maar beste man, 'k bezocht niet eens de lagere school,
+ De letters ken ik, maar ik schrijf ze als een smid.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Het eenige nadeel is dat je nog een beetje schrijft!
+ Om 't volk te leiden heeft men nù geen lagere school
+ Meer noodig, en ook geen menschen meer van goed fatsoen,
+ Wèl dommen en schaamteloozen! Weiger niet het lot,
+ Dat in 't orakel door de goôn is voorbeschikt.
+
+Worstverkooper.
+
+ Hoe zijn de woorden van 't orakel?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Bij de goden! mooi,
+ Heel dubbelzinnig en heel wijsgeerig is voorspeld:
+ "Doch als de aadlaar van leêr, kromsnavelig, met zijn gebekte
+ "Den bloeddorstigen draak, den heer Domkop, vreeslijk gepakt heeft,
+ "Dan gaat meteen ook uw stank, Paphlagonische looier, verloren,
+ "Aan de verkoopers van worst schenkt macht en aanzien de godheid,
+ "Wen ze niet liever besluiten om steeds dóór worst te verkoopen."
+
+Worstverkooper.
+
+ Slaat dàt nu op mij? leg dat ereis uit, m'n beste vrind.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ "Adelaar van leêr" is de Paphlagoniër dien je kent.
+
+Worstverkooper.
+
+ En wat is "kromsnavelig?"
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Dat heeft ongeveer den zin,
+ Dat hij met zijn handen, als een snavel, alles gapt.
+
+Worstverkooper.
+
+ En wat is de "draak?"
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O, dat is duidelijk als de zon.
+ Een draak is lang, en ook een worst is altijd lang,
+ En bloed verslindt een worst zoowel als iedre draak.
+ Hij meent dus dat de draak den leêren adelaar
+ Zal overwinnen, "wen hij niet geeft om zijn geklets."
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat wen, daar kan ik aan wennen! maar ik sta verbaasd,
+ Hoe iemand als ik het heele volk regeeren kan!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Een makkelijk werkje! Ga maar door met je beroep!
+ Haal alle zaken, of het een worst is, door mekaar,
+ Ja alles, en geef altijd maar aan 't volk zijn vet,
+ Dan houdt je het zoet met woordjes uit de keukentaal.
+ Volksleiderstalenten heb je overigens genoeg:
+ Een stem als een oordeel, lage komaf, aan de markt gewend,
+ Dat 's alles wat er voor een staatsman noodig is!
+ Het Delfisch orakel, en de andre, stemmen saam.
+ Zet gauw een krans op, en offer aan God Domkop nu!
+ Overwin dien andren kerel.
+
+Worstverkooper.
+
+ Maar wie staat mij bij
+ In dit gevecht? de goede standen zijn bang voor hem,
+ En 't arme volk, dat rilt en beeft al voor z'n stem.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Er zijn nog duizend ridders, heele flinke lui,
+ Die haten hem, en helpen ù door dik en dun,
+ Dan verder alle burgers die ontwikkeld zijn,
+ En van het publiek hier ieder die fatsoenlijk is,
+ En ik met hen, en de godheid zelf zal mèt u zijn.
+ Wees maar niet bang, z'n tronie is niet nagevolgd!
+ Geen van de kappers heeft, uit pure vrees voor hem,
+ Z'n masker durven maken. Toch zal iedereen
+ Hem gauw herkennen. Het publiek is slim genoeg.
+
+(De Paphlagoniër komt naar buiten).
+
+Worstverkooper.
+
+ O wee, o wee, daar komt de Paphlagoniër.
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden. De Paphlagoniër.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Je zult er geen pleizier van hebben, bij de goôn.
+ Dat jullie tegen 't volksbestuur zoo samenzweert!
+ Wat moet hier toch die beker uit Chalkidike?
+ Jelui wilt zeker den afval der Chalkidiërs?
+ Naar den donder, naar den bliksem, ontrouw slaventuig.
+
+Tweede Slaaf.
+
+(tot den worsthandelaar)
+
+ Wat vlucht je? waarom blijf je niet? o edele
+ Koopman in worsten laat den staat niet in den steek!
+
+(tot het koor:)
+
+ Komt te hulp, o eedle ridders. Simon en Panaetios!
+ Nu is 't tijd, rukt allen aanstonds naar den rechtervleugel op!
+
+(tot den worstverkooper)
+
+ Zie, men nadert. Op, verdedig u en keer terstond weerom!
+ Uit dien stofwolk kunt gij leeren dat men oprukt allen saam!
+ Kom te hulp dan, en verdrijf hem, jaagt hem samen op de vlucht!
+
+(De worsthandelaar keert terug, en valt met Demosthenes samen den
+Paphlagoniër aan, terwijl het koor de dansplaats binnentrekt).
+
+(Het koor van 24 ridders trekt, in twee deelen gesplitst, de dansplaats
+binnen).
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE TOONEEL.
+
+
+De vorigen. Het koor.
+
+
+
+Koor (eerste halfkoor).
+
+ Sla den schelm, den grooten deugniet, ridderstandbezwadderaar,
+ Tollenaar, slokop en vraatziek, alverslinder als een kolk,
+ Ja, een schelm, een schelm der schelmen; dikwijls dient dat woord
+ gezegd,
+ Sla hem, geef hem op zijn baadje, en gooi alles op den kant,
+ Haat hem, zooals wij hem haten, val hem aan en schreeuw maar toe,
+ Laat hem niet den dans ontsnappen, want geen uitweg is hem vreemd,
+ En hij zal zijn biezen pakken als de slimme Eukrates.
+
+De Paphlagoniër.
+
+ O, mijn beste heeren rechters, kwartjesvinders zooals ik,
+ Die ik help aan uw bestaantje, 't zij ik recht of onrecht schreeuw,
+ Komt te hulp, ik word geslagen door een samenzweerderstroep!
+
+Koor (tweede halfkoor).
+
+ Dat verdien je, staatsgeldvreter, vóór het lot nog heeft beslist!
+ Jij, die alle ambtenaren uitknipt als een stuk citroen,
+ En bevoelt als waren 't vruchten, rijp of onrijp naar den tast,
+ En als je iemand hebt gevonden, die bij de bondgenooten hoort,
+ Haal j' 'm uit den Chersonesos, en je pakt terstond hem aan,
+ Tot j' 'm onder hebt gekregen en geheel vernietigd hebt!
+ Jij! je aast op alle burgers, die nog dommer zijn dan jij,
+ Mits ze rijk zijn, niet fatsoenlijk, komen ze in je kraam te pas!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ga jelui mij óók vervolgen? Juist voor jullie krijg ik slaag!
+ Want ik wou juist voor gaan stellen, dat het méér dan billijk is
+ Om een standbeeld op te richten voor den dapp'ren ridderstand.
+
+Koor.
+
+ Wat een zwetser, wat een draaier! Zie je niet, hoe hij ons fopt,
+ Ons trakteert als oude kerels, altijd zich in bochten draait?
+ Mocht hij even overwinnen, toch is 't gauw met hem gedaan,
+ Want wij stooten als de bokken, en verplett'ren hem het been.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Staat, ik roep u ten getuige, hoe 'k door beesten word vertrapt.
+
+Koor.
+
+ Schreeuw maar door, dat is het middel dat je macht schonk in den staat!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zal schreeuwen, door mijn schreeuwen drijf ik jullie op de vlucht!
+
+Koor.
+
+ Schreeuw eens harder dan deze kerel, dan verdien je een hoera!
+ Maar kan hij brutaler schreeuwen, dan wacht ons de zegekoek!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Deze kerel? Ik verdenk hem, 'k breng hem daadlijk voor 't gerecht,
+ Want hij levert aan den vijand drijvend materiaal van soep!
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zal jòu voor den rechter brengen, jij die met een leege maag
+ Op 't stadhuis komt, en er uitloopt met een dikken vollen buik!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ O, hij smokkelt verboden waren, zeker brood en vleesch en visch!
+ Perikles had dát niet noodig, die gaf nooit zoo'n ergernis.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij gaat zeker naar den bliksem.
+
+Worstverkooper.
+
+ Als jij schreeuwt, ik driemaal harder.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zal schreeuwen dat je omvalt.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zal buldren dat je dondert.
+
+Paphlagoniër.
+
+ 'k Klaag je aan, als je gaat dienen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Als een hond laat ik je grienen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ontmasker je als zwetser.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zal jou het beentje lichten.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Heb je lef om m' aan te kijken?
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat? mijn ouders zijn jou gelijken!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik vermoord je, als je durft kikken.
+
+Worstverkooper.
+
+ 'k Stop je in mest en laat je stikken.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ben 'n dief--durf jij 't beweren?
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik kan stelen--dieven leeren--
+ En nog valsche eeden zweeren!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Op mìjn terrein durf jij je wagen?
+ 'k Zal je voor den raad doen dagen,
+ 'k Zal je met belasting plagen,
+ Dat je je leugen en valschen eed,
+ Alles uit je darmen zweet!
+
+Koor.
+
+ Aaklige vent,
+ Dief zonder end,
+ En schreeuwer, je bent--mislijk!
+ Jou en je kliek
+ Kent het publiek,
+ Je schreeuwt je nog ziek--gewislijk!
+
+ Ambtenarentractementen
+ En belastingdocumenten,
+ Advokaten en kliënten,
+ Weten hoe brutaal je bent,
+ Van je schreeuwen en je knoeien,
+ Je bedillen en bemoeien,
+ Doe j' Athene overvloeien,
+ Alles raakt hier op z'n end.
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Jij hebt met je stemgebulder heel Athene leeggepompt,
+ En gelijk een visscher azend kijk je naar belasting uit!
+
+Paphlagoniër.
+
+ 'k Ben allang reeds op de hoogte, wie mij dat toch heeft gelapt.
+
+Worstverkooper.
+
+ Zooals jij in 't schoenenlappen, zoo ben ik in 't worstenvak.
+ Jij die huid van slechte beesten handig te versnijden weet
+ En dan rondvent aan de boeren, of het dikke zolen zijn,
+ Voordat één dag is verloopen, is het leêr al uitgezet!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Zeus zal m'n getuige wezen, dat heeft hij ook mij gelapt,
+ Al de lui van mijn gemeente en m'n vrienden lachten m' uit,
+ Vóór ik Pergase bereikte zwom ik reeds in iedren schoen.
+
+Koor.
+
+ Kléon! je bent
+ Zoo'n slimme vent,
+ Want 't is bekend
+ Sinds eeuwen:
+ Nu en altijd,
+ Gepeupel leidt
+ Brutaliteit
+ En schreeuwen!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Door je invloed in Athene melk je iedren vreemdeling,
+ Als hij 't ziet, vergaat van woede 't zoontje van Hippódamos.
+
+Koor.
+
+ Maar er is een vent gekomen,
+ Die voor jou niet hoeft te schromen,
+ Die jou spoedig heeft genomen,
+ Veel gemeener nog dan jij,
+ Ik verheug mij in zijn boosheid,
+ Want door listen en door loosheid,
+ En door sluwe schaamteloosheid
+ Dringt hij jou geheel op zij!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Kom jij nu, ridder van de worst, en toon je fluks een kerel,
+ Toon ook dat een beschaafde man nu niets meer heeft te zeggen.
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTSTE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Worstverkooper.
+
+ Verneemt dan allen uit mijn mond, wat dát is voor een burger!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Laat mij toch gaan.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zeker niet, 'k stam uit Jan Rap als uwees!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Als hij niet buigt, zeg dan er bij dat j' ouders ook Jan Rap zijn!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Laat mij nu los.
+
+Worstverkooper.
+
+ Bij Zeus!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Bij Zeus!
+
+Worstverkooper.
+
+ Neen, nooit, bij god Poseidon!
+
+(Zij vechten)
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik barst van woede en ergernis.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dàt zal ik je zelfs niet toestaan!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Sta, bij de goden, hem toch toe van ergernis te stikken!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wie geeft je zoo'n brutaliteit om tegen mij te spreken?
+
+Worstverkooper.
+
+ Omdat ik spreken kan als jij, en lekkre soep kan koken.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij spreken? weet je wat je kan? wanneer er in je handen
+ Een stuk rauw vleesch gevallen is, dàt kan je goed behandelen.
+ Met jou is het precies gegaan als met de meeste menschen.
+ Als jij tegen een mindren man 'n procesje hebt gewonnen,
+ Dan loop je nachten over straat en leutert tegen je zelven,
+ Drinkt niets dan water, schettert hard, verveelt je beste vrienden,
+ En denkt dan dat je een spreker bent. Je bent een groote domkop.
+
+Worstverkooper.
+
+ En wat heb jij gedronken dan, zoodat geheel Athene
+ Z'n mond moet houden en alleen naar jou geschetter luistert?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wie stel je over tegen mij? 'k Ben iemand die in staat is
+ Om na een lekker vischdiner, met echten wijn beklonken,
+ De veldheers, die in Pylos zijn, als snollen te behandelen.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik kan 'n heelen ossenmaag met darmen van een varken
+ Inslokken, en het vet daarna, met ongewasschen handen,
+ En dàn nog al de redenaars, en Nikias, overdond'ren.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Al wat je zegt bevalt me wel, maar één ding valt me tegen,
+ Dat als jij aan de regeering komt, jij 't vet alleen wilt slurpen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij zult geen snoeken eten, en de Milesiërs verjagen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik eet een beest z'n pooten op, en pacht dan zilvermijnen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik spring op eens, en met geweld breng ik den raad ten onder.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik stop je achterste als een worst, en sla je op je donder.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jou pak ik eerst bij 't achterste, en sleur je dan voorover.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Dan pak je zeker mij meteen, jou godvergeten roover.
+
+(Zij vechten)
+
+Paphlagoniër.
+
+ 'k Laat je krom sluiten in de boeien.
+
+Worstverkooper.
+
+ Als deserteur laat ik je bloeien.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zal je looien met gemak.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zal je villen als een zak.
+
+Paphlagoniër.
+
+ 'k Hang je op aan huid en velletjes.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik hak je tot frikadelletjes.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Al je oogharen pluk ik uit.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik snijd je den krop uit je snuit.
+
+Eerste Slaaf.
+
+ Behandel hem, goddorie, maar
+ Precies of hij een varken waar'!
+ Sla hem een spijker in den snuit,
+ En haal daarna zijn tong er uit,
+ Wanneer aldus het heele dier
+ Gespalkt is op de kunstmanier,
+ Dan onderzoek je of een wrat
+ Te zien is op zijn varkensgat.
+
+Koor.
+
+ Leve de man,
+ Heet op de pan,
+ Die hèm nog kan
+ Bedwingen,
+ Die door zijn mal
+ Gebrul en gebral
+ Kléon nog zal
+ Verdringen!
+
+ 't Was geen kwaad experimentje,
+ Om een nòg grooter schreeuwtalentje,
+ Om een nòg gemeener ventje
+ Uit te sturen in den strijd--
+ Kom, en sla hem op zijn baadje,
+ Geef hem niet het halve maatje,
+ Want de dwingland in ons staatje
+ Heeft het bijna afgeleid.
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Want wanneer je hem maar éénmaal in de worsteling verzwakt,
+ Toont hij zich een laffen kerel, o ik ken z'n waren aard.
+ En zoo'n lafaard heeft waarachtig nog z'n heele leven lang
+ Voor een flinken vent gegolden! hij sneed riemen van andermans leêr!
+ Hij houdt nu de korenaaren van 't vijandelijk korenveld
+ Hier gevangen, en steekt later al hun losgeld in z'n zak.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ben niet bevreesd voor jullie, zoolang als de raad nog leeft,
+ En zoolang van alle spelers Volk het domste bakkes heeft.
+
+Koor.
+
+ Met z'n gesnoef
+ Wil ons de boef
+ Nù nog den loef
+ Afsteken!
+ Glad als een aal,
+ Altijd brutaal
+ Is nog zijn taal
+ Gebleken!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ 'k Haat je erger dan de dekens, waar Kratinos zich in bevuilt,
+ Erger dan de slechte drama's, waar vriend Morsimos in huilt!
+
+Koor.
+
+ Jij, die als een ontaarde bij
+ Kruipt en gonst in alle zaken,
+ En je honing tracht te maken
+ Uit de bloem der omkooperij!
+ Moge 't slechtverworven eten op 't stadhuis ook slecht je smaken!
+ Mocht het lot ons zóó iets schenken,
+ Mocht jij raken in den druk,
+ Dan zou ik een lied bedenken:
+ "Laat ons klinken, laat ons drinken,
+ Laat ons juichen van geluk!"
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+Ja, 'k wed, de zoon van Bulias, de meisjesgek op jaren,
+Spant jou ter eere nog Apol en Bacchos op z'n snaren.
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Mij zult ge, bij Poseidon, nooit in driestheid overwinnen,
+ Of ik zal geen vergaadring meer met offerdienst beginnen!
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik zweer bij de oorvijgen, die ik als jongen talrijk
+ Gekregen heb, en bij het mes waar 'k mee kan bekkesnijden,
+ Dat ik het van je winnen zal, want anders was ik zeker,
+ Met hondebrokken opgevoed, zoo'n kerel niet geworden!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Met hondebrokken opgevoed? Ik draag hier al sinds tijen
+ Den eernaam Hondsvot, en durf jij een hondsvot gaan bestrijen?
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik ben een boef van d' echte soort, als jongen al een boefje,
+ Want toen heb ik de slagers al bestolen met een foefje:
+ "Kijk, zie je daar die zwaluw niet? 't wordt lente, boerenkinkel!"
+ Riep ik, en keken zij, dan stal ik 't vleesch hun uit den winkel.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Jij bent een handig brokje vleesch, en wijs en onverschrokken,
+ Als d'ander slâ in 't voorjaar eet, steel jij de voorjaarsbrokken!
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat deed ik meestal ongemerkt, maar snapten mij die heeren,
+ Dan ging ik, in elkaar gehurkt, bij hoog en laag aan 't zweeren;
+ Zoodat, toen eens een spreker zag, hoe ik ze had bedrogen,
+ Hij uitriep: "Kijk, die jongen wordt nog eens bij 't volk een hooge!"
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Dat heeft hij drommels goed voorspeld, en 't was dan ook geen wonder,
+ Je was meineedige en een dief, en 't vleesch zat in je donder!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik leer je d' onbeschaamdheid af, eerst jou en dan den ander,
+ Ik stort te voorschijn als een groot en schitterend tegenstander,
+ En 'k zal de aarde en de zee ondersteboven keeren!
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik haal eerst mijn worsten in, die jij zou kuljoneeren,
+ En daarna vaar ik tegen je uit en zal je mores leeren.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Wanneer je scheepje lek mocht gaan, zal ik op 't ruim wel passen!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Geloof jij dat je ongestraft, bij Demeter! vijf talenten
+ Van d'arme Atheners stelen kunt?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Pas op en vier je schoot wat!
+ Hij blaast als de noordoostenwind! Straks regent het processen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Jij hebt uit Potidaea tien talenten vast gestolen!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wat zou dat? aas jij soms op één, om dan je mond te houen?
+
+Tweede Slaaf
+
+(tot den Paphlagoniër).
+
+ Hij stak er graag één in zijn zak.
+
+(tot den worsthandelaar)
+
+ Laat schieten maar je touwen!
+ De eerste storm is nu bedaard!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij gaat met een vierdubbel proces
+ Van honderd talenten op de flesch.
+
+Worstverkooper.
+
+ Als deserteur krijg je twintig er bij,
+ En duizend wegens oplichterij!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij bent gesproten uit een geslacht,
+ Dat door de goden is veracht!
+
+Worstverkooper.
+
+ Jouw grootvader liep hier in 't land
+ Gewapend achter 'n dwingeland!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Mijn grootvaâr? van wien stam ik af?
+
+Worstverkooper.
+
+ Van vrouwendienaars, laag en laf!
+ Want ik weet zeker dat hij was
+ In dienst van de vrouw van Hippias,
+ Haar naam? herinner ik mij wel,
+ Die klonk zoo iets als "juffrouw Vel."
+
+Paphlagoniër.
+
+ Je bent een schelm.
+
+Worstverkooper.
+
+ Je bent een schurk.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Sla flink er op.
+
+Paphlagoniër (schreeuwende).
+
+ Mijn arme kop,
+ 'k Val in een samenzweerdersstrop!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Je ranselt hem aan allen kant,
+ Met darmen en met ingewand,
+ Zoodat het kraakt en knettert,
+ Zóó wordt het best een vent gestraft,
+ Die altijd schreeuwt en schettert!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ O allerdapperste stuk vleesch, o held der heldenscharen,
+ Voor ons en voor geheel den staat de redder in gevaren,
+ Wat heb je mooi, met mannentaal en flink, dien man verslagen,
+ Hoe kan mijn vreugd genoegzaam van uw eer en roem gewagen?
+
+
+
+
+
+
+
+TIENDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Het was me niet ontgaan, dat jullie de heele zaak
+ Heel netjes in elkaar getimmerd hadt,
+ Maar ik wist wat te beklinken en te spijkeren was.
+
+
+
+Worstverkooper.
+
+ 't Ontgaat me óók niet, al wat jij in Argos doet,
+
+(tot het publiek:)
+
+ Hij maakt ons schijnbaar het volk van Argos tot bondgenoot,
+ Maar steunt daar op eigen houtje de Lacedæmoniërs.
+
+Tweede Slaaf
+
+(tot den worstverkooper)
+
+ Kan jij ook niet tegen hem spreken als een timmerman?
+
+Worstverkooper
+
+(tot den Paphlagoniër).
+
+ Ik weet wel, hoe die dingen samengeklonken zijn,
+ Zij worden bedisseld ten bate van de gevangenen!
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Goed zoo! spreek jij van "smeden" als hij "spijkeren" zegt!
+
+Worstverkooper.
+
+ De mannen van daar, die hameren mee aan 't zelfde slot.
+ Al biedt je mij nóg zooveel goud of zilvergeld,
+ Al stuur je je vrienden, toch verhinder je mij niet
+ Om dat bekend te maken aan 't Atheensche volk.
+
+Paphlagoniër.
+
+ En ik zal daadlijk mij begeven naar den raad,
+ En daar vermelden hoe gij allen samenzweert,
+ En hoe gij 's nachts hier op den burg tezamenkomt,
+ En hoe gij aan den koning der Persen ons verraadt,
+ En--hoe j'ons kaas wilt geven uit Boeotië!
+
+Worstverkooper.
+
+ Hoe duur zou wel die kaas zijn uit Boeotië?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Bij Herkules! 'k zal maken dat je onderligt!
+
+ (Af.)
+
+
+
+
+
+
+
+ELFDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden, behalve de Paphlagoniër.
+
+
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Toon nu eens je beleid en je stoutmoedigheid!
+ Als 't waar is dat je vroeger, zooals je zelf vertelt,
+ In elkaar gehurkt gestolen vleesch verstoppen kondt--
+ Dan loop je nu ook drommels gauw naar 't raadsgebouw,
+ Want hij 's daar binnengevallen, en hij dient terstond
+ Al buldrend tegen allen een valsche aanklacht in.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dan ga ik, vuil als ik ben, maar toch leg ik nog eerst
+ M'n darmen en m'n messen hier op den grond ter neer.
+
+(Hij legt alles af)
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Daar heb je olie, wrijf er eerst je nek mee in,
+ Dan glijdt daartegen de heele valsche aanklacht af.
+
+Worstverkooper.
+
+ Uitmuntend! jij hoort zeker thuis in 't turnlokaal.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Slik ook dit nog naar beneden.
+
+(Hij geeft hem knoflook)
+
+Worstverkooper.
+
+ Waarvoor dient me dat?
+
+Tweede Slaaf.
+
+ Door knoflook te eten zal j' een beter kemphaan zijn.
+ Kom, spoed je voort.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat doe ik al.
+
+Tweede Slaaf.
+
+ En denk er aan:
+ Je bijt en lastert, je eet z'n hanekam maar op,
+ Als dàt gedaan is, kom je hier weer in galop!
+
+(De worstverkooper gaat naar de stad, de slaaf gaat het huis binnen).
+
+Koorlied.
+
+ Ga henen met vreugd, en handel vrij
+ Tot blijdschap en voldoening van mij,
+ 500 Zeus zelf bescherme uw paden,
+ En als d'overwinning eens is behaald,
+ Dan komt gij terug, en zegepraalt,
+ Met kransen bestrooid en beladen!
+
+De aanvoerder van het koor
+
+(tot de toeschouwers)
+
+ En gij! verleent ons aandachtig gehoor, als wij naderen met anapesten,
+ Gij, die bij de feesten verschillende zangen van velerlei Muse
+ gehoord hebt!
+
+(Het koor wendt zich naar het publiek)
+
+Parabase.
+
+ Als eertijds een van het oude geslacht, als een vroegere
+ blijspelendichter
+ Ons verzocht om naar het publiek toegewend zijne verzen te gaan
+ reciteeren,
+ Niet licht verwierf hij die gunst van ons; maar thans is de dichter
+ het waardig,
+ Omdat hij veracht wie bij ons is veracht, en omdat hij de waarheid
+ durft spreken,
+ En dapper op Typhon zelf losgaat, en het onweêr waagde te tarten.
+ Maar dàt, waar velen verbaasd over zijn, die verwonderd mij vroegen
+ naar d'oorzaak,
+ Waarom hij niet vroeger een koor heeft verzocht, om zelf zijn
+ tooneelstuk te spelen,
+ Dàt droeg hij ons op te verklaren aan u. Ik heb--aldus sprak de
+ dichter--
+ Niet uit domheid zóó met mijn verzen gedraald, maar ik huldigde
+ altijd de meening
+ Dat er niets op aarde zoo moeilijk was als een blijspel goed te
+ vertoonen.
+ Veel minnaars verdringen zich om haar gunst, maar de Muse schenkt
+ weinigen toegang.
+ En de dichter, publiek! heeft uw aard doorgrond, hoe gij jaarlijks
+ verandert en wisselt,
+ Hoe gij altijd de vroegere dichters verzaakt, zoodra hen d'ouderdom
+ nadert:
+ Hij weet wat met Mágnes eens is geschied, toen leeftijd zijn lokken
+ vergrijsde,
+ Die zoo menigen wapentros heeft gesticht, als hij won in den edelen
+ wedkamp,
+ Die met wiss'lende tonen uw oor heeft gestreeld--met lierzang--met
+ kwinkeleeren,
+ Met Lydisch gefluit--met wespengeluid--die met kikkergekwaak u
+ gedoopt heeft,
+ En die tòch niet altijd u kon voldoen, en als grijsaard, niet toen
+ hij jong was,
+ Door ù is versmaad, omdat hij te tam, te gematigd was in zijn
+ spotlust!
+
+ Ik herinner den dichter Kratinos u ook, die van lof overstroomd en
+ van glorie
+ Door uw veld als een bergstroom rolt, poëzie! en platanen en machtige
+ eiken
+ Met wortel en tak op den grond doet slaan--zóó velt hij zijn vijand
+ ter neder,
+ Dat bij ieder feestmaal zijn lied weerklonk: "Godin Geefgraag met
+ vijgenpantoffels!"
+ En "Bouwmeesters van kunstrijken zang"--zóó bloeide zijn naam in
+ Athene.
+ Doch thans? Geen meelij vervult uwe borst, als hij treurt en zeurt
+ in zijn verzen,
+ Wanneer bij het tokkelen weigert zijn luit, als de klanken verdwenen
+ van vroeger,
+ En valsch weerklinkt de geheiligde snaar!--Thans dwaalt hij als
+ grijsaard in 't ronde,
+ Aan Kónnos gelijk, en "verdord is zijn krans, en hij gaat aan zijn
+ dorst nog te gronde!"
+ Hem paste de staatsdrank op het stadhuis, den zoo dikwerf schittrend
+ bekroonde,
+ Dan zeurde hij niet, en zat glansrijk hier bij den priester van
+ god Dionysos.
+
+ Zie Krátes eens, wat moest hij van u ook al grillen en luim
+ ondervinden!
+ Wiens kunst leek op een eenvoudig ontbijt, dat hem luttele
+ inspanning kostte,
+ Die met nuchteren smaak u een maaltijd schonk van grappen en fijne
+ gedachten,
+ Toch--hield hij het uit, soms daalde zijn zon, en dan rees hij weer
+ naar de hoogte.
+ Hij vreesde het wisselend dichterenlot. Denkt allen aan wat hij
+ eens zeide:
+ Dat men vóór alle dingen een roeier moet zijn, en daarna pas staan
+ aan het stuurrad,
+ Allereerst op de plecht van het vaartuig geplaatst, om de richting
+ te leeren der winden,
+ En ten slotte de stuurman van alles te zijn!--Tot dank voor al deze
+ woorden,
+ Omdat hij verstandige denkbeelden had, en niet leuterend sprong in
+ zijn scheepje,
+ Schenkt gij hem nu donderend handengeklap, voortdurend een
+ eeregeleide,
+ Goedgekeurd gemompel op 't schouwburgfeest,
+ Dat de dichter tevreden naar huis moge gaan,
+ In zijn arbeid geslaagd,
+ Met een voorhoofd, stralend van blijdschap!
+
+Koor (Ode).
+
+ God Poseidon, ù roep ik aan,
+ U is de stem van 't snuivend ros,
+ U zijn hoefslag geheiligd:
+ Gij, die over de waterbaan
+ 't Donkergekleurde schip doet gaan,
+ Gij, die zeevaart beveiligt!
+
+ God Poseidon, der rossen heer!
+ Die u verheugt in glans en eer,
+ Als, in schittrende rijen,
+ Heel de bloeiende jeugd der stad
+ Luchtig, vluchtig de teugels vat
+ Van den brieschenden paardenschat,
+ Voor zijn harddraverijen!
+
+ Kom ten reidans van uit de zee,
+ Breng uwen gulden drietand mee,
+ Door dolfijnen gedragen!
+ Gij, wien van verre de schipper smeekt,
+ Als zijn kiel op de klippen breekt,
+ Door den stormwind verslagen!
+
+ Zilten telg van den dondergod!
+ Gij, wien Phormion heel zijn lot,
+ 't Lot zijner schepen vertrouwde:
+ U ter eer klink' 't loflied schoon,
+ U, Poseidon, Kronos' zoon--
+ Gij, ons het liefst van de hemelgoôn,
+ Toen ons de zeeslag benauwde!
+
+ Ja, ik wil den roem verkonden van ons heerlijk voorgeslacht,
+ Waardig op het kleed te stralen, dat m' Athene jaarlijks bracht,
+ Mannen die in voetgevechten, òf in 't schip-omkluisterd heir
+ Ons den zege steeds bevochten, 't vaderland tot roem en eer.
+ Geen van al die dappre mannen heeft den vijand ooit geteld,
+ Doch zoodra 't gevaar nabij was, zwol zijn moed en werd hij held.
+ Mocht er één terzijde storten, mocht hij wanklen in den slag,
+ Hij ontkende, stofafschuddend, dat hij ooit ten onder lag!
+ Nimmer staakten zij de worstling, want geen vroeger generaal
+ Maakte ooit, als Kléon's vader, aanspraak op een staatsonthaal;
+ Thans verlangt men eerezitplaats, spijs en drank van 't algemeen,
+ Of men weigert mee te vechten. Doch wij eischen dat elkeen
+ Zich zal offren, onbaatzuchtig, voor den staat en voor zijn goôn,
+ Méér verlangen wij van niemand, slechts dit ééne ridderloon:
+ Dat, zoodra de vrede daar is, gij 't ons niet misgunnen zult,
+ Dat ons lijf weer is geroskamd, hoofd- en baardhaar weer gekruld!
+
+Koor (Ode).
+
+ En gij, Pallas, der stede heil!
+ Gij die Atheen, in rotsen steil,
+ Steunt in oorlog en vrede,
+ Die reeds vaak onze stad behieldt,
+ Die ons dichterental bezielt
+ Naar de aloude zede!
+
+ Nader, godin van kunst en vreê,
+ Breng welwillend den Zege mee,
+ 't Beeld dat rust op uw handen,
+ Nike, die ons lied begeleidt,
+ Die in oorlog, die in strijd
+ Aan Athene haar zorgen wijdt,
+ Schutgodes dezer landen!
+
+ Reik thans zegenend uwe hand
+ Aan de bloem van den ridderstand,
+ Als zij krijg wil beginnen
+ Met den vijand, die aan ons land
+ Zijn eerzuchtige netten spant:
+ Schenk ons zoet overwinnen!
+
+ Thans wil 'k ook den lof bazuinen van den eedlen paardenstand!
+ Zij verdienen lof en eerbied, want zij brachten veel tot stand,
+ Hebben mèt ons veel verdragen, ingevallen en gestreên,
+ Maar wat zij op 't land volbrachten, kent nog lang niet iedereen!
+ Sprongen zij niet, flink als mannen, op de schepen van het land?
+ Dronken zij niet flink uit bekers, aten knoflook uit de hand?
+ Droegen zij elkaar niet riemen, als gewone menschen, na,
+ Riepen zij niet, waterscheppend: "Wie roeit mee? hiep, hiep, hoera!"
+ "Aarzel niet om aan te pakken, grijp de riemen, edel ros!"--
+ Toen men aankwam in Korinthe, liep de troep er gauw op los
+ Om met hoeven zich een rustplaats en een deksel op te slaan
+ En wat was uw voedsel, paarden? kreeften, en geen klaverblaân!
+ Als een kreeft naar land kwam kruipen, vingt gij hem uit 't peilloos
+ diep,
+ Zoodat eens 'n Korinthisch kreeftje, 'n moppentapper, luidkeels
+ riep:
+ "Vreeslijk toch, o god Poseidon, dat de woning van geen visch,
+ Noch de aarde noch het water voor de ridders veilig is!"
+
+
+
+
+
+
+
+TWAALFDE TOONEEL.
+
+
+(De worstverkooper komt terug)
+
+Het koor. De worstverkooper.
+
+
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Dierbaarste man, bezield van jeugdig' overmoed,
+ Met hoeveel zorg betreurde ik uw afwezigheid!
+ En daar gij nu behouden zijt teruggekeerd,
+ Vertel ons, wàt is 't einde van den strijd geweest?
+
+Worstverkooper.
+
+ Nu heet ik "Winraad," want ik overwon den raad!
+
+Koor. (Strophe of Keer).
+
+ Juicht nu allen! de worsteman
+ Zal zijn rede beginnen.
+ Hij, die spreekt zoo heet van de pan,
+ En die nog beter vechten kan,
+ Glorierijk overwinnen!
+ Vang thans aan met uw verhaal,
+ Niets ga voor ons verloren,
+ Stel uw rede noch perk noch paal,
+ Want ik reis één en andermaal
+ Om uw woorden te hooren.
+ Spreek dus rustig en welgemoed,
+ Wie aan u twijfelen dorsten
+ Vallen u thans eerbiedig te voet,
+ Zijn verrukt door uw heldenmoed,
+ Edel koopman in worsten!
+
+Worstverkooper.
+
+ Het loont de moeite om te hooren wat ik deed.
+ Ik rende terstond en achter hem de raadzaal in.
+ Hij brak reeds binnen menig donderwoord den nek,
+ En braakte zijn verwensching tegen de ridders uit,
+ En schold hen samenzweerders, zoodat iedereen
+ Hem ging gelooven. Al de mannen van den raad
+ Wist hij te boeien door zijn grove leugenkool.
+ Men keek zuur als mosterd, dreigend fronste men het hoofd.
+ Toen ik nu zag hoe men gesteld was op zijn woord,
+ En hoe men door zijn sluwe taal bedrogen werd,
+ Toen bad ik tot de goden die ik 't beste ken,
+ "O Onbeschaamden en Bedriegers (dus bad ik),
+ "O Stommelingen en Kabouters, o Slavenras,
+ "O Markt waarin ik reeds als knaap ben opgevoed!
+ "Schenkt mij nu durf, behalve een gelikte tong,
+ "Een stem vol onbeschaamdheid!" Wijl ik dit bedacht,
+ Liet een verkeerde liefhebber aan mijn rechterkant
+ Er eentje vliegen, zoodat ik van eerbied boog.
+ Toen heb ik met mijn achterste het traliewerk
+ Geopend, en ik schreeuwde 't uit met wijden mond:
+ "Ik breng u, heeren van den raad, een goed bericht,
+ "Hoort dus de blijde boodschap, waar ik hier meê kom,
+ "Nog nimmer, sinds de oorlog uitgebroken is,
+ "Is hier de ansjovis voor een lager prijs verkocht!"--
+ Op deze tijding trok elkeen een zoet gezicht,
+ Men wijdde mij voor 't goed bericht een eerekrans,
+ En ik gaf aan den raad toen het geheim advies
+ "Om alle ansjovis op te koopen voor een cent per stuk,
+ "En de schotels t' arresteeren, die voorhanden zijn."
+ Men klapte en men gaapte mij verwonderd aan.
+ De Paphlagoniër, die dit alles had bemerkt,
+ En de woorden wist die indruk maken op den raad,
+ Nam toen het woord, en zeide: "Mannen, ik stel voor
+ "De goede tijding te herdenken, ons gebracht,
+ "Met een honderdkoeienoffer aan godin Atheen."
+ Hem knikte toen de heele raad welwillend toe,
+ Doch ik, die nimmer wijken wil voor koeiemest,
+ Bood tweehonderd koeien, en versloeg hem door dat bod.
+ Ook stelde ik voor, aan Artemis de jachtgodin
+ Een duizendbokjesoffer te beloven, als
+ D'ansjovis honderd voor een cent geprijsd zou zijn.
+ En op dat voorstel knikte weer de heele raad.
+ Toen hij dat hoorde, schrikte hij, sprak leutertaal,
+ En de bedienden sleurden hem van 't spreekgestoelt'.
+ Nu stond elk op, en er ontstond een vischdebat,
+ Maar Kléon smeekte, of men nog wat blijven wou,
+ "Verneemt nog wat u de heraut uit Sparta zegt,
+ "Een wapenstilstand biedt hij u ten tweeden keer!"
+ Doch ieder schreeuwde tegen hem, als uit één mond:
+ "Een wapenstilstand? nu op eens? terwijl zoo juist
+ "Bericht werd dat d'ansjovis is in prijs verlaagd?
+ "Dat is niet noodig, d'oorlog kan zijn gang gaan, hoor."
+ En tevens riep men: "Hef maar gauw de zitting op."
+ Van alle kanten sprong men over de balie heen,
+ En ik kneep uit, en kocht alle koriander op
+ En alle uien, die op de markt te vinden zijn,
+ En maakte daar toen de ansjovis lekker mee,
+ Zoodat de raadslui smulden voor geen halve cent.
+ Ik, die alom bewonderd ben en opgekamd,
+ Heb met mijn korianders en mijn uien dus
+ Voor weinig centen al de raadslui--opgeknapt!
+
+Koor.
+
+(antistrophe of tegen-keer)
+
+ Heil u, dierbare beulingvrind,
+ Heil zij u allerwege,
+ Alles gaat u thans voor den wind,
+ Wie zoo dapper den strijd begint,
+ 685 Dien wacht weldra de zege!
+ Want die schurk vond een schurk in u.
+ Grooter in list en in lagen,
+ Met uwen mond, zoo groot en ruw,
+ Met uwe listen, fijn en sluw,
+ Hebt gij hèm nog verslagen.
+ Vecht nu maar tot het einde door,
+ Toon u listig en machtig,
+ Want wij allen, het ridderkoor,
+ Helpen u en volgen uw spoor,
+ Ondersteunen u krachtig!
+
+Worstverkooper.
+
+ Daar komt hij, onze vriend de Paphlagoniër,
+ Hij bruist als een bergstroom, en hij snuift en raast maar door,
+ Alsof hij m' op wil eten, hij lijkt Blauwbaard wel.
+
+
+
+
+
+
+
+DERTIENDE TOONEEL.
+
+
+(De Paphlagoniër, met een krans op, komt terug uit den raad en snelt
+op het tooneel).
+
+Worstverkooper, Paphlagoniër, Het Koor.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Als ik jou niet vermorsel, als ik de leugentaal
+ Niet meer heb van vroeger, dan ben ik een verloren man.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik lach om jou bedreiging, 'k schud van je snoeverij,
+ Ik dans om jou een negerdans en ik hoon j' er bij!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zweer je bij Demeter! dat 'k niet leven zal,
+ Als ik je nìet levend opvreet en het land uitjaag.
+
+Worstverkooper.
+
+ Niet levend opvreet? kerel, ik zuip je levend op,
+ Al moest ik daarna barsten als een varkensblaas.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Je sterft, zoowaar ik voorzitter ben van Athene's raad!
+
+Worstverkooper.
+
+ Jij voorzitter? en ik zal maken vroeg of laat
+ Dat j' op de allerlaatste zitbank zitten gaat.
+
+Paphlagoniër.
+
+ 'k Zweer bij den hemel, ik laat jou in boeien slaan.
+
+Worstverkooper.
+
+ O wat een driftkop! wou je soms wat eten gaan?
+
+(ter zijde)
+
+ Waar smult hij van? is 't soms een beurs, met geld belaân?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Met m'n nagels krab ik al je ingewanden uit.
+
+Worstverkooper.
+
+ En met mijn nagels maak ik gaten in je huid,
+ En haal het eten, dat de raad je geeft, er uit.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik sleur jou, vrindje, voor 't gerecht, geloof me vrij.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik sleur jou ook, en doe een valschen eed daarbij.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wees maar verzekerd, schurk, dat 't volk naar jou nìet hoort,
+ Maar ik kan ze lekker foppen, op mijn eerewoord.
+
+Worstverkooper.
+
+ Heb jij zoo zeker het gepeupel in je macht?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik weet waarvan zij smullen, en dat is m'n kracht.
+
+Worstverkooper.
+
+ Je voêrt ze gemeen, zooals er vele bakers doen,
+ Van 't eten dat je voorkauwt geef je 't kind haast niets,
+ Terwijl je zelf driemaal zooveel naar binnen slokt.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Bij Zeus! ik zweer je, als 't je nòg niet is bekend,
+ Dat 'k ieder dik of dunner maak, door mijn talent.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat is een slimheid, die mijn achterste ook wel weet.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Als jij voor 't volk komt houdt je overmoed geen stand,
+ Laat ons naar 't volk gaan.
+
+Worstverkooper.
+
+ 'k Heb daartegen geen bezwaar,
+ Vooruit, loop op, niets mag er zijn dat ons weerhoudt.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Heer Volk, kom hier!
+
+Worstverkooper.
+
+ Ja, vader Volk, kom hier bij Zeus,
+ Lief vadertje Volk, verlaat je huis en kom bij ons!
+
+
+
+
+
+
+
+VEERTIENDE TOONEEL.
+
+
+De Worstverkooper, de Paphlagoniër, Volk, Het Koor.
+
+
+
+Volk.
+
+ Wie roepen mij daar? gaat toch weg hier voor m'n deur,
+ Want je vernielt den krans die aan den deurpost hangt.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Kom hier, en zie wat onrecht mij wordt aangedaan.
+
+Volk.
+
+ Wie doet dat, Paphlagoniër?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik krijg slaag voor u,
+ Van dien vent en van die heertjes daar.
+
+Volk.
+
+ Waarom is dat?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Omdat ik je liefheb, Volk, omdat ik je minnaar ben.
+
+Volk.
+
+ Zeg, wie ben jij daar?
+
+Worstverkooper.
+
+ Een medeminnaar ben 'k van hem,
+ Die van je houdt, en die reeds lang je wèl wil doen,
+ Ik wil hetzelfde als veel andere nette lui.
+ Maar door zijn schuld zijn wij onmachtig. Immers jij,
+ Je doet precies als kinderen die bedorven zijn,
+ Je luistert nimmer naar den raad van nette lui,
+ Maar wèl naar lampenkooplui en naar schoenmakers,
+ Schoenlappers en leerlooiers--die houdt jij te vrind.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ben een weldoener van hem!
+
+Worstverkooper.
+
+ Verklaar dat eens!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik fopte het gezantschap, dat uit Pylos kwam,
+ Ik zeilde heen en bracht de Spartanen gevangen hier.
+
+Worstverkooper.
+
+ Maar ik heb onlangs, toen ik uit m'n winkel kwam,
+ Den pot gestolen van iemand, die aan 't kooken was.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Meneer Volk! beleg terstond maar een vergadering,
+ Beslis dan zelf, wie van ons tweeën jou het meest
+ Gunstig gestemd is, en neem dien aan tot je vriend.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ja, ja, beslis het zelf maar, maar niet op de Pnyx!
+
+Volk.
+
+ Ik wil niet ergens anders zitten dan op de Pnyx!
+ Vooruit met jullie, komt te voorschijn op de Pnyx!
+
+(Volk gaat naar een hooge plaats, die de Pnyx voorstelt, en zet zich
+daar neder).
+
+Worstverkooper (ter zijde).
+
+ O wee, ik ben verloren, want de oude man,
+ Wanneer hij thuis is, is een beste goede heer,
+ Maar nauwlijks heeft hij plaats genomen op die rots,
+ Of hij gaapt als iemand, die een ristje vijgen maakt.
+
+Koor.
+
+(tot den worstverkooper)
+
+ Zet nu maar alle zeilen bij,
+ En toon je beste beentje,
+ Wees overmoedig en wees vrij,
+ Bedenk een heele scheldpartij,
+ Waarmee je Kléon zet op zij,
+ Want hij, hij is er eentje,
+
+ Die zich in alle bochten weet
+ Te dringen en te wringen,
+ In elken muur ziet hij een reet,
+ En hij kent listen bij de vleet,
+ Al is 't gevaar ook nog zoo heet,
+ Om toch den dans t'ontspringen!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Wees zeker dat gij met overmacht, met krachtpatserij op hem lostrekt,
+ Maar wees tegelijk voorzichtig ook, en bedenk, voordat hij u aanvalt,
+ Dat je gauw met je ra naar den vijand draait, en je slingerwerptuigen
+ omhoog hijscht!
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFTIENDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Aan mijn meesteres, godinne Atheen, die de stad wil schermen en
+ schutten,
+ Bid ik thans, zoowaar als ik steeds voor het volk, den doorluchtigen
+ staat der Atheners,
+ D'allerbeste geweest ben na Lysikles en Kynna en Salabakcho,
+ Dat ik steeds, al doe ik ook niets, toch op staatskosten zal worden
+ gespijzigd.
+ Doch als ik u haat, en in uw belang niet alleen zal treden in
+ 't strijdperk,
+ Dan ga ik spoedig in stukken gezaagd of in riemen gesneden te gronde!
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik, o Volk, als ik jou niet bemin, niet liefheb, moge gesneden,
+ En in kleine stukjes gebraden zijn--doch wanneer die wensch niet
+ genoeg is,
+
+(hij houdt zijn worstplank in de hoogte)
+
+ Dan moog ik in pap fijn worden geschaafd, met kaas, hier op deze
+ worstplank,
+ En met een haak bij de beenen gesleept in de voorstad worden
+ begraven.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Hoe zou er toch ooit één burger bestaan die het Volk meer liefheeft
+ dan ik doe?
+ Die ten eerste, als lid van den raad, heb gemaakt dat uw kas
+ voortdurend gevuld was,
+ Want in het publiek--ik vroeg het den een--ik bestal en ik worgde
+ den ander,
+ Geen particulier was veilig bij mij, deed ik maar het Volk een
+ pleiziertje.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat's heelemaal niet ongewoon, o Volk! want ik doe terstond u
+ hetzelfde.
+ Ik steel u de brooden uit andermans huis, en zet die voor u als
+ een maaltijd,
+ Dat die schurk van hierover u niet liefheeft, dat zal ik vóór alles
+ u toonen.
+ Tenzij dáárom alleen hij het doet, omdat hij zich warmt aan uw
+ koolvuur.
+ Gij Volk! die met Mediërs eens hebt gestreên, die bij Marathon voor
+ uw bestaan vocht,
+ U, die na den zege ons steeds hebt gewend aan machtige woorden en
+ grootspraak,
+ Om ù geeft hij niets, dat gij daar zoo ruw en zoo hard neerzit op
+ de rotsen,
+ Niet als ik heeft hij een matras u genaaid. Dien breng ik u: rijs in
+ de hoogte,
+ Zit lekker, en koester het achterdeel, dat bij Salamis véél heeft
+ geleden!
+
+(Hij legt een matras onder hem)
+
+Volk.
+
+ Wie zijt gij o mensch? stamt gij soms af van den grooten
+ tirannenvermoorder?
+ Dat is nu in waarheid een edel geschenk, metterdaad toont gij u
+ een volksvriend.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wat zijt gij op eens welwillend gestemd door zulk een gering
+ vleierijtje!
+
+Worstverkooper.
+
+ Veel geringer nog is het lokaas geweest, waar gij hem steeds mee
+ gestreeld hebt!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Nooit is er een man verschenen op aard, o Volk, die u flinker
+ beschermde,
+ Of die u meer liefhad dan ik--is 't niet zoo, ja, ja, ik verwed er
+ mijn hoofd om.
+
+Worstverkooper.
+
+ Jij houdt van het volk, die al acht jaar lang geen meelij toont en
+ het aanziet,
+ Hoe het hier in de buurt armzalig woont, in hutten en krotten en
+ nesten?
+ Jij plukt alle menschen, en sluit ze maar op; toen Archeptolemos
+ aankwam
+ Om vrede te brengen, dreeft gij hem weg, en gij jaagt alle gezanten
+ Met schande en smaad uit Athene voort, als zij wapenstilstand
+ verzoeken.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Opdat gij over alle Hellenen heerscht!--Want 't staat in orakels
+ geschreven,
+ Dat hij eens in Arkadië rechter zal zijn.... voor vijf obolen
+ salaris,
+ Als hij volhoudt.... daarom is het dan ook dat ik hem zal kweeken
+ en voeden,
+ Dat ik hem zal verschaffen, 't zij recht of 't zij krom, zijn drie
+ obolen salaris.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat het Volk in Arkadië heerschen zou, was je doel niet, maar je
+ beoogde
+ Van de steden te plukken zooveel als je kon, zoodat het volk
+ ondertusschen
+ Door oorlog en duistere neevlen verblind, al je slechtheid niet
+ zoude bemerken,
+ Maar gedreven door nood en behoefte aan loon steeds gapend tegen
+ je opzag!
+ Als deze zich weder begeeft naar het land, als hij vreedzaam daar
+ wil vertoeven,
+ En moed zal hervatten bij 't eten van gort, en het sap van druiven
+ weer aanspreekt,
+ Dan zal hij de weldaden zien, waarvan gij met uw soldij hem beroofd
+ hebt,
+ En hij komt als een boertje verbitterd terug, om zijn stem tegen ù
+ uit te brengen.
+ Dat weet gij, en daarom bedriegt gij uw heer, en gij snoeft en gij
+ droomt van uzelven!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Is het niet onbeschaamd dat ge dàt van mij zegt, en dat ge mij
+ telkens belastert
+ Bij het volk der Atheners, en bij dien staat, dien ik zoo
+ herhaaldelijk weldeed,
+ Mij, die nog meer dan Themistokles voor de stad in 't bijzonder
+ gedaan heb?
+
+Worstverkooper.
+
+ "Stad van Argos, luister naar diens verhaal!"--met Themistokles durft
+ gij u meten?
+ Met hem, die de stad schatrijk heeft gemaakt, die hij trof in
+ behoeftigen toestand?
+ Die de stad daarenboven, bij wijs van ontbijt, den Piraeus aanbood
+ als kluifje,
+ En aan versche visschen haar smullen deed, wijl hij niets van de
+ oude haar afnam?
+ Maar gij, die door uw geheele gedoe kleinburgerlijk maakt de
+ Atheners,
+ Door murengebouw en orakelgezang--met Themistokles durft gij u
+ meten!
+ Hij--werd verbannen uit onze stad--Jij--smult van warme kadetjes!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Is dat niet vreeselijk, meester Volk, dat ik zoo iets van hem moet
+ hooren,
+ Ik die u bemin?
+
+Volk.
+
+ Houd jij maar op en verveel mij niet met je
+ kletspraat
+ Lang was 't mij ontgaan en nu bijna weer, hoe jij altijd de kat
+ knijpt in 't donker.
+
+Worstverkooper.
+
+ Hij is een vervloekeling, Volkjelief, en zijn euveldaân zijn
+ ontelbaar!
+ Zoodra gij slaapt, plukt hij expres
+ De lekkerste stengels uit een proces,
+ En slikt die door, met beide hand
+ Staat hij te lepelen de soep van 't land.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij zal niet lachen, wanneer ik bewijs
+ Dat je vijf talenten stal als prijs!
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat plas je door en flodder je toch,
+ Jij, die door je listen en je bedrog
+ Het Atheensche volk weet te honen?
+ Geloof maar dat 'k aan kan toonen,
+ Of bij de goden! ik leef niet meer,
+ Dat j' uit Mytilene keer op keer,
+ Door omkooperij van velen
+ Meer dan veertig mina's dorst stelen!
+
+Koor.
+
+(tot den worstverkooper)
+
+ O gij, die als een steun en stut
+ Voor allen zijt verschenen,
+ 'k Bewonder van uw taal de fut,
+ En als gij verder ons beschut,
+ Zult gij de grootste zijn in nut
+ Voor 't volkje der Hellenen!
+
+ Gij zult weldra in stad en land
+ Alleen 't bewind gaan voeren,
+ Neptuin gelijk, zet fluks uw tand
+ De bondgenooten naar uw hand,
+ Geld zult gij slaan uit iedren stand
+ Door schudden en door roeren!
+
+Aanvoerder van het koor.
+
+ Laat hem geen oogenblik met rust; hij heeft vat op zich gegeven,
+ Met zulke longen in je lijf, kan je hem zijn vet wel geven!
+
+
+
+
+
+
+
+ZESTIENDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Paphlagoniër.
+
+ Neen, goeje menschen, 't is zoover met mij nog niet gekomen!
+ Want ik heb zulk een heldenstuk bedacht en ondernomen
+ Dat 'k allen vijanden den mond zal snoeren, en niet wijken
+ Zoolang de schilde' en krijgstrofeên van Pylos hier nog prijken.
+
+Worstverkooper.
+
+ Hou jij maar met je schilden op! je hebt m' al vat gegeven,
+ Want als je waarlijk hieldt van 't volk, had jij nooit last gegeven
+ Die schilden aan de handvatsels hier op te laten hangen.
+ Neen, Volk! dat was een list van hem om jou daarmee te vangen,
+ Om als je hem bestraffen wilt, jou daarin te verhinderen.
+ Kijk wat een staf hij om zich heeft van mannen en van kinderen,
+ Leerlooiers, honighandelaars, een kaasverkoopersbende,
+ Dat hokt hier onder één deken saam, en stort jou in d'ellende,
+ Zoodat, wanneer jij brullen zou, en "Gooi-em-er-uit" zou spelen,
+ Zij 's nachts geheel dien wapentros en schilden zouden stelen,
+ Om dan terstond den toegang tot de broodmarkt te bezetten.
+
+Volk.
+
+ Wat, hebben zij de handvatsels? dat zal ik hen beletten,
+ Wat heb jij, slechte kerel, mij al lang gefopt met streken!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Mijn beste man, geloof toch niet altijd wie 't laatst mag spreken!
+ Wees zeker dat j' een beter vriend dan ik ben nooit zult vinden,
+ Wie samenzweerde tegen 't volk wist ik alleen te binden,
+ Zoodra in onze goede stad men maar ging samenrotten,
+ Dan schreeuwde ik terstond het uit, en liet me nooit bedotten.
+
+Worstverkooper.
+
+ Het is met jou altijd gegaan als lui die paling vangen,
+ Als 't water stil en rustig is, blijft ook de dobber hangen,
+ Maar als het water troebel is, dan roeren z' in de modder,
+ Dan vangen zij!--Zoo vang jij ook, met al je staatsgeflodder.
+ Nog één vraag: Jij, die zooveel leêr en riemen kunt verkoopen,
+ Verschafte jij dien ouden heer ooit zolen bij het loopen,
+ Dien jij bemint zooals je zegt?
+
+Volk.
+
+ Neen, bij Apollo, nimmer!
+
+Worstverkooper.
+
+ Zie je nu wat voor een vent hij is? het wordt al slim en slimmer.
+ Maar ik--kocht lang een schoenenpaar, en geef het j' om te dragen.
+
+Volk.
+
+ Jij bent de grootste vriend van 't volk, waar 'k ooit van kon gewagen,
+ Want naast de stad bescherm jij ook de teenen van de voeten.
+
+Paphlagoniër.
+
+ 't Is vreeslijk dat de schoenen hier zooveel bewijzen moeten!
+ Vergeet je dan mijn weldaân hier? ik dorst met 't kwaad te vechten,
+ D'onzedelijken Haviksneus ontnam 'k zijn burgerrechten!
+
+Worstverkooper.
+
+ Is dat niet vreeselijk, van jou dien achterklap te hooren,
+ Dat een onzeedlijk man als jij onzeedlijkheid moet smoren!
+ 't Was jou alleen daarom te doen, geen sprekers meer te fokken!
+ Jij, die nog nooit deez' ouwen heer een hemd hebt aangetrokken,
+ Een tweearmshemd, dat heb je nooit, al vriest het, van je leven
+ Aan 't volk gegund--hier, ouweheer, laat mij dat aan je geven.
+
+(Hij doet Volk een hemd aan)
+
+Volk.
+
+ Zoo iets kon zelfs tot dusver niet Themistokles bedenken,
+ Al schonk hij wijs--maar zulk een hemd is 't schoonste der
+ geschenken.
+
+Paphlagoniër.
+
+ 't Gaat mis met mij, zóó kan je hem met apenkool bedonderen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik doe wat dronken kerels doen, zoodra het roert van onderen,
+ Zóó schiet ik in jouw sloffen nou--dus wil je niet verwonderen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Toch zal jij met je vleierij, jou leelijk apenbakkes!
+ Niet winnen. Ouweheer, ik bied deez' mantel u!
+
+(Hij wil hem ook een mantel aandoen)
+
+Volk (den mantel afwijzende).
+
+ Ajakkes!
+ Loop met je mantel naar de hel, hij stinkt naar leêr, verdikke!
+
+Worstverkooper.
+
+ Dien deed hij jou opzett'lijk om, om jou daarin te stikken.
+ Reeds vroeg had hij 't op jou gemunt. Weet jij nog hoe verleden
+ Het silphium is in prijs gedaald?
+
+Volk.
+
+ Dat weet ik nog als heden.
+
+Worstverkooper.
+
+ Welnu, hij heeft zijn best gedaan om dat goedkoop te maken.
+ Dat iedereen het eten zou, en dat als resultaten,
+ De rechters in de rechtbank niets dan winden zouden laten.
+
+Volk.
+
+ Dat moest ik onlangs van een man uit 't dorpje Mest nog hooren.
+
+Worstverkooper.
+
+ Werdt jullie van dat windgeblaas niet rood tot over d' ooren?
+
+Volk.
+
+ Welzeker, en dat alles heeft die Roodkop ons verzonnen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij hebt met lage en vuile taal mij bijna overwonnen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat heeft de godheid mij gelast, nog meer dan jij te schetteren.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Je zùlt niet overwinnen, en ik zal je nòg verpletteren,
+ Want ik beloof je, meester Volk, dat zonder iets te werken,
+ J'een heelen schotel slikt met loon, en niets ervan zult merken.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik kom met een smeerseltje en een doosje jou verrassen,
+ Om de wondjes die je aan je beentjes hebt daar netjes mee te wasschen.
+
+(Hij biedt dit aan)
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik trek je grijze haren uit, dat j' eeuwig jong zal blijven.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik geef jou een hazestaart, om j' oogjes in te wrijven.
+
+(Hij biedt dit aan)
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij mag je neus, wanneer je 'm snuit, gerust aan mijn hoofd wrijven.
+
+Worstverkooper.
+
+ Neen, dat is vies, geloof me vrij.
+ Doe 't liefst bij mij, doe 't liefst bij mij.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zal je krijgen dat 't je lust;
+ Wanneer je ooit een schip uitrust,
+ Dan lever ik j' een oud stuk hout,
+ Dat jij geen geld meer overhoudt:
+ Waaraan altijd iets, dat 's gewis,
+ Te lappen en te timm'ren is,
+ Ook zal ik zorgen dat je vast
+ Niets anders krijgt dan 'n rotte mast.
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat snuift de vent! wat sputtert hij!
+ Als overkokende rijstebrij,
+ Met dreigementen en met straf,
+ Komaan, ik neem het schuim er af!
+
+(Hij biedt den Paphlagoniër al lachende zijn soeplepel aan).
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik laat je betalen dat je kraakt,
+ En in de vermogensbelasting raakt,
+ Jij wordt door mij, door mij alleen,
+ Hoogstaangeslagene in Atheen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik dreig je niet met zoet of zuur,
+ Maar wensch je 't volgend avontuur:
+ Dat als je pan staat op het vuur,
+ Waarin een lekkere pijlinktvisch
+ Met veel geknetter en gesis
+ Verrukk'lijk aan het braden is:
+ Jij dan d' aanstaande spreker bent
+ Over een Milesisch incident
+ (Waarbij te gappen is één talent):
+ Welnu--is d'omkooperij verricht,
+ Dan wed ik dat je je haast allicht
+ Om met een afterdinnergezicht
+ De vergadering te verschrikken!
+ Dan hoop ik dat op eens de man,
+ Die met jou konkelen wil en kan,
+ Terwijl de visch nog staat in de pan,
+ Verschijne voor jouw blikken,
+ En dat je dan, voordat de visch
+ Nog in jouw maag verdwenen is,
+ Jij, happig op het geldgegris,
+ Nog onder het eten mag stikken!
+
+Koor (lied).
+
+ Bij Apollo, bij Demeter,
+ En bij Zeus den dondergod,
+ Zulk een wensch is voor den vreter
+ Het verdiende levenslot!
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENTIENDE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden.
+
+
+
+Volk.
+
+ Ook mij dunkt hij nu alleszins klaarblijkelijk
+ Een goede burger, zooals nimmer nog voorheen
+ Er is verschenen voor Jan Pet en de centenlui.
+ Maar jij, o allerberoerdste Paphlagoniër,
+ Beweert dat jij me liefhebt, en verbittert me steeds!
+ Geef dus je zegelring terug, je mag niet meer
+ Voor mij blijven zorgen.
+
+Paphlagoniër (geeft den ring terug).
+
+ Dáár, 'k verzeker u alleen
+ Dat als jij mij niet langer voor je zorgen laat,
+ Er een ander komt, nog veel misdadiger dan ik.
+
+Volk.
+
+ 't Is zeker dat die zegelring dien jij me geeft
+ De mijne niet is, er staat een ander zegel op,
+ Of 'k zie niet goed.
+
+Worstverkooper.
+
+ Laat zien aan mij, wat stond er op?
+
+Volk.
+
+ Het was een soort gebakken deeg van ossenvet.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat staat er niet.
+
+Volk.
+
+ Zie jij geen deeg, wat staat er dan?
+
+Worstverkooper.
+
+ Een meeuw, die boven op een rots aan 't schreeuwen is.
+
+Volk.
+
+ O wee.
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat is er?
+
+Volk.
+
+ Gooi dien ring maar heel gauw weg,
+ 't Was niet de ring van mij, maar van Kleonymos,
+ Neem dezen ring, en zorg jij dan voortaan voor mij.
+
+(Hij geeft hem een anderen)
+
+Paphlagoniër.
+
+ Doe dat nog niet, o ouweheer, 'k bezweer het u,
+ Voordat ge nog naar mijn orakels hebt gehoord.
+
+Worstverkooper.
+
+ Hoor dan ook de mijne.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Als je luistert naar dièn vent,
+ Dan wordt je kaal.
+
+Worstverkooper.
+
+ Wanneer je doet wat hij verlangt,
+ Dan wordt je bloot tot op de haren van je huid.
+
+Paphlagoniër.
+
+ In mijn orakels staat dat jij regeeren moet,
+ Bekransd met rozen, over 't heele grondgebied.
+
+Worstverkooper.
+
+ En in de mijne, dat jij in een purperkleed,
+ Een krans op 't hoofd, zult rijden op een gulden kar,
+ En--Smikythes en Agyrrios vervolgen zult.
+
+Kooraanvoerder.
+
+ Breng gauw dan de orakels, dat de ouweheer
+ Ze kan vernemen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Zeker.
+
+Volk (tot den Paphlagoniër).
+
+ Breng de uwe ook!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Vooruit.
+
+Worstverkooper.
+
+ Vooruit, bij Zeus, wij halen ze terstond.
+
+ (Beiden af)
+
+Koor (eerste helft).
+
+ Schoonste zonlicht dat ooit verscheen,
+ Welk een vreugde voor gansch Atheen,
+ Voor den vreemdeling, voor elkeen,
+ Ging slechts Kléon te gronde!
+ Maar er zijn ouderen van jaar,
+ Die hem helpen, alsof 't hier waar
+ Altijd een Dertigprocesbazaar--
+ 980 Ons bestrijden--'t is zonde!
+ Want hij zorgt, dus zeurt men wat,
+ Dat Atheen twee dingen bevat,
+ Die onmisbaar zijn in een stad:
+ 'n Lepel is 't, en een stamper....
+
+(Tweede helft)
+
+ Hoort nu Kléon's muziekbedrog:
+ Wat vertelt ons de jeugd, die toch
+ Met hem op school ging, toen hij nog
+ Was een kleine slampamper?
+ Dat hij eeuwig en altijd maar
+ Streek op één en dezelfde snaar,
+ Of geen andere toon er waar',
+ Zonder andre talenten--
+ Tot zijn leeraar, te goeder stond',
+ Hem als onleerzaam naar huis toe zond,
+ Daar er voor hem geen klank bestond,
+ Dan het gerol van centen!
+
+
+
+
+
+
+
+ACHTTIENDE TOONEEL.
+
+
+Volk, Paphlagoniër, Worstverkooper, Koor.
+
+
+
+Paphlagoniër (met orakelrollen).
+
+ Kijk nu ereis hier! en 'k breng ze nog niet allemaal.
+
+Worstverkooper
+
+(met een nog grooter pak)
+
+ Ik word er wee van! en ik breng ze niet allemaal.
+
+Volk.
+
+ Wat is dat?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Orakels!
+
+Volk.
+
+ Zijn dat z'alle?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wat vraag je toch?
+ Ik heb, bij Zeus, nog thuis een heele kist er van.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik heb nog twee huurhuizen en een zolder vol.
+
+Volk.
+
+ Laat kijken, van wie zouden deze orakels zijn?
+
+Paphlagoniër.
+
+ De mijne zijn van Bakis.
+
+Volk.
+
+ En de uwe, van wie?
+
+Worstverkooper.
+
+ Van Glanis, die een oudere broêr van Bakis was.
+
+Volk.
+
+ Wat staat er in?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ze handlen van Pylos, van Atheen,
+ Van u, van mij, ja over alles en nog veel meer.
+
+Volk.
+
+ En die van u?
+
+Worstverkooper.
+
+ O, over Athene en linzenbrei,
+ Over de Spartanen, over een nieuwe makreelensoort,
+ Over de valsche broodafwegers op de markt,
+ Over jou, over mij--verrekken mag die kerel daar!
+
+Volk.
+
+ Komaan, leest allebei nu je orakels op,
+ Ook dat over mij, waarin ik zoo'n behagen schep,
+ Dat ik "een aadlaar in de wolken" worden zal.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Zoo luister en verleen mij een aandachtig oor.
+ "Zoon van Erechtheus, let op den weg van uw woord, dat Apollo
+ "Riep uit het duistere hol, omsloten door eervollen drievoet,
+ "Red mij den hond, zoo beval hij, met snijdende tanden gewapend,
+ "Die vóór u met dreigenden muil en verschrikkelijk buldrend
+ "Loon aan u geeft, en zoodra hij dat niet doet gaat hij te gronde.
+ "Want uit haat tegen hem hoort men vele raven al krassen."
+
+Volk.
+
+ Wat dat beteekent vat ik, bij Demeter, niet.
+ Wat heeft Erechtheus met een hond en een raaf te doen?
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ben de hond, want ik ben degeen die voor u blaft.
+ Apol beveelt u mij te redden, mij, den hond.
+
+Worstverkooper.
+
+ Niet dàt zegt het orakel, maar wèl dat de hond
+ Aan uwe orakels knabbelt als aan tarwemeel,
+ In mijn orakels staat het rechte over dien hond.
+
+Volk.
+
+ Leg dat eens uit, ik neem een steen vast in mijn hand,
+ Als somtijds die orakelhond mij bijten wil.
+
+Worstverkooper.
+
+ "Zoon van Erechtheus, let op hond Kerberos, zielenverkooper,
+ "Die u vleit met zijn staart, en die u beloert bij uw maaltijd,
+ "Die, zoodra gij kijkt op zij, terstond al uw eten verorbert.
+ "Die op de wijze der honden maar altijd staat voor de keuken,
+ "En die des nachts alle schotels en ook alle--eilanden aflikt."
+
+Volk.
+
+ Die Glanis spreekt, bij Poseidon, een veel beter taal.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Hoor eerst, mijn beste, wat ìk heb, en oordeel dan:
+ "Daar is een vrouw, die een leeuw zal baren in 't heilig Athene,
+ "Die tot heil van het volk met vele muggen zal vechten.
+ "En zijn welpen beschut. Dien leeuw moet gij u bewaren,
+ "Binnen uw muren van hout en binnen uw torens van ijzer."
+ Begrijpt gij dit?
+
+Volk.
+
+ Ik snap er niets van, bij Apol.
+
+Paphlagoniër.
+
+ De god beveelt u duidelijk dat gij mij redt,
+ Want ik ben toch de leeuw die u beschermen moet.
+
+Volk.
+
+ Je bent eer een Tegenleeuw, als ik je zoo noemen mag.
+
+Worstverkooper.
+
+ Opzettelijk verzwijgt hij één ding van de spreuk,
+ Met ijzer heeft hij den muur bedoeld, en boeien ook,
+ Waardoor Apollo uwe redding mooglijk acht.
+
+Volk.
+
+ Hoe heeft de godheid dat bedoeld?
+
+Worstverkooper.
+
+ Hij geeft bevel
+ Dat gij hem in vijfdubbele boeien binden zult.
+
+Volk.
+
+ Het schijnt mij toe dat dit orakel wordt vervuld.
+ "Doe niet zijn wil, want nijdig bekrassen u donkere raven,
+ "Maar houd den havik te vriend, indachtig hoe hij u eenmaal
+ "Redde, nadat hij met moed de Lakonische raafjes gepakt had."
+
+Worstverkooper (ter zijde).
+
+ 't Was in een brooddronken bui dat de Paphlagoniër held was!
+
+(hardop)
+
+ "Kekrops' spruit, onbezonnen, acht gij die daad zoo gewichtig?
+ "Zelfs eene vrouw draagt een last, zoodra als de man het haar
+ oplegt,
+ "Maar gaan vechten, dat nooit! Zij raakt in de Vecht met haar
+ vechten."
+
+Paphlagoniër.
+
+ Hoor dat orakel ook eens, waar van Poort voor de Poort zoo iets
+ inkomt,
+ "Daar is een Poort voor de Poort."
+
+Volk.
+
+ Voor de Poort? wat zou dat
+ beteekenen?
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat hij de kuipen in het badhuis stelen zal.
+
+Volk.
+
+ Zoodat 'k vandaag geen bad kan nemen, beste vriend?
+
+Worstverkooper.
+
+ Ja zeker! want die kerel pakte de kuipen weg.
+ Nog is er één orakel, waarin voorkomt van
+ De zeevaart--let nauwkeurig op, wat dàt ons zegt.
+
+Volk.
+
+ Lees op, ik luister, en ik zal ook zorgen dat
+ Vóór alles aan mijn zeelui 't loon wordt uitgekeerd.
+
+Worstverkooper.
+
+ "Zoon van Aegeus, pas op dat u niet verschalke die hondsvot,
+ "Gluiperig, snel als de wind, en slim als een vos en ervaren."
+ Weet jij wie dàt is?
+
+Volk.
+
+ O, de hondsvot Philóstratos.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dàt zegt hij niet, maar wèl dat Kléon telkens vraagt
+ Om schepen, waar hij belastingen mee innen kan,
+ En Apol verbiedt dat gij die voortaan geven zult.
+
+Volk.
+
+ Wordt met een hondsvot ook wel eens een schip bedoeld?
+
+Worstverkooper.
+
+ Jawel, want honden en ook schepen loopen snel.
+
+Volk.
+
+ Maar waarom spreekt hij ook van "vos" behalve "hond?"
+
+Worstverkooper.
+
+ Hier worden met "vosjes" de soldaten wis bedoeld,
+ Omdat ze druiven knabblen in 't vijandlijk land.
+
+Volk.
+
+ Goed!
+ Maar zeg mij eens, hoe komen die vossen aan hun loon?
+
+Worstverkooper.
+
+ Daar zorg ik voor, drie dagen vooruit geef ik hun vast.
+ Hoor dit orakel nog aan: "Apoll" beveelt u Cyllene
+ "Streng te vermijden, opdat het u niet door list moge vangen."
+
+Volk.
+
+ Wat voor Cyllene?
+
+Worstverkooper.
+
+ Hier wordt vast z'n hand bedoeld,
+ "Stil leenen" meent hij, als hij stil z'n hand ophoudt.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Dat is niet juist, want met Cyllene bedoelde Apollo
+ Zeker de lamme hand van den wichelaar Diopeithes.
+ Maar ook ik heb een spreuk, een gevleugeld woord, voor u bij mij,
+ Dat gij een adelaar wordt, en geheel onze aard zult beheerschen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik heb nog meer: ook de Roode Zee, niet alleen onze aarde,
+ Dat gij tot in Ecbatana recht zult spreken en smullen.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Maar ik zag in mijn droom dat de godheid zelf was verschenen,
+ En met een schenkkan over het volk heil strooide en welvaart.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zag meer in mijn droom, want ik zag godinne Athene,
+ Die uit haar tempel trad, wijl een uil op haar hoofd was gezeten,
+ En toen plengde zij duidelijk uit hare flesch op uw voorhoofd
+ Ambrozijn, maar pekel en knoflook goot z' op het zijne.
+
+Volk.
+
+ Hoera, hoera!
+ De beste orakels zijn van Glanis, dat staat vast!
+ En ik vertrouw mij aan ùw zorgen, beste vriend,
+ Voer jij het oudje, en geef opnieuw hem onderwijs!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Nog niet, ik smeek je! wacht nog eventjes, totdat
+ Ik jou je haver en je dagelijksch brood verschaf.
+
+Volk.
+
+ Van haver wil ik niet hooren, ik ben veel te lang
+ Door jou bedrogen, en ook door Theophanes.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik zal je brood verschaffen, netjes voorgekauwd.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik lekkere broodjes, die je niet te bijten hebt,
+ En gebraden eten: eten is voortaan je heele taak.
+
+Volk.
+
+ Vooruit, een beetje gauw dan, wie van beiden nu
+ Ik vinden zal dat mij het meest heeft wèlgedaan,
+ Dien geef ik de teugels van de volksvergadering.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ga het eerst naar binnen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Neen, niet jij, maar ik!
+
+(Hij stoot hem terug. Beiden af)
+
+Koor.
+
+ O Volk! hoe is toch uw rijk
+ Zoo schoon en grootsch tegelijk,
+ Daar ieder u vreest, in 't slijk
+ Zich werpt voor uw voeten.
+ Want licht ontvlambaar zijt gij,
+ Verlekkerd op vleierij,
+ En tuk op bedriegerij
+ Van wie u ontmoeten!
+ Elk sprekertje gaapt gij aan,
+ Uw verstand schijnt op reis gegaan,
+ Nu duldt gij van elk voortaan
+ Slechts vleien en groeten!
+
+Volk.
+
+ In uw kruin, uw harendom
+ Zweeft geene gedachte om,
+ Want ik houd m' opzettelijk dom,
+ Ben niet onverstandig!
+ Verheugd is steeds mijn gemoed,
+ Wanneer men als kind mij voedt,
+ Wanneer ik een gids ontmoet,
+ Die stelen kan, handig!
+ Doch als hij door euveldaân
+ Gevuld is en welbelaân,
+ Dan val ik hem plotsling aan,
+ En kwak hem lostandig!
+
+Koor.
+
+ Dat noem ik een wijs beleid,
+ Ik zie dat gij waakzaam zijt,
+ En vol van scherpzinnigheid,
+ Trots grijzende jaren!
+ Want ik merk, gij speelt er mee,
+ En gij fokt hen op als vee,
+ Om ze voor de meeting gedwee
+ En vet te bewaren!
+ En als in uw keuken dan
+ Geen spijs meer verschijnen kan,
+ Dan slokt ge den vetsten man
+ Met huid en met haren!
+
+Volk.
+
+ Is dat niet een slim bestaan,
+ De lieden die in hun waan
+ Mij vreeselijk foppen gaan,
+ Mij schijnbaar misleiden?
+ Hen ga ik voorzichtig na,
+ Voor hen voel ik geen genâ,
+ Zoodra als zij hun papa
+ Oplichten en mijden--
+ Dan betrap ik hen terstond,
+ Onderzoek hen met mijn sond',
+ En laat uit hun dievenmond
+ Het braaksel weer glijden!
+
+
+
+
+
+
+
+NEGENTIENDE TOONEEL.
+
+
+Volk, De Paphlagoniër, De Worstverkooper, Koor.
+
+
+
+Paphlagoniër
+
+(tot Worstverkooper)
+
+ Ga naar de eeuwige zaligheid.
+
+Worstverkooper.
+
+ Jij, deugniet, eerst!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Heer Volk! ik ga hier zitten, want nu ben ik klaar
+ Om jou, zooals ik allang begeerde, wèl te doen.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik ben ook allanger dan lang daartoe bereid,
+ Wel honderdmaal en duizendmalen langer dan lang.
+
+Volk.
+
+ Ik wacht op jullie, en dat valt me vreeslijk lang,
+ Want ik verafschuw al dat gedoe in mijn belang.
+
+Worstverkooper.
+
+ Weet je wat je doen moet?
+
+Volk.
+
+ Niet vóórdat jij 't hebt gezegd.
+
+Worstverkooper.
+
+ Laat mij en hem een wedstrijd doen van meet af aan,
+ Wie jou het meeste weldoet.
+
+Volk.
+
+ Goed, dat zal ik doen.
+ Vooruit dan!
+
+Paphlagoniër en Worstverkooper.
+
+ Kijk!
+
+(Ze loopen tegen elkaar, en komen niets verder)
+
+Volk.
+
+ Waarom loop je niet!
+
+Worstverkooper.
+
+ Je komt niet vooruit!
+
+(Hij stoot den Paphlagoniër terug).
+
+Volk (terzijde).
+
+ Òf 'k heb vandaag door die twee minnaars een mooien dag,
+ Òf 'k zal, bij Zeus, voor altijd naar den drommel gaan.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Maar zie je niet, dat ik het eerst j' een zetel geef?
+
+Worstverkooper.
+
+ Een zetel, maar geen tafel--dat doe ik het eerst!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Kijk hier dat lekker broodje dat ik breng voor jou,
+ Dat geheel voor jou uit Pylische gerst gebakken is.
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik breng je uitgeholde kruimels, beste heer,
+ Door de godin met ivoren handen zelf gehold.
+
+Volk.
+
+ Wat is uw vinger groot geweest, o heerscheres!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik breng je snert van goede kleur en lekkren smaak,
+ Die Pallas Pylosstrijdster zelf heeft omgeroerd.
+
+Worstverkooper.
+
+ Heer Volk, 't is duidelijk dat de godin je gunstig is,
+ Door mijne hand biedt zij j' een pot met lekkere saus.
+
+Volk.
+
+ Geloof jij soms dat j' in de stad nog wonen zoudt,
+ Als zij niet duidlijk met haar pot ons gunstig was?
+
+Paphlagoniër.
+
+ De Legerscharenverschrikster schenkt je dit brokje nog.
+
+Worstverkooper.
+
+ De Sterkevadersdochter schenkt je gebraden vleesch,
+ Een stukje pens, een stukje darm en een stukje maag.
+
+Volk.
+
+ Dat 's mooi, dat zij nog voor haar feestkleed dankbaar is.
+
+Paphlagoniër.
+
+ De Helmbosfladderaarster biedt u dezen koek,
+ Opdat de schepen voortaan glijden als een koek!
+
+Worstverkooper.
+
+ Neem ook nog dit.
+
+Volk.
+
+ Wat moet ik met die darmen doen?
+
+Worstverkooper.
+
+ Die stukken zendt u de godin opzettelijk,
+ Om als ribstukken bij de schepen dienst te doen,
+ Want onze marine gaat haar blijkbaar aan het hart.
+ Hier heb je nog wat om te drinken, tweederdewijn.
+
+Volk.
+
+ Hoe heerlijk, Zeus! een godlijke drieëenigheid!
+
+Worstverkooper.
+
+ De Drieontsprotene heeft van drieën één gemaakt!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Neem nu van mij een stukje aan van vetten koek.
+
+Worstverkooper.
+
+ Van mij geen stukje, maar een heelen koek ineens.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Jij kan hem niet van haas doen smullen, dat kan ik.
+
+Worstverkooper.
+
+ O jee, hoe kom ik aan een stukje lekkeren haas?
+ M'n beste geest! bedenk nu toch een loozen streek.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Zie je dat, jou schurk der schurken?
+
+Worstverkooper.
+
+ 'k Geef er weinig om,
+ Want in de verte komen er lui, ik zie ze al,
+ Het zijn gezanten met een welgevulde beurs.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Waar, waar?
+
+Worstverkooper.
+
+ 't Raakt jou niet, laat de vreemden maar met rust.
+
+(Terwijl de Paphlagoniër kijkt, pakt de Worstverkooper de hazenpastei
+weg).
+
+ M'n beste heer Volk, zie jij die mooie hazenpastei?
+
+Paphlagoniër (terugloopende).
+
+ O jee, je hebt gestolen wat het mijne was!
+
+Worstverkooper.
+
+ Jij hebt, bij de goôn, bij Pylos net als ik gedaan!
+
+Volk.
+
+ Hoe kwam j'er toe te stelen, zeg mij dat eens gauw!
+
+Worstverkooper.
+
+ Een god schonk mij de gedachte, en den diefstal ik.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik heb de kans geloopen, ik den haas gebraân.
+
+Volk.
+
+ Ga jij maat weg! ik dank het hem, hij bracht hem mee!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik ongelukkige! Ik word overonbeschaamd!
+
+Worstverkooper.
+
+ Kan je nòg niet onderscheiden, wie van beiden nu
+ Het meest aan jou en aan je maag heeft welgedaan?
+
+Volk.
+
+ Zeg nu, publiek, welk kenmerk ik gebruiken moet,
+ Dat 'k in uw oogen een rechtvaardig oordeel vel!
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik zal 't je zeggen. Neem in alle stilte maar
+ Mijn korf met spijzen, onderzoek wat daarin is,
+ En wat in zijn korf is--dan is rechtvaardig wàt je beslist!
+
+Volk.
+
+ Laat kijken, wat er in is.
+
+Worstverkooper.
+
+ Zie je niet, vaderlief,
+ Dat de heele korf al leeg is? Alles gaf 'k aan jou!
+
+Volk.
+
+ Dat is een korf die bij de volkspartij behoort!
+
+Worstverkooper.
+
+ Kijk nu eens naar den korf van den Paphlagoniër,
+ Zie je dat?
+
+Volk.
+
+ Mijn hemel, nù nog vol van lekkernij!
+ Wat heeft hij daar een reuzenkoek apart gelegd!
+ En wat een schijntje heeft hij afgestaan aan mij!
+
+Worstverkooper.
+
+ Zoo heeft hij vroeger ook altijd met jou gedaan:
+ Hij gaf je mee van 't kleinste dat hij zelf ontving,
+ En slokte zelf altijd de grootste brokken op.
+
+Volk.
+
+ O schurk! die mij dus bedrogen en bestolen hebt!
+ "En ik heb u met kransen en geschenk getooid!"
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wanneer ik stal, dan was 't in 't voordeel van den staat.
+
+Volk.
+
+ Leg jij maar gauw je krans af, want ik dorst om hem
+ Daarmee te sieren.
+
+Worstverkooper.
+
+ Leg je krans af, galgebrok!
+
+Paphlagoniër.
+
+ Dat doe ik niet, want ik bezit een Delfisch woord,
+ Waarin voorspeld is wie alleen mij kan verslaan.
+
+Worstverkooper.
+
+ Mijn naam wordt daarin al te duidelijk slechts genoemd.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Ik wil nu door bewijzen onderzoeken gaan,
+ Of jij met die orakelspreuk wel wordt bedoeld.
+ En daarom richt ik allereerst deez vraag aan u:
+ Ben jij als kind bij iemand op de school geweest?
+
+Worstverkooper.
+
+ In de varkenszengplaats ben 'k met vuisten grootgebracht.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Wat zeg je daar! 't orakel brandt mij op de ziel.
+ En wat voor sport heb jij beoefend op je school?
+
+Worstverkooper.
+
+ Valsche eeden, stelen, en een onbeschoft gezicht.
+
+Paphlagoniër.
+
+ O groote Febus Apollo, wat doet gij mij aan!
+
+Worstverkooper.
+
+ Ik leerde worstverkoopen--en wat zwijnerij.
+
+Paphlagoniër.
+
+ Helaas, helaas, het is voor goed met mij gedaan,
+ Een heel klein hoopje is nog 't ééne waar 'k op drijf.
+ Zeg mij nu nog: verkocht jij beuling op de markt,
+ Of heb je 't altijd vóór de poort der stad gedaan?
+
+Worstverkooper.
+
+ Wel, vóór de poort, want daar verkoopt men zoutevisch.
+
+Paphlagoniër.
+
+ O hemel, juist was de voorspelling van den god!
+ Verwijdert, dienaars! mij, den ongelukkige,
+ O krans, ga blijde weg van mij, ofschoon ik u
+ Niet willig loslaat: 'n ander wacht op uw bezit,
+ Geen grooter dief, maar wel een man van méér geluk.
+
+(Legt zijn krans af)
+
+Worstverkooper.
+
+ Hellenische Zeus, ù is de zege!
+
+(De slaven komen uit het huis)
+
+
+
+
+
+
+
+TWINTIGSTE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden. Een slaaf. (Demosthenes).
+
+
+
+Slaaf.
+
+ Heil u den overwinnaar, wees indachtig thans
+ Dat gij door mij de zege behaaldet. 'k Vraag u slechts
+ Om als Phanos bij processen jouw griffier te zijn.
+
+Volk.
+
+ En zeg mij nu hoe gij toch heet.
+
+Worstverkooper.
+
+ Agorákritos,
+ Want onder twisten op de markt ben ik opgevoed.
+
+Volk.
+
+ Dan vertrouw 'k mij voortaan toe aan Agorákritos,
+ En wil niets meer weten van dien Paphlagoniër.
+
+Worstverkooper.
+
+ En ik zal heerlijk voor je zorgen, meester Volk,
+ Zoodat j' erkent dat niemand beter in de stad
+ Van de Praateners ooit verschenen is dan ik.
+
+ (Alle acteurs verlaten het tooneel)
+
+Koor.
+
+ Wat is er schooner dan in den beginne
+ Of aan het eind met vroolijken zinne
+ De temmers der brieschende rossen te zingen--
+ En Thumantis, die geen haard kan krijgen,
+ En Lysistratos te verzwijgen,
+ Niet met een spotvers hen te bespringen?
+ Hem, dien Apol altijd honger ziet lijden,
+ Hem, die de hand langs zijn koker laat glijden,
+ Weenend hem smeekt, of de godheid zijn lijden
+ Niet kan bedwingen?--
+
+(Toezang)
+
+ Van de slechten kwaad te spreken werd door niemand ooit veracht,
+ Eerbied eisch ik voor de goeden, als men 't ware en recht betracht.
+ Is in waarheid er een slechtaard, die verwijt en smaad verdient,
+ Dan behandel ik hem nimmer, bij de goden, als mijn vriend.
+ Niemand is er, waarde hoorders, die Arígnotos niet kent,
+ Wie maar zwart kan onderscheiden, of--'t helklinkend instrument.
+ Deze man bezit een broeder, hem in wezen ongelijk:
+ De verloopen Ariphrádes, die met slechtheid loopt te kijk.
+ Hij is niet alleen een slechtaard, want misschien ontging het mij,
+ Niet alleen een aartsslampamper, maar hij vond nog dit er bij:
+ Dat hij eigen lichaamsdeelen afstaat voor ontaard genot,
+ En een beeld is der ontaarding midden in het hoerekot.
+ Hij bezoedelt baard en lippen, altijd dierlijk, altijd los,
+ Zingt uit Polymnéstes' liedjes, frequenteert Oeónichos.
+ Wie voor zoo'n verloopen kerel nu geen afschuw voelt en schrik,
+ Wordt veroordeeld nooit te drinken uit hetzelfde glas als ik.
+
+(Tegenkoor)
+
+ Dikwijls kwam mij in slaaplooze nachten
+ De veelvraat Kleónymos in gedachten,
+ Hoe lukt het hem altijd maar eten te krijgen?
+ Hij spint altijd als een spin zijn webbe
+ Om het eten en drinken van hen die het hebben,
+ En hun tafel beschouwt hij maar als zijn eigen!
+ En zij--zij bidden en smeeken zeer:
+ "Op de knieën verzoek ik u, edel heer,
+ "Verlaat mijn tafel toch dezen keer!"
+ Doch vergeefs is hun dreigen.
+
+(Tweede Toezang)
+
+ Men verhaalt, de drieriemschepen hielden eens vergadering,
+ En dat een der oudste kielen toen aldus aan 't spreken ging:
+ "Dames! heb je niet vernomen waarvan heel de stad gewaagt?
+ Iemand heeft pas voor Karthago honderd schepen aangevraagd.
+ 't Is die slechtbefaamde burger, 't is die zure Hypérbolos!"
+ Toen de dames dat nu hoorden, brak een luid gemompel los,
+ En één van de kielen, die nog door geen manlief was betreên,
+ Riep: "de hemel moog mij bestaan, mij gebiedt hij nimmer, neen!
+ Liever moge ik van den houtworm rotten tot mijn ouden dag!"
+ Juffrouw Schepers zei hetzelfde: "neen, ik duld niet zijn gezag!"
+ Niet voor niets ben ik getimmerd uit het kostbaar pijnboomhout!"
+ Als d' Atheners dàt besluiten, varen w' allen, jong en oud
+ Naar der Eumeniden tempel en naar Theseus' godshuis heen,
+ Want als wij maar kommandeeren fopt hij niet geheel Atheen;
+ Laat hem naar den drommel zeilen, laat hem voor zijn kraaientocht
+ Maar de bakken te water laten, waar hij zijn lampjes in verkocht."
+
+
+
+
+
+
+
+EEN EN TWINTIGSTE TOONEEL.
+
+De worstverkooper. Het koor.
+
+
+
+Worstverkooper.
+
+ Elk zwijge aandachtig en sluite den mond, weg met alle
+ getuigenverhooren,
+ Men sluite terstond alle rechtbanken ook, waarin deze stad zich
+ verlustigt,
+ En over ons onverhoopte geluk juich' de heele schouwburg van
+ blijdschap!
+
+Kooraanvoerder.
+
+ O morgenlicht voor het heilig Atheen, o aller eilanden toevlucht,
+ Wat brengt gij ons voor voorspoedig bericht, dat de straten zich
+ vullen met vetdamp?
+
+Worstverkooper.
+
+ Heer Volk heb ik door koken verjongd--van een leelijkert maakte ik
+ een prachtvent.
+
+Kooraanvoerder.
+
+ En waar is hij thans, o menschenvriend van bewonderenswaardige
+ vinding?
+
+Worstverkooper.
+
+ Hij woont in ons viooltjesbekranst, in ons oud eerwaardig Athene.
+
+Kooraanvoerder.
+
+ Hoe hem te zien? hoe is hij gekleed? wat is hij voor kerel geworden?
+
+Worstverkooper.
+
+ Zooals hij met Aristides eens, met Miltiades aanzat ten maaltijd,
+ Aanschouwt hem zelf, want ik hoor reeds gedruisch van een plechtig
+ geopende voorpoort.
+ Juicht allen in koor bij het blijde gezicht van het oud eerwaardig
+ Athene,
+ Elks lofzang, ieders bewondering waard, waar het roemruchte Volk nu
+ gaat wonen.
+
+Kooraanvoerder.
+
+ O gezondheidstralend, viooltjesbekranst, en benijdenswaardig Athene,
+ Toon ons wie nu over Hellas alleen en ook over dit land zal
+ gebieden.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEE EN TWINTIGSTE TOONEEL.
+
+
+Dezelfden. Volk.
+
+
+
+Worstverkooper.
+
+ Daar is hij te zien, met een krekel getooid, vol geschitter naar
+ d'oude gestalte,
+ Naar wapenstilstand, niet slakken riekt hij, als gezalfd met de
+ heerlijkste myrre.
+
+Kooraanvoerder.
+
+ Heil u, der Hellenen koning voortaan! want wij deelen van harte in
+ uw blijdschap,
+ Gij handelt zooals het betaamt aan den staat, en aan Marathon's
+ zegetrofeeën!
+
+Volk.
+
+ O liefste mij der mannen, kom, Agorákritos!
+
+(de Worstverkooper nadert)
+
+ Wat deedt gij goed met uw verjongingskuur!
+
+Worstverkooper.
+
+ Wat? ik?
+ M'n beste man, je weet niet hoe je vroeger was,
+ En wat je deed--je hieldt mij anders voor een god.
+
+Volk.
+
+ Wat deed ik dan vroeger, en hoe was ik vroeger dan?
+
+Worstverkooper.
+
+ Wel, vroeger, als men zei in de volksvergadering:
+ "O Volk, ik houd zooveel van jou, van jou alleen,
+ "Ik wil voor je zorgen, ik alleen ben j' echte vriend,"
+ Als iemand met die praatjes aan zijn speech begon,
+ Dan stak je je kuif op, toonde je horens--
+
+Volk.
+
+ Deed ik dat?
+
+Worstverkooper.
+
+ En met zulke woorden werd je telkens wéér bedot.
+
+Volk.
+
+ Wat zeg je, dat gebeurde, en ik merkte 't niet?
+
+Worstverkooper.
+
+ Omdat, bij Zeus, je ooren als een zonnescherm
+ Te zamen klapten en zich dan weer openden!
+
+Volk.
+
+ Was ik zoo dom, zoo'n onbedachtzame ouweheer?
+
+Worstverkooper.
+
+ En als er een stel redenaars aan 't spreken was,
+ En d' een voor oorlogsschepen pleitte--d' andere
+ Voor staatsgeld aan salarissen--wist de ééne man
+ Zijn vijand te overtroeven, en kneep daadlijk uit.
+
+(Volk geeft teekens van schaamte)
+
+ Zeg, waarom bukt g' u? blijft ge niet zooals ge waart?
+
+Volk.
+
+ Ik schaam mij voor de verkeerde daden van voorheen.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat was ùw schuld niet, heb daarover maar geen zorg,
+ Dat deden zij die u bedrogen. Zeg me nu:
+ Wanneer een schurk van een aanklager nu tot u zegt:
+ "Je zult geen brood meer hebben, heeren rechters, hoor,
+ "Wanneer je niet dat vonnis velt zooals ik wil."
+ Wat zal je doen met zulk een valschen beschuldiger?
+
+Volk.
+
+ Ik til hem op, en gooi hem in den afgrond neer,
+ En aan zijn nek mag slingeren--Hypérbolos.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat is verstandig, dat 's nu eens naar recht gezeid!
+ Vertel nù, wat je verdere politiek zal zijn.
+
+Volk.
+
+ Ten eerste betaal ik, wie op oorlogsschepen dient,
+ En van den tocht terugkeert, het volledig loon.
+
+Worstverkooper.
+
+ Dat geeft pleizier aan velen, wier zitvlak pijn gaat doen.
+
+Volk.
+
+ Elk, verder, die ingeschreven voor de militie is,
+ Zal niet door invloeden van zijn plaats verwisselen,
+ Maar zal ingeschreven blijven evenals voorheen.
+
+Worstverkooper (ter zijde).
+
+ 't Zal spijten aan het handvatsel van Kleónymos.
+
+Volk.
+
+ Geen baardelooze zal meer koopen op de markt.
+
+Worstverkooper.
+
+ Waar moet dan voortaan Strato koopen en Klisthenes?
+
+Volk.
+
+ 'k Bedoel die heertjes, die steeds bij den kapper zijn,
+ En die daar zittend converseeren zooals volgt:
+ "Wat knappe vent die Phaeax, en wat leerd' ie goed!"
+ "Zijn argumenten, zijn conclusies zijn perfekt,"
+ "Hij spreekt met geur, is een orateur en een charmeur,"
+ "En op de meetings heeft hij nimmer een malheur."
+
+Worstverkooper.
+
+ Sla dien kerel op z'n achterste met z'n gezeur!
+
+Volk.
+
+ 'k Stuur al die heertjes nog veel liever op de jacht.
+ En zal ze leeren af te laten van politiek.
+
+(Een slaaf brengt Volk een zetel)
+
+Worstverkooper.
+
+ Wanneer dat waar is, neem dan dezen klapstoel aan,
+ En een sterken jongen, die hem voor je dragen zal:
+ Maak hem desnoods tot klapstoel zelf, wanneer je wilt.
+
+Volk.
+
+ Ik zalige kom in mijn oude levenswijs!
+
+Worstverkooper.
+
+ Door dat ik jou een wapenstilstand van dertig jaar
+ In levenden lijve aanbied. Wapenstilstand, hier!
+
+(Men brengt een kruik wijn)
+
+Volk.
+
+ O groote Zeus! hoe heerlijk is dat, bij de goôn,
+ Mag ik een aanval op dien wapenstilstand doen?
+
+(Worstverkooper geeft den oude de kruik)
+
+ Waar haalde je dien vandaan?
+
+Worstverkooper.
+
+ De Paphlagoniër
+ Heeft die maar altijd binn' in huis voor jou verstopt,
+ Pak aan nu! moge de wapenstilstand spoedig gaan
+ Naar 't platteland!
+
+Volk.
+
+ En zeg den Paphlagoniër,
+ Die dat gedaan heeft, dat een strenge straf hem wacht.
+
+Worstverkooper.
+
+ Die straf zal wezen dat hij mijn beroep erlangt;
+ Alleen zal hij zijn beuling verkoopen voor de poort,
+ Ook zal hij knoeien met ezel- en met hondenvleesch,
+ En dronken zal hij met meiden aan het schelden gaan,
+ En 't water drinken, dat in de badkuip over is.
+
+Volk.
+
+ Dat 's goed bedacht, want zulk een loon heeft hij verdiend,
+ De meiden en de badknechten--daar hoort hij bij.
+ Jou daarentegen roep ik thans naar het stadhuis,
+ En op dien zetel, waar hij zat, de galgebrok.
+ Hier, neem dit groene feestkleed aan, en volg mij thans!
+
+ Breng hem naar buiten, toon hem zijn nieuw vak bovendien,
+ Dat de vreemde, steeds door hem geplaagd, het ook mag zien!
+
+(Slaven sleepen den Paphlagoniër aan handen en voeten mee, die als
+beulingventer, in de kleeren van den Worstverkooper, naar buiten wordt
+gegooid. Agorákritos, in feestkleed, volgt met het koor meester Volk).
+
+
+ EINDE.
+
+
+
+
+
+
+
+KORTE OPHELDERINGEN BIJ DE RIDDERS VAN ARISTOFANES.
+
+
+Vs. 15 Parodie van Euripides.
+Vs. 17 Ongeveer "Ik heb geen lef in mijn donder."
+Vs. 19 Toespeling op Euripides' moeder, die groentevrouw was.
+Vs. 31 Parodie van een onbekend dichter.
+Vs. 42 Démos Pyknítes, Démos van de Pnyx (heuvel waar het volk
+ vergaderde).
+Vs. 51 Drie obolen = ongeveer een kwartje, was de bezoldiging
+ der rechters.
+Vs. 55 Poging om de Grieksche woordspelingen terug te
+ geven. Demosthenes herinnert aan zijne verdiensten bij Pylos.
+Vs. 107 Zware roode wijn, afkomstig van den berg Pramnos op het
+ eiland Ikaros.
+Vs. 123 Bakis, beroemde oude waarzegger.
+Vs. 159 Parodie van een onbekend (tragisch) dichter, zooals
+ ontelbare malen bij Aristofanes.
+Vs. 197 vgl. Parodie op den ouderwetschen epischen vorm en stijl
+ der orakels.
+Vs. 215 Woordspeling van démos = volk, en demós = vet. (Verschil
+ van klemtoon).
+Vs. 230 Een klassieke plaats voor de politiek en de
+ schouwburgtoestanden in Athene.
+Vs. 237 Dadelijk bij zijn eerste optreden komt de Paphlagoniër
+ (Kléon) met verzonnen beschuldigingen, als een echte sykofant.
+Vs. 242 Simon en Panaetios, aanvoerders van de ridders, overigens
+ onbekend.
+Vs. 254 Eukrates, volksleider, door A. bespot.
+Vs. 265 De tekst is hier (en elders) jammerlijk bedorven, ik
+ tracht er een zin aan te geven.
+Vs. 279 Woordspeling, in plaats van scheepsmateriaal levert die
+ kerel (zegt de Pa.) soepmateriaal aan den vijand der Atheners.
+Vs. 321 Plaatsje bij Athene. "Vóórdat ik ver buiten Athene was,
+ waren reeds mijn gekochte zolen onbruikbaar."
+Vs. 327 De zoon van Hippodamos, Archeptolemos, aristokraten te
+ Athene, geestverwanten van A. en vijanden van Kléon en de
+ demokratie.
+Vs. 347-350 Nog tegenwoordig van toepassing op vele "demokratische"
+ sprekers en leiders.
+Vs. 355-358 Toespelingen op Pylos en den Peloponnesischen oorlog.
+Vs. 361 Een duistere politieke toespeling.
+Vs. 375 vlg. Demosthenes stelt voor een proef met hem te nemen,
+ zooals men varkens behandelt.
+Vs. 392 "hij sneed riemen van anderman's leêr," met het oog op
+ Kléon's bedrijf als leerlooier.
+Vs. 394 Dit slaat op de te Athene gevangen Spartanen van het
+ eiland Sfakteria.
+Vs. 400-401 Misschien toespelingen op den dichter Kratinos als
+ dronkaard; Morsimos wordt vaak als slecht tragisch dichter
+ bespot.
+Vs. 407 Dit is eene voor ons duistere toespeling, zooals vaak
+ bij A.
+Vs. 433 "uitvaren" is dubbelzinnig. Ook de Gr. tekst slaat op
+ wind en zeevaart.
+Vs. 448 vlg. Altemaal woordspelingen, die in het Ned. moeielijk
+ zijn weer te geven.
+Vs. 462 Kléon spreekt in timmermanstaal, om zich populair te maken.
+Vs. 475 vlg. Alles parodie op het gemeene verklikkerige karakter
+ van Kléon.
+Vs. 511 Typhon, een mythologisch ondier, waarmede A. Kléon
+ vereenzelvigt.
+Vs. 529-530 Aanhalingen uit een blijspel van Kratinos (Cratinus,
+ bij Horatius), met Eupolis en Aristofanes de grootste
+ blijspeldichter.
+Vs. 534 Kónnos, beroemd citherspeler, doodarm gestorven.
+Vs. 537 Krátes, ook een bekend kluchtspelschrijver.
+Vs. 563 Phormion, een populair Atheensch admiraal.
+Vs. 566 het kleed = de péplos, plechtig aan Athene gebracht in
+ den optocht der Panathenaeën.
+Vs. 579-580 Met andere woorden, dat de ridders, zoodra de vrede
+ gesloten is, weer als van ouds toilet kunnen maken, en als
+ menschen van stand voor den dag kunnen komen.
+Vs. 595 vlg. Het ridderkoor verhoogt het komisch effekt, door een
+ loflied op de paarden, als een soort van stand. Al de nu
+ volgende verzen slaan op een plundertocht, door Nikias met
+ behulp van Atheensche ridders ondernomen, wier paarden in
+ speciaal daarvoor ingerichte transportschepen waren
+ overgebracht. De woordspelingen en toespelingen in vs.
+ 600-610 gaan echter meestal voor ons verloren.
+Vs. 615 Nicobulus = Winraad, vgl. Thrasybulus = Koenraad.
+Vs. 641 "het traliewerk," waardoor de leden van den raad en van de
+ rechtbanken van het publiek werden afgesloten. De
+ worsthandelaar of beulingventer paradeert hier met zijn
+ onbeschaamdheid. De geheele passage, vs. 624-682, is een
+ uitmuntende parodie van een Atheensche raadszitting.
+Vs. 697 in het Gr. den "móthoon" dansen = een plompe onfatsoenlijke
+ dans = ongeveer een "negerdans," een "cake-walk."
+Vs. 728 Een soort oogstkrans, een twijg, voor de huisdeur
+ opgehangen, als goed voorteeken.
+Vs. 744 De worsthandelaar overtreft Kléon telkens, door plattere
+ voorbeelden en grootere gemeenheid.
+Vs. 762 Voorbeeld, aan een zeeslag ontleend.
+Vs. 765 Drie beruchte sujetten te Athene.
+Vs. 786 Harmodios (en Aristogiton), moordenaars van den tiran
+ Hipparchos, als martelaars der vrijheid te Athene vereerd.
+Vs. 794 Archeptólemos, vgl. vs. 327.
+Vs. 813 Parodie op den Telephos van Euripides.
+Vs. 877 Kléon snoeft dat hij een zekeren Gryttos, een homosexueel,
+ zijn burgerschapsrechten had doen ontnemen.
+Vs. 895 Silphium, laserpitium, was een duur stimulans, bij
+ gerechten gebruikt, en bewerkte diarrhee, enz. Vandaar ook de
+ woordspeling in vs. 899.
+Vs. 901 Die Roodkop = Kléon.
+Vs. 927 vlg. Kléon wordt voorgesteld als een lekkerbek, die van
+ smulpartijtjes naar de volksvergadering loopt.
+Vs. 948 "je zegelring." De slaaf die voor het huishouden zorgde
+ (tamias), had den zegelring van zijn heer, en alles achter
+ slot en grendel.
+Vs. 954 Woordspeling van demós = vet, en démos = volk,
+ (vgl. vs. 215.)
+Vs. 958 Kleónymos, de Grieksche Falstaff, steeds door A. bespot.
+Vs. 969 Toespeling op een politiek proces uit dien tijd (?)
+Vs. 979 Toespeling op een soort winkel in de havenstad Piraeus, die
+ ik met een toespeling op onze "dertigcentbazaars" tracht weer
+ te geven.
+Vs. 984 Met z'n lepel en z'n stamper (dingen in een keuken
+ onmisbaar) werkt Kléon in de staatskeuken, in de
+ staatshuishouding.
+Vs. 985-95 Een poging om de Gr. woordspelingen van het oorspronk.
+ eenigszins terug te geven.
+Vs. 1003 Bakis (en Glanis), (vgl. vs. 123.)
+Vs. 1040 Toespeling op het beroemde orakel, dat de Atheners
+ ontvingen voor de aankomst van Xerxes.
+Vs. 1059 Woordspelingen met Pylos, in Messenië, het tooneel van Kléons
+ heldendaden. Pylos beteekent "poort." Ook vs. 1060 bevat in
+ het Gr. een woordspeling, die in het Ned. verloren gaat. Maar
+ zelfs in den oorspr. tekst zijn hier alle toespelingen niet
+ duidelijk.
+Vs. 1069 Philóstratos, berucht koppelaar te Athene.
+Vs. 1077 Toespeling daarop dat de soldij der Attische soldaten
+ niet geregeld werd uitbetaald.
+Vs. 1080-85 Een reeks van woordspelingen op toen aktueele feiten
+ en personen.
+Vs. 1103 Theophanes, waarschijnl. een handlanger van Kléon.
+Vs. 1118 Woordelijk: "Uw verstand, o volk, is aanwezig, en toch
+ op reis."
+Vs. 1121 vlg. Deze beurtzang is de scherpste satire op de
+ demokratie, die ooit geschreven werd.
+Vs. 1169 Het kolossale beeld van Athene in het Parthenon, door
+ Phidias uit ivoor en goud gemaakt.
+Vs. 1172 "Pylosstrijdster," enz. Al deze namen der godin Athene
+ zijn parodistisch gebruikt.
+Vs. 1189 Woordspeling met den bijnaam van Athene, als Pallos
+ Tritogeneia.
+Vs. 1206 d. i. ik word in onbeschaamdheid overvleugeld.
+Vs. 1225 Parodie van een onbekend treurspeldichter.
+Vs. 1236 Volgens de uitleggers een plaats waar men geslachte
+ varkens de borstels afzengde.
+Vs. 1245-46 Op de markt verkoopen was fatsoenlijker dan vóór
+ de poort.
+Vs. 1256 Phanos, particulier secretaris van Kléon?
+Vs. 1257 Agorákritos, kan als meneer "Markttwist," of zoo iets,
+ worden vertaald.
+Vs. 1263 "Praat"eners zijn de Atheners in de oudheid geweest,
+ en zijn het nu nog.
+Vs. 1264 vgl. Spotternij tegen bekende Atheensche sujetten.
+Vs. 1274 vlg. De dichter geeselt hier alweer bekende en beruchte
+ Atheensche sujetten.
+Vs. 1291 Kleónymos, vgl. vs. 958.
+Vs. 1301 vlg. Parodie op den lompenkoopman Hypérbolos, steeds door
+ A. bespot, een verloopen demokraat, die een tocht tegen
+ Karthago schijnt te hebben ondernomen.
+Vs. 1324 "viooltjesbekranst" uit een beroemd loflied van Pindaros
+ op Athene ontleend.
+Vs. 1331 De krekel (cicade) werd door de Atheners gedragen, als
+ zinnebeeld van hun oud geslacht, en als autochthonen (in het land
+ zelf geborenen).
+Vs. 1332 Slakken, kleine slakjes bezigden de rechters bij het
+ stemmen. Dit vers beteekent dus "hij riekt niet meer naar
+ processen."
+Vs. 1362 Hypérbolos, vlg. vs. 1301.
+Vs. 1372 Kleónymos wordt hier en elders als lafaard, als
+ "schildwegwerper" bespot.
+Vs. 1374 A. bespot telkens de "heertjes" van zijn tijd. De volgende
+ verzen parodieeren de gemaniereerde taal van die "viveurs."
+Vs. 1389 vlg. De woordspeling gaat hier verloren, omdat het Gr. woord
+ "plengoffer" en "wapenstilstand" beteekent. Het Atheensche
+ volk had recht op wapenstilstand sedert 445 v. C., maar Kléon
+ had door zijn oorlogszuchtig optreden als het ware dien
+ wapenstilstand weggestopt.
+Vs. 1408 De vreemdelingen, die voor de Dionysos-feesten naar
+ Athene kwamen, moeten de bestraffing van Kléon bijwonen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Ridders, by Aristofanes
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE RIDDERS ***
+
+***** This file should be named 37828-8.txt or 37828-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/8/2/37828/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.