summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/37297-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '37297-8.txt')
-rw-r--r--37297-8.txt11889
1 files changed, 11889 insertions, 0 deletions
diff --git a/37297-8.txt b/37297-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d455cd5
--- /dev/null
+++ b/37297-8.txt
@@ -0,0 +1,11889 @@
+Project Gutenberg's Beknopte geschiedenis van het vaderland, by J. A. Wijnne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Beknopte geschiedenis van het vaderland
+
+Author: J. A. Wijnne
+
+Release Date: September 2, 2011 [EBook #37297]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Tekst die in het originele werk schuingedrukt, gespatiëerd of vet |
+ | gedrukt is, is hier respectievelijk weergegeven als _tekst_, |
+ | ~tekst~ en =tekst=. |
+ | |
+ | Diakritische en andere tekens: [=e] staat voor e-makron, [)e] voor |
+ | e-breve, etc. [f] staat voor het gulden-teken. ^ betekent dat de |
+ | volgende letter in superscript gedrukt is (als in 1^e). |
+ | |
+ | Uitgebreidere opmerkingen staan aan het einde van deze tekst. |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND
+
+ DOOR
+
+ D^R. J. A. WIJNNE.
+
+ VIJFDE, HERZIENE DRUK.
+
+
+ TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1879.
+
+
+
+
+ _Magno usui est memoria rerum gestarum._
+
+ SALLUSTIUS.
+
+ _L'histoire des Provinces-Unies est un sujet attrayant._
+
+ MIRABEAU.
+
+
+
+
+ Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+ Bladz.
+
+ § 1. Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en
+ onder de heerschappij der Romeinen 1.
+
+ § 2. De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze
+ landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De
+ invoering van het leenstelsel en van den Christelijken
+ godsdienst.--De Noormannen 5.
+
+ § 3. Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien
+ van andere streken van ons land.--De wisselingen in de
+ opperheerschappij dezer landen na het verdrag van Verdun.--
+ Staten, die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.--Aard
+ en uitbreiding der grafelijke macht 9.
+
+ § 4. Holland onder de graven uit het Hollandsche huis 15.
+
+ § 5. Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en
+ het Beiersche huis 21.
+
+ § 6. Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische
+ huis 29.
+
+ § 7. Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het
+ Oostenrijksche huis 34.
+
+ § 8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de
+ Middeleeuwen 36.
+
+ § 9. Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+ Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen 39.
+
+ § 10. De Nederlanden onder het bewind van Karel V 43.
+
+ § 11. De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva 48.
+
+ § 12. De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd
+ Alva 54.
+
+ § 13. De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en
+ van Don Jan van Oostenrijk.--De unie van Utrecht 57.
+
+ § 14. Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek
+ van de Zeven Vereenigde Nederlanden 62.
+
+ § 15. De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+ Gewesten 66.
+
+ § 16. Vervolg 68.
+
+ § 17. De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De
+ afstand der Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen
+ van den tachtigjarigen oorlog 71.
+
+ § 18. Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische
+ compagnie 76.
+
+ § 19. De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het
+ bestand schokten 80.
+
+ § 20. De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De
+ oprichting der West-Indische compagnie.--De aanslag op het
+ leven van Maurits en zijn dood 87.
+
+ § 21. Het stadhouderschap van Frederik Hendrik 89.
+
+ § 22. De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands 95.
+
+ § 23. Het stadhouderschap van Willem II 102.
+
+ § 24. De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog 107.
+
+ § 25. De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen
+ der Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De
+ tweede Engelsche zeeoorlog 113.
+
+ § 26. De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van
+ den oorlog in 1672 120.
+
+ § 27. Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der
+ gebroeders de Witt.--De verheffing van Willem III 124.
+
+ § 28. Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche
+ erfopvolgingsoorlog 132.
+
+ § 29. Blik op den toestand des lands in de laatste helft der
+ 17de en in 't begin der 18de eeuw 140.
+
+ § 30. Het stadhouderschap van Willem IV 146.
+
+ § 31. Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van
+ den hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V
+ tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en Nederland 151.
+
+ § 32. De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der
+ Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de
+ komst der Pruisen 157.
+
+ § 33. De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands 163.
+
+ § 34. De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland 168.
+
+ § 35. Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt
+ zijn onafhankelijkheid 177.
+
+ § 36. Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België 185.
+
+ § 37. De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden
+ sedert 1830 195.
+
+ § 38. Eindblik op den toestand des lands 206.
+
+
+
+
+§ 1.
+
+_Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder de
+heerschappij der Romeinen._
+
+
+Het land, welks geschiedenis de volgende bladzijden zullen behelzen,
+heet Nederland. Het ligt aan den mond van den Rijn, den IJsel, de Maas
+en de Schelde. Behalve dat het de wateren dier stroomen op zijn bodem
+ontvangt, krijgt het nog die van tal van kleinere rivieren, welke op
+dien grond ontstaan. In 't Noorden en Westen beukt, sedert eeuwen, de
+Oceaan de kusten van dit land en knabbelt er niet alleen stukken af,
+maar baande zich ook vaak een weg over grasveld en beemde. Eveneens
+hadden de rivieren eertijds nog geen dijken en stortten dikwijls met
+onbeteugeld geweld haar wateren over het land heen. Dit land zelf
+bestond grootendeels uit bosschen, heiden en moerassen.
+
+Terecht mag zulk een land Nederland heeten. Voor een groot deel is de
+bodem er zeer laag, en aanzienlijke watermassa's stroomen over zijn
+grond heen in zee. Maar werden hier of daar aanmerkelijke stukken lands
+weggespoeld, elders voerden de rivieren of de zee vruchtbaar slib aan,
+waardoor het mogelijk werd polders in te dijken of droog te maken. Geen
+wonder, dat de gedaante van dit land thans een geheel andere is dan vóór
+eeuwen. Onder de groote waterplassen, die voorheen in ons vaderland niet
+bestonden, zijn de Zuiderzee, de Dollard en de Biesbosch de voornaamste.
+De oorsprong der Zuiderzee--waarschijnlijk zoo genoemd, omdat zij ten
+Zuiden van Friesland ligt,--dagteekent van het jaar 839, toen een
+geweldige watervloed over de twee duizend huizen moet hebben
+weggespoeld. Latere overstroomingen maakten de plas steeds wijder. De
+Dollard (d. i. dol of onstuimig water) ontstond in 1277. De derde golf,
+de Biesbosch, had haar ontstaan te danken aan den St. Elizabethsvloed
+van den 18den November 1421. In dit water groeiden steeds een menigte
+biezen, die er het voorkomen aan gaven van een "bosch vol biezen":
+vanhier de naam.
+
+In weerwil van dit alles is het niet vrij van overdrijving, Nederland
+een land te noemen, aan de golven ontwoekerd, tenzij men niet zoozeer
+het oog hebbe op het droog gemaakte, als tevens op het droog gehouden
+land. Door verzuim en tweedracht ging veel grond verloren. Aan die
+oorzaken van landverlies begon eerst een einde te komen, toen, na het
+uitroeien der wouden, de akkerbouw vrij algemeen aanving en men, om ook
+wintergraan te kunnen verbouwen, meer op de dringende behoefte aan
+dijken en zeeweringen begon te letten, hetgeen volgens sommigen niet
+vóór de 13de, maar, zooals anderen willen, lang vóór de 10de eeuw plaats
+greep.
+
+Er is een tijd geweest, waarin de volken 't bearbeiden van metalen niet
+kenden. Dien tijd, ouder dan de geschreven geschiedenis, noemt men 't
+steenen tijdperk. De weinige hunnebedden, d. i. graven of bedden van
+reuzen, in ons land overig, zijn uit dat tijdperk, en de getuigenissen
+van de oudste bewoning door geen schrijver geboekt. Men meent, dat de
+stammen, welke later, lang na het steenen tijdperk, maar toch in vroege
+eeuwen, het tegenwoordige Nederland en België bewoonden, deze landen
+zullen hebben verlaten, toen een groote overstrooming, de Cimbrische
+vloed, eenigen tijd vóór den inval der Cimbren en Teutonen in Italië,
+vele verwoestingen in het Noordwestelijk gedeelte van Europa, alzoo mede
+in deze streken, teweeg bracht. Het kan zijn. Wil men echter alleen op
+historische getuigenissen afgaan, dan waren de Friezen, de Bataven, de
+Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren de voornaamste van de vele
+volksstammen, die Nederland en België het eerst hebben bewoond. Waarom
+"Nederland en België?" Omdat de geschiedenis dier beide landen in de
+eerste vijftien eeuwen onzer jaartelling zoovele punten van aanraking
+heeft, dat men, sprekende over de historie van slechts één dezer landen,
+het andere er dikwijls niet van kan afscheiden. Daarom zij hier
+aangemerkt, wat vooreerst mede voor 't vervolg geldt, dat met de
+uitdrukking "Nederland" of "deze landen" vaak zoowel Nederland als
+België wordt bedoeld.
+
+Al die stammen, zoo even genoemd, behooren tot de volkerengroep der
+Germanen. Wanneer en waarom zij naar ons vaderland afzakten, dit zijn
+vragen, die niet nauwkeurig kunnen worden beantwoord. Waarschijnlijk
+waren de Friezen, ongetwijfeld het hoofdvolk, ook de oudste bewoners. De
+grenzen, binnen welke zij zich ophielden, waren in 't o. de Eems, in 't
+z. die arm van den Rijn, welke zich bij Katwijk in zee stortte. De
+woonplaats der Bataven was het eiland der Bataven, tusschen den Rijn en
+de Waal gelegen, d. i. een deel van het tegenwoordige Zuid-Holland,
+Utrecht en Gelderland. Tevens werd dit eiland, vermoedelijk het
+westelijk gedeelte, door de Kaninefaten bewoond. De Tubanten zullen
+zich, naar men wil, in Twente, dat aan hen zijn naam ontleent; de
+Brukteren, voorzoover ons vaderland betreft, ten o. van hen en ten z.
+van de Friezen hebben opgehouden. Over de zeden en gewoonten dezer
+volkeren in 't bijzonder valt natuurlijk niets anders mede te deelen,
+dan wat allen Germanen gemeen is.
+
+Al de genoemde en andere volkeren, die met hen deze landen bewoonden,
+geraakten in de eerste eeuw v. C. onder de heerschappij der Romeinen.
+Die van België werden grootendeels met geweld onderworpen, die van
+Nederland sloten veelal verdragen en namen alzoo, door de omstandigheden
+gedwongen, vrijwillig het juk op hun schouders. Van de onderwerping der
+Friezen heeft de stiefzoon van keizer Augustus, Drusus (zie _Overzicht
+der Algemeene Geschiedenis_, 9de druk, blz. 43), de verdienste. Dat
+intusschen de oude bewoners van Nederland, als bondgenooten, aan de
+Romeinen ondergeschikt waren, blijkt hieruit, dat zij manschappen aan de
+legers van dit volk en zelfs aan de lijfwacht hunner keizers leverden.
+Dit was dan ook de eenige voorwaarde, waardoor de onafhankelijkheid der
+Bataven werd beperkt, tenzij de Friezen ossenhuiden moesten opbrengen.
+
+Twee opstanden tegen de Romeinen zijn de eenige merkwaardige
+gebeurtenissen uit de vroegste eeuwen van Nederlands geschiedenis, die
+bij de Romeinsche schrijvers staan opgeteekend. De eerste is die der
+Friezen, in 47 n. C. door den Romeinschen veldheer ~Corb[)u]lo~
+beteugeld. Eenigen tijd daarna, in 69 n. C., stonden de Bataven op. De
+titel "broeders en vrienden van het Romeinsche volk", hun door de
+machtige bondgenooten geschonken, beschutte hen niet tegen
+onderdrukking. Niet alleen jongelingen, maar ook ouden van dagen werden
+voor den krijgsdienst opgeschreven, om hen te noodzaken, zich los te
+koopen en op die wijze de hebzucht der Romeinsche bevelhebbers of
+landvoogden te voldoen. Aan 't hoofd der Bataven, die het juk afwierpen,
+stelde zich iemand, wiens eigenlijke naam is verloren gegaan en die in
+de taal der Romeinen ~Claudius Civ[=i]lis~ heet. Met hen verbonden zich
+de Friezen, de Kaninefaten en andere stammen.
+
+Zoolang de strijd tusschen Vitellius en Vespasianus, die beide naar de
+Romeinsche keizerskroon dongen, niet was beslist, behaalde Claudius
+Civ[=i]lis meer dan één zege. Maar toen in 70 n. C. Vespasianus'
+veldheer ~Cere[=a]lis~ kwam opdagen, moest hij het verbond met Rome
+hernieuwen. Naar 't schijnt, was de toestand der opgestane volkeren, na
+den strijd, even dragelijk, als hij voorheen jaren was geweest.
+
+Men kan niet ontkennen, dat het verblijf der Romeinsche legers hier te
+lande sporen achtergelaten, of, met andere woorden, dat de onderwerping
+aan Rome gunstige gevolgen voor de bevolking dezer streken heeft gehad.
+Gedurende dien tijd werden hier en daar wegen aangelegd, ook een enkele
+dijk; elders vaarten gegraven. Zoo liet Drusus, om een waterweg naar de
+Noordzee te openen en de Bataven tegen overstroomingen van den Rijn te
+vrijwaren, de naar hem genoemde gracht graven, waardoor de Rijn nabij
+Doesburg met den IJsel werd vereenigd. Grootendeels uit legerplaatsen,
+door de Romeinen opgericht, verrezen allengs steden, als Nijmegen,
+Utrecht, Leiden en andere. Welken rechtstreekschen invloed echter de
+Romeinen op de beschaving der landzaten zelven hebben geoefend, is
+moeielijk te zeggen. Het best laat hij zich voorzeker nog afleiden uit
+de taal, d. i. uit de Nederlandsche woorden, aan het Latijn ontleend, b.
+v. schrijven, letter, enz.
+
+
+
+
+§ 2.
+
+_De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen worden een
+bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het leenstelsel
+en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat ons vaderland, als bestanddeel van het
+Romeinsche rijk of als woonplaats van stammen, die bondgenooten
+van de Romeinen heetten, sedert de 3de eeuw n. C. mede ten doel
+stond aan de menigvuldige aanvallen, door de Germanen op dit rijk
+gedaan. Van de groote vereenigingen, door de stammen der Germanen onder
+gemeenschappelijke namen aangegaan, zijn er twee, die tot deze landen in
+nauwe betrekking komen te staan. Het zijn die der Franken en der Saksen.
+Sinds het einde der 3de eeuw deden de Franken, n.l. de Saliërs, bij
+herhaling invallen in de Nederlanden, bleven er sinds de regeering van
+Julianus den afvallige, d. i. sinds 361 n. C., gevestigd en breidden
+zich vervolgens meer en meer naar het Zuiden, eerst tot in Noordelijk
+België, later tot de rivier de Somme uit. Na den dood van Clovis in 511
+behoorden Nederland en België ten deele tot die streek, welke men
+Austrasië noemde.
+
+Doch de Franken waren het niet alleen, die ons land bewoonden. Sedert de
+5de of de 6de eeuw is de landstreek bij den IJsel het gebied niet langer
+van de Saliërs, maar van de Saksen een volk, dat zich over een groot
+deel van Noordwestelijk Duitschland uitstrekte en aan wier verbond de
+Tubanten en welke andere stammen Overijsel en Drente mogen hebben
+bewoond, zich aansloten. Het noordelijk gedeelte van ons land werd in
+deze eeuwen, die men het Frankische tijdvak kan heeten, steeds bewoond
+door de Friezen. Hun grenzen waren niet altijd dezelfde; maar het is
+zeker, dat er tijden zijn geweest, waarin die van de Noordzee en de
+Wezer tot de Schelde of de Sincfal, d. i. het Zwin (bij Sluis, in
+Vlaanderen), reikten. Tusschen de Friezen en de Saksen aan de ééne zijde
+en de Franken aan de andere ontstond van de 6de eeuw af een strijd, die
+eerst in de dagen van Karel den groote een einde nam.
+
+Gedurende dat veelvuldig kampen verdwijnen de naam der Bataven en die
+der Kaninefaten voor goed. Sedert de 5de eeuw komen zij niet meer voor.
+Zoowel deze volkeren, als andere, die tot dusver afzonderlijke namen
+hadden gedragen, sloten zich bij de Franken aan of smolten met hen
+tezamen: hun naam ging in den algemeenen naam "Franken" op.
+
+De onderwerping der Friezen aan Karel den groote dagteekent van 't
+jaar 785, die der Saksen van 805. Van dien tijd af maken dus die
+beide volkeren, bij gevolg ook Nederland en België, een bestanddeel
+uit van het Frankische rijk, dat tot 843 bleef bestaan. Gelijk
+elders, voerden de Franken in deze streken het leenstelsel en het
+Christendom in. Het doopen of de bekeering der Friezen was, behalve van
+den Frankischen geloofsprediker ~Wulfran~, grootendeels het werk van de
+Christenzendelingen, uit Engeland overgekomen, van ~Willebrord~ en
+~Winfried~, sinds zijn overgang tot het kloosterleven, alzoo reeds in
+zijn jongelingsjaren, doorgaans ~Bonifacius~ (d. i. die zijn taak goed
+volbrengt) geheeten. Willebrord werd de eerste bisschop onder de
+Friezen. Wulfran is de man, die door zijn onberaden ijver den koning der
+Friezen, ~Radboud~, in 719 noopte, te Hoogwoude (ten n. o. van Alkmaar)
+zijn voet weder uit het water terug te trekken, waarin hij dien reeds
+had gezet, ten einde door den doop in de gemeente der Christenen te
+worden opgenomen. Bonifacius vond den 5den Juni 755 met drie-en-vijftig
+zijner leerlingen bij Dokkum den dood des martelaars.
+
+De verdeeling dezer landen of volken in den tijd van de heerschappij
+der Franken is drieledig: 1^o de kerkrechtelijke, uitgaande van den
+paus en allengs ingevoerd sedert het begin der 8ste eeuw; 2^o de
+staatsrechtelijke, uitgaande van den keizer en in de 8ste eeuw tot stand
+gekomen; 3^o de burgerlijke of geographische, van vroegere tijden
+dagteekenende en uit den boezem des volks voortgesproten. Ten aanzien
+van de eerste verdeeling stond het Noorden tot de Schelde en de Waal
+onder het bisdom Utrecht, het Oosten en het Zuiden onder Saksische en
+Frankische bisdommen. Staatsrechtelijk werd het land verdeeld in
+hertogdommen, deze weder in graafschappen, de graafschappen o. a. in
+schoutambten. De burgerlijke verdeeling was in volken of landen, elk
+land in _gouwen_, elke gouw in _marken_. Veelal stemde deze verdeeling
+geheel overeen met de staatsrechtelijke, zoodat een gouw gelijk stond
+met een graafschap, een mark met een schoutambt. Zóó gingen de aloude
+marken, d. i. stukken grond, die voorheen 't gemeenschappelijk eigendom
+waren der markgenooten, welke waarschijnlijk van de eerste verovering of
+inbezitneming dagteekenden, in deze nieuwe indeeling op.
+
+Hier volgen een paar dier gouwen, zoowel uit het land der Friezen en
+Saksen, als uit dat der Franken. In het tegenwoordige Groningen:
+Hunsingo; in het tegenwoordige Friesland: Oostergo, met de hoofdplaats
+Dokkum; in het tegenwoordige Holland: West-Friesland, met de hoofdplaats
+Medemblik; in het tegenwoordige Overijsel: Twente, met de hoofdplaats
+Goor; in het tegenwoordige Gelderland: de Veluwe, de Betuwe, enz.
+
+Vraagt men naar de vruchten van de heerschappij der Franken in deze
+landen, hierop kan in zooverre een antwoord worden gegeven, dat men zich
+over 't geheel een tamelijk goed denkbeeld van den algemeenen toestand
+vermag te vormen. Het land werd, onder 't oppergezag der koningen,
+bestuurd door hertogen en graven. Oorspronkelijk beduidt het woord
+_hertog_ aanvoerder van een leger. Maar dikwijls werd ook hij zoo
+genoemd, die over de krijgsbenden eener zekere landstreek het bevel
+voerde, weshalve die titel dan aan de landstreek werd gehecht. Zoo waren
+er hier te lande drie hertogen: een van Friesland, een van Saksen en een
+van Frankenland. Onder de hertogen stonden _de graven_, d. i. rechters.
+In den beginne werd die titel zoowel aan ambtenaren van lagen als van
+hoogen rang gegeven, zoodat b. v. een opzichter over wouden, dijken,
+wegen, enz. vaak graaf werd genoemd. Later werden die koninklijke of
+keizerlijke ambtenaren gewoonlijk zoo geheeten, die als rechters, doch
+ook als burgerlijke bestuurders en aanvoerders van 't leger den vorst
+vervingen. De bank van _schepenen_, waarvan de graaf voorzitter was, had
+rechtspraak over het geheele graafschap. Onder de graven vond men
+_schouten_, die aan 't hoofd stonden van de schoutambten. De bevolking
+was niet langer in den toestand van wilde horden, maar in dien eener
+geregelde maatschappij met vaste wetten. Zij was gesplitst in de
+volgende standen: _vrijen_, _liten_ (lieden of hoorigen) en _slaven_ of
+_lijfeigenen_. Dewijl de liten op de hoeven der vrijen woonden, noemde
+men ze hofhoorigen. Noch hun toestand, noch die der lijfeigenen was zoo
+onaangenaam, als die der slaven in de oudheid of die der negers in de
+volkplantingen der Europeanen van den nieuweren tijd. Ten bewijze dat
+handel en nijverheid geen geheel vreemde dingen waren, strekt, dat
+Dorestad, (Wijk bij) _Duurstede_, b. v. een aanzienlijke koopstad was.
+De groote wegen werden naar behooren onderhouden en met wering van
+knevelarij, tegen voldoening van bepaalde tollen, voor elk opengesteld.
+
+Reeds gedurende de regeering van Karel den groote en vroeger werden deze
+landen door de Noormannen besprongen, doch vooral geschiedde dit onder
+'t bewind van Lodewijk den vrome en na hem. Deze woeste horden, de
+stroomen opvarende, legden de steden, die zij op haren weg ontmoetten,
+zware schattingen van honderden of duizenden ponden goud of zilver op,
+of kenmerkten in het binnenland, zoover zij doordrongen, haren weg door
+roof en doodslag. Lodewijk de vrome verschafte de Noormannen een zeer
+gewenschte aanleiding om hun rooftochten voort te zetten. Tot hem kwamen
+n.l. drie dier Noordsche vorsten, ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~, die
+uit Denemarken waren verjaagd en met behulp van Lodewijk hun gebied
+zochten te herwinnen. Lodewijk, die steeds voor 't Christendom ijverde,
+hoopte door 't verleenen van den gevraagden bijstand deze vorsten en
+misschien een aantal hunner onderdanen tot het aannemen van dien
+godsdienst te bewegen. Hierin slaagde hij naar wensch. De Deensche
+vorsten lieten zich in 826 doopen; maar het mocht den koning der Franken
+niet gelukken, hen in 't bewind te herstellen. Vol blijdschap over hun
+bekeering, gaf Lodewijk hun daarom leenen in de Nederlanden: aan Heriold
+Dorestad of _Duurstede_ en omstreken; aan Roruk _Kennemerland_ (een deel
+van Noord-Holland nabij Alkmaar) en aan Hemming _Zeeland_. Dit bracht
+vele rampen over de Nederlandsche gewesten, want behalve dat de van
+buiten komende Noormannen hier van nu af hun heerschzucht ruimen teugel
+vierden, onderdrukten de in deze landen gevestigde Noormannen de
+landzaten van tijd tot tijd zeer. En niet vóór 885 eindigde hun
+heerschappij in deze streken.
+
+Inmiddels had het Frankische rijk in 843, bij het verdrag van Verdun,
+opgehouden te bestaan. Hierbij verkreeg Lotharius I. o. a. het oostelijk
+gedeelte van Frankrijk en aangrenzende landen, gelegen in 't z.,
+tusschen de Rhône en de Alpen, in 't n., zoowel ten n. van den Rijn als
+tusschen deze rivier en de Maas, gelijk mede tusschen de Maas en de
+Schelde tot de monden dezer rivieren. Lodewijk de Duitscher bekwam o. a.
+het land ten n. van de Alpen en ten o. van den Rijn. Karel den kale
+eindelijk werd o. a. het gebied ten westen van de Schelde, de Maas, de
+Saône en de Rhône toegewezen. Hieruit volgt, dat Lotharius I bijna
+geheel België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel
+van Zeeland verwierf. Later, in 870 en 879, kwam het aandeel van
+Lotharius I aan Duitschland.
+
+
+
+
+§ 3.
+
+_Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van andere
+streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij dezer
+landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en in het
+Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._
+
+
+Toen de Friezen zich in 785 aan Karel den groote onderwierpen, werd hun
+land, zooals vanzelf spreekt, geacht een bestanddeel van het rijk der
+Franken te zijn. Doch het leenstelsel werd bij hen zoo goed als niet
+ingevoerd; zij behielden hun persoonlijke vrijheid, eigendom en rechten,
+hoewel zij door koninklijke ambtenaren werden bestuurd. Alzoo verschilde
+hun toestand van dien der bewoners van de andere gedeelten dezer landen,
+als van Brabant, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en van een
+streek van Noord-Holland, n.l. Kennemerland. Hier werd de Frankische
+stam, vroeger of later, de overheerschende, de Friesche de
+onderliggende. 't Gevolg was, dat de Friesche inwoners der
+laatstgenoemde landen, althans grootendeels, ophielden vrijen te zijn,
+en, als hoorigen of lijfeigenen, tot allerlei dienstbetooning aan de
+overheerschers werden verplicht. Niet alleen als volk werden zij dus
+vernietigd; maar zij verloren ook een groot deel hunner menschenrechten.
+Bij de veelvuldige verdrukking van allerlei heeren, waaraan zij ten doel
+hadden gestaan, had daarenboven menige vrije het als een geluk
+beschouwd, zich als lijfeigene te mogen verkoopen, op die wijze, met
+opoffering van de vrijheid, althans rust en veiligheid verwervende.
+Nergens intusschen was het getal lijfeigenen zoo groot als in de landen
+van den bisschop van Utrecht.
+
+Na het jaar 843 kwamen de Nederlanden en België (steeds met uitzondering
+van Vlaanderen en van een gedeelte van Zeeland), om niet van het
+tijdperk van overgang te spreken, gelijk op blz. 9 werd opgemerkt,
+weldra tot Duitschland in die betrekking te staan, waarin zij tot dusver
+hadden gestaan tot het rijk der Franken. Van dien tijd af maakten zij,
+n.l. voor zoover zij bij het verdrag van Verdun tot het aandeel van
+Lotharius I hadden behoord, een bestanddeel uit van het hertogdom
+Lotharingen, en sedert 965, toen dit hertogdom in Opper- en
+Neder-Lotharingen werd verdeeld, van het laatste.
+
+In de 9de en de 10de eeuw werden waarschijnlijk de meeste Nederlanden
+erfelijke leenen, dewijl dat, wat oorspronkelijk een gunst des keizers
+was, allengs, in weerwil van hem, als een recht werd beschouwd. Het volk
+en de kleinere leenmannen, die zich natuurlijk meer aan de plaatselijke
+overheid dan aan den veeltijds afwezigen keizer hielden, namen met deze
+verandering licht genoegen. Meer dan eens ontstonden er evenwel groote
+moeielijkheden uit de vraag, of het eene of andere gewest alleen een
+_mannelijk_ of _zwaardleen_, of wel tegelijk een _vrouwelijk_ of
+_spilleleen_ was. Sedert de 11de eeuw kwamen allengs meerdere gouwen aan
+één graaf. Dit ontsproot hieruit, dat sommige gravengeslachten
+uitstierven of werden verdreven en de overige zich dan met hun
+nalatenschap verrijkten. Hierdoor kwam het, dat in de 12de eeuw bijna
+het geheele land tusschen den graaf van Gelder, dien van Holland en den
+bisschop van Utrecht was verdeeld.
+
+De verandering, die langzamerhand in het Zuiden in den staat van zaken
+plaats greep, was hoofdzakelijk deze, dat in plaats van het hertogdom
+Neder-Lotharingen, voor en na, verschillende zelfstandige staten
+ontstonden. De grootste dier staten was _Brabant_, dat ook den titel
+"hertogdom" behield. Verder vond men er het markgraafschap, veelal
+graafschap genoemd, _Namen_, en het graafschap _Henegouwen_. Ten o. van
+deze drie staten lag het bisdom _Luik_. Tusschen den Maas en den Rijn
+lag het graafschap, sedert de 11de eeuw hertogdom, _Limburg_.
+_Maastricht_ was voor een gedeelte een bezitting van den bisschop van
+Luik, voor een ander deel een op zich zelve staande rijksstad, die later
+door Karel V van het Duitsche rijk afgescheiden en aan Brabant
+toegevoegd werd. Ten z. van Limburg stiet men op het graafschap, sedert
+1354 hertogdom, _Luxemburg_.
+
+_Antwerpen_ met zijn omstreken was reeds in de 10de eeuw een
+markgraafschap van het heilige Roomsche of Duitsche rijk en werd door
+den hertog van Brabant bestuurd. _Mechelen_ was een heerlijkheid, die in
+1357 aan Vlaanderen kwam. Gelijk _Artois_ in zijn geheel, zoo was
+_Vlaanderen_ grootendeels een deel van Frankrijk, _Kroon-Vlaanderen_
+geheeten. Het andere gedeelte, het Noordelijke, was een leen van
+Duitschland en werd _Rijks-Vlaanderen_ genoemd. O. a. bevatte het
+Zeeland bewester schelde, d. i. het land ten n. van de Hont. In 1007 gaf
+keizer Hendrik II Rijks-Vlaanderen aan Boudewijn IV, graaf van
+Vlaanderen, in leen, die op zijn beurt het Zweedsche land wederom in
+achterleen gaf aan graaf Dirk III van Holland.
+
+De staten, die in 't Noorden verrezen en waarvan straks ter loops werd
+gewaagd, waren Holland, Utrecht, Gelderland. Zooals men gewoonlijk
+aanneemt, ontstond het _graafschap Holland_, waarbij dat gedeelte van
+Zeeland behoort, dat ten n. van de Oosterschelde ligt, in 922, doordien
+Karel de eenvoudige (_Overzicht_, 9de druk, blz. 78) aan hem, die men
+veelal Dirk I noemt, Egmond en omliggend land, ongeveer van Hillegom tot
+Alkmaar, schonk. Maar wil men op een begin van 't graafschap Holland
+wijzen, dat op een vasten grondslag steunt, dan moet men gaan tot het
+jaar 1018, tot dien Dirk, die doorgaans ~DIRK~ III heet. Tusschen de
+Merwede en de oude Maas lag te dier tijde een moerassig bosch, dat de
+bisschop van Utrecht en die van Luik gemeenschappelijk bezaten. Deze
+wildernis werd in het begin der 11de eeuw door graaf Dirk eigenmachtig
+in bezit genomen. Hij stichtte er een sterkte ter bewaking van de
+talrijke rivieren, welke die streek besproeien, en hief er op eigen
+gezag tol van de voorbijvarende schepen. Tevergeefs trachtte keizer
+Hendrik II dit te beletten. De sterkte, door Dirk gesticht, gaf het
+aanzijn aan de stad Dordrecht. Naar 't schijnt, had de genoemde streek,
+wegens haar rijkdom aan bosschen den naam _Holland_ gekregen, die, na de
+verovering, allengs op de meer naar 't noorden gelegen streken overging.
+Vanhier, dat de graven, die voorheen "graven van Friesland" heetten,
+zich sinds dezen tijd "graven van Holland" begonnen te noemen. Sedert
+1323 werd de graaf van Holland, gelijk beneden zal worden aangetoond,
+tevens graaf van _Zeeland_, een land, dat zijn naam wellicht hieraan
+ontleent, dat het deels uit _zee_, deels uit _land_ bestaat (zee en
+land).
+
+_Gelderland_ bestond oudtijds uit de graafschappen Gelre of Gelder en
+Zutfen. De eerste, welke den titel "graaf van Gelder en Zutfen" voert,
+is ~HENDRIK~ in 1138. "Graaf van Gelder" heette hij naar zijn hoofdstad
+Gelre (ten n. o. van Venlo). In 1339 verhief keizer Lodewijk ~REINOUD~
+II of ~DEN ZWARTE~, zoo genoemd naar de kleur van zijn hoofdhaar, tot
+hertog van Gelderland.
+
+Zooals boven is vermeld, pleegt er sedert 695, toen Willebrord zijn
+zetel te Utrecht vestigde, van een _bisdom Utrecht_ te worden gewaagd.
+Dikwerf komt het ook onder den naam _het Sticht_ of _Stift_,
+gelijkbeteekenende met "gesticht", voor. Hoe ver het gebied des
+bisschops in geestelijke of kerkelijke zaken reikte, is reeds (zie blz.
+6) gezegd. Oorspronkelijk was de kerkelijke macht de eenige, die de
+bisschoppen hadden. Doch sedert de keizers en andere machtige mannen,
+van tijd tot tijd, allerlei bezittingen aan den bisschoppelijken stoel
+schonken, kwam hierbij allengs ook wereldlijk gezag. Als wereldlijke
+vorsten waren zij, gelijk de overige Nederlandsche vorsten in de
+Middeleeuwen, leenmannen van het Duitsche rijk. Sedert 1122 werd de
+bisschop door de kanoniken van de vijf kapittelkerken gekozen. De
+vergadering van al die kanoniken tezamen droeg den naam _kapittel van
+Utrecht_. Behalve over Utrecht strekte zich de wereldlijke macht van de
+bisschoppen ook uit over _Overijsel_, daarom _Oversticht_ geheeten,
+alsmede van _Groningen_ en _Drente_. Wat Overijsel betreft, dit hebben
+zij trapsgewijze gekregen. Weleer waren hier, zooals elders,
+onderscheiden graafschappen, alle aan het Duitsche rijk leenroerig.
+Naarmate deze landstreken, bij het uitsterven der mannelijke lijn en
+anderszins, aan het rijk vervielen, gaven de keizers ze aan den
+bisschoppelijken stoel in leen.
+
+Nog is niet gesproken van _Friesland_ en van eenige in de Middeleeuwen
+op zichzelf staande kleinere gedeelten van ons vaderland. Het
+eerstgenoemde land, tevens West-Friesland, een groot deel van de latere
+provincie Groningen en Oost-Friesland bevattende, werd sedert Karel den
+groote door graven beheerscht. Wat die andere deelen des lands aangaat,
+hiertoe behoorde o. a. de heerlijkheid _Westerwolde_, sinds het einde
+der vorige eeuw bij de provincie Groningen ingelijfd.
+
+Na op de bestanddeelen der Nederlanden in de Middeleeuwen te hebben
+gelet, vestige men zijn aandacht op den aard der grafelijke macht in
+Holland, waarbij men zich behoort te herinneren, dat wat hier wordt
+aangevoerd tevens in 't algemeen voor Gelderland, Utrecht, enz. geldt.
+Oorspronkelijk waren de graven (zie blz. 7) ambtenaren, d. i. dienaren,
+die in naam van den koning der Franken of den keizer van Duitschland de
+vierschaar spanden, de boeten invorderden en den heirban aanvoerden. Zij
+bezaten op dezen grond doorgaans vele landen, bosschen enz. in vollen
+eigendom. De bediening, hun opgedragen, kon worden herroepen, weshalve
+niet de graven naar de streek, waarover zij waren gesteld, werden
+genoemd, maar de graafschappen den naam droegen van hen, die ze
+bestuurden. Sedert de leenwet van keizer Koenraad II (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 79) in 1037 werden de graafschappen alom, dus ook hier te
+lande, erfelijk. Nu bleven de graven niet lang meer dienaren. Aangesteld
+door een heer, die verre was, poogden zij weldra zich van hem zoo goed
+als onafhankelijk te maken, zijn plaats geheel in te nemen, in 't kort
+landsheeren te worden en als zoodanig te handelen. Het hun geleende
+gezag zochten zij tot een eigen te maken. Hiertoe behoefden zij den
+steun hunner onderdanen en moeten zich dien hebben weten te verschaffen.
+Eens landsheer geworden, gaf ook de graaf van de aanzienlijke goederen,
+die hij bezat of aan zich had getrokken, er vele in leen aan de vrijen
+en eigenerfden, hier woonachtig, natuurlijk onder voorwaarde, dat zij
+hem, den leenheer, getrouw zouden wezen en bijstaan tegen wien ook.
+
+In naam van den graaf of landsheer spande in Holland _de baljuw_
+of _schout_, zijn ambtenaar, _de vierschaar_ (d. i. de vier
+gerechtsbanken), of, met andere woorden, riep _de schepenen_, als
+bijzitters, bijeen. De schepenen wezen het vonnis, en de baljuw of
+schout sprak het uit. De baljuw, de plaatsvervanger van den graaf in
+elke gouw, stond hier aan 't hoofd van 't burgerlijk bestuur, was
+voorzitter in de gerechten, voerde de ingezetenen in oorlog aan en
+oefende het toezicht over wateren, wegen en dijken.
+
+Vooral was het Floris V, die inbreuk maakte op de oude instellingen en
+de grafelijke macht uitbreidde. Om niet afhankelijk te zijn van den
+bijstand der edelen in geval van oorlog, stichtte hij steden en
+begunstigde ze met _keuren_ en allerlei voorrechten. Voor den
+grafelijken domeingrond, waarop zij werden gebouwd, betaalden die steden
+een jaarlijksche som, als tot afkoop van de diensten, waartoe de
+bewoners van dien grond zouden gehouden geweest zijn. _De gemeenten_,
+aldus ontstaan, werden als vazallen of leenmannen aangemerkt. Alzoo de
+burgerijen, als krijgsmacht, aan de troepen der leenmannen kunnende
+tegenstellen en hun inkomsten met behulp van de jaarlijksche
+schattingen, hun door de steden op te brengen, vermeerderende,
+verzwakten de graven de heeren, zichzelven tevens versterkende. Deze
+gevolgen werden in nog ruimer mate zichtbaar, toen de graven, met de
+edelen, eveneens de steden opriepen, om ook haar over 's lands belangen
+te raadplegen of haar om beden te vragen. Op die wijze veranderden de
+graven allengs de geheele inrichting van den staat.
+
+De burgers dier steden wierpen hoe langer hoe meer een aanmerkelijk
+gewicht in de schaal. Op grond van den ouden rechtsregel, dat geen vrij
+man kon worden gedwongen, zonder eigen toestemming, iets van zijn
+eigendom af te staan, konden ook zij hun bewilliging onthouden aan _de_
+vorstelijke _beden_, d. i. aanzoeken om geldelijke hulp, en wel in dier
+voege, dat elke stad voor zich kon weigeren. En vermits in deze landen,
+gelijk elders, de geestelijkheid en de edelen van rechtswege bevrijd
+waren van alle lasten, uitgezonderd van den krijgsdienst, en zich
+zoolang mogelijk in 't bezit van dit recht handhaafden, waren de graven
+meer en meer verplicht, zich, ten einde de noodige gelden te erlangen,
+tot de stedelingen te wenden. Deze gesteldheid van zaken verklaart ook
+het aanwezig zijn van die tallooze _privilegiën_ hier te lande, als
+zoovele bolwerken, om te groote overmacht van den graaf te stuiten.
+
+De inhoud dier stukken liep natuurlijk uiteen. Maar geen stad of gewest
+was er bijna, of zij kon zich beroemen op een keur, waardoor de
+ingezeten verzekerd was, niet buiten de grenzen van stad of gewest
+gedagvaard of voor een vreemden rechter gedaagd te worden (jus de non
+evocando). Dergelijke privilegiën bezwoer de graaf, aleer hij het bewind
+aanvaardde. Eerst dan legden de onderdanen den eed van trouw en
+gehoorzaamheid af.
+
+Wat het binnenlandsch bewind betreft, bleef Friesland tot den tijd van
+Karel V op een geheel bijzonderen voet bestaan. De keizer beleende met
+dit land hetzij den bisschop van Utrecht, hetzij den graaf van Holland
+of een ander vorst. Alzoo meende zoowel de graaf van Holland als de
+bisschop van Utrecht een verkregen recht te hebben op de heerschappij
+over de Friezen, die zelven evenmin gezind waren den een als den ander
+te gehoorzamen. De herhaalde uitgifte van Friesland in leen toont aan,
+dat er, gedurende de Middeleeuwen, in dit land geen gezag bestond,
+gelijk aan dat van den bisschop van Utrecht, den graaf van Holland of
+den hertog van Gelderland. De graven of regenten, die er waren, moeten
+worden geacht ambtenaren van lageren rang te zijn geweest en met minder
+macht bekleed, dan die was, welke de zoo even genoemde landsheeren, elk
+binnen zijn perken, uitoefenden.
+
+
+
+
+§ 4.
+
+_Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._
+
+
+Hetgeen op de laatstvoorgaande bladzijden omtrent het karakter en de
+hoedanigheid van de macht der landsheeren staat opgeteekend ziet, uit
+den aard der zaak, niet op één tijdstip in 't bijzonder. Het is veeleer
+een doorloopende beschouwing van de ontwikkeling dier macht in den loop
+der tijden, welke steeds behoort te worden getoetst aan de geschiedenis
+der staten zelven, waartoe wij thans overgaan. 't Eerste graaflijke
+stamhuis, dat in Holland regeerde en oorspronkelijk in de streken van de
+oude abdij van Egmond was gevestigd, was _dat van Holland_, naar de
+gewone meening, 922-1299 (zie echter blz. 11 en 12). Hier volgt de reeks
+der graven, uit dat huis gesproten. Zoo men met 922 begint, zijn er
+zestien: Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V,
+Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris IV, Willem
+II, Floris V, Jan I. De plaats, waar de huldiging der graven plaats had,
+was Dordrecht. De eerste graven waren vaak in oorlog met de
+West-Friezen, met wier land zij, hoewel tegen den zin der inwoners,
+beweerden door den keizer te zijn beleend. In 1256 viel ~WILLEM~ II op
+een veldtocht tegen hen bij ~Hoogwoude~ (ten n.o. van Alkmaar), waar
+hij, met zijn paard door het ijs gezakt en tevergeefs een groot losgeld
+biedende, door de vijanden werd afgemaakt. Eerst ~FLORIS~ V, zijn zoon,
+onderwierp hen in 1282 en 1287, en tevens de Waterlanders en de
+Drechterlanders, zooals hij vroeger de Kennemerlanders had bedwongen.
+
+Eveneens hadden de graven dikwijls geschillen met de bisschoppen van
+Utrecht, eensdeels wegens Friesland, anderdeels over de grensscheiding.
+Zoo werd Utrecht ongeveer in 1145 door ~DIRK~ VI, uit wrok over het
+verlies van Friesland (zie blz. 15), belegerd. Toen echter bisschop
+~Herbert~, aan het hoofd zijner geestelijkheid, in plechtgewaad, met een
+boek in de hand uit de gewijde vest kwam, om den banvloek over den graaf
+uit te spreken, ontgleed het krijgszwaard aan zijn bevende handen en
+brak hij in aller ijl het beleg op. Dat sommige graven zich zelfs aan
+openlijken oorlog met den keizer durfden wagen, blijkt o. a. uit het
+voorbeeld van Dirk III (zie blz. 12). En dan was Holland nog, ter zake
+van Zeeland (zie blz. 11), in langdurigen kamp met de Vlamingen
+gewikkeld. Van Hollands graven namen ~FLORIS~ III en ~WILLEM~ I
+persoonlijk deel aan kruistochten, de eerste aan den derden, waarin hij
+wakker streed, maar in 1190 te Antiochië aan een ziekte overleed. Zijn
+tweede zoon Willem vocht, na den dood zijns vaders, mede voor Acre.
+Nadat hij vervolgens zijn broeder Dirk VII als graaf was opgevolgd,
+ondernam hij aan 't hoofd van een leger Hollanders en Friezen
+gezamenlijk met de andere vorsten een tocht tegen Damiate (in 't n. van
+Egypte, nabij een der monden van den Nijl), om vandaar Syrië en
+Palaestina aan te tasten. Na een langdurig beleg werd Damiate in 1219
+ingenomen, doch in 1221 ook reeds weder ontruimd. Ter herdenking dezer
+gebeurtenis hangen er, sedert het midden der 16de eeuw, in den toren van
+de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem koperen klokjes, die zoowel
+elken avond geregeld als hij brand en andere gelegenheden worden geluid.
+Zij heeten _Damiaatjes_, niet omdat zij van Damiate afkomstig zijn, maar
+omdat zij bestemd zijn, de herinnering aan den tocht levendig te houden.
+
+Slechts eenmaal werd, gedurende de regeering van het eerste stamhuis,
+als punt van geschil, de vraag opgeworpen, of Holland een zwaard- dan
+wel een spilleleen was. Het geschiedde in 1203, bij den dood van Dirk
+VII. Hij liet één dochter na, Ada geheeten. Graaf Dirk had gewenscht,
+dat zijn broeder, weldra graaf Willem I, als regent het bewind voor haar
+voerde. Maar Dirks gemalin, Adelheide, haatte Willem, en hoewel zij zich
+niet kon ontveinzen, dat Holland, destijds althans, als een mannelijk
+leen werd aangemerkt, poogde zij het graafschap voor hare dochter te
+behouden. Mede met het oog daarop huwde zij Ada uit aan Lodewijk, graaf
+van Loon (ten n. van Luik), Dit huwelijk werd voltrokken, terwijl het
+lichaam van Ada's vader nog boven aarde stond, zoodat het gebruikelijke
+rouwmisbaar voor de blijde bruiloft moest wijken. Deze handelwijze van
+Adelheid maakte de verontwaardiging van vele edelen gaande, die nu
+partij kozen voor Willem. Zóó ontbrandde er een oorlog, waarin de
+fortuin Lodewijk eerst een korte poos toelachte, om hem weldra ontrouw
+te worden. Reeds in 1204 werd hij uit Holland verdreven en kwam er
+nimmer terug.
+
+Allengs was het aanzien van het Hollandsche gravenhuis zeer gerezen. Nog
+hooger steeg dit, toen Willem II, de stichter van 's Gravenhage, in 1247
+tot Roomsch koning werd benoemd, een waardigheid, die hem intusschen
+veel strijd kostte en geen werkelijke macht schonk. Doch juist toen zijn
+gelukszon in Duitschland begon te rijzen en zijn uitzichten te
+verhelderen, viel hij, omtrent dertig jaren oud, in den kamp tegen de
+West-Friezen (zie blz. 16). Hij benevens Willem I en Floris V zijn het
+inzonderheid, aan wie de steden en vlekken hun opkomst hadden te danken.
+
+Gelijk elders, oefenden de kruistochten ook in ons land hun invloed en
+brachten een geheele omkeering in de maatschappij teweeg. Ook in
+Nederland begon men van lieverlede de gevolgen te gevoelen van het
+onderlinge verkeer der natiën, dat toen opkwam. Dat men onder de banier
+des kruises voor een heiliger beginsel streed, dan men tot dusver had
+gekend, leidde tot veredeling van den woesten krijgsmansgeest en
+temperde de ruwheid van zeden. Ook hier werd de kring van menschelijke
+kennis en ervaring uitgebreid en verwekte de handel, die reeds tot
+eenigen bloei kwam, een hooger gevoel van zelfstandigheid. Nu de
+kennismaking met het Oosten en met het Byzantijnsche hof de behoefte aan
+meer gemak en weelde, aan pracht en vertooning had gewekt,
+vermenigvuldigden zich, met de vermeerdering van allerlei behoeften,
+eveneens de takken van nijverheid en nam de handel een hoogere vlucht.
+Alwie, getroffen door het gezicht van Italië's steden, fier op eigen
+bestuur, naar huis terugkeerde, haakte naar 't zelfde geluk en deed mede
+bij anderen de begeerte daarnaar ontbranden. De edelen, die, om de
+kosten der uitrusting te bestrijden, vele hunner eigendommen moesten
+vervreemden of hun lijfeigenen de vrijheid schenken, verloren van hun
+invloed en luister. Het volk werd uit de diepe vernedering der
+lijfeigenschap opgeheven en de grond gelegd tot het ontstaan van _den
+derden stand_, d. i. dien der poorters of burgers, en tot dien der
+boeren. De kruistochten bevorderden krachtig het gebruik der moedertaal
+en riepen rechten en vrijheden in 't leven. Zij verbonden de drie
+standen nauwer en ontwikkelden ze meer en meer door 't wijzigen hunner
+zeden en gewoonten.
+
+Op den grondslag nu, ook door de kruistochten gelegd, begon voet voor
+voet het gebouw der burgerlijke vrijheid te verrijzen. Zooals boven werd
+opgemerkt, zijn de meeste steden haar oorsprong of bloei aan het straks
+genoemde drietal graven verschuldigd. In de keuren, aan de steden
+uitgereikt, werd haar vrijdom van tol geschonken; voor toezicht op wegen
+en vaarten gezorgd; een zekere boete op misdrijven bepaald; het recht
+gegeven om haar overheidspersonen of schepenen te verkiezen;
+vastgesteld, welk getal van manschappen, b. v. 25 tot 30, de stad in
+geval van oorlog moest leveren en hoe groot de som, jaarlijks te
+voldoen, zou zijn, b. v. van 20 tot 60 gl. (zie blz. 14). Doch Floris
+ging nog verder. Hij raadpleegde niet alleen de edelen, maar ook van
+tijd tot tijd sommige steden over 's lands belangen.
+
+Zóó verrezen, in tegenstelling met andere landen, op Hollands bodem op
+vreedzame wijze tal van steden. Als regel gold het, dat elke lijfeigene
+of hoorige, die binnen een stad zijn toevlucht nam, vrij werd, zoo hij
+na jaar en dag door zijn heer niet was opgeëischt. Groot was de
+verandering, die reeds hierdoor de toestand van den lijfeigene of
+hoorige onderging. Van dit oogenblik af betaalde hij geen _schot_ (van
+schieten, in den zin van bijdragen, geven) en _lot_ (eigenlijk: stuk
+grond, vandaar: de schatting er voor), d. i. hoofdgeld, meer, want dit
+geschiedde alleen door de niet-vrijen. Hij mocht, naar welgevallen, een
+huwelijk aangaan, over zijn goederen beschikken, in één woord: hij kreeg
+persoonlijke rechten. Als burger deelde hij verder in de voorrechten,
+waarmede de steden langzamerhand werden begiftigd. Geen andere
+verplichtingen stonden hier tegenover, dan dat hij (zie boven) eens in
+'t jaar met zijn medeburgers een vaste som moest opbrengen, binnen de
+stad blijven wonen en zich, wanneer haar eenig gevaar dreigde, gewapend
+naar de loopplaats begeven. De band, op die wijze bij de opkomst der
+steden gelegd, werd later nog nauwer toegehaald, sinds de burgers
+allerlei bijzondere verbintenissen onder elkander aangingen. Hiertoe
+behooren hoofdzakelijk _de gilden_, d. i. vereenigingen van lieden, die
+hetzelfde bedrijf of handwerk uitoefenen, met verbod aan anderen om dit
+te doen.
+
+Is het vreemd, dat Floris door zijn tegenstanders _der keerlen God_, d.
+i. de afgod der stedelingen en boeren, werd genoemd? Niet alleen door
+rechtstreeksche begunstiging, ook door het fnuiken van den adel
+bevorderde hij hun belangen. Op verzoek van een paar steden en edelen
+uit het Sticht deed hij de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en ~Herman van
+Woerden~, zijn leenmannen, den oorlog aan. Die oorlog liep ten nadeele
+der beide heeren af. Gijsbrecht deed in 1285 afstand van een deel der
+goederen, die hij van den bisschop in leen had, o. a. van Muiden, welke
+op Floris overgingen, die hierdoor een vazal van Utrecht werd. Dezelfde
+bepaling werd op de heerlijkheid Woerden toegepast. Verder deden beiden
+afstand van hun alodiën, waar ook gelegen, ten behoeve van Floris, die
+ze hun als leenen teruggaf.
+
+Meer dan genoeg had Floris gedaan, ten einde den wrok der edelen op zich
+te laden. Als om de maat vol te maken, voegde hij er nog bij, dat hij
+veertig hoorigen, die zich op de een of andere wijze jegens hem
+verdienstelijk moeten hebben gemaakt, van alle slaafsche diensten
+ontsloeg en hen vrij verklaarde. Welk een vergrijp in 't oog der edelen!
+Terwijl zij vol verbittering aan de bevrediging hunner wraakzucht
+dachten, kregen zij onverwachts een bondgenoot in ~Eduard~ I, koning van
+Engeland. Hij verplaatste bij een verdrag, in 1295 met Guy van
+Dampierre, graaf van Vlaanderen, gesloten, den stapel der Engelsche wol
+van Dordrecht, waar hij sedert eenige jaren was, naar Brugge en
+Mechelen. Hierom sloot Floris zich in den oorlog, die in 1293 tusschen
+Engeland en Frankrijk losbarstte (_Overzicht_, 9de druk, blz. 90),
+sedert 1296 bij ~Philips IV~ of ~den schoone~, koning van Frankrijk,
+aan. Deze verbindtenis deed Floris den dood. Eduard vond bereidvaardige
+dienaren in een groot aantal edelen, die hij overreedde, om Floris
+gevangen te nemen en naar Engeland te voeren. Zij, die hun arm
+inzonderheid leenden tot de uitvoering van Eduards plannen, waren ~Jan
+van Kuik~ (de omstreken van Grave, ten z. van Gelderland), Gijsbrecht
+van Amstel, Herman van Woerden, ~Gerard van Velzen~. Wat aller
+verbittering had verwekt was, dat Floris, dáár partij kiezende, waar
+eigen voordeel en overeenstemming van gevoelen hem riepen, lieden, op
+welke zij laag neerzagen, uit het stof had verheven. Velen hadden
+bovendien hun bijzondere grieven.
+
+Weldra ondervond Floris, wat de vijandschap der edelen vermocht. Op den
+dag, waarop hij als middelaar een verzoening had teweeg gebracht van de
+heeren van Amstel en Woerden met de verwanten van den heer van Zuilen,
+een leenman van het Sticht, vielen de samengezworenen, in de nabijheid
+van Utrecht, op Floris aan, namen hem gevangen en voerden hem naar
+Muiden, om hem vandaar naar Engeland in te schepen. Intusschen kwamen
+de Kennemers, de Waterlanders, de West-Friezen en de Gooilanders op de
+been, legerden zich voor Muiden en eischten, dat men hun den graaf
+overleverde. In plaats van aan deze vordering gehoor te geven, zetteden
+de edelen Floris te paard en trachtten hem, langs een omweg vliedende,
+naar Brabant of Vlaanderen te vervoeren. Doch ternauwernood hadden zij
+een eind weegs afgelegd, of zij stieten op een schaar Gooilanders, die
+denzelfden eisch als kort tevoren deden. Vreezende voor de overmacht te
+moeten bukken, pleegden thans de edelen, Floris om hals brengende, de
+misdaad, die zij niet van plan waren geweest te bedrijven. Der keerlen
+God viel als het offer hunner wraak in 1296. Let men op de gevolgen, dan
+voorzeker zijn 's graven handelingen zeer te prijzen; maar van het
+standpunt van 't recht beschouwd, zijn zij van willekeur niet vrij te
+pleiten. Eenige van de moordenaars vielen in handen van de West-Friezen
+en Kennemers en werden door hen gedood; anderen werden door den
+scherprechter ter dood gebracht; nog anderen, met name de heeren van
+Amstel, Woerden en Velzen, ontvluchtten het zwaard der gerechtigheid.
+
+In 1297 volgde Floris' zoon ~JAN~ hem op. ~Wolfert~ van ~Borselen~ (op
+Zuid-Beveland), heer van Veere, werd aan het hoofd der regeering
+geplaatst, maar in 1299, bij een oploop van 't volk, te Delft van 't
+leven beroofd. Door dit onheil van zijn leidsman verstoken, wierp Jan
+zich in de armen van zijn neef, ~Jan van Avennes~ (ten z. van Bergen,
+destijds in Henegouwen, thans in Frankrijk), graaf van Henegouwen, wien
+hij het bewind voor vier jaren opdroeg. Doch reeds in 't eerste jaar van
+dit regentschap, nog in 1299, stierf Jan I.
+
+
+
+
+§ 5.
+
+_Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het
+Beiersche huis._
+
+
+Jan van Avennes, nu ~JAN~ II, alzoo in 't bezit van drie graafschappen
+zijnde, liet zich, evenals zijn opvolgers, in één of meer dier
+graafschappen vervangen door plaatsbekleders, _stad-_ of _stedehouders_
+genoemd. Gedurende Jans bewind barstte de zware oorlog uit tusschen
+Frankrijk en Vlaanderen, waarin de graaf van Holland en Henegouwen als
+bondgenoot van Filips den schoone optrad. Dit, gevoegd bij de
+ingewikkelde betrekking, die steeds tusschen Vlaanderen en Holland
+bestond, noopte de Vlamingen, gehoor gevende aan den aandrang der
+Zeeuwsche edelen, één jaar na den slag bij Kortrijk (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 90), in Zeeland en Holland te vallen. Zelfs drongen zij tot
+Haarlem door; doch hier werden zij in 1304 gestuit bij het _Manpad_, dat
+zijn naam ontleent aan het vluchten van zoovele mannen, n.l. Vlamingen.
+De eer dezer zege komt toe aan de dapperheid en de tegenwoordigheid van
+geest zoowel van ~Witte van Haamstede~ (op Schouwen), een onechten zoon
+van Floris V, als van Willem van Oostervant (een voormalig graafschap in
+Henegouwen), Jans zoon. En binnen één week werd geheel Holland, gelijk
+weldra ook Zeeland, van de overweldigers bevrijd. De graaf zelf was
+inmiddels in Henegouwen gebleven, waar hij nog in 't zelfde jaar
+overleed.
+
+Zijn opvolger was ~WILLEM~ III, ~DE GOEDE~ (1304-1337). Naar het schijnt
+is hij het, die de beden in Holland en Zeeland invoerde, d. i. de
+bijdragen, die de graaf van tijd tot tijd vroeg, wanneer de gewone
+inkomsten niet toereikend waren. Verder riep hij voor 't eerst de
+schepenen der steden van Holland en Zeeland op, om met de edelen over
+een punt, rakende de opbrengsten, te beraadslagen. Bij een dusdanige
+gelegenheid kwam eens de genegenheid, welke die onderdanen voor hem
+koesterden, op treffende wijze aan het licht. Toen Willem van Holland en
+Zeeland 1000 gl. vroeg, drong men hem, 10,000 gl. aan te nemen. Dit
+weigerde hij, zeggende, dat hij ook de 1000 gl. niet wilde, overtuigd,
+dat hij bij dergelijke lieden, indien het mocht worden vereischt, steeds
+genoeg geld zou vinden. Die gezindheid verklaart op voldoende wijze, hoe
+Willem zijn bijnaam verwierf. Deze bijnaam, die op de degelijkheid en de
+voortreffelijkheid van zijn bewind over 't geheel ziet, werd hem, die
+het recht steeds onkreukbaar handhaafde, voorzeker naar verdienste
+toegekend. Van de gebeurtenissen, onder zijn regeering voorgevallen, is
+zonder twijfel de gewichtigste het verdrag, dat hij in 1323 met den
+graaf van Vlaanderen, Lodewijk I van Nevers (ten z.o. van Orléans),
+sloot. Hierbij zag Lodewijk van de leenhulde wegens Zeeland bewester
+Schelde (zie blz. 11) af. Keizer Lodewijk van Beieren bekrachtigde als
+leenheer dit verdrag. Van nu aan was de graaf van Holland tevens graaf
+van Zeeland. Vergrootte Willem door het eindigen van een strijd, die
+eeuwen lang vijandelijkheden had teweeggebracht, het aanzien en de macht
+van Holland, ook de luister van zijn huis steeg, toen zijn dochter
+Margareta met keizer Lodewijk in 't huwelijk trad.
+
+Aan Willems zoon, ~WILLEM~ IV (1337-1345), gelukte het, zooals aan
+sommige zijner voorgangers, vasten voet in Friesland te krijgen en er
+eenig gezag te oefenen. Toch brak er een opstand tegen hem uit. Met een
+sterke vloot daarheen getogen, landde de graaf in de nabijheid van
+Stavoren, waar hij door de Friezen werd verslagen en zelf omkwam.
+
+De gesneuvelde vorst liet geen kinderen na. Dus zocht elk, die tot hem
+in eenige betrekking stond, naar aanspraken op de graafschappen, gegrond
+of ongegrond. De keizer, Lodewijk van Beieren, legde de hand op alles,
+want Henegouwen moest, als spilleleen, aan Willems oudste zuster,
+~Margareta~, komen, terwijl Holland en Zeeland, als zwaardleen, aan het
+rijk vervielen. In Holland en Zeeland liepen de gevoelens zeer uiteen.
+De meerderheid van den adel had er niet tegen, dat de keizerin haren
+broeder opvolgde. Daarentegen verlangden de steden een man, een wakker
+vorst. Zooals elders in Europa, lag ook hier te veel brandstof
+opgestapeld voor een strijd tusschen de beide vijandige elementen, reeds
+onder Floris V ontkiemd (zie blz. 20), dan dat hij niet zou uitbarsten
+bij de eerste gelegenheid, welke de verdeeldheid weder in 't leven riep.
+Intusschen haastte keizer Lodewijk zich, in 1346 zijn gemalin plechtig
+met Holland, Zeeland en Friesland te beleenen. Onverwijld vertrok zij
+naar haar graafschappen. Weldra had zij onder de edelen een aantal
+raadslieden, die haar vertrouwen bezaten. Dit verbitterde anderen, die
+niet tot de uitverkorenen behoorden. Gesteund door vele steden, lieten
+zij de machtspreuk hooren, dat Holland zich nimmer door een vrouw, als
+wettige vorstin, zou laten regeeren. De keizerin besloot voor den storm
+te wijken. Eer zij echter naar Beieren terugkeerde, noodigde zij de
+edelen en de steden uit, een van Lodewijks zonen als stedehouder te
+kiezen. De keus viel op Lodewijks tweeden zoon ~Willem~. Hij voerde den
+titel _verbeider_. Maar ook hij vond geen genoegzamen steun en was
+weldra met schulden overladen. Daarom leende hij het oor aan zijn
+tegenstanders, die zich lieten verluiden, dat, zoodra hij in den waren
+zin des woords graaf was, de zaken anders zouden gaan.
+
+Dit alles hoorde de keizerin, en het wekte in hooge mate haar
+bezorgdheid. Terzelfder tijd stierf haar gemaal, en de keizerskroon viel
+aan Karel IV, den vijand van het Beiersche huis (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 89), ten deel. Nu was goede raad duur. In haar verlegenheid gaf
+Margareta gehoor aan den wenk van eenige welmeenende lieden, die haar
+uit Holland schreven, dat haar niets anders overbleef, dan het
+graafschap voor goed aan Willem af te staan. In 1349 teekende zij dus
+een verklaring, waarbij zij Willem als graaf van Holland en Zeeland en
+als heer van Friesland erkende, onder voorwaarde, dat hij haar jaarlijks
+ongeveer 34,000 gl. en een zekere som op eens betaalde. Maar Willem
+keerde de beloofde sommen niet uit. Zoo nam in 1350 de strijd tusschen
+de Hoekschen en de Kabeljauwschen een aanvang. Margareta herriep haar
+gift en begaf zich naar Henegouwen.
+
+_Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_ waren de namen der partijen. Het is
+licht te begrijpen, dat een volk, in welks bedrijf de visch een groote
+rol speelt, die kooplieden Kabeljauwschen noemde, welke, als de van roof
+levende visschen, vaak rijk werden ten koste der geringere volksklasse.
+En waren zij gelijk aan kabeljauwen, dan konden de edelen, die de hand
+aan het zwaard sloegen, als wilden zij de tegenstanders, gelijk den
+visch met den haak of hoek, ermede doorboren, zeer goed Hoekschen worden
+geheeten. Een roode hoed was het kenteeken der Hoekschen, een grauwe dat
+der Kabeljauwschen. Verreweg het meerendeel van Hollands steden was
+Willems zaak, die der Kabeljauwschen, toegedaan, slechts die niet, welke
+den adel behoorden. In Zeeland daarentegen telde Margareta, naast vele
+edelen, ook een aantal steden onder hare aanhangers. De boeren stonden
+grootendeels de Hoekschen bij. Intusschen behoort men niet voorbij te
+zien, dat er, hoe scherp men ook de grenslijn tusschen de beide partijen
+trachtte te trekken, geen stad of streek was, waar slechts òf Hoekschen
+òf Kabeljauwschen de bevolking uitmaakten.
+
+De oorlog der Hoekschen en der Kabeljauwschen kenmerkte zich hierdoor,
+dat toen, voor 't eerst hier te lande, buskruit door de troepen werd
+gebruikt. Na vele mislukte pogingen werd eindelijk, in 1354, het geschil
+op afdoende wijze uit den weg geruimd. Margareta stond Willem de
+graafschappen Holland, Zeeland en Friesland af en behield alleen
+Henegouwen. Wederom beloofde Willem, dus ~WILLEM~ V geworden, haar een
+jaargeld te zullen betalen. Twee jaren daarna overleed de keizerin te
+Quesnoi (in Henegouwen). Kort hierop bracht men ook haar zoon derwaarts,
+want sedert 1357 vertoonden zich bij hem sporen van krankzinnigheid.
+
+De partijen waren in 't leven geroepen, en al was de twist, die ze, meer
+dan eenig ander voorval had doen ontstaan, nog bij het leven der
+hoofdpersonen bijgelegd, tusschen deze partijen zelven werd de strijd,
+met langer of korter tusschenpoozen, ongeveer anderhalve eeuw
+voortgezet. Inmiddels werd Willems jongere broeder ~ALBRECHT~ door
+toedoen der Hoekschen regent of _ruwaard_. Eerst in 1389, na den dood
+van Willem V, werd hij graaf (1389-1404). Met zijn zoon, Willem van
+Oostervant (zie blz. 22), stelde hij zich aan het hoofd van een talrijk
+leger, dat een krijgstocht naar Friesland ondernam. Keer op keer werden
+de Friezen geslagen; doch gevolgen leverden de behaalde overwinningen
+niet op. Tallooze sommen verslond de oorlog, en niet anders won de
+graaf, dan dat hij vasten voet in Stavoren had. In vele opzichten
+herinnerde het bewind van Albrecht aan dat van Willem den goede. Ook hij
+was een vorst, die aan Europa's hoven in hoog aanzien stond. Zijn
+dochter ~Margareta~ huwde hij uit aan ~Jan zonder vrees~, een zoon van
+Philips den stoute, hertog van Bourgondië, zijn zoon Willem aan Philips'
+dochter Margareta. Deze huwelijken hadden dit gevolg, dat het Beiersche
+huis in nauwe betrekking kwam te staan tot het Bourgondische. Albrechts
+jongste zoon ~Jan~ werd bisschop van Luik. Een der merkwaardigste feiten
+zijner regeering, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft, is, dat
+te dier tijde in de meeste steden van Holland, naast schout en
+schepenen, als overheid, _burgemeesters_ optraden met een raad, waarvan
+de leden uit de burgers werden gekozen. Albrecht overleed in 1404.
+
+~WILLEM~ VI, tot dusver Willem van Oostervant genoemd (1404-1417), had
+een afkeer van de Kabeljauwschen. Hij hield zich aan de gewoonte, door
+zijn vader ingevoerd, huurtroepen ter bezetting zijner sterkten op de
+been te houden en dankte ze niet weer af. De graven uit het Beiersche
+huis zagen zeer goed in, dat deze bezoldigde krijgslieden bruikbaarder
+werktuigen tot het volbrengen van hun wil waren, dan de leentroepen,
+weshalve zij deze hoe langer hoe meer te huis lieten. In 1417 stierf
+Willem VI, slechts één dochter nalatende, Jakoba van Beieren, geboren in
+1401. Het zelfde jaar, waarin Jakoba haar vader ontviel, had haar reeds
+haren eersten gemaal, ~Jan van Touraine~ (het graafschap, waarvan Tours
+de hoofdstad was), den tweeden zoon van Karel VI, koning van Frankrijk,
+en na den dood zijns broeders dauphin, ontrukt.
+
+Voorzoover de opvolging betreft had Willem dezen maatregel genomen. Één
+jaar vóór zijn dood had hij de edelen en de steden van Holland en
+Zeeland bijeengeroepen en uitgenoodigd hem bij eede te beloven, zijn
+dochter Jakoba als wettige opvolgster te zullen erkennen. Velen, maar
+slechts Hoekschgezinden, waren verschenen en hadden aan het verzoek
+voldaan. Toen nu Willem was overleden, scheen het eerst, dat zich
+niemand tegenover Jakoba zoude stellen. Sedert lang toch werd op de
+bepalingen ten aanzien van de opvolging in de leenen van het Duitsche
+rijk niet meer gelet en handelde men, zooals de omstandigheden het
+medebrachten. Jakoba legde de belofte af, steeds in gemeenschappelijk
+overleg te zullen regeeren met haar moeder, Margareta van Bourgondië, en
+met haren oom, ~Jan van Beieren~, die sinds het dempen van een hevig
+oproer te Luik ook wel "Jan zonder genade" werd genoemd. Maar nog was
+het jaar 1417 niet ten einde, of er ontstonden geschillen tusschen Jan
+en Jakoba.
+
+Zóó herleefde de burgeroorlog: de partijen stonden immers toch tegenover
+elkander, en de Kabeljauwschen hadden slechts op een hoofd uit het
+grafelijk huis gewacht. In 1418 voltrok Jakoba haar tweede huwelijk met
+~Jan~ IV, hertog van Brabant en Limburg, markgraaf van Antwerpen, den
+stichter van de hoogeschool te Leuven. De oorlog zelf leverde voor
+Jakoba niets dan teleurstelling en verlies op. Door de omstandigheden
+gedwongen, stemde zij in een verdrag toe, dat Philips de goede, hertog
+van Bourgondië, een zoon van Jan zonder vrees en neef van de strijdende
+vorstin, in 1419 als middelaar tot stand bracht. Van dit oogenblik af
+gold alleen het gezag van Jakoba's oom in Holland en Zeeland. Zijzelve
+vertoefde met haren gemaal in Brabant, en hoe ook de Kabeljauwsche
+partij, door Jan van Beieren begunstigd, hier en daar de Hoekschen
+onderdrukte, zij was, bij de onverschilligheid en de onbekwaamheid van
+Jan van Brabant, niet in staat, zich ertegen te verzetten. Welhaast
+leverde Jakoba's echtgenoot een nieuw bewijs van die onverschilligheid
+omtrent haar belangen. In 1420 verpandde hij, tegen een groote som geld,
+Holland en Zeeland aan Jan van Beieren. Niet alleen Jakoba, ook de
+onderdanen zelven van den hertog, d. i. de staten van Brabant,
+koesterden de grootste minachting voor Jan, dien zij hierom van het
+bewind ontzetteden, het regentschap aan zijn broeder opdragende. Nu kon
+Jakoba den smaad niet langer dulden, een zoodanig man tot gemaal te
+hebben. Zij stak naar Engeland over, met den koning van welk land,
+Hendrik V, zij reeds vroeger onderhandelingen over een nieuw huwelijk
+had aangeknoopt, en trouwde in 1422 ten derden male met ~Humphrey,
+hertog van Glocester~, Hendriks broeder. Drie jaren daarna, in 1425,
+overleed Jan van Beieren.
+
+Jan van Beieren liet zijn rechten op de drie graafschappen bij testament
+na aan zijn neef Philips den goede van Bourgondië. Maar Holland en
+Zeeland verklaarden Jan van Brabant getrouw te blijven; Henegouwen
+huldigde den hertog van Glocester en Jakoba. Op nieuw begon alzoo de
+oorlog tusschen Jan van Brabant en Philips aan de ééne en Jakoba aan de
+andere zijde. Jakoba's troepen gelukte het, in 1425 Schoonhoven te
+vermeesteren. Aan alle manschappen der bezetting werd het leven gelaten,
+slechts niet aan één man, ~Allaert Beilink~, vroeger schout te Gouda,
+die mede had gestreden ter verdediging van het slot der stad. Op last
+van een Hoeksch edelman werd hij--dit is althans het waarschijnlijkste
+der uiteenloopende gevoelens over het lot van dezen man--levend
+begraven. Inmiddels verliet Humphrey, uit hoofde van geschillen in
+Engeland, waarin hij was betrokken, deze landen. Terzelfder tijd
+benoemde Jan van Brabant zijn neef tot ruwaard van Holland en Zeeland.
+Slechts te Schoonhoven, Gouda en Oudewater werd Jakoba als gravin
+erkend. Gedurende het vervolg van den strijd, die steeds slepend bleef,
+overleed Jan van Brabant in 1427, terwijl een geestelijk gerechtshof te
+Rome in 1428 de echtverbintenis met Glocester voor onwettig verklaarde.
+Zóó ook van dezen man verlaten, dien de in Engeland heerschende
+verdeeldheid tot dusver had verhinderd hier krachtdadig op te treden en
+die nu zonder tegenzin in de uitspraak der kerk berustte, werd Jakoba
+meer en meer in 't nauw gebracht. Daar haar gezag tot de drie genoemde
+steden beperkt was, zag zij geen anderen uitweg dan het sluiten van een
+_verdrag_, dat in 1428 _te Delft_ tot stand kwam. De hoofdpunten waren:
+Jakoba wordt erkend als gravin van Holland, Zeeland, Friesland en
+Henegouwen, Philips van Bourgondië als ruwaard en erfgenaam dezer
+gewesten; in die hoedanigheid zal Philips het bewind voeren, totdat
+Jakoba een nieuw huwelijk aangaat; Jakoba zal niet hertrouwen dan met
+toestemming van hare moeder, van Philips en van de drie stenden der
+landen, tenzij zij wil geacht worden, haar onderdanen van den eed van
+gehoorzaamheid te hebben ontslagen; Jakoba zal een gedeelte trekken van
+de inkomsten der graafschappen.
+
+Philips benoemde tot stadhouder van Holland en Zeeland ~Frank van
+Borselen~, die door de diensten, met groote kieschheid aan Jakoba
+bewezen, weldra zoozeer haar genegenheid verwierf, dat zij met hem in
+den echt trad. Frank van Borselen verloor nu het stadhouderschap, doch
+werd door Philips tot graaf van Oostervant verheven. Deze daad van
+Jakoba, als strijdende met het verdrag van Delft, had in 1433 het
+verlies der grafelijke waardigheid ten gevolge. Daarentegen verkreeg zij
+van Philips vele heerlijkheden, waarvan zij de inkomsten bleef trekken
+tot haren dood in 1436.
+
+
+
+
+§ 6.
+
+_Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis._
+
+
+Jan zonder vrees werd in 1419 op de Yonnebrug gedood (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 91). Zijn zoon ~PHILIPS DE GOEDE~ (1433-1467) volgde hem
+onmiddellijk in Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-Comté, Artois
+en Salins op. In 1421 kocht hij het graafschap Namen van graaf Jan III,
+die zich het vruchtgebruik gedurende zijn leven voorbehield en na wiens
+dood, in 1429, Philips het land in bezit nam. In 1430 erfde hij van een
+neef Brabant, Limburg en Antwerpen. In 1433 stond Jakoba hem Henegouwen,
+Holland, Zeeland en Friesland af. Eindelijk kocht hij nog het hertogdom
+Luxemburg en nam het in 1451 in bezit.
+
+Philips de goede is de eerste hertog uit het huis van Bourgondië, die
+onder de Nederlandsche vorsten een plaats bekleedt. Langzamerhand was de
+omvang van het grafelijk gezag in de staten, die het tegenwoordige
+Nederland en België uitmaken, grooter geworden. Allengs waren vele
+beletselen tegen de uitbreiding van dat gezag uit den weg geruimd. Niet
+langer was de grond van Holland en Zeeland, om van deze maar alleen te
+spreken, met tal van kasteelen overdekt, waarin evenveel edelen met hun
+in 't staal gedoste manschappen lagen, steeds ten aanval tegen den graaf
+gerust. De macht des adels was voor die van den landsheer geen
+struikelblok meer. Een andere was ervoor in de plaats gekomen. Als een
+loopend vuur was het streven der ingezetenen om zich tot gemeenten te
+vereenigen van den een tot den anderen staat overgegaan. Door de
+behoefte aan geld gedrongen, hadden de vorsten geen perken gesteld aan
+de begeerte der steden naar privilegiën, maar ze met ruime hand gegeven
+aan wie ze verlangde. Doch van lieverlede begonnen die vorsten, de
+gevolgen hunner milddadigheid inziende, te trachten ze op allerlei wijze
+te voorkomen. Zij schrikten voor den vorm van gemeenebest, die aan de
+gemeenten eigen was. Zij vingen aan de overeenstemming te duchten, die
+meer en meer ontstond tusschen de burgers en de door hen gekozen
+overheidspersonen. Hiertegen richtte zich dus hun streven. Niet langer
+riep nu de graaf, zooals weleer, het gansche lichaam der gemeene
+poorters bij klokkeslag op, doch alleen een zeker aantal der meest
+gegoeden van hen, (naar het woord _vroed_ = wijs) doorgaans _de
+vroedschap_ en _rijkheid_ geheeten, om, na hem te hebben gehoord, zijn
+besluit te nemen. Alzoo werden zij, die men opriep, telken male als de
+vertegenwoordigers der poorters in 't algemeen aangemerkt.
+
+Bij de graven uit het Henegouwsche en het Beiersche huis was evenwel het
+beperkte gezag nog een oorzaak van beperkte heerschzucht. Anders werd
+dit sedert het optreden van het Bourgondische huis, dat, zoovele staten
+onder zijn macht vereenigende, ze zooveel mogelijk tot één lichaam
+wenschte te doen samensmelten. Dit huis toonde in al zijn daden, welk
+zijn doelwit was, eenheid, overwicht der grafelijke macht over den adel
+en over de steden beide. En toen later het Oostenrijksche huis voor het
+Bourgondische in de plaats kwam, hield ook dit vast aan een stelsel, dat
+den vorst het regeeren zoo gemakkelijk maakte, en, hoewel het ook ten
+nutte der ingezetenen verstrekte, toch geheel in 't belang van den
+landsheer was uitgedacht. De Hoeksche en Kabeljauwsche verdeeldheden
+werkten het doel des graven in de hand.
+
+Ter bevordering nu van het groote doel, zoo even aangeduid, deed Philips
+de goede verschillende stappen. Hij is de oprichter van dien vasten
+raad, die _het hof van Holland_ wordt genoemd en in 1428 tot stand kwam.
+Hij had zitting te 's Gravenhage en zat in hooger beroep terecht over
+alle vonnissen, in burgerlijke zaken door andere rechtbanken gewezen.
+Het spreekt vanzelf, dat hierdoor aan de oude vierscharen veel van haar
+kracht werd ontnomen. De leden van 't hof werden door den graaf
+aangesteld en waren dus alleen van hem afhankelijk. Een andere stap was
+deze. Aan vele steden van Holland vergunde Philips, op de wijze boven
+omschreven, vaste _vroedschappen_ of stedelijke raden op te richten, die
+zichzelven mochten aanvullen. Intusschen hoede men zich, deze
+vroedschappen voor de "regeering" der steden te houden. Zij waren niets
+anders dan de vertegenwoordigers van 't lichaam der burgerij. De
+regeering berustte bij _schout_, _schepenen_ en _burgemeesters_, 's
+graven ambtenaren.
+
+Er is nog meer. In 1455 stelde Philips een hoog gerechtshof in, dat hij
+den naam _geheime_ of _groote raad_ gaf, waarop alle inwoners zijner
+gewesten zich, bij rechtsgeschillen, in appèl konden beroepen. De
+geheime raad hield zijn zittingen in de plaats, waar de vorst vertoefde,
+en kreeg later een vasten zetel.
+
+Philips de goede is ook de eerste graaf, die een paar malen een
+vergadering der _Algemeene Staten_ bijeenriep. Reeds is in dit werk
+gewag gemaakt van het raadplegen der edelen, of der steden, of der
+edelen en steden tezamengenomen door de graven. Dergelijke
+bijeenkomsten, die voor ieder gewest in 't bijzonder werden gehouden,
+noemde men sedert Albrechts tijd _dagvaarten_, later _staten_, vermits
+de edelen en de steden, waaruit zij bestonden, de staten, d. i. standen
+des lands, vertegenwoordigden. Voor 't eerst komt die naam, wat Holland
+betreft, in 1428 voor. Het getal der steden, die doorgaans opkwamen, was
+_zes_, n.l. Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam en Gouda.
+Voorzitter dier staten was aldáár hij, die het ambt van _'s lands
+advocaat_ bekleedde. In Zeeland bestond het lichaam der staten uit drie
+leden, n.l. uit den abt van Middelburg, de edelen en vijf steden. In
+plaats nu van, gelijk tot dusver, de staten van elke provincie in 't
+bijzonder, riep Philips eenige keeren die van alle gewesten gezamenlijk
+ter vergadering op, hierdoor den grond leggende tot het latere lichaam
+der Staten-Generaal. Zeer bekend is b. v. de vergadering der Algemeene
+Staten, die den 25sten April 1465 te Brussel plaats had.
+
+De jaren van Philips' regeering zijn een van de merkwaardigste
+tijdperken der geschiedenis, zoowel wat zijn eigen daden betreft, als
+ten opzichte van de wereldgeschiedenis in 't algemeen. Tot die daden des
+vorsten behoort nog de instelling in 1430 van _de orde van het gulden
+vlies_. Het doel der instelling was, de edelen, wier ridderlijke
+dapperheid hij hoog waardeerde, ter bescherming van de kerk, nader onder
+elkander en aan zijn persoon te verbinden. Hijzelf was er het hoofd van.
+Geen der leden kon voor een andere rechtbank, dan voor die der orde,
+worden gedaagd. Het zinnebeeld der orde was het "lam Gods", dat de
+ridders aan een keten om den hals droegen.
+
+Merkwaardig is de tijd van Philips' regeering. Immers in die jaren
+vallen de verovering van Constantinopel door de Turken, de invoering
+der vuurwapens bij de legers, waardoor aan het overwicht der edelen
+weder een gevoelige schok werd toegebracht, en de uitvinding der
+boekdrukkunst. De eer dezer uitvinding komt òf aan Laurens Janszoon
+Coster van Haarlem, òf, wat met meer recht schijnt te worden beweerd,
+aan Johan Guttenberg toe, die ongeveer 1455 te Maints leefde. De
+Nederlandsche gewesten dreven veel handel; hun zeevaart was belangrijk.
+Vlaanderen en Brabant waren beroemd door hun lakenfabrieken. De
+zetel van den handel in hout, vee, paarden en koren met de Oostzee
+en het Noorden van Europa was in Holland. Vele steden waren leden
+van het hanzeverbond. Een andere en rijke tak van bestaan was de
+haringvisscherij, die evenwel haar toppunt nog niet had bereikt. Willem
+Beukelszoon van Biervliet (in Staats-Vlaanderen), overleden in 1397, had
+het kaken en zouten van dien visch, die eertijds alleen versch werd
+gegeten, uitgevonden. De schepen, waarmede men ter haringvangst voer,
+heetten en heeten nog _buizen_. Aan 's volks tevredenheid over dien
+bloei is Philips' bijnaam toe te schrijven. Het volk noemde den vorst
+"den goede", die hun, in plaats van de lange regeeringloosheid en den
+burgeroorlog, wederom de weldaden van den vrede, de veiligheid en het
+recht deed kennen. Op die wijze betoonde het zijn dankbaarheid aan
+Philips, die, zijn eigen belang met dat zijner staten vereenzelvigende,
+de goede dagen van Willem III deed terugkeeren. Intusschen valt het niet
+te ontkennen, dat die bijnaam hem geenszins wegens overgroote goedheid
+van aard toekomt, daar menige harde daad tegen hem getuigt.
+
+Philips liet, bij zijn dood in 1467, een welvoorziene schatkist aan zijn
+zoon, ~KAREL DEN STOUTE~ (1467-1477), na. Deze graaf nam, met het oog op
+het stelsel van zijn huis, twee gewichtige maatregelen. Vooreerst
+vestigde hij in 1474 _den grooten raad te Mechelen_ (zooals hij van nu
+af doorgaans heet). Verder richtte hij in 1471, op het voorbeeld van
+Karel VII, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 91), een
+staand leger ruiterij op. Tot de vermeerdering der erflanden van zijn
+huis legde hij den grond door in 1471 een verdrag te sluiten met ~Arnoud
+van Egmond~, hertog van Gelderland. Bij dit verdrag verpandde Arnoud hem
+zijn hertogdom voor een som van 300,000 gl., hem tevens tot erfgenaam
+benoemende. Maar de Gelderschen wilden Karel niet tot hertog hebben.
+Zóó brak er een oorlog uit, die meer dan een halve eeuw duurde.
+Gedurende zijn gansche regeering was er één hoofddenkbeeld, dat Karel
+beheerschte: de hoed, dien hij als hertog droeg, moest met een
+koningskroon worden verwisseld; de landen, die tusschen de
+Middellandsche Zee en de Noordzee, tusschen Frankrijk en Duitschland
+lagen, moesten onder zijn schepter worden vereenigd. Toen zijn plan om
+in overleg met keizer Frederik III dit doel te bereiken was mislukt,
+doordien de keizer in 1473 de stad Trier, waar men ter beraadslaging was
+bijeengekomen, snel weder verliet, besloot hij met geweld op te treden.
+Maar hij sneuvelde in 1477 bij ~Nancy~ (aan de Moezel, ten z. van Metz)
+in een slag tegen Réné, hertog van Lotharingen.
+
+Zonder één zijner ontwerpen verwezenlijkt te zien, scheidde Karel uit
+het leven, al zijn landen in een ongelukkigen toestand aan zijn dochter
+~MARIA~ (1477-1482) nalatende. Lodewijk XI verklaarde al wat leen was
+der Fransche kroon voor vervallen: Bourgondië werd vermeesterd, Artois
+en Picardië, zelfs Franche-Comté, aangetast, Vlaanderen bedreigd. In de
+Nederlanden zelven wilde men vóór alles waarborgen voor 't behoud der
+nationaliteit tegen Fransche overheersching, vóór alles herstel der
+geschonden privilegiën. Het gevolg was _het groot-privilegie_, dat
+Holland en Zeeland bedongen, aleer zij zich tot eenige opoffering ten
+behoeve van Maria verplichtten. In dit stuk stond de gravin een deel
+harer macht aan de staten af. Soortgelijke handvesten, als het
+groot-privilegie, werden ook aan andere gewesten, inzonderheid aan
+Vlaanderen, toegestaan. Terstond trad ~Maximiliaan~, een zoon van
+Frederik III, die nog in 1477 Maria's echtgenoot werd, tegen Lodewijk XI
+in het strijdperk. Doch eerst in 1493 gaf de koning van Frankrijk
+Franche-Comté en Artois, op eenige steden na, terug. Zich gedurende den
+strijd tegen Frankrijk van den bijstand zijner onderdanen willende
+verzekeren, sloot Maximiliaan zich nauwer bij de Kabeljauwschen aan. In
+1482 overleed Maria, en Maximiliaan aanvaardde de voogdij voor zijn
+minderjarigen zoon Philips II of den schoone.
+
+
+
+
+§ 7.
+
+_Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche huis._
+
+
+De tijd van 't regentschap was zeer onstuimig en baarde Maximiliaan vele
+zorgen. In 1488 stonden de bewoners van Gent en Brugge op, rekenschap
+eischende van de opgebrachte gelden. Maximiliaan zelf, op dat tijdstip
+te Brugge vertoevende, werd met vele heeren van zijn gevolg gevangen
+genomen en in de woning van een bijzonder persoon in hechtenis gehouden.
+Sommige dier heeren werden gepijnigd, andere gedood, en Maximiliaan
+eerst na maanden ontslagen. Andere moeielijkheden had hij in Holland te
+bestrijden. De gunsten, door hem aan de Kabeljauwschen bewezen, riepen
+de partijschappen weder in 't leven. Onder de veelvuldige voorvallen van
+den vernieuwden strijd blijft bovenal de belegering van den toren te
+Barneveld (op de Veluwe) in 1482 in aller herinnering leven, niet
+zoozeer uit hoofde van het gewicht der zaak zelve, als wel om de
+wreedheid der Hoekschen en de zelfopoffering van den held van 't
+verhaal, ~Jan van Schaffelaar~, die erbij omkwam. In 1492 eindigde
+zoowel het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, d. i. van hen, die,
+wegens den druk der belastingen, in Noord-Holland waren opgestaan, als
+de strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. De zege viel de
+laatstgenoemde partij ten deel.
+
+In 1493 werd Maximiliaan koning van Duitschland. In 't volgende jaar
+aanvaardde ~PHILIPS~ II, ~DE SCHOONE~ (1494-1506)--aldus om zijn
+lichamelijke schoonheid geheeten--het hertogelijk, grafelijk en heerlijk
+bewind over de verschillende Zuid- en Noord-Nederlandsche staten.
+Zijn eerste daad, als vorst dier landen, was gericht tegen het
+groot-privilegie. Bij zijn huldiging verklaarde hij de privilegiën,
+geschonken na den dood van Karel den stoute, met goedvinden der staten
+zelven, plotseling vernietigd. In 1496 trouwde Philips met ~Johanna~,
+tweede dochter van Ferdinand II den katholieke, koning van Arragon, en
+van Isabella, koningin van Castilië. Dit huwelijk opende hem het
+uitzicht, eens den Spaanschen troon te zullen beklimmen. In 1504 ging
+hij naar Spanje, omdat Isabella was overleden en de krankzinnigheid
+zijner gemalin haar belette, de kroon van Castilië te dragen. Weldra
+aanvaardde hij het bewind over dit rijk; maar nog in 't zelfde jaar,
+1506, stierf hij plotseling. Alzoo moest Maximiliaan voor de tweede maal
+het regentschap over de Nederlandsche staten op zich nemen. Hij, voor
+wien Maximiliaan de teugels der regeering in handen nam, was de zoon van
+Philips en van Johanna, Karel, in 1500 te Gent geboren.
+
+In 1515 aanvaardde Karel, die in Duitschland de vijfde, in Spanje de
+eerste, in Holland en elders de tweede, enz. vorst van dien naam is en
+steeds ~KAREL~ V wordt genoemd, het bewind over de Nederlandsche staten.
+Weldra zag hij het aantal der landen, waarover hij den schepter voerde,
+toenemen. In 1516 volgde hij zijn grootvader Ferdinand in Arragon op en
+werd aldus koning van geheel Spanje. In 1519 werd hij keizer van
+Duitschland. Wat de Nederlanden betreft, in 1515 verkocht George van
+Saksen, een zoon van Albrecht (zie blz. 41), hem zijn rechten op
+Friesland voor 350,000 gl., terwijl de Friezen zelven hem in 1524 als
+heer erkenden. In 1528 stond de bisschop van Utrecht, ~Hendrik van
+Beieren~, hem de wereldlijke macht af over Utrecht en Overijsel. In 1536
+erkende Groningen Karel als heer des lands en stond Karel van Gelder hem
+de heerschappij over Drente af. De laatste der Nederlandsche staten,
+waarmede dit voorbeeld werd gevolgd, was Gelderland, dat ~Willem van
+Gulik~ en ~Kleef~, een neef en opvolger van Karel van Gelder, door
+wapengeweld gedwongen, in 1543 aan Karel V moest afstaan. Zoo werd eerst
+Karel heer van de zeventien gewesten. Het waren vier hertogdommen:
+Brabant, Limburg, Luxemburg en Gelder; zeven graafschappen: Vlaanderen,
+Artois, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen en Zutfen; het
+markgraafschap Antwerpen; vijf heerlijkheden: Friesland, Mechelen,
+Utrecht, Overijsel, Groningen met de Ommelanden.
+
+
+
+
+§ 8.
+
+_Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de Middeleeuwen._
+
+
+Thans moet, ten opzichte van Gelderland, Utrecht en de overige gewesten,
+eenigszins in bijzonderheden worden aangetoond, wat boven (blz. 13 vlg.)
+in algemeene trekken is ternedergesteld. Met de samensmelting van
+verschillende kleine heerschappijen tot één samenhangend geheel ging het
+ook hier langzaam. Buiten de streken, die hij reeds bezat, trok de graaf
+van Gelderland allengs verschillende alodiën van edelen aan zich, om ze
+als leenen weder te geven. Gelijk de macht van den graaf van Holland,
+groeide die van den graaf van Gelderland met de jaren aan: de
+afhankelijkheid van den keizer werd steeds minder. Had de graaf zich
+reeds in de 13de eeuw eenige rechten der kroon toegeëigend, het volle
+gezag als landsheer verwierf hij in al zijn uitgestrektheid in 1339.
+Toen immers benoemde Lodewijk van Beieren ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~
+(zie blz. 12) tot hertog, destijds een zeldzame verheffing. Insgelijks
+nam de macht des graven tegenover de edelen voortdurend toe. Van
+onafhankelijke en met hem gelijkstaande edelen werden zij langzamerhand
+zijn leenmannen, traden in zijn dienst en stonden hem bij het beheer des
+lands ter zijde. Later moesten zij een gelijke mate rechten, als zij
+genoten, zien toekennen aan de steden, sinds zij als gemeenten optraden.
+Invloed op den gang der zaken, in den eigenlijken zin, oefenden de
+steden, vereenigd met de edelen, eerst sedert 1418, toen zij met hen een
+verbond sloten, ten einde bij 's lands hachelijken toestand maatregelen
+van voorziening te nemen. Van nu af waren ridderschap en steden tot één
+lichaam van landsstenden--de naam _staten_ kwam eerst in 1477 in
+zwang--samengegroeid. Op eigen gezag bijeenkomsten houdende, verwierven
+en behielden alzoo de staten van Gelderland een voorrecht, dat elders de
+landsheer zich placht voor te behouden. Inzonderheid woog de stem der
+hoofdsteden zwaar.
+
+Dit waren Nijmegen, Roermond, Zutfen en Arnhem, hoofdsteden der vier
+eveneens genoemde kwartieren, waarin Gelderland was verdeeld. Ieder
+kwartier had zijn bijzonderen landdag en werd in vele opzichten als een
+afzonderlijke staat aangemerkt. Maar een enkele maal werd er een
+vergadering van de staten der vier kwartieren gehouden. Die staten
+werden vertegenwoordigd door _de bannerheeren_, de ridderschap of edelen
+en de steden. De bannerheeren, die alle in het graafschap Zutfen
+woonden, droegen dien naam, dewijl zij of hun voorvaderen van den keizer
+het recht hadden verworven, onder hun eigen banier te dienen.
+
+De stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd, zijn
+_Gelder_, Gulik en Egmond. Een der graven van het eerste huis is Reinald
+II de zwarte, die in 1339 de hertogelijke waardigheid verwierf. Na zijn
+dood in 1343 volgde zijn oudste zoon ~REINALD~ III hem op. Welhaast
+geraakte hij in geschil met zijn jongeren broeder Eduard, die een deel
+eischte van de goederen, door hun vader nagelaten. Te dier tijd bestond
+er tevens vijandschap tusschen twee machtige geslachten, dat van
+Bronkhorst (tusschen Zutfen en Doesburg) en dat van de Eese of van
+Hekeren. De heeren van het laatstgenoemde geslacht droegen hun naam naar
+de ridderhofstede _de Eese_ (bij de Berkel, ten w. van Lochem) of naar
+een andere aanzienlijke bezitting, wellicht naar _Heker_ (nabij Doesburg
+gelegen).
+
+De geschillen tusschen deze beide huizen ontaardden allengs in
+partijschappen, die der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_, waarin ook de
+steden deelden, vooral sedert Reinald de zijde der eersten koos, waarop
+de Bronkhorsten zich bij Eduard aansloten. De strijd werd met wisselende
+kans gevoerd tot 1361, toen Eduard den slag bij ~Tiel~ won en zijn
+broeder gevangen nam. Nu eischte Eduard de waardigheid van hertog voor
+zich. Reinald, aan die vordering voldoende, deed afstand van zijn titel
+en rechten ten behoeve van Eduard. Tien jaren lang regeerde ~EDUARD~ als
+hertog. Toen werd Reinald III weder op den hertogelijken zetel
+geplaatst. Bij zijn langdurige gevangenschap, in de laatste jaren op het
+huis Nijenbeek (tusschen Deventer en Zutfen, ten o. van Apeldoorn), werd
+hij, naar de overlevering luidt, zoo dik, dat hij zonder slot of grendel
+kon worden bewaard en men, bij zijn bevrijding, den muur van zijn
+vertrek moest doorbreken, om hem er uit te krijgen. Niet bestand tegen
+de veranderde levenswijze, welke de plotselinge omkeering in 's
+hertogen lot medebracht, stierf hij nog in 't zelfde jaar kinderloos.
+
+In 1372 kwam _het huis Gulik_ in 't bezit der heerschappij. De eerste
+hertog hieruit was ~WILLEM~ I, later tevens hertog van Gulik; de laatste
+zijn broeder ~REINALD~ IV. Evenals zijn broeder liet hij, bij zijn dood
+in 1423, geen wettig kroost na. Het vooruitzicht op dit kinderloos
+overlijden, gevoegd bij de uitputting des lands, gaf aanleiding tot de
+bijeenkomst der landsstenden in 1418, waarvan boven is gewaagd. Weldra
+erkenden zij in 1423 ~ARNOLD~, een zusters kleinzoon van Reinald IV, uit
+_het huis Egmond_ (nabij Alkmaar), als hertog van Gelderland. Nog niet
+lang had hij de teugels van 't bewind in handen, of zijn onderdanen
+brachten allerlei grieven tegen hem in. Zij betroffen de nuttelooze
+oorlogen, door hem gevoerd, en de zware kosten zijner hofhouding. Groot
+was de last der schulden, waaronder de hertog steeds dieper gebukt ging.
+Ten laatste stelde 's hertogs zoon, ~ADOLF~, gesteund door 's hertogen
+gemalin, ~Katharina van Kleef~, zich aan 't hoofd der misnoegden. Den
+9den Januari 1465 liet hij, te midden van den nacht, gedurende den
+fellen winter van dat jaar, zijn vader van het slot te Grave oplichten,
+naar Buren (ten n.w. van Tiel) overbrengen en dáár nauw bewaken.
+Terstond hierop matigde hij zich den titel en de rechten van hertog aan.
+
+Niet lang duurde het, of Karel de stoute wierp zich als middelaar
+tusschen vader en zoon op. Hij liet Adolf in 1471 gevangen zetten en nam
+Gelder en Zutfen voor 300,000 gl. van Arnold in pand, die kort hierop,
+in 1473, stierf. De Gelderschen beschouwden deze verpanding van den
+beginne aan als onrechtmatig en krachteloos. Daarom gaf die verpanding
+het sein tot een oorlog van de Gelderschen tegen het huis van Bourgondië
+en dat van Oostenrijk, die, met korte tusschenpoozen, gedurende meer dan
+een halve eeuw werd gevoerd. Het begin van den oorlog was gunstig voor
+Karel. Reeds op 't einde van 1473 was hij meester van het hertogdom.
+Zwaar drukte de last der Bourgondische heerschappij op de Gelderschen.
+De stenden verloren het recht, zichzelven ter dagvaart te beschrijven.
+In 1477 gaf ook aan Gelderland de val van Karel den stoute eenige
+verademing. Doch ook Adolf stierf in 't zelfde jaar.
+
+In 1492 plaatste Adolfs zoon ~KAREL~ zich aan 't hoofd der Gelderschen,
+ten einde den kamp tegen het Oostenrijksche huis te hervatten. De
+fortuin was hem, hoewel niet in den aanvang, gunstig. In 1513 had hij
+schier zijn gansche hertogdom heroverd. Doch nieuwe moeilijkheden baarde
+hem de komst aan 't bewind van Karel V. Overal, waar Karel zijn
+heerschappij trachtte te vestigen, niet alleen in Engeland, maar ook in
+Utrecht, Friesland, Groningen, Drente en Overijsel stiet hij op den
+hertog van Gelder (zie beneden blz. 41, 42). Karel van Gelder vond een
+krachtigen steun in ~Maarten van Rossum~ (ten o. van Zalt-Bommel, nabij
+de Waal), een veldheer, die tot zinspreuk had, "branden en blaken is het
+sieraad van den oorlog." Hem was het niet te wijten, dat zijn heer meer
+en meer in 't nauw werd gebracht door Karel V. Trapsgewijze moest de
+hertog van Gelderland voor den keizer wijken. Toen hij in 1538 stierf,
+kon hij vooruitzien, dat zijn opvolger, Willem van Gulik en Kleef,
+binnen kort zou worden gedrongen, Gelderland aan Karel V af te staan.
+Dit geschiedde in 1543.
+
+
+
+
+§ 9.
+
+_Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, Friesland en
+Groningen gedurende de Middeleeuwen._
+
+
+De vroomheid der vorsten en heeren, die zich in de Middeleeuwen niet
+zelden openbaarde in 't schenken van goederen of gronden aan kerken,
+kloosters, abdijen, enz., kwam vooral, gelijk boven (zie blz. 12) is
+opgemerkt, te goede aan het bisdom Utrecht. Langzamerhand groeide de
+omvang van het Sticht en daarmede de wereldlijke macht van den bisschop
+aan. Die wereldlijke macht des bisschops werd zeer beperkt door de
+kanoniken der vijf kapittels, van welke boven (zie blz. 12) is
+gesproken. Zonder de toestemming dier kanoniken mocht de bisschop geen
+gebied van 't Sticht vervreemden, noch oorlog voeren of vrede sluiten,
+gelijk hij ook in het kerkelijke aan hun gevoelen gebonden was. Sedert
+hij in zijn oorlogen hoe langer hoe meer den bijstand der edelen en
+steden behoefde, begonnen ook zij invloed op 's lands regeering te
+krijgen. Zoo werd de grond gelegd tot de vergadering der staten van
+Utrecht, die sinds het laatst der 15de eeuw werden beschreven. Het
+eerste lid dier staten waren _de geëligeerden_, d. i. zij, die uit de
+vijf kapittels werden gekozen; het tweede de edelen, die ridderhofsteden
+bezaten; het derde de stad Utrecht, en wellicht mede de kleinere steden.
+
+De naam Overijsel kwam eerst in de laatste helft der 15de eeuw op. Vóór
+dien tijd werd dit gewest niet als één staat aangemerkt, maar als een
+aantal van elkander onafhankelijke heerlijkheden. Reeds vroeg, immers
+sedert de 14de eeuw, werd de macht van den bisschop beperkt door den
+landdag, d. i. door de ridders en de groote steden Deventer, Kampen en
+Zwol. In Drente oefende _de kastelein_ (kasteelman) of _burggraaf van
+Koevorden_, in naam van den bisschop, het oppergezag. Hetgeen elders
+dagvaart of vergadering der staten werd genoemd heette hier _de
+landdag_. Op dien landdag verschenen de ridders, die elk een der
+achttien havezaten (kasteelen) moesten bezitten, en _de eigenerfden_.
+
+Groot was de macht, die de bisschop hier te lande in de Middeleeuwen
+bezat. Hij had de geestelijke rechtspraak en kon boetedoeningen van
+vernederenden aard opleggen. De streek lands, waarover hij wereldlijk
+gezag had, was veel grooter dan het graafschap Holland of Gelderland.
+Maar dewijl het bisdom gelegen was tusschen Holland en Gelderland (zie
+ook boven blz. 16), was de bisschop onophoudelijk in geschillen
+gewikkeld met een dezer staten. Dit verzwakte zijn macht zoozeer, dat
+~HENDRIK VAN BEIEREN~ zich verplicht zag, zijn wereldlijke macht over
+Utrecht in 1528 aan Karel V af te staan. In 't zelfde jaar erkenden de
+staten van Overijsel Karel V als heer. De bisschop hechtte zijn zegel
+aan deze overdracht van het Oversticht. Eveneens kwam Drente in 1536 aan
+Karel V.
+
+Boven (zie blz. 15, 16) is den lezer medegedeeld, dat de koningen van
+Duitschland Friesland nu eens aan den graaf van Holland, dan weder aan
+den bisschop van Utrecht of den hertog van Gelderland schonken. Maar de
+Friezen bekommerden zich, gelijk wij nu en dan gelegenheid hadden te
+bespeuren, weinig om dit weggeven van hun land. Moesten de West-Friezen
+zich aan Floris V onderwerpen, de overigen schikten zich slechts
+tijdelijk in dit lot en wierpen het juk van den graaf van Holland af,
+zoodra hij met het meerendeel zijner troepen uit hun land was geweken.
+Twee eeuwen lang sproten voor de Friezen vele onheilen voort uit de
+geschillen der Schieringers en Vetkoopers. Zij namen tegen het einde der
+13de eeuw een begin. _De Vetkoopers_ (d. i. handelaars in vette waren)
+ontleenden, naar men wil, hun naam hieraan, dat zij, de beste weilanden
+bezittende, den grootsten handel dreven in vette koeien, terwijl _de
+Schieringers_, waarschijnlijk (van _schier_, kaal) aldus werden genoemd
+uit hoofde van hun armoede en hun berooiden toestand, die zoo schril
+afstaken bij den rijkdom en de overdaad der Vetkoopers. Eindeloos waren
+hun verdeeldheden, en slechts dan, wanneer er gevaar van buiten dreigde,
+stonden zij als één man pal tegenover de vijand. Met de verwoestingen
+van den burgeroorlog paarden zich die van de overstroomingen. Het is
+schier ongelooflijk, hoevele watervloeden in de Friesche gedenkschriften
+zijn geboekt.
+
+Door zoo velerlei onheilen overmand, moesten ook de Friezen ten laatste
+voor vreemd geweld bukken. Maximiliaans krijgsoverste, ~Albrecht~,
+regeerend ~hertog van Saksen-Meiszen~, was in 1498 zijn schuldeischer
+voor groote geldsommen wegens achterstallige soldij van 't krijgsvolk.
+Hij verpandde hem alzoo Friesland voor 300,000 gl. en bevestigde hem in
+_het erfpotestaatschap_ over dat land, hem door de Schieringers
+aangeboden. Hij mocht dan zien, hoe hij het vermeesterde. Albrecht
+slaagde in die taak. Hij stierf in 1500. Spoedig werden de Friezen zijn
+zonen, ~Hendrik~ en ~George~, die elkander in 't bestuur opvolgden,
+moede en riepen in 1509 ~Karel, hertog van Gelderland~, in het land.
+Daarom sloot George in 1515 een overeenkomst met Karel V, van wiens
+voorzaat zijn vader Friesland in pand had gekregen, waarbij hij hem dit
+land voor 350,000 gl. overgaf. Zoo stond ook hier Karel V tegenover
+Karel van Egmond. Groote diensten bewees den hertog van Gelderland de
+onversaagde Friesche zeeroover ~Groote Pier~, die, sedert de Saksische
+krijgslieden zijn huis te Kimswerd (ten z. van Harlingen) in de asch
+hadden gelegd, zonder mededoogen elken buitenlandschen bespringer van
+zijn land in zee wierp, om "hem de voeten te spoelen." Eerst in 1524 kon
+Karel V zich "heer van Friesland" noemen.
+
+Groningen was bestemd om in het lot van Friesland te deelen. Hoe langer
+hoe minder gold in dit gewest, als 't verst verwijderd zijnde van zijn
+zetel, het gezag van den bisschop van Utrecht. Eensdeels door den strijd
+hierover, anderdeels door dien met de Ommelanden en vermits de
+verdeeldheden der Schieringers en Vetkoopers ook hier haar werking deden
+gevoelen, verzwakte Groningens kracht. Dus kon ~Albrecht van
+Saksen-Meiszen~, in 1499 door Maximiliaan tot heer van dit gewest
+benoemd, een poging wagen om het te vermeesteren. Doch de heerschappij
+der Saksen was hier van even korten duur als die van ~Karel van Egmond~,
+die er eveneens zijn gezag trachtte te vestigen. Eindelijk ziende, dat
+ook Karel van Egmond hen niet op voldoende wijze tegen Karel V konde
+beschermen, boden de Groningers dezen vorst in 1536 de opperheerschappij
+aan. Karel V nam het aanbod aan.
+
+Tusschen de landdagen in Friesland en die van andere gewesten bestond
+een groot verschil. De landsvergadering van Friesland berustte niet,
+gelijk elders, op een vertegenwoordiging der standen, maar van
+landschappen. Zij was samengesteld uit de afgevaardigden van Oostergo,
+Westergo en Zevenwouden. Deze algemeene landdag besliste over 's lands
+hoogste belangen, over vrede en oorlog, enz. Bij zware onlusten echter,
+hoedanige Friesland zoovele beleefde, verliepen er dikwijls jaren, dat
+geen algemeene landdag werd gehouden en dat er slechts afzonderlijke
+vergaderingen bijeenkwamen der vertegenwoordigers van het eene of andere
+gedeelte van Friesland. Aan het hoofd der gemeenten in Friesland stonden
+_grietmannen_, welke naam wordt afgeleid van een oud-Friesch werkwoord,
+dat "aanklagen, in rechten vervolgen" beteekent.
+
+De Ommelanden van Groningen bestonden uit drie kwartieren, Hunsingo,
+Fivelingo en het Westerkwartier. Westerwolde (zie boven blz. 13) is tot
+1795 een afzonderlijke heerlijkheid geweest. Sedert 1594 merkten de
+Staten-Generaal zich als leenheeren van Westerwolde aan. De stad
+Groningen kocht die heerlijkheid in 1619 voor ruim 140,000 gl. en bezat
+ze als zoodanig tot de omwenteling van 1795. De eigenerfden en andere
+afgevaardigden uit die drie kwartieren stelden de vergadering der staten
+samen. Later kwam er de stad bij. De eigenerfden waren diegenen, die,
+krachtens hun eigendommen, zonder volmacht of verkiezing ten landdage
+verschenen.
+
+
+
+
+§ 10.
+
+_De Nederlanden onder het bewind van Karel V._
+
+
+Zóó waren dan de zeventien onder één heerschappij, die van ~KAREL~ V
+(1543-1555), vereenigd. Het waren bloeiende staten met een krachtige
+bevolking. Vischvangst, handel en zeevaart waren de rijke bronnen, die
+het bestaan der Nederlanders verzekerden, daarbij landbouw en veeteelt.
+Vooral was _de groote visscherij_, de haringvangst, vermaard, een ware
+goudmijn, daar zij aan meer dan 20,000 huisgezinnen het onderhoud
+verschafte. De haring werd jaarlijks van den 24sten Juni tot den 25sten
+November op de kusten van Engeland en Schotland gevangen. Er waren
+jaren, dat er tot 1500 haringbuizen uit de Nederlandsche havens in zee
+liepen, alleen uit Enkhuizen 140. Geen volk wist den haring zoo goed te
+bereiden als de Nederlanders, weshalve de Hollandsche haring, als zijnde
+de beste van smaak en de duurzaamste, op de vreemde markten het meest
+gewild was. De haring werd (zie blz. 32) òf als _pekelharing_, òf,
+gerookt zijnde, als _bokking_ gegeten. Van groot gewicht was mede _de
+walvischvangst_, waarmede men in de 17de eeuw een begin maakte en
+waarvoor de Staten-Generaal in 1614 uitsluitend _octrooi_ of vergunning
+gaven aan de Noordsche compagnie. Ten behoeve dezer visscherij werden in
+die eeuw jaarlijks omstreeks 250 schepen uitgerust, die, met het oog op
+het doel, de koude van Groenland, Spitsbergen, enz. trotseerden.
+
+Vele zijn de oorzaken, die Nederland tot een land van handel en
+zeevaart bij uitnemendheid hebben gemaakt: de ligging aan de Noordzee;
+de menigte van bevaarbare rivieren en kanalen; de persoonlijke vrijheid,
+die, hoe ook beperkt, hier meer dan elders werd geëerbiedigd en velen
+noopte zich er metterwoon te vestigen. Sedert het einde der 15de eeuw
+was Antwerpen de hoofdzetel van den handel. Er waren meer dan 1000
+vreemde handelshuizen gevestigd. De beurs, elken dag tweemaal gehouden,
+telde telkens meer dan 5000 bezoekers. Den handel op de Oostzee, in hout
+en graan, had hoofdzakelijk Amsterdam, toen reeds bij Venetië vergeleken
+en de korenmarkt van Europa genoemd. Nog is niet gewezen op de
+vrachtvaart, die zeer aanmerkelijke voordeelen opleverde, en geen gewag
+gemaakt van de velerlei fabrieken, waarmede de nijvere en dichte
+bevolking zich bezig hield.
+
+Van wetenschappelijke beschaving kan nog maar weinig sprake zijn. Toch
+ontbrak het niet aan de beginselen. Reeds had ~Jakob van Maerlant~ zijn
+_spiegel Historiael_ in 't licht gegeven. Wat de fraaie letteren in
+engeren zin aangaat, van lieverlede was een Nederlandsche letterkunde
+ontstaan, waarvan het begin in het laatste vierendeel der 12de en het
+eerste der 13de eeuw is te zoeken. Vóór dien tijd waren onze voorouders
+in taal, zeden en gewoonten nog Duitschers. In de 12de eeuw kwam de
+Nederlandsche taal uit het Nederduitsch voort. Zij heette gedurende de
+Middeleeuwen het Vlaamsch. Onder de werken, die tezamen uitmaken hetgeen
+men onze Middeleeuwsche letterkunde noemt, vindt men weinig of geen
+oorspronkelijke gedichten. Aan Frankrijk ontleend is het vermaarde
+gedicht _Reinaert de vos_, dat in zijn Vlaamschen vorm zoozeer de
+aandacht trok, dat het uit die taal in vele andere werd overgebracht en
+als voortreffelijker wordt aangemerkt, dan het oorspronkelijke Fransche
+stuk. Tegen het einde der Middeleeuwen namen, naarmate de opkomst der
+poorters den invloed der edelen deed afnemen, de tooneeldichten op het
+gebied der letterkunde de voornaamste plaats in. Het waren de vele
+Rederijkerskamers, met het Bourgondische huis (zie blz. 30 vlg.)
+opgekomen, welke aan die gedichten het aanzijn gaven.
+
+Om die bloeiende zeventien landen was nu de band der eenheid geslingerd.
+Maar het was slechts een persoonlijke band. Ook van Karel V was het het
+streven, de staatseenheid der zeventien te bevorderen. Te dien einde
+bedong hij in 1548, bij _het verdrag van Augsburg_, ten behoeve van het
+Oostenrijksche huis, dat alle Nederlandsche gewesten geheel
+onafhankelijk van Duitschland zijn, doch onder de hoede van dit rijk
+staan zouden, mits zij een zeker aandeel in de rijkslasten droegen. In
+de wijze, waarop Karel de regeering inrichtte, valt hetzelfde beginsel
+der eenheid op te merken: één landvoogdes met drie raden, haar
+toegevoegd. Landvoogdes of _gouvernante_, zooals men destijds zeide, was
+sedert 1530 's keizers zuster ~Maria~, koningin-weduwe van Hongarije. De
+drie raden, die hij in 1531 in 't leven riep, waren _de raad van state_,
+_de geheime raad_ en _de raad van financiën_, van welke de eerste
+slechts werd geraadpleegd, maar de beide andere uitvoerende macht
+hadden. Ook stond met Karels hoofdoogmerk in verband het bij herhaling
+bijeenroepen der Algemeene Staten, dat gedurende zijn regeering meer dan
+vijftig maal plaats had.
+
+Karel V is een der grootste figuren op het tooneel der
+wereldgeschiedenis. De kennis van de rol, die hij vervulde, moet dáár
+worden gezocht. Zijn geschiedenis is, voor een deel, die der Nederlanden
+gedurende de jaren zijner regeering. Onder de bijzondere gebeurtenissen,
+alhier in dien tijd voorgevallen, is een der merkwaardigste het dempen
+van het oproer te Gent, een der machtigste steden van Europa. Karel
+vorderde van Vlaanderen een bede van 400,000 gl., als derde deel eener
+som, hem door de Algemeene Staten toegestaan. De overige leden der
+staten van dit gewest stemden toe; alleen Gent weigerde. Vreeselijk was
+de wraak, die op het hoofd der Gentenaars neerkwam. Karel trok in 1540
+in persoon naar de stad en velde het vonnis.
+
+Doch één grootsche gebeurtenis uit Europa's geschiedenis is er bovenal,
+die mede op Nederland in 't bijzonder betrekking heeft. Toen in
+Duitschland Luther den stoot aan de hervorming der kerk had gegeven,
+werd ook in dit land het zaad gestrooid. De kiem kwam op en werd een
+krachtige boom. De ergernis, die de handel in aflaten alom in Europa
+verwekte, deelden insgelijks de Nederlanders. Zij waren er niet blind
+voor, dat het leven, hetwelk de meerderheid der geestelijken leidde, in
+vele opzichten in lijnrechte tegenspraak was met hun roeping en dat de
+kennis, welke de meesten hunner van 't Evangelie hadden, uiterst gering
+was. Menig Nederlander bevond zich dan ook onder de edele en verlichte
+mannen, de voorloopers der hervorming, die tegen de heerschende gebreken
+optraden en ze des te vrijmoediger bestreden, hoe meer hun geest door de
+op nieuw ontwaakte studie der oudheid aan onderzoek en nadenken was
+gewoon geworden. Men denke aan ~Wessel Gansfort~, geboren te Groningen;
+aan ~Rudolf Agric[)o]la~, aan ~Gerrit Gerritsz~, meer bekend onder den
+naam ~Desiderius Erasmus~, afkomstig uit Rotterdam, die in 1536 stierf.
+
+Hoe meer de leerstellingen van Luther en van Zwingli in de Nederlanden
+doordrongen, des te meer aanhangers vonden zij er. Grenzende aan
+Duitschland, moest Nederland spoedig bekend worden met de nieuwe
+begrippen, die dáár zoo welig wortel schoten Bovendien bevorderde de
+handel door de vele vreemdelingen, die hij naar dit land lokte, de
+kennis van de leer der hervorming. Doch meer dan Luthers of Zwingli's
+stelsel verbreidde zich dat van Calvijn over een aanmerkelijk deel van
+het land. Een groot aantal van de eerste predikers van den hervormden
+godsdienst, die ons land binnenstroomden, kwam, door de Zuidelijke
+Nederlanden heen, uit Frankrijk. Het zaad, zoo welig uitgestrooid, viel
+in een vruchtbaren bodem en schoot wortel.
+
+Bij alle hervormingen treft men veelal een partij aan, die zich aan
+overdrijving schuldig maakt. Bij de hervorming, die thans plaats greep,
+waren dit de Wederdoopers. Met die Wederdoopers behooren, gelijk dikwerf
+is geschied, _de Doopsgezinden_ niet te worden verward. Vaak worden de
+laatsten ook _Mennonieten_ genoemd, naar ~Menno Simons~, die, tot 1536
+Roomsch priester zijnde te Witmaarsum (ten n.w. van Bolsward), een
+tijdlang een leerling was van een prediker der Wederdoopers in
+Friesland, Ubbo Philips geheeten. In 't genoemde jaar ging hij tot
+een der talrijke en onderlinge zeer uiteenloopende vereenigingen
+der Doopsgezinden over en verzette zich weldra sterk tegen de
+buitensporigheden der Wederdoopers.
+
+Maar Karel V is vast besloten, al moet hij in Duitschland veel toegeven
+en met de omstandigheden te rade gaan, in zijn erflanden ten minste de
+hervorming uit te roeien. Elf plakkaten vaardigde hij achtereenvolgens
+tegen haar uit, het eene harder dan het andere. In 1522 werden er
+inquisiteurs, bij verzachting "geestelijke rechters" geheeten, benoemd.
+Was de inrichting dier inquisitie, in wreedheid en ergerlijke wijze van
+rechtspleging, in 't geheel niet gelijk aan de Spaansche, zij werkte,
+naar de opvatting der landzaten, veel te krachtig. Dit moet waar zijn,
+wanneer er--gelijk te boek staat--onder Karels regeering 50,000 menschen
+om des geloofs wille ter dood zijn gebracht. Intusschen is het zeker,
+dat, hoevele duizenden het getal offers der onverdraagzaamheid ook moge
+hebben beloopen, wederom het bloed der martelaars het zaad der kerk
+werd.
+
+Dit is een schaduwzijde in het anders vrij heldere tafereel van Karels
+regeering. Het is niet de eenige. Op velerlei wijze werd het handvest
+"de non evocando" geschonden, doordat men de staten buiten hun gewest
+riep en, b. v. in gevallen van majesteitsschennis en bij vergrijpen
+tegen den godsdienst, de beschuldigden voor andere dan voor hun
+natuurlijke rechters daagde. Verder werden aan vreemdelingen ambten
+gegeven. Vaak verzetteden zich de staten tegen zulke gewelddadigheden,
+doch meestal zonder vrucht. Want Karels grondbeginsel was, dat het
+grootste voorrecht van een volk was, geen voorrechten te bezitten. Ook
+aan zware beden, die eerder belastingen mochten heeten, ontbrak het niet
+en, wat het ergste is, bij weigering werd vaak dwang gebezigd. "Hier,"
+zegt een Venetiaansch gezant, "waren de eigenlijke schatten van den
+koning van Spanje; hier waren zijn bergwerken, zijn Indië."
+
+Wil men echter billijk zijn, dan behoort men niet te vergeten, dat de
+Nederlanden gedurende het bewind van Karel V tot een trap van aanzien
+stegen, gelijk zij dien nimmer hadden gekend, en dat de vorst den
+grondslag legde van een geregeld bestuur en van een geordende
+administratie. Hoe men ook jammerde over het verlies der oude
+zelfstandigheid, de slotsom was verademing en voorspoed. Daarom, dewijl
+hij gaarne in het land vertoefde, waar zijn wieg had gestaan, en uit
+hoofde van zijn minzaamheid was het Nederlandsche volk hem getrouw en
+aan hem gehecht. Daarom was het leedwezen des volks oprecht gemeend,
+toen Karel afstand deed van het bewind en het aan zijn zoon Philips
+opdroeg.
+
+Het voornemen om zijn kronen neer te leggen was sinds lang bij Karel
+opgekomen. Geheel ontstemd door het mislukken zijner grootsche
+ontwerpen, teleurgesteld in zijn plannen om in al zijn landen een
+onbeperkt vorstelijk gezag te vestigen en de eenheid in de Christelijke
+kerk te herstellen, terneergebogen onder lichamelijke zwakheid en wegens
+de uitputting zijner schatkist de toekomst met zorg te gemoet ziende,
+ging hij thans tot de volvoering van het lang gekoesterde voornemen
+over. De afstand en de overdracht hadden den 25sten October 1555 te
+Brussel in een luisterrijke vergadering plaats. Ook Maria (zie blz. 45)
+legde haar waardigheid neder. In 't volgende jaar ging Karel onder zeil
+naar Spanje, waar hij in 1558 in het klooster Yuste (in 't n.o. van
+Estremad[=u]ra) overleed. Karel liet maar één zoon na, Philips II (III
+in Holland en andere Nederlandsche gewesten), en een paar dochters. Van
+zijn natuurlijke kinderen zijn één zoon en één dochter zeer vermaard
+geworden. De dochter was Margareta, de zoon Don Jan van Oostenrijk.
+Onder de vele edelen zijner hofhouding was er niemand, dien hij meer
+vertrouwde, dan Willem van Oranje, hoe jong deze prins destijds ook was
+(zie beneden, blz. 49).
+
+
+
+
+§ 11.
+
+_De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._
+
+
+Karels opvolger ~PHILIPS~ II (1555-1581), gelijk hij doorgaans wordt
+genoemd, was in de Nederlanden geen vreemdeling. Reeds in 1549 had zijn
+vader hem hierheen ontboden, om hem aan zijn toekomstige onderdanen voor
+te stellen. Die eerste ontmoeting had bij de Nederlanders geen gunstigen
+indruk achtergelaten. En de tweede ontmoeting, bij en na Karels
+plechtigen afstand, bracht hierin geen verandering teweeg. Philips was
+geheelenal een Spanjaard, koel, afgemeten en trotsch. Hij had een afkeer
+van het land en van den aard der Nederlanders, en zij van hem, die geen
+gemeenzaamheid duldde en geen afdalen kende. Hij verstond noch de taal
+des lands, noch sprak een der talen, waarmede de natie vertrouwd was.
+Hij achtte de handhaving van den katholieken godsdienst zijn
+hoofdplicht. Hiervoor had hij alle krachten van lichaam en ziel veil;
+hieraan was een goed deel zijner verbazende, maar kleingeestige
+werkzaamheid gewijd. Even onwrikbaar als hij aan de instandhouding van
+'t koninklijk gezag de hand hield, bleef hij aan den grondregel van al
+zijn zeggen en doen getrouw. Die blinde en bijgeloovige gehechtheid aan
+de kerk herschiep hem in een dwingeland.
+
+Tot 1559 bleef Philips in de Nederlanden. Toen ging hij. Doch aleer hij
+vertrok, regelde hij het bestuur dezer landen. ~Margareta van Parma~
+(zie blz. 48) werd landvoogdes. Zij was getrouwd met Octavius Farnese,
+hertog van Parma, die evenwel in Italië bleef. De drie boven genoemde
+(zie blz. 45) regeeringslichamen stonden haar ter zijde. President van
+den raad van financiën, was ~Karel, baron van Barlaimont~ (in 't n. van
+Frankrijk, nabij Avennes), van den geheimen raad ~Viglius~ of ~Wigele
+van Aytta~ van ~Zuichem~ (ten z. van Leeuwarden), een Fries van afkomst
+en een groot rechtsgeleerde, doch die aan groote rechtskennis veel
+hebzucht paarde. In den raad van state hadden o. a. zitting: ~Antonius
+Perenot~, bisschop van Atrecht, de prins van Oranje, ~Lamoraal, graaf
+van Egmond~, later ook de ~Montmorency, graaf van Hoorne~ (ten n. van
+Loon, zie blz. 17). Voor Brabant, waar de landvoogdes haar verblijf
+hield, werd geen stadhouder benoemd. De stadhouders der overige staten
+waren o. a.: Willem van Oranje van Holland, Zeeland en Utrecht; de graaf
+van Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, graaf van Aremberg
+(ten z. van Keulen), van Friesland, Groningen, Drente en Overijsel; de
+baron van Barlaimont van Namen. Elke stadhouder was tevens bevelhebber
+der krijgsmacht van zijn gewest.
+
+Een enkel woord over Willem van Oranje, weldra den hoofdpersoon van den
+tegenstand tegen Philips, en dan over Perenot. In het huis van Nassau
+onderscheidde men sedert het midden der 13de eeuw twee liniën. De oudste
+bleef in Duitschland. De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_. Deze
+tak verwierf al vroeg verscheidene bezittingen in de Nederlanden.
+Willem, de grondlegger der onafhankelijkheid van Nederland, was een zoon
+van Willem den rijke, graaf van Nassau-Dillenburg, geboren in 1533. Rijk
+was zijn vader, althans in kinderen. Hij had vijf zonen: Willem, Jan
+den oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik. Talrijk waren de bezittingen van
+zijn zoon Willem op Nederlandschen bodem. Bovendien erfde hij van zijn
+neef Réné het prinsdom Oranje.
+
+Antonius Perenot was een schrander en werkzaam staatsman, die zijn
+opkomst aan zichzelf had te danken. Hij was in Franche-Comté geboren,
+dat een deel had uitgemaakt van de erfgoederen van Maria, de dochter van
+Karel den stoute. Reeds dit nam de edelen tegen hem in, die, trotsch op
+hun geboorte, op hem, den vreemdeling, neerzagen. Doch voor een
+vreemdeling kon men hem eigenlijk moeilijk laten doorgaan. Was hij het,
+dan moest ook Willem als zoodanig worden aangemerkt, en in allen gevalle
+kon men dit bezwaar niet met recht aanvoeren tegen leden van den raad
+van state. Weldra verweet men hem met meer grond zijn heerschzucht,
+alsmede de minachting, die hij jegens zijn medeleden in den raad van
+state aan den dag legde. Tegen hem wendden zich toen allen, die een
+afkeer hadden van de regeering in Spaanschen zin, die Philips aan de
+natie wilde opdringen.
+
+Ternauwernood was Philips in zee gestoken, of de Nederlandsche
+onderdanen hadden reeds menige grieve tegen hun heer. Zonder op den
+geest des tijds te letten, schreef hij een gestrenge uitvoering der
+plakkaten voor. Bij den afkeer, dien de Nederlanders en de Spanjaarden
+wederkeerig van elkander hadden, was het verlies van den hoogen rang,
+dien de Nederlandsche adel onder de beide vorige regeeringen had
+bekleed, dubbel onverdragelijk. Hierbij kwam de verbittering over de
+voortdurende aanwezigheid van 3 à 4000 man vreemde troepen, die, zooals
+het heette, ter bescherming van de grenzen moesten strekken. Bovenal
+vreesde men de verwezenlijking van een van Philips' geliefkoosde
+plannen, van dat der bisdommen. Tot dusverre was in Nederland geen
+aartsbisschoppelijke stoel geweest, doordien het geringe en onregelmatig
+verdeelde getal bisdommen onder vreemde aartsbisschoppen stond. Het ligt
+voor de hand, dat hieruit groote ongelegenheden ontstonden. De
+overwegende reden echter, waarom Philips de zaak der bisdommen wenschte
+te regelen, was de vermenigvuldiging der ketters. Voortdurend won de
+afkeer veld van een kerk, die, hoewel zelve geen bloed begeerende,
+duizenden door den wereldlijken armen liet ombrengen. Wellicht--meende
+Philips--kon nauw toezicht, leering en vermaning de zielen voor afval
+van de kerk behoeden of van den afval terugbrengen.
+
+In 1559 vaardigde paus ~Paulus~ IV de bul, houdende de bepalingen
+omtrent de bisdommen, uit. De zaak zelve begon evenwel niet vóór 1561
+werkelijkheid te worden, en met sommige zetels duurde het tot 1570, eer
+zij werden bezet. In 't geheel werden er 18 bisschopszetels opgericht,
+n.l. 3 aartsbisdommen (elke aartsbisschop was tevens bisschop van die
+streek, waarin zijn hoofdkerk lag,) en 15 bisdommen. Perenot of
+~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, werd aartsbisschop van
+Mechelen. Onder hen, die zich tegen de nieuwe bisdommen verzetteden,
+waren ook de prins van Oranje en Egmond, die met vele anderen de dwaling
+deelden, dat Granvelle een van hen was, die den maatregel bevorderden.
+Thans weet men zeker, dat deze meening onjuist was. Maar ook andere
+bezwaren hadden Willem en vele edelen tegen den bisschop. Hij was de
+ziel van de regeering. Gelijk er veel buiten hen omging, zoo geschiedde
+er niets zonder hem, en Viglius liet zich geheel door hem leiden. Dit
+mishaagde hun zoozeer, dat, hoewel de vreemde troepen in 1560 werden
+verwijderd, er geen betere verstandhouding tusschen Granvelle en de
+genoemde edelen ontstond. Weldra weigerden Willem, Egmond en Hoorne in
+den raad van state zitting te nemen, zoolang Granvelle er kwam, die alle
+belangrijke aangelegenheden aan de kennis van dien raad onttrok. Van
+jaar tot jaar werd het standpunt van den kardinaal onhoudbaarder. Het
+regende schotschriften tegen hem, en de edelen vervolgden hem met
+bitteren spot. Ook Margareta, die ten laatste begon in te zien, hoe
+weinig gezag zijzelve in vergelijking met hem had, wilde wel van hem
+worden ontslagen. Zoo kwam in 1564 tot Granvelle een bevel van Philips,
+om het land te verlaten, waaraan hij onmiddellijk voldeed.
+
+Na Granvelle's vertrek namen Willem, Egmond en Hoorne weder zitting in
+den raad van state. Wegens de overige moeielijkheden werd Egmond in 1565
+naar Spanje gezonden. Die zending bracht geen verandering of wijziging
+teweeg. Egmond werd luisterrijk ontvangen; doch Philips' voorschriften
+bleven dezelfde. Langzamerhand ging intusschen de geest van tegenstand
+van de eerste edelen op die van den tweeden rang over, om later door het
+volk te worden gedeeld. Zoo ontstond in 1565 _het compromissum_
+(gemeenschappelijke belofte) of het verbond der edelen, aan 't hoofd
+waarvan ~Lodewijk van Nassau~, Willems broeder, stond met ~Hendrik van
+Brederode~, een onstuimig man, die een woest leven leidde en slechts
+naar opwellingen, niet naar beginselen handelde. Het doel was, de
+invoering der inquisitie op elke wijze tegen te gaan. Niet alleen
+edelen, maar ook burgers teekenden het; niet alleen Lutherschen en
+Calvinisten, maar ook Roomsch-katholieken traden toe.
+
+Schier de eenige daad van deze eedgenooten was de stap, dien zij den
+5den April 1566 te Brussel deden. Toen boden zij in plechtigen optocht,
+ten getale van drie of vier honderd, de landvoogdes een verzoekschrift
+aan ter matiging van de plakkaten. Naar alle waarschijnlijkheid deed het
+woord van Barlaimont (zie blz. 49), toen tot de landvoogdes gericht, hun
+den naam _geuzen_ (_gueux_, bedelaars) geven. Niet zonder grond--men kan
+het niet verbloemen--werd die benaming op vele dier edelen toegepast. De
+schulden, waaronder zij ten gevolge hunner verkwistende levenswijze en
+van hun veelvuldige drinkgelagen gebukt gingen, rechtvaardigden ze maar
+al te zeer. Zelven namen de edelen dien naam volgaarne aan en droegen
+tevens de zinnebeelden der bedelaars. Margareta antwoordde weldra. Zij
+beloofde, een gezant naar Spanje te zullen zenden en eenige _moderatie_
+of matiging in de uitvoering der plakkaten te zullen brengen, die
+evenwel zoo weinig in 't oog viel, dat het volk ze weldra _moorderatie_
+noemde. Terwijl ~Jan van Glimes, markies van Bergen~ (d. i. Bergen op
+Zoom), en Hoorne's broeder, ~Floris van Montmorency, baron van
+Montigny~, nu als gezanten naar Philips vertrokken, kwam het prediken
+van 't Evangelie in 't open veld, niet meer des nachts, maar bij helder
+daglicht alom in zwang. Duizenden, op de beloofde matiging vertrouwende
+of hun overtuiging niet langer willende bedwingen, woonden de
+predikatiën, _hagepreeken_ genoemd, bij.
+
+Op het houden van openbare godsdienstoefeningen volgde in 1566 de
+kortstondige razernij, bekend onder den naam van _beeldenstorm_. Zooals
+men het veelal heeft opgevat, was hij een uitbarsting van de dweepzucht
+der hervormden, die niet aan een wèl beraamd plan, doch aan plotseling
+opkomende hartstochtelijkheid was toe te schrijven. Vele kerken van
+Antwerpen, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Groningen, enz. werden erdoor
+verwoest en van al haar schatten beroofd. Philips ontstak, op het hooren
+der mare, zoozeer in drift, dat hij een duren eed zwoer, het misdrijf
+niet ongewroken te zullen laten. Het drietal Oranje, Egmond en Hoorne,
+baatte het niet, gelijk weldra zal blijken, dat zij de landvoogdes in
+deze moeielijke dagen getrouw ter zijde stonden en hen, die schuldig of
+medeplichtig waren aan den beeldenstorm, ijverig vervolgden.
+
+Nadat de eerste schrik was geweken, begon Margareta krachtdadig door te
+tasten. Zij bewerkte, dat het compromissum werd ontbonden, en wierf
+troepen. Overal moest het prediken der hervormden worden gestaakt. Van
+dat oogenblik af scheidde Egmond zich van zijn vrienden, den eed van
+trouw aan den koning opnieuw afleggende, terwijl Hoorne zich tegelijk
+aan 's konings dienst en aan de bevordering van Oranje's plannen
+onttrok. Van zijn kant nam Willem, inziende dat er vooreerst aan geen
+verzet viel te denken, in 't zelfde jaar zijn ontslag als stadhouder van
+Holland, Zeeland en Utrecht en ging naar Duitschland. Hij werd door een
+overgroot aantal lieden, op meer dan honderd duizend begroot, gevolgd.
+Onder hen was Willems vertrouwde vriend, de beroemde godgeleerde en
+staatsman ~Philips van Marnix~, heer van St. Aldegonde (een heerlijkheid
+in Henegouwen, terwijl een kasteel nabij Middelburg, waar Marnix een
+tijdlang woonde, naar hem ook wel zoo werd genoemd, doch eigenlijk
+West-Souburg heette). In Willems plaats werd ~Maximiliaan Hennin, graaf
+van Boussu~ (ten w. van Bergen, in Henegouwen), bij voorraad over
+Holland als stadhouder aangesteld. Intusschen was Philips tot een vast
+besluit gekomen. Na lang te hebben voorgegeven, dat hijzelf een reis
+naar de Nederlanden in den zin had, zond hij in 1567 ~Alv[=a]rez de
+Tol[=e]do, hertog van Alva~ (d. i. Alva de Tormes, in 't n.w. van
+Spanje, ten z.o. van Salamanca), als kapitein-generaal aan 't hoofd van
+een leger van ongeveer 17,000 man, grootendeels oudgediende en geharde
+mannen.
+
+
+
+
+§ 12.
+
+_De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._
+
+
+De komst van Alva was Margareta een doorn in 't oog. Sedert
+zij bovendien bespeurde, dat hij, behalve de aanstelling tot
+kapitein-generaal, nog buitengewone volmacht had, drong zij met zooveel
+nadruk op haar ontslag aan, dat zij het op 't einde van 1567 verwierf en
+onverwijld naar Italië vertrok. Terstond werd Alva in haar plaats
+algemeen landvoogd. Thans namen de wreedheden een aanvang. _De raad van
+beroerte_, door het volk weldra met juist inzicht _bloedraad_ geheeten,
+werd opgericht. Onder de beroemdste offers van dien raad waren Egmond en
+Hoorne, wien het niet baatte, dat zij ridders van 't gulden vlies waren
+(zie blz. 31). De 5de Juni 1568 was de noodlottige dag hunner
+terechtstelling of liever van den gerechtelijken moord. Hun namen
+blijven door de standbeelden, in 't jaar 1864 te Brussel opgericht, in
+aller herinnering leven.
+
+Hierbij berustte de raad van beroerte niet. De prins van Oranje en
+andere uitgeweken edelen werden insgelijks, op zware beschuldigingen,
+voor hem gedaagd. Zij verschenen niet, en met reden. Maar aan offers was
+geen gebrek, hoewel het niet is bewezen, dat de Spaansche inquisitie in
+een plechtig geschrift alle Nederlanders, op zeer weinigen na, als
+ketters, des doods schuldig heeft verklaard. In 1570 werd Montigny, na
+in Spanje een paar jaren in den kerker te hebben gezucht, insgelijks op
+een vonnis van den bloedraad, in 't geheim geworgd, wat hem nog als een
+weldaad werd toegerekend. Zijn reisgenoot Bergen was reeds in 1567 òf
+aan een ziekte, òf aan vergif bezweken. Desniettegenstaande werd zijn
+nagedachtenis met een vonnis bezoedeld, opdat zijn bezittingen den
+koning niet ontgingen. Ook andere gewelddadigheden beging Alva. Hij liet
+in 1568, tegen de voorrechten der hoogeschool te Leuven, den oudsten
+zoon van prins Willem, ~Philips Willem, graaf van Buren~ (zie blz. 38),
+vandaar oplichten en naar Spanje voeren, waar hij, als gijzelaar voor de
+trouw des vaders, onder nauw toezicht werd opgevoed.
+
+Treurig was, te midden van al die tooneelen van diepen rouw, de toestand
+van het land. Doch welhaast daagde er bijstand van buiten op. Veelzins
+getergd, door den roof van zijn zoon en door de verbeurdverklaring van
+'t geen hij bezat, greep Willem eindelijk naar de wapens. Een
+kortstondig geluk begunstigde de kloeke onderneming. ~Lodewijk van
+Nassau~ zegevierde bij ~Heiligerlee~ (ten w. van Winschoten). Aremberg
+sneuvelde er, maar ook Willems broeder Adolf. Doch nog in 't zelfde
+jaar, 1568, versloeg Alva zelf Lodewijk bij ~Jemmingen~ (Jemgum, nabij
+Leer in Oost-Friesland). Zoo was de tachtigjarige oorlog begonnen. Door
+den uitslag van zijn krijgstocht overmoedig geworden, beraamde Alva het
+plan, de grafelijke bede door vaste, algemeene belastingen te vervangen.
+Drie belastingen waren het, welke de landvoogd uitschreef: 1) een
+heffing voor eens van het honderdste der waarde of 1 p.c. van alle
+roerende en onroerende eigendommen (_de honderdste penning_), en dan,
+bij verkoop, 2) een heffing van tien ten honderd van de roerende (_de
+tiende penning_), en 3) van vijf ten honderd (_de twintigste penning_)
+van de onroerende goederen. Hij begon met de heffing te Brussel, waar
+zijn eigen tegenwoordigheid, gelijk hij meende, den tegenstand zou
+breken. De overheid gaf toe; maar de gilden, bovenal de slagers en de
+brouwers, tartten den toorn van den landvoogd en sloten hun winkels.
+Juist toen Alva het tot een punt van overweging zou hebben moeten maken,
+wat hem bij dat algemeen verzet stond te doen, weerklonk de mare van de
+verrassing van Brielle.
+
+Duurzame gevolgen had de aanslag, op den 1sten April 1572 tegen deze
+veste ondernomen. Hij was het werk van _de Watergeuzen_, vrijbuiters,
+die onder de driekleurige vlag--rood of oranje, wit en blauw--, de vlag
+van Willem van Oranje, voeren. Tot dusver waren zij op hun tochten vaak
+de Engelsche havens binnengeloopen, om zich van levensmiddelen te
+voorzien; doch eensklaps verbood koningin Elizabeth, beducht voor een
+oorlog met Spanje, haar onderdanen, den Watergeuzen verder te
+verstrekken, wat zij behoefden. Zoo werd hun vloot, staande onder 't
+bevel van ~Lumey, graaf van der Marck~, als admiraal, gedwongen zee te
+kiezen. Nu besloten zij deze of gene stad van Noord-Holland te
+vermeesteren. Maar tegenwind belette dit en dreef hen voor den mond van
+de Maas. Daarom eischten zij Brielle (op Voorne) in naam van den prins
+op. Eer de regeering een bepaald antwoord had gegeven, veroverden de
+Watergeuzen de stad zonder moeite. Zij werd voor den prins in bezit
+gehouden. De inneming of verrassing van Brielle werd de grondslag van de
+vestiging van de onafhankelijkheid der _Vereenigde Nederlanden_.
+
+Vruchteloos beproefde Boussu, zelfs nog eer Alva hem het bevel hiertoe
+kon geven, tegen Brielle opgerukt, de stad te heroveren. Integendeel, de
+afval plantte zich voort. Vijf dagen na den 1sten April stond Vlissingen
+uit eigen beweging tegen de Spaansche benden op en sloot de versterking,
+die Alva in allerijl had afgezonden, buiten haar wallen. Ook Veere werd
+voor de vrijheid gewonnen. Enkhuizen, Dordrecht en andere steden van
+Noord- en Zuid-Holland volgden. Hierop namen ook vele steden van
+Gelderland, Utrecht, Overijsel en Friesland bezettingen van den prins
+in. In al die steden werd de regeering veranderd en de nieuwe overheid
+verplicht, trouw te zweren aan den koning van Spanje en aan den prins
+van Oranje. De strijd toch werd niet gevoerd tegen den koning, maar
+tegen Alva en de dienaren van Philips. Nog in den zomer van 't zelfde
+jaar, den 19den Juli en volgende dagen, hielden een groot aantal leden
+der staten van Holland een _vergadering te Dordrecht_, de eerste, die in
+Holland met terzijdestelling van Alva's gezag werd gehouden. Hier werd
+besloten, prins Willem te erkennen als generaal-gouverneur en luitenant
+des konings, d. i. als plaatsvervanger van Alva, en als stadhouder van
+Holland, Zeeland en Utrecht.
+
+Slechts ten deele gelukte het aan Alva, het Noorden te herwinnen.
+Zutfen, Naarden en Haarlem, de beide eersten in 1572, Haarlem in 1573,
+moesten achtereenvolgens haar poorten openen voor de Spanjaarden, door
+Alva's zoon Frederik aangevoerd. Vreeselijk werden al die plaatsen
+geteisterd. Van de steden, te dier tijde door Alva's zoon aangevallen,
+hield alleen Alkmaar zich staande. Na Alkmaar was Leiden aan de beurt.
+Het bevel tot de insluiting dezer stad gaf Alva nog: de uitkomst zag
+eerst zijn opvolger. Reeds sinds lang had hij bij den koning op zijn
+ontslag aangedrongen. In 't laatst van 1573 werd de wensch van den
+dwingeland voor goed vervuld. Hij ging met schulden overladen en den
+vloek medenemende van al wat Nederlander was. Bij zijn vertrek moet hij
+zich hebben beroemd, 18,600 ingezetenen dezer landen door de hand des
+scherprechters te hebben laten ter dood brengen.
+
+
+
+
+§ 13.
+
+_De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van Don Jan van
+Oostenrijk.--De unie van Utrecht._
+
+
+Alva's opvolger was ~Don Louis de Requ[=e]sens~. Hij was gematigd en van
+een geheel anderen aard dan zijn voorganger, zonder echter in de
+hoofdpunten een tegenovergesteld gevoelen te zijn toegedaan. Het eerste
+nadeel, dat hij ondervond, was dat Middelburg werd genoodzaakt zich in
+1574 aan den prins over te geven. Hierop volgde echter de voor Nederland
+noodlottige slag op ~de Mookerheide~ of bij Mook (ten z. van Nijmegen),
+waar ~Lodewijk van Nassau~ met zijn broeder ~Hendrik~ omkwam. De eenige
+gunstige uitwerking, die Lodewijks inval teweeg bracht, was deze, dat de
+Spaansche troepen, die het beleg voor Leiden hadden geslagen, vandaar
+trokken, om bij Mook mede te strijden. Doch onmiddellijk na den slag
+werd het beleg hervat. In weerwil van de tegenwerking veler
+flauwhartigen werd de stad wakker verdedigd door ~Jan van der Does~, den
+standvastigen burgemeester ~Pieter Adriaansz. van de Werff~ en anderen.
+Toch was de hongersnood reeds op 't hoogst geklommen en zou de stad zijn
+bezweken, indien men niet de dijken had doorgestoken en de sluizen
+opengezet. In de eerste dagen van October 1574 blies de wind uit het
+n.w. en vervolgens uit het z.w. Nu drongen de wateren van den oceaan met
+onweerstaanbaar geweld landwaarts in en dreven de belegeraars op de
+vlucht. De 3de October was de dag van 't ontzet. Een vloot met
+levensmiddelen voer Leiden binnen en verzadigde de hongerenden. Tot
+belooning voor haar volharding verwierf de stad o. a. in 't volgende
+jaar een hoogeschool, die de prins en de staten haar uit naam van
+Philips schonken, want men hield zich nog steeds aan den ouden vorm en
+bestreed Philips' benden in naam van hemzelf.
+
+Inmiddels sloeg Requ[=e]sens het beleg voor Zierikzee, doch mocht het
+einde dier onderneming niet beleven. Hij stierf in 1576. Bij gebrek aan
+eenige beschikking aanvaardde de raad van state, na Requ[=e]sens' dood,
+het bewind over de getrouw gebleven staten. Omtrent terzelfder tijd
+hield de raad van beroerte, die gedurende de regeering van Requ[=e]sens
+meer gekwijnd dan geleefd had, geheel op te bestaan, Weldra had de raad
+van state met onoverkomelijke bezwaren te worstelen. Zierikzee ging bij
+verdrag in handen der Spanjaarden over; maar onmiddellijk daarna stonden
+de Spaansche troepen, die op Schouwen lagen, op en eischten betaling van
+de sedert lang achterstallige soldij. Dicht ineengesloten, rukten zij
+met die officieren, welke het met hen eens waren, uit Zeeland naar
+Brabant. Waar zij kwamen, plunderden zij de kleine steden en stroopten
+het platteland af. Terwijl de staten der Zuidelijke Nederlanden nu
+begrepen, op niemand dan op zichzelven te moeten rekenen, was de
+muiterij der soldaten voor Willem een hefboom van onberekenbaar gewicht.
+Op zijn aanvraag kwamen de afgevaardigden uit het meerendeel der
+Zuidelijke gewesten te Gent bijeen, ten einde een verbond te sluiten met
+Holland en Zeeland. Te midden van het raadplegen dezer gemachtigden of
+der Algemeene Staten richtten de Spaansche soldaten, van alle kanten te
+Antwerpen bijeengeschoold, in deze stad een tooneel van moord en
+plundering aan, gruwelijker dan nog ergens was aanschouwd. De daad
+zelve, als het toppunt aller gruwelen, door dat krijgsvolk aangericht,
+noemt men _de Spaansche furie_. Zij oefende een krachtigen invloed op de
+beraadslagingen der staten. Den 8sten November was het stuk gereed,
+bekend onder den naam _pacificatie_ of bevrediging _van Gent_. Het
+stelde een vereeniging vast tusschen de Noordelijke en de Zuidelijke
+Nederlanden, waarbij men overeenkwam, om de Spaansche soldaten den lande
+uit te drijven en zich later op het stuk van godsdienst onderling te
+verstaan.
+
+Vier dagen vóór de afkondiging van het Gentsche verdrag overschreed de
+man, dien Philips II tot opvolger van Requ[=e]sens had benoemd, de
+grenzen van Nederland en kwam te Luxemburg aan. Het was Philips'
+bastaardbroeder, ~Don Jan van Oostenrijk~ (zie blz. 48). Reeds had hij,
+hoe jong ook, schitterende lauweren behaald in de oorlogen tegen de
+Mooren en de Turken (_Overzicht_, 9de druk, blz. 140) en spiegelde zich
+van de toekomst een nog luisterrijker tijdperk voor. De aanvang
+beantwoordde niet aan die verwachting. Want de Algemeene Staten gaven
+hem welhaast te kennen, dat zij, niet dan op zekere voorwaarden, hem als
+landvoogd konden erkennen. De gestelde eischen willigde Don Jan in bij
+een verdrag, gesloten in Februari 1577 en _het eeuwig edict_ geheeten.
+Hierbij werd de pacificatie bekrachtigd en de wegzending der vreemde
+troepen beloofd.
+
+Van een bewind van den nieuwen landvoogd, in den eigenlijken zin, kan
+geen sprake zijn. Tevergeefs trachtte hij ook Willem, die volstrekt geen
+vertrouwen in hem stelde en zich, met Holland en Zeeland, zorgvuldig
+hoedde het eeuwig edict te onderteekenen, voor de zaak des konings te
+winnen. Eensklaps wierp hij in 1577 het masker der lijdelijke houding,
+dat hij tot dusver had gedragen, af door op zekeren dag in persoon het
+slot te Namen te verrassen en er zich te vestigen. Naar hij zeide, wilde
+hij zich beveiligen tegen de plannen, die men tegen hem smeedde. Aan de
+Algemeene Staten scheen het toe, dat hij hierdoor alle recht had
+verbeurd om met eenig gezag in de zeventien gewesten op te treden.
+
+Terwijl Don Jan op die wijze al zijn macht verloor, of liever niet tot
+de oefening der macht kon geraken, groeide die van Willem steeds aan.
+Hij werd uitgenoodigd te Brussel te komen, en, door den invloed van den
+derden stand, tot _ruwaard_ van Brabant benoemd. De reden dier benoeming
+was hierin gelegen, dat de zetel der regeering ledig stond. Deze
+toenemende invloed van den prins ook op de zaken van het Zuiden
+verbitterde de edelen dier landstreek. Zij waren het, die, in den waan
+aan Oranje een doodelijken slag toe te brengen, den jeugdigen
+aartshertog van Oostenrijk ~Matth[=i]as~ (_Overzicht_, 9de druk, blz.
+130) in het land riepen. Toen toonde Willem, hoe groot zijn meerderheid
+van geest was. Hij verzette er zich niet tegen, dat de Algemeene Staten
+Matth[=i]as in 't begin van 1578 tot landvoogd benoemden, maar onder
+zulke voorwaarden, dat hij niets vermocht. Terecht noemde het volk
+Matth[=i]as _'s prinsen griffier_, want zijn werkzaamheid bepaalde zich
+tot het onderteekenen van stukken. Intusschen hadden de Algemeene Staten
+uitdrukkelijk verklaard, dat zij Don Jan niet langer als landvoogd
+erkenden.
+
+Bij alle wisseling van gebeurtenissen bleef Willem van Oranje
+verdraagzaamheid jegens andersdenkenden in 't stuk van den
+godsdienst voorstaan. Zelf was hij aan 't hof van Karel V in den
+Roomsch-katholieken godsdienst opgebracht. Dien bleef hij, voor het
+uiterlijk, getrouw tot 1573, toen hij tot de hervormde kerk, naar de
+begrippen van Calvijn, overging. Maar zijn geheele leven door was hij
+een vurig voorstander van de verdraagzaamheid. De dag was echter nog
+evenmin aangebroken voor het betoonen eener ware verdraagzaamheid, als
+voor een vereeniging van het Noorden en het Zuiden. Dit bewijzen de
+gebeurtenissen der jaren 1578 en 1579. Het jaar 1578 werd geopend met de
+aankomst van den hertog van Parma, ~Alexander Farnese~, een zoon van
+Margareta (zie blz. 48). Welhaast vond hij, die een niet minder ervaren
+staatsman dan veldheer was, een geschikte gelegenheid om Henegouwen,
+Artois, Douai (ten n.o. van Atrecht) en een paar andere steden uit de
+Zuidelijke Nederlanden tot terugkeer onder 's konings gezag te nopen.
+Reeds in Januari 1579 verklaarden zij zich hiertoe bereid en sloten een
+paar maanden later _het verdrag van Atrecht_, waarbij zij zich op nieuw
+aan de Spaansche heerschappij onderwierpen. Dien gunstigen keer der
+Spaansche zaak beleefde Don Jan niet meer. Hij stierf in October 1578.
+Terstond bij zijn verscheiden rees er argwaan van vergiftiging en
+vermoedde men, dat de misdaad op last van Philips was bedreven. Echter
+is het feit nimmer bewezen. Alexander Farnese trad onmiddellijk als Don
+Jans opvolger op.
+
+Hoe langer hoe meer werd het zichtbaar, dat de kracht van den opstand
+hoofdzakelijk of bij uitsluiting in het Noorden moest worden gezocht.
+Geheel deze streek stond tegenover Spanje in de wapens. Er ontbrak
+slechts een verbond, om dezen toestand duurzaam te maken. Maanden lang
+werd hierover onderhandeld. In Januari 1579 kwam er een einde aan de
+overwegingen. Den 22sten en den 23sten dier maand werd de beroemde _unie
+van Utrecht_ gesloten en geteekend, de grondslag van dezen staat, een
+vereeniging ten eeuwigen dage tusschen de Noordelijke gewesten, als
+waren zij maar één landschap, tot onderlingen bijstand tegen alle geweld
+en den gemeenen vijand. Zij werd geteekend door Willems broeder ~Jan~,
+haren ontwerper, Holland, Zeeland (met uitzondering van Middelburg),
+Utrecht, de Ommelanden en een deel van Gelderland. In Mei teekende
+Willem; de overige deelen van Gelderland volgden in 1579 en 1580. Drente
+voegde zich, ofschoon het er slechts kort bij bleef, in April 1580 bij
+de unie, Overijsel in 1591. Friesland sloot zich, van 1579 tot 1598, bij
+gedeelten bij de unie aan. De stad Groningen, die niet toetrad, werd in
+1594 door Maurits tot de unie gebracht. Eindelijk voegden zich nog
+eenige Zuid-Nederlandsche steden, als Antwerpen, Gent, Brugge, bij de
+unie.
+
+De unie van Utrecht werd de hoeksteen van de Nederlandsche Republiek.
+Hoewel zij het geenszins was, werd zij later, toen de onafhankelijkheid
+van den staat was verzekerd, aangemerkt als de grondwet van het
+bondgenootschappelijk staatsgebouw, echter niet zonder afwijking en
+onuitgevoerde bepalingen. De hoofdinhoud der unie komt op het volgende
+neer. Elk gewest zal zijn voorrechten behouden; zijn onafhankelijkheid
+blijft ongeschonden. Ter bestrijding van de kosten van 's lands
+verdediging zullen op eenparigen voet belastingen worden geheven. Over
+zaken, de Generaliteit betreffende, mag geen bestand of vrede gesloten,
+noch oorlog begonnen, verder geen belasting over alle gewesten
+uitgeschreven worden, dan met eenstemmig goedvinden der gewesten. Kunnen
+de leden het over deze punten niet eens worden, dan zal de zaak worden
+onderworpen aan de uitspraak van de stadhouders der gewesten. In andere
+stukken zal de meerderheid beslissen. Uit de mannelijke ingezetenen
+dezer landen, tusschen de achttien en de zestig jaren oud, zal een
+krijgsmacht worden samengesteld.--Op verre na niet alle artikels der
+unie werden evenwel nageleefd, b. v. dat omtrent de belastingen, de
+krijgsmacht, enz.
+
+
+
+
+§ 14.
+
+_Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van de Zeven
+Vereenigde Nederlanden._
+
+
+Een van de onderteekenaars der unie van Utrecht was ~George van Lalaing
+graaf van Rennenberg~ (een voormalig graafschap in Limburg, tusschen
+Sittard en Valkenburg). Doch ternauwernood had hij ze geteekend, of hij
+viel, met een aanzienlijke som omgekocht, in 1580 van haar af en bracht,
+door verraad en geweld, de stad Groningen, Drente en een deel van
+Overijsel onder de Spaansche heerschappij terug. Slechts Steenwijk bleef
+voor den prins behouden. Niet lang genoot Rennenberg de vruchten van
+zijn verraad. Hij stierf reeds in 1581.
+
+Willem, door dien afval zeer verslagen, werd bovendien diep geschokt
+door den ban, dien Philips, op raad van Granvelle, over hem uitsprak. In
+dit stuk, dat in Augustus 1580 in de Nederlanden werd afgekondigd,
+stelde de koning een prijs van 25,000 gouden kronen (elke ter waarde van
+omtrent 3 gl.) op het hoofd des grooten mans en beloofde brieven van
+adel te zullen uitreiken aan wie het trof. Één jaar na de afkondiging
+van den beruchten ban, den 26sten Juli 1581, zwoeren de Algemeene
+Staten, in den Haag vergaderd, Philips plechtig af. Het beginsel,
+waarvan deze daad uitging, was, dat de onderdanen niet door God zijn
+geschapen ten behoeve van den vorst, om hem als slaven te dienen, maar
+de vorst ten dienste van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is,
+ten einde hen volgens het recht en de rede te regeeren en lief te
+hebben, gelijk de herder zijn schapen.
+
+Terzelfder tijd droeg Holland den prins de hooge overheid op en
+bekleedden de overige gewesten ~Frans van Anjou~, een broeder van
+Hendrik III, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 143), met
+het oppergezag. Matth[=i]as, nu overbodig geworden, verliet het land in
+1581, zonder eenig spoor van zijn verblijf achter te laten. Anjou kwam
+eerst in Februari 1582 in de Nederlanden. Ook zijn macht was in vele
+opzichten aan banden gelegd. Zijn titel was hertog van Gelderland en
+Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz. Vreemd was vooral zijn
+verhouding tot deze beide gewesten. Zij hielden zich aan Willem, maar
+stemden er tevens in toe, ter bewaring der eendracht, zich, ten aanzien
+van sommige algemeene zaken, aan Anjou te onderwerpen.
+
+Weldra oefenden de schitterende beloften, door Philips gedaan, haar
+werking. In Maart 1582 loste ~Jan Jaureguy~, een bediende van
+~d'Anastro~, een Spaansch koopman te Antwerpen, in die stad een
+pistoolschot op den prins en wondde hem. 's Prinsen gevolg doodde den
+misdadiger onmiddellijk; doch de hoofdaanlegger van het bedrijf,
+d'Anastro, ontkwam door de vlucht. Langzaam genas de prins. Nieuw
+verdriet berokkende hem de verraderlijke aanslag van Anjou,
+verontwaardigd over de perken, binnen welke zijn gezag was omschreven.
+Om zich van die bepalingen te ontslaan, leverde hij een tegenhanger van
+Don Jans trouwelooze daad. In Januari 1583 bemachtigden zijn troepen
+Duinkerken en andere sterke plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden. Zelf
+deed Anjou, ter voltooiing van dit werk, dat men _de Fransche furie_
+noemt, met zijn soldaten een moorddadigen aanval op de burgers der stad
+Antwerpen, die echter door de ingezetenen zelven met gunstig gevolg werd
+afgeslagen en hem op een paar duizend zijner officieren en
+krijgsknechten kwam te staan. Hierop keerde Anjou naar Frankrijk terug
+en overleed er in 1584. Een der boden uit Frankrijk, welke de tijding
+van dien dood aan den prins overbracht, was ~Balthazar Gerard~, of,
+gelijk hij voorgaf te heeten, ~François Guyon~.
+
+Deze man was de zesde, die in het tijdsbestek van twee jaren, door
+geld- en dweepzucht vervoerd, met medeweten van Parma, Willem van Oranje
+naar het leven stond. Zijn verderfelijk opzet, de grootste ramp, welke
+Nederland in die dagen kon treffen, gelukte maar al te wel. De vader des
+vaderlands viel den 10den Juli 1584 te Delft, doodelijk getroffen door
+het pistool van den sluipmoordenaar. De booswicht werd terstond gegrepen
+en op gruwelijke wijze ter dood gebracht.
+
+Een groot en edel man was Willem van Oranje, de grondlegger der
+onafhankelijkheid van den Nederlandschen staat. Hij was een ervaren
+krijgsheld, een uitstekend staatsman, geboren om volksleider te zijn,
+in de goede beteekenis van het woord. Aan ingenomenheid met de
+hervormde leer en een vromen zin paarde hij een in die dagen ongekende
+verdraagzaamheid. Standvastig was hij als een rots in den oceaan,
+rustig te midden der onstuimige baren. Verbazend was zijn kennis van
+personen en zaken, onbegrijpelijk zijn werkzaamheid, zeldzaam zijn
+zelfbeheersching. Zelfopoffering en onbaatzuchtigheid onderscheidden hem
+in buitengewone mate.
+
+Het was sober gesteld met de Nederlandsche gewesten bij den dood van den
+prins van Oranje. Parma had sedert het verdrag van Atrecht niet stil
+gezeten, doch Maastricht, bijna geheel Vlaanderen en de meeste steden
+van Brabant veroverd. Thans lag Antwerpen aan de beurt. Veertien maanden
+lang werd de stad verdedigd onder de leiding van Marnix van St.
+Aldegonde (zie blz. 53), die er burgemeester was. Het einde was, dat
+Antwerpen zich den 17den Aug. 1585 bij verdrag aan Parma overgaf. Dit
+verdrag verleende den hervormden geen vrijheid van godsdienst, maar nog
+een ongestoord verblijf van vier jaren. Duizenden maakten in dat
+tijdsverloop hun vastigheden te gelde en weken naar ons land, vooral
+naar Amsterdam. Van nu aan verliet voor de twee volgende eeuwen de
+zeehandel de haven van Antwerpen en keerden de Zuidelijke gewesten onder
+de gehoorzaamheid van Spanje's koning terug. De scheiding van 't Zuiden
+en 't Noorden was voltooid. Het Zuiden ging den smaad en de ellende der
+dienstbaarheid te gemoet; het Noorden zette steeds vaster schreden op de
+baan, die tot de onafhankelijkheid voerde.
+
+Gedurende de beide laatste jaren van 's prinsen leven had Holland
+voortdurend onderhandeld, om Willem als grondwettig vorst aan te nemen
+onder den naam "graaf van Holland en Zeeland." Slechts het toeven van
+Gouda en Zeeland had de zaak vertraagd. Thans was het te laat. Friesland
+benoemde ~Willem Lodewijk~, den oudsten zoon van Jan van Nassau (zie bl.
+61), tot stadhouder. De Algemeene Staten richtten een nieuwen raad van
+state op, aan 't hoofd van welk lichaam 's prinsen zoon ~Maurits~ werd
+gesteld. Dezelfde staten droegen de oppermacht over deze landen aan
+Hendrik III (zie blz. 62) op. Toen deze vorst weigerde, deed men
+hetzelfde aanbod aan Elizabeth, koningin van Engeland. Zij nam het
+evenmin aan, doch zond hulp tegen zekere onderpanden, n.l. het bezetten
+van Brielle, Vlissingen en het kasteel Rammekens (ten o. van
+Vlissingen). In December 1585 verscheen aan 't hoofd harer troepen
+~Robert Dudley, graaf van Leicester~ (in 't midden van Engeland).
+Aanstonds bekleedden de Staten-Generaal Leicester met de algemeene
+landvoogdij. Ongeveer terzelfder tijd benoemden de staten ~MAURITS~
+(1585-1625) tot stadhouder van Holland en Zeeland, terwijl ~JOHAN VAN
+OLDENBARNEVELT~ in Holland _advocaat van den lande_ (zie blz. 31) werd.
+
+Nog ternauwernood had Leicester het bewind aanvaard, of er bestond
+alreede een klove, die slechts behoefde te worden verwijd. Hiervoor
+zorgde hijzelf. De eerste twistvraag, die tusschen hem en de staten van
+Holland en Zeeland opkwam, betrof den handel van Spanje en met de
+Spaansche Nederlanden. Leicester en Elizabeth wilden een volstrekt
+verbod van uitvoer naar 's vijands land. In weerwil van de vertoogen,
+door Holland hiertegen ingediend, werd zoodanig verbod afgekondigd. Bij
+dit punt van verschil kwamen andere. In December 1586 vertrok de
+Engelschman voor een wijl naar zijn vaderland en vertoefde er ruim een
+half jaar. Zijn verblijf in deze streken had meer kwaad dan goed gedaan.
+De predikanten en de mindere volksklasse, die zeer aan den rechtzinnigen
+landvoogd waren gehecht, stonden tegenover hen, die de partij der Staten
+van Holland omhelsden. Grooter verdeeldheid en meer verwarring in 't
+bestuur: dit waren de vruchten van Leicesters tegenwoordigheid hier te
+lande. De Staten-Generaal, waarin Vlaanderen nu geen zitting meer had en
+Holland het meest gold, haastten zich van Leicesters afwezigheid gebruik
+te maken. Het plakkaat nopens den handel werd zoo gewijzigd, dat het al
+zijn kracht verloor. Van hun kant kwamen de staten van Holland thans tot
+het volle besef van de noodzakelijkheid, om de souvereiniteit, die zij
+zich immers, ook toen Leicester de landvoogdij werd opgedragen, hadden
+voorbehouden, metterdaad te aanvaarden. De leer van de souvereiniteit
+der staten is gedurende den tijd van 't bestaan der Republiek het
+heerschend denkbeeld gebleven.
+
+Intusschen keerde Leicester in 't midden van 1587 naar de Nederlanden
+terug, vast besloten om, des noods met geweld, een omwenteling teweeg te
+brengen, die hem in 't genot van de volheid der macht zou stellen. Maar
+een poging, die hij deed om Maurits en Oldenbarnevelt, de ziel van de
+tegenstand, op te lichten mislukte. Evenmin slaagde een aanslag op
+Amsterdam, onder den schijn van een bezoek gedaan. Op Medemblik en Hoorn
+na, verklaarde zich Noord-Holland tegen hem. In 't kort, alom bespeurde
+hij, dat zijn rijk ten einde was. Weldra vertrok hij, door Elizabeth van
+zijn ambt ontslagen, naar Engeland. Elizabeths hulptroepen bleven in
+Nederland; doch Leicesters opvolger als veldheer werd door de
+Staten-Generaal met geen landvoogdij of andere waardigheden bekleed.
+
+
+
+
+§ 15.
+
+_De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde Gewesten._
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat eerst de onlusten, vervolgens de unie van
+Utrecht en de afzwering van Philips een groote verandering in den
+regeeringsvorm der Nederlanden teweeg brachten. Vóór dien tijd toch was
+de hertog, graaf of heer souverein, daar hij alle gezag, dat van
+rechtswege den koning der Franken, later den keizer toekwam, allengs aan
+zich had getrokken. Aan geregelde staatsrechtelijke beperking van de
+heerschappij dier vorsten door 't volk of door eenig deel daarvan werd
+niet of slechts bij wijze van uitzondering gedacht. Sedert evenwel de
+staten meer en meer door de vorsten werden geraadpleegd, begonnen zij de
+medewerking tot de regeering als een recht te eischen. Van 1572 af
+begint de medewerking der staten tot de regeering in Holland, in 1576
+die van de Algemeene Staten. En van lieverlede breidde zich hun invloed
+op het bewind uit, totdat de staten der verschillende gewesten, na het
+vertrek van Leicester, in 1588, in plaats van wederom een hoofd aan te
+stellen, zelven de hooge overheid in handen namen.
+
+Daarom is het jaar 1588 het tijdstip van de vestiging van de Republiek
+der Vereenigde Nederlanden. Gedurende het bestaan dier Republiek berust
+de souvereiniteit bij elk gewest in 't bijzonder, d. i. bij 't lichaam
+van de edelen en _de vroedschappen_ (burgemeesters en raden) der steden,
+die de afgevaardigden ter statenvergadering benoemen. In ieder der
+zeven gewesten was de vergadering der staten op een bijzondere wijze
+ingericht. _Gelderland_ bestond uit drie kwartieren: dat van Nijmegen,
+dat van Zutfen en dat van Arnhem of van de Veluwe. In plaats van de
+bannerheeren (zie blz. 37), die uit hoofde van hun gehechtheid aan de
+Spaansche regeering niet meer als afzonderlijk lid werden gedoogd, namen
+nu de edelen of ridderschap als eerste lid zitting. Het tweede lid der
+staten waren de steden. Ieder kwartier had één stem.
+
+De statenvergadering van _Holland_ bestond uit negentien stemmen,
+waarvan de edelen één en de steden de overige hadden. De steden waren
+ten getale van achttien, verdeeld in zes groote en twaalf kleine steden.
+Elke stad had haren _pensionaris_, die de afgevaardigden vergezelde en
+voor hen het woord voerde. De advocaat van den lande, kort na
+Oldenbarnevelts dood raadpensionaris, bracht de stukken ter tafel en
+liet erover stemmen. Al wat tot het gebied der rechtszaken behoorde was
+de taak van _'t hof van Holland_. Boven dat hof stond _de hooge raad_,
+opgericht in 1582, aan welks rechtsgebied ook Zeeland was onderworpen.
+Een zeer gewichtig ambt was dat van _den advocaat van den lande_, of,
+sedert 1630, _raadpensionaris_. Hij was de ziel van der staten
+raadplegingen, de hoofdleider van alle gewichtige bedrijven. Hij was
+belast met het houden van briefwisseling met de gezanten der Republiek
+aan vreemde hoven en had alzoo veel invloed op den gang der
+buitenlandsche aangelegenheden.
+
+In _Zeeland_ zonden alleen _de eerste edele_, die de eenige
+vertegenwoordiger was van den adel in die provincie, en zes steden
+afgevaardigden naar de staten. Er waren dus zeven stemmen. Ten gevolge
+van den opstand tegen Spanje was het eerste der drie leden, de abt van
+Middelburg, van zijn recht van zitting in de vergadering der staten
+verstoken geworden. Alzoo werd nu de eerste edele het voornaamste lid.
+De waardigheid van eersten edele droegen de staten achtereenvolgens aan
+alle prinsen van Oranje op, n.l. aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem
+II, Willem III, Willem IV, Willem V. De staten van _Utrecht_ waren uit
+drie leden samengesteld: _de geëligeerden_, de edelen en de stad
+Utrecht, benevens een paar kleinere steden. Er waren dus drie stemmen.
+Het eerste lid was dat der geëligeerden. Vroeger waren dit Roomsche
+geestelijken (zie blz. 40). Na de omwenteling der 16de eeuw waren het
+edelen en burgers van den hervormden godsdienst. Ongeveer dezelfde
+bemoeiingen als de raadpensionaris in Holland had hier _de secretaris
+van staat_.
+
+_Friesland_ was in vier kwartieren verdeeld, Oostergo, Westergo,
+Zevenwolde en de steden, ten getale van elf. Elk kwartier had op _den
+landdag_ één stem. De statenvergadering of _landdag van Overijsel_ telde
+twee leden, de edelen uit de drie kwartieren Salland, Twente en
+Vollenhoven, en de hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwol. De wijze van
+stemmen was zeer eigenaardig, daar de ridderschap niet één college
+uitmaakte, maar hoofd voor hoofd stemde, terwijl elke stad één stem had.
+
+_Groningen_ bestond uit twee leden, de stad en de Ommelanden,
+gezamenlijk "stad en lande" genoemd. Zij deelden het oppergezag zoo met
+elkander, dat de burgemeesters en de raadsheeren, welke de stad zond, de
+eene stem hadden, en de drie kwartieren, waaruit de Ommelanden
+bestonden, n.l. Hunsingo, Fivelingo en 't Westerkwartier, de andere.
+Zooals in Friesland, had, bij staking van stemmen, de stadhouder de
+beslissing. De staten van _Drente_ waren samengesteld uit twee leden.
+Het eerste lid waren de ridders, ten getale van niet meer dan achttien.
+Het tweede lid was dat der eigenerfden. De heeren van de ridderschap
+hadden één, de eigenerfden twee stemmen.
+
+
+
+
+§ 16.
+
+_Vervolg._
+
+
+Ten tijde van de Republiek berustte de souvereiniteit, voor elk gewest
+in 't bijzonder, bij 't lichaam van de edelen en bij de vroedschappen
+der steden. Maar uit de staten der provinciën, uitgezonderd Drente, werd
+een onbepaald getal leden afgevaardigd, die een college vormden, dat men
+_Staten-Generaal_ noemde, hetwelk den souverein vertegenwoordigde
+tegenover de buitenlandsche mogendheden en later het bestuur had over de
+Generaliteitslanden. Er waren in de Staten-Generaal zooveel stemmen, als
+er gewesten waren, zoodat het getal van hen, welke naar die
+vergaderingen werden gezonden, hiertoe niets afdeed. De werkkring van
+den raad van state werd sedert 1593 beperkt tot het beheer der
+krijgszaken en van de financiën in 't algemeen.
+
+Gelijk de pacificatie van Gent de grondslag was der Algemeene Staten,
+zoo werd de unie van Utrecht dit voor het eenigszins anders
+samengestelde lichaam der Staten-Generaal. Want na het jaar 1585 bestond
+dit lichaam slechts uit de afgevaardigden van de staten der zeven
+gewesten, die de unie hadden onderteekend. Drente werd van het voorrecht
+om ter Staten-Generaal zitting te nemen uitgesloten, dewijl het, kort na
+de unie te hebben onderteekend, door de Spaansche wapenen was
+vermeesterd. Hoewel slechts een bondgenootschappelijk gewest, maakte
+Drente een deel van den staat uit. Doch het was verre van onafhankelijk
+te zijn, daar het verplicht was, in de algemeene lasten, buiten zijn
+stem vastgesteld, te dragen.
+
+In gewone gevallen beslisten de afgevaardigden zelven, mits blijvende
+binnen de perken, hun door de provinciën gesteld. Doch in gewichtige
+aangelegenheden vermochten zij niets zonder den uitdrukkelijken en
+eenstemmigen wil der gewesten. Dikwijls waren intusschen de meeningen
+over het verbindende der eenstemmigheid verdeeld. Dus rees in dergelijke
+gevallen de vraag, of er overstemming plaats hebben en de meerderheid
+beslissen kon, ja dan neen, iets waartoe de tijden van Maurits en Willem
+II overhelden. Over 't geheel had Holland in de Staten-Generaal een
+groot overwicht.
+
+De _raad van state_ bestond uit twaalf leden, van welke die provincie de
+meeste zond, welke het grootste aandeel droeg in de algemeene kosten.
+Holland had er daarom drie leden. Bovendien waren de stadhouders lid van
+den raad van state. Men stemde hoofdelijk. De werkkring van dezen raad
+is uit het bovenstaande (zie boven op deze blz.) gebleken. In de
+algemeene lasten waren de aandeelen zóó vastgesteld, dat van een som van
+honderd gulden elk gewest het onderstaande opbracht:
+
+ Holland ongeveer 58 gl.
+ Friesland " 11-1/2 "
+ Zeeland " 9 "
+ Gelderland " 5-1/2 "
+ Utrecht en Groningen, ieder ruim 2-1/2 "
+ Overijsel 3-1/2 "
+ Drente 1 "
+
+Vermits evenwel de meeste gewesten wat zij hadden beloofd niet nakwamen,
+schoot Holland, het rijkste gewest, dikwijls voor, wat de anderen
+verplicht waren op te brengen.
+
+Al wat het zeewezen betrof behoorde tot het gebied der _admiraliteit_.
+Zij telde vijf collegiën: dat van de Maas, hetwelk te Rotterdam zat; dat
+van Amsterdam; dat van Middelburg; dat van Noord-Holland, hetwelk bij
+afwisseling te Hoorn en te Enkhuizen zetelde; dat van Dokkum, hetwelk in
+1645 naar Harlingen werd verplaatst. Hoofd en voorzitter der vijf
+collegiën tezamen en van ieder in 't bijzonder was, sedert Maurits, de
+admiraal-generaal.
+
+Van de collegiën gaan wij over tot den persoon van _den stadhouder_ of
+_gouverneur_, zooals de titel eigenlijk luidt. Steeds benoemden de
+provinciën zelven haar gouverneurs. Van wege de Staten-Generaal was de
+gouverneur _kapitein-generaal_ en _admiraal_ van de unie. Veelal was de
+gouverneur ook kapitein-generaal van het gewest, welke staten hem tot
+gouverneur benoemden. Van die staten was hij de eerste dienaar,
+voorzoover het militair en het burgerlijk gezag betreft, in elk gewest
+het hoofd der uitvoerende macht. Op de samenstelling der vroedschappen
+in de meeste gewesten had de gouverneur een beslissenden invloed,
+doordien hij uit voordrachten, door die vroedschappen opgemaakt, de
+leden koos. De onderdanigheid van den stadhouder aan de staten der
+gewesten werd getemperd, doordien hij kapitein-generaal van de unie was
+en tot meer dan één provincie in betrekking stond, door het hooge
+aanzien van 't geslacht van Oranje-Nassau, door de talrijke bezittingen
+dezer vorsten op Nederlands bodem en ten laatste doordat de hooge
+waardigheden in dit huis weldra zoo goed als erfelijk werden.
+
+Friesland had tot 1748 altijd afzonderlijke stadhouders, welke de
+waardigheid doorgaans tevens in Groningen en Drente bekleedden, terwijl
+de gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland, Utrecht, Gelderland en
+Overijsel tot stadhouder is benoemd. De vijf laatstgenoemde gewesten
+hebben tweemaal een stadhouderloos tijdperk gehad, waaraan voor het
+meerendeel de regeeringsreglementen van 1672 en 1747 een einde hebben
+gemaakt. Toen, d. i. in 1747, werd ook het stadhouderschap met de
+overige waardigheden, die de prins van Oranje-Nassau bekleedde, erfelijk
+verklaard in zijn nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie.
+
+De regeeringsvorm van de Republiek der Zeven Vereenigde
+Nederlanden--zooals zij doorgaans wordt genoemd, ofschoon het eigenlijk
+zeven Republieken waren,--had voorzeker groote gebreken. Dit lag in den
+aard der zaak, daar de staatsinrichting niets anders was dan een
+wijziging van hetgeen er, na de afzwering van den landsheer, van de
+overige bestanddeelen der vroegere regeering overbleef en slechts voor
+een tijdelijk doel, voor een toestand van oorlog, bestemd was. Die
+gebreken vielen, naargelang de staat in jaren toenam, des te meer in 't
+oog. Zij deden zich, naarmate de drang van buiten minder tot eendracht
+en veerkracht noopte, meer en meer gevoelen. Intusschen bedenke men, dat
+een regeeringsvorm geen onbepaalde afkeuring verdient, waaronder een
+Republiek ontstond en aangroeide, die zulk een grootsche rol in de
+geschiedenis der wereld heeft vervuld. Onbetwistbaar is het, dat in den
+regel dat, wat aan den vorm zelf ontbrak, werd aangevuld en vergoed door
+de kunde, de braafheid en de goede trouw van velen onder hen, die aan
+den vorm het leven hadden te geven.
+
+
+
+
+§ 17.
+
+_De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De afstand der
+Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen van den tachtigjarigen
+oorlog._
+
+
+Zóó was dan de staat der Vereenigde Nederlanden gesticht. Bij die
+grondvesting hadden de Nederlanders met grooter zwarigheden te kampen
+gehad, dan eenig volk, waarvan de geschiedenis gewaagt. Maar zij
+toonden, dat zij ten volle opgewassen waren tegen elke inspanning, die
+de drang der omstandigheden hun oplegde. Dus werd ook in hun voorbeeld
+de waarheid bekrachtigd, dat ieder de schepper is van zijn eigen lot.
+
+Al dadelijk bedreigde de pas ontstane Republiek een groot gevaar.
+Sedert 1580, toen Philips met geweld de heerschappij over Portugal
+verkreeg en hierdoor zijn zeemacht meer dan verdubbeld zag, dacht hij
+aan een aanval op Engeland, het bolwerk van hen, die van de
+Roomsch-katholieke kerk waren afgevallen. Wat na dien tijd in en van
+wege dezen staat geschiedde, de zending van Leicester naar de
+Nederlanden en het ter dood brengen van Maria Stuart, bevestigde hem in
+zijn voornemen. In 1587 schonk paus Sixtus V Engeland, alsof het een
+leen van Rome ware, aan de kroon van Spanje.
+
+Sedert een paar jaren had Philips al de middelen, die ter zijner
+beschikking stonden, besteed, om een groote vloot, bij voorraad _de
+onoverwinnelijke_ geheeten, van stapel te kunnen doen loopen, ten einde
+niet alleen Engeland te veroveren, maar ook Nederland weder onder het
+juk te brengen. De vloot stond onder 't opperbevel van ~Alonzo Perez de
+Guzman~, hertog van ~Med[=i]na-Sidonia~. Op den laatsten Juli 1588
+verscheen deze _arm[=a]da_ of vloot in het Kanaal. Weldra bracht de
+Engelsche vloot aan de Spaansche schepen, te log schier om zich te
+wenden, een aanmerkelijk nadeel toe, waarop binnen kort een zege der
+Engelschen en der Nederlanders volgde. Vermits de wind en de vloot der
+bondgenooten Med[=i]na-Sidonia den terugtocht door het Kanaal onmogelijk
+maakten, besloot hij om Schotland en Ierland heen te zeilen. Op dezen
+tocht overviel hem een geduchte storm, die de gansche vloot verstrooide
+en vele schepen op de kust van Ierland deed stranden, welks barbaarsche
+bewoners de bemanning doodden. Slechts een derde gedeelte der arm[=a]da
+keerde, en niet dan zeer beschadigd, in October naar Spanje terug. Men
+had haar te voorbarig "de onoverwinnelijke" genoemd. "Gods adem
+verstrooide ze", zegt een gedenkpenning van dien tijd, door Zeeland
+geslagen.
+
+Van dit oogenblik af helde de fortuin meer tot de zijde der unie over.
+~MAURITS~ (1590-1625) werd in 1590 ook stadhouder van Utrecht en
+Overijsel, in 1591 van Gelderland. Zoo was hij met genoegzame macht
+bekleed, om de Republiek met het zwaard te verdedigen, haar bevestiger,
+haar tweede stichter te worden. Een staatsman was hij in 't geheel niet.
+Doch in dit gemis voorzag ~OLDENBARNEVELT~ ruimschoots. Met vaste hand
+greep hij het roer der binnen- en buitenlandsche politiek en bestuurde
+het ruim dertig jaren lang. Gaarne liet Maurits hem deze rol, om zich
+des te meer aan de zaken van den oorlog te kunnen wijden. Schitterend
+waren de wapenfeiten, waardoor Maurits den naam van "eerste veldheer
+zijner eeuw" verwierf. In 1590 verraste hij Breda door middel van een
+turfschip. Den 30sten Mei 1591 veroverde hij Zutfen. Denzelfden avond
+lag zijn leger reeds voor Deventer, dat zich in de volgende maand
+overgaf. Hierop werd Delfzijl overrompeld en Nijmegen gedwongen over te
+gaan. In 1592 vielen Steenwijk (zie blz. 62), dat de Spanjaarden in 1582
+bij verrassing hadden genomen, en Koevorden in handen van den jeugdigen
+veldheer, in 1593 Geertruidenberg. Dertien maanden later, den 24sten
+Juli 1594, verdween het laatste spoor van Rennenbergs verraad, toen
+Groningen het hoofd moest buigen voor den zegevierenden Maurits en voor
+Willem Lodewijk. De voornaamste voorwaarden, waarop de stad zich
+overgaf, waren, dat geen andere godsdienst binnen haar muren zou worden
+geoefend, dan de hervormde, een bepaling, die de meerderheid der
+ingezetenen zeer tegen de borst stuitte, en dat de stad met de
+Ommelanden één gewest zou uitmaken, lid der unie zijn en Willem Lodewijk
+als stadhouder erkennen. Ongeveer ter zelfder tijd verkoos Drente Willem
+Lodewijk tot stadhouder.
+
+Dit alles had Parma zoo goed als lijdelijk moeten aanzien. Eindelijk
+bezweek de krachtige man voor al de wederwaardigheden, die de fortuin
+des oorlogs hem sedert jaren deed ondervinden, in 1592. Van zijn
+opvolgers, die elkander snel afwisselden, was de laatste de aartshertog
+~Albert van Oostenrijk~, een broeder des konings van Duitschland. Met
+hem kwam Philips Willem (zie blz. 55), na acht-en-twintig jaren in
+gevangenschap te hebben gesleten, in deze landen terug. Hij vestigde
+zich voorloopig te Breda, een baronie van zijn huis. Kort na de aankomst
+van Philips Willem voegde zijn broeder Maurits nieuwe schakels aan de
+keten zijner luisterrijke krijgsdaden toe. Dicht bij ~Turnhout~ bracht
+hij in 1597 binnen een half uur tijds met 1000 man, grootendeels
+ruiters, aan de Spanjaarden een verlies toe van 2000 dooden, terwijl
+hijzelf slechts 10 man verloor en nog 500 gevangen nam. Hierop rondde
+hij het gebied der Vereenigde Gewesten in 't o. af.
+
+In 1598 verwezenlijkte Philips II een ontwerp, dat hij lang had
+gekoesterd. Uitgaande van het denkbeeld, dat een vorst zich te midden
+zijner onderdanen behoort te bevinden, schonk hij de Nederlanden, als
+bruidschat, aan zijn oudste dochter, ~Isabella~, die met ~Albert~,
+aartshertog van Oostenrijk, in 't huwelijk trad. Beiden aanvaardden die
+gift, met behoud hunner titels, dien van _aartshertog_ voor Albert, dien
+van _infante_ voor Isabella. Mocht een van hen kinderloos komen te
+overlijden, dan zouden de Nederlanden aan Spanje terugvallen. Naar de
+meening van den koning, waren ook de Noordelijke gewesten in den afstand
+begrepen. Albert haastte zich dan ook, deze gewesten uit te noodigen, in
+dien zin te handelen. Maar de Staten-Generaal volhardden in hun vroegere
+zienswijze. Zoo gingen dan Noord- en Zuid-Nederland voor goed uiteen.
+
+De dood van Philips II, die in 't zelfde jaar, 1598, plaats greep,
+verbrak den laatsten band, die Noord-Nederland in 't oog van dezen of
+genen, wien de afzwering een gruwel was, nog aan Spanje hechtte. Aan
+zijn zoon en opvolger, Philips III, hadden zij geen eed gedaan. Veel was
+er de Nederlanden aan gelegen, dat de band met Engeland niet werd
+verbroken. Anders toch konden zij licht de eenige, tegen Spanje oorlog
+voerende mogendheid blijven, nu Hendrik IV, koning van Frankrijk, hoewel
+hij hun niet allen bijstand onttrok, een einde maakte aan den oorlog,
+dien hij eenige jaren tegen Spanje had gevoerd. Daarom sloten zij een
+nieuw verdrag met Engeland.
+
+In plaats van tijd te verspillen met onderhandelingen, die schenen tot
+niets te kunnen leiden, rustte de Republiek zich ten oorlog tegen de
+nieuwe beheerschers van de Zuidelijke Nederlanden, doorgaans _de
+aartshertogen_ geheeten. Men had een onderneming op het oog tegen
+Duinkerken, een nest van zeeroovers, waaruit de vijand den koophandel
+der Nederlanders gedurig bestookte. Maurits, hoewel ze vrij gewaagd
+achtende, voegde zich, doch met weerzin, naar den wensch der
+Staten-Generaal. Vergezeld van dit aanzienlijke college, scheepte hij
+zich in 't jaar 1600 met een leger van ongeveer 15,000 man in. Bij
+Nieuwpoort gekomen, vernam hij, dat de aartshertog met zijn leger, groot
+omtrent 12,000 man, in aantocht was. Dit viel tegen. Men had bij het
+muiten der Spaansche soldaten, die in langen tijd weder geen soldij
+hadden getrokken, erop gerekend, dat de vijand niet genoeg
+strijdkrachten had kunnen bijeenbrengen. Inmiddels was goede raad duur.
+Maurits begon op den morgen van den 2den Juli met de schepen, die
+leeftocht en krijgsbehoeften hadden overgevoerd, daar zij voor 't
+oogenblik van geen dienst konden zijn en gevaar liepen, door de
+bezetting van Nieuwpoort in brand te worden gestoken, in zee terug en
+naar Ostende te zenden. Hierop werden de beide legers bij ~Nieuwpoort~
+(in West-Vlaanderen aan zee) slaags. Zon en wind waren in 't voordeel
+der Nederlanders. En tegen den avond neigde de kans van den strijd, die
+van weerszijden met hardnekkigheid werd gevoerd, geheelenal ten gunste
+van Maurits. Albert week, een menigte zijner manschappen als
+gesneuvelden en gevangen achterlatende.
+
+Bedenkende, welk gevaar zij hadden geloopen, keerden de Nederlandsche
+troepen binnen kort naar het vaderland terug. Dit geschiedde evenwel
+niet, dan nadat er, ter zake van dit punt, een woordenwisseling had
+plaats gegrepen tusschen Maurits en eenige leden der Staten-Generaal,
+inzonderheid Oldenbarnevelt. Van dit oogenblik af bestond er een niet
+zeer goede verstandhouding tusschen de beide hoofdpersonen van den
+staat. In 1601 sloeg de vijand het beleg voor Ostende. De leiding der
+zaak nam weldra ~Ambrosius Spin[)o]la~ op zich, de man, die, met het
+opperbevel over de troepen van den aartshertog bekleed, bestemd was zich
+als een waardig tegenstander van Maurits te doen kennen. Na drie jaren
+met volharding tegenstand te hebben geboden, gaven de Staten-Generaal in
+1604 de vesting over, die niets meer was dan een steenhoop. Sedert 1607
+werd de oorlog te land voorloopig gestaakt. Doch terzelfder tijd
+begonnen de Nederlanders hun eerste lauweren te verwerven op het
+element, waarover zij eens, als de eerste der mogendheden, de
+heerschappij zouden voeren. In 1606 greep de roemrijke daad plaats van
+den vice-admiraal ~Reinier Klaassens~, die in de nabijheid van kaap ~St.
+Vincent~ (in 't z.w. van Portugal) met zijn schip in de lucht vloog, een
+eervollen dood boven een vernederende overgave kiezende. In 't volgende
+jaar behaalde ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~ een
+aanmerkelijke zege op de Spaansche vloot, waarbij hij wel zelf omkwam,
+doch zóó, dat de vijand zijn dood met een zwaar verlies moest boeten.
+
+
+
+
+§ 18.
+
+_Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische compagnie._
+
+
+In 1603 overleed koningin Elizabeth. Haar opvolger, Jakob I, sloot een
+jaar later vrede met Spanje. Uit spijt hierover versperden de
+Staten-Generaal de Schelde voor de Engelsche schepen. Zóó bleven zij,
+als oorlogvoerende mogendheid, alleen staan tegenover Spanje en de
+Zuidelijke Nederlanden. De oorlog te land leverde in de eerste jaren der
+nieuwe eeuw geen bijzonder gunstige uitkomsten op. De ingezetenen
+zuchtten onder zulke zware belastingen, dat zij voor geen verhooging
+vatbaar waren. Wel was het nog waar, dat de oorlog den handel voedde;
+maar toch kostte die oorlog aanzienlijke sommen. In zes gewesten werd de
+behoefte aan vrede vrij algemeen erkend. Slechts eenige steden in
+Holland en de provincie Zeeland waren ertegen. De reden was niet ver te
+zoeken. Philips II had, ofschoon wel eens beslag leggende op de
+Nederlandsche schepen, die in de havens van Spanje en Portugal lagen, de
+vaart op zijn rijk over 't geheel oogluikend toegelaten, omdat hij de
+waren, welke die vaartuigen hem aanbrachten, niet konde ontberen. Anders
+deed Philips III. Nauwelijks den troon hebbende beklommen, verbood hij
+voor goed allen handel van Nederland op zijn staten. Dit versterkte de
+Nederlanders in hun plan om zelven naar de Indiën te varen, met welke
+tochten zij vóór 1598 niet meer dan een begin hadden gemaakt, gelijk
+beneden nader zal blijken. Deze tochten, zoo rijke winsten opleverende,
+vreesden die kooplieden thans, bij een vrede of bestand, te moeten
+staken.
+
+Met klimmende bezorgdheid den achteruitgang der geldmiddelen
+gadeslaande, achtte Oldenbarnevelt het in 't belang van 't land, dat de
+oorlog ophield, die zooveel kostte. Ook Maurits was in den beginne niet
+tegen het ten einde brengen van den oorlog. Doch toen er weldra niet
+langer van een duurzamen vrede, maar van een bestand sprake was, kantte
+hij zich met kracht tegen dit voornemen aan. Inmiddels viel ook den
+aartshertogen de krijg zeer zwaar. Albert wenschte den vrede. Zijn
+huwelijk bleef kinderloos, en bij zijn dood moesten de landen weder aan
+de Spaansche kroon vervallen. Eveneens kon Spanje geen andere gezindheid
+hebben. De schatkist van dit rijk was ledig ten gevolge van de zware
+offers, welke Spin[)o]la's krijgstochten hadden vereischt. Hierdoor
+wordt het verklaarbaar, hoe de aartshertogen er in 1607 toe konden
+overgaan, onderhandelingen aan te knoopen met de Republiek, als met een
+"onafhankelijke mogendheid." Maar weldra bleek het, dat er aan geen
+vrede viel te denken. De vijand eischte afstand van de vaart op Indië en
+vrijheid van godsdienst voor de Roomsch-katholieken. Deze beide
+vorderingen achtte men dezerzijds ongehoord.
+
+Bij zoo tegenstrijdige inzichten besloot men zich te vergenoegen met het
+trachten naar een wapenschorsing voor een aantal jaren. Nog was er een
+derde mogendheid, die, uit hoofde van de betrekking, waarin zij steeds
+tot de oorlogvoerende staten had gestaan, meende een woord mede te
+moeten spreken. Het was Frankrijk. Daarom zond ook Hendrik IV een aantal
+gezanten, ten einde de onderhandelingen bij te wonen, waarbij ook
+Engelsche en Duitsche afgevaardigden tegenwoordig waren. In April 1609
+werd _de wapenstilstand te Antwerpen_ gesloten. De hoofdbepalingen
+waren: de aartshertogen verklaren, ook uit naam van den koning van
+Spanje, de Vereenigde Gewesten voor onafhankelijke landen te houden; het
+bestand zal twaalf jaren duren; ieder zal behouden, wat hij heeft. Dit
+punt werd evenwel niet nader omschreven.
+
+Deze laatste bepaling was van des te meer gewicht, vermits de
+Nederlanders zich sinds eenige jaren in de Oost-Indiën hadden gevestigd
+en er belangrijke vorderingen maakten. Zoolang Lissabon de Oost-Indische
+waren voor Neêrlands kooplieden veil had, was hier te lande geen
+behoefte gevoeld aan een rechtstreeksche vaart op de Indiën. Maar sedert
+Philips van tijd tot tijd beslag legde op de ladingen, gingen Nederlands
+handelaars op middelen peinzen, om zelven de waren uit andere
+werelddeelen te halen. De vaart naar Indië toch, hoe bezwaarlijk in 't
+oog der menschen, was geen geheim. Zij was in vele geschriften van
+Portugeezen beschreven, en er waren Nederlanders, die op Portugeesche
+schepen de reis naar Indië mede hadden gedaan.
+
+Ten einde evenwel de dreigende gevaren van kapers, Spaansche vloot en
+Kaapsche stormen te ontgaan, namen de Hollanders zich voor, op 't
+voorbeeld der Engelschen, een eigen weg te zoeken, niet zuidwaarts, maar
+door het Noorden. In 1594 werden te dien einde eenige schepen
+uitgezonden, in 1595 een tweede tocht gewaagd. De uitslag was niet
+gunstig. Sneeuw en ijs versperden den weg om het Noorden. Nogmaals
+wendde de Amsterdamsche regeering een poging aan. Zij rustte in 1596 een
+paar schepen uit, waarover de stuurman ~Willem Barentsz~. en ~Heemskerk~
+(zie blz. 75) het bevel voerden. Maar ook nu was de inspanning
+vruchteloos. Na den winter op Nova Zembla te hebben doorgebracht,
+aanvaardde de volhardende bemanning den terugtocht, doch verloor onder
+weg den wakkeren Barentsz., die van vermoeienis bezweek.
+
+Inmiddels had men de fortuin zuidwaarts beproefd. Eenige kooplieden te
+Amsterdam hadden een _maatschappij van verre_ (landen) opgericht en
+zonden iemand, waarschijnlijk ~Cornelis Houtman~, naar Lissabon, om er
+de bijzonderheden der vaart naar Oost-Indië uit te vorschen. Verder
+rustte de vereeniging vier schepen uit, om den tocht langs de Kaap de
+goede hoop te doen. Den 2den April 1595 lichtten Pieter Dirksz. Keyser,
+de opperstuurman, en Cornelis Houtman, de opperkommies, d. i. de
+vertegenwoordiger der handelsbelangen, te Texel het anker en landden in
+Juni 1596 te Bantam (in 't n.w. van Java). Nu werden er talrijke
+maatschappijen van verre opgericht, zoowel in verschillende steden van
+Holland, als in Zeeland. In 1598 zeilde ~Olivier van Noort~ uit, de
+eerste Nederlander, die den aardbol omstevende. Zoo werd er vloot op
+vloot uitgerust, en niets kon de zucht naar winst doen afnemen, noch de
+verliezen, die men nu en dan leed, noch de tegenwerking der inlandsche
+vorsten, opgezet door de Portugeezen. Maar nog een grooter kwaad scheen
+de pas ontkiemde plant in hare ontwikkeling te zullen verstikken. Het
+was de wedstrijd tusschen de onderscheiden maatschappijen, die, de een
+de ander, de loef trachtten af te steken en elkander tegenwerkten. Dat
+er een samensmelting der maatschappijen noodig was, zagen vooral de
+Staten-Generaal en Oldenbarnevelt in.
+
+Eindelijk gelukte het den advocaat, de zaak in 1602 tot een voldoend
+einde te brengen. Dus kwam _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_ tot
+stand, waaraan de Staten-Generaal het recht van alleenhandel
+(_monopolie_) voor een-en-twintig jaren verleenden. Later werd de
+vergunning bij herhaling vernieuwd. De maatschappij begon te handelen
+met een kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen en had zes afdeelingen of
+_kamers_, hebbende Amsterdam 1/2, Zeeland (gevestigd te Middelburg) 1/4,
+Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorne elk 1/16 van den inleg. Ruime
+uitdeelingen beloonden weldra het vertrouwen der inleggers. De
+deelgenooten behoefden natuurlijk niet juist in een der zes steden, die
+zetels van de kamers waren, te wonen. Aan alle inwoners der Vereenigde
+Nederlanden werd vergund, binnen vijf maanden na de oprichting te
+verklaren, of zij wenschten deel te nemen. De zes kamers, waarin de
+compagnie was gesplitst, werden bestuurd door 73 _bewindhebbers_, wier
+getal, bij versterf, niet lager zou dalen dan tot 60. De hoofdleiding en
+het dagelijksch bestuur der zaken kwamen aan _de vergadering van
+zeventienen_, uit de bewindhebbers gekozen.
+
+De Oost-Indische compagnie werd een staat in een staat. Zij oefende in
+de Indiën een volstrekt gezag. Zij benoemde haar ambtenaren, verklaarde
+en voerde oorlog en sloot verbonden, op naam der Staten-Generaal. Zij
+bouwde sterkten en nam krijgsvolk in dienst, dat evenwel den eed van
+trouw aan de Staten-Generaal moest afleggen. Welhaast werd zij een bron
+van rijkdom niet alleen voor hen, die naar Indië gingen, maar ook voor
+die Nederlanders, welke zich niet verplaatsten.
+
+Kort na de oprichting der compagnie legden onze voorouders den grondslag
+tot de uitgestrekte heerschappij, die hun weldra in Azië ten deel viel.
+In 1605 gaven de Portugeezen hun bij verdrag het kasteel op _Amboina_
+over, waarop de vorsten van dat eiland zich deels aan de compagnie
+onderwierpen, deels bondgenooten werden. Terzelfder tijd poogde de
+compagnie zich op _Ternate_, _Tidor_ en de overige Molukken te vestigen.
+In 1610 stelde zij als eersten _gouverneur-generaal_ ~Pieter Both~ aan,
+die zijn verblijf doorgaans op Ternate had. De gouverneur-generaal was
+het hoofd van 't bewind over Nederlandsch Indië, opperbevelhebber van de
+legers en van de vloot der compagnie. Hem stond _de raad van Indië_ ter
+zijde. Een der opvolgers van Both was ~Jan Pietersz. Coen~, die in 1619
+de stad ~Jak[)a]tra~ op de inboorlingen en op de Engelschen veroverde en
+de factorij van dien naam onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats van
+Nederlandsch Indië verhief. In 1624 verwierf de compagnie het eiland
+_Form[=o]sa_ (ten n.o. van Kanton, in Sina), waar het fort Zelandia werd
+gebouwd. Inmiddels ontdekte men in 1623 op Amboina een samenzwering van
+Engelsche kooplieden, die ten doel hadden, de Nederlandsche ambtenaren
+te vermoorden en zich van 't kasteel van dit eiland meester te maken.
+Zij werden gegrepen en tien van hen ter dood gebracht. Zoodra dit in
+Groot-Britannië bekend werd, ontstaken de Engelschen in grooten toorn en
+haalden deze zaak later nog menigmaal op als een zware verongelijking,
+hun aangedaan. Zooals men ziet, was het twaalfjarig bestand geen
+beletsel voor de uitbreiding van Nederlands macht in de Indiën, waar de
+vijandelijkheden werden voortgezet.
+
+
+
+
+§ 19.
+
+_De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand schokten._
+
+
+In plaats dat Nederland nieuwe krachten opdeed gedurende den rusttijd,
+werd bewaarheid, wat Maurits had gevreesd: bij rust naar buiten
+ontstonden binnenlandsche twisten. Hevige kerkgeschillen barstten
+in de nauwelijks gevestigde Republiek los en werden gaandeweg
+staatsgeschillen. Reeds vóór het bestand waren de zaden dier
+verdeeldheid gestrooid. In 1603 werd ~Jakob Arminius~, predikant
+te Amsterdam, tot hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de hoogeschool
+te Leiden benoemd. Het duurde niet lang, of het openbaarde zich, dat
+hij in een belangrijk punt, n.l. omtrent _de praedestinatie_ of
+voorbeschikking, van de leer afweek, die als de heerschende leer der
+kerk werd aangemerkt. Volgens dit leerstuk, in den strengsten zin
+opgevat, hangt de zaligheid hier namaals uitsluitend af van Gods vrije
+verkiezing in verband met 's menschen geloof, _niet_ met zijn werken.
+Arminius daarentegen was een van de weinigen, die, aan 's menschen
+vrijen wil niet allen invloed op zijn doen en laten kunnende ontzeggen,
+het leerstuk der voorbeschikking niet onvoorwaardelijk aannam. Tegen hem
+stond een andere Leidsche hoogleeraar in de godgeleerdheid, ~Franciscus
+Gom[=a]rus~, over. Inmiddels stierf Arminius in 1609.
+
+Een tweede punt van verschil kwam weldra bij het leerstellige. De
+aanhangers van Gomarus waren verklaarde tegenstanders van alle bemoeiing
+der regeering met aangelegenheden van den kerk: de Arminianen waren van
+een tegenovergestelde zienswijze. Dit toonden zij metterdaad in 1610
+door het indienen van een _remonstrantie_ of vertoog bij de staten van
+Holland, naar welk stuk zij den naam _Remonstranten_ verkregen. Hierin
+verzochten zij om de bescherming der staten en erkenden het gezag dier
+staten over de kerk. Naar het tegenvertoog, door de bestrijders der
+Arminianen gehouden, werden zij _Contra-Remonstranten_ genoemd.
+
+Sedert 1616 was Willem Lodewijk de man, die Maurits voortdurend ried,
+met kracht tegen de Remonstrantsche partij op te treden. Van een anderen
+kant werd Maurits gesteund door Jakob I, koning van Engeland, die er
+zich veel op liet voorstaan, een groot godgeleerde te zijn en zich
+geroepen achtte, de beschermer der hervormde leer in Europa te wezen.
+Waar hij kon, werkte de koning de tegenpartij van Oldenbarnevelt in de
+hand en trachtte den advocaat ten val te brengen. In 't oog van Jakob
+was het begunstigen der Arminianen en het weerstreven der synode (zie
+blz. 83) een zware misdaad. Ook kon hij het den ervaren staatsman niet
+vergeven, dat hij in 1615, gebruik makende van een der vele
+oogenblikken, dat hij groote geldsommen behoefde, hem ertoe had
+gebracht, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van niet meer dan ruim
+1/3 van de toen nog verschuldigde som, de pandsteden (zie blz. 64) aan
+de Republiek terug te geven.
+
+Intusschen scheidden de Contra-Remonstranten zich meer en meer af en
+hielden ter oefening van hun godsdienst afzonderlijke vergaderingen.
+Hier werd door de ééne, daar door de andere partij onderdrukking en
+geweld tegen de zwakkeren gepleegd. Vanhier onlusten in verschillende
+plaatsen gedurende het jaar 1617. Bij al die tooneelen van wanorde bleek
+het vaak, dat de magistraat of overheid luttel kon rekenen op de
+troepen, die de bezettingen der steden uitmaakten. De oorzaak hiervan
+lag voor een goed deel in de houding, die Maurits sinds eenigen tijd had
+aangenomen. Tot het jaar 1617 onthield hij zich van 't geven van
+openbare blijken van instemming met één der beide partijen. Maar van het
+tijdstip af, dat hij op een Zondag van het genoemde jaar in 't openbaar
+met een groot gevolg naar de den Contra-Remonstranten afgestane
+kloosterkerk ging, wierp hij zijn zwaard in de weegschaal. Behalve
+Willem Lodewijk en Jakob I, was het hoofdzakelijk ~François van
+Aerssen~, heer van Sommelsdijk (op Overflakkee), een man van groote
+schranderheid, list en stoutheid, die den stadhouder tegen
+Oldenbarnevelt in 't harnas joeg. Aerssen was verbitterd op zijn
+voormaligen beschermer Oldenbarnevelt, omdat hij het hem weet, dat
+Lodewijk XIII, koning van Frankrijk, in 1613 had verzocht, dat de
+Staten-Generaal, in zijn plaats, een anderen gezant aan het Fransche hof
+mochten benoemen, aan welk verzoek men had voldaan. Met eenige andere
+mannen werd hij een van het zeven- of achttal, dat den advocaat ten val
+bracht.
+
+Het was geen bijzonder moeielijke onderneming, den wrok van den
+stadhouder tegen Oldenbarnevelt te prikkelen. De klove, die alreede
+tusschen de beide hoofden van de Republiek bestond, behoefde nog maar
+een weinig wijder te worden gemaakt. Hadden de vroegere geschillen
+tusschen de beide leiders van den staat louter over _zaken_ geloopen
+(zie blz. 75, 76, 77), aangelegenheden van _persoonlijken_ aard waren er
+sedert bijgekomen. Bij herhaling was de vraag gerezen, of het, ten einde
+meer eenheid in 't bewind te krijgen, niet wenschelijk was, aan Maurits
+het hoogste gezag toe te vertrouwen. Hoewel Oldenbarnevelt geheel
+doordrongen was van 't besef der behoefte aan eenheid in het bestuur,
+was hij er sinds het bestand tegen, dat Maurits' macht werd uitgebreid.
+Maar al te wel slaagden zij, die het in 't belang van 't land en van
+henzelven achtten, den stadhouder hoe langer hoe meer tegen
+Oldenbarnevelt en zijn aanhangers in te nemen. Hij, de advocaat, en die
+het met hem eens waren werden met de Remonstranten als vereenzelvigd.
+Zóó kwam de tegenpartij op het denkbeeld, de Remonstranten uit de kerk
+te stooten en op die wijze den grijzen staatsman tevens in 't verderf te
+storten. Dit doel kon worden bereikt, indien men, volgens den raad van
+Jakob, één _nationale synode_ voor alle gewesten bijeenriep. De meeste
+provinciën waren de zaak der Contra-Remonstranten uitsluitend toegedaan.
+Slechts Holland en Utrecht waren grootendeels voor die der
+Remonstranten. Dat de partij der Remonstranten nu tegen een nationale
+synode moest zijn, is duidelijk. Zij van haren kant verlangde, dat er in
+Holland, en waar men het verder noodig rekende, een provinciale synode
+bijeenkwam.
+
+Uit al de bewegingen van 't jaar 1617 en vroeger sprak klaarblijkelijk
+verzet tegen de wettige overheid. Het was daarom, dat de staten van
+Holland den 4den Augustus 1617 een besluit uitvaardigden, door de
+tegenstanders _de scherpe resolutie_ genoemd. In dat besluit, door de
+edelen en de groote meerderheid der steden genomen, werden o. a. de
+steden gemachtigd, zoo het werd vereischt, op eigen gezag krijgsvolk in
+dienst te nemen. Op dit besluit werd menige aanmerking gemaakt, maar
+geen enkele, die gegrond mocht heeten. De punten, waaruit het bestond,
+behoorden tot diegene, waarover de staten, krachtens hun souvereine
+macht, een beslissing konden nemen. Dergelijke soldaten, als de
+resolutie bedoelde, hadden de gewesten en de steden van oudsher in
+dienst genomen. Men noemde ze _waardgelders_, d. i. lieden, gehuurd,
+om _waarde_ of wacht te houden, aldus zooveel als bezoldigde
+rustbewaarders. Vele steden van Holland brachten nu waardgelders op de
+been. Twee of drie honderd was het gewone getal voor één stad. In 't
+geheel had Holland er niet meer dan 1800. De staten van Utrecht namen er
+eveneens ruim zeshonderd aan. Het spreekt vanzelf, dat de vroedschappen,
+die waardgelders aannamen, dit deden, om, des gevorderd, zichzelven
+tegen woelingen van onruststokers te kunnen verdedigen en alle
+dadelijkheden tegen te gaan. Dat zij met die 1800 onervaren manschappen,
+in verschillende plaatsen verstrooid, een vijandelijken aanval in den
+zin hadden op de 30,000 welgeoefende krijgsknechten, welke de Republiek
+in dienst had, is een beschuldiging, die zichzelve weerlegt. De
+aanvallende partij was, zooals men weldra zal zien, niet die van
+Oldenbarnevelt.
+
+Tegen het einde van Juni 1618 naderde de ontknooping. Toen hakte
+plotseling de partij, die in de Staten-Generaal de zege wilde behalen,
+d. i. het boven (zie blz. 82) bedoelde achttal, den knoop met geweld
+door. Vooreerst besloten de Staten-Generaal, dat er een bezending uit
+hun midden zou gaan naar Utrecht, om de staten dezer provincie te
+bewegen tot afdanking der waardgelders; dan, dat er een nationale synode
+zou worden uitgeschreven. In plaats van aan de staten van ieder gewest
+de zorg te laten voor datgene, waarin zij alleen hadden te beslissen,
+trachtte men hun alzoo de zienswijze der staten van sommige andere
+provinciën op te dringen en hen te nopen, even zoo gezind te zijn,
+als die staten. Ten andere waren het besluiten van slechts een
+deel der Generaliteit. Den 25sten Juli 1618 kwam de deputatie der
+Staten-Generaal, met Maurits aan 't hoofd, te Utrecht aan. Op den 31sten
+dier maand, vroeg in den morgen, dankte Maurits na de toegangen tot de
+voornaamste plaatsen van de stad te hebben bezet, op het plein, geheeten
+de Neude, de waardgelders af. Vervolgens veranderde hij de vroedschap
+der stad Utrecht. Hierdoor zag de secretaris (zie blz. 68) der staten,
+~Gillis van Ledenberg~, de ziel der staten en in gevoelens geheel
+overeenstemmende met Oldenbarnevelt, zich genoopt, zijn ontslag te
+nemen.
+
+Na de terugkomst van prins Maurits en van de gedeputeerden uit de
+Generaliteit tastte men ter Staten-Generaal ook ten aanzien van Holland
+door. Den 21sten Augustus stelden die Staten-Generaal een plakkaat vast,
+dat de zes provinciën en zes steden uit Holland goedkeurden en dat den
+waardgelders gelastte, binnen tweemaal vier-en-twintig uur de wapens
+neer te leggen. Het geschiedde. Vervolgens werden den 28sten en den
+29sten Augustus ter Staten-Generaal door een achttal leden een paar
+geheime besluiten genomen, waarin werd goedgevonden, dat men
+Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en ~Rombout Hogerbeets~, pensionaris van
+Leiden, in hechtenis zou nemen. Toen op denzelfden 29sten Augustus de
+advocaat van den lande op het punt stond, de vergadering der staten van
+Holland binnen te treden, kwam een kamerdienaar hem verwittigen, dat de
+stadhouder hem wenschte te spreken. In plaats van den stadhouder zag hij
+weldra den luitenant van Maurits' lijfwacht, die hem, in naam der
+Staten-Generaal, gevangen nam. Met hem werden de Groot, Hogerbeets en
+Ledenberg gekerkerd. In het begin van September reisde de prins,
+vergezeld van een aantal edelen en omstuwd door zijn lijfwacht, bij de
+steden van Holland rond en koos er overal, waar het hem behaagde, andere
+leden in de vroedschap. Dat de wettige tijd hiervoor niet was
+aangebroken en hem geen voordrachten (zie blz. 70) in behoorlijken vorm
+waren gedaan, was iets, waarom hij zich evenmin bekreunde, als dat hij
+te Utrecht zijn bevoegdheid als stadhouder had overschreden. Op deze
+wijze was alsnu de partij, die bovendreef, tegen alle verzet gedekt.
+
+Weldra werd er een commissie uit de Staten-Generaal benoemd, ten
+overstaan waarvan de gevangenen werden verhoord, met uitzondering van
+Ledenberg, die zichzelf in de gevangenis had gedood. Tot dit uiterste
+was hij overgegaan in de hoop, dat men zijn bezittingen dan niet zoude
+verbeurd verklaren, hetgeen evenwel geschiedde. Op het voorloopig
+onderzoek volgde de benoeming van vier-en-twintig buitengewone rechters,
+twaalf uit Holland en twaalf uit de overige gewesten. Onder de
+vier-en-twintig was meer dan één bijzonder vijand van Oldenbarnevelt en
+menig tegenstander van zijn staatkundige denk- en handelwijze. De
+Staten-Generaal waarborgden de rechters tegen alle onaangenaamheden, die
+hun wegens de vervulling der taak, hun opgedragen, konden worden
+aangedaan. De maatstaf, waaraan alle woorden en daden der beschuldigden
+werden getoetst, was de zienswijze der tegenpartij. Een behoorlijke
+gelegenheid om zich te verdedigen werd den gevangenen niet gegund. Dat
+zij dienaren waren der staten van hun gewest en alzoo niet
+verantwoordelijk voor de besluiten van dit lichaam, kwam geenszins in
+aanmerking. Ten opzichte van Hogerbeets zagen de rechters nog bovendien
+dit over het hoofd, dat hij eerst sinds October 1617, als pensionaris,
+in dienst was van de vroedschap van Leiden en alzoo niet had medegewerkt
+tot het meerendeel der besluiten, om welke hij werd veroordeeld. Het
+vonnis luidde, dat Oldenbarnevelt zou worden onthoofd, de Groot en
+Hogerbeets levenslang gevangen gezet. Tevens werden hun goederen
+verbeurd verklaard.
+
+Den 13den Mei 1619 werd Oldenbarnevelt in 't openbaar te 's Gravenhage
+onthoofd. Zóó viel een man, die langer dan veertig jaren het land trouw
+had gediend, eerst als pensionaris van Rotterdam, toen als advocaat van
+Holland. Met dit ambt bekleed, werd hij terstond het hoofd van de
+partij, die zich tegenover Leicester stelde. Onbeschrijfelijk was de
+verwarring, waarin zich 's lands zaken in die dagen bevonden.
+Oldenbarnevelt vestigde een geregeld bewind en bracht orde in den
+toestand der geldmiddelen. Hij stichtte, door zijn beleid, de Republiek,
+die Maurits tegen buitenlandsch geweld beschutte. Hij alleen werd geacht
+het bewind in handen te hebben. Aleer het vonnis geveld en 't hoofd van
+den advocaat gevallen was, had de Contra-Remonstrantsche partij ook in
+het kerkelijke met geweld de zegepraal behaald. Den 13den November 1618
+werd _de nationale synode te Dordrecht_ geopend. De meerderheid der
+inheemsche leden waren Contra-Remonstranten. Uit Engeland, Zwitserland
+en vele staten van Duitschland kwam tal van godgeleerden, bijna allen
+vijandig gestemd tegen de Remonstranten. Van de Remonstranten verschenen
+slechts weinigen. Van den beginne aan werden zij niet als leden, maar
+als gedaagden behandeld. Den 6den Mei 1619 werden de gevoelens der
+Remonstranten in 't openbaar veroordeeld en de leeraars dier sekte
+afgezet. Later werden al degenen, die te Dordrecht waren geweest over de
+grenzen gezet, omdat zij weigerden _de akte van stilstand_ te teekenen,
+die hen verplichtte, zich van alle kerkelijke bedieningen te onthouden.
+Behalve de vervulling der rechterlijke taak, die de synode op zich had
+genomen, wijdde zij nog een deel harer zittingen aan het vaststellen van
+de voornaamste leerstukken der Nederlandsche hervormde kerk. Eindelijk
+nam zij het gewichtig besluit, den bijbel uit de grondtalen in de taal
+des lands over te zetten, een werk, dat in 1635 tot stand kwam. Het is
+bekend onder den naam _Staten-overzetting_, _Statenbijbel_.
+
+
+
+
+§ 20.
+
+_De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting der
+West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en zijn
+dood._
+
+
+Nadat Hogerbeets en de Groot met hun vonnis waren bekend gemaakt, werden
+zij in Juni 1619 naar het slot Loevestein (bij de samenvloeiing van Maas
+en Waal, in 't z.w. van Gelderland) overgebracht. Hogerbeets bleef hier
+tot Maurits' dood. Toen vergunde men hem, zijn verdere levensdagen onder
+toezicht te slijten in een buitenhuis nabij Wassenaar (niet ver van
+Leiden). Hugo de Groot wijdde zich op Loevestein aan de studiën en aan
+de vervaardiging van eenige dier werken, welke zijn naam onsterfelijk
+hebben gemaakt. Zoodra echter ~Maria van Reigersbergen~, zijn
+echtgenoote, die zijn gevangenis deelde, bijgestaan door zijn
+dienstmaagd Elsje van Houwingen, hem de gelegenheid verschafte, in Maart
+1621 in een kist, schijnbaar met boeken gevuld, naar Gorinchem te
+ontvluchten, maakte de Groot er volvaardig gebruik van en begaf zich
+naar Frankrijk.
+
+Het is licht te begrijpen, dat de macht van Maurits na den dood van
+Oldenbarnevelt zeer toenam. Nog rees zijn aanzien bij den dood zijns
+broeders Philips Willem, die in 1618 stierf en hem al zijn bezittingen,
+ook het prinsdom Oranje, naliet. Hoeveel Maurits' aanhangers thans
+vermochten, ondervonden bovenal de Remonstranten. Al degenen, die eenig
+ambt, hoe gering ook, bekleedden, werden afgezet. Tot ongeveer
+tweehonderd klom het getal hunner predikanten, die hun ontslag bekwamen
+en van welke vele, ten minste tachtig, het brood der ballingschap
+moesten gaan eten. Op aandrang van Maurits werden ook Oldenbarnevelts
+zonen van hun ambten ontzet. De oudste dier zonen heette ~Reinier van
+Groeneveld~ (nabij Wassenaar), de andere ~Willem van Stoutenburg~ (nabij
+Amersfoort).
+
+Nog voordat het twaalfjarig bestand ten einde liep, overleed de
+stadhouder van Friesland, Groningen en Drente, Willem Lodewijk, 1620, en
+werd voor 't eerste gewest opgevolgd door zijn broeder ~Ernst
+Kas[)i]mir~ (1620-1632), terwijl de beide andere Maurits kozen. Het
+jaar van de hernieuwing der vijandelijkheden, 1621, werd gekenmerkt door
+een belangrijke gebeurtenis, door de oprichting der _West-Indische
+compagnie_. Den 3den Juni 1621 verleenden de Staten-Generaal een
+vergunning voor vier-en-twintig jaren aan de West-Indische compagnie.
+Het 1ste artikel kende aan de compagnie, met uitsluiting van iedereen,
+den alleenhandel toe op Afrika, van den kreeftskeerkring of 23-1/2 graad
+Noorderbreedte tot te Kaap de Goede Hoop, welke tot het gebied der
+Oost-Indische compagnie behoorde, alsmede op geheel Amerika. De eerste
+inleg was [f] 7,200,000. Er waren _vijf kamers_. Aan aandeelen had die
+van Amsterdam 4/9, die van Zeeland 2/9, die van de Maas, d. i.
+Rotterdam, die van Noord-Holland en die van Friesland met Groningen elke
+1/9. Het getal der _bewindhebbers_ was _vier-en-zeventig_. Het
+uitvoerend bewind of _de generale vergadering_, uit die vier-en-zeventig
+gekozen, bestond uit 19 leden. De compagnie kreeg, als staat, dezelfde
+rechten als de Oost-Indische. Tot hetgeen de West-Indische compagnie,
+terstond bij haar oprichting, onder haar beheer kreeg, behoorde o. a.
+een landstreek in Noord-Amerika, n.l. _Nieuw-Nederland_, waarin later
+allengs de stad _Nieuw-Amsterdam_ ontstond.
+
+Met het einde van het bestand werden in Europa de vijandelijkheden
+tusschen Nederland en Spanje hervat. In 't zelfde jaar, 1621, overleed
+Albert. Nu werd Isabella landvoogdes der Zuidelijke Nederlanden, die aan
+Spanje, waarover Philips IV regeerde, terugvielen. Zijzelve overleed in
+1633. Veel voordeel leverde de oorlog voor de Republiek niet op. In 1625
+veroverde Spin[)o]la Breda, terwijl de stadhouder in 't vorige jaar zijn
+aanslag op Antwerpen zag mislukken. Gaf de oorlog Maurits alzoo weinig
+stof tot vreugde, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft gebeurde
+er iets, hetwelk aanduidde, dat de rust, welke men sedert den
+staatsgreep van de jaren 1618 en 1619 genoot, niet uit algemeene
+tevredenheid voortsproot. In 1623 kwam het aan 't licht, dat
+Oldenbarnevelts jongste zoon met verscheidene Remonstranten en
+Roomsch-katholieken een samenzwering smeedde tegen het leven van den
+prins. Het voornemen was, hem in de nabijheid van zijn buitenverblijf,
+bij Rijswijk, te overvallen en te dooden. Het hoofd van den aanslag, de
+heer van Stoutenburg, vluchtte naar het Zuiden, nam dienst bij den
+vijand en vatte de wapenen op tegen zijn vaderland. Het getal van hen,
+die onthoofd werden, beliep vijftien. De aanzienlijkste was Reinier van
+Groenevelt, wiens moeder en gemalin Maurits tevergeefs om genade
+vroegen, hoewel zijn misdrijf alleen hierop neerkwam, dat hij zijn
+krediet had verleend tot het opnemen der benoodigde gelden.
+
+Sedert geruimen tijd leed Maurits aan een ziekte, die zijn krachten meer
+en meer sloopte, totdat hij den 23sten April 1625 in den ouderdom van 58
+jaren bezweek. Kort vóór zijn dood had hij, die nimmer getrouwd was
+geweest, zijn broeder Frederik Hendrik genoopt, een huwelijk aan te gaan
+met de gravin Amalia van Solms (ten n.o. van Maints), die in 't gevolg
+der koningin van Bohemen (_Overzicht_, 9de druk, blz. 130) in Holland
+was gekomen.
+
+
+
+
+§ 21.
+
+_Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._
+
+
+De binnenlandsche staatkunde, door prins Maurits en zijn aanhangers na
+den dood van Oldenbarnevelt gevolgd, gaf het aanzijn aan twee
+_staatspartijen_, _de stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde_, die
+elkander voortdurend bestreden. Tot de ééne partij behoorden de
+regenten, die, hoezeer gestemd voor 't beginsel der souvereiniteit van
+de stedelijke raden en van de staten der gewesten, het stadhouderschap
+evenwel der prinsen uit het huis van Oranje-Nassau als een noodzakelijk
+bestanddeel van den regeeringsvorm aanmerkten. Zij vond vooral haren
+steun bij de volksmenigte. Tegen haar over stond de staatsgezinde
+partij, voortgekomen uit de afgezette regenten, die een bewind zonder
+stadhouder voorstonden, iets, waaraan Oldenbarnevelt nimmer had gedacht.
+De worsteling tusschen deze beide partijen heeft met wijziging der
+begrippen, naar de verandering der tijden, tot den val der Republiek
+voortgeduurd.
+
+Onmiddellijk na den dood van Maurits benoemden Holland, Zeeland,
+Utrecht, Gelderland en Overijsel ~FREDERIK HENDRIK~ (1625-1647) tot
+stadhouder, terwijl de Staten-Generaal hem de waardigheid van
+kapitein-generaal en admiraal der unie opdroegen. In Groningen en in
+Drente verkoos men den stadhouder van Friesland (zie blz. 87). Door
+wederzijdsche toegeeflijkheid zocht Frederik Hendrik, tegen het drijven
+der heftige Contra-Remonstrantsche predikanten in, de partijen tot
+elkander te brengen. In dit pogen werd hij weldra ondersteund zoowel
+door andere stedelijke raden, als door de vroedschap van Amsterdam, waar
+men den Remonstranten vergunde, in 1630 een _seminarium_ of kweekschool
+ter opleiding hunner predikanten te stichten. Twee jaren daaraan
+verrees, volgens het besluit derzelfde vroedschap, _het athenaeum_
+(eigenlijk: tempel van de godin Athene of Minerva) te Amsterdam.
+
+Omtrent terzelfder tijd, in 1631, kwam Hugo de Groot zijn vaderland
+weder bezoeken, op den invloed rekenende van Frederik Hendrik, zijn
+vriend, die de richting der Remonstranten was toegedaan. Maar de prins
+wilde eensdeels ter wille van de Groot de verdeeldheid geen nieuw
+voedsel geven en achtte zich anderdeels verplicht, het eens geslagen
+vonnis te handhaven. Dus moest de balling zich in 't volgende jaar voor
+goed verwijderen. Twee jaren later, in 1634, werd hij tot gezant van
+Christ[=i]na, koningin van Zweden (_Overzicht_, 9de druk, blz. 149), aan
+'t Fransche hof benoemd. Hij overleed in 1645 op een reis uit Zweden
+naar Frankrijk te Rostock (in 't n. van Mecklenburg-Schwerin).
+
+Bij het gemis van voldoende omschrijving der staatsmachten kwam ook bij
+Frederik Hendrik, in weerwil van zijn gematigdheid, van lieverlede de
+zucht op, een soort van alleenheerschappij uit te oefenen. Vandaar dat
+hij in elke provincie (zie beneden, blz. 93) een bijzonder persoon had,
+om zich van den staat van zaken nauwkeurig te laten onderrichten. Lang
+had hij weinig of geen tegenwerking te verduren. De raadpensionarissen,
+die Hollands staten gedurende Frederik Hendriks stadhouderschap
+achtereenvolgens ter zijde stonden, ~Antonie Duik~, ~Adriaan Pauw~ en
+~Jakob Cats~, hadden uit het noodlottige einde van Oldenbarnevelt
+geleerd, dat de dienaar niet behoort te trachten, den heer voorbij te
+streven, of werden, zoodra zij eenige gezindheid hiertoe verrieden, ter
+zijde gezet. In alles, wat den oorlog betrof, evenaarde Frederik Hendrik
+zijn broeder, dien hij in zijn jeugd op meer dan één zijner
+veldtochten, b. v. bij Nieuwpoort, had vergezeld. Van zijn bekwaamheid
+in 't leveren van veldslagen heeft hij echter geen bewijzen gegeven,
+vermits het bij hem vaststond, dat er de Republiek meer aan gelegen was,
+door 't veroveren van sterke vestingen hare grenzen te dekken dan, in 't
+open veld oorlogende, veel geld en manschappen op te offeren. Hoezeer
+hij in de belegeringskunst uitmuntte, toonde hij door het nemen van Grol
+in 1627, en bovenal door de verovering van 's Hertogenbosch en van
+Maastricht. Die van 's Hertogenbosch staat in de geschiedenis van 't
+krijgswezen bekend als een meesterstuk.
+
+Toen de prins in 1629 met de voorbereidende maatregelen gereed en met
+den aanval begonnen was, kwam een groot Spaansch leger tot ontzet
+opdagen. Doch ziende, dat de stadhouder onaantastbaar was, beproefde het
+een afleiding, door in de Republiek zelve een inval te doen. De inval
+geschiedde in de Veluwe en verbreidde wijd en zijd schrik in 't land.
+Tot overmaat van ramp voegden zich de troepen van den keizer van
+Duitschland bij de Spaansche. Intusschen liet Frederik Hendrik zich door
+niets aftrekken. Daarom spanden de Staten-Generaal al hun krachten in,
+om den vijand zoo goed mogelijk tegen te houden. De stadhouder van
+Friesland werd aan 't hoofd van een verdedigingsleger gesteld. Lang kon
+de vijand het in de schrale streek, waar hij was, niet uithouden, zonder
+gebrek aan levensmiddelen te krijgen. Een bijzondere gebeurtenis
+verhaastte zijn aftocht. Het was de aanslag op Wezel, dien een paar
+duizend man Nederlandsche troepen op een vroegen morgen in 't zelfde
+jaar, 1629, waagden en die uitnemend gelukte. Daar de vestingwerken der
+stad destijds open lagen en een deel der bezetting mede naar de Veluwe
+was getrokken, ontmoette men zoo goed als geen tegenstand, en binnen één
+uur was de stad in handen der Nederlanders. De uitwerking volgde
+dadelijk. De vijanden ontruimden het grondgebied der Republiek, en 's
+Hertogenbosch gaf zich bij verdrag over. In 1632 deed de stadhouder,
+vergezeld door Ernst Kasimir, een krijgstocht langs de Maas. Eerst dwong
+hij Venlo en Roermond zich over te geven, welke steden evenwel eenige
+jaren later door den vijand werden heroverd. Hierop voerde hij het
+leger voor Maastricht, dat hij na een langdurig beleg bij verdrag innam,
+in weerwil dat het wakker werd verdedigd en dat wederom een paar legers
+tot ontzet kwamen opdagen. De belegering van Roermond kwam Friesland
+duur te staan. Ernst Kas[)i]mir, die de onderneming bestuurde, werd er
+doodelijk getroffen, stierf binnen kort en kreeg zijn zoon ~Hendrik
+Kas[)i]mir~ (1632-1640) tot opvolger. Het verdrag, met Maastricht
+gesloten, bepaalde, dat de hervormde godsdienst er zou worden toegelaten
+en dat de bisschop van Luik, op wiens grondgebied de stad lag, er zijn
+oude voorrechten zou behouden.
+
+Ook ter zee begon Nederland zijn strijdkrachten ten toon te spreiden. In
+1630 vermeesterde de admiraal ~Loncq~ voor de West-Indische compagnie
+Olinda en het Recif (d. i. een in zee opschietenden klipbrug). Het Recif
+werd versterkt en bleef de hoofdplaats van Nederlands bezittingen in
+Brazilië. In 1628 bemachtigde ~Piet Hein~, vlootvoogd van dezelfde
+compagnie, in ~de baai van Matanzas~ (op de noordkust van het eiland
+Cuba, in West-Indië) de Spaansche zilvervloot. Zij viel zoo goed als
+zonder tegenweer in handen van de vloot der compagnie. Groot was de
+buit, dien men vond aan goud, zilver, paarlen, edelgesteenten en
+specerijen. Alleen de waarde der kostbaarheden werd op ruim 11-1/2
+millioen geschat. De compagnie deed een uitdeeling van 50 ten honderd,
+wat de deelhebbers zeer verheugde. Het was een gelukkige tijd voor de
+West-Indische compagnie. In Brazilië breidde zij zich verder uit, zoodat
+zij weldra de streek bezat, gelegen tusschen de rivier St. Francisco en
+Rio Grande. Landvoogd van Nederlandsch Brazilië werd in 1636 graaf
+~Johan Maurits~ van ~Nassau~, een kleinzoon van Willems broeder Jan.
+Eerst zijn bestuur gaf er het voorkomen aan eener geregelde
+volkplanting. Op uitbreiding van 't grondgebied had hij den blik
+voortdurend gericht. In 1639 werd b. v. St. Eustatius door de
+Nederlanders bezet. Maurits was het, die in 1637 St. George del Mina
+(St. Joris van de mijn, in Guin[=e]a, op de w.kust van Afrika)
+veroverde.
+
+In 1640 hernam Portugal zijn zelfstandigheid (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 141). Johan Maurits, den strijd voorziende, dien Nederlands
+Brazilië weldra zou hebben te verduren, vroeg de compagnie om
+aanmerkelijke versterking der strijdkrachten. Zij, meenende dat dit te
+kostbaar was, riep in 1644 den landvoogd terug. Na zijn vertrek begon de
+achteruitgang dezer bezitting. De Portugeezen, die dáár onder 't bewind
+der compagnie waren, klaagden over onderdrukking en stonden op. Ofschoon
+er vrede tusschen de compagnie en Portugal scheen te bestaan, hielp dit
+rijk de oproerige onderdanen der compagnie en verloor zij hoe langer hoe
+meer grond in Brazilië. In 1654 ging het Recif met de weinige forten,
+die de maatschappij nog in dat land bezat, aan Portugal over. De oorlog,
+dien de Staten-Generaal Portugal verklaarden, deed niets herwinnen. En
+zoo werd het geschil in 1661 bij _den vrede te 's Gravenhage_, twee
+jaren daarna bekrachtigd, indiervoege uit den weg geruimd, dat Nederland
+tegen een afkoop van 4,000,000 _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) ten
+behoeve van Portugal afstand deed van Brazilië.
+
+Zooals het gezag van Frederik Hendrik in allen opzichte groot was in de
+Republiek, zoo oefende hij ook een belangrijken invloed op haar
+buitenlandsche betrekkingen uit. Het werd gedurende zijn stadhouderschap
+de gewoonte, dat de stadhouder met een negental vertrouwelingen, leden
+der Staten-Generaal, uit ieder gewest één of meer, den draad der
+belangrijkste onderhandelingen in handen hield. Zelf was Frederik
+Hendrik, evenals zijn vader, gehecht aan Frankrijk. Hier zocht dus hij
+eveneens steun tegen Philips IV. Zoo werden er onderhandelingen met
+Frankrijk aangeknoopt. Richelieu, de leider der Fransche staatkunde,
+doorgrondde, welk gewicht Nederland in de schaal van Europa's
+statenstelsel zou kunnen leggen. Hij leende dus het oor aan de
+voorslagen, die het kabinet van 's Gravenhage deed, en sloot terzelfder
+tijd, als Frankrijk een werkdadig aandeel begon te nemen aan den
+dertigjarigen oorlog (_Overzicht_, 9de druk, blz. 132), met de
+Nederlanden _het aanvallend en verdedigend verbond_ van den 8sten
+Februari 1635. Dit bepaalde, dat de beide mogendheden zouden pogen, de
+Zuidelijke provinciën aan Spanje te onttrekken en haar hare
+zelfstandigheid terug te geven, of wel het land onder elkander te
+verdeelen.
+
+Op die wijze smolt het laatste gedeelte van den tachtigjarigen oorlog
+ineen met den dertigjarigen. Al werd er, behalve dat Frederik Hendrik
+Breda heroverde, te land weinig gedaan, ter zee behaalden de
+Nederlanders in die dagen een zege, die onder de schitterende
+krijgsbedrijven een eerste plaats bekleedt. Philips IV rustte in 1639
+een arm[=a]da uit, niet geheel ongelijk aan die van 1588. Zij bestond
+uit 67 schepen, waaronder 33 van de zwaarste soort, _galjoenen_ genoemd.
+Aan het hoofd der vloot stond ~Don Antonio d'Oquendo~, een uitstekend
+admiraal. Hem leverde, in weerwil van het verbod van Karel I, koning van
+Engeland, ~Maarten Harpertszoon Tromp~ met een vloot van ruim honderd,
+maar lichtere vaartuigen, den 21sten October, slag te ~Duins~ (een reede
+nabij Noord-Voorland, in 't z.o. van Engeland). De vijand, die liever
+den slag niet had geleverd, werd eenigszins onvoorbereid overvallen.
+Bovendien was de logheid van de zware bodems der Spanjaarden, zoozeer
+verschillende van de welbezeildheid der Nederlandsche schepen, een der
+hoofdoorzaken van het verderf hunner vloot. Een groot aantal hunner
+vaartuigen werd het offer der Nederlandsche branders, dertien waren uit
+Duins ontsnapt, en maar achttien bodems keerden naar Spanje terug. In 't
+kort, Tromp fnuikte voor goed Spanje's macht en verloor zelf slechts één
+schip.
+
+Was Frederik Hendrik de hoofdontwerper geweest van het verdrag met
+Frankrijk, hij was ook de eerste of een der eersten hier te lande, die
+het gevaar van Frankrijks nabuurschap hoe langer hoe meer begon in te
+zien. Hij hield het gezegde voor waarheid, hetwelk weldra een der
+hoofdroersels werd van de buitenlandsche staatkunde der Republiek, dat
+het beter was, Frankrijk tot vriend dan tot nabuur te hebben. En
+naarmate hij de onheilen, die hieruit dreigden voor te komen, beter
+doorgrondde, werd hij des te meer afkeerig van dien staat en helde tot
+het sluiten van vrede met Spanje over. Zijn gezag was nog steeds groot,
+al had hij, hoe invloedrijk ook ter Staten-Generaal, dikwijls met verzet
+van Holland en Amsterdam te strijden. Het rees nog in 1640, toen hij
+stadhouder werd van Groningen en van Drente in plaats van Hendrik
+Kasimir, die aan een wonde, in den oorlog bekomen, stierf en slechts in
+Friesland door zijn broeder ~Willem Frederik~ (1640-1664) werd
+vervangen. Deze Willem Frederik trouwde in 1652 met Albertine Agnes, de
+tweede dochter van Frederik Hendrik. De eenige zoon, dien Hollands
+stadhouder had, heette Willem. Hij huwde in 1641 met ~Maria~, de oudste
+dochter van Karel I, koning van Engeland, of liever hij werd in dit jaar
+met haar verloofd, want omdat de beide jonge lieden nog te weinig jaren
+telden, werd het eigenlijke huwelijk eerst in 1644 voltrokken.
+
+Aleer de vrede tot stand kwam, dien zoowel de meeste der oorlogvoerende
+mogendheden als de stadhouder wenschten, stierf Frederik Hendrik den
+14den Maart 1647 in den ouderdom van 63 jaren. In hem ontviel der
+Republiek een man van groote gaven en bekwaamheden, die het gebouw van
+den staat, door zijn voorgangers opgetrokken, had voleindigd. Als
+staatsman was hij schrander, bedachtzaam en ondoorgrondelijk. In
+krijgskunst en dapperheid behoefde hij niet onder te doen voor zijn
+broeder Maurits en was een waardig tijdgenoot van Gustaaf Adolf. Over 't
+geheel was het tijdperk van zijn stadhouderschap de gouden eeuw der
+Republiek. Overal was veerkracht en bloei. De koophandel breidde zich
+verder en verder uit; volkplantingen ontloken en bloeiden meer en meer;
+de handwerken werden naarstig beoefend; de oorlog schonk lauweren;
+kunsten en wetenschappen eindelijk gaven licht en sieraad aan het
+geheel. Toch waren er ook donkere tinten in het tafereel op te merken.
+In vergelijking met den tijd, toen Oldenbarnevelt aan 't hoofd stond,
+werd de huishouding der Republiek minder goed bestuurd.
+
+
+
+
+§ 22.
+
+_De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._
+
+
+Reeds sedert 1641 en vroeger was er sprake van een vrede, die de rust
+zou teruggeven aan het door den dertig- en den tachtigjarigen oorlog
+zoozeer geschokte Europa. Het duurde tot April 1645, eer het congres
+werd geopend. De gezanten van Zweden en van de protestantsche
+rijksvorsten kwamen bijeen te _Osnabrück_, die der Roomsch-katholieke
+staten te _Munster_. In den beginne waren de Staten-Generaal van zins,
+in overeenstemming met het verbond van 1635, niet zonder Frankrijk vrede
+te sluiten. Maar van 't oogenblik af, dat Mazarin (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 144) den toeleg had geopenbaard, om Frankrijks heerschappij
+in het Noorden tot de grenzen der Republiek uit te breiden, achtte men
+zich dezerzijds gerechtigd, op zichzelf te handelen, te meer, vermits er
+sedert jaren geen spoor meer was van samenwerking tusschen de beide
+bondgenooten. In Nederland zelf waren Zeeland en Utrecht ertegen, dat
+men, buiten Frankrijk, vrede sloot. Desniettemin werd _de Westphaalsche
+vrede_ den 30sten Januari 1648 geteekend. De uitwisseling der
+wederzijdsche bekrachtigingen of _ratificatiën_ had te Munster plaats op
+den 15den Mei, hoewel Zeeland eerst den 30sten dier maand toetrad.
+
+Bij dien vrede erkende de koning van Spanje in art. 1 de Vereenigde
+Nederlanden als vrije en onafhankelijke landen. Art. 3 en 5 bepaalden,
+dat de Staten-Generaal hun veroveringen in Brabant, Limburg en
+Vlaanderen, alsmede in de vreemde werelddeelen behielden. Nog bevatte
+art. 5 de voorwaarde, dat de Spanjaarden zich zouden beperken tot de
+vaart op Oost-Indië, gelijk zij toen was, zonder zich verder te mogen
+uitbreiden. Art. 14 schreef voor, dat de Schelde en de kanalen, welke
+met die rivier in gemeenschap stonden, vanwege de Staten-Generaal zouden
+worden gesloten gehouden.
+
+De vrede van Munster was in allen opzichte een eervolle vrede voor de
+Republiek. Met luister omstraald, trad zij in de rij van Europa's
+mogendheden op. Aan grondgebied won zij Staats-Vlaanderen,
+Staats-Brabant, waartoe ook de stad en omtrek van Maastricht behoorde,
+en Staats-Limburg of de landen van Overmaas. Gelijk Drente, drong
+Staats-Brabant er thans op aan, als achtste gewest tot de Generaliteit
+te worden toegelaten. Het werd geweigerd. De Staten-Generaal voerden het
+bewind over de pas verworven landen, _de Generaliteitslanden_ geheeten.
+Zonderling was het gelegen met de regeering van Maastricht. Deze
+regeering was tweeheerig, d. i. de Staten-Generaal, als verbeeldende den
+hertog van Brabant, oefenden er gemeenschappelijk met den prins-bisschop
+van Luik (zie blz. 11) het gezag.
+
+Voor de Zuidelijke Nederlanden was geen artikel van den vrede nadeeliger
+of meer vernederend dan het 14de. Volgens dit artikel mocht geen schip
+de Schelde op- of afvaren, zonder dat er inkomende of uitgaande rechten
+werden betaald en dat de lading der schepen, uit zee komende, in
+Nederlandsche binnenschepen werd gebracht. Dit alles was een
+bekrachtiging van een oud gebruik, dat Nederland sedert 1604 (zie blz.
+76) ten opzichte van Engeland had doen gelden. Van nu af werd dus aan
+alle zeeschepen de pas afgesneden om Antwerpen te naderen en tevens een
+winstgevende vrachtvaart voor Noord-Nederlanders geopend. Bij Lillo lag,
+ten minste in tijd van vrede, slechts één wachtschip van de
+Nederlandsche vloot, _de uitlegger_ genoemd, om ervoor te waken, dat het
+artikel werd nagekomen. Ten overvloede liet men schuiten met zware
+steenen in de rivier zinken, ten einde ze voor diepgaande schepen
+onbevaarbaar te maken.
+
+Nog op andere wijze, dan door het oorlogszwaard, nam gedurende den
+tachtigjarigen oorlog de omvang van 't grondgebied der Republiek toe.
+Zoowel in Friesland, als inzonderheid in Holland kreeg men door
+indijkingen veel land. Hier won men in de eerste jaren der 17de eeuw de
+Beemster, de Purmer, de Wormer. Doch het Haarlemmermeer insgelijks droog
+te maken ried Leeghwater vruchteloos in een geschrift, getiteld het
+"Haarlemmermeerboek."
+
+Zoo trad dan ons vaderland, krachtig naar buiten en van binnen, onder de
+mogendheden van Europa op. Geschiedde dit eerst in 1648, reeds veel
+vroeger had het met het buitenland betrekkingen aangeknoopt, deels van
+staatkundigen aard, deels ter wille van den handel. Aan het doorzicht en
+aan de wakkerheid van den onsterfelijken landsadvocaat hadden de
+Vereenigde Nederlanden het te danken, dat zij alom in Europa met eere en
+achting werden bejegend.
+
+Geen wonder, Nederland stond ten aanzien van handel en scheepvaart op
+een hoog standpunt. Vroeger (zie blz. 44) is over dit punt het een en
+ander opgeteekend, dat thans verdient eenigermate te worden uitgebreid.
+De handel, die in de eerste plaats allengs voor het grootste gedeelte in
+handen der Nederlanders kwam, was die op de Levant of op de
+Middellandsche Zee, de handel, die Venetië groot had gemaakt. De
+voornaamste handelsplaats in de Levant was Smyrna. Bovendien dreef men
+handel op Rome, op Venetië en op andere groote steden van Italië en
+Sicilië, op Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz.
+
+Sinds de handel van Venetië, van Antwerpen en van de hanse geheel
+verviel of sterk achteruit ging, begon Nederland handelsbetrekkingen met
+alle rijken van Europa aan te knoopen. Zeer aanmerkelijk was die op
+Frankrijk. Reeds in 1658 werd de waarde van alles, wat Frankrijk aan
+Nederland leverde, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. Voor den handel,
+dien Nederland op Frankrijk dreef, behoefde die op het Noorden, d. i. op
+Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en op de havens der Oostzee, niet
+te wijken. Zooals Nederland alles, wat de natuur in het Zuiden en midden
+voortbracht, aan de natiën van Noord-Europa leverde, zoo dreef het met
+die van het Zuiden en het midden handel in de Noordsche waren. Een
+tijdlang waren Polen en Rusland voor Nederland, wat Sicilië eens voor
+Rome was, de korenschuur. Bovendien trok de Republiek van de havens der
+Oostzee al hetgeen zij voor den scheepsbouw en het zeewezen behoefde. De
+ijver der kooplieden werd niet verlamd door den tol, dien alle schepen,
+welke de Sond doorvoeren, te Elseneur (op Seeland) moesten betalen.
+Jaarlijks werd de Oostzee, welker toegang de koning van Denemarken
+bewaarde, door vier duizend Nederlandsche schepen bevaren.
+
+Niet minder belangrijk was de handel langs den Rijn en op verschillende
+steden van Duitschland en Zwitserland. De waarde van den handel op den
+Rijn, die uitsluitend in handen van Nederland was, werd jaarlijks
+geschat op honderd millioen. Van minder gewicht was die op de Zuidelijke
+Nederlanden, op Groot-Britannië, Spanje en Portugal. Een geheel
+eigenaardigen handel dreef Amsterdam op Antwerpen, n.l. in ruwe en
+geslepen diamanten. Onophoudelijk gaf de handel voedsel aan _de
+vrachtvaart_. Al vroeg zagen de Nederlanders, niet ongelijk aan de oude
+Tyriers (_Overzicht_, 9de druk, blz. 11, 12), in, dat zij, een land van
+kleinen omvang bewonende, in de zee het element hadden te zoeken, waarop
+zij voor een goed deel hun bestaan moesten vinden. De koopvaardijvloot
+van het kleine Nederland was in die dagen talrijker, dan de schepen van
+alle volken van Europa tezamen. In alle havens trof men Nederlandsche
+vaartuigen aan, en maar zelden hadden zij ballast in. Buitenlandsche
+handelshuizen gebruikten Nederlandsche schepen en bevrachtten ze met
+allerlei goederen, om ze b. v. uit Engeland of andere landen naar
+Frankrijk of elders over te brengen. Verder schonk de handel nieuw leven
+aan de nijverheid. Beroemd waren de scheepstimmerwerven van Zaandam, de
+bleekerijen van Haarlem, de boekdrukkerij van Elzevier te Leiden. Bij
+den buitenlandschen handel, de vrachtvaart en de nijverheid kwam de
+binnenlandsche handel, die van gewest tot gewest, van stad tot stad werd
+gedreven. Boven alle handelsplaatsen in 't geheele land stak Amsterdam,
+de koningin van Nederlands steden, uit. Onder de fraaie gebouwen der
+stad muntte het nieuwe stadhuis uit, het achtste wonder der wereld,
+waarvan men den bouw begon in 't gedenkwaardige jaar 1648. Een der
+bouwmeesters was ~Jakob van Kampen~.
+
+Wie van den wereldhandel der Nederlanders in de 17de eeuw spreekt kan
+niet zwijgen van de compagnieën. Na het bovenstaande (zie blz. 79 vlg.
+en 88) moet althans van de Oost-Indische compagnie hier nog eenige
+melding worden gemaakt. Na in 1622 de landvoogdij te hebben nedergelegd,
+keerde Coen naar het vaderland terug. Doch in 1627 werd hem die hooge
+betrekking op nieuw opgedragen. Een zijner merkwaardigste opvolgers was
+~Antonie van Diemen~. Door de inheemsche bewoners van Ceylon ingeroepen,
+veroverde hij in 1638 een fort van dit eiland op de Portugeezen. Eens
+vasten voet hebbende gezet, breidde de compagnie haar macht ook hier
+spoedig uit. Eveneens ging Malakka (in 't z.w. van Achter-Indië) in 1641
+van Portugal op de Nederlandsche compagnie over. In 't zelfde jaar
+gelastte de keizer van Japan, dat alle buitenlandsche betrekkingen
+moesten worden afgebroken, behalve met Sina en met de Nederlandsche
+compagnie, die hare factorij vestigde op het kleine eiland _Desima_, dat
+verbonden was met de stad Nangasaki.
+
+Onder de oorzaken, waaraan Nederlands handel zijn bloei had te danken,
+is mede vermeld (zie blz. 44) de persoonlijke vrijheid welke alle
+ingezetenen dezer landen genoten. Uit hoofde van die persoonlijke
+vrijheid, waarvan men hier zeker was, werd de Republiek, van den aanvang
+af, het toevluchtsoord, waar vele vreemdelingen zich metterwoon
+nederzetteden, eerst Vlamingen en andere Zuid-Nederlanders, later
+Franschen, Duitschers, enz. De hervormde kerk--het is waar--was met den
+staat tot één geheel onafscheidelijk samengegroeid. Zelfs de
+Roomsch-katholieken, ofschoon nog lang na de invoering der hervorming
+de meerderheid der bevolking uitmakende, hadden, sinds de vestiging
+der Republiek, geen volledige vrijheid van eeredienst. Maar evenals
+alle andere gezindheden hadden ook zij vrijheid van geweten en
+godsdienstoefening, mits de dienst niet in 't openbaar geschiedde. De
+overheidsambten intusschen en zelfs de mindere bedieningen kon niemand
+bekleeden, dan wie de leer der hervormde kerk beleed. Doch onbetwistbaar
+is het, dat de Republiek niet den minsten gewetensdwang heeft geoefend.
+Buiten de Roomsch-katholieken was het meerendeel der inwoners van
+Nederland hervormd. In Holland en Zeeland telde men ook vele leden der
+Waalsche kerk. Verder had men Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen
+en Joden. Was er alzoo voor den vreemdeling veel, dat hem uitnoodigde,
+zich in deze streken te vestigen, niet alles kan hem hier hebben
+behaagd. De ingezetenen der Vereenigde Nederlanden toch hadden zware
+belastingen op te brengen.
+
+Nederland leefde van den handel, doch niet alleen om den handel. Ook om
+den lauwer in wetenschap en kunst ontstond hier een wedstrijd. Van de
+zucht voor verbreiding van kennis en voor den bloei der wetenschap, die
+de landzaten bezielde, leverde in de eerste plaats het stichten van
+hoogescholen onweerlegbare bewijzen op. Na Leiden verrezen die van
+Franeker, Groningen, Amsterdam (zie blz. 90), Utrecht en Harderwijk. Het
+athenaeum van Franeker stichtten Willem Lodewijk (zie blz. 64) en de
+staten van Friesland in 1585. De universiteit van Groningen werd door de
+staten van 't gewest gegrondvest in 1614. Dan volgde de academie van
+Utrecht, met goedvinden der staten door de stad opgericht in 1636. In
+Gelderland bestond, sedert 1647, Harderwijk als een provinciale
+academie. Latijnsche scholen waren verder in grooten getale door het
+land verspreid. Wat het algemeene volks- of lager-onderwijs betreft, dit
+was een vrucht der hervorming. Daarom stonden overal de scholen onder de
+leiding der heerschende kerk, evenwel steeds onder toezicht der
+regeering. In de heerlijkheden--en zij waren vele--had de heer eveneens
+grooten invloed op de school. Over 't geheel stond het onderwijs op de
+lagere scholen, staande den ganschen duur der Republiek, op een lagen
+trap.
+
+Het vernieuwde leven der natie openbaarde zich insgelijks in de
+letterkunde. Na de tallooze tooneeldichten uit vroegere dagen, waaraan
+de vele Rederijkerskamers (zie blz. 44) het aanzijn hadden gegeven, kwam
+er een gansche hervorming in de letteren sedert den grooten omkeer, die
+tegen het einde der 15de en in 't begin der 16de eeuw in staat en kerk
+plaats greep. Een der beste prozaschrijvers uit de laatstgenoemde eeuw,
+tevens een der merkwaardigste mannen van zijn tijd, is ~Philips van
+Marnix van St. Aldegonde~ (zie blz. 53). In zijn hoofdwerk, _den
+Bijenkorf der Heilige Roomsche kerk_, gispt hij geestig, ernstig en
+krachtig de leer en de gebruiken dezer kerk.
+
+Van alle Rederijkerskamers is er geene, die vruchtbaarder werkte voor de
+opkomst der Nederlandsche letteren, dan de Amsterdamsche kamer "in
+liefde bloeiende". Mede door haar zijn Hooft en Vondel geworden, wat zij
+waren. Met Cats en Huygens zijn de beide zooeven genoemde schrijvers de
+vier, wier namen de gulden eeuw der Nederlandsche letterkunde, den tijd
+van Frederik Hendrik, vermaard hebben gemaakt. ~Pieter Cornelisz.
+Hooft~, gestorven in 1647, was drossaart of drost van Muiden. Een
+zijner treurspelen is _Gerard van Velzen_. Keurig zijn bovenal
+zijn minnedichten. Meer nog dan als dichter muntte hij uit als
+geschiedschrijver. Zijn hoofdwerk, als zoodanig, is _de Nederlandsche
+historiën_, welker onderwerp is de opstand tegen Spanje, van 1555 tot
+1587. Een vreemdeling, zoo men op de geboorteplaats let, maar
+Nederlander door zijn herkomst (uit Antwerpen) en door zijn woonplaats
+van zijn kindsheid af (Utrecht en Amsterdam), is ~Joost van den Vondel~
+(1587-1670). Hij is de vorst der Nederlandsche dichters. Onder de rijen
+zijner treurspelen zijn uitnemend verheven lierzangen, als de lofzang
+der engelen in _den Lucifer_ en die der Amsterdamsche maagden op de
+huwelijkstrouw in _den Gijsbrecht van Amstel_. Met schier evenveel geluk
+beoefende hij bijna alle dichtsoorten. De vruchtbaarste stof voor zijn
+treurspelen leverde hem de bijbel. Een der stukken, hieraan ontleend, is
+de _Lucifer_.
+
+De derde van het viertal is ~Jakob Cats~ (zie blz. 90). Hij is geboren
+te Brouwershaven en stierf in 1660, in den ouderdom van drie-en-tachtig
+jaren. Zijn poëzie is natuurlijk en ongedwongen. Het "leerdicht" was de
+vorm, die hem het meest aantrok. Groot was de populariteit, die hij
+bekwam. Geen dichter werd door het Nederlandsche volk zoo gelezen, als
+hij. Dit is niet vreemd, want zijn gedichten zijn huiselijke gedichten.
+Bijna twee eeuwen lang was "vader Cats" als de tweede bijbel des
+huisgezins. Men heeft van hem: _Ouderdom en Buitenleven_, _het
+huwelijk_, enz.--Veel overeenkomst met het proza van Hooft heeft de
+poëzie van ~Constantijn Huygens~. Evenals die prozaschrijver is hij hier
+en daar duister en onverstaanbaar. De verzameling zijner werken, _de
+Korenbloemen_, bevat punt- en hekeldichten, sneldichten, enz.
+
+Met de ontwikkeling der letteren hield die van sommige kunsten ongeveer
+gelijken tred, bovenal die der schilderkunst. Had België Rubens, die
+moeielijk was te evenaren, Nederland kon op vele zijner tijdgenooten
+bogen, die in het schilderen van huiselijke tafereelen of van
+voorwerpen, aan de natuur of aan het leven ontleend, een zeldzame hoogte
+bereikten. De beroemdste der Nederlandsche historieschilders is
+~Rembrandt~, geboren te Leiden, die van 1608 tot 1669 leefde. Hij vormde
+zichzelf zoo goed als geheel. In eigen waarneming, vooral van de
+weerkaatsing van 't licht, zocht en vond hij zijn kracht. Op geheel
+eenige wijze leerde hij met licht en bruin te werken. Ook was hij een
+meester in het schikken der beelden. Vermaard is zijn "nachtwacht."
+
+
+
+
+§ 23.
+
+_Het stadhouderschap van Willem II._
+
+
+De vrede van Munster was een gewichtige gebeurtenis, zoo voor Europa in
+'t algemeen, als voor de Republiek in 't bijzonder. Een volledige
+zegepraal bekroonde de langdurige worsteling der vaderen. Gelijk met den
+Westphaalschen vrede de toestand van Europa aanmerkelijke wijzigingen
+onderging, daar, naast de zucht tot uitbreiding van 't grondgebied, de
+belangen van den handel nu, in plaats van den godsdienst, de voornaamste
+drijfveer werden van de politiek der kabinetten, zoo nam ook de
+buitenlandsche staatkunde der Republiek een andere richting. De
+zienswijze, gedurende de laatste jaren van den oorlog opgekomen, werd
+een onwrikbare overtuiging van Nederlands staatsmannen (zie blz. 94).
+Niet Spanje, maar Frankrijk was van nu aan het aanhoudend voorwerp der
+bezorgdheid van de Republiek. De Zuidelijke Nederlanden werden thans als
+een beveiligende voormuur tegen Frankrijk aangemerkt. De wrok, dien
+Frankrijk wegens het sluiten van den vrede tegen Nederland had opgevat,
+was diep geworteld en bleef bestaan.
+
+Met den anderen nabuur, Groot-Britannië, was de verstandhouding der
+Republiek, ten tijde van den vrede, ook niet zeer innig. Engelands rust
+werd door binnenlandsche oneenigheden verstoord. In 1648, toen de vrede
+tot stand kwam, had de partij van 't parlement niet alleen gezegevierd;
+doch zij had ook den persoon des konings Karel I (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 147) in haar macht. Deze uitkomst bracht de Republiek in een
+moeielijken toestand. Den jongen stadhouder, Willem II, trof het lot
+zijns schoonvaders diep. De Staten-Generaal erkenden Karel II als koning
+en weigerden gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek.
+Eveneens stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal (zie blz.
+92). Evenmin waren de betrekkingen met Zweden, fier op de rol, die het
+in den dertigjarigen oorlog had vervuld, en nauw verbonden met
+Frankrijk, van vriendschappelijken aard. Tusschen Denemarken integendeel
+en de Republiek heerschte veel welwillendheid. Met den keizer van
+Duitschland waren in den laatsten tijd geen betrekkingen aangeknoopt;
+doch, behalve de nabuurschap, moest de verandering van standpunt van
+Nederland ten opzichte van Spanje ook gunstig werken op de verhouding
+tot Duitschland.
+
+In tegenspraak met hetgeen de natuurlijke loop der zaken scheen mede te
+brengen, dat de vrede de voorlooper zou zijn van een tijdperk van rust,
+moest Nederland het ten tweeden male beleven, dat de buitenlandsche
+oorlog slechts was geweken, om plaats te maken voor binnenlandsche
+tweedracht. In 1647 en 1648 was ~WILLEM~ II zijn vader in al zijn
+bedieningen opgevolgd, ook in het stadhouderschap van Groningen en
+Drente. Dit opvolgen van den prins greep onder ongunstige voorteekenen
+plaats. Hoezeer hij van begeerte brandde om den oorlog gaande te houden,
+had hij zoo duidelijk getoond, dat dit door de staten van Holland zeer
+euvel werd opgenomen. Hierbij kwam de zaak van koning Karel I, die
+sedert 1647 een gevangene zijner onderdanen was. Willem zocht in 't
+volgende jaar de Staten-Generaal te bewegen, zich voor zijn schoonvader
+in de bres te stellen; maar Holland en Zeeland wilden zich het in macht
+zoo zeer aangroeiende parlement niet tot vijand maken.
+
+Nog erger oneenigheid ontstond weldra tusschen Willem II en Holland. Het
+financiewezen dezer provincie bevond zich in een ongunstigen toestand.
+Daarom waren de staten van dit gewest ernstig bedacht op bezuinigingen,
+om te verhoeden, dat den ingezetenen zwaardere lasten werden opgelegd.
+Hiermede kwam de denkwijze van de staten der andere gewesten overeen.
+Men besefte, dat de besparing van groote sommen niet anders dan op het
+krijgswezen kon worden gevonden. Doch over het getal der af te danken
+manschappen rees geschil tusschen de Staten-Generaal en Holland. Nadat
+een paar afdankingen overeenkomstig de meening van dit gewest, maar niet
+geheel volgens de zienswijze der Staten-Generaal en van den raad van
+state, hadden plaats gegrepen, drongen de staten van Holland erop aan,
+dat men nog vijftig compagnieën vreemdelingen en de helft der ruiterij
+zou afdanken. Hiertegen waren de Staten-Generaal en de prins. Na vele
+voorslagen over en weer besloten ten laatste de staten van Holland op
+Maandag den 30sten Mei 1650 ter Generaliteit niet langer over de zaak te
+spreken, doch naar eigen goedvinden te handelen. Zoo werden er, op naam
+der Staten van Holland, brieven van afdanking gezonden aan de kapiteins
+van een-en-dertig compagnieën voetvolk en van twaalf eskadrons ruiterij,
+die Holland betaalde.
+
+Van dezen beslissenden stap kennis hebbende gekregen, begaven zich de
+beide stadhouders en de gansche raad van state naar de buitengewone
+vergadering der Staten-Generaal, die op Zondag den 5den Juni werd
+gehouden. Dit college verzochten zij, met hen de hand eraan te houden,
+dat die voorgenomen afdanking niet plaats greep, en te overwegen, wat in
+deze gewichtige aangelegenheid verder behoorde te worden gedaan. In
+weerwil dat vanwege de meeste gewesten slechts een gering aantal leden
+de vergadering bijwoonde, kwam den 5den Juni 1650 een besluit tot stand,
+door een zeker aantal dier leden genomen. Hierin bepaalde men, dat aan
+de kapiteins der troepen tegenbevel zou worden gezonden; dat een
+aanzienlijke bezending zou rondgaan bij alle leden van de staten van
+Holland, om hen over te halen, zich van alle afzonderlijke afdanking van
+krijgsvolk te onthouden; dat de prins werd verzocht, alle zoodanige
+maatregelen te nemen, waardoor de rust bewaard bleef en de unie werd
+gehandhaafd.
+
+De prins stelde zichzelf aan 't hoofd der bezending en ging weldra op
+reis. Zij werd begeleid door ongeveer vier honderd officieren van
+hoogeren en lageren rang. De eerste stad, die de gemachtigden bezochten,
+was Dordrecht, waar de oud-burgemeester ~Jakob de Witt~ het woord tot
+hen voerde en vanwaar zij, zonder de gewenschte belofte te hebben
+bekomen, weder vertrokken. Nog minder slaagde de bezending in een paar
+andere steden. Inzonderheid werden te Amsterdam scherpe woorden geuit.
+Wederom in andere kwam de raad bijeen, hoorde het voorstel aan en gaf
+eenig antwoord, zonder zich evenwel te verbinden tot hetgeen de
+bezending verlangde. Na de bezending werden over de hoofdzaak, het stuk
+der afdanking, weder nieuwe onderhandelingen tusschen de staten van
+Holland en den prins geopend. Hierbij naderden de beide partijen
+elkander op zoo korten afstand, dat Holland ten laatste slechts 300
+ruiters en ruim 300 voetknechten meer dan Willem II uit den dienst wilde
+ontslaan. Terwijl echter de een niet voor den ander wilde zwichten, liet
+de prins den 30sten Juli 1650 Jakob de Witt, oud-burgemeester van
+Dordrecht, en vijf andere heeren uit Holland, leden der overheid in
+verschillende steden en tevens van de staten van Holland, aanzeggen, dat
+hij hen wenschte te spreken. Een der vertrekken van het gebouw te 's
+Gravenhage, dat "het hof" heette, zijnde binnengetreden, werden zij uit
+'s prinsen naam in hechtenis genomen. Den 31sten Juli liet de stadhouder
+de zes heeren naar Loevestein brengen.
+
+Inmiddels waren, onder bevel van Willem Frederik, reeds den 29sten dier
+maand troepen opgebroken, die in last hadden Amsterdam te bezetten. Het
+voornemen van den prins was, zonder gewelddadigheid een sterke
+bezetting te Amsterdam te leggen en dan de vroedschap te veranderen. Een
+gedeelte van 't krijgsvolk kwam op den bepaalden tijd in de nabijheid
+van Amsterdam, te Abkoude. Maar een ander gedeelte, des avonds van
+Hilversum (ten z. van Naarden) opgebroken, geraakte door het onstuimige
+weder en de duisternis van den nacht aan het dwalen. De Hamburger
+postbode, op zijn reis naar Amsterdam te midden dier rondzwervende
+troepen gerakende, bracht op den vroegen morgen van den 30sten Juli te
+Amsterdam het bericht, dat eenige duizenden ruiters, die ieder toen voor
+vreemde troepen hield, tegen de stad in aantocht waren. Onverwijld nam
+Amsterdam alle vereischte maatregelen, om zich in staat van tegenweer te
+stellen. Den 31sten Juli vertrok de prins van Oranje naar het leger, dat
+voor Amsterdam lag. Inmiddels had de overheid der stad een paar
+zeesluizen laten openen en was op die wijze begonnen het land onder
+water te zetten. Willem II alzoo ziende, dat zijn toeleg was verijdeld,
+en vreezende, dat zijn soldaten mochten verdrinken, verzocht de
+Staten-Generaal, hem terug te roepen. Hetzelfde verzoek deden hun de
+staten van Holland. Eer hieraan echter gevolg werd gegeven, trad de
+stad, uit bezorgdheid dat de handel, die reeds veel door 't beleg had
+geleden, mocht verloopen, en ziende, dat zij niet veel steun vond bij de
+overige steden van Holland, in onderhandeling met den prins. Die
+onderhandelingen voerden den 3den Augustus tot een verdrag, hetwelk
+behelsde, dat Amsterdam zich in het twistgeding over 't krijgsvolk zou
+voegen naar de meening der zes provinciën en dat Zijn Hoogheid de
+troepen zou doen aftrekken. Nu ontsloeg de prins ook de zes heeren,
+zonder te reppen van eenige misdaad, waarom zij zouden zijn gevangen
+genomen.
+
+Willem II beleefde het einde van 't jaar, waarin de tweedracht zoo fel
+was uitgebarsten, niet meer. Naar Dieren (nabij Arnhem) vertrokken, waar
+hij een landgoed had, hield hij zich, in weerwil van 't ongunstige weder
+van den herfst van dit jaar, zoo onafgebroken met de jacht bezig, dat
+hij tegen 't eind van October ziek werd en naar den Haag moest worden
+vervoerd. Reeds den 6den November overleed hij in den jeugdigen ouderdom
+van ruim vier-en-twintig jaren. Naar alle waarschijnlijkheid voorkwam
+zijn vroegtijdige dood groote moeielijkheden, die zich aan den
+gezichteinder begonnen te vertoonen. Behalve dat het lang zou
+hebben geduurd, eer de bestaande spanning ware verkeerd in een
+vriendschappelijke verhouding tot Hollands regenten, is het te
+vermoeden, dat de onbezonnen aanmoediging van een drom vleiers, wien hij
+het oor leende, den heerschzuchtigen en hartstochtelijken stadhouder
+mettertijd het spoor had doen bijster worden. De onervaren prins stond
+op het punt, het zoo even voltooide meesterstuk, te Munster tot stand
+gebracht, te vernietigen. In overleg met hem had het Fransche hof een
+ontwerp-verdrag opgesteld, dat de Republiek en Frankrijk in een dubbelen
+oorlog zou hebben gewikkeld met Spanje en met Engeland. De Stuarts
+zouden door de beide bondgenooten op den troon worden hersteld. Maar de
+plotselinge dood van den prins deed het ontwerp in duigen vallen. In hem
+ontviel der Republiek een man, die ontegenzeggelijk groote gaven had en
+den staat aanmerkelijke diensten had kunnen bewijzen. Ware hem een
+langer leven gegund geweest, hij zou zijn vermaarde voorzaten in vele
+opzichten hebben kunnen evenaren, want hij was onvermoeid, dapper,
+ondernemend en milddadig.
+
+
+
+
+§ 24.
+
+_De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._
+
+
+De mare van 's prinsen dood verwekte, toen zij door 't gansche land
+weerklonk, naarmate van ieders gezindheid, verschillende aandoeningen
+van droefheid of blijdschap. Den 14den November, acht dagen na 's
+prinsen dood, werd Willem Hendrik, de zoon van Willem II, geboren. De
+staten van Holland, intusschen bijeengekomen, deden een bezending aan
+hun medeleden in de unie, om hun voor te stellen, de staten der
+bijzondere gewesten te 's Gravenhage te beschrijven, ten einde op de
+unie, de religie en de militie te besluiten. Dit duidt aan, dat de
+staten van Holland zich onwrikbaar hadden voorgenomen, de regeering op
+een vasten voet te brengen, ten welken einde zij de toestemming der
+andere gewesten behoefden en wenschten, dat de staten dier provinciën
+een aanmerkelijk getal afgevaardigden naar den Haag zouden zenden.
+Thans immers, nu de tachtigjarige oorlog voor goed was geëindigd, scheen
+het noodzakelijk, een vasten regeeringsvorm aan de Republiek te geven.
+Middelerwijl werd de voogdij over den jongen prins opgedragen, ter ééne
+zijde, aan de prinses-weduwe (zie blz. 95), en ter andere aan de
+prinses-grootmoeder (zie blz. 89) en aan den keurvorst van Brandenburg
+gezamenlijk. Deze keurvorst was Frederik Willem, getrouwd met de oudste
+dochter van Frederik Hendrik, ~Louise Henriëtte~. Terwijl vervolgens de
+staten van de meeste gewesten de rechten, die de stadhouder tot dusver
+had gehad, aan zichzelven trokken of aan de steden toekenden, benoemden
+Groningen en Drente Willem Frederik (zie blz. 94) in 1650 tot
+stadhouder.
+
+Den 18den Januari 1651 opende de raadpensionaris Cats _de groote
+vergadering_ of die der Algemeene Staten, alwaar ruim 300 personen
+tegenwoordig waren. Hoofdzakelijk kwam de rede van den raadpensionaris
+hierop neer, dat, vermits de Republiek, door 't overlijden van Willem II
+en bij ontstentenis van een prins uit het huis van Oranje-Nassau, in
+staat om stadhouder en kapitein-generaal te zijn, zich in een toestand
+bevond, hoedanigen zij nimmer had gekend, er moest worden beraadslaagd
+over _de unie_, _de religie_ en _de militie_. Ten aanzien van de religie
+verklaarde men zich te houden aan den hervormden godsdienst, zooals hij
+was vastgesteld op de synode van Dordrecht, en de andere sekten
+oogluikend te willen toelaten. De vaststelling van het punt der unie
+leverde groote bezwaren op. De grootste moeilijkheid bestond hierin, een
+geschikt middel te vinden, ten einde de geschillen van één gewest of
+tusschen onderscheiden gewesten bij te leggen. De verscheidenheid der
+meeningen over dit punt liep hierop uit, dat er niets werd vastgesteld.
+Het spreekt vanzelf, dat het derde punt, dat over de militie,
+waaromtrent in de beide laatste jaren zooveel was voorgevallen,
+inzonderheid de aandacht der vergadering bezig hield. Men kwam tot deze
+uitkomst, dat, naast den Staten-Generaal, aan de staten der gewesten
+meer gezag en grooter bevoegdheid op het stuk van 't krijgswezen werd
+toegekend, dan tot hiertoe het geval was geweest. Alles, wat op de
+groote vergadering was besloten, werd aangemerkt als een grondwet van
+den staat. Hetgeen omtrent de beide eerste punten was beslist bracht de
+regeering op zoodanigen voet, dat Holland veel meer invloed kreeg op de
+Vereenigde Nederlanden, dan het tevoren had gehad. Kort nadat de groote
+vergadering was uiteengegaan, legde Cats het ambt van raadpensionaris
+neer. In zijn plaats benoemden de staten van Holland nog in 1651 ten
+tweeden male (zie blz. 90) ~Adriaan Pauw~.
+
+Hetgeen in 1649 hier te lande ten opzichte van de gezanten der Engelsche
+Republiek (zie blz. 103) was voorgevallen werd door het parlement zeer
+euvel opgenomen. De dood van den prins gaf het parlement grond om te
+meenen, dat er in de denkwijze der zeven gewesten ten aanzien van
+Engeland een omkeering had plaats gegrepen. Het zond dus in 1651 een
+plechtig gezantschap naar dezen staat, hetwelk terstond gehoor verwierf
+in de groote vergadering. De bezending had in last, een verbond met de
+Staten-Generaal te sluiten, nauwer dan immer tusschen de beide staten
+had bestaan. Hoe de aard van dit verbond zou zijn, werd voorshands niet
+nader verklaard. De Staten-Generaal toonden weinig geneigdheid, aan den
+voorslag te voldoen. Alzoo riep het parlement nog in den zomer van 't
+zelfde jaar zijn gezantschap terug. Wat Holland had gevreesd en van den
+beginne af had trachten te voorkomen gebeurde. In Oct. 1651 vaardigde de
+Engelsche Republiek _de akte van navigatie_ uit, die een zwaren slag
+toebracht aan de vrachtvaart en aan den tusschenhandel der Nederlanders
+(zie blz. 98). Deze akte toch bepaalde, dat de vaartuigen van vreemde
+natiën geen andere voorbrengsels dan die van hun eigen land in de
+Britsche havens mochten invoeren. Groot was het nadeel, door deze akte
+aan Nederlands vrachtvaart, haringvangst en visscherij in 't algemeen
+toegebracht. Nog grooter werd het, daar ook andere natiën, even
+ijverzuchtig op den bloei der Republiek als de Engelsche, het voorbeeld
+van dit volk gingen navolgen. Toen voorzeker moest het getal der
+Nederlandsche vrachtschepen, hetwelk in 1651 meer dan elf duizend
+bedroeg, wel dalen.
+
+Bij de onderhandelingen, vervolgens aangeknoopt tusschen de Britsche en
+de Nederlandsche Republiek over een verbond van vriendschap en
+koophandel, kwamen de Engelschen met hooge eischen voor den dag, b. v.
+met dien van 't recht eener volstrekte heerschappij over de zeeën van
+Groot-Britannië, verlangende, dat ieder dit door het strijken der vlag
+voor de Engelsche oorlogschepen erkende. Ook werd hetgeen ongeveer
+dertig jaren geleden op Amboina (zie blz. 79, 80) was voorgevallen op
+nieuw opgehaald. Intusschen waren de Engelsche oorlogschepen zelfs
+begonnen, eenige vaartuigen der Nederlanders te nemen. Uit dien hoofde
+werd de luitenant-admiraal ~Maarten Harpertsz. Tromp~ in 1652 met een
+groote vloot in zee gezonden. Den 29sten Mei stiet hij op den Engelschen
+admiraal ~Blake~, die op de hoogte van ~Dover~ kruiste. Hier werden zijn
+schepen handgemeen met de vloot van Blake, die, omdat Tromp hem niet
+spoedig genoeg groette, het sein gaf tot het gevecht. De nacht scheidde
+de kampenden, en de beide admiralen verweten elkander de vredebreuk. De
+onderhandelingen, nogmaals aangeknoopt, leidden tot niets, en _de eerste
+zeeoorlog_ met Engeland was metterdaad verklaard.
+
+~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ sloeg den Engelschen vice-admiraal
+~Askue~ in 1652 bij ~Plymouth~ (in 't z.w. van Engeland). Niet minder
+krachtig handhaafde Tromp, toen op het toppunt van zijn roem, de eer der
+Nederlandsche vlag, zoowel in _den_ onbeslisten _driedaagschen zeeslag_
+bij ~Portland~ (een schiereiland in 't z. van Engeland, ten w. van
+Dorchester) in Febr. 1653 tegen Blake en bij ~ter Heijde~ (ten z. van
+Scheveningen), waar hijzelf sneuvelde (10 Aug.) en waar de zege eveneens
+twijfelachtig was, tegen Monk (zie _Overzicht_, 9de druk, blz. 148), als
+in vele andere ontmoetingen. De oorlog met Engeland kwam de schatkist
+der Republiek op zulke zware offers te staan en de handel verliep
+zoozeer, dat de rampen van den tachtigjarigen oorlog geringer schenen
+dan die van dezen krijg. Amsterdam kwijnde. De Republiek was geenszins
+opgewassen tegen Engeland. Niet minder dan in Nederland gevoelde men in
+Engeland de gevolgen der stremming van handel en zeevaart, en Cromwell
+zag in, dat zijn gezag licht aan 't wankelen kon worden gebracht, zoo
+hem de fortuin eens tegenliep. Bovendien duchtte hij, dat, indien de
+oorlog den prins van Oranje in Nederland op het kussen mocht brengen,
+deze verheffing die van Karel II in de hand kon werken.
+
+Hier te lande wenschte Holland, hetwelk, naar gewoonte, de zwaarste
+lasten voor den oorlog droeg en voor de achterlijk blijvende gewesten de
+penningen wederom moest voorschieten, bovenal den vrede. De staten van
+dit gewest droegen, na den dood van Pauw (zie blz. 109), in 1653 het
+raadpensionarisschap op aan ~JOHAN DE WITT~. Hij was de tweede zoon van
+Jakob de Witt, twee jaren jonger dan zijn broeder Cornelis. Zonder de
+andere provinciën te hebben geraadpleegd, wendde Holland zich, in Maart
+1653, tot het parlement, om te pogen eenig uitzicht op den vrede te
+verkrijgen. Het gevolg was, dat een paar maanden later een gezantschap
+der Staten-Generaal naar Londen vertrok. Een of twee dezer gezanten
+hielden geheime briefwisseling met de Witt. Dit gaf aanleiding tot het
+vermoeden, dat de Witt en zij, die in Holland met hem eenstemmig
+dachten, van zins waren, met Engeland een verdrag te doen tot stand
+komen, nadeelig voor de belangen van het huis van Oranje-Nassau.
+
+In November 1653 werden de Nederlandsche gezanten in kennis gesteld van
+een ontwerp van vrede, uitgaande van de Engelsche Republiek. Het ontwerp
+bevatte o. a. de vordering, dat de Staten-Generaal, noch de staten der
+gewesten den prins van Oranje of een zijner nakomelingen immer zouden
+aanstellen tot kapitein-generaal en admiraal of stadhouder. Tegen dit
+punt kwamen de afgevaardigden terstond in verzet. Doch in 't zelfde jaar
+werd Cromwell protector van Groot-Britannië. Hij stond vast op het stuk
+der uitsluiting van den prins, zeggende van oordeel te zijn, dat, indien
+de zoon van Willem II tot hooge waardigheden mocht komen, hieruit
+geschillen zouden voortspruiten tusschen Engeland en Nederland en alzoo
+de vrede zou worden verstoord. De Staten-Generaal waren hiervan ten
+eenen male afkeerig. Van zijn kant gaf Cromwell te verstaan, dat hij er
+genoegen in zoude nemen, indien slechts de staten van Holland hem
+omtrent die uitsluiting den noodigen waarborg gaven. Dit werd nu de
+aangelegenheid, waarover een paar gezanten der Republiek met de Witt in
+'t geheim brieven wisselden en die aan de Staten-Generaal en aan 't
+meerendeel der staten van Holland onbekend bleef.
+
+Den 23sten April 1654 werd het vredesverdrag door de Staten-Generaal
+bekrachtigd, den 30sten door Cromwell. Zóó kwam _de vrede van
+Westminster_ tot stand. Hij bepaalde hoofdzakelijk, dat de
+Nederlanders, in de Britsche wateren één of meer Engelsche oorlogschepen
+ontmoetende, steeds de vlag zouden strijken en dat recht zou worden
+gedaan wegens het op Amboina gebeurde. Overeenkomstig dit laatste punt
+betaalde men een aanzienlijke som aan de erfgenamen der op Amboina
+terecht gestelden. Den 3den April koesterde de Witt nog de hoop, dat
+Cromwell ten aanzien van de uitsluiting van inzicht mocht veranderen.
+Niet alsof hij de verheffing van den prins wenschte. Het tegendeel staat
+vast. Een diepen indruk had 's vaders gevangenneming op den zoon
+gemaakt. En dat de tijd bij hem en bij zijn partij dien indruk niet
+wegnam, dit belette, zoo het voor 't overige mogelijk ware geweest,
+reeds de naam _Loevesteinsche factie_, welken de staatsgezinde partij
+(zie blz. 89) sedert dien tijd bij haar tegenstanders droeg. In weerwil
+hiervan heeft men in familiewrok niet in de eerste plaats het beginsel
+te zoeken van de Witts vooringenomenheid tegen het huis van
+Oranje-Nassau. Die vooringenomenheid stond bij hem in verband met de
+vaste overtuiging, dat de souvereiniteit der staten in aanhoudend gevaar
+was, indien de Republiek steeds een dienaar in naam, een meester in 't
+wezen der zaak had, die het opperbevel voerde over een staand leger en
+als stadhouder veler gewesten een zoo veelzijdigen invloed kon
+uitoefenen. De raadpensionaris was van meening, dat slechts in tijd van
+oorlog een kapitein-generaal een onmisbaar dienaar der Republiek was.
+
+Maar al was de Witt geen voorstander van de belangen van 't huis van
+Oranje-Nassau, het kon hem niet anders dan onaangenaam zijn, dat het
+besluit der tegenwerking van den prins door een vreemde mogendheid, als
+volstrekte voorwaarde voor 't behoud des vredes, aan Holland werd
+afgeperst. Vermits intusschen Cromwells onherroepelijke wil was, een
+verklaring der staten van Holland over de uitsluiting, met zijn wensch
+overeenstemmende, onmiddellijk na het teekenen van het vredesverdrag in
+handen te hebben en hij de instandhouding van den nauwelijks gesloten
+vrede hiervan afhankelijk stelde, werd de zaak den 28sten April en in de
+eerste dagen van Mei in de vergadering der staten van Holland overwogen.
+Veertien leden stemden er ten slotte voor. Alzoo werd _de akte van
+seclusie_ of uitsluiting naar Engeland gezonden. Zij behelsde, dat de
+staten van Holland den prins van Oranje of een zijner nakomelingen
+nimmer tot stadhouder verkiezen, noch, zooveel hun stem aanging,
+gedoogen zouden, dat hij ooit tot kapitein-generaal der unie werd
+aangesteld. Ongeveer terzelfder tijd dat de akte aan Cromwell werd ter
+hand gesteld, lekte het geheim in de Republiek uit en ontstond te dier
+zake van alle zijden in 't land een groote verbolgenheid. Daarom schreef
+de Witt een meesterlijk vertoog, een uitvoerige verdediging der akte en
+van de wijze, waarop zij was verleend, die, met goedvinden van de meeste
+leden, op naam der staten van Holland werd uitgegeven.
+
+
+
+
+§ 25.
+
+_De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der Republiek
+met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede Engelsche
+zeeoorlog._
+
+
+Als eerste vruchten van den gesloten vrede, werden welvaart en algemeene
+tevredenheid in Nederland geplukt. Die vrede opende weder de bronnen van
+handel, scheepvaart en nijverheid. De vrees, dat de akte van seclusie
+duurzame onlusten zou doen geboren worden, bleek ongegrond te zijn. Van
+zijn kant vestigde de Witt, daar de Republiek thans op een goeden voet
+stond met Engeland en de eendracht in 't land zelf hoe langer hoe meer
+veld won, al zijn aandacht op de binnenlandsche aangelegenheden en
+bovenal op het financiewezen. Dit was een tak, die dringend regeling
+vereischte, iets, waartoe den raadpensionaris zijn uitnemende
+bekwaamheden in dit deel der huishouding van den staat bij uitstek te
+stade kwamen. Aan de Witts verstandige beginselen in het beheer der
+geldmiddelen, echt Hollandsche spaarzaamheid in het besteden der
+penningen en een voortdurend streven naar vermindering der hoofdschuld,
+had de staat het te danken, dat hij later, onder kostbare oorlogen, zijn
+krediet kon handhaven. De lessen, geput uit den nauwelijks geëindigden
+oorlog, versmaadde de Witt geenszins. In dien krijg was de meerderheid
+der Engelsche vloot boven de Nederlandsche helder aan den dag gekomen.
+Daarom was de verbetering van het zeewezen het doelwit, waarop hij den
+blik aanhoudend gericht hield. Aan alles, dat te dien einde werd
+voorgesteld, zette hij kracht en leven bij.
+
+De waardigheid en de belangen der Republiek wist de raadpensionaris met
+eere te verdedigen tegen het buitenland. Toen in 1655 een oorlog
+losbarstte tusschen Zweden en Polen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 149) en
+het weldra duidelijk werd, dat de koning van Zweden, Karel X Gustaaf,
+naar de opperheerschappij over de Oostzee streefde, waren de
+Staten-Generaal terstond bedacht op de belangen van den Nederlandschen
+handel (zie blz. 98). ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ (ten w. van Hoorn)
+stevende, als luitenant-admiraal van Holland, naar de Oostzee, om de
+koopvaardijschepen der Republiek en Dantzig, dat door de Zweden werd
+belegerd, te ontzetten. Dit geschiedde in 1656. En toen Frederik III,
+koning van Denemarken, als bondgenoot van Polen aan den oorlog deel nam,
+stond Nederland hem zoowel anderszins als met zijn vloot bij. Wassenaar
+behaalde in 1658, nabij het slot ~Kroonenburg~, een zege op ~Wrangel~,
+bevelhebber der Zweedsche vloot. In 1659 landde Hollands vice-admiraal
+~de Ruiter~ op het eiland Funen en veroverde Nijborg. Hem viel de eer
+ten deel, door den koning van Denemarken met een gouden keten, alsmede
+met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in den adelstand verheven te
+worden.
+
+Het beklimmen in 1660 van den troon van Groot-Britannië door Karel II
+bracht geen innige verhouding teweeg tusschen dit rijk en Nederland. Op
+het bericht zijner verheffing reisde Karel van Breda, waar hij destijds
+vertoefde, naar Holland, om zich te Scheveningen in te schepen. Afscheid
+nemende, beval hij de belangen van den jongen prins van Oranje-Nassau
+ernstig aan de Staten-Generaal en aan de staten van Holland aan.
+Voortshands had deze aanbeveling geen andere uitwerking, dan dat de
+staten van Holland in 't laatst van September 1660 de akte van seclusie,
+die met den dood van Cromwell haar beteekenis verloor, introkken. Den
+koning van Engeland deden zij hierdoor geen bijzonder groot genoegen.
+Hij toch achtte de akte door dien dood zelven te zijn vervallen.
+
+Intusschen beseffende, dat de Republiek niet bestand was tegen de
+vereenigde macht der rijken Frankrijk en Engeland, meende de Witt, dat
+men bij Engeland steun moest zoeken tegen de overmacht van Frankrijk,
+bij Frankrijk tegen die van Engeland. Op dit beginsel berustten de beide
+verdragen, die Nederland in 1662 sloot, het eene met Engeland, het
+andere met Frankrijk. Het verdrag met Engeland, aan de beide staten de
+verplichting opleggende, elkander in geval van oorlog bij te staan, kwam
+in September van dat jaar tot stand. Reeds vroeger, in April, was het
+verwerend verbond met Frankrijk gesloten, waarin werd vastgesteld, dat
+elk der bondgenooten, in geval een van hen in oorlog geraakte, den
+anderen bijstaan en zonder hem geen vrede sluiten zoude.
+
+Zóó meende de Witt zijn doel te hebben bereikt, den staat te hebben
+beveiligd tegen mogelijke aanvallen op het vasteland, ten einde zich op
+zee tegenover Engeland te kunnen doen gelden, hetzij zonder, hetzij met
+geweld. Één moeielijkheid was er bij dit stelsel der buitenlandsche
+politiek, en die moeielijkheid ontging de Witts scherpzienden blik in
+geenen deele. Met den aanvang der regeering van Lodewijk XIV was
+Frankrijk de eerste mogendheid van Europa geworden. Het was voor de Witt
+geen geheim, dat de inlijving der Spaansche Nederlanden een der
+hoofdplannen was van Lodewijks buitenlandsche staatkunde. Maar ook was
+het zijn vaste overtuiging, dat men Frankrijk wel tot vriend, maar niet
+tot nabuur moest hebben (zie bladz. 103). Kon de Republiek dit laatste
+niet beletten, dan stond haar eigen zekerheid op het spel. Weldra werd
+er tusschen den graaf ~d'Estrades~, den gezant van Frankrijk te 's
+Gravenhage, en de Witt een onderhandeling aangeknoopt omtrent een
+verdeeling of vrijmaking der Zuidelijke Nederlanden, geheel
+overeenkomende met het oogmerk, dat Frankrijk en de Nederlanden voorheen
+hadden gekoesterd (zie bladz. 93). Nog waren de Staten-Generaal bezig,
+hierover met Lodewijk te onderhandelen, toen de koning in 1664
+plotseling de zekerheid meende te hebben verkregen, dat de Republiek
+niet bij machte zou zijn, zich tegen de inlijving dier gewesten te
+verzetten. Daarom hield hij het voor overbodig, den buit met een ander
+te deelen. Terwijl Lodewijk zich met deze overdenking bezig hield, kwam
+het hem zeer gelegen, dat de Republiek weldra met Engeland in oorlog
+geraakte. Zoo werd Nederland verplicht, zich steeds nauwer aan
+Frankrijk aan te sluiten, en kon hijzelf gelegenheid vinden, zijn
+plannen omtrent de Zuidelijke Nederlanden in rust te volvoeren, zoodra
+zich hiertoe de gelegenheid aanbood.
+
+In weerwil van de banden, die Engeland aan Nederland schenen te hechten,
+als gelijkheid van afstamming, godsdienst en zeden, bestond er tusschen
+de inwoners dier beide rijken een nationale haat. De oorzaak der
+verwijdering lag vooral in den strijd der belangen. Engeland zocht zijn
+macht te vestigen op dezelfde grondslagen, als Nederland, op den handel
+en de zeevaart. Wat Karel II betreft, hij kon het der Republiek niet
+vergeven, dat zij gedurende de jaren zijner ballingschap het gevaar
+zorgvuldig had ontweken, om zijnentwil Cromwell eenigen aanstoot te
+geven. Bovenal nam hij het euvel, dat de Witt, zooals hij zeide, zijn
+neef geen recht deed wedervaren. Deze gronden verklaren, hoe de krijg
+losbarstte, dien men _den tweeden Engelschen zeeoorlog_ noemt en die een
+dier merkwaardige zeeoorlogen is, welke de zeventiende eeuw boven alle
+tijdperken der oude en der nieuwe geschiedenis onderscheiden. De naijver
+op den nog altijd grooteren handel en de uitgebreider scheepvaart van
+Holland en Zeeland maakte hem voor de Engelschen tot een nationalen
+strijd, en hun aanvallen en veroveringen gingen de oorlogsverklaring
+reeds een jaar vooraf. In 1664 vermeesterden zij Nieuw-Nederland met
+Nieuw-Amsterdam (zie blz. 88), hetwelk sinds New-York heet, en namen
+vele Nederlandsche koopvaardijschepen in beslag, waarvoor de Ruiter
+weldra op de kust Guin[=e]a weerwraak nam.
+
+Ongelukkig was voor Nederland het begin: Den 13den Juni 1665 leed de
+vloot van dezen staat een zware nederlaag op de hoogte van ~Lowesthoff~
+(op de kust van Engeland, ten z. van Yarmouth), haar door ~den hertog
+van York~ toegebracht. De luitenant-admiraal ~Kortenaar~ sneuvelde; de
+opperbevelhebber der vloot, de luitenant-admiraal van ~Wassenaar-Obdam~
+(zie blz. 114), vloog met zijn schip in de lucht; vele schepen werden
+genomen, lafhartigen namen de vlucht, en met moeite dekte men den
+terugtocht. In weinige weken--zoodanig was de veerkracht dier
+tijden--was de vloot hersteld en weder uitgeloopen. Maar eerst in 't
+volgende jaar herstelde een schitterende overwinning, den gekrenkten
+roem onzer zeemacht. Een geduchte vloot van meer dan 100 zeilen, met
+over de 21,000 koppen bemand, onder ~de Ruiters~ opperbevel liep in 't
+begin van Juni uit. Den 11den raakte zij bij ~Foreland~ (ten n.o. van
+Dover) slaags met de Engelschen, die bijna even sterk waren, onder prins
+~Robert~, een zoon van paltsgraaf Frederik, den gewezen koning van
+Bohemen (zie blz. 89), en ~Monk, hertog van Albemarle~; den 12den des
+morgens begon de strijd op nieuw; den 13den werd hij hervat en eerst op
+den 14den Juni 1666 beslist, toen de Engelschen de wijk namen. Zwaar
+gehavend, doch met 3000 gevangenen, onder welke de vice-admiraal Ayscue,
+en met zes veroverde schepen, keerde de Nederlandsche vloot naar hare
+havens terug. Deze _vierdaagsche zeeslag_ is ook in de latere
+geschiedenis eenig gebleven, gelijk hij het in de vroegere was.
+
+Minder gelukkig liep een later zeegevecht af, in Augustus van 't zelfde
+jaar nabij ~Duinkerken~ geleverd. De opperbevelhebber de Ruiter moest
+wijken, maar door vriend en vijand bewonderd. Dat de vloot voor Monk
+moest afdeinzen, weet de Ruiter aan den luitenant-admiraal ~Cornelis
+Tromp~, een zoon van Maarten Harpertszoon, die zich met zijn eskader op
+eenigen afstand van den hoofdslag had gehouden. Tromp schreef dit op
+zijn beurt aan de hitte van den strijd toe, waarin hijzelf was gewikkeld
+geweest. Hoe dit zij, de staten van Holland ontsloegen Tromp uit den
+dienst. Ongelukkig voor dezen staat gaf het wijken der Nederlandsche
+vloot aan de Engelschen, die haar vervolgden, gelegenheid, om 100 à 150
+koopvaardijschepen in het Vlie (tusschen Vlieland en Terschelling) in
+brand te steken en een gedeelte van Terschelling te verwoesten. Dan de
+wraak toefde niet, gelijk beneden zal blijken.
+
+Inmiddels had de oorlog zich verder uitgebreid. Door Karel II
+aangespoord, deed ~Christoffel Bernard van Galen~, bisschop van Munster,
+in 1665 een inval in Gelderland en bemachtigde eenige plaatsen. Maar
+ziende, dat Nederland van verschillende zijden, b. v. door Frankrijk,
+werd gesteund en de hem beloofde gelden uit Engeland niet ontvangende,
+sloot hij in 1666 met de Republiek _den vrede te Kleef_. Kort tevoren
+verloor de partij van Oranje een steun in den stadhouder Willem Frederik
+(zie blz. 94) die in 1664 overleed. Hem verving zijn zoon ~Hendrik
+Kasimir~ II (1664-1696), onder regentschap zijner moeder, in de drie
+gewesten. Middelerwijl verlangde Zeeland, gesterkt door eenige steden
+van Holland, wat het ook reeds vroeger had te kennen gegeven, dat den
+prins van Oranje de hooge staatsambten zouden worden opgedragen. De
+meerderheid der staten van Holland echter, van een tegenovergesteld
+gevoelen zijnde, wist haar meening te doen zegevieren. Nogtans iets
+willende toegeven, belastten die staten zich in April 1666 met de zorg
+voor 's prinsen opvoeding. Dus namen zij Willem Hendrik, zooals men het
+kind noemde, tot _kind van staat_ aan. Zij begonnen met een zuivering
+van het personeel, dat den prins omringde. Onder hen, aan wie de staten
+het toezicht op de opvoeding in 't bijzonder opdroegen, bevond zich
+Johan de Witt. Zelf onderrichtte hij den prins in zaken van regeering.
+
+Tot diegenen, welke uit 's prinsen dienst werden ontslagen, behoorde
+~Henri de Fleury de Coulan, heer van Buat~ en ritmeester in dienst van
+den staat. Sedert eenigen tijd hield hij, met voorkennis en goedvinden
+der staten van Holland, in 't geheim briefwisseling met leden der
+regeering van Engeland, onder voorwaarde evenwel, dat hij den inhoud
+getrouw aan den raadpensionaris mededeelde. Het onderwerp dier brieven
+was de vrede. Buat nu gaf de Witt de brieven, welke hij ontving,
+geregeld te lezen. Dit deed hij ook in Augustus 1666. Doch toen liet hij
+onder die brieven, uit onachtzaamheid, er een, waarop stond "pour
+vous-même," voor uzelf, en die dus voor hem alleen bestemd was. Hierin
+werd niet onduidelijk te kennen gegeven, dat de partij des prinsen, zoo
+zij door Engeland wilde gesteund worden, krachtiger moest optreden.
+Ternauwernood had de Witt deze letteren gelezen, of hij deelde den
+inhoud aan de staten van Holland mede, op wier last Buat in hechtenis
+werd genomen en voor het hof van Holland gedaagd. In het afschrift van
+een brief, vroeger door Buat aan een van Engelands ministers gericht,
+trof men verder bij het beslag leggen op zijn papieren, plaatsen aan,
+die den argwaan tegen hem versterkten. De slotsom was, dat het hof den
+ritmeester Buat wegens ongeoorloofde briefwisseling met den vijand, d.
+i. dus wegens hoogverraad of gekwetste majesteit, ter dood veroordeelde.
+Het vonnis werd voltrokken.
+
+Omtrent twee jaren had nu de zeeoorlog geduurd, toen er met den aanvang
+van 't jaar 1667 ernstig sprake begon te komen van vrede. Eerlang werd
+Breda als plaats om te onderhandelen aangewezen. Weldra werden de
+onderhandelingen begonnen; maar er was weinig voortgang, hoofdzakelijk
+door de onverschilligheid der Engelschen. Reeds lang had de
+raadpensionaris het voornemen gehad, Engeland een geduchten slag toe te
+brengen. Nu kon de verwezenlijking van dat denkbeeld tevens deze nuttige
+strekking hebben, dat zij den vrede bespoedigde. Eindelijk brak de dag
+der wrake aan. De vloot--een Hollandsche vloot, want Zeeland had er geen
+schepen bij en die van Friesland kwamen eerst later--stak in zee. Het
+bevel voerde de Ruiter. Als gevolmachtigde der Staten-Generaal
+vergezelde hem ~Cornelis de Witt~, Johans broeder en ruwaard, d. i.
+baljuw, van het land van Putten (ten o. van Voorn). Den 17den Juni liet
+Hollands scheepsmacht voor den mond der Theems het anker vallen.
+Engeland had geen vloot in zee, om haar de vaart te verhinderen. Den
+20sten Juni zeilde het eerste Hollandsche smaldeel de Medway of het
+Kanaal van Rochester op, en op zijn nadering vloden de schepen des
+vijands. De Engelschen hadden menig schip in de rivier de Medway laten
+zinken; doch dit belette de Nederlanders niet, meer dan één vaartuig in
+brand te steken of te veroveren. Treurig zag het bij die zegepraal te
+Londen uit. De stad sidderde, en aan afdoende maatregelen viel niet te
+denken. Daarom oefende dan ook _de tocht naar Chattam_ een gunstigen
+invloed op de onderhandelingen _te Breda_. Den 31sten Juli 1667 werd _de
+vrede_ gesloten. Hij liet aan elk, wat hij op 't oogenblik van het
+sluiten des vredes in bezit had, en beperkte de akte van navigatie in
+zooverre, dat zij niet meer van toepassing zou zijn op de Duitsche
+waren, die den Rijn af of over land in Nederland waren ingevoerd. Zooals
+de Republiek dus, ten gevolge der eerste bepaling, Nieuw-Nederland
+verloor, zoo bleef Suriname (in 't n.o. van Zuid-Amerika) behouden, dat
+~Abraham Krijnszoon~ in Februari 1667 in naam der staten van Zeeland had
+vermeesterd en dat iets later aan de West-Indische compagnie werd
+verkocht.
+
+
+
+
+§ 26.
+
+_De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van den oorlog van
+1672._
+
+
+Gedurende het laatste gedeelte van den zeeoorlog waren de
+onderhandelingen met Frankrijk (zie blz. 115) slepend gebleven.
+Intusschen gebeurde, wat men lang had gevreesd. De koning van Frankrijk,
+meenende, dat de oorlog met Engeland de Republiek zoozeer bezig hield,
+dat hij haar niet langer behoefde te ontzien, sloeg een anderen weg in,
+om tot zijn doel te geraken. Philips IV, de koning van Spanje, was in
+1665 overleden, een minderjarigen zoon, Karel II, nalatende, die hem
+opvolgde. Hem wilde Lodewijk thans de Spaansche Nederlanden, als een
+erfenis zijner gemalin, Maria Theresia, een dochter van Philips IV,
+ontrukken. In Mei 1667 viel hij plotseling in de Zuidelijke Nederlanden.
+Binnen eenige weken vermeesterden de Franschen Charleroi, Doornik en
+vele andere steden. De Nederlanden geraakten door Lodewijks gewelddadige
+handelwijze in een neteligen toestand. Desniettemin hield de
+raadpensionaris het roer van den staat met vaste hand. Eerst wist hij
+tegen 't einde van 1667 een wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende
+partijen tot stand te brengen.
+
+Middelerwijl leidden de overwegingen over de binnenlandsche
+aangelegenheden tot een uitkomst, die wederom zeer verschillend werd
+beoordeeld. Bij de beraadslagingen der Staten-Generaal over de
+versterking der landmacht kwam de vraag op, wien men zou stellen aan 't
+hoofd der troepen van den staat. De staten van Holland, inziende, dat
+men er eerlang toe zou moeten komen, den prins van Oranje het
+kapitein-generaal-admiraalschap op te dragen, inzonderheid indien de
+Republiek in een oorlog te land mocht worden gewikkeld, en vreezende,
+dat de vereeniging dier waardigheid met het stadhouderschap op den ouden
+voet aan den persoon, die ermede werd bekleed, te veel overwicht gaf in
+den staat, stelden den 5den Augustus 1667 een overeenkomst op, die
+ongeveer dezelfde bepalingen inhield als de thans vervallen akte van
+seclusie. Bij deze overeenkomst, met eenparig goedvinden opgemaakt,
+_het eeuwig edict_, dat Hollands regenten, benevens de raadpensionaris,
+onderling bezwoeren, werd het stadhouderschap in Holland afgeschaft en
+verklaard, dat Hollands streven steeds zou zijn, dat het in de overige
+provinciën werd afgescheiden van het kapitein-generaalschap der unie.
+
+Gedurende den genoemden wapenstilstand begon Karel II, duchtende dat
+Nederland en Frankrijk ten aanzien der Zuidelijke Nederlanden
+eendrachtig zouden te werk gaan, te neigen tot krachtdadige
+tusschenkomst. Te dien einde gaf de koning van Engeland aan ~William
+Temple~, zijn afgevaardigde te Brussel, last, zich, onder den schijn,
+alsof hij over Holland naar Londen reisde, te 's Gravenhage op te houden
+en zich met de Witt te verstaan over een verdrag ter wering van Lodewijk
+uit de Zuidelijke Nederlanden. Na korte voorloopige beraadslagingen
+stelden de beide staatslieden binnen vier dagen het verdrag op, bekend
+onder den naam _triple alliantie_ of drievoudig verbond, hetwelk
+Engeland en de Nederlanden in Januari 1668 met elkander sloten. Tot dit
+verdrag trad Zwedens rijksraad, die destijds het bewind voerde voor den
+minderjarigen Karel XI en hiertoe was omgekocht door Hollands geld,
+terstond toe, en Spanje in 1669. Dit verdrag, het schrandere gewrocht
+van Temple's en de Witts broederlijk overleg, bevatte hoofdzakelijk een
+wederkeerige verbintenis der drie staten, om den vrede tusschen
+Frankrijk en Spanje indiervoege tot stand te brengen, dat het
+eerstgenoemde rijk zijn veroveringen of een deel hiervan behield.
+Lodewijk XIV gaf aan den wensch der drie verbonden staten toe en sloot
+den vrede van Aken (_Overzicht_, 9e druk, blz. 150).
+
+Hoezeer zijn toorn voor 't oogenblik wetende te bedwingen, was Lodewijk
+diep gekrenkt door den stouten greep, die zijn overmoed voor een wijl
+had bedwongen. Zichzelf als den beschermer der Nederlanden, zooals nog
+kort tevoren tegen den bisschop van Munster, aanmerkende, kon hij de
+betoonde ondankbaarheid niet vergeven. Met onverbiddelijke
+wraakgierigheid zwoer hij het verderf dier kramers en visschers, die
+hem, den grooten koning, in zijn vaart hadden gestuit. Alle stappen, die
+hij van dit oogenblik af deed, doelden op den val der Republiek. De
+rijksraad van Zweden, wederom geld noodig hebbende, leende het oor aan
+Frankrijks voorslagen en beloofde bij een verdrag, in 't begin van 1672
+gesloten, tegen betaling eener groote geldsom, een leger op de been te
+zullen houden, ten einde iederen Duitschen vorst, die de Nederlanden te
+hulp mocht komen, aan te tasten. Alreede in 1670 sloot Karel II van
+Engeland, steeds goud behoevende voor zijn verkwistende handelwijze, met
+Lodewijk _het geheime verdrag van Dover_, waarin hij zich verplichtte,
+Frankrijk tegen Nederland bij te staan.
+
+Terwijl de Staten-Generaal op die wijze in 't onbepaalde voorgevoel van
+naderende rampen verkeerden, stelden zij in 1670 eenparig een stuk vast,
+volgens hetwelk, in overeenstemming met Hollands besluit (zie blz. 120,
+121), het kapitein-generaal-admiraalschap voor altijd gescheiden bleef
+van het stadhouderschap. Dit stuk heet _de harmonie_ of overeenstemming.
+Vervolgens ging men in December 1671 een verdedigend verbond met Spanje
+aan. In Februari 1672 benoemden de Staten-Generaal den prins tot
+kapitein-generaal voor één veldtocht. Door 's prinsen toedoen kwam de
+keurvorst van Brandenburg (zie blz. 108) er nu eerlang toe, een verdrag
+met de Republiek te sluiten, waarin hij zich tot het geven van hulp
+verplichtte. Met den keizer van Duitschland kwam in den loop van
+hetzelfde jaar een dergelijk verbond tot stand.
+
+Den 7den April verscheen de oorlogsverklaring der beide koningen op één
+dag. Aan bondgenooten had Frankrijk geen gebrek. Den 18den Mei 1672
+verklaarde de bisschop van Munster (zie blz. 117) den Staten-Generaal
+den oorlog. Fransch geld en Fransche invloed bewogen hem hiertoe, gelijk
+mede zijn nabuur ~Maximiliaan Hendrik~, keurvorst van Keulen en prins
+van Luik (zie blz. 96). Den 11den Mei brak Lodewijk ten strijde op.
+Maastricht werd voorbijgetrokken. Maar Wezel, Emmerik en andere steden,
+tot het Kleefsche gebied behoorende, waarin de Staten-Generaal
+bezettingen hadden liggen, vielen, binnen weinige dagen, in Lodewijks
+handen. Zij bezweken, omdat de vestingwerken waren verwaarloosd, of de
+bezetting te zwak was, of de noodige voorraad ontbrak, of de burgerij
+Nederlands regeering niet was toegedaan, of het verraad zijn rol
+speelde.
+
+Men meende, dat de koning vervolgens zou trachten, den Ysel over te
+trekken. Doch in plaats hiervan maakte hij een zuidelijke beweging en
+richtte zich op den Rijn. Bij den Ysel lag het Nederlandsche leger, ruim
+14,000 man voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende
+landlieden, ongeschikt tot krijgsdienst. De rivieren waren uitgedroogd.
+Tegenover die Nederlandsche troepen stond een Frans leger van 118,000
+man met 200 stukken geschut; bovendien meer dan 2000 adellijke
+vrijwilligers, die als gemeenen dienden, in afzonderlijke ruiterbenden
+ingedeeld. Allen bezielde de tegenwoordheid van hun koning, die het
+opperbevel aan ~Turenne~ en ~Condé~ had opgedragen. Den 12den Juni 1672
+begon het overtrekken bij het tolhuis te Lobith. Tevergeefs beproefde
+men, de Franschen tot staan te krijgen. De overmacht was te groot,
+hoewel menig schot der Nederlanders zijn man trof. Vruchteloos hebben
+lage vleiers het overtrekken van den Rijn tot een schitterend wapenfeit
+willen verheffen. Evenmin als het nemen der vele kleine sterkten, kan
+die daad het Fransche leger tot eenigen roem verstrekken.
+
+Wanhopig werd thans 's lands toestand, nu de deur der Vereenigde
+Nederlanden was geopend en het leger der Republiek op Utrecht terugtrok,
+om ook hier slechts een paar dagen te toeven en dan nog verder te
+wijken. Binnen een tiental dagen bezweken de meeste steden van
+Gelderland en geheel Utrecht. Den 23sten Juni ging de stad Utrecht bij
+verdrag over. Dan gaf zich nog Naarden over. Eerst Muiden stuitte den
+zegevierenden marsch des vijands. Gedurenden denzelfden tijd, dien
+Frankrijk in zijn eigen belang zoo wel besteedde, veroverden de bisschop
+van Munster en de keurvorst van Keulen een gedeelte van Gelderland,
+waaruit hen evenwel de Franschen weder verdreven. Hun weg voortzettende,
+onderwierpen zij vervolgens Overijsel en namen Koevorden in. Een
+gelukkige tegenstelling tegen dit tafereel van vernedering was
+Aardenburg (in Staats-Vlaanderen), van welke stad de Franschen werden
+genoodzaakt met een zwaar verlies af te deinzen. Alleen ter zee bleek
+Neêrlands meerderheid boven zijn vijanden, want den 7den Juni leverde
+~de Ruiter~ bij ~Solebay~ (een inham op de Oostkust van Engeland, ten z.
+van Soutwold) een slag aan de Fransch-Engelsche vloot, die onder 't
+bevel stond van den ~hertog van York~ en ~d'Estrées~. Een beslissende
+zege behaalde geen der beide partijen; maar het voordeel was aan den
+kant van de Ruiter. De Franschen namen weinig deel aan den strijd, niet
+ongaarne ziende, dat de beide zeemogendheden elkander zooveel mogelijk
+afbreuk deden.
+
+In Holland en in Zeeland brachten de ongehoorde voorspoed en de nadering
+des vijands een buitengewone verslagenheid teweeg. De regenten der
+Republiek helden tot onderhandelingen met Frankrijk over en zonden te
+dien einde gezanten tot den koning. Lodewijk deed verregaande eischen.
+Eer deze voorwaarden nog bekend waren, hadden Amsterdam en Zeeland hun
+afkeer van 't onderhandelen aan den dag gelegd. Niet minder buitensporig
+dan de vorderingen van Frankrijk, waren die, welke de koning van
+Engeland omstreeks denzelfden tijd, op 't einde van Juni, deed.
+
+
+
+
+§ 27.
+
+_Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de
+Witt.--De verheffing van Willem III._
+
+
+De rampen, die het vaderland zoo plotseling troffen, brachten een
+geheele omkeering in het land teweeg. De staten van Holland beijverden
+zich, hun gewest, door het doorsteken der dijken, ontoegankelijk te
+maken voor den vijand. Amsterdam rustte zich op allerlei wijze wakker
+ter verdediging toe en geleek weldra op een vesting, midden in het water
+gelegen. Intusschen weet het volk, steeds zoowel het goede als het kwade
+overdrijvende, de schuld van alle ongelukken aan 's lands regeering en
+beschuldigde de Witt, met Frankrijk te heulen. Niets was ongerijmder dan
+deze laatste beschuldiging. Doch nu die kreet van landverraad eenmaal de
+uiting eener vrij algemeen verbreide meening was, lag de gedachte, dat
+'s prinsen verheffing in de benarde omstandigheden het eenige redmiddel
+was, voor de hand. Weldra uitte zich de haat tegen de de Witten door
+daden. De raadpensionaris, op den avond van den 21sten Juni 1672 uit de
+vergadering der staten van Holland naar huis gaande, werd nabij het
+Buitenhof aangerand door vier mannen, die hem verscheiden wonden
+toebrachten, en, in de meening hem te hebben gedood, de vlucht namen.
+Van de vier misdadigers, die, door den wijn verhit, de daad bijna
+terzelfder ure beraamd en gepleegd hadden, werd alleen Jakob van der
+Graaf, een zoon van een lid van 't hof van Holland, gegrepen. Den 29sten
+Juni werd hij ter dood gebracht. Velen hadden gepoogd, ook bij de Witt,
+vergiffenis voor den jeugdigen man te erlangen, doch vruchteloos. Dit
+deed, evenals de zaak van Buat, den haat tegen den raadpensionaris zeer
+toenemen.
+
+Te Dordrecht wendde de woede des volks zich tegen den ruwaard, terwijl
+hij nog op de vloot was. Een hoop volk vloog naar het stadhuis en
+vernielde de schilderij, dáár ter zijner eer opgehangen. Eenige dagen
+daarna kwam hij in zijn vaderstad terug, maar moest, wegens
+ongesteldheid, het bed houden. Ongeveer gelijktijdig met den aanslag van
+van der Graaf trachtten op een avond vier onverlaten het huis van den
+ruwaard binnen te dringen en zouden het booze opzet, dat zij in den zin
+hadden, hebben volvoerd, zoo niet de gewapende macht tusschenbeide ware
+gekomen. Zelfs stond te Amsterdam het huis van de Ruiter, die zich op de
+vloot bevond, een weinig later aan een aanval van het grauw bloot, die
+eveneens door de burgerwacht werd afgewend.
+
+Gedurende des ruwaards ongesteldheid rottede in verscheidene steden van
+Holland en Zeeland het volk samen met het doel, den prins van Oranje
+verder te doen bevorderen. Het eerst gebeurde dit te Veere, waar men de
+wethouderschap dwong, den 21sten Juni de belofte af te leggen, dat zij
+den prins het stadhouderschap zou aanbieden. Van Veere sloeg de beweging
+over naar Dordrecht. Den 29sten Juni onderteekenden de leden der
+vroedschap een geschrift, waarin zij het eeuwig edict herriepen en
+Willem het stadhouderschap opdroegen. Vermits de ruwaard nog ziek was,
+begaf zich de secretaris der stad met een kapitein der burgerwacht naar
+zijn legerstede en hielden hem voor, dat gewapende burgers zijn huis
+hadden omsingeld, hem, indien hij aarzelde, met den dood dreigende.
+Slechts met moeite brachten zijn huisgenooten hem ertoe, aan het verzoek
+te voldoen. Onderteekenende voegde hij er de letters _v. c._ bij, d. i.
+_vi coactus_, met geweld gedwongen. Maar de Witts gemalin haalde, op
+aansporing van den secretaris, de pen door deze woorden. Ongeveer op
+dezelfde wijze als te Veere en te Dordrecht ging het elders. Op de eene
+plaats kwam het volk uit eigen beweging op de been, op een andere werd
+het opgeruid.
+
+Het werk, in de stemmende steden voorbereid, werd ter dagvaart voltooid.
+Den 2den Juli benoemden de staten van Zeeland, in den nacht tusschen den
+3den en den 4den die van Holland, na eerst het eeuwig edict te hebben
+ingetrokken, ~WILLEM~ III (1672-1702) tot stadhouder. Terzelfder tijd
+benoemden de Staten-Generaal hem tot kapitein-generaal der unie. De
+verheffing van den prins gaf een geheel andere richting aan de
+onderhandelingen over den vrede. Thans kwamen de onderhandelingen met
+Engeland op den voorgrond, die met Frankrijk op den achtergrond, juist
+het tegendeel van hetgeen men in de laatste weken had gezien. Willem
+hoopte Karel II te kunnen bewegen, voor zich een einde aan den oorlog te
+maken en wellicht daarenboven Frankrijk tot een billijken vrede te
+verplichten. Reeds waren zij het over sommige punten met elkander eens,
+ook hierover, dat de prins souverein zou worden; maar verder kwam het
+niet. Karel achtte Willems aanbiedingen onvoldoende en wilde zich niet
+van zijn bondgenoot laten aftrekken. De prins zag in, dat er geen
+gunstige voorwaarden waren te bedingen en alzoo de wapens moesten
+beslissen.
+
+Aleer evenwel de lezer zijn aandacht vestigt op den verderen gang der
+vijandelijkheden, behoort hij ze nog een oogenblik bij de binnenlandsche
+aangelegenheden der Republiek te bepalen. Op het tijdstip dat de
+roekelooze aanslag, boven vermeld, op 't leven van Jan de Witt werd
+gepleegd, was hij het nog, die aan 't hoofd van 's lands regeering
+stond. Toen hij genezen was, had de omwenteling plaats gegrepen, die
+Willem III aan het roer van den staat plaatste. Op dit nieuwe tooneel
+kon hij, zonder zijn eed (zie blz. 121) te breken en zijn beginselen te
+verloochenen, niet voegzaam verschijnen, of hij moest er een tweede of
+derde rol vervullen. Hij vroeg en verkreeg zijn ontslag den 4den
+Augustus. Doch hij en zijn broeder schenen slechts in het leven te zijn
+gespaard, om aan nog grievender leed ten doel te staan, dan hun tot
+dusver was beschoren geweest.
+
+Het eerst trof dit lot den ruwaard. Willem Tichelaar, barbier te
+Piershil (ten w. van Dordrecht), beschuldigde Cornelis de Witt, een
+poging te hebben aangewend, om hem tot een aanslag op het leven van den
+prins van Oranje te bewegen. Tichelaar stond zeer slecht ter faam. Niet
+alleen had hij meer dan een vergrijp gepleegd; maar hij was ook in 1670,
+bij vonnis van des ruwaards plaatsvervanger, veroordeeld tot een
+geldboete en tot verbanning uit het land van Putten. De prins bracht
+Tichelaars aanklacht ter kennis van het hof van Holland, hetwelk den
+ruwaard, in strijd met de privilegiën van Dordrecht, gevankelijk naar
+den Haag, en weldra naar de Gevangenpoort liet voeren en de kennisneming
+der zaak aan zich trok. Lijnrecht tegenover de aangifte van Tichelaar
+stond de betuiging van Cornelis de Witt, luidende dat Tichelaar zijn
+steun had gevraagd voor het ondernemen der bedoelde misdaad, die hij
+evenwel eerder had aangeduid, dan uitgesproken. De Witts dienaar en
+zoon, die hadden geluisterd aan de deur van 't vertrek, waarin Tichelaar
+met den ruwaard vertoefde, bevestigden deze getuigenis grootendeels.
+Ondervraging en pijnbank leidden tot geen ander gevolg, dan dat Cornelis
+de Witt bij zijn verklaring volhardde. Zoo weinig vermocht de pijniging
+op de Witt, dat hij te midden der felste smarten het begin van een van
+Horatius' fraaiste lierzangen, als op zichzelf toepasselijk, opzeide.
+
+De afloop van 't proces is zeer vreemd. Het vonnis, hetwelk van geen
+misdaad gewaagde,--iets, dat bijna zonder voorbeeld was,--luidde, dat de
+Witt werd vervallen verklaard van al zijn ambten, voor immer uit Holland
+verbannen en tot betaling der kosten van 't geding veroordeeld. Het
+vonnis werd den 20sten Augustus uitgesproken. Op dien noodlottigen dag
+werd Tichelaar, die tot dusver mede in hechtenis was gehouden, des
+morgens ontslagen. Terstond liet hij zich tegenover hen, die hij
+ontmoette, indezervoege uit, dat zijn eigen ontslag, evenzeer als het,
+hoewel zachte, vonnis, over de Witt geveld, aantoonde, dat de ruwaard
+schuldig was. Inmiddels kwam de gewezen raadpensionaris zijn broeder in
+de gevangenis bezoeken, van zins zijnde hem mede te nemen. Doch dit
+bleek weldra onmogelijk te zijn. Het duurde niet lang, of de
+Gevangenpoort, waarop zich de gebroeders bevonden, was door een
+tallooze menigte saamgeloopen volk omgeven. Tegen den middag schaarde
+zich tevens de schutterij onder haar vaandels voor de Gevangenpoort en
+hield er wacht. Kort hierna kwamen de drie afdeelingen ruiterij, die in
+de stad in garnizoen lagen, aanrijden en vatteden insgelijks in de
+nabijheid der gevangenis post. Doch toen vervolgens een gerucht werd
+verspreid, dat de boeren uit den omtrek op weg waren, om zich bij de
+saamgeschoolde lieden te voegen en hun in hun opzet de behulpzame hand
+te bieden, kregen twee van de afdeelingen der ruiters bevel, af te
+trekken en de toegangen tot den Haag te bezetten.
+
+Thans hadden de vijanden der gebroeders de baan ruim. Een aantal van hen
+drongen verwoed den kerker binnen, noodzaakten de de Witten met hen het
+gebouw te verlaten en brachten hen te midden eener gewapende menigte van
+1000 tot 1200 menschen laaghartig om. Hierop mishandelden eenige der
+burgers en het gemeen, niet tevreden met de gepleegde euveldaad, de
+doode lichamen op een wijze, te afschuwelijk om te verhalen. Wegens dit
+misdrijf, een der verfoeielijkste feiten uit de geschiedenis der
+Nederlanden, de grootste vlek, die op haar bladen is te vinden, heeft
+men de Hollanders, anders als goedaardig te boek staande, bij het
+verscheurend gedierte vergeleken. Noch de regeering van den Haag, noch
+de staten van Holland, destijds vergaderd, durfden de onzalige daad
+verhinderen. Wel schreven de staten van Holland, van zins schijnende de
+misdadigers te vervolgen, in dien zin aan den prins van Oranje. Doch
+Willem meende, dat men in de toenmalige omstandigheden aan geen
+gestrenge vervolging kon denken van een euveldaad, door menigeen van de
+meest gezeten burgers bedreven. Vreemd blijft het evenwel, hoe de prins
+een jaargeld kon toeleggen aan Tichelaar, die de onmiddellijke oorzaak
+is geweest van het treurige schouwspel, dat hijzelf verfoeide en dat aan
+het huis van Oranje-Nassau meer nadeel heeft gedaan, dan zijn vrienden
+immer in staat waren te vergoeden.
+
+Ten zelfden dage, waarop de daad werd gepleegd, verkozen de staten van
+Holland ~Gaspar Fagel~ tot raadpensionaris. Het was een moeielijke taak,
+de opvolger te zijn van een man, als Johan de Witt. Onder zijn leiding
+vervulde Nederland een der eerste rollen in de Europeesche staatkunde.
+Onvermoeid was de Witt werkzaam voor de verheffing der Republiek, van
+haar zeemacht en handel. Groote diensten heeft hij aan zijn vaderland
+bewezen. Van 's mans ervarenis in 't financiewezen is boven (zie blz.
+113) melding gemaakt. Alom heerschte, gedurende de jaren van de Witts
+raadpensionarisschap in Holland, uitnemende welvaart. Hij was het, die
+Holland en, door middel van Holland, de Vereenigde Gewesten met kracht,
+grootheid en ver vooruitzienden blik bestuurde. Dat hij zeldzame en
+uitstekende geestvermogens had, betwijfelt niemand. Van de beide
+gebroeders was hij de jongste in jaren, de oudste in wijsheid. Was hij
+uitnemend bekwaam en werkzaam, niet minder lof verdienen zijn
+onbaatzuchtigheid en eerlijkheid. Kalm was hij en, het meesterschap
+voerende over eigen gelaat, gewoon tot op den bodem door te dringen
+van eens anders gemoed. De stuurschheid, die zijn broeder schijnt
+eigen te zijn geweest, was geenszins een der eigenschappen van den
+raadpensionaris. Verwijt men hem, dat hij te veel gezag oefende, dit is
+toe te schrijven niet aan heerschzucht, maar aan zijn schrander vernuft
+en aan zijn bekwaamheden, die hem een zedelijken invloed gaven, grooter
+dan de meeste stadhouders hadden. Acht men het verkeerd, dat hij het oog
+bovenal op Hollands belangen gericht hield, men behoort niet te
+vergeten, dat hij de eerste ambtenaar van Holland was.
+
+Mocht men meenen, dat de ongelukken van 1672 hem zijn te wijten, de
+onpartijdige beschouwing der geschiedenis leert, dat hij, zoo hij heeft
+gedwaald, hierin alleen dwaalde, dat hij niet heeft vooruit gezien, dat
+Karel II zoo bekrompen en laag was, Engelands belangen veil te hebben
+ter wille van een handvol Fransch goud.
+
+Het noodlottige uiteinde der gebroeders bleek weldra geen voldoend
+middel te wezen, om de in beweging geraakte bevolking der steden tot
+bedaren te brengen. Eensdeels hierom, anderdeels omdat vele der
+regenten, als aanhangers der staatsgezinde partij, niet aangenaam waren
+aan den stadhouder, machtigden de staten van Holland den prins, den
+27sten Augustus, voorzoover hij het noodig achtte, overal de wet te
+verzetten. Gelijk in Holland, koos de prins ook in de raden van Zeelands
+staten nieuwe leden.
+
+Doch het wordt tijd, tot de zaken van den oorlog terug te keeren. In
+December 1672 viel de vorst in en maakte ~de hertog van Luxembourg~, een
+van Lodewijks veldheeren, zich gereed, een inval in Holland te doen. Hij
+overviel Zwammerdam en Bodegraven, welke plaatsen de Franschen tot den
+grond afbrandden, tevens vele wreedheden tegen de ingezetenen begaande.
+Inmiddels ging de vorst in regen over, hetgeen Luxembourg noodzaakte op
+Woerden terug te trekken. Aan den Noordoostkant van Nederland werd het
+Keulsch-Munstersche leger onder den bisschop van Munster en den
+keurvorst van Keulen in 1672 gestuit door de stad Groningen. Zes weken
+belegerden zij de stad. ~Karel van Rabenhaupt~, de bevelhebber der
+bezetting, leidde de verdediging, wakker bijgestaan door de burgers en
+de studenten. Een groot gedeelte der stad werd platgeschoten; doch de
+moed der belegerden herleefde telkens na iederen goed geslaagden uitval.
+In den nacht tusschen den 27sten en den 28sten Augustus blies de
+bisschop den aftocht met een verlies van ongeveer 5000 man, terwijl in
+Groningen slechts omtrent 100 menschen waren doodgeschoten. Den 30sten
+December liet Rabenhaupt, gebruik makende van de aanwijzing van Meindert
+van Thijnen, een gewezen koster te Koevorden, tevens een goed ingenieur,
+deze vesting door Eybergen verrassen. Ook ter zee stond het vrij wel met
+de aangelegenheden der Republiek. Na den slag bij Solebay (zie blz. 123)
+ging de Ruiter langs de kusten van ons land kruisen, om de Engelschen de
+landing te beletten, die zij, opdat Holland van twee zijden werd
+aangevallen, zich hadden voorgenomen. In zijn streven werd de Ruiter
+ondersteund door de natuur zelve. Toen de vijandelijke vloot in Juli
+1672 in het gezicht van de Helder was, stak er een storm op, die drie
+dagen zonder ophouden en, met eenige tusschenpoozen, bijna drie weken
+aanhield. Zoo was het jaar, welks begin zoo rampspoedig was geweest voor
+Nederland, en inzonderheid het einde, niet teneenenmale van voorspoed
+verstoken.
+
+Meer geluk bracht het volgende jaar. Een beslissende zege behaalde ~de
+Ruiter~ den 21sten Augustus bij ~Kijkduin~ (nabij de Helder) op de
+Fransch-Engelsche vloot onder ~d'Estrées~ en ~prins Robert~ (zie blz.
+117). Te land noodzaakte Willem III door een koene onderneming, de
+verovering van Bonn, in November 1673 de Franschen, ons land te
+verlaten. In het jaar 1674 was de fortuin Frankrijk nog minder gunstig.
+De koning van Engeland, door de bedreigingen van 't parlement gedrongen,
+moest tot _den vrede van Westminster_ (19 Febr. 1674) besluiten, welke
+dien van Breda bekrachtigde. Dit voorbeeld volgden de bisschop van
+Munster en de keurvorst van Keulen.
+
+Terwijl het hoofdtooneel van den oorlog thans werd verplaatst naar de
+Spaansche Nederlanden, waarheen de Franschen aanstonds na de ontruiming
+van ons land weken, keerden de bevrijde gewesten Utrecht, Gelderland en
+Overijsel tot het bondgenootschap weder. Ook zij moesten zich laten
+welgevallen, dat Zijn Hoogheid, op last der Staten-Generaal, de
+regeering hunner steden veranderde, gelijk dit in Holland en Zeeland was
+geschied. Hierbij bleef het niet. Nadat Holland en Zeeland het
+stadhouderschap, gelijk de Staten-Generaal het kapitein-generaal- en
+admiraalschap, erfelijk hadden verklaard in de mannelijke linie des
+prinsen van Oranje, volgden Utrecht en Overijsel in 1674, Gelderland in
+1675 het gegeven voorbeeld. Aan Hendrik Kasimir II (zie blz. 118) droeg
+Groningen in 1674 het erfstadhouderschap op. In Gelderland achtte de
+adel nog niet genoeg te hebben gedaan. Door zijn invloed boden de staten
+van dit gewest den prins de hoogste macht aan met den titel "hertog van
+Gelderland en graaf van Zutfen." Deze waardigheid wees de prins evenwel
+van de hand, toen verscheidene steden van Holland en Zeeland te kennen
+gaven, dat dit aanbod haar weinig behaagde.
+
+Alzoo, hoofdzakelijk door toedoen van Fagel, een macht hebbende
+verkregen, grooter wellicht dan die, welke den hertogelijken of
+graaflijken titel ware toegekend, zette Willem III den strijd tegen de
+vijanden van zijn vaderland buiten de grenzen van het Gemeenebest voort.
+In de Zuidelijke Nederlanden leverde hij den slag van Senef
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152). Ook naar 't Zuiden, naar de
+Middellandsche Zee, werd de kamp overgebracht (t. a. p.). In 1676
+zond men ~de Ruiter~ naar die wateren. Driemalen leverde de
+Nederlandsch-Spaansche vloot slag tegen den Franschen admiraal ~du
+Quesne~: in de tweede ontmoeting, bij den ~Etna~, zegepraalden de onzen,
+maar verloren den eersten vlootvoogd zijner eeuw.
+
+Sinds lang wenschten Frankrijk en Nederland vrede te sluiten. Tot plaats
+der bijeenkomst werd Nijmegen bepaald. Van het begin af streefde
+Frankrijk slechts naar een afzonderlijken vrede met de Staten-Generaal;
+doch Willem III hield dit lang tegen. Te midden der onderhandelingen
+ging Willem in 1677 een huwelijk aan met ~Maria~, de oudste dochter van
+zijn oom, den hertog van York. In den nacht van den 10den tot den 11den
+Augustus 1678 kwam _de vrede van Nijmegen_ tusschen Frankrijk en de
+Republiek tot stand. De Nederlanden verloren niets.
+
+
+
+
+§ 28.
+
+_Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche erfopvolgingsoorlog._
+
+
+Zóó bereikte Lodewijk XIV, trots al zijn vijanden, zoowel door de wapens
+als door de kunst van 't onderhandelen, althans ten deele, zijn doel. De
+vrede van Nijmegen versterkte den koning in zijn overmoed. Niets achtte
+hij, in 't gevoel zijner overmacht, in staat, om hem te beletten, nu ook
+met vreemde staten even willekeurig te werk te gaan, als hij in zijn
+rijk zelf jegens zijn onderdanen placht te doen. De reunionskamers
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152) toonden dit maar al te zeer. Na de
+herroeping van 't edict van Nantes vreesde al wat protestant was voor 't
+overwicht van den vervolger hunner geloofsgenooten. Dit verstrekte
+keizer Leopold I, het grootste gedeelte van 't Duitsche rijk, Spanje en
+de Nederlanden tot een krachtigen prikkel, om in 1686 onder elkander
+verschillende verbonden te sluiten.
+
+Hij, die deze verbonden tot stand bracht en er de ziel van was, was
+Willem III, van dit oogenblik af de rustelooze bestrijder van den
+heerschzuchtigen vorst. Gelijk Lodewijk de vertegenwoordiger was van 't
+volstrekte gezag en van een algeheele staatseenheid, die het
+katholicisme als middel aanwendde, zoo was hij de vertegenwoordiger en
+de voorvechter van het staatkundig evenwicht van Europa, die het
+protestantisme als werktuig bezigde. Voor die taak was de prins van
+Oranje-Nassau ten volle berekend. Zwak en tenger was hij van lichaam,
+maar krachtig van geest. Zijn karakter, van nature standvastig, was door
+den tegenspoed zijner jeugd gestaald. Doorgaans was hij stil en in
+zichzelf gekeerd. Slechts op den dag van een veldslag was hij levendig
+en vol vuur: terwijl hij anders steeds langzaam sprak, vlogen hem dan de
+woorden van de lippen. Als staatsman stond Willem III boven al zijn
+tijdgenooten. Hij was volkomen bekend met de gesteldheid van Europa's
+kabinetten, met de roersels en drijfveeren der machthebbers. De taak,
+die hij als zijn levenstaak aanmerkte, was een volhardend tegenstreven
+van Frankrijks pogingen, om de heerschappij over Europa te bemachtigen.
+Al beleefde Willem het geenszins, zijn doel werd mettertijd bereikt.
+Daarentegen kostte het stelsel van Europeesche staatkunde, dat de plaats
+innam van de Witts stelsel, hetwelk Neêrlands belangen tot punt van
+uitgang had, aan de Republiek den eersten rang onder de zeemogendheden.
+Van Willems tijd af moest zij zich met den tweeden rang tevreden
+stellen.
+
+Even onvermoeid, als op het gebied der staatkunde, bestreed Willem III
+zijn vijand op het slagveld. Persoonlijke moed was een zijner gaven;
+doch onder de groote veldheeren verdient hij, gelijk zijn
+overgrootvader, niet de plaats, die hem onder de groote staatsmannen
+toekomt. Intusschen is het onwedersprekelijk, dat hij een aantal bekwame
+generaals heeft gevormd, die in den Spaanschen erfopvolgingsoorlog
+menige zege behaalden. Veldslagen gewonnen heeft hij bijna niet. Zijn
+talenten kwamen vooral uit, wanneer hij, òf op zijn meesterlijke
+aftochten, òf na de nederlaag onwrikbaar stand houdende, den vijand
+zooveel ontzag wist in te boezemen, dat hij hem niet verder durfde
+aantasten.
+
+Het groote gezag, dat Willem in de Nederlanden had, heeft hij gebruikt,
+ten einde de hinderpalen, die hij nu en dan in de leiding der Republiek
+op zijn weg ontmoette, op zoodanige wijze uit den weg te ruimen, dat hij
+de regenten zoo goed als afhankelijk van zich maakte. Onwrikbaar stond
+hem in zijn pogen de raadpensionaris Fagel ter zijde, wien, evenals aan
+de latere opvolgers van Johan de Witt, gemeen overleg met den
+stadhouder tot plicht was gesteld. Vanhier, dat men thans een
+samenwerking aanschouwde van stadhouder en raadpensionaris, zooals men
+nimmer had beleefd. In vele opzichten strookte het streven des
+stadhouders weinig met den aard eener republiek. Vele bewijzen zijn
+aanwezig, om het verwijt te staven, dat Willem III zich niet ontzag, op
+willekeurige wijze in te grijpen, wanneer dit met zijn plannen
+overeenkwam. Vele steden moesten ondervinden, dat de stadhouder zich
+niet te stipt aan haar voorrechten hield. Hier stelde hij nieuwe leden
+in de vroedschap, elders zette hij er leden uit.
+
+Onder alles, dat Lodewijk XIV zich zoo ten aanzien van Europa, als van
+hemzelf veroorloofde, was er niets, dat Willem dieper krenkte, dan het
+wederrechtelijk in bezit nemen van het prinsdom Oranje (zie blz. 50). 's
+Prinsen haat tegen Lodewijk deelde de meerderheid der natie, hoog
+ingenomen met de hervormde leer, vooral sinds haar uit Frankrijk
+vluchtende broeders, in de naaste jaren vóór 1685 en inzonderheid sedert
+dit jaar, hier te lande een veilige schuilplaats kwamen zoeken. Zeer
+edelmoedig ontving men deze vluchtelingen, _réfugiés_, in Nederland.
+
+Lodewijk XIV was destijds niet de eenige vorst, die gevaarlijk werd
+geacht voor de hervormde kerk. Vele maatregelen van Jakob II, Engelands
+koning, hadden dezelfde strekking (_Overzicht_, 9e druk, blz. 157). Van
+'t oogenblik af, dat hij den troon besteeg, hield Willem den blik
+onafgebroken gevestigd op den toestand van dit rijk. Met vele
+aanzienlijke Engelschen stond hij in briefwisseling. De vroedschappen
+der steden van de verschillende provinciën stemden erin toe, den prins
+met 's lands zee- en landmacht te ondersteunen. Middelerwijl had
+~d'Avaux~, Lodewijks gezant in de Nederland, zijn vorst bekend gemaakt
+met de groote toerustingen der Republiek en hem medegedeeld, dat zij,
+naar hij vermoedde, op Engeland doelden. Lodewijk draalde niet, Jakob II
+er een wenk van te geven; maar deze vorst sloeg de waarschuwing in den
+wind. Toen het ten laatste onwedersprekelijk was, dat de prins Engeland
+op 't oog had, was het te laat en moest Jakob zijn lot afwachten. In
+November 1688 legde de vloot, ten aanschouwen eener groote menigte
+volks, welke zich op de kusten van Engeland en Frankrijk verdrong, in
+de haven van Torbay (aan de z. kust, ten o. van Plymouth) aan.
+Onmiddellijk trok Willem naar Londen. Jakob vluchtte naar Frankrijk, en
+in 1689 werden Willem en Maria als koning en koningin van
+Groot-Britannië uitgeroepen. Nog voordat Willem de kroon op zijn hoofd
+zette, verloor hij zijn vriend, den raadpensionaris Fagel, die veel had
+gedaan, om 's lands regenten gunstig voor het ondersteunen des
+stadhouders te stemmen. In plaats van Fagel kwam in 1689 ~Antonie
+Heinsius~.
+
+Tot het welslagen der onderneming droeg dit veel bij, dat Lodewijk in
+1688 en 1689 achtereenvolgens aan de boven genoemde bondgenooten (zie
+blz. 132), alzoo ook aan Nederland, den oorlog verklaarde. Zóó begon de
+negenjarige oorlog. Tegen zijn verwachting had Lodewijk thans nog één
+vijand meer te bestrijden, n.l. Engeland. De mogendheden bekrachtigden
+hun vereeniging in 1690 door _het Weener verbond_. Het leger der
+Republiek streed met het krijgsvolk der bondgenooten in de Zuidelijke
+Nederlanden. Hier won ~Luxembourg~ in 1692 op Willem III,
+opperbevelhebber van de gezamenlijke troepen der bondgenooten, den slag
+bij ~Steenkerken~ (in 't n. van Henegouwen, ten n.w. van Senef), in 1693
+dien bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ (in 't n.w. van Luik). Deze nadeelen
+werden eenigermate vergoed door de schitterende zege, die de
+Nederlandsch-Engelsche vloot onder ~Almonde~ en ~Russel~ in 1692 bij ~la
+Hogue~ (in 't n.w. van Normandië, aan 't Kanaal) op den Franschen
+admiraal ~Tourville~ behaalde. Hoewel de koning van Frankrijk over 't
+geheel met geluk streed, deden de uitputting zijns lands en nieuwe
+ontwerpen bij hem begeerte naar rust ontstaan. Zoo sloot hij in 1697
+_den vrede van Rijswijk_ (tusschen den Haag en Delft). Lodewijk erkende
+Willem III als koning van Engeland en stond hem het prinsdom Oranje weer
+af.
+
+Aan de Republiek bracht het geen voordeel, dat hij, die stadhouder van
+de meeste harer gewesten was, de eer verwierf, een kroon te mogen
+dragen, die weldra bleek voor hemzelf een doornenkroon te zijn. Zij ging
+gebukt onder den druk van 't verbond met Engeland en was binnen kort te
+vergelijken bij een sloep, voortgesleept door een linieschip. Haar
+handel leed op nieuw een grooten schok. Dadelijk, in 't begin van den
+oorlog, werden vele Nederlandsche koopvaardijschepen, die men wegens de
+geheimhouding, waarmede de toeleg op Engeland werd behandeld, niet had
+kunnen waarschuwen, in Frankrijk aangehouden. Tevergeefs vleide men zich
+met de hoop, dat Willem iets zou doen tot intrekking of verzachting van
+de akte van navigatie. De nadeelen, den handel toegebracht, werden niet
+vergoed door de ruim zeven millioenen, die Engeland in 1689 en volgende
+jaren, als schadeloosstelling voor de kosten van den overtocht, aan
+Nederland betaalde.
+
+Even vóór het einde van den negenjarigen oorlog, in 1696, stierf een van
+de veldmaarschalken der Republiek, die in den slag bij Landen en
+Neerwinden wakker had medegestreden, de stadhouder van Groningen,
+Friesland en Drente, Hendrik Kasimir II (zie blz. 131). Zijn zoon ~Johan
+Willem Friso~ (1696-1711) volgde hem in Groningen en in Friesland op
+onder regentschap zijner moeder ~Amalia van Anhalt-Dessau~, een
+kleindochter van Frederik Hendrik en dochter van Johan George II, vorst
+van Anhalt-Dessau, terwijl Drente aan Willem III het stadhouderschap
+opdroeg. Voor 't overige werd de betrekking, waarin Nederland reeds
+sedert lang tot Rusland stond, in dezen tijd nauwer door een persoonlijk
+bezoek van Peter, den keizer aller Russen en eersten hervormer zijner
+natie op groote schaal (_Overzicht_, 9e druk, blz. 160, 161). Eenige
+dagen hield hij zich in 1697 te Zaandam op en timmerde te Amsterdam op
+de werf een geheel schip af. Later hervatte de alleenheerscher van het
+groote rijk het bezoek in 1717. Zonder overdrijving mocht Nederland zich
+beroemen, op die wijze een gunstigen invloed te oefenen op Ruslands
+ontkiemende beschaving.
+
+Het werd weldra duidelijk, dat Lodewijk juist geen duurzamen vrede
+beoogde en welke bedoelingen hij nog in 't schild voerde. Hij wendde
+zich tot Engeland en tot de Nederlanden, hun voorslaande, zonder den
+keizer (_Overzicht_, 9e druk, blz. 151) erin te kennen, met hem een
+verdrag te sluiten, waarin zou worden vastgesteld, op welke wijze de
+landen der Spaansche kroon te verdeelen bij den dood van den koning van
+dit rijk, Karel II, die elk oogenblik tegemoet werd gezien. Metterdaad
+kwamen er achtereenvolgens twee dergelijke verdragen tot stand. Leopold
+echter sloot zich er niet bij aan, en nog veel minder Karel II zelf, bij
+wiens dood (den 1sten Nov. 1700) men een testament vond, dat Philips van
+Anjou, den tweeden zoon van den dauphin, tot eenigen erfgenaam der kroon
+van Spanje verklaarde. Bij de gewichtige vraag, die deze verdragen
+trachtten te beslissen, had Willem III, de voorvechter van Europa's
+vrijheid, alleen het evenwicht der staten en 't behoud der rust van dit
+werelddeel op het oog. Als hoofd der zeemogendheden, Engeland en de
+Nederlanden, meende hij, dat het deze staten, bij de groote macht, die
+èn het huis Habsburg, èn Bourbon bezat, niet onverschillig kon zijn, wie
+de bezitter der Spaansche monarchie werd. Intusschen begaf zich Philips
+van Anjou, als koning Philips V, in 1701 naar zijn koninkrijk Spanje.
+
+Keizer Leopold, die den nieuwen koning niet wilde erkennen, rustte zich
+dadelijk ten oorlog. Weldra vond hij steun bij het _groote_ of _Haagsche
+verbond_ in 1701, dat hij met Engeland en de Nederlanden sloot en bij
+hetwelk zich ook Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en
+Savoye voegden. Willem III was niet bestemd, zelf den oorlog mede te
+voeren. Eer die krijg nog recht was uitgebroken, leden de bondgenooten
+in Maart 1702 door zijn overlijden het zwaarste verlies, dat hen kon
+treffen. Vóór zijn dood had Willem III pogingen aangewend, om den
+stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, te doen verkiezen tot
+opvolger in de waardigheden, die hij hier te lande bekleedde. Maar
+ziende, dat de staten der gewesten hiertoe niet overhelden, had hij zijn
+bemoeiingen gestaakt. Terstond na Willems dood gaven de staten van
+Holland in de vergadering der Staten-Generaal te kennen, dat zij het
+voornemen hadden, de aangelegenheden te laten, zooals zij waren, en de
+staten der vier overige gewesten, alsmede die van Drente, volgden hun
+voorbeeld. Men liet de hooge ambten onvervuld, en de zaken der regeering
+werden in de vijf provinciën teruggebracht op den voet van 1651.
+
+De oorlog, door Lodewijks toedoen ontbrand, werd gevoerd in Italië,
+Duitschland, de Zuidelijke Nederlanden en Spanje. Het getal van 's
+konings uitstekende veldheeren was zeer afgenomen. Daarentegen stond aan
+den kant der bondgenooten een rij van groote mannen: ~John Churchill~,
+graaf, daarna ~hertog~ van ~Marlborough~ (in Devonshire, in 't z. van
+Engeland); ~Eugenius van Savoye~, Leopolds veldheer, en Antonie
+Heinsius. Deze mannen noemt men, wegens hun gemeenschappelijke leiding
+der zaken, het driemanschap in dezen oorlog. Het aandeel, dat de
+Nederlanders aan den oorlog namen, bepaalde zich tot de verrichtingen
+ter zee en in de Spaansche Nederlanden. In 1704 nam de Engelsche
+admiraal ~Rooke~, bijgestaan door de vloot der Nederlanden onder den
+luitenant-admiraal ~Callenburgh~, bijna zonder slag of stoot het
+onneembare, maar toen slecht bewaakte Gibraltar in. Koningin Anna
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 157) verklaarde, over deze verovering te
+willen beschikken in gemeenschappelijk overleg met de Staten-Generaal;
+doch in strijd met deze uitdrukkelijke belofte en in weerwil dat de stad
+was genomen in naam van aartshertog Karel, Leopolds tweeden zoon,
+eigende Engeland zich haar stilzwijgend toe.
+
+Wat den oorlog te lande betreft, voegden zich de Nederlandsche troepen
+bij het leger, dat in de Zuidelijke Nederlanden stond en waarover
+Marlborough het bevel voerde. Aan 't hoofd van de krijgsbenden der
+Republiek stond o. a. Johan Willem Friso. Schitterend was de reeks der
+veldslagen. Marlborough versloeg in 1706 ~Villeroi~ bij ~Ramillies~ (in
+'t z.o. van Zuid Brabant). Marlborough en Eugenius wonnen in 1708 den
+slag bij ~Oudenaarde~ (in Oost-Vlaanderen aan de Schelde) op Vendôme en
+op den jongen ~hertog van Bourgondië~, den oudsten zoon van den dauphin,
+en in 1709 dien bij ~Malplaquet~ (nabij Mons) op ~Villars~. Hierop
+werden de Spaansche Nederlanden allengs geheel veroverd.
+
+Intusschen had Lodewijk XIV, Marlborough en Eugenius terecht voor
+afkeerig van den vrede houdende, zich reeds eenige malen in dien zin tot
+Heinsius gewend, maar vruchteloos. In 1709 geschiedde de aanvraag om
+vrede van Lodewijks kant met meer aandrang dan ooit. Doch toen de
+overwinnaars hun eischen al hooger stelden, werden de onderhandelingen
+afgebroken. Hierop volgde de slag bij Malplaquet. De onderhandelingen,
+in 1710 nogmaals te Geertruidenberg hervat, voerden wederom tot niets.
+Zij werden gestaakt, omdat de bondgenooten hun eischen nog in zoo verre
+verzwaarden, dat zij vorderden, dat de grijze Lodewijk zelf zijn
+kleinzoon, des noods met geweld, zou onttronen en dwingen, Spanje te
+verlaten. Maar plotseling kwam er een wending in den loop der
+gebeurtenissen. Juist toen de gezichteinder voor Lodewijk met steeds
+dreigender wolken betrok, brachten twee onverwachte gebeurtenissen hem
+redding aan. De eene was de vroegtijdige dood van Jozef I, keizer van
+Duitschland, Leopolds zoon en opvolger, wien zijn eenige broeder, Karel
+VI, in 1711 opvolgde. Nu drongen de zeemogendheden er niet langer op
+aan, dat men den beheerscher van zoovele landen nog de Spaansche
+monarchie zou toevoegen. De andere was de terugroeping van Marlborough
+en de val van het whig-ministerie, waarvan hij de ziel was. Het voor de
+whigs in de plaats komende tory-ministerie hield den oorlog voor
+strijdig met Engelands belangen en knoopte dus onderhandelingen met
+Frankrijk aan.
+
+Intusschen verloren de Nederlanden nog vóór het einde van den oorlog een
+hunner veldheeren. Johan Willem Friso, in 1711 uit de legerplaats naar
+'s Gravenhage willende gaan, om, ter zake van de erfenis van Willem III,
+een bijeenkomst te houden met zijn mede-erfgenaam, den koning van
+Pruisen, verdronk in Juli van dat jaar door 't omslaan der schouw of
+pont aan den Moerdijk (tusschen Willemstad en Geertruidenberg), nog
+slechts vier-en-twintig jaren oud zijnde. Zijn gemalin, ~Maria Louise~,
+een dochter van Karel, landgraaf van Hessen-Kassel, bracht kort daarna
+een zoon ter wereld, Willem Karel Hendrik Friso. In 1712 kwamen de
+gezanten der oorlogvoerende mogendheden te _Utrecht_ bijeen, om te pogen
+tot een vrede te geraken. In April 1713 werd _de vrede_ onderteekend,
+behalve door de gezanten van Karel VI, die eerst in 't volgende jaar
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 155) een einde maakte aan den oorlog.
+Philips V behield Spanje en zijn bezittingen buiten Europa. De
+Nederlanden verwierven een voordeelig verdrag van handel en inkomende
+rechten. Ook dit moet als een voordeel voor de Republiek worden
+aangemerkt, dat het groote doel, waarom zij aan den oorlog had deel
+genomen, bij den vrede werd bereikt, daar de Zuid-Nederlandsche gewesten
+niet aan Frankrijk, maar aan Oostenrijk kwamen. Alsof dit evenwel niet
+genoeg ware tegen Frankrijks gevreesde nabijheid, verkreeg zij, om haar
+tot voormuur tegen de aanvallen van dit rijk te dienen, _de barrière_,
+die haar het recht gaf, in Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen,
+Veurne en het fort Knokke bezetting te leggen, terwijl mede werd
+bepaald, dat in de stad Dendermonde gemengd garnizoen, d. i. half
+Oostenrijksch, half Staatsch, zou liggen. Het verdrag over de barrière
+kwam den 16den November 1715 tot stand. Het prinsdom Oranje, hetwelk de
+Staten-Generaal uit de nalatenschap van Willem III aan Frederik Willem
+I, koning van Pruisen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 163), hadden
+toegekend, ging, tegen schadeloosstelling vanwege den koning van
+Frankrijk, aan dit rijk over.
+
+
+
+
+§29.
+
+_Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en in 't
+begin der 18de eeuw._
+
+
+Verbazend was de inspanning, die een staat van zulk een beperkt
+grondgebied als de Vereenigde Gewesten zich in den nu geëindigden oorlog
+had getroost ter wille eener zaak, die meer geheel Europa, dan de
+Nederlanden betrof. Die oorlog vermeerderde de schuld der Republiek met
+350 millioen. Aan de dure offers waren de voordeelen, die de vrede
+schonk, niet geëvenredigd. Maar de wil van Willem III alleen had de
+buitenlandsche staatkunde der Republiek bestuurd. Voor de leidende
+gedachte zijns levens, de man te moeten zijn, die zich tegenover
+Lodewijk XIV stelde, moesten de belangen der Republiek achterstaan.
+Zoolang Willem III leefde, had ~ANTONIE HEINSIUS~ (zie blz. 135) hem
+getrouw ter zijde gestaan. Hij was een man van een welwikkend oordeel,
+onverdroten ijver en bezadigde handelwijze, wiens blik tot de kern der
+zaken doordrong. Doch nauwelijks had Willem de oogen voor goed gesloten,
+of Heinsius, zijn denkbeelden naar de omstandigheden wijzigende, voegde
+zich naar de regeering, gelijk zij toen werd geregeld, en was in allen
+opzichte een wakker dienaar en voorganger der staten van Holland. Hij
+werd in den vollen zin des woords de zuil van 't bewind, de hoofdpersoon
+der Republiek.
+
+Niettegenstaande de schaduwzijde, zoo even aangevoerd, bekleedde de
+Republiek na den vrede van Utrecht steeds een eervolle plaats onder
+Europa's aanzienlijke mogendheden. Zij bezat nog een uitgestrekten
+handel en aanmerkelijke volkplantingen. Nogtans was de handel niet meer,
+wat hij was geweest. Sinds 1672 was hij gedaald van het hooge standpunt,
+dat hij vroeger had bestegen. De navigatie-akte van het lange parlement
+(zie blz. 109 en 119) had hem den eersten knak gegeven. Inzonderheid
+brachten de oorlogen, geëindigd met de vredes van Nijmegen, Rijswijk en
+Utrecht, den handel groot nadeel toe. Behalve dat zij den staat tot
+groote uitgaven dwongen ter bestrijding der krijgskosten, legden zij een
+zwaren schuldenlast op de schouders der Nederlanders. Het gevolg was de
+instelling van vele nieuwe belastingen. Een andere oorzaak van het dalen
+van den Nederlandschen handel is, dat hij de oogen van de meeste der
+Europeesche volkeren opende, die, de rijkdommen ziende, welke hij
+aanvoerde, zich op haar beurt op dien tak van bestaan toelegden en
+allengs op die baan voortschreden. En hoewel nu de handel van Nederland
+zeer wel naast dien van andere landen kan bestaan, is het van den
+anderen kant zeker, dat geen natie den haren destijds uitbreidde, dan
+ten koste van dien der Republiek.
+
+Gelijk de handel, begon ook de haringvisscherij sedert den aanvang der
+18de eeuw af te nemen. De walvischvangst was reeds vroeger in verval
+gekomen. _De Noordsche compagnie_ (zie blz. 43) hield in 1645 op te
+bestaan. Vele schepen waren in 't ijs blijven steken of hadden zonder
+gunstig gevolg gevaren. Van het genoemde jaar af werd de walvischvangst
+door de ontbinding der Noordsche compagnie vrij en leefde, thans door
+kooplieden, ieder op zichzelf, gaande gehouden, weder eenigermate op.
+Zeer in 't oog vallend was, sedert den vrede van Munster, de
+achteruitgang der fabrieken en manufacturen. Zooals bij den handel, was
+een hoofdoorzaak van dien achteruitgang te zoeken in de zich meer en
+meer onder de Europeesche volkeren verbreidende zucht, om door eigen
+fabrieken in hun behoeften te voorzien en de voortbrengselen van die van
+anderen te kunnen ontberen.
+
+Voor de Oost-Indische compagnie opende zich met den vrede van Munster
+(zie blz. 99) een tijdperk van verhoogden luister. De eer hiervan komt,
+voor een goed deel, aan den gouverneur-generaal ~Johan Maatsuiker~
+(1653-1678) toe, die langer dan iemand, voor of na hem, over de
+bezittingen der compagnie het bewind voerde. Op Ceylon eindigde de
+strijd, onder van Diemen (zie t. a. p.) aangevangen, met de geheele
+verdrijving der Portugeezen. Ook Negapatnam (op de kust van Coromandel,
+tegenover Ceylon) werd veroverd. Op Sum[=a]tra werd Palembang (op de
+z.o. kust) schatplichtig. Bovenal werd Makassar (in 't z.w. van
+Cel[=e]bes) het tooneel van een roemrijken kamp voor de Nederlandsche
+compagnie, welker hulp door een der elkander op dat eiland bestrijdende
+vorsten werd ingeroepen. Cornelis Speelman stond aan 't hoofd van de
+scheepsmacht der compagnie, die er, eenige jaren achtereen, oorlog
+voerde. Hij dwong den vorst van Makassar tot een verdrag, waarbij deze
+vorst zich verplichtte, de Portugeezen en de Engelschen uit zijn gebied
+te verwijderen en de compagnie den alleenhandel, vrij van tollen, toe te
+staan.
+
+Één jaar voordat Maatsuiker het bewind aanvaardde, had zich een
+volkplanting der Nederlanders aan de Kaap de goede hoop gevestigd. De
+streek zelve was dit volk sedert langer dan een halve eeuw bekend. Menig
+Nederlandsch schip was de Tafelbaai binnengeloopen, om er ververschingen
+in te nemen; doch aan een blijvende vestiging had niemand gedacht.
+Het eerst kwam dit denkbeeld op bij ~Jan van Riebeek~, een
+scheepsheelmeester, toen hij in 1648 met een vloot uit Indië naar het
+vaderland terugkeerde. De kamer van zeventienen (zie blz. 79) keurde het
+ontwerp goed, en in April 1652 stichtte van Riebeek er een volkplanting.
+Slechts één donkere partij is er in het schitterend tijdperk van
+Maatsuikers landvoogdij op te merken: zij is het verlies van Form[=o]sa
+(zie blz. 80). In 't midden der 17de eeuw werd de keizerlijke dynastie,
+die in Sina regeerde, van den troon gestooten. De Mantsjoe-Tartaren, een
+volk, ten n.o. van Sina wonende, overstroomden het groote rijk, en hun
+opperhoofd trok het bewind aan zich. Een der vele Sineezen, die zich
+tegen hem verklaarden en van het vasteland moesten wijken, was de
+zeeroover ~Coxinga~, die met een groote vloot de zee onveilig maakte.
+Weldra zette hij koers naar Form[=o]sa, ten einde dit eiland te
+veroveren. De Nederlandsche gouverneur van Form[=o]sa, ~Coyet~,
+verdedigde wakker de sterkte Zelandia met de weinige troepen, die hij
+had. Den predikant ~Hambroek~, in 's vijands macht gevallen, zond
+Coxinga erheen, om op een spoedige overgave aan te dringen. Hij ried het
+tegendeel, weshalve hij, naar Coxinga teruggekeerd, kort daarna, onder
+voorwendsel dat hij de Formosanen had opgeruid, werd gedood. Eindelijk
+gaf Coyet, na een langdurig beleg, in 1662 het kasteel op eervolle
+voorwaarden over.
+
+In Maatsuikers tijd was nog maar een klein deel van Java in 't bezit der
+Oost-Indische compagnie: Batavia met den naasten omtrek. Van de
+inheemsche vorsten van dit eiland waren die van Mat[=a]ram (in 't midden
+van Java) en van Bantam (zie blz. 78) de voornaamste. Een zijner
+opvolgers was ~Cornelis Speelman~. Voortdurend won, sedert de eerste
+vestiging (zie blz. 79), het gezag der compagnie veld op Ternate, Tidor
+en de overige Molukken. In 't laatst der 17de eeuw werd het Noorden van
+Cel[=e]bes geheelenal afhankelijk van de compagnie, in 1704 de Preanger
+landen, in 1741 het oostelijk gedeelte van Java, o. a. Soerabaya. In
+1755 verdween de naam "Mat[=a]ram" uit de geschiedenis. Hij werd
+vervangen door die der _vorstenlanden_, _Soerakarta_ en _Djokjokarta_,
+beide onder 't oppergezag der compagnie staande. Ruim twintig jaren
+later, in 1778, stond de sultan van Bantam de rechten van opperhoogheid,
+die hij op de westkust van Borneo had, aan de compagnie af. In al die
+onderworpen landstreken behielden de inlandsche vorsten, doorgaans onder
+den titel _regenten_, zoowel als hun stamhuizen, onder de
+opperheerschappij der compagnie hun rang en recht van opvolging. Hun
+werd, als leidsman en voogd, een Nederlandsch ambtenaar ter zijde
+gesteld, die den titel _resident_ voerde. Tevens werd hun, ten bewijze
+hunner afhankelijkheid, de verplichte levering van deze of gene
+voortbrengselen van den grond opgelegd.
+
+Het vermeesteren van landen en het bemachtigen van volkeren waren
+evenwel niet de grootste voordeelen, die de compagnie uit haar
+ondernemingen trok. Meer waarde hadden de winsten, welke haar de
+koophandel verschafte. In 1671 verheugde zij haar deelhebbers door een
+uitdeeling van 65 ten honderd. Bij de waren, welke de Oost-Indische
+vloten, _retourvloten_ geheeten, Nederland toevoerden, kwam sinds den
+aanvang der 18de eeuw de Java-koffie, een vrucht, oorspronkelijk in
+Arabië te huis behoorende.
+
+Al was het niet op groote schaal, toch breidde ook de West-Indische
+compagnie haar bezittingen langzamerhand uit. Zoo voegde zij bij hetgeen
+zij had (zie blz. 88) Berbice (in 't n. van Zuid-Amerika, ten w. van
+Suriname). Hoewel tot de West-Indische compagnie gerekend, was Berbice
+het bijzonder eigendom van eenige Amsterdamsche kooplieden en stond
+onder hun beheer. Gelijk Berbice en Suriname, was Essequ[=i]bo (ten w.
+van Berbice) haar ontstaan aan Zeeuwen verschuldigd. Reeds in het begin
+der 17de eeuw hadden zij er een volkplanting. Van haar ging de kolonie
+Demerary (tusschen Berbice en Essequ[=i]bo) uit. Beide stonden alleen
+onder de kamer Zeeland der West-Indische compagnie. Van Suriname's (zie
+blz. 119) eigendom stond deze compagnie een deel af aan Amsterdam. In
+weerwil van deze aanwinsten bleek het, sinds het verlies van Brazilië
+(zie blz. 92, 93), dat het lot der West-Indische compagnie moest zijn,
+even spoedig te vervallen, als zij zich had verheven. Weldra was zij
+niet meer in staat, eenige uitdeeling te doen of slechts eenige p. c.
+rente te betalen, weshalve de Staten-Generaal ze in 1674 ontbonden.
+Reeds in 1675 verrees een nieuwe compagnie, waaraan de Staten-Generaal
+octrooi verleenden. Het getal der _bewindhebbers_ werd op 53 gebracht,
+de generale vergadering tot op 10 leden verminderd en daarom _de
+vergadering van tienen_ geheeten. Het ging de nieuwe maatschappij nog
+ongelukkiger, dan de vorige. Haar uitdeelingen, die schier nimmer het
+cijfer van 5 ten honderd overschreden, bleven doorgaans lager.
+
+Van de compagnieën keeren wij tot den staat zelf terug. Reeds meermalen
+is gebleken, dat de soort van eenheid van den gevestigden staat, welke
+er nog bestond, dikwerf dreigde teniet te gaan door den strijd, dien de
+staten der gewesten bij herhaling tegen den band der unie voerden. Naast
+dien strijd ontstond allengs een tweede tusschen de staten der gewesten
+zelven en de leden, waaruit zij waren samengesteld. Van die leden waren
+de vroedschappen der steden de talrijkste en de voornaamste. Groot was
+de macht dezer vroedschappen. De groote macht, waarover de stedelijke
+overheidspersonen beschikten, deed de begeerte bij hen opkomen haar te
+behouden en ze op hun verwanten te doen overgaan. Zoo zag men de
+waardigheid van lid der vroedschap van lieverlede zoo goed als erfelijk
+worden en onder de hand van die raden uitsluiten al wie niet tot de
+regeerende familiën behoorde. De gewoonte van 't aangaan van dergelijke
+overeenkomsten, waarbij de leden van zulke familiën zich verbonden, om
+elkander, hun verwanten en vrienden op het kussen te helpen, was in 't
+midden der 18de eeuw vrij algemeen. De overeenkomsten zelven noemde men
+veelal _correspondentiën_. Naar men meent, zal het eerste verdrag van
+dien aard reeds in 1652 te Zierikzee zijn gesloten.
+
+De kracht en de oorspronkelijkheid van Nederland verzwakten. Dit zag men
+ook op het veld der letterkunde en op het gebied der schoone kunsten.
+Vermaarde schilders kwamen minder voor. Wat de letteren aangaat, er
+waren schrijvers, verdienstelijke schrijvers zelfs; doch het waren
+meerendeels navolgers van de grootsche gestalten, waarop vroeger (zie
+blz. 101 vlg.) werd gewezen. Vondel werd b. v. nagestreefd door
+~Antonides van der Goes~, afkomstig uit Goes en in 1684 overleden, die
+in zijn _Ystroom_ de reeks der Nederlandsche stroomdichters opende. Dit
+gedicht, dat tot de beschrijvende soort behoort, bezingt den lof van het
+Y en heeft alzoo den roem van Amsterdam tot onderwerp. Meer en meer
+oefende de Fransche letterkunde een doodenden invloed op de
+oorspronkelijkheid der Nederlanders, al verruimde zij van den anderen
+kant hun denkbeelden. Slechts ~Justus van Effen~ (overleden in 1735)
+handhaafde in zijn _Hollandsche spectator_ de eischen van een zuiveren
+en lossen Nederlandschen stijl, tevens de nationale ondeugden en
+gebreken van zijn tijd bestrijdende.
+
+Zin voor wetenschap bleef den Nederlanders evenwel eigen. In de
+natuurkunde verwierf o. a. ~Christiaan Huygens~, Constantijns (zie blz.
+102) zoon, de uitvinder der slingeruurwerken (overleden in 1695),
+grooten roem. Een Europeeschen naam had ~Herman Boerhaave~, hoogleeraar
+in de geneeskunde te Leiden (overleden in 1738), tot wiens lessen
+honderden studenten uit verschillende landen toestroomden.
+
+
+
+
+§ 30.
+
+_Het stadhouderschap van Willem IV._
+
+
+In de beide laatste oorlogen had Nederland een overspannen rol gespeeld.
+Als kampvechter voor Europa's algemeene belangen had het meer gedaan,
+dan een kleine Republiek op den duur kon volhouden. Van nu aan namen
+vele regenten in de Zeven Gewesten zich voor, een anderen weg te
+bewandelen. De overweging, dat men tot dusver te veel had gedaan, voerde
+thans dikwerf tot het te weinig doen. Het werd van lieverlede het
+hoofdstreven der Republiek, zich veilig wanende achter haar barrière,
+zooveel mogelijk het deelnemen aan oorlogen te vermijden. Vanhier, dat
+de Europeesche mogendheden, geheel anders dan in vroegere tijden, weldra
+zonder Nederland onderhandelden en bij de samenkomsten harer gezanten
+niet zelden besluiten namen ten nadeele van Nederlands belangen. In
+plaats van te hechten aan een rechtmatigen invloed, was men er in 't
+vervolg in de Republiek op uit, zich binnen een zoo nauw mogelijken
+kring te beperken. Voor land- en zeemacht droeg de regeering de noodige
+zorg niet langer, geenszins gedachtig aan het spreekwoord: "zoo gij den
+vrede wilt, bereid u ten oorlog." Millioenen verloren de Nederlandsche
+kooplieden door de kaapvaart der Algerijnen, met wier dey de Republiek
+eerst in 1726 vrede sloot.
+
+Het kon niet anders, of de Republiek moest, in weerwil van haar zoo even
+aangeduid streven, van tijd tot tijd worden gemengd in vele der
+verwikkelingen, welke Europa's staatsmannen in de eerste helft der 18de
+eeuw hadden op te lossen. Zoo teekende zij in 1731 de pragmatieke
+sanctie (_Overzicht_, negende druk, blz. 164), en wel niet dan onder
+voorwaarde, dat keizer Karel VI _de Oost-Indische maatschappij_, die hij
+te Ostende had opgericht, ophief. De Staten-Generaal toch beweerden, dat
+deze maatschappij geen recht van bestaan had, omdat de keizer de
+Zuidelijke Nederlanden bezat op den voet, vastgesteld bij den vrede van
+Munster. Onder de voorwaarden nu van dien vrede was er een (zie blz.
+96), waaruit, volgens hen, voortvloeide, dat, vermits de Zuidelijke
+Nederlanden op het tijdstip van het sluiten van dien vrede niet op de
+Indiën voeren, zij thans evenmin aan die vaart mochten deel nemen.
+
+In 1720 overleed de raadpensionaris Heinsius. Een zijner opvolgers was,
+sedert 1727, ~Simon van Slingelandt~. Deze schrandere man schonk
+eenigermate den ouden duister terug aan het gewichtige ambt, hetwelk,
+voor een goed deel, zijn glans ontleende aan voorgangers, als
+Oldenbarnevelt en de Witt. Gedurende de negen jaren, waarin hij de
+leidsman der staten van Holland was en dit gewest ter Staten-Generaal
+mede vertegenwoordigde, deed hij vele pogingen, om de gebreken, die zijn
+heldere blik had doorzien, uit den weg te ruimen. Maar het was hem niet
+gegeven, zijn denkbeelden tot daden te zien rijpen. De stem der
+vaderlandsliefde en van het doordringend verstand stiet af op den muur
+der zelfzucht en eigenbaat. Toen hij in 1736 stierf, zeide de gezant van
+Portugal te 's Gravenhage: "Nu heeft de Republiek haar hoofd verloren."
+
+Inmiddels was langzamerhand het getal toegenomen der waardigheden,
+opgedragen aan den spruit uit het huis van Nassau, den zoon van Johan
+Willem Friso (zie blz. 139), ~Willem Karel Hendrik Friso~. Dadelijk bij
+zijn geboorte als erfstadhouder van Friesland erkend, werd hij in 1718
+stadhouder van Groningen, in 1722 van Drente en van Gelderland. In 1732
+werd de zaak der erfenis van Willem III (zie blz. 140) beslecht. Met
+uitzondering van eenige bezittingen, die aan Frederik Willem I, koning
+van Pruisen, werden toegewezen, erlangde Willem Karel Hendrik Friso alle
+heerlijkheden, op Nederlands bodem gelegen. Bij hetzelfde verdrag,
+hetwelk dit vaststelde, stond de prins het prinsdom Oranje aan den
+koning van Pruisen af, dat deze vorst trouwens, als zich gerechtigd
+achtende, reeds in 1713 (zie t. a. p.) aan de Fransche kroon had
+overgegeven. Den titel behield Willem Karel Hendrik Friso zich echter
+voor. Kort na deze beschikking, in 1734, trad de stadhouder van
+Friesland, Groningen, Drente en Gelderland in het huwelijk met ~Anna~,
+de oudste dochter van George II, koning van Engeland. Eenige jaren later
+verkreeg hij bij erfenis en verdrag eenige streken van Nassau in
+Duitschland, Dillenburg en andere.
+
+In weerwil van het streven der Staten-Generaal om zich in de geschillen,
+die nu en dan tusschen de hoven van Europa opkwamen, onzijdig te houden,
+was het hun niet mogelijk, zich te onttrekken aan een der Europeesche
+oorlogen, die in 1740 losbarstte. Nauwelijks was de keizer van
+Duitschland, Karel VI, gestorven, of zijn dochter, Maria Theresia, had
+een groot aantal vijanden het hoofd te bieden (_Overzicht_, blz. 164).
+Onmiddellijk zocht zij hulp bij de mogendheden, die zich hadden
+verbonden tot het handhaven der pragmatieke sanctie. De Staten-Generaal
+begonnen met, evenals Engeland, hulpgelden te geven. Vervolgens
+ondersteunden zij de koningin van Hongarije met krijgsvolk. De koning
+van Frankrijk, Lodewijk XV, nam dit zeer euvel op en deed in 1747, na de
+slag van Fontenai (_Overzicht_, blz. 165) te hebben gewonnen, een inval
+op 't grondgebied der Republiek, allereerst in Staats-Vlaanderen.
+
+Sinds de oorlog was uitgebroken en met vrij ongunstigen uitslag werd
+gevoerd, kon men overal onder het volk toenemende blijken van
+ontevredenheid met de regeering bespeuren. Naar gelang de
+barrière-steden bezweken en de oorlog de grenzen naderde, groeiden de
+ongerustheid en het misnoegen aan. Het gebulder van 't Fransche geschut
+voor Sluis (in Staats-Vlaanderen) herinnerde den burgers van 't naburige
+Veere, dat de prinsen uit het huis van Oranje-Nassau in netelige
+omstandigheden meermalen de redders van 't land waren geweest. Vanhier
+een herhaling van het jaar 1672: wederom ging de beweging van Veere uit.
+Nadat de schutterij dezer stad in April 1747 haren wensch had te kennen
+gegeven, dat de vroedschap den prins tot stadhouder mocht verkiezen, nam
+dit lichaam een besluit in dien zin. Eveneens ging het in de overige
+steden van Zeeland, in de eene met, in de andere zonder opschudding. Den
+28sten April werd de prins door de staten van Zeeland als stadhouder
+aangesteld.
+
+Van Zeeland sloeg--wederom zooals in 1672--de beweging tot Holland over.
+Het eerst geraakte het volk te Rotterdam en te Delft op de been, 's
+prinsen bevordering van de vroedschap verlangende. De andere steden
+volgden, en den 3den Mei 1747 had 's prinsen benoeming door de staten
+van Holland plaats. Op denzelfden dag, als in Holland, geschiedde de
+verheffing van den prins te Utrecht. Den 4den Mei droegen de
+Staten-Generaal hem het kapitein-generaal-admiraalschap over de
+krijgsmacht van den staat op. Den 10den Mei volgden de staten van
+Overijsel het voorbeeld van die der andere gewesten. 't Spreekt
+vanzelf, dat de prins nu tevens zitting nam in den raad van state.
+
+Het scheen, dat er geen einde kwam aan het getal eerbewijzen en blijken
+van genegenheid, waarmede de stadhouder werd overstelpt. De
+Staten-Generaal vereerden den prins, van nu aan gewoonlijk ~WILLEM~ IV
+(1747-1751) geheeten, met het stadhouder- en kapitein-generaalschap over
+de landen van Overmaas (zie blz. 96) en voegden er welhaast dat over de
+andere Generaliteitslanden bij. Nog verklaarden de gewesten het
+stadhouderschap, waarmede de prins was bekleed, _erfelijk_ in zijn
+nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie. De Staten-Generaal
+verklaarden het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de
+beide liniën. Bij de tallooze onderscheidingen kwam nog _het
+opper-directeur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië, dat den prins in
+1749 door de bewindhebbers der beide compagnieën werd opgedragen. Verre,
+zeer verre ging het gezag, hetwelk in de handen van Willem IV werd
+gelegd, dat zijner voorgangers te boven. Zonder den titel werd hij
+metterdaad souverein. Zien wij, hoe hij die macht aanwendde.
+
+De misbruiken, ten opzichte van _de pachterijen_ bestaande, gaven in den
+tijd van Willems verheffing van de zijde der bevolking van de steden van
+Holland aanleiding tot hevige opschuddingen. Het volk was zeer gebeten
+op de pachters, d. i. op hen, aan wie, als aan de meestbiedenden, de
+staten der gewesten zekere belastingen voor een aantal maanden
+verpachtten. De menigte, hier en daar door knevelarijen dier pachters
+gekweld, stak de groote en vaak binnen korten tijd verkregen rijkdom
+dezer lieden in 't oog. Het eerste barstte 't misnoegen in Friesland
+los. Het volk stak de kleine opzichtershuizen in brand of haalde ze
+omver, plunderde de woningen der pachters, in 't kort beging allerlei
+baldadigheden. In Groningen en in de overige gewesten zag men weldra
+dezelfde tooneelen, vooral te Amsterdam. Met goedvinden en op raad van
+Willem IV schafte men in 1748 in Friesland, in Groningen, in Utrecht en
+in Holland de pachterijen af. In deze provinciën werden de pachterijen
+vervangen door de invordering bij wijze van _collecte_ of inzameling.
+Aan _de collecteurs_ of gaarders, thans ambtenaren, werden matige
+jaarwedden toegelegd. In Overijsel hield men zich deels aan de
+pachterijen, deels aan de collecte. Gelderland en Zeeland bleven bij het
+verpachten.
+
+Inmiddels veroverden de Franschen de eene plaats na de andere in
+Staats-Vlaanderen en namen in 1747 zelfs de vesting Bergen op Zoom bij
+verrassing in. Het was inderdaad tot heil, van het land, dat de oorlog
+in 't volgende jaar met _den vrede van Aken_ (_Overzicht_, blz. 166) een
+einde nam. Voor de Republiek bevatte die vrede geen andere
+hoofdvoorwaarden, dan dat zij alles, wat de Franschen op haar hadden
+veroverd, terugkreeg, benevens de barrière-steden, maar deze
+grootendeels geslecht.
+
+Gedurende den korten levenstijd, die Willem IV na dien vrede van Aken
+werd gegund, wijdde hij zich, voor zoover zijn zwakke lichaamskrachten
+het gedoogden, zorgvuldig aan de belangen van Nederland. Wakker stond
+hem, sedert 1749, de raadpensionaris ~Pieter Stein~ ter zijde. De
+stadhouder kon evenwel niet dadelijk al zijn aandacht vestigen op
+hetgeen hem toescheen voorziening te behoeven. Immers, in vele steden
+werd, reeds sedert eenigen tijd, gewezen op het wenschelijke eener
+geheele verandering der regeeringspersonen, hoedanige verandering met
+elken grooten schok in 's lands binnenlandsche historie, b. v. in 1672
+en in 1702, gepaard was gegaan. De meerderheid van 't volk achtte dit
+evenzeer noodig of was licht tot dergelijke bewering te bewegen. Alzoo
+begon de prins in 1748 met zoodanige verandering te Amsterdam. Gelijke
+verzetting der wet had in de meeste overige steden van Holland plaats,
+verder in Gelderland, in Overijsel, in Friesland en in Groningen. Zoo
+doortastend, als vroeger bij dergelijke omwentelingen, was intusschen
+deze regeeringsverandering niet.
+
+Te midden der verschillende bewegingen werd Willem IV in 1749 op het
+verval der zijde- en andere weverijen opmerkzaam gemaakt. Ten einde dit,
+voorzooveel hij vermocht, tegen te gaan, verklaarde hij aan de staten
+van Holland, dat hij had besloten, voor zich en zijn hof van nu af geen
+zijden of andere stoffen te bezigen, dan inlandsche. Het voorbeeld vond
+navolging bij de staten van Holland. Zij verzochten de heeren van de
+ridderschap en de burgemeesters der stemmende steden, hetzelfde te
+doen, als de prins. Aan de regenten van de niet-stemmende steden werd
+dit besluit der staten als gebod medegedeeld.
+
+Op deze en andere wijzen trachtte de prins 's lands welvaart te
+bevorderen. Hierbij gedachtig aan de belangen van zijn huis, bewoog hij
+in 1750, uit hoofde van den zwakken toestand zijner gezondheid, de
+Staten-Generaal, hertog ~Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel~, een
+verwant der prinses, die tot dus ver in dienst was van den keizer van
+Duitschland, als veldmaarschalk aan te stellen over het leger der
+Republiek. Willems gezondheid toch nam steeds af, en in October 1751
+stierf hij. Die dood was een zware slag voor het vaderland. Weinig is
+dat, wat hem wordt verweten, in tegenstelling met het vele goede, dat
+men van hem getuigt. Onder het eerste mag evenwel niet worden verzwegen,
+dat hij vaak te spoedig het oor schijnt te hebben geleend aan
+plannenmakers. Willem IV, door vele kundigheden uitmuntende, had tevens
+de gaven om aan 't roer van den staat te staan. Geen der vorige
+stadhouders van de Vereenigde Gewesten was gematigder dan hij; geen
+hunner vereenigde met vastheid van daad meer zachtheid van vorm. Te
+hooger rijst de waarde dezer zelfbeheersching, omdat hij in aanzien en
+macht al zijn voorgangers overtrof. In de zaken hervormende, hetgeen hij
+noodig achtte, ontzag hij de personen, zooveel het welbegrepen belang
+der Republiek het veroorloofde. In de weinige jaren van zijn
+stadhouderschap heeft hij althans iets tot stand gebracht, meer nog
+willen doen.
+
+
+
+
+§ 31.
+
+_Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den hertog van
+Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin van den
+oorlog tusschen Engeland en Nederland._
+
+
+Op den dag zelven van 't overlijden van Willem IV werd ~ANNA~ als
+_gouvernante_ en voogdes erkend van Willems eenigen zoon, ~WILLEM~ V
+(1751-1795, overl. 1806), die in 1748 was geboren. De hertog van
+Brunswijk werd tot vertegenwoordiger van den kapitein-generaal benoemd.
+Tevens bleef hij de raadsman der gouvernante en hield een wakend oog op
+'s prinsen opvoeding. Vele waren de vakken, waarin de jonge vorst
+uitmuntte. Maar weldra bleek het, dat men in hem de voortvarendheid, de
+veerkracht en de vastheid miste, die, zooals beneden zal blijken, juist
+in die dagen onontbeerlijke eigenschappen in 't karakter van den
+stadhouder en kapitein-generaal der Republiek waren. Ook ontbrak hem het
+rechte doorzicht, om de gebreken, die er waren, naar eisch te
+doorgronden. In plaats van die hoedanigheden had hij de zucht, om,
+terwijl hij de gewichtigste en dringendste aangelegenheden verzuimde,
+zich met nietsbeteekenende zaken te bemoeien.
+
+De eenige gebeurtenis van eenig gewicht, die in de eerste jaren van
+Anna's regentschap voorviel, was de schikking, die in 1754 met den
+koning van Pruisen, Frederik II, werd getroffen nopens de goederen van
+het huis van Oranje-Nassau, hem vroeger toegedeeld (zie blz. 147). Bij
+deze overeenkomst stond de koning die goederen voor een groote som aan
+Willem V af. De zeeoorlog, die in 1756 tusschen Frankrijk en Engeland
+(_Overzicht_, blz. 167) losbarstte, bracht Nederlands regenten in groote
+moeielijkheden. Zoowel van den kant van Engeland, als van dien van
+Frankrijk werden pogingen gedaan, om Nederland aan zijn zijde te doen
+medestrijden. Desniettegenstaande wenschten de Staten-Generaal een
+onzijdige houding aan te nemen, en de schranderheid en de gematigdheid
+van de raadslieden der gouvernante wisten deze staatkunde, welke het
+welzijn van 't vaderland vereischte, te handhaven. Zij zegevierde in
+weerwil van de thans herlevende, nimmer geheel verdwenen staatspartijen,
+waartoe een goed deel van Nederlands ingezetenen behoorde.
+
+Welhaast leerde de tijd, hoeveel nadeel ook een oorlog, waaraan de
+Republiek geen deel nam, aan haar bewoners kon toebrengen. Een menigte
+Nederlandsche koopvaardijschepen, die scheepsbehoeften of andere
+goederen naar Frankrijks havens voerden en vandaar kwamen, werden, in
+strijd met vroeger gesloten verdragen, door de Engelschen als goede
+prijzen opgebracht. Daarenboven beroofden de Britsche kapers ook die
+Nederlandsche vaartuigen, welke noch naar Frankrijk waren bestemd, noch
+de havens van dit rijk hadden aangedaan. Bij de nadeelen, die de handel
+op deze wijze leed, kwamen nog die, welke hij van Algiers en Marokko had
+te lijden. Het bleek, dat de zeemacht van de Republiek zelfs niet tegen
+die van deze roofstaten bestand was. Dit alles berokkende de gouvernante
+menigen vijand. Men verweet haar, dat zij, van geboorte een Engelsche
+prinses, de belangen van Nederland ter wille van Groot-Britannië
+verwaarloosde. Elders verwekte de manier, waarop zij openstaande
+plaatsen in de vroedschap vervulde, haar menigen tegenstander. Toen zij
+in 1759 was gestorven, nam de hertog van Brunswijk de taak der voogdij
+op zich. In Friesland beschouwde men de prinses-grootmoeder ~Maria
+Louise~ (zie blz. 139), door de Friezen _Maike-Moei_ genoemd, als
+regentes en regeerde op haren naam.
+
+Eerst in 1763 kregen Nederlands handel en zeevaart rust, toen de
+vrede van Parijs een einde aan den zevenjarigen oorlog maakte
+(_Overzicht_, blz. 167). Drie jaren later, in 1766, aanvaardde de
+erfstadhouder, thans den leeftijd van achttien jaren hebbende
+bereikt, de hooge ambten, voorheen door zijn vader bekleed. Tevens
+werden hem die bedieningen, welke niet erfelijk waren verklaard, als het
+opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën (zie blz. 149),
+gelijk vroeger aan Willem IV, opgedragen. De hertog van Brunswijk werd
+door Zijn Hoogheid en door de staten der verschillende gewesten met een
+som van ruim 600,000 gl. begiftigd. De staten van Holland en de
+Staten-Generaal gaven hem terzelfder tijd te kennen, dat zij zeer
+wenschten, dat hij voortging, den staat voortdurend ten dienste te
+staan. Niets kon hem, die reeds vreesde, met het einde zijner voogdij,
+al zijn invloed op den loop der zaken te zullen verliezen, aangenamer
+zijn, dan dergelijke betuiging. Hiervoor behoefde echter niet de minste
+vrees te bestaan, want reeds vóór het einde der voogdij, den 3den Mei
+1766, had de prins den hertog verzocht, met hem een geschrift te
+onderteekenen, waarin hij zich verbond, hem, den stadhouder en
+kapitein-generaal-admiraal, in alle aangelegenheden van 't bewind
+met raad en daad ter zijde te zullen staan. In dit geschrift, _de akte
+van consulentschap_ geheeten, beloofde de prins hem plechtig, dat
+hij te dier zake van alle verantwoordelijkheid zou zijn ontslagen.
+Het stuk zelf bleef in de dagen, toen het werd opgesteld en geteekend,
+voor ieder, behalve voor zeer weinige personen, een geheim. Thans
+was de hoogste staatsdienaar, wiens ambten hem, krachtens de
+erfelijkverklaring, van rechtswege toekwamen, niets dan een onmondige,
+onder een voortdurende voogdij verkeerende.
+
+Het is zeer waarschijnlijk, dat 's prinsen volgzaamheid jegens den
+hertog zich al dadelijk in de keuze eener gemalin betoonde. Niet een
+Engelsche prinses werd dit, maar ~Frederika Sophia Wilhelmina~, een
+dochter van prins August Willem, een broeder van Frederik II, koning van
+Pruisen. Uit Willems huwelijk sproten drie kinderen: Frederika Louisa
+Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins van
+Brunswijk, en twee zonen, Willem Frederik, geboren in 1772, en Willem
+George Frederik, geboren in 1774. De tweede dier zonen werd later,
+gedurende den tweeden coalitie-oorlog (_Overzicht_, blz. 180, 181),
+generaal in dienst van Frans II, keizer van Duitschland, en overleed in
+1799 aan een ziekte. Het gezin des stadhouders bewoonde 's Gravenhage,
+gelijk ook Willem IV sedert 1747 had gedaan. Over 't geheel waren de
+eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V, nadat hij
+meerderjarig was geworden, een gelukkig tijdperk, voor hem en voor den
+staat. Het was vrede in 't Westen en Zuiden van Europa. Een ongestoord
+handelsvertier gaf welvaart en overvloed tot bij den geringsten burger.
+De vrij lange reeks van jaren, gedurende welke de Zeven Gewesten den
+vrede hadden genoten, hadden zij zich te nutte gemaakt, om den toestand
+der geldmiddelen op een beteren voet te brengen. Stein (zie blz. 150)
+maakte dit tot het voorwerp van zijn aanhoudend streven.
+
+Nogtans waren er gronden, om de toekomst met bezorgdheid tegemoet te
+zien. Had Willem IV langer geleefd, misschien ware het hem gelukt, de
+partijschappen langzamerhand te doen verdwijnen, of althans haar kracht
+te doen verliezen. Met veel beleid had hij dit doel in de hand gewerkt.
+Doch de ineensmelting der partijen mocht geenszins plaats grijpen. Reeds
+de zeeoorlog (zie blz. 152) riep de voormalige verdeeldheid weder in 't
+leven. Het waren de staatsgezinden, die de deelneming aan dien oorlog
+ten gunste van Frankrijk voorstonden, terwijl de aanhangers des
+stadhouders voor Engelands belangen streden. En licht kon men in de
+eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V voorzien, dat slechts
+één of meer aanleidende oorzaken noodig waren, om de partijen in
+vijandschap tegenover elkander te doen staan. Bij de oude namen (zie
+blz. 89 en 112) kregen de partijen in deze dagen nieuwe. Zij, die tot de
+staatsgezinden behoorden, werden ook _patriotten_ of _keezen_ genoemd.
+Met de jaren veranderden, sinds de partij meer leden aanwon, ook de
+begrippen. In plaats van alleen te streven naar beperking van 't
+stadhouderlijk gezag, zooals weleer, ten behoeve der regenten, waren er
+vele onder de staatsgezinden, die, naar volkomen gelijkstelling aller
+burgers staande, de leer der volkssouvereiniteit huldigden. De andere
+partij werd die der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_ genoemd. Een
+andere reden tot bezorgdheid was hierin gelegen, dat de landprovinciën
+het geld, hetwelk Holland, Zeeland en Utrecht voor de vloot verlangden
+te besteden, aan het leger wenschten te koste te hebben gelegd. Terwijl
+dan de eene reeks gewesten niet voor de andere wilde wijken, werd
+doorgaans niets gedaan.
+
+Alles intusschen tezamengenomen, was er veel, dat, tegen het begin van
+het laatste vierde gedeelte der 18de eeuw, aan de Republiek grond gaf,
+zich gelukkig te achten. Doch op dat tijdstip brak de oorlog van
+Engeland met zijn volkplantingen in Noord-Amerika (_Overzicht_, blz. 168
+vlg.) los. Deze oorlog gaf het sein tot een overmaat van rampen, die
+zich over het vaderland uitstortten. Nauwelijks waren de
+Noord-Amerikanen in verzet gekomen, of de gezant van Engeland, ~Yorke~,
+beklaagde zich bij de Staten-Generaal over den handel in wapenen en
+krijgsvoorraad, dien Nederlanders uit de bezittingen der West-Indische
+compagnie met de opgestane bewoners der volkplantingen dreven. Vooral
+was de aandacht van Engelands regeering gevallen op het eiland St.
+Eustatius (zie blz. 92). Hierheen deden de Nederlanders vervoeren, wat
+zij maar wilden, en het vandaar den Amerikanen te doen toekomen viel
+zeer gemakkelijk. Onmiddellijk na Yorke's mededeeling verboden de
+Staten-Generaal in 1775 den toevoer van krijgsbehoeften naar de
+Amerikaansche volkplantingen ten scherpste. Maar de bevelen der
+Staten-Generaal werden voortdurend òf openlijk overtreden, òf ontdoken.
+De sluikhandel gaf te veel winsten, dan dat men er aan dacht, dien te
+staken. Met de klachten van den Engelschen gezant hielden die der
+Nederlandsche kooplieden gelijken tred, welke luide riepen over het
+onderzoeken, opbrengen en voor goeden prijs verklaren hunner vaartuigen
+of waren door Engelsche oorlogschepen.
+
+Dan dit alles was nog van weinig beteekenis in vergelijking met hetgeen
+verder plaats greep. Ernstiger werd de verstandhouding van Nederland met
+Engeland bedreigd, toen de vrede tusschen dezen staat en Frankrijk
+(_Overzicht_, blz. 169) werd verbroken. De Engelsche regeering, thans
+meer dan ooit vreezende, dat haar vijanden door de Nederlandsche
+kooplieden werden voorzien van hetgeen zij voor den oorlog behoefden,
+verdubbelde haar nauwlettend toezicht. Meer en meer scheen het duidelijk
+te worden, dat Engeland tot een openbare breuk met de Republiek zocht te
+komen. Genoegzamen grond hiervoor had het nog niet; doch deze deed zich,
+naar de meening van de Engelsche regeering, weldra op. In 1778 sloot
+Frankrijk een handelsverdrag en verbond met de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika. Een gemachtigde dier staten, ~William Lee~, gaf te Aken
+aan een aanzienlijk Amsterdamsche koopman, ~Jan de Neufville~, te
+kennen, dat Amerika wel geneigd was, een dergelijk verdrag of althans
+een handelsverbintenis met de Republiek aan te gaan. De Neufville maakte
+dit aan de burgemeesters van Amsterdam bekend, die aan Lee deden weten,
+dat zij gezind waren, naar hun vermogen het hierheen te leiden, dat
+tusschen de Vereenigde Staten en deze Republiek een verdrag van
+vriendschap en handel werd gesloten, zoodra Engeland de
+onafhankelijkheid der staten zou hebben erkend. Na deze betuiging van
+bereidvaardigheid kwam nog in 't zelfde jaar, 1778, een schets of ontwerp
+op het papier, opgesteld door de Neufville en Lee, van een verdrag, dat
+tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Staten-Generaal
+zou kunnen worden gesloten.
+
+Twee jaren lang bleef deze onderhandeling bedekt. Toen kwam zij aan het
+licht. In 1780 vertrok ~Henry Laurens~, die in 1777 president van 't
+congres was geweest, aan boord van een pakketboot van Philadelphia naar
+Nederland. Den 10den September van dat jaar werd het schip op de hoogte
+van New-Foundland door een Engelsch fregat genomen en naar Londen
+opgebracht. Even vóór de vermeestering der pakketboot wierp Laurens een
+doos, het ontwerpsverdrag bevattende, in zee. Doch daar het lood, aan de
+doos gehecht, niet zwaar genoeg was, om ze te doen zinken, vischten de
+Engelschen ze op. De gezant Yorke diende, uit naam van George III, over
+deze zaak bezwaren in. Gelijktijdig hiermede was de ontwikkeling eener
+andere aangelegenheid, die eindelijk het hangend onweder deed
+losbarsten. Door toedoen van Katharina II, keizerin van Rusland, sloten
+de Noordsche mogendheden, Rusland, Zweden en Denemarken, in 1780, onder
+den naam van _het stelsel eener gewapende onzijdigheid_, onderling een
+verdrag, ten einde het vrije verkeer ter zee te handhaven. Op
+uitnoodiging van Rusland besloten de Staten-Generaal eveneens toe te
+treden, waarop Nederlands afgevaardigden te Petersburg het verdrag
+onderteekenden. Maar ter zelfder tijd, als de Republiek haar aansluiting
+aan de Noordsche mogendheden aan Europa's hoven mededeelde, in 't laatst
+van 1780, verklaarde Engeland aan de Zeven Gewesten den oorlog.
+
+
+
+
+§ 32.
+
+_De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der Republiek met
+Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst der Pruisen._
+
+
+Zoo was dan de Republiek met gebonden handen en voeten aan Engelands
+willekeur overgelaten. Volgens zijn gewoonte richtte Engeland zijn wraak
+terstond tegen de Nederlandsche schepen, die, van niets wetende, rustig
+naar het vaderland stevenden. Op het einde van Januari 1781 waren reeds
+200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15 millioen beladen, in de
+Engelsche havens opgebracht. Van Nederlands bezittingen viel o. a. St.
+Eustatius, alsmede de kust van Guin[=e]a in handen der Engelschen,
+terwijl Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo zich vrijwillig onder hun
+hoede stelden. St. Eustatius werd nog in 't zelfde jaar, 1781, door de
+Franschen hernomen en aan de Staten-Generaal teruggegeven. Eveneens
+heroverden de Franschen in 1782 Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en
+namen deze streken voor Nederland in bewaring. In Oost-Indië bemachtigde
+Engeland Negapatnam (in Voor-Indië, ten z. van Madras).
+
+Engelands overmacht ter zee was zoo groot, dat aan 't leveren van slagen
+eigenlijk niet viel te denken. Maar in 1781 verleenden de
+Staten-Generaal een konvooi of gewapende geleide van oorlogschepen aan
+een aantal koopvaarders, naar Petersbrug, Riga en Narva bestemd. De
+oorlogschepen, ten getale van vijftien, stonden onder 't bevel van den
+schout-bij-nacht ~Johan Arnold Zoutman~. Op den 5den Augustus ontmoetten
+zij bij ~Doggersbank~ (in de Noordzee, ten o. van Engeland) een Engelsch
+konvooi, eveneens een aantal koopvaardijschepen uit de Oostzee
+begeleidende. Over deze vloot, slechts twaalf, maar zwaardere en beter
+gewapende schepen tellende, voerde de vice-admiraal ~Hyde Parker~ het
+bevel. Weldra geraakte het grootste gedeelte der wederzijdsche vloten,
+aan elke zijde zeven, met elkander slaags. Dat de Engelschen, hoewel de
+slag onbeslist bleef, het eerst afdeinsden, verhoogde in Nederland het
+nationaal gevoel. In Januari 1783 sloot Engeland den vrede van
+Versailles (_Overzicht_, blz. 170). In Mei 1784 volgde _de vrede van
+Parijs_ met Nederland, waarbij de Republiek Negapatnam aan Engeland
+afstond, maar zijn overige bezittingen terugkreeg.
+
+Te midden van den oorlog met Engeland, in 1781, liet keizer Jozef II
+(_Overzicht_, blz. 168) de Staten-Generaal weten, dat hij verlangde, dat
+de barrière-steden door het krijgsvolk der Republiek werden ontruimd.
+Ofschoon de staten het vreemd vonden, dat hiertoe alleen zou worden
+overgegaan, omdat de keizer het wenschte, voldeden zij nog in 't zelfde
+jaar aan zijn verlangen. In 1783 rezen er op nieuw geschillen tusschen
+de Staten-Generaal en Jozef II, die, behalve meer, de vrije vaart op de
+Schelde eischte. De Staten-Generaal achtten 's keizers vorderingen
+overdreven en riepen het hof van Frankrijk als middelaar of
+scheidsrechter in. Nog eer de afgevaardigden hun beraadslagingen hadden
+geopend, trachtte een oorlogschip, onder Oostenrijksche vlag uit
+Antwerpen de Schelde afvarende, in 1784 zich aan het onderzoek van den
+uitlegger, die bij Lillo lag (zie blz. 97), te onttrekken. Het schip
+kreeg echter van een Nederlandsch oorlogschip de volle laag, draaide
+toen bij en werd in bewaring genomen, maar kort daarna weder ontslagen.
+
+De keizer, dit schieten op zijn vlag als een oorlogsverklaring
+aanmerkende, vaardigde het bevel uit, een aanzienlijk leger naar de
+grenzen der Republiek te doen oprukken. Van hunnen kant rustten ook de
+Staten-Generaal zich ten oorlog. Inmiddels werden de onderhandelingen
+voortgezet en in 1785 door _den vrede te Fontainebleau_ tot zulk een
+einde gebracht, dat de oorlog achterwege bleef. De hoofdvoorwaarden
+waren, dat Jozef van zijn eischen afzag, mits hem de forten Lillo en
+Liefkenshoek afgestaan en een som van 9-1/2 millioen uitgekeerd werd.
+Van deze 9-1/2 millioen nam Frankrijk 4-1/2 voor zijn rekening. Ook deze
+zwarigheden kwam 's lands regeering alzoo te boven, al was het dan niet
+zonder opofferingen.
+
+Moeielijker was het, de binnenlandsche geschillen, die bij de rampen,
+welke den staat van buiten troffen, steeds heviger werden, bij te
+leggen. Met den aanvang van den oorlog tegen Engeland begon de
+ontevredenheid zich weder te openbaren. Evenals vroeger de gouvernante,
+werd de stadhouder eerst beschuldigd van Engelschgezindheid, omdat hij
+had getracht de vredebreuk tegen te houden. Vervolgens verweet men,
+hoewel Willem V jaren achtereen vruchteloos voorstellen tot uitbreiding
+der zee- en der landmacht had gedaan, hem en den hertog van Brunswijk
+den weerloozen toestand des lands. Zoo gezien de hertog gedurende het
+tijdvak van zijn regentschap was geweest, evenzeer werd hij van 1766 af
+hoe langer hoe meer gehaat. Vele leden der regeering betuigden, dat zij
+het voor wenschelijk hielden, dat hij zich geheel aan het bewind
+onttrok. En toen in 1784 het geheim van 't bestaan der akte van
+consulentschap (zie blz. 153, 154) werd verbroken en de inhoud van dit
+geschrift alom bekend werd, rustte men niet, eer men van den gehaten
+vreemdeling, van den "dikken hertog", was ontslagen. Daarom nam hijzelf
+zijn ontslag en vertrok in 't zelfde jaar uit den lande.
+
+Het werd intusschen weldra duidelijk, dat zij, die meenden in den hertog
+den oorsprong aller oneenigheden te moeten zoeken, dwaalden. Het getal
+van hen, die aan het volk meer invloed op de regeering wilden toekennen,
+groeide aan. Sedert het begin van 't jaar 1783 nam de gisting der
+gemoederen in de Republiek steeds toe. In vele steden richtte men, met
+goedvinden der vroedschappen, _exercitie-genootschappen_ of
+_vrijkorpsen_ op, uit burgers, de staatsgezinde partij toegedaan,
+bestaande, die zich vlijtig in den wapenhandel oefenden. In Februari
+1785 verboden de staten van Holland het dragen van Oranjelinten en
+kokardes, alsmede het roepen van "Oranje boven." In September van dat
+jaar hadden er te 's Gravenhage eenige tooneelen van openlijke
+opschudding plaats, waarbij een burger dezer stad door een lid van een
+exercitie-genootschap licht werd gewond. Hiervan in kennis gesteld,
+beperkten de staten van Holland het gezag van den kapitein-generaal van
+dit gewest, als bevelhebber van de bezetting dezer stad.
+
+Nu was, in 't oog van den prins, de maat volgemeten. Nog vóór het einde
+van 't jaar 1785 verliet hij met zijn gezin 's Gravenhage en vestigde
+zich vooreerst op het Loo, later te Nijmegen. In 1786 waren Elburg en
+Hattem het tooneel eener andere gebeurtenis. In deze beide steden kwam
+de gemeente, door een deel der leden van de regeering gesteund, in
+verzet tegen de staten van Gelderland. Alzoo gelastten die staten den
+stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te doen oprukken en
+bezetting in die steden te leggen. Het geschiedde, en vele
+regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchtten naar Kampen of
+elders. Kort daarna werden tegen de hoofdpersonen der beweging zware
+vonnissen geveld. Geweldig was de indruk, dien hetgeen in Gelderland
+gebeurde op de regenten en op de bevolking der overige gewesten maakte.
+Op de tijding van het binnenrukken der troepen te Elburg en te Hattem
+schorsten de staten van Holland den kapitein-generaal van hun gewest in
+dit ambt en onthieven den raadpensionaris van de verplichting, in
+gemeenschappelijk overleg met den stadhouder te handelen (zie blz. 133,
+134).
+
+Jammerlijk was voorwaar de toestand des vaderlands. Thans zag men het
+tegendeel van de macht, die de eendracht gaf. Alle gewesten leverden
+overvloedige voorbeelden van de meest ingewikkelde en netelige
+burgerschillen op. Zij waren het tooneel van de schromelijkste
+verwarring. Er was oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten
+van Holland, oneenigheid tusschen deze staten en die van Gelderland.
+Onbeschrijfelijk waren de haat en de partijschap, die in het anders zoo
+rustige Nederland alom blaakten. Men wendde zich tegen de personen, in
+plaats van in de zaken te wraken, hetgeen verkeerd was. Talloos waren de
+schot- en lasterschriften, de spotprenten en blauwboekjes. Men vergeleek
+den stadhouder met een Nero en Alva en stelde Philips II boven hem.
+
+Bij alle partijen scheen het een uitgemaakte zaak te zijn, dat de
+redding van elders moest komen. De patriotten rekenden op Frankrijk; de
+stadhouderlijke partij wendde haar oogen naar Engeland of Pruisen.
+Inmiddels droegen de staten van Holland, bezorgd voor de veiligheid van
+hun gewest, de verdediging hiervan aan vijf regenten uit verschillende
+steden op, _commissie van defensie_ geheeten, die zich te Woerden
+vestigde en over het krijgsvolk beschikte. Zij werd in haar bedoelingen
+ondersteund door een gewapend korps, _vliegend legertje_ genoemd,
+hetwelk de gansche provincie doortrok, om de stadhoudersgezinde
+landlieden in toom te houden.
+
+Zoo was dan alles rijp voor een uitbarsting. De lont ontbrak niet, die
+het kruit zou doen ontvlammen. In Juni 1787 begaf de prinses zich met
+een klein gevolg uit Nijmegen op reis naar 's Gravenhage. Haar oogmerk
+was, door haar verschijning te midden van de bevolking dier stad de
+volksmenigte in geestdrift te doen ontvlammen en 's prinsen vijanden
+ontzag in te boezemen, ten einde alzoo een omwenteling teweeg te
+brengen. Ten o. van Gouda lag een sluis, _de Goejanverwellesluis_
+genoemd. Bij die sluis gekomen, werd de prinses tegengehouden door
+eenige manschappen van het vrijkorps van Gouda, dáár op wacht staande.
+Vervolgens verzocht de commissie van defensie, zich terstond hierheen
+spoedende, haar, niet dieper in Holland door te dringen. Het geval, op
+zichzelf van weinig beteekenis, werd door de prinses hoog opgenomen. De
+koning van Pruisen, Frederik Willem II, liet terstond een schitterende
+voldoening eischen voor de beleediging, zijn zuster (zie blz. 154), en
+dus hem, aangedaan. Zij werd niet gegeven. Hierom rukte, op zijn last,
+~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel,
+een neef van Lodewijk Ernst (zie blz. 151), de Nederlanden met een leger
+van ongeveer 20,000 man binnen. Deze troepen trokken door Gelderland op
+Utrecht af en bezetteden deze stad. Na korten tegenstand gaf ook
+Amsterdam zich op zekere voorwaarden over.
+
+In een oogwenk was de omwenteling voltrokken. Binnen den kortst
+mogelijken tijd gaf men aan alles de vorige gedaante terug. De
+stadhouder werd door de staten der verschillende gewesten verzocht,
+zooals bij de vorige omwenteling steeds het geval was geweest, in de
+steden de wet te verzetten. Raadpensionaris werd in 1787 ~Laurens Pieter
+van de Spiegel~. Hij was een groot staatsman, die een uitstekende kennis
+bezat van staatsrecht en geschiedenis, tevens zeer ervaren in het
+financiewezen. Fel was de wraak, welke de zegevierende partij zich op
+vele plaatsen tegen de patriotten veroorloofde. In menige stad waren de
+Pruisen bereidvaardige dienaars dier wraakoefeningen. De patriotten
+werden in hun persoon aangerand, in hun goederen en bezittingen
+benadeeld. Niets was er evenwel, dat een volkomen verzoening meer in den
+weg stond, dan de wijze, waarop een _amnestie_, d. i. algemeene
+vergetelheid en vergiffenis, werd uitgevaardigd. In sommige provinciën
+kondigde men er een af, maar met zoovele uitzonderingen, dat zij dien
+naam niet verdiende. Hiervan was het gevolg, dat de reeks der reeds
+uitgeweken patriotten nog werd vermeerderd met een groot getal van hen,
+die door een rechterlijk vonnis werden getroffen of die zich, ook zonder
+dat, niet veilig rekenden. Duizenden bedroeg het cijfer van hen, die het
+vaderland verlieten en zich, voor een goed deel, in de Zuidelijke
+Nederlanden en in Frankrijk vestigden.
+
+
+
+
+§ 33.
+
+_De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._
+
+
+Eerst in 1788 verlieten de Pruisen, met een vrij grooten buit beladen,
+de Nederlanden. Op allerlei wijze zocht men den nu herstelden
+regeeringsvorm voor de stormen des tijds te beveiligen. Zoo sloot de
+republiek in 1788 een verdedigend verbond met Engeland en met Pruisen,
+waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap waarborgden. Het ontbrak
+thans niet aan blijken, die van hooge ingenomenheid met het huis van
+Oranje-Nassau schenen te getuigen, zoovaak de gelegenheid zich daartoe
+aanbood, inzonderheid in 1791, toen de erfprins (zie blz. 154) in het
+huwelijk trad met ~Frederika Louise Wilhelmina~, een dochter van den
+koning van Pruisen. Op vele plaatsen liet men het dragen der
+Oranje-versierselen niet aan de inspraak van 't gemoed der burgers over,
+maar werd zelfs het bevel hiertoe uitgevaardigd. Uit 's prinsen huwelijk
+sproten in 1792 Willem Frederik George Lodewijk, in 1797 Willem Frederik
+Karel, in 1809 Marianne.
+
+Desniettemin bleek het welhaast, dat er niets anders was voorgevallen,
+dan dat een vreemde mogendheid de stadhoudersgezinden had doen
+zegevieren en dat deze zegepraal de verbanning der patriotten ten
+gevolge had gehad. De rust--het is waar--was, doch met geweld, hersteld,
+niet de eendracht. Bij den omkeer der zaken had men geenszins vergeten
+en vergeven. Tweespalt en partijschap bleven voortwoelen. Vruchteloos
+poogde van de Spiegel de Republiek op te beuren. De gebreken in 't
+staatsbestuur waren vele; zij waren verouderd. Slechts in 't
+financiewezen was het hem mogelijk, eenige hervormingen in te voeren.
+
+Hevig was de schok, dien de omwenteling in een naburig land, in
+Frankrijk, uitgebarsten (_Overzicht_, negende druk, blz. 174 vlg.), aan
+de Republiek gaf, duurzaam de gevolgen van dien schok. Een tijdlang
+slaagde van de Spiegel erin, de Republiek onzijdig te doen blijven,
+zelfs sedert April 1792, toen Frankrijk reeds in oorlog was met Pruisen
+en met Oostenrijk en zijn legerbenden alreede naar de Zuidelijke
+Nederlanden had gezonden. Van hun zijde spaarden de patriotten, die
+zich in Frankrijk ophielden, geen poging, om de nationale conventie (zie
+_Overzicht_, negende druk, blz. 177), die alle vorsten voor haar
+natuurlijke vijanden verklaarde, te nopen, haar beginselen op de
+Nederlandsche Republiek te gaan toepassen. Op den 1sten Februari 1793
+voldeed de conventie aan den wensch der patriotten door den oorlog te
+verklaren aan den koning van Engeland en aan den stadhouder der
+Vereenigde Nederlanden. Kort hierna trok Dumouriez, een Fransch
+generaal, geleid door ~Herman Willem Daendels~ aan 't hoofd der
+Bataafsche uitgewekenen, de grenzen van Nederland over. Doch na eenige
+vestingen te hebben veroverd, moesten zij terugtrekken, en de Republiek
+was nog eenmaal gered.
+
+Maar de verademing was van korten duur. Het ééne vijandelijke leger na
+het andere stroomde naar de Zuidelijke Nederlanden, die, hoewel zij
+eerst bij den vrede van Campo Formio (_Overzicht_, negende druk, blz.
+180) aan Frankrijk werden afgestaan, reeds sedert November 1792
+metterdaad in de macht der conventie waren. Daarentegen zond de koning
+van Pruisen, zijn beloften brekende, zijn soldaten niet naar de
+kampplaats. Dus streden Willems zonen, de erfprins ~Willem Frederik~ en
+~Frederik~, vruchteloos met moed en beleid aan 't hoofd der
+Nederlandsche krijgsbenden, die een deel van 't leger der bondgenooten
+uitmaakten. De slag bij Fleurus in 1794 (_Overzicht_, negende druk, blz.
+178) was zoo beslissend, dat in deze oorden de Franschen thans geen
+weerstand meer hadden te duchten. Toch draalden de Franschen nog een
+oogenblik, eer zij verder gingen. Na den val van het schrikbewind
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 177) helde de regeering van Frankrijk
+tot den vrede over. Doch Daendels en de overige patriotten spoorden
+steeds tot de overkomst aan. Zoo trok dan in December 1794 en Januari
+1795 de Fransche generaal ~Pichegru~, wederom door de patriotten onder
+Daendels geleid, over de bevrozen rivieren en stroomen de Nederlanden
+binnen. Daar de nationale conventie had verklaard, dat zij zich in geen
+verdrag met de Republiek wilde inlaten, eer de stadhouder zich had
+verwijderd, scheepte Willem V zich den 18den Januari met zijn gezin naar
+Engeland in, waar hij tot 1800 vertoefde. Alzoo bleef de wederwerking op
+hetgeen het jaar 1787 had zien gebeuren niet achter. Thans, acht jaren
+na hun verbanning, keerden de patriotten terug, op hun beurt door een
+vreemde mogendheid, door Frankrijk, geleid. Door haren ondergang
+bezegelde de Republiek de oude spreuk, eendracht maakt macht, tweedracht
+verstrooit.
+
+Onder de vele bewijzen van de steeds toenemende verzwakking der
+Republiek gedurende de 18de eeuw is het allengs meer en meer vervallen
+harer zeemacht een der meest in 't oog loopende. Met het verval der
+zeemacht hield dat van den handel gelijken tred. Evenals de handel,
+waren de haringvisscherij en de walvischvangst langzamerhand aan het
+kwijnen geraakt (zie blz. 141). Wat de Oost-Indische compagnie betreft,
+zij had eveneens luisterrijker dagen gekend, dan de laatste vijftig à
+zestig jaren van haar bestaan. Onder haar gouverneurs-generaal in dit
+tijdperk zijn ~Adriaan Valkenier~ (1737-1741) en ~Gustaaf Willem baron
+van Imhoff~ een paar van de meest beroemde. Het bewind van Valkenier
+werd gekenmerkt door _den_ beruchten _moord der Sineezen_ op den 9den
+October 1740 en volgende dagen. Sinds eenigen tijd hadden sommige
+maatregelen van 't bewind der compagnie het wantrouwen gewekt van een
+menigte te Batavia gevestigde Sineezen, die deswege naar 't gebergte en
+naar de bosschen weken, den omtrek van Batavia onveilig makende. Den
+8sten October hadden er in de nabijheid dier stad eenige gevechten
+tusschen de Nederlanders en de Sineezen plaats, waarin de laatsten
+werden verslagen. Volgens besluit nu van den raad van Indië (zie blz.
+80) werd er den 9den en volgende dagen een ware bloedbruiloft gehouden
+onder de Sineezen te Batavia, die men verdacht hield van verstandhouding
+met hen, die buiten waren. Ruim 10,000 Sineezen vielen als de offers
+dezer vreeselijke wraakneming. Kort na dien moord werd van Imhoff
+gouverneur-generaal. Hij breidde het gebied der compagnie aanmerkelijk
+uit (zie blz. 143), en is de stichter van _Buitenzorg_, nu het gewone
+verblijf van den gouverneur-generaal.
+
+Na van Imhoff ging de Oost-Indische compagnie steeds meer achteruit.
+Vele waren de oorzaken van haren achteruitgang. Een der voornaamste is,
+dat zij, reeds vóór het midden der 18de eeuw, elk jaar hare boeken met
+een tekort van eenige millioenen sloot. In plaats van de uitgaven naar
+evenredigheid te beperken, ging zij, die niets had uit te deelen,
+desniettegenstaande met haar uitdeelingen voort. Ofschoon op een lager
+bedrag neerkomende dan voorheen (zie blz. 144), beliepen die
+uitdeelingen toch nog 20 tot 12-1/2 ten honderd. Eveneens ging het de
+West-Indische compagnie. Reeds in de 17de eeuw (zie blz. 144) was men
+begonnen, voor alle ingezetenen van den staat vrijstelling te verleenen
+van de vaart op eenige dier plaatsen, waarop het vroegere octrooi (zie
+blz. 88) de compagnie den alleenhandel toekende. In de 18de eeuw werd
+dezelfde vergunning verleend ten opzichte van de kust van Guin[=e]a, van
+Essequ[=i]bo en Demerary. Hoezeer deze maatregelen Nederlands handel in
+'t algemeen moeten hebben begunstigd, zij konden de nieuwe West-Indische
+compagnie niet genoegzaam opbeuren.
+
+Nederlands kerkelijke toestand onderging sedert den vrede van Munster
+(zie blz. 99, 100) geen groote veranderingen. Bij de vele sekten, die
+werden geduld, kwamen sinds het begin der 18de eeuw nog een paar andere:
+de Jansenisten en de Herrenhutters. _De Jansenisten_ ontleenden hun naam
+aan ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven en later bisschop te
+Yperen, die in 1638 stierf. Twee jaren na zijn dood kwam een werk van
+hem uit, _August[=i]nus_ getiteld, hetwelk de leer van dezen kerkvader
+verklaarde. Rome verbood dit geschrift. Intusschen vonden de begrippen
+van het Jansenisme bijval bij een aantal der Nederlandsche katholieken,
+die aldus onderling werden verdeeld. Zij, welke die begrippen waren
+toegedaan, benoemden in 1723 hun eersten aartsbisschop, wiens zetel te
+Utrecht was. De _Herrenhutters_ of broedergemeente worden zoo genoemd
+naar het dorp of vlek Herrnhutt (in 't z.o. van het koninkrijk Saksen,
+nabij Zittau), waar zij hun eerste gemeente stichtten. Sinds 1746
+vestigden de Nederlandsche Herrenhutters zich te Zeist.
+
+In de eerste eeuw van het bestaan der Republiek werden kunsten en
+wetenschappen hoog gewaardeerd, ook om haarzelven, maar vooral met het
+praktische doel, om de heerschappij van Nederland over verre zeeën en
+kusten uit te breiden. Al werd het praktische doel door de nazaten der
+18de eeuw meer uit het oog verloren, van die zucht zelve voor
+vermeerdering van kennis vervreemdden zij niet. Achtereenvolgens
+verrezen talrijke genootschappen, als zoovele getuigen van den zin voor
+wetenschappen, die de Nederlanders bezielde. Een ander doel dan deze
+genootschappen had _de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen_, welke ~Jan
+Nieuwenhuizen~, Doopsgezind leeraar te Monnikendam, in 1784 stichtte. Op
+vele plaatsen verbeterde zij het Lager-Onderwijs, bevorderde een zekere
+verdraagzaamheid in zaken van godsdienst en verspreidde nuttige kennis
+onder alle standen der samenleving.
+
+In de letterkunde bleef het heerschend karakter gebrek aan kracht en
+oorspronkelijkheid. Zoetvloeiendheid was het hoofddoel, waarnaar de
+leden der talrijke dichtergenootschappen streefden, die den lof dezer
+kringen wilden verwerven. Daarom vonden zij weinig weerklank, wier
+werken den stempel droegen van dichterlijken gloed en eigen talent.
+Zoodanige uitzonderingen waren de gebroeders ~Willem~ en ~Onno Zwier van
+Haren~, die, hoewel op 't gebied der staatkunde werkzaam, menig uur aan
+de beoefening der dichtkunst wijdden. Willems hoofdwerk, een
+heldendicht, verheerlijkt _Friso_, den gewaanden eersten koning der
+Friezen. De jongere broeder schreef een aaneengeschakelde reeks van
+lierdichten onder den titel _de Geuzen_. In breede trekken schildert dit
+gedicht de daden der Nederlanders, die in den strijd tegen Spanje den
+grondslag legden der onafhankelijkheid van hun vaderland.
+
+In het proza dier dagen nemen de vriendinnen ~Elizabeth Bekker~ en
+~Agatha Deken~ den eersten rang in. Elizabeth Bekker, eerst getrouwd met
+den predikant Wolff, woonde en schreef, na den dood van haren
+echtgenoot, tezamen met Agatha Deken. Zij waren de eersten, die werken
+in 't licht gaven, welke in meer dan één opzicht den naam "Nederlandsche
+romans" verdienen. Twee dier werken, _Sara Burgerhart_ en _Willem
+Leevend_, werden alom gelezen. De vrije wijze, waarop de schrijfsters
+hare gedachten ook over staatkundige onderwerpen uitten, deed het haar
+geraden achten, in 1787 met zoovele anderen het vaderland voor een wijl
+te verlaten. Een tijdgenoot dezer vriendinnen was, althans nog gedurende
+een aantal jaren, ~Jan Wagenaar~, sedert 1760 eerste klerk ter
+secretarie van Amsterdam en gestorven in 1773. Zijn hoofdwerk is _de
+Vaderlandsche historie_, de eerste poging om de verspreide deelen van
+Nederlands geschiedenis tot een groot geheel te vereenigen.
+
+
+
+
+§ 34.
+
+_De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._
+
+
+Zoo was dan de oude Republiek bezweken, om plaats te maken voor een
+nieuwen staat. Nauwelijks hadden zich de Fransche bajonetten vertoond,
+of de oude, afgeleefde vormen bezweken vanzelven. Terwijl een deel van
+'s lands bevolking, door te dansen rondom de vrijheidsboomen, zijn
+vreugde aan den dag legde, had er terstond een volledige omkeering in
+het bewind plaats. In plaats van het voormalige bestuur der
+Oost-Indische compagnie benoemde een vernieuwde vergadering der
+Staten-Generaal een _comité_ (raad of afdeeling) _tot de zaken van den
+Oost-Indischen handel en bezittingen_. Eveneens kwam het beheer van de
+West-Indiën aan een _comité tot de zaken van de koloniën en bezittingen
+in Afrika en Amerika_. Verder hadden de Staten-Generaal in de eerste
+plaats 's lands betrekking tot Frankrijk te regelen. Den 16den Mei 1795
+kwam het _Haagsche verdrag_ tot stand. Met 100,000,000 gl., den afstand
+van Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen en het toelaten van Fransche
+bezetting in Vlissingen moest het vaderland den schijn van
+onafhankelijkheid van Frankrijk en de erkenning als zelfstandige
+mogendheid, als _Bataafsche Republiek_, betalen. Een der geheime
+artikels, aan het verdrag toegevoegd, behelsde, dat het Fransche leger,
+hetwelk van nu aan de bezetting dier Republiek zou uitmaken en dat niet
+grooter mocht zijn dan 25,000 man, door deze Republiek zou worden
+bezoldigd, gekleed en gevoed. Zoodra deze troepen in goeden toestand
+verkeerden, werden zij gedurig door andere vervangen, die slecht waren
+uitgerust en aan al het noodige gebrek hadden.
+
+Dit verdrag was een duidelijke verklaring der afhankelijkheid van de
+Bataafsche Republiek ten opzichte van Frankrijk. Een tweede gevolg van
+de nauwe betrekking tot Frankrijk waren de _assignaten_ (_Overzicht_,
+negende druk, blz. 175), die weldra alle waarde verloren. Bovendien
+erfde de nieuwe Republiek dadelijk de vijandschap, die Engeland tegen
+Frankrijk, haar bondgenoot, voedde. Reeds vóór den 16den Mei, terstond
+na het binnenrukken der Franschen, legde Groot-Britannië _embargo_ of
+beslag op Nederlands schepen, om ze later prijs te verklaren. In
+September verklaarde het aan de Bataafsche Republiek den oorlog. Van dit
+oogenblik af viel de eene der buitenlandsche bezittingen na de andere in
+handen der Engelschen, tegen wier meesterschap ter zee niemand was
+opgewassen. Reeds in 1801 was Java de eenige zijner bezittingen, die
+Nederland had behouden. Bij al die rampen zijn de gedwongen
+geldheffingen te voegen, welke de regeerende lichamen der Bataafsche
+Republiek achtereenvolgens uitschreven.
+
+Het spreekt vanzelf, dat, na de schikking met Frankrijk, de regeling van
+den regeeringsvorm de eerste taak was, hier te lande te verrichten. Te
+dien einde hield, den 1sten Maart 1796, een _nationale vergadering_ haar
+eerste bijeenkomst. Zoodra zij te 's Gravenhage was bijeengekomen,
+werden de Staten-Generaal ontbonden. De leden der vergadering waren tot
+twee partijen te brengen, die der _unitarissen_, voorstanders eener
+volstrekte eenheid, en die der _foederalisten_, welke tot op zekere
+hoogte een bondgenootschap van zelfstandige staten wilden. Foederalist
+was o. a. Vitringa. Tot de hevigste unitarissen behoorden Pieter Vreede
+en Gogel, tot de gematigden onder hen Schimmelpenninck. Deze eerste
+nationale vergadering slaagde niet in haar plan, weshalve, den 1sten
+September 1797, een tweede werd geopend. Deze gelukte het evenmin, het
+werk tot stand te brengen, want den 22sten Januari 1798 waagden de
+hevigste unitarissen, met name Daendels, een _coup d'état_ of aanslag op
+hun meest gematigde medeleden. Een aantal van hen lieten zij in
+hechtenis nemen. De op die wijze gezuiverde vergadering noemde zich
+_constitueerende vergadering, representeerende het Bataafsche volk_. In
+Maart had zij het ontwerp eener grondwet afgewerkt. In April had de
+stemming van 't Bataafsche volk over het ontwerp plaats, dat met een
+overgroote meerderheid van stemmen werd aangenomen.
+
+De hoofdinhoud dezer _staatsregeling_, den 1sten Mei 1798 afgekondigd,
+komt hierop neer. De oppermacht berust, in naam van het Bataafsche volk,
+bij _het vertegenwoordigend lichaam_, waarvan de leden door het volk
+worden gekozen. Het bestaat uit twee _kamers_. Het draagt de uitvoerende
+macht op aan _vijf directeuren_, door zijn leden te kiezen, _het
+uitvoerend bewind_, en behoudt zelf de wetgevende macht. Het grondgebied
+der Republiek wordt in acht _departementen_ verdeeld. De grenzen van
+geen dier departementen kwamen overeen met den omtrek eener voormalige
+provincie. Een daarvan b. v., hetwelk het departement van de Eems
+heette, bestond uit gedeelten van Friesland, Groningen en Drente. De
+geldmiddelen van den staat staan onder één beheer en komen in één
+algemeene kas. Eveneens heeft er een samensmelting der schulden plaats,
+_amalgame_ geheeten. De kerk wordt van den staat gescheiden. Voorloopig
+zullen slechts de leeraren en dienaars der hervormde kerk uit 's lands
+kas worden bezoldigd.
+
+Niemand, die den inhoud dezer constitutie onbevooroordeeld gadeslaat,
+kan ontkennen, dat men het goede, hetwelk uit den druk der tijden werd
+geboren, grootendeels aan haar was verschuldigd. Vooreerst werd de
+pijnbank afgeschaft. Dan werd het Gemeenebest één en ondeelbaar
+verklaard, zoodat de zeven souvereine gewesten, benevens de
+Generaliteitslanden en het bondgenootschappelijke Drente van nu af maar
+één staat vormden. De provinciale naijver en tegenkanting weken
+langzamerhand voor één toenemende nationale eenheid. Insgelijks hield de
+druk op der stedelijke aristocratie. Volkomen gelijkstelling van allen
+voor de wet werd een vaste regel, en alle heerlijke rechten en wat
+verder van het leenstelsel afkomstig was werden vernietigd.
+
+Intusschen leverde de oorlog zelf, waarin de Bataafsche Republiek, als
+bondgenoot van Frankrijk, werd medegesleept, niets dan nadeelen op.
+Gedurende den tweeden coalitie-krijg (_Overzicht_, negende druk, blz.
+181) werd Nederland zelf het tooneel der vijandelijkheden. Daar Engeland
+en Rusland een poging wilden wagen, om de Bataafsche Republiek aan 't
+oppergezag van Frankrijk te onttrekken, landde in Augustus 1799 een
+geduchte Engelsch-Russische krijgsmacht onder 't opperbevel van
+~Frederik, hertog van York~, nabij de Helder. ~Daendels~, bevelhebber
+der Bataafsche krijgsmacht, moest wijken. Maar de Fransche generaal
+~Brune~, zich met een aanzienlijk leger bij Daendels voegende, bracht
+den vijand den 19den September bij ~Bergen~ (ten n.w. van Alkmaar) en
+den 6den October bij ~Castricum~ (ten z.w. van Alkmaar) een nederlaag
+toe. Dit noodzaakte de Engelschen en de Russen, die bovendien in deze
+streken geen voldoende huisvesting en levensmiddelen konden vinden en
+hier te lande weinig blijken van deelneming bespeurden, terug te
+trekken. Dus keerde ook de erfprins van Oranje, die eenigen tijd te
+Alkmaar had vertoefd, naar Engeland terug, vanwaar hij zich in 't begin
+van 1800 met zijn vader naar Brunswijk metterwoon begaf.
+
+Zelfs al zag men deze en andere nadeelige gevolgen van den oorlog
+voorbij, dan nog had het vaderland geen redenen tot blijdschap. De
+koophandel, de nijverheid en het vertier beteekenden schier niets; de
+schuldenlast was ondragelijk. Daarenboven was de vreugde over de
+staatsregeling van korten duur. De eenheid, die erin heerschte, diende
+slechts om het uitvoerend bewind met zooveel bezigheden te overladen,
+dat alles zeer langzaam of in 't geheel niet werd afgedaan. Dit deed
+wederom aan de noodzakelijkheid van 't vervaardigen eener nieuwe
+grondwet denken. Middelerwijl zag de eerste consul Napoleon
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 181) met weerzin de oppermacht des
+volks, die hij in Frankrijk aan ketenen had gelegd, in het kleine
+gemeenebest gehuldigd. De Bataafsche Republiek, van 't oogenblik harer
+wording af gedwongen Frankrijk steeds uit de verte te volgen, kon dit
+ook thans niet nalaten. Met de meerderheid der vijf leden van 't
+uitvoerend bewind knoopte Napoleon in 't geheim onderhandelingen aan.
+Wetende, dat zij op den steun van hem kon rekenen, die alreede de
+machtigste man van geheel Europa begon te worden, liet de meerderheid
+van 't uitvoerend bewind zich door niets terughouden van de voltrekking
+van haar voornemen. Den 1sten October 1801 werd het volk een ontwerp ter
+stemming voorgelegd. De uitslag der stemming was, dat de staatsregeling
+werd aangenomen. Tot dien uitslag geraakte men door te bepalen, dat het
+groote aantal van hen, die niet waren opgekomen, moest worden geacht te
+hebben toegestemd.
+
+_De staatsregeling_ van 1801 naderde meer, dan die haar voorafging, de
+beginselen van het foederalisme. Zij behield de eenheid, maar gunde meer
+vrijheid aan de besturen der departementen en der gemeenten. Aan 't
+hoofd der Republiek stond thans een _staatsbewind_ van twaalf personen
+met een _wetgevend lichaam_. Groot was het gezag, aan het staatsbewind
+opgedragen, terwijl de invloed van het wetgevend lichaam werd beperkt.
+Ook ten opzichte van de verdeeling van het grondgebied kwam deze
+constitutie terug op de andere. Zij herstelde èn de namen èn de grenzen
+der voormalige gewesten, waarvan men toen, om het provincialisme te
+fnuiken, was afgeweken. Het getal der departementen bleef hetzelfde. Zij
+heetten nu: Holland, Zeeland, Brabant, Overijsel (waartoe Drente tevens
+grootendeels behoorde), enz. De constitutie, in haar geheel, is een
+bewijs, dat men tot gematigder gevoelens terugkeerde.
+
+In 1802 werd de Republiek één oogenblik verademing geschonken. Het was
+na het sluiten van _den algemeenen vrede te Amiëns_ (_Overzicht_,
+negende druk, blz. 181) in Maart van dat jaar, waar ~Rutger Jan
+Schimmelpenninck~ de Republiek vertegenwoordigde. Van de verschillende
+artikels had dat de meeste betrekking op de Republiek, waarin werd
+bepaald, dat, met uitzondering van Ceylon, Engeland haar al hare
+volkplantingen teruggaf. Tevens werd, overeenkomstig vroegere
+bepalingen, vastgesteld, dat de schadeloosstelling voor het huis van
+Oranje-Nassau niet ten laste zou komen der Republiek. De
+schadeloosstelling werd weldra gevonden ten koste van Duitschland en
+bestond uit het voormalige bisdom Fulda (in 't vroegere keurvorstendom
+Hessen, thans tot Pruisen behoorende) en eenige andere streken. Nimmer
+heeft echter Willem V het bewind over deze landen aanvaard. Hij bleef
+als ambteloos burger in Brunswijk, waarheen hij zich bij zijn vertrek
+uit Engeland (zie blz 164 en 171) had begeven. Zijn oudste zoon, wien
+hij de genoemde landen afstond, bleef ze ook na den dood zijns vaders,
+die in 1806 plaats had, besturen. Maar in 1807, bij den vrede van
+Tilsit, ontnam Napoleon hem, omdat hij voor Pruisen had gestreden,
+zoowel deze staten, als die, welke hij in Nassau van zijn vader had
+geërfd.
+
+Op den gesloten vrede vertrouwende, begonnen handel en vertier in 1802
+in Nederland weder te herleven; doch wederom was de verademing kort van
+duur. In Mei 1803 verklaarde Napoleon Groot-Britannië op nieuw den
+oorlog. Dit rijk legde zich nu dadelijk weder op de herovering toe der
+pas teruggegeven buitenlandsche bezittingen, die het allengs alle,
+behalve Java en een paar andere, in zijn macht kreeg. Thans werd geheele
+uitputting het lot van het fel geteisterde land. Het moest den consul
+voor de door hem beraamde verovering van Engeland troepen, schepen en
+millioenen leveren. Hoezeer alle krachten werden ingespannen en de
+laatste penningen bijeengezocht, wat opgebracht werd voldeed niet. Aan
+den vorm van 't bestuur weet Napoleon dat, waarvan de oorzaak in het
+onvermogen was gelegen. Te midden dier nimmer eindigende eischen werd
+Napoleon keizer (_Overzicht_, negende druk, blz. 181). Nu moest alom,
+waar Frankrijks stem gold, ook de schaduw van volksregeering voor het
+eenhoofdig beginsel wijken. In 't begin van 1805 verkreeg
+Schimmelpenninck, de gezant der Republiek te Parijs, van Napoleon bevel,
+een nieuwe grondwet op het papier te brengen, waaraan het monarchale
+beginsel ten grondslag lag. Schimmelpenninck kweet zich van den last.
+Het ontwerp behaagde Napoleon en werd in April door het volk
+goedgekeurd. Wederom werden de zwijgenden gerekend het ontwerp te hebben
+aangenomen.
+
+Deze _derde staatsregeling_, waarvoor die van 1801 plaats maakte, stelde
+~Rutger Jan Schimmelpenninck~, onder den naam _raadpensionaris_, met een
+meer dan vorstelijk gezag bekleed, aan 't hoofd van het Bataafsche
+gemeenebest. De wetgevende macht werd aan een _wetgevend lichaam_ van 19
+leden opgedragen. Den raadpensionaris stond een _staatsraad_ van zeven
+leden ter zijde. Ten opzichte van de verdeeling van 't grondgebied was
+de eenige wijziging, in 't jaar 1805 ingevoerd, dat Drente van Overijsel
+werd afgescheiden en als _landschap_ aan de acht departementen
+toegevoegd. Zooveel hij vermocht, wendde Schimmelpenninck zijn macht
+eenig ten algemeenen nutte aan, zooals dan ook de daadwerkelijke
+regeling van het lager-onderwijs bij de wet van den 3den April 1806 en
+het invoeren van algemeene in plaats van de vroegere provinciale
+belastingen gunstig voor zijn bewind getuigen. De invoering dier
+algemeene belastingen was een zeer gewichtige financiëele omwenteling.
+Zij waren reeds door de unie (zie blz. 61) voorgeschreven, maar nimmer
+in 't leven getreden. Groot zijn bovenal Schimmelpennincks verdiensten
+omtrent het lager-onderwijs. Het algemeene volksonderwijs was een der
+vruchten van de hervorming. Hierom was het opzicht over de scholen bij
+de kerk, waaraan het nu werd onttrokken. Eerst door deze wet werd alom
+de verbetering der scholen en van 't onderwijs krachtdadiger ter hand
+genomen en doorgezet.
+
+Maar de machtige en alles beheerschende geest van Napoleon duldde ook
+deze zwakke schaduw van een onafhankelijke republiek maar kort. Een
+aanleiding tot verandering werd spoedig gevonden. Zij werd gezocht in
+een verzwakking van 't gezicht van den raadpensionaris. Wat de keizer
+van Frankrijk wilde was weldra geen geheim meer. Zijn broeder Lodewijk
+moest koning van Holland worden. Een plechtig gezantschap werd
+verplicht, den keizer te Parijs te komen verzoeken om datgeen, wat
+hijzelf, als zijn wil, aan Nederland opdrong. Alzoo volgde in Juni 1806
+een _vierde constitutie_. ~LODEWIJK NAPOLEON~ werd _koning van Holland_
+tegen erkenning van de oppermacht zijns broeders als hoofd van 't
+geslacht. Hem werd een _wetgevend lichaam_ van 39, alsmede een
+_staatsraad_ van 13 leden toegevoegd. Lodewijks streven was in de eerste
+plaats, een Nederlander te worden. Waar hij als koning zijn eigen weg
+kon bewandelen, poogde hij het goede tot stand te brengen.
+
+Aan den derden coalitie-krijg, die inmiddels was uitgebarsten
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 182 en boven blz. 172), namen de
+Nederlandsche krijgslieden in 1806 en 1807 deel. De vrede van Tilsit
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 183), welke aan dien oorlog, voorzoover
+hij te land werd gevoerd, een einde maakte, vergrootte het grondgebied
+van den staat, doordien Jever (thans in 't n.w. van 't groothertogdom
+Oldenburg) en Oost-Friesland, tegen den vollen afstand van Vlissingen en
+zijn tafel, hetwelk aan Frankrijk kwam, met Holland werden vereenigd.
+Kort vóór het sluiten van dien vrede, nog in 't zelfde jaar 1807, werd
+het koninkrijk in tien departementen verdeeld, waarbij Oost-Friesland
+thans als elfde kwam. Hoewel de derde coalitie-oorlog niet op den bodem
+van het koninkrijk Holland werd gevoerd, was hij de aanleidende oorzaak
+van een noodlottig voorval, waardoor de stad Leiden werd getroffen. Op
+den 12den Januari 1807 sprong een schip, met veel kruit geladen, dat op
+zijn doorvaart naar Delft de stad aandeed. Na de uitbarsting lag een van
+de fraaiste gedeelten van Leiden, het Rapenburg, in puinhoopen. Meer dan
+twee honderd huizen werden omvergeworpen, honderden bovendien
+beschadigd. Te midden der algemeene ontzetting, eenige uren nadat men
+den schok te 's Gravenhage had gevoeld, kwam de koning op de plaats
+zelve van 't ongeluk, om in persoon op alles orde te stellen. Vele
+bleven door de tijdig aangebrachte hulp behouden, ofschoon het getal van
+hen, die het leven verloren, nog 152 beliep.
+
+Hoe erg ook, het ongeluk van 't jaar 1807 was tijdelijk. Anders was het
+gelegen met die rampen, welke een gevolg waren van de onverbreekbare
+keten, welke het koninkrijk Holland aan Frankrijk verbond. Wrevelig over
+de nederlaag bij Trafalgar (_Overzicht_, negende druk, blz. 183),
+verordende Napoleon in 1806 _het continentaal-stelsel_, d. i. de
+uitsluiting der Engelschen van het vasteland, waardoor hij allen handel
+met Groot-Britannië verbood en al wat Engelsch was voor goeden buit
+verklaarde. Het besluit werd in de eerstvolgende jaren nog verscherpt
+door andere verordeningen, waarin de keizer o. a. het openlijk
+verbranden van alle Engelsche waren in de van hem afhankelijke staten
+gelastte. Voor Nederlands handel, in zoover er nog eenige handel was,
+werd het continentaal-stelsel de doodsteek.
+
+Het was, alsof het Nederland was voorbehouden, de maat te zien
+volgemeten van alle soorten van onheilen, die een land kunnen treffen.
+Er ontbrak nog maar een inval aan op het grondgebied van 't koninkrijk,
+en die inval kwam. Ten einde de heerschappij ter zee te beter te kunnen
+handhaven, achtte Engeland het geraden, Walcheren in bezit te nemen en
+Vlissingens alsmede Antwerpens werven en arsenalen te verwoesten. Tegen
+'t eind van Juli 1809 stak een vloot in zee, de grootste, die Engelands
+havens immer had verlaten. Binnen weinige dagen waren Walcheren,
+Schouwen en Duiveland in handen van den vijand. Inmiddels verzuimden de
+Engelschen Antwerpen aan te tasten, terwijl een talrijk Fransch leger,
+zich bij het Nederlandsche voegende, niet ophield de Engelschen te
+bestoken. Meer nadeel nog brachten hun de Zeeuwsche koortsen toe. In 't
+kort, het doel der landing, aanvankelijk geslaagd, werd niet bereikt,
+zoodat de vijand op het einde van 't jaar Zeeland weder ontruimde. De
+onderneming, met zooveel ophef aangekondigd, liep teniet, evenals in
+1799.
+
+Reeds sinds lang was Napoleon verbitterd op zijn broeder Lodewijk. Hij,
+het maaksel zijner hand, matigde zich aan, als zelfstandig vorst te
+willen regeeren. Dit streed geheelenal met de bedoeling zijn broeders,
+die Holland alleen een eigen bestaan veroorloofde, onder voorwaarde dat
+het zich metterdaad als een Fransch wingewest liet behandelen.
+Voorloopig liet Napoleon zich in Maart 1810 nog tevreden stellen met een
+verdrag, bij hetwelk geheel Zeeland, Brabant, een gedeelte van
+Gelderland en een klein deel van Holland aan Frankrijk kwamen, zoodat de
+Waal de grens van 't koninkrijk in 't z.o. werd. Maar Lodewijk bleef van
+een onafhankelijk koningschap droomen en den sluikhandel met Engeland
+gedoogen. Van zijn kant toonde Napoleon duidelijk, wat hij in het schild
+voerde, door nieuwe troepen te zenden, die in last hadden, de hoofdstad
+te bezetten, en tolbeambten (_douaniers_), ten einde den sluikhandel te
+weren. De koning sprak ervan, Amsterdam tot het uiterste te verdedigen.
+De gansche natie wilde hij te wapen roepen. Doch zijn ministers
+beweerden, dat zoodanige kamp onmogelijk was. Zoo bleef hem niets anders
+over, dan afstand te doen van de kroon ten behoeve van zijn tweeden,
+toen oudsten zoon, Lodewijk Napoleon, onder regentschap der koningin
+Hortensia. Uit vrees van door de handlangers des keizers te worden
+belemmerd, verliet Lodewijk in den nacht van den 1sten Juli 1810
+heimelijk het paviljoen bij Haarlem, waar hij toen vertoefde, en begaf
+zich naar Bohemen. Het land, waarover hij vier jaren had geregeerd, zag
+hij nimmer weder, ofschoon hij nog tot het jaar 1846 leefde. Op zware
+sommen was zijn bewind het volk te staan gekomen. Daarentegen was voor
+alles, wat den waterstaat betreft, voor dijken en wegen veel gedaan.
+Onder de ministers, van wier diensten de koning een tijdlang gebruik
+maakte, waren mannen van erkende bekwaamheid, b. v. de admiraal ~Karel
+Hendrik Verhuell~ voor de marine, ~van Maanen~ voor de justitie.
+
+Het laatste punt, waarop, als op een voorwerp der werkdadige
+belangstelling van koning Lodewijk, de aandacht moet worden gevestigd,
+zijn de koloniën (zie blz. 165, 166, 168). Bij de grondwet van 1798 was
+bepaald, dat de Bataafsche Republiek alle bezittingen der gewezen
+Oost-Indische compagnie en haar schulden tot zich nam. Het oppergezag
+kwam aan het uitvoerend bewind (zie blz. 169), in 1801 aan het
+staatsbewind (zie blz. 171). Het bestuur werd in handen gesteld van _den
+raad der Aziatische bezittingen_. Terzelfdertijd werd dat van West-Indië
+opgedragen aan den _raad der Amerikaansche koloniën_. Lodewijk, den
+troon hebbende beklommen, was van oordeel, dat in de Oost-Indische
+bezittingen een doortastende hervorming moest plaats grijpen. Te dien
+einde benoemde hij in Januari 1807 ~Daendels~ (zie blz. 164, 170) tot
+gouverneur-generaal van Indië. Als een tweede Napoleon bracht hij in het
+bestuur der volkplantingen een geheele omkeering teweeg, weshalve hij
+door den een als een ware hervormer, door den ander als een willekeurig
+man en een vriend van harde maatregelen wordt voorgesteld. Het laatste
+is voorzeker niet volstrekt te loochenen. Maar onbetwistbaar is het, dat
+onder zijn bewind meer dan één wezenlijke verbetering tot stand kwam.
+
+
+
+
+§ 35.
+
+_Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn
+onafhankelijkheid._
+
+
+Het koninkrijk Holland verkreeg de regeering niet, die Lodewijk het had
+toegedacht. Volgens besluit van den 9den Juli 1810 werd het bij
+Frankrijk ingelijfd. ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~ (d.
+i. Piacenza, het oude Placentia, in 't n. van Italië), kwam als
+_luitenant-generaal_ of _algemeen stedehouder_ in de Nederlanden.
+Amsterdam werd, na Parijs en Rome, verklaard de derde stad van het
+keizerrijk te zijn. _Het code Napoleon_, d. i. wetboek Napoleon, werd
+ingevoerd. Een der artikels van 't besluit stelde een staatsbankroet
+vast. De renten der publieke schuld zouden niet verder onder de lasten
+worden gebracht, dan voor een derde; zij werden _getierceerd_. De
+vroegere departementen werden nu Fransche departementen met _prefecten_
+tot bestuurders. Hunne namen waren b. v.: Zuiderzee (d. i. ongeveer het
+voormalige Noorderkwartier van Holland en Utrecht), Bouches de l'
+Escaut, d. i. Monden van de Schelde (Zeeland), Ems-Occidental, d. i.
+Wester-Eems (Groningen en Drente). De burgemeesters werden van nu aan
+_maires_.
+
+In 1811 werd _de conscriptie_ of gedwongen krijgsdienst ingevoerd. Elk
+jongeling, den ouderdom van twintig jaren hebbende bereikt, moest zich
+laten inschrijven. De regeering stelde het aantal vast, hetwelk telkens
+werd vereischt, en hierop gingen de ingeschrevenen tot de loting over.
+Ontslagen werd geen soldaat, tenzij ongeschikt voor den dienst. Al
+dadelijk werd de conscriptie hierdoor verzwaard, dat, bij wijze van
+terugwerking, het besluit ook werd uitgestrekt tot de laatste drie
+jaren, en zij, die reeds drie-en-twintig jaren telden, eveneens werden
+opgeroepen. Op de harde besluiten nopens de conscriptie volgde een harde
+uitvoering. Vooral maakte zich de prefect van het departement der
+Zuiderzee, ~de Celles~, door dergelijke handelwijze berucht. Tegen het
+misbruik der drukpers meende het Fransche bewind met een bijzonderen
+ijver te moeten waken. De censuur, die nauwlettend toezag, verbande alle
+vrijheid van schrijven. Het spreekt vanzelf, dat ten aanzien van het
+continentaal-stelsel alle oogluiking nu ophield. Te Rotterdam, te
+Groningen en elders zag men, gelijk te Venetië en te Leipzig, dat
+plechtig en in 't openbaar verbranden van al wat Engelsch fabriekgoed
+was, somtijds voor een waarde van een half millioen gl. Geen
+Oost-Indiëvaarders vielen onze havens meer binnen. Ongehoord werd de
+prijs der koloniale voortbrengselen. Rijtuigen en dienstboden werden
+bijna alom afgeschaft, buitengoederen voor spotprijzen verkocht. De
+bevolking van Amsterdam nam bij duizenden af.
+
+Er is meer. De belastingen drukten den landzaat, die geenszins, gelijk
+tevoren, in ruime verdiensten de middelen vond om ze te betalen. De
+handel in tabak werd een alleenhandel of _monopolie_ van den staat. Een
+argwanende en strenge politie beperkte zeer de vrijheid van spreken,
+want ook in besloten kringen was het zaak, nauwkeurig rond te zien, of
+zij er ook haar verspieders had. Het openbare onderwijs werd naar dat
+der Franschen verwrongen. Predikanten en onderwijzers ontvingen een
+tijdlang geen bezoldiging. Taal en letterkunde dreigde een volkomen
+verval. Ook de hoogescholen moesten het ontgelden. Slechts Leiden en
+Groningen bleven in wezen; de overige, zoo zij niet werden opgeheven,
+werden hoogescholen van den tweeden rang en geraakten aan 't kwijnen.
+Bij dit alles kwam eindelijk het geheele verlies der koloniën. Nog in
+1811 veroverden de Engelschen Java en de overige volkplantingen. Alleen
+op Desima (zie blz. 99) bleef de Nederlandsche vlag waaien. Zóó was 's
+lands toestand in de jaren der Fransche overheersching. Na den
+rampspoedigen overtocht over de Berez[=i]na (_Overzicht_, negende druk,
+blz. 184) kwam er bij de vele plagen nog een nieuwe. Napoleon stelde _de
+garde d'honneur_ of eerewacht te paard in. Zij moest strekken, om, bij
+verzet of opstand, den keizer een genoegzaam aantal gijzelaars in handen
+te stellen. Het werd als een gunst voorgesteld, in deze lijfwacht te
+worden opgenomen. Daar ieder de kosten zijner eigen uitrusting moest
+dragen, trof de maatregel de aanzienlijkste ingezetenen het meest.
+
+Het kwade, dat de inlijving in Frankrijk aan Nederland heeft gebracht,
+is vaak opgeteekend. Naar evenredigheid is niet zoozeer gewezen op de,
+hoewel minder in 't oog vallende, lichtzijde dier inlijving, die echter
+niet geheel ontbreekt. De inlijving leverde dit groote voordeel op, dat
+zij Nederland op eens een stelsel van algemeene wetgeving deed
+deelachtig worden, hetwelk het uit zichzelf niet zoo spoedig, wellicht
+nimmer, had verkregen. De staatkundige en rechts-organisatie, toen ons
+land geschonken, oefende een beslissenden en duurzamen invloed op den
+later herboren staat.
+
+Intusschen deed de tocht naar Rusland eenige uitstekende Nederlanders
+denken, dat het niet meer tot het gebied der onmogelijkheden behoefde te
+behooren, het vaderland eens van de overheersching der Franschen te
+bevrijden. Zóó dachten ~Johan Melchior Kemper~, hoogleeraar in de
+rechten te Leiden, en ~Anton Reinhard Falck~. Zij kwamen met elkander
+overeen, naar vermogen partij te trekken van de veranderde
+tijdsomstandigheden ter herstelling van de nationale onafhankelijkheid.
+Terzelfdertijd begonnen ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, een kleinzoon
+van O. Z. van Haren (zie blz. 167), ~van der Duyn van Maasdam~, ~de
+graaf van Limburg-Stirum~ en drie andere mannen te 's Gravenhage
+veelvuldige geheime bijeenkomsten te houden. De staatkundige beginselen,
+die èn de eerstgenoemden èn de laatsten zich voornamen als richtsnoer
+te volgen en bij anderen zooveel mogelijk aan te kweeken, waren: een
+getemperde oppermacht van het huis van Oranje-Nassau en vernietiging der
+oude partijschappen. Hoewel in geen onmiddellijke betrekking tot het
+Haagsche zestal staande, waren Kemper en Falck toch niet onbekend met
+hetgeen dat zestal wilde.
+
+Middelerwijl schreed Napoleon op zijn loopbaan voort. Op de rampen van
+den tocht naar Rusland volgde de slag bij Leipzig. Nu meenden de
+Haagsche bondgenooten een stap verder te kunnen gaan en zich van de
+medewerking van een aantal lieden uit de gezeten standen der
+maatschappij te moeten verzekeren. Tot dergelijke voorbereidende
+maatregelen beperkte men zich vooreerst: het uur om te handelen scheen
+nog niet aangebroken. Anders dacht er het volk te Amsterdam over. Op de
+nadering der Pruisen en der Russen verlieten de Fransche ambtenaren
+inderhaast de steden, in 't n.o. van ons land gelegen. Den 14den
+November 1813 ontruimden de Fransche troepen Amsterdam, om weldra door
+den gouverneur-generaal te worden gevolgd, en begaven zich naar Utrecht.
+Op den avond van den 15den geraakte de bevolking van Amsterdam op de
+been en stak de wachthuizen der Fransche tolbeambten in brand. De rust
+werd eerst hersteld, toen, op verzoek van de officieren der schutterij,
+een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen het bestuur der stad
+voorloopig op zich nam. De ziel van alles, wat hier gebeurde, was A. R.
+Falck.
+
+Nu begrepen de Haagsche heeren, om te voorkomen, dat wellicht het volk
+ook tot oproer en geweld mocht overslaan, te moeten optreden. Op den
+morgen van den 17den November vertoonden zich de graaf van Stirum en de
+zonen van van Hogendorp in 't openbaar met de oranjekokarde op den hoed.
+Het voorbeeld vond weldra bij ieder navolging. Op denzelfden dag
+aanvaardde de graaf van Stirum, in naam van den prins van Oranje, de
+betrekking van gouverneur van den Haag. Den 21sten November aanvaardden
+~van Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~ het hoog bewind of
+_Algemeen Bestuur_ tot de komst van den prins van Oranje. Men kan niet
+zeggen, dat zij, die thans als voorgangers bij den opstand optraden, in
+'t begin veel medewerking bij het Nederlandsche volk vonden. Amsterdam,
+van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit Naarden bedreigd, bleef
+bij de onzijdige houding volharden, die het van den beginne af had
+aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich noch voor den prins,
+noch tegen den keizer verklaarde. Den 24sten November kwam hierin een
+verandering en werd ook hier de leus "Nederland en Oranje" gehuldigd. Na
+langer of korter aarzeling traden Rotterdam en andere steden van Holland
+toe. Terzelfdertijd werd Woerden door een deel van het Fransche
+krijgsvolk, dat te Utrecht in bezetting lag, overvallen en strekte
+gedurende eenige uren ter prooi aan een roof- en moordzucht, die velen
+aan de tooneelen van het jaar 1672 (zie blz. 130) herinnerde.
+
+Den 30sten November landde de prins van Oranje, de oudste zoon van
+Willem V (zie blz. 172), die toen in Engeland vertoefde, hiertoe
+uitgenoodigd, op den vaderlandschen bodem, te Scheveningen. Den 2den
+December nam hij, te Amsterdam gekomen, _de souvereiniteit_ over deze
+landen, hem aangeboden, aan, onder voorbehoud eener grondwet, zoodra
+mogelijk uit te vaardigen. Middelerwijl volgden de andere gewesten,
+naarmate de Franschen ze ontruimden, het sein, door Holland gegeven.
+Voorzoover Zeeland zichzelf niet had bevrijd, deden de Engelschen het in
+1814. In Gelderland, Overijsel, Groningen en Friesland deden het Bülow
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 185) en de kozakken vóór of na dit
+tijdstip. Maanden duurde het intusschen, eer het geheele land door de
+Franschen werd ontruimd. In 't begin van 1814 waren nog een aantal
+sterke punten in handen van den vijand. In Mei werd de kroon op het werk
+der bevrijding gezet. Den 4den dier maand had de ontruiming van het
+sterke den Helder plaats. Verhuell (zie blz. 176), onverzettelijk
+vasthoudende aan den eed, eenmaal aan Napoleon gezworen, weigerde
+standvastig het over te geven en week eerst op een bevel van Lodewijk
+XVIII (_Overzicht_, negende druk, blz. 186). Het laatste punt, dat de
+Nederlanders herwonnen, was Delfzijl. Toen het den 23sten Mei in naam
+van den souvereinen vorst in bezit werd genomen, was de gansche bodem
+van Nederland aan de Franschen ontrukt.
+
+Aleer die gelukkige uitkomst was verkregen, had de prins het bewind, hem
+door de natie opgedragen, aanvaard met het nemen dier maatregelen,
+welke de tijdsomstandigheden in de eerste plaats vorderden. Zij
+betroffen de krijgsmacht en de financiëele aangelegenheden, want er was
+noch geld, noch leger. Hierop maakte de vorst een begin met het
+vervullen der voorwaarde, waaronder hij de oppermacht had aanvaard. Den
+21sten December benoemde hij een commissie ter samenstelling eener
+grondwet. Haar werd aanbevolen, de schets, door van Hogendorp in de
+dagen der verdrukking, nog vóór den tocht naar Rusland, opgesteld, tot
+leiddraad harer beraadslagingen te nemen. De commissie achtte dit
+geraden en verkoos ~van Hogendorp~ tot voorzitter. Het hoofddoel dezer
+schets was, zonder onnoodige veranderingen de gebreken van den
+voormaligen toestand der Republiek te verbeteren. Door sommige zijner
+medeleden in de commissie werd van Hogendorp evenwel genoopt, ook met
+veel, dat geheel nieuw was, in te stemmen. Den 2den Maart 1814 was het
+ontwerp der grondwet gereed. Nu moest het aan het oordeel van het
+Nederlandsche volk worden onderworpen. Te dien einde werd een lijst van
+600 _notabelen_ opgemaakt, d. i. van mannen, zich onderscheidende door
+deugd, bekwaamheden, geboorte, vermogen of ambtsbetrekkingen. Van de 600
+verschenen den 29sten Maart 474 in de Nieuwe kerk te Amsterdam. Een
+overgroote meerderheid verklaarde zich ten gunste van de grondwet,
+zoodat zij binnen het tijdbestek van eenige uren verbindende kracht
+verkreeg. Den 30sten Maart was dezelfde Nieuwe kerk getuige van 's
+vorsten inhuldiging.
+
+_De_ nieuwe _grondwet_,--een naam, die den vroegeren van
+"staatsregeling" of "constitutie" verving, _de vijfde_ regeling na 1795,
+erkende, als hoofdbeginselen, vrijheid van godsdienst, aller gelijkheid
+voor de wet en de onafhankelijkheid der rechterlijke macht. De verdere
+inhoud komt hoofdzakelijk hierop neer. Er zijn negen provinciën:
+Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen,
+Friesland en Brabant. Tot Holland behooren de eilanden Texel, Vlieland,
+Terschelling, Wieringen, Urk en Marken; tot Overijsel Schokland; tot
+Friesland Ameland en Schiermonnikoog; tot Groningen Rottum. Er is één
+kamer van volksvertegenwoordigers, bestaande uit 55 leden, door de
+staten der provinciën te benoemen en drie jaren zitting hebbende. De
+leden der Staten-Generaal stemmen zonder last van de provinciale
+staten, die hen kiezen, en zonder eenige ruggespraak met hen. De
+provinciale staten zullen worden samengesteld uit leden der ridderschap
+en van de stedelijke raden. Deze leden worden gekozen door kiezers, te
+nemen uit hen, die de hoogste belastingen betalen. De provinciale staten
+hebben geen deel aan de oppermacht en beheeren de aangelegenheden van
+hun gewest. Voorzitters dier staten zijn, als 's vorsten commissarissen,
+de gouverneurs in de verschillende gewesten. Aan alle godsdiensten wordt
+gelijke bescherming toegezegd. Die van den vorst is de hervormde. In
+elke provincie is een gerechtshof, en bovendien, is er één hooge raad
+voor 't geheele rijk.
+
+In Augustus 1814 herkreeg Nederland bij een verdrag, met Engeland
+gesloten, de volkplantingen, welke het op den 1sten Januari 1803 had
+bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop, Demerary,
+Essequ[=i]bo en Berbice. Terwijl intusschen het congres van Weenen
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 186) zoo over andere punten, als over
+de vereeniging van Nederland met België beraadslaagde, landde Napoleon
+den 1sten Maart 1815 bij Cannes, en het tijdperk van de regeering der
+honderd dagen nam een aanvang. Den 16den Maart maakte de souvereine
+vorst aan de Staten-Generaal en aan het gansche volk bekend, dat hij de
+koninklijke waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik
+aanvaardde. Willems verklaring werd weldra door het congres bekrachtigd.
+Vier van de hoofdmogendheden van dit congres, Engeland, Oostenrijk,
+Rusland en Pruisen, sloten met den koning verdragen, waarbij het nieuwe
+koninkrijk der Nederlanden werd opgericht. Omtrent Luxemburg stelden
+deze verdragen vast, dat het, als _groothertogdom_, aan Willem werd
+afgestaan, die van zijn kant afstand deed van de Nassausche
+vorstendommen (zie blz. 49 en 147), alsmede van hetgeen men in 1803 aan
+zijn huis had toegekend (zie blz. 172). Luxemburg bleef tevens een der
+staten van den Duitschen bond uitmaken.
+
+Intusschen waren de Zuidelijke Nederlanden bestemd om het tooneel te
+zijn, waar Napoleons lot en dat van Europa zouden worden beslist.
+Ongeveer 160,000 man had de keizer onder de wapens. Tegenover hem
+stonden twee hoofdlegers der bondgenooten: het eene uit Engelschen en
+Nederlanders bestaande, onder ~den hertog van Wellington~, en het
+Pruisische, door den grijzen ~Blücher~ aangevoerd, tesamen groot
+nagenoeg 230,000 man. Op denzelfden 16den Juni, waarop Blücher den slag
+van ~Ligny~ verloor, had de ontmoeting bij ~Quatre-Bras~ (een klein
+gehucht bij een kruisweg) plaats, waar ~de prins van Oranje~ den
+maarschalk Ney zegevierend terugdrong. Eindelijk werd den 18den Juni de
+groote veldslag bij ~Waterloo~, een tweede Cannae, geleverd, waarin de
+plotselinge verschijning eerst van het korps van Bülow en later van de
+overige afdeelingen van 't leger der Pruisen onder Blücher de zege aan
+de bondgenooten verzekerde. Hier bekwam de erfprins een wonde, waarvan
+hij evenwel spoedig genas. Reeds vier dagen daarna was de overwonnene
+geen keizer meer en sedert den 16den October een bewoner van St.
+Hel[)e]na, wat hij tot zijn dood bleef.
+
+Te midden van de voorbereidselen, allerwege voor den oorlog gemaakt,
+benoemde koning ~WILLEM~ I (1815-1840, overl. 1843) een commissie, om de
+grondwet van 1814 te wijzigen. Terzelfdertijd verleende hij aan zijn
+oudsten zoon, den kroonprins, den titel "prins van Oranje", gelijk hij
+zooeven is genoemd, hetgeen weldra de grondwet van 1815 bekrachtigde.
+Het gekletter der wapenen belette de commissie niet, in Juli 1815 met
+haar werk gereed zijn. Nu moest dit ontwerp aan de beide afdeelingen van
+'t koninkrijk ter goed- of afkeuring worden onderworpen. Voor het
+Noorden was de weg hiertoe gewezen door de grondwet van 1814. Het moest
+gebeuren door de Staten-Generaal, in dubbelen getale te 's Hage
+beschreven. De 110 leden namen het ontwerp in Augustus bij eenparigheid
+aan. In het Zuiden werd het aan een getal van 1603 notabelen ter
+stemming voorgelegd. Eer deze stemming plaats had, verklaarde zich reeds
+de invloedrijke Belgische geestelijkheid openlijk en sterk tegen het
+ontwerp. Zij beweerde, vooral bij monde van ~Maurice Jean Magdeleine de
+Broglio~, bisschop van Gent, dat geen waar katholiek een grondwet kon
+bezweren, waarin het beginsel van gelijkstelling van godsdienst was
+opgenomen. 't Gevolg was, dat de meerderheid van hen, die opkwamen, het
+ontwerp verwierp. In weerwil van die afkeurende meerderheid in België
+verklaarde de koning, welke dien uitslag had voorzien, op verschillende
+gronden, dat de natie de grondwet had aangenomen.
+
+De wijzigingen, bij deze nieuwe _grondwet_, _de zesde_, in die van 1814
+gemaakt, kwamen hoofdzakelijk op de volgende punten neer: op de
+opheffing van 't artikel, waarin was bepaald, dat de koning den
+hervormden godsdienst moest belijden; op de instelling eener _Eerste
+kamer_ van 40 tot 60 leden, door den koning voor hun leven te benoemen;
+op de bepaling, dat _de Tweede kamer_ uit 110 leden zou bestaan en in 't
+openbaar beraadslagen; op de bepaling, dat de landelijke stand van nu
+aan werd vertegenwoordigd in de staten, der provinciën; op de toezegging
+van vrijheid van drukpers; op de bepaling, dat het koninkrijk der
+Nederlanden uit zeventien gewesten zou bestaan; op het artikel, houdende
+dat deze grondwet ook op Luxemburg zou toepasselijk zijn, behoudens zijn
+betrekking tot den bond, weshalve Luxemburg insgelijks zijn
+vertegenwoordigers zond naar de Staten-Generaal. De zeventien gewesten
+waren Zuid-Brabant, Limburg, Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen,
+Henegouwen, Namen, Antwerpen, gevoegd bij de boven (zie blz. 182)
+opgetelde negen. Het dáár genoemde Brabant werd thans Noord-Brabant.
+
+
+
+
+§ 36.
+
+_Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._
+
+
+Tot de vereeniging van Nederland met België had men besloten in 't
+belang van 't evenwicht van Europa. Verschillende omstandigheden,
+bovenal de vrees voor Frankrijk, deden, toen men dit besluit nam, over
+alle bedenkingen heenstappen. Anders zou men waarschijnlijk de
+tegenwerping van het ongelijksoortige der bevolkingen, die men aan
+elkander hechtte, zwaarder hebben doen wegen. Twee natiën toch werden
+bijeengevoegd, van elkander verschillende in karakter, zeden en
+neigingen, in godsdienst en lotgevallen, ten deele ook in taal en
+belangen. Hoe uiteenloopend evenwel de beide bestanddeelen van 't
+koninkrijk der Nederlanden in menig opzicht mochten zijn, dit
+uiteenloopen schijnt de bewering niet te wettigen, dat de stichting van
+dit koninkrijk een ondoordacht werk was. Het was niet voor de eerste
+maal dat de beide volkeren onder één bewind werden vereenigd. Tegen de
+bijeenvoeging van Nederland en België valt niet meer in te brengen, dan
+tegen de samenstelling van alle of van de meeste van Europa's staten.
+
+Dat onder de deugden van Willem I werkzaamheid een eerste plaats
+bekleedde, toonde deze vorst in de vele jaren zijner regeering over het
+koninkrijk der Nederlanden. Een der eerste wetsontwerpen, door de
+Staten-Generaal aangenomen, was dat van den 29sten September 1815,
+waarbij _de ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ werd ingesteld.
+Reeds vroeger, in April van 't zelfde jaar, had _de Militaire
+Willemsorde_ het aanzijn gekregen. In 1816 trad de prins van Oranje in
+het huwelijk met ~Anna Paulowna~, de jongste zuster van Alexander,
+keizer van Rusland. Uit dit huwelijk sproten o. a.: Willem Alexander
+Paul Frederik Lodewijk, geboren in 1817; Willem Frederik Hendrik,
+doorgaans prins Hendrik der Nederlanden geheeten, geboren in 1820,
+tijdens zijn leven luitenant-admiraal van de vloot en 's konings
+stedehouder in Luxemburg; Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses
+Sophia, geboren in 1824, in 1842 getrouwd met Karel Alexander Augustus
+Jan, sinds 1853 groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach. Eenige jaren na
+zijn broeder, 1825, trouwde 's konings tweede zoon (zie blz. 163),
+~prins Frederik der Nederlanden~, met Louise Augusta Wilhelmina Amalia,
+een dochter van Frederik Willem III, koning van Pruisen.
+
+Intusschen kon de herboren staat, ook na den val van Napoleon, de wapens
+nog niet geheel laten rusten. De dey van Algiers had zijn zeerooverijen,
+waardoor de handel in de vorige eeuw reeds zooveel had geleden, hervat.
+Daarom bombardeerden de Engelsche admiraal, lord ~Exmouth~, en de
+Nederlandsche vice-admiraal, ~Theodoor Frederik baron van der Capellen~,
+in Augustus 1816 de stad Algiers. De uitkomst beantwoordde aan het doel.
+Toen Algiers voor de helft in puin lag en de vloot van den dey was
+verbrand, ging hij op den dag na het bombardement een verdrag aan,
+hetwelk de veiligheid der Middellandsche Zee herstelde en waaraan meer
+dan 1000 Christenslaven hun vrijheid hadden te danken. Terzelfdertijd
+geraakte het nieuwe koninkrijk in 't bezit zijner Oost- en West-Indische
+koloniën, die het tot dusverre, door den oorlog op het vasteland
+verhinderd, niet had kunnen overnemen.
+
+Er verliepen, sedert 1815, weinige jaren, of de onderdanen van Willem I
+hadden redenen om met hun toestand tevreden te zijn. De akkerbouw
+geraakte weldra tot aanmerkelijken bloei. Vele handen bleven voor dezen
+tak van bestaan beschikbaar door de bepalingen der grondwet, die
+onderscheid maakten tusschen het staande leger en de nationale militie.
+Het eerste bestond slechts uit vrijwilligers, de laatste deels uit
+vrijwilligers, deels uit hen, welke de loting hiertoe verplichtte. De
+militie evenwel kwam maar één maand in 't jaar onder de wapens. Evenals
+de landbouw, deed de bergbouw belangrijke schreden voorwaarts. Niet zoo
+gunstig stond het met de fabrieken en manufacturen. Hoe nadeelig de
+invloed van het continentaal-stelsel in 't algemeen ook was geweest, op
+'t vasteland had menige fabriek er haar opkomst of meer vertier harer
+voortbrengselen aan te danken gehad. Deze betrekkelijke voorspoed
+verdween thans weder met de oorzaak, die hem had doen geboren worden.
+Intusschen was die tijd van overgang kort. De koophandel en de zeevaart
+van het koninkrijk der Nederlanden verschaften mettertijd aan de
+voortbrengselen der fabrieken, welke den kwaden dag verduurden, in een
+deel van Europa, en bovenal in 's lands koloniën een marktplaats.
+Behalve de genoemde bedrijven, herleefden die, welke van ouds de bronnen
+van Nederlands welvaart waren geweest, de handel en de zeevaart. Naast
+het rijke Amsterdam en zijn mededinger Rotterdam begon Antwerpen, niet
+langer door sluiting der Schelde of oorlog met Engeland belemmerd,
+allengs op te komen.
+
+Was dit alles het werk der regeering? Geenszins. Doch deze verdienste
+had de regeering, dat zij de pogingen der natie in de hand zocht te
+werken en zich inmiddels zelve van de plichten poogde te kwijten, welke
+hare roeping haar oplegde. Aan Utrecht schonk zij een veeartsenijschool,
+aan Seraing (nabij Luik, aan de Maas) een zeer groote fabriek voor
+machines, die met de beste van dien aard kon wedijveren, welke Engeland
+bezat. Van haar menschlievendheid gaf de regeering een in 't oog vallend
+blijk door in 1818, op 't voorbeeld van Engeland, den slavenhandel af
+te schaffen. Ter bevordering van de gemeenschap, die het vervoer van de
+voortbrengselen der nijverheid zoozeer vereenvoudigt, liet koning Willem
+I zich inzonderheid veel gelegen liggen aan de verbetering der groote
+wegen. Het waren meestal straatwegen, die door zijn toedoen werden
+aangelegd; maar onder zijn bewind werd ook _de_ eerste _spoorweg_ in
+Nederland, die van Haarlem naar Amsterdam, den 24sten September 1839
+voor het publiek geopend.
+
+Vooral hield Willem zich ijverig bezig met het scheppen of bevorderen
+van binnenlandsche waterwegen. In dergelijke ondernemingen stelde hij
+zooveel belang, dat hij er persoonlijk uit eigen middelen deel aan nam.
+Kort na zijn komst in het vaderland liet hij de haven "het Nieuwe Diep"
+(ten o. van den Helder) aanleggen. Met die haven stond in verband _het_
+groote _Noord-Hollandsche Kanaal_, hetwelk van het Nieuwe Diep tot
+Amsterdam loopt en voor groote zeeschepen bevaarbaar is. Dit reusachtige
+werk werd in 1825 voltooid. In 1830 kwam _het Apeldoornsche Kanaal_,
+van Apeldoorn naar Hattem in den Ysel loopende, tot stand. Reeds
+vroeger, in 1822, had men een begin gemaakt met het graven van _de
+Zuid-Willemsvaart_ tusschen 's Hertogenbosch en Maastricht, een even
+grootsch gewrocht, als het Noord-Hollandsche kanaal, hetwelk mede binnen
+eenige jaren voor de vaart werd opengesteld. Hierdoor bekwam men een
+waterweg van Maastricht tot den Helder. Onder de bijzondere personen,
+die met Willem het aanleggen van kanalen als een hoofdtaak van hun leven
+beschouwden, moet in de eerste plaats ~baron van Dedem~ worden genoemd
+(overleden in 1851), de schepper van _de Dedemsvaart_, welke, van
+Hasselt uit, het geheele Noorden van Overijsel, van 't W. naar 't O.,
+doorsnijdt en met een tak in de Nieuwe Vecht loopt. Naast de vaarten en
+kanalen waren de indijkingen en inpolderingen een der onderwerpen,
+waarbij Willem gaarne zijn aandacht bepaalde en welke hij zeer
+bevorderde. Vooral was het droogmaken van 't Haarlemmermeer een zijner
+lievelingsplannen. De zaak, reeds zeer vaak (zie b. v. blz. 97)
+overwogen, kwam in 1838 zoo ver, dat de koning een ontwerp van wet tot
+droogmaking van dat meer bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal liet
+indienen; maar het werd met een groote meerderheid van stemmen
+verworpen.
+
+Het waren evenwel niet alleen de dingen van stoffelijken aard, waarin de
+koning belang stelde. Terecht begreep hij, dat de natie hoogere belangen
+had, waarvoor hij in de eerste plaats had te waken. Van die belangen
+achtte hij het onderwijs het gewichtigste. Veel heeft hij voor deze
+maatschappelijke instelling gedaan. Men overdrijft niet, wanneer men
+beweert, dat in België, ten tijde der samenvoeging, het lager onderwijs
+zoo goed als niet bestond. Volvaardig nam Willem de taak op zich, in dit
+gemis te voorzien. Hij richtte een paar normaalscholen ter opleiding van
+onderwijzers en een groot aantal modelscholen op, alles ten koste van de
+staatskas. Wat de koning voor het hooger-onderwijs deed, toont alleen de
+vermelding, dat hij het voor het Noorden regelde bij een besluit van den
+2den Augustus 1815 en voor het Zuiden bij een besluit van den 25sten
+September 1816. Nu werden de Hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen
+en Leuven tot een nieuw leven geroepen. Te Gent en te Luik verrezen
+thans voor 't eerst academiën. De hoogescholen van Harderwijk en
+Franeker, thans rijks-athenaeën geworden, bleven in stand, om later, in
+1817 en in 1843, te worden opgeheven. Ten behoeve van het leger en de
+zeemacht schiep de koning de militaire academie te Breda en het
+instituut voor de marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep). Een
+andere van 's konings daden is de regeling der protestantsche
+kerkgenootschappen sedert in 1816. Meer moeite dan met deze regeling had
+de regeering van Willem I met de wetgeving. Het duurde tot den 1sten
+October 1838, eer de Fransche wetten verdrongen en de nieuwe
+Nederlandsche wetgeving werd ingevoerd.
+
+Nog is niet alles aangeroerd. Willem, die steeds van oordeel was, dat,
+zoolang er nog iets overbleef te verrichten, niets was verricht, was
+steeds ijverig in de weer, om armoede te weren en tot werkzaamheid op te
+wekken. Te dien einde riep hij in 1821 _de Maatschappij van
+weldadigheid_ in 't leven, die de landbouwende koloniën Frederiksoord en
+Willemsoord (in 't z.w. van Drente, ten z.w. van Vledder), benevens de
+bedelaarsgestichten Veenhuizen (in 't n.w. van Drente, ten z.w. van
+Norg) en Ommerschans (in 't n. van Overijsel, ten n.o. van Zwol)
+stichtte. De oprichting der eerste was meer in 't bijzonder het werk van
+den luitenant-generaal ~Johannes van~ ~den Bosch~, die zich vele jaren
+aan de leiding dezer kolonie geheel toewijdde. Den naam "Frederiksoord"
+draagt zij naar prins Frederik, 's konings tweeden zoon (zie blz. 186),
+aan wiens krachtige bescherming zij haar opkomst mede had te danken. Om
+den handel en die vaart op 's lands buitenlandsche bezittingen aan te
+moedigen werd in 1824 _de Nederlandsche Handelsmaatschappij_ opgericht.
+Zoozeer kwijnden toen de handel, de fabrieken, de reederijen en de
+scheepsbouw, dat de regeering meende te moeten voorgaan, ten einde bij
+bijzondere personen den uitgedoofden zin door groote ondernemingen te
+wekken. Nog steeds verkeert deze maatschappij in een zeer bloeienden
+toestand.
+
+Zooals boven (zie blz. 187) terloops is opgemerkt, duurde het tot 1816,
+eer de Oost-Indische bezittingen metterdaad uit de handen van Engeland
+in die van Nederland overgingen. Zij bestonden toen, behalve uit de
+factorij op Desima, uit Java, de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten
+deele, Born[=e]o ten deele, Cel[=e]bes, de Molukken, het tinrijke Banka
+(ten o. van Sum[=a]tra) en de Riouwsche eilanden (tusschen Malakka en
+Banka gelegen). Ook behoorde destijds nog tot het gebied van Nederland
+Malakka (zie blz. 99), hetwelk echter in 1824 bij verdrag aan Engeland
+kwam tegen den afstand van al hetgeen dit rijk op Sum[=a]tra bezat,
+alsmede van Billiton, dat, evenals Banka, veel tin voortbrengt en in de
+nabijheid van dit eiland ligt. Terwijl Daendels (zie blz. 177) werd
+afgezonden, om als gouverneur-generaal het bewind over de kust van
+Guin[=e]a op zich te nemen, waar hij weldra stierf, benoemde de koning
+tot eersten gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen van het
+koninkrijk ~Godard Alexander Gerard Philips baron van der Capellen~.
+Vele waren de moeielijkheden, waarmede hij had te worstelen. Bovenal
+gevaarlijk voor het Nederlandsche gezag was de opstand van ~Diepo
+Negoro~, voogd van den minderjarigen sultan van Djokjokarta (zie blz.
+143), in 1826, wien het Nederlands krijgsmacht eerst in 1830 gelukte
+machtig te worden en alzoo den oorlog te eindigen.
+
+In 1830 werd, na een kort tusschenbestuur, ~Johannes van den Bosch~ de
+opvolger van van der Capellen, die reeds eenigen tijd tevoren was
+teruggeroepen. Het was van der Capellen niet gelukt, aan het moederland
+rijke _baten_ uit Oost-Indië te verschaffen, en toch behoefden 's lands
+financiën dringend een dusdanigen steun. Naar de meening van den
+nieuwen gouverneur-generaal moesten deze bezittingen veel meer
+opbrengen. Daarom voerde hij, aanvankelijk alleen op Java, een nieuw
+_cultuurstelsel_ in, hetwelk de regeering in staat stelde, spoedig en
+vele Indische voortbrengselen te ontvangen en te gelde te maken. Het
+mocht van den Bosch gebeuren te ervaren, dat het cultuurstelsel voldeed
+aan de verwachting, die hij ervan had gekoesterd. Tot 1833 bleef hij aan
+'t hoofd van 't bestuur in Oost-Indië. Toen keerde hij naar het
+vaderland terug en stierf er later, door den koning tot den gravenstand
+verheven, als graaf van den Bosch in 1844. Zijn opvolgers hielden wel de
+hand aan het cultuurstelsel, maar wijzigden het in menig opzicht.
+
+Groot waren de moeilijkheden, waarmede Willem I uit den aard der zaak
+had te worstelen, als vorst van een rijk, waarin alle takken van bestuur
+geheel moesten worden geregeld. Doch de grootste zwarigheden berokkende
+den koning, van het begin af, de samenvoeging der beide, in 't oog der
+Belgische geestelijkheid onvereenigbare bestanddeelen des rijks. Deze
+geestelijkheid, oordeelende, dat de Roomsch katholieke kerk slechts
+gedoogd, in plaats van, zooals het behoorde, heerschende kerk werd,
+poogde eerst de grondwet te doen verwerpen en, toen dit haar invoering
+niet belette, den eed op die grondwet te verbieden. Hierin slaagde zij,
+zoo niet geheel, althans inzoover, dat de koning er wellicht door werd
+genoopt, aan de leden der Staten-Generaal te veroorloven, bij den eed
+zoodanig voorbehoud te nemen, als het geweten hun voorschreef. Van dit
+oogenblik af was zij voortdurend in de weer, om de regeering van Willem
+I hinderpalen in den weg te leggen, en aan stof en gelegenheid tot
+tegenkanting ontbrak het niet. Een zeer gevaarlijk en aanzienlijk
+tegenstander der regeering was de Broglio (zie blz. 184). Met de overige
+Belgische bisschoppen gaf hij een geschrift in 't licht over den eed op
+de grondwet, waarin (zie t. a. p.) de katholieken tegen het afleggen van
+dien eed werden gewaarschuwd. Hierom, alsmede uit hoofde van
+ongeoorloofde briefwisseling met den paus veroordeelde het gerechtshof
+te Brussel hem in 1817 tot deportatie, d. i. tot gedwongen verblijf in
+een oord van ballingschap. De bisschop was gevlucht. Alzoo werd het
+vonnis bij verstek gewezen en moest op onteerende wijze ter kennis van
+het volk worden gebracht. Hoe rechtvaardig ook dit vonnis moge zijn, het
+was een ongelukkige greep, dat men voor die kennisgeving een dag
+uitkoos, waarop twee zware misdadigers, tot dwangarbeid voor hun leven
+veroordeeld, te pronk stonden. Zóó werd de naam van den bisschop, in
+groote letters aan een paal op het schavot gehecht, tegelijk met de
+beide booswichten tentoongesteld.
+
+Veel aanstoot gaf een koninklijk besluit van het jaar 1819, houdende
+dat, te beginnen met 1823, in de provinciën Limburg, Oost- en
+West-Vlaanderen, Antwerpen en Zuid-Brabant de Nederlandsche taal voor de
+bij uitsluiting geldende in openbare aangelegenheden werd verklaard.
+Ofschoon in de genoemde gewesten het Nederduitsch de taal des volks was,
+maakte het besluit daarom een ongunstigen indruk, omdat de hoogere
+standen zich dagelijks van het Fransch bedienden. Een andere grieve der
+Belgen was, dat nog geen vijfde deel van de officieren van het leger tot
+hun natie behoorde. Zij bedachten evenwel niet, dat dit ten deele
+hieruit voortkwam, dat in de eerste jaren van 't bestaan van 't rijk het
+getal der Nederlandsche officieren, die hun diensten aan den koning
+aanboden, veel grooter was, dan dat der Belgen, en dat deze verhouding
+langen tijd ongeveer dezelfde moest blijven. Eindelijk beklaagden de
+Belgen zich erover, dat de schuldenlast van Noord-Nederland voor de
+helft op het Zuiden was overgebracht. Geenszins overwogen zij, dat
+tegenover den schuldenlast groote voordeelen stonden, die zij krachtens
+de vereeniging deelachtig, werden, als de zeemacht en de rijke koloniën.
+
+Doch geen dezer grieven woog in 't oog der Belgen zelven zwaarder, geen
+maatregel der regeering wekte meer hun verbittering, dan 's konings
+besluiten aangaande het onderwijs, bij hen vooral zoo nauw verwant aan
+den godsdienst, en inzonderheid dat nopens het collegium philosophicum.
+Ten einde het voorbereidend onderwijs, inzonderheid van de jonge lieden,
+die zich aan den geestelijken stand wijdden, aan de kleine seminariën of
+kweekscholen der over 't geheel niet zeer verlichte geestelijken te
+onttrekken, riep de koning, bij besluit van den 14den Juni 1825, ter
+vervanging dier scholen, _het collegium philosophicum_ in 't leven. Het
+werd te Leuven gevestigd. Twee jaren na de opening mochten geen anderen,
+dan die hun voorbereidende studiën in het collegium hadden volbracht,
+als priester worden gewijd. Gelijk een donderslag klonk de mare van dit
+besluit den geestelijken in de ooren. Vele ouders trachtten het te
+ontwijken door hun kinderen buiten 's lands te laten onderwijzen; maar
+ook dit werd tegengegaan. Hevig was de afkeer, dien de meerderheid der
+inwoners uit het Zuiden tegen het collegium bleef koesteren.
+
+Een van de onmiddellijke gevolgen van 's konings besluit was de
+aaneensluiting en verbroedering van twee partijen in België, welke tot
+dusverre tegenover elkander hadden gestaan. Behalve die der
+geestelijken, waartoe ook vele adellijken behoorden, was n.l.
+langzamerhand, van een geheel ander standpunt uitgaande, een tweede
+gekomen, die in vele opzichten Franschgezind was en zich "de liberale"
+of "vrijzinnige" noemde. Zij wenschte geheele vrijheid van onderwijs en
+drukpers. Om in haar streven des te beter te slagen, vereenigde zij zich
+met de partij der ijverige katholieken. Van dit oogenblik af, d. i.
+sedert het einde van 1828, begonnen zich de voorboden te vertoonen van
+een geregeld verzet tegen de regeering, blijkbaar in het indienen van
+een groote menigte verzoekschriften, welke in sterke bewoordingen om
+opheffing der talrijke bezwaren vroegen. Van denzelfden tijd af stonden
+in de Tweede Kamer de afgevaardigden uit het Noorden en die van het
+Zuiden als twee vijandelijke legerbenden in volle wapenrusting tegenover
+elkander geschaard. Netelig was 's konings toestand. Van den aanvang af
+was het zijn streven geweest, de samensmelting tusschen de beide deelen
+des rijks hoe langer hoe meer te bevorderen. Doch bij het nemen van
+doortastende maatregelen schijnt hij den volksgeest niet genoeg te
+hebben in 't oog gehouden en ontzien. Hoezeer de besluiten omtrent het
+onderwijs en de taal in staat waren, de inniger vereeniging in de hand
+te werken, zij kunnen niet worden vrijgepleit van de blaam, eenigszins
+voorbarig te zijn en te zeer indruisende tegen de in België heerschende
+zienswijze. Niet genoeg, meende men, hield Willem I ook in 't oog, dat,
+uit den aard der zaak het tegengaan van allen invloed der Franschen op
+het zuidelijke gedeelte van zijn rijk een hoofdzaak voor hem was. Het
+omgekeerde had plaats, want elke tegenstander der met de richting der
+katholieke geestelijkheid instemmende Bourbons (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 234), die uit Frankrijk kwam vlieden, vond in België een
+toevluchtoord en vaak hulp en steun bij het hof. Zoo stemde de koning de
+regeering van Frankrijk ongunstig en werkte de unie tusschen de
+Belgische geestelijken en de liberalen in de hand.
+
+Deze unie had in 1828 plaatst. Zij bestond hierin, dat de beide
+partijen, op een voorstel, in de dagbladen der geestelijkheid gedaan,
+zonder voorshands op haar bijzonder belangen te letten, zich tot een
+gemeenschappelijken strijd tegen de regeering vereenigden. Zoodra die
+vereeniging was tot stand gekomen, nam de koning een weifelende houding
+aan tusschen gestrengheid en toegeven. Hiervan gaf hij over 't geheel,
+ook reeds vroeger, menig bewijs. Zoo sloot hij, om de katholieken
+tegemoet te komen, die sinds lang een geregeld kerkbestuur wenschen, in
+1827 met paus ~Leo~ XII een _concordaat_ (d. i. een verdrag tusschen het
+hof te Rome en een wereldlijke regeering, waarbij deze haar toestemming
+geeft tot de regeling der kerkelijke aangelegenheden harer Roomsche
+onderdanen). Den verzoenenden zin, die hem bezielde, openbaarde Willem I
+verder door in 1829 de verplichting van 't bijwonen der lessen van 't
+collegium op te heffen, waardoor het weldra teniet ging. Eveneens trok
+hij de beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal in. Dat de
+koning van den anderen kant volstrekt niet van zins was, zich door de
+losbandigheid der drukpers te laten overvleugelen, toonden de
+rechtsgedingen, tegen de Potter en anderen gevoerd wegens pogingen, door
+hen gedaan om in hun geschriften hun medeburgers op te hitsen ter
+omverwerping der bestaande regeering. Zij werden veroordeeld tot een
+zeker aantal jaren ballingschap. Maar de veroordeelingen waren doelloos,
+want de overtreders der wetten op de pers beschouwde men als
+slachtoffers.
+
+Den 27-29sten Juli 1830 had in Frankrijk de omwenteling plaats
+(_Overzicht_, 9de druk, blz. 234), waardoor Karel X van den troon werd
+gestooten. De tijding werd in België met de grootste opgewondenheid
+aangehoord. Koning Willem I, in zijn binnenlandsche staatkunde juist het
+tegendeel van Karel X, werd met hem op één lijn gesteld. Geen maand
+later, en ook de Belgen toonden, hoe spoedig zij de kunst hadden
+geleerd, zich te ontslaan van een koning, over wien zij misnoegd waren.
+
+
+
+
+§ 37.
+
+_De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert 1830._
+
+
+De ontevredenheid, van 1815 dagteekenende, was voortdurend in kracht
+toegenomen en diep in de gemoederen doorgedrongen. De mijn was geladen,
+slechts een kleine vonk noodig, om ze te doen springen. Sinds een paar
+jaren zag men in België reeds naar de uitbarsting uit en werd de
+aanstaande omwenteling openlijk in de straten van Brussel aangekondigd.
+Dat er hoofden der beweging waren, lieden van aanzienlijken rang, die de
+volksmenigte bestuurden, spreekt vanzelf. Doch deze personen hebben niet
+veel anders gedaan, dan de mijn aansteken. De mijn, die ontvlamde, was
+het volk zelf. Den 25sten Augustus gaf men in den schouwburg der stad de
+"Muette de Portici" (_Overzicht_, 9de druk, blz. 141), d. i. den opstand
+op het tooneel. Van den schouwburg tot de straat was een overgang van
+een paar uren. Te tien uur des avonds schoolden talrijke volkshoopen
+samen, die weldra verschillende huizen plunderden en verwoestten en
+zelfs de woning van den minister van justitie van Maanen in brand
+staken. Daar het opgeruide grauw toonde smaak in het plunderen te hebben
+gekregen, begonnen de gezeten lieden voor de openbare veiligheid beducht
+te worden. Uit deze overweging kwam den 27sten Augustus de oprichting
+eener gewapende burgermacht voort, die de Brabantsche kleuren aannam en
+in wier handen 's konings troepen de teugels van 't krijgsgezag over de
+oproerige stad terstond stelden. Te Luik en in de overige steden van
+België beleefde men dadelijk een herhaling van dezelfde tooneelen.
+
+De Belgische opstand verraste de regeering van koning Willem I. De
+gewapende macht, die zich te Brussel bevond, had geen orders, hoe te
+handelen, en was niet krachtig genoeg. Eerst den 28sten Augustus nam de
+koning eenige besluiten. Hij begon met de Staten-Generaal buitengewoon
+te 's Gravenhage bijeen te roepen tegen den 13den September. Een
+legercorps werd bijeengebracht en kreeg bevel naar Brussel op te
+trekken. Aan 't hoofd dezer troepen werden 's konings beide zonen
+geplaatst, de prins van Oranje en prins Frederik, destijds admiraal en
+generaal over 's rijks krijgsmacht te water en te land. Groot was, bij
+de nadering van dit leger, de ontsteltenis onder de bevolking der stad.
+Binnen weinige uren was Brussel als een verschanste legerplaats. Vermits
+men zich desniettemin niet sterk genoeg achtte, om zich tegen geweld van
+wapenen te verdedigen, vaardigde men een bezending naar 's prinsen
+hoofdkwartier af. Deze bezending schilderde in zulke sterke kleuren de
+bedenkelijke stemming van Brussels bevolking, inzonderheid van het
+gemeen, dat de prins van Oranje beloofde, den 31sten Augustus, slechts
+begeleid door zijn staf, te zullen komen.
+
+Op het vastgestelde uur had, dien 31sten Augustus de intocht van den
+prins van Oranje binnen Brussel plaats. Het moet een indrukwekkend
+schouwspel zijn geweest, den prins, bijna onverzeld, de straten te zien
+doorrijden, opgevuld met duizenden manschappen der burgermacht en met
+een gewapende menigte, die nu eens een doodsch stilzwijgen bewaarde, dan
+weer in woeste kreten of bedreigingen haar gewaarwordingen lucht gaf.
+Bij het stadhuis, waarheen de hoofden van den opstand hem geleidden,
+sloeg de Arabische schimmel, dien de prins bereed, achteruit en kwetste
+plotseling een der omstanders. De prins, die terstond een ander paard
+had bestegen, aan het gewoel en getier ziende, dat de volksschare tot
+dadelijkheden dreigde over te gaan, zette het dier in den galop en
+baande zich door zijn koene sprongen over de barricaden en versperringen
+heen een weg naar zijn paleis.
+
+Kort hierna keerde de prins naar 's Gravenhage terug. Tegen de meening
+van den kroonprins, die op milde beloften en op het herstel der grieven
+aandrong, gaf de koning aan prins Frederik bevel, om de gehoorzaamheid
+aan het wettig gezag gewapenderhand te doen terugkeeren en een aanval op
+Brussel te doen. Doch het gunstige oogenblik was voorbij. Het vuur van
+den opstand had zich wijd en zijd verbreid. Te lang had de regeering,
+weifelende tusschen vredelievende gezindheid en de zucht om geweld te
+gebruiken, gedobberd. Hierbij kwam, dat de aanval op Brussel niet met
+dat beleid en die doortastende kracht geschiedde, welke de waarborgen
+zijn van een goeden uitslag. Men wilde de stad vermeesteren; doch men
+wilde ze tevens zooveel mogelijk sparen en de burgerij geen geweld
+aandoen. Na een vierdaagsche worsteling, die aan vele wakkere soldaten
+het leven kostte, trokken de koninklijke troepen den 26sten September
+uit de stad terug. Het oproer zegevierde.
+
+Weinige dagen na den terugtocht van 's konings troepen uit Brussel werd,
+den 29sten September, in de Tweede Kamer der Staten-Generaal het besluit
+genomen, het staatsbestuur te splitsen zonder scheuring van het rijk en
+de grondwet te herzien. Aan de voornaamste eischen der Belgen had de
+koning niet willen tegemoet komen. Intusschen nam de strijd meer en meer
+het karakter aan van een oorlog, niet tegen de kroon, maar tusschen
+Noord- en Zuid-Nederland. De Belgen konden niet sterker naar een geheele
+scheiding verlangen, dan de Noord-Nederlanders zelven. Ook in het leger
+vertoonde zich die verdeeldheid. Geheele afdeelingen, uit Belgen
+bestaande, vielen af. Terwijl de wettige vertegenwoordigers van het
+Belgische volk in den Haag ter Staten-Generaal beraadslaagden,
+bestuurden eenige volksleiders den gang der gebeurtenissen in 't Zuiden.
+De Potter (zie blz. 194) kwam uit de ballingschap terug, werd met
+uitbundige toejuiching ontvangen en mede aan 't hoofd van 't voorloopig
+bestuur te Brussel gesteld. Maar zes weken later was men hem reeds moede
+en verliet hij, zich er niet veilig rekenende, zijn vaderland voor de
+tweede maal. Ten einde, zoo mogelijk, de regeeringloosheid tegen te
+gaan, welke uit dezen staat van zaken dreigde voort te komen, zond
+Willem I, op verzoek van vele aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje
+voor de tweede maal naar de kampplaats. Hij had in last, het bestuur
+over de getrouw gebleven gewesten op zich te nemen en de opgestane
+streken naar vermogen tot rust te brengen. Terstond beloofde de prins
+aan de Belgen de opheffing van vele hunner grieven. En toen het
+voorloopig bestuur, te Brussel gevestigd, de natie had opgeroepen om een
+congres te doen bijeenkomen en Antwerpen er ook deel aan wilde nemen,
+gaf de prins aan dit verlangen toe. Zoo doende ging hij verder, dan de
+koning had bedoeld, en werd teruggeroepen.
+
+Terzelfder tijd, in 't midden van October 1830, wendde Willem I zich tot
+de vijf groote Europeesche mogendheden, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland,
+Pruisen, Rusland, als leden van 't Weener-congres, die zich tot de
+handhaving van het koninkrijk der Nederlanden hadden verbonden. De
+gezanten dezer mogendheden openden in 't begin van November hun eerste
+_conferentie_ (bijeenkomst) _te Londen_. Inmiddels was de prins van
+Oranje naar het vaderland teruggekeerd en er met groote koelheid
+ontvangen. De toegevendheid, door hem jegens de Belgen aan den dag
+gelegd, werd hem in 't Noorden zeer euvel geduid. Na zijn vertrek uit
+Antwerpen vertoonden zich ook hier en te Maastricht, tot dusver de
+eenige plaatsen, waar 's konings bewind nog werd geëerbiedigd, meer en
+meer onrustwekkende verschijnsels. Te Maastricht handhaafde echter de
+generaal Dibbets het gezag der Nederlandsche regeering. Te Antwerpen
+daarentegen brak de opstand openlijk uit en viel menig Nederlandsch
+krijgsman onder de kogels der muitende menigte. ~David Hendrik baron
+Chassé~, die er het bevel voerde, had de stad wel in staat van beleg
+verklaard, maar verzette zich in 't eerst niet krachtig tegen de
+buitensporigheden van 't gemeen. Doch eindelijk, den 27sten October,
+bedwong hij, ondersteund door de vloot, die onder 't bevel van den
+schout-bij-nacht ~Koopman~ op de Schelde lag, door een uren lang
+aangehouden bombardement der stad den overmoed des vijands. Op
+uitnoodiging der conferentie te Londen stuitte inmiddels een
+wapenstilstand den verderen gang der vijandelijkheden.
+
+Op deze conferentie bleek het weldra, dat geen der vijf mogendheden
+genegen was, ten behoeve van het stamhuis van Oranje-Nassau den vrede
+van Europa op het spel te zetten. Alsof de koning dit had kunnen
+vermoeden, had hij, niet alleen op die conferentie bouwende, het volk
+van Noord-Nederland ter verdediging van de onafhankelijkheid des lands
+te wapen geroepen. De oproeping vond overvloedigen weerklank bij alle
+standen van 't volk. Langzamerhand stroomden duizenden manschappen naar
+de zuidelijke grenzen van Noord-Nederland en wachtten er geduldig 's
+konings bevelen af. Intusschen maakte de conferentie _de protocollen_
+van den 20sten en den 27sten Januari 1831 bekend, waarin de geheele
+scheiding van Nederland en België werd uitgesproken en vastgesteld, dat
+16/31 der gemeenschappelijke schuld ten laste van België zou komen.
+Middelerwijl was _het nationaal congres_ den 10den November 1830 te
+Brussel bijeengekomen en had, hoewel het zich voor 't behoud van den
+constitutioneel-monarchalen regeeringsvorm verklaarde, het huis van
+Oranje-Nassau van den troon uitgesloten. Dit congres verwierp de
+protocollen van Januari, terwijl Willem I verklaarde ermede in te
+stemmen.
+
+De Belgen vonden niet spoedig een koning voor den door hen ledig
+verklaarden troon. Daarom droeg het congres het oppergezag voorloopig op
+aan een regent, den baron ~Surlet de Chokier~, een rijk grondbezitter,
+tot dusver president dier vergadering. Eindelijk, den 4den Juni 1831,
+benoemde het met groote meerderheid van stemmen prins ~Leopold van
+Saksen-Koburg-Gotha~, een broeder van den regeerenden hertog van
+Saksen-Koburg-Gotha, tot _koning der Belgen_. Leopold aanvaardde de
+regeering den 21sten Juli van dat jaar, beloofde de zeer vrijzinnige
+grondwet, een van de eerste vruchten der werkzaamheid van 't congres, te
+zullen eerbiedigen en sloot in 1832 een tweede huwelijk met ~Louise~, de
+oudste dochter van Lodewijk Philips, koning der Franschen. Inmiddels
+stelde de conferentie in Juni 1831 eene nieuwe protocol, _de achttien
+artikels_, op, veel gunstiger voor België dan de vorige, waarin zij de
+rechten van het huis van Oranje-Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig
+verklaarde, België uitzichten op het bezit van Maastricht opende en
+vaststelde, dat het niet verplicht was, een deel der schuld van het oude
+Nederland over te nemen. Èn deze wijzigingen, èn het optreden van
+Leopold als koning brachten Willem I, reeds lang ongeduldig over den
+langwijligen gang van de beraadslagingen der conferentie, tot het
+besluit, zijn recht met het zwaard te handhaven. Marschvaardig lag de
+Nederlandsche krijgsmacht op de grenzen, van geestdrift gloeiende en
+begeerig om, was het noodig, den heldendood voor het vaderland te
+sterven. Zij gedacht het voorbeeld van den wakkeren ~Johan Karel Jozef
+van Speyk~, die in Februari 1831, gedurende den wapenstilstand, met zijn
+kanonneerboot, welke de wind bij Antwerpen naar 's vijands wal had
+gedreven, in de lucht vloog, liever dan de vlag te strijken voor hen,
+die hij als muiters tegen hun wettigen koning aanmerkte, of, wat nog
+erger was, ze hun prijs te geven.
+
+Was op het eind van 1830 Nederlands leger niet bestand geweest tegen dat
+van België, thans, in den zomer van 1831, was die verhouding omgekeerd.
+Het leger van Willem I werd aangevoerd door ~den prins van Oranje~, wien
+prins Frederik ter zijde stond, en telde nog geen 36,000 man. De
+Belgische legers, dat van de Schelde en dat van de Maas, waren omtrent
+30,000 man groot. Aan 't hoofd van 't eerste stond de generaal ~de
+Ticken de Terhove~, het bevel over het tweede voerde ~Daine~. Het leger
+van de Schelde was in de nabijheid van Antwerpen geplaatst, het andere
+stond in het Limburgsche. Terstond besloot de prins van Oranje tusschen
+de beide legers door te breken, om daarna elk van hen afzonderlijk aan
+te vallen. Een goed deel van dit plan werd volvoerd door _den
+tiendaagschen veldtocht_, 2-12 Augustus 1831. Den 5den Augustus was de
+doorbreking reeds geschied. Elke dag van dien veldtocht werd door
+gevechten gekenmerkt. De meestbeteekenende feiten zijn, wat men de
+slagen bij ~Hasselt~ (den 8sten Augustus) en bij ~Leuven~ (den 12den
+Augustus) noemt. De eerste dezer ontmoetingen was eigenlijk niets dan
+één krachtige aanval op het op Hasselt terugtrekkkende leger van Daine,
+dat dadelijk als een kudde schapen uiteenstoof en geheel werd
+verstrooid. Het had een slag in den waren zin des woords kunnen worden,
+indien Daine minder onbekwaam en lafhartig was geweest, en zoo niet de
+prins van Oranje, hoogstwaarschijnlijk België liever willende winnen dan
+overwinnen, zich ertoe had bepaald, den vijand van zijn minderheid te
+overtuigen, in plaats van hem te vernietigen. In den slag van Leuven,
+die van meer beteekenis was, voerde koning Leopold in persoon zijn
+troepen aan. De Belgen werden er geheel verslagen, weken naar Leuven en
+hadden zonder eenigen twijfel, wilden zij niet tot den laatsten man toe
+gedood of gevangen genomen worden, op smadelijke wijze de wapenen moeten
+nederleggen. Maar nu rukte, op verzoek van Leopold, een Fransch leger
+onder maarschalk ~Gérard~ België binnen en was de prins verplicht, voor
+de meerderheid te zwichten. Hij stond eindelijk, op herhaald verzoek van
+den Britschen gezant te Brussel, een wapenstilstand toe, en de veldtocht
+nam een einde.
+
+Wederom hervatte de conferentie op 't einde van Augustus 1831 hare
+beraadslagingen, die in 't midden van October tot een nieuwe schikking,
+_de vier-en-twintig artikels_, voerden. Bij deze artikelen werd aan
+België een deel van Luxemburg toegekend, waarvoor het een deel van
+Limburg moest afstaan. Maastricht bleef aan Nederland voorbehouden. Ten
+aanzien van de schuld bepaalden zij, dat België met een jaarlijksche
+rente van 8,400,000 gl. zou worden belast. Reeds den 15den November
+onderteekende Leopold, door de nederlagen van den tiendaagschen
+veldtocht ontmoedigd, dit ontwerp-verdrag, hoewel minder gunstig voor de
+Belgen dan de achttien artikels. Daarentegen weigerde Willem I de
+onderteekening. Hij was van oordeel, dat nagenoeg geheel Limburg een
+bestanddeel van Nederland behoorde te blijven en dat, voor 't geval dat
+hij afstand deed van een gedeelte van Luxemburg, hij hiervoor nog
+verdere schadeloosstelling moest bekomen. Ook omtrent de schikking
+nopens de schuld kon hij niet met de conferentie instemmen. Deze
+verklaring van den koning van Nederland verdroot de conferentie. Twee
+der vijf mogendheden, Frankrijk en Engeland, sloten den 22sten October
+1832 een overeenkomst, ten einde de noodige stappen te doen, om het
+grondgebied van België door den vijand te doen ontruimen. Ten einde dit
+doel te bereiken, legden zij, terwijl Willem I daarentegen gebood, de
+vaartuigen der Engelsche en der Fransche natie te ontzien, embargo op de
+Nederlandsche schepen en trok een Fransch leger van 90,000 man onder
+maarschalk Gérard België ten tweeden male binnen. Het rukte tegen de
+citadel van Antwerpen op, welker puinhoopen Chassé, na een roemrijke
+verdediging van negentien dagen, bij verdrag aan den vijand overgaf. De
+schout-bij-nacht Koopman (zie blz. 198), van oordeel zijnde, dat zijn
+vloot niet in het verdrag was begrepen, haastte zich, ze te vernielen en
+stelde zich toen met zijn manschappen ter beschikking van Gérard.
+Evenals de bezetting van de citadel werd de bemanning der vloot als
+krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd.
+
+Ook na dit wapenfeit der Franschen bleef de eindschikking met België nog
+steeds hangende. Willem I volhardde in zijn verzet tegen den voorslag
+der overmacht. Dit veroorzaakte een langdurig en zeer kostbaar bestand
+(_status quo_), daar Nederland voortdurend een zeer talrijk leger op de
+been moest hebben en de onzekerheid der toekomst, ofschoon het embargo
+in Mei 1833 werd opgeheven, den handel van groote ondernemingen
+afschrikte. Eindelijk noodzaakte de uitputting des lands den koning toe
+te geven. Den 14den Maart 1838 gaf hij te kennen, dat hij de voorwaarden
+der vier-en-twintig artikels inwilligde. Maar nu beweerden de Belgen
+weder, vermits Nederland zoo laat toetrad en zij zelven, uit hoofde der
+dreigende houding van hun tegenpartij, kosten hadden gemaakt, niet
+gehouden te zijn tot betaling van een deel der renten van de schuld. Dit
+verwekte nieuwe moeilijkheden, die ten laatste door _het eindverdrag_
+van den 19den April 1839 uit den weg werden geruimd. Dit verdrag,
+hetwelk de vier-en-twintig artikels eenigszins wijzigde, bepaalde, dat
+België een afzonderlijk rijk werd; dat het aandeel van België in de
+rente der staatsschuld, jaarlijks van den 1sten Januari 1839 af te
+betalen, 5,000,000 gl. zou zijn; dat het Duitsche verbond en de
+groothertog de westelijke helft van Luxemburg aan België afstonden; dat
+België hiervoor afzag van een gedeelte van Limburg, zoodat aan Nederland
+dat deel bleef, hetwelk aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede de
+stad Maastricht met het omliggend land en het gebied ten n. van een
+lijn, getrokken van de zuidelijke punt van Noord-Brabant naar de Maas,
+ten n. van Stevensweert. Deze streek van Limburg heette "hertogdom" en
+maakte--behoudens Maastricht en Venlo, die alleen tot Nederland bleven
+behooren,--van nu aan een deel uit, zoowel van het koninkrijk der
+Nederlanden, als van het Duitsche verbond.
+
+In vele opzichten bleef de verhouding van Limburg tot Duitschland zeer
+vreemd. Het zond afgevaardigden naar de Staten-Generaal, maar was
+verplicht troepen voor het Duitsche verbond op de been te houden en werd
+ten deele door verordeningen van dat verbond geregeerd. Eerst in 1866 is
+de betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken. In 't jaar
+1840 werd bepaald, dat Holland van nu aan in Zuid- en Noord-Holland zou
+worden gesplitst, zoodat het koninkrijk der Nederlanden thans uit tien
+provinciën en uit het hertogdom Limburg bestond. Één jaar vroeger was de
+oudste zoon van den kroonprins (zie blz. 186) getrouwd met prinses
+Sophia Frederika Mathilde, de jongste dochter van Willem I, koning van
+Wurtemberg, als koningin der Nederlanden overleden in Juni 1877. Uit
+dit huwelijk sproot in 1840 prins Willem, overleden Juni 1879, in 1851
+prins Alexander.
+
+Toen koning Willem I in de eerste jaren van den Belgischen opstand met
+moed en volharding wederstand bood zoowel aan de eischen van België, als
+aan die der conferentie te Londen, was er niemand, die hem meer steunde
+en deze houding meer toejuichte, dan de Nederlandsche natie zelve.
+Langzamerhand echter veranderde die stemming, toen de koning, na aan de
+roepstem der eer ruimschoots te hebben voldaan, steeds hopende op eenige
+wijziging in de staatkunde der groote mogendheden of op een omkeering
+van zaken in Europa, er volstrekt niet toe was te bewegen, van zijn
+stelsel van volharding af te wijken. En nadat het eindelijk bekend was
+geworden, dat een verbazend hoog cijfer van staatsschuld de uitkomst was
+der volhardende staatkunde, maakte de gehechtheid van 't volk aan zijn
+vorst plaats voor wantrouwen en verkoeling. Thans deed het
+Noord-Nederlandsche volk ten deele dezelfde klachten hooren, die vroeger
+alleen in 't Zuiden waren geuit. Het verlangde een duidelijke
+openlegging van den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen
+misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings ministers, in 't
+kort gewichtige hervormingen in het staatsbestuur. Bij de overige
+redenen van ontevredenheid kwam weldra een andere, die het misnoegen tot
+den hoogsten graad deed stijgen. Men vernam, dat de koning, die sinds
+1837 zijn echtgenoot (zie blz. 163) door den dood had verloren, het
+voornemen koesterde, tot een tweede huwelijk over te gaan met de gravin
+d'Oultremont de Wigimont, een der dames van het huis van wijlen de
+koningin. Doch de gravin was een Belgische en Roomsch-katholiek. Dit was
+genoeg, om de meerderheid der Nederlanders tegen het huwelijk in te
+nemen.
+
+Zooveel tegenstand verdroot den koning. Afgemat door den negenjarigen
+kamp, had hij geen geneigdheid, ook zijn laatste levensjaren in een
+eindelooze worsteling door te brengen. Onverwachts begaf hij zich in den
+herfst van 't jaar 1840 uit 's Gravenhage naar het Loo en ontbood er
+zijn zonen en kleinzonen, alsmede zijn ministers. Hun deelde hij den
+7den October mede, dat hij van dat oogenblik af afstand deed van de
+kroon en ze overdroeg aan den zoon, hiertoe door de grondwet aangewezen.
+De daad, schier zonder eenige plechtigheid volbracht, werd nog
+denzelfden dag ter kennis van 't volk gebracht. In 't volgende jaar
+huwde Willem I, nu "graaf van Nassau" geheeten, de gravin d'Oultremont
+en leefde vervolgens bij afwisseling te Berlijn, op zijn goederen in
+Silezië en op het Loo, totdat hij den 12den December 1843 te Berlijn
+overleed.
+
+Den 28sten November 1840 werd ~WILLEM~ II in de Nieuwe kerk te Amsterdam
+met groote plechtigheid ingehuldigd. Het was geen gunstige tijd, om de
+regeering over Nederland te aanvaarden. De natie en de schatkist beide
+waren uitgeput, en de leiders der volksmeening wezen op een doortastende
+herziening der grondwet, als op het eenige middel om tot welvaart en
+nationale kracht te geraken. Deze meening deelde Willem II geenszins.
+Hetgeen echter de meeste moeielijkheden baarde was de toestand van 's
+rijks financiën. Nadat de pogingen van een paar ministers van financiën
+ter herstelling van een geregelden toestand der geldmiddelen schipbreuk
+hadden geleden, droeg Willem II in September 1843 het tijdelijk bestuur
+van het departement van financiën aan den minister van justitie, ~Floris
+Adriaan van Hall~, op. Ten einde in alles, wat voorziening behoefde, te
+voorzien, was het volstrekt noodzakelijk, zware offers van de natie te
+vergen. Hiertoe toonde het volk zich in 1844 bereid door, volgens een
+ontwerp van van Hall, een leening tot een bedrag van 127,000,000 gl.,
+naar 3 pct. 's jaars, zoo goed als vol te teekenen. Aan het verlangen
+naar een herziening der grondwet in vrijzinnigen geest werd voldaan in
+'t jaar 1848 te midden der volksbewegingen, die de meeste staten van
+Europa op hun grondvesten deden schudden. Luxemburg kreeg in 't zelfde
+jaar een nieuwe grondwet, waarbij het zijn afzonderlijke
+vertegenwoordiging, die het in 1841 had bekomen, behield.
+
+De hoofdtrekken der Nederlandsche grondwet van 1848 zijn: De kroon is
+erfelijk, zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie van het
+huis van Oranje. De koning heeft de uitvoerende macht en deelt de
+wetgevende macht met de Staten-Generaal. Hij heeft het opperbevel over
+de land- en de zeemacht en het opperbestuur der koloniën. Hij benoemt de
+ministers, die voor de daden der regeering verantwoording zijn
+verschuldigd aan de natie. De Staten-Generaal vertegenwoordigen het
+geheele volk. Zij bestaan uit een Eerste en een Tweede Kamer, voor
+welker leden de ouderdom van dertig jaren een vereischte is. De leden
+der Eerste Kamer, ten getale van negen-en-dertig, worden door de
+provinciale staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen in de directe
+belastingen. Zij hebben zitting voor negen jaren. De leden der Tweede
+Kamer worden rechtstreeks door de burgers gekozen, welke meerderjarig
+zijn en een zekere som in de directe belastingen betalen. Het aantal der
+leden, die voor vier jaren zitting hebben, is thans vijf-en-zeventig.
+Voorzitter der provinciale staten is de commissaris des konings.
+
+Het was Willem II niet gegeven, de vruchten te aanschouwen van het werk,
+waartoe hij den grond had gelegd. Reeds den 17den Maart 1849 stierf hij
+te Tilburg, aan welke plaats hij gedurende zijn leven zeer gehecht was
+geweest. Het volk van Nederland betreurt hem als een held, die aan de
+grootsche gestalten zijner voorvaderen uit het huis van Oranje
+herinnerde, en als een welwillend koning, die in moeielijke dagen met
+beleid voor zijn belangen had gewaakt.
+
+Een paar woorden over de regeering van 's konings zoon en opvolger
+~WILLEM~ III mogen tot slot van dit hoofdstuk verstrekken. Onder zijn
+bewind werd eindelijk in 1853 het droogmaken van 't Haarlemmermeer (zie
+blz. 188), een in Juni 1848 aangevangen reuzenwerk, voltooid. In 1853
+werd tevens weder een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk
+ingevoerd, waarvan Utrecht als aartsbisdom de hoofdzetel is. Onder de
+vele wetten, die, als uitvloeisel van de in 1848 uitgevaardigde
+grondwet, zijn tot stand gekomen, verdienen de kies-, de gemeente- en de
+provinciale wet te worden genoemd. In 1857 verving een wet op het
+lager-onderwijs die van 1806. Zij werd in 1863 gevolgd door een wet op
+het middelbaar onderwijs, in 1876 door een op het Hooger-Onderwijs.
+
+Zooveel wat aangaat het binnenlandsch bewind. Ten aanzien van de
+buitenlandsche betrekkingen behoort het verdrag van Februari 1871 te
+worden vermeld, bij hetwelk de Nederlandsche bezittingen op de Kust van
+Guin[=e]a (in 't w. van Afrika) voor de som van 24,000 £ sterling aan
+Groot-Britannië werden afgestaan. Twee jaar daarna, in Maart 1873, brak,
+ter zake van zeerooverij, een oorlog los van Nederland tegen den sultan
+van Atjeh (op de westkust van Sum[=a]tra), die nog steeds voortduurt. In
+Juni 1877 overleed de koningin (zie blz. 202), in Januari 1879 prins
+Hendrik, 's konings broeder (zie blz. 186).
+
+
+
+
+§ 38.
+
+_Eindblik op den toestand des lands._
+
+
+Zoo is dan het plan, in de eerste paragraaf aangekondigd, volvoerd en
+wederom een beknopte geschiedenis van Nederland te boek gesteld. Nog
+bestaat dat rijk, aan welks geschiedenis de vorige bladzijden zijn
+gewijd. Behalve de bijna 31,000 vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000
+inwoners, die het in vreemde werelddeelen bezit, beslaat het in Europa
+een oppervlakte van ruim 600 vierkante mijlen, waarop een bevolking
+woont van ruim 3-1/2 millioen. Ongeveer 2/3 gedeelte van den grond is
+bebouwd. Landbouw, veeteelt, handel, fabrieken en vischvangst blijven
+voortdurend de bronnen van het bestaan der ingezetenen. De haringvangst,
+ofschoon zij sinds een tiental jaren weder eenigszins begint op te
+komen, heeft veel geleden door den wedijver van Engelschen en
+Duitschers, en de walvischvangst is van weinig beteekenis. De handel,
+dien Nederland drijft, is nog steeds wereld- en binnenlandsche handel.
+Al is de eerste, in vergelijking met andere landen en van hetgeen hij is
+geweest, niet meer, wat hij weleer was, nog is hij belangrijk en
+verdient den naam van wereldhandel. De voorwerpen van dien handel zijn
+voornamelijk de voortbrengselen van landbouw en veeteelt, benevens de
+koloniale waren.
+
+Wat de Nederlandsche nijverheid betreft, zij heeft geen ongelukkiger
+tijdperk gekend, dat het twintigtal jaren, dat verliep tusschen de
+omwenteling van 1795 en de oprichting van het koninkrijk der
+Nederlanden. Gedurende het vijftienjarig tijdvak, dat met 1815 aanvangt,
+begon er wel op nieuw eenig leven te komen in het fabriekwezen van
+Noord-Nederland; maar de nijverheid van dit deel van het koninkrijk
+bleef verre, zeer verre ten achteren bij die van het Zuiden. Na de
+omwenteling van 1830 geraakte de nijverheid in ons vaderland geheel aan
+'t kwijnen. Dit kwam, behalve uit den staatkundigen toestand en uit de
+ophooping der staatsschuld, uit de geringe geneigdheid der fabrikanten
+voort, om aan den eisch des tijds te voldoen en de stoomkracht op het
+fabriekwezen toe te passen. Doch allengs is de Nederlandsche nijverheid
+na de afscheiding der Zuidelijke gewesten weder opgekomen. Daarentegen
+kwijnt de scheepsbouw. Moge dus, in vergelijking met vroegere eeuwen,
+Nederlands bloei in den handel niet zijn toegenomen, in 't stuk der
+nijverheid is dit stellig het geval. Een andere lichtzijde van den
+tegenwoordigen toestand ziet men in de staatsschuld, waarvan het bedrag
+sinds de laatste twintig jaren regelmatig is verminderd.
+
+Dat de letterkunde sinds den val der Republiek (zie blz. 167) een
+belangrijke schrede voorwaarts heeft gedaan, zal wellicht niet met grond
+kunnen worden staande gehouden. Toch heeft het zestig- of zeventigjarig
+tijdvak, sedert verloopen, op meer dan op één beroemden naam te wijzen.
+Er stonden schrijvers op, die aan de voortbrengselen hunner pen
+bekendheid of grooten roem verschaften. De namen dier schrijvers heeft
+de Geschiedenis der letterkunde opgeteekend. Hier kan slechts op een
+paar van de voornaamsten worden gewezen, in de eerste plaats op
+Bilderdijk. Op veelzijdiger ontwikkeling, dan ~Willem Bilderdijk~, een
+Amsterdammer (1756-1831) zichzelf gaf, kunnen weinigen bogen.
+Wijsbegeerte, oude en nieuwe talen, wis- en natuurkunde,
+rechtsgeleerdheid, geschiedenis, geneeskunde, godgeleerdheid, niets was
+hem vreemd. Een vruchtbaarder schrijver heeft Nederland niet aan te
+wijzen. Het hoogst staat hij als dichter. Alle dichtsoorten beoefende
+hij, buiten het blijspel, en in alle bracht hij meesterstukken voort. In
+het heldendicht leverde hij _den Ondergang der eerste wereld_, een
+grootsch maar onvoltooid gewrocht; in het leerdicht _de ziekte der
+geleerden_; in den lierzang _de ode aan Napoleon_. Op het gebied der
+taal schreef hij een _Spraakleer_. Op het veld van de _geschiedenis van
+'t Vaderland_ leverde hij een werk, waarvan de hoofdstrekking een
+doorloopende bestrijding is van Wagenaar (zie blz. 167). Tot heden toe
+is het aan dit geschrift niet gelukt, den ouden Wagenaar te verdringen.
+
+In menig vers heeft Bilderdijk de herstelling van Nederlands
+nationaliteit bezongen. In 't jaar dier herstelling stierf een andere
+dichter, wiens naam voorzeker bij geen Nederlander onbekend is, welke op
+die nationaliteit prijs stelt. Dit is ~Jan Frederik Helmers~, die in
+zijn _Hollandsche natie_, een middelsoort tusschen het helden- en het
+lierdicht, den roem verheerlijkt, door het Nederlandsche volk behaald,
+zoowel te land als ter zee, op het veld der wetenschappen en op dat der
+fraaie kunsten.
+
+Een Nederlander, die zijn vaderland lief had, was Helmers. Niet minder
+deed dit ~Hendrik Tollens~ Cz., in 1780 geboren te Rotterdam, overleden
+te Rijswijk in 1856. Was Cats de eerste Nederlandsche volksdichter
+geweest, de eerenaam van de tweede te zijn geweest komt Tollens toe.
+Immers behalve zoo menige andere zang op onderwerpen van Nederlandsche
+historie, die dit mede bevestigt, getuigt hiervoor het door hem
+vervaardigde volkslied: "Wien Neêrlands bloed door de adren vloeit." Een
+groot aantal van 's dichters verzen zijn gewijd aan den huiselijken
+haard. De meest bekende zijner gedichten zijn: _het tafereel van den
+vierdaagschen zeeslag_, _Beilink_, _het turfschip van Breda_, enz. en op
+het gebied der beschrijvende poëzie: _het tafereel van de overwintering
+der Hollanders op Nova-Zembla_.
+
+Van de prozaschrijvers uit de eerste helft dezer eeuw behoort bovenal
+~Jan Hendrik van der Palm~ te worden aangehaald, hoogleeraar in de
+Oostersche talen te Leiden. Hij was de eerste prozaschrijver van zijn
+tijd. Onder zijn geschriften bekleeden _de Bijbelvertaling met
+aanteekeningen_, _de Bijbel voor de jeugd_ en _de Salomo_, een
+uitbreiding van de spreuken, een eerste plaats. In deze en andere zijner
+werken vindt men, bij diepte van gedachten, een krachtigen en rijk
+geschakeerden, doch ook helderen en lossen stijl. Onder al die werken
+staat geheel op zichzelf _het Geschied- en Redekunstig gedenkschrift van
+Nederlands herstelling_, dat heden ten dage meer om den vorm, dan om den
+inhoud, de aandacht trekt. Van der Palm, die hoogbejaard in 1841
+overleed, leefde te midden van een aantal uitstekende mannen op het
+gebied der letterkunde, als Kinker, Borger, Da Costa.
+
+Zullen de wijsgeerige, de dichterlijke en de taalkundige geschriften van
+~Johannes Kinker~ zijn naam lang voor de vergetelheid bewaren, alleen
+_de Ode aan den Rijn_ zal dien van ~El[=i]as Annes~ ~Borger~ doen
+voortleven. ~Izaäk da Costa~ is de voortreffelijkste van Bilderdijks
+leerlingen. Hij streed, als Bilderdijk, voor de rechtzinnige
+gereformeerde leer. Welk een gloed hij als dichter had, ziet men in zijn
+_Wachter, wat is er van den nacht?_, waarin hij de omkeeringen op
+staatkundig gebied van 't jaar 1848 voorspelt, in zijn _Slag bij
+Nieuwpoort_ en andere verzen. In 1860 overleden, was Da Costa een
+tijdgenoot van Bogaers, de Génestet, van Lennep en Beets, die, waar men
+van de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde gewaagt, in de eerste
+rijen staan. Als bewijs van het keurige dichttalent van ~Bogaers~ wordt,
+onder meer, doorgaans _De tocht van Heemskerk naar Gibraltar_
+aangehaald. ~De Génestets~ _Leekedichtjes_ zijn bij jong en oud bekend,
+evenzeer als de _Camera obscura_ van Hildebrand, d. i. ~Beets~. Van het
+genoemde viertal is Beets de eenige, die nog leeft. Bogaers werd in
+1870, de Génestet in 1861, van Lennep in 1868 door den dood weggerukt.
+~Van Lenneps~ werken zijn vooral gedichten en romans in proza. De
+laatste hebben hem gemaakt tot den gevierden schrijver, van wien elk
+iets heeft gelezen. Voor den beste dier romans houdt men _Ferdinand
+Huyck_.
+
+
+
+
+TIJDREKENKUNDIG OVERZICHT DER BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND.
+
+
+Jaren n. C.
+
+ =§ 1. _Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder
+ de heerschappij der Romeinen._=
+
+ Oorsprong der Zuiderzee 839.
+
+ De Dollard ontstaat 1277.
+
+ De Biesbosch ontstaat 18 Nov. 1421.
+
+ Men begint op het dijkwezen te letten ongev. 900 of 1200.
+
+ De Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de
+ Brukteren geraken onder de heerschappij der Romeinen 100-1 v. C.
+
+ ~Drusus~ onderwerpt de Friezen.
+
+ Opstand der Friezen.
+
+ Corb[)u]lo beteugelt hen 47.
+
+ Claudius Civ[=i]lis stelt zich aan 't hoofd van den opstand
+ der Bataven 69.
+
+ De Friezen, de Kaninefaten en andere stammen verbinden zich
+ met de Bataven.
+
+ Claudius Civ[=i]lis hernieuwt het verbond met Rome.--
+ ~Cere[=a]lis~ 70.
+
+
+ =§ 2. _De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen
+ worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het
+ leenstelsel en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._=
+
+ Herhaalde invallen der Franken, n.l. der Saliërs, in de
+ Nederlanden sinds ongev. 300.
+
+ Zij vestigen zich hier ongev. 361.
+
+ Nederland en België behooren tot Austrasië sedert 511.
+
+ De landstreek bij den IJsel is het gebied der Saksen
+ sedert ongev. 400-500.
+
+ Grenzen der Friezen.
+
+ De naam der Bataven en die der Kaninefaten verdwijnen sinds 400-500.
+
+ Onderwerping der Friezen aan Karel den groote 785.
+
+ ~Willebrord~, ~Wulfran~ en ~Winfried~ of ~Bonifacius~
+ bekeeren of doopen de Friezen.
+
+ Willebrord eerste bisschop onder de Friezen.
+
+ Ontmoeting van Wulfran met ~Radboud~ te Hoogwoude 719.
+
+ Dood van Bonifacius te Dokkum 5 Juni 755.
+
+ Kerkrechtelijke verdeeling dezer landen in den tijd der
+ Franken in bisdommen.--Staatsrechtelijke verdeeling in
+ hertogdommen, graafschappen, schoutambten.--Burgerlijke
+ verdeeling in volken of landen, elk land in _gouwen_, elke
+ gouw in _marken_.--De aloude marken.
+
+ Het land bestuurd door drie _hertogen_ en door _graven_.--
+ Oorspronkelijke beteekenis van 't woord "graaf".--
+ _Schepenen_.--Aan 't hoofd der schoutambten staan
+ _schouten_.--De standen der bevolking: _vrijen_, _liten_,
+ _slaven_ of _lijfeigenen_.
+
+ ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~ laten zich doopen.--Lodewijk
+ de vrome geeft Heriold Dorestad of _Duurstede_ en omstreken,
+ Roruk _Kennemerland_ en Hemming _Zeeland_ 826.
+
+ Einde van de heerschappij der Noormannen in deze streken 885.
+
+ Verdrag van Verdun.--Lothar[)i]us I verwerft bijna geheel
+ België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een
+ deel van Zeeland 843.
+
+ Het aandeel van Lothar[)i]us I komt aan Duitschland 870 en 879.
+
+
+ =§ 3. _Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van
+ andere streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij
+ dezer landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en
+ in het Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._=
+
+ De Nederlanden en België zijn een bestanddeel van
+ Lotharingen, en van Neder-Lotharingen sedert 965.
+
+ De meeste Nederlanden worden erfelijke leenen,
+ waarschijnlijk ongev. 800-1000.
+
+ Meerdere gouwen komen aan één graaf sedert 1000-1100.
+
+ Het geheele land verdeeld tusschen den graaf van Gelder,
+ dien van Holland en den bisschop van Utrecht 1100-1200.
+
+ In plaats van Neder-Lotharingen ontstaan, voor en na,
+ verschillende zelfstandige staten, als het hertogdom
+ _Brabant_, het markgraafschap _Namen_ en het graafschap
+ _Henegouwen_.
+
+ Het bisdom _Luik_.
+
+ Het graafschap _Limburg_ wordt een hertogdom sedert 1000-1100.
+
+ _Maastricht_ voor een gedeelte een bezitting van den
+ bisschop van Luik, voor een ander deel een op zichzelve
+ staande rijksstad.--Karel V scheidt deze stad van het
+ Duitsche rijk af en voegt ze aan Brabant toe.
+
+ Het graafschap _Luxemburg_ wordt een hertogdom 1354.
+
+ _Antwerpen_ is een markgraafschap van het Duitsche rijk en
+ wordt door den hertog van Brabant bestuurd 900-1000.
+
+ De heerlijkheid _Mechelen_ komt aan Vlaanderen 1357.
+
+ _Artois_ en _Kroon-Vlaanderen_ leenen van Duitschland.
+
+ Noordelijk Vlaanderen, _Rijks-Vlaanderen_, een leen van
+ Duitschland.
+
+ Hendrik II geeft Rijks-Vlaanderen in leen aan Boudewijn IV,
+ graaf van Vlaanderen, die Zeeland bewester Schelde wederom
+ in achterleen geeft aan Dirk III, graaf van Holland 1007.
+
+ Karel de eenvoudige geeft aan Dirk I eenige stukken grond 922.
+
+ ~DIRK~ III sticht een sterkte tusschen de Merwede en de oude
+ Maas.--Hendrik II doet hem tevergeefs den oorlog aan 1018.
+
+ De stad Dordrecht.
+
+ De naam "graaf van Holland" komt op.
+
+ De graaf van Holland tevens graaf van _Zeeland_ 1323.
+
+ _Gelderland_ bestaat uit de graafschappen Gelder en Zutfen.--
+ Eerste graaf van Gelder en Zutfen ~HENDRIK~ 1138.
+
+ Keizer Lodewijk verheft ~REINOUD~ II of ~den zwarte~ tot
+ hertog van Gelderland 1339.
+
+ De bisschop van Utrecht door de kanoniken van de vijf
+ kapittelkerken gekozen sedert 1122.
+
+ Friesland sedert Karel den groote beheerscht door graven.
+
+ De heerlijkheid _Westerwolde_.
+
+ Uitbreiding bij trappen der macht van den graaf van Holland.
+
+ _De beden._--_De privilegiën._
+
+
+ =§ 4. _Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._=
+
+ Huis van Holland 922 (1018)-1299.
+
+ Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk
+ V, Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I,
+ Floris IV, Willem II, Floris V, Jan I.
+
+ ~WILLEM~ II komt tegen de West-Friezen om bij ~Hoogwoude~ 1256.
+
+ ~Floris~ V bedwingt de Kennemerlanders.--Hij onderwerpt de
+ West-Friezen, de Waterlanders en de Drechterlanders 1282 en 1287.
+
+ ~DIRK~ VI belegert Utrecht.--~Herbert~--Dirk breekt het
+ beleg op ongev. 1145.
+
+ ~Floris~ III overlijdt te Antiochië 1190.
+
+ Willem, later ~WILLEM~ I, vecht mede voor Acre 1191.
+
+ Hij neemt Damiate in 1219.
+
+ Hij ontruimt het 1221.
+
+ _De Damiaatjes_ in de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem sinds 1550.
+
+ Dirk VII sterft.--Ada.--Ada door Adelheide uitgehuwd aan
+ ~Lodewijk~, graaf van Loon 1203.
+
+ Lodewijk uit Holland verdreven 1204.
+
+ Willem I wordt graaf.
+
+ Willem II, de stichter van 's Gravenhage, tot Roomsch koning
+ benoemd 1247.
+
+ Floris V beoorloogt de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en
+ ~Herman van Woerden~.
+
+ Gijsbrecht doet afstand van Muiden.
+
+ Herman doet afstand van Woerden.--De beide heeren doen
+ afstand van hun alodiën, die zij als leenen terugkrijgen.
+
+ ~Eduard~ I, koning van Engeland, verplaatst den stapel der
+ Engelsche wol van Dordrecht naar Brugge en Mechelen 1295.
+
+ Floris V sluit zich bij ~Philips IV~ of ~den schoone~ aan 1296.
+
+ ~Gerard van Velzen~ en de overige saamgezworenen dooden
+ Floris V 1296.
+
+ Jan.--~Wolfert van Borselen~ aan 't hoofd der regeering 1297.
+
+ Hij wordt te Delft omgebracht 1299.
+
+ Jan draagt het bewind voor vier jaren aan ~Jan van Avennes~
+ op.--Jan I sterft 1299.
+
+
+ =§ 5. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het
+ Beiersche huis._=
+
+ Instelling der _stad-_ of _stedehouders_ door ~JAN~ II.
+
+ De Vlamingen, aangespoord door Jan van Renesse, vallen in
+ Zeeland en Holland 1303.
+
+ Zij worden gestuit bij _het Manpad_ 1304.
+
+ De eer der zege komt toe aan ~Witte van Haamstede~ en Willem
+ van Oostervant.
+
+ ~WILLEM~ III~ de goede~ 1304-1337.
+
+ Waarschijnlijke invoering der beden.
+
+ Hij roept voor 't eerst, met de edelen, de schepenen der
+ steden van Holland en Zeeland op.
+
+ Verdrag van Willem III met Lodewijk I van Nevers, graaf van
+ Vlaanderen, bekrachtigd door Lodewijk van Beieren.--Lodewijk
+ ziet van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde af.--
+ De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland 1323.
+
+ Willem III geeft zijn dochter Margareta aan keizer Lodewijk
+ ten huwelijk.
+
+ ~WILLEM~ IV 1337-1345.
+
+ Hij komt om bij Stavoren 1345.
+
+ Lodewijk beleent ~Margareta~ met Holland, Zeeland en
+ Friesland 1346.
+
+ Margareta vertrekt naar haar graafschappen, doch keert
+ spoedig naar Beieren terug.
+
+ ~Willem~ wordt _verbeider_.
+
+ Lodewijk van Beieren sterft.--Karel IV keizer 1347.
+
+ Verdrag tusschen Margareta en Willem.--Zij erkent Willem als
+ graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland.--
+ Willem zal haar jaarlijks ongeveer 30,000 gl. en een zekere
+ som op eens betalen 1349.
+
+ Margareta herroept haar gift en begeeft zich naar
+ Henegouwen.
+
+ _Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_.
+
+ Het buskruit voor 't eerst hier te land gebruikt.
+
+ Margareta staat Holland, Zeeland en Friesland aan ~WILLEM~ V
+ af, die belooft, haar een jaargeld te zullen betalen.--Zij
+ behoudt Henegouwen 1354.
+
+ Margareta overlijdt te Quesnoi 1356.
+
+ Willem V gaat naar Quesnoi 1357.
+
+ Albrecht wordt _ruwaard_.
+
+ Willem V sterft.--~ALBRECHT~ 1389-1404.
+
+ Krijgstocht van Albrecht naar Friesland.
+
+ Hij huwt zijn dochter ~Margareta~ uit aan ~Jan zonder
+ vrees~, zijn zoon Willem aan Margareta, een dochter van
+ Philips den stoute.
+
+ Zijn jongste zoon ~Jan~ wordt bisschop van Luik.
+
+ In de meeste steden van Holland treden _burgemeesters_ met
+ een _raad_ op.
+
+ Albrecht sterft 1404.
+
+ WILLEM~ VI 1404-1417.
+
+ Hij richt een staand leger op.
+
+ Willem VI sterft 1417.
+
+ Jakoba van Beieren geboren 1401.
+
+ ~Jan van Touraine~ sterft 1417.
+
+ Geschillen tusschen Jakoba en ~Jan van Beieren~ of Jan zonder
+ genade.
+
+ Jakoba huwt ~Jan IV~, hertog van Brabant en Limburg,
+ markgraaf van Antwerpen, stichter van de hoogeschool te
+ Leuven 1418.
+
+ Verdrag van Jakoba met Jan van Beieren 1419.
+
+ Jan van Brabant verpandt Holland en Zeeland aan Jan van
+ Beieren 1420.
+
+ De staten van Brabant ontzetten Jan van Brabant van het
+ bewind.
+
+ Jakoba trouwt met ~Humphrey, hertog van Glocester~ 1422.
+
+ Jan van Beieren overlijdt 1425.
+
+ Philips de goede erfgenaam van Jan van Beieren.
+
+ Holland en Zeeland blijven Jan van Brabant getrouw.--
+ Henegouwen huldigt Humphrey en Jakoba.--Jakoba's troepen
+ vermeesteren Schoonhoven.--~Allaert Beilink~ wordt levend
+ begraven 1425.
+
+ Humphrey verlaat deze landen.--Jan van Brabant benoemt
+ Philips den goede tot ruwaard van Holland en Zeeland 1425.
+
+ Jan van Brabant sterft 1427.
+
+ Een geestelijk gerechtshof te Rome verklaart de
+ echtverbintenis met Glocester voor onwettig 1428.
+
+ _Verdrag te Delft_.--Philips de goede wordt erkend als
+ ruwaard en erfgenaam van Holland, Zeeland, Friesland en
+ Henegouwen; Jakoba zal niet hertrouwen, dan met toestemming
+ van haar moeder, van Philips en van drie stenden der landen;
+ zij zal een gedeelte trekken van de inkomsten der
+ graafschappen 1428.
+
+ ~Frank van Borselen~ wordt stadhouder van Philips over
+ Holland en Zeeland.--Hij huwt Jakoba, verliest het
+ stadhouderschap, doch wordt graaf van Oostervant.
+
+ Jakoba verliest de grafelijke waardigheid 1433.
+
+ Zij sterft 1436.
+
+
+ =§ 6. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische
+ huis._=
+
+ Jan zonder vrees wordt gedood op de Yonnebrug 1419.
+
+ ~PHILIPS DE GOEDE~ 1433-1467.
+
+ Hij verkrijgt Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-
+ Comté, Artois en Salins 1419.
+
+ Hij koopt Namen van graaf Jan III 1421.
+
+ Jan sterft.--Namen komt aan Philips 1429.
+
+ Hij erft van een neef Brabant, Limburg, Antwerpen 1430.
+
+ Jakoba staat hem Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen
+ af 1433.
+
+ Hij koopt Luxemburg en neemt het in bezit in 1451.
+
+ _De vroedschap en rijkheid._
+
+ Philips de goede richt _het hof van Holland_ op 1428.
+
+ Instelling van _den geheimen_ of _grooten raad_ 1455.
+
+ Vergadering der _Algemeene Staten_ te Brussel 25 April 1465.
+
+ De _dagvaart_ van Holland voor 't eerst _staten_ genoemd 1428.
+
+ De _zes_ steden dier staten: Dordrecht, Haarlem, Delft,
+ Leiden, Amsterdam, Gouda.--_'s Lands advocaat_.
+
+ Staten van Zeeland.--Drie leden, de abt van Middelburg, de
+ edelen en de vijf steden.
+
+ Instelling van _de orde van het gulden vlies_ 1430.
+
+ Uitvinding der boekdrukkunst òf door Laurens Janszoon Coster
+ van Haarlem, òf door Johan Gutenberg te Mains ongeveer 1455.
+
+ Willem Beukelszoon van Biervliet.--Hij sterft 1397.
+
+ _De buizen._
+
+ ~KAREL DE STOUTE~ 1467-1477.
+
+ Hij vestigt _den grooten raad te Mechelen_ 1474.
+
+ Hij richt een staand leger ruiterij op 1471.
+
+ Verdrag van Karel met ~Arnoud van Egmond~.--Arnoud verpandt
+ hem Gelderland voor 300,000 gl. en benoemt hem tot
+ erfgenaam 1471.
+
+ Bijeenkomst van Karel en Frederik III te Trier 1473.
+
+ Karel de stoute sneuvelt bij Nancy in een slag tegen Réné,
+ hertog van Lotharingen 1477.
+
+ ~MARIA~ 1477-1482.
+
+ Lodewijk XI vermeestert Bourgondië, bespringt Artois en
+ Picardië, zelfs Franche-Comté, bedreigt Vlaanderen.
+
+ Holland en Zeeland verkrijgen het _groot-privilegie_.
+
+ Maximiliaan wordt Maria's echtgenoot 1477.
+
+ Frankrijk geeft Franche-Comté en Artois, op eenige steden
+ na, terug 1493.
+
+ Maria sterft.--Maximiliaan wordt voogd voor Philips II of
+ den schoone 1482.
+
+
+ =§ 7. _Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het
+ Oostenrijksche huis._=
+
+ Opstand van Gent en Brugge.--Gevangenschap van Maximiliaan
+ te Brugge 1488.
+
+ ~Jan van Schaffelaar~ komt te Barneveld om 1482.
+
+ Einde van het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, alsmede
+ van den strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen 1492.
+
+ Maximiliaan wordt keizer van Duitschland 1493.
+
+ ~PHILIPS~ II of ~DE SCHOONE~ 1494-1506.
+
+ Bij zijn inhuldiging weigert hij het groot-privilegie te
+ erkennen.
+
+ Philips trouwt met ~Johanna~ 1496.
+
+ Dood van Isabella, koningin van Castilië 1504.
+
+ Philips aanvaardt het bewind over dit rijk, maar sterft 1506.
+
+ Maximiliaan wederom regent over de Nederlandsche staten.
+
+ Karel geboren te Gent 1500.
+
+ ~KAREL~ V aanvaardt het bewind over de Nederlandsche staten 1515.
+
+ Hij volgt Ferdinand II den katholieke te Arragon op 1516.
+
+ Hij wordt keizer van Duitschland 1519.
+
+ George van Saksen verkoopt hem zijn rechten op Friesland
+ voor 350,000 gl. 1515.
+
+ De Friezen erkennen hem als heer 1524.
+
+ ~Hendrik van Beieren~ staat hem de wereldlijke macht over
+ Utrecht en Overijsel af 1528.
+
+ Groningen erkent hem als heer des lands 1536.
+
+ Karel van Gelder staat hem de heerschappij over Drente af 1536.
+
+ ~Willem van Gulik~ en ~Kleef~ staan hem Gelderland af 1543.
+
+ De zeventien gewesten.
+
+
+ =§ _8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de
+ Middeleeuwen._=
+
+ De graaf van Gelder eigent zich eenige rechten der kroon
+ toe 1200-1300.
+
+ Lodewijk van Beieren benoemt ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~
+ tot hertog 1339.
+
+ Samensmelting der steden en edelen tot één lichaam van
+ landsstenden 1418.
+
+ De naam _staten_ komt in Gelderland in zwang 1477.
+
+ De hoofdsteden der vier kwartieren: Nijmegen, Roermond,
+ Zutfen, Arnhem.
+
+ Leden van den landdag: _de bannerheeren_, de ridderschappen,
+ de steden.
+
+ Stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd:
+ Gelder, Gulik en Egmond.
+
+ Graven uit _het huis Gelder_.
+
+ Reinald II graaf tot 1339.
+
+ Hertog Reinald II sterft 1343.
+
+ ~REINALD~ III volgt hem op.
+
+ Geschil tusschen hem en Eduard.--De partijschappen der
+ _Hekerens_ en _Bronkhorsten_.
+
+ Eduard wint den slag bij Tiel 1361.
+
+ Reinald staat hem den titel en de rechten van hertog af 1361.
+
+ Eduard sterft.--Reinald III wordt weder hertog en sterft 1371.
+
+ _Het huis Gulik_--~WILLEM~ I 1372.
+
+ Hij wordt hertog van Gulik.
+
+ ~REINALD~ IV.
+
+ Hij sterft 1423.
+
+ _Het huis Egmond_.--De landsstenden erkennen ~ARNOLD~ als
+ hertog 1423.
+
+ ~Adolf~, gesteund door ~Katharina van Kleef~, stelt zich aan
+ 't hoofd der misnoegden.
+
+ Adolf laat Arnold van het slot te Grave naar Buren voeren 9 Jan 1465.
+
+ Karel de stoute middelaar tusschen vader en zoon.--Hij laat
+ Adolf gevangen zetten 1471.
+
+ Arnold verpandt Gelderland voor 300,000 gl. aan Karel den
+ stoute 1471.
+
+ Hij sterft 1473.
+
+ Karel de stoute onderwerpt Gelderland 1473.
+
+ Karel de stoute sneuvelt.--Dood van Adolf van Gelder 1477.
+
+ De Gelderschen stellen ~KAREL~ van Gelder aan hun hoofd 1492.
+
+ Karel van Egmond bijna meester van geheel Gelderland 1513.
+
+ ~Maarten van Rossum~.
+
+ Karel van Egmond sterft 1538.
+
+ Willem van Gulik en Kleef staat Gelderland aan Karel V af 1543.
+
+
+ =§ 9. _Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+ Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen._=
+
+ De staten van Utrecht beschreven sinds 1400-1500.
+
+ Drie leden dezer staten: _de geëligeerden_, de edelen, de
+ stad Utrecht en wellicht mede de kleinere steden.
+
+ De naam Overijsel opgekomen 1400-1500.
+
+ Leden der staten: de ridders en de steden Deventer, Kampen,
+ Zwol.
+
+ _De kastelein_ of _burggraaf van Koevorden_.--_De landdag_
+ van Drente.--De ridders en _de eigenerfden_.--~HENDRIK VAN
+ BEIEREN~ staat de wereldlijke macht over Utrecht aan Karel V
+ af 1528.
+
+ Overijsel erkent Karel V, in plaats van Karel van Egmond,
+ als heer 1528.
+
+ Drente komt aan Karel V 1536.
+
+ De geschillen der _Schieringers_ en _Vetkoopers_ sedert omtrent 1300.
+
+ Zware watervloeden in Friesland.
+
+ Maximiliaan verpandt Friesland aan ~Albrecht van Saksen-
+ Meiszen~ voor 300,000 gl. en bevestigt hem in _het
+ erfpotestaatschap_ 1498.
+
+ Albrecht sterft.--~Hendrik~ en ~George~ 1500.
+
+ De Friezen roepen ~Karel, hertog van Gelderland~, in 1508.
+
+ George staat Friesland voor 350.000 gl. aan Karel V af 1515.
+
+ ~Groote Pier~.
+
+ Karel V heer van Friesland 1524.
+
+ ~Albrecht van Saksen-Meiszen~ door Maximiliaan tot heer van
+ Groningen benoemd 1499.
+
+ ~Karel, hertog van Gelderland~, in Groningen.
+
+ Groningen erkent Karel V als heer 1536.
+
+ De landsvergadering van Friesland.--De afgevaardigden van
+ Oostergo, Westergo en Zevenwouden.
+
+ _De grietmannen_.
+
+ Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo,
+ Westerkwartier.
+
+ Westerwolde een heerlijkheid tot 1795.
+
+ De Staten-Generaal leenheeren van Westerwolde sedert 1594.
+
+ De stad Groningen koopt die heerlijkheid voor ruim 140.000
+ gl. 1619.
+
+ De staten bestaan uit de eigenerfden en uit andere
+ afgevaardigden uit de drie kwartieren.--Later komt de stad
+ erbij.
+
+
+ =§ 10. _De Nederlanden onder het bewind van Karel V._=
+
+ Karel V heer van de zeventien Nederlandsche gewesten 1543-1555.
+
+ _De groote visscherij_ verschaft aan meer dan 20.000
+ huisgezinnen het onderhoud.--De haring jaarlijks op de
+ kusten van Engeland en Schotland gevangen 24 Juni-25 November.
+
+ 1500 haringbuizen, alleen uit Enkhuizen 140, loopen in zee.
+
+ _De pekelharing_.--_De bokking_.
+
+ De Noordsche compagnie sinds 1614.
+
+ 250 schepen uitgerust voor _de walvischvangst_ 1600-1700.
+
+ Antwerpen.--Meer dan 1000 vreemde handelshuizen.--De beurs
+ telt meer dan 5000 bezoekers.--Amsterdam.--Fabrieken.
+
+ Begin der Nederlandsche letterkunde ongeveer 1200.
+
+ ~Jakob van Maerlant~ en _de spiegel historiael_.
+
+ Het Vlaamsch.--_Reinaert de Vos_.
+
+ De Rederijkerskamers.
+
+ _Verdrag van Augsburg_.--Alle Nederlandsche gewesten zullen
+ geheel onafhankelijk van Duitschland zijn, maar onder de
+ hoede van dit rijk staan, mits een zeker aandeel in de
+ rijkslasten dragende 1548.
+
+ ~MARIA~ _gouvernante_ 1530.
+
+ _De raad van state_, _de geheime raad_ en _de raad van
+ financiën_ sedert 1531.
+
+ Oproer te Gent.--Karel vordert een bede ven 400,000 gl. van
+ Vlaanderen, welke Gent weigert mede te betalen.
+
+ Vonnis, door Karel over de stad geveld 1540.
+
+ ~Wessel Gansfort~, ~Rudolf Agric[)o]la~.--~Gerrit Gerritsz.~
+ of ~Desiderius Erasmus~ sterft 1536.
+
+ Meer dan Luthers stelsel verbreidt zich dat van Calvijn in
+ Nederland.
+
+ De Wederdoopers.--_De Doopsgezinden_ of _Mennonieten_.--
+ ~Menno Simons~ Roomsch priester te Witmaarsum tot 1536.
+
+ Hij is een tijdlang leerling van Ubbo Philips.
+
+ Karel V vaardigt elf plakkaten tegen de hervorming uit.
+
+ Inquisiteurs ingesteld 1522.
+
+ 50.000 menschen om des geloofs wille, naar men zegt, onder
+ Karels regeering ter dood gebracht.
+
+ Afstand en overdracht der Nederlanden aan Philips II te
+ Brussel 25 Oct. 1555.
+
+ Karel overlijdt in 't klooster Yuste 1558.
+
+ Karels natuurlijke kinderen: Margareta en Don Jan van
+ Oostenrijk.
+
+ Willem van Oranje.
+
+
+ =§ 11. _De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._=
+
+ ~Philips II~ 1555-1581.
+
+ ~Margareta van Parma~, getrouwd met Octavius Farnese, hertog
+ van Parma, landvoogdes der Nederlanden.--~Karel, baron van
+ Barlaimont~ president van den raad van financiën--~Viglius~
+ of ~Wigele~ van ~Aytta van Zuichem~ van den geheimen raad.--
+ Leden van den raad van state: ~Antonius Perenot~, de prins
+ van Oranje, ~Lamoraal, graaf van Egmond~, later de
+ ~Montmorency, graaf van Hoorne~.
+
+ Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en
+ Utrecht; Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne,
+ graaf van Aremberg, van Friesland, Groningen, Drente en
+ Overijsel; de baron van Barlaimont van Namen.
+
+ Twee liniën in het huis van Nassau sedert 1250.
+
+ De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_.
+
+ ~Willem~, een zoon van Willem den rijke van Nassau-
+ Dillenburg, geboren 1533.
+
+ Willem de rijke heeft vijf zonen: Willem, Jan den oude,
+ Lodewijk, Adolf en Hendrik.
+
+ Willem erft het prinsdom Oranje van zijn neef Réné.
+
+ Antonius Perenot geboren in Franche-Comté.
+
+ Paus Paulus IV vaardigt de bul over de bisdommen uit 1559.
+
+ De zaak zelve begint werkelijkheid te worden 1561.
+
+ Sommige zetels eerst bezet 1570.
+
+ 18 bisschopszetels opgericht, 3 aartsbisdommen en 15
+ bisdommen.
+
+ Perenot en ~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, wordt
+ aartsbisschop van Mechelen.
+
+ De vreemde troepen worden verwijderd 1560.
+
+ Viglius laat zich geheel door Granvelle leiden.
+
+ Willem, Egmond en Hoorne weigeren in den raad van state
+ zitting te nemen, zoolang Granvelle er komt.
+
+ Philips beveelt Granvelle het land te verlaten 1564.
+
+ Willem, Egmond en Hoorne nemen weder zitting in den raad van
+ state.
+
+ Egmond naar Spanje gezonden 1565.
+
+ _Het compromissum_ met ~Lodewijk van Nassau~ en ~Hendrik van
+ Brederode~ als hoofden 1565.
+
+ Drie- of vierhonderd edelen, leden van dit verbond, bieden
+ de landvoogdes een verzoekschrift aan.--De naam _geuzen_ 5 April 1566.
+
+ De _moderatie_ wordt _moorderatie_ genoemd.
+
+ ~Floris van Montmorency, baron van Montigny~, en ~Jan van
+ Glimes, markies van Bergen~, vertrekken als gezanten naar
+ Spanje 1566.
+
+ _De hagepreeken_ in zwang.
+
+ _De beeldenstorm_ 1566.
+
+ Oranje, Egmond en Hoorne staan de landvoogdes in de
+ vervolging der beeldenstormers getrouw ter zijde.
+
+ Margareta bewerkt de ontbinding van het compromissum en doet
+ het prediken der hervormden staken.
+
+ Egmond legt den eed van trouw aan den koning af.--Hoorne
+ onttrekt zich tegelijk aan 's konings dienst en aan de
+ bevordering van Oranje's plannen.
+
+ Willem neemt zijn ontslag als stadhouder van Holland,
+ Zeeland en Utrecht en gaat naar Duitschland.--Meer dan
+ honderd duizend lieden volgen hem.--Onder hen ~Philips van
+ Marnix~, heer van St. Aldegonde.
+
+ ~Maximiliaan Hennin, graaf van Boussu~, bij voorraad
+ stadhouder van Holland.
+
+ ~Alv[=a]rez de Tol[=e]do, hertog van Alva~, komt als
+ kapitein-generaal aan 't hoofd van een leger van ongeveer
+ 17,000 man in de Nederlanden 1567.
+
+
+ =§ 12. _De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._=
+
+ Alva heeft buitengewone volmacht.
+
+ Margareta verwerft haar ontslag en vertrekt naar Italië.--
+ Alva algemeen landvoogd 1567.
+
+ _De raad van beroerte_ of _bloedraad_ opgericht.
+
+ Egmond en Hoorne te Brussel ter dood gebracht 5 Juni 1568.
+
+ Standbeeld ter hunner eer in die stad opgericht 1864.
+
+ Montigny, op een vonnis van den bloedraad, in 't geheim in
+ Spanje geworgd 1570.
+
+ Bergen bezwijkt 1567.
+
+ ~Alva~ laat ~Philips Willem, graaf van Buren~, van Leuven
+ oplichten 1568.
+
+ Willem grijpt naar de wapens.--~Lodewijk van Nassau~
+ zegeviert bij ~Heiligerlee~.--Aremberg sneuvelt, maar ook
+ Adolf 1568.
+
+ Alva verslaat Lodewijk bij ~Jemmingen~ 1568.
+
+ Ontwerp van Alva omtrent de belastingen: een heffing voor
+ eens van 1 pct.; _de tiende penning_; _de twintigste
+ penning_.
+
+ Alva begint met Brussel 1572.
+
+ _De Watergeuzen._
+
+ De driekleurige vlag de nationale vlag der Nederlanden sedert 1572.
+
+ Elizabeth verbiedt haar onderdanen, den Watergeuzen te
+ verstrekken, wat zij behoeven.--Onder bevel van ~Lumey,
+ graaf van der Marck~, eischen zij Brielle op 1 April 1572.
+
+ Boussu beproeft vruchteloos de stad te hernemen.
+
+ Vlissingen staat op.--Veere voor de vrijheid gewonnen.--
+ Enkhuizen, Dordrecht, enz. volgen.--Vele steden van
+ Gelderland, Utrecht, Overijsel, Friesland nemen bezettingen
+ van den prins in.
+
+ _De vergadering van Dordrecht_ 19 Juli 1572.
+
+ Willem hier erkend als gouverneur-generaal en als stadhouder
+ van Holland, Zeeland en Utrecht.
+
+ Zutfen en Naarden openen de poorten voor Frederik 1572.
+
+ Haarlem insgelijks 1573.
+
+ Alkmaar houdt zich staande.
+
+ Alva vertrekt.--Hij heeft 18.600 menschen door de handen des
+ scherprechters laten ombrengen 1573.
+
+
+ =§ 13. _De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van
+ Don Jan van Oostenrijk.--De Unie van Utrecht._=
+
+ ~Don Louis de Requ[=e]sens~.
+
+ Middelburg geeft zich aan den prins over 1574.
+
+ De slag bij ~Mook~.--~Lodewijk~ en ~Hendrik van Nassau~
+ komen om 1574.
+
+ Het beleg van Leiden hervat.--~Jan van der Does~.--~Pieter
+ Adriaansz. van de Werff~ 1574.
+
+ De dijken doorgestoken en de sluizen opengezet.
+
+ De dag van 't ontzet 3 Oct. 1574.
+
+ De stad verwerft een hoogeschool.
+
+ Requ[=e]sens sterft 1576.
+
+ De raad van state aanvaardt het bewind na den dood van
+ Requ[=e]sens.--De raad van beroerten houdt op te bestaan 1576.
+
+ De Spanjaarden nemen Zierikzee bij verdrag in.--Opstand der
+ Spaansche troepen op Schouwen 8 Nov. 1576.
+
+ _De Spaansche furie._--Op Willems voorstel komen
+ afgevaardigden uit het meerendeel der Zuidelijke gewesten te
+ Gent bijeen.
+
+ _Pacificatie_ of bevrediging _van Gent_ 8 Nov. 1576.
+
+ ~Don Jan van Oostenrijk.~
+
+ _Het eeuwig edict_, niet onderteekend door Willem, Holland
+ en Zeeland Febr. 1577.
+
+ De verrassing van Namen 1577.
+
+ Willem wordt _ruwaard_ van Brabant.
+
+ Eenige edelen roepen ~Matth[=i]as~ in het land.--Matth[=i]as
+ door de algemeene staten tot landvoogd benoemd onder
+ beperkende voorwaarden 1578.
+
+ Matth[=i]as _'s prinsen griffier_.
+
+ De Algemeene Staten erkennen Don Jan niet langer als
+ landvoogd.
+
+ Willem van Oranje opgebracht in den Roomsch-katholieken
+ godsdienst.
+
+ Hij gaat tot den hervormden godsdienst, naar de begrippen
+ van Calvijn, over 1573.
+
+ ~Alexander Farnese~, hertog van Parma, komt in de
+ Nederlanden 1578.
+
+ Henegouwen, Artois, Douai, enz. keeren onder 's konings
+ gezag terug Jan. 1579.
+
+ _Verdrag van Atrecht_.
+
+ Don Jan sterft Oct. 1578.
+
+ _De Unie van Utrecht_ 22 en 23 Jan. 1579.
+
+ Zij wordt geteekend door ~Jan~, Holland, Zeeland, (met
+ uitzondering van Middelburg), Utrecht, de Ommelanden en een
+ deel van Gelderland 23 Jan. 1579.
+
+ Willem teekent Mei 1579.
+
+ De overige deelen van Gelderland treden toe 1579 en 1580.
+
+ Drente voegt zich bij de Unie April 1580.
+
+ Overijsel komt bij de Unie 1591.
+
+ Friesland sluit zich bij gedeelten aan 1579-1598.
+
+ Maurits brengt de stad Groningen bij de Unie 1594.
+
+ Antwerpen, Gent, Brugge voegen zich erbij.
+
+
+ =§ 14. _Van de Unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van
+ Zeven Vereenigde Nederlanden._=
+
+ ~George van Lalaing, graaf van Rennenberg~, teekent de
+ Unie.--Hij valt van haar af en brengt de stad Groningen,
+ Drente en een deel van Overijsel onder de Spaansche
+ heerschappij terug.--Steenwijk blijft behouden 1580.
+
+ Rennenberg sterft 1581.
+
+ Ban van Philips over Willem opgemaakt.
+
+ Dit stuk afgekondigd in de Nederlanden Aug. 1580.
+
+ Afzwering van Philips II in den Haag door de Algemeene
+ Staten 26 Juli 1581.
+
+ Holland draagt Willem de hooge overheid op.--De overige
+ gewesten bekleeden ~Frans van Anjou~ met het oppergezag 1581.
+
+ Matth[=i]as verlaat het land 1581.
+
+ Anjou komt in de Nederlanden 1581.
+
+ Zijn macht aan banden gelegd.--Zijn titel is hertog van
+ Gelderland en Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz.
+
+ ~Jan Jaureguy~, een bediende van ~d'Anastro~, wondt den
+ prins te Antwerpen Maart 1582.
+
+ Anjou's troepen bemachtigen Duinkerken, enz. Jan. 1583.
+
+ _De Fransche furie_ te Antwerpen.
+
+ Anjou sterft 1584.
+
+ ~Balth[)a]sar Gerard~ of ~Guyon~.
+
+ Hij, de zesde, die Willem van Oranje naar het leven staat,
+ doodt den prins te Delft 10 Juli 1584.
+
+ Hij wordt ter dood gebracht.
+
+ Parma verovert Maastricht 1579.
+
+ Hij verovert Vlaanderen.
+
+ Hij neemt de meeste steden van Brabant.
+
+ Marnix van St. Aldegonde verdedigt Antwerpen veertien
+ maanden lang.
+
+ Antwerpen geeft zich bij verdrag aan Parma over 17 Aug. 1585.
+
+ De scheiding van 't Zuiden en 't Noorden voltooid.
+
+ Onderhandelingen van Holland om Willem tot "graaf van
+ Holland en Zeeland" te verheffen.--Gouda en Zeeland toeven.
+
+ ~Willem Lodewijk~ stadhouder van Friesland.
+
+ De Algemeene Staten richten een nieuwen raad van state op en
+ stellen ~Maurits~ aan 't hoofd hiervan.
+
+ De Staten-Generaal dragen de oppermacht over deze landen aan
+ Hendrik III op.--Hetzelfde aanbod aan Elizabeth gedaan.--Zij
+ zendt hulp tegen het bezetten van Brielle, Vlissingen en
+ Rammekens 1585.
+
+ ~Robert Dudley, graaf van Leicester~, verschijnt aan 't
+ hoofd van hare troepen Dec. 1585.
+
+ De Staten-Generaal bekleeden Leicester met de algemeene
+ landvoogdij.
+
+ ~MAURITS~ stadhouder van Holland en Zeeland 1585-1625.
+
+ ~JOHAN VAN OLDENBARNEVELT~ _advocaat van den Lande_.
+
+ Een verbod van uitvoer maar 's vijands land uitgevaardigd.
+
+ Leicester vertrekt naar Engeland 1586.
+
+ De Staten-Generaal wijzigen het plakkaat over den handel.
+
+ De leer van de souvereiniteit der staten komt op.
+
+ Leicester keert naar de Nederlanden terug 1587.
+
+ Leicesters poging om Maurits en Oldenbarnevelt op te lichten
+ mislukt.
+
+ Zijn aanslag op Amsterdam slaagt evenmin.
+
+ Noord-Holland verklaart zich tegen Leicester, op Medemblik
+ en Hoorn na.
+
+ Door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, gaat hij voor goed
+ naar Engeland 1587.
+
+ Er komt een andere bevelhebber der Engelsche troepen.
+
+
+ =§ 15. _De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+ Nederlanden._=
+
+ De medewerking der staten tot de regeering in Holland begint 1572.
+
+ De medewerking der Algemeene Staten tot de regeering begint 1576.
+
+ De staten der verschillende gewesten nemen zelven de hooge
+ overheid in handen.--Vestiging van de Republiek der
+ Vereenigde Nederlanden 1588.
+
+ _Gelderland_.--Drie kwartieren: Nijmegen, Zutfen en Arnhem.
+
+ De bannerheeren niet meer als afzonderlijk lid gedoogd.
+
+ Leden der staten: de edelen of ridderschap en de steden.--
+ Elk kwartier heeft één stem.
+
+ _Holland_.--Negentien stemmen, de edelen één, de steden
+ achttien.
+
+ Zes groote en twaalf kleine steden.--_De pensionarissen_.
+
+ _Het hof van Holland._
+
+ _De hooge raad_ opgericht 1582.
+
+ Zeeland aan het rechtsgebied van dien raad onderworpen.
+
+ _De advocaat van den lande._--Hij heet _raadpensionaris_ sedert 1630.
+
+ Zijn werkkring.
+
+ _Zeeland_.--_De eerste edele_ en zes steden.--Zeven
+ stemmen.--De abt van Middelburg geraakt uit de vergadering
+ der staten.
+
+ De waardigheid van eerste edele komt later achtereenvolgens
+ aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem
+ IV, Willem V.
+
+ _Utrecht_.--Drie leden en drie stemmen.--_De geëligeerden_,
+ de edelen en de stad Utrecht, benevens een paar kleinere
+ steden.
+
+ _De secretaris van staat._
+
+ _Friesland_.--Vier kwartieren: Oostergo, Westergo,
+ Zevenwolde en de elf steden.--_De landdag_.--Elk kwartier
+ heeft één stem.
+
+ _Overijsel_.--Twee leden: de edelen uit de kwartieren
+ Salland, Twente en Vollenhoven, en de steden Deventer,
+ Kampen en Zwol.--De ridderschap stemt hoofd voor hoofd; elke
+ stad heeft één stem.
+
+ _Groningen_.--Twee leden en twee stemmen; de stad en de
+ Ommelanden.--Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo,
+ Fivelingo en 't Westerkwartier.--Bij staking van stemmen
+ beslist de stadhouder.
+
+ _Drente_.--Twee leden, niet meer dan achttien ridders en
+ zes-en-dertig eigenerfden, en drie stemmen.
+
+
+ =§ 16. _Vervolg._=
+
+ _De Staten-Generaal_.--Zeven stemmen.
+
+ De werkkring van den raad van state beperkt tot het beheer
+ der krijgszaken en van de financiën sedert 1593.
+
+ De unie van Utrecht de grondslag der Staten-Generaal.--Dit
+ lichaam bestaat slechts uit de afgevaardigden van de staten
+ der zeven gewesten na 1585.
+
+ Drente uitgesloten.
+
+ Vraag omtrent de overstemming en art. 9 der unie.
+
+ _De raad van state_ telt twaalf leden, buiten de
+ stadhouders.--Hoofdelijke stemming.
+
+ De aandeelen in de algemeene lasten.
+
+ _De admiraliteit._
+
+ Vijf collegiën, dat van de Maas, van Amsterdam, van
+ Middelburg, van Noord-Holland, òf te Hoorn, òf te Enkhuizen,
+ dat van Dokkum, hetwelk naar Harlingen wordt verplaatst in 1645.
+
+ De admiraal-generaal voorzitter der vijf collegiën en van
+ ieder in 't bijzonder.
+
+ _De stadhouder_ of _gouverneur_.
+
+ De gouverneur vanwege de Staten-Generaal _kapitein-generaal_
+ en _admiraal_.--De gouverneur veelal kapitein-generaal van
+ het gewest.--Hij verkiest uit voordrachten der vroedschappen
+ de leden dezer lichamen.
+
+ In Friesland afzonderlijke stadhouders tot 1748.
+
+ Doorgaans is die van Friesland het tevens van Groningen en
+ Drente.--De gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland,
+ Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder benoemd.
+
+ Einde der stadhouderlooze tijdperken in de vijf
+ laatstgenoemde gewesten 1672, 1747.
+
+ Het stadhouderschap en de overige waardigheden erfelijk
+ verklaard in het huis van Oranje-Nassau, ook in de
+ vrouwelijke linie 1747.
+
+
+ =§ 17. _De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De
+ afstand van Nederland door Philips II.--De eerste zeeslagen van den
+ tachtigjarigen oorlog._=
+
+ Philips II verkrijgt de heerschappij over Portugal 1580.
+
+ Sixtus V schenkt Engeland aan de kroon van Spanje 1587.
+
+ _De arm[=a]da_.--~Alonzo Peter de Guzman~, hertog van
+ ~Med[=i]na-Sidonia~.
+
+ Nederlaag der arm[=a]da door de Engelsche vloot en daarop
+ door de Engelschen en de Nederlanders.--Terugtocht.--Een
+ derde keert terug Oct. 1588.
+
+ Zeeland slaat een gedenkpenning.
+
+ ~MAURITS~ 1590-1625.
+
+ Maurits wordt stadhouder van Utrecht en Overijsel 1590.
+
+ Hij wordt het van Gelderland 1591.
+
+ ~OLDENBARNEVELT~.
+
+ Maurits verrast Breda 1590.
+
+ Hij verovert Zutfen 30 Mei 1591.
+
+ Deventer geeft zich over Juni 1591.
+
+ Delfzijl overrompeld.--Nijmegen gaat over.
+
+ Steenwijk en Koevorden vallen 1592.
+
+ Geertruidenberg veroverd 1593.
+
+ Groningen geeft zich over aan Maurits en Willem Lodewijk.
+ 24 Juli 1594.
+
+ Voorwaarden: alleen de hervormde godsdienst; de stad en de
+ Ommelanden één gewest met Willem Lodewijk als stadhouder.
+
+ Drente verkiest Willem als stadhouder 1595.
+
+ Parma sterft 1592.
+
+ ~Albert van Oostenrijk~.
+
+ Philips Willem komt in deze landen terug.--Hij vestigt zich
+ te Breda.
+
+ Maurits behaalt de zege bij ~Turnhout~.--Maurits heeft 1000
+ ruiters en verliest 10 man.--2000 dooden en 500 gevangenen 1597.
+
+ Philips II schenkt de Nederlanden aan ~Isabella~ en
+ ~Albert~.--_De aartshertog_ en _de infante_.--Het Zuiden en
+ het Noorden gaan voor goed uiteen.
+
+ Philips II sterft.--Philips III 1598.
+
+ Nieuw verdrag van Nederland en Engeland.
+
+ _De aartshertogen_.--Ondernemingen van Noord-Nederland tegen
+ Duinkerken.--Maurits scheept zich in met een leger van
+ ongeveer 15,000 man.--De aartshertog heeft 12,000 man.--Zege
+ van Maurits bij ~Nieuwpoort~ 2 Juli 1600.
+
+ Woordenwisseling tusschen Maurits en Oldenbarnevelt te
+ Nieuwpoort.
+
+ Ostende drie jaren lang verdedigd.--~Ambrosius Spin[)o]la~
+ verovert het 1604.
+
+ De oorlog te land gestaakt 1607.
+
+ ~Reinier Klaassens~ vliegt bij ~St. Vincent~ in de lucht 1606.
+
+ Zege van ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~.--
+ Hij komt om 1607.
+
+
+ =§ 18. _Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische
+ compagnie._=
+
+ Elizabeth sterft 1603.
+
+ Jakob I sluit vrede met Spanje 1604.
+
+ Versperring der Schelde voor de Engelsche schepen.
+
+ Philips III verbiedt allen handel van Nederland op zijn staten 1598.
+
+ Onderhandelingen tusschen de aartshertogen en de Republiek 1607.
+
+ Twee vorderingen van den vijand maken den vrede
+ onmogelijk.--Hendrik IV zendt gezanten.
+
+ _Wapenstilstand te Antwerpen_.--De aartshertogen verklaren,
+ ook uit naam van den koning van Spanje, de Vereenigde
+ gewesten voor onafhankelijk.--Het bestand zal twaalf jaren
+ duren.--Ieder zal behouden, wat hij heeft April 1609.
+
+ Eenige schepen naar het Noorden gezonden 1594 en 1595.
+
+ Amsterdam rust een paar schepen uit.--~Willem Barentsz.~ en
+ ~Heemskerk~ op Nova-Zembla.--Barentsz. bezwijkt 1596.
+
+ _Maatschappij van verre_ te Amsterdam.--~Cornelis Houtman~
+ waarschijnlijk door haar naar Lissabon gezonden.--Pieter
+ Dirksz. Keyser en Cornelis Houtman lichten met vier schepen
+ te Texel het anker 2 April 1595.
+
+ Zij landen te Bantam Juni 1596.
+
+ Talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in
+ Holland als in Zeeland.
+
+ ~Olivier van Noort~ stevent den aardbol om 1598.
+
+ Oprichting van _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_.--
+ _Monopolie_, haar door de Staten-Generaal verleend.--
+ Kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen.--_Zes kamers:_
+ Amsterdam met 1/2, Zeeland (te Middelburg) met 1/4, Delft,
+ Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn elk met 1/16 van den inleg 1602.
+
+ _73 bewindhebbers_, wier getal kan dalen tot 60.--_De
+ vergadering van zeventienen._--Rechten der compagnie.
+
+ De Portugeezen geven het kasteel op _Amboina_ over 1605.
+
+ De compagnie vestigt zich ten deele op _Ternate_, _Timor_ en
+ de overige Molukken.--~Pieter Both~ eerste _gouverneur-
+ generaal_ 1610.
+
+ Zijn verblijf is op Ternate.--_De raad van Indië._--~Jan
+ Pietersz. Coen~.--Coen verovert Jak[)a]tra en verheft de
+ factorij onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats 1619.
+
+ De compagnie verwerft _Form[=o]sa_ en bouwt er Zelandia 1624.
+
+ Samenzwering van Engelsche kooplieden op Amboina.--Tien ter
+ dood gebracht 1523.
+
+
+ =§ 19. _De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand
+ schokken._=
+
+ ~Jakob Arminius~ wordt hoogleeraar te Leiden 1603.
+
+ _De praedestinatie_.
+
+ ~Franciscus Gomarus~.
+
+ Arminius sterft 1609.
+
+ _De Remonstranten_, naar _de remonstrantie_ zoo geheeten,
+ sedert 1610.
+
+ _De Contra-Remonstranten_.
+
+ Willem Lodewijk de raadsman van Maurits.--Jakob I staat de
+ Contra-Remonstranten voor 1616.
+
+ Engeland geeft, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van
+ ruim 1/3 der toen nog verschuldigde som, de pandsteden aan
+ de Republiek terug 1615.
+
+ Maurits gaat naar de Kloosterkerk 1617.
+
+ ~François van Aerssen~, heer van Sommelsdijk, op verzoek van
+ Lodewijk XIII, als gezant uit Frankrijk teruggeroepen 1613.
+
+ Hij wordt een van het zeven- of achttal.
+
+ Oldenbarnevelt is tegen het opdragen van hooger gezag aan
+ Maurits.
+
+ Jakob I raadt het houden eener _nationale synode_ aan.
+
+ De meeste provinciën de zaak der Contra-Remonstranten
+ toegedaan.
+
+ Utrecht en Holland grootendeels voor de Remonstranten.
+
+ _De scherpe resolutie_, door de meerderheid der staten van
+ Holland genomen 4 Aug. 1617.
+
+ _Waardgelders_.
+
+ Geheel getal voor Holland 1800.--De staten van Utrecht nemen
+ er ruim zeshonderd aan.
+
+ Twee besluiten der Staten-Generaal Juni 1618.
+
+ De deputatie der Staten-Generaal met Maurits komt te
+ Utrecht 25 Juli 1618.
+
+ Maurits dankt op de Neude de waardgelders af 31 Juli 1618.
+
+ Hij verandert de vroedschap der stad Utrecht.--~Gillis van
+ Ledenberg~ neemt zijn ontslag als secretaris der staten.
+
+ Plakkaat der Staten-Generaal, goedgekeurd door de zes
+ provinciën en zes steden uit Holland, aangaande de afdanking
+ der waardgelders 21 Aug. 1618.
+
+ Twee geheime besluiten der Staten-Generaal 28 en 29 Aug. 1618.
+
+ De luitenant van de lijfwacht des stadhouders neemt
+ Oldenbarnevelt gevangen.--De Groot, Hogerbeets en Ledenberg
+ gekerkerd 29 Aug. 1618.
+
+ De prins kiest andere leden in de vroedschappen van Hollands
+ steden Sept. 1618.
+
+ De drie gevangenen verhoord ten overstaan eener commissie
+ uit de Staten-Generaal.--Ledenberg heeft zich reeds gedood.
+
+ Vier-en-twintig buitengewone rechters benoemd.
+
+ Hogerbeets pensionaris van Leiden sinds Oct. 1617.
+
+ Vonnissen, over de drie geveld.
+
+ Oldenbarnevelt onthoofd 13 Mei 1619.
+
+ _De nationale synode te Dordrecht_ 13 Nov. 1618.
+
+ Veroordeeling van de gevoelens der Remonstranten 6 Mei 1619.
+
+ _De akte van stilstand_.
+
+ De synode stelt de voornaamste leerstukken der Nederlandsche
+ hervormde kerk vast.
+
+ _De Staten-overzetting_ of _Statenbijbel voltooid_ 1635.
+
+
+ =§ 20. _De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting
+ der West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en
+ zijn dood._=
+
+ Hogerbeets en de Groot naar Loevestein overgebracht Juni 1619.
+
+ Hogerbeets wordt vergund, een buitenhuis nabij Wassenaar te
+ gaan bewonen 1625.
+
+ Hugo de Groot ontsnapt.--~Maria van Reigersbergen~ en Elsje
+ van Houweningen Maart 1621.
+
+ Philips Willem sterft en laat Maurits al zijn bezittingen,
+ ook Oranje na 1618.
+
+ Vervolging der Remonstranten.--Tweehonderd hunner
+ predikanten afgezet.--Ten minste tachtig verbannen.
+
+ Door toedoen van Maurits worden Reinier van ~Groeneveld~ en
+ ~Willem van Stoutenburg~ van hun ambten ontzet.
+
+ Willem Lodewijk sterft 1620.
+
+ ERNST KASIMIR stadhouder van Friesland 1620-1632.
+
+ Groningen en Drente nemen Maurits 1620.
+
+ Oprichting der _West-Indische compagnie_ bij vergunning,
+ voor vier-en-twintig jaren door de Staten-Generaal verleend
+ 3 Juni 1621.
+
+ Eerste inleg [f] 7,200,000.--_Vijf kamers_: Amsterdam met
+ 4/9, Zeeland met 2/9, Rotterdam, Noord-Holland en die van
+ Friesland met Groningen, elke met 1/9 aandeel.--_Vier-en-
+ zeventig bewindhebbers_.--_De generale vergadering_ bestaat
+ uit 19 leden.
+
+ _Nieuw-Nederland_ en _Nieuw-Amsterdam_ 1626.
+
+ Albert overlijdt.--De Zuidelijke Nederlanden vallen terug
+ aan Philips IV.--Isabella landvoogdes 1621.
+
+ Isabella sterft 1633.
+
+ Maurits' aanslag op Antwerpen mislukt 1624.
+
+ Spin[)o]la verovert Breda 1625.
+
+ Samenzwering tegen het leven van Maurits.--Stoutenburg
+ vlucht en treedt in dienst van het Zuiden.--Vijftien
+ personen onthoofd, o. a. Reinier van Groeneveld 1623.
+
+ Frederik Hendrik trouwt met ~Amalia van Solms~ 1625.
+
+ Maurits sterft, oud 58 jaren 23 April 1625.
+
+
+ =§ 21. _Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._=
+
+ _De stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde partij_.
+
+ FREDERIK HENDRIK stadhouder van vijf gewesten.--De Staten-
+ Generaal dragen hem de waardigheid van kapitein-generaal en
+ admiraal op 1625-1647.
+
+ Groningen en Drente verkiezen den stadhouder van Friesland 1625.
+
+ De Remonstranten stichten te Amsterdam _een seminarium_ 1630.
+
+ _Het athenaeum_ te Amsterdam gesticht 1632.
+
+ Hugo de Groot bezoekt zijn vaderland 1631.
+
+ Hij moet weder vertrekken.
+
+ Hij wordt gezant van Christ[=i]na aan 't Fransche hof 1634.
+
+ Hij sterft te Rostock 1645.
+
+ Raadpensionarissen van Holland: ~Antonie Duik~, ~Adriaan
+ Pauw~.--~Jakob Cats~.
+
+ De prins neemt Grol in 1627.
+
+ Hij rukt met een leger tegen 's Hertogenbosch op.--Een
+ Spaansch en een Duitsch leger doen een inval in de Veluwe.--
+ De stadhouder van Friesland aan 't hoofd van een
+ verdedigingsleger gesteld.--Een paar duizend man
+ Nederlandsche troepen verrassen Wezel.--De vijanden
+ ontruimen het grondgebied der Republiek.--'s Hertogenbosch
+ geeft zich, na vier maanden, bij verdrag over 1629.
+
+ Frederik Hendrik en Ernst Kasimir dwingen Venlo en Roermond
+ zich over te geven.--Maastricht belegerd 1632.
+
+ De vijand herneemt Venlo en Roermond.
+
+ Ernst Kasimir gewond voor Roermond.--Hij sterft.--~HENDRIK
+ KASIMIR~ 1632-1640.
+
+ Verdrag met Maastricht.--De hervormde godsdienst wordt er
+ toegelaten.--De bisschop van Luik behoudt er zijn oude
+ voorrechten 1632.
+
+ ~Loncq~ vermeestert Olinda en het Recif 1630.
+
+ ~Piet Hein~ bemachtigt in ~de baai van Matanzas~ de
+ Spaansche zilvervloot.--De waarde der kostbaarheden op ruim
+ 11-1/2 millioen geschat.--Uitdeeling van 50 pct. aan de
+ deelhebbers 1628.
+
+ De West-Indische compagnie bezit in Brazilië de streek
+ tusschen de rivier St. Francisco en Rio Grande 1636.
+
+ ~Johan Maurits van Nassau~ landvoogd van Nederlandsch
+ Brazilië 1636.
+
+ De compagnie bezet St. Eustatius 1639.
+
+ Johan Maurits verovert St. George del Mina 1637.
+
+ Portugal herneemt zijn zelfstandigheid 1640.
+
+ De compagnie roept Johan Maurits terug 1644.
+
+ Het Recif en eenige forten gaan aan Portugal over 1654.
+
+ De Staten-Generaal verklaren Portugal den oorlog.
+
+ _Vrede te 's Gravenhage_.--Nederland doet voor 4,000,000
+ _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) afstand van Brazilië 1661.
+
+ De vrede wordt bekrachtigd 1663.
+
+ Frederik Hendrik leidt met een negental leden der Staten-
+ Generaal de buitenlandsche staatkunde.
+
+ _Aanvallend en verdedigend verbond_ met Frankrijk 8 Febr. 1635.
+
+ Philips IV rust een arm[=a]da uit.--67 schepen, o. a. 33
+ _galjoenen_.--~Don Antonio d'Oquendo~.
+
+ ~Maarten Harpertszoon Tromp~ levert hem met ruim honderd
+ schepen slag bij ~Duins~ en behaalt de zege.--Dertien
+ Spaansche schepen ontsnappen uit Duins.--Achttien keeren
+ terug 21 Oct. 1639.
+
+ Hendrik Kasimir sterft.--Frederik Hendrik wordt stadhouder
+ van Groningen en Drente 1640.
+
+ ~WILLEM FREDERIK~ stadhouder van Friesland 1640-1664.
+
+ Hij trouwt met Albertine Agnes 1652.
+
+ Willem wordt verloofd met ~Maria~ 1641.
+
+ Hij trouwt met haar 1644.
+
+ Frederik Hendrik, oud 63 jaren, sterft 14 Maart 1647.
+
+
+ =§ 22. _De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._=
+
+ Er is sprake van vrede sedert 1641.
+
+ Ferdinand III.--De gezanten van Zweden en van de
+ protestantsche rijksvorsten komen bijeen _te Osnabrück_, die
+ der Roomsch-katholieke staten _te Munster_.
+
+ Het congres wordt geopend April 1645.
+
+ Zeeland en Utrecht er tegen, dat men, buiten Frankrijk,
+ vrede sluit.--_De Westphaalsche vrede_ geteekend 30 Jan. 1648.
+
+ Uitwisseling der _ratificatiën_ te Munster 15 Mei 1648.
+
+ Zeeland treedt toe 30 Mei 1648.
+
+ Art. 1 van den vrede: De Vereenigde Nederlanden als vrije en
+ onafhankelijke landen erkend.--Art. 3 en 5: De Staten-
+ Generaal behouden hun veroveringen; de Spanjaarden beperken
+ zich tot de vaart op Oost-Indië, gelijk zij nu is.--Art. 14:
+ Sluiting der Schelde.
+
+ _De generaliteitslanden_: Staats-Vlaanderen, Staats-Brabant
+ met Maastricht en Staats-Limburg of de landen van Overmaas.
+
+ Staats-Brabant poogt vruchteloos, als achtste gewest, tot de
+ Generaliteit te worden toegelaten.
+
+ De regeering van Maastricht tweeheerig.
+
+ Art. 14 van den vrede: de schepen moeten op de Schelde
+ inkomende en uitgaande rechten betalen en hun lading in
+ Nederlandsche binnenschepen laten brengen.--_De uitlegger_
+ bij Lillo.
+
+ De Beemster, de Purmer en de Wormer gewonnen 1600-1700.
+
+ Leeghwater.
+
+ De handel op de Levant.--Smyrna.--Handel op Rome, Venetië,
+ Sicilië, Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz.
+
+ Handel op Frankrijk.--De waarde van alles, wat Frankrijk aan
+ Nederland levert, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. 1658.
+
+ Handel op Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en de
+ Oostzee.
+
+ De Oostzee jaarlijks bevaren door vierduizend Nederlandsche
+ schepen.
+
+ Handel langs den Rijn, op Duitschland en Zwitserland.--De
+ waarde van den handel op den Rijn jaarlijks geschat op
+ honderd millioen.
+
+ Handel op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britannië,
+ Spanje en Portugal.--De handel in diamanten.
+
+ _De vrachtvaart_.--De koopvaardijvloot van Nederland
+ talrijker dan de schepen van alle volken van Europa
+ tezamen.--De nijverheid.
+
+ Amsterdam.
+
+ Het nieuwe stadhuis, gebouwd o. a. door ~Jakob van Kampen~, 1648, enz.
+
+ Coen keert naar het vaderland terug 1622.
+
+ Hij wordt op nieuw gouverneur-generaal 1627.
+
+ ~Antonie van Diemen~ verovert een fort van Ceylon op de
+ Portugeezen 1638.
+
+ Malakka gaat van Portugal op de compagnie over 1641.
+
+ Japan breekt de buitenlandsche betrekkingen af, behalve met
+ Sina en met de compagnie.--De factorij der compagnie te
+ _Desima_.
+
+ Verdraagzaamheid op 't stuk van den godsdienst.
+
+ De Roomsch-katholieken hebben geen volledige vrijheid van
+ eeredienst.
+
+ In Holland en Zeeland vele leden der Waalsche kerk.--
+ Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen, Joden.
+
+ Zware belastingen.
+
+ Het athenaeum te Franeker, door Willem Lodewijk en de staten
+ van Friesland gesticht 1585.
+
+ De universiteit van Groningen door de staten van 't gewest
+ gegrondvest 1614.
+
+ De stad Utrecht sticht een academie 1636.
+
+ De provinciale academie te Harderwijk sedert 1647.
+
+ Latijnsche scholen.
+
+ De lagere scholen staan onder de leiding der kerk.--In de
+ heerlijkheden bezit de heer er ook grooten invloed op.
+
+ ~Marnix van St. Aldegonde~ schrijver van _den Bijenkorf der
+ heilige Roomsche kerk_.--Amsterdamsche Rederijkerskamer "in
+ liefde bloeiende".
+
+ ~Pieter Cornelisz. Hooft~, drossaart of drost van Muiden,
+ schrijft _Gerard van Velzen_.
+
+ Hooft, eigenlijk de eerste Nederlandsche geschiedschrijver,
+ stelt _de Nederlandsche historiën_ te boek, loopende over 1555-1587.
+
+ Hooft sterft 1647.
+
+ ~Joost van den Vondel~ 1587-1679.
+
+ Reien: de lofzang in den _Lucifer_ en die der Amsterdamsche
+ maagden in den _Gijsbrecht van Amstel_.
+
+ ~Jakob Cats~, geboren te Brouwershaven.--_Ouderdom en
+ Buitenleven_, _het huwelijk_.
+
+ Dood van Cats 1660.
+
+ ~Constantijn Huygens~.--_De korenbloemen_.
+
+ ~Rembrandt~ 1608-1659.
+
+ "De nachtwacht."
+
+
+ =§ 23. _Het stadhouderschap van Willem II._=
+
+ De Staten-Generaal erkennen Karel II als koning.--Zij
+ weigeren gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche
+ Republiek.
+
+ ~WILLEM II~ volgt zijn vader in zijn bedieningen op, ook in
+ het stadhouderschap van Groningen en Drente 1647, 1648.
+
+ Hij zoekt de Staten-Generaal tevergeefs te bewegen, zich
+ voor Karel I in de bres te stellen.--Holland en Zeeland zijn
+ er tegen.
+
+ Ongunstige toestand van Hollands financiewezen.
+
+ Tegen het goedvinden van den raad van state, van de
+ Staten-Generaal en den prins ontslaan de staten van Holland
+ een aantal manschappen.
+
+ Aanvrage der Staten van Holland, om vijftig compagnieën
+ vreemdelingen af te danken, alsmede de helft der ruiterij.
+
+ Besluit der staten van Holland om voort te gaan met de
+ afdanking 30 Mei 1650.
+
+ Brieven gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig
+ compagnieën voetvolk en twaalf eskadrons ruiterij.
+
+ Buitengewone vergadering der Staten-Generaal, van den raad
+ van state en de beide stadhouders.--Besluit 5 Juni 1650.
+
+ Bezending.--Dordrecht en ~Jakob de Witt~.--De bezending
+ slaagt hier niet, evenmin te Amsterdam, enz.
+
+ Nieuwe onderhandelingen over de afdanking.--Verschil van 300
+ ruiters en ruim 300 voetknechten.
+
+ Jakob de Witt met vijf leden der staten van Holland te
+ 's Gravenhage in hechtenis genomen 30 Juli 1650.
+
+ De zes worden naar Loevestein gebracht 31 Juli.
+
+ Willem Frederik breekt met de troepen tegen Amsterdam op 29 Juli.
+
+ Een ander deel der troepen geraakt bij Hilversum aan het
+ dwalen.
+
+ De Hamburger postbode brengt het bericht van den aantocht
+ der troepen te Amsterdam 30 Juli.
+
+ De prins van Oranje komt bij het leger 31 Juli 1650.
+
+ Verzoek van Willem II en van de staten van Holland aan de
+ Staten-Generaal.
+
+ Verdrag.--Amsterdam voegt zich in het twistgeding over het
+ krijgsvolk naar de zes provinciën.--De troepen zullen
+ aftrekken 3 Aug. 1650.
+
+ De zes heeren in vrijheid gesteld.
+
+ De prins gaat naar Dieren.--Hij sterft, oud ruim vier-en-
+ twintig jaren 6 Nov. 1650.
+
+ Hij was door Frankrijk gewonnen, om den vrede te schenden.
+
+
+ =§ 24. _De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._=
+
+ Willem Hendrik geboren 14 Nov. 1650.
+
+ Bezending der staten van Holland.
+
+ De voogdij over den jongen prins opgedragen aan de weduwe
+ van Willem II, aan die van Frederik Hendrik en aan Frederik
+ Willem, getrouwd met ~Louise Henriëtte~.
+
+ Frederik Willem door Groningen en Drente tot stadhouder
+ benoemd 1650.
+
+ Cats opent _de groote vergadering_, uit ruim 300 personen
+ bestaande, 18 Jan. 1651.
+
+ Beraadslaging over _de unie_, _de religie_ en de _militie_.
+
+ Verklaring omtrent de religie.--Op het stuk van 't
+ krijgswezen wordt aan de staten der gewesten meer gezag en
+ grooter bevoegdheid toegekend.
+
+ Cats legt het ambt van raadpensionaris neer.--~Adriaan Pauw~
+ wordt zijn opvolger 1651.
+
+ Gezantschap van 't parlement naar Nederland gezonden.--Het
+ verwerft gehoor in de groote vergadering.--Het stelt voor,
+ een nauw verbond met Engeland te sluiten 1651.
+
+ Hiertoe bestaat weinig geneigdheid bij de Staten-Generaal.--
+ Het parlement roept zijn gezanten terug 1651.
+
+ _De akte van navigatie_ Oct. 1651.
+
+ Het getal der Nederlandsche vrachtschepen beloopt meer dan
+ 11,000 1651.
+
+ Eischen der Engelschen omtrent het strijken der vlag en over
+ de zaak van Amboina.--Zij nemen eenige vaartuigen der
+ Nederlanders.
+
+ ~Maarten Harpertsz. Tromp~ stoot bij ~Dover~ op ~Blake~.--
+ Het gevecht blijft onbeslist 29 Mei 1652.
+
+ ~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ slaat ~Ayscue~ bij ~Plymouth~ 1652.
+
+ _De driedaagsche zeeslag_ bij ~Portland~ tusschen Tromp en
+ Blake blijft onbeslist Febr. 1653.
+
+ De slag bij ~ter Heijde~ tusschen ~Tromp~ en ~Monk~.--Tromp
+ sneuvelt 10 Aug. 1653.
+
+ Holland laat in Engeland de eerste stappen tot den vrede
+ doen Maart 1653.
+
+ Dood van Pauw.--~JOHAN DE WITT~ raadpensionaris van Holland 1653.
+
+ Eenige gezanten der Staten-Generaal vertrekken naar Londen 1653.
+
+ Geheime briefwisseling van een of twee dier gezanten met de
+ Witt.
+
+ Ontwerp van vrede, aan de Nederlandsche gezanten
+ medegedeeld, houdende het voorstel, dat de Staten-Generaal,
+ noch de staten der gewesten den prins van Oranje of een
+ zijner nakomelingen immer zullen aanstellen tot kapitein-
+ generaal en admiraal of stadhouder Nov. 1653.
+
+ Cromwell protector van Groot-Britannië 1653.
+
+ Cromwell staat vast op het stuk der uitsluiting van den
+ prins.
+
+ Antwoord der Staten-Generaal op den voorslag der Engelsche
+ Republiek.
+
+ Cromwell verlangt de uitsluiting van de staten van Holland.
+
+ De onderhandelingen over deze aangelegenheid blijven
+ onbekend aan de Staten-Generaal en 't meerendeel der staten
+ van Holland.
+
+ _Vrede van Westminster_.--De Nederlanders zullen in de
+ Britsche wateren voor één of meer Engelsche oorlogschepen de
+ vlag strijken.--Er zal recht worden gedaan wegens het op
+ Amboina gebeurde.
+
+ De vrede bekrachtigd door de Staten-Generaal 23 April 1654.
+
+ De vrede bekrachtigd door Cromwell 30 April 1654.
+
+ De Witt koestert de hoop, dat Cromwell ten aanzien der
+ uitsluiting van inzicht zal veranderen 3 April 1654.
+
+ _De Loevesteinsche factie_.
+
+ Cromwell volhardt.--De zaak der uitsluiting in de staten van
+ Holland overwogen.--Veertien leden ervoor April en Mei 1654.
+
+ _De akte van uitsluiting_ naar Engeland gezonden.
+
+ Een vertoog van de Witt, met goedvinden van de meeste leden
+ op naam der staten van Holland uitgegeven.
+
+
+ =§ 25. _De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der
+ Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede
+ Engelsche zeeoorlog._=
+
+ De Witt regelt Hollands financiewezen.
+
+ De Witt let voortdurend op het zeewezen.
+
+ Oorlog tusschen Karel X Gustaaf van Zweden en Polen 1655.
+
+ ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ luitenant-admiraal van
+ Holland.--Hij stevent naar de Oostzee.--Hij staat Frederik
+ III bij 1656.
+
+ Zege van Wassenaar nabij ~Kroonenburg~ op ~Wrangel~ 1658.
+
+ ~De Ruiter~ landt op Funen en verovert Nijborg 1659.
+
+ De Ruiter door den koning van Denemarken met een gouden
+ keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en
+ in den adelstand verheven.
+
+ Karel II beklimt den troon van Groot-Britannië 1660.
+
+ Hij reist van Breda naar Holland.--Karel beveelt de belangen
+ van den jongen prins aan de Staten-Generaal en de staten van
+ Holland aan.
+
+ Intrekking der akte van seclusie Sept. 1660.
+
+ Beginsel van de Witt aangaande Engeland en Frankrijk.
+
+ Verwerend verbond met Frankrijk April 1662.
+
+ Verdrag met Engeland Sept. 1662.
+
+ Overtuiging van de Witt omtrent de Spaansche Nederlanden.
+
+ De graaf ~d'Estrades~ gezant van Frankrijk te 's
+ Gravenhage.--Onderhandeling tusschen hem en de Witt over het
+ lot der Zuidelijke Nederlanden.
+
+ De Engelschen vermeesteren Nieuw-Nederland met Nieuw-
+ Amsterdam of New-York en nemen vele Nederlandsche
+ koopvaardijschepen 1664.
+
+ Weerwraak van de Ruiter op de kust van Guin[=e]a.
+
+ _De tweede Engelsche zeeoorlog_.--Nederlaag, aan de
+ Nederlandsche vloot toegebracht op de hoogte van
+ ~Lowesthoff~ door ~den hertog van York~.--~Kortenaar~
+ sneuvelt.--~Wassenaar-Obdam~ vliegt in de lucht 13 Juni 1665.
+
+ _Vierdaagsche zeeslag_.--~De Ruiter~ aan 't hoofd eener
+ vloot van meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen
+ bemand.--Hij wint den slag bij ~Foreland~ op prins ~Robert~
+ en ~Monk, hertog van Albemarle~.--Ayscue met 3000 Engelschen
+ gevangen.--Zes schepen veroverd 11-14 Juni 1666.
+
+ Gevecht bij ~Duinkerken~.--De Ruiter wijkt voor Monk.--
+ ~Cornelis Tromp~ Aug. 1666.
+
+ De staten van Holland ontslaan Tromp uit den dienst.
+
+ De Engelschen steken 100 à 150 koopvaardijschepen in het
+ Vlie in brand en verwoesten een gedeelte van Terschelling 1666.
+
+ ~Christoffel Bernhard van Galen~ doet een inval in
+ Gelderland 1665.
+
+ Willem Frederik sterft.--~HENDRIK KASIMIR~ II 1664-1696.
+
+ _Vrede van Kleef_ 1666.
+
+ Zeeland dringt weder op de verheffing van den prins aan.--De
+ meerderheid der staten van Holland houdt het tegen.
+
+ De staten van Holland nemen Willem Hendrik tot _kind van
+ staat_ aan April 1666.
+
+ Johan de Witt oefent het toezicht op die opvoeding.
+
+ Ook ~Henri de Fleury de Coulan~, heer ~van Buat~, uit 's
+ prinsen dienst ontslagen.--Hij laat de Witt de Engelsche
+ brieven lezen.--Buat op last der staten van Holland in
+ hechtenis genomen Aug. 1666.
+
+ Het hof van Holland veroordeelt Buat ter dood.--Het vonnis
+ voltrokken.
+
+ Vredes-onderhandelingen te Breda 1667.
+
+ De Hollandsche vloot onder de Ruiter steekt in zee.--
+ ~Cornelis de Witt~ gevolmachtigde der Staten-Generaal.--
+ _Tocht naar Chattam_.
+
+ De vloot voor den mond der Theems 17 Juni 1667.
+
+ Een smaldeel zeilt de Medway of het kanaal van Rochester op
+ 20 Juni.
+
+ ~Abraham Krijnszoon~ vermeestert Suriname voor Zeeland Febr. 1667.
+
+ _Vrede te Breda_.--Beperking der akte van navigatie 31 Juli 1667.
+
+
+ =§ 26. _De triple alliantie en de vrede te Aken.--Het begin van den
+ oorlog van 1672._=
+
+ Philips IV sterft.--Karel II 1665.
+
+ Lodewijk XIV valt in de zuidelijke Nederlanden Mei 1667.
+
+ Hij verovert Charleroi, Doornik, enz.
+
+ ~De Witt~ brengt een wapenstilstand tusschen Spanje en
+ Frankrijk tot stand 1667.
+
+ _Eeuwig edict_ 5 Aug. 1667.
+
+ ~William Temple~ verstaat zich te 's Gravenhage met de
+ Witt.--_De triple alliantie_ komt in vier dagen tot stand.--
+ Zwedens krijgsraad treedt toe Jan. 1668.
+
+ Spanje treedt toe 1669.
+
+ Vrede van Aken 1668.
+
+ Verdrag tusschen Lodewijk XIV en den rijksraad van Zweden 1672.
+
+ _Geheim verdrag van Dover_ 1670.
+
+ _De harmonie_ 1670.
+
+ De Staten-Generaal sluiten een verdedigend verbond met
+ Spanje Dec. 1671.
+
+ De prins wordt tot kapitein-generaal voor een veldtocht
+ benoemd Febr. 1672.
+
+ Verdragen met den keurvorst van Brandenburg en den keizer
+ van Duitschland.
+
+ Oorlogsverklaring van Lodewijk 7 April 1672.
+
+ De oorlogsverklaring van Engeland 7 April 1672.
+
+ ~Bernhard van Galen~ verklaart den oorlog 18 Mei 1672.
+
+ ~Maximiliaan Hendrik~ doet dit ook 1672.
+
+ Lodewijk XIV breekt op 11 Mei.
+
+ Hij trekt voorbij Maastricht, neemt Wezel, Emmerik en andere
+ steden.
+
+ Het Nederlandsche leger bij den IJsel telt ruim 14,000 man
+ voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende
+ landlieden.
+
+ Het Fransche leger heeft 118,000 man, 2000 adellijke
+ vrijwilligers en 200 stukken geschut.--~Turenne en Condé~.
+
+ Het overtrekken bij het tolhuis te Lobith begin 12 Juni 1672.
+
+ Het leger der Republiek trekt op Utrecht terug.--De meeste
+ steden van Gelderland en geheel Utrecht bezwijken binnen
+ tien dagen.
+
+ De stad Utrecht gaat over 23 Juni 1672.
+
+ Naarden geeft zich over.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen veroveren
+ een deel van Gelderland.--Hieruit verdrijven hen de Franschen.
+
+ Zij onderwerpen Overijsel en Koevorden.
+
+ De Franschen worden gedwongen, van Aardenburg af te deinzen.
+
+ ~De Ruiter~ levert den slag bij ~Solebay~ tegen ~den hertog
+ van York~ en ~d'Estrées~.--Het voordeel aan den kant van de
+ Ruiter.
+
+ Eischen van Lodewijk.--Vorderingen van Engeland Juni 1672.
+
+
+ =§ 27. _Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de
+ Witt.--De verheffing van Willem III._=
+
+ De staten van Holland steken de dijken door.--Toerusting van
+ Amsterdam.
+
+ Aanslag op den raadpensionaris 21 Juni 1672.
+
+ Jakob van der Graaf door het hof van Holland ter dood
+ veroordeeld.--Het vonnis voltrokken 29 Juni.
+
+ De schilderij te Dordrecht vernield.--Vruchtelooze aanslag
+ tegen den ruwaard.--Aanval op het huis van de Ruiter.
+
+ Belofte van de wethouders te Veere 21 Juni 1672.
+
+ De vroedschap te Dordrecht draagt het stadhouderschap aan
+ Willem op.--De ruwaard onderteekent het gedwongen 29 Juni.
+
+ De staten van Zeeland benoemen Willem tot stadhouder 2 Juli.
+
+ Die van Holland doen het 3-4 Juli.
+
+ ~WILLEM~ III 1672-1702.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal der
+ unie.
+
+ De onderhandelingen met Engeland komen op den voorgrond, die
+ met Frankrijk op den achtergrond.
+
+ Voorwaarden, door Willem III aangeboden aan Karel II.
+
+ De Witt verwerft zijn ontslag als raadpensionaris 4 Aug. 1672.
+
+ Vonnis tegen Willem Tichelaar 1670.
+
+ Zijn beschuldiging tegen Cornelis de Witt.--Betuiging van de
+ Witt.--De pijnbank.--Het vonnis 20 Aug. 1672.
+
+ Samenrotting van 't volk te 's Gravenhage.--De de Witten
+ omgebracht te midden eener gewapende menigte van 1100 tot
+ 1200 menschen 20 Aug.
+
+ De prins belet de vervolging van 't misdrijf en geeft
+ Tichelaar een jaargeld.
+
+ Caspar Fagel tot raadpensionaris van Holland benoemd 20 Aug.
+
+ De staten van Holland machtigen den prins, de wet te
+ verzetten 27 Aug.
+
+ Verzetting der wet in Zeeland.
+
+ ~De hertog van Luxembourg~ doet een inval in Holland Dec. 1672.
+
+ Hij overvalt Zwammerdam en Bodegraven.--Hij trekt terug.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen belegeren
+ Groningen zes weken lang.--~Karel van Rabenhaupt~.--De
+ bisschop blaast den aftocht met een verlies van ongeveer
+ 5000 man.--De stad mist omtrent 100 menschen 27-28 Aug. 1672.
+
+ Eybergen verrast Koevorden.--Meindert van Thijnen 30 Dec. 1672.
+
+ Driedaagsche storm bij de kust van Holland Juli 1672.
+
+ Zege van de Ruiter bij ~Kijkduin~ op ~d'Estrées~ en ~prins
+ Robert~ 21 Aug. 1673.
+
+ Willem verovert Bonn Nov. 1673.
+
+ _Vrede van Westminster_ 19 Febr. 1674.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen sluiten
+ vrede 1674.
+
+ Utrecht, Gelderland en Overijsel weder tot het
+ bondgenootschap toegelaten.--Willem III verandert de
+ regeering der steden van de drie gewesten.
+
+ Holland en Zeeland verklaren het stadhouderschap, de Staten-
+ Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de
+ mannelijke linie des prinsen van Oranje.
+
+ Utrecht en Overijsel volgen dit voorbeeld 1674.
+
+ Gelderland doet het ook 1675.
+
+ Groningen draagt aan Hendrik Kasimir II het
+ erfstadhouderschap op 1674.
+
+ De staten van Gelderland bieden den prins den titel "hertog"
+ aan.--Het aanbod wordt van de hand gewezen.
+
+ Willem III levert den slag van Senef.
+
+ ~De Ruiter~ naar de Middellandsche Zee gezonden.--Drie
+ slagen tegen ~du Quesne~, o. a. bij den ~Etna~, waar
+ Nederland zegeviert, maar de Ruiter sneuvelt 1676.
+
+ Willem III trouwt met ~Maria~ 1677.
+
+ _Vrede van Nijmegen_ 10-11 Aug. 1678.
+
+
+ =§ 28. _Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche
+ erfopvolgingsoorlog._=
+
+ Verbonden van Nederland met Leopold I, het grootste gedeelte
+ van het Duitsche rijk en Spanje 1686.
+
+ Fagel wordt gemeen overleg met den stadhouder tot plicht
+ gesteld.
+
+ Willem III houdt zich niet te stipt aan de voorrechten der
+ steden.
+
+ Er komen _réfugiés_ in Nederland.--Zij worden edelmoedig
+ ontvangen 1685.
+
+ Wenk van ~d'Avaux~ aan Lodewijk XIV.--Deze koning waarschuwt
+ Jakob II, maar tevergeefs.
+
+ De Nederlandsche vloot legt in de haven van Torbay aan Nov. 1688.
+
+ Willem trekt naar Londen.--Jakob vlucht naar Frankrijk.
+
+ Willem en Maria als koning en koningin van Groot-Britannië
+ uitgeroepen 1689.
+
+ Fagel sterft.--~Antonie Heinsius~ 1689.
+
+ Lodewijk verklaart aan de bondgenooten den oorlog 1688, 1689.
+
+ _Het Weener-verbond_ 1690.
+
+ De negenjarige oorlog.
+
+ ~Luxembourg~ zegeviert op Willem bij ~Steenkerken~ 1692.
+
+ en bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ 1693.
+
+ ~Almonde~ en ~Russel~ overwinnen ~Tourville~ bij ~la Hogue~ 1692.
+
+ _Vrede van Rijswijk_.--Lodewijk erkent Willem III als koning
+ van Engeland en staat hem het prinsdom Oranje weer af 1697.
+
+ De handel geschokt.
+
+ Engeland betaalt ruim 7,000,000 gl. aan Nederland 1689, enz.
+
+ Hendrik Kasimir II sterft.--~JOHAN WILLEM FRISO~ volgt hem
+ in Groningen en Friesland op onder regentschap van ~Amalia
+ van Anhalt-Dessau~ 1696-1711.
+
+ Drente draagt het stadhouderschap op aan Willem III.
+
+ Peter bezoekt Nederland.--Hij houdt zich eenige dagen te
+ Zaandam op.--Hij timmert een schip op de werf te Amsterdam 1697.
+
+ Peter hervat het bezoek 1717.
+
+ Twee verdragen tusschen Engeland, Nederland en Lodewijk XIV
+ over de landen der Spaansche kroon.
+
+ Leopold sluit zich niet bij dit verdrag aan.
+
+ Karel II sterft.--Zijn testament verklaart Philips van Anjou
+ tot eenigen erfgenaam der kroon van Spanje 1 Nov. 1700.
+
+ Philips V begeeft zich naar Spanje 1701.
+
+ Het _groote of Haagsche verbond_.--- Leopold I, Engeland,
+ Nederland 1701.
+
+ Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en
+ Savoye voegen zich erbij.
+
+ Willem III sterft Maart 1702.
+
+ Hij poogt tevergeefs Johan Willem Friso tot opvolger in zijn
+ waardigheden te doen verkiezen.
+
+ De staten van Holland geven in de vergadering der Staten-
+ Generaal te kennen, dat zij het voornemen hebben, de
+ aangelegenheden te laten, zooals zij zijn.--De staten der
+ overige gewesten, alsmede die van Drente, volgen hun
+ voorbeeld.
+
+ De zaken der regeering teruggebracht op den voet van 1651.
+
+ Het driemanschap: ~Johan Churchill~, graaf, daarna ~hertog
+ van Marlborough~, ~Eugenius van Savoye~, Antonie Heinsius.
+
+ ~Rooke~ en ~Callenburgh~ nemen Gibraltar in.--Engeland
+ eigent zich de stad toe 1704.
+
+ Een der bevelhebbers van de krijgsbenden der Republiek is
+ Johan Willem Friso.
+
+ Slag bij ~Ramillies~.--Marlborough verlaat ~Villeroi~ 1706.
+
+ Slag bij ~Oudenaarde~.--Marlborough en Eugenius verslaan
+ ~Vendôme~ en ~den hertog van Bourgondië~ 1708.
+
+ Slag bij ~Malplaquet~.--Dezelfden verslaan ~Villars~ 1709.
+
+ Lodewijk XIV wendt zich om vrede tot Heinsius 1709.
+
+ De onderhandelingen worden afgebroken.--Zij worden te
+ Geertruidenberg hervat 1710.
+
+ Zij worden weder afgebroken.
+
+ Jozef I sterft.--Karel VI keizer van Duitschland 1711.
+
+ Terugroeping van Marlborough en val van het whig-ministerie.
+
+ Johan Willem Friso verdrinkt aan den Moerdijk, oud 24 jaar 1711.
+
+ Zijn gemalin, ~Maria Louise~, brengt een zoon ter wereld,
+ Willem Karel Hendrik Friso 1711.
+
+ _Vrede te Utrecht_.--Bijeenkomst der gezanten 1712.
+
+ Philips V behoudt Spanje en de bezittingen buiten Europa.--
+ De Nederlanden verwerven een voordeelig verdrag van handel
+ en inkomende rechten April 1713.
+
+ _De barrière_: Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen,
+ Veurne, Knokke.--Dendermonde gemengd garnizoen 15 Nov. 1715.
+
+ Frederik Willem I ziet, tegen schadeloosstelling, van zijn
+ rechten op Oranje af, hetwelk aan Frankrijk komt.
+
+
+ =§ 29. _Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en
+ het begin der 18de eeuw._=
+
+ De Spaansche erfopvolgingsoorlog vermeerdert de schuld der
+ Republiek met 350 millioen.
+
+ ~ANTONIE HEINSIUS~ wijzigt zijn denkbeelden naar de
+ omstandigheden.
+
+ De handel gedaald sinds 1672.
+
+ Nieuwe belastingen.
+
+ De haringvisscherij neemt af sedert 1700.
+
+ De walvischvangst in verval.
+
+ _De Noordsche compagnie_ houdt op te bestaan 1645.
+
+ Achteruitgang der fabrieken en manufacturen sedert 1648.
+
+ ~Johan Maatsuiker~ 1653-1678.
+
+ De Portugeezen van Ceylon verdreven.
+
+ Negapatnam veroverd.
+
+ Palembang wordt schatplichtig.
+
+ Cornelis Speelman dwingt den vorst van Makassar tot een
+ nadeelig verdrag.
+
+ ~Jan van Riebeek~ keert uit Indië naar het vaderland terug 1648.
+
+ Hij sticht een volkplanting aan de Kaap de goede hoop April 1652.
+
+ De Sinees ~Coxinga~ valt Zelandia aan.--~Coyet~.--
+ ~Hambroek~.--Zelandia gaat bij verdrag over 1662.
+
+ ~Cornelis Speelman~.
+
+ Het gezag der compagnie wint velt op Ternate, Tidor en de
+ overige Molukken.
+
+ Het Noorden van Cel[=e]bes afhankelijk van de compagnie ongev. 1700.
+
+ De Preanger-landen afhankelijk van de compagnie 1704.
+
+ Soerabaya afhankelijk van de compagnie 1741.
+
+ De naam "Mat[=a]ram" vervangen door die der _vorstendommen_,
+ _Soerakarta_ en _Djokjokarta_ 1755.
+
+ De sultan van Bantam staat de rechten van opperhoogheid op
+ de westkust van Borneo aan de compagnie af 1778.
+
+ De compagnie doet een uitdeeling van 65 pct. 1671.
+
+ _De retourvloten._
+
+ De koffijboom in Neêrlandsch Indië gekweekt ongev. 1700.
+
+ De West-Indische compagnie bekomt Berbice.
+
+ Eenige Amsterdamsche kooplieden worden eigenaars van Berbice.
+
+ Essequ[=i]bo door de Zeeuwen gesticht ongev. 1600.
+
+ Van Essequ[=i]bo gaat Demerary uit.
+
+ Beide staan onder de kamer van Zeeland.
+
+ Suriname door de West-Indische compagnie ten deele aan
+ Amsterdam afgestaan.
+
+ De Staten-Generaal ontbinden de West-Indische compagnie 1674.
+
+ Er ontstaat een nieuwe compagnie.--50 _bewindhebbers_.--_De
+ vergadering van tienen_ 1675.
+
+ De uitdeelingen blijven doorgaans beneden 5 pct.
+
+ _De correspondentiën_.
+
+ Eerste verdrag van dien aard te Zierikzee 1652.
+
+ ~Antonides van der Goes~.--"_De Ystroom._"--Hij overlijdt 1684.
+
+ ~Justus van Effen~.--"_De Hollandsche Spectator._"--Hij
+ sterft 1735.
+
+ ~Christiaan Huygens~, de uitvinder der slingeruurwerken,
+ sterft 1695.
+
+ ~Herman Boerhaave~.--Hij overlijdt 1738.
+
+
+ =§ 30. _Het stadhouderschap van Willem IV._=
+
+ De Republiek sluit vrede met den dey van Algiers 1726.
+
+ Zij teekent de pragmatieke sanctie.--Karel VI heft _de Oost-
+ Indische compagnie_ op 1731.
+
+ Heinsius overlijdt 1720.
+
+ ~Simon van Slingelandt~ 1727-1736.
+
+ Zijn ontwerpen.
+
+ ~Willem Karel Hendrik Friso~ wordt stadhouder van Groningen 1718.
+
+ Hij wordt stadhouder van Drente en Gelderland 1722.
+
+ Beslissing van 't geschil over de erfenis van Willem III.--
+ Willem Karel Hendrik Friso erlangt de meeste heerlijkheden,
+ op Nederlands bodem gelegen.--Van Oranje behoudt hij niets
+ dan den titel 1732.
+
+ Hij trouwt met ~Anna~ 1734.
+
+ Hij verkrijgt Dillenburg en andere streken in Nassau.
+
+ Karel VI sterft 1740.
+
+ De Staten-Generaal geven hulpgelden aan Maria Theresia.
+
+ Zij zenden troepen.
+
+ De slag van Fontenai.--Lodewijk XV doet een inval in Staats-
+ Vlaanderen 1747.
+
+ De vroedschap te Veere besluit, den prins tot stadhouder te
+ verkiezen April 1747.
+
+ De staten van Zeeland stellen den prins tot stadhouder aan 28 April.
+
+ Het volk geraakt te Rotterdam en te Delft op de been.
+
+ De staten van Holland benoemen den prins als stadhouder 3 Mei.
+
+ De staten van Utrecht benoemen den prins tot stadhouder 3 Mei.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal-admiraal 4 Mei.
+
+ De staten van Overijsel benoemen hem tot stadhouder 10 Mei.
+
+ De prins neemt zitting in den raad van state.
+
+ ~WILLEM~ IV 1747-1751.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot stadhouder en kapitein-
+ generaal over de landen van Overmaas.
+
+ Zij dragen hem dezelfde waardigheden over de andere
+ Generaliteitslanden op.
+
+ De staten der gewesten verklaren het stadhouderschap, de
+ Staten-Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap
+ _erfelijk_, ook in de vrouwelijke linie 1747.
+
+ _Het opperdirecteur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië den
+ prins door de bewindhebbers opgedragen 1749.
+
+ De pachters pachten de belastingen op de gemeene middelen
+ voor een aantal maanden.--Opschuddingen hierover in
+ Friesland, in Groningen, te Amsterdam.--De _pachterijen_ in
+ Friesland, Groningen, Utrecht en Holland afgeschaft 1748.
+
+ _De collecte_ ingesteld.
+
+ Overijsel houdt zich deels aan de pachterijen, deels aan de
+ collecte.
+
+ De Franschen nemen Bergen op Zoom bij verrassing in 1747.
+
+ _Vrede te Aken_.--De Republiek krijgt het verlorene terug,
+ alsmede de barrière-steden, maar grootendeels geslecht 1748.
+
+ ~Pieter Stein~ sedert 1749.
+
+ Verzetting der wet te Amsterdam en in de meeste overige
+ steden van Holland 1748.
+
+ Verzetting der wet in de steden van Gelderland, Overijsel,
+ Friesland en Groningen.
+
+ Bepaling, door Willem IV gemaakt ten gunste der fabrieken
+ van zijde enz.--De staten van Holland volgen dit voorbeeld 1749.
+
+ De Staten-Generaal stellen hertog ~Lodewijk Ernst van
+ Brunswijk Wolfenbuttel~ als veldmaarschalk aan 1750.
+
+ Willem IV sterft Oct. 1751.
+
+
+ =§ 31. _Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den
+ hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin
+ van den oorlog tusschen Engeland en Nederland._=
+
+ ~ANNA~ _gouvernante_ en voogdes van Willems zoon Oct. 1751.
+
+ Hij wordt geboren 1748.
+
+ ~WILLEM~ V 1751-1795, overl. 1806.
+
+ De hertog van Brunswijk tot vertegenwoordiger van den
+ kapitein-generaal benoemd.
+
+ Hij houdt een wakend oog op 's prinsen opvoeding.
+
+ Frederik II staat de goederen, vroeger geërfd, voor een
+ groote som aan Willem V af 1754.
+
+ Zeeoorlog tusschen Frankrijk en Engeland 1756.
+
+ Engeland wijkt in meer dan één opzicht af van de vroeger
+ gesloten verdragen.--Het brengt een menigte Nederlandsche
+ koopvaardijschepen op.--Zijn kapers.
+
+ Nadeelen, den handel toegebracht door Algiers en Marokko.
+
+ Grieven tegen de gouvernante.--Zij sterft 1759.
+
+ De hertog van Brunswijk voogd 1759.
+
+ Friesland beschouwt ~Maria Louise~, _Maike-Moei_, als
+ regentes.
+
+ Vrede van Parijs 1763.
+
+ Willem V, 18 jaren oud, aanvaardt de hooge ambten 1766.
+
+ Het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën enz.
+ wordt hem opgedragen.
+
+ De hertog van Brunswijk door Willem V, door Holland en door
+ de overige gewesten met ruim 600,000 gl. begiftigd.
+
+ _De akte van consulentschap_ onderteekend door Willem V en
+ den hertog 3 Mei 1766.
+
+ Willem V trouwt met ~Frederika Sophia Wilhelmina~.
+
+ Drie kinderen uit dit huwelijk gesproten: Frederika Louise
+ Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins
+ van Brunswijk.
+
+ Willem Frederik geboren 1772.
+
+ Willem George Frederik geboren 1774.
+
+ Willem George Frederik, later generaal in dienst van Frans
+ II, sterft 1799.
+
+ De staatsgezinde partij of die der _patriotten_ of _keezen_.
+
+ De partij der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_.
+
+ Beklag van ~Yorke~ over den handel, uit St. Eustatius door
+ Nederlanders gedreven.--De Staten-Generaal verbieden den
+ toevoer van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche
+ volkplantingen 1775.
+
+ De sluikhandel wordt niet gestaakt.
+
+ Oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.
+
+ Frankrijk sluit een handelsverdrag en verbond met de
+ Vereenigde Staten van Noord-Amerika 1778.
+
+ Mededeeling van ~William Lee~ aan ~Jan de Neufville~ te
+ Aken.
+
+ Een ontwerp-verdrag opgesteld door de Neufville en door Lee 1778.
+
+ ~Henry Laurens~ president van het congres der Amerikaansche
+ staten. 1777.
+
+ Hij vertrekt van Philadelphia naar Nederland.--Het schip bij
+ New-Foundland genomen door een Engelsch fregat.--De in zee
+ geworpen doos opgevischt 10 Sept. 1780.
+
+ Rusland, Zweden en Denemarken sluiten _het stelsel eener
+ gewapende onzijdigheid_ 1780.
+
+ De Staten-Generaal besluiten toe te treden.
+
+ Nederlands gezanten te Petersburg onderteekenen het verdrag.
+
+ De Republiek verzendt haar brieven ter kennisgeving van de
+ aansluiting aan de Noordsche mogendheden.--Engeland
+ verklaart den oorlog aan de Zeven Gewesten 1780.
+
+
+ =§ 32. _De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der
+ Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst
+ der Pruisen._=
+
+ 200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15,000,000 gl.,
+ in de Engelsche havens opgebracht Jan. 1781.
+
+ St. Eustatius en de kust van Guin[=e]a vallen in handen der
+ Engelschen.--Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo stellen zich
+ onder hun hoede.
+
+ De Franschen hernemen St. Eustatius en geven het aan de
+ Staten-Generaal terug 1781.
+
+ Zij heroveren Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en nemen ze
+ in bewaring 1782.
+
+ Engeland bemachtigt Negapatnam.
+
+ De Staten-Generaal verleenen een konvooi aan een aantal
+ koopvaarders.--~Johan Arnold Zoutman~ met 15
+ oorlogschepen.--Slag met zeven schepen aan weerszijden tegen
+ ~Hyde Parker~ bij ~Doggersbank~.--De Engelschen deinzen het
+ eerst af 5 Aug. 1781.
+
+ Vrede van Versailles Jan. 1783.
+
+ _Vrede te Parijs_.--Negapatnam komt aan Engeland Mei 1784.
+
+ Jozef II verlangt, dat de Staten-Generaal de steden der
+ barrière ontruimen.--Het gebeurt 1781.
+
+ Nieuwe geschillen tusschen Jozef II en de Staten-Generaal
+ over de opening van de Schelde 1783.
+
+ Een oorlogschip onder Oostenrijksche vlag wil zich
+ onttrekken aan het onderzoek van den uitlegger.--Het wordt
+ genomen, maar kort daarna weder ontslagen 1784.
+
+ De keizer laat een leger naar de grenzen der Republiek
+ oprukken.
+
+ _Vrede te Fontainebleau_.--Lillo en Liefkenshoek aan Jozef
+ afgestaan en een som van 9-1/2 millioen aan hem
+ uitgekeerd.--Frankrijk neemt 4-1/2 millioen voor zijn
+ rekening 1785.
+
+ Het geheim van 't bestaan der akte van consulentschap wordt
+ verbroken.--"De dikke hertog" gaat heen 1784.
+
+ _Exercitie-genootschappen_ of _vrijkorpsen_ 1783.
+
+ De Staten van Holland verbieden het dragen of roepen van
+ Oranje Febr. 1785.
+
+ Een burger van 's Gravenhage door een lid van een exercitie-
+ genootschap gewond Sept.
+
+ De staten van Holland beperken het gezag van den kapitein-
+ generaal van 't gewest.
+
+ De prins verlaat met zijn gezin 's Gravenhage 1785.
+
+ Hij vestigt zich op het Loo, later te Nijmegen.
+
+ Geschillen te Elburg en te Hattem.--De staten van Gelderland
+ gelasten den stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te
+ doen oprukken en bezetting in die steden te leggen.--Vele
+ regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchten naar
+ Kampen of elders 1786.
+
+ Zware vonnissen geveld tegen de hoofdpersonen der beweging.
+
+ De staten van Holland schorsen den kapitein-generaal van hun
+ gewest in dit ambt en ontheffen den raadpensionaris van de
+ verplichting, in gemeenschappelijk overleg met den
+ stadhouder te handelen.
+
+ Er is oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten
+ van Holland, oneenigheid tusschen deze en die van
+ Gelderland.--De stadhouder vergeleken bij een Nero en Alva.
+
+ De patriotten rekenen op Frankrijk, de stadhouderlijke
+ partij op Engeland of Pruisen.
+
+ De staten van Holland dragen de verdediging van hun gewest
+ aan _een commissie van defensie_, uit vijf personen
+ bestaande, op, die te Woerden zetelt.--_Het vliegend
+ legertje_.
+
+ De prinses gaat van Nijmegen op reis naar 's Gravenhage.--
+ Bij _de Goejanverwellesluis_ verzoekt haar de commissie van
+ defensie, niet verder te gaan Juni 1787.
+
+ Frederik Willem II eischt een schitterende voldoening.--
+ Tevergeefs.
+
+ ~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk-
+ Wolfenbuttel, rukt met een leger van ongeveer 20,000 man de
+ Nederlanden binnen.--De Pruisen bezetten de stad Utrecht.
+
+ Amsterdam geeft zich over 1787.
+
+ De wet alom door den stadhouder verzet.
+
+ ~Laurens Pieter van de Spiegel~ raadpensionaris 1787.
+
+ De zegevierende partij neemt op vele plaatsen wraak op de
+ patriotten.--De Pruisen staan haar hierbij ten dienste.--In
+ sommige provinciën een amnestie met vele uitzonderingen
+ afgekondigd.
+
+ Duizenden uitgewekenen vestigen zich in de Zuidelijke
+ Nederlanden en in Frankrijk.
+
+
+ =§ 33. _De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._=
+
+ De Pruisen verlaten, met een vrij grooten buit beladen, de
+ Nederlanden 1788.
+
+ De Republiek sluit een verdedigend verbond met Engeland en
+ met Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap
+ waarborgen 1788.
+
+ Willem Frederik treedt in het huwelijk met ~Frederika Louise
+ Wilhelmina~ 1791.
+
+ Willem Frederik George Lodewijk geboren 1792.
+
+ Willem Frederik Karel geboren 1797.
+
+ Marianne geboren 1809.
+
+ De tweedracht duurt voort.
+
+ Eenige hervormingen in 't financiewezen.
+
+ Frankrijk geraakt in oorlog met Pruisen en Oostenrijk April 1792.
+
+ De patriotten sporen de nationale conventie aan, haar
+ beginselen op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen.
+
+ De conventie verklaart den oorlog aan den koning van
+ Engeland en aan den stadhouder der Vereenigde
+ Nederlanden 1 Febr. 1793.
+
+ Dumouriez, geleid door ~Hendrik Willem Daendels~, trekt de
+ grenzen van Nederland over.--Hij neemt eenige vestingen,
+ doch moet terugtrekken.
+
+ De Zuidelijke Nederlanden bij den vrede van Campo Formio aan
+ Frankrijk afgestaan 1797.
+
+ De koning van Pruisen zendt geen troepen naar de Zuidelijke
+ Nederlanden.--Strijd van ~Willem Frederik~ en ~Frederik~
+ tegen de Franschen.
+
+ De bondgenooten verliezen den slag bij Fleurus 1794.
+
+ Val van het schrikbewind.--De regeering van Frankrijk helt
+ tot den vrede over.--Daendels.
+
+ ~Pichegru~ en Daendels rukken Nederland binnen Dec. 1794 en Jan. 1795.
+
+ Willem V scheept zich met zijn gezin in 18 Jan. 1795.
+
+ Hij gaat naar Engeland en blijft er tot 1800.
+
+ Verzwakking der zeemacht van Nederland sinds 1750.
+
+ ~Adriaan Valkenier~ 1737-1741.
+
+ Gevechten nabij Batavia tusschen de Nederlanders en de
+ Sineezen, waarin de laatsten worden verslagen 8 Oct. 1740.
+
+ Volgens besluit van den raad van Indië heeft _de moord der
+ Sineezen_ plaats.--Ruim 10,000 van hen vallen 9 Oct.
+
+ ~Gustaaf Willem baron van Imhoff~ 1741.
+
+ Hij is de stichter van _Buitenzorg_.
+
+ Achteruitgang der Oost-Indische compagnie.--Zij sluit elk
+ jaar haar boeken met een tekort van eenige millioenen
+ sinds ongev. 1750.
+
+ De uitdeelingen beloopen 20 tot 12-1/2 pct.
+
+ De vrijstelling van de vaart verleend ten opzichte van
+ sommige plaatsen der West-Indische compagnie 1600-1700.
+
+ Dezelfde vergunning gegeven ten aanzien van de kust van
+ Guin[=e]a, Essequ[=i]bo en Demerary 1700-1800.
+
+ ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven, later bisschop te
+ Yperen.
+
+ Hij sterft 1638.
+
+ Zijn werk _August[=i]nus_ komt uit 1640.
+
+ Rome verbiedt het.
+
+ _De Jansenisten_ benoemen hun eersten aartsbisschop, die te
+ Utrecht zetelt 1723.
+
+ _De Herrenhutters_ vestigen zich te Zeist 1746.
+
+ ~Jan Nieuwenhuizen~ sticht _de Maatschappij tot Nut van 't
+ Algemeen_ 1784.
+
+ ~Willem van Haren~.--_De Friso_.
+
+ ~Onno Zwier van Haren~.--_De Geuzen_.
+
+ ~Elizabeth Bekker~, eerst getrouwd met Wolff, woont later
+ tezamen met ~Agatha Deken~.--_Sara Burgerhart_.--_Willem
+ Levend_.
+
+ Zij verlaten het vaderland 1787.
+
+ ~Jan Wagenaar~ eerste klerk ter secretarie te Amsterdam 1760.
+
+ Hij sterft 1773.
+
+ _De Vaderlandsche Historie_.
+
+
+ =§ 34. _De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._=
+
+ _Een comité tot de zaken van den Oost-Indischen handel en
+ bezittingen_ ingesteld.--_Een comité tot de zaken van de
+ koloniën en bezittingen in Afrika en Amerika_ ingesteld.
+
+ _Het Haagsche verdrag_.--_De Bataafsche Republiek_ betaalt
+ 100,000,000 gl., staat Maastricht, Venlo en Staats-
+ Vlaanderen af en laat Fransche bezetting in Vlissingen toe.
+
+ Een der geheime artikels: een leger van 25,000 man Franschen
+ zal worden bezoldigd, gekleed en gevoed.
+
+ _De assignaten_.
+
+ Groot-Britannië legt _embargo_ op Neêrlands schepen vóór 16 Mei 1795.
+
+ Het verklaart den oorlog aan de Bataafsche Republiek Sept.
+
+ Java is de eenige bezitting, die Nederland behoudt 1801.
+
+ _De nationale vergadering_ komt bijeen 1 Maart 1796.
+
+ De Staten-Generaal ontbonden.
+
+ Twee partijen, _de unitarissen_, als Pieter Vreede, Gogel,
+ Schimmelpenninck, en _de foederalisten_, als Vitringa.
+
+ De tweede nationale vergadering geopend 1 Sept. 1797.
+
+ _Coup d'état_ van Daendels en anderen 22 Jan. 1798.
+
+ _De constitueerende vergadering, representeerende het
+ Bataafsche volk_.--Zij stelt het ontwerp eener grondwet op Maart 1798.
+
+ Stemming.--Het ontwerp wordt aangenomen April.
+
+ Hoofdinhoud der staatsregeling, afgekondigd 1 Mei 1798.
+
+ De oppermacht berust bij het vertegenwoordigend lichaam.--
+ Het bestaat uit _twee kamers_.--Het heeft de wetgevende,
+ _vijf directeuren_ de uitvoerende macht.--_Acht
+ departementen_, b. v. dat van de Eems.--Er zal één algemeene
+ kas voor de geldmiddelen zijn.--_De amalgame_.--Scheiding
+ van kerk en staat.--Bezoldiging van de leeraren en dienaars
+ der hervormde kerk uit 's lands kas.
+
+ Afschaffing van de pijnbank.--Het Gemeenebest één en
+ ondeelbaar verklaard.--Volkomen gelijkstelling van allen
+ voor de wet.--Alle heerlijke rechten en wat verder van het
+ leenstelsel afkomstig is vernietigd 1798.
+
+ Landing van ~Frederik, hertog van York~ Aug. 1799.
+
+ ~Daendels~ wijkt.
+
+ De vijand wordt door ~Brune~ en Daendels bij ~Bergen~
+ verslagen 19 Sept.
+
+ Hij wordt door hen bij ~Castricum~ verslagen 6 Oct.
+
+ De erfprins van Oranje vertoeft te Alkmaar.--Hij keert naar
+ Engeland terug.--Hij gaat naar Brunswijk 1800.
+
+ Napoleon knoopt met de meerderheid der directeuren
+ onderhandelingen aan.
+
+ De meerderheid van 't uitvoerend bewind roept het volk tot
+ de stemming op 1 Oct. 1801.
+
+ De staatsregeling wordt aangenomen.
+
+ Inhoud der _staatsregeling_ van 1801.
+
+ Aan 't hoofd der Republiek staat een _staatsbewind_ van
+ twaalf personen met een _wetgevend lichaam_.--Groot gezag
+ van het staatsbewind.--Namen der departementen: Holland,
+ Zeeland, Brabant, Overijsel, enz.
+
+ _De algemeene vrede te Amiëns_.--~Rutger Jan
+ Schimmelpenninck~.--Engeland geeft de Republiek al haar
+ volkplantingen terug, uitgezonderd Ceylon.--De
+ schadeloosstelling voor het huis van Oranje-Nassau zal niet
+ ten laste komen der Republiek Maart 1802.
+
+ De schadeloosstelling bestaat uit Fulda en eenige andere
+ streken.
+
+ Willem V staat deze landen aan zijn oudsten zoon af 1803.
+
+ Willem V sterft 1806.
+
+ Napoleon ontneemt Willems zoon deze staten 1807.
+
+ Napoleon verklaart Groot-Britannië den oorlog 1803.
+
+ Engeland herneemt bijna alle buitenlandsche bezittingen van
+ Nederland.
+
+ Nederland levert den consul troepen, schepen en millioenen.
+
+ Napoleon wordt keizer.
+
+ Schimmelpenninck moet een nieuwe grondwet opstellen 1805.
+
+ Het ontwerp wordt door Napoleon en het volk goedgekeurd.
+
+ _De derde staatsregeling_ 1805.
+
+ ~Rutger Jan Schimmelpenninck~ _raadpensionaris_.--_Wetgevend
+ lichaam_ van 19 leden.--Een _staatsraad_ van zeven leden.
+
+ Drente _als landschap_ aan de acht departementen toegevoegd.
+
+ Algemeene belastingen ingevoegd.
+
+ Wet op het lager onderwijs van Schimmelpenninck 3 April 1806.
+
+ _Vierde staatsregeling_ Juni 1806.
+
+ ~LODEWIJK NAPOLEON~ _koning van Holland_.--_Wetgevend
+ lichaam_ van 39 leden.--_Staatsraad_ van 13 leden.
+
+ De Nederlandsche krijgslieden strijden mede 1806, 1807.
+
+ Vrede van Tilsit.--Jever en Oost-Friesland, tegen den
+ afstand van Vlissingen en de tafel dezer stad, met Holland
+ vereenigd 1807.
+
+ Het koninkrijk in tien departementen verdeeld.
+
+ Oost-Friesland wordt een elfde departement 1807.
+
+ Ramp te Leiden.--Het Rapenburg in puin.--Meer dan 200 huizen
+ omvergeworpen, honderden beschadigd.--De koning stelt op
+ alles orde.--152 menschen komen om 12 Jan. 1807.
+
+ _Het continentaal-stelsel_ 1806.
+
+ Verscherping van 't besluit.
+
+ Een Engelsche vloot steekt in zee Juli 1809.
+
+ Walcheren, Schouwen en Duiveland veroverd.--De vijand
+ ontruimt Zeeland 1809.
+
+ Verdrag tusschen Napoleon en Lodewijk.--Zeeland, Brabant,
+ een gedeelte van Gelderland en een klein deel van Holland
+ komen aan Frankrijk Maart 1810.
+
+ Napoleon zendt nieuwe troepen en _douaniers_.
+
+ Lodewijk wil Amsterdam tot het uiterste verdedigen.--Hij
+ doet afstand van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, toen
+ oudsten, zoon Lodewijk Napoleon, onder regentschap van
+ Hortensia.--Hij verlaat heimelijk het paviljoen bij Haarlem
+ 1 Juli 1810.
+
+ Hij gaat naar Bohemen.--Hij overlijdt 1846.
+
+ Ministers van Lodewijk: ~Karel Hendrik Verhuell~, ~van
+ Maanen~.
+
+ De Bataafsche Republiek neemt alle bezittingen en schulden
+ der gewezen Oost-Indische compagnie over 1798.
+
+ Het oppergezag komt aan het uitvoerend bewind 1798.
+
+ Het komt aan het staatsbewind 1801.
+
+ Het bestuur in handen gesteld van _den raad der Aziatische_
+ bezittingen, dat van West-Indië opgedragen aan _den raad der
+ Amerikaansche koloniën_.
+
+ Lodewijk benoemt ~Daendels~ tot gouverneur-generaal van
+ Indië Jan. 1807.
+
+
+ =§ 35. _Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn
+ onafhankelijkheid._=
+
+ Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk 9 Juli 1810.
+
+ ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~, wordt
+ _luitenant-generaal_.--Amsterdam de derde stad van het
+ keizerrijk.
+
+ _Het code Napoleon_ ingevoerd.--De renten der staatsschuld
+ _getierceerd_.
+
+ De departementen worden Fransche departementen met
+ _prefecten_.--Hunne namen: Zuiderzee, Bouches de l'Escaut,
+ Ems-Occidental.
+
+ _Maires_.
+
+ _De conscriptie_ ingevoerd 1811.
+
+ Het besluit wordt uitgestrekt tot de laatste drie jaren.
+
+ ~De Celles~.
+
+ De censuur.--'t Verbranden van Engelsch fabriekgoed te
+ Rotterdam, Groningen, enz. somtijds voor een waarde van een
+ half millioen.
+
+ De bevolking van Amsterdam neemt bij duizenden af.
+
+ De politie.--Het onderwijs.--Taal en letterkunde.
+
+ De hoogescholen van Leiden en Groningen blijven in wezen.--
+ De overige worden hoogescholen van den tweeden rang of
+ worden opgeheven.
+
+ De Engelschen veroveren Java en de overige volkplantingen 1811.
+
+ De Nederlandsche vlag blijft op Desima waaien.
+
+ Overtocht over de Berez[=i]na 1812.
+
+ Napoleon stelt _de garde d'honneur_ in.
+
+ De inlijving doet Nederland een stelsel van algemeene
+ wetgeving deelachtig worden.
+
+ ~Johan Melchior Kemper~ en ~Anton Reinhard Falck~.
+
+ Bijeenkomst van ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, ~van der
+ Duyn van Maasdam~, den ~graaf van Stirum~ en drie andere
+ mannen te 's Gravenhage.
+
+ De slag bij Leipzig.--De zes Haagsche bondgenooten nemen
+ eenige voorbereidende maatregelen.
+
+ De Fransche troepen ontruimen Amsterdam en gaan naar
+ Utrecht 14 Nov. 1813.
+
+ De gouverneur-generaal en de andere ambtenaren volgen.
+
+ De bevolking van Amsterdam geraakt op de been en keert zich
+ tegen de wachthuizen der tolbeambten, enz. 15 Nov.
+
+ Een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen neemt het
+ bestuur der stad voorloopig op zich.--Falck.
+
+ De graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp vertoonen
+ zich met de oranjekokarde.--De graaf van Stirum aanvaardt
+ de betrekking van gouverneur van den Haag 17 Nov.
+
+ Amsterdam volhardt bij zijn onzijdige houding.
+
+ Te Amsterdam komt hierin een verandering 24 Nov.
+
+ Rotterdam en andere steden treden insgelijks toe.
+
+ Woerden door de Franschen overvallen.
+
+ De prins landt op den vaderlandschen bodem 30 Nov.
+
+ De prins neemt de waardigheid van _souvereine vorst_ aan,
+ onder voorbehoud eener grondwet 2 Dec.
+
+ De vijand ontruimt de andere gewesten.
+
+ De Engelschen dragen tot de bevrijding van Zeeland bij 1814.
+
+ Bülow en de kozakken doen het in Gelderland, Overijsel,
+ Groningen en Friesland.
+
+ Op last van Lodewijk XVIII wijkt Verhuell uit den Helder 4 Mei 1814.
+
+ De Nederlanders herwinnen Delfzijl 23 Mei.
+
+ De souvereine vorst benoemt een commissie ter samenstelling
+ eener grondwet 21 Dec.
+
+ ~Van Hogendorp~ voorzitter dezer commissie.--Zijn schets.
+
+ Het ontwerp der grondwet is gereed 2 Maart 1814.
+
+ 600 _notabelen_ benoemd.
+
+ 474 dezer notabelen stemmen met _voor_ of _tegen_ over dit
+ ontwerp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.--Een overgroote
+ meerderheid is ervoor 29 Maart 1814.
+
+ Inhuldiging van den vorst in de Nieuwe Kerk 30 Maart.
+
+ Inhoud der _vijfde grondwet_.--Vrijheid van godsdienst,
+ gelijkheid voor de wet, onafhankelijkheid der rechterlijke
+ macht.--Negen provinciën: Holland, Zeeland, Utrecht,
+ Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen, Friesland,
+ Brabant.--Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en
+ Marken behooren tot Holland, Schokland tot Overijsel,
+ Ameland en Schiermonnikoog tot Friesland, Rottum tot
+ Groningen.--Één kamer van volksvertegenwoordigers, groot 55
+ leden, te benoemen door de staten der provinciën.--De leden
+ der Staten-Generaal stemmen zonder last of ruggespraak.--De
+ provinciale staten bestaan uit leden der ridderschap en van
+ de stedelijke raden.--Deze leden gekozen door kiezers.--De
+ gouverneurs.--De godsdienst van den vorst is de hervormde.--
+ Gerechtshoven.--Een hooge raad.
+
+ Verdrag met Engeland.--Nederland herkrijgt de
+ volkplantingen, die het op den 1sten Jan. 1803 heeft
+ bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop,
+ Demerary, Essequ[=i]bo en Berbice Aug.
+
+ Napoleon landt bij Cannes 1 Maart 1815.
+
+ Willem Frederik aanvaardt de koninklijke waardigheid over
+ Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik 16 Maart.
+
+ Verdragen met Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen.--Het
+ koninkrijk der Nederlanden opgericht.--Luxemburg, als
+ _groothertogdom_, aan Willem afgestaan.--Willem doet afstand
+ van de Nassausche vorstendommen, alsmede van hetgeen men in
+ 1803 aan zijn huis heeft toegekend.--Luxemburg blijft een
+ der staten van den Duitschen bond uitmaken.
+
+ Napoleon heeft ongeveer 160,000 man onder de wapens.--Het
+ leger der Engelschen en der Nederlanders, onder ~den hertog
+ van Wellington~, en dat der Pruisen, onder ~Blücher~, tellen
+ nagenoeg 230,000 man.
+
+ Blücher verliest den slag bij ~Ligny~ 16 Juni.
+
+ Ontmoeting bij ~Quatre-Bras~.--~De prins van Oranje~ dringt
+ Ney terug.
+
+ Veldslag bij ~Waterloo~.--Verschijning van Bülow, enz.--De
+ erfprins gewond 18 Juni.
+
+ Napoleon bewoont St. Helena sinds 16 Oct.
+
+ ~WILLEM~ I 1815-1840, overl. 1843.
+
+ Hij benoemt een commissie ter wijziging van de grondwet.--
+ Hij verleent zijn oudsten zoon den titel "prins van
+ Oranje."--De grondwet van 1815 bekrachtigt dit.
+
+ De commissie voltooit haar werk Juli 1815.
+
+ De 110 leden der Staten-Generaal van 't Noorden nemen het
+ ontwerp eenparig aan Aug. 1815.
+
+ 1603 notabelen in het Zuiden bijeengeroepen.--~Maurice Jean
+ Magdeleine de Broglio~ verklaart zich tegen het ontwerp.
+
+ De meerderheid dier 1603 keurt het af.
+
+ De koning verklaart de grondwet voor aangenomen.
+
+ _De zesde grondwet_.--Wijzigingen, door haar in de vorige
+ gemaakt: opheffing van 't artikel, rakende den godsdienst
+ van den koning; _Eerste Kamer_ van 40 tot 60 leden, door den
+ koning voor hun leven te benoemen; _de Tweede Kamer_ zal uit
+ 110 leden bestaan en in 't openbaar beraadslagen; de
+ landelijke stand wordt vertegenwoordigd in de staten der
+ provinciën; vrijheid van drukpers; het koninkrijk zal uit
+ zeventien gewesten bestaan; Luxemburg zendt ook
+ vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.--De zeventien
+ gewesten: behalve de negen, Zuid-Brabant, Limburg, Luik,
+ Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen,
+ Antwerpen.--Brabant wordt Noord-Brabant.
+
+ Tweede vrede van Parijs.--Nederland krijgt eenige
+ landstreken, welke gehecht worden aan Henegouwen, Namen en
+ Luxemburg.
+
+
+ =§ 36. _Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._=
+
+ _De militaire Willemsorde_ ingesteld April 1815.
+
+ _De ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ 29 Sept. 1815.
+
+ De prins van Oranje trouwt met ~Anna Paulowna~ 1816.
+
+ Uit 's prinsen huwelijk spruiten o. a.: Willem Alexander
+ Paul Frederik Lodewijk geboren 1817.
+
+ Willem Frederik Hendrik of prins Hendrik, tijdens zijn leven
+ luitenant-admiraal en stedehouder in Luxemburg geboren 1820.
+
+ Hij overlijdt Jan. 1879.
+
+ Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia geboren 1824.
+
+ Zij trouwt met Karel Alexander Augustus Jan 1842.
+
+ Hij wordt groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach 1853.
+
+ Prins ~Frederik~ der ~Nederlanden~ trouwt met Louise Augusta
+ Wilhelmina Amalia 1825.
+
+ Lord ~Exmouth~ en ~Theodoor Frederik baron van de Capellen~
+ bombardeeren Algiers.--Verdrag met den dey van Algiers.--
+ Meer dan 1000 Christenslaven in vrijheid gesteld Aug. 1816.
+
+ Het koninkrijk der Nederlanden geraakt in 't bezit zijner
+ Oost- en West-Indische koloniën.
+
+ Het staande leger bestaat uit vrijwilligers, de nationale
+ militie uit vrijwilligers en uit lieden, door de loting
+ hiertoe verplicht.--De militie komt één maand in 't jaar
+ onder de wapens.
+
+ Utrecht krijgt een veeartsenijschool, Seraing een fabriek
+ voor machines.
+
+ De slavenhandel afgeschaft 1818.
+
+ Straatwegen.
+
+ _De Spoorweg_ van Haarlem naar Amsterdam geopend 24 Sept. 1839.
+
+ Willem I laat het "Nieuwe Diep" aanleggen.
+
+ _Het Noord-Hollandsche Kanaal_ voltooid 1825.
+
+ _Het Apeldoornsche Kanaal_ 1830.
+
+ _De Zuid-Willemsvaart_ begonnen 1822.
+
+ _De Dedemsvaart_.--~De baron van Dedem~ overl. 1851.
+
+ Een ontwerp ter droogmaking van 't Haarlemmermeer door de
+ Tweede Kamer der Staten-Generaal verworpen 1838.
+
+ Normaalscholen en modelscholen ten koste van de staatskas
+ opgericht.
+
+ Het hooger-onderwijs voor het Noorden bij besluit geregeld
+ 2 Aug. 1815.
+
+ Het hooger-onderwijs voor het Zuiden bij besluit geregeld
+ 25 Sept. 1816.
+
+ De hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven.
+
+ Academiën gesticht te Gent en te Luik.--Harderwijk en
+ Franeker worden rijks-athenaeën.
+
+ Harderwijk opgeheven 1817.
+
+ Franeker opgeheven 1843.
+
+ De militaire academie te Breda.--Het instituut voor de
+ marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep).
+
+ Regeling der protestantsche kerkgenootschappen 1816.
+
+ De Nieuwe Nederlandsche wetgeving ingevoerd 1 Oct. 1838.
+
+ _De Maatschappij van weldadigheid_ gesticht 1821.
+
+ De koloniën Frederiksoord, Veenhuizen, Ommerschans.--
+ ~Johannes van den Bosch~.
+
+ _De Nederlandsche Handelmaatschappij_ opgericht 1824.
+
+ De Oost-Indische bezittingen: de factorij op Desima, Java,
+ de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten deele, Borneo ten
+ deele, Cel[=e]bes, de Molukken, Banka, de Riouwsche
+ eilanden, Malakka.
+
+ Verdrag met Engeland.--Malakka aan dit rijk afgestaan tegen
+ hetgeen het op Sum[=a]tra bezit en tegen Billiton 1824.
+
+ Daendels gaat, als gouverneur-generaal, naar de kust van
+ Guin[=e]a en overlijdt er.
+
+ ~Godard Alexander Gerard Philips baron van de Capellen~
+ gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen 1816.
+
+ Opstand van ~Diepo Negoro~ in Djokjokarta 1826.
+
+ Diepo Negoro gevangen genomen.--De opstand gedempt 1830.
+
+ Van de Capellen teruggeroepen.--~Johannes van den Bosch~ 1830.
+
+ _Het cultuurstelsel_.--_De baten_.
+
+ Van den Bosch keert naar het vaderland terug 1833.
+
+ Hij wordt graaf en sterft 1844.
+
+ Vergunning, gegeven aan de leden der Staten-Generaal, om,
+ bij het afleggen van den eed, zoodanig voorbehoud te nemen,
+ als het geweten hun voorschrijft.
+
+ Geschrift van de Broglio en de overige bisschoppen.--Hij
+ wordt door het gerechtshof te Brussel tot deportatie
+ veroordeeld 1817.
+
+ Hij vlucht.--De naam van den bisschop tegelijk met twee
+ zware misdadigers ten toon gesteld.
+
+ Besluit omtrent de taal 1819.
+
+ Het zal van kracht zijn 1823.
+
+ Geen vijfde deel van de officieren van het leger zijn
+ Belgen.
+
+ De schuldenlast.
+
+ Besluit omtrent _het collegium philosophicum_, te Leuven te
+ vestigen, 14 Juni 1825.
+
+ Besluit om het laten onderwijzen der kinderen buiten 's
+ lands te belemmeren.
+
+ De "liberale" of "vrijzinnige" Franschgezinde partij.--Zij
+ wenscht geheele vrijheid van drukpers en van onderwijs.
+
+ Zij vereenigt zich met die der geestelijken.--
+ Verzoekschriften.--De Tweede Kamer der Staten-Generaal als
+ in twee vijandelijke legerplaatsen verdeeld.
+
+ Stelsel des konings.
+
+ De unie tusschen de beide partijen in België 1828.
+
+ Willem I sluit een concordaat met ~Leo~ XII 1827.
+
+ De verplichting van 't bijwonen der lessen van 't collegium
+ opgeheven.
+
+ De beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal
+ ingetrokken.
+
+ De Potter en anderen veroordeeld tot een zeker aantal jaren
+ ballingschap.
+
+ Omwenteling in Frankrijk.--Karel X van den troon gestooten
+ 27-29 Juli 1830.
+
+
+ =§ 37. _De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert
+ 1830._=
+
+ In den schouwburg te Brussel wordt de "muette de Portici"
+ gegeven 25 Aug. 1830.
+
+ Volkshoopen scholen samen.--Plundering 25 Aug., 10 uur 's avonds.
+
+ Oprichting eener gewapende burgermacht, die de Brabantsche
+ kleuren aanneemt 27 Aug.
+
+ Oproer te Luik, enz.
+
+ De koning roept de Staten-Generaal buitengewoon op te 's
+ Gravenhage.--De prins van Oranje en prins Frederik krijgen
+ bevel, naar Brussel op te trekken 28 Aug.
+
+ Een bezending gaat naar den prins.
+
+ Intocht van den prins van Oranje binnen Brussel 31 Aug.
+
+ Aanval van prins Frederik op Brussel.--De koninklijke
+ troepen trekken uit de stad terug 26 Sept.
+
+ De Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt het besluit, het
+ rijksbestuur te splitsen en de grondwet te herzien 29 Sept.
+
+ Voornaamste eischen der Belgen.--Scheuring in 't leger.
+
+ De Potter staat zes weken mede aan 't hoofd van 't
+ voorloopig bestuur te Brussel.
+
+ Tweede zending van den prins van Oranje naar België.--Hij
+ wordt teruggeroepen.
+
+ _De conferentie_ te Londen geopend Nov. 1830.
+
+ Koele ontvangst van den prins van Oranje in 't Noorden.
+
+ Dibbets handhaaft het gezag der regeering te Maastricht.--
+ Opstand te Antwerpen.--~David Hendrik baron Chassé~.
+
+ Bombardement van Antwerpen.--~Koopman~ 27 Oct. 1830.
+
+ Wapenstilstand.
+
+ Hoofdgedachte der conferentie.--Willem I roept het volk van
+ Noord-Nederland te wapen.--Duizenden manschappen stroomen
+ naar de grenzen.
+
+ _Protocollen_ der conferentie.--Scheiding van Nederland en
+ België.--16/31 der schuld ten laste van België 20 en 27 Jan. 1831.
+
+ _Het nationaal congres_ komt te Brussel bijeen 10 Nov. 1830.
+
+ Het sluit het huis van Oranje-Nassau van den troon uit.--Het
+ verwerpt de protocollen van Januari.
+
+ Het congres draagt het oppergezag voorloopig op aan ~Surlet
+ de Chokier~.
+
+ Het congres benoemt ~Leopold van Saksen-Koburg-Gotha~ tot
+ _koning der Belgen_ 4 Juni 1831.
+
+ Hij aanvaardt de regeering en belooft, de zeer vrijzinnige
+ grondwet, door het congres samengesteld, te zullen
+ eerbiedigen 21 Juli.
+
+ Hij sluit een tweede huwelijk met Louise 1832.
+
+ _De achttien artikels_.--De rechten van het huis van Oranje-
+ Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig verklaard.--België
+ uitzichten geopend op het bezit van Maastricht.--België
+ vrijgesteld van het overnemen van een deel der schuld van
+ Oud-Nederland Juni 1831.
+
+ ~Johan Karel Jozef van Speyk~ vliegt in de lucht Febr. 1831.
+
+ ~De prins van Oranje~ en prins Frederik hebben bijna 36,000
+ man.
+
+ De Belgische legers tellen omtrent 30,000 man.--Aan 't hoofd
+ van het leger van de Schelde staat de ~Ticken de Terhove~,
+ aan 't hoofd van het leger van de Maas ~Daine~.
+
+ Het leger van de Schelde staat nabij Antwerpen, het andere
+ in het Limburgsche.
+
+ _De tiendaagsche veldtocht_ 2-12 Aug. 1831.
+
+ De doorbreking tusschen de vijandelijke legers is geschied 5 Aug.
+
+ Slag bij ~Hasselt~.--Daine's legers verstrooid 8 Aug.
+
+ Slag bij ~Leuven~.--Leopold.--De Belgen verslagen 12 Aug.
+
+ ~Gérard~ rukt België binnen.--Op herhaald verzoek van den
+ Britschen gezant staat de prins een wapenstilstand toe.
+
+ De conferentie hervat haar beraadslagingen Aug. 1831.
+
+ _De vier-en-twintig artikels_.--Een deel van Luxemburg,
+ tegen den afstand van een deel van Limburg, aan België
+ toegekend.--Maastricht blijft aan Nederland voorbehouden.--
+ België zal worden belast met een jaarlijksche rente van
+ 8,400,000 gl. ongev. 15 Oct.
+
+ Leopold onderteekent dit ontwerp-verdrag 15 Nov.
+
+ Willem I weigert de onderteekening.
+
+ Overeenkomst van Frankrijk en Engeland.--Embargo 22 Oct. 1832.
+
+ Gérard rukt België met 90,000 man binnen.
+
+ Chassé geeft hem, na 19 dagen, de puinhoopen der citadel van
+ Antwerpen bij verdrag over.--Koopman vernielt de vloot.--De
+ bezetting der citadel en de bemanning der vloot als
+ krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd.
+
+ _Het status quo_.
+
+ Het embargo opgeheven Mei 1833.
+
+ De koning neemt de 24 artikels aan 14 Maart 1838.
+
+ Bewering der Belgen.
+
+ _Eindverdrag_.--België wordt een afzonderlijk rijk.--Het
+ aandeel, door België jaarlijks, van 1 Jan. 1839 af, te
+ betalen in de rente der staatsschuld, is 5,000,000 gl.--Het
+ Duitsche verbond en de groothertog staan de westelijke helft
+ van Luxemburg aan België af.--België ziet van een gedeelte
+ van Limburg af, zoodat aan Nederland het deel blijft, dat
+ aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede Maastricht en
+ het gebied ten n. van een lijn, getrokken van de
+ zuidelijkste punt van Noord-Brabant naar de Maas, ten n. van
+ Stevensweert 19 April 1839.
+
+ Deze streek van Limburg heet "hertogdom."--Behoudens
+ Maastricht en Venlo, maakt zij een deel uit, zoowel van
+ Nederland, als van het Duitsche verbond.
+
+ Vreemde verhouding van Limburg tot Duitschland.
+
+ De betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken 1866.
+
+ Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland.--Het koninkrijk
+ bestaat uit tien provinciën en uit het hertogdom Limburg 1840.
+
+ De oudste zoon van den kroonprins trouwt met Sophia
+ Frederika Mathilde 1839.
+
+ Dood van Sophia Frederika Mathilde, als koningin der
+ Nederlanden Juni 1877.
+
+ Uit dit huwelijk spruiten Willem geboren 1840.
+
+ en Alexander geboren 1851.
+
+ Dood van Willem Juni 1879.
+
+ Wenschen van het Noord-Nederlandsche volk: openlegging van
+ den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen
+ misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings
+ ministers, enz.
+
+ De koningin overlijdt 1837.
+
+ De koning doet op het Loo afstand van de kroon en draagt ze
+ aan zijn oudsten zoon over 7 Oct. 1840.
+
+ Willem I, nu "graaf van Nassau," huwt de gravin d'Oultremont
+ de Wigimont 1841.
+
+ Hij leeft bij afwisseling te Berlijn, in Silezië, op het
+ Loo.--Hij overlijdt 12 Dec. 1843.
+
+ ~WILLEM~ II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd 28 Nov. 1840.
+
+ Het tijdelijk beheer van het departement van financiën
+ opgedragen aan ~Floris Adriaan van Hall~ Sept. 1843.
+
+ Ontwerp van van Hall.--De leening van 127,000,000 naar 3
+ p.c. zoo goed als volgeteekend 1844.
+
+ Herziening der grondwet 1848.
+
+ Luxemburg bekomt een afzonderlijke vertegenwoordiging 1841.
+
+ Het krijgt een nieuwe grondwet Juni 1848.
+
+ Grondwet van 1848 voor Nederland: De kroon erfelijk in de
+ beide liniën van het huis van Oranje.--De koning heeft de
+ uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de
+ Staten-Generaal.--Hij heeft het opperbevel over de land- en
+ zeemacht en het opperbestuur der koloniën.--De ministers
+ verantwoordelijk aan de natie.--De leden der Eerste Kamer,
+ negen-en-dertig, door de provinciale staten benoemd uit de
+ hoogst aangeslagenen in de directe belastingen.--Zij hebben
+ zitting voor negen jaren.--De leden der Tweede Kamer gekozen
+ door de meerderjarige burgers, die een zekere som in de
+ directe belastingen betalen.--Ouderdom dertig jaren.--
+ Zitting voor vier jaren.--Hun aantal is 75.--De commissaris
+ des konings.
+
+ Willem II sterft te Tilburg 17 Maart 1849.
+
+ ~WILLEM~ III 1849.
+
+ Het droogmaken van 't Haarlemmermeer voltooid Juni 1848-1853.
+
+ Een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk
+ ingevoerd.--Utrecht aartsbisdom 1853.
+
+ Uitvaardiging van verschillende wetten.
+
+ Wet op het lager onderwijs 1857.
+
+ Wet op het middelbaar onderwijs 1863.
+
+ Wet op het Hooger Onderwijs 1876.
+
+ Afstand der kust van Guin[=e]a aan Groot-Britannië Febr. 1871.
+
+ Begin van den oorlog tegen den sultan van Atjeh Mrt. 1873.
+
+ Dood der koningin 1877.
+
+ Dood van prins Hendrik Jan. 1879.
+
+ Dood van den kroonprins Juni 1879.
+
+
+ =§ 38. _Eindblik op den toestand des lands._=
+
+ Nederland bezit in vreemde werelddeelen bijna 31,000
+ vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners.--Het
+ beslaat in Europa ruim 600 vierkante mijlen en heeft een
+ bevolking van ruim 3-1/2 millioen.--Bedrijven.--Tijdperken
+ der nijverheid sinds 1795.
+
+ ~Willem Bilderdijk~ een Amsterdammer 1756-1831.
+
+ Zijn veelzijdigheid.--_De ondergang der eerste wereld_.--_De
+ ziekte der geleerden_.--_De ode aan Napoleon_.--_Zijn
+ Spraakleer_.--_Zijn geschiedenis van 't Vaderland_.
+
+ ~Jan Frederik Helmers~.--_De Hollandsche natie_.--Hij sterft 1813.
+
+ ~Hendrik Tollens~ geboren te Rotterdam 1780.
+
+ Hij is overleden te Rijswijk 1856.
+
+ Zijn volkslied.--Zijn meest bekende gedichten.
+
+ ~Jan Hendrik van der Palm~.--Zijn geschriften.
+
+ Hij overlijdt 1841.
+
+ ~Johannes Kinker~.
+
+ ~El[=i]as Annes Borger~.--_De ode aan den Rijn_.
+
+ ~Izaäk da Costa~.--_Wachter, wat is er van den nacht?_--
+ _Slag bij Nieuwpoort._--Hij overlijdt 1860.
+
+ ~Adriaan Bogaers~.--_De tocht van Heemskerk naar
+ Gibraltar._--Hij overlijdt 1870.
+
+ ~Petrus Augustus de Génestet~.--_Leekedichtjes._--Hij
+ overlijdt 1861.
+
+ ~Nikolaas Beets~ of Hildebrand.--_De Camera obscura_.
+
+ ~Jakob van Lennep~.--_Ferdinand Huyck_.--Hij overlijdt 1868.
+
+
+
+
+NIEUWE UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS:
+
+
+ P. R. Bos, Leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. [f] 2,50
+
+ P. R. Bos, Beknopt leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. - 1,25
+
+ P. R. Bos, Schoolatlas der geheele Aarde 2e druk. - 3,75
+
+ P. R. Bos. Atlas bij het onderwijs in de nieuwere
+ aardrijksk. 1e afl. à - 0,60
+
+ P. R. Bos, Aardrijkskunde voor de volksschool 2e druk. - 0,30
+
+ P. R. Bos, Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten
+ en 43 plat. 3e verm. dr. - 1,00
+
+ P. R. Bos, Platen voor Aanschouw. Onderwijs in
+ Aardrijksk. 2e druk. - 0,60
+
+ P. R. Bos, Nederland en zijne Overzeesche Bezittingen - 0,20
+
+ P. R. Bos, de Plaats der Aardrijksk. in het Systeem der
+ Wetenschapp. - 0,40
+
+ Bogaerts en Koenen, Practische Taalstudie 3 deelen 4e druk. - 1,25
+
+ H. Bouman, De vormleer in de lagere school 7e druk. - 1,90
+
+ H. Bouman Aanschouwelijk onderwijs, 12 platen 3e druk. - 2,90
+
+ H. Bouman, Handleiding bij het aanschouwelijk
+ onderwijs 3e druk. - 0,90
+
+ H. Bouman, Leesboekjes met plaatjes, 5 stukjes 15e druk, à - 0,25
+
+ S. Bl. t. Cate en A. Moens, De wet op het lager
+ onderwijs 3e druk. - 5,90
+
+ C. F. van Duyl, Oefeningen in 't Nederlandsch 3e druk. - 0,50
+
+ C. F. van Duyl, La Langue Française. I, II et III à - 0,75
+
+ C. F. van Duyl, De Eerste Trap van het
+ Taalonderwijs 4 st. 2e druk. à - 0,25
+
+ Dr. Engelbregt, Latijnsch woordenboek, gebonden 3e druk. - 9,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksch woordenboek, geb. 3e druk. - 9,75
+
+ Dr. van den Es, Nederlandsch-Grieksche
+ woordenlijst 3e druk. - 2,50
+
+ Dr. van den Es, Grieksche antiquiteiten 2e druk. - 2,00
+
+ Dr. van den Es, Grieksche opstellen. 4 st. 4e druk, à - 1,25
+
+ Dr. van den Es, Grieksche en Romeinsche
+ letterkunde 2e druk. - 3,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksche spraakkunst - 3,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksche buigingsleer - 1,25
+
+ Dr. W. Gleuns, Beschouwing van het heelal 2e druk. - 3,00
+
+ Dr. W. Gleuns, Wis- of sterrenkundige
+ aardrijkskunde 2e druk. - 0,90
+
+ Dr. W. Gleuns, Rekenkundige opgaven en oefeningen - 0,60
+
+ Dr. W. Gleuns, Leerboek der meetkunde 3e druk. - 1,25
+
+ Dr. W. Gleuns, Leerboek der algebra - 2,50
+
+ T. Greidanus, Theorie der Rekenkunde - 1,25
+
+ T. Greidanus, Rekenvoorstellen, 2 deeltjes à - 0,60
+
+ De Groot, Leopold en Rijkens, Nederlandsche
+ letterkunde 4e druk. - 3,75
+
+ D. Hoekzema, Gleanings from English prose 4e druk. - 1,60
+
+ D. Hoekzema, Gleanings from English poetry 3e druk. - 1,60
+
+ Dr. W. J. A. Jonckbloet, Gesch. d. Ned. letterk.
+ 2 deelen 2e druk. - 12,50
+
+ Dr. W. J. A. Jonckbloet, Bekn. gesch. der Nederl.
+ letterk. 2e druk. - 3,00
+
+ Kaart van Europa door H. Schierbeek - 15,00
+
+ L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes
+ Serie A à - 0,30
+
+ L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes
+ Serie B à - 0,30
+
+ L. Leopold, Blaren van allerlei boomen 3e druk. - 0,30
+
+ Joh. A. en L. Leopold, Nederl. leesboek, 1e, 7e en
+ 8e stukje 2e druk. - 0,30
+
+ M. Leopold, Opvoeding in huis en school 5e druk. - 1,25
+
+ M. en L. Leopold, Een sleutel. 2 deelen 3e druk, à - 1,50
+
+ Dr. J. C. Matthes, Nederlandsche taal- en
+ spelregels 3e druk. - 0,50
+
+ R. R. Rijkens, Aardrijkskunde van Nederland 5e druk. - 1,00
+
+ R. R. Rijkens, Beknopte aardrijkskunde van
+ Nederland 4e druk. - 0,60
+
+ R. R. Rijkens, De reiziger 4e druk. - 0,30
+
+ R. R. Rijkens, Schoolatlas van Nederland 5e druk. - 2,90
+
+ R. R. Rijkens, Kleine Atlas van Nederland 6e druk. - 0,35
+
+ Dr. M. Salverda, Plant- en dierkunde 5e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Romeinsche antiquiteiten 4e druk. - 2,00
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Handboek der Rom.
+ antiquiteiten 2e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Oude Aardrijkskunde - 2,50
+
+ Spencers Opvoeding, door Joh. A. Leopold 3e druk. - 1,90
+
+ J. Versluys, Beginselen der nieuwere meetkunde 3e druk. - 0,60
+
+ J. Versluys, Leerboek der vlakke meetkunde 5e druk. - 1,25
+
+ J. Worp, Melodiën der Psalmen 3e druk. - 9,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, I, 8e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, II, 6e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, III, 7e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, IV, 7e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Handboek der algemeene
+ geschiedenis 4e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Overzicht der algemeene
+ geschiedenis 9e druk. - 1,75
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Geschiedenis van het vaderland 5e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Beknopte geschiedenis van het
+ vaderland 5e druk. - 1,75
+
+
+ Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | Opmerkingen van de bewerker: |
+ | * De originele tekst en opmaak, inclusief het gebruik van koppel- |
+ | en afbreekstreepjes is zoveel mogelijk behouden, behalve in de |
+ | volgende gevallen: |
+ | * Overduidelijke spel- en zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd. |
+ | * Het gebruik van schuingedrukte, klein-kapitale en gespatiëerde |
+ | namen en titels (hier respectievelijk weergegeven als _naam_, |
+ | NAAM en ~naam~) is gestandaardiseerd. Doorgevoerde |
+ | veranderingen: 'der _Hekerens en_ der _Bronkhorsten_' veranderd|
+ | in 'der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_' (blz. 37); 'de |
+ | ~Ruiter~' veranderd in '~de Ruiter~' (blz. 123, 130); '~van |
+ | Hogendorp en van der Duyn van Maasdam~' veranderd in '~van |
+ | Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~' (blz. 180); 'Slag bij|
+ | Nieuwpoort' veranderd in '_Slag bij Nieuwpoort_' (titel, blz. |
+ | 252); 'Leekedichtjes' veranderd in '_Leekedichtjes_' (titel, |
+ | blz. 252); '_Zijn Spraakleer, Zijn Geschiedenis van 't |
+ | Vaderland_' veranderd in 'Zijn _Spraakleer_, Zijn |
+ | '_Geschiedenis van 't Vaderland_' (titels, blz. 252). |
+ | * Tijdrekenkundig Overzicht (blz. 210-252): lay-out veranderd |
+ | (aparte kolommen) voor betere overzichtelijkheid. |
+ | * Eigennamen en geografische namen zijn gestandaardiseerd ter |
+ | wille van de consistentie; vooral de spelling in het |
+ | Tijdrekenkundig Overzicht week af van die in de hoofdtekst: |
+ | 'Requesens' veranderd in 'Requ[=e]sens'; 'Verspasianus' in |
+ | 'Vespasianus'; 'Lourens' in 'Laurens'; 'Spinola' in |
+ | 'Spin[=o]la'; 'Oldenbarnevalt' in 'Oldenbarnevelt'; 'Rubbens' |
+ | in 'Rubens'; 'Maximilliaan' in 'Maximiliaan'; 'Rapenhaupt' in |
+ | 'Rabenhaupt'; 'd' Estrées' in 'd'Estrées'; 'Mantsjoe-Tartanen' |
+ | in 'Mantsjoe-Tartaren'; 'Essequibo' in 'Essequ[=i]bo'; 'Indie' |
+ | (en samenstellingen) in 'Indië'; 'Belgie' in 'België'; |
+ | 'Matthias' in 'Matth[=i]as'; 'Yonne-brug' in 'Yonnebrug'; |
+ | 'Contra-remonstranten' in 'Contra-Remonstranten'; 'Maike-Moe' |
+ | in 'Maike-Moei'; 'Medina' in 'Med[=i]na'; 'Allairt Beilink' in |
+ | 'Allaert Beilink'; 'Barnevelt' in 'Barneveld'; 'Boerhave' in |
+ | 'Boerhaave'; 'Callenburg' in 'Callenburgh'; 'Christina' in |
+ | 'Christ[=i]na'; 'Dortrecht' in 'Dordrecht'; 'Fivelingoo' in |
+ | 'Fivelingo'; 'Groenevelt' in 'Groeneveld'; 'Guinea' in |
+ | 'Guin[=e]a'; 'Hunsingoo' in 'Hunsingo'; 'IJstroom' in |
+ | 'Ystroom'; 'Jauregui' in 'Jaureguy'; 'Pieter Dirksz de Keyzer' |
+ | in 'Pieter Dirksz de Keyser'; 'Magdaleine de Broglio' in |
+ | 'Magdeleine de Broglio'; 'Sophia Frederika Mathilda' in 'Sophia|
+ | Frederika Mathilde'; 'Oostergoo' in 'Oostergo'; 'Maarten van |
+ | Rossem' in 'Maarten van Rossum'; 'Ubbe Philips' in 'Ubbo |
+ | Philips'; 'Franche Comté' in 'Franche-Comté'; 'Berezina' in |
+ | 'Berez[=i]na'; 'Bergen-op-Zoom' in 'Bergen op Zoom'; 'Hambreek'|
+ | veranderd in 'Hambroek'; 'Djokjokarta' is niet veranderd, |
+ | aangezien dit consequent zo gespeld wordt in het origineel. |
+ | * Overige gestandaardiseerde spellingen: 'armada' veranderd in |
+ | 'arm[=a]da'; 'Neerlands' in 'Neêrlands'; 'continentaalstelsel' |
+ | in 'continentaal-stelsel'; 'groot-hertog' in 'groothertog'; |
+ | 'akademie' in 'academie'; 'catholicisme' in 'katholicisme'; |
+ | 'compagniën' in 'compagnieën'; komma als scheiding van |
+ | duizendtallen (als in 35,000) veranderd in punt (als in |
+ | 35.000); 'Eén' in 'Één'. |
+ | * Belangrijker veranderingen: 'maakte het een zuidelijke |
+ | beweging' veranderd in 'maakte hij een zuidelijke beweging' |
+ | (blz. 123); 'Alva verlaat Lodewijk' in 'Alva verslaat Lodewijk'|
+ | (blz. 220); 'te Gent bijeen--Pacificatie' in 'te Gent bijeen |
+ | [nieuwe regel] Pacificatie' (blz. 221); 'De orde aan Napoleon' |
+ | in 'De ode aan Napoleon' (blz. 252). |
+ | * Verbeterde feitelijke onjuistheden (verbeterd na verificatie in |
+ | de rest van het boek en/of externe bronnen): 'den St. |
+ | Elizabethsvloed van den 18den November 1321' veranderd in '... |
+ | 1421' (blz. 1); 'stond Nederland op een goeden voet met Portugal'|
+ | in 'stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal' (blz. |
+ | 103); 'ten n.w. van Sina' in 'ten n.o. van Sina' (blz. 142); |
+ | 'Reeds den 17den Maart 1843' in '... 1849' (blz. 205); 'Hooft |
+ | sterft 1247' in 'Hooft sterft 1647' (blz. 230); 'raadspensionaris|
+ | van Holland 1658' in '... 1653' (blz. 232); 'vermeestert Suriname|
+ | voor Zeeland Febr. 1697' in '... 1637' (blz. 234). |
+ | * De rechterzijkant van blz. 252 ontbrak in het origineel. De |
+ | onleesbare jaartallen/data zijn toegevoegd op basis van de |
+ | hoofdtekst en externe bronnen (o.a. Wikipedia, kb.nl). |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Beknopte geschiedenis van het vaderland, by
+J. A. Wijnne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+***** This file should be named 37297-8.txt or 37297-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/2/9/37297/
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.