diff options
Diffstat (limited to '37297-8.txt')
| -rw-r--r-- | 37297-8.txt | 11889 |
1 files changed, 11889 insertions, 0 deletions
diff --git a/37297-8.txt b/37297-8.txt new file mode 100644 index 0000000..d455cd5 --- /dev/null +++ b/37297-8.txt @@ -0,0 +1,11889 @@ +Project Gutenberg's Beknopte geschiedenis van het vaderland, by J. A. Wijnne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Beknopte geschiedenis van het vaderland + +Author: J. A. Wijnne + +Release Date: September 2, 2011 [EBook #37297] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS *** + + + + +Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the +Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + + + + +--------------------------------------------------------------------+ + | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: | + | | + | Tekst die in het originele werk schuingedrukt, gespatiëerd of vet | + | gedrukt is, is hier respectievelijk weergegeven als _tekst_, | + | ~tekst~ en =tekst=. | + | | + | Diakritische en andere tekens: [=e] staat voor e-makron, [)e] voor | + | e-breve, etc. [f] staat voor het gulden-teken. ^ betekent dat de | + | volgende letter in superscript gedrukt is (als in 1^e). | + | | + | Uitgebreidere opmerkingen staan aan het einde van deze tekst. | + +--------------------------------------------------------------------+ + + + + + BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND + + DOOR + + D^R. J. A. WIJNNE. + + VIJFDE, HERZIENE DRUK. + + + TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1879. + + + + + _Magno usui est memoria rerum gestarum._ + + SALLUSTIUS. + + _L'histoire des Provinces-Unies est un sujet attrayant._ + + MIRABEAU. + + + + + Stoomdrukkerij van J. B. Wolters. + + + + +INHOUD. + + Bladz. + + § 1. Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en + onder de heerschappij der Romeinen 1. + + § 2. De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze + landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De + invoering van het leenstelsel en van den Christelijken + godsdienst.--De Noormannen 5. + + § 3. Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien + van andere streken van ons land.--De wisselingen in de + opperheerschappij dezer landen na het verdrag van Verdun.-- + Staten, die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.--Aard + en uitbreiding der grafelijke macht 9. + + § 4. Holland onder de graven uit het Hollandsche huis 15. + + § 5. Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en + het Beiersche huis 21. + + § 6. Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische + huis 29. + + § 7. Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het + Oostenrijksche huis 34. + + § 8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de + Middeleeuwen 36. + + § 9. Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, + Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen 39. + + § 10. De Nederlanden onder het bewind van Karel V 43. + + § 11. De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva 48. + + § 12. De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd + Alva 54. + + § 13. De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en + van Don Jan van Oostenrijk.--De unie van Utrecht 57. + + § 14. Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek + van de Zeven Vereenigde Nederlanden 62. + + § 15. De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde + Gewesten 66. + + § 16. Vervolg 68. + + § 17. De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De + afstand der Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen + van den tachtigjarigen oorlog 71. + + § 18. Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische + compagnie 76. + + § 19. De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het + bestand schokten 80. + + § 20. De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De + oprichting der West-Indische compagnie.--De aanslag op het + leven van Maurits en zijn dood 87. + + § 21. Het stadhouderschap van Frederik Hendrik 89. + + § 22. De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands 95. + + § 23. Het stadhouderschap van Willem II 102. + + § 24. De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog 107. + + § 25. De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen + der Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De + tweede Engelsche zeeoorlog 113. + + § 26. De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van + den oorlog in 1672 120. + + § 27. Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der + gebroeders de Witt.--De verheffing van Willem III 124. + + § 28. Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche + erfopvolgingsoorlog 132. + + § 29. Blik op den toestand des lands in de laatste helft der + 17de en in 't begin der 18de eeuw 140. + + § 30. Het stadhouderschap van Willem IV 146. + + § 31. Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van + den hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V + tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en Nederland 151. + + § 32. De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der + Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de + komst der Pruisen 157. + + § 33. De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands 163. + + § 34. De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland 168. + + § 35. Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt + zijn onafhankelijkheid 177. + + § 36. Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België 185. + + § 37. De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden + sedert 1830 195. + + § 38. Eindblik op den toestand des lands 206. + + + + +§ 1. + +_Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder de +heerschappij der Romeinen._ + + +Het land, welks geschiedenis de volgende bladzijden zullen behelzen, +heet Nederland. Het ligt aan den mond van den Rijn, den IJsel, de Maas +en de Schelde. Behalve dat het de wateren dier stroomen op zijn bodem +ontvangt, krijgt het nog die van tal van kleinere rivieren, welke op +dien grond ontstaan. In 't Noorden en Westen beukt, sedert eeuwen, de +Oceaan de kusten van dit land en knabbelt er niet alleen stukken af, +maar baande zich ook vaak een weg over grasveld en beemde. Eveneens +hadden de rivieren eertijds nog geen dijken en stortten dikwijls met +onbeteugeld geweld haar wateren over het land heen. Dit land zelf +bestond grootendeels uit bosschen, heiden en moerassen. + +Terecht mag zulk een land Nederland heeten. Voor een groot deel is de +bodem er zeer laag, en aanzienlijke watermassa's stroomen over zijn +grond heen in zee. Maar werden hier of daar aanmerkelijke stukken lands +weggespoeld, elders voerden de rivieren of de zee vruchtbaar slib aan, +waardoor het mogelijk werd polders in te dijken of droog te maken. Geen +wonder, dat de gedaante van dit land thans een geheel andere is dan vóór +eeuwen. Onder de groote waterplassen, die voorheen in ons vaderland niet +bestonden, zijn de Zuiderzee, de Dollard en de Biesbosch de voornaamste. +De oorsprong der Zuiderzee--waarschijnlijk zoo genoemd, omdat zij ten +Zuiden van Friesland ligt,--dagteekent van het jaar 839, toen een +geweldige watervloed over de twee duizend huizen moet hebben +weggespoeld. Latere overstroomingen maakten de plas steeds wijder. De +Dollard (d. i. dol of onstuimig water) ontstond in 1277. De derde golf, +de Biesbosch, had haar ontstaan te danken aan den St. Elizabethsvloed +van den 18den November 1421. In dit water groeiden steeds een menigte +biezen, die er het voorkomen aan gaven van een "bosch vol biezen": +vanhier de naam. + +In weerwil van dit alles is het niet vrij van overdrijving, Nederland +een land te noemen, aan de golven ontwoekerd, tenzij men niet zoozeer +het oog hebbe op het droog gemaakte, als tevens op het droog gehouden +land. Door verzuim en tweedracht ging veel grond verloren. Aan die +oorzaken van landverlies begon eerst een einde te komen, toen, na het +uitroeien der wouden, de akkerbouw vrij algemeen aanving en men, om ook +wintergraan te kunnen verbouwen, meer op de dringende behoefte aan +dijken en zeeweringen begon te letten, hetgeen volgens sommigen niet +vóór de 13de, maar, zooals anderen willen, lang vóór de 10de eeuw plaats +greep. + +Er is een tijd geweest, waarin de volken 't bearbeiden van metalen niet +kenden. Dien tijd, ouder dan de geschreven geschiedenis, noemt men 't +steenen tijdperk. De weinige hunnebedden, d. i. graven of bedden van +reuzen, in ons land overig, zijn uit dat tijdperk, en de getuigenissen +van de oudste bewoning door geen schrijver geboekt. Men meent, dat de +stammen, welke later, lang na het steenen tijdperk, maar toch in vroege +eeuwen, het tegenwoordige Nederland en België bewoonden, deze landen +zullen hebben verlaten, toen een groote overstrooming, de Cimbrische +vloed, eenigen tijd vóór den inval der Cimbren en Teutonen in Italië, +vele verwoestingen in het Noordwestelijk gedeelte van Europa, alzoo mede +in deze streken, teweeg bracht. Het kan zijn. Wil men echter alleen op +historische getuigenissen afgaan, dan waren de Friezen, de Bataven, de +Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren de voornaamste van de vele +volksstammen, die Nederland en België het eerst hebben bewoond. Waarom +"Nederland en België?" Omdat de geschiedenis dier beide landen in de +eerste vijftien eeuwen onzer jaartelling zoovele punten van aanraking +heeft, dat men, sprekende over de historie van slechts één dezer landen, +het andere er dikwijls niet van kan afscheiden. Daarom zij hier +aangemerkt, wat vooreerst mede voor 't vervolg geldt, dat met de +uitdrukking "Nederland" of "deze landen" vaak zoowel Nederland als +België wordt bedoeld. + +Al die stammen, zoo even genoemd, behooren tot de volkerengroep der +Germanen. Wanneer en waarom zij naar ons vaderland afzakten, dit zijn +vragen, die niet nauwkeurig kunnen worden beantwoord. Waarschijnlijk +waren de Friezen, ongetwijfeld het hoofdvolk, ook de oudste bewoners. De +grenzen, binnen welke zij zich ophielden, waren in 't o. de Eems, in 't +z. die arm van den Rijn, welke zich bij Katwijk in zee stortte. De +woonplaats der Bataven was het eiland der Bataven, tusschen den Rijn en +de Waal gelegen, d. i. een deel van het tegenwoordige Zuid-Holland, +Utrecht en Gelderland. Tevens werd dit eiland, vermoedelijk het +westelijk gedeelte, door de Kaninefaten bewoond. De Tubanten zullen +zich, naar men wil, in Twente, dat aan hen zijn naam ontleent; de +Brukteren, voorzoover ons vaderland betreft, ten o. van hen en ten z. +van de Friezen hebben opgehouden. Over de zeden en gewoonten dezer +volkeren in 't bijzonder valt natuurlijk niets anders mede te deelen, +dan wat allen Germanen gemeen is. + +Al de genoemde en andere volkeren, die met hen deze landen bewoonden, +geraakten in de eerste eeuw v. C. onder de heerschappij der Romeinen. +Die van België werden grootendeels met geweld onderworpen, die van +Nederland sloten veelal verdragen en namen alzoo, door de omstandigheden +gedwongen, vrijwillig het juk op hun schouders. Van de onderwerping der +Friezen heeft de stiefzoon van keizer Augustus, Drusus (zie _Overzicht +der Algemeene Geschiedenis_, 9de druk, blz. 43), de verdienste. Dat +intusschen de oude bewoners van Nederland, als bondgenooten, aan de +Romeinen ondergeschikt waren, blijkt hieruit, dat zij manschappen aan de +legers van dit volk en zelfs aan de lijfwacht hunner keizers leverden. +Dit was dan ook de eenige voorwaarde, waardoor de onafhankelijkheid der +Bataven werd beperkt, tenzij de Friezen ossenhuiden moesten opbrengen. + +Twee opstanden tegen de Romeinen zijn de eenige merkwaardige +gebeurtenissen uit de vroegste eeuwen van Nederlands geschiedenis, die +bij de Romeinsche schrijvers staan opgeteekend. De eerste is die der +Friezen, in 47 n. C. door den Romeinschen veldheer ~Corb[)u]lo~ +beteugeld. Eenigen tijd daarna, in 69 n. C., stonden de Bataven op. De +titel "broeders en vrienden van het Romeinsche volk", hun door de +machtige bondgenooten geschonken, beschutte hen niet tegen +onderdrukking. Niet alleen jongelingen, maar ook ouden van dagen werden +voor den krijgsdienst opgeschreven, om hen te noodzaken, zich los te +koopen en op die wijze de hebzucht der Romeinsche bevelhebbers of +landvoogden te voldoen. Aan 't hoofd der Bataven, die het juk afwierpen, +stelde zich iemand, wiens eigenlijke naam is verloren gegaan en die in +de taal der Romeinen ~Claudius Civ[=i]lis~ heet. Met hen verbonden zich +de Friezen, de Kaninefaten en andere stammen. + +Zoolang de strijd tusschen Vitellius en Vespasianus, die beide naar de +Romeinsche keizerskroon dongen, niet was beslist, behaalde Claudius +Civ[=i]lis meer dan één zege. Maar toen in 70 n. C. Vespasianus' +veldheer ~Cere[=a]lis~ kwam opdagen, moest hij het verbond met Rome +hernieuwen. Naar 't schijnt, was de toestand der opgestane volkeren, na +den strijd, even dragelijk, als hij voorheen jaren was geweest. + +Men kan niet ontkennen, dat het verblijf der Romeinsche legers hier te +lande sporen achtergelaten, of, met andere woorden, dat de onderwerping +aan Rome gunstige gevolgen voor de bevolking dezer streken heeft gehad. +Gedurende dien tijd werden hier en daar wegen aangelegd, ook een enkele +dijk; elders vaarten gegraven. Zoo liet Drusus, om een waterweg naar de +Noordzee te openen en de Bataven tegen overstroomingen van den Rijn te +vrijwaren, de naar hem genoemde gracht graven, waardoor de Rijn nabij +Doesburg met den IJsel werd vereenigd. Grootendeels uit legerplaatsen, +door de Romeinen opgericht, verrezen allengs steden, als Nijmegen, +Utrecht, Leiden en andere. Welken rechtstreekschen invloed echter de +Romeinen op de beschaving der landzaten zelven hebben geoefend, is +moeielijk te zeggen. Het best laat hij zich voorzeker nog afleiden uit +de taal, d. i. uit de Nederlandsche woorden, aan het Latijn ontleend, b. +v. schrijven, letter, enz. + + + + +§ 2. + +_De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen worden een +bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het leenstelsel +en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._ + + +Het spreekt vanzelf, dat ons vaderland, als bestanddeel van het +Romeinsche rijk of als woonplaats van stammen, die bondgenooten +van de Romeinen heetten, sedert de 3de eeuw n. C. mede ten doel +stond aan de menigvuldige aanvallen, door de Germanen op dit rijk +gedaan. Van de groote vereenigingen, door de stammen der Germanen onder +gemeenschappelijke namen aangegaan, zijn er twee, die tot deze landen in +nauwe betrekking komen te staan. Het zijn die der Franken en der Saksen. +Sinds het einde der 3de eeuw deden de Franken, n.l. de Saliërs, bij +herhaling invallen in de Nederlanden, bleven er sinds de regeering van +Julianus den afvallige, d. i. sinds 361 n. C., gevestigd en breidden +zich vervolgens meer en meer naar het Zuiden, eerst tot in Noordelijk +België, later tot de rivier de Somme uit. Na den dood van Clovis in 511 +behoorden Nederland en België ten deele tot die streek, welke men +Austrasië noemde. + +Doch de Franken waren het niet alleen, die ons land bewoonden. Sedert de +5de of de 6de eeuw is de landstreek bij den IJsel het gebied niet langer +van de Saliërs, maar van de Saksen een volk, dat zich over een groot +deel van Noordwestelijk Duitschland uitstrekte en aan wier verbond de +Tubanten en welke andere stammen Overijsel en Drente mogen hebben +bewoond, zich aansloten. Het noordelijk gedeelte van ons land werd in +deze eeuwen, die men het Frankische tijdvak kan heeten, steeds bewoond +door de Friezen. Hun grenzen waren niet altijd dezelfde; maar het is +zeker, dat er tijden zijn geweest, waarin die van de Noordzee en de +Wezer tot de Schelde of de Sincfal, d. i. het Zwin (bij Sluis, in +Vlaanderen), reikten. Tusschen de Friezen en de Saksen aan de ééne zijde +en de Franken aan de andere ontstond van de 6de eeuw af een strijd, die +eerst in de dagen van Karel den groote een einde nam. + +Gedurende dat veelvuldig kampen verdwijnen de naam der Bataven en die +der Kaninefaten voor goed. Sedert de 5de eeuw komen zij niet meer voor. +Zoowel deze volkeren, als andere, die tot dusver afzonderlijke namen +hadden gedragen, sloten zich bij de Franken aan of smolten met hen +tezamen: hun naam ging in den algemeenen naam "Franken" op. + +De onderwerping der Friezen aan Karel den groote dagteekent van 't +jaar 785, die der Saksen van 805. Van dien tijd af maken dus die +beide volkeren, bij gevolg ook Nederland en België, een bestanddeel +uit van het Frankische rijk, dat tot 843 bleef bestaan. Gelijk +elders, voerden de Franken in deze streken het leenstelsel en het +Christendom in. Het doopen of de bekeering der Friezen was, behalve van +den Frankischen geloofsprediker ~Wulfran~, grootendeels het werk van de +Christenzendelingen, uit Engeland overgekomen, van ~Willebrord~ en +~Winfried~, sinds zijn overgang tot het kloosterleven, alzoo reeds in +zijn jongelingsjaren, doorgaans ~Bonifacius~ (d. i. die zijn taak goed +volbrengt) geheeten. Willebrord werd de eerste bisschop onder de +Friezen. Wulfran is de man, die door zijn onberaden ijver den koning der +Friezen, ~Radboud~, in 719 noopte, te Hoogwoude (ten n. o. van Alkmaar) +zijn voet weder uit het water terug te trekken, waarin hij dien reeds +had gezet, ten einde door den doop in de gemeente der Christenen te +worden opgenomen. Bonifacius vond den 5den Juni 755 met drie-en-vijftig +zijner leerlingen bij Dokkum den dood des martelaars. + +De verdeeling dezer landen of volken in den tijd van de heerschappij +der Franken is drieledig: 1^o de kerkrechtelijke, uitgaande van den +paus en allengs ingevoerd sedert het begin der 8ste eeuw; 2^o de +staatsrechtelijke, uitgaande van den keizer en in de 8ste eeuw tot stand +gekomen; 3^o de burgerlijke of geographische, van vroegere tijden +dagteekenende en uit den boezem des volks voortgesproten. Ten aanzien +van de eerste verdeeling stond het Noorden tot de Schelde en de Waal +onder het bisdom Utrecht, het Oosten en het Zuiden onder Saksische en +Frankische bisdommen. Staatsrechtelijk werd het land verdeeld in +hertogdommen, deze weder in graafschappen, de graafschappen o. a. in +schoutambten. De burgerlijke verdeeling was in volken of landen, elk +land in _gouwen_, elke gouw in _marken_. Veelal stemde deze verdeeling +geheel overeen met de staatsrechtelijke, zoodat een gouw gelijk stond +met een graafschap, een mark met een schoutambt. Zóó gingen de aloude +marken, d. i. stukken grond, die voorheen 't gemeenschappelijk eigendom +waren der markgenooten, welke waarschijnlijk van de eerste verovering of +inbezitneming dagteekenden, in deze nieuwe indeeling op. + +Hier volgen een paar dier gouwen, zoowel uit het land der Friezen en +Saksen, als uit dat der Franken. In het tegenwoordige Groningen: +Hunsingo; in het tegenwoordige Friesland: Oostergo, met de hoofdplaats +Dokkum; in het tegenwoordige Holland: West-Friesland, met de hoofdplaats +Medemblik; in het tegenwoordige Overijsel: Twente, met de hoofdplaats +Goor; in het tegenwoordige Gelderland: de Veluwe, de Betuwe, enz. + +Vraagt men naar de vruchten van de heerschappij der Franken in deze +landen, hierop kan in zooverre een antwoord worden gegeven, dat men zich +over 't geheel een tamelijk goed denkbeeld van den algemeenen toestand +vermag te vormen. Het land werd, onder 't oppergezag der koningen, +bestuurd door hertogen en graven. Oorspronkelijk beduidt het woord +_hertog_ aanvoerder van een leger. Maar dikwijls werd ook hij zoo +genoemd, die over de krijgsbenden eener zekere landstreek het bevel +voerde, weshalve die titel dan aan de landstreek werd gehecht. Zoo waren +er hier te lande drie hertogen: een van Friesland, een van Saksen en een +van Frankenland. Onder de hertogen stonden _de graven_, d. i. rechters. +In den beginne werd die titel zoowel aan ambtenaren van lagen als van +hoogen rang gegeven, zoodat b. v. een opzichter over wouden, dijken, +wegen, enz. vaak graaf werd genoemd. Later werden die koninklijke of +keizerlijke ambtenaren gewoonlijk zoo geheeten, die als rechters, doch +ook als burgerlijke bestuurders en aanvoerders van 't leger den vorst +vervingen. De bank van _schepenen_, waarvan de graaf voorzitter was, had +rechtspraak over het geheele graafschap. Onder de graven vond men +_schouten_, die aan 't hoofd stonden van de schoutambten. De bevolking +was niet langer in den toestand van wilde horden, maar in dien eener +geregelde maatschappij met vaste wetten. Zij was gesplitst in de +volgende standen: _vrijen_, _liten_ (lieden of hoorigen) en _slaven_ of +_lijfeigenen_. Dewijl de liten op de hoeven der vrijen woonden, noemde +men ze hofhoorigen. Noch hun toestand, noch die der lijfeigenen was zoo +onaangenaam, als die der slaven in de oudheid of die der negers in de +volkplantingen der Europeanen van den nieuweren tijd. Ten bewijze dat +handel en nijverheid geen geheel vreemde dingen waren, strekt, dat +Dorestad, (Wijk bij) _Duurstede_, b. v. een aanzienlijke koopstad was. +De groote wegen werden naar behooren onderhouden en met wering van +knevelarij, tegen voldoening van bepaalde tollen, voor elk opengesteld. + +Reeds gedurende de regeering van Karel den groote en vroeger werden deze +landen door de Noormannen besprongen, doch vooral geschiedde dit onder +'t bewind van Lodewijk den vrome en na hem. Deze woeste horden, de +stroomen opvarende, legden de steden, die zij op haren weg ontmoetten, +zware schattingen van honderden of duizenden ponden goud of zilver op, +of kenmerkten in het binnenland, zoover zij doordrongen, haren weg door +roof en doodslag. Lodewijk de vrome verschafte de Noormannen een zeer +gewenschte aanleiding om hun rooftochten voort te zetten. Tot hem kwamen +n.l. drie dier Noordsche vorsten, ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~, die +uit Denemarken waren verjaagd en met behulp van Lodewijk hun gebied +zochten te herwinnen. Lodewijk, die steeds voor 't Christendom ijverde, +hoopte door 't verleenen van den gevraagden bijstand deze vorsten en +misschien een aantal hunner onderdanen tot het aannemen van dien +godsdienst te bewegen. Hierin slaagde hij naar wensch. De Deensche +vorsten lieten zich in 826 doopen; maar het mocht den koning der Franken +niet gelukken, hen in 't bewind te herstellen. Vol blijdschap over hun +bekeering, gaf Lodewijk hun daarom leenen in de Nederlanden: aan Heriold +Dorestad of _Duurstede_ en omstreken; aan Roruk _Kennemerland_ (een deel +van Noord-Holland nabij Alkmaar) en aan Hemming _Zeeland_. Dit bracht +vele rampen over de Nederlandsche gewesten, want behalve dat de van +buiten komende Noormannen hier van nu af hun heerschzucht ruimen teugel +vierden, onderdrukten de in deze landen gevestigde Noormannen de +landzaten van tijd tot tijd zeer. En niet vóór 885 eindigde hun +heerschappij in deze streken. + +Inmiddels had het Frankische rijk in 843, bij het verdrag van Verdun, +opgehouden te bestaan. Hierbij verkreeg Lotharius I. o. a. het oostelijk +gedeelte van Frankrijk en aangrenzende landen, gelegen in 't z., +tusschen de Rhône en de Alpen, in 't n., zoowel ten n. van den Rijn als +tusschen deze rivier en de Maas, gelijk mede tusschen de Maas en de +Schelde tot de monden dezer rivieren. Lodewijk de Duitscher bekwam o. a. +het land ten n. van de Alpen en ten o. van den Rijn. Karel den kale +eindelijk werd o. a. het gebied ten westen van de Schelde, de Maas, de +Saône en de Rhône toegewezen. Hieruit volgt, dat Lotharius I bijna +geheel België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel +van Zeeland verwierf. Later, in 870 en 879, kwam het aandeel van +Lotharius I aan Duitschland. + + + + +§ 3. + +_Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van andere +streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij dezer +landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en in het +Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._ + + +Toen de Friezen zich in 785 aan Karel den groote onderwierpen, werd hun +land, zooals vanzelf spreekt, geacht een bestanddeel van het rijk der +Franken te zijn. Doch het leenstelsel werd bij hen zoo goed als niet +ingevoerd; zij behielden hun persoonlijke vrijheid, eigendom en rechten, +hoewel zij door koninklijke ambtenaren werden bestuurd. Alzoo verschilde +hun toestand van dien der bewoners van de andere gedeelten dezer landen, +als van Brabant, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en van een +streek van Noord-Holland, n.l. Kennemerland. Hier werd de Frankische +stam, vroeger of later, de overheerschende, de Friesche de +onderliggende. 't Gevolg was, dat de Friesche inwoners der +laatstgenoemde landen, althans grootendeels, ophielden vrijen te zijn, +en, als hoorigen of lijfeigenen, tot allerlei dienstbetooning aan de +overheerschers werden verplicht. Niet alleen als volk werden zij dus +vernietigd; maar zij verloren ook een groot deel hunner menschenrechten. +Bij de veelvuldige verdrukking van allerlei heeren, waaraan zij ten doel +hadden gestaan, had daarenboven menige vrije het als een geluk +beschouwd, zich als lijfeigene te mogen verkoopen, op die wijze, met +opoffering van de vrijheid, althans rust en veiligheid verwervende. +Nergens intusschen was het getal lijfeigenen zoo groot als in de landen +van den bisschop van Utrecht. + +Na het jaar 843 kwamen de Nederlanden en België (steeds met uitzondering +van Vlaanderen en van een gedeelte van Zeeland), om niet van het +tijdperk van overgang te spreken, gelijk op blz. 9 werd opgemerkt, +weldra tot Duitschland in die betrekking te staan, waarin zij tot dusver +hadden gestaan tot het rijk der Franken. Van dien tijd af maakten zij, +n.l. voor zoover zij bij het verdrag van Verdun tot het aandeel van +Lotharius I hadden behoord, een bestanddeel uit van het hertogdom +Lotharingen, en sedert 965, toen dit hertogdom in Opper- en +Neder-Lotharingen werd verdeeld, van het laatste. + +In de 9de en de 10de eeuw werden waarschijnlijk de meeste Nederlanden +erfelijke leenen, dewijl dat, wat oorspronkelijk een gunst des keizers +was, allengs, in weerwil van hem, als een recht werd beschouwd. Het volk +en de kleinere leenmannen, die zich natuurlijk meer aan de plaatselijke +overheid dan aan den veeltijds afwezigen keizer hielden, namen met deze +verandering licht genoegen. Meer dan eens ontstonden er evenwel groote +moeielijkheden uit de vraag, of het eene of andere gewest alleen een +_mannelijk_ of _zwaardleen_, of wel tegelijk een _vrouwelijk_ of +_spilleleen_ was. Sedert de 11de eeuw kwamen allengs meerdere gouwen aan +één graaf. Dit ontsproot hieruit, dat sommige gravengeslachten +uitstierven of werden verdreven en de overige zich dan met hun +nalatenschap verrijkten. Hierdoor kwam het, dat in de 12de eeuw bijna +het geheele land tusschen den graaf van Gelder, dien van Holland en den +bisschop van Utrecht was verdeeld. + +De verandering, die langzamerhand in het Zuiden in den staat van zaken +plaats greep, was hoofdzakelijk deze, dat in plaats van het hertogdom +Neder-Lotharingen, voor en na, verschillende zelfstandige staten +ontstonden. De grootste dier staten was _Brabant_, dat ook den titel +"hertogdom" behield. Verder vond men er het markgraafschap, veelal +graafschap genoemd, _Namen_, en het graafschap _Henegouwen_. Ten o. van +deze drie staten lag het bisdom _Luik_. Tusschen den Maas en den Rijn +lag het graafschap, sedert de 11de eeuw hertogdom, _Limburg_. +_Maastricht_ was voor een gedeelte een bezitting van den bisschop van +Luik, voor een ander deel een op zich zelve staande rijksstad, die later +door Karel V van het Duitsche rijk afgescheiden en aan Brabant +toegevoegd werd. Ten z. van Limburg stiet men op het graafschap, sedert +1354 hertogdom, _Luxemburg_. + +_Antwerpen_ met zijn omstreken was reeds in de 10de eeuw een +markgraafschap van het heilige Roomsche of Duitsche rijk en werd door +den hertog van Brabant bestuurd. _Mechelen_ was een heerlijkheid, die in +1357 aan Vlaanderen kwam. Gelijk _Artois_ in zijn geheel, zoo was +_Vlaanderen_ grootendeels een deel van Frankrijk, _Kroon-Vlaanderen_ +geheeten. Het andere gedeelte, het Noordelijke, was een leen van +Duitschland en werd _Rijks-Vlaanderen_ genoemd. O. a. bevatte het +Zeeland bewester schelde, d. i. het land ten n. van de Hont. In 1007 gaf +keizer Hendrik II Rijks-Vlaanderen aan Boudewijn IV, graaf van +Vlaanderen, in leen, die op zijn beurt het Zweedsche land wederom in +achterleen gaf aan graaf Dirk III van Holland. + +De staten, die in 't Noorden verrezen en waarvan straks ter loops werd +gewaagd, waren Holland, Utrecht, Gelderland. Zooals men gewoonlijk +aanneemt, ontstond het _graafschap Holland_, waarbij dat gedeelte van +Zeeland behoort, dat ten n. van de Oosterschelde ligt, in 922, doordien +Karel de eenvoudige (_Overzicht_, 9de druk, blz. 78) aan hem, die men +veelal Dirk I noemt, Egmond en omliggend land, ongeveer van Hillegom tot +Alkmaar, schonk. Maar wil men op een begin van 't graafschap Holland +wijzen, dat op een vasten grondslag steunt, dan moet men gaan tot het +jaar 1018, tot dien Dirk, die doorgaans ~DIRK~ III heet. Tusschen de +Merwede en de oude Maas lag te dier tijde een moerassig bosch, dat de +bisschop van Utrecht en die van Luik gemeenschappelijk bezaten. Deze +wildernis werd in het begin der 11de eeuw door graaf Dirk eigenmachtig +in bezit genomen. Hij stichtte er een sterkte ter bewaking van de +talrijke rivieren, welke die streek besproeien, en hief er op eigen +gezag tol van de voorbijvarende schepen. Tevergeefs trachtte keizer +Hendrik II dit te beletten. De sterkte, door Dirk gesticht, gaf het +aanzijn aan de stad Dordrecht. Naar 't schijnt, had de genoemde streek, +wegens haar rijkdom aan bosschen den naam _Holland_ gekregen, die, na de +verovering, allengs op de meer naar 't noorden gelegen streken overging. +Vanhier, dat de graven, die voorheen "graven van Friesland" heetten, +zich sinds dezen tijd "graven van Holland" begonnen te noemen. Sedert +1323 werd de graaf van Holland, gelijk beneden zal worden aangetoond, +tevens graaf van _Zeeland_, een land, dat zijn naam wellicht hieraan +ontleent, dat het deels uit _zee_, deels uit _land_ bestaat (zee en +land). + +_Gelderland_ bestond oudtijds uit de graafschappen Gelre of Gelder en +Zutfen. De eerste, welke den titel "graaf van Gelder en Zutfen" voert, +is ~HENDRIK~ in 1138. "Graaf van Gelder" heette hij naar zijn hoofdstad +Gelre (ten n. o. van Venlo). In 1339 verhief keizer Lodewijk ~REINOUD~ +II of ~DEN ZWARTE~, zoo genoemd naar de kleur van zijn hoofdhaar, tot +hertog van Gelderland. + +Zooals boven is vermeld, pleegt er sedert 695, toen Willebrord zijn +zetel te Utrecht vestigde, van een _bisdom Utrecht_ te worden gewaagd. +Dikwerf komt het ook onder den naam _het Sticht_ of _Stift_, +gelijkbeteekenende met "gesticht", voor. Hoe ver het gebied des +bisschops in geestelijke of kerkelijke zaken reikte, is reeds (zie blz. +6) gezegd. Oorspronkelijk was de kerkelijke macht de eenige, die de +bisschoppen hadden. Doch sedert de keizers en andere machtige mannen, +van tijd tot tijd, allerlei bezittingen aan den bisschoppelijken stoel +schonken, kwam hierbij allengs ook wereldlijk gezag. Als wereldlijke +vorsten waren zij, gelijk de overige Nederlandsche vorsten in de +Middeleeuwen, leenmannen van het Duitsche rijk. Sedert 1122 werd de +bisschop door de kanoniken van de vijf kapittelkerken gekozen. De +vergadering van al die kanoniken tezamen droeg den naam _kapittel van +Utrecht_. Behalve over Utrecht strekte zich de wereldlijke macht van de +bisschoppen ook uit over _Overijsel_, daarom _Oversticht_ geheeten, +alsmede van _Groningen_ en _Drente_. Wat Overijsel betreft, dit hebben +zij trapsgewijze gekregen. Weleer waren hier, zooals elders, +onderscheiden graafschappen, alle aan het Duitsche rijk leenroerig. +Naarmate deze landstreken, bij het uitsterven der mannelijke lijn en +anderszins, aan het rijk vervielen, gaven de keizers ze aan den +bisschoppelijken stoel in leen. + +Nog is niet gesproken van _Friesland_ en van eenige in de Middeleeuwen +op zichzelf staande kleinere gedeelten van ons vaderland. Het +eerstgenoemde land, tevens West-Friesland, een groot deel van de latere +provincie Groningen en Oost-Friesland bevattende, werd sedert Karel den +groote door graven beheerscht. Wat die andere deelen des lands aangaat, +hiertoe behoorde o. a. de heerlijkheid _Westerwolde_, sinds het einde +der vorige eeuw bij de provincie Groningen ingelijfd. + +Na op de bestanddeelen der Nederlanden in de Middeleeuwen te hebben +gelet, vestige men zijn aandacht op den aard der grafelijke macht in +Holland, waarbij men zich behoort te herinneren, dat wat hier wordt +aangevoerd tevens in 't algemeen voor Gelderland, Utrecht, enz. geldt. +Oorspronkelijk waren de graven (zie blz. 7) ambtenaren, d. i. dienaren, +die in naam van den koning der Franken of den keizer van Duitschland de +vierschaar spanden, de boeten invorderden en den heirban aanvoerden. Zij +bezaten op dezen grond doorgaans vele landen, bosschen enz. in vollen +eigendom. De bediening, hun opgedragen, kon worden herroepen, weshalve +niet de graven naar de streek, waarover zij waren gesteld, werden +genoemd, maar de graafschappen den naam droegen van hen, die ze +bestuurden. Sedert de leenwet van keizer Koenraad II (_Overzicht_, 9de +druk, blz. 79) in 1037 werden de graafschappen alom, dus ook hier te +lande, erfelijk. Nu bleven de graven niet lang meer dienaren. Aangesteld +door een heer, die verre was, poogden zij weldra zich van hem zoo goed +als onafhankelijk te maken, zijn plaats geheel in te nemen, in 't kort +landsheeren te worden en als zoodanig te handelen. Het hun geleende +gezag zochten zij tot een eigen te maken. Hiertoe behoefden zij den +steun hunner onderdanen en moeten zich dien hebben weten te verschaffen. +Eens landsheer geworden, gaf ook de graaf van de aanzienlijke goederen, +die hij bezat of aan zich had getrokken, er vele in leen aan de vrijen +en eigenerfden, hier woonachtig, natuurlijk onder voorwaarde, dat zij +hem, den leenheer, getrouw zouden wezen en bijstaan tegen wien ook. + +In naam van den graaf of landsheer spande in Holland _de baljuw_ +of _schout_, zijn ambtenaar, _de vierschaar_ (d. i. de vier +gerechtsbanken), of, met andere woorden, riep _de schepenen_, als +bijzitters, bijeen. De schepenen wezen het vonnis, en de baljuw of +schout sprak het uit. De baljuw, de plaatsvervanger van den graaf in +elke gouw, stond hier aan 't hoofd van 't burgerlijk bestuur, was +voorzitter in de gerechten, voerde de ingezetenen in oorlog aan en +oefende het toezicht over wateren, wegen en dijken. + +Vooral was het Floris V, die inbreuk maakte op de oude instellingen en +de grafelijke macht uitbreidde. Om niet afhankelijk te zijn van den +bijstand der edelen in geval van oorlog, stichtte hij steden en +begunstigde ze met _keuren_ en allerlei voorrechten. Voor den +grafelijken domeingrond, waarop zij werden gebouwd, betaalden die steden +een jaarlijksche som, als tot afkoop van de diensten, waartoe de +bewoners van dien grond zouden gehouden geweest zijn. _De gemeenten_, +aldus ontstaan, werden als vazallen of leenmannen aangemerkt. Alzoo de +burgerijen, als krijgsmacht, aan de troepen der leenmannen kunnende +tegenstellen en hun inkomsten met behulp van de jaarlijksche +schattingen, hun door de steden op te brengen, vermeerderende, +verzwakten de graven de heeren, zichzelven tevens versterkende. Deze +gevolgen werden in nog ruimer mate zichtbaar, toen de graven, met de +edelen, eveneens de steden opriepen, om ook haar over 's lands belangen +te raadplegen of haar om beden te vragen. Op die wijze veranderden de +graven allengs de geheele inrichting van den staat. + +De burgers dier steden wierpen hoe langer hoe meer een aanmerkelijk +gewicht in de schaal. Op grond van den ouden rechtsregel, dat geen vrij +man kon worden gedwongen, zonder eigen toestemming, iets van zijn +eigendom af te staan, konden ook zij hun bewilliging onthouden aan _de_ +vorstelijke _beden_, d. i. aanzoeken om geldelijke hulp, en wel in dier +voege, dat elke stad voor zich kon weigeren. En vermits in deze landen, +gelijk elders, de geestelijkheid en de edelen van rechtswege bevrijd +waren van alle lasten, uitgezonderd van den krijgsdienst, en zich +zoolang mogelijk in 't bezit van dit recht handhaafden, waren de graven +meer en meer verplicht, zich, ten einde de noodige gelden te erlangen, +tot de stedelingen te wenden. Deze gesteldheid van zaken verklaart ook +het aanwezig zijn van die tallooze _privilegiën_ hier te lande, als +zoovele bolwerken, om te groote overmacht van den graaf te stuiten. + +De inhoud dier stukken liep natuurlijk uiteen. Maar geen stad of gewest +was er bijna, of zij kon zich beroemen op een keur, waardoor de +ingezeten verzekerd was, niet buiten de grenzen van stad of gewest +gedagvaard of voor een vreemden rechter gedaagd te worden (jus de non +evocando). Dergelijke privilegiën bezwoer de graaf, aleer hij het bewind +aanvaardde. Eerst dan legden de onderdanen den eed van trouw en +gehoorzaamheid af. + +Wat het binnenlandsch bewind betreft, bleef Friesland tot den tijd van +Karel V op een geheel bijzonderen voet bestaan. De keizer beleende met +dit land hetzij den bisschop van Utrecht, hetzij den graaf van Holland +of een ander vorst. Alzoo meende zoowel de graaf van Holland als de +bisschop van Utrecht een verkregen recht te hebben op de heerschappij +over de Friezen, die zelven evenmin gezind waren den een als den ander +te gehoorzamen. De herhaalde uitgifte van Friesland in leen toont aan, +dat er, gedurende de Middeleeuwen, in dit land geen gezag bestond, +gelijk aan dat van den bisschop van Utrecht, den graaf van Holland of +den hertog van Gelderland. De graven of regenten, die er waren, moeten +worden geacht ambtenaren van lageren rang te zijn geweest en met minder +macht bekleed, dan die was, welke de zoo even genoemde landsheeren, elk +binnen zijn perken, uitoefenden. + + + + +§ 4. + +_Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._ + + +Hetgeen op de laatstvoorgaande bladzijden omtrent het karakter en de +hoedanigheid van de macht der landsheeren staat opgeteekend ziet, uit +den aard der zaak, niet op één tijdstip in 't bijzonder. Het is veeleer +een doorloopende beschouwing van de ontwikkeling dier macht in den loop +der tijden, welke steeds behoort te worden getoetst aan de geschiedenis +der staten zelven, waartoe wij thans overgaan. 't Eerste graaflijke +stamhuis, dat in Holland regeerde en oorspronkelijk in de streken van de +oude abdij van Egmond was gevestigd, was _dat van Holland_, naar de +gewone meening, 922-1299 (zie echter blz. 11 en 12). Hier volgt de reeks +der graven, uit dat huis gesproten. Zoo men met 922 begint, zijn er +zestien: Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V, +Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris IV, Willem +II, Floris V, Jan I. De plaats, waar de huldiging der graven plaats had, +was Dordrecht. De eerste graven waren vaak in oorlog met de +West-Friezen, met wier land zij, hoewel tegen den zin der inwoners, +beweerden door den keizer te zijn beleend. In 1256 viel ~WILLEM~ II op +een veldtocht tegen hen bij ~Hoogwoude~ (ten n.o. van Alkmaar), waar +hij, met zijn paard door het ijs gezakt en tevergeefs een groot losgeld +biedende, door de vijanden werd afgemaakt. Eerst ~FLORIS~ V, zijn zoon, +onderwierp hen in 1282 en 1287, en tevens de Waterlanders en de +Drechterlanders, zooals hij vroeger de Kennemerlanders had bedwongen. + +Eveneens hadden de graven dikwijls geschillen met de bisschoppen van +Utrecht, eensdeels wegens Friesland, anderdeels over de grensscheiding. +Zoo werd Utrecht ongeveer in 1145 door ~DIRK~ VI, uit wrok over het +verlies van Friesland (zie blz. 15), belegerd. Toen echter bisschop +~Herbert~, aan het hoofd zijner geestelijkheid, in plechtgewaad, met een +boek in de hand uit de gewijde vest kwam, om den banvloek over den graaf +uit te spreken, ontgleed het krijgszwaard aan zijn bevende handen en +brak hij in aller ijl het beleg op. Dat sommige graven zich zelfs aan +openlijken oorlog met den keizer durfden wagen, blijkt o. a. uit het +voorbeeld van Dirk III (zie blz. 12). En dan was Holland nog, ter zake +van Zeeland (zie blz. 11), in langdurigen kamp met de Vlamingen +gewikkeld. Van Hollands graven namen ~FLORIS~ III en ~WILLEM~ I +persoonlijk deel aan kruistochten, de eerste aan den derden, waarin hij +wakker streed, maar in 1190 te Antiochië aan een ziekte overleed. Zijn +tweede zoon Willem vocht, na den dood zijns vaders, mede voor Acre. +Nadat hij vervolgens zijn broeder Dirk VII als graaf was opgevolgd, +ondernam hij aan 't hoofd van een leger Hollanders en Friezen +gezamenlijk met de andere vorsten een tocht tegen Damiate (in 't n. van +Egypte, nabij een der monden van den Nijl), om vandaar Syrië en +Palaestina aan te tasten. Na een langdurig beleg werd Damiate in 1219 +ingenomen, doch in 1221 ook reeds weder ontruimd. Ter herdenking dezer +gebeurtenis hangen er, sedert het midden der 16de eeuw, in den toren van +de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem koperen klokjes, die zoowel +elken avond geregeld als hij brand en andere gelegenheden worden geluid. +Zij heeten _Damiaatjes_, niet omdat zij van Damiate afkomstig zijn, maar +omdat zij bestemd zijn, de herinnering aan den tocht levendig te houden. + +Slechts eenmaal werd, gedurende de regeering van het eerste stamhuis, +als punt van geschil, de vraag opgeworpen, of Holland een zwaard- dan +wel een spilleleen was. Het geschiedde in 1203, bij den dood van Dirk +VII. Hij liet één dochter na, Ada geheeten. Graaf Dirk had gewenscht, +dat zijn broeder, weldra graaf Willem I, als regent het bewind voor haar +voerde. Maar Dirks gemalin, Adelheide, haatte Willem, en hoewel zij zich +niet kon ontveinzen, dat Holland, destijds althans, als een mannelijk +leen werd aangemerkt, poogde zij het graafschap voor hare dochter te +behouden. Mede met het oog daarop huwde zij Ada uit aan Lodewijk, graaf +van Loon (ten n. van Luik), Dit huwelijk werd voltrokken, terwijl het +lichaam van Ada's vader nog boven aarde stond, zoodat het gebruikelijke +rouwmisbaar voor de blijde bruiloft moest wijken. Deze handelwijze van +Adelheid maakte de verontwaardiging van vele edelen gaande, die nu +partij kozen voor Willem. Zóó ontbrandde er een oorlog, waarin de +fortuin Lodewijk eerst een korte poos toelachte, om hem weldra ontrouw +te worden. Reeds in 1204 werd hij uit Holland verdreven en kwam er +nimmer terug. + +Allengs was het aanzien van het Hollandsche gravenhuis zeer gerezen. Nog +hooger steeg dit, toen Willem II, de stichter van 's Gravenhage, in 1247 +tot Roomsch koning werd benoemd, een waardigheid, die hem intusschen +veel strijd kostte en geen werkelijke macht schonk. Doch juist toen zijn +gelukszon in Duitschland begon te rijzen en zijn uitzichten te +verhelderen, viel hij, omtrent dertig jaren oud, in den kamp tegen de +West-Friezen (zie blz. 16). Hij benevens Willem I en Floris V zijn het +inzonderheid, aan wie de steden en vlekken hun opkomst hadden te danken. + +Gelijk elders, oefenden de kruistochten ook in ons land hun invloed en +brachten een geheele omkeering in de maatschappij teweeg. Ook in +Nederland begon men van lieverlede de gevolgen te gevoelen van het +onderlinge verkeer der natiën, dat toen opkwam. Dat men onder de banier +des kruises voor een heiliger beginsel streed, dan men tot dusver had +gekend, leidde tot veredeling van den woesten krijgsmansgeest en +temperde de ruwheid van zeden. Ook hier werd de kring van menschelijke +kennis en ervaring uitgebreid en verwekte de handel, die reeds tot +eenigen bloei kwam, een hooger gevoel van zelfstandigheid. Nu de +kennismaking met het Oosten en met het Byzantijnsche hof de behoefte aan +meer gemak en weelde, aan pracht en vertooning had gewekt, +vermenigvuldigden zich, met de vermeerdering van allerlei behoeften, +eveneens de takken van nijverheid en nam de handel een hoogere vlucht. +Alwie, getroffen door het gezicht van Italië's steden, fier op eigen +bestuur, naar huis terugkeerde, haakte naar 't zelfde geluk en deed mede +bij anderen de begeerte daarnaar ontbranden. De edelen, die, om de +kosten der uitrusting te bestrijden, vele hunner eigendommen moesten +vervreemden of hun lijfeigenen de vrijheid schenken, verloren van hun +invloed en luister. Het volk werd uit de diepe vernedering der +lijfeigenschap opgeheven en de grond gelegd tot het ontstaan van _den +derden stand_, d. i. dien der poorters of burgers, en tot dien der +boeren. De kruistochten bevorderden krachtig het gebruik der moedertaal +en riepen rechten en vrijheden in 't leven. Zij verbonden de drie +standen nauwer en ontwikkelden ze meer en meer door 't wijzigen hunner +zeden en gewoonten. + +Op den grondslag nu, ook door de kruistochten gelegd, begon voet voor +voet het gebouw der burgerlijke vrijheid te verrijzen. Zooals boven werd +opgemerkt, zijn de meeste steden haar oorsprong of bloei aan het straks +genoemde drietal graven verschuldigd. In de keuren, aan de steden +uitgereikt, werd haar vrijdom van tol geschonken; voor toezicht op wegen +en vaarten gezorgd; een zekere boete op misdrijven bepaald; het recht +gegeven om haar overheidspersonen of schepenen te verkiezen; +vastgesteld, welk getal van manschappen, b. v. 25 tot 30, de stad in +geval van oorlog moest leveren en hoe groot de som, jaarlijks te +voldoen, zou zijn, b. v. van 20 tot 60 gl. (zie blz. 14). Doch Floris +ging nog verder. Hij raadpleegde niet alleen de edelen, maar ook van +tijd tot tijd sommige steden over 's lands belangen. + +Zóó verrezen, in tegenstelling met andere landen, op Hollands bodem op +vreedzame wijze tal van steden. Als regel gold het, dat elke lijfeigene +of hoorige, die binnen een stad zijn toevlucht nam, vrij werd, zoo hij +na jaar en dag door zijn heer niet was opgeëischt. Groot was de +verandering, die reeds hierdoor de toestand van den lijfeigene of +hoorige onderging. Van dit oogenblik af betaalde hij geen _schot_ (van +schieten, in den zin van bijdragen, geven) en _lot_ (eigenlijk: stuk +grond, vandaar: de schatting er voor), d. i. hoofdgeld, meer, want dit +geschiedde alleen door de niet-vrijen. Hij mocht, naar welgevallen, een +huwelijk aangaan, over zijn goederen beschikken, in één woord: hij kreeg +persoonlijke rechten. Als burger deelde hij verder in de voorrechten, +waarmede de steden langzamerhand werden begiftigd. Geen andere +verplichtingen stonden hier tegenover, dan dat hij (zie boven) eens in +'t jaar met zijn medeburgers een vaste som moest opbrengen, binnen de +stad blijven wonen en zich, wanneer haar eenig gevaar dreigde, gewapend +naar de loopplaats begeven. De band, op die wijze bij de opkomst der +steden gelegd, werd later nog nauwer toegehaald, sinds de burgers +allerlei bijzondere verbintenissen onder elkander aangingen. Hiertoe +behooren hoofdzakelijk _de gilden_, d. i. vereenigingen van lieden, die +hetzelfde bedrijf of handwerk uitoefenen, met verbod aan anderen om dit +te doen. + +Is het vreemd, dat Floris door zijn tegenstanders _der keerlen God_, d. +i. de afgod der stedelingen en boeren, werd genoemd? Niet alleen door +rechtstreeksche begunstiging, ook door het fnuiken van den adel +bevorderde hij hun belangen. Op verzoek van een paar steden en edelen +uit het Sticht deed hij de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en ~Herman van +Woerden~, zijn leenmannen, den oorlog aan. Die oorlog liep ten nadeele +der beide heeren af. Gijsbrecht deed in 1285 afstand van een deel der +goederen, die hij van den bisschop in leen had, o. a. van Muiden, welke +op Floris overgingen, die hierdoor een vazal van Utrecht werd. Dezelfde +bepaling werd op de heerlijkheid Woerden toegepast. Verder deden beiden +afstand van hun alodiën, waar ook gelegen, ten behoeve van Floris, die +ze hun als leenen teruggaf. + +Meer dan genoeg had Floris gedaan, ten einde den wrok der edelen op zich +te laden. Als om de maat vol te maken, voegde hij er nog bij, dat hij +veertig hoorigen, die zich op de een of andere wijze jegens hem +verdienstelijk moeten hebben gemaakt, van alle slaafsche diensten +ontsloeg en hen vrij verklaarde. Welk een vergrijp in 't oog der edelen! +Terwijl zij vol verbittering aan de bevrediging hunner wraakzucht +dachten, kregen zij onverwachts een bondgenoot in ~Eduard~ I, koning van +Engeland. Hij verplaatste bij een verdrag, in 1295 met Guy van +Dampierre, graaf van Vlaanderen, gesloten, den stapel der Engelsche wol +van Dordrecht, waar hij sedert eenige jaren was, naar Brugge en +Mechelen. Hierom sloot Floris zich in den oorlog, die in 1293 tusschen +Engeland en Frankrijk losbarstte (_Overzicht_, 9de druk, blz. 90), +sedert 1296 bij ~Philips IV~ of ~den schoone~, koning van Frankrijk, +aan. Deze verbindtenis deed Floris den dood. Eduard vond bereidvaardige +dienaren in een groot aantal edelen, die hij overreedde, om Floris +gevangen te nemen en naar Engeland te voeren. Zij, die hun arm +inzonderheid leenden tot de uitvoering van Eduards plannen, waren ~Jan +van Kuik~ (de omstreken van Grave, ten z. van Gelderland), Gijsbrecht +van Amstel, Herman van Woerden, ~Gerard van Velzen~. Wat aller +verbittering had verwekt was, dat Floris, dáár partij kiezende, waar +eigen voordeel en overeenstemming van gevoelen hem riepen, lieden, op +welke zij laag neerzagen, uit het stof had verheven. Velen hadden +bovendien hun bijzondere grieven. + +Weldra ondervond Floris, wat de vijandschap der edelen vermocht. Op den +dag, waarop hij als middelaar een verzoening had teweeg gebracht van de +heeren van Amstel en Woerden met de verwanten van den heer van Zuilen, +een leenman van het Sticht, vielen de samengezworenen, in de nabijheid +van Utrecht, op Floris aan, namen hem gevangen en voerden hem naar +Muiden, om hem vandaar naar Engeland in te schepen. Intusschen kwamen +de Kennemers, de Waterlanders, de West-Friezen en de Gooilanders op de +been, legerden zich voor Muiden en eischten, dat men hun den graaf +overleverde. In plaats van aan deze vordering gehoor te geven, zetteden +de edelen Floris te paard en trachtten hem, langs een omweg vliedende, +naar Brabant of Vlaanderen te vervoeren. Doch ternauwernood hadden zij +een eind weegs afgelegd, of zij stieten op een schaar Gooilanders, die +denzelfden eisch als kort tevoren deden. Vreezende voor de overmacht te +moeten bukken, pleegden thans de edelen, Floris om hals brengende, de +misdaad, die zij niet van plan waren geweest te bedrijven. Der keerlen +God viel als het offer hunner wraak in 1296. Let men op de gevolgen, dan +voorzeker zijn 's graven handelingen zeer te prijzen; maar van het +standpunt van 't recht beschouwd, zijn zij van willekeur niet vrij te +pleiten. Eenige van de moordenaars vielen in handen van de West-Friezen +en Kennemers en werden door hen gedood; anderen werden door den +scherprechter ter dood gebracht; nog anderen, met name de heeren van +Amstel, Woerden en Velzen, ontvluchtten het zwaard der gerechtigheid. + +In 1297 volgde Floris' zoon ~JAN~ hem op. ~Wolfert~ van ~Borselen~ (op +Zuid-Beveland), heer van Veere, werd aan het hoofd der regeering +geplaatst, maar in 1299, bij een oploop van 't volk, te Delft van 't +leven beroofd. Door dit onheil van zijn leidsman verstoken, wierp Jan +zich in de armen van zijn neef, ~Jan van Avennes~ (ten z. van Bergen, +destijds in Henegouwen, thans in Frankrijk), graaf van Henegouwen, wien +hij het bewind voor vier jaren opdroeg. Doch reeds in 't eerste jaar van +dit regentschap, nog in 1299, stierf Jan I. + + + + +§ 5. + +_Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het +Beiersche huis._ + + +Jan van Avennes, nu ~JAN~ II, alzoo in 't bezit van drie graafschappen +zijnde, liet zich, evenals zijn opvolgers, in één of meer dier +graafschappen vervangen door plaatsbekleders, _stad-_ of _stedehouders_ +genoemd. Gedurende Jans bewind barstte de zware oorlog uit tusschen +Frankrijk en Vlaanderen, waarin de graaf van Holland en Henegouwen als +bondgenoot van Filips den schoone optrad. Dit, gevoegd bij de +ingewikkelde betrekking, die steeds tusschen Vlaanderen en Holland +bestond, noopte de Vlamingen, gehoor gevende aan den aandrang der +Zeeuwsche edelen, één jaar na den slag bij Kortrijk (_Overzicht_, 9de +druk, blz. 90), in Zeeland en Holland te vallen. Zelfs drongen zij tot +Haarlem door; doch hier werden zij in 1304 gestuit bij het _Manpad_, dat +zijn naam ontleent aan het vluchten van zoovele mannen, n.l. Vlamingen. +De eer dezer zege komt toe aan de dapperheid en de tegenwoordigheid van +geest zoowel van ~Witte van Haamstede~ (op Schouwen), een onechten zoon +van Floris V, als van Willem van Oostervant (een voormalig graafschap in +Henegouwen), Jans zoon. En binnen één week werd geheel Holland, gelijk +weldra ook Zeeland, van de overweldigers bevrijd. De graaf zelf was +inmiddels in Henegouwen gebleven, waar hij nog in 't zelfde jaar +overleed. + +Zijn opvolger was ~WILLEM~ III, ~DE GOEDE~ (1304-1337). Naar het schijnt +is hij het, die de beden in Holland en Zeeland invoerde, d. i. de +bijdragen, die de graaf van tijd tot tijd vroeg, wanneer de gewone +inkomsten niet toereikend waren. Verder riep hij voor 't eerst de +schepenen der steden van Holland en Zeeland op, om met de edelen over +een punt, rakende de opbrengsten, te beraadslagen. Bij een dusdanige +gelegenheid kwam eens de genegenheid, welke die onderdanen voor hem +koesterden, op treffende wijze aan het licht. Toen Willem van Holland en +Zeeland 1000 gl. vroeg, drong men hem, 10,000 gl. aan te nemen. Dit +weigerde hij, zeggende, dat hij ook de 1000 gl. niet wilde, overtuigd, +dat hij bij dergelijke lieden, indien het mocht worden vereischt, steeds +genoeg geld zou vinden. Die gezindheid verklaart op voldoende wijze, hoe +Willem zijn bijnaam verwierf. Deze bijnaam, die op de degelijkheid en de +voortreffelijkheid van zijn bewind over 't geheel ziet, werd hem, die +het recht steeds onkreukbaar handhaafde, voorzeker naar verdienste +toegekend. Van de gebeurtenissen, onder zijn regeering voorgevallen, is +zonder twijfel de gewichtigste het verdrag, dat hij in 1323 met den +graaf van Vlaanderen, Lodewijk I van Nevers (ten z.o. van Orléans), +sloot. Hierbij zag Lodewijk van de leenhulde wegens Zeeland bewester +Schelde (zie blz. 11) af. Keizer Lodewijk van Beieren bekrachtigde als +leenheer dit verdrag. Van nu aan was de graaf van Holland tevens graaf +van Zeeland. Vergrootte Willem door het eindigen van een strijd, die +eeuwen lang vijandelijkheden had teweeggebracht, het aanzien en de macht +van Holland, ook de luister van zijn huis steeg, toen zijn dochter +Margareta met keizer Lodewijk in 't huwelijk trad. + +Aan Willems zoon, ~WILLEM~ IV (1337-1345), gelukte het, zooals aan +sommige zijner voorgangers, vasten voet in Friesland te krijgen en er +eenig gezag te oefenen. Toch brak er een opstand tegen hem uit. Met een +sterke vloot daarheen getogen, landde de graaf in de nabijheid van +Stavoren, waar hij door de Friezen werd verslagen en zelf omkwam. + +De gesneuvelde vorst liet geen kinderen na. Dus zocht elk, die tot hem +in eenige betrekking stond, naar aanspraken op de graafschappen, gegrond +of ongegrond. De keizer, Lodewijk van Beieren, legde de hand op alles, +want Henegouwen moest, als spilleleen, aan Willems oudste zuster, +~Margareta~, komen, terwijl Holland en Zeeland, als zwaardleen, aan het +rijk vervielen. In Holland en Zeeland liepen de gevoelens zeer uiteen. +De meerderheid van den adel had er niet tegen, dat de keizerin haren +broeder opvolgde. Daarentegen verlangden de steden een man, een wakker +vorst. Zooals elders in Europa, lag ook hier te veel brandstof +opgestapeld voor een strijd tusschen de beide vijandige elementen, reeds +onder Floris V ontkiemd (zie blz. 20), dan dat hij niet zou uitbarsten +bij de eerste gelegenheid, welke de verdeeldheid weder in 't leven riep. +Intusschen haastte keizer Lodewijk zich, in 1346 zijn gemalin plechtig +met Holland, Zeeland en Friesland te beleenen. Onverwijld vertrok zij +naar haar graafschappen. Weldra had zij onder de edelen een aantal +raadslieden, die haar vertrouwen bezaten. Dit verbitterde anderen, die +niet tot de uitverkorenen behoorden. Gesteund door vele steden, lieten +zij de machtspreuk hooren, dat Holland zich nimmer door een vrouw, als +wettige vorstin, zou laten regeeren. De keizerin besloot voor den storm +te wijken. Eer zij echter naar Beieren terugkeerde, noodigde zij de +edelen en de steden uit, een van Lodewijks zonen als stedehouder te +kiezen. De keus viel op Lodewijks tweeden zoon ~Willem~. Hij voerde den +titel _verbeider_. Maar ook hij vond geen genoegzamen steun en was +weldra met schulden overladen. Daarom leende hij het oor aan zijn +tegenstanders, die zich lieten verluiden, dat, zoodra hij in den waren +zin des woords graaf was, de zaken anders zouden gaan. + +Dit alles hoorde de keizerin, en het wekte in hooge mate haar +bezorgdheid. Terzelfder tijd stierf haar gemaal, en de keizerskroon viel +aan Karel IV, den vijand van het Beiersche huis (_Overzicht_, 9de druk, +blz. 89), ten deel. Nu was goede raad duur. In haar verlegenheid gaf +Margareta gehoor aan den wenk van eenige welmeenende lieden, die haar +uit Holland schreven, dat haar niets anders overbleef, dan het +graafschap voor goed aan Willem af te staan. In 1349 teekende zij dus +een verklaring, waarbij zij Willem als graaf van Holland en Zeeland en +als heer van Friesland erkende, onder voorwaarde, dat hij haar jaarlijks +ongeveer 34,000 gl. en een zekere som op eens betaalde. Maar Willem +keerde de beloofde sommen niet uit. Zoo nam in 1350 de strijd tusschen +de Hoekschen en de Kabeljauwschen een aanvang. Margareta herriep haar +gift en begaf zich naar Henegouwen. + +_Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_ waren de namen der partijen. Het is +licht te begrijpen, dat een volk, in welks bedrijf de visch een groote +rol speelt, die kooplieden Kabeljauwschen noemde, welke, als de van roof +levende visschen, vaak rijk werden ten koste der geringere volksklasse. +En waren zij gelijk aan kabeljauwen, dan konden de edelen, die de hand +aan het zwaard sloegen, als wilden zij de tegenstanders, gelijk den +visch met den haak of hoek, ermede doorboren, zeer goed Hoekschen worden +geheeten. Een roode hoed was het kenteeken der Hoekschen, een grauwe dat +der Kabeljauwschen. Verreweg het meerendeel van Hollands steden was +Willems zaak, die der Kabeljauwschen, toegedaan, slechts die niet, welke +den adel behoorden. In Zeeland daarentegen telde Margareta, naast vele +edelen, ook een aantal steden onder hare aanhangers. De boeren stonden +grootendeels de Hoekschen bij. Intusschen behoort men niet voorbij te +zien, dat er, hoe scherp men ook de grenslijn tusschen de beide partijen +trachtte te trekken, geen stad of streek was, waar slechts òf Hoekschen +òf Kabeljauwschen de bevolking uitmaakten. + +De oorlog der Hoekschen en der Kabeljauwschen kenmerkte zich hierdoor, +dat toen, voor 't eerst hier te lande, buskruit door de troepen werd +gebruikt. Na vele mislukte pogingen werd eindelijk, in 1354, het geschil +op afdoende wijze uit den weg geruimd. Margareta stond Willem de +graafschappen Holland, Zeeland en Friesland af en behield alleen +Henegouwen. Wederom beloofde Willem, dus ~WILLEM~ V geworden, haar een +jaargeld te zullen betalen. Twee jaren daarna overleed de keizerin te +Quesnoi (in Henegouwen). Kort hierop bracht men ook haar zoon derwaarts, +want sedert 1357 vertoonden zich bij hem sporen van krankzinnigheid. + +De partijen waren in 't leven geroepen, en al was de twist, die ze, meer +dan eenig ander voorval had doen ontstaan, nog bij het leven der +hoofdpersonen bijgelegd, tusschen deze partijen zelven werd de strijd, +met langer of korter tusschenpoozen, ongeveer anderhalve eeuw +voortgezet. Inmiddels werd Willems jongere broeder ~ALBRECHT~ door +toedoen der Hoekschen regent of _ruwaard_. Eerst in 1389, na den dood +van Willem V, werd hij graaf (1389-1404). Met zijn zoon, Willem van +Oostervant (zie blz. 22), stelde hij zich aan het hoofd van een talrijk +leger, dat een krijgstocht naar Friesland ondernam. Keer op keer werden +de Friezen geslagen; doch gevolgen leverden de behaalde overwinningen +niet op. Tallooze sommen verslond de oorlog, en niet anders won de +graaf, dan dat hij vasten voet in Stavoren had. In vele opzichten +herinnerde het bewind van Albrecht aan dat van Willem den goede. Ook hij +was een vorst, die aan Europa's hoven in hoog aanzien stond. Zijn +dochter ~Margareta~ huwde hij uit aan ~Jan zonder vrees~, een zoon van +Philips den stoute, hertog van Bourgondië, zijn zoon Willem aan Philips' +dochter Margareta. Deze huwelijken hadden dit gevolg, dat het Beiersche +huis in nauwe betrekking kwam te staan tot het Bourgondische. Albrechts +jongste zoon ~Jan~ werd bisschop van Luik. Een der merkwaardigste feiten +zijner regeering, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft, is, dat +te dier tijde in de meeste steden van Holland, naast schout en +schepenen, als overheid, _burgemeesters_ optraden met een raad, waarvan +de leden uit de burgers werden gekozen. Albrecht overleed in 1404. + +~WILLEM~ VI, tot dusver Willem van Oostervant genoemd (1404-1417), had +een afkeer van de Kabeljauwschen. Hij hield zich aan de gewoonte, door +zijn vader ingevoerd, huurtroepen ter bezetting zijner sterkten op de +been te houden en dankte ze niet weer af. De graven uit het Beiersche +huis zagen zeer goed in, dat deze bezoldigde krijgslieden bruikbaarder +werktuigen tot het volbrengen van hun wil waren, dan de leentroepen, +weshalve zij deze hoe langer hoe meer te huis lieten. In 1417 stierf +Willem VI, slechts één dochter nalatende, Jakoba van Beieren, geboren in +1401. Het zelfde jaar, waarin Jakoba haar vader ontviel, had haar reeds +haren eersten gemaal, ~Jan van Touraine~ (het graafschap, waarvan Tours +de hoofdstad was), den tweeden zoon van Karel VI, koning van Frankrijk, +en na den dood zijns broeders dauphin, ontrukt. + +Voorzoover de opvolging betreft had Willem dezen maatregel genomen. Één +jaar vóór zijn dood had hij de edelen en de steden van Holland en +Zeeland bijeengeroepen en uitgenoodigd hem bij eede te beloven, zijn +dochter Jakoba als wettige opvolgster te zullen erkennen. Velen, maar +slechts Hoekschgezinden, waren verschenen en hadden aan het verzoek +voldaan. Toen nu Willem was overleden, scheen het eerst, dat zich +niemand tegenover Jakoba zoude stellen. Sedert lang toch werd op de +bepalingen ten aanzien van de opvolging in de leenen van het Duitsche +rijk niet meer gelet en handelde men, zooals de omstandigheden het +medebrachten. Jakoba legde de belofte af, steeds in gemeenschappelijk +overleg te zullen regeeren met haar moeder, Margareta van Bourgondië, en +met haren oom, ~Jan van Beieren~, die sinds het dempen van een hevig +oproer te Luik ook wel "Jan zonder genade" werd genoemd. Maar nog was +het jaar 1417 niet ten einde, of er ontstonden geschillen tusschen Jan +en Jakoba. + +Zóó herleefde de burgeroorlog: de partijen stonden immers toch tegenover +elkander, en de Kabeljauwschen hadden slechts op een hoofd uit het +grafelijk huis gewacht. In 1418 voltrok Jakoba haar tweede huwelijk met +~Jan~ IV, hertog van Brabant en Limburg, markgraaf van Antwerpen, den +stichter van de hoogeschool te Leuven. De oorlog zelf leverde voor +Jakoba niets dan teleurstelling en verlies op. Door de omstandigheden +gedwongen, stemde zij in een verdrag toe, dat Philips de goede, hertog +van Bourgondië, een zoon van Jan zonder vrees en neef van de strijdende +vorstin, in 1419 als middelaar tot stand bracht. Van dit oogenblik af +gold alleen het gezag van Jakoba's oom in Holland en Zeeland. Zijzelve +vertoefde met haren gemaal in Brabant, en hoe ook de Kabeljauwsche +partij, door Jan van Beieren begunstigd, hier en daar de Hoekschen +onderdrukte, zij was, bij de onverschilligheid en de onbekwaamheid van +Jan van Brabant, niet in staat, zich ertegen te verzetten. Welhaast +leverde Jakoba's echtgenoot een nieuw bewijs van die onverschilligheid +omtrent haar belangen. In 1420 verpandde hij, tegen een groote som geld, +Holland en Zeeland aan Jan van Beieren. Niet alleen Jakoba, ook de +onderdanen zelven van den hertog, d. i. de staten van Brabant, +koesterden de grootste minachting voor Jan, dien zij hierom van het +bewind ontzetteden, het regentschap aan zijn broeder opdragende. Nu kon +Jakoba den smaad niet langer dulden, een zoodanig man tot gemaal te +hebben. Zij stak naar Engeland over, met den koning van welk land, +Hendrik V, zij reeds vroeger onderhandelingen over een nieuw huwelijk +had aangeknoopt, en trouwde in 1422 ten derden male met ~Humphrey, +hertog van Glocester~, Hendriks broeder. Drie jaren daarna, in 1425, +overleed Jan van Beieren. + +Jan van Beieren liet zijn rechten op de drie graafschappen bij testament +na aan zijn neef Philips den goede van Bourgondië. Maar Holland en +Zeeland verklaarden Jan van Brabant getrouw te blijven; Henegouwen +huldigde den hertog van Glocester en Jakoba. Op nieuw begon alzoo de +oorlog tusschen Jan van Brabant en Philips aan de ééne en Jakoba aan de +andere zijde. Jakoba's troepen gelukte het, in 1425 Schoonhoven te +vermeesteren. Aan alle manschappen der bezetting werd het leven gelaten, +slechts niet aan één man, ~Allaert Beilink~, vroeger schout te Gouda, +die mede had gestreden ter verdediging van het slot der stad. Op last +van een Hoeksch edelman werd hij--dit is althans het waarschijnlijkste +der uiteenloopende gevoelens over het lot van dezen man--levend +begraven. Inmiddels verliet Humphrey, uit hoofde van geschillen in +Engeland, waarin hij was betrokken, deze landen. Terzelfder tijd +benoemde Jan van Brabant zijn neef tot ruwaard van Holland en Zeeland. +Slechts te Schoonhoven, Gouda en Oudewater werd Jakoba als gravin +erkend. Gedurende het vervolg van den strijd, die steeds slepend bleef, +overleed Jan van Brabant in 1427, terwijl een geestelijk gerechtshof te +Rome in 1428 de echtverbintenis met Glocester voor onwettig verklaarde. +Zóó ook van dezen man verlaten, dien de in Engeland heerschende +verdeeldheid tot dusver had verhinderd hier krachtdadig op te treden en +die nu zonder tegenzin in de uitspraak der kerk berustte, werd Jakoba +meer en meer in 't nauw gebracht. Daar haar gezag tot de drie genoemde +steden beperkt was, zag zij geen anderen uitweg dan het sluiten van een +_verdrag_, dat in 1428 _te Delft_ tot stand kwam. De hoofdpunten waren: +Jakoba wordt erkend als gravin van Holland, Zeeland, Friesland en +Henegouwen, Philips van Bourgondië als ruwaard en erfgenaam dezer +gewesten; in die hoedanigheid zal Philips het bewind voeren, totdat +Jakoba een nieuw huwelijk aangaat; Jakoba zal niet hertrouwen dan met +toestemming van hare moeder, van Philips en van de drie stenden der +landen, tenzij zij wil geacht worden, haar onderdanen van den eed van +gehoorzaamheid te hebben ontslagen; Jakoba zal een gedeelte trekken van +de inkomsten der graafschappen. + +Philips benoemde tot stadhouder van Holland en Zeeland ~Frank van +Borselen~, die door de diensten, met groote kieschheid aan Jakoba +bewezen, weldra zoozeer haar genegenheid verwierf, dat zij met hem in +den echt trad. Frank van Borselen verloor nu het stadhouderschap, doch +werd door Philips tot graaf van Oostervant verheven. Deze daad van +Jakoba, als strijdende met het verdrag van Delft, had in 1433 het +verlies der grafelijke waardigheid ten gevolge. Daarentegen verkreeg zij +van Philips vele heerlijkheden, waarvan zij de inkomsten bleef trekken +tot haren dood in 1436. + + + + +§ 6. + +_Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis._ + + +Jan zonder vrees werd in 1419 op de Yonnebrug gedood (_Overzicht_, 9de +druk, blz. 91). Zijn zoon ~PHILIPS DE GOEDE~ (1433-1467) volgde hem +onmiddellijk in Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-Comté, Artois +en Salins op. In 1421 kocht hij het graafschap Namen van graaf Jan III, +die zich het vruchtgebruik gedurende zijn leven voorbehield en na wiens +dood, in 1429, Philips het land in bezit nam. In 1430 erfde hij van een +neef Brabant, Limburg en Antwerpen. In 1433 stond Jakoba hem Henegouwen, +Holland, Zeeland en Friesland af. Eindelijk kocht hij nog het hertogdom +Luxemburg en nam het in 1451 in bezit. + +Philips de goede is de eerste hertog uit het huis van Bourgondië, die +onder de Nederlandsche vorsten een plaats bekleedt. Langzamerhand was de +omvang van het grafelijk gezag in de staten, die het tegenwoordige +Nederland en België uitmaken, grooter geworden. Allengs waren vele +beletselen tegen de uitbreiding van dat gezag uit den weg geruimd. Niet +langer was de grond van Holland en Zeeland, om van deze maar alleen te +spreken, met tal van kasteelen overdekt, waarin evenveel edelen met hun +in 't staal gedoste manschappen lagen, steeds ten aanval tegen den graaf +gerust. De macht des adels was voor die van den landsheer geen +struikelblok meer. Een andere was ervoor in de plaats gekomen. Als een +loopend vuur was het streven der ingezetenen om zich tot gemeenten te +vereenigen van den een tot den anderen staat overgegaan. Door de +behoefte aan geld gedrongen, hadden de vorsten geen perken gesteld aan +de begeerte der steden naar privilegiën, maar ze met ruime hand gegeven +aan wie ze verlangde. Doch van lieverlede begonnen die vorsten, de +gevolgen hunner milddadigheid inziende, te trachten ze op allerlei wijze +te voorkomen. Zij schrikten voor den vorm van gemeenebest, die aan de +gemeenten eigen was. Zij vingen aan de overeenstemming te duchten, die +meer en meer ontstond tusschen de burgers en de door hen gekozen +overheidspersonen. Hiertegen richtte zich dus hun streven. Niet langer +riep nu de graaf, zooals weleer, het gansche lichaam der gemeene +poorters bij klokkeslag op, doch alleen een zeker aantal der meest +gegoeden van hen, (naar het woord _vroed_ = wijs) doorgaans _de +vroedschap_ en _rijkheid_ geheeten, om, na hem te hebben gehoord, zijn +besluit te nemen. Alzoo werden zij, die men opriep, telken male als de +vertegenwoordigers der poorters in 't algemeen aangemerkt. + +Bij de graven uit het Henegouwsche en het Beiersche huis was evenwel het +beperkte gezag nog een oorzaak van beperkte heerschzucht. Anders werd +dit sedert het optreden van het Bourgondische huis, dat, zoovele staten +onder zijn macht vereenigende, ze zooveel mogelijk tot één lichaam +wenschte te doen samensmelten. Dit huis toonde in al zijn daden, welk +zijn doelwit was, eenheid, overwicht der grafelijke macht over den adel +en over de steden beide. En toen later het Oostenrijksche huis voor het +Bourgondische in de plaats kwam, hield ook dit vast aan een stelsel, dat +den vorst het regeeren zoo gemakkelijk maakte, en, hoewel het ook ten +nutte der ingezetenen verstrekte, toch geheel in 't belang van den +landsheer was uitgedacht. De Hoeksche en Kabeljauwsche verdeeldheden +werkten het doel des graven in de hand. + +Ter bevordering nu van het groote doel, zoo even aangeduid, deed Philips +de goede verschillende stappen. Hij is de oprichter van dien vasten +raad, die _het hof van Holland_ wordt genoemd en in 1428 tot stand kwam. +Hij had zitting te 's Gravenhage en zat in hooger beroep terecht over +alle vonnissen, in burgerlijke zaken door andere rechtbanken gewezen. +Het spreekt vanzelf, dat hierdoor aan de oude vierscharen veel van haar +kracht werd ontnomen. De leden van 't hof werden door den graaf +aangesteld en waren dus alleen van hem afhankelijk. Een andere stap was +deze. Aan vele steden van Holland vergunde Philips, op de wijze boven +omschreven, vaste _vroedschappen_ of stedelijke raden op te richten, die +zichzelven mochten aanvullen. Intusschen hoede men zich, deze +vroedschappen voor de "regeering" der steden te houden. Zij waren niets +anders dan de vertegenwoordigers van 't lichaam der burgerij. De +regeering berustte bij _schout_, _schepenen_ en _burgemeesters_, 's +graven ambtenaren. + +Er is nog meer. In 1455 stelde Philips een hoog gerechtshof in, dat hij +den naam _geheime_ of _groote raad_ gaf, waarop alle inwoners zijner +gewesten zich, bij rechtsgeschillen, in appèl konden beroepen. De +geheime raad hield zijn zittingen in de plaats, waar de vorst vertoefde, +en kreeg later een vasten zetel. + +Philips de goede is ook de eerste graaf, die een paar malen een +vergadering der _Algemeene Staten_ bijeenriep. Reeds is in dit werk +gewag gemaakt van het raadplegen der edelen, of der steden, of der +edelen en steden tezamengenomen door de graven. Dergelijke +bijeenkomsten, die voor ieder gewest in 't bijzonder werden gehouden, +noemde men sedert Albrechts tijd _dagvaarten_, later _staten_, vermits +de edelen en de steden, waaruit zij bestonden, de staten, d. i. standen +des lands, vertegenwoordigden. Voor 't eerst komt die naam, wat Holland +betreft, in 1428 voor. Het getal der steden, die doorgaans opkwamen, was +_zes_, n.l. Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam en Gouda. +Voorzitter dier staten was aldáár hij, die het ambt van _'s lands +advocaat_ bekleedde. In Zeeland bestond het lichaam der staten uit drie +leden, n.l. uit den abt van Middelburg, de edelen en vijf steden. In +plaats nu van, gelijk tot dusver, de staten van elke provincie in 't +bijzonder, riep Philips eenige keeren die van alle gewesten gezamenlijk +ter vergadering op, hierdoor den grond leggende tot het latere lichaam +der Staten-Generaal. Zeer bekend is b. v. de vergadering der Algemeene +Staten, die den 25sten April 1465 te Brussel plaats had. + +De jaren van Philips' regeering zijn een van de merkwaardigste +tijdperken der geschiedenis, zoowel wat zijn eigen daden betreft, als +ten opzichte van de wereldgeschiedenis in 't algemeen. Tot die daden des +vorsten behoort nog de instelling in 1430 van _de orde van het gulden +vlies_. Het doel der instelling was, de edelen, wier ridderlijke +dapperheid hij hoog waardeerde, ter bescherming van de kerk, nader onder +elkander en aan zijn persoon te verbinden. Hijzelf was er het hoofd van. +Geen der leden kon voor een andere rechtbank, dan voor die der orde, +worden gedaagd. Het zinnebeeld der orde was het "lam Gods", dat de +ridders aan een keten om den hals droegen. + +Merkwaardig is de tijd van Philips' regeering. Immers in die jaren +vallen de verovering van Constantinopel door de Turken, de invoering +der vuurwapens bij de legers, waardoor aan het overwicht der edelen +weder een gevoelige schok werd toegebracht, en de uitvinding der +boekdrukkunst. De eer dezer uitvinding komt òf aan Laurens Janszoon +Coster van Haarlem, òf, wat met meer recht schijnt te worden beweerd, +aan Johan Guttenberg toe, die ongeveer 1455 te Maints leefde. De +Nederlandsche gewesten dreven veel handel; hun zeevaart was belangrijk. +Vlaanderen en Brabant waren beroemd door hun lakenfabrieken. De +zetel van den handel in hout, vee, paarden en koren met de Oostzee +en het Noorden van Europa was in Holland. Vele steden waren leden +van het hanzeverbond. Een andere en rijke tak van bestaan was de +haringvisscherij, die evenwel haar toppunt nog niet had bereikt. Willem +Beukelszoon van Biervliet (in Staats-Vlaanderen), overleden in 1397, had +het kaken en zouten van dien visch, die eertijds alleen versch werd +gegeten, uitgevonden. De schepen, waarmede men ter haringvangst voer, +heetten en heeten nog _buizen_. Aan 's volks tevredenheid over dien +bloei is Philips' bijnaam toe te schrijven. Het volk noemde den vorst +"den goede", die hun, in plaats van de lange regeeringloosheid en den +burgeroorlog, wederom de weldaden van den vrede, de veiligheid en het +recht deed kennen. Op die wijze betoonde het zijn dankbaarheid aan +Philips, die, zijn eigen belang met dat zijner staten vereenzelvigende, +de goede dagen van Willem III deed terugkeeren. Intusschen valt het niet +te ontkennen, dat die bijnaam hem geenszins wegens overgroote goedheid +van aard toekomt, daar menige harde daad tegen hem getuigt. + +Philips liet, bij zijn dood in 1467, een welvoorziene schatkist aan zijn +zoon, ~KAREL DEN STOUTE~ (1467-1477), na. Deze graaf nam, met het oog op +het stelsel van zijn huis, twee gewichtige maatregelen. Vooreerst +vestigde hij in 1474 _den grooten raad te Mechelen_ (zooals hij van nu +af doorgaans heet). Verder richtte hij in 1471, op het voorbeeld van +Karel VII, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 91), een +staand leger ruiterij op. Tot de vermeerdering der erflanden van zijn +huis legde hij den grond door in 1471 een verdrag te sluiten met ~Arnoud +van Egmond~, hertog van Gelderland. Bij dit verdrag verpandde Arnoud hem +zijn hertogdom voor een som van 300,000 gl., hem tevens tot erfgenaam +benoemende. Maar de Gelderschen wilden Karel niet tot hertog hebben. +Zóó brak er een oorlog uit, die meer dan een halve eeuw duurde. +Gedurende zijn gansche regeering was er één hoofddenkbeeld, dat Karel +beheerschte: de hoed, dien hij als hertog droeg, moest met een +koningskroon worden verwisseld; de landen, die tusschen de +Middellandsche Zee en de Noordzee, tusschen Frankrijk en Duitschland +lagen, moesten onder zijn schepter worden vereenigd. Toen zijn plan om +in overleg met keizer Frederik III dit doel te bereiken was mislukt, +doordien de keizer in 1473 de stad Trier, waar men ter beraadslaging was +bijeengekomen, snel weder verliet, besloot hij met geweld op te treden. +Maar hij sneuvelde in 1477 bij ~Nancy~ (aan de Moezel, ten z. van Metz) +in een slag tegen Réné, hertog van Lotharingen. + +Zonder één zijner ontwerpen verwezenlijkt te zien, scheidde Karel uit +het leven, al zijn landen in een ongelukkigen toestand aan zijn dochter +~MARIA~ (1477-1482) nalatende. Lodewijk XI verklaarde al wat leen was +der Fransche kroon voor vervallen: Bourgondië werd vermeesterd, Artois +en Picardië, zelfs Franche-Comté, aangetast, Vlaanderen bedreigd. In de +Nederlanden zelven wilde men vóór alles waarborgen voor 't behoud der +nationaliteit tegen Fransche overheersching, vóór alles herstel der +geschonden privilegiën. Het gevolg was _het groot-privilegie_, dat +Holland en Zeeland bedongen, aleer zij zich tot eenige opoffering ten +behoeve van Maria verplichtten. In dit stuk stond de gravin een deel +harer macht aan de staten af. Soortgelijke handvesten, als het +groot-privilegie, werden ook aan andere gewesten, inzonderheid aan +Vlaanderen, toegestaan. Terstond trad ~Maximiliaan~, een zoon van +Frederik III, die nog in 1477 Maria's echtgenoot werd, tegen Lodewijk XI +in het strijdperk. Doch eerst in 1493 gaf de koning van Frankrijk +Franche-Comté en Artois, op eenige steden na, terug. Zich gedurende den +strijd tegen Frankrijk van den bijstand zijner onderdanen willende +verzekeren, sloot Maximiliaan zich nauwer bij de Kabeljauwschen aan. In +1482 overleed Maria, en Maximiliaan aanvaardde de voogdij voor zijn +minderjarigen zoon Philips II of den schoone. + + + + +§ 7. + +_Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche huis._ + + +De tijd van 't regentschap was zeer onstuimig en baarde Maximiliaan vele +zorgen. In 1488 stonden de bewoners van Gent en Brugge op, rekenschap +eischende van de opgebrachte gelden. Maximiliaan zelf, op dat tijdstip +te Brugge vertoevende, werd met vele heeren van zijn gevolg gevangen +genomen en in de woning van een bijzonder persoon in hechtenis gehouden. +Sommige dier heeren werden gepijnigd, andere gedood, en Maximiliaan +eerst na maanden ontslagen. Andere moeielijkheden had hij in Holland te +bestrijden. De gunsten, door hem aan de Kabeljauwschen bewezen, riepen +de partijschappen weder in 't leven. Onder de veelvuldige voorvallen van +den vernieuwden strijd blijft bovenal de belegering van den toren te +Barneveld (op de Veluwe) in 1482 in aller herinnering leven, niet +zoozeer uit hoofde van het gewicht der zaak zelve, als wel om de +wreedheid der Hoekschen en de zelfopoffering van den held van 't +verhaal, ~Jan van Schaffelaar~, die erbij omkwam. In 1492 eindigde +zoowel het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, d. i. van hen, die, +wegens den druk der belastingen, in Noord-Holland waren opgestaan, als +de strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. De zege viel de +laatstgenoemde partij ten deel. + +In 1493 werd Maximiliaan koning van Duitschland. In 't volgende jaar +aanvaardde ~PHILIPS~ II, ~DE SCHOONE~ (1494-1506)--aldus om zijn +lichamelijke schoonheid geheeten--het hertogelijk, grafelijk en heerlijk +bewind over de verschillende Zuid- en Noord-Nederlandsche staten. +Zijn eerste daad, als vorst dier landen, was gericht tegen het +groot-privilegie. Bij zijn huldiging verklaarde hij de privilegiën, +geschonken na den dood van Karel den stoute, met goedvinden der staten +zelven, plotseling vernietigd. In 1496 trouwde Philips met ~Johanna~, +tweede dochter van Ferdinand II den katholieke, koning van Arragon, en +van Isabella, koningin van Castilië. Dit huwelijk opende hem het +uitzicht, eens den Spaanschen troon te zullen beklimmen. In 1504 ging +hij naar Spanje, omdat Isabella was overleden en de krankzinnigheid +zijner gemalin haar belette, de kroon van Castilië te dragen. Weldra +aanvaardde hij het bewind over dit rijk; maar nog in 't zelfde jaar, +1506, stierf hij plotseling. Alzoo moest Maximiliaan voor de tweede maal +het regentschap over de Nederlandsche staten op zich nemen. Hij, voor +wien Maximiliaan de teugels der regeering in handen nam, was de zoon van +Philips en van Johanna, Karel, in 1500 te Gent geboren. + +In 1515 aanvaardde Karel, die in Duitschland de vijfde, in Spanje de +eerste, in Holland en elders de tweede, enz. vorst van dien naam is en +steeds ~KAREL~ V wordt genoemd, het bewind over de Nederlandsche staten. +Weldra zag hij het aantal der landen, waarover hij den schepter voerde, +toenemen. In 1516 volgde hij zijn grootvader Ferdinand in Arragon op en +werd aldus koning van geheel Spanje. In 1519 werd hij keizer van +Duitschland. Wat de Nederlanden betreft, in 1515 verkocht George van +Saksen, een zoon van Albrecht (zie blz. 41), hem zijn rechten op +Friesland voor 350,000 gl., terwijl de Friezen zelven hem in 1524 als +heer erkenden. In 1528 stond de bisschop van Utrecht, ~Hendrik van +Beieren~, hem de wereldlijke macht af over Utrecht en Overijsel. In 1536 +erkende Groningen Karel als heer des lands en stond Karel van Gelder hem +de heerschappij over Drente af. De laatste der Nederlandsche staten, +waarmede dit voorbeeld werd gevolgd, was Gelderland, dat ~Willem van +Gulik~ en ~Kleef~, een neef en opvolger van Karel van Gelder, door +wapengeweld gedwongen, in 1543 aan Karel V moest afstaan. Zoo werd eerst +Karel heer van de zeventien gewesten. Het waren vier hertogdommen: +Brabant, Limburg, Luxemburg en Gelder; zeven graafschappen: Vlaanderen, +Artois, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen en Zutfen; het +markgraafschap Antwerpen; vijf heerlijkheden: Friesland, Mechelen, +Utrecht, Overijsel, Groningen met de Ommelanden. + + + + +§ 8. + +_Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de Middeleeuwen._ + + +Thans moet, ten opzichte van Gelderland, Utrecht en de overige gewesten, +eenigszins in bijzonderheden worden aangetoond, wat boven (blz. 13 vlg.) +in algemeene trekken is ternedergesteld. Met de samensmelting van +verschillende kleine heerschappijen tot één samenhangend geheel ging het +ook hier langzaam. Buiten de streken, die hij reeds bezat, trok de graaf +van Gelderland allengs verschillende alodiën van edelen aan zich, om ze +als leenen weder te geven. Gelijk de macht van den graaf van Holland, +groeide die van den graaf van Gelderland met de jaren aan: de +afhankelijkheid van den keizer werd steeds minder. Had de graaf zich +reeds in de 13de eeuw eenige rechten der kroon toegeëigend, het volle +gezag als landsheer verwierf hij in al zijn uitgestrektheid in 1339. +Toen immers benoemde Lodewijk van Beieren ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~ +(zie blz. 12) tot hertog, destijds een zeldzame verheffing. Insgelijks +nam de macht des graven tegenover de edelen voortdurend toe. Van +onafhankelijke en met hem gelijkstaande edelen werden zij langzamerhand +zijn leenmannen, traden in zijn dienst en stonden hem bij het beheer des +lands ter zijde. Later moesten zij een gelijke mate rechten, als zij +genoten, zien toekennen aan de steden, sinds zij als gemeenten optraden. +Invloed op den gang der zaken, in den eigenlijken zin, oefenden de +steden, vereenigd met de edelen, eerst sedert 1418, toen zij met hen een +verbond sloten, ten einde bij 's lands hachelijken toestand maatregelen +van voorziening te nemen. Van nu af waren ridderschap en steden tot één +lichaam van landsstenden--de naam _staten_ kwam eerst in 1477 in +zwang--samengegroeid. Op eigen gezag bijeenkomsten houdende, verwierven +en behielden alzoo de staten van Gelderland een voorrecht, dat elders de +landsheer zich placht voor te behouden. Inzonderheid woog de stem der +hoofdsteden zwaar. + +Dit waren Nijmegen, Roermond, Zutfen en Arnhem, hoofdsteden der vier +eveneens genoemde kwartieren, waarin Gelderland was verdeeld. Ieder +kwartier had zijn bijzonderen landdag en werd in vele opzichten als een +afzonderlijke staat aangemerkt. Maar een enkele maal werd er een +vergadering van de staten der vier kwartieren gehouden. Die staten +werden vertegenwoordigd door _de bannerheeren_, de ridderschap of edelen +en de steden. De bannerheeren, die alle in het graafschap Zutfen +woonden, droegen dien naam, dewijl zij of hun voorvaderen van den keizer +het recht hadden verworven, onder hun eigen banier te dienen. + +De stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd, zijn +_Gelder_, Gulik en Egmond. Een der graven van het eerste huis is Reinald +II de zwarte, die in 1339 de hertogelijke waardigheid verwierf. Na zijn +dood in 1343 volgde zijn oudste zoon ~REINALD~ III hem op. Welhaast +geraakte hij in geschil met zijn jongeren broeder Eduard, die een deel +eischte van de goederen, door hun vader nagelaten. Te dier tijd bestond +er tevens vijandschap tusschen twee machtige geslachten, dat van +Bronkhorst (tusschen Zutfen en Doesburg) en dat van de Eese of van +Hekeren. De heeren van het laatstgenoemde geslacht droegen hun naam naar +de ridderhofstede _de Eese_ (bij de Berkel, ten w. van Lochem) of naar +een andere aanzienlijke bezitting, wellicht naar _Heker_ (nabij Doesburg +gelegen). + +De geschillen tusschen deze beide huizen ontaardden allengs in +partijschappen, die der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_, waarin ook de +steden deelden, vooral sedert Reinald de zijde der eersten koos, waarop +de Bronkhorsten zich bij Eduard aansloten. De strijd werd met wisselende +kans gevoerd tot 1361, toen Eduard den slag bij ~Tiel~ won en zijn +broeder gevangen nam. Nu eischte Eduard de waardigheid van hertog voor +zich. Reinald, aan die vordering voldoende, deed afstand van zijn titel +en rechten ten behoeve van Eduard. Tien jaren lang regeerde ~EDUARD~ als +hertog. Toen werd Reinald III weder op den hertogelijken zetel +geplaatst. Bij zijn langdurige gevangenschap, in de laatste jaren op het +huis Nijenbeek (tusschen Deventer en Zutfen, ten o. van Apeldoorn), werd +hij, naar de overlevering luidt, zoo dik, dat hij zonder slot of grendel +kon worden bewaard en men, bij zijn bevrijding, den muur van zijn +vertrek moest doorbreken, om hem er uit te krijgen. Niet bestand tegen +de veranderde levenswijze, welke de plotselinge omkeering in 's +hertogen lot medebracht, stierf hij nog in 't zelfde jaar kinderloos. + +In 1372 kwam _het huis Gulik_ in 't bezit der heerschappij. De eerste +hertog hieruit was ~WILLEM~ I, later tevens hertog van Gulik; de laatste +zijn broeder ~REINALD~ IV. Evenals zijn broeder liet hij, bij zijn dood +in 1423, geen wettig kroost na. Het vooruitzicht op dit kinderloos +overlijden, gevoegd bij de uitputting des lands, gaf aanleiding tot de +bijeenkomst der landsstenden in 1418, waarvan boven is gewaagd. Weldra +erkenden zij in 1423 ~ARNOLD~, een zusters kleinzoon van Reinald IV, uit +_het huis Egmond_ (nabij Alkmaar), als hertog van Gelderland. Nog niet +lang had hij de teugels van 't bewind in handen, of zijn onderdanen +brachten allerlei grieven tegen hem in. Zij betroffen de nuttelooze +oorlogen, door hem gevoerd, en de zware kosten zijner hofhouding. Groot +was de last der schulden, waaronder de hertog steeds dieper gebukt ging. +Ten laatste stelde 's hertogs zoon, ~ADOLF~, gesteund door 's hertogen +gemalin, ~Katharina van Kleef~, zich aan 't hoofd der misnoegden. Den +9den Januari 1465 liet hij, te midden van den nacht, gedurende den +fellen winter van dat jaar, zijn vader van het slot te Grave oplichten, +naar Buren (ten n.w. van Tiel) overbrengen en dáár nauw bewaken. +Terstond hierop matigde hij zich den titel en de rechten van hertog aan. + +Niet lang duurde het, of Karel de stoute wierp zich als middelaar +tusschen vader en zoon op. Hij liet Adolf in 1471 gevangen zetten en nam +Gelder en Zutfen voor 300,000 gl. van Arnold in pand, die kort hierop, +in 1473, stierf. De Gelderschen beschouwden deze verpanding van den +beginne aan als onrechtmatig en krachteloos. Daarom gaf die verpanding +het sein tot een oorlog van de Gelderschen tegen het huis van Bourgondië +en dat van Oostenrijk, die, met korte tusschenpoozen, gedurende meer dan +een halve eeuw werd gevoerd. Het begin van den oorlog was gunstig voor +Karel. Reeds op 't einde van 1473 was hij meester van het hertogdom. +Zwaar drukte de last der Bourgondische heerschappij op de Gelderschen. +De stenden verloren het recht, zichzelven ter dagvaart te beschrijven. +In 1477 gaf ook aan Gelderland de val van Karel den stoute eenige +verademing. Doch ook Adolf stierf in 't zelfde jaar. + +In 1492 plaatste Adolfs zoon ~KAREL~ zich aan 't hoofd der Gelderschen, +ten einde den kamp tegen het Oostenrijksche huis te hervatten. De +fortuin was hem, hoewel niet in den aanvang, gunstig. In 1513 had hij +schier zijn gansche hertogdom heroverd. Doch nieuwe moeilijkheden baarde +hem de komst aan 't bewind van Karel V. Overal, waar Karel zijn +heerschappij trachtte te vestigen, niet alleen in Engeland, maar ook in +Utrecht, Friesland, Groningen, Drente en Overijsel stiet hij op den +hertog van Gelder (zie beneden blz. 41, 42). Karel van Gelder vond een +krachtigen steun in ~Maarten van Rossum~ (ten o. van Zalt-Bommel, nabij +de Waal), een veldheer, die tot zinspreuk had, "branden en blaken is het +sieraad van den oorlog." Hem was het niet te wijten, dat zijn heer meer +en meer in 't nauw werd gebracht door Karel V. Trapsgewijze moest de +hertog van Gelderland voor den keizer wijken. Toen hij in 1538 stierf, +kon hij vooruitzien, dat zijn opvolger, Willem van Gulik en Kleef, +binnen kort zou worden gedrongen, Gelderland aan Karel V af te staan. +Dit geschiedde in 1543. + + + + +§ 9. + +_Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, Friesland en +Groningen gedurende de Middeleeuwen._ + + +De vroomheid der vorsten en heeren, die zich in de Middeleeuwen niet +zelden openbaarde in 't schenken van goederen of gronden aan kerken, +kloosters, abdijen, enz., kwam vooral, gelijk boven (zie blz. 12) is +opgemerkt, te goede aan het bisdom Utrecht. Langzamerhand groeide de +omvang van het Sticht en daarmede de wereldlijke macht van den bisschop +aan. Die wereldlijke macht des bisschops werd zeer beperkt door de +kanoniken der vijf kapittels, van welke boven (zie blz. 12) is +gesproken. Zonder de toestemming dier kanoniken mocht de bisschop geen +gebied van 't Sticht vervreemden, noch oorlog voeren of vrede sluiten, +gelijk hij ook in het kerkelijke aan hun gevoelen gebonden was. Sedert +hij in zijn oorlogen hoe langer hoe meer den bijstand der edelen en +steden behoefde, begonnen ook zij invloed op 's lands regeering te +krijgen. Zoo werd de grond gelegd tot de vergadering der staten van +Utrecht, die sinds het laatst der 15de eeuw werden beschreven. Het +eerste lid dier staten waren _de geëligeerden_, d. i. zij, die uit de +vijf kapittels werden gekozen; het tweede de edelen, die ridderhofsteden +bezaten; het derde de stad Utrecht, en wellicht mede de kleinere steden. + +De naam Overijsel kwam eerst in de laatste helft der 15de eeuw op. Vóór +dien tijd werd dit gewest niet als één staat aangemerkt, maar als een +aantal van elkander onafhankelijke heerlijkheden. Reeds vroeg, immers +sedert de 14de eeuw, werd de macht van den bisschop beperkt door den +landdag, d. i. door de ridders en de groote steden Deventer, Kampen en +Zwol. In Drente oefende _de kastelein_ (kasteelman) of _burggraaf van +Koevorden_, in naam van den bisschop, het oppergezag. Hetgeen elders +dagvaart of vergadering der staten werd genoemd heette hier _de +landdag_. Op dien landdag verschenen de ridders, die elk een der +achttien havezaten (kasteelen) moesten bezitten, en _de eigenerfden_. + +Groot was de macht, die de bisschop hier te lande in de Middeleeuwen +bezat. Hij had de geestelijke rechtspraak en kon boetedoeningen van +vernederenden aard opleggen. De streek lands, waarover hij wereldlijk +gezag had, was veel grooter dan het graafschap Holland of Gelderland. +Maar dewijl het bisdom gelegen was tusschen Holland en Gelderland (zie +ook boven blz. 16), was de bisschop onophoudelijk in geschillen +gewikkeld met een dezer staten. Dit verzwakte zijn macht zoozeer, dat +~HENDRIK VAN BEIEREN~ zich verplicht zag, zijn wereldlijke macht over +Utrecht in 1528 aan Karel V af te staan. In 't zelfde jaar erkenden de +staten van Overijsel Karel V als heer. De bisschop hechtte zijn zegel +aan deze overdracht van het Oversticht. Eveneens kwam Drente in 1536 aan +Karel V. + +Boven (zie blz. 15, 16) is den lezer medegedeeld, dat de koningen van +Duitschland Friesland nu eens aan den graaf van Holland, dan weder aan +den bisschop van Utrecht of den hertog van Gelderland schonken. Maar de +Friezen bekommerden zich, gelijk wij nu en dan gelegenheid hadden te +bespeuren, weinig om dit weggeven van hun land. Moesten de West-Friezen +zich aan Floris V onderwerpen, de overigen schikten zich slechts +tijdelijk in dit lot en wierpen het juk van den graaf van Holland af, +zoodra hij met het meerendeel zijner troepen uit hun land was geweken. +Twee eeuwen lang sproten voor de Friezen vele onheilen voort uit de +geschillen der Schieringers en Vetkoopers. Zij namen tegen het einde der +13de eeuw een begin. _De Vetkoopers_ (d. i. handelaars in vette waren) +ontleenden, naar men wil, hun naam hieraan, dat zij, de beste weilanden +bezittende, den grootsten handel dreven in vette koeien, terwijl _de +Schieringers_, waarschijnlijk (van _schier_, kaal) aldus werden genoemd +uit hoofde van hun armoede en hun berooiden toestand, die zoo schril +afstaken bij den rijkdom en de overdaad der Vetkoopers. Eindeloos waren +hun verdeeldheden, en slechts dan, wanneer er gevaar van buiten dreigde, +stonden zij als één man pal tegenover de vijand. Met de verwoestingen +van den burgeroorlog paarden zich die van de overstroomingen. Het is +schier ongelooflijk, hoevele watervloeden in de Friesche gedenkschriften +zijn geboekt. + +Door zoo velerlei onheilen overmand, moesten ook de Friezen ten laatste +voor vreemd geweld bukken. Maximiliaans krijgsoverste, ~Albrecht~, +regeerend ~hertog van Saksen-Meiszen~, was in 1498 zijn schuldeischer +voor groote geldsommen wegens achterstallige soldij van 't krijgsvolk. +Hij verpandde hem alzoo Friesland voor 300,000 gl. en bevestigde hem in +_het erfpotestaatschap_ over dat land, hem door de Schieringers +aangeboden. Hij mocht dan zien, hoe hij het vermeesterde. Albrecht +slaagde in die taak. Hij stierf in 1500. Spoedig werden de Friezen zijn +zonen, ~Hendrik~ en ~George~, die elkander in 't bestuur opvolgden, +moede en riepen in 1509 ~Karel, hertog van Gelderland~, in het land. +Daarom sloot George in 1515 een overeenkomst met Karel V, van wiens +voorzaat zijn vader Friesland in pand had gekregen, waarbij hij hem dit +land voor 350,000 gl. overgaf. Zoo stond ook hier Karel V tegenover +Karel van Egmond. Groote diensten bewees den hertog van Gelderland de +onversaagde Friesche zeeroover ~Groote Pier~, die, sedert de Saksische +krijgslieden zijn huis te Kimswerd (ten z. van Harlingen) in de asch +hadden gelegd, zonder mededoogen elken buitenlandschen bespringer van +zijn land in zee wierp, om "hem de voeten te spoelen." Eerst in 1524 kon +Karel V zich "heer van Friesland" noemen. + +Groningen was bestemd om in het lot van Friesland te deelen. Hoe langer +hoe minder gold in dit gewest, als 't verst verwijderd zijnde van zijn +zetel, het gezag van den bisschop van Utrecht. Eensdeels door den strijd +hierover, anderdeels door dien met de Ommelanden en vermits de +verdeeldheden der Schieringers en Vetkoopers ook hier haar werking deden +gevoelen, verzwakte Groningens kracht. Dus kon ~Albrecht van +Saksen-Meiszen~, in 1499 door Maximiliaan tot heer van dit gewest +benoemd, een poging wagen om het te vermeesteren. Doch de heerschappij +der Saksen was hier van even korten duur als die van ~Karel van Egmond~, +die er eveneens zijn gezag trachtte te vestigen. Eindelijk ziende, dat +ook Karel van Egmond hen niet op voldoende wijze tegen Karel V konde +beschermen, boden de Groningers dezen vorst in 1536 de opperheerschappij +aan. Karel V nam het aanbod aan. + +Tusschen de landdagen in Friesland en die van andere gewesten bestond +een groot verschil. De landsvergadering van Friesland berustte niet, +gelijk elders, op een vertegenwoordiging der standen, maar van +landschappen. Zij was samengesteld uit de afgevaardigden van Oostergo, +Westergo en Zevenwouden. Deze algemeene landdag besliste over 's lands +hoogste belangen, over vrede en oorlog, enz. Bij zware onlusten echter, +hoedanige Friesland zoovele beleefde, verliepen er dikwijls jaren, dat +geen algemeene landdag werd gehouden en dat er slechts afzonderlijke +vergaderingen bijeenkwamen der vertegenwoordigers van het eene of andere +gedeelte van Friesland. Aan het hoofd der gemeenten in Friesland stonden +_grietmannen_, welke naam wordt afgeleid van een oud-Friesch werkwoord, +dat "aanklagen, in rechten vervolgen" beteekent. + +De Ommelanden van Groningen bestonden uit drie kwartieren, Hunsingo, +Fivelingo en het Westerkwartier. Westerwolde (zie boven blz. 13) is tot +1795 een afzonderlijke heerlijkheid geweest. Sedert 1594 merkten de +Staten-Generaal zich als leenheeren van Westerwolde aan. De stad +Groningen kocht die heerlijkheid in 1619 voor ruim 140,000 gl. en bezat +ze als zoodanig tot de omwenteling van 1795. De eigenerfden en andere +afgevaardigden uit die drie kwartieren stelden de vergadering der staten +samen. Later kwam er de stad bij. De eigenerfden waren diegenen, die, +krachtens hun eigendommen, zonder volmacht of verkiezing ten landdage +verschenen. + + + + +§ 10. + +_De Nederlanden onder het bewind van Karel V._ + + +Zóó waren dan de zeventien onder één heerschappij, die van ~KAREL~ V +(1543-1555), vereenigd. Het waren bloeiende staten met een krachtige +bevolking. Vischvangst, handel en zeevaart waren de rijke bronnen, die +het bestaan der Nederlanders verzekerden, daarbij landbouw en veeteelt. +Vooral was _de groote visscherij_, de haringvangst, vermaard, een ware +goudmijn, daar zij aan meer dan 20,000 huisgezinnen het onderhoud +verschafte. De haring werd jaarlijks van den 24sten Juni tot den 25sten +November op de kusten van Engeland en Schotland gevangen. Er waren +jaren, dat er tot 1500 haringbuizen uit de Nederlandsche havens in zee +liepen, alleen uit Enkhuizen 140. Geen volk wist den haring zoo goed te +bereiden als de Nederlanders, weshalve de Hollandsche haring, als zijnde +de beste van smaak en de duurzaamste, op de vreemde markten het meest +gewild was. De haring werd (zie blz. 32) òf als _pekelharing_, òf, +gerookt zijnde, als _bokking_ gegeten. Van groot gewicht was mede _de +walvischvangst_, waarmede men in de 17de eeuw een begin maakte en +waarvoor de Staten-Generaal in 1614 uitsluitend _octrooi_ of vergunning +gaven aan de Noordsche compagnie. Ten behoeve dezer visscherij werden in +die eeuw jaarlijks omstreeks 250 schepen uitgerust, die, met het oog op +het doel, de koude van Groenland, Spitsbergen, enz. trotseerden. + +Vele zijn de oorzaken, die Nederland tot een land van handel en +zeevaart bij uitnemendheid hebben gemaakt: de ligging aan de Noordzee; +de menigte van bevaarbare rivieren en kanalen; de persoonlijke vrijheid, +die, hoe ook beperkt, hier meer dan elders werd geëerbiedigd en velen +noopte zich er metterwoon te vestigen. Sedert het einde der 15de eeuw +was Antwerpen de hoofdzetel van den handel. Er waren meer dan 1000 +vreemde handelshuizen gevestigd. De beurs, elken dag tweemaal gehouden, +telde telkens meer dan 5000 bezoekers. Den handel op de Oostzee, in hout +en graan, had hoofdzakelijk Amsterdam, toen reeds bij Venetië vergeleken +en de korenmarkt van Europa genoemd. Nog is niet gewezen op de +vrachtvaart, die zeer aanmerkelijke voordeelen opleverde, en geen gewag +gemaakt van de velerlei fabrieken, waarmede de nijvere en dichte +bevolking zich bezig hield. + +Van wetenschappelijke beschaving kan nog maar weinig sprake zijn. Toch +ontbrak het niet aan de beginselen. Reeds had ~Jakob van Maerlant~ zijn +_spiegel Historiael_ in 't licht gegeven. Wat de fraaie letteren in +engeren zin aangaat, van lieverlede was een Nederlandsche letterkunde +ontstaan, waarvan het begin in het laatste vierendeel der 12de en het +eerste der 13de eeuw is te zoeken. Vóór dien tijd waren onze voorouders +in taal, zeden en gewoonten nog Duitschers. In de 12de eeuw kwam de +Nederlandsche taal uit het Nederduitsch voort. Zij heette gedurende de +Middeleeuwen het Vlaamsch. Onder de werken, die tezamen uitmaken hetgeen +men onze Middeleeuwsche letterkunde noemt, vindt men weinig of geen +oorspronkelijke gedichten. Aan Frankrijk ontleend is het vermaarde +gedicht _Reinaert de vos_, dat in zijn Vlaamschen vorm zoozeer de +aandacht trok, dat het uit die taal in vele andere werd overgebracht en +als voortreffelijker wordt aangemerkt, dan het oorspronkelijke Fransche +stuk. Tegen het einde der Middeleeuwen namen, naarmate de opkomst der +poorters den invloed der edelen deed afnemen, de tooneeldichten op het +gebied der letterkunde de voornaamste plaats in. Het waren de vele +Rederijkerskamers, met het Bourgondische huis (zie blz. 30 vlg.) +opgekomen, welke aan die gedichten het aanzijn gaven. + +Om die bloeiende zeventien landen was nu de band der eenheid geslingerd. +Maar het was slechts een persoonlijke band. Ook van Karel V was het het +streven, de staatseenheid der zeventien te bevorderen. Te dien einde +bedong hij in 1548, bij _het verdrag van Augsburg_, ten behoeve van het +Oostenrijksche huis, dat alle Nederlandsche gewesten geheel +onafhankelijk van Duitschland zijn, doch onder de hoede van dit rijk +staan zouden, mits zij een zeker aandeel in de rijkslasten droegen. In +de wijze, waarop Karel de regeering inrichtte, valt hetzelfde beginsel +der eenheid op te merken: één landvoogdes met drie raden, haar +toegevoegd. Landvoogdes of _gouvernante_, zooals men destijds zeide, was +sedert 1530 's keizers zuster ~Maria~, koningin-weduwe van Hongarije. De +drie raden, die hij in 1531 in 't leven riep, waren _de raad van state_, +_de geheime raad_ en _de raad van financiën_, van welke de eerste +slechts werd geraadpleegd, maar de beide andere uitvoerende macht +hadden. Ook stond met Karels hoofdoogmerk in verband het bij herhaling +bijeenroepen der Algemeene Staten, dat gedurende zijn regeering meer dan +vijftig maal plaats had. + +Karel V is een der grootste figuren op het tooneel der +wereldgeschiedenis. De kennis van de rol, die hij vervulde, moet dáár +worden gezocht. Zijn geschiedenis is, voor een deel, die der Nederlanden +gedurende de jaren zijner regeering. Onder de bijzondere gebeurtenissen, +alhier in dien tijd voorgevallen, is een der merkwaardigste het dempen +van het oproer te Gent, een der machtigste steden van Europa. Karel +vorderde van Vlaanderen een bede van 400,000 gl., als derde deel eener +som, hem door de Algemeene Staten toegestaan. De overige leden der +staten van dit gewest stemden toe; alleen Gent weigerde. Vreeselijk was +de wraak, die op het hoofd der Gentenaars neerkwam. Karel trok in 1540 +in persoon naar de stad en velde het vonnis. + +Doch één grootsche gebeurtenis uit Europa's geschiedenis is er bovenal, +die mede op Nederland in 't bijzonder betrekking heeft. Toen in +Duitschland Luther den stoot aan de hervorming der kerk had gegeven, +werd ook in dit land het zaad gestrooid. De kiem kwam op en werd een +krachtige boom. De ergernis, die de handel in aflaten alom in Europa +verwekte, deelden insgelijks de Nederlanders. Zij waren er niet blind +voor, dat het leven, hetwelk de meerderheid der geestelijken leidde, in +vele opzichten in lijnrechte tegenspraak was met hun roeping en dat de +kennis, welke de meesten hunner van 't Evangelie hadden, uiterst gering +was. Menig Nederlander bevond zich dan ook onder de edele en verlichte +mannen, de voorloopers der hervorming, die tegen de heerschende gebreken +optraden en ze des te vrijmoediger bestreden, hoe meer hun geest door de +op nieuw ontwaakte studie der oudheid aan onderzoek en nadenken was +gewoon geworden. Men denke aan ~Wessel Gansfort~, geboren te Groningen; +aan ~Rudolf Agric[)o]la~, aan ~Gerrit Gerritsz~, meer bekend onder den +naam ~Desiderius Erasmus~, afkomstig uit Rotterdam, die in 1536 stierf. + +Hoe meer de leerstellingen van Luther en van Zwingli in de Nederlanden +doordrongen, des te meer aanhangers vonden zij er. Grenzende aan +Duitschland, moest Nederland spoedig bekend worden met de nieuwe +begrippen, die dáár zoo welig wortel schoten Bovendien bevorderde de +handel door de vele vreemdelingen, die hij naar dit land lokte, de +kennis van de leer der hervorming. Doch meer dan Luthers of Zwingli's +stelsel verbreidde zich dat van Calvijn over een aanmerkelijk deel van +het land. Een groot aantal van de eerste predikers van den hervormden +godsdienst, die ons land binnenstroomden, kwam, door de Zuidelijke +Nederlanden heen, uit Frankrijk. Het zaad, zoo welig uitgestrooid, viel +in een vruchtbaren bodem en schoot wortel. + +Bij alle hervormingen treft men veelal een partij aan, die zich aan +overdrijving schuldig maakt. Bij de hervorming, die thans plaats greep, +waren dit de Wederdoopers. Met die Wederdoopers behooren, gelijk dikwerf +is geschied, _de Doopsgezinden_ niet te worden verward. Vaak worden de +laatsten ook _Mennonieten_ genoemd, naar ~Menno Simons~, die, tot 1536 +Roomsch priester zijnde te Witmaarsum (ten n.w. van Bolsward), een +tijdlang een leerling was van een prediker der Wederdoopers in +Friesland, Ubbo Philips geheeten. In 't genoemde jaar ging hij tot +een der talrijke en onderlinge zeer uiteenloopende vereenigingen +der Doopsgezinden over en verzette zich weldra sterk tegen de +buitensporigheden der Wederdoopers. + +Maar Karel V is vast besloten, al moet hij in Duitschland veel toegeven +en met de omstandigheden te rade gaan, in zijn erflanden ten minste de +hervorming uit te roeien. Elf plakkaten vaardigde hij achtereenvolgens +tegen haar uit, het eene harder dan het andere. In 1522 werden er +inquisiteurs, bij verzachting "geestelijke rechters" geheeten, benoemd. +Was de inrichting dier inquisitie, in wreedheid en ergerlijke wijze van +rechtspleging, in 't geheel niet gelijk aan de Spaansche, zij werkte, +naar de opvatting der landzaten, veel te krachtig. Dit moet waar zijn, +wanneer er--gelijk te boek staat--onder Karels regeering 50,000 menschen +om des geloofs wille ter dood zijn gebracht. Intusschen is het zeker, +dat, hoevele duizenden het getal offers der onverdraagzaamheid ook moge +hebben beloopen, wederom het bloed der martelaars het zaad der kerk +werd. + +Dit is een schaduwzijde in het anders vrij heldere tafereel van Karels +regeering. Het is niet de eenige. Op velerlei wijze werd het handvest +"de non evocando" geschonden, doordat men de staten buiten hun gewest +riep en, b. v. in gevallen van majesteitsschennis en bij vergrijpen +tegen den godsdienst, de beschuldigden voor andere dan voor hun +natuurlijke rechters daagde. Verder werden aan vreemdelingen ambten +gegeven. Vaak verzetteden zich de staten tegen zulke gewelddadigheden, +doch meestal zonder vrucht. Want Karels grondbeginsel was, dat het +grootste voorrecht van een volk was, geen voorrechten te bezitten. Ook +aan zware beden, die eerder belastingen mochten heeten, ontbrak het niet +en, wat het ergste is, bij weigering werd vaak dwang gebezigd. "Hier," +zegt een Venetiaansch gezant, "waren de eigenlijke schatten van den +koning van Spanje; hier waren zijn bergwerken, zijn Indië." + +Wil men echter billijk zijn, dan behoort men niet te vergeten, dat de +Nederlanden gedurende het bewind van Karel V tot een trap van aanzien +stegen, gelijk zij dien nimmer hadden gekend, en dat de vorst den +grondslag legde van een geregeld bestuur en van een geordende +administratie. Hoe men ook jammerde over het verlies der oude +zelfstandigheid, de slotsom was verademing en voorspoed. Daarom, dewijl +hij gaarne in het land vertoefde, waar zijn wieg had gestaan, en uit +hoofde van zijn minzaamheid was het Nederlandsche volk hem getrouw en +aan hem gehecht. Daarom was het leedwezen des volks oprecht gemeend, +toen Karel afstand deed van het bewind en het aan zijn zoon Philips +opdroeg. + +Het voornemen om zijn kronen neer te leggen was sinds lang bij Karel +opgekomen. Geheel ontstemd door het mislukken zijner grootsche +ontwerpen, teleurgesteld in zijn plannen om in al zijn landen een +onbeperkt vorstelijk gezag te vestigen en de eenheid in de Christelijke +kerk te herstellen, terneergebogen onder lichamelijke zwakheid en wegens +de uitputting zijner schatkist de toekomst met zorg te gemoet ziende, +ging hij thans tot de volvoering van het lang gekoesterde voornemen +over. De afstand en de overdracht hadden den 25sten October 1555 te +Brussel in een luisterrijke vergadering plaats. Ook Maria (zie blz. 45) +legde haar waardigheid neder. In 't volgende jaar ging Karel onder zeil +naar Spanje, waar hij in 1558 in het klooster Yuste (in 't n.o. van +Estremad[=u]ra) overleed. Karel liet maar één zoon na, Philips II (III +in Holland en andere Nederlandsche gewesten), en een paar dochters. Van +zijn natuurlijke kinderen zijn één zoon en één dochter zeer vermaard +geworden. De dochter was Margareta, de zoon Don Jan van Oostenrijk. +Onder de vele edelen zijner hofhouding was er niemand, dien hij meer +vertrouwde, dan Willem van Oranje, hoe jong deze prins destijds ook was +(zie beneden, blz. 49). + + + + +§ 11. + +_De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._ + + +Karels opvolger ~PHILIPS~ II (1555-1581), gelijk hij doorgaans wordt +genoemd, was in de Nederlanden geen vreemdeling. Reeds in 1549 had zijn +vader hem hierheen ontboden, om hem aan zijn toekomstige onderdanen voor +te stellen. Die eerste ontmoeting had bij de Nederlanders geen gunstigen +indruk achtergelaten. En de tweede ontmoeting, bij en na Karels +plechtigen afstand, bracht hierin geen verandering teweeg. Philips was +geheelenal een Spanjaard, koel, afgemeten en trotsch. Hij had een afkeer +van het land en van den aard der Nederlanders, en zij van hem, die geen +gemeenzaamheid duldde en geen afdalen kende. Hij verstond noch de taal +des lands, noch sprak een der talen, waarmede de natie vertrouwd was. +Hij achtte de handhaving van den katholieken godsdienst zijn +hoofdplicht. Hiervoor had hij alle krachten van lichaam en ziel veil; +hieraan was een goed deel zijner verbazende, maar kleingeestige +werkzaamheid gewijd. Even onwrikbaar als hij aan de instandhouding van +'t koninklijk gezag de hand hield, bleef hij aan den grondregel van al +zijn zeggen en doen getrouw. Die blinde en bijgeloovige gehechtheid aan +de kerk herschiep hem in een dwingeland. + +Tot 1559 bleef Philips in de Nederlanden. Toen ging hij. Doch aleer hij +vertrok, regelde hij het bestuur dezer landen. ~Margareta van Parma~ +(zie blz. 48) werd landvoogdes. Zij was getrouwd met Octavius Farnese, +hertog van Parma, die evenwel in Italië bleef. De drie boven genoemde +(zie blz. 45) regeeringslichamen stonden haar ter zijde. President van +den raad van financiën, was ~Karel, baron van Barlaimont~ (in 't n. van +Frankrijk, nabij Avennes), van den geheimen raad ~Viglius~ of ~Wigele +van Aytta~ van ~Zuichem~ (ten z. van Leeuwarden), een Fries van afkomst +en een groot rechtsgeleerde, doch die aan groote rechtskennis veel +hebzucht paarde. In den raad van state hadden o. a. zitting: ~Antonius +Perenot~, bisschop van Atrecht, de prins van Oranje, ~Lamoraal, graaf +van Egmond~, later ook de ~Montmorency, graaf van Hoorne~ (ten n. van +Loon, zie blz. 17). Voor Brabant, waar de landvoogdes haar verblijf +hield, werd geen stadhouder benoemd. De stadhouders der overige staten +waren o. a.: Willem van Oranje van Holland, Zeeland en Utrecht; de graaf +van Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, graaf van Aremberg +(ten z. van Keulen), van Friesland, Groningen, Drente en Overijsel; de +baron van Barlaimont van Namen. Elke stadhouder was tevens bevelhebber +der krijgsmacht van zijn gewest. + +Een enkel woord over Willem van Oranje, weldra den hoofdpersoon van den +tegenstand tegen Philips, en dan over Perenot. In het huis van Nassau +onderscheidde men sedert het midden der 13de eeuw twee liniën. De oudste +bleef in Duitschland. De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_. Deze +tak verwierf al vroeg verscheidene bezittingen in de Nederlanden. +Willem, de grondlegger der onafhankelijkheid van Nederland, was een zoon +van Willem den rijke, graaf van Nassau-Dillenburg, geboren in 1533. Rijk +was zijn vader, althans in kinderen. Hij had vijf zonen: Willem, Jan +den oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik. Talrijk waren de bezittingen van +zijn zoon Willem op Nederlandschen bodem. Bovendien erfde hij van zijn +neef Réné het prinsdom Oranje. + +Antonius Perenot was een schrander en werkzaam staatsman, die zijn +opkomst aan zichzelf had te danken. Hij was in Franche-Comté geboren, +dat een deel had uitgemaakt van de erfgoederen van Maria, de dochter van +Karel den stoute. Reeds dit nam de edelen tegen hem in, die, trotsch op +hun geboorte, op hem, den vreemdeling, neerzagen. Doch voor een +vreemdeling kon men hem eigenlijk moeilijk laten doorgaan. Was hij het, +dan moest ook Willem als zoodanig worden aangemerkt, en in allen gevalle +kon men dit bezwaar niet met recht aanvoeren tegen leden van den raad +van state. Weldra verweet men hem met meer grond zijn heerschzucht, +alsmede de minachting, die hij jegens zijn medeleden in den raad van +state aan den dag legde. Tegen hem wendden zich toen allen, die een +afkeer hadden van de regeering in Spaanschen zin, die Philips aan de +natie wilde opdringen. + +Ternauwernood was Philips in zee gestoken, of de Nederlandsche +onderdanen hadden reeds menige grieve tegen hun heer. Zonder op den +geest des tijds te letten, schreef hij een gestrenge uitvoering der +plakkaten voor. Bij den afkeer, dien de Nederlanders en de Spanjaarden +wederkeerig van elkander hadden, was het verlies van den hoogen rang, +dien de Nederlandsche adel onder de beide vorige regeeringen had +bekleed, dubbel onverdragelijk. Hierbij kwam de verbittering over de +voortdurende aanwezigheid van 3 à 4000 man vreemde troepen, die, zooals +het heette, ter bescherming van de grenzen moesten strekken. Bovenal +vreesde men de verwezenlijking van een van Philips' geliefkoosde +plannen, van dat der bisdommen. Tot dusverre was in Nederland geen +aartsbisschoppelijke stoel geweest, doordien het geringe en onregelmatig +verdeelde getal bisdommen onder vreemde aartsbisschoppen stond. Het ligt +voor de hand, dat hieruit groote ongelegenheden ontstonden. De +overwegende reden echter, waarom Philips de zaak der bisdommen wenschte +te regelen, was de vermenigvuldiging der ketters. Voortdurend won de +afkeer veld van een kerk, die, hoewel zelve geen bloed begeerende, +duizenden door den wereldlijken armen liet ombrengen. Wellicht--meende +Philips--kon nauw toezicht, leering en vermaning de zielen voor afval +van de kerk behoeden of van den afval terugbrengen. + +In 1559 vaardigde paus ~Paulus~ IV de bul, houdende de bepalingen +omtrent de bisdommen, uit. De zaak zelve begon evenwel niet vóór 1561 +werkelijkheid te worden, en met sommige zetels duurde het tot 1570, eer +zij werden bezet. In 't geheel werden er 18 bisschopszetels opgericht, +n.l. 3 aartsbisdommen (elke aartsbisschop was tevens bisschop van die +streek, waarin zijn hoofdkerk lag,) en 15 bisdommen. Perenot of +~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, werd aartsbisschop van +Mechelen. Onder hen, die zich tegen de nieuwe bisdommen verzetteden, +waren ook de prins van Oranje en Egmond, die met vele anderen de dwaling +deelden, dat Granvelle een van hen was, die den maatregel bevorderden. +Thans weet men zeker, dat deze meening onjuist was. Maar ook andere +bezwaren hadden Willem en vele edelen tegen den bisschop. Hij was de +ziel van de regeering. Gelijk er veel buiten hen omging, zoo geschiedde +er niets zonder hem, en Viglius liet zich geheel door hem leiden. Dit +mishaagde hun zoozeer, dat, hoewel de vreemde troepen in 1560 werden +verwijderd, er geen betere verstandhouding tusschen Granvelle en de +genoemde edelen ontstond. Weldra weigerden Willem, Egmond en Hoorne in +den raad van state zitting te nemen, zoolang Granvelle er kwam, die alle +belangrijke aangelegenheden aan de kennis van dien raad onttrok. Van +jaar tot jaar werd het standpunt van den kardinaal onhoudbaarder. Het +regende schotschriften tegen hem, en de edelen vervolgden hem met +bitteren spot. Ook Margareta, die ten laatste begon in te zien, hoe +weinig gezag zijzelve in vergelijking met hem had, wilde wel van hem +worden ontslagen. Zoo kwam in 1564 tot Granvelle een bevel van Philips, +om het land te verlaten, waaraan hij onmiddellijk voldeed. + +Na Granvelle's vertrek namen Willem, Egmond en Hoorne weder zitting in +den raad van state. Wegens de overige moeielijkheden werd Egmond in 1565 +naar Spanje gezonden. Die zending bracht geen verandering of wijziging +teweeg. Egmond werd luisterrijk ontvangen; doch Philips' voorschriften +bleven dezelfde. Langzamerhand ging intusschen de geest van tegenstand +van de eerste edelen op die van den tweeden rang over, om later door het +volk te worden gedeeld. Zoo ontstond in 1565 _het compromissum_ +(gemeenschappelijke belofte) of het verbond der edelen, aan 't hoofd +waarvan ~Lodewijk van Nassau~, Willems broeder, stond met ~Hendrik van +Brederode~, een onstuimig man, die een woest leven leidde en slechts +naar opwellingen, niet naar beginselen handelde. Het doel was, de +invoering der inquisitie op elke wijze tegen te gaan. Niet alleen +edelen, maar ook burgers teekenden het; niet alleen Lutherschen en +Calvinisten, maar ook Roomsch-katholieken traden toe. + +Schier de eenige daad van deze eedgenooten was de stap, dien zij den +5den April 1566 te Brussel deden. Toen boden zij in plechtigen optocht, +ten getale van drie of vier honderd, de landvoogdes een verzoekschrift +aan ter matiging van de plakkaten. Naar alle waarschijnlijkheid deed het +woord van Barlaimont (zie blz. 49), toen tot de landvoogdes gericht, hun +den naam _geuzen_ (_gueux_, bedelaars) geven. Niet zonder grond--men kan +het niet verbloemen--werd die benaming op vele dier edelen toegepast. De +schulden, waaronder zij ten gevolge hunner verkwistende levenswijze en +van hun veelvuldige drinkgelagen gebukt gingen, rechtvaardigden ze maar +al te zeer. Zelven namen de edelen dien naam volgaarne aan en droegen +tevens de zinnebeelden der bedelaars. Margareta antwoordde weldra. Zij +beloofde, een gezant naar Spanje te zullen zenden en eenige _moderatie_ +of matiging in de uitvoering der plakkaten te zullen brengen, die +evenwel zoo weinig in 't oog viel, dat het volk ze weldra _moorderatie_ +noemde. Terwijl ~Jan van Glimes, markies van Bergen~ (d. i. Bergen op +Zoom), en Hoorne's broeder, ~Floris van Montmorency, baron van +Montigny~, nu als gezanten naar Philips vertrokken, kwam het prediken +van 't Evangelie in 't open veld, niet meer des nachts, maar bij helder +daglicht alom in zwang. Duizenden, op de beloofde matiging vertrouwende +of hun overtuiging niet langer willende bedwingen, woonden de +predikatiën, _hagepreeken_ genoemd, bij. + +Op het houden van openbare godsdienstoefeningen volgde in 1566 de +kortstondige razernij, bekend onder den naam van _beeldenstorm_. Zooals +men het veelal heeft opgevat, was hij een uitbarsting van de dweepzucht +der hervormden, die niet aan een wèl beraamd plan, doch aan plotseling +opkomende hartstochtelijkheid was toe te schrijven. Vele kerken van +Antwerpen, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Groningen, enz. werden erdoor +verwoest en van al haar schatten beroofd. Philips ontstak, op het hooren +der mare, zoozeer in drift, dat hij een duren eed zwoer, het misdrijf +niet ongewroken te zullen laten. Het drietal Oranje, Egmond en Hoorne, +baatte het niet, gelijk weldra zal blijken, dat zij de landvoogdes in +deze moeielijke dagen getrouw ter zijde stonden en hen, die schuldig of +medeplichtig waren aan den beeldenstorm, ijverig vervolgden. + +Nadat de eerste schrik was geweken, begon Margareta krachtdadig door te +tasten. Zij bewerkte, dat het compromissum werd ontbonden, en wierf +troepen. Overal moest het prediken der hervormden worden gestaakt. Van +dat oogenblik af scheidde Egmond zich van zijn vrienden, den eed van +trouw aan den koning opnieuw afleggende, terwijl Hoorne zich tegelijk +aan 's konings dienst en aan de bevordering van Oranje's plannen +onttrok. Van zijn kant nam Willem, inziende dat er vooreerst aan geen +verzet viel te denken, in 't zelfde jaar zijn ontslag als stadhouder van +Holland, Zeeland en Utrecht en ging naar Duitschland. Hij werd door een +overgroot aantal lieden, op meer dan honderd duizend begroot, gevolgd. +Onder hen was Willems vertrouwde vriend, de beroemde godgeleerde en +staatsman ~Philips van Marnix~, heer van St. Aldegonde (een heerlijkheid +in Henegouwen, terwijl een kasteel nabij Middelburg, waar Marnix een +tijdlang woonde, naar hem ook wel zoo werd genoemd, doch eigenlijk +West-Souburg heette). In Willems plaats werd ~Maximiliaan Hennin, graaf +van Boussu~ (ten w. van Bergen, in Henegouwen), bij voorraad over +Holland als stadhouder aangesteld. Intusschen was Philips tot een vast +besluit gekomen. Na lang te hebben voorgegeven, dat hijzelf een reis +naar de Nederlanden in den zin had, zond hij in 1567 ~Alv[=a]rez de +Tol[=e]do, hertog van Alva~ (d. i. Alva de Tormes, in 't n.w. van +Spanje, ten z.o. van Salamanca), als kapitein-generaal aan 't hoofd van +een leger van ongeveer 17,000 man, grootendeels oudgediende en geharde +mannen. + + + + +§ 12. + +_De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._ + + +De komst van Alva was Margareta een doorn in 't oog. Sedert +zij bovendien bespeurde, dat hij, behalve de aanstelling tot +kapitein-generaal, nog buitengewone volmacht had, drong zij met zooveel +nadruk op haar ontslag aan, dat zij het op 't einde van 1567 verwierf en +onverwijld naar Italië vertrok. Terstond werd Alva in haar plaats +algemeen landvoogd. Thans namen de wreedheden een aanvang. _De raad van +beroerte_, door het volk weldra met juist inzicht _bloedraad_ geheeten, +werd opgericht. Onder de beroemdste offers van dien raad waren Egmond en +Hoorne, wien het niet baatte, dat zij ridders van 't gulden vlies waren +(zie blz. 31). De 5de Juni 1568 was de noodlottige dag hunner +terechtstelling of liever van den gerechtelijken moord. Hun namen +blijven door de standbeelden, in 't jaar 1864 te Brussel opgericht, in +aller herinnering leven. + +Hierbij berustte de raad van beroerte niet. De prins van Oranje en +andere uitgeweken edelen werden insgelijks, op zware beschuldigingen, +voor hem gedaagd. Zij verschenen niet, en met reden. Maar aan offers was +geen gebrek, hoewel het niet is bewezen, dat de Spaansche inquisitie in +een plechtig geschrift alle Nederlanders, op zeer weinigen na, als +ketters, des doods schuldig heeft verklaard. In 1570 werd Montigny, na +in Spanje een paar jaren in den kerker te hebben gezucht, insgelijks op +een vonnis van den bloedraad, in 't geheim geworgd, wat hem nog als een +weldaad werd toegerekend. Zijn reisgenoot Bergen was reeds in 1567 òf +aan een ziekte, òf aan vergif bezweken. Desniettegenstaande werd zijn +nagedachtenis met een vonnis bezoedeld, opdat zijn bezittingen den +koning niet ontgingen. Ook andere gewelddadigheden beging Alva. Hij liet +in 1568, tegen de voorrechten der hoogeschool te Leuven, den oudsten +zoon van prins Willem, ~Philips Willem, graaf van Buren~ (zie blz. 38), +vandaar oplichten en naar Spanje voeren, waar hij, als gijzelaar voor de +trouw des vaders, onder nauw toezicht werd opgevoed. + +Treurig was, te midden van al die tooneelen van diepen rouw, de toestand +van het land. Doch welhaast daagde er bijstand van buiten op. Veelzins +getergd, door den roof van zijn zoon en door de verbeurdverklaring van +'t geen hij bezat, greep Willem eindelijk naar de wapens. Een +kortstondig geluk begunstigde de kloeke onderneming. ~Lodewijk van +Nassau~ zegevierde bij ~Heiligerlee~ (ten w. van Winschoten). Aremberg +sneuvelde er, maar ook Willems broeder Adolf. Doch nog in 't zelfde +jaar, 1568, versloeg Alva zelf Lodewijk bij ~Jemmingen~ (Jemgum, nabij +Leer in Oost-Friesland). Zoo was de tachtigjarige oorlog begonnen. Door +den uitslag van zijn krijgstocht overmoedig geworden, beraamde Alva het +plan, de grafelijke bede door vaste, algemeene belastingen te vervangen. +Drie belastingen waren het, welke de landvoogd uitschreef: 1) een +heffing voor eens van het honderdste der waarde of 1 p.c. van alle +roerende en onroerende eigendommen (_de honderdste penning_), en dan, +bij verkoop, 2) een heffing van tien ten honderd van de roerende (_de +tiende penning_), en 3) van vijf ten honderd (_de twintigste penning_) +van de onroerende goederen. Hij begon met de heffing te Brussel, waar +zijn eigen tegenwoordigheid, gelijk hij meende, den tegenstand zou +breken. De overheid gaf toe; maar de gilden, bovenal de slagers en de +brouwers, tartten den toorn van den landvoogd en sloten hun winkels. +Juist toen Alva het tot een punt van overweging zou hebben moeten maken, +wat hem bij dat algemeen verzet stond te doen, weerklonk de mare van de +verrassing van Brielle. + +Duurzame gevolgen had de aanslag, op den 1sten April 1572 tegen deze +veste ondernomen. Hij was het werk van _de Watergeuzen_, vrijbuiters, +die onder de driekleurige vlag--rood of oranje, wit en blauw--, de vlag +van Willem van Oranje, voeren. Tot dusver waren zij op hun tochten vaak +de Engelsche havens binnengeloopen, om zich van levensmiddelen te +voorzien; doch eensklaps verbood koningin Elizabeth, beducht voor een +oorlog met Spanje, haar onderdanen, den Watergeuzen verder te +verstrekken, wat zij behoefden. Zoo werd hun vloot, staande onder 't +bevel van ~Lumey, graaf van der Marck~, als admiraal, gedwongen zee te +kiezen. Nu besloten zij deze of gene stad van Noord-Holland te +vermeesteren. Maar tegenwind belette dit en dreef hen voor den mond van +de Maas. Daarom eischten zij Brielle (op Voorne) in naam van den prins +op. Eer de regeering een bepaald antwoord had gegeven, veroverden de +Watergeuzen de stad zonder moeite. Zij werd voor den prins in bezit +gehouden. De inneming of verrassing van Brielle werd de grondslag van de +vestiging van de onafhankelijkheid der _Vereenigde Nederlanden_. + +Vruchteloos beproefde Boussu, zelfs nog eer Alva hem het bevel hiertoe +kon geven, tegen Brielle opgerukt, de stad te heroveren. Integendeel, de +afval plantte zich voort. Vijf dagen na den 1sten April stond Vlissingen +uit eigen beweging tegen de Spaansche benden op en sloot de versterking, +die Alva in allerijl had afgezonden, buiten haar wallen. Ook Veere werd +voor de vrijheid gewonnen. Enkhuizen, Dordrecht en andere steden van +Noord- en Zuid-Holland volgden. Hierop namen ook vele steden van +Gelderland, Utrecht, Overijsel en Friesland bezettingen van den prins +in. In al die steden werd de regeering veranderd en de nieuwe overheid +verplicht, trouw te zweren aan den koning van Spanje en aan den prins +van Oranje. De strijd toch werd niet gevoerd tegen den koning, maar +tegen Alva en de dienaren van Philips. Nog in den zomer van 't zelfde +jaar, den 19den Juli en volgende dagen, hielden een groot aantal leden +der staten van Holland een _vergadering te Dordrecht_, de eerste, die in +Holland met terzijdestelling van Alva's gezag werd gehouden. Hier werd +besloten, prins Willem te erkennen als generaal-gouverneur en luitenant +des konings, d. i. als plaatsvervanger van Alva, en als stadhouder van +Holland, Zeeland en Utrecht. + +Slechts ten deele gelukte het aan Alva, het Noorden te herwinnen. +Zutfen, Naarden en Haarlem, de beide eersten in 1572, Haarlem in 1573, +moesten achtereenvolgens haar poorten openen voor de Spanjaarden, door +Alva's zoon Frederik aangevoerd. Vreeselijk werden al die plaatsen +geteisterd. Van de steden, te dier tijde door Alva's zoon aangevallen, +hield alleen Alkmaar zich staande. Na Alkmaar was Leiden aan de beurt. +Het bevel tot de insluiting dezer stad gaf Alva nog: de uitkomst zag +eerst zijn opvolger. Reeds sinds lang had hij bij den koning op zijn +ontslag aangedrongen. In 't laatst van 1573 werd de wensch van den +dwingeland voor goed vervuld. Hij ging met schulden overladen en den +vloek medenemende van al wat Nederlander was. Bij zijn vertrek moet hij +zich hebben beroemd, 18,600 ingezetenen dezer landen door de hand des +scherprechters te hebben laten ter dood brengen. + + + + +§ 13. + +_De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van Don Jan van +Oostenrijk.--De unie van Utrecht._ + + +Alva's opvolger was ~Don Louis de Requ[=e]sens~. Hij was gematigd en van +een geheel anderen aard dan zijn voorganger, zonder echter in de +hoofdpunten een tegenovergesteld gevoelen te zijn toegedaan. Het eerste +nadeel, dat hij ondervond, was dat Middelburg werd genoodzaakt zich in +1574 aan den prins over te geven. Hierop volgde echter de voor Nederland +noodlottige slag op ~de Mookerheide~ of bij Mook (ten z. van Nijmegen), +waar ~Lodewijk van Nassau~ met zijn broeder ~Hendrik~ omkwam. De eenige +gunstige uitwerking, die Lodewijks inval teweeg bracht, was deze, dat de +Spaansche troepen, die het beleg voor Leiden hadden geslagen, vandaar +trokken, om bij Mook mede te strijden. Doch onmiddellijk na den slag +werd het beleg hervat. In weerwil van de tegenwerking veler +flauwhartigen werd de stad wakker verdedigd door ~Jan van der Does~, den +standvastigen burgemeester ~Pieter Adriaansz. van de Werff~ en anderen. +Toch was de hongersnood reeds op 't hoogst geklommen en zou de stad zijn +bezweken, indien men niet de dijken had doorgestoken en de sluizen +opengezet. In de eerste dagen van October 1574 blies de wind uit het +n.w. en vervolgens uit het z.w. Nu drongen de wateren van den oceaan met +onweerstaanbaar geweld landwaarts in en dreven de belegeraars op de +vlucht. De 3de October was de dag van 't ontzet. Een vloot met +levensmiddelen voer Leiden binnen en verzadigde de hongerenden. Tot +belooning voor haar volharding verwierf de stad o. a. in 't volgende +jaar een hoogeschool, die de prins en de staten haar uit naam van +Philips schonken, want men hield zich nog steeds aan den ouden vorm en +bestreed Philips' benden in naam van hemzelf. + +Inmiddels sloeg Requ[=e]sens het beleg voor Zierikzee, doch mocht het +einde dier onderneming niet beleven. Hij stierf in 1576. Bij gebrek aan +eenige beschikking aanvaardde de raad van state, na Requ[=e]sens' dood, +het bewind over de getrouw gebleven staten. Omtrent terzelfder tijd +hield de raad van beroerte, die gedurende de regeering van Requ[=e]sens +meer gekwijnd dan geleefd had, geheel op te bestaan, Weldra had de raad +van state met onoverkomelijke bezwaren te worstelen. Zierikzee ging bij +verdrag in handen der Spanjaarden over; maar onmiddellijk daarna stonden +de Spaansche troepen, die op Schouwen lagen, op en eischten betaling van +de sedert lang achterstallige soldij. Dicht ineengesloten, rukten zij +met die officieren, welke het met hen eens waren, uit Zeeland naar +Brabant. Waar zij kwamen, plunderden zij de kleine steden en stroopten +het platteland af. Terwijl de staten der Zuidelijke Nederlanden nu +begrepen, op niemand dan op zichzelven te moeten rekenen, was de +muiterij der soldaten voor Willem een hefboom van onberekenbaar gewicht. +Op zijn aanvraag kwamen de afgevaardigden uit het meerendeel der +Zuidelijke gewesten te Gent bijeen, ten einde een verbond te sluiten met +Holland en Zeeland. Te midden van het raadplegen dezer gemachtigden of +der Algemeene Staten richtten de Spaansche soldaten, van alle kanten te +Antwerpen bijeengeschoold, in deze stad een tooneel van moord en +plundering aan, gruwelijker dan nog ergens was aanschouwd. De daad +zelve, als het toppunt aller gruwelen, door dat krijgsvolk aangericht, +noemt men _de Spaansche furie_. Zij oefende een krachtigen invloed op de +beraadslagingen der staten. Den 8sten November was het stuk gereed, +bekend onder den naam _pacificatie_ of bevrediging _van Gent_. Het +stelde een vereeniging vast tusschen de Noordelijke en de Zuidelijke +Nederlanden, waarbij men overeenkwam, om de Spaansche soldaten den lande +uit te drijven en zich later op het stuk van godsdienst onderling te +verstaan. + +Vier dagen vóór de afkondiging van het Gentsche verdrag overschreed de +man, dien Philips II tot opvolger van Requ[=e]sens had benoemd, de +grenzen van Nederland en kwam te Luxemburg aan. Het was Philips' +bastaardbroeder, ~Don Jan van Oostenrijk~ (zie blz. 48). Reeds had hij, +hoe jong ook, schitterende lauweren behaald in de oorlogen tegen de +Mooren en de Turken (_Overzicht_, 9de druk, blz. 140) en spiegelde zich +van de toekomst een nog luisterrijker tijdperk voor. De aanvang +beantwoordde niet aan die verwachting. Want de Algemeene Staten gaven +hem welhaast te kennen, dat zij, niet dan op zekere voorwaarden, hem als +landvoogd konden erkennen. De gestelde eischen willigde Don Jan in bij +een verdrag, gesloten in Februari 1577 en _het eeuwig edict_ geheeten. +Hierbij werd de pacificatie bekrachtigd en de wegzending der vreemde +troepen beloofd. + +Van een bewind van den nieuwen landvoogd, in den eigenlijken zin, kan +geen sprake zijn. Tevergeefs trachtte hij ook Willem, die volstrekt geen +vertrouwen in hem stelde en zich, met Holland en Zeeland, zorgvuldig +hoedde het eeuwig edict te onderteekenen, voor de zaak des konings te +winnen. Eensklaps wierp hij in 1577 het masker der lijdelijke houding, +dat hij tot dusver had gedragen, af door op zekeren dag in persoon het +slot te Namen te verrassen en er zich te vestigen. Naar hij zeide, wilde +hij zich beveiligen tegen de plannen, die men tegen hem smeedde. Aan de +Algemeene Staten scheen het toe, dat hij hierdoor alle recht had +verbeurd om met eenig gezag in de zeventien gewesten op te treden. + +Terwijl Don Jan op die wijze al zijn macht verloor, of liever niet tot +de oefening der macht kon geraken, groeide die van Willem steeds aan. +Hij werd uitgenoodigd te Brussel te komen, en, door den invloed van den +derden stand, tot _ruwaard_ van Brabant benoemd. De reden dier benoeming +was hierin gelegen, dat de zetel der regeering ledig stond. Deze +toenemende invloed van den prins ook op de zaken van het Zuiden +verbitterde de edelen dier landstreek. Zij waren het, die, in den waan +aan Oranje een doodelijken slag toe te brengen, den jeugdigen +aartshertog van Oostenrijk ~Matth[=i]as~ (_Overzicht_, 9de druk, blz. +130) in het land riepen. Toen toonde Willem, hoe groot zijn meerderheid +van geest was. Hij verzette er zich niet tegen, dat de Algemeene Staten +Matth[=i]as in 't begin van 1578 tot landvoogd benoemden, maar onder +zulke voorwaarden, dat hij niets vermocht. Terecht noemde het volk +Matth[=i]as _'s prinsen griffier_, want zijn werkzaamheid bepaalde zich +tot het onderteekenen van stukken. Intusschen hadden de Algemeene Staten +uitdrukkelijk verklaard, dat zij Don Jan niet langer als landvoogd +erkenden. + +Bij alle wisseling van gebeurtenissen bleef Willem van Oranje +verdraagzaamheid jegens andersdenkenden in 't stuk van den +godsdienst voorstaan. Zelf was hij aan 't hof van Karel V in den +Roomsch-katholieken godsdienst opgebracht. Dien bleef hij, voor het +uiterlijk, getrouw tot 1573, toen hij tot de hervormde kerk, naar de +begrippen van Calvijn, overging. Maar zijn geheele leven door was hij +een vurig voorstander van de verdraagzaamheid. De dag was echter nog +evenmin aangebroken voor het betoonen eener ware verdraagzaamheid, als +voor een vereeniging van het Noorden en het Zuiden. Dit bewijzen de +gebeurtenissen der jaren 1578 en 1579. Het jaar 1578 werd geopend met de +aankomst van den hertog van Parma, ~Alexander Farnese~, een zoon van +Margareta (zie blz. 48). Welhaast vond hij, die een niet minder ervaren +staatsman dan veldheer was, een geschikte gelegenheid om Henegouwen, +Artois, Douai (ten n.o. van Atrecht) en een paar andere steden uit de +Zuidelijke Nederlanden tot terugkeer onder 's konings gezag te nopen. +Reeds in Januari 1579 verklaarden zij zich hiertoe bereid en sloten een +paar maanden later _het verdrag van Atrecht_, waarbij zij zich op nieuw +aan de Spaansche heerschappij onderwierpen. Dien gunstigen keer der +Spaansche zaak beleefde Don Jan niet meer. Hij stierf in October 1578. +Terstond bij zijn verscheiden rees er argwaan van vergiftiging en +vermoedde men, dat de misdaad op last van Philips was bedreven. Echter +is het feit nimmer bewezen. Alexander Farnese trad onmiddellijk als Don +Jans opvolger op. + +Hoe langer hoe meer werd het zichtbaar, dat de kracht van den opstand +hoofdzakelijk of bij uitsluiting in het Noorden moest worden gezocht. +Geheel deze streek stond tegenover Spanje in de wapens. Er ontbrak +slechts een verbond, om dezen toestand duurzaam te maken. Maanden lang +werd hierover onderhandeld. In Januari 1579 kwam er een einde aan de +overwegingen. Den 22sten en den 23sten dier maand werd de beroemde _unie +van Utrecht_ gesloten en geteekend, de grondslag van dezen staat, een +vereeniging ten eeuwigen dage tusschen de Noordelijke gewesten, als +waren zij maar één landschap, tot onderlingen bijstand tegen alle geweld +en den gemeenen vijand. Zij werd geteekend door Willems broeder ~Jan~, +haren ontwerper, Holland, Zeeland (met uitzondering van Middelburg), +Utrecht, de Ommelanden en een deel van Gelderland. In Mei teekende +Willem; de overige deelen van Gelderland volgden in 1579 en 1580. Drente +voegde zich, ofschoon het er slechts kort bij bleef, in April 1580 bij +de unie, Overijsel in 1591. Friesland sloot zich, van 1579 tot 1598, bij +gedeelten bij de unie aan. De stad Groningen, die niet toetrad, werd in +1594 door Maurits tot de unie gebracht. Eindelijk voegden zich nog +eenige Zuid-Nederlandsche steden, als Antwerpen, Gent, Brugge, bij de +unie. + +De unie van Utrecht werd de hoeksteen van de Nederlandsche Republiek. +Hoewel zij het geenszins was, werd zij later, toen de onafhankelijkheid +van den staat was verzekerd, aangemerkt als de grondwet van het +bondgenootschappelijk staatsgebouw, echter niet zonder afwijking en +onuitgevoerde bepalingen. De hoofdinhoud der unie komt op het volgende +neer. Elk gewest zal zijn voorrechten behouden; zijn onafhankelijkheid +blijft ongeschonden. Ter bestrijding van de kosten van 's lands +verdediging zullen op eenparigen voet belastingen worden geheven. Over +zaken, de Generaliteit betreffende, mag geen bestand of vrede gesloten, +noch oorlog begonnen, verder geen belasting over alle gewesten +uitgeschreven worden, dan met eenstemmig goedvinden der gewesten. Kunnen +de leden het over deze punten niet eens worden, dan zal de zaak worden +onderworpen aan de uitspraak van de stadhouders der gewesten. In andere +stukken zal de meerderheid beslissen. Uit de mannelijke ingezetenen +dezer landen, tusschen de achttien en de zestig jaren oud, zal een +krijgsmacht worden samengesteld.--Op verre na niet alle artikels der +unie werden evenwel nageleefd, b. v. dat omtrent de belastingen, de +krijgsmacht, enz. + + + + +§ 14. + +_Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van de Zeven +Vereenigde Nederlanden._ + + +Een van de onderteekenaars der unie van Utrecht was ~George van Lalaing +graaf van Rennenberg~ (een voormalig graafschap in Limburg, tusschen +Sittard en Valkenburg). Doch ternauwernood had hij ze geteekend, of hij +viel, met een aanzienlijke som omgekocht, in 1580 van haar af en bracht, +door verraad en geweld, de stad Groningen, Drente en een deel van +Overijsel onder de Spaansche heerschappij terug. Slechts Steenwijk bleef +voor den prins behouden. Niet lang genoot Rennenberg de vruchten van +zijn verraad. Hij stierf reeds in 1581. + +Willem, door dien afval zeer verslagen, werd bovendien diep geschokt +door den ban, dien Philips, op raad van Granvelle, over hem uitsprak. In +dit stuk, dat in Augustus 1580 in de Nederlanden werd afgekondigd, +stelde de koning een prijs van 25,000 gouden kronen (elke ter waarde van +omtrent 3 gl.) op het hoofd des grooten mans en beloofde brieven van +adel te zullen uitreiken aan wie het trof. Één jaar na de afkondiging +van den beruchten ban, den 26sten Juli 1581, zwoeren de Algemeene +Staten, in den Haag vergaderd, Philips plechtig af. Het beginsel, +waarvan deze daad uitging, was, dat de onderdanen niet door God zijn +geschapen ten behoeve van den vorst, om hem als slaven te dienen, maar +de vorst ten dienste van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is, +ten einde hen volgens het recht en de rede te regeeren en lief te +hebben, gelijk de herder zijn schapen. + +Terzelfder tijd droeg Holland den prins de hooge overheid op en +bekleedden de overige gewesten ~Frans van Anjou~, een broeder van +Hendrik III, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 143), met +het oppergezag. Matth[=i]as, nu overbodig geworden, verliet het land in +1581, zonder eenig spoor van zijn verblijf achter te laten. Anjou kwam +eerst in Februari 1582 in de Nederlanden. Ook zijn macht was in vele +opzichten aan banden gelegd. Zijn titel was hertog van Gelderland en +Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz. Vreemd was vooral zijn +verhouding tot deze beide gewesten. Zij hielden zich aan Willem, maar +stemden er tevens in toe, ter bewaring der eendracht, zich, ten aanzien +van sommige algemeene zaken, aan Anjou te onderwerpen. + +Weldra oefenden de schitterende beloften, door Philips gedaan, haar +werking. In Maart 1582 loste ~Jan Jaureguy~, een bediende van +~d'Anastro~, een Spaansch koopman te Antwerpen, in die stad een +pistoolschot op den prins en wondde hem. 's Prinsen gevolg doodde den +misdadiger onmiddellijk; doch de hoofdaanlegger van het bedrijf, +d'Anastro, ontkwam door de vlucht. Langzaam genas de prins. Nieuw +verdriet berokkende hem de verraderlijke aanslag van Anjou, +verontwaardigd over de perken, binnen welke zijn gezag was omschreven. +Om zich van die bepalingen te ontslaan, leverde hij een tegenhanger van +Don Jans trouwelooze daad. In Januari 1583 bemachtigden zijn troepen +Duinkerken en andere sterke plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden. Zelf +deed Anjou, ter voltooiing van dit werk, dat men _de Fransche furie_ +noemt, met zijn soldaten een moorddadigen aanval op de burgers der stad +Antwerpen, die echter door de ingezetenen zelven met gunstig gevolg werd +afgeslagen en hem op een paar duizend zijner officieren en +krijgsknechten kwam te staan. Hierop keerde Anjou naar Frankrijk terug +en overleed er in 1584. Een der boden uit Frankrijk, welke de tijding +van dien dood aan den prins overbracht, was ~Balthazar Gerard~, of, +gelijk hij voorgaf te heeten, ~François Guyon~. + +Deze man was de zesde, die in het tijdsbestek van twee jaren, door +geld- en dweepzucht vervoerd, met medeweten van Parma, Willem van Oranje +naar het leven stond. Zijn verderfelijk opzet, de grootste ramp, welke +Nederland in die dagen kon treffen, gelukte maar al te wel. De vader des +vaderlands viel den 10den Juli 1584 te Delft, doodelijk getroffen door +het pistool van den sluipmoordenaar. De booswicht werd terstond gegrepen +en op gruwelijke wijze ter dood gebracht. + +Een groot en edel man was Willem van Oranje, de grondlegger der +onafhankelijkheid van den Nederlandschen staat. Hij was een ervaren +krijgsheld, een uitstekend staatsman, geboren om volksleider te zijn, +in de goede beteekenis van het woord. Aan ingenomenheid met de +hervormde leer en een vromen zin paarde hij een in die dagen ongekende +verdraagzaamheid. Standvastig was hij als een rots in den oceaan, +rustig te midden der onstuimige baren. Verbazend was zijn kennis van +personen en zaken, onbegrijpelijk zijn werkzaamheid, zeldzaam zijn +zelfbeheersching. Zelfopoffering en onbaatzuchtigheid onderscheidden hem +in buitengewone mate. + +Het was sober gesteld met de Nederlandsche gewesten bij den dood van den +prins van Oranje. Parma had sedert het verdrag van Atrecht niet stil +gezeten, doch Maastricht, bijna geheel Vlaanderen en de meeste steden +van Brabant veroverd. Thans lag Antwerpen aan de beurt. Veertien maanden +lang werd de stad verdedigd onder de leiding van Marnix van St. +Aldegonde (zie blz. 53), die er burgemeester was. Het einde was, dat +Antwerpen zich den 17den Aug. 1585 bij verdrag aan Parma overgaf. Dit +verdrag verleende den hervormden geen vrijheid van godsdienst, maar nog +een ongestoord verblijf van vier jaren. Duizenden maakten in dat +tijdsverloop hun vastigheden te gelde en weken naar ons land, vooral +naar Amsterdam. Van nu aan verliet voor de twee volgende eeuwen de +zeehandel de haven van Antwerpen en keerden de Zuidelijke gewesten onder +de gehoorzaamheid van Spanje's koning terug. De scheiding van 't Zuiden +en 't Noorden was voltooid. Het Zuiden ging den smaad en de ellende der +dienstbaarheid te gemoet; het Noorden zette steeds vaster schreden op de +baan, die tot de onafhankelijkheid voerde. + +Gedurende de beide laatste jaren van 's prinsen leven had Holland +voortdurend onderhandeld, om Willem als grondwettig vorst aan te nemen +onder den naam "graaf van Holland en Zeeland." Slechts het toeven van +Gouda en Zeeland had de zaak vertraagd. Thans was het te laat. Friesland +benoemde ~Willem Lodewijk~, den oudsten zoon van Jan van Nassau (zie bl. +61), tot stadhouder. De Algemeene Staten richtten een nieuwen raad van +state op, aan 't hoofd van welk lichaam 's prinsen zoon ~Maurits~ werd +gesteld. Dezelfde staten droegen de oppermacht over deze landen aan +Hendrik III (zie blz. 62) op. Toen deze vorst weigerde, deed men +hetzelfde aanbod aan Elizabeth, koningin van Engeland. Zij nam het +evenmin aan, doch zond hulp tegen zekere onderpanden, n.l. het bezetten +van Brielle, Vlissingen en het kasteel Rammekens (ten o. van +Vlissingen). In December 1585 verscheen aan 't hoofd harer troepen +~Robert Dudley, graaf van Leicester~ (in 't midden van Engeland). +Aanstonds bekleedden de Staten-Generaal Leicester met de algemeene +landvoogdij. Ongeveer terzelfder tijd benoemden de staten ~MAURITS~ +(1585-1625) tot stadhouder van Holland en Zeeland, terwijl ~JOHAN VAN +OLDENBARNEVELT~ in Holland _advocaat van den lande_ (zie blz. 31) werd. + +Nog ternauwernood had Leicester het bewind aanvaard, of er bestond +alreede een klove, die slechts behoefde te worden verwijd. Hiervoor +zorgde hijzelf. De eerste twistvraag, die tusschen hem en de staten van +Holland en Zeeland opkwam, betrof den handel van Spanje en met de +Spaansche Nederlanden. Leicester en Elizabeth wilden een volstrekt +verbod van uitvoer naar 's vijands land. In weerwil van de vertoogen, +door Holland hiertegen ingediend, werd zoodanig verbod afgekondigd. Bij +dit punt van verschil kwamen andere. In December 1586 vertrok de +Engelschman voor een wijl naar zijn vaderland en vertoefde er ruim een +half jaar. Zijn verblijf in deze streken had meer kwaad dan goed gedaan. +De predikanten en de mindere volksklasse, die zeer aan den rechtzinnigen +landvoogd waren gehecht, stonden tegenover hen, die de partij der Staten +van Holland omhelsden. Grooter verdeeldheid en meer verwarring in 't +bestuur: dit waren de vruchten van Leicesters tegenwoordigheid hier te +lande. De Staten-Generaal, waarin Vlaanderen nu geen zitting meer had en +Holland het meest gold, haastten zich van Leicesters afwezigheid gebruik +te maken. Het plakkaat nopens den handel werd zoo gewijzigd, dat het al +zijn kracht verloor. Van hun kant kwamen de staten van Holland thans tot +het volle besef van de noodzakelijkheid, om de souvereiniteit, die zij +zich immers, ook toen Leicester de landvoogdij werd opgedragen, hadden +voorbehouden, metterdaad te aanvaarden. De leer van de souvereiniteit +der staten is gedurende den tijd van 't bestaan der Republiek het +heerschend denkbeeld gebleven. + +Intusschen keerde Leicester in 't midden van 1587 naar de Nederlanden +terug, vast besloten om, des noods met geweld, een omwenteling teweeg te +brengen, die hem in 't genot van de volheid der macht zou stellen. Maar +een poging, die hij deed om Maurits en Oldenbarnevelt, de ziel van de +tegenstand, op te lichten mislukte. Evenmin slaagde een aanslag op +Amsterdam, onder den schijn van een bezoek gedaan. Op Medemblik en Hoorn +na, verklaarde zich Noord-Holland tegen hem. In 't kort, alom bespeurde +hij, dat zijn rijk ten einde was. Weldra vertrok hij, door Elizabeth van +zijn ambt ontslagen, naar Engeland. Elizabeths hulptroepen bleven in +Nederland; doch Leicesters opvolger als veldheer werd door de +Staten-Generaal met geen landvoogdij of andere waardigheden bekleed. + + + + +§ 15. + +_De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde Gewesten._ + + +Het spreekt vanzelf, dat eerst de onlusten, vervolgens de unie van +Utrecht en de afzwering van Philips een groote verandering in den +regeeringsvorm der Nederlanden teweeg brachten. Vóór dien tijd toch was +de hertog, graaf of heer souverein, daar hij alle gezag, dat van +rechtswege den koning der Franken, later den keizer toekwam, allengs aan +zich had getrokken. Aan geregelde staatsrechtelijke beperking van de +heerschappij dier vorsten door 't volk of door eenig deel daarvan werd +niet of slechts bij wijze van uitzondering gedacht. Sedert evenwel de +staten meer en meer door de vorsten werden geraadpleegd, begonnen zij de +medewerking tot de regeering als een recht te eischen. Van 1572 af +begint de medewerking der staten tot de regeering in Holland, in 1576 +die van de Algemeene Staten. En van lieverlede breidde zich hun invloed +op het bewind uit, totdat de staten der verschillende gewesten, na het +vertrek van Leicester, in 1588, in plaats van wederom een hoofd aan te +stellen, zelven de hooge overheid in handen namen. + +Daarom is het jaar 1588 het tijdstip van de vestiging van de Republiek +der Vereenigde Nederlanden. Gedurende het bestaan dier Republiek berust +de souvereiniteit bij elk gewest in 't bijzonder, d. i. bij 't lichaam +van de edelen en _de vroedschappen_ (burgemeesters en raden) der steden, +die de afgevaardigden ter statenvergadering benoemen. In ieder der +zeven gewesten was de vergadering der staten op een bijzondere wijze +ingericht. _Gelderland_ bestond uit drie kwartieren: dat van Nijmegen, +dat van Zutfen en dat van Arnhem of van de Veluwe. In plaats van de +bannerheeren (zie blz. 37), die uit hoofde van hun gehechtheid aan de +Spaansche regeering niet meer als afzonderlijk lid werden gedoogd, namen +nu de edelen of ridderschap als eerste lid zitting. Het tweede lid der +staten waren de steden. Ieder kwartier had één stem. + +De statenvergadering van _Holland_ bestond uit negentien stemmen, +waarvan de edelen één en de steden de overige hadden. De steden waren +ten getale van achttien, verdeeld in zes groote en twaalf kleine steden. +Elke stad had haren _pensionaris_, die de afgevaardigden vergezelde en +voor hen het woord voerde. De advocaat van den lande, kort na +Oldenbarnevelts dood raadpensionaris, bracht de stukken ter tafel en +liet erover stemmen. Al wat tot het gebied der rechtszaken behoorde was +de taak van _'t hof van Holland_. Boven dat hof stond _de hooge raad_, +opgericht in 1582, aan welks rechtsgebied ook Zeeland was onderworpen. +Een zeer gewichtig ambt was dat van _den advocaat van den lande_, of, +sedert 1630, _raadpensionaris_. Hij was de ziel van der staten +raadplegingen, de hoofdleider van alle gewichtige bedrijven. Hij was +belast met het houden van briefwisseling met de gezanten der Republiek +aan vreemde hoven en had alzoo veel invloed op den gang der +buitenlandsche aangelegenheden. + +In _Zeeland_ zonden alleen _de eerste edele_, die de eenige +vertegenwoordiger was van den adel in die provincie, en zes steden +afgevaardigden naar de staten. Er waren dus zeven stemmen. Ten gevolge +van den opstand tegen Spanje was het eerste der drie leden, de abt van +Middelburg, van zijn recht van zitting in de vergadering der staten +verstoken geworden. Alzoo werd nu de eerste edele het voornaamste lid. +De waardigheid van eersten edele droegen de staten achtereenvolgens aan +alle prinsen van Oranje op, n.l. aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem +II, Willem III, Willem IV, Willem V. De staten van _Utrecht_ waren uit +drie leden samengesteld: _de geëligeerden_, de edelen en de stad +Utrecht, benevens een paar kleinere steden. Er waren dus drie stemmen. +Het eerste lid was dat der geëligeerden. Vroeger waren dit Roomsche +geestelijken (zie blz. 40). Na de omwenteling der 16de eeuw waren het +edelen en burgers van den hervormden godsdienst. Ongeveer dezelfde +bemoeiingen als de raadpensionaris in Holland had hier _de secretaris +van staat_. + +_Friesland_ was in vier kwartieren verdeeld, Oostergo, Westergo, +Zevenwolde en de steden, ten getale van elf. Elk kwartier had op _den +landdag_ één stem. De statenvergadering of _landdag van Overijsel_ telde +twee leden, de edelen uit de drie kwartieren Salland, Twente en +Vollenhoven, en de hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwol. De wijze van +stemmen was zeer eigenaardig, daar de ridderschap niet één college +uitmaakte, maar hoofd voor hoofd stemde, terwijl elke stad één stem had. + +_Groningen_ bestond uit twee leden, de stad en de Ommelanden, +gezamenlijk "stad en lande" genoemd. Zij deelden het oppergezag zoo met +elkander, dat de burgemeesters en de raadsheeren, welke de stad zond, de +eene stem hadden, en de drie kwartieren, waaruit de Ommelanden +bestonden, n.l. Hunsingo, Fivelingo en 't Westerkwartier, de andere. +Zooals in Friesland, had, bij staking van stemmen, de stadhouder de +beslissing. De staten van _Drente_ waren samengesteld uit twee leden. +Het eerste lid waren de ridders, ten getale van niet meer dan achttien. +Het tweede lid was dat der eigenerfden. De heeren van de ridderschap +hadden één, de eigenerfden twee stemmen. + + + + +§ 16. + +_Vervolg._ + + +Ten tijde van de Republiek berustte de souvereiniteit, voor elk gewest +in 't bijzonder, bij 't lichaam van de edelen en bij de vroedschappen +der steden. Maar uit de staten der provinciën, uitgezonderd Drente, werd +een onbepaald getal leden afgevaardigd, die een college vormden, dat men +_Staten-Generaal_ noemde, hetwelk den souverein vertegenwoordigde +tegenover de buitenlandsche mogendheden en later het bestuur had over de +Generaliteitslanden. Er waren in de Staten-Generaal zooveel stemmen, als +er gewesten waren, zoodat het getal van hen, welke naar die +vergaderingen werden gezonden, hiertoe niets afdeed. De werkkring van +den raad van state werd sedert 1593 beperkt tot het beheer der +krijgszaken en van de financiën in 't algemeen. + +Gelijk de pacificatie van Gent de grondslag was der Algemeene Staten, +zoo werd de unie van Utrecht dit voor het eenigszins anders +samengestelde lichaam der Staten-Generaal. Want na het jaar 1585 bestond +dit lichaam slechts uit de afgevaardigden van de staten der zeven +gewesten, die de unie hadden onderteekend. Drente werd van het voorrecht +om ter Staten-Generaal zitting te nemen uitgesloten, dewijl het, kort na +de unie te hebben onderteekend, door de Spaansche wapenen was +vermeesterd. Hoewel slechts een bondgenootschappelijk gewest, maakte +Drente een deel van den staat uit. Doch het was verre van onafhankelijk +te zijn, daar het verplicht was, in de algemeene lasten, buiten zijn +stem vastgesteld, te dragen. + +In gewone gevallen beslisten de afgevaardigden zelven, mits blijvende +binnen de perken, hun door de provinciën gesteld. Doch in gewichtige +aangelegenheden vermochten zij niets zonder den uitdrukkelijken en +eenstemmigen wil der gewesten. Dikwijls waren intusschen de meeningen +over het verbindende der eenstemmigheid verdeeld. Dus rees in dergelijke +gevallen de vraag, of er overstemming plaats hebben en de meerderheid +beslissen kon, ja dan neen, iets waartoe de tijden van Maurits en Willem +II overhelden. Over 't geheel had Holland in de Staten-Generaal een +groot overwicht. + +De _raad van state_ bestond uit twaalf leden, van welke die provincie de +meeste zond, welke het grootste aandeel droeg in de algemeene kosten. +Holland had er daarom drie leden. Bovendien waren de stadhouders lid van +den raad van state. Men stemde hoofdelijk. De werkkring van dezen raad +is uit het bovenstaande (zie boven op deze blz.) gebleken. In de +algemeene lasten waren de aandeelen zóó vastgesteld, dat van een som van +honderd gulden elk gewest het onderstaande opbracht: + + Holland ongeveer 58 gl. + Friesland " 11-1/2 " + Zeeland " 9 " + Gelderland " 5-1/2 " + Utrecht en Groningen, ieder ruim 2-1/2 " + Overijsel 3-1/2 " + Drente 1 " + +Vermits evenwel de meeste gewesten wat zij hadden beloofd niet nakwamen, +schoot Holland, het rijkste gewest, dikwijls voor, wat de anderen +verplicht waren op te brengen. + +Al wat het zeewezen betrof behoorde tot het gebied der _admiraliteit_. +Zij telde vijf collegiën: dat van de Maas, hetwelk te Rotterdam zat; dat +van Amsterdam; dat van Middelburg; dat van Noord-Holland, hetwelk bij +afwisseling te Hoorn en te Enkhuizen zetelde; dat van Dokkum, hetwelk in +1645 naar Harlingen werd verplaatst. Hoofd en voorzitter der vijf +collegiën tezamen en van ieder in 't bijzonder was, sedert Maurits, de +admiraal-generaal. + +Van de collegiën gaan wij over tot den persoon van _den stadhouder_ of +_gouverneur_, zooals de titel eigenlijk luidt. Steeds benoemden de +provinciën zelven haar gouverneurs. Van wege de Staten-Generaal was de +gouverneur _kapitein-generaal_ en _admiraal_ van de unie. Veelal was de +gouverneur ook kapitein-generaal van het gewest, welke staten hem tot +gouverneur benoemden. Van die staten was hij de eerste dienaar, +voorzoover het militair en het burgerlijk gezag betreft, in elk gewest +het hoofd der uitvoerende macht. Op de samenstelling der vroedschappen +in de meeste gewesten had de gouverneur een beslissenden invloed, +doordien hij uit voordrachten, door die vroedschappen opgemaakt, de +leden koos. De onderdanigheid van den stadhouder aan de staten der +gewesten werd getemperd, doordien hij kapitein-generaal van de unie was +en tot meer dan één provincie in betrekking stond, door het hooge +aanzien van 't geslacht van Oranje-Nassau, door de talrijke bezittingen +dezer vorsten op Nederlands bodem en ten laatste doordat de hooge +waardigheden in dit huis weldra zoo goed als erfelijk werden. + +Friesland had tot 1748 altijd afzonderlijke stadhouders, welke de +waardigheid doorgaans tevens in Groningen en Drente bekleedden, terwijl +de gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland, Utrecht, Gelderland en +Overijsel tot stadhouder is benoemd. De vijf laatstgenoemde gewesten +hebben tweemaal een stadhouderloos tijdperk gehad, waaraan voor het +meerendeel de regeeringsreglementen van 1672 en 1747 een einde hebben +gemaakt. Toen, d. i. in 1747, werd ook het stadhouderschap met de +overige waardigheden, die de prins van Oranje-Nassau bekleedde, erfelijk +verklaard in zijn nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie. + +De regeeringsvorm van de Republiek der Zeven Vereenigde +Nederlanden--zooals zij doorgaans wordt genoemd, ofschoon het eigenlijk +zeven Republieken waren,--had voorzeker groote gebreken. Dit lag in den +aard der zaak, daar de staatsinrichting niets anders was dan een +wijziging van hetgeen er, na de afzwering van den landsheer, van de +overige bestanddeelen der vroegere regeering overbleef en slechts voor +een tijdelijk doel, voor een toestand van oorlog, bestemd was. Die +gebreken vielen, naargelang de staat in jaren toenam, des te meer in 't +oog. Zij deden zich, naarmate de drang van buiten minder tot eendracht +en veerkracht noopte, meer en meer gevoelen. Intusschen bedenke men, dat +een regeeringsvorm geen onbepaalde afkeuring verdient, waaronder een +Republiek ontstond en aangroeide, die zulk een grootsche rol in de +geschiedenis der wereld heeft vervuld. Onbetwistbaar is het, dat in den +regel dat, wat aan den vorm zelf ontbrak, werd aangevuld en vergoed door +de kunde, de braafheid en de goede trouw van velen onder hen, die aan +den vorm het leven hadden te geven. + + + + +§ 17. + +_De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De afstand der +Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen van den tachtigjarigen +oorlog._ + + +Zóó was dan de staat der Vereenigde Nederlanden gesticht. Bij die +grondvesting hadden de Nederlanders met grooter zwarigheden te kampen +gehad, dan eenig volk, waarvan de geschiedenis gewaagt. Maar zij +toonden, dat zij ten volle opgewassen waren tegen elke inspanning, die +de drang der omstandigheden hun oplegde. Dus werd ook in hun voorbeeld +de waarheid bekrachtigd, dat ieder de schepper is van zijn eigen lot. + +Al dadelijk bedreigde de pas ontstane Republiek een groot gevaar. +Sedert 1580, toen Philips met geweld de heerschappij over Portugal +verkreeg en hierdoor zijn zeemacht meer dan verdubbeld zag, dacht hij +aan een aanval op Engeland, het bolwerk van hen, die van de +Roomsch-katholieke kerk waren afgevallen. Wat na dien tijd in en van +wege dezen staat geschiedde, de zending van Leicester naar de +Nederlanden en het ter dood brengen van Maria Stuart, bevestigde hem in +zijn voornemen. In 1587 schonk paus Sixtus V Engeland, alsof het een +leen van Rome ware, aan de kroon van Spanje. + +Sedert een paar jaren had Philips al de middelen, die ter zijner +beschikking stonden, besteed, om een groote vloot, bij voorraad _de +onoverwinnelijke_ geheeten, van stapel te kunnen doen loopen, ten einde +niet alleen Engeland te veroveren, maar ook Nederland weder onder het +juk te brengen. De vloot stond onder 't opperbevel van ~Alonzo Perez de +Guzman~, hertog van ~Med[=i]na-Sidonia~. Op den laatsten Juli 1588 +verscheen deze _arm[=a]da_ of vloot in het Kanaal. Weldra bracht de +Engelsche vloot aan de Spaansche schepen, te log schier om zich te +wenden, een aanmerkelijk nadeel toe, waarop binnen kort een zege der +Engelschen en der Nederlanders volgde. Vermits de wind en de vloot der +bondgenooten Med[=i]na-Sidonia den terugtocht door het Kanaal onmogelijk +maakten, besloot hij om Schotland en Ierland heen te zeilen. Op dezen +tocht overviel hem een geduchte storm, die de gansche vloot verstrooide +en vele schepen op de kust van Ierland deed stranden, welks barbaarsche +bewoners de bemanning doodden. Slechts een derde gedeelte der arm[=a]da +keerde, en niet dan zeer beschadigd, in October naar Spanje terug. Men +had haar te voorbarig "de onoverwinnelijke" genoemd. "Gods adem +verstrooide ze", zegt een gedenkpenning van dien tijd, door Zeeland +geslagen. + +Van dit oogenblik af helde de fortuin meer tot de zijde der unie over. +~MAURITS~ (1590-1625) werd in 1590 ook stadhouder van Utrecht en +Overijsel, in 1591 van Gelderland. Zoo was hij met genoegzame macht +bekleed, om de Republiek met het zwaard te verdedigen, haar bevestiger, +haar tweede stichter te worden. Een staatsman was hij in 't geheel niet. +Doch in dit gemis voorzag ~OLDENBARNEVELT~ ruimschoots. Met vaste hand +greep hij het roer der binnen- en buitenlandsche politiek en bestuurde +het ruim dertig jaren lang. Gaarne liet Maurits hem deze rol, om zich +des te meer aan de zaken van den oorlog te kunnen wijden. Schitterend +waren de wapenfeiten, waardoor Maurits den naam van "eerste veldheer +zijner eeuw" verwierf. In 1590 verraste hij Breda door middel van een +turfschip. Den 30sten Mei 1591 veroverde hij Zutfen. Denzelfden avond +lag zijn leger reeds voor Deventer, dat zich in de volgende maand +overgaf. Hierop werd Delfzijl overrompeld en Nijmegen gedwongen over te +gaan. In 1592 vielen Steenwijk (zie blz. 62), dat de Spanjaarden in 1582 +bij verrassing hadden genomen, en Koevorden in handen van den jeugdigen +veldheer, in 1593 Geertruidenberg. Dertien maanden later, den 24sten +Juli 1594, verdween het laatste spoor van Rennenbergs verraad, toen +Groningen het hoofd moest buigen voor den zegevierenden Maurits en voor +Willem Lodewijk. De voornaamste voorwaarden, waarop de stad zich +overgaf, waren, dat geen andere godsdienst binnen haar muren zou worden +geoefend, dan de hervormde, een bepaling, die de meerderheid der +ingezetenen zeer tegen de borst stuitte, en dat de stad met de +Ommelanden één gewest zou uitmaken, lid der unie zijn en Willem Lodewijk +als stadhouder erkennen. Ongeveer ter zelfder tijd verkoos Drente Willem +Lodewijk tot stadhouder. + +Dit alles had Parma zoo goed als lijdelijk moeten aanzien. Eindelijk +bezweek de krachtige man voor al de wederwaardigheden, die de fortuin +des oorlogs hem sedert jaren deed ondervinden, in 1592. Van zijn +opvolgers, die elkander snel afwisselden, was de laatste de aartshertog +~Albert van Oostenrijk~, een broeder des konings van Duitschland. Met +hem kwam Philips Willem (zie blz. 55), na acht-en-twintig jaren in +gevangenschap te hebben gesleten, in deze landen terug. Hij vestigde +zich voorloopig te Breda, een baronie van zijn huis. Kort na de aankomst +van Philips Willem voegde zijn broeder Maurits nieuwe schakels aan de +keten zijner luisterrijke krijgsdaden toe. Dicht bij ~Turnhout~ bracht +hij in 1597 binnen een half uur tijds met 1000 man, grootendeels +ruiters, aan de Spanjaarden een verlies toe van 2000 dooden, terwijl +hijzelf slechts 10 man verloor en nog 500 gevangen nam. Hierop rondde +hij het gebied der Vereenigde Gewesten in 't o. af. + +In 1598 verwezenlijkte Philips II een ontwerp, dat hij lang had +gekoesterd. Uitgaande van het denkbeeld, dat een vorst zich te midden +zijner onderdanen behoort te bevinden, schonk hij de Nederlanden, als +bruidschat, aan zijn oudste dochter, ~Isabella~, die met ~Albert~, +aartshertog van Oostenrijk, in 't huwelijk trad. Beiden aanvaardden die +gift, met behoud hunner titels, dien van _aartshertog_ voor Albert, dien +van _infante_ voor Isabella. Mocht een van hen kinderloos komen te +overlijden, dan zouden de Nederlanden aan Spanje terugvallen. Naar de +meening van den koning, waren ook de Noordelijke gewesten in den afstand +begrepen. Albert haastte zich dan ook, deze gewesten uit te noodigen, in +dien zin te handelen. Maar de Staten-Generaal volhardden in hun vroegere +zienswijze. Zoo gingen dan Noord- en Zuid-Nederland voor goed uiteen. + +De dood van Philips II, die in 't zelfde jaar, 1598, plaats greep, +verbrak den laatsten band, die Noord-Nederland in 't oog van dezen of +genen, wien de afzwering een gruwel was, nog aan Spanje hechtte. Aan +zijn zoon en opvolger, Philips III, hadden zij geen eed gedaan. Veel was +er de Nederlanden aan gelegen, dat de band met Engeland niet werd +verbroken. Anders toch konden zij licht de eenige, tegen Spanje oorlog +voerende mogendheid blijven, nu Hendrik IV, koning van Frankrijk, hoewel +hij hun niet allen bijstand onttrok, een einde maakte aan den oorlog, +dien hij eenige jaren tegen Spanje had gevoerd. Daarom sloten zij een +nieuw verdrag met Engeland. + +In plaats van tijd te verspillen met onderhandelingen, die schenen tot +niets te kunnen leiden, rustte de Republiek zich ten oorlog tegen de +nieuwe beheerschers van de Zuidelijke Nederlanden, doorgaans _de +aartshertogen_ geheeten. Men had een onderneming op het oog tegen +Duinkerken, een nest van zeeroovers, waaruit de vijand den koophandel +der Nederlanders gedurig bestookte. Maurits, hoewel ze vrij gewaagd +achtende, voegde zich, doch met weerzin, naar den wensch der +Staten-Generaal. Vergezeld van dit aanzienlijke college, scheepte hij +zich in 't jaar 1600 met een leger van ongeveer 15,000 man in. Bij +Nieuwpoort gekomen, vernam hij, dat de aartshertog met zijn leger, groot +omtrent 12,000 man, in aantocht was. Dit viel tegen. Men had bij het +muiten der Spaansche soldaten, die in langen tijd weder geen soldij +hadden getrokken, erop gerekend, dat de vijand niet genoeg +strijdkrachten had kunnen bijeenbrengen. Inmiddels was goede raad duur. +Maurits begon op den morgen van den 2den Juli met de schepen, die +leeftocht en krijgsbehoeften hadden overgevoerd, daar zij voor 't +oogenblik van geen dienst konden zijn en gevaar liepen, door de +bezetting van Nieuwpoort in brand te worden gestoken, in zee terug en +naar Ostende te zenden. Hierop werden de beide legers bij ~Nieuwpoort~ +(in West-Vlaanderen aan zee) slaags. Zon en wind waren in 't voordeel +der Nederlanders. En tegen den avond neigde de kans van den strijd, die +van weerszijden met hardnekkigheid werd gevoerd, geheelenal ten gunste +van Maurits. Albert week, een menigte zijner manschappen als +gesneuvelden en gevangen achterlatende. + +Bedenkende, welk gevaar zij hadden geloopen, keerden de Nederlandsche +troepen binnen kort naar het vaderland terug. Dit geschiedde evenwel +niet, dan nadat er, ter zake van dit punt, een woordenwisseling had +plaats gegrepen tusschen Maurits en eenige leden der Staten-Generaal, +inzonderheid Oldenbarnevelt. Van dit oogenblik af bestond er een niet +zeer goede verstandhouding tusschen de beide hoofdpersonen van den +staat. In 1601 sloeg de vijand het beleg voor Ostende. De leiding der +zaak nam weldra ~Ambrosius Spin[)o]la~ op zich, de man, die, met het +opperbevel over de troepen van den aartshertog bekleed, bestemd was zich +als een waardig tegenstander van Maurits te doen kennen. Na drie jaren +met volharding tegenstand te hebben geboden, gaven de Staten-Generaal in +1604 de vesting over, die niets meer was dan een steenhoop. Sedert 1607 +werd de oorlog te land voorloopig gestaakt. Doch terzelfder tijd +begonnen de Nederlanders hun eerste lauweren te verwerven op het +element, waarover zij eens, als de eerste der mogendheden, de +heerschappij zouden voeren. In 1606 greep de roemrijke daad plaats van +den vice-admiraal ~Reinier Klaassens~, die in de nabijheid van kaap ~St. +Vincent~ (in 't z.w. van Portugal) met zijn schip in de lucht vloog, een +eervollen dood boven een vernederende overgave kiezende. In 't volgende +jaar behaalde ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~ een +aanmerkelijke zege op de Spaansche vloot, waarbij hij wel zelf omkwam, +doch zóó, dat de vijand zijn dood met een zwaar verlies moest boeten. + + + + +§ 18. + +_Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische compagnie._ + + +In 1603 overleed koningin Elizabeth. Haar opvolger, Jakob I, sloot een +jaar later vrede met Spanje. Uit spijt hierover versperden de +Staten-Generaal de Schelde voor de Engelsche schepen. Zóó bleven zij, +als oorlogvoerende mogendheid, alleen staan tegenover Spanje en de +Zuidelijke Nederlanden. De oorlog te land leverde in de eerste jaren der +nieuwe eeuw geen bijzonder gunstige uitkomsten op. De ingezetenen +zuchtten onder zulke zware belastingen, dat zij voor geen verhooging +vatbaar waren. Wel was het nog waar, dat de oorlog den handel voedde; +maar toch kostte die oorlog aanzienlijke sommen. In zes gewesten werd de +behoefte aan vrede vrij algemeen erkend. Slechts eenige steden in +Holland en de provincie Zeeland waren ertegen. De reden was niet ver te +zoeken. Philips II had, ofschoon wel eens beslag leggende op de +Nederlandsche schepen, die in de havens van Spanje en Portugal lagen, de +vaart op zijn rijk over 't geheel oogluikend toegelaten, omdat hij de +waren, welke die vaartuigen hem aanbrachten, niet konde ontberen. Anders +deed Philips III. Nauwelijks den troon hebbende beklommen, verbood hij +voor goed allen handel van Nederland op zijn staten. Dit versterkte de +Nederlanders in hun plan om zelven naar de Indiën te varen, met welke +tochten zij vóór 1598 niet meer dan een begin hadden gemaakt, gelijk +beneden nader zal blijken. Deze tochten, zoo rijke winsten opleverende, +vreesden die kooplieden thans, bij een vrede of bestand, te moeten +staken. + +Met klimmende bezorgdheid den achteruitgang der geldmiddelen +gadeslaande, achtte Oldenbarnevelt het in 't belang van 't land, dat de +oorlog ophield, die zooveel kostte. Ook Maurits was in den beginne niet +tegen het ten einde brengen van den oorlog. Doch toen er weldra niet +langer van een duurzamen vrede, maar van een bestand sprake was, kantte +hij zich met kracht tegen dit voornemen aan. Inmiddels viel ook den +aartshertogen de krijg zeer zwaar. Albert wenschte den vrede. Zijn +huwelijk bleef kinderloos, en bij zijn dood moesten de landen weder aan +de Spaansche kroon vervallen. Eveneens kon Spanje geen andere gezindheid +hebben. De schatkist van dit rijk was ledig ten gevolge van de zware +offers, welke Spin[)o]la's krijgstochten hadden vereischt. Hierdoor +wordt het verklaarbaar, hoe de aartshertogen er in 1607 toe konden +overgaan, onderhandelingen aan te knoopen met de Republiek, als met een +"onafhankelijke mogendheid." Maar weldra bleek het, dat er aan geen +vrede viel te denken. De vijand eischte afstand van de vaart op Indië en +vrijheid van godsdienst voor de Roomsch-katholieken. Deze beide +vorderingen achtte men dezerzijds ongehoord. + +Bij zoo tegenstrijdige inzichten besloot men zich te vergenoegen met het +trachten naar een wapenschorsing voor een aantal jaren. Nog was er een +derde mogendheid, die, uit hoofde van de betrekking, waarin zij steeds +tot de oorlogvoerende staten had gestaan, meende een woord mede te +moeten spreken. Het was Frankrijk. Daarom zond ook Hendrik IV een aantal +gezanten, ten einde de onderhandelingen bij te wonen, waarbij ook +Engelsche en Duitsche afgevaardigden tegenwoordig waren. In April 1609 +werd _de wapenstilstand te Antwerpen_ gesloten. De hoofdbepalingen +waren: de aartshertogen verklaren, ook uit naam van den koning van +Spanje, de Vereenigde Gewesten voor onafhankelijke landen te houden; het +bestand zal twaalf jaren duren; ieder zal behouden, wat hij heeft. Dit +punt werd evenwel niet nader omschreven. + +Deze laatste bepaling was van des te meer gewicht, vermits de +Nederlanders zich sinds eenige jaren in de Oost-Indiën hadden gevestigd +en er belangrijke vorderingen maakten. Zoolang Lissabon de Oost-Indische +waren voor Neêrlands kooplieden veil had, was hier te lande geen +behoefte gevoeld aan een rechtstreeksche vaart op de Indiën. Maar sedert +Philips van tijd tot tijd beslag legde op de ladingen, gingen Nederlands +handelaars op middelen peinzen, om zelven de waren uit andere +werelddeelen te halen. De vaart naar Indië toch, hoe bezwaarlijk in 't +oog der menschen, was geen geheim. Zij was in vele geschriften van +Portugeezen beschreven, en er waren Nederlanders, die op Portugeesche +schepen de reis naar Indië mede hadden gedaan. + +Ten einde evenwel de dreigende gevaren van kapers, Spaansche vloot en +Kaapsche stormen te ontgaan, namen de Hollanders zich voor, op 't +voorbeeld der Engelschen, een eigen weg te zoeken, niet zuidwaarts, maar +door het Noorden. In 1594 werden te dien einde eenige schepen +uitgezonden, in 1595 een tweede tocht gewaagd. De uitslag was niet +gunstig. Sneeuw en ijs versperden den weg om het Noorden. Nogmaals +wendde de Amsterdamsche regeering een poging aan. Zij rustte in 1596 een +paar schepen uit, waarover de stuurman ~Willem Barentsz~. en ~Heemskerk~ +(zie blz. 75) het bevel voerden. Maar ook nu was de inspanning +vruchteloos. Na den winter op Nova Zembla te hebben doorgebracht, +aanvaardde de volhardende bemanning den terugtocht, doch verloor onder +weg den wakkeren Barentsz., die van vermoeienis bezweek. + +Inmiddels had men de fortuin zuidwaarts beproefd. Eenige kooplieden te +Amsterdam hadden een _maatschappij van verre_ (landen) opgericht en +zonden iemand, waarschijnlijk ~Cornelis Houtman~, naar Lissabon, om er +de bijzonderheden der vaart naar Oost-Indië uit te vorschen. Verder +rustte de vereeniging vier schepen uit, om den tocht langs de Kaap de +goede hoop te doen. Den 2den April 1595 lichtten Pieter Dirksz. Keyser, +de opperstuurman, en Cornelis Houtman, de opperkommies, d. i. de +vertegenwoordiger der handelsbelangen, te Texel het anker en landden in +Juni 1596 te Bantam (in 't n.w. van Java). Nu werden er talrijke +maatschappijen van verre opgericht, zoowel in verschillende steden van +Holland, als in Zeeland. In 1598 zeilde ~Olivier van Noort~ uit, de +eerste Nederlander, die den aardbol omstevende. Zoo werd er vloot op +vloot uitgerust, en niets kon de zucht naar winst doen afnemen, noch de +verliezen, die men nu en dan leed, noch de tegenwerking der inlandsche +vorsten, opgezet door de Portugeezen. Maar nog een grooter kwaad scheen +de pas ontkiemde plant in hare ontwikkeling te zullen verstikken. Het +was de wedstrijd tusschen de onderscheiden maatschappijen, die, de een +de ander, de loef trachtten af te steken en elkander tegenwerkten. Dat +er een samensmelting der maatschappijen noodig was, zagen vooral de +Staten-Generaal en Oldenbarnevelt in. + +Eindelijk gelukte het den advocaat, de zaak in 1602 tot een voldoend +einde te brengen. Dus kwam _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_ tot +stand, waaraan de Staten-Generaal het recht van alleenhandel +(_monopolie_) voor een-en-twintig jaren verleenden. Later werd de +vergunning bij herhaling vernieuwd. De maatschappij begon te handelen +met een kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen en had zes afdeelingen of +_kamers_, hebbende Amsterdam 1/2, Zeeland (gevestigd te Middelburg) 1/4, +Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorne elk 1/16 van den inleg. Ruime +uitdeelingen beloonden weldra het vertrouwen der inleggers. De +deelgenooten behoefden natuurlijk niet juist in een der zes steden, die +zetels van de kamers waren, te wonen. Aan alle inwoners der Vereenigde +Nederlanden werd vergund, binnen vijf maanden na de oprichting te +verklaren, of zij wenschten deel te nemen. De zes kamers, waarin de +compagnie was gesplitst, werden bestuurd door 73 _bewindhebbers_, wier +getal, bij versterf, niet lager zou dalen dan tot 60. De hoofdleiding en +het dagelijksch bestuur der zaken kwamen aan _de vergadering van +zeventienen_, uit de bewindhebbers gekozen. + +De Oost-Indische compagnie werd een staat in een staat. Zij oefende in +de Indiën een volstrekt gezag. Zij benoemde haar ambtenaren, verklaarde +en voerde oorlog en sloot verbonden, op naam der Staten-Generaal. Zij +bouwde sterkten en nam krijgsvolk in dienst, dat evenwel den eed van +trouw aan de Staten-Generaal moest afleggen. Welhaast werd zij een bron +van rijkdom niet alleen voor hen, die naar Indië gingen, maar ook voor +die Nederlanders, welke zich niet verplaatsten. + +Kort na de oprichting der compagnie legden onze voorouders den grondslag +tot de uitgestrekte heerschappij, die hun weldra in Azië ten deel viel. +In 1605 gaven de Portugeezen hun bij verdrag het kasteel op _Amboina_ +over, waarop de vorsten van dat eiland zich deels aan de compagnie +onderwierpen, deels bondgenooten werden. Terzelfder tijd poogde de +compagnie zich op _Ternate_, _Tidor_ en de overige Molukken te vestigen. +In 1610 stelde zij als eersten _gouverneur-generaal_ ~Pieter Both~ aan, +die zijn verblijf doorgaans op Ternate had. De gouverneur-generaal was +het hoofd van 't bewind over Nederlandsch Indië, opperbevelhebber van de +legers en van de vloot der compagnie. Hem stond _de raad van Indië_ ter +zijde. Een der opvolgers van Both was ~Jan Pietersz. Coen~, die in 1619 +de stad ~Jak[)a]tra~ op de inboorlingen en op de Engelschen veroverde en +de factorij van dien naam onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats van +Nederlandsch Indië verhief. In 1624 verwierf de compagnie het eiland +_Form[=o]sa_ (ten n.o. van Kanton, in Sina), waar het fort Zelandia werd +gebouwd. Inmiddels ontdekte men in 1623 op Amboina een samenzwering van +Engelsche kooplieden, die ten doel hadden, de Nederlandsche ambtenaren +te vermoorden en zich van 't kasteel van dit eiland meester te maken. +Zij werden gegrepen en tien van hen ter dood gebracht. Zoodra dit in +Groot-Britannië bekend werd, ontstaken de Engelschen in grooten toorn en +haalden deze zaak later nog menigmaal op als een zware verongelijking, +hun aangedaan. Zooals men ziet, was het twaalfjarig bestand geen +beletsel voor de uitbreiding van Nederlands macht in de Indiën, waar de +vijandelijkheden werden voortgezet. + + + + +§ 19. + +_De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand schokten._ + + +In plaats dat Nederland nieuwe krachten opdeed gedurende den rusttijd, +werd bewaarheid, wat Maurits had gevreesd: bij rust naar buiten +ontstonden binnenlandsche twisten. Hevige kerkgeschillen barstten +in de nauwelijks gevestigde Republiek los en werden gaandeweg +staatsgeschillen. Reeds vóór het bestand waren de zaden dier +verdeeldheid gestrooid. In 1603 werd ~Jakob Arminius~, predikant +te Amsterdam, tot hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de hoogeschool +te Leiden benoemd. Het duurde niet lang, of het openbaarde zich, dat +hij in een belangrijk punt, n.l. omtrent _de praedestinatie_ of +voorbeschikking, van de leer afweek, die als de heerschende leer der +kerk werd aangemerkt. Volgens dit leerstuk, in den strengsten zin +opgevat, hangt de zaligheid hier namaals uitsluitend af van Gods vrije +verkiezing in verband met 's menschen geloof, _niet_ met zijn werken. +Arminius daarentegen was een van de weinigen, die, aan 's menschen +vrijen wil niet allen invloed op zijn doen en laten kunnende ontzeggen, +het leerstuk der voorbeschikking niet onvoorwaardelijk aannam. Tegen hem +stond een andere Leidsche hoogleeraar in de godgeleerdheid, ~Franciscus +Gom[=a]rus~, over. Inmiddels stierf Arminius in 1609. + +Een tweede punt van verschil kwam weldra bij het leerstellige. De +aanhangers van Gomarus waren verklaarde tegenstanders van alle bemoeiing +der regeering met aangelegenheden van den kerk: de Arminianen waren van +een tegenovergestelde zienswijze. Dit toonden zij metterdaad in 1610 +door het indienen van een _remonstrantie_ of vertoog bij de staten van +Holland, naar welk stuk zij den naam _Remonstranten_ verkregen. Hierin +verzochten zij om de bescherming der staten en erkenden het gezag dier +staten over de kerk. Naar het tegenvertoog, door de bestrijders der +Arminianen gehouden, werden zij _Contra-Remonstranten_ genoemd. + +Sedert 1616 was Willem Lodewijk de man, die Maurits voortdurend ried, +met kracht tegen de Remonstrantsche partij op te treden. Van een anderen +kant werd Maurits gesteund door Jakob I, koning van Engeland, die er +zich veel op liet voorstaan, een groot godgeleerde te zijn en zich +geroepen achtte, de beschermer der hervormde leer in Europa te wezen. +Waar hij kon, werkte de koning de tegenpartij van Oldenbarnevelt in de +hand en trachtte den advocaat ten val te brengen. In 't oog van Jakob +was het begunstigen der Arminianen en het weerstreven der synode (zie +blz. 83) een zware misdaad. Ook kon hij het den ervaren staatsman niet +vergeven, dat hij in 1615, gebruik makende van een der vele +oogenblikken, dat hij groote geldsommen behoefde, hem ertoe had +gebracht, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van niet meer dan ruim +1/3 van de toen nog verschuldigde som, de pandsteden (zie blz. 64) aan +de Republiek terug te geven. + +Intusschen scheidden de Contra-Remonstranten zich meer en meer af en +hielden ter oefening van hun godsdienst afzonderlijke vergaderingen. +Hier werd door de ééne, daar door de andere partij onderdrukking en +geweld tegen de zwakkeren gepleegd. Vanhier onlusten in verschillende +plaatsen gedurende het jaar 1617. Bij al die tooneelen van wanorde bleek +het vaak, dat de magistraat of overheid luttel kon rekenen op de +troepen, die de bezettingen der steden uitmaakten. De oorzaak hiervan +lag voor een goed deel in de houding, die Maurits sinds eenigen tijd had +aangenomen. Tot het jaar 1617 onthield hij zich van 't geven van +openbare blijken van instemming met één der beide partijen. Maar van het +tijdstip af, dat hij op een Zondag van het genoemde jaar in 't openbaar +met een groot gevolg naar de den Contra-Remonstranten afgestane +kloosterkerk ging, wierp hij zijn zwaard in de weegschaal. Behalve +Willem Lodewijk en Jakob I, was het hoofdzakelijk ~François van +Aerssen~, heer van Sommelsdijk (op Overflakkee), een man van groote +schranderheid, list en stoutheid, die den stadhouder tegen +Oldenbarnevelt in 't harnas joeg. Aerssen was verbitterd op zijn +voormaligen beschermer Oldenbarnevelt, omdat hij het hem weet, dat +Lodewijk XIII, koning van Frankrijk, in 1613 had verzocht, dat de +Staten-Generaal, in zijn plaats, een anderen gezant aan het Fransche hof +mochten benoemen, aan welk verzoek men had voldaan. Met eenige andere +mannen werd hij een van het zeven- of achttal, dat den advocaat ten val +bracht. + +Het was geen bijzonder moeielijke onderneming, den wrok van den +stadhouder tegen Oldenbarnevelt te prikkelen. De klove, die alreede +tusschen de beide hoofden van de Republiek bestond, behoefde nog maar +een weinig wijder te worden gemaakt. Hadden de vroegere geschillen +tusschen de beide leiders van den staat louter over _zaken_ geloopen +(zie blz. 75, 76, 77), aangelegenheden van _persoonlijken_ aard waren er +sedert bijgekomen. Bij herhaling was de vraag gerezen, of het, ten einde +meer eenheid in 't bewind te krijgen, niet wenschelijk was, aan Maurits +het hoogste gezag toe te vertrouwen. Hoewel Oldenbarnevelt geheel +doordrongen was van 't besef der behoefte aan eenheid in het bestuur, +was hij er sinds het bestand tegen, dat Maurits' macht werd uitgebreid. +Maar al te wel slaagden zij, die het in 't belang van 't land en van +henzelven achtten, den stadhouder hoe langer hoe meer tegen +Oldenbarnevelt en zijn aanhangers in te nemen. Hij, de advocaat, en die +het met hem eens waren werden met de Remonstranten als vereenzelvigd. +Zóó kwam de tegenpartij op het denkbeeld, de Remonstranten uit de kerk +te stooten en op die wijze den grijzen staatsman tevens in 't verderf te +storten. Dit doel kon worden bereikt, indien men, volgens den raad van +Jakob, één _nationale synode_ voor alle gewesten bijeenriep. De meeste +provinciën waren de zaak der Contra-Remonstranten uitsluitend toegedaan. +Slechts Holland en Utrecht waren grootendeels voor die der +Remonstranten. Dat de partij der Remonstranten nu tegen een nationale +synode moest zijn, is duidelijk. Zij van haren kant verlangde, dat er in +Holland, en waar men het verder noodig rekende, een provinciale synode +bijeenkwam. + +Uit al de bewegingen van 't jaar 1617 en vroeger sprak klaarblijkelijk +verzet tegen de wettige overheid. Het was daarom, dat de staten van +Holland den 4den Augustus 1617 een besluit uitvaardigden, door de +tegenstanders _de scherpe resolutie_ genoemd. In dat besluit, door de +edelen en de groote meerderheid der steden genomen, werden o. a. de +steden gemachtigd, zoo het werd vereischt, op eigen gezag krijgsvolk in +dienst te nemen. Op dit besluit werd menige aanmerking gemaakt, maar +geen enkele, die gegrond mocht heeten. De punten, waaruit het bestond, +behoorden tot diegene, waarover de staten, krachtens hun souvereine +macht, een beslissing konden nemen. Dergelijke soldaten, als de +resolutie bedoelde, hadden de gewesten en de steden van oudsher in +dienst genomen. Men noemde ze _waardgelders_, d. i. lieden, gehuurd, +om _waarde_ of wacht te houden, aldus zooveel als bezoldigde +rustbewaarders. Vele steden van Holland brachten nu waardgelders op de +been. Twee of drie honderd was het gewone getal voor één stad. In 't +geheel had Holland er niet meer dan 1800. De staten van Utrecht namen er +eveneens ruim zeshonderd aan. Het spreekt vanzelf, dat de vroedschappen, +die waardgelders aannamen, dit deden, om, des gevorderd, zichzelven +tegen woelingen van onruststokers te kunnen verdedigen en alle +dadelijkheden tegen te gaan. Dat zij met die 1800 onervaren manschappen, +in verschillende plaatsen verstrooid, een vijandelijken aanval in den +zin hadden op de 30,000 welgeoefende krijgsknechten, welke de Republiek +in dienst had, is een beschuldiging, die zichzelve weerlegt. De +aanvallende partij was, zooals men weldra zal zien, niet die van +Oldenbarnevelt. + +Tegen het einde van Juni 1618 naderde de ontknooping. Toen hakte +plotseling de partij, die in de Staten-Generaal de zege wilde behalen, +d. i. het boven (zie blz. 82) bedoelde achttal, den knoop met geweld +door. Vooreerst besloten de Staten-Generaal, dat er een bezending uit +hun midden zou gaan naar Utrecht, om de staten dezer provincie te +bewegen tot afdanking der waardgelders; dan, dat er een nationale synode +zou worden uitgeschreven. In plaats van aan de staten van ieder gewest +de zorg te laten voor datgene, waarin zij alleen hadden te beslissen, +trachtte men hun alzoo de zienswijze der staten van sommige andere +provinciën op te dringen en hen te nopen, even zoo gezind te zijn, +als die staten. Ten andere waren het besluiten van slechts een +deel der Generaliteit. Den 25sten Juli 1618 kwam de deputatie der +Staten-Generaal, met Maurits aan 't hoofd, te Utrecht aan. Op den 31sten +dier maand, vroeg in den morgen, dankte Maurits na de toegangen tot de +voornaamste plaatsen van de stad te hebben bezet, op het plein, geheeten +de Neude, de waardgelders af. Vervolgens veranderde hij de vroedschap +der stad Utrecht. Hierdoor zag de secretaris (zie blz. 68) der staten, +~Gillis van Ledenberg~, de ziel der staten en in gevoelens geheel +overeenstemmende met Oldenbarnevelt, zich genoopt, zijn ontslag te +nemen. + +Na de terugkomst van prins Maurits en van de gedeputeerden uit de +Generaliteit tastte men ter Staten-Generaal ook ten aanzien van Holland +door. Den 21sten Augustus stelden die Staten-Generaal een plakkaat vast, +dat de zes provinciën en zes steden uit Holland goedkeurden en dat den +waardgelders gelastte, binnen tweemaal vier-en-twintig uur de wapens +neer te leggen. Het geschiedde. Vervolgens werden den 28sten en den +29sten Augustus ter Staten-Generaal door een achttal leden een paar +geheime besluiten genomen, waarin werd goedgevonden, dat men +Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en ~Rombout Hogerbeets~, pensionaris van +Leiden, in hechtenis zou nemen. Toen op denzelfden 29sten Augustus de +advocaat van den lande op het punt stond, de vergadering der staten van +Holland binnen te treden, kwam een kamerdienaar hem verwittigen, dat de +stadhouder hem wenschte te spreken. In plaats van den stadhouder zag hij +weldra den luitenant van Maurits' lijfwacht, die hem, in naam der +Staten-Generaal, gevangen nam. Met hem werden de Groot, Hogerbeets en +Ledenberg gekerkerd. In het begin van September reisde de prins, +vergezeld van een aantal edelen en omstuwd door zijn lijfwacht, bij de +steden van Holland rond en koos er overal, waar het hem behaagde, andere +leden in de vroedschap. Dat de wettige tijd hiervoor niet was +aangebroken en hem geen voordrachten (zie blz. 70) in behoorlijken vorm +waren gedaan, was iets, waarom hij zich evenmin bekreunde, als dat hij +te Utrecht zijn bevoegdheid als stadhouder had overschreden. Op deze +wijze was alsnu de partij, die bovendreef, tegen alle verzet gedekt. + +Weldra werd er een commissie uit de Staten-Generaal benoemd, ten +overstaan waarvan de gevangenen werden verhoord, met uitzondering van +Ledenberg, die zichzelf in de gevangenis had gedood. Tot dit uiterste +was hij overgegaan in de hoop, dat men zijn bezittingen dan niet zoude +verbeurd verklaren, hetgeen evenwel geschiedde. Op het voorloopig +onderzoek volgde de benoeming van vier-en-twintig buitengewone rechters, +twaalf uit Holland en twaalf uit de overige gewesten. Onder de +vier-en-twintig was meer dan één bijzonder vijand van Oldenbarnevelt en +menig tegenstander van zijn staatkundige denk- en handelwijze. De +Staten-Generaal waarborgden de rechters tegen alle onaangenaamheden, die +hun wegens de vervulling der taak, hun opgedragen, konden worden +aangedaan. De maatstaf, waaraan alle woorden en daden der beschuldigden +werden getoetst, was de zienswijze der tegenpartij. Een behoorlijke +gelegenheid om zich te verdedigen werd den gevangenen niet gegund. Dat +zij dienaren waren der staten van hun gewest en alzoo niet +verantwoordelijk voor de besluiten van dit lichaam, kwam geenszins in +aanmerking. Ten opzichte van Hogerbeets zagen de rechters nog bovendien +dit over het hoofd, dat hij eerst sinds October 1617, als pensionaris, +in dienst was van de vroedschap van Leiden en alzoo niet had medegewerkt +tot het meerendeel der besluiten, om welke hij werd veroordeeld. Het +vonnis luidde, dat Oldenbarnevelt zou worden onthoofd, de Groot en +Hogerbeets levenslang gevangen gezet. Tevens werden hun goederen +verbeurd verklaard. + +Den 13den Mei 1619 werd Oldenbarnevelt in 't openbaar te 's Gravenhage +onthoofd. Zóó viel een man, die langer dan veertig jaren het land trouw +had gediend, eerst als pensionaris van Rotterdam, toen als advocaat van +Holland. Met dit ambt bekleed, werd hij terstond het hoofd van de +partij, die zich tegenover Leicester stelde. Onbeschrijfelijk was de +verwarring, waarin zich 's lands zaken in die dagen bevonden. +Oldenbarnevelt vestigde een geregeld bewind en bracht orde in den +toestand der geldmiddelen. Hij stichtte, door zijn beleid, de Republiek, +die Maurits tegen buitenlandsch geweld beschutte. Hij alleen werd geacht +het bewind in handen te hebben. Aleer het vonnis geveld en 't hoofd van +den advocaat gevallen was, had de Contra-Remonstrantsche partij ook in +het kerkelijke met geweld de zegepraal behaald. Den 13den November 1618 +werd _de nationale synode te Dordrecht_ geopend. De meerderheid der +inheemsche leden waren Contra-Remonstranten. Uit Engeland, Zwitserland +en vele staten van Duitschland kwam tal van godgeleerden, bijna allen +vijandig gestemd tegen de Remonstranten. Van de Remonstranten verschenen +slechts weinigen. Van den beginne aan werden zij niet als leden, maar +als gedaagden behandeld. Den 6den Mei 1619 werden de gevoelens der +Remonstranten in 't openbaar veroordeeld en de leeraars dier sekte +afgezet. Later werden al degenen, die te Dordrecht waren geweest over de +grenzen gezet, omdat zij weigerden _de akte van stilstand_ te teekenen, +die hen verplichtte, zich van alle kerkelijke bedieningen te onthouden. +Behalve de vervulling der rechterlijke taak, die de synode op zich had +genomen, wijdde zij nog een deel harer zittingen aan het vaststellen van +de voornaamste leerstukken der Nederlandsche hervormde kerk. Eindelijk +nam zij het gewichtig besluit, den bijbel uit de grondtalen in de taal +des lands over te zetten, een werk, dat in 1635 tot stand kwam. Het is +bekend onder den naam _Staten-overzetting_, _Statenbijbel_. + + + + +§ 20. + +_De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting der +West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en zijn +dood._ + + +Nadat Hogerbeets en de Groot met hun vonnis waren bekend gemaakt, werden +zij in Juni 1619 naar het slot Loevestein (bij de samenvloeiing van Maas +en Waal, in 't z.w. van Gelderland) overgebracht. Hogerbeets bleef hier +tot Maurits' dood. Toen vergunde men hem, zijn verdere levensdagen onder +toezicht te slijten in een buitenhuis nabij Wassenaar (niet ver van +Leiden). Hugo de Groot wijdde zich op Loevestein aan de studiën en aan +de vervaardiging van eenige dier werken, welke zijn naam onsterfelijk +hebben gemaakt. Zoodra echter ~Maria van Reigersbergen~, zijn +echtgenoote, die zijn gevangenis deelde, bijgestaan door zijn +dienstmaagd Elsje van Houwingen, hem de gelegenheid verschafte, in Maart +1621 in een kist, schijnbaar met boeken gevuld, naar Gorinchem te +ontvluchten, maakte de Groot er volvaardig gebruik van en begaf zich +naar Frankrijk. + +Het is licht te begrijpen, dat de macht van Maurits na den dood van +Oldenbarnevelt zeer toenam. Nog rees zijn aanzien bij den dood zijns +broeders Philips Willem, die in 1618 stierf en hem al zijn bezittingen, +ook het prinsdom Oranje, naliet. Hoeveel Maurits' aanhangers thans +vermochten, ondervonden bovenal de Remonstranten. Al degenen, die eenig +ambt, hoe gering ook, bekleedden, werden afgezet. Tot ongeveer +tweehonderd klom het getal hunner predikanten, die hun ontslag bekwamen +en van welke vele, ten minste tachtig, het brood der ballingschap +moesten gaan eten. Op aandrang van Maurits werden ook Oldenbarnevelts +zonen van hun ambten ontzet. De oudste dier zonen heette ~Reinier van +Groeneveld~ (nabij Wassenaar), de andere ~Willem van Stoutenburg~ (nabij +Amersfoort). + +Nog voordat het twaalfjarig bestand ten einde liep, overleed de +stadhouder van Friesland, Groningen en Drente, Willem Lodewijk, 1620, en +werd voor 't eerste gewest opgevolgd door zijn broeder ~Ernst +Kas[)i]mir~ (1620-1632), terwijl de beide andere Maurits kozen. Het +jaar van de hernieuwing der vijandelijkheden, 1621, werd gekenmerkt door +een belangrijke gebeurtenis, door de oprichting der _West-Indische +compagnie_. Den 3den Juni 1621 verleenden de Staten-Generaal een +vergunning voor vier-en-twintig jaren aan de West-Indische compagnie. +Het 1ste artikel kende aan de compagnie, met uitsluiting van iedereen, +den alleenhandel toe op Afrika, van den kreeftskeerkring of 23-1/2 graad +Noorderbreedte tot te Kaap de Goede Hoop, welke tot het gebied der +Oost-Indische compagnie behoorde, alsmede op geheel Amerika. De eerste +inleg was [f] 7,200,000. Er waren _vijf kamers_. Aan aandeelen had die +van Amsterdam 4/9, die van Zeeland 2/9, die van de Maas, d. i. +Rotterdam, die van Noord-Holland en die van Friesland met Groningen elke +1/9. Het getal der _bewindhebbers_ was _vier-en-zeventig_. Het +uitvoerend bewind of _de generale vergadering_, uit die vier-en-zeventig +gekozen, bestond uit 19 leden. De compagnie kreeg, als staat, dezelfde +rechten als de Oost-Indische. Tot hetgeen de West-Indische compagnie, +terstond bij haar oprichting, onder haar beheer kreeg, behoorde o. a. +een landstreek in Noord-Amerika, n.l. _Nieuw-Nederland_, waarin later +allengs de stad _Nieuw-Amsterdam_ ontstond. + +Met het einde van het bestand werden in Europa de vijandelijkheden +tusschen Nederland en Spanje hervat. In 't zelfde jaar, 1621, overleed +Albert. Nu werd Isabella landvoogdes der Zuidelijke Nederlanden, die aan +Spanje, waarover Philips IV regeerde, terugvielen. Zijzelve overleed in +1633. Veel voordeel leverde de oorlog voor de Republiek niet op. In 1625 +veroverde Spin[)o]la Breda, terwijl de stadhouder in 't vorige jaar zijn +aanslag op Antwerpen zag mislukken. Gaf de oorlog Maurits alzoo weinig +stof tot vreugde, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft gebeurde +er iets, hetwelk aanduidde, dat de rust, welke men sedert den +staatsgreep van de jaren 1618 en 1619 genoot, niet uit algemeene +tevredenheid voortsproot. In 1623 kwam het aan 't licht, dat +Oldenbarnevelts jongste zoon met verscheidene Remonstranten en +Roomsch-katholieken een samenzwering smeedde tegen het leven van den +prins. Het voornemen was, hem in de nabijheid van zijn buitenverblijf, +bij Rijswijk, te overvallen en te dooden. Het hoofd van den aanslag, de +heer van Stoutenburg, vluchtte naar het Zuiden, nam dienst bij den +vijand en vatte de wapenen op tegen zijn vaderland. Het getal van hen, +die onthoofd werden, beliep vijftien. De aanzienlijkste was Reinier van +Groenevelt, wiens moeder en gemalin Maurits tevergeefs om genade +vroegen, hoewel zijn misdrijf alleen hierop neerkwam, dat hij zijn +krediet had verleend tot het opnemen der benoodigde gelden. + +Sedert geruimen tijd leed Maurits aan een ziekte, die zijn krachten meer +en meer sloopte, totdat hij den 23sten April 1625 in den ouderdom van 58 +jaren bezweek. Kort vóór zijn dood had hij, die nimmer getrouwd was +geweest, zijn broeder Frederik Hendrik genoopt, een huwelijk aan te gaan +met de gravin Amalia van Solms (ten n.o. van Maints), die in 't gevolg +der koningin van Bohemen (_Overzicht_, 9de druk, blz. 130) in Holland +was gekomen. + + + + +§ 21. + +_Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._ + + +De binnenlandsche staatkunde, door prins Maurits en zijn aanhangers na +den dood van Oldenbarnevelt gevolgd, gaf het aanzijn aan twee +_staatspartijen_, _de stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde_, die +elkander voortdurend bestreden. Tot de ééne partij behoorden de +regenten, die, hoezeer gestemd voor 't beginsel der souvereiniteit van +de stedelijke raden en van de staten der gewesten, het stadhouderschap +evenwel der prinsen uit het huis van Oranje-Nassau als een noodzakelijk +bestanddeel van den regeeringsvorm aanmerkten. Zij vond vooral haren +steun bij de volksmenigte. Tegen haar over stond de staatsgezinde +partij, voortgekomen uit de afgezette regenten, die een bewind zonder +stadhouder voorstonden, iets, waaraan Oldenbarnevelt nimmer had gedacht. +De worsteling tusschen deze beide partijen heeft met wijziging der +begrippen, naar de verandering der tijden, tot den val der Republiek +voortgeduurd. + +Onmiddellijk na den dood van Maurits benoemden Holland, Zeeland, +Utrecht, Gelderland en Overijsel ~FREDERIK HENDRIK~ (1625-1647) tot +stadhouder, terwijl de Staten-Generaal hem de waardigheid van +kapitein-generaal en admiraal der unie opdroegen. In Groningen en in +Drente verkoos men den stadhouder van Friesland (zie blz. 87). Door +wederzijdsche toegeeflijkheid zocht Frederik Hendrik, tegen het drijven +der heftige Contra-Remonstrantsche predikanten in, de partijen tot +elkander te brengen. In dit pogen werd hij weldra ondersteund zoowel +door andere stedelijke raden, als door de vroedschap van Amsterdam, waar +men den Remonstranten vergunde, in 1630 een _seminarium_ of kweekschool +ter opleiding hunner predikanten te stichten. Twee jaren daaraan +verrees, volgens het besluit derzelfde vroedschap, _het athenaeum_ +(eigenlijk: tempel van de godin Athene of Minerva) te Amsterdam. + +Omtrent terzelfder tijd, in 1631, kwam Hugo de Groot zijn vaderland +weder bezoeken, op den invloed rekenende van Frederik Hendrik, zijn +vriend, die de richting der Remonstranten was toegedaan. Maar de prins +wilde eensdeels ter wille van de Groot de verdeeldheid geen nieuw +voedsel geven en achtte zich anderdeels verplicht, het eens geslagen +vonnis te handhaven. Dus moest de balling zich in 't volgende jaar voor +goed verwijderen. Twee jaren later, in 1634, werd hij tot gezant van +Christ[=i]na, koningin van Zweden (_Overzicht_, 9de druk, blz. 149), aan +'t Fransche hof benoemd. Hij overleed in 1645 op een reis uit Zweden +naar Frankrijk te Rostock (in 't n. van Mecklenburg-Schwerin). + +Bij het gemis van voldoende omschrijving der staatsmachten kwam ook bij +Frederik Hendrik, in weerwil van zijn gematigdheid, van lieverlede de +zucht op, een soort van alleenheerschappij uit te oefenen. Vandaar dat +hij in elke provincie (zie beneden, blz. 93) een bijzonder persoon had, +om zich van den staat van zaken nauwkeurig te laten onderrichten. Lang +had hij weinig of geen tegenwerking te verduren. De raadpensionarissen, +die Hollands staten gedurende Frederik Hendriks stadhouderschap +achtereenvolgens ter zijde stonden, ~Antonie Duik~, ~Adriaan Pauw~ en +~Jakob Cats~, hadden uit het noodlottige einde van Oldenbarnevelt +geleerd, dat de dienaar niet behoort te trachten, den heer voorbij te +streven, of werden, zoodra zij eenige gezindheid hiertoe verrieden, ter +zijde gezet. In alles, wat den oorlog betrof, evenaarde Frederik Hendrik +zijn broeder, dien hij in zijn jeugd op meer dan één zijner +veldtochten, b. v. bij Nieuwpoort, had vergezeld. Van zijn bekwaamheid +in 't leveren van veldslagen heeft hij echter geen bewijzen gegeven, +vermits het bij hem vaststond, dat er de Republiek meer aan gelegen was, +door 't veroveren van sterke vestingen hare grenzen te dekken dan, in 't +open veld oorlogende, veel geld en manschappen op te offeren. Hoezeer +hij in de belegeringskunst uitmuntte, toonde hij door het nemen van Grol +in 1627, en bovenal door de verovering van 's Hertogenbosch en van +Maastricht. Die van 's Hertogenbosch staat in de geschiedenis van 't +krijgswezen bekend als een meesterstuk. + +Toen de prins in 1629 met de voorbereidende maatregelen gereed en met +den aanval begonnen was, kwam een groot Spaansch leger tot ontzet +opdagen. Doch ziende, dat de stadhouder onaantastbaar was, beproefde het +een afleiding, door in de Republiek zelve een inval te doen. De inval +geschiedde in de Veluwe en verbreidde wijd en zijd schrik in 't land. +Tot overmaat van ramp voegden zich de troepen van den keizer van +Duitschland bij de Spaansche. Intusschen liet Frederik Hendrik zich door +niets aftrekken. Daarom spanden de Staten-Generaal al hun krachten in, +om den vijand zoo goed mogelijk tegen te houden. De stadhouder van +Friesland werd aan 't hoofd van een verdedigingsleger gesteld. Lang kon +de vijand het in de schrale streek, waar hij was, niet uithouden, zonder +gebrek aan levensmiddelen te krijgen. Een bijzondere gebeurtenis +verhaastte zijn aftocht. Het was de aanslag op Wezel, dien een paar +duizend man Nederlandsche troepen op een vroegen morgen in 't zelfde +jaar, 1629, waagden en die uitnemend gelukte. Daar de vestingwerken der +stad destijds open lagen en een deel der bezetting mede naar de Veluwe +was getrokken, ontmoette men zoo goed als geen tegenstand, en binnen één +uur was de stad in handen der Nederlanders. De uitwerking volgde +dadelijk. De vijanden ontruimden het grondgebied der Republiek, en 's +Hertogenbosch gaf zich bij verdrag over. In 1632 deed de stadhouder, +vergezeld door Ernst Kasimir, een krijgstocht langs de Maas. Eerst dwong +hij Venlo en Roermond zich over te geven, welke steden evenwel eenige +jaren later door den vijand werden heroverd. Hierop voerde hij het +leger voor Maastricht, dat hij na een langdurig beleg bij verdrag innam, +in weerwil dat het wakker werd verdedigd en dat wederom een paar legers +tot ontzet kwamen opdagen. De belegering van Roermond kwam Friesland +duur te staan. Ernst Kas[)i]mir, die de onderneming bestuurde, werd er +doodelijk getroffen, stierf binnen kort en kreeg zijn zoon ~Hendrik +Kas[)i]mir~ (1632-1640) tot opvolger. Het verdrag, met Maastricht +gesloten, bepaalde, dat de hervormde godsdienst er zou worden toegelaten +en dat de bisschop van Luik, op wiens grondgebied de stad lag, er zijn +oude voorrechten zou behouden. + +Ook ter zee begon Nederland zijn strijdkrachten ten toon te spreiden. In +1630 vermeesterde de admiraal ~Loncq~ voor de West-Indische compagnie +Olinda en het Recif (d. i. een in zee opschietenden klipbrug). Het Recif +werd versterkt en bleef de hoofdplaats van Nederlands bezittingen in +Brazilië. In 1628 bemachtigde ~Piet Hein~, vlootvoogd van dezelfde +compagnie, in ~de baai van Matanzas~ (op de noordkust van het eiland +Cuba, in West-Indië) de Spaansche zilvervloot. Zij viel zoo goed als +zonder tegenweer in handen van de vloot der compagnie. Groot was de +buit, dien men vond aan goud, zilver, paarlen, edelgesteenten en +specerijen. Alleen de waarde der kostbaarheden werd op ruim 11-1/2 +millioen geschat. De compagnie deed een uitdeeling van 50 ten honderd, +wat de deelhebbers zeer verheugde. Het was een gelukkige tijd voor de +West-Indische compagnie. In Brazilië breidde zij zich verder uit, zoodat +zij weldra de streek bezat, gelegen tusschen de rivier St. Francisco en +Rio Grande. Landvoogd van Nederlandsch Brazilië werd in 1636 graaf +~Johan Maurits~ van ~Nassau~, een kleinzoon van Willems broeder Jan. +Eerst zijn bestuur gaf er het voorkomen aan eener geregelde +volkplanting. Op uitbreiding van 't grondgebied had hij den blik +voortdurend gericht. In 1639 werd b. v. St. Eustatius door de +Nederlanders bezet. Maurits was het, die in 1637 St. George del Mina +(St. Joris van de mijn, in Guin[=e]a, op de w.kust van Afrika) +veroverde. + +In 1640 hernam Portugal zijn zelfstandigheid (_Overzicht_, 9de druk, +blz. 141). Johan Maurits, den strijd voorziende, dien Nederlands +Brazilië weldra zou hebben te verduren, vroeg de compagnie om +aanmerkelijke versterking der strijdkrachten. Zij, meenende dat dit te +kostbaar was, riep in 1644 den landvoogd terug. Na zijn vertrek begon de +achteruitgang dezer bezitting. De Portugeezen, die dáár onder 't bewind +der compagnie waren, klaagden over onderdrukking en stonden op. Ofschoon +er vrede tusschen de compagnie en Portugal scheen te bestaan, hielp dit +rijk de oproerige onderdanen der compagnie en verloor zij hoe langer hoe +meer grond in Brazilië. In 1654 ging het Recif met de weinige forten, +die de maatschappij nog in dat land bezat, aan Portugal over. De oorlog, +dien de Staten-Generaal Portugal verklaarden, deed niets herwinnen. En +zoo werd het geschil in 1661 bij _den vrede te 's Gravenhage_, twee +jaren daarna bekrachtigd, indiervoege uit den weg geruimd, dat Nederland +tegen een afkoop van 4,000,000 _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) ten +behoeve van Portugal afstand deed van Brazilië. + +Zooals het gezag van Frederik Hendrik in allen opzichte groot was in de +Republiek, zoo oefende hij ook een belangrijken invloed op haar +buitenlandsche betrekkingen uit. Het werd gedurende zijn stadhouderschap +de gewoonte, dat de stadhouder met een negental vertrouwelingen, leden +der Staten-Generaal, uit ieder gewest één of meer, den draad der +belangrijkste onderhandelingen in handen hield. Zelf was Frederik +Hendrik, evenals zijn vader, gehecht aan Frankrijk. Hier zocht dus hij +eveneens steun tegen Philips IV. Zoo werden er onderhandelingen met +Frankrijk aangeknoopt. Richelieu, de leider der Fransche staatkunde, +doorgrondde, welk gewicht Nederland in de schaal van Europa's +statenstelsel zou kunnen leggen. Hij leende dus het oor aan de +voorslagen, die het kabinet van 's Gravenhage deed, en sloot terzelfder +tijd, als Frankrijk een werkdadig aandeel begon te nemen aan den +dertigjarigen oorlog (_Overzicht_, 9de druk, blz. 132), met de +Nederlanden _het aanvallend en verdedigend verbond_ van den 8sten +Februari 1635. Dit bepaalde, dat de beide mogendheden zouden pogen, de +Zuidelijke provinciën aan Spanje te onttrekken en haar hare +zelfstandigheid terug te geven, of wel het land onder elkander te +verdeelen. + +Op die wijze smolt het laatste gedeelte van den tachtigjarigen oorlog +ineen met den dertigjarigen. Al werd er, behalve dat Frederik Hendrik +Breda heroverde, te land weinig gedaan, ter zee behaalden de +Nederlanders in die dagen een zege, die onder de schitterende +krijgsbedrijven een eerste plaats bekleedt. Philips IV rustte in 1639 +een arm[=a]da uit, niet geheel ongelijk aan die van 1588. Zij bestond +uit 67 schepen, waaronder 33 van de zwaarste soort, _galjoenen_ genoemd. +Aan het hoofd der vloot stond ~Don Antonio d'Oquendo~, een uitstekend +admiraal. Hem leverde, in weerwil van het verbod van Karel I, koning van +Engeland, ~Maarten Harpertszoon Tromp~ met een vloot van ruim honderd, +maar lichtere vaartuigen, den 21sten October, slag te ~Duins~ (een reede +nabij Noord-Voorland, in 't z.o. van Engeland). De vijand, die liever +den slag niet had geleverd, werd eenigszins onvoorbereid overvallen. +Bovendien was de logheid van de zware bodems der Spanjaarden, zoozeer +verschillende van de welbezeildheid der Nederlandsche schepen, een der +hoofdoorzaken van het verderf hunner vloot. Een groot aantal hunner +vaartuigen werd het offer der Nederlandsche branders, dertien waren uit +Duins ontsnapt, en maar achttien bodems keerden naar Spanje terug. In 't +kort, Tromp fnuikte voor goed Spanje's macht en verloor zelf slechts één +schip. + +Was Frederik Hendrik de hoofdontwerper geweest van het verdrag met +Frankrijk, hij was ook de eerste of een der eersten hier te lande, die +het gevaar van Frankrijks nabuurschap hoe langer hoe meer begon in te +zien. Hij hield het gezegde voor waarheid, hetwelk weldra een der +hoofdroersels werd van de buitenlandsche staatkunde der Republiek, dat +het beter was, Frankrijk tot vriend dan tot nabuur te hebben. En +naarmate hij de onheilen, die hieruit dreigden voor te komen, beter +doorgrondde, werd hij des te meer afkeerig van dien staat en helde tot +het sluiten van vrede met Spanje over. Zijn gezag was nog steeds groot, +al had hij, hoe invloedrijk ook ter Staten-Generaal, dikwijls met verzet +van Holland en Amsterdam te strijden. Het rees nog in 1640, toen hij +stadhouder werd van Groningen en van Drente in plaats van Hendrik +Kasimir, die aan een wonde, in den oorlog bekomen, stierf en slechts in +Friesland door zijn broeder ~Willem Frederik~ (1640-1664) werd +vervangen. Deze Willem Frederik trouwde in 1652 met Albertine Agnes, de +tweede dochter van Frederik Hendrik. De eenige zoon, dien Hollands +stadhouder had, heette Willem. Hij huwde in 1641 met ~Maria~, de oudste +dochter van Karel I, koning van Engeland, of liever hij werd in dit jaar +met haar verloofd, want omdat de beide jonge lieden nog te weinig jaren +telden, werd het eigenlijke huwelijk eerst in 1644 voltrokken. + +Aleer de vrede tot stand kwam, dien zoowel de meeste der oorlogvoerende +mogendheden als de stadhouder wenschten, stierf Frederik Hendrik den +14den Maart 1647 in den ouderdom van 63 jaren. In hem ontviel der +Republiek een man van groote gaven en bekwaamheden, die het gebouw van +den staat, door zijn voorgangers opgetrokken, had voleindigd. Als +staatsman was hij schrander, bedachtzaam en ondoorgrondelijk. In +krijgskunst en dapperheid behoefde hij niet onder te doen voor zijn +broeder Maurits en was een waardig tijdgenoot van Gustaaf Adolf. Over 't +geheel was het tijdperk van zijn stadhouderschap de gouden eeuw der +Republiek. Overal was veerkracht en bloei. De koophandel breidde zich +verder en verder uit; volkplantingen ontloken en bloeiden meer en meer; +de handwerken werden naarstig beoefend; de oorlog schonk lauweren; +kunsten en wetenschappen eindelijk gaven licht en sieraad aan het +geheel. Toch waren er ook donkere tinten in het tafereel op te merken. +In vergelijking met den tijd, toen Oldenbarnevelt aan 't hoofd stond, +werd de huishouding der Republiek minder goed bestuurd. + + + + +§ 22. + +_De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._ + + +Reeds sedert 1641 en vroeger was er sprake van een vrede, die de rust +zou teruggeven aan het door den dertig- en den tachtigjarigen oorlog +zoozeer geschokte Europa. Het duurde tot April 1645, eer het congres +werd geopend. De gezanten van Zweden en van de protestantsche +rijksvorsten kwamen bijeen te _Osnabrück_, die der Roomsch-katholieke +staten te _Munster_. In den beginne waren de Staten-Generaal van zins, +in overeenstemming met het verbond van 1635, niet zonder Frankrijk vrede +te sluiten. Maar van 't oogenblik af, dat Mazarin (_Overzicht_, 9de +druk, blz. 144) den toeleg had geopenbaard, om Frankrijks heerschappij +in het Noorden tot de grenzen der Republiek uit te breiden, achtte men +zich dezerzijds gerechtigd, op zichzelf te handelen, te meer, vermits er +sedert jaren geen spoor meer was van samenwerking tusschen de beide +bondgenooten. In Nederland zelf waren Zeeland en Utrecht ertegen, dat +men, buiten Frankrijk, vrede sloot. Desniettemin werd _de Westphaalsche +vrede_ den 30sten Januari 1648 geteekend. De uitwisseling der +wederzijdsche bekrachtigingen of _ratificatiën_ had te Munster plaats op +den 15den Mei, hoewel Zeeland eerst den 30sten dier maand toetrad. + +Bij dien vrede erkende de koning van Spanje in art. 1 de Vereenigde +Nederlanden als vrije en onafhankelijke landen. Art. 3 en 5 bepaalden, +dat de Staten-Generaal hun veroveringen in Brabant, Limburg en +Vlaanderen, alsmede in de vreemde werelddeelen behielden. Nog bevatte +art. 5 de voorwaarde, dat de Spanjaarden zich zouden beperken tot de +vaart op Oost-Indië, gelijk zij toen was, zonder zich verder te mogen +uitbreiden. Art. 14 schreef voor, dat de Schelde en de kanalen, welke +met die rivier in gemeenschap stonden, vanwege de Staten-Generaal zouden +worden gesloten gehouden. + +De vrede van Munster was in allen opzichte een eervolle vrede voor de +Republiek. Met luister omstraald, trad zij in de rij van Europa's +mogendheden op. Aan grondgebied won zij Staats-Vlaanderen, +Staats-Brabant, waartoe ook de stad en omtrek van Maastricht behoorde, +en Staats-Limburg of de landen van Overmaas. Gelijk Drente, drong +Staats-Brabant er thans op aan, als achtste gewest tot de Generaliteit +te worden toegelaten. Het werd geweigerd. De Staten-Generaal voerden het +bewind over de pas verworven landen, _de Generaliteitslanden_ geheeten. +Zonderling was het gelegen met de regeering van Maastricht. Deze +regeering was tweeheerig, d. i. de Staten-Generaal, als verbeeldende den +hertog van Brabant, oefenden er gemeenschappelijk met den prins-bisschop +van Luik (zie blz. 11) het gezag. + +Voor de Zuidelijke Nederlanden was geen artikel van den vrede nadeeliger +of meer vernederend dan het 14de. Volgens dit artikel mocht geen schip +de Schelde op- of afvaren, zonder dat er inkomende of uitgaande rechten +werden betaald en dat de lading der schepen, uit zee komende, in +Nederlandsche binnenschepen werd gebracht. Dit alles was een +bekrachtiging van een oud gebruik, dat Nederland sedert 1604 (zie blz. +76) ten opzichte van Engeland had doen gelden. Van nu af werd dus aan +alle zeeschepen de pas afgesneden om Antwerpen te naderen en tevens een +winstgevende vrachtvaart voor Noord-Nederlanders geopend. Bij Lillo lag, +ten minste in tijd van vrede, slechts één wachtschip van de +Nederlandsche vloot, _de uitlegger_ genoemd, om ervoor te waken, dat het +artikel werd nagekomen. Ten overvloede liet men schuiten met zware +steenen in de rivier zinken, ten einde ze voor diepgaande schepen +onbevaarbaar te maken. + +Nog op andere wijze, dan door het oorlogszwaard, nam gedurende den +tachtigjarigen oorlog de omvang van 't grondgebied der Republiek toe. +Zoowel in Friesland, als inzonderheid in Holland kreeg men door +indijkingen veel land. Hier won men in de eerste jaren der 17de eeuw de +Beemster, de Purmer, de Wormer. Doch het Haarlemmermeer insgelijks droog +te maken ried Leeghwater vruchteloos in een geschrift, getiteld het +"Haarlemmermeerboek." + +Zoo trad dan ons vaderland, krachtig naar buiten en van binnen, onder de +mogendheden van Europa op. Geschiedde dit eerst in 1648, reeds veel +vroeger had het met het buitenland betrekkingen aangeknoopt, deels van +staatkundigen aard, deels ter wille van den handel. Aan het doorzicht en +aan de wakkerheid van den onsterfelijken landsadvocaat hadden de +Vereenigde Nederlanden het te danken, dat zij alom in Europa met eere en +achting werden bejegend. + +Geen wonder, Nederland stond ten aanzien van handel en scheepvaart op +een hoog standpunt. Vroeger (zie blz. 44) is over dit punt het een en +ander opgeteekend, dat thans verdient eenigermate te worden uitgebreid. +De handel, die in de eerste plaats allengs voor het grootste gedeelte in +handen der Nederlanders kwam, was die op de Levant of op de +Middellandsche Zee, de handel, die Venetië groot had gemaakt. De +voornaamste handelsplaats in de Levant was Smyrna. Bovendien dreef men +handel op Rome, op Venetië en op andere groote steden van Italië en +Sicilië, op Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz. + +Sinds de handel van Venetië, van Antwerpen en van de hanse geheel +verviel of sterk achteruit ging, begon Nederland handelsbetrekkingen met +alle rijken van Europa aan te knoopen. Zeer aanmerkelijk was die op +Frankrijk. Reeds in 1658 werd de waarde van alles, wat Frankrijk aan +Nederland leverde, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. Voor den handel, +dien Nederland op Frankrijk dreef, behoefde die op het Noorden, d. i. op +Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en op de havens der Oostzee, niet +te wijken. Zooals Nederland alles, wat de natuur in het Zuiden en midden +voortbracht, aan de natiën van Noord-Europa leverde, zoo dreef het met +die van het Zuiden en het midden handel in de Noordsche waren. Een +tijdlang waren Polen en Rusland voor Nederland, wat Sicilië eens voor +Rome was, de korenschuur. Bovendien trok de Republiek van de havens der +Oostzee al hetgeen zij voor den scheepsbouw en het zeewezen behoefde. De +ijver der kooplieden werd niet verlamd door den tol, dien alle schepen, +welke de Sond doorvoeren, te Elseneur (op Seeland) moesten betalen. +Jaarlijks werd de Oostzee, welker toegang de koning van Denemarken +bewaarde, door vier duizend Nederlandsche schepen bevaren. + +Niet minder belangrijk was de handel langs den Rijn en op verschillende +steden van Duitschland en Zwitserland. De waarde van den handel op den +Rijn, die uitsluitend in handen van Nederland was, werd jaarlijks +geschat op honderd millioen. Van minder gewicht was die op de Zuidelijke +Nederlanden, op Groot-Britannië, Spanje en Portugal. Een geheel +eigenaardigen handel dreef Amsterdam op Antwerpen, n.l. in ruwe en +geslepen diamanten. Onophoudelijk gaf de handel voedsel aan _de +vrachtvaart_. Al vroeg zagen de Nederlanders, niet ongelijk aan de oude +Tyriers (_Overzicht_, 9de druk, blz. 11, 12), in, dat zij, een land van +kleinen omvang bewonende, in de zee het element hadden te zoeken, waarop +zij voor een goed deel hun bestaan moesten vinden. De koopvaardijvloot +van het kleine Nederland was in die dagen talrijker, dan de schepen van +alle volken van Europa tezamen. In alle havens trof men Nederlandsche +vaartuigen aan, en maar zelden hadden zij ballast in. Buitenlandsche +handelshuizen gebruikten Nederlandsche schepen en bevrachtten ze met +allerlei goederen, om ze b. v. uit Engeland of andere landen naar +Frankrijk of elders over te brengen. Verder schonk de handel nieuw leven +aan de nijverheid. Beroemd waren de scheepstimmerwerven van Zaandam, de +bleekerijen van Haarlem, de boekdrukkerij van Elzevier te Leiden. Bij +den buitenlandschen handel, de vrachtvaart en de nijverheid kwam de +binnenlandsche handel, die van gewest tot gewest, van stad tot stad werd +gedreven. Boven alle handelsplaatsen in 't geheele land stak Amsterdam, +de koningin van Nederlands steden, uit. Onder de fraaie gebouwen der +stad muntte het nieuwe stadhuis uit, het achtste wonder der wereld, +waarvan men den bouw begon in 't gedenkwaardige jaar 1648. Een der +bouwmeesters was ~Jakob van Kampen~. + +Wie van den wereldhandel der Nederlanders in de 17de eeuw spreekt kan +niet zwijgen van de compagnieën. Na het bovenstaande (zie blz. 79 vlg. +en 88) moet althans van de Oost-Indische compagnie hier nog eenige +melding worden gemaakt. Na in 1622 de landvoogdij te hebben nedergelegd, +keerde Coen naar het vaderland terug. Doch in 1627 werd hem die hooge +betrekking op nieuw opgedragen. Een zijner merkwaardigste opvolgers was +~Antonie van Diemen~. Door de inheemsche bewoners van Ceylon ingeroepen, +veroverde hij in 1638 een fort van dit eiland op de Portugeezen. Eens +vasten voet hebbende gezet, breidde de compagnie haar macht ook hier +spoedig uit. Eveneens ging Malakka (in 't z.w. van Achter-Indië) in 1641 +van Portugal op de Nederlandsche compagnie over. In 't zelfde jaar +gelastte de keizer van Japan, dat alle buitenlandsche betrekkingen +moesten worden afgebroken, behalve met Sina en met de Nederlandsche +compagnie, die hare factorij vestigde op het kleine eiland _Desima_, dat +verbonden was met de stad Nangasaki. + +Onder de oorzaken, waaraan Nederlands handel zijn bloei had te danken, +is mede vermeld (zie blz. 44) de persoonlijke vrijheid welke alle +ingezetenen dezer landen genoten. Uit hoofde van die persoonlijke +vrijheid, waarvan men hier zeker was, werd de Republiek, van den aanvang +af, het toevluchtsoord, waar vele vreemdelingen zich metterwoon +nederzetteden, eerst Vlamingen en andere Zuid-Nederlanders, later +Franschen, Duitschers, enz. De hervormde kerk--het is waar--was met den +staat tot één geheel onafscheidelijk samengegroeid. Zelfs de +Roomsch-katholieken, ofschoon nog lang na de invoering der hervorming +de meerderheid der bevolking uitmakende, hadden, sinds de vestiging +der Republiek, geen volledige vrijheid van eeredienst. Maar evenals +alle andere gezindheden hadden ook zij vrijheid van geweten en +godsdienstoefening, mits de dienst niet in 't openbaar geschiedde. De +overheidsambten intusschen en zelfs de mindere bedieningen kon niemand +bekleeden, dan wie de leer der hervormde kerk beleed. Doch onbetwistbaar +is het, dat de Republiek niet den minsten gewetensdwang heeft geoefend. +Buiten de Roomsch-katholieken was het meerendeel der inwoners van +Nederland hervormd. In Holland en Zeeland telde men ook vele leden der +Waalsche kerk. Verder had men Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen +en Joden. Was er alzoo voor den vreemdeling veel, dat hem uitnoodigde, +zich in deze streken te vestigen, niet alles kan hem hier hebben +behaagd. De ingezetenen der Vereenigde Nederlanden toch hadden zware +belastingen op te brengen. + +Nederland leefde van den handel, doch niet alleen om den handel. Ook om +den lauwer in wetenschap en kunst ontstond hier een wedstrijd. Van de +zucht voor verbreiding van kennis en voor den bloei der wetenschap, die +de landzaten bezielde, leverde in de eerste plaats het stichten van +hoogescholen onweerlegbare bewijzen op. Na Leiden verrezen die van +Franeker, Groningen, Amsterdam (zie blz. 90), Utrecht en Harderwijk. Het +athenaeum van Franeker stichtten Willem Lodewijk (zie blz. 64) en de +staten van Friesland in 1585. De universiteit van Groningen werd door de +staten van 't gewest gegrondvest in 1614. Dan volgde de academie van +Utrecht, met goedvinden der staten door de stad opgericht in 1636. In +Gelderland bestond, sedert 1647, Harderwijk als een provinciale +academie. Latijnsche scholen waren verder in grooten getale door het +land verspreid. Wat het algemeene volks- of lager-onderwijs betreft, dit +was een vrucht der hervorming. Daarom stonden overal de scholen onder de +leiding der heerschende kerk, evenwel steeds onder toezicht der +regeering. In de heerlijkheden--en zij waren vele--had de heer eveneens +grooten invloed op de school. Over 't geheel stond het onderwijs op de +lagere scholen, staande den ganschen duur der Republiek, op een lagen +trap. + +Het vernieuwde leven der natie openbaarde zich insgelijks in de +letterkunde. Na de tallooze tooneeldichten uit vroegere dagen, waaraan +de vele Rederijkerskamers (zie blz. 44) het aanzijn hadden gegeven, kwam +er een gansche hervorming in de letteren sedert den grooten omkeer, die +tegen het einde der 15de en in 't begin der 16de eeuw in staat en kerk +plaats greep. Een der beste prozaschrijvers uit de laatstgenoemde eeuw, +tevens een der merkwaardigste mannen van zijn tijd, is ~Philips van +Marnix van St. Aldegonde~ (zie blz. 53). In zijn hoofdwerk, _den +Bijenkorf der Heilige Roomsche kerk_, gispt hij geestig, ernstig en +krachtig de leer en de gebruiken dezer kerk. + +Van alle Rederijkerskamers is er geene, die vruchtbaarder werkte voor de +opkomst der Nederlandsche letteren, dan de Amsterdamsche kamer "in +liefde bloeiende". Mede door haar zijn Hooft en Vondel geworden, wat zij +waren. Met Cats en Huygens zijn de beide zooeven genoemde schrijvers de +vier, wier namen de gulden eeuw der Nederlandsche letterkunde, den tijd +van Frederik Hendrik, vermaard hebben gemaakt. ~Pieter Cornelisz. +Hooft~, gestorven in 1647, was drossaart of drost van Muiden. Een +zijner treurspelen is _Gerard van Velzen_. Keurig zijn bovenal +zijn minnedichten. Meer nog dan als dichter muntte hij uit als +geschiedschrijver. Zijn hoofdwerk, als zoodanig, is _de Nederlandsche +historiën_, welker onderwerp is de opstand tegen Spanje, van 1555 tot +1587. Een vreemdeling, zoo men op de geboorteplaats let, maar +Nederlander door zijn herkomst (uit Antwerpen) en door zijn woonplaats +van zijn kindsheid af (Utrecht en Amsterdam), is ~Joost van den Vondel~ +(1587-1670). Hij is de vorst der Nederlandsche dichters. Onder de rijen +zijner treurspelen zijn uitnemend verheven lierzangen, als de lofzang +der engelen in _den Lucifer_ en die der Amsterdamsche maagden op de +huwelijkstrouw in _den Gijsbrecht van Amstel_. Met schier evenveel geluk +beoefende hij bijna alle dichtsoorten. De vruchtbaarste stof voor zijn +treurspelen leverde hem de bijbel. Een der stukken, hieraan ontleend, is +de _Lucifer_. + +De derde van het viertal is ~Jakob Cats~ (zie blz. 90). Hij is geboren +te Brouwershaven en stierf in 1660, in den ouderdom van drie-en-tachtig +jaren. Zijn poëzie is natuurlijk en ongedwongen. Het "leerdicht" was de +vorm, die hem het meest aantrok. Groot was de populariteit, die hij +bekwam. Geen dichter werd door het Nederlandsche volk zoo gelezen, als +hij. Dit is niet vreemd, want zijn gedichten zijn huiselijke gedichten. +Bijna twee eeuwen lang was "vader Cats" als de tweede bijbel des +huisgezins. Men heeft van hem: _Ouderdom en Buitenleven_, _het +huwelijk_, enz.--Veel overeenkomst met het proza van Hooft heeft de +poëzie van ~Constantijn Huygens~. Evenals die prozaschrijver is hij hier +en daar duister en onverstaanbaar. De verzameling zijner werken, _de +Korenbloemen_, bevat punt- en hekeldichten, sneldichten, enz. + +Met de ontwikkeling der letteren hield die van sommige kunsten ongeveer +gelijken tred, bovenal die der schilderkunst. Had België Rubens, die +moeielijk was te evenaren, Nederland kon op vele zijner tijdgenooten +bogen, die in het schilderen van huiselijke tafereelen of van +voorwerpen, aan de natuur of aan het leven ontleend, een zeldzame hoogte +bereikten. De beroemdste der Nederlandsche historieschilders is +~Rembrandt~, geboren te Leiden, die van 1608 tot 1669 leefde. Hij vormde +zichzelf zoo goed als geheel. In eigen waarneming, vooral van de +weerkaatsing van 't licht, zocht en vond hij zijn kracht. Op geheel +eenige wijze leerde hij met licht en bruin te werken. Ook was hij een +meester in het schikken der beelden. Vermaard is zijn "nachtwacht." + + + + +§ 23. + +_Het stadhouderschap van Willem II._ + + +De vrede van Munster was een gewichtige gebeurtenis, zoo voor Europa in +'t algemeen, als voor de Republiek in 't bijzonder. Een volledige +zegepraal bekroonde de langdurige worsteling der vaderen. Gelijk met den +Westphaalschen vrede de toestand van Europa aanmerkelijke wijzigingen +onderging, daar, naast de zucht tot uitbreiding van 't grondgebied, de +belangen van den handel nu, in plaats van den godsdienst, de voornaamste +drijfveer werden van de politiek der kabinetten, zoo nam ook de +buitenlandsche staatkunde der Republiek een andere richting. De +zienswijze, gedurende de laatste jaren van den oorlog opgekomen, werd +een onwrikbare overtuiging van Nederlands staatsmannen (zie blz. 94). +Niet Spanje, maar Frankrijk was van nu aan het aanhoudend voorwerp der +bezorgdheid van de Republiek. De Zuidelijke Nederlanden werden thans als +een beveiligende voormuur tegen Frankrijk aangemerkt. De wrok, dien +Frankrijk wegens het sluiten van den vrede tegen Nederland had opgevat, +was diep geworteld en bleef bestaan. + +Met den anderen nabuur, Groot-Britannië, was de verstandhouding der +Republiek, ten tijde van den vrede, ook niet zeer innig. Engelands rust +werd door binnenlandsche oneenigheden verstoord. In 1648, toen de vrede +tot stand kwam, had de partij van 't parlement niet alleen gezegevierd; +doch zij had ook den persoon des konings Karel I (_Overzicht_, 9de druk, +blz. 147) in haar macht. Deze uitkomst bracht de Republiek in een +moeielijken toestand. Den jongen stadhouder, Willem II, trof het lot +zijns schoonvaders diep. De Staten-Generaal erkenden Karel II als koning +en weigerden gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek. +Eveneens stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal (zie blz. +92). Evenmin waren de betrekkingen met Zweden, fier op de rol, die het +in den dertigjarigen oorlog had vervuld, en nauw verbonden met +Frankrijk, van vriendschappelijken aard. Tusschen Denemarken integendeel +en de Republiek heerschte veel welwillendheid. Met den keizer van +Duitschland waren in den laatsten tijd geen betrekkingen aangeknoopt; +doch, behalve de nabuurschap, moest de verandering van standpunt van +Nederland ten opzichte van Spanje ook gunstig werken op de verhouding +tot Duitschland. + +In tegenspraak met hetgeen de natuurlijke loop der zaken scheen mede te +brengen, dat de vrede de voorlooper zou zijn van een tijdperk van rust, +moest Nederland het ten tweeden male beleven, dat de buitenlandsche +oorlog slechts was geweken, om plaats te maken voor binnenlandsche +tweedracht. In 1647 en 1648 was ~WILLEM~ II zijn vader in al zijn +bedieningen opgevolgd, ook in het stadhouderschap van Groningen en +Drente. Dit opvolgen van den prins greep onder ongunstige voorteekenen +plaats. Hoezeer hij van begeerte brandde om den oorlog gaande te houden, +had hij zoo duidelijk getoond, dat dit door de staten van Holland zeer +euvel werd opgenomen. Hierbij kwam de zaak van koning Karel I, die +sedert 1647 een gevangene zijner onderdanen was. Willem zocht in 't +volgende jaar de Staten-Generaal te bewegen, zich voor zijn schoonvader +in de bres te stellen; maar Holland en Zeeland wilden zich het in macht +zoo zeer aangroeiende parlement niet tot vijand maken. + +Nog erger oneenigheid ontstond weldra tusschen Willem II en Holland. Het +financiewezen dezer provincie bevond zich in een ongunstigen toestand. +Daarom waren de staten van dit gewest ernstig bedacht op bezuinigingen, +om te verhoeden, dat den ingezetenen zwaardere lasten werden opgelegd. +Hiermede kwam de denkwijze van de staten der andere gewesten overeen. +Men besefte, dat de besparing van groote sommen niet anders dan op het +krijgswezen kon worden gevonden. Doch over het getal der af te danken +manschappen rees geschil tusschen de Staten-Generaal en Holland. Nadat +een paar afdankingen overeenkomstig de meening van dit gewest, maar niet +geheel volgens de zienswijze der Staten-Generaal en van den raad van +state, hadden plaats gegrepen, drongen de staten van Holland erop aan, +dat men nog vijftig compagnieën vreemdelingen en de helft der ruiterij +zou afdanken. Hiertegen waren de Staten-Generaal en de prins. Na vele +voorslagen over en weer besloten ten laatste de staten van Holland op +Maandag den 30sten Mei 1650 ter Generaliteit niet langer over de zaak te +spreken, doch naar eigen goedvinden te handelen. Zoo werden er, op naam +der Staten van Holland, brieven van afdanking gezonden aan de kapiteins +van een-en-dertig compagnieën voetvolk en van twaalf eskadrons ruiterij, +die Holland betaalde. + +Van dezen beslissenden stap kennis hebbende gekregen, begaven zich de +beide stadhouders en de gansche raad van state naar de buitengewone +vergadering der Staten-Generaal, die op Zondag den 5den Juni werd +gehouden. Dit college verzochten zij, met hen de hand eraan te houden, +dat die voorgenomen afdanking niet plaats greep, en te overwegen, wat in +deze gewichtige aangelegenheid verder behoorde te worden gedaan. In +weerwil dat vanwege de meeste gewesten slechts een gering aantal leden +de vergadering bijwoonde, kwam den 5den Juni 1650 een besluit tot stand, +door een zeker aantal dier leden genomen. Hierin bepaalde men, dat aan +de kapiteins der troepen tegenbevel zou worden gezonden; dat een +aanzienlijke bezending zou rondgaan bij alle leden van de staten van +Holland, om hen over te halen, zich van alle afzonderlijke afdanking van +krijgsvolk te onthouden; dat de prins werd verzocht, alle zoodanige +maatregelen te nemen, waardoor de rust bewaard bleef en de unie werd +gehandhaafd. + +De prins stelde zichzelf aan 't hoofd der bezending en ging weldra op +reis. Zij werd begeleid door ongeveer vier honderd officieren van +hoogeren en lageren rang. De eerste stad, die de gemachtigden bezochten, +was Dordrecht, waar de oud-burgemeester ~Jakob de Witt~ het woord tot +hen voerde en vanwaar zij, zonder de gewenschte belofte te hebben +bekomen, weder vertrokken. Nog minder slaagde de bezending in een paar +andere steden. Inzonderheid werden te Amsterdam scherpe woorden geuit. +Wederom in andere kwam de raad bijeen, hoorde het voorstel aan en gaf +eenig antwoord, zonder zich evenwel te verbinden tot hetgeen de +bezending verlangde. Na de bezending werden over de hoofdzaak, het stuk +der afdanking, weder nieuwe onderhandelingen tusschen de staten van +Holland en den prins geopend. Hierbij naderden de beide partijen +elkander op zoo korten afstand, dat Holland ten laatste slechts 300 +ruiters en ruim 300 voetknechten meer dan Willem II uit den dienst wilde +ontslaan. Terwijl echter de een niet voor den ander wilde zwichten, liet +de prins den 30sten Juli 1650 Jakob de Witt, oud-burgemeester van +Dordrecht, en vijf andere heeren uit Holland, leden der overheid in +verschillende steden en tevens van de staten van Holland, aanzeggen, dat +hij hen wenschte te spreken. Een der vertrekken van het gebouw te 's +Gravenhage, dat "het hof" heette, zijnde binnengetreden, werden zij uit +'s prinsen naam in hechtenis genomen. Den 31sten Juli liet de stadhouder +de zes heeren naar Loevestein brengen. + +Inmiddels waren, onder bevel van Willem Frederik, reeds den 29sten dier +maand troepen opgebroken, die in last hadden Amsterdam te bezetten. Het +voornemen van den prins was, zonder gewelddadigheid een sterke +bezetting te Amsterdam te leggen en dan de vroedschap te veranderen. Een +gedeelte van 't krijgsvolk kwam op den bepaalden tijd in de nabijheid +van Amsterdam, te Abkoude. Maar een ander gedeelte, des avonds van +Hilversum (ten z. van Naarden) opgebroken, geraakte door het onstuimige +weder en de duisternis van den nacht aan het dwalen. De Hamburger +postbode, op zijn reis naar Amsterdam te midden dier rondzwervende +troepen gerakende, bracht op den vroegen morgen van den 30sten Juli te +Amsterdam het bericht, dat eenige duizenden ruiters, die ieder toen voor +vreemde troepen hield, tegen de stad in aantocht waren. Onverwijld nam +Amsterdam alle vereischte maatregelen, om zich in staat van tegenweer te +stellen. Den 31sten Juli vertrok de prins van Oranje naar het leger, dat +voor Amsterdam lag. Inmiddels had de overheid der stad een paar +zeesluizen laten openen en was op die wijze begonnen het land onder +water te zetten. Willem II alzoo ziende, dat zijn toeleg was verijdeld, +en vreezende, dat zijn soldaten mochten verdrinken, verzocht de +Staten-Generaal, hem terug te roepen. Hetzelfde verzoek deden hun de +staten van Holland. Eer hieraan echter gevolg werd gegeven, trad de +stad, uit bezorgdheid dat de handel, die reeds veel door 't beleg had +geleden, mocht verloopen, en ziende, dat zij niet veel steun vond bij de +overige steden van Holland, in onderhandeling met den prins. Die +onderhandelingen voerden den 3den Augustus tot een verdrag, hetwelk +behelsde, dat Amsterdam zich in het twistgeding over 't krijgsvolk zou +voegen naar de meening der zes provinciën en dat Zijn Hoogheid de +troepen zou doen aftrekken. Nu ontsloeg de prins ook de zes heeren, +zonder te reppen van eenige misdaad, waarom zij zouden zijn gevangen +genomen. + +Willem II beleefde het einde van 't jaar, waarin de tweedracht zoo fel +was uitgebarsten, niet meer. Naar Dieren (nabij Arnhem) vertrokken, waar +hij een landgoed had, hield hij zich, in weerwil van 't ongunstige weder +van den herfst van dit jaar, zoo onafgebroken met de jacht bezig, dat +hij tegen 't eind van October ziek werd en naar den Haag moest worden +vervoerd. Reeds den 6den November overleed hij in den jeugdigen ouderdom +van ruim vier-en-twintig jaren. Naar alle waarschijnlijkheid voorkwam +zijn vroegtijdige dood groote moeielijkheden, die zich aan den +gezichteinder begonnen te vertoonen. Behalve dat het lang zou +hebben geduurd, eer de bestaande spanning ware verkeerd in een +vriendschappelijke verhouding tot Hollands regenten, is het te +vermoeden, dat de onbezonnen aanmoediging van een drom vleiers, wien hij +het oor leende, den heerschzuchtigen en hartstochtelijken stadhouder +mettertijd het spoor had doen bijster worden. De onervaren prins stond +op het punt, het zoo even voltooide meesterstuk, te Munster tot stand +gebracht, te vernietigen. In overleg met hem had het Fransche hof een +ontwerp-verdrag opgesteld, dat de Republiek en Frankrijk in een dubbelen +oorlog zou hebben gewikkeld met Spanje en met Engeland. De Stuarts +zouden door de beide bondgenooten op den troon worden hersteld. Maar de +plotselinge dood van den prins deed het ontwerp in duigen vallen. In hem +ontviel der Republiek een man, die ontegenzeggelijk groote gaven had en +den staat aanmerkelijke diensten had kunnen bewijzen. Ware hem een +langer leven gegund geweest, hij zou zijn vermaarde voorzaten in vele +opzichten hebben kunnen evenaren, want hij was onvermoeid, dapper, +ondernemend en milddadig. + + + + +§ 24. + +_De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._ + + +De mare van 's prinsen dood verwekte, toen zij door 't gansche land +weerklonk, naarmate van ieders gezindheid, verschillende aandoeningen +van droefheid of blijdschap. Den 14den November, acht dagen na 's +prinsen dood, werd Willem Hendrik, de zoon van Willem II, geboren. De +staten van Holland, intusschen bijeengekomen, deden een bezending aan +hun medeleden in de unie, om hun voor te stellen, de staten der +bijzondere gewesten te 's Gravenhage te beschrijven, ten einde op de +unie, de religie en de militie te besluiten. Dit duidt aan, dat de +staten van Holland zich onwrikbaar hadden voorgenomen, de regeering op +een vasten voet te brengen, ten welken einde zij de toestemming der +andere gewesten behoefden en wenschten, dat de staten dier provinciën +een aanmerkelijk getal afgevaardigden naar den Haag zouden zenden. +Thans immers, nu de tachtigjarige oorlog voor goed was geëindigd, scheen +het noodzakelijk, een vasten regeeringsvorm aan de Republiek te geven. +Middelerwijl werd de voogdij over den jongen prins opgedragen, ter ééne +zijde, aan de prinses-weduwe (zie blz. 95), en ter andere aan de +prinses-grootmoeder (zie blz. 89) en aan den keurvorst van Brandenburg +gezamenlijk. Deze keurvorst was Frederik Willem, getrouwd met de oudste +dochter van Frederik Hendrik, ~Louise Henriëtte~. Terwijl vervolgens de +staten van de meeste gewesten de rechten, die de stadhouder tot dusver +had gehad, aan zichzelven trokken of aan de steden toekenden, benoemden +Groningen en Drente Willem Frederik (zie blz. 94) in 1650 tot +stadhouder. + +Den 18den Januari 1651 opende de raadpensionaris Cats _de groote +vergadering_ of die der Algemeene Staten, alwaar ruim 300 personen +tegenwoordig waren. Hoofdzakelijk kwam de rede van den raadpensionaris +hierop neer, dat, vermits de Republiek, door 't overlijden van Willem II +en bij ontstentenis van een prins uit het huis van Oranje-Nassau, in +staat om stadhouder en kapitein-generaal te zijn, zich in een toestand +bevond, hoedanigen zij nimmer had gekend, er moest worden beraadslaagd +over _de unie_, _de religie_ en _de militie_. Ten aanzien van de religie +verklaarde men zich te houden aan den hervormden godsdienst, zooals hij +was vastgesteld op de synode van Dordrecht, en de andere sekten +oogluikend te willen toelaten. De vaststelling van het punt der unie +leverde groote bezwaren op. De grootste moeilijkheid bestond hierin, een +geschikt middel te vinden, ten einde de geschillen van één gewest of +tusschen onderscheiden gewesten bij te leggen. De verscheidenheid der +meeningen over dit punt liep hierop uit, dat er niets werd vastgesteld. +Het spreekt vanzelf, dat het derde punt, dat over de militie, +waaromtrent in de beide laatste jaren zooveel was voorgevallen, +inzonderheid de aandacht der vergadering bezig hield. Men kwam tot deze +uitkomst, dat, naast den Staten-Generaal, aan de staten der gewesten +meer gezag en grooter bevoegdheid op het stuk van 't krijgswezen werd +toegekend, dan tot hiertoe het geval was geweest. Alles, wat op de +groote vergadering was besloten, werd aangemerkt als een grondwet van +den staat. Hetgeen omtrent de beide eerste punten was beslist bracht de +regeering op zoodanigen voet, dat Holland veel meer invloed kreeg op de +Vereenigde Nederlanden, dan het tevoren had gehad. Kort nadat de groote +vergadering was uiteengegaan, legde Cats het ambt van raadpensionaris +neer. In zijn plaats benoemden de staten van Holland nog in 1651 ten +tweeden male (zie blz. 90) ~Adriaan Pauw~. + +Hetgeen in 1649 hier te lande ten opzichte van de gezanten der Engelsche +Republiek (zie blz. 103) was voorgevallen werd door het parlement zeer +euvel opgenomen. De dood van den prins gaf het parlement grond om te +meenen, dat er in de denkwijze der zeven gewesten ten aanzien van +Engeland een omkeering had plaats gegrepen. Het zond dus in 1651 een +plechtig gezantschap naar dezen staat, hetwelk terstond gehoor verwierf +in de groote vergadering. De bezending had in last, een verbond met de +Staten-Generaal te sluiten, nauwer dan immer tusschen de beide staten +had bestaan. Hoe de aard van dit verbond zou zijn, werd voorshands niet +nader verklaard. De Staten-Generaal toonden weinig geneigdheid, aan den +voorslag te voldoen. Alzoo riep het parlement nog in den zomer van 't +zelfde jaar zijn gezantschap terug. Wat Holland had gevreesd en van den +beginne af had trachten te voorkomen gebeurde. In Oct. 1651 vaardigde de +Engelsche Republiek _de akte van navigatie_ uit, die een zwaren slag +toebracht aan de vrachtvaart en aan den tusschenhandel der Nederlanders +(zie blz. 98). Deze akte toch bepaalde, dat de vaartuigen van vreemde +natiën geen andere voorbrengsels dan die van hun eigen land in de +Britsche havens mochten invoeren. Groot was het nadeel, door deze akte +aan Nederlands vrachtvaart, haringvangst en visscherij in 't algemeen +toegebracht. Nog grooter werd het, daar ook andere natiën, even +ijverzuchtig op den bloei der Republiek als de Engelsche, het voorbeeld +van dit volk gingen navolgen. Toen voorzeker moest het getal der +Nederlandsche vrachtschepen, hetwelk in 1651 meer dan elf duizend +bedroeg, wel dalen. + +Bij de onderhandelingen, vervolgens aangeknoopt tusschen de Britsche en +de Nederlandsche Republiek over een verbond van vriendschap en +koophandel, kwamen de Engelschen met hooge eischen voor den dag, b. v. +met dien van 't recht eener volstrekte heerschappij over de zeeën van +Groot-Britannië, verlangende, dat ieder dit door het strijken der vlag +voor de Engelsche oorlogschepen erkende. Ook werd hetgeen ongeveer +dertig jaren geleden op Amboina (zie blz. 79, 80) was voorgevallen op +nieuw opgehaald. Intusschen waren de Engelsche oorlogschepen zelfs +begonnen, eenige vaartuigen der Nederlanders te nemen. Uit dien hoofde +werd de luitenant-admiraal ~Maarten Harpertsz. Tromp~ in 1652 met een +groote vloot in zee gezonden. Den 29sten Mei stiet hij op den Engelschen +admiraal ~Blake~, die op de hoogte van ~Dover~ kruiste. Hier werden zijn +schepen handgemeen met de vloot van Blake, die, omdat Tromp hem niet +spoedig genoeg groette, het sein gaf tot het gevecht. De nacht scheidde +de kampenden, en de beide admiralen verweten elkander de vredebreuk. De +onderhandelingen, nogmaals aangeknoopt, leidden tot niets, en _de eerste +zeeoorlog_ met Engeland was metterdaad verklaard. + +~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ sloeg den Engelschen vice-admiraal +~Askue~ in 1652 bij ~Plymouth~ (in 't z.w. van Engeland). Niet minder +krachtig handhaafde Tromp, toen op het toppunt van zijn roem, de eer der +Nederlandsche vlag, zoowel in _den_ onbeslisten _driedaagschen zeeslag_ +bij ~Portland~ (een schiereiland in 't z. van Engeland, ten w. van +Dorchester) in Febr. 1653 tegen Blake en bij ~ter Heijde~ (ten z. van +Scheveningen), waar hijzelf sneuvelde (10 Aug.) en waar de zege eveneens +twijfelachtig was, tegen Monk (zie _Overzicht_, 9de druk, blz. 148), als +in vele andere ontmoetingen. De oorlog met Engeland kwam de schatkist +der Republiek op zulke zware offers te staan en de handel verliep +zoozeer, dat de rampen van den tachtigjarigen oorlog geringer schenen +dan die van dezen krijg. Amsterdam kwijnde. De Republiek was geenszins +opgewassen tegen Engeland. Niet minder dan in Nederland gevoelde men in +Engeland de gevolgen der stremming van handel en zeevaart, en Cromwell +zag in, dat zijn gezag licht aan 't wankelen kon worden gebracht, zoo +hem de fortuin eens tegenliep. Bovendien duchtte hij, dat, indien de +oorlog den prins van Oranje in Nederland op het kussen mocht brengen, +deze verheffing die van Karel II in de hand kon werken. + +Hier te lande wenschte Holland, hetwelk, naar gewoonte, de zwaarste +lasten voor den oorlog droeg en voor de achterlijk blijvende gewesten de +penningen wederom moest voorschieten, bovenal den vrede. De staten van +dit gewest droegen, na den dood van Pauw (zie blz. 109), in 1653 het +raadpensionarisschap op aan ~JOHAN DE WITT~. Hij was de tweede zoon van +Jakob de Witt, twee jaren jonger dan zijn broeder Cornelis. Zonder de +andere provinciën te hebben geraadpleegd, wendde Holland zich, in Maart +1653, tot het parlement, om te pogen eenig uitzicht op den vrede te +verkrijgen. Het gevolg was, dat een paar maanden later een gezantschap +der Staten-Generaal naar Londen vertrok. Een of twee dezer gezanten +hielden geheime briefwisseling met de Witt. Dit gaf aanleiding tot het +vermoeden, dat de Witt en zij, die in Holland met hem eenstemmig +dachten, van zins waren, met Engeland een verdrag te doen tot stand +komen, nadeelig voor de belangen van het huis van Oranje-Nassau. + +In November 1653 werden de Nederlandsche gezanten in kennis gesteld van +een ontwerp van vrede, uitgaande van de Engelsche Republiek. Het ontwerp +bevatte o. a. de vordering, dat de Staten-Generaal, noch de staten der +gewesten den prins van Oranje of een zijner nakomelingen immer zouden +aanstellen tot kapitein-generaal en admiraal of stadhouder. Tegen dit +punt kwamen de afgevaardigden terstond in verzet. Doch in 't zelfde jaar +werd Cromwell protector van Groot-Britannië. Hij stond vast op het stuk +der uitsluiting van den prins, zeggende van oordeel te zijn, dat, indien +de zoon van Willem II tot hooge waardigheden mocht komen, hieruit +geschillen zouden voortspruiten tusschen Engeland en Nederland en alzoo +de vrede zou worden verstoord. De Staten-Generaal waren hiervan ten +eenen male afkeerig. Van zijn kant gaf Cromwell te verstaan, dat hij er +genoegen in zoude nemen, indien slechts de staten van Holland hem +omtrent die uitsluiting den noodigen waarborg gaven. Dit werd nu de +aangelegenheid, waarover een paar gezanten der Republiek met de Witt in +'t geheim brieven wisselden en die aan de Staten-Generaal en aan 't +meerendeel der staten van Holland onbekend bleef. + +Den 23sten April 1654 werd het vredesverdrag door de Staten-Generaal +bekrachtigd, den 30sten door Cromwell. Zóó kwam _de vrede van +Westminster_ tot stand. Hij bepaalde hoofdzakelijk, dat de +Nederlanders, in de Britsche wateren één of meer Engelsche oorlogschepen +ontmoetende, steeds de vlag zouden strijken en dat recht zou worden +gedaan wegens het op Amboina gebeurde. Overeenkomstig dit laatste punt +betaalde men een aanzienlijke som aan de erfgenamen der op Amboina +terecht gestelden. Den 3den April koesterde de Witt nog de hoop, dat +Cromwell ten aanzien van de uitsluiting van inzicht mocht veranderen. +Niet alsof hij de verheffing van den prins wenschte. Het tegendeel staat +vast. Een diepen indruk had 's vaders gevangenneming op den zoon +gemaakt. En dat de tijd bij hem en bij zijn partij dien indruk niet +wegnam, dit belette, zoo het voor 't overige mogelijk ware geweest, +reeds de naam _Loevesteinsche factie_, welken de staatsgezinde partij +(zie blz. 89) sedert dien tijd bij haar tegenstanders droeg. In weerwil +hiervan heeft men in familiewrok niet in de eerste plaats het beginsel +te zoeken van de Witts vooringenomenheid tegen het huis van +Oranje-Nassau. Die vooringenomenheid stond bij hem in verband met de +vaste overtuiging, dat de souvereiniteit der staten in aanhoudend gevaar +was, indien de Republiek steeds een dienaar in naam, een meester in 't +wezen der zaak had, die het opperbevel voerde over een staand leger en +als stadhouder veler gewesten een zoo veelzijdigen invloed kon +uitoefenen. De raadpensionaris was van meening, dat slechts in tijd van +oorlog een kapitein-generaal een onmisbaar dienaar der Republiek was. + +Maar al was de Witt geen voorstander van de belangen van 't huis van +Oranje-Nassau, het kon hem niet anders dan onaangenaam zijn, dat het +besluit der tegenwerking van den prins door een vreemde mogendheid, als +volstrekte voorwaarde voor 't behoud des vredes, aan Holland werd +afgeperst. Vermits intusschen Cromwells onherroepelijke wil was, een +verklaring der staten van Holland over de uitsluiting, met zijn wensch +overeenstemmende, onmiddellijk na het teekenen van het vredesverdrag in +handen te hebben en hij de instandhouding van den nauwelijks gesloten +vrede hiervan afhankelijk stelde, werd de zaak den 28sten April en in de +eerste dagen van Mei in de vergadering der staten van Holland overwogen. +Veertien leden stemden er ten slotte voor. Alzoo werd _de akte van +seclusie_ of uitsluiting naar Engeland gezonden. Zij behelsde, dat de +staten van Holland den prins van Oranje of een zijner nakomelingen +nimmer tot stadhouder verkiezen, noch, zooveel hun stem aanging, +gedoogen zouden, dat hij ooit tot kapitein-generaal der unie werd +aangesteld. Ongeveer terzelfder tijd dat de akte aan Cromwell werd ter +hand gesteld, lekte het geheim in de Republiek uit en ontstond te dier +zake van alle zijden in 't land een groote verbolgenheid. Daarom schreef +de Witt een meesterlijk vertoog, een uitvoerige verdediging der akte en +van de wijze, waarop zij was verleend, die, met goedvinden van de meeste +leden, op naam der staten van Holland werd uitgegeven. + + + + +§ 25. + +_De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der Republiek +met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede Engelsche +zeeoorlog._ + + +Als eerste vruchten van den gesloten vrede, werden welvaart en algemeene +tevredenheid in Nederland geplukt. Die vrede opende weder de bronnen van +handel, scheepvaart en nijverheid. De vrees, dat de akte van seclusie +duurzame onlusten zou doen geboren worden, bleek ongegrond te zijn. Van +zijn kant vestigde de Witt, daar de Republiek thans op een goeden voet +stond met Engeland en de eendracht in 't land zelf hoe langer hoe meer +veld won, al zijn aandacht op de binnenlandsche aangelegenheden en +bovenal op het financiewezen. Dit was een tak, die dringend regeling +vereischte, iets, waartoe den raadpensionaris zijn uitnemende +bekwaamheden in dit deel der huishouding van den staat bij uitstek te +stade kwamen. Aan de Witts verstandige beginselen in het beheer der +geldmiddelen, echt Hollandsche spaarzaamheid in het besteden der +penningen en een voortdurend streven naar vermindering der hoofdschuld, +had de staat het te danken, dat hij later, onder kostbare oorlogen, zijn +krediet kon handhaven. De lessen, geput uit den nauwelijks geëindigden +oorlog, versmaadde de Witt geenszins. In dien krijg was de meerderheid +der Engelsche vloot boven de Nederlandsche helder aan den dag gekomen. +Daarom was de verbetering van het zeewezen het doelwit, waarop hij den +blik aanhoudend gericht hield. Aan alles, dat te dien einde werd +voorgesteld, zette hij kracht en leven bij. + +De waardigheid en de belangen der Republiek wist de raadpensionaris met +eere te verdedigen tegen het buitenland. Toen in 1655 een oorlog +losbarstte tusschen Zweden en Polen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 149) en +het weldra duidelijk werd, dat de koning van Zweden, Karel X Gustaaf, +naar de opperheerschappij over de Oostzee streefde, waren de +Staten-Generaal terstond bedacht op de belangen van den Nederlandschen +handel (zie blz. 98). ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ (ten w. van Hoorn) +stevende, als luitenant-admiraal van Holland, naar de Oostzee, om de +koopvaardijschepen der Republiek en Dantzig, dat door de Zweden werd +belegerd, te ontzetten. Dit geschiedde in 1656. En toen Frederik III, +koning van Denemarken, als bondgenoot van Polen aan den oorlog deel nam, +stond Nederland hem zoowel anderszins als met zijn vloot bij. Wassenaar +behaalde in 1658, nabij het slot ~Kroonenburg~, een zege op ~Wrangel~, +bevelhebber der Zweedsche vloot. In 1659 landde Hollands vice-admiraal +~de Ruiter~ op het eiland Funen en veroverde Nijborg. Hem viel de eer +ten deel, door den koning van Denemarken met een gouden keten, alsmede +met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in den adelstand verheven te +worden. + +Het beklimmen in 1660 van den troon van Groot-Britannië door Karel II +bracht geen innige verhouding teweeg tusschen dit rijk en Nederland. Op +het bericht zijner verheffing reisde Karel van Breda, waar hij destijds +vertoefde, naar Holland, om zich te Scheveningen in te schepen. Afscheid +nemende, beval hij de belangen van den jongen prins van Oranje-Nassau +ernstig aan de Staten-Generaal en aan de staten van Holland aan. +Voortshands had deze aanbeveling geen andere uitwerking, dan dat de +staten van Holland in 't laatst van September 1660 de akte van seclusie, +die met den dood van Cromwell haar beteekenis verloor, introkken. Den +koning van Engeland deden zij hierdoor geen bijzonder groot genoegen. +Hij toch achtte de akte door dien dood zelven te zijn vervallen. + +Intusschen beseffende, dat de Republiek niet bestand was tegen de +vereenigde macht der rijken Frankrijk en Engeland, meende de Witt, dat +men bij Engeland steun moest zoeken tegen de overmacht van Frankrijk, +bij Frankrijk tegen die van Engeland. Op dit beginsel berustten de beide +verdragen, die Nederland in 1662 sloot, het eene met Engeland, het +andere met Frankrijk. Het verdrag met Engeland, aan de beide staten de +verplichting opleggende, elkander in geval van oorlog bij te staan, kwam +in September van dat jaar tot stand. Reeds vroeger, in April, was het +verwerend verbond met Frankrijk gesloten, waarin werd vastgesteld, dat +elk der bondgenooten, in geval een van hen in oorlog geraakte, den +anderen bijstaan en zonder hem geen vrede sluiten zoude. + +Zóó meende de Witt zijn doel te hebben bereikt, den staat te hebben +beveiligd tegen mogelijke aanvallen op het vasteland, ten einde zich op +zee tegenover Engeland te kunnen doen gelden, hetzij zonder, hetzij met +geweld. Één moeielijkheid was er bij dit stelsel der buitenlandsche +politiek, en die moeielijkheid ontging de Witts scherpzienden blik in +geenen deele. Met den aanvang der regeering van Lodewijk XIV was +Frankrijk de eerste mogendheid van Europa geworden. Het was voor de Witt +geen geheim, dat de inlijving der Spaansche Nederlanden een der +hoofdplannen was van Lodewijks buitenlandsche staatkunde. Maar ook was +het zijn vaste overtuiging, dat men Frankrijk wel tot vriend, maar niet +tot nabuur moest hebben (zie bladz. 103). Kon de Republiek dit laatste +niet beletten, dan stond haar eigen zekerheid op het spel. Weldra werd +er tusschen den graaf ~d'Estrades~, den gezant van Frankrijk te 's +Gravenhage, en de Witt een onderhandeling aangeknoopt omtrent een +verdeeling of vrijmaking der Zuidelijke Nederlanden, geheel +overeenkomende met het oogmerk, dat Frankrijk en de Nederlanden voorheen +hadden gekoesterd (zie bladz. 93). Nog waren de Staten-Generaal bezig, +hierover met Lodewijk te onderhandelen, toen de koning in 1664 +plotseling de zekerheid meende te hebben verkregen, dat de Republiek +niet bij machte zou zijn, zich tegen de inlijving dier gewesten te +verzetten. Daarom hield hij het voor overbodig, den buit met een ander +te deelen. Terwijl Lodewijk zich met deze overdenking bezig hield, kwam +het hem zeer gelegen, dat de Republiek weldra met Engeland in oorlog +geraakte. Zoo werd Nederland verplicht, zich steeds nauwer aan +Frankrijk aan te sluiten, en kon hijzelf gelegenheid vinden, zijn +plannen omtrent de Zuidelijke Nederlanden in rust te volvoeren, zoodra +zich hiertoe de gelegenheid aanbood. + +In weerwil van de banden, die Engeland aan Nederland schenen te hechten, +als gelijkheid van afstamming, godsdienst en zeden, bestond er tusschen +de inwoners dier beide rijken een nationale haat. De oorzaak der +verwijdering lag vooral in den strijd der belangen. Engeland zocht zijn +macht te vestigen op dezelfde grondslagen, als Nederland, op den handel +en de zeevaart. Wat Karel II betreft, hij kon het der Republiek niet +vergeven, dat zij gedurende de jaren zijner ballingschap het gevaar +zorgvuldig had ontweken, om zijnentwil Cromwell eenigen aanstoot te +geven. Bovenal nam hij het euvel, dat de Witt, zooals hij zeide, zijn +neef geen recht deed wedervaren. Deze gronden verklaren, hoe de krijg +losbarstte, dien men _den tweeden Engelschen zeeoorlog_ noemt en die een +dier merkwaardige zeeoorlogen is, welke de zeventiende eeuw boven alle +tijdperken der oude en der nieuwe geschiedenis onderscheiden. De naijver +op den nog altijd grooteren handel en de uitgebreider scheepvaart van +Holland en Zeeland maakte hem voor de Engelschen tot een nationalen +strijd, en hun aanvallen en veroveringen gingen de oorlogsverklaring +reeds een jaar vooraf. In 1664 vermeesterden zij Nieuw-Nederland met +Nieuw-Amsterdam (zie blz. 88), hetwelk sinds New-York heet, en namen +vele Nederlandsche koopvaardijschepen in beslag, waarvoor de Ruiter +weldra op de kust Guin[=e]a weerwraak nam. + +Ongelukkig was voor Nederland het begin: Den 13den Juni 1665 leed de +vloot van dezen staat een zware nederlaag op de hoogte van ~Lowesthoff~ +(op de kust van Engeland, ten z. van Yarmouth), haar door ~den hertog +van York~ toegebracht. De luitenant-admiraal ~Kortenaar~ sneuvelde; de +opperbevelhebber der vloot, de luitenant-admiraal van ~Wassenaar-Obdam~ +(zie blz. 114), vloog met zijn schip in de lucht; vele schepen werden +genomen, lafhartigen namen de vlucht, en met moeite dekte men den +terugtocht. In weinige weken--zoodanig was de veerkracht dier +tijden--was de vloot hersteld en weder uitgeloopen. Maar eerst in 't +volgende jaar herstelde een schitterende overwinning, den gekrenkten +roem onzer zeemacht. Een geduchte vloot van meer dan 100 zeilen, met +over de 21,000 koppen bemand, onder ~de Ruiters~ opperbevel liep in 't +begin van Juni uit. Den 11den raakte zij bij ~Foreland~ (ten n.o. van +Dover) slaags met de Engelschen, die bijna even sterk waren, onder prins +~Robert~, een zoon van paltsgraaf Frederik, den gewezen koning van +Bohemen (zie blz. 89), en ~Monk, hertog van Albemarle~; den 12den des +morgens begon de strijd op nieuw; den 13den werd hij hervat en eerst op +den 14den Juni 1666 beslist, toen de Engelschen de wijk namen. Zwaar +gehavend, doch met 3000 gevangenen, onder welke de vice-admiraal Ayscue, +en met zes veroverde schepen, keerde de Nederlandsche vloot naar hare +havens terug. Deze _vierdaagsche zeeslag_ is ook in de latere +geschiedenis eenig gebleven, gelijk hij het in de vroegere was. + +Minder gelukkig liep een later zeegevecht af, in Augustus van 't zelfde +jaar nabij ~Duinkerken~ geleverd. De opperbevelhebber de Ruiter moest +wijken, maar door vriend en vijand bewonderd. Dat de vloot voor Monk +moest afdeinzen, weet de Ruiter aan den luitenant-admiraal ~Cornelis +Tromp~, een zoon van Maarten Harpertszoon, die zich met zijn eskader op +eenigen afstand van den hoofdslag had gehouden. Tromp schreef dit op +zijn beurt aan de hitte van den strijd toe, waarin hijzelf was gewikkeld +geweest. Hoe dit zij, de staten van Holland ontsloegen Tromp uit den +dienst. Ongelukkig voor dezen staat gaf het wijken der Nederlandsche +vloot aan de Engelschen, die haar vervolgden, gelegenheid, om 100 à 150 +koopvaardijschepen in het Vlie (tusschen Vlieland en Terschelling) in +brand te steken en een gedeelte van Terschelling te verwoesten. Dan de +wraak toefde niet, gelijk beneden zal blijken. + +Inmiddels had de oorlog zich verder uitgebreid. Door Karel II +aangespoord, deed ~Christoffel Bernard van Galen~, bisschop van Munster, +in 1665 een inval in Gelderland en bemachtigde eenige plaatsen. Maar +ziende, dat Nederland van verschillende zijden, b. v. door Frankrijk, +werd gesteund en de hem beloofde gelden uit Engeland niet ontvangende, +sloot hij in 1666 met de Republiek _den vrede te Kleef_. Kort tevoren +verloor de partij van Oranje een steun in den stadhouder Willem Frederik +(zie blz. 94) die in 1664 overleed. Hem verving zijn zoon ~Hendrik +Kasimir~ II (1664-1696), onder regentschap zijner moeder, in de drie +gewesten. Middelerwijl verlangde Zeeland, gesterkt door eenige steden +van Holland, wat het ook reeds vroeger had te kennen gegeven, dat den +prins van Oranje de hooge staatsambten zouden worden opgedragen. De +meerderheid der staten van Holland echter, van een tegenovergesteld +gevoelen zijnde, wist haar meening te doen zegevieren. Nogtans iets +willende toegeven, belastten die staten zich in April 1666 met de zorg +voor 's prinsen opvoeding. Dus namen zij Willem Hendrik, zooals men het +kind noemde, tot _kind van staat_ aan. Zij begonnen met een zuivering +van het personeel, dat den prins omringde. Onder hen, aan wie de staten +het toezicht op de opvoeding in 't bijzonder opdroegen, bevond zich +Johan de Witt. Zelf onderrichtte hij den prins in zaken van regeering. + +Tot diegenen, welke uit 's prinsen dienst werden ontslagen, behoorde +~Henri de Fleury de Coulan, heer van Buat~ en ritmeester in dienst van +den staat. Sedert eenigen tijd hield hij, met voorkennis en goedvinden +der staten van Holland, in 't geheim briefwisseling met leden der +regeering van Engeland, onder voorwaarde evenwel, dat hij den inhoud +getrouw aan den raadpensionaris mededeelde. Het onderwerp dier brieven +was de vrede. Buat nu gaf de Witt de brieven, welke hij ontving, +geregeld te lezen. Dit deed hij ook in Augustus 1666. Doch toen liet hij +onder die brieven, uit onachtzaamheid, er een, waarop stond "pour +vous-même," voor uzelf, en die dus voor hem alleen bestemd was. Hierin +werd niet onduidelijk te kennen gegeven, dat de partij des prinsen, zoo +zij door Engeland wilde gesteund worden, krachtiger moest optreden. +Ternauwernood had de Witt deze letteren gelezen, of hij deelde den +inhoud aan de staten van Holland mede, op wier last Buat in hechtenis +werd genomen en voor het hof van Holland gedaagd. In het afschrift van +een brief, vroeger door Buat aan een van Engelands ministers gericht, +trof men verder bij het beslag leggen op zijn papieren, plaatsen aan, +die den argwaan tegen hem versterkten. De slotsom was, dat het hof den +ritmeester Buat wegens ongeoorloofde briefwisseling met den vijand, d. +i. dus wegens hoogverraad of gekwetste majesteit, ter dood veroordeelde. +Het vonnis werd voltrokken. + +Omtrent twee jaren had nu de zeeoorlog geduurd, toen er met den aanvang +van 't jaar 1667 ernstig sprake begon te komen van vrede. Eerlang werd +Breda als plaats om te onderhandelen aangewezen. Weldra werden de +onderhandelingen begonnen; maar er was weinig voortgang, hoofdzakelijk +door de onverschilligheid der Engelschen. Reeds lang had de +raadpensionaris het voornemen gehad, Engeland een geduchten slag toe te +brengen. Nu kon de verwezenlijking van dat denkbeeld tevens deze nuttige +strekking hebben, dat zij den vrede bespoedigde. Eindelijk brak de dag +der wrake aan. De vloot--een Hollandsche vloot, want Zeeland had er geen +schepen bij en die van Friesland kwamen eerst later--stak in zee. Het +bevel voerde de Ruiter. Als gevolmachtigde der Staten-Generaal +vergezelde hem ~Cornelis de Witt~, Johans broeder en ruwaard, d. i. +baljuw, van het land van Putten (ten o. van Voorn). Den 17den Juni liet +Hollands scheepsmacht voor den mond der Theems het anker vallen. +Engeland had geen vloot in zee, om haar de vaart te verhinderen. Den +20sten Juni zeilde het eerste Hollandsche smaldeel de Medway of het +Kanaal van Rochester op, en op zijn nadering vloden de schepen des +vijands. De Engelschen hadden menig schip in de rivier de Medway laten +zinken; doch dit belette de Nederlanders niet, meer dan één vaartuig in +brand te steken of te veroveren. Treurig zag het bij die zegepraal te +Londen uit. De stad sidderde, en aan afdoende maatregelen viel niet te +denken. Daarom oefende dan ook _de tocht naar Chattam_ een gunstigen +invloed op de onderhandelingen _te Breda_. Den 31sten Juli 1667 werd _de +vrede_ gesloten. Hij liet aan elk, wat hij op 't oogenblik van het +sluiten des vredes in bezit had, en beperkte de akte van navigatie in +zooverre, dat zij niet meer van toepassing zou zijn op de Duitsche +waren, die den Rijn af of over land in Nederland waren ingevoerd. Zooals +de Republiek dus, ten gevolge der eerste bepaling, Nieuw-Nederland +verloor, zoo bleef Suriname (in 't n.o. van Zuid-Amerika) behouden, dat +~Abraham Krijnszoon~ in Februari 1667 in naam der staten van Zeeland had +vermeesterd en dat iets later aan de West-Indische compagnie werd +verkocht. + + + + +§ 26. + +_De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van den oorlog van +1672._ + + +Gedurende het laatste gedeelte van den zeeoorlog waren de +onderhandelingen met Frankrijk (zie blz. 115) slepend gebleven. +Intusschen gebeurde, wat men lang had gevreesd. De koning van Frankrijk, +meenende, dat de oorlog met Engeland de Republiek zoozeer bezig hield, +dat hij haar niet langer behoefde te ontzien, sloeg een anderen weg in, +om tot zijn doel te geraken. Philips IV, de koning van Spanje, was in +1665 overleden, een minderjarigen zoon, Karel II, nalatende, die hem +opvolgde. Hem wilde Lodewijk thans de Spaansche Nederlanden, als een +erfenis zijner gemalin, Maria Theresia, een dochter van Philips IV, +ontrukken. In Mei 1667 viel hij plotseling in de Zuidelijke Nederlanden. +Binnen eenige weken vermeesterden de Franschen Charleroi, Doornik en +vele andere steden. De Nederlanden geraakten door Lodewijks gewelddadige +handelwijze in een neteligen toestand. Desniettemin hield de +raadpensionaris het roer van den staat met vaste hand. Eerst wist hij +tegen 't einde van 1667 een wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende +partijen tot stand te brengen. + +Middelerwijl leidden de overwegingen over de binnenlandsche +aangelegenheden tot een uitkomst, die wederom zeer verschillend werd +beoordeeld. Bij de beraadslagingen der Staten-Generaal over de +versterking der landmacht kwam de vraag op, wien men zou stellen aan 't +hoofd der troepen van den staat. De staten van Holland, inziende, dat +men er eerlang toe zou moeten komen, den prins van Oranje het +kapitein-generaal-admiraalschap op te dragen, inzonderheid indien de +Republiek in een oorlog te land mocht worden gewikkeld, en vreezende, +dat de vereeniging dier waardigheid met het stadhouderschap op den ouden +voet aan den persoon, die ermede werd bekleed, te veel overwicht gaf in +den staat, stelden den 5den Augustus 1667 een overeenkomst op, die +ongeveer dezelfde bepalingen inhield als de thans vervallen akte van +seclusie. Bij deze overeenkomst, met eenparig goedvinden opgemaakt, +_het eeuwig edict_, dat Hollands regenten, benevens de raadpensionaris, +onderling bezwoeren, werd het stadhouderschap in Holland afgeschaft en +verklaard, dat Hollands streven steeds zou zijn, dat het in de overige +provinciën werd afgescheiden van het kapitein-generaalschap der unie. + +Gedurende den genoemden wapenstilstand begon Karel II, duchtende dat +Nederland en Frankrijk ten aanzien der Zuidelijke Nederlanden +eendrachtig zouden te werk gaan, te neigen tot krachtdadige +tusschenkomst. Te dien einde gaf de koning van Engeland aan ~William +Temple~, zijn afgevaardigde te Brussel, last, zich, onder den schijn, +alsof hij over Holland naar Londen reisde, te 's Gravenhage op te houden +en zich met de Witt te verstaan over een verdrag ter wering van Lodewijk +uit de Zuidelijke Nederlanden. Na korte voorloopige beraadslagingen +stelden de beide staatslieden binnen vier dagen het verdrag op, bekend +onder den naam _triple alliantie_ of drievoudig verbond, hetwelk +Engeland en de Nederlanden in Januari 1668 met elkander sloten. Tot dit +verdrag trad Zwedens rijksraad, die destijds het bewind voerde voor den +minderjarigen Karel XI en hiertoe was omgekocht door Hollands geld, +terstond toe, en Spanje in 1669. Dit verdrag, het schrandere gewrocht +van Temple's en de Witts broederlijk overleg, bevatte hoofdzakelijk een +wederkeerige verbintenis der drie staten, om den vrede tusschen +Frankrijk en Spanje indiervoege tot stand te brengen, dat het +eerstgenoemde rijk zijn veroveringen of een deel hiervan behield. +Lodewijk XIV gaf aan den wensch der drie verbonden staten toe en sloot +den vrede van Aken (_Overzicht_, 9e druk, blz. 150). + +Hoezeer zijn toorn voor 't oogenblik wetende te bedwingen, was Lodewijk +diep gekrenkt door den stouten greep, die zijn overmoed voor een wijl +had bedwongen. Zichzelf als den beschermer der Nederlanden, zooals nog +kort tevoren tegen den bisschop van Munster, aanmerkende, kon hij de +betoonde ondankbaarheid niet vergeven. Met onverbiddelijke +wraakgierigheid zwoer hij het verderf dier kramers en visschers, die +hem, den grooten koning, in zijn vaart hadden gestuit. Alle stappen, die +hij van dit oogenblik af deed, doelden op den val der Republiek. De +rijksraad van Zweden, wederom geld noodig hebbende, leende het oor aan +Frankrijks voorslagen en beloofde bij een verdrag, in 't begin van 1672 +gesloten, tegen betaling eener groote geldsom, een leger op de been te +zullen houden, ten einde iederen Duitschen vorst, die de Nederlanden te +hulp mocht komen, aan te tasten. Alreede in 1670 sloot Karel II van +Engeland, steeds goud behoevende voor zijn verkwistende handelwijze, met +Lodewijk _het geheime verdrag van Dover_, waarin hij zich verplichtte, +Frankrijk tegen Nederland bij te staan. + +Terwijl de Staten-Generaal op die wijze in 't onbepaalde voorgevoel van +naderende rampen verkeerden, stelden zij in 1670 eenparig een stuk vast, +volgens hetwelk, in overeenstemming met Hollands besluit (zie blz. 120, +121), het kapitein-generaal-admiraalschap voor altijd gescheiden bleef +van het stadhouderschap. Dit stuk heet _de harmonie_ of overeenstemming. +Vervolgens ging men in December 1671 een verdedigend verbond met Spanje +aan. In Februari 1672 benoemden de Staten-Generaal den prins tot +kapitein-generaal voor één veldtocht. Door 's prinsen toedoen kwam de +keurvorst van Brandenburg (zie blz. 108) er nu eerlang toe, een verdrag +met de Republiek te sluiten, waarin hij zich tot het geven van hulp +verplichtte. Met den keizer van Duitschland kwam in den loop van +hetzelfde jaar een dergelijk verbond tot stand. + +Den 7den April verscheen de oorlogsverklaring der beide koningen op één +dag. Aan bondgenooten had Frankrijk geen gebrek. Den 18den Mei 1672 +verklaarde de bisschop van Munster (zie blz. 117) den Staten-Generaal +den oorlog. Fransch geld en Fransche invloed bewogen hem hiertoe, gelijk +mede zijn nabuur ~Maximiliaan Hendrik~, keurvorst van Keulen en prins +van Luik (zie blz. 96). Den 11den Mei brak Lodewijk ten strijde op. +Maastricht werd voorbijgetrokken. Maar Wezel, Emmerik en andere steden, +tot het Kleefsche gebied behoorende, waarin de Staten-Generaal +bezettingen hadden liggen, vielen, binnen weinige dagen, in Lodewijks +handen. Zij bezweken, omdat de vestingwerken waren verwaarloosd, of de +bezetting te zwak was, of de noodige voorraad ontbrak, of de burgerij +Nederlands regeering niet was toegedaan, of het verraad zijn rol +speelde. + +Men meende, dat de koning vervolgens zou trachten, den Ysel over te +trekken. Doch in plaats hiervan maakte hij een zuidelijke beweging en +richtte zich op den Rijn. Bij den Ysel lag het Nederlandsche leger, ruim +14,000 man voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende +landlieden, ongeschikt tot krijgsdienst. De rivieren waren uitgedroogd. +Tegenover die Nederlandsche troepen stond een Frans leger van 118,000 +man met 200 stukken geschut; bovendien meer dan 2000 adellijke +vrijwilligers, die als gemeenen dienden, in afzonderlijke ruiterbenden +ingedeeld. Allen bezielde de tegenwoordheid van hun koning, die het +opperbevel aan ~Turenne~ en ~Condé~ had opgedragen. Den 12den Juni 1672 +begon het overtrekken bij het tolhuis te Lobith. Tevergeefs beproefde +men, de Franschen tot staan te krijgen. De overmacht was te groot, +hoewel menig schot der Nederlanders zijn man trof. Vruchteloos hebben +lage vleiers het overtrekken van den Rijn tot een schitterend wapenfeit +willen verheffen. Evenmin als het nemen der vele kleine sterkten, kan +die daad het Fransche leger tot eenigen roem verstrekken. + +Wanhopig werd thans 's lands toestand, nu de deur der Vereenigde +Nederlanden was geopend en het leger der Republiek op Utrecht terugtrok, +om ook hier slechts een paar dagen te toeven en dan nog verder te +wijken. Binnen een tiental dagen bezweken de meeste steden van +Gelderland en geheel Utrecht. Den 23sten Juni ging de stad Utrecht bij +verdrag over. Dan gaf zich nog Naarden over. Eerst Muiden stuitte den +zegevierenden marsch des vijands. Gedurenden denzelfden tijd, dien +Frankrijk in zijn eigen belang zoo wel besteedde, veroverden de bisschop +van Munster en de keurvorst van Keulen een gedeelte van Gelderland, +waaruit hen evenwel de Franschen weder verdreven. Hun weg voortzettende, +onderwierpen zij vervolgens Overijsel en namen Koevorden in. Een +gelukkige tegenstelling tegen dit tafereel van vernedering was +Aardenburg (in Staats-Vlaanderen), van welke stad de Franschen werden +genoodzaakt met een zwaar verlies af te deinzen. Alleen ter zee bleek +Neêrlands meerderheid boven zijn vijanden, want den 7den Juni leverde +~de Ruiter~ bij ~Solebay~ (een inham op de Oostkust van Engeland, ten z. +van Soutwold) een slag aan de Fransch-Engelsche vloot, die onder 't +bevel stond van den ~hertog van York~ en ~d'Estrées~. Een beslissende +zege behaalde geen der beide partijen; maar het voordeel was aan den +kant van de Ruiter. De Franschen namen weinig deel aan den strijd, niet +ongaarne ziende, dat de beide zeemogendheden elkander zooveel mogelijk +afbreuk deden. + +In Holland en in Zeeland brachten de ongehoorde voorspoed en de nadering +des vijands een buitengewone verslagenheid teweeg. De regenten der +Republiek helden tot onderhandelingen met Frankrijk over en zonden te +dien einde gezanten tot den koning. Lodewijk deed verregaande eischen. +Eer deze voorwaarden nog bekend waren, hadden Amsterdam en Zeeland hun +afkeer van 't onderhandelen aan den dag gelegd. Niet minder buitensporig +dan de vorderingen van Frankrijk, waren die, welke de koning van +Engeland omstreeks denzelfden tijd, op 't einde van Juni, deed. + + + + +§ 27. + +_Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de +Witt.--De verheffing van Willem III._ + + +De rampen, die het vaderland zoo plotseling troffen, brachten een +geheele omkeering in het land teweeg. De staten van Holland beijverden +zich, hun gewest, door het doorsteken der dijken, ontoegankelijk te +maken voor den vijand. Amsterdam rustte zich op allerlei wijze wakker +ter verdediging toe en geleek weldra op een vesting, midden in het water +gelegen. Intusschen weet het volk, steeds zoowel het goede als het kwade +overdrijvende, de schuld van alle ongelukken aan 's lands regeering en +beschuldigde de Witt, met Frankrijk te heulen. Niets was ongerijmder dan +deze laatste beschuldiging. Doch nu die kreet van landverraad eenmaal de +uiting eener vrij algemeen verbreide meening was, lag de gedachte, dat +'s prinsen verheffing in de benarde omstandigheden het eenige redmiddel +was, voor de hand. Weldra uitte zich de haat tegen de de Witten door +daden. De raadpensionaris, op den avond van den 21sten Juni 1672 uit de +vergadering der staten van Holland naar huis gaande, werd nabij het +Buitenhof aangerand door vier mannen, die hem verscheiden wonden +toebrachten, en, in de meening hem te hebben gedood, de vlucht namen. +Van de vier misdadigers, die, door den wijn verhit, de daad bijna +terzelfder ure beraamd en gepleegd hadden, werd alleen Jakob van der +Graaf, een zoon van een lid van 't hof van Holland, gegrepen. Den 29sten +Juni werd hij ter dood gebracht. Velen hadden gepoogd, ook bij de Witt, +vergiffenis voor den jeugdigen man te erlangen, doch vruchteloos. Dit +deed, evenals de zaak van Buat, den haat tegen den raadpensionaris zeer +toenemen. + +Te Dordrecht wendde de woede des volks zich tegen den ruwaard, terwijl +hij nog op de vloot was. Een hoop volk vloog naar het stadhuis en +vernielde de schilderij, dáár ter zijner eer opgehangen. Eenige dagen +daarna kwam hij in zijn vaderstad terug, maar moest, wegens +ongesteldheid, het bed houden. Ongeveer gelijktijdig met den aanslag van +van der Graaf trachtten op een avond vier onverlaten het huis van den +ruwaard binnen te dringen en zouden het booze opzet, dat zij in den zin +hadden, hebben volvoerd, zoo niet de gewapende macht tusschenbeide ware +gekomen. Zelfs stond te Amsterdam het huis van de Ruiter, die zich op de +vloot bevond, een weinig later aan een aanval van het grauw bloot, die +eveneens door de burgerwacht werd afgewend. + +Gedurende des ruwaards ongesteldheid rottede in verscheidene steden van +Holland en Zeeland het volk samen met het doel, den prins van Oranje +verder te doen bevorderen. Het eerst gebeurde dit te Veere, waar men de +wethouderschap dwong, den 21sten Juni de belofte af te leggen, dat zij +den prins het stadhouderschap zou aanbieden. Van Veere sloeg de beweging +over naar Dordrecht. Den 29sten Juni onderteekenden de leden der +vroedschap een geschrift, waarin zij het eeuwig edict herriepen en +Willem het stadhouderschap opdroegen. Vermits de ruwaard nog ziek was, +begaf zich de secretaris der stad met een kapitein der burgerwacht naar +zijn legerstede en hielden hem voor, dat gewapende burgers zijn huis +hadden omsingeld, hem, indien hij aarzelde, met den dood dreigende. +Slechts met moeite brachten zijn huisgenooten hem ertoe, aan het verzoek +te voldoen. Onderteekenende voegde hij er de letters _v. c._ bij, d. i. +_vi coactus_, met geweld gedwongen. Maar de Witts gemalin haalde, op +aansporing van den secretaris, de pen door deze woorden. Ongeveer op +dezelfde wijze als te Veere en te Dordrecht ging het elders. Op de eene +plaats kwam het volk uit eigen beweging op de been, op een andere werd +het opgeruid. + +Het werk, in de stemmende steden voorbereid, werd ter dagvaart voltooid. +Den 2den Juli benoemden de staten van Zeeland, in den nacht tusschen den +3den en den 4den die van Holland, na eerst het eeuwig edict te hebben +ingetrokken, ~WILLEM~ III (1672-1702) tot stadhouder. Terzelfder tijd +benoemden de Staten-Generaal hem tot kapitein-generaal der unie. De +verheffing van den prins gaf een geheel andere richting aan de +onderhandelingen over den vrede. Thans kwamen de onderhandelingen met +Engeland op den voorgrond, die met Frankrijk op den achtergrond, juist +het tegendeel van hetgeen men in de laatste weken had gezien. Willem +hoopte Karel II te kunnen bewegen, voor zich een einde aan den oorlog te +maken en wellicht daarenboven Frankrijk tot een billijken vrede te +verplichten. Reeds waren zij het over sommige punten met elkander eens, +ook hierover, dat de prins souverein zou worden; maar verder kwam het +niet. Karel achtte Willems aanbiedingen onvoldoende en wilde zich niet +van zijn bondgenoot laten aftrekken. De prins zag in, dat er geen +gunstige voorwaarden waren te bedingen en alzoo de wapens moesten +beslissen. + +Aleer evenwel de lezer zijn aandacht vestigt op den verderen gang der +vijandelijkheden, behoort hij ze nog een oogenblik bij de binnenlandsche +aangelegenheden der Republiek te bepalen. Op het tijdstip dat de +roekelooze aanslag, boven vermeld, op 't leven van Jan de Witt werd +gepleegd, was hij het nog, die aan 't hoofd van 's lands regeering +stond. Toen hij genezen was, had de omwenteling plaats gegrepen, die +Willem III aan het roer van den staat plaatste. Op dit nieuwe tooneel +kon hij, zonder zijn eed (zie blz. 121) te breken en zijn beginselen te +verloochenen, niet voegzaam verschijnen, of hij moest er een tweede of +derde rol vervullen. Hij vroeg en verkreeg zijn ontslag den 4den +Augustus. Doch hij en zijn broeder schenen slechts in het leven te zijn +gespaard, om aan nog grievender leed ten doel te staan, dan hun tot +dusver was beschoren geweest. + +Het eerst trof dit lot den ruwaard. Willem Tichelaar, barbier te +Piershil (ten w. van Dordrecht), beschuldigde Cornelis de Witt, een +poging te hebben aangewend, om hem tot een aanslag op het leven van den +prins van Oranje te bewegen. Tichelaar stond zeer slecht ter faam. Niet +alleen had hij meer dan een vergrijp gepleegd; maar hij was ook in 1670, +bij vonnis van des ruwaards plaatsvervanger, veroordeeld tot een +geldboete en tot verbanning uit het land van Putten. De prins bracht +Tichelaars aanklacht ter kennis van het hof van Holland, hetwelk den +ruwaard, in strijd met de privilegiën van Dordrecht, gevankelijk naar +den Haag, en weldra naar de Gevangenpoort liet voeren en de kennisneming +der zaak aan zich trok. Lijnrecht tegenover de aangifte van Tichelaar +stond de betuiging van Cornelis de Witt, luidende dat Tichelaar zijn +steun had gevraagd voor het ondernemen der bedoelde misdaad, die hij +evenwel eerder had aangeduid, dan uitgesproken. De Witts dienaar en +zoon, die hadden geluisterd aan de deur van 't vertrek, waarin Tichelaar +met den ruwaard vertoefde, bevestigden deze getuigenis grootendeels. +Ondervraging en pijnbank leidden tot geen ander gevolg, dan dat Cornelis +de Witt bij zijn verklaring volhardde. Zoo weinig vermocht de pijniging +op de Witt, dat hij te midden der felste smarten het begin van een van +Horatius' fraaiste lierzangen, als op zichzelf toepasselijk, opzeide. + +De afloop van 't proces is zeer vreemd. Het vonnis, hetwelk van geen +misdaad gewaagde,--iets, dat bijna zonder voorbeeld was,--luidde, dat de +Witt werd vervallen verklaard van al zijn ambten, voor immer uit Holland +verbannen en tot betaling der kosten van 't geding veroordeeld. Het +vonnis werd den 20sten Augustus uitgesproken. Op dien noodlottigen dag +werd Tichelaar, die tot dusver mede in hechtenis was gehouden, des +morgens ontslagen. Terstond liet hij zich tegenover hen, die hij +ontmoette, indezervoege uit, dat zijn eigen ontslag, evenzeer als het, +hoewel zachte, vonnis, over de Witt geveld, aantoonde, dat de ruwaard +schuldig was. Inmiddels kwam de gewezen raadpensionaris zijn broeder in +de gevangenis bezoeken, van zins zijnde hem mede te nemen. Doch dit +bleek weldra onmogelijk te zijn. Het duurde niet lang, of de +Gevangenpoort, waarop zich de gebroeders bevonden, was door een +tallooze menigte saamgeloopen volk omgeven. Tegen den middag schaarde +zich tevens de schutterij onder haar vaandels voor de Gevangenpoort en +hield er wacht. Kort hierna kwamen de drie afdeelingen ruiterij, die in +de stad in garnizoen lagen, aanrijden en vatteden insgelijks in de +nabijheid der gevangenis post. Doch toen vervolgens een gerucht werd +verspreid, dat de boeren uit den omtrek op weg waren, om zich bij de +saamgeschoolde lieden te voegen en hun in hun opzet de behulpzame hand +te bieden, kregen twee van de afdeelingen der ruiters bevel, af te +trekken en de toegangen tot den Haag te bezetten. + +Thans hadden de vijanden der gebroeders de baan ruim. Een aantal van hen +drongen verwoed den kerker binnen, noodzaakten de de Witten met hen het +gebouw te verlaten en brachten hen te midden eener gewapende menigte van +1000 tot 1200 menschen laaghartig om. Hierop mishandelden eenige der +burgers en het gemeen, niet tevreden met de gepleegde euveldaad, de +doode lichamen op een wijze, te afschuwelijk om te verhalen. Wegens dit +misdrijf, een der verfoeielijkste feiten uit de geschiedenis der +Nederlanden, de grootste vlek, die op haar bladen is te vinden, heeft +men de Hollanders, anders als goedaardig te boek staande, bij het +verscheurend gedierte vergeleken. Noch de regeering van den Haag, noch +de staten van Holland, destijds vergaderd, durfden de onzalige daad +verhinderen. Wel schreven de staten van Holland, van zins schijnende de +misdadigers te vervolgen, in dien zin aan den prins van Oranje. Doch +Willem meende, dat men in de toenmalige omstandigheden aan geen +gestrenge vervolging kon denken van een euveldaad, door menigeen van de +meest gezeten burgers bedreven. Vreemd blijft het evenwel, hoe de prins +een jaargeld kon toeleggen aan Tichelaar, die de onmiddellijke oorzaak +is geweest van het treurige schouwspel, dat hijzelf verfoeide en dat aan +het huis van Oranje-Nassau meer nadeel heeft gedaan, dan zijn vrienden +immer in staat waren te vergoeden. + +Ten zelfden dage, waarop de daad werd gepleegd, verkozen de staten van +Holland ~Gaspar Fagel~ tot raadpensionaris. Het was een moeielijke taak, +de opvolger te zijn van een man, als Johan de Witt. Onder zijn leiding +vervulde Nederland een der eerste rollen in de Europeesche staatkunde. +Onvermoeid was de Witt werkzaam voor de verheffing der Republiek, van +haar zeemacht en handel. Groote diensten heeft hij aan zijn vaderland +bewezen. Van 's mans ervarenis in 't financiewezen is boven (zie blz. +113) melding gemaakt. Alom heerschte, gedurende de jaren van de Witts +raadpensionarisschap in Holland, uitnemende welvaart. Hij was het, die +Holland en, door middel van Holland, de Vereenigde Gewesten met kracht, +grootheid en ver vooruitzienden blik bestuurde. Dat hij zeldzame en +uitstekende geestvermogens had, betwijfelt niemand. Van de beide +gebroeders was hij de jongste in jaren, de oudste in wijsheid. Was hij +uitnemend bekwaam en werkzaam, niet minder lof verdienen zijn +onbaatzuchtigheid en eerlijkheid. Kalm was hij en, het meesterschap +voerende over eigen gelaat, gewoon tot op den bodem door te dringen +van eens anders gemoed. De stuurschheid, die zijn broeder schijnt +eigen te zijn geweest, was geenszins een der eigenschappen van den +raadpensionaris. Verwijt men hem, dat hij te veel gezag oefende, dit is +toe te schrijven niet aan heerschzucht, maar aan zijn schrander vernuft +en aan zijn bekwaamheden, die hem een zedelijken invloed gaven, grooter +dan de meeste stadhouders hadden. Acht men het verkeerd, dat hij het oog +bovenal op Hollands belangen gericht hield, men behoort niet te +vergeten, dat hij de eerste ambtenaar van Holland was. + +Mocht men meenen, dat de ongelukken van 1672 hem zijn te wijten, de +onpartijdige beschouwing der geschiedenis leert, dat hij, zoo hij heeft +gedwaald, hierin alleen dwaalde, dat hij niet heeft vooruit gezien, dat +Karel II zoo bekrompen en laag was, Engelands belangen veil te hebben +ter wille van een handvol Fransch goud. + +Het noodlottige uiteinde der gebroeders bleek weldra geen voldoend +middel te wezen, om de in beweging geraakte bevolking der steden tot +bedaren te brengen. Eensdeels hierom, anderdeels omdat vele der +regenten, als aanhangers der staatsgezinde partij, niet aangenaam waren +aan den stadhouder, machtigden de staten van Holland den prins, den +27sten Augustus, voorzoover hij het noodig achtte, overal de wet te +verzetten. Gelijk in Holland, koos de prins ook in de raden van Zeelands +staten nieuwe leden. + +Doch het wordt tijd, tot de zaken van den oorlog terug te keeren. In +December 1672 viel de vorst in en maakte ~de hertog van Luxembourg~, een +van Lodewijks veldheeren, zich gereed, een inval in Holland te doen. Hij +overviel Zwammerdam en Bodegraven, welke plaatsen de Franschen tot den +grond afbrandden, tevens vele wreedheden tegen de ingezetenen begaande. +Inmiddels ging de vorst in regen over, hetgeen Luxembourg noodzaakte op +Woerden terug te trekken. Aan den Noordoostkant van Nederland werd het +Keulsch-Munstersche leger onder den bisschop van Munster en den +keurvorst van Keulen in 1672 gestuit door de stad Groningen. Zes weken +belegerden zij de stad. ~Karel van Rabenhaupt~, de bevelhebber der +bezetting, leidde de verdediging, wakker bijgestaan door de burgers en +de studenten. Een groot gedeelte der stad werd platgeschoten; doch de +moed der belegerden herleefde telkens na iederen goed geslaagden uitval. +In den nacht tusschen den 27sten en den 28sten Augustus blies de +bisschop den aftocht met een verlies van ongeveer 5000 man, terwijl in +Groningen slechts omtrent 100 menschen waren doodgeschoten. Den 30sten +December liet Rabenhaupt, gebruik makende van de aanwijzing van Meindert +van Thijnen, een gewezen koster te Koevorden, tevens een goed ingenieur, +deze vesting door Eybergen verrassen. Ook ter zee stond het vrij wel met +de aangelegenheden der Republiek. Na den slag bij Solebay (zie blz. 123) +ging de Ruiter langs de kusten van ons land kruisen, om de Engelschen de +landing te beletten, die zij, opdat Holland van twee zijden werd +aangevallen, zich hadden voorgenomen. In zijn streven werd de Ruiter +ondersteund door de natuur zelve. Toen de vijandelijke vloot in Juli +1672 in het gezicht van de Helder was, stak er een storm op, die drie +dagen zonder ophouden en, met eenige tusschenpoozen, bijna drie weken +aanhield. Zoo was het jaar, welks begin zoo rampspoedig was geweest voor +Nederland, en inzonderheid het einde, niet teneenenmale van voorspoed +verstoken. + +Meer geluk bracht het volgende jaar. Een beslissende zege behaalde ~de +Ruiter~ den 21sten Augustus bij ~Kijkduin~ (nabij de Helder) op de +Fransch-Engelsche vloot onder ~d'Estrées~ en ~prins Robert~ (zie blz. +117). Te land noodzaakte Willem III door een koene onderneming, de +verovering van Bonn, in November 1673 de Franschen, ons land te +verlaten. In het jaar 1674 was de fortuin Frankrijk nog minder gunstig. +De koning van Engeland, door de bedreigingen van 't parlement gedrongen, +moest tot _den vrede van Westminster_ (19 Febr. 1674) besluiten, welke +dien van Breda bekrachtigde. Dit voorbeeld volgden de bisschop van +Munster en de keurvorst van Keulen. + +Terwijl het hoofdtooneel van den oorlog thans werd verplaatst naar de +Spaansche Nederlanden, waarheen de Franschen aanstonds na de ontruiming +van ons land weken, keerden de bevrijde gewesten Utrecht, Gelderland en +Overijsel tot het bondgenootschap weder. Ook zij moesten zich laten +welgevallen, dat Zijn Hoogheid, op last der Staten-Generaal, de +regeering hunner steden veranderde, gelijk dit in Holland en Zeeland was +geschied. Hierbij bleef het niet. Nadat Holland en Zeeland het +stadhouderschap, gelijk de Staten-Generaal het kapitein-generaal- en +admiraalschap, erfelijk hadden verklaard in de mannelijke linie des +prinsen van Oranje, volgden Utrecht en Overijsel in 1674, Gelderland in +1675 het gegeven voorbeeld. Aan Hendrik Kasimir II (zie blz. 118) droeg +Groningen in 1674 het erfstadhouderschap op. In Gelderland achtte de +adel nog niet genoeg te hebben gedaan. Door zijn invloed boden de staten +van dit gewest den prins de hoogste macht aan met den titel "hertog van +Gelderland en graaf van Zutfen." Deze waardigheid wees de prins evenwel +van de hand, toen verscheidene steden van Holland en Zeeland te kennen +gaven, dat dit aanbod haar weinig behaagde. + +Alzoo, hoofdzakelijk door toedoen van Fagel, een macht hebbende +verkregen, grooter wellicht dan die, welke den hertogelijken of +graaflijken titel ware toegekend, zette Willem III den strijd tegen de +vijanden van zijn vaderland buiten de grenzen van het Gemeenebest voort. +In de Zuidelijke Nederlanden leverde hij den slag van Senef +(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152). Ook naar 't Zuiden, naar de +Middellandsche Zee, werd de kamp overgebracht (t. a. p.). In 1676 +zond men ~de Ruiter~ naar die wateren. Driemalen leverde de +Nederlandsch-Spaansche vloot slag tegen den Franschen admiraal ~du +Quesne~: in de tweede ontmoeting, bij den ~Etna~, zegepraalden de onzen, +maar verloren den eersten vlootvoogd zijner eeuw. + +Sinds lang wenschten Frankrijk en Nederland vrede te sluiten. Tot plaats +der bijeenkomst werd Nijmegen bepaald. Van het begin af streefde +Frankrijk slechts naar een afzonderlijken vrede met de Staten-Generaal; +doch Willem III hield dit lang tegen. Te midden der onderhandelingen +ging Willem in 1677 een huwelijk aan met ~Maria~, de oudste dochter van +zijn oom, den hertog van York. In den nacht van den 10den tot den 11den +Augustus 1678 kwam _de vrede van Nijmegen_ tusschen Frankrijk en de +Republiek tot stand. De Nederlanden verloren niets. + + + + +§ 28. + +_Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche erfopvolgingsoorlog._ + + +Zóó bereikte Lodewijk XIV, trots al zijn vijanden, zoowel door de wapens +als door de kunst van 't onderhandelen, althans ten deele, zijn doel. De +vrede van Nijmegen versterkte den koning in zijn overmoed. Niets achtte +hij, in 't gevoel zijner overmacht, in staat, om hem te beletten, nu ook +met vreemde staten even willekeurig te werk te gaan, als hij in zijn +rijk zelf jegens zijn onderdanen placht te doen. De reunionskamers +(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152) toonden dit maar al te zeer. Na de +herroeping van 't edict van Nantes vreesde al wat protestant was voor 't +overwicht van den vervolger hunner geloofsgenooten. Dit verstrekte +keizer Leopold I, het grootste gedeelte van 't Duitsche rijk, Spanje en +de Nederlanden tot een krachtigen prikkel, om in 1686 onder elkander +verschillende verbonden te sluiten. + +Hij, die deze verbonden tot stand bracht en er de ziel van was, was +Willem III, van dit oogenblik af de rustelooze bestrijder van den +heerschzuchtigen vorst. Gelijk Lodewijk de vertegenwoordiger was van 't +volstrekte gezag en van een algeheele staatseenheid, die het +katholicisme als middel aanwendde, zoo was hij de vertegenwoordiger en +de voorvechter van het staatkundig evenwicht van Europa, die het +protestantisme als werktuig bezigde. Voor die taak was de prins van +Oranje-Nassau ten volle berekend. Zwak en tenger was hij van lichaam, +maar krachtig van geest. Zijn karakter, van nature standvastig, was door +den tegenspoed zijner jeugd gestaald. Doorgaans was hij stil en in +zichzelf gekeerd. Slechts op den dag van een veldslag was hij levendig +en vol vuur: terwijl hij anders steeds langzaam sprak, vlogen hem dan de +woorden van de lippen. Als staatsman stond Willem III boven al zijn +tijdgenooten. Hij was volkomen bekend met de gesteldheid van Europa's +kabinetten, met de roersels en drijfveeren der machthebbers. De taak, +die hij als zijn levenstaak aanmerkte, was een volhardend tegenstreven +van Frankrijks pogingen, om de heerschappij over Europa te bemachtigen. +Al beleefde Willem het geenszins, zijn doel werd mettertijd bereikt. +Daarentegen kostte het stelsel van Europeesche staatkunde, dat de plaats +innam van de Witts stelsel, hetwelk Neêrlands belangen tot punt van +uitgang had, aan de Republiek den eersten rang onder de zeemogendheden. +Van Willems tijd af moest zij zich met den tweeden rang tevreden +stellen. + +Even onvermoeid, als op het gebied der staatkunde, bestreed Willem III +zijn vijand op het slagveld. Persoonlijke moed was een zijner gaven; +doch onder de groote veldheeren verdient hij, gelijk zijn +overgrootvader, niet de plaats, die hem onder de groote staatsmannen +toekomt. Intusschen is het onwedersprekelijk, dat hij een aantal bekwame +generaals heeft gevormd, die in den Spaanschen erfopvolgingsoorlog +menige zege behaalden. Veldslagen gewonnen heeft hij bijna niet. Zijn +talenten kwamen vooral uit, wanneer hij, òf op zijn meesterlijke +aftochten, òf na de nederlaag onwrikbaar stand houdende, den vijand +zooveel ontzag wist in te boezemen, dat hij hem niet verder durfde +aantasten. + +Het groote gezag, dat Willem in de Nederlanden had, heeft hij gebruikt, +ten einde de hinderpalen, die hij nu en dan in de leiding der Republiek +op zijn weg ontmoette, op zoodanige wijze uit den weg te ruimen, dat hij +de regenten zoo goed als afhankelijk van zich maakte. Onwrikbaar stond +hem in zijn pogen de raadpensionaris Fagel ter zijde, wien, evenals aan +de latere opvolgers van Johan de Witt, gemeen overleg met den +stadhouder tot plicht was gesteld. Vanhier, dat men thans een +samenwerking aanschouwde van stadhouder en raadpensionaris, zooals men +nimmer had beleefd. In vele opzichten strookte het streven des +stadhouders weinig met den aard eener republiek. Vele bewijzen zijn +aanwezig, om het verwijt te staven, dat Willem III zich niet ontzag, op +willekeurige wijze in te grijpen, wanneer dit met zijn plannen +overeenkwam. Vele steden moesten ondervinden, dat de stadhouder zich +niet te stipt aan haar voorrechten hield. Hier stelde hij nieuwe leden +in de vroedschap, elders zette hij er leden uit. + +Onder alles, dat Lodewijk XIV zich zoo ten aanzien van Europa, als van +hemzelf veroorloofde, was er niets, dat Willem dieper krenkte, dan het +wederrechtelijk in bezit nemen van het prinsdom Oranje (zie blz. 50). 's +Prinsen haat tegen Lodewijk deelde de meerderheid der natie, hoog +ingenomen met de hervormde leer, vooral sinds haar uit Frankrijk +vluchtende broeders, in de naaste jaren vóór 1685 en inzonderheid sedert +dit jaar, hier te lande een veilige schuilplaats kwamen zoeken. Zeer +edelmoedig ontving men deze vluchtelingen, _réfugiés_, in Nederland. + +Lodewijk XIV was destijds niet de eenige vorst, die gevaarlijk werd +geacht voor de hervormde kerk. Vele maatregelen van Jakob II, Engelands +koning, hadden dezelfde strekking (_Overzicht_, 9e druk, blz. 157). Van +'t oogenblik af, dat hij den troon besteeg, hield Willem den blik +onafgebroken gevestigd op den toestand van dit rijk. Met vele +aanzienlijke Engelschen stond hij in briefwisseling. De vroedschappen +der steden van de verschillende provinciën stemden erin toe, den prins +met 's lands zee- en landmacht te ondersteunen. Middelerwijl had +~d'Avaux~, Lodewijks gezant in de Nederland, zijn vorst bekend gemaakt +met de groote toerustingen der Republiek en hem medegedeeld, dat zij, +naar hij vermoedde, op Engeland doelden. Lodewijk draalde niet, Jakob II +er een wenk van te geven; maar deze vorst sloeg de waarschuwing in den +wind. Toen het ten laatste onwedersprekelijk was, dat de prins Engeland +op 't oog had, was het te laat en moest Jakob zijn lot afwachten. In +November 1688 legde de vloot, ten aanschouwen eener groote menigte +volks, welke zich op de kusten van Engeland en Frankrijk verdrong, in +de haven van Torbay (aan de z. kust, ten o. van Plymouth) aan. +Onmiddellijk trok Willem naar Londen. Jakob vluchtte naar Frankrijk, en +in 1689 werden Willem en Maria als koning en koningin van +Groot-Britannië uitgeroepen. Nog voordat Willem de kroon op zijn hoofd +zette, verloor hij zijn vriend, den raadpensionaris Fagel, die veel had +gedaan, om 's lands regenten gunstig voor het ondersteunen des +stadhouders te stemmen. In plaats van Fagel kwam in 1689 ~Antonie +Heinsius~. + +Tot het welslagen der onderneming droeg dit veel bij, dat Lodewijk in +1688 en 1689 achtereenvolgens aan de boven genoemde bondgenooten (zie +blz. 132), alzoo ook aan Nederland, den oorlog verklaarde. Zóó begon de +negenjarige oorlog. Tegen zijn verwachting had Lodewijk thans nog één +vijand meer te bestrijden, n.l. Engeland. De mogendheden bekrachtigden +hun vereeniging in 1690 door _het Weener verbond_. Het leger der +Republiek streed met het krijgsvolk der bondgenooten in de Zuidelijke +Nederlanden. Hier won ~Luxembourg~ in 1692 op Willem III, +opperbevelhebber van de gezamenlijke troepen der bondgenooten, den slag +bij ~Steenkerken~ (in 't n. van Henegouwen, ten n.w. van Senef), in 1693 +dien bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ (in 't n.w. van Luik). Deze nadeelen +werden eenigermate vergoed door de schitterende zege, die de +Nederlandsch-Engelsche vloot onder ~Almonde~ en ~Russel~ in 1692 bij ~la +Hogue~ (in 't n.w. van Normandië, aan 't Kanaal) op den Franschen +admiraal ~Tourville~ behaalde. Hoewel de koning van Frankrijk over 't +geheel met geluk streed, deden de uitputting zijns lands en nieuwe +ontwerpen bij hem begeerte naar rust ontstaan. Zoo sloot hij in 1697 +_den vrede van Rijswijk_ (tusschen den Haag en Delft). Lodewijk erkende +Willem III als koning van Engeland en stond hem het prinsdom Oranje weer +af. + +Aan de Republiek bracht het geen voordeel, dat hij, die stadhouder van +de meeste harer gewesten was, de eer verwierf, een kroon te mogen +dragen, die weldra bleek voor hemzelf een doornenkroon te zijn. Zij ging +gebukt onder den druk van 't verbond met Engeland en was binnen kort te +vergelijken bij een sloep, voortgesleept door een linieschip. Haar +handel leed op nieuw een grooten schok. Dadelijk, in 't begin van den +oorlog, werden vele Nederlandsche koopvaardijschepen, die men wegens de +geheimhouding, waarmede de toeleg op Engeland werd behandeld, niet had +kunnen waarschuwen, in Frankrijk aangehouden. Tevergeefs vleide men zich +met de hoop, dat Willem iets zou doen tot intrekking of verzachting van +de akte van navigatie. De nadeelen, den handel toegebracht, werden niet +vergoed door de ruim zeven millioenen, die Engeland in 1689 en volgende +jaren, als schadeloosstelling voor de kosten van den overtocht, aan +Nederland betaalde. + +Even vóór het einde van den negenjarigen oorlog, in 1696, stierf een van +de veldmaarschalken der Republiek, die in den slag bij Landen en +Neerwinden wakker had medegestreden, de stadhouder van Groningen, +Friesland en Drente, Hendrik Kasimir II (zie blz. 131). Zijn zoon ~Johan +Willem Friso~ (1696-1711) volgde hem in Groningen en in Friesland op +onder regentschap zijner moeder ~Amalia van Anhalt-Dessau~, een +kleindochter van Frederik Hendrik en dochter van Johan George II, vorst +van Anhalt-Dessau, terwijl Drente aan Willem III het stadhouderschap +opdroeg. Voor 't overige werd de betrekking, waarin Nederland reeds +sedert lang tot Rusland stond, in dezen tijd nauwer door een persoonlijk +bezoek van Peter, den keizer aller Russen en eersten hervormer zijner +natie op groote schaal (_Overzicht_, 9e druk, blz. 160, 161). Eenige +dagen hield hij zich in 1697 te Zaandam op en timmerde te Amsterdam op +de werf een geheel schip af. Later hervatte de alleenheerscher van het +groote rijk het bezoek in 1717. Zonder overdrijving mocht Nederland zich +beroemen, op die wijze een gunstigen invloed te oefenen op Ruslands +ontkiemende beschaving. + +Het werd weldra duidelijk, dat Lodewijk juist geen duurzamen vrede +beoogde en welke bedoelingen hij nog in 't schild voerde. Hij wendde +zich tot Engeland en tot de Nederlanden, hun voorslaande, zonder den +keizer (_Overzicht_, 9e druk, blz. 151) erin te kennen, met hem een +verdrag te sluiten, waarin zou worden vastgesteld, op welke wijze de +landen der Spaansche kroon te verdeelen bij den dood van den koning van +dit rijk, Karel II, die elk oogenblik tegemoet werd gezien. Metterdaad +kwamen er achtereenvolgens twee dergelijke verdragen tot stand. Leopold +echter sloot zich er niet bij aan, en nog veel minder Karel II zelf, bij +wiens dood (den 1sten Nov. 1700) men een testament vond, dat Philips van +Anjou, den tweeden zoon van den dauphin, tot eenigen erfgenaam der kroon +van Spanje verklaarde. Bij de gewichtige vraag, die deze verdragen +trachtten te beslissen, had Willem III, de voorvechter van Europa's +vrijheid, alleen het evenwicht der staten en 't behoud der rust van dit +werelddeel op het oog. Als hoofd der zeemogendheden, Engeland en de +Nederlanden, meende hij, dat het deze staten, bij de groote macht, die +èn het huis Habsburg, èn Bourbon bezat, niet onverschillig kon zijn, wie +de bezitter der Spaansche monarchie werd. Intusschen begaf zich Philips +van Anjou, als koning Philips V, in 1701 naar zijn koninkrijk Spanje. + +Keizer Leopold, die den nieuwen koning niet wilde erkennen, rustte zich +dadelijk ten oorlog. Weldra vond hij steun bij het _groote_ of _Haagsche +verbond_ in 1701, dat hij met Engeland en de Nederlanden sloot en bij +hetwelk zich ook Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en +Savoye voegden. Willem III was niet bestemd, zelf den oorlog mede te +voeren. Eer die krijg nog recht was uitgebroken, leden de bondgenooten +in Maart 1702 door zijn overlijden het zwaarste verlies, dat hen kon +treffen. Vóór zijn dood had Willem III pogingen aangewend, om den +stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, te doen verkiezen tot +opvolger in de waardigheden, die hij hier te lande bekleedde. Maar +ziende, dat de staten der gewesten hiertoe niet overhelden, had hij zijn +bemoeiingen gestaakt. Terstond na Willems dood gaven de staten van +Holland in de vergadering der Staten-Generaal te kennen, dat zij het +voornemen hadden, de aangelegenheden te laten, zooals zij waren, en de +staten der vier overige gewesten, alsmede die van Drente, volgden hun +voorbeeld. Men liet de hooge ambten onvervuld, en de zaken der regeering +werden in de vijf provinciën teruggebracht op den voet van 1651. + +De oorlog, door Lodewijks toedoen ontbrand, werd gevoerd in Italië, +Duitschland, de Zuidelijke Nederlanden en Spanje. Het getal van 's +konings uitstekende veldheeren was zeer afgenomen. Daarentegen stond aan +den kant der bondgenooten een rij van groote mannen: ~John Churchill~, +graaf, daarna ~hertog~ van ~Marlborough~ (in Devonshire, in 't z. van +Engeland); ~Eugenius van Savoye~, Leopolds veldheer, en Antonie +Heinsius. Deze mannen noemt men, wegens hun gemeenschappelijke leiding +der zaken, het driemanschap in dezen oorlog. Het aandeel, dat de +Nederlanders aan den oorlog namen, bepaalde zich tot de verrichtingen +ter zee en in de Spaansche Nederlanden. In 1704 nam de Engelsche +admiraal ~Rooke~, bijgestaan door de vloot der Nederlanden onder den +luitenant-admiraal ~Callenburgh~, bijna zonder slag of stoot het +onneembare, maar toen slecht bewaakte Gibraltar in. Koningin Anna +(_Overzicht_, 9e druk, blz. 157) verklaarde, over deze verovering te +willen beschikken in gemeenschappelijk overleg met de Staten-Generaal; +doch in strijd met deze uitdrukkelijke belofte en in weerwil dat de stad +was genomen in naam van aartshertog Karel, Leopolds tweeden zoon, +eigende Engeland zich haar stilzwijgend toe. + +Wat den oorlog te lande betreft, voegden zich de Nederlandsche troepen +bij het leger, dat in de Zuidelijke Nederlanden stond en waarover +Marlborough het bevel voerde. Aan 't hoofd van de krijgsbenden der +Republiek stond o. a. Johan Willem Friso. Schitterend was de reeks der +veldslagen. Marlborough versloeg in 1706 ~Villeroi~ bij ~Ramillies~ (in +'t z.o. van Zuid Brabant). Marlborough en Eugenius wonnen in 1708 den +slag bij ~Oudenaarde~ (in Oost-Vlaanderen aan de Schelde) op Vendôme en +op den jongen ~hertog van Bourgondië~, den oudsten zoon van den dauphin, +en in 1709 dien bij ~Malplaquet~ (nabij Mons) op ~Villars~. Hierop +werden de Spaansche Nederlanden allengs geheel veroverd. + +Intusschen had Lodewijk XIV, Marlborough en Eugenius terecht voor +afkeerig van den vrede houdende, zich reeds eenige malen in dien zin tot +Heinsius gewend, maar vruchteloos. In 1709 geschiedde de aanvraag om +vrede van Lodewijks kant met meer aandrang dan ooit. Doch toen de +overwinnaars hun eischen al hooger stelden, werden de onderhandelingen +afgebroken. Hierop volgde de slag bij Malplaquet. De onderhandelingen, +in 1710 nogmaals te Geertruidenberg hervat, voerden wederom tot niets. +Zij werden gestaakt, omdat de bondgenooten hun eischen nog in zoo verre +verzwaarden, dat zij vorderden, dat de grijze Lodewijk zelf zijn +kleinzoon, des noods met geweld, zou onttronen en dwingen, Spanje te +verlaten. Maar plotseling kwam er een wending in den loop der +gebeurtenissen. Juist toen de gezichteinder voor Lodewijk met steeds +dreigender wolken betrok, brachten twee onverwachte gebeurtenissen hem +redding aan. De eene was de vroegtijdige dood van Jozef I, keizer van +Duitschland, Leopolds zoon en opvolger, wien zijn eenige broeder, Karel +VI, in 1711 opvolgde. Nu drongen de zeemogendheden er niet langer op +aan, dat men den beheerscher van zoovele landen nog de Spaansche +monarchie zou toevoegen. De andere was de terugroeping van Marlborough +en de val van het whig-ministerie, waarvan hij de ziel was. Het voor de +whigs in de plaats komende tory-ministerie hield den oorlog voor +strijdig met Engelands belangen en knoopte dus onderhandelingen met +Frankrijk aan. + +Intusschen verloren de Nederlanden nog vóór het einde van den oorlog een +hunner veldheeren. Johan Willem Friso, in 1711 uit de legerplaats naar +'s Gravenhage willende gaan, om, ter zake van de erfenis van Willem III, +een bijeenkomst te houden met zijn mede-erfgenaam, den koning van +Pruisen, verdronk in Juli van dat jaar door 't omslaan der schouw of +pont aan den Moerdijk (tusschen Willemstad en Geertruidenberg), nog +slechts vier-en-twintig jaren oud zijnde. Zijn gemalin, ~Maria Louise~, +een dochter van Karel, landgraaf van Hessen-Kassel, bracht kort daarna +een zoon ter wereld, Willem Karel Hendrik Friso. In 1712 kwamen de +gezanten der oorlogvoerende mogendheden te _Utrecht_ bijeen, om te pogen +tot een vrede te geraken. In April 1713 werd _de vrede_ onderteekend, +behalve door de gezanten van Karel VI, die eerst in 't volgende jaar +(_Overzicht_, 9e druk, blz. 155) een einde maakte aan den oorlog. +Philips V behield Spanje en zijn bezittingen buiten Europa. De +Nederlanden verwierven een voordeelig verdrag van handel en inkomende +rechten. Ook dit moet als een voordeel voor de Republiek worden +aangemerkt, dat het groote doel, waarom zij aan den oorlog had deel +genomen, bij den vrede werd bereikt, daar de Zuid-Nederlandsche gewesten +niet aan Frankrijk, maar aan Oostenrijk kwamen. Alsof dit evenwel niet +genoeg ware tegen Frankrijks gevreesde nabijheid, verkreeg zij, om haar +tot voormuur tegen de aanvallen van dit rijk te dienen, _de barrière_, +die haar het recht gaf, in Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen, +Veurne en het fort Knokke bezetting te leggen, terwijl mede werd +bepaald, dat in de stad Dendermonde gemengd garnizoen, d. i. half +Oostenrijksch, half Staatsch, zou liggen. Het verdrag over de barrière +kwam den 16den November 1715 tot stand. Het prinsdom Oranje, hetwelk de +Staten-Generaal uit de nalatenschap van Willem III aan Frederik Willem +I, koning van Pruisen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 163), hadden +toegekend, ging, tegen schadeloosstelling vanwege den koning van +Frankrijk, aan dit rijk over. + + + + +§29. + +_Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en in 't +begin der 18de eeuw._ + + +Verbazend was de inspanning, die een staat van zulk een beperkt +grondgebied als de Vereenigde Gewesten zich in den nu geëindigden oorlog +had getroost ter wille eener zaak, die meer geheel Europa, dan de +Nederlanden betrof. Die oorlog vermeerderde de schuld der Republiek met +350 millioen. Aan de dure offers waren de voordeelen, die de vrede +schonk, niet geëvenredigd. Maar de wil van Willem III alleen had de +buitenlandsche staatkunde der Republiek bestuurd. Voor de leidende +gedachte zijns levens, de man te moeten zijn, die zich tegenover +Lodewijk XIV stelde, moesten de belangen der Republiek achterstaan. +Zoolang Willem III leefde, had ~ANTONIE HEINSIUS~ (zie blz. 135) hem +getrouw ter zijde gestaan. Hij was een man van een welwikkend oordeel, +onverdroten ijver en bezadigde handelwijze, wiens blik tot de kern der +zaken doordrong. Doch nauwelijks had Willem de oogen voor goed gesloten, +of Heinsius, zijn denkbeelden naar de omstandigheden wijzigende, voegde +zich naar de regeering, gelijk zij toen werd geregeld, en was in allen +opzichte een wakker dienaar en voorganger der staten van Holland. Hij +werd in den vollen zin des woords de zuil van 't bewind, de hoofdpersoon +der Republiek. + +Niettegenstaande de schaduwzijde, zoo even aangevoerd, bekleedde de +Republiek na den vrede van Utrecht steeds een eervolle plaats onder +Europa's aanzienlijke mogendheden. Zij bezat nog een uitgestrekten +handel en aanmerkelijke volkplantingen. Nogtans was de handel niet meer, +wat hij was geweest. Sinds 1672 was hij gedaald van het hooge standpunt, +dat hij vroeger had bestegen. De navigatie-akte van het lange parlement +(zie blz. 109 en 119) had hem den eersten knak gegeven. Inzonderheid +brachten de oorlogen, geëindigd met de vredes van Nijmegen, Rijswijk en +Utrecht, den handel groot nadeel toe. Behalve dat zij den staat tot +groote uitgaven dwongen ter bestrijding der krijgskosten, legden zij een +zwaren schuldenlast op de schouders der Nederlanders. Het gevolg was de +instelling van vele nieuwe belastingen. Een andere oorzaak van het dalen +van den Nederlandschen handel is, dat hij de oogen van de meeste der +Europeesche volkeren opende, die, de rijkdommen ziende, welke hij +aanvoerde, zich op haar beurt op dien tak van bestaan toelegden en +allengs op die baan voortschreden. En hoewel nu de handel van Nederland +zeer wel naast dien van andere landen kan bestaan, is het van den +anderen kant zeker, dat geen natie den haren destijds uitbreidde, dan +ten koste van dien der Republiek. + +Gelijk de handel, begon ook de haringvisscherij sedert den aanvang der +18de eeuw af te nemen. De walvischvangst was reeds vroeger in verval +gekomen. _De Noordsche compagnie_ (zie blz. 43) hield in 1645 op te +bestaan. Vele schepen waren in 't ijs blijven steken of hadden zonder +gunstig gevolg gevaren. Van het genoemde jaar af werd de walvischvangst +door de ontbinding der Noordsche compagnie vrij en leefde, thans door +kooplieden, ieder op zichzelf, gaande gehouden, weder eenigermate op. +Zeer in 't oog vallend was, sedert den vrede van Munster, de +achteruitgang der fabrieken en manufacturen. Zooals bij den handel, was +een hoofdoorzaak van dien achteruitgang te zoeken in de zich meer en +meer onder de Europeesche volkeren verbreidende zucht, om door eigen +fabrieken in hun behoeften te voorzien en de voortbrengselen van die van +anderen te kunnen ontberen. + +Voor de Oost-Indische compagnie opende zich met den vrede van Munster +(zie blz. 99) een tijdperk van verhoogden luister. De eer hiervan komt, +voor een goed deel, aan den gouverneur-generaal ~Johan Maatsuiker~ +(1653-1678) toe, die langer dan iemand, voor of na hem, over de +bezittingen der compagnie het bewind voerde. Op Ceylon eindigde de +strijd, onder van Diemen (zie t. a. p.) aangevangen, met de geheele +verdrijving der Portugeezen. Ook Negapatnam (op de kust van Coromandel, +tegenover Ceylon) werd veroverd. Op Sum[=a]tra werd Palembang (op de +z.o. kust) schatplichtig. Bovenal werd Makassar (in 't z.w. van +Cel[=e]bes) het tooneel van een roemrijken kamp voor de Nederlandsche +compagnie, welker hulp door een der elkander op dat eiland bestrijdende +vorsten werd ingeroepen. Cornelis Speelman stond aan 't hoofd van de +scheepsmacht der compagnie, die er, eenige jaren achtereen, oorlog +voerde. Hij dwong den vorst van Makassar tot een verdrag, waarbij deze +vorst zich verplichtte, de Portugeezen en de Engelschen uit zijn gebied +te verwijderen en de compagnie den alleenhandel, vrij van tollen, toe te +staan. + +Één jaar voordat Maatsuiker het bewind aanvaardde, had zich een +volkplanting der Nederlanders aan de Kaap de goede hoop gevestigd. De +streek zelve was dit volk sedert langer dan een halve eeuw bekend. Menig +Nederlandsch schip was de Tafelbaai binnengeloopen, om er ververschingen +in te nemen; doch aan een blijvende vestiging had niemand gedacht. +Het eerst kwam dit denkbeeld op bij ~Jan van Riebeek~, een +scheepsheelmeester, toen hij in 1648 met een vloot uit Indië naar het +vaderland terugkeerde. De kamer van zeventienen (zie blz. 79) keurde het +ontwerp goed, en in April 1652 stichtte van Riebeek er een volkplanting. +Slechts één donkere partij is er in het schitterend tijdperk van +Maatsuikers landvoogdij op te merken: zij is het verlies van Form[=o]sa +(zie blz. 80). In 't midden der 17de eeuw werd de keizerlijke dynastie, +die in Sina regeerde, van den troon gestooten. De Mantsjoe-Tartaren, een +volk, ten n.o. van Sina wonende, overstroomden het groote rijk, en hun +opperhoofd trok het bewind aan zich. Een der vele Sineezen, die zich +tegen hem verklaarden en van het vasteland moesten wijken, was de +zeeroover ~Coxinga~, die met een groote vloot de zee onveilig maakte. +Weldra zette hij koers naar Form[=o]sa, ten einde dit eiland te +veroveren. De Nederlandsche gouverneur van Form[=o]sa, ~Coyet~, +verdedigde wakker de sterkte Zelandia met de weinige troepen, die hij +had. Den predikant ~Hambroek~, in 's vijands macht gevallen, zond +Coxinga erheen, om op een spoedige overgave aan te dringen. Hij ried het +tegendeel, weshalve hij, naar Coxinga teruggekeerd, kort daarna, onder +voorwendsel dat hij de Formosanen had opgeruid, werd gedood. Eindelijk +gaf Coyet, na een langdurig beleg, in 1662 het kasteel op eervolle +voorwaarden over. + +In Maatsuikers tijd was nog maar een klein deel van Java in 't bezit der +Oost-Indische compagnie: Batavia met den naasten omtrek. Van de +inheemsche vorsten van dit eiland waren die van Mat[=a]ram (in 't midden +van Java) en van Bantam (zie blz. 78) de voornaamste. Een zijner +opvolgers was ~Cornelis Speelman~. Voortdurend won, sedert de eerste +vestiging (zie blz. 79), het gezag der compagnie veld op Ternate, Tidor +en de overige Molukken. In 't laatst der 17de eeuw werd het Noorden van +Cel[=e]bes geheelenal afhankelijk van de compagnie, in 1704 de Preanger +landen, in 1741 het oostelijk gedeelte van Java, o. a. Soerabaya. In +1755 verdween de naam "Mat[=a]ram" uit de geschiedenis. Hij werd +vervangen door die der _vorstenlanden_, _Soerakarta_ en _Djokjokarta_, +beide onder 't oppergezag der compagnie staande. Ruim twintig jaren +later, in 1778, stond de sultan van Bantam de rechten van opperhoogheid, +die hij op de westkust van Borneo had, aan de compagnie af. In al die +onderworpen landstreken behielden de inlandsche vorsten, doorgaans onder +den titel _regenten_, zoowel als hun stamhuizen, onder de +opperheerschappij der compagnie hun rang en recht van opvolging. Hun +werd, als leidsman en voogd, een Nederlandsch ambtenaar ter zijde +gesteld, die den titel _resident_ voerde. Tevens werd hun, ten bewijze +hunner afhankelijkheid, de verplichte levering van deze of gene +voortbrengselen van den grond opgelegd. + +Het vermeesteren van landen en het bemachtigen van volkeren waren +evenwel niet de grootste voordeelen, die de compagnie uit haar +ondernemingen trok. Meer waarde hadden de winsten, welke haar de +koophandel verschafte. In 1671 verheugde zij haar deelhebbers door een +uitdeeling van 65 ten honderd. Bij de waren, welke de Oost-Indische +vloten, _retourvloten_ geheeten, Nederland toevoerden, kwam sinds den +aanvang der 18de eeuw de Java-koffie, een vrucht, oorspronkelijk in +Arabië te huis behoorende. + +Al was het niet op groote schaal, toch breidde ook de West-Indische +compagnie haar bezittingen langzamerhand uit. Zoo voegde zij bij hetgeen +zij had (zie blz. 88) Berbice (in 't n. van Zuid-Amerika, ten w. van +Suriname). Hoewel tot de West-Indische compagnie gerekend, was Berbice +het bijzonder eigendom van eenige Amsterdamsche kooplieden en stond +onder hun beheer. Gelijk Berbice en Suriname, was Essequ[=i]bo (ten w. +van Berbice) haar ontstaan aan Zeeuwen verschuldigd. Reeds in het begin +der 17de eeuw hadden zij er een volkplanting. Van haar ging de kolonie +Demerary (tusschen Berbice en Essequ[=i]bo) uit. Beide stonden alleen +onder de kamer Zeeland der West-Indische compagnie. Van Suriname's (zie +blz. 119) eigendom stond deze compagnie een deel af aan Amsterdam. In +weerwil van deze aanwinsten bleek het, sinds het verlies van Brazilië +(zie blz. 92, 93), dat het lot der West-Indische compagnie moest zijn, +even spoedig te vervallen, als zij zich had verheven. Weldra was zij +niet meer in staat, eenige uitdeeling te doen of slechts eenige p. c. +rente te betalen, weshalve de Staten-Generaal ze in 1674 ontbonden. +Reeds in 1675 verrees een nieuwe compagnie, waaraan de Staten-Generaal +octrooi verleenden. Het getal der _bewindhebbers_ werd op 53 gebracht, +de generale vergadering tot op 10 leden verminderd en daarom _de +vergadering van tienen_ geheeten. Het ging de nieuwe maatschappij nog +ongelukkiger, dan de vorige. Haar uitdeelingen, die schier nimmer het +cijfer van 5 ten honderd overschreden, bleven doorgaans lager. + +Van de compagnieën keeren wij tot den staat zelf terug. Reeds meermalen +is gebleken, dat de soort van eenheid van den gevestigden staat, welke +er nog bestond, dikwerf dreigde teniet te gaan door den strijd, dien de +staten der gewesten bij herhaling tegen den band der unie voerden. Naast +dien strijd ontstond allengs een tweede tusschen de staten der gewesten +zelven en de leden, waaruit zij waren samengesteld. Van die leden waren +de vroedschappen der steden de talrijkste en de voornaamste. Groot was +de macht dezer vroedschappen. De groote macht, waarover de stedelijke +overheidspersonen beschikten, deed de begeerte bij hen opkomen haar te +behouden en ze op hun verwanten te doen overgaan. Zoo zag men de +waardigheid van lid der vroedschap van lieverlede zoo goed als erfelijk +worden en onder de hand van die raden uitsluiten al wie niet tot de +regeerende familiën behoorde. De gewoonte van 't aangaan van dergelijke +overeenkomsten, waarbij de leden van zulke familiën zich verbonden, om +elkander, hun verwanten en vrienden op het kussen te helpen, was in 't +midden der 18de eeuw vrij algemeen. De overeenkomsten zelven noemde men +veelal _correspondentiën_. Naar men meent, zal het eerste verdrag van +dien aard reeds in 1652 te Zierikzee zijn gesloten. + +De kracht en de oorspronkelijkheid van Nederland verzwakten. Dit zag men +ook op het veld der letterkunde en op het gebied der schoone kunsten. +Vermaarde schilders kwamen minder voor. Wat de letteren aangaat, er +waren schrijvers, verdienstelijke schrijvers zelfs; doch het waren +meerendeels navolgers van de grootsche gestalten, waarop vroeger (zie +blz. 101 vlg.) werd gewezen. Vondel werd b. v. nagestreefd door +~Antonides van der Goes~, afkomstig uit Goes en in 1684 overleden, die +in zijn _Ystroom_ de reeks der Nederlandsche stroomdichters opende. Dit +gedicht, dat tot de beschrijvende soort behoort, bezingt den lof van het +Y en heeft alzoo den roem van Amsterdam tot onderwerp. Meer en meer +oefende de Fransche letterkunde een doodenden invloed op de +oorspronkelijkheid der Nederlanders, al verruimde zij van den anderen +kant hun denkbeelden. Slechts ~Justus van Effen~ (overleden in 1735) +handhaafde in zijn _Hollandsche spectator_ de eischen van een zuiveren +en lossen Nederlandschen stijl, tevens de nationale ondeugden en +gebreken van zijn tijd bestrijdende. + +Zin voor wetenschap bleef den Nederlanders evenwel eigen. In de +natuurkunde verwierf o. a. ~Christiaan Huygens~, Constantijns (zie blz. +102) zoon, de uitvinder der slingeruurwerken (overleden in 1695), +grooten roem. Een Europeeschen naam had ~Herman Boerhaave~, hoogleeraar +in de geneeskunde te Leiden (overleden in 1738), tot wiens lessen +honderden studenten uit verschillende landen toestroomden. + + + + +§ 30. + +_Het stadhouderschap van Willem IV._ + + +In de beide laatste oorlogen had Nederland een overspannen rol gespeeld. +Als kampvechter voor Europa's algemeene belangen had het meer gedaan, +dan een kleine Republiek op den duur kon volhouden. Van nu aan namen +vele regenten in de Zeven Gewesten zich voor, een anderen weg te +bewandelen. De overweging, dat men tot dusver te veel had gedaan, voerde +thans dikwerf tot het te weinig doen. Het werd van lieverlede het +hoofdstreven der Republiek, zich veilig wanende achter haar barrière, +zooveel mogelijk het deelnemen aan oorlogen te vermijden. Vanhier, dat +de Europeesche mogendheden, geheel anders dan in vroegere tijden, weldra +zonder Nederland onderhandelden en bij de samenkomsten harer gezanten +niet zelden besluiten namen ten nadeele van Nederlands belangen. In +plaats van te hechten aan een rechtmatigen invloed, was men er in 't +vervolg in de Republiek op uit, zich binnen een zoo nauw mogelijken +kring te beperken. Voor land- en zeemacht droeg de regeering de noodige +zorg niet langer, geenszins gedachtig aan het spreekwoord: "zoo gij den +vrede wilt, bereid u ten oorlog." Millioenen verloren de Nederlandsche +kooplieden door de kaapvaart der Algerijnen, met wier dey de Republiek +eerst in 1726 vrede sloot. + +Het kon niet anders, of de Republiek moest, in weerwil van haar zoo even +aangeduid streven, van tijd tot tijd worden gemengd in vele der +verwikkelingen, welke Europa's staatsmannen in de eerste helft der 18de +eeuw hadden op te lossen. Zoo teekende zij in 1731 de pragmatieke +sanctie (_Overzicht_, negende druk, blz. 164), en wel niet dan onder +voorwaarde, dat keizer Karel VI _de Oost-Indische maatschappij_, die hij +te Ostende had opgericht, ophief. De Staten-Generaal toch beweerden, dat +deze maatschappij geen recht van bestaan had, omdat de keizer de +Zuidelijke Nederlanden bezat op den voet, vastgesteld bij den vrede van +Munster. Onder de voorwaarden nu van dien vrede was er een (zie blz. +96), waaruit, volgens hen, voortvloeide, dat, vermits de Zuidelijke +Nederlanden op het tijdstip van het sluiten van dien vrede niet op de +Indiën voeren, zij thans evenmin aan die vaart mochten deel nemen. + +In 1720 overleed de raadpensionaris Heinsius. Een zijner opvolgers was, +sedert 1727, ~Simon van Slingelandt~. Deze schrandere man schonk +eenigermate den ouden duister terug aan het gewichtige ambt, hetwelk, +voor een goed deel, zijn glans ontleende aan voorgangers, als +Oldenbarnevelt en de Witt. Gedurende de negen jaren, waarin hij de +leidsman der staten van Holland was en dit gewest ter Staten-Generaal +mede vertegenwoordigde, deed hij vele pogingen, om de gebreken, die zijn +heldere blik had doorzien, uit den weg te ruimen. Maar het was hem niet +gegeven, zijn denkbeelden tot daden te zien rijpen. De stem der +vaderlandsliefde en van het doordringend verstand stiet af op den muur +der zelfzucht en eigenbaat. Toen hij in 1736 stierf, zeide de gezant van +Portugal te 's Gravenhage: "Nu heeft de Republiek haar hoofd verloren." + +Inmiddels was langzamerhand het getal toegenomen der waardigheden, +opgedragen aan den spruit uit het huis van Nassau, den zoon van Johan +Willem Friso (zie blz. 139), ~Willem Karel Hendrik Friso~. Dadelijk bij +zijn geboorte als erfstadhouder van Friesland erkend, werd hij in 1718 +stadhouder van Groningen, in 1722 van Drente en van Gelderland. In 1732 +werd de zaak der erfenis van Willem III (zie blz. 140) beslecht. Met +uitzondering van eenige bezittingen, die aan Frederik Willem I, koning +van Pruisen, werden toegewezen, erlangde Willem Karel Hendrik Friso alle +heerlijkheden, op Nederlands bodem gelegen. Bij hetzelfde verdrag, +hetwelk dit vaststelde, stond de prins het prinsdom Oranje aan den +koning van Pruisen af, dat deze vorst trouwens, als zich gerechtigd +achtende, reeds in 1713 (zie t. a. p.) aan de Fransche kroon had +overgegeven. Den titel behield Willem Karel Hendrik Friso zich echter +voor. Kort na deze beschikking, in 1734, trad de stadhouder van +Friesland, Groningen, Drente en Gelderland in het huwelijk met ~Anna~, +de oudste dochter van George II, koning van Engeland. Eenige jaren later +verkreeg hij bij erfenis en verdrag eenige streken van Nassau in +Duitschland, Dillenburg en andere. + +In weerwil van het streven der Staten-Generaal om zich in de geschillen, +die nu en dan tusschen de hoven van Europa opkwamen, onzijdig te houden, +was het hun niet mogelijk, zich te onttrekken aan een der Europeesche +oorlogen, die in 1740 losbarstte. Nauwelijks was de keizer van +Duitschland, Karel VI, gestorven, of zijn dochter, Maria Theresia, had +een groot aantal vijanden het hoofd te bieden (_Overzicht_, blz. 164). +Onmiddellijk zocht zij hulp bij de mogendheden, die zich hadden +verbonden tot het handhaven der pragmatieke sanctie. De Staten-Generaal +begonnen met, evenals Engeland, hulpgelden te geven. Vervolgens +ondersteunden zij de koningin van Hongarije met krijgsvolk. De koning +van Frankrijk, Lodewijk XV, nam dit zeer euvel op en deed in 1747, na de +slag van Fontenai (_Overzicht_, blz. 165) te hebben gewonnen, een inval +op 't grondgebied der Republiek, allereerst in Staats-Vlaanderen. + +Sinds de oorlog was uitgebroken en met vrij ongunstigen uitslag werd +gevoerd, kon men overal onder het volk toenemende blijken van +ontevredenheid met de regeering bespeuren. Naar gelang de +barrière-steden bezweken en de oorlog de grenzen naderde, groeiden de +ongerustheid en het misnoegen aan. Het gebulder van 't Fransche geschut +voor Sluis (in Staats-Vlaanderen) herinnerde den burgers van 't naburige +Veere, dat de prinsen uit het huis van Oranje-Nassau in netelige +omstandigheden meermalen de redders van 't land waren geweest. Vanhier +een herhaling van het jaar 1672: wederom ging de beweging van Veere uit. +Nadat de schutterij dezer stad in April 1747 haren wensch had te kennen +gegeven, dat de vroedschap den prins tot stadhouder mocht verkiezen, nam +dit lichaam een besluit in dien zin. Eveneens ging het in de overige +steden van Zeeland, in de eene met, in de andere zonder opschudding. Den +28sten April werd de prins door de staten van Zeeland als stadhouder +aangesteld. + +Van Zeeland sloeg--wederom zooals in 1672--de beweging tot Holland over. +Het eerst geraakte het volk te Rotterdam en te Delft op de been, 's +prinsen bevordering van de vroedschap verlangende. De andere steden +volgden, en den 3den Mei 1747 had 's prinsen benoeming door de staten +van Holland plaats. Op denzelfden dag, als in Holland, geschiedde de +verheffing van den prins te Utrecht. Den 4den Mei droegen de +Staten-Generaal hem het kapitein-generaal-admiraalschap over de +krijgsmacht van den staat op. Den 10den Mei volgden de staten van +Overijsel het voorbeeld van die der andere gewesten. 't Spreekt +vanzelf, dat de prins nu tevens zitting nam in den raad van state. + +Het scheen, dat er geen einde kwam aan het getal eerbewijzen en blijken +van genegenheid, waarmede de stadhouder werd overstelpt. De +Staten-Generaal vereerden den prins, van nu aan gewoonlijk ~WILLEM~ IV +(1747-1751) geheeten, met het stadhouder- en kapitein-generaalschap over +de landen van Overmaas (zie blz. 96) en voegden er welhaast dat over de +andere Generaliteitslanden bij. Nog verklaarden de gewesten het +stadhouderschap, waarmede de prins was bekleed, _erfelijk_ in zijn +nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie. De Staten-Generaal +verklaarden het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de +beide liniën. Bij de tallooze onderscheidingen kwam nog _het +opper-directeur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië, dat den prins in +1749 door de bewindhebbers der beide compagnieën werd opgedragen. Verre, +zeer verre ging het gezag, hetwelk in de handen van Willem IV werd +gelegd, dat zijner voorgangers te boven. Zonder den titel werd hij +metterdaad souverein. Zien wij, hoe hij die macht aanwendde. + +De misbruiken, ten opzichte van _de pachterijen_ bestaande, gaven in den +tijd van Willems verheffing van de zijde der bevolking van de steden van +Holland aanleiding tot hevige opschuddingen. Het volk was zeer gebeten +op de pachters, d. i. op hen, aan wie, als aan de meestbiedenden, de +staten der gewesten zekere belastingen voor een aantal maanden +verpachtten. De menigte, hier en daar door knevelarijen dier pachters +gekweld, stak de groote en vaak binnen korten tijd verkregen rijkdom +dezer lieden in 't oog. Het eerste barstte 't misnoegen in Friesland +los. Het volk stak de kleine opzichtershuizen in brand of haalde ze +omver, plunderde de woningen der pachters, in 't kort beging allerlei +baldadigheden. In Groningen en in de overige gewesten zag men weldra +dezelfde tooneelen, vooral te Amsterdam. Met goedvinden en op raad van +Willem IV schafte men in 1748 in Friesland, in Groningen, in Utrecht en +in Holland de pachterijen af. In deze provinciën werden de pachterijen +vervangen door de invordering bij wijze van _collecte_ of inzameling. +Aan _de collecteurs_ of gaarders, thans ambtenaren, werden matige +jaarwedden toegelegd. In Overijsel hield men zich deels aan de +pachterijen, deels aan de collecte. Gelderland en Zeeland bleven bij het +verpachten. + +Inmiddels veroverden de Franschen de eene plaats na de andere in +Staats-Vlaanderen en namen in 1747 zelfs de vesting Bergen op Zoom bij +verrassing in. Het was inderdaad tot heil, van het land, dat de oorlog +in 't volgende jaar met _den vrede van Aken_ (_Overzicht_, blz. 166) een +einde nam. Voor de Republiek bevatte die vrede geen andere +hoofdvoorwaarden, dan dat zij alles, wat de Franschen op haar hadden +veroverd, terugkreeg, benevens de barrière-steden, maar deze +grootendeels geslecht. + +Gedurende den korten levenstijd, die Willem IV na dien vrede van Aken +werd gegund, wijdde hij zich, voor zoover zijn zwakke lichaamskrachten +het gedoogden, zorgvuldig aan de belangen van Nederland. Wakker stond +hem, sedert 1749, de raadpensionaris ~Pieter Stein~ ter zijde. De +stadhouder kon evenwel niet dadelijk al zijn aandacht vestigen op +hetgeen hem toescheen voorziening te behoeven. Immers, in vele steden +werd, reeds sedert eenigen tijd, gewezen op het wenschelijke eener +geheele verandering der regeeringspersonen, hoedanige verandering met +elken grooten schok in 's lands binnenlandsche historie, b. v. in 1672 +en in 1702, gepaard was gegaan. De meerderheid van 't volk achtte dit +evenzeer noodig of was licht tot dergelijke bewering te bewegen. Alzoo +begon de prins in 1748 met zoodanige verandering te Amsterdam. Gelijke +verzetting der wet had in de meeste overige steden van Holland plaats, +verder in Gelderland, in Overijsel, in Friesland en in Groningen. Zoo +doortastend, als vroeger bij dergelijke omwentelingen, was intusschen +deze regeeringsverandering niet. + +Te midden der verschillende bewegingen werd Willem IV in 1749 op het +verval der zijde- en andere weverijen opmerkzaam gemaakt. Ten einde dit, +voorzooveel hij vermocht, tegen te gaan, verklaarde hij aan de staten +van Holland, dat hij had besloten, voor zich en zijn hof van nu af geen +zijden of andere stoffen te bezigen, dan inlandsche. Het voorbeeld vond +navolging bij de staten van Holland. Zij verzochten de heeren van de +ridderschap en de burgemeesters der stemmende steden, hetzelfde te +doen, als de prins. Aan de regenten van de niet-stemmende steden werd +dit besluit der staten als gebod medegedeeld. + +Op deze en andere wijzen trachtte de prins 's lands welvaart te +bevorderen. Hierbij gedachtig aan de belangen van zijn huis, bewoog hij +in 1750, uit hoofde van den zwakken toestand zijner gezondheid, de +Staten-Generaal, hertog ~Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel~, een +verwant der prinses, die tot dus ver in dienst was van den keizer van +Duitschland, als veldmaarschalk aan te stellen over het leger der +Republiek. Willems gezondheid toch nam steeds af, en in October 1751 +stierf hij. Die dood was een zware slag voor het vaderland. Weinig is +dat, wat hem wordt verweten, in tegenstelling met het vele goede, dat +men van hem getuigt. Onder het eerste mag evenwel niet worden verzwegen, +dat hij vaak te spoedig het oor schijnt te hebben geleend aan +plannenmakers. Willem IV, door vele kundigheden uitmuntende, had tevens +de gaven om aan 't roer van den staat te staan. Geen der vorige +stadhouders van de Vereenigde Gewesten was gematigder dan hij; geen +hunner vereenigde met vastheid van daad meer zachtheid van vorm. Te +hooger rijst de waarde dezer zelfbeheersching, omdat hij in aanzien en +macht al zijn voorgangers overtrof. In de zaken hervormende, hetgeen hij +noodig achtte, ontzag hij de personen, zooveel het welbegrepen belang +der Republiek het veroorloofde. In de weinige jaren van zijn +stadhouderschap heeft hij althans iets tot stand gebracht, meer nog +willen doen. + + + + +§ 31. + +_Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den hertog van +Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin van den +oorlog tusschen Engeland en Nederland._ + + +Op den dag zelven van 't overlijden van Willem IV werd ~ANNA~ als +_gouvernante_ en voogdes erkend van Willems eenigen zoon, ~WILLEM~ V +(1751-1795, overl. 1806), die in 1748 was geboren. De hertog van +Brunswijk werd tot vertegenwoordiger van den kapitein-generaal benoemd. +Tevens bleef hij de raadsman der gouvernante en hield een wakend oog op +'s prinsen opvoeding. Vele waren de vakken, waarin de jonge vorst +uitmuntte. Maar weldra bleek het, dat men in hem de voortvarendheid, de +veerkracht en de vastheid miste, die, zooals beneden zal blijken, juist +in die dagen onontbeerlijke eigenschappen in 't karakter van den +stadhouder en kapitein-generaal der Republiek waren. Ook ontbrak hem het +rechte doorzicht, om de gebreken, die er waren, naar eisch te +doorgronden. In plaats van die hoedanigheden had hij de zucht, om, +terwijl hij de gewichtigste en dringendste aangelegenheden verzuimde, +zich met nietsbeteekenende zaken te bemoeien. + +De eenige gebeurtenis van eenig gewicht, die in de eerste jaren van +Anna's regentschap voorviel, was de schikking, die in 1754 met den +koning van Pruisen, Frederik II, werd getroffen nopens de goederen van +het huis van Oranje-Nassau, hem vroeger toegedeeld (zie blz. 147). Bij +deze overeenkomst stond de koning die goederen voor een groote som aan +Willem V af. De zeeoorlog, die in 1756 tusschen Frankrijk en Engeland +(_Overzicht_, blz. 167) losbarstte, bracht Nederlands regenten in groote +moeielijkheden. Zoowel van den kant van Engeland, als van dien van +Frankrijk werden pogingen gedaan, om Nederland aan zijn zijde te doen +medestrijden. Desniettegenstaande wenschten de Staten-Generaal een +onzijdige houding aan te nemen, en de schranderheid en de gematigdheid +van de raadslieden der gouvernante wisten deze staatkunde, welke het +welzijn van 't vaderland vereischte, te handhaven. Zij zegevierde in +weerwil van de thans herlevende, nimmer geheel verdwenen staatspartijen, +waartoe een goed deel van Nederlands ingezetenen behoorde. + +Welhaast leerde de tijd, hoeveel nadeel ook een oorlog, waaraan de +Republiek geen deel nam, aan haar bewoners kon toebrengen. Een menigte +Nederlandsche koopvaardijschepen, die scheepsbehoeften of andere +goederen naar Frankrijks havens voerden en vandaar kwamen, werden, in +strijd met vroeger gesloten verdragen, door de Engelschen als goede +prijzen opgebracht. Daarenboven beroofden de Britsche kapers ook die +Nederlandsche vaartuigen, welke noch naar Frankrijk waren bestemd, noch +de havens van dit rijk hadden aangedaan. Bij de nadeelen, die de handel +op deze wijze leed, kwamen nog die, welke hij van Algiers en Marokko had +te lijden. Het bleek, dat de zeemacht van de Republiek zelfs niet tegen +die van deze roofstaten bestand was. Dit alles berokkende de gouvernante +menigen vijand. Men verweet haar, dat zij, van geboorte een Engelsche +prinses, de belangen van Nederland ter wille van Groot-Britannië +verwaarloosde. Elders verwekte de manier, waarop zij openstaande +plaatsen in de vroedschap vervulde, haar menigen tegenstander. Toen zij +in 1759 was gestorven, nam de hertog van Brunswijk de taak der voogdij +op zich. In Friesland beschouwde men de prinses-grootmoeder ~Maria +Louise~ (zie blz. 139), door de Friezen _Maike-Moei_ genoemd, als +regentes en regeerde op haren naam. + +Eerst in 1763 kregen Nederlands handel en zeevaart rust, toen de +vrede van Parijs een einde aan den zevenjarigen oorlog maakte +(_Overzicht_, blz. 167). Drie jaren later, in 1766, aanvaardde de +erfstadhouder, thans den leeftijd van achttien jaren hebbende +bereikt, de hooge ambten, voorheen door zijn vader bekleed. Tevens +werden hem die bedieningen, welke niet erfelijk waren verklaard, als het +opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën (zie blz. 149), +gelijk vroeger aan Willem IV, opgedragen. De hertog van Brunswijk werd +door Zijn Hoogheid en door de staten der verschillende gewesten met een +som van ruim 600,000 gl. begiftigd. De staten van Holland en de +Staten-Generaal gaven hem terzelfder tijd te kennen, dat zij zeer +wenschten, dat hij voortging, den staat voortdurend ten dienste te +staan. Niets kon hem, die reeds vreesde, met het einde zijner voogdij, +al zijn invloed op den loop der zaken te zullen verliezen, aangenamer +zijn, dan dergelijke betuiging. Hiervoor behoefde echter niet de minste +vrees te bestaan, want reeds vóór het einde der voogdij, den 3den Mei +1766, had de prins den hertog verzocht, met hem een geschrift te +onderteekenen, waarin hij zich verbond, hem, den stadhouder en +kapitein-generaal-admiraal, in alle aangelegenheden van 't bewind +met raad en daad ter zijde te zullen staan. In dit geschrift, _de akte +van consulentschap_ geheeten, beloofde de prins hem plechtig, dat +hij te dier zake van alle verantwoordelijkheid zou zijn ontslagen. +Het stuk zelf bleef in de dagen, toen het werd opgesteld en geteekend, +voor ieder, behalve voor zeer weinige personen, een geheim. Thans +was de hoogste staatsdienaar, wiens ambten hem, krachtens de +erfelijkverklaring, van rechtswege toekwamen, niets dan een onmondige, +onder een voortdurende voogdij verkeerende. + +Het is zeer waarschijnlijk, dat 's prinsen volgzaamheid jegens den +hertog zich al dadelijk in de keuze eener gemalin betoonde. Niet een +Engelsche prinses werd dit, maar ~Frederika Sophia Wilhelmina~, een +dochter van prins August Willem, een broeder van Frederik II, koning van +Pruisen. Uit Willems huwelijk sproten drie kinderen: Frederika Louisa +Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins van +Brunswijk, en twee zonen, Willem Frederik, geboren in 1772, en Willem +George Frederik, geboren in 1774. De tweede dier zonen werd later, +gedurende den tweeden coalitie-oorlog (_Overzicht_, blz. 180, 181), +generaal in dienst van Frans II, keizer van Duitschland, en overleed in +1799 aan een ziekte. Het gezin des stadhouders bewoonde 's Gravenhage, +gelijk ook Willem IV sedert 1747 had gedaan. Over 't geheel waren de +eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V, nadat hij +meerderjarig was geworden, een gelukkig tijdperk, voor hem en voor den +staat. Het was vrede in 't Westen en Zuiden van Europa. Een ongestoord +handelsvertier gaf welvaart en overvloed tot bij den geringsten burger. +De vrij lange reeks van jaren, gedurende welke de Zeven Gewesten den +vrede hadden genoten, hadden zij zich te nutte gemaakt, om den toestand +der geldmiddelen op een beteren voet te brengen. Stein (zie blz. 150) +maakte dit tot het voorwerp van zijn aanhoudend streven. + +Nogtans waren er gronden, om de toekomst met bezorgdheid tegemoet te +zien. Had Willem IV langer geleefd, misschien ware het hem gelukt, de +partijschappen langzamerhand te doen verdwijnen, of althans haar kracht +te doen verliezen. Met veel beleid had hij dit doel in de hand gewerkt. +Doch de ineensmelting der partijen mocht geenszins plaats grijpen. Reeds +de zeeoorlog (zie blz. 152) riep de voormalige verdeeldheid weder in 't +leven. Het waren de staatsgezinden, die de deelneming aan dien oorlog +ten gunste van Frankrijk voorstonden, terwijl de aanhangers des +stadhouders voor Engelands belangen streden. En licht kon men in de +eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V voorzien, dat slechts +één of meer aanleidende oorzaken noodig waren, om de partijen in +vijandschap tegenover elkander te doen staan. Bij de oude namen (zie +blz. 89 en 112) kregen de partijen in deze dagen nieuwe. Zij, die tot de +staatsgezinden behoorden, werden ook _patriotten_ of _keezen_ genoemd. +Met de jaren veranderden, sinds de partij meer leden aanwon, ook de +begrippen. In plaats van alleen te streven naar beperking van 't +stadhouderlijk gezag, zooals weleer, ten behoeve der regenten, waren er +vele onder de staatsgezinden, die, naar volkomen gelijkstelling aller +burgers staande, de leer der volkssouvereiniteit huldigden. De andere +partij werd die der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_ genoemd. Een +andere reden tot bezorgdheid was hierin gelegen, dat de landprovinciën +het geld, hetwelk Holland, Zeeland en Utrecht voor de vloot verlangden +te besteden, aan het leger wenschten te koste te hebben gelegd. Terwijl +dan de eene reeks gewesten niet voor de andere wilde wijken, werd +doorgaans niets gedaan. + +Alles intusschen tezamengenomen, was er veel, dat, tegen het begin van +het laatste vierde gedeelte der 18de eeuw, aan de Republiek grond gaf, +zich gelukkig te achten. Doch op dat tijdstip brak de oorlog van +Engeland met zijn volkplantingen in Noord-Amerika (_Overzicht_, blz. 168 +vlg.) los. Deze oorlog gaf het sein tot een overmaat van rampen, die +zich over het vaderland uitstortten. Nauwelijks waren de +Noord-Amerikanen in verzet gekomen, of de gezant van Engeland, ~Yorke~, +beklaagde zich bij de Staten-Generaal over den handel in wapenen en +krijgsvoorraad, dien Nederlanders uit de bezittingen der West-Indische +compagnie met de opgestane bewoners der volkplantingen dreven. Vooral +was de aandacht van Engelands regeering gevallen op het eiland St. +Eustatius (zie blz. 92). Hierheen deden de Nederlanders vervoeren, wat +zij maar wilden, en het vandaar den Amerikanen te doen toekomen viel +zeer gemakkelijk. Onmiddellijk na Yorke's mededeeling verboden de +Staten-Generaal in 1775 den toevoer van krijgsbehoeften naar de +Amerikaansche volkplantingen ten scherpste. Maar de bevelen der +Staten-Generaal werden voortdurend òf openlijk overtreden, òf ontdoken. +De sluikhandel gaf te veel winsten, dan dat men er aan dacht, dien te +staken. Met de klachten van den Engelschen gezant hielden die der +Nederlandsche kooplieden gelijken tred, welke luide riepen over het +onderzoeken, opbrengen en voor goeden prijs verklaren hunner vaartuigen +of waren door Engelsche oorlogschepen. + +Dan dit alles was nog van weinig beteekenis in vergelijking met hetgeen +verder plaats greep. Ernstiger werd de verstandhouding van Nederland met +Engeland bedreigd, toen de vrede tusschen dezen staat en Frankrijk +(_Overzicht_, blz. 169) werd verbroken. De Engelsche regeering, thans +meer dan ooit vreezende, dat haar vijanden door de Nederlandsche +kooplieden werden voorzien van hetgeen zij voor den oorlog behoefden, +verdubbelde haar nauwlettend toezicht. Meer en meer scheen het duidelijk +te worden, dat Engeland tot een openbare breuk met de Republiek zocht te +komen. Genoegzamen grond hiervoor had het nog niet; doch deze deed zich, +naar de meening van de Engelsche regeering, weldra op. In 1778 sloot +Frankrijk een handelsverdrag en verbond met de Vereenigde Staten van +Noord-Amerika. Een gemachtigde dier staten, ~William Lee~, gaf te Aken +aan een aanzienlijk Amsterdamsche koopman, ~Jan de Neufville~, te +kennen, dat Amerika wel geneigd was, een dergelijk verdrag of althans +een handelsverbintenis met de Republiek aan te gaan. De Neufville maakte +dit aan de burgemeesters van Amsterdam bekend, die aan Lee deden weten, +dat zij gezind waren, naar hun vermogen het hierheen te leiden, dat +tusschen de Vereenigde Staten en deze Republiek een verdrag van +vriendschap en handel werd gesloten, zoodra Engeland de +onafhankelijkheid der staten zou hebben erkend. Na deze betuiging van +bereidvaardigheid kwam nog in 't zelfde jaar, 1778, een schets of ontwerp +op het papier, opgesteld door de Neufville en Lee, van een verdrag, dat +tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Staten-Generaal +zou kunnen worden gesloten. + +Twee jaren lang bleef deze onderhandeling bedekt. Toen kwam zij aan het +licht. In 1780 vertrok ~Henry Laurens~, die in 1777 president van 't +congres was geweest, aan boord van een pakketboot van Philadelphia naar +Nederland. Den 10den September van dat jaar werd het schip op de hoogte +van New-Foundland door een Engelsch fregat genomen en naar Londen +opgebracht. Even vóór de vermeestering der pakketboot wierp Laurens een +doos, het ontwerpsverdrag bevattende, in zee. Doch daar het lood, aan de +doos gehecht, niet zwaar genoeg was, om ze te doen zinken, vischten de +Engelschen ze op. De gezant Yorke diende, uit naam van George III, over +deze zaak bezwaren in. Gelijktijdig hiermede was de ontwikkeling eener +andere aangelegenheid, die eindelijk het hangend onweder deed +losbarsten. Door toedoen van Katharina II, keizerin van Rusland, sloten +de Noordsche mogendheden, Rusland, Zweden en Denemarken, in 1780, onder +den naam van _het stelsel eener gewapende onzijdigheid_, onderling een +verdrag, ten einde het vrije verkeer ter zee te handhaven. Op +uitnoodiging van Rusland besloten de Staten-Generaal eveneens toe te +treden, waarop Nederlands afgevaardigden te Petersburg het verdrag +onderteekenden. Maar ter zelfder tijd, als de Republiek haar aansluiting +aan de Noordsche mogendheden aan Europa's hoven mededeelde, in 't laatst +van 1780, verklaarde Engeland aan de Zeven Gewesten den oorlog. + + + + +§ 32. + +_De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der Republiek met +Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst der Pruisen._ + + +Zoo was dan de Republiek met gebonden handen en voeten aan Engelands +willekeur overgelaten. Volgens zijn gewoonte richtte Engeland zijn wraak +terstond tegen de Nederlandsche schepen, die, van niets wetende, rustig +naar het vaderland stevenden. Op het einde van Januari 1781 waren reeds +200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15 millioen beladen, in de +Engelsche havens opgebracht. Van Nederlands bezittingen viel o. a. St. +Eustatius, alsmede de kust van Guin[=e]a in handen der Engelschen, +terwijl Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo zich vrijwillig onder hun +hoede stelden. St. Eustatius werd nog in 't zelfde jaar, 1781, door de +Franschen hernomen en aan de Staten-Generaal teruggegeven. Eveneens +heroverden de Franschen in 1782 Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en +namen deze streken voor Nederland in bewaring. In Oost-Indië bemachtigde +Engeland Negapatnam (in Voor-Indië, ten z. van Madras). + +Engelands overmacht ter zee was zoo groot, dat aan 't leveren van slagen +eigenlijk niet viel te denken. Maar in 1781 verleenden de +Staten-Generaal een konvooi of gewapende geleide van oorlogschepen aan +een aantal koopvaarders, naar Petersbrug, Riga en Narva bestemd. De +oorlogschepen, ten getale van vijftien, stonden onder 't bevel van den +schout-bij-nacht ~Johan Arnold Zoutman~. Op den 5den Augustus ontmoetten +zij bij ~Doggersbank~ (in de Noordzee, ten o. van Engeland) een Engelsch +konvooi, eveneens een aantal koopvaardijschepen uit de Oostzee +begeleidende. Over deze vloot, slechts twaalf, maar zwaardere en beter +gewapende schepen tellende, voerde de vice-admiraal ~Hyde Parker~ het +bevel. Weldra geraakte het grootste gedeelte der wederzijdsche vloten, +aan elke zijde zeven, met elkander slaags. Dat de Engelschen, hoewel de +slag onbeslist bleef, het eerst afdeinsden, verhoogde in Nederland het +nationaal gevoel. In Januari 1783 sloot Engeland den vrede van +Versailles (_Overzicht_, blz. 170). In Mei 1784 volgde _de vrede van +Parijs_ met Nederland, waarbij de Republiek Negapatnam aan Engeland +afstond, maar zijn overige bezittingen terugkreeg. + +Te midden van den oorlog met Engeland, in 1781, liet keizer Jozef II +(_Overzicht_, blz. 168) de Staten-Generaal weten, dat hij verlangde, dat +de barrière-steden door het krijgsvolk der Republiek werden ontruimd. +Ofschoon de staten het vreemd vonden, dat hiertoe alleen zou worden +overgegaan, omdat de keizer het wenschte, voldeden zij nog in 't zelfde +jaar aan zijn verlangen. In 1783 rezen er op nieuw geschillen tusschen +de Staten-Generaal en Jozef II, die, behalve meer, de vrije vaart op de +Schelde eischte. De Staten-Generaal achtten 's keizers vorderingen +overdreven en riepen het hof van Frankrijk als middelaar of +scheidsrechter in. Nog eer de afgevaardigden hun beraadslagingen hadden +geopend, trachtte een oorlogschip, onder Oostenrijksche vlag uit +Antwerpen de Schelde afvarende, in 1784 zich aan het onderzoek van den +uitlegger, die bij Lillo lag (zie blz. 97), te onttrekken. Het schip +kreeg echter van een Nederlandsch oorlogschip de volle laag, draaide +toen bij en werd in bewaring genomen, maar kort daarna weder ontslagen. + +De keizer, dit schieten op zijn vlag als een oorlogsverklaring +aanmerkende, vaardigde het bevel uit, een aanzienlijk leger naar de +grenzen der Republiek te doen oprukken. Van hunnen kant rustten ook de +Staten-Generaal zich ten oorlog. Inmiddels werden de onderhandelingen +voortgezet en in 1785 door _den vrede te Fontainebleau_ tot zulk een +einde gebracht, dat de oorlog achterwege bleef. De hoofdvoorwaarden +waren, dat Jozef van zijn eischen afzag, mits hem de forten Lillo en +Liefkenshoek afgestaan en een som van 9-1/2 millioen uitgekeerd werd. +Van deze 9-1/2 millioen nam Frankrijk 4-1/2 voor zijn rekening. Ook deze +zwarigheden kwam 's lands regeering alzoo te boven, al was het dan niet +zonder opofferingen. + +Moeielijker was het, de binnenlandsche geschillen, die bij de rampen, +welke den staat van buiten troffen, steeds heviger werden, bij te +leggen. Met den aanvang van den oorlog tegen Engeland begon de +ontevredenheid zich weder te openbaren. Evenals vroeger de gouvernante, +werd de stadhouder eerst beschuldigd van Engelschgezindheid, omdat hij +had getracht de vredebreuk tegen te houden. Vervolgens verweet men, +hoewel Willem V jaren achtereen vruchteloos voorstellen tot uitbreiding +der zee- en der landmacht had gedaan, hem en den hertog van Brunswijk +den weerloozen toestand des lands. Zoo gezien de hertog gedurende het +tijdvak van zijn regentschap was geweest, evenzeer werd hij van 1766 af +hoe langer hoe meer gehaat. Vele leden der regeering betuigden, dat zij +het voor wenschelijk hielden, dat hij zich geheel aan het bewind +onttrok. En toen in 1784 het geheim van 't bestaan der akte van +consulentschap (zie blz. 153, 154) werd verbroken en de inhoud van dit +geschrift alom bekend werd, rustte men niet, eer men van den gehaten +vreemdeling, van den "dikken hertog", was ontslagen. Daarom nam hijzelf +zijn ontslag en vertrok in 't zelfde jaar uit den lande. + +Het werd intusschen weldra duidelijk, dat zij, die meenden in den hertog +den oorsprong aller oneenigheden te moeten zoeken, dwaalden. Het getal +van hen, die aan het volk meer invloed op de regeering wilden toekennen, +groeide aan. Sedert het begin van 't jaar 1783 nam de gisting der +gemoederen in de Republiek steeds toe. In vele steden richtte men, met +goedvinden der vroedschappen, _exercitie-genootschappen_ of +_vrijkorpsen_ op, uit burgers, de staatsgezinde partij toegedaan, +bestaande, die zich vlijtig in den wapenhandel oefenden. In Februari +1785 verboden de staten van Holland het dragen van Oranjelinten en +kokardes, alsmede het roepen van "Oranje boven." In September van dat +jaar hadden er te 's Gravenhage eenige tooneelen van openlijke +opschudding plaats, waarbij een burger dezer stad door een lid van een +exercitie-genootschap licht werd gewond. Hiervan in kennis gesteld, +beperkten de staten van Holland het gezag van den kapitein-generaal van +dit gewest, als bevelhebber van de bezetting dezer stad. + +Nu was, in 't oog van den prins, de maat volgemeten. Nog vóór het einde +van 't jaar 1785 verliet hij met zijn gezin 's Gravenhage en vestigde +zich vooreerst op het Loo, later te Nijmegen. In 1786 waren Elburg en +Hattem het tooneel eener andere gebeurtenis. In deze beide steden kwam +de gemeente, door een deel der leden van de regeering gesteund, in +verzet tegen de staten van Gelderland. Alzoo gelastten die staten den +stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te doen oprukken en +bezetting in die steden te leggen. Het geschiedde, en vele +regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchtten naar Kampen of +elders. Kort daarna werden tegen de hoofdpersonen der beweging zware +vonnissen geveld. Geweldig was de indruk, dien hetgeen in Gelderland +gebeurde op de regenten en op de bevolking der overige gewesten maakte. +Op de tijding van het binnenrukken der troepen te Elburg en te Hattem +schorsten de staten van Holland den kapitein-generaal van hun gewest in +dit ambt en onthieven den raadpensionaris van de verplichting, in +gemeenschappelijk overleg met den stadhouder te handelen (zie blz. 133, +134). + +Jammerlijk was voorwaar de toestand des vaderlands. Thans zag men het +tegendeel van de macht, die de eendracht gaf. Alle gewesten leverden +overvloedige voorbeelden van de meest ingewikkelde en netelige +burgerschillen op. Zij waren het tooneel van de schromelijkste +verwarring. Er was oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten +van Holland, oneenigheid tusschen deze staten en die van Gelderland. +Onbeschrijfelijk waren de haat en de partijschap, die in het anders zoo +rustige Nederland alom blaakten. Men wendde zich tegen de personen, in +plaats van in de zaken te wraken, hetgeen verkeerd was. Talloos waren de +schot- en lasterschriften, de spotprenten en blauwboekjes. Men vergeleek +den stadhouder met een Nero en Alva en stelde Philips II boven hem. + +Bij alle partijen scheen het een uitgemaakte zaak te zijn, dat de +redding van elders moest komen. De patriotten rekenden op Frankrijk; de +stadhouderlijke partij wendde haar oogen naar Engeland of Pruisen. +Inmiddels droegen de staten van Holland, bezorgd voor de veiligheid van +hun gewest, de verdediging hiervan aan vijf regenten uit verschillende +steden op, _commissie van defensie_ geheeten, die zich te Woerden +vestigde en over het krijgsvolk beschikte. Zij werd in haar bedoelingen +ondersteund door een gewapend korps, _vliegend legertje_ genoemd, +hetwelk de gansche provincie doortrok, om de stadhoudersgezinde +landlieden in toom te houden. + +Zoo was dan alles rijp voor een uitbarsting. De lont ontbrak niet, die +het kruit zou doen ontvlammen. In Juni 1787 begaf de prinses zich met +een klein gevolg uit Nijmegen op reis naar 's Gravenhage. Haar oogmerk +was, door haar verschijning te midden van de bevolking dier stad de +volksmenigte in geestdrift te doen ontvlammen en 's prinsen vijanden +ontzag in te boezemen, ten einde alzoo een omwenteling teweeg te +brengen. Ten o. van Gouda lag een sluis, _de Goejanverwellesluis_ +genoemd. Bij die sluis gekomen, werd de prinses tegengehouden door +eenige manschappen van het vrijkorps van Gouda, dáár op wacht staande. +Vervolgens verzocht de commissie van defensie, zich terstond hierheen +spoedende, haar, niet dieper in Holland door te dringen. Het geval, op +zichzelf van weinig beteekenis, werd door de prinses hoog opgenomen. De +koning van Pruisen, Frederik Willem II, liet terstond een schitterende +voldoening eischen voor de beleediging, zijn zuster (zie blz. 154), en +dus hem, aangedaan. Zij werd niet gegeven. Hierom rukte, op zijn last, +~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, +een neef van Lodewijk Ernst (zie blz. 151), de Nederlanden met een leger +van ongeveer 20,000 man binnen. Deze troepen trokken door Gelderland op +Utrecht af en bezetteden deze stad. Na korten tegenstand gaf ook +Amsterdam zich op zekere voorwaarden over. + +In een oogwenk was de omwenteling voltrokken. Binnen den kortst +mogelijken tijd gaf men aan alles de vorige gedaante terug. De +stadhouder werd door de staten der verschillende gewesten verzocht, +zooals bij de vorige omwenteling steeds het geval was geweest, in de +steden de wet te verzetten. Raadpensionaris werd in 1787 ~Laurens Pieter +van de Spiegel~. Hij was een groot staatsman, die een uitstekende kennis +bezat van staatsrecht en geschiedenis, tevens zeer ervaren in het +financiewezen. Fel was de wraak, welke de zegevierende partij zich op +vele plaatsen tegen de patriotten veroorloofde. In menige stad waren de +Pruisen bereidvaardige dienaars dier wraakoefeningen. De patriotten +werden in hun persoon aangerand, in hun goederen en bezittingen +benadeeld. Niets was er evenwel, dat een volkomen verzoening meer in den +weg stond, dan de wijze, waarop een _amnestie_, d. i. algemeene +vergetelheid en vergiffenis, werd uitgevaardigd. In sommige provinciën +kondigde men er een af, maar met zoovele uitzonderingen, dat zij dien +naam niet verdiende. Hiervan was het gevolg, dat de reeks der reeds +uitgeweken patriotten nog werd vermeerderd met een groot getal van hen, +die door een rechterlijk vonnis werden getroffen of die zich, ook zonder +dat, niet veilig rekenden. Duizenden bedroeg het cijfer van hen, die het +vaderland verlieten en zich, voor een goed deel, in de Zuidelijke +Nederlanden en in Frankrijk vestigden. + + + + +§ 33. + +_De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._ + + +Eerst in 1788 verlieten de Pruisen, met een vrij grooten buit beladen, +de Nederlanden. Op allerlei wijze zocht men den nu herstelden +regeeringsvorm voor de stormen des tijds te beveiligen. Zoo sloot de +republiek in 1788 een verdedigend verbond met Engeland en met Pruisen, +waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap waarborgden. Het ontbrak +thans niet aan blijken, die van hooge ingenomenheid met het huis van +Oranje-Nassau schenen te getuigen, zoovaak de gelegenheid zich daartoe +aanbood, inzonderheid in 1791, toen de erfprins (zie blz. 154) in het +huwelijk trad met ~Frederika Louise Wilhelmina~, een dochter van den +koning van Pruisen. Op vele plaatsen liet men het dragen der +Oranje-versierselen niet aan de inspraak van 't gemoed der burgers over, +maar werd zelfs het bevel hiertoe uitgevaardigd. Uit 's prinsen huwelijk +sproten in 1792 Willem Frederik George Lodewijk, in 1797 Willem Frederik +Karel, in 1809 Marianne. + +Desniettemin bleek het welhaast, dat er niets anders was voorgevallen, +dan dat een vreemde mogendheid de stadhoudersgezinden had doen +zegevieren en dat deze zegepraal de verbanning der patriotten ten +gevolge had gehad. De rust--het is waar--was, doch met geweld, hersteld, +niet de eendracht. Bij den omkeer der zaken had men geenszins vergeten +en vergeven. Tweespalt en partijschap bleven voortwoelen. Vruchteloos +poogde van de Spiegel de Republiek op te beuren. De gebreken in 't +staatsbestuur waren vele; zij waren verouderd. Slechts in 't +financiewezen was het hem mogelijk, eenige hervormingen in te voeren. + +Hevig was de schok, dien de omwenteling in een naburig land, in +Frankrijk, uitgebarsten (_Overzicht_, negende druk, blz. 174 vlg.), aan +de Republiek gaf, duurzaam de gevolgen van dien schok. Een tijdlang +slaagde van de Spiegel erin, de Republiek onzijdig te doen blijven, +zelfs sedert April 1792, toen Frankrijk reeds in oorlog was met Pruisen +en met Oostenrijk en zijn legerbenden alreede naar de Zuidelijke +Nederlanden had gezonden. Van hun zijde spaarden de patriotten, die +zich in Frankrijk ophielden, geen poging, om de nationale conventie (zie +_Overzicht_, negende druk, blz. 177), die alle vorsten voor haar +natuurlijke vijanden verklaarde, te nopen, haar beginselen op de +Nederlandsche Republiek te gaan toepassen. Op den 1sten Februari 1793 +voldeed de conventie aan den wensch der patriotten door den oorlog te +verklaren aan den koning van Engeland en aan den stadhouder der +Vereenigde Nederlanden. Kort hierna trok Dumouriez, een Fransch +generaal, geleid door ~Herman Willem Daendels~ aan 't hoofd der +Bataafsche uitgewekenen, de grenzen van Nederland over. Doch na eenige +vestingen te hebben veroverd, moesten zij terugtrekken, en de Republiek +was nog eenmaal gered. + +Maar de verademing was van korten duur. Het ééne vijandelijke leger na +het andere stroomde naar de Zuidelijke Nederlanden, die, hoewel zij +eerst bij den vrede van Campo Formio (_Overzicht_, negende druk, blz. +180) aan Frankrijk werden afgestaan, reeds sedert November 1792 +metterdaad in de macht der conventie waren. Daarentegen zond de koning +van Pruisen, zijn beloften brekende, zijn soldaten niet naar de +kampplaats. Dus streden Willems zonen, de erfprins ~Willem Frederik~ en +~Frederik~, vruchteloos met moed en beleid aan 't hoofd der +Nederlandsche krijgsbenden, die een deel van 't leger der bondgenooten +uitmaakten. De slag bij Fleurus in 1794 (_Overzicht_, negende druk, blz. +178) was zoo beslissend, dat in deze oorden de Franschen thans geen +weerstand meer hadden te duchten. Toch draalden de Franschen nog een +oogenblik, eer zij verder gingen. Na den val van het schrikbewind +(_Overzicht_, negende druk, blz. 177) helde de regeering van Frankrijk +tot den vrede over. Doch Daendels en de overige patriotten spoorden +steeds tot de overkomst aan. Zoo trok dan in December 1794 en Januari +1795 de Fransche generaal ~Pichegru~, wederom door de patriotten onder +Daendels geleid, over de bevrozen rivieren en stroomen de Nederlanden +binnen. Daar de nationale conventie had verklaard, dat zij zich in geen +verdrag met de Republiek wilde inlaten, eer de stadhouder zich had +verwijderd, scheepte Willem V zich den 18den Januari met zijn gezin naar +Engeland in, waar hij tot 1800 vertoefde. Alzoo bleef de wederwerking op +hetgeen het jaar 1787 had zien gebeuren niet achter. Thans, acht jaren +na hun verbanning, keerden de patriotten terug, op hun beurt door een +vreemde mogendheid, door Frankrijk, geleid. Door haren ondergang +bezegelde de Republiek de oude spreuk, eendracht maakt macht, tweedracht +verstrooit. + +Onder de vele bewijzen van de steeds toenemende verzwakking der +Republiek gedurende de 18de eeuw is het allengs meer en meer vervallen +harer zeemacht een der meest in 't oog loopende. Met het verval der +zeemacht hield dat van den handel gelijken tred. Evenals de handel, +waren de haringvisscherij en de walvischvangst langzamerhand aan het +kwijnen geraakt (zie blz. 141). Wat de Oost-Indische compagnie betreft, +zij had eveneens luisterrijker dagen gekend, dan de laatste vijftig à +zestig jaren van haar bestaan. Onder haar gouverneurs-generaal in dit +tijdperk zijn ~Adriaan Valkenier~ (1737-1741) en ~Gustaaf Willem baron +van Imhoff~ een paar van de meest beroemde. Het bewind van Valkenier +werd gekenmerkt door _den_ beruchten _moord der Sineezen_ op den 9den +October 1740 en volgende dagen. Sinds eenigen tijd hadden sommige +maatregelen van 't bewind der compagnie het wantrouwen gewekt van een +menigte te Batavia gevestigde Sineezen, die deswege naar 't gebergte en +naar de bosschen weken, den omtrek van Batavia onveilig makende. Den +8sten October hadden er in de nabijheid dier stad eenige gevechten +tusschen de Nederlanders en de Sineezen plaats, waarin de laatsten +werden verslagen. Volgens besluit nu van den raad van Indië (zie blz. +80) werd er den 9den en volgende dagen een ware bloedbruiloft gehouden +onder de Sineezen te Batavia, die men verdacht hield van verstandhouding +met hen, die buiten waren. Ruim 10,000 Sineezen vielen als de offers +dezer vreeselijke wraakneming. Kort na dien moord werd van Imhoff +gouverneur-generaal. Hij breidde het gebied der compagnie aanmerkelijk +uit (zie blz. 143), en is de stichter van _Buitenzorg_, nu het gewone +verblijf van den gouverneur-generaal. + +Na van Imhoff ging de Oost-Indische compagnie steeds meer achteruit. +Vele waren de oorzaken van haren achteruitgang. Een der voornaamste is, +dat zij, reeds vóór het midden der 18de eeuw, elk jaar hare boeken met +een tekort van eenige millioenen sloot. In plaats van de uitgaven naar +evenredigheid te beperken, ging zij, die niets had uit te deelen, +desniettegenstaande met haar uitdeelingen voort. Ofschoon op een lager +bedrag neerkomende dan voorheen (zie blz. 144), beliepen die +uitdeelingen toch nog 20 tot 12-1/2 ten honderd. Eveneens ging het de +West-Indische compagnie. Reeds in de 17de eeuw (zie blz. 144) was men +begonnen, voor alle ingezetenen van den staat vrijstelling te verleenen +van de vaart op eenige dier plaatsen, waarop het vroegere octrooi (zie +blz. 88) de compagnie den alleenhandel toekende. In de 18de eeuw werd +dezelfde vergunning verleend ten opzichte van de kust van Guin[=e]a, van +Essequ[=i]bo en Demerary. Hoezeer deze maatregelen Nederlands handel in +'t algemeen moeten hebben begunstigd, zij konden de nieuwe West-Indische +compagnie niet genoegzaam opbeuren. + +Nederlands kerkelijke toestand onderging sedert den vrede van Munster +(zie blz. 99, 100) geen groote veranderingen. Bij de vele sekten, die +werden geduld, kwamen sinds het begin der 18de eeuw nog een paar andere: +de Jansenisten en de Herrenhutters. _De Jansenisten_ ontleenden hun naam +aan ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven en later bisschop te +Yperen, die in 1638 stierf. Twee jaren na zijn dood kwam een werk van +hem uit, _August[=i]nus_ getiteld, hetwelk de leer van dezen kerkvader +verklaarde. Rome verbood dit geschrift. Intusschen vonden de begrippen +van het Jansenisme bijval bij een aantal der Nederlandsche katholieken, +die aldus onderling werden verdeeld. Zij, welke die begrippen waren +toegedaan, benoemden in 1723 hun eersten aartsbisschop, wiens zetel te +Utrecht was. De _Herrenhutters_ of broedergemeente worden zoo genoemd +naar het dorp of vlek Herrnhutt (in 't z.o. van het koninkrijk Saksen, +nabij Zittau), waar zij hun eerste gemeente stichtten. Sinds 1746 +vestigden de Nederlandsche Herrenhutters zich te Zeist. + +In de eerste eeuw van het bestaan der Republiek werden kunsten en +wetenschappen hoog gewaardeerd, ook om haarzelven, maar vooral met het +praktische doel, om de heerschappij van Nederland over verre zeeën en +kusten uit te breiden. Al werd het praktische doel door de nazaten der +18de eeuw meer uit het oog verloren, van die zucht zelve voor +vermeerdering van kennis vervreemdden zij niet. Achtereenvolgens +verrezen talrijke genootschappen, als zoovele getuigen van den zin voor +wetenschappen, die de Nederlanders bezielde. Een ander doel dan deze +genootschappen had _de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen_, welke ~Jan +Nieuwenhuizen~, Doopsgezind leeraar te Monnikendam, in 1784 stichtte. Op +vele plaatsen verbeterde zij het Lager-Onderwijs, bevorderde een zekere +verdraagzaamheid in zaken van godsdienst en verspreidde nuttige kennis +onder alle standen der samenleving. + +In de letterkunde bleef het heerschend karakter gebrek aan kracht en +oorspronkelijkheid. Zoetvloeiendheid was het hoofddoel, waarnaar de +leden der talrijke dichtergenootschappen streefden, die den lof dezer +kringen wilden verwerven. Daarom vonden zij weinig weerklank, wier +werken den stempel droegen van dichterlijken gloed en eigen talent. +Zoodanige uitzonderingen waren de gebroeders ~Willem~ en ~Onno Zwier van +Haren~, die, hoewel op 't gebied der staatkunde werkzaam, menig uur aan +de beoefening der dichtkunst wijdden. Willems hoofdwerk, een +heldendicht, verheerlijkt _Friso_, den gewaanden eersten koning der +Friezen. De jongere broeder schreef een aaneengeschakelde reeks van +lierdichten onder den titel _de Geuzen_. In breede trekken schildert dit +gedicht de daden der Nederlanders, die in den strijd tegen Spanje den +grondslag legden der onafhankelijkheid van hun vaderland. + +In het proza dier dagen nemen de vriendinnen ~Elizabeth Bekker~ en +~Agatha Deken~ den eersten rang in. Elizabeth Bekker, eerst getrouwd met +den predikant Wolff, woonde en schreef, na den dood van haren +echtgenoot, tezamen met Agatha Deken. Zij waren de eersten, die werken +in 't licht gaven, welke in meer dan één opzicht den naam "Nederlandsche +romans" verdienen. Twee dier werken, _Sara Burgerhart_ en _Willem +Leevend_, werden alom gelezen. De vrije wijze, waarop de schrijfsters +hare gedachten ook over staatkundige onderwerpen uitten, deed het haar +geraden achten, in 1787 met zoovele anderen het vaderland voor een wijl +te verlaten. Een tijdgenoot dezer vriendinnen was, althans nog gedurende +een aantal jaren, ~Jan Wagenaar~, sedert 1760 eerste klerk ter +secretarie van Amsterdam en gestorven in 1773. Zijn hoofdwerk is _de +Vaderlandsche historie_, de eerste poging om de verspreide deelen van +Nederlands geschiedenis tot een groot geheel te vereenigen. + + + + +§ 34. + +_De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._ + + +Zoo was dan de oude Republiek bezweken, om plaats te maken voor een +nieuwen staat. Nauwelijks hadden zich de Fransche bajonetten vertoond, +of de oude, afgeleefde vormen bezweken vanzelven. Terwijl een deel van +'s lands bevolking, door te dansen rondom de vrijheidsboomen, zijn +vreugde aan den dag legde, had er terstond een volledige omkeering in +het bewind plaats. In plaats van het voormalige bestuur der +Oost-Indische compagnie benoemde een vernieuwde vergadering der +Staten-Generaal een _comité_ (raad of afdeeling) _tot de zaken van den +Oost-Indischen handel en bezittingen_. Eveneens kwam het beheer van de +West-Indiën aan een _comité tot de zaken van de koloniën en bezittingen +in Afrika en Amerika_. Verder hadden de Staten-Generaal in de eerste +plaats 's lands betrekking tot Frankrijk te regelen. Den 16den Mei 1795 +kwam het _Haagsche verdrag_ tot stand. Met 100,000,000 gl., den afstand +van Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen en het toelaten van Fransche +bezetting in Vlissingen moest het vaderland den schijn van +onafhankelijkheid van Frankrijk en de erkenning als zelfstandige +mogendheid, als _Bataafsche Republiek_, betalen. Een der geheime +artikels, aan het verdrag toegevoegd, behelsde, dat het Fransche leger, +hetwelk van nu aan de bezetting dier Republiek zou uitmaken en dat niet +grooter mocht zijn dan 25,000 man, door deze Republiek zou worden +bezoldigd, gekleed en gevoed. Zoodra deze troepen in goeden toestand +verkeerden, werden zij gedurig door andere vervangen, die slecht waren +uitgerust en aan al het noodige gebrek hadden. + +Dit verdrag was een duidelijke verklaring der afhankelijkheid van de +Bataafsche Republiek ten opzichte van Frankrijk. Een tweede gevolg van +de nauwe betrekking tot Frankrijk waren de _assignaten_ (_Overzicht_, +negende druk, blz. 175), die weldra alle waarde verloren. Bovendien +erfde de nieuwe Republiek dadelijk de vijandschap, die Engeland tegen +Frankrijk, haar bondgenoot, voedde. Reeds vóór den 16den Mei, terstond +na het binnenrukken der Franschen, legde Groot-Britannië _embargo_ of +beslag op Nederlands schepen, om ze later prijs te verklaren. In +September verklaarde het aan de Bataafsche Republiek den oorlog. Van dit +oogenblik af viel de eene der buitenlandsche bezittingen na de andere in +handen der Engelschen, tegen wier meesterschap ter zee niemand was +opgewassen. Reeds in 1801 was Java de eenige zijner bezittingen, die +Nederland had behouden. Bij al die rampen zijn de gedwongen +geldheffingen te voegen, welke de regeerende lichamen der Bataafsche +Republiek achtereenvolgens uitschreven. + +Het spreekt vanzelf, dat, na de schikking met Frankrijk, de regeling van +den regeeringsvorm de eerste taak was, hier te lande te verrichten. Te +dien einde hield, den 1sten Maart 1796, een _nationale vergadering_ haar +eerste bijeenkomst. Zoodra zij te 's Gravenhage was bijeengekomen, +werden de Staten-Generaal ontbonden. De leden der vergadering waren tot +twee partijen te brengen, die der _unitarissen_, voorstanders eener +volstrekte eenheid, en die der _foederalisten_, welke tot op zekere +hoogte een bondgenootschap van zelfstandige staten wilden. Foederalist +was o. a. Vitringa. Tot de hevigste unitarissen behoorden Pieter Vreede +en Gogel, tot de gematigden onder hen Schimmelpenninck. Deze eerste +nationale vergadering slaagde niet in haar plan, weshalve, den 1sten +September 1797, een tweede werd geopend. Deze gelukte het evenmin, het +werk tot stand te brengen, want den 22sten Januari 1798 waagden de +hevigste unitarissen, met name Daendels, een _coup d'état_ of aanslag op +hun meest gematigde medeleden. Een aantal van hen lieten zij in +hechtenis nemen. De op die wijze gezuiverde vergadering noemde zich +_constitueerende vergadering, representeerende het Bataafsche volk_. In +Maart had zij het ontwerp eener grondwet afgewerkt. In April had de +stemming van 't Bataafsche volk over het ontwerp plaats, dat met een +overgroote meerderheid van stemmen werd aangenomen. + +De hoofdinhoud dezer _staatsregeling_, den 1sten Mei 1798 afgekondigd, +komt hierop neer. De oppermacht berust, in naam van het Bataafsche volk, +bij _het vertegenwoordigend lichaam_, waarvan de leden door het volk +worden gekozen. Het bestaat uit twee _kamers_. Het draagt de uitvoerende +macht op aan _vijf directeuren_, door zijn leden te kiezen, _het +uitvoerend bewind_, en behoudt zelf de wetgevende macht. Het grondgebied +der Republiek wordt in acht _departementen_ verdeeld. De grenzen van +geen dier departementen kwamen overeen met den omtrek eener voormalige +provincie. Een daarvan b. v., hetwelk het departement van de Eems +heette, bestond uit gedeelten van Friesland, Groningen en Drente. De +geldmiddelen van den staat staan onder één beheer en komen in één +algemeene kas. Eveneens heeft er een samensmelting der schulden plaats, +_amalgame_ geheeten. De kerk wordt van den staat gescheiden. Voorloopig +zullen slechts de leeraren en dienaars der hervormde kerk uit 's lands +kas worden bezoldigd. + +Niemand, die den inhoud dezer constitutie onbevooroordeeld gadeslaat, +kan ontkennen, dat men het goede, hetwelk uit den druk der tijden werd +geboren, grootendeels aan haar was verschuldigd. Vooreerst werd de +pijnbank afgeschaft. Dan werd het Gemeenebest één en ondeelbaar +verklaard, zoodat de zeven souvereine gewesten, benevens de +Generaliteitslanden en het bondgenootschappelijke Drente van nu af maar +één staat vormden. De provinciale naijver en tegenkanting weken +langzamerhand voor één toenemende nationale eenheid. Insgelijks hield de +druk op der stedelijke aristocratie. Volkomen gelijkstelling van allen +voor de wet werd een vaste regel, en alle heerlijke rechten en wat +verder van het leenstelsel afkomstig was werden vernietigd. + +Intusschen leverde de oorlog zelf, waarin de Bataafsche Republiek, als +bondgenoot van Frankrijk, werd medegesleept, niets dan nadeelen op. +Gedurende den tweeden coalitie-krijg (_Overzicht_, negende druk, blz. +181) werd Nederland zelf het tooneel der vijandelijkheden. Daar Engeland +en Rusland een poging wilden wagen, om de Bataafsche Republiek aan 't +oppergezag van Frankrijk te onttrekken, landde in Augustus 1799 een +geduchte Engelsch-Russische krijgsmacht onder 't opperbevel van +~Frederik, hertog van York~, nabij de Helder. ~Daendels~, bevelhebber +der Bataafsche krijgsmacht, moest wijken. Maar de Fransche generaal +~Brune~, zich met een aanzienlijk leger bij Daendels voegende, bracht +den vijand den 19den September bij ~Bergen~ (ten n.w. van Alkmaar) en +den 6den October bij ~Castricum~ (ten z.w. van Alkmaar) een nederlaag +toe. Dit noodzaakte de Engelschen en de Russen, die bovendien in deze +streken geen voldoende huisvesting en levensmiddelen konden vinden en +hier te lande weinig blijken van deelneming bespeurden, terug te +trekken. Dus keerde ook de erfprins van Oranje, die eenigen tijd te +Alkmaar had vertoefd, naar Engeland terug, vanwaar hij zich in 't begin +van 1800 met zijn vader naar Brunswijk metterwoon begaf. + +Zelfs al zag men deze en andere nadeelige gevolgen van den oorlog +voorbij, dan nog had het vaderland geen redenen tot blijdschap. De +koophandel, de nijverheid en het vertier beteekenden schier niets; de +schuldenlast was ondragelijk. Daarenboven was de vreugde over de +staatsregeling van korten duur. De eenheid, die erin heerschte, diende +slechts om het uitvoerend bewind met zooveel bezigheden te overladen, +dat alles zeer langzaam of in 't geheel niet werd afgedaan. Dit deed +wederom aan de noodzakelijkheid van 't vervaardigen eener nieuwe +grondwet denken. Middelerwijl zag de eerste consul Napoleon +(_Overzicht_, negende druk, blz. 181) met weerzin de oppermacht des +volks, die hij in Frankrijk aan ketenen had gelegd, in het kleine +gemeenebest gehuldigd. De Bataafsche Republiek, van 't oogenblik harer +wording af gedwongen Frankrijk steeds uit de verte te volgen, kon dit +ook thans niet nalaten. Met de meerderheid der vijf leden van 't +uitvoerend bewind knoopte Napoleon in 't geheim onderhandelingen aan. +Wetende, dat zij op den steun van hem kon rekenen, die alreede de +machtigste man van geheel Europa begon te worden, liet de meerderheid +van 't uitvoerend bewind zich door niets terughouden van de voltrekking +van haar voornemen. Den 1sten October 1801 werd het volk een ontwerp ter +stemming voorgelegd. De uitslag der stemming was, dat de staatsregeling +werd aangenomen. Tot dien uitslag geraakte men door te bepalen, dat het +groote aantal van hen, die niet waren opgekomen, moest worden geacht te +hebben toegestemd. + +_De staatsregeling_ van 1801 naderde meer, dan die haar voorafging, de +beginselen van het foederalisme. Zij behield de eenheid, maar gunde meer +vrijheid aan de besturen der departementen en der gemeenten. Aan 't +hoofd der Republiek stond thans een _staatsbewind_ van twaalf personen +met een _wetgevend lichaam_. Groot was het gezag, aan het staatsbewind +opgedragen, terwijl de invloed van het wetgevend lichaam werd beperkt. +Ook ten opzichte van de verdeeling van het grondgebied kwam deze +constitutie terug op de andere. Zij herstelde èn de namen èn de grenzen +der voormalige gewesten, waarvan men toen, om het provincialisme te +fnuiken, was afgeweken. Het getal der departementen bleef hetzelfde. Zij +heetten nu: Holland, Zeeland, Brabant, Overijsel (waartoe Drente tevens +grootendeels behoorde), enz. De constitutie, in haar geheel, is een +bewijs, dat men tot gematigder gevoelens terugkeerde. + +In 1802 werd de Republiek één oogenblik verademing geschonken. Het was +na het sluiten van _den algemeenen vrede te Amiëns_ (_Overzicht_, +negende druk, blz. 181) in Maart van dat jaar, waar ~Rutger Jan +Schimmelpenninck~ de Republiek vertegenwoordigde. Van de verschillende +artikels had dat de meeste betrekking op de Republiek, waarin werd +bepaald, dat, met uitzondering van Ceylon, Engeland haar al hare +volkplantingen teruggaf. Tevens werd, overeenkomstig vroegere +bepalingen, vastgesteld, dat de schadeloosstelling voor het huis van +Oranje-Nassau niet ten laste zou komen der Republiek. De +schadeloosstelling werd weldra gevonden ten koste van Duitschland en +bestond uit het voormalige bisdom Fulda (in 't vroegere keurvorstendom +Hessen, thans tot Pruisen behoorende) en eenige andere streken. Nimmer +heeft echter Willem V het bewind over deze landen aanvaard. Hij bleef +als ambteloos burger in Brunswijk, waarheen hij zich bij zijn vertrek +uit Engeland (zie blz 164 en 171) had begeven. Zijn oudste zoon, wien +hij de genoemde landen afstond, bleef ze ook na den dood zijns vaders, +die in 1806 plaats had, besturen. Maar in 1807, bij den vrede van +Tilsit, ontnam Napoleon hem, omdat hij voor Pruisen had gestreden, +zoowel deze staten, als die, welke hij in Nassau van zijn vader had +geërfd. + +Op den gesloten vrede vertrouwende, begonnen handel en vertier in 1802 +in Nederland weder te herleven; doch wederom was de verademing kort van +duur. In Mei 1803 verklaarde Napoleon Groot-Britannië op nieuw den +oorlog. Dit rijk legde zich nu dadelijk weder op de herovering toe der +pas teruggegeven buitenlandsche bezittingen, die het allengs alle, +behalve Java en een paar andere, in zijn macht kreeg. Thans werd geheele +uitputting het lot van het fel geteisterde land. Het moest den consul +voor de door hem beraamde verovering van Engeland troepen, schepen en +millioenen leveren. Hoezeer alle krachten werden ingespannen en de +laatste penningen bijeengezocht, wat opgebracht werd voldeed niet. Aan +den vorm van 't bestuur weet Napoleon dat, waarvan de oorzaak in het +onvermogen was gelegen. Te midden dier nimmer eindigende eischen werd +Napoleon keizer (_Overzicht_, negende druk, blz. 181). Nu moest alom, +waar Frankrijks stem gold, ook de schaduw van volksregeering voor het +eenhoofdig beginsel wijken. In 't begin van 1805 verkreeg +Schimmelpenninck, de gezant der Republiek te Parijs, van Napoleon bevel, +een nieuwe grondwet op het papier te brengen, waaraan het monarchale +beginsel ten grondslag lag. Schimmelpenninck kweet zich van den last. +Het ontwerp behaagde Napoleon en werd in April door het volk +goedgekeurd. Wederom werden de zwijgenden gerekend het ontwerp te hebben +aangenomen. + +Deze _derde staatsregeling_, waarvoor die van 1801 plaats maakte, stelde +~Rutger Jan Schimmelpenninck~, onder den naam _raadpensionaris_, met een +meer dan vorstelijk gezag bekleed, aan 't hoofd van het Bataafsche +gemeenebest. De wetgevende macht werd aan een _wetgevend lichaam_ van 19 +leden opgedragen. Den raadpensionaris stond een _staatsraad_ van zeven +leden ter zijde. Ten opzichte van de verdeeling van 't grondgebied was +de eenige wijziging, in 't jaar 1805 ingevoerd, dat Drente van Overijsel +werd afgescheiden en als _landschap_ aan de acht departementen +toegevoegd. Zooveel hij vermocht, wendde Schimmelpenninck zijn macht +eenig ten algemeenen nutte aan, zooals dan ook de daadwerkelijke +regeling van het lager-onderwijs bij de wet van den 3den April 1806 en +het invoeren van algemeene in plaats van de vroegere provinciale +belastingen gunstig voor zijn bewind getuigen. De invoering dier +algemeene belastingen was een zeer gewichtige financiëele omwenteling. +Zij waren reeds door de unie (zie blz. 61) voorgeschreven, maar nimmer +in 't leven getreden. Groot zijn bovenal Schimmelpennincks verdiensten +omtrent het lager-onderwijs. Het algemeene volksonderwijs was een der +vruchten van de hervorming. Hierom was het opzicht over de scholen bij +de kerk, waaraan het nu werd onttrokken. Eerst door deze wet werd alom +de verbetering der scholen en van 't onderwijs krachtdadiger ter hand +genomen en doorgezet. + +Maar de machtige en alles beheerschende geest van Napoleon duldde ook +deze zwakke schaduw van een onafhankelijke republiek maar kort. Een +aanleiding tot verandering werd spoedig gevonden. Zij werd gezocht in +een verzwakking van 't gezicht van den raadpensionaris. Wat de keizer +van Frankrijk wilde was weldra geen geheim meer. Zijn broeder Lodewijk +moest koning van Holland worden. Een plechtig gezantschap werd +verplicht, den keizer te Parijs te komen verzoeken om datgeen, wat +hijzelf, als zijn wil, aan Nederland opdrong. Alzoo volgde in Juni 1806 +een _vierde constitutie_. ~LODEWIJK NAPOLEON~ werd _koning van Holland_ +tegen erkenning van de oppermacht zijns broeders als hoofd van 't +geslacht. Hem werd een _wetgevend lichaam_ van 39, alsmede een +_staatsraad_ van 13 leden toegevoegd. Lodewijks streven was in de eerste +plaats, een Nederlander te worden. Waar hij als koning zijn eigen weg +kon bewandelen, poogde hij het goede tot stand te brengen. + +Aan den derden coalitie-krijg, die inmiddels was uitgebarsten +(_Overzicht_, negende druk, blz. 182 en boven blz. 172), namen de +Nederlandsche krijgslieden in 1806 en 1807 deel. De vrede van Tilsit +(_Overzicht_, negende druk, blz. 183), welke aan dien oorlog, voorzoover +hij te land werd gevoerd, een einde maakte, vergrootte het grondgebied +van den staat, doordien Jever (thans in 't n.w. van 't groothertogdom +Oldenburg) en Oost-Friesland, tegen den vollen afstand van Vlissingen en +zijn tafel, hetwelk aan Frankrijk kwam, met Holland werden vereenigd. +Kort vóór het sluiten van dien vrede, nog in 't zelfde jaar 1807, werd +het koninkrijk in tien departementen verdeeld, waarbij Oost-Friesland +thans als elfde kwam. Hoewel de derde coalitie-oorlog niet op den bodem +van het koninkrijk Holland werd gevoerd, was hij de aanleidende oorzaak +van een noodlottig voorval, waardoor de stad Leiden werd getroffen. Op +den 12den Januari 1807 sprong een schip, met veel kruit geladen, dat op +zijn doorvaart naar Delft de stad aandeed. Na de uitbarsting lag een van +de fraaiste gedeelten van Leiden, het Rapenburg, in puinhoopen. Meer dan +twee honderd huizen werden omvergeworpen, honderden bovendien +beschadigd. Te midden der algemeene ontzetting, eenige uren nadat men +den schok te 's Gravenhage had gevoeld, kwam de koning op de plaats +zelve van 't ongeluk, om in persoon op alles orde te stellen. Vele +bleven door de tijdig aangebrachte hulp behouden, ofschoon het getal van +hen, die het leven verloren, nog 152 beliep. + +Hoe erg ook, het ongeluk van 't jaar 1807 was tijdelijk. Anders was het +gelegen met die rampen, welke een gevolg waren van de onverbreekbare +keten, welke het koninkrijk Holland aan Frankrijk verbond. Wrevelig over +de nederlaag bij Trafalgar (_Overzicht_, negende druk, blz. 183), +verordende Napoleon in 1806 _het continentaal-stelsel_, d. i. de +uitsluiting der Engelschen van het vasteland, waardoor hij allen handel +met Groot-Britannië verbood en al wat Engelsch was voor goeden buit +verklaarde. Het besluit werd in de eerstvolgende jaren nog verscherpt +door andere verordeningen, waarin de keizer o. a. het openlijk +verbranden van alle Engelsche waren in de van hem afhankelijke staten +gelastte. Voor Nederlands handel, in zoover er nog eenige handel was, +werd het continentaal-stelsel de doodsteek. + +Het was, alsof het Nederland was voorbehouden, de maat te zien +volgemeten van alle soorten van onheilen, die een land kunnen treffen. +Er ontbrak nog maar een inval aan op het grondgebied van 't koninkrijk, +en die inval kwam. Ten einde de heerschappij ter zee te beter te kunnen +handhaven, achtte Engeland het geraden, Walcheren in bezit te nemen en +Vlissingens alsmede Antwerpens werven en arsenalen te verwoesten. Tegen +'t eind van Juli 1809 stak een vloot in zee, de grootste, die Engelands +havens immer had verlaten. Binnen weinige dagen waren Walcheren, +Schouwen en Duiveland in handen van den vijand. Inmiddels verzuimden de +Engelschen Antwerpen aan te tasten, terwijl een talrijk Fransch leger, +zich bij het Nederlandsche voegende, niet ophield de Engelschen te +bestoken. Meer nadeel nog brachten hun de Zeeuwsche koortsen toe. In 't +kort, het doel der landing, aanvankelijk geslaagd, werd niet bereikt, +zoodat de vijand op het einde van 't jaar Zeeland weder ontruimde. De +onderneming, met zooveel ophef aangekondigd, liep teniet, evenals in +1799. + +Reeds sinds lang was Napoleon verbitterd op zijn broeder Lodewijk. Hij, +het maaksel zijner hand, matigde zich aan, als zelfstandig vorst te +willen regeeren. Dit streed geheelenal met de bedoeling zijn broeders, +die Holland alleen een eigen bestaan veroorloofde, onder voorwaarde dat +het zich metterdaad als een Fransch wingewest liet behandelen. +Voorloopig liet Napoleon zich in Maart 1810 nog tevreden stellen met een +verdrag, bij hetwelk geheel Zeeland, Brabant, een gedeelte van +Gelderland en een klein deel van Holland aan Frankrijk kwamen, zoodat de +Waal de grens van 't koninkrijk in 't z.o. werd. Maar Lodewijk bleef van +een onafhankelijk koningschap droomen en den sluikhandel met Engeland +gedoogen. Van zijn kant toonde Napoleon duidelijk, wat hij in het schild +voerde, door nieuwe troepen te zenden, die in last hadden, de hoofdstad +te bezetten, en tolbeambten (_douaniers_), ten einde den sluikhandel te +weren. De koning sprak ervan, Amsterdam tot het uiterste te verdedigen. +De gansche natie wilde hij te wapen roepen. Doch zijn ministers +beweerden, dat zoodanige kamp onmogelijk was. Zoo bleef hem niets anders +over, dan afstand te doen van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, +toen oudsten zoon, Lodewijk Napoleon, onder regentschap der koningin +Hortensia. Uit vrees van door de handlangers des keizers te worden +belemmerd, verliet Lodewijk in den nacht van den 1sten Juli 1810 +heimelijk het paviljoen bij Haarlem, waar hij toen vertoefde, en begaf +zich naar Bohemen. Het land, waarover hij vier jaren had geregeerd, zag +hij nimmer weder, ofschoon hij nog tot het jaar 1846 leefde. Op zware +sommen was zijn bewind het volk te staan gekomen. Daarentegen was voor +alles, wat den waterstaat betreft, voor dijken en wegen veel gedaan. +Onder de ministers, van wier diensten de koning een tijdlang gebruik +maakte, waren mannen van erkende bekwaamheid, b. v. de admiraal ~Karel +Hendrik Verhuell~ voor de marine, ~van Maanen~ voor de justitie. + +Het laatste punt, waarop, als op een voorwerp der werkdadige +belangstelling van koning Lodewijk, de aandacht moet worden gevestigd, +zijn de koloniën (zie blz. 165, 166, 168). Bij de grondwet van 1798 was +bepaald, dat de Bataafsche Republiek alle bezittingen der gewezen +Oost-Indische compagnie en haar schulden tot zich nam. Het oppergezag +kwam aan het uitvoerend bewind (zie blz. 169), in 1801 aan het +staatsbewind (zie blz. 171). Het bestuur werd in handen gesteld van _den +raad der Aziatische bezittingen_. Terzelfdertijd werd dat van West-Indië +opgedragen aan den _raad der Amerikaansche koloniën_. Lodewijk, den +troon hebbende beklommen, was van oordeel, dat in de Oost-Indische +bezittingen een doortastende hervorming moest plaats grijpen. Te dien +einde benoemde hij in Januari 1807 ~Daendels~ (zie blz. 164, 170) tot +gouverneur-generaal van Indië. Als een tweede Napoleon bracht hij in het +bestuur der volkplantingen een geheele omkeering teweeg, weshalve hij +door den een als een ware hervormer, door den ander als een willekeurig +man en een vriend van harde maatregelen wordt voorgesteld. Het laatste +is voorzeker niet volstrekt te loochenen. Maar onbetwistbaar is het, dat +onder zijn bewind meer dan één wezenlijke verbetering tot stand kwam. + + + + +§ 35. + +_Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn +onafhankelijkheid._ + + +Het koninkrijk Holland verkreeg de regeering niet, die Lodewijk het had +toegedacht. Volgens besluit van den 9den Juli 1810 werd het bij +Frankrijk ingelijfd. ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~ (d. +i. Piacenza, het oude Placentia, in 't n. van Italië), kwam als +_luitenant-generaal_ of _algemeen stedehouder_ in de Nederlanden. +Amsterdam werd, na Parijs en Rome, verklaard de derde stad van het +keizerrijk te zijn. _Het code Napoleon_, d. i. wetboek Napoleon, werd +ingevoerd. Een der artikels van 't besluit stelde een staatsbankroet +vast. De renten der publieke schuld zouden niet verder onder de lasten +worden gebracht, dan voor een derde; zij werden _getierceerd_. De +vroegere departementen werden nu Fransche departementen met _prefecten_ +tot bestuurders. Hunne namen waren b. v.: Zuiderzee (d. i. ongeveer het +voormalige Noorderkwartier van Holland en Utrecht), Bouches de l' +Escaut, d. i. Monden van de Schelde (Zeeland), Ems-Occidental, d. i. +Wester-Eems (Groningen en Drente). De burgemeesters werden van nu aan +_maires_. + +In 1811 werd _de conscriptie_ of gedwongen krijgsdienst ingevoerd. Elk +jongeling, den ouderdom van twintig jaren hebbende bereikt, moest zich +laten inschrijven. De regeering stelde het aantal vast, hetwelk telkens +werd vereischt, en hierop gingen de ingeschrevenen tot de loting over. +Ontslagen werd geen soldaat, tenzij ongeschikt voor den dienst. Al +dadelijk werd de conscriptie hierdoor verzwaard, dat, bij wijze van +terugwerking, het besluit ook werd uitgestrekt tot de laatste drie +jaren, en zij, die reeds drie-en-twintig jaren telden, eveneens werden +opgeroepen. Op de harde besluiten nopens de conscriptie volgde een harde +uitvoering. Vooral maakte zich de prefect van het departement der +Zuiderzee, ~de Celles~, door dergelijke handelwijze berucht. Tegen het +misbruik der drukpers meende het Fransche bewind met een bijzonderen +ijver te moeten waken. De censuur, die nauwlettend toezag, verbande alle +vrijheid van schrijven. Het spreekt vanzelf, dat ten aanzien van het +continentaal-stelsel alle oogluiking nu ophield. Te Rotterdam, te +Groningen en elders zag men, gelijk te Venetië en te Leipzig, dat +plechtig en in 't openbaar verbranden van al wat Engelsch fabriekgoed +was, somtijds voor een waarde van een half millioen gl. Geen +Oost-Indiëvaarders vielen onze havens meer binnen. Ongehoord werd de +prijs der koloniale voortbrengselen. Rijtuigen en dienstboden werden +bijna alom afgeschaft, buitengoederen voor spotprijzen verkocht. De +bevolking van Amsterdam nam bij duizenden af. + +Er is meer. De belastingen drukten den landzaat, die geenszins, gelijk +tevoren, in ruime verdiensten de middelen vond om ze te betalen. De +handel in tabak werd een alleenhandel of _monopolie_ van den staat. Een +argwanende en strenge politie beperkte zeer de vrijheid van spreken, +want ook in besloten kringen was het zaak, nauwkeurig rond te zien, of +zij er ook haar verspieders had. Het openbare onderwijs werd naar dat +der Franschen verwrongen. Predikanten en onderwijzers ontvingen een +tijdlang geen bezoldiging. Taal en letterkunde dreigde een volkomen +verval. Ook de hoogescholen moesten het ontgelden. Slechts Leiden en +Groningen bleven in wezen; de overige, zoo zij niet werden opgeheven, +werden hoogescholen van den tweeden rang en geraakten aan 't kwijnen. +Bij dit alles kwam eindelijk het geheele verlies der koloniën. Nog in +1811 veroverden de Engelschen Java en de overige volkplantingen. Alleen +op Desima (zie blz. 99) bleef de Nederlandsche vlag waaien. Zóó was 's +lands toestand in de jaren der Fransche overheersching. Na den +rampspoedigen overtocht over de Berez[=i]na (_Overzicht_, negende druk, +blz. 184) kwam er bij de vele plagen nog een nieuwe. Napoleon stelde _de +garde d'honneur_ of eerewacht te paard in. Zij moest strekken, om, bij +verzet of opstand, den keizer een genoegzaam aantal gijzelaars in handen +te stellen. Het werd als een gunst voorgesteld, in deze lijfwacht te +worden opgenomen. Daar ieder de kosten zijner eigen uitrusting moest +dragen, trof de maatregel de aanzienlijkste ingezetenen het meest. + +Het kwade, dat de inlijving in Frankrijk aan Nederland heeft gebracht, +is vaak opgeteekend. Naar evenredigheid is niet zoozeer gewezen op de, +hoewel minder in 't oog vallende, lichtzijde dier inlijving, die echter +niet geheel ontbreekt. De inlijving leverde dit groote voordeel op, dat +zij Nederland op eens een stelsel van algemeene wetgeving deed +deelachtig worden, hetwelk het uit zichzelf niet zoo spoedig, wellicht +nimmer, had verkregen. De staatkundige en rechts-organisatie, toen ons +land geschonken, oefende een beslissenden en duurzamen invloed op den +later herboren staat. + +Intusschen deed de tocht naar Rusland eenige uitstekende Nederlanders +denken, dat het niet meer tot het gebied der onmogelijkheden behoefde te +behooren, het vaderland eens van de overheersching der Franschen te +bevrijden. Zóó dachten ~Johan Melchior Kemper~, hoogleeraar in de +rechten te Leiden, en ~Anton Reinhard Falck~. Zij kwamen met elkander +overeen, naar vermogen partij te trekken van de veranderde +tijdsomstandigheden ter herstelling van de nationale onafhankelijkheid. +Terzelfdertijd begonnen ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, een kleinzoon +van O. Z. van Haren (zie blz. 167), ~van der Duyn van Maasdam~, ~de +graaf van Limburg-Stirum~ en drie andere mannen te 's Gravenhage +veelvuldige geheime bijeenkomsten te houden. De staatkundige beginselen, +die èn de eerstgenoemden èn de laatsten zich voornamen als richtsnoer +te volgen en bij anderen zooveel mogelijk aan te kweeken, waren: een +getemperde oppermacht van het huis van Oranje-Nassau en vernietiging der +oude partijschappen. Hoewel in geen onmiddellijke betrekking tot het +Haagsche zestal staande, waren Kemper en Falck toch niet onbekend met +hetgeen dat zestal wilde. + +Middelerwijl schreed Napoleon op zijn loopbaan voort. Op de rampen van +den tocht naar Rusland volgde de slag bij Leipzig. Nu meenden de +Haagsche bondgenooten een stap verder te kunnen gaan en zich van de +medewerking van een aantal lieden uit de gezeten standen der +maatschappij te moeten verzekeren. Tot dergelijke voorbereidende +maatregelen beperkte men zich vooreerst: het uur om te handelen scheen +nog niet aangebroken. Anders dacht er het volk te Amsterdam over. Op de +nadering der Pruisen en der Russen verlieten de Fransche ambtenaren +inderhaast de steden, in 't n.o. van ons land gelegen. Den 14den +November 1813 ontruimden de Fransche troepen Amsterdam, om weldra door +den gouverneur-generaal te worden gevolgd, en begaven zich naar Utrecht. +Op den avond van den 15den geraakte de bevolking van Amsterdam op de +been en stak de wachthuizen der Fransche tolbeambten in brand. De rust +werd eerst hersteld, toen, op verzoek van de officieren der schutterij, +een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen het bestuur der stad +voorloopig op zich nam. De ziel van alles, wat hier gebeurde, was A. R. +Falck. + +Nu begrepen de Haagsche heeren, om te voorkomen, dat wellicht het volk +ook tot oproer en geweld mocht overslaan, te moeten optreden. Op den +morgen van den 17den November vertoonden zich de graaf van Stirum en de +zonen van van Hogendorp in 't openbaar met de oranjekokarde op den hoed. +Het voorbeeld vond weldra bij ieder navolging. Op denzelfden dag +aanvaardde de graaf van Stirum, in naam van den prins van Oranje, de +betrekking van gouverneur van den Haag. Den 21sten November aanvaardden +~van Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~ het hoog bewind of +_Algemeen Bestuur_ tot de komst van den prins van Oranje. Men kan niet +zeggen, dat zij, die thans als voorgangers bij den opstand optraden, in +'t begin veel medewerking bij het Nederlandsche volk vonden. Amsterdam, +van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit Naarden bedreigd, bleef +bij de onzijdige houding volharden, die het van den beginne af had +aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich noch voor den prins, +noch tegen den keizer verklaarde. Den 24sten November kwam hierin een +verandering en werd ook hier de leus "Nederland en Oranje" gehuldigd. Na +langer of korter aarzeling traden Rotterdam en andere steden van Holland +toe. Terzelfdertijd werd Woerden door een deel van het Fransche +krijgsvolk, dat te Utrecht in bezetting lag, overvallen en strekte +gedurende eenige uren ter prooi aan een roof- en moordzucht, die velen +aan de tooneelen van het jaar 1672 (zie blz. 130) herinnerde. + +Den 30sten November landde de prins van Oranje, de oudste zoon van +Willem V (zie blz. 172), die toen in Engeland vertoefde, hiertoe +uitgenoodigd, op den vaderlandschen bodem, te Scheveningen. Den 2den +December nam hij, te Amsterdam gekomen, _de souvereiniteit_ over deze +landen, hem aangeboden, aan, onder voorbehoud eener grondwet, zoodra +mogelijk uit te vaardigen. Middelerwijl volgden de andere gewesten, +naarmate de Franschen ze ontruimden, het sein, door Holland gegeven. +Voorzoover Zeeland zichzelf niet had bevrijd, deden de Engelschen het in +1814. In Gelderland, Overijsel, Groningen en Friesland deden het Bülow +(_Overzicht_, negende druk, blz. 185) en de kozakken vóór of na dit +tijdstip. Maanden duurde het intusschen, eer het geheele land door de +Franschen werd ontruimd. In 't begin van 1814 waren nog een aantal +sterke punten in handen van den vijand. In Mei werd de kroon op het werk +der bevrijding gezet. Den 4den dier maand had de ontruiming van het +sterke den Helder plaats. Verhuell (zie blz. 176), onverzettelijk +vasthoudende aan den eed, eenmaal aan Napoleon gezworen, weigerde +standvastig het over te geven en week eerst op een bevel van Lodewijk +XVIII (_Overzicht_, negende druk, blz. 186). Het laatste punt, dat de +Nederlanders herwonnen, was Delfzijl. Toen het den 23sten Mei in naam +van den souvereinen vorst in bezit werd genomen, was de gansche bodem +van Nederland aan de Franschen ontrukt. + +Aleer die gelukkige uitkomst was verkregen, had de prins het bewind, hem +door de natie opgedragen, aanvaard met het nemen dier maatregelen, +welke de tijdsomstandigheden in de eerste plaats vorderden. Zij +betroffen de krijgsmacht en de financiëele aangelegenheden, want er was +noch geld, noch leger. Hierop maakte de vorst een begin met het +vervullen der voorwaarde, waaronder hij de oppermacht had aanvaard. Den +21sten December benoemde hij een commissie ter samenstelling eener +grondwet. Haar werd aanbevolen, de schets, door van Hogendorp in de +dagen der verdrukking, nog vóór den tocht naar Rusland, opgesteld, tot +leiddraad harer beraadslagingen te nemen. De commissie achtte dit +geraden en verkoos ~van Hogendorp~ tot voorzitter. Het hoofddoel dezer +schets was, zonder onnoodige veranderingen de gebreken van den +voormaligen toestand der Republiek te verbeteren. Door sommige zijner +medeleden in de commissie werd van Hogendorp evenwel genoopt, ook met +veel, dat geheel nieuw was, in te stemmen. Den 2den Maart 1814 was het +ontwerp der grondwet gereed. Nu moest het aan het oordeel van het +Nederlandsche volk worden onderworpen. Te dien einde werd een lijst van +600 _notabelen_ opgemaakt, d. i. van mannen, zich onderscheidende door +deugd, bekwaamheden, geboorte, vermogen of ambtsbetrekkingen. Van de 600 +verschenen den 29sten Maart 474 in de Nieuwe kerk te Amsterdam. Een +overgroote meerderheid verklaarde zich ten gunste van de grondwet, +zoodat zij binnen het tijdbestek van eenige uren verbindende kracht +verkreeg. Den 30sten Maart was dezelfde Nieuwe kerk getuige van 's +vorsten inhuldiging. + +_De_ nieuwe _grondwet_,--een naam, die den vroegeren van +"staatsregeling" of "constitutie" verving, _de vijfde_ regeling na 1795, +erkende, als hoofdbeginselen, vrijheid van godsdienst, aller gelijkheid +voor de wet en de onafhankelijkheid der rechterlijke macht. De verdere +inhoud komt hoofdzakelijk hierop neer. Er zijn negen provinciën: +Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen, +Friesland en Brabant. Tot Holland behooren de eilanden Texel, Vlieland, +Terschelling, Wieringen, Urk en Marken; tot Overijsel Schokland; tot +Friesland Ameland en Schiermonnikoog; tot Groningen Rottum. Er is één +kamer van volksvertegenwoordigers, bestaande uit 55 leden, door de +staten der provinciën te benoemen en drie jaren zitting hebbende. De +leden der Staten-Generaal stemmen zonder last van de provinciale +staten, die hen kiezen, en zonder eenige ruggespraak met hen. De +provinciale staten zullen worden samengesteld uit leden der ridderschap +en van de stedelijke raden. Deze leden worden gekozen door kiezers, te +nemen uit hen, die de hoogste belastingen betalen. De provinciale staten +hebben geen deel aan de oppermacht en beheeren de aangelegenheden van +hun gewest. Voorzitters dier staten zijn, als 's vorsten commissarissen, +de gouverneurs in de verschillende gewesten. Aan alle godsdiensten wordt +gelijke bescherming toegezegd. Die van den vorst is de hervormde. In +elke provincie is een gerechtshof, en bovendien, is er één hooge raad +voor 't geheele rijk. + +In Augustus 1814 herkreeg Nederland bij een verdrag, met Engeland +gesloten, de volkplantingen, welke het op den 1sten Januari 1803 had +bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop, Demerary, +Essequ[=i]bo en Berbice. Terwijl intusschen het congres van Weenen +(_Overzicht_, negende druk, blz. 186) zoo over andere punten, als over +de vereeniging van Nederland met België beraadslaagde, landde Napoleon +den 1sten Maart 1815 bij Cannes, en het tijdperk van de regeering der +honderd dagen nam een aanvang. Den 16den Maart maakte de souvereine +vorst aan de Staten-Generaal en aan het gansche volk bekend, dat hij de +koninklijke waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik +aanvaardde. Willems verklaring werd weldra door het congres bekrachtigd. +Vier van de hoofdmogendheden van dit congres, Engeland, Oostenrijk, +Rusland en Pruisen, sloten met den koning verdragen, waarbij het nieuwe +koninkrijk der Nederlanden werd opgericht. Omtrent Luxemburg stelden +deze verdragen vast, dat het, als _groothertogdom_, aan Willem werd +afgestaan, die van zijn kant afstand deed van de Nassausche +vorstendommen (zie blz. 49 en 147), alsmede van hetgeen men in 1803 aan +zijn huis had toegekend (zie blz. 172). Luxemburg bleef tevens een der +staten van den Duitschen bond uitmaken. + +Intusschen waren de Zuidelijke Nederlanden bestemd om het tooneel te +zijn, waar Napoleons lot en dat van Europa zouden worden beslist. +Ongeveer 160,000 man had de keizer onder de wapens. Tegenover hem +stonden twee hoofdlegers der bondgenooten: het eene uit Engelschen en +Nederlanders bestaande, onder ~den hertog van Wellington~, en het +Pruisische, door den grijzen ~Blücher~ aangevoerd, tesamen groot +nagenoeg 230,000 man. Op denzelfden 16den Juni, waarop Blücher den slag +van ~Ligny~ verloor, had de ontmoeting bij ~Quatre-Bras~ (een klein +gehucht bij een kruisweg) plaats, waar ~de prins van Oranje~ den +maarschalk Ney zegevierend terugdrong. Eindelijk werd den 18den Juni de +groote veldslag bij ~Waterloo~, een tweede Cannae, geleverd, waarin de +plotselinge verschijning eerst van het korps van Bülow en later van de +overige afdeelingen van 't leger der Pruisen onder Blücher de zege aan +de bondgenooten verzekerde. Hier bekwam de erfprins een wonde, waarvan +hij evenwel spoedig genas. Reeds vier dagen daarna was de overwonnene +geen keizer meer en sedert den 16den October een bewoner van St. +Hel[)e]na, wat hij tot zijn dood bleef. + +Te midden van de voorbereidselen, allerwege voor den oorlog gemaakt, +benoemde koning ~WILLEM~ I (1815-1840, overl. 1843) een commissie, om de +grondwet van 1814 te wijzigen. Terzelfdertijd verleende hij aan zijn +oudsten zoon, den kroonprins, den titel "prins van Oranje", gelijk hij +zooeven is genoemd, hetgeen weldra de grondwet van 1815 bekrachtigde. +Het gekletter der wapenen belette de commissie niet, in Juli 1815 met +haar werk gereed zijn. Nu moest dit ontwerp aan de beide afdeelingen van +'t koninkrijk ter goed- of afkeuring worden onderworpen. Voor het +Noorden was de weg hiertoe gewezen door de grondwet van 1814. Het moest +gebeuren door de Staten-Generaal, in dubbelen getale te 's Hage +beschreven. De 110 leden namen het ontwerp in Augustus bij eenparigheid +aan. In het Zuiden werd het aan een getal van 1603 notabelen ter +stemming voorgelegd. Eer deze stemming plaats had, verklaarde zich reeds +de invloedrijke Belgische geestelijkheid openlijk en sterk tegen het +ontwerp. Zij beweerde, vooral bij monde van ~Maurice Jean Magdeleine de +Broglio~, bisschop van Gent, dat geen waar katholiek een grondwet kon +bezweren, waarin het beginsel van gelijkstelling van godsdienst was +opgenomen. 't Gevolg was, dat de meerderheid van hen, die opkwamen, het +ontwerp verwierp. In weerwil van die afkeurende meerderheid in België +verklaarde de koning, welke dien uitslag had voorzien, op verschillende +gronden, dat de natie de grondwet had aangenomen. + +De wijzigingen, bij deze nieuwe _grondwet_, _de zesde_, in die van 1814 +gemaakt, kwamen hoofdzakelijk op de volgende punten neer: op de +opheffing van 't artikel, waarin was bepaald, dat de koning den +hervormden godsdienst moest belijden; op de instelling eener _Eerste +kamer_ van 40 tot 60 leden, door den koning voor hun leven te benoemen; +op de bepaling, dat _de Tweede kamer_ uit 110 leden zou bestaan en in 't +openbaar beraadslagen; op de bepaling, dat de landelijke stand van nu +aan werd vertegenwoordigd in de staten, der provinciën; op de toezegging +van vrijheid van drukpers; op de bepaling, dat het koninkrijk der +Nederlanden uit zeventien gewesten zou bestaan; op het artikel, houdende +dat deze grondwet ook op Luxemburg zou toepasselijk zijn, behoudens zijn +betrekking tot den bond, weshalve Luxemburg insgelijks zijn +vertegenwoordigers zond naar de Staten-Generaal. De zeventien gewesten +waren Zuid-Brabant, Limburg, Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, +Henegouwen, Namen, Antwerpen, gevoegd bij de boven (zie blz. 182) +opgetelde negen. Het dáár genoemde Brabant werd thans Noord-Brabant. + + + + +§ 36. + +_Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._ + + +Tot de vereeniging van Nederland met België had men besloten in 't +belang van 't evenwicht van Europa. Verschillende omstandigheden, +bovenal de vrees voor Frankrijk, deden, toen men dit besluit nam, over +alle bedenkingen heenstappen. Anders zou men waarschijnlijk de +tegenwerping van het ongelijksoortige der bevolkingen, die men aan +elkander hechtte, zwaarder hebben doen wegen. Twee natiën toch werden +bijeengevoegd, van elkander verschillende in karakter, zeden en +neigingen, in godsdienst en lotgevallen, ten deele ook in taal en +belangen. Hoe uiteenloopend evenwel de beide bestanddeelen van 't +koninkrijk der Nederlanden in menig opzicht mochten zijn, dit +uiteenloopen schijnt de bewering niet te wettigen, dat de stichting van +dit koninkrijk een ondoordacht werk was. Het was niet voor de eerste +maal dat de beide volkeren onder één bewind werden vereenigd. Tegen de +bijeenvoeging van Nederland en België valt niet meer in te brengen, dan +tegen de samenstelling van alle of van de meeste van Europa's staten. + +Dat onder de deugden van Willem I werkzaamheid een eerste plaats +bekleedde, toonde deze vorst in de vele jaren zijner regeering over het +koninkrijk der Nederlanden. Een der eerste wetsontwerpen, door de +Staten-Generaal aangenomen, was dat van den 29sten September 1815, +waarbij _de ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ werd ingesteld. +Reeds vroeger, in April van 't zelfde jaar, had _de Militaire +Willemsorde_ het aanzijn gekregen. In 1816 trad de prins van Oranje in +het huwelijk met ~Anna Paulowna~, de jongste zuster van Alexander, +keizer van Rusland. Uit dit huwelijk sproten o. a.: Willem Alexander +Paul Frederik Lodewijk, geboren in 1817; Willem Frederik Hendrik, +doorgaans prins Hendrik der Nederlanden geheeten, geboren in 1820, +tijdens zijn leven luitenant-admiraal van de vloot en 's konings +stedehouder in Luxemburg; Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses +Sophia, geboren in 1824, in 1842 getrouwd met Karel Alexander Augustus +Jan, sinds 1853 groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach. Eenige jaren na +zijn broeder, 1825, trouwde 's konings tweede zoon (zie blz. 163), +~prins Frederik der Nederlanden~, met Louise Augusta Wilhelmina Amalia, +een dochter van Frederik Willem III, koning van Pruisen. + +Intusschen kon de herboren staat, ook na den val van Napoleon, de wapens +nog niet geheel laten rusten. De dey van Algiers had zijn zeerooverijen, +waardoor de handel in de vorige eeuw reeds zooveel had geleden, hervat. +Daarom bombardeerden de Engelsche admiraal, lord ~Exmouth~, en de +Nederlandsche vice-admiraal, ~Theodoor Frederik baron van der Capellen~, +in Augustus 1816 de stad Algiers. De uitkomst beantwoordde aan het doel. +Toen Algiers voor de helft in puin lag en de vloot van den dey was +verbrand, ging hij op den dag na het bombardement een verdrag aan, +hetwelk de veiligheid der Middellandsche Zee herstelde en waaraan meer +dan 1000 Christenslaven hun vrijheid hadden te danken. Terzelfdertijd +geraakte het nieuwe koninkrijk in 't bezit zijner Oost- en West-Indische +koloniën, die het tot dusverre, door den oorlog op het vasteland +verhinderd, niet had kunnen overnemen. + +Er verliepen, sedert 1815, weinige jaren, of de onderdanen van Willem I +hadden redenen om met hun toestand tevreden te zijn. De akkerbouw +geraakte weldra tot aanmerkelijken bloei. Vele handen bleven voor dezen +tak van bestaan beschikbaar door de bepalingen der grondwet, die +onderscheid maakten tusschen het staande leger en de nationale militie. +Het eerste bestond slechts uit vrijwilligers, de laatste deels uit +vrijwilligers, deels uit hen, welke de loting hiertoe verplichtte. De +militie evenwel kwam maar één maand in 't jaar onder de wapens. Evenals +de landbouw, deed de bergbouw belangrijke schreden voorwaarts. Niet zoo +gunstig stond het met de fabrieken en manufacturen. Hoe nadeelig de +invloed van het continentaal-stelsel in 't algemeen ook was geweest, op +'t vasteland had menige fabriek er haar opkomst of meer vertier harer +voortbrengselen aan te danken gehad. Deze betrekkelijke voorspoed +verdween thans weder met de oorzaak, die hem had doen geboren worden. +Intusschen was die tijd van overgang kort. De koophandel en de zeevaart +van het koninkrijk der Nederlanden verschaften mettertijd aan de +voortbrengselen der fabrieken, welke den kwaden dag verduurden, in een +deel van Europa, en bovenal in 's lands koloniën een marktplaats. +Behalve de genoemde bedrijven, herleefden die, welke van ouds de bronnen +van Nederlands welvaart waren geweest, de handel en de zeevaart. Naast +het rijke Amsterdam en zijn mededinger Rotterdam begon Antwerpen, niet +langer door sluiting der Schelde of oorlog met Engeland belemmerd, +allengs op te komen. + +Was dit alles het werk der regeering? Geenszins. Doch deze verdienste +had de regeering, dat zij de pogingen der natie in de hand zocht te +werken en zich inmiddels zelve van de plichten poogde te kwijten, welke +hare roeping haar oplegde. Aan Utrecht schonk zij een veeartsenijschool, +aan Seraing (nabij Luik, aan de Maas) een zeer groote fabriek voor +machines, die met de beste van dien aard kon wedijveren, welke Engeland +bezat. Van haar menschlievendheid gaf de regeering een in 't oog vallend +blijk door in 1818, op 't voorbeeld van Engeland, den slavenhandel af +te schaffen. Ter bevordering van de gemeenschap, die het vervoer van de +voortbrengselen der nijverheid zoozeer vereenvoudigt, liet koning Willem +I zich inzonderheid veel gelegen liggen aan de verbetering der groote +wegen. Het waren meestal straatwegen, die door zijn toedoen werden +aangelegd; maar onder zijn bewind werd ook _de_ eerste _spoorweg_ in +Nederland, die van Haarlem naar Amsterdam, den 24sten September 1839 +voor het publiek geopend. + +Vooral hield Willem zich ijverig bezig met het scheppen of bevorderen +van binnenlandsche waterwegen. In dergelijke ondernemingen stelde hij +zooveel belang, dat hij er persoonlijk uit eigen middelen deel aan nam. +Kort na zijn komst in het vaderland liet hij de haven "het Nieuwe Diep" +(ten o. van den Helder) aanleggen. Met die haven stond in verband _het_ +groote _Noord-Hollandsche Kanaal_, hetwelk van het Nieuwe Diep tot +Amsterdam loopt en voor groote zeeschepen bevaarbaar is. Dit reusachtige +werk werd in 1825 voltooid. In 1830 kwam _het Apeldoornsche Kanaal_, +van Apeldoorn naar Hattem in den Ysel loopende, tot stand. Reeds +vroeger, in 1822, had men een begin gemaakt met het graven van _de +Zuid-Willemsvaart_ tusschen 's Hertogenbosch en Maastricht, een even +grootsch gewrocht, als het Noord-Hollandsche kanaal, hetwelk mede binnen +eenige jaren voor de vaart werd opengesteld. Hierdoor bekwam men een +waterweg van Maastricht tot den Helder. Onder de bijzondere personen, +die met Willem het aanleggen van kanalen als een hoofdtaak van hun leven +beschouwden, moet in de eerste plaats ~baron van Dedem~ worden genoemd +(overleden in 1851), de schepper van _de Dedemsvaart_, welke, van +Hasselt uit, het geheele Noorden van Overijsel, van 't W. naar 't O., +doorsnijdt en met een tak in de Nieuwe Vecht loopt. Naast de vaarten en +kanalen waren de indijkingen en inpolderingen een der onderwerpen, +waarbij Willem gaarne zijn aandacht bepaalde en welke hij zeer +bevorderde. Vooral was het droogmaken van 't Haarlemmermeer een zijner +lievelingsplannen. De zaak, reeds zeer vaak (zie b. v. blz. 97) +overwogen, kwam in 1838 zoo ver, dat de koning een ontwerp van wet tot +droogmaking van dat meer bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal liet +indienen; maar het werd met een groote meerderheid van stemmen +verworpen. + +Het waren evenwel niet alleen de dingen van stoffelijken aard, waarin de +koning belang stelde. Terecht begreep hij, dat de natie hoogere belangen +had, waarvoor hij in de eerste plaats had te waken. Van die belangen +achtte hij het onderwijs het gewichtigste. Veel heeft hij voor deze +maatschappelijke instelling gedaan. Men overdrijft niet, wanneer men +beweert, dat in België, ten tijde der samenvoeging, het lager onderwijs +zoo goed als niet bestond. Volvaardig nam Willem de taak op zich, in dit +gemis te voorzien. Hij richtte een paar normaalscholen ter opleiding van +onderwijzers en een groot aantal modelscholen op, alles ten koste van de +staatskas. Wat de koning voor het hooger-onderwijs deed, toont alleen de +vermelding, dat hij het voor het Noorden regelde bij een besluit van den +2den Augustus 1815 en voor het Zuiden bij een besluit van den 25sten +September 1816. Nu werden de Hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen +en Leuven tot een nieuw leven geroepen. Te Gent en te Luik verrezen +thans voor 't eerst academiën. De hoogescholen van Harderwijk en +Franeker, thans rijks-athenaeën geworden, bleven in stand, om later, in +1817 en in 1843, te worden opgeheven. Ten behoeve van het leger en de +zeemacht schiep de koning de militaire academie te Breda en het +instituut voor de marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep). Een +andere van 's konings daden is de regeling der protestantsche +kerkgenootschappen sedert in 1816. Meer moeite dan met deze regeling had +de regeering van Willem I met de wetgeving. Het duurde tot den 1sten +October 1838, eer de Fransche wetten verdrongen en de nieuwe +Nederlandsche wetgeving werd ingevoerd. + +Nog is niet alles aangeroerd. Willem, die steeds van oordeel was, dat, +zoolang er nog iets overbleef te verrichten, niets was verricht, was +steeds ijverig in de weer, om armoede te weren en tot werkzaamheid op te +wekken. Te dien einde riep hij in 1821 _de Maatschappij van +weldadigheid_ in 't leven, die de landbouwende koloniën Frederiksoord en +Willemsoord (in 't z.w. van Drente, ten z.w. van Vledder), benevens de +bedelaarsgestichten Veenhuizen (in 't n.w. van Drente, ten z.w. van +Norg) en Ommerschans (in 't n. van Overijsel, ten n.o. van Zwol) +stichtte. De oprichting der eerste was meer in 't bijzonder het werk van +den luitenant-generaal ~Johannes van~ ~den Bosch~, die zich vele jaren +aan de leiding dezer kolonie geheel toewijdde. Den naam "Frederiksoord" +draagt zij naar prins Frederik, 's konings tweeden zoon (zie blz. 186), +aan wiens krachtige bescherming zij haar opkomst mede had te danken. Om +den handel en die vaart op 's lands buitenlandsche bezittingen aan te +moedigen werd in 1824 _de Nederlandsche Handelsmaatschappij_ opgericht. +Zoozeer kwijnden toen de handel, de fabrieken, de reederijen en de +scheepsbouw, dat de regeering meende te moeten voorgaan, ten einde bij +bijzondere personen den uitgedoofden zin door groote ondernemingen te +wekken. Nog steeds verkeert deze maatschappij in een zeer bloeienden +toestand. + +Zooals boven (zie blz. 187) terloops is opgemerkt, duurde het tot 1816, +eer de Oost-Indische bezittingen metterdaad uit de handen van Engeland +in die van Nederland overgingen. Zij bestonden toen, behalve uit de +factorij op Desima, uit Java, de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten +deele, Born[=e]o ten deele, Cel[=e]bes, de Molukken, het tinrijke Banka +(ten o. van Sum[=a]tra) en de Riouwsche eilanden (tusschen Malakka en +Banka gelegen). Ook behoorde destijds nog tot het gebied van Nederland +Malakka (zie blz. 99), hetwelk echter in 1824 bij verdrag aan Engeland +kwam tegen den afstand van al hetgeen dit rijk op Sum[=a]tra bezat, +alsmede van Billiton, dat, evenals Banka, veel tin voortbrengt en in de +nabijheid van dit eiland ligt. Terwijl Daendels (zie blz. 177) werd +afgezonden, om als gouverneur-generaal het bewind over de kust van +Guin[=e]a op zich te nemen, waar hij weldra stierf, benoemde de koning +tot eersten gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen van het +koninkrijk ~Godard Alexander Gerard Philips baron van der Capellen~. +Vele waren de moeielijkheden, waarmede hij had te worstelen. Bovenal +gevaarlijk voor het Nederlandsche gezag was de opstand van ~Diepo +Negoro~, voogd van den minderjarigen sultan van Djokjokarta (zie blz. +143), in 1826, wien het Nederlands krijgsmacht eerst in 1830 gelukte +machtig te worden en alzoo den oorlog te eindigen. + +In 1830 werd, na een kort tusschenbestuur, ~Johannes van den Bosch~ de +opvolger van van der Capellen, die reeds eenigen tijd tevoren was +teruggeroepen. Het was van der Capellen niet gelukt, aan het moederland +rijke _baten_ uit Oost-Indië te verschaffen, en toch behoefden 's lands +financiën dringend een dusdanigen steun. Naar de meening van den +nieuwen gouverneur-generaal moesten deze bezittingen veel meer +opbrengen. Daarom voerde hij, aanvankelijk alleen op Java, een nieuw +_cultuurstelsel_ in, hetwelk de regeering in staat stelde, spoedig en +vele Indische voortbrengselen te ontvangen en te gelde te maken. Het +mocht van den Bosch gebeuren te ervaren, dat het cultuurstelsel voldeed +aan de verwachting, die hij ervan had gekoesterd. Tot 1833 bleef hij aan +'t hoofd van 't bestuur in Oost-Indië. Toen keerde hij naar het +vaderland terug en stierf er later, door den koning tot den gravenstand +verheven, als graaf van den Bosch in 1844. Zijn opvolgers hielden wel de +hand aan het cultuurstelsel, maar wijzigden het in menig opzicht. + +Groot waren de moeilijkheden, waarmede Willem I uit den aard der zaak +had te worstelen, als vorst van een rijk, waarin alle takken van bestuur +geheel moesten worden geregeld. Doch de grootste zwarigheden berokkende +den koning, van het begin af, de samenvoeging der beide, in 't oog der +Belgische geestelijkheid onvereenigbare bestanddeelen des rijks. Deze +geestelijkheid, oordeelende, dat de Roomsch katholieke kerk slechts +gedoogd, in plaats van, zooals het behoorde, heerschende kerk werd, +poogde eerst de grondwet te doen verwerpen en, toen dit haar invoering +niet belette, den eed op die grondwet te verbieden. Hierin slaagde zij, +zoo niet geheel, althans inzoover, dat de koning er wellicht door werd +genoopt, aan de leden der Staten-Generaal te veroorloven, bij den eed +zoodanig voorbehoud te nemen, als het geweten hun voorschreef. Van dit +oogenblik af was zij voortdurend in de weer, om de regeering van Willem +I hinderpalen in den weg te leggen, en aan stof en gelegenheid tot +tegenkanting ontbrak het niet. Een zeer gevaarlijk en aanzienlijk +tegenstander der regeering was de Broglio (zie blz. 184). Met de overige +Belgische bisschoppen gaf hij een geschrift in 't licht over den eed op +de grondwet, waarin (zie t. a. p.) de katholieken tegen het afleggen van +dien eed werden gewaarschuwd. Hierom, alsmede uit hoofde van +ongeoorloofde briefwisseling met den paus veroordeelde het gerechtshof +te Brussel hem in 1817 tot deportatie, d. i. tot gedwongen verblijf in +een oord van ballingschap. De bisschop was gevlucht. Alzoo werd het +vonnis bij verstek gewezen en moest op onteerende wijze ter kennis van +het volk worden gebracht. Hoe rechtvaardig ook dit vonnis moge zijn, het +was een ongelukkige greep, dat men voor die kennisgeving een dag +uitkoos, waarop twee zware misdadigers, tot dwangarbeid voor hun leven +veroordeeld, te pronk stonden. Zóó werd de naam van den bisschop, in +groote letters aan een paal op het schavot gehecht, tegelijk met de +beide booswichten tentoongesteld. + +Veel aanstoot gaf een koninklijk besluit van het jaar 1819, houdende +dat, te beginnen met 1823, in de provinciën Limburg, Oost- en +West-Vlaanderen, Antwerpen en Zuid-Brabant de Nederlandsche taal voor de +bij uitsluiting geldende in openbare aangelegenheden werd verklaard. +Ofschoon in de genoemde gewesten het Nederduitsch de taal des volks was, +maakte het besluit daarom een ongunstigen indruk, omdat de hoogere +standen zich dagelijks van het Fransch bedienden. Een andere grieve der +Belgen was, dat nog geen vijfde deel van de officieren van het leger tot +hun natie behoorde. Zij bedachten evenwel niet, dat dit ten deele +hieruit voortkwam, dat in de eerste jaren van 't bestaan van 't rijk het +getal der Nederlandsche officieren, die hun diensten aan den koning +aanboden, veel grooter was, dan dat der Belgen, en dat deze verhouding +langen tijd ongeveer dezelfde moest blijven. Eindelijk beklaagden de +Belgen zich erover, dat de schuldenlast van Noord-Nederland voor de +helft op het Zuiden was overgebracht. Geenszins overwogen zij, dat +tegenover den schuldenlast groote voordeelen stonden, die zij krachtens +de vereeniging deelachtig, werden, als de zeemacht en de rijke koloniën. + +Doch geen dezer grieven woog in 't oog der Belgen zelven zwaarder, geen +maatregel der regeering wekte meer hun verbittering, dan 's konings +besluiten aangaande het onderwijs, bij hen vooral zoo nauw verwant aan +den godsdienst, en inzonderheid dat nopens het collegium philosophicum. +Ten einde het voorbereidend onderwijs, inzonderheid van de jonge lieden, +die zich aan den geestelijken stand wijdden, aan de kleine seminariën of +kweekscholen der over 't geheel niet zeer verlichte geestelijken te +onttrekken, riep de koning, bij besluit van den 14den Juni 1825, ter +vervanging dier scholen, _het collegium philosophicum_ in 't leven. Het +werd te Leuven gevestigd. Twee jaren na de opening mochten geen anderen, +dan die hun voorbereidende studiën in het collegium hadden volbracht, +als priester worden gewijd. Gelijk een donderslag klonk de mare van dit +besluit den geestelijken in de ooren. Vele ouders trachtten het te +ontwijken door hun kinderen buiten 's lands te laten onderwijzen; maar +ook dit werd tegengegaan. Hevig was de afkeer, dien de meerderheid der +inwoners uit het Zuiden tegen het collegium bleef koesteren. + +Een van de onmiddellijke gevolgen van 's konings besluit was de +aaneensluiting en verbroedering van twee partijen in België, welke tot +dusverre tegenover elkander hadden gestaan. Behalve die der +geestelijken, waartoe ook vele adellijken behoorden, was n.l. +langzamerhand, van een geheel ander standpunt uitgaande, een tweede +gekomen, die in vele opzichten Franschgezind was en zich "de liberale" +of "vrijzinnige" noemde. Zij wenschte geheele vrijheid van onderwijs en +drukpers. Om in haar streven des te beter te slagen, vereenigde zij zich +met de partij der ijverige katholieken. Van dit oogenblik af, d. i. +sedert het einde van 1828, begonnen zich de voorboden te vertoonen van +een geregeld verzet tegen de regeering, blijkbaar in het indienen van +een groote menigte verzoekschriften, welke in sterke bewoordingen om +opheffing der talrijke bezwaren vroegen. Van denzelfden tijd af stonden +in de Tweede Kamer de afgevaardigden uit het Noorden en die van het +Zuiden als twee vijandelijke legerbenden in volle wapenrusting tegenover +elkander geschaard. Netelig was 's konings toestand. Van den aanvang af +was het zijn streven geweest, de samensmelting tusschen de beide deelen +des rijks hoe langer hoe meer te bevorderen. Doch bij het nemen van +doortastende maatregelen schijnt hij den volksgeest niet genoeg te +hebben in 't oog gehouden en ontzien. Hoezeer de besluiten omtrent het +onderwijs en de taal in staat waren, de inniger vereeniging in de hand +te werken, zij kunnen niet worden vrijgepleit van de blaam, eenigszins +voorbarig te zijn en te zeer indruisende tegen de in België heerschende +zienswijze. Niet genoeg, meende men, hield Willem I ook in 't oog, dat, +uit den aard der zaak het tegengaan van allen invloed der Franschen op +het zuidelijke gedeelte van zijn rijk een hoofdzaak voor hem was. Het +omgekeerde had plaats, want elke tegenstander der met de richting der +katholieke geestelijkheid instemmende Bourbons (_Overzicht_, 9de druk, +blz. 234), die uit Frankrijk kwam vlieden, vond in België een +toevluchtoord en vaak hulp en steun bij het hof. Zoo stemde de koning de +regeering van Frankrijk ongunstig en werkte de unie tusschen de +Belgische geestelijken en de liberalen in de hand. + +Deze unie had in 1828 plaatst. Zij bestond hierin, dat de beide +partijen, op een voorstel, in de dagbladen der geestelijkheid gedaan, +zonder voorshands op haar bijzonder belangen te letten, zich tot een +gemeenschappelijken strijd tegen de regeering vereenigden. Zoodra die +vereeniging was tot stand gekomen, nam de koning een weifelende houding +aan tusschen gestrengheid en toegeven. Hiervan gaf hij over 't geheel, +ook reeds vroeger, menig bewijs. Zoo sloot hij, om de katholieken +tegemoet te komen, die sinds lang een geregeld kerkbestuur wenschen, in +1827 met paus ~Leo~ XII een _concordaat_ (d. i. een verdrag tusschen het +hof te Rome en een wereldlijke regeering, waarbij deze haar toestemming +geeft tot de regeling der kerkelijke aangelegenheden harer Roomsche +onderdanen). Den verzoenenden zin, die hem bezielde, openbaarde Willem I +verder door in 1829 de verplichting van 't bijwonen der lessen van 't +collegium op te heffen, waardoor het weldra teniet ging. Eveneens trok +hij de beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal in. Dat de +koning van den anderen kant volstrekt niet van zins was, zich door de +losbandigheid der drukpers te laten overvleugelen, toonden de +rechtsgedingen, tegen de Potter en anderen gevoerd wegens pogingen, door +hen gedaan om in hun geschriften hun medeburgers op te hitsen ter +omverwerping der bestaande regeering. Zij werden veroordeeld tot een +zeker aantal jaren ballingschap. Maar de veroordeelingen waren doelloos, +want de overtreders der wetten op de pers beschouwde men als +slachtoffers. + +Den 27-29sten Juli 1830 had in Frankrijk de omwenteling plaats +(_Overzicht_, 9de druk, blz. 234), waardoor Karel X van den troon werd +gestooten. De tijding werd in België met de grootste opgewondenheid +aangehoord. Koning Willem I, in zijn binnenlandsche staatkunde juist het +tegendeel van Karel X, werd met hem op één lijn gesteld. Geen maand +later, en ook de Belgen toonden, hoe spoedig zij de kunst hadden +geleerd, zich te ontslaan van een koning, over wien zij misnoegd waren. + + + + +§ 37. + +_De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert 1830._ + + +De ontevredenheid, van 1815 dagteekenende, was voortdurend in kracht +toegenomen en diep in de gemoederen doorgedrongen. De mijn was geladen, +slechts een kleine vonk noodig, om ze te doen springen. Sinds een paar +jaren zag men in België reeds naar de uitbarsting uit en werd de +aanstaande omwenteling openlijk in de straten van Brussel aangekondigd. +Dat er hoofden der beweging waren, lieden van aanzienlijken rang, die de +volksmenigte bestuurden, spreekt vanzelf. Doch deze personen hebben niet +veel anders gedaan, dan de mijn aansteken. De mijn, die ontvlamde, was +het volk zelf. Den 25sten Augustus gaf men in den schouwburg der stad de +"Muette de Portici" (_Overzicht_, 9de druk, blz. 141), d. i. den opstand +op het tooneel. Van den schouwburg tot de straat was een overgang van +een paar uren. Te tien uur des avonds schoolden talrijke volkshoopen +samen, die weldra verschillende huizen plunderden en verwoestten en +zelfs de woning van den minister van justitie van Maanen in brand +staken. Daar het opgeruide grauw toonde smaak in het plunderen te hebben +gekregen, begonnen de gezeten lieden voor de openbare veiligheid beducht +te worden. Uit deze overweging kwam den 27sten Augustus de oprichting +eener gewapende burgermacht voort, die de Brabantsche kleuren aannam en +in wier handen 's konings troepen de teugels van 't krijgsgezag over de +oproerige stad terstond stelden. Te Luik en in de overige steden van +België beleefde men dadelijk een herhaling van dezelfde tooneelen. + +De Belgische opstand verraste de regeering van koning Willem I. De +gewapende macht, die zich te Brussel bevond, had geen orders, hoe te +handelen, en was niet krachtig genoeg. Eerst den 28sten Augustus nam de +koning eenige besluiten. Hij begon met de Staten-Generaal buitengewoon +te 's Gravenhage bijeen te roepen tegen den 13den September. Een +legercorps werd bijeengebracht en kreeg bevel naar Brussel op te +trekken. Aan 't hoofd dezer troepen werden 's konings beide zonen +geplaatst, de prins van Oranje en prins Frederik, destijds admiraal en +generaal over 's rijks krijgsmacht te water en te land. Groot was, bij +de nadering van dit leger, de ontsteltenis onder de bevolking der stad. +Binnen weinige uren was Brussel als een verschanste legerplaats. Vermits +men zich desniettemin niet sterk genoeg achtte, om zich tegen geweld van +wapenen te verdedigen, vaardigde men een bezending naar 's prinsen +hoofdkwartier af. Deze bezending schilderde in zulke sterke kleuren de +bedenkelijke stemming van Brussels bevolking, inzonderheid van het +gemeen, dat de prins van Oranje beloofde, den 31sten Augustus, slechts +begeleid door zijn staf, te zullen komen. + +Op het vastgestelde uur had, dien 31sten Augustus de intocht van den +prins van Oranje binnen Brussel plaats. Het moet een indrukwekkend +schouwspel zijn geweest, den prins, bijna onverzeld, de straten te zien +doorrijden, opgevuld met duizenden manschappen der burgermacht en met +een gewapende menigte, die nu eens een doodsch stilzwijgen bewaarde, dan +weer in woeste kreten of bedreigingen haar gewaarwordingen lucht gaf. +Bij het stadhuis, waarheen de hoofden van den opstand hem geleidden, +sloeg de Arabische schimmel, dien de prins bereed, achteruit en kwetste +plotseling een der omstanders. De prins, die terstond een ander paard +had bestegen, aan het gewoel en getier ziende, dat de volksschare tot +dadelijkheden dreigde over te gaan, zette het dier in den galop en +baande zich door zijn koene sprongen over de barricaden en versperringen +heen een weg naar zijn paleis. + +Kort hierna keerde de prins naar 's Gravenhage terug. Tegen de meening +van den kroonprins, die op milde beloften en op het herstel der grieven +aandrong, gaf de koning aan prins Frederik bevel, om de gehoorzaamheid +aan het wettig gezag gewapenderhand te doen terugkeeren en een aanval op +Brussel te doen. Doch het gunstige oogenblik was voorbij. Het vuur van +den opstand had zich wijd en zijd verbreid. Te lang had de regeering, +weifelende tusschen vredelievende gezindheid en de zucht om geweld te +gebruiken, gedobberd. Hierbij kwam, dat de aanval op Brussel niet met +dat beleid en die doortastende kracht geschiedde, welke de waarborgen +zijn van een goeden uitslag. Men wilde de stad vermeesteren; doch men +wilde ze tevens zooveel mogelijk sparen en de burgerij geen geweld +aandoen. Na een vierdaagsche worsteling, die aan vele wakkere soldaten +het leven kostte, trokken de koninklijke troepen den 26sten September +uit de stad terug. Het oproer zegevierde. + +Weinige dagen na den terugtocht van 's konings troepen uit Brussel werd, +den 29sten September, in de Tweede Kamer der Staten-Generaal het besluit +genomen, het staatsbestuur te splitsen zonder scheuring van het rijk en +de grondwet te herzien. Aan de voornaamste eischen der Belgen had de +koning niet willen tegemoet komen. Intusschen nam de strijd meer en meer +het karakter aan van een oorlog, niet tegen de kroon, maar tusschen +Noord- en Zuid-Nederland. De Belgen konden niet sterker naar een geheele +scheiding verlangen, dan de Noord-Nederlanders zelven. Ook in het leger +vertoonde zich die verdeeldheid. Geheele afdeelingen, uit Belgen +bestaande, vielen af. Terwijl de wettige vertegenwoordigers van het +Belgische volk in den Haag ter Staten-Generaal beraadslaagden, +bestuurden eenige volksleiders den gang der gebeurtenissen in 't Zuiden. +De Potter (zie blz. 194) kwam uit de ballingschap terug, werd met +uitbundige toejuiching ontvangen en mede aan 't hoofd van 't voorloopig +bestuur te Brussel gesteld. Maar zes weken later was men hem reeds moede +en verliet hij, zich er niet veilig rekenende, zijn vaderland voor de +tweede maal. Ten einde, zoo mogelijk, de regeeringloosheid tegen te +gaan, welke uit dezen staat van zaken dreigde voort te komen, zond +Willem I, op verzoek van vele aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje +voor de tweede maal naar de kampplaats. Hij had in last, het bestuur +over de getrouw gebleven gewesten op zich te nemen en de opgestane +streken naar vermogen tot rust te brengen. Terstond beloofde de prins +aan de Belgen de opheffing van vele hunner grieven. En toen het +voorloopig bestuur, te Brussel gevestigd, de natie had opgeroepen om een +congres te doen bijeenkomen en Antwerpen er ook deel aan wilde nemen, +gaf de prins aan dit verlangen toe. Zoo doende ging hij verder, dan de +koning had bedoeld, en werd teruggeroepen. + +Terzelfder tijd, in 't midden van October 1830, wendde Willem I zich tot +de vijf groote Europeesche mogendheden, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland, +Pruisen, Rusland, als leden van 't Weener-congres, die zich tot de +handhaving van het koninkrijk der Nederlanden hadden verbonden. De +gezanten dezer mogendheden openden in 't begin van November hun eerste +_conferentie_ (bijeenkomst) _te Londen_. Inmiddels was de prins van +Oranje naar het vaderland teruggekeerd en er met groote koelheid +ontvangen. De toegevendheid, door hem jegens de Belgen aan den dag +gelegd, werd hem in 't Noorden zeer euvel geduid. Na zijn vertrek uit +Antwerpen vertoonden zich ook hier en te Maastricht, tot dusver de +eenige plaatsen, waar 's konings bewind nog werd geëerbiedigd, meer en +meer onrustwekkende verschijnsels. Te Maastricht handhaafde echter de +generaal Dibbets het gezag der Nederlandsche regeering. Te Antwerpen +daarentegen brak de opstand openlijk uit en viel menig Nederlandsch +krijgsman onder de kogels der muitende menigte. ~David Hendrik baron +Chassé~, die er het bevel voerde, had de stad wel in staat van beleg +verklaard, maar verzette zich in 't eerst niet krachtig tegen de +buitensporigheden van 't gemeen. Doch eindelijk, den 27sten October, +bedwong hij, ondersteund door de vloot, die onder 't bevel van den +schout-bij-nacht ~Koopman~ op de Schelde lag, door een uren lang +aangehouden bombardement der stad den overmoed des vijands. Op +uitnoodiging der conferentie te Londen stuitte inmiddels een +wapenstilstand den verderen gang der vijandelijkheden. + +Op deze conferentie bleek het weldra, dat geen der vijf mogendheden +genegen was, ten behoeve van het stamhuis van Oranje-Nassau den vrede +van Europa op het spel te zetten. Alsof de koning dit had kunnen +vermoeden, had hij, niet alleen op die conferentie bouwende, het volk +van Noord-Nederland ter verdediging van de onafhankelijkheid des lands +te wapen geroepen. De oproeping vond overvloedigen weerklank bij alle +standen van 't volk. Langzamerhand stroomden duizenden manschappen naar +de zuidelijke grenzen van Noord-Nederland en wachtten er geduldig 's +konings bevelen af. Intusschen maakte de conferentie _de protocollen_ +van den 20sten en den 27sten Januari 1831 bekend, waarin de geheele +scheiding van Nederland en België werd uitgesproken en vastgesteld, dat +16/31 der gemeenschappelijke schuld ten laste van België zou komen. +Middelerwijl was _het nationaal congres_ den 10den November 1830 te +Brussel bijeengekomen en had, hoewel het zich voor 't behoud van den +constitutioneel-monarchalen regeeringsvorm verklaarde, het huis van +Oranje-Nassau van den troon uitgesloten. Dit congres verwierp de +protocollen van Januari, terwijl Willem I verklaarde ermede in te +stemmen. + +De Belgen vonden niet spoedig een koning voor den door hen ledig +verklaarden troon. Daarom droeg het congres het oppergezag voorloopig op +aan een regent, den baron ~Surlet de Chokier~, een rijk grondbezitter, +tot dusver president dier vergadering. Eindelijk, den 4den Juni 1831, +benoemde het met groote meerderheid van stemmen prins ~Leopold van +Saksen-Koburg-Gotha~, een broeder van den regeerenden hertog van +Saksen-Koburg-Gotha, tot _koning der Belgen_. Leopold aanvaardde de +regeering den 21sten Juli van dat jaar, beloofde de zeer vrijzinnige +grondwet, een van de eerste vruchten der werkzaamheid van 't congres, te +zullen eerbiedigen en sloot in 1832 een tweede huwelijk met ~Louise~, de +oudste dochter van Lodewijk Philips, koning der Franschen. Inmiddels +stelde de conferentie in Juni 1831 eene nieuwe protocol, _de achttien +artikels_, op, veel gunstiger voor België dan de vorige, waarin zij de +rechten van het huis van Oranje-Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig +verklaarde, België uitzichten op het bezit van Maastricht opende en +vaststelde, dat het niet verplicht was, een deel der schuld van het oude +Nederland over te nemen. Èn deze wijzigingen, èn het optreden van +Leopold als koning brachten Willem I, reeds lang ongeduldig over den +langwijligen gang van de beraadslagingen der conferentie, tot het +besluit, zijn recht met het zwaard te handhaven. Marschvaardig lag de +Nederlandsche krijgsmacht op de grenzen, van geestdrift gloeiende en +begeerig om, was het noodig, den heldendood voor het vaderland te +sterven. Zij gedacht het voorbeeld van den wakkeren ~Johan Karel Jozef +van Speyk~, die in Februari 1831, gedurende den wapenstilstand, met zijn +kanonneerboot, welke de wind bij Antwerpen naar 's vijands wal had +gedreven, in de lucht vloog, liever dan de vlag te strijken voor hen, +die hij als muiters tegen hun wettigen koning aanmerkte, of, wat nog +erger was, ze hun prijs te geven. + +Was op het eind van 1830 Nederlands leger niet bestand geweest tegen dat +van België, thans, in den zomer van 1831, was die verhouding omgekeerd. +Het leger van Willem I werd aangevoerd door ~den prins van Oranje~, wien +prins Frederik ter zijde stond, en telde nog geen 36,000 man. De +Belgische legers, dat van de Schelde en dat van de Maas, waren omtrent +30,000 man groot. Aan 't hoofd van 't eerste stond de generaal ~de +Ticken de Terhove~, het bevel over het tweede voerde ~Daine~. Het leger +van de Schelde was in de nabijheid van Antwerpen geplaatst, het andere +stond in het Limburgsche. Terstond besloot de prins van Oranje tusschen +de beide legers door te breken, om daarna elk van hen afzonderlijk aan +te vallen. Een goed deel van dit plan werd volvoerd door _den +tiendaagschen veldtocht_, 2-12 Augustus 1831. Den 5den Augustus was de +doorbreking reeds geschied. Elke dag van dien veldtocht werd door +gevechten gekenmerkt. De meestbeteekenende feiten zijn, wat men de +slagen bij ~Hasselt~ (den 8sten Augustus) en bij ~Leuven~ (den 12den +Augustus) noemt. De eerste dezer ontmoetingen was eigenlijk niets dan +één krachtige aanval op het op Hasselt terugtrekkkende leger van Daine, +dat dadelijk als een kudde schapen uiteenstoof en geheel werd +verstrooid. Het had een slag in den waren zin des woords kunnen worden, +indien Daine minder onbekwaam en lafhartig was geweest, en zoo niet de +prins van Oranje, hoogstwaarschijnlijk België liever willende winnen dan +overwinnen, zich ertoe had bepaald, den vijand van zijn minderheid te +overtuigen, in plaats van hem te vernietigen. In den slag van Leuven, +die van meer beteekenis was, voerde koning Leopold in persoon zijn +troepen aan. De Belgen werden er geheel verslagen, weken naar Leuven en +hadden zonder eenigen twijfel, wilden zij niet tot den laatsten man toe +gedood of gevangen genomen worden, op smadelijke wijze de wapenen moeten +nederleggen. Maar nu rukte, op verzoek van Leopold, een Fransch leger +onder maarschalk ~Gérard~ België binnen en was de prins verplicht, voor +de meerderheid te zwichten. Hij stond eindelijk, op herhaald verzoek van +den Britschen gezant te Brussel, een wapenstilstand toe, en de veldtocht +nam een einde. + +Wederom hervatte de conferentie op 't einde van Augustus 1831 hare +beraadslagingen, die in 't midden van October tot een nieuwe schikking, +_de vier-en-twintig artikels_, voerden. Bij deze artikelen werd aan +België een deel van Luxemburg toegekend, waarvoor het een deel van +Limburg moest afstaan. Maastricht bleef aan Nederland voorbehouden. Ten +aanzien van de schuld bepaalden zij, dat België met een jaarlijksche +rente van 8,400,000 gl. zou worden belast. Reeds den 15den November +onderteekende Leopold, door de nederlagen van den tiendaagschen +veldtocht ontmoedigd, dit ontwerp-verdrag, hoewel minder gunstig voor de +Belgen dan de achttien artikels. Daarentegen weigerde Willem I de +onderteekening. Hij was van oordeel, dat nagenoeg geheel Limburg een +bestanddeel van Nederland behoorde te blijven en dat, voor 't geval dat +hij afstand deed van een gedeelte van Luxemburg, hij hiervoor nog +verdere schadeloosstelling moest bekomen. Ook omtrent de schikking +nopens de schuld kon hij niet met de conferentie instemmen. Deze +verklaring van den koning van Nederland verdroot de conferentie. Twee +der vijf mogendheden, Frankrijk en Engeland, sloten den 22sten October +1832 een overeenkomst, ten einde de noodige stappen te doen, om het +grondgebied van België door den vijand te doen ontruimen. Ten einde dit +doel te bereiken, legden zij, terwijl Willem I daarentegen gebood, de +vaartuigen der Engelsche en der Fransche natie te ontzien, embargo op de +Nederlandsche schepen en trok een Fransch leger van 90,000 man onder +maarschalk Gérard België ten tweeden male binnen. Het rukte tegen de +citadel van Antwerpen op, welker puinhoopen Chassé, na een roemrijke +verdediging van negentien dagen, bij verdrag aan den vijand overgaf. De +schout-bij-nacht Koopman (zie blz. 198), van oordeel zijnde, dat zijn +vloot niet in het verdrag was begrepen, haastte zich, ze te vernielen en +stelde zich toen met zijn manschappen ter beschikking van Gérard. +Evenals de bezetting van de citadel werd de bemanning der vloot als +krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd. + +Ook na dit wapenfeit der Franschen bleef de eindschikking met België nog +steeds hangende. Willem I volhardde in zijn verzet tegen den voorslag +der overmacht. Dit veroorzaakte een langdurig en zeer kostbaar bestand +(_status quo_), daar Nederland voortdurend een zeer talrijk leger op de +been moest hebben en de onzekerheid der toekomst, ofschoon het embargo +in Mei 1833 werd opgeheven, den handel van groote ondernemingen +afschrikte. Eindelijk noodzaakte de uitputting des lands den koning toe +te geven. Den 14den Maart 1838 gaf hij te kennen, dat hij de voorwaarden +der vier-en-twintig artikels inwilligde. Maar nu beweerden de Belgen +weder, vermits Nederland zoo laat toetrad en zij zelven, uit hoofde der +dreigende houding van hun tegenpartij, kosten hadden gemaakt, niet +gehouden te zijn tot betaling van een deel der renten van de schuld. Dit +verwekte nieuwe moeilijkheden, die ten laatste door _het eindverdrag_ +van den 19den April 1839 uit den weg werden geruimd. Dit verdrag, +hetwelk de vier-en-twintig artikels eenigszins wijzigde, bepaalde, dat +België een afzonderlijk rijk werd; dat het aandeel van België in de +rente der staatsschuld, jaarlijks van den 1sten Januari 1839 af te +betalen, 5,000,000 gl. zou zijn; dat het Duitsche verbond en de +groothertog de westelijke helft van Luxemburg aan België afstonden; dat +België hiervoor afzag van een gedeelte van Limburg, zoodat aan Nederland +dat deel bleef, hetwelk aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede de +stad Maastricht met het omliggend land en het gebied ten n. van een +lijn, getrokken van de zuidelijke punt van Noord-Brabant naar de Maas, +ten n. van Stevensweert. Deze streek van Limburg heette "hertogdom" en +maakte--behoudens Maastricht en Venlo, die alleen tot Nederland bleven +behooren,--van nu aan een deel uit, zoowel van het koninkrijk der +Nederlanden, als van het Duitsche verbond. + +In vele opzichten bleef de verhouding van Limburg tot Duitschland zeer +vreemd. Het zond afgevaardigden naar de Staten-Generaal, maar was +verplicht troepen voor het Duitsche verbond op de been te houden en werd +ten deele door verordeningen van dat verbond geregeerd. Eerst in 1866 is +de betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken. In 't jaar +1840 werd bepaald, dat Holland van nu aan in Zuid- en Noord-Holland zou +worden gesplitst, zoodat het koninkrijk der Nederlanden thans uit tien +provinciën en uit het hertogdom Limburg bestond. Één jaar vroeger was de +oudste zoon van den kroonprins (zie blz. 186) getrouwd met prinses +Sophia Frederika Mathilde, de jongste dochter van Willem I, koning van +Wurtemberg, als koningin der Nederlanden overleden in Juni 1877. Uit +dit huwelijk sproot in 1840 prins Willem, overleden Juni 1879, in 1851 +prins Alexander. + +Toen koning Willem I in de eerste jaren van den Belgischen opstand met +moed en volharding wederstand bood zoowel aan de eischen van België, als +aan die der conferentie te Londen, was er niemand, die hem meer steunde +en deze houding meer toejuichte, dan de Nederlandsche natie zelve. +Langzamerhand echter veranderde die stemming, toen de koning, na aan de +roepstem der eer ruimschoots te hebben voldaan, steeds hopende op eenige +wijziging in de staatkunde der groote mogendheden of op een omkeering +van zaken in Europa, er volstrekt niet toe was te bewegen, van zijn +stelsel van volharding af te wijken. En nadat het eindelijk bekend was +geworden, dat een verbazend hoog cijfer van staatsschuld de uitkomst was +der volhardende staatkunde, maakte de gehechtheid van 't volk aan zijn +vorst plaats voor wantrouwen en verkoeling. Thans deed het +Noord-Nederlandsche volk ten deele dezelfde klachten hooren, die vroeger +alleen in 't Zuiden waren geuit. Het verlangde een duidelijke +openlegging van den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen +misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings ministers, in 't +kort gewichtige hervormingen in het staatsbestuur. Bij de overige +redenen van ontevredenheid kwam weldra een andere, die het misnoegen tot +den hoogsten graad deed stijgen. Men vernam, dat de koning, die sinds +1837 zijn echtgenoot (zie blz. 163) door den dood had verloren, het +voornemen koesterde, tot een tweede huwelijk over te gaan met de gravin +d'Oultremont de Wigimont, een der dames van het huis van wijlen de +koningin. Doch de gravin was een Belgische en Roomsch-katholiek. Dit was +genoeg, om de meerderheid der Nederlanders tegen het huwelijk in te +nemen. + +Zooveel tegenstand verdroot den koning. Afgemat door den negenjarigen +kamp, had hij geen geneigdheid, ook zijn laatste levensjaren in een +eindelooze worsteling door te brengen. Onverwachts begaf hij zich in den +herfst van 't jaar 1840 uit 's Gravenhage naar het Loo en ontbood er +zijn zonen en kleinzonen, alsmede zijn ministers. Hun deelde hij den +7den October mede, dat hij van dat oogenblik af afstand deed van de +kroon en ze overdroeg aan den zoon, hiertoe door de grondwet aangewezen. +De daad, schier zonder eenige plechtigheid volbracht, werd nog +denzelfden dag ter kennis van 't volk gebracht. In 't volgende jaar +huwde Willem I, nu "graaf van Nassau" geheeten, de gravin d'Oultremont +en leefde vervolgens bij afwisseling te Berlijn, op zijn goederen in +Silezië en op het Loo, totdat hij den 12den December 1843 te Berlijn +overleed. + +Den 28sten November 1840 werd ~WILLEM~ II in de Nieuwe kerk te Amsterdam +met groote plechtigheid ingehuldigd. Het was geen gunstige tijd, om de +regeering over Nederland te aanvaarden. De natie en de schatkist beide +waren uitgeput, en de leiders der volksmeening wezen op een doortastende +herziening der grondwet, als op het eenige middel om tot welvaart en +nationale kracht te geraken. Deze meening deelde Willem II geenszins. +Hetgeen echter de meeste moeielijkheden baarde was de toestand van 's +rijks financiën. Nadat de pogingen van een paar ministers van financiën +ter herstelling van een geregelden toestand der geldmiddelen schipbreuk +hadden geleden, droeg Willem II in September 1843 het tijdelijk bestuur +van het departement van financiën aan den minister van justitie, ~Floris +Adriaan van Hall~, op. Ten einde in alles, wat voorziening behoefde, te +voorzien, was het volstrekt noodzakelijk, zware offers van de natie te +vergen. Hiertoe toonde het volk zich in 1844 bereid door, volgens een +ontwerp van van Hall, een leening tot een bedrag van 127,000,000 gl., +naar 3 pct. 's jaars, zoo goed als vol te teekenen. Aan het verlangen +naar een herziening der grondwet in vrijzinnigen geest werd voldaan in +'t jaar 1848 te midden der volksbewegingen, die de meeste staten van +Europa op hun grondvesten deden schudden. Luxemburg kreeg in 't zelfde +jaar een nieuwe grondwet, waarbij het zijn afzonderlijke +vertegenwoordiging, die het in 1841 had bekomen, behield. + +De hoofdtrekken der Nederlandsche grondwet van 1848 zijn: De kroon is +erfelijk, zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie van het +huis van Oranje. De koning heeft de uitvoerende macht en deelt de +wetgevende macht met de Staten-Generaal. Hij heeft het opperbevel over +de land- en de zeemacht en het opperbestuur der koloniën. Hij benoemt de +ministers, die voor de daden der regeering verantwoording zijn +verschuldigd aan de natie. De Staten-Generaal vertegenwoordigen het +geheele volk. Zij bestaan uit een Eerste en een Tweede Kamer, voor +welker leden de ouderdom van dertig jaren een vereischte is. De leden +der Eerste Kamer, ten getale van negen-en-dertig, worden door de +provinciale staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen in de directe +belastingen. Zij hebben zitting voor negen jaren. De leden der Tweede +Kamer worden rechtstreeks door de burgers gekozen, welke meerderjarig +zijn en een zekere som in de directe belastingen betalen. Het aantal der +leden, die voor vier jaren zitting hebben, is thans vijf-en-zeventig. +Voorzitter der provinciale staten is de commissaris des konings. + +Het was Willem II niet gegeven, de vruchten te aanschouwen van het werk, +waartoe hij den grond had gelegd. Reeds den 17den Maart 1849 stierf hij +te Tilburg, aan welke plaats hij gedurende zijn leven zeer gehecht was +geweest. Het volk van Nederland betreurt hem als een held, die aan de +grootsche gestalten zijner voorvaderen uit het huis van Oranje +herinnerde, en als een welwillend koning, die in moeielijke dagen met +beleid voor zijn belangen had gewaakt. + +Een paar woorden over de regeering van 's konings zoon en opvolger +~WILLEM~ III mogen tot slot van dit hoofdstuk verstrekken. Onder zijn +bewind werd eindelijk in 1853 het droogmaken van 't Haarlemmermeer (zie +blz. 188), een in Juni 1848 aangevangen reuzenwerk, voltooid. In 1853 +werd tevens weder een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk +ingevoerd, waarvan Utrecht als aartsbisdom de hoofdzetel is. Onder de +vele wetten, die, als uitvloeisel van de in 1848 uitgevaardigde +grondwet, zijn tot stand gekomen, verdienen de kies-, de gemeente- en de +provinciale wet te worden genoemd. In 1857 verving een wet op het +lager-onderwijs die van 1806. Zij werd in 1863 gevolgd door een wet op +het middelbaar onderwijs, in 1876 door een op het Hooger-Onderwijs. + +Zooveel wat aangaat het binnenlandsch bewind. Ten aanzien van de +buitenlandsche betrekkingen behoort het verdrag van Februari 1871 te +worden vermeld, bij hetwelk de Nederlandsche bezittingen op de Kust van +Guin[=e]a (in 't w. van Afrika) voor de som van 24,000 £ sterling aan +Groot-Britannië werden afgestaan. Twee jaar daarna, in Maart 1873, brak, +ter zake van zeerooverij, een oorlog los van Nederland tegen den sultan +van Atjeh (op de westkust van Sum[=a]tra), die nog steeds voortduurt. In +Juni 1877 overleed de koningin (zie blz. 202), in Januari 1879 prins +Hendrik, 's konings broeder (zie blz. 186). + + + + +§ 38. + +_Eindblik op den toestand des lands._ + + +Zoo is dan het plan, in de eerste paragraaf aangekondigd, volvoerd en +wederom een beknopte geschiedenis van Nederland te boek gesteld. Nog +bestaat dat rijk, aan welks geschiedenis de vorige bladzijden zijn +gewijd. Behalve de bijna 31,000 vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 +inwoners, die het in vreemde werelddeelen bezit, beslaat het in Europa +een oppervlakte van ruim 600 vierkante mijlen, waarop een bevolking +woont van ruim 3-1/2 millioen. Ongeveer 2/3 gedeelte van den grond is +bebouwd. Landbouw, veeteelt, handel, fabrieken en vischvangst blijven +voortdurend de bronnen van het bestaan der ingezetenen. De haringvangst, +ofschoon zij sinds een tiental jaren weder eenigszins begint op te +komen, heeft veel geleden door den wedijver van Engelschen en +Duitschers, en de walvischvangst is van weinig beteekenis. De handel, +dien Nederland drijft, is nog steeds wereld- en binnenlandsche handel. +Al is de eerste, in vergelijking met andere landen en van hetgeen hij is +geweest, niet meer, wat hij weleer was, nog is hij belangrijk en +verdient den naam van wereldhandel. De voorwerpen van dien handel zijn +voornamelijk de voortbrengselen van landbouw en veeteelt, benevens de +koloniale waren. + +Wat de Nederlandsche nijverheid betreft, zij heeft geen ongelukkiger +tijdperk gekend, dat het twintigtal jaren, dat verliep tusschen de +omwenteling van 1795 en de oprichting van het koninkrijk der +Nederlanden. Gedurende het vijftienjarig tijdvak, dat met 1815 aanvangt, +begon er wel op nieuw eenig leven te komen in het fabriekwezen van +Noord-Nederland; maar de nijverheid van dit deel van het koninkrijk +bleef verre, zeer verre ten achteren bij die van het Zuiden. Na de +omwenteling van 1830 geraakte de nijverheid in ons vaderland geheel aan +'t kwijnen. Dit kwam, behalve uit den staatkundigen toestand en uit de +ophooping der staatsschuld, uit de geringe geneigdheid der fabrikanten +voort, om aan den eisch des tijds te voldoen en de stoomkracht op het +fabriekwezen toe te passen. Doch allengs is de Nederlandsche nijverheid +na de afscheiding der Zuidelijke gewesten weder opgekomen. Daarentegen +kwijnt de scheepsbouw. Moge dus, in vergelijking met vroegere eeuwen, +Nederlands bloei in den handel niet zijn toegenomen, in 't stuk der +nijverheid is dit stellig het geval. Een andere lichtzijde van den +tegenwoordigen toestand ziet men in de staatsschuld, waarvan het bedrag +sinds de laatste twintig jaren regelmatig is verminderd. + +Dat de letterkunde sinds den val der Republiek (zie blz. 167) een +belangrijke schrede voorwaarts heeft gedaan, zal wellicht niet met grond +kunnen worden staande gehouden. Toch heeft het zestig- of zeventigjarig +tijdvak, sedert verloopen, op meer dan op één beroemden naam te wijzen. +Er stonden schrijvers op, die aan de voortbrengselen hunner pen +bekendheid of grooten roem verschaften. De namen dier schrijvers heeft +de Geschiedenis der letterkunde opgeteekend. Hier kan slechts op een +paar van de voornaamsten worden gewezen, in de eerste plaats op +Bilderdijk. Op veelzijdiger ontwikkeling, dan ~Willem Bilderdijk~, een +Amsterdammer (1756-1831) zichzelf gaf, kunnen weinigen bogen. +Wijsbegeerte, oude en nieuwe talen, wis- en natuurkunde, +rechtsgeleerdheid, geschiedenis, geneeskunde, godgeleerdheid, niets was +hem vreemd. Een vruchtbaarder schrijver heeft Nederland niet aan te +wijzen. Het hoogst staat hij als dichter. Alle dichtsoorten beoefende +hij, buiten het blijspel, en in alle bracht hij meesterstukken voort. In +het heldendicht leverde hij _den Ondergang der eerste wereld_, een +grootsch maar onvoltooid gewrocht; in het leerdicht _de ziekte der +geleerden_; in den lierzang _de ode aan Napoleon_. Op het gebied der +taal schreef hij een _Spraakleer_. Op het veld van de _geschiedenis van +'t Vaderland_ leverde hij een werk, waarvan de hoofdstrekking een +doorloopende bestrijding is van Wagenaar (zie blz. 167). Tot heden toe +is het aan dit geschrift niet gelukt, den ouden Wagenaar te verdringen. + +In menig vers heeft Bilderdijk de herstelling van Nederlands +nationaliteit bezongen. In 't jaar dier herstelling stierf een andere +dichter, wiens naam voorzeker bij geen Nederlander onbekend is, welke op +die nationaliteit prijs stelt. Dit is ~Jan Frederik Helmers~, die in +zijn _Hollandsche natie_, een middelsoort tusschen het helden- en het +lierdicht, den roem verheerlijkt, door het Nederlandsche volk behaald, +zoowel te land als ter zee, op het veld der wetenschappen en op dat der +fraaie kunsten. + +Een Nederlander, die zijn vaderland lief had, was Helmers. Niet minder +deed dit ~Hendrik Tollens~ Cz., in 1780 geboren te Rotterdam, overleden +te Rijswijk in 1856. Was Cats de eerste Nederlandsche volksdichter +geweest, de eerenaam van de tweede te zijn geweest komt Tollens toe. +Immers behalve zoo menige andere zang op onderwerpen van Nederlandsche +historie, die dit mede bevestigt, getuigt hiervoor het door hem +vervaardigde volkslied: "Wien Neêrlands bloed door de adren vloeit." Een +groot aantal van 's dichters verzen zijn gewijd aan den huiselijken +haard. De meest bekende zijner gedichten zijn: _het tafereel van den +vierdaagschen zeeslag_, _Beilink_, _het turfschip van Breda_, enz. en op +het gebied der beschrijvende poëzie: _het tafereel van de overwintering +der Hollanders op Nova-Zembla_. + +Van de prozaschrijvers uit de eerste helft dezer eeuw behoort bovenal +~Jan Hendrik van der Palm~ te worden aangehaald, hoogleeraar in de +Oostersche talen te Leiden. Hij was de eerste prozaschrijver van zijn +tijd. Onder zijn geschriften bekleeden _de Bijbelvertaling met +aanteekeningen_, _de Bijbel voor de jeugd_ en _de Salomo_, een +uitbreiding van de spreuken, een eerste plaats. In deze en andere zijner +werken vindt men, bij diepte van gedachten, een krachtigen en rijk +geschakeerden, doch ook helderen en lossen stijl. Onder al die werken +staat geheel op zichzelf _het Geschied- en Redekunstig gedenkschrift van +Nederlands herstelling_, dat heden ten dage meer om den vorm, dan om den +inhoud, de aandacht trekt. Van der Palm, die hoogbejaard in 1841 +overleed, leefde te midden van een aantal uitstekende mannen op het +gebied der letterkunde, als Kinker, Borger, Da Costa. + +Zullen de wijsgeerige, de dichterlijke en de taalkundige geschriften van +~Johannes Kinker~ zijn naam lang voor de vergetelheid bewaren, alleen +_de Ode aan den Rijn_ zal dien van ~El[=i]as Annes~ ~Borger~ doen +voortleven. ~Izaäk da Costa~ is de voortreffelijkste van Bilderdijks +leerlingen. Hij streed, als Bilderdijk, voor de rechtzinnige +gereformeerde leer. Welk een gloed hij als dichter had, ziet men in zijn +_Wachter, wat is er van den nacht?_, waarin hij de omkeeringen op +staatkundig gebied van 't jaar 1848 voorspelt, in zijn _Slag bij +Nieuwpoort_ en andere verzen. In 1860 overleden, was Da Costa een +tijdgenoot van Bogaers, de Génestet, van Lennep en Beets, die, waar men +van de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde gewaagt, in de eerste +rijen staan. Als bewijs van het keurige dichttalent van ~Bogaers~ wordt, +onder meer, doorgaans _De tocht van Heemskerk naar Gibraltar_ +aangehaald. ~De Génestets~ _Leekedichtjes_ zijn bij jong en oud bekend, +evenzeer als de _Camera obscura_ van Hildebrand, d. i. ~Beets~. Van het +genoemde viertal is Beets de eenige, die nog leeft. Bogaers werd in +1870, de Génestet in 1861, van Lennep in 1868 door den dood weggerukt. +~Van Lenneps~ werken zijn vooral gedichten en romans in proza. De +laatste hebben hem gemaakt tot den gevierden schrijver, van wien elk +iets heeft gelezen. Voor den beste dier romans houdt men _Ferdinand +Huyck_. + + + + +TIJDREKENKUNDIG OVERZICHT DER BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND. + + +Jaren n. C. + + =§ 1. _Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder + de heerschappij der Romeinen._= + + Oorsprong der Zuiderzee 839. + + De Dollard ontstaat 1277. + + De Biesbosch ontstaat 18 Nov. 1421. + + Men begint op het dijkwezen te letten ongev. 900 of 1200. + + De Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de + Brukteren geraken onder de heerschappij der Romeinen 100-1 v. C. + + ~Drusus~ onderwerpt de Friezen. + + Opstand der Friezen. + + Corb[)u]lo beteugelt hen 47. + + Claudius Civ[=i]lis stelt zich aan 't hoofd van den opstand + der Bataven 69. + + De Friezen, de Kaninefaten en andere stammen verbinden zich + met de Bataven. + + Claudius Civ[=i]lis hernieuwt het verbond met Rome.-- + ~Cere[=a]lis~ 70. + + + =§ 2. _De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen + worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het + leenstelsel en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._= + + Herhaalde invallen der Franken, n.l. der Saliërs, in de + Nederlanden sinds ongev. 300. + + Zij vestigen zich hier ongev. 361. + + Nederland en België behooren tot Austrasië sedert 511. + + De landstreek bij den IJsel is het gebied der Saksen + sedert ongev. 400-500. + + Grenzen der Friezen. + + De naam der Bataven en die der Kaninefaten verdwijnen sinds 400-500. + + Onderwerping der Friezen aan Karel den groote 785. + + ~Willebrord~, ~Wulfran~ en ~Winfried~ of ~Bonifacius~ + bekeeren of doopen de Friezen. + + Willebrord eerste bisschop onder de Friezen. + + Ontmoeting van Wulfran met ~Radboud~ te Hoogwoude 719. + + Dood van Bonifacius te Dokkum 5 Juni 755. + + Kerkrechtelijke verdeeling dezer landen in den tijd der + Franken in bisdommen.--Staatsrechtelijke verdeeling in + hertogdommen, graafschappen, schoutambten.--Burgerlijke + verdeeling in volken of landen, elk land in _gouwen_, elke + gouw in _marken_.--De aloude marken. + + Het land bestuurd door drie _hertogen_ en door _graven_.-- + Oorspronkelijke beteekenis van 't woord "graaf".-- + _Schepenen_.--Aan 't hoofd der schoutambten staan + _schouten_.--De standen der bevolking: _vrijen_, _liten_, + _slaven_ of _lijfeigenen_. + + ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~ laten zich doopen.--Lodewijk + de vrome geeft Heriold Dorestad of _Duurstede_ en omstreken, + Roruk _Kennemerland_ en Hemming _Zeeland_ 826. + + Einde van de heerschappij der Noormannen in deze streken 885. + + Verdrag van Verdun.--Lothar[)i]us I verwerft bijna geheel + België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een + deel van Zeeland 843. + + Het aandeel van Lothar[)i]us I komt aan Duitschland 870 en 879. + + + =§ 3. _Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van + andere streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij + dezer landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en + in het Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._= + + De Nederlanden en België zijn een bestanddeel van + Lotharingen, en van Neder-Lotharingen sedert 965. + + De meeste Nederlanden worden erfelijke leenen, + waarschijnlijk ongev. 800-1000. + + Meerdere gouwen komen aan één graaf sedert 1000-1100. + + Het geheele land verdeeld tusschen den graaf van Gelder, + dien van Holland en den bisschop van Utrecht 1100-1200. + + In plaats van Neder-Lotharingen ontstaan, voor en na, + verschillende zelfstandige staten, als het hertogdom + _Brabant_, het markgraafschap _Namen_ en het graafschap + _Henegouwen_. + + Het bisdom _Luik_. + + Het graafschap _Limburg_ wordt een hertogdom sedert 1000-1100. + + _Maastricht_ voor een gedeelte een bezitting van den + bisschop van Luik, voor een ander deel een op zichzelve + staande rijksstad.--Karel V scheidt deze stad van het + Duitsche rijk af en voegt ze aan Brabant toe. + + Het graafschap _Luxemburg_ wordt een hertogdom 1354. + + _Antwerpen_ is een markgraafschap van het Duitsche rijk en + wordt door den hertog van Brabant bestuurd 900-1000. + + De heerlijkheid _Mechelen_ komt aan Vlaanderen 1357. + + _Artois_ en _Kroon-Vlaanderen_ leenen van Duitschland. + + Noordelijk Vlaanderen, _Rijks-Vlaanderen_, een leen van + Duitschland. + + Hendrik II geeft Rijks-Vlaanderen in leen aan Boudewijn IV, + graaf van Vlaanderen, die Zeeland bewester Schelde wederom + in achterleen geeft aan Dirk III, graaf van Holland 1007. + + Karel de eenvoudige geeft aan Dirk I eenige stukken grond 922. + + ~DIRK~ III sticht een sterkte tusschen de Merwede en de oude + Maas.--Hendrik II doet hem tevergeefs den oorlog aan 1018. + + De stad Dordrecht. + + De naam "graaf van Holland" komt op. + + De graaf van Holland tevens graaf van _Zeeland_ 1323. + + _Gelderland_ bestaat uit de graafschappen Gelder en Zutfen.-- + Eerste graaf van Gelder en Zutfen ~HENDRIK~ 1138. + + Keizer Lodewijk verheft ~REINOUD~ II of ~den zwarte~ tot + hertog van Gelderland 1339. + + De bisschop van Utrecht door de kanoniken van de vijf + kapittelkerken gekozen sedert 1122. + + Friesland sedert Karel den groote beheerscht door graven. + + De heerlijkheid _Westerwolde_. + + Uitbreiding bij trappen der macht van den graaf van Holland. + + _De beden._--_De privilegiën._ + + + =§ 4. _Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._= + + Huis van Holland 922 (1018)-1299. + + Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk + V, Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, + Floris IV, Willem II, Floris V, Jan I. + + ~WILLEM~ II komt tegen de West-Friezen om bij ~Hoogwoude~ 1256. + + ~Floris~ V bedwingt de Kennemerlanders.--Hij onderwerpt de + West-Friezen, de Waterlanders en de Drechterlanders 1282 en 1287. + + ~DIRK~ VI belegert Utrecht.--~Herbert~--Dirk breekt het + beleg op ongev. 1145. + + ~Floris~ III overlijdt te Antiochië 1190. + + Willem, later ~WILLEM~ I, vecht mede voor Acre 1191. + + Hij neemt Damiate in 1219. + + Hij ontruimt het 1221. + + _De Damiaatjes_ in de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem sinds 1550. + + Dirk VII sterft.--Ada.--Ada door Adelheide uitgehuwd aan + ~Lodewijk~, graaf van Loon 1203. + + Lodewijk uit Holland verdreven 1204. + + Willem I wordt graaf. + + Willem II, de stichter van 's Gravenhage, tot Roomsch koning + benoemd 1247. + + Floris V beoorloogt de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en + ~Herman van Woerden~. + + Gijsbrecht doet afstand van Muiden. + + Herman doet afstand van Woerden.--De beide heeren doen + afstand van hun alodiën, die zij als leenen terugkrijgen. + + ~Eduard~ I, koning van Engeland, verplaatst den stapel der + Engelsche wol van Dordrecht naar Brugge en Mechelen 1295. + + Floris V sluit zich bij ~Philips IV~ of ~den schoone~ aan 1296. + + ~Gerard van Velzen~ en de overige saamgezworenen dooden + Floris V 1296. + + Jan.--~Wolfert van Borselen~ aan 't hoofd der regeering 1297. + + Hij wordt te Delft omgebracht 1299. + + Jan draagt het bewind voor vier jaren aan ~Jan van Avennes~ + op.--Jan I sterft 1299. + + + =§ 5. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het + Beiersche huis._= + + Instelling der _stad-_ of _stedehouders_ door ~JAN~ II. + + De Vlamingen, aangespoord door Jan van Renesse, vallen in + Zeeland en Holland 1303. + + Zij worden gestuit bij _het Manpad_ 1304. + + De eer der zege komt toe aan ~Witte van Haamstede~ en Willem + van Oostervant. + + ~WILLEM~ III~ de goede~ 1304-1337. + + Waarschijnlijke invoering der beden. + + Hij roept voor 't eerst, met de edelen, de schepenen der + steden van Holland en Zeeland op. + + Verdrag van Willem III met Lodewijk I van Nevers, graaf van + Vlaanderen, bekrachtigd door Lodewijk van Beieren.--Lodewijk + ziet van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde af.-- + De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland 1323. + + Willem III geeft zijn dochter Margareta aan keizer Lodewijk + ten huwelijk. + + ~WILLEM~ IV 1337-1345. + + Hij komt om bij Stavoren 1345. + + Lodewijk beleent ~Margareta~ met Holland, Zeeland en + Friesland 1346. + + Margareta vertrekt naar haar graafschappen, doch keert + spoedig naar Beieren terug. + + ~Willem~ wordt _verbeider_. + + Lodewijk van Beieren sterft.--Karel IV keizer 1347. + + Verdrag tusschen Margareta en Willem.--Zij erkent Willem als + graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland.-- + Willem zal haar jaarlijks ongeveer 30,000 gl. en een zekere + som op eens betalen 1349. + + Margareta herroept haar gift en begeeft zich naar + Henegouwen. + + _Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_. + + Het buskruit voor 't eerst hier te land gebruikt. + + Margareta staat Holland, Zeeland en Friesland aan ~WILLEM~ V + af, die belooft, haar een jaargeld te zullen betalen.--Zij + behoudt Henegouwen 1354. + + Margareta overlijdt te Quesnoi 1356. + + Willem V gaat naar Quesnoi 1357. + + Albrecht wordt _ruwaard_. + + Willem V sterft.--~ALBRECHT~ 1389-1404. + + Krijgstocht van Albrecht naar Friesland. + + Hij huwt zijn dochter ~Margareta~ uit aan ~Jan zonder + vrees~, zijn zoon Willem aan Margareta, een dochter van + Philips den stoute. + + Zijn jongste zoon ~Jan~ wordt bisschop van Luik. + + In de meeste steden van Holland treden _burgemeesters_ met + een _raad_ op. + + Albrecht sterft 1404. + + WILLEM~ VI 1404-1417. + + Hij richt een staand leger op. + + Willem VI sterft 1417. + + Jakoba van Beieren geboren 1401. + + ~Jan van Touraine~ sterft 1417. + + Geschillen tusschen Jakoba en ~Jan van Beieren~ of Jan zonder + genade. + + Jakoba huwt ~Jan IV~, hertog van Brabant en Limburg, + markgraaf van Antwerpen, stichter van de hoogeschool te + Leuven 1418. + + Verdrag van Jakoba met Jan van Beieren 1419. + + Jan van Brabant verpandt Holland en Zeeland aan Jan van + Beieren 1420. + + De staten van Brabant ontzetten Jan van Brabant van het + bewind. + + Jakoba trouwt met ~Humphrey, hertog van Glocester~ 1422. + + Jan van Beieren overlijdt 1425. + + Philips de goede erfgenaam van Jan van Beieren. + + Holland en Zeeland blijven Jan van Brabant getrouw.-- + Henegouwen huldigt Humphrey en Jakoba.--Jakoba's troepen + vermeesteren Schoonhoven.--~Allaert Beilink~ wordt levend + begraven 1425. + + Humphrey verlaat deze landen.--Jan van Brabant benoemt + Philips den goede tot ruwaard van Holland en Zeeland 1425. + + Jan van Brabant sterft 1427. + + Een geestelijk gerechtshof te Rome verklaart de + echtverbintenis met Glocester voor onwettig 1428. + + _Verdrag te Delft_.--Philips de goede wordt erkend als + ruwaard en erfgenaam van Holland, Zeeland, Friesland en + Henegouwen; Jakoba zal niet hertrouwen, dan met toestemming + van haar moeder, van Philips en van drie stenden der landen; + zij zal een gedeelte trekken van de inkomsten der + graafschappen 1428. + + ~Frank van Borselen~ wordt stadhouder van Philips over + Holland en Zeeland.--Hij huwt Jakoba, verliest het + stadhouderschap, doch wordt graaf van Oostervant. + + Jakoba verliest de grafelijke waardigheid 1433. + + Zij sterft 1436. + + + =§ 6. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische + huis._= + + Jan zonder vrees wordt gedood op de Yonnebrug 1419. + + ~PHILIPS DE GOEDE~ 1433-1467. + + Hij verkrijgt Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche- + Comté, Artois en Salins 1419. + + Hij koopt Namen van graaf Jan III 1421. + + Jan sterft.--Namen komt aan Philips 1429. + + Hij erft van een neef Brabant, Limburg, Antwerpen 1430. + + Jakoba staat hem Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen + af 1433. + + Hij koopt Luxemburg en neemt het in bezit in 1451. + + _De vroedschap en rijkheid._ + + Philips de goede richt _het hof van Holland_ op 1428. + + Instelling van _den geheimen_ of _grooten raad_ 1455. + + Vergadering der _Algemeene Staten_ te Brussel 25 April 1465. + + De _dagvaart_ van Holland voor 't eerst _staten_ genoemd 1428. + + De _zes_ steden dier staten: Dordrecht, Haarlem, Delft, + Leiden, Amsterdam, Gouda.--_'s Lands advocaat_. + + Staten van Zeeland.--Drie leden, de abt van Middelburg, de + edelen en de vijf steden. + + Instelling van _de orde van het gulden vlies_ 1430. + + Uitvinding der boekdrukkunst òf door Laurens Janszoon Coster + van Haarlem, òf door Johan Gutenberg te Mains ongeveer 1455. + + Willem Beukelszoon van Biervliet.--Hij sterft 1397. + + _De buizen._ + + ~KAREL DE STOUTE~ 1467-1477. + + Hij vestigt _den grooten raad te Mechelen_ 1474. + + Hij richt een staand leger ruiterij op 1471. + + Verdrag van Karel met ~Arnoud van Egmond~.--Arnoud verpandt + hem Gelderland voor 300,000 gl. en benoemt hem tot + erfgenaam 1471. + + Bijeenkomst van Karel en Frederik III te Trier 1473. + + Karel de stoute sneuvelt bij Nancy in een slag tegen Réné, + hertog van Lotharingen 1477. + + ~MARIA~ 1477-1482. + + Lodewijk XI vermeestert Bourgondië, bespringt Artois en + Picardië, zelfs Franche-Comté, bedreigt Vlaanderen. + + Holland en Zeeland verkrijgen het _groot-privilegie_. + + Maximiliaan wordt Maria's echtgenoot 1477. + + Frankrijk geeft Franche-Comté en Artois, op eenige steden + na, terug 1493. + + Maria sterft.--Maximiliaan wordt voogd voor Philips II of + den schoone 1482. + + + =§ 7. _Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het + Oostenrijksche huis._= + + Opstand van Gent en Brugge.--Gevangenschap van Maximiliaan + te Brugge 1488. + + ~Jan van Schaffelaar~ komt te Barneveld om 1482. + + Einde van het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, alsmede + van den strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen 1492. + + Maximiliaan wordt keizer van Duitschland 1493. + + ~PHILIPS~ II of ~DE SCHOONE~ 1494-1506. + + Bij zijn inhuldiging weigert hij het groot-privilegie te + erkennen. + + Philips trouwt met ~Johanna~ 1496. + + Dood van Isabella, koningin van Castilië 1504. + + Philips aanvaardt het bewind over dit rijk, maar sterft 1506. + + Maximiliaan wederom regent over de Nederlandsche staten. + + Karel geboren te Gent 1500. + + ~KAREL~ V aanvaardt het bewind over de Nederlandsche staten 1515. + + Hij volgt Ferdinand II den katholieke te Arragon op 1516. + + Hij wordt keizer van Duitschland 1519. + + George van Saksen verkoopt hem zijn rechten op Friesland + voor 350,000 gl. 1515. + + De Friezen erkennen hem als heer 1524. + + ~Hendrik van Beieren~ staat hem de wereldlijke macht over + Utrecht en Overijsel af 1528. + + Groningen erkent hem als heer des lands 1536. + + Karel van Gelder staat hem de heerschappij over Drente af 1536. + + ~Willem van Gulik~ en ~Kleef~ staan hem Gelderland af 1543. + + De zeventien gewesten. + + + =§ _8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de + Middeleeuwen._= + + De graaf van Gelder eigent zich eenige rechten der kroon + toe 1200-1300. + + Lodewijk van Beieren benoemt ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~ + tot hertog 1339. + + Samensmelting der steden en edelen tot één lichaam van + landsstenden 1418. + + De naam _staten_ komt in Gelderland in zwang 1477. + + De hoofdsteden der vier kwartieren: Nijmegen, Roermond, + Zutfen, Arnhem. + + Leden van den landdag: _de bannerheeren_, de ridderschappen, + de steden. + + Stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd: + Gelder, Gulik en Egmond. + + Graven uit _het huis Gelder_. + + Reinald II graaf tot 1339. + + Hertog Reinald II sterft 1343. + + ~REINALD~ III volgt hem op. + + Geschil tusschen hem en Eduard.--De partijschappen der + _Hekerens_ en _Bronkhorsten_. + + Eduard wint den slag bij Tiel 1361. + + Reinald staat hem den titel en de rechten van hertog af 1361. + + Eduard sterft.--Reinald III wordt weder hertog en sterft 1371. + + _Het huis Gulik_--~WILLEM~ I 1372. + + Hij wordt hertog van Gulik. + + ~REINALD~ IV. + + Hij sterft 1423. + + _Het huis Egmond_.--De landsstenden erkennen ~ARNOLD~ als + hertog 1423. + + ~Adolf~, gesteund door ~Katharina van Kleef~, stelt zich aan + 't hoofd der misnoegden. + + Adolf laat Arnold van het slot te Grave naar Buren voeren 9 Jan 1465. + + Karel de stoute middelaar tusschen vader en zoon.--Hij laat + Adolf gevangen zetten 1471. + + Arnold verpandt Gelderland voor 300,000 gl. aan Karel den + stoute 1471. + + Hij sterft 1473. + + Karel de stoute onderwerpt Gelderland 1473. + + Karel de stoute sneuvelt.--Dood van Adolf van Gelder 1477. + + De Gelderschen stellen ~KAREL~ van Gelder aan hun hoofd 1492. + + Karel van Egmond bijna meester van geheel Gelderland 1513. + + ~Maarten van Rossum~. + + Karel van Egmond sterft 1538. + + Willem van Gulik en Kleef staat Gelderland aan Karel V af 1543. + + + =§ 9. _Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, + Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen._= + + De staten van Utrecht beschreven sinds 1400-1500. + + Drie leden dezer staten: _de geëligeerden_, de edelen, de + stad Utrecht en wellicht mede de kleinere steden. + + De naam Overijsel opgekomen 1400-1500. + + Leden der staten: de ridders en de steden Deventer, Kampen, + Zwol. + + _De kastelein_ of _burggraaf van Koevorden_.--_De landdag_ + van Drente.--De ridders en _de eigenerfden_.--~HENDRIK VAN + BEIEREN~ staat de wereldlijke macht over Utrecht aan Karel V + af 1528. + + Overijsel erkent Karel V, in plaats van Karel van Egmond, + als heer 1528. + + Drente komt aan Karel V 1536. + + De geschillen der _Schieringers_ en _Vetkoopers_ sedert omtrent 1300. + + Zware watervloeden in Friesland. + + Maximiliaan verpandt Friesland aan ~Albrecht van Saksen- + Meiszen~ voor 300,000 gl. en bevestigt hem in _het + erfpotestaatschap_ 1498. + + Albrecht sterft.--~Hendrik~ en ~George~ 1500. + + De Friezen roepen ~Karel, hertog van Gelderland~, in 1508. + + George staat Friesland voor 350.000 gl. aan Karel V af 1515. + + ~Groote Pier~. + + Karel V heer van Friesland 1524. + + ~Albrecht van Saksen-Meiszen~ door Maximiliaan tot heer van + Groningen benoemd 1499. + + ~Karel, hertog van Gelderland~, in Groningen. + + Groningen erkent Karel V als heer 1536. + + De landsvergadering van Friesland.--De afgevaardigden van + Oostergo, Westergo en Zevenwouden. + + _De grietmannen_. + + Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo, + Westerkwartier. + + Westerwolde een heerlijkheid tot 1795. + + De Staten-Generaal leenheeren van Westerwolde sedert 1594. + + De stad Groningen koopt die heerlijkheid voor ruim 140.000 + gl. 1619. + + De staten bestaan uit de eigenerfden en uit andere + afgevaardigden uit de drie kwartieren.--Later komt de stad + erbij. + + + =§ 10. _De Nederlanden onder het bewind van Karel V._= + + Karel V heer van de zeventien Nederlandsche gewesten 1543-1555. + + _De groote visscherij_ verschaft aan meer dan 20.000 + huisgezinnen het onderhoud.--De haring jaarlijks op de + kusten van Engeland en Schotland gevangen 24 Juni-25 November. + + 1500 haringbuizen, alleen uit Enkhuizen 140, loopen in zee. + + _De pekelharing_.--_De bokking_. + + De Noordsche compagnie sinds 1614. + + 250 schepen uitgerust voor _de walvischvangst_ 1600-1700. + + Antwerpen.--Meer dan 1000 vreemde handelshuizen.--De beurs + telt meer dan 5000 bezoekers.--Amsterdam.--Fabrieken. + + Begin der Nederlandsche letterkunde ongeveer 1200. + + ~Jakob van Maerlant~ en _de spiegel historiael_. + + Het Vlaamsch.--_Reinaert de Vos_. + + De Rederijkerskamers. + + _Verdrag van Augsburg_.--Alle Nederlandsche gewesten zullen + geheel onafhankelijk van Duitschland zijn, maar onder de + hoede van dit rijk staan, mits een zeker aandeel in de + rijkslasten dragende 1548. + + ~MARIA~ _gouvernante_ 1530. + + _De raad van state_, _de geheime raad_ en _de raad van + financiën_ sedert 1531. + + Oproer te Gent.--Karel vordert een bede ven 400,000 gl. van + Vlaanderen, welke Gent weigert mede te betalen. + + Vonnis, door Karel over de stad geveld 1540. + + ~Wessel Gansfort~, ~Rudolf Agric[)o]la~.--~Gerrit Gerritsz.~ + of ~Desiderius Erasmus~ sterft 1536. + + Meer dan Luthers stelsel verbreidt zich dat van Calvijn in + Nederland. + + De Wederdoopers.--_De Doopsgezinden_ of _Mennonieten_.-- + ~Menno Simons~ Roomsch priester te Witmaarsum tot 1536. + + Hij is een tijdlang leerling van Ubbo Philips. + + Karel V vaardigt elf plakkaten tegen de hervorming uit. + + Inquisiteurs ingesteld 1522. + + 50.000 menschen om des geloofs wille, naar men zegt, onder + Karels regeering ter dood gebracht. + + Afstand en overdracht der Nederlanden aan Philips II te + Brussel 25 Oct. 1555. + + Karel overlijdt in 't klooster Yuste 1558. + + Karels natuurlijke kinderen: Margareta en Don Jan van + Oostenrijk. + + Willem van Oranje. + + + =§ 11. _De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._= + + ~Philips II~ 1555-1581. + + ~Margareta van Parma~, getrouwd met Octavius Farnese, hertog + van Parma, landvoogdes der Nederlanden.--~Karel, baron van + Barlaimont~ president van den raad van financiën--~Viglius~ + of ~Wigele~ van ~Aytta van Zuichem~ van den geheimen raad.-- + Leden van den raad van state: ~Antonius Perenot~, de prins + van Oranje, ~Lamoraal, graaf van Egmond~, later de + ~Montmorency, graaf van Hoorne~. + + Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en + Utrecht; Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, + graaf van Aremberg, van Friesland, Groningen, Drente en + Overijsel; de baron van Barlaimont van Namen. + + Twee liniën in het huis van Nassau sedert 1250. + + De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_. + + ~Willem~, een zoon van Willem den rijke van Nassau- + Dillenburg, geboren 1533. + + Willem de rijke heeft vijf zonen: Willem, Jan den oude, + Lodewijk, Adolf en Hendrik. + + Willem erft het prinsdom Oranje van zijn neef Réné. + + Antonius Perenot geboren in Franche-Comté. + + Paus Paulus IV vaardigt de bul over de bisdommen uit 1559. + + De zaak zelve begint werkelijkheid te worden 1561. + + Sommige zetels eerst bezet 1570. + + 18 bisschopszetels opgericht, 3 aartsbisdommen en 15 + bisdommen. + + Perenot en ~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, wordt + aartsbisschop van Mechelen. + + De vreemde troepen worden verwijderd 1560. + + Viglius laat zich geheel door Granvelle leiden. + + Willem, Egmond en Hoorne weigeren in den raad van state + zitting te nemen, zoolang Granvelle er komt. + + Philips beveelt Granvelle het land te verlaten 1564. + + Willem, Egmond en Hoorne nemen weder zitting in den raad van + state. + + Egmond naar Spanje gezonden 1565. + + _Het compromissum_ met ~Lodewijk van Nassau~ en ~Hendrik van + Brederode~ als hoofden 1565. + + Drie- of vierhonderd edelen, leden van dit verbond, bieden + de landvoogdes een verzoekschrift aan.--De naam _geuzen_ 5 April 1566. + + De _moderatie_ wordt _moorderatie_ genoemd. + + ~Floris van Montmorency, baron van Montigny~, en ~Jan van + Glimes, markies van Bergen~, vertrekken als gezanten naar + Spanje 1566. + + _De hagepreeken_ in zwang. + + _De beeldenstorm_ 1566. + + Oranje, Egmond en Hoorne staan de landvoogdes in de + vervolging der beeldenstormers getrouw ter zijde. + + Margareta bewerkt de ontbinding van het compromissum en doet + het prediken der hervormden staken. + + Egmond legt den eed van trouw aan den koning af.--Hoorne + onttrekt zich tegelijk aan 's konings dienst en aan de + bevordering van Oranje's plannen. + + Willem neemt zijn ontslag als stadhouder van Holland, + Zeeland en Utrecht en gaat naar Duitschland.--Meer dan + honderd duizend lieden volgen hem.--Onder hen ~Philips van + Marnix~, heer van St. Aldegonde. + + ~Maximiliaan Hennin, graaf van Boussu~, bij voorraad + stadhouder van Holland. + + ~Alv[=a]rez de Tol[=e]do, hertog van Alva~, komt als + kapitein-generaal aan 't hoofd van een leger van ongeveer + 17,000 man in de Nederlanden 1567. + + + =§ 12. _De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._= + + Alva heeft buitengewone volmacht. + + Margareta verwerft haar ontslag en vertrekt naar Italië.-- + Alva algemeen landvoogd 1567. + + _De raad van beroerte_ of _bloedraad_ opgericht. + + Egmond en Hoorne te Brussel ter dood gebracht 5 Juni 1568. + + Standbeeld ter hunner eer in die stad opgericht 1864. + + Montigny, op een vonnis van den bloedraad, in 't geheim in + Spanje geworgd 1570. + + Bergen bezwijkt 1567. + + ~Alva~ laat ~Philips Willem, graaf van Buren~, van Leuven + oplichten 1568. + + Willem grijpt naar de wapens.--~Lodewijk van Nassau~ + zegeviert bij ~Heiligerlee~.--Aremberg sneuvelt, maar ook + Adolf 1568. + + Alva verslaat Lodewijk bij ~Jemmingen~ 1568. + + Ontwerp van Alva omtrent de belastingen: een heffing voor + eens van 1 pct.; _de tiende penning_; _de twintigste + penning_. + + Alva begint met Brussel 1572. + + _De Watergeuzen._ + + De driekleurige vlag de nationale vlag der Nederlanden sedert 1572. + + Elizabeth verbiedt haar onderdanen, den Watergeuzen te + verstrekken, wat zij behoeven.--Onder bevel van ~Lumey, + graaf van der Marck~, eischen zij Brielle op 1 April 1572. + + Boussu beproeft vruchteloos de stad te hernemen. + + Vlissingen staat op.--Veere voor de vrijheid gewonnen.-- + Enkhuizen, Dordrecht, enz. volgen.--Vele steden van + Gelderland, Utrecht, Overijsel, Friesland nemen bezettingen + van den prins in. + + _De vergadering van Dordrecht_ 19 Juli 1572. + + Willem hier erkend als gouverneur-generaal en als stadhouder + van Holland, Zeeland en Utrecht. + + Zutfen en Naarden openen de poorten voor Frederik 1572. + + Haarlem insgelijks 1573. + + Alkmaar houdt zich staande. + + Alva vertrekt.--Hij heeft 18.600 menschen door de handen des + scherprechters laten ombrengen 1573. + + + =§ 13. _De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van + Don Jan van Oostenrijk.--De Unie van Utrecht._= + + ~Don Louis de Requ[=e]sens~. + + Middelburg geeft zich aan den prins over 1574. + + De slag bij ~Mook~.--~Lodewijk~ en ~Hendrik van Nassau~ + komen om 1574. + + Het beleg van Leiden hervat.--~Jan van der Does~.--~Pieter + Adriaansz. van de Werff~ 1574. + + De dijken doorgestoken en de sluizen opengezet. + + De dag van 't ontzet 3 Oct. 1574. + + De stad verwerft een hoogeschool. + + Requ[=e]sens sterft 1576. + + De raad van state aanvaardt het bewind na den dood van + Requ[=e]sens.--De raad van beroerten houdt op te bestaan 1576. + + De Spanjaarden nemen Zierikzee bij verdrag in.--Opstand der + Spaansche troepen op Schouwen 8 Nov. 1576. + + _De Spaansche furie._--Op Willems voorstel komen + afgevaardigden uit het meerendeel der Zuidelijke gewesten te + Gent bijeen. + + _Pacificatie_ of bevrediging _van Gent_ 8 Nov. 1576. + + ~Don Jan van Oostenrijk.~ + + _Het eeuwig edict_, niet onderteekend door Willem, Holland + en Zeeland Febr. 1577. + + De verrassing van Namen 1577. + + Willem wordt _ruwaard_ van Brabant. + + Eenige edelen roepen ~Matth[=i]as~ in het land.--Matth[=i]as + door de algemeene staten tot landvoogd benoemd onder + beperkende voorwaarden 1578. + + Matth[=i]as _'s prinsen griffier_. + + De Algemeene Staten erkennen Don Jan niet langer als + landvoogd. + + Willem van Oranje opgebracht in den Roomsch-katholieken + godsdienst. + + Hij gaat tot den hervormden godsdienst, naar de begrippen + van Calvijn, over 1573. + + ~Alexander Farnese~, hertog van Parma, komt in de + Nederlanden 1578. + + Henegouwen, Artois, Douai, enz. keeren onder 's konings + gezag terug Jan. 1579. + + _Verdrag van Atrecht_. + + Don Jan sterft Oct. 1578. + + _De Unie van Utrecht_ 22 en 23 Jan. 1579. + + Zij wordt geteekend door ~Jan~, Holland, Zeeland, (met + uitzondering van Middelburg), Utrecht, de Ommelanden en een + deel van Gelderland 23 Jan. 1579. + + Willem teekent Mei 1579. + + De overige deelen van Gelderland treden toe 1579 en 1580. + + Drente voegt zich bij de Unie April 1580. + + Overijsel komt bij de Unie 1591. + + Friesland sluit zich bij gedeelten aan 1579-1598. + + Maurits brengt de stad Groningen bij de Unie 1594. + + Antwerpen, Gent, Brugge voegen zich erbij. + + + =§ 14. _Van de Unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van + Zeven Vereenigde Nederlanden._= + + ~George van Lalaing, graaf van Rennenberg~, teekent de + Unie.--Hij valt van haar af en brengt de stad Groningen, + Drente en een deel van Overijsel onder de Spaansche + heerschappij terug.--Steenwijk blijft behouden 1580. + + Rennenberg sterft 1581. + + Ban van Philips over Willem opgemaakt. + + Dit stuk afgekondigd in de Nederlanden Aug. 1580. + + Afzwering van Philips II in den Haag door de Algemeene + Staten 26 Juli 1581. + + Holland draagt Willem de hooge overheid op.--De overige + gewesten bekleeden ~Frans van Anjou~ met het oppergezag 1581. + + Matth[=i]as verlaat het land 1581. + + Anjou komt in de Nederlanden 1581. + + Zijn macht aan banden gelegd.--Zijn titel is hertog van + Gelderland en Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz. + + ~Jan Jaureguy~, een bediende van ~d'Anastro~, wondt den + prins te Antwerpen Maart 1582. + + Anjou's troepen bemachtigen Duinkerken, enz. Jan. 1583. + + _De Fransche furie_ te Antwerpen. + + Anjou sterft 1584. + + ~Balth[)a]sar Gerard~ of ~Guyon~. + + Hij, de zesde, die Willem van Oranje naar het leven staat, + doodt den prins te Delft 10 Juli 1584. + + Hij wordt ter dood gebracht. + + Parma verovert Maastricht 1579. + + Hij verovert Vlaanderen. + + Hij neemt de meeste steden van Brabant. + + Marnix van St. Aldegonde verdedigt Antwerpen veertien + maanden lang. + + Antwerpen geeft zich bij verdrag aan Parma over 17 Aug. 1585. + + De scheiding van 't Zuiden en 't Noorden voltooid. + + Onderhandelingen van Holland om Willem tot "graaf van + Holland en Zeeland" te verheffen.--Gouda en Zeeland toeven. + + ~Willem Lodewijk~ stadhouder van Friesland. + + De Algemeene Staten richten een nieuwen raad van state op en + stellen ~Maurits~ aan 't hoofd hiervan. + + De Staten-Generaal dragen de oppermacht over deze landen aan + Hendrik III op.--Hetzelfde aanbod aan Elizabeth gedaan.--Zij + zendt hulp tegen het bezetten van Brielle, Vlissingen en + Rammekens 1585. + + ~Robert Dudley, graaf van Leicester~, verschijnt aan 't + hoofd van hare troepen Dec. 1585. + + De Staten-Generaal bekleeden Leicester met de algemeene + landvoogdij. + + ~MAURITS~ stadhouder van Holland en Zeeland 1585-1625. + + ~JOHAN VAN OLDENBARNEVELT~ _advocaat van den Lande_. + + Een verbod van uitvoer maar 's vijands land uitgevaardigd. + + Leicester vertrekt naar Engeland 1586. + + De Staten-Generaal wijzigen het plakkaat over den handel. + + De leer van de souvereiniteit der staten komt op. + + Leicester keert naar de Nederlanden terug 1587. + + Leicesters poging om Maurits en Oldenbarnevelt op te lichten + mislukt. + + Zijn aanslag op Amsterdam slaagt evenmin. + + Noord-Holland verklaart zich tegen Leicester, op Medemblik + en Hoorn na. + + Door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, gaat hij voor goed + naar Engeland 1587. + + Er komt een andere bevelhebber der Engelsche troepen. + + + =§ 15. _De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde + Nederlanden._= + + De medewerking der staten tot de regeering in Holland begint 1572. + + De medewerking der Algemeene Staten tot de regeering begint 1576. + + De staten der verschillende gewesten nemen zelven de hooge + overheid in handen.--Vestiging van de Republiek der + Vereenigde Nederlanden 1588. + + _Gelderland_.--Drie kwartieren: Nijmegen, Zutfen en Arnhem. + + De bannerheeren niet meer als afzonderlijk lid gedoogd. + + Leden der staten: de edelen of ridderschap en de steden.-- + Elk kwartier heeft één stem. + + _Holland_.--Negentien stemmen, de edelen één, de steden + achttien. + + Zes groote en twaalf kleine steden.--_De pensionarissen_. + + _Het hof van Holland._ + + _De hooge raad_ opgericht 1582. + + Zeeland aan het rechtsgebied van dien raad onderworpen. + + _De advocaat van den lande._--Hij heet _raadpensionaris_ sedert 1630. + + Zijn werkkring. + + _Zeeland_.--_De eerste edele_ en zes steden.--Zeven + stemmen.--De abt van Middelburg geraakt uit de vergadering + der staten. + + De waardigheid van eerste edele komt later achtereenvolgens + aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem + IV, Willem V. + + _Utrecht_.--Drie leden en drie stemmen.--_De geëligeerden_, + de edelen en de stad Utrecht, benevens een paar kleinere + steden. + + _De secretaris van staat._ + + _Friesland_.--Vier kwartieren: Oostergo, Westergo, + Zevenwolde en de elf steden.--_De landdag_.--Elk kwartier + heeft één stem. + + _Overijsel_.--Twee leden: de edelen uit de kwartieren + Salland, Twente en Vollenhoven, en de steden Deventer, + Kampen en Zwol.--De ridderschap stemt hoofd voor hoofd; elke + stad heeft één stem. + + _Groningen_.--Twee leden en twee stemmen; de stad en de + Ommelanden.--Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, + Fivelingo en 't Westerkwartier.--Bij staking van stemmen + beslist de stadhouder. + + _Drente_.--Twee leden, niet meer dan achttien ridders en + zes-en-dertig eigenerfden, en drie stemmen. + + + =§ 16. _Vervolg._= + + _De Staten-Generaal_.--Zeven stemmen. + + De werkkring van den raad van state beperkt tot het beheer + der krijgszaken en van de financiën sedert 1593. + + De unie van Utrecht de grondslag der Staten-Generaal.--Dit + lichaam bestaat slechts uit de afgevaardigden van de staten + der zeven gewesten na 1585. + + Drente uitgesloten. + + Vraag omtrent de overstemming en art. 9 der unie. + + _De raad van state_ telt twaalf leden, buiten de + stadhouders.--Hoofdelijke stemming. + + De aandeelen in de algemeene lasten. + + _De admiraliteit._ + + Vijf collegiën, dat van de Maas, van Amsterdam, van + Middelburg, van Noord-Holland, òf te Hoorn, òf te Enkhuizen, + dat van Dokkum, hetwelk naar Harlingen wordt verplaatst in 1645. + + De admiraal-generaal voorzitter der vijf collegiën en van + ieder in 't bijzonder. + + _De stadhouder_ of _gouverneur_. + + De gouverneur vanwege de Staten-Generaal _kapitein-generaal_ + en _admiraal_.--De gouverneur veelal kapitein-generaal van + het gewest.--Hij verkiest uit voordrachten der vroedschappen + de leden dezer lichamen. + + In Friesland afzonderlijke stadhouders tot 1748. + + Doorgaans is die van Friesland het tevens van Groningen en + Drente.--De gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland, + Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder benoemd. + + Einde der stadhouderlooze tijdperken in de vijf + laatstgenoemde gewesten 1672, 1747. + + Het stadhouderschap en de overige waardigheden erfelijk + verklaard in het huis van Oranje-Nassau, ook in de + vrouwelijke linie 1747. + + + =§ 17. _De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De + afstand van Nederland door Philips II.--De eerste zeeslagen van den + tachtigjarigen oorlog._= + + Philips II verkrijgt de heerschappij over Portugal 1580. + + Sixtus V schenkt Engeland aan de kroon van Spanje 1587. + + _De arm[=a]da_.--~Alonzo Peter de Guzman~, hertog van + ~Med[=i]na-Sidonia~. + + Nederlaag der arm[=a]da door de Engelsche vloot en daarop + door de Engelschen en de Nederlanders.--Terugtocht.--Een + derde keert terug Oct. 1588. + + Zeeland slaat een gedenkpenning. + + ~MAURITS~ 1590-1625. + + Maurits wordt stadhouder van Utrecht en Overijsel 1590. + + Hij wordt het van Gelderland 1591. + + ~OLDENBARNEVELT~. + + Maurits verrast Breda 1590. + + Hij verovert Zutfen 30 Mei 1591. + + Deventer geeft zich over Juni 1591. + + Delfzijl overrompeld.--Nijmegen gaat over. + + Steenwijk en Koevorden vallen 1592. + + Geertruidenberg veroverd 1593. + + Groningen geeft zich over aan Maurits en Willem Lodewijk. + 24 Juli 1594. + + Voorwaarden: alleen de hervormde godsdienst; de stad en de + Ommelanden één gewest met Willem Lodewijk als stadhouder. + + Drente verkiest Willem als stadhouder 1595. + + Parma sterft 1592. + + ~Albert van Oostenrijk~. + + Philips Willem komt in deze landen terug.--Hij vestigt zich + te Breda. + + Maurits behaalt de zege bij ~Turnhout~.--Maurits heeft 1000 + ruiters en verliest 10 man.--2000 dooden en 500 gevangenen 1597. + + Philips II schenkt de Nederlanden aan ~Isabella~ en + ~Albert~.--_De aartshertog_ en _de infante_.--Het Zuiden en + het Noorden gaan voor goed uiteen. + + Philips II sterft.--Philips III 1598. + + Nieuw verdrag van Nederland en Engeland. + + _De aartshertogen_.--Ondernemingen van Noord-Nederland tegen + Duinkerken.--Maurits scheept zich in met een leger van + ongeveer 15,000 man.--De aartshertog heeft 12,000 man.--Zege + van Maurits bij ~Nieuwpoort~ 2 Juli 1600. + + Woordenwisseling tusschen Maurits en Oldenbarnevelt te + Nieuwpoort. + + Ostende drie jaren lang verdedigd.--~Ambrosius Spin[)o]la~ + verovert het 1604. + + De oorlog te land gestaakt 1607. + + ~Reinier Klaassens~ vliegt bij ~St. Vincent~ in de lucht 1606. + + Zege van ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~.-- + Hij komt om 1607. + + + =§ 18. _Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische + compagnie._= + + Elizabeth sterft 1603. + + Jakob I sluit vrede met Spanje 1604. + + Versperring der Schelde voor de Engelsche schepen. + + Philips III verbiedt allen handel van Nederland op zijn staten 1598. + + Onderhandelingen tusschen de aartshertogen en de Republiek 1607. + + Twee vorderingen van den vijand maken den vrede + onmogelijk.--Hendrik IV zendt gezanten. + + _Wapenstilstand te Antwerpen_.--De aartshertogen verklaren, + ook uit naam van den koning van Spanje, de Vereenigde + gewesten voor onafhankelijk.--Het bestand zal twaalf jaren + duren.--Ieder zal behouden, wat hij heeft April 1609. + + Eenige schepen naar het Noorden gezonden 1594 en 1595. + + Amsterdam rust een paar schepen uit.--~Willem Barentsz.~ en + ~Heemskerk~ op Nova-Zembla.--Barentsz. bezwijkt 1596. + + _Maatschappij van verre_ te Amsterdam.--~Cornelis Houtman~ + waarschijnlijk door haar naar Lissabon gezonden.--Pieter + Dirksz. Keyser en Cornelis Houtman lichten met vier schepen + te Texel het anker 2 April 1595. + + Zij landen te Bantam Juni 1596. + + Talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in + Holland als in Zeeland. + + ~Olivier van Noort~ stevent den aardbol om 1598. + + Oprichting van _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_.-- + _Monopolie_, haar door de Staten-Generaal verleend.-- + Kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen.--_Zes kamers:_ + Amsterdam met 1/2, Zeeland (te Middelburg) met 1/4, Delft, + Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn elk met 1/16 van den inleg 1602. + + _73 bewindhebbers_, wier getal kan dalen tot 60.--_De + vergadering van zeventienen._--Rechten der compagnie. + + De Portugeezen geven het kasteel op _Amboina_ over 1605. + + De compagnie vestigt zich ten deele op _Ternate_, _Timor_ en + de overige Molukken.--~Pieter Both~ eerste _gouverneur- + generaal_ 1610. + + Zijn verblijf is op Ternate.--_De raad van Indië._--~Jan + Pietersz. Coen~.--Coen verovert Jak[)a]tra en verheft de + factorij onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats 1619. + + De compagnie verwerft _Form[=o]sa_ en bouwt er Zelandia 1624. + + Samenzwering van Engelsche kooplieden op Amboina.--Tien ter + dood gebracht 1523. + + + =§ 19. _De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand + schokken._= + + ~Jakob Arminius~ wordt hoogleeraar te Leiden 1603. + + _De praedestinatie_. + + ~Franciscus Gomarus~. + + Arminius sterft 1609. + + _De Remonstranten_, naar _de remonstrantie_ zoo geheeten, + sedert 1610. + + _De Contra-Remonstranten_. + + Willem Lodewijk de raadsman van Maurits.--Jakob I staat de + Contra-Remonstranten voor 1616. + + Engeland geeft, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van + ruim 1/3 der toen nog verschuldigde som, de pandsteden aan + de Republiek terug 1615. + + Maurits gaat naar de Kloosterkerk 1617. + + ~François van Aerssen~, heer van Sommelsdijk, op verzoek van + Lodewijk XIII, als gezant uit Frankrijk teruggeroepen 1613. + + Hij wordt een van het zeven- of achttal. + + Oldenbarnevelt is tegen het opdragen van hooger gezag aan + Maurits. + + Jakob I raadt het houden eener _nationale synode_ aan. + + De meeste provinciën de zaak der Contra-Remonstranten + toegedaan. + + Utrecht en Holland grootendeels voor de Remonstranten. + + _De scherpe resolutie_, door de meerderheid der staten van + Holland genomen 4 Aug. 1617. + + _Waardgelders_. + + Geheel getal voor Holland 1800.--De staten van Utrecht nemen + er ruim zeshonderd aan. + + Twee besluiten der Staten-Generaal Juni 1618. + + De deputatie der Staten-Generaal met Maurits komt te + Utrecht 25 Juli 1618. + + Maurits dankt op de Neude de waardgelders af 31 Juli 1618. + + Hij verandert de vroedschap der stad Utrecht.--~Gillis van + Ledenberg~ neemt zijn ontslag als secretaris der staten. + + Plakkaat der Staten-Generaal, goedgekeurd door de zes + provinciën en zes steden uit Holland, aangaande de afdanking + der waardgelders 21 Aug. 1618. + + Twee geheime besluiten der Staten-Generaal 28 en 29 Aug. 1618. + + De luitenant van de lijfwacht des stadhouders neemt + Oldenbarnevelt gevangen.--De Groot, Hogerbeets en Ledenberg + gekerkerd 29 Aug. 1618. + + De prins kiest andere leden in de vroedschappen van Hollands + steden Sept. 1618. + + De drie gevangenen verhoord ten overstaan eener commissie + uit de Staten-Generaal.--Ledenberg heeft zich reeds gedood. + + Vier-en-twintig buitengewone rechters benoemd. + + Hogerbeets pensionaris van Leiden sinds Oct. 1617. + + Vonnissen, over de drie geveld. + + Oldenbarnevelt onthoofd 13 Mei 1619. + + _De nationale synode te Dordrecht_ 13 Nov. 1618. + + Veroordeeling van de gevoelens der Remonstranten 6 Mei 1619. + + _De akte van stilstand_. + + De synode stelt de voornaamste leerstukken der Nederlandsche + hervormde kerk vast. + + _De Staten-overzetting_ of _Statenbijbel voltooid_ 1635. + + + =§ 20. _De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting + der West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en + zijn dood._= + + Hogerbeets en de Groot naar Loevestein overgebracht Juni 1619. + + Hogerbeets wordt vergund, een buitenhuis nabij Wassenaar te + gaan bewonen 1625. + + Hugo de Groot ontsnapt.--~Maria van Reigersbergen~ en Elsje + van Houweningen Maart 1621. + + Philips Willem sterft en laat Maurits al zijn bezittingen, + ook Oranje na 1618. + + Vervolging der Remonstranten.--Tweehonderd hunner + predikanten afgezet.--Ten minste tachtig verbannen. + + Door toedoen van Maurits worden Reinier van ~Groeneveld~ en + ~Willem van Stoutenburg~ van hun ambten ontzet. + + Willem Lodewijk sterft 1620. + + ERNST KASIMIR stadhouder van Friesland 1620-1632. + + Groningen en Drente nemen Maurits 1620. + + Oprichting der _West-Indische compagnie_ bij vergunning, + voor vier-en-twintig jaren door de Staten-Generaal verleend + 3 Juni 1621. + + Eerste inleg [f] 7,200,000.--_Vijf kamers_: Amsterdam met + 4/9, Zeeland met 2/9, Rotterdam, Noord-Holland en die van + Friesland met Groningen, elke met 1/9 aandeel.--_Vier-en- + zeventig bewindhebbers_.--_De generale vergadering_ bestaat + uit 19 leden. + + _Nieuw-Nederland_ en _Nieuw-Amsterdam_ 1626. + + Albert overlijdt.--De Zuidelijke Nederlanden vallen terug + aan Philips IV.--Isabella landvoogdes 1621. + + Isabella sterft 1633. + + Maurits' aanslag op Antwerpen mislukt 1624. + + Spin[)o]la verovert Breda 1625. + + Samenzwering tegen het leven van Maurits.--Stoutenburg + vlucht en treedt in dienst van het Zuiden.--Vijftien + personen onthoofd, o. a. Reinier van Groeneveld 1623. + + Frederik Hendrik trouwt met ~Amalia van Solms~ 1625. + + Maurits sterft, oud 58 jaren 23 April 1625. + + + =§ 21. _Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._= + + _De stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde partij_. + + FREDERIK HENDRIK stadhouder van vijf gewesten.--De Staten- + Generaal dragen hem de waardigheid van kapitein-generaal en + admiraal op 1625-1647. + + Groningen en Drente verkiezen den stadhouder van Friesland 1625. + + De Remonstranten stichten te Amsterdam _een seminarium_ 1630. + + _Het athenaeum_ te Amsterdam gesticht 1632. + + Hugo de Groot bezoekt zijn vaderland 1631. + + Hij moet weder vertrekken. + + Hij wordt gezant van Christ[=i]na aan 't Fransche hof 1634. + + Hij sterft te Rostock 1645. + + Raadpensionarissen van Holland: ~Antonie Duik~, ~Adriaan + Pauw~.--~Jakob Cats~. + + De prins neemt Grol in 1627. + + Hij rukt met een leger tegen 's Hertogenbosch op.--Een + Spaansch en een Duitsch leger doen een inval in de Veluwe.-- + De stadhouder van Friesland aan 't hoofd van een + verdedigingsleger gesteld.--Een paar duizend man + Nederlandsche troepen verrassen Wezel.--De vijanden + ontruimen het grondgebied der Republiek.--'s Hertogenbosch + geeft zich, na vier maanden, bij verdrag over 1629. + + Frederik Hendrik en Ernst Kasimir dwingen Venlo en Roermond + zich over te geven.--Maastricht belegerd 1632. + + De vijand herneemt Venlo en Roermond. + + Ernst Kasimir gewond voor Roermond.--Hij sterft.--~HENDRIK + KASIMIR~ 1632-1640. + + Verdrag met Maastricht.--De hervormde godsdienst wordt er + toegelaten.--De bisschop van Luik behoudt er zijn oude + voorrechten 1632. + + ~Loncq~ vermeestert Olinda en het Recif 1630. + + ~Piet Hein~ bemachtigt in ~de baai van Matanzas~ de + Spaansche zilvervloot.--De waarde der kostbaarheden op ruim + 11-1/2 millioen geschat.--Uitdeeling van 50 pct. aan de + deelhebbers 1628. + + De West-Indische compagnie bezit in Brazilië de streek + tusschen de rivier St. Francisco en Rio Grande 1636. + + ~Johan Maurits van Nassau~ landvoogd van Nederlandsch + Brazilië 1636. + + De compagnie bezet St. Eustatius 1639. + + Johan Maurits verovert St. George del Mina 1637. + + Portugal herneemt zijn zelfstandigheid 1640. + + De compagnie roept Johan Maurits terug 1644. + + Het Recif en eenige forten gaan aan Portugal over 1654. + + De Staten-Generaal verklaren Portugal den oorlog. + + _Vrede te 's Gravenhage_.--Nederland doet voor 4,000,000 + _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) afstand van Brazilië 1661. + + De vrede wordt bekrachtigd 1663. + + Frederik Hendrik leidt met een negental leden der Staten- + Generaal de buitenlandsche staatkunde. + + _Aanvallend en verdedigend verbond_ met Frankrijk 8 Febr. 1635. + + Philips IV rust een arm[=a]da uit.--67 schepen, o. a. 33 + _galjoenen_.--~Don Antonio d'Oquendo~. + + ~Maarten Harpertszoon Tromp~ levert hem met ruim honderd + schepen slag bij ~Duins~ en behaalt de zege.--Dertien + Spaansche schepen ontsnappen uit Duins.--Achttien keeren + terug 21 Oct. 1639. + + Hendrik Kasimir sterft.--Frederik Hendrik wordt stadhouder + van Groningen en Drente 1640. + + ~WILLEM FREDERIK~ stadhouder van Friesland 1640-1664. + + Hij trouwt met Albertine Agnes 1652. + + Willem wordt verloofd met ~Maria~ 1641. + + Hij trouwt met haar 1644. + + Frederik Hendrik, oud 63 jaren, sterft 14 Maart 1647. + + + =§ 22. _De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._= + + Er is sprake van vrede sedert 1641. + + Ferdinand III.--De gezanten van Zweden en van de + protestantsche rijksvorsten komen bijeen _te Osnabrück_, die + der Roomsch-katholieke staten _te Munster_. + + Het congres wordt geopend April 1645. + + Zeeland en Utrecht er tegen, dat men, buiten Frankrijk, + vrede sluit.--_De Westphaalsche vrede_ geteekend 30 Jan. 1648. + + Uitwisseling der _ratificatiën_ te Munster 15 Mei 1648. + + Zeeland treedt toe 30 Mei 1648. + + Art. 1 van den vrede: De Vereenigde Nederlanden als vrije en + onafhankelijke landen erkend.--Art. 3 en 5: De Staten- + Generaal behouden hun veroveringen; de Spanjaarden beperken + zich tot de vaart op Oost-Indië, gelijk zij nu is.--Art. 14: + Sluiting der Schelde. + + _De generaliteitslanden_: Staats-Vlaanderen, Staats-Brabant + met Maastricht en Staats-Limburg of de landen van Overmaas. + + Staats-Brabant poogt vruchteloos, als achtste gewest, tot de + Generaliteit te worden toegelaten. + + De regeering van Maastricht tweeheerig. + + Art. 14 van den vrede: de schepen moeten op de Schelde + inkomende en uitgaande rechten betalen en hun lading in + Nederlandsche binnenschepen laten brengen.--_De uitlegger_ + bij Lillo. + + De Beemster, de Purmer en de Wormer gewonnen 1600-1700. + + Leeghwater. + + De handel op de Levant.--Smyrna.--Handel op Rome, Venetië, + Sicilië, Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz. + + Handel op Frankrijk.--De waarde van alles, wat Frankrijk aan + Nederland levert, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. 1658. + + Handel op Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en de + Oostzee. + + De Oostzee jaarlijks bevaren door vierduizend Nederlandsche + schepen. + + Handel langs den Rijn, op Duitschland en Zwitserland.--De + waarde van den handel op den Rijn jaarlijks geschat op + honderd millioen. + + Handel op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britannië, + Spanje en Portugal.--De handel in diamanten. + + _De vrachtvaart_.--De koopvaardijvloot van Nederland + talrijker dan de schepen van alle volken van Europa + tezamen.--De nijverheid. + + Amsterdam. + + Het nieuwe stadhuis, gebouwd o. a. door ~Jakob van Kampen~, 1648, enz. + + Coen keert naar het vaderland terug 1622. + + Hij wordt op nieuw gouverneur-generaal 1627. + + ~Antonie van Diemen~ verovert een fort van Ceylon op de + Portugeezen 1638. + + Malakka gaat van Portugal op de compagnie over 1641. + + Japan breekt de buitenlandsche betrekkingen af, behalve met + Sina en met de compagnie.--De factorij der compagnie te + _Desima_. + + Verdraagzaamheid op 't stuk van den godsdienst. + + De Roomsch-katholieken hebben geen volledige vrijheid van + eeredienst. + + In Holland en Zeeland vele leden der Waalsche kerk.-- + Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen, Joden. + + Zware belastingen. + + Het athenaeum te Franeker, door Willem Lodewijk en de staten + van Friesland gesticht 1585. + + De universiteit van Groningen door de staten van 't gewest + gegrondvest 1614. + + De stad Utrecht sticht een academie 1636. + + De provinciale academie te Harderwijk sedert 1647. + + Latijnsche scholen. + + De lagere scholen staan onder de leiding der kerk.--In de + heerlijkheden bezit de heer er ook grooten invloed op. + + ~Marnix van St. Aldegonde~ schrijver van _den Bijenkorf der + heilige Roomsche kerk_.--Amsterdamsche Rederijkerskamer "in + liefde bloeiende". + + ~Pieter Cornelisz. Hooft~, drossaart of drost van Muiden, + schrijft _Gerard van Velzen_. + + Hooft, eigenlijk de eerste Nederlandsche geschiedschrijver, + stelt _de Nederlandsche historiën_ te boek, loopende over 1555-1587. + + Hooft sterft 1647. + + ~Joost van den Vondel~ 1587-1679. + + Reien: de lofzang in den _Lucifer_ en die der Amsterdamsche + maagden in den _Gijsbrecht van Amstel_. + + ~Jakob Cats~, geboren te Brouwershaven.--_Ouderdom en + Buitenleven_, _het huwelijk_. + + Dood van Cats 1660. + + ~Constantijn Huygens~.--_De korenbloemen_. + + ~Rembrandt~ 1608-1659. + + "De nachtwacht." + + + =§ 23. _Het stadhouderschap van Willem II._= + + De Staten-Generaal erkennen Karel II als koning.--Zij + weigeren gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche + Republiek. + + ~WILLEM II~ volgt zijn vader in zijn bedieningen op, ook in + het stadhouderschap van Groningen en Drente 1647, 1648. + + Hij zoekt de Staten-Generaal tevergeefs te bewegen, zich + voor Karel I in de bres te stellen.--Holland en Zeeland zijn + er tegen. + + Ongunstige toestand van Hollands financiewezen. + + Tegen het goedvinden van den raad van state, van de + Staten-Generaal en den prins ontslaan de staten van Holland + een aantal manschappen. + + Aanvrage der Staten van Holland, om vijftig compagnieën + vreemdelingen af te danken, alsmede de helft der ruiterij. + + Besluit der staten van Holland om voort te gaan met de + afdanking 30 Mei 1650. + + Brieven gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig + compagnieën voetvolk en twaalf eskadrons ruiterij. + + Buitengewone vergadering der Staten-Generaal, van den raad + van state en de beide stadhouders.--Besluit 5 Juni 1650. + + Bezending.--Dordrecht en ~Jakob de Witt~.--De bezending + slaagt hier niet, evenmin te Amsterdam, enz. + + Nieuwe onderhandelingen over de afdanking.--Verschil van 300 + ruiters en ruim 300 voetknechten. + + Jakob de Witt met vijf leden der staten van Holland te + 's Gravenhage in hechtenis genomen 30 Juli 1650. + + De zes worden naar Loevestein gebracht 31 Juli. + + Willem Frederik breekt met de troepen tegen Amsterdam op 29 Juli. + + Een ander deel der troepen geraakt bij Hilversum aan het + dwalen. + + De Hamburger postbode brengt het bericht van den aantocht + der troepen te Amsterdam 30 Juli. + + De prins van Oranje komt bij het leger 31 Juli 1650. + + Verzoek van Willem II en van de staten van Holland aan de + Staten-Generaal. + + Verdrag.--Amsterdam voegt zich in het twistgeding over het + krijgsvolk naar de zes provinciën.--De troepen zullen + aftrekken 3 Aug. 1650. + + De zes heeren in vrijheid gesteld. + + De prins gaat naar Dieren.--Hij sterft, oud ruim vier-en- + twintig jaren 6 Nov. 1650. + + Hij was door Frankrijk gewonnen, om den vrede te schenden. + + + =§ 24. _De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._= + + Willem Hendrik geboren 14 Nov. 1650. + + Bezending der staten van Holland. + + De voogdij over den jongen prins opgedragen aan de weduwe + van Willem II, aan die van Frederik Hendrik en aan Frederik + Willem, getrouwd met ~Louise Henriëtte~. + + Frederik Willem door Groningen en Drente tot stadhouder + benoemd 1650. + + Cats opent _de groote vergadering_, uit ruim 300 personen + bestaande, 18 Jan. 1651. + + Beraadslaging over _de unie_, _de religie_ en de _militie_. + + Verklaring omtrent de religie.--Op het stuk van 't + krijgswezen wordt aan de staten der gewesten meer gezag en + grooter bevoegdheid toegekend. + + Cats legt het ambt van raadpensionaris neer.--~Adriaan Pauw~ + wordt zijn opvolger 1651. + + Gezantschap van 't parlement naar Nederland gezonden.--Het + verwerft gehoor in de groote vergadering.--Het stelt voor, + een nauw verbond met Engeland te sluiten 1651. + + Hiertoe bestaat weinig geneigdheid bij de Staten-Generaal.-- + Het parlement roept zijn gezanten terug 1651. + + _De akte van navigatie_ Oct. 1651. + + Het getal der Nederlandsche vrachtschepen beloopt meer dan + 11,000 1651. + + Eischen der Engelschen omtrent het strijken der vlag en over + de zaak van Amboina.--Zij nemen eenige vaartuigen der + Nederlanders. + + ~Maarten Harpertsz. Tromp~ stoot bij ~Dover~ op ~Blake~.-- + Het gevecht blijft onbeslist 29 Mei 1652. + + ~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ slaat ~Ayscue~ bij ~Plymouth~ 1652. + + _De driedaagsche zeeslag_ bij ~Portland~ tusschen Tromp en + Blake blijft onbeslist Febr. 1653. + + De slag bij ~ter Heijde~ tusschen ~Tromp~ en ~Monk~.--Tromp + sneuvelt 10 Aug. 1653. + + Holland laat in Engeland de eerste stappen tot den vrede + doen Maart 1653. + + Dood van Pauw.--~JOHAN DE WITT~ raadpensionaris van Holland 1653. + + Eenige gezanten der Staten-Generaal vertrekken naar Londen 1653. + + Geheime briefwisseling van een of twee dier gezanten met de + Witt. + + Ontwerp van vrede, aan de Nederlandsche gezanten + medegedeeld, houdende het voorstel, dat de Staten-Generaal, + noch de staten der gewesten den prins van Oranje of een + zijner nakomelingen immer zullen aanstellen tot kapitein- + generaal en admiraal of stadhouder Nov. 1653. + + Cromwell protector van Groot-Britannië 1653. + + Cromwell staat vast op het stuk der uitsluiting van den + prins. + + Antwoord der Staten-Generaal op den voorslag der Engelsche + Republiek. + + Cromwell verlangt de uitsluiting van de staten van Holland. + + De onderhandelingen over deze aangelegenheid blijven + onbekend aan de Staten-Generaal en 't meerendeel der staten + van Holland. + + _Vrede van Westminster_.--De Nederlanders zullen in de + Britsche wateren voor één of meer Engelsche oorlogschepen de + vlag strijken.--Er zal recht worden gedaan wegens het op + Amboina gebeurde. + + De vrede bekrachtigd door de Staten-Generaal 23 April 1654. + + De vrede bekrachtigd door Cromwell 30 April 1654. + + De Witt koestert de hoop, dat Cromwell ten aanzien der + uitsluiting van inzicht zal veranderen 3 April 1654. + + _De Loevesteinsche factie_. + + Cromwell volhardt.--De zaak der uitsluiting in de staten van + Holland overwogen.--Veertien leden ervoor April en Mei 1654. + + _De akte van uitsluiting_ naar Engeland gezonden. + + Een vertoog van de Witt, met goedvinden van de meeste leden + op naam der staten van Holland uitgegeven. + + + =§ 25. _De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der + Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede + Engelsche zeeoorlog._= + + De Witt regelt Hollands financiewezen. + + De Witt let voortdurend op het zeewezen. + + Oorlog tusschen Karel X Gustaaf van Zweden en Polen 1655. + + ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ luitenant-admiraal van + Holland.--Hij stevent naar de Oostzee.--Hij staat Frederik + III bij 1656. + + Zege van Wassenaar nabij ~Kroonenburg~ op ~Wrangel~ 1658. + + ~De Ruiter~ landt op Funen en verovert Nijborg 1659. + + De Ruiter door den koning van Denemarken met een gouden + keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en + in den adelstand verheven. + + Karel II beklimt den troon van Groot-Britannië 1660. + + Hij reist van Breda naar Holland.--Karel beveelt de belangen + van den jongen prins aan de Staten-Generaal en de staten van + Holland aan. + + Intrekking der akte van seclusie Sept. 1660. + + Beginsel van de Witt aangaande Engeland en Frankrijk. + + Verwerend verbond met Frankrijk April 1662. + + Verdrag met Engeland Sept. 1662. + + Overtuiging van de Witt omtrent de Spaansche Nederlanden. + + De graaf ~d'Estrades~ gezant van Frankrijk te 's + Gravenhage.--Onderhandeling tusschen hem en de Witt over het + lot der Zuidelijke Nederlanden. + + De Engelschen vermeesteren Nieuw-Nederland met Nieuw- + Amsterdam of New-York en nemen vele Nederlandsche + koopvaardijschepen 1664. + + Weerwraak van de Ruiter op de kust van Guin[=e]a. + + _De tweede Engelsche zeeoorlog_.--Nederlaag, aan de + Nederlandsche vloot toegebracht op de hoogte van + ~Lowesthoff~ door ~den hertog van York~.--~Kortenaar~ + sneuvelt.--~Wassenaar-Obdam~ vliegt in de lucht 13 Juni 1665. + + _Vierdaagsche zeeslag_.--~De Ruiter~ aan 't hoofd eener + vloot van meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen + bemand.--Hij wint den slag bij ~Foreland~ op prins ~Robert~ + en ~Monk, hertog van Albemarle~.--Ayscue met 3000 Engelschen + gevangen.--Zes schepen veroverd 11-14 Juni 1666. + + Gevecht bij ~Duinkerken~.--De Ruiter wijkt voor Monk.-- + ~Cornelis Tromp~ Aug. 1666. + + De staten van Holland ontslaan Tromp uit den dienst. + + De Engelschen steken 100 à 150 koopvaardijschepen in het + Vlie in brand en verwoesten een gedeelte van Terschelling 1666. + + ~Christoffel Bernhard van Galen~ doet een inval in + Gelderland 1665. + + Willem Frederik sterft.--~HENDRIK KASIMIR~ II 1664-1696. + + _Vrede van Kleef_ 1666. + + Zeeland dringt weder op de verheffing van den prins aan.--De + meerderheid der staten van Holland houdt het tegen. + + De staten van Holland nemen Willem Hendrik tot _kind van + staat_ aan April 1666. + + Johan de Witt oefent het toezicht op die opvoeding. + + Ook ~Henri de Fleury de Coulan~, heer ~van Buat~, uit 's + prinsen dienst ontslagen.--Hij laat de Witt de Engelsche + brieven lezen.--Buat op last der staten van Holland in + hechtenis genomen Aug. 1666. + + Het hof van Holland veroordeelt Buat ter dood.--Het vonnis + voltrokken. + + Vredes-onderhandelingen te Breda 1667. + + De Hollandsche vloot onder de Ruiter steekt in zee.-- + ~Cornelis de Witt~ gevolmachtigde der Staten-Generaal.-- + _Tocht naar Chattam_. + + De vloot voor den mond der Theems 17 Juni 1667. + + Een smaldeel zeilt de Medway of het kanaal van Rochester op + 20 Juni. + + ~Abraham Krijnszoon~ vermeestert Suriname voor Zeeland Febr. 1667. + + _Vrede te Breda_.--Beperking der akte van navigatie 31 Juli 1667. + + + =§ 26. _De triple alliantie en de vrede te Aken.--Het begin van den + oorlog van 1672._= + + Philips IV sterft.--Karel II 1665. + + Lodewijk XIV valt in de zuidelijke Nederlanden Mei 1667. + + Hij verovert Charleroi, Doornik, enz. + + ~De Witt~ brengt een wapenstilstand tusschen Spanje en + Frankrijk tot stand 1667. + + _Eeuwig edict_ 5 Aug. 1667. + + ~William Temple~ verstaat zich te 's Gravenhage met de + Witt.--_De triple alliantie_ komt in vier dagen tot stand.-- + Zwedens krijgsraad treedt toe Jan. 1668. + + Spanje treedt toe 1669. + + Vrede van Aken 1668. + + Verdrag tusschen Lodewijk XIV en den rijksraad van Zweden 1672. + + _Geheim verdrag van Dover_ 1670. + + _De harmonie_ 1670. + + De Staten-Generaal sluiten een verdedigend verbond met + Spanje Dec. 1671. + + De prins wordt tot kapitein-generaal voor een veldtocht + benoemd Febr. 1672. + + Verdragen met den keurvorst van Brandenburg en den keizer + van Duitschland. + + Oorlogsverklaring van Lodewijk 7 April 1672. + + De oorlogsverklaring van Engeland 7 April 1672. + + ~Bernhard van Galen~ verklaart den oorlog 18 Mei 1672. + + ~Maximiliaan Hendrik~ doet dit ook 1672. + + Lodewijk XIV breekt op 11 Mei. + + Hij trekt voorbij Maastricht, neemt Wezel, Emmerik en andere + steden. + + Het Nederlandsche leger bij den IJsel telt ruim 14,000 man + voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende + landlieden. + + Het Fransche leger heeft 118,000 man, 2000 adellijke + vrijwilligers en 200 stukken geschut.--~Turenne en Condé~. + + Het overtrekken bij het tolhuis te Lobith begin 12 Juni 1672. + + Het leger der Republiek trekt op Utrecht terug.--De meeste + steden van Gelderland en geheel Utrecht bezwijken binnen + tien dagen. + + De stad Utrecht gaat over 23 Juni 1672. + + Naarden geeft zich over. + + De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen veroveren + een deel van Gelderland.--Hieruit verdrijven hen de Franschen. + + Zij onderwerpen Overijsel en Koevorden. + + De Franschen worden gedwongen, van Aardenburg af te deinzen. + + ~De Ruiter~ levert den slag bij ~Solebay~ tegen ~den hertog + van York~ en ~d'Estrées~.--Het voordeel aan den kant van de + Ruiter. + + Eischen van Lodewijk.--Vorderingen van Engeland Juni 1672. + + + =§ 27. _Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de + Witt.--De verheffing van Willem III._= + + De staten van Holland steken de dijken door.--Toerusting van + Amsterdam. + + Aanslag op den raadpensionaris 21 Juni 1672. + + Jakob van der Graaf door het hof van Holland ter dood + veroordeeld.--Het vonnis voltrokken 29 Juni. + + De schilderij te Dordrecht vernield.--Vruchtelooze aanslag + tegen den ruwaard.--Aanval op het huis van de Ruiter. + + Belofte van de wethouders te Veere 21 Juni 1672. + + De vroedschap te Dordrecht draagt het stadhouderschap aan + Willem op.--De ruwaard onderteekent het gedwongen 29 Juni. + + De staten van Zeeland benoemen Willem tot stadhouder 2 Juli. + + Die van Holland doen het 3-4 Juli. + + ~WILLEM~ III 1672-1702. + + De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal der + unie. + + De onderhandelingen met Engeland komen op den voorgrond, die + met Frankrijk op den achtergrond. + + Voorwaarden, door Willem III aangeboden aan Karel II. + + De Witt verwerft zijn ontslag als raadpensionaris 4 Aug. 1672. + + Vonnis tegen Willem Tichelaar 1670. + + Zijn beschuldiging tegen Cornelis de Witt.--Betuiging van de + Witt.--De pijnbank.--Het vonnis 20 Aug. 1672. + + Samenrotting van 't volk te 's Gravenhage.--De de Witten + omgebracht te midden eener gewapende menigte van 1100 tot + 1200 menschen 20 Aug. + + De prins belet de vervolging van 't misdrijf en geeft + Tichelaar een jaargeld. + + Caspar Fagel tot raadpensionaris van Holland benoemd 20 Aug. + + De staten van Holland machtigen den prins, de wet te + verzetten 27 Aug. + + Verzetting der wet in Zeeland. + + ~De hertog van Luxembourg~ doet een inval in Holland Dec. 1672. + + Hij overvalt Zwammerdam en Bodegraven.--Hij trekt terug. + + De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen belegeren + Groningen zes weken lang.--~Karel van Rabenhaupt~.--De + bisschop blaast den aftocht met een verlies van ongeveer + 5000 man.--De stad mist omtrent 100 menschen 27-28 Aug. 1672. + + Eybergen verrast Koevorden.--Meindert van Thijnen 30 Dec. 1672. + + Driedaagsche storm bij de kust van Holland Juli 1672. + + Zege van de Ruiter bij ~Kijkduin~ op ~d'Estrées~ en ~prins + Robert~ 21 Aug. 1673. + + Willem verovert Bonn Nov. 1673. + + _Vrede van Westminster_ 19 Febr. 1674. + + De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen sluiten + vrede 1674. + + Utrecht, Gelderland en Overijsel weder tot het + bondgenootschap toegelaten.--Willem III verandert de + regeering der steden van de drie gewesten. + + Holland en Zeeland verklaren het stadhouderschap, de Staten- + Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de + mannelijke linie des prinsen van Oranje. + + Utrecht en Overijsel volgen dit voorbeeld 1674. + + Gelderland doet het ook 1675. + + Groningen draagt aan Hendrik Kasimir II het + erfstadhouderschap op 1674. + + De staten van Gelderland bieden den prins den titel "hertog" + aan.--Het aanbod wordt van de hand gewezen. + + Willem III levert den slag van Senef. + + ~De Ruiter~ naar de Middellandsche Zee gezonden.--Drie + slagen tegen ~du Quesne~, o. a. bij den ~Etna~, waar + Nederland zegeviert, maar de Ruiter sneuvelt 1676. + + Willem III trouwt met ~Maria~ 1677. + + _Vrede van Nijmegen_ 10-11 Aug. 1678. + + + =§ 28. _Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche + erfopvolgingsoorlog._= + + Verbonden van Nederland met Leopold I, het grootste gedeelte + van het Duitsche rijk en Spanje 1686. + + Fagel wordt gemeen overleg met den stadhouder tot plicht + gesteld. + + Willem III houdt zich niet te stipt aan de voorrechten der + steden. + + Er komen _réfugiés_ in Nederland.--Zij worden edelmoedig + ontvangen 1685. + + Wenk van ~d'Avaux~ aan Lodewijk XIV.--Deze koning waarschuwt + Jakob II, maar tevergeefs. + + De Nederlandsche vloot legt in de haven van Torbay aan Nov. 1688. + + Willem trekt naar Londen.--Jakob vlucht naar Frankrijk. + + Willem en Maria als koning en koningin van Groot-Britannië + uitgeroepen 1689. + + Fagel sterft.--~Antonie Heinsius~ 1689. + + Lodewijk verklaart aan de bondgenooten den oorlog 1688, 1689. + + _Het Weener-verbond_ 1690. + + De negenjarige oorlog. + + ~Luxembourg~ zegeviert op Willem bij ~Steenkerken~ 1692. + + en bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ 1693. + + ~Almonde~ en ~Russel~ overwinnen ~Tourville~ bij ~la Hogue~ 1692. + + _Vrede van Rijswijk_.--Lodewijk erkent Willem III als koning + van Engeland en staat hem het prinsdom Oranje weer af 1697. + + De handel geschokt. + + Engeland betaalt ruim 7,000,000 gl. aan Nederland 1689, enz. + + Hendrik Kasimir II sterft.--~JOHAN WILLEM FRISO~ volgt hem + in Groningen en Friesland op onder regentschap van ~Amalia + van Anhalt-Dessau~ 1696-1711. + + Drente draagt het stadhouderschap op aan Willem III. + + Peter bezoekt Nederland.--Hij houdt zich eenige dagen te + Zaandam op.--Hij timmert een schip op de werf te Amsterdam 1697. + + Peter hervat het bezoek 1717. + + Twee verdragen tusschen Engeland, Nederland en Lodewijk XIV + over de landen der Spaansche kroon. + + Leopold sluit zich niet bij dit verdrag aan. + + Karel II sterft.--Zijn testament verklaart Philips van Anjou + tot eenigen erfgenaam der kroon van Spanje 1 Nov. 1700. + + Philips V begeeft zich naar Spanje 1701. + + Het _groote of Haagsche verbond_.--- Leopold I, Engeland, + Nederland 1701. + + Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en + Savoye voegen zich erbij. + + Willem III sterft Maart 1702. + + Hij poogt tevergeefs Johan Willem Friso tot opvolger in zijn + waardigheden te doen verkiezen. + + De staten van Holland geven in de vergadering der Staten- + Generaal te kennen, dat zij het voornemen hebben, de + aangelegenheden te laten, zooals zij zijn.--De staten der + overige gewesten, alsmede die van Drente, volgen hun + voorbeeld. + + De zaken der regeering teruggebracht op den voet van 1651. + + Het driemanschap: ~Johan Churchill~, graaf, daarna ~hertog + van Marlborough~, ~Eugenius van Savoye~, Antonie Heinsius. + + ~Rooke~ en ~Callenburgh~ nemen Gibraltar in.--Engeland + eigent zich de stad toe 1704. + + Een der bevelhebbers van de krijgsbenden der Republiek is + Johan Willem Friso. + + Slag bij ~Ramillies~.--Marlborough verlaat ~Villeroi~ 1706. + + Slag bij ~Oudenaarde~.--Marlborough en Eugenius verslaan + ~Vendôme~ en ~den hertog van Bourgondië~ 1708. + + Slag bij ~Malplaquet~.--Dezelfden verslaan ~Villars~ 1709. + + Lodewijk XIV wendt zich om vrede tot Heinsius 1709. + + De onderhandelingen worden afgebroken.--Zij worden te + Geertruidenberg hervat 1710. + + Zij worden weder afgebroken. + + Jozef I sterft.--Karel VI keizer van Duitschland 1711. + + Terugroeping van Marlborough en val van het whig-ministerie. + + Johan Willem Friso verdrinkt aan den Moerdijk, oud 24 jaar 1711. + + Zijn gemalin, ~Maria Louise~, brengt een zoon ter wereld, + Willem Karel Hendrik Friso 1711. + + _Vrede te Utrecht_.--Bijeenkomst der gezanten 1712. + + Philips V behoudt Spanje en de bezittingen buiten Europa.-- + De Nederlanden verwerven een voordeelig verdrag van handel + en inkomende rechten April 1713. + + _De barrière_: Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen, + Veurne, Knokke.--Dendermonde gemengd garnizoen 15 Nov. 1715. + + Frederik Willem I ziet, tegen schadeloosstelling, van zijn + rechten op Oranje af, hetwelk aan Frankrijk komt. + + + =§ 29. _Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en + het begin der 18de eeuw._= + + De Spaansche erfopvolgingsoorlog vermeerdert de schuld der + Republiek met 350 millioen. + + ~ANTONIE HEINSIUS~ wijzigt zijn denkbeelden naar de + omstandigheden. + + De handel gedaald sinds 1672. + + Nieuwe belastingen. + + De haringvisscherij neemt af sedert 1700. + + De walvischvangst in verval. + + _De Noordsche compagnie_ houdt op te bestaan 1645. + + Achteruitgang der fabrieken en manufacturen sedert 1648. + + ~Johan Maatsuiker~ 1653-1678. + + De Portugeezen van Ceylon verdreven. + + Negapatnam veroverd. + + Palembang wordt schatplichtig. + + Cornelis Speelman dwingt den vorst van Makassar tot een + nadeelig verdrag. + + ~Jan van Riebeek~ keert uit Indië naar het vaderland terug 1648. + + Hij sticht een volkplanting aan de Kaap de goede hoop April 1652. + + De Sinees ~Coxinga~ valt Zelandia aan.--~Coyet~.-- + ~Hambroek~.--Zelandia gaat bij verdrag over 1662. + + ~Cornelis Speelman~. + + Het gezag der compagnie wint velt op Ternate, Tidor en de + overige Molukken. + + Het Noorden van Cel[=e]bes afhankelijk van de compagnie ongev. 1700. + + De Preanger-landen afhankelijk van de compagnie 1704. + + Soerabaya afhankelijk van de compagnie 1741. + + De naam "Mat[=a]ram" vervangen door die der _vorstendommen_, + _Soerakarta_ en _Djokjokarta_ 1755. + + De sultan van Bantam staat de rechten van opperhoogheid op + de westkust van Borneo aan de compagnie af 1778. + + De compagnie doet een uitdeeling van 65 pct. 1671. + + _De retourvloten._ + + De koffijboom in Neêrlandsch Indië gekweekt ongev. 1700. + + De West-Indische compagnie bekomt Berbice. + + Eenige Amsterdamsche kooplieden worden eigenaars van Berbice. + + Essequ[=i]bo door de Zeeuwen gesticht ongev. 1600. + + Van Essequ[=i]bo gaat Demerary uit. + + Beide staan onder de kamer van Zeeland. + + Suriname door de West-Indische compagnie ten deele aan + Amsterdam afgestaan. + + De Staten-Generaal ontbinden de West-Indische compagnie 1674. + + Er ontstaat een nieuwe compagnie.--50 _bewindhebbers_.--_De + vergadering van tienen_ 1675. + + De uitdeelingen blijven doorgaans beneden 5 pct. + + _De correspondentiën_. + + Eerste verdrag van dien aard te Zierikzee 1652. + + ~Antonides van der Goes~.--"_De Ystroom._"--Hij overlijdt 1684. + + ~Justus van Effen~.--"_De Hollandsche Spectator._"--Hij + sterft 1735. + + ~Christiaan Huygens~, de uitvinder der slingeruurwerken, + sterft 1695. + + ~Herman Boerhaave~.--Hij overlijdt 1738. + + + =§ 30. _Het stadhouderschap van Willem IV._= + + De Republiek sluit vrede met den dey van Algiers 1726. + + Zij teekent de pragmatieke sanctie.--Karel VI heft _de Oost- + Indische compagnie_ op 1731. + + Heinsius overlijdt 1720. + + ~Simon van Slingelandt~ 1727-1736. + + Zijn ontwerpen. + + ~Willem Karel Hendrik Friso~ wordt stadhouder van Groningen 1718. + + Hij wordt stadhouder van Drente en Gelderland 1722. + + Beslissing van 't geschil over de erfenis van Willem III.-- + Willem Karel Hendrik Friso erlangt de meeste heerlijkheden, + op Nederlands bodem gelegen.--Van Oranje behoudt hij niets + dan den titel 1732. + + Hij trouwt met ~Anna~ 1734. + + Hij verkrijgt Dillenburg en andere streken in Nassau. + + Karel VI sterft 1740. + + De Staten-Generaal geven hulpgelden aan Maria Theresia. + + Zij zenden troepen. + + De slag van Fontenai.--Lodewijk XV doet een inval in Staats- + Vlaanderen 1747. + + De vroedschap te Veere besluit, den prins tot stadhouder te + verkiezen April 1747. + + De staten van Zeeland stellen den prins tot stadhouder aan 28 April. + + Het volk geraakt te Rotterdam en te Delft op de been. + + De staten van Holland benoemen den prins als stadhouder 3 Mei. + + De staten van Utrecht benoemen den prins tot stadhouder 3 Mei. + + De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal-admiraal 4 Mei. + + De staten van Overijsel benoemen hem tot stadhouder 10 Mei. + + De prins neemt zitting in den raad van state. + + ~WILLEM~ IV 1747-1751. + + De Staten-Generaal benoemen hem tot stadhouder en kapitein- + generaal over de landen van Overmaas. + + Zij dragen hem dezelfde waardigheden over de andere + Generaliteitslanden op. + + De staten der gewesten verklaren het stadhouderschap, de + Staten-Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap + _erfelijk_, ook in de vrouwelijke linie 1747. + + _Het opperdirecteur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië den + prins door de bewindhebbers opgedragen 1749. + + De pachters pachten de belastingen op de gemeene middelen + voor een aantal maanden.--Opschuddingen hierover in + Friesland, in Groningen, te Amsterdam.--De _pachterijen_ in + Friesland, Groningen, Utrecht en Holland afgeschaft 1748. + + _De collecte_ ingesteld. + + Overijsel houdt zich deels aan de pachterijen, deels aan de + collecte. + + De Franschen nemen Bergen op Zoom bij verrassing in 1747. + + _Vrede te Aken_.--De Republiek krijgt het verlorene terug, + alsmede de barrière-steden, maar grootendeels geslecht 1748. + + ~Pieter Stein~ sedert 1749. + + Verzetting der wet te Amsterdam en in de meeste overige + steden van Holland 1748. + + Verzetting der wet in de steden van Gelderland, Overijsel, + Friesland en Groningen. + + Bepaling, door Willem IV gemaakt ten gunste der fabrieken + van zijde enz.--De staten van Holland volgen dit voorbeeld 1749. + + De Staten-Generaal stellen hertog ~Lodewijk Ernst van + Brunswijk Wolfenbuttel~ als veldmaarschalk aan 1750. + + Willem IV sterft Oct. 1751. + + + =§ 31. _Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den + hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin + van den oorlog tusschen Engeland en Nederland._= + + ~ANNA~ _gouvernante_ en voogdes van Willems zoon Oct. 1751. + + Hij wordt geboren 1748. + + ~WILLEM~ V 1751-1795, overl. 1806. + + De hertog van Brunswijk tot vertegenwoordiger van den + kapitein-generaal benoemd. + + Hij houdt een wakend oog op 's prinsen opvoeding. + + Frederik II staat de goederen, vroeger geërfd, voor een + groote som aan Willem V af 1754. + + Zeeoorlog tusschen Frankrijk en Engeland 1756. + + Engeland wijkt in meer dan één opzicht af van de vroeger + gesloten verdragen.--Het brengt een menigte Nederlandsche + koopvaardijschepen op.--Zijn kapers. + + Nadeelen, den handel toegebracht door Algiers en Marokko. + + Grieven tegen de gouvernante.--Zij sterft 1759. + + De hertog van Brunswijk voogd 1759. + + Friesland beschouwt ~Maria Louise~, _Maike-Moei_, als + regentes. + + Vrede van Parijs 1763. + + Willem V, 18 jaren oud, aanvaardt de hooge ambten 1766. + + Het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën enz. + wordt hem opgedragen. + + De hertog van Brunswijk door Willem V, door Holland en door + de overige gewesten met ruim 600,000 gl. begiftigd. + + _De akte van consulentschap_ onderteekend door Willem V en + den hertog 3 Mei 1766. + + Willem V trouwt met ~Frederika Sophia Wilhelmina~. + + Drie kinderen uit dit huwelijk gesproten: Frederika Louise + Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins + van Brunswijk. + + Willem Frederik geboren 1772. + + Willem George Frederik geboren 1774. + + Willem George Frederik, later generaal in dienst van Frans + II, sterft 1799. + + De staatsgezinde partij of die der _patriotten_ of _keezen_. + + De partij der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_. + + Beklag van ~Yorke~ over den handel, uit St. Eustatius door + Nederlanders gedreven.--De Staten-Generaal verbieden den + toevoer van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche + volkplantingen 1775. + + De sluikhandel wordt niet gestaakt. + + Oorlog tusschen Engeland en Frankrijk. + + Frankrijk sluit een handelsverdrag en verbond met de + Vereenigde Staten van Noord-Amerika 1778. + + Mededeeling van ~William Lee~ aan ~Jan de Neufville~ te + Aken. + + Een ontwerp-verdrag opgesteld door de Neufville en door Lee 1778. + + ~Henry Laurens~ president van het congres der Amerikaansche + staten. 1777. + + Hij vertrekt van Philadelphia naar Nederland.--Het schip bij + New-Foundland genomen door een Engelsch fregat.--De in zee + geworpen doos opgevischt 10 Sept. 1780. + + Rusland, Zweden en Denemarken sluiten _het stelsel eener + gewapende onzijdigheid_ 1780. + + De Staten-Generaal besluiten toe te treden. + + Nederlands gezanten te Petersburg onderteekenen het verdrag. + + De Republiek verzendt haar brieven ter kennisgeving van de + aansluiting aan de Noordsche mogendheden.--Engeland + verklaart den oorlog aan de Zeven Gewesten 1780. + + + =§ 32. _De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der + Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst + der Pruisen._= + + 200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15,000,000 gl., + in de Engelsche havens opgebracht Jan. 1781. + + St. Eustatius en de kust van Guin[=e]a vallen in handen der + Engelschen.--Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo stellen zich + onder hun hoede. + + De Franschen hernemen St. Eustatius en geven het aan de + Staten-Generaal terug 1781. + + Zij heroveren Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en nemen ze + in bewaring 1782. + + Engeland bemachtigt Negapatnam. + + De Staten-Generaal verleenen een konvooi aan een aantal + koopvaarders.--~Johan Arnold Zoutman~ met 15 + oorlogschepen.--Slag met zeven schepen aan weerszijden tegen + ~Hyde Parker~ bij ~Doggersbank~.--De Engelschen deinzen het + eerst af 5 Aug. 1781. + + Vrede van Versailles Jan. 1783. + + _Vrede te Parijs_.--Negapatnam komt aan Engeland Mei 1784. + + Jozef II verlangt, dat de Staten-Generaal de steden der + barrière ontruimen.--Het gebeurt 1781. + + Nieuwe geschillen tusschen Jozef II en de Staten-Generaal + over de opening van de Schelde 1783. + + Een oorlogschip onder Oostenrijksche vlag wil zich + onttrekken aan het onderzoek van den uitlegger.--Het wordt + genomen, maar kort daarna weder ontslagen 1784. + + De keizer laat een leger naar de grenzen der Republiek + oprukken. + + _Vrede te Fontainebleau_.--Lillo en Liefkenshoek aan Jozef + afgestaan en een som van 9-1/2 millioen aan hem + uitgekeerd.--Frankrijk neemt 4-1/2 millioen voor zijn + rekening 1785. + + Het geheim van 't bestaan der akte van consulentschap wordt + verbroken.--"De dikke hertog" gaat heen 1784. + + _Exercitie-genootschappen_ of _vrijkorpsen_ 1783. + + De Staten van Holland verbieden het dragen of roepen van + Oranje Febr. 1785. + + Een burger van 's Gravenhage door een lid van een exercitie- + genootschap gewond Sept. + + De staten van Holland beperken het gezag van den kapitein- + generaal van 't gewest. + + De prins verlaat met zijn gezin 's Gravenhage 1785. + + Hij vestigt zich op het Loo, later te Nijmegen. + + Geschillen te Elburg en te Hattem.--De staten van Gelderland + gelasten den stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te + doen oprukken en bezetting in die steden te leggen.--Vele + regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchten naar + Kampen of elders 1786. + + Zware vonnissen geveld tegen de hoofdpersonen der beweging. + + De staten van Holland schorsen den kapitein-generaal van hun + gewest in dit ambt en ontheffen den raadpensionaris van de + verplichting, in gemeenschappelijk overleg met den + stadhouder te handelen. + + Er is oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten + van Holland, oneenigheid tusschen deze en die van + Gelderland.--De stadhouder vergeleken bij een Nero en Alva. + + De patriotten rekenen op Frankrijk, de stadhouderlijke + partij op Engeland of Pruisen. + + De staten van Holland dragen de verdediging van hun gewest + aan _een commissie van defensie_, uit vijf personen + bestaande, op, die te Woerden zetelt.--_Het vliegend + legertje_. + + De prinses gaat van Nijmegen op reis naar 's Gravenhage.-- + Bij _de Goejanverwellesluis_ verzoekt haar de commissie van + defensie, niet verder te gaan Juni 1787. + + Frederik Willem II eischt een schitterende voldoening.-- + Tevergeefs. + + ~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk- + Wolfenbuttel, rukt met een leger van ongeveer 20,000 man de + Nederlanden binnen.--De Pruisen bezetten de stad Utrecht. + + Amsterdam geeft zich over 1787. + + De wet alom door den stadhouder verzet. + + ~Laurens Pieter van de Spiegel~ raadpensionaris 1787. + + De zegevierende partij neemt op vele plaatsen wraak op de + patriotten.--De Pruisen staan haar hierbij ten dienste.--In + sommige provinciën een amnestie met vele uitzonderingen + afgekondigd. + + Duizenden uitgewekenen vestigen zich in de Zuidelijke + Nederlanden en in Frankrijk. + + + =§ 33. _De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._= + + De Pruisen verlaten, met een vrij grooten buit beladen, de + Nederlanden 1788. + + De Republiek sluit een verdedigend verbond met Engeland en + met Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap + waarborgen 1788. + + Willem Frederik treedt in het huwelijk met ~Frederika Louise + Wilhelmina~ 1791. + + Willem Frederik George Lodewijk geboren 1792. + + Willem Frederik Karel geboren 1797. + + Marianne geboren 1809. + + De tweedracht duurt voort. + + Eenige hervormingen in 't financiewezen. + + Frankrijk geraakt in oorlog met Pruisen en Oostenrijk April 1792. + + De patriotten sporen de nationale conventie aan, haar + beginselen op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen. + + De conventie verklaart den oorlog aan den koning van + Engeland en aan den stadhouder der Vereenigde + Nederlanden 1 Febr. 1793. + + Dumouriez, geleid door ~Hendrik Willem Daendels~, trekt de + grenzen van Nederland over.--Hij neemt eenige vestingen, + doch moet terugtrekken. + + De Zuidelijke Nederlanden bij den vrede van Campo Formio aan + Frankrijk afgestaan 1797. + + De koning van Pruisen zendt geen troepen naar de Zuidelijke + Nederlanden.--Strijd van ~Willem Frederik~ en ~Frederik~ + tegen de Franschen. + + De bondgenooten verliezen den slag bij Fleurus 1794. + + Val van het schrikbewind.--De regeering van Frankrijk helt + tot den vrede over.--Daendels. + + ~Pichegru~ en Daendels rukken Nederland binnen Dec. 1794 en Jan. 1795. + + Willem V scheept zich met zijn gezin in 18 Jan. 1795. + + Hij gaat naar Engeland en blijft er tot 1800. + + Verzwakking der zeemacht van Nederland sinds 1750. + + ~Adriaan Valkenier~ 1737-1741. + + Gevechten nabij Batavia tusschen de Nederlanders en de + Sineezen, waarin de laatsten worden verslagen 8 Oct. 1740. + + Volgens besluit van den raad van Indië heeft _de moord der + Sineezen_ plaats.--Ruim 10,000 van hen vallen 9 Oct. + + ~Gustaaf Willem baron van Imhoff~ 1741. + + Hij is de stichter van _Buitenzorg_. + + Achteruitgang der Oost-Indische compagnie.--Zij sluit elk + jaar haar boeken met een tekort van eenige millioenen + sinds ongev. 1750. + + De uitdeelingen beloopen 20 tot 12-1/2 pct. + + De vrijstelling van de vaart verleend ten opzichte van + sommige plaatsen der West-Indische compagnie 1600-1700. + + Dezelfde vergunning gegeven ten aanzien van de kust van + Guin[=e]a, Essequ[=i]bo en Demerary 1700-1800. + + ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven, later bisschop te + Yperen. + + Hij sterft 1638. + + Zijn werk _August[=i]nus_ komt uit 1640. + + Rome verbiedt het. + + _De Jansenisten_ benoemen hun eersten aartsbisschop, die te + Utrecht zetelt 1723. + + _De Herrenhutters_ vestigen zich te Zeist 1746. + + ~Jan Nieuwenhuizen~ sticht _de Maatschappij tot Nut van 't + Algemeen_ 1784. + + ~Willem van Haren~.--_De Friso_. + + ~Onno Zwier van Haren~.--_De Geuzen_. + + ~Elizabeth Bekker~, eerst getrouwd met Wolff, woont later + tezamen met ~Agatha Deken~.--_Sara Burgerhart_.--_Willem + Levend_. + + Zij verlaten het vaderland 1787. + + ~Jan Wagenaar~ eerste klerk ter secretarie te Amsterdam 1760. + + Hij sterft 1773. + + _De Vaderlandsche Historie_. + + + =§ 34. _De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._= + + _Een comité tot de zaken van den Oost-Indischen handel en + bezittingen_ ingesteld.--_Een comité tot de zaken van de + koloniën en bezittingen in Afrika en Amerika_ ingesteld. + + _Het Haagsche verdrag_.--_De Bataafsche Republiek_ betaalt + 100,000,000 gl., staat Maastricht, Venlo en Staats- + Vlaanderen af en laat Fransche bezetting in Vlissingen toe. + + Een der geheime artikels: een leger van 25,000 man Franschen + zal worden bezoldigd, gekleed en gevoed. + + _De assignaten_. + + Groot-Britannië legt _embargo_ op Neêrlands schepen vóór 16 Mei 1795. + + Het verklaart den oorlog aan de Bataafsche Republiek Sept. + + Java is de eenige bezitting, die Nederland behoudt 1801. + + _De nationale vergadering_ komt bijeen 1 Maart 1796. + + De Staten-Generaal ontbonden. + + Twee partijen, _de unitarissen_, als Pieter Vreede, Gogel, + Schimmelpenninck, en _de foederalisten_, als Vitringa. + + De tweede nationale vergadering geopend 1 Sept. 1797. + + _Coup d'état_ van Daendels en anderen 22 Jan. 1798. + + _De constitueerende vergadering, representeerende het + Bataafsche volk_.--Zij stelt het ontwerp eener grondwet op Maart 1798. + + Stemming.--Het ontwerp wordt aangenomen April. + + Hoofdinhoud der staatsregeling, afgekondigd 1 Mei 1798. + + De oppermacht berust bij het vertegenwoordigend lichaam.-- + Het bestaat uit _twee kamers_.--Het heeft de wetgevende, + _vijf directeuren_ de uitvoerende macht.--_Acht + departementen_, b. v. dat van de Eems.--Er zal één algemeene + kas voor de geldmiddelen zijn.--_De amalgame_.--Scheiding + van kerk en staat.--Bezoldiging van de leeraren en dienaars + der hervormde kerk uit 's lands kas. + + Afschaffing van de pijnbank.--Het Gemeenebest één en + ondeelbaar verklaard.--Volkomen gelijkstelling van allen + voor de wet.--Alle heerlijke rechten en wat verder van het + leenstelsel afkomstig is vernietigd 1798. + + Landing van ~Frederik, hertog van York~ Aug. 1799. + + ~Daendels~ wijkt. + + De vijand wordt door ~Brune~ en Daendels bij ~Bergen~ + verslagen 19 Sept. + + Hij wordt door hen bij ~Castricum~ verslagen 6 Oct. + + De erfprins van Oranje vertoeft te Alkmaar.--Hij keert naar + Engeland terug.--Hij gaat naar Brunswijk 1800. + + Napoleon knoopt met de meerderheid der directeuren + onderhandelingen aan. + + De meerderheid van 't uitvoerend bewind roept het volk tot + de stemming op 1 Oct. 1801. + + De staatsregeling wordt aangenomen. + + Inhoud der _staatsregeling_ van 1801. + + Aan 't hoofd der Republiek staat een _staatsbewind_ van + twaalf personen met een _wetgevend lichaam_.--Groot gezag + van het staatsbewind.--Namen der departementen: Holland, + Zeeland, Brabant, Overijsel, enz. + + _De algemeene vrede te Amiëns_.--~Rutger Jan + Schimmelpenninck~.--Engeland geeft de Republiek al haar + volkplantingen terug, uitgezonderd Ceylon.--De + schadeloosstelling voor het huis van Oranje-Nassau zal niet + ten laste komen der Republiek Maart 1802. + + De schadeloosstelling bestaat uit Fulda en eenige andere + streken. + + Willem V staat deze landen aan zijn oudsten zoon af 1803. + + Willem V sterft 1806. + + Napoleon ontneemt Willems zoon deze staten 1807. + + Napoleon verklaart Groot-Britannië den oorlog 1803. + + Engeland herneemt bijna alle buitenlandsche bezittingen van + Nederland. + + Nederland levert den consul troepen, schepen en millioenen. + + Napoleon wordt keizer. + + Schimmelpenninck moet een nieuwe grondwet opstellen 1805. + + Het ontwerp wordt door Napoleon en het volk goedgekeurd. + + _De derde staatsregeling_ 1805. + + ~Rutger Jan Schimmelpenninck~ _raadpensionaris_.--_Wetgevend + lichaam_ van 19 leden.--Een _staatsraad_ van zeven leden. + + Drente _als landschap_ aan de acht departementen toegevoegd. + + Algemeene belastingen ingevoegd. + + Wet op het lager onderwijs van Schimmelpenninck 3 April 1806. + + _Vierde staatsregeling_ Juni 1806. + + ~LODEWIJK NAPOLEON~ _koning van Holland_.--_Wetgevend + lichaam_ van 39 leden.--_Staatsraad_ van 13 leden. + + De Nederlandsche krijgslieden strijden mede 1806, 1807. + + Vrede van Tilsit.--Jever en Oost-Friesland, tegen den + afstand van Vlissingen en de tafel dezer stad, met Holland + vereenigd 1807. + + Het koninkrijk in tien departementen verdeeld. + + Oost-Friesland wordt een elfde departement 1807. + + Ramp te Leiden.--Het Rapenburg in puin.--Meer dan 200 huizen + omvergeworpen, honderden beschadigd.--De koning stelt op + alles orde.--152 menschen komen om 12 Jan. 1807. + + _Het continentaal-stelsel_ 1806. + + Verscherping van 't besluit. + + Een Engelsche vloot steekt in zee Juli 1809. + + Walcheren, Schouwen en Duiveland veroverd.--De vijand + ontruimt Zeeland 1809. + + Verdrag tusschen Napoleon en Lodewijk.--Zeeland, Brabant, + een gedeelte van Gelderland en een klein deel van Holland + komen aan Frankrijk Maart 1810. + + Napoleon zendt nieuwe troepen en _douaniers_. + + Lodewijk wil Amsterdam tot het uiterste verdedigen.--Hij + doet afstand van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, toen + oudsten, zoon Lodewijk Napoleon, onder regentschap van + Hortensia.--Hij verlaat heimelijk het paviljoen bij Haarlem + 1 Juli 1810. + + Hij gaat naar Bohemen.--Hij overlijdt 1846. + + Ministers van Lodewijk: ~Karel Hendrik Verhuell~, ~van + Maanen~. + + De Bataafsche Republiek neemt alle bezittingen en schulden + der gewezen Oost-Indische compagnie over 1798. + + Het oppergezag komt aan het uitvoerend bewind 1798. + + Het komt aan het staatsbewind 1801. + + Het bestuur in handen gesteld van _den raad der Aziatische_ + bezittingen, dat van West-Indië opgedragen aan _den raad der + Amerikaansche koloniën_. + + Lodewijk benoemt ~Daendels~ tot gouverneur-generaal van + Indië Jan. 1807. + + + =§ 35. _Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn + onafhankelijkheid._= + + Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk 9 Juli 1810. + + ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~, wordt + _luitenant-generaal_.--Amsterdam de derde stad van het + keizerrijk. + + _Het code Napoleon_ ingevoerd.--De renten der staatsschuld + _getierceerd_. + + De departementen worden Fransche departementen met + _prefecten_.--Hunne namen: Zuiderzee, Bouches de l'Escaut, + Ems-Occidental. + + _Maires_. + + _De conscriptie_ ingevoerd 1811. + + Het besluit wordt uitgestrekt tot de laatste drie jaren. + + ~De Celles~. + + De censuur.--'t Verbranden van Engelsch fabriekgoed te + Rotterdam, Groningen, enz. somtijds voor een waarde van een + half millioen. + + De bevolking van Amsterdam neemt bij duizenden af. + + De politie.--Het onderwijs.--Taal en letterkunde. + + De hoogescholen van Leiden en Groningen blijven in wezen.-- + De overige worden hoogescholen van den tweeden rang of + worden opgeheven. + + De Engelschen veroveren Java en de overige volkplantingen 1811. + + De Nederlandsche vlag blijft op Desima waaien. + + Overtocht over de Berez[=i]na 1812. + + Napoleon stelt _de garde d'honneur_ in. + + De inlijving doet Nederland een stelsel van algemeene + wetgeving deelachtig worden. + + ~Johan Melchior Kemper~ en ~Anton Reinhard Falck~. + + Bijeenkomst van ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, ~van der + Duyn van Maasdam~, den ~graaf van Stirum~ en drie andere + mannen te 's Gravenhage. + + De slag bij Leipzig.--De zes Haagsche bondgenooten nemen + eenige voorbereidende maatregelen. + + De Fransche troepen ontruimen Amsterdam en gaan naar + Utrecht 14 Nov. 1813. + + De gouverneur-generaal en de andere ambtenaren volgen. + + De bevolking van Amsterdam geraakt op de been en keert zich + tegen de wachthuizen der tolbeambten, enz. 15 Nov. + + Een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen neemt het + bestuur der stad voorloopig op zich.--Falck. + + De graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp vertoonen + zich met de oranjekokarde.--De graaf van Stirum aanvaardt + de betrekking van gouverneur van den Haag 17 Nov. + + Amsterdam volhardt bij zijn onzijdige houding. + + Te Amsterdam komt hierin een verandering 24 Nov. + + Rotterdam en andere steden treden insgelijks toe. + + Woerden door de Franschen overvallen. + + De prins landt op den vaderlandschen bodem 30 Nov. + + De prins neemt de waardigheid van _souvereine vorst_ aan, + onder voorbehoud eener grondwet 2 Dec. + + De vijand ontruimt de andere gewesten. + + De Engelschen dragen tot de bevrijding van Zeeland bij 1814. + + Bülow en de kozakken doen het in Gelderland, Overijsel, + Groningen en Friesland. + + Op last van Lodewijk XVIII wijkt Verhuell uit den Helder 4 Mei 1814. + + De Nederlanders herwinnen Delfzijl 23 Mei. + + De souvereine vorst benoemt een commissie ter samenstelling + eener grondwet 21 Dec. + + ~Van Hogendorp~ voorzitter dezer commissie.--Zijn schets. + + Het ontwerp der grondwet is gereed 2 Maart 1814. + + 600 _notabelen_ benoemd. + + 474 dezer notabelen stemmen met _voor_ of _tegen_ over dit + ontwerp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.--Een overgroote + meerderheid is ervoor 29 Maart 1814. + + Inhuldiging van den vorst in de Nieuwe Kerk 30 Maart. + + Inhoud der _vijfde grondwet_.--Vrijheid van godsdienst, + gelijkheid voor de wet, onafhankelijkheid der rechterlijke + macht.--Negen provinciën: Holland, Zeeland, Utrecht, + Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen, Friesland, + Brabant.--Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en + Marken behooren tot Holland, Schokland tot Overijsel, + Ameland en Schiermonnikoog tot Friesland, Rottum tot + Groningen.--Één kamer van volksvertegenwoordigers, groot 55 + leden, te benoemen door de staten der provinciën.--De leden + der Staten-Generaal stemmen zonder last of ruggespraak.--De + provinciale staten bestaan uit leden der ridderschap en van + de stedelijke raden.--Deze leden gekozen door kiezers.--De + gouverneurs.--De godsdienst van den vorst is de hervormde.-- + Gerechtshoven.--Een hooge raad. + + Verdrag met Engeland.--Nederland herkrijgt de + volkplantingen, die het op den 1sten Jan. 1803 heeft + bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop, + Demerary, Essequ[=i]bo en Berbice Aug. + + Napoleon landt bij Cannes 1 Maart 1815. + + Willem Frederik aanvaardt de koninklijke waardigheid over + Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik 16 Maart. + + Verdragen met Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen.--Het + koninkrijk der Nederlanden opgericht.--Luxemburg, als + _groothertogdom_, aan Willem afgestaan.--Willem doet afstand + van de Nassausche vorstendommen, alsmede van hetgeen men in + 1803 aan zijn huis heeft toegekend.--Luxemburg blijft een + der staten van den Duitschen bond uitmaken. + + Napoleon heeft ongeveer 160,000 man onder de wapens.--Het + leger der Engelschen en der Nederlanders, onder ~den hertog + van Wellington~, en dat der Pruisen, onder ~Blücher~, tellen + nagenoeg 230,000 man. + + Blücher verliest den slag bij ~Ligny~ 16 Juni. + + Ontmoeting bij ~Quatre-Bras~.--~De prins van Oranje~ dringt + Ney terug. + + Veldslag bij ~Waterloo~.--Verschijning van Bülow, enz.--De + erfprins gewond 18 Juni. + + Napoleon bewoont St. Helena sinds 16 Oct. + + ~WILLEM~ I 1815-1840, overl. 1843. + + Hij benoemt een commissie ter wijziging van de grondwet.-- + Hij verleent zijn oudsten zoon den titel "prins van + Oranje."--De grondwet van 1815 bekrachtigt dit. + + De commissie voltooit haar werk Juli 1815. + + De 110 leden der Staten-Generaal van 't Noorden nemen het + ontwerp eenparig aan Aug. 1815. + + 1603 notabelen in het Zuiden bijeengeroepen.--~Maurice Jean + Magdeleine de Broglio~ verklaart zich tegen het ontwerp. + + De meerderheid dier 1603 keurt het af. + + De koning verklaart de grondwet voor aangenomen. + + _De zesde grondwet_.--Wijzigingen, door haar in de vorige + gemaakt: opheffing van 't artikel, rakende den godsdienst + van den koning; _Eerste Kamer_ van 40 tot 60 leden, door den + koning voor hun leven te benoemen; _de Tweede Kamer_ zal uit + 110 leden bestaan en in 't openbaar beraadslagen; de + landelijke stand wordt vertegenwoordigd in de staten der + provinciën; vrijheid van drukpers; het koninkrijk zal uit + zeventien gewesten bestaan; Luxemburg zendt ook + vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.--De zeventien + gewesten: behalve de negen, Zuid-Brabant, Limburg, Luik, + Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen, + Antwerpen.--Brabant wordt Noord-Brabant. + + Tweede vrede van Parijs.--Nederland krijgt eenige + landstreken, welke gehecht worden aan Henegouwen, Namen en + Luxemburg. + + + =§ 36. _Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._= + + _De militaire Willemsorde_ ingesteld April 1815. + + _De ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ 29 Sept. 1815. + + De prins van Oranje trouwt met ~Anna Paulowna~ 1816. + + Uit 's prinsen huwelijk spruiten o. a.: Willem Alexander + Paul Frederik Lodewijk geboren 1817. + + Willem Frederik Hendrik of prins Hendrik, tijdens zijn leven + luitenant-admiraal en stedehouder in Luxemburg geboren 1820. + + Hij overlijdt Jan. 1879. + + Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia geboren 1824. + + Zij trouwt met Karel Alexander Augustus Jan 1842. + + Hij wordt groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach 1853. + + Prins ~Frederik~ der ~Nederlanden~ trouwt met Louise Augusta + Wilhelmina Amalia 1825. + + Lord ~Exmouth~ en ~Theodoor Frederik baron van de Capellen~ + bombardeeren Algiers.--Verdrag met den dey van Algiers.-- + Meer dan 1000 Christenslaven in vrijheid gesteld Aug. 1816. + + Het koninkrijk der Nederlanden geraakt in 't bezit zijner + Oost- en West-Indische koloniën. + + Het staande leger bestaat uit vrijwilligers, de nationale + militie uit vrijwilligers en uit lieden, door de loting + hiertoe verplicht.--De militie komt één maand in 't jaar + onder de wapens. + + Utrecht krijgt een veeartsenijschool, Seraing een fabriek + voor machines. + + De slavenhandel afgeschaft 1818. + + Straatwegen. + + _De Spoorweg_ van Haarlem naar Amsterdam geopend 24 Sept. 1839. + + Willem I laat het "Nieuwe Diep" aanleggen. + + _Het Noord-Hollandsche Kanaal_ voltooid 1825. + + _Het Apeldoornsche Kanaal_ 1830. + + _De Zuid-Willemsvaart_ begonnen 1822. + + _De Dedemsvaart_.--~De baron van Dedem~ overl. 1851. + + Een ontwerp ter droogmaking van 't Haarlemmermeer door de + Tweede Kamer der Staten-Generaal verworpen 1838. + + Normaalscholen en modelscholen ten koste van de staatskas + opgericht. + + Het hooger-onderwijs voor het Noorden bij besluit geregeld + 2 Aug. 1815. + + Het hooger-onderwijs voor het Zuiden bij besluit geregeld + 25 Sept. 1816. + + De hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven. + + Academiën gesticht te Gent en te Luik.--Harderwijk en + Franeker worden rijks-athenaeën. + + Harderwijk opgeheven 1817. + + Franeker opgeheven 1843. + + De militaire academie te Breda.--Het instituut voor de + marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep). + + Regeling der protestantsche kerkgenootschappen 1816. + + De Nieuwe Nederlandsche wetgeving ingevoerd 1 Oct. 1838. + + _De Maatschappij van weldadigheid_ gesticht 1821. + + De koloniën Frederiksoord, Veenhuizen, Ommerschans.-- + ~Johannes van den Bosch~. + + _De Nederlandsche Handelmaatschappij_ opgericht 1824. + + De Oost-Indische bezittingen: de factorij op Desima, Java, + de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten deele, Borneo ten + deele, Cel[=e]bes, de Molukken, Banka, de Riouwsche + eilanden, Malakka. + + Verdrag met Engeland.--Malakka aan dit rijk afgestaan tegen + hetgeen het op Sum[=a]tra bezit en tegen Billiton 1824. + + Daendels gaat, als gouverneur-generaal, naar de kust van + Guin[=e]a en overlijdt er. + + ~Godard Alexander Gerard Philips baron van de Capellen~ + gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen 1816. + + Opstand van ~Diepo Negoro~ in Djokjokarta 1826. + + Diepo Negoro gevangen genomen.--De opstand gedempt 1830. + + Van de Capellen teruggeroepen.--~Johannes van den Bosch~ 1830. + + _Het cultuurstelsel_.--_De baten_. + + Van den Bosch keert naar het vaderland terug 1833. + + Hij wordt graaf en sterft 1844. + + Vergunning, gegeven aan de leden der Staten-Generaal, om, + bij het afleggen van den eed, zoodanig voorbehoud te nemen, + als het geweten hun voorschrijft. + + Geschrift van de Broglio en de overige bisschoppen.--Hij + wordt door het gerechtshof te Brussel tot deportatie + veroordeeld 1817. + + Hij vlucht.--De naam van den bisschop tegelijk met twee + zware misdadigers ten toon gesteld. + + Besluit omtrent de taal 1819. + + Het zal van kracht zijn 1823. + + Geen vijfde deel van de officieren van het leger zijn + Belgen. + + De schuldenlast. + + Besluit omtrent _het collegium philosophicum_, te Leuven te + vestigen, 14 Juni 1825. + + Besluit om het laten onderwijzen der kinderen buiten 's + lands te belemmeren. + + De "liberale" of "vrijzinnige" Franschgezinde partij.--Zij + wenscht geheele vrijheid van drukpers en van onderwijs. + + Zij vereenigt zich met die der geestelijken.-- + Verzoekschriften.--De Tweede Kamer der Staten-Generaal als + in twee vijandelijke legerplaatsen verdeeld. + + Stelsel des konings. + + De unie tusschen de beide partijen in België 1828. + + Willem I sluit een concordaat met ~Leo~ XII 1827. + + De verplichting van 't bijwonen der lessen van 't collegium + opgeheven. + + De beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal + ingetrokken. + + De Potter en anderen veroordeeld tot een zeker aantal jaren + ballingschap. + + Omwenteling in Frankrijk.--Karel X van den troon gestooten + 27-29 Juli 1830. + + + =§ 37. _De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert + 1830._= + + In den schouwburg te Brussel wordt de "muette de Portici" + gegeven 25 Aug. 1830. + + Volkshoopen scholen samen.--Plundering 25 Aug., 10 uur 's avonds. + + Oprichting eener gewapende burgermacht, die de Brabantsche + kleuren aanneemt 27 Aug. + + Oproer te Luik, enz. + + De koning roept de Staten-Generaal buitengewoon op te 's + Gravenhage.--De prins van Oranje en prins Frederik krijgen + bevel, naar Brussel op te trekken 28 Aug. + + Een bezending gaat naar den prins. + + Intocht van den prins van Oranje binnen Brussel 31 Aug. + + Aanval van prins Frederik op Brussel.--De koninklijke + troepen trekken uit de stad terug 26 Sept. + + De Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt het besluit, het + rijksbestuur te splitsen en de grondwet te herzien 29 Sept. + + Voornaamste eischen der Belgen.--Scheuring in 't leger. + + De Potter staat zes weken mede aan 't hoofd van 't + voorloopig bestuur te Brussel. + + Tweede zending van den prins van Oranje naar België.--Hij + wordt teruggeroepen. + + _De conferentie_ te Londen geopend Nov. 1830. + + Koele ontvangst van den prins van Oranje in 't Noorden. + + Dibbets handhaaft het gezag der regeering te Maastricht.-- + Opstand te Antwerpen.--~David Hendrik baron Chassé~. + + Bombardement van Antwerpen.--~Koopman~ 27 Oct. 1830. + + Wapenstilstand. + + Hoofdgedachte der conferentie.--Willem I roept het volk van + Noord-Nederland te wapen.--Duizenden manschappen stroomen + naar de grenzen. + + _Protocollen_ der conferentie.--Scheiding van Nederland en + België.--16/31 der schuld ten laste van België 20 en 27 Jan. 1831. + + _Het nationaal congres_ komt te Brussel bijeen 10 Nov. 1830. + + Het sluit het huis van Oranje-Nassau van den troon uit.--Het + verwerpt de protocollen van Januari. + + Het congres draagt het oppergezag voorloopig op aan ~Surlet + de Chokier~. + + Het congres benoemt ~Leopold van Saksen-Koburg-Gotha~ tot + _koning der Belgen_ 4 Juni 1831. + + Hij aanvaardt de regeering en belooft, de zeer vrijzinnige + grondwet, door het congres samengesteld, te zullen + eerbiedigen 21 Juli. + + Hij sluit een tweede huwelijk met Louise 1832. + + _De achttien artikels_.--De rechten van het huis van Oranje- + Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig verklaard.--België + uitzichten geopend op het bezit van Maastricht.--België + vrijgesteld van het overnemen van een deel der schuld van + Oud-Nederland Juni 1831. + + ~Johan Karel Jozef van Speyk~ vliegt in de lucht Febr. 1831. + + ~De prins van Oranje~ en prins Frederik hebben bijna 36,000 + man. + + De Belgische legers tellen omtrent 30,000 man.--Aan 't hoofd + van het leger van de Schelde staat de ~Ticken de Terhove~, + aan 't hoofd van het leger van de Maas ~Daine~. + + Het leger van de Schelde staat nabij Antwerpen, het andere + in het Limburgsche. + + _De tiendaagsche veldtocht_ 2-12 Aug. 1831. + + De doorbreking tusschen de vijandelijke legers is geschied 5 Aug. + + Slag bij ~Hasselt~.--Daine's legers verstrooid 8 Aug. + + Slag bij ~Leuven~.--Leopold.--De Belgen verslagen 12 Aug. + + ~Gérard~ rukt België binnen.--Op herhaald verzoek van den + Britschen gezant staat de prins een wapenstilstand toe. + + De conferentie hervat haar beraadslagingen Aug. 1831. + + _De vier-en-twintig artikels_.--Een deel van Luxemburg, + tegen den afstand van een deel van Limburg, aan België + toegekend.--Maastricht blijft aan Nederland voorbehouden.-- + België zal worden belast met een jaarlijksche rente van + 8,400,000 gl. ongev. 15 Oct. + + Leopold onderteekent dit ontwerp-verdrag 15 Nov. + + Willem I weigert de onderteekening. + + Overeenkomst van Frankrijk en Engeland.--Embargo 22 Oct. 1832. + + Gérard rukt België met 90,000 man binnen. + + Chassé geeft hem, na 19 dagen, de puinhoopen der citadel van + Antwerpen bij verdrag over.--Koopman vernielt de vloot.--De + bezetting der citadel en de bemanning der vloot als + krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd. + + _Het status quo_. + + Het embargo opgeheven Mei 1833. + + De koning neemt de 24 artikels aan 14 Maart 1838. + + Bewering der Belgen. + + _Eindverdrag_.--België wordt een afzonderlijk rijk.--Het + aandeel, door België jaarlijks, van 1 Jan. 1839 af, te + betalen in de rente der staatsschuld, is 5,000,000 gl.--Het + Duitsche verbond en de groothertog staan de westelijke helft + van Luxemburg aan België af.--België ziet van een gedeelte + van Limburg af, zoodat aan Nederland het deel blijft, dat + aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede Maastricht en + het gebied ten n. van een lijn, getrokken van de + zuidelijkste punt van Noord-Brabant naar de Maas, ten n. van + Stevensweert 19 April 1839. + + Deze streek van Limburg heet "hertogdom."--Behoudens + Maastricht en Venlo, maakt zij een deel uit, zoowel van + Nederland, als van het Duitsche verbond. + + Vreemde verhouding van Limburg tot Duitschland. + + De betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken 1866. + + Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland.--Het koninkrijk + bestaat uit tien provinciën en uit het hertogdom Limburg 1840. + + De oudste zoon van den kroonprins trouwt met Sophia + Frederika Mathilde 1839. + + Dood van Sophia Frederika Mathilde, als koningin der + Nederlanden Juni 1877. + + Uit dit huwelijk spruiten Willem geboren 1840. + + en Alexander geboren 1851. + + Dood van Willem Juni 1879. + + Wenschen van het Noord-Nederlandsche volk: openlegging van + den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen + misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings + ministers, enz. + + De koningin overlijdt 1837. + + De koning doet op het Loo afstand van de kroon en draagt ze + aan zijn oudsten zoon over 7 Oct. 1840. + + Willem I, nu "graaf van Nassau," huwt de gravin d'Oultremont + de Wigimont 1841. + + Hij leeft bij afwisseling te Berlijn, in Silezië, op het + Loo.--Hij overlijdt 12 Dec. 1843. + + ~WILLEM~ II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd 28 Nov. 1840. + + Het tijdelijk beheer van het departement van financiën + opgedragen aan ~Floris Adriaan van Hall~ Sept. 1843. + + Ontwerp van van Hall.--De leening van 127,000,000 naar 3 + p.c. zoo goed als volgeteekend 1844. + + Herziening der grondwet 1848. + + Luxemburg bekomt een afzonderlijke vertegenwoordiging 1841. + + Het krijgt een nieuwe grondwet Juni 1848. + + Grondwet van 1848 voor Nederland: De kroon erfelijk in de + beide liniën van het huis van Oranje.--De koning heeft de + uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de + Staten-Generaal.--Hij heeft het opperbevel over de land- en + zeemacht en het opperbestuur der koloniën.--De ministers + verantwoordelijk aan de natie.--De leden der Eerste Kamer, + negen-en-dertig, door de provinciale staten benoemd uit de + hoogst aangeslagenen in de directe belastingen.--Zij hebben + zitting voor negen jaren.--De leden der Tweede Kamer gekozen + door de meerderjarige burgers, die een zekere som in de + directe belastingen betalen.--Ouderdom dertig jaren.-- + Zitting voor vier jaren.--Hun aantal is 75.--De commissaris + des konings. + + Willem II sterft te Tilburg 17 Maart 1849. + + ~WILLEM~ III 1849. + + Het droogmaken van 't Haarlemmermeer voltooid Juni 1848-1853. + + Een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk + ingevoerd.--Utrecht aartsbisdom 1853. + + Uitvaardiging van verschillende wetten. + + Wet op het lager onderwijs 1857. + + Wet op het middelbaar onderwijs 1863. + + Wet op het Hooger Onderwijs 1876. + + Afstand der kust van Guin[=e]a aan Groot-Britannië Febr. 1871. + + Begin van den oorlog tegen den sultan van Atjeh Mrt. 1873. + + Dood der koningin 1877. + + Dood van prins Hendrik Jan. 1879. + + Dood van den kroonprins Juni 1879. + + + =§ 38. _Eindblik op den toestand des lands._= + + Nederland bezit in vreemde werelddeelen bijna 31,000 + vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners.--Het + beslaat in Europa ruim 600 vierkante mijlen en heeft een + bevolking van ruim 3-1/2 millioen.--Bedrijven.--Tijdperken + der nijverheid sinds 1795. + + ~Willem Bilderdijk~ een Amsterdammer 1756-1831. + + Zijn veelzijdigheid.--_De ondergang der eerste wereld_.--_De + ziekte der geleerden_.--_De ode aan Napoleon_.--_Zijn + Spraakleer_.--_Zijn geschiedenis van 't Vaderland_. + + ~Jan Frederik Helmers~.--_De Hollandsche natie_.--Hij sterft 1813. + + ~Hendrik Tollens~ geboren te Rotterdam 1780. + + Hij is overleden te Rijswijk 1856. + + Zijn volkslied.--Zijn meest bekende gedichten. + + ~Jan Hendrik van der Palm~.--Zijn geschriften. + + Hij overlijdt 1841. + + ~Johannes Kinker~. + + ~El[=i]as Annes Borger~.--_De ode aan den Rijn_. + + ~Izaäk da Costa~.--_Wachter, wat is er van den nacht?_-- + _Slag bij Nieuwpoort._--Hij overlijdt 1860. + + ~Adriaan Bogaers~.--_De tocht van Heemskerk naar + Gibraltar._--Hij overlijdt 1870. + + ~Petrus Augustus de Génestet~.--_Leekedichtjes._--Hij + overlijdt 1861. + + ~Nikolaas Beets~ of Hildebrand.--_De Camera obscura_. + + ~Jakob van Lennep~.--_Ferdinand Huyck_.--Hij overlijdt 1868. + + + + +NIEUWE UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS: + + + P. R. Bos, Leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. [f] 2,50 + + P. R. Bos, Beknopt leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. - 1,25 + + P. R. Bos, Schoolatlas der geheele Aarde 2e druk. - 3,75 + + P. R. Bos. Atlas bij het onderwijs in de nieuwere + aardrijksk. 1e afl. à - 0,60 + + P. R. Bos, Aardrijkskunde voor de volksschool 2e druk. - 0,30 + + P. R. Bos, Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten + en 43 plat. 3e verm. dr. - 1,00 + + P. R. Bos, Platen voor Aanschouw. Onderwijs in + Aardrijksk. 2e druk. - 0,60 + + P. R. Bos, Nederland en zijne Overzeesche Bezittingen - 0,20 + + P. R. Bos, de Plaats der Aardrijksk. in het Systeem der + Wetenschapp. - 0,40 + + Bogaerts en Koenen, Practische Taalstudie 3 deelen 4e druk. - 1,25 + + H. Bouman, De vormleer in de lagere school 7e druk. - 1,90 + + H. Bouman Aanschouwelijk onderwijs, 12 platen 3e druk. - 2,90 + + H. Bouman, Handleiding bij het aanschouwelijk + onderwijs 3e druk. - 0,90 + + H. Bouman, Leesboekjes met plaatjes, 5 stukjes 15e druk, à - 0,25 + + S. Bl. t. Cate en A. Moens, De wet op het lager + onderwijs 3e druk. - 5,90 + + C. F. van Duyl, Oefeningen in 't Nederlandsch 3e druk. - 0,50 + + C. F. van Duyl, La Langue Française. I, II et III à - 0,75 + + C. F. van Duyl, De Eerste Trap van het + Taalonderwijs 4 st. 2e druk. à - 0,25 + + Dr. Engelbregt, Latijnsch woordenboek, gebonden 3e druk. - 9,75 + + Dr. van den Es, Grieksch woordenboek, geb. 3e druk. - 9,75 + + Dr. van den Es, Nederlandsch-Grieksche + woordenlijst 3e druk. - 2,50 + + Dr. van den Es, Grieksche antiquiteiten 2e druk. - 2,00 + + Dr. van den Es, Grieksche opstellen. 4 st. 4e druk, à - 1,25 + + Dr. van den Es, Grieksche en Romeinsche + letterkunde 2e druk. - 3,75 + + Dr. van den Es, Grieksche spraakkunst - 3,75 + + Dr. van den Es, Grieksche buigingsleer - 1,25 + + Dr. W. Gleuns, Beschouwing van het heelal 2e druk. - 3,00 + + Dr. W. Gleuns, Wis- of sterrenkundige + aardrijkskunde 2e druk. - 0,90 + + Dr. W. Gleuns, Rekenkundige opgaven en oefeningen - 0,60 + + Dr. W. Gleuns, Leerboek der meetkunde 3e druk. - 1,25 + + Dr. W. Gleuns, Leerboek der algebra - 2,50 + + T. Greidanus, Theorie der Rekenkunde - 1,25 + + T. Greidanus, Rekenvoorstellen, 2 deeltjes à - 0,60 + + De Groot, Leopold en Rijkens, Nederlandsche + letterkunde 4e druk. - 3,75 + + D. Hoekzema, Gleanings from English prose 4e druk. - 1,60 + + D. Hoekzema, Gleanings from English poetry 3e druk. - 1,60 + + Dr. W. J. A. Jonckbloet, Gesch. d. Ned. letterk. + 2 deelen 2e druk. - 12,50 + + Dr. W. J. A. Jonckbloet, Bekn. gesch. der Nederl. + letterk. 2e druk. - 3,00 + + Kaart van Europa door H. Schierbeek - 15,00 + + L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes + Serie A à - 0,30 + + L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes + Serie B à - 0,30 + + L. Leopold, Blaren van allerlei boomen 3e druk. - 0,30 + + Joh. A. en L. Leopold, Nederl. leesboek, 1e, 7e en + 8e stukje 2e druk. - 0,30 + + M. Leopold, Opvoeding in huis en school 5e druk. - 1,25 + + M. en L. Leopold, Een sleutel. 2 deelen 3e druk, à - 1,50 + + Dr. J. C. Matthes, Nederlandsche taal- en + spelregels 3e druk. - 0,50 + + R. R. Rijkens, Aardrijkskunde van Nederland 5e druk. - 1,00 + + R. R. Rijkens, Beknopte aardrijkskunde van + Nederland 4e druk. - 0,60 + + R. R. Rijkens, De reiziger 4e druk. - 0,30 + + R. R. Rijkens, Schoolatlas van Nederland 5e druk. - 2,90 + + R. R. Rijkens, Kleine Atlas van Nederland 6e druk. - 0,35 + + Dr. M. Salverda, Plant- en dierkunde 5e druk. - 2,90 + + Dr. J. G. Schlimmer, Romeinsche antiquiteiten 4e druk. - 2,00 + + Dr. J. G. Schlimmer, Handboek der Rom. + antiquiteiten 2e druk. - 3,90 + + Dr. J. G. Schlimmer, Oude Aardrijkskunde - 2,50 + + Spencers Opvoeding, door Joh. A. Leopold 3e druk. - 1,90 + + J. Versluys, Beginselen der nieuwere meetkunde 3e druk. - 0,60 + + J. Versluys, Leerboek der vlakke meetkunde 5e druk. - 1,25 + + J. Worp, Melodiën der Psalmen 3e druk. - 9,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, I, 8e druk. - 2,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, II, 6e druk. - 2,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, III, 7e druk. - 2,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, IV, 7e druk. - 2,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Handboek der algemeene + geschiedenis 4e druk. - 3,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Overzicht der algemeene + geschiedenis 9e druk. - 1,75 + + Dr. J. A. Wijnne, Geschiedenis van het vaderland 5e druk. - 3,90 + + Dr. J. A. Wijnne, Beknopte geschiedenis van het + vaderland 5e druk. - 1,75 + + + Stoomdrukkerij van J. B. Wolters. + + + + + +--------------------------------------------------------------------+ + | Opmerkingen van de bewerker: | + | * De originele tekst en opmaak, inclusief het gebruik van koppel- | + | en afbreekstreepjes is zoveel mogelijk behouden, behalve in de | + | volgende gevallen: | + | * Overduidelijke spel- en zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd. | + | * Het gebruik van schuingedrukte, klein-kapitale en gespatiëerde | + | namen en titels (hier respectievelijk weergegeven als _naam_, | + | NAAM en ~naam~) is gestandaardiseerd. Doorgevoerde | + | veranderingen: 'der _Hekerens en_ der _Bronkhorsten_' veranderd| + | in 'der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_' (blz. 37); 'de | + | ~Ruiter~' veranderd in '~de Ruiter~' (blz. 123, 130); '~van | + | Hogendorp en van der Duyn van Maasdam~' veranderd in '~van | + | Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~' (blz. 180); 'Slag bij| + | Nieuwpoort' veranderd in '_Slag bij Nieuwpoort_' (titel, blz. | + | 252); 'Leekedichtjes' veranderd in '_Leekedichtjes_' (titel, | + | blz. 252); '_Zijn Spraakleer, Zijn Geschiedenis van 't | + | Vaderland_' veranderd in 'Zijn _Spraakleer_, Zijn | + | '_Geschiedenis van 't Vaderland_' (titels, blz. 252). | + | * Tijdrekenkundig Overzicht (blz. 210-252): lay-out veranderd | + | (aparte kolommen) voor betere overzichtelijkheid. | + | * Eigennamen en geografische namen zijn gestandaardiseerd ter | + | wille van de consistentie; vooral de spelling in het | + | Tijdrekenkundig Overzicht week af van die in de hoofdtekst: | + | 'Requesens' veranderd in 'Requ[=e]sens'; 'Verspasianus' in | + | 'Vespasianus'; 'Lourens' in 'Laurens'; 'Spinola' in | + | 'Spin[=o]la'; 'Oldenbarnevalt' in 'Oldenbarnevelt'; 'Rubbens' | + | in 'Rubens'; 'Maximilliaan' in 'Maximiliaan'; 'Rapenhaupt' in | + | 'Rabenhaupt'; 'd' Estrées' in 'd'Estrées'; 'Mantsjoe-Tartanen' | + | in 'Mantsjoe-Tartaren'; 'Essequibo' in 'Essequ[=i]bo'; 'Indie' | + | (en samenstellingen) in 'Indië'; 'Belgie' in 'België'; | + | 'Matthias' in 'Matth[=i]as'; 'Yonne-brug' in 'Yonnebrug'; | + | 'Contra-remonstranten' in 'Contra-Remonstranten'; 'Maike-Moe' | + | in 'Maike-Moei'; 'Medina' in 'Med[=i]na'; 'Allairt Beilink' in | + | 'Allaert Beilink'; 'Barnevelt' in 'Barneveld'; 'Boerhave' in | + | 'Boerhaave'; 'Callenburg' in 'Callenburgh'; 'Christina' in | + | 'Christ[=i]na'; 'Dortrecht' in 'Dordrecht'; 'Fivelingoo' in | + | 'Fivelingo'; 'Groenevelt' in 'Groeneveld'; 'Guinea' in | + | 'Guin[=e]a'; 'Hunsingoo' in 'Hunsingo'; 'IJstroom' in | + | 'Ystroom'; 'Jauregui' in 'Jaureguy'; 'Pieter Dirksz de Keyzer' | + | in 'Pieter Dirksz de Keyser'; 'Magdaleine de Broglio' in | + | 'Magdeleine de Broglio'; 'Sophia Frederika Mathilda' in 'Sophia| + | Frederika Mathilde'; 'Oostergoo' in 'Oostergo'; 'Maarten van | + | Rossem' in 'Maarten van Rossum'; 'Ubbe Philips' in 'Ubbo | + | Philips'; 'Franche Comté' in 'Franche-Comté'; 'Berezina' in | + | 'Berez[=i]na'; 'Bergen-op-Zoom' in 'Bergen op Zoom'; 'Hambreek'| + | veranderd in 'Hambroek'; 'Djokjokarta' is niet veranderd, | + | aangezien dit consequent zo gespeld wordt in het origineel. | + | * Overige gestandaardiseerde spellingen: 'armada' veranderd in | + | 'arm[=a]da'; 'Neerlands' in 'Neêrlands'; 'continentaalstelsel' | + | in 'continentaal-stelsel'; 'groot-hertog' in 'groothertog'; | + | 'akademie' in 'academie'; 'catholicisme' in 'katholicisme'; | + | 'compagniën' in 'compagnieën'; komma als scheiding van | + | duizendtallen (als in 35,000) veranderd in punt (als in | + | 35.000); 'Eén' in 'Één'. | + | * Belangrijker veranderingen: 'maakte het een zuidelijke | + | beweging' veranderd in 'maakte hij een zuidelijke beweging' | + | (blz. 123); 'Alva verlaat Lodewijk' in 'Alva verslaat Lodewijk'| + | (blz. 220); 'te Gent bijeen--Pacificatie' in 'te Gent bijeen | + | [nieuwe regel] Pacificatie' (blz. 221); 'De orde aan Napoleon' | + | in 'De ode aan Napoleon' (blz. 252). | + | * Verbeterde feitelijke onjuistheden (verbeterd na verificatie in | + | de rest van het boek en/of externe bronnen): 'den St. | + | Elizabethsvloed van den 18den November 1321' veranderd in '... | + | 1421' (blz. 1); 'stond Nederland op een goeden voet met Portugal'| + | in 'stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal' (blz. | + | 103); 'ten n.w. van Sina' in 'ten n.o. van Sina' (blz. 142); | + | 'Reeds den 17den Maart 1843' in '... 1849' (blz. 205); 'Hooft | + | sterft 1247' in 'Hooft sterft 1647' (blz. 230); 'raadspensionaris| + | van Holland 1658' in '... 1653' (blz. 232); 'vermeestert Suriname| + | voor Zeeland Febr. 1697' in '... 1637' (blz. 234). | + | * De rechterzijkant van blz. 252 ontbrak in het origineel. De | + | onleesbare jaartallen/data zijn toegevoegd op basis van de | + | hoofdtekst en externe bronnen (o.a. Wikipedia, kb.nl). | + +--------------------------------------------------------------------+ + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Beknopte geschiedenis van het vaderland, by +J. A. Wijnne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS *** + +***** This file should be named 37297-8.txt or 37297-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/7/2/9/37297/ + +Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the +Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
