summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--37297-8.txt11889
-rw-r--r--37297-8.zipbin0 -> 224781 bytes
-rw-r--r--37297-h.zipbin0 -> 239756 bytes
-rw-r--r--37297-h/37297-h.htm17420
-rw-r--r--37297-h/images/pond.pngbin0 -> 255 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
8 files changed, 29325 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/37297-8.txt b/37297-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d455cd5
--- /dev/null
+++ b/37297-8.txt
@@ -0,0 +1,11889 @@
+Project Gutenberg's Beknopte geschiedenis van het vaderland, by J. A. Wijnne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Beknopte geschiedenis van het vaderland
+
+Author: J. A. Wijnne
+
+Release Date: September 2, 2011 [EBook #37297]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | Tekst die in het originele werk schuingedrukt, gespatiëerd of vet |
+ | gedrukt is, is hier respectievelijk weergegeven als _tekst_, |
+ | ~tekst~ en =tekst=. |
+ | |
+ | Diakritische en andere tekens: [=e] staat voor e-makron, [)e] voor |
+ | e-breve, etc. [f] staat voor het gulden-teken. ^ betekent dat de |
+ | volgende letter in superscript gedrukt is (als in 1^e). |
+ | |
+ | Uitgebreidere opmerkingen staan aan het einde van deze tekst. |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND
+
+ DOOR
+
+ D^R. J. A. WIJNNE.
+
+ VIJFDE, HERZIENE DRUK.
+
+
+ TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1879.
+
+
+
+
+ _Magno usui est memoria rerum gestarum._
+
+ SALLUSTIUS.
+
+ _L'histoire des Provinces-Unies est un sujet attrayant._
+
+ MIRABEAU.
+
+
+
+
+ Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+ Bladz.
+
+ § 1. Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en
+ onder de heerschappij der Romeinen 1.
+
+ § 2. De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze
+ landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De
+ invoering van het leenstelsel en van den Christelijken
+ godsdienst.--De Noormannen 5.
+
+ § 3. Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien
+ van andere streken van ons land.--De wisselingen in de
+ opperheerschappij dezer landen na het verdrag van Verdun.--
+ Staten, die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.--Aard
+ en uitbreiding der grafelijke macht 9.
+
+ § 4. Holland onder de graven uit het Hollandsche huis 15.
+
+ § 5. Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en
+ het Beiersche huis 21.
+
+ § 6. Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische
+ huis 29.
+
+ § 7. Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het
+ Oostenrijksche huis 34.
+
+ § 8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de
+ Middeleeuwen 36.
+
+ § 9. Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+ Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen 39.
+
+ § 10. De Nederlanden onder het bewind van Karel V 43.
+
+ § 11. De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva 48.
+
+ § 12. De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd
+ Alva 54.
+
+ § 13. De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en
+ van Don Jan van Oostenrijk.--De unie van Utrecht 57.
+
+ § 14. Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek
+ van de Zeven Vereenigde Nederlanden 62.
+
+ § 15. De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+ Gewesten 66.
+
+ § 16. Vervolg 68.
+
+ § 17. De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De
+ afstand der Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen
+ van den tachtigjarigen oorlog 71.
+
+ § 18. Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische
+ compagnie 76.
+
+ § 19. De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het
+ bestand schokten 80.
+
+ § 20. De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De
+ oprichting der West-Indische compagnie.--De aanslag op het
+ leven van Maurits en zijn dood 87.
+
+ § 21. Het stadhouderschap van Frederik Hendrik 89.
+
+ § 22. De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands 95.
+
+ § 23. Het stadhouderschap van Willem II 102.
+
+ § 24. De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog 107.
+
+ § 25. De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen
+ der Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De
+ tweede Engelsche zeeoorlog 113.
+
+ § 26. De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van
+ den oorlog in 1672 120.
+
+ § 27. Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der
+ gebroeders de Witt.--De verheffing van Willem III 124.
+
+ § 28. Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche
+ erfopvolgingsoorlog 132.
+
+ § 29. Blik op den toestand des lands in de laatste helft der
+ 17de en in 't begin der 18de eeuw 140.
+
+ § 30. Het stadhouderschap van Willem IV 146.
+
+ § 31. Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van
+ den hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V
+ tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en Nederland 151.
+
+ § 32. De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der
+ Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de
+ komst der Pruisen 157.
+
+ § 33. De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands 163.
+
+ § 34. De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland 168.
+
+ § 35. Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt
+ zijn onafhankelijkheid 177.
+
+ § 36. Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België 185.
+
+ § 37. De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden
+ sedert 1830 195.
+
+ § 38. Eindblik op den toestand des lands 206.
+
+
+
+
+§ 1.
+
+_Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder de
+heerschappij der Romeinen._
+
+
+Het land, welks geschiedenis de volgende bladzijden zullen behelzen,
+heet Nederland. Het ligt aan den mond van den Rijn, den IJsel, de Maas
+en de Schelde. Behalve dat het de wateren dier stroomen op zijn bodem
+ontvangt, krijgt het nog die van tal van kleinere rivieren, welke op
+dien grond ontstaan. In 't Noorden en Westen beukt, sedert eeuwen, de
+Oceaan de kusten van dit land en knabbelt er niet alleen stukken af,
+maar baande zich ook vaak een weg over grasveld en beemde. Eveneens
+hadden de rivieren eertijds nog geen dijken en stortten dikwijls met
+onbeteugeld geweld haar wateren over het land heen. Dit land zelf
+bestond grootendeels uit bosschen, heiden en moerassen.
+
+Terecht mag zulk een land Nederland heeten. Voor een groot deel is de
+bodem er zeer laag, en aanzienlijke watermassa's stroomen over zijn
+grond heen in zee. Maar werden hier of daar aanmerkelijke stukken lands
+weggespoeld, elders voerden de rivieren of de zee vruchtbaar slib aan,
+waardoor het mogelijk werd polders in te dijken of droog te maken. Geen
+wonder, dat de gedaante van dit land thans een geheel andere is dan vóór
+eeuwen. Onder de groote waterplassen, die voorheen in ons vaderland niet
+bestonden, zijn de Zuiderzee, de Dollard en de Biesbosch de voornaamste.
+De oorsprong der Zuiderzee--waarschijnlijk zoo genoemd, omdat zij ten
+Zuiden van Friesland ligt,--dagteekent van het jaar 839, toen een
+geweldige watervloed over de twee duizend huizen moet hebben
+weggespoeld. Latere overstroomingen maakten de plas steeds wijder. De
+Dollard (d. i. dol of onstuimig water) ontstond in 1277. De derde golf,
+de Biesbosch, had haar ontstaan te danken aan den St. Elizabethsvloed
+van den 18den November 1421. In dit water groeiden steeds een menigte
+biezen, die er het voorkomen aan gaven van een "bosch vol biezen":
+vanhier de naam.
+
+In weerwil van dit alles is het niet vrij van overdrijving, Nederland
+een land te noemen, aan de golven ontwoekerd, tenzij men niet zoozeer
+het oog hebbe op het droog gemaakte, als tevens op het droog gehouden
+land. Door verzuim en tweedracht ging veel grond verloren. Aan die
+oorzaken van landverlies begon eerst een einde te komen, toen, na het
+uitroeien der wouden, de akkerbouw vrij algemeen aanving en men, om ook
+wintergraan te kunnen verbouwen, meer op de dringende behoefte aan
+dijken en zeeweringen begon te letten, hetgeen volgens sommigen niet
+vóór de 13de, maar, zooals anderen willen, lang vóór de 10de eeuw plaats
+greep.
+
+Er is een tijd geweest, waarin de volken 't bearbeiden van metalen niet
+kenden. Dien tijd, ouder dan de geschreven geschiedenis, noemt men 't
+steenen tijdperk. De weinige hunnebedden, d. i. graven of bedden van
+reuzen, in ons land overig, zijn uit dat tijdperk, en de getuigenissen
+van de oudste bewoning door geen schrijver geboekt. Men meent, dat de
+stammen, welke later, lang na het steenen tijdperk, maar toch in vroege
+eeuwen, het tegenwoordige Nederland en België bewoonden, deze landen
+zullen hebben verlaten, toen een groote overstrooming, de Cimbrische
+vloed, eenigen tijd vóór den inval der Cimbren en Teutonen in Italië,
+vele verwoestingen in het Noordwestelijk gedeelte van Europa, alzoo mede
+in deze streken, teweeg bracht. Het kan zijn. Wil men echter alleen op
+historische getuigenissen afgaan, dan waren de Friezen, de Bataven, de
+Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren de voornaamste van de vele
+volksstammen, die Nederland en België het eerst hebben bewoond. Waarom
+"Nederland en België?" Omdat de geschiedenis dier beide landen in de
+eerste vijftien eeuwen onzer jaartelling zoovele punten van aanraking
+heeft, dat men, sprekende over de historie van slechts één dezer landen,
+het andere er dikwijls niet van kan afscheiden. Daarom zij hier
+aangemerkt, wat vooreerst mede voor 't vervolg geldt, dat met de
+uitdrukking "Nederland" of "deze landen" vaak zoowel Nederland als
+België wordt bedoeld.
+
+Al die stammen, zoo even genoemd, behooren tot de volkerengroep der
+Germanen. Wanneer en waarom zij naar ons vaderland afzakten, dit zijn
+vragen, die niet nauwkeurig kunnen worden beantwoord. Waarschijnlijk
+waren de Friezen, ongetwijfeld het hoofdvolk, ook de oudste bewoners. De
+grenzen, binnen welke zij zich ophielden, waren in 't o. de Eems, in 't
+z. die arm van den Rijn, welke zich bij Katwijk in zee stortte. De
+woonplaats der Bataven was het eiland der Bataven, tusschen den Rijn en
+de Waal gelegen, d. i. een deel van het tegenwoordige Zuid-Holland,
+Utrecht en Gelderland. Tevens werd dit eiland, vermoedelijk het
+westelijk gedeelte, door de Kaninefaten bewoond. De Tubanten zullen
+zich, naar men wil, in Twente, dat aan hen zijn naam ontleent; de
+Brukteren, voorzoover ons vaderland betreft, ten o. van hen en ten z.
+van de Friezen hebben opgehouden. Over de zeden en gewoonten dezer
+volkeren in 't bijzonder valt natuurlijk niets anders mede te deelen,
+dan wat allen Germanen gemeen is.
+
+Al de genoemde en andere volkeren, die met hen deze landen bewoonden,
+geraakten in de eerste eeuw v. C. onder de heerschappij der Romeinen.
+Die van België werden grootendeels met geweld onderworpen, die van
+Nederland sloten veelal verdragen en namen alzoo, door de omstandigheden
+gedwongen, vrijwillig het juk op hun schouders. Van de onderwerping der
+Friezen heeft de stiefzoon van keizer Augustus, Drusus (zie _Overzicht
+der Algemeene Geschiedenis_, 9de druk, blz. 43), de verdienste. Dat
+intusschen de oude bewoners van Nederland, als bondgenooten, aan de
+Romeinen ondergeschikt waren, blijkt hieruit, dat zij manschappen aan de
+legers van dit volk en zelfs aan de lijfwacht hunner keizers leverden.
+Dit was dan ook de eenige voorwaarde, waardoor de onafhankelijkheid der
+Bataven werd beperkt, tenzij de Friezen ossenhuiden moesten opbrengen.
+
+Twee opstanden tegen de Romeinen zijn de eenige merkwaardige
+gebeurtenissen uit de vroegste eeuwen van Nederlands geschiedenis, die
+bij de Romeinsche schrijvers staan opgeteekend. De eerste is die der
+Friezen, in 47 n. C. door den Romeinschen veldheer ~Corb[)u]lo~
+beteugeld. Eenigen tijd daarna, in 69 n. C., stonden de Bataven op. De
+titel "broeders en vrienden van het Romeinsche volk", hun door de
+machtige bondgenooten geschonken, beschutte hen niet tegen
+onderdrukking. Niet alleen jongelingen, maar ook ouden van dagen werden
+voor den krijgsdienst opgeschreven, om hen te noodzaken, zich los te
+koopen en op die wijze de hebzucht der Romeinsche bevelhebbers of
+landvoogden te voldoen. Aan 't hoofd der Bataven, die het juk afwierpen,
+stelde zich iemand, wiens eigenlijke naam is verloren gegaan en die in
+de taal der Romeinen ~Claudius Civ[=i]lis~ heet. Met hen verbonden zich
+de Friezen, de Kaninefaten en andere stammen.
+
+Zoolang de strijd tusschen Vitellius en Vespasianus, die beide naar de
+Romeinsche keizerskroon dongen, niet was beslist, behaalde Claudius
+Civ[=i]lis meer dan één zege. Maar toen in 70 n. C. Vespasianus'
+veldheer ~Cere[=a]lis~ kwam opdagen, moest hij het verbond met Rome
+hernieuwen. Naar 't schijnt, was de toestand der opgestane volkeren, na
+den strijd, even dragelijk, als hij voorheen jaren was geweest.
+
+Men kan niet ontkennen, dat het verblijf der Romeinsche legers hier te
+lande sporen achtergelaten, of, met andere woorden, dat de onderwerping
+aan Rome gunstige gevolgen voor de bevolking dezer streken heeft gehad.
+Gedurende dien tijd werden hier en daar wegen aangelegd, ook een enkele
+dijk; elders vaarten gegraven. Zoo liet Drusus, om een waterweg naar de
+Noordzee te openen en de Bataven tegen overstroomingen van den Rijn te
+vrijwaren, de naar hem genoemde gracht graven, waardoor de Rijn nabij
+Doesburg met den IJsel werd vereenigd. Grootendeels uit legerplaatsen,
+door de Romeinen opgericht, verrezen allengs steden, als Nijmegen,
+Utrecht, Leiden en andere. Welken rechtstreekschen invloed echter de
+Romeinen op de beschaving der landzaten zelven hebben geoefend, is
+moeielijk te zeggen. Het best laat hij zich voorzeker nog afleiden uit
+de taal, d. i. uit de Nederlandsche woorden, aan het Latijn ontleend, b.
+v. schrijven, letter, enz.
+
+
+
+
+§ 2.
+
+_De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen worden een
+bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het leenstelsel
+en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat ons vaderland, als bestanddeel van het
+Romeinsche rijk of als woonplaats van stammen, die bondgenooten
+van de Romeinen heetten, sedert de 3de eeuw n. C. mede ten doel
+stond aan de menigvuldige aanvallen, door de Germanen op dit rijk
+gedaan. Van de groote vereenigingen, door de stammen der Germanen onder
+gemeenschappelijke namen aangegaan, zijn er twee, die tot deze landen in
+nauwe betrekking komen te staan. Het zijn die der Franken en der Saksen.
+Sinds het einde der 3de eeuw deden de Franken, n.l. de Saliërs, bij
+herhaling invallen in de Nederlanden, bleven er sinds de regeering van
+Julianus den afvallige, d. i. sinds 361 n. C., gevestigd en breidden
+zich vervolgens meer en meer naar het Zuiden, eerst tot in Noordelijk
+België, later tot de rivier de Somme uit. Na den dood van Clovis in 511
+behoorden Nederland en België ten deele tot die streek, welke men
+Austrasië noemde.
+
+Doch de Franken waren het niet alleen, die ons land bewoonden. Sedert de
+5de of de 6de eeuw is de landstreek bij den IJsel het gebied niet langer
+van de Saliërs, maar van de Saksen een volk, dat zich over een groot
+deel van Noordwestelijk Duitschland uitstrekte en aan wier verbond de
+Tubanten en welke andere stammen Overijsel en Drente mogen hebben
+bewoond, zich aansloten. Het noordelijk gedeelte van ons land werd in
+deze eeuwen, die men het Frankische tijdvak kan heeten, steeds bewoond
+door de Friezen. Hun grenzen waren niet altijd dezelfde; maar het is
+zeker, dat er tijden zijn geweest, waarin die van de Noordzee en de
+Wezer tot de Schelde of de Sincfal, d. i. het Zwin (bij Sluis, in
+Vlaanderen), reikten. Tusschen de Friezen en de Saksen aan de ééne zijde
+en de Franken aan de andere ontstond van de 6de eeuw af een strijd, die
+eerst in de dagen van Karel den groote een einde nam.
+
+Gedurende dat veelvuldig kampen verdwijnen de naam der Bataven en die
+der Kaninefaten voor goed. Sedert de 5de eeuw komen zij niet meer voor.
+Zoowel deze volkeren, als andere, die tot dusver afzonderlijke namen
+hadden gedragen, sloten zich bij de Franken aan of smolten met hen
+tezamen: hun naam ging in den algemeenen naam "Franken" op.
+
+De onderwerping der Friezen aan Karel den groote dagteekent van 't
+jaar 785, die der Saksen van 805. Van dien tijd af maken dus die
+beide volkeren, bij gevolg ook Nederland en België, een bestanddeel
+uit van het Frankische rijk, dat tot 843 bleef bestaan. Gelijk
+elders, voerden de Franken in deze streken het leenstelsel en het
+Christendom in. Het doopen of de bekeering der Friezen was, behalve van
+den Frankischen geloofsprediker ~Wulfran~, grootendeels het werk van de
+Christenzendelingen, uit Engeland overgekomen, van ~Willebrord~ en
+~Winfried~, sinds zijn overgang tot het kloosterleven, alzoo reeds in
+zijn jongelingsjaren, doorgaans ~Bonifacius~ (d. i. die zijn taak goed
+volbrengt) geheeten. Willebrord werd de eerste bisschop onder de
+Friezen. Wulfran is de man, die door zijn onberaden ijver den koning der
+Friezen, ~Radboud~, in 719 noopte, te Hoogwoude (ten n. o. van Alkmaar)
+zijn voet weder uit het water terug te trekken, waarin hij dien reeds
+had gezet, ten einde door den doop in de gemeente der Christenen te
+worden opgenomen. Bonifacius vond den 5den Juni 755 met drie-en-vijftig
+zijner leerlingen bij Dokkum den dood des martelaars.
+
+De verdeeling dezer landen of volken in den tijd van de heerschappij
+der Franken is drieledig: 1^o de kerkrechtelijke, uitgaande van den
+paus en allengs ingevoerd sedert het begin der 8ste eeuw; 2^o de
+staatsrechtelijke, uitgaande van den keizer en in de 8ste eeuw tot stand
+gekomen; 3^o de burgerlijke of geographische, van vroegere tijden
+dagteekenende en uit den boezem des volks voortgesproten. Ten aanzien
+van de eerste verdeeling stond het Noorden tot de Schelde en de Waal
+onder het bisdom Utrecht, het Oosten en het Zuiden onder Saksische en
+Frankische bisdommen. Staatsrechtelijk werd het land verdeeld in
+hertogdommen, deze weder in graafschappen, de graafschappen o. a. in
+schoutambten. De burgerlijke verdeeling was in volken of landen, elk
+land in _gouwen_, elke gouw in _marken_. Veelal stemde deze verdeeling
+geheel overeen met de staatsrechtelijke, zoodat een gouw gelijk stond
+met een graafschap, een mark met een schoutambt. Zóó gingen de aloude
+marken, d. i. stukken grond, die voorheen 't gemeenschappelijk eigendom
+waren der markgenooten, welke waarschijnlijk van de eerste verovering of
+inbezitneming dagteekenden, in deze nieuwe indeeling op.
+
+Hier volgen een paar dier gouwen, zoowel uit het land der Friezen en
+Saksen, als uit dat der Franken. In het tegenwoordige Groningen:
+Hunsingo; in het tegenwoordige Friesland: Oostergo, met de hoofdplaats
+Dokkum; in het tegenwoordige Holland: West-Friesland, met de hoofdplaats
+Medemblik; in het tegenwoordige Overijsel: Twente, met de hoofdplaats
+Goor; in het tegenwoordige Gelderland: de Veluwe, de Betuwe, enz.
+
+Vraagt men naar de vruchten van de heerschappij der Franken in deze
+landen, hierop kan in zooverre een antwoord worden gegeven, dat men zich
+over 't geheel een tamelijk goed denkbeeld van den algemeenen toestand
+vermag te vormen. Het land werd, onder 't oppergezag der koningen,
+bestuurd door hertogen en graven. Oorspronkelijk beduidt het woord
+_hertog_ aanvoerder van een leger. Maar dikwijls werd ook hij zoo
+genoemd, die over de krijgsbenden eener zekere landstreek het bevel
+voerde, weshalve die titel dan aan de landstreek werd gehecht. Zoo waren
+er hier te lande drie hertogen: een van Friesland, een van Saksen en een
+van Frankenland. Onder de hertogen stonden _de graven_, d. i. rechters.
+In den beginne werd die titel zoowel aan ambtenaren van lagen als van
+hoogen rang gegeven, zoodat b. v. een opzichter over wouden, dijken,
+wegen, enz. vaak graaf werd genoemd. Later werden die koninklijke of
+keizerlijke ambtenaren gewoonlijk zoo geheeten, die als rechters, doch
+ook als burgerlijke bestuurders en aanvoerders van 't leger den vorst
+vervingen. De bank van _schepenen_, waarvan de graaf voorzitter was, had
+rechtspraak over het geheele graafschap. Onder de graven vond men
+_schouten_, die aan 't hoofd stonden van de schoutambten. De bevolking
+was niet langer in den toestand van wilde horden, maar in dien eener
+geregelde maatschappij met vaste wetten. Zij was gesplitst in de
+volgende standen: _vrijen_, _liten_ (lieden of hoorigen) en _slaven_ of
+_lijfeigenen_. Dewijl de liten op de hoeven der vrijen woonden, noemde
+men ze hofhoorigen. Noch hun toestand, noch die der lijfeigenen was zoo
+onaangenaam, als die der slaven in de oudheid of die der negers in de
+volkplantingen der Europeanen van den nieuweren tijd. Ten bewijze dat
+handel en nijverheid geen geheel vreemde dingen waren, strekt, dat
+Dorestad, (Wijk bij) _Duurstede_, b. v. een aanzienlijke koopstad was.
+De groote wegen werden naar behooren onderhouden en met wering van
+knevelarij, tegen voldoening van bepaalde tollen, voor elk opengesteld.
+
+Reeds gedurende de regeering van Karel den groote en vroeger werden deze
+landen door de Noormannen besprongen, doch vooral geschiedde dit onder
+'t bewind van Lodewijk den vrome en na hem. Deze woeste horden, de
+stroomen opvarende, legden de steden, die zij op haren weg ontmoetten,
+zware schattingen van honderden of duizenden ponden goud of zilver op,
+of kenmerkten in het binnenland, zoover zij doordrongen, haren weg door
+roof en doodslag. Lodewijk de vrome verschafte de Noormannen een zeer
+gewenschte aanleiding om hun rooftochten voort te zetten. Tot hem kwamen
+n.l. drie dier Noordsche vorsten, ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~, die
+uit Denemarken waren verjaagd en met behulp van Lodewijk hun gebied
+zochten te herwinnen. Lodewijk, die steeds voor 't Christendom ijverde,
+hoopte door 't verleenen van den gevraagden bijstand deze vorsten en
+misschien een aantal hunner onderdanen tot het aannemen van dien
+godsdienst te bewegen. Hierin slaagde hij naar wensch. De Deensche
+vorsten lieten zich in 826 doopen; maar het mocht den koning der Franken
+niet gelukken, hen in 't bewind te herstellen. Vol blijdschap over hun
+bekeering, gaf Lodewijk hun daarom leenen in de Nederlanden: aan Heriold
+Dorestad of _Duurstede_ en omstreken; aan Roruk _Kennemerland_ (een deel
+van Noord-Holland nabij Alkmaar) en aan Hemming _Zeeland_. Dit bracht
+vele rampen over de Nederlandsche gewesten, want behalve dat de van
+buiten komende Noormannen hier van nu af hun heerschzucht ruimen teugel
+vierden, onderdrukten de in deze landen gevestigde Noormannen de
+landzaten van tijd tot tijd zeer. En niet vóór 885 eindigde hun
+heerschappij in deze streken.
+
+Inmiddels had het Frankische rijk in 843, bij het verdrag van Verdun,
+opgehouden te bestaan. Hierbij verkreeg Lotharius I. o. a. het oostelijk
+gedeelte van Frankrijk en aangrenzende landen, gelegen in 't z.,
+tusschen de Rhône en de Alpen, in 't n., zoowel ten n. van den Rijn als
+tusschen deze rivier en de Maas, gelijk mede tusschen de Maas en de
+Schelde tot de monden dezer rivieren. Lodewijk de Duitscher bekwam o. a.
+het land ten n. van de Alpen en ten o. van den Rijn. Karel den kale
+eindelijk werd o. a. het gebied ten westen van de Schelde, de Maas, de
+Saône en de Rhône toegewezen. Hieruit volgt, dat Lotharius I bijna
+geheel België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel
+van Zeeland verwierf. Later, in 870 en 879, kwam het aandeel van
+Lotharius I aan Duitschland.
+
+
+
+
+§ 3.
+
+_Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van andere
+streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij dezer
+landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en in het
+Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._
+
+
+Toen de Friezen zich in 785 aan Karel den groote onderwierpen, werd hun
+land, zooals vanzelf spreekt, geacht een bestanddeel van het rijk der
+Franken te zijn. Doch het leenstelsel werd bij hen zoo goed als niet
+ingevoerd; zij behielden hun persoonlijke vrijheid, eigendom en rechten,
+hoewel zij door koninklijke ambtenaren werden bestuurd. Alzoo verschilde
+hun toestand van dien der bewoners van de andere gedeelten dezer landen,
+als van Brabant, Zeeland, Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en van een
+streek van Noord-Holland, n.l. Kennemerland. Hier werd de Frankische
+stam, vroeger of later, de overheerschende, de Friesche de
+onderliggende. 't Gevolg was, dat de Friesche inwoners der
+laatstgenoemde landen, althans grootendeels, ophielden vrijen te zijn,
+en, als hoorigen of lijfeigenen, tot allerlei dienstbetooning aan de
+overheerschers werden verplicht. Niet alleen als volk werden zij dus
+vernietigd; maar zij verloren ook een groot deel hunner menschenrechten.
+Bij de veelvuldige verdrukking van allerlei heeren, waaraan zij ten doel
+hadden gestaan, had daarenboven menige vrije het als een geluk
+beschouwd, zich als lijfeigene te mogen verkoopen, op die wijze, met
+opoffering van de vrijheid, althans rust en veiligheid verwervende.
+Nergens intusschen was het getal lijfeigenen zoo groot als in de landen
+van den bisschop van Utrecht.
+
+Na het jaar 843 kwamen de Nederlanden en België (steeds met uitzondering
+van Vlaanderen en van een gedeelte van Zeeland), om niet van het
+tijdperk van overgang te spreken, gelijk op blz. 9 werd opgemerkt,
+weldra tot Duitschland in die betrekking te staan, waarin zij tot dusver
+hadden gestaan tot het rijk der Franken. Van dien tijd af maakten zij,
+n.l. voor zoover zij bij het verdrag van Verdun tot het aandeel van
+Lotharius I hadden behoord, een bestanddeel uit van het hertogdom
+Lotharingen, en sedert 965, toen dit hertogdom in Opper- en
+Neder-Lotharingen werd verdeeld, van het laatste.
+
+In de 9de en de 10de eeuw werden waarschijnlijk de meeste Nederlanden
+erfelijke leenen, dewijl dat, wat oorspronkelijk een gunst des keizers
+was, allengs, in weerwil van hem, als een recht werd beschouwd. Het volk
+en de kleinere leenmannen, die zich natuurlijk meer aan de plaatselijke
+overheid dan aan den veeltijds afwezigen keizer hielden, namen met deze
+verandering licht genoegen. Meer dan eens ontstonden er evenwel groote
+moeielijkheden uit de vraag, of het eene of andere gewest alleen een
+_mannelijk_ of _zwaardleen_, of wel tegelijk een _vrouwelijk_ of
+_spilleleen_ was. Sedert de 11de eeuw kwamen allengs meerdere gouwen aan
+één graaf. Dit ontsproot hieruit, dat sommige gravengeslachten
+uitstierven of werden verdreven en de overige zich dan met hun
+nalatenschap verrijkten. Hierdoor kwam het, dat in de 12de eeuw bijna
+het geheele land tusschen den graaf van Gelder, dien van Holland en den
+bisschop van Utrecht was verdeeld.
+
+De verandering, die langzamerhand in het Zuiden in den staat van zaken
+plaats greep, was hoofdzakelijk deze, dat in plaats van het hertogdom
+Neder-Lotharingen, voor en na, verschillende zelfstandige staten
+ontstonden. De grootste dier staten was _Brabant_, dat ook den titel
+"hertogdom" behield. Verder vond men er het markgraafschap, veelal
+graafschap genoemd, _Namen_, en het graafschap _Henegouwen_. Ten o. van
+deze drie staten lag het bisdom _Luik_. Tusschen den Maas en den Rijn
+lag het graafschap, sedert de 11de eeuw hertogdom, _Limburg_.
+_Maastricht_ was voor een gedeelte een bezitting van den bisschop van
+Luik, voor een ander deel een op zich zelve staande rijksstad, die later
+door Karel V van het Duitsche rijk afgescheiden en aan Brabant
+toegevoegd werd. Ten z. van Limburg stiet men op het graafschap, sedert
+1354 hertogdom, _Luxemburg_.
+
+_Antwerpen_ met zijn omstreken was reeds in de 10de eeuw een
+markgraafschap van het heilige Roomsche of Duitsche rijk en werd door
+den hertog van Brabant bestuurd. _Mechelen_ was een heerlijkheid, die in
+1357 aan Vlaanderen kwam. Gelijk _Artois_ in zijn geheel, zoo was
+_Vlaanderen_ grootendeels een deel van Frankrijk, _Kroon-Vlaanderen_
+geheeten. Het andere gedeelte, het Noordelijke, was een leen van
+Duitschland en werd _Rijks-Vlaanderen_ genoemd. O. a. bevatte het
+Zeeland bewester schelde, d. i. het land ten n. van de Hont. In 1007 gaf
+keizer Hendrik II Rijks-Vlaanderen aan Boudewijn IV, graaf van
+Vlaanderen, in leen, die op zijn beurt het Zweedsche land wederom in
+achterleen gaf aan graaf Dirk III van Holland.
+
+De staten, die in 't Noorden verrezen en waarvan straks ter loops werd
+gewaagd, waren Holland, Utrecht, Gelderland. Zooals men gewoonlijk
+aanneemt, ontstond het _graafschap Holland_, waarbij dat gedeelte van
+Zeeland behoort, dat ten n. van de Oosterschelde ligt, in 922, doordien
+Karel de eenvoudige (_Overzicht_, 9de druk, blz. 78) aan hem, die men
+veelal Dirk I noemt, Egmond en omliggend land, ongeveer van Hillegom tot
+Alkmaar, schonk. Maar wil men op een begin van 't graafschap Holland
+wijzen, dat op een vasten grondslag steunt, dan moet men gaan tot het
+jaar 1018, tot dien Dirk, die doorgaans ~DIRK~ III heet. Tusschen de
+Merwede en de oude Maas lag te dier tijde een moerassig bosch, dat de
+bisschop van Utrecht en die van Luik gemeenschappelijk bezaten. Deze
+wildernis werd in het begin der 11de eeuw door graaf Dirk eigenmachtig
+in bezit genomen. Hij stichtte er een sterkte ter bewaking van de
+talrijke rivieren, welke die streek besproeien, en hief er op eigen
+gezag tol van de voorbijvarende schepen. Tevergeefs trachtte keizer
+Hendrik II dit te beletten. De sterkte, door Dirk gesticht, gaf het
+aanzijn aan de stad Dordrecht. Naar 't schijnt, had de genoemde streek,
+wegens haar rijkdom aan bosschen den naam _Holland_ gekregen, die, na de
+verovering, allengs op de meer naar 't noorden gelegen streken overging.
+Vanhier, dat de graven, die voorheen "graven van Friesland" heetten,
+zich sinds dezen tijd "graven van Holland" begonnen te noemen. Sedert
+1323 werd de graaf van Holland, gelijk beneden zal worden aangetoond,
+tevens graaf van _Zeeland_, een land, dat zijn naam wellicht hieraan
+ontleent, dat het deels uit _zee_, deels uit _land_ bestaat (zee en
+land).
+
+_Gelderland_ bestond oudtijds uit de graafschappen Gelre of Gelder en
+Zutfen. De eerste, welke den titel "graaf van Gelder en Zutfen" voert,
+is ~HENDRIK~ in 1138. "Graaf van Gelder" heette hij naar zijn hoofdstad
+Gelre (ten n. o. van Venlo). In 1339 verhief keizer Lodewijk ~REINOUD~
+II of ~DEN ZWARTE~, zoo genoemd naar de kleur van zijn hoofdhaar, tot
+hertog van Gelderland.
+
+Zooals boven is vermeld, pleegt er sedert 695, toen Willebrord zijn
+zetel te Utrecht vestigde, van een _bisdom Utrecht_ te worden gewaagd.
+Dikwerf komt het ook onder den naam _het Sticht_ of _Stift_,
+gelijkbeteekenende met "gesticht", voor. Hoe ver het gebied des
+bisschops in geestelijke of kerkelijke zaken reikte, is reeds (zie blz.
+6) gezegd. Oorspronkelijk was de kerkelijke macht de eenige, die de
+bisschoppen hadden. Doch sedert de keizers en andere machtige mannen,
+van tijd tot tijd, allerlei bezittingen aan den bisschoppelijken stoel
+schonken, kwam hierbij allengs ook wereldlijk gezag. Als wereldlijke
+vorsten waren zij, gelijk de overige Nederlandsche vorsten in de
+Middeleeuwen, leenmannen van het Duitsche rijk. Sedert 1122 werd de
+bisschop door de kanoniken van de vijf kapittelkerken gekozen. De
+vergadering van al die kanoniken tezamen droeg den naam _kapittel van
+Utrecht_. Behalve over Utrecht strekte zich de wereldlijke macht van de
+bisschoppen ook uit over _Overijsel_, daarom _Oversticht_ geheeten,
+alsmede van _Groningen_ en _Drente_. Wat Overijsel betreft, dit hebben
+zij trapsgewijze gekregen. Weleer waren hier, zooals elders,
+onderscheiden graafschappen, alle aan het Duitsche rijk leenroerig.
+Naarmate deze landstreken, bij het uitsterven der mannelijke lijn en
+anderszins, aan het rijk vervielen, gaven de keizers ze aan den
+bisschoppelijken stoel in leen.
+
+Nog is niet gesproken van _Friesland_ en van eenige in de Middeleeuwen
+op zichzelf staande kleinere gedeelten van ons vaderland. Het
+eerstgenoemde land, tevens West-Friesland, een groot deel van de latere
+provincie Groningen en Oost-Friesland bevattende, werd sedert Karel den
+groote door graven beheerscht. Wat die andere deelen des lands aangaat,
+hiertoe behoorde o. a. de heerlijkheid _Westerwolde_, sinds het einde
+der vorige eeuw bij de provincie Groningen ingelijfd.
+
+Na op de bestanddeelen der Nederlanden in de Middeleeuwen te hebben
+gelet, vestige men zijn aandacht op den aard der grafelijke macht in
+Holland, waarbij men zich behoort te herinneren, dat wat hier wordt
+aangevoerd tevens in 't algemeen voor Gelderland, Utrecht, enz. geldt.
+Oorspronkelijk waren de graven (zie blz. 7) ambtenaren, d. i. dienaren,
+die in naam van den koning der Franken of den keizer van Duitschland de
+vierschaar spanden, de boeten invorderden en den heirban aanvoerden. Zij
+bezaten op dezen grond doorgaans vele landen, bosschen enz. in vollen
+eigendom. De bediening, hun opgedragen, kon worden herroepen, weshalve
+niet de graven naar de streek, waarover zij waren gesteld, werden
+genoemd, maar de graafschappen den naam droegen van hen, die ze
+bestuurden. Sedert de leenwet van keizer Koenraad II (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 79) in 1037 werden de graafschappen alom, dus ook hier te
+lande, erfelijk. Nu bleven de graven niet lang meer dienaren. Aangesteld
+door een heer, die verre was, poogden zij weldra zich van hem zoo goed
+als onafhankelijk te maken, zijn plaats geheel in te nemen, in 't kort
+landsheeren te worden en als zoodanig te handelen. Het hun geleende
+gezag zochten zij tot een eigen te maken. Hiertoe behoefden zij den
+steun hunner onderdanen en moeten zich dien hebben weten te verschaffen.
+Eens landsheer geworden, gaf ook de graaf van de aanzienlijke goederen,
+die hij bezat of aan zich had getrokken, er vele in leen aan de vrijen
+en eigenerfden, hier woonachtig, natuurlijk onder voorwaarde, dat zij
+hem, den leenheer, getrouw zouden wezen en bijstaan tegen wien ook.
+
+In naam van den graaf of landsheer spande in Holland _de baljuw_
+of _schout_, zijn ambtenaar, _de vierschaar_ (d. i. de vier
+gerechtsbanken), of, met andere woorden, riep _de schepenen_, als
+bijzitters, bijeen. De schepenen wezen het vonnis, en de baljuw of
+schout sprak het uit. De baljuw, de plaatsvervanger van den graaf in
+elke gouw, stond hier aan 't hoofd van 't burgerlijk bestuur, was
+voorzitter in de gerechten, voerde de ingezetenen in oorlog aan en
+oefende het toezicht over wateren, wegen en dijken.
+
+Vooral was het Floris V, die inbreuk maakte op de oude instellingen en
+de grafelijke macht uitbreidde. Om niet afhankelijk te zijn van den
+bijstand der edelen in geval van oorlog, stichtte hij steden en
+begunstigde ze met _keuren_ en allerlei voorrechten. Voor den
+grafelijken domeingrond, waarop zij werden gebouwd, betaalden die steden
+een jaarlijksche som, als tot afkoop van de diensten, waartoe de
+bewoners van dien grond zouden gehouden geweest zijn. _De gemeenten_,
+aldus ontstaan, werden als vazallen of leenmannen aangemerkt. Alzoo de
+burgerijen, als krijgsmacht, aan de troepen der leenmannen kunnende
+tegenstellen en hun inkomsten met behulp van de jaarlijksche
+schattingen, hun door de steden op te brengen, vermeerderende,
+verzwakten de graven de heeren, zichzelven tevens versterkende. Deze
+gevolgen werden in nog ruimer mate zichtbaar, toen de graven, met de
+edelen, eveneens de steden opriepen, om ook haar over 's lands belangen
+te raadplegen of haar om beden te vragen. Op die wijze veranderden de
+graven allengs de geheele inrichting van den staat.
+
+De burgers dier steden wierpen hoe langer hoe meer een aanmerkelijk
+gewicht in de schaal. Op grond van den ouden rechtsregel, dat geen vrij
+man kon worden gedwongen, zonder eigen toestemming, iets van zijn
+eigendom af te staan, konden ook zij hun bewilliging onthouden aan _de_
+vorstelijke _beden_, d. i. aanzoeken om geldelijke hulp, en wel in dier
+voege, dat elke stad voor zich kon weigeren. En vermits in deze landen,
+gelijk elders, de geestelijkheid en de edelen van rechtswege bevrijd
+waren van alle lasten, uitgezonderd van den krijgsdienst, en zich
+zoolang mogelijk in 't bezit van dit recht handhaafden, waren de graven
+meer en meer verplicht, zich, ten einde de noodige gelden te erlangen,
+tot de stedelingen te wenden. Deze gesteldheid van zaken verklaart ook
+het aanwezig zijn van die tallooze _privilegiën_ hier te lande, als
+zoovele bolwerken, om te groote overmacht van den graaf te stuiten.
+
+De inhoud dier stukken liep natuurlijk uiteen. Maar geen stad of gewest
+was er bijna, of zij kon zich beroemen op een keur, waardoor de
+ingezeten verzekerd was, niet buiten de grenzen van stad of gewest
+gedagvaard of voor een vreemden rechter gedaagd te worden (jus de non
+evocando). Dergelijke privilegiën bezwoer de graaf, aleer hij het bewind
+aanvaardde. Eerst dan legden de onderdanen den eed van trouw en
+gehoorzaamheid af.
+
+Wat het binnenlandsch bewind betreft, bleef Friesland tot den tijd van
+Karel V op een geheel bijzonderen voet bestaan. De keizer beleende met
+dit land hetzij den bisschop van Utrecht, hetzij den graaf van Holland
+of een ander vorst. Alzoo meende zoowel de graaf van Holland als de
+bisschop van Utrecht een verkregen recht te hebben op de heerschappij
+over de Friezen, die zelven evenmin gezind waren den een als den ander
+te gehoorzamen. De herhaalde uitgifte van Friesland in leen toont aan,
+dat er, gedurende de Middeleeuwen, in dit land geen gezag bestond,
+gelijk aan dat van den bisschop van Utrecht, den graaf van Holland of
+den hertog van Gelderland. De graven of regenten, die er waren, moeten
+worden geacht ambtenaren van lageren rang te zijn geweest en met minder
+macht bekleed, dan die was, welke de zoo even genoemde landsheeren, elk
+binnen zijn perken, uitoefenden.
+
+
+
+
+§ 4.
+
+_Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._
+
+
+Hetgeen op de laatstvoorgaande bladzijden omtrent het karakter en de
+hoedanigheid van de macht der landsheeren staat opgeteekend ziet, uit
+den aard der zaak, niet op één tijdstip in 't bijzonder. Het is veeleer
+een doorloopende beschouwing van de ontwikkeling dier macht in den loop
+der tijden, welke steeds behoort te worden getoetst aan de geschiedenis
+der staten zelven, waartoe wij thans overgaan. 't Eerste graaflijke
+stamhuis, dat in Holland regeerde en oorspronkelijk in de streken van de
+oude abdij van Egmond was gevestigd, was _dat van Holland_, naar de
+gewone meening, 922-1299 (zie echter blz. 11 en 12). Hier volgt de reeks
+der graven, uit dat huis gesproten. Zoo men met 922 begint, zijn er
+zestien: Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V,
+Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris IV, Willem
+II, Floris V, Jan I. De plaats, waar de huldiging der graven plaats had,
+was Dordrecht. De eerste graven waren vaak in oorlog met de
+West-Friezen, met wier land zij, hoewel tegen den zin der inwoners,
+beweerden door den keizer te zijn beleend. In 1256 viel ~WILLEM~ II op
+een veldtocht tegen hen bij ~Hoogwoude~ (ten n.o. van Alkmaar), waar
+hij, met zijn paard door het ijs gezakt en tevergeefs een groot losgeld
+biedende, door de vijanden werd afgemaakt. Eerst ~FLORIS~ V, zijn zoon,
+onderwierp hen in 1282 en 1287, en tevens de Waterlanders en de
+Drechterlanders, zooals hij vroeger de Kennemerlanders had bedwongen.
+
+Eveneens hadden de graven dikwijls geschillen met de bisschoppen van
+Utrecht, eensdeels wegens Friesland, anderdeels over de grensscheiding.
+Zoo werd Utrecht ongeveer in 1145 door ~DIRK~ VI, uit wrok over het
+verlies van Friesland (zie blz. 15), belegerd. Toen echter bisschop
+~Herbert~, aan het hoofd zijner geestelijkheid, in plechtgewaad, met een
+boek in de hand uit de gewijde vest kwam, om den banvloek over den graaf
+uit te spreken, ontgleed het krijgszwaard aan zijn bevende handen en
+brak hij in aller ijl het beleg op. Dat sommige graven zich zelfs aan
+openlijken oorlog met den keizer durfden wagen, blijkt o. a. uit het
+voorbeeld van Dirk III (zie blz. 12). En dan was Holland nog, ter zake
+van Zeeland (zie blz. 11), in langdurigen kamp met de Vlamingen
+gewikkeld. Van Hollands graven namen ~FLORIS~ III en ~WILLEM~ I
+persoonlijk deel aan kruistochten, de eerste aan den derden, waarin hij
+wakker streed, maar in 1190 te Antiochië aan een ziekte overleed. Zijn
+tweede zoon Willem vocht, na den dood zijns vaders, mede voor Acre.
+Nadat hij vervolgens zijn broeder Dirk VII als graaf was opgevolgd,
+ondernam hij aan 't hoofd van een leger Hollanders en Friezen
+gezamenlijk met de andere vorsten een tocht tegen Damiate (in 't n. van
+Egypte, nabij een der monden van den Nijl), om vandaar Syrië en
+Palaestina aan te tasten. Na een langdurig beleg werd Damiate in 1219
+ingenomen, doch in 1221 ook reeds weder ontruimd. Ter herdenking dezer
+gebeurtenis hangen er, sedert het midden der 16de eeuw, in den toren van
+de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem koperen klokjes, die zoowel
+elken avond geregeld als hij brand en andere gelegenheden worden geluid.
+Zij heeten _Damiaatjes_, niet omdat zij van Damiate afkomstig zijn, maar
+omdat zij bestemd zijn, de herinnering aan den tocht levendig te houden.
+
+Slechts eenmaal werd, gedurende de regeering van het eerste stamhuis,
+als punt van geschil, de vraag opgeworpen, of Holland een zwaard- dan
+wel een spilleleen was. Het geschiedde in 1203, bij den dood van Dirk
+VII. Hij liet één dochter na, Ada geheeten. Graaf Dirk had gewenscht,
+dat zijn broeder, weldra graaf Willem I, als regent het bewind voor haar
+voerde. Maar Dirks gemalin, Adelheide, haatte Willem, en hoewel zij zich
+niet kon ontveinzen, dat Holland, destijds althans, als een mannelijk
+leen werd aangemerkt, poogde zij het graafschap voor hare dochter te
+behouden. Mede met het oog daarop huwde zij Ada uit aan Lodewijk, graaf
+van Loon (ten n. van Luik), Dit huwelijk werd voltrokken, terwijl het
+lichaam van Ada's vader nog boven aarde stond, zoodat het gebruikelijke
+rouwmisbaar voor de blijde bruiloft moest wijken. Deze handelwijze van
+Adelheid maakte de verontwaardiging van vele edelen gaande, die nu
+partij kozen voor Willem. Zóó ontbrandde er een oorlog, waarin de
+fortuin Lodewijk eerst een korte poos toelachte, om hem weldra ontrouw
+te worden. Reeds in 1204 werd hij uit Holland verdreven en kwam er
+nimmer terug.
+
+Allengs was het aanzien van het Hollandsche gravenhuis zeer gerezen. Nog
+hooger steeg dit, toen Willem II, de stichter van 's Gravenhage, in 1247
+tot Roomsch koning werd benoemd, een waardigheid, die hem intusschen
+veel strijd kostte en geen werkelijke macht schonk. Doch juist toen zijn
+gelukszon in Duitschland begon te rijzen en zijn uitzichten te
+verhelderen, viel hij, omtrent dertig jaren oud, in den kamp tegen de
+West-Friezen (zie blz. 16). Hij benevens Willem I en Floris V zijn het
+inzonderheid, aan wie de steden en vlekken hun opkomst hadden te danken.
+
+Gelijk elders, oefenden de kruistochten ook in ons land hun invloed en
+brachten een geheele omkeering in de maatschappij teweeg. Ook in
+Nederland begon men van lieverlede de gevolgen te gevoelen van het
+onderlinge verkeer der natiën, dat toen opkwam. Dat men onder de banier
+des kruises voor een heiliger beginsel streed, dan men tot dusver had
+gekend, leidde tot veredeling van den woesten krijgsmansgeest en
+temperde de ruwheid van zeden. Ook hier werd de kring van menschelijke
+kennis en ervaring uitgebreid en verwekte de handel, die reeds tot
+eenigen bloei kwam, een hooger gevoel van zelfstandigheid. Nu de
+kennismaking met het Oosten en met het Byzantijnsche hof de behoefte aan
+meer gemak en weelde, aan pracht en vertooning had gewekt,
+vermenigvuldigden zich, met de vermeerdering van allerlei behoeften,
+eveneens de takken van nijverheid en nam de handel een hoogere vlucht.
+Alwie, getroffen door het gezicht van Italië's steden, fier op eigen
+bestuur, naar huis terugkeerde, haakte naar 't zelfde geluk en deed mede
+bij anderen de begeerte daarnaar ontbranden. De edelen, die, om de
+kosten der uitrusting te bestrijden, vele hunner eigendommen moesten
+vervreemden of hun lijfeigenen de vrijheid schenken, verloren van hun
+invloed en luister. Het volk werd uit de diepe vernedering der
+lijfeigenschap opgeheven en de grond gelegd tot het ontstaan van _den
+derden stand_, d. i. dien der poorters of burgers, en tot dien der
+boeren. De kruistochten bevorderden krachtig het gebruik der moedertaal
+en riepen rechten en vrijheden in 't leven. Zij verbonden de drie
+standen nauwer en ontwikkelden ze meer en meer door 't wijzigen hunner
+zeden en gewoonten.
+
+Op den grondslag nu, ook door de kruistochten gelegd, begon voet voor
+voet het gebouw der burgerlijke vrijheid te verrijzen. Zooals boven werd
+opgemerkt, zijn de meeste steden haar oorsprong of bloei aan het straks
+genoemde drietal graven verschuldigd. In de keuren, aan de steden
+uitgereikt, werd haar vrijdom van tol geschonken; voor toezicht op wegen
+en vaarten gezorgd; een zekere boete op misdrijven bepaald; het recht
+gegeven om haar overheidspersonen of schepenen te verkiezen;
+vastgesteld, welk getal van manschappen, b. v. 25 tot 30, de stad in
+geval van oorlog moest leveren en hoe groot de som, jaarlijks te
+voldoen, zou zijn, b. v. van 20 tot 60 gl. (zie blz. 14). Doch Floris
+ging nog verder. Hij raadpleegde niet alleen de edelen, maar ook van
+tijd tot tijd sommige steden over 's lands belangen.
+
+Zóó verrezen, in tegenstelling met andere landen, op Hollands bodem op
+vreedzame wijze tal van steden. Als regel gold het, dat elke lijfeigene
+of hoorige, die binnen een stad zijn toevlucht nam, vrij werd, zoo hij
+na jaar en dag door zijn heer niet was opgeëischt. Groot was de
+verandering, die reeds hierdoor de toestand van den lijfeigene of
+hoorige onderging. Van dit oogenblik af betaalde hij geen _schot_ (van
+schieten, in den zin van bijdragen, geven) en _lot_ (eigenlijk: stuk
+grond, vandaar: de schatting er voor), d. i. hoofdgeld, meer, want dit
+geschiedde alleen door de niet-vrijen. Hij mocht, naar welgevallen, een
+huwelijk aangaan, over zijn goederen beschikken, in één woord: hij kreeg
+persoonlijke rechten. Als burger deelde hij verder in de voorrechten,
+waarmede de steden langzamerhand werden begiftigd. Geen andere
+verplichtingen stonden hier tegenover, dan dat hij (zie boven) eens in
+'t jaar met zijn medeburgers een vaste som moest opbrengen, binnen de
+stad blijven wonen en zich, wanneer haar eenig gevaar dreigde, gewapend
+naar de loopplaats begeven. De band, op die wijze bij de opkomst der
+steden gelegd, werd later nog nauwer toegehaald, sinds de burgers
+allerlei bijzondere verbintenissen onder elkander aangingen. Hiertoe
+behooren hoofdzakelijk _de gilden_, d. i. vereenigingen van lieden, die
+hetzelfde bedrijf of handwerk uitoefenen, met verbod aan anderen om dit
+te doen.
+
+Is het vreemd, dat Floris door zijn tegenstanders _der keerlen God_, d.
+i. de afgod der stedelingen en boeren, werd genoemd? Niet alleen door
+rechtstreeksche begunstiging, ook door het fnuiken van den adel
+bevorderde hij hun belangen. Op verzoek van een paar steden en edelen
+uit het Sticht deed hij de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en ~Herman van
+Woerden~, zijn leenmannen, den oorlog aan. Die oorlog liep ten nadeele
+der beide heeren af. Gijsbrecht deed in 1285 afstand van een deel der
+goederen, die hij van den bisschop in leen had, o. a. van Muiden, welke
+op Floris overgingen, die hierdoor een vazal van Utrecht werd. Dezelfde
+bepaling werd op de heerlijkheid Woerden toegepast. Verder deden beiden
+afstand van hun alodiën, waar ook gelegen, ten behoeve van Floris, die
+ze hun als leenen teruggaf.
+
+Meer dan genoeg had Floris gedaan, ten einde den wrok der edelen op zich
+te laden. Als om de maat vol te maken, voegde hij er nog bij, dat hij
+veertig hoorigen, die zich op de een of andere wijze jegens hem
+verdienstelijk moeten hebben gemaakt, van alle slaafsche diensten
+ontsloeg en hen vrij verklaarde. Welk een vergrijp in 't oog der edelen!
+Terwijl zij vol verbittering aan de bevrediging hunner wraakzucht
+dachten, kregen zij onverwachts een bondgenoot in ~Eduard~ I, koning van
+Engeland. Hij verplaatste bij een verdrag, in 1295 met Guy van
+Dampierre, graaf van Vlaanderen, gesloten, den stapel der Engelsche wol
+van Dordrecht, waar hij sedert eenige jaren was, naar Brugge en
+Mechelen. Hierom sloot Floris zich in den oorlog, die in 1293 tusschen
+Engeland en Frankrijk losbarstte (_Overzicht_, 9de druk, blz. 90),
+sedert 1296 bij ~Philips IV~ of ~den schoone~, koning van Frankrijk,
+aan. Deze verbindtenis deed Floris den dood. Eduard vond bereidvaardige
+dienaren in een groot aantal edelen, die hij overreedde, om Floris
+gevangen te nemen en naar Engeland te voeren. Zij, die hun arm
+inzonderheid leenden tot de uitvoering van Eduards plannen, waren ~Jan
+van Kuik~ (de omstreken van Grave, ten z. van Gelderland), Gijsbrecht
+van Amstel, Herman van Woerden, ~Gerard van Velzen~. Wat aller
+verbittering had verwekt was, dat Floris, dáár partij kiezende, waar
+eigen voordeel en overeenstemming van gevoelen hem riepen, lieden, op
+welke zij laag neerzagen, uit het stof had verheven. Velen hadden
+bovendien hun bijzondere grieven.
+
+Weldra ondervond Floris, wat de vijandschap der edelen vermocht. Op den
+dag, waarop hij als middelaar een verzoening had teweeg gebracht van de
+heeren van Amstel en Woerden met de verwanten van den heer van Zuilen,
+een leenman van het Sticht, vielen de samengezworenen, in de nabijheid
+van Utrecht, op Floris aan, namen hem gevangen en voerden hem naar
+Muiden, om hem vandaar naar Engeland in te schepen. Intusschen kwamen
+de Kennemers, de Waterlanders, de West-Friezen en de Gooilanders op de
+been, legerden zich voor Muiden en eischten, dat men hun den graaf
+overleverde. In plaats van aan deze vordering gehoor te geven, zetteden
+de edelen Floris te paard en trachtten hem, langs een omweg vliedende,
+naar Brabant of Vlaanderen te vervoeren. Doch ternauwernood hadden zij
+een eind weegs afgelegd, of zij stieten op een schaar Gooilanders, die
+denzelfden eisch als kort tevoren deden. Vreezende voor de overmacht te
+moeten bukken, pleegden thans de edelen, Floris om hals brengende, de
+misdaad, die zij niet van plan waren geweest te bedrijven. Der keerlen
+God viel als het offer hunner wraak in 1296. Let men op de gevolgen, dan
+voorzeker zijn 's graven handelingen zeer te prijzen; maar van het
+standpunt van 't recht beschouwd, zijn zij van willekeur niet vrij te
+pleiten. Eenige van de moordenaars vielen in handen van de West-Friezen
+en Kennemers en werden door hen gedood; anderen werden door den
+scherprechter ter dood gebracht; nog anderen, met name de heeren van
+Amstel, Woerden en Velzen, ontvluchtten het zwaard der gerechtigheid.
+
+In 1297 volgde Floris' zoon ~JAN~ hem op. ~Wolfert~ van ~Borselen~ (op
+Zuid-Beveland), heer van Veere, werd aan het hoofd der regeering
+geplaatst, maar in 1299, bij een oploop van 't volk, te Delft van 't
+leven beroofd. Door dit onheil van zijn leidsman verstoken, wierp Jan
+zich in de armen van zijn neef, ~Jan van Avennes~ (ten z. van Bergen,
+destijds in Henegouwen, thans in Frankrijk), graaf van Henegouwen, wien
+hij het bewind voor vier jaren opdroeg. Doch reeds in 't eerste jaar van
+dit regentschap, nog in 1299, stierf Jan I.
+
+
+
+
+§ 5.
+
+_Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het
+Beiersche huis._
+
+
+Jan van Avennes, nu ~JAN~ II, alzoo in 't bezit van drie graafschappen
+zijnde, liet zich, evenals zijn opvolgers, in één of meer dier
+graafschappen vervangen door plaatsbekleders, _stad-_ of _stedehouders_
+genoemd. Gedurende Jans bewind barstte de zware oorlog uit tusschen
+Frankrijk en Vlaanderen, waarin de graaf van Holland en Henegouwen als
+bondgenoot van Filips den schoone optrad. Dit, gevoegd bij de
+ingewikkelde betrekking, die steeds tusschen Vlaanderen en Holland
+bestond, noopte de Vlamingen, gehoor gevende aan den aandrang der
+Zeeuwsche edelen, één jaar na den slag bij Kortrijk (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 90), in Zeeland en Holland te vallen. Zelfs drongen zij tot
+Haarlem door; doch hier werden zij in 1304 gestuit bij het _Manpad_, dat
+zijn naam ontleent aan het vluchten van zoovele mannen, n.l. Vlamingen.
+De eer dezer zege komt toe aan de dapperheid en de tegenwoordigheid van
+geest zoowel van ~Witte van Haamstede~ (op Schouwen), een onechten zoon
+van Floris V, als van Willem van Oostervant (een voormalig graafschap in
+Henegouwen), Jans zoon. En binnen één week werd geheel Holland, gelijk
+weldra ook Zeeland, van de overweldigers bevrijd. De graaf zelf was
+inmiddels in Henegouwen gebleven, waar hij nog in 't zelfde jaar
+overleed.
+
+Zijn opvolger was ~WILLEM~ III, ~DE GOEDE~ (1304-1337). Naar het schijnt
+is hij het, die de beden in Holland en Zeeland invoerde, d. i. de
+bijdragen, die de graaf van tijd tot tijd vroeg, wanneer de gewone
+inkomsten niet toereikend waren. Verder riep hij voor 't eerst de
+schepenen der steden van Holland en Zeeland op, om met de edelen over
+een punt, rakende de opbrengsten, te beraadslagen. Bij een dusdanige
+gelegenheid kwam eens de genegenheid, welke die onderdanen voor hem
+koesterden, op treffende wijze aan het licht. Toen Willem van Holland en
+Zeeland 1000 gl. vroeg, drong men hem, 10,000 gl. aan te nemen. Dit
+weigerde hij, zeggende, dat hij ook de 1000 gl. niet wilde, overtuigd,
+dat hij bij dergelijke lieden, indien het mocht worden vereischt, steeds
+genoeg geld zou vinden. Die gezindheid verklaart op voldoende wijze, hoe
+Willem zijn bijnaam verwierf. Deze bijnaam, die op de degelijkheid en de
+voortreffelijkheid van zijn bewind over 't geheel ziet, werd hem, die
+het recht steeds onkreukbaar handhaafde, voorzeker naar verdienste
+toegekend. Van de gebeurtenissen, onder zijn regeering voorgevallen, is
+zonder twijfel de gewichtigste het verdrag, dat hij in 1323 met den
+graaf van Vlaanderen, Lodewijk I van Nevers (ten z.o. van Orléans),
+sloot. Hierbij zag Lodewijk van de leenhulde wegens Zeeland bewester
+Schelde (zie blz. 11) af. Keizer Lodewijk van Beieren bekrachtigde als
+leenheer dit verdrag. Van nu aan was de graaf van Holland tevens graaf
+van Zeeland. Vergrootte Willem door het eindigen van een strijd, die
+eeuwen lang vijandelijkheden had teweeggebracht, het aanzien en de macht
+van Holland, ook de luister van zijn huis steeg, toen zijn dochter
+Margareta met keizer Lodewijk in 't huwelijk trad.
+
+Aan Willems zoon, ~WILLEM~ IV (1337-1345), gelukte het, zooals aan
+sommige zijner voorgangers, vasten voet in Friesland te krijgen en er
+eenig gezag te oefenen. Toch brak er een opstand tegen hem uit. Met een
+sterke vloot daarheen getogen, landde de graaf in de nabijheid van
+Stavoren, waar hij door de Friezen werd verslagen en zelf omkwam.
+
+De gesneuvelde vorst liet geen kinderen na. Dus zocht elk, die tot hem
+in eenige betrekking stond, naar aanspraken op de graafschappen, gegrond
+of ongegrond. De keizer, Lodewijk van Beieren, legde de hand op alles,
+want Henegouwen moest, als spilleleen, aan Willems oudste zuster,
+~Margareta~, komen, terwijl Holland en Zeeland, als zwaardleen, aan het
+rijk vervielen. In Holland en Zeeland liepen de gevoelens zeer uiteen.
+De meerderheid van den adel had er niet tegen, dat de keizerin haren
+broeder opvolgde. Daarentegen verlangden de steden een man, een wakker
+vorst. Zooals elders in Europa, lag ook hier te veel brandstof
+opgestapeld voor een strijd tusschen de beide vijandige elementen, reeds
+onder Floris V ontkiemd (zie blz. 20), dan dat hij niet zou uitbarsten
+bij de eerste gelegenheid, welke de verdeeldheid weder in 't leven riep.
+Intusschen haastte keizer Lodewijk zich, in 1346 zijn gemalin plechtig
+met Holland, Zeeland en Friesland te beleenen. Onverwijld vertrok zij
+naar haar graafschappen. Weldra had zij onder de edelen een aantal
+raadslieden, die haar vertrouwen bezaten. Dit verbitterde anderen, die
+niet tot de uitverkorenen behoorden. Gesteund door vele steden, lieten
+zij de machtspreuk hooren, dat Holland zich nimmer door een vrouw, als
+wettige vorstin, zou laten regeeren. De keizerin besloot voor den storm
+te wijken. Eer zij echter naar Beieren terugkeerde, noodigde zij de
+edelen en de steden uit, een van Lodewijks zonen als stedehouder te
+kiezen. De keus viel op Lodewijks tweeden zoon ~Willem~. Hij voerde den
+titel _verbeider_. Maar ook hij vond geen genoegzamen steun en was
+weldra met schulden overladen. Daarom leende hij het oor aan zijn
+tegenstanders, die zich lieten verluiden, dat, zoodra hij in den waren
+zin des woords graaf was, de zaken anders zouden gaan.
+
+Dit alles hoorde de keizerin, en het wekte in hooge mate haar
+bezorgdheid. Terzelfder tijd stierf haar gemaal, en de keizerskroon viel
+aan Karel IV, den vijand van het Beiersche huis (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 89), ten deel. Nu was goede raad duur. In haar verlegenheid gaf
+Margareta gehoor aan den wenk van eenige welmeenende lieden, die haar
+uit Holland schreven, dat haar niets anders overbleef, dan het
+graafschap voor goed aan Willem af te staan. In 1349 teekende zij dus
+een verklaring, waarbij zij Willem als graaf van Holland en Zeeland en
+als heer van Friesland erkende, onder voorwaarde, dat hij haar jaarlijks
+ongeveer 34,000 gl. en een zekere som op eens betaalde. Maar Willem
+keerde de beloofde sommen niet uit. Zoo nam in 1350 de strijd tusschen
+de Hoekschen en de Kabeljauwschen een aanvang. Margareta herriep haar
+gift en begaf zich naar Henegouwen.
+
+_Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_ waren de namen der partijen. Het is
+licht te begrijpen, dat een volk, in welks bedrijf de visch een groote
+rol speelt, die kooplieden Kabeljauwschen noemde, welke, als de van roof
+levende visschen, vaak rijk werden ten koste der geringere volksklasse.
+En waren zij gelijk aan kabeljauwen, dan konden de edelen, die de hand
+aan het zwaard sloegen, als wilden zij de tegenstanders, gelijk den
+visch met den haak of hoek, ermede doorboren, zeer goed Hoekschen worden
+geheeten. Een roode hoed was het kenteeken der Hoekschen, een grauwe dat
+der Kabeljauwschen. Verreweg het meerendeel van Hollands steden was
+Willems zaak, die der Kabeljauwschen, toegedaan, slechts die niet, welke
+den adel behoorden. In Zeeland daarentegen telde Margareta, naast vele
+edelen, ook een aantal steden onder hare aanhangers. De boeren stonden
+grootendeels de Hoekschen bij. Intusschen behoort men niet voorbij te
+zien, dat er, hoe scherp men ook de grenslijn tusschen de beide partijen
+trachtte te trekken, geen stad of streek was, waar slechts òf Hoekschen
+òf Kabeljauwschen de bevolking uitmaakten.
+
+De oorlog der Hoekschen en der Kabeljauwschen kenmerkte zich hierdoor,
+dat toen, voor 't eerst hier te lande, buskruit door de troepen werd
+gebruikt. Na vele mislukte pogingen werd eindelijk, in 1354, het geschil
+op afdoende wijze uit den weg geruimd. Margareta stond Willem de
+graafschappen Holland, Zeeland en Friesland af en behield alleen
+Henegouwen. Wederom beloofde Willem, dus ~WILLEM~ V geworden, haar een
+jaargeld te zullen betalen. Twee jaren daarna overleed de keizerin te
+Quesnoi (in Henegouwen). Kort hierop bracht men ook haar zoon derwaarts,
+want sedert 1357 vertoonden zich bij hem sporen van krankzinnigheid.
+
+De partijen waren in 't leven geroepen, en al was de twist, die ze, meer
+dan eenig ander voorval had doen ontstaan, nog bij het leven der
+hoofdpersonen bijgelegd, tusschen deze partijen zelven werd de strijd,
+met langer of korter tusschenpoozen, ongeveer anderhalve eeuw
+voortgezet. Inmiddels werd Willems jongere broeder ~ALBRECHT~ door
+toedoen der Hoekschen regent of _ruwaard_. Eerst in 1389, na den dood
+van Willem V, werd hij graaf (1389-1404). Met zijn zoon, Willem van
+Oostervant (zie blz. 22), stelde hij zich aan het hoofd van een talrijk
+leger, dat een krijgstocht naar Friesland ondernam. Keer op keer werden
+de Friezen geslagen; doch gevolgen leverden de behaalde overwinningen
+niet op. Tallooze sommen verslond de oorlog, en niet anders won de
+graaf, dan dat hij vasten voet in Stavoren had. In vele opzichten
+herinnerde het bewind van Albrecht aan dat van Willem den goede. Ook hij
+was een vorst, die aan Europa's hoven in hoog aanzien stond. Zijn
+dochter ~Margareta~ huwde hij uit aan ~Jan zonder vrees~, een zoon van
+Philips den stoute, hertog van Bourgondië, zijn zoon Willem aan Philips'
+dochter Margareta. Deze huwelijken hadden dit gevolg, dat het Beiersche
+huis in nauwe betrekking kwam te staan tot het Bourgondische. Albrechts
+jongste zoon ~Jan~ werd bisschop van Luik. Een der merkwaardigste feiten
+zijner regeering, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft, is, dat
+te dier tijde in de meeste steden van Holland, naast schout en
+schepenen, als overheid, _burgemeesters_ optraden met een raad, waarvan
+de leden uit de burgers werden gekozen. Albrecht overleed in 1404.
+
+~WILLEM~ VI, tot dusver Willem van Oostervant genoemd (1404-1417), had
+een afkeer van de Kabeljauwschen. Hij hield zich aan de gewoonte, door
+zijn vader ingevoerd, huurtroepen ter bezetting zijner sterkten op de
+been te houden en dankte ze niet weer af. De graven uit het Beiersche
+huis zagen zeer goed in, dat deze bezoldigde krijgslieden bruikbaarder
+werktuigen tot het volbrengen van hun wil waren, dan de leentroepen,
+weshalve zij deze hoe langer hoe meer te huis lieten. In 1417 stierf
+Willem VI, slechts één dochter nalatende, Jakoba van Beieren, geboren in
+1401. Het zelfde jaar, waarin Jakoba haar vader ontviel, had haar reeds
+haren eersten gemaal, ~Jan van Touraine~ (het graafschap, waarvan Tours
+de hoofdstad was), den tweeden zoon van Karel VI, koning van Frankrijk,
+en na den dood zijns broeders dauphin, ontrukt.
+
+Voorzoover de opvolging betreft had Willem dezen maatregel genomen. Één
+jaar vóór zijn dood had hij de edelen en de steden van Holland en
+Zeeland bijeengeroepen en uitgenoodigd hem bij eede te beloven, zijn
+dochter Jakoba als wettige opvolgster te zullen erkennen. Velen, maar
+slechts Hoekschgezinden, waren verschenen en hadden aan het verzoek
+voldaan. Toen nu Willem was overleden, scheen het eerst, dat zich
+niemand tegenover Jakoba zoude stellen. Sedert lang toch werd op de
+bepalingen ten aanzien van de opvolging in de leenen van het Duitsche
+rijk niet meer gelet en handelde men, zooals de omstandigheden het
+medebrachten. Jakoba legde de belofte af, steeds in gemeenschappelijk
+overleg te zullen regeeren met haar moeder, Margareta van Bourgondië, en
+met haren oom, ~Jan van Beieren~, die sinds het dempen van een hevig
+oproer te Luik ook wel "Jan zonder genade" werd genoemd. Maar nog was
+het jaar 1417 niet ten einde, of er ontstonden geschillen tusschen Jan
+en Jakoba.
+
+Zóó herleefde de burgeroorlog: de partijen stonden immers toch tegenover
+elkander, en de Kabeljauwschen hadden slechts op een hoofd uit het
+grafelijk huis gewacht. In 1418 voltrok Jakoba haar tweede huwelijk met
+~Jan~ IV, hertog van Brabant en Limburg, markgraaf van Antwerpen, den
+stichter van de hoogeschool te Leuven. De oorlog zelf leverde voor
+Jakoba niets dan teleurstelling en verlies op. Door de omstandigheden
+gedwongen, stemde zij in een verdrag toe, dat Philips de goede, hertog
+van Bourgondië, een zoon van Jan zonder vrees en neef van de strijdende
+vorstin, in 1419 als middelaar tot stand bracht. Van dit oogenblik af
+gold alleen het gezag van Jakoba's oom in Holland en Zeeland. Zijzelve
+vertoefde met haren gemaal in Brabant, en hoe ook de Kabeljauwsche
+partij, door Jan van Beieren begunstigd, hier en daar de Hoekschen
+onderdrukte, zij was, bij de onverschilligheid en de onbekwaamheid van
+Jan van Brabant, niet in staat, zich ertegen te verzetten. Welhaast
+leverde Jakoba's echtgenoot een nieuw bewijs van die onverschilligheid
+omtrent haar belangen. In 1420 verpandde hij, tegen een groote som geld,
+Holland en Zeeland aan Jan van Beieren. Niet alleen Jakoba, ook de
+onderdanen zelven van den hertog, d. i. de staten van Brabant,
+koesterden de grootste minachting voor Jan, dien zij hierom van het
+bewind ontzetteden, het regentschap aan zijn broeder opdragende. Nu kon
+Jakoba den smaad niet langer dulden, een zoodanig man tot gemaal te
+hebben. Zij stak naar Engeland over, met den koning van welk land,
+Hendrik V, zij reeds vroeger onderhandelingen over een nieuw huwelijk
+had aangeknoopt, en trouwde in 1422 ten derden male met ~Humphrey,
+hertog van Glocester~, Hendriks broeder. Drie jaren daarna, in 1425,
+overleed Jan van Beieren.
+
+Jan van Beieren liet zijn rechten op de drie graafschappen bij testament
+na aan zijn neef Philips den goede van Bourgondië. Maar Holland en
+Zeeland verklaarden Jan van Brabant getrouw te blijven; Henegouwen
+huldigde den hertog van Glocester en Jakoba. Op nieuw begon alzoo de
+oorlog tusschen Jan van Brabant en Philips aan de ééne en Jakoba aan de
+andere zijde. Jakoba's troepen gelukte het, in 1425 Schoonhoven te
+vermeesteren. Aan alle manschappen der bezetting werd het leven gelaten,
+slechts niet aan één man, ~Allaert Beilink~, vroeger schout te Gouda,
+die mede had gestreden ter verdediging van het slot der stad. Op last
+van een Hoeksch edelman werd hij--dit is althans het waarschijnlijkste
+der uiteenloopende gevoelens over het lot van dezen man--levend
+begraven. Inmiddels verliet Humphrey, uit hoofde van geschillen in
+Engeland, waarin hij was betrokken, deze landen. Terzelfder tijd
+benoemde Jan van Brabant zijn neef tot ruwaard van Holland en Zeeland.
+Slechts te Schoonhoven, Gouda en Oudewater werd Jakoba als gravin
+erkend. Gedurende het vervolg van den strijd, die steeds slepend bleef,
+overleed Jan van Brabant in 1427, terwijl een geestelijk gerechtshof te
+Rome in 1428 de echtverbintenis met Glocester voor onwettig verklaarde.
+Zóó ook van dezen man verlaten, dien de in Engeland heerschende
+verdeeldheid tot dusver had verhinderd hier krachtdadig op te treden en
+die nu zonder tegenzin in de uitspraak der kerk berustte, werd Jakoba
+meer en meer in 't nauw gebracht. Daar haar gezag tot de drie genoemde
+steden beperkt was, zag zij geen anderen uitweg dan het sluiten van een
+_verdrag_, dat in 1428 _te Delft_ tot stand kwam. De hoofdpunten waren:
+Jakoba wordt erkend als gravin van Holland, Zeeland, Friesland en
+Henegouwen, Philips van Bourgondië als ruwaard en erfgenaam dezer
+gewesten; in die hoedanigheid zal Philips het bewind voeren, totdat
+Jakoba een nieuw huwelijk aangaat; Jakoba zal niet hertrouwen dan met
+toestemming van hare moeder, van Philips en van de drie stenden der
+landen, tenzij zij wil geacht worden, haar onderdanen van den eed van
+gehoorzaamheid te hebben ontslagen; Jakoba zal een gedeelte trekken van
+de inkomsten der graafschappen.
+
+Philips benoemde tot stadhouder van Holland en Zeeland ~Frank van
+Borselen~, die door de diensten, met groote kieschheid aan Jakoba
+bewezen, weldra zoozeer haar genegenheid verwierf, dat zij met hem in
+den echt trad. Frank van Borselen verloor nu het stadhouderschap, doch
+werd door Philips tot graaf van Oostervant verheven. Deze daad van
+Jakoba, als strijdende met het verdrag van Delft, had in 1433 het
+verlies der grafelijke waardigheid ten gevolge. Daarentegen verkreeg zij
+van Philips vele heerlijkheden, waarvan zij de inkomsten bleef trekken
+tot haren dood in 1436.
+
+
+
+
+§ 6.
+
+_Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis._
+
+
+Jan zonder vrees werd in 1419 op de Yonnebrug gedood (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 91). Zijn zoon ~PHILIPS DE GOEDE~ (1433-1467) volgde hem
+onmiddellijk in Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-Comté, Artois
+en Salins op. In 1421 kocht hij het graafschap Namen van graaf Jan III,
+die zich het vruchtgebruik gedurende zijn leven voorbehield en na wiens
+dood, in 1429, Philips het land in bezit nam. In 1430 erfde hij van een
+neef Brabant, Limburg en Antwerpen. In 1433 stond Jakoba hem Henegouwen,
+Holland, Zeeland en Friesland af. Eindelijk kocht hij nog het hertogdom
+Luxemburg en nam het in 1451 in bezit.
+
+Philips de goede is de eerste hertog uit het huis van Bourgondië, die
+onder de Nederlandsche vorsten een plaats bekleedt. Langzamerhand was de
+omvang van het grafelijk gezag in de staten, die het tegenwoordige
+Nederland en België uitmaken, grooter geworden. Allengs waren vele
+beletselen tegen de uitbreiding van dat gezag uit den weg geruimd. Niet
+langer was de grond van Holland en Zeeland, om van deze maar alleen te
+spreken, met tal van kasteelen overdekt, waarin evenveel edelen met hun
+in 't staal gedoste manschappen lagen, steeds ten aanval tegen den graaf
+gerust. De macht des adels was voor die van den landsheer geen
+struikelblok meer. Een andere was ervoor in de plaats gekomen. Als een
+loopend vuur was het streven der ingezetenen om zich tot gemeenten te
+vereenigen van den een tot den anderen staat overgegaan. Door de
+behoefte aan geld gedrongen, hadden de vorsten geen perken gesteld aan
+de begeerte der steden naar privilegiën, maar ze met ruime hand gegeven
+aan wie ze verlangde. Doch van lieverlede begonnen die vorsten, de
+gevolgen hunner milddadigheid inziende, te trachten ze op allerlei wijze
+te voorkomen. Zij schrikten voor den vorm van gemeenebest, die aan de
+gemeenten eigen was. Zij vingen aan de overeenstemming te duchten, die
+meer en meer ontstond tusschen de burgers en de door hen gekozen
+overheidspersonen. Hiertegen richtte zich dus hun streven. Niet langer
+riep nu de graaf, zooals weleer, het gansche lichaam der gemeene
+poorters bij klokkeslag op, doch alleen een zeker aantal der meest
+gegoeden van hen, (naar het woord _vroed_ = wijs) doorgaans _de
+vroedschap_ en _rijkheid_ geheeten, om, na hem te hebben gehoord, zijn
+besluit te nemen. Alzoo werden zij, die men opriep, telken male als de
+vertegenwoordigers der poorters in 't algemeen aangemerkt.
+
+Bij de graven uit het Henegouwsche en het Beiersche huis was evenwel het
+beperkte gezag nog een oorzaak van beperkte heerschzucht. Anders werd
+dit sedert het optreden van het Bourgondische huis, dat, zoovele staten
+onder zijn macht vereenigende, ze zooveel mogelijk tot één lichaam
+wenschte te doen samensmelten. Dit huis toonde in al zijn daden, welk
+zijn doelwit was, eenheid, overwicht der grafelijke macht over den adel
+en over de steden beide. En toen later het Oostenrijksche huis voor het
+Bourgondische in de plaats kwam, hield ook dit vast aan een stelsel, dat
+den vorst het regeeren zoo gemakkelijk maakte, en, hoewel het ook ten
+nutte der ingezetenen verstrekte, toch geheel in 't belang van den
+landsheer was uitgedacht. De Hoeksche en Kabeljauwsche verdeeldheden
+werkten het doel des graven in de hand.
+
+Ter bevordering nu van het groote doel, zoo even aangeduid, deed Philips
+de goede verschillende stappen. Hij is de oprichter van dien vasten
+raad, die _het hof van Holland_ wordt genoemd en in 1428 tot stand kwam.
+Hij had zitting te 's Gravenhage en zat in hooger beroep terecht over
+alle vonnissen, in burgerlijke zaken door andere rechtbanken gewezen.
+Het spreekt vanzelf, dat hierdoor aan de oude vierscharen veel van haar
+kracht werd ontnomen. De leden van 't hof werden door den graaf
+aangesteld en waren dus alleen van hem afhankelijk. Een andere stap was
+deze. Aan vele steden van Holland vergunde Philips, op de wijze boven
+omschreven, vaste _vroedschappen_ of stedelijke raden op te richten, die
+zichzelven mochten aanvullen. Intusschen hoede men zich, deze
+vroedschappen voor de "regeering" der steden te houden. Zij waren niets
+anders dan de vertegenwoordigers van 't lichaam der burgerij. De
+regeering berustte bij _schout_, _schepenen_ en _burgemeesters_, 's
+graven ambtenaren.
+
+Er is nog meer. In 1455 stelde Philips een hoog gerechtshof in, dat hij
+den naam _geheime_ of _groote raad_ gaf, waarop alle inwoners zijner
+gewesten zich, bij rechtsgeschillen, in appèl konden beroepen. De
+geheime raad hield zijn zittingen in de plaats, waar de vorst vertoefde,
+en kreeg later een vasten zetel.
+
+Philips de goede is ook de eerste graaf, die een paar malen een
+vergadering der _Algemeene Staten_ bijeenriep. Reeds is in dit werk
+gewag gemaakt van het raadplegen der edelen, of der steden, of der
+edelen en steden tezamengenomen door de graven. Dergelijke
+bijeenkomsten, die voor ieder gewest in 't bijzonder werden gehouden,
+noemde men sedert Albrechts tijd _dagvaarten_, later _staten_, vermits
+de edelen en de steden, waaruit zij bestonden, de staten, d. i. standen
+des lands, vertegenwoordigden. Voor 't eerst komt die naam, wat Holland
+betreft, in 1428 voor. Het getal der steden, die doorgaans opkwamen, was
+_zes_, n.l. Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam en Gouda.
+Voorzitter dier staten was aldáár hij, die het ambt van _'s lands
+advocaat_ bekleedde. In Zeeland bestond het lichaam der staten uit drie
+leden, n.l. uit den abt van Middelburg, de edelen en vijf steden. In
+plaats nu van, gelijk tot dusver, de staten van elke provincie in 't
+bijzonder, riep Philips eenige keeren die van alle gewesten gezamenlijk
+ter vergadering op, hierdoor den grond leggende tot het latere lichaam
+der Staten-Generaal. Zeer bekend is b. v. de vergadering der Algemeene
+Staten, die den 25sten April 1465 te Brussel plaats had.
+
+De jaren van Philips' regeering zijn een van de merkwaardigste
+tijdperken der geschiedenis, zoowel wat zijn eigen daden betreft, als
+ten opzichte van de wereldgeschiedenis in 't algemeen. Tot die daden des
+vorsten behoort nog de instelling in 1430 van _de orde van het gulden
+vlies_. Het doel der instelling was, de edelen, wier ridderlijke
+dapperheid hij hoog waardeerde, ter bescherming van de kerk, nader onder
+elkander en aan zijn persoon te verbinden. Hijzelf was er het hoofd van.
+Geen der leden kon voor een andere rechtbank, dan voor die der orde,
+worden gedaagd. Het zinnebeeld der orde was het "lam Gods", dat de
+ridders aan een keten om den hals droegen.
+
+Merkwaardig is de tijd van Philips' regeering. Immers in die jaren
+vallen de verovering van Constantinopel door de Turken, de invoering
+der vuurwapens bij de legers, waardoor aan het overwicht der edelen
+weder een gevoelige schok werd toegebracht, en de uitvinding der
+boekdrukkunst. De eer dezer uitvinding komt òf aan Laurens Janszoon
+Coster van Haarlem, òf, wat met meer recht schijnt te worden beweerd,
+aan Johan Guttenberg toe, die ongeveer 1455 te Maints leefde. De
+Nederlandsche gewesten dreven veel handel; hun zeevaart was belangrijk.
+Vlaanderen en Brabant waren beroemd door hun lakenfabrieken. De
+zetel van den handel in hout, vee, paarden en koren met de Oostzee
+en het Noorden van Europa was in Holland. Vele steden waren leden
+van het hanzeverbond. Een andere en rijke tak van bestaan was de
+haringvisscherij, die evenwel haar toppunt nog niet had bereikt. Willem
+Beukelszoon van Biervliet (in Staats-Vlaanderen), overleden in 1397, had
+het kaken en zouten van dien visch, die eertijds alleen versch werd
+gegeten, uitgevonden. De schepen, waarmede men ter haringvangst voer,
+heetten en heeten nog _buizen_. Aan 's volks tevredenheid over dien
+bloei is Philips' bijnaam toe te schrijven. Het volk noemde den vorst
+"den goede", die hun, in plaats van de lange regeeringloosheid en den
+burgeroorlog, wederom de weldaden van den vrede, de veiligheid en het
+recht deed kennen. Op die wijze betoonde het zijn dankbaarheid aan
+Philips, die, zijn eigen belang met dat zijner staten vereenzelvigende,
+de goede dagen van Willem III deed terugkeeren. Intusschen valt het niet
+te ontkennen, dat die bijnaam hem geenszins wegens overgroote goedheid
+van aard toekomt, daar menige harde daad tegen hem getuigt.
+
+Philips liet, bij zijn dood in 1467, een welvoorziene schatkist aan zijn
+zoon, ~KAREL DEN STOUTE~ (1467-1477), na. Deze graaf nam, met het oog op
+het stelsel van zijn huis, twee gewichtige maatregelen. Vooreerst
+vestigde hij in 1474 _den grooten raad te Mechelen_ (zooals hij van nu
+af doorgaans heet). Verder richtte hij in 1471, op het voorbeeld van
+Karel VII, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 91), een
+staand leger ruiterij op. Tot de vermeerdering der erflanden van zijn
+huis legde hij den grond door in 1471 een verdrag te sluiten met ~Arnoud
+van Egmond~, hertog van Gelderland. Bij dit verdrag verpandde Arnoud hem
+zijn hertogdom voor een som van 300,000 gl., hem tevens tot erfgenaam
+benoemende. Maar de Gelderschen wilden Karel niet tot hertog hebben.
+Zóó brak er een oorlog uit, die meer dan een halve eeuw duurde.
+Gedurende zijn gansche regeering was er één hoofddenkbeeld, dat Karel
+beheerschte: de hoed, dien hij als hertog droeg, moest met een
+koningskroon worden verwisseld; de landen, die tusschen de
+Middellandsche Zee en de Noordzee, tusschen Frankrijk en Duitschland
+lagen, moesten onder zijn schepter worden vereenigd. Toen zijn plan om
+in overleg met keizer Frederik III dit doel te bereiken was mislukt,
+doordien de keizer in 1473 de stad Trier, waar men ter beraadslaging was
+bijeengekomen, snel weder verliet, besloot hij met geweld op te treden.
+Maar hij sneuvelde in 1477 bij ~Nancy~ (aan de Moezel, ten z. van Metz)
+in een slag tegen Réné, hertog van Lotharingen.
+
+Zonder één zijner ontwerpen verwezenlijkt te zien, scheidde Karel uit
+het leven, al zijn landen in een ongelukkigen toestand aan zijn dochter
+~MARIA~ (1477-1482) nalatende. Lodewijk XI verklaarde al wat leen was
+der Fransche kroon voor vervallen: Bourgondië werd vermeesterd, Artois
+en Picardië, zelfs Franche-Comté, aangetast, Vlaanderen bedreigd. In de
+Nederlanden zelven wilde men vóór alles waarborgen voor 't behoud der
+nationaliteit tegen Fransche overheersching, vóór alles herstel der
+geschonden privilegiën. Het gevolg was _het groot-privilegie_, dat
+Holland en Zeeland bedongen, aleer zij zich tot eenige opoffering ten
+behoeve van Maria verplichtten. In dit stuk stond de gravin een deel
+harer macht aan de staten af. Soortgelijke handvesten, als het
+groot-privilegie, werden ook aan andere gewesten, inzonderheid aan
+Vlaanderen, toegestaan. Terstond trad ~Maximiliaan~, een zoon van
+Frederik III, die nog in 1477 Maria's echtgenoot werd, tegen Lodewijk XI
+in het strijdperk. Doch eerst in 1493 gaf de koning van Frankrijk
+Franche-Comté en Artois, op eenige steden na, terug. Zich gedurende den
+strijd tegen Frankrijk van den bijstand zijner onderdanen willende
+verzekeren, sloot Maximiliaan zich nauwer bij de Kabeljauwschen aan. In
+1482 overleed Maria, en Maximiliaan aanvaardde de voogdij voor zijn
+minderjarigen zoon Philips II of den schoone.
+
+
+
+
+§ 7.
+
+_Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche huis._
+
+
+De tijd van 't regentschap was zeer onstuimig en baarde Maximiliaan vele
+zorgen. In 1488 stonden de bewoners van Gent en Brugge op, rekenschap
+eischende van de opgebrachte gelden. Maximiliaan zelf, op dat tijdstip
+te Brugge vertoevende, werd met vele heeren van zijn gevolg gevangen
+genomen en in de woning van een bijzonder persoon in hechtenis gehouden.
+Sommige dier heeren werden gepijnigd, andere gedood, en Maximiliaan
+eerst na maanden ontslagen. Andere moeielijkheden had hij in Holland te
+bestrijden. De gunsten, door hem aan de Kabeljauwschen bewezen, riepen
+de partijschappen weder in 't leven. Onder de veelvuldige voorvallen van
+den vernieuwden strijd blijft bovenal de belegering van den toren te
+Barneveld (op de Veluwe) in 1482 in aller herinnering leven, niet
+zoozeer uit hoofde van het gewicht der zaak zelve, als wel om de
+wreedheid der Hoekschen en de zelfopoffering van den held van 't
+verhaal, ~Jan van Schaffelaar~, die erbij omkwam. In 1492 eindigde
+zoowel het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, d. i. van hen, die,
+wegens den druk der belastingen, in Noord-Holland waren opgestaan, als
+de strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. De zege viel de
+laatstgenoemde partij ten deel.
+
+In 1493 werd Maximiliaan koning van Duitschland. In 't volgende jaar
+aanvaardde ~PHILIPS~ II, ~DE SCHOONE~ (1494-1506)--aldus om zijn
+lichamelijke schoonheid geheeten--het hertogelijk, grafelijk en heerlijk
+bewind over de verschillende Zuid- en Noord-Nederlandsche staten.
+Zijn eerste daad, als vorst dier landen, was gericht tegen het
+groot-privilegie. Bij zijn huldiging verklaarde hij de privilegiën,
+geschonken na den dood van Karel den stoute, met goedvinden der staten
+zelven, plotseling vernietigd. In 1496 trouwde Philips met ~Johanna~,
+tweede dochter van Ferdinand II den katholieke, koning van Arragon, en
+van Isabella, koningin van Castilië. Dit huwelijk opende hem het
+uitzicht, eens den Spaanschen troon te zullen beklimmen. In 1504 ging
+hij naar Spanje, omdat Isabella was overleden en de krankzinnigheid
+zijner gemalin haar belette, de kroon van Castilië te dragen. Weldra
+aanvaardde hij het bewind over dit rijk; maar nog in 't zelfde jaar,
+1506, stierf hij plotseling. Alzoo moest Maximiliaan voor de tweede maal
+het regentschap over de Nederlandsche staten op zich nemen. Hij, voor
+wien Maximiliaan de teugels der regeering in handen nam, was de zoon van
+Philips en van Johanna, Karel, in 1500 te Gent geboren.
+
+In 1515 aanvaardde Karel, die in Duitschland de vijfde, in Spanje de
+eerste, in Holland en elders de tweede, enz. vorst van dien naam is en
+steeds ~KAREL~ V wordt genoemd, het bewind over de Nederlandsche staten.
+Weldra zag hij het aantal der landen, waarover hij den schepter voerde,
+toenemen. In 1516 volgde hij zijn grootvader Ferdinand in Arragon op en
+werd aldus koning van geheel Spanje. In 1519 werd hij keizer van
+Duitschland. Wat de Nederlanden betreft, in 1515 verkocht George van
+Saksen, een zoon van Albrecht (zie blz. 41), hem zijn rechten op
+Friesland voor 350,000 gl., terwijl de Friezen zelven hem in 1524 als
+heer erkenden. In 1528 stond de bisschop van Utrecht, ~Hendrik van
+Beieren~, hem de wereldlijke macht af over Utrecht en Overijsel. In 1536
+erkende Groningen Karel als heer des lands en stond Karel van Gelder hem
+de heerschappij over Drente af. De laatste der Nederlandsche staten,
+waarmede dit voorbeeld werd gevolgd, was Gelderland, dat ~Willem van
+Gulik~ en ~Kleef~, een neef en opvolger van Karel van Gelder, door
+wapengeweld gedwongen, in 1543 aan Karel V moest afstaan. Zoo werd eerst
+Karel heer van de zeventien gewesten. Het waren vier hertogdommen:
+Brabant, Limburg, Luxemburg en Gelder; zeven graafschappen: Vlaanderen,
+Artois, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen en Zutfen; het
+markgraafschap Antwerpen; vijf heerlijkheden: Friesland, Mechelen,
+Utrecht, Overijsel, Groningen met de Ommelanden.
+
+
+
+
+§ 8.
+
+_Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de Middeleeuwen._
+
+
+Thans moet, ten opzichte van Gelderland, Utrecht en de overige gewesten,
+eenigszins in bijzonderheden worden aangetoond, wat boven (blz. 13 vlg.)
+in algemeene trekken is ternedergesteld. Met de samensmelting van
+verschillende kleine heerschappijen tot één samenhangend geheel ging het
+ook hier langzaam. Buiten de streken, die hij reeds bezat, trok de graaf
+van Gelderland allengs verschillende alodiën van edelen aan zich, om ze
+als leenen weder te geven. Gelijk de macht van den graaf van Holland,
+groeide die van den graaf van Gelderland met de jaren aan: de
+afhankelijkheid van den keizer werd steeds minder. Had de graaf zich
+reeds in de 13de eeuw eenige rechten der kroon toegeëigend, het volle
+gezag als landsheer verwierf hij in al zijn uitgestrektheid in 1339.
+Toen immers benoemde Lodewijk van Beieren ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~
+(zie blz. 12) tot hertog, destijds een zeldzame verheffing. Insgelijks
+nam de macht des graven tegenover de edelen voortdurend toe. Van
+onafhankelijke en met hem gelijkstaande edelen werden zij langzamerhand
+zijn leenmannen, traden in zijn dienst en stonden hem bij het beheer des
+lands ter zijde. Later moesten zij een gelijke mate rechten, als zij
+genoten, zien toekennen aan de steden, sinds zij als gemeenten optraden.
+Invloed op den gang der zaken, in den eigenlijken zin, oefenden de
+steden, vereenigd met de edelen, eerst sedert 1418, toen zij met hen een
+verbond sloten, ten einde bij 's lands hachelijken toestand maatregelen
+van voorziening te nemen. Van nu af waren ridderschap en steden tot één
+lichaam van landsstenden--de naam _staten_ kwam eerst in 1477 in
+zwang--samengegroeid. Op eigen gezag bijeenkomsten houdende, verwierven
+en behielden alzoo de staten van Gelderland een voorrecht, dat elders de
+landsheer zich placht voor te behouden. Inzonderheid woog de stem der
+hoofdsteden zwaar.
+
+Dit waren Nijmegen, Roermond, Zutfen en Arnhem, hoofdsteden der vier
+eveneens genoemde kwartieren, waarin Gelderland was verdeeld. Ieder
+kwartier had zijn bijzonderen landdag en werd in vele opzichten als een
+afzonderlijke staat aangemerkt. Maar een enkele maal werd er een
+vergadering van de staten der vier kwartieren gehouden. Die staten
+werden vertegenwoordigd door _de bannerheeren_, de ridderschap of edelen
+en de steden. De bannerheeren, die alle in het graafschap Zutfen
+woonden, droegen dien naam, dewijl zij of hun voorvaderen van den keizer
+het recht hadden verworven, onder hun eigen banier te dienen.
+
+De stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd, zijn
+_Gelder_, Gulik en Egmond. Een der graven van het eerste huis is Reinald
+II de zwarte, die in 1339 de hertogelijke waardigheid verwierf. Na zijn
+dood in 1343 volgde zijn oudste zoon ~REINALD~ III hem op. Welhaast
+geraakte hij in geschil met zijn jongeren broeder Eduard, die een deel
+eischte van de goederen, door hun vader nagelaten. Te dier tijd bestond
+er tevens vijandschap tusschen twee machtige geslachten, dat van
+Bronkhorst (tusschen Zutfen en Doesburg) en dat van de Eese of van
+Hekeren. De heeren van het laatstgenoemde geslacht droegen hun naam naar
+de ridderhofstede _de Eese_ (bij de Berkel, ten w. van Lochem) of naar
+een andere aanzienlijke bezitting, wellicht naar _Heker_ (nabij Doesburg
+gelegen).
+
+De geschillen tusschen deze beide huizen ontaardden allengs in
+partijschappen, die der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_, waarin ook de
+steden deelden, vooral sedert Reinald de zijde der eersten koos, waarop
+de Bronkhorsten zich bij Eduard aansloten. De strijd werd met wisselende
+kans gevoerd tot 1361, toen Eduard den slag bij ~Tiel~ won en zijn
+broeder gevangen nam. Nu eischte Eduard de waardigheid van hertog voor
+zich. Reinald, aan die vordering voldoende, deed afstand van zijn titel
+en rechten ten behoeve van Eduard. Tien jaren lang regeerde ~EDUARD~ als
+hertog. Toen werd Reinald III weder op den hertogelijken zetel
+geplaatst. Bij zijn langdurige gevangenschap, in de laatste jaren op het
+huis Nijenbeek (tusschen Deventer en Zutfen, ten o. van Apeldoorn), werd
+hij, naar de overlevering luidt, zoo dik, dat hij zonder slot of grendel
+kon worden bewaard en men, bij zijn bevrijding, den muur van zijn
+vertrek moest doorbreken, om hem er uit te krijgen. Niet bestand tegen
+de veranderde levenswijze, welke de plotselinge omkeering in 's
+hertogen lot medebracht, stierf hij nog in 't zelfde jaar kinderloos.
+
+In 1372 kwam _het huis Gulik_ in 't bezit der heerschappij. De eerste
+hertog hieruit was ~WILLEM~ I, later tevens hertog van Gulik; de laatste
+zijn broeder ~REINALD~ IV. Evenals zijn broeder liet hij, bij zijn dood
+in 1423, geen wettig kroost na. Het vooruitzicht op dit kinderloos
+overlijden, gevoegd bij de uitputting des lands, gaf aanleiding tot de
+bijeenkomst der landsstenden in 1418, waarvan boven is gewaagd. Weldra
+erkenden zij in 1423 ~ARNOLD~, een zusters kleinzoon van Reinald IV, uit
+_het huis Egmond_ (nabij Alkmaar), als hertog van Gelderland. Nog niet
+lang had hij de teugels van 't bewind in handen, of zijn onderdanen
+brachten allerlei grieven tegen hem in. Zij betroffen de nuttelooze
+oorlogen, door hem gevoerd, en de zware kosten zijner hofhouding. Groot
+was de last der schulden, waaronder de hertog steeds dieper gebukt ging.
+Ten laatste stelde 's hertogs zoon, ~ADOLF~, gesteund door 's hertogen
+gemalin, ~Katharina van Kleef~, zich aan 't hoofd der misnoegden. Den
+9den Januari 1465 liet hij, te midden van den nacht, gedurende den
+fellen winter van dat jaar, zijn vader van het slot te Grave oplichten,
+naar Buren (ten n.w. van Tiel) overbrengen en dáár nauw bewaken.
+Terstond hierop matigde hij zich den titel en de rechten van hertog aan.
+
+Niet lang duurde het, of Karel de stoute wierp zich als middelaar
+tusschen vader en zoon op. Hij liet Adolf in 1471 gevangen zetten en nam
+Gelder en Zutfen voor 300,000 gl. van Arnold in pand, die kort hierop,
+in 1473, stierf. De Gelderschen beschouwden deze verpanding van den
+beginne aan als onrechtmatig en krachteloos. Daarom gaf die verpanding
+het sein tot een oorlog van de Gelderschen tegen het huis van Bourgondië
+en dat van Oostenrijk, die, met korte tusschenpoozen, gedurende meer dan
+een halve eeuw werd gevoerd. Het begin van den oorlog was gunstig voor
+Karel. Reeds op 't einde van 1473 was hij meester van het hertogdom.
+Zwaar drukte de last der Bourgondische heerschappij op de Gelderschen.
+De stenden verloren het recht, zichzelven ter dagvaart te beschrijven.
+In 1477 gaf ook aan Gelderland de val van Karel den stoute eenige
+verademing. Doch ook Adolf stierf in 't zelfde jaar.
+
+In 1492 plaatste Adolfs zoon ~KAREL~ zich aan 't hoofd der Gelderschen,
+ten einde den kamp tegen het Oostenrijksche huis te hervatten. De
+fortuin was hem, hoewel niet in den aanvang, gunstig. In 1513 had hij
+schier zijn gansche hertogdom heroverd. Doch nieuwe moeilijkheden baarde
+hem de komst aan 't bewind van Karel V. Overal, waar Karel zijn
+heerschappij trachtte te vestigen, niet alleen in Engeland, maar ook in
+Utrecht, Friesland, Groningen, Drente en Overijsel stiet hij op den
+hertog van Gelder (zie beneden blz. 41, 42). Karel van Gelder vond een
+krachtigen steun in ~Maarten van Rossum~ (ten o. van Zalt-Bommel, nabij
+de Waal), een veldheer, die tot zinspreuk had, "branden en blaken is het
+sieraad van den oorlog." Hem was het niet te wijten, dat zijn heer meer
+en meer in 't nauw werd gebracht door Karel V. Trapsgewijze moest de
+hertog van Gelderland voor den keizer wijken. Toen hij in 1538 stierf,
+kon hij vooruitzien, dat zijn opvolger, Willem van Gulik en Kleef,
+binnen kort zou worden gedrongen, Gelderland aan Karel V af te staan.
+Dit geschiedde in 1543.
+
+
+
+
+§ 9.
+
+_Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente, Friesland en
+Groningen gedurende de Middeleeuwen._
+
+
+De vroomheid der vorsten en heeren, die zich in de Middeleeuwen niet
+zelden openbaarde in 't schenken van goederen of gronden aan kerken,
+kloosters, abdijen, enz., kwam vooral, gelijk boven (zie blz. 12) is
+opgemerkt, te goede aan het bisdom Utrecht. Langzamerhand groeide de
+omvang van het Sticht en daarmede de wereldlijke macht van den bisschop
+aan. Die wereldlijke macht des bisschops werd zeer beperkt door de
+kanoniken der vijf kapittels, van welke boven (zie blz. 12) is
+gesproken. Zonder de toestemming dier kanoniken mocht de bisschop geen
+gebied van 't Sticht vervreemden, noch oorlog voeren of vrede sluiten,
+gelijk hij ook in het kerkelijke aan hun gevoelen gebonden was. Sedert
+hij in zijn oorlogen hoe langer hoe meer den bijstand der edelen en
+steden behoefde, begonnen ook zij invloed op 's lands regeering te
+krijgen. Zoo werd de grond gelegd tot de vergadering der staten van
+Utrecht, die sinds het laatst der 15de eeuw werden beschreven. Het
+eerste lid dier staten waren _de geëligeerden_, d. i. zij, die uit de
+vijf kapittels werden gekozen; het tweede de edelen, die ridderhofsteden
+bezaten; het derde de stad Utrecht, en wellicht mede de kleinere steden.
+
+De naam Overijsel kwam eerst in de laatste helft der 15de eeuw op. Vóór
+dien tijd werd dit gewest niet als één staat aangemerkt, maar als een
+aantal van elkander onafhankelijke heerlijkheden. Reeds vroeg, immers
+sedert de 14de eeuw, werd de macht van den bisschop beperkt door den
+landdag, d. i. door de ridders en de groote steden Deventer, Kampen en
+Zwol. In Drente oefende _de kastelein_ (kasteelman) of _burggraaf van
+Koevorden_, in naam van den bisschop, het oppergezag. Hetgeen elders
+dagvaart of vergadering der staten werd genoemd heette hier _de
+landdag_. Op dien landdag verschenen de ridders, die elk een der
+achttien havezaten (kasteelen) moesten bezitten, en _de eigenerfden_.
+
+Groot was de macht, die de bisschop hier te lande in de Middeleeuwen
+bezat. Hij had de geestelijke rechtspraak en kon boetedoeningen van
+vernederenden aard opleggen. De streek lands, waarover hij wereldlijk
+gezag had, was veel grooter dan het graafschap Holland of Gelderland.
+Maar dewijl het bisdom gelegen was tusschen Holland en Gelderland (zie
+ook boven blz. 16), was de bisschop onophoudelijk in geschillen
+gewikkeld met een dezer staten. Dit verzwakte zijn macht zoozeer, dat
+~HENDRIK VAN BEIEREN~ zich verplicht zag, zijn wereldlijke macht over
+Utrecht in 1528 aan Karel V af te staan. In 't zelfde jaar erkenden de
+staten van Overijsel Karel V als heer. De bisschop hechtte zijn zegel
+aan deze overdracht van het Oversticht. Eveneens kwam Drente in 1536 aan
+Karel V.
+
+Boven (zie blz. 15, 16) is den lezer medegedeeld, dat de koningen van
+Duitschland Friesland nu eens aan den graaf van Holland, dan weder aan
+den bisschop van Utrecht of den hertog van Gelderland schonken. Maar de
+Friezen bekommerden zich, gelijk wij nu en dan gelegenheid hadden te
+bespeuren, weinig om dit weggeven van hun land. Moesten de West-Friezen
+zich aan Floris V onderwerpen, de overigen schikten zich slechts
+tijdelijk in dit lot en wierpen het juk van den graaf van Holland af,
+zoodra hij met het meerendeel zijner troepen uit hun land was geweken.
+Twee eeuwen lang sproten voor de Friezen vele onheilen voort uit de
+geschillen der Schieringers en Vetkoopers. Zij namen tegen het einde der
+13de eeuw een begin. _De Vetkoopers_ (d. i. handelaars in vette waren)
+ontleenden, naar men wil, hun naam hieraan, dat zij, de beste weilanden
+bezittende, den grootsten handel dreven in vette koeien, terwijl _de
+Schieringers_, waarschijnlijk (van _schier_, kaal) aldus werden genoemd
+uit hoofde van hun armoede en hun berooiden toestand, die zoo schril
+afstaken bij den rijkdom en de overdaad der Vetkoopers. Eindeloos waren
+hun verdeeldheden, en slechts dan, wanneer er gevaar van buiten dreigde,
+stonden zij als één man pal tegenover de vijand. Met de verwoestingen
+van den burgeroorlog paarden zich die van de overstroomingen. Het is
+schier ongelooflijk, hoevele watervloeden in de Friesche gedenkschriften
+zijn geboekt.
+
+Door zoo velerlei onheilen overmand, moesten ook de Friezen ten laatste
+voor vreemd geweld bukken. Maximiliaans krijgsoverste, ~Albrecht~,
+regeerend ~hertog van Saksen-Meiszen~, was in 1498 zijn schuldeischer
+voor groote geldsommen wegens achterstallige soldij van 't krijgsvolk.
+Hij verpandde hem alzoo Friesland voor 300,000 gl. en bevestigde hem in
+_het erfpotestaatschap_ over dat land, hem door de Schieringers
+aangeboden. Hij mocht dan zien, hoe hij het vermeesterde. Albrecht
+slaagde in die taak. Hij stierf in 1500. Spoedig werden de Friezen zijn
+zonen, ~Hendrik~ en ~George~, die elkander in 't bestuur opvolgden,
+moede en riepen in 1509 ~Karel, hertog van Gelderland~, in het land.
+Daarom sloot George in 1515 een overeenkomst met Karel V, van wiens
+voorzaat zijn vader Friesland in pand had gekregen, waarbij hij hem dit
+land voor 350,000 gl. overgaf. Zoo stond ook hier Karel V tegenover
+Karel van Egmond. Groote diensten bewees den hertog van Gelderland de
+onversaagde Friesche zeeroover ~Groote Pier~, die, sedert de Saksische
+krijgslieden zijn huis te Kimswerd (ten z. van Harlingen) in de asch
+hadden gelegd, zonder mededoogen elken buitenlandschen bespringer van
+zijn land in zee wierp, om "hem de voeten te spoelen." Eerst in 1524 kon
+Karel V zich "heer van Friesland" noemen.
+
+Groningen was bestemd om in het lot van Friesland te deelen. Hoe langer
+hoe minder gold in dit gewest, als 't verst verwijderd zijnde van zijn
+zetel, het gezag van den bisschop van Utrecht. Eensdeels door den strijd
+hierover, anderdeels door dien met de Ommelanden en vermits de
+verdeeldheden der Schieringers en Vetkoopers ook hier haar werking deden
+gevoelen, verzwakte Groningens kracht. Dus kon ~Albrecht van
+Saksen-Meiszen~, in 1499 door Maximiliaan tot heer van dit gewest
+benoemd, een poging wagen om het te vermeesteren. Doch de heerschappij
+der Saksen was hier van even korten duur als die van ~Karel van Egmond~,
+die er eveneens zijn gezag trachtte te vestigen. Eindelijk ziende, dat
+ook Karel van Egmond hen niet op voldoende wijze tegen Karel V konde
+beschermen, boden de Groningers dezen vorst in 1536 de opperheerschappij
+aan. Karel V nam het aanbod aan.
+
+Tusschen de landdagen in Friesland en die van andere gewesten bestond
+een groot verschil. De landsvergadering van Friesland berustte niet,
+gelijk elders, op een vertegenwoordiging der standen, maar van
+landschappen. Zij was samengesteld uit de afgevaardigden van Oostergo,
+Westergo en Zevenwouden. Deze algemeene landdag besliste over 's lands
+hoogste belangen, over vrede en oorlog, enz. Bij zware onlusten echter,
+hoedanige Friesland zoovele beleefde, verliepen er dikwijls jaren, dat
+geen algemeene landdag werd gehouden en dat er slechts afzonderlijke
+vergaderingen bijeenkwamen der vertegenwoordigers van het eene of andere
+gedeelte van Friesland. Aan het hoofd der gemeenten in Friesland stonden
+_grietmannen_, welke naam wordt afgeleid van een oud-Friesch werkwoord,
+dat "aanklagen, in rechten vervolgen" beteekent.
+
+De Ommelanden van Groningen bestonden uit drie kwartieren, Hunsingo,
+Fivelingo en het Westerkwartier. Westerwolde (zie boven blz. 13) is tot
+1795 een afzonderlijke heerlijkheid geweest. Sedert 1594 merkten de
+Staten-Generaal zich als leenheeren van Westerwolde aan. De stad
+Groningen kocht die heerlijkheid in 1619 voor ruim 140,000 gl. en bezat
+ze als zoodanig tot de omwenteling van 1795. De eigenerfden en andere
+afgevaardigden uit die drie kwartieren stelden de vergadering der staten
+samen. Later kwam er de stad bij. De eigenerfden waren diegenen, die,
+krachtens hun eigendommen, zonder volmacht of verkiezing ten landdage
+verschenen.
+
+
+
+
+§ 10.
+
+_De Nederlanden onder het bewind van Karel V._
+
+
+Zóó waren dan de zeventien onder één heerschappij, die van ~KAREL~ V
+(1543-1555), vereenigd. Het waren bloeiende staten met een krachtige
+bevolking. Vischvangst, handel en zeevaart waren de rijke bronnen, die
+het bestaan der Nederlanders verzekerden, daarbij landbouw en veeteelt.
+Vooral was _de groote visscherij_, de haringvangst, vermaard, een ware
+goudmijn, daar zij aan meer dan 20,000 huisgezinnen het onderhoud
+verschafte. De haring werd jaarlijks van den 24sten Juni tot den 25sten
+November op de kusten van Engeland en Schotland gevangen. Er waren
+jaren, dat er tot 1500 haringbuizen uit de Nederlandsche havens in zee
+liepen, alleen uit Enkhuizen 140. Geen volk wist den haring zoo goed te
+bereiden als de Nederlanders, weshalve de Hollandsche haring, als zijnde
+de beste van smaak en de duurzaamste, op de vreemde markten het meest
+gewild was. De haring werd (zie blz. 32) òf als _pekelharing_, òf,
+gerookt zijnde, als _bokking_ gegeten. Van groot gewicht was mede _de
+walvischvangst_, waarmede men in de 17de eeuw een begin maakte en
+waarvoor de Staten-Generaal in 1614 uitsluitend _octrooi_ of vergunning
+gaven aan de Noordsche compagnie. Ten behoeve dezer visscherij werden in
+die eeuw jaarlijks omstreeks 250 schepen uitgerust, die, met het oog op
+het doel, de koude van Groenland, Spitsbergen, enz. trotseerden.
+
+Vele zijn de oorzaken, die Nederland tot een land van handel en
+zeevaart bij uitnemendheid hebben gemaakt: de ligging aan de Noordzee;
+de menigte van bevaarbare rivieren en kanalen; de persoonlijke vrijheid,
+die, hoe ook beperkt, hier meer dan elders werd geëerbiedigd en velen
+noopte zich er metterwoon te vestigen. Sedert het einde der 15de eeuw
+was Antwerpen de hoofdzetel van den handel. Er waren meer dan 1000
+vreemde handelshuizen gevestigd. De beurs, elken dag tweemaal gehouden,
+telde telkens meer dan 5000 bezoekers. Den handel op de Oostzee, in hout
+en graan, had hoofdzakelijk Amsterdam, toen reeds bij Venetië vergeleken
+en de korenmarkt van Europa genoemd. Nog is niet gewezen op de
+vrachtvaart, die zeer aanmerkelijke voordeelen opleverde, en geen gewag
+gemaakt van de velerlei fabrieken, waarmede de nijvere en dichte
+bevolking zich bezig hield.
+
+Van wetenschappelijke beschaving kan nog maar weinig sprake zijn. Toch
+ontbrak het niet aan de beginselen. Reeds had ~Jakob van Maerlant~ zijn
+_spiegel Historiael_ in 't licht gegeven. Wat de fraaie letteren in
+engeren zin aangaat, van lieverlede was een Nederlandsche letterkunde
+ontstaan, waarvan het begin in het laatste vierendeel der 12de en het
+eerste der 13de eeuw is te zoeken. Vóór dien tijd waren onze voorouders
+in taal, zeden en gewoonten nog Duitschers. In de 12de eeuw kwam de
+Nederlandsche taal uit het Nederduitsch voort. Zij heette gedurende de
+Middeleeuwen het Vlaamsch. Onder de werken, die tezamen uitmaken hetgeen
+men onze Middeleeuwsche letterkunde noemt, vindt men weinig of geen
+oorspronkelijke gedichten. Aan Frankrijk ontleend is het vermaarde
+gedicht _Reinaert de vos_, dat in zijn Vlaamschen vorm zoozeer de
+aandacht trok, dat het uit die taal in vele andere werd overgebracht en
+als voortreffelijker wordt aangemerkt, dan het oorspronkelijke Fransche
+stuk. Tegen het einde der Middeleeuwen namen, naarmate de opkomst der
+poorters den invloed der edelen deed afnemen, de tooneeldichten op het
+gebied der letterkunde de voornaamste plaats in. Het waren de vele
+Rederijkerskamers, met het Bourgondische huis (zie blz. 30 vlg.)
+opgekomen, welke aan die gedichten het aanzijn gaven.
+
+Om die bloeiende zeventien landen was nu de band der eenheid geslingerd.
+Maar het was slechts een persoonlijke band. Ook van Karel V was het het
+streven, de staatseenheid der zeventien te bevorderen. Te dien einde
+bedong hij in 1548, bij _het verdrag van Augsburg_, ten behoeve van het
+Oostenrijksche huis, dat alle Nederlandsche gewesten geheel
+onafhankelijk van Duitschland zijn, doch onder de hoede van dit rijk
+staan zouden, mits zij een zeker aandeel in de rijkslasten droegen. In
+de wijze, waarop Karel de regeering inrichtte, valt hetzelfde beginsel
+der eenheid op te merken: één landvoogdes met drie raden, haar
+toegevoegd. Landvoogdes of _gouvernante_, zooals men destijds zeide, was
+sedert 1530 's keizers zuster ~Maria~, koningin-weduwe van Hongarije. De
+drie raden, die hij in 1531 in 't leven riep, waren _de raad van state_,
+_de geheime raad_ en _de raad van financiën_, van welke de eerste
+slechts werd geraadpleegd, maar de beide andere uitvoerende macht
+hadden. Ook stond met Karels hoofdoogmerk in verband het bij herhaling
+bijeenroepen der Algemeene Staten, dat gedurende zijn regeering meer dan
+vijftig maal plaats had.
+
+Karel V is een der grootste figuren op het tooneel der
+wereldgeschiedenis. De kennis van de rol, die hij vervulde, moet dáár
+worden gezocht. Zijn geschiedenis is, voor een deel, die der Nederlanden
+gedurende de jaren zijner regeering. Onder de bijzondere gebeurtenissen,
+alhier in dien tijd voorgevallen, is een der merkwaardigste het dempen
+van het oproer te Gent, een der machtigste steden van Europa. Karel
+vorderde van Vlaanderen een bede van 400,000 gl., als derde deel eener
+som, hem door de Algemeene Staten toegestaan. De overige leden der
+staten van dit gewest stemden toe; alleen Gent weigerde. Vreeselijk was
+de wraak, die op het hoofd der Gentenaars neerkwam. Karel trok in 1540
+in persoon naar de stad en velde het vonnis.
+
+Doch één grootsche gebeurtenis uit Europa's geschiedenis is er bovenal,
+die mede op Nederland in 't bijzonder betrekking heeft. Toen in
+Duitschland Luther den stoot aan de hervorming der kerk had gegeven,
+werd ook in dit land het zaad gestrooid. De kiem kwam op en werd een
+krachtige boom. De ergernis, die de handel in aflaten alom in Europa
+verwekte, deelden insgelijks de Nederlanders. Zij waren er niet blind
+voor, dat het leven, hetwelk de meerderheid der geestelijken leidde, in
+vele opzichten in lijnrechte tegenspraak was met hun roeping en dat de
+kennis, welke de meesten hunner van 't Evangelie hadden, uiterst gering
+was. Menig Nederlander bevond zich dan ook onder de edele en verlichte
+mannen, de voorloopers der hervorming, die tegen de heerschende gebreken
+optraden en ze des te vrijmoediger bestreden, hoe meer hun geest door de
+op nieuw ontwaakte studie der oudheid aan onderzoek en nadenken was
+gewoon geworden. Men denke aan ~Wessel Gansfort~, geboren te Groningen;
+aan ~Rudolf Agric[)o]la~, aan ~Gerrit Gerritsz~, meer bekend onder den
+naam ~Desiderius Erasmus~, afkomstig uit Rotterdam, die in 1536 stierf.
+
+Hoe meer de leerstellingen van Luther en van Zwingli in de Nederlanden
+doordrongen, des te meer aanhangers vonden zij er. Grenzende aan
+Duitschland, moest Nederland spoedig bekend worden met de nieuwe
+begrippen, die dáár zoo welig wortel schoten Bovendien bevorderde de
+handel door de vele vreemdelingen, die hij naar dit land lokte, de
+kennis van de leer der hervorming. Doch meer dan Luthers of Zwingli's
+stelsel verbreidde zich dat van Calvijn over een aanmerkelijk deel van
+het land. Een groot aantal van de eerste predikers van den hervormden
+godsdienst, die ons land binnenstroomden, kwam, door de Zuidelijke
+Nederlanden heen, uit Frankrijk. Het zaad, zoo welig uitgestrooid, viel
+in een vruchtbaren bodem en schoot wortel.
+
+Bij alle hervormingen treft men veelal een partij aan, die zich aan
+overdrijving schuldig maakt. Bij de hervorming, die thans plaats greep,
+waren dit de Wederdoopers. Met die Wederdoopers behooren, gelijk dikwerf
+is geschied, _de Doopsgezinden_ niet te worden verward. Vaak worden de
+laatsten ook _Mennonieten_ genoemd, naar ~Menno Simons~, die, tot 1536
+Roomsch priester zijnde te Witmaarsum (ten n.w. van Bolsward), een
+tijdlang een leerling was van een prediker der Wederdoopers in
+Friesland, Ubbo Philips geheeten. In 't genoemde jaar ging hij tot
+een der talrijke en onderlinge zeer uiteenloopende vereenigingen
+der Doopsgezinden over en verzette zich weldra sterk tegen de
+buitensporigheden der Wederdoopers.
+
+Maar Karel V is vast besloten, al moet hij in Duitschland veel toegeven
+en met de omstandigheden te rade gaan, in zijn erflanden ten minste de
+hervorming uit te roeien. Elf plakkaten vaardigde hij achtereenvolgens
+tegen haar uit, het eene harder dan het andere. In 1522 werden er
+inquisiteurs, bij verzachting "geestelijke rechters" geheeten, benoemd.
+Was de inrichting dier inquisitie, in wreedheid en ergerlijke wijze van
+rechtspleging, in 't geheel niet gelijk aan de Spaansche, zij werkte,
+naar de opvatting der landzaten, veel te krachtig. Dit moet waar zijn,
+wanneer er--gelijk te boek staat--onder Karels regeering 50,000 menschen
+om des geloofs wille ter dood zijn gebracht. Intusschen is het zeker,
+dat, hoevele duizenden het getal offers der onverdraagzaamheid ook moge
+hebben beloopen, wederom het bloed der martelaars het zaad der kerk
+werd.
+
+Dit is een schaduwzijde in het anders vrij heldere tafereel van Karels
+regeering. Het is niet de eenige. Op velerlei wijze werd het handvest
+"de non evocando" geschonden, doordat men de staten buiten hun gewest
+riep en, b. v. in gevallen van majesteitsschennis en bij vergrijpen
+tegen den godsdienst, de beschuldigden voor andere dan voor hun
+natuurlijke rechters daagde. Verder werden aan vreemdelingen ambten
+gegeven. Vaak verzetteden zich de staten tegen zulke gewelddadigheden,
+doch meestal zonder vrucht. Want Karels grondbeginsel was, dat het
+grootste voorrecht van een volk was, geen voorrechten te bezitten. Ook
+aan zware beden, die eerder belastingen mochten heeten, ontbrak het niet
+en, wat het ergste is, bij weigering werd vaak dwang gebezigd. "Hier,"
+zegt een Venetiaansch gezant, "waren de eigenlijke schatten van den
+koning van Spanje; hier waren zijn bergwerken, zijn Indië."
+
+Wil men echter billijk zijn, dan behoort men niet te vergeten, dat de
+Nederlanden gedurende het bewind van Karel V tot een trap van aanzien
+stegen, gelijk zij dien nimmer hadden gekend, en dat de vorst den
+grondslag legde van een geregeld bestuur en van een geordende
+administratie. Hoe men ook jammerde over het verlies der oude
+zelfstandigheid, de slotsom was verademing en voorspoed. Daarom, dewijl
+hij gaarne in het land vertoefde, waar zijn wieg had gestaan, en uit
+hoofde van zijn minzaamheid was het Nederlandsche volk hem getrouw en
+aan hem gehecht. Daarom was het leedwezen des volks oprecht gemeend,
+toen Karel afstand deed van het bewind en het aan zijn zoon Philips
+opdroeg.
+
+Het voornemen om zijn kronen neer te leggen was sinds lang bij Karel
+opgekomen. Geheel ontstemd door het mislukken zijner grootsche
+ontwerpen, teleurgesteld in zijn plannen om in al zijn landen een
+onbeperkt vorstelijk gezag te vestigen en de eenheid in de Christelijke
+kerk te herstellen, terneergebogen onder lichamelijke zwakheid en wegens
+de uitputting zijner schatkist de toekomst met zorg te gemoet ziende,
+ging hij thans tot de volvoering van het lang gekoesterde voornemen
+over. De afstand en de overdracht hadden den 25sten October 1555 te
+Brussel in een luisterrijke vergadering plaats. Ook Maria (zie blz. 45)
+legde haar waardigheid neder. In 't volgende jaar ging Karel onder zeil
+naar Spanje, waar hij in 1558 in het klooster Yuste (in 't n.o. van
+Estremad[=u]ra) overleed. Karel liet maar één zoon na, Philips II (III
+in Holland en andere Nederlandsche gewesten), en een paar dochters. Van
+zijn natuurlijke kinderen zijn één zoon en één dochter zeer vermaard
+geworden. De dochter was Margareta, de zoon Don Jan van Oostenrijk.
+Onder de vele edelen zijner hofhouding was er niemand, dien hij meer
+vertrouwde, dan Willem van Oranje, hoe jong deze prins destijds ook was
+(zie beneden, blz. 49).
+
+
+
+
+§ 11.
+
+_De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._
+
+
+Karels opvolger ~PHILIPS~ II (1555-1581), gelijk hij doorgaans wordt
+genoemd, was in de Nederlanden geen vreemdeling. Reeds in 1549 had zijn
+vader hem hierheen ontboden, om hem aan zijn toekomstige onderdanen voor
+te stellen. Die eerste ontmoeting had bij de Nederlanders geen gunstigen
+indruk achtergelaten. En de tweede ontmoeting, bij en na Karels
+plechtigen afstand, bracht hierin geen verandering teweeg. Philips was
+geheelenal een Spanjaard, koel, afgemeten en trotsch. Hij had een afkeer
+van het land en van den aard der Nederlanders, en zij van hem, die geen
+gemeenzaamheid duldde en geen afdalen kende. Hij verstond noch de taal
+des lands, noch sprak een der talen, waarmede de natie vertrouwd was.
+Hij achtte de handhaving van den katholieken godsdienst zijn
+hoofdplicht. Hiervoor had hij alle krachten van lichaam en ziel veil;
+hieraan was een goed deel zijner verbazende, maar kleingeestige
+werkzaamheid gewijd. Even onwrikbaar als hij aan de instandhouding van
+'t koninklijk gezag de hand hield, bleef hij aan den grondregel van al
+zijn zeggen en doen getrouw. Die blinde en bijgeloovige gehechtheid aan
+de kerk herschiep hem in een dwingeland.
+
+Tot 1559 bleef Philips in de Nederlanden. Toen ging hij. Doch aleer hij
+vertrok, regelde hij het bestuur dezer landen. ~Margareta van Parma~
+(zie blz. 48) werd landvoogdes. Zij was getrouwd met Octavius Farnese,
+hertog van Parma, die evenwel in Italië bleef. De drie boven genoemde
+(zie blz. 45) regeeringslichamen stonden haar ter zijde. President van
+den raad van financiën, was ~Karel, baron van Barlaimont~ (in 't n. van
+Frankrijk, nabij Avennes), van den geheimen raad ~Viglius~ of ~Wigele
+van Aytta~ van ~Zuichem~ (ten z. van Leeuwarden), een Fries van afkomst
+en een groot rechtsgeleerde, doch die aan groote rechtskennis veel
+hebzucht paarde. In den raad van state hadden o. a. zitting: ~Antonius
+Perenot~, bisschop van Atrecht, de prins van Oranje, ~Lamoraal, graaf
+van Egmond~, later ook de ~Montmorency, graaf van Hoorne~ (ten n. van
+Loon, zie blz. 17). Voor Brabant, waar de landvoogdes haar verblijf
+hield, werd geen stadhouder benoemd. De stadhouders der overige staten
+waren o. a.: Willem van Oranje van Holland, Zeeland en Utrecht; de graaf
+van Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, graaf van Aremberg
+(ten z. van Keulen), van Friesland, Groningen, Drente en Overijsel; de
+baron van Barlaimont van Namen. Elke stadhouder was tevens bevelhebber
+der krijgsmacht van zijn gewest.
+
+Een enkel woord over Willem van Oranje, weldra den hoofdpersoon van den
+tegenstand tegen Philips, en dan over Perenot. In het huis van Nassau
+onderscheidde men sedert het midden der 13de eeuw twee liniën. De oudste
+bleef in Duitschland. De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_. Deze
+tak verwierf al vroeg verscheidene bezittingen in de Nederlanden.
+Willem, de grondlegger der onafhankelijkheid van Nederland, was een zoon
+van Willem den rijke, graaf van Nassau-Dillenburg, geboren in 1533. Rijk
+was zijn vader, althans in kinderen. Hij had vijf zonen: Willem, Jan
+den oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik. Talrijk waren de bezittingen van
+zijn zoon Willem op Nederlandschen bodem. Bovendien erfde hij van zijn
+neef Réné het prinsdom Oranje.
+
+Antonius Perenot was een schrander en werkzaam staatsman, die zijn
+opkomst aan zichzelf had te danken. Hij was in Franche-Comté geboren,
+dat een deel had uitgemaakt van de erfgoederen van Maria, de dochter van
+Karel den stoute. Reeds dit nam de edelen tegen hem in, die, trotsch op
+hun geboorte, op hem, den vreemdeling, neerzagen. Doch voor een
+vreemdeling kon men hem eigenlijk moeilijk laten doorgaan. Was hij het,
+dan moest ook Willem als zoodanig worden aangemerkt, en in allen gevalle
+kon men dit bezwaar niet met recht aanvoeren tegen leden van den raad
+van state. Weldra verweet men hem met meer grond zijn heerschzucht,
+alsmede de minachting, die hij jegens zijn medeleden in den raad van
+state aan den dag legde. Tegen hem wendden zich toen allen, die een
+afkeer hadden van de regeering in Spaanschen zin, die Philips aan de
+natie wilde opdringen.
+
+Ternauwernood was Philips in zee gestoken, of de Nederlandsche
+onderdanen hadden reeds menige grieve tegen hun heer. Zonder op den
+geest des tijds te letten, schreef hij een gestrenge uitvoering der
+plakkaten voor. Bij den afkeer, dien de Nederlanders en de Spanjaarden
+wederkeerig van elkander hadden, was het verlies van den hoogen rang,
+dien de Nederlandsche adel onder de beide vorige regeeringen had
+bekleed, dubbel onverdragelijk. Hierbij kwam de verbittering over de
+voortdurende aanwezigheid van 3 à 4000 man vreemde troepen, die, zooals
+het heette, ter bescherming van de grenzen moesten strekken. Bovenal
+vreesde men de verwezenlijking van een van Philips' geliefkoosde
+plannen, van dat der bisdommen. Tot dusverre was in Nederland geen
+aartsbisschoppelijke stoel geweest, doordien het geringe en onregelmatig
+verdeelde getal bisdommen onder vreemde aartsbisschoppen stond. Het ligt
+voor de hand, dat hieruit groote ongelegenheden ontstonden. De
+overwegende reden echter, waarom Philips de zaak der bisdommen wenschte
+te regelen, was de vermenigvuldiging der ketters. Voortdurend won de
+afkeer veld van een kerk, die, hoewel zelve geen bloed begeerende,
+duizenden door den wereldlijken armen liet ombrengen. Wellicht--meende
+Philips--kon nauw toezicht, leering en vermaning de zielen voor afval
+van de kerk behoeden of van den afval terugbrengen.
+
+In 1559 vaardigde paus ~Paulus~ IV de bul, houdende de bepalingen
+omtrent de bisdommen, uit. De zaak zelve begon evenwel niet vóór 1561
+werkelijkheid te worden, en met sommige zetels duurde het tot 1570, eer
+zij werden bezet. In 't geheel werden er 18 bisschopszetels opgericht,
+n.l. 3 aartsbisdommen (elke aartsbisschop was tevens bisschop van die
+streek, waarin zijn hoofdkerk lag,) en 15 bisdommen. Perenot of
+~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, werd aartsbisschop van
+Mechelen. Onder hen, die zich tegen de nieuwe bisdommen verzetteden,
+waren ook de prins van Oranje en Egmond, die met vele anderen de dwaling
+deelden, dat Granvelle een van hen was, die den maatregel bevorderden.
+Thans weet men zeker, dat deze meening onjuist was. Maar ook andere
+bezwaren hadden Willem en vele edelen tegen den bisschop. Hij was de
+ziel van de regeering. Gelijk er veel buiten hen omging, zoo geschiedde
+er niets zonder hem, en Viglius liet zich geheel door hem leiden. Dit
+mishaagde hun zoozeer, dat, hoewel de vreemde troepen in 1560 werden
+verwijderd, er geen betere verstandhouding tusschen Granvelle en de
+genoemde edelen ontstond. Weldra weigerden Willem, Egmond en Hoorne in
+den raad van state zitting te nemen, zoolang Granvelle er kwam, die alle
+belangrijke aangelegenheden aan de kennis van dien raad onttrok. Van
+jaar tot jaar werd het standpunt van den kardinaal onhoudbaarder. Het
+regende schotschriften tegen hem, en de edelen vervolgden hem met
+bitteren spot. Ook Margareta, die ten laatste begon in te zien, hoe
+weinig gezag zijzelve in vergelijking met hem had, wilde wel van hem
+worden ontslagen. Zoo kwam in 1564 tot Granvelle een bevel van Philips,
+om het land te verlaten, waaraan hij onmiddellijk voldeed.
+
+Na Granvelle's vertrek namen Willem, Egmond en Hoorne weder zitting in
+den raad van state. Wegens de overige moeielijkheden werd Egmond in 1565
+naar Spanje gezonden. Die zending bracht geen verandering of wijziging
+teweeg. Egmond werd luisterrijk ontvangen; doch Philips' voorschriften
+bleven dezelfde. Langzamerhand ging intusschen de geest van tegenstand
+van de eerste edelen op die van den tweeden rang over, om later door het
+volk te worden gedeeld. Zoo ontstond in 1565 _het compromissum_
+(gemeenschappelijke belofte) of het verbond der edelen, aan 't hoofd
+waarvan ~Lodewijk van Nassau~, Willems broeder, stond met ~Hendrik van
+Brederode~, een onstuimig man, die een woest leven leidde en slechts
+naar opwellingen, niet naar beginselen handelde. Het doel was, de
+invoering der inquisitie op elke wijze tegen te gaan. Niet alleen
+edelen, maar ook burgers teekenden het; niet alleen Lutherschen en
+Calvinisten, maar ook Roomsch-katholieken traden toe.
+
+Schier de eenige daad van deze eedgenooten was de stap, dien zij den
+5den April 1566 te Brussel deden. Toen boden zij in plechtigen optocht,
+ten getale van drie of vier honderd, de landvoogdes een verzoekschrift
+aan ter matiging van de plakkaten. Naar alle waarschijnlijkheid deed het
+woord van Barlaimont (zie blz. 49), toen tot de landvoogdes gericht, hun
+den naam _geuzen_ (_gueux_, bedelaars) geven. Niet zonder grond--men kan
+het niet verbloemen--werd die benaming op vele dier edelen toegepast. De
+schulden, waaronder zij ten gevolge hunner verkwistende levenswijze en
+van hun veelvuldige drinkgelagen gebukt gingen, rechtvaardigden ze maar
+al te zeer. Zelven namen de edelen dien naam volgaarne aan en droegen
+tevens de zinnebeelden der bedelaars. Margareta antwoordde weldra. Zij
+beloofde, een gezant naar Spanje te zullen zenden en eenige _moderatie_
+of matiging in de uitvoering der plakkaten te zullen brengen, die
+evenwel zoo weinig in 't oog viel, dat het volk ze weldra _moorderatie_
+noemde. Terwijl ~Jan van Glimes, markies van Bergen~ (d. i. Bergen op
+Zoom), en Hoorne's broeder, ~Floris van Montmorency, baron van
+Montigny~, nu als gezanten naar Philips vertrokken, kwam het prediken
+van 't Evangelie in 't open veld, niet meer des nachts, maar bij helder
+daglicht alom in zwang. Duizenden, op de beloofde matiging vertrouwende
+of hun overtuiging niet langer willende bedwingen, woonden de
+predikatiën, _hagepreeken_ genoemd, bij.
+
+Op het houden van openbare godsdienstoefeningen volgde in 1566 de
+kortstondige razernij, bekend onder den naam van _beeldenstorm_. Zooals
+men het veelal heeft opgevat, was hij een uitbarsting van de dweepzucht
+der hervormden, die niet aan een wèl beraamd plan, doch aan plotseling
+opkomende hartstochtelijkheid was toe te schrijven. Vele kerken van
+Antwerpen, Vlaanderen, Holland, Zeeland, Groningen, enz. werden erdoor
+verwoest en van al haar schatten beroofd. Philips ontstak, op het hooren
+der mare, zoozeer in drift, dat hij een duren eed zwoer, het misdrijf
+niet ongewroken te zullen laten. Het drietal Oranje, Egmond en Hoorne,
+baatte het niet, gelijk weldra zal blijken, dat zij de landvoogdes in
+deze moeielijke dagen getrouw ter zijde stonden en hen, die schuldig of
+medeplichtig waren aan den beeldenstorm, ijverig vervolgden.
+
+Nadat de eerste schrik was geweken, begon Margareta krachtdadig door te
+tasten. Zij bewerkte, dat het compromissum werd ontbonden, en wierf
+troepen. Overal moest het prediken der hervormden worden gestaakt. Van
+dat oogenblik af scheidde Egmond zich van zijn vrienden, den eed van
+trouw aan den koning opnieuw afleggende, terwijl Hoorne zich tegelijk
+aan 's konings dienst en aan de bevordering van Oranje's plannen
+onttrok. Van zijn kant nam Willem, inziende dat er vooreerst aan geen
+verzet viel te denken, in 't zelfde jaar zijn ontslag als stadhouder van
+Holland, Zeeland en Utrecht en ging naar Duitschland. Hij werd door een
+overgroot aantal lieden, op meer dan honderd duizend begroot, gevolgd.
+Onder hen was Willems vertrouwde vriend, de beroemde godgeleerde en
+staatsman ~Philips van Marnix~, heer van St. Aldegonde (een heerlijkheid
+in Henegouwen, terwijl een kasteel nabij Middelburg, waar Marnix een
+tijdlang woonde, naar hem ook wel zoo werd genoemd, doch eigenlijk
+West-Souburg heette). In Willems plaats werd ~Maximiliaan Hennin, graaf
+van Boussu~ (ten w. van Bergen, in Henegouwen), bij voorraad over
+Holland als stadhouder aangesteld. Intusschen was Philips tot een vast
+besluit gekomen. Na lang te hebben voorgegeven, dat hijzelf een reis
+naar de Nederlanden in den zin had, zond hij in 1567 ~Alv[=a]rez de
+Tol[=e]do, hertog van Alva~ (d. i. Alva de Tormes, in 't n.w. van
+Spanje, ten z.o. van Salamanca), als kapitein-generaal aan 't hoofd van
+een leger van ongeveer 17,000 man, grootendeels oudgediende en geharde
+mannen.
+
+
+
+
+§ 12.
+
+_De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._
+
+
+De komst van Alva was Margareta een doorn in 't oog. Sedert
+zij bovendien bespeurde, dat hij, behalve de aanstelling tot
+kapitein-generaal, nog buitengewone volmacht had, drong zij met zooveel
+nadruk op haar ontslag aan, dat zij het op 't einde van 1567 verwierf en
+onverwijld naar Italië vertrok. Terstond werd Alva in haar plaats
+algemeen landvoogd. Thans namen de wreedheden een aanvang. _De raad van
+beroerte_, door het volk weldra met juist inzicht _bloedraad_ geheeten,
+werd opgericht. Onder de beroemdste offers van dien raad waren Egmond en
+Hoorne, wien het niet baatte, dat zij ridders van 't gulden vlies waren
+(zie blz. 31). De 5de Juni 1568 was de noodlottige dag hunner
+terechtstelling of liever van den gerechtelijken moord. Hun namen
+blijven door de standbeelden, in 't jaar 1864 te Brussel opgericht, in
+aller herinnering leven.
+
+Hierbij berustte de raad van beroerte niet. De prins van Oranje en
+andere uitgeweken edelen werden insgelijks, op zware beschuldigingen,
+voor hem gedaagd. Zij verschenen niet, en met reden. Maar aan offers was
+geen gebrek, hoewel het niet is bewezen, dat de Spaansche inquisitie in
+een plechtig geschrift alle Nederlanders, op zeer weinigen na, als
+ketters, des doods schuldig heeft verklaard. In 1570 werd Montigny, na
+in Spanje een paar jaren in den kerker te hebben gezucht, insgelijks op
+een vonnis van den bloedraad, in 't geheim geworgd, wat hem nog als een
+weldaad werd toegerekend. Zijn reisgenoot Bergen was reeds in 1567 òf
+aan een ziekte, òf aan vergif bezweken. Desniettegenstaande werd zijn
+nagedachtenis met een vonnis bezoedeld, opdat zijn bezittingen den
+koning niet ontgingen. Ook andere gewelddadigheden beging Alva. Hij liet
+in 1568, tegen de voorrechten der hoogeschool te Leuven, den oudsten
+zoon van prins Willem, ~Philips Willem, graaf van Buren~ (zie blz. 38),
+vandaar oplichten en naar Spanje voeren, waar hij, als gijzelaar voor de
+trouw des vaders, onder nauw toezicht werd opgevoed.
+
+Treurig was, te midden van al die tooneelen van diepen rouw, de toestand
+van het land. Doch welhaast daagde er bijstand van buiten op. Veelzins
+getergd, door den roof van zijn zoon en door de verbeurdverklaring van
+'t geen hij bezat, greep Willem eindelijk naar de wapens. Een
+kortstondig geluk begunstigde de kloeke onderneming. ~Lodewijk van
+Nassau~ zegevierde bij ~Heiligerlee~ (ten w. van Winschoten). Aremberg
+sneuvelde er, maar ook Willems broeder Adolf. Doch nog in 't zelfde
+jaar, 1568, versloeg Alva zelf Lodewijk bij ~Jemmingen~ (Jemgum, nabij
+Leer in Oost-Friesland). Zoo was de tachtigjarige oorlog begonnen. Door
+den uitslag van zijn krijgstocht overmoedig geworden, beraamde Alva het
+plan, de grafelijke bede door vaste, algemeene belastingen te vervangen.
+Drie belastingen waren het, welke de landvoogd uitschreef: 1) een
+heffing voor eens van het honderdste der waarde of 1 p.c. van alle
+roerende en onroerende eigendommen (_de honderdste penning_), en dan,
+bij verkoop, 2) een heffing van tien ten honderd van de roerende (_de
+tiende penning_), en 3) van vijf ten honderd (_de twintigste penning_)
+van de onroerende goederen. Hij begon met de heffing te Brussel, waar
+zijn eigen tegenwoordigheid, gelijk hij meende, den tegenstand zou
+breken. De overheid gaf toe; maar de gilden, bovenal de slagers en de
+brouwers, tartten den toorn van den landvoogd en sloten hun winkels.
+Juist toen Alva het tot een punt van overweging zou hebben moeten maken,
+wat hem bij dat algemeen verzet stond te doen, weerklonk de mare van de
+verrassing van Brielle.
+
+Duurzame gevolgen had de aanslag, op den 1sten April 1572 tegen deze
+veste ondernomen. Hij was het werk van _de Watergeuzen_, vrijbuiters,
+die onder de driekleurige vlag--rood of oranje, wit en blauw--, de vlag
+van Willem van Oranje, voeren. Tot dusver waren zij op hun tochten vaak
+de Engelsche havens binnengeloopen, om zich van levensmiddelen te
+voorzien; doch eensklaps verbood koningin Elizabeth, beducht voor een
+oorlog met Spanje, haar onderdanen, den Watergeuzen verder te
+verstrekken, wat zij behoefden. Zoo werd hun vloot, staande onder 't
+bevel van ~Lumey, graaf van der Marck~, als admiraal, gedwongen zee te
+kiezen. Nu besloten zij deze of gene stad van Noord-Holland te
+vermeesteren. Maar tegenwind belette dit en dreef hen voor den mond van
+de Maas. Daarom eischten zij Brielle (op Voorne) in naam van den prins
+op. Eer de regeering een bepaald antwoord had gegeven, veroverden de
+Watergeuzen de stad zonder moeite. Zij werd voor den prins in bezit
+gehouden. De inneming of verrassing van Brielle werd de grondslag van de
+vestiging van de onafhankelijkheid der _Vereenigde Nederlanden_.
+
+Vruchteloos beproefde Boussu, zelfs nog eer Alva hem het bevel hiertoe
+kon geven, tegen Brielle opgerukt, de stad te heroveren. Integendeel, de
+afval plantte zich voort. Vijf dagen na den 1sten April stond Vlissingen
+uit eigen beweging tegen de Spaansche benden op en sloot de versterking,
+die Alva in allerijl had afgezonden, buiten haar wallen. Ook Veere werd
+voor de vrijheid gewonnen. Enkhuizen, Dordrecht en andere steden van
+Noord- en Zuid-Holland volgden. Hierop namen ook vele steden van
+Gelderland, Utrecht, Overijsel en Friesland bezettingen van den prins
+in. In al die steden werd de regeering veranderd en de nieuwe overheid
+verplicht, trouw te zweren aan den koning van Spanje en aan den prins
+van Oranje. De strijd toch werd niet gevoerd tegen den koning, maar
+tegen Alva en de dienaren van Philips. Nog in den zomer van 't zelfde
+jaar, den 19den Juli en volgende dagen, hielden een groot aantal leden
+der staten van Holland een _vergadering te Dordrecht_, de eerste, die in
+Holland met terzijdestelling van Alva's gezag werd gehouden. Hier werd
+besloten, prins Willem te erkennen als generaal-gouverneur en luitenant
+des konings, d. i. als plaatsvervanger van Alva, en als stadhouder van
+Holland, Zeeland en Utrecht.
+
+Slechts ten deele gelukte het aan Alva, het Noorden te herwinnen.
+Zutfen, Naarden en Haarlem, de beide eersten in 1572, Haarlem in 1573,
+moesten achtereenvolgens haar poorten openen voor de Spanjaarden, door
+Alva's zoon Frederik aangevoerd. Vreeselijk werden al die plaatsen
+geteisterd. Van de steden, te dier tijde door Alva's zoon aangevallen,
+hield alleen Alkmaar zich staande. Na Alkmaar was Leiden aan de beurt.
+Het bevel tot de insluiting dezer stad gaf Alva nog: de uitkomst zag
+eerst zijn opvolger. Reeds sinds lang had hij bij den koning op zijn
+ontslag aangedrongen. In 't laatst van 1573 werd de wensch van den
+dwingeland voor goed vervuld. Hij ging met schulden overladen en den
+vloek medenemende van al wat Nederlander was. Bij zijn vertrek moet hij
+zich hebben beroemd, 18,600 ingezetenen dezer landen door de hand des
+scherprechters te hebben laten ter dood brengen.
+
+
+
+
+§ 13.
+
+_De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van Don Jan van
+Oostenrijk.--De unie van Utrecht._
+
+
+Alva's opvolger was ~Don Louis de Requ[=e]sens~. Hij was gematigd en van
+een geheel anderen aard dan zijn voorganger, zonder echter in de
+hoofdpunten een tegenovergesteld gevoelen te zijn toegedaan. Het eerste
+nadeel, dat hij ondervond, was dat Middelburg werd genoodzaakt zich in
+1574 aan den prins over te geven. Hierop volgde echter de voor Nederland
+noodlottige slag op ~de Mookerheide~ of bij Mook (ten z. van Nijmegen),
+waar ~Lodewijk van Nassau~ met zijn broeder ~Hendrik~ omkwam. De eenige
+gunstige uitwerking, die Lodewijks inval teweeg bracht, was deze, dat de
+Spaansche troepen, die het beleg voor Leiden hadden geslagen, vandaar
+trokken, om bij Mook mede te strijden. Doch onmiddellijk na den slag
+werd het beleg hervat. In weerwil van de tegenwerking veler
+flauwhartigen werd de stad wakker verdedigd door ~Jan van der Does~, den
+standvastigen burgemeester ~Pieter Adriaansz. van de Werff~ en anderen.
+Toch was de hongersnood reeds op 't hoogst geklommen en zou de stad zijn
+bezweken, indien men niet de dijken had doorgestoken en de sluizen
+opengezet. In de eerste dagen van October 1574 blies de wind uit het
+n.w. en vervolgens uit het z.w. Nu drongen de wateren van den oceaan met
+onweerstaanbaar geweld landwaarts in en dreven de belegeraars op de
+vlucht. De 3de October was de dag van 't ontzet. Een vloot met
+levensmiddelen voer Leiden binnen en verzadigde de hongerenden. Tot
+belooning voor haar volharding verwierf de stad o. a. in 't volgende
+jaar een hoogeschool, die de prins en de staten haar uit naam van
+Philips schonken, want men hield zich nog steeds aan den ouden vorm en
+bestreed Philips' benden in naam van hemzelf.
+
+Inmiddels sloeg Requ[=e]sens het beleg voor Zierikzee, doch mocht het
+einde dier onderneming niet beleven. Hij stierf in 1576. Bij gebrek aan
+eenige beschikking aanvaardde de raad van state, na Requ[=e]sens' dood,
+het bewind over de getrouw gebleven staten. Omtrent terzelfder tijd
+hield de raad van beroerte, die gedurende de regeering van Requ[=e]sens
+meer gekwijnd dan geleefd had, geheel op te bestaan, Weldra had de raad
+van state met onoverkomelijke bezwaren te worstelen. Zierikzee ging bij
+verdrag in handen der Spanjaarden over; maar onmiddellijk daarna stonden
+de Spaansche troepen, die op Schouwen lagen, op en eischten betaling van
+de sedert lang achterstallige soldij. Dicht ineengesloten, rukten zij
+met die officieren, welke het met hen eens waren, uit Zeeland naar
+Brabant. Waar zij kwamen, plunderden zij de kleine steden en stroopten
+het platteland af. Terwijl de staten der Zuidelijke Nederlanden nu
+begrepen, op niemand dan op zichzelven te moeten rekenen, was de
+muiterij der soldaten voor Willem een hefboom van onberekenbaar gewicht.
+Op zijn aanvraag kwamen de afgevaardigden uit het meerendeel der
+Zuidelijke gewesten te Gent bijeen, ten einde een verbond te sluiten met
+Holland en Zeeland. Te midden van het raadplegen dezer gemachtigden of
+der Algemeene Staten richtten de Spaansche soldaten, van alle kanten te
+Antwerpen bijeengeschoold, in deze stad een tooneel van moord en
+plundering aan, gruwelijker dan nog ergens was aanschouwd. De daad
+zelve, als het toppunt aller gruwelen, door dat krijgsvolk aangericht,
+noemt men _de Spaansche furie_. Zij oefende een krachtigen invloed op de
+beraadslagingen der staten. Den 8sten November was het stuk gereed,
+bekend onder den naam _pacificatie_ of bevrediging _van Gent_. Het
+stelde een vereeniging vast tusschen de Noordelijke en de Zuidelijke
+Nederlanden, waarbij men overeenkwam, om de Spaansche soldaten den lande
+uit te drijven en zich later op het stuk van godsdienst onderling te
+verstaan.
+
+Vier dagen vóór de afkondiging van het Gentsche verdrag overschreed de
+man, dien Philips II tot opvolger van Requ[=e]sens had benoemd, de
+grenzen van Nederland en kwam te Luxemburg aan. Het was Philips'
+bastaardbroeder, ~Don Jan van Oostenrijk~ (zie blz. 48). Reeds had hij,
+hoe jong ook, schitterende lauweren behaald in de oorlogen tegen de
+Mooren en de Turken (_Overzicht_, 9de druk, blz. 140) en spiegelde zich
+van de toekomst een nog luisterrijker tijdperk voor. De aanvang
+beantwoordde niet aan die verwachting. Want de Algemeene Staten gaven
+hem welhaast te kennen, dat zij, niet dan op zekere voorwaarden, hem als
+landvoogd konden erkennen. De gestelde eischen willigde Don Jan in bij
+een verdrag, gesloten in Februari 1577 en _het eeuwig edict_ geheeten.
+Hierbij werd de pacificatie bekrachtigd en de wegzending der vreemde
+troepen beloofd.
+
+Van een bewind van den nieuwen landvoogd, in den eigenlijken zin, kan
+geen sprake zijn. Tevergeefs trachtte hij ook Willem, die volstrekt geen
+vertrouwen in hem stelde en zich, met Holland en Zeeland, zorgvuldig
+hoedde het eeuwig edict te onderteekenen, voor de zaak des konings te
+winnen. Eensklaps wierp hij in 1577 het masker der lijdelijke houding,
+dat hij tot dusver had gedragen, af door op zekeren dag in persoon het
+slot te Namen te verrassen en er zich te vestigen. Naar hij zeide, wilde
+hij zich beveiligen tegen de plannen, die men tegen hem smeedde. Aan de
+Algemeene Staten scheen het toe, dat hij hierdoor alle recht had
+verbeurd om met eenig gezag in de zeventien gewesten op te treden.
+
+Terwijl Don Jan op die wijze al zijn macht verloor, of liever niet tot
+de oefening der macht kon geraken, groeide die van Willem steeds aan.
+Hij werd uitgenoodigd te Brussel te komen, en, door den invloed van den
+derden stand, tot _ruwaard_ van Brabant benoemd. De reden dier benoeming
+was hierin gelegen, dat de zetel der regeering ledig stond. Deze
+toenemende invloed van den prins ook op de zaken van het Zuiden
+verbitterde de edelen dier landstreek. Zij waren het, die, in den waan
+aan Oranje een doodelijken slag toe te brengen, den jeugdigen
+aartshertog van Oostenrijk ~Matth[=i]as~ (_Overzicht_, 9de druk, blz.
+130) in het land riepen. Toen toonde Willem, hoe groot zijn meerderheid
+van geest was. Hij verzette er zich niet tegen, dat de Algemeene Staten
+Matth[=i]as in 't begin van 1578 tot landvoogd benoemden, maar onder
+zulke voorwaarden, dat hij niets vermocht. Terecht noemde het volk
+Matth[=i]as _'s prinsen griffier_, want zijn werkzaamheid bepaalde zich
+tot het onderteekenen van stukken. Intusschen hadden de Algemeene Staten
+uitdrukkelijk verklaard, dat zij Don Jan niet langer als landvoogd
+erkenden.
+
+Bij alle wisseling van gebeurtenissen bleef Willem van Oranje
+verdraagzaamheid jegens andersdenkenden in 't stuk van den
+godsdienst voorstaan. Zelf was hij aan 't hof van Karel V in den
+Roomsch-katholieken godsdienst opgebracht. Dien bleef hij, voor het
+uiterlijk, getrouw tot 1573, toen hij tot de hervormde kerk, naar de
+begrippen van Calvijn, overging. Maar zijn geheele leven door was hij
+een vurig voorstander van de verdraagzaamheid. De dag was echter nog
+evenmin aangebroken voor het betoonen eener ware verdraagzaamheid, als
+voor een vereeniging van het Noorden en het Zuiden. Dit bewijzen de
+gebeurtenissen der jaren 1578 en 1579. Het jaar 1578 werd geopend met de
+aankomst van den hertog van Parma, ~Alexander Farnese~, een zoon van
+Margareta (zie blz. 48). Welhaast vond hij, die een niet minder ervaren
+staatsman dan veldheer was, een geschikte gelegenheid om Henegouwen,
+Artois, Douai (ten n.o. van Atrecht) en een paar andere steden uit de
+Zuidelijke Nederlanden tot terugkeer onder 's konings gezag te nopen.
+Reeds in Januari 1579 verklaarden zij zich hiertoe bereid en sloten een
+paar maanden later _het verdrag van Atrecht_, waarbij zij zich op nieuw
+aan de Spaansche heerschappij onderwierpen. Dien gunstigen keer der
+Spaansche zaak beleefde Don Jan niet meer. Hij stierf in October 1578.
+Terstond bij zijn verscheiden rees er argwaan van vergiftiging en
+vermoedde men, dat de misdaad op last van Philips was bedreven. Echter
+is het feit nimmer bewezen. Alexander Farnese trad onmiddellijk als Don
+Jans opvolger op.
+
+Hoe langer hoe meer werd het zichtbaar, dat de kracht van den opstand
+hoofdzakelijk of bij uitsluiting in het Noorden moest worden gezocht.
+Geheel deze streek stond tegenover Spanje in de wapens. Er ontbrak
+slechts een verbond, om dezen toestand duurzaam te maken. Maanden lang
+werd hierover onderhandeld. In Januari 1579 kwam er een einde aan de
+overwegingen. Den 22sten en den 23sten dier maand werd de beroemde _unie
+van Utrecht_ gesloten en geteekend, de grondslag van dezen staat, een
+vereeniging ten eeuwigen dage tusschen de Noordelijke gewesten, als
+waren zij maar één landschap, tot onderlingen bijstand tegen alle geweld
+en den gemeenen vijand. Zij werd geteekend door Willems broeder ~Jan~,
+haren ontwerper, Holland, Zeeland (met uitzondering van Middelburg),
+Utrecht, de Ommelanden en een deel van Gelderland. In Mei teekende
+Willem; de overige deelen van Gelderland volgden in 1579 en 1580. Drente
+voegde zich, ofschoon het er slechts kort bij bleef, in April 1580 bij
+de unie, Overijsel in 1591. Friesland sloot zich, van 1579 tot 1598, bij
+gedeelten bij de unie aan. De stad Groningen, die niet toetrad, werd in
+1594 door Maurits tot de unie gebracht. Eindelijk voegden zich nog
+eenige Zuid-Nederlandsche steden, als Antwerpen, Gent, Brugge, bij de
+unie.
+
+De unie van Utrecht werd de hoeksteen van de Nederlandsche Republiek.
+Hoewel zij het geenszins was, werd zij later, toen de onafhankelijkheid
+van den staat was verzekerd, aangemerkt als de grondwet van het
+bondgenootschappelijk staatsgebouw, echter niet zonder afwijking en
+onuitgevoerde bepalingen. De hoofdinhoud der unie komt op het volgende
+neer. Elk gewest zal zijn voorrechten behouden; zijn onafhankelijkheid
+blijft ongeschonden. Ter bestrijding van de kosten van 's lands
+verdediging zullen op eenparigen voet belastingen worden geheven. Over
+zaken, de Generaliteit betreffende, mag geen bestand of vrede gesloten,
+noch oorlog begonnen, verder geen belasting over alle gewesten
+uitgeschreven worden, dan met eenstemmig goedvinden der gewesten. Kunnen
+de leden het over deze punten niet eens worden, dan zal de zaak worden
+onderworpen aan de uitspraak van de stadhouders der gewesten. In andere
+stukken zal de meerderheid beslissen. Uit de mannelijke ingezetenen
+dezer landen, tusschen de achttien en de zestig jaren oud, zal een
+krijgsmacht worden samengesteld.--Op verre na niet alle artikels der
+unie werden evenwel nageleefd, b. v. dat omtrent de belastingen, de
+krijgsmacht, enz.
+
+
+
+
+§ 14.
+
+_Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van de Zeven
+Vereenigde Nederlanden._
+
+
+Een van de onderteekenaars der unie van Utrecht was ~George van Lalaing
+graaf van Rennenberg~ (een voormalig graafschap in Limburg, tusschen
+Sittard en Valkenburg). Doch ternauwernood had hij ze geteekend, of hij
+viel, met een aanzienlijke som omgekocht, in 1580 van haar af en bracht,
+door verraad en geweld, de stad Groningen, Drente en een deel van
+Overijsel onder de Spaansche heerschappij terug. Slechts Steenwijk bleef
+voor den prins behouden. Niet lang genoot Rennenberg de vruchten van
+zijn verraad. Hij stierf reeds in 1581.
+
+Willem, door dien afval zeer verslagen, werd bovendien diep geschokt
+door den ban, dien Philips, op raad van Granvelle, over hem uitsprak. In
+dit stuk, dat in Augustus 1580 in de Nederlanden werd afgekondigd,
+stelde de koning een prijs van 25,000 gouden kronen (elke ter waarde van
+omtrent 3 gl.) op het hoofd des grooten mans en beloofde brieven van
+adel te zullen uitreiken aan wie het trof. Één jaar na de afkondiging
+van den beruchten ban, den 26sten Juli 1581, zwoeren de Algemeene
+Staten, in den Haag vergaderd, Philips plechtig af. Het beginsel,
+waarvan deze daad uitging, was, dat de onderdanen niet door God zijn
+geschapen ten behoeve van den vorst, om hem als slaven te dienen, maar
+de vorst ten dienste van de onderdanen, zonder welke hij geen vorst is,
+ten einde hen volgens het recht en de rede te regeeren en lief te
+hebben, gelijk de herder zijn schapen.
+
+Terzelfder tijd droeg Holland den prins de hooge overheid op en
+bekleedden de overige gewesten ~Frans van Anjou~, een broeder van
+Hendrik III, koning van Frankrijk (_Overzicht_, 9de druk, blz. 143), met
+het oppergezag. Matth[=i]as, nu overbodig geworden, verliet het land in
+1581, zonder eenig spoor van zijn verblijf achter te laten. Anjou kwam
+eerst in Februari 1582 in de Nederlanden. Ook zijn macht was in vele
+opzichten aan banden gelegd. Zijn titel was hertog van Gelderland en
+Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz. Vreemd was vooral zijn
+verhouding tot deze beide gewesten. Zij hielden zich aan Willem, maar
+stemden er tevens in toe, ter bewaring der eendracht, zich, ten aanzien
+van sommige algemeene zaken, aan Anjou te onderwerpen.
+
+Weldra oefenden de schitterende beloften, door Philips gedaan, haar
+werking. In Maart 1582 loste ~Jan Jaureguy~, een bediende van
+~d'Anastro~, een Spaansch koopman te Antwerpen, in die stad een
+pistoolschot op den prins en wondde hem. 's Prinsen gevolg doodde den
+misdadiger onmiddellijk; doch de hoofdaanlegger van het bedrijf,
+d'Anastro, ontkwam door de vlucht. Langzaam genas de prins. Nieuw
+verdriet berokkende hem de verraderlijke aanslag van Anjou,
+verontwaardigd over de perken, binnen welke zijn gezag was omschreven.
+Om zich van die bepalingen te ontslaan, leverde hij een tegenhanger van
+Don Jans trouwelooze daad. In Januari 1583 bemachtigden zijn troepen
+Duinkerken en andere sterke plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden. Zelf
+deed Anjou, ter voltooiing van dit werk, dat men _de Fransche furie_
+noemt, met zijn soldaten een moorddadigen aanval op de burgers der stad
+Antwerpen, die echter door de ingezetenen zelven met gunstig gevolg werd
+afgeslagen en hem op een paar duizend zijner officieren en
+krijgsknechten kwam te staan. Hierop keerde Anjou naar Frankrijk terug
+en overleed er in 1584. Een der boden uit Frankrijk, welke de tijding
+van dien dood aan den prins overbracht, was ~Balthazar Gerard~, of,
+gelijk hij voorgaf te heeten, ~François Guyon~.
+
+Deze man was de zesde, die in het tijdsbestek van twee jaren, door
+geld- en dweepzucht vervoerd, met medeweten van Parma, Willem van Oranje
+naar het leven stond. Zijn verderfelijk opzet, de grootste ramp, welke
+Nederland in die dagen kon treffen, gelukte maar al te wel. De vader des
+vaderlands viel den 10den Juli 1584 te Delft, doodelijk getroffen door
+het pistool van den sluipmoordenaar. De booswicht werd terstond gegrepen
+en op gruwelijke wijze ter dood gebracht.
+
+Een groot en edel man was Willem van Oranje, de grondlegger der
+onafhankelijkheid van den Nederlandschen staat. Hij was een ervaren
+krijgsheld, een uitstekend staatsman, geboren om volksleider te zijn,
+in de goede beteekenis van het woord. Aan ingenomenheid met de
+hervormde leer en een vromen zin paarde hij een in die dagen ongekende
+verdraagzaamheid. Standvastig was hij als een rots in den oceaan,
+rustig te midden der onstuimige baren. Verbazend was zijn kennis van
+personen en zaken, onbegrijpelijk zijn werkzaamheid, zeldzaam zijn
+zelfbeheersching. Zelfopoffering en onbaatzuchtigheid onderscheidden hem
+in buitengewone mate.
+
+Het was sober gesteld met de Nederlandsche gewesten bij den dood van den
+prins van Oranje. Parma had sedert het verdrag van Atrecht niet stil
+gezeten, doch Maastricht, bijna geheel Vlaanderen en de meeste steden
+van Brabant veroverd. Thans lag Antwerpen aan de beurt. Veertien maanden
+lang werd de stad verdedigd onder de leiding van Marnix van St.
+Aldegonde (zie blz. 53), die er burgemeester was. Het einde was, dat
+Antwerpen zich den 17den Aug. 1585 bij verdrag aan Parma overgaf. Dit
+verdrag verleende den hervormden geen vrijheid van godsdienst, maar nog
+een ongestoord verblijf van vier jaren. Duizenden maakten in dat
+tijdsverloop hun vastigheden te gelde en weken naar ons land, vooral
+naar Amsterdam. Van nu aan verliet voor de twee volgende eeuwen de
+zeehandel de haven van Antwerpen en keerden de Zuidelijke gewesten onder
+de gehoorzaamheid van Spanje's koning terug. De scheiding van 't Zuiden
+en 't Noorden was voltooid. Het Zuiden ging den smaad en de ellende der
+dienstbaarheid te gemoet; het Noorden zette steeds vaster schreden op de
+baan, die tot de onafhankelijkheid voerde.
+
+Gedurende de beide laatste jaren van 's prinsen leven had Holland
+voortdurend onderhandeld, om Willem als grondwettig vorst aan te nemen
+onder den naam "graaf van Holland en Zeeland." Slechts het toeven van
+Gouda en Zeeland had de zaak vertraagd. Thans was het te laat. Friesland
+benoemde ~Willem Lodewijk~, den oudsten zoon van Jan van Nassau (zie bl.
+61), tot stadhouder. De Algemeene Staten richtten een nieuwen raad van
+state op, aan 't hoofd van welk lichaam 's prinsen zoon ~Maurits~ werd
+gesteld. Dezelfde staten droegen de oppermacht over deze landen aan
+Hendrik III (zie blz. 62) op. Toen deze vorst weigerde, deed men
+hetzelfde aanbod aan Elizabeth, koningin van Engeland. Zij nam het
+evenmin aan, doch zond hulp tegen zekere onderpanden, n.l. het bezetten
+van Brielle, Vlissingen en het kasteel Rammekens (ten o. van
+Vlissingen). In December 1585 verscheen aan 't hoofd harer troepen
+~Robert Dudley, graaf van Leicester~ (in 't midden van Engeland).
+Aanstonds bekleedden de Staten-Generaal Leicester met de algemeene
+landvoogdij. Ongeveer terzelfder tijd benoemden de staten ~MAURITS~
+(1585-1625) tot stadhouder van Holland en Zeeland, terwijl ~JOHAN VAN
+OLDENBARNEVELT~ in Holland _advocaat van den lande_ (zie blz. 31) werd.
+
+Nog ternauwernood had Leicester het bewind aanvaard, of er bestond
+alreede een klove, die slechts behoefde te worden verwijd. Hiervoor
+zorgde hijzelf. De eerste twistvraag, die tusschen hem en de staten van
+Holland en Zeeland opkwam, betrof den handel van Spanje en met de
+Spaansche Nederlanden. Leicester en Elizabeth wilden een volstrekt
+verbod van uitvoer naar 's vijands land. In weerwil van de vertoogen,
+door Holland hiertegen ingediend, werd zoodanig verbod afgekondigd. Bij
+dit punt van verschil kwamen andere. In December 1586 vertrok de
+Engelschman voor een wijl naar zijn vaderland en vertoefde er ruim een
+half jaar. Zijn verblijf in deze streken had meer kwaad dan goed gedaan.
+De predikanten en de mindere volksklasse, die zeer aan den rechtzinnigen
+landvoogd waren gehecht, stonden tegenover hen, die de partij der Staten
+van Holland omhelsden. Grooter verdeeldheid en meer verwarring in 't
+bestuur: dit waren de vruchten van Leicesters tegenwoordigheid hier te
+lande. De Staten-Generaal, waarin Vlaanderen nu geen zitting meer had en
+Holland het meest gold, haastten zich van Leicesters afwezigheid gebruik
+te maken. Het plakkaat nopens den handel werd zoo gewijzigd, dat het al
+zijn kracht verloor. Van hun kant kwamen de staten van Holland thans tot
+het volle besef van de noodzakelijkheid, om de souvereiniteit, die zij
+zich immers, ook toen Leicester de landvoogdij werd opgedragen, hadden
+voorbehouden, metterdaad te aanvaarden. De leer van de souvereiniteit
+der staten is gedurende den tijd van 't bestaan der Republiek het
+heerschend denkbeeld gebleven.
+
+Intusschen keerde Leicester in 't midden van 1587 naar de Nederlanden
+terug, vast besloten om, des noods met geweld, een omwenteling teweeg te
+brengen, die hem in 't genot van de volheid der macht zou stellen. Maar
+een poging, die hij deed om Maurits en Oldenbarnevelt, de ziel van de
+tegenstand, op te lichten mislukte. Evenmin slaagde een aanslag op
+Amsterdam, onder den schijn van een bezoek gedaan. Op Medemblik en Hoorn
+na, verklaarde zich Noord-Holland tegen hem. In 't kort, alom bespeurde
+hij, dat zijn rijk ten einde was. Weldra vertrok hij, door Elizabeth van
+zijn ambt ontslagen, naar Engeland. Elizabeths hulptroepen bleven in
+Nederland; doch Leicesters opvolger als veldheer werd door de
+Staten-Generaal met geen landvoogdij of andere waardigheden bekleed.
+
+
+
+
+§ 15.
+
+_De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde Gewesten._
+
+
+Het spreekt vanzelf, dat eerst de onlusten, vervolgens de unie van
+Utrecht en de afzwering van Philips een groote verandering in den
+regeeringsvorm der Nederlanden teweeg brachten. Vóór dien tijd toch was
+de hertog, graaf of heer souverein, daar hij alle gezag, dat van
+rechtswege den koning der Franken, later den keizer toekwam, allengs aan
+zich had getrokken. Aan geregelde staatsrechtelijke beperking van de
+heerschappij dier vorsten door 't volk of door eenig deel daarvan werd
+niet of slechts bij wijze van uitzondering gedacht. Sedert evenwel de
+staten meer en meer door de vorsten werden geraadpleegd, begonnen zij de
+medewerking tot de regeering als een recht te eischen. Van 1572 af
+begint de medewerking der staten tot de regeering in Holland, in 1576
+die van de Algemeene Staten. En van lieverlede breidde zich hun invloed
+op het bewind uit, totdat de staten der verschillende gewesten, na het
+vertrek van Leicester, in 1588, in plaats van wederom een hoofd aan te
+stellen, zelven de hooge overheid in handen namen.
+
+Daarom is het jaar 1588 het tijdstip van de vestiging van de Republiek
+der Vereenigde Nederlanden. Gedurende het bestaan dier Republiek berust
+de souvereiniteit bij elk gewest in 't bijzonder, d. i. bij 't lichaam
+van de edelen en _de vroedschappen_ (burgemeesters en raden) der steden,
+die de afgevaardigden ter statenvergadering benoemen. In ieder der
+zeven gewesten was de vergadering der staten op een bijzondere wijze
+ingericht. _Gelderland_ bestond uit drie kwartieren: dat van Nijmegen,
+dat van Zutfen en dat van Arnhem of van de Veluwe. In plaats van de
+bannerheeren (zie blz. 37), die uit hoofde van hun gehechtheid aan de
+Spaansche regeering niet meer als afzonderlijk lid werden gedoogd, namen
+nu de edelen of ridderschap als eerste lid zitting. Het tweede lid der
+staten waren de steden. Ieder kwartier had één stem.
+
+De statenvergadering van _Holland_ bestond uit negentien stemmen,
+waarvan de edelen één en de steden de overige hadden. De steden waren
+ten getale van achttien, verdeeld in zes groote en twaalf kleine steden.
+Elke stad had haren _pensionaris_, die de afgevaardigden vergezelde en
+voor hen het woord voerde. De advocaat van den lande, kort na
+Oldenbarnevelts dood raadpensionaris, bracht de stukken ter tafel en
+liet erover stemmen. Al wat tot het gebied der rechtszaken behoorde was
+de taak van _'t hof van Holland_. Boven dat hof stond _de hooge raad_,
+opgericht in 1582, aan welks rechtsgebied ook Zeeland was onderworpen.
+Een zeer gewichtig ambt was dat van _den advocaat van den lande_, of,
+sedert 1630, _raadpensionaris_. Hij was de ziel van der staten
+raadplegingen, de hoofdleider van alle gewichtige bedrijven. Hij was
+belast met het houden van briefwisseling met de gezanten der Republiek
+aan vreemde hoven en had alzoo veel invloed op den gang der
+buitenlandsche aangelegenheden.
+
+In _Zeeland_ zonden alleen _de eerste edele_, die de eenige
+vertegenwoordiger was van den adel in die provincie, en zes steden
+afgevaardigden naar de staten. Er waren dus zeven stemmen. Ten gevolge
+van den opstand tegen Spanje was het eerste der drie leden, de abt van
+Middelburg, van zijn recht van zitting in de vergadering der staten
+verstoken geworden. Alzoo werd nu de eerste edele het voornaamste lid.
+De waardigheid van eersten edele droegen de staten achtereenvolgens aan
+alle prinsen van Oranje op, n.l. aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem
+II, Willem III, Willem IV, Willem V. De staten van _Utrecht_ waren uit
+drie leden samengesteld: _de geëligeerden_, de edelen en de stad
+Utrecht, benevens een paar kleinere steden. Er waren dus drie stemmen.
+Het eerste lid was dat der geëligeerden. Vroeger waren dit Roomsche
+geestelijken (zie blz. 40). Na de omwenteling der 16de eeuw waren het
+edelen en burgers van den hervormden godsdienst. Ongeveer dezelfde
+bemoeiingen als de raadpensionaris in Holland had hier _de secretaris
+van staat_.
+
+_Friesland_ was in vier kwartieren verdeeld, Oostergo, Westergo,
+Zevenwolde en de steden, ten getale van elf. Elk kwartier had op _den
+landdag_ één stem. De statenvergadering of _landdag van Overijsel_ telde
+twee leden, de edelen uit de drie kwartieren Salland, Twente en
+Vollenhoven, en de hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwol. De wijze van
+stemmen was zeer eigenaardig, daar de ridderschap niet één college
+uitmaakte, maar hoofd voor hoofd stemde, terwijl elke stad één stem had.
+
+_Groningen_ bestond uit twee leden, de stad en de Ommelanden,
+gezamenlijk "stad en lande" genoemd. Zij deelden het oppergezag zoo met
+elkander, dat de burgemeesters en de raadsheeren, welke de stad zond, de
+eene stem hadden, en de drie kwartieren, waaruit de Ommelanden
+bestonden, n.l. Hunsingo, Fivelingo en 't Westerkwartier, de andere.
+Zooals in Friesland, had, bij staking van stemmen, de stadhouder de
+beslissing. De staten van _Drente_ waren samengesteld uit twee leden.
+Het eerste lid waren de ridders, ten getale van niet meer dan achttien.
+Het tweede lid was dat der eigenerfden. De heeren van de ridderschap
+hadden één, de eigenerfden twee stemmen.
+
+
+
+
+§ 16.
+
+_Vervolg._
+
+
+Ten tijde van de Republiek berustte de souvereiniteit, voor elk gewest
+in 't bijzonder, bij 't lichaam van de edelen en bij de vroedschappen
+der steden. Maar uit de staten der provinciën, uitgezonderd Drente, werd
+een onbepaald getal leden afgevaardigd, die een college vormden, dat men
+_Staten-Generaal_ noemde, hetwelk den souverein vertegenwoordigde
+tegenover de buitenlandsche mogendheden en later het bestuur had over de
+Generaliteitslanden. Er waren in de Staten-Generaal zooveel stemmen, als
+er gewesten waren, zoodat het getal van hen, welke naar die
+vergaderingen werden gezonden, hiertoe niets afdeed. De werkkring van
+den raad van state werd sedert 1593 beperkt tot het beheer der
+krijgszaken en van de financiën in 't algemeen.
+
+Gelijk de pacificatie van Gent de grondslag was der Algemeene Staten,
+zoo werd de unie van Utrecht dit voor het eenigszins anders
+samengestelde lichaam der Staten-Generaal. Want na het jaar 1585 bestond
+dit lichaam slechts uit de afgevaardigden van de staten der zeven
+gewesten, die de unie hadden onderteekend. Drente werd van het voorrecht
+om ter Staten-Generaal zitting te nemen uitgesloten, dewijl het, kort na
+de unie te hebben onderteekend, door de Spaansche wapenen was
+vermeesterd. Hoewel slechts een bondgenootschappelijk gewest, maakte
+Drente een deel van den staat uit. Doch het was verre van onafhankelijk
+te zijn, daar het verplicht was, in de algemeene lasten, buiten zijn
+stem vastgesteld, te dragen.
+
+In gewone gevallen beslisten de afgevaardigden zelven, mits blijvende
+binnen de perken, hun door de provinciën gesteld. Doch in gewichtige
+aangelegenheden vermochten zij niets zonder den uitdrukkelijken en
+eenstemmigen wil der gewesten. Dikwijls waren intusschen de meeningen
+over het verbindende der eenstemmigheid verdeeld. Dus rees in dergelijke
+gevallen de vraag, of er overstemming plaats hebben en de meerderheid
+beslissen kon, ja dan neen, iets waartoe de tijden van Maurits en Willem
+II overhelden. Over 't geheel had Holland in de Staten-Generaal een
+groot overwicht.
+
+De _raad van state_ bestond uit twaalf leden, van welke die provincie de
+meeste zond, welke het grootste aandeel droeg in de algemeene kosten.
+Holland had er daarom drie leden. Bovendien waren de stadhouders lid van
+den raad van state. Men stemde hoofdelijk. De werkkring van dezen raad
+is uit het bovenstaande (zie boven op deze blz.) gebleken. In de
+algemeene lasten waren de aandeelen zóó vastgesteld, dat van een som van
+honderd gulden elk gewest het onderstaande opbracht:
+
+ Holland ongeveer 58 gl.
+ Friesland " 11-1/2 "
+ Zeeland " 9 "
+ Gelderland " 5-1/2 "
+ Utrecht en Groningen, ieder ruim 2-1/2 "
+ Overijsel 3-1/2 "
+ Drente 1 "
+
+Vermits evenwel de meeste gewesten wat zij hadden beloofd niet nakwamen,
+schoot Holland, het rijkste gewest, dikwijls voor, wat de anderen
+verplicht waren op te brengen.
+
+Al wat het zeewezen betrof behoorde tot het gebied der _admiraliteit_.
+Zij telde vijf collegiën: dat van de Maas, hetwelk te Rotterdam zat; dat
+van Amsterdam; dat van Middelburg; dat van Noord-Holland, hetwelk bij
+afwisseling te Hoorn en te Enkhuizen zetelde; dat van Dokkum, hetwelk in
+1645 naar Harlingen werd verplaatst. Hoofd en voorzitter der vijf
+collegiën tezamen en van ieder in 't bijzonder was, sedert Maurits, de
+admiraal-generaal.
+
+Van de collegiën gaan wij over tot den persoon van _den stadhouder_ of
+_gouverneur_, zooals de titel eigenlijk luidt. Steeds benoemden de
+provinciën zelven haar gouverneurs. Van wege de Staten-Generaal was de
+gouverneur _kapitein-generaal_ en _admiraal_ van de unie. Veelal was de
+gouverneur ook kapitein-generaal van het gewest, welke staten hem tot
+gouverneur benoemden. Van die staten was hij de eerste dienaar,
+voorzoover het militair en het burgerlijk gezag betreft, in elk gewest
+het hoofd der uitvoerende macht. Op de samenstelling der vroedschappen
+in de meeste gewesten had de gouverneur een beslissenden invloed,
+doordien hij uit voordrachten, door die vroedschappen opgemaakt, de
+leden koos. De onderdanigheid van den stadhouder aan de staten der
+gewesten werd getemperd, doordien hij kapitein-generaal van de unie was
+en tot meer dan één provincie in betrekking stond, door het hooge
+aanzien van 't geslacht van Oranje-Nassau, door de talrijke bezittingen
+dezer vorsten op Nederlands bodem en ten laatste doordat de hooge
+waardigheden in dit huis weldra zoo goed als erfelijk werden.
+
+Friesland had tot 1748 altijd afzonderlijke stadhouders, welke de
+waardigheid doorgaans tevens in Groningen en Drente bekleedden, terwijl
+de gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland, Utrecht, Gelderland en
+Overijsel tot stadhouder is benoemd. De vijf laatstgenoemde gewesten
+hebben tweemaal een stadhouderloos tijdperk gehad, waaraan voor het
+meerendeel de regeeringsreglementen van 1672 en 1747 een einde hebben
+gemaakt. Toen, d. i. in 1747, werd ook het stadhouderschap met de
+overige waardigheden, die de prins van Oranje-Nassau bekleedde, erfelijk
+verklaard in zijn nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie.
+
+De regeeringsvorm van de Republiek der Zeven Vereenigde
+Nederlanden--zooals zij doorgaans wordt genoemd, ofschoon het eigenlijk
+zeven Republieken waren,--had voorzeker groote gebreken. Dit lag in den
+aard der zaak, daar de staatsinrichting niets anders was dan een
+wijziging van hetgeen er, na de afzwering van den landsheer, van de
+overige bestanddeelen der vroegere regeering overbleef en slechts voor
+een tijdelijk doel, voor een toestand van oorlog, bestemd was. Die
+gebreken vielen, naargelang de staat in jaren toenam, des te meer in 't
+oog. Zij deden zich, naarmate de drang van buiten minder tot eendracht
+en veerkracht noopte, meer en meer gevoelen. Intusschen bedenke men, dat
+een regeeringsvorm geen onbepaalde afkeuring verdient, waaronder een
+Republiek ontstond en aangroeide, die zulk een grootsche rol in de
+geschiedenis der wereld heeft vervuld. Onbetwistbaar is het, dat in den
+regel dat, wat aan den vorm zelf ontbrak, werd aangevuld en vergoed door
+de kunde, de braafheid en de goede trouw van velen onder hen, die aan
+den vorm het leven hadden te geven.
+
+
+
+
+§ 17.
+
+_De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De afstand der
+Nederlanden door Philips II.--De eerste zeeslagen van den tachtigjarigen
+oorlog._
+
+
+Zóó was dan de staat der Vereenigde Nederlanden gesticht. Bij die
+grondvesting hadden de Nederlanders met grooter zwarigheden te kampen
+gehad, dan eenig volk, waarvan de geschiedenis gewaagt. Maar zij
+toonden, dat zij ten volle opgewassen waren tegen elke inspanning, die
+de drang der omstandigheden hun oplegde. Dus werd ook in hun voorbeeld
+de waarheid bekrachtigd, dat ieder de schepper is van zijn eigen lot.
+
+Al dadelijk bedreigde de pas ontstane Republiek een groot gevaar.
+Sedert 1580, toen Philips met geweld de heerschappij over Portugal
+verkreeg en hierdoor zijn zeemacht meer dan verdubbeld zag, dacht hij
+aan een aanval op Engeland, het bolwerk van hen, die van de
+Roomsch-katholieke kerk waren afgevallen. Wat na dien tijd in en van
+wege dezen staat geschiedde, de zending van Leicester naar de
+Nederlanden en het ter dood brengen van Maria Stuart, bevestigde hem in
+zijn voornemen. In 1587 schonk paus Sixtus V Engeland, alsof het een
+leen van Rome ware, aan de kroon van Spanje.
+
+Sedert een paar jaren had Philips al de middelen, die ter zijner
+beschikking stonden, besteed, om een groote vloot, bij voorraad _de
+onoverwinnelijke_ geheeten, van stapel te kunnen doen loopen, ten einde
+niet alleen Engeland te veroveren, maar ook Nederland weder onder het
+juk te brengen. De vloot stond onder 't opperbevel van ~Alonzo Perez de
+Guzman~, hertog van ~Med[=i]na-Sidonia~. Op den laatsten Juli 1588
+verscheen deze _arm[=a]da_ of vloot in het Kanaal. Weldra bracht de
+Engelsche vloot aan de Spaansche schepen, te log schier om zich te
+wenden, een aanmerkelijk nadeel toe, waarop binnen kort een zege der
+Engelschen en der Nederlanders volgde. Vermits de wind en de vloot der
+bondgenooten Med[=i]na-Sidonia den terugtocht door het Kanaal onmogelijk
+maakten, besloot hij om Schotland en Ierland heen te zeilen. Op dezen
+tocht overviel hem een geduchte storm, die de gansche vloot verstrooide
+en vele schepen op de kust van Ierland deed stranden, welks barbaarsche
+bewoners de bemanning doodden. Slechts een derde gedeelte der arm[=a]da
+keerde, en niet dan zeer beschadigd, in October naar Spanje terug. Men
+had haar te voorbarig "de onoverwinnelijke" genoemd. "Gods adem
+verstrooide ze", zegt een gedenkpenning van dien tijd, door Zeeland
+geslagen.
+
+Van dit oogenblik af helde de fortuin meer tot de zijde der unie over.
+~MAURITS~ (1590-1625) werd in 1590 ook stadhouder van Utrecht en
+Overijsel, in 1591 van Gelderland. Zoo was hij met genoegzame macht
+bekleed, om de Republiek met het zwaard te verdedigen, haar bevestiger,
+haar tweede stichter te worden. Een staatsman was hij in 't geheel niet.
+Doch in dit gemis voorzag ~OLDENBARNEVELT~ ruimschoots. Met vaste hand
+greep hij het roer der binnen- en buitenlandsche politiek en bestuurde
+het ruim dertig jaren lang. Gaarne liet Maurits hem deze rol, om zich
+des te meer aan de zaken van den oorlog te kunnen wijden. Schitterend
+waren de wapenfeiten, waardoor Maurits den naam van "eerste veldheer
+zijner eeuw" verwierf. In 1590 verraste hij Breda door middel van een
+turfschip. Den 30sten Mei 1591 veroverde hij Zutfen. Denzelfden avond
+lag zijn leger reeds voor Deventer, dat zich in de volgende maand
+overgaf. Hierop werd Delfzijl overrompeld en Nijmegen gedwongen over te
+gaan. In 1592 vielen Steenwijk (zie blz. 62), dat de Spanjaarden in 1582
+bij verrassing hadden genomen, en Koevorden in handen van den jeugdigen
+veldheer, in 1593 Geertruidenberg. Dertien maanden later, den 24sten
+Juli 1594, verdween het laatste spoor van Rennenbergs verraad, toen
+Groningen het hoofd moest buigen voor den zegevierenden Maurits en voor
+Willem Lodewijk. De voornaamste voorwaarden, waarop de stad zich
+overgaf, waren, dat geen andere godsdienst binnen haar muren zou worden
+geoefend, dan de hervormde, een bepaling, die de meerderheid der
+ingezetenen zeer tegen de borst stuitte, en dat de stad met de
+Ommelanden één gewest zou uitmaken, lid der unie zijn en Willem Lodewijk
+als stadhouder erkennen. Ongeveer ter zelfder tijd verkoos Drente Willem
+Lodewijk tot stadhouder.
+
+Dit alles had Parma zoo goed als lijdelijk moeten aanzien. Eindelijk
+bezweek de krachtige man voor al de wederwaardigheden, die de fortuin
+des oorlogs hem sedert jaren deed ondervinden, in 1592. Van zijn
+opvolgers, die elkander snel afwisselden, was de laatste de aartshertog
+~Albert van Oostenrijk~, een broeder des konings van Duitschland. Met
+hem kwam Philips Willem (zie blz. 55), na acht-en-twintig jaren in
+gevangenschap te hebben gesleten, in deze landen terug. Hij vestigde
+zich voorloopig te Breda, een baronie van zijn huis. Kort na de aankomst
+van Philips Willem voegde zijn broeder Maurits nieuwe schakels aan de
+keten zijner luisterrijke krijgsdaden toe. Dicht bij ~Turnhout~ bracht
+hij in 1597 binnen een half uur tijds met 1000 man, grootendeels
+ruiters, aan de Spanjaarden een verlies toe van 2000 dooden, terwijl
+hijzelf slechts 10 man verloor en nog 500 gevangen nam. Hierop rondde
+hij het gebied der Vereenigde Gewesten in 't o. af.
+
+In 1598 verwezenlijkte Philips II een ontwerp, dat hij lang had
+gekoesterd. Uitgaande van het denkbeeld, dat een vorst zich te midden
+zijner onderdanen behoort te bevinden, schonk hij de Nederlanden, als
+bruidschat, aan zijn oudste dochter, ~Isabella~, die met ~Albert~,
+aartshertog van Oostenrijk, in 't huwelijk trad. Beiden aanvaardden die
+gift, met behoud hunner titels, dien van _aartshertog_ voor Albert, dien
+van _infante_ voor Isabella. Mocht een van hen kinderloos komen te
+overlijden, dan zouden de Nederlanden aan Spanje terugvallen. Naar de
+meening van den koning, waren ook de Noordelijke gewesten in den afstand
+begrepen. Albert haastte zich dan ook, deze gewesten uit te noodigen, in
+dien zin te handelen. Maar de Staten-Generaal volhardden in hun vroegere
+zienswijze. Zoo gingen dan Noord- en Zuid-Nederland voor goed uiteen.
+
+De dood van Philips II, die in 't zelfde jaar, 1598, plaats greep,
+verbrak den laatsten band, die Noord-Nederland in 't oog van dezen of
+genen, wien de afzwering een gruwel was, nog aan Spanje hechtte. Aan
+zijn zoon en opvolger, Philips III, hadden zij geen eed gedaan. Veel was
+er de Nederlanden aan gelegen, dat de band met Engeland niet werd
+verbroken. Anders toch konden zij licht de eenige, tegen Spanje oorlog
+voerende mogendheid blijven, nu Hendrik IV, koning van Frankrijk, hoewel
+hij hun niet allen bijstand onttrok, een einde maakte aan den oorlog,
+dien hij eenige jaren tegen Spanje had gevoerd. Daarom sloten zij een
+nieuw verdrag met Engeland.
+
+In plaats van tijd te verspillen met onderhandelingen, die schenen tot
+niets te kunnen leiden, rustte de Republiek zich ten oorlog tegen de
+nieuwe beheerschers van de Zuidelijke Nederlanden, doorgaans _de
+aartshertogen_ geheeten. Men had een onderneming op het oog tegen
+Duinkerken, een nest van zeeroovers, waaruit de vijand den koophandel
+der Nederlanders gedurig bestookte. Maurits, hoewel ze vrij gewaagd
+achtende, voegde zich, doch met weerzin, naar den wensch der
+Staten-Generaal. Vergezeld van dit aanzienlijke college, scheepte hij
+zich in 't jaar 1600 met een leger van ongeveer 15,000 man in. Bij
+Nieuwpoort gekomen, vernam hij, dat de aartshertog met zijn leger, groot
+omtrent 12,000 man, in aantocht was. Dit viel tegen. Men had bij het
+muiten der Spaansche soldaten, die in langen tijd weder geen soldij
+hadden getrokken, erop gerekend, dat de vijand niet genoeg
+strijdkrachten had kunnen bijeenbrengen. Inmiddels was goede raad duur.
+Maurits begon op den morgen van den 2den Juli met de schepen, die
+leeftocht en krijgsbehoeften hadden overgevoerd, daar zij voor 't
+oogenblik van geen dienst konden zijn en gevaar liepen, door de
+bezetting van Nieuwpoort in brand te worden gestoken, in zee terug en
+naar Ostende te zenden. Hierop werden de beide legers bij ~Nieuwpoort~
+(in West-Vlaanderen aan zee) slaags. Zon en wind waren in 't voordeel
+der Nederlanders. En tegen den avond neigde de kans van den strijd, die
+van weerszijden met hardnekkigheid werd gevoerd, geheelenal ten gunste
+van Maurits. Albert week, een menigte zijner manschappen als
+gesneuvelden en gevangen achterlatende.
+
+Bedenkende, welk gevaar zij hadden geloopen, keerden de Nederlandsche
+troepen binnen kort naar het vaderland terug. Dit geschiedde evenwel
+niet, dan nadat er, ter zake van dit punt, een woordenwisseling had
+plaats gegrepen tusschen Maurits en eenige leden der Staten-Generaal,
+inzonderheid Oldenbarnevelt. Van dit oogenblik af bestond er een niet
+zeer goede verstandhouding tusschen de beide hoofdpersonen van den
+staat. In 1601 sloeg de vijand het beleg voor Ostende. De leiding der
+zaak nam weldra ~Ambrosius Spin[)o]la~ op zich, de man, die, met het
+opperbevel over de troepen van den aartshertog bekleed, bestemd was zich
+als een waardig tegenstander van Maurits te doen kennen. Na drie jaren
+met volharding tegenstand te hebben geboden, gaven de Staten-Generaal in
+1604 de vesting over, die niets meer was dan een steenhoop. Sedert 1607
+werd de oorlog te land voorloopig gestaakt. Doch terzelfder tijd
+begonnen de Nederlanders hun eerste lauweren te verwerven op het
+element, waarover zij eens, als de eerste der mogendheden, de
+heerschappij zouden voeren. In 1606 greep de roemrijke daad plaats van
+den vice-admiraal ~Reinier Klaassens~, die in de nabijheid van kaap ~St.
+Vincent~ (in 't z.w. van Portugal) met zijn schip in de lucht vloog, een
+eervollen dood boven een vernederende overgave kiezende. In 't volgende
+jaar behaalde ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~ een
+aanmerkelijke zege op de Spaansche vloot, waarbij hij wel zelf omkwam,
+doch zóó, dat de vijand zijn dood met een zwaar verlies moest boeten.
+
+
+
+
+§ 18.
+
+_Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische compagnie._
+
+
+In 1603 overleed koningin Elizabeth. Haar opvolger, Jakob I, sloot een
+jaar later vrede met Spanje. Uit spijt hierover versperden de
+Staten-Generaal de Schelde voor de Engelsche schepen. Zóó bleven zij,
+als oorlogvoerende mogendheid, alleen staan tegenover Spanje en de
+Zuidelijke Nederlanden. De oorlog te land leverde in de eerste jaren der
+nieuwe eeuw geen bijzonder gunstige uitkomsten op. De ingezetenen
+zuchtten onder zulke zware belastingen, dat zij voor geen verhooging
+vatbaar waren. Wel was het nog waar, dat de oorlog den handel voedde;
+maar toch kostte die oorlog aanzienlijke sommen. In zes gewesten werd de
+behoefte aan vrede vrij algemeen erkend. Slechts eenige steden in
+Holland en de provincie Zeeland waren ertegen. De reden was niet ver te
+zoeken. Philips II had, ofschoon wel eens beslag leggende op de
+Nederlandsche schepen, die in de havens van Spanje en Portugal lagen, de
+vaart op zijn rijk over 't geheel oogluikend toegelaten, omdat hij de
+waren, welke die vaartuigen hem aanbrachten, niet konde ontberen. Anders
+deed Philips III. Nauwelijks den troon hebbende beklommen, verbood hij
+voor goed allen handel van Nederland op zijn staten. Dit versterkte de
+Nederlanders in hun plan om zelven naar de Indiën te varen, met welke
+tochten zij vóór 1598 niet meer dan een begin hadden gemaakt, gelijk
+beneden nader zal blijken. Deze tochten, zoo rijke winsten opleverende,
+vreesden die kooplieden thans, bij een vrede of bestand, te moeten
+staken.
+
+Met klimmende bezorgdheid den achteruitgang der geldmiddelen
+gadeslaande, achtte Oldenbarnevelt het in 't belang van 't land, dat de
+oorlog ophield, die zooveel kostte. Ook Maurits was in den beginne niet
+tegen het ten einde brengen van den oorlog. Doch toen er weldra niet
+langer van een duurzamen vrede, maar van een bestand sprake was, kantte
+hij zich met kracht tegen dit voornemen aan. Inmiddels viel ook den
+aartshertogen de krijg zeer zwaar. Albert wenschte den vrede. Zijn
+huwelijk bleef kinderloos, en bij zijn dood moesten de landen weder aan
+de Spaansche kroon vervallen. Eveneens kon Spanje geen andere gezindheid
+hebben. De schatkist van dit rijk was ledig ten gevolge van de zware
+offers, welke Spin[)o]la's krijgstochten hadden vereischt. Hierdoor
+wordt het verklaarbaar, hoe de aartshertogen er in 1607 toe konden
+overgaan, onderhandelingen aan te knoopen met de Republiek, als met een
+"onafhankelijke mogendheid." Maar weldra bleek het, dat er aan geen
+vrede viel te denken. De vijand eischte afstand van de vaart op Indië en
+vrijheid van godsdienst voor de Roomsch-katholieken. Deze beide
+vorderingen achtte men dezerzijds ongehoord.
+
+Bij zoo tegenstrijdige inzichten besloot men zich te vergenoegen met het
+trachten naar een wapenschorsing voor een aantal jaren. Nog was er een
+derde mogendheid, die, uit hoofde van de betrekking, waarin zij steeds
+tot de oorlogvoerende staten had gestaan, meende een woord mede te
+moeten spreken. Het was Frankrijk. Daarom zond ook Hendrik IV een aantal
+gezanten, ten einde de onderhandelingen bij te wonen, waarbij ook
+Engelsche en Duitsche afgevaardigden tegenwoordig waren. In April 1609
+werd _de wapenstilstand te Antwerpen_ gesloten. De hoofdbepalingen
+waren: de aartshertogen verklaren, ook uit naam van den koning van
+Spanje, de Vereenigde Gewesten voor onafhankelijke landen te houden; het
+bestand zal twaalf jaren duren; ieder zal behouden, wat hij heeft. Dit
+punt werd evenwel niet nader omschreven.
+
+Deze laatste bepaling was van des te meer gewicht, vermits de
+Nederlanders zich sinds eenige jaren in de Oost-Indiën hadden gevestigd
+en er belangrijke vorderingen maakten. Zoolang Lissabon de Oost-Indische
+waren voor Neêrlands kooplieden veil had, was hier te lande geen
+behoefte gevoeld aan een rechtstreeksche vaart op de Indiën. Maar sedert
+Philips van tijd tot tijd beslag legde op de ladingen, gingen Nederlands
+handelaars op middelen peinzen, om zelven de waren uit andere
+werelddeelen te halen. De vaart naar Indië toch, hoe bezwaarlijk in 't
+oog der menschen, was geen geheim. Zij was in vele geschriften van
+Portugeezen beschreven, en er waren Nederlanders, die op Portugeesche
+schepen de reis naar Indië mede hadden gedaan.
+
+Ten einde evenwel de dreigende gevaren van kapers, Spaansche vloot en
+Kaapsche stormen te ontgaan, namen de Hollanders zich voor, op 't
+voorbeeld der Engelschen, een eigen weg te zoeken, niet zuidwaarts, maar
+door het Noorden. In 1594 werden te dien einde eenige schepen
+uitgezonden, in 1595 een tweede tocht gewaagd. De uitslag was niet
+gunstig. Sneeuw en ijs versperden den weg om het Noorden. Nogmaals
+wendde de Amsterdamsche regeering een poging aan. Zij rustte in 1596 een
+paar schepen uit, waarover de stuurman ~Willem Barentsz~. en ~Heemskerk~
+(zie blz. 75) het bevel voerden. Maar ook nu was de inspanning
+vruchteloos. Na den winter op Nova Zembla te hebben doorgebracht,
+aanvaardde de volhardende bemanning den terugtocht, doch verloor onder
+weg den wakkeren Barentsz., die van vermoeienis bezweek.
+
+Inmiddels had men de fortuin zuidwaarts beproefd. Eenige kooplieden te
+Amsterdam hadden een _maatschappij van verre_ (landen) opgericht en
+zonden iemand, waarschijnlijk ~Cornelis Houtman~, naar Lissabon, om er
+de bijzonderheden der vaart naar Oost-Indië uit te vorschen. Verder
+rustte de vereeniging vier schepen uit, om den tocht langs de Kaap de
+goede hoop te doen. Den 2den April 1595 lichtten Pieter Dirksz. Keyser,
+de opperstuurman, en Cornelis Houtman, de opperkommies, d. i. de
+vertegenwoordiger der handelsbelangen, te Texel het anker en landden in
+Juni 1596 te Bantam (in 't n.w. van Java). Nu werden er talrijke
+maatschappijen van verre opgericht, zoowel in verschillende steden van
+Holland, als in Zeeland. In 1598 zeilde ~Olivier van Noort~ uit, de
+eerste Nederlander, die den aardbol omstevende. Zoo werd er vloot op
+vloot uitgerust, en niets kon de zucht naar winst doen afnemen, noch de
+verliezen, die men nu en dan leed, noch de tegenwerking der inlandsche
+vorsten, opgezet door de Portugeezen. Maar nog een grooter kwaad scheen
+de pas ontkiemde plant in hare ontwikkeling te zullen verstikken. Het
+was de wedstrijd tusschen de onderscheiden maatschappijen, die, de een
+de ander, de loef trachtten af te steken en elkander tegenwerkten. Dat
+er een samensmelting der maatschappijen noodig was, zagen vooral de
+Staten-Generaal en Oldenbarnevelt in.
+
+Eindelijk gelukte het den advocaat, de zaak in 1602 tot een voldoend
+einde te brengen. Dus kwam _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_ tot
+stand, waaraan de Staten-Generaal het recht van alleenhandel
+(_monopolie_) voor een-en-twintig jaren verleenden. Later werd de
+vergunning bij herhaling vernieuwd. De maatschappij begon te handelen
+met een kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen en had zes afdeelingen of
+_kamers_, hebbende Amsterdam 1/2, Zeeland (gevestigd te Middelburg) 1/4,
+Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorne elk 1/16 van den inleg. Ruime
+uitdeelingen beloonden weldra het vertrouwen der inleggers. De
+deelgenooten behoefden natuurlijk niet juist in een der zes steden, die
+zetels van de kamers waren, te wonen. Aan alle inwoners der Vereenigde
+Nederlanden werd vergund, binnen vijf maanden na de oprichting te
+verklaren, of zij wenschten deel te nemen. De zes kamers, waarin de
+compagnie was gesplitst, werden bestuurd door 73 _bewindhebbers_, wier
+getal, bij versterf, niet lager zou dalen dan tot 60. De hoofdleiding en
+het dagelijksch bestuur der zaken kwamen aan _de vergadering van
+zeventienen_, uit de bewindhebbers gekozen.
+
+De Oost-Indische compagnie werd een staat in een staat. Zij oefende in
+de Indiën een volstrekt gezag. Zij benoemde haar ambtenaren, verklaarde
+en voerde oorlog en sloot verbonden, op naam der Staten-Generaal. Zij
+bouwde sterkten en nam krijgsvolk in dienst, dat evenwel den eed van
+trouw aan de Staten-Generaal moest afleggen. Welhaast werd zij een bron
+van rijkdom niet alleen voor hen, die naar Indië gingen, maar ook voor
+die Nederlanders, welke zich niet verplaatsten.
+
+Kort na de oprichting der compagnie legden onze voorouders den grondslag
+tot de uitgestrekte heerschappij, die hun weldra in Azië ten deel viel.
+In 1605 gaven de Portugeezen hun bij verdrag het kasteel op _Amboina_
+over, waarop de vorsten van dat eiland zich deels aan de compagnie
+onderwierpen, deels bondgenooten werden. Terzelfder tijd poogde de
+compagnie zich op _Ternate_, _Tidor_ en de overige Molukken te vestigen.
+In 1610 stelde zij als eersten _gouverneur-generaal_ ~Pieter Both~ aan,
+die zijn verblijf doorgaans op Ternate had. De gouverneur-generaal was
+het hoofd van 't bewind over Nederlandsch Indië, opperbevelhebber van de
+legers en van de vloot der compagnie. Hem stond _de raad van Indië_ ter
+zijde. Een der opvolgers van Both was ~Jan Pietersz. Coen~, die in 1619
+de stad ~Jak[)a]tra~ op de inboorlingen en op de Engelschen veroverde en
+de factorij van dien naam onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats van
+Nederlandsch Indië verhief. In 1624 verwierf de compagnie het eiland
+_Form[=o]sa_ (ten n.o. van Kanton, in Sina), waar het fort Zelandia werd
+gebouwd. Inmiddels ontdekte men in 1623 op Amboina een samenzwering van
+Engelsche kooplieden, die ten doel hadden, de Nederlandsche ambtenaren
+te vermoorden en zich van 't kasteel van dit eiland meester te maken.
+Zij werden gegrepen en tien van hen ter dood gebracht. Zoodra dit in
+Groot-Britannië bekend werd, ontstaken de Engelschen in grooten toorn en
+haalden deze zaak later nog menigmaal op als een zware verongelijking,
+hun aangedaan. Zooals men ziet, was het twaalfjarig bestand geen
+beletsel voor de uitbreiding van Nederlands macht in de Indiën, waar de
+vijandelijkheden werden voortgezet.
+
+
+
+
+§ 19.
+
+_De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand schokten._
+
+
+In plaats dat Nederland nieuwe krachten opdeed gedurende den rusttijd,
+werd bewaarheid, wat Maurits had gevreesd: bij rust naar buiten
+ontstonden binnenlandsche twisten. Hevige kerkgeschillen barstten
+in de nauwelijks gevestigde Republiek los en werden gaandeweg
+staatsgeschillen. Reeds vóór het bestand waren de zaden dier
+verdeeldheid gestrooid. In 1603 werd ~Jakob Arminius~, predikant
+te Amsterdam, tot hoogleeraar in de godgeleerdheid aan de hoogeschool
+te Leiden benoemd. Het duurde niet lang, of het openbaarde zich, dat
+hij in een belangrijk punt, n.l. omtrent _de praedestinatie_ of
+voorbeschikking, van de leer afweek, die als de heerschende leer der
+kerk werd aangemerkt. Volgens dit leerstuk, in den strengsten zin
+opgevat, hangt de zaligheid hier namaals uitsluitend af van Gods vrije
+verkiezing in verband met 's menschen geloof, _niet_ met zijn werken.
+Arminius daarentegen was een van de weinigen, die, aan 's menschen
+vrijen wil niet allen invloed op zijn doen en laten kunnende ontzeggen,
+het leerstuk der voorbeschikking niet onvoorwaardelijk aannam. Tegen hem
+stond een andere Leidsche hoogleeraar in de godgeleerdheid, ~Franciscus
+Gom[=a]rus~, over. Inmiddels stierf Arminius in 1609.
+
+Een tweede punt van verschil kwam weldra bij het leerstellige. De
+aanhangers van Gomarus waren verklaarde tegenstanders van alle bemoeiing
+der regeering met aangelegenheden van den kerk: de Arminianen waren van
+een tegenovergestelde zienswijze. Dit toonden zij metterdaad in 1610
+door het indienen van een _remonstrantie_ of vertoog bij de staten van
+Holland, naar welk stuk zij den naam _Remonstranten_ verkregen. Hierin
+verzochten zij om de bescherming der staten en erkenden het gezag dier
+staten over de kerk. Naar het tegenvertoog, door de bestrijders der
+Arminianen gehouden, werden zij _Contra-Remonstranten_ genoemd.
+
+Sedert 1616 was Willem Lodewijk de man, die Maurits voortdurend ried,
+met kracht tegen de Remonstrantsche partij op te treden. Van een anderen
+kant werd Maurits gesteund door Jakob I, koning van Engeland, die er
+zich veel op liet voorstaan, een groot godgeleerde te zijn en zich
+geroepen achtte, de beschermer der hervormde leer in Europa te wezen.
+Waar hij kon, werkte de koning de tegenpartij van Oldenbarnevelt in de
+hand en trachtte den advocaat ten val te brengen. In 't oog van Jakob
+was het begunstigen der Arminianen en het weerstreven der synode (zie
+blz. 83) een zware misdaad. Ook kon hij het den ervaren staatsman niet
+vergeven, dat hij in 1615, gebruik makende van een der vele
+oogenblikken, dat hij groote geldsommen behoefde, hem ertoe had
+gebracht, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van niet meer dan ruim
+1/3 van de toen nog verschuldigde som, de pandsteden (zie blz. 64) aan
+de Republiek terug te geven.
+
+Intusschen scheidden de Contra-Remonstranten zich meer en meer af en
+hielden ter oefening van hun godsdienst afzonderlijke vergaderingen.
+Hier werd door de ééne, daar door de andere partij onderdrukking en
+geweld tegen de zwakkeren gepleegd. Vanhier onlusten in verschillende
+plaatsen gedurende het jaar 1617. Bij al die tooneelen van wanorde bleek
+het vaak, dat de magistraat of overheid luttel kon rekenen op de
+troepen, die de bezettingen der steden uitmaakten. De oorzaak hiervan
+lag voor een goed deel in de houding, die Maurits sinds eenigen tijd had
+aangenomen. Tot het jaar 1617 onthield hij zich van 't geven van
+openbare blijken van instemming met één der beide partijen. Maar van het
+tijdstip af, dat hij op een Zondag van het genoemde jaar in 't openbaar
+met een groot gevolg naar de den Contra-Remonstranten afgestane
+kloosterkerk ging, wierp hij zijn zwaard in de weegschaal. Behalve
+Willem Lodewijk en Jakob I, was het hoofdzakelijk ~François van
+Aerssen~, heer van Sommelsdijk (op Overflakkee), een man van groote
+schranderheid, list en stoutheid, die den stadhouder tegen
+Oldenbarnevelt in 't harnas joeg. Aerssen was verbitterd op zijn
+voormaligen beschermer Oldenbarnevelt, omdat hij het hem weet, dat
+Lodewijk XIII, koning van Frankrijk, in 1613 had verzocht, dat de
+Staten-Generaal, in zijn plaats, een anderen gezant aan het Fransche hof
+mochten benoemen, aan welk verzoek men had voldaan. Met eenige andere
+mannen werd hij een van het zeven- of achttal, dat den advocaat ten val
+bracht.
+
+Het was geen bijzonder moeielijke onderneming, den wrok van den
+stadhouder tegen Oldenbarnevelt te prikkelen. De klove, die alreede
+tusschen de beide hoofden van de Republiek bestond, behoefde nog maar
+een weinig wijder te worden gemaakt. Hadden de vroegere geschillen
+tusschen de beide leiders van den staat louter over _zaken_ geloopen
+(zie blz. 75, 76, 77), aangelegenheden van _persoonlijken_ aard waren er
+sedert bijgekomen. Bij herhaling was de vraag gerezen, of het, ten einde
+meer eenheid in 't bewind te krijgen, niet wenschelijk was, aan Maurits
+het hoogste gezag toe te vertrouwen. Hoewel Oldenbarnevelt geheel
+doordrongen was van 't besef der behoefte aan eenheid in het bestuur,
+was hij er sinds het bestand tegen, dat Maurits' macht werd uitgebreid.
+Maar al te wel slaagden zij, die het in 't belang van 't land en van
+henzelven achtten, den stadhouder hoe langer hoe meer tegen
+Oldenbarnevelt en zijn aanhangers in te nemen. Hij, de advocaat, en die
+het met hem eens waren werden met de Remonstranten als vereenzelvigd.
+Zóó kwam de tegenpartij op het denkbeeld, de Remonstranten uit de kerk
+te stooten en op die wijze den grijzen staatsman tevens in 't verderf te
+storten. Dit doel kon worden bereikt, indien men, volgens den raad van
+Jakob, één _nationale synode_ voor alle gewesten bijeenriep. De meeste
+provinciën waren de zaak der Contra-Remonstranten uitsluitend toegedaan.
+Slechts Holland en Utrecht waren grootendeels voor die der
+Remonstranten. Dat de partij der Remonstranten nu tegen een nationale
+synode moest zijn, is duidelijk. Zij van haren kant verlangde, dat er in
+Holland, en waar men het verder noodig rekende, een provinciale synode
+bijeenkwam.
+
+Uit al de bewegingen van 't jaar 1617 en vroeger sprak klaarblijkelijk
+verzet tegen de wettige overheid. Het was daarom, dat de staten van
+Holland den 4den Augustus 1617 een besluit uitvaardigden, door de
+tegenstanders _de scherpe resolutie_ genoemd. In dat besluit, door de
+edelen en de groote meerderheid der steden genomen, werden o. a. de
+steden gemachtigd, zoo het werd vereischt, op eigen gezag krijgsvolk in
+dienst te nemen. Op dit besluit werd menige aanmerking gemaakt, maar
+geen enkele, die gegrond mocht heeten. De punten, waaruit het bestond,
+behoorden tot diegene, waarover de staten, krachtens hun souvereine
+macht, een beslissing konden nemen. Dergelijke soldaten, als de
+resolutie bedoelde, hadden de gewesten en de steden van oudsher in
+dienst genomen. Men noemde ze _waardgelders_, d. i. lieden, gehuurd,
+om _waarde_ of wacht te houden, aldus zooveel als bezoldigde
+rustbewaarders. Vele steden van Holland brachten nu waardgelders op de
+been. Twee of drie honderd was het gewone getal voor één stad. In 't
+geheel had Holland er niet meer dan 1800. De staten van Utrecht namen er
+eveneens ruim zeshonderd aan. Het spreekt vanzelf, dat de vroedschappen,
+die waardgelders aannamen, dit deden, om, des gevorderd, zichzelven
+tegen woelingen van onruststokers te kunnen verdedigen en alle
+dadelijkheden tegen te gaan. Dat zij met die 1800 onervaren manschappen,
+in verschillende plaatsen verstrooid, een vijandelijken aanval in den
+zin hadden op de 30,000 welgeoefende krijgsknechten, welke de Republiek
+in dienst had, is een beschuldiging, die zichzelve weerlegt. De
+aanvallende partij was, zooals men weldra zal zien, niet die van
+Oldenbarnevelt.
+
+Tegen het einde van Juni 1618 naderde de ontknooping. Toen hakte
+plotseling de partij, die in de Staten-Generaal de zege wilde behalen,
+d. i. het boven (zie blz. 82) bedoelde achttal, den knoop met geweld
+door. Vooreerst besloten de Staten-Generaal, dat er een bezending uit
+hun midden zou gaan naar Utrecht, om de staten dezer provincie te
+bewegen tot afdanking der waardgelders; dan, dat er een nationale synode
+zou worden uitgeschreven. In plaats van aan de staten van ieder gewest
+de zorg te laten voor datgene, waarin zij alleen hadden te beslissen,
+trachtte men hun alzoo de zienswijze der staten van sommige andere
+provinciën op te dringen en hen te nopen, even zoo gezind te zijn,
+als die staten. Ten andere waren het besluiten van slechts een
+deel der Generaliteit. Den 25sten Juli 1618 kwam de deputatie der
+Staten-Generaal, met Maurits aan 't hoofd, te Utrecht aan. Op den 31sten
+dier maand, vroeg in den morgen, dankte Maurits na de toegangen tot de
+voornaamste plaatsen van de stad te hebben bezet, op het plein, geheeten
+de Neude, de waardgelders af. Vervolgens veranderde hij de vroedschap
+der stad Utrecht. Hierdoor zag de secretaris (zie blz. 68) der staten,
+~Gillis van Ledenberg~, de ziel der staten en in gevoelens geheel
+overeenstemmende met Oldenbarnevelt, zich genoopt, zijn ontslag te
+nemen.
+
+Na de terugkomst van prins Maurits en van de gedeputeerden uit de
+Generaliteit tastte men ter Staten-Generaal ook ten aanzien van Holland
+door. Den 21sten Augustus stelden die Staten-Generaal een plakkaat vast,
+dat de zes provinciën en zes steden uit Holland goedkeurden en dat den
+waardgelders gelastte, binnen tweemaal vier-en-twintig uur de wapens
+neer te leggen. Het geschiedde. Vervolgens werden den 28sten en den
+29sten Augustus ter Staten-Generaal door een achttal leden een paar
+geheime besluiten genomen, waarin werd goedgevonden, dat men
+Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en ~Rombout Hogerbeets~, pensionaris van
+Leiden, in hechtenis zou nemen. Toen op denzelfden 29sten Augustus de
+advocaat van den lande op het punt stond, de vergadering der staten van
+Holland binnen te treden, kwam een kamerdienaar hem verwittigen, dat de
+stadhouder hem wenschte te spreken. In plaats van den stadhouder zag hij
+weldra den luitenant van Maurits' lijfwacht, die hem, in naam der
+Staten-Generaal, gevangen nam. Met hem werden de Groot, Hogerbeets en
+Ledenberg gekerkerd. In het begin van September reisde de prins,
+vergezeld van een aantal edelen en omstuwd door zijn lijfwacht, bij de
+steden van Holland rond en koos er overal, waar het hem behaagde, andere
+leden in de vroedschap. Dat de wettige tijd hiervoor niet was
+aangebroken en hem geen voordrachten (zie blz. 70) in behoorlijken vorm
+waren gedaan, was iets, waarom hij zich evenmin bekreunde, als dat hij
+te Utrecht zijn bevoegdheid als stadhouder had overschreden. Op deze
+wijze was alsnu de partij, die bovendreef, tegen alle verzet gedekt.
+
+Weldra werd er een commissie uit de Staten-Generaal benoemd, ten
+overstaan waarvan de gevangenen werden verhoord, met uitzondering van
+Ledenberg, die zichzelf in de gevangenis had gedood. Tot dit uiterste
+was hij overgegaan in de hoop, dat men zijn bezittingen dan niet zoude
+verbeurd verklaren, hetgeen evenwel geschiedde. Op het voorloopig
+onderzoek volgde de benoeming van vier-en-twintig buitengewone rechters,
+twaalf uit Holland en twaalf uit de overige gewesten. Onder de
+vier-en-twintig was meer dan één bijzonder vijand van Oldenbarnevelt en
+menig tegenstander van zijn staatkundige denk- en handelwijze. De
+Staten-Generaal waarborgden de rechters tegen alle onaangenaamheden, die
+hun wegens de vervulling der taak, hun opgedragen, konden worden
+aangedaan. De maatstaf, waaraan alle woorden en daden der beschuldigden
+werden getoetst, was de zienswijze der tegenpartij. Een behoorlijke
+gelegenheid om zich te verdedigen werd den gevangenen niet gegund. Dat
+zij dienaren waren der staten van hun gewest en alzoo niet
+verantwoordelijk voor de besluiten van dit lichaam, kwam geenszins in
+aanmerking. Ten opzichte van Hogerbeets zagen de rechters nog bovendien
+dit over het hoofd, dat hij eerst sinds October 1617, als pensionaris,
+in dienst was van de vroedschap van Leiden en alzoo niet had medegewerkt
+tot het meerendeel der besluiten, om welke hij werd veroordeeld. Het
+vonnis luidde, dat Oldenbarnevelt zou worden onthoofd, de Groot en
+Hogerbeets levenslang gevangen gezet. Tevens werden hun goederen
+verbeurd verklaard.
+
+Den 13den Mei 1619 werd Oldenbarnevelt in 't openbaar te 's Gravenhage
+onthoofd. Zóó viel een man, die langer dan veertig jaren het land trouw
+had gediend, eerst als pensionaris van Rotterdam, toen als advocaat van
+Holland. Met dit ambt bekleed, werd hij terstond het hoofd van de
+partij, die zich tegenover Leicester stelde. Onbeschrijfelijk was de
+verwarring, waarin zich 's lands zaken in die dagen bevonden.
+Oldenbarnevelt vestigde een geregeld bewind en bracht orde in den
+toestand der geldmiddelen. Hij stichtte, door zijn beleid, de Republiek,
+die Maurits tegen buitenlandsch geweld beschutte. Hij alleen werd geacht
+het bewind in handen te hebben. Aleer het vonnis geveld en 't hoofd van
+den advocaat gevallen was, had de Contra-Remonstrantsche partij ook in
+het kerkelijke met geweld de zegepraal behaald. Den 13den November 1618
+werd _de nationale synode te Dordrecht_ geopend. De meerderheid der
+inheemsche leden waren Contra-Remonstranten. Uit Engeland, Zwitserland
+en vele staten van Duitschland kwam tal van godgeleerden, bijna allen
+vijandig gestemd tegen de Remonstranten. Van de Remonstranten verschenen
+slechts weinigen. Van den beginne aan werden zij niet als leden, maar
+als gedaagden behandeld. Den 6den Mei 1619 werden de gevoelens der
+Remonstranten in 't openbaar veroordeeld en de leeraars dier sekte
+afgezet. Later werden al degenen, die te Dordrecht waren geweest over de
+grenzen gezet, omdat zij weigerden _de akte van stilstand_ te teekenen,
+die hen verplichtte, zich van alle kerkelijke bedieningen te onthouden.
+Behalve de vervulling der rechterlijke taak, die de synode op zich had
+genomen, wijdde zij nog een deel harer zittingen aan het vaststellen van
+de voornaamste leerstukken der Nederlandsche hervormde kerk. Eindelijk
+nam zij het gewichtig besluit, den bijbel uit de grondtalen in de taal
+des lands over te zetten, een werk, dat in 1635 tot stand kwam. Het is
+bekend onder den naam _Staten-overzetting_, _Statenbijbel_.
+
+
+
+
+§ 20.
+
+_De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting der
+West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en zijn
+dood._
+
+
+Nadat Hogerbeets en de Groot met hun vonnis waren bekend gemaakt, werden
+zij in Juni 1619 naar het slot Loevestein (bij de samenvloeiing van Maas
+en Waal, in 't z.w. van Gelderland) overgebracht. Hogerbeets bleef hier
+tot Maurits' dood. Toen vergunde men hem, zijn verdere levensdagen onder
+toezicht te slijten in een buitenhuis nabij Wassenaar (niet ver van
+Leiden). Hugo de Groot wijdde zich op Loevestein aan de studiën en aan
+de vervaardiging van eenige dier werken, welke zijn naam onsterfelijk
+hebben gemaakt. Zoodra echter ~Maria van Reigersbergen~, zijn
+echtgenoote, die zijn gevangenis deelde, bijgestaan door zijn
+dienstmaagd Elsje van Houwingen, hem de gelegenheid verschafte, in Maart
+1621 in een kist, schijnbaar met boeken gevuld, naar Gorinchem te
+ontvluchten, maakte de Groot er volvaardig gebruik van en begaf zich
+naar Frankrijk.
+
+Het is licht te begrijpen, dat de macht van Maurits na den dood van
+Oldenbarnevelt zeer toenam. Nog rees zijn aanzien bij den dood zijns
+broeders Philips Willem, die in 1618 stierf en hem al zijn bezittingen,
+ook het prinsdom Oranje, naliet. Hoeveel Maurits' aanhangers thans
+vermochten, ondervonden bovenal de Remonstranten. Al degenen, die eenig
+ambt, hoe gering ook, bekleedden, werden afgezet. Tot ongeveer
+tweehonderd klom het getal hunner predikanten, die hun ontslag bekwamen
+en van welke vele, ten minste tachtig, het brood der ballingschap
+moesten gaan eten. Op aandrang van Maurits werden ook Oldenbarnevelts
+zonen van hun ambten ontzet. De oudste dier zonen heette ~Reinier van
+Groeneveld~ (nabij Wassenaar), de andere ~Willem van Stoutenburg~ (nabij
+Amersfoort).
+
+Nog voordat het twaalfjarig bestand ten einde liep, overleed de
+stadhouder van Friesland, Groningen en Drente, Willem Lodewijk, 1620, en
+werd voor 't eerste gewest opgevolgd door zijn broeder ~Ernst
+Kas[)i]mir~ (1620-1632), terwijl de beide andere Maurits kozen. Het
+jaar van de hernieuwing der vijandelijkheden, 1621, werd gekenmerkt door
+een belangrijke gebeurtenis, door de oprichting der _West-Indische
+compagnie_. Den 3den Juni 1621 verleenden de Staten-Generaal een
+vergunning voor vier-en-twintig jaren aan de West-Indische compagnie.
+Het 1ste artikel kende aan de compagnie, met uitsluiting van iedereen,
+den alleenhandel toe op Afrika, van den kreeftskeerkring of 23-1/2 graad
+Noorderbreedte tot te Kaap de Goede Hoop, welke tot het gebied der
+Oost-Indische compagnie behoorde, alsmede op geheel Amerika. De eerste
+inleg was [f] 7,200,000. Er waren _vijf kamers_. Aan aandeelen had die
+van Amsterdam 4/9, die van Zeeland 2/9, die van de Maas, d. i.
+Rotterdam, die van Noord-Holland en die van Friesland met Groningen elke
+1/9. Het getal der _bewindhebbers_ was _vier-en-zeventig_. Het
+uitvoerend bewind of _de generale vergadering_, uit die vier-en-zeventig
+gekozen, bestond uit 19 leden. De compagnie kreeg, als staat, dezelfde
+rechten als de Oost-Indische. Tot hetgeen de West-Indische compagnie,
+terstond bij haar oprichting, onder haar beheer kreeg, behoorde o. a.
+een landstreek in Noord-Amerika, n.l. _Nieuw-Nederland_, waarin later
+allengs de stad _Nieuw-Amsterdam_ ontstond.
+
+Met het einde van het bestand werden in Europa de vijandelijkheden
+tusschen Nederland en Spanje hervat. In 't zelfde jaar, 1621, overleed
+Albert. Nu werd Isabella landvoogdes der Zuidelijke Nederlanden, die aan
+Spanje, waarover Philips IV regeerde, terugvielen. Zijzelve overleed in
+1633. Veel voordeel leverde de oorlog voor de Republiek niet op. In 1625
+veroverde Spin[)o]la Breda, terwijl de stadhouder in 't vorige jaar zijn
+aanslag op Antwerpen zag mislukken. Gaf de oorlog Maurits alzoo weinig
+stof tot vreugde, wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft gebeurde
+er iets, hetwelk aanduidde, dat de rust, welke men sedert den
+staatsgreep van de jaren 1618 en 1619 genoot, niet uit algemeene
+tevredenheid voortsproot. In 1623 kwam het aan 't licht, dat
+Oldenbarnevelts jongste zoon met verscheidene Remonstranten en
+Roomsch-katholieken een samenzwering smeedde tegen het leven van den
+prins. Het voornemen was, hem in de nabijheid van zijn buitenverblijf,
+bij Rijswijk, te overvallen en te dooden. Het hoofd van den aanslag, de
+heer van Stoutenburg, vluchtte naar het Zuiden, nam dienst bij den
+vijand en vatte de wapenen op tegen zijn vaderland. Het getal van hen,
+die onthoofd werden, beliep vijftien. De aanzienlijkste was Reinier van
+Groenevelt, wiens moeder en gemalin Maurits tevergeefs om genade
+vroegen, hoewel zijn misdrijf alleen hierop neerkwam, dat hij zijn
+krediet had verleend tot het opnemen der benoodigde gelden.
+
+Sedert geruimen tijd leed Maurits aan een ziekte, die zijn krachten meer
+en meer sloopte, totdat hij den 23sten April 1625 in den ouderdom van 58
+jaren bezweek. Kort vóór zijn dood had hij, die nimmer getrouwd was
+geweest, zijn broeder Frederik Hendrik genoopt, een huwelijk aan te gaan
+met de gravin Amalia van Solms (ten n.o. van Maints), die in 't gevolg
+der koningin van Bohemen (_Overzicht_, 9de druk, blz. 130) in Holland
+was gekomen.
+
+
+
+
+§ 21.
+
+_Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._
+
+
+De binnenlandsche staatkunde, door prins Maurits en zijn aanhangers na
+den dood van Oldenbarnevelt gevolgd, gaf het aanzijn aan twee
+_staatspartijen_, _de stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde_, die
+elkander voortdurend bestreden. Tot de ééne partij behoorden de
+regenten, die, hoezeer gestemd voor 't beginsel der souvereiniteit van
+de stedelijke raden en van de staten der gewesten, het stadhouderschap
+evenwel der prinsen uit het huis van Oranje-Nassau als een noodzakelijk
+bestanddeel van den regeeringsvorm aanmerkten. Zij vond vooral haren
+steun bij de volksmenigte. Tegen haar over stond de staatsgezinde
+partij, voortgekomen uit de afgezette regenten, die een bewind zonder
+stadhouder voorstonden, iets, waaraan Oldenbarnevelt nimmer had gedacht.
+De worsteling tusschen deze beide partijen heeft met wijziging der
+begrippen, naar de verandering der tijden, tot den val der Republiek
+voortgeduurd.
+
+Onmiddellijk na den dood van Maurits benoemden Holland, Zeeland,
+Utrecht, Gelderland en Overijsel ~FREDERIK HENDRIK~ (1625-1647) tot
+stadhouder, terwijl de Staten-Generaal hem de waardigheid van
+kapitein-generaal en admiraal der unie opdroegen. In Groningen en in
+Drente verkoos men den stadhouder van Friesland (zie blz. 87). Door
+wederzijdsche toegeeflijkheid zocht Frederik Hendrik, tegen het drijven
+der heftige Contra-Remonstrantsche predikanten in, de partijen tot
+elkander te brengen. In dit pogen werd hij weldra ondersteund zoowel
+door andere stedelijke raden, als door de vroedschap van Amsterdam, waar
+men den Remonstranten vergunde, in 1630 een _seminarium_ of kweekschool
+ter opleiding hunner predikanten te stichten. Twee jaren daaraan
+verrees, volgens het besluit derzelfde vroedschap, _het athenaeum_
+(eigenlijk: tempel van de godin Athene of Minerva) te Amsterdam.
+
+Omtrent terzelfder tijd, in 1631, kwam Hugo de Groot zijn vaderland
+weder bezoeken, op den invloed rekenende van Frederik Hendrik, zijn
+vriend, die de richting der Remonstranten was toegedaan. Maar de prins
+wilde eensdeels ter wille van de Groot de verdeeldheid geen nieuw
+voedsel geven en achtte zich anderdeels verplicht, het eens geslagen
+vonnis te handhaven. Dus moest de balling zich in 't volgende jaar voor
+goed verwijderen. Twee jaren later, in 1634, werd hij tot gezant van
+Christ[=i]na, koningin van Zweden (_Overzicht_, 9de druk, blz. 149), aan
+'t Fransche hof benoemd. Hij overleed in 1645 op een reis uit Zweden
+naar Frankrijk te Rostock (in 't n. van Mecklenburg-Schwerin).
+
+Bij het gemis van voldoende omschrijving der staatsmachten kwam ook bij
+Frederik Hendrik, in weerwil van zijn gematigdheid, van lieverlede de
+zucht op, een soort van alleenheerschappij uit te oefenen. Vandaar dat
+hij in elke provincie (zie beneden, blz. 93) een bijzonder persoon had,
+om zich van den staat van zaken nauwkeurig te laten onderrichten. Lang
+had hij weinig of geen tegenwerking te verduren. De raadpensionarissen,
+die Hollands staten gedurende Frederik Hendriks stadhouderschap
+achtereenvolgens ter zijde stonden, ~Antonie Duik~, ~Adriaan Pauw~ en
+~Jakob Cats~, hadden uit het noodlottige einde van Oldenbarnevelt
+geleerd, dat de dienaar niet behoort te trachten, den heer voorbij te
+streven, of werden, zoodra zij eenige gezindheid hiertoe verrieden, ter
+zijde gezet. In alles, wat den oorlog betrof, evenaarde Frederik Hendrik
+zijn broeder, dien hij in zijn jeugd op meer dan één zijner
+veldtochten, b. v. bij Nieuwpoort, had vergezeld. Van zijn bekwaamheid
+in 't leveren van veldslagen heeft hij echter geen bewijzen gegeven,
+vermits het bij hem vaststond, dat er de Republiek meer aan gelegen was,
+door 't veroveren van sterke vestingen hare grenzen te dekken dan, in 't
+open veld oorlogende, veel geld en manschappen op te offeren. Hoezeer
+hij in de belegeringskunst uitmuntte, toonde hij door het nemen van Grol
+in 1627, en bovenal door de verovering van 's Hertogenbosch en van
+Maastricht. Die van 's Hertogenbosch staat in de geschiedenis van 't
+krijgswezen bekend als een meesterstuk.
+
+Toen de prins in 1629 met de voorbereidende maatregelen gereed en met
+den aanval begonnen was, kwam een groot Spaansch leger tot ontzet
+opdagen. Doch ziende, dat de stadhouder onaantastbaar was, beproefde het
+een afleiding, door in de Republiek zelve een inval te doen. De inval
+geschiedde in de Veluwe en verbreidde wijd en zijd schrik in 't land.
+Tot overmaat van ramp voegden zich de troepen van den keizer van
+Duitschland bij de Spaansche. Intusschen liet Frederik Hendrik zich door
+niets aftrekken. Daarom spanden de Staten-Generaal al hun krachten in,
+om den vijand zoo goed mogelijk tegen te houden. De stadhouder van
+Friesland werd aan 't hoofd van een verdedigingsleger gesteld. Lang kon
+de vijand het in de schrale streek, waar hij was, niet uithouden, zonder
+gebrek aan levensmiddelen te krijgen. Een bijzondere gebeurtenis
+verhaastte zijn aftocht. Het was de aanslag op Wezel, dien een paar
+duizend man Nederlandsche troepen op een vroegen morgen in 't zelfde
+jaar, 1629, waagden en die uitnemend gelukte. Daar de vestingwerken der
+stad destijds open lagen en een deel der bezetting mede naar de Veluwe
+was getrokken, ontmoette men zoo goed als geen tegenstand, en binnen één
+uur was de stad in handen der Nederlanders. De uitwerking volgde
+dadelijk. De vijanden ontruimden het grondgebied der Republiek, en 's
+Hertogenbosch gaf zich bij verdrag over. In 1632 deed de stadhouder,
+vergezeld door Ernst Kasimir, een krijgstocht langs de Maas. Eerst dwong
+hij Venlo en Roermond zich over te geven, welke steden evenwel eenige
+jaren later door den vijand werden heroverd. Hierop voerde hij het
+leger voor Maastricht, dat hij na een langdurig beleg bij verdrag innam,
+in weerwil dat het wakker werd verdedigd en dat wederom een paar legers
+tot ontzet kwamen opdagen. De belegering van Roermond kwam Friesland
+duur te staan. Ernst Kas[)i]mir, die de onderneming bestuurde, werd er
+doodelijk getroffen, stierf binnen kort en kreeg zijn zoon ~Hendrik
+Kas[)i]mir~ (1632-1640) tot opvolger. Het verdrag, met Maastricht
+gesloten, bepaalde, dat de hervormde godsdienst er zou worden toegelaten
+en dat de bisschop van Luik, op wiens grondgebied de stad lag, er zijn
+oude voorrechten zou behouden.
+
+Ook ter zee begon Nederland zijn strijdkrachten ten toon te spreiden. In
+1630 vermeesterde de admiraal ~Loncq~ voor de West-Indische compagnie
+Olinda en het Recif (d. i. een in zee opschietenden klipbrug). Het Recif
+werd versterkt en bleef de hoofdplaats van Nederlands bezittingen in
+Brazilië. In 1628 bemachtigde ~Piet Hein~, vlootvoogd van dezelfde
+compagnie, in ~de baai van Matanzas~ (op de noordkust van het eiland
+Cuba, in West-Indië) de Spaansche zilvervloot. Zij viel zoo goed als
+zonder tegenweer in handen van de vloot der compagnie. Groot was de
+buit, dien men vond aan goud, zilver, paarlen, edelgesteenten en
+specerijen. Alleen de waarde der kostbaarheden werd op ruim 11-1/2
+millioen geschat. De compagnie deed een uitdeeling van 50 ten honderd,
+wat de deelhebbers zeer verheugde. Het was een gelukkige tijd voor de
+West-Indische compagnie. In Brazilië breidde zij zich verder uit, zoodat
+zij weldra de streek bezat, gelegen tusschen de rivier St. Francisco en
+Rio Grande. Landvoogd van Nederlandsch Brazilië werd in 1636 graaf
+~Johan Maurits~ van ~Nassau~, een kleinzoon van Willems broeder Jan.
+Eerst zijn bestuur gaf er het voorkomen aan eener geregelde
+volkplanting. Op uitbreiding van 't grondgebied had hij den blik
+voortdurend gericht. In 1639 werd b. v. St. Eustatius door de
+Nederlanders bezet. Maurits was het, die in 1637 St. George del Mina
+(St. Joris van de mijn, in Guin[=e]a, op de w.kust van Afrika)
+veroverde.
+
+In 1640 hernam Portugal zijn zelfstandigheid (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 141). Johan Maurits, den strijd voorziende, dien Nederlands
+Brazilië weldra zou hebben te verduren, vroeg de compagnie om
+aanmerkelijke versterking der strijdkrachten. Zij, meenende dat dit te
+kostbaar was, riep in 1644 den landvoogd terug. Na zijn vertrek begon de
+achteruitgang dezer bezitting. De Portugeezen, die dáár onder 't bewind
+der compagnie waren, klaagden over onderdrukking en stonden op. Ofschoon
+er vrede tusschen de compagnie en Portugal scheen te bestaan, hielp dit
+rijk de oproerige onderdanen der compagnie en verloor zij hoe langer hoe
+meer grond in Brazilië. In 1654 ging het Recif met de weinige forten,
+die de maatschappij nog in dat land bezat, aan Portugal over. De oorlog,
+dien de Staten-Generaal Portugal verklaarden, deed niets herwinnen. En
+zoo werd het geschil in 1661 bij _den vrede te 's Gravenhage_, twee
+jaren daarna bekrachtigd, indiervoege uit den weg geruimd, dat Nederland
+tegen een afkoop van 4,000,000 _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) ten
+behoeve van Portugal afstand deed van Brazilië.
+
+Zooals het gezag van Frederik Hendrik in allen opzichte groot was in de
+Republiek, zoo oefende hij ook een belangrijken invloed op haar
+buitenlandsche betrekkingen uit. Het werd gedurende zijn stadhouderschap
+de gewoonte, dat de stadhouder met een negental vertrouwelingen, leden
+der Staten-Generaal, uit ieder gewest één of meer, den draad der
+belangrijkste onderhandelingen in handen hield. Zelf was Frederik
+Hendrik, evenals zijn vader, gehecht aan Frankrijk. Hier zocht dus hij
+eveneens steun tegen Philips IV. Zoo werden er onderhandelingen met
+Frankrijk aangeknoopt. Richelieu, de leider der Fransche staatkunde,
+doorgrondde, welk gewicht Nederland in de schaal van Europa's
+statenstelsel zou kunnen leggen. Hij leende dus het oor aan de
+voorslagen, die het kabinet van 's Gravenhage deed, en sloot terzelfder
+tijd, als Frankrijk een werkdadig aandeel begon te nemen aan den
+dertigjarigen oorlog (_Overzicht_, 9de druk, blz. 132), met de
+Nederlanden _het aanvallend en verdedigend verbond_ van den 8sten
+Februari 1635. Dit bepaalde, dat de beide mogendheden zouden pogen, de
+Zuidelijke provinciën aan Spanje te onttrekken en haar hare
+zelfstandigheid terug te geven, of wel het land onder elkander te
+verdeelen.
+
+Op die wijze smolt het laatste gedeelte van den tachtigjarigen oorlog
+ineen met den dertigjarigen. Al werd er, behalve dat Frederik Hendrik
+Breda heroverde, te land weinig gedaan, ter zee behaalden de
+Nederlanders in die dagen een zege, die onder de schitterende
+krijgsbedrijven een eerste plaats bekleedt. Philips IV rustte in 1639
+een arm[=a]da uit, niet geheel ongelijk aan die van 1588. Zij bestond
+uit 67 schepen, waaronder 33 van de zwaarste soort, _galjoenen_ genoemd.
+Aan het hoofd der vloot stond ~Don Antonio d'Oquendo~, een uitstekend
+admiraal. Hem leverde, in weerwil van het verbod van Karel I, koning van
+Engeland, ~Maarten Harpertszoon Tromp~ met een vloot van ruim honderd,
+maar lichtere vaartuigen, den 21sten October, slag te ~Duins~ (een reede
+nabij Noord-Voorland, in 't z.o. van Engeland). De vijand, die liever
+den slag niet had geleverd, werd eenigszins onvoorbereid overvallen.
+Bovendien was de logheid van de zware bodems der Spanjaarden, zoozeer
+verschillende van de welbezeildheid der Nederlandsche schepen, een der
+hoofdoorzaken van het verderf hunner vloot. Een groot aantal hunner
+vaartuigen werd het offer der Nederlandsche branders, dertien waren uit
+Duins ontsnapt, en maar achttien bodems keerden naar Spanje terug. In 't
+kort, Tromp fnuikte voor goed Spanje's macht en verloor zelf slechts één
+schip.
+
+Was Frederik Hendrik de hoofdontwerper geweest van het verdrag met
+Frankrijk, hij was ook de eerste of een der eersten hier te lande, die
+het gevaar van Frankrijks nabuurschap hoe langer hoe meer begon in te
+zien. Hij hield het gezegde voor waarheid, hetwelk weldra een der
+hoofdroersels werd van de buitenlandsche staatkunde der Republiek, dat
+het beter was, Frankrijk tot vriend dan tot nabuur te hebben. En
+naarmate hij de onheilen, die hieruit dreigden voor te komen, beter
+doorgrondde, werd hij des te meer afkeerig van dien staat en helde tot
+het sluiten van vrede met Spanje over. Zijn gezag was nog steeds groot,
+al had hij, hoe invloedrijk ook ter Staten-Generaal, dikwijls met verzet
+van Holland en Amsterdam te strijden. Het rees nog in 1640, toen hij
+stadhouder werd van Groningen en van Drente in plaats van Hendrik
+Kasimir, die aan een wonde, in den oorlog bekomen, stierf en slechts in
+Friesland door zijn broeder ~Willem Frederik~ (1640-1664) werd
+vervangen. Deze Willem Frederik trouwde in 1652 met Albertine Agnes, de
+tweede dochter van Frederik Hendrik. De eenige zoon, dien Hollands
+stadhouder had, heette Willem. Hij huwde in 1641 met ~Maria~, de oudste
+dochter van Karel I, koning van Engeland, of liever hij werd in dit jaar
+met haar verloofd, want omdat de beide jonge lieden nog te weinig jaren
+telden, werd het eigenlijke huwelijk eerst in 1644 voltrokken.
+
+Aleer de vrede tot stand kwam, dien zoowel de meeste der oorlogvoerende
+mogendheden als de stadhouder wenschten, stierf Frederik Hendrik den
+14den Maart 1647 in den ouderdom van 63 jaren. In hem ontviel der
+Republiek een man van groote gaven en bekwaamheden, die het gebouw van
+den staat, door zijn voorgangers opgetrokken, had voleindigd. Als
+staatsman was hij schrander, bedachtzaam en ondoorgrondelijk. In
+krijgskunst en dapperheid behoefde hij niet onder te doen voor zijn
+broeder Maurits en was een waardig tijdgenoot van Gustaaf Adolf. Over 't
+geheel was het tijdperk van zijn stadhouderschap de gouden eeuw der
+Republiek. Overal was veerkracht en bloei. De koophandel breidde zich
+verder en verder uit; volkplantingen ontloken en bloeiden meer en meer;
+de handwerken werden naarstig beoefend; de oorlog schonk lauweren;
+kunsten en wetenschappen eindelijk gaven licht en sieraad aan het
+geheel. Toch waren er ook donkere tinten in het tafereel op te merken.
+In vergelijking met den tijd, toen Oldenbarnevelt aan 't hoofd stond,
+werd de huishouding der Republiek minder goed bestuurd.
+
+
+
+
+§ 22.
+
+_De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._
+
+
+Reeds sedert 1641 en vroeger was er sprake van een vrede, die de rust
+zou teruggeven aan het door den dertig- en den tachtigjarigen oorlog
+zoozeer geschokte Europa. Het duurde tot April 1645, eer het congres
+werd geopend. De gezanten van Zweden en van de protestantsche
+rijksvorsten kwamen bijeen te _Osnabrück_, die der Roomsch-katholieke
+staten te _Munster_. In den beginne waren de Staten-Generaal van zins,
+in overeenstemming met het verbond van 1635, niet zonder Frankrijk vrede
+te sluiten. Maar van 't oogenblik af, dat Mazarin (_Overzicht_, 9de
+druk, blz. 144) den toeleg had geopenbaard, om Frankrijks heerschappij
+in het Noorden tot de grenzen der Republiek uit te breiden, achtte men
+zich dezerzijds gerechtigd, op zichzelf te handelen, te meer, vermits er
+sedert jaren geen spoor meer was van samenwerking tusschen de beide
+bondgenooten. In Nederland zelf waren Zeeland en Utrecht ertegen, dat
+men, buiten Frankrijk, vrede sloot. Desniettemin werd _de Westphaalsche
+vrede_ den 30sten Januari 1648 geteekend. De uitwisseling der
+wederzijdsche bekrachtigingen of _ratificatiën_ had te Munster plaats op
+den 15den Mei, hoewel Zeeland eerst den 30sten dier maand toetrad.
+
+Bij dien vrede erkende de koning van Spanje in art. 1 de Vereenigde
+Nederlanden als vrije en onafhankelijke landen. Art. 3 en 5 bepaalden,
+dat de Staten-Generaal hun veroveringen in Brabant, Limburg en
+Vlaanderen, alsmede in de vreemde werelddeelen behielden. Nog bevatte
+art. 5 de voorwaarde, dat de Spanjaarden zich zouden beperken tot de
+vaart op Oost-Indië, gelijk zij toen was, zonder zich verder te mogen
+uitbreiden. Art. 14 schreef voor, dat de Schelde en de kanalen, welke
+met die rivier in gemeenschap stonden, vanwege de Staten-Generaal zouden
+worden gesloten gehouden.
+
+De vrede van Munster was in allen opzichte een eervolle vrede voor de
+Republiek. Met luister omstraald, trad zij in de rij van Europa's
+mogendheden op. Aan grondgebied won zij Staats-Vlaanderen,
+Staats-Brabant, waartoe ook de stad en omtrek van Maastricht behoorde,
+en Staats-Limburg of de landen van Overmaas. Gelijk Drente, drong
+Staats-Brabant er thans op aan, als achtste gewest tot de Generaliteit
+te worden toegelaten. Het werd geweigerd. De Staten-Generaal voerden het
+bewind over de pas verworven landen, _de Generaliteitslanden_ geheeten.
+Zonderling was het gelegen met de regeering van Maastricht. Deze
+regeering was tweeheerig, d. i. de Staten-Generaal, als verbeeldende den
+hertog van Brabant, oefenden er gemeenschappelijk met den prins-bisschop
+van Luik (zie blz. 11) het gezag.
+
+Voor de Zuidelijke Nederlanden was geen artikel van den vrede nadeeliger
+of meer vernederend dan het 14de. Volgens dit artikel mocht geen schip
+de Schelde op- of afvaren, zonder dat er inkomende of uitgaande rechten
+werden betaald en dat de lading der schepen, uit zee komende, in
+Nederlandsche binnenschepen werd gebracht. Dit alles was een
+bekrachtiging van een oud gebruik, dat Nederland sedert 1604 (zie blz.
+76) ten opzichte van Engeland had doen gelden. Van nu af werd dus aan
+alle zeeschepen de pas afgesneden om Antwerpen te naderen en tevens een
+winstgevende vrachtvaart voor Noord-Nederlanders geopend. Bij Lillo lag,
+ten minste in tijd van vrede, slechts één wachtschip van de
+Nederlandsche vloot, _de uitlegger_ genoemd, om ervoor te waken, dat het
+artikel werd nagekomen. Ten overvloede liet men schuiten met zware
+steenen in de rivier zinken, ten einde ze voor diepgaande schepen
+onbevaarbaar te maken.
+
+Nog op andere wijze, dan door het oorlogszwaard, nam gedurende den
+tachtigjarigen oorlog de omvang van 't grondgebied der Republiek toe.
+Zoowel in Friesland, als inzonderheid in Holland kreeg men door
+indijkingen veel land. Hier won men in de eerste jaren der 17de eeuw de
+Beemster, de Purmer, de Wormer. Doch het Haarlemmermeer insgelijks droog
+te maken ried Leeghwater vruchteloos in een geschrift, getiteld het
+"Haarlemmermeerboek."
+
+Zoo trad dan ons vaderland, krachtig naar buiten en van binnen, onder de
+mogendheden van Europa op. Geschiedde dit eerst in 1648, reeds veel
+vroeger had het met het buitenland betrekkingen aangeknoopt, deels van
+staatkundigen aard, deels ter wille van den handel. Aan het doorzicht en
+aan de wakkerheid van den onsterfelijken landsadvocaat hadden de
+Vereenigde Nederlanden het te danken, dat zij alom in Europa met eere en
+achting werden bejegend.
+
+Geen wonder, Nederland stond ten aanzien van handel en scheepvaart op
+een hoog standpunt. Vroeger (zie blz. 44) is over dit punt het een en
+ander opgeteekend, dat thans verdient eenigermate te worden uitgebreid.
+De handel, die in de eerste plaats allengs voor het grootste gedeelte in
+handen der Nederlanders kwam, was die op de Levant of op de
+Middellandsche Zee, de handel, die Venetië groot had gemaakt. De
+voornaamste handelsplaats in de Levant was Smyrna. Bovendien dreef men
+handel op Rome, op Venetië en op andere groote steden van Italië en
+Sicilië, op Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz.
+
+Sinds de handel van Venetië, van Antwerpen en van de hanse geheel
+verviel of sterk achteruit ging, begon Nederland handelsbetrekkingen met
+alle rijken van Europa aan te knoopen. Zeer aanmerkelijk was die op
+Frankrijk. Reeds in 1658 werd de waarde van alles, wat Frankrijk aan
+Nederland leverde, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. Voor den handel,
+dien Nederland op Frankrijk dreef, behoefde die op het Noorden, d. i. op
+Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en op de havens der Oostzee, niet
+te wijken. Zooals Nederland alles, wat de natuur in het Zuiden en midden
+voortbracht, aan de natiën van Noord-Europa leverde, zoo dreef het met
+die van het Zuiden en het midden handel in de Noordsche waren. Een
+tijdlang waren Polen en Rusland voor Nederland, wat Sicilië eens voor
+Rome was, de korenschuur. Bovendien trok de Republiek van de havens der
+Oostzee al hetgeen zij voor den scheepsbouw en het zeewezen behoefde. De
+ijver der kooplieden werd niet verlamd door den tol, dien alle schepen,
+welke de Sond doorvoeren, te Elseneur (op Seeland) moesten betalen.
+Jaarlijks werd de Oostzee, welker toegang de koning van Denemarken
+bewaarde, door vier duizend Nederlandsche schepen bevaren.
+
+Niet minder belangrijk was de handel langs den Rijn en op verschillende
+steden van Duitschland en Zwitserland. De waarde van den handel op den
+Rijn, die uitsluitend in handen van Nederland was, werd jaarlijks
+geschat op honderd millioen. Van minder gewicht was die op de Zuidelijke
+Nederlanden, op Groot-Britannië, Spanje en Portugal. Een geheel
+eigenaardigen handel dreef Amsterdam op Antwerpen, n.l. in ruwe en
+geslepen diamanten. Onophoudelijk gaf de handel voedsel aan _de
+vrachtvaart_. Al vroeg zagen de Nederlanders, niet ongelijk aan de oude
+Tyriers (_Overzicht_, 9de druk, blz. 11, 12), in, dat zij, een land van
+kleinen omvang bewonende, in de zee het element hadden te zoeken, waarop
+zij voor een goed deel hun bestaan moesten vinden. De koopvaardijvloot
+van het kleine Nederland was in die dagen talrijker, dan de schepen van
+alle volken van Europa tezamen. In alle havens trof men Nederlandsche
+vaartuigen aan, en maar zelden hadden zij ballast in. Buitenlandsche
+handelshuizen gebruikten Nederlandsche schepen en bevrachtten ze met
+allerlei goederen, om ze b. v. uit Engeland of andere landen naar
+Frankrijk of elders over te brengen. Verder schonk de handel nieuw leven
+aan de nijverheid. Beroemd waren de scheepstimmerwerven van Zaandam, de
+bleekerijen van Haarlem, de boekdrukkerij van Elzevier te Leiden. Bij
+den buitenlandschen handel, de vrachtvaart en de nijverheid kwam de
+binnenlandsche handel, die van gewest tot gewest, van stad tot stad werd
+gedreven. Boven alle handelsplaatsen in 't geheele land stak Amsterdam,
+de koningin van Nederlands steden, uit. Onder de fraaie gebouwen der
+stad muntte het nieuwe stadhuis uit, het achtste wonder der wereld,
+waarvan men den bouw begon in 't gedenkwaardige jaar 1648. Een der
+bouwmeesters was ~Jakob van Kampen~.
+
+Wie van den wereldhandel der Nederlanders in de 17de eeuw spreekt kan
+niet zwijgen van de compagnieën. Na het bovenstaande (zie blz. 79 vlg.
+en 88) moet althans van de Oost-Indische compagnie hier nog eenige
+melding worden gemaakt. Na in 1622 de landvoogdij te hebben nedergelegd,
+keerde Coen naar het vaderland terug. Doch in 1627 werd hem die hooge
+betrekking op nieuw opgedragen. Een zijner merkwaardigste opvolgers was
+~Antonie van Diemen~. Door de inheemsche bewoners van Ceylon ingeroepen,
+veroverde hij in 1638 een fort van dit eiland op de Portugeezen. Eens
+vasten voet hebbende gezet, breidde de compagnie haar macht ook hier
+spoedig uit. Eveneens ging Malakka (in 't z.w. van Achter-Indië) in 1641
+van Portugal op de Nederlandsche compagnie over. In 't zelfde jaar
+gelastte de keizer van Japan, dat alle buitenlandsche betrekkingen
+moesten worden afgebroken, behalve met Sina en met de Nederlandsche
+compagnie, die hare factorij vestigde op het kleine eiland _Desima_, dat
+verbonden was met de stad Nangasaki.
+
+Onder de oorzaken, waaraan Nederlands handel zijn bloei had te danken,
+is mede vermeld (zie blz. 44) de persoonlijke vrijheid welke alle
+ingezetenen dezer landen genoten. Uit hoofde van die persoonlijke
+vrijheid, waarvan men hier zeker was, werd de Republiek, van den aanvang
+af, het toevluchtsoord, waar vele vreemdelingen zich metterwoon
+nederzetteden, eerst Vlamingen en andere Zuid-Nederlanders, later
+Franschen, Duitschers, enz. De hervormde kerk--het is waar--was met den
+staat tot één geheel onafscheidelijk samengegroeid. Zelfs de
+Roomsch-katholieken, ofschoon nog lang na de invoering der hervorming
+de meerderheid der bevolking uitmakende, hadden, sinds de vestiging
+der Republiek, geen volledige vrijheid van eeredienst. Maar evenals
+alle andere gezindheden hadden ook zij vrijheid van geweten en
+godsdienstoefening, mits de dienst niet in 't openbaar geschiedde. De
+overheidsambten intusschen en zelfs de mindere bedieningen kon niemand
+bekleeden, dan wie de leer der hervormde kerk beleed. Doch onbetwistbaar
+is het, dat de Republiek niet den minsten gewetensdwang heeft geoefend.
+Buiten de Roomsch-katholieken was het meerendeel der inwoners van
+Nederland hervormd. In Holland en Zeeland telde men ook vele leden der
+Waalsche kerk. Verder had men Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen
+en Joden. Was er alzoo voor den vreemdeling veel, dat hem uitnoodigde,
+zich in deze streken te vestigen, niet alles kan hem hier hebben
+behaagd. De ingezetenen der Vereenigde Nederlanden toch hadden zware
+belastingen op te brengen.
+
+Nederland leefde van den handel, doch niet alleen om den handel. Ook om
+den lauwer in wetenschap en kunst ontstond hier een wedstrijd. Van de
+zucht voor verbreiding van kennis en voor den bloei der wetenschap, die
+de landzaten bezielde, leverde in de eerste plaats het stichten van
+hoogescholen onweerlegbare bewijzen op. Na Leiden verrezen die van
+Franeker, Groningen, Amsterdam (zie blz. 90), Utrecht en Harderwijk. Het
+athenaeum van Franeker stichtten Willem Lodewijk (zie blz. 64) en de
+staten van Friesland in 1585. De universiteit van Groningen werd door de
+staten van 't gewest gegrondvest in 1614. Dan volgde de academie van
+Utrecht, met goedvinden der staten door de stad opgericht in 1636. In
+Gelderland bestond, sedert 1647, Harderwijk als een provinciale
+academie. Latijnsche scholen waren verder in grooten getale door het
+land verspreid. Wat het algemeene volks- of lager-onderwijs betreft, dit
+was een vrucht der hervorming. Daarom stonden overal de scholen onder de
+leiding der heerschende kerk, evenwel steeds onder toezicht der
+regeering. In de heerlijkheden--en zij waren vele--had de heer eveneens
+grooten invloed op de school. Over 't geheel stond het onderwijs op de
+lagere scholen, staande den ganschen duur der Republiek, op een lagen
+trap.
+
+Het vernieuwde leven der natie openbaarde zich insgelijks in de
+letterkunde. Na de tallooze tooneeldichten uit vroegere dagen, waaraan
+de vele Rederijkerskamers (zie blz. 44) het aanzijn hadden gegeven, kwam
+er een gansche hervorming in de letteren sedert den grooten omkeer, die
+tegen het einde der 15de en in 't begin der 16de eeuw in staat en kerk
+plaats greep. Een der beste prozaschrijvers uit de laatstgenoemde eeuw,
+tevens een der merkwaardigste mannen van zijn tijd, is ~Philips van
+Marnix van St. Aldegonde~ (zie blz. 53). In zijn hoofdwerk, _den
+Bijenkorf der Heilige Roomsche kerk_, gispt hij geestig, ernstig en
+krachtig de leer en de gebruiken dezer kerk.
+
+Van alle Rederijkerskamers is er geene, die vruchtbaarder werkte voor de
+opkomst der Nederlandsche letteren, dan de Amsterdamsche kamer "in
+liefde bloeiende". Mede door haar zijn Hooft en Vondel geworden, wat zij
+waren. Met Cats en Huygens zijn de beide zooeven genoemde schrijvers de
+vier, wier namen de gulden eeuw der Nederlandsche letterkunde, den tijd
+van Frederik Hendrik, vermaard hebben gemaakt. ~Pieter Cornelisz.
+Hooft~, gestorven in 1647, was drossaart of drost van Muiden. Een
+zijner treurspelen is _Gerard van Velzen_. Keurig zijn bovenal
+zijn minnedichten. Meer nog dan als dichter muntte hij uit als
+geschiedschrijver. Zijn hoofdwerk, als zoodanig, is _de Nederlandsche
+historiën_, welker onderwerp is de opstand tegen Spanje, van 1555 tot
+1587. Een vreemdeling, zoo men op de geboorteplaats let, maar
+Nederlander door zijn herkomst (uit Antwerpen) en door zijn woonplaats
+van zijn kindsheid af (Utrecht en Amsterdam), is ~Joost van den Vondel~
+(1587-1670). Hij is de vorst der Nederlandsche dichters. Onder de rijen
+zijner treurspelen zijn uitnemend verheven lierzangen, als de lofzang
+der engelen in _den Lucifer_ en die der Amsterdamsche maagden op de
+huwelijkstrouw in _den Gijsbrecht van Amstel_. Met schier evenveel geluk
+beoefende hij bijna alle dichtsoorten. De vruchtbaarste stof voor zijn
+treurspelen leverde hem de bijbel. Een der stukken, hieraan ontleend, is
+de _Lucifer_.
+
+De derde van het viertal is ~Jakob Cats~ (zie blz. 90). Hij is geboren
+te Brouwershaven en stierf in 1660, in den ouderdom van drie-en-tachtig
+jaren. Zijn poëzie is natuurlijk en ongedwongen. Het "leerdicht" was de
+vorm, die hem het meest aantrok. Groot was de populariteit, die hij
+bekwam. Geen dichter werd door het Nederlandsche volk zoo gelezen, als
+hij. Dit is niet vreemd, want zijn gedichten zijn huiselijke gedichten.
+Bijna twee eeuwen lang was "vader Cats" als de tweede bijbel des
+huisgezins. Men heeft van hem: _Ouderdom en Buitenleven_, _het
+huwelijk_, enz.--Veel overeenkomst met het proza van Hooft heeft de
+poëzie van ~Constantijn Huygens~. Evenals die prozaschrijver is hij hier
+en daar duister en onverstaanbaar. De verzameling zijner werken, _de
+Korenbloemen_, bevat punt- en hekeldichten, sneldichten, enz.
+
+Met de ontwikkeling der letteren hield die van sommige kunsten ongeveer
+gelijken tred, bovenal die der schilderkunst. Had België Rubens, die
+moeielijk was te evenaren, Nederland kon op vele zijner tijdgenooten
+bogen, die in het schilderen van huiselijke tafereelen of van
+voorwerpen, aan de natuur of aan het leven ontleend, een zeldzame hoogte
+bereikten. De beroemdste der Nederlandsche historieschilders is
+~Rembrandt~, geboren te Leiden, die van 1608 tot 1669 leefde. Hij vormde
+zichzelf zoo goed als geheel. In eigen waarneming, vooral van de
+weerkaatsing van 't licht, zocht en vond hij zijn kracht. Op geheel
+eenige wijze leerde hij met licht en bruin te werken. Ook was hij een
+meester in het schikken der beelden. Vermaard is zijn "nachtwacht."
+
+
+
+
+§ 23.
+
+_Het stadhouderschap van Willem II._
+
+
+De vrede van Munster was een gewichtige gebeurtenis, zoo voor Europa in
+'t algemeen, als voor de Republiek in 't bijzonder. Een volledige
+zegepraal bekroonde de langdurige worsteling der vaderen. Gelijk met den
+Westphaalschen vrede de toestand van Europa aanmerkelijke wijzigingen
+onderging, daar, naast de zucht tot uitbreiding van 't grondgebied, de
+belangen van den handel nu, in plaats van den godsdienst, de voornaamste
+drijfveer werden van de politiek der kabinetten, zoo nam ook de
+buitenlandsche staatkunde der Republiek een andere richting. De
+zienswijze, gedurende de laatste jaren van den oorlog opgekomen, werd
+een onwrikbare overtuiging van Nederlands staatsmannen (zie blz. 94).
+Niet Spanje, maar Frankrijk was van nu aan het aanhoudend voorwerp der
+bezorgdheid van de Republiek. De Zuidelijke Nederlanden werden thans als
+een beveiligende voormuur tegen Frankrijk aangemerkt. De wrok, dien
+Frankrijk wegens het sluiten van den vrede tegen Nederland had opgevat,
+was diep geworteld en bleef bestaan.
+
+Met den anderen nabuur, Groot-Britannië, was de verstandhouding der
+Republiek, ten tijde van den vrede, ook niet zeer innig. Engelands rust
+werd door binnenlandsche oneenigheden verstoord. In 1648, toen de vrede
+tot stand kwam, had de partij van 't parlement niet alleen gezegevierd;
+doch zij had ook den persoon des konings Karel I (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 147) in haar macht. Deze uitkomst bracht de Republiek in een
+moeielijken toestand. Den jongen stadhouder, Willem II, trof het lot
+zijns schoonvaders diep. De Staten-Generaal erkenden Karel II als koning
+en weigerden gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek.
+Eveneens stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal (zie blz.
+92). Evenmin waren de betrekkingen met Zweden, fier op de rol, die het
+in den dertigjarigen oorlog had vervuld, en nauw verbonden met
+Frankrijk, van vriendschappelijken aard. Tusschen Denemarken integendeel
+en de Republiek heerschte veel welwillendheid. Met den keizer van
+Duitschland waren in den laatsten tijd geen betrekkingen aangeknoopt;
+doch, behalve de nabuurschap, moest de verandering van standpunt van
+Nederland ten opzichte van Spanje ook gunstig werken op de verhouding
+tot Duitschland.
+
+In tegenspraak met hetgeen de natuurlijke loop der zaken scheen mede te
+brengen, dat de vrede de voorlooper zou zijn van een tijdperk van rust,
+moest Nederland het ten tweeden male beleven, dat de buitenlandsche
+oorlog slechts was geweken, om plaats te maken voor binnenlandsche
+tweedracht. In 1647 en 1648 was ~WILLEM~ II zijn vader in al zijn
+bedieningen opgevolgd, ook in het stadhouderschap van Groningen en
+Drente. Dit opvolgen van den prins greep onder ongunstige voorteekenen
+plaats. Hoezeer hij van begeerte brandde om den oorlog gaande te houden,
+had hij zoo duidelijk getoond, dat dit door de staten van Holland zeer
+euvel werd opgenomen. Hierbij kwam de zaak van koning Karel I, die
+sedert 1647 een gevangene zijner onderdanen was. Willem zocht in 't
+volgende jaar de Staten-Generaal te bewegen, zich voor zijn schoonvader
+in de bres te stellen; maar Holland en Zeeland wilden zich het in macht
+zoo zeer aangroeiende parlement niet tot vijand maken.
+
+Nog erger oneenigheid ontstond weldra tusschen Willem II en Holland. Het
+financiewezen dezer provincie bevond zich in een ongunstigen toestand.
+Daarom waren de staten van dit gewest ernstig bedacht op bezuinigingen,
+om te verhoeden, dat den ingezetenen zwaardere lasten werden opgelegd.
+Hiermede kwam de denkwijze van de staten der andere gewesten overeen.
+Men besefte, dat de besparing van groote sommen niet anders dan op het
+krijgswezen kon worden gevonden. Doch over het getal der af te danken
+manschappen rees geschil tusschen de Staten-Generaal en Holland. Nadat
+een paar afdankingen overeenkomstig de meening van dit gewest, maar niet
+geheel volgens de zienswijze der Staten-Generaal en van den raad van
+state, hadden plaats gegrepen, drongen de staten van Holland erop aan,
+dat men nog vijftig compagnieën vreemdelingen en de helft der ruiterij
+zou afdanken. Hiertegen waren de Staten-Generaal en de prins. Na vele
+voorslagen over en weer besloten ten laatste de staten van Holland op
+Maandag den 30sten Mei 1650 ter Generaliteit niet langer over de zaak te
+spreken, doch naar eigen goedvinden te handelen. Zoo werden er, op naam
+der Staten van Holland, brieven van afdanking gezonden aan de kapiteins
+van een-en-dertig compagnieën voetvolk en van twaalf eskadrons ruiterij,
+die Holland betaalde.
+
+Van dezen beslissenden stap kennis hebbende gekregen, begaven zich de
+beide stadhouders en de gansche raad van state naar de buitengewone
+vergadering der Staten-Generaal, die op Zondag den 5den Juni werd
+gehouden. Dit college verzochten zij, met hen de hand eraan te houden,
+dat die voorgenomen afdanking niet plaats greep, en te overwegen, wat in
+deze gewichtige aangelegenheid verder behoorde te worden gedaan. In
+weerwil dat vanwege de meeste gewesten slechts een gering aantal leden
+de vergadering bijwoonde, kwam den 5den Juni 1650 een besluit tot stand,
+door een zeker aantal dier leden genomen. Hierin bepaalde men, dat aan
+de kapiteins der troepen tegenbevel zou worden gezonden; dat een
+aanzienlijke bezending zou rondgaan bij alle leden van de staten van
+Holland, om hen over te halen, zich van alle afzonderlijke afdanking van
+krijgsvolk te onthouden; dat de prins werd verzocht, alle zoodanige
+maatregelen te nemen, waardoor de rust bewaard bleef en de unie werd
+gehandhaafd.
+
+De prins stelde zichzelf aan 't hoofd der bezending en ging weldra op
+reis. Zij werd begeleid door ongeveer vier honderd officieren van
+hoogeren en lageren rang. De eerste stad, die de gemachtigden bezochten,
+was Dordrecht, waar de oud-burgemeester ~Jakob de Witt~ het woord tot
+hen voerde en vanwaar zij, zonder de gewenschte belofte te hebben
+bekomen, weder vertrokken. Nog minder slaagde de bezending in een paar
+andere steden. Inzonderheid werden te Amsterdam scherpe woorden geuit.
+Wederom in andere kwam de raad bijeen, hoorde het voorstel aan en gaf
+eenig antwoord, zonder zich evenwel te verbinden tot hetgeen de
+bezending verlangde. Na de bezending werden over de hoofdzaak, het stuk
+der afdanking, weder nieuwe onderhandelingen tusschen de staten van
+Holland en den prins geopend. Hierbij naderden de beide partijen
+elkander op zoo korten afstand, dat Holland ten laatste slechts 300
+ruiters en ruim 300 voetknechten meer dan Willem II uit den dienst wilde
+ontslaan. Terwijl echter de een niet voor den ander wilde zwichten, liet
+de prins den 30sten Juli 1650 Jakob de Witt, oud-burgemeester van
+Dordrecht, en vijf andere heeren uit Holland, leden der overheid in
+verschillende steden en tevens van de staten van Holland, aanzeggen, dat
+hij hen wenschte te spreken. Een der vertrekken van het gebouw te 's
+Gravenhage, dat "het hof" heette, zijnde binnengetreden, werden zij uit
+'s prinsen naam in hechtenis genomen. Den 31sten Juli liet de stadhouder
+de zes heeren naar Loevestein brengen.
+
+Inmiddels waren, onder bevel van Willem Frederik, reeds den 29sten dier
+maand troepen opgebroken, die in last hadden Amsterdam te bezetten. Het
+voornemen van den prins was, zonder gewelddadigheid een sterke
+bezetting te Amsterdam te leggen en dan de vroedschap te veranderen. Een
+gedeelte van 't krijgsvolk kwam op den bepaalden tijd in de nabijheid
+van Amsterdam, te Abkoude. Maar een ander gedeelte, des avonds van
+Hilversum (ten z. van Naarden) opgebroken, geraakte door het onstuimige
+weder en de duisternis van den nacht aan het dwalen. De Hamburger
+postbode, op zijn reis naar Amsterdam te midden dier rondzwervende
+troepen gerakende, bracht op den vroegen morgen van den 30sten Juli te
+Amsterdam het bericht, dat eenige duizenden ruiters, die ieder toen voor
+vreemde troepen hield, tegen de stad in aantocht waren. Onverwijld nam
+Amsterdam alle vereischte maatregelen, om zich in staat van tegenweer te
+stellen. Den 31sten Juli vertrok de prins van Oranje naar het leger, dat
+voor Amsterdam lag. Inmiddels had de overheid der stad een paar
+zeesluizen laten openen en was op die wijze begonnen het land onder
+water te zetten. Willem II alzoo ziende, dat zijn toeleg was verijdeld,
+en vreezende, dat zijn soldaten mochten verdrinken, verzocht de
+Staten-Generaal, hem terug te roepen. Hetzelfde verzoek deden hun de
+staten van Holland. Eer hieraan echter gevolg werd gegeven, trad de
+stad, uit bezorgdheid dat de handel, die reeds veel door 't beleg had
+geleden, mocht verloopen, en ziende, dat zij niet veel steun vond bij de
+overige steden van Holland, in onderhandeling met den prins. Die
+onderhandelingen voerden den 3den Augustus tot een verdrag, hetwelk
+behelsde, dat Amsterdam zich in het twistgeding over 't krijgsvolk zou
+voegen naar de meening der zes provinciën en dat Zijn Hoogheid de
+troepen zou doen aftrekken. Nu ontsloeg de prins ook de zes heeren,
+zonder te reppen van eenige misdaad, waarom zij zouden zijn gevangen
+genomen.
+
+Willem II beleefde het einde van 't jaar, waarin de tweedracht zoo fel
+was uitgebarsten, niet meer. Naar Dieren (nabij Arnhem) vertrokken, waar
+hij een landgoed had, hield hij zich, in weerwil van 't ongunstige weder
+van den herfst van dit jaar, zoo onafgebroken met de jacht bezig, dat
+hij tegen 't eind van October ziek werd en naar den Haag moest worden
+vervoerd. Reeds den 6den November overleed hij in den jeugdigen ouderdom
+van ruim vier-en-twintig jaren. Naar alle waarschijnlijkheid voorkwam
+zijn vroegtijdige dood groote moeielijkheden, die zich aan den
+gezichteinder begonnen te vertoonen. Behalve dat het lang zou
+hebben geduurd, eer de bestaande spanning ware verkeerd in een
+vriendschappelijke verhouding tot Hollands regenten, is het te
+vermoeden, dat de onbezonnen aanmoediging van een drom vleiers, wien hij
+het oor leende, den heerschzuchtigen en hartstochtelijken stadhouder
+mettertijd het spoor had doen bijster worden. De onervaren prins stond
+op het punt, het zoo even voltooide meesterstuk, te Munster tot stand
+gebracht, te vernietigen. In overleg met hem had het Fransche hof een
+ontwerp-verdrag opgesteld, dat de Republiek en Frankrijk in een dubbelen
+oorlog zou hebben gewikkeld met Spanje en met Engeland. De Stuarts
+zouden door de beide bondgenooten op den troon worden hersteld. Maar de
+plotselinge dood van den prins deed het ontwerp in duigen vallen. In hem
+ontviel der Republiek een man, die ontegenzeggelijk groote gaven had en
+den staat aanmerkelijke diensten had kunnen bewijzen. Ware hem een
+langer leven gegund geweest, hij zou zijn vermaarde voorzaten in vele
+opzichten hebben kunnen evenaren, want hij was onvermoeid, dapper,
+ondernemend en milddadig.
+
+
+
+
+§ 24.
+
+_De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._
+
+
+De mare van 's prinsen dood verwekte, toen zij door 't gansche land
+weerklonk, naarmate van ieders gezindheid, verschillende aandoeningen
+van droefheid of blijdschap. Den 14den November, acht dagen na 's
+prinsen dood, werd Willem Hendrik, de zoon van Willem II, geboren. De
+staten van Holland, intusschen bijeengekomen, deden een bezending aan
+hun medeleden in de unie, om hun voor te stellen, de staten der
+bijzondere gewesten te 's Gravenhage te beschrijven, ten einde op de
+unie, de religie en de militie te besluiten. Dit duidt aan, dat de
+staten van Holland zich onwrikbaar hadden voorgenomen, de regeering op
+een vasten voet te brengen, ten welken einde zij de toestemming der
+andere gewesten behoefden en wenschten, dat de staten dier provinciën
+een aanmerkelijk getal afgevaardigden naar den Haag zouden zenden.
+Thans immers, nu de tachtigjarige oorlog voor goed was geëindigd, scheen
+het noodzakelijk, een vasten regeeringsvorm aan de Republiek te geven.
+Middelerwijl werd de voogdij over den jongen prins opgedragen, ter ééne
+zijde, aan de prinses-weduwe (zie blz. 95), en ter andere aan de
+prinses-grootmoeder (zie blz. 89) en aan den keurvorst van Brandenburg
+gezamenlijk. Deze keurvorst was Frederik Willem, getrouwd met de oudste
+dochter van Frederik Hendrik, ~Louise Henriëtte~. Terwijl vervolgens de
+staten van de meeste gewesten de rechten, die de stadhouder tot dusver
+had gehad, aan zichzelven trokken of aan de steden toekenden, benoemden
+Groningen en Drente Willem Frederik (zie blz. 94) in 1650 tot
+stadhouder.
+
+Den 18den Januari 1651 opende de raadpensionaris Cats _de groote
+vergadering_ of die der Algemeene Staten, alwaar ruim 300 personen
+tegenwoordig waren. Hoofdzakelijk kwam de rede van den raadpensionaris
+hierop neer, dat, vermits de Republiek, door 't overlijden van Willem II
+en bij ontstentenis van een prins uit het huis van Oranje-Nassau, in
+staat om stadhouder en kapitein-generaal te zijn, zich in een toestand
+bevond, hoedanigen zij nimmer had gekend, er moest worden beraadslaagd
+over _de unie_, _de religie_ en _de militie_. Ten aanzien van de religie
+verklaarde men zich te houden aan den hervormden godsdienst, zooals hij
+was vastgesteld op de synode van Dordrecht, en de andere sekten
+oogluikend te willen toelaten. De vaststelling van het punt der unie
+leverde groote bezwaren op. De grootste moeilijkheid bestond hierin, een
+geschikt middel te vinden, ten einde de geschillen van één gewest of
+tusschen onderscheiden gewesten bij te leggen. De verscheidenheid der
+meeningen over dit punt liep hierop uit, dat er niets werd vastgesteld.
+Het spreekt vanzelf, dat het derde punt, dat over de militie,
+waaromtrent in de beide laatste jaren zooveel was voorgevallen,
+inzonderheid de aandacht der vergadering bezig hield. Men kwam tot deze
+uitkomst, dat, naast den Staten-Generaal, aan de staten der gewesten
+meer gezag en grooter bevoegdheid op het stuk van 't krijgswezen werd
+toegekend, dan tot hiertoe het geval was geweest. Alles, wat op de
+groote vergadering was besloten, werd aangemerkt als een grondwet van
+den staat. Hetgeen omtrent de beide eerste punten was beslist bracht de
+regeering op zoodanigen voet, dat Holland veel meer invloed kreeg op de
+Vereenigde Nederlanden, dan het tevoren had gehad. Kort nadat de groote
+vergadering was uiteengegaan, legde Cats het ambt van raadpensionaris
+neer. In zijn plaats benoemden de staten van Holland nog in 1651 ten
+tweeden male (zie blz. 90) ~Adriaan Pauw~.
+
+Hetgeen in 1649 hier te lande ten opzichte van de gezanten der Engelsche
+Republiek (zie blz. 103) was voorgevallen werd door het parlement zeer
+euvel opgenomen. De dood van den prins gaf het parlement grond om te
+meenen, dat er in de denkwijze der zeven gewesten ten aanzien van
+Engeland een omkeering had plaats gegrepen. Het zond dus in 1651 een
+plechtig gezantschap naar dezen staat, hetwelk terstond gehoor verwierf
+in de groote vergadering. De bezending had in last, een verbond met de
+Staten-Generaal te sluiten, nauwer dan immer tusschen de beide staten
+had bestaan. Hoe de aard van dit verbond zou zijn, werd voorshands niet
+nader verklaard. De Staten-Generaal toonden weinig geneigdheid, aan den
+voorslag te voldoen. Alzoo riep het parlement nog in den zomer van 't
+zelfde jaar zijn gezantschap terug. Wat Holland had gevreesd en van den
+beginne af had trachten te voorkomen gebeurde. In Oct. 1651 vaardigde de
+Engelsche Republiek _de akte van navigatie_ uit, die een zwaren slag
+toebracht aan de vrachtvaart en aan den tusschenhandel der Nederlanders
+(zie blz. 98). Deze akte toch bepaalde, dat de vaartuigen van vreemde
+natiën geen andere voorbrengsels dan die van hun eigen land in de
+Britsche havens mochten invoeren. Groot was het nadeel, door deze akte
+aan Nederlands vrachtvaart, haringvangst en visscherij in 't algemeen
+toegebracht. Nog grooter werd het, daar ook andere natiën, even
+ijverzuchtig op den bloei der Republiek als de Engelsche, het voorbeeld
+van dit volk gingen navolgen. Toen voorzeker moest het getal der
+Nederlandsche vrachtschepen, hetwelk in 1651 meer dan elf duizend
+bedroeg, wel dalen.
+
+Bij de onderhandelingen, vervolgens aangeknoopt tusschen de Britsche en
+de Nederlandsche Republiek over een verbond van vriendschap en
+koophandel, kwamen de Engelschen met hooge eischen voor den dag, b. v.
+met dien van 't recht eener volstrekte heerschappij over de zeeën van
+Groot-Britannië, verlangende, dat ieder dit door het strijken der vlag
+voor de Engelsche oorlogschepen erkende. Ook werd hetgeen ongeveer
+dertig jaren geleden op Amboina (zie blz. 79, 80) was voorgevallen op
+nieuw opgehaald. Intusschen waren de Engelsche oorlogschepen zelfs
+begonnen, eenige vaartuigen der Nederlanders te nemen. Uit dien hoofde
+werd de luitenant-admiraal ~Maarten Harpertsz. Tromp~ in 1652 met een
+groote vloot in zee gezonden. Den 29sten Mei stiet hij op den Engelschen
+admiraal ~Blake~, die op de hoogte van ~Dover~ kruiste. Hier werden zijn
+schepen handgemeen met de vloot van Blake, die, omdat Tromp hem niet
+spoedig genoeg groette, het sein gaf tot het gevecht. De nacht scheidde
+de kampenden, en de beide admiralen verweten elkander de vredebreuk. De
+onderhandelingen, nogmaals aangeknoopt, leidden tot niets, en _de eerste
+zeeoorlog_ met Engeland was metterdaad verklaard.
+
+~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ sloeg den Engelschen vice-admiraal
+~Askue~ in 1652 bij ~Plymouth~ (in 't z.w. van Engeland). Niet minder
+krachtig handhaafde Tromp, toen op het toppunt van zijn roem, de eer der
+Nederlandsche vlag, zoowel in _den_ onbeslisten _driedaagschen zeeslag_
+bij ~Portland~ (een schiereiland in 't z. van Engeland, ten w. van
+Dorchester) in Febr. 1653 tegen Blake en bij ~ter Heijde~ (ten z. van
+Scheveningen), waar hijzelf sneuvelde (10 Aug.) en waar de zege eveneens
+twijfelachtig was, tegen Monk (zie _Overzicht_, 9de druk, blz. 148), als
+in vele andere ontmoetingen. De oorlog met Engeland kwam de schatkist
+der Republiek op zulke zware offers te staan en de handel verliep
+zoozeer, dat de rampen van den tachtigjarigen oorlog geringer schenen
+dan die van dezen krijg. Amsterdam kwijnde. De Republiek was geenszins
+opgewassen tegen Engeland. Niet minder dan in Nederland gevoelde men in
+Engeland de gevolgen der stremming van handel en zeevaart, en Cromwell
+zag in, dat zijn gezag licht aan 't wankelen kon worden gebracht, zoo
+hem de fortuin eens tegenliep. Bovendien duchtte hij, dat, indien de
+oorlog den prins van Oranje in Nederland op het kussen mocht brengen,
+deze verheffing die van Karel II in de hand kon werken.
+
+Hier te lande wenschte Holland, hetwelk, naar gewoonte, de zwaarste
+lasten voor den oorlog droeg en voor de achterlijk blijvende gewesten de
+penningen wederom moest voorschieten, bovenal den vrede. De staten van
+dit gewest droegen, na den dood van Pauw (zie blz. 109), in 1653 het
+raadpensionarisschap op aan ~JOHAN DE WITT~. Hij was de tweede zoon van
+Jakob de Witt, twee jaren jonger dan zijn broeder Cornelis. Zonder de
+andere provinciën te hebben geraadpleegd, wendde Holland zich, in Maart
+1653, tot het parlement, om te pogen eenig uitzicht op den vrede te
+verkrijgen. Het gevolg was, dat een paar maanden later een gezantschap
+der Staten-Generaal naar Londen vertrok. Een of twee dezer gezanten
+hielden geheime briefwisseling met de Witt. Dit gaf aanleiding tot het
+vermoeden, dat de Witt en zij, die in Holland met hem eenstemmig
+dachten, van zins waren, met Engeland een verdrag te doen tot stand
+komen, nadeelig voor de belangen van het huis van Oranje-Nassau.
+
+In November 1653 werden de Nederlandsche gezanten in kennis gesteld van
+een ontwerp van vrede, uitgaande van de Engelsche Republiek. Het ontwerp
+bevatte o. a. de vordering, dat de Staten-Generaal, noch de staten der
+gewesten den prins van Oranje of een zijner nakomelingen immer zouden
+aanstellen tot kapitein-generaal en admiraal of stadhouder. Tegen dit
+punt kwamen de afgevaardigden terstond in verzet. Doch in 't zelfde jaar
+werd Cromwell protector van Groot-Britannië. Hij stond vast op het stuk
+der uitsluiting van den prins, zeggende van oordeel te zijn, dat, indien
+de zoon van Willem II tot hooge waardigheden mocht komen, hieruit
+geschillen zouden voortspruiten tusschen Engeland en Nederland en alzoo
+de vrede zou worden verstoord. De Staten-Generaal waren hiervan ten
+eenen male afkeerig. Van zijn kant gaf Cromwell te verstaan, dat hij er
+genoegen in zoude nemen, indien slechts de staten van Holland hem
+omtrent die uitsluiting den noodigen waarborg gaven. Dit werd nu de
+aangelegenheid, waarover een paar gezanten der Republiek met de Witt in
+'t geheim brieven wisselden en die aan de Staten-Generaal en aan 't
+meerendeel der staten van Holland onbekend bleef.
+
+Den 23sten April 1654 werd het vredesverdrag door de Staten-Generaal
+bekrachtigd, den 30sten door Cromwell. Zóó kwam _de vrede van
+Westminster_ tot stand. Hij bepaalde hoofdzakelijk, dat de
+Nederlanders, in de Britsche wateren één of meer Engelsche oorlogschepen
+ontmoetende, steeds de vlag zouden strijken en dat recht zou worden
+gedaan wegens het op Amboina gebeurde. Overeenkomstig dit laatste punt
+betaalde men een aanzienlijke som aan de erfgenamen der op Amboina
+terecht gestelden. Den 3den April koesterde de Witt nog de hoop, dat
+Cromwell ten aanzien van de uitsluiting van inzicht mocht veranderen.
+Niet alsof hij de verheffing van den prins wenschte. Het tegendeel staat
+vast. Een diepen indruk had 's vaders gevangenneming op den zoon
+gemaakt. En dat de tijd bij hem en bij zijn partij dien indruk niet
+wegnam, dit belette, zoo het voor 't overige mogelijk ware geweest,
+reeds de naam _Loevesteinsche factie_, welken de staatsgezinde partij
+(zie blz. 89) sedert dien tijd bij haar tegenstanders droeg. In weerwil
+hiervan heeft men in familiewrok niet in de eerste plaats het beginsel
+te zoeken van de Witts vooringenomenheid tegen het huis van
+Oranje-Nassau. Die vooringenomenheid stond bij hem in verband met de
+vaste overtuiging, dat de souvereiniteit der staten in aanhoudend gevaar
+was, indien de Republiek steeds een dienaar in naam, een meester in 't
+wezen der zaak had, die het opperbevel voerde over een staand leger en
+als stadhouder veler gewesten een zoo veelzijdigen invloed kon
+uitoefenen. De raadpensionaris was van meening, dat slechts in tijd van
+oorlog een kapitein-generaal een onmisbaar dienaar der Republiek was.
+
+Maar al was de Witt geen voorstander van de belangen van 't huis van
+Oranje-Nassau, het kon hem niet anders dan onaangenaam zijn, dat het
+besluit der tegenwerking van den prins door een vreemde mogendheid, als
+volstrekte voorwaarde voor 't behoud des vredes, aan Holland werd
+afgeperst. Vermits intusschen Cromwells onherroepelijke wil was, een
+verklaring der staten van Holland over de uitsluiting, met zijn wensch
+overeenstemmende, onmiddellijk na het teekenen van het vredesverdrag in
+handen te hebben en hij de instandhouding van den nauwelijks gesloten
+vrede hiervan afhankelijk stelde, werd de zaak den 28sten April en in de
+eerste dagen van Mei in de vergadering der staten van Holland overwogen.
+Veertien leden stemden er ten slotte voor. Alzoo werd _de akte van
+seclusie_ of uitsluiting naar Engeland gezonden. Zij behelsde, dat de
+staten van Holland den prins van Oranje of een zijner nakomelingen
+nimmer tot stadhouder verkiezen, noch, zooveel hun stem aanging,
+gedoogen zouden, dat hij ooit tot kapitein-generaal der unie werd
+aangesteld. Ongeveer terzelfder tijd dat de akte aan Cromwell werd ter
+hand gesteld, lekte het geheim in de Republiek uit en ontstond te dier
+zake van alle zijden in 't land een groote verbolgenheid. Daarom schreef
+de Witt een meesterlijk vertoog, een uitvoerige verdediging der akte en
+van de wijze, waarop zij was verleend, die, met goedvinden van de meeste
+leden, op naam der staten van Holland werd uitgegeven.
+
+
+
+
+§ 25.
+
+_De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der Republiek
+met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede Engelsche
+zeeoorlog._
+
+
+Als eerste vruchten van den gesloten vrede, werden welvaart en algemeene
+tevredenheid in Nederland geplukt. Die vrede opende weder de bronnen van
+handel, scheepvaart en nijverheid. De vrees, dat de akte van seclusie
+duurzame onlusten zou doen geboren worden, bleek ongegrond te zijn. Van
+zijn kant vestigde de Witt, daar de Republiek thans op een goeden voet
+stond met Engeland en de eendracht in 't land zelf hoe langer hoe meer
+veld won, al zijn aandacht op de binnenlandsche aangelegenheden en
+bovenal op het financiewezen. Dit was een tak, die dringend regeling
+vereischte, iets, waartoe den raadpensionaris zijn uitnemende
+bekwaamheden in dit deel der huishouding van den staat bij uitstek te
+stade kwamen. Aan de Witts verstandige beginselen in het beheer der
+geldmiddelen, echt Hollandsche spaarzaamheid in het besteden der
+penningen en een voortdurend streven naar vermindering der hoofdschuld,
+had de staat het te danken, dat hij later, onder kostbare oorlogen, zijn
+krediet kon handhaven. De lessen, geput uit den nauwelijks geëindigden
+oorlog, versmaadde de Witt geenszins. In dien krijg was de meerderheid
+der Engelsche vloot boven de Nederlandsche helder aan den dag gekomen.
+Daarom was de verbetering van het zeewezen het doelwit, waarop hij den
+blik aanhoudend gericht hield. Aan alles, dat te dien einde werd
+voorgesteld, zette hij kracht en leven bij.
+
+De waardigheid en de belangen der Republiek wist de raadpensionaris met
+eere te verdedigen tegen het buitenland. Toen in 1655 een oorlog
+losbarstte tusschen Zweden en Polen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 149) en
+het weldra duidelijk werd, dat de koning van Zweden, Karel X Gustaaf,
+naar de opperheerschappij over de Oostzee streefde, waren de
+Staten-Generaal terstond bedacht op de belangen van den Nederlandschen
+handel (zie blz. 98). ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ (ten w. van Hoorn)
+stevende, als luitenant-admiraal van Holland, naar de Oostzee, om de
+koopvaardijschepen der Republiek en Dantzig, dat door de Zweden werd
+belegerd, te ontzetten. Dit geschiedde in 1656. En toen Frederik III,
+koning van Denemarken, als bondgenoot van Polen aan den oorlog deel nam,
+stond Nederland hem zoowel anderszins als met zijn vloot bij. Wassenaar
+behaalde in 1658, nabij het slot ~Kroonenburg~, een zege op ~Wrangel~,
+bevelhebber der Zweedsche vloot. In 1659 landde Hollands vice-admiraal
+~de Ruiter~ op het eiland Funen en veroverde Nijborg. Hem viel de eer
+ten deel, door den koning van Denemarken met een gouden keten, alsmede
+met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in den adelstand verheven te
+worden.
+
+Het beklimmen in 1660 van den troon van Groot-Britannië door Karel II
+bracht geen innige verhouding teweeg tusschen dit rijk en Nederland. Op
+het bericht zijner verheffing reisde Karel van Breda, waar hij destijds
+vertoefde, naar Holland, om zich te Scheveningen in te schepen. Afscheid
+nemende, beval hij de belangen van den jongen prins van Oranje-Nassau
+ernstig aan de Staten-Generaal en aan de staten van Holland aan.
+Voortshands had deze aanbeveling geen andere uitwerking, dan dat de
+staten van Holland in 't laatst van September 1660 de akte van seclusie,
+die met den dood van Cromwell haar beteekenis verloor, introkken. Den
+koning van Engeland deden zij hierdoor geen bijzonder groot genoegen.
+Hij toch achtte de akte door dien dood zelven te zijn vervallen.
+
+Intusschen beseffende, dat de Republiek niet bestand was tegen de
+vereenigde macht der rijken Frankrijk en Engeland, meende de Witt, dat
+men bij Engeland steun moest zoeken tegen de overmacht van Frankrijk,
+bij Frankrijk tegen die van Engeland. Op dit beginsel berustten de beide
+verdragen, die Nederland in 1662 sloot, het eene met Engeland, het
+andere met Frankrijk. Het verdrag met Engeland, aan de beide staten de
+verplichting opleggende, elkander in geval van oorlog bij te staan, kwam
+in September van dat jaar tot stand. Reeds vroeger, in April, was het
+verwerend verbond met Frankrijk gesloten, waarin werd vastgesteld, dat
+elk der bondgenooten, in geval een van hen in oorlog geraakte, den
+anderen bijstaan en zonder hem geen vrede sluiten zoude.
+
+Zóó meende de Witt zijn doel te hebben bereikt, den staat te hebben
+beveiligd tegen mogelijke aanvallen op het vasteland, ten einde zich op
+zee tegenover Engeland te kunnen doen gelden, hetzij zonder, hetzij met
+geweld. Één moeielijkheid was er bij dit stelsel der buitenlandsche
+politiek, en die moeielijkheid ontging de Witts scherpzienden blik in
+geenen deele. Met den aanvang der regeering van Lodewijk XIV was
+Frankrijk de eerste mogendheid van Europa geworden. Het was voor de Witt
+geen geheim, dat de inlijving der Spaansche Nederlanden een der
+hoofdplannen was van Lodewijks buitenlandsche staatkunde. Maar ook was
+het zijn vaste overtuiging, dat men Frankrijk wel tot vriend, maar niet
+tot nabuur moest hebben (zie bladz. 103). Kon de Republiek dit laatste
+niet beletten, dan stond haar eigen zekerheid op het spel. Weldra werd
+er tusschen den graaf ~d'Estrades~, den gezant van Frankrijk te 's
+Gravenhage, en de Witt een onderhandeling aangeknoopt omtrent een
+verdeeling of vrijmaking der Zuidelijke Nederlanden, geheel
+overeenkomende met het oogmerk, dat Frankrijk en de Nederlanden voorheen
+hadden gekoesterd (zie bladz. 93). Nog waren de Staten-Generaal bezig,
+hierover met Lodewijk te onderhandelen, toen de koning in 1664
+plotseling de zekerheid meende te hebben verkregen, dat de Republiek
+niet bij machte zou zijn, zich tegen de inlijving dier gewesten te
+verzetten. Daarom hield hij het voor overbodig, den buit met een ander
+te deelen. Terwijl Lodewijk zich met deze overdenking bezig hield, kwam
+het hem zeer gelegen, dat de Republiek weldra met Engeland in oorlog
+geraakte. Zoo werd Nederland verplicht, zich steeds nauwer aan
+Frankrijk aan te sluiten, en kon hijzelf gelegenheid vinden, zijn
+plannen omtrent de Zuidelijke Nederlanden in rust te volvoeren, zoodra
+zich hiertoe de gelegenheid aanbood.
+
+In weerwil van de banden, die Engeland aan Nederland schenen te hechten,
+als gelijkheid van afstamming, godsdienst en zeden, bestond er tusschen
+de inwoners dier beide rijken een nationale haat. De oorzaak der
+verwijdering lag vooral in den strijd der belangen. Engeland zocht zijn
+macht te vestigen op dezelfde grondslagen, als Nederland, op den handel
+en de zeevaart. Wat Karel II betreft, hij kon het der Republiek niet
+vergeven, dat zij gedurende de jaren zijner ballingschap het gevaar
+zorgvuldig had ontweken, om zijnentwil Cromwell eenigen aanstoot te
+geven. Bovenal nam hij het euvel, dat de Witt, zooals hij zeide, zijn
+neef geen recht deed wedervaren. Deze gronden verklaren, hoe de krijg
+losbarstte, dien men _den tweeden Engelschen zeeoorlog_ noemt en die een
+dier merkwaardige zeeoorlogen is, welke de zeventiende eeuw boven alle
+tijdperken der oude en der nieuwe geschiedenis onderscheiden. De naijver
+op den nog altijd grooteren handel en de uitgebreider scheepvaart van
+Holland en Zeeland maakte hem voor de Engelschen tot een nationalen
+strijd, en hun aanvallen en veroveringen gingen de oorlogsverklaring
+reeds een jaar vooraf. In 1664 vermeesterden zij Nieuw-Nederland met
+Nieuw-Amsterdam (zie blz. 88), hetwelk sinds New-York heet, en namen
+vele Nederlandsche koopvaardijschepen in beslag, waarvoor de Ruiter
+weldra op de kust Guin[=e]a weerwraak nam.
+
+Ongelukkig was voor Nederland het begin: Den 13den Juni 1665 leed de
+vloot van dezen staat een zware nederlaag op de hoogte van ~Lowesthoff~
+(op de kust van Engeland, ten z. van Yarmouth), haar door ~den hertog
+van York~ toegebracht. De luitenant-admiraal ~Kortenaar~ sneuvelde; de
+opperbevelhebber der vloot, de luitenant-admiraal van ~Wassenaar-Obdam~
+(zie blz. 114), vloog met zijn schip in de lucht; vele schepen werden
+genomen, lafhartigen namen de vlucht, en met moeite dekte men den
+terugtocht. In weinige weken--zoodanig was de veerkracht dier
+tijden--was de vloot hersteld en weder uitgeloopen. Maar eerst in 't
+volgende jaar herstelde een schitterende overwinning, den gekrenkten
+roem onzer zeemacht. Een geduchte vloot van meer dan 100 zeilen, met
+over de 21,000 koppen bemand, onder ~de Ruiters~ opperbevel liep in 't
+begin van Juni uit. Den 11den raakte zij bij ~Foreland~ (ten n.o. van
+Dover) slaags met de Engelschen, die bijna even sterk waren, onder prins
+~Robert~, een zoon van paltsgraaf Frederik, den gewezen koning van
+Bohemen (zie blz. 89), en ~Monk, hertog van Albemarle~; den 12den des
+morgens begon de strijd op nieuw; den 13den werd hij hervat en eerst op
+den 14den Juni 1666 beslist, toen de Engelschen de wijk namen. Zwaar
+gehavend, doch met 3000 gevangenen, onder welke de vice-admiraal Ayscue,
+en met zes veroverde schepen, keerde de Nederlandsche vloot naar hare
+havens terug. Deze _vierdaagsche zeeslag_ is ook in de latere
+geschiedenis eenig gebleven, gelijk hij het in de vroegere was.
+
+Minder gelukkig liep een later zeegevecht af, in Augustus van 't zelfde
+jaar nabij ~Duinkerken~ geleverd. De opperbevelhebber de Ruiter moest
+wijken, maar door vriend en vijand bewonderd. Dat de vloot voor Monk
+moest afdeinzen, weet de Ruiter aan den luitenant-admiraal ~Cornelis
+Tromp~, een zoon van Maarten Harpertszoon, die zich met zijn eskader op
+eenigen afstand van den hoofdslag had gehouden. Tromp schreef dit op
+zijn beurt aan de hitte van den strijd toe, waarin hijzelf was gewikkeld
+geweest. Hoe dit zij, de staten van Holland ontsloegen Tromp uit den
+dienst. Ongelukkig voor dezen staat gaf het wijken der Nederlandsche
+vloot aan de Engelschen, die haar vervolgden, gelegenheid, om 100 à 150
+koopvaardijschepen in het Vlie (tusschen Vlieland en Terschelling) in
+brand te steken en een gedeelte van Terschelling te verwoesten. Dan de
+wraak toefde niet, gelijk beneden zal blijken.
+
+Inmiddels had de oorlog zich verder uitgebreid. Door Karel II
+aangespoord, deed ~Christoffel Bernard van Galen~, bisschop van Munster,
+in 1665 een inval in Gelderland en bemachtigde eenige plaatsen. Maar
+ziende, dat Nederland van verschillende zijden, b. v. door Frankrijk,
+werd gesteund en de hem beloofde gelden uit Engeland niet ontvangende,
+sloot hij in 1666 met de Republiek _den vrede te Kleef_. Kort tevoren
+verloor de partij van Oranje een steun in den stadhouder Willem Frederik
+(zie blz. 94) die in 1664 overleed. Hem verving zijn zoon ~Hendrik
+Kasimir~ II (1664-1696), onder regentschap zijner moeder, in de drie
+gewesten. Middelerwijl verlangde Zeeland, gesterkt door eenige steden
+van Holland, wat het ook reeds vroeger had te kennen gegeven, dat den
+prins van Oranje de hooge staatsambten zouden worden opgedragen. De
+meerderheid der staten van Holland echter, van een tegenovergesteld
+gevoelen zijnde, wist haar meening te doen zegevieren. Nogtans iets
+willende toegeven, belastten die staten zich in April 1666 met de zorg
+voor 's prinsen opvoeding. Dus namen zij Willem Hendrik, zooals men het
+kind noemde, tot _kind van staat_ aan. Zij begonnen met een zuivering
+van het personeel, dat den prins omringde. Onder hen, aan wie de staten
+het toezicht op de opvoeding in 't bijzonder opdroegen, bevond zich
+Johan de Witt. Zelf onderrichtte hij den prins in zaken van regeering.
+
+Tot diegenen, welke uit 's prinsen dienst werden ontslagen, behoorde
+~Henri de Fleury de Coulan, heer van Buat~ en ritmeester in dienst van
+den staat. Sedert eenigen tijd hield hij, met voorkennis en goedvinden
+der staten van Holland, in 't geheim briefwisseling met leden der
+regeering van Engeland, onder voorwaarde evenwel, dat hij den inhoud
+getrouw aan den raadpensionaris mededeelde. Het onderwerp dier brieven
+was de vrede. Buat nu gaf de Witt de brieven, welke hij ontving,
+geregeld te lezen. Dit deed hij ook in Augustus 1666. Doch toen liet hij
+onder die brieven, uit onachtzaamheid, er een, waarop stond "pour
+vous-même," voor uzelf, en die dus voor hem alleen bestemd was. Hierin
+werd niet onduidelijk te kennen gegeven, dat de partij des prinsen, zoo
+zij door Engeland wilde gesteund worden, krachtiger moest optreden.
+Ternauwernood had de Witt deze letteren gelezen, of hij deelde den
+inhoud aan de staten van Holland mede, op wier last Buat in hechtenis
+werd genomen en voor het hof van Holland gedaagd. In het afschrift van
+een brief, vroeger door Buat aan een van Engelands ministers gericht,
+trof men verder bij het beslag leggen op zijn papieren, plaatsen aan,
+die den argwaan tegen hem versterkten. De slotsom was, dat het hof den
+ritmeester Buat wegens ongeoorloofde briefwisseling met den vijand, d.
+i. dus wegens hoogverraad of gekwetste majesteit, ter dood veroordeelde.
+Het vonnis werd voltrokken.
+
+Omtrent twee jaren had nu de zeeoorlog geduurd, toen er met den aanvang
+van 't jaar 1667 ernstig sprake begon te komen van vrede. Eerlang werd
+Breda als plaats om te onderhandelen aangewezen. Weldra werden de
+onderhandelingen begonnen; maar er was weinig voortgang, hoofdzakelijk
+door de onverschilligheid der Engelschen. Reeds lang had de
+raadpensionaris het voornemen gehad, Engeland een geduchten slag toe te
+brengen. Nu kon de verwezenlijking van dat denkbeeld tevens deze nuttige
+strekking hebben, dat zij den vrede bespoedigde. Eindelijk brak de dag
+der wrake aan. De vloot--een Hollandsche vloot, want Zeeland had er geen
+schepen bij en die van Friesland kwamen eerst later--stak in zee. Het
+bevel voerde de Ruiter. Als gevolmachtigde der Staten-Generaal
+vergezelde hem ~Cornelis de Witt~, Johans broeder en ruwaard, d. i.
+baljuw, van het land van Putten (ten o. van Voorn). Den 17den Juni liet
+Hollands scheepsmacht voor den mond der Theems het anker vallen.
+Engeland had geen vloot in zee, om haar de vaart te verhinderen. Den
+20sten Juni zeilde het eerste Hollandsche smaldeel de Medway of het
+Kanaal van Rochester op, en op zijn nadering vloden de schepen des
+vijands. De Engelschen hadden menig schip in de rivier de Medway laten
+zinken; doch dit belette de Nederlanders niet, meer dan één vaartuig in
+brand te steken of te veroveren. Treurig zag het bij die zegepraal te
+Londen uit. De stad sidderde, en aan afdoende maatregelen viel niet te
+denken. Daarom oefende dan ook _de tocht naar Chattam_ een gunstigen
+invloed op de onderhandelingen _te Breda_. Den 31sten Juli 1667 werd _de
+vrede_ gesloten. Hij liet aan elk, wat hij op 't oogenblik van het
+sluiten des vredes in bezit had, en beperkte de akte van navigatie in
+zooverre, dat zij niet meer van toepassing zou zijn op de Duitsche
+waren, die den Rijn af of over land in Nederland waren ingevoerd. Zooals
+de Republiek dus, ten gevolge der eerste bepaling, Nieuw-Nederland
+verloor, zoo bleef Suriname (in 't n.o. van Zuid-Amerika) behouden, dat
+~Abraham Krijnszoon~ in Februari 1667 in naam der staten van Zeeland had
+vermeesterd en dat iets later aan de West-Indische compagnie werd
+verkocht.
+
+
+
+
+§ 26.
+
+_De triple alliantie en de vrede van Aken.--Het begin van den oorlog van
+1672._
+
+
+Gedurende het laatste gedeelte van den zeeoorlog waren de
+onderhandelingen met Frankrijk (zie blz. 115) slepend gebleven.
+Intusschen gebeurde, wat men lang had gevreesd. De koning van Frankrijk,
+meenende, dat de oorlog met Engeland de Republiek zoozeer bezig hield,
+dat hij haar niet langer behoefde te ontzien, sloeg een anderen weg in,
+om tot zijn doel te geraken. Philips IV, de koning van Spanje, was in
+1665 overleden, een minderjarigen zoon, Karel II, nalatende, die hem
+opvolgde. Hem wilde Lodewijk thans de Spaansche Nederlanden, als een
+erfenis zijner gemalin, Maria Theresia, een dochter van Philips IV,
+ontrukken. In Mei 1667 viel hij plotseling in de Zuidelijke Nederlanden.
+Binnen eenige weken vermeesterden de Franschen Charleroi, Doornik en
+vele andere steden. De Nederlanden geraakten door Lodewijks gewelddadige
+handelwijze in een neteligen toestand. Desniettemin hield de
+raadpensionaris het roer van den staat met vaste hand. Eerst wist hij
+tegen 't einde van 1667 een wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende
+partijen tot stand te brengen.
+
+Middelerwijl leidden de overwegingen over de binnenlandsche
+aangelegenheden tot een uitkomst, die wederom zeer verschillend werd
+beoordeeld. Bij de beraadslagingen der Staten-Generaal over de
+versterking der landmacht kwam de vraag op, wien men zou stellen aan 't
+hoofd der troepen van den staat. De staten van Holland, inziende, dat
+men er eerlang toe zou moeten komen, den prins van Oranje het
+kapitein-generaal-admiraalschap op te dragen, inzonderheid indien de
+Republiek in een oorlog te land mocht worden gewikkeld, en vreezende,
+dat de vereeniging dier waardigheid met het stadhouderschap op den ouden
+voet aan den persoon, die ermede werd bekleed, te veel overwicht gaf in
+den staat, stelden den 5den Augustus 1667 een overeenkomst op, die
+ongeveer dezelfde bepalingen inhield als de thans vervallen akte van
+seclusie. Bij deze overeenkomst, met eenparig goedvinden opgemaakt,
+_het eeuwig edict_, dat Hollands regenten, benevens de raadpensionaris,
+onderling bezwoeren, werd het stadhouderschap in Holland afgeschaft en
+verklaard, dat Hollands streven steeds zou zijn, dat het in de overige
+provinciën werd afgescheiden van het kapitein-generaalschap der unie.
+
+Gedurende den genoemden wapenstilstand begon Karel II, duchtende dat
+Nederland en Frankrijk ten aanzien der Zuidelijke Nederlanden
+eendrachtig zouden te werk gaan, te neigen tot krachtdadige
+tusschenkomst. Te dien einde gaf de koning van Engeland aan ~William
+Temple~, zijn afgevaardigde te Brussel, last, zich, onder den schijn,
+alsof hij over Holland naar Londen reisde, te 's Gravenhage op te houden
+en zich met de Witt te verstaan over een verdrag ter wering van Lodewijk
+uit de Zuidelijke Nederlanden. Na korte voorloopige beraadslagingen
+stelden de beide staatslieden binnen vier dagen het verdrag op, bekend
+onder den naam _triple alliantie_ of drievoudig verbond, hetwelk
+Engeland en de Nederlanden in Januari 1668 met elkander sloten. Tot dit
+verdrag trad Zwedens rijksraad, die destijds het bewind voerde voor den
+minderjarigen Karel XI en hiertoe was omgekocht door Hollands geld,
+terstond toe, en Spanje in 1669. Dit verdrag, het schrandere gewrocht
+van Temple's en de Witts broederlijk overleg, bevatte hoofdzakelijk een
+wederkeerige verbintenis der drie staten, om den vrede tusschen
+Frankrijk en Spanje indiervoege tot stand te brengen, dat het
+eerstgenoemde rijk zijn veroveringen of een deel hiervan behield.
+Lodewijk XIV gaf aan den wensch der drie verbonden staten toe en sloot
+den vrede van Aken (_Overzicht_, 9e druk, blz. 150).
+
+Hoezeer zijn toorn voor 't oogenblik wetende te bedwingen, was Lodewijk
+diep gekrenkt door den stouten greep, die zijn overmoed voor een wijl
+had bedwongen. Zichzelf als den beschermer der Nederlanden, zooals nog
+kort tevoren tegen den bisschop van Munster, aanmerkende, kon hij de
+betoonde ondankbaarheid niet vergeven. Met onverbiddelijke
+wraakgierigheid zwoer hij het verderf dier kramers en visschers, die
+hem, den grooten koning, in zijn vaart hadden gestuit. Alle stappen, die
+hij van dit oogenblik af deed, doelden op den val der Republiek. De
+rijksraad van Zweden, wederom geld noodig hebbende, leende het oor aan
+Frankrijks voorslagen en beloofde bij een verdrag, in 't begin van 1672
+gesloten, tegen betaling eener groote geldsom, een leger op de been te
+zullen houden, ten einde iederen Duitschen vorst, die de Nederlanden te
+hulp mocht komen, aan te tasten. Alreede in 1670 sloot Karel II van
+Engeland, steeds goud behoevende voor zijn verkwistende handelwijze, met
+Lodewijk _het geheime verdrag van Dover_, waarin hij zich verplichtte,
+Frankrijk tegen Nederland bij te staan.
+
+Terwijl de Staten-Generaal op die wijze in 't onbepaalde voorgevoel van
+naderende rampen verkeerden, stelden zij in 1670 eenparig een stuk vast,
+volgens hetwelk, in overeenstemming met Hollands besluit (zie blz. 120,
+121), het kapitein-generaal-admiraalschap voor altijd gescheiden bleef
+van het stadhouderschap. Dit stuk heet _de harmonie_ of overeenstemming.
+Vervolgens ging men in December 1671 een verdedigend verbond met Spanje
+aan. In Februari 1672 benoemden de Staten-Generaal den prins tot
+kapitein-generaal voor één veldtocht. Door 's prinsen toedoen kwam de
+keurvorst van Brandenburg (zie blz. 108) er nu eerlang toe, een verdrag
+met de Republiek te sluiten, waarin hij zich tot het geven van hulp
+verplichtte. Met den keizer van Duitschland kwam in den loop van
+hetzelfde jaar een dergelijk verbond tot stand.
+
+Den 7den April verscheen de oorlogsverklaring der beide koningen op één
+dag. Aan bondgenooten had Frankrijk geen gebrek. Den 18den Mei 1672
+verklaarde de bisschop van Munster (zie blz. 117) den Staten-Generaal
+den oorlog. Fransch geld en Fransche invloed bewogen hem hiertoe, gelijk
+mede zijn nabuur ~Maximiliaan Hendrik~, keurvorst van Keulen en prins
+van Luik (zie blz. 96). Den 11den Mei brak Lodewijk ten strijde op.
+Maastricht werd voorbijgetrokken. Maar Wezel, Emmerik en andere steden,
+tot het Kleefsche gebied behoorende, waarin de Staten-Generaal
+bezettingen hadden liggen, vielen, binnen weinige dagen, in Lodewijks
+handen. Zij bezweken, omdat de vestingwerken waren verwaarloosd, of de
+bezetting te zwak was, of de noodige voorraad ontbrak, of de burgerij
+Nederlands regeering niet was toegedaan, of het verraad zijn rol
+speelde.
+
+Men meende, dat de koning vervolgens zou trachten, den Ysel over te
+trekken. Doch in plaats hiervan maakte hij een zuidelijke beweging en
+richtte zich op den Rijn. Bij den Ysel lag het Nederlandsche leger, ruim
+14,000 man voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende
+landlieden, ongeschikt tot krijgsdienst. De rivieren waren uitgedroogd.
+Tegenover die Nederlandsche troepen stond een Frans leger van 118,000
+man met 200 stukken geschut; bovendien meer dan 2000 adellijke
+vrijwilligers, die als gemeenen dienden, in afzonderlijke ruiterbenden
+ingedeeld. Allen bezielde de tegenwoordheid van hun koning, die het
+opperbevel aan ~Turenne~ en ~Condé~ had opgedragen. Den 12den Juni 1672
+begon het overtrekken bij het tolhuis te Lobith. Tevergeefs beproefde
+men, de Franschen tot staan te krijgen. De overmacht was te groot,
+hoewel menig schot der Nederlanders zijn man trof. Vruchteloos hebben
+lage vleiers het overtrekken van den Rijn tot een schitterend wapenfeit
+willen verheffen. Evenmin als het nemen der vele kleine sterkten, kan
+die daad het Fransche leger tot eenigen roem verstrekken.
+
+Wanhopig werd thans 's lands toestand, nu de deur der Vereenigde
+Nederlanden was geopend en het leger der Republiek op Utrecht terugtrok,
+om ook hier slechts een paar dagen te toeven en dan nog verder te
+wijken. Binnen een tiental dagen bezweken de meeste steden van
+Gelderland en geheel Utrecht. Den 23sten Juni ging de stad Utrecht bij
+verdrag over. Dan gaf zich nog Naarden over. Eerst Muiden stuitte den
+zegevierenden marsch des vijands. Gedurenden denzelfden tijd, dien
+Frankrijk in zijn eigen belang zoo wel besteedde, veroverden de bisschop
+van Munster en de keurvorst van Keulen een gedeelte van Gelderland,
+waaruit hen evenwel de Franschen weder verdreven. Hun weg voortzettende,
+onderwierpen zij vervolgens Overijsel en namen Koevorden in. Een
+gelukkige tegenstelling tegen dit tafereel van vernedering was
+Aardenburg (in Staats-Vlaanderen), van welke stad de Franschen werden
+genoodzaakt met een zwaar verlies af te deinzen. Alleen ter zee bleek
+Neêrlands meerderheid boven zijn vijanden, want den 7den Juni leverde
+~de Ruiter~ bij ~Solebay~ (een inham op de Oostkust van Engeland, ten z.
+van Soutwold) een slag aan de Fransch-Engelsche vloot, die onder 't
+bevel stond van den ~hertog van York~ en ~d'Estrées~. Een beslissende
+zege behaalde geen der beide partijen; maar het voordeel was aan den
+kant van de Ruiter. De Franschen namen weinig deel aan den strijd, niet
+ongaarne ziende, dat de beide zeemogendheden elkander zooveel mogelijk
+afbreuk deden.
+
+In Holland en in Zeeland brachten de ongehoorde voorspoed en de nadering
+des vijands een buitengewone verslagenheid teweeg. De regenten der
+Republiek helden tot onderhandelingen met Frankrijk over en zonden te
+dien einde gezanten tot den koning. Lodewijk deed verregaande eischen.
+Eer deze voorwaarden nog bekend waren, hadden Amsterdam en Zeeland hun
+afkeer van 't onderhandelen aan den dag gelegd. Niet minder buitensporig
+dan de vorderingen van Frankrijk, waren die, welke de koning van
+Engeland omstreeks denzelfden tijd, op 't einde van Juni, deed.
+
+
+
+
+§ 27.
+
+_Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de
+Witt.--De verheffing van Willem III._
+
+
+De rampen, die het vaderland zoo plotseling troffen, brachten een
+geheele omkeering in het land teweeg. De staten van Holland beijverden
+zich, hun gewest, door het doorsteken der dijken, ontoegankelijk te
+maken voor den vijand. Amsterdam rustte zich op allerlei wijze wakker
+ter verdediging toe en geleek weldra op een vesting, midden in het water
+gelegen. Intusschen weet het volk, steeds zoowel het goede als het kwade
+overdrijvende, de schuld van alle ongelukken aan 's lands regeering en
+beschuldigde de Witt, met Frankrijk te heulen. Niets was ongerijmder dan
+deze laatste beschuldiging. Doch nu die kreet van landverraad eenmaal de
+uiting eener vrij algemeen verbreide meening was, lag de gedachte, dat
+'s prinsen verheffing in de benarde omstandigheden het eenige redmiddel
+was, voor de hand. Weldra uitte zich de haat tegen de de Witten door
+daden. De raadpensionaris, op den avond van den 21sten Juni 1672 uit de
+vergadering der staten van Holland naar huis gaande, werd nabij het
+Buitenhof aangerand door vier mannen, die hem verscheiden wonden
+toebrachten, en, in de meening hem te hebben gedood, de vlucht namen.
+Van de vier misdadigers, die, door den wijn verhit, de daad bijna
+terzelfder ure beraamd en gepleegd hadden, werd alleen Jakob van der
+Graaf, een zoon van een lid van 't hof van Holland, gegrepen. Den 29sten
+Juni werd hij ter dood gebracht. Velen hadden gepoogd, ook bij de Witt,
+vergiffenis voor den jeugdigen man te erlangen, doch vruchteloos. Dit
+deed, evenals de zaak van Buat, den haat tegen den raadpensionaris zeer
+toenemen.
+
+Te Dordrecht wendde de woede des volks zich tegen den ruwaard, terwijl
+hij nog op de vloot was. Een hoop volk vloog naar het stadhuis en
+vernielde de schilderij, dáár ter zijner eer opgehangen. Eenige dagen
+daarna kwam hij in zijn vaderstad terug, maar moest, wegens
+ongesteldheid, het bed houden. Ongeveer gelijktijdig met den aanslag van
+van der Graaf trachtten op een avond vier onverlaten het huis van den
+ruwaard binnen te dringen en zouden het booze opzet, dat zij in den zin
+hadden, hebben volvoerd, zoo niet de gewapende macht tusschenbeide ware
+gekomen. Zelfs stond te Amsterdam het huis van de Ruiter, die zich op de
+vloot bevond, een weinig later aan een aanval van het grauw bloot, die
+eveneens door de burgerwacht werd afgewend.
+
+Gedurende des ruwaards ongesteldheid rottede in verscheidene steden van
+Holland en Zeeland het volk samen met het doel, den prins van Oranje
+verder te doen bevorderen. Het eerst gebeurde dit te Veere, waar men de
+wethouderschap dwong, den 21sten Juni de belofte af te leggen, dat zij
+den prins het stadhouderschap zou aanbieden. Van Veere sloeg de beweging
+over naar Dordrecht. Den 29sten Juni onderteekenden de leden der
+vroedschap een geschrift, waarin zij het eeuwig edict herriepen en
+Willem het stadhouderschap opdroegen. Vermits de ruwaard nog ziek was,
+begaf zich de secretaris der stad met een kapitein der burgerwacht naar
+zijn legerstede en hielden hem voor, dat gewapende burgers zijn huis
+hadden omsingeld, hem, indien hij aarzelde, met den dood dreigende.
+Slechts met moeite brachten zijn huisgenooten hem ertoe, aan het verzoek
+te voldoen. Onderteekenende voegde hij er de letters _v. c._ bij, d. i.
+_vi coactus_, met geweld gedwongen. Maar de Witts gemalin haalde, op
+aansporing van den secretaris, de pen door deze woorden. Ongeveer op
+dezelfde wijze als te Veere en te Dordrecht ging het elders. Op de eene
+plaats kwam het volk uit eigen beweging op de been, op een andere werd
+het opgeruid.
+
+Het werk, in de stemmende steden voorbereid, werd ter dagvaart voltooid.
+Den 2den Juli benoemden de staten van Zeeland, in den nacht tusschen den
+3den en den 4den die van Holland, na eerst het eeuwig edict te hebben
+ingetrokken, ~WILLEM~ III (1672-1702) tot stadhouder. Terzelfder tijd
+benoemden de Staten-Generaal hem tot kapitein-generaal der unie. De
+verheffing van den prins gaf een geheel andere richting aan de
+onderhandelingen over den vrede. Thans kwamen de onderhandelingen met
+Engeland op den voorgrond, die met Frankrijk op den achtergrond, juist
+het tegendeel van hetgeen men in de laatste weken had gezien. Willem
+hoopte Karel II te kunnen bewegen, voor zich een einde aan den oorlog te
+maken en wellicht daarenboven Frankrijk tot een billijken vrede te
+verplichten. Reeds waren zij het over sommige punten met elkander eens,
+ook hierover, dat de prins souverein zou worden; maar verder kwam het
+niet. Karel achtte Willems aanbiedingen onvoldoende en wilde zich niet
+van zijn bondgenoot laten aftrekken. De prins zag in, dat er geen
+gunstige voorwaarden waren te bedingen en alzoo de wapens moesten
+beslissen.
+
+Aleer evenwel de lezer zijn aandacht vestigt op den verderen gang der
+vijandelijkheden, behoort hij ze nog een oogenblik bij de binnenlandsche
+aangelegenheden der Republiek te bepalen. Op het tijdstip dat de
+roekelooze aanslag, boven vermeld, op 't leven van Jan de Witt werd
+gepleegd, was hij het nog, die aan 't hoofd van 's lands regeering
+stond. Toen hij genezen was, had de omwenteling plaats gegrepen, die
+Willem III aan het roer van den staat plaatste. Op dit nieuwe tooneel
+kon hij, zonder zijn eed (zie blz. 121) te breken en zijn beginselen te
+verloochenen, niet voegzaam verschijnen, of hij moest er een tweede of
+derde rol vervullen. Hij vroeg en verkreeg zijn ontslag den 4den
+Augustus. Doch hij en zijn broeder schenen slechts in het leven te zijn
+gespaard, om aan nog grievender leed ten doel te staan, dan hun tot
+dusver was beschoren geweest.
+
+Het eerst trof dit lot den ruwaard. Willem Tichelaar, barbier te
+Piershil (ten w. van Dordrecht), beschuldigde Cornelis de Witt, een
+poging te hebben aangewend, om hem tot een aanslag op het leven van den
+prins van Oranje te bewegen. Tichelaar stond zeer slecht ter faam. Niet
+alleen had hij meer dan een vergrijp gepleegd; maar hij was ook in 1670,
+bij vonnis van des ruwaards plaatsvervanger, veroordeeld tot een
+geldboete en tot verbanning uit het land van Putten. De prins bracht
+Tichelaars aanklacht ter kennis van het hof van Holland, hetwelk den
+ruwaard, in strijd met de privilegiën van Dordrecht, gevankelijk naar
+den Haag, en weldra naar de Gevangenpoort liet voeren en de kennisneming
+der zaak aan zich trok. Lijnrecht tegenover de aangifte van Tichelaar
+stond de betuiging van Cornelis de Witt, luidende dat Tichelaar zijn
+steun had gevraagd voor het ondernemen der bedoelde misdaad, die hij
+evenwel eerder had aangeduid, dan uitgesproken. De Witts dienaar en
+zoon, die hadden geluisterd aan de deur van 't vertrek, waarin Tichelaar
+met den ruwaard vertoefde, bevestigden deze getuigenis grootendeels.
+Ondervraging en pijnbank leidden tot geen ander gevolg, dan dat Cornelis
+de Witt bij zijn verklaring volhardde. Zoo weinig vermocht de pijniging
+op de Witt, dat hij te midden der felste smarten het begin van een van
+Horatius' fraaiste lierzangen, als op zichzelf toepasselijk, opzeide.
+
+De afloop van 't proces is zeer vreemd. Het vonnis, hetwelk van geen
+misdaad gewaagde,--iets, dat bijna zonder voorbeeld was,--luidde, dat de
+Witt werd vervallen verklaard van al zijn ambten, voor immer uit Holland
+verbannen en tot betaling der kosten van 't geding veroordeeld. Het
+vonnis werd den 20sten Augustus uitgesproken. Op dien noodlottigen dag
+werd Tichelaar, die tot dusver mede in hechtenis was gehouden, des
+morgens ontslagen. Terstond liet hij zich tegenover hen, die hij
+ontmoette, indezervoege uit, dat zijn eigen ontslag, evenzeer als het,
+hoewel zachte, vonnis, over de Witt geveld, aantoonde, dat de ruwaard
+schuldig was. Inmiddels kwam de gewezen raadpensionaris zijn broeder in
+de gevangenis bezoeken, van zins zijnde hem mede te nemen. Doch dit
+bleek weldra onmogelijk te zijn. Het duurde niet lang, of de
+Gevangenpoort, waarop zich de gebroeders bevonden, was door een
+tallooze menigte saamgeloopen volk omgeven. Tegen den middag schaarde
+zich tevens de schutterij onder haar vaandels voor de Gevangenpoort en
+hield er wacht. Kort hierna kwamen de drie afdeelingen ruiterij, die in
+de stad in garnizoen lagen, aanrijden en vatteden insgelijks in de
+nabijheid der gevangenis post. Doch toen vervolgens een gerucht werd
+verspreid, dat de boeren uit den omtrek op weg waren, om zich bij de
+saamgeschoolde lieden te voegen en hun in hun opzet de behulpzame hand
+te bieden, kregen twee van de afdeelingen der ruiters bevel, af te
+trekken en de toegangen tot den Haag te bezetten.
+
+Thans hadden de vijanden der gebroeders de baan ruim. Een aantal van hen
+drongen verwoed den kerker binnen, noodzaakten de de Witten met hen het
+gebouw te verlaten en brachten hen te midden eener gewapende menigte van
+1000 tot 1200 menschen laaghartig om. Hierop mishandelden eenige der
+burgers en het gemeen, niet tevreden met de gepleegde euveldaad, de
+doode lichamen op een wijze, te afschuwelijk om te verhalen. Wegens dit
+misdrijf, een der verfoeielijkste feiten uit de geschiedenis der
+Nederlanden, de grootste vlek, die op haar bladen is te vinden, heeft
+men de Hollanders, anders als goedaardig te boek staande, bij het
+verscheurend gedierte vergeleken. Noch de regeering van den Haag, noch
+de staten van Holland, destijds vergaderd, durfden de onzalige daad
+verhinderen. Wel schreven de staten van Holland, van zins schijnende de
+misdadigers te vervolgen, in dien zin aan den prins van Oranje. Doch
+Willem meende, dat men in de toenmalige omstandigheden aan geen
+gestrenge vervolging kon denken van een euveldaad, door menigeen van de
+meest gezeten burgers bedreven. Vreemd blijft het evenwel, hoe de prins
+een jaargeld kon toeleggen aan Tichelaar, die de onmiddellijke oorzaak
+is geweest van het treurige schouwspel, dat hijzelf verfoeide en dat aan
+het huis van Oranje-Nassau meer nadeel heeft gedaan, dan zijn vrienden
+immer in staat waren te vergoeden.
+
+Ten zelfden dage, waarop de daad werd gepleegd, verkozen de staten van
+Holland ~Gaspar Fagel~ tot raadpensionaris. Het was een moeielijke taak,
+de opvolger te zijn van een man, als Johan de Witt. Onder zijn leiding
+vervulde Nederland een der eerste rollen in de Europeesche staatkunde.
+Onvermoeid was de Witt werkzaam voor de verheffing der Republiek, van
+haar zeemacht en handel. Groote diensten heeft hij aan zijn vaderland
+bewezen. Van 's mans ervarenis in 't financiewezen is boven (zie blz.
+113) melding gemaakt. Alom heerschte, gedurende de jaren van de Witts
+raadpensionarisschap in Holland, uitnemende welvaart. Hij was het, die
+Holland en, door middel van Holland, de Vereenigde Gewesten met kracht,
+grootheid en ver vooruitzienden blik bestuurde. Dat hij zeldzame en
+uitstekende geestvermogens had, betwijfelt niemand. Van de beide
+gebroeders was hij de jongste in jaren, de oudste in wijsheid. Was hij
+uitnemend bekwaam en werkzaam, niet minder lof verdienen zijn
+onbaatzuchtigheid en eerlijkheid. Kalm was hij en, het meesterschap
+voerende over eigen gelaat, gewoon tot op den bodem door te dringen
+van eens anders gemoed. De stuurschheid, die zijn broeder schijnt
+eigen te zijn geweest, was geenszins een der eigenschappen van den
+raadpensionaris. Verwijt men hem, dat hij te veel gezag oefende, dit is
+toe te schrijven niet aan heerschzucht, maar aan zijn schrander vernuft
+en aan zijn bekwaamheden, die hem een zedelijken invloed gaven, grooter
+dan de meeste stadhouders hadden. Acht men het verkeerd, dat hij het oog
+bovenal op Hollands belangen gericht hield, men behoort niet te
+vergeten, dat hij de eerste ambtenaar van Holland was.
+
+Mocht men meenen, dat de ongelukken van 1672 hem zijn te wijten, de
+onpartijdige beschouwing der geschiedenis leert, dat hij, zoo hij heeft
+gedwaald, hierin alleen dwaalde, dat hij niet heeft vooruit gezien, dat
+Karel II zoo bekrompen en laag was, Engelands belangen veil te hebben
+ter wille van een handvol Fransch goud.
+
+Het noodlottige uiteinde der gebroeders bleek weldra geen voldoend
+middel te wezen, om de in beweging geraakte bevolking der steden tot
+bedaren te brengen. Eensdeels hierom, anderdeels omdat vele der
+regenten, als aanhangers der staatsgezinde partij, niet aangenaam waren
+aan den stadhouder, machtigden de staten van Holland den prins, den
+27sten Augustus, voorzoover hij het noodig achtte, overal de wet te
+verzetten. Gelijk in Holland, koos de prins ook in de raden van Zeelands
+staten nieuwe leden.
+
+Doch het wordt tijd, tot de zaken van den oorlog terug te keeren. In
+December 1672 viel de vorst in en maakte ~de hertog van Luxembourg~, een
+van Lodewijks veldheeren, zich gereed, een inval in Holland te doen. Hij
+overviel Zwammerdam en Bodegraven, welke plaatsen de Franschen tot den
+grond afbrandden, tevens vele wreedheden tegen de ingezetenen begaande.
+Inmiddels ging de vorst in regen over, hetgeen Luxembourg noodzaakte op
+Woerden terug te trekken. Aan den Noordoostkant van Nederland werd het
+Keulsch-Munstersche leger onder den bisschop van Munster en den
+keurvorst van Keulen in 1672 gestuit door de stad Groningen. Zes weken
+belegerden zij de stad. ~Karel van Rabenhaupt~, de bevelhebber der
+bezetting, leidde de verdediging, wakker bijgestaan door de burgers en
+de studenten. Een groot gedeelte der stad werd platgeschoten; doch de
+moed der belegerden herleefde telkens na iederen goed geslaagden uitval.
+In den nacht tusschen den 27sten en den 28sten Augustus blies de
+bisschop den aftocht met een verlies van ongeveer 5000 man, terwijl in
+Groningen slechts omtrent 100 menschen waren doodgeschoten. Den 30sten
+December liet Rabenhaupt, gebruik makende van de aanwijzing van Meindert
+van Thijnen, een gewezen koster te Koevorden, tevens een goed ingenieur,
+deze vesting door Eybergen verrassen. Ook ter zee stond het vrij wel met
+de aangelegenheden der Republiek. Na den slag bij Solebay (zie blz. 123)
+ging de Ruiter langs de kusten van ons land kruisen, om de Engelschen de
+landing te beletten, die zij, opdat Holland van twee zijden werd
+aangevallen, zich hadden voorgenomen. In zijn streven werd de Ruiter
+ondersteund door de natuur zelve. Toen de vijandelijke vloot in Juli
+1672 in het gezicht van de Helder was, stak er een storm op, die drie
+dagen zonder ophouden en, met eenige tusschenpoozen, bijna drie weken
+aanhield. Zoo was het jaar, welks begin zoo rampspoedig was geweest voor
+Nederland, en inzonderheid het einde, niet teneenenmale van voorspoed
+verstoken.
+
+Meer geluk bracht het volgende jaar. Een beslissende zege behaalde ~de
+Ruiter~ den 21sten Augustus bij ~Kijkduin~ (nabij de Helder) op de
+Fransch-Engelsche vloot onder ~d'Estrées~ en ~prins Robert~ (zie blz.
+117). Te land noodzaakte Willem III door een koene onderneming, de
+verovering van Bonn, in November 1673 de Franschen, ons land te
+verlaten. In het jaar 1674 was de fortuin Frankrijk nog minder gunstig.
+De koning van Engeland, door de bedreigingen van 't parlement gedrongen,
+moest tot _den vrede van Westminster_ (19 Febr. 1674) besluiten, welke
+dien van Breda bekrachtigde. Dit voorbeeld volgden de bisschop van
+Munster en de keurvorst van Keulen.
+
+Terwijl het hoofdtooneel van den oorlog thans werd verplaatst naar de
+Spaansche Nederlanden, waarheen de Franschen aanstonds na de ontruiming
+van ons land weken, keerden de bevrijde gewesten Utrecht, Gelderland en
+Overijsel tot het bondgenootschap weder. Ook zij moesten zich laten
+welgevallen, dat Zijn Hoogheid, op last der Staten-Generaal, de
+regeering hunner steden veranderde, gelijk dit in Holland en Zeeland was
+geschied. Hierbij bleef het niet. Nadat Holland en Zeeland het
+stadhouderschap, gelijk de Staten-Generaal het kapitein-generaal- en
+admiraalschap, erfelijk hadden verklaard in de mannelijke linie des
+prinsen van Oranje, volgden Utrecht en Overijsel in 1674, Gelderland in
+1675 het gegeven voorbeeld. Aan Hendrik Kasimir II (zie blz. 118) droeg
+Groningen in 1674 het erfstadhouderschap op. In Gelderland achtte de
+adel nog niet genoeg te hebben gedaan. Door zijn invloed boden de staten
+van dit gewest den prins de hoogste macht aan met den titel "hertog van
+Gelderland en graaf van Zutfen." Deze waardigheid wees de prins evenwel
+van de hand, toen verscheidene steden van Holland en Zeeland te kennen
+gaven, dat dit aanbod haar weinig behaagde.
+
+Alzoo, hoofdzakelijk door toedoen van Fagel, een macht hebbende
+verkregen, grooter wellicht dan die, welke den hertogelijken of
+graaflijken titel ware toegekend, zette Willem III den strijd tegen de
+vijanden van zijn vaderland buiten de grenzen van het Gemeenebest voort.
+In de Zuidelijke Nederlanden leverde hij den slag van Senef
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152). Ook naar 't Zuiden, naar de
+Middellandsche Zee, werd de kamp overgebracht (t. a. p.). In 1676
+zond men ~de Ruiter~ naar die wateren. Driemalen leverde de
+Nederlandsch-Spaansche vloot slag tegen den Franschen admiraal ~du
+Quesne~: in de tweede ontmoeting, bij den ~Etna~, zegepraalden de onzen,
+maar verloren den eersten vlootvoogd zijner eeuw.
+
+Sinds lang wenschten Frankrijk en Nederland vrede te sluiten. Tot plaats
+der bijeenkomst werd Nijmegen bepaald. Van het begin af streefde
+Frankrijk slechts naar een afzonderlijken vrede met de Staten-Generaal;
+doch Willem III hield dit lang tegen. Te midden der onderhandelingen
+ging Willem in 1677 een huwelijk aan met ~Maria~, de oudste dochter van
+zijn oom, den hertog van York. In den nacht van den 10den tot den 11den
+Augustus 1678 kwam _de vrede van Nijmegen_ tusschen Frankrijk en de
+Republiek tot stand. De Nederlanden verloren niets.
+
+
+
+
+§ 28.
+
+_Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche erfopvolgingsoorlog._
+
+
+Zóó bereikte Lodewijk XIV, trots al zijn vijanden, zoowel door de wapens
+als door de kunst van 't onderhandelen, althans ten deele, zijn doel. De
+vrede van Nijmegen versterkte den koning in zijn overmoed. Niets achtte
+hij, in 't gevoel zijner overmacht, in staat, om hem te beletten, nu ook
+met vreemde staten even willekeurig te werk te gaan, als hij in zijn
+rijk zelf jegens zijn onderdanen placht te doen. De reunionskamers
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 152) toonden dit maar al te zeer. Na de
+herroeping van 't edict van Nantes vreesde al wat protestant was voor 't
+overwicht van den vervolger hunner geloofsgenooten. Dit verstrekte
+keizer Leopold I, het grootste gedeelte van 't Duitsche rijk, Spanje en
+de Nederlanden tot een krachtigen prikkel, om in 1686 onder elkander
+verschillende verbonden te sluiten.
+
+Hij, die deze verbonden tot stand bracht en er de ziel van was, was
+Willem III, van dit oogenblik af de rustelooze bestrijder van den
+heerschzuchtigen vorst. Gelijk Lodewijk de vertegenwoordiger was van 't
+volstrekte gezag en van een algeheele staatseenheid, die het
+katholicisme als middel aanwendde, zoo was hij de vertegenwoordiger en
+de voorvechter van het staatkundig evenwicht van Europa, die het
+protestantisme als werktuig bezigde. Voor die taak was de prins van
+Oranje-Nassau ten volle berekend. Zwak en tenger was hij van lichaam,
+maar krachtig van geest. Zijn karakter, van nature standvastig, was door
+den tegenspoed zijner jeugd gestaald. Doorgaans was hij stil en in
+zichzelf gekeerd. Slechts op den dag van een veldslag was hij levendig
+en vol vuur: terwijl hij anders steeds langzaam sprak, vlogen hem dan de
+woorden van de lippen. Als staatsman stond Willem III boven al zijn
+tijdgenooten. Hij was volkomen bekend met de gesteldheid van Europa's
+kabinetten, met de roersels en drijfveeren der machthebbers. De taak,
+die hij als zijn levenstaak aanmerkte, was een volhardend tegenstreven
+van Frankrijks pogingen, om de heerschappij over Europa te bemachtigen.
+Al beleefde Willem het geenszins, zijn doel werd mettertijd bereikt.
+Daarentegen kostte het stelsel van Europeesche staatkunde, dat de plaats
+innam van de Witts stelsel, hetwelk Neêrlands belangen tot punt van
+uitgang had, aan de Republiek den eersten rang onder de zeemogendheden.
+Van Willems tijd af moest zij zich met den tweeden rang tevreden
+stellen.
+
+Even onvermoeid, als op het gebied der staatkunde, bestreed Willem III
+zijn vijand op het slagveld. Persoonlijke moed was een zijner gaven;
+doch onder de groote veldheeren verdient hij, gelijk zijn
+overgrootvader, niet de plaats, die hem onder de groote staatsmannen
+toekomt. Intusschen is het onwedersprekelijk, dat hij een aantal bekwame
+generaals heeft gevormd, die in den Spaanschen erfopvolgingsoorlog
+menige zege behaalden. Veldslagen gewonnen heeft hij bijna niet. Zijn
+talenten kwamen vooral uit, wanneer hij, òf op zijn meesterlijke
+aftochten, òf na de nederlaag onwrikbaar stand houdende, den vijand
+zooveel ontzag wist in te boezemen, dat hij hem niet verder durfde
+aantasten.
+
+Het groote gezag, dat Willem in de Nederlanden had, heeft hij gebruikt,
+ten einde de hinderpalen, die hij nu en dan in de leiding der Republiek
+op zijn weg ontmoette, op zoodanige wijze uit den weg te ruimen, dat hij
+de regenten zoo goed als afhankelijk van zich maakte. Onwrikbaar stond
+hem in zijn pogen de raadpensionaris Fagel ter zijde, wien, evenals aan
+de latere opvolgers van Johan de Witt, gemeen overleg met den
+stadhouder tot plicht was gesteld. Vanhier, dat men thans een
+samenwerking aanschouwde van stadhouder en raadpensionaris, zooals men
+nimmer had beleefd. In vele opzichten strookte het streven des
+stadhouders weinig met den aard eener republiek. Vele bewijzen zijn
+aanwezig, om het verwijt te staven, dat Willem III zich niet ontzag, op
+willekeurige wijze in te grijpen, wanneer dit met zijn plannen
+overeenkwam. Vele steden moesten ondervinden, dat de stadhouder zich
+niet te stipt aan haar voorrechten hield. Hier stelde hij nieuwe leden
+in de vroedschap, elders zette hij er leden uit.
+
+Onder alles, dat Lodewijk XIV zich zoo ten aanzien van Europa, als van
+hemzelf veroorloofde, was er niets, dat Willem dieper krenkte, dan het
+wederrechtelijk in bezit nemen van het prinsdom Oranje (zie blz. 50). 's
+Prinsen haat tegen Lodewijk deelde de meerderheid der natie, hoog
+ingenomen met de hervormde leer, vooral sinds haar uit Frankrijk
+vluchtende broeders, in de naaste jaren vóór 1685 en inzonderheid sedert
+dit jaar, hier te lande een veilige schuilplaats kwamen zoeken. Zeer
+edelmoedig ontving men deze vluchtelingen, _réfugiés_, in Nederland.
+
+Lodewijk XIV was destijds niet de eenige vorst, die gevaarlijk werd
+geacht voor de hervormde kerk. Vele maatregelen van Jakob II, Engelands
+koning, hadden dezelfde strekking (_Overzicht_, 9e druk, blz. 157). Van
+'t oogenblik af, dat hij den troon besteeg, hield Willem den blik
+onafgebroken gevestigd op den toestand van dit rijk. Met vele
+aanzienlijke Engelschen stond hij in briefwisseling. De vroedschappen
+der steden van de verschillende provinciën stemden erin toe, den prins
+met 's lands zee- en landmacht te ondersteunen. Middelerwijl had
+~d'Avaux~, Lodewijks gezant in de Nederland, zijn vorst bekend gemaakt
+met de groote toerustingen der Republiek en hem medegedeeld, dat zij,
+naar hij vermoedde, op Engeland doelden. Lodewijk draalde niet, Jakob II
+er een wenk van te geven; maar deze vorst sloeg de waarschuwing in den
+wind. Toen het ten laatste onwedersprekelijk was, dat de prins Engeland
+op 't oog had, was het te laat en moest Jakob zijn lot afwachten. In
+November 1688 legde de vloot, ten aanschouwen eener groote menigte
+volks, welke zich op de kusten van Engeland en Frankrijk verdrong, in
+de haven van Torbay (aan de z. kust, ten o. van Plymouth) aan.
+Onmiddellijk trok Willem naar Londen. Jakob vluchtte naar Frankrijk, en
+in 1689 werden Willem en Maria als koning en koningin van
+Groot-Britannië uitgeroepen. Nog voordat Willem de kroon op zijn hoofd
+zette, verloor hij zijn vriend, den raadpensionaris Fagel, die veel had
+gedaan, om 's lands regenten gunstig voor het ondersteunen des
+stadhouders te stemmen. In plaats van Fagel kwam in 1689 ~Antonie
+Heinsius~.
+
+Tot het welslagen der onderneming droeg dit veel bij, dat Lodewijk in
+1688 en 1689 achtereenvolgens aan de boven genoemde bondgenooten (zie
+blz. 132), alzoo ook aan Nederland, den oorlog verklaarde. Zóó begon de
+negenjarige oorlog. Tegen zijn verwachting had Lodewijk thans nog één
+vijand meer te bestrijden, n.l. Engeland. De mogendheden bekrachtigden
+hun vereeniging in 1690 door _het Weener verbond_. Het leger der
+Republiek streed met het krijgsvolk der bondgenooten in de Zuidelijke
+Nederlanden. Hier won ~Luxembourg~ in 1692 op Willem III,
+opperbevelhebber van de gezamenlijke troepen der bondgenooten, den slag
+bij ~Steenkerken~ (in 't n. van Henegouwen, ten n.w. van Senef), in 1693
+dien bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ (in 't n.w. van Luik). Deze nadeelen
+werden eenigermate vergoed door de schitterende zege, die de
+Nederlandsch-Engelsche vloot onder ~Almonde~ en ~Russel~ in 1692 bij ~la
+Hogue~ (in 't n.w. van Normandië, aan 't Kanaal) op den Franschen
+admiraal ~Tourville~ behaalde. Hoewel de koning van Frankrijk over 't
+geheel met geluk streed, deden de uitputting zijns lands en nieuwe
+ontwerpen bij hem begeerte naar rust ontstaan. Zoo sloot hij in 1697
+_den vrede van Rijswijk_ (tusschen den Haag en Delft). Lodewijk erkende
+Willem III als koning van Engeland en stond hem het prinsdom Oranje weer
+af.
+
+Aan de Republiek bracht het geen voordeel, dat hij, die stadhouder van
+de meeste harer gewesten was, de eer verwierf, een kroon te mogen
+dragen, die weldra bleek voor hemzelf een doornenkroon te zijn. Zij ging
+gebukt onder den druk van 't verbond met Engeland en was binnen kort te
+vergelijken bij een sloep, voortgesleept door een linieschip. Haar
+handel leed op nieuw een grooten schok. Dadelijk, in 't begin van den
+oorlog, werden vele Nederlandsche koopvaardijschepen, die men wegens de
+geheimhouding, waarmede de toeleg op Engeland werd behandeld, niet had
+kunnen waarschuwen, in Frankrijk aangehouden. Tevergeefs vleide men zich
+met de hoop, dat Willem iets zou doen tot intrekking of verzachting van
+de akte van navigatie. De nadeelen, den handel toegebracht, werden niet
+vergoed door de ruim zeven millioenen, die Engeland in 1689 en volgende
+jaren, als schadeloosstelling voor de kosten van den overtocht, aan
+Nederland betaalde.
+
+Even vóór het einde van den negenjarigen oorlog, in 1696, stierf een van
+de veldmaarschalken der Republiek, die in den slag bij Landen en
+Neerwinden wakker had medegestreden, de stadhouder van Groningen,
+Friesland en Drente, Hendrik Kasimir II (zie blz. 131). Zijn zoon ~Johan
+Willem Friso~ (1696-1711) volgde hem in Groningen en in Friesland op
+onder regentschap zijner moeder ~Amalia van Anhalt-Dessau~, een
+kleindochter van Frederik Hendrik en dochter van Johan George II, vorst
+van Anhalt-Dessau, terwijl Drente aan Willem III het stadhouderschap
+opdroeg. Voor 't overige werd de betrekking, waarin Nederland reeds
+sedert lang tot Rusland stond, in dezen tijd nauwer door een persoonlijk
+bezoek van Peter, den keizer aller Russen en eersten hervormer zijner
+natie op groote schaal (_Overzicht_, 9e druk, blz. 160, 161). Eenige
+dagen hield hij zich in 1697 te Zaandam op en timmerde te Amsterdam op
+de werf een geheel schip af. Later hervatte de alleenheerscher van het
+groote rijk het bezoek in 1717. Zonder overdrijving mocht Nederland zich
+beroemen, op die wijze een gunstigen invloed te oefenen op Ruslands
+ontkiemende beschaving.
+
+Het werd weldra duidelijk, dat Lodewijk juist geen duurzamen vrede
+beoogde en welke bedoelingen hij nog in 't schild voerde. Hij wendde
+zich tot Engeland en tot de Nederlanden, hun voorslaande, zonder den
+keizer (_Overzicht_, 9e druk, blz. 151) erin te kennen, met hem een
+verdrag te sluiten, waarin zou worden vastgesteld, op welke wijze de
+landen der Spaansche kroon te verdeelen bij den dood van den koning van
+dit rijk, Karel II, die elk oogenblik tegemoet werd gezien. Metterdaad
+kwamen er achtereenvolgens twee dergelijke verdragen tot stand. Leopold
+echter sloot zich er niet bij aan, en nog veel minder Karel II zelf, bij
+wiens dood (den 1sten Nov. 1700) men een testament vond, dat Philips van
+Anjou, den tweeden zoon van den dauphin, tot eenigen erfgenaam der kroon
+van Spanje verklaarde. Bij de gewichtige vraag, die deze verdragen
+trachtten te beslissen, had Willem III, de voorvechter van Europa's
+vrijheid, alleen het evenwicht der staten en 't behoud der rust van dit
+werelddeel op het oog. Als hoofd der zeemogendheden, Engeland en de
+Nederlanden, meende hij, dat het deze staten, bij de groote macht, die
+èn het huis Habsburg, èn Bourbon bezat, niet onverschillig kon zijn, wie
+de bezitter der Spaansche monarchie werd. Intusschen begaf zich Philips
+van Anjou, als koning Philips V, in 1701 naar zijn koninkrijk Spanje.
+
+Keizer Leopold, die den nieuwen koning niet wilde erkennen, rustte zich
+dadelijk ten oorlog. Weldra vond hij steun bij het _groote_ of _Haagsche
+verbond_ in 1701, dat hij met Engeland en de Nederlanden sloot en bij
+hetwelk zich ook Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en
+Savoye voegden. Willem III was niet bestemd, zelf den oorlog mede te
+voeren. Eer die krijg nog recht was uitgebroken, leden de bondgenooten
+in Maart 1702 door zijn overlijden het zwaarste verlies, dat hen kon
+treffen. Vóór zijn dood had Willem III pogingen aangewend, om den
+stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, te doen verkiezen tot
+opvolger in de waardigheden, die hij hier te lande bekleedde. Maar
+ziende, dat de staten der gewesten hiertoe niet overhelden, had hij zijn
+bemoeiingen gestaakt. Terstond na Willems dood gaven de staten van
+Holland in de vergadering der Staten-Generaal te kennen, dat zij het
+voornemen hadden, de aangelegenheden te laten, zooals zij waren, en de
+staten der vier overige gewesten, alsmede die van Drente, volgden hun
+voorbeeld. Men liet de hooge ambten onvervuld, en de zaken der regeering
+werden in de vijf provinciën teruggebracht op den voet van 1651.
+
+De oorlog, door Lodewijks toedoen ontbrand, werd gevoerd in Italië,
+Duitschland, de Zuidelijke Nederlanden en Spanje. Het getal van 's
+konings uitstekende veldheeren was zeer afgenomen. Daarentegen stond aan
+den kant der bondgenooten een rij van groote mannen: ~John Churchill~,
+graaf, daarna ~hertog~ van ~Marlborough~ (in Devonshire, in 't z. van
+Engeland); ~Eugenius van Savoye~, Leopolds veldheer, en Antonie
+Heinsius. Deze mannen noemt men, wegens hun gemeenschappelijke leiding
+der zaken, het driemanschap in dezen oorlog. Het aandeel, dat de
+Nederlanders aan den oorlog namen, bepaalde zich tot de verrichtingen
+ter zee en in de Spaansche Nederlanden. In 1704 nam de Engelsche
+admiraal ~Rooke~, bijgestaan door de vloot der Nederlanden onder den
+luitenant-admiraal ~Callenburgh~, bijna zonder slag of stoot het
+onneembare, maar toen slecht bewaakte Gibraltar in. Koningin Anna
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 157) verklaarde, over deze verovering te
+willen beschikken in gemeenschappelijk overleg met de Staten-Generaal;
+doch in strijd met deze uitdrukkelijke belofte en in weerwil dat de stad
+was genomen in naam van aartshertog Karel, Leopolds tweeden zoon,
+eigende Engeland zich haar stilzwijgend toe.
+
+Wat den oorlog te lande betreft, voegden zich de Nederlandsche troepen
+bij het leger, dat in de Zuidelijke Nederlanden stond en waarover
+Marlborough het bevel voerde. Aan 't hoofd van de krijgsbenden der
+Republiek stond o. a. Johan Willem Friso. Schitterend was de reeks der
+veldslagen. Marlborough versloeg in 1706 ~Villeroi~ bij ~Ramillies~ (in
+'t z.o. van Zuid Brabant). Marlborough en Eugenius wonnen in 1708 den
+slag bij ~Oudenaarde~ (in Oost-Vlaanderen aan de Schelde) op Vendôme en
+op den jongen ~hertog van Bourgondië~, den oudsten zoon van den dauphin,
+en in 1709 dien bij ~Malplaquet~ (nabij Mons) op ~Villars~. Hierop
+werden de Spaansche Nederlanden allengs geheel veroverd.
+
+Intusschen had Lodewijk XIV, Marlborough en Eugenius terecht voor
+afkeerig van den vrede houdende, zich reeds eenige malen in dien zin tot
+Heinsius gewend, maar vruchteloos. In 1709 geschiedde de aanvraag om
+vrede van Lodewijks kant met meer aandrang dan ooit. Doch toen de
+overwinnaars hun eischen al hooger stelden, werden de onderhandelingen
+afgebroken. Hierop volgde de slag bij Malplaquet. De onderhandelingen,
+in 1710 nogmaals te Geertruidenberg hervat, voerden wederom tot niets.
+Zij werden gestaakt, omdat de bondgenooten hun eischen nog in zoo verre
+verzwaarden, dat zij vorderden, dat de grijze Lodewijk zelf zijn
+kleinzoon, des noods met geweld, zou onttronen en dwingen, Spanje te
+verlaten. Maar plotseling kwam er een wending in den loop der
+gebeurtenissen. Juist toen de gezichteinder voor Lodewijk met steeds
+dreigender wolken betrok, brachten twee onverwachte gebeurtenissen hem
+redding aan. De eene was de vroegtijdige dood van Jozef I, keizer van
+Duitschland, Leopolds zoon en opvolger, wien zijn eenige broeder, Karel
+VI, in 1711 opvolgde. Nu drongen de zeemogendheden er niet langer op
+aan, dat men den beheerscher van zoovele landen nog de Spaansche
+monarchie zou toevoegen. De andere was de terugroeping van Marlborough
+en de val van het whig-ministerie, waarvan hij de ziel was. Het voor de
+whigs in de plaats komende tory-ministerie hield den oorlog voor
+strijdig met Engelands belangen en knoopte dus onderhandelingen met
+Frankrijk aan.
+
+Intusschen verloren de Nederlanden nog vóór het einde van den oorlog een
+hunner veldheeren. Johan Willem Friso, in 1711 uit de legerplaats naar
+'s Gravenhage willende gaan, om, ter zake van de erfenis van Willem III,
+een bijeenkomst te houden met zijn mede-erfgenaam, den koning van
+Pruisen, verdronk in Juli van dat jaar door 't omslaan der schouw of
+pont aan den Moerdijk (tusschen Willemstad en Geertruidenberg), nog
+slechts vier-en-twintig jaren oud zijnde. Zijn gemalin, ~Maria Louise~,
+een dochter van Karel, landgraaf van Hessen-Kassel, bracht kort daarna
+een zoon ter wereld, Willem Karel Hendrik Friso. In 1712 kwamen de
+gezanten der oorlogvoerende mogendheden te _Utrecht_ bijeen, om te pogen
+tot een vrede te geraken. In April 1713 werd _de vrede_ onderteekend,
+behalve door de gezanten van Karel VI, die eerst in 't volgende jaar
+(_Overzicht_, 9e druk, blz. 155) een einde maakte aan den oorlog.
+Philips V behield Spanje en zijn bezittingen buiten Europa. De
+Nederlanden verwierven een voordeelig verdrag van handel en inkomende
+rechten. Ook dit moet als een voordeel voor de Republiek worden
+aangemerkt, dat het groote doel, waarom zij aan den oorlog had deel
+genomen, bij den vrede werd bereikt, daar de Zuid-Nederlandsche gewesten
+niet aan Frankrijk, maar aan Oostenrijk kwamen. Alsof dit evenwel niet
+genoeg ware tegen Frankrijks gevreesde nabijheid, verkreeg zij, om haar
+tot voormuur tegen de aanvallen van dit rijk te dienen, _de barrière_,
+die haar het recht gaf, in Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen,
+Veurne en het fort Knokke bezetting te leggen, terwijl mede werd
+bepaald, dat in de stad Dendermonde gemengd garnizoen, d. i. half
+Oostenrijksch, half Staatsch, zou liggen. Het verdrag over de barrière
+kwam den 16den November 1715 tot stand. Het prinsdom Oranje, hetwelk de
+Staten-Generaal uit de nalatenschap van Willem III aan Frederik Willem
+I, koning van Pruisen (_Overzicht_, 9e druk, blz. 163), hadden
+toegekend, ging, tegen schadeloosstelling vanwege den koning van
+Frankrijk, aan dit rijk over.
+
+
+
+
+§29.
+
+_Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en in 't
+begin der 18de eeuw._
+
+
+Verbazend was de inspanning, die een staat van zulk een beperkt
+grondgebied als de Vereenigde Gewesten zich in den nu geëindigden oorlog
+had getroost ter wille eener zaak, die meer geheel Europa, dan de
+Nederlanden betrof. Die oorlog vermeerderde de schuld der Republiek met
+350 millioen. Aan de dure offers waren de voordeelen, die de vrede
+schonk, niet geëvenredigd. Maar de wil van Willem III alleen had de
+buitenlandsche staatkunde der Republiek bestuurd. Voor de leidende
+gedachte zijns levens, de man te moeten zijn, die zich tegenover
+Lodewijk XIV stelde, moesten de belangen der Republiek achterstaan.
+Zoolang Willem III leefde, had ~ANTONIE HEINSIUS~ (zie blz. 135) hem
+getrouw ter zijde gestaan. Hij was een man van een welwikkend oordeel,
+onverdroten ijver en bezadigde handelwijze, wiens blik tot de kern der
+zaken doordrong. Doch nauwelijks had Willem de oogen voor goed gesloten,
+of Heinsius, zijn denkbeelden naar de omstandigheden wijzigende, voegde
+zich naar de regeering, gelijk zij toen werd geregeld, en was in allen
+opzichte een wakker dienaar en voorganger der staten van Holland. Hij
+werd in den vollen zin des woords de zuil van 't bewind, de hoofdpersoon
+der Republiek.
+
+Niettegenstaande de schaduwzijde, zoo even aangevoerd, bekleedde de
+Republiek na den vrede van Utrecht steeds een eervolle plaats onder
+Europa's aanzienlijke mogendheden. Zij bezat nog een uitgestrekten
+handel en aanmerkelijke volkplantingen. Nogtans was de handel niet meer,
+wat hij was geweest. Sinds 1672 was hij gedaald van het hooge standpunt,
+dat hij vroeger had bestegen. De navigatie-akte van het lange parlement
+(zie blz. 109 en 119) had hem den eersten knak gegeven. Inzonderheid
+brachten de oorlogen, geëindigd met de vredes van Nijmegen, Rijswijk en
+Utrecht, den handel groot nadeel toe. Behalve dat zij den staat tot
+groote uitgaven dwongen ter bestrijding der krijgskosten, legden zij een
+zwaren schuldenlast op de schouders der Nederlanders. Het gevolg was de
+instelling van vele nieuwe belastingen. Een andere oorzaak van het dalen
+van den Nederlandschen handel is, dat hij de oogen van de meeste der
+Europeesche volkeren opende, die, de rijkdommen ziende, welke hij
+aanvoerde, zich op haar beurt op dien tak van bestaan toelegden en
+allengs op die baan voortschreden. En hoewel nu de handel van Nederland
+zeer wel naast dien van andere landen kan bestaan, is het van den
+anderen kant zeker, dat geen natie den haren destijds uitbreidde, dan
+ten koste van dien der Republiek.
+
+Gelijk de handel, begon ook de haringvisscherij sedert den aanvang der
+18de eeuw af te nemen. De walvischvangst was reeds vroeger in verval
+gekomen. _De Noordsche compagnie_ (zie blz. 43) hield in 1645 op te
+bestaan. Vele schepen waren in 't ijs blijven steken of hadden zonder
+gunstig gevolg gevaren. Van het genoemde jaar af werd de walvischvangst
+door de ontbinding der Noordsche compagnie vrij en leefde, thans door
+kooplieden, ieder op zichzelf, gaande gehouden, weder eenigermate op.
+Zeer in 't oog vallend was, sedert den vrede van Munster, de
+achteruitgang der fabrieken en manufacturen. Zooals bij den handel, was
+een hoofdoorzaak van dien achteruitgang te zoeken in de zich meer en
+meer onder de Europeesche volkeren verbreidende zucht, om door eigen
+fabrieken in hun behoeften te voorzien en de voortbrengselen van die van
+anderen te kunnen ontberen.
+
+Voor de Oost-Indische compagnie opende zich met den vrede van Munster
+(zie blz. 99) een tijdperk van verhoogden luister. De eer hiervan komt,
+voor een goed deel, aan den gouverneur-generaal ~Johan Maatsuiker~
+(1653-1678) toe, die langer dan iemand, voor of na hem, over de
+bezittingen der compagnie het bewind voerde. Op Ceylon eindigde de
+strijd, onder van Diemen (zie t. a. p.) aangevangen, met de geheele
+verdrijving der Portugeezen. Ook Negapatnam (op de kust van Coromandel,
+tegenover Ceylon) werd veroverd. Op Sum[=a]tra werd Palembang (op de
+z.o. kust) schatplichtig. Bovenal werd Makassar (in 't z.w. van
+Cel[=e]bes) het tooneel van een roemrijken kamp voor de Nederlandsche
+compagnie, welker hulp door een der elkander op dat eiland bestrijdende
+vorsten werd ingeroepen. Cornelis Speelman stond aan 't hoofd van de
+scheepsmacht der compagnie, die er, eenige jaren achtereen, oorlog
+voerde. Hij dwong den vorst van Makassar tot een verdrag, waarbij deze
+vorst zich verplichtte, de Portugeezen en de Engelschen uit zijn gebied
+te verwijderen en de compagnie den alleenhandel, vrij van tollen, toe te
+staan.
+
+Één jaar voordat Maatsuiker het bewind aanvaardde, had zich een
+volkplanting der Nederlanders aan de Kaap de goede hoop gevestigd. De
+streek zelve was dit volk sedert langer dan een halve eeuw bekend. Menig
+Nederlandsch schip was de Tafelbaai binnengeloopen, om er ververschingen
+in te nemen; doch aan een blijvende vestiging had niemand gedacht.
+Het eerst kwam dit denkbeeld op bij ~Jan van Riebeek~, een
+scheepsheelmeester, toen hij in 1648 met een vloot uit Indië naar het
+vaderland terugkeerde. De kamer van zeventienen (zie blz. 79) keurde het
+ontwerp goed, en in April 1652 stichtte van Riebeek er een volkplanting.
+Slechts één donkere partij is er in het schitterend tijdperk van
+Maatsuikers landvoogdij op te merken: zij is het verlies van Form[=o]sa
+(zie blz. 80). In 't midden der 17de eeuw werd de keizerlijke dynastie,
+die in Sina regeerde, van den troon gestooten. De Mantsjoe-Tartaren, een
+volk, ten n.o. van Sina wonende, overstroomden het groote rijk, en hun
+opperhoofd trok het bewind aan zich. Een der vele Sineezen, die zich
+tegen hem verklaarden en van het vasteland moesten wijken, was de
+zeeroover ~Coxinga~, die met een groote vloot de zee onveilig maakte.
+Weldra zette hij koers naar Form[=o]sa, ten einde dit eiland te
+veroveren. De Nederlandsche gouverneur van Form[=o]sa, ~Coyet~,
+verdedigde wakker de sterkte Zelandia met de weinige troepen, die hij
+had. Den predikant ~Hambroek~, in 's vijands macht gevallen, zond
+Coxinga erheen, om op een spoedige overgave aan te dringen. Hij ried het
+tegendeel, weshalve hij, naar Coxinga teruggekeerd, kort daarna, onder
+voorwendsel dat hij de Formosanen had opgeruid, werd gedood. Eindelijk
+gaf Coyet, na een langdurig beleg, in 1662 het kasteel op eervolle
+voorwaarden over.
+
+In Maatsuikers tijd was nog maar een klein deel van Java in 't bezit der
+Oost-Indische compagnie: Batavia met den naasten omtrek. Van de
+inheemsche vorsten van dit eiland waren die van Mat[=a]ram (in 't midden
+van Java) en van Bantam (zie blz. 78) de voornaamste. Een zijner
+opvolgers was ~Cornelis Speelman~. Voortdurend won, sedert de eerste
+vestiging (zie blz. 79), het gezag der compagnie veld op Ternate, Tidor
+en de overige Molukken. In 't laatst der 17de eeuw werd het Noorden van
+Cel[=e]bes geheelenal afhankelijk van de compagnie, in 1704 de Preanger
+landen, in 1741 het oostelijk gedeelte van Java, o. a. Soerabaya. In
+1755 verdween de naam "Mat[=a]ram" uit de geschiedenis. Hij werd
+vervangen door die der _vorstenlanden_, _Soerakarta_ en _Djokjokarta_,
+beide onder 't oppergezag der compagnie staande. Ruim twintig jaren
+later, in 1778, stond de sultan van Bantam de rechten van opperhoogheid,
+die hij op de westkust van Borneo had, aan de compagnie af. In al die
+onderworpen landstreken behielden de inlandsche vorsten, doorgaans onder
+den titel _regenten_, zoowel als hun stamhuizen, onder de
+opperheerschappij der compagnie hun rang en recht van opvolging. Hun
+werd, als leidsman en voogd, een Nederlandsch ambtenaar ter zijde
+gesteld, die den titel _resident_ voerde. Tevens werd hun, ten bewijze
+hunner afhankelijkheid, de verplichte levering van deze of gene
+voortbrengselen van den grond opgelegd.
+
+Het vermeesteren van landen en het bemachtigen van volkeren waren
+evenwel niet de grootste voordeelen, die de compagnie uit haar
+ondernemingen trok. Meer waarde hadden de winsten, welke haar de
+koophandel verschafte. In 1671 verheugde zij haar deelhebbers door een
+uitdeeling van 65 ten honderd. Bij de waren, welke de Oost-Indische
+vloten, _retourvloten_ geheeten, Nederland toevoerden, kwam sinds den
+aanvang der 18de eeuw de Java-koffie, een vrucht, oorspronkelijk in
+Arabië te huis behoorende.
+
+Al was het niet op groote schaal, toch breidde ook de West-Indische
+compagnie haar bezittingen langzamerhand uit. Zoo voegde zij bij hetgeen
+zij had (zie blz. 88) Berbice (in 't n. van Zuid-Amerika, ten w. van
+Suriname). Hoewel tot de West-Indische compagnie gerekend, was Berbice
+het bijzonder eigendom van eenige Amsterdamsche kooplieden en stond
+onder hun beheer. Gelijk Berbice en Suriname, was Essequ[=i]bo (ten w.
+van Berbice) haar ontstaan aan Zeeuwen verschuldigd. Reeds in het begin
+der 17de eeuw hadden zij er een volkplanting. Van haar ging de kolonie
+Demerary (tusschen Berbice en Essequ[=i]bo) uit. Beide stonden alleen
+onder de kamer Zeeland der West-Indische compagnie. Van Suriname's (zie
+blz. 119) eigendom stond deze compagnie een deel af aan Amsterdam. In
+weerwil van deze aanwinsten bleek het, sinds het verlies van Brazilië
+(zie blz. 92, 93), dat het lot der West-Indische compagnie moest zijn,
+even spoedig te vervallen, als zij zich had verheven. Weldra was zij
+niet meer in staat, eenige uitdeeling te doen of slechts eenige p. c.
+rente te betalen, weshalve de Staten-Generaal ze in 1674 ontbonden.
+Reeds in 1675 verrees een nieuwe compagnie, waaraan de Staten-Generaal
+octrooi verleenden. Het getal der _bewindhebbers_ werd op 53 gebracht,
+de generale vergadering tot op 10 leden verminderd en daarom _de
+vergadering van tienen_ geheeten. Het ging de nieuwe maatschappij nog
+ongelukkiger, dan de vorige. Haar uitdeelingen, die schier nimmer het
+cijfer van 5 ten honderd overschreden, bleven doorgaans lager.
+
+Van de compagnieën keeren wij tot den staat zelf terug. Reeds meermalen
+is gebleken, dat de soort van eenheid van den gevestigden staat, welke
+er nog bestond, dikwerf dreigde teniet te gaan door den strijd, dien de
+staten der gewesten bij herhaling tegen den band der unie voerden. Naast
+dien strijd ontstond allengs een tweede tusschen de staten der gewesten
+zelven en de leden, waaruit zij waren samengesteld. Van die leden waren
+de vroedschappen der steden de talrijkste en de voornaamste. Groot was
+de macht dezer vroedschappen. De groote macht, waarover de stedelijke
+overheidspersonen beschikten, deed de begeerte bij hen opkomen haar te
+behouden en ze op hun verwanten te doen overgaan. Zoo zag men de
+waardigheid van lid der vroedschap van lieverlede zoo goed als erfelijk
+worden en onder de hand van die raden uitsluiten al wie niet tot de
+regeerende familiën behoorde. De gewoonte van 't aangaan van dergelijke
+overeenkomsten, waarbij de leden van zulke familiën zich verbonden, om
+elkander, hun verwanten en vrienden op het kussen te helpen, was in 't
+midden der 18de eeuw vrij algemeen. De overeenkomsten zelven noemde men
+veelal _correspondentiën_. Naar men meent, zal het eerste verdrag van
+dien aard reeds in 1652 te Zierikzee zijn gesloten.
+
+De kracht en de oorspronkelijkheid van Nederland verzwakten. Dit zag men
+ook op het veld der letterkunde en op het gebied der schoone kunsten.
+Vermaarde schilders kwamen minder voor. Wat de letteren aangaat, er
+waren schrijvers, verdienstelijke schrijvers zelfs; doch het waren
+meerendeels navolgers van de grootsche gestalten, waarop vroeger (zie
+blz. 101 vlg.) werd gewezen. Vondel werd b. v. nagestreefd door
+~Antonides van der Goes~, afkomstig uit Goes en in 1684 overleden, die
+in zijn _Ystroom_ de reeks der Nederlandsche stroomdichters opende. Dit
+gedicht, dat tot de beschrijvende soort behoort, bezingt den lof van het
+Y en heeft alzoo den roem van Amsterdam tot onderwerp. Meer en meer
+oefende de Fransche letterkunde een doodenden invloed op de
+oorspronkelijkheid der Nederlanders, al verruimde zij van den anderen
+kant hun denkbeelden. Slechts ~Justus van Effen~ (overleden in 1735)
+handhaafde in zijn _Hollandsche spectator_ de eischen van een zuiveren
+en lossen Nederlandschen stijl, tevens de nationale ondeugden en
+gebreken van zijn tijd bestrijdende.
+
+Zin voor wetenschap bleef den Nederlanders evenwel eigen. In de
+natuurkunde verwierf o. a. ~Christiaan Huygens~, Constantijns (zie blz.
+102) zoon, de uitvinder der slingeruurwerken (overleden in 1695),
+grooten roem. Een Europeeschen naam had ~Herman Boerhaave~, hoogleeraar
+in de geneeskunde te Leiden (overleden in 1738), tot wiens lessen
+honderden studenten uit verschillende landen toestroomden.
+
+
+
+
+§ 30.
+
+_Het stadhouderschap van Willem IV._
+
+
+In de beide laatste oorlogen had Nederland een overspannen rol gespeeld.
+Als kampvechter voor Europa's algemeene belangen had het meer gedaan,
+dan een kleine Republiek op den duur kon volhouden. Van nu aan namen
+vele regenten in de Zeven Gewesten zich voor, een anderen weg te
+bewandelen. De overweging, dat men tot dusver te veel had gedaan, voerde
+thans dikwerf tot het te weinig doen. Het werd van lieverlede het
+hoofdstreven der Republiek, zich veilig wanende achter haar barrière,
+zooveel mogelijk het deelnemen aan oorlogen te vermijden. Vanhier, dat
+de Europeesche mogendheden, geheel anders dan in vroegere tijden, weldra
+zonder Nederland onderhandelden en bij de samenkomsten harer gezanten
+niet zelden besluiten namen ten nadeele van Nederlands belangen. In
+plaats van te hechten aan een rechtmatigen invloed, was men er in 't
+vervolg in de Republiek op uit, zich binnen een zoo nauw mogelijken
+kring te beperken. Voor land- en zeemacht droeg de regeering de noodige
+zorg niet langer, geenszins gedachtig aan het spreekwoord: "zoo gij den
+vrede wilt, bereid u ten oorlog." Millioenen verloren de Nederlandsche
+kooplieden door de kaapvaart der Algerijnen, met wier dey de Republiek
+eerst in 1726 vrede sloot.
+
+Het kon niet anders, of de Republiek moest, in weerwil van haar zoo even
+aangeduid streven, van tijd tot tijd worden gemengd in vele der
+verwikkelingen, welke Europa's staatsmannen in de eerste helft der 18de
+eeuw hadden op te lossen. Zoo teekende zij in 1731 de pragmatieke
+sanctie (_Overzicht_, negende druk, blz. 164), en wel niet dan onder
+voorwaarde, dat keizer Karel VI _de Oost-Indische maatschappij_, die hij
+te Ostende had opgericht, ophief. De Staten-Generaal toch beweerden, dat
+deze maatschappij geen recht van bestaan had, omdat de keizer de
+Zuidelijke Nederlanden bezat op den voet, vastgesteld bij den vrede van
+Munster. Onder de voorwaarden nu van dien vrede was er een (zie blz.
+96), waaruit, volgens hen, voortvloeide, dat, vermits de Zuidelijke
+Nederlanden op het tijdstip van het sluiten van dien vrede niet op de
+Indiën voeren, zij thans evenmin aan die vaart mochten deel nemen.
+
+In 1720 overleed de raadpensionaris Heinsius. Een zijner opvolgers was,
+sedert 1727, ~Simon van Slingelandt~. Deze schrandere man schonk
+eenigermate den ouden duister terug aan het gewichtige ambt, hetwelk,
+voor een goed deel, zijn glans ontleende aan voorgangers, als
+Oldenbarnevelt en de Witt. Gedurende de negen jaren, waarin hij de
+leidsman der staten van Holland was en dit gewest ter Staten-Generaal
+mede vertegenwoordigde, deed hij vele pogingen, om de gebreken, die zijn
+heldere blik had doorzien, uit den weg te ruimen. Maar het was hem niet
+gegeven, zijn denkbeelden tot daden te zien rijpen. De stem der
+vaderlandsliefde en van het doordringend verstand stiet af op den muur
+der zelfzucht en eigenbaat. Toen hij in 1736 stierf, zeide de gezant van
+Portugal te 's Gravenhage: "Nu heeft de Republiek haar hoofd verloren."
+
+Inmiddels was langzamerhand het getal toegenomen der waardigheden,
+opgedragen aan den spruit uit het huis van Nassau, den zoon van Johan
+Willem Friso (zie blz. 139), ~Willem Karel Hendrik Friso~. Dadelijk bij
+zijn geboorte als erfstadhouder van Friesland erkend, werd hij in 1718
+stadhouder van Groningen, in 1722 van Drente en van Gelderland. In 1732
+werd de zaak der erfenis van Willem III (zie blz. 140) beslecht. Met
+uitzondering van eenige bezittingen, die aan Frederik Willem I, koning
+van Pruisen, werden toegewezen, erlangde Willem Karel Hendrik Friso alle
+heerlijkheden, op Nederlands bodem gelegen. Bij hetzelfde verdrag,
+hetwelk dit vaststelde, stond de prins het prinsdom Oranje aan den
+koning van Pruisen af, dat deze vorst trouwens, als zich gerechtigd
+achtende, reeds in 1713 (zie t. a. p.) aan de Fransche kroon had
+overgegeven. Den titel behield Willem Karel Hendrik Friso zich echter
+voor. Kort na deze beschikking, in 1734, trad de stadhouder van
+Friesland, Groningen, Drente en Gelderland in het huwelijk met ~Anna~,
+de oudste dochter van George II, koning van Engeland. Eenige jaren later
+verkreeg hij bij erfenis en verdrag eenige streken van Nassau in
+Duitschland, Dillenburg en andere.
+
+In weerwil van het streven der Staten-Generaal om zich in de geschillen,
+die nu en dan tusschen de hoven van Europa opkwamen, onzijdig te houden,
+was het hun niet mogelijk, zich te onttrekken aan een der Europeesche
+oorlogen, die in 1740 losbarstte. Nauwelijks was de keizer van
+Duitschland, Karel VI, gestorven, of zijn dochter, Maria Theresia, had
+een groot aantal vijanden het hoofd te bieden (_Overzicht_, blz. 164).
+Onmiddellijk zocht zij hulp bij de mogendheden, die zich hadden
+verbonden tot het handhaven der pragmatieke sanctie. De Staten-Generaal
+begonnen met, evenals Engeland, hulpgelden te geven. Vervolgens
+ondersteunden zij de koningin van Hongarije met krijgsvolk. De koning
+van Frankrijk, Lodewijk XV, nam dit zeer euvel op en deed in 1747, na de
+slag van Fontenai (_Overzicht_, blz. 165) te hebben gewonnen, een inval
+op 't grondgebied der Republiek, allereerst in Staats-Vlaanderen.
+
+Sinds de oorlog was uitgebroken en met vrij ongunstigen uitslag werd
+gevoerd, kon men overal onder het volk toenemende blijken van
+ontevredenheid met de regeering bespeuren. Naar gelang de
+barrière-steden bezweken en de oorlog de grenzen naderde, groeiden de
+ongerustheid en het misnoegen aan. Het gebulder van 't Fransche geschut
+voor Sluis (in Staats-Vlaanderen) herinnerde den burgers van 't naburige
+Veere, dat de prinsen uit het huis van Oranje-Nassau in netelige
+omstandigheden meermalen de redders van 't land waren geweest. Vanhier
+een herhaling van het jaar 1672: wederom ging de beweging van Veere uit.
+Nadat de schutterij dezer stad in April 1747 haren wensch had te kennen
+gegeven, dat de vroedschap den prins tot stadhouder mocht verkiezen, nam
+dit lichaam een besluit in dien zin. Eveneens ging het in de overige
+steden van Zeeland, in de eene met, in de andere zonder opschudding. Den
+28sten April werd de prins door de staten van Zeeland als stadhouder
+aangesteld.
+
+Van Zeeland sloeg--wederom zooals in 1672--de beweging tot Holland over.
+Het eerst geraakte het volk te Rotterdam en te Delft op de been, 's
+prinsen bevordering van de vroedschap verlangende. De andere steden
+volgden, en den 3den Mei 1747 had 's prinsen benoeming door de staten
+van Holland plaats. Op denzelfden dag, als in Holland, geschiedde de
+verheffing van den prins te Utrecht. Den 4den Mei droegen de
+Staten-Generaal hem het kapitein-generaal-admiraalschap over de
+krijgsmacht van den staat op. Den 10den Mei volgden de staten van
+Overijsel het voorbeeld van die der andere gewesten. 't Spreekt
+vanzelf, dat de prins nu tevens zitting nam in den raad van state.
+
+Het scheen, dat er geen einde kwam aan het getal eerbewijzen en blijken
+van genegenheid, waarmede de stadhouder werd overstelpt. De
+Staten-Generaal vereerden den prins, van nu aan gewoonlijk ~WILLEM~ IV
+(1747-1751) geheeten, met het stadhouder- en kapitein-generaalschap over
+de landen van Overmaas (zie blz. 96) en voegden er welhaast dat over de
+andere Generaliteitslanden bij. Nog verklaarden de gewesten het
+stadhouderschap, waarmede de prins was bekleed, _erfelijk_ in zijn
+nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie. De Staten-Generaal
+verklaarden het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de
+beide liniën. Bij de tallooze onderscheidingen kwam nog _het
+opper-directeur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië, dat den prins in
+1749 door de bewindhebbers der beide compagnieën werd opgedragen. Verre,
+zeer verre ging het gezag, hetwelk in de handen van Willem IV werd
+gelegd, dat zijner voorgangers te boven. Zonder den titel werd hij
+metterdaad souverein. Zien wij, hoe hij die macht aanwendde.
+
+De misbruiken, ten opzichte van _de pachterijen_ bestaande, gaven in den
+tijd van Willems verheffing van de zijde der bevolking van de steden van
+Holland aanleiding tot hevige opschuddingen. Het volk was zeer gebeten
+op de pachters, d. i. op hen, aan wie, als aan de meestbiedenden, de
+staten der gewesten zekere belastingen voor een aantal maanden
+verpachtten. De menigte, hier en daar door knevelarijen dier pachters
+gekweld, stak de groote en vaak binnen korten tijd verkregen rijkdom
+dezer lieden in 't oog. Het eerste barstte 't misnoegen in Friesland
+los. Het volk stak de kleine opzichtershuizen in brand of haalde ze
+omver, plunderde de woningen der pachters, in 't kort beging allerlei
+baldadigheden. In Groningen en in de overige gewesten zag men weldra
+dezelfde tooneelen, vooral te Amsterdam. Met goedvinden en op raad van
+Willem IV schafte men in 1748 in Friesland, in Groningen, in Utrecht en
+in Holland de pachterijen af. In deze provinciën werden de pachterijen
+vervangen door de invordering bij wijze van _collecte_ of inzameling.
+Aan _de collecteurs_ of gaarders, thans ambtenaren, werden matige
+jaarwedden toegelegd. In Overijsel hield men zich deels aan de
+pachterijen, deels aan de collecte. Gelderland en Zeeland bleven bij het
+verpachten.
+
+Inmiddels veroverden de Franschen de eene plaats na de andere in
+Staats-Vlaanderen en namen in 1747 zelfs de vesting Bergen op Zoom bij
+verrassing in. Het was inderdaad tot heil, van het land, dat de oorlog
+in 't volgende jaar met _den vrede van Aken_ (_Overzicht_, blz. 166) een
+einde nam. Voor de Republiek bevatte die vrede geen andere
+hoofdvoorwaarden, dan dat zij alles, wat de Franschen op haar hadden
+veroverd, terugkreeg, benevens de barrière-steden, maar deze
+grootendeels geslecht.
+
+Gedurende den korten levenstijd, die Willem IV na dien vrede van Aken
+werd gegund, wijdde hij zich, voor zoover zijn zwakke lichaamskrachten
+het gedoogden, zorgvuldig aan de belangen van Nederland. Wakker stond
+hem, sedert 1749, de raadpensionaris ~Pieter Stein~ ter zijde. De
+stadhouder kon evenwel niet dadelijk al zijn aandacht vestigen op
+hetgeen hem toescheen voorziening te behoeven. Immers, in vele steden
+werd, reeds sedert eenigen tijd, gewezen op het wenschelijke eener
+geheele verandering der regeeringspersonen, hoedanige verandering met
+elken grooten schok in 's lands binnenlandsche historie, b. v. in 1672
+en in 1702, gepaard was gegaan. De meerderheid van 't volk achtte dit
+evenzeer noodig of was licht tot dergelijke bewering te bewegen. Alzoo
+begon de prins in 1748 met zoodanige verandering te Amsterdam. Gelijke
+verzetting der wet had in de meeste overige steden van Holland plaats,
+verder in Gelderland, in Overijsel, in Friesland en in Groningen. Zoo
+doortastend, als vroeger bij dergelijke omwentelingen, was intusschen
+deze regeeringsverandering niet.
+
+Te midden der verschillende bewegingen werd Willem IV in 1749 op het
+verval der zijde- en andere weverijen opmerkzaam gemaakt. Ten einde dit,
+voorzooveel hij vermocht, tegen te gaan, verklaarde hij aan de staten
+van Holland, dat hij had besloten, voor zich en zijn hof van nu af geen
+zijden of andere stoffen te bezigen, dan inlandsche. Het voorbeeld vond
+navolging bij de staten van Holland. Zij verzochten de heeren van de
+ridderschap en de burgemeesters der stemmende steden, hetzelfde te
+doen, als de prins. Aan de regenten van de niet-stemmende steden werd
+dit besluit der staten als gebod medegedeeld.
+
+Op deze en andere wijzen trachtte de prins 's lands welvaart te
+bevorderen. Hierbij gedachtig aan de belangen van zijn huis, bewoog hij
+in 1750, uit hoofde van den zwakken toestand zijner gezondheid, de
+Staten-Generaal, hertog ~Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbuttel~, een
+verwant der prinses, die tot dus ver in dienst was van den keizer van
+Duitschland, als veldmaarschalk aan te stellen over het leger der
+Republiek. Willems gezondheid toch nam steeds af, en in October 1751
+stierf hij. Die dood was een zware slag voor het vaderland. Weinig is
+dat, wat hem wordt verweten, in tegenstelling met het vele goede, dat
+men van hem getuigt. Onder het eerste mag evenwel niet worden verzwegen,
+dat hij vaak te spoedig het oor schijnt te hebben geleend aan
+plannenmakers. Willem IV, door vele kundigheden uitmuntende, had tevens
+de gaven om aan 't roer van den staat te staan. Geen der vorige
+stadhouders van de Vereenigde Gewesten was gematigder dan hij; geen
+hunner vereenigde met vastheid van daad meer zachtheid van vorm. Te
+hooger rijst de waarde dezer zelfbeheersching, omdat hij in aanzien en
+macht al zijn voorgangers overtrof. In de zaken hervormende, hetgeen hij
+noodig achtte, ontzag hij de personen, zooveel het welbegrepen belang
+der Republiek het veroorloofde. In de weinige jaren van zijn
+stadhouderschap heeft hij althans iets tot stand gebracht, meer nog
+willen doen.
+
+
+
+
+§ 31.
+
+_Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den hertog van
+Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin van den
+oorlog tusschen Engeland en Nederland._
+
+
+Op den dag zelven van 't overlijden van Willem IV werd ~ANNA~ als
+_gouvernante_ en voogdes erkend van Willems eenigen zoon, ~WILLEM~ V
+(1751-1795, overl. 1806), die in 1748 was geboren. De hertog van
+Brunswijk werd tot vertegenwoordiger van den kapitein-generaal benoemd.
+Tevens bleef hij de raadsman der gouvernante en hield een wakend oog op
+'s prinsen opvoeding. Vele waren de vakken, waarin de jonge vorst
+uitmuntte. Maar weldra bleek het, dat men in hem de voortvarendheid, de
+veerkracht en de vastheid miste, die, zooals beneden zal blijken, juist
+in die dagen onontbeerlijke eigenschappen in 't karakter van den
+stadhouder en kapitein-generaal der Republiek waren. Ook ontbrak hem het
+rechte doorzicht, om de gebreken, die er waren, naar eisch te
+doorgronden. In plaats van die hoedanigheden had hij de zucht, om,
+terwijl hij de gewichtigste en dringendste aangelegenheden verzuimde,
+zich met nietsbeteekenende zaken te bemoeien.
+
+De eenige gebeurtenis van eenig gewicht, die in de eerste jaren van
+Anna's regentschap voorviel, was de schikking, die in 1754 met den
+koning van Pruisen, Frederik II, werd getroffen nopens de goederen van
+het huis van Oranje-Nassau, hem vroeger toegedeeld (zie blz. 147). Bij
+deze overeenkomst stond de koning die goederen voor een groote som aan
+Willem V af. De zeeoorlog, die in 1756 tusschen Frankrijk en Engeland
+(_Overzicht_, blz. 167) losbarstte, bracht Nederlands regenten in groote
+moeielijkheden. Zoowel van den kant van Engeland, als van dien van
+Frankrijk werden pogingen gedaan, om Nederland aan zijn zijde te doen
+medestrijden. Desniettegenstaande wenschten de Staten-Generaal een
+onzijdige houding aan te nemen, en de schranderheid en de gematigdheid
+van de raadslieden der gouvernante wisten deze staatkunde, welke het
+welzijn van 't vaderland vereischte, te handhaven. Zij zegevierde in
+weerwil van de thans herlevende, nimmer geheel verdwenen staatspartijen,
+waartoe een goed deel van Nederlands ingezetenen behoorde.
+
+Welhaast leerde de tijd, hoeveel nadeel ook een oorlog, waaraan de
+Republiek geen deel nam, aan haar bewoners kon toebrengen. Een menigte
+Nederlandsche koopvaardijschepen, die scheepsbehoeften of andere
+goederen naar Frankrijks havens voerden en vandaar kwamen, werden, in
+strijd met vroeger gesloten verdragen, door de Engelschen als goede
+prijzen opgebracht. Daarenboven beroofden de Britsche kapers ook die
+Nederlandsche vaartuigen, welke noch naar Frankrijk waren bestemd, noch
+de havens van dit rijk hadden aangedaan. Bij de nadeelen, die de handel
+op deze wijze leed, kwamen nog die, welke hij van Algiers en Marokko had
+te lijden. Het bleek, dat de zeemacht van de Republiek zelfs niet tegen
+die van deze roofstaten bestand was. Dit alles berokkende de gouvernante
+menigen vijand. Men verweet haar, dat zij, van geboorte een Engelsche
+prinses, de belangen van Nederland ter wille van Groot-Britannië
+verwaarloosde. Elders verwekte de manier, waarop zij openstaande
+plaatsen in de vroedschap vervulde, haar menigen tegenstander. Toen zij
+in 1759 was gestorven, nam de hertog van Brunswijk de taak der voogdij
+op zich. In Friesland beschouwde men de prinses-grootmoeder ~Maria
+Louise~ (zie blz. 139), door de Friezen _Maike-Moei_ genoemd, als
+regentes en regeerde op haren naam.
+
+Eerst in 1763 kregen Nederlands handel en zeevaart rust, toen de
+vrede van Parijs een einde aan den zevenjarigen oorlog maakte
+(_Overzicht_, blz. 167). Drie jaren later, in 1766, aanvaardde de
+erfstadhouder, thans den leeftijd van achttien jaren hebbende
+bereikt, de hooge ambten, voorheen door zijn vader bekleed. Tevens
+werden hem die bedieningen, welke niet erfelijk waren verklaard, als het
+opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën (zie blz. 149),
+gelijk vroeger aan Willem IV, opgedragen. De hertog van Brunswijk werd
+door Zijn Hoogheid en door de staten der verschillende gewesten met een
+som van ruim 600,000 gl. begiftigd. De staten van Holland en de
+Staten-Generaal gaven hem terzelfder tijd te kennen, dat zij zeer
+wenschten, dat hij voortging, den staat voortdurend ten dienste te
+staan. Niets kon hem, die reeds vreesde, met het einde zijner voogdij,
+al zijn invloed op den loop der zaken te zullen verliezen, aangenamer
+zijn, dan dergelijke betuiging. Hiervoor behoefde echter niet de minste
+vrees te bestaan, want reeds vóór het einde der voogdij, den 3den Mei
+1766, had de prins den hertog verzocht, met hem een geschrift te
+onderteekenen, waarin hij zich verbond, hem, den stadhouder en
+kapitein-generaal-admiraal, in alle aangelegenheden van 't bewind
+met raad en daad ter zijde te zullen staan. In dit geschrift, _de akte
+van consulentschap_ geheeten, beloofde de prins hem plechtig, dat
+hij te dier zake van alle verantwoordelijkheid zou zijn ontslagen.
+Het stuk zelf bleef in de dagen, toen het werd opgesteld en geteekend,
+voor ieder, behalve voor zeer weinige personen, een geheim. Thans
+was de hoogste staatsdienaar, wiens ambten hem, krachtens de
+erfelijkverklaring, van rechtswege toekwamen, niets dan een onmondige,
+onder een voortdurende voogdij verkeerende.
+
+Het is zeer waarschijnlijk, dat 's prinsen volgzaamheid jegens den
+hertog zich al dadelijk in de keuze eener gemalin betoonde. Niet een
+Engelsche prinses werd dit, maar ~Frederika Sophia Wilhelmina~, een
+dochter van prins August Willem, een broeder van Frederik II, koning van
+Pruisen. Uit Willems huwelijk sproten drie kinderen: Frederika Louisa
+Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins van
+Brunswijk, en twee zonen, Willem Frederik, geboren in 1772, en Willem
+George Frederik, geboren in 1774. De tweede dier zonen werd later,
+gedurende den tweeden coalitie-oorlog (_Overzicht_, blz. 180, 181),
+generaal in dienst van Frans II, keizer van Duitschland, en overleed in
+1799 aan een ziekte. Het gezin des stadhouders bewoonde 's Gravenhage,
+gelijk ook Willem IV sedert 1747 had gedaan. Over 't geheel waren de
+eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V, nadat hij
+meerderjarig was geworden, een gelukkig tijdperk, voor hem en voor den
+staat. Het was vrede in 't Westen en Zuiden van Europa. Een ongestoord
+handelsvertier gaf welvaart en overvloed tot bij den geringsten burger.
+De vrij lange reeks van jaren, gedurende welke de Zeven Gewesten den
+vrede hadden genoten, hadden zij zich te nutte gemaakt, om den toestand
+der geldmiddelen op een beteren voet te brengen. Stein (zie blz. 150)
+maakte dit tot het voorwerp van zijn aanhoudend streven.
+
+Nogtans waren er gronden, om de toekomst met bezorgdheid tegemoet te
+zien. Had Willem IV langer geleefd, misschien ware het hem gelukt, de
+partijschappen langzamerhand te doen verdwijnen, of althans haar kracht
+te doen verliezen. Met veel beleid had hij dit doel in de hand gewerkt.
+Doch de ineensmelting der partijen mocht geenszins plaats grijpen. Reeds
+de zeeoorlog (zie blz. 152) riep de voormalige verdeeldheid weder in 't
+leven. Het waren de staatsgezinden, die de deelneming aan dien oorlog
+ten gunste van Frankrijk voorstonden, terwijl de aanhangers des
+stadhouders voor Engelands belangen streden. En licht kon men in de
+eerste jaren van het stadhouderschap van Willem V voorzien, dat slechts
+één of meer aanleidende oorzaken noodig waren, om de partijen in
+vijandschap tegenover elkander te doen staan. Bij de oude namen (zie
+blz. 89 en 112) kregen de partijen in deze dagen nieuwe. Zij, die tot de
+staatsgezinden behoorden, werden ook _patriotten_ of _keezen_ genoemd.
+Met de jaren veranderden, sinds de partij meer leden aanwon, ook de
+begrippen. In plaats van alleen te streven naar beperking van 't
+stadhouderlijk gezag, zooals weleer, ten behoeve der regenten, waren er
+vele onder de staatsgezinden, die, naar volkomen gelijkstelling aller
+burgers staande, de leer der volkssouvereiniteit huldigden. De andere
+partij werd die der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_ genoemd. Een
+andere reden tot bezorgdheid was hierin gelegen, dat de landprovinciën
+het geld, hetwelk Holland, Zeeland en Utrecht voor de vloot verlangden
+te besteden, aan het leger wenschten te koste te hebben gelegd. Terwijl
+dan de eene reeks gewesten niet voor de andere wilde wijken, werd
+doorgaans niets gedaan.
+
+Alles intusschen tezamengenomen, was er veel, dat, tegen het begin van
+het laatste vierde gedeelte der 18de eeuw, aan de Republiek grond gaf,
+zich gelukkig te achten. Doch op dat tijdstip brak de oorlog van
+Engeland met zijn volkplantingen in Noord-Amerika (_Overzicht_, blz. 168
+vlg.) los. Deze oorlog gaf het sein tot een overmaat van rampen, die
+zich over het vaderland uitstortten. Nauwelijks waren de
+Noord-Amerikanen in verzet gekomen, of de gezant van Engeland, ~Yorke~,
+beklaagde zich bij de Staten-Generaal over den handel in wapenen en
+krijgsvoorraad, dien Nederlanders uit de bezittingen der West-Indische
+compagnie met de opgestane bewoners der volkplantingen dreven. Vooral
+was de aandacht van Engelands regeering gevallen op het eiland St.
+Eustatius (zie blz. 92). Hierheen deden de Nederlanders vervoeren, wat
+zij maar wilden, en het vandaar den Amerikanen te doen toekomen viel
+zeer gemakkelijk. Onmiddellijk na Yorke's mededeeling verboden de
+Staten-Generaal in 1775 den toevoer van krijgsbehoeften naar de
+Amerikaansche volkplantingen ten scherpste. Maar de bevelen der
+Staten-Generaal werden voortdurend òf openlijk overtreden, òf ontdoken.
+De sluikhandel gaf te veel winsten, dan dat men er aan dacht, dien te
+staken. Met de klachten van den Engelschen gezant hielden die der
+Nederlandsche kooplieden gelijken tred, welke luide riepen over het
+onderzoeken, opbrengen en voor goeden prijs verklaren hunner vaartuigen
+of waren door Engelsche oorlogschepen.
+
+Dan dit alles was nog van weinig beteekenis in vergelijking met hetgeen
+verder plaats greep. Ernstiger werd de verstandhouding van Nederland met
+Engeland bedreigd, toen de vrede tusschen dezen staat en Frankrijk
+(_Overzicht_, blz. 169) werd verbroken. De Engelsche regeering, thans
+meer dan ooit vreezende, dat haar vijanden door de Nederlandsche
+kooplieden werden voorzien van hetgeen zij voor den oorlog behoefden,
+verdubbelde haar nauwlettend toezicht. Meer en meer scheen het duidelijk
+te worden, dat Engeland tot een openbare breuk met de Republiek zocht te
+komen. Genoegzamen grond hiervoor had het nog niet; doch deze deed zich,
+naar de meening van de Engelsche regeering, weldra op. In 1778 sloot
+Frankrijk een handelsverdrag en verbond met de Vereenigde Staten van
+Noord-Amerika. Een gemachtigde dier staten, ~William Lee~, gaf te Aken
+aan een aanzienlijk Amsterdamsche koopman, ~Jan de Neufville~, te
+kennen, dat Amerika wel geneigd was, een dergelijk verdrag of althans
+een handelsverbintenis met de Republiek aan te gaan. De Neufville maakte
+dit aan de burgemeesters van Amsterdam bekend, die aan Lee deden weten,
+dat zij gezind waren, naar hun vermogen het hierheen te leiden, dat
+tusschen de Vereenigde Staten en deze Republiek een verdrag van
+vriendschap en handel werd gesloten, zoodra Engeland de
+onafhankelijkheid der staten zou hebben erkend. Na deze betuiging van
+bereidvaardigheid kwam nog in 't zelfde jaar, 1778, een schets of ontwerp
+op het papier, opgesteld door de Neufville en Lee, van een verdrag, dat
+tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Staten-Generaal
+zou kunnen worden gesloten.
+
+Twee jaren lang bleef deze onderhandeling bedekt. Toen kwam zij aan het
+licht. In 1780 vertrok ~Henry Laurens~, die in 1777 president van 't
+congres was geweest, aan boord van een pakketboot van Philadelphia naar
+Nederland. Den 10den September van dat jaar werd het schip op de hoogte
+van New-Foundland door een Engelsch fregat genomen en naar Londen
+opgebracht. Even vóór de vermeestering der pakketboot wierp Laurens een
+doos, het ontwerpsverdrag bevattende, in zee. Doch daar het lood, aan de
+doos gehecht, niet zwaar genoeg was, om ze te doen zinken, vischten de
+Engelschen ze op. De gezant Yorke diende, uit naam van George III, over
+deze zaak bezwaren in. Gelijktijdig hiermede was de ontwikkeling eener
+andere aangelegenheid, die eindelijk het hangend onweder deed
+losbarsten. Door toedoen van Katharina II, keizerin van Rusland, sloten
+de Noordsche mogendheden, Rusland, Zweden en Denemarken, in 1780, onder
+den naam van _het stelsel eener gewapende onzijdigheid_, onderling een
+verdrag, ten einde het vrije verkeer ter zee te handhaven. Op
+uitnoodiging van Rusland besloten de Staten-Generaal eveneens toe te
+treden, waarop Nederlands afgevaardigden te Petersburg het verdrag
+onderteekenden. Maar ter zelfder tijd, als de Republiek haar aansluiting
+aan de Noordsche mogendheden aan Europa's hoven mededeelde, in 't laatst
+van 1780, verklaarde Engeland aan de Zeven Gewesten den oorlog.
+
+
+
+
+§ 32.
+
+_De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der Republiek met
+Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst der Pruisen._
+
+
+Zoo was dan de Republiek met gebonden handen en voeten aan Engelands
+willekeur overgelaten. Volgens zijn gewoonte richtte Engeland zijn wraak
+terstond tegen de Nederlandsche schepen, die, van niets wetende, rustig
+naar het vaderland stevenden. Op het einde van Januari 1781 waren reeds
+200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15 millioen beladen, in de
+Engelsche havens opgebracht. Van Nederlands bezittingen viel o. a. St.
+Eustatius, alsmede de kust van Guin[=e]a in handen der Engelschen,
+terwijl Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo zich vrijwillig onder hun
+hoede stelden. St. Eustatius werd nog in 't zelfde jaar, 1781, door de
+Franschen hernomen en aan de Staten-Generaal teruggegeven. Eveneens
+heroverden de Franschen in 1782 Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en
+namen deze streken voor Nederland in bewaring. In Oost-Indië bemachtigde
+Engeland Negapatnam (in Voor-Indië, ten z. van Madras).
+
+Engelands overmacht ter zee was zoo groot, dat aan 't leveren van slagen
+eigenlijk niet viel te denken. Maar in 1781 verleenden de
+Staten-Generaal een konvooi of gewapende geleide van oorlogschepen aan
+een aantal koopvaarders, naar Petersbrug, Riga en Narva bestemd. De
+oorlogschepen, ten getale van vijftien, stonden onder 't bevel van den
+schout-bij-nacht ~Johan Arnold Zoutman~. Op den 5den Augustus ontmoetten
+zij bij ~Doggersbank~ (in de Noordzee, ten o. van Engeland) een Engelsch
+konvooi, eveneens een aantal koopvaardijschepen uit de Oostzee
+begeleidende. Over deze vloot, slechts twaalf, maar zwaardere en beter
+gewapende schepen tellende, voerde de vice-admiraal ~Hyde Parker~ het
+bevel. Weldra geraakte het grootste gedeelte der wederzijdsche vloten,
+aan elke zijde zeven, met elkander slaags. Dat de Engelschen, hoewel de
+slag onbeslist bleef, het eerst afdeinsden, verhoogde in Nederland het
+nationaal gevoel. In Januari 1783 sloot Engeland den vrede van
+Versailles (_Overzicht_, blz. 170). In Mei 1784 volgde _de vrede van
+Parijs_ met Nederland, waarbij de Republiek Negapatnam aan Engeland
+afstond, maar zijn overige bezittingen terugkreeg.
+
+Te midden van den oorlog met Engeland, in 1781, liet keizer Jozef II
+(_Overzicht_, blz. 168) de Staten-Generaal weten, dat hij verlangde, dat
+de barrière-steden door het krijgsvolk der Republiek werden ontruimd.
+Ofschoon de staten het vreemd vonden, dat hiertoe alleen zou worden
+overgegaan, omdat de keizer het wenschte, voldeden zij nog in 't zelfde
+jaar aan zijn verlangen. In 1783 rezen er op nieuw geschillen tusschen
+de Staten-Generaal en Jozef II, die, behalve meer, de vrije vaart op de
+Schelde eischte. De Staten-Generaal achtten 's keizers vorderingen
+overdreven en riepen het hof van Frankrijk als middelaar of
+scheidsrechter in. Nog eer de afgevaardigden hun beraadslagingen hadden
+geopend, trachtte een oorlogschip, onder Oostenrijksche vlag uit
+Antwerpen de Schelde afvarende, in 1784 zich aan het onderzoek van den
+uitlegger, die bij Lillo lag (zie blz. 97), te onttrekken. Het schip
+kreeg echter van een Nederlandsch oorlogschip de volle laag, draaide
+toen bij en werd in bewaring genomen, maar kort daarna weder ontslagen.
+
+De keizer, dit schieten op zijn vlag als een oorlogsverklaring
+aanmerkende, vaardigde het bevel uit, een aanzienlijk leger naar de
+grenzen der Republiek te doen oprukken. Van hunnen kant rustten ook de
+Staten-Generaal zich ten oorlog. Inmiddels werden de onderhandelingen
+voortgezet en in 1785 door _den vrede te Fontainebleau_ tot zulk een
+einde gebracht, dat de oorlog achterwege bleef. De hoofdvoorwaarden
+waren, dat Jozef van zijn eischen afzag, mits hem de forten Lillo en
+Liefkenshoek afgestaan en een som van 9-1/2 millioen uitgekeerd werd.
+Van deze 9-1/2 millioen nam Frankrijk 4-1/2 voor zijn rekening. Ook deze
+zwarigheden kwam 's lands regeering alzoo te boven, al was het dan niet
+zonder opofferingen.
+
+Moeielijker was het, de binnenlandsche geschillen, die bij de rampen,
+welke den staat van buiten troffen, steeds heviger werden, bij te
+leggen. Met den aanvang van den oorlog tegen Engeland begon de
+ontevredenheid zich weder te openbaren. Evenals vroeger de gouvernante,
+werd de stadhouder eerst beschuldigd van Engelschgezindheid, omdat hij
+had getracht de vredebreuk tegen te houden. Vervolgens verweet men,
+hoewel Willem V jaren achtereen vruchteloos voorstellen tot uitbreiding
+der zee- en der landmacht had gedaan, hem en den hertog van Brunswijk
+den weerloozen toestand des lands. Zoo gezien de hertog gedurende het
+tijdvak van zijn regentschap was geweest, evenzeer werd hij van 1766 af
+hoe langer hoe meer gehaat. Vele leden der regeering betuigden, dat zij
+het voor wenschelijk hielden, dat hij zich geheel aan het bewind
+onttrok. En toen in 1784 het geheim van 't bestaan der akte van
+consulentschap (zie blz. 153, 154) werd verbroken en de inhoud van dit
+geschrift alom bekend werd, rustte men niet, eer men van den gehaten
+vreemdeling, van den "dikken hertog", was ontslagen. Daarom nam hijzelf
+zijn ontslag en vertrok in 't zelfde jaar uit den lande.
+
+Het werd intusschen weldra duidelijk, dat zij, die meenden in den hertog
+den oorsprong aller oneenigheden te moeten zoeken, dwaalden. Het getal
+van hen, die aan het volk meer invloed op de regeering wilden toekennen,
+groeide aan. Sedert het begin van 't jaar 1783 nam de gisting der
+gemoederen in de Republiek steeds toe. In vele steden richtte men, met
+goedvinden der vroedschappen, _exercitie-genootschappen_ of
+_vrijkorpsen_ op, uit burgers, de staatsgezinde partij toegedaan,
+bestaande, die zich vlijtig in den wapenhandel oefenden. In Februari
+1785 verboden de staten van Holland het dragen van Oranjelinten en
+kokardes, alsmede het roepen van "Oranje boven." In September van dat
+jaar hadden er te 's Gravenhage eenige tooneelen van openlijke
+opschudding plaats, waarbij een burger dezer stad door een lid van een
+exercitie-genootschap licht werd gewond. Hiervan in kennis gesteld,
+beperkten de staten van Holland het gezag van den kapitein-generaal van
+dit gewest, als bevelhebber van de bezetting dezer stad.
+
+Nu was, in 't oog van den prins, de maat volgemeten. Nog vóór het einde
+van 't jaar 1785 verliet hij met zijn gezin 's Gravenhage en vestigde
+zich vooreerst op het Loo, later te Nijmegen. In 1786 waren Elburg en
+Hattem het tooneel eener andere gebeurtenis. In deze beide steden kwam
+de gemeente, door een deel der leden van de regeering gesteund, in
+verzet tegen de staten van Gelderland. Alzoo gelastten die staten den
+stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te doen oprukken en
+bezetting in die steden te leggen. Het geschiedde, en vele
+regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchtten naar Kampen of
+elders. Kort daarna werden tegen de hoofdpersonen der beweging zware
+vonnissen geveld. Geweldig was de indruk, dien hetgeen in Gelderland
+gebeurde op de regenten en op de bevolking der overige gewesten maakte.
+Op de tijding van het binnenrukken der troepen te Elburg en te Hattem
+schorsten de staten van Holland den kapitein-generaal van hun gewest in
+dit ambt en onthieven den raadpensionaris van de verplichting, in
+gemeenschappelijk overleg met den stadhouder te handelen (zie blz. 133,
+134).
+
+Jammerlijk was voorwaar de toestand des vaderlands. Thans zag men het
+tegendeel van de macht, die de eendracht gaf. Alle gewesten leverden
+overvloedige voorbeelden van de meest ingewikkelde en netelige
+burgerschillen op. Zij waren het tooneel van de schromelijkste
+verwarring. Er was oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten
+van Holland, oneenigheid tusschen deze staten en die van Gelderland.
+Onbeschrijfelijk waren de haat en de partijschap, die in het anders zoo
+rustige Nederland alom blaakten. Men wendde zich tegen de personen, in
+plaats van in de zaken te wraken, hetgeen verkeerd was. Talloos waren de
+schot- en lasterschriften, de spotprenten en blauwboekjes. Men vergeleek
+den stadhouder met een Nero en Alva en stelde Philips II boven hem.
+
+Bij alle partijen scheen het een uitgemaakte zaak te zijn, dat de
+redding van elders moest komen. De patriotten rekenden op Frankrijk; de
+stadhouderlijke partij wendde haar oogen naar Engeland of Pruisen.
+Inmiddels droegen de staten van Holland, bezorgd voor de veiligheid van
+hun gewest, de verdediging hiervan aan vijf regenten uit verschillende
+steden op, _commissie van defensie_ geheeten, die zich te Woerden
+vestigde en over het krijgsvolk beschikte. Zij werd in haar bedoelingen
+ondersteund door een gewapend korps, _vliegend legertje_ genoemd,
+hetwelk de gansche provincie doortrok, om de stadhoudersgezinde
+landlieden in toom te houden.
+
+Zoo was dan alles rijp voor een uitbarsting. De lont ontbrak niet, die
+het kruit zou doen ontvlammen. In Juni 1787 begaf de prinses zich met
+een klein gevolg uit Nijmegen op reis naar 's Gravenhage. Haar oogmerk
+was, door haar verschijning te midden van de bevolking dier stad de
+volksmenigte in geestdrift te doen ontvlammen en 's prinsen vijanden
+ontzag in te boezemen, ten einde alzoo een omwenteling teweeg te
+brengen. Ten o. van Gouda lag een sluis, _de Goejanverwellesluis_
+genoemd. Bij die sluis gekomen, werd de prinses tegengehouden door
+eenige manschappen van het vrijkorps van Gouda, dáár op wacht staande.
+Vervolgens verzocht de commissie van defensie, zich terstond hierheen
+spoedende, haar, niet dieper in Holland door te dringen. Het geval, op
+zichzelf van weinig beteekenis, werd door de prinses hoog opgenomen. De
+koning van Pruisen, Frederik Willem II, liet terstond een schitterende
+voldoening eischen voor de beleediging, zijn zuster (zie blz. 154), en
+dus hem, aangedaan. Zij werd niet gegeven. Hierom rukte, op zijn last,
+~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel,
+een neef van Lodewijk Ernst (zie blz. 151), de Nederlanden met een leger
+van ongeveer 20,000 man binnen. Deze troepen trokken door Gelderland op
+Utrecht af en bezetteden deze stad. Na korten tegenstand gaf ook
+Amsterdam zich op zekere voorwaarden over.
+
+In een oogwenk was de omwenteling voltrokken. Binnen den kortst
+mogelijken tijd gaf men aan alles de vorige gedaante terug. De
+stadhouder werd door de staten der verschillende gewesten verzocht,
+zooals bij de vorige omwenteling steeds het geval was geweest, in de
+steden de wet te verzetten. Raadpensionaris werd in 1787 ~Laurens Pieter
+van de Spiegel~. Hij was een groot staatsman, die een uitstekende kennis
+bezat van staatsrecht en geschiedenis, tevens zeer ervaren in het
+financiewezen. Fel was de wraak, welke de zegevierende partij zich op
+vele plaatsen tegen de patriotten veroorloofde. In menige stad waren de
+Pruisen bereidvaardige dienaars dier wraakoefeningen. De patriotten
+werden in hun persoon aangerand, in hun goederen en bezittingen
+benadeeld. Niets was er evenwel, dat een volkomen verzoening meer in den
+weg stond, dan de wijze, waarop een _amnestie_, d. i. algemeene
+vergetelheid en vergiffenis, werd uitgevaardigd. In sommige provinciën
+kondigde men er een af, maar met zoovele uitzonderingen, dat zij dien
+naam niet verdiende. Hiervan was het gevolg, dat de reeks der reeds
+uitgeweken patriotten nog werd vermeerderd met een groot getal van hen,
+die door een rechterlijk vonnis werden getroffen of die zich, ook zonder
+dat, niet veilig rekenden. Duizenden bedroeg het cijfer van hen, die het
+vaderland verlieten en zich, voor een goed deel, in de Zuidelijke
+Nederlanden en in Frankrijk vestigden.
+
+
+
+
+§ 33.
+
+_De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._
+
+
+Eerst in 1788 verlieten de Pruisen, met een vrij grooten buit beladen,
+de Nederlanden. Op allerlei wijze zocht men den nu herstelden
+regeeringsvorm voor de stormen des tijds te beveiligen. Zoo sloot de
+republiek in 1788 een verdedigend verbond met Engeland en met Pruisen,
+waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap waarborgden. Het ontbrak
+thans niet aan blijken, die van hooge ingenomenheid met het huis van
+Oranje-Nassau schenen te getuigen, zoovaak de gelegenheid zich daartoe
+aanbood, inzonderheid in 1791, toen de erfprins (zie blz. 154) in het
+huwelijk trad met ~Frederika Louise Wilhelmina~, een dochter van den
+koning van Pruisen. Op vele plaatsen liet men het dragen der
+Oranje-versierselen niet aan de inspraak van 't gemoed der burgers over,
+maar werd zelfs het bevel hiertoe uitgevaardigd. Uit 's prinsen huwelijk
+sproten in 1792 Willem Frederik George Lodewijk, in 1797 Willem Frederik
+Karel, in 1809 Marianne.
+
+Desniettemin bleek het welhaast, dat er niets anders was voorgevallen,
+dan dat een vreemde mogendheid de stadhoudersgezinden had doen
+zegevieren en dat deze zegepraal de verbanning der patriotten ten
+gevolge had gehad. De rust--het is waar--was, doch met geweld, hersteld,
+niet de eendracht. Bij den omkeer der zaken had men geenszins vergeten
+en vergeven. Tweespalt en partijschap bleven voortwoelen. Vruchteloos
+poogde van de Spiegel de Republiek op te beuren. De gebreken in 't
+staatsbestuur waren vele; zij waren verouderd. Slechts in 't
+financiewezen was het hem mogelijk, eenige hervormingen in te voeren.
+
+Hevig was de schok, dien de omwenteling in een naburig land, in
+Frankrijk, uitgebarsten (_Overzicht_, negende druk, blz. 174 vlg.), aan
+de Republiek gaf, duurzaam de gevolgen van dien schok. Een tijdlang
+slaagde van de Spiegel erin, de Republiek onzijdig te doen blijven,
+zelfs sedert April 1792, toen Frankrijk reeds in oorlog was met Pruisen
+en met Oostenrijk en zijn legerbenden alreede naar de Zuidelijke
+Nederlanden had gezonden. Van hun zijde spaarden de patriotten, die
+zich in Frankrijk ophielden, geen poging, om de nationale conventie (zie
+_Overzicht_, negende druk, blz. 177), die alle vorsten voor haar
+natuurlijke vijanden verklaarde, te nopen, haar beginselen op de
+Nederlandsche Republiek te gaan toepassen. Op den 1sten Februari 1793
+voldeed de conventie aan den wensch der patriotten door den oorlog te
+verklaren aan den koning van Engeland en aan den stadhouder der
+Vereenigde Nederlanden. Kort hierna trok Dumouriez, een Fransch
+generaal, geleid door ~Herman Willem Daendels~ aan 't hoofd der
+Bataafsche uitgewekenen, de grenzen van Nederland over. Doch na eenige
+vestingen te hebben veroverd, moesten zij terugtrekken, en de Republiek
+was nog eenmaal gered.
+
+Maar de verademing was van korten duur. Het ééne vijandelijke leger na
+het andere stroomde naar de Zuidelijke Nederlanden, die, hoewel zij
+eerst bij den vrede van Campo Formio (_Overzicht_, negende druk, blz.
+180) aan Frankrijk werden afgestaan, reeds sedert November 1792
+metterdaad in de macht der conventie waren. Daarentegen zond de koning
+van Pruisen, zijn beloften brekende, zijn soldaten niet naar de
+kampplaats. Dus streden Willems zonen, de erfprins ~Willem Frederik~ en
+~Frederik~, vruchteloos met moed en beleid aan 't hoofd der
+Nederlandsche krijgsbenden, die een deel van 't leger der bondgenooten
+uitmaakten. De slag bij Fleurus in 1794 (_Overzicht_, negende druk, blz.
+178) was zoo beslissend, dat in deze oorden de Franschen thans geen
+weerstand meer hadden te duchten. Toch draalden de Franschen nog een
+oogenblik, eer zij verder gingen. Na den val van het schrikbewind
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 177) helde de regeering van Frankrijk
+tot den vrede over. Doch Daendels en de overige patriotten spoorden
+steeds tot de overkomst aan. Zoo trok dan in December 1794 en Januari
+1795 de Fransche generaal ~Pichegru~, wederom door de patriotten onder
+Daendels geleid, over de bevrozen rivieren en stroomen de Nederlanden
+binnen. Daar de nationale conventie had verklaard, dat zij zich in geen
+verdrag met de Republiek wilde inlaten, eer de stadhouder zich had
+verwijderd, scheepte Willem V zich den 18den Januari met zijn gezin naar
+Engeland in, waar hij tot 1800 vertoefde. Alzoo bleef de wederwerking op
+hetgeen het jaar 1787 had zien gebeuren niet achter. Thans, acht jaren
+na hun verbanning, keerden de patriotten terug, op hun beurt door een
+vreemde mogendheid, door Frankrijk, geleid. Door haren ondergang
+bezegelde de Republiek de oude spreuk, eendracht maakt macht, tweedracht
+verstrooit.
+
+Onder de vele bewijzen van de steeds toenemende verzwakking der
+Republiek gedurende de 18de eeuw is het allengs meer en meer vervallen
+harer zeemacht een der meest in 't oog loopende. Met het verval der
+zeemacht hield dat van den handel gelijken tred. Evenals de handel,
+waren de haringvisscherij en de walvischvangst langzamerhand aan het
+kwijnen geraakt (zie blz. 141). Wat de Oost-Indische compagnie betreft,
+zij had eveneens luisterrijker dagen gekend, dan de laatste vijftig à
+zestig jaren van haar bestaan. Onder haar gouverneurs-generaal in dit
+tijdperk zijn ~Adriaan Valkenier~ (1737-1741) en ~Gustaaf Willem baron
+van Imhoff~ een paar van de meest beroemde. Het bewind van Valkenier
+werd gekenmerkt door _den_ beruchten _moord der Sineezen_ op den 9den
+October 1740 en volgende dagen. Sinds eenigen tijd hadden sommige
+maatregelen van 't bewind der compagnie het wantrouwen gewekt van een
+menigte te Batavia gevestigde Sineezen, die deswege naar 't gebergte en
+naar de bosschen weken, den omtrek van Batavia onveilig makende. Den
+8sten October hadden er in de nabijheid dier stad eenige gevechten
+tusschen de Nederlanders en de Sineezen plaats, waarin de laatsten
+werden verslagen. Volgens besluit nu van den raad van Indië (zie blz.
+80) werd er den 9den en volgende dagen een ware bloedbruiloft gehouden
+onder de Sineezen te Batavia, die men verdacht hield van verstandhouding
+met hen, die buiten waren. Ruim 10,000 Sineezen vielen als de offers
+dezer vreeselijke wraakneming. Kort na dien moord werd van Imhoff
+gouverneur-generaal. Hij breidde het gebied der compagnie aanmerkelijk
+uit (zie blz. 143), en is de stichter van _Buitenzorg_, nu het gewone
+verblijf van den gouverneur-generaal.
+
+Na van Imhoff ging de Oost-Indische compagnie steeds meer achteruit.
+Vele waren de oorzaken van haren achteruitgang. Een der voornaamste is,
+dat zij, reeds vóór het midden der 18de eeuw, elk jaar hare boeken met
+een tekort van eenige millioenen sloot. In plaats van de uitgaven naar
+evenredigheid te beperken, ging zij, die niets had uit te deelen,
+desniettegenstaande met haar uitdeelingen voort. Ofschoon op een lager
+bedrag neerkomende dan voorheen (zie blz. 144), beliepen die
+uitdeelingen toch nog 20 tot 12-1/2 ten honderd. Eveneens ging het de
+West-Indische compagnie. Reeds in de 17de eeuw (zie blz. 144) was men
+begonnen, voor alle ingezetenen van den staat vrijstelling te verleenen
+van de vaart op eenige dier plaatsen, waarop het vroegere octrooi (zie
+blz. 88) de compagnie den alleenhandel toekende. In de 18de eeuw werd
+dezelfde vergunning verleend ten opzichte van de kust van Guin[=e]a, van
+Essequ[=i]bo en Demerary. Hoezeer deze maatregelen Nederlands handel in
+'t algemeen moeten hebben begunstigd, zij konden de nieuwe West-Indische
+compagnie niet genoegzaam opbeuren.
+
+Nederlands kerkelijke toestand onderging sedert den vrede van Munster
+(zie blz. 99, 100) geen groote veranderingen. Bij de vele sekten, die
+werden geduld, kwamen sinds het begin der 18de eeuw nog een paar andere:
+de Jansenisten en de Herrenhutters. _De Jansenisten_ ontleenden hun naam
+aan ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven en later bisschop te
+Yperen, die in 1638 stierf. Twee jaren na zijn dood kwam een werk van
+hem uit, _August[=i]nus_ getiteld, hetwelk de leer van dezen kerkvader
+verklaarde. Rome verbood dit geschrift. Intusschen vonden de begrippen
+van het Jansenisme bijval bij een aantal der Nederlandsche katholieken,
+die aldus onderling werden verdeeld. Zij, welke die begrippen waren
+toegedaan, benoemden in 1723 hun eersten aartsbisschop, wiens zetel te
+Utrecht was. De _Herrenhutters_ of broedergemeente worden zoo genoemd
+naar het dorp of vlek Herrnhutt (in 't z.o. van het koninkrijk Saksen,
+nabij Zittau), waar zij hun eerste gemeente stichtten. Sinds 1746
+vestigden de Nederlandsche Herrenhutters zich te Zeist.
+
+In de eerste eeuw van het bestaan der Republiek werden kunsten en
+wetenschappen hoog gewaardeerd, ook om haarzelven, maar vooral met het
+praktische doel, om de heerschappij van Nederland over verre zeeën en
+kusten uit te breiden. Al werd het praktische doel door de nazaten der
+18de eeuw meer uit het oog verloren, van die zucht zelve voor
+vermeerdering van kennis vervreemdden zij niet. Achtereenvolgens
+verrezen talrijke genootschappen, als zoovele getuigen van den zin voor
+wetenschappen, die de Nederlanders bezielde. Een ander doel dan deze
+genootschappen had _de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen_, welke ~Jan
+Nieuwenhuizen~, Doopsgezind leeraar te Monnikendam, in 1784 stichtte. Op
+vele plaatsen verbeterde zij het Lager-Onderwijs, bevorderde een zekere
+verdraagzaamheid in zaken van godsdienst en verspreidde nuttige kennis
+onder alle standen der samenleving.
+
+In de letterkunde bleef het heerschend karakter gebrek aan kracht en
+oorspronkelijkheid. Zoetvloeiendheid was het hoofddoel, waarnaar de
+leden der talrijke dichtergenootschappen streefden, die den lof dezer
+kringen wilden verwerven. Daarom vonden zij weinig weerklank, wier
+werken den stempel droegen van dichterlijken gloed en eigen talent.
+Zoodanige uitzonderingen waren de gebroeders ~Willem~ en ~Onno Zwier van
+Haren~, die, hoewel op 't gebied der staatkunde werkzaam, menig uur aan
+de beoefening der dichtkunst wijdden. Willems hoofdwerk, een
+heldendicht, verheerlijkt _Friso_, den gewaanden eersten koning der
+Friezen. De jongere broeder schreef een aaneengeschakelde reeks van
+lierdichten onder den titel _de Geuzen_. In breede trekken schildert dit
+gedicht de daden der Nederlanders, die in den strijd tegen Spanje den
+grondslag legden der onafhankelijkheid van hun vaderland.
+
+In het proza dier dagen nemen de vriendinnen ~Elizabeth Bekker~ en
+~Agatha Deken~ den eersten rang in. Elizabeth Bekker, eerst getrouwd met
+den predikant Wolff, woonde en schreef, na den dood van haren
+echtgenoot, tezamen met Agatha Deken. Zij waren de eersten, die werken
+in 't licht gaven, welke in meer dan één opzicht den naam "Nederlandsche
+romans" verdienen. Twee dier werken, _Sara Burgerhart_ en _Willem
+Leevend_, werden alom gelezen. De vrije wijze, waarop de schrijfsters
+hare gedachten ook over staatkundige onderwerpen uitten, deed het haar
+geraden achten, in 1787 met zoovele anderen het vaderland voor een wijl
+te verlaten. Een tijdgenoot dezer vriendinnen was, althans nog gedurende
+een aantal jaren, ~Jan Wagenaar~, sedert 1760 eerste klerk ter
+secretarie van Amsterdam en gestorven in 1773. Zijn hoofdwerk is _de
+Vaderlandsche historie_, de eerste poging om de verspreide deelen van
+Nederlands geschiedenis tot een groot geheel te vereenigen.
+
+
+
+
+§ 34.
+
+_De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._
+
+
+Zoo was dan de oude Republiek bezweken, om plaats te maken voor een
+nieuwen staat. Nauwelijks hadden zich de Fransche bajonetten vertoond,
+of de oude, afgeleefde vormen bezweken vanzelven. Terwijl een deel van
+'s lands bevolking, door te dansen rondom de vrijheidsboomen, zijn
+vreugde aan den dag legde, had er terstond een volledige omkeering in
+het bewind plaats. In plaats van het voormalige bestuur der
+Oost-Indische compagnie benoemde een vernieuwde vergadering der
+Staten-Generaal een _comité_ (raad of afdeeling) _tot de zaken van den
+Oost-Indischen handel en bezittingen_. Eveneens kwam het beheer van de
+West-Indiën aan een _comité tot de zaken van de koloniën en bezittingen
+in Afrika en Amerika_. Verder hadden de Staten-Generaal in de eerste
+plaats 's lands betrekking tot Frankrijk te regelen. Den 16den Mei 1795
+kwam het _Haagsche verdrag_ tot stand. Met 100,000,000 gl., den afstand
+van Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen en het toelaten van Fransche
+bezetting in Vlissingen moest het vaderland den schijn van
+onafhankelijkheid van Frankrijk en de erkenning als zelfstandige
+mogendheid, als _Bataafsche Republiek_, betalen. Een der geheime
+artikels, aan het verdrag toegevoegd, behelsde, dat het Fransche leger,
+hetwelk van nu aan de bezetting dier Republiek zou uitmaken en dat niet
+grooter mocht zijn dan 25,000 man, door deze Republiek zou worden
+bezoldigd, gekleed en gevoed. Zoodra deze troepen in goeden toestand
+verkeerden, werden zij gedurig door andere vervangen, die slecht waren
+uitgerust en aan al het noodige gebrek hadden.
+
+Dit verdrag was een duidelijke verklaring der afhankelijkheid van de
+Bataafsche Republiek ten opzichte van Frankrijk. Een tweede gevolg van
+de nauwe betrekking tot Frankrijk waren de _assignaten_ (_Overzicht_,
+negende druk, blz. 175), die weldra alle waarde verloren. Bovendien
+erfde de nieuwe Republiek dadelijk de vijandschap, die Engeland tegen
+Frankrijk, haar bondgenoot, voedde. Reeds vóór den 16den Mei, terstond
+na het binnenrukken der Franschen, legde Groot-Britannië _embargo_ of
+beslag op Nederlands schepen, om ze later prijs te verklaren. In
+September verklaarde het aan de Bataafsche Republiek den oorlog. Van dit
+oogenblik af viel de eene der buitenlandsche bezittingen na de andere in
+handen der Engelschen, tegen wier meesterschap ter zee niemand was
+opgewassen. Reeds in 1801 was Java de eenige zijner bezittingen, die
+Nederland had behouden. Bij al die rampen zijn de gedwongen
+geldheffingen te voegen, welke de regeerende lichamen der Bataafsche
+Republiek achtereenvolgens uitschreven.
+
+Het spreekt vanzelf, dat, na de schikking met Frankrijk, de regeling van
+den regeeringsvorm de eerste taak was, hier te lande te verrichten. Te
+dien einde hield, den 1sten Maart 1796, een _nationale vergadering_ haar
+eerste bijeenkomst. Zoodra zij te 's Gravenhage was bijeengekomen,
+werden de Staten-Generaal ontbonden. De leden der vergadering waren tot
+twee partijen te brengen, die der _unitarissen_, voorstanders eener
+volstrekte eenheid, en die der _foederalisten_, welke tot op zekere
+hoogte een bondgenootschap van zelfstandige staten wilden. Foederalist
+was o. a. Vitringa. Tot de hevigste unitarissen behoorden Pieter Vreede
+en Gogel, tot de gematigden onder hen Schimmelpenninck. Deze eerste
+nationale vergadering slaagde niet in haar plan, weshalve, den 1sten
+September 1797, een tweede werd geopend. Deze gelukte het evenmin, het
+werk tot stand te brengen, want den 22sten Januari 1798 waagden de
+hevigste unitarissen, met name Daendels, een _coup d'état_ of aanslag op
+hun meest gematigde medeleden. Een aantal van hen lieten zij in
+hechtenis nemen. De op die wijze gezuiverde vergadering noemde zich
+_constitueerende vergadering, representeerende het Bataafsche volk_. In
+Maart had zij het ontwerp eener grondwet afgewerkt. In April had de
+stemming van 't Bataafsche volk over het ontwerp plaats, dat met een
+overgroote meerderheid van stemmen werd aangenomen.
+
+De hoofdinhoud dezer _staatsregeling_, den 1sten Mei 1798 afgekondigd,
+komt hierop neer. De oppermacht berust, in naam van het Bataafsche volk,
+bij _het vertegenwoordigend lichaam_, waarvan de leden door het volk
+worden gekozen. Het bestaat uit twee _kamers_. Het draagt de uitvoerende
+macht op aan _vijf directeuren_, door zijn leden te kiezen, _het
+uitvoerend bewind_, en behoudt zelf de wetgevende macht. Het grondgebied
+der Republiek wordt in acht _departementen_ verdeeld. De grenzen van
+geen dier departementen kwamen overeen met den omtrek eener voormalige
+provincie. Een daarvan b. v., hetwelk het departement van de Eems
+heette, bestond uit gedeelten van Friesland, Groningen en Drente. De
+geldmiddelen van den staat staan onder één beheer en komen in één
+algemeene kas. Eveneens heeft er een samensmelting der schulden plaats,
+_amalgame_ geheeten. De kerk wordt van den staat gescheiden. Voorloopig
+zullen slechts de leeraren en dienaars der hervormde kerk uit 's lands
+kas worden bezoldigd.
+
+Niemand, die den inhoud dezer constitutie onbevooroordeeld gadeslaat,
+kan ontkennen, dat men het goede, hetwelk uit den druk der tijden werd
+geboren, grootendeels aan haar was verschuldigd. Vooreerst werd de
+pijnbank afgeschaft. Dan werd het Gemeenebest één en ondeelbaar
+verklaard, zoodat de zeven souvereine gewesten, benevens de
+Generaliteitslanden en het bondgenootschappelijke Drente van nu af maar
+één staat vormden. De provinciale naijver en tegenkanting weken
+langzamerhand voor één toenemende nationale eenheid. Insgelijks hield de
+druk op der stedelijke aristocratie. Volkomen gelijkstelling van allen
+voor de wet werd een vaste regel, en alle heerlijke rechten en wat
+verder van het leenstelsel afkomstig was werden vernietigd.
+
+Intusschen leverde de oorlog zelf, waarin de Bataafsche Republiek, als
+bondgenoot van Frankrijk, werd medegesleept, niets dan nadeelen op.
+Gedurende den tweeden coalitie-krijg (_Overzicht_, negende druk, blz.
+181) werd Nederland zelf het tooneel der vijandelijkheden. Daar Engeland
+en Rusland een poging wilden wagen, om de Bataafsche Republiek aan 't
+oppergezag van Frankrijk te onttrekken, landde in Augustus 1799 een
+geduchte Engelsch-Russische krijgsmacht onder 't opperbevel van
+~Frederik, hertog van York~, nabij de Helder. ~Daendels~, bevelhebber
+der Bataafsche krijgsmacht, moest wijken. Maar de Fransche generaal
+~Brune~, zich met een aanzienlijk leger bij Daendels voegende, bracht
+den vijand den 19den September bij ~Bergen~ (ten n.w. van Alkmaar) en
+den 6den October bij ~Castricum~ (ten z.w. van Alkmaar) een nederlaag
+toe. Dit noodzaakte de Engelschen en de Russen, die bovendien in deze
+streken geen voldoende huisvesting en levensmiddelen konden vinden en
+hier te lande weinig blijken van deelneming bespeurden, terug te
+trekken. Dus keerde ook de erfprins van Oranje, die eenigen tijd te
+Alkmaar had vertoefd, naar Engeland terug, vanwaar hij zich in 't begin
+van 1800 met zijn vader naar Brunswijk metterwoon begaf.
+
+Zelfs al zag men deze en andere nadeelige gevolgen van den oorlog
+voorbij, dan nog had het vaderland geen redenen tot blijdschap. De
+koophandel, de nijverheid en het vertier beteekenden schier niets; de
+schuldenlast was ondragelijk. Daarenboven was de vreugde over de
+staatsregeling van korten duur. De eenheid, die erin heerschte, diende
+slechts om het uitvoerend bewind met zooveel bezigheden te overladen,
+dat alles zeer langzaam of in 't geheel niet werd afgedaan. Dit deed
+wederom aan de noodzakelijkheid van 't vervaardigen eener nieuwe
+grondwet denken. Middelerwijl zag de eerste consul Napoleon
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 181) met weerzin de oppermacht des
+volks, die hij in Frankrijk aan ketenen had gelegd, in het kleine
+gemeenebest gehuldigd. De Bataafsche Republiek, van 't oogenblik harer
+wording af gedwongen Frankrijk steeds uit de verte te volgen, kon dit
+ook thans niet nalaten. Met de meerderheid der vijf leden van 't
+uitvoerend bewind knoopte Napoleon in 't geheim onderhandelingen aan.
+Wetende, dat zij op den steun van hem kon rekenen, die alreede de
+machtigste man van geheel Europa begon te worden, liet de meerderheid
+van 't uitvoerend bewind zich door niets terughouden van de voltrekking
+van haar voornemen. Den 1sten October 1801 werd het volk een ontwerp ter
+stemming voorgelegd. De uitslag der stemming was, dat de staatsregeling
+werd aangenomen. Tot dien uitslag geraakte men door te bepalen, dat het
+groote aantal van hen, die niet waren opgekomen, moest worden geacht te
+hebben toegestemd.
+
+_De staatsregeling_ van 1801 naderde meer, dan die haar voorafging, de
+beginselen van het foederalisme. Zij behield de eenheid, maar gunde meer
+vrijheid aan de besturen der departementen en der gemeenten. Aan 't
+hoofd der Republiek stond thans een _staatsbewind_ van twaalf personen
+met een _wetgevend lichaam_. Groot was het gezag, aan het staatsbewind
+opgedragen, terwijl de invloed van het wetgevend lichaam werd beperkt.
+Ook ten opzichte van de verdeeling van het grondgebied kwam deze
+constitutie terug op de andere. Zij herstelde èn de namen èn de grenzen
+der voormalige gewesten, waarvan men toen, om het provincialisme te
+fnuiken, was afgeweken. Het getal der departementen bleef hetzelfde. Zij
+heetten nu: Holland, Zeeland, Brabant, Overijsel (waartoe Drente tevens
+grootendeels behoorde), enz. De constitutie, in haar geheel, is een
+bewijs, dat men tot gematigder gevoelens terugkeerde.
+
+In 1802 werd de Republiek één oogenblik verademing geschonken. Het was
+na het sluiten van _den algemeenen vrede te Amiëns_ (_Overzicht_,
+negende druk, blz. 181) in Maart van dat jaar, waar ~Rutger Jan
+Schimmelpenninck~ de Republiek vertegenwoordigde. Van de verschillende
+artikels had dat de meeste betrekking op de Republiek, waarin werd
+bepaald, dat, met uitzondering van Ceylon, Engeland haar al hare
+volkplantingen teruggaf. Tevens werd, overeenkomstig vroegere
+bepalingen, vastgesteld, dat de schadeloosstelling voor het huis van
+Oranje-Nassau niet ten laste zou komen der Republiek. De
+schadeloosstelling werd weldra gevonden ten koste van Duitschland en
+bestond uit het voormalige bisdom Fulda (in 't vroegere keurvorstendom
+Hessen, thans tot Pruisen behoorende) en eenige andere streken. Nimmer
+heeft echter Willem V het bewind over deze landen aanvaard. Hij bleef
+als ambteloos burger in Brunswijk, waarheen hij zich bij zijn vertrek
+uit Engeland (zie blz 164 en 171) had begeven. Zijn oudste zoon, wien
+hij de genoemde landen afstond, bleef ze ook na den dood zijns vaders,
+die in 1806 plaats had, besturen. Maar in 1807, bij den vrede van
+Tilsit, ontnam Napoleon hem, omdat hij voor Pruisen had gestreden,
+zoowel deze staten, als die, welke hij in Nassau van zijn vader had
+geërfd.
+
+Op den gesloten vrede vertrouwende, begonnen handel en vertier in 1802
+in Nederland weder te herleven; doch wederom was de verademing kort van
+duur. In Mei 1803 verklaarde Napoleon Groot-Britannië op nieuw den
+oorlog. Dit rijk legde zich nu dadelijk weder op de herovering toe der
+pas teruggegeven buitenlandsche bezittingen, die het allengs alle,
+behalve Java en een paar andere, in zijn macht kreeg. Thans werd geheele
+uitputting het lot van het fel geteisterde land. Het moest den consul
+voor de door hem beraamde verovering van Engeland troepen, schepen en
+millioenen leveren. Hoezeer alle krachten werden ingespannen en de
+laatste penningen bijeengezocht, wat opgebracht werd voldeed niet. Aan
+den vorm van 't bestuur weet Napoleon dat, waarvan de oorzaak in het
+onvermogen was gelegen. Te midden dier nimmer eindigende eischen werd
+Napoleon keizer (_Overzicht_, negende druk, blz. 181). Nu moest alom,
+waar Frankrijks stem gold, ook de schaduw van volksregeering voor het
+eenhoofdig beginsel wijken. In 't begin van 1805 verkreeg
+Schimmelpenninck, de gezant der Republiek te Parijs, van Napoleon bevel,
+een nieuwe grondwet op het papier te brengen, waaraan het monarchale
+beginsel ten grondslag lag. Schimmelpenninck kweet zich van den last.
+Het ontwerp behaagde Napoleon en werd in April door het volk
+goedgekeurd. Wederom werden de zwijgenden gerekend het ontwerp te hebben
+aangenomen.
+
+Deze _derde staatsregeling_, waarvoor die van 1801 plaats maakte, stelde
+~Rutger Jan Schimmelpenninck~, onder den naam _raadpensionaris_, met een
+meer dan vorstelijk gezag bekleed, aan 't hoofd van het Bataafsche
+gemeenebest. De wetgevende macht werd aan een _wetgevend lichaam_ van 19
+leden opgedragen. Den raadpensionaris stond een _staatsraad_ van zeven
+leden ter zijde. Ten opzichte van de verdeeling van 't grondgebied was
+de eenige wijziging, in 't jaar 1805 ingevoerd, dat Drente van Overijsel
+werd afgescheiden en als _landschap_ aan de acht departementen
+toegevoegd. Zooveel hij vermocht, wendde Schimmelpenninck zijn macht
+eenig ten algemeenen nutte aan, zooals dan ook de daadwerkelijke
+regeling van het lager-onderwijs bij de wet van den 3den April 1806 en
+het invoeren van algemeene in plaats van de vroegere provinciale
+belastingen gunstig voor zijn bewind getuigen. De invoering dier
+algemeene belastingen was een zeer gewichtige financiëele omwenteling.
+Zij waren reeds door de unie (zie blz. 61) voorgeschreven, maar nimmer
+in 't leven getreden. Groot zijn bovenal Schimmelpennincks verdiensten
+omtrent het lager-onderwijs. Het algemeene volksonderwijs was een der
+vruchten van de hervorming. Hierom was het opzicht over de scholen bij
+de kerk, waaraan het nu werd onttrokken. Eerst door deze wet werd alom
+de verbetering der scholen en van 't onderwijs krachtdadiger ter hand
+genomen en doorgezet.
+
+Maar de machtige en alles beheerschende geest van Napoleon duldde ook
+deze zwakke schaduw van een onafhankelijke republiek maar kort. Een
+aanleiding tot verandering werd spoedig gevonden. Zij werd gezocht in
+een verzwakking van 't gezicht van den raadpensionaris. Wat de keizer
+van Frankrijk wilde was weldra geen geheim meer. Zijn broeder Lodewijk
+moest koning van Holland worden. Een plechtig gezantschap werd
+verplicht, den keizer te Parijs te komen verzoeken om datgeen, wat
+hijzelf, als zijn wil, aan Nederland opdrong. Alzoo volgde in Juni 1806
+een _vierde constitutie_. ~LODEWIJK NAPOLEON~ werd _koning van Holland_
+tegen erkenning van de oppermacht zijns broeders als hoofd van 't
+geslacht. Hem werd een _wetgevend lichaam_ van 39, alsmede een
+_staatsraad_ van 13 leden toegevoegd. Lodewijks streven was in de eerste
+plaats, een Nederlander te worden. Waar hij als koning zijn eigen weg
+kon bewandelen, poogde hij het goede tot stand te brengen.
+
+Aan den derden coalitie-krijg, die inmiddels was uitgebarsten
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 182 en boven blz. 172), namen de
+Nederlandsche krijgslieden in 1806 en 1807 deel. De vrede van Tilsit
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 183), welke aan dien oorlog, voorzoover
+hij te land werd gevoerd, een einde maakte, vergrootte het grondgebied
+van den staat, doordien Jever (thans in 't n.w. van 't groothertogdom
+Oldenburg) en Oost-Friesland, tegen den vollen afstand van Vlissingen en
+zijn tafel, hetwelk aan Frankrijk kwam, met Holland werden vereenigd.
+Kort vóór het sluiten van dien vrede, nog in 't zelfde jaar 1807, werd
+het koninkrijk in tien departementen verdeeld, waarbij Oost-Friesland
+thans als elfde kwam. Hoewel de derde coalitie-oorlog niet op den bodem
+van het koninkrijk Holland werd gevoerd, was hij de aanleidende oorzaak
+van een noodlottig voorval, waardoor de stad Leiden werd getroffen. Op
+den 12den Januari 1807 sprong een schip, met veel kruit geladen, dat op
+zijn doorvaart naar Delft de stad aandeed. Na de uitbarsting lag een van
+de fraaiste gedeelten van Leiden, het Rapenburg, in puinhoopen. Meer dan
+twee honderd huizen werden omvergeworpen, honderden bovendien
+beschadigd. Te midden der algemeene ontzetting, eenige uren nadat men
+den schok te 's Gravenhage had gevoeld, kwam de koning op de plaats
+zelve van 't ongeluk, om in persoon op alles orde te stellen. Vele
+bleven door de tijdig aangebrachte hulp behouden, ofschoon het getal van
+hen, die het leven verloren, nog 152 beliep.
+
+Hoe erg ook, het ongeluk van 't jaar 1807 was tijdelijk. Anders was het
+gelegen met die rampen, welke een gevolg waren van de onverbreekbare
+keten, welke het koninkrijk Holland aan Frankrijk verbond. Wrevelig over
+de nederlaag bij Trafalgar (_Overzicht_, negende druk, blz. 183),
+verordende Napoleon in 1806 _het continentaal-stelsel_, d. i. de
+uitsluiting der Engelschen van het vasteland, waardoor hij allen handel
+met Groot-Britannië verbood en al wat Engelsch was voor goeden buit
+verklaarde. Het besluit werd in de eerstvolgende jaren nog verscherpt
+door andere verordeningen, waarin de keizer o. a. het openlijk
+verbranden van alle Engelsche waren in de van hem afhankelijke staten
+gelastte. Voor Nederlands handel, in zoover er nog eenige handel was,
+werd het continentaal-stelsel de doodsteek.
+
+Het was, alsof het Nederland was voorbehouden, de maat te zien
+volgemeten van alle soorten van onheilen, die een land kunnen treffen.
+Er ontbrak nog maar een inval aan op het grondgebied van 't koninkrijk,
+en die inval kwam. Ten einde de heerschappij ter zee te beter te kunnen
+handhaven, achtte Engeland het geraden, Walcheren in bezit te nemen en
+Vlissingens alsmede Antwerpens werven en arsenalen te verwoesten. Tegen
+'t eind van Juli 1809 stak een vloot in zee, de grootste, die Engelands
+havens immer had verlaten. Binnen weinige dagen waren Walcheren,
+Schouwen en Duiveland in handen van den vijand. Inmiddels verzuimden de
+Engelschen Antwerpen aan te tasten, terwijl een talrijk Fransch leger,
+zich bij het Nederlandsche voegende, niet ophield de Engelschen te
+bestoken. Meer nadeel nog brachten hun de Zeeuwsche koortsen toe. In 't
+kort, het doel der landing, aanvankelijk geslaagd, werd niet bereikt,
+zoodat de vijand op het einde van 't jaar Zeeland weder ontruimde. De
+onderneming, met zooveel ophef aangekondigd, liep teniet, evenals in
+1799.
+
+Reeds sinds lang was Napoleon verbitterd op zijn broeder Lodewijk. Hij,
+het maaksel zijner hand, matigde zich aan, als zelfstandig vorst te
+willen regeeren. Dit streed geheelenal met de bedoeling zijn broeders,
+die Holland alleen een eigen bestaan veroorloofde, onder voorwaarde dat
+het zich metterdaad als een Fransch wingewest liet behandelen.
+Voorloopig liet Napoleon zich in Maart 1810 nog tevreden stellen met een
+verdrag, bij hetwelk geheel Zeeland, Brabant, een gedeelte van
+Gelderland en een klein deel van Holland aan Frankrijk kwamen, zoodat de
+Waal de grens van 't koninkrijk in 't z.o. werd. Maar Lodewijk bleef van
+een onafhankelijk koningschap droomen en den sluikhandel met Engeland
+gedoogen. Van zijn kant toonde Napoleon duidelijk, wat hij in het schild
+voerde, door nieuwe troepen te zenden, die in last hadden, de hoofdstad
+te bezetten, en tolbeambten (_douaniers_), ten einde den sluikhandel te
+weren. De koning sprak ervan, Amsterdam tot het uiterste te verdedigen.
+De gansche natie wilde hij te wapen roepen. Doch zijn ministers
+beweerden, dat zoodanige kamp onmogelijk was. Zoo bleef hem niets anders
+over, dan afstand te doen van de kroon ten behoeve van zijn tweeden,
+toen oudsten zoon, Lodewijk Napoleon, onder regentschap der koningin
+Hortensia. Uit vrees van door de handlangers des keizers te worden
+belemmerd, verliet Lodewijk in den nacht van den 1sten Juli 1810
+heimelijk het paviljoen bij Haarlem, waar hij toen vertoefde, en begaf
+zich naar Bohemen. Het land, waarover hij vier jaren had geregeerd, zag
+hij nimmer weder, ofschoon hij nog tot het jaar 1846 leefde. Op zware
+sommen was zijn bewind het volk te staan gekomen. Daarentegen was voor
+alles, wat den waterstaat betreft, voor dijken en wegen veel gedaan.
+Onder de ministers, van wier diensten de koning een tijdlang gebruik
+maakte, waren mannen van erkende bekwaamheid, b. v. de admiraal ~Karel
+Hendrik Verhuell~ voor de marine, ~van Maanen~ voor de justitie.
+
+Het laatste punt, waarop, als op een voorwerp der werkdadige
+belangstelling van koning Lodewijk, de aandacht moet worden gevestigd,
+zijn de koloniën (zie blz. 165, 166, 168). Bij de grondwet van 1798 was
+bepaald, dat de Bataafsche Republiek alle bezittingen der gewezen
+Oost-Indische compagnie en haar schulden tot zich nam. Het oppergezag
+kwam aan het uitvoerend bewind (zie blz. 169), in 1801 aan het
+staatsbewind (zie blz. 171). Het bestuur werd in handen gesteld van _den
+raad der Aziatische bezittingen_. Terzelfdertijd werd dat van West-Indië
+opgedragen aan den _raad der Amerikaansche koloniën_. Lodewijk, den
+troon hebbende beklommen, was van oordeel, dat in de Oost-Indische
+bezittingen een doortastende hervorming moest plaats grijpen. Te dien
+einde benoemde hij in Januari 1807 ~Daendels~ (zie blz. 164, 170) tot
+gouverneur-generaal van Indië. Als een tweede Napoleon bracht hij in het
+bestuur der volkplantingen een geheele omkeering teweeg, weshalve hij
+door den een als een ware hervormer, door den ander als een willekeurig
+man en een vriend van harde maatregelen wordt voorgesteld. Het laatste
+is voorzeker niet volstrekt te loochenen. Maar onbetwistbaar is het, dat
+onder zijn bewind meer dan één wezenlijke verbetering tot stand kwam.
+
+
+
+
+§ 35.
+
+_Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn
+onafhankelijkheid._
+
+
+Het koninkrijk Holland verkreeg de regeering niet, die Lodewijk het had
+toegedacht. Volgens besluit van den 9den Juli 1810 werd het bij
+Frankrijk ingelijfd. ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~ (d.
+i. Piacenza, het oude Placentia, in 't n. van Italië), kwam als
+_luitenant-generaal_ of _algemeen stedehouder_ in de Nederlanden.
+Amsterdam werd, na Parijs en Rome, verklaard de derde stad van het
+keizerrijk te zijn. _Het code Napoleon_, d. i. wetboek Napoleon, werd
+ingevoerd. Een der artikels van 't besluit stelde een staatsbankroet
+vast. De renten der publieke schuld zouden niet verder onder de lasten
+worden gebracht, dan voor een derde; zij werden _getierceerd_. De
+vroegere departementen werden nu Fransche departementen met _prefecten_
+tot bestuurders. Hunne namen waren b. v.: Zuiderzee (d. i. ongeveer het
+voormalige Noorderkwartier van Holland en Utrecht), Bouches de l'
+Escaut, d. i. Monden van de Schelde (Zeeland), Ems-Occidental, d. i.
+Wester-Eems (Groningen en Drente). De burgemeesters werden van nu aan
+_maires_.
+
+In 1811 werd _de conscriptie_ of gedwongen krijgsdienst ingevoerd. Elk
+jongeling, den ouderdom van twintig jaren hebbende bereikt, moest zich
+laten inschrijven. De regeering stelde het aantal vast, hetwelk telkens
+werd vereischt, en hierop gingen de ingeschrevenen tot de loting over.
+Ontslagen werd geen soldaat, tenzij ongeschikt voor den dienst. Al
+dadelijk werd de conscriptie hierdoor verzwaard, dat, bij wijze van
+terugwerking, het besluit ook werd uitgestrekt tot de laatste drie
+jaren, en zij, die reeds drie-en-twintig jaren telden, eveneens werden
+opgeroepen. Op de harde besluiten nopens de conscriptie volgde een harde
+uitvoering. Vooral maakte zich de prefect van het departement der
+Zuiderzee, ~de Celles~, door dergelijke handelwijze berucht. Tegen het
+misbruik der drukpers meende het Fransche bewind met een bijzonderen
+ijver te moeten waken. De censuur, die nauwlettend toezag, verbande alle
+vrijheid van schrijven. Het spreekt vanzelf, dat ten aanzien van het
+continentaal-stelsel alle oogluiking nu ophield. Te Rotterdam, te
+Groningen en elders zag men, gelijk te Venetië en te Leipzig, dat
+plechtig en in 't openbaar verbranden van al wat Engelsch fabriekgoed
+was, somtijds voor een waarde van een half millioen gl. Geen
+Oost-Indiëvaarders vielen onze havens meer binnen. Ongehoord werd de
+prijs der koloniale voortbrengselen. Rijtuigen en dienstboden werden
+bijna alom afgeschaft, buitengoederen voor spotprijzen verkocht. De
+bevolking van Amsterdam nam bij duizenden af.
+
+Er is meer. De belastingen drukten den landzaat, die geenszins, gelijk
+tevoren, in ruime verdiensten de middelen vond om ze te betalen. De
+handel in tabak werd een alleenhandel of _monopolie_ van den staat. Een
+argwanende en strenge politie beperkte zeer de vrijheid van spreken,
+want ook in besloten kringen was het zaak, nauwkeurig rond te zien, of
+zij er ook haar verspieders had. Het openbare onderwijs werd naar dat
+der Franschen verwrongen. Predikanten en onderwijzers ontvingen een
+tijdlang geen bezoldiging. Taal en letterkunde dreigde een volkomen
+verval. Ook de hoogescholen moesten het ontgelden. Slechts Leiden en
+Groningen bleven in wezen; de overige, zoo zij niet werden opgeheven,
+werden hoogescholen van den tweeden rang en geraakten aan 't kwijnen.
+Bij dit alles kwam eindelijk het geheele verlies der koloniën. Nog in
+1811 veroverden de Engelschen Java en de overige volkplantingen. Alleen
+op Desima (zie blz. 99) bleef de Nederlandsche vlag waaien. Zóó was 's
+lands toestand in de jaren der Fransche overheersching. Na den
+rampspoedigen overtocht over de Berez[=i]na (_Overzicht_, negende druk,
+blz. 184) kwam er bij de vele plagen nog een nieuwe. Napoleon stelde _de
+garde d'honneur_ of eerewacht te paard in. Zij moest strekken, om, bij
+verzet of opstand, den keizer een genoegzaam aantal gijzelaars in handen
+te stellen. Het werd als een gunst voorgesteld, in deze lijfwacht te
+worden opgenomen. Daar ieder de kosten zijner eigen uitrusting moest
+dragen, trof de maatregel de aanzienlijkste ingezetenen het meest.
+
+Het kwade, dat de inlijving in Frankrijk aan Nederland heeft gebracht,
+is vaak opgeteekend. Naar evenredigheid is niet zoozeer gewezen op de,
+hoewel minder in 't oog vallende, lichtzijde dier inlijving, die echter
+niet geheel ontbreekt. De inlijving leverde dit groote voordeel op, dat
+zij Nederland op eens een stelsel van algemeene wetgeving deed
+deelachtig worden, hetwelk het uit zichzelf niet zoo spoedig, wellicht
+nimmer, had verkregen. De staatkundige en rechts-organisatie, toen ons
+land geschonken, oefende een beslissenden en duurzamen invloed op den
+later herboren staat.
+
+Intusschen deed de tocht naar Rusland eenige uitstekende Nederlanders
+denken, dat het niet meer tot het gebied der onmogelijkheden behoefde te
+behooren, het vaderland eens van de overheersching der Franschen te
+bevrijden. Zóó dachten ~Johan Melchior Kemper~, hoogleeraar in de
+rechten te Leiden, en ~Anton Reinhard Falck~. Zij kwamen met elkander
+overeen, naar vermogen partij te trekken van de veranderde
+tijdsomstandigheden ter herstelling van de nationale onafhankelijkheid.
+Terzelfdertijd begonnen ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, een kleinzoon
+van O. Z. van Haren (zie blz. 167), ~van der Duyn van Maasdam~, ~de
+graaf van Limburg-Stirum~ en drie andere mannen te 's Gravenhage
+veelvuldige geheime bijeenkomsten te houden. De staatkundige beginselen,
+die èn de eerstgenoemden èn de laatsten zich voornamen als richtsnoer
+te volgen en bij anderen zooveel mogelijk aan te kweeken, waren: een
+getemperde oppermacht van het huis van Oranje-Nassau en vernietiging der
+oude partijschappen. Hoewel in geen onmiddellijke betrekking tot het
+Haagsche zestal staande, waren Kemper en Falck toch niet onbekend met
+hetgeen dat zestal wilde.
+
+Middelerwijl schreed Napoleon op zijn loopbaan voort. Op de rampen van
+den tocht naar Rusland volgde de slag bij Leipzig. Nu meenden de
+Haagsche bondgenooten een stap verder te kunnen gaan en zich van de
+medewerking van een aantal lieden uit de gezeten standen der
+maatschappij te moeten verzekeren. Tot dergelijke voorbereidende
+maatregelen beperkte men zich vooreerst: het uur om te handelen scheen
+nog niet aangebroken. Anders dacht er het volk te Amsterdam over. Op de
+nadering der Pruisen en der Russen verlieten de Fransche ambtenaren
+inderhaast de steden, in 't n.o. van ons land gelegen. Den 14den
+November 1813 ontruimden de Fransche troepen Amsterdam, om weldra door
+den gouverneur-generaal te worden gevolgd, en begaven zich naar Utrecht.
+Op den avond van den 15den geraakte de bevolking van Amsterdam op de
+been en stak de wachthuizen der Fransche tolbeambten in brand. De rust
+werd eerst hersteld, toen, op verzoek van de officieren der schutterij,
+een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen het bestuur der stad
+voorloopig op zich nam. De ziel van alles, wat hier gebeurde, was A. R.
+Falck.
+
+Nu begrepen de Haagsche heeren, om te voorkomen, dat wellicht het volk
+ook tot oproer en geweld mocht overslaan, te moeten optreden. Op den
+morgen van den 17den November vertoonden zich de graaf van Stirum en de
+zonen van van Hogendorp in 't openbaar met de oranjekokarde op den hoed.
+Het voorbeeld vond weldra bij ieder navolging. Op denzelfden dag
+aanvaardde de graaf van Stirum, in naam van den prins van Oranje, de
+betrekking van gouverneur van den Haag. Den 21sten November aanvaardden
+~van Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~ het hoog bewind of
+_Algemeen Bestuur_ tot de komst van den prins van Oranje. Men kan niet
+zeggen, dat zij, die thans als voorgangers bij den opstand optraden, in
+'t begin veel medewerking bij het Nederlandsche volk vonden. Amsterdam,
+van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit Naarden bedreigd, bleef
+bij de onzijdige houding volharden, die het van den beginne af had
+aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich noch voor den prins,
+noch tegen den keizer verklaarde. Den 24sten November kwam hierin een
+verandering en werd ook hier de leus "Nederland en Oranje" gehuldigd. Na
+langer of korter aarzeling traden Rotterdam en andere steden van Holland
+toe. Terzelfdertijd werd Woerden door een deel van het Fransche
+krijgsvolk, dat te Utrecht in bezetting lag, overvallen en strekte
+gedurende eenige uren ter prooi aan een roof- en moordzucht, die velen
+aan de tooneelen van het jaar 1672 (zie blz. 130) herinnerde.
+
+Den 30sten November landde de prins van Oranje, de oudste zoon van
+Willem V (zie blz. 172), die toen in Engeland vertoefde, hiertoe
+uitgenoodigd, op den vaderlandschen bodem, te Scheveningen. Den 2den
+December nam hij, te Amsterdam gekomen, _de souvereiniteit_ over deze
+landen, hem aangeboden, aan, onder voorbehoud eener grondwet, zoodra
+mogelijk uit te vaardigen. Middelerwijl volgden de andere gewesten,
+naarmate de Franschen ze ontruimden, het sein, door Holland gegeven.
+Voorzoover Zeeland zichzelf niet had bevrijd, deden de Engelschen het in
+1814. In Gelderland, Overijsel, Groningen en Friesland deden het Bülow
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 185) en de kozakken vóór of na dit
+tijdstip. Maanden duurde het intusschen, eer het geheele land door de
+Franschen werd ontruimd. In 't begin van 1814 waren nog een aantal
+sterke punten in handen van den vijand. In Mei werd de kroon op het werk
+der bevrijding gezet. Den 4den dier maand had de ontruiming van het
+sterke den Helder plaats. Verhuell (zie blz. 176), onverzettelijk
+vasthoudende aan den eed, eenmaal aan Napoleon gezworen, weigerde
+standvastig het over te geven en week eerst op een bevel van Lodewijk
+XVIII (_Overzicht_, negende druk, blz. 186). Het laatste punt, dat de
+Nederlanders herwonnen, was Delfzijl. Toen het den 23sten Mei in naam
+van den souvereinen vorst in bezit werd genomen, was de gansche bodem
+van Nederland aan de Franschen ontrukt.
+
+Aleer die gelukkige uitkomst was verkregen, had de prins het bewind, hem
+door de natie opgedragen, aanvaard met het nemen dier maatregelen,
+welke de tijdsomstandigheden in de eerste plaats vorderden. Zij
+betroffen de krijgsmacht en de financiëele aangelegenheden, want er was
+noch geld, noch leger. Hierop maakte de vorst een begin met het
+vervullen der voorwaarde, waaronder hij de oppermacht had aanvaard. Den
+21sten December benoemde hij een commissie ter samenstelling eener
+grondwet. Haar werd aanbevolen, de schets, door van Hogendorp in de
+dagen der verdrukking, nog vóór den tocht naar Rusland, opgesteld, tot
+leiddraad harer beraadslagingen te nemen. De commissie achtte dit
+geraden en verkoos ~van Hogendorp~ tot voorzitter. Het hoofddoel dezer
+schets was, zonder onnoodige veranderingen de gebreken van den
+voormaligen toestand der Republiek te verbeteren. Door sommige zijner
+medeleden in de commissie werd van Hogendorp evenwel genoopt, ook met
+veel, dat geheel nieuw was, in te stemmen. Den 2den Maart 1814 was het
+ontwerp der grondwet gereed. Nu moest het aan het oordeel van het
+Nederlandsche volk worden onderworpen. Te dien einde werd een lijst van
+600 _notabelen_ opgemaakt, d. i. van mannen, zich onderscheidende door
+deugd, bekwaamheden, geboorte, vermogen of ambtsbetrekkingen. Van de 600
+verschenen den 29sten Maart 474 in de Nieuwe kerk te Amsterdam. Een
+overgroote meerderheid verklaarde zich ten gunste van de grondwet,
+zoodat zij binnen het tijdbestek van eenige uren verbindende kracht
+verkreeg. Den 30sten Maart was dezelfde Nieuwe kerk getuige van 's
+vorsten inhuldiging.
+
+_De_ nieuwe _grondwet_,--een naam, die den vroegeren van
+"staatsregeling" of "constitutie" verving, _de vijfde_ regeling na 1795,
+erkende, als hoofdbeginselen, vrijheid van godsdienst, aller gelijkheid
+voor de wet en de onafhankelijkheid der rechterlijke macht. De verdere
+inhoud komt hoofdzakelijk hierop neer. Er zijn negen provinciën:
+Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen,
+Friesland en Brabant. Tot Holland behooren de eilanden Texel, Vlieland,
+Terschelling, Wieringen, Urk en Marken; tot Overijsel Schokland; tot
+Friesland Ameland en Schiermonnikoog; tot Groningen Rottum. Er is één
+kamer van volksvertegenwoordigers, bestaande uit 55 leden, door de
+staten der provinciën te benoemen en drie jaren zitting hebbende. De
+leden der Staten-Generaal stemmen zonder last van de provinciale
+staten, die hen kiezen, en zonder eenige ruggespraak met hen. De
+provinciale staten zullen worden samengesteld uit leden der ridderschap
+en van de stedelijke raden. Deze leden worden gekozen door kiezers, te
+nemen uit hen, die de hoogste belastingen betalen. De provinciale staten
+hebben geen deel aan de oppermacht en beheeren de aangelegenheden van
+hun gewest. Voorzitters dier staten zijn, als 's vorsten commissarissen,
+de gouverneurs in de verschillende gewesten. Aan alle godsdiensten wordt
+gelijke bescherming toegezegd. Die van den vorst is de hervormde. In
+elke provincie is een gerechtshof, en bovendien, is er één hooge raad
+voor 't geheele rijk.
+
+In Augustus 1814 herkreeg Nederland bij een verdrag, met Engeland
+gesloten, de volkplantingen, welke het op den 1sten Januari 1803 had
+bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop, Demerary,
+Essequ[=i]bo en Berbice. Terwijl intusschen het congres van Weenen
+(_Overzicht_, negende druk, blz. 186) zoo over andere punten, als over
+de vereeniging van Nederland met België beraadslaagde, landde Napoleon
+den 1sten Maart 1815 bij Cannes, en het tijdperk van de regeering der
+honderd dagen nam een aanvang. Den 16den Maart maakte de souvereine
+vorst aan de Staten-Generaal en aan het gansche volk bekend, dat hij de
+koninklijke waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik
+aanvaardde. Willems verklaring werd weldra door het congres bekrachtigd.
+Vier van de hoofdmogendheden van dit congres, Engeland, Oostenrijk,
+Rusland en Pruisen, sloten met den koning verdragen, waarbij het nieuwe
+koninkrijk der Nederlanden werd opgericht. Omtrent Luxemburg stelden
+deze verdragen vast, dat het, als _groothertogdom_, aan Willem werd
+afgestaan, die van zijn kant afstand deed van de Nassausche
+vorstendommen (zie blz. 49 en 147), alsmede van hetgeen men in 1803 aan
+zijn huis had toegekend (zie blz. 172). Luxemburg bleef tevens een der
+staten van den Duitschen bond uitmaken.
+
+Intusschen waren de Zuidelijke Nederlanden bestemd om het tooneel te
+zijn, waar Napoleons lot en dat van Europa zouden worden beslist.
+Ongeveer 160,000 man had de keizer onder de wapens. Tegenover hem
+stonden twee hoofdlegers der bondgenooten: het eene uit Engelschen en
+Nederlanders bestaande, onder ~den hertog van Wellington~, en het
+Pruisische, door den grijzen ~Blücher~ aangevoerd, tesamen groot
+nagenoeg 230,000 man. Op denzelfden 16den Juni, waarop Blücher den slag
+van ~Ligny~ verloor, had de ontmoeting bij ~Quatre-Bras~ (een klein
+gehucht bij een kruisweg) plaats, waar ~de prins van Oranje~ den
+maarschalk Ney zegevierend terugdrong. Eindelijk werd den 18den Juni de
+groote veldslag bij ~Waterloo~, een tweede Cannae, geleverd, waarin de
+plotselinge verschijning eerst van het korps van Bülow en later van de
+overige afdeelingen van 't leger der Pruisen onder Blücher de zege aan
+de bondgenooten verzekerde. Hier bekwam de erfprins een wonde, waarvan
+hij evenwel spoedig genas. Reeds vier dagen daarna was de overwonnene
+geen keizer meer en sedert den 16den October een bewoner van St.
+Hel[)e]na, wat hij tot zijn dood bleef.
+
+Te midden van de voorbereidselen, allerwege voor den oorlog gemaakt,
+benoemde koning ~WILLEM~ I (1815-1840, overl. 1843) een commissie, om de
+grondwet van 1814 te wijzigen. Terzelfdertijd verleende hij aan zijn
+oudsten zoon, den kroonprins, den titel "prins van Oranje", gelijk hij
+zooeven is genoemd, hetgeen weldra de grondwet van 1815 bekrachtigde.
+Het gekletter der wapenen belette de commissie niet, in Juli 1815 met
+haar werk gereed zijn. Nu moest dit ontwerp aan de beide afdeelingen van
+'t koninkrijk ter goed- of afkeuring worden onderworpen. Voor het
+Noorden was de weg hiertoe gewezen door de grondwet van 1814. Het moest
+gebeuren door de Staten-Generaal, in dubbelen getale te 's Hage
+beschreven. De 110 leden namen het ontwerp in Augustus bij eenparigheid
+aan. In het Zuiden werd het aan een getal van 1603 notabelen ter
+stemming voorgelegd. Eer deze stemming plaats had, verklaarde zich reeds
+de invloedrijke Belgische geestelijkheid openlijk en sterk tegen het
+ontwerp. Zij beweerde, vooral bij monde van ~Maurice Jean Magdeleine de
+Broglio~, bisschop van Gent, dat geen waar katholiek een grondwet kon
+bezweren, waarin het beginsel van gelijkstelling van godsdienst was
+opgenomen. 't Gevolg was, dat de meerderheid van hen, die opkwamen, het
+ontwerp verwierp. In weerwil van die afkeurende meerderheid in België
+verklaarde de koning, welke dien uitslag had voorzien, op verschillende
+gronden, dat de natie de grondwet had aangenomen.
+
+De wijzigingen, bij deze nieuwe _grondwet_, _de zesde_, in die van 1814
+gemaakt, kwamen hoofdzakelijk op de volgende punten neer: op de
+opheffing van 't artikel, waarin was bepaald, dat de koning den
+hervormden godsdienst moest belijden; op de instelling eener _Eerste
+kamer_ van 40 tot 60 leden, door den koning voor hun leven te benoemen;
+op de bepaling, dat _de Tweede kamer_ uit 110 leden zou bestaan en in 't
+openbaar beraadslagen; op de bepaling, dat de landelijke stand van nu
+aan werd vertegenwoordigd in de staten, der provinciën; op de toezegging
+van vrijheid van drukpers; op de bepaling, dat het koninkrijk der
+Nederlanden uit zeventien gewesten zou bestaan; op het artikel, houdende
+dat deze grondwet ook op Luxemburg zou toepasselijk zijn, behoudens zijn
+betrekking tot den bond, weshalve Luxemburg insgelijks zijn
+vertegenwoordigers zond naar de Staten-Generaal. De zeventien gewesten
+waren Zuid-Brabant, Limburg, Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen,
+Henegouwen, Namen, Antwerpen, gevoegd bij de boven (zie blz. 182)
+opgetelde negen. Het dáár genoemde Brabant werd thans Noord-Brabant.
+
+
+
+
+§ 36.
+
+_Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._
+
+
+Tot de vereeniging van Nederland met België had men besloten in 't
+belang van 't evenwicht van Europa. Verschillende omstandigheden,
+bovenal de vrees voor Frankrijk, deden, toen men dit besluit nam, over
+alle bedenkingen heenstappen. Anders zou men waarschijnlijk de
+tegenwerping van het ongelijksoortige der bevolkingen, die men aan
+elkander hechtte, zwaarder hebben doen wegen. Twee natiën toch werden
+bijeengevoegd, van elkander verschillende in karakter, zeden en
+neigingen, in godsdienst en lotgevallen, ten deele ook in taal en
+belangen. Hoe uiteenloopend evenwel de beide bestanddeelen van 't
+koninkrijk der Nederlanden in menig opzicht mochten zijn, dit
+uiteenloopen schijnt de bewering niet te wettigen, dat de stichting van
+dit koninkrijk een ondoordacht werk was. Het was niet voor de eerste
+maal dat de beide volkeren onder één bewind werden vereenigd. Tegen de
+bijeenvoeging van Nederland en België valt niet meer in te brengen, dan
+tegen de samenstelling van alle of van de meeste van Europa's staten.
+
+Dat onder de deugden van Willem I werkzaamheid een eerste plaats
+bekleedde, toonde deze vorst in de vele jaren zijner regeering over het
+koninkrijk der Nederlanden. Een der eerste wetsontwerpen, door de
+Staten-Generaal aangenomen, was dat van den 29sten September 1815,
+waarbij _de ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ werd ingesteld.
+Reeds vroeger, in April van 't zelfde jaar, had _de Militaire
+Willemsorde_ het aanzijn gekregen. In 1816 trad de prins van Oranje in
+het huwelijk met ~Anna Paulowna~, de jongste zuster van Alexander,
+keizer van Rusland. Uit dit huwelijk sproten o. a.: Willem Alexander
+Paul Frederik Lodewijk, geboren in 1817; Willem Frederik Hendrik,
+doorgaans prins Hendrik der Nederlanden geheeten, geboren in 1820,
+tijdens zijn leven luitenant-admiraal van de vloot en 's konings
+stedehouder in Luxemburg; Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses
+Sophia, geboren in 1824, in 1842 getrouwd met Karel Alexander Augustus
+Jan, sinds 1853 groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach. Eenige jaren na
+zijn broeder, 1825, trouwde 's konings tweede zoon (zie blz. 163),
+~prins Frederik der Nederlanden~, met Louise Augusta Wilhelmina Amalia,
+een dochter van Frederik Willem III, koning van Pruisen.
+
+Intusschen kon de herboren staat, ook na den val van Napoleon, de wapens
+nog niet geheel laten rusten. De dey van Algiers had zijn zeerooverijen,
+waardoor de handel in de vorige eeuw reeds zooveel had geleden, hervat.
+Daarom bombardeerden de Engelsche admiraal, lord ~Exmouth~, en de
+Nederlandsche vice-admiraal, ~Theodoor Frederik baron van der Capellen~,
+in Augustus 1816 de stad Algiers. De uitkomst beantwoordde aan het doel.
+Toen Algiers voor de helft in puin lag en de vloot van den dey was
+verbrand, ging hij op den dag na het bombardement een verdrag aan,
+hetwelk de veiligheid der Middellandsche Zee herstelde en waaraan meer
+dan 1000 Christenslaven hun vrijheid hadden te danken. Terzelfdertijd
+geraakte het nieuwe koninkrijk in 't bezit zijner Oost- en West-Indische
+koloniën, die het tot dusverre, door den oorlog op het vasteland
+verhinderd, niet had kunnen overnemen.
+
+Er verliepen, sedert 1815, weinige jaren, of de onderdanen van Willem I
+hadden redenen om met hun toestand tevreden te zijn. De akkerbouw
+geraakte weldra tot aanmerkelijken bloei. Vele handen bleven voor dezen
+tak van bestaan beschikbaar door de bepalingen der grondwet, die
+onderscheid maakten tusschen het staande leger en de nationale militie.
+Het eerste bestond slechts uit vrijwilligers, de laatste deels uit
+vrijwilligers, deels uit hen, welke de loting hiertoe verplichtte. De
+militie evenwel kwam maar één maand in 't jaar onder de wapens. Evenals
+de landbouw, deed de bergbouw belangrijke schreden voorwaarts. Niet zoo
+gunstig stond het met de fabrieken en manufacturen. Hoe nadeelig de
+invloed van het continentaal-stelsel in 't algemeen ook was geweest, op
+'t vasteland had menige fabriek er haar opkomst of meer vertier harer
+voortbrengselen aan te danken gehad. Deze betrekkelijke voorspoed
+verdween thans weder met de oorzaak, die hem had doen geboren worden.
+Intusschen was die tijd van overgang kort. De koophandel en de zeevaart
+van het koninkrijk der Nederlanden verschaften mettertijd aan de
+voortbrengselen der fabrieken, welke den kwaden dag verduurden, in een
+deel van Europa, en bovenal in 's lands koloniën een marktplaats.
+Behalve de genoemde bedrijven, herleefden die, welke van ouds de bronnen
+van Nederlands welvaart waren geweest, de handel en de zeevaart. Naast
+het rijke Amsterdam en zijn mededinger Rotterdam begon Antwerpen, niet
+langer door sluiting der Schelde of oorlog met Engeland belemmerd,
+allengs op te komen.
+
+Was dit alles het werk der regeering? Geenszins. Doch deze verdienste
+had de regeering, dat zij de pogingen der natie in de hand zocht te
+werken en zich inmiddels zelve van de plichten poogde te kwijten, welke
+hare roeping haar oplegde. Aan Utrecht schonk zij een veeartsenijschool,
+aan Seraing (nabij Luik, aan de Maas) een zeer groote fabriek voor
+machines, die met de beste van dien aard kon wedijveren, welke Engeland
+bezat. Van haar menschlievendheid gaf de regeering een in 't oog vallend
+blijk door in 1818, op 't voorbeeld van Engeland, den slavenhandel af
+te schaffen. Ter bevordering van de gemeenschap, die het vervoer van de
+voortbrengselen der nijverheid zoozeer vereenvoudigt, liet koning Willem
+I zich inzonderheid veel gelegen liggen aan de verbetering der groote
+wegen. Het waren meestal straatwegen, die door zijn toedoen werden
+aangelegd; maar onder zijn bewind werd ook _de_ eerste _spoorweg_ in
+Nederland, die van Haarlem naar Amsterdam, den 24sten September 1839
+voor het publiek geopend.
+
+Vooral hield Willem zich ijverig bezig met het scheppen of bevorderen
+van binnenlandsche waterwegen. In dergelijke ondernemingen stelde hij
+zooveel belang, dat hij er persoonlijk uit eigen middelen deel aan nam.
+Kort na zijn komst in het vaderland liet hij de haven "het Nieuwe Diep"
+(ten o. van den Helder) aanleggen. Met die haven stond in verband _het_
+groote _Noord-Hollandsche Kanaal_, hetwelk van het Nieuwe Diep tot
+Amsterdam loopt en voor groote zeeschepen bevaarbaar is. Dit reusachtige
+werk werd in 1825 voltooid. In 1830 kwam _het Apeldoornsche Kanaal_,
+van Apeldoorn naar Hattem in den Ysel loopende, tot stand. Reeds
+vroeger, in 1822, had men een begin gemaakt met het graven van _de
+Zuid-Willemsvaart_ tusschen 's Hertogenbosch en Maastricht, een even
+grootsch gewrocht, als het Noord-Hollandsche kanaal, hetwelk mede binnen
+eenige jaren voor de vaart werd opengesteld. Hierdoor bekwam men een
+waterweg van Maastricht tot den Helder. Onder de bijzondere personen,
+die met Willem het aanleggen van kanalen als een hoofdtaak van hun leven
+beschouwden, moet in de eerste plaats ~baron van Dedem~ worden genoemd
+(overleden in 1851), de schepper van _de Dedemsvaart_, welke, van
+Hasselt uit, het geheele Noorden van Overijsel, van 't W. naar 't O.,
+doorsnijdt en met een tak in de Nieuwe Vecht loopt. Naast de vaarten en
+kanalen waren de indijkingen en inpolderingen een der onderwerpen,
+waarbij Willem gaarne zijn aandacht bepaalde en welke hij zeer
+bevorderde. Vooral was het droogmaken van 't Haarlemmermeer een zijner
+lievelingsplannen. De zaak, reeds zeer vaak (zie b. v. blz. 97)
+overwogen, kwam in 1838 zoo ver, dat de koning een ontwerp van wet tot
+droogmaking van dat meer bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal liet
+indienen; maar het werd met een groote meerderheid van stemmen
+verworpen.
+
+Het waren evenwel niet alleen de dingen van stoffelijken aard, waarin de
+koning belang stelde. Terecht begreep hij, dat de natie hoogere belangen
+had, waarvoor hij in de eerste plaats had te waken. Van die belangen
+achtte hij het onderwijs het gewichtigste. Veel heeft hij voor deze
+maatschappelijke instelling gedaan. Men overdrijft niet, wanneer men
+beweert, dat in België, ten tijde der samenvoeging, het lager onderwijs
+zoo goed als niet bestond. Volvaardig nam Willem de taak op zich, in dit
+gemis te voorzien. Hij richtte een paar normaalscholen ter opleiding van
+onderwijzers en een groot aantal modelscholen op, alles ten koste van de
+staatskas. Wat de koning voor het hooger-onderwijs deed, toont alleen de
+vermelding, dat hij het voor het Noorden regelde bij een besluit van den
+2den Augustus 1815 en voor het Zuiden bij een besluit van den 25sten
+September 1816. Nu werden de Hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen
+en Leuven tot een nieuw leven geroepen. Te Gent en te Luik verrezen
+thans voor 't eerst academiën. De hoogescholen van Harderwijk en
+Franeker, thans rijks-athenaeën geworden, bleven in stand, om later, in
+1817 en in 1843, te worden opgeheven. Ten behoeve van het leger en de
+zeemacht schiep de koning de militaire academie te Breda en het
+instituut voor de marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep). Een
+andere van 's konings daden is de regeling der protestantsche
+kerkgenootschappen sedert in 1816. Meer moeite dan met deze regeling had
+de regeering van Willem I met de wetgeving. Het duurde tot den 1sten
+October 1838, eer de Fransche wetten verdrongen en de nieuwe
+Nederlandsche wetgeving werd ingevoerd.
+
+Nog is niet alles aangeroerd. Willem, die steeds van oordeel was, dat,
+zoolang er nog iets overbleef te verrichten, niets was verricht, was
+steeds ijverig in de weer, om armoede te weren en tot werkzaamheid op te
+wekken. Te dien einde riep hij in 1821 _de Maatschappij van
+weldadigheid_ in 't leven, die de landbouwende koloniën Frederiksoord en
+Willemsoord (in 't z.w. van Drente, ten z.w. van Vledder), benevens de
+bedelaarsgestichten Veenhuizen (in 't n.w. van Drente, ten z.w. van
+Norg) en Ommerschans (in 't n. van Overijsel, ten n.o. van Zwol)
+stichtte. De oprichting der eerste was meer in 't bijzonder het werk van
+den luitenant-generaal ~Johannes van~ ~den Bosch~, die zich vele jaren
+aan de leiding dezer kolonie geheel toewijdde. Den naam "Frederiksoord"
+draagt zij naar prins Frederik, 's konings tweeden zoon (zie blz. 186),
+aan wiens krachtige bescherming zij haar opkomst mede had te danken. Om
+den handel en die vaart op 's lands buitenlandsche bezittingen aan te
+moedigen werd in 1824 _de Nederlandsche Handelsmaatschappij_ opgericht.
+Zoozeer kwijnden toen de handel, de fabrieken, de reederijen en de
+scheepsbouw, dat de regeering meende te moeten voorgaan, ten einde bij
+bijzondere personen den uitgedoofden zin door groote ondernemingen te
+wekken. Nog steeds verkeert deze maatschappij in een zeer bloeienden
+toestand.
+
+Zooals boven (zie blz. 187) terloops is opgemerkt, duurde het tot 1816,
+eer de Oost-Indische bezittingen metterdaad uit de handen van Engeland
+in die van Nederland overgingen. Zij bestonden toen, behalve uit de
+factorij op Desima, uit Java, de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten
+deele, Born[=e]o ten deele, Cel[=e]bes, de Molukken, het tinrijke Banka
+(ten o. van Sum[=a]tra) en de Riouwsche eilanden (tusschen Malakka en
+Banka gelegen). Ook behoorde destijds nog tot het gebied van Nederland
+Malakka (zie blz. 99), hetwelk echter in 1824 bij verdrag aan Engeland
+kwam tegen den afstand van al hetgeen dit rijk op Sum[=a]tra bezat,
+alsmede van Billiton, dat, evenals Banka, veel tin voortbrengt en in de
+nabijheid van dit eiland ligt. Terwijl Daendels (zie blz. 177) werd
+afgezonden, om als gouverneur-generaal het bewind over de kust van
+Guin[=e]a op zich te nemen, waar hij weldra stierf, benoemde de koning
+tot eersten gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen van het
+koninkrijk ~Godard Alexander Gerard Philips baron van der Capellen~.
+Vele waren de moeielijkheden, waarmede hij had te worstelen. Bovenal
+gevaarlijk voor het Nederlandsche gezag was de opstand van ~Diepo
+Negoro~, voogd van den minderjarigen sultan van Djokjokarta (zie blz.
+143), in 1826, wien het Nederlands krijgsmacht eerst in 1830 gelukte
+machtig te worden en alzoo den oorlog te eindigen.
+
+In 1830 werd, na een kort tusschenbestuur, ~Johannes van den Bosch~ de
+opvolger van van der Capellen, die reeds eenigen tijd tevoren was
+teruggeroepen. Het was van der Capellen niet gelukt, aan het moederland
+rijke _baten_ uit Oost-Indië te verschaffen, en toch behoefden 's lands
+financiën dringend een dusdanigen steun. Naar de meening van den
+nieuwen gouverneur-generaal moesten deze bezittingen veel meer
+opbrengen. Daarom voerde hij, aanvankelijk alleen op Java, een nieuw
+_cultuurstelsel_ in, hetwelk de regeering in staat stelde, spoedig en
+vele Indische voortbrengselen te ontvangen en te gelde te maken. Het
+mocht van den Bosch gebeuren te ervaren, dat het cultuurstelsel voldeed
+aan de verwachting, die hij ervan had gekoesterd. Tot 1833 bleef hij aan
+'t hoofd van 't bestuur in Oost-Indië. Toen keerde hij naar het
+vaderland terug en stierf er later, door den koning tot den gravenstand
+verheven, als graaf van den Bosch in 1844. Zijn opvolgers hielden wel de
+hand aan het cultuurstelsel, maar wijzigden het in menig opzicht.
+
+Groot waren de moeilijkheden, waarmede Willem I uit den aard der zaak
+had te worstelen, als vorst van een rijk, waarin alle takken van bestuur
+geheel moesten worden geregeld. Doch de grootste zwarigheden berokkende
+den koning, van het begin af, de samenvoeging der beide, in 't oog der
+Belgische geestelijkheid onvereenigbare bestanddeelen des rijks. Deze
+geestelijkheid, oordeelende, dat de Roomsch katholieke kerk slechts
+gedoogd, in plaats van, zooals het behoorde, heerschende kerk werd,
+poogde eerst de grondwet te doen verwerpen en, toen dit haar invoering
+niet belette, den eed op die grondwet te verbieden. Hierin slaagde zij,
+zoo niet geheel, althans inzoover, dat de koning er wellicht door werd
+genoopt, aan de leden der Staten-Generaal te veroorloven, bij den eed
+zoodanig voorbehoud te nemen, als het geweten hun voorschreef. Van dit
+oogenblik af was zij voortdurend in de weer, om de regeering van Willem
+I hinderpalen in den weg te leggen, en aan stof en gelegenheid tot
+tegenkanting ontbrak het niet. Een zeer gevaarlijk en aanzienlijk
+tegenstander der regeering was de Broglio (zie blz. 184). Met de overige
+Belgische bisschoppen gaf hij een geschrift in 't licht over den eed op
+de grondwet, waarin (zie t. a. p.) de katholieken tegen het afleggen van
+dien eed werden gewaarschuwd. Hierom, alsmede uit hoofde van
+ongeoorloofde briefwisseling met den paus veroordeelde het gerechtshof
+te Brussel hem in 1817 tot deportatie, d. i. tot gedwongen verblijf in
+een oord van ballingschap. De bisschop was gevlucht. Alzoo werd het
+vonnis bij verstek gewezen en moest op onteerende wijze ter kennis van
+het volk worden gebracht. Hoe rechtvaardig ook dit vonnis moge zijn, het
+was een ongelukkige greep, dat men voor die kennisgeving een dag
+uitkoos, waarop twee zware misdadigers, tot dwangarbeid voor hun leven
+veroordeeld, te pronk stonden. Zóó werd de naam van den bisschop, in
+groote letters aan een paal op het schavot gehecht, tegelijk met de
+beide booswichten tentoongesteld.
+
+Veel aanstoot gaf een koninklijk besluit van het jaar 1819, houdende
+dat, te beginnen met 1823, in de provinciën Limburg, Oost- en
+West-Vlaanderen, Antwerpen en Zuid-Brabant de Nederlandsche taal voor de
+bij uitsluiting geldende in openbare aangelegenheden werd verklaard.
+Ofschoon in de genoemde gewesten het Nederduitsch de taal des volks was,
+maakte het besluit daarom een ongunstigen indruk, omdat de hoogere
+standen zich dagelijks van het Fransch bedienden. Een andere grieve der
+Belgen was, dat nog geen vijfde deel van de officieren van het leger tot
+hun natie behoorde. Zij bedachten evenwel niet, dat dit ten deele
+hieruit voortkwam, dat in de eerste jaren van 't bestaan van 't rijk het
+getal der Nederlandsche officieren, die hun diensten aan den koning
+aanboden, veel grooter was, dan dat der Belgen, en dat deze verhouding
+langen tijd ongeveer dezelfde moest blijven. Eindelijk beklaagden de
+Belgen zich erover, dat de schuldenlast van Noord-Nederland voor de
+helft op het Zuiden was overgebracht. Geenszins overwogen zij, dat
+tegenover den schuldenlast groote voordeelen stonden, die zij krachtens
+de vereeniging deelachtig, werden, als de zeemacht en de rijke koloniën.
+
+Doch geen dezer grieven woog in 't oog der Belgen zelven zwaarder, geen
+maatregel der regeering wekte meer hun verbittering, dan 's konings
+besluiten aangaande het onderwijs, bij hen vooral zoo nauw verwant aan
+den godsdienst, en inzonderheid dat nopens het collegium philosophicum.
+Ten einde het voorbereidend onderwijs, inzonderheid van de jonge lieden,
+die zich aan den geestelijken stand wijdden, aan de kleine seminariën of
+kweekscholen der over 't geheel niet zeer verlichte geestelijken te
+onttrekken, riep de koning, bij besluit van den 14den Juni 1825, ter
+vervanging dier scholen, _het collegium philosophicum_ in 't leven. Het
+werd te Leuven gevestigd. Twee jaren na de opening mochten geen anderen,
+dan die hun voorbereidende studiën in het collegium hadden volbracht,
+als priester worden gewijd. Gelijk een donderslag klonk de mare van dit
+besluit den geestelijken in de ooren. Vele ouders trachtten het te
+ontwijken door hun kinderen buiten 's lands te laten onderwijzen; maar
+ook dit werd tegengegaan. Hevig was de afkeer, dien de meerderheid der
+inwoners uit het Zuiden tegen het collegium bleef koesteren.
+
+Een van de onmiddellijke gevolgen van 's konings besluit was de
+aaneensluiting en verbroedering van twee partijen in België, welke tot
+dusverre tegenover elkander hadden gestaan. Behalve die der
+geestelijken, waartoe ook vele adellijken behoorden, was n.l.
+langzamerhand, van een geheel ander standpunt uitgaande, een tweede
+gekomen, die in vele opzichten Franschgezind was en zich "de liberale"
+of "vrijzinnige" noemde. Zij wenschte geheele vrijheid van onderwijs en
+drukpers. Om in haar streven des te beter te slagen, vereenigde zij zich
+met de partij der ijverige katholieken. Van dit oogenblik af, d. i.
+sedert het einde van 1828, begonnen zich de voorboden te vertoonen van
+een geregeld verzet tegen de regeering, blijkbaar in het indienen van
+een groote menigte verzoekschriften, welke in sterke bewoordingen om
+opheffing der talrijke bezwaren vroegen. Van denzelfden tijd af stonden
+in de Tweede Kamer de afgevaardigden uit het Noorden en die van het
+Zuiden als twee vijandelijke legerbenden in volle wapenrusting tegenover
+elkander geschaard. Netelig was 's konings toestand. Van den aanvang af
+was het zijn streven geweest, de samensmelting tusschen de beide deelen
+des rijks hoe langer hoe meer te bevorderen. Doch bij het nemen van
+doortastende maatregelen schijnt hij den volksgeest niet genoeg te
+hebben in 't oog gehouden en ontzien. Hoezeer de besluiten omtrent het
+onderwijs en de taal in staat waren, de inniger vereeniging in de hand
+te werken, zij kunnen niet worden vrijgepleit van de blaam, eenigszins
+voorbarig te zijn en te zeer indruisende tegen de in België heerschende
+zienswijze. Niet genoeg, meende men, hield Willem I ook in 't oog, dat,
+uit den aard der zaak het tegengaan van allen invloed der Franschen op
+het zuidelijke gedeelte van zijn rijk een hoofdzaak voor hem was. Het
+omgekeerde had plaats, want elke tegenstander der met de richting der
+katholieke geestelijkheid instemmende Bourbons (_Overzicht_, 9de druk,
+blz. 234), die uit Frankrijk kwam vlieden, vond in België een
+toevluchtoord en vaak hulp en steun bij het hof. Zoo stemde de koning de
+regeering van Frankrijk ongunstig en werkte de unie tusschen de
+Belgische geestelijken en de liberalen in de hand.
+
+Deze unie had in 1828 plaatst. Zij bestond hierin, dat de beide
+partijen, op een voorstel, in de dagbladen der geestelijkheid gedaan,
+zonder voorshands op haar bijzonder belangen te letten, zich tot een
+gemeenschappelijken strijd tegen de regeering vereenigden. Zoodra die
+vereeniging was tot stand gekomen, nam de koning een weifelende houding
+aan tusschen gestrengheid en toegeven. Hiervan gaf hij over 't geheel,
+ook reeds vroeger, menig bewijs. Zoo sloot hij, om de katholieken
+tegemoet te komen, die sinds lang een geregeld kerkbestuur wenschen, in
+1827 met paus ~Leo~ XII een _concordaat_ (d. i. een verdrag tusschen het
+hof te Rome en een wereldlijke regeering, waarbij deze haar toestemming
+geeft tot de regeling der kerkelijke aangelegenheden harer Roomsche
+onderdanen). Den verzoenenden zin, die hem bezielde, openbaarde Willem I
+verder door in 1829 de verplichting van 't bijwonen der lessen van 't
+collegium op te heffen, waardoor het weldra teniet ging. Eveneens trok
+hij de beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal in. Dat de
+koning van den anderen kant volstrekt niet van zins was, zich door de
+losbandigheid der drukpers te laten overvleugelen, toonden de
+rechtsgedingen, tegen de Potter en anderen gevoerd wegens pogingen, door
+hen gedaan om in hun geschriften hun medeburgers op te hitsen ter
+omverwerping der bestaande regeering. Zij werden veroordeeld tot een
+zeker aantal jaren ballingschap. Maar de veroordeelingen waren doelloos,
+want de overtreders der wetten op de pers beschouwde men als
+slachtoffers.
+
+Den 27-29sten Juli 1830 had in Frankrijk de omwenteling plaats
+(_Overzicht_, 9de druk, blz. 234), waardoor Karel X van den troon werd
+gestooten. De tijding werd in België met de grootste opgewondenheid
+aangehoord. Koning Willem I, in zijn binnenlandsche staatkunde juist het
+tegendeel van Karel X, werd met hem op één lijn gesteld. Geen maand
+later, en ook de Belgen toonden, hoe spoedig zij de kunst hadden
+geleerd, zich te ontslaan van een koning, over wien zij misnoegd waren.
+
+
+
+
+§ 37.
+
+_De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert 1830._
+
+
+De ontevredenheid, van 1815 dagteekenende, was voortdurend in kracht
+toegenomen en diep in de gemoederen doorgedrongen. De mijn was geladen,
+slechts een kleine vonk noodig, om ze te doen springen. Sinds een paar
+jaren zag men in België reeds naar de uitbarsting uit en werd de
+aanstaande omwenteling openlijk in de straten van Brussel aangekondigd.
+Dat er hoofden der beweging waren, lieden van aanzienlijken rang, die de
+volksmenigte bestuurden, spreekt vanzelf. Doch deze personen hebben niet
+veel anders gedaan, dan de mijn aansteken. De mijn, die ontvlamde, was
+het volk zelf. Den 25sten Augustus gaf men in den schouwburg der stad de
+"Muette de Portici" (_Overzicht_, 9de druk, blz. 141), d. i. den opstand
+op het tooneel. Van den schouwburg tot de straat was een overgang van
+een paar uren. Te tien uur des avonds schoolden talrijke volkshoopen
+samen, die weldra verschillende huizen plunderden en verwoestten en
+zelfs de woning van den minister van justitie van Maanen in brand
+staken. Daar het opgeruide grauw toonde smaak in het plunderen te hebben
+gekregen, begonnen de gezeten lieden voor de openbare veiligheid beducht
+te worden. Uit deze overweging kwam den 27sten Augustus de oprichting
+eener gewapende burgermacht voort, die de Brabantsche kleuren aannam en
+in wier handen 's konings troepen de teugels van 't krijgsgezag over de
+oproerige stad terstond stelden. Te Luik en in de overige steden van
+België beleefde men dadelijk een herhaling van dezelfde tooneelen.
+
+De Belgische opstand verraste de regeering van koning Willem I. De
+gewapende macht, die zich te Brussel bevond, had geen orders, hoe te
+handelen, en was niet krachtig genoeg. Eerst den 28sten Augustus nam de
+koning eenige besluiten. Hij begon met de Staten-Generaal buitengewoon
+te 's Gravenhage bijeen te roepen tegen den 13den September. Een
+legercorps werd bijeengebracht en kreeg bevel naar Brussel op te
+trekken. Aan 't hoofd dezer troepen werden 's konings beide zonen
+geplaatst, de prins van Oranje en prins Frederik, destijds admiraal en
+generaal over 's rijks krijgsmacht te water en te land. Groot was, bij
+de nadering van dit leger, de ontsteltenis onder de bevolking der stad.
+Binnen weinige uren was Brussel als een verschanste legerplaats. Vermits
+men zich desniettemin niet sterk genoeg achtte, om zich tegen geweld van
+wapenen te verdedigen, vaardigde men een bezending naar 's prinsen
+hoofdkwartier af. Deze bezending schilderde in zulke sterke kleuren de
+bedenkelijke stemming van Brussels bevolking, inzonderheid van het
+gemeen, dat de prins van Oranje beloofde, den 31sten Augustus, slechts
+begeleid door zijn staf, te zullen komen.
+
+Op het vastgestelde uur had, dien 31sten Augustus de intocht van den
+prins van Oranje binnen Brussel plaats. Het moet een indrukwekkend
+schouwspel zijn geweest, den prins, bijna onverzeld, de straten te zien
+doorrijden, opgevuld met duizenden manschappen der burgermacht en met
+een gewapende menigte, die nu eens een doodsch stilzwijgen bewaarde, dan
+weer in woeste kreten of bedreigingen haar gewaarwordingen lucht gaf.
+Bij het stadhuis, waarheen de hoofden van den opstand hem geleidden,
+sloeg de Arabische schimmel, dien de prins bereed, achteruit en kwetste
+plotseling een der omstanders. De prins, die terstond een ander paard
+had bestegen, aan het gewoel en getier ziende, dat de volksschare tot
+dadelijkheden dreigde over te gaan, zette het dier in den galop en
+baande zich door zijn koene sprongen over de barricaden en versperringen
+heen een weg naar zijn paleis.
+
+Kort hierna keerde de prins naar 's Gravenhage terug. Tegen de meening
+van den kroonprins, die op milde beloften en op het herstel der grieven
+aandrong, gaf de koning aan prins Frederik bevel, om de gehoorzaamheid
+aan het wettig gezag gewapenderhand te doen terugkeeren en een aanval op
+Brussel te doen. Doch het gunstige oogenblik was voorbij. Het vuur van
+den opstand had zich wijd en zijd verbreid. Te lang had de regeering,
+weifelende tusschen vredelievende gezindheid en de zucht om geweld te
+gebruiken, gedobberd. Hierbij kwam, dat de aanval op Brussel niet met
+dat beleid en die doortastende kracht geschiedde, welke de waarborgen
+zijn van een goeden uitslag. Men wilde de stad vermeesteren; doch men
+wilde ze tevens zooveel mogelijk sparen en de burgerij geen geweld
+aandoen. Na een vierdaagsche worsteling, die aan vele wakkere soldaten
+het leven kostte, trokken de koninklijke troepen den 26sten September
+uit de stad terug. Het oproer zegevierde.
+
+Weinige dagen na den terugtocht van 's konings troepen uit Brussel werd,
+den 29sten September, in de Tweede Kamer der Staten-Generaal het besluit
+genomen, het staatsbestuur te splitsen zonder scheuring van het rijk en
+de grondwet te herzien. Aan de voornaamste eischen der Belgen had de
+koning niet willen tegemoet komen. Intusschen nam de strijd meer en meer
+het karakter aan van een oorlog, niet tegen de kroon, maar tusschen
+Noord- en Zuid-Nederland. De Belgen konden niet sterker naar een geheele
+scheiding verlangen, dan de Noord-Nederlanders zelven. Ook in het leger
+vertoonde zich die verdeeldheid. Geheele afdeelingen, uit Belgen
+bestaande, vielen af. Terwijl de wettige vertegenwoordigers van het
+Belgische volk in den Haag ter Staten-Generaal beraadslaagden,
+bestuurden eenige volksleiders den gang der gebeurtenissen in 't Zuiden.
+De Potter (zie blz. 194) kwam uit de ballingschap terug, werd met
+uitbundige toejuiching ontvangen en mede aan 't hoofd van 't voorloopig
+bestuur te Brussel gesteld. Maar zes weken later was men hem reeds moede
+en verliet hij, zich er niet veilig rekenende, zijn vaderland voor de
+tweede maal. Ten einde, zoo mogelijk, de regeeringloosheid tegen te
+gaan, welke uit dezen staat van zaken dreigde voort te komen, zond
+Willem I, op verzoek van vele aanzienlijke Belgen, den prins van Oranje
+voor de tweede maal naar de kampplaats. Hij had in last, het bestuur
+over de getrouw gebleven gewesten op zich te nemen en de opgestane
+streken naar vermogen tot rust te brengen. Terstond beloofde de prins
+aan de Belgen de opheffing van vele hunner grieven. En toen het
+voorloopig bestuur, te Brussel gevestigd, de natie had opgeroepen om een
+congres te doen bijeenkomen en Antwerpen er ook deel aan wilde nemen,
+gaf de prins aan dit verlangen toe. Zoo doende ging hij verder, dan de
+koning had bedoeld, en werd teruggeroepen.
+
+Terzelfder tijd, in 't midden van October 1830, wendde Willem I zich tot
+de vijf groote Europeesche mogendheden, Oostenrijk, Frankrijk, Engeland,
+Pruisen, Rusland, als leden van 't Weener-congres, die zich tot de
+handhaving van het koninkrijk der Nederlanden hadden verbonden. De
+gezanten dezer mogendheden openden in 't begin van November hun eerste
+_conferentie_ (bijeenkomst) _te Londen_. Inmiddels was de prins van
+Oranje naar het vaderland teruggekeerd en er met groote koelheid
+ontvangen. De toegevendheid, door hem jegens de Belgen aan den dag
+gelegd, werd hem in 't Noorden zeer euvel geduid. Na zijn vertrek uit
+Antwerpen vertoonden zich ook hier en te Maastricht, tot dusver de
+eenige plaatsen, waar 's konings bewind nog werd geëerbiedigd, meer en
+meer onrustwekkende verschijnsels. Te Maastricht handhaafde echter de
+generaal Dibbets het gezag der Nederlandsche regeering. Te Antwerpen
+daarentegen brak de opstand openlijk uit en viel menig Nederlandsch
+krijgsman onder de kogels der muitende menigte. ~David Hendrik baron
+Chassé~, die er het bevel voerde, had de stad wel in staat van beleg
+verklaard, maar verzette zich in 't eerst niet krachtig tegen de
+buitensporigheden van 't gemeen. Doch eindelijk, den 27sten October,
+bedwong hij, ondersteund door de vloot, die onder 't bevel van den
+schout-bij-nacht ~Koopman~ op de Schelde lag, door een uren lang
+aangehouden bombardement der stad den overmoed des vijands. Op
+uitnoodiging der conferentie te Londen stuitte inmiddels een
+wapenstilstand den verderen gang der vijandelijkheden.
+
+Op deze conferentie bleek het weldra, dat geen der vijf mogendheden
+genegen was, ten behoeve van het stamhuis van Oranje-Nassau den vrede
+van Europa op het spel te zetten. Alsof de koning dit had kunnen
+vermoeden, had hij, niet alleen op die conferentie bouwende, het volk
+van Noord-Nederland ter verdediging van de onafhankelijkheid des lands
+te wapen geroepen. De oproeping vond overvloedigen weerklank bij alle
+standen van 't volk. Langzamerhand stroomden duizenden manschappen naar
+de zuidelijke grenzen van Noord-Nederland en wachtten er geduldig 's
+konings bevelen af. Intusschen maakte de conferentie _de protocollen_
+van den 20sten en den 27sten Januari 1831 bekend, waarin de geheele
+scheiding van Nederland en België werd uitgesproken en vastgesteld, dat
+16/31 der gemeenschappelijke schuld ten laste van België zou komen.
+Middelerwijl was _het nationaal congres_ den 10den November 1830 te
+Brussel bijeengekomen en had, hoewel het zich voor 't behoud van den
+constitutioneel-monarchalen regeeringsvorm verklaarde, het huis van
+Oranje-Nassau van den troon uitgesloten. Dit congres verwierp de
+protocollen van Januari, terwijl Willem I verklaarde ermede in te
+stemmen.
+
+De Belgen vonden niet spoedig een koning voor den door hen ledig
+verklaarden troon. Daarom droeg het congres het oppergezag voorloopig op
+aan een regent, den baron ~Surlet de Chokier~, een rijk grondbezitter,
+tot dusver president dier vergadering. Eindelijk, den 4den Juni 1831,
+benoemde het met groote meerderheid van stemmen prins ~Leopold van
+Saksen-Koburg-Gotha~, een broeder van den regeerenden hertog van
+Saksen-Koburg-Gotha, tot _koning der Belgen_. Leopold aanvaardde de
+regeering den 21sten Juli van dat jaar, beloofde de zeer vrijzinnige
+grondwet, een van de eerste vruchten der werkzaamheid van 't congres, te
+zullen eerbiedigen en sloot in 1832 een tweede huwelijk met ~Louise~, de
+oudste dochter van Lodewijk Philips, koning der Franschen. Inmiddels
+stelde de conferentie in Juni 1831 eene nieuwe protocol, _de achttien
+artikels_, op, veel gunstiger voor België dan de vorige, waarin zij de
+rechten van het huis van Oranje-Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig
+verklaarde, België uitzichten op het bezit van Maastricht opende en
+vaststelde, dat het niet verplicht was, een deel der schuld van het oude
+Nederland over te nemen. Èn deze wijzigingen, èn het optreden van
+Leopold als koning brachten Willem I, reeds lang ongeduldig over den
+langwijligen gang van de beraadslagingen der conferentie, tot het
+besluit, zijn recht met het zwaard te handhaven. Marschvaardig lag de
+Nederlandsche krijgsmacht op de grenzen, van geestdrift gloeiende en
+begeerig om, was het noodig, den heldendood voor het vaderland te
+sterven. Zij gedacht het voorbeeld van den wakkeren ~Johan Karel Jozef
+van Speyk~, die in Februari 1831, gedurende den wapenstilstand, met zijn
+kanonneerboot, welke de wind bij Antwerpen naar 's vijands wal had
+gedreven, in de lucht vloog, liever dan de vlag te strijken voor hen,
+die hij als muiters tegen hun wettigen koning aanmerkte, of, wat nog
+erger was, ze hun prijs te geven.
+
+Was op het eind van 1830 Nederlands leger niet bestand geweest tegen dat
+van België, thans, in den zomer van 1831, was die verhouding omgekeerd.
+Het leger van Willem I werd aangevoerd door ~den prins van Oranje~, wien
+prins Frederik ter zijde stond, en telde nog geen 36,000 man. De
+Belgische legers, dat van de Schelde en dat van de Maas, waren omtrent
+30,000 man groot. Aan 't hoofd van 't eerste stond de generaal ~de
+Ticken de Terhove~, het bevel over het tweede voerde ~Daine~. Het leger
+van de Schelde was in de nabijheid van Antwerpen geplaatst, het andere
+stond in het Limburgsche. Terstond besloot de prins van Oranje tusschen
+de beide legers door te breken, om daarna elk van hen afzonderlijk aan
+te vallen. Een goed deel van dit plan werd volvoerd door _den
+tiendaagschen veldtocht_, 2-12 Augustus 1831. Den 5den Augustus was de
+doorbreking reeds geschied. Elke dag van dien veldtocht werd door
+gevechten gekenmerkt. De meestbeteekenende feiten zijn, wat men de
+slagen bij ~Hasselt~ (den 8sten Augustus) en bij ~Leuven~ (den 12den
+Augustus) noemt. De eerste dezer ontmoetingen was eigenlijk niets dan
+één krachtige aanval op het op Hasselt terugtrekkkende leger van Daine,
+dat dadelijk als een kudde schapen uiteenstoof en geheel werd
+verstrooid. Het had een slag in den waren zin des woords kunnen worden,
+indien Daine minder onbekwaam en lafhartig was geweest, en zoo niet de
+prins van Oranje, hoogstwaarschijnlijk België liever willende winnen dan
+overwinnen, zich ertoe had bepaald, den vijand van zijn minderheid te
+overtuigen, in plaats van hem te vernietigen. In den slag van Leuven,
+die van meer beteekenis was, voerde koning Leopold in persoon zijn
+troepen aan. De Belgen werden er geheel verslagen, weken naar Leuven en
+hadden zonder eenigen twijfel, wilden zij niet tot den laatsten man toe
+gedood of gevangen genomen worden, op smadelijke wijze de wapenen moeten
+nederleggen. Maar nu rukte, op verzoek van Leopold, een Fransch leger
+onder maarschalk ~Gérard~ België binnen en was de prins verplicht, voor
+de meerderheid te zwichten. Hij stond eindelijk, op herhaald verzoek van
+den Britschen gezant te Brussel, een wapenstilstand toe, en de veldtocht
+nam een einde.
+
+Wederom hervatte de conferentie op 't einde van Augustus 1831 hare
+beraadslagingen, die in 't midden van October tot een nieuwe schikking,
+_de vier-en-twintig artikels_, voerden. Bij deze artikelen werd aan
+België een deel van Luxemburg toegekend, waarvoor het een deel van
+Limburg moest afstaan. Maastricht bleef aan Nederland voorbehouden. Ten
+aanzien van de schuld bepaalden zij, dat België met een jaarlijksche
+rente van 8,400,000 gl. zou worden belast. Reeds den 15den November
+onderteekende Leopold, door de nederlagen van den tiendaagschen
+veldtocht ontmoedigd, dit ontwerp-verdrag, hoewel minder gunstig voor de
+Belgen dan de achttien artikels. Daarentegen weigerde Willem I de
+onderteekening. Hij was van oordeel, dat nagenoeg geheel Limburg een
+bestanddeel van Nederland behoorde te blijven en dat, voor 't geval dat
+hij afstand deed van een gedeelte van Luxemburg, hij hiervoor nog
+verdere schadeloosstelling moest bekomen. Ook omtrent de schikking
+nopens de schuld kon hij niet met de conferentie instemmen. Deze
+verklaring van den koning van Nederland verdroot de conferentie. Twee
+der vijf mogendheden, Frankrijk en Engeland, sloten den 22sten October
+1832 een overeenkomst, ten einde de noodige stappen te doen, om het
+grondgebied van België door den vijand te doen ontruimen. Ten einde dit
+doel te bereiken, legden zij, terwijl Willem I daarentegen gebood, de
+vaartuigen der Engelsche en der Fransche natie te ontzien, embargo op de
+Nederlandsche schepen en trok een Fransch leger van 90,000 man onder
+maarschalk Gérard België ten tweeden male binnen. Het rukte tegen de
+citadel van Antwerpen op, welker puinhoopen Chassé, na een roemrijke
+verdediging van negentien dagen, bij verdrag aan den vijand overgaf. De
+schout-bij-nacht Koopman (zie blz. 198), van oordeel zijnde, dat zijn
+vloot niet in het verdrag was begrepen, haastte zich, ze te vernielen en
+stelde zich toen met zijn manschappen ter beschikking van Gérard.
+Evenals de bezetting van de citadel werd de bemanning der vloot als
+krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd.
+
+Ook na dit wapenfeit der Franschen bleef de eindschikking met België nog
+steeds hangende. Willem I volhardde in zijn verzet tegen den voorslag
+der overmacht. Dit veroorzaakte een langdurig en zeer kostbaar bestand
+(_status quo_), daar Nederland voortdurend een zeer talrijk leger op de
+been moest hebben en de onzekerheid der toekomst, ofschoon het embargo
+in Mei 1833 werd opgeheven, den handel van groote ondernemingen
+afschrikte. Eindelijk noodzaakte de uitputting des lands den koning toe
+te geven. Den 14den Maart 1838 gaf hij te kennen, dat hij de voorwaarden
+der vier-en-twintig artikels inwilligde. Maar nu beweerden de Belgen
+weder, vermits Nederland zoo laat toetrad en zij zelven, uit hoofde der
+dreigende houding van hun tegenpartij, kosten hadden gemaakt, niet
+gehouden te zijn tot betaling van een deel der renten van de schuld. Dit
+verwekte nieuwe moeilijkheden, die ten laatste door _het eindverdrag_
+van den 19den April 1839 uit den weg werden geruimd. Dit verdrag,
+hetwelk de vier-en-twintig artikels eenigszins wijzigde, bepaalde, dat
+België een afzonderlijk rijk werd; dat het aandeel van België in de
+rente der staatsschuld, jaarlijks van den 1sten Januari 1839 af te
+betalen, 5,000,000 gl. zou zijn; dat het Duitsche verbond en de
+groothertog de westelijke helft van Luxemburg aan België afstonden; dat
+België hiervoor afzag van een gedeelte van Limburg, zoodat aan Nederland
+dat deel bleef, hetwelk aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede de
+stad Maastricht met het omliggend land en het gebied ten n. van een
+lijn, getrokken van de zuidelijke punt van Noord-Brabant naar de Maas,
+ten n. van Stevensweert. Deze streek van Limburg heette "hertogdom" en
+maakte--behoudens Maastricht en Venlo, die alleen tot Nederland bleven
+behooren,--van nu aan een deel uit, zoowel van het koninkrijk der
+Nederlanden, als van het Duitsche verbond.
+
+In vele opzichten bleef de verhouding van Limburg tot Duitschland zeer
+vreemd. Het zond afgevaardigden naar de Staten-Generaal, maar was
+verplicht troepen voor het Duitsche verbond op de been te houden en werd
+ten deele door verordeningen van dat verbond geregeerd. Eerst in 1866 is
+de betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken. In 't jaar
+1840 werd bepaald, dat Holland van nu aan in Zuid- en Noord-Holland zou
+worden gesplitst, zoodat het koninkrijk der Nederlanden thans uit tien
+provinciën en uit het hertogdom Limburg bestond. Één jaar vroeger was de
+oudste zoon van den kroonprins (zie blz. 186) getrouwd met prinses
+Sophia Frederika Mathilde, de jongste dochter van Willem I, koning van
+Wurtemberg, als koningin der Nederlanden overleden in Juni 1877. Uit
+dit huwelijk sproot in 1840 prins Willem, overleden Juni 1879, in 1851
+prins Alexander.
+
+Toen koning Willem I in de eerste jaren van den Belgischen opstand met
+moed en volharding wederstand bood zoowel aan de eischen van België, als
+aan die der conferentie te Londen, was er niemand, die hem meer steunde
+en deze houding meer toejuichte, dan de Nederlandsche natie zelve.
+Langzamerhand echter veranderde die stemming, toen de koning, na aan de
+roepstem der eer ruimschoots te hebben voldaan, steeds hopende op eenige
+wijziging in de staatkunde der groote mogendheden of op een omkeering
+van zaken in Europa, er volstrekt niet toe was te bewegen, van zijn
+stelsel van volharding af te wijken. En nadat het eindelijk bekend was
+geworden, dat een verbazend hoog cijfer van staatsschuld de uitkomst was
+der volhardende staatkunde, maakte de gehechtheid van 't volk aan zijn
+vorst plaats voor wantrouwen en verkoeling. Thans deed het
+Noord-Nederlandsche volk ten deele dezelfde klachten hooren, die vroeger
+alleen in 't Zuiden waren geuit. Het verlangde een duidelijke
+openlegging van den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen
+misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings ministers, in 't
+kort gewichtige hervormingen in het staatsbestuur. Bij de overige
+redenen van ontevredenheid kwam weldra een andere, die het misnoegen tot
+den hoogsten graad deed stijgen. Men vernam, dat de koning, die sinds
+1837 zijn echtgenoot (zie blz. 163) door den dood had verloren, het
+voornemen koesterde, tot een tweede huwelijk over te gaan met de gravin
+d'Oultremont de Wigimont, een der dames van het huis van wijlen de
+koningin. Doch de gravin was een Belgische en Roomsch-katholiek. Dit was
+genoeg, om de meerderheid der Nederlanders tegen het huwelijk in te
+nemen.
+
+Zooveel tegenstand verdroot den koning. Afgemat door den negenjarigen
+kamp, had hij geen geneigdheid, ook zijn laatste levensjaren in een
+eindelooze worsteling door te brengen. Onverwachts begaf hij zich in den
+herfst van 't jaar 1840 uit 's Gravenhage naar het Loo en ontbood er
+zijn zonen en kleinzonen, alsmede zijn ministers. Hun deelde hij den
+7den October mede, dat hij van dat oogenblik af afstand deed van de
+kroon en ze overdroeg aan den zoon, hiertoe door de grondwet aangewezen.
+De daad, schier zonder eenige plechtigheid volbracht, werd nog
+denzelfden dag ter kennis van 't volk gebracht. In 't volgende jaar
+huwde Willem I, nu "graaf van Nassau" geheeten, de gravin d'Oultremont
+en leefde vervolgens bij afwisseling te Berlijn, op zijn goederen in
+Silezië en op het Loo, totdat hij den 12den December 1843 te Berlijn
+overleed.
+
+Den 28sten November 1840 werd ~WILLEM~ II in de Nieuwe kerk te Amsterdam
+met groote plechtigheid ingehuldigd. Het was geen gunstige tijd, om de
+regeering over Nederland te aanvaarden. De natie en de schatkist beide
+waren uitgeput, en de leiders der volksmeening wezen op een doortastende
+herziening der grondwet, als op het eenige middel om tot welvaart en
+nationale kracht te geraken. Deze meening deelde Willem II geenszins.
+Hetgeen echter de meeste moeielijkheden baarde was de toestand van 's
+rijks financiën. Nadat de pogingen van een paar ministers van financiën
+ter herstelling van een geregelden toestand der geldmiddelen schipbreuk
+hadden geleden, droeg Willem II in September 1843 het tijdelijk bestuur
+van het departement van financiën aan den minister van justitie, ~Floris
+Adriaan van Hall~, op. Ten einde in alles, wat voorziening behoefde, te
+voorzien, was het volstrekt noodzakelijk, zware offers van de natie te
+vergen. Hiertoe toonde het volk zich in 1844 bereid door, volgens een
+ontwerp van van Hall, een leening tot een bedrag van 127,000,000 gl.,
+naar 3 pct. 's jaars, zoo goed als vol te teekenen. Aan het verlangen
+naar een herziening der grondwet in vrijzinnigen geest werd voldaan in
+'t jaar 1848 te midden der volksbewegingen, die de meeste staten van
+Europa op hun grondvesten deden schudden. Luxemburg kreeg in 't zelfde
+jaar een nieuwe grondwet, waarbij het zijn afzonderlijke
+vertegenwoordiging, die het in 1841 had bekomen, behield.
+
+De hoofdtrekken der Nederlandsche grondwet van 1848 zijn: De kroon is
+erfelijk, zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke linie van het
+huis van Oranje. De koning heeft de uitvoerende macht en deelt de
+wetgevende macht met de Staten-Generaal. Hij heeft het opperbevel over
+de land- en de zeemacht en het opperbestuur der koloniën. Hij benoemt de
+ministers, die voor de daden der regeering verantwoording zijn
+verschuldigd aan de natie. De Staten-Generaal vertegenwoordigen het
+geheele volk. Zij bestaan uit een Eerste en een Tweede Kamer, voor
+welker leden de ouderdom van dertig jaren een vereischte is. De leden
+der Eerste Kamer, ten getale van negen-en-dertig, worden door de
+provinciale staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen in de directe
+belastingen. Zij hebben zitting voor negen jaren. De leden der Tweede
+Kamer worden rechtstreeks door de burgers gekozen, welke meerderjarig
+zijn en een zekere som in de directe belastingen betalen. Het aantal der
+leden, die voor vier jaren zitting hebben, is thans vijf-en-zeventig.
+Voorzitter der provinciale staten is de commissaris des konings.
+
+Het was Willem II niet gegeven, de vruchten te aanschouwen van het werk,
+waartoe hij den grond had gelegd. Reeds den 17den Maart 1849 stierf hij
+te Tilburg, aan welke plaats hij gedurende zijn leven zeer gehecht was
+geweest. Het volk van Nederland betreurt hem als een held, die aan de
+grootsche gestalten zijner voorvaderen uit het huis van Oranje
+herinnerde, en als een welwillend koning, die in moeielijke dagen met
+beleid voor zijn belangen had gewaakt.
+
+Een paar woorden over de regeering van 's konings zoon en opvolger
+~WILLEM~ III mogen tot slot van dit hoofdstuk verstrekken. Onder zijn
+bewind werd eindelijk in 1853 het droogmaken van 't Haarlemmermeer (zie
+blz. 188), een in Juni 1848 aangevangen reuzenwerk, voltooid. In 1853
+werd tevens weder een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk
+ingevoerd, waarvan Utrecht als aartsbisdom de hoofdzetel is. Onder de
+vele wetten, die, als uitvloeisel van de in 1848 uitgevaardigde
+grondwet, zijn tot stand gekomen, verdienen de kies-, de gemeente- en de
+provinciale wet te worden genoemd. In 1857 verving een wet op het
+lager-onderwijs die van 1806. Zij werd in 1863 gevolgd door een wet op
+het middelbaar onderwijs, in 1876 door een op het Hooger-Onderwijs.
+
+Zooveel wat aangaat het binnenlandsch bewind. Ten aanzien van de
+buitenlandsche betrekkingen behoort het verdrag van Februari 1871 te
+worden vermeld, bij hetwelk de Nederlandsche bezittingen op de Kust van
+Guin[=e]a (in 't w. van Afrika) voor de som van 24,000 £ sterling aan
+Groot-Britannië werden afgestaan. Twee jaar daarna, in Maart 1873, brak,
+ter zake van zeerooverij, een oorlog los van Nederland tegen den sultan
+van Atjeh (op de westkust van Sum[=a]tra), die nog steeds voortduurt. In
+Juni 1877 overleed de koningin (zie blz. 202), in Januari 1879 prins
+Hendrik, 's konings broeder (zie blz. 186).
+
+
+
+
+§ 38.
+
+_Eindblik op den toestand des lands._
+
+
+Zoo is dan het plan, in de eerste paragraaf aangekondigd, volvoerd en
+wederom een beknopte geschiedenis van Nederland te boek gesteld. Nog
+bestaat dat rijk, aan welks geschiedenis de vorige bladzijden zijn
+gewijd. Behalve de bijna 31,000 vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000
+inwoners, die het in vreemde werelddeelen bezit, beslaat het in Europa
+een oppervlakte van ruim 600 vierkante mijlen, waarop een bevolking
+woont van ruim 3-1/2 millioen. Ongeveer 2/3 gedeelte van den grond is
+bebouwd. Landbouw, veeteelt, handel, fabrieken en vischvangst blijven
+voortdurend de bronnen van het bestaan der ingezetenen. De haringvangst,
+ofschoon zij sinds een tiental jaren weder eenigszins begint op te
+komen, heeft veel geleden door den wedijver van Engelschen en
+Duitschers, en de walvischvangst is van weinig beteekenis. De handel,
+dien Nederland drijft, is nog steeds wereld- en binnenlandsche handel.
+Al is de eerste, in vergelijking met andere landen en van hetgeen hij is
+geweest, niet meer, wat hij weleer was, nog is hij belangrijk en
+verdient den naam van wereldhandel. De voorwerpen van dien handel zijn
+voornamelijk de voortbrengselen van landbouw en veeteelt, benevens de
+koloniale waren.
+
+Wat de Nederlandsche nijverheid betreft, zij heeft geen ongelukkiger
+tijdperk gekend, dat het twintigtal jaren, dat verliep tusschen de
+omwenteling van 1795 en de oprichting van het koninkrijk der
+Nederlanden. Gedurende het vijftienjarig tijdvak, dat met 1815 aanvangt,
+begon er wel op nieuw eenig leven te komen in het fabriekwezen van
+Noord-Nederland; maar de nijverheid van dit deel van het koninkrijk
+bleef verre, zeer verre ten achteren bij die van het Zuiden. Na de
+omwenteling van 1830 geraakte de nijverheid in ons vaderland geheel aan
+'t kwijnen. Dit kwam, behalve uit den staatkundigen toestand en uit de
+ophooping der staatsschuld, uit de geringe geneigdheid der fabrikanten
+voort, om aan den eisch des tijds te voldoen en de stoomkracht op het
+fabriekwezen toe te passen. Doch allengs is de Nederlandsche nijverheid
+na de afscheiding der Zuidelijke gewesten weder opgekomen. Daarentegen
+kwijnt de scheepsbouw. Moge dus, in vergelijking met vroegere eeuwen,
+Nederlands bloei in den handel niet zijn toegenomen, in 't stuk der
+nijverheid is dit stellig het geval. Een andere lichtzijde van den
+tegenwoordigen toestand ziet men in de staatsschuld, waarvan het bedrag
+sinds de laatste twintig jaren regelmatig is verminderd.
+
+Dat de letterkunde sinds den val der Republiek (zie blz. 167) een
+belangrijke schrede voorwaarts heeft gedaan, zal wellicht niet met grond
+kunnen worden staande gehouden. Toch heeft het zestig- of zeventigjarig
+tijdvak, sedert verloopen, op meer dan op één beroemden naam te wijzen.
+Er stonden schrijvers op, die aan de voortbrengselen hunner pen
+bekendheid of grooten roem verschaften. De namen dier schrijvers heeft
+de Geschiedenis der letterkunde opgeteekend. Hier kan slechts op een
+paar van de voornaamsten worden gewezen, in de eerste plaats op
+Bilderdijk. Op veelzijdiger ontwikkeling, dan ~Willem Bilderdijk~, een
+Amsterdammer (1756-1831) zichzelf gaf, kunnen weinigen bogen.
+Wijsbegeerte, oude en nieuwe talen, wis- en natuurkunde,
+rechtsgeleerdheid, geschiedenis, geneeskunde, godgeleerdheid, niets was
+hem vreemd. Een vruchtbaarder schrijver heeft Nederland niet aan te
+wijzen. Het hoogst staat hij als dichter. Alle dichtsoorten beoefende
+hij, buiten het blijspel, en in alle bracht hij meesterstukken voort. In
+het heldendicht leverde hij _den Ondergang der eerste wereld_, een
+grootsch maar onvoltooid gewrocht; in het leerdicht _de ziekte der
+geleerden_; in den lierzang _de ode aan Napoleon_. Op het gebied der
+taal schreef hij een _Spraakleer_. Op het veld van de _geschiedenis van
+'t Vaderland_ leverde hij een werk, waarvan de hoofdstrekking een
+doorloopende bestrijding is van Wagenaar (zie blz. 167). Tot heden toe
+is het aan dit geschrift niet gelukt, den ouden Wagenaar te verdringen.
+
+In menig vers heeft Bilderdijk de herstelling van Nederlands
+nationaliteit bezongen. In 't jaar dier herstelling stierf een andere
+dichter, wiens naam voorzeker bij geen Nederlander onbekend is, welke op
+die nationaliteit prijs stelt. Dit is ~Jan Frederik Helmers~, die in
+zijn _Hollandsche natie_, een middelsoort tusschen het helden- en het
+lierdicht, den roem verheerlijkt, door het Nederlandsche volk behaald,
+zoowel te land als ter zee, op het veld der wetenschappen en op dat der
+fraaie kunsten.
+
+Een Nederlander, die zijn vaderland lief had, was Helmers. Niet minder
+deed dit ~Hendrik Tollens~ Cz., in 1780 geboren te Rotterdam, overleden
+te Rijswijk in 1856. Was Cats de eerste Nederlandsche volksdichter
+geweest, de eerenaam van de tweede te zijn geweest komt Tollens toe.
+Immers behalve zoo menige andere zang op onderwerpen van Nederlandsche
+historie, die dit mede bevestigt, getuigt hiervoor het door hem
+vervaardigde volkslied: "Wien Neêrlands bloed door de adren vloeit." Een
+groot aantal van 's dichters verzen zijn gewijd aan den huiselijken
+haard. De meest bekende zijner gedichten zijn: _het tafereel van den
+vierdaagschen zeeslag_, _Beilink_, _het turfschip van Breda_, enz. en op
+het gebied der beschrijvende poëzie: _het tafereel van de overwintering
+der Hollanders op Nova-Zembla_.
+
+Van de prozaschrijvers uit de eerste helft dezer eeuw behoort bovenal
+~Jan Hendrik van der Palm~ te worden aangehaald, hoogleeraar in de
+Oostersche talen te Leiden. Hij was de eerste prozaschrijver van zijn
+tijd. Onder zijn geschriften bekleeden _de Bijbelvertaling met
+aanteekeningen_, _de Bijbel voor de jeugd_ en _de Salomo_, een
+uitbreiding van de spreuken, een eerste plaats. In deze en andere zijner
+werken vindt men, bij diepte van gedachten, een krachtigen en rijk
+geschakeerden, doch ook helderen en lossen stijl. Onder al die werken
+staat geheel op zichzelf _het Geschied- en Redekunstig gedenkschrift van
+Nederlands herstelling_, dat heden ten dage meer om den vorm, dan om den
+inhoud, de aandacht trekt. Van der Palm, die hoogbejaard in 1841
+overleed, leefde te midden van een aantal uitstekende mannen op het
+gebied der letterkunde, als Kinker, Borger, Da Costa.
+
+Zullen de wijsgeerige, de dichterlijke en de taalkundige geschriften van
+~Johannes Kinker~ zijn naam lang voor de vergetelheid bewaren, alleen
+_de Ode aan den Rijn_ zal dien van ~El[=i]as Annes~ ~Borger~ doen
+voortleven. ~Izaäk da Costa~ is de voortreffelijkste van Bilderdijks
+leerlingen. Hij streed, als Bilderdijk, voor de rechtzinnige
+gereformeerde leer. Welk een gloed hij als dichter had, ziet men in zijn
+_Wachter, wat is er van den nacht?_, waarin hij de omkeeringen op
+staatkundig gebied van 't jaar 1848 voorspelt, in zijn _Slag bij
+Nieuwpoort_ en andere verzen. In 1860 overleden, was Da Costa een
+tijdgenoot van Bogaers, de Génestet, van Lennep en Beets, die, waar men
+van de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde gewaagt, in de eerste
+rijen staan. Als bewijs van het keurige dichttalent van ~Bogaers~ wordt,
+onder meer, doorgaans _De tocht van Heemskerk naar Gibraltar_
+aangehaald. ~De Génestets~ _Leekedichtjes_ zijn bij jong en oud bekend,
+evenzeer als de _Camera obscura_ van Hildebrand, d. i. ~Beets~. Van het
+genoemde viertal is Beets de eenige, die nog leeft. Bogaers werd in
+1870, de Génestet in 1861, van Lennep in 1868 door den dood weggerukt.
+~Van Lenneps~ werken zijn vooral gedichten en romans in proza. De
+laatste hebben hem gemaakt tot den gevierden schrijver, van wien elk
+iets heeft gelezen. Voor den beste dier romans houdt men _Ferdinand
+Huyck_.
+
+
+
+
+TIJDREKENKUNDIG OVERZICHT DER BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND.
+
+
+Jaren n. C.
+
+ =§ 1. _Nederland in de laatste eeuwen vóór Christus' geboorte en onder
+ de heerschappij der Romeinen._=
+
+ Oorsprong der Zuiderzee 839.
+
+ De Dollard ontstaat 1277.
+
+ De Biesbosch ontstaat 18 Nov. 1421.
+
+ Men begint op het dijkwezen te letten ongev. 900 of 1200.
+
+ De Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de
+ Brukteren geraken onder de heerschappij der Romeinen 100-1 v. C.
+
+ ~Drusus~ onderwerpt de Friezen.
+
+ Opstand der Friezen.
+
+ Corb[)u]lo beteugelt hen 47.
+
+ Claudius Civ[=i]lis stelt zich aan 't hoofd van den opstand
+ der Bataven 69.
+
+ De Friezen, de Kaninefaten en andere stammen verbinden zich
+ met de Bataven.
+
+ Claudius Civ[=i]lis hernieuwt het verbond met Rome.--
+ ~Cere[=a]lis~ 70.
+
+
+ =§ 2. _De Franken en de Saksen in Nederland en België.--Deze landen
+ worden een bestanddeel van het Frankische rijk.--De invoering van het
+ leenstelsel en van den Christelijken godsdienst.--De Noormannen._=
+
+ Herhaalde invallen der Franken, n.l. der Saliërs, in de
+ Nederlanden sinds ongev. 300.
+
+ Zij vestigen zich hier ongev. 361.
+
+ Nederland en België behooren tot Austrasië sedert 511.
+
+ De landstreek bij den IJsel is het gebied der Saksen
+ sedert ongev. 400-500.
+
+ Grenzen der Friezen.
+
+ De naam der Bataven en die der Kaninefaten verdwijnen sinds 400-500.
+
+ Onderwerping der Friezen aan Karel den groote 785.
+
+ ~Willebrord~, ~Wulfran~ en ~Winfried~ of ~Bonifacius~
+ bekeeren of doopen de Friezen.
+
+ Willebrord eerste bisschop onder de Friezen.
+
+ Ontmoeting van Wulfran met ~Radboud~ te Hoogwoude 719.
+
+ Dood van Bonifacius te Dokkum 5 Juni 755.
+
+ Kerkrechtelijke verdeeling dezer landen in den tijd der
+ Franken in bisdommen.--Staatsrechtelijke verdeeling in
+ hertogdommen, graafschappen, schoutambten.--Burgerlijke
+ verdeeling in volken of landen, elk land in _gouwen_, elke
+ gouw in _marken_.--De aloude marken.
+
+ Het land bestuurd door drie _hertogen_ en door _graven_.--
+ Oorspronkelijke beteekenis van 't woord "graaf".--
+ _Schepenen_.--Aan 't hoofd der schoutambten staan
+ _schouten_.--De standen der bevolking: _vrijen_, _liten_,
+ _slaven_ of _lijfeigenen_.
+
+ ~Heriold~, ~Roruk~ en ~Hemming~ laten zich doopen.--Lodewijk
+ de vrome geeft Heriold Dorestad of _Duurstede_ en omstreken,
+ Roruk _Kennemerland_ en Hemming _Zeeland_ 826.
+
+ Einde van de heerschappij der Noormannen in deze streken 885.
+
+ Verdrag van Verdun.--Lothar[)i]us I verwerft bijna geheel
+ België en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een
+ deel van Zeeland 843.
+
+ Het aandeel van Lothar[)i]us I komt aan Duitschland 870 en 879.
+
+
+ =§ 3. _Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van
+ andere streken van ons land.--De wisselingen in de opperheerschappij
+ dezer landen na het verdrag van Verdun.--Staten, die in het Zuiden en
+ in het Noorden verrijzen.--Aard en uitbreiding der grafelijke macht._=
+
+ De Nederlanden en België zijn een bestanddeel van
+ Lotharingen, en van Neder-Lotharingen sedert 965.
+
+ De meeste Nederlanden worden erfelijke leenen,
+ waarschijnlijk ongev. 800-1000.
+
+ Meerdere gouwen komen aan één graaf sedert 1000-1100.
+
+ Het geheele land verdeeld tusschen den graaf van Gelder,
+ dien van Holland en den bisschop van Utrecht 1100-1200.
+
+ In plaats van Neder-Lotharingen ontstaan, voor en na,
+ verschillende zelfstandige staten, als het hertogdom
+ _Brabant_, het markgraafschap _Namen_ en het graafschap
+ _Henegouwen_.
+
+ Het bisdom _Luik_.
+
+ Het graafschap _Limburg_ wordt een hertogdom sedert 1000-1100.
+
+ _Maastricht_ voor een gedeelte een bezitting van den
+ bisschop van Luik, voor een ander deel een op zichzelve
+ staande rijksstad.--Karel V scheidt deze stad van het
+ Duitsche rijk af en voegt ze aan Brabant toe.
+
+ Het graafschap _Luxemburg_ wordt een hertogdom 1354.
+
+ _Antwerpen_ is een markgraafschap van het Duitsche rijk en
+ wordt door den hertog van Brabant bestuurd 900-1000.
+
+ De heerlijkheid _Mechelen_ komt aan Vlaanderen 1357.
+
+ _Artois_ en _Kroon-Vlaanderen_ leenen van Duitschland.
+
+ Noordelijk Vlaanderen, _Rijks-Vlaanderen_, een leen van
+ Duitschland.
+
+ Hendrik II geeft Rijks-Vlaanderen in leen aan Boudewijn IV,
+ graaf van Vlaanderen, die Zeeland bewester Schelde wederom
+ in achterleen geeft aan Dirk III, graaf van Holland 1007.
+
+ Karel de eenvoudige geeft aan Dirk I eenige stukken grond 922.
+
+ ~DIRK~ III sticht een sterkte tusschen de Merwede en de oude
+ Maas.--Hendrik II doet hem tevergeefs den oorlog aan 1018.
+
+ De stad Dordrecht.
+
+ De naam "graaf van Holland" komt op.
+
+ De graaf van Holland tevens graaf van _Zeeland_ 1323.
+
+ _Gelderland_ bestaat uit de graafschappen Gelder en Zutfen.--
+ Eerste graaf van Gelder en Zutfen ~HENDRIK~ 1138.
+
+ Keizer Lodewijk verheft ~REINOUD~ II of ~den zwarte~ tot
+ hertog van Gelderland 1339.
+
+ De bisschop van Utrecht door de kanoniken van de vijf
+ kapittelkerken gekozen sedert 1122.
+
+ Friesland sedert Karel den groote beheerscht door graven.
+
+ De heerlijkheid _Westerwolde_.
+
+ Uitbreiding bij trappen der macht van den graaf van Holland.
+
+ _De beden._--_De privilegiën._
+
+
+ =§ 4. _Holland onder de graven uit het Hollandsche huis._=
+
+ Huis van Holland 922 (1018)-1299.
+
+ Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk
+ V, Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I,
+ Floris IV, Willem II, Floris V, Jan I.
+
+ ~WILLEM~ II komt tegen de West-Friezen om bij ~Hoogwoude~ 1256.
+
+ ~Floris~ V bedwingt de Kennemerlanders.--Hij onderwerpt de
+ West-Friezen, de Waterlanders en de Drechterlanders 1282 en 1287.
+
+ ~DIRK~ VI belegert Utrecht.--~Herbert~--Dirk breekt het
+ beleg op ongev. 1145.
+
+ ~Floris~ III overlijdt te Antiochië 1190.
+
+ Willem, later ~WILLEM~ I, vecht mede voor Acre 1191.
+
+ Hij neemt Damiate in 1219.
+
+ Hij ontruimt het 1221.
+
+ _De Damiaatjes_ in de groote of St. Bavo's kerk te Haarlem sinds 1550.
+
+ Dirk VII sterft.--Ada.--Ada door Adelheide uitgehuwd aan
+ ~Lodewijk~, graaf van Loon 1203.
+
+ Lodewijk uit Holland verdreven 1204.
+
+ Willem I wordt graaf.
+
+ Willem II, de stichter van 's Gravenhage, tot Roomsch koning
+ benoemd 1247.
+
+ Floris V beoorloogt de heeren ~Gijsbrecht van Amstel~ en
+ ~Herman van Woerden~.
+
+ Gijsbrecht doet afstand van Muiden.
+
+ Herman doet afstand van Woerden.--De beide heeren doen
+ afstand van hun alodiën, die zij als leenen terugkrijgen.
+
+ ~Eduard~ I, koning van Engeland, verplaatst den stapel der
+ Engelsche wol van Dordrecht naar Brugge en Mechelen 1295.
+
+ Floris V sluit zich bij ~Philips IV~ of ~den schoone~ aan 1296.
+
+ ~Gerard van Velzen~ en de overige saamgezworenen dooden
+ Floris V 1296.
+
+ Jan.--~Wolfert van Borselen~ aan 't hoofd der regeering 1297.
+
+ Hij wordt te Delft omgebracht 1299.
+
+ Jan draagt het bewind voor vier jaren aan ~Jan van Avennes~
+ op.--Jan I sterft 1299.
+
+
+ =§ 5. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche en het
+ Beiersche huis._=
+
+ Instelling der _stad-_ of _stedehouders_ door ~JAN~ II.
+
+ De Vlamingen, aangespoord door Jan van Renesse, vallen in
+ Zeeland en Holland 1303.
+
+ Zij worden gestuit bij _het Manpad_ 1304.
+
+ De eer der zege komt toe aan ~Witte van Haamstede~ en Willem
+ van Oostervant.
+
+ ~WILLEM~ III~ de goede~ 1304-1337.
+
+ Waarschijnlijke invoering der beden.
+
+ Hij roept voor 't eerst, met de edelen, de schepenen der
+ steden van Holland en Zeeland op.
+
+ Verdrag van Willem III met Lodewijk I van Nevers, graaf van
+ Vlaanderen, bekrachtigd door Lodewijk van Beieren.--Lodewijk
+ ziet van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde af.--
+ De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland 1323.
+
+ Willem III geeft zijn dochter Margareta aan keizer Lodewijk
+ ten huwelijk.
+
+ ~WILLEM~ IV 1337-1345.
+
+ Hij komt om bij Stavoren 1345.
+
+ Lodewijk beleent ~Margareta~ met Holland, Zeeland en
+ Friesland 1346.
+
+ Margareta vertrekt naar haar graafschappen, doch keert
+ spoedig naar Beieren terug.
+
+ ~Willem~ wordt _verbeider_.
+
+ Lodewijk van Beieren sterft.--Karel IV keizer 1347.
+
+ Verdrag tusschen Margareta en Willem.--Zij erkent Willem als
+ graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland.--
+ Willem zal haar jaarlijks ongeveer 30,000 gl. en een zekere
+ som op eens betalen 1349.
+
+ Margareta herroept haar gift en begeeft zich naar
+ Henegouwen.
+
+ _Hoekschen_ en _Kabeljauwschen_.
+
+ Het buskruit voor 't eerst hier te land gebruikt.
+
+ Margareta staat Holland, Zeeland en Friesland aan ~WILLEM~ V
+ af, die belooft, haar een jaargeld te zullen betalen.--Zij
+ behoudt Henegouwen 1354.
+
+ Margareta overlijdt te Quesnoi 1356.
+
+ Willem V gaat naar Quesnoi 1357.
+
+ Albrecht wordt _ruwaard_.
+
+ Willem V sterft.--~ALBRECHT~ 1389-1404.
+
+ Krijgstocht van Albrecht naar Friesland.
+
+ Hij huwt zijn dochter ~Margareta~ uit aan ~Jan zonder
+ vrees~, zijn zoon Willem aan Margareta, een dochter van
+ Philips den stoute.
+
+ Zijn jongste zoon ~Jan~ wordt bisschop van Luik.
+
+ In de meeste steden van Holland treden _burgemeesters_ met
+ een _raad_ op.
+
+ Albrecht sterft 1404.
+
+ WILLEM~ VI 1404-1417.
+
+ Hij richt een staand leger op.
+
+ Willem VI sterft 1417.
+
+ Jakoba van Beieren geboren 1401.
+
+ ~Jan van Touraine~ sterft 1417.
+
+ Geschillen tusschen Jakoba en ~Jan van Beieren~ of Jan zonder
+ genade.
+
+ Jakoba huwt ~Jan IV~, hertog van Brabant en Limburg,
+ markgraaf van Antwerpen, stichter van de hoogeschool te
+ Leuven 1418.
+
+ Verdrag van Jakoba met Jan van Beieren 1419.
+
+ Jan van Brabant verpandt Holland en Zeeland aan Jan van
+ Beieren 1420.
+
+ De staten van Brabant ontzetten Jan van Brabant van het
+ bewind.
+
+ Jakoba trouwt met ~Humphrey, hertog van Glocester~ 1422.
+
+ Jan van Beieren overlijdt 1425.
+
+ Philips de goede erfgenaam van Jan van Beieren.
+
+ Holland en Zeeland blijven Jan van Brabant getrouw.--
+ Henegouwen huldigt Humphrey en Jakoba.--Jakoba's troepen
+ vermeesteren Schoonhoven.--~Allaert Beilink~ wordt levend
+ begraven 1425.
+
+ Humphrey verlaat deze landen.--Jan van Brabant benoemt
+ Philips den goede tot ruwaard van Holland en Zeeland 1425.
+
+ Jan van Brabant sterft 1427.
+
+ Een geestelijk gerechtshof te Rome verklaart de
+ echtverbintenis met Glocester voor onwettig 1428.
+
+ _Verdrag te Delft_.--Philips de goede wordt erkend als
+ ruwaard en erfgenaam van Holland, Zeeland, Friesland en
+ Henegouwen; Jakoba zal niet hertrouwen, dan met toestemming
+ van haar moeder, van Philips en van drie stenden der landen;
+ zij zal een gedeelte trekken van de inkomsten der
+ graafschappen 1428.
+
+ ~Frank van Borselen~ wordt stadhouder van Philips over
+ Holland en Zeeland.--Hij huwt Jakoba, verliest het
+ stadhouderschap, doch wordt graaf van Oostervant.
+
+ Jakoba verliest de grafelijke waardigheid 1433.
+
+ Zij sterft 1436.
+
+
+ =§ 6. _Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische
+ huis._=
+
+ Jan zonder vrees wordt gedood op de Yonnebrug 1419.
+
+ ~PHILIPS DE GOEDE~ 1433-1467.
+
+ Hij verkrijgt Bourgondië, Vlaanderen, Mechelen, Franche-
+ Comté, Artois en Salins 1419.
+
+ Hij koopt Namen van graaf Jan III 1421.
+
+ Jan sterft.--Namen komt aan Philips 1429.
+
+ Hij erft van een neef Brabant, Limburg, Antwerpen 1430.
+
+ Jakoba staat hem Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen
+ af 1433.
+
+ Hij koopt Luxemburg en neemt het in bezit in 1451.
+
+ _De vroedschap en rijkheid._
+
+ Philips de goede richt _het hof van Holland_ op 1428.
+
+ Instelling van _den geheimen_ of _grooten raad_ 1455.
+
+ Vergadering der _Algemeene Staten_ te Brussel 25 April 1465.
+
+ De _dagvaart_ van Holland voor 't eerst _staten_ genoemd 1428.
+
+ De _zes_ steden dier staten: Dordrecht, Haarlem, Delft,
+ Leiden, Amsterdam, Gouda.--_'s Lands advocaat_.
+
+ Staten van Zeeland.--Drie leden, de abt van Middelburg, de
+ edelen en de vijf steden.
+
+ Instelling van _de orde van het gulden vlies_ 1430.
+
+ Uitvinding der boekdrukkunst òf door Laurens Janszoon Coster
+ van Haarlem, òf door Johan Gutenberg te Mains ongeveer 1455.
+
+ Willem Beukelszoon van Biervliet.--Hij sterft 1397.
+
+ _De buizen._
+
+ ~KAREL DE STOUTE~ 1467-1477.
+
+ Hij vestigt _den grooten raad te Mechelen_ 1474.
+
+ Hij richt een staand leger ruiterij op 1471.
+
+ Verdrag van Karel met ~Arnoud van Egmond~.--Arnoud verpandt
+ hem Gelderland voor 300,000 gl. en benoemt hem tot
+ erfgenaam 1471.
+
+ Bijeenkomst van Karel en Frederik III te Trier 1473.
+
+ Karel de stoute sneuvelt bij Nancy in een slag tegen Réné,
+ hertog van Lotharingen 1477.
+
+ ~MARIA~ 1477-1482.
+
+ Lodewijk XI vermeestert Bourgondië, bespringt Artois en
+ Picardië, zelfs Franche-Comté, bedreigt Vlaanderen.
+
+ Holland en Zeeland verkrijgen het _groot-privilegie_.
+
+ Maximiliaan wordt Maria's echtgenoot 1477.
+
+ Frankrijk geeft Franche-Comté en Artois, op eenige steden
+ na, terug 1493.
+
+ Maria sterft.--Maximiliaan wordt voogd voor Philips II of
+ den schoone 1482.
+
+
+ =§ 7. _Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het
+ Oostenrijksche huis._=
+
+ Opstand van Gent en Brugge.--Gevangenschap van Maximiliaan
+ te Brugge 1488.
+
+ ~Jan van Schaffelaar~ komt te Barneveld om 1482.
+
+ Einde van het oproer van _het kaas-_ en _broodvolk_, alsmede
+ van den strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen 1492.
+
+ Maximiliaan wordt keizer van Duitschland 1493.
+
+ ~PHILIPS~ II of ~DE SCHOONE~ 1494-1506.
+
+ Bij zijn inhuldiging weigert hij het groot-privilegie te
+ erkennen.
+
+ Philips trouwt met ~Johanna~ 1496.
+
+ Dood van Isabella, koningin van Castilië 1504.
+
+ Philips aanvaardt het bewind over dit rijk, maar sterft 1506.
+
+ Maximiliaan wederom regent over de Nederlandsche staten.
+
+ Karel geboren te Gent 1500.
+
+ ~KAREL~ V aanvaardt het bewind over de Nederlandsche staten 1515.
+
+ Hij volgt Ferdinand II den katholieke te Arragon op 1516.
+
+ Hij wordt keizer van Duitschland 1519.
+
+ George van Saksen verkoopt hem zijn rechten op Friesland
+ voor 350,000 gl. 1515.
+
+ De Friezen erkennen hem als heer 1524.
+
+ ~Hendrik van Beieren~ staat hem de wereldlijke macht over
+ Utrecht en Overijsel af 1528.
+
+ Groningen erkent hem als heer des lands 1536.
+
+ Karel van Gelder staat hem de heerschappij over Drente af 1536.
+
+ ~Willem van Gulik~ en ~Kleef~ staan hem Gelderland af 1543.
+
+ De zeventien gewesten.
+
+
+ =§ _8. Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de
+ Middeleeuwen._=
+
+ De graaf van Gelder eigent zich eenige rechten der kroon
+ toe 1200-1300.
+
+ Lodewijk van Beieren benoemt ~REINALD~ II of ~DEN ZWARTE~
+ tot hertog 1339.
+
+ Samensmelting der steden en edelen tot één lichaam van
+ landsstenden 1418.
+
+ De naam _staten_ komt in Gelderland in zwang 1477.
+
+ De hoofdsteden der vier kwartieren: Nijmegen, Roermond,
+ Zutfen, Arnhem.
+
+ Leden van den landdag: _de bannerheeren_, de ridderschappen,
+ de steden.
+
+ Stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd:
+ Gelder, Gulik en Egmond.
+
+ Graven uit _het huis Gelder_.
+
+ Reinald II graaf tot 1339.
+
+ Hertog Reinald II sterft 1343.
+
+ ~REINALD~ III volgt hem op.
+
+ Geschil tusschen hem en Eduard.--De partijschappen der
+ _Hekerens_ en _Bronkhorsten_.
+
+ Eduard wint den slag bij Tiel 1361.
+
+ Reinald staat hem den titel en de rechten van hertog af 1361.
+
+ Eduard sterft.--Reinald III wordt weder hertog en sterft 1371.
+
+ _Het huis Gulik_--~WILLEM~ I 1372.
+
+ Hij wordt hertog van Gulik.
+
+ ~REINALD~ IV.
+
+ Hij sterft 1423.
+
+ _Het huis Egmond_.--De landsstenden erkennen ~ARNOLD~ als
+ hertog 1423.
+
+ ~Adolf~, gesteund door ~Katharina van Kleef~, stelt zich aan
+ 't hoofd der misnoegden.
+
+ Adolf laat Arnold van het slot te Grave naar Buren voeren 9 Jan 1465.
+
+ Karel de stoute middelaar tusschen vader en zoon.--Hij laat
+ Adolf gevangen zetten 1471.
+
+ Arnold verpandt Gelderland voor 300,000 gl. aan Karel den
+ stoute 1471.
+
+ Hij sterft 1473.
+
+ Karel de stoute onderwerpt Gelderland 1473.
+
+ Karel de stoute sneuvelt.--Dood van Adolf van Gelder 1477.
+
+ De Gelderschen stellen ~KAREL~ van Gelder aan hun hoofd 1492.
+
+ Karel van Egmond bijna meester van geheel Gelderland 1513.
+
+ ~Maarten van Rossum~.
+
+ Karel van Egmond sterft 1538.
+
+ Willem van Gulik en Kleef staat Gelderland aan Karel V af 1543.
+
+
+ =§ 9. _Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+ Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen._=
+
+ De staten van Utrecht beschreven sinds 1400-1500.
+
+ Drie leden dezer staten: _de geëligeerden_, de edelen, de
+ stad Utrecht en wellicht mede de kleinere steden.
+
+ De naam Overijsel opgekomen 1400-1500.
+
+ Leden der staten: de ridders en de steden Deventer, Kampen,
+ Zwol.
+
+ _De kastelein_ of _burggraaf van Koevorden_.--_De landdag_
+ van Drente.--De ridders en _de eigenerfden_.--~HENDRIK VAN
+ BEIEREN~ staat de wereldlijke macht over Utrecht aan Karel V
+ af 1528.
+
+ Overijsel erkent Karel V, in plaats van Karel van Egmond,
+ als heer 1528.
+
+ Drente komt aan Karel V 1536.
+
+ De geschillen der _Schieringers_ en _Vetkoopers_ sedert omtrent 1300.
+
+ Zware watervloeden in Friesland.
+
+ Maximiliaan verpandt Friesland aan ~Albrecht van Saksen-
+ Meiszen~ voor 300,000 gl. en bevestigt hem in _het
+ erfpotestaatschap_ 1498.
+
+ Albrecht sterft.--~Hendrik~ en ~George~ 1500.
+
+ De Friezen roepen ~Karel, hertog van Gelderland~, in 1508.
+
+ George staat Friesland voor 350.000 gl. aan Karel V af 1515.
+
+ ~Groote Pier~.
+
+ Karel V heer van Friesland 1524.
+
+ ~Albrecht van Saksen-Meiszen~ door Maximiliaan tot heer van
+ Groningen benoemd 1499.
+
+ ~Karel, hertog van Gelderland~, in Groningen.
+
+ Groningen erkent Karel V als heer 1536.
+
+ De landsvergadering van Friesland.--De afgevaardigden van
+ Oostergo, Westergo en Zevenwouden.
+
+ _De grietmannen_.
+
+ Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo,
+ Westerkwartier.
+
+ Westerwolde een heerlijkheid tot 1795.
+
+ De Staten-Generaal leenheeren van Westerwolde sedert 1594.
+
+ De stad Groningen koopt die heerlijkheid voor ruim 140.000
+ gl. 1619.
+
+ De staten bestaan uit de eigenerfden en uit andere
+ afgevaardigden uit de drie kwartieren.--Later komt de stad
+ erbij.
+
+
+ =§ 10. _De Nederlanden onder het bewind van Karel V._=
+
+ Karel V heer van de zeventien Nederlandsche gewesten 1543-1555.
+
+ _De groote visscherij_ verschaft aan meer dan 20.000
+ huisgezinnen het onderhoud.--De haring jaarlijks op de
+ kusten van Engeland en Schotland gevangen 24 Juni-25 November.
+
+ 1500 haringbuizen, alleen uit Enkhuizen 140, loopen in zee.
+
+ _De pekelharing_.--_De bokking_.
+
+ De Noordsche compagnie sinds 1614.
+
+ 250 schepen uitgerust voor _de walvischvangst_ 1600-1700.
+
+ Antwerpen.--Meer dan 1000 vreemde handelshuizen.--De beurs
+ telt meer dan 5000 bezoekers.--Amsterdam.--Fabrieken.
+
+ Begin der Nederlandsche letterkunde ongeveer 1200.
+
+ ~Jakob van Maerlant~ en _de spiegel historiael_.
+
+ Het Vlaamsch.--_Reinaert de Vos_.
+
+ De Rederijkerskamers.
+
+ _Verdrag van Augsburg_.--Alle Nederlandsche gewesten zullen
+ geheel onafhankelijk van Duitschland zijn, maar onder de
+ hoede van dit rijk staan, mits een zeker aandeel in de
+ rijkslasten dragende 1548.
+
+ ~MARIA~ _gouvernante_ 1530.
+
+ _De raad van state_, _de geheime raad_ en _de raad van
+ financiën_ sedert 1531.
+
+ Oproer te Gent.--Karel vordert een bede ven 400,000 gl. van
+ Vlaanderen, welke Gent weigert mede te betalen.
+
+ Vonnis, door Karel over de stad geveld 1540.
+
+ ~Wessel Gansfort~, ~Rudolf Agric[)o]la~.--~Gerrit Gerritsz.~
+ of ~Desiderius Erasmus~ sterft 1536.
+
+ Meer dan Luthers stelsel verbreidt zich dat van Calvijn in
+ Nederland.
+
+ De Wederdoopers.--_De Doopsgezinden_ of _Mennonieten_.--
+ ~Menno Simons~ Roomsch priester te Witmaarsum tot 1536.
+
+ Hij is een tijdlang leerling van Ubbo Philips.
+
+ Karel V vaardigt elf plakkaten tegen de hervorming uit.
+
+ Inquisiteurs ingesteld 1522.
+
+ 50.000 menschen om des geloofs wille, naar men zegt, onder
+ Karels regeering ter dood gebracht.
+
+ Afstand en overdracht der Nederlanden aan Philips II te
+ Brussel 25 Oct. 1555.
+
+ Karel overlijdt in 't klooster Yuste 1558.
+
+ Karels natuurlijke kinderen: Margareta en Don Jan van
+ Oostenrijk.
+
+ Willem van Oranje.
+
+
+ =§ 11. _De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva._=
+
+ ~Philips II~ 1555-1581.
+
+ ~Margareta van Parma~, getrouwd met Octavius Farnese, hertog
+ van Parma, landvoogdes der Nederlanden.--~Karel, baron van
+ Barlaimont~ president van den raad van financiën--~Viglius~
+ of ~Wigele~ van ~Aytta van Zuichem~ van den geheimen raad.--
+ Leden van den raad van state: ~Antonius Perenot~, de prins
+ van Oranje, ~Lamoraal, graaf van Egmond~, later de
+ ~Montmorency, graaf van Hoorne~.
+
+ Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en
+ Utrecht; Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne,
+ graaf van Aremberg, van Friesland, Groningen, Drente en
+ Overijsel; de baron van Barlaimont van Namen.
+
+ Twee liniën in het huis van Nassau sedert 1250.
+
+ De jongste is die van _Nassau-Dillenburg_.
+
+ ~Willem~, een zoon van Willem den rijke van Nassau-
+ Dillenburg, geboren 1533.
+
+ Willem de rijke heeft vijf zonen: Willem, Jan den oude,
+ Lodewijk, Adolf en Hendrik.
+
+ Willem erft het prinsdom Oranje van zijn neef Réné.
+
+ Antonius Perenot geboren in Franche-Comté.
+
+ Paus Paulus IV vaardigt de bul over de bisdommen uit 1559.
+
+ De zaak zelve begint werkelijkheid te worden 1561.
+
+ Sommige zetels eerst bezet 1570.
+
+ 18 bisschopszetels opgericht, 3 aartsbisdommen en 15
+ bisdommen.
+
+ Perenot en ~Granvelle~, tevens tot kardinaal benoemd, wordt
+ aartsbisschop van Mechelen.
+
+ De vreemde troepen worden verwijderd 1560.
+
+ Viglius laat zich geheel door Granvelle leiden.
+
+ Willem, Egmond en Hoorne weigeren in den raad van state
+ zitting te nemen, zoolang Granvelle er komt.
+
+ Philips beveelt Granvelle het land te verlaten 1564.
+
+ Willem, Egmond en Hoorne nemen weder zitting in den raad van
+ state.
+
+ Egmond naar Spanje gezonden 1565.
+
+ _Het compromissum_ met ~Lodewijk van Nassau~ en ~Hendrik van
+ Brederode~ als hoofden 1565.
+
+ Drie- of vierhonderd edelen, leden van dit verbond, bieden
+ de landvoogdes een verzoekschrift aan.--De naam _geuzen_ 5 April 1566.
+
+ De _moderatie_ wordt _moorderatie_ genoemd.
+
+ ~Floris van Montmorency, baron van Montigny~, en ~Jan van
+ Glimes, markies van Bergen~, vertrekken als gezanten naar
+ Spanje 1566.
+
+ _De hagepreeken_ in zwang.
+
+ _De beeldenstorm_ 1566.
+
+ Oranje, Egmond en Hoorne staan de landvoogdes in de
+ vervolging der beeldenstormers getrouw ter zijde.
+
+ Margareta bewerkt de ontbinding van het compromissum en doet
+ het prediken der hervormden staken.
+
+ Egmond legt den eed van trouw aan den koning af.--Hoorne
+ onttrekt zich tegelijk aan 's konings dienst en aan de
+ bevordering van Oranje's plannen.
+
+ Willem neemt zijn ontslag als stadhouder van Holland,
+ Zeeland en Utrecht en gaat naar Duitschland.--Meer dan
+ honderd duizend lieden volgen hem.--Onder hen ~Philips van
+ Marnix~, heer van St. Aldegonde.
+
+ ~Maximiliaan Hennin, graaf van Boussu~, bij voorraad
+ stadhouder van Holland.
+
+ ~Alv[=a]rez de Tol[=e]do, hertog van Alva~, komt als
+ kapitein-generaal aan 't hoofd van een leger van ongeveer
+ 17,000 man in de Nederlanden 1567.
+
+
+ =§ 12. _De Nederlanden onder 't bestuur van Philips' landvoogd Alva._=
+
+ Alva heeft buitengewone volmacht.
+
+ Margareta verwerft haar ontslag en vertrekt naar Italië.--
+ Alva algemeen landvoogd 1567.
+
+ _De raad van beroerte_ of _bloedraad_ opgericht.
+
+ Egmond en Hoorne te Brussel ter dood gebracht 5 Juni 1568.
+
+ Standbeeld ter hunner eer in die stad opgericht 1864.
+
+ Montigny, op een vonnis van den bloedraad, in 't geheim in
+ Spanje geworgd 1570.
+
+ Bergen bezwijkt 1567.
+
+ ~Alva~ laat ~Philips Willem, graaf van Buren~, van Leuven
+ oplichten 1568.
+
+ Willem grijpt naar de wapens.--~Lodewijk van Nassau~
+ zegeviert bij ~Heiligerlee~.--Aremberg sneuvelt, maar ook
+ Adolf 1568.
+
+ Alva verslaat Lodewijk bij ~Jemmingen~ 1568.
+
+ Ontwerp van Alva omtrent de belastingen: een heffing voor
+ eens van 1 pct.; _de tiende penning_; _de twintigste
+ penning_.
+
+ Alva begint met Brussel 1572.
+
+ _De Watergeuzen._
+
+ De driekleurige vlag de nationale vlag der Nederlanden sedert 1572.
+
+ Elizabeth verbiedt haar onderdanen, den Watergeuzen te
+ verstrekken, wat zij behoeven.--Onder bevel van ~Lumey,
+ graaf van der Marck~, eischen zij Brielle op 1 April 1572.
+
+ Boussu beproeft vruchteloos de stad te hernemen.
+
+ Vlissingen staat op.--Veere voor de vrijheid gewonnen.--
+ Enkhuizen, Dordrecht, enz. volgen.--Vele steden van
+ Gelderland, Utrecht, Overijsel, Friesland nemen bezettingen
+ van den prins in.
+
+ _De vergadering van Dordrecht_ 19 Juli 1572.
+
+ Willem hier erkend als gouverneur-generaal en als stadhouder
+ van Holland, Zeeland en Utrecht.
+
+ Zutfen en Naarden openen de poorten voor Frederik 1572.
+
+ Haarlem insgelijks 1573.
+
+ Alkmaar houdt zich staande.
+
+ Alva vertrekt.--Hij heeft 18.600 menschen door de handen des
+ scherprechters laten ombrengen 1573.
+
+
+ =§ 13. _De Nederlanden gedurende het bewind van Requ[=e]sens en van
+ Don Jan van Oostenrijk.--De Unie van Utrecht._=
+
+ ~Don Louis de Requ[=e]sens~.
+
+ Middelburg geeft zich aan den prins over 1574.
+
+ De slag bij ~Mook~.--~Lodewijk~ en ~Hendrik van Nassau~
+ komen om 1574.
+
+ Het beleg van Leiden hervat.--~Jan van der Does~.--~Pieter
+ Adriaansz. van de Werff~ 1574.
+
+ De dijken doorgestoken en de sluizen opengezet.
+
+ De dag van 't ontzet 3 Oct. 1574.
+
+ De stad verwerft een hoogeschool.
+
+ Requ[=e]sens sterft 1576.
+
+ De raad van state aanvaardt het bewind na den dood van
+ Requ[=e]sens.--De raad van beroerten houdt op te bestaan 1576.
+
+ De Spanjaarden nemen Zierikzee bij verdrag in.--Opstand der
+ Spaansche troepen op Schouwen 8 Nov. 1576.
+
+ _De Spaansche furie._--Op Willems voorstel komen
+ afgevaardigden uit het meerendeel der Zuidelijke gewesten te
+ Gent bijeen.
+
+ _Pacificatie_ of bevrediging _van Gent_ 8 Nov. 1576.
+
+ ~Don Jan van Oostenrijk.~
+
+ _Het eeuwig edict_, niet onderteekend door Willem, Holland
+ en Zeeland Febr. 1577.
+
+ De verrassing van Namen 1577.
+
+ Willem wordt _ruwaard_ van Brabant.
+
+ Eenige edelen roepen ~Matth[=i]as~ in het land.--Matth[=i]as
+ door de algemeene staten tot landvoogd benoemd onder
+ beperkende voorwaarden 1578.
+
+ Matth[=i]as _'s prinsen griffier_.
+
+ De Algemeene Staten erkennen Don Jan niet langer als
+ landvoogd.
+
+ Willem van Oranje opgebracht in den Roomsch-katholieken
+ godsdienst.
+
+ Hij gaat tot den hervormden godsdienst, naar de begrippen
+ van Calvijn, over 1573.
+
+ ~Alexander Farnese~, hertog van Parma, komt in de
+ Nederlanden 1578.
+
+ Henegouwen, Artois, Douai, enz. keeren onder 's konings
+ gezag terug Jan. 1579.
+
+ _Verdrag van Atrecht_.
+
+ Don Jan sterft Oct. 1578.
+
+ _De Unie van Utrecht_ 22 en 23 Jan. 1579.
+
+ Zij wordt geteekend door ~Jan~, Holland, Zeeland, (met
+ uitzondering van Middelburg), Utrecht, de Ommelanden en een
+ deel van Gelderland 23 Jan. 1579.
+
+ Willem teekent Mei 1579.
+
+ De overige deelen van Gelderland treden toe 1579 en 1580.
+
+ Drente voegt zich bij de Unie April 1580.
+
+ Overijsel komt bij de Unie 1591.
+
+ Friesland sluit zich bij gedeelten aan 1579-1598.
+
+ Maurits brengt de stad Groningen bij de Unie 1594.
+
+ Antwerpen, Gent, Brugge voegen zich erbij.
+
+
+ =§ 14. _Van de Unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van
+ Zeven Vereenigde Nederlanden._=
+
+ ~George van Lalaing, graaf van Rennenberg~, teekent de
+ Unie.--Hij valt van haar af en brengt de stad Groningen,
+ Drente en een deel van Overijsel onder de Spaansche
+ heerschappij terug.--Steenwijk blijft behouden 1580.
+
+ Rennenberg sterft 1581.
+
+ Ban van Philips over Willem opgemaakt.
+
+ Dit stuk afgekondigd in de Nederlanden Aug. 1580.
+
+ Afzwering van Philips II in den Haag door de Algemeene
+ Staten 26 Juli 1581.
+
+ Holland draagt Willem de hooge overheid op.--De overige
+ gewesten bekleeden ~Frans van Anjou~ met het oppergezag 1581.
+
+ Matth[=i]as verlaat het land 1581.
+
+ Anjou komt in de Nederlanden 1581.
+
+ Zijn macht aan banden gelegd.--Zijn titel is hertog van
+ Gelderland en Brabant, graaf van Holland en Zeeland, enz.
+
+ ~Jan Jaureguy~, een bediende van ~d'Anastro~, wondt den
+ prins te Antwerpen Maart 1582.
+
+ Anjou's troepen bemachtigen Duinkerken, enz. Jan. 1583.
+
+ _De Fransche furie_ te Antwerpen.
+
+ Anjou sterft 1584.
+
+ ~Balth[)a]sar Gerard~ of ~Guyon~.
+
+ Hij, de zesde, die Willem van Oranje naar het leven staat,
+ doodt den prins te Delft 10 Juli 1584.
+
+ Hij wordt ter dood gebracht.
+
+ Parma verovert Maastricht 1579.
+
+ Hij verovert Vlaanderen.
+
+ Hij neemt de meeste steden van Brabant.
+
+ Marnix van St. Aldegonde verdedigt Antwerpen veertien
+ maanden lang.
+
+ Antwerpen geeft zich bij verdrag aan Parma over 17 Aug. 1585.
+
+ De scheiding van 't Zuiden en 't Noorden voltooid.
+
+ Onderhandelingen van Holland om Willem tot "graaf van
+ Holland en Zeeland" te verheffen.--Gouda en Zeeland toeven.
+
+ ~Willem Lodewijk~ stadhouder van Friesland.
+
+ De Algemeene Staten richten een nieuwen raad van state op en
+ stellen ~Maurits~ aan 't hoofd hiervan.
+
+ De Staten-Generaal dragen de oppermacht over deze landen aan
+ Hendrik III op.--Hetzelfde aanbod aan Elizabeth gedaan.--Zij
+ zendt hulp tegen het bezetten van Brielle, Vlissingen en
+ Rammekens 1585.
+
+ ~Robert Dudley, graaf van Leicester~, verschijnt aan 't
+ hoofd van hare troepen Dec. 1585.
+
+ De Staten-Generaal bekleeden Leicester met de algemeene
+ landvoogdij.
+
+ ~MAURITS~ stadhouder van Holland en Zeeland 1585-1625.
+
+ ~JOHAN VAN OLDENBARNEVELT~ _advocaat van den Lande_.
+
+ Een verbod van uitvoer maar 's vijands land uitgevaardigd.
+
+ Leicester vertrekt naar Engeland 1586.
+
+ De Staten-Generaal wijzigen het plakkaat over den handel.
+
+ De leer van de souvereiniteit der staten komt op.
+
+ Leicester keert naar de Nederlanden terug 1587.
+
+ Leicesters poging om Maurits en Oldenbarnevelt op te lichten
+ mislukt.
+
+ Zijn aanslag op Amsterdam slaagt evenmin.
+
+ Noord-Holland verklaart zich tegen Leicester, op Medemblik
+ en Hoorn na.
+
+ Door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, gaat hij voor goed
+ naar Engeland 1587.
+
+ Er komt een andere bevelhebber der Engelsche troepen.
+
+
+ =§ 15. _De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+ Nederlanden._=
+
+ De medewerking der staten tot de regeering in Holland begint 1572.
+
+ De medewerking der Algemeene Staten tot de regeering begint 1576.
+
+ De staten der verschillende gewesten nemen zelven de hooge
+ overheid in handen.--Vestiging van de Republiek der
+ Vereenigde Nederlanden 1588.
+
+ _Gelderland_.--Drie kwartieren: Nijmegen, Zutfen en Arnhem.
+
+ De bannerheeren niet meer als afzonderlijk lid gedoogd.
+
+ Leden der staten: de edelen of ridderschap en de steden.--
+ Elk kwartier heeft één stem.
+
+ _Holland_.--Negentien stemmen, de edelen één, de steden
+ achttien.
+
+ Zes groote en twaalf kleine steden.--_De pensionarissen_.
+
+ _Het hof van Holland._
+
+ _De hooge raad_ opgericht 1582.
+
+ Zeeland aan het rechtsgebied van dien raad onderworpen.
+
+ _De advocaat van den lande._--Hij heet _raadpensionaris_ sedert 1630.
+
+ Zijn werkkring.
+
+ _Zeeland_.--_De eerste edele_ en zes steden.--Zeven
+ stemmen.--De abt van Middelburg geraakt uit de vergadering
+ der staten.
+
+ De waardigheid van eerste edele komt later achtereenvolgens
+ aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem
+ IV, Willem V.
+
+ _Utrecht_.--Drie leden en drie stemmen.--_De geëligeerden_,
+ de edelen en de stad Utrecht, benevens een paar kleinere
+ steden.
+
+ _De secretaris van staat._
+
+ _Friesland_.--Vier kwartieren: Oostergo, Westergo,
+ Zevenwolde en de elf steden.--_De landdag_.--Elk kwartier
+ heeft één stem.
+
+ _Overijsel_.--Twee leden: de edelen uit de kwartieren
+ Salland, Twente en Vollenhoven, en de steden Deventer,
+ Kampen en Zwol.--De ridderschap stemt hoofd voor hoofd; elke
+ stad heeft één stem.
+
+ _Groningen_.--Twee leden en twee stemmen; de stad en de
+ Ommelanden.--Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo,
+ Fivelingo en 't Westerkwartier.--Bij staking van stemmen
+ beslist de stadhouder.
+
+ _Drente_.--Twee leden, niet meer dan achttien ridders en
+ zes-en-dertig eigenerfden, en drie stemmen.
+
+
+ =§ 16. _Vervolg._=
+
+ _De Staten-Generaal_.--Zeven stemmen.
+
+ De werkkring van den raad van state beperkt tot het beheer
+ der krijgszaken en van de financiën sedert 1593.
+
+ De unie van Utrecht de grondslag der Staten-Generaal.--Dit
+ lichaam bestaat slechts uit de afgevaardigden van de staten
+ der zeven gewesten na 1585.
+
+ Drente uitgesloten.
+
+ Vraag omtrent de overstemming en art. 9 der unie.
+
+ _De raad van state_ telt twaalf leden, buiten de
+ stadhouders.--Hoofdelijke stemming.
+
+ De aandeelen in de algemeene lasten.
+
+ _De admiraliteit._
+
+ Vijf collegiën, dat van de Maas, van Amsterdam, van
+ Middelburg, van Noord-Holland, òf te Hoorn, òf te Enkhuizen,
+ dat van Dokkum, hetwelk naar Harlingen wordt verplaatst in 1645.
+
+ De admiraal-generaal voorzitter der vijf collegiën en van
+ ieder in 't bijzonder.
+
+ _De stadhouder_ of _gouverneur_.
+
+ De gouverneur vanwege de Staten-Generaal _kapitein-generaal_
+ en _admiraal_.--De gouverneur veelal kapitein-generaal van
+ het gewest.--Hij verkiest uit voordrachten der vroedschappen
+ de leden dezer lichamen.
+
+ In Friesland afzonderlijke stadhouders tot 1748.
+
+ Doorgaans is die van Friesland het tevens van Groningen en
+ Drente.--De gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland,
+ Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder benoemd.
+
+ Einde der stadhouderlooze tijdperken in de vijf
+ laatstgenoemde gewesten 1672, 1747.
+
+ Het stadhouderschap en de overige waardigheden erfelijk
+ verklaard in het huis van Oranje-Nassau, ook in de
+ vrouwelijke linie 1747.
+
+
+ =§ 17. _De onoverwinnelijke vloot.--Maurits' krijgsbedrijven.--De
+ afstand van Nederland door Philips II.--De eerste zeeslagen van den
+ tachtigjarigen oorlog._=
+
+ Philips II verkrijgt de heerschappij over Portugal 1580.
+
+ Sixtus V schenkt Engeland aan de kroon van Spanje 1587.
+
+ _De arm[=a]da_.--~Alonzo Peter de Guzman~, hertog van
+ ~Med[=i]na-Sidonia~.
+
+ Nederlaag der arm[=a]da door de Engelsche vloot en daarop
+ door de Engelschen en de Nederlanders.--Terugtocht.--Een
+ derde keert terug Oct. 1588.
+
+ Zeeland slaat een gedenkpenning.
+
+ ~MAURITS~ 1590-1625.
+
+ Maurits wordt stadhouder van Utrecht en Overijsel 1590.
+
+ Hij wordt het van Gelderland 1591.
+
+ ~OLDENBARNEVELT~.
+
+ Maurits verrast Breda 1590.
+
+ Hij verovert Zutfen 30 Mei 1591.
+
+ Deventer geeft zich over Juni 1591.
+
+ Delfzijl overrompeld.--Nijmegen gaat over.
+
+ Steenwijk en Koevorden vallen 1592.
+
+ Geertruidenberg veroverd 1593.
+
+ Groningen geeft zich over aan Maurits en Willem Lodewijk.
+ 24 Juli 1594.
+
+ Voorwaarden: alleen de hervormde godsdienst; de stad en de
+ Ommelanden één gewest met Willem Lodewijk als stadhouder.
+
+ Drente verkiest Willem als stadhouder 1595.
+
+ Parma sterft 1592.
+
+ ~Albert van Oostenrijk~.
+
+ Philips Willem komt in deze landen terug.--Hij vestigt zich
+ te Breda.
+
+ Maurits behaalt de zege bij ~Turnhout~.--Maurits heeft 1000
+ ruiters en verliest 10 man.--2000 dooden en 500 gevangenen 1597.
+
+ Philips II schenkt de Nederlanden aan ~Isabella~ en
+ ~Albert~.--_De aartshertog_ en _de infante_.--Het Zuiden en
+ het Noorden gaan voor goed uiteen.
+
+ Philips II sterft.--Philips III 1598.
+
+ Nieuw verdrag van Nederland en Engeland.
+
+ _De aartshertogen_.--Ondernemingen van Noord-Nederland tegen
+ Duinkerken.--Maurits scheept zich in met een leger van
+ ongeveer 15,000 man.--De aartshertog heeft 12,000 man.--Zege
+ van Maurits bij ~Nieuwpoort~ 2 Juli 1600.
+
+ Woordenwisseling tusschen Maurits en Oldenbarnevelt te
+ Nieuwpoort.
+
+ Ostende drie jaren lang verdedigd.--~Ambrosius Spin[)o]la~
+ verovert het 1604.
+
+ De oorlog te land gestaakt 1607.
+
+ ~Reinier Klaassens~ vliegt bij ~St. Vincent~ in de lucht 1606.
+
+ Zege van ~Jakob van Heemskerk~ in ~de baai van Gibraltar~.--
+ Hij komt om 1607.
+
+
+ =§ 18. _Het twaalfjarig bestand.--De oprichting der Oost-Indische
+ compagnie._=
+
+ Elizabeth sterft 1603.
+
+ Jakob I sluit vrede met Spanje 1604.
+
+ Versperring der Schelde voor de Engelsche schepen.
+
+ Philips III verbiedt allen handel van Nederland op zijn staten 1598.
+
+ Onderhandelingen tusschen de aartshertogen en de Republiek 1607.
+
+ Twee vorderingen van den vijand maken den vrede
+ onmogelijk.--Hendrik IV zendt gezanten.
+
+ _Wapenstilstand te Antwerpen_.--De aartshertogen verklaren,
+ ook uit naam van den koning van Spanje, de Vereenigde
+ gewesten voor onafhankelijk.--Het bestand zal twaalf jaren
+ duren.--Ieder zal behouden, wat hij heeft April 1609.
+
+ Eenige schepen naar het Noorden gezonden 1594 en 1595.
+
+ Amsterdam rust een paar schepen uit.--~Willem Barentsz.~ en
+ ~Heemskerk~ op Nova-Zembla.--Barentsz. bezwijkt 1596.
+
+ _Maatschappij van verre_ te Amsterdam.--~Cornelis Houtman~
+ waarschijnlijk door haar naar Lissabon gezonden.--Pieter
+ Dirksz. Keyser en Cornelis Houtman lichten met vier schepen
+ te Texel het anker 2 April 1595.
+
+ Zij landen te Bantam Juni 1596.
+
+ Talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in
+ Holland als in Zeeland.
+
+ ~Olivier van Noort~ stevent den aardbol om 1598.
+
+ Oprichting van _de Vereenigde Oost-Indische compagnie_.--
+ _Monopolie_, haar door de Staten-Generaal verleend.--
+ Kapitaal van ongeveer 6-1/2 millioen.--_Zes kamers:_
+ Amsterdam met 1/2, Zeeland (te Middelburg) met 1/4, Delft,
+ Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn elk met 1/16 van den inleg 1602.
+
+ _73 bewindhebbers_, wier getal kan dalen tot 60.--_De
+ vergadering van zeventienen._--Rechten der compagnie.
+
+ De Portugeezen geven het kasteel op _Amboina_ over 1605.
+
+ De compagnie vestigt zich ten deele op _Ternate_, _Timor_ en
+ de overige Molukken.--~Pieter Both~ eerste _gouverneur-
+ generaal_ 1610.
+
+ Zijn verblijf is op Ternate.--_De raad van Indië._--~Jan
+ Pietersz. Coen~.--Coen verovert Jak[)a]tra en verheft de
+ factorij onder den naam _Batavia_ tot hoofdplaats 1619.
+
+ De compagnie verwerft _Form[=o]sa_ en bouwt er Zelandia 1624.
+
+ Samenzwering van Engelsche kooplieden op Amboina.--Tien ter
+ dood gebracht 1523.
+
+
+ =§ 19. _De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand
+ schokken._=
+
+ ~Jakob Arminius~ wordt hoogleeraar te Leiden 1603.
+
+ _De praedestinatie_.
+
+ ~Franciscus Gomarus~.
+
+ Arminius sterft 1609.
+
+ _De Remonstranten_, naar _de remonstrantie_ zoo geheeten,
+ sedert 1610.
+
+ _De Contra-Remonstranten_.
+
+ Willem Lodewijk de raadsman van Maurits.--Jakob I staat de
+ Contra-Remonstranten voor 1616.
+
+ Engeland geeft, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van
+ ruim 1/3 der toen nog verschuldigde som, de pandsteden aan
+ de Republiek terug 1615.
+
+ Maurits gaat naar de Kloosterkerk 1617.
+
+ ~François van Aerssen~, heer van Sommelsdijk, op verzoek van
+ Lodewijk XIII, als gezant uit Frankrijk teruggeroepen 1613.
+
+ Hij wordt een van het zeven- of achttal.
+
+ Oldenbarnevelt is tegen het opdragen van hooger gezag aan
+ Maurits.
+
+ Jakob I raadt het houden eener _nationale synode_ aan.
+
+ De meeste provinciën de zaak der Contra-Remonstranten
+ toegedaan.
+
+ Utrecht en Holland grootendeels voor de Remonstranten.
+
+ _De scherpe resolutie_, door de meerderheid der staten van
+ Holland genomen 4 Aug. 1617.
+
+ _Waardgelders_.
+
+ Geheel getal voor Holland 1800.--De staten van Utrecht nemen
+ er ruim zeshonderd aan.
+
+ Twee besluiten der Staten-Generaal Juni 1618.
+
+ De deputatie der Staten-Generaal met Maurits komt te
+ Utrecht 25 Juli 1618.
+
+ Maurits dankt op de Neude de waardgelders af 31 Juli 1618.
+
+ Hij verandert de vroedschap der stad Utrecht.--~Gillis van
+ Ledenberg~ neemt zijn ontslag als secretaris der staten.
+
+ Plakkaat der Staten-Generaal, goedgekeurd door de zes
+ provinciën en zes steden uit Holland, aangaande de afdanking
+ der waardgelders 21 Aug. 1618.
+
+ Twee geheime besluiten der Staten-Generaal 28 en 29 Aug. 1618.
+
+ De luitenant van de lijfwacht des stadhouders neemt
+ Oldenbarnevelt gevangen.--De Groot, Hogerbeets en Ledenberg
+ gekerkerd 29 Aug. 1618.
+
+ De prins kiest andere leden in de vroedschappen van Hollands
+ steden Sept. 1618.
+
+ De drie gevangenen verhoord ten overstaan eener commissie
+ uit de Staten-Generaal.--Ledenberg heeft zich reeds gedood.
+
+ Vier-en-twintig buitengewone rechters benoemd.
+
+ Hogerbeets pensionaris van Leiden sinds Oct. 1617.
+
+ Vonnissen, over de drie geveld.
+
+ Oldenbarnevelt onthoofd 13 Mei 1619.
+
+ _De nationale synode te Dordrecht_ 13 Nov. 1618.
+
+ Veroordeeling van de gevoelens der Remonstranten 6 Mei 1619.
+
+ _De akte van stilstand_.
+
+ De synode stelt de voornaamste leerstukken der Nederlandsche
+ hervormde kerk vast.
+
+ _De Staten-overzetting_ of _Statenbijbel voltooid_ 1635.
+
+
+ =§ 20. _De hernieuwing van den oorlog na het bestand.--De oprichting
+ der West-Indische compagnie.--De aanslag op het leven van Maurits en
+ zijn dood._=
+
+ Hogerbeets en de Groot naar Loevestein overgebracht Juni 1619.
+
+ Hogerbeets wordt vergund, een buitenhuis nabij Wassenaar te
+ gaan bewonen 1625.
+
+ Hugo de Groot ontsnapt.--~Maria van Reigersbergen~ en Elsje
+ van Houweningen Maart 1621.
+
+ Philips Willem sterft en laat Maurits al zijn bezittingen,
+ ook Oranje na 1618.
+
+ Vervolging der Remonstranten.--Tweehonderd hunner
+ predikanten afgezet.--Ten minste tachtig verbannen.
+
+ Door toedoen van Maurits worden Reinier van ~Groeneveld~ en
+ ~Willem van Stoutenburg~ van hun ambten ontzet.
+
+ Willem Lodewijk sterft 1620.
+
+ ERNST KASIMIR stadhouder van Friesland 1620-1632.
+
+ Groningen en Drente nemen Maurits 1620.
+
+ Oprichting der _West-Indische compagnie_ bij vergunning,
+ voor vier-en-twintig jaren door de Staten-Generaal verleend
+ 3 Juni 1621.
+
+ Eerste inleg [f] 7,200,000.--_Vijf kamers_: Amsterdam met
+ 4/9, Zeeland met 2/9, Rotterdam, Noord-Holland en die van
+ Friesland met Groningen, elke met 1/9 aandeel.--_Vier-en-
+ zeventig bewindhebbers_.--_De generale vergadering_ bestaat
+ uit 19 leden.
+
+ _Nieuw-Nederland_ en _Nieuw-Amsterdam_ 1626.
+
+ Albert overlijdt.--De Zuidelijke Nederlanden vallen terug
+ aan Philips IV.--Isabella landvoogdes 1621.
+
+ Isabella sterft 1633.
+
+ Maurits' aanslag op Antwerpen mislukt 1624.
+
+ Spin[)o]la verovert Breda 1625.
+
+ Samenzwering tegen het leven van Maurits.--Stoutenburg
+ vlucht en treedt in dienst van het Zuiden.--Vijftien
+ personen onthoofd, o. a. Reinier van Groeneveld 1623.
+
+ Frederik Hendrik trouwt met ~Amalia van Solms~ 1625.
+
+ Maurits sterft, oud 58 jaren 23 April 1625.
+
+
+ =§ 21. _Het stadhouderschap van Frederik Hendrik._=
+
+ _De stadhouderlijke_ en _de staatsgezinde partij_.
+
+ FREDERIK HENDRIK stadhouder van vijf gewesten.--De Staten-
+ Generaal dragen hem de waardigheid van kapitein-generaal en
+ admiraal op 1625-1647.
+
+ Groningen en Drente verkiezen den stadhouder van Friesland 1625.
+
+ De Remonstranten stichten te Amsterdam _een seminarium_ 1630.
+
+ _Het athenaeum_ te Amsterdam gesticht 1632.
+
+ Hugo de Groot bezoekt zijn vaderland 1631.
+
+ Hij moet weder vertrekken.
+
+ Hij wordt gezant van Christ[=i]na aan 't Fransche hof 1634.
+
+ Hij sterft te Rostock 1645.
+
+ Raadpensionarissen van Holland: ~Antonie Duik~, ~Adriaan
+ Pauw~.--~Jakob Cats~.
+
+ De prins neemt Grol in 1627.
+
+ Hij rukt met een leger tegen 's Hertogenbosch op.--Een
+ Spaansch en een Duitsch leger doen een inval in de Veluwe.--
+ De stadhouder van Friesland aan 't hoofd van een
+ verdedigingsleger gesteld.--Een paar duizend man
+ Nederlandsche troepen verrassen Wezel.--De vijanden
+ ontruimen het grondgebied der Republiek.--'s Hertogenbosch
+ geeft zich, na vier maanden, bij verdrag over 1629.
+
+ Frederik Hendrik en Ernst Kasimir dwingen Venlo en Roermond
+ zich over te geven.--Maastricht belegerd 1632.
+
+ De vijand herneemt Venlo en Roermond.
+
+ Ernst Kasimir gewond voor Roermond.--Hij sterft.--~HENDRIK
+ KASIMIR~ 1632-1640.
+
+ Verdrag met Maastricht.--De hervormde godsdienst wordt er
+ toegelaten.--De bisschop van Luik behoudt er zijn oude
+ voorrechten 1632.
+
+ ~Loncq~ vermeestert Olinda en het Recif 1630.
+
+ ~Piet Hein~ bemachtigt in ~de baai van Matanzas~ de
+ Spaansche zilvervloot.--De waarde der kostbaarheden op ruim
+ 11-1/2 millioen geschat.--Uitdeeling van 50 pct. aan de
+ deelhebbers 1628.
+
+ De West-Indische compagnie bezit in Brazilië de streek
+ tusschen de rivier St. Francisco en Rio Grande 1636.
+
+ ~Johan Maurits van Nassau~ landvoogd van Nederlandsch
+ Brazilië 1636.
+
+ De compagnie bezet St. Eustatius 1639.
+
+ Johan Maurits verovert St. George del Mina 1637.
+
+ Portugal herneemt zijn zelfstandigheid 1640.
+
+ De compagnie roept Johan Maurits terug 1644.
+
+ Het Recif en eenige forten gaan aan Portugal over 1654.
+
+ De Staten-Generaal verklaren Portugal den oorlog.
+
+ _Vrede te 's Gravenhage_.--Nederland doet voor 4,000,000
+ _gouden crusado's_ (8,000,000 gl.) afstand van Brazilië 1661.
+
+ De vrede wordt bekrachtigd 1663.
+
+ Frederik Hendrik leidt met een negental leden der Staten-
+ Generaal de buitenlandsche staatkunde.
+
+ _Aanvallend en verdedigend verbond_ met Frankrijk 8 Febr. 1635.
+
+ Philips IV rust een arm[=a]da uit.--67 schepen, o. a. 33
+ _galjoenen_.--~Don Antonio d'Oquendo~.
+
+ ~Maarten Harpertszoon Tromp~ levert hem met ruim honderd
+ schepen slag bij ~Duins~ en behaalt de zege.--Dertien
+ Spaansche schepen ontsnappen uit Duins.--Achttien keeren
+ terug 21 Oct. 1639.
+
+ Hendrik Kasimir sterft.--Frederik Hendrik wordt stadhouder
+ van Groningen en Drente 1640.
+
+ ~WILLEM FREDERIK~ stadhouder van Friesland 1640-1664.
+
+ Hij trouwt met Albertine Agnes 1652.
+
+ Willem wordt verloofd met ~Maria~ 1641.
+
+ Hij trouwt met haar 1644.
+
+ Frederik Hendrik, oud 63 jaren, sterft 14 Maart 1647.
+
+
+ =§ 22. _De vrede van Munster.--Blik op den toestand des lands._=
+
+ Er is sprake van vrede sedert 1641.
+
+ Ferdinand III.--De gezanten van Zweden en van de
+ protestantsche rijksvorsten komen bijeen _te Osnabrück_, die
+ der Roomsch-katholieke staten _te Munster_.
+
+ Het congres wordt geopend April 1645.
+
+ Zeeland en Utrecht er tegen, dat men, buiten Frankrijk,
+ vrede sluit.--_De Westphaalsche vrede_ geteekend 30 Jan. 1648.
+
+ Uitwisseling der _ratificatiën_ te Munster 15 Mei 1648.
+
+ Zeeland treedt toe 30 Mei 1648.
+
+ Art. 1 van den vrede: De Vereenigde Nederlanden als vrije en
+ onafhankelijke landen erkend.--Art. 3 en 5: De Staten-
+ Generaal behouden hun veroveringen; de Spanjaarden beperken
+ zich tot de vaart op Oost-Indië, gelijk zij nu is.--Art. 14:
+ Sluiting der Schelde.
+
+ _De generaliteitslanden_: Staats-Vlaanderen, Staats-Brabant
+ met Maastricht en Staats-Limburg of de landen van Overmaas.
+
+ Staats-Brabant poogt vruchteloos, als achtste gewest, tot de
+ Generaliteit te worden toegelaten.
+
+ De regeering van Maastricht tweeheerig.
+
+ Art. 14 van den vrede: de schepen moeten op de Schelde
+ inkomende en uitgaande rechten betalen en hun lading in
+ Nederlandsche binnenschepen laten brengen.--_De uitlegger_
+ bij Lillo.
+
+ De Beemster, de Purmer en de Wormer gewonnen 1600-1700.
+
+ Leeghwater.
+
+ De handel op de Levant.--Smyrna.--Handel op Rome, Venetië,
+ Sicilië, Alexandrië, Caïro, Constantinopel, enz.
+
+ Handel op Frankrijk.--De waarde van alles, wat Frankrijk aan
+ Nederland levert, begroot op omstreeks 36,000,000 gl. 1658.
+
+ Handel op Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en de
+ Oostzee.
+
+ De Oostzee jaarlijks bevaren door vierduizend Nederlandsche
+ schepen.
+
+ Handel langs den Rijn, op Duitschland en Zwitserland.--De
+ waarde van den handel op den Rijn jaarlijks geschat op
+ honderd millioen.
+
+ Handel op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britannië,
+ Spanje en Portugal.--De handel in diamanten.
+
+ _De vrachtvaart_.--De koopvaardijvloot van Nederland
+ talrijker dan de schepen van alle volken van Europa
+ tezamen.--De nijverheid.
+
+ Amsterdam.
+
+ Het nieuwe stadhuis, gebouwd o. a. door ~Jakob van Kampen~, 1648, enz.
+
+ Coen keert naar het vaderland terug 1622.
+
+ Hij wordt op nieuw gouverneur-generaal 1627.
+
+ ~Antonie van Diemen~ verovert een fort van Ceylon op de
+ Portugeezen 1638.
+
+ Malakka gaat van Portugal op de compagnie over 1641.
+
+ Japan breekt de buitenlandsche betrekkingen af, behalve met
+ Sina en met de compagnie.--De factorij der compagnie te
+ _Desima_.
+
+ Verdraagzaamheid op 't stuk van den godsdienst.
+
+ De Roomsch-katholieken hebben geen volledige vrijheid van
+ eeredienst.
+
+ In Holland en Zeeland vele leden der Waalsche kerk.--
+ Doopsgezinden, Remonstranten, Lutherschen, Joden.
+
+ Zware belastingen.
+
+ Het athenaeum te Franeker, door Willem Lodewijk en de staten
+ van Friesland gesticht 1585.
+
+ De universiteit van Groningen door de staten van 't gewest
+ gegrondvest 1614.
+
+ De stad Utrecht sticht een academie 1636.
+
+ De provinciale academie te Harderwijk sedert 1647.
+
+ Latijnsche scholen.
+
+ De lagere scholen staan onder de leiding der kerk.--In de
+ heerlijkheden bezit de heer er ook grooten invloed op.
+
+ ~Marnix van St. Aldegonde~ schrijver van _den Bijenkorf der
+ heilige Roomsche kerk_.--Amsterdamsche Rederijkerskamer "in
+ liefde bloeiende".
+
+ ~Pieter Cornelisz. Hooft~, drossaart of drost van Muiden,
+ schrijft _Gerard van Velzen_.
+
+ Hooft, eigenlijk de eerste Nederlandsche geschiedschrijver,
+ stelt _de Nederlandsche historiën_ te boek, loopende over 1555-1587.
+
+ Hooft sterft 1647.
+
+ ~Joost van den Vondel~ 1587-1679.
+
+ Reien: de lofzang in den _Lucifer_ en die der Amsterdamsche
+ maagden in den _Gijsbrecht van Amstel_.
+
+ ~Jakob Cats~, geboren te Brouwershaven.--_Ouderdom en
+ Buitenleven_, _het huwelijk_.
+
+ Dood van Cats 1660.
+
+ ~Constantijn Huygens~.--_De korenbloemen_.
+
+ ~Rembrandt~ 1608-1659.
+
+ "De nachtwacht."
+
+
+ =§ 23. _Het stadhouderschap van Willem II._=
+
+ De Staten-Generaal erkennen Karel II als koning.--Zij
+ weigeren gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche
+ Republiek.
+
+ ~WILLEM II~ volgt zijn vader in zijn bedieningen op, ook in
+ het stadhouderschap van Groningen en Drente 1647, 1648.
+
+ Hij zoekt de Staten-Generaal tevergeefs te bewegen, zich
+ voor Karel I in de bres te stellen.--Holland en Zeeland zijn
+ er tegen.
+
+ Ongunstige toestand van Hollands financiewezen.
+
+ Tegen het goedvinden van den raad van state, van de
+ Staten-Generaal en den prins ontslaan de staten van Holland
+ een aantal manschappen.
+
+ Aanvrage der Staten van Holland, om vijftig compagnieën
+ vreemdelingen af te danken, alsmede de helft der ruiterij.
+
+ Besluit der staten van Holland om voort te gaan met de
+ afdanking 30 Mei 1650.
+
+ Brieven gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig
+ compagnieën voetvolk en twaalf eskadrons ruiterij.
+
+ Buitengewone vergadering der Staten-Generaal, van den raad
+ van state en de beide stadhouders.--Besluit 5 Juni 1650.
+
+ Bezending.--Dordrecht en ~Jakob de Witt~.--De bezending
+ slaagt hier niet, evenmin te Amsterdam, enz.
+
+ Nieuwe onderhandelingen over de afdanking.--Verschil van 300
+ ruiters en ruim 300 voetknechten.
+
+ Jakob de Witt met vijf leden der staten van Holland te
+ 's Gravenhage in hechtenis genomen 30 Juli 1650.
+
+ De zes worden naar Loevestein gebracht 31 Juli.
+
+ Willem Frederik breekt met de troepen tegen Amsterdam op 29 Juli.
+
+ Een ander deel der troepen geraakt bij Hilversum aan het
+ dwalen.
+
+ De Hamburger postbode brengt het bericht van den aantocht
+ der troepen te Amsterdam 30 Juli.
+
+ De prins van Oranje komt bij het leger 31 Juli 1650.
+
+ Verzoek van Willem II en van de staten van Holland aan de
+ Staten-Generaal.
+
+ Verdrag.--Amsterdam voegt zich in het twistgeding over het
+ krijgsvolk naar de zes provinciën.--De troepen zullen
+ aftrekken 3 Aug. 1650.
+
+ De zes heeren in vrijheid gesteld.
+
+ De prins gaat naar Dieren.--Hij sterft, oud ruim vier-en-
+ twintig jaren 6 Nov. 1650.
+
+ Hij was door Frankrijk gewonnen, om den vrede te schenden.
+
+
+ =§ 24. _De groote vergadering.--De eerste Engelsche zeeoorlog._=
+
+ Willem Hendrik geboren 14 Nov. 1650.
+
+ Bezending der staten van Holland.
+
+ De voogdij over den jongen prins opgedragen aan de weduwe
+ van Willem II, aan die van Frederik Hendrik en aan Frederik
+ Willem, getrouwd met ~Louise Henriëtte~.
+
+ Frederik Willem door Groningen en Drente tot stadhouder
+ benoemd 1650.
+
+ Cats opent _de groote vergadering_, uit ruim 300 personen
+ bestaande, 18 Jan. 1651.
+
+ Beraadslaging over _de unie_, _de religie_ en de _militie_.
+
+ Verklaring omtrent de religie.--Op het stuk van 't
+ krijgswezen wordt aan de staten der gewesten meer gezag en
+ grooter bevoegdheid toegekend.
+
+ Cats legt het ambt van raadpensionaris neer.--~Adriaan Pauw~
+ wordt zijn opvolger 1651.
+
+ Gezantschap van 't parlement naar Nederland gezonden.--Het
+ verwerft gehoor in de groote vergadering.--Het stelt voor,
+ een nauw verbond met Engeland te sluiten 1651.
+
+ Hiertoe bestaat weinig geneigdheid bij de Staten-Generaal.--
+ Het parlement roept zijn gezanten terug 1651.
+
+ _De akte van navigatie_ Oct. 1651.
+
+ Het getal der Nederlandsche vrachtschepen beloopt meer dan
+ 11,000 1651.
+
+ Eischen der Engelschen omtrent het strijken der vlag en over
+ de zaak van Amboina.--Zij nemen eenige vaartuigen der
+ Nederlanders.
+
+ ~Maarten Harpertsz. Tromp~ stoot bij ~Dover~ op ~Blake~.--
+ Het gevecht blijft onbeslist 29 Mei 1652.
+
+ ~Michiel Adriaansz. de Ruiter~ slaat ~Ayscue~ bij ~Plymouth~ 1652.
+
+ _De driedaagsche zeeslag_ bij ~Portland~ tusschen Tromp en
+ Blake blijft onbeslist Febr. 1653.
+
+ De slag bij ~ter Heijde~ tusschen ~Tromp~ en ~Monk~.--Tromp
+ sneuvelt 10 Aug. 1653.
+
+ Holland laat in Engeland de eerste stappen tot den vrede
+ doen Maart 1653.
+
+ Dood van Pauw.--~JOHAN DE WITT~ raadpensionaris van Holland 1653.
+
+ Eenige gezanten der Staten-Generaal vertrekken naar Londen 1653.
+
+ Geheime briefwisseling van een of twee dier gezanten met de
+ Witt.
+
+ Ontwerp van vrede, aan de Nederlandsche gezanten
+ medegedeeld, houdende het voorstel, dat de Staten-Generaal,
+ noch de staten der gewesten den prins van Oranje of een
+ zijner nakomelingen immer zullen aanstellen tot kapitein-
+ generaal en admiraal of stadhouder Nov. 1653.
+
+ Cromwell protector van Groot-Britannië 1653.
+
+ Cromwell staat vast op het stuk der uitsluiting van den
+ prins.
+
+ Antwoord der Staten-Generaal op den voorslag der Engelsche
+ Republiek.
+
+ Cromwell verlangt de uitsluiting van de staten van Holland.
+
+ De onderhandelingen over deze aangelegenheid blijven
+ onbekend aan de Staten-Generaal en 't meerendeel der staten
+ van Holland.
+
+ _Vrede van Westminster_.--De Nederlanders zullen in de
+ Britsche wateren voor één of meer Engelsche oorlogschepen de
+ vlag strijken.--Er zal recht worden gedaan wegens het op
+ Amboina gebeurde.
+
+ De vrede bekrachtigd door de Staten-Generaal 23 April 1654.
+
+ De vrede bekrachtigd door Cromwell 30 April 1654.
+
+ De Witt koestert de hoop, dat Cromwell ten aanzien der
+ uitsluiting van inzicht zal veranderen 3 April 1654.
+
+ _De Loevesteinsche factie_.
+
+ Cromwell volhardt.--De zaak der uitsluiting in de staten van
+ Holland overwogen.--Veertien leden ervoor April en Mei 1654.
+
+ _De akte van uitsluiting_ naar Engeland gezonden.
+
+ Een vertoog van de Witt, met goedvinden van de meeste leden
+ op naam der staten van Holland uitgegeven.
+
+
+ =§ 25. _De Staat onder de leiding van de Witt.--De bemoeiingen der
+ Republiek met den oorlog in 't Noorden van Europa.--De tweede
+ Engelsche zeeoorlog._=
+
+ De Witt regelt Hollands financiewezen.
+
+ De Witt let voortdurend op het zeewezen.
+
+ Oorlog tusschen Karel X Gustaaf van Zweden en Polen 1655.
+
+ ~Jakob van Wassenaar-Obdam~ luitenant-admiraal van
+ Holland.--Hij stevent naar de Oostzee.--Hij staat Frederik
+ III bij 1656.
+
+ Zege van Wassenaar nabij ~Kroonenburg~ op ~Wrangel~ 1658.
+
+ ~De Ruiter~ landt op Funen en verovert Nijborg 1659.
+
+ De Ruiter door den koning van Denemarken met een gouden
+ keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en
+ in den adelstand verheven.
+
+ Karel II beklimt den troon van Groot-Britannië 1660.
+
+ Hij reist van Breda naar Holland.--Karel beveelt de belangen
+ van den jongen prins aan de Staten-Generaal en de staten van
+ Holland aan.
+
+ Intrekking der akte van seclusie Sept. 1660.
+
+ Beginsel van de Witt aangaande Engeland en Frankrijk.
+
+ Verwerend verbond met Frankrijk April 1662.
+
+ Verdrag met Engeland Sept. 1662.
+
+ Overtuiging van de Witt omtrent de Spaansche Nederlanden.
+
+ De graaf ~d'Estrades~ gezant van Frankrijk te 's
+ Gravenhage.--Onderhandeling tusschen hem en de Witt over het
+ lot der Zuidelijke Nederlanden.
+
+ De Engelschen vermeesteren Nieuw-Nederland met Nieuw-
+ Amsterdam of New-York en nemen vele Nederlandsche
+ koopvaardijschepen 1664.
+
+ Weerwraak van de Ruiter op de kust van Guin[=e]a.
+
+ _De tweede Engelsche zeeoorlog_.--Nederlaag, aan de
+ Nederlandsche vloot toegebracht op de hoogte van
+ ~Lowesthoff~ door ~den hertog van York~.--~Kortenaar~
+ sneuvelt.--~Wassenaar-Obdam~ vliegt in de lucht 13 Juni 1665.
+
+ _Vierdaagsche zeeslag_.--~De Ruiter~ aan 't hoofd eener
+ vloot van meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen
+ bemand.--Hij wint den slag bij ~Foreland~ op prins ~Robert~
+ en ~Monk, hertog van Albemarle~.--Ayscue met 3000 Engelschen
+ gevangen.--Zes schepen veroverd 11-14 Juni 1666.
+
+ Gevecht bij ~Duinkerken~.--De Ruiter wijkt voor Monk.--
+ ~Cornelis Tromp~ Aug. 1666.
+
+ De staten van Holland ontslaan Tromp uit den dienst.
+
+ De Engelschen steken 100 à 150 koopvaardijschepen in het
+ Vlie in brand en verwoesten een gedeelte van Terschelling 1666.
+
+ ~Christoffel Bernhard van Galen~ doet een inval in
+ Gelderland 1665.
+
+ Willem Frederik sterft.--~HENDRIK KASIMIR~ II 1664-1696.
+
+ _Vrede van Kleef_ 1666.
+
+ Zeeland dringt weder op de verheffing van den prins aan.--De
+ meerderheid der staten van Holland houdt het tegen.
+
+ De staten van Holland nemen Willem Hendrik tot _kind van
+ staat_ aan April 1666.
+
+ Johan de Witt oefent het toezicht op die opvoeding.
+
+ Ook ~Henri de Fleury de Coulan~, heer ~van Buat~, uit 's
+ prinsen dienst ontslagen.--Hij laat de Witt de Engelsche
+ brieven lezen.--Buat op last der staten van Holland in
+ hechtenis genomen Aug. 1666.
+
+ Het hof van Holland veroordeelt Buat ter dood.--Het vonnis
+ voltrokken.
+
+ Vredes-onderhandelingen te Breda 1667.
+
+ De Hollandsche vloot onder de Ruiter steekt in zee.--
+ ~Cornelis de Witt~ gevolmachtigde der Staten-Generaal.--
+ _Tocht naar Chattam_.
+
+ De vloot voor den mond der Theems 17 Juni 1667.
+
+ Een smaldeel zeilt de Medway of het kanaal van Rochester op
+ 20 Juni.
+
+ ~Abraham Krijnszoon~ vermeestert Suriname voor Zeeland Febr. 1667.
+
+ _Vrede te Breda_.--Beperking der akte van navigatie 31 Juli 1667.
+
+
+ =§ 26. _De triple alliantie en de vrede te Aken.--Het begin van den
+ oorlog van 1672._=
+
+ Philips IV sterft.--Karel II 1665.
+
+ Lodewijk XIV valt in de zuidelijke Nederlanden Mei 1667.
+
+ Hij verovert Charleroi, Doornik, enz.
+
+ ~De Witt~ brengt een wapenstilstand tusschen Spanje en
+ Frankrijk tot stand 1667.
+
+ _Eeuwig edict_ 5 Aug. 1667.
+
+ ~William Temple~ verstaat zich te 's Gravenhage met de
+ Witt.--_De triple alliantie_ komt in vier dagen tot stand.--
+ Zwedens krijgsraad treedt toe Jan. 1668.
+
+ Spanje treedt toe 1669.
+
+ Vrede van Aken 1668.
+
+ Verdrag tusschen Lodewijk XIV en den rijksraad van Zweden 1672.
+
+ _Geheim verdrag van Dover_ 1670.
+
+ _De harmonie_ 1670.
+
+ De Staten-Generaal sluiten een verdedigend verbond met
+ Spanje Dec. 1671.
+
+ De prins wordt tot kapitein-generaal voor een veldtocht
+ benoemd Febr. 1672.
+
+ Verdragen met den keurvorst van Brandenburg en den keizer
+ van Duitschland.
+
+ Oorlogsverklaring van Lodewijk 7 April 1672.
+
+ De oorlogsverklaring van Engeland 7 April 1672.
+
+ ~Bernhard van Galen~ verklaart den oorlog 18 Mei 1672.
+
+ ~Maximiliaan Hendrik~ doet dit ook 1672.
+
+ Lodewijk XIV breekt op 11 Mei.
+
+ Hij trekt voorbij Maastricht, neemt Wezel, Emmerik en andere
+ steden.
+
+ Het Nederlandsche leger bij den IJsel telt ruim 14,000 man
+ voetvolk, 7000 ruiters en eenige duizenden gewapende
+ landlieden.
+
+ Het Fransche leger heeft 118,000 man, 2000 adellijke
+ vrijwilligers en 200 stukken geschut.--~Turenne en Condé~.
+
+ Het overtrekken bij het tolhuis te Lobith begin 12 Juni 1672.
+
+ Het leger der Republiek trekt op Utrecht terug.--De meeste
+ steden van Gelderland en geheel Utrecht bezwijken binnen
+ tien dagen.
+
+ De stad Utrecht gaat over 23 Juni 1672.
+
+ Naarden geeft zich over.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen veroveren
+ een deel van Gelderland.--Hieruit verdrijven hen de Franschen.
+
+ Zij onderwerpen Overijsel en Koevorden.
+
+ De Franschen worden gedwongen, van Aardenburg af te deinzen.
+
+ ~De Ruiter~ levert den slag bij ~Solebay~ tegen ~den hertog
+ van York~ en ~d'Estrées~.--Het voordeel aan den kant van de
+ Ruiter.
+
+ Eischen van Lodewijk.--Vorderingen van Engeland Juni 1672.
+
+
+ =§ 27. _Het vervolg van den oorlog van 1672.--De dood der gebroeders de
+ Witt.--De verheffing van Willem III._=
+
+ De staten van Holland steken de dijken door.--Toerusting van
+ Amsterdam.
+
+ Aanslag op den raadpensionaris 21 Juni 1672.
+
+ Jakob van der Graaf door het hof van Holland ter dood
+ veroordeeld.--Het vonnis voltrokken 29 Juni.
+
+ De schilderij te Dordrecht vernield.--Vruchtelooze aanslag
+ tegen den ruwaard.--Aanval op het huis van de Ruiter.
+
+ Belofte van de wethouders te Veere 21 Juni 1672.
+
+ De vroedschap te Dordrecht draagt het stadhouderschap aan
+ Willem op.--De ruwaard onderteekent het gedwongen 29 Juni.
+
+ De staten van Zeeland benoemen Willem tot stadhouder 2 Juli.
+
+ Die van Holland doen het 3-4 Juli.
+
+ ~WILLEM~ III 1672-1702.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal der
+ unie.
+
+ De onderhandelingen met Engeland komen op den voorgrond, die
+ met Frankrijk op den achtergrond.
+
+ Voorwaarden, door Willem III aangeboden aan Karel II.
+
+ De Witt verwerft zijn ontslag als raadpensionaris 4 Aug. 1672.
+
+ Vonnis tegen Willem Tichelaar 1670.
+
+ Zijn beschuldiging tegen Cornelis de Witt.--Betuiging van de
+ Witt.--De pijnbank.--Het vonnis 20 Aug. 1672.
+
+ Samenrotting van 't volk te 's Gravenhage.--De de Witten
+ omgebracht te midden eener gewapende menigte van 1100 tot
+ 1200 menschen 20 Aug.
+
+ De prins belet de vervolging van 't misdrijf en geeft
+ Tichelaar een jaargeld.
+
+ Caspar Fagel tot raadpensionaris van Holland benoemd 20 Aug.
+
+ De staten van Holland machtigen den prins, de wet te
+ verzetten 27 Aug.
+
+ Verzetting der wet in Zeeland.
+
+ ~De hertog van Luxembourg~ doet een inval in Holland Dec. 1672.
+
+ Hij overvalt Zwammerdam en Bodegraven.--Hij trekt terug.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen belegeren
+ Groningen zes weken lang.--~Karel van Rabenhaupt~.--De
+ bisschop blaast den aftocht met een verlies van ongeveer
+ 5000 man.--De stad mist omtrent 100 menschen 27-28 Aug. 1672.
+
+ Eybergen verrast Koevorden.--Meindert van Thijnen 30 Dec. 1672.
+
+ Driedaagsche storm bij de kust van Holland Juli 1672.
+
+ Zege van de Ruiter bij ~Kijkduin~ op ~d'Estrées~ en ~prins
+ Robert~ 21 Aug. 1673.
+
+ Willem verovert Bonn Nov. 1673.
+
+ _Vrede van Westminster_ 19 Febr. 1674.
+
+ De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen sluiten
+ vrede 1674.
+
+ Utrecht, Gelderland en Overijsel weder tot het
+ bondgenootschap toegelaten.--Willem III verandert de
+ regeering der steden van de drie gewesten.
+
+ Holland en Zeeland verklaren het stadhouderschap, de Staten-
+ Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de
+ mannelijke linie des prinsen van Oranje.
+
+ Utrecht en Overijsel volgen dit voorbeeld 1674.
+
+ Gelderland doet het ook 1675.
+
+ Groningen draagt aan Hendrik Kasimir II het
+ erfstadhouderschap op 1674.
+
+ De staten van Gelderland bieden den prins den titel "hertog"
+ aan.--Het aanbod wordt van de hand gewezen.
+
+ Willem III levert den slag van Senef.
+
+ ~De Ruiter~ naar de Middellandsche Zee gezonden.--Drie
+ slagen tegen ~du Quesne~, o. a. bij den ~Etna~, waar
+ Nederland zegeviert, maar de Ruiter sneuvelt 1676.
+
+ Willem III trouwt met ~Maria~ 1677.
+
+ _Vrede van Nijmegen_ 10-11 Aug. 1678.
+
+
+ =§ 28. _Willem III.--De negenjarige oorlog.--De Spaansche
+ erfopvolgingsoorlog._=
+
+ Verbonden van Nederland met Leopold I, het grootste gedeelte
+ van het Duitsche rijk en Spanje 1686.
+
+ Fagel wordt gemeen overleg met den stadhouder tot plicht
+ gesteld.
+
+ Willem III houdt zich niet te stipt aan de voorrechten der
+ steden.
+
+ Er komen _réfugiés_ in Nederland.--Zij worden edelmoedig
+ ontvangen 1685.
+
+ Wenk van ~d'Avaux~ aan Lodewijk XIV.--Deze koning waarschuwt
+ Jakob II, maar tevergeefs.
+
+ De Nederlandsche vloot legt in de haven van Torbay aan Nov. 1688.
+
+ Willem trekt naar Londen.--Jakob vlucht naar Frankrijk.
+
+ Willem en Maria als koning en koningin van Groot-Britannië
+ uitgeroepen 1689.
+
+ Fagel sterft.--~Antonie Heinsius~ 1689.
+
+ Lodewijk verklaart aan de bondgenooten den oorlog 1688, 1689.
+
+ _Het Weener-verbond_ 1690.
+
+ De negenjarige oorlog.
+
+ ~Luxembourg~ zegeviert op Willem bij ~Steenkerken~ 1692.
+
+ en bij ~Landen~ en ~Neerwinden~ 1693.
+
+ ~Almonde~ en ~Russel~ overwinnen ~Tourville~ bij ~la Hogue~ 1692.
+
+ _Vrede van Rijswijk_.--Lodewijk erkent Willem III als koning
+ van Engeland en staat hem het prinsdom Oranje weer af 1697.
+
+ De handel geschokt.
+
+ Engeland betaalt ruim 7,000,000 gl. aan Nederland 1689, enz.
+
+ Hendrik Kasimir II sterft.--~JOHAN WILLEM FRISO~ volgt hem
+ in Groningen en Friesland op onder regentschap van ~Amalia
+ van Anhalt-Dessau~ 1696-1711.
+
+ Drente draagt het stadhouderschap op aan Willem III.
+
+ Peter bezoekt Nederland.--Hij houdt zich eenige dagen te
+ Zaandam op.--Hij timmert een schip op de werf te Amsterdam 1697.
+
+ Peter hervat het bezoek 1717.
+
+ Twee verdragen tusschen Engeland, Nederland en Lodewijk XIV
+ over de landen der Spaansche kroon.
+
+ Leopold sluit zich niet bij dit verdrag aan.
+
+ Karel II sterft.--Zijn testament verklaart Philips van Anjou
+ tot eenigen erfgenaam der kroon van Spanje 1 Nov. 1700.
+
+ Philips V begeeft zich naar Spanje 1701.
+
+ Het _groote of Haagsche verbond_.--- Leopold I, Engeland,
+ Nederland 1701.
+
+ Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en
+ Savoye voegen zich erbij.
+
+ Willem III sterft Maart 1702.
+
+ Hij poogt tevergeefs Johan Willem Friso tot opvolger in zijn
+ waardigheden te doen verkiezen.
+
+ De staten van Holland geven in de vergadering der Staten-
+ Generaal te kennen, dat zij het voornemen hebben, de
+ aangelegenheden te laten, zooals zij zijn.--De staten der
+ overige gewesten, alsmede die van Drente, volgen hun
+ voorbeeld.
+
+ De zaken der regeering teruggebracht op den voet van 1651.
+
+ Het driemanschap: ~Johan Churchill~, graaf, daarna ~hertog
+ van Marlborough~, ~Eugenius van Savoye~, Antonie Heinsius.
+
+ ~Rooke~ en ~Callenburgh~ nemen Gibraltar in.--Engeland
+ eigent zich de stad toe 1704.
+
+ Een der bevelhebbers van de krijgsbenden der Republiek is
+ Johan Willem Friso.
+
+ Slag bij ~Ramillies~.--Marlborough verlaat ~Villeroi~ 1706.
+
+ Slag bij ~Oudenaarde~.--Marlborough en Eugenius verslaan
+ ~Vendôme~ en ~den hertog van Bourgondië~ 1708.
+
+ Slag bij ~Malplaquet~.--Dezelfden verslaan ~Villars~ 1709.
+
+ Lodewijk XIV wendt zich om vrede tot Heinsius 1709.
+
+ De onderhandelingen worden afgebroken.--Zij worden te
+ Geertruidenberg hervat 1710.
+
+ Zij worden weder afgebroken.
+
+ Jozef I sterft.--Karel VI keizer van Duitschland 1711.
+
+ Terugroeping van Marlborough en val van het whig-ministerie.
+
+ Johan Willem Friso verdrinkt aan den Moerdijk, oud 24 jaar 1711.
+
+ Zijn gemalin, ~Maria Louise~, brengt een zoon ter wereld,
+ Willem Karel Hendrik Friso 1711.
+
+ _Vrede te Utrecht_.--Bijeenkomst der gezanten 1712.
+
+ Philips V behoudt Spanje en de bezittingen buiten Europa.--
+ De Nederlanden verwerven een voordeelig verdrag van handel
+ en inkomende rechten April 1713.
+
+ _De barrière_: Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen,
+ Veurne, Knokke.--Dendermonde gemengd garnizoen 15 Nov. 1715.
+
+ Frederik Willem I ziet, tegen schadeloosstelling, van zijn
+ rechten op Oranje af, hetwelk aan Frankrijk komt.
+
+
+ =§ 29. _Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de en
+ het begin der 18de eeuw._=
+
+ De Spaansche erfopvolgingsoorlog vermeerdert de schuld der
+ Republiek met 350 millioen.
+
+ ~ANTONIE HEINSIUS~ wijzigt zijn denkbeelden naar de
+ omstandigheden.
+
+ De handel gedaald sinds 1672.
+
+ Nieuwe belastingen.
+
+ De haringvisscherij neemt af sedert 1700.
+
+ De walvischvangst in verval.
+
+ _De Noordsche compagnie_ houdt op te bestaan 1645.
+
+ Achteruitgang der fabrieken en manufacturen sedert 1648.
+
+ ~Johan Maatsuiker~ 1653-1678.
+
+ De Portugeezen van Ceylon verdreven.
+
+ Negapatnam veroverd.
+
+ Palembang wordt schatplichtig.
+
+ Cornelis Speelman dwingt den vorst van Makassar tot een
+ nadeelig verdrag.
+
+ ~Jan van Riebeek~ keert uit Indië naar het vaderland terug 1648.
+
+ Hij sticht een volkplanting aan de Kaap de goede hoop April 1652.
+
+ De Sinees ~Coxinga~ valt Zelandia aan.--~Coyet~.--
+ ~Hambroek~.--Zelandia gaat bij verdrag over 1662.
+
+ ~Cornelis Speelman~.
+
+ Het gezag der compagnie wint velt op Ternate, Tidor en de
+ overige Molukken.
+
+ Het Noorden van Cel[=e]bes afhankelijk van de compagnie ongev. 1700.
+
+ De Preanger-landen afhankelijk van de compagnie 1704.
+
+ Soerabaya afhankelijk van de compagnie 1741.
+
+ De naam "Mat[=a]ram" vervangen door die der _vorstendommen_,
+ _Soerakarta_ en _Djokjokarta_ 1755.
+
+ De sultan van Bantam staat de rechten van opperhoogheid op
+ de westkust van Borneo aan de compagnie af 1778.
+
+ De compagnie doet een uitdeeling van 65 pct. 1671.
+
+ _De retourvloten._
+
+ De koffijboom in Neêrlandsch Indië gekweekt ongev. 1700.
+
+ De West-Indische compagnie bekomt Berbice.
+
+ Eenige Amsterdamsche kooplieden worden eigenaars van Berbice.
+
+ Essequ[=i]bo door de Zeeuwen gesticht ongev. 1600.
+
+ Van Essequ[=i]bo gaat Demerary uit.
+
+ Beide staan onder de kamer van Zeeland.
+
+ Suriname door de West-Indische compagnie ten deele aan
+ Amsterdam afgestaan.
+
+ De Staten-Generaal ontbinden de West-Indische compagnie 1674.
+
+ Er ontstaat een nieuwe compagnie.--50 _bewindhebbers_.--_De
+ vergadering van tienen_ 1675.
+
+ De uitdeelingen blijven doorgaans beneden 5 pct.
+
+ _De correspondentiën_.
+
+ Eerste verdrag van dien aard te Zierikzee 1652.
+
+ ~Antonides van der Goes~.--"_De Ystroom._"--Hij overlijdt 1684.
+
+ ~Justus van Effen~.--"_De Hollandsche Spectator._"--Hij
+ sterft 1735.
+
+ ~Christiaan Huygens~, de uitvinder der slingeruurwerken,
+ sterft 1695.
+
+ ~Herman Boerhaave~.--Hij overlijdt 1738.
+
+
+ =§ 30. _Het stadhouderschap van Willem IV._=
+
+ De Republiek sluit vrede met den dey van Algiers 1726.
+
+ Zij teekent de pragmatieke sanctie.--Karel VI heft _de Oost-
+ Indische compagnie_ op 1731.
+
+ Heinsius overlijdt 1720.
+
+ ~Simon van Slingelandt~ 1727-1736.
+
+ Zijn ontwerpen.
+
+ ~Willem Karel Hendrik Friso~ wordt stadhouder van Groningen 1718.
+
+ Hij wordt stadhouder van Drente en Gelderland 1722.
+
+ Beslissing van 't geschil over de erfenis van Willem III.--
+ Willem Karel Hendrik Friso erlangt de meeste heerlijkheden,
+ op Nederlands bodem gelegen.--Van Oranje behoudt hij niets
+ dan den titel 1732.
+
+ Hij trouwt met ~Anna~ 1734.
+
+ Hij verkrijgt Dillenburg en andere streken in Nassau.
+
+ Karel VI sterft 1740.
+
+ De Staten-Generaal geven hulpgelden aan Maria Theresia.
+
+ Zij zenden troepen.
+
+ De slag van Fontenai.--Lodewijk XV doet een inval in Staats-
+ Vlaanderen 1747.
+
+ De vroedschap te Veere besluit, den prins tot stadhouder te
+ verkiezen April 1747.
+
+ De staten van Zeeland stellen den prins tot stadhouder aan 28 April.
+
+ Het volk geraakt te Rotterdam en te Delft op de been.
+
+ De staten van Holland benoemen den prins als stadhouder 3 Mei.
+
+ De staten van Utrecht benoemen den prins tot stadhouder 3 Mei.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal-admiraal 4 Mei.
+
+ De staten van Overijsel benoemen hem tot stadhouder 10 Mei.
+
+ De prins neemt zitting in den raad van state.
+
+ ~WILLEM~ IV 1747-1751.
+
+ De Staten-Generaal benoemen hem tot stadhouder en kapitein-
+ generaal over de landen van Overmaas.
+
+ Zij dragen hem dezelfde waardigheden over de andere
+ Generaliteitslanden op.
+
+ De staten der gewesten verklaren het stadhouderschap, de
+ Staten-Generaal het kapitein-generaal-admiraalschap
+ _erfelijk_, ook in de vrouwelijke linie 1747.
+
+ _Het opperdirecteur-gouverneurschap_ van O. en W. Indië den
+ prins door de bewindhebbers opgedragen 1749.
+
+ De pachters pachten de belastingen op de gemeene middelen
+ voor een aantal maanden.--Opschuddingen hierover in
+ Friesland, in Groningen, te Amsterdam.--De _pachterijen_ in
+ Friesland, Groningen, Utrecht en Holland afgeschaft 1748.
+
+ _De collecte_ ingesteld.
+
+ Overijsel houdt zich deels aan de pachterijen, deels aan de
+ collecte.
+
+ De Franschen nemen Bergen op Zoom bij verrassing in 1747.
+
+ _Vrede te Aken_.--De Republiek krijgt het verlorene terug,
+ alsmede de barrière-steden, maar grootendeels geslecht 1748.
+
+ ~Pieter Stein~ sedert 1749.
+
+ Verzetting der wet te Amsterdam en in de meeste overige
+ steden van Holland 1748.
+
+ Verzetting der wet in de steden van Gelderland, Overijsel,
+ Friesland en Groningen.
+
+ Bepaling, door Willem IV gemaakt ten gunste der fabrieken
+ van zijde enz.--De staten van Holland volgen dit voorbeeld 1749.
+
+ De Staten-Generaal stellen hertog ~Lodewijk Ernst van
+ Brunswijk Wolfenbuttel~ als veldmaarschalk aan 1750.
+
+ Willem IV sterft Oct. 1751.
+
+
+ =§ 31. _Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den
+ hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V tot het begin
+ van den oorlog tusschen Engeland en Nederland._=
+
+ ~ANNA~ _gouvernante_ en voogdes van Willems zoon Oct. 1751.
+
+ Hij wordt geboren 1748.
+
+ ~WILLEM~ V 1751-1795, overl. 1806.
+
+ De hertog van Brunswijk tot vertegenwoordiger van den
+ kapitein-generaal benoemd.
+
+ Hij houdt een wakend oog op 's prinsen opvoeding.
+
+ Frederik II staat de goederen, vroeger geërfd, voor een
+ groote som aan Willem V af 1754.
+
+ Zeeoorlog tusschen Frankrijk en Engeland 1756.
+
+ Engeland wijkt in meer dan één opzicht af van de vroeger
+ gesloten verdragen.--Het brengt een menigte Nederlandsche
+ koopvaardijschepen op.--Zijn kapers.
+
+ Nadeelen, den handel toegebracht door Algiers en Marokko.
+
+ Grieven tegen de gouvernante.--Zij sterft 1759.
+
+ De hertog van Brunswijk voogd 1759.
+
+ Friesland beschouwt ~Maria Louise~, _Maike-Moei_, als
+ regentes.
+
+ Vrede van Parijs 1763.
+
+ Willem V, 18 jaren oud, aanvaardt de hooge ambten 1766.
+
+ Het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnieën enz.
+ wordt hem opgedragen.
+
+ De hertog van Brunswijk door Willem V, door Holland en door
+ de overige gewesten met ruim 600,000 gl. begiftigd.
+
+ _De akte van consulentschap_ onderteekend door Willem V en
+ den hertog 3 Mei 1766.
+
+ Willem V trouwt met ~Frederika Sophia Wilhelmina~.
+
+ Drie kinderen uit dit huwelijk gesproten: Frederika Louise
+ Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins
+ van Brunswijk.
+
+ Willem Frederik geboren 1772.
+
+ Willem George Frederik geboren 1774.
+
+ Willem George Frederik, later generaal in dienst van Frans
+ II, sterft 1799.
+
+ De staatsgezinde partij of die der _patriotten_ of _keezen_.
+
+ De partij der _Oranjemannen_ of _Oranjeklanten_.
+
+ Beklag van ~Yorke~ over den handel, uit St. Eustatius door
+ Nederlanders gedreven.--De Staten-Generaal verbieden den
+ toevoer van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche
+ volkplantingen 1775.
+
+ De sluikhandel wordt niet gestaakt.
+
+ Oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.
+
+ Frankrijk sluit een handelsverdrag en verbond met de
+ Vereenigde Staten van Noord-Amerika 1778.
+
+ Mededeeling van ~William Lee~ aan ~Jan de Neufville~ te
+ Aken.
+
+ Een ontwerp-verdrag opgesteld door de Neufville en door Lee 1778.
+
+ ~Henry Laurens~ president van het congres der Amerikaansche
+ staten. 1777.
+
+ Hij vertrekt van Philadelphia naar Nederland.--Het schip bij
+ New-Foundland genomen door een Engelsch fregat.--De in zee
+ geworpen doos opgevischt 10 Sept. 1780.
+
+ Rusland, Zweden en Denemarken sluiten _het stelsel eener
+ gewapende onzijdigheid_ 1780.
+
+ De Staten-Generaal besluiten toe te treden.
+
+ Nederlands gezanten te Petersburg onderteekenen het verdrag.
+
+ De Republiek verzendt haar brieven ter kennisgeving van de
+ aansluiting aan de Noordsche mogendheden.--Engeland
+ verklaart den oorlog aan de Zeven Gewesten 1780.
+
+
+ =§ 32. _De oorlog van Engeland en Nederland.--De geschillen der
+ Republiek met Jozef II.--De binnenlandsche oneenigheden en de komst
+ der Pruisen._=
+
+ 200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15,000,000 gl.,
+ in de Engelsche havens opgebracht Jan. 1781.
+
+ St. Eustatius en de kust van Guin[=e]a vallen in handen der
+ Engelschen.--Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo stellen zich
+ onder hun hoede.
+
+ De Franschen hernemen St. Eustatius en geven het aan de
+ Staten-Generaal terug 1781.
+
+ Zij heroveren Berbice, Demerary en Essequ[=i]bo en nemen ze
+ in bewaring 1782.
+
+ Engeland bemachtigt Negapatnam.
+
+ De Staten-Generaal verleenen een konvooi aan een aantal
+ koopvaarders.--~Johan Arnold Zoutman~ met 15
+ oorlogschepen.--Slag met zeven schepen aan weerszijden tegen
+ ~Hyde Parker~ bij ~Doggersbank~.--De Engelschen deinzen het
+ eerst af 5 Aug. 1781.
+
+ Vrede van Versailles Jan. 1783.
+
+ _Vrede te Parijs_.--Negapatnam komt aan Engeland Mei 1784.
+
+ Jozef II verlangt, dat de Staten-Generaal de steden der
+ barrière ontruimen.--Het gebeurt 1781.
+
+ Nieuwe geschillen tusschen Jozef II en de Staten-Generaal
+ over de opening van de Schelde 1783.
+
+ Een oorlogschip onder Oostenrijksche vlag wil zich
+ onttrekken aan het onderzoek van den uitlegger.--Het wordt
+ genomen, maar kort daarna weder ontslagen 1784.
+
+ De keizer laat een leger naar de grenzen der Republiek
+ oprukken.
+
+ _Vrede te Fontainebleau_.--Lillo en Liefkenshoek aan Jozef
+ afgestaan en een som van 9-1/2 millioen aan hem
+ uitgekeerd.--Frankrijk neemt 4-1/2 millioen voor zijn
+ rekening 1785.
+
+ Het geheim van 't bestaan der akte van consulentschap wordt
+ verbroken.--"De dikke hertog" gaat heen 1784.
+
+ _Exercitie-genootschappen_ of _vrijkorpsen_ 1783.
+
+ De Staten van Holland verbieden het dragen of roepen van
+ Oranje Febr. 1785.
+
+ Een burger van 's Gravenhage door een lid van een exercitie-
+ genootschap gewond Sept.
+
+ De staten van Holland beperken het gezag van den kapitein-
+ generaal van 't gewest.
+
+ De prins verlaat met zijn gezin 's Gravenhage 1785.
+
+ Hij vestigt zich op het Loo, later te Nijmegen.
+
+ Geschillen te Elburg en te Hattem.--De staten van Gelderland
+ gelasten den stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te
+ doen oprukken en bezetting in die steden te leggen.--Vele
+ regeeringsleden en inwoners dezer steden vluchten naar
+ Kampen of elders 1786.
+
+ Zware vonnissen geveld tegen de hoofdpersonen der beweging.
+
+ De staten van Holland schorsen den kapitein-generaal van hun
+ gewest in dit ambt en ontheffen den raadpensionaris van de
+ verplichting, in gemeenschappelijk overleg met den
+ stadhouder te handelen.
+
+ Er is oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten
+ van Holland, oneenigheid tusschen deze en die van
+ Gelderland.--De stadhouder vergeleken bij een Nero en Alva.
+
+ De patriotten rekenen op Frankrijk, de stadhouderlijke
+ partij op Engeland of Pruisen.
+
+ De staten van Holland dragen de verdediging van hun gewest
+ aan _een commissie van defensie_, uit vijf personen
+ bestaande, op, die te Woerden zetelt.--_Het vliegend
+ legertje_.
+
+ De prinses gaat van Nijmegen op reis naar 's Gravenhage.--
+ Bij _de Goejanverwellesluis_ verzoekt haar de commissie van
+ defensie, niet verder te gaan Juni 1787.
+
+ Frederik Willem II eischt een schitterende voldoening.--
+ Tevergeefs.
+
+ ~Karel Willem Ferdinand~, regeerend hertog van Brunswijk-
+ Wolfenbuttel, rukt met een leger van ongeveer 20,000 man de
+ Nederlanden binnen.--De Pruisen bezetten de stad Utrecht.
+
+ Amsterdam geeft zich over 1787.
+
+ De wet alom door den stadhouder verzet.
+
+ ~Laurens Pieter van de Spiegel~ raadpensionaris 1787.
+
+ De zegevierende partij neemt op vele plaatsen wraak op de
+ patriotten.--De Pruisen staan haar hierbij ten dienste.--In
+ sommige provinciën een amnestie met vele uitzonderingen
+ afgekondigd.
+
+ Duizenden uitgewekenen vestigen zich in de Zuidelijke
+ Nederlanden en in Frankrijk.
+
+
+ =§ 33. _De val der Republiek.--Blik op den toestand des lands._=
+
+ De Pruisen verlaten, met een vrij grooten buit beladen, de
+ Nederlanden 1788.
+
+ De Republiek sluit een verdedigend verbond met Engeland en
+ met Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap
+ waarborgen 1788.
+
+ Willem Frederik treedt in het huwelijk met ~Frederika Louise
+ Wilhelmina~ 1791.
+
+ Willem Frederik George Lodewijk geboren 1792.
+
+ Willem Frederik Karel geboren 1797.
+
+ Marianne geboren 1809.
+
+ De tweedracht duurt voort.
+
+ Eenige hervormingen in 't financiewezen.
+
+ Frankrijk geraakt in oorlog met Pruisen en Oostenrijk April 1792.
+
+ De patriotten sporen de nationale conventie aan, haar
+ beginselen op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen.
+
+ De conventie verklaart den oorlog aan den koning van
+ Engeland en aan den stadhouder der Vereenigde
+ Nederlanden 1 Febr. 1793.
+
+ Dumouriez, geleid door ~Hendrik Willem Daendels~, trekt de
+ grenzen van Nederland over.--Hij neemt eenige vestingen,
+ doch moet terugtrekken.
+
+ De Zuidelijke Nederlanden bij den vrede van Campo Formio aan
+ Frankrijk afgestaan 1797.
+
+ De koning van Pruisen zendt geen troepen naar de Zuidelijke
+ Nederlanden.--Strijd van ~Willem Frederik~ en ~Frederik~
+ tegen de Franschen.
+
+ De bondgenooten verliezen den slag bij Fleurus 1794.
+
+ Val van het schrikbewind.--De regeering van Frankrijk helt
+ tot den vrede over.--Daendels.
+
+ ~Pichegru~ en Daendels rukken Nederland binnen Dec. 1794 en Jan. 1795.
+
+ Willem V scheept zich met zijn gezin in 18 Jan. 1795.
+
+ Hij gaat naar Engeland en blijft er tot 1800.
+
+ Verzwakking der zeemacht van Nederland sinds 1750.
+
+ ~Adriaan Valkenier~ 1737-1741.
+
+ Gevechten nabij Batavia tusschen de Nederlanders en de
+ Sineezen, waarin de laatsten worden verslagen 8 Oct. 1740.
+
+ Volgens besluit van den raad van Indië heeft _de moord der
+ Sineezen_ plaats.--Ruim 10,000 van hen vallen 9 Oct.
+
+ ~Gustaaf Willem baron van Imhoff~ 1741.
+
+ Hij is de stichter van _Buitenzorg_.
+
+ Achteruitgang der Oost-Indische compagnie.--Zij sluit elk
+ jaar haar boeken met een tekort van eenige millioenen
+ sinds ongev. 1750.
+
+ De uitdeelingen beloopen 20 tot 12-1/2 pct.
+
+ De vrijstelling van de vaart verleend ten opzichte van
+ sommige plaatsen der West-Indische compagnie 1600-1700.
+
+ Dezelfde vergunning gegeven ten aanzien van de kust van
+ Guin[=e]a, Essequ[=i]bo en Demerary 1700-1800.
+
+ ~Cornelis Janssen~, hoogleeraar te Leuven, later bisschop te
+ Yperen.
+
+ Hij sterft 1638.
+
+ Zijn werk _August[=i]nus_ komt uit 1640.
+
+ Rome verbiedt het.
+
+ _De Jansenisten_ benoemen hun eersten aartsbisschop, die te
+ Utrecht zetelt 1723.
+
+ _De Herrenhutters_ vestigen zich te Zeist 1746.
+
+ ~Jan Nieuwenhuizen~ sticht _de Maatschappij tot Nut van 't
+ Algemeen_ 1784.
+
+ ~Willem van Haren~.--_De Friso_.
+
+ ~Onno Zwier van Haren~.--_De Geuzen_.
+
+ ~Elizabeth Bekker~, eerst getrouwd met Wolff, woont later
+ tezamen met ~Agatha Deken~.--_Sara Burgerhart_.--_Willem
+ Levend_.
+
+ Zij verlaten het vaderland 1787.
+
+ ~Jan Wagenaar~ eerste klerk ter secretarie te Amsterdam 1760.
+
+ Hij sterft 1773.
+
+ _De Vaderlandsche Historie_.
+
+
+ =§ 34. _De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland._=
+
+ _Een comité tot de zaken van den Oost-Indischen handel en
+ bezittingen_ ingesteld.--_Een comité tot de zaken van de
+ koloniën en bezittingen in Afrika en Amerika_ ingesteld.
+
+ _Het Haagsche verdrag_.--_De Bataafsche Republiek_ betaalt
+ 100,000,000 gl., staat Maastricht, Venlo en Staats-
+ Vlaanderen af en laat Fransche bezetting in Vlissingen toe.
+
+ Een der geheime artikels: een leger van 25,000 man Franschen
+ zal worden bezoldigd, gekleed en gevoed.
+
+ _De assignaten_.
+
+ Groot-Britannië legt _embargo_ op Neêrlands schepen vóór 16 Mei 1795.
+
+ Het verklaart den oorlog aan de Bataafsche Republiek Sept.
+
+ Java is de eenige bezitting, die Nederland behoudt 1801.
+
+ _De nationale vergadering_ komt bijeen 1 Maart 1796.
+
+ De Staten-Generaal ontbonden.
+
+ Twee partijen, _de unitarissen_, als Pieter Vreede, Gogel,
+ Schimmelpenninck, en _de foederalisten_, als Vitringa.
+
+ De tweede nationale vergadering geopend 1 Sept. 1797.
+
+ _Coup d'état_ van Daendels en anderen 22 Jan. 1798.
+
+ _De constitueerende vergadering, representeerende het
+ Bataafsche volk_.--Zij stelt het ontwerp eener grondwet op Maart 1798.
+
+ Stemming.--Het ontwerp wordt aangenomen April.
+
+ Hoofdinhoud der staatsregeling, afgekondigd 1 Mei 1798.
+
+ De oppermacht berust bij het vertegenwoordigend lichaam.--
+ Het bestaat uit _twee kamers_.--Het heeft de wetgevende,
+ _vijf directeuren_ de uitvoerende macht.--_Acht
+ departementen_, b. v. dat van de Eems.--Er zal één algemeene
+ kas voor de geldmiddelen zijn.--_De amalgame_.--Scheiding
+ van kerk en staat.--Bezoldiging van de leeraren en dienaars
+ der hervormde kerk uit 's lands kas.
+
+ Afschaffing van de pijnbank.--Het Gemeenebest één en
+ ondeelbaar verklaard.--Volkomen gelijkstelling van allen
+ voor de wet.--Alle heerlijke rechten en wat verder van het
+ leenstelsel afkomstig is vernietigd 1798.
+
+ Landing van ~Frederik, hertog van York~ Aug. 1799.
+
+ ~Daendels~ wijkt.
+
+ De vijand wordt door ~Brune~ en Daendels bij ~Bergen~
+ verslagen 19 Sept.
+
+ Hij wordt door hen bij ~Castricum~ verslagen 6 Oct.
+
+ De erfprins van Oranje vertoeft te Alkmaar.--Hij keert naar
+ Engeland terug.--Hij gaat naar Brunswijk 1800.
+
+ Napoleon knoopt met de meerderheid der directeuren
+ onderhandelingen aan.
+
+ De meerderheid van 't uitvoerend bewind roept het volk tot
+ de stemming op 1 Oct. 1801.
+
+ De staatsregeling wordt aangenomen.
+
+ Inhoud der _staatsregeling_ van 1801.
+
+ Aan 't hoofd der Republiek staat een _staatsbewind_ van
+ twaalf personen met een _wetgevend lichaam_.--Groot gezag
+ van het staatsbewind.--Namen der departementen: Holland,
+ Zeeland, Brabant, Overijsel, enz.
+
+ _De algemeene vrede te Amiëns_.--~Rutger Jan
+ Schimmelpenninck~.--Engeland geeft de Republiek al haar
+ volkplantingen terug, uitgezonderd Ceylon.--De
+ schadeloosstelling voor het huis van Oranje-Nassau zal niet
+ ten laste komen der Republiek Maart 1802.
+
+ De schadeloosstelling bestaat uit Fulda en eenige andere
+ streken.
+
+ Willem V staat deze landen aan zijn oudsten zoon af 1803.
+
+ Willem V sterft 1806.
+
+ Napoleon ontneemt Willems zoon deze staten 1807.
+
+ Napoleon verklaart Groot-Britannië den oorlog 1803.
+
+ Engeland herneemt bijna alle buitenlandsche bezittingen van
+ Nederland.
+
+ Nederland levert den consul troepen, schepen en millioenen.
+
+ Napoleon wordt keizer.
+
+ Schimmelpenninck moet een nieuwe grondwet opstellen 1805.
+
+ Het ontwerp wordt door Napoleon en het volk goedgekeurd.
+
+ _De derde staatsregeling_ 1805.
+
+ ~Rutger Jan Schimmelpenninck~ _raadpensionaris_.--_Wetgevend
+ lichaam_ van 19 leden.--Een _staatsraad_ van zeven leden.
+
+ Drente _als landschap_ aan de acht departementen toegevoegd.
+
+ Algemeene belastingen ingevoegd.
+
+ Wet op het lager onderwijs van Schimmelpenninck 3 April 1806.
+
+ _Vierde staatsregeling_ Juni 1806.
+
+ ~LODEWIJK NAPOLEON~ _koning van Holland_.--_Wetgevend
+ lichaam_ van 39 leden.--_Staatsraad_ van 13 leden.
+
+ De Nederlandsche krijgslieden strijden mede 1806, 1807.
+
+ Vrede van Tilsit.--Jever en Oost-Friesland, tegen den
+ afstand van Vlissingen en de tafel dezer stad, met Holland
+ vereenigd 1807.
+
+ Het koninkrijk in tien departementen verdeeld.
+
+ Oost-Friesland wordt een elfde departement 1807.
+
+ Ramp te Leiden.--Het Rapenburg in puin.--Meer dan 200 huizen
+ omvergeworpen, honderden beschadigd.--De koning stelt op
+ alles orde.--152 menschen komen om 12 Jan. 1807.
+
+ _Het continentaal-stelsel_ 1806.
+
+ Verscherping van 't besluit.
+
+ Een Engelsche vloot steekt in zee Juli 1809.
+
+ Walcheren, Schouwen en Duiveland veroverd.--De vijand
+ ontruimt Zeeland 1809.
+
+ Verdrag tusschen Napoleon en Lodewijk.--Zeeland, Brabant,
+ een gedeelte van Gelderland en een klein deel van Holland
+ komen aan Frankrijk Maart 1810.
+
+ Napoleon zendt nieuwe troepen en _douaniers_.
+
+ Lodewijk wil Amsterdam tot het uiterste verdedigen.--Hij
+ doet afstand van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, toen
+ oudsten, zoon Lodewijk Napoleon, onder regentschap van
+ Hortensia.--Hij verlaat heimelijk het paviljoen bij Haarlem
+ 1 Juli 1810.
+
+ Hij gaat naar Bohemen.--Hij overlijdt 1846.
+
+ Ministers van Lodewijk: ~Karel Hendrik Verhuell~, ~van
+ Maanen~.
+
+ De Bataafsche Republiek neemt alle bezittingen en schulden
+ der gewezen Oost-Indische compagnie over 1798.
+
+ Het oppergezag komt aan het uitvoerend bewind 1798.
+
+ Het komt aan het staatsbewind 1801.
+
+ Het bestuur in handen gesteld van _den raad der Aziatische_
+ bezittingen, dat van West-Indië opgedragen aan _den raad der
+ Amerikaansche koloniën_.
+
+ Lodewijk benoemt ~Daendels~ tot gouverneur-generaal van
+ Indië Jan. 1807.
+
+
+ =§ 35. _Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.--Het herkrijgt zijn
+ onafhankelijkheid._=
+
+ Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk 9 Juli 1810.
+
+ ~Charles François Lebrun, hertog van Plaisance~, wordt
+ _luitenant-generaal_.--Amsterdam de derde stad van het
+ keizerrijk.
+
+ _Het code Napoleon_ ingevoerd.--De renten der staatsschuld
+ _getierceerd_.
+
+ De departementen worden Fransche departementen met
+ _prefecten_.--Hunne namen: Zuiderzee, Bouches de l'Escaut,
+ Ems-Occidental.
+
+ _Maires_.
+
+ _De conscriptie_ ingevoerd 1811.
+
+ Het besluit wordt uitgestrekt tot de laatste drie jaren.
+
+ ~De Celles~.
+
+ De censuur.--'t Verbranden van Engelsch fabriekgoed te
+ Rotterdam, Groningen, enz. somtijds voor een waarde van een
+ half millioen.
+
+ De bevolking van Amsterdam neemt bij duizenden af.
+
+ De politie.--Het onderwijs.--Taal en letterkunde.
+
+ De hoogescholen van Leiden en Groningen blijven in wezen.--
+ De overige worden hoogescholen van den tweeden rang of
+ worden opgeheven.
+
+ De Engelschen veroveren Java en de overige volkplantingen 1811.
+
+ De Nederlandsche vlag blijft op Desima waaien.
+
+ Overtocht over de Berez[=i]na 1812.
+
+ Napoleon stelt _de garde d'honneur_ in.
+
+ De inlijving doet Nederland een stelsel van algemeene
+ wetgeving deelachtig worden.
+
+ ~Johan Melchior Kemper~ en ~Anton Reinhard Falck~.
+
+ Bijeenkomst van ~Gijsbert Karel van Hogendorp~, ~van der
+ Duyn van Maasdam~, den ~graaf van Stirum~ en drie andere
+ mannen te 's Gravenhage.
+
+ De slag bij Leipzig.--De zes Haagsche bondgenooten nemen
+ eenige voorbereidende maatregelen.
+
+ De Fransche troepen ontruimen Amsterdam en gaan naar
+ Utrecht 14 Nov. 1813.
+
+ De gouverneur-generaal en de andere ambtenaren volgen.
+
+ De bevolking van Amsterdam geraakt op de been en keert zich
+ tegen de wachthuizen der tolbeambten, enz. 15 Nov.
+
+ Een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen neemt het
+ bestuur der stad voorloopig op zich.--Falck.
+
+ De graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp vertoonen
+ zich met de oranjekokarde.--De graaf van Stirum aanvaardt
+ de betrekking van gouverneur van den Haag 17 Nov.
+
+ Amsterdam volhardt bij zijn onzijdige houding.
+
+ Te Amsterdam komt hierin een verandering 24 Nov.
+
+ Rotterdam en andere steden treden insgelijks toe.
+
+ Woerden door de Franschen overvallen.
+
+ De prins landt op den vaderlandschen bodem 30 Nov.
+
+ De prins neemt de waardigheid van _souvereine vorst_ aan,
+ onder voorbehoud eener grondwet 2 Dec.
+
+ De vijand ontruimt de andere gewesten.
+
+ De Engelschen dragen tot de bevrijding van Zeeland bij 1814.
+
+ Bülow en de kozakken doen het in Gelderland, Overijsel,
+ Groningen en Friesland.
+
+ Op last van Lodewijk XVIII wijkt Verhuell uit den Helder 4 Mei 1814.
+
+ De Nederlanders herwinnen Delfzijl 23 Mei.
+
+ De souvereine vorst benoemt een commissie ter samenstelling
+ eener grondwet 21 Dec.
+
+ ~Van Hogendorp~ voorzitter dezer commissie.--Zijn schets.
+
+ Het ontwerp der grondwet is gereed 2 Maart 1814.
+
+ 600 _notabelen_ benoemd.
+
+ 474 dezer notabelen stemmen met _voor_ of _tegen_ over dit
+ ontwerp in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.--Een overgroote
+ meerderheid is ervoor 29 Maart 1814.
+
+ Inhuldiging van den vorst in de Nieuwe Kerk 30 Maart.
+
+ Inhoud der _vijfde grondwet_.--Vrijheid van godsdienst,
+ gelijkheid voor de wet, onafhankelijkheid der rechterlijke
+ macht.--Negen provinciën: Holland, Zeeland, Utrecht,
+ Gelderland, Overijsel, Drente, Groningen, Friesland,
+ Brabant.--Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en
+ Marken behooren tot Holland, Schokland tot Overijsel,
+ Ameland en Schiermonnikoog tot Friesland, Rottum tot
+ Groningen.--Één kamer van volksvertegenwoordigers, groot 55
+ leden, te benoemen door de staten der provinciën.--De leden
+ der Staten-Generaal stemmen zonder last of ruggespraak.--De
+ provinciale staten bestaan uit leden der ridderschap en van
+ de stedelijke raden.--Deze leden gekozen door kiezers.--De
+ gouverneurs.--De godsdienst van den vorst is de hervormde.--
+ Gerechtshoven.--Een hooge raad.
+
+ Verdrag met Engeland.--Nederland herkrijgt de
+ volkplantingen, die het op den 1sten Jan. 1803 heeft
+ bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede hoop,
+ Demerary, Essequ[=i]bo en Berbice Aug.
+
+ Napoleon landt bij Cannes 1 Maart 1815.
+
+ Willem Frederik aanvaardt de koninklijke waardigheid over
+ Noord- en Zuid-Nederland, alsmede over Luik 16 Maart.
+
+ Verdragen met Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen.--Het
+ koninkrijk der Nederlanden opgericht.--Luxemburg, als
+ _groothertogdom_, aan Willem afgestaan.--Willem doet afstand
+ van de Nassausche vorstendommen, alsmede van hetgeen men in
+ 1803 aan zijn huis heeft toegekend.--Luxemburg blijft een
+ der staten van den Duitschen bond uitmaken.
+
+ Napoleon heeft ongeveer 160,000 man onder de wapens.--Het
+ leger der Engelschen en der Nederlanders, onder ~den hertog
+ van Wellington~, en dat der Pruisen, onder ~Blücher~, tellen
+ nagenoeg 230,000 man.
+
+ Blücher verliest den slag bij ~Ligny~ 16 Juni.
+
+ Ontmoeting bij ~Quatre-Bras~.--~De prins van Oranje~ dringt
+ Ney terug.
+
+ Veldslag bij ~Waterloo~.--Verschijning van Bülow, enz.--De
+ erfprins gewond 18 Juni.
+
+ Napoleon bewoont St. Helena sinds 16 Oct.
+
+ ~WILLEM~ I 1815-1840, overl. 1843.
+
+ Hij benoemt een commissie ter wijziging van de grondwet.--
+ Hij verleent zijn oudsten zoon den titel "prins van
+ Oranje."--De grondwet van 1815 bekrachtigt dit.
+
+ De commissie voltooit haar werk Juli 1815.
+
+ De 110 leden der Staten-Generaal van 't Noorden nemen het
+ ontwerp eenparig aan Aug. 1815.
+
+ 1603 notabelen in het Zuiden bijeengeroepen.--~Maurice Jean
+ Magdeleine de Broglio~ verklaart zich tegen het ontwerp.
+
+ De meerderheid dier 1603 keurt het af.
+
+ De koning verklaart de grondwet voor aangenomen.
+
+ _De zesde grondwet_.--Wijzigingen, door haar in de vorige
+ gemaakt: opheffing van 't artikel, rakende den godsdienst
+ van den koning; _Eerste Kamer_ van 40 tot 60 leden, door den
+ koning voor hun leven te benoemen; _de Tweede Kamer_ zal uit
+ 110 leden bestaan en in 't openbaar beraadslagen; de
+ landelijke stand wordt vertegenwoordigd in de staten der
+ provinciën; vrijheid van drukpers; het koninkrijk zal uit
+ zeventien gewesten bestaan; Luxemburg zendt ook
+ vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.--De zeventien
+ gewesten: behalve de negen, Zuid-Brabant, Limburg, Luik,
+ Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen,
+ Antwerpen.--Brabant wordt Noord-Brabant.
+
+ Tweede vrede van Parijs.--Nederland krijgt eenige
+ landstreken, welke gehecht worden aan Henegouwen, Namen en
+ Luxemburg.
+
+
+ =§ 36. _Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van België._=
+
+ _De militaire Willemsorde_ ingesteld April 1815.
+
+ _De ridderorde van den Nederlandschen Leeuw_ 29 Sept. 1815.
+
+ De prins van Oranje trouwt met ~Anna Paulowna~ 1816.
+
+ Uit 's prinsen huwelijk spruiten o. a.: Willem Alexander
+ Paul Frederik Lodewijk geboren 1817.
+
+ Willem Frederik Hendrik of prins Hendrik, tijdens zijn leven
+ luitenant-admiraal en stedehouder in Luxemburg geboren 1820.
+
+ Hij overlijdt Jan. 1879.
+
+ Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia geboren 1824.
+
+ Zij trouwt met Karel Alexander Augustus Jan 1842.
+
+ Hij wordt groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach 1853.
+
+ Prins ~Frederik~ der ~Nederlanden~ trouwt met Louise Augusta
+ Wilhelmina Amalia 1825.
+
+ Lord ~Exmouth~ en ~Theodoor Frederik baron van de Capellen~
+ bombardeeren Algiers.--Verdrag met den dey van Algiers.--
+ Meer dan 1000 Christenslaven in vrijheid gesteld Aug. 1816.
+
+ Het koninkrijk der Nederlanden geraakt in 't bezit zijner
+ Oost- en West-Indische koloniën.
+
+ Het staande leger bestaat uit vrijwilligers, de nationale
+ militie uit vrijwilligers en uit lieden, door de loting
+ hiertoe verplicht.--De militie komt één maand in 't jaar
+ onder de wapens.
+
+ Utrecht krijgt een veeartsenijschool, Seraing een fabriek
+ voor machines.
+
+ De slavenhandel afgeschaft 1818.
+
+ Straatwegen.
+
+ _De Spoorweg_ van Haarlem naar Amsterdam geopend 24 Sept. 1839.
+
+ Willem I laat het "Nieuwe Diep" aanleggen.
+
+ _Het Noord-Hollandsche Kanaal_ voltooid 1825.
+
+ _Het Apeldoornsche Kanaal_ 1830.
+
+ _De Zuid-Willemsvaart_ begonnen 1822.
+
+ _De Dedemsvaart_.--~De baron van Dedem~ overl. 1851.
+
+ Een ontwerp ter droogmaking van 't Haarlemmermeer door de
+ Tweede Kamer der Staten-Generaal verworpen 1838.
+
+ Normaalscholen en modelscholen ten koste van de staatskas
+ opgericht.
+
+ Het hooger-onderwijs voor het Noorden bij besluit geregeld
+ 2 Aug. 1815.
+
+ Het hooger-onderwijs voor het Zuiden bij besluit geregeld
+ 25 Sept. 1816.
+
+ De hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven.
+
+ Academiën gesticht te Gent en te Luik.--Harderwijk en
+ Franeker worden rijks-athenaeën.
+
+ Harderwijk opgeheven 1817.
+
+ Franeker opgeheven 1843.
+
+ De militaire academie te Breda.--Het instituut voor de
+ marine te Medemblik (thans te Nieuwe Diep).
+
+ Regeling der protestantsche kerkgenootschappen 1816.
+
+ De Nieuwe Nederlandsche wetgeving ingevoerd 1 Oct. 1838.
+
+ _De Maatschappij van weldadigheid_ gesticht 1821.
+
+ De koloniën Frederiksoord, Veenhuizen, Ommerschans.--
+ ~Johannes van den Bosch~.
+
+ _De Nederlandsche Handelmaatschappij_ opgericht 1824.
+
+ De Oost-Indische bezittingen: de factorij op Desima, Java,
+ de kleine Soenda-eilanden, Sum[=a]tra ten deele, Borneo ten
+ deele, Cel[=e]bes, de Molukken, Banka, de Riouwsche
+ eilanden, Malakka.
+
+ Verdrag met Engeland.--Malakka aan dit rijk afgestaan tegen
+ hetgeen het op Sum[=a]tra bezit en tegen Billiton 1824.
+
+ Daendels gaat, als gouverneur-generaal, naar de kust van
+ Guin[=e]a en overlijdt er.
+
+ ~Godard Alexander Gerard Philips baron van de Capellen~
+ gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen 1816.
+
+ Opstand van ~Diepo Negoro~ in Djokjokarta 1826.
+
+ Diepo Negoro gevangen genomen.--De opstand gedempt 1830.
+
+ Van de Capellen teruggeroepen.--~Johannes van den Bosch~ 1830.
+
+ _Het cultuurstelsel_.--_De baten_.
+
+ Van den Bosch keert naar het vaderland terug 1833.
+
+ Hij wordt graaf en sterft 1844.
+
+ Vergunning, gegeven aan de leden der Staten-Generaal, om,
+ bij het afleggen van den eed, zoodanig voorbehoud te nemen,
+ als het geweten hun voorschrijft.
+
+ Geschrift van de Broglio en de overige bisschoppen.--Hij
+ wordt door het gerechtshof te Brussel tot deportatie
+ veroordeeld 1817.
+
+ Hij vlucht.--De naam van den bisschop tegelijk met twee
+ zware misdadigers ten toon gesteld.
+
+ Besluit omtrent de taal 1819.
+
+ Het zal van kracht zijn 1823.
+
+ Geen vijfde deel van de officieren van het leger zijn
+ Belgen.
+
+ De schuldenlast.
+
+ Besluit omtrent _het collegium philosophicum_, te Leuven te
+ vestigen, 14 Juni 1825.
+
+ Besluit om het laten onderwijzen der kinderen buiten 's
+ lands te belemmeren.
+
+ De "liberale" of "vrijzinnige" Franschgezinde partij.--Zij
+ wenscht geheele vrijheid van drukpers en van onderwijs.
+
+ Zij vereenigt zich met die der geestelijken.--
+ Verzoekschriften.--De Tweede Kamer der Staten-Generaal als
+ in twee vijandelijke legerplaatsen verdeeld.
+
+ Stelsel des konings.
+
+ De unie tusschen de beide partijen in België 1828.
+
+ Willem I sluit een concordaat met ~Leo~ XII 1827.
+
+ De verplichting van 't bijwonen der lessen van 't collegium
+ opgeheven.
+
+ De beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal
+ ingetrokken.
+
+ De Potter en anderen veroordeeld tot een zeker aantal jaren
+ ballingschap.
+
+ Omwenteling in Frankrijk.--Karel X van den troon gestooten
+ 27-29 Juli 1830.
+
+
+ =§ 37. _De opstand van België en het koninkrijk der Nederlanden sedert
+ 1830._=
+
+ In den schouwburg te Brussel wordt de "muette de Portici"
+ gegeven 25 Aug. 1830.
+
+ Volkshoopen scholen samen.--Plundering 25 Aug., 10 uur 's avonds.
+
+ Oprichting eener gewapende burgermacht, die de Brabantsche
+ kleuren aanneemt 27 Aug.
+
+ Oproer te Luik, enz.
+
+ De koning roept de Staten-Generaal buitengewoon op te 's
+ Gravenhage.--De prins van Oranje en prins Frederik krijgen
+ bevel, naar Brussel op te trekken 28 Aug.
+
+ Een bezending gaat naar den prins.
+
+ Intocht van den prins van Oranje binnen Brussel 31 Aug.
+
+ Aanval van prins Frederik op Brussel.--De koninklijke
+ troepen trekken uit de stad terug 26 Sept.
+
+ De Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt het besluit, het
+ rijksbestuur te splitsen en de grondwet te herzien 29 Sept.
+
+ Voornaamste eischen der Belgen.--Scheuring in 't leger.
+
+ De Potter staat zes weken mede aan 't hoofd van 't
+ voorloopig bestuur te Brussel.
+
+ Tweede zending van den prins van Oranje naar België.--Hij
+ wordt teruggeroepen.
+
+ _De conferentie_ te Londen geopend Nov. 1830.
+
+ Koele ontvangst van den prins van Oranje in 't Noorden.
+
+ Dibbets handhaaft het gezag der regeering te Maastricht.--
+ Opstand te Antwerpen.--~David Hendrik baron Chassé~.
+
+ Bombardement van Antwerpen.--~Koopman~ 27 Oct. 1830.
+
+ Wapenstilstand.
+
+ Hoofdgedachte der conferentie.--Willem I roept het volk van
+ Noord-Nederland te wapen.--Duizenden manschappen stroomen
+ naar de grenzen.
+
+ _Protocollen_ der conferentie.--Scheiding van Nederland en
+ België.--16/31 der schuld ten laste van België 20 en 27 Jan. 1831.
+
+ _Het nationaal congres_ komt te Brussel bijeen 10 Nov. 1830.
+
+ Het sluit het huis van Oranje-Nassau van den troon uit.--Het
+ verwerpt de protocollen van Januari.
+
+ Het congres draagt het oppergezag voorloopig op aan ~Surlet
+ de Chokier~.
+
+ Het congres benoemt ~Leopold van Saksen-Koburg-Gotha~ tot
+ _koning der Belgen_ 4 Juni 1831.
+
+ Hij aanvaardt de regeering en belooft, de zeer vrijzinnige
+ grondwet, door het congres samengesteld, te zullen
+ eerbiedigen 21 Juli.
+
+ Hij sluit een tweede huwelijk met Louise 1832.
+
+ _De achttien artikels_.--De rechten van het huis van Oranje-
+ Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig verklaard.--België
+ uitzichten geopend op het bezit van Maastricht.--België
+ vrijgesteld van het overnemen van een deel der schuld van
+ Oud-Nederland Juni 1831.
+
+ ~Johan Karel Jozef van Speyk~ vliegt in de lucht Febr. 1831.
+
+ ~De prins van Oranje~ en prins Frederik hebben bijna 36,000
+ man.
+
+ De Belgische legers tellen omtrent 30,000 man.--Aan 't hoofd
+ van het leger van de Schelde staat de ~Ticken de Terhove~,
+ aan 't hoofd van het leger van de Maas ~Daine~.
+
+ Het leger van de Schelde staat nabij Antwerpen, het andere
+ in het Limburgsche.
+
+ _De tiendaagsche veldtocht_ 2-12 Aug. 1831.
+
+ De doorbreking tusschen de vijandelijke legers is geschied 5 Aug.
+
+ Slag bij ~Hasselt~.--Daine's legers verstrooid 8 Aug.
+
+ Slag bij ~Leuven~.--Leopold.--De Belgen verslagen 12 Aug.
+
+ ~Gérard~ rukt België binnen.--Op herhaald verzoek van den
+ Britschen gezant staat de prins een wapenstilstand toe.
+
+ De conferentie hervat haar beraadslagingen Aug. 1831.
+
+ _De vier-en-twintig artikels_.--Een deel van Luxemburg,
+ tegen den afstand van een deel van Limburg, aan België
+ toegekend.--Maastricht blijft aan Nederland voorbehouden.--
+ België zal worden belast met een jaarlijksche rente van
+ 8,400,000 gl. ongev. 15 Oct.
+
+ Leopold onderteekent dit ontwerp-verdrag 15 Nov.
+
+ Willem I weigert de onderteekening.
+
+ Overeenkomst van Frankrijk en Engeland.--Embargo 22 Oct. 1832.
+
+ Gérard rukt België met 90,000 man binnen.
+
+ Chassé geeft hem, na 19 dagen, de puinhoopen der citadel van
+ Antwerpen bij verdrag over.--Koopman vernielt de vloot.--De
+ bezetting der citadel en de bemanning der vloot als
+ krijgsgevangenen naar Frankrijk gevoerd.
+
+ _Het status quo_.
+
+ Het embargo opgeheven Mei 1833.
+
+ De koning neemt de 24 artikels aan 14 Maart 1838.
+
+ Bewering der Belgen.
+
+ _Eindverdrag_.--België wordt een afzonderlijk rijk.--Het
+ aandeel, door België jaarlijks, van 1 Jan. 1839 af, te
+ betalen in de rente der staatsschuld, is 5,000,000 gl.--Het
+ Duitsche verbond en de groothertog staan de westelijke helft
+ van Luxemburg aan België af.--België ziet van een gedeelte
+ van Limburg af, zoodat aan Nederland het deel blijft, dat
+ aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede Maastricht en
+ het gebied ten n. van een lijn, getrokken van de
+ zuidelijkste punt van Noord-Brabant naar de Maas, ten n. van
+ Stevensweert 19 April 1839.
+
+ Deze streek van Limburg heet "hertogdom."--Behoudens
+ Maastricht en Venlo, maakt zij een deel uit, zoowel van
+ Nederland, als van het Duitsche verbond.
+
+ Vreemde verhouding van Limburg tot Duitschland.
+
+ De betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken 1866.
+
+ Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland.--Het koninkrijk
+ bestaat uit tien provinciën en uit het hertogdom Limburg 1840.
+
+ De oudste zoon van den kroonprins trouwt met Sophia
+ Frederika Mathilde 1839.
+
+ Dood van Sophia Frederika Mathilde, als koningin der
+ Nederlanden Juni 1877.
+
+ Uit dit huwelijk spruiten Willem geboren 1840.
+
+ en Alexander geboren 1851.
+
+ Dood van Willem Juni 1879.
+
+ Wenschen van het Noord-Nederlandsche volk: openlegging van
+ den toestand van 's lands financiën, waarborgen tegen
+ misbruik van gezag, verantwoordelijkheid van 's konings
+ ministers, enz.
+
+ De koningin overlijdt 1837.
+
+ De koning doet op het Loo afstand van de kroon en draagt ze
+ aan zijn oudsten zoon over 7 Oct. 1840.
+
+ Willem I, nu "graaf van Nassau," huwt de gravin d'Oultremont
+ de Wigimont 1841.
+
+ Hij leeft bij afwisseling te Berlijn, in Silezië, op het
+ Loo.--Hij overlijdt 12 Dec. 1843.
+
+ ~WILLEM~ II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd 28 Nov. 1840.
+
+ Het tijdelijk beheer van het departement van financiën
+ opgedragen aan ~Floris Adriaan van Hall~ Sept. 1843.
+
+ Ontwerp van van Hall.--De leening van 127,000,000 naar 3
+ p.c. zoo goed als volgeteekend 1844.
+
+ Herziening der grondwet 1848.
+
+ Luxemburg bekomt een afzonderlijke vertegenwoordiging 1841.
+
+ Het krijgt een nieuwe grondwet Juni 1848.
+
+ Grondwet van 1848 voor Nederland: De kroon erfelijk in de
+ beide liniën van het huis van Oranje.--De koning heeft de
+ uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de
+ Staten-Generaal.--Hij heeft het opperbevel over de land- en
+ zeemacht en het opperbestuur der koloniën.--De ministers
+ verantwoordelijk aan de natie.--De leden der Eerste Kamer,
+ negen-en-dertig, door de provinciale staten benoemd uit de
+ hoogst aangeslagenen in de directe belastingen.--Zij hebben
+ zitting voor negen jaren.--De leden der Tweede Kamer gekozen
+ door de meerderjarige burgers, die een zekere som in de
+ directe belastingen betalen.--Ouderdom dertig jaren.--
+ Zitting voor vier jaren.--Hun aantal is 75.--De commissaris
+ des konings.
+
+ Willem II sterft te Tilburg 17 Maart 1849.
+
+ ~WILLEM~ III 1849.
+
+ Het droogmaken van 't Haarlemmermeer voltooid Juni 1848-1853.
+
+ Een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk
+ ingevoerd.--Utrecht aartsbisdom 1853.
+
+ Uitvaardiging van verschillende wetten.
+
+ Wet op het lager onderwijs 1857.
+
+ Wet op het middelbaar onderwijs 1863.
+
+ Wet op het Hooger Onderwijs 1876.
+
+ Afstand der kust van Guin[=e]a aan Groot-Britannië Febr. 1871.
+
+ Begin van den oorlog tegen den sultan van Atjeh Mrt. 1873.
+
+ Dood der koningin 1877.
+
+ Dood van prins Hendrik Jan. 1879.
+
+ Dood van den kroonprins Juni 1879.
+
+
+ =§ 38. _Eindblik op den toestand des lands._=
+
+ Nederland bezit in vreemde werelddeelen bijna 31,000
+ vierkante mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners.--Het
+ beslaat in Europa ruim 600 vierkante mijlen en heeft een
+ bevolking van ruim 3-1/2 millioen.--Bedrijven.--Tijdperken
+ der nijverheid sinds 1795.
+
+ ~Willem Bilderdijk~ een Amsterdammer 1756-1831.
+
+ Zijn veelzijdigheid.--_De ondergang der eerste wereld_.--_De
+ ziekte der geleerden_.--_De ode aan Napoleon_.--_Zijn
+ Spraakleer_.--_Zijn geschiedenis van 't Vaderland_.
+
+ ~Jan Frederik Helmers~.--_De Hollandsche natie_.--Hij sterft 1813.
+
+ ~Hendrik Tollens~ geboren te Rotterdam 1780.
+
+ Hij is overleden te Rijswijk 1856.
+
+ Zijn volkslied.--Zijn meest bekende gedichten.
+
+ ~Jan Hendrik van der Palm~.--Zijn geschriften.
+
+ Hij overlijdt 1841.
+
+ ~Johannes Kinker~.
+
+ ~El[=i]as Annes Borger~.--_De ode aan den Rijn_.
+
+ ~Izaäk da Costa~.--_Wachter, wat is er van den nacht?_--
+ _Slag bij Nieuwpoort._--Hij overlijdt 1860.
+
+ ~Adriaan Bogaers~.--_De tocht van Heemskerk naar
+ Gibraltar._--Hij overlijdt 1870.
+
+ ~Petrus Augustus de Génestet~.--_Leekedichtjes._--Hij
+ overlijdt 1861.
+
+ ~Nikolaas Beets~ of Hildebrand.--_De Camera obscura_.
+
+ ~Jakob van Lennep~.--_Ferdinand Huyck_.--Hij overlijdt 1868.
+
+
+
+
+NIEUWE UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS:
+
+
+ P. R. Bos, Leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. [f] 2,50
+
+ P. R. Bos, Beknopt leerboek der Aardrijkskunde 3e druk. - 1,25
+
+ P. R. Bos, Schoolatlas der geheele Aarde 2e druk. - 3,75
+
+ P. R. Bos. Atlas bij het onderwijs in de nieuwere
+ aardrijksk. 1e afl. à - 0,60
+
+ P. R. Bos, Aardrijkskunde voor de volksschool 2e druk. - 0,30
+
+ P. R. Bos, Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten
+ en 43 plat. 3e verm. dr. - 1,00
+
+ P. R. Bos, Platen voor Aanschouw. Onderwijs in
+ Aardrijksk. 2e druk. - 0,60
+
+ P. R. Bos, Nederland en zijne Overzeesche Bezittingen - 0,20
+
+ P. R. Bos, de Plaats der Aardrijksk. in het Systeem der
+ Wetenschapp. - 0,40
+
+ Bogaerts en Koenen, Practische Taalstudie 3 deelen 4e druk. - 1,25
+
+ H. Bouman, De vormleer in de lagere school 7e druk. - 1,90
+
+ H. Bouman Aanschouwelijk onderwijs, 12 platen 3e druk. - 2,90
+
+ H. Bouman, Handleiding bij het aanschouwelijk
+ onderwijs 3e druk. - 0,90
+
+ H. Bouman, Leesboekjes met plaatjes, 5 stukjes 15e druk, à - 0,25
+
+ S. Bl. t. Cate en A. Moens, De wet op het lager
+ onderwijs 3e druk. - 5,90
+
+ C. F. van Duyl, Oefeningen in 't Nederlandsch 3e druk. - 0,50
+
+ C. F. van Duyl, La Langue Française. I, II et III à - 0,75
+
+ C. F. van Duyl, De Eerste Trap van het
+ Taalonderwijs 4 st. 2e druk. à - 0,25
+
+ Dr. Engelbregt, Latijnsch woordenboek, gebonden 3e druk. - 9,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksch woordenboek, geb. 3e druk. - 9,75
+
+ Dr. van den Es, Nederlandsch-Grieksche
+ woordenlijst 3e druk. - 2,50
+
+ Dr. van den Es, Grieksche antiquiteiten 2e druk. - 2,00
+
+ Dr. van den Es, Grieksche opstellen. 4 st. 4e druk, à - 1,25
+
+ Dr. van den Es, Grieksche en Romeinsche
+ letterkunde 2e druk. - 3,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksche spraakkunst - 3,75
+
+ Dr. van den Es, Grieksche buigingsleer - 1,25
+
+ Dr. W. Gleuns, Beschouwing van het heelal 2e druk. - 3,00
+
+ Dr. W. Gleuns, Wis- of sterrenkundige
+ aardrijkskunde 2e druk. - 0,90
+
+ Dr. W. Gleuns, Rekenkundige opgaven en oefeningen - 0,60
+
+ Dr. W. Gleuns, Leerboek der meetkunde 3e druk. - 1,25
+
+ Dr. W. Gleuns, Leerboek der algebra - 2,50
+
+ T. Greidanus, Theorie der Rekenkunde - 1,25
+
+ T. Greidanus, Rekenvoorstellen, 2 deeltjes à - 0,60
+
+ De Groot, Leopold en Rijkens, Nederlandsche
+ letterkunde 4e druk. - 3,75
+
+ D. Hoekzema, Gleanings from English prose 4e druk. - 1,60
+
+ D. Hoekzema, Gleanings from English poetry 3e druk. - 1,60
+
+ Dr. W. J. A. Jonckbloet, Gesch. d. Ned. letterk.
+ 2 deelen 2e druk. - 12,50
+
+ Dr. W. J. A. Jonckbloet, Bekn. gesch. der Nederl.
+ letterk. 2e druk. - 3,00
+
+ Kaart van Europa door H. Schierbeek - 15,00
+
+ L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes
+ Serie A à - 0,30
+
+ L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes
+ Serie B à - 0,30
+
+ L. Leopold, Blaren van allerlei boomen 3e druk. - 0,30
+
+ Joh. A. en L. Leopold, Nederl. leesboek, 1e, 7e en
+ 8e stukje 2e druk. - 0,30
+
+ M. Leopold, Opvoeding in huis en school 5e druk. - 1,25
+
+ M. en L. Leopold, Een sleutel. 2 deelen 3e druk, à - 1,50
+
+ Dr. J. C. Matthes, Nederlandsche taal- en
+ spelregels 3e druk. - 0,50
+
+ R. R. Rijkens, Aardrijkskunde van Nederland 5e druk. - 1,00
+
+ R. R. Rijkens, Beknopte aardrijkskunde van
+ Nederland 4e druk. - 0,60
+
+ R. R. Rijkens, De reiziger 4e druk. - 0,30
+
+ R. R. Rijkens, Schoolatlas van Nederland 5e druk. - 2,90
+
+ R. R. Rijkens, Kleine Atlas van Nederland 6e druk. - 0,35
+
+ Dr. M. Salverda, Plant- en dierkunde 5e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Romeinsche antiquiteiten 4e druk. - 2,00
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Handboek der Rom.
+ antiquiteiten 2e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. G. Schlimmer, Oude Aardrijkskunde - 2,50
+
+ Spencers Opvoeding, door Joh. A. Leopold 3e druk. - 1,90
+
+ J. Versluys, Beginselen der nieuwere meetkunde 3e druk. - 0,60
+
+ J. Versluys, Leerboek der vlakke meetkunde 5e druk. - 1,25
+
+ J. Worp, Melodiën der Psalmen 3e druk. - 9,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, I, 8e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, II, 6e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, III, 7e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, IV, 7e druk. - 2,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Handboek der algemeene
+ geschiedenis 4e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Overzicht der algemeene
+ geschiedenis 9e druk. - 1,75
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Geschiedenis van het vaderland 5e druk. - 3,90
+
+ Dr. J. A. Wijnne, Beknopte geschiedenis van het
+ vaderland 5e druk. - 1,75
+
+
+ Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------------------------------+
+ | Opmerkingen van de bewerker: |
+ | * De originele tekst en opmaak, inclusief het gebruik van koppel- |
+ | en afbreekstreepjes is zoveel mogelijk behouden, behalve in de |
+ | volgende gevallen: |
+ | * Overduidelijke spel- en zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd. |
+ | * Het gebruik van schuingedrukte, klein-kapitale en gespatiëerde |
+ | namen en titels (hier respectievelijk weergegeven als _naam_, |
+ | NAAM en ~naam~) is gestandaardiseerd. Doorgevoerde |
+ | veranderingen: 'der _Hekerens en_ der _Bronkhorsten_' veranderd|
+ | in 'der _Hekerens_ en der _Bronkhorsten_' (blz. 37); 'de |
+ | ~Ruiter~' veranderd in '~de Ruiter~' (blz. 123, 130); '~van |
+ | Hogendorp en van der Duyn van Maasdam~' veranderd in '~van |
+ | Hogendorp~ en ~van der Duyn van Maasdam~' (blz. 180); 'Slag bij|
+ | Nieuwpoort' veranderd in '_Slag bij Nieuwpoort_' (titel, blz. |
+ | 252); 'Leekedichtjes' veranderd in '_Leekedichtjes_' (titel, |
+ | blz. 252); '_Zijn Spraakleer, Zijn Geschiedenis van 't |
+ | Vaderland_' veranderd in 'Zijn _Spraakleer_, Zijn |
+ | '_Geschiedenis van 't Vaderland_' (titels, blz. 252). |
+ | * Tijdrekenkundig Overzicht (blz. 210-252): lay-out veranderd |
+ | (aparte kolommen) voor betere overzichtelijkheid. |
+ | * Eigennamen en geografische namen zijn gestandaardiseerd ter |
+ | wille van de consistentie; vooral de spelling in het |
+ | Tijdrekenkundig Overzicht week af van die in de hoofdtekst: |
+ | 'Requesens' veranderd in 'Requ[=e]sens'; 'Verspasianus' in |
+ | 'Vespasianus'; 'Lourens' in 'Laurens'; 'Spinola' in |
+ | 'Spin[=o]la'; 'Oldenbarnevalt' in 'Oldenbarnevelt'; 'Rubbens' |
+ | in 'Rubens'; 'Maximilliaan' in 'Maximiliaan'; 'Rapenhaupt' in |
+ | 'Rabenhaupt'; 'd' Estrées' in 'd'Estrées'; 'Mantsjoe-Tartanen' |
+ | in 'Mantsjoe-Tartaren'; 'Essequibo' in 'Essequ[=i]bo'; 'Indie' |
+ | (en samenstellingen) in 'Indië'; 'Belgie' in 'België'; |
+ | 'Matthias' in 'Matth[=i]as'; 'Yonne-brug' in 'Yonnebrug'; |
+ | 'Contra-remonstranten' in 'Contra-Remonstranten'; 'Maike-Moe' |
+ | in 'Maike-Moei'; 'Medina' in 'Med[=i]na'; 'Allairt Beilink' in |
+ | 'Allaert Beilink'; 'Barnevelt' in 'Barneveld'; 'Boerhave' in |
+ | 'Boerhaave'; 'Callenburg' in 'Callenburgh'; 'Christina' in |
+ | 'Christ[=i]na'; 'Dortrecht' in 'Dordrecht'; 'Fivelingoo' in |
+ | 'Fivelingo'; 'Groenevelt' in 'Groeneveld'; 'Guinea' in |
+ | 'Guin[=e]a'; 'Hunsingoo' in 'Hunsingo'; 'IJstroom' in |
+ | 'Ystroom'; 'Jauregui' in 'Jaureguy'; 'Pieter Dirksz de Keyzer' |
+ | in 'Pieter Dirksz de Keyser'; 'Magdaleine de Broglio' in |
+ | 'Magdeleine de Broglio'; 'Sophia Frederika Mathilda' in 'Sophia|
+ | Frederika Mathilde'; 'Oostergoo' in 'Oostergo'; 'Maarten van |
+ | Rossem' in 'Maarten van Rossum'; 'Ubbe Philips' in 'Ubbo |
+ | Philips'; 'Franche Comté' in 'Franche-Comté'; 'Berezina' in |
+ | 'Berez[=i]na'; 'Bergen-op-Zoom' in 'Bergen op Zoom'; 'Hambreek'|
+ | veranderd in 'Hambroek'; 'Djokjokarta' is niet veranderd, |
+ | aangezien dit consequent zo gespeld wordt in het origineel. |
+ | * Overige gestandaardiseerde spellingen: 'armada' veranderd in |
+ | 'arm[=a]da'; 'Neerlands' in 'Neêrlands'; 'continentaalstelsel' |
+ | in 'continentaal-stelsel'; 'groot-hertog' in 'groothertog'; |
+ | 'akademie' in 'academie'; 'catholicisme' in 'katholicisme'; |
+ | 'compagniën' in 'compagnieën'; komma als scheiding van |
+ | duizendtallen (als in 35,000) veranderd in punt (als in |
+ | 35.000); 'Eén' in 'Één'. |
+ | * Belangrijker veranderingen: 'maakte het een zuidelijke |
+ | beweging' veranderd in 'maakte hij een zuidelijke beweging' |
+ | (blz. 123); 'Alva verlaat Lodewijk' in 'Alva verslaat Lodewijk'|
+ | (blz. 220); 'te Gent bijeen--Pacificatie' in 'te Gent bijeen |
+ | [nieuwe regel] Pacificatie' (blz. 221); 'De orde aan Napoleon' |
+ | in 'De ode aan Napoleon' (blz. 252). |
+ | * Verbeterde feitelijke onjuistheden (verbeterd na verificatie in |
+ | de rest van het boek en/of externe bronnen): 'den St. |
+ | Elizabethsvloed van den 18den November 1321' veranderd in '... |
+ | 1421' (blz. 1); 'stond Nederland op een goeden voet met Portugal'|
+ | in 'stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal' (blz. |
+ | 103); 'ten n.w. van Sina' in 'ten n.o. van Sina' (blz. 142); |
+ | 'Reeds den 17den Maart 1843' in '... 1849' (blz. 205); 'Hooft |
+ | sterft 1247' in 'Hooft sterft 1647' (blz. 230); 'raadspensionaris|
+ | van Holland 1658' in '... 1653' (blz. 232); 'vermeestert Suriname|
+ | voor Zeeland Febr. 1697' in '... 1637' (blz. 234). |
+ | * De rechterzijkant van blz. 252 ontbrak in het origineel. De |
+ | onleesbare jaartallen/data zijn toegevoegd op basis van de |
+ | hoofdtekst en externe bronnen (o.a. Wikipedia, kb.nl). |
+ +--------------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Beknopte geschiedenis van het vaderland, by
+J. A. Wijnne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+***** This file should be named 37297-8.txt or 37297-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/2/9/37297/
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/37297-8.zip b/37297-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..2afe396
--- /dev/null
+++ b/37297-8.zip
Binary files differ
diff --git a/37297-h.zip b/37297-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..ff66270
--- /dev/null
+++ b/37297-h.zip
Binary files differ
diff --git a/37297-h/37297-h.htm b/37297-h/37297-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..b01f581
--- /dev/null
+++ b/37297-h/37297-h.htm
@@ -0,0 +1,17420 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml">
+ <head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Beknopte Geschiedenis van het Vaderland, by J. A. Wijnne.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+
+ body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
+ .box1 {border: solid 2px; margin-left: 10%; margin-right: 10%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em;}
+ .box2 {border: solid 1px; margin-left: 1%; margin-right: 1%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em;}
+ .box3 {border: solid 1px; margin-left: 1%; margin-right: 1%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em;
+ padding-left: .5em; padding-right: .5em;}
+ .box4 {border: solid 2px; margin-left: 5%; margin-right: 5%; padding: 1em; background: #CCCCB2; text-align: justify;}
+ .bot {vertical-align: bottom;}
+ .center {text-align: center;}
+ .chnumber {text-align: center; font-size: 1.5em;}
+ .chtitle {text-align: center; font-style: italic; font-size: 1.1em;}
+ .fsize150 {font-size: 1.5em;}
+ .fsize250 {font-size: 2.5em;}
+ .fsize80 {font-size: .8em;}
+ .gesp {letter-spacing: .15em;}
+ h2,h3 {text-align: center; clear: both;}
+ hr.c25 {width: 25%; margin: .5em auto 1em auto; color: gray;}
+ hr.c40 {width: 40%; margin: .5em auto 1em auto; color: gray;}
+ .ind10 {margin-left: 10%;}
+ .ind20 {margin-left: 20%;}
+ .ind50 {margin-left: 50%;}
+ .just {text-align: justify;}
+ .left {text-align: left;}
+ p {margin-top: .75em; text-align: justify; margin-bottom: .75em;}
+ .pagenum {position: absolute; left: 92%; font-size: 80%; text-align: right; color: gray;}
+ .right {text-align: right;}
+ .smcap {font-variant: small-caps;}
+ .subscr {font-size: 0.7em; vertical-align: text-bottom;}
+ .supscr {font-size: 0.7em; vertical-align: text-top;}
+ table {margin-left: auto; margin-right: auto; margin-bottom: 1em; border-collapse: collapse;}
+ .top {vertical-align: top;}
+
+ </style>
+ </head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Beknopte geschiedenis van het vaderland, by J. A. Wijnne
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Beknopte geschiedenis van het vaderland
+
+Author: J. A. Wijnne
+
+Release Date: September 2, 2011 [EBook #37297]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+
+
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="box4" style="margin-bottom: 5em;">
+<p class="center">Zie de <a href="#TN">Opmerkingen van de Bewerker</a> aan het eind van deze tekst.</p>
+</div>
+
+<div class="box1">
+<div class="box2">
+<div class="box3">
+
+<p class="center fsize150"><b>BEKNOPTE GESCHIEDENIS</b></p>
+
+<p class="center">VAN</p>
+
+<p class="center fsize250"><b>HET VADERLAND</b></p>
+
+<p class="center">DOOR</p>
+
+<p class="center fsize150">D<span class="supscr">R</span>. J. A. WIJNNE.</p>
+
+<p class="center">VIJFDE, HERZIENE DRUK.</p>
+
+<hr class="c40" />
+<p class="center">TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS, 1879.</p>
+
+</div></div></div>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p>&nbsp;</p>
+
+<p class="ind20"><i>Magno usui est memoria rerum gestarum.</i></p>
+
+<p class="ind50"><span class="smcap">sallustius</span>.</p>
+
+<p class="ind20"><i>L&#8217;histoire des Provinces-Unies est un sujet attrayant.</i></p>
+
+<p class="ind50"><span class="smcap">mirabeau</span>.</p>
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c25" />
+<p class="center">Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.</p>
+<hr class="c40" />
+<p>&nbsp;</p>
+<h2>INHOUD.</h2>
+
+<table summary="Inhoudsopgave">
+
+<tr>
+<td colspan="4" class="right">Bladz.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">1.</td>
+<td class="top just">Nederland in de laatste eeuwen v&oacute;&oacute;r Christus&#8217; geboorte en
+onder de heerschappij der Romeinen</td>
+<td align="right" style="padding-left: 2em;"><a href="#Page_1">1</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">2.</td>
+<td class="top just">De Franken en de Saksen in Nederland en Belgi&euml;.&mdash;Deze
+landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.&mdash;De
+invoering van het leenstelsel en van den Christelijken
+godsdienst.&mdash;De Noormannen</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_5">5</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">3.</td>
+<td class="top just">Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van
+andere streken van ons land.&mdash;De wisselingen in de opperheerschappij
+dezer landen na het verdrag van Verdun.&mdash;Staten,
+die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.&mdash;Aard
+en uitbreiding der grafelijke macht</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_9">9</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">4.</td>
+<td class="top just">Holland onder de graven uit het Hollandsche huis</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_15">15</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">5.</td>
+<td class="top just">Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche
+en het Beiersche huis</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_21">21</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">6.</td>
+<td class="top just">Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_29">29</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">7.</td>
+<td class="top just">Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche
+huis</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_34">34</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">8.</td>
+<td class="top just">Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de Middeleeuwen</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_36">36</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">9.</td>
+<td class="top just">Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_39">39</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">10.</td>
+<td class="top just">De Nederlanden onder het bewind van Karel V</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_43">43</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">11.</td>
+<td class="top just">De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_48">48</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">12.</td>
+<td class="top just">De Nederlanden onder &#8217;t bestuur van Philips&#8217; landvoogd Alva</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_54">54</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">13.</td>
+<td class="top just">De Nederlanden gedurende het bewind van Requ&#275;sens en van
+Don Jan van Oostenrijk.&mdash;De unie van Utrecht</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_57">57</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">14.</td>
+<td class="top just">Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van
+de Zeven Vereenigde Nederlanden</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_62">62</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">15.</td>
+<td class="top just">De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+Gewesten</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_66">66</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">16.</td>
+<td class="top just">Vervolg</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_68">68</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">17.</td>
+<td class="top just">De onoverwinnelijke vloot.&mdash;Maurits&#8217; krijgsbedrijven.&mdash;De
+afstand der Nederlanden door Philips II.&mdash;De eerste
+zeeslagen van den tachtigjarigen oorlog</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_71">71</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">18.</td>
+<td class="top just">Het twaalfjarig bestand.&mdash;De oprichting der Oost-Indische
+compagnie</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_76">76</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">19.</td>
+<td class="top just">De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand
+schokten</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_80">80</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">20.</td>
+<td class="top just">De hernieuwing van den oorlog na het bestand.&mdash;De oprichting
+der West-Indische compagnie.&mdash;De aanslag op het
+leven van Maurits en zijn dood</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_87">87</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">21.</td>
+<td class="top just">Het stadhouderschap van Frederik Hendrik</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_89">89</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">22.</td>
+<td class="top just">De vrede van Munster.&mdash;Blik op den toestand des lands</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_95">95</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">23.</td>
+<td class="top just">Het stadhouderschap van Willem II</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_102">102</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">24.</td>
+<td class="top just">De groote vergadering.&mdash;De eerste Engelsche zeeoorlog</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_107">107</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">25.</td>
+<td class="top just">De Staat onder de leiding van de Witt.&mdash;De bemoeiingen
+der Republiek met den oorlog in &#8217;t Noorden van Europa.&mdash;De
+tweede Engelsche zeeoorlog</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_113">113</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">26.</td>
+<td class="top just">De triple alliantie en de vrede van Aken.&mdash;Het begin van
+den oorlog in 1672</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_120">120</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">27.</td>
+<td class="top just">Het vervolg van den oorlog van 1672.&mdash;De dood der gebroeders
+de Witt.&mdash;De verheffing van Willem III</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_124">124</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">28.</td>
+<td class="top just">Willem III.&mdash;De negenjarige oorlog.&mdash;De Spaansche erfopvolgingsoorlog</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_132">132</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">29.</td>
+<td class="top just">Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de
+en in &#8217;t begin der 18de eeuw</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_140">140</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">30.</td>
+<td class="top just">Het stadhouderschap van Willem IV</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_146">146</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">31.</td>
+<td class="top just">Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van
+den hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem
+V tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en
+Nederland</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_151">151</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">32.</td>
+<td class="top just">De oorlog van Engeland en Nederland.&mdash;De geschillen der
+Republiek met Jozef II.&mdash;De binnenlandsche oneenigheden
+en de komst der Pruisen</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_157">157</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">33.</td>
+<td class="top just">De val der Republiek.&mdash;Blik op den toestand des lands</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_163">163</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">34.</td>
+<td class="top just">De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_168">168</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">35.</td>
+<td class="top just">Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.&mdash;Het herkrijgt zijn
+onafhankelijkheid</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_177">177</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">36.</td>
+<td class="top just">Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van Belgi&euml;</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_185">185</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">37.</td>
+<td class="top just">De opstand van Belgi&euml; en het koninkrijk der Nederlanden
+sedert 1830</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_195">195</a>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top">&sect;</td>
+<td class="right top">38.</td>
+<td class="top just">Eindblik op den toestand des lands</td>
+<td class="right bot"><a href="#Page_206">206</a>.</td>
+</tr>
+
+</table>
+
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_1" id="Page_1">[1]</a></span></p>
+<h2>&sect; 1.</h2>
+
+<p class="chtitle">Nederland in de laatste eeuwen v&oacute;&oacute;r Christus&#8217; geboorte en onder de
+heerschappij der Romeinen.</p>
+
+<p>Het land, welks geschiedenis de volgende bladzijden zullen behelzen,
+heet Nederland. Het ligt aan den mond van den Rijn, den
+IJsel, de Maas en de Schelde. Behalve dat het de wateren dier
+stroomen op zijn bodem ontvangt, krijgt het nog die van tal van
+kleinere rivieren, welke op dien grond ontstaan. In &#8217;t Noorden en
+Westen beukt, sedert eeuwen, de Oceaan de kusten van dit land
+en knabbelt er niet alleen stukken af, maar baande zich ook vaak
+een weg over grasveld en beemde. Eveneens hadden de rivieren
+eertijds nog geen dijken en stortten dikwijls met onbeteugeld geweld
+haar wateren over het land heen. Dit land zelf bestond grootendeels
+uit bosschen, heiden en moerassen.</p>
+
+<p>Terecht mag zulk een land Nederland heeten. Voor een groot
+deel is de bodem er zeer laag, en aanzienlijke watermassa&#8217;s stroomen
+over zijn grond heen in zee. Maar werden hier of daar aanmerkelijke
+stukken lands weggespoeld, elders voerden de rivieren
+of de zee vruchtbaar slib aan, waardoor het mogelijk werd polders
+in te dijken of droog te maken. Geen wonder, dat de gedaante
+van dit land thans een geheel andere is dan v&oacute;&oacute;r eeuwen. Onder
+de groote waterplassen, die voorheen in ons vaderland niet bestonden,
+zijn de Zuiderzee, de Dollard en de Biesbosch de voornaamste.
+De oorsprong der Zuiderzee&mdash;waarschijnlijk zoo genoemd, omdat zij
+ten Zuiden van Friesland ligt,&mdash;dagteekent van het jaar 839, toen
+een geweldige watervloed over de twee duizend huizen moet hebben
+weggespoeld. Latere overstroomingen maakten de plas steeds wijder.
+De Dollard (d. i. dol of onstuimig water) ontstond in 1277. De
+derde golf, de Biesbosch, had haar ontstaan te danken aan den
+St. Elizabethsvloed van den 18den November 1421. In dit water
+<span class="pagenum"><a name="Page_2" id="Page_2">[2]</a></span>
+groeiden steeds een menigte biezen, die er het voorkomen aan
+gaven van een &#8222;bosch vol biezen&#8221;: vanhier de naam.</p>
+
+<p>In weerwil van dit alles is het niet vrij van overdrijving, Nederland
+een land te noemen, aan de golven ontwoekerd, tenzij men
+niet zoozeer het oog hebbe op het droog gemaakte, als tevens op
+het droog gehouden land. Door verzuim en tweedracht ging veel
+grond verloren. Aan die oorzaken van landverlies begon eerst een
+einde te komen, toen, na het uitroeien der wouden, de akkerbouw
+vrij algemeen aanving en men, om ook wintergraan te kunnen
+verbouwen, meer op de dringende behoefte aan dijken en zeeweringen
+begon te letten, hetgeen volgens sommigen niet v&oacute;&oacute;r de
+13de, maar, zooals anderen willen, lang v&oacute;&oacute;r de 10de eeuw plaats
+greep.</p>
+
+<p>Er is een tijd geweest, waarin de volken &#8217;t bearbeiden van metalen
+niet kenden. Dien tijd, ouder dan de geschreven geschiedenis,
+noemt men &#8217;t steenen tijdperk. De weinige hunnebedden, d. i. graven
+of bedden van reuzen, in ons land overig, zijn uit dat tijdperk,
+en de getuigenissen van de oudste bewoning door geen schrijver
+geboekt. Men meent, dat de stammen, welke later, lang na het
+steenen tijdperk, maar toch in vroege eeuwen, het tegenwoordige
+Nederland en Belgi&euml; bewoonden, deze landen zullen hebben verlaten,
+toen een groote overstrooming, de Cimbrische vloed, eenigen
+tijd v&oacute;&oacute;r den inval der Cimbren en Teutonen in Itali&euml;, vele verwoestingen
+in het Noordwestelijk gedeelte van Europa, alzoo mede
+in deze streken, teweeg bracht. Het kan zijn. Wil men echter
+alleen op historische getuigenissen afgaan, dan waren de Friezen,
+de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren de voornaamste
+van de vele volksstammen, die Nederland en Belgi&euml; het
+eerst hebben bewoond. Waarom &#8222;Nederland en Belgi&euml;?&#8221; Omdat de
+geschiedenis dier beide landen in de eerste vijftien eeuwen onzer
+jaartelling zoovele punten van aanraking heeft, dat men, sprekende
+over de historie van slechts &eacute;&eacute;n dezer landen, het andere er dikwijls
+niet van kan afscheiden. Daarom zij hier aangemerkt, wat
+vooreerst mede voor &#8217;t vervolg geldt, dat met de uitdrukking
+&#8222;Nederland&#8221; of &#8222;deze landen&#8221; vaak zoowel Nederland als Belgi&euml;
+wordt bedoeld.</p>
+
+<p>Al die stammen, zoo even genoemd, behooren tot de
+<span class="pagenum"><a name="Page_3" id="Page_3">[3]</a></span>volkerengroep
+der Germanen. Wanneer en waarom zij naar ons vaderland
+afzakten, dit zijn vragen, die niet nauwkeurig kunnen worden beantwoord.
+Waarschijnlijk waren de Friezen, ongetwijfeld het hoofdvolk,
+ook de oudste bewoners. De grenzen, binnen welke zij zich
+ophielden, waren in &#8217;t o. de Eems, in &#8217;t z. die arm van den Rijn,
+welke zich bij Katwijk in zee stortte. De woonplaats der Bataven
+was het eiland der Bataven, tusschen den Rijn en de Waal gelegen,
+d. i. een deel van het tegenwoordige Zuid-Holland, Utrecht
+en Gelderland. Tevens werd dit eiland, vermoedelijk het westelijk
+gedeelte, door de Kaninefaten bewoond. De Tubanten zullen zich,
+naar men wil, in Twente, dat aan hen zijn naam ontleent; de
+Brukteren, voorzoover ons vaderland betreft, ten o. van hen en
+ten z. van de Friezen hebben opgehouden. Over de zeden en gewoonten
+dezer volkeren in &#8217;t bijzonder valt natuurlijk niets anders
+mede te deelen, dan wat allen Germanen gemeen is.</p>
+
+<p>Al de genoemde en andere volkeren, die met hen deze landen
+bewoonden, geraakten in de eerste eeuw v. C. onder de heerschappij
+der Romeinen. Die van Belgi&euml; werden grootendeels met geweld
+onderworpen, die van Nederland sloten veelal verdragen en namen
+alzoo, door de omstandigheden gedwongen, vrijwillig het juk op
+hun schouders. Van de onderwerping der Friezen heeft de stiefzoon
+van keizer Augustus, Drusus (zie <i>Overzicht der Algemeene Geschiedenis</i>,
+9de druk, blz. 43), de verdienste. Dat intusschen de oude
+bewoners van Nederland, als bondgenooten, aan de Romeinen
+ondergeschikt waren, blijkt hieruit, dat zij manschappen aan de
+legers van dit volk en zelfs aan de lijfwacht hunner keizers leverden.
+Dit was dan ook de eenige voorwaarde, waardoor de onafhankelijkheid
+der Bataven werd beperkt, tenzij de Friezen ossenhuiden
+moesten opbrengen.</p>
+
+<p>Twee opstanden tegen de Romeinen zijn de eenige merkwaardige
+gebeurtenissen uit de vroegste eeuwen van Nederlands geschiedenis,
+die bij de Romeinsche schrijvers staan opgeteekend. De
+eerste is die der Friezen, in 47 n. C. door den Romeinschen
+veldheer <span class="gesp">Corb&#365;lo</span> beteugeld. Eenigen tijd daarna, in 69 n. C.,
+stonden de Bataven op. De titel &#8222;broeders en vrienden van het
+Romeinsche volk&#8221;, hun door de machtige bondgenooten geschonken,
+beschutte hen niet tegen onderdrukking. Niet alleen jongelingen,
+<span class="pagenum"><a name="Page_4" id="Page_4">[4]</a></span>
+maar ook ouden van dagen werden voor den krijgsdienst
+opgeschreven, om hen te noodzaken, zich los te koopen en op die
+wijze de hebzucht der Romeinsche bevelhebbers of landvoogden te
+voldoen. Aan &#8217;t hoofd der Bataven, die het juk afwierpen, stelde
+zich iemand, wiens eigenlijke naam is verloren gegaan en die in
+de taal der Romeinen <span class="gesp">Claudius Civ&#299;lis</span> heet. Met hen verbonden
+zich de Friezen, de Kaninefaten en andere stammen.</p>
+
+<p>Zoolang de strijd tusschen Vitellius en Vespasianus, die beide
+naar de Romeinsche keizerskroon dongen, niet was beslist, behaalde
+Claudius Civ&#299;lis meer dan &eacute;&eacute;n zege. Maar toen in 70 n. C.
+Vespasianus&#8217; veldheer <span class="gesp">Cere&#257;lis</span> kwam opdagen, moest hij het
+verbond met Rome hernieuwen. Naar &#8217;t schijnt, was de toestand
+der opgestane volkeren, na den strijd, even dragelijk, als hij voorheen
+jaren was geweest.</p>
+
+<p>Men kan niet ontkennen, dat het verblijf der Romeinsche legers
+hier te lande sporen achtergelaten, of, met andere woorden,
+dat de onderwerping aan Rome gunstige gevolgen voor de bevolking
+dezer streken heeft gehad. Gedurende dien tijd werden hier
+en daar wegen aangelegd, ook een enkele dijk; elders vaarten gegraven.
+Zoo liet Drusus, om een waterweg naar de Noordzee te
+openen en de Bataven tegen overstroomingen van den Rijn te vrijwaren,
+de naar hem genoemde gracht graven, waardoor de Rijn
+nabij Doesburg met den IJsel werd vereenigd. Grootendeels uit
+legerplaatsen, door de Romeinen opgericht, verrezen allengs steden,
+als Nijmegen, Utrecht, Leiden en andere. Welken rechtstreekschen
+invloed echter de Romeinen op de beschaving der landzaten zelven
+hebben geoefend, is moeielijk te zeggen. Het best laat hij zich
+voorzeker nog afleiden uit de taal, d. i. uit de Nederlandsche
+woorden, aan het Latijn ontleend, b. v. schrijven, letter, enz.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_5" id="Page_5">[5]</a></span></p>
+<h2>&sect; 2.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Franken en de Saksen in Nederland en Belgi&euml;.&mdash;Deze landen
+worden een bestanddeel van het Frankische rijk.&mdash;De invoering
+van het leenstelsel en van den Christelijken
+godsdienst.&mdash;De Noormannen.</p>
+
+<p>Het spreekt vanzelf, dat ons vaderland, als bestanddeel van het
+Romeinsche rijk of als woonplaats van stammen, die bondgenooten
+van de Romeinen heetten, sedert de 3de eeuw n. C. mede ten doel
+stond aan de menigvuldige aanvallen, door de Germanen op dit
+rijk gedaan. Van de groote vereenigingen, door de stammen der
+Germanen onder gemeenschappelijke namen aangegaan, zijn er twee,
+die tot deze landen in nauwe betrekking komen te staan. Het zijn
+die der Franken en der Saksen. Sinds het einde der 3de eeuw deden
+de Franken, n.l. de Sali&euml;rs, bij herhaling invallen in de Nederlanden,
+bleven er sinds de regeering van Julianus den afvallige,
+d. i. sinds 361 n. C., gevestigd en breidden zich vervolgens
+meer en meer naar het Zuiden, eerst tot in Noordelijk Belgi&euml;, later
+tot de rivier de Somme uit. Na den dood van Clovis in 511 behoorden
+Nederland en Belgi&euml; ten deele tot die streek, welke men
+Austrasi&euml; noemde.</p>
+
+<p>Doch de Franken waren het niet alleen, die ons land bewoonden.
+Sedert de 5de of de 6de eeuw is de landstreek bij den IJsel het
+gebied niet langer van de Sali&euml;rs, maar van de Saksen een volk,
+dat zich over een groot deel van Noordwestelijk Duitschland uitstrekte
+en aan wier verbond de Tubanten en welke andere stammen
+Overijsel en Drente mogen hebben bewoond, zich aansloten.
+Het noordelijk gedeelte van ons land werd in deze eeuwen, die
+men het Frankische tijdvak kan heeten, steeds bewoond door de
+Friezen. Hun grenzen waren niet altijd dezelfde; maar het is zeker,
+dat er tijden zijn geweest, waarin die van de Noordzee en
+de Wezer tot de Schelde of de Sincfal, d. i. het Zwin (bij Sluis,
+in Vlaanderen), reikten. Tusschen de Friezen en de Saksen aan
+de &eacute;&eacute;ne zijde en de Franken aan de andere ontstond van de
+<span class="pagenum"><a name="Page_6" id="Page_6">[6]</a></span>
+6de eeuw af een strijd, die eerst in de dagen van Karel den groote
+een einde nam.</p>
+
+<p>Gedurende dat veelvuldig kampen verdwijnen de naam der Bataven
+en die der Kaninefaten voor goed. Sedert de 5de eeuw komen
+zij niet meer voor. Zoowel deze volkeren, als andere, die tot
+dusver afzonderlijke namen hadden gedragen, sloten zich bij de
+Franken aan of smolten met hen tezamen: hun naam ging in den
+algemeenen naam &#8222;Franken&#8221; op.</p>
+
+<p>De onderwerping der Friezen aan Karel den groote dagteekent
+van &#8217;t jaar 785, die der Saksen van 805. Van dien tijd af maken
+dus die beide volkeren, bij gevolg ook Nederland en Belgi&euml;, een
+bestanddeel uit van het Frankische rijk, dat tot 843 bleef bestaan.
+Gelijk elders, voerden de Franken in deze streken het leenstelsel
+en het Christendom in. Het doopen of de bekeering der Friezen
+was, behalve van den Frankischen geloofsprediker <span class="gesp">Wulfran</span>, grootendeels
+het werk van de Christenzendelingen, uit Engeland overgekomen,
+van <span class="gesp">Willebrord</span> en <span class="gesp">Winfried</span>, sinds zijn overgang
+tot het kloosterleven, alzoo reeds in zijn jongelingsjaren, doorgaans
+<span class="gesp">Bonifacius</span> (d. i. die zijn taak goed volbrengt) geheeten. Willebrord
+werd de eerste bisschop onder de Friezen. Wulfran is de
+man, die door zijn onberaden ijver den koning der Friezen, <span class="gesp">Radboud</span>,
+in 719 noopte, te Hoogwoude (ten n. o. van Alkmaar) zijn
+voet weder uit het water terug te trekken, waarin hij dien reeds
+had gezet, ten einde door den doop in de gemeente der Christenen
+te worden opgenomen. Bonifacius vond den 5den Juni 755 met
+drie-en-vijftig zijner leerlingen bij Dokkum den dood des martelaars.</p>
+
+<p>De verdeeling dezer landen of volken in den tijd van de heerschappij
+der Franken is drieledig: 1<sup>o</sup> de kerkrechtelijke, uitgaande
+van den paus en allengs ingevoerd sedert het begin der 8ste eeuw;
+2<sup>o</sup> de staatsrechtelijke, uitgaande van den keizer en in de 8ste eeuw
+tot stand gekomen; 3<sup>o</sup> de burgerlijke of geographische, van vroegere
+tijden dagteekenende en uit den boezem des volks voortgesproten. Ten
+aanzien van de eerste verdeeling stond het Noorden tot de Schelde
+en de Waal onder het bisdom Utrecht, het Oosten en het Zuiden
+onder Saksische en Frankische bisdommen. Staatsrechtelijk werd
+het land verdeeld in hertogdommen, deze weder in
+<span class="pagenum"><a name="Page_7" id="Page_7">[7]</a></span>graafschappen,
+de graafschappen o. a. in schoutambten. De burgerlijke verdeeling
+was in volken of landen, elk land in <i>gouwen</i>, elke gouw
+in <i>marken</i>. Veelal stemde deze verdeeling geheel overeen met de
+staatsrechtelijke, zoodat een gouw gelijk stond met een graafschap,
+een mark met een schoutambt. Z&oacute;&oacute; gingen de aloude marken,
+d. i. stukken grond, die voorheen &#8217;t gemeenschappelijk eigendom
+waren der markgenooten, welke waarschijnlijk van de eerste
+verovering of inbezitneming dagteekenden, in deze nieuwe indeeling
+op.</p>
+
+<p>Hier volgen een paar dier gouwen, zoowel uit het land der Friezen
+en Saksen, als uit dat der Franken. In het tegenwoordige
+Groningen: Hunsingo; in het tegenwoordige Friesland: Oostergo,
+met de hoofdplaats Dokkum; in het tegenwoordige Holland: West-Friesland,
+met de hoofdplaats Medemblik; in het tegenwoordige
+Overijsel: Twente, met de hoofdplaats Goor; in het tegenwoordige
+Gelderland: de Veluwe, de Betuwe, enz.</p>
+
+<p>Vraagt men naar de vruchten van de heerschappij der Franken
+in deze landen, hierop kan in zooverre een antwoord worden gegeven,
+dat men zich over &#8217;t geheel een tamelijk goed denkbeeld
+van den algemeenen toestand vermag te vormen. Het land werd,
+onder &#8217;t oppergezag der koningen, bestuurd door hertogen en graven.
+Oorspronkelijk beduidt het woord <i>hertog</i> aanvoerder van een
+leger. Maar dikwijls werd ook hij zoo genoemd, die over de krijgsbenden
+eener zekere landstreek het bevel voerde, weshalve die titel
+dan aan de landstreek werd gehecht. Zoo waren er hier te lande
+drie hertogen: een van Friesland, een van Saksen en een van
+Frankenland. Onder de hertogen stonden <i>de graven</i>, d. i. rechters.
+In den beginne werd die titel zoowel aan ambtenaren van lagen
+als van hoogen rang gegeven, zoodat b. v. een opzichter over wouden,
+dijken, wegen, enz. vaak graaf werd genoemd. Later werden
+die koninklijke of keizerlijke ambtenaren gewoonlijk zoo geheeten,
+die als rechters, doch ook als burgerlijke bestuurders en aanvoerders
+van &#8217;t leger den vorst vervingen. De bank van <i>schepenen</i>,
+waarvan de graaf voorzitter was, had rechtspraak over het geheele
+graafschap. Onder de graven vond men <i>schouten</i>, die aan &#8217;t hoofd
+stonden van de schoutambten. De bevolking was niet langer in
+den toestand van wilde horden, maar in dien eener geregelde
+<span class="pagenum"><a name="Page_8" id="Page_8">[8]</a></span>
+maatschappij met vaste wetten. Zij was gesplitst in de volgende
+standen: <i>vrijen</i>, <i>liten</i> (lieden of hoorigen) en <i>slaven</i> of <i>lijfeigenen</i>.
+Dewijl de liten op de hoeven der vrijen woonden, noemde men ze
+hofhoorigen. Noch hun toestand, noch die der lijfeigenen was zoo
+onaangenaam, als die der slaven in de oudheid of die der negers
+in de volkplantingen der Europeanen van den nieuweren tijd. Ten
+bewijze dat handel en nijverheid geen geheel vreemde dingen waren,
+strekt, dat Dorestad, (Wijk bij) <i>Duurstede</i>, b. v. een aanzienlijke
+koopstad was. De groote wegen werden naar behooren onderhouden
+en met wering van knevelarij, tegen voldoening van bepaalde tollen,
+voor elk opengesteld.</p>
+
+<p>Reeds gedurende de regeering van Karel den groote en vroeger
+werden deze landen door de Noormannen besprongen, doch vooral
+geschiedde dit onder &#8217;t bewind van Lodewijk den vrome en na hem.
+Deze woeste horden, de stroomen opvarende, legden de steden, die
+zij op haren weg ontmoetten, zware schattingen van honderden
+of duizenden ponden goud of zilver op, of kenmerkten in het binnenland,
+zoover zij doordrongen, haren weg door roof en doodslag.
+Lodewijk de vrome verschafte de Noormannen een zeer gewenschte
+aanleiding om hun rooftochten voort te zetten. Tot hem kwamen
+n.l. drie dier Noordsche vorsten, <span class="gesp">Heriold</span>,
+<span class="gesp">Roruk</span> en <span class="gesp">Hemming</span>,
+die uit Denemarken waren verjaagd en met behulp van Lodewijk
+hun gebied zochten te herwinnen. Lodewijk, die steeds voor &#8217;t
+Christendom ijverde, hoopte door &#8217;t verleenen van den gevraagden
+bijstand deze vorsten en misschien een aantal hunner onderdanen
+tot het aannemen van dien godsdienst te bewegen. Hierin slaagde
+hij naar wensch. De Deensche vorsten lieten zich in 826 doopen;
+maar het mocht den koning der Franken niet gelukken, hen in
+&#8217;t bewind te herstellen. Vol blijdschap over hun bekeering, gaf
+Lodewijk hun daarom leenen in de Nederlanden: aan Heriold
+Dorestad of <i>Duurstede</i> en omstreken; aan Roruk <i>Kennemerland</i> (een
+deel van Noord-Holland nabij Alkmaar) en aan Hemming <i>Zeeland</i>.
+Dit bracht vele rampen over de Nederlandsche gewesten, want
+behalve dat de van buiten komende Noormannen hier van nu af
+hun heerschzucht ruimen teugel vierden, onderdrukten de in deze
+landen gevestigde Noormannen de landzaten van tijd tot tijd zeer.
+En niet v&oacute;&oacute;r 885 eindigde hun heerschappij in deze streken.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_9" id="Page_9">[9]</a></span>
+Inmiddels had het Frankische rijk in 843, bij het verdrag van
+Verdun, opgehouden te bestaan. Hierbij verkreeg Lotharius I. o. a.
+het oostelijk gedeelte van Frankrijk en aangrenzende landen, gelegen
+in &#8217;t z., tusschen de Rh&ocirc;ne en de Alpen, in &#8217;t n., zoowel
+ten n. van den Rijn als tusschen deze rivier en de Maas, gelijk
+mede tusschen de Maas en de Schelde tot de monden dezer rivieren.
+Lodewijk de Duitscher bekwam o. a. het land ten n. van de Alpen
+en ten o. van den Rijn. Karel den kale eindelijk werd o. a. het
+gebied ten westen van de Schelde, de Maas, de Sa&ocirc;ne en de Rh&ocirc;ne
+toegewezen. Hieruit volgt, dat Lotharius I bijna geheel Belgi&euml; en
+Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel van
+Zeeland verwierf. Later, in 870 en 879, kwam het aandeel van
+Lotharius I aan Duitschland.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 3.</h2>
+
+<p class="chtitle">Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien van andere
+streken van ons land.&mdash;De wisselingen in de opperheerschappij
+dezer landen na het verdrag van Verdun.&mdash;Staten, die
+in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.&mdash;Aard
+en uitbreiding der grafelijke macht.</p>
+
+<p>Toen de Friezen zich in 785 aan Karel den groote onderwierpen,
+werd hun land, zooals vanzelf spreekt, geacht een bestanddeel van
+het rijk der Franken te zijn. Doch het leenstelsel werd bij hen zoo
+goed als niet ingevoerd; zij behielden hun persoonlijke vrijheid,
+eigendom en rechten, hoewel zij door koninklijke ambtenaren werden
+bestuurd. Alzoo verschilde hun toestand van dien der bewoners
+van de andere gedeelten dezer landen, als van Brabant, Zeeland,
+Gelderland, Utrecht, Zuid-Holland en van een streek van Noord-Holland,
+n.l. Kennemerland. Hier werd de Frankische stam, vroeger
+of later, de overheerschende, de Friesche de onderliggende. &#8217;t Gevolg
+was, dat de Friesche inwoners der laatstgenoemde landen,
+<span class="pagenum"><a name="Page_10" id="Page_10">[10]</a></span>
+althans grootendeels, ophielden vrijen te zijn, en, als hoorigen of
+lijfeigenen, tot allerlei dienstbetooning aan de overheerschers werden
+verplicht. Niet alleen als volk werden zij dus vernietigd; maar
+zij verloren ook een groot deel hunner menschenrechten. Bij de
+veelvuldige verdrukking van allerlei heeren, waaraan zij ten doel
+hadden gestaan, had daarenboven menige vrije het als een geluk
+beschouwd, zich als lijfeigene te mogen verkoopen, op die wijze,
+met opoffering van de vrijheid, althans rust en veiligheid verwervende.
+Nergens intusschen was het getal lijfeigenen zoo groot als
+in de landen van den bisschop van Utrecht.</p>
+
+<p>Na het jaar 843 kwamen de Nederlanden en Belgi&euml; (steeds met
+uitzondering van Vlaanderen en van een gedeelte van Zeeland),
+om niet van het tijdperk van overgang te spreken, gelijk op blz.
+9 werd opgemerkt, weldra tot Duitschland in die betrekking te
+staan, waarin zij tot dusver hadden gestaan tot het rijk der Franken.
+Van dien tijd af maakten zij, n.l. voor zoover zij bij het verdrag
+van Verdun tot het aandeel van Lotharius I hadden behoord, een
+bestanddeel uit van het hertogdom Lotharingen, en sedert 965,
+toen dit hertogdom in Opper- en Neder-Lotharingen werd verdeeld,
+van het laatste.</p>
+
+<p>In de 9de en de 10de eeuw werden waarschijnlijk de meeste Nederlanden
+erfelijke leenen, dewijl dat, wat oorspronkelijk een gunst
+des keizers was, allengs, in weerwil van hem, als een recht
+werd beschouwd. Het volk en de kleinere leenmannen, die zich
+natuurlijk meer aan de plaatselijke overheid dan aan den veeltijds
+afwezigen keizer hielden, namen met deze verandering licht genoegen.
+Meer dan eens ontstonden er evenwel groote moeielijkheden
+uit de vraag, of het eene of andere gewest alleen een <i>mannelijk</i> of
+<i>zwaardleen</i>, of wel tegelijk een <i>vrouwelijk</i> of <i>spilleleen</i> was. Sedert
+de 11de eeuw kwamen allengs meerdere gouwen aan &eacute;&eacute;n graaf. Dit
+ontsproot hieruit, dat sommige gravengeslachten uitstierven of
+werden verdreven en de overige zich dan met hun nalatenschap
+verrijkten. Hierdoor kwam het, dat in de 12de eeuw bijna het geheele
+land tusschen den graaf van Gelder, dien van Holland en
+den bisschop van Utrecht was verdeeld.</p>
+
+<p>De verandering, die langzamerhand in het Zuiden in den staat
+van zaken plaats greep, was hoofdzakelijk deze, dat in plaats van
+<span class="pagenum"><a name="Page_11" id="Page_11">[11]</a></span>
+het hertogdom Neder-Lotharingen, voor en na, verschillende zelfstandige
+staten ontstonden. De grootste dier staten was <i>Brabant</i>,
+dat ook den titel &#8222;hertogdom&#8221; behield. Verder vond men er het
+markgraafschap, veelal graafschap genoemd, <i>Namen</i>, en het graafschap
+<i>Henegouwen</i>. Ten o. van deze drie staten lag het bisdom
+<i>Luik</i>. Tusschen den Maas en den Rijn lag het graafschap, sedert de
+11de eeuw hertogdom, <i>Limburg</i>. <i>Maastricht</i> was voor een gedeelte
+een bezitting van den bisschop van Luik, voor een ander deel een
+op zich zelve staande rijksstad, die later door Karel V van het
+Duitsche rijk afgescheiden en aan Brabant toegevoegd werd. Ten
+z. van Limburg stiet men op het graafschap, sedert 1354 hertogdom,
+<i>Luxemburg</i>.</p>
+
+<p><i>Antwerpen</i> met zijn omstreken was reeds in de 10de eeuw een
+markgraafschap van het heilige Roomsche of Duitsche rijk en werd
+door den hertog van Brabant bestuurd. <i>Mechelen</i> was een heerlijkheid,
+die in 1357 aan Vlaanderen kwam. Gelijk <i>Artois</i> in zijn geheel,
+zoo was <i>Vlaanderen</i> grootendeels een deel van Frankrijk,
+<i>Kroon-Vlaanderen</i> geheeten. Het andere gedeelte, het Noordelijke,
+was een leen van Duitschland en werd <i>Rijks-Vlaanderen</i> genoemd.
+O. a. bevatte het Zeeland bewester schelde, d. i. het land ten n.
+van de Hont. In 1007 gaf keizer Hendrik II Rijks-Vlaanderen aan
+Boudewijn IV, graaf van Vlaanderen, in leen, die op zijn beurt
+het Zweedsche land wederom in achterleen gaf aan graaf Dirk III
+van Holland.</p>
+
+<p>De staten, die in &#8217;t Noorden verrezen en waarvan straks ter loops
+werd gewaagd, waren Holland, Utrecht, Gelderland. Zooals men
+gewoonlijk aanneemt, ontstond het <i>graafschap Holland</i>, waarbij dat
+gedeelte van Zeeland behoort, dat ten n. van de Oosterschelde ligt,
+in 922, doordien Karel de eenvoudige (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 78) aan
+hem, die men veelal Dirk I noemt, Egmond en omliggend land, ongeveer
+van Hillegom tot Alkmaar, schonk. Maar wil men op een
+begin van &#8217;t graafschap Holland wijzen, dat op een vasten grondslag
+steunt, dan moet men gaan tot het jaar 1018, tot dien Dirk,
+die doorgaans <span class="smcap"><span class="gesp">dirk</span> III</span> heet. Tusschen de Merwede en de oude
+Maas lag te dier tijde een moerassig bosch, dat de bisschop van
+Utrecht en die van Luik gemeenschappelijk bezaten. Deze wildernis
+werd in het begin der 11de eeuw door graaf Dirk
+<span class="pagenum"><a name="Page_12" id="Page_12">[12]</a></span>eigenmachtig
+in bezit genomen. Hij stichtte er een sterkte ter bewaking
+van de talrijke rivieren, welke die streek besproeien, en hief er
+op eigen gezag tol van de voorbijvarende schepen. Tevergeefs trachtte
+keizer Hendrik II dit te beletten. De sterkte, door Dirk gesticht,
+gaf het aanzijn aan de stad Dordrecht. Naar &#8217;t schijnt, had de
+genoemde streek, wegens haar rijkdom aan bosschen den naam
+<i>Holland</i> gekregen, die, na de verovering, allengs op de meer
+naar &#8217;t noorden gelegen streken overging. Vanhier, dat de graven,
+die voorheen &#8222;graven van Friesland&#8221; heetten, zich sinds dezen
+tijd &#8222;graven van Holland&#8221; begonnen te noemen. Sedert 1323
+werd de graaf van Holland, gelijk beneden zal worden aangetoond,
+tevens graaf van <i>Zeeland</i>, een land, dat zijn naam wellicht
+hieraan ontleent, dat het deels uit <i>zee</i>, deels uit <i>land</i> bestaat (zee
+en land).</p>
+
+<p><i>Gelderland</i> bestond oudtijds uit de graafschappen Gelre of Gelder
+en Zutfen. De eerste, welke den titel &#8222;graaf van Gelder en
+Zutfen&#8221; voert, is <span class="smcap"><span class="gesp">hendrik</span></span> in 1138. &#8222;Graaf van Gelder&#8221; heette hij
+naar zijn hoofdstad Gelre (ten n. o. van Venlo). In 1339 verhief
+keizer Lodewijk <span class="smcap"><span class="gesp">reinoud</span> II</span> of <span class="smcap">
+<span class="gesp">den zwarte</span></span>, zoo genoemd naar de
+kleur van zijn hoofdhaar, tot hertog van Gelderland.</p>
+
+<p>Zooals boven is vermeld, pleegt er sedert 695, toen Willebrord
+zijn zetel te Utrecht vestigde, van een <i>bisdom Utrecht</i> te worden
+gewaagd. Dikwerf komt het ook onder den naam <i>het Sticht</i> of <i>Stift</i>,
+gelijkbeteekenende met &#8222;gesticht&#8221;, voor. Hoe ver het gebied des bisschops
+in geestelijke of kerkelijke zaken reikte, is reeds (zie <a href="#Page_6">blz.
+6</a>) gezegd. Oorspronkelijk was de kerkelijke macht de eenige, die
+de bisschoppen hadden. Doch sedert de keizers en andere machtige
+mannen, van tijd tot tijd, allerlei bezittingen aan den bisschoppelijken
+stoel schonken, kwam hierbij allengs ook wereldlijk
+gezag. Als wereldlijke vorsten waren zij, gelijk de overige Nederlandsche
+vorsten in de Middeleeuwen, leenmannen van het Duitsche
+rijk. Sedert 1122 werd de bisschop door de kanoniken van
+de vijf kapittelkerken gekozen. De vergadering van al die kanoniken
+tezamen droeg den naam <i>kapittel van Utrecht</i>. Behalve over
+Utrecht strekte zich de wereldlijke macht van de bisschoppen ook
+uit over <i>Overijsel</i>, daarom <i>Oversticht</i> geheeten, alsmede van <i>Groningen</i>
+en <i>Drente</i>. Wat Overijsel betreft, dit hebben zij <span class="pagenum"><a name="Page_13" id="Page_13">[13]</a></span>trapsgewijze
+gekregen. Weleer waren hier, zooals elders, onderscheiden
+graafschappen, alle aan het Duitsche rijk leenroerig. Naarmate deze
+landstreken, bij het uitsterven der mannelijke lijn en anderszins, aan
+het rijk vervielen, gaven de keizers ze aan den bisschoppelijken
+stoel in leen.</p>
+
+<p>Nog is niet gesproken van <i>Friesland</i> en van eenige in de Middeleeuwen
+op zichzelf staande kleinere gedeelten van ons vaderland.
+Het eerstgenoemde land, tevens West-Friesland, een groot deel
+van de latere provincie Groningen en Oost-Friesland bevattende,
+werd sedert Karel den groote door graven beheerscht. Wat die
+andere deelen des lands aangaat, hiertoe behoorde o. a. de heerlijkheid
+<i>Westerwolde</i>, sinds het einde der vorige eeuw bij de provincie
+Groningen ingelijfd.</p>
+
+<p>Na op de bestanddeelen der Nederlanden in de Middeleeuwen
+te hebben gelet, vestige men zijn aandacht op den aard der grafelijke
+macht in Holland, waarbij men zich behoort te herinneren, dat wat
+hier wordt aangevoerd tevens in &#8217;t algemeen voor Gelderland, Utrecht,
+enz. geldt. Oorspronkelijk waren de graven (zie <a href="#Page_7">blz. 7</a>) ambtenaren,
+d. i. dienaren, die in naam van den koning der Franken of den
+keizer van Duitschland de vierschaar spanden, de boeten invorderden
+en den heirban aanvoerden. Zij bezaten op dezen grond
+doorgaans vele landen, bosschen enz. in vollen eigendom. De bediening,
+hun opgedragen, kon worden herroepen, weshalve niet
+de graven naar de streek, waarover zij waren gesteld, werden
+genoemd, maar de graafschappen den naam droegen van hen,
+die ze bestuurden. Sedert de leenwet van keizer Koenraad II
+(<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 79) in 1037 werden de graafschappen alom,
+dus ook hier te lande, erfelijk. Nu bleven de graven niet lang meer
+dienaren. Aangesteld door een heer, die verre was, poogden zij
+weldra zich van hem zoo goed als onafhankelijk te maken, zijn
+plaats geheel in te nemen, in &#8217;t kort landsheeren te worden en
+als zoodanig te handelen. Het hun geleende gezag zochten zij tot
+een eigen te maken. Hiertoe behoefden zij den steun hunner onderdanen
+en moeten zich dien hebben weten te verschaffen. Eens
+landsheer geworden, gaf ook de graaf van de aanzienlijke goederen,
+die hij bezat of aan zich had getrokken, er vele in leen aan
+de vrijen en eigenerfden, hier woonachtig, natuurlijk onder voorwaarde,<span class="pagenum"><a name="Page_14" id="Page_14">[14]</a></span>
+dat zij hem, den leenheer, getrouw zouden wezen en
+bijstaan tegen wien ook.</p>
+
+<p>In naam van den graaf of landsheer spande in Holland <i>de baljuw</i>
+of <i>schout</i>, zijn ambtenaar, <i>de vierschaar</i> (d. i. de vier gerechtsbanken),
+of, met andere woorden, riep <i>de schepenen</i>, als bijzitters,
+bijeen. De schepenen wezen het vonnis, en de baljuw of schout
+sprak het uit. De baljuw, de plaatsvervanger van den graaf in elke
+gouw, stond hier aan &#8217;t hoofd van &#8217;t burgerlijk bestuur, was voorzitter
+in de gerechten, voerde de ingezetenen in oorlog aan en
+oefende het toezicht over wateren, wegen en dijken.</p>
+
+<p>Vooral was het Floris V, die inbreuk maakte op de oude instellingen
+en de grafelijke macht uitbreidde. Om niet afhankelijk te
+zijn van den bijstand der edelen in geval van oorlog, stichtte hij
+steden en begunstigde ze met <i>keuren</i> en allerlei voorrechten. Voor
+den grafelijken domeingrond, waarop zij werden gebouwd, betaalden
+die steden een jaarlijksche som, als tot afkoop van de diensten,
+waartoe de bewoners van dien grond zouden gehouden geweest zijn.
+<i>De gemeenten</i>, aldus ontstaan, werden als vazallen of leenmannen
+aangemerkt. Alzoo de burgerijen, als krijgsmacht, aan de troepen
+der leenmannen kunnende tegenstellen en hun inkomsten met behulp
+van de jaarlijksche schattingen, hun door de steden op te
+brengen, vermeerderende, verzwakten de graven de heeren, zichzelven
+tevens versterkende. Deze gevolgen werden in nog ruimer
+mate zichtbaar, toen de graven, met de edelen, eveneens de steden
+opriepen, om ook haar over &#8217;s lands belangen te raadplegen of
+haar om beden te vragen. Op die wijze veranderden de graven
+allengs de geheele inrichting van den staat.</p>
+
+<p>De burgers dier steden wierpen hoe langer hoe meer een aanmerkelijk
+gewicht in de schaal. Op grond van den ouden rechtsregel,
+dat geen vrij man kon worden gedwongen, zonder eigen
+toestemming, iets van zijn eigendom af te staan, konden ook zij hun
+bewilliging onthouden aan <i>de</i> vorstelijke <i>beden</i>, d. i. aanzoeken om
+geldelijke hulp, en wel in dier voege, dat elke stad voor zich kon
+weigeren. En vermits in deze landen, gelijk elders, de geestelijkheid
+en de edelen van rechtswege bevrijd waren van alle lasten,
+uitgezonderd van den krijgsdienst, en zich zoolang mogelijk in &#8217;t
+bezit van dit recht handhaafden, waren de graven meer en meer<span class="pagenum"><a name="Page_15" id="Page_15">[15]</a></span>
+verplicht, zich, ten einde de noodige gelden te erlangen, tot de
+stedelingen te wenden. Deze gesteldheid van zaken verklaart ook
+het aanwezig zijn van die tallooze <i>privilegi&euml;n</i> hier te lande, als
+zoovele bolwerken, om te groote overmacht van den graaf te
+stuiten.</p>
+
+<p>De inhoud dier stukken liep natuurlijk uiteen. Maar geen stad
+of gewest was er bijna, of zij kon zich beroemen op een keur, waardoor
+de ingezeten verzekerd was, niet buiten de grenzen van stad
+of gewest gedagvaard of voor een vreemden rechter gedaagd te
+worden (jus de non evocando). Dergelijke privilegi&euml;n bezwoer de
+graaf, aleer hij het bewind aanvaardde. Eerst dan legden de onderdanen
+den eed van trouw en gehoorzaamheid af.</p>
+
+<p>Wat het binnenlandsch bewind betreft, bleef Friesland tot den
+tijd van Karel V op een geheel bijzonderen voet bestaan. De keizer
+beleende met dit land hetzij den bisschop van Utrecht, hetzij den
+graaf van Holland of een ander vorst. Alzoo meende zoowel de graaf
+van Holland als de bisschop van Utrecht een verkregen recht te
+hebben op de heerschappij over de Friezen, die zelven evenmin gezind
+waren den een als den ander te gehoorzamen. De herhaalde
+uitgifte van Friesland in leen toont aan, dat er, gedurende de
+Middeleeuwen, in dit land geen gezag bestond, gelijk aan dat van
+den bisschop van Utrecht, den graaf van Holland of den hertog
+van Gelderland. De graven of regenten, die er waren, moeten worden
+geacht ambtenaren van lageren rang te zijn geweest en met
+minder macht bekleed, dan die was, welke de zoo even genoemde
+landsheeren, elk binnen zijn perken, uitoefenden.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 4.</h2>
+
+<p class="chtitle">Holland onder de graven uit het Hollandsche huis.</p>
+
+<p>Hetgeen op de laatstvoorgaande bladzijden omtrent het karakter
+en de hoedanigheid van de macht der landsheeren staat opgeteekend
+ziet, uit den aard der zaak, niet op &eacute;&eacute;n tijdstip in &#8217;t bijzonder.
+Het is veeleer een doorloopende beschouwing van de ontwikkeling
+<span class="pagenum"><a name="Page_16" id="Page_16">[16]</a></span>
+dier macht in den loop der tijden, welke steeds behoort
+te worden getoetst aan de geschiedenis der staten zelven, waartoe
+wij thans overgaan. &#8217;t Eerste graaflijke stamhuis, dat in Holland regeerde
+en oorspronkelijk in de streken van de oude abdij van Egmond
+was gevestigd, was <i>dat van Holland</i>, naar de gewone meening,
+922-1299 (zie echter <a href="#Page_11">blz. 11</a> en <a href="#Page_12">12</a>). Hier volgt de reeks der graven,
+uit dat huis gesproten. Zoo men met 922 begint, zijn er zestien:
+Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V,
+Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris IV,
+Willem II, Floris V, Jan I. De plaats, waar de huldiging der graven
+plaats had, was Dordrecht. De eerste graven waren vaak in oorlog met
+de West-Friezen, met wier land zij, hoewel tegen den zin der
+inwoners, beweerden door den keizer te zijn beleend. In 1256 viel
+<span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> II</span> op een veldtocht tegen hen bij
+<span class="gesp">Hoogwoude</span> (ten n.o.
+van Alkmaar), waar hij, met zijn paard door het ijs gezakt en
+tevergeefs een groot losgeld biedende, door de vijanden werd afgemaakt.
+Eerst <span class="smcap"><span class="gesp">floris</span> V</span>, zijn zoon, onderwierp hen in 1282 en 1287,
+en tevens de Waterlanders en de Drechterlanders, zooals hij vroeger
+de Kennemerlanders had bedwongen.</p>
+
+<p>Eveneens hadden de graven dikwijls geschillen met de bisschoppen
+van Utrecht, eensdeels wegens Friesland, anderdeels over de grensscheiding.
+Zoo werd Utrecht ongeveer in 1145 door <span class="smcap"><span class="gesp">dirk</span> VI</span>, uit
+wrok over het verlies van Friesland (zie <a href="#Page_15">blz. 15</a>), belegerd. Toen
+echter bisschop <span class="gesp">Herbert</span>, aan het hoofd zijner geestelijkheid, in
+plechtgewaad, met een boek in de hand uit de gewijde vest kwam,
+om den banvloek over den graaf uit te spreken, ontgleed het krijgszwaard
+aan zijn bevende handen en brak hij in aller ijl het beleg
+op. Dat sommige graven zich zelfs aan openlijken oorlog met den
+keizer durfden wagen, blijkt o. a. uit het voorbeeld van Dirk III
+(zie <a href="#Page_12">blz. 12</a>). En dan was Holland nog, ter zake van Zeeland (zie
+<a href="#Page_11">blz. 11</a>), in langdurigen kamp met de Vlamingen gewikkeld. Van
+Hollands graven namen <span class="smcap"><span class="gesp">floris</span> III</span> en
+<span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> I</span> persoonlijk deel
+aan kruistochten, de eerste aan den derden, waarin hij wakker
+streed, maar in 1190 te Antiochi&euml; aan een ziekte overleed. Zijn
+tweede zoon Willem vocht, na den dood zijns vaders, mede voor
+Acre. Nadat hij vervolgens zijn broeder Dirk VII als graaf was opgevolgd,
+ondernam hij aan &#8217;t hoofd van een leger Hollanders en<span class="pagenum"><a name="Page_17" id="Page_17">[17]</a></span>
+Friezen gezamenlijk met de andere vorsten een tocht tegen Damiate
+(in &#8217;t n. van Egypte, nabij een der monden van den Nijl), om
+vandaar Syri&euml; en Palaestina aan te tasten. Na een langdurig beleg
+werd Damiate in 1219 ingenomen, doch in 1221 ook reeds weder
+ontruimd. Ter herdenking dezer gebeurtenis hangen er, sedert het
+midden der 16de eeuw, in den toren van de groote of St. Bavo&#8217;s
+kerk te Haarlem koperen klokjes, die zoowel elken avond geregeld
+als hij brand en andere gelegenheden worden geluid. Zij heeten
+<i>Damiaatjes</i>, niet omdat zij van Damiate afkomstig zijn, maar
+omdat zij bestemd zijn, de herinnering aan den tocht levendig
+te houden.</p>
+
+<p>Slechts eenmaal werd, gedurende de regeering van het eerste
+stamhuis, als punt van geschil, de vraag opgeworpen, of Holland
+een zwaard- dan wel een spilleleen was. Het geschiedde in 1203,
+bij den dood van Dirk VII. Hij liet &eacute;&eacute;n dochter na, Ada geheeten.
+Graaf Dirk had gewenscht, dat zijn broeder, weldra graaf
+Willem I, als regent het bewind voor haar voerde. Maar Dirks
+gemalin, Adelheide, haatte Willem, en hoewel zij zich niet kon
+ontveinzen, dat Holland, destijds althans, als een mannelijk leen
+werd aangemerkt, poogde zij het graafschap voor hare dochter
+te behouden. Mede met het oog daarop huwde zij Ada uit aan
+Lodewijk, graaf van Loon (ten n. van Luik), Dit huwelijk werd
+voltrokken, terwijl het lichaam van Ada&#8217;s vader nog boven aarde
+stond, zoodat het gebruikelijke rouwmisbaar voor de blijde bruiloft
+moest wijken. Deze handelwijze van Adelheid maakte de verontwaardiging
+van vele edelen gaande, die nu partij kozen voor
+Willem. Z&oacute;&oacute; ontbrandde er een oorlog, waarin de fortuin Lodewijk
+eerst een korte poos toelachte, om hem weldra ontrouw te
+worden. Reeds in 1204 werd hij uit Holland verdreven en kwam
+er nimmer terug.</p>
+
+<p>Allengs was het aanzien van het Hollandsche gravenhuis zeer
+gerezen. Nog hooger steeg dit, toen Willem II, de stichter van
+&#8217;s Gravenhage, in 1247 tot Roomsch koning werd benoemd, een
+waardigheid, die hem intusschen veel strijd kostte en geen werkelijke
+macht schonk. Doch juist toen zijn gelukszon in Duitschland begon
+te rijzen en zijn uitzichten te verhelderen, viel hij, omtrent dertig
+jaren oud, in den kamp tegen de West-Friezen (zie <a href="#Page_16">blz. 16</a>). Hij
+<span class="pagenum"><a name="Page_18" id="Page_18">[18]</a></span>
+benevens Willem I en Floris V zijn het inzonderheid, aan wie
+de steden en vlekken hun opkomst hadden te danken.</p>
+
+<p>Gelijk elders, oefenden de kruistochten ook in ons land hun
+invloed en brachten een geheele omkeering in de maatschappij
+teweeg. Ook in Nederland begon men van lieverlede de gevolgen
+te gevoelen van het onderlinge verkeer der nati&euml;n, dat
+toen opkwam. Dat men onder de banier des kruises voor een
+heiliger beginsel streed, dan men tot dusver had gekend, leidde
+tot veredeling van den woesten krijgsmansgeest en temperde de
+ruwheid van zeden. Ook hier werd de kring van menschelijke
+kennis en ervaring uitgebreid en verwekte de handel, die reeds
+tot eenigen bloei kwam, een hooger gevoel van zelfstandigheid.
+Nu de kennismaking met het Oosten en met het Byzantijnsche
+hof de behoefte aan meer gemak en weelde, aan pracht en
+vertooning had gewekt, vermenigvuldigden zich, met de vermeerdering
+van allerlei behoeften, eveneens de takken van
+nijverheid en nam de handel een hoogere vlucht. Alwie, getroffen
+door het gezicht van Itali&euml;&#8217;s steden, fier op eigen bestuur, naar
+huis terugkeerde, haakte naar &#8217;t zelfde geluk en deed mede bij
+anderen de begeerte daarnaar ontbranden. De edelen, die, om
+de kosten der uitrusting te bestrijden, vele hunner eigendommen
+moesten vervreemden of hun lijfeigenen de vrijheid schenken,
+verloren van hun invloed en luister. Het volk werd uit de diepe
+vernedering der lijfeigenschap opgeheven en de grond gelegd
+tot het ontstaan van <i>den derden stand</i>, d. i. dien der poorters of
+burgers, en tot dien der boeren. De kruistochten bevorderden
+krachtig het gebruik der moedertaal en riepen rechten en vrijheden
+in &#8217;t leven. Zij verbonden de drie standen nauwer en
+ontwikkelden ze meer en meer door &#8217;t wijzigen hunner zeden en
+gewoonten.</p>
+
+<p>Op den grondslag nu, ook door de kruistochten gelegd, begon
+voet voor voet het gebouw der burgerlijke vrijheid te verrijzen.
+Zooals boven werd opgemerkt, zijn de meeste steden haar oorsprong
+of bloei aan het straks genoemde drietal graven verschuldigd. In
+de keuren, aan de steden uitgereikt, werd haar vrijdom van tol
+geschonken; voor toezicht op wegen en vaarten gezorgd; een zekere
+boete op misdrijven bepaald; het recht gegeven om haar overheidspersonen
+<span class="pagenum"><a name="Page_19" id="Page_19">[19]</a></span>
+of schepenen te verkiezen; vastgesteld, welk getal van
+manschappen, b. v. 25 tot 30, de stad in geval van oorlog moest
+leveren en hoe groot de som, jaarlijks te voldoen, zou zijn, b. v.
+van 20 tot 60 gl. (zie <a href="#Page_14">blz. 14</a>). Doch Floris ging nog verder. Hij
+raadpleegde niet alleen de edelen, maar ook van tijd tot tijd sommige
+steden over &#8217;s lands belangen.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; verrees, in tegenstelling met andere landen, op Hollands
+bodem op vreedzame wijze tal van steden. Als regel gold het,
+dat elke lijfeigene of hoorige, die binnen een stad zijn toevlucht
+nam, vrij werd, zoo hij na jaar en dag door zijn heer niet was
+opge&euml;ischt. Groot was de verandering, die reeds hierdoor de
+toestand van den lijfeigene of hoorige onderging. Van dit oogenblik
+af betaalde hij geen <i>schot</i> (van schieten, in den zin van
+bijdragen, geven) en <i>lot</i> (eigenlijk: stuk grond, vandaar: de
+schatting er voor), d. i. hoofdgeld, meer, want dit geschiedde
+alleen door de niet-vrijen. Hij mocht, naar welgevallen, een
+huwelijk aangaan, over zijn goederen beschikken, in &eacute;&eacute;n woord:
+hij kreeg persoonlijke rechten. Als burger deelde hij verder in de
+voorrechten, waarmede de steden langzamerhand werden begiftigd.
+Geen andere verplichtingen stonden hier tegenover, dan dat hij
+(zie boven) eens in &#8217;t jaar met zijn medeburgers een vaste som
+moest opbrengen, binnen de stad blijven wonen en zich, wanneer
+haar eenig gevaar dreigde, gewapend naar de loopplaats begeven.
+De band, op die wijze bij de opkomst der steden gelegd, werd
+later nog nauwer toegehaald, sinds de burgers allerlei bijzondere
+verbintenissen onder elkander aangingen. Hiertoe behooren hoofdzakelijk
+<i>de gilden</i>, d. i. vereenigingen van lieden, die hetzelfde
+bedrijf of handwerk uitoefenen, met verbod aan anderen om dit
+te doen.</p>
+
+<p>Is het vreemd, dat Floris door zijn tegenstanders <i>der keerlen
+God</i>, d. i. de afgod der stedelingen en boeren, werd genoemd?
+Niet alleen door rechtstreeksche begunstiging, ook door het
+fnuiken van den adel bevorderde hij hun belangen. Op verzoek
+van een paar steden en edelen uit het Sticht deed hij de heeren
+<span class="gesp">Gijsbrecht van Amstel</span> en <span class="gesp">Herman van Woerden</span>,
+zijn leenmannen, den oorlog aan. Die oorlog liep ten nadeele
+der beide heeren af. Gijsbrecht deed in 1285 afstand van een<span class="pagenum"><a name="Page_20" id="Page_20">[20]</a></span>
+deel der goederen, die hij van den bisschop in leen had, o. a.
+van Muiden, welke op Floris overgingen, die hierdoor een
+vazal van Utrecht werd. Dezelfde bepaling werd op de heerlijkheid
+Woerden toegepast. Verder deden beiden afstand van hun alodi&euml;n,
+waar ook gelegen, ten behoeve van Floris, die ze hun als
+leenen teruggaf.</p>
+
+<p>Meer dan genoeg had Floris gedaan, ten einde den wrok der
+edelen op zich te laden. Als om de maat vol te maken, voegde
+hij er nog bij, dat hij veertig hoorigen, die zich op de een of
+andere wijze jegens hem verdienstelijk moeten hebben gemaakt,
+van alle slaafsche diensten ontsloeg en hen vrij verklaarde. Welk
+een vergrijp in &#8217;t oog der edelen! Terwijl zij vol verbittering aan
+de bevrediging hunner wraakzucht dachten, kregen zij onverwachts
+een bondgenoot in <span class="gesp">Eduard</span> I, koning van Engeland. Hij verplaatste
+bij een verdrag, in 1295 met Guy van Dampierre, graaf van
+Vlaanderen, gesloten, den stapel der Engelsche wol van Dordrecht,
+waar hij sedert eenige jaren was, naar Brugge en Mechelen.
+Hierom sloot Floris zich in den oorlog, die in 1293 tusschen
+Engeland en Frankrijk losbarstte (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 90),
+sedert 1296 bij <span class="gesp">Philips IV</span> of <span class="gesp">den schoone</span>, koning van
+Frankrijk, aan. Deze verbindtenis deed Floris den dood. Eduard
+vond bereidvaardige dienaren in een groot aantal edelen, die hij
+overreedde, om Floris gevangen te nemen en naar Engeland te
+voeren. Zij, die hun arm inzonderheid leenden tot de uitvoering
+van Eduards plannen, waren <span class="gesp">Jan van Kuik</span> (de omstreken van
+Grave, ten z. van Gelderland), Gijsbrecht van Amstel, Herman
+van Woerden, <span class="gesp">Gerard van Velzen</span>. Wat aller verbittering had
+verwekt was, dat Floris, d&aacute;&aacute;r partij kiezende, waar eigen voordeel
+en overeenstemming van gevoelen hem riepen, lieden, op welke
+zij laag neerzagen, uit het stof had verheven. Velen hadden
+bovendien hun bijzondere grieven.</p>
+
+<p>Weldra ondervond Floris, wat de vijandschap der edelen vermocht.
+Op den dag, waarop hij als middelaar een verzoening had teweeg
+gebracht van de heeren van Amstel en Woerden met de verwanten
+van den heer van Zuilen, een leenman van het Sticht, vielen de
+samengezworenen, in de nabijheid van Utrecht, op Floris aan,
+namen hem gevangen en voerden hem naar Muiden, om hem vandaar<span class="pagenum"><a name="Page_21" id="Page_21">[21]</a></span>
+naar Engeland in te schepen. Intusschen kwamen de Kennemers,
+de Waterlanders, de West-Friezen en de Gooilanders op de been,
+legerden zich voor Muiden en eischten, dat men hun den graaf
+overleverde. In plaats van aan deze vordering gehoor te geven,
+zetteden de edelen Floris te paard en trachtten hem, langs een
+omweg vliedende, naar Brabant of Vlaanderen te vervoeren. Doch
+ternauwernood hadden zij een eind weegs afgelegd, of zij stieten
+op een schaar Gooilanders, die denzelfden eisch als kort tevoren
+deden. Vreezende voor de overmacht te moeten bukken, pleegden
+thans de edelen, Floris om hals brengende, de misdaad, die zij
+niet van plan waren geweest te bedrijven. Der keerlen God viel
+als het offer hunner wraak in 1296. Let men op de gevolgen,
+dan voorzeker zijn &#8217;s graven handelingen zeer te prijzen; maar van
+het standpunt van &#8217;t recht beschouwd, zijn zij van willekeur niet
+vrij te pleiten. Eenige van de moordenaars vielen in handen van
+de West-Friezen en Kennemers en werden door hen gedood; anderen
+werden door den scherprechter ter dood gebracht; nog anderen, met
+name de heeren van Amstel, Woerden en Velzen, ontvluchtten het
+zwaard der gerechtigheid.</p>
+
+<p>In 1297 volgde Floris&#8217; zoon <span class="smcap"><span class="gesp">jan</span></span> hem op. <span class="gesp">Wolfert</span> van
+<span class="gesp">Borselen</span> (op Zuid-Beveland), heer van Veere, werd aan het
+hoofd der regeering geplaatst, maar in 1299, bij een oploop van &#8217;t
+volk, te Delft van &#8217;t leven beroofd. Door dit onheil van zijn
+leidsman verstoken, wierp Jan zich in de armen van zijn neef, <span class="gesp">Jan
+van Avennes</span> (ten z. van Bergen, destijds in Henegouwen, thans
+in Frankrijk), graaf van Henegouwen, wien hij het bewind voor
+vier jaren opdroeg. Doch reeds in &#8217;t eerste jaar van dit regentschap,
+nog in 1299, stierf Jan I.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 5.</h2>
+
+<p class="chtitle">Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche
+en het Beiersche huis.</p>
+
+<p>Jan van Avennes, nu <span class="smcap"><span class="gesp">jan</span> II</span>, alzoo in &#8217;t bezit van drie graafschappen
+zijnde, liet zich, evenals zijn opvolgers, in &eacute;&eacute;n of
+meer dier graafschappen vervangen door plaatsbekleders, <i>stad-</i> of
+<span class="pagenum"><a name="Page_22" id="Page_22">[22]</a></span>
+<i>stedehouders</i> genoemd. Gedurende Jans bewind barstte de zware
+oorlog uit tusschen Frankrijk en Vlaanderen, waarin de graaf
+van Holland en Henegouwen als bondgenoot van Filips den
+schoone optrad. Dit, gevoegd bij de ingewikkelde betrekking,
+die steeds tusschen Vlaanderen en Holland bestond, noopte de
+Vlamingen, gehoor gevende aan den aandrang der Zeeuwsche
+edelen, &eacute;&eacute;n jaar na den slag bij Kortrijk (<i>Overzicht</i>, 9de druk,
+blz. 90), in Zeeland en Holland te vallen. Zelfs drongen zij tot
+Haarlem door; doch hier werden zij in 1304 gestuit bij het <i>Manpad</i>,
+dat zijn naam ontleent aan het vluchten van zoovele mannen, n.l.
+Vlamingen. De eer dezer zege komt toe aan de dapperheid en de
+tegenwoordigheid van geest zoowel van <span class="gesp">Witte van Haamstede</span>
+(op Schouwen), een onechten zoon van Floris V, als van Willem
+van Oostervant (een voormalig graafschap in Henegouwen), Jans
+zoon. En binnen &eacute;&eacute;n week werd geheel Holland, gelijk weldra
+ook Zeeland, van de overweldigers bevrijd. De graaf zelf was
+inmiddels in Henegouwen gebleven, waar hij nog in &#8217;t zelfde jaar
+overleed.</p>
+
+<p>Zijn opvolger was <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> III, <span class="gesp">de goede</span></span> (1304-1337).
+Naar het schijnt is hij het, die de beden in Holland en Zeeland
+invoerde, d. i. de bijdragen, die de graaf van tijd tot tijd vroeg,
+wanneer de gewone inkomsten niet toereikend waren. Verder
+riep hij voor &#8217;t eerst de schepenen der steden van Holland en
+Zeeland op, om met de edelen over een punt, rakende de
+opbrengsten, te beraadslagen. Bij een dusdanige gelegenheid kwam
+eens de genegenheid, welke die onderdanen voor hem koesterden,
+op treffende wijze aan het licht. Toen Willem van Holland en
+Zeeland 1000 gl. vroeg, drong men hem, 10,000 gl. aan te
+nemen. Dit weigerde hij, zeggende, dat hij ook de 1000 gl. niet
+wilde, overtuigd, dat hij bij dergelijke lieden, indien het mocht
+worden vereischt, steeds genoeg geld zou vinden. Die gezindheid
+verklaart op voldoende wijze, hoe Willem zijn bijnaam verwierf.
+Deze bijnaam, die op de degelijkheid en de voortreffelijkheid van
+zijn bewind over &#8217;t geheel ziet, werd hem, die het recht steeds
+onkreukbaar handhaafde, voorzeker naar verdienste toegekend.
+Van de gebeurtenissen, onder zijn regeering voorgevallen, is zonder
+twijfel de gewichtigste het verdrag, dat hij in 1323 met den graaf<span class="pagenum"><a name="Page_23" id="Page_23">[23]</a></span>
+van Vlaanderen, Lodewijk I van Nevers (ten z.o. van Orl&eacute;ans),
+sloot. Hierbij zag Lodewijk van de leenhulde wegens Zeeland
+bewester Schelde (zie <a href="#Page_11">blz. 11</a>) af. Keizer Lodewijk van Beieren
+bekrachtigde als leenheer dit verdrag. Van nu aan was de graaf
+van Holland tevens graaf van Zeeland. Vergrootte Willem door
+het eindigen van een strijd, die eeuwen lang vijandelijkheden had
+teweeggebracht, het aanzien en de macht van Holland, ook de
+luister van zijn huis steeg, toen zijn dochter Margareta met keizer
+Lodewijk in &#8217;t huwelijk trad.</p>
+
+<p>Aan Willems zoon, <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> IV</span> (1337-1345), gelukte het,
+zooals aan sommige zijner voorgangers, vasten voet in Friesland
+te krijgen en er eenig gezag te oefenen. Toch brak er een
+opstand tegen hem uit. Met een sterke vloot daarheen getogen,
+landde de graaf in de nabijheid van Stavoren, waar hij door de
+Friezen werd verslagen en zelf omkwam.</p>
+
+<p>De gesneuvelde vorst liet geen kinderen na. Dus zocht elk,
+die tot hem in eenige betrekking stond, naar aanspraken op
+de graafschappen, gegrond of ongegrond. De keizer, Lodewijk
+van Beieren, legde de hand op alles, want Henegouwen moest,
+als spilleleen, aan Willems oudste zuster, <span class="gesp">Margareta</span>, komen,
+terwijl Holland en Zeeland, als zwaardleen, aan het rijk vervielen.
+In Holland en Zeeland liepen de gevoelens zeer uiteen. De
+meerderheid van den adel had er niet tegen, dat de keizerin
+haren broeder opvolgde. Daarentegen verlangden de steden een
+man, een wakker vorst. Zooals elders in Europa, lag ook hier
+te veel brandstof opgestapeld voor een strijd tusschen de beide
+vijandige elementen, reeds onder Floris V ontkiemd (zie <a href="#Page_20">blz. 20</a>),
+dan dat hij niet zou uitbarsten bij de eerste gelegenheid, welke
+de verdeeldheid weder in &#8217;t leven riep. Intusschen haastte keizer
+Lodewijk zich, in 1346 zijn gemalin plechtig met Holland,
+Zeeland en Friesland te beleenen. Onverwijld vertrok zij naar
+haar graafschappen. Weldra had zij onder de edelen een aantal
+raadslieden, die haar vertrouwen bezaten. Dit verbitterde anderen,
+die niet tot de uitverkorenen behoorden. Gesteund door vele
+steden, lieten zij de machtspreuk hooren, dat Holland zich nimmer
+door een vrouw, als wettige vorstin, zou laten regeeren. De keizerin
+besloot voor den storm te wijken. Eer zij echter naar Beieren<span class="pagenum"><a name="Page_24" id="Page_24">[24]</a></span>
+terugkeerde, noodigde zij de edelen en de steden uit, een van Lodewijks
+zonen als stedehouder te kiezen. De keus viel op Lodewijks tweeden
+zoon <span class="gesp">Willem</span>. Hij voerde den titel <i>verbeider</i>. Maar ook hij vond
+geen genoegzamen steun en was weldra met schulden overladen.
+Daarom leende hij het oor aan zijn tegenstanders, die zich lieten
+verluiden, dat, zoodra hij in den waren zin des woords graaf was,
+de zaken anders zouden gaan.</p>
+
+<p>Dit alles hoorde de keizerin, en het wekte in hooge mate haar
+bezorgdheid. Terzelfder tijd stierf haar gemaal, en de keizerskroon
+viel aan Karel IV, den vijand van het Beiersche huis (<i>Overzicht</i>,
+9de druk, blz. 89), ten deel. Nu was goede raad duur. In haar
+verlegenheid gaf Margareta gehoor aan den wenk van eenige
+welmeenende lieden, die haar uit Holland schreven, dat haar niets
+anders overbleef, dan het graafschap voor goed aan Willem af te
+staan. In 1349 teekende zij dus een verklaring, waarbij zij Willem
+als graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland
+erkende, onder voorwaarde, dat hij haar jaarlijks ongeveer 34,000 gl.
+en een zekere som op eens betaalde. Maar Willem keerde de
+beloofde sommen niet uit. Zoo nam in 1350 de strijd tusschen de
+Hoekschen en de Kabeljauwschen een aanvang. Margareta herriep
+haar gift en begaf zich naar Henegouwen.</p>
+
+<p><i>Hoekschen</i> en <i>Kabeljauwschen</i> waren de namen der partijen. Het
+is licht te begrijpen, dat een volk, in welks bedrijf de visch een
+groote rol speelt, die kooplieden Kabeljauwschen noemde, welke,
+als de van roof levende visschen, vaak rijk werden ten koste der
+geringere volksklasse. En waren zij gelijk aan kabeljauwen, dan
+konden de edelen, die de hand aan het zwaard sloegen, als
+wilden zij de tegenstanders, gelijk den visch met den haak of
+hoek, ermede doorboren, zeer goed Hoekschen worden geheeten.
+Een roode hoed was het kenteeken der Hoekschen, een grauwe
+dat der Kabeljauwschen. Verreweg het meerendeel van Hollands
+steden was Willems zaak, die der Kabeljauwschen, toegedaan,
+slechts die niet, welke den adel behoorden. In Zeeland daarentegen
+telde Margareta, naast vele edelen, ook een aantal steden onder
+hare aanhangers. De boeren stonden grootendeels de Hoekschen
+bij. Intusschen behoort men niet voorbij te zien, dat er, hoe
+scherp men ook de grenslijn tusschen de beide partijen trachtte te<span class="pagenum"><a name="Page_25" id="Page_25">[25]</a></span>
+trekken, geen stad of streek was, waar slechts &ograve;f Hoekschen &ograve;f
+Kabeljauwschen de bevolking uitmaakten.</p>
+
+<p>De oorlog der Hoekschen en der Kabeljauwschen kenmerkte
+zich hierdoor, dat toen, voor &#8217;t eerst hier te lande, buskruit
+door de troepen werd gebruikt. Na vele mislukte pogingen werd
+eindelijk, in 1354, het geschil op afdoende wijze uit den weg
+geruimd. Margareta stond Willem de graafschappen Holland,
+Zeeland en Friesland af en behield alleen Henegouwen. Wederom
+beloofde Willem, dus <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> V</span> geworden, haar een jaargeld
+te zullen betalen. Twee jaren daarna overleed de keizerin te
+Quesnoi (in Henegouwen). Kort hierop bracht men ook haar
+zoon derwaarts, want sedert 1357 vertoonden zich bij hem sporen
+van krankzinnigheid.</p>
+
+<p>De partijen waren in &#8217;t leven geroepen, en al was de twist,
+die ze, meer dan eenig ander voorval had doen ontstaan, nog
+bij het leven der hoofdpersonen bijgelegd, tusschen deze partijen
+zelven werd de strijd, met langer of korter tusschenpoozen,
+ongeveer anderhalve eeuw voortgezet. Inmiddels werd Willems
+jongere broeder <span class="smcap"><span class="gesp">albrecht</span></span> door toedoen der Hoekschen regent of
+<i>ruwaard</i>. Eerst in 1389, na den dood van Willem V, werd hij
+graaf (1389-1404). Met zijn zoon, Willem van Oostervant (zie
+<a href="#Page_22">blz. 22</a>), stelde hij zich aan het hoofd van een talrijk leger, dat
+een krijgstocht naar Friesland ondernam. Keer op keer werden de
+Friezen geslagen; doch gevolgen leverden de behaalde overwinningen
+niet op. Tallooze sommen verslond de oorlog, en niet anders
+won de graaf, dan dat hij vasten voet in Stavoren had. In
+vele opzichten herinnerde het bewind van Albrecht aan dat van
+Willem den goede. Ook hij was een vorst, die aan Europa&#8217;s hoven
+in hoog aanzien stond. Zijn dochter <span class="gesp">Margareta</span> huwde hij uit
+aan <span class="gesp">Jan zonder vrees</span>, een zoon van Philips den stoute, hertog
+van Bourgondi&euml;, zijn zoon Willem aan Philips&#8217; dochter Margareta.
+Deze huwelijken hadden dit gevolg, dat het Beiersche huis in
+nauwe betrekking kwam te staan tot het Bourgondische. Albrechts
+jongste zoon <span class="gesp">Jan</span> werd bisschop van Luik. Een der merkwaardigste
+feiten zijner regeering, wat de binnenlandsche aangelegenheden
+betreft, is, dat te dier tijde in de meeste steden van Holland,
+naast schout en schepenen, als overheid, <i>burgemeesters</i> optraden<span class="pagenum"><a name="Page_26" id="Page_26">[26]</a></span>
+met een raad, waarvan de leden uit de burgers werden gekozen.
+Albrecht overleed in 1404.</p>
+
+<p><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> VI</span>, tot dusver Willem van Oostervant genoemd
+(1404-1417), had een afkeer van de Kabeljauwschen. Hij hield
+zich aan de gewoonte, door zijn vader ingevoerd, huurtroepen ter
+bezetting zijner sterkten op de been te houden en dankte ze niet
+weer af. De graven uit het Beiersche huis zagen zeer goed
+in, dat deze bezoldigde krijgslieden bruikbaarder werktuigen tot
+het volbrengen van hun wil waren, dan de leentroepen, weshalve
+zij deze hoe langer hoe meer te huis lieten. In 1417 stierf
+Willem VI, slechts &eacute;&eacute;n dochter nalatende, Jakoba van Beieren,
+geboren in 1401. Het zelfde jaar, waarin Jakoba haar vader
+ontviel, had haar reeds haren eersten gemaal, <span class="gesp">Jan van Touraine</span>
+(het graafschap, waarvan Tours de hoofdstad was), den tweeden
+zoon van Karel VI, koning van Frankrijk, en na den dood zijns
+broeders dauphin, ontrukt.</p>
+
+<p>Voorzoover de opvolging betreft had Willem dezen maatregel
+genomen. &Eacute;&eacute;n jaar v&oacute;&oacute;r zijn dood had hij de edelen en de steden
+van Holland en Zeeland bijeengeroepen en uitgenoodigd hem bij
+eede te beloven, zijn dochter Jakoba als wettige opvolgster te
+zullen erkennen. Velen, maar slechts Hoekschgezinden, waren
+verschenen en hadden aan het verzoek voldaan. Toen nu Willem
+was overleden, scheen het eerst, dat zich niemand tegenover
+Jakoba zoude stellen. Sedert lang toch werd op de bepalingen ten
+aanzien van de opvolging in de leenen van het Duitsche rijk niet meer
+gelet en handelde men, zooals de omstandigheden het medebrachten.
+Jakoba legde de belofte af, steeds in gemeenschappelijk overleg te
+zullen regeeren met haar moeder, Margareta van Bourgondi&euml;, en
+met haren oom, <span class="gesp">Jan van Beieren</span>, die sinds het dempen van
+een hevig oproer te Luik ook wel &#8222;Jan zonder genade&#8221; werd
+genoemd. Maar nog was het jaar 1417 niet ten einde, of er ontstonden
+geschillen tusschen Jan en Jakoba.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; herleefde de burgeroorlog: de partijen stonden immers toch
+tegenover elkander, en de Kabeljauwschen hadden slechts op een
+hoofd uit het grafelijk huis gewacht. In 1418 voltrok Jakoba haar
+tweede huwelijk met <span class="gesp">Jan</span> IV, hertog van Brabant en Limburg,
+markgraaf van Antwerpen, den stichter van de hoogeschool<span class="pagenum"><a name="Page_27" id="Page_27">[27]</a></span>
+te Leuven. De oorlog zelf leverde voor Jakoba niets dan teleurstelling
+en verlies op. Door de omstandigheden gedwongen,
+stemde zij in een verdrag toe, dat Philips de goede, hertog van
+Bourgondi&euml;, een zoon van Jan zonder vrees en neef van de strijdende
+vorstin, in 1419 als middelaar tot stand bracht. Van dit
+oogenblik af gold alleen het gezag van Jakoba&#8217;s oom in Holland
+en Zeeland. Zijzelve vertoefde met haren gemaal in Brabant, en
+hoe ook de Kabeljauwsche partij, door Jan van Beieren begunstigd,
+hier en daar de Hoekschen onderdrukte, zij was, bij de
+onverschilligheid en de onbekwaamheid van Jan van Brabant, niet
+in staat, zich ertegen te verzetten. Welhaast leverde Jakoba&#8217;s
+echtgenoot een nieuw bewijs van die onverschilligheid omtrent
+haar belangen. In 1420 verpandde hij, tegen een groote som
+geld, Holland en Zeeland aan Jan van Beieren. Niet alleen Jakoba,
+ook de onderdanen zelven van den hertog, d. i. de staten
+van Brabant, koesterden de grootste minachting voor Jan, dien
+zij hierom van het bewind ontzetteden, het regentschap aan zijn
+broeder opdragende. Nu kon Jakoba den smaad niet langer dulden,
+een zoodanig man tot gemaal te hebben. Zij stak naar Engeland
+over, met den koning van welk land, Hendrik V, zij reeds vroeger
+onderhandelingen over een nieuw huwelijk had aangeknoopt,
+en trouwde in 1422 ten derden male met <span class="gesp">Humphrey, hertog
+van Glocester</span>, Hendriks broeder. Drie jaren daarna, in 1425,
+overleed Jan van Beieren.</p>
+
+<p>Jan van Beieren liet zijn rechten op de drie graafschappen bij
+testament na aan zijn neef Philips den goede van Bourgondi&euml;.
+Maar Holland en Zeeland verklaarden Jan van Brabant getrouw
+te blijven; Henegouwen huldigde den hertog van Glocester en
+Jakoba. Op nieuw begon alzoo de oorlog tusschen Jan van Brabant
+en Philips aan de &eacute;&eacute;ne en Jakoba aan de andere zijde.
+Jakoba&#8217;s troepen gelukte het, in 1425 Schoonhoven te vermeesteren.
+Aan alle manschappen der bezetting werd het leven gelaten,
+slechts niet aan &eacute;&eacute;n man, <span class="gesp">Allaert Beilink</span>,
+vroeger schout te Gouda, die mede had gestreden ter verdediging
+van het slot der stad. Op last van een Hoeksch edelman
+werd hij&mdash;dit is althans het waarschijnlijkste der uiteenloopende
+gevoelens over het lot van dezen man&mdash;levend begraven.<span class="pagenum"><a name="Page_28" id="Page_28">[28]</a></span>
+Inmiddels verliet Humphrey, uit hoofde van geschillen
+in Engeland, waarin hij was betrokken, deze landen. Terzelfder
+tijd benoemde Jan van Brabant zijn neef tot ruwaard van Holland
+en Zeeland. Slechts te Schoonhoven, Gouda en Oudewater
+werd Jakoba als gravin erkend. Gedurende het vervolg van den
+strijd, die steeds slepend bleef, overleed Jan van Brabant in
+1427, terwijl een geestelijk gerechtshof te Rome in 1428 de
+echtverbintenis met Glocester voor onwettig verklaarde. Z&oacute;&oacute; ook
+van dezen man verlaten, dien de in Engeland heerschende verdeeldheid
+tot dusver had verhinderd hier krachtdadig op te
+treden en die nu zonder tegenzin in de uitspraak der kerk
+berustte, werd Jakoba meer en meer in &#8217;t nauw gebracht. Daar
+haar gezag tot de drie genoemde steden beperkt was, zag zij
+geen anderen uitweg dan het sluiten van een <i>verdrag</i>, dat in
+1428 <i>te Delft</i> tot stand kwam. De hoofdpunten waren: Jakoba
+wordt erkend als gravin van Holland, Zeeland, Friesland en
+Henegouwen, Philips van Bourgondi&euml; als ruwaard en erfgenaam
+dezer gewesten; in die hoedanigheid zal Philips het bewind voeren,
+totdat Jakoba een nieuw huwelijk aangaat; Jakoba zal niet
+hertrouwen dan met toestemming van hare moeder, van Philips
+en van de drie stenden der landen, tenzij zij wil geacht worden,
+haar onderdanen van den eed van gehoorzaamheid te hebben
+ontslagen; Jakoba zal een gedeelte trekken van de inkomsten
+der graafschappen.</p>
+
+<p>Philips benoemde tot stadhouder van Holland en Zeeland
+<span class="gesp">Frank van Borselen</span>, die door de diensten, met groote
+kieschheid aan Jakoba bewezen, weldra zoozeer haar genegenheid
+verwierf, dat zij met hem in den echt trad. Frank
+van Borselen verloor nu het stadhouderschap, doch werd door
+Philips tot graaf van Oostervant verheven. Deze daad van Jakoba,
+als strijdende met het verdrag van Delft, had in 1433 het verlies
+der grafelijke waardigheid ten gevolge. Daarentegen verkreeg
+zij van Philips vele heerlijkheden, waarvan zij de inkomsten
+bleef trekken tot haren dood in 1436.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_29" id="Page_29">[29]</a></span></p>
+<h2>&sect; 6.</h2>
+
+<p class="chtitle">Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische huis.</p>
+
+<p>Jan zonder vrees werd in 1419 op de Yonnebrug gedood (<i>Overzicht</i>,
+9de druk, blz. 91). Zijn zoon <span class="smcap"><span class="gesp">philips de goede</span></span> (1433-1467)
+volgde hem onmiddellijk in Bourgondi&euml;, Vlaanderen, Mechelen,
+Franche-Comt&eacute;, Artois en Salins op. In 1421 kocht hij het graafschap
+Namen van graaf Jan III, die zich het vruchtgebruik gedurende
+zijn leven voorbehield en na wiens dood, in 1429, Philips
+het land in bezit nam. In 1430 erfde hij van een neef Brabant,
+Limburg en Antwerpen. In 1433 stond Jakoba hem Henegouwen,
+Holland, Zeeland en Friesland af. Eindelijk kocht hij nog het
+hertogdom Luxemburg en nam het in 1451 in bezit.</p>
+
+<p>Philips de goede is de eerste hertog uit het huis van Bourgondi&euml;,
+die onder de Nederlandsche vorsten een plaats bekleedt.
+Langzamerhand was de omvang van het grafelijk gezag in de
+staten, die het tegenwoordige Nederland en Belgi&euml; uitmaken,
+grooter geworden. Allengs waren vele beletselen tegen de uitbreiding
+van dat gezag uit den weg geruimd. Niet langer was
+de grond van Holland en Zeeland, om van deze maar alleen
+te spreken, met tal van kasteelen overdekt, waarin evenveel
+edelen met hun in &#8217;t staal gedoste manschappen lagen, steeds
+ten aanval tegen den graaf gerust. De macht des adels was voor
+die van den landsheer geen struikelblok meer. Een andere was
+ervoor in de plaats gekomen. Als een loopend vuur was het
+streven der ingezetenen om zich tot gemeenten te vereenigen
+van den een tot den anderen staat overgegaan. Door de behoefte
+aan geld gedrongen, hadden de vorsten geen perken gesteld aan
+de begeerte der steden naar privilegi&euml;n, maar ze met ruime hand
+gegeven aan wie ze verlangde. Doch van lieverlede begonnen die
+vorsten, de gevolgen hunner milddadigheid inziende, te trachten
+ze op allerlei wijze te voorkomen. Zij schrikten voor den vorm
+van gemeenebest, die aan de gemeenten eigen was. Zij vingen
+aan de overeenstemming te duchten, die meer en meer ontstond
+tusschen de burgers en de door hen gekozen overheidspersonen.
+Hiertegen richtte zich dus hun streven. Niet langer riep nu de<span class="pagenum"><a name="Page_30" id="Page_30">[30]</a></span>
+graaf, zooals weleer, het gansche lichaam der gemeene poorters
+bij klokkeslag op, doch alleen een zeker aantal der meest gegoeden
+van hen, (naar het woord <i>vroed</i> = wijs) doorgaans <i>de
+vroedschap</i> en <i>rijkheid</i> geheeten, om, na hem te hebben gehoord,
+zijn besluit te nemen. Alzoo werden zij, die men opriep, telken
+male als de vertegenwoordigers der poorters in &#8217;t algemeen
+aangemerkt.</p>
+
+<p>Bij de graven uit het Henegouwsche en het Beiersche huis was
+evenwel het beperkte gezag nog een oorzaak van beperkte heerschzucht.
+Anders werd dit sedert het optreden van het Bourgondische
+huis, dat, zoovele staten onder zijn macht vereenigende, ze zooveel
+mogelijk tot &eacute;&eacute;n lichaam wenschte te doen samensmelten. Dit
+huis toonde in al zijn daden, welk zijn doelwit was, eenheid,
+overwicht der grafelijke macht over den adel en over de steden
+beide. En toen later het Oostenrijksche huis voor het Bourgondische
+in de plaats kwam, hield ook dit vast aan een stelsel, dat den
+vorst het regeeren zoo gemakkelijk maakte, en, hoewel het ook
+ten nutte der ingezetenen verstrekte, toch geheel in &#8217;t belang
+van den landsheer was uitgedacht. De Hoeksche en Kabeljauwsche
+verdeeldheden werkten het doel des graven in de hand.</p>
+
+<p>Ter bevordering nu van het groote doel, zoo even aangeduid,
+deed Philips de goede verschillende stappen. Hij is de oprichter
+van dien vasten raad, die <i>het hof van Holland</i> wordt genoemd
+en in 1428 tot stand kwam. Hij had zitting te &#8217;s Gravenhage en
+zat in hooger beroep terecht over alle vonnissen, in burgerlijke
+zaken door andere rechtbanken gewezen. Het spreekt vanzelf,
+dat hierdoor aan de oude vierscharen veel van haar kracht werd
+ontnomen. De leden van &#8217;t hof werden door den graaf aangesteld
+en waren dus alleen van hem afhankelijk. Een andere stap was
+deze. Aan vele steden van Holland vergunde Philips, op de wijze
+boven omschreven, vaste <i>vroedschappen</i> of stedelijke raden op te
+richten, die zichzelven mochten aanvullen. Intusschen hoede men
+zich, deze vroedschappen voor de &#8222;regeering&#8221; der steden te houden.
+Zij waren niets anders dan de vertegenwoordigers van &#8217;t lichaam
+der burgerij. De regeering berustte bij <i>schout</i>, <i>schepenen</i> en <i>burgemeesters</i>,
+&#8217;s graven ambtenaren.</p>
+
+<p>Er is nog meer. In 1455 stelde Philips een hoog gerechtshof<span class="pagenum"><a name="Page_31" id="Page_31">[31]</a></span>
+in, dat hij den naam <i>geheime</i> of <i>groote raad</i> gaf, waarop alle inwoners
+zijner gewesten zich, bij rechtsgeschillen, in app&egrave;l konden beroepen.
+De geheime raad hield zijn zittingen in de plaats, waar de vorst
+vertoefde, en kreeg later een vasten zetel.</p>
+
+<p>Philips de goede is ook de eerste graaf, die een paar malen
+een vergadering der <i>Algemeene Staten</i> bijeenriep. Reeds is in dit
+werk gewag gemaakt van het raadplegen der edelen, of der
+steden, of der edelen en steden tezamengenomen door de graven.
+Dergelijke bijeenkomsten, die voor ieder gewest in &#8217;t bijzonder
+werden gehouden, noemde men sedert Albrechts tijd <i>dagvaarten</i>,
+later <i>staten</i>, vermits de edelen en de steden, waaruit zij bestonden,
+de staten, d. i. standen des lands, vertegenwoordigden. Voor
+&#8217;t eerst komt die naam, wat Holland betreft, in 1428 voor.
+Het getal der steden, die doorgaans opkwamen, was <i>zes</i>, n.l.
+Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden, Amsterdam en Gouda.
+Voorzitter dier staten was ald&aacute;&aacute;r hij, die het ambt van <i>&#8217;s lands
+advocaat</i> bekleedde. In Zeeland bestond het lichaam der staten uit
+drie leden, n.l. uit den abt van Middelburg, de edelen en vijf
+steden. In plaats nu van, gelijk tot dusver, de staten van elke
+provincie in &#8217;t bijzonder, riep Philips eenige keeren die van alle
+gewesten gezamenlijk ter vergadering op, hierdoor den grond
+leggende tot het latere lichaam der Staten-Generaal. Zeer bekend
+is b. v. de vergadering der Algemeene Staten, die den 25sten
+April 1465 te Brussel plaats had.</p>
+
+<p>De jaren van Philips&#8217; regeering zijn een van de merkwaardigste
+tijdperken der geschiedenis, zoowel wat zijn eigen daden betreft,
+als ten opzichte van de wereldgeschiedenis in &#8217;t algemeen. Tot
+die daden des vorsten behoort nog de instelling in 1430 van <i>de
+orde van het gulden vlies</i>. Het doel der instelling was, de edelen,
+wier ridderlijke dapperheid hij hoog waardeerde, ter bescherming van
+de kerk, nader onder elkander en aan zijn persoon te verbinden.
+Hijzelf was er het hoofd van. Geen der leden kon voor een andere
+rechtbank, dan voor die der orde, worden gedaagd. Het zinnebeeld
+der orde was het &#8222;lam Gods&#8221;, dat de ridders aan een keten om
+den hals droegen.</p>
+
+<p>Merkwaardig is de tijd van Philips&#8217; regeering. Immers in die
+jaren vallen de verovering van Constantinopel door de Turken, de<span class="pagenum"><a name="Page_32" id="Page_32">[32]</a></span>
+invoering der vuurwapens bij de legers, waardoor aan het overwicht
+der edelen weder een gevoelige schok werd toegebracht, en de
+uitvinding der boekdrukkunst. De eer dezer uitvinding komt &ograve;f aan
+Laurens Janszoon Coster van Haarlem, &ograve;f, wat met meer recht schijnt
+te worden beweerd, aan Johan Guttenberg toe, die ongeveer 1455 te
+Maints leefde. De Nederlandsche gewesten dreven veel handel; hun
+zeevaart was belangrijk. Vlaanderen en Brabant waren beroemd door
+hun lakenfabrieken. De zetel van den handel in hout, vee, paarden
+en koren met de Oostzee en het Noorden van Europa was in Holland.
+Vele steden waren leden van het hanzeverbond. Een andere en rijke
+tak van bestaan was de haringvisscherij, die evenwel haar toppunt
+nog niet had bereikt. Willem Beukelszoon van Biervliet (in Staats-Vlaanderen),
+overleden in 1397, had het kaken en zouten van dien
+visch, die eertijds alleen versch werd gegeten, uitgevonden. De
+schepen, waarmede men ter haringvangst voer, heetten en heeten
+nog <i>buizen</i>. Aan &#8217;s volks tevredenheid over dien bloei is Philips&#8217;
+bijnaam toe te schrijven. Het volk noemde den vorst &#8222;den goede&#8221;,
+die hun, in plaats van de lange regeeringloosheid en den burgeroorlog,
+wederom de weldaden van den vrede, de veiligheid en het
+recht deed kennen. Op die wijze betoonde het zijn dankbaarheid
+aan Philips, die, zijn eigen belang met dat zijner staten vereenzelvigende,
+de goede dagen van Willem III deed terugkeeren.
+Intusschen valt het niet te ontkennen, dat die bijnaam hem
+geenszins wegens overgroote goedheid van aard toekomt, daar
+menige harde daad tegen hem getuigt.</p>
+
+<p>Philips liet, bij zijn dood in 1467, een welvoorziene schatkist
+aan zijn zoon, <span class="smcap"><span class="gesp">karel den stoute</span></span> (1467-1477), na. Deze
+graaf nam, met het oog op het stelsel van zijn huis, twee
+gewichtige maatregelen. Vooreerst vestigde hij in 1474 <i>den
+grooten raad te Mechelen</i> (zooals hij van nu af doorgaans heet).
+Verder richtte hij in 1471, op het voorbeeld van Karel VII, koning
+van Frankrijk (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 91), een staand leger
+ruiterij op. Tot de vermeerdering der erflanden van zijn huis
+legde hij den grond door in 1471 een verdrag te sluiten met
+<span class="gesp">Arnoud van Egmond</span>, hertog van Gelderland. Bij dit verdrag
+verpandde Arnoud hem zijn hertogdom voor een som van 300,000
+gl., hem tevens tot erfgenaam benoemende. Maar de Gelderschen<span class="pagenum"><a name="Page_33" id="Page_33">[33]</a></span>
+wilden Karel niet tot hertog hebben. Z&oacute;&oacute; brak er een oorlog uit,
+die meer dan een halve eeuw duurde. Gedurende zijn gansche
+regeering was er &eacute;&eacute;n hoofddenkbeeld, dat Karel beheerschte: de
+hoed, dien hij als hertog droeg, moest met een koningskroon
+worden verwisseld; de landen, die tusschen de Middellandsche
+Zee en de Noordzee, tusschen Frankrijk en Duitschland lagen,
+moesten onder zijn schepter worden vereenigd. Toen zijn plan om
+in overleg met keizer Frederik III dit doel te bereiken was
+mislukt, doordien de keizer in 1473 de stad Trier, waar men
+ter beraadslaging was bijeengekomen, snel weder verliet, besloot
+hij met geweld op te treden. Maar hij sneuvelde in 1477 bij
+<span class="gesp">Nancy</span> (aan de Moezel, ten z. van Metz) in een slag tegen
+R&eacute;n&eacute;, hertog van Lotharingen.</p>
+
+<p>Zonder &eacute;&eacute;n zijner ontwerpen verwezenlijkt te zien, scheidde
+Karel uit het leven, al zijn landen in een ongelukkigen toestand
+aan zijn dochter <span class="smcap"><span class="gesp">maria</span></span> (1477-1482) nalatende. Lodewijk XI
+verklaarde al wat leen was der Fransche kroon voor vervallen:
+Bourgondi&euml; werd vermeesterd, Artois en Picardi&euml;, zelfs Franche-Comt&eacute;,
+aangetast, Vlaanderen bedreigd. In de Nederlanden
+zelven wilde men v&oacute;&oacute;r alles waarborgen voor &#8217;t behoud der
+nationaliteit tegen Fransche overheersching, v&oacute;&oacute;r alles herstel
+der geschonden privilegi&euml;n. Het gevolg was <i>het groot-privilegie</i>,
+dat Holland en Zeeland bedongen, aleer zij zich tot eenige opoffering
+ten behoeve van Maria verplichtten. In dit stuk stond
+de gravin een deel harer macht aan de staten af. Soortgelijke
+handvesten, als het groot-privilegie, werden ook aan andere
+gewesten, inzonderheid aan Vlaanderen, toegestaan. Terstond trad
+<span class="gesp">Maximiliaan</span>, een zoon van Frederik III, die nog in 1477 Maria&#8217;s
+echtgenoot werd, tegen Lodewijk XI in het strijdperk. Doch eerst
+in 1493 gaf de koning van Frankrijk Franche-Comt&eacute; en Artois,
+op eenige steden na, terug. Zich gedurende den strijd tegen
+Frankrijk van den bijstand zijner onderdanen willende verzekeren,
+sloot Maximiliaan zich nauwer bij de Kabeljauwschen aan.
+In 1482 overleed Maria, en Maximiliaan aanvaardde de voogdij
+voor zijn minderjarigen zoon Philips II of den schoone.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_34" id="Page_34">[34]</a></span></p>
+<h2>&sect; 7.</h2>
+
+<p class="chtitle">Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het
+Oostenrijksche huis.</p>
+
+<p>De tijd van &#8217;t regentschap was zeer onstuimig en baarde
+Maximiliaan vele zorgen. In 1488 stonden de bewoners van Gent
+en Brugge op, rekenschap eischende van de opgebrachte gelden.
+Maximiliaan zelf, op dat tijdstip te Brugge vertoevende, werd
+met vele heeren van zijn gevolg gevangen genomen en in de
+woning van een bijzonder persoon in hechtenis gehouden. Sommige
+dier heeren werden gepijnigd, andere gedood, en Maximiliaan
+eerst na maanden ontslagen. Andere moeielijkheden had hij
+in Holland te bestrijden. De gunsten, door hem aan de Kabeljauwschen
+bewezen, riepen de partijschappen weder in &#8217;t leven.
+Onder de veelvuldige voorvallen van den vernieuwden strijd blijft
+bovenal de belegering van den toren te Barneveld (op de Veluwe)
+in 1482 in aller herinnering leven, niet zoozeer uit hoofde van
+het gewicht der zaak zelve, als wel om de wreedheid der Hoekschen
+en de zelfopoffering van den held van &#8217;t verhaal, <span class="gesp">Jan
+van Schaffelaar</span>, die erbij omkwam. In 1492 eindigde zoowel
+het oproer van <i>het kaas-</i> en <i>broodvolk</i>, d. i. van hen, die, wegens
+den druk der belastingen, in Noord-Holland waren opgestaan,
+als de strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen. De zege
+viel de laatstgenoemde partij ten deel.</p>
+
+<p>In 1493 werd Maximiliaan koning van Duitschland. In &#8217;t volgende
+jaar aanvaardde <span class="smcap"><span class="gesp">philips</span> II, <span class="gesp">de schoone</span></span> (1494-1506)&mdash;aldus
+om zijn lichamelijke schoonheid geheeten&mdash;het hertogelijk,
+grafelijk en heerlijk bewind over de verschillende Zuid- en
+Noord-Nederlandsche staten. Zijn eerste daad, als vorst dier
+landen, was gericht tegen het groot-privilegie. Bij zijn huldiging
+verklaarde hij de privilegi&euml;n, geschonken na den dood van
+Karel den stoute, met goedvinden der staten zelven, plotseling
+vernietigd. In 1496 trouwde Philips met <span class="gesp">Johanna</span>, tweede
+dochter van Ferdinand II den katholieke, koning van Arragon,
+en van Isabella, koningin van Castili&euml;. Dit huwelijk opende hem
+het uitzicht, eens den Spaanschen troon te zullen beklimmen. In<span class="pagenum"><a name="Page_35" id="Page_35">[35]</a></span>
+1504 ging hij naar Spanje, omdat Isabella was overleden en de
+krankzinnigheid zijner gemalin haar belette, de kroon van Castili&euml;
+te dragen. Weldra aanvaardde hij het bewind over dit rijk;
+maar nog in &#8217;t zelfde jaar, 1506, stierf hij plotseling. Alzoo
+moest Maximiliaan voor de tweede maal het regentschap over
+de Nederlandsche staten op zich nemen. Hij, voor wien Maximiliaan
+de teugels der regeering in handen nam, was de zoon
+van Philips en van Johanna, Karel, in 1500 te Gent geboren.</p>
+
+<p>In 1515 aanvaardde Karel, die in Duitschland de vijfde, in
+Spanje de eerste, in Holland en elders de tweede, enz. vorst
+van dien naam is en steeds <span class="smcap"><span class="gesp">karel</span> V</span> wordt genoemd, het bewind
+over de Nederlandsche staten. Weldra zag hij het aantal der
+landen, waarover hij den schepter voerde, toenemen. In 1516
+volgde hij zijn grootvader Ferdinand in Arragon op en werd
+aldus koning van geheel Spanje. In 1519 werd hij keizer van
+Duitschland. Wat de Nederlanden betreft, in 1515 verkocht George
+van Saksen, een zoon van Albrecht (zie <a href="#Page_41">blz. 41</a>), hem zijn
+rechten op Friesland voor 350,000 gl., terwijl de Friezen zelven
+hem in 1524 als heer erkenden. In 1528 stond de bisschop van
+Utrecht, <span class="gesp">Hendrik van Beieren</span>, hem de wereldlijke macht af
+over Utrecht en Overijsel. In 1536 erkende Groningen Karel als
+heer des lands en stond Karel van Gelder hem de heerschappij
+over Drente af. De laatste der Nederlandsche staten, waarmede
+dit voorbeeld werd gevolgd, was Gelderland, dat <span class="gesp">Willem van
+Gulik</span> en <span class="gesp">Kleef</span>, een neef en opvolger van Karel van Gelder,
+door wapengeweld gedwongen, in 1543 aan Karel V moest afstaan.
+Zoo werd eerst Karel heer van de zeventien gewesten. Het
+waren vier hertogdommen: Brabant, Limburg, Luxemburg en
+Gelder; zeven graafschappen: Vlaanderen, Artois, Henegouwen,
+Holland, Zeeland, Namen en Zutfen; het markgraafschap Antwerpen;
+vijf heerlijkheden: Friesland, Mechelen, Utrecht, Overijsel,
+Groningen met de Ommelanden.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_36" id="Page_36">[36]</a></span></p>
+<h2>&sect; 8.</h2>
+
+<p class="chtitle">Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende
+de Middeleeuwen.</p>
+
+<p>Thans moet, ten opzichte van Gelderland, Utrecht en de
+overige gewesten, eenigszins in bijzonderheden worden aangetoond,
+wat boven (blz. 13 vlg.) in algemeene trekken is ternedergesteld.
+Met de samensmelting van verschillende kleine heerschappijen
+tot &eacute;&eacute;n samenhangend geheel ging het ook hier langzaam.
+Buiten de streken, die hij reeds bezat, trok de graaf van
+Gelderland allengs verschillende alodi&euml;n van edelen aan zich,
+om ze als leenen weder te geven. Gelijk de macht van den graaf
+van Holland, groeide die van den graaf van Gelderland met de
+jaren aan: de afhankelijkheid van den keizer werd steeds minder.
+Had de graaf zich reeds in de 13de eeuw eenige rechten der
+kroon toege&euml;igend, het volle gezag als landsheer verwierf hij in
+al zijn uitgestrektheid in 1339. Toen immers benoemde Lodewijk
+van Beieren <span class="smcap"><span class="gesp">reinald</span> II</span> of <span
+class="smcap"><span class="gesp">den zwarte</span></span> (zie <a href="#Page_12">blz. 12</a>) tot
+hertog, destijds een zeldzame verheffing. Insgelijks nam de macht
+des graven tegenover de edelen voortdurend toe. Van onafhankelijke
+en met hem gelijkstaande edelen werden zij langzamerhand
+zijn leenmannen, traden in zijn dienst en stonden hem bij
+het beheer des lands ter zijde. Later moesten zij een gelijke mate
+rechten, als zij genoten, zien toekennen aan de steden, sinds
+zij als gemeenten optraden. Invloed op den gang der zaken,
+in den eigenlijken zin, oefenden de steden, vereenigd met de
+edelen, eerst sedert 1418, toen zij met hen een verbond sloten,
+ten einde bij &#8217;s lands hachelijken toestand maatregelen van voorziening
+te nemen. Van nu af waren ridderschap en steden tot
+&eacute;&eacute;n lichaam van landsstenden&mdash;de naam <i>staten</i> kwam eerst in
+1477 in zwang&mdash;samengegroeid. Op eigen gezag bijeenkomsten
+houdende, verwierven en behielden alzoo de staten van Gelderland
+een voorrecht, dat elders de landsheer zich placht voor te behouden.
+Inzonderheid woog de stem der hoofdsteden zwaar.</p>
+
+<p>Dit waren Nijmegen, Roermond, Zutfen en Arnhem, hoofdsteden
+der vier eveneens genoemde kwartieren, waarin Gelderland<span class="pagenum"><a name="Page_37" id="Page_37">[37]</a></span>
+was verdeeld. Ieder kwartier had zijn bijzonderen landdag
+en werd in vele opzichten als een afzonderlijke staat aangemerkt.
+Maar een enkele maal werd er een vergadering van de staten
+der vier kwartieren gehouden. Die staten werden vertegenwoordigd
+door <i>de bannerheeren</i>, de ridderschap of edelen en de steden.
+De bannerheeren, die alle in het graafschap Zutfen woonden,
+droegen dien naam, dewijl zij of hun voorvaderen van den keizer
+het recht hadden verworven, onder hun eigen banier te dienen.</p>
+
+<p>De stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd,
+zijn <i>Gelder</i>, Gulik en Egmond. Een der graven van het
+eerste huis is Reinald II de zwarte, die in 1339 de hertogelijke
+waardigheid verwierf. Na zijn dood in 1343 volgde zijn oudste
+zoon <span class="smcap"><span class="gesp">reinald</span> III</span> hem op. Welhaast geraakte hij in geschil
+met zijn jongeren broeder Eduard, die een deel eischte van de
+goederen, door hun vader nagelaten. Te dier tijd bestond er
+tevens vijandschap tusschen twee machtige geslachten, dat van
+Bronkhorst (tusschen Zutfen en Doesburg) en dat van de Eese
+of van Hekeren. De heeren van het laatstgenoemde geslacht droegen
+hun naam naar de ridderhofstede <i>de Eese</i> (bij de Berkel,
+ten w. van Lochem) of naar een andere aanzienlijke bezitting,
+wellicht naar <i>Heker</i> (nabij Doesburg gelegen).</p>
+
+<p>De geschillen tusschen deze beide huizen ontaardden allengs
+in partijschappen, die der <i>Hekerens</i> en der <i>Bronkhorsten</i>, waarin ook
+de steden deelden, vooral sedert Reinald de zijde der eersten
+koos, waarop de Bronkhorsten zich bij Eduard aansloten. De
+strijd werd met wisselende kans gevoerd tot 1361, toen Eduard
+den slag bij <span class="gesp">Tiel</span> won en zijn broeder gevangen nam. Nu eischte
+Eduard de waardigheid van hertog voor zich. Reinald, aan die
+vordering voldoende, deed afstand van zijn titel en rechten ten
+behoeve van Eduard. Tien jaren lang regeerde <span class="smcap"><span class="gesp">eduard</span></span> als
+hertog. Toen werd Reinald III weder op den hertogelijken zetel
+geplaatst. Bij zijn langdurige gevangenschap, in de laatste jaren
+op het huis Nijenbeek (tusschen Deventer en Zutfen, ten o. van
+Apeldoorn), werd hij, naar de overlevering luidt, zoo dik, dat
+hij zonder slot of grendel kon worden bewaard en men, bij zijn
+bevrijding, den muur van zijn vertrek moest doorbreken, om
+hem er uit te krijgen. Niet bestand tegen de veranderde levenswijze,<span class="pagenum"><a name="Page_38" id="Page_38">[38]</a></span>
+welke de plotselinge omkeering in &#8217;s hertogen lot medebracht,
+stierf hij nog in &#8217;t zelfde jaar kinderloos.</p>
+
+<p>In 1372 kwam <i>het huis Gulik</i> in &#8217;t bezit der heerschappij. De
+eerste hertog hieruit was <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> I</span>, later tevens hertog van
+Gulik; de laatste zijn broeder <span class="smcap"><span class="gesp">reinald</span> IV</span>. Evenals zijn broeder
+liet hij, bij zijn dood in 1423, geen wettig kroost na. Het
+vooruitzicht op dit kinderloos overlijden, gevoegd bij de uitputting
+des lands, gaf aanleiding tot de bijeenkomst der landsstenden
+in 1418, waarvan boven is gewaagd. Weldra erkenden zij in 1423
+<span class="smcap"><span class="gesp">arnold</span></span>, een zusters kleinzoon van Reinald IV, uit <i>het huis
+Egmond</i> (nabij Alkmaar), als hertog van Gelderland. Nog niet
+lang had hij de teugels van &#8217;t bewind in handen, of zijn onderdanen
+brachten allerlei grieven tegen hem in. Zij betroffen de
+nuttelooze oorlogen, door hem gevoerd, en de zware kosten zijner
+hofhouding. Groot was de last der schulden, waaronder de hertog
+steeds dieper gebukt ging. Ten laatste stelde &#8217;s hertogs zoon, <span class="smcap"><span class="gesp">adolf</span></span>,
+gesteund door &#8217;s hertogen gemalin, <span class="gesp">Katharina van Kleef</span>,
+zich aan &#8217;t hoofd der misnoegden. Den 9den Januari 1465 liet
+hij, te midden van den nacht, gedurende den fellen winter van
+dat jaar, zijn vader van het slot te Grave oplichten, naar Buren
+(ten n.w. van Tiel) overbrengen en d&aacute;&aacute;r nauw bewaken. Terstond
+hierop matigde hij zich den titel en de rechten van hertog aan.</p>
+
+<p>Niet lang duurde het, of Karel de stoute wierp zich als middelaar
+tusschen vader en zoon op. Hij liet Adolf in 1471 gevangen
+zetten en nam Gelder en Zutfen voor 300,000 gl. van Arnold in
+pand, die kort hierop, in 1473, stierf. De Gelderschen beschouwden
+deze verpanding van den beginne aan als onrechtmatig
+en krachteloos. Daarom gaf die verpanding het sein tot
+een oorlog van de Gelderschen tegen het huis van Bourgondi&euml; en
+dat van Oostenrijk, die, met korte tusschenpoozen, gedurende
+meer dan een halve eeuw werd gevoerd. Het begin van den oorlog
+was gunstig voor Karel. Reeds op &#8217;t einde van 1473 was hij
+meester van het hertogdom. Zwaar drukte de last der Bourgondische
+heerschappij op de Gelderschen. De stenden verloren het
+recht, zichzelven ter dagvaart te beschrijven. In 1477 gaf ook aan
+Gelderland de val van Karel den stoute eenige verademing. Doch
+ook Adolf stierf in &#8217;t zelfde jaar.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_39" id="Page_39">[39]</a></span>
+In 1492 plaatste Adolfs zoon <span class="smcap"><span class="gesp">karel</span></span> zich aan &#8217;t hoofd der
+Gelderschen, ten einde den kamp tegen het Oostenrijksche huis
+te hervatten. De fortuin was hem, hoewel niet in den aanvang,
+gunstig. In 1513 had hij schier zijn gansche hertogdom heroverd.
+Doch nieuwe moeilijkheden baarde hem de komst aan &#8217;t bewind
+van Karel V. Overal, waar Karel zijn heerschappij trachtte te vestigen,
+niet alleen in Engeland, maar ook in Utrecht, Friesland,
+Groningen, Drente en Overijsel stiet hij op den hertog van
+Gelder (zie beneden <a href="#Page_41">blz. 41</a>, <a href="#Page_42">42</a>). Karel van Gelder vond een
+krachtigen steun in <span class="gesp">Maarten van Rossum</span> (ten o. van Zalt-Bommel,
+nabij de Waal), een veldheer, die tot zinspreuk had,
+&#8222;branden en blaken is het sieraad van den oorlog.&#8221; Hem was
+het niet te wijten, dat zijn heer meer en meer in &#8217;t nauw werd
+gebracht door Karel V. Trapsgewijze moest de hertog van Gelderland
+voor den keizer wijken. Toen hij in 1538 stierf, kon hij
+vooruitzien, dat zijn opvolger, Willem van Gulik en Kleef, binnen
+kort zou worden gedrongen, Gelderland aan Karel V af te
+staan. Dit geschiedde in 1543.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 9.</h2>
+
+<p class="chtitle">Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen.</p>
+
+<p>De vroomheid der vorsten en heeren, die zich in de Middeleeuwen
+niet zelden openbaarde in &#8217;t schenken van goederen of
+gronden aan kerken, kloosters, abdijen, enz., kwam vooral, gelijk
+boven (zie <a href="#Page_12">blz. 12</a>) is opgemerkt, te goede aan het bisdom
+Utrecht. Langzamerhand groeide de omvang van het Sticht en
+daarmede de wereldlijke macht van den bisschop aan. Die wereldlijke
+macht des bisschops werd zeer beperkt door de kanoniken
+der vijf kapittels, van welke boven (zie <a href="#Page_12">blz. 12</a>) is gesproken.
+Zonder de toestemming dier kanoniken mocht de bisschop
+geen gebied van &#8217;t Sticht vervreemden, noch oorlog voeren of<span class="pagenum"><a name="Page_40" id="Page_40">[40]</a></span>
+vrede sluiten, gelijk hij ook in het kerkelijke aan hun gevoelen
+gebonden was. Sedert hij in zijn oorlogen hoe langer hoe meer
+den bijstand der edelen en steden behoefde, begonnen ook zij
+invloed op &#8217;s lands regeering te krijgen. Zoo werd de grond gelegd
+tot de vergadering der staten van Utrecht, die sinds het
+laatst der 15de eeuw werden beschreven. Het eerste lid dier
+staten waren <i>de ge&euml;ligeerden</i>, d. i. zij, die uit de vijf kapittels
+werden gekozen; het tweede de edelen, die ridderhofsteden bezaten;
+het derde de stad Utrecht, en wellicht mede de kleinere
+steden.</p>
+
+<p>De naam Overijsel kwam eerst in de laatste helft der 15de eeuw
+op. V&oacute;&oacute;r dien tijd werd dit gewest niet als &eacute;&eacute;n staat aangemerkt,
+maar als een aantal van elkander onafhankelijke heerlijkheden.
+Reeds vroeg, immers sedert de 14de eeuw, werd de macht van
+den bisschop beperkt door den landdag, d. i. door de ridders
+en de groote steden Deventer, Kampen en Zwol. In Drente oefende
+<i>de kastelein</i> (kasteelman) of <i>burggraaf van Koevorden</i>, in naam
+van den bisschop, het oppergezag. Hetgeen elders dagvaart of
+vergadering der staten werd genoemd heette hier <i>de landdag</i>.
+Op dien landdag verschenen de ridders, die elk een der achttien
+havezaten (kasteelen) moesten bezitten, en <i>de eigenerfden</i>.</p>
+
+<p>Groot was de macht, die de bisschop hier te lande in de Middeleeuwen
+bezat. Hij had de geestelijke rechtspraak en kon boetedoeningen
+van vernederenden aard opleggen. De streek lands,
+waarover hij wereldlijk gezag had, was veel grooter dan het
+graafschap Holland of Gelderland. Maar dewijl het bisdom gelegen
+was tusschen Holland en Gelderland (zie ook boven <a href="#Page_16">blz.
+16</a>), was de bisschop onophoudelijk in geschillen gewikkeld met
+een dezer staten. Dit verzwakte zijn macht zoozeer, dat <span class="smcap"><span class="gesp">hendrik
+van beieren</span></span> zich verplicht zag, zijn wereldlijke macht over
+Utrecht in 1528 aan Karel V af te staan. In &#8217;t zelfde jaar erkenden
+de staten van Overijsel Karel V als heer. De bisschop hechtte
+zijn zegel aan deze overdracht van het Oversticht. Eveneens kwam
+Drente in 1536 aan Karel V.</p>
+
+<p>Boven (zie <a href="#Page_15">blz. 15</a>, <a href="#Page_16">16</a>) is den lezer medegedeeld, dat de koningen
+van Duitschland Friesland nu eens aan den graaf van Holland,
+dan weder aan den bisschop van Utrecht of den hertog van<span class="pagenum"><a name="Page_41" id="Page_41">[41]</a></span>
+Gelderland schonken. Maar de Friezen bekommerden zich, gelijk
+wij nu en dan gelegenheid hadden te bespeuren, weinig om dit
+weggeven van hun land. Moesten de West-Friezen zich aan Floris
+V onderwerpen, de overigen schikten zich slechts tijdelijk in dit
+lot en wierpen het juk van den graaf van Holland af, zoodra hij
+met het meerendeel zijner troepen uit hun land was geweken.
+Twee eeuwen lang sproten voor de Friezen vele onheilen voort
+uit de geschillen der Schieringers en Vetkoopers. Zij namen tegen
+het einde der 13de eeuw een begin. <i>De Vetkoopers</i> (d. i. handelaars
+in vette waren) ontleenden, naar men wil, hun naam hieraan,
+dat zij, de beste weilanden bezittende, den grootsten handel
+dreven in vette koeien, terwijl <i>de Schieringers</i>, waarschijnlijk
+(van <i>schier</i>, kaal) aldus werden genoemd uit hoofde van hun armoede
+en hun berooiden toestand, die zoo schril afstaken bij den
+rijkdom en de overdaad der Vetkoopers. Eindeloos waren hun
+verdeeldheden, en slechts dan, wanneer er gevaar van buiten
+dreigde, stonden zij als &eacute;&eacute;n man pal tegenover de vijand. Met
+de verwoestingen van den burgeroorlog paarden zich die van de
+overstroomingen. Het is schier ongelooflijk, hoevele watervloeden
+in de Friesche gedenkschriften zijn geboekt.</p>
+
+<p>Door zoo velerlei onheilen overmand, moesten ook de Friezen
+ten laatste voor vreemd geweld bukken. Maximiliaans krijgsoverste,
+<span class="gesp">Albrecht</span>, regeerend <span class="gesp">hertog van Saksen-Meiszen</span>,
+was in 1498 zijn schuldeischer voor groote geldsommen
+wegens achterstallige soldij van &#8217;t krijgsvolk. Hij verpandde hem alzoo
+Friesland voor 300,000 gl. en bevestigde hem in <i>het erfpotestaatschap</i>
+over dat land, hem door de Schieringers aangeboden. Hij
+mocht dan zien, hoe hij het vermeesterde. Albrecht slaagde in
+die taak. Hij stierf in 1500. Spoedig werden de Friezen zijn zonen,
+<span class="gesp">Hendrik</span> en <span class="gesp">George</span>, die elkander in &#8217;t bestuur opvolgden,
+moede en riepen in 1509 <span class="gesp">Karel, hertog van Gelderland</span>,
+in het land. Daarom sloot George in 1515 een overeenkomst met
+Karel V, van wiens voorzaat zijn vader Friesland in pand had
+gekregen, waarbij hij hem dit land voor 350,000 gl. overgaf.
+Zoo stond ook hier Karel V tegenover Karel van Egmond. Groote
+diensten bewees den hertog van Gelderland de onversaagde Friesche
+zeeroover <span class="gesp">Groote Pier</span>, die, sedert de Saksische krijgslieden
+<span class="pagenum"><a name="Page_42" id="Page_42">[42]</a></span>
+zijn huis te Kimswerd (ten z. van Harlingen) in de asch hadden
+gelegd, zonder mededoogen elken buitenlandschen bespringer van
+zijn land in zee wierp, om &#8222;hem de voeten te spoelen.&#8221; Eerst in
+1524 kon Karel V zich &#8222;heer van Friesland&#8221; noemen.</p>
+
+<p>Groningen was bestemd om in het lot van Friesland te deelen.
+Hoe langer hoe minder gold in dit gewest, als &#8217;t verst verwijderd
+zijnde van zijn zetel, het gezag van den bisschop van
+Utrecht. Eensdeels door den strijd hierover, anderdeels door dien
+met de Ommelanden en vermits de verdeeldheden der Schieringers
+en Vetkoopers ook hier haar werking deden gevoelen,
+verzwakte Groningens kracht. Dus kon <span class="gesp">Albrecht van Saksen-Meiszen</span>,
+in 1499 door Maximiliaan tot heer van dit gewest
+benoemd, een poging wagen om het te vermeesteren. Doch de
+heerschappij der Saksen was hier van even korten duur als die
+van <span class="gesp">Karel van Egmond</span>, die er eveneens zijn gezag trachtte
+te vestigen. Eindelijk ziende, dat ook Karel van Egmond hen
+niet op voldoende wijze tegen Karel V konde beschermen, boden
+de Groningers dezen vorst in 1536 de opperheerschappij aan. Karel
+V nam het aanbod aan.</p>
+
+<p>Tusschen de landdagen in Friesland en die van andere gewesten
+bestond een groot verschil. De landsvergadering van
+Friesland berustte niet, gelijk elders, op een vertegenwoordiging
+der standen, maar van landschappen. Zij was samengesteld uit
+de afgevaardigden van Oostergo, Westergo en Zevenwouden. Deze
+algemeene landdag besliste over &#8217;s lands hoogste belangen, over
+vrede en oorlog, enz. Bij zware onlusten echter, hoedanige
+Friesland zoovele beleefde, verliepen er dikwijls jaren, dat geen
+algemeene landdag werd gehouden en dat er slechts afzonderlijke
+vergaderingen bijeenkwamen der vertegenwoordigers van het eene
+of andere gedeelte van Friesland. Aan het hoofd der gemeenten
+in Friesland stonden <i>grietmannen</i>, welke naam wordt afgeleid
+van een oud-Friesch werkwoord, dat &#8222;aanklagen, in rechten vervolgen&#8221;
+beteekent.</p>
+
+<p>De Ommelanden van Groningen bestonden uit drie kwartieren,
+Hunsingo, Fivelingo en het Westerkwartier. Westerwolde (zie
+boven <a href="#Page_13">blz. 13</a>) is tot 1795 een afzonderlijke heerlijkheid geweest.
+Sedert 1594 merkten de Staten-Generaal zich als leenheeren van<span class="pagenum"><a name="Page_43" id="Page_43">[43]</a></span>
+Westerwolde aan. De stad Groningen kocht die heerlijkheid in
+1619 voor ruim 140,000 gl. en bezat ze als zoodanig tot de omwenteling
+van 1795. De eigenerfden en andere afgevaardigden
+uit die drie kwartieren stelden de vergadering der staten samen.
+Later kwam er de stad bij. De eigenerfden waren diegenen, die,
+krachtens hun eigendommen, zonder volmacht of verkiezing ten
+landdage verschenen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 10.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Nederlanden onder het bewind van Karel V.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; waren dan de zeventien onder &eacute;&eacute;n heerschappij, die van
+<span class="smcap"><span class="gesp">karel</span> V</span> (1543-1555), vereenigd. Het waren bloeiende staten
+met een krachtige bevolking. Vischvangst, handel en zeevaart
+waren de rijke bronnen, die het bestaan der Nederlanders verzekerden,
+daarbij landbouw en veeteelt. Vooral was <i>de groote
+visscherij</i>, de haringvangst, vermaard, een ware goudmijn, daar
+zij aan meer dan 20,000 huisgezinnen het onderhoud verschafte.
+De haring werd jaarlijks van den 24sten Juni tot den 25sten
+November op de kusten van Engeland en Schotland gevangen.
+Er waren jaren, dat er tot 1500 haringbuizen uit de Nederlandsche
+havens in zee liepen, alleen uit Enkhuizen 140. Geen
+volk wist den haring zoo goed te bereiden als de Nederlanders,
+weshalve de Hollandsche haring, als zijnde de beste van smaak
+en de duurzaamste, op de vreemde markten het meest gewild
+was. De haring werd (zie <a href="#Page_32">blz. 32</a>) &ograve;f als <i>pekelharing</i>, &ograve;f, gerookt
+zijnde, als <i>bokking</i> gegeten. Van groot gewicht was mede <i>de
+walvischvangst</i>, waarmede men in de 17de eeuw een begin maakte
+en waarvoor de Staten-Generaal in 1614 uitsluitend <i>octrooi</i> of
+vergunning gaven aan de Noordsche compagnie. Ten behoeve
+dezer visscherij werden in die eeuw jaarlijks omstreeks 250 schepen
+uitgerust, die, met het oog op het doel, de koude van
+Groenland, Spitsbergen, enz. trotseerden.</p>
+
+<p>Vele zijn de oorzaken, die Nederland tot een land van handel<span class="pagenum"><a name="Page_44" id="Page_44">[44]</a></span>
+en zeevaart bij uitnemendheid hebben gemaakt: de ligging
+aan de Noordzee; de menigte van bevaarbare rivieren en kanalen;
+de persoonlijke vrijheid, die, hoe ook beperkt, hier meer
+dan elders werd ge&euml;erbiedigd en velen noopte zich er metterwoon
+te vestigen. Sedert het einde der 15de eeuw was Antwerpen de
+hoofdzetel van den handel. Er waren meer dan 1000 vreemde
+handelshuizen gevestigd. De beurs, elken dag tweemaal gehouden,
+telde telkens meer dan 5000 bezoekers. Den handel op de
+Oostzee, in hout en graan, had hoofdzakelijk Amsterdam, toen
+reeds bij Veneti&euml; vergeleken en de korenmarkt van Europa genoemd.
+Nog is niet gewezen op de vrachtvaart, die zeer aanmerkelijke
+voordeelen opleverde, en geen gewag gemaakt van
+de velerlei fabrieken, waarmede de nijvere en dichte bevolking
+zich bezig hield.</p>
+
+<p>Van wetenschappelijke beschaving kan nog maar weinig sprake
+zijn. Toch ontbrak het niet aan de beginselen. Reeds had <span class="gesp">Jakob
+van Maerlant</span> zijn <i>spiegel Historiael</i> in &#8217;t licht gegeven. Wat
+de fraaie letteren in engeren zin aangaat, van lieverlede was
+een Nederlandsche letterkunde ontstaan, waarvan het begin in
+het laatste vierendeel der 12de en het eerste der 13de eeuw is
+te zoeken. V&oacute;&oacute;r dien tijd waren onze voorouders in taal, zeden
+en gewoonten nog Duitschers. In de 12de eeuw kwam de Nederlandsche
+taal uit het Nederduitsch voort. Zij heette gedurende
+de Middeleeuwen het Vlaamsch. Onder de werken, die
+tezamen uitmaken hetgeen men onze Middeleeuwsche letterkunde
+noemt, vindt men weinig of geen oorspronkelijke gedichten. Aan
+Frankrijk ontleend is het vermaarde gedicht <i>Reinaert de vos</i>, dat
+in zijn Vlaamschen vorm zoozeer de aandacht trok, dat het uit
+die taal in vele andere werd overgebracht en als voortreffelijker
+wordt aangemerkt, dan het oorspronkelijke Fransche stuk. Tegen
+het einde der Middeleeuwen namen, naarmate de opkomst der
+poorters den invloed der edelen deed afnemen, de tooneeldichten
+op het gebied der letterkunde de voornaamste plaats in. Het
+waren de vele Rederijkerskamers, met het Bourgondische huis (zie
+<a href="#Page_30">blz. 30 vlg.</a>) opgekomen, welke aan die gedichten het aanzijn gaven.</p>
+
+<p>Om die bloeiende zeventien landen was nu de band der eenheid
+geslingerd. Maar het was slechts een persoonlijke band.<span class="pagenum"><a name="Page_45" id="Page_45">[45]</a></span>
+Ook van Karel V was het het streven, de staatseenheid der zeventien
+te bevorderen. Te dien einde bedong hij in 1548, bij <i>het
+verdrag van Augsburg</i>, ten behoeve van het Oostenrijksche huis, dat
+alle Nederlandsche gewesten geheel onafhankelijk van Duitschland
+zijn, doch onder de hoede van dit rijk staan zouden, mits zij
+een zeker aandeel in de rijkslasten droegen. In de wijze, waarop
+Karel de regeering inrichtte, valt hetzelfde beginsel der eenheid
+op te merken: &eacute;&eacute;n landvoogdes met drie raden, haar toegevoegd.
+Landvoogdes of <i>gouvernante</i>, zooals men destijds zeide, was sedert
+1530 &#8217;s keizers zuster <span class="gesp">Maria</span>, koningin-weduwe van Hongarije.
+De drie raden, die hij in 1531 in &#8217;t leven riep, waren <i>de raad
+van state</i>, <i>de geheime raad</i> en <i>de raad van financi&euml;n</i>, van welke
+de eerste slechts werd geraadpleegd, maar de beide andere uitvoerende
+macht hadden. Ook stond met Karels hoofdoogmerk
+in verband het bij herhaling bijeenroepen der Algemeene Staten,
+dat gedurende zijn regeering meer dan vijftig maal plaats had.</p>
+
+<p>Karel V is een der grootste figuren op het tooneel der wereldgeschiedenis.
+De kennis van de rol, die hij vervulde, moet d&aacute;&aacute;r
+worden gezocht. Zijn geschiedenis is, voor een deel, die der
+Nederlanden gedurende de jaren zijner regeering. Onder de bijzondere
+gebeurtenissen, alhier in dien tijd voorgevallen, is een
+der merkwaardigste het dempen van het oproer te Gent, een der
+machtigste steden van Europa. Karel vorderde van Vlaanderen
+een bede van 400,000 gl., als derde deel eener som, hem door
+de Algemeene Staten toegestaan. De overige leden der staten
+van dit gewest stemden toe; alleen Gent weigerde. Vreeselijk
+was de wraak, die op het hoofd der Gentenaars neerkwam. Karel
+trok in 1540 in persoon naar de stad en velde het vonnis.</p>
+
+<p>Doch &eacute;&eacute;n grootsche gebeurtenis uit Europa&#8217;s geschiedenis is
+er bovenal, die mede op Nederland in &#8217;t bijzonder betrekking
+heeft. Toen in Duitschland Luther den stoot aan de hervorming
+der kerk had gegeven, werd ook in dit land het zaad gestrooid.
+De kiem kwam op en werd een krachtige boom. De ergernis,
+die de handel in aflaten alom in Europa verwekte, deelden insgelijks
+de Nederlanders. Zij waren er niet blind voor, dat het
+leven, hetwelk de meerderheid der geestelijken leidde, in vele
+opzichten in lijnrechte tegenspraak was met hun roeping en dat<span class="pagenum"><a name="Page_46" id="Page_46">[46]</a></span>
+de kennis, welke de meesten hunner van &#8217;t Evangelie hadden,
+uiterst gering was. Menig Nederlander bevond zich dan ook
+onder de edele en verlichte mannen, de voorloopers der hervorming,
+die tegen de heerschende gebreken optraden en ze des
+te vrijmoediger bestreden, hoe meer hun geest door de op nieuw
+ontwaakte studie der oudheid aan onderzoek en nadenken was
+gewoon geworden. Men denke aan <span class="gesp">Wessel Gansfort</span>, geboren
+te Groningen; aan <span class="gesp">Rudolf Agric&#335;la</span>, aan <span class="gesp">Gerrit Gerritsz</span>,
+meer bekend onder den naam <span class="gesp">Desiderius Erasmus</span>, afkomstig
+uit Rotterdam, die in 1536 stierf.</p>
+
+<p>Hoe meer de leerstellingen van Luther en van Zwingli in de
+Nederlanden doordrongen, des te meer aanhangers vonden zij er.
+Grenzende aan Duitschland, moest Nederland spoedig bekend worden
+met de nieuwe begrippen, die d&aacute;&aacute;r zoo welig wortel schoten
+Bovendien bevorderde de handel door de vele vreemdelingen, die
+hij naar dit land lokte, de kennis van de leer der hervorming.
+Doch meer dan Luthers of Zwingli&#8217;s stelsel verbreidde zich
+dat van Calvijn over een aanmerkelijk deel van het land. Een
+groot aantal van de eerste predikers van den hervormden godsdienst,
+die ons land binnenstroomden, kwam, door de Zuidelijke
+Nederlanden heen, uit Frankrijk. Het zaad, zoo welig uitgestrooid,
+viel in een vruchtbaren bodem en schoot wortel.</p>
+
+<p>Bij alle hervormingen treft men veelal een partij aan, die
+zich aan overdrijving schuldig maakt. Bij de hervorming, die
+thans plaats greep, waren dit de Wederdoopers. Met die Wederdoopers
+behooren, gelijk dikwerf is geschied, <i>de Doopsgezinden</i>
+niet te worden verward. Vaak worden de laatsten ook <i>Mennonieten</i>
+genoemd, naar <span class="gesp">Menno Simons</span>, die, tot 1536 Roomsch
+priester zijnde te Witmaarsum (ten n.w. van Bolsward), een
+tijdlang een leerling was van een prediker der Wederdoopers
+in Friesland, Ubbo Philips geheeten. In &#8217;t genoemde jaar ging
+hij tot een der talrijke en onderlinge zeer uiteenloopende vereenigingen
+der Doopsgezinden over en verzette zich weldra sterk tegen
+de buitensporigheden der Wederdoopers.</p>
+
+<p>Maar Karel V is vast besloten, al moet hij in Duitschland
+veel toegeven en met de omstandigheden te rade gaan, in zijn
+erflanden ten minste de hervorming uit te roeien. Elf plakkaten<span class="pagenum"><a name="Page_47" id="Page_47">[47]</a></span>
+vaardigde hij achtereenvolgens tegen haar uit, het eene harder
+dan het andere. In 1522 werden er inquisiteurs, bij verzachting
+&#8222;geestelijke rechters&#8221; geheeten, benoemd. Was de inrichting dier
+inquisitie, in wreedheid en ergerlijke wijze van rechtspleging,
+in &#8217;t geheel niet gelijk aan de Spaansche, zij werkte, naar de
+opvatting der landzaten, veel te krachtig. Dit moet waar zijn,
+wanneer er&mdash;gelijk te boek staat&mdash;onder Karels regeering
+50,000 menschen om des geloofs wille ter dood zijn gebracht.
+Intusschen is het zeker, dat, hoevele duizenden het getal offers
+der onverdraagzaamheid ook moge hebben beloopen, wederom het
+bloed der martelaars het zaad der kerk werd.</p>
+
+<p>Dit is een schaduwzijde in het anders vrij heldere tafereel van
+Karels regeering. Het is niet de eenige. Op velerlei wijze werd
+het handvest &#8222;de non evocando&#8221; geschonden, doordat men de
+staten buiten hun gewest riep en, b. v. in gevallen van majesteitsschennis
+en bij vergrijpen tegen den godsdienst, de beschuldigden
+voor andere dan voor hun natuurlijke rechters daagde.
+Verder werden aan vreemdelingen ambten gegeven. Vaak verzetteden
+zich de staten tegen zulke gewelddadigheden, doch
+meestal zonder vrucht. Want Karels grondbeginsel was, dat het
+grootste voorrecht van een volk was, geen voorrechten te bezitten.
+Ook aan zware beden, die eerder belastingen mochten
+heeten, ontbrak het niet en, wat het ergste is, bij weigering
+werd vaak dwang gebezigd. &#8222;Hier,&#8221; zegt een Venetiaansch gezant,
+&#8222;waren de eigenlijke schatten van den koning van Spanje;
+hier waren zijn bergwerken, zijn Indi&euml;.&#8221;</p>
+
+<p>Wil men echter billijk zijn, dan behoort men niet te vergeten,
+dat de Nederlanden gedurende het bewind van Karel V tot een
+trap van aanzien stegen, gelijk zij dien nimmer hadden gekend,
+en dat de vorst den grondslag legde van een geregeld bestuur en
+van een geordende administratie. Hoe men ook jammerde over
+het verlies der oude zelfstandigheid, de slotsom was verademing
+en voorspoed. Daarom, dewijl hij gaarne in het land vertoefde,
+waar zijn wieg had gestaan, en uit hoofde van zijn minzaamheid
+was het Nederlandsche volk hem getrouw en aan hem gehecht.
+Daarom was het leedwezen des volks oprecht gemeend, toen Karel
+afstand deed van het bewind en het aan zijn zoon Philips opdroeg.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_48" id="Page_48">[48]</a></span>
+Het voornemen om zijn kronen neer te leggen was sinds lang
+bij Karel opgekomen. Geheel ontstemd door het mislukken zijner
+grootsche ontwerpen, teleurgesteld in zijn plannen om in al zijn
+landen een onbeperkt vorstelijk gezag te vestigen en de eenheid
+in de Christelijke kerk te herstellen, terneergebogen onder lichamelijke
+zwakheid en wegens de uitputting zijner schatkist de toekomst
+met zorg te gemoet ziende, ging hij thans tot de volvoering
+van het lang gekoesterde voornemen over. De afstand en de overdracht
+hadden den 25sten October 1555 te Brussel in een luisterrijke
+vergadering plaats. Ook Maria (zie <a href="#Page_45">blz. 45</a>) legde haar waardigheid
+neder. In &#8217;t volgende jaar ging Karel onder zeil naar Spanje,
+waar hij in 1558 in het klooster Yuste (in &#8217;t n.o. van Estremad&#363;ra)
+overleed. Karel liet maar &eacute;&eacute;n zoon na, Philips II (III in
+Holland en andere Nederlandsche gewesten), en een paar dochters.
+Van zijn natuurlijke kinderen zijn &eacute;&eacute;n zoon en &eacute;&eacute;n dochter zeer
+vermaard geworden. De dochter was Margareta, de zoon Don
+Jan van Oostenrijk. Onder de vele edelen zijner hofhouding was
+er niemand, dien hij meer vertrouwde, dan Willem van Oranje,
+hoe jong deze prins destijds ook was (zie beneden, <a href="#Page_49">blz. 49</a>).</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 11.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva.</p>
+
+<p>Karels opvolger <span class="smcap"><span class="gesp">philips</span> II</span> (1555-1581), gelijk hij doorgaans
+wordt genoemd, was in de Nederlanden geen vreemdeling. Reeds
+in 1549 had zijn vader hem hierheen ontboden, om hem aan zijn
+toekomstige onderdanen voor te stellen. Die eerste ontmoeting had
+bij de Nederlanders geen gunstigen indruk achtergelaten. En de
+tweede ontmoeting, bij en na Karels plechtigen afstand, bracht
+hierin geen verandering teweeg. Philips was geheelenal een
+Spanjaard, koel, afgemeten en trotsch. Hij had een afkeer van
+het land en van den aard der Nederlanders, en zij van hem, die
+geen gemeenzaamheid duldde en geen afdalen kende. Hij verstond
+noch de taal des lands, noch sprak een der talen, waarmede de
+natie vertrouwd was. Hij achtte de handhaving van den katholieken
+godsdienst zijn hoofdplicht. Hiervoor had hij alle krachten<span class="pagenum"><a name="Page_49" id="Page_49">[49]</a></span>
+van lichaam en ziel veil; hieraan was een goed deel zijner verbazende,
+maar kleingeestige werkzaamheid gewijd. Even onwrikbaar
+als hij aan de instandhouding van &#8217;t koninklijk gezag de hand
+hield, bleef hij aan den grondregel van al zijn zeggen en doen
+getrouw. Die blinde en bijgeloovige gehechtheid aan de kerk herschiep
+hem in een dwingeland.</p>
+
+<p>Tot 1559 bleef Philips in de Nederlanden. Toen ging hij. Doch
+aleer hij vertrok, regelde hij het bestuur dezer landen. <span class="gesp">Margareta
+van Parma</span> (zie <a href="#Page_48">blz. 48</a>) werd landvoogdes. Zij was getrouwd
+met Octavius Farnese, hertog van Parma, die evenwel
+in Itali&euml; bleef. De drie boven genoemde (zie <a href="#Page_45">blz. 45</a>) regeeringslichamen
+stonden haar ter zijde. President van den raad van financi&euml;n,
+was <span class="gesp">Karel, baron van Barlaimont</span> (in &#8217;t n. van Frankrijk,
+nabij Avennes), van den geheimen raad <span class="gesp">Viglius</span> of <span class="gesp">Wigele
+van Aytta</span> van <span class="gesp">Zuichem</span> (ten z. van Leeuwarden), een Fries
+van afkomst en een groot rechtsgeleerde, doch die aan groote
+rechtskennis veel hebzucht paarde. In den raad van state hadden
+o. a. zitting: <span class="gesp">Antonius Perenot</span>, bisschop van Atrecht, de
+prins van Oranje, <span class="gesp">Lamoraal, graaf van Egmond</span>, later ook
+de <span class="gesp">Montmorency, graaf van Hoorne</span> (ten n. van Loon, zie
+<a href="#Page_17">blz. 17</a>). Voor Brabant, waar de landvoogdes haar verblijf hield,
+werd geen stadhouder benoemd. De stadhouders der overige staten
+waren o. a.: Willem van Oranje van Holland, Zeeland en Utrecht;
+de graaf van Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van
+Ligne, graaf van Aremberg (ten z. van Keulen), van Friesland,
+Groningen, Drente en Overijsel; de baron van Barlaimont van
+Namen. Elke stadhouder was tevens bevelhebber der krijgsmacht
+van zijn gewest.</p>
+
+<p>Een enkel woord over Willem van Oranje, weldra den hoofdpersoon
+van den tegenstand tegen Philips, en dan over Perenot. In het
+huis van Nassau onderscheidde men sedert het midden der 13de
+eeuw twee lini&euml;n. De oudste bleef in Duitschland. De jongste is die
+van <i>Nassau-Dillenburg</i>. Deze tak verwierf al vroeg verscheidene
+bezittingen in de Nederlanden. Willem, de grondlegger der onafhankelijkheid
+van Nederland, was een zoon van Willem den rijke,
+graaf van Nassau-Dillenburg, geboren in 1533. Rijk was zijn
+vader, althans in kinderen. Hij had vijf zonen: Willem, Jan den<span class="pagenum"><a name="Page_50" id="Page_50">[50]</a></span>
+oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik. Talrijk waren de bezittingen
+van zijn zoon Willem op Nederlandschen bodem. Bovendien erfde
+hij van zijn neef R&eacute;n&eacute; het prinsdom Oranje.</p>
+
+<p>Antonius Perenot was een schrander en werkzaam staatsman,
+die zijn opkomst aan zichzelf had te danken. Hij was in
+Franche-Comt&eacute; geboren, dat een deel had uitgemaakt van de
+erfgoederen van Maria, de dochter van Karel den stoute. Reeds
+dit nam de edelen tegen hem in, die, trotsch op hun geboorte,
+op hem, den vreemdeling, neerzagen. Doch voor een vreemdeling
+kon men hem eigenlijk moeilijk laten doorgaan. Was
+hij het, dan moest ook Willem als zoodanig worden aangemerkt,
+en in allen gevalle kon men dit bezwaar niet met recht
+aanvoeren tegen leden van den raad van state. Weldra verweet
+men hem met meer grond zijn heerschzucht, alsmede de minachting,
+die hij jegens zijn medeleden in den raad van state
+aan den dag legde. Tegen hem wendden zich toen allen, die een
+afkeer hadden van de regeering in Spaanschen zin, die Philips
+aan de natie wilde opdringen.</p>
+
+<p>Ternauwernood was Philips in zee gestoken, of de Nederlandsche
+onderdanen hadden reeds menige grieve tegen hun heer.
+Zonder op den geest des tijds te letten, schreef hij een gestrenge
+uitvoering der plakkaten voor. Bij den afkeer, dien de
+Nederlanders en de Spanjaarden wederkeerig van elkander hadden,
+was het verlies van den hoogen rang, dien de Nederlandsche
+adel onder de beide vorige regeeringen had bekleed,
+dubbel onverdragelijk. Hierbij kwam de verbittering over de
+voortdurende aanwezigheid van 3 &agrave; 4000 man vreemde troepen,
+die, zooals het heette, ter bescherming van de grenzen moesten
+strekken. Bovenal vreesde men de verwezenlijking van een van
+Philips&#8217; geliefkoosde plannen, van dat der bisdommen. Tot dusverre
+was in Nederland geen aartsbisschoppelijke stoel geweest,
+doordien het geringe en onregelmatig verdeelde getal bisdommen
+onder vreemde aartsbisschoppen stond. Het ligt voor de hand,
+dat hieruit groote ongelegenheden ontstonden. De overwegende
+reden echter, waarom Philips de zaak der bisdommen wenschte
+te regelen, was de vermenigvuldiging der ketters. Voortdurend
+won de afkeer veld van een kerk, die, hoewel zelve geen<span class="pagenum"><a name="Page_51" id="Page_51">[51]</a></span>
+bloed begeerende, duizenden door den wereldlijken armen liet ombrengen.
+Wellicht&mdash;meende Philips&mdash;kon nauw toezicht, leering
+en vermaning de zielen voor afval van de kerk behoeden of van
+den afval terugbrengen.</p>
+
+<p>In 1559 vaardigde paus <span class="gesp">Paulus</span> IV de bul, houdende de bepalingen
+omtrent de bisdommen, uit. De zaak zelve begon evenwel
+niet v&oacute;&oacute;r 1561 werkelijkheid te worden, en met sommige zetels
+duurde het tot 1570, eer zij werden bezet. In &#8217;t geheel werden
+er 18 bisschopszetels opgericht, n.l. 3 aartsbisdommen (elke aartsbisschop
+was tevens bisschop van die streek, waarin zijn hoofdkerk
+lag,) en 15 bisdommen. Perenot of <span class="gesp">Granvelle</span>, tevens
+tot kardinaal benoemd, werd aartsbisschop van Mechelen. Onder
+hen, die zich tegen de nieuwe bisdommen verzetteden, waren
+ook de prins van Oranje en Egmond, die met vele anderen
+de dwaling deelden, dat Granvelle een van hen was, die den
+maatregel bevorderden. Thans weet men zeker, dat deze meening
+onjuist was. Maar ook andere bezwaren hadden Willem en
+vele edelen tegen den bisschop. Hij was de ziel van de regeering.
+Gelijk er veel buiten hen omging, zoo geschiedde er niets
+zonder hem, en Viglius liet zich geheel door hem leiden. Dit
+mishaagde hun zoozeer, dat, hoewel de vreemde troepen in 1560
+werden verwijderd, er geen betere verstandhouding tusschen Granvelle
+en de genoemde edelen ontstond. Weldra weigerden Willem,
+Egmond en Hoorne in den raad van state zitting te nemen,
+zoolang Granvelle er kwam, die alle belangrijke aangelegenheden
+aan de kennis van dien raad onttrok. Van jaar tot jaar werd
+het standpunt van den kardinaal onhoudbaarder. Het regende
+schotschriften tegen hem, en de edelen vervolgden hem met bitteren
+spot. Ook Margareta, die ten laatste begon in te zien, hoe
+weinig gezag zijzelve in vergelijking met hem had, wilde wel van
+hem worden ontslagen. Zoo kwam in 1564 tot Granvelle een bevel
+van Philips, om het land te verlaten, waaraan hij onmiddellijk
+voldeed.</p>
+
+<p>Na Granvelle&#8217;s vertrek namen Willem, Egmond en Hoorne weder
+zitting in den raad van state. Wegens de overige moeielijkheden
+werd Egmond in 1565 naar Spanje gezonden. Die zending
+bracht geen verandering of wijziging teweeg. Egmond werd luisterrijk<span class="pagenum"><a name="Page_52" id="Page_52">[52]</a></span>
+ontvangen; doch Philips&#8217; voorschriften bleven dezelfde.
+Langzamerhand ging intusschen de geest van tegenstand van de
+eerste edelen op die van den tweeden rang over, om later door
+het volk te worden gedeeld. Zoo ontstond in 1565 <i>het compromissum</i>
+(gemeenschappelijke belofte) of het verbond der edelen, aan
+&#8217;t hoofd waarvan <span class="gesp">Lodewijk van Nassau</span>, Willems broeder,
+stond met <span class="gesp">Hendrik van Brederode</span>, een onstuimig man, die
+een woest leven leidde en slechts naar opwellingen, niet naar
+beginselen handelde. Het doel was, de invoering der inquisitie
+op elke wijze tegen te gaan. Niet alleen edelen, maar ook burgers
+teekenden het; niet alleen Lutherschen en Calvinisten, maar
+ook Roomsch-katholieken traden toe.</p>
+
+<p>Schier de eenige daad van deze eedgenooten was de stap,
+dien zij den 5den April 1566 te Brussel deden. Toen boden zij in
+plechtigen optocht, ten getale van drie of vier honderd, de landvoogdes
+een verzoekschrift aan ter matiging van de plakkaten.
+Naar alle waarschijnlijkheid deed het woord van Barlaimont (zie
+<a href="#Page_49">blz. 49</a>), toen tot de landvoogdes gericht, hun den naam <i>geuzen</i>
+(<i>gueux</i>, bedelaars) geven. Niet zonder grond&mdash;men kan het niet
+verbloemen&mdash;werd die benaming op vele dier edelen toegepast.
+De schulden, waaronder zij ten gevolge hunner verkwistende levenswijze
+en van hun veelvuldige drinkgelagen gebukt gingen,
+rechtvaardigden ze maar al te zeer. Zelven namen de edelen dien
+naam volgaarne aan en droegen tevens de zinnebeelden der
+bedelaars. Margareta antwoordde weldra. Zij beloofde, een gezant
+naar Spanje te zullen zenden en eenige <i>moderatie</i> of matiging in de
+uitvoering der plakkaten te zullen brengen, die evenwel zoo weinig
+in &#8217;t oog viel, dat het volk ze weldra <i>moorderatie</i> noemde.
+Terwijl <span class="gesp">Jan van Glimes, markies van Bergen</span> (d. i. Bergen
+op Zoom), en Hoorne&#8217;s broeder, <span class="gesp">Floris van Montmorency,
+baron van Montigny</span>, nu als gezanten naar Philips
+vertrokken, kwam het prediken van &#8217;t Evangelie in &#8217;t open
+veld, niet meer des nachts, maar bij helder daglicht alom in
+zwang. Duizenden, op de beloofde matiging vertrouwende of hun
+overtuiging niet langer willende bedwingen, woonden de predikati&euml;n,
+<i>hagepreeken</i> genoemd, bij.</p>
+
+<p>Op het houden van openbare godsdienstoefeningen volgde in<span class="pagenum"><a name="Page_53" id="Page_53">[53]</a></span>
+1566 de kortstondige razernij, bekend onder den naam van <i>beeldenstorm</i>.
+Zooals men het veelal heeft opgevat, was hij een uitbarsting
+van de dweepzucht der hervormden, die niet aan een w&egrave;l
+beraamd plan, doch aan plotseling opkomende hartstochtelijkheid
+was toe te schrijven. Vele kerken van Antwerpen, Vlaanderen,
+Holland, Zeeland, Groningen, enz. werden erdoor verwoest en
+van al haar schatten beroofd. Philips ontstak, op het hooren der
+mare, zoozeer in drift, dat hij een duren eed zwoer, het misdrijf
+niet ongewroken te zullen laten. Het drietal Oranje, Egmond
+en Hoorne, baatte het niet, gelijk weldra zal blijken, dat
+zij de landvoogdes in deze moeielijke dagen getrouw ter zijde stonden
+en hen, die schuldig of medeplichtig waren aan den beeldenstorm,
+ijverig vervolgden.</p>
+
+<p>Nadat de eerste schrik was geweken, begon Margareta krachtdadig
+door te tasten. Zij bewerkte, dat het compromissum werd
+ontbonden, en wierf troepen. Overal moest het prediken der hervormden
+worden gestaakt. Van dat oogenblik af scheidde Egmond
+zich van zijn vrienden, den eed van trouw aan den koning opnieuw
+afleggende, terwijl Hoorne zich tegelijk aan &#8217;s konings
+dienst en aan de bevordering van Oranje&#8217;s plannen onttrok. Van
+zijn kant nam Willem, inziende dat er vooreerst aan geen verzet
+viel te denken, in &#8217;t zelfde jaar zijn ontslag als stadhouder van
+Holland, Zeeland en Utrecht en ging naar Duitschland. Hij werd
+door een overgroot aantal lieden, op meer dan honderd duizend
+begroot, gevolgd. Onder hen was Willems vertrouwde vriend, de
+beroemde godgeleerde en staatsman <span class="gesp">Philips van Marnix</span>, heer
+van St. Aldegonde (een heerlijkheid in Henegouwen, terwijl een
+kasteel nabij Middelburg, waar Marnix een tijdlang woonde, naar
+hem ook wel zoo werd genoemd, doch eigenlijk West-Souburg
+heette). In Willems plaats werd <span class="gesp">Maximiliaan Hennin, graaf
+van Boussu</span> (ten w. van Bergen, in Henegouwen), bij voorraad
+over Holland als stadhouder aangesteld. Intusschen was Philips
+tot een vast besluit gekomen. Na lang te hebben voorgegeven,
+dat hijzelf een reis naar de Nederlanden in den zin had,
+zond hij in 1567 <span class="gesp">Alv&#257;rez de Tol&#275;do, hertog van Alva</span>
+(d. i. Alva de Tormes, in &#8217;t n.w. van Spanje, ten z.o. van
+Salamanca), als kapitein-generaal aan &#8217;t hoofd van een leger<span class="pagenum"><a name="Page_54" id="Page_54">[54]</a></span>
+van ongeveer 17,000 man, grootendeels oudgediende en geharde
+mannen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 12.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Nederlanden onder &#8217;t bestuur van Philips&#8217; landvoogd Alva.</p>
+
+
+<p>De komst van Alva was Margareta een doorn in &#8217;t oog. Sedert
+zij bovendien bespeurde, dat hij, behalve de aanstelling tot kapitein-generaal,
+nog buitengewone volmacht had, drong zij met
+zooveel nadruk op haar ontslag aan, dat zij het op &#8217;t einde van
+1567 verwierf en onverwijld naar Itali&euml; vertrok. Terstond werd
+Alva in haar plaats algemeen landvoogd. Thans namen de wreedheden
+een aanvang. <i>De raad van beroerte</i>, door het volk weldra
+met juist inzicht <i>bloedraad</i> geheeten, werd opgericht. Onder de
+beroemdste offers van dien raad waren Egmond en Hoorne, wien
+het niet baatte, dat zij ridders van &#8217;t gulden vlies waren (zie
+<a href="#Page_31">blz. 31</a>). De 5de Juni 1568 was de noodlottige dag hunner terechtstelling
+of liever van den gerechtelijken moord. Hun namen
+blijven door de standbeelden, in &#8217;t jaar 1864 te Brussel opgericht,
+in aller herinnering leven.</p>
+
+<p>Hierbij berustte de raad van beroerte niet. De prins van Oranje
+en andere uitgeweken edelen werden insgelijks, op zware beschuldigingen,
+voor hem gedaagd. Zij verschenen niet, en met reden.
+Maar aan offers was geen gebrek, hoewel het niet is bewezen, dat
+de Spaansche inquisitie in een plechtig geschrift alle Nederlanders,
+op zeer weinigen na, als ketters, des doods schuldig heeft verklaard.
+In 1570 werd Montigny, na in Spanje een paar jaren in den kerker te
+hebben gezucht, insgelijks op een vonnis van den bloedraad, in
+&#8217;t geheim geworgd, wat hem nog als een weldaad werd toegerekend.
+Zijn reisgenoot Bergen was reeds in 1567 &ograve;f aan een
+ziekte, &ograve;f aan vergif bezweken. Desniettegenstaande werd zijn
+nagedachtenis met een vonnis bezoedeld, opdat zijn bezittingen
+den koning niet ontgingen. Ook andere gewelddadigheden
+beging Alva. Hij liet in 1568, tegen de voorrechten der
+hoogeschool te Leuven, den oudsten zoon van prins Willem,<span class="pagenum"><a name="Page_55" id="Page_55">[55]</a></span>
+<span class="gesp">Philips Willem, graaf van Buren</span> (zie <a href="#Page_38">blz. 38</a>), vandaar
+oplichten en naar Spanje voeren, waar hij, als gijzelaar voor de
+trouw des vaders, onder nauw toezicht werd opgevoed.</p>
+
+<p>Treurig was, te midden van al die tooneelen van diepen rouw,
+de toestand van het land. Doch welhaast daagde er bijstand van
+buiten op. Veelzins getergd, door den roof van zijn zoon en door
+de verbeurdverklaring van &#8217;t geen hij bezat, greep Willem eindelijk
+naar de wapens. Een kortstondig geluk begunstigde de kloeke
+onderneming. <span class="gesp">Lodewijk van Nassau</span> zegevierde bij <span class="gesp">Heiligerlee</span>
+(ten w. van Winschoten). Aremberg sneuvelde er, maar ook
+Willems broeder Adolf. Doch nog in &#8217;t zelfde jaar, 1568, versloeg
+Alva zelf Lodewijk bij <span class="gesp">Jemmingen</span> (Jemgum, nabij Leer
+in Oost-Friesland). Zoo was de tachtigjarige oorlog begonnen.
+Door den uitslag van zijn krijgstocht overmoedig geworden, beraamde
+Alva het plan, de grafelijke bede door vaste, algemeene
+belastingen te vervangen. Drie belastingen waren het, welke de
+landvoogd uitschreef: 1) een heffing voor eens van het honderdste
+der waarde of 1 p.c. van alle roerende en onroerende eigendommen
+(<i>de honderdste penning</i>), en dan, bij verkoop, 2) een heffing
+van tien ten honderd van de roerende (<i>de tiende penning</i>), en 3)
+van vijf ten honderd (<i>de twintigste penning</i>) van de onroerende
+goederen. Hij begon met de heffing te Brussel, waar zijn eigen
+tegenwoordigheid, gelijk hij meende, den tegenstand zou breken.
+De overheid gaf toe; maar de gilden, bovenal de slagers en
+de brouwers, tartten den toorn van den landvoogd en sloten
+hun winkels. Juist toen Alva het tot een punt van overweging
+zou hebben moeten maken, wat hem bij dat algemeen verzet
+stond te doen, weerklonk de mare van de verrassing van
+Brielle.</p>
+
+<p>Duurzame gevolgen had de aanslag, op den 1sten April 1572
+tegen deze veste ondernomen. Hij was het werk van <i>de Watergeuzen</i>,
+vrijbuiters, die onder de driekleurige vlag&mdash;rood of
+oranje, wit en blauw&mdash;, de vlag van Willem van Oranje, voeren.
+Tot dusver waren zij op hun tochten vaak de Engelsche havens
+binnengeloopen, om zich van levensmiddelen te voorzien;
+doch eensklaps verbood koningin Elizabeth, beducht voor een oorlog
+met Spanje, haar onderdanen, den Watergeuzen verder te<span class="pagenum"><a name="Page_56" id="Page_56">[56]</a></span>
+verstrekken, wat zij behoefden. Zoo werd hun vloot, staande onder
+&#8217;t bevel van <span class="gesp">Lumey, graaf van der Marck</span>, als admiraal,
+gedwongen zee te kiezen. Nu besloten zij deze of gene stad van
+Noord-Holland te vermeesteren. Maar tegenwind belette dit en
+dreef hen voor den mond van de Maas. Daarom eischten zij
+Brielle (op Voorne) in naam van den prins op. Eer de regeering
+een bepaald antwoord had gegeven, veroverden de Watergeuzen
+de stad zonder moeite. Zij werd voor den prins in bezit
+gehouden. De inneming of verrassing van Brielle werd de grondslag
+van de vestiging van de onafhankelijkheid der <i>Vereenigde
+Nederlanden</i>.</p>
+
+<p>Vruchteloos beproefde Boussu, zelfs nog eer Alva hem het bevel
+hiertoe kon geven, tegen Brielle opgerukt, de stad te heroveren.
+Integendeel, de afval plantte zich voort. Vijf dagen na den 1sten April
+stond Vlissingen uit eigen beweging tegen de Spaansche benden op
+en sloot de versterking, die Alva in allerijl had afgezonden, buiten
+haar wallen. Ook Veere werd voor de vrijheid gewonnen. Enkhuizen,
+Dordrecht en andere steden van Noord- en Zuid-Holland volgden.
+Hierop namen ook vele steden van Gelderland, Utrecht, Overijsel
+en Friesland bezettingen van den prins in. In al die steden
+werd de regeering veranderd en de nieuwe overheid verplicht,
+trouw te zweren aan den koning van Spanje en aan den prins
+van Oranje. De strijd toch werd niet gevoerd tegen den koning,
+maar tegen Alva en de dienaren van Philips. Nog in den zomer
+van &#8217;t zelfde jaar, den 19den Juli en volgende dagen, hielden
+een groot aantal leden der staten van Holland een <i>vergadering
+te Dordrecht</i>, de eerste, die in Holland met terzijdestelling
+van Alva&#8217;s gezag werd gehouden. Hier werd besloten, prins Willem
+te erkennen als generaal-gouverneur en luitenant des konings,
+d. i. als plaatsvervanger van Alva, en als stadhouder van Holland,
+Zeeland en Utrecht.</p>
+
+<p>Slechts ten deele gelukte het aan Alva, het Noorden te herwinnen.
+Zutfen, Naarden en Haarlem, de beide eersten in 1572,
+Haarlem in 1573, moesten achtereenvolgens haar poorten openen
+voor de Spanjaarden, door Alva&#8217;s zoon Frederik aangevoerd.
+Vreeselijk werden al die plaatsen geteisterd. Van de steden, te
+dier tijde door Alva&#8217;s zoon aangevallen, hield alleen Alkmaar zich<span class="pagenum"><a name="Page_57" id="Page_57">[57]</a></span>
+staande. Na Alkmaar was Leiden aan de beurt. Het bevel
+tot de insluiting dezer stad gaf Alva nog: de uitkomst zag eerst
+zijn opvolger. Reeds sinds lang had hij bij den koning op zijn
+ontslag aangedrongen. In &#8217;t laatst van 1573 werd de wensch
+van den dwingeland voor goed vervuld. Hij ging met schulden
+overladen en den vloek medenemende van al wat Nederlander
+was. Bij zijn vertrek moet hij zich hebben beroemd, 18,600
+ingezetenen dezer landen door de hand des scherprechters te
+hebben laten ter dood brengen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 13.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Nederlanden gedurende het bewind van Requ&#275;sens en van
+Don Jan van Oostenrijk.&mdash;De unie van Utrecht.</p>
+
+<p>Alva&#8217;s opvolger was <span class="gesp">Don Louis de Requ&#275;sens</span>. Hij was
+gematigd en van een geheel anderen aard dan zijn voorganger,
+zonder echter in de hoofdpunten een tegenovergesteld gevoelen te
+zijn toegedaan. Het eerste nadeel, dat hij ondervond, was dat
+Middelburg werd genoodzaakt zich in 1574 aan den prins over te
+geven. Hierop volgde echter de voor Nederland noodlottige slag
+op <span class="gesp">de Mookerheide</span> of bij Mook (ten z. van Nijmegen), waar
+<span class="gesp">Lodewijk van Nassau</span> met zijn broeder <span class="gesp">Hendrik</span> omkwam.
+De eenige gunstige uitwerking, die Lodewijks inval teweeg bracht,
+was deze, dat de Spaansche troepen, die het beleg voor Leiden
+hadden geslagen, vandaar trokken, om bij Mook mede te strijden.
+Doch onmiddellijk na den slag werd het beleg hervat. In weerwil
+van de tegenwerking veler flauwhartigen werd de stad wakker
+verdedigd door <span class="gesp">Jan van der Does</span>, den standvastigen burgemeester
+<span class="gesp">Pieter Adriaansz. van de Werff</span> en anderen. Toch
+was de hongersnood reeds op &#8217;t hoogst geklommen en zou de stad
+zijn bezweken, indien men niet de dijken had doorgestoken en de
+sluizen opengezet. In de eerste dagen van October 1574 blies de
+wind uit het n.w. en vervolgens uit het z.w. Nu drongen de
+wateren van den oceaan met onweerstaanbaar geweld landwaarts
+in en dreven de belegeraars op de vlucht. De 3de October was<span class="pagenum"><a name="Page_58" id="Page_58">[58]</a></span>
+de dag van &#8217;t ontzet. Een vloot met levensmiddelen voer Leiden
+binnen en verzadigde de hongerenden. Tot belooning voor haar
+volharding verwierf de stad o. a. in &#8217;t volgende jaar een hoogeschool,
+die de prins en de staten haar uit naam van Philips
+schonken, want men hield zich nog steeds aan den ouden vorm
+en bestreed Philips&#8217; benden in naam van hemzelf.</p>
+
+<p>Inmiddels sloeg Requ&#275;sens het beleg voor Zierikzee, doch
+mocht het einde dier onderneming niet beleven. Hij stierf in
+1576. Bij gebrek aan eenige beschikking aanvaardde de raad van
+state, na Requ&#275;sens&#8217; dood, het bewind over de getrouw gebleven
+staten. Omtrent terzelfder tijd hield de raad van beroerte, die
+gedurende de regeering van Requ&#275;sens meer gekwijnd dan geleefd
+had, geheel op te bestaan, Weldra had de raad van state
+met onoverkomelijke bezwaren te worstelen. Zierikzee ging bij
+verdrag in handen der Spanjaarden over; maar onmiddellijk
+daarna stonden de Spaansche troepen, die op Schouwen lagen,
+op en eischten betaling van de sedert lang achterstallige soldij.
+Dicht ineengesloten, rukten zij met die officieren, welke het met
+hen eens waren, uit Zeeland naar Brabant. Waar zij kwamen,
+plunderden zij de kleine steden en stroopten het platteland af.
+Terwijl de staten der Zuidelijke Nederlanden nu begrepen, op
+niemand dan op zichzelven te moeten rekenen, was de muiterij
+der soldaten voor Willem een hefboom van onberekenbaar gewicht.
+Op zijn aanvraag kwamen de afgevaardigden uit het meerendeel
+der Zuidelijke gewesten te Gent bijeen, ten einde een verbond
+te sluiten met Holland en Zeeland. Te midden van het
+raadplegen dezer gemachtigden of der Algemeene Staten richtten
+de Spaansche soldaten, van alle kanten te Antwerpen bijeengeschoold,
+in deze stad een tooneel van moord en plundering
+aan, gruwelijker dan nog ergens was aanschouwd. De daad
+zelve, als het toppunt aller gruwelen, door dat krijgsvolk aangericht,
+noemt men <i>de Spaansche furie</i>. Zij oefende een krachtigen
+invloed op de beraadslagingen der staten. Den 8sten
+November was het stuk gereed, bekend onder den naam <i>pacificatie</i>
+of bevrediging <i>van Gent</i>. Het stelde een vereeniging vast
+tusschen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden, waarbij men
+overeenkwam, om de Spaansche soldaten den lande uit te drijven<span class="pagenum"><a name="Page_59" id="Page_59">[59]</a></span>
+en zich later op het stuk van godsdienst onderling te verstaan.</p>
+
+<p>Vier dagen v&oacute;&oacute;r de afkondiging van het Gentsche verdrag overschreed
+de man, dien Philips II tot opvolger van Requ&#275;sens had
+benoemd, de grenzen van Nederland en kwam te Luxemburg
+aan. Het was Philips&#8217; bastaardbroeder, <span class="gesp">Don Jan van Oostenrijk</span>
+(zie <a href="#Page_48">blz. 48</a>). Reeds had hij, hoe jong ook, schitterende
+lauweren behaald in de oorlogen tegen de Mooren en de Turken
+(<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 140) en spiegelde zich van de toekomst
+een nog luisterrijker tijdperk voor. De aanvang beantwoordde niet
+aan die verwachting. Want de Algemeene Staten gaven hem
+welhaast te kennen, dat zij, niet dan op zekere voorwaarden,
+hem als landvoogd konden erkennen. De gestelde eischen willigde
+Don Jan in bij een verdrag, gesloten in Februari 1577
+en <i>het eeuwig edict</i> geheeten. Hierbij werd de pacificatie bekrachtigd
+en de wegzending der vreemde troepen beloofd.</p>
+
+<p>Van een bewind van den nieuwen landvoogd, in den eigenlijken
+zin, kan geen sprake zijn. Tevergeefs trachtte hij ook
+Willem, die volstrekt geen vertrouwen in hem stelde en zich,
+met Holland en Zeeland, zorgvuldig hoedde het eeuwig edict
+te onderteekenen, voor de zaak des konings te winnen. Eensklaps
+wierp hij in 1577 het masker der lijdelijke houding, dat
+hij tot dusver had gedragen, af door op zekeren dag in persoon
+het slot te Namen te verrassen en er zich te vestigen. Naar
+hij zeide, wilde hij zich beveiligen tegen de plannen, die men
+tegen hem smeedde. Aan de Algemeene Staten scheen het toe,
+dat hij hierdoor alle recht had verbeurd om met eenig gezag
+in de zeventien gewesten op te treden.</p>
+
+<p>Terwijl Don Jan op die wijze al zijn macht verloor, of liever
+niet tot de oefening der macht kon geraken, groeide die
+van Willem steeds aan. Hij werd uitgenoodigd te Brussel te
+komen, en, door den invloed van den derden stand, tot <i>ruwaard</i> van
+Brabant benoemd. De reden dier benoeming was hierin gelegen, dat
+de zetel der regeering ledig stond. Deze toenemende invloed
+van den prins ook op de zaken van het Zuiden verbitterde de
+edelen dier landstreek. Zij waren het, die, in den waan aan Oranje
+een doodelijken slag toe te brengen, den jeugdigen aartshertog
+van Oostenrijk <span class="gesp">Matth&#299;as</span> (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 130) in
+<span class="pagenum"><a name="Page_60" id="Page_60">[60]</a></span>
+het land riepen. Toen toonde Willem, hoe groot zijn meerderheid
+van geest was. Hij verzette er zich niet tegen, dat de Algemeene
+Staten Matth&#299;as in &#8217;t begin van 1578 tot landvoogd benoemden,
+maar onder zulke voorwaarden, dat hij niets vermocht.
+Terecht noemde het volk Matth&#299;as <i>&#8217;s prinsen griffier</i>, want zijn
+werkzaamheid bepaalde zich tot het onderteekenen van stukken.
+Intusschen hadden de Algemeene Staten uitdrukkelijk verklaard,
+dat zij Don Jan niet langer als landvoogd erkenden.</p>
+
+<p>Bij alle wisseling van gebeurtenissen bleef Willem van Oranje
+verdraagzaamheid jegens andersdenkenden in &#8217;t stuk van den
+godsdienst voorstaan. Zelf was hij aan &#8217;t hof van Karel V
+in den Roomsch-katholieken godsdienst opgebracht. Dien bleef
+hij, voor het uiterlijk, getrouw tot 1573, toen hij tot de hervormde
+kerk, naar de begrippen van Calvijn, overging. Maar
+zijn geheele leven door was hij een vurig voorstander van de
+verdraagzaamheid. De dag was echter nog evenmin aangebroken
+voor het betoonen eener ware verdraagzaamheid, als voor een
+vereeniging van het Noorden en het Zuiden. Dit bewijzen de
+gebeurtenissen der jaren 1578 en 1579. Het jaar 1578 werd
+geopend met de aankomst van den hertog van Parma, <span class="gesp">Alexander
+Farnese</span>, een zoon van Margareta (zie <a href="#Page_48">blz. 48</a>). Welhaast
+vond hij, die een niet minder ervaren staatsman dan
+veldheer was, een geschikte gelegenheid om Henegouwen, Artois,
+Douai (ten n.o. van Atrecht) en een paar andere steden uit
+de Zuidelijke Nederlanden tot terugkeer onder &#8217;s konings gezag
+te nopen. Reeds in Januari 1579 verklaarden zij zich hiertoe
+bereid en sloten een paar maanden later <i>het verdrag van Atrecht</i>,
+waarbij zij zich op nieuw aan de Spaansche heerschappij onderwierpen.
+Dien gunstigen keer der Spaansche zaak beleefde Don
+Jan niet meer. Hij stierf in October 1578. Terstond bij zijn
+verscheiden rees er argwaan van vergiftiging en vermoedde
+men, dat de misdaad op last van Philips was bedreven. Echter
+is het feit nimmer bewezen. Alexander Farnese trad onmiddellijk
+als Don Jans opvolger op.</p>
+
+<p>Hoe langer hoe meer werd het zichtbaar, dat de kracht van
+den opstand hoofdzakelijk of bij uitsluiting in het Noorden moest
+worden gezocht. Geheel deze streek stond tegenover Spanje in<span class="pagenum"><a name="Page_61" id="Page_61">[61]</a></span>
+de wapens. Er ontbrak slechts een verbond, om dezen toestand
+duurzaam te maken. Maanden lang werd hierover onderhandeld.
+In Januari 1579 kwam er een einde aan de overwegingen.
+Den 22sten en den 23sten dier maand werd <i>de</i> beroemde <i>unie van
+Utrecht</i> gesloten en geteekend, de grondslag van dezen staat,
+een vereeniging ten eeuwigen dage tusschen de Noordelijke
+gewesten, als waren zij maar &eacute;&eacute;n landschap, tot onderlingen
+bijstand tegen alle geweld en den gemeenen vijand. Zij werd
+geteekend door Willems broeder <span class="gesp">Jan</span>, haren ontwerper, Holland,
+Zeeland (met uitzondering van Middelburg), Utrecht, de
+Ommelanden en een deel van Gelderland. In Mei teekende Willem;
+de overige deelen van Gelderland volgden in 1579 en 1580.
+Drente voegde zich, ofschoon het er slechts kort bij bleef, in
+April 1580 bij de unie, Overijsel in 1591. Friesland sloot zich,
+van 1579 tot 1598, bij gedeelten bij de unie aan. De stad Groningen,
+die niet toetrad, werd in 1594 door Maurits tot de
+unie gebracht. Eindelijk voegden zich nog eenige Zuid-Nederlandsche
+steden, als Antwerpen, Gent, Brugge, bij de unie.</p>
+
+<p>De unie van Utrecht werd de hoeksteen van de Nederlandsche
+Republiek. Hoewel zij het geenszins was, werd zij later, toen
+de onafhankelijkheid van den staat was verzekerd, aangemerkt
+als de grondwet van het bondgenootschappelijk staatsgebouw,
+echter niet zonder afwijking en onuitgevoerde bepalingen. De
+hoofdinhoud der unie komt op het volgende neer. Elk gewest
+zal zijn voorrechten behouden; zijn onafhankelijkheid blijft ongeschonden.
+Ter bestrijding van de kosten van &#8217;s lands verdediging
+zullen op eenparigen voet belastingen worden geheven. Over
+zaken, de Generaliteit betreffende, mag geen bestand of vrede
+gesloten, noch oorlog begonnen, verder geen belasting over alle
+gewesten uitgeschreven worden, dan met eenstemmig goedvinden
+der gewesten. Kunnen de leden het over deze punten niet eens worden,
+dan zal de zaak worden onderworpen aan de uitspraak van de
+stadhouders der gewesten. In andere stukken zal de meerderheid beslissen.
+Uit de mannelijke ingezetenen dezer landen, tusschen de
+achttien en de zestig jaren oud, zal een krijgsmacht worden samengesteld.&mdash;Op
+verre na niet alle artikels der unie werden evenwel
+nageleefd, b. v. dat omtrent de belastingen, de krijgsmacht, enz.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_62" id="Page_62">[62]</a></span></p>
+<h2>&sect; 14.</h2>
+
+<p class="chtitle">Van de unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek
+van de Zeven Vereenigde Nederlanden.</p>
+
+<p>Een van de onderteekenaars der unie van Utrecht was <span class="gesp">George
+van Lalaing graaf van Rennenberg</span> (een voormalig graafschap
+in Limburg, tusschen Sittard en Valkenburg). Doch ternauwernood
+had hij ze geteekend, of hij viel, met een aanzienlijke
+som omgekocht, in 1580 van haar af en bracht, door verraad
+en geweld, de stad Groningen, Drente en een deel van Overijsel
+onder de Spaansche heerschappij terug. Slechts Steenwijk
+bleef voor den prins behouden. Niet lang genoot Rennenberg de
+vruchten van zijn verraad. Hij stierf reeds in 1581.</p>
+
+<p>Willem, door dien afval zeer verslagen, werd bovendien diep
+geschokt door den ban, dien Philips, op raad van Granvelle,
+over hem uitsprak. In dit stuk, dat in Augustus 1580 in de Nederlanden
+werd afgekondigd, stelde de koning een prijs van 25,000
+gouden kronen (elke ter waarde van omtrent 3 gl.) op het hoofd
+des grooten mans en beloofde brieven van adel te zullen uitreiken
+aan wie het trof. &Eacute;&eacute;n jaar na de afkondiging van den
+beruchten ban, den 26sten Juli 1581, zwoeren de Algemeene Staten,
+in den Haag vergaderd, Philips plechtig af. Het beginsel,
+waarvan deze daad uitging, was, dat de onderdanen niet door
+God zijn geschapen ten behoeve van den vorst, om hem als slaven
+te dienen, maar de vorst ten dienste van de onderdanen, zonder
+welke hij geen vorst is, ten einde hen volgens het recht en
+de rede te regeeren en lief te hebben, gelijk de herder zijn schapen.</p>
+
+<p>Terzelfder tijd droeg Holland den prins de hooge overheid
+op en bekleedden de overige gewesten <span class="gesp">Frans van Anjou</span>,
+een broeder van Hendrik III, koning van Frankrijk (<i>Overzicht</i>,
+9de druk, blz. 143), met het oppergezag. Matth&#299;as, nu overbodig
+geworden, verliet het land in 1581, zonder eenig spoor van
+zijn verblijf achter te laten. Anjou kwam eerst in Februari 1582
+in de Nederlanden. Ook zijn macht was in vele opzichten aan
+banden gelegd. Zijn titel was hertog van Gelderland en Brabant,
+graaf van Holland en Zeeland, enz. Vreemd was vooral zijn<span class="pagenum"><a name="Page_63" id="Page_63">[63]</a></span>
+verhouding tot deze beide gewesten. Zij hielden zich aan Willem,
+maar stemden er tevens in toe, ter bewaring der eendracht,
+zich, ten aanzien van sommige algemeene zaken, aan Anjou te
+onderwerpen.</p>
+
+<p>Weldra oefenden de schitterende beloften, door Philips gedaan,
+haar werking. In Maart 1582 loste <span class="gesp">Jan Jaureguy</span>, een bediende
+van <span class="gesp">d&#8217;Anastro</span>, een Spaansch koopman te Antwerpen,
+in die stad een pistoolschot op den prins en wondde hem. &#8217;s Prinsen
+gevolg doodde den misdadiger onmiddellijk; doch de hoofdaanlegger
+van het bedrijf, d&#8217;Anastro, ontkwam door de vlucht.
+Langzaam genas de prins. Nieuw verdriet berokkende hem de
+verraderlijke aanslag van Anjou, verontwaardigd over de perken,
+binnen welke zijn gezag was omschreven. Om zich van die bepalingen
+te ontslaan, leverde hij een tegenhanger van Don Jans
+trouwelooze daad. In Januari 1583 bemachtigden zijn troepen
+Duinkerken en andere sterke plaatsen in de Zuidelijke Nederlanden.
+Zelf deed Anjou, ter voltooiing van dit werk, dat men <i>de
+Fransche furie</i> noemt, met zijn soldaten een moorddadigen aanval
+op de burgers der stad Antwerpen, die echter door de ingezetenen
+zelven met gunstig gevolg werd afgeslagen en hem op
+een paar duizend zijner officieren en krijgsknechten kwam te staan.
+Hierop keerde Anjou naar Frankrijk terug en overleed er in 1584.
+Een der boden uit Frankrijk, welke de tijding van dien dood
+aan den prins overbracht, was <span class="gesp">Balthazar Gerard</span>, of, gelijk
+hij voorgaf te heeten, <span class="gesp">Fran&ccedil;ois Guyon</span>.</p>
+
+<p>Deze man was de zesde, die in het tijdsbestek van twee jaren,
+door geld- en dweepzucht vervoerd, met medeweten van Parma,
+Willem van Oranje naar het leven stond. Zijn verderfelijk opzet,
+de grootste ramp, welke Nederland in die dagen kon treffen, gelukte
+maar al te wel. De vader des vaderlands viel den 10den
+Juli 1584 te Delft, doodelijk getroffen door het pistool van den
+sluipmoordenaar. De booswicht werd terstond gegrepen en op
+gruwelijke wijze ter dood gebracht.</p>
+
+<p>Een groot en edel man was Willem van Oranje, de grondlegger
+der onafhankelijkheid van den Nederlandschen staat. Hij was een
+ervaren krijgsheld, een uitstekend staatsman, geboren om volksleider
+te zijn, in de goede beteekenis van het woord. Aan ingenomenheid<span class="pagenum"><a name="Page_64" id="Page_64">[64]</a></span>
+met de hervormde leer en een vromen zin paarde hij een in die
+dagen ongekende verdraagzaamheid. Standvastig was hij als een
+rots in den oceaan, rustig te midden der onstuimige baren. Verbazend
+was zijn kennis van personen en zaken, onbegrijpelijk zijn
+werkzaamheid, zeldzaam zijn zelfbeheersching. Zelfopoffering en
+onbaatzuchtigheid onderscheidden hem in buitengewone mate.</p>
+
+<p>Het was sober gesteld met de Nederlandsche gewesten bij den
+dood van den prins van Oranje. Parma had sedert het verdrag
+van Atrecht niet stil gezeten, doch Maastricht, bijna geheel
+Vlaanderen en de meeste steden van Brabant veroverd. Thans lag
+Antwerpen aan de beurt. Veertien maanden lang werd de stad
+verdedigd onder de leiding van Marnix van St. Aldegonde (zie <a href="#Page_53">blz.
+53</a>), die er burgemeester was. Het einde was, dat Antwerpen zich
+den 17den Aug. 1585 bij verdrag aan Parma overgaf. Dit verdrag verleende
+den hervormden geen vrijheid van godsdienst, maar nog een
+ongestoord verblijf van vier jaren. Duizenden maakten in dat tijdsverloop
+hun vastigheden te gelde en weken naar ons land, vooral naar
+Amsterdam. Van nu aan verliet voor de twee volgende eeuwen de zeehandel
+de haven van Antwerpen en keerden de Zuidelijke gewesten onder
+de gehoorzaamheid van Spanje&#8217;s koning terug. De scheiding van
+&#8217;t Zuiden en &#8217;t Noorden was voltooid. Het Zuiden ging den smaad
+en de ellende der dienstbaarheid te gemoet; het Noorden zette steeds
+vaster schreden op de baan, die tot de onafhankelijkheid voerde.</p>
+
+<p>Gedurende de beide laatste jaren van &#8217;s prinsen leven had Holland
+voortdurend onderhandeld, om Willem als grondwettig vorst
+aan te nemen onder den naam &#8222;graaf van Holland en Zeeland.&#8221;
+Slechts het toeven van Gouda en Zeeland had de zaak vertraagd.
+Thans was het te laat. Friesland benoemde <span class="gesp">Willem Lodewijk</span>,
+den oudsten zoon van Jan van Nassau (zie <a href="#Page_61">bl. 61</a>), tot stadhouder.
+De Algemeene Staten richtten een nieuwen raad van state
+op, aan &#8217;t hoofd van welk lichaam &#8217;s prinsen zoon <span class="gesp">Maurits</span>
+werd gesteld. Dezelfde staten droegen de oppermacht over deze
+landen aan Hendrik III (zie <a href="#Page_62">blz. 62</a>) op. Toen deze vorst weigerde,
+deed men hetzelfde aanbod aan Elizabeth, koningin van
+Engeland. Zij nam het evenmin aan, doch zond hulp tegen zekere
+onderpanden, n.l. het bezetten van Brielle, Vlissingen
+en het kasteel Rammekens (ten o. van Vlissingen). In December<span class="pagenum"><a name="Page_65" id="Page_65">[65]</a></span>
+1585 verscheen aan &#8217;t hoofd harer troepen <span class="gesp">Robert Dudley,
+graaf van Leicester</span> (in &#8217;t midden van Engeland). Aanstonds
+bekleedden de Staten-Generaal Leicester met de algemeene landvoogdij.
+Ongeveer terzelfder tijd benoemden de staten <span class="smcap"><span class="gesp">maurits</span></span>
+(1585-1625) tot stadhouder van Holland en Zeeland, terwijl <span class="smcap"><span class="gesp">johan
+van oldenbarnevelt</span></span> in Holland <i>advocaat van den lande</i>
+(zie <a href="#Page_31">blz. 31</a>) werd.</p>
+
+<p>Nog ternauwernood had Leicester het bewind aanvaard, of er
+bestond alreede een klove, die slechts behoefde te worden verwijd.
+Hiervoor zorgde hijzelf. De eerste twistvraag, die tusschen hem
+en de staten van Holland en Zeeland opkwam, betrof den handel
+van Spanje en met de Spaansche Nederlanden. Leicester en
+Elizabeth wilden een volstrekt verbod van uitvoer naar &#8217;s vijands
+land. In weerwil van de vertoogen, door Holland hiertegen
+ingediend, werd zoodanig verbod afgekondigd. Bij dit punt van
+verschil kwamen andere. In December 1586 vertrok de Engelschman
+voor een wijl naar zijn vaderland en vertoefde er ruim een
+half jaar. Zijn verblijf in deze streken had meer kwaad dan goed
+gedaan. De predikanten en de mindere volksklasse, die zeer aan den
+rechtzinnigen landvoogd waren gehecht, stonden tegenover hen,
+die de partij der Staten van Holland omhelsden. Grooter verdeeldheid
+en meer verwarring in &#8217;t bestuur: dit waren de vruchten van
+Leicesters tegenwoordigheid hier te lande. De Staten-Generaal,
+waarin Vlaanderen nu geen zitting meer had en Holland het meest
+gold, haastten zich van Leicesters afwezigheid gebruik te maken.
+Het plakkaat nopens den handel werd zoo gewijzigd, dat het al zijn
+kracht verloor. Van hun kant kwamen de staten van Holland thans
+tot het volle besef van de noodzakelijkheid, om de souvereiniteit,
+die zij zich immers, ook toen Leicester de landvoogdij werd opgedragen,
+hadden voorbehouden, metterdaad te aanvaarden. De leer
+van de souvereiniteit der staten is gedurende den tijd van &#8217;t bestaan
+der Republiek het heerschend denkbeeld gebleven.</p>
+
+<p>Intusschen keerde Leicester in &#8217;t midden van 1587 naar de
+Nederlanden terug, vast besloten om, des noods met geweld,
+een omwenteling teweeg te brengen, die hem in &#8217;t genot van
+de volheid der macht zou stellen. Maar een poging, die hij deed
+om Maurits en Oldenbarnevelt, de ziel van de tegenstand, op te<span class="pagenum"><a name="Page_66" id="Page_66">[66]</a></span>
+lichten mislukte. Evenmin slaagde een aanslag op Amsterdam,
+onder den schijn van een bezoek gedaan. Op Medemblik en Hoorn
+na, verklaarde zich Noord-Holland tegen hem. In &#8217;t kort, alom
+bespeurde hij, dat zijn rijk ten einde was. Weldra vertrok hij,
+door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, naar Engeland. Elizabeths
+hulptroepen bleven in Nederland; doch Leicesters opvolger als
+veldheer werd door de Staten-Generaal met geen landvoogdij of
+andere waardigheden bekleed.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 15.</h2>
+
+<p class="chtitle">De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven
+Vereenigde Gewesten.</p>
+
+<p>Het spreekt vanzelf, dat eerst de onlusten, vervolgens de unie
+van Utrecht en de afzwering van Philips een groote verandering
+in den regeeringsvorm der Nederlanden teweeg brachten. V&oacute;&oacute;r
+dien tijd toch was de hertog, graaf of heer souverein, daar hij
+alle gezag, dat van rechtswege den koning der Franken, later
+den keizer toekwam, allengs aan zich had getrokken. Aan geregelde
+staatsrechtelijke beperking van de heerschappij dier vorsten
+door &#8217;t volk of door eenig deel daarvan werd niet of slechts bij
+wijze van uitzondering gedacht. Sedert evenwel de staten meer
+en meer door de vorsten werden geraadpleegd, begonnen zij de
+medewerking tot de regeering als een recht te eischen. Van 1572
+af begint de medewerking der staten tot de regeering in Holland,
+in 1576 die van de Algemeene Staten. En van lieverlede breidde
+zich hun invloed op het bewind uit, totdat de staten der verschillende
+gewesten, na het vertrek van Leicester, in 1588, in plaats
+van wederom een hoofd aan te stellen, zelven de hooge overheid
+in handen namen.</p>
+
+<p>Daarom is het jaar 1588 het tijdstip van de vestiging van de
+Republiek der Vereenigde Nederlanden. Gedurende het bestaan
+dier Republiek berust de souvereiniteit bij elk gewest in &#8217;t bijzonder,
+d. i. bij &#8217;t lichaam van de edelen en <i>de vroedschappen</i>
+(burgemeesters en raden) der steden, die de afgevaardigden ter<span class="pagenum"><a name="Page_67" id="Page_67">[67]</a></span>
+statenvergadering benoemen. In ieder der zeven gewesten was de
+vergadering der staten op een bijzondere wijze ingericht. <i>Gelderland</i>
+bestond uit drie kwartieren: dat van Nijmegen, dat van Zutfen
+en dat van Arnhem of van de Veluwe. In plaats van de bannerheeren
+(zie <a href="#Page_37">blz. 37</a>), die uit hoofde van hun gehechtheid aan
+de Spaansche regeering niet meer als afzonderlijk lid werden gedoogd,
+namen nu de edelen of ridderschap als eerste lid zitting. Het
+tweede lid der staten waren de steden. Ieder kwartier had &eacute;&eacute;n stem.</p>
+
+<p>De statenvergadering van <i>Holland</i> bestond uit negentien stemmen,
+waarvan de edelen &eacute;&eacute;n en de steden de overige hadden.
+De steden waren ten getale van achttien, verdeeld in zes groote
+en twaalf kleine steden. Elke stad had haren <i>pensionaris</i>, die de
+afgevaardigden vergezelde en voor hen het woord voerde. De advocaat
+van den lande, kort na Oldenbarnevelts dood raadpensionaris,
+bracht de stukken ter tafel en liet erover stemmen. Al
+wat tot het gebied der rechtszaken behoorde was de taak van
+<i>&#8217;t hof van Holland</i>. Boven dat hof stond <i>de hooge raad</i>, opgericht
+in 1582, aan welks rechtsgebied ook Zeeland was onderworpen.
+Een zeer gewichtig ambt was dat van <i>den advocaat van den lande</i>,
+of, sedert 1630, <i>raadpensionaris</i>. Hij was de ziel van der staten
+raadplegingen, de hoofdleider van alle gewichtige bedrijven. Hij
+was belast met het houden van briefwisseling met de gezanten
+der Republiek aan vreemde hoven en had alzoo veel invloed op
+den gang der buitenlandsche aangelegenheden.</p>
+
+<p>In <i>Zeeland</i> zonden alleen <i>de eerste edele</i>, die de eenige vertegenwoordiger
+was van den adel in die provincie, en zes steden afgevaardigden
+naar de staten. Er waren dus zeven stemmen. Ten
+gevolge van den opstand tegen Spanje was het eerste der drie
+leden, de abt van Middelburg, van zijn recht van zitting in de
+vergadering der staten verstoken geworden. Alzoo werd nu de
+eerste edele het voornaamste lid. De waardigheid van eersten edele
+droegen de staten achtereenvolgens aan alle prinsen van Oranje
+op, n.l. aan Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III,
+Willem IV, Willem V. De staten van <i>Utrecht</i> waren uit drie leden
+samengesteld: <i>de ge&euml;ligeerden</i>, de edelen en de stad Utrecht, benevens
+een paar kleinere steden. Er waren dus drie stemmen.
+Het eerste lid was dat der ge&euml;ligeerden. Vroeger waren dit Roomsche
+<span class="pagenum"><a name="Page_68" id="Page_68">[68]</a></span>
+geestelijken (zie <a href="#Page_40">blz. 40</a>). Na de omwenteling der 16de eeuw
+waren het edelen en burgers van den hervormden godsdienst.
+Ongeveer dezelfde bemoeiingen als de raadpensionaris in Holland
+had hier <i>de secretaris van staat</i>.</p>
+
+<p><i>Friesland</i> was in vier kwartieren verdeeld, Oostergo, Westergo,
+Zevenwolde en de steden, ten getale van elf. Elk kwartier had op
+<i>den landdag</i> &eacute;&eacute;n stem. De statenvergadering of <i>landdag van Overijsel</i>
+telde twee leden, de edelen uit de drie kwartieren Salland, Twente
+en Vollenhoven, en de hoofdsteden Deventer, Kampen en Zwol.
+De wijze van stemmen was zeer eigenaardig, daar de ridderschap
+niet &eacute;&eacute;n college uitmaakte, maar hoofd voor hoofd stemde, terwijl
+elke stad &eacute;&eacute;n stem had.</p>
+
+<p><i>Groningen</i> bestond uit twee leden, de stad en de Ommelanden,
+gezamenlijk &#8222;stad en lande&#8221; genoemd. Zij deelden het oppergezag
+zoo met elkander, dat de burgemeesters en de raadsheeren, welke
+de stad zond, de eene stem hadden, en de drie kwartieren,
+waaruit de Ommelanden bestonden, n.l. Hunsingo, Fivelingo en
+&#8217;t Westerkwartier, de andere. Zooals in Friesland, had, bij staking
+van stemmen, de stadhouder de beslissing. De staten van
+<i>Drente</i> waren samengesteld uit twee leden. Het eerste lid waren
+de ridders, ten getale van niet meer dan achttien. Het tweede
+lid was dat der eigenerfden. De heeren van de ridderschap hadden
+&eacute;&eacute;n, de eigenerfden twee stemmen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 16.</h2>
+
+<p class="chtitle">Vervolg.</p>
+
+<p>Ten tijde van de Republiek berustte de souvereiniteit, voor elk
+gewest in &#8217;t bijzonder, bij &#8217;t lichaam van de edelen en bij de
+vroedschappen der steden. Maar uit de staten der provinci&euml;n,
+uitgezonderd Drente, werd een onbepaald getal leden afgevaardigd,
+die een college vormden, dat men <i>Staten-Generaal</i> noemde,
+hetwelk den souverein vertegenwoordigde tegenover de buitenlandsche
+mogendheden en later het bestuur had over de Generaliteitslanden.
+Er waren in de Staten-Generaal zooveel stemmen,
+als er gewesten waren, zoodat het getal van hen, welke naar die<span class="pagenum"><a name="Page_69" id="Page_69">[69]</a></span>
+vergaderingen werden gezonden, hiertoe niets afdeed. De werkkring
+van den raad van state werd sedert 1593 beperkt tot het beheer
+der krijgszaken en van de financi&euml;n in &#8217;t algemeen.</p>
+
+<p>Gelijk de pacificatie van Gent de grondslag was der Algemeene
+Staten, zoo werd de unie van Utrecht dit voor het eenigszins
+anders samengestelde lichaam der Staten-Generaal. Want na
+het jaar 1585 bestond dit lichaam slechts uit de afgevaardigden
+van de staten der zeven gewesten, die de unie hadden onderteekend.
+Drente werd van het voorrecht om ter Staten-Generaal
+zitting te nemen uitgesloten, dewijl het, kort na de unie te
+hebben onderteekend, door de Spaansche wapenen was vermeesterd.
+Hoewel slechts een bondgenootschappelijk gewest, maakte
+Drente een deel van den staat uit. Doch het was verre van
+onafhankelijk te zijn, daar het verplicht was, in de algemeene
+lasten, buiten zijn stem vastgesteld, te dragen.</p>
+
+<p>In gewone gevallen beslisten de afgevaardigden zelven, mits
+blijvende binnen de perken, hun door de provinci&euml;n gesteld.
+Doch in gewichtige aangelegenheden vermochten zij niets zonder
+den uitdrukkelijken en eenstemmigen wil der gewesten. Dikwijls
+waren intusschen de meeningen over het verbindende der
+eenstemmigheid verdeeld. Dus rees in dergelijke gevallen de
+vraag, of er overstemming plaats hebben en de meerderheid
+beslissen kon, ja dan neen, iets waartoe de tijden van Maurits
+en Willem II overhelden. Over &#8217;t geheel had Holland in de
+Staten-Generaal een groot overwicht.</p>
+
+<p>De <i>raad van state</i> bestond uit twaalf leden, van welke die
+provincie de meeste zond, welke het grootste aandeel droeg
+in de algemeene kosten. Holland had er daarom drie leden.
+Bovendien waren de stadhouders lid van den raad van state.
+Men stemde hoofdelijk. De werkkring van dezen raad is uit
+het bovenstaande (zie <a href="#Page_69">boven op deze blz.</a>) gebleken. In de algemeene
+lasten waren de aandeelen z&oacute;&oacute; vastgesteld, dat van een
+som van honderd gulden elk gewest het onderstaande opbracht:</p>
+
+<table class="ind10" summary="Verdeling kosten">
+
+<tr>
+<td>Holland</td>
+<td class="center">ongeveer&nbsp;</td>
+<td class="right">&nbsp;58</td>
+<td>&nbsp;</td>
+<td class="center">gl.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Friesland</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+<td class="right">&nbsp;11</td>
+<td class="left">&#189;&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Zeeland</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+<td class="right">&nbsp;&nbsp;9</td>
+<td class="left">&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Gelderland</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+<td class="right">&nbsp;&nbsp;5</td>
+<td class="left">&#189;&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Utrecht en Groningen, ieder<span class="pagenum"><a name="Page_70" id="Page_70">[70]</a></span></td>
+<td class="center">ruim</td>
+<td class="right">&nbsp;&nbsp;2</td>
+<td class="left">&#189;&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Overijsel</td>
+<td class="center">&nbsp;</td>
+<td class="right">3</td>
+<td class="left">&#189;&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td>Drente</td>
+<td class="center">&nbsp;</td>
+<td class="right">&nbsp;&nbsp;1</td>
+<td class="left">&nbsp;</td>
+<td class="center">&#8222;</td>
+</tr>
+
+</table>
+
+<p>Vermits evenwel de meeste gewesten wat zij hadden beloofd
+niet nakwamen, schoot Holland, het rijkste gewest, dikwijls
+voor, wat de anderen verplicht waren op te brengen.</p>
+
+<p>Al wat het zeewezen betrof behoorde tot het gebied der <i>admiraliteit</i>.
+Zij telde vijf collegi&euml;n: dat van de Maas, hetwelk te Rotterdam
+zat; dat van Amsterdam; dat van Middelburg; dat van
+Noord-Holland, hetwelk bij afwisseling te Hoorn en te Enkhuizen
+zetelde; dat van Dokkum, hetwelk in 1645 naar Harlingen werd
+verplaatst. Hoofd en voorzitter der vijf collegi&euml;n tezamen en van
+ieder in &#8217;t bijzonder was, sedert Maurits, de admiraal-generaal.</p>
+
+<p>Van de collegi&euml;n gaan wij over tot den persoon van <i>den stadhouder</i>
+of <i>gouverneur</i>, zooals de titel eigenlijk luidt. Steeds benoemden
+de provinci&euml;n zelven haar gouverneurs. Van wege de
+Staten-Generaal was de gouverneur <i>kapitein-generaal</i> en <i>admiraal</i>
+van de unie. Veelal was de gouverneur ook kapitein-generaal van
+het gewest, welke staten hem tot gouverneur benoemden. Van
+die staten was hij de eerste dienaar, voorzoover het militair
+en het burgerlijk gezag betreft, in elk gewest het hoofd der uitvoerende
+macht. Op de samenstelling der vroedschappen in de
+meeste gewesten had de gouverneur een beslissenden invloed,
+doordien hij uit voordrachten, door die vroedschappen opgemaakt,
+de leden koos. De onderdanigheid van den stadhouder aan de
+staten der gewesten werd getemperd, doordien hij kapitein-generaal
+van de unie was en tot meer dan &eacute;&eacute;n provincie in betrekking
+stond, door het hooge aanzien van &#8217;t geslacht van Oranje-Nassau,
+door de talrijke bezittingen dezer vorsten op Nederlands
+bodem en ten laatste doordat de hooge waardigheden in dit huis
+weldra zoo goed als erfelijk werden.</p>
+
+<p>Friesland had tot 1748 altijd afzonderlijke stadhouders, welke
+de waardigheid doorgaans tevens in Groningen en Drente bekleedden,
+terwijl de gouverneur van Holland ook steeds in Zeeland,
+Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder is benoemd. De
+vijf laatstgenoemde gewesten hebben tweemaal een stadhouderloos
+tijdperk gehad, waaraan voor het meerendeel de regeeringsreglementen<span class="pagenum"><a name="Page_71" id="Page_71">[71]</a></span>
+van 1672 en 1747 een einde hebben gemaakt. Toen, d. i.
+in 1747, werd ook het stadhouderschap met de overige waardigheden,
+die de prins van Oranje-Nassau bekleedde, erfelijk verklaard
+in zijn nakomelingschap, ook in de vrouwelijke linie.</p>
+
+<p>De regeeringsvorm van de Republiek der Zeven Vereenigde
+Nederlanden&mdash;zooals zij doorgaans wordt genoemd, ofschoon het
+eigenlijk zeven Republieken waren,&mdash;had voorzeker groote gebreken.
+Dit lag in den aard der zaak, daar de staatsinrichting
+niets anders was dan een wijziging van hetgeen er, na de afzwering
+van den landsheer, van de overige bestanddeelen der
+vroegere regeering overbleef en slechts voor een tijdelijk doel,
+voor een toestand van oorlog, bestemd was. Die gebreken vielen,
+naargelang de staat in jaren toenam, des te meer in &#8217;t oog. Zij
+deden zich, naarmate de drang van buiten minder tot eendracht
+en veerkracht noopte, meer en meer gevoelen. Intusschen bedenke
+men, dat een regeeringsvorm geen onbepaalde afkeuring verdient,
+waaronder een Republiek ontstond en aangroeide, die zulk een
+grootsche rol in de geschiedenis der wereld heeft vervuld. Onbetwistbaar
+is het, dat in den regel dat, wat aan den vorm zelf
+ontbrak, werd aangevuld en vergoed door de kunde, de braafheid
+en de goede trouw van velen onder hen, die aan den vorm het
+leven hadden te geven.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 17.</h2>
+
+<p class="chtitle">De onoverwinnelijke vloot.&mdash;Maurits&#8217; krijgsbedrijven.&mdash;De afstand
+der Nederlanden door Philips II.&mdash;De eerste zeeslagen
+van den tachtigjarigen oorlog.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; was dan de staat der Vereenigde Nederlanden gesticht. Bij
+die grondvesting hadden de Nederlanders met grooter zwarigheden
+te kampen gehad, dan eenig volk, waarvan de geschiedenis gewaagt.
+Maar zij toonden, dat zij ten volle opgewassen waren tegen
+elke inspanning, die de drang der omstandigheden hun oplegde.
+Dus werd ook in hun voorbeeld de waarheid bekrachtigd, dat
+ieder de schepper is van zijn eigen lot.</p>
+
+<p>Al dadelijk bedreigde de pas ontstane Republiek een groot gevaar.<span class="pagenum"><a name="Page_72" id="Page_72">[72]</a></span>
+Sedert 1580, toen Philips met geweld de heerschappij over
+Portugal verkreeg en hierdoor zijn zeemacht meer dan verdubbeld
+zag, dacht hij aan een aanval op Engeland, het bolwerk van hen,
+die van de Roomsch-katholieke kerk waren afgevallen. Wat na
+dien tijd in en van wege dezen staat geschiedde, de zending van
+Leicester naar de Nederlanden en het ter dood brengen van Maria
+Stuart, bevestigde hem in zijn voornemen. In 1587 schonk paus
+Sixtus V Engeland, alsof het een leen van Rome ware, aan de
+kroon van Spanje.</p>
+
+<p>Sedert een paar jaren had Philips al de middelen, die ter zijner
+beschikking stonden, besteed, om een groote vloot, bij voorraad
+<i>de onoverwinnelijke</i> geheeten, van stapel te kunnen doen loopen,
+ten einde niet alleen Engeland te veroveren, maar ook Nederland
+weder onder het juk te brengen. De vloot stond onder &#8217;t opperbevel
+van <span class="gesp">Alonzo Perez de Guzman</span>, hertog van <span class="gesp">Med&#299;na-Sidonia</span>.
+Op den laatsten Juli 1588 verscheen deze <i>arm&#257;da</i> of
+vloot in het Kanaal. Weldra bracht de Engelsche vloot aan de
+Spaansche schepen, te log schier om zich te wenden, een aanmerkelijk
+nadeel toe, waarop binnen kort een zege der Engelschen
+en der Nederlanders volgde. Vermits de wind en de vloot der bondgenooten
+Med&#299;na-Sidonia den terugtocht door het Kanaal onmogelijk
+maakten, besloot hij om Schotland en Ierland heen te zeilen.
+Op dezen tocht overviel hem een geduchte storm, die de gansche
+vloot verstrooide en vele schepen op de kust van Ierland deed
+stranden, welks barbaarsche bewoners de bemanning doodden.
+Slechts een derde gedeelte der arm&#257;da keerde, en niet dan zeer
+beschadigd, in October naar Spanje terug. Men had haar te voorbarig
+&#8222;de onoverwinnelijke&#8221; genoemd. &#8222;Gods adem verstrooide ze&#8221;,
+zegt een gedenkpenning van dien tijd, door Zeeland geslagen.</p>
+
+<p>Van dit oogenblik af helde de fortuin meer tot de zijde der
+unie over. <span class="smcap"><span class="gesp">maurits</span></span> (1590-1625) werd in 1590 ook stadhouder
+van Utrecht en Overijsel, in 1591 van Gelderland. Zoo was hij
+met genoegzame macht bekleed, om de Republiek met het zwaard
+te verdedigen, haar bevestiger, haar tweede stichter te worden.
+Een staatsman was hij in &#8217;t geheel niet. Doch in dit gemis voorzag
+<span class="smcap"><span class="gesp">oldenbarnevelt</span></span> ruimschoots. Met vaste hand greep hij het
+roer der binnen- en buitenlandsche politiek en bestuurde het ruim<span class="pagenum"><a name="Page_73" id="Page_73">[73]</a></span>
+dertig jaren lang. Gaarne liet Maurits hem deze rol, om zich des
+te meer aan de zaken van den oorlog te kunnen wijden. Schitterend
+waren de wapenfeiten, waardoor Maurits den naam van
+&#8222;eerste veldheer zijner eeuw&#8221; verwierf. In 1590 verraste hij Breda
+door middel van een turfschip. Den 30sten Mei 1591 veroverde hij
+Zutfen. Denzelfden avond lag zijn leger reeds voor Deventer, dat
+zich in de volgende maand overgaf. Hierop werd Delfzijl overrompeld
+en Nijmegen gedwongen over te gaan. In 1592 vielen
+Steenwijk (zie <a href="#Page_62">blz. 62</a>), dat de Spanjaarden in 1582 bij verrassing
+hadden genomen, en Koevorden in handen van den jeugdigen
+veldheer, in 1593 Geertruidenberg. Dertien maanden later, den
+24sten Juli 1594, verdween het laatste spoor van Rennenbergs
+verraad, toen Groningen het hoofd moest buigen voor den zegevierenden
+Maurits en voor Willem Lodewijk. De voornaamste voorwaarden,
+waarop de stad zich overgaf, waren, dat geen andere
+godsdienst binnen haar muren zou worden geoefend, dan de
+hervormde, een bepaling, die de meerderheid der ingezetenen
+zeer tegen de borst stuitte, en dat de stad met de Ommelanden
+&eacute;&eacute;n gewest zou uitmaken, lid der unie zijn en Willem Lodewijk
+als stadhouder erkennen. Ongeveer ter zelfder tijd verkoos Drente
+Willem Lodewijk tot stadhouder.</p>
+
+<p>Dit alles had Parma zoo goed als lijdelijk moeten aanzien.
+Eindelijk bezweek de krachtige man voor al de wederwaardigheden,
+die de fortuin des oorlogs hem sedert jaren deed ondervinden,
+in 1592. Van zijn opvolgers, die elkander snel afwisselden,
+was de laatste de aartshertog <span class="gesp">Albert van Oostenrijk</span>,
+een broeder des konings van Duitschland. Met hem kwam Philips
+Willem (zie <a href="#Page_55">blz. 55</a>), na acht-en-twintig jaren in gevangenschap
+te hebben gesleten, in deze landen terug. Hij vestigde zich voorloopig
+te Breda, een baronie van zijn huis. Kort na de aankomst
+van Philips Willem voegde zijn broeder Maurits nieuwe schakels
+aan de keten zijner luisterrijke krijgsdaden toe. Dicht bij <span class="gesp">Turnhout</span>
+bracht hij in 1597 binnen een half uur tijds met 1000 man,
+grootendeels ruiters, aan de Spanjaarden een verlies toe van 2000
+dooden, terwijl hijzelf slechts 10 man verloor en nog 500 gevangen
+nam. Hierop rondde hij het gebied der Vereenigde Gewesten
+in &#8217;t o. af.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_74" id="Page_74">[74]</a></span>
+In 1598 verwezenlijkte Philips II een ontwerp, dat hij lang had
+gekoesterd. Uitgaande van het denkbeeld, dat een vorst zich te
+midden zijner onderdanen behoort te bevinden, schonk hij de Nederlanden,
+als bruidschat, aan zijn oudste dochter, <span class="gesp">Isabella</span>,
+die met <span class="gesp">Albert</span>, aartshertog van Oostenrijk, in &#8217;t huwelijk trad.
+Beiden aanvaardden die gift, met behoud hunner titels, dien van
+<i>aartshertog</i> voor Albert, dien van <i>infante</i> voor Isabella. Mocht een
+van hen kinderloos komen te overlijden, dan zouden de Nederlanden
+aan Spanje terugvallen. Naar de meening van den koning,
+waren ook de Noordelijke gewesten in den afstand begrepen.
+Albert haastte zich dan ook, deze gewesten uit te noodigen, in
+dien zin te handelen. Maar de Staten-Generaal volhardden in hun
+vroegere zienswijze. Zoo gingen dan Noord- en Zuid-Nederland
+voor goed uiteen.</p>
+
+<p>De dood van Philips II, die in &#8217;t zelfde jaar, 1598, plaats greep,
+verbrak den laatsten band, die Noord-Nederland in &#8217;t oog van
+dezen of genen, wien de afzwering een gruwel was, nog aan
+Spanje hechtte. Aan zijn zoon en opvolger, Philips III, hadden
+zij geen eed gedaan. Veel was er de Nederlanden aan gelegen,
+dat de band met Engeland niet werd verbroken. Anders toch
+konden zij licht de eenige, tegen Spanje oorlog voerende mogendheid
+blijven, nu Hendrik IV, koning van Frankrijk, hoewel
+hij hun niet allen bijstand onttrok, een einde maakte aan den
+oorlog, dien hij eenige jaren tegen Spanje had gevoerd. Daarom
+sloten zij een nieuw verdrag met Engeland.</p>
+
+<p>In plaats van tijd te verspillen met onderhandelingen, die schenen
+tot niets te kunnen leiden, rustte de Republiek zich ten oorlog
+tegen de nieuwe beheerschers van de Zuidelijke Nederlanden,
+doorgaans <i>de aartshertogen</i> geheeten. Men had een onderneming
+op het oog tegen Duinkerken, een nest van zeeroovers, waaruit
+de vijand den koophandel der Nederlanders gedurig bestookte.
+Maurits, hoewel ze vrij gewaagd achtende, voegde zich, doch met
+weerzin, naar den wensch der Staten-Generaal. Vergezeld van dit
+aanzienlijke college, scheepte hij zich in &#8217;t jaar 1600 met een leger
+van ongeveer 15,000 man in. Bij Nieuwpoort gekomen, vernam hij,
+dat de aartshertog met zijn leger, groot omtrent 12,000 man, in
+aantocht was. Dit viel tegen. Men had bij het muiten der Spaansche<span class="pagenum"><a name="Page_75" id="Page_75">[75]</a></span>
+soldaten, die in langen tijd weder geen soldij hadden getrokken,
+erop gerekend, dat de vijand niet genoeg strijdkrachten
+had kunnen bijeenbrengen. Inmiddels was goede raad duur. Maurits
+begon op den morgen van den 2den Juli met de schepen, die
+leeftocht en krijgsbehoeften hadden overgevoerd, daar zij voor
+&#8217;t oogenblik van geen dienst konden zijn en gevaar liepen, door
+de bezetting van Nieuwpoort in brand te worden gestoken, in zee
+terug en naar Ostende te zenden. Hierop werden de beide legers
+bij <span class="gesp">Nieuwpoort</span> (in West-Vlaanderen aan zee) slaags. Zon en
+wind waren in &#8217;t voordeel der Nederlanders. En tegen den avond
+neigde de kans van den strijd, die van weerszijden met hardnekkigheid
+werd gevoerd, geheelenal ten gunste van Maurits. Albert
+week, een menigte zijner manschappen als gesneuvelden en gevangen
+achterlatende.</p>
+
+<p>Bedenkende, welk gevaar zij hadden geloopen, keerden de Nederlandsche
+troepen binnen kort naar het vaderland terug. Dit
+geschiedde evenwel niet, dan nadat er, ter zake van dit punt,
+een woordenwisseling had plaats gegrepen tusschen Maurits en
+eenige leden der Staten-Generaal, inzonderheid Oldenbarnevelt.
+Van dit oogenblik af bestond er een niet zeer goede verstandhouding
+tusschen de beide hoofdpersonen van den staat. In 1601 sloeg
+de vijand het beleg voor Ostende. De leiding der zaak nam weldra
+<span class="gesp">Ambrosius Spin&#335;la</span> op zich, de man, die, met het opperbevel
+over de troepen van den aartshertog bekleed, bestemd was
+zich als een waardig tegenstander van Maurits te doen kennen.
+Na drie jaren met volharding tegenstand te hebben geboden,
+gaven de Staten-Generaal in 1604 de vesting over, die niets meer
+was dan een steenhoop. Sedert 1607 werd de oorlog te land voorloopig
+gestaakt. Doch terzelfder tijd begonnen de Nederlanders
+hun eerste lauweren te verwerven op het element, waarover zij
+eens, als de eerste der mogendheden, de heerschappij zouden
+voeren. In 1606 greep de roemrijke daad plaats van den vice-admiraal
+<span class="gesp">Reinier Klaassens</span>, die in de nabijheid van kaap
+<span class="gesp">St. Vincent</span> (in &#8217;t z.w. van Portugal) met zijn schip in de
+lucht vloog, een eervollen dood boven een vernederende overgave
+kiezende. In &#8217;t volgende jaar behaalde <span class="gesp">Jakob van Heemskerk</span>
+in <span class="gesp">de baai van Gibraltar</span> een aanmerkelijke zege op de Spaansche
+<span class="pagenum"><a name="Page_76" id="Page_76">[76]</a></span>
+vloot, waarbij hij wel zelf omkwam, doch z&oacute;&oacute;, dat de vijand
+zijn dood met een zwaar verlies moest boeten.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 18.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het twaalfjarig bestand.&mdash;De oprichting der Oost-Indische
+compagnie.</p>
+
+<p>In 1603 overleed koningin Elizabeth. Haar opvolger, Jakob I,
+sloot een jaar later vrede met Spanje. Uit spijt hierover versperden
+de Staten-Generaal de Schelde voor de Engelsche schepen.
+Z&oacute;&oacute; bleven zij, als oorlogvoerende mogendheid, alleen staan tegenover
+Spanje en de Zuidelijke Nederlanden. De oorlog te land
+leverde in de eerste jaren der nieuwe eeuw geen bijzonder gunstige
+uitkomsten op. De ingezetenen zuchtten onder zulke zware
+belastingen, dat zij voor geen verhooging vatbaar waren. Wel
+was het nog waar, dat de oorlog den handel voedde; maar toch
+kostte die oorlog aanzienlijke sommen. In zes gewesten werd de
+behoefte aan vrede vrij algemeen erkend. Slechts eenige steden in
+Holland en de provincie Zeeland waren ertegen. De reden was
+niet ver te zoeken. Philips II had, ofschoon wel eens beslag leggende
+op de Nederlandsche schepen, die in de havens van Spanje
+en Portugal lagen, de vaart op zijn rijk over &#8217;t geheel oogluikend
+toegelaten, omdat hij de waren, welke die vaartuigen hem aanbrachten,
+niet konde ontberen. Anders deed Philips III. Nauwelijks
+den troon hebbende beklommen, verbood hij voor goed allen
+handel van Nederland op zijn staten. Dit versterkte de Nederlanders
+in hun plan om zelven naar de Indi&euml;n te varen, met
+welke tochten zij v&oacute;&oacute;r 1598 niet meer dan een begin hadden gemaakt,
+gelijk beneden nader zal blijken. Deze tochten, zoo rijke
+winsten opleverende, vreesden die kooplieden thans, bij een vrede
+of bestand, te moeten staken.</p>
+
+<p>Met klimmende bezorgdheid den achteruitgang der geldmiddelen
+gadeslaande, achtte Oldenbarnevelt het in &#8217;t belang van &#8217;t land,
+dat de oorlog ophield, die zooveel kostte. Ook Maurits was in
+den beginne niet tegen het ten einde brengen van den oorlog.<span class="pagenum"><a name="Page_77" id="Page_77">[77]</a></span>
+Doch toen er weldra niet langer van een duurzamen vrede, maar
+van een bestand sprake was, kantte hij zich met kracht tegen
+dit voornemen aan. Inmiddels viel ook den aartshertogen de krijg
+zeer zwaar. Albert wenschte den vrede. Zijn huwelijk bleef kinderloos,
+en bij zijn dood moesten de landen weder aan de Spaansche
+kroon vervallen. Eveneens kon Spanje geen andere gezindheid
+hebben. De schatkist van dit rijk was ledig ten gevolge van de
+zware offers, welke Spin&#335;la&#8217;s krijgstochten hadden vereischt. Hierdoor
+wordt het verklaarbaar, hoe de aartshertogen er in 1607 toe
+konden overgaan, onderhandelingen aan te knoopen met de
+Republiek, als met een &#8222;onafhankelijke mogendheid.&#8221; Maar weldra
+bleek het, dat er aan geen vrede viel te denken. De vijand
+eischte afstand van de vaart op Indi&euml; en vrijheid van godsdienst
+voor de Roomsch-katholieken. Deze beide vorderingen achtte men
+dezerzijds ongehoord.</p>
+
+<p>Bij zoo tegenstrijdige inzichten besloot men zich te vergenoegen
+met het trachten naar een wapenschorsing voor een aantal jaren.
+Nog was er een derde mogendheid, die, uit hoofde van de betrekking,
+waarin zij steeds tot de oorlogvoerende staten had gestaan,
+meende een woord mede te moeten spreken. Het was
+Frankrijk. Daarom zond ook Hendrik IV een aantal gezanten, ten
+einde de onderhandelingen bij te wonen, waarbij ook Engelsche
+en Duitsche afgevaardigden tegenwoordig waren. In April 1609
+werd <i>de wapenstilstand te Antwerpen</i> gesloten. De hoofdbepalingen
+waren: de aartshertogen verklaren, ook uit naam van den koning
+van Spanje, de Vereenigde Gewesten voor onafhankelijke landen
+te houden; het bestand zal twaalf jaren duren; ieder zal behouden,
+wat hij heeft. Dit punt werd evenwel niet nader omschreven.</p>
+
+<p>Deze laatste bepaling was van des te meer gewicht, vermits de
+Nederlanders zich sinds eenige jaren in de Oost-Indi&euml;n hadden
+gevestigd en er belangrijke vorderingen maakten. Zoolang Lissabon
+de Oost-Indische waren voor Ne&ecirc;rlands kooplieden veil had, was
+hier te lande geen behoefte gevoeld aan een rechtstreeksche vaart
+op de Indi&euml;n. Maar sedert Philips van tijd tot tijd beslag legde
+op de ladingen, gingen Nederlands handelaars op middelen peinzen,
+om zelven de waren uit andere werelddeelen te halen. De
+vaart naar Indi&euml; toch, hoe bezwaarlijk in &#8217;t oog der menschen,<span class="pagenum"><a name="Page_78" id="Page_78">[78]</a></span>
+was geen geheim. Zij was in vele geschriften van Portugeezen
+beschreven, en er waren Nederlanders, die op Portugeesche schepen
+de reis naar Indi&euml; mede hadden gedaan.</p>
+
+<p>Ten einde evenwel de dreigende gevaren van kapers, Spaansche
+vloot en Kaapsche stormen te ontgaan, namen de Hollanders
+zich voor, op &#8217;t voorbeeld der Engelschen, een eigen weg te
+zoeken, niet zuidwaarts, maar door het Noorden. In 1594 werden
+te dien einde eenige schepen uitgezonden, in 1595 een
+tweede tocht gewaagd. De uitslag was niet gunstig. Sneeuw en
+ijs versperden den weg om het Noorden. Nogmaals wendde de
+Amsterdamsche regeering een poging aan. Zij rustte in 1596 een
+paar schepen uit, waarover de stuurman <span class="gesp">Willem Barentsz</span>.
+en <span class="gesp">Heemskerk</span> (zie <a href="#Page_75">blz. 75</a>) het bevel voerden. Maar ook nu
+was de inspanning vruchteloos. Na den winter op Nova Zembla
+te hebben doorgebracht, aanvaardde de volhardende bemanning
+den terugtocht, doch verloor onder weg den wakkeren Barentsz.,
+die van vermoeienis bezweek.</p>
+
+<p>Inmiddels had men de fortuin zuidwaarts beproefd. Eenige
+kooplieden te Amsterdam hadden een <i>maatschappij van verre</i> (landen)
+opgericht en zonden iemand, waarschijnlijk <span class="gesp">Cornelis
+Houtman</span>, naar Lissabon, om er de bijzonderheden der vaart
+naar Oost-Indi&euml; uit te vorschen. Verder rustte de vereeniging
+vier schepen uit, om den tocht langs de Kaap de goede hoop
+te doen. Den 2den April 1595 lichtten Pieter Dirksz. Keyser,
+de opperstuurman, en Cornelis Houtman, de opperkommies, d. i.
+de vertegenwoordiger der handelsbelangen, te Texel het anker en
+landden in Juni 1596 te Bantam (in &#8217;t n.w. van Java). Nu werden
+er talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in
+verschillende steden van Holland, als in Zeeland. In 1598 zeilde
+<span class="gesp">Olivier van Noort</span> uit, de eerste Nederlander, die den aardbol
+omstevende. Zoo werd er vloot op vloot uitgerust, en niets
+kon de zucht naar winst doen afnemen, noch de verliezen, die
+men nu en dan leed, noch de tegenwerking der inlandsche
+vorsten, opgezet door de Portugeezen. Maar nog een grooter
+kwaad scheen de pas ontkiemde plant in hare ontwikkeling
+te zullen verstikken. Het was de wedstrijd tusschen de onderscheiden
+maatschappijen, die, de een de ander, de loef trachtten<span class="pagenum"><a name="Page_79" id="Page_79">[79]</a></span>
+af te steken en elkander tegenwerkten. Dat er een samensmelting
+der maatschappijen noodig was, zagen vooral de Staten-Generaal
+en Oldenbarnevelt in.</p>
+
+<p>Eindelijk gelukte het den advocaat, de zaak in 1602 tot een
+voldoend einde te brengen. Dus kwam <i>de Vereenigde Oost-Indische
+compagnie</i> tot stand, waaraan de Staten-Generaal het recht van
+alleenhandel (<i>monopolie</i>) voor een-en-twintig jaren verleenden. Later
+werd de vergunning bij herhaling vernieuwd. De maatschappij
+begon te handelen met een kapitaal van ongeveer 6<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen en
+had zes afdeelingen of <i>kamers</i>, hebbende Amsterdam <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span>, Zeeland
+(gevestigd te Middelburg) <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">4</span>, Delft, Rotterdam, Enkhuizen en
+Hoorne elk <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">16</span> van den inleg. Ruime uitdeelingen beloonden
+weldra het vertrouwen der inleggers. De deelgenooten behoefden
+natuurlijk niet juist in een der zes steden, die zetels van de
+kamers waren, te wonen. Aan alle inwoners der Vereenigde Nederlanden
+werd vergund, binnen vijf maanden na de oprichting
+te verklaren, of zij wenschten deel te nemen. De zes kamers,
+waarin de compagnie was gesplitst, werden bestuurd door 73
+<i>bewindhebbers</i>, wier getal, bij versterf, niet lager zou dalen dan tot
+60. De hoofdleiding en het dagelijksch bestuur der zaken kwamen
+aan <i>de vergadering van zeventienen</i>, uit de bewindhebbers gekozen.</p>
+
+<p>De Oost-Indische compagnie werd een staat in een staat. Zij
+oefende in de Indi&euml;n een volstrekt gezag. Zij benoemde haar
+ambtenaren, verklaarde en voerde oorlog en sloot verbonden,
+op naam der Staten-Generaal. Zij bouwde sterkten en nam krijgsvolk
+in dienst, dat evenwel den eed van trouw aan de Staten-Generaal
+moest afleggen. Welhaast werd zij een bron van rijkdom
+niet alleen voor hen, die naar Indi&euml; gingen, maar ook voor die
+Nederlanders, welke zich niet verplaatsten.</p>
+
+<p>Kort na de oprichting der compagnie legden onze voorouders
+den grondslag tot de uitgestrekte heerschappij, die hun weldra
+in Azi&euml; ten deel viel. In 1605 gaven de Portugeezen hun bij
+verdrag het kasteel op <i>Amboina</i> over, waarop de vorsten van
+dat eiland zich deels aan de compagnie onderwierpen, deels
+bondgenooten werden. Terzelfder tijd poogde de compagnie zich
+op <i>Ternate</i>, <i>Tidor</i> en de overige Molukken te vestigen. In 1610
+stelde zij als eersten <i>gouverneur-generaal</i> <span class="gesp">Pieter Both</span> aan,
+<span class="pagenum"><a name="Page_80" id="Page_80">[80]</a></span>
+die zijn verblijf doorgaans op Ternate had. De gouverneur-generaal
+was het hoofd van &#8217;t bewind over Nederlandsch Indi&euml;,
+opperbevelhebber van de legers en van de vloot der compagnie.
+Hem stond <i>de raad van Indi&euml;</i> ter zijde. Een der opvolgers van
+Both was <span class="gesp">Jan Pietersz. Coen</span>, die in 1619 de stad <span class="gesp">Jak&#259;tra</span>
+op de inboorlingen en op de Engelschen veroverde en de factorij
+van dien naam onder den naam <i>Batavia</i> tot hoofdplaats van
+Nederlandsch Indi&euml; verhief. In 1624 verwierf de compagnie het
+eiland <i>Form&#333;sa</i> (ten n.o. van Kanton, in Sina), waar het fort
+Zelandia werd gebouwd. Inmiddels ontdekte men in 1623 op
+Amboina een samenzwering van Engelsche kooplieden, die ten
+doel hadden, de Nederlandsche ambtenaren te vermoorden en zich
+van &#8217;t kasteel van dit eiland meester te maken. Zij werden
+gegrepen en tien van hen ter dood gebracht. Zoodra dit in Groot-Britanni&euml;
+bekend werd, ontstaken de Engelschen in grooten
+toorn en haalden deze zaak later nog menigmaal op als een
+zware verongelijking, hun aangedaan. Zooals men ziet, was het
+twaalfjarig bestand geen beletsel voor de uitbreiding van Nederlands
+macht in de Indi&euml;n, waar de vijandelijkheden werden
+voortgezet.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 19.</h2>
+
+<p class="chtitle">De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het
+bestand schokten.</p>
+
+<p>In plaats dat Nederland nieuwe krachten opdeed gedurende
+den rusttijd, werd bewaarheid, wat Maurits had gevreesd: bij
+rust naar buiten ontstonden binnenlandsche twisten. Hevige
+kerkgeschillen barstten in de nauwelijks gevestigde Republiek
+los en werden gaandeweg staatsgeschillen. Reeds v&oacute;&oacute;r het bestand
+waren de zaden dier verdeeldheid gestrooid. In 1603 werd
+<span class="gesp">Jakob Arminius</span>, predikant te Amsterdam, tot hoogleeraar
+in de godgeleerdheid aan de hoogeschool te Leiden benoemd.
+Het duurde niet lang, of het openbaarde zich, dat hij in een
+belangrijk punt, n.l. omtrent <i>de praedestinatie</i> of voorbeschikking,
+<span class="pagenum"><a name="Page_81" id="Page_81">[81]</a></span>
+van de leer afweek, die als de heerschende leer der kerk werd
+aangemerkt. Volgens dit leerstuk, in den strengsten zin opgevat,
+hangt de zaligheid hier namaals uitsluitend af van Gods vrije
+verkiezing in verband met &#8217;s menschen geloof, <i>niet</i> met zijn werken.
+Arminius daarentegen was een van de weinigen, die, aan
+&#8217;s menschen vrijen wil niet allen invloed op zijn doen en laten
+kunnende ontzeggen, het leerstuk der voorbeschikking niet onvoorwaardelijk
+aannam. Tegen hem stond een andere Leidsche
+hoogleeraar in de godgeleerdheid, <span class="gesp">Franciscus Gom&#257;rus</span>, over.
+Inmiddels stierf Arminius in 1609.</p>
+
+<p>Een tweede punt van verschil kwam weldra bij het leerstellige.
+De aanhangers van Gomarus waren verklaarde tegenstanders van
+alle bemoeiing der regeering met aangelegenheden van den kerk:
+de Arminianen waren van een tegenovergestelde zienswijze. Dit
+toonden zij metterdaad in 1610 door het indienen van een <i>remonstrantie</i>
+of vertoog bij de staten van Holland, naar welk stuk zij
+den naam <i>Remonstranten</i> verkregen. Hierin verzochten zij om
+de bescherming der staten en erkenden het gezag dier staten
+over de kerk. Naar het tegenvertoog, door de bestrijders der
+Arminianen gehouden, werden zij <i>Contra-Remonstranten</i> genoemd.</p>
+
+<p>Sedert 1616 was Willem Lodewijk de man, die Maurits voortdurend
+ried, met kracht tegen de Remonstrantsche partij op
+te treden. Van een anderen kant werd Maurits gesteund door
+Jakob I, koning van Engeland, die er zich veel op liet voorstaan,
+een groot godgeleerde te zijn en zich geroepen achtte, de
+beschermer der hervormde leer in Europa te wezen. Waar hij
+kon, werkte de koning de tegenpartij van Oldenbarnevelt in
+de hand en trachtte den advocaat ten val te brengen. In &#8217;t oog
+van Jakob was het begunstigen der Arminianen en het weerstreven
+der synode (zie <a href="#Page_53">blz. 83</a>) een zware misdaad. Ook kon
+hij het den ervaren staatsman niet vergeven, dat hij in 1615,
+gebruik makende van een der vele oogenblikken, dat hij groote
+geldsommen behoefde, hem ertoe had gebracht, tegen betaling
+van 3,000,000 gl., d. i. van niet meer dan ruim <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">3</span> van de
+toen nog verschuldigde som, de pandsteden (zie <a href="#Page_64">blz. 64</a>) aan de
+Republiek terug te geven.</p>
+
+<p>Intusschen scheidden de Contra-Remonstranten zich meer en<span class="pagenum"><a name="Page_82" id="Page_82">[82]</a></span>
+meer af en hielden ter oefening van hun godsdienst afzonderlijke
+vergaderingen. Hier werd door de &eacute;&eacute;ne, daar door de andere
+partij onderdrukking en geweld tegen de zwakkeren gepleegd.
+Vanhier onlusten in verschillende plaatsen gedurende het jaar
+1617. Bij al die tooneelen van wanorde bleek het vaak, dat de
+magistraat of overheid luttel kon rekenen op de troepen, die de
+bezettingen der steden uitmaakten. De oorzaak hiervan lag voor
+een goed deel in de houding, die Maurits sinds eenigen tijd had
+aangenomen. Tot het jaar 1617 onthield hij zich van &#8217;t geven
+van openbare blijken van instemming met &eacute;&eacute;n der beide partijen.
+Maar van het tijdstip af, dat hij op een Zondag van het genoemde
+jaar in &#8217;t openbaar met een groot gevolg naar de den Contra-Remonstranten
+afgestane kloosterkerk ging, wierp hij zijn zwaard
+in de weegschaal. Behalve Willem Lodewijk en Jakob I, was
+het hoofdzakelijk <span class="gesp">Fran&ccedil;ois van Aerssen</span>, heer van Sommelsdijk
+(op Overflakkee), een man van groote schranderheid,
+list en stoutheid, die den stadhouder tegen Oldenbarnevelt in
+&#8217;t harnas joeg. Aerssen was verbitterd op zijn voormaligen beschermer
+Oldenbarnevelt, omdat hij het hem weet, dat Lodewijk
+XIII, koning van Frankrijk, in 1613 had verzocht, dat de Staten-Generaal,
+in zijn plaats, een anderen gezant aan het Fransche
+hof mochten benoemen, aan welk verzoek men had voldaan. Met
+eenige andere mannen werd hij een van het zeven- of achttal,
+dat den advocaat ten val bracht.</p>
+
+<p>Het was geen bijzonder moeielijke onderneming, den wrok van
+den stadhouder tegen Oldenbarnevelt te prikkelen. De klove, die
+alreede tusschen de beide hoofden van de Republiek bestond,
+behoefde nog maar een weinig wijder te worden gemaakt. Hadden
+de vroegere geschillen tusschen de beide leiders van den
+staat louter over <i>zaken</i> geloopen (zie <a href="#Page_75">blz. 75</a>,
+<a href="#Page_76">76</a>, <a href="#Page_77">77</a>), aangelegenheden
+van <i>persoonlijken</i> aard waren er sedert bijgekomen.
+Bij herhaling was de vraag gerezen, of het, ten einde meer
+eenheid in &#8217;t bewind te krijgen, niet wenschelijk was, aan Maurits
+het hoogste gezag toe te vertrouwen. Hoewel Oldenbarnevelt
+geheel doordrongen was van &#8217;t besef der behoefte aan eenheid
+in het bestuur, was hij er sinds het bestand tegen, dat Maurits&#8217;
+macht werd uitgebreid. Maar al te wel slaagden zij, die het in<span class="pagenum"><a name="Page_83" id="Page_83">[83]</a></span>
+&#8217;t belang van &#8217;t land en van henzelven achtten, den stadhouder
+hoe langer hoe meer tegen Oldenbarnevelt en zijn aanhangers in
+te nemen. Hij, de advocaat, en die het met hem eens waren
+werden met de Remonstranten als vereenzelvigd. Z&oacute;&oacute; kwam de
+tegenpartij op het denkbeeld, de Remonstranten uit de kerk te
+stooten en op die wijze den grijzen staatsman tevens in &#8217;t verderf
+te storten. Dit doel kon worden bereikt, indien men, volgens
+den raad van Jakob, &eacute;&eacute;n <i>nationale synode</i> voor alle gewesten bijeenriep.
+De meeste provinci&euml;n waren de zaak der Contra-Remonstranten
+uitsluitend toegedaan. Slechts Holland en Utrecht waren
+grootendeels voor die der Remonstranten. Dat de partij der Remonstranten
+nu tegen een nationale synode moest zijn, is duidelijk.
+Zij van haren kant verlangde, dat er in Holland, en waar men
+het verder noodig rekende, een provinciale synode bijeenkwam.</p>
+
+<p>Uit al de bewegingen van &#8217;t jaar 1617 en vroeger sprak klaarblijkelijk
+verzet tegen de wettige overheid. Het was daarom,
+dat de staten van Holland den 4den Augustus 1617 een besluit
+uitvaardigden, door de tegenstanders <i>de scherpe resolutie</i> genoemd.
+In dat besluit, door de edelen en de groote meerderheid der
+steden genomen, werden o. a. de steden gemachtigd, zoo het
+werd vereischt, op eigen gezag krijgsvolk in dienst te nemen.
+Op dit besluit werd menige aanmerking gemaakt, maar geen enkele,
+die gegrond mocht heeten. De punten, waaruit het bestond,
+behoorden tot diegene, waarover de staten, krachtens hun souvereine
+macht, een beslissing konden nemen. Dergelijke soldaten,
+als de resolutie bedoelde, hadden de gewesten en de steden van
+oudsher in dienst genomen. Men noemde ze <i>waardgelders</i>, d. i.
+lieden, gehuurd, om <i>waarde</i> of wacht te houden, aldus zooveel als
+bezoldigde rustbewaarders. Vele steden van Holland brachten nu
+waardgelders op de been. Twee of drie honderd was het gewone
+getal voor &eacute;&eacute;n stad. In &#8217;t geheel had Holland er niet meer dan
+1800. De staten van Utrecht namen er eveneens ruim zeshonderd
+aan. Het spreekt vanzelf, dat de vroedschappen, die waardgelders
+aannamen, dit deden, om, des gevorderd, zichzelven tegen woelingen
+van onruststokers te kunnen verdedigen en alle dadelijkheden
+tegen te gaan. Dat zij met die 1800 onervaren manschappen,
+in verschillende plaatsen verstrooid, een vijandelijken<span class="pagenum"><a name="Page_84" id="Page_84">[84]</a></span>
+aanval in den zin hadden op de 30,000 welgeoefende krijgsknechten,
+welke de Republiek in dienst had, is een beschuldiging,
+die zichzelve weerlegt. De aanvallende partij was, zooals
+men weldra zal zien, niet die van Oldenbarnevelt.</p>
+
+<p>Tegen het einde van Juni 1618 naderde de ontknooping. Toen
+hakte plotseling de partij, die in de Staten-Generaal de zege
+wilde behalen, d. i. het boven (zie <a href="#Page_82">blz. 82</a>) bedoelde achttal, den
+knoop met geweld door. Vooreerst besloten de Staten-Generaal,
+dat er een bezending uit hun midden zou gaan naar Utrecht,
+om de staten dezer provincie te bewegen tot afdanking der waardgelders;
+dan, dat er een nationale synode zou worden uitgeschreven.
+In plaats van aan de staten van ieder gewest de zorg te laten
+voor datgene, waarin zij alleen hadden te beslissen, trachtte
+men hun alzoo de zienswijze der staten van sommige andere provinci&euml;n
+op te dringen en hen te nopen, even zoo gezind te zijn,
+als die staten. Ten andere waren het besluiten van slechts een deel der
+Generaliteit. Den 25sten Juli 1618 kwam de deputatie der Staten-Generaal,
+met Maurits aan &#8217;t hoofd, te Utrecht aan. Op den
+31sten dier maand, vroeg in den morgen, dankte Maurits na de
+toegangen tot de voornaamste plaatsen van de stad te hebben bezet,
+op het plein, geheeten de Neude, de waardgelders af. Vervolgens
+veranderde hij de vroedschap der stad Utrecht. Hierdoor
+zag de secretaris (zie <a href="#Page_68">blz. 68</a>) der staten, <span class="gesp">Gillis van Ledenberg</span>,
+de ziel der staten en in gevoelens geheel overeenstemmende
+met Oldenbarnevelt, zich genoopt, zijn ontslag te nemen.</p>
+
+<p>Na de terugkomst van prins Maurits en van de gedeputeerden
+uit de Generaliteit tastte men ter Staten-Generaal ook ten
+aanzien van Holland door. Den 21sten Augustus stelden die Staten-Generaal
+een plakkaat vast, dat de zes provinci&euml;n en zes
+steden uit Holland goedkeurden en dat den waardgelders gelastte,
+binnen tweemaal vier-en-twintig uur de wapens neer te leggen.
+Het geschiedde. Vervolgens werden den 28sten en den 29sten
+Augustus ter Staten-Generaal door een achttal leden een paar
+geheime besluiten genomen, waarin werd goedgevonden, dat men
+Oldenbarnevelt, Hugo de Groot en <span class="gesp">Rombout Hogerbeets</span>,
+pensionaris van Leiden, in hechtenis zou nemen. Toen op denzelfden
+29sten Augustus de advocaat van den lande op het punt<span class="pagenum"><a name="Page_85" id="Page_85">[85]</a></span>
+stond, de vergadering der staten van Holland binnen te treden,
+kwam een kamerdienaar hem verwittigen, dat de stadhouder hem
+wenschte te spreken. In plaats van den stadhouder zag hij weldra
+den luitenant van Maurits&#8217; lijfwacht, die hem, in naam der Staten-Generaal,
+gevangen nam. Met hem werden de Groot, Hogerbeets
+en Ledenberg gekerkerd. In het begin van September reisde de
+prins, vergezeld van een aantal edelen en omstuwd door zijn lijfwacht,
+bij de steden van Holland rond en koos er overal, waar
+het hem behaagde, andere leden in de vroedschap. Dat de wettige
+tijd hiervoor niet was aangebroken en hem geen voordrachten
+(zie <a href="#Page_70">blz. 70</a>) in behoorlijken vorm waren gedaan, was iets,
+waarom hij zich evenmin bekreunde, als dat hij te Utrecht zijn
+bevoegdheid als stadhouder had overschreden. Op deze wijze
+was alsnu de partij, die bovendreef, tegen alle verzet gedekt.</p>
+
+<p>Weldra werd er een commissie uit de Staten-Generaal benoemd,
+ten overstaan waarvan de gevangenen werden verhoord,
+met uitzondering van Ledenberg, die zichzelf in de gevangenis
+had gedood. Tot dit uiterste was hij overgegaan in de hoop,
+dat men zijn bezittingen dan niet zoude verbeurd verklaren,
+hetgeen evenwel geschiedde. Op het voorloopig onderzoek volgde
+de benoeming van vier-en-twintig buitengewone rechters, twaalf
+uit Holland en twaalf uit de overige gewesten. Onder de vier-en-twintig
+was meer dan &eacute;&eacute;n bijzonder vijand van Oldenbarnevelt
+en menig tegenstander van zijn staatkundige denk- en handelwijze.
+De Staten-Generaal waarborgden de rechters tegen alle
+onaangenaamheden, die hun wegens de vervulling der taak, hun
+opgedragen, konden worden aangedaan. De maatstaf, waaraan
+alle woorden en daden der beschuldigden werden getoetst, was
+de zienswijze der tegenpartij. Een behoorlijke gelegenheid om
+zich te verdedigen werd den gevangenen niet gegund. Dat zij
+dienaren waren der staten van hun gewest en alzoo niet verantwoordelijk
+voor de besluiten van dit lichaam, kwam geenszins
+in aanmerking. Ten opzichte van Hogerbeets zagen de rechters
+nog bovendien dit over het hoofd, dat hij eerst sinds October
+1617, als pensionaris, in dienst was van de vroedschap van Leiden
+en alzoo niet had medegewerkt tot het meerendeel der besluiten,
+om welke hij werd veroordeeld. Het vonnis luidde, dat<span class="pagenum"><a name="Page_86" id="Page_86">[86]</a></span>
+Oldenbarnevelt zou worden onthoofd, de Groot en Hogerbeets
+levenslang gevangen gezet. Tevens werden hun goederen verbeurd
+verklaard.</p>
+
+<p>Den 13den Mei 1619 werd Oldenbarnevelt in &#8217;t openbaar te
+&#8217;s Gravenhage onthoofd. Z&oacute;&oacute; viel een man, die langer dan veertig
+jaren het land trouw had gediend, eerst als pensionaris van Rotterdam,
+toen als advocaat van Holland. Met dit ambt bekleed,
+werd hij terstond het hoofd van de partij, die zich tegenover Leicester
+stelde. Onbeschrijfelijk was de verwarring, waarin zich
+&#8217;s lands zaken in die dagen bevonden. Oldenbarnevelt vestigde een
+geregeld bewind en bracht orde in den toestand der geldmiddelen.
+Hij stichtte, door zijn beleid, de Republiek, die Maurits tegen
+buitenlandsch geweld beschutte. Hij alleen werd geacht het
+bewind in handen te hebben. Aleer het vonnis geveld en &#8217;t hoofd
+van den advocaat gevallen was, had de Contra-Remonstrantsche
+partij ook in het kerkelijke met geweld de zegepraal behaald.
+Den 13den November 1618 werd <i>de nationale synode te Dordrecht</i>
+geopend. De meerderheid der inheemsche leden waren Contra-Remonstranten.
+Uit Engeland, Zwitserland en vele staten van Duitschland
+kwam tal van godgeleerden, bijna allen vijandig gestemd
+tegen de Remonstranten. Van de Remonstranten verschenen slechts
+weinigen. Van den beginne aan werden zij niet als leden, maar
+als gedaagden behandeld. Den 6den Mei 1619 werden de gevoelens
+der Remonstranten in &#8217;t openbaar veroordeeld en de leeraars dier
+sekte afgezet. Later werden al degenen, die te Dordrecht waren
+geweest over de grenzen gezet, omdat zij weigerden <i>de akte van
+stilstand</i> te teekenen, die hen verplichtte, zich van alle kerkelijke
+bedieningen te onthouden. Behalve de vervulling der rechterlijke
+taak, die de synode op zich had genomen, wijdde zij nog een
+deel harer zittingen aan het vaststellen van de voornaamste leerstukken
+der Nederlandsche hervormde kerk. Eindelijk nam zij het
+gewichtig besluit, den bijbel uit de grondtalen in de taal des lands
+over te zetten, een werk, dat in 1635 tot stand kwam. Het is
+bekend onder den naam <i>Staten-overzetting</i>, <i>Statenbijbel</i>.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_87" id="Page_87">[87]</a></span></p>
+<h2>&sect; 20.</h2>
+
+<p class="chtitle">De hernieuwing van den oorlog na het bestand.&mdash;De oprichting
+der West-Indische compagnie.&mdash;De aanslag op het
+leven van Maurits en zijn dood.</p>
+
+<p>Nadat Hogerbeets en de Groot met hun vonnis waren bekend
+gemaakt, werden zij in Juni 1619 naar het slot Loevestein (bij
+de samenvloeiing van Maas en Waal, in &#8217;t z.w. van Gelderland)
+overgebracht. Hogerbeets bleef hier tot Maurits&#8217; dood. Toen
+vergunde men hem, zijn verdere levensdagen onder toezicht te
+slijten in een buitenhuis nabij Wassenaar (niet ver van Leiden).
+Hugo de Groot wijdde zich op Loevestein aan de studi&euml;n en
+aan de vervaardiging van eenige dier werken, welke zijn naam
+onsterfelijk hebben gemaakt. Zoodra echter <span class="gesp">Maria van Reigersbergen</span>,
+zijn echtgenoote, die zijn gevangenis deelde, bijgestaan
+door zijn dienstmaagd Elsje van Houwingen, hem de gelegenheid
+verschafte, in Maart 1621 in een kist, schijnbaar met
+boeken gevuld, naar Gorinchem te ontvluchten, maakte de Groot
+er volvaardig gebruik van en begaf zich naar Frankrijk.</p>
+
+<p>Het is licht te begrijpen, dat de macht van Maurits na den
+dood van Oldenbarnevelt zeer toenam. Nog rees zijn aanzien bij
+den dood zijns broeders Philips Willem, die in 1618 stierf en
+hem al zijn bezittingen, ook het prinsdom Oranje, naliet. Hoeveel
+Maurits&#8217; aanhangers thans vermochten, ondervonden bovenal de
+Remonstranten. Al degenen, die eenig ambt, hoe gering ook,
+bekleedden, werden afgezet. Tot ongeveer tweehonderd klom het
+getal hunner predikanten, die hun ontslag bekwamen en van
+welke vele, ten minste tachtig, het brood der ballingschap moesten
+gaan eten. Op aandrang van Maurits werden ook Oldenbarnevelts
+zonen van hun ambten ontzet. De oudste dier zonen heette
+<span class="gesp">Reinier van Groeneveld</span> (nabij Wassenaar), de andere <span class="gesp">Willem
+van Stoutenburg</span> (nabij Amersfoort).</p>
+
+<p>Nog voordat het twaalfjarig bestand ten einde liep, overleed
+de stadhouder van Friesland, Groningen en Drente, Willem
+Lodewijk, 1620, en werd voor &#8217;t eerste gewest opgevolgd door
+zijn broeder <span class="gesp">Ernst Kas&#301;mir</span> (1620-1632), terwijl de beide
+<span class="pagenum"><a name="Page_88" id="Page_88">[88]</a></span>
+andere Maurits kozen. Het jaar van de hernieuwing der vijandelijkheden,
+1621, werd gekenmerkt door een belangrijke gebeurtenis,
+door de oprichting der <i>West-Indische compagnie</i>. Den 3den
+Juni 1621 verleenden de Staten-Generaal een vergunning voor
+vier-en-twintig jaren aan de West-Indische compagnie. Het 1ste
+artikel kende aan de compagnie, met uitsluiting van iedereen,
+den alleenhandel toe op Afrika, van den kreeftskeerkring of 23<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span>
+graad Noorderbreedte tot te Kaap de Goede Hoop, welke tot het
+gebied der Oost-Indische compagnie behoorde, alsmede op geheel
+Amerika. De eerste inleg was &fnof; 7,200,000. Er waren <i>vijf kamers</i>.
+Aan aandeelen had die van Amsterdam <span class="supscr">4</span>&#8260;<span class="subscr">9</span>,
+die van Zeeland <span class="supscr">2</span>&#8260;<span class="subscr">9</span>,
+die van de Maas, d. i. Rotterdam, die van Noord-Holland en die
+van Friesland met Groningen elke <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">9</span>. Het getal der <i>bewindhebbers</i>
+was <i>vier-en-zeventig</i>. Het uitvoerend bewind of <i>de generale vergadering</i>,
+uit die vier-en-zeventig gekozen, bestond uit 19 leden. De compagnie
+kreeg, als staat, dezelfde rechten als de Oost-Indische.
+Tot hetgeen de West-Indische compagnie, terstond bij haar oprichting,
+onder haar beheer kreeg, behoorde o. a. een landstreek
+in Noord-Amerika, n.l. <i>Nieuw-Nederland</i>, waarin later allengs de
+stad <i>Nieuw-Amsterdam</i> ontstond.</p>
+
+<p>Met het einde van het bestand werden in Europa de vijandelijkheden
+tusschen Nederland en Spanje hervat. In &#8217;t zelfde jaar,
+1621, overleed Albert. Nu werd Isabella landvoogdes der Zuidelijke
+Nederlanden, die aan Spanje, waarover Philips IV regeerde,
+terugvielen. Zijzelve overleed in 1633. Veel voordeel leverde de
+oorlog voor de Republiek niet op. In 1625 veroverde Spin&#335;la Breda,
+terwijl de stadhouder in &#8217;t vorige jaar zijn aanslag op Antwerpen
+zag mislukken. Gaf de oorlog Maurits alzoo weinig stof tot vreugde,
+wat de binnenlandsche aangelegenheden betreft gebeurde er iets,
+hetwelk aanduidde, dat de rust, welke men sedert den staatsgreep
+van de jaren 1618 en 1619 genoot, niet uit algemeene tevredenheid
+voortsproot. In 1623 kwam het aan &#8217;t licht, dat Oldenbarnevelts
+jongste zoon met verscheidene Remonstranten en Roomsch-katholieken
+een samenzwering smeedde tegen het leven van den
+prins. Het voornemen was, hem in de nabijheid van zijn buitenverblijf,
+bij Rijswijk, te overvallen en te dooden. Het hoofd van
+den aanslag, de heer van Stoutenburg, vluchtte naar het Zuiden,<span class="pagenum"><a name="Page_89" id="Page_89">[89]</a></span>
+nam dienst bij den vijand en vatte de wapenen op tegen
+zijn vaderland. Het getal van hen, die onthoofd werden, beliep
+vijftien. De aanzienlijkste was Reinier van Groenevelt, wiens
+moeder en gemalin Maurits tevergeefs om genade vroegen, hoewel
+zijn misdrijf alleen hierop neerkwam, dat hij zijn krediet had
+verleend tot het opnemen der benoodigde gelden.</p>
+
+<p>Sedert geruimen tijd leed Maurits aan een ziekte, die zijn krachten
+meer en meer sloopte, totdat hij den 23sten April 1625 in
+den ouderdom van 58 jaren bezweek. Kort v&oacute;&oacute;r zijn dood had
+hij, die nimmer getrouwd was geweest, zijn broeder Frederik
+Hendrik genoopt, een huwelijk aan te gaan met de gravin
+Amalia van Solms (ten n.o. van Maints), die in &#8217;t gevolg der
+koningin van Bohemen (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 130) in Holland
+was gekomen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 21.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het stadhouderschap van Frederik Hendrik.</p>
+
+<p>De binnenlandsche staatkunde, door prins Maurits en zijn aanhangers
+na den dood van Oldenbarnevelt gevolgd, gaf het aanzijn
+aan twee <i>staatspartijen</i>, <i>de stadhouderlijke</i> en <i>de staatsgezinde</i>, die
+elkander voortdurend bestreden. Tot de &eacute;&eacute;ne partij behoorden de
+regenten, die, hoezeer gestemd voor &#8217;t beginsel der souvereiniteit
+van de stedelijke raden en van de staten der gewesten, het stadhouderschap
+evenwel der prinsen uit het huis van Oranje-Nassau
+als een noodzakelijk bestanddeel van den regeeringsvorm aanmerkten.
+Zij vond vooral haren steun bij de volksmenigte. Tegen
+haar over stond de staatsgezinde partij, voortgekomen uit de afgezette
+regenten, die een bewind zonder stadhouder voorstonden,
+iets, waaraan Oldenbarnevelt nimmer had gedacht. De
+worsteling tusschen deze beide partijen heeft met wijziging der
+begrippen, naar de verandering der tijden, tot den val der Republiek
+voortgeduurd.</p>
+
+<p>Onmiddellijk na den dood van Maurits benoemden Holland,
+Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijsel <span class="smcap"><span class="gesp">frederik hendrik</span></span>
+(1625-1647) tot stadhouder, terwijl de Staten-Generaal hem de<span class="pagenum"><a name="Page_90" id="Page_90">[90]</a></span>
+waardigheid van kapitein-generaal en admiraal der unie opdroegen.
+In Groningen en in Drente verkoos men den stadhouder van
+Friesland (zie <a href="#Page_87">blz. 87</a>). Door wederzijdsche toegeeflijkheid zocht
+Frederik Hendrik, tegen het drijven der heftige Contra-Remonstrantsche
+predikanten in, de partijen tot elkander te brengen.
+In dit pogen werd hij weldra ondersteund zoowel door andere
+stedelijke raden, als door de vroedschap van Amsterdam, waar
+men den Remonstranten vergunde, in 1630 een <i>seminarium</i> of
+kweekschool ter opleiding hunner predikanten te stichten. Twee
+jaren daaraan verrees, volgens het besluit derzelfde vroedschap,
+<i>het athenaeum</i> (eigenlijk: tempel van de godin Athene of Minerva)
+te Amsterdam.</p>
+
+<p>Omtrent terzelfder tijd, in 1631, kwam Hugo de Groot zijn
+vaderland weder bezoeken, op den invloed rekenende van Frederik
+Hendrik, zijn vriend, die de richting der Remonstranten was
+toegedaan. Maar de prins wilde eensdeels ter wille van de Groot
+de verdeeldheid geen nieuw voedsel geven en achtte zich anderdeels
+verplicht, het eens geslagen vonnis te handhaven. Dus
+moest de balling zich in &#8217;t volgende jaar voor goed verwijderen.
+Twee jaren later, in 1634, werd hij tot gezant van Christ&#299;na,
+koningin van Zweden (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 149), aan &#8217;t
+Fransche hof benoemd. Hij overleed in 1645 op een reis uit Zweden
+naar Frankrijk te Rostock (in &#8217;t n. van Mecklenburg-Schwerin).</p>
+
+<p>Bij het gemis van voldoende omschrijving der staatsmachten
+kwam ook bij Frederik Hendrik, in weerwil van zijn gematigdheid,
+van lieverlede de zucht op, een soort van alleenheerschappij
+uit te oefenen. Vandaar dat hij in elke provincie (zie
+beneden, <a href="#Page_93">blz. 93</a>) een bijzonder persoon had, om zich van den
+staat van zaken nauwkeurig te laten onderrichten. Lang had
+hij weinig of geen tegenwerking te verduren. De raadpensionarissen,
+die Hollands staten gedurende Frederik Hendriks stadhouderschap
+achtereenvolgens ter zijde stonden, <span class="gesp">Antonie Duik</span>,
+<span class="gesp">Adriaan Pauw</span> en <span class="gesp">Jakob Cats</span>, hadden uit het noodlottige
+einde van Oldenbarnevelt geleerd, dat de dienaar niet behoort
+te trachten, den heer voorbij te streven, of werden, zoodra
+zij eenige gezindheid hiertoe verrieden, ter zijde gezet. In
+alles, wat den oorlog betrof, evenaarde Frederik Hendrik zijn<span class="pagenum"><a name="Page_91" id="Page_91">[91]</a></span>
+broeder, dien hij in zijn jeugd op meer dan &eacute;&eacute;n zijner veldtochten,
+b. v. bij Nieuwpoort, had vergezeld. Van zijn bekwaamheid
+in &#8217;t leveren van veldslagen heeft hij echter geen bewijzen
+gegeven, vermits het bij hem vaststond, dat er de Republiek
+meer aan gelegen was, door &#8217;t veroveren van sterke vestingen
+hare grenzen te dekken dan, in &#8217;t open veld oorlogende, veel
+geld en manschappen op te offeren. Hoezeer hij in de belegeringskunst
+uitmuntte, toonde hij door het nemen van Grol in
+1627, en bovenal door de verovering van &#8217;s Hertogenbosch en
+van Maastricht. Die van &#8217;s Hertogenbosch staat in de geschiedenis
+van &#8217;t krijgswezen bekend als een meesterstuk.</p>
+
+<p>Toen de prins in 1629 met de voorbereidende maatregelen
+gereed en met den aanval begonnen was, kwam een groot
+Spaansch leger tot ontzet opdagen. Doch ziende, dat de stadhouder
+onaantastbaar was, beproefde het een afleiding, door
+in de Republiek zelve een inval te doen. De inval geschiedde
+in de Veluwe en verbreidde wijd en zijd schrik in &#8217;t land. Tot
+overmaat van ramp voegden zich de troepen van den keizer van
+Duitschland bij de Spaansche. Intusschen liet Frederik Hendrik
+zich door niets aftrekken. Daarom spanden de Staten-Generaal
+al hun krachten in, om den vijand zoo goed mogelijk tegen te
+houden. De stadhouder van Friesland werd aan &#8217;t hoofd van een
+verdedigingsleger gesteld. Lang kon de vijand het in de schrale
+streek, waar hij was, niet uithouden, zonder gebrek aan levensmiddelen
+te krijgen. Een bijzondere gebeurtenis verhaastte zijn
+aftocht. Het was de aanslag op Wezel, dien een paar duizend
+man Nederlandsche troepen op een vroegen morgen in &#8217;t zelfde
+jaar, 1629, waagden en die uitnemend gelukte. Daar de vestingwerken
+der stad destijds open lagen en een deel der bezetting
+mede naar de Veluwe was getrokken, ontmoette men
+zoo goed als geen tegenstand, en binnen &eacute;&eacute;n uur was de stad
+in handen der Nederlanders. De uitwerking volgde dadelijk.
+De vijanden ontruimden het grondgebied der Republiek, en
+&#8217;s Hertogenbosch gaf zich bij verdrag over. In 1632 deed de
+stadhouder, vergezeld door Ernst Kasimir, een krijgstocht langs
+de Maas. Eerst dwong hij Venlo en Roermond zich over te
+geven, welke steden evenwel eenige jaren later door den vijand<span class="pagenum"><a name="Page_92" id="Page_92">[92]</a></span>
+werden heroverd. Hierop voerde hij het leger voor Maastricht,
+dat hij na een langdurig beleg bij verdrag innam, in weerwil
+dat het wakker werd verdedigd en dat wederom een paar
+legers tot ontzet kwamen opdagen. De belegering van Roermond
+kwam Friesland duur te staan. Ernst Kas&#301;mir, die de
+onderneming bestuurde, werd er doodelijk getroffen, stierf binnen
+kort en kreeg zijn zoon <span class="gesp">Hendrik Kas&#301;mir</span> (1632-1640)
+tot opvolger. Het verdrag, met Maastricht gesloten, bepaalde,
+dat de hervormde godsdienst er zou worden toegelaten en dat
+de bisschop van Luik, op wiens grondgebied de stad lag, er
+zijn oude voorrechten zou behouden.</p>
+
+<p>Ook ter zee begon Nederland zijn strijdkrachten ten toon te
+spreiden. In 1630 vermeesterde de admiraal <span class="gesp">Loncq</span> voor de
+West-Indische compagnie Olinda en het Recif (d. i. een in zee
+opschietenden klipbrug). Het Recif werd versterkt en bleef de
+hoofdplaats van Nederlands bezittingen in Brazili&euml;. In 1628 bemachtigde
+<span class="gesp">Piet Hein</span>, vlootvoogd van dezelfde compagnie, in
+<span class="gesp">de baai van Matanzas</span> (op de noordkust van het eiland Cuba,
+in West-Indi&euml;) de Spaansche zilvervloot. Zij viel zoo goed als zonder
+tegenweer in handen van de vloot der compagnie. Groot was
+de buit, dien men vond aan goud, zilver, paarlen, edelgesteenten
+en specerijen. Alleen de waarde der kostbaarheden werd op ruim
+11<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen geschat. De compagnie deed een uitdeeling van 50
+ten honderd, wat de deelhebbers zeer verheugde. Het was een
+gelukkige tijd voor de West-Indische compagnie. In Brazili&euml; breidde
+zij zich verder uit, zoodat zij weldra de streek bezat, gelegen
+tusschen de rivier St. Francisco en Rio Grande. Landvoogd van
+Nederlandsch Brazili&euml; werd in 1636 graaf <span class="gesp">Johan Maurits</span> van
+<span class="gesp">Nassau</span>, een kleinzoon van Willems broeder Jan. Eerst zijn bestuur
+gaf er het voorkomen aan eener geregelde volkplanting. Op
+uitbreiding van &#8217;t grondgebied had hij den blik voortdurend gericht.
+In 1639 werd b. v. St. Eustatius door de Nederlanders bezet.
+Maurits was het, die in 1637 St. George del Mina (St. Joris
+van de mijn, in Guin&#275;a, op de w.kust van Afrika) veroverde.</p>
+
+<p>In 1640 hernam Portugal zijn zelfstandigheid (<i>Overzicht</i>, 9de druk,
+blz. 141). Johan Maurits, den strijd voorziende, dien Nederlands
+Brazili&euml; weldra zou hebben te verduren, vroeg de compagnie om<span class="pagenum"><a name="Page_93" id="Page_93">[93]</a></span>
+aanmerkelijke versterking der strijdkrachten. Zij, meenende dat dit
+te kostbaar was, riep in 1644 den landvoogd terug. Na zijn vertrek
+begon de achteruitgang dezer bezitting. De Portugeezen, die
+d&aacute;&aacute;r onder &#8217;t bewind der compagnie waren, klaagden over onderdrukking
+en stonden op. Ofschoon er vrede tusschen de compagnie
+en Portugal scheen te bestaan, hielp dit rijk de oproerige onderdanen
+der compagnie en verloor zij hoe langer hoe meer
+grond in Brazili&euml;. In 1654 ging het Recif met de weinige forten,
+die de maatschappij nog in dat land bezat, aan Portugal
+over. De oorlog, dien de Staten-Generaal Portugal verklaarden,
+deed niets herwinnen. En zoo werd het geschil in 1661 bij <i>den
+vrede te &#8217;s Gravenhage</i>, twee jaren daarna bekrachtigd, indiervoege
+uit den weg geruimd, dat Nederland tegen een afkoop
+van 4,000,000 <i>gouden crusado&#8217;s</i> (8,000,000 gl.) ten behoeve van
+Portugal afstand deed van Brazili&euml;.</p>
+
+<p>Zooals het gezag van Frederik Hendrik in allen opzichte groot
+was in de Republiek, zoo oefende hij ook een belangrijken invloed
+op haar buitenlandsche betrekkingen uit. Het werd gedurende
+zijn stadhouderschap de gewoonte, dat de stadhouder met
+een negental vertrouwelingen, leden der Staten-Generaal, uit ieder
+gewest &eacute;&eacute;n of meer, den draad der belangrijkste onderhandelingen
+in handen hield. Zelf was Frederik Hendrik, evenals zijn vader,
+gehecht aan Frankrijk. Hier zocht dus hij eveneens steun tegen
+Philips IV. Zoo werden er onderhandelingen met Frankrijk aangeknoopt.
+Richelieu, de leider der Fransche staatkunde, doorgrondde,
+welk gewicht Nederland in de schaal van Europa&#8217;s statenstelsel
+zou kunnen leggen. Hij leende dus het oor aan de voorslagen,
+die het kabinet van &#8217;s Gravenhage deed, en sloot terzelfder
+tijd, als Frankrijk een werkdadig aandeel begon te nemen aan den
+dertigjarigen oorlog (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 132), met de Nederlanden
+<i>het aanvallend en verdedigend verbond</i> van den 8sten Februari
+1635. Dit bepaalde, dat de beide mogendheden zouden pogen,
+de Zuidelijke provinci&euml;n aan Spanje te onttrekken en haar hare
+zelfstandigheid terug te geven, of wel het land onder elkander
+te verdeelen.</p>
+
+<p>Op die wijze smolt het laatste gedeelte van den tachtigjarigen
+oorlog ineen met den dertigjarigen. Al werd er, behalve dat Frederik<span class="pagenum"><a name="Page_94" id="Page_94">[94]</a></span>
+Hendrik Breda heroverde, te land weinig gedaan, ter zee
+behaalden de Nederlanders in die dagen een zege, die onder de
+schitterende krijgsbedrijven een eerste plaats bekleedt. Philips IV
+rustte in 1639 een arm&#257;da uit, niet geheel ongelijk aan die van
+1588. Zij bestond uit 67 schepen, waaronder 33 van de zwaarste
+soort, <i>galjoenen</i> genoemd. Aan het hoofd der vloot stond <span class="gesp">Don
+Antonio d&#8217;Oquendo</span>, een uitstekend admiraal. Hem leverde,
+in weerwil van het verbod van Karel I, koning van Engeland,
+<span class="gesp">Maarten Harpertszoon Tromp</span> met een vloot van ruim honderd,
+maar lichtere vaartuigen, den 21sten October, slag te <span class="gesp">Duins</span>
+(een reede nabij Noord-Voorland, in &#8217;t z.o. van Engeland). De vijand,
+die liever den slag niet had geleverd, werd eenigszins onvoorbereid
+overvallen. Bovendien was de logheid van de zware
+bodems der Spanjaarden, zoozeer verschillende van de welbezeildheid
+der Nederlandsche schepen, een der hoofdoorzaken van het
+verderf hunner vloot. Een groot aantal hunner vaartuigen werd
+het offer der Nederlandsche branders, dertien waren uit Duins
+ontsnapt, en maar achttien bodems keerden naar Spanje terug.
+In &#8217;t kort, Tromp fnuikte voor goed Spanje&#8217;s macht en verloor
+zelf slechts &eacute;&eacute;n schip.</p>
+
+<p>Was Frederik Hendrik de hoofdontwerper geweest van het verdrag
+met Frankrijk, hij was ook de eerste of een der eersten
+hier te lande, die het gevaar van Frankrijks nabuurschap hoe
+langer hoe meer begon in te zien. Hij hield het gezegde voor
+waarheid, hetwelk weldra een der hoofdroersels werd van de buitenlandsche
+staatkunde der Republiek, dat het beter was, Frankrijk
+tot vriend dan tot nabuur te hebben. En naarmate hij de
+onheilen, die hieruit dreigden voor te komen, beter doorgrondde,
+werd hij des te meer afkeerig van dien staat en helde tot het
+sluiten van vrede met Spanje over. Zijn gezag was nog steeds
+groot, al had hij, hoe invloedrijk ook ter Staten-Generaal, dikwijls
+met verzet van Holland en Amsterdam te strijden. Het rees
+nog in 1640, toen hij stadhouder werd van Groningen en van Drente
+in plaats van Hendrik Kasimir, die aan een wonde, in den oorlog
+bekomen, stierf en slechts in Friesland door zijn broeder
+<span class="gesp">Willem Frederik</span> (1640-1664) werd vervangen. Deze Willem
+Frederik trouwde in 1652 met Albertine Agnes, de tweede<span class="pagenum"><a name="Page_95" id="Page_95">[95]</a></span>
+dochter van Frederik Hendrik. De eenige zoon, dien Hollands stadhouder
+had, heette Willem. Hij huwde in 1641 met <span class="gesp">Maria</span>, de oudste
+dochter van Karel I, koning van Engeland, of liever hij werd in dit jaar
+met haar verloofd, want omdat de beide jonge lieden nog te weinig
+jaren telden, werd het eigenlijke huwelijk eerst in 1644 voltrokken.</p>
+
+<p>Aleer de vrede tot stand kwam, dien zoowel de meeste der
+oorlogvoerende mogendheden als de stadhouder wenschten, stierf
+Frederik Hendrik den 14den Maart 1647 in den ouderdom van 63
+jaren. In hem ontviel der Republiek een man van groote gaven
+en bekwaamheden, die het gebouw van den staat, door zijn voorgangers
+opgetrokken, had voleindigd. Als staatsman was hij schrander,
+bedachtzaam en ondoorgrondelijk. In krijgskunst en dapperheid
+behoefde hij niet onder te doen voor zijn broeder Maurits
+en was een waardig tijdgenoot van Gustaaf Adolf. Over &#8217;t geheel
+was het tijdperk van zijn stadhouderschap de gouden eeuw der
+Republiek. Overal was veerkracht en bloei. De koophandel breidde
+zich verder en verder uit; volkplantingen ontloken en bloeiden
+meer en meer; de handwerken werden naarstig beoefend; de oorlog
+schonk lauweren; kunsten en wetenschappen eindelijk gaven
+licht en sieraad aan het geheel. Toch waren er ook donkere tinten
+in het tafereel op te merken. In vergelijking met den tijd,
+toen Oldenbarnevelt aan &#8217;t hoofd stond, werd de huishouding der
+Republiek minder goed bestuurd.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 22.</h2>
+
+<p class="chtitle">De vrede van Munster.&mdash;Blik op den toestand des lands.</p>
+
+<p>Reeds sedert 1641 en vroeger was er sprake van een vrede,
+die de rust zou teruggeven aan het door den dertig- en den tachtigjarigen
+oorlog zoozeer geschokte Europa. Het duurde tot April
+1645, eer het congres werd geopend. De gezanten van Zweden
+en van de protestantsche rijksvorsten kwamen bijeen te <i>Osnabr&uuml;ck</i>,
+die der Roomsch-katholieke staten te <i>Munster</i>. In den beginne waren
+de Staten-Generaal van zins, in overeenstemming met het verbond
+van 1635, niet zonder Frankrijk vrede te sluiten. Maar van &#8217;t oogenblik
+af, dat Mazarin (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 144) den toeleg<span class="pagenum"><a name="Page_96" id="Page_96">[96]</a></span>
+had geopenbaard, om Frankrijks heerschappij in het Noorden tot
+de grenzen der Republiek uit te breiden, achtte men zich dezerzijds
+gerechtigd, op zichzelf te handelen, te meer, vermits er sedert
+jaren geen spoor meer was van samenwerking tusschen de
+beide bondgenooten. In Nederland zelf waren Zeeland en Utrecht
+ertegen, dat men, buiten Frankrijk, vrede sloot. Desniettemin
+werd <i>de Westphaalsche vrede</i> den 30sten Januari 1648 geteekend.
+De uitwisseling der wederzijdsche bekrachtigingen of <i>ratificati&euml;n</i>
+had te Munster plaats op den 15den Mei, hoewel Zeeland eerst
+den 30sten dier maand toetrad.</p>
+
+<p>Bij dien vrede erkende de koning van Spanje in art. 1 de Vereenigde
+Nederlanden als vrije en onafhankelijke landen. Art. 3
+en 5 bepaalden, dat de Staten-Generaal hun veroveringen in Brabant,
+Limburg en Vlaanderen, alsmede in de vreemde werelddeelen
+behielden. Nog bevatte art. 5 de voorwaarde, dat de Spanjaarden
+zich zouden beperken tot de vaart op Oost-Indi&euml;, gelijk
+zij toen was, zonder zich verder te mogen uitbreiden. Art. 14
+schreef voor, dat de Schelde en de kanalen, welke met die rivier
+in gemeenschap stonden, vanwege de Staten-Generaal zouden worden
+gesloten gehouden.</p>
+
+<p>De vrede van Munster was in allen opzichte een eervolle vrede
+voor de Republiek. Met luister omstraald, trad zij in de rij van
+Europa&#8217;s mogendheden op. Aan grondgebied won zij Staats-Vlaanderen,
+Staats-Brabant, waartoe ook de stad en omtrek van
+Maastricht behoorde, en Staats-Limburg of de landen van Overmaas.
+Gelijk Drente, drong Staats-Brabant er thans op aan, als achtste
+gewest tot de Generaliteit te worden toegelaten. Het werd geweigerd.
+De Staten-Generaal voerden het bewind over de pas verworven
+landen, <i>de Generaliteitslanden</i> geheeten. Zonderling was het
+gelegen met de regeering van Maastricht. Deze regeering was tweeheerig,
+d. i. de Staten-Generaal, als verbeeldende den hertog van
+Brabant, oefenden er gemeenschappelijk met den prins-bisschop
+van Luik (zie <a href="#Page_11">blz. 11</a>) het gezag.</p>
+
+<p>Voor de Zuidelijke Nederlanden was geen artikel van den
+vrede nadeeliger of meer vernederend dan het 14de. Volgens
+dit artikel mocht geen schip de Schelde op- of afvaren, zonder
+dat er inkomende of uitgaande rechten werden betaald en dat<span class="pagenum"><a name="Page_97" id="Page_97">[97]</a></span>
+de lading der schepen, uit zee komende, in Nederlandsche binnenschepen
+werd gebracht. Dit alles was een bekrachtiging van een
+oud gebruik, dat Nederland sedert 1604 (zie <a href="#Page_76">blz. 76</a>) ten opzichte
+van Engeland had doen gelden. Van nu af werd dus aan alle
+zeeschepen de pas afgesneden om Antwerpen te naderen en tevens
+een winstgevende vrachtvaart voor Noord-Nederlanders geopend.
+Bij Lillo lag, ten minste in tijd van vrede, slechts &eacute;&eacute;n wachtschip
+van de Nederlandsche vloot, <i>de uitlegger</i> genoemd, om ervoor
+te waken, dat het artikel werd nagekomen. Ten overvloede
+liet men schuiten met zware steenen in de rivier zinken, ten
+einde ze voor diepgaande schepen onbevaarbaar te maken.</p>
+
+<p>Nog op andere wijze, dan door het oorlogszwaard, nam gedurende
+den tachtigjarigen oorlog de omvang van &#8217;t grondgebied
+der Republiek toe. Zoowel in Friesland, als inzonderheid in Holland
+kreeg men door indijkingen veel land. Hier won men in de
+eerste jaren der 17de eeuw de Beemster, de Purmer, de Wormer.
+Doch het Haarlemmermeer insgelijks droog te maken ried
+Leeghwater vruchteloos in een geschrift, getiteld het &#8222;<a href="http://www.gutenberg.org/etext/29967">Haarlemmermeerboek</a>.&#8221;</p>
+
+<p>Zoo trad dan ons vaderland, krachtig naar buiten en van binnen,
+onder de mogendheden van Europa op. Geschiedde dit eerst
+in 1648, reeds veel vroeger had het met het buitenland betrekkingen
+aangeknoopt, deels van staatkundigen aard, deels ter wille
+van den handel. Aan het doorzicht en aan de wakkerheid van den
+onsterfelijken landsadvocaat hadden de Vereenigde Nederlanden
+het te danken, dat zij alom in Europa met eere en achting werden
+bejegend.</p>
+
+<p>Geen wonder, Nederland stond ten aanzien van handel en scheepvaart
+op een hoog standpunt. Vroeger (zie <a href="#Page_44">blz. 44</a>) is over dit
+punt het een en ander opgeteekend, dat thans verdient eenigermate
+te worden uitgebreid. De handel, die in de eerste plaats
+allengs voor het grootste gedeelte in handen der Nederlanders
+kwam, was die op de Levant of op de Middellandsche Zee, de
+handel, die Veneti&euml; groot had gemaakt. De voornaamste handelsplaats
+in de Levant was Smyrna. Bovendien dreef men handel op
+Rome, op Veneti&euml; en op andere groote steden van Itali&euml; en Sicili&euml;,
+op Alexandri&euml;, Ca&iuml;ro, Constantinopel, enz.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_98" id="Page_98">[98]</a></span>
+Sinds de handel van Veneti&euml;, van Antwerpen en van de hanse
+geheel verviel of sterk achteruit ging, begon Nederland handelsbetrekkingen
+met alle rijken van Europa aan te knoopen.
+Zeer aanmerkelijk was die op Frankrijk. Reeds in 1658 werd de
+waarde van alles, wat Frankrijk aan Nederland leverde, begroot
+op omstreeks 36,000,000 gl. Voor den handel, dien Nederland op
+Frankrijk dreef, behoefde die op het Noorden, d. i. op Rusland,
+Noorwegen, Zweden, Denemarken en op de havens der Oostzee,
+niet te wijken. Zooals Nederland alles, wat de natuur in het
+Zuiden en midden voortbracht, aan de nati&euml;n van Noord-Europa
+leverde, zoo dreef het met die van het Zuiden en het midden handel
+in de Noordsche waren. Een tijdlang waren Polen en Rusland
+voor Nederland, wat Sicili&euml; eens voor Rome was, de korenschuur.
+Bovendien trok de Republiek van de havens der Oostzee al hetgeen
+zij voor den scheepsbouw en het zeewezen behoefde. De
+ijver der kooplieden werd niet verlamd door den tol, dien alle
+schepen, welke de Sond doorvoeren, te Elseneur (op Seeland)
+moesten betalen. Jaarlijks werd de Oostzee, welker toegang de
+koning van Denemarken bewaarde, door vier duizend Nederlandsche
+schepen bevaren.</p>
+
+<p>Niet minder belangrijk was de handel langs den Rijn en op
+verschillende steden van Duitschland en Zwitserland. De waarde
+van den handel op den Rijn, die uitsluitend in handen van Nederland
+was, werd jaarlijks geschat op honderd millioen. Van
+minder gewicht was die op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britanni&euml;,
+Spanje en Portugal. Een geheel eigenaardigen handel
+dreef Amsterdam op Antwerpen, n.l. in ruwe en geslepen diamanten.
+Onophoudelijk gaf de handel voedsel aan <i>de vrachtvaart</i>.
+Al vroeg zagen de Nederlanders, niet ongelijk aan de oude Tyriers
+(<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 11, 12), in, dat zij, een land van
+kleinen omvang bewonende, in de zee het element hadden te zoeken,
+waarop zij voor een goed deel hun bestaan moesten vinden. De koopvaardijvloot
+van het kleine Nederland was in die dagen talrijker,
+dan de schepen van alle volken van Europa tezamen. In alle havens
+trof men Nederlandsche vaartuigen aan, en maar zelden hadden
+zij ballast in. Buitenlandsche handelshuizen gebruikten Nederlandsche
+schepen en bevrachtten ze met allerlei goederen, om ze<span class="pagenum"><a name="Page_99" id="Page_99">[99]</a></span>
+b. v. uit Engeland of andere landen naar Frankrijk of elders over
+te brengen. Verder schonk de handel nieuw leven aan de nijverheid.
+Beroemd waren de scheepstimmerwerven van Zaandam, de
+bleekerijen van Haarlem, de boekdrukkerij van Elzevier te Leiden.
+Bij den buitenlandschen handel, de vrachtvaart en de nijverheid
+kwam de binnenlandsche handel, die van gewest tot gewest, van
+stad tot stad werd gedreven. Boven alle handelsplaatsen in &#8217;t geheele
+land stak Amsterdam, de koningin van Nederlands steden,
+uit. Onder de fraaie gebouwen der stad muntte het nieuwe stadhuis
+uit, het achtste wonder der wereld, waarvan men den bouw
+begon in &#8217;t gedenkwaardige jaar 1648. Een der bouwmeesters was
+<span class="gesp">Jakob van Kampen</span>.</p>
+
+<p>Wie van den wereldhandel der Nederlanders in de 17de eeuw
+spreekt kan niet zwijgen van de compagnie&euml;n. Na het bovenstaande
+(zie <a href="#Page_79">blz. 79 vlg.</a> en <a href="#Page_88">88</a>) moet althans van de Oost-Indische
+compagnie hier nog eenige melding worden gemaakt. Na in 1622
+de landvoogdij te hebben nedergelegd, keerde Coen naar het vaderland
+terug. Doch in 1627 werd hem die hooge betrekking op
+nieuw opgedragen. Een zijner merkwaardigste opvolgers was <span class="gesp">Antonie
+van Diemen</span>. Door de inheemsche bewoners van Ceylon
+ingeroepen, veroverde hij in 1638 een fort van dit eiland op de
+Portugeezen. Eens vasten voet hebbende gezet, breidde de compagnie
+haar macht ook hier spoedig uit. Eveneens ging Malakka
+(in &#8217;t z.w. van Achter-Indi&euml;) in 1641 van Portugal op de Nederlandsche
+compagnie over. In &#8217;t zelfde jaar gelastte de keizer van
+Japan, dat alle buitenlandsche betrekkingen moesten worden afgebroken,
+behalve met Sina en met de Nederlandsche compagnie,
+die hare factorij vestigde op het kleine eiland <i>Desima</i>, dat verbonden
+was met de stad Nangasaki.</p>
+
+<p>Onder de oorzaken, waaraan Nederlands handel zijn bloei had
+te danken, is mede vermeld (zie <a href="#Page_44">blz. 44</a>) de persoonlijke vrijheid
+welke alle ingezetenen dezer landen genoten. Uit hoofde van die
+persoonlijke vrijheid, waarvan men hier zeker was, werd de
+Republiek, van den aanvang af, het toevluchtsoord, waar vele
+vreemdelingen zich metterwoon nederzetteden, eerst Vlamingen
+en andere Zuid-Nederlanders, later Franschen, Duitschers, enz.
+De hervormde kerk&mdash;het is waar&mdash;was met den staat tot &eacute;&eacute;n
+<span class="pagenum"><a name="Page_100" id="Page_100">[100]</a></span>
+geheel onafscheidelijk samengegroeid. Zelfs de Roomsch-katholieken,
+ofschoon nog lang na de invoering der hervorming de meerderheid
+der bevolking uitmakende, hadden, sinds de vestiging der Republiek,
+geen volledige vrijheid van eeredienst. Maar evenals alle
+andere gezindheden hadden ook zij vrijheid van geweten en godsdienstoefening,
+mits de dienst niet in &#8217;t openbaar geschiedde. De
+overheidsambten intusschen en zelfs de mindere bedieningen
+kon niemand bekleeden, dan wie de leer der hervormde kerk
+beleed. Doch onbetwistbaar is het, dat de Republiek niet den
+minsten gewetensdwang heeft geoefend. Buiten de Roomsch-katholieken
+was het meerendeel der inwoners van Nederland
+hervormd. In Holland en Zeeland telde men ook vele leden
+der Waalsche kerk. Verder had men Doopsgezinden, Remonstranten,
+Lutherschen en Joden. Was er alzoo voor den vreemdeling
+veel, dat hem uitnoodigde, zich in deze streken te vestigen,
+niet alles kan hem hier hebben behaagd. De ingezetenen
+der Vereenigde Nederlanden toch hadden zware belastingen op
+te brengen.</p>
+
+<p>Nederland leefde van den handel, doch niet alleen om den
+handel. Ook om den lauwer in wetenschap en kunst ontstond
+hier een wedstrijd. Van de zucht voor verbreiding van kennis
+en voor den bloei der wetenschap, die de landzaten bezielde,
+leverde in de eerste plaats het stichten van hoogescholen onweerlegbare
+bewijzen op. Na Leiden verrezen die van Franeker, Groningen,
+Amsterdam (zie <a href="#Page_90">blz. 90</a>), Utrecht en Harderwijk. Het
+athenaeum van Franeker stichtten Willem Lodewijk (zie <a href="#Page_64">blz. 64</a>)
+en de staten van Friesland in 1585. De universiteit van Groningen
+werd door de staten van &#8217;t gewest gegrondvest in 1614. Dan
+volgde de academie van Utrecht, met goedvinden der staten door
+de stad opgericht in 1636. In Gelderland bestond, sedert 1647,
+Harderwijk als een provinciale academie. Latijnsche scholen waren
+verder in grooten getale door het land verspreid. Wat het algemeene
+volks- of lager-onderwijs betreft, dit was een vrucht der
+hervorming. Daarom stonden overal de scholen onder de leiding
+der heerschende kerk, evenwel steeds onder toezicht der regeering.
+In de heerlijkheden&mdash;en zij waren vele&mdash;had de heer
+eveneens grooten invloed op de school. Over &#8217;t geheel stond het
+<span class="pagenum"><a name="Page_101" id="Page_101">[101]</a></span>
+onderwijs op de lagere scholen, staande den ganschen duur der
+Republiek, op een lagen trap.</p>
+
+<p>Het vernieuwde leven der natie openbaarde zich insgelijks in
+de letterkunde. Na de tallooze tooneeldichten uit vroegere dagen,
+waaraan de vele Rederijkerskamers (zie <a href="#Page_44">blz. 44</a>) het aanzijn hadden
+gegeven, kwam er een gansche hervorming in de letteren
+sedert den grooten omkeer, die tegen het einde der 15de en
+in &#8217;t begin der 16de eeuw in staat en kerk plaats greep. Een
+der beste prozaschrijvers uit de laatstgenoemde eeuw, tevens een
+der merkwaardigste mannen van zijn tijd, is <span class="gesp">Philips van
+Marnix van St. Aldegonde</span> (zie <a href="#Page_53">blz. 53</a>). In zijn hoofdwerk,
+<i>den Bijenkorf der Heilige Roomsche kerk</i>, gispt hij geestig, ernstig
+en krachtig de leer en de gebruiken dezer kerk.</p>
+
+<p>Van alle Rederijkerskamers is er geene, die vruchtbaarder werkte
+voor de opkomst der Nederlandsche letteren, dan de Amsterdamsche
+kamer &#8222;in liefde bloeiend&#8221;. Mede door haar zijn Hooft en
+Vondel geworden, wat zij waren. Met Cats en Huygens zijn de
+beide zooeven genoemde schrijvers de vier, wier namen de
+gulden eeuw der Nederlandsche letterkunde, den tijd van Frederik
+Hendrik, vermaard hebben gemaakt. <span class="gesp">Pieter Cornelisz.
+Hooft</span>, gestorven in 1647, was drossaart of drost van Muiden.
+Een zijner treurspelen is <i>Gerard van Velzen</i>. Keurig zijn bovenal
+zijn minnedichten. Meer nog dan als dichter muntte hij uit als
+geschiedschrijver. Zijn hoofdwerk, als zoodanig, is <i>de Nederlandsche
+histori&euml;n</i>, welker onderwerp is de opstand tegen Spanje, van
+1555 tot 1587. Een vreemdeling, zoo men op de geboorteplaats
+let, maar Nederlander door zijn herkomst (uit Antwerpen) en
+door zijn woonplaats van zijn kindsheid af (Utrecht en Amsterdam),
+is <span class="gesp">Joost van den Vondel</span> (1587-1670). Hij is de vorst
+der Nederlandsche dichters. Onder de rijen zijner treurspelen zijn
+uitnemend verheven lierzangen, als de lofzang der engelen in
+<i>den Lucifer</i> en die der Amsterdamsche maagden op de huwelijkstrouw
+in <i>den Gijsbrecht van Amstel</i>. Met schier evenveel geluk
+beoefende hij bijna alle dichtsoorten. De vruchtbaarste stof voor
+zijn treurspelen leverde hem de bijbel. Een der stukken, hieraan
+ontleend, is de <i>Lucifer</i>.</p>
+
+<p>De derde van het viertal is <span class="gesp">Jakob Cats</span> (zie <a href="#Page_90">blz. 90</a>). Hij is
+<span class="pagenum"><a name="Page_102" id="Page_102">[102]</a></span>
+geboren te Brouwershaven en stierf in 1660, in den ouderdom
+van drie-en-tachtig jaren. Zijn po&euml;zie is natuurlijk en ongedwongen.
+Het &#8222;leerdich&#8221; was de vorm, die hem het meest aantrok. Groot
+was de populariteit, die hij bekwam. Geen dichter werd door het
+Nederlandsche volk zoo gelezen, als hij. Dit is niet vreemd, want
+zijn gedichten zijn huiselijke gedichten. Bijna twee eeuwen lang
+was &#8222;vader Cat&#8221; als de tweede bijbel des huisgezins. Men heeft van
+hem: <i>Ouderdom en Buitenleven</i>, <i>het huwelijk</i>, enz.&mdash;Veel overeenkomst
+met het proza van Hooft heeft de po&euml;zie van <span class="gesp">Constantijn
+Huygens</span>. Evenals die prozaschrijver is hij hier en daar duister
+en onverstaanbaar. De verzameling zijner werken, <i>de Korenbloemen</i>,
+bevat punt- en hekeldichten, sneldichten, enz.</p>
+
+<p>Met de ontwikkeling der letteren hield die van sommige kunsten
+ongeveer gelijken tred, bovenal die der schilderkunst. Had
+Belgi&euml; Rubens, die moeielijk was te evenaren, Nederland kon
+op vele zijner tijdgenooten bogen, die in het schilderen van
+huiselijke tafereelen of van voorwerpen, aan de natuur of aan
+het leven ontleend, een zeldzame hoogte bereikten. De beroemdste
+der Nederlandsche historieschilders is <span class="gesp">Rembrandt</span>, geboren
+te Leiden, die van 1608 tot 1669 leefde. Hij vormde zichzelf
+zoo goed als geheel. In eigen waarneming, vooral van de weerkaatsing
+van &#8217;t licht, zocht en vond hij zijn kracht. Op geheel
+eenige wijze leerde hij met licht en bruin te werken. Ook was
+hij een meester in het schikken der beelden. Vermaard is zijn
+&#8222;nachtwacht.&#8221;</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 23.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het stadhouderschap van Willem II.</p>
+
+<p>De vrede van Munster was een gewichtige gebeurtenis, zoo
+voor Europa in &#8217;t algemeen, als voor de Republiek in &#8217;t bijzonder.
+Een volledige zegepraal bekroonde de langdurige worsteling
+der vaderen. Gelijk met den Westphaalschen vrede de toestand
+van Europa aanmerkelijke wijzigingen onderging, daar, naast de
+zucht tot uitbreiding van &#8217;t grondgebied, de belangen van den
+handel nu, in plaats van den godsdienst, de voornaamste drijfveer<span class="pagenum"><a name="Page_103" id="Page_103">[103]</a></span>
+werden van de politiek der kabinetten, zoo nam ook de buitenlandsche
+staatkunde der Republiek een andere richting. De
+zienswijze, gedurende de laatste jaren van den oorlog opgekomen,
+werd een onwrikbare overtuiging van Nederlands staatsmannen
+(zie <a href="#Page_94">blz. 94</a>). Niet Spanje, maar Frankrijk was van nu aan het aanhoudend
+voorwerp der bezorgdheid van de Republiek. De Zuidelijke
+Nederlanden werden thans als een beveiligende voormuur tegen
+Frankrijk aangemerkt. De wrok, dien Frankrijk wegens het
+sluiten van den vrede tegen Nederland had opgevat, was diep geworteld
+en bleef bestaan.</p>
+
+<p>Met den anderen nabuur, Groot-Britanni&euml;, was de verstandhouding
+der Republiek, ten tijde van den vrede, ook niet zeer innig.
+Engelands rust werd door binnenlandsche oneenigheden verstoord.
+In 1648, toen de vrede tot stand kwam, had de partij van &#8217;t parlement
+niet alleen gezegevierd; doch zij had ook den persoon des
+konings Karel I (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 147) in haar macht.
+Deze uitkomst bracht de Republiek in een moeielijken toestand.
+Den jongen stadhouder, Willem II, trof het lot zijns schoonvaders
+diep. De Staten-Generaal erkenden Karel II als koning en weigerden
+gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek.
+Eveneens stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal (zie
+<a href="#Page_92">blz. 92</a>). Evenmin waren de betrekkingen met Zweden, fier op de
+rol, die het in den dertigjarigen oorlog had vervuld, en nauw
+verbonden met Frankrijk, van vriendschappelijken aard. Tusschen
+Denemarken integendeel en de Republiek heerschte veel welwillendheid.
+Met den keizer van Duitschland waren in den laatsten
+tijd geen betrekkingen aangeknoopt; doch, behalve de nabuurschap,
+moest de verandering van standpunt van Nederland ten
+opzichte van Spanje ook gunstig werken op de verhouding tot
+Duitschland.</p>
+
+<p>In tegenspraak met hetgeen de natuurlijke loop der zaken scheen
+mede te brengen, dat de vrede de voorlooper zou zijn van een
+tijdperk van rust, moest Nederland het ten tweeden male beleven,
+dat de buitenlandsche oorlog slechts was geweken, om plaats
+te maken voor binnenlandsche tweedracht. In 1647 en 1648 was
+<span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> II</span> zijn vader in al zijn bedieningen opgevolgd, ook in
+het stadhouderschap van Groningen en Drente. Dit opvolgen van<span class="pagenum"><a name="Page_104" id="Page_104">[104]</a></span>
+den prins greep onder ongunstige voorteekenen plaats. Hoezeer
+hij van begeerte brandde om den oorlog gaande te houden, had
+hij zoo duidelijk getoond, dat dit door de staten van Holland zeer
+euvel werd opgenomen. Hierbij kwam de zaak van koning Karel I,
+die sedert 1647 een gevangene zijner onderdanen was. Willem
+zocht in &#8217;t volgende jaar de Staten-Generaal te bewegen, zich voor
+zijn schoonvader in de bres te stellen; maar Holland en Zeeland
+wilden zich het in macht zoo zeer aangroeiende parlement niet tot
+vijand maken.</p>
+
+<p>Nog erger oneenigheid ontstond weldra tusschen Willem II en
+Holland. Het financiewezen dezer provincie bevond zich in een ongunstigen
+toestand. Daarom waren de staten van dit gewest ernstig
+bedacht op bezuinigingen, om te verhoeden, dat den ingezetenen
+zwaardere lasten werden opgelegd. Hiermede kwam de denkwijze
+van de staten der andere gewesten overeen. Men besefte,
+dat de besparing van groote sommen niet anders dan op het krijgswezen
+kon worden gevonden. Doch over het getal der af te danken
+manschappen rees geschil tusschen de Staten-Generaal en
+Holland. Nadat een paar afdankingen overeenkomstig de meening
+van dit gewest, maar niet geheel volgens de zienswijze der Staten-Generaal
+en van den raad van state, hadden plaats gegrepen,
+drongen de staten van Holland erop aan, dat men nog vijftig
+compagnie&euml;n vreemdelingen en de helft der ruiterij zou afdanken.
+Hiertegen waren de Staten-Generaal en de prins. Na vele voorslagen
+over en weer besloten ten laatste de staten van Holland
+op Maandag den 30sten Mei 1650 ter Generaliteit niet langer over
+de zaak te spreken, doch naar eigen goedvinden te handelen. Zoo
+werden er, op naam der Staten van Holland, brieven van afdanking
+gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig compagnie&euml;n
+voetvolk en van twaalf eskadrons ruiterij, die Holland betaalde.</p>
+
+<p>Van dezen beslissenden stap kennis hebbende gekregen, begaven
+zich de beide stadhouders en de gansche raad van state naar de
+buitengewone vergadering der Staten-Generaal, die op Zondag den
+5den Juni werd gehouden. Dit college verzochten zij, met hen de
+hand eraan te houden, dat die voorgenomen afdanking niet plaats
+greep, en te overwegen, wat in deze gewichtige aangelegenheid
+verder behoorde te worden gedaan. In weerwil dat vanwege de<span class="pagenum"><a name="Page_105" id="Page_105">[105]</a></span>
+meeste gewesten slechts een gering aantal leden de vergadering
+bijwoonde, kwam den 5den Juni 1650 een besluit tot stand, door
+een zeker aantal dier leden genomen. Hierin bepaalde men, dat
+aan de kapiteins der troepen tegenbevel zou worden gezonden; dat
+een aanzienlijke bezending zou rondgaan bij alle leden van de staten
+van Holland, om hen over te halen, zich van alle afzonderlijke
+afdanking van krijgsvolk te onthouden; dat de prins werd
+verzocht, alle zoodanige maatregelen te nemen, waardoor de rust
+bewaard bleef en de unie werd gehandhaafd.</p>
+
+<p>De prins stelde zichzelf aan &#8217;t hoofd der bezending en ging
+weldra op reis. Zij werd begeleid door ongeveer vier honderd
+officieren van hoogeren en lageren rang. De eerste stad, die de
+gemachtigden bezochten, was Dordrecht, waar de oud-burgemeester
+<span class="gesp">Jakob de Witt</span> het woord tot hen voerde en vanwaar
+zij, zonder de gewenschte belofte te hebben bekomen, weder vertrokken.
+Nog minder slaagde de bezending in een paar andere
+steden. Inzonderheid werden te Amsterdam scherpe woorden geuit.
+Wederom in andere kwam de raad bijeen, hoorde het voorstel
+aan en gaf eenig antwoord, zonder zich evenwel te verbinden
+tot hetgeen de bezending verlangde. Na de bezending werden
+over de hoofdzaak, het stuk der afdanking, weder nieuwe onderhandelingen
+tusschen de staten van Holland en den prins geopend.
+Hierbij naderden de beide partijen elkander op zoo korten afstand,
+dat Holland ten laatste slechts 300 ruiters en ruim 300 voetknechten
+meer dan Willem II uit den dienst wilde ontslaan. Terwijl
+echter de een niet voor den ander wilde zwichten, liet de
+prins den 30sten Juli 1650 Jakob de Witt, oud-burgemeester van
+Dordrecht, en vijf andere heeren uit Holland, leden der overheid
+in verschillende steden en tevens van de staten van Holland,
+aanzeggen, dat hij hen wenschte te spreken. Een der vertrekken
+van het gebouw te &#8217;s Gravenhage, dat &#8222;het ho&#8221; heette, zijnde
+binnengetreden, werden zij uit &#8217;s prinsen naam in hechtenis
+genomen. Den 31sten Juli liet de stadhouder de zes heeren naar
+Loevestein brengen.</p>
+
+<p>Inmiddels waren, onder bevel van Willem Frederik, reeds
+den 29sten dier maand troepen opgebroken, die in last hadden
+Amsterdam te bezetten. Het voornemen van den prins was, zonder<span class="pagenum"><a name="Page_106" id="Page_106">[106]</a></span>
+gewelddadigheid een sterke bezetting te Amsterdam te leggen
+en dan de vroedschap te veranderen. Een gedeelte van &#8217;t
+krijgsvolk kwam op den bepaalden tijd in de nabijheid van Amsterdam,
+te Abkoude. Maar een ander gedeelte, des avonds van
+Hilversum (ten z. van Naarden) opgebroken, geraakte door het
+onstuimige weder en de duisternis van den nacht aan het dwalen.
+De Hamburger postbode, op zijn reis naar Amsterdam te midden
+dier rondzwervende troepen gerakende, bracht op den vroegen
+morgen van den 30sten Juli te Amsterdam het bericht, dat
+eenige duizenden ruiters, die ieder toen voor vreemde troepen
+hield, tegen de stad in aantocht waren. Onverwijld nam Amsterdam
+alle vereischte maatregelen, om zich in staat van tegenweer
+te stellen. Den 31sten Juli vertrok de prins van Oranje naar het
+leger, dat voor Amsterdam lag. Inmiddels had de overheid der
+stad een paar zeesluizen laten openen en was op die wijze begonnen
+het land onder water te zetten. Willem II alzoo ziende, dat
+zijn toeleg was verijdeld, en vreezende, dat zijn soldaten mochten
+verdrinken, verzocht de Staten-Generaal, hem terug te roepen.
+Hetzelfde verzoek deden hun de staten van Holland. Eer hieraan
+echter gevolg werd gegeven, trad de stad, uit bezorgdheid dat
+de handel, die reeds veel door &#8217;t beleg had geleden, mocht verloopen,
+en ziende, dat zij niet veel steun vond bij de overige
+steden van Holland, in onderhandeling met den prins. Die onderhandelingen
+voerden den 3den Augustus tot een verdrag, hetwelk
+behelsde, dat Amsterdam zich in het twistgeding over &#8217;t krijgsvolk
+zou voegen naar de meening der zes provinci&euml;n en dat Zijn
+Hoogheid de troepen zou doen aftrekken. Nu ontsloeg de prins
+ook de zes heeren, zonder te reppen van eenige misdaad, waarom
+zij zouden zijn gevangen genomen.</p>
+
+<p>Willem II beleefde het einde van &#8217;t jaar, waarin de tweedracht
+zoo fel was uitgebarsten, niet meer. Naar Dieren (nabij Arnhem)
+vertrokken, waar hij een landgoed had, hield hij zich, in weerwil
+van &#8217;t ongunstige weder van den herfst van dit jaar, zoo onafgebroken
+met de jacht bezig, dat hij tegen &#8217;t eind van October
+ziek werd en naar den Haag moest worden vervoerd. Reeds
+den 6den November overleed hij in den jeugdigen ouderdom van
+ruim vier-en-twintig jaren. Naar alle waarschijnlijkheid voorkwam<span class="pagenum"><a name="Page_107" id="Page_107">[107]</a></span>
+zijn vroegtijdige dood groote moeielijkheden, die zich aan
+den gezichteinder begonnen te vertoonen. Behalve dat het lang
+zou hebben geduurd, eer de bestaande spanning ware verkeerd
+in een vriendschappelijke verhouding tot Hollands regenten, is
+het te vermoeden, dat de onbezonnen aanmoediging van een drom
+vleiers, wien hij het oor leende, den heerschzuchtigen en hartstochtelijken
+stadhouder mettertijd het spoor had doen bijster
+worden. De onervaren prins stond op het punt, het zoo even voltooide
+meesterstuk, te Munster tot stand gebracht, te vernietigen.
+In overleg met hem had het Fransche hof een ontwerp-verdrag opgesteld,
+dat de Republiek en Frankrijk in een dubbelen oorlog zou
+hebben gewikkeld met Spanje en met Engeland. De Stuarts zouden
+door de beide bondgenooten op den troon worden hersteld. Maar
+de plotselinge dood van den prins deed het ontwerp in duigen vallen.
+In hem ontviel der Republiek een man, die ontegenzeggelijk groote
+gaven had en den staat aanmerkelijke diensten had kunnen bewijzen.
+Ware hem een langer leven gegund geweest, hij zou zijn
+vermaarde voorzaten in vele opzichten hebben kunnen evenaren,
+want hij was onvermoeid, dapper, ondernemend en milddadig.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 24.</h2>
+
+<p class="chtitle">De groote vergadering.&mdash;De eerste Engelsche zeeoorlog.</p>
+
+<p>De mare van &#8217;s prinsen dood verwekte, toen zij door &#8217;t gansche
+land weerklonk, naarmate van ieders gezindheid, verschillende
+aandoeningen van droefheid of blijdschap. Den 14den November,
+acht dagen na &#8217;s prinsen dood, werd Willem Hendrik, de zoon
+van Willem II, geboren. De staten van Holland, intusschen bijeengekomen,
+deden een bezending aan hun medeleden in de unie, om
+hun voor te stellen, de staten der bijzondere gewesten te &#8217;s Gravenhage
+te beschrijven, ten einde op de unie, de religie en de militie
+te besluiten. Dit duidt aan, dat de staten van Holland zich onwrikbaar
+hadden voorgenomen, de regeering op een vasten voet te brengen,
+ten welken einde zij de toestemming der andere gewesten behoefden
+en wenschten, dat de staten dier provinci&euml;n een aanmerkelijk getal
+<span class="pagenum"><a name="Page_108" id="Page_108">[108]</a></span>
+afgevaardigden naar den Haag zouden zenden. Thans immers, nu de
+tachtigjarige oorlog voor goed was ge&euml;indigd, scheen het noodzakelijk,
+een vasten regeeringsvorm aan de Republiek te geven.
+Middelerwijl werd de voogdij over den jongen prins opgedragen,
+ter &eacute;&eacute;ne zijde, aan de prinses-weduwe (zie <a href="#Page_95">blz. 95</a>), en ter andere
+aan de prinses-grootmoeder (zie <a href="#Page_89">blz. 89</a>) en aan den keurvorst van
+Brandenburg gezamenlijk. Deze keurvorst was Frederik Willem,
+getrouwd met de oudste dochter van Frederik Hendrik, <span class="gesp">Louise
+Henri&euml;tte</span>. Terwijl vervolgens de staten van de meeste gewesten
+de rechten, die de stadhouder tot dusver had gehad, aan zichzelven
+trokken of aan de steden toekenden, benoemden Groningen
+en Drente Willem Frederik (zie <a href="#Page_94">blz. 94</a>) in 1650 tot
+stadhouder.</p>
+
+<p>Den 18den Januari 1651 opende de raadpensionaris Cats <i>de groote
+vergadering</i> of die der Algemeene Staten, alwaar ruim 300 personen
+tegenwoordig waren. Hoofdzakelijk kwam de rede van den
+raadpensionaris hierop neer, dat, vermits de Republiek, door &#8217;t
+overlijden van Willem II en bij ontstentenis van een prins uit
+het huis van Oranje-Nassau, in staat om stadhouder en kapitein-generaal
+te zijn, zich in een toestand bevond, hoedanigen zij nimmer
+had gekend, er moest worden beraadslaagd over <i>de unie</i>, <i>de
+religie</i> en <i>de militie</i>. Ten aanzien van de religie verklaarde men
+zich te houden aan den hervormden godsdienst, zooals hij was
+vastgesteld op de synode van Dordrecht, en de andere sekten oogluikend
+te willen toelaten. De vaststelling van het punt der unie
+leverde groote bezwaren op. De grootste moeilijkheid bestond
+hierin, een geschikt middel te vinden, ten einde de geschillen van
+&eacute;&eacute;n gewest of tusschen onderscheiden gewesten bij te leggen. De
+verscheidenheid der meeningen over dit punt liep hierop uit, dat
+er niets werd vastgesteld. Het spreekt vanzelf, dat het derde punt,
+dat over de militie, waaromtrent in de beide laatste jaren zooveel
+was voorgevallen, inzonderheid de aandacht der vergadering bezig
+hield. Men kwam tot deze uitkomst, dat, naast den Staten-Generaal,
+aan de staten der gewesten meer gezag en grooter bevoegdheid
+op het stuk van &#8217;t krijgswezen werd toegekend, dan tot
+hiertoe het geval was geweest. Alles, wat op de groote vergadering
+was besloten, werd aangemerkt als een grondwet van den<span class="pagenum"><a name="Page_109" id="Page_109">[109]</a></span>
+staat. Hetgeen omtrent de beide eerste punten was beslist bracht
+de regeering op zoodanigen voet, dat Holland veel meer invloed
+kreeg op de Vereenigde Nederlanden, dan het tevoren had
+gehad. Kort nadat de groote vergadering was uiteengegaan, legde
+Cats het ambt van raadpensionaris neer. In zijn plaats benoemden
+de staten van Holland nog in 1651 ten tweeden male (zie
+<a href="#Page_90">blz. 90</a>) <span class="gesp">Adriaan Pauw</span>.</p>
+
+<p>Hetgeen in 1649 hier te lande ten opzichte van de gezanten der
+Engelsche Republiek (zie <a href="#Page_103">blz. 103</a>) was voorgevallen werd door
+het parlement zeer euvel opgenomen. De dood van den prins gaf
+het parlement grond om te meenen, dat er in de denkwijze der
+zeven gewesten ten aanzien van Engeland een omkeering had
+plaats gegrepen. Het zond dus in 1651 een plechtig gezantschap
+naar dezen staat, hetwelk terstond gehoor verwierf in de groote
+vergadering. De bezending had in last, een verbond met de Staten-Generaal
+te sluiten, nauwer dan immer tusschen de beide staten
+had bestaan. Hoe de aard van dit verbond zou zijn, werd voorshands
+niet nader verklaard. De Staten-Generaal toonden weinig
+geneigdheid, aan den voorslag te voldoen. Alzoo riep het parlement
+nog in den zomer van &#8217;t zelfde jaar zijn gezantschap terug.
+Wat Holland had gevreesd en van den beginne af had trachten te
+voorkomen gebeurde. In Oct. 1651 vaardigde de Engelsche Republiek
+<i>de akte van navigatie</i> uit, die een zwaren slag toebracht aan
+de vrachtvaart en aan den tusschenhandel der Nederlanders (zie
+<a href="#Page_98">blz. 98</a>). Deze akte toch bepaalde, dat de vaartuigen van vreemde
+nati&euml;n geen andere voortbrengsels dan die van hun eigen land in
+de Britsche havens mochten invoeren. Groot was het nadeel, door
+deze akte aan Nederlands vrachtvaart, haringvangst en visscherij
+in &#8217;t algemeen toegebracht. Nog grooter werd het, daar ook andere
+nati&euml;n, even ijverzuchtig op den bloei der Republiek als de Engelsche,
+het voorbeeld van dit volk gingen navolgen. Toen voorzeker
+moest het getal der Nederlandsche vrachtschepen, hetwelk
+in 1651 meer dan elf duizend bedroeg, wel dalen.</p>
+
+<p>Bij de onderhandelingen, vervolgens aangeknoopt tusschen de
+Britsche en de Nederlandsche Republiek over een verbond van
+vriendschap en koophandel, kwamen de Engelschen met hooge
+eischen voor den dag, b. v. met dien van &#8217;t recht eener volstrekte<span class="pagenum"><a name="Page_110" id="Page_110">[110]</a></span>
+heerschappij over de zee&euml;n van Groot-Britanni&euml;, verlangende,
+dat ieder dit door het strijken der vlag voor de Engelsche
+oorlogschepen erkende. Ook werd hetgeen ongeveer dertig jaren
+geleden op Amboina (zie <a href="#Page_79">blz. 79</a>, <a href="#Page_80">80</a>) was voorgevallen op nieuw
+opgehaald. Intusschen waren de Engelsche oorlogschepen zelfs
+begonnen, eenige vaartuigen der Nederlanders te nemen. Uit
+dien hoofde werd de luitenant-admiraal <span class="gesp">Maarten Harpertsz.
+Tromp</span> in 1652 met een groote vloot in zee gezonden. Den
+29sten Mei stiet hij op den Engelschen admiraal <span class="gesp">Blake</span>, die
+op de hoogte van <span class="gesp">Dover</span> kruiste. Hier werden zijn schepen
+handgemeen met de vloot van Blake, die, omdat Tromp hem
+niet spoedig genoeg groette, het sein gaf tot het gevecht. De
+nacht scheidde de kampenden, en de beide admiralen verweten
+elkander de vredebreuk. De onderhandelingen, nogmaals aangeknoopt,
+leidden tot niets, en <i>de eerste zeeoorlog</i> met Engeland
+was metterdaad verklaard.</p>
+
+<p><span class="gesp">Michiel Adriaansz. de Ruiter</span> sloeg den Engelschen vice-admiraal
+<span class="gesp">Askue</span> in 1652 bij <span class="gesp">Plymouth</span> (in &#8217;t z.w. van Engeland).
+Niet minder krachtig handhaafde Tromp, toen op het toppunt
+van zijn roem, de eer der Nederlandsche vlag, zoowel in <i>den</i>
+onbeslisten <i>driedaagschen zeeslag</i> bij <span class="gesp">Portland</span> (een schiereiland
+in &#8217;t z. van Engeland, ten w. van Dorchester) in Febr. 1653 tegen
+Blake en bij <span class="gesp">ter Heijde</span> (ten z. van Scheveningen), waar
+hijzelf sneuvelde (10 Aug.) en waar de zege eveneens twijfelachtig
+was, tegen Monk (zie <i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 148), als in vele
+andere ontmoetingen. De oorlog met Engeland kwam de schatkist
+der Republiek op zulke zware offers te staan en de handel verliep
+zoozeer, dat de rampen van den tachtigjarigen oorlog geringer schenen
+dan die van dezen krijg. Amsterdam kwijnde. De Republiek was
+geenszins opgewassen tegen Engeland. Niet minder dan in Nederland
+gevoelde men in Engeland de gevolgen der stremming van
+handel en zeevaart, en Cromwell zag in, dat zijn gezag licht aan
+&#8217;t wankelen kon worden gebracht, zoo hem de fortuin eens tegenliep.
+Bovendien duchtte hij, dat, indien de oorlog den prins van
+Oranje in Nederland op het kussen mocht brengen, deze verheffing
+die van Karel II in de hand kon werken.</p>
+
+<p>Hier te lande wenschte Holland, hetwelk, naar gewoonte, de<span class="pagenum"><a name="Page_111" id="Page_111">[111]</a></span>
+zwaarste lasten voor den oorlog droeg en voor de achterlijk blijvende
+gewesten de penningen wederom moest voorschieten, bovenal
+den vrede. De staten van dit gewest droegen, na den dood van
+Pauw (zie <a href="#Page_109">blz. 109</a>), in 1653 het raadpensionarisschap op aan <span class="smcap"><span class="gesp">johan
+de witt</span></span>. Hij was de tweede zoon van Jakob de Witt, twee
+jaren jonger dan zijn broeder Cornelis. Zonder de andere provinci&euml;n
+te hebben geraadpleegd, wendde Holland zich, in Maart 1653,
+tot het parlement, om te pogen eenig uitzicht op den vrede te
+verkrijgen. Het gevolg was, dat een paar maanden later een gezantschap
+der Staten-Generaal naar Londen vertrok. Een of twee
+dezer gezanten hielden geheime briefwisseling met de Witt. Dit
+gaf aanleiding tot het vermoeden, dat de Witt en zij, die in Holland
+met hem eenstemmig dachten, van zins waren, met Engeland
+een verdrag te doen tot stand komen, nadeelig voor de belangen
+van het huis van Oranje-Nassau.</p>
+
+<p>In November 1653 werden de Nederlandsche gezanten in kennis
+gesteld van een ontwerp van vrede, uitgaande van de Engelsche
+Republiek. Het ontwerp bevatte o. a. de vordering, dat de Staten-Generaal,
+noch de staten der gewesten den prins van Oranje of
+een zijner nakomelingen immer zouden aanstellen tot kapitein-generaal
+en admiraal of stadhouder. Tegen dit punt kwamen de
+afgevaardigden terstond in verzet. Doch in &#8217;t zelfde jaar werd Cromwell
+protector van Groot-Britanni&euml;. Hij stond vast op het stuk der
+uitsluiting van den prins, zeggende van oordeel te zijn, dat, indien
+de zoon van Willem II tot hooge waardigheden mocht komen, hieruit
+geschillen zouden voortspruiten tusschen Engeland en Nederland en
+alzoo de vrede zou worden verstoord. De Staten-Generaal waren
+hiervan ten eenen male afkeerig. Van zijn kant gaf Cromwell te
+verstaan, dat hij er genoegen in zoude nemen, indien slechts de
+staten van Holland hem omtrent die uitsluiting den noodigen waarborg
+gaven. Dit werd nu de aangelegenheid, waarover een paar
+gezanten der Republiek met de Witt in &#8217;t geheim brieven wisselden
+en die aan de Staten-Generaal en aan &#8217;t meerendeel der staten
+van Holland onbekend bleef.</p>
+
+<p>Den 23sten April 1654 werd het vredesverdrag door de Staten-Generaal
+bekrachtigd, den 30sten door Cromwell. Z&oacute;&oacute; kwam <i>de
+vrede van Westminster</i> tot stand. Hij bepaalde hoofdzakelijk, dat<span class="pagenum"><a name="Page_112" id="Page_112">[112]</a></span>
+de Nederlanders, in de Britsche wateren &eacute;&eacute;n of meer Engelsche
+oorlogschepen ontmoetende, steeds de vlag zouden strijken en dat
+recht zou worden gedaan wegens het op Amboina gebeurde.
+Overeenkomstig dit laatste punt betaalde men een aanzienlijke
+som aan de erfgenamen der op Amboina terecht gestelden. Den
+3den April koesterde de Witt nog de hoop, dat Cromwell ten
+aanzien van de uitsluiting van inzicht mocht veranderen. Niet
+alsof hij de verheffing van den prins wenschte. Het tegendeel
+staat vast. Een diepen indruk had &#8217;s vaders gevangenneming
+op den zoon gemaakt. En dat de tijd bij hem en bij zijn partij dien
+indruk niet wegnam, dit belette, zoo het voor &#8217;t overige mogelijk
+ware geweest, reeds de naam <i>Loevesteinsche factie</i>, welken
+de staatsgezinde partij (zie <a href="#Page_89">blz. 89</a>) sedert dien tijd bij haar tegenstanders
+droeg. In weerwil hiervan heeft men in familiewrok niet
+in de eerste plaats het beginsel te zoeken van de Witts vooringenomenheid
+tegen het huis van Oranje-Nassau. Die vooringenomenheid
+stond bij hem in verband met de vaste overtuiging, dat
+de souvereiniteit der staten in aanhoudend gevaar was, indien de
+Republiek steeds een dienaar in naam, een meester in &#8217;t wezen
+der zaak had, die het opperbevel voerde over een staand leger
+en als stadhouder veler gewesten een zoo veelzijdigen invloed kon
+uitoefenen. De raadpensionaris was van meening, dat slechts in
+tijd van oorlog een kapitein-generaal een onmisbaar dienaar der
+Republiek was.</p>
+
+<p>Maar al was de Witt geen voorstander van de belangen van &#8217;t huis
+van Oranje-Nassau, het kon hem niet anders dan onaangenaam zijn,
+dat het besluit der tegenwerking van den prins door een vreemde
+mogendheid, als volstrekte voorwaarde voor &#8217;t behoud des vredes,
+aan Holland werd afgeperst. Vermits intusschen Cromwells onherroepelijke
+wil was, een verklaring der staten van Holland over de
+uitsluiting, met zijn wensch overeenstemmende, onmiddellijk na het
+teekenen van het vredesverdrag in handen te hebben en hij de
+instandhouding van den nauwelijks gesloten vrede hiervan afhankelijk
+stelde, werd de zaak den 28sten April en in de eerste dagen
+van Mei in de vergadering der staten van Holland overwogen.
+Veertien leden stemden er ten slotte voor. Alzoo werd
+<i>de akte van seclusie</i> of uitsluiting naar Engeland gezonden. Zij<span class="pagenum"><a name="Page_113" id="Page_113">[113]</a></span>
+behelsde, dat de staten van Holland den prins van Oranje of een
+zijner nakomelingen nimmer tot stadhouder verkiezen, noch, zooveel
+hun stem aanging, gedoogen zouden, dat hij ooit tot kapitein-generaal
+der unie werd aangesteld. Ongeveer terzelfder tijd dat
+de akte aan Cromwell werd ter hand gesteld, lekte het geheim
+in de Republiek uit en ontstond te dier zake van alle zijden in
+&#8217;t land een groote verbolgenheid. Daarom schreef de Witt een
+meesterlijk vertoog, een uitvoerige verdediging der akte en van
+de wijze, waarop zij was verleend, die, met goedvinden van de
+meeste leden, op naam der staten van Holland werd uitgegeven.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 25.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Staat onder de leiding van de Witt.&mdash;De bemoeiingen
+der Republiek met den oorlog in &#8217;t Noorden van
+Europa.&mdash;De tweede Engelsche zeeoorlog.</p>
+
+<p>Als eerste vruchten van den gesloten vrede, werden welvaart
+en algemeene tevredenheid in Nederland geplukt. Die vrede opende
+weder de bronnen van handel, scheepvaart en nijverheid. De vrees,
+dat de akte van seclusie duurzame onlusten zou doen geboren
+worden, bleek ongegrond te zijn. Van zijn kant vestigde de Witt,
+daar de Republiek thans op een goeden voet stond met Engeland
+en de eendracht in &#8217;t land zelf hoe langer hoe meer veld won,
+al zijn aandacht op de binnenlandsche aangelegenheden en bovenal
+op het financiewezen. Dit was een tak, die dringend regeling vereischte,
+iets, waartoe den raadpensionaris zijn uitnemende bekwaamheden
+in dit deel der huishouding van den staat bij uitstek
+te stade kwamen. Aan de Witts verstandige beginselen in het
+beheer der geldmiddelen, echt Hollandsche spaarzaamheid in het
+besteden der penningen en een voortdurend streven naar vermindering
+der hoofdschuld, had de staat het te danken, dat hij later,
+onder kostbare oorlogen, zijn krediet kon handhaven. De lessen,
+geput uit den nauwelijks ge&euml;indigden oorlog, versmaadde de Witt
+geenszins. In dien krijg was de meerderheid der Engelsche vloot
+boven de Nederlandsche helder aan den dag gekomen. Daarom<span class="pagenum"><a name="Page_114" id="Page_114">[114]</a></span>
+was de verbetering van het zeewezen het doelwit, waarop hij
+den blik aanhoudend gericht hield. Aan alles, dat te dien einde
+werd voorgesteld, zette hij kracht en leven bij.</p>
+
+<p>De waardigheid en de belangen der Republiek wist de raadpensionaris
+met eere te verdedigen tegen het buitenland. Toen in 1655
+een oorlog losbarstte tusschen Zweden en Polen (<i>Overzicht</i>, 9e
+druk, blz. 149) en het weldra duidelijk werd, dat de koning
+van Zweden, Karel X Gustaaf, naar de opperheerschappij over de Oostzee
+streefde, waren de Staten-Generaal terstond bedacht op de belangen
+van den Nederlandschen handel (zie <a href="#Page_98">blz. 98</a>). <span class="gesp">Jakob van
+Wassenaar-Obdam</span> (ten w. van Hoorn) stevende, als luitenant-admiraal
+van Holland, naar de Oostzee, om de koopvaardijschepen
+der Republiek en Dantzig, dat door de Zweden werd belegerd,
+te ontzetten. Dit geschiedde in 1656. En toen Frederik III,
+koning van Denemarken, als bondgenoot van Polen aan den
+oorlog deel nam, stond Nederland hem zoowel anderszins als
+met zijn vloot bij. Wassenaar behaalde in 1658, nabij het slot
+<span class="gesp">Kroonenburg</span>, een zege op <span class="gesp">Wrangel</span>, bevelhebber der Zweedsche
+vloot. In 1659 landde Hollands vice-admiraal <span class="gesp">de Ruiter</span>
+op het eiland Funen en veroverde Nijborg. Hem viel de eer
+ten deel, door den koning van Denemarken met een gouden
+keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in
+den adelstand verheven te worden.</p>
+
+<p>Het beklimmen in 1660 van den troon van Groot-Britanni&euml;
+door Karel II bracht geen innige verhouding teweeg tusschen
+dit rijk en Nederland. Op het bericht zijner verheffing reisde
+Karel van Breda, waar hij destijds vertoefde, naar Holland,
+om zich te Scheveningen in te schepen. Afscheid nemende, beval
+hij de belangen van den jongen prins van Oranje-Nassau ernstig
+aan de Staten-Generaal en aan de staten van Holland aan. Voortshands
+had deze aanbeveling geen andere uitwerking, dan dat
+de staten van Holland in &#8217;t laatst van September 1660 de akte
+van seclusie, die met den dood van Cromwell haar beteekenis
+verloor, introkken. Den koning van Engeland deden zij hierdoor
+geen bijzonder groot genoegen. Hij toch achtte de akte door
+dien dood zelven te zijn vervallen.</p>
+
+<p>Intusschen beseffende, dat de Republiek niet bestand was tegen<span class="pagenum"><a name="Page_115" id="Page_115">[115]</a></span>
+de vereenigde macht der rijken Frankrijk en Engeland, meende de
+Witt, dat men bij Engeland steun moest zoeken tegen de overmacht
+van Frankrijk, bij Frankrijk tegen die van Engeland. Op
+dit beginsel berustten de beide verdragen, die Nederland in 1662
+sloot, het eene met Engeland, het andere met Frankrijk. Het verdrag
+met Engeland, aan de beide staten de verplichting opleggende,
+elkander in geval van oorlog bij te staan, kwam in September
+van dat jaar tot stand. Reeds vroeger, in April, was het verwerend
+verbond met Frankrijk gesloten, waarin werd vastgesteld,
+dat elk der bondgenooten, in geval een van hen in oorlog geraakte,
+den anderen bijstaan en zonder hem geen vrede sluiten zoude.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; meende de Witt zijn doel te hebben bereikt, den staat te
+hebben beveiligd tegen mogelijke aanvallen op het vasteland, ten
+einde zich op zee tegenover Engeland te kunnen doen gelden, hetzij
+zonder, hetzij met geweld. &Eacute;&eacute;n moeielijkheid was er bij dit stelsel
+der buitenlandsche politiek, en die moeielijkheid ontging de Witts
+scherpzienden blik in geenen deele. Met den aanvang der regeering
+van Lodewijk XIV was Frankrijk de eerste mogendheid van Europa
+geworden. Het was voor de Witt geen geheim, dat de inlijving
+der Spaansche Nederlanden een der hoofdplannen was van Lodewijks
+buitenlandsche staatkunde. Maar ook was het zijn vaste overtuiging,
+dat men Frankrijk wel tot vriend, maar niet tot nabuur
+moest hebben (zie <a href="#Page_103">bladz. 103</a>). Kon de Republiek dit laatste niet
+beletten, dan stond haar eigen zekerheid op het spel. Weldra werd
+er tusschen den graaf <span class="gesp">d&#8217;Estrades</span>, den gezant van Frankrijk
+te &#8217;s Gravenhage, en de Witt een onderhandeling aangeknoopt
+omtrent een verdeeling of vrijmaking der Zuidelijke Nederlanden,
+geheel overeenkomende met het oogmerk, dat Frankrijk en de Nederlanden
+voorheen hadden gekoesterd (zie <a href="#Page_93">bladz. 93</a>). Nog waren de
+Staten-Generaal bezig, hierover met Lodewijk te onderhandelen,
+toen de koning in 1664 plotseling de zekerheid meende te hebben
+verkregen, dat de Republiek niet bij machte zou zijn, zich tegen
+de inlijving dier gewesten te verzetten. Daarom hield hij het voor
+overbodig, den buit met een ander te deelen. Terwijl Lodewijk
+zich met deze overdenking bezig hield, kwam het hem zeer gelegen,
+dat de Republiek weldra met Engeland in oorlog geraakte.
+Zoo werd Nederland verplicht, zich steeds nauwer aan Frankrijk<span class="pagenum"><a name="Page_116" id="Page_116">[116]</a></span>
+aan te sluiten, en kon hijzelf gelegenheid vinden, zijn plannen
+omtrent de Zuidelijke Nederlanden in rust te volvoeren, zoodra
+zich hiertoe de gelegenheid aanbood.</p>
+
+<p>In weerwil van de banden, die Engeland aan Nederland
+schenen te hechten, als gelijkheid van afstamming, godsdienst
+en zeden, bestond er tusschen de inwoners dier beide rijken
+een nationale haat. De oorzaak der verwijdering lag vooral in
+den strijd der belangen. Engeland zocht zijn macht te vestigen
+op dezelfde grondslagen, als Nederland, op den handel en de
+zeevaart. Wat Karel II betreft, hij kon het der Republiek niet
+vergeven, dat zij gedurende de jaren zijner ballingschap het gevaar
+zorgvuldig had ontweken, om zijnentwil Cromwell eenigen
+aanstoot te geven. Bovenal nam hij het euvel, dat de Witt,
+zooals hij zeide, zijn neef geen recht deed wedervaren. Deze
+gronden verklaren, hoe de krijg losbarstte, dien men <i>den tweeden
+Engelschen zeeoorlog</i> noemt en die een dier merkwaardige zeeoorlogen
+is, welke de zeventiende eeuw boven alle tijdperken der
+oude en der nieuwe geschiedenis onderscheiden. De naijver op
+den nog altijd grooteren handel en de uitgebreider scheepvaart
+van Holland en Zeeland maakte hem voor de Engelschen tot
+een nationalen strijd, en hun aanvallen en veroveringen gingen
+de oorlogsverklaring reeds een jaar vooraf. In 1664 vermeesterden
+zij Nieuw-Nederland met Nieuw-Amsterdam (zie <a href="#Page_88">blz. 88</a>),
+hetwelk sinds New-York heet, en namen vele Nederlandsche
+koopvaardijschepen in beslag, waarvoor de Ruiter weldra op
+de kust Guin&#275;a weerwraak nam.</p>
+
+<p>Ongelukkig was voor Nederland het begin: Den 13den Juni
+1665 leed de vloot van dezen staat een zware nederlaag op de
+hoogte van <span class="gesp">Lowesthoff</span> (op de kust van Engeland, ten z. van
+Yarmouth), haar door <span class="gesp">den hertog van York</span> toegebracht. De
+luitenant-admiraal <span class="gesp">Kortenaar</span> sneuvelde; de opperbevelhebber
+der vloot, de luitenant-admiraal van <span class="gesp">Wassenaar-Obdam</span> (zie
+<a href="#Page_114">blz. 114</a>), vloog met zijn schip in de lucht; vele schepen werden
+genomen, lafhartigen namen de vlucht, en met moeite dekte
+men den terugtocht. In weinige weken&mdash;zoodanig was de veerkracht
+dier tijden&mdash;was de vloot hersteld en weder uitgeloopen.
+Maar eerst in &#8217;t volgende jaar herstelde een schitterende overwinning,
+<span class="pagenum"><a name="Page_117" id="Page_117">[117]</a></span>
+den gekrenkten roem onzer zeemacht. Een geduchte
+vloot van meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen bemand,
+onder <span class="gesp">de Ruiters</span> opperbevel liep in &#8217;t begin van Juni
+uit. Den 11den raakte zij bij <span class="gesp">Foreland</span> (ten n.o. van Dover)
+slaags met de Engelschen, die bijna even sterk waren, onder
+prins <span class="gesp">Robert</span>, een zoon van paltsgraaf Frederik, den gewezen
+koning van Bohemen (zie <a href="#Page_89">blz. 89</a>), en <span class="gesp">Monk, hertog van
+Albemarle</span>; den 12den des morgens begon de strijd op nieuw;
+den 13den werd hij hervat en eerst op den 14den Juni 1666 beslist,
+toen de Engelschen de wijk namen. Zwaar gehavend, doch met
+3000 gevangenen, onder welke de vice-admiraal Ayscue, en met
+zes veroverde schepen, keerde de Nederlandsche vloot naar hare
+havens terug. Deze <i>vierdaagsche zeeslag</i> is ook in de latere geschiedenis
+eenig gebleven, gelijk hij het in de vroegere was.</p>
+
+<p>Minder gelukkig liep een later zeegevecht af, in Augustus van
+&#8217;t zelfde jaar nabij <span class="gesp">Duinkerken</span> geleverd. De opperbevelhebber
+de Ruiter moest wijken, maar door vriend en vijand bewonderd.
+Dat de vloot voor Monk moest afdeinzen, weet de Ruiter aan den
+luitenant-admiraal <span class="gesp">Cornelis Tromp</span>, een zoon van Maarten
+Harpertszoon, die zich met zijn eskader op eenigen afstand van
+den hoofdslag had gehouden. Tromp schreef dit op zijn beurt aan
+de hitte van den strijd toe, waarin hijzelf was gewikkeld geweest.
+Hoe dit zij, de staten van Holland ontsloegen Tromp uit den dienst.
+Ongelukkig voor dezen staat gaf het wijken der Nederlandsche
+vloot aan de Engelschen, die haar vervolgden, gelegenheid, om
+100 &agrave; 150 koopvaardijschepen in het Vlie (tusschen Vlieland en
+Terschelling) in brand te steken en een gedeelte van Terschelling
+te verwoesten. Dan de wraak toefde niet, gelijk beneden zal blijken.</p>
+
+<p>Inmiddels had de oorlog zich verder uitgebreid. Door Karel II
+aangespoord, deed <span class="gesp">Christoffel Bernard van Galen</span>, bisschop
+van Munster, in 1665 een inval in Gelderland en bemachtigde
+eenige plaatsen. Maar ziende, dat Nederland van verschillende zijden,
+b. v. door Frankrijk, werd gesteund en de hem beloofde gelden
+uit Engeland niet ontvangende, sloot hij in 1666 met de Republiek
+<i>den vrede te Kleef</i>. Kort tevoren verloor de partij van
+Oranje een steun in den stadhouder Willem Frederik (zie <a href="#Page_94">blz. 94</a>)
+die in 1664 overleed. Hem verving zijn zoon <span class="gesp">Hendrik Kasimir</span>
+<span class="pagenum"><a name="Page_118" id="Page_118">[118]</a></span>
+II (1664-1696), onder regentschap zijner moeder, in de drie
+gewesten. Middelerwijl verlangde Zeeland, gesterkt door eenige
+steden van Holland, wat het ook reeds vroeger had te kennen gegeven,
+dat den prins van Oranje de hooge staatsambten zouden
+worden opgedragen. De meerderheid der staten van Holland echter,
+van een tegenovergesteld gevoelen zijnde, wist haar meening te
+doen zegevieren. Nogtans iets willende toegeven, belastten die
+staten zich in April 1666 met de zorg voor &#8217;s prinsen opvoeding.
+Dus namen zij Willem Hendrik, zooals men het kind noemde,
+tot <i>kind van staat</i> aan. Zij begonnen met een zuivering van het
+personeel, dat den prins omringde. Onder hen, aan wie de staten
+het toezicht op de opvoeding in &#8217;t bijzonder opdroegen, bevond zich
+Johan de Witt. Zelf onderrichtte hij den prins in zaken van regeering.</p>
+
+<p>Tot diegenen, welke uit &#8217;s prinsen dienst werden ontslagen,
+behoorde <span class="gesp">Henri de Fleury de Coulan, heer van Buat</span> en
+ritmeester in dienst van den staat. Sedert eenigen tijd hield hij,
+met voorkennis en goedvinden der staten van Holland, in &#8217;t geheim
+briefwisseling met leden der regeering van Engeland, onder
+voorwaarde evenwel, dat hij den inhoud getrouw aan den
+raadpensionaris mededeelde. Het onderwerp dier brieven was de
+vrede. Buat nu gaf de Witt de brieven, welke hij ontving, geregeld
+te lezen. Dit deed hij ook in Augustus 1666. Doch toen
+liet hij onder die brieven, uit onachtzaamheid, er een, waarop
+stond &#8222;pour vous-m&ecirc;me&#8221; voor uzelf, en die dus voor hem alleen
+bestemd was. Hierin werd niet onduidelijk te kennen gegeven,
+dat de partij des prinsen, zoo zij door Engeland wilde gesteund
+worden, krachtiger moest optreden. Ternauwernood had de Witt
+deze letteren gelezen, of hij deelde den inhoud aan de staten
+van Holland mede, op wier last Buat in hechtenis werd genomen
+en voor het hof van Holland gedaagd. In het afschrift van een
+brief, vroeger door Buat aan een van Engelands ministers
+gericht, trof men verder bij het beslag leggen op zijn papieren,
+plaatsen aan, die den argwaan tegen hem versterkten. De
+slotsom was, dat het hof den ritmeester Buat wegens ongeoorloofde
+briefwisseling met den vijand, d. i. dus wegens hoogverraad
+of gekwetste majesteit, ter dood veroordeelde. Het vonnis
+werd voltrokken.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_119" id="Page_119">[119]</a></span>Omtrent twee jaren had nu de zeeoorlog geduurd, toen er
+met den aanvang van &#8217;t jaar 1667 ernstig sprake begon te komen
+van vrede. Eerlang werd Breda als plaats om te onderhandelen
+aangewezen. Weldra werden de onderhandelingen begonnen;
+maar er was weinig voortgang, hoofdzakelijk door de onverschilligheid
+der Engelschen. Reeds lang had de raadpensionaris
+het voornemen gehad, Engeland een geduchten slag toe te
+brengen. Nu kon de verwezenlijking van dat denkbeeld tevens
+deze nuttige strekking hebben, dat zij den vrede bespoedigde.
+Eindelijk brak de dag der wrake aan. De vloot&mdash;een Hollandsche
+vloot, want Zeeland had er geen schepen bij en die van
+Friesland kwamen eerst later&mdash;stak in zee. Het bevel voerde
+de Ruiter. Als gevolmachtigde der Staten-Generaal vergezelde
+hem <span class="gesp">Cornelis de Witt</span>, Johans broeder en ruwaard, d. i.
+baljuw, van het land van Putten (ten o. van Voorn). Den 17den
+Juni liet Hollands scheepsmacht voor den mond der Theems
+het anker vallen. Engeland had geen vloot in zee, om haar de
+vaart te verhinderen. Den 20sten Juni zeilde het eerste Hollandsche
+smaldeel de Medway of het Kanaal van Rochester op, en
+op zijn nadering vloden de schepen des vijands. De Engelschen
+hadden menig schip in de rivier de Medway laten zinken; doch dit
+belette de Nederlanders niet, meer dan &eacute;&eacute;n vaartuig in brand te
+steken of te veroveren. Treurig zag het bij die zegepraal te Londen
+uit. De stad sidderde, en aan afdoende maatregelen viel niet
+te denken. Daarom oefende dan ook <i>de tocht naar Chattam</i> een
+gunstigen invloed op de onderhandelingen <i>te Breda</i>. Den 31sten
+Juli 1667 werd <i>de vrede</i> gesloten. Hij liet aan elk, wat hij op
+&#8217;t oogenblik van het sluiten des vredes in bezit had, en beperkte
+de akte van navigatie in zooverre, dat zij niet meer van toepassing
+zou zijn op de Duitsche waren, die den Rijn af of over
+land in Nederland waren ingevoerd. Zooals de Republiek dus,
+ten gevolge der eerste bepaling, Nieuw-Nederland verloor, zoo
+bleef Suriname (in &#8217;t n.o. van Zuid-Amerika) behouden, dat <span class="gesp">Abraham
+Krijnszoon</span> in Februari 1667 in naam der staten van Zeeland
+had vermeesterd en dat iets later aan de West-Indische compagnie
+werd verkocht.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_120" id="Page_120">[120]</a></span></p>
+<h2>&sect; 26.</h2>
+
+<p class="chtitle">De triple alliantie en de vrede van Aken.&mdash;Het begin
+van den oorlog van 1672.</p>
+
+<p>Gedurende het laatste gedeelte van den zeeoorlog waren de onderhandelingen
+met Frankrijk (zie <a href="#Page_115">blz. 115</a>) slepend gebleven.
+Intusschen gebeurde, wat men lang had gevreesd. De koning
+van Frankrijk, meenende, dat de oorlog met Engeland de Republiek
+zoozeer bezig hield, dat hij haar niet langer behoefde te
+ontzien, sloeg een anderen weg in, om tot zijn doel te geraken.
+Philips IV, de koning van Spanje, was in 1665 overleden, een
+minderjarigen zoon, Karel II, nalatende, die hem opvolgde. Hem
+wilde Lodewijk thans de Spaansche Nederlanden, als een erfenis
+zijner gemalin, Maria Theresia, een dochter van Philips IV,
+ontrukken. In Mei 1667 viel hij plotseling in de Zuidelijke Nederlanden.
+Binnen eenige weken vermeesterden de Franschen
+Charleroi, Doornik en vele andere steden. De Nederlanden geraakten
+door Lodewijks gewelddadige handelwijze in een neteligen
+toestand. Desniettemin hield de raadpensionaris het roer van
+den staat met vaste hand. Eerst wist hij tegen &#8217;t einde van 1667
+een wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende partijen tot stand
+te brengen.</p>
+
+<p>Middelerwijl leidden de overwegingen over de binnenlandsche
+aangelegenheden tot een uitkomst, die wederom zeer verschillend
+werd beoordeeld. Bij de beraadslagingen der Staten-Generaal
+over de versterking der landmacht kwam de vraag op, wien
+men zou stellen aan &#8217;t hoofd der troepen van den staat. De staten
+van Holland, inziende, dat men er eerlang toe zou moeten
+komen, den prins van Oranje het kapitein-generaal-admiraalschap
+op te dragen, inzonderheid indien de Republiek in een oorlog
+te land mocht worden gewikkeld, en vreezende, dat de vereeniging
+dier waardigheid met het stadhouderschap op den ouden
+voet aan den persoon, die ermede werd bekleed, te veel overwicht
+gaf in den staat, stelden den 5den Augustus 1667 een
+overeenkomst op, die ongeveer dezelfde bepalingen inhield als de
+thans vervallen akte van seclusie. Bij deze overeenkomst, met<span class="pagenum"><a name="Page_121" id="Page_121">[121]</a></span>
+eenparig goedvinden opgemaakt, <i>het eeuwig edict</i>, dat Hollands
+regenten, benevens de raadpensionaris, onderling bezwoeren,
+werd het stadhouderschap in Holland afgeschaft en verklaard,
+dat Hollands streven steeds zou zijn, dat het in de overige provinci&euml;n
+werd afgescheiden van het kapitein-generaalschap der unie.</p>
+
+<p>Gedurende den genoemden wapenstilstand begon Karel II, duchtende
+dat Nederland en Frankrijk ten aanzien der Zuidelijke Nederlanden
+eendrachtig zouden te werk gaan, te neigen tot krachtdadige
+tusschenkomst. Te dien einde gaf de koning van Engeland aan
+<span class="gesp">William Temple</span>, zijn afgevaardigde te Brussel, last, zich,
+onder den schijn, alsof hij over Holland naar Londen reisde, te
+&#8217;s Gravenhage op te houden en zich met de Witt te verstaan over
+een verdrag ter wering van Lodewijk uit de Zuidelijke Nederlanden.
+Na korte voorloopige beraadslagingen stelden de beide staatslieden
+binnen vier dagen het verdrag op, bekend onder den naam
+<i>triple alliantie</i> of drievoudig verbond, hetwelk Engeland en de
+Nederlanden in Januari 1668 met elkander sloten. Tot dit verdrag
+trad Zwedens rijksraad, die destijds het bewind voerde
+voor den minderjarigen Karel XI en hiertoe was omgekocht door
+Hollands geld, terstond toe, en Spanje in 1669. Dit verdrag, het
+schrandere gewrocht van Temple&#8217;s en de Witts broederlijk overleg,
+bevatte hoofdzakelijk een wederkeerige verbintenis der drie
+staten, om den vrede tusschen Frankrijk en Spanje indiervoege
+tot stand te brengen, dat het eerstgenoemde rijk zijn veroveringen
+of een deel hiervan behield. Lodewijk XIV gaf aan den wensch
+der drie verbonden staten toe en sloot den vrede van Aken (<i>Overzicht</i>,
+9e druk, blz. 150).</p>
+
+<p>Hoezeer zijn toorn voor &#8217;t oogenblik wetende te bedwingen,
+was Lodewijk diep gekrenkt door den stouten greep, die zijn overmoed
+voor een wijl had bedwongen. Zichzelf als den beschermer
+der Nederlanden, zooals nog kort tevoren tegen den bisschop
+van Munster, aanmerkende, kon hij de betoonde ondankbaarheid
+niet vergeven. Met onverbiddelijke wraakgierigheid zwoer hij het
+verderf dier kramers en visschers, die hem, den grooten koning,
+in zijn vaart hadden gestuit. Alle stappen, die hij van dit oogenblik
+af deed, doelden op den val der Republiek. De rijksraad
+van Zweden, wederom geld noodig hebbende, leende het oor<span class="pagenum"><a name="Page_122" id="Page_122">[122]</a></span>
+aan Frankrijks voorslagen en beloofde bij een verdrag, in &#8217;t begin
+van 1672 gesloten, tegen betaling eener groote geldsom, een leger
+op de been te zullen houden, ten einde iederen Duitschen
+vorst, die de Nederlanden te hulp mocht komen, aan te tasten.
+Alreede in 1670 sloot Karel II van Engeland, steeds goud behoevende
+voor zijn verkwistende handelwijze, met Lodewijk <i>het geheime
+verdrag van Dover</i>, waarin hij zich verplichtte, Frankrijk tegen
+Nederland bij te staan.</p>
+
+<p>Terwijl de Staten-Generaal op die wijze in &#8217;t onbepaalde voorgevoel
+van naderende rampen verkeerden, stelden zij in 1670 eenparig
+een stuk vast, volgens hetwelk, in overeenstemming met
+Hollands besluit (zie <a href="#Page_120">blz. 120</a>, <a href="#Page_121">121</a>), het kapitein-generaal-admiraalschap
+voor altijd gescheiden bleef van het stadhouderschap.
+Dit stuk heet <i>de harmonie</i> of overeenstemming. Vervolgens ging
+men in December 1671 een verdedigend verbond met Spanje aan.
+In Februari 1672 benoemden de Staten-Generaal den prins tot
+kapitein-generaal voor &eacute;&eacute;n veldtocht. Door &#8217;s prinsen toedoen
+kwam de keurvorst van Brandenburg (zie <a href="#Page_108">blz. 108</a>) er nu eerlang
+toe, een verdrag met de Republiek te sluiten, waarin hij
+zich tot het geven van hulp verplichtte. Met den keizer van
+Duitschland kwam in den loop van hetzelfde jaar een dergelijk verbond
+tot stand.</p>
+
+<p>Den 7den April verscheen de oorlogsverklaring der beide
+koningen op &eacute;&eacute;n dag. Aan bondgenooten had Frankrijk geen gebrek.
+Den 18den Mei 1672 verklaarde de bisschop van Munster
+(zie <a href="#Page_117">blz. 117</a>) den Staten-Generaal den oorlog. Fransch geld en
+Fransche invloed bewogen hem hiertoe, gelijk mede zijn nabuur
+<span class="gesp">Maximiliaan Hendrik</span>, keurvorst van Keulen en prins van
+Luik (zie <a href="#Page_96">blz. 96</a>). Den 11den Mei brak Lodewijk ten strijde op.
+Maastricht werd voorbijgetrokken. Maar Wezel, Emmerik en andere
+steden, tot het Kleefsche gebied behoorende, waarin de Staten-Generaal
+bezettingen hadden liggen, vielen, binnen weinige dagen,
+in Lodewijks handen. Zij bezweken, omdat de vestingwerken waren
+verwaarloosd, of de bezetting te zwak was, of de noodige
+voorraad ontbrak, of de burgerij Nederlands regeering niet was
+toegedaan, of het verraad zijn rol speelde.</p>
+
+<p>Men meende, dat de koning vervolgens zou trachten, den Ysel<span class="pagenum"><a name="Page_123" id="Page_123">[123]</a></span>
+over te trekken. Doch in plaats hiervan maakte hij een zuidelijke
+beweging en richtte zich op den Rijn. Bij den Ysel lag het
+Nederlandsche leger, ruim 14,000 man voetvolk, 7000 ruiters en
+eenige duizenden gewapende landlieden, ongeschikt tot krijgsdienst.
+De rivieren waren uitgedroogd. Tegenover die Nederlandsche
+troepen stond een Frans leger van 118,000 man met 200
+stukken geschut; bovendien meer dan 2000 adellijke vrijwilligers,
+die als gemeenen dienden, in afzonderlijke ruiterbenden ingedeeld.
+Allen bezielde de tegenwoordheid van hun koning, die het opperbevel
+aan <span class="gesp">Turenne</span> en <span class="gesp">Cond&eacute;</span> had opgedragen. Den 12den
+Juni 1672 begon het overtrekken bij het tolhuis te Lobith. Tevergeefs
+beproefde men, de Franschen tot staan te krijgen. De
+overmacht was te groot, hoewel menig schot der Nederlanders
+zijn man trof. Vruchteloos hebben lage vleiers het overtrekken
+van den Rijn tot een schitterend wapenfeit willen verheffen. Evenmin
+als het nemen der vele kleine sterkten, kan die daad het
+Fransche leger tot eenigen roem verstrekken.</p>
+
+<p>Wanhopig werd thans &#8217;s lands toestand, nu de deur der Vereenigde
+Nederlanden was geopend en het leger der Republiek op
+Utrecht terugtrok, om ook hier slechts een paar dagen te toeven
+en dan nog verder te wijken. Binnen een tiental dagen bezweken de
+meeste steden van Gelderland en geheel Utrecht. Den 23sten Juni
+ging de stad Utrecht bij verdrag over. Dan gaf zich nog Naarden
+over. Eerst Muiden stuitte den zegevierenden marsch des vijands.
+Gedurenden denzelfden tijd, dien Frankrijk in zijn eigen belang
+zoo wel besteedde, veroverden de bisschop van Munster en
+de keurvorst van Keulen een gedeelte van Gelderland, waaruit
+hen evenwel de Franschen weder verdreven. Hun weg voortzettende,
+onderwierpen zij vervolgens Overijsel en namen Koevorden
+in. Een gelukkige tegenstelling tegen dit tafereel van vernedering
+was Aardenburg (in Staats-Vlaanderen), van welke stad de
+Franschen werden genoodzaakt met een zwaar verlies af te deinzen.
+Alleen ter zee bleek Ne&ecirc;rlands meerderheid boven zijn vijanden,
+want den 7den Juni leverde <span class="gesp">de Ruiter</span> bij <span class="gesp">Solebay</span>
+(een inham op de Oostkust van Engeland, ten z. van Soutwold)
+een slag aan de Fransch-Engelsche vloot, die onder &#8217;t bevel stond
+van den <span class="gesp">hertog van York</span> en <span class="gesp">d&#8217;Estr&eacute;es</span>.
+Een beslissende<span class="pagenum"><a name="Page_124" id="Page_124">[124]</a></span>
+zege behaalde geen der beide partijen; maar het voordeel was
+aan den kant van de Ruiter. De Franschen namen weinig deel
+aan den strijd, niet ongaarne ziende, dat de beide zeemogendheden
+elkander zooveel mogelijk afbreuk deden.</p>
+
+<p>In Holland en in Zeeland brachten de ongehoorde voorspoed en
+de nadering des vijands een buitengewone verslagenheid teweeg.
+De regenten der Republiek helden tot onderhandelingen met Frankrijk
+over en zonden te dien einde gezanten tot den koning. Lodewijk
+deed verregaande eischen. Eer deze voorwaarden nog bekend waren,
+hadden Amsterdam en Zeeland hun afkeer van &#8217;t onderhandelen
+aan den dag gelegd. Niet minder buitensporig dan de vorderingen
+van Frankrijk, waren die, welke de koning van Engeland omstreeks
+denzelfden tijd, op &#8217;t einde van Juni, deed.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 27.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het vervolg van den oorlog van 1672.&mdash;De dood der gebroeders
+de Witt.&mdash;De verheffing van Willem III.</p>
+
+
+<p>De rampen, die het vaderland zoo plotseling troffen, brachten
+een geheele omkeering in het land teweeg. De staten van
+Holland beijverden zich, hun gewest, door het doorsteken der
+dijken, ontoegankelijk te maken voor den vijand. Amsterdam rustte
+zich op allerlei wijze wakker ter verdediging toe en geleek weldra
+op een vesting, midden in het water gelegen. Intusschen weet
+het volk, steeds zoowel het goede als het kwade overdrijvende,
+de schuld van alle ongelukken aan &#8217;s lands regeering en beschuldigde
+de Witt, met Frankrijk te heulen. Niets was ongerijmder
+dan deze laatste beschuldiging. Doch nu die kreet van landverraad
+eenmaal de uiting eener vrij algemeen verbreide meening
+was, lag de gedachte, dat &#8217;s prinsen verheffing in de benarde omstandigheden
+het eenige redmiddel was, voor de hand. Weldra
+uitte zich de haat tegen de de Witten door daden. De raadpensionaris,
+op den avond van den 21sten Juni 1672 uit de vergadering
+der staten van Holland naar huis gaande, werd nabij het
+Buitenhof aangerand door vier mannen, die hem verscheiden wonden<span class="pagenum"><a name="Page_125" id="Page_125">[125]</a></span>
+toebrachten, en, in de meening hem te hebben gedood, de
+vlucht namen. Van de vier misdadigers, die, door den wijn verhit,
+de daad bijna terzelfder ure beraamd en gepleegd hadden, werd alleen
+Jakob van der Graaf, een zoon van een lid van &#8217;t hof van
+Holland, gegrepen. Den 29sten Juni werd hij ter dood gebracht.
+Velen hadden gepoogd, ook bij de Witt, vergiffenis voor den jeugdigen
+man te erlangen, doch vruchteloos. Dit deed, evenals de
+zaak van Buat, den haat tegen den raadpensionaris zeer toenemen.</p>
+
+<p>Te Dordrecht wendde de woede des volks zich tegen den
+ruwaard, terwijl hij nog op de vloot was. Een hoop volk vloog
+naar het stadhuis en vernielde de schilderij, d&aacute;&aacute;r ter zijner eer
+opgehangen. Eenige dagen daarna kwam hij in zijn vaderstad
+terug, maar moest, wegens ongesteldheid, het bed houden.
+Ongeveer gelijktijdig met den aanslag van van der Graaf trachtten
+op een avond vier onverlaten het huis van den ruwaard binnen
+te dringen en zouden het booze opzet, dat zij in den zin
+hadden, hebben volvoerd, zoo niet de gewapende macht tusschenbeide
+ware gekomen. Zelfs stond te Amsterdam het huis van
+de Ruiter, die zich op de vloot bevond, een weinig later aan
+een aanval van het grauw bloot, die eveneens door de burgerwacht
+werd afgewend.</p>
+
+<p>Gedurende des ruwaards ongesteldheid rottede in verscheidene
+steden van Holland en Zeeland het volk samen met het doel,
+den prins van Oranje verder te doen bevorderen. Het eerst gebeurde
+dit te Veere, waar men de wethouderschap dwong, den 21sten
+Juni de belofte af te leggen, dat zij den prins het stadhouderschap
+zou aanbieden. Van Veere sloeg de beweging over naar
+Dordrecht. Den 29sten Juni onderteekenden de leden der vroedschap
+een geschrift, waarin zij het eeuwig edict herriepen en Willem
+het stadhouderschap opdroegen. Vermits de ruwaard nog ziek was,
+begaf zich de secretaris der stad met een kapitein der burgerwacht
+naar zijn legerstede en hielden hem voor, dat gewapende
+burgers zijn huis hadden omsingeld, hem, indien hij aarzelde,
+met den dood dreigende. Slechts met moeite brachten zijn
+huisgenooten hem ertoe, aan het verzoek te voldoen. Onderteekenende
+voegde hij er de letters <i>v. c.</i> bij, d. i. <i>vi coactus</i>,
+met geweld gedwongen. Maar de Witts gemalin haalde, op aansporing<span class="pagenum"><a name="Page_126" id="Page_126">[126]</a></span>
+van den secretaris, de pen door deze woorden. Ongeveer
+op dezelfde wijze als te Veere en te Dordrecht ging het elders.
+Op de eene plaats kwam het volk uit eigen beweging op de
+been, op een andere werd het opgeruid.</p>
+
+<p>Het werk, in de stemmende steden voorbereid, werd ter dagvaart
+voltooid. Den 2den Juli benoemden de staten van Zeeland,
+in den nacht tusschen den 3den en den 4den die van Holland,
+na eerst het eeuwig edict te hebben ingetrokken, <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> III</span>
+(1672-1702) tot stadhouder. Terzelfder tijd benoemden de Staten-Generaal
+hem tot kapitein-generaal der unie. De verheffing
+van den prins gaf een geheel andere richting aan de onderhandelingen
+over den vrede. Thans kwamen de onderhandelingen
+met Engeland op den voorgrond, die met Frankrijk op den
+achtergrond, juist het tegendeel van hetgeen men in de laatste
+weken had gezien. Willem hoopte Karel II te kunnen bewegen,
+voor zich een einde aan den oorlog te maken en wellicht
+daarenboven Frankrijk tot een billijken vrede te verplichten.
+Reeds waren zij het over sommige punten met elkander eens,
+ook hierover, dat de prins souverein zou worden; maar verder
+kwam het niet. Karel achtte Willems aanbiedingen onvoldoende
+en wilde zich niet van zijn bondgenoot laten aftrekken. De
+prins zag in, dat er geen gunstige voorwaarden waren te bedingen
+en alzoo de wapens moesten beslissen.</p>
+
+<p>Aleer evenwel de lezer zijn aandacht vestigt op den verderen
+gang der vijandelijkheden, behoort hij ze nog een oogenblik bij
+de binnenlandsche aangelegenheden der Republiek te bepalen.
+Op het tijdstip dat de roekelooze aanslag, boven vermeld, op &#8217;t leven
+van Jan de Witt werd gepleegd, was hij het nog, die aan &#8217;t hoofd
+van &#8217;s lands regeering stond. Toen hij genezen was, had de omwenteling
+plaats gegrepen, die Willem III aan het roer van den
+staat plaatste. Op dit nieuwe tooneel kon hij, zonder zijn eed
+(zie <a href="#Page_121">blz. 121</a>) te breken en zijn beginselen te verloochenen, niet
+voegzaam verschijnen, of hij moest er een tweede of derde rol
+vervullen. Hij vroeg en verkreeg zijn ontslag den 4den Augustus.
+Doch hij en zijn broeder schenen slechts in het leven te zijn
+gespaard, om aan nog grievender leed ten doel te staan, dan
+hun tot dusver was beschoren geweest.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_127" id="Page_127">[127]</a></span>Het eerst trof dit lot den ruwaard. Willem Tichelaar, barbier
+te Piershil (ten w. van Dordrecht), beschuldigde Cornelis
+de Witt, een poging te hebben aangewend, om hem tot een
+aanslag op het leven van den prins van Oranje te bewegen.
+Tichelaar stond zeer slecht ter faam. Niet alleen had hij meer
+dan een vergrijp gepleegd; maar hij was ook in 1670, bij vonnis
+van des ruwaards plaatsvervanger, veroordeeld tot een geldboete
+en tot verbanning uit het land van Putten. De prins bracht
+Tichelaars aanklacht ter kennis van het hof van Holland, hetwelk
+den ruwaard, in strijd met de privilegi&euml;n van Dordrecht,
+gevankelijk naar den Haag, en weldra naar de Gevangenpoort
+liet voeren en de kennisneming der zaak aan zich trok. Lijnrecht
+tegenover de aangifte van Tichelaar stond de betuiging van Cornelis
+de Witt, luidende dat Tichelaar zijn steun had gevraagd
+voor het ondernemen der bedoelde misdaad, die hij evenwel
+eerder had aangeduid, dan uitgesproken. De Witts dienaar en
+zoon, die hadden geluisterd aan de deur van &#8217;t vertrek, waarin
+Tichelaar met den ruwaard vertoefde, bevestigden deze getuigenis
+grootendeels. Ondervraging en pijnbank leidden tot geen ander
+gevolg, dan dat Cornelis de Witt bij zijn verklaring volhardde.
+Zoo weinig vermocht de pijniging op de Witt, dat hij te midden
+der felste smarten het begin van een van Horatius&#8217; fraaiste
+lierzangen, als op zichzelf toepasselijk, opzeide.</p>
+
+<p>De afloop van &#8217;t proces is zeer vreemd. Het vonnis, hetwelk
+van geen misdaad gewaagde,&mdash;iets, dat bijna zonder voorbeeld
+was,&mdash;luidde, dat de Witt werd vervallen verklaard van
+al zijn ambten, voor immer uit Holland verbannen en tot betaling
+der kosten van &#8217;t geding veroordeeld. Het vonnis werd
+den 20sten Augustus uitgesproken. Op dien noodlottigen dag
+werd Tichelaar, die tot dusver mede in hechtenis was gehouden,
+des morgens ontslagen. Terstond liet hij zich tegenover hen, die
+hij ontmoette, indezervoege uit, dat zijn eigen ontslag, evenzeer
+als het, hoewel zachte, vonnis, over de Witt geveld, aantoonde,
+dat de ruwaard schuldig was. Inmiddels kwam de gewezen
+raadpensionaris zijn broeder in de gevangenis bezoeken, van zins
+zijnde hem mede te nemen. Doch dit bleek weldra onmogelijk te zijn.
+Het duurde niet lang, of de Gevangenpoort, waarop zich de<span class="pagenum"><a name="Page_128" id="Page_128">[128]</a></span>
+gebroeders bevonden, was door een tallooze menigte saamgeloopen
+volk omgeven. Tegen den middag schaarde zich tevens
+de schutterij onder haar vaandels voor de Gevangenpoort en hield
+er wacht. Kort hierna kwamen de drie afdeelingen ruiterij, die
+in de stad in garnizoen lagen, aanrijden en vatteden insgelijks
+in de nabijheid der gevangenis post. Doch toen vervolgens een
+gerucht werd verspreid, dat de boeren uit den omtrek op weg
+waren, om zich bij de saamgeschoolde lieden te voegen en hun
+in hun opzet de behulpzame hand te bieden, kregen twee van
+de afdeelingen der ruiters bevel, af te trekken en de toegangen
+tot den Haag te bezetten.</p>
+
+<p>Thans hadden de vijanden der gebroeders de baan ruim. Een
+aantal van hen drongen verwoed den kerker binnen, noodzaakten
+de de Witten met hen het gebouw te verlaten en brachten hen
+te midden eener gewapende menigte van 1000 tot 1200 menschen
+laaghartig om. Hierop mishandelden eenige der burgers en het
+gemeen, niet tevreden met de gepleegde euveldaad, de doode
+lichamen op een wijze, te afschuwelijk om te verhalen. Wegens
+dit misdrijf, een der verfoeielijkste feiten uit de geschiedenis
+der Nederlanden, de grootste vlek, die op haar bladen is te
+vinden, heeft men de Hollanders, anders als goedaardig te
+boek staande, bij het verscheurend gedierte vergeleken. Noch
+de regeering van den Haag, noch de staten van Holland, destijds
+vergaderd, durfden de onzalige daad verhinderen. Wel schreven
+de staten van Holland, van zins schijnende de misdadigers te
+vervolgen, in dien zin aan den prins van Oranje. Doch Willem meende,
+dat men in de toenmalige omstandigheden aan geen gestrenge vervolging
+kon denken van een euveldaad, door menigeen van de meest
+gezeten burgers bedreven. Vreemd blijft het evenwel, hoe de prins
+een jaargeld kon toeleggen aan Tichelaar, die de onmiddellijke
+oorzaak is geweest van het treurige schouwspel, dat hijzelf verfoeide
+en dat aan het huis van Oranje-Nassau meer nadeel heeft
+gedaan, dan zijn vrienden immer in staat waren te vergoeden.</p>
+
+<p>Ten zelfden dage, waarop de daad werd gepleegd, verkozen
+de staten van Holland <span class="gesp">Gaspar Fagel</span> tot raadpensionaris.
+Het was een moeielijke taak, de opvolger te zijn van een
+man, als Johan de Witt. Onder zijn leiding vervulde Nederland<span class="pagenum"><a name="Page_129" id="Page_129">[129]</a></span>
+een der eerste rollen in de Europeesche staatkunde. Onvermoeid
+was de Witt werkzaam voor de verheffing der Republiek,
+van haar zeemacht en handel. Groote diensten heeft hij
+aan zijn vaderland bewezen. Van &#8217;s mans ervarenis in &#8217;t financiewezen
+is boven (zie <a href="#Page_113">blz. 113</a>) melding gemaakt. Alom heerschte,
+gedurende de jaren van de Witts raadpensionarisschap in Holland,
+uitnemende welvaart. Hij was het, die Holland en, door middel
+van Holland, de Vereenigde Gewesten met kracht, grootheid
+en ver vooruitzienden blik bestuurde. Dat hij zeldzame en
+uitstekende geestvermogens had, betwijfelt niemand. Van de beide
+gebroeders was hij de jongste in jaren, de oudste in wijsheid.
+Was hij uitnemend bekwaam en werkzaam, niet minder lof
+verdienen zijn onbaatzuchtigheid en eerlijkheid. Kalm was hij en,
+het meesterschap voerende over eigen gelaat, gewoon tot op den
+bodem door te dringen van eens anders gemoed. De stuurschheid,
+die zijn broeder schijnt eigen te zijn geweest, was geenszins een
+der eigenschappen van den raadpensionaris. Verwijt men hem,
+dat hij te veel gezag oefende, dit is toe te schrijven niet aan
+heerschzucht, maar aan zijn schrander vernuft en aan zijn bekwaamheden,
+die hem een zedelijken invloed gaven, grooter dan de
+meeste stadhouders hadden. Acht men het verkeerd, dat hij het
+oog bovenal op Hollands belangen gericht hield, men behoort
+niet te vergeten, dat hij de eerste ambtenaar van Holland was.</p>
+
+<p>Mocht men meenen, dat de ongelukken van 1672 hem zijn te
+wijten, de onpartijdige beschouwing der geschiedenis leert, dat
+hij, zoo hij heeft gedwaald, hierin alleen dwaalde, dat hij niet
+heeft vooruit gezien, dat Karel II zoo bekrompen en laag was,
+Engelands belangen veil te hebben ter wille van een handvol
+Fransch goud.</p>
+
+<p>Het noodlottige uiteinde der gebroeders bleek weldra geen voldoend
+middel te wezen, om de in beweging geraakte bevolking
+der steden tot bedaren te brengen. Eensdeels hierom, anderdeels
+omdat vele der regenten, als aanhangers der staatsgezinde partij,
+niet aangenaam waren aan den stadhouder, machtigden de staten
+van Holland den prins, den 27sten Augustus, voorzoover hij het
+noodig achtte, overal de wet te verzetten. Gelijk in Holland,
+koos de prins ook in de raden van Zeelands staten nieuwe leden.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_130" id="Page_130">[130]</a></span>
+Doch het wordt tijd, tot de zaken van den oorlog terug te keeren.
+In December 1672 viel de vorst in en maakte <span class="gesp">de hertog
+van Luxembourg</span>, een van Lodewijks veldheeren, zich gereed,
+een inval in Holland te doen. Hij overviel Zwammerdam en Bodegraven,
+welke plaatsen de Franschen tot den grond afbrandden,
+tevens vele wreedheden tegen de ingezetenen begaande. Inmiddels
+ging de vorst in regen over, hetgeen Luxembourg noodzaakte op
+Woerden terug te trekken. Aan den Noordoostkant van Nederland
+werd het Keulsch-Munstersche leger onder den bisschop van Munster
+en den keurvorst van Keulen in 1672 gestuit door de stad
+Groningen. Zes weken belegerden zij de stad. <span class="gesp">Karel van Rabenhaupt</span>,
+de bevelhebber der bezetting, leidde de verdediging,
+wakker bijgestaan door de burgers en de studenten. Een groot
+gedeelte der stad werd platgeschoten; doch de moed der belegerden
+herleefde telkens na iederen goed geslaagden uitval. In den
+nacht tusschen den 27sten en den 28sten Augustus blies de bisschop
+den aftocht met een verlies van ongeveer 5000 man, terwijl
+in Groningen slechts omtrent 100 menschen waren doodgeschoten.
+Den 30sten December liet Rabenhaupt, gebruik makende
+van de aanwijzing van Meindert van Thijnen, een gewezen
+koster te Koevorden, tevens een goed ingenieur, deze vesting door
+Eybergen verrassen. Ook ter zee stond het vrij wel met de aangelegenheden
+der Republiek. Na den slag bij Solebay (zie <a href="#Page_123">blz.
+123</a>) ging de Ruiter langs de kusten van ons land kruisen, om
+de Engelschen de landing te beletten, die zij, opdat Holland van
+twee zijden werd aangevallen, zich hadden voorgenomen. In zijn
+streven werd de Ruiter ondersteund door de natuur zelve. Toen
+de vijandelijke vloot in Juli 1672 in het gezicht van de Helder
+was, stak er een storm op, die drie dagen zonder ophouden en, met
+eenige tusschenpoozen, bijna drie weken aanhield. Zoo was het jaar,
+welks begin zoo rampspoedig was geweest voor Nederland, en inzonderheid
+het einde, niet teneenenmale van voorspoed verstoken.</p>
+
+<p>Meer geluk bracht het volgende jaar. Een beslissende zege behaalde
+<span class="gesp">de Ruiter</span> den 21sten Augustus bij <span class="gesp">Kijkduin</span> (nabij
+de Helder) op de Fransch-Engelsche vloot onder <span class="gesp">d&#8217;Estr&eacute;es</span> en
+<span class="gesp">prins Robert</span> (zie <a href="#Page_117">blz. 117</a>). Te land noodzaakte Willem III
+door een koene onderneming, de verovering van Bonn, in November<span class="pagenum"><a name="Page_131" id="Page_131">[131]</a></span>
+1673 de Franschen, ons land te verlaten. In het jaar 1674
+was de fortuin Frankrijk nog minder gunstig. De koning van
+Engeland, door de bedreigingen van &#8217;t parlement gedrongen, moest
+tot <i>den vrede van Westminster</i> (19 Febr. 1674) besluiten, welke
+dien van Breda bekrachtigde. Dit voorbeeld volgden de bisschop
+van Munster en de keurvorst van Keulen.</p>
+
+<p>Terwijl het hoofdtooneel van den oorlog thans werd verplaatst
+naar de Spaansche Nederlanden, waarheen de Franschen aanstonds
+na de ontruiming van ons land weken, keerden de bevrijde gewesten
+Utrecht, Gelderland en Overijsel tot het bondgenootschap
+weder. Ook zij moesten zich laten welgevallen, dat Zijn Hoogheid,
+op last der Staten-Generaal, de regeering hunner steden veranderde,
+gelijk dit in Holland en Zeeland was geschied. Hierbij
+bleef het niet. Nadat Holland en Zeeland het stadhouderschap,
+gelijk de Staten-Generaal het kapitein-generaal- en admiraalschap,
+erfelijk hadden verklaard in de mannelijke linie des prinsen van
+Oranje, volgden Utrecht en Overijsel in 1674, Gelderland in 1675
+het gegeven voorbeeld. Aan Hendrik Kasimir II (zie <a href="#Page_118">blz. 118</a>)
+droeg Groningen in 1674 het erfstadhouderschap op. In Gelderland
+achtte de adel nog niet genoeg te hebben gedaan. Door
+zijn invloed boden de staten van dit gewest den prins de hoogste
+macht aan met den titel &#8222;hertog van Gelderland en graaf
+van Zutfen&#8221; Deze waardigheid wees de prins evenwel van de
+hand, toen verscheidene steden van Holland en Zeeland te kennen
+gaven, dat dit aanbod haar weinig behaagde.</p>
+
+<p>Alzoo, hoofdzakelijk door toedoen van Fagel, een macht hebbende
+verkregen, grooter wellicht dan die, welke den hertogelijken
+of graaflijken titel ware toegekend, zette Willem III den
+strijd tegen de vijanden van zijn vaderland buiten de grenzen van
+het Gemeenebest voort. In de Zuidelijke Nederlanden leverde hij
+den slag van Senef (<i>Overzicht</i>, 9e druk, blz. 152). Ook naar
+&#8217;t Zuiden, naar de Middellandsche Zee, werd de kamp overgebracht
+(t. a. p.). In 1676 zond men <span class="gesp">de Ruiter</span> naar die wateren.
+Driemalen leverde de Nederlandsch-Spaansche vloot slag tegen
+den Franschen admiraal <span class="gesp">du Quesne</span>: in de tweede ontmoeting,
+bij den <span class="gesp">Etna</span>, zegepraalden de onzen, maar verloren den
+eersten vlootvoogd zijner eeuw.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_132" id="Page_132">[132]</a></span>
+Sinds lang wenschten Frankrijk en Nederland vrede te sluiten.
+Tot plaats der bijeenkomst werd Nijmegen bepaald. Van
+het begin af streefde Frankrijk slechts naar een afzonderlijken
+vrede met de Staten-Generaal; doch Willem III hield dit lang
+tegen. Te midden der onderhandelingen ging Willem in 1677
+een huwelijk aan met <span class="gesp">Maria</span>, de oudste dochter van zijn oom,
+den hertog van York. In den nacht van den 10den tot den
+11den Augustus 1678 kwam <i>de vrede van Nijmegen</i> tusschen
+Frankrijk en de Republiek tot stand. De Nederlanden verloren
+niets.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 28.</h2>
+
+<p class="chtitle">Willem III.&mdash;De negenjarige oorlog.&mdash;De Spaansche
+erfopvolgingsoorlog.</p>
+
+<p>Z&oacute;&oacute; bereikte Lodewijk XIV, trots al zijn vijanden, zoowel door
+de wapens als door de kunst van &#8217;t onderhandelen, althans ten
+deele, zijn doel. De vrede van Nijmegen versterkte den koning
+in zijn overmoed. Niets achtte hij, in &#8217;t gevoel zijner overmacht,
+in staat, om hem te beletten, nu ook met vreemde staten
+even willekeurig te werk te gaan, als hij in zijn rijk zelf jegens
+zijn onderdanen placht te doen. De reunionskamers (<i>Overzicht</i>, 9e
+druk, blz. 152) toonden dit maar al te zeer. Na de herroeping
+van &#8217;t edict van Nantes vreesde al wat protestant was voor
+&#8217;t overwicht van den vervolger hunner geloofsgenooten. Dit verstrekte
+keizer Leopold I, het grootste gedeelte van &#8217;t Duitsche
+rijk, Spanje en de Nederlanden tot een krachtigen prikkel, om
+in 1686 onder elkander verschillende verbonden te sluiten.</p>
+
+<p>Hij, die deze verbonden tot stand bracht en er de ziel van
+was, was Willem III, van dit oogenblik af de rustelooze bestrijder
+van den heerschzuchtigen vorst. Gelijk Lodewijk de vertegenwoordiger
+was van &#8217;t volstrekte gezag en van een algeheele staatseenheid,
+die het katholicisme als middel aanwendde, zoo was hij
+de vertegenwoordiger en de voorvechter van het staatkundig evenwicht
+van Europa, die het protestantisme als werktuig bezigde.<span class="pagenum"><a name="Page_133" id="Page_133">[133]</a></span>
+Voor die taak was de prins van Oranje-Nassau ten volle berekend.
+Zwak en tenger was hij van lichaam, maar krachtig van
+geest. Zijn karakter, van nature standvastig, was door den tegenspoed
+zijner jeugd gestaald. Doorgaans was hij stil en in
+zichzelf gekeerd. Slechts op den dag van een veldslag was
+hij levendig en vol vuur: terwijl hij anders steeds langzaam
+sprak, vlogen hem dan de woorden van de lippen. Als staatsman
+stond Willem III boven al zijn tijdgenooten. Hij was volkomen
+bekend met de gesteldheid van Europa&#8217;s kabinetten, met
+de roersels en drijfveeren der machthebbers. De taak, die hij
+als zijn levenstaak aanmerkte, was een volhardend tegenstreven
+van Frankrijks pogingen, om de heerschappij over Europa
+te bemachtigen. Al beleefde Willem het geenszins, zijn
+doel werd mettertijd bereikt. Daarentegen kostte het stelsel van
+Europeesche staatkunde, dat de plaats innam van de Witts
+stelsel, hetwelk Ne&ecirc;rlands belangen tot punt van uitgang had,
+aan de Republiek den eersten rang onder de zeemogendheden.
+Van Willems tijd af moest zij zich met den tweeden rang tevreden
+stellen.</p>
+
+<p>Even onvermoeid, als op het gebied der staatkunde, bestreed
+Willem III zijn vijand op het slagveld. Persoonlijke moed was een
+zijner gaven; doch onder de groote veldheeren verdient hij, gelijk
+zijn overgrootvader, niet de plaats, die hem onder de groote staatsmannen
+toekomt. Intusschen is het onwedersprekelijk, dat hij een
+aantal bekwame generaals heeft gevormd, die in den Spaanschen
+erfopvolgingsoorlog menige zege behaalden. Veldslagen gewonnen
+heeft hij bijna niet. Zijn talenten kwamen vooral uit, wanneer
+hij, &ograve;f op zijn meesterlijke aftochten, &ograve;f na de nederlaag onwrikbaar
+stand houdende, den vijand zooveel ontzag wist in te boezemen,
+dat hij hem niet verder durfde aantasten.</p>
+
+<p>Het groote gezag, dat Willem in de Nederlanden had, heeft
+hij gebruikt, ten einde de hinderpalen, die hij nu en dan in
+de leiding der Republiek op zijn weg ontmoette, op zoodanige
+wijze uit den weg te ruimen, dat hij de regenten zoo
+goed als afhankelijk van zich maakte. Onwrikbaar stond hem
+in zijn pogen de raadpensionaris Fagel ter zijde, wien, evenals
+aan de latere opvolgers van Johan de Witt, gemeen overleg met<span class="pagenum"><a name="Page_134" id="Page_134">[134]</a></span>
+den stadhouder tot plicht was gesteld. Vanhier, dat men thans
+een samenwerking aanschouwde van stadhouder en raadpensionaris,
+zooals men nimmer had beleefd. In vele opzichten strookte
+het streven des stadhouders weinig met den aard eener republiek.
+Vele bewijzen zijn aanwezig, om het verwijt te staven,
+dat Willem III zich niet ontzag, op willekeurige wijze in te
+grijpen, wanneer dit met zijn plannen overeenkwam. Vele steden
+moesten ondervinden, dat de stadhouder zich niet te stipt aan
+haar voorrechten hield. Hier stelde hij nieuwe leden in de vroedschap,
+elders zette hij er leden uit.</p>
+
+<p>Onder alles, dat Lodewijk XIV zich zoo ten aanzien van Europa,
+als van hemzelf veroorloofde, was er niets, dat Willem
+dieper krenkte, dan het wederrechtelijk in bezit nemen van het
+prinsdom Oranje (zie <a href="#Page_50">blz. 50</a>). &#8217;s Prinsen haat tegen Lodewijk deelde
+de meerderheid der natie, hoog ingenomen met de hervormde
+leer, vooral sinds haar uit Frankrijk vluchtende broeders, in de
+naaste jaren v&oacute;&oacute;r 1685 en inzonderheid sedert dit jaar, hier te
+lande een veilige schuilplaats kwamen zoeken. Zeer edelmoedig
+ontving men deze vluchtelingen, <i>r&eacute;fugi&eacute;s</i>, in Nederland.</p>
+
+<p>Lodewijk XIV was destijds niet de eenige vorst, die gevaarlijk
+werd geacht voor de hervormde kerk. Vele maatregelen
+van Jakob II, Engelands koning, hadden dezelfde strekking (<i>Overzicht</i>,
+9e druk, blz. 157). Van &#8217;t oogenblik af, dat hij den
+troon besteeg, hield Willem den blik onafgebroken gevestigd op
+den toestand van dit rijk. Met vele aanzienlijke Engelschen stond
+hij in briefwisseling. De vroedschappen der steden van de verschillende
+provinci&euml;n stemden erin toe, den prins met &#8217;s lands
+zee- en landmacht te ondersteunen. Middelerwijl had <span class="gesp">d&#8217;Avaux</span>,
+Lodewijks gezant in de Nederland, zijn vorst bekend gemaakt
+met de groote toerustingen der Republiek en hem medegedeeld,
+dat zij, naar hij vermoedde, op Engeland doelden. Lodewijk
+draalde niet, Jakob II er een wenk van te geven; maar deze vorst
+sloeg de waarschuwing in den wind. Toen het ten laatste onwedersprekelijk
+was, dat de prins Engeland op &#8217;t oog had,
+was het te laat en moest Jakob zijn lot afwachten. In November
+1688 legde de vloot, ten aanschouwen eener groote menigte
+volks, welke zich op de kusten van Engeland en Frankrijk verdrong,<span class="pagenum"><a name="Page_135" id="Page_135">[135]</a></span>
+in de haven van Torbay (aan de z. kust, ten o. van
+Plymouth) aan. Onmiddellijk trok Willem naar Londen. Jakob
+vluchtte naar Frankrijk, en in 1689 werden Willem en Maria
+als koning en koningin van Groot-Britanni&euml; uitgeroepen. Nog
+voordat Willem de kroon op zijn hoofd zette, verloor hij zijn
+vriend, den raadpensionaris Fagel, die veel had gedaan, om
+&#8217;s lands regenten gunstig voor het ondersteunen des stadhouders
+te stemmen. In plaats van Fagel kwam in 1689 <span class="gesp">Antonie
+Heinsius</span>.</p>
+
+<p>Tot het welslagen der onderneming droeg dit veel bij, dat
+Lodewijk in 1688 en 1689 achtereenvolgens aan de boven genoemde
+bondgenooten (zie <a href="#Page_132">blz. 132</a>), alzoo ook aan Nederland,
+den oorlog verklaarde. Z&oacute;&oacute; begon de negenjarige oorlog. Tegen
+zijn verwachting had Lodewijk thans nog &eacute;&eacute;n vijand meer te
+bestrijden, n.l. Engeland. De mogendheden bekrachtigden hun
+vereeniging in 1690 door <i>het Weener verbond</i>. Het leger der Republiek
+streed met het krijgsvolk der bondgenooten in de Zuidelijke
+Nederlanden. Hier won <span class="gesp">Luxembourg</span> in 1692 op Willem III,
+opperbevelhebber van de gezamenlijke troepen der bondgenooten,
+den slag bij <span class="gesp">Steenkerken</span> (in &#8217;t n. van Henegouwen, ten n.w.
+van Senef), in 1693 dien bij <span class="gesp">Landen</span> en <span class="gesp">Neerwinden</span> (in &#8217;t
+n.w. van Luik). Deze nadeelen werden eenigermate vergoed door
+de schitterende zege, die de Nederlandsch-Engelsche vloot onder
+<span class="gesp">Almonde</span> en <span class="gesp">Russel</span> in 1692 bij <span class="gesp">la Hogue</span> (in &#8217;t n.w. van
+Normandi&euml;, aan &#8217;t Kanaal) op den Franschen admiraal <span class="gesp">Tourville</span>
+behaalde. Hoewel de koning van Frankrijk over &#8217;t geheel
+met geluk streed, deden de uitputting zijns lands en nieuwe
+ontwerpen bij hem begeerte naar rust ontstaan. Zoo sloot hij
+in 1697 <i>den vrede van Rijswijk</i> (tusschen den Haag en Delft).
+Lodewijk erkende Willem III als koning van Engeland en stond
+hem het prinsdom Oranje weer af.</p>
+
+<p>Aan de Republiek bracht het geen voordeel, dat hij, die
+stadhouder van de meeste harer gewesten was, de eer verwierf,
+een kroon te mogen dragen, die weldra bleek voor hemzelf
+een doornenkroon te zijn. Zij ging gebukt onder den druk van
+&#8217;t verbond met Engeland en was binnen kort te vergelijken
+bij een sloep, voortgesleept door een linieschip. Haar handel<span class="pagenum"><a name="Page_136" id="Page_136">[136]</a></span>
+leed op nieuw een grooten schok. Dadelijk, in &#8217;t begin van
+den oorlog, werden vele Nederlandsche koopvaardijschepen, die
+men wegens de geheimhouding, waarmede de toeleg op Engeland
+werd behandeld, niet had kunnen waarschuwen, in Frankrijk
+aangehouden. Tevergeefs vleide men zich met de hoop, dat
+Willem iets zou doen tot intrekking of verzachting van de akte
+van navigatie. De nadeelen, den handel toegebracht, werden niet
+vergoed door de ruim zeven millioenen, die Engeland in 1689 en
+volgende jaren, als schadeloosstelling voor de kosten van den overtocht,
+aan Nederland betaalde.</p>
+
+<p>Even v&oacute;&oacute;r het einde van den negenjarigen oorlog, in 1696,
+stierf een van de veldmaarschalken der Republiek, die in den
+slag bij Landen en Neerwinden wakker had medegestreden,
+de stadhouder van Groningen, Friesland en Drente, Hendrik
+Kasimir II (zie <a href="#Page_131">blz. 131</a>). Zijn zoon <span class="gesp">Johan Willem Friso</span>
+(1696-1711) volgde hem in Groningen en in Friesland op onder
+regentschap zijner moeder <span class="gesp">Amalia van Anhalt-Dessau</span>,
+een kleindochter van Frederik Hendrik en dochter van Johan
+George II, vorst van Anhalt-Dessau, terwijl Drente aan Willem III
+het stadhouderschap opdroeg. Voor &#8217;t overige werd de betrekking,
+waarin Nederland reeds sedert lang tot Rusland stond,
+in dezen tijd nauwer door een persoonlijk bezoek van Peter, den
+keizer aller Russen en eersten hervormer zijner natie op groote
+schaal (<i>Overzicht</i>, 9e druk, blz. 160, 161). Eenige dagen hield
+hij zich in 1697 te Zaandam op en timmerde te Amsterdam op
+de werf een geheel schip af. Later hervatte de alleenheerscher
+van het groote rijk het bezoek in 1717. Zonder overdrijving mocht
+Nederland zich beroemen, op die wijze een gunstigen invloed te
+oefenen op Ruslands ontkiemende beschaving.</p>
+
+<p>Het werd weldra duidelijk, dat Lodewijk juist geen duurzamen
+vrede beoogde en welke bedoelingen hij nog in &#8217;t schild voerde.
+Hij wendde zich tot Engeland en tot de Nederlanden, hun voorslaande,
+zonder den keizer (<i>Overzicht</i>, 9e druk, blz. 151) erin
+te kennen, met hem een verdrag te sluiten, waarin zou worden
+vastgesteld, op welke wijze de landen der Spaansche kroon te verdeelen
+bij den dood van den koning van dit rijk, Karel II, die elk
+oogenblik tegemoet werd gezien. Metterdaad kwamen er achtereenvolgens
+<span class="pagenum"><a name="Page_137" id="Page_137">[137]</a></span>
+twee dergelijke verdragen tot stand. Leopold echter
+sloot zich er niet bij aan, en nog veel minder Karel II zelf, bij
+wiens dood (den 1sten Nov. 1700) men een testament vond, dat
+Philips van Anjou, den tweeden zoon van den dauphin, tot eenigen
+erfgenaam der kroon van Spanje verklaarde. Bij de gewichtige
+vraag, die deze verdragen trachtten te beslissen, had Willem
+III, de voorvechter van Europa&#8217;s vrijheid, alleen het evenwicht
+der staten en &#8217;t behoud der rust van dit werelddeel op het oog.
+Als hoofd der zeemogendheden, Engeland en de Nederlanden,
+meende hij, dat het deze staten, bij de groote macht, die &egrave;n het
+huis Habsburg, &egrave;n Bourbon bezat, niet onverschillig kon zijn, wie
+de bezitter der Spaansche monarchie werd. Intusschen begaf zich
+Philips van Anjou, als koning Philips V, in 1701 naar zijn koninkrijk
+Spanje.</p>
+
+<p>Keizer Leopold, die den nieuwen koning niet wilde erkennen,
+rustte zich dadelijk ten oorlog. Weldra vond hij steun bij het
+<i>groote</i> of <i>Haagsche verbond</i> in 1701, dat hij met Engeland en de
+Nederlanden sloot en bij hetwelk zich ook Frederik I van Pruisen,
+het Duitsche rijk, Portugal en Savoye voegden. Willem III was
+niet bestemd, zelf den oorlog mede te voeren. Eer die krijg nog recht
+was uitgebroken, leden de bondgenooten in Maart 1702 door zijn
+overlijden het zwaarste verlies, dat hen kon treffen. V&oacute;&oacute;r zijn dood
+had Willem III pogingen aangewend, om den stadhouder van Friesland,
+Johan Willem Friso, te doen verkiezen tot opvolger in de waardigheden,
+die hij hier te lande bekleedde. Maar ziende, dat de
+staten der gewesten hiertoe niet overhelden, had hij zijn bemoeiingen
+gestaakt. Terstond na Willems dood gaven de staten van
+Holland in de vergadering der Staten-Generaal te kennen, dat zij
+het voornemen hadden, de aangelegenheden te laten, zooals zij
+waren, en de staten der vier overige gewesten, alsmede die van
+Drente, volgden hun voorbeeld. Men liet de hooge ambten onvervuld,
+en de zaken der regeering werden in de vijf provinci&euml;n teruggebracht
+op den voet van 1651.</p>
+
+<p>De oorlog, door Lodewijks toedoen ontbrand, werd gevoerd in
+Itali&euml;, Duitschland, de Zuidelijke Nederlanden en Spanje. Het getal
+van &#8217;s konings uitstekende veldheeren was zeer afgenomen. Daarentegen
+stond aan den kant der bondgenooten een rij van groote<span class="pagenum"><a name="Page_138" id="Page_138">[138]</a></span>
+mannen: <span class="gesp">John Churchill</span>, graaf, daarna <span class="gesp">hertog</span> van <span class="gesp">Marlborough</span>
+(in Devonshire, in &#8217;t z. van Engeland); <span class="gesp">Eugenius
+van Savoye</span>, Leopolds veldheer, en Antonie Heinsius. Deze mannen
+noemt men, wegens hun gemeenschappelijke leiding der zaken,
+het driemanschap in dezen oorlog. Het aandeel, dat de Nederlanders
+aan den oorlog namen, bepaalde zich tot de verrichtingen
+ter zee en in de Spaansche Nederlanden. In 1704 nam de
+Engelsche admiraal <span class="gesp">Rooke</span>, bijgestaan door de vloot der Nederlanden
+onder den luitenant-admiraal <span class="gesp">Callenburgh</span>, bijna zonder
+slag of stoot het onneembare, maar toen slecht bewaakte
+Gibraltar in. Koningin Anna (<i>Overzicht</i>, 9e druk, blz. 157)
+verklaarde, over deze verovering te willen beschikken in gemeenschappelijk
+overleg met de Staten-Generaal; doch in strijd met
+deze uitdrukkelijke belofte en in weerwil dat de stad was genomen
+in naam van aartshertog Karel, Leopolds tweeden zoon, eigende
+Engeland zich haar stilzwijgend toe.</p>
+
+<p>Wat den oorlog te lande betreft, voegden zich de Nederlandsche
+troepen bij het leger, dat in de Zuidelijke Nederlanden stond en
+waarover Marlborough het bevel voerde. Aan &#8217;t hoofd van de
+krijgsbenden der Republiek stond o. a. Johan Willem Friso. Schitterend
+was de reeks der veldslagen. Marlborough versloeg in 1706
+<span class="gesp">Villeroi</span> bij <span class="gesp">Ramillies</span> (in &#8217;t z.o. van Zuid Brabant). Marlborough
+en Eugenius wonnen in 1708 den slag bij <span class="gesp">Oudenaarde</span>
+(in Oost-Vlaanderen aan de Schelde) op Vend&ocirc;me en op den jongen
+<span class="gesp">hertog van Bourgondi&euml;</span>, den oudsten zoon van den dauphin,
+en in 1709 dien bij <span class="gesp">Malplaquet</span> (nabij Mons) op <span class="gesp">Villars</span>.
+Hierop werden de Spaansche Nederlanden allengs geheel veroverd.</p>
+
+<p>Intusschen had Lodewijk XIV, Marlborough en Eugenius terecht
+voor afkeerig van den vrede houdende, zich reeds eenige malen
+in dien zin tot Heinsius gewend, maar vruchteloos. In 1709 geschiedde
+de aanvraag om vrede van Lodewijks kant met meer
+aandrang dan ooit. Doch toen de overwinnaars hun eischen al
+hooger stelden, werden de onderhandelingen afgebroken. Hierop
+volgde de slag bij Malplaquet. De onderhandelingen, in 1710 nogmaals
+te Geertruidenberg hervat, voerden wederom tot niets. Zij
+werden gestaakt, omdat de bondgenooten hun eischen nog in zoo
+verre verzwaarden, dat zij vorderden, dat de grijze Lodewijk zelf<span class="pagenum"><a name="Page_139" id="Page_139">[139]</a></span>
+zijn kleinzoon, des noods met geweld, zou onttronen en dwingen,
+Spanje te verlaten. Maar plotseling kwam er een wending
+in den loop der gebeurtenissen. Juist toen de gezichteinder voor
+Lodewijk met steeds dreigender wolken betrok, brachten twee
+onverwachte gebeurtenissen hem redding aan. De eene was de
+vroegtijdige dood van Jozef I, keizer van Duitschland, Leopolds
+zoon en opvolger, wien zijn eenige broeder, Karel VI, in 1711
+opvolgde. Nu drongen de zeemogendheden er niet langer op aan,
+dat men den beheerscher van zoovele landen nog de Spaansche
+monarchie zou toevoegen. De andere was de terugroeping van
+Marlborough en de val van het whig-ministerie, waarvan hij de
+ziel was. Het voor de whigs in de plaats komende tory-ministerie
+hield den oorlog voor strijdig met Engelands belangen en knoopte
+dus onderhandelingen met Frankrijk aan.</p>
+
+<p>Intusschen verloren de Nederlanden nog v&oacute;&oacute;r het einde van
+den oorlog een hunner veldheeren. Johan Willem Friso, in 1711
+uit de legerplaats naar &#8217;s Gravenhage willende gaan, om, ter
+zake van de erfenis van Willem III, een bijeenkomst te houden
+met zijn mede-erfgenaam, den koning van Pruisen, verdronk in
+Juli van dat jaar door &#8217;t omslaan der schouw of pont aan den
+Moerdijk (tusschen Willemstad en Geertruidenberg), nog slechts
+vier-en-twintig jaren oud zijnde. Zijn gemalin, <span class="gesp">Maria Louise</span>,
+een dochter van Karel, landgraaf van Hessen-Kassel, bracht kort
+daarna een zoon ter wereld, Willem Karel Hendrik Friso. In
+1712 kwamen de gezanten der oorlogvoerende mogendheden te
+<i>Utrecht</i> bijeen, om te pogen tot een vrede te geraken. In April
+1713 werd <i>de vrede</i> onderteekend, behalve door de gezanten van
+Karel VI, die eerst in &#8217;t volgende jaar (<i>Overzicht</i>, 9e druk,
+blz. 155) een einde maakte aan den oorlog. Philips V behield Spanje
+en zijn bezittingen buiten Europa. De Nederlanden verwierven een
+voordeelig verdrag van handel en inkomende rechten. Ook dit moet
+als een voordeel voor de Republiek worden aangemerkt, dat het
+groote doel, waarom zij aan den oorlog had deel genomen, bij
+den vrede werd bereikt, daar de Zuid-Nederlandsche gewesten
+niet aan Frankrijk, maar aan Oostenrijk kwamen. Alsof dit evenwel
+niet genoeg ware tegen Frankrijks gevreesde nabijheid, verkreeg
+zij, om haar tot voormuur tegen de aanvallen van dit rijk<span class="pagenum"><a name="Page_140" id="Page_140">[140]</a></span>
+te dienen, <i>de barri&egrave;re</i>, die haar het recht gaf, in Namen,
+Doornik, Meenen, Warneton, Yperen, Veurne en het fort Knokke
+bezetting te leggen, terwijl mede werd bepaald, dat in de stad
+Dendermonde gemengd garnizoen, d. i. half Oostenrijksch, half
+Staatsch, zou liggen. Het verdrag over de barri&egrave;re kwam den
+16den November 1715 tot stand. Het prinsdom Oranje, hetwelk de
+Staten-Generaal uit de nalatenschap van Willem III aan Frederik
+Willem I, koning van Pruisen (<i>Overzicht</i>, 9e druk, blz. 163),
+hadden toegekend, ging, tegen schadeloosstelling vanwege den
+koning van Frankrijk, aan dit rijk over.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p class="chnumber">&sect;29.</p>
+
+<p class="chtitle">Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de
+en in &#8217;t begin der 18de eeuw.</p>
+
+<p>Verbazend was de inspanning, die een staat van zulk een beperkt
+grondgebied als de Vereenigde Gewesten zich in den nu
+ge&euml;indigden oorlog had getroost ter wille eener zaak, die meer
+geheel Europa, dan de Nederlanden betrof. Die oorlog vermeerderde
+de schuld der Republiek met 350 millioen. Aan de dure offers
+waren de voordeelen, die de vrede schonk, niet ge&euml;venredigd.
+Maar de wil van Willem III alleen had de buitenlandsche staatkunde
+der Republiek bestuurd. Voor de leidende gedachte zijns
+levens, de man te moeten zijn, die zich tegenover Lodewijk XIV
+stelde, moesten de belangen der Republiek achterstaan. Zoolang
+Willem III leefde, had <span class="smcap"><span class="gesp">antonie heinsius</span></span> (zie <a href="#Page_135">blz. 135</a>) hem
+getrouw ter zijde gestaan. Hij was een man van een welwikkend
+oordeel, onverdroten ijver en bezadigde handelwijze, wiens blik
+tot de kern der zaken doordrong. Doch nauwelijks had Willem
+de oogen voor goed gesloten, of Heinsius, zijn denkbeelden naar
+de omstandigheden wijzigende, voegde zich naar de regeering, gelijk
+zij toen werd geregeld, en was in allen opzichte een wakker
+dienaar en voorganger der staten van Holland. Hij werd in den
+vollen zin des woords de zuil van &#8217;t bewind, de hoofdpersoon der
+Republiek.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_141" id="Page_141">[141]</a></span>Niettegenstaande de schaduwzijde, zoo even aangevoerd, bekleedde
+de Republiek na den vrede van Utrecht steeds een eervolle
+plaats onder Europa&#8217;s aanzienlijke mogendheden. Zij bezat
+nog een uitgestrekten handel en aanmerkelijke volkplantingen.
+Nogtans was de handel niet meer, wat hij was geweest. Sinds
+1672 was hij gedaald van het hooge standpunt, dat hij vroeger
+had bestegen. De navigatie-akte van het lange parlement (zie <a href="#Page_109">blz.
+109</a> en <a href="#Page_119">119</a>) had hem den eersten knak gegeven. Inzonderheid
+brachten de oorlogen, ge&euml;indigd met de vredes van Nijmegen,
+Rijswijk en Utrecht, den handel groot nadeel toe. Behalve dat
+zij den staat tot groote uitgaven dwongen ter bestrijding der
+krijgskosten, legden zij een zwaren schuldenlast op de schouders
+der Nederlanders. Het gevolg was de instelling van vele nieuwe
+belastingen. Een andere oorzaak van het dalen van den Nederlandschen
+handel is, dat hij de oogen van de meeste der Europeesche
+volkeren opende, die, de rijkdommen ziende, welke hij
+aanvoerde, zich op haar beurt op dien tak van bestaan toelegden
+en allengs op die baan voortschreden. En hoewel nu de handel
+van Nederland zeer wel naast dien van andere landen kan bestaan,
+is het van den anderen kant zeker, dat geen natie
+den haren destijds uitbreidde, dan ten koste van dien der Republiek.</p>
+
+<p>Gelijk de handel, begon ook de haringvisscherij sedert den aanvang
+der 18de eeuw af te nemen. De walvischvangst was reeds
+vroeger in verval gekomen. <i>De Noordsche compagnie</i> (zie <a href="#Page_43">blz. 43</a>)
+hield in 1645 op te bestaan. Vele schepen waren in &#8217;t ijs blijven
+steken of hadden zonder gunstig gevolg gevaren. Van het genoemde
+jaar af werd de walvischvangst door de ontbinding der Noordsche
+compagnie vrij en leefde, thans door kooplieden, ieder op zichzelf,
+gaande gehouden, weder eenigermate op. Zeer in &#8217;t oog vallend
+was, sedert den vrede van Munster, de achteruitgang der
+fabrieken en manufacturen. Zooals bij den handel, was een hoofdoorzaak
+van dien achteruitgang te zoeken in de zich meer en
+meer onder de Europeesche volkeren verbreidende zucht, om door
+eigen fabrieken in hun behoeften te voorzien en de voortbrengselen
+van die van anderen te kunnen ontberen.</p>
+
+<p>Voor de Oost-Indische compagnie opende zich met den vrede<span class="pagenum"><a name="Page_142" id="Page_142">[142]</a></span>
+van Munster (zie <a href="#Page_99">blz. 99</a>) een tijdperk van verhoogden luister.
+De eer hiervan komt, voor een goed deel, aan den gouverneur-generaal
+<span class="gesp">Johan Maatsuiker</span> (1653-1678) toe, die langer dan
+iemand, voor of na hem, over de bezittingen der compagnie het
+bewind voerde. Op Ceylon eindigde de strijd, onder van Diemen
+(zie <a href="#Page_99">t. a. p.</a>) aangevangen, met de geheele verdrijving der Portugeezen.
+Ook Negapatnam (op de kust van Coromandel, tegenover
+Ceylon) werd veroverd. Op Sum&#257;tra werd Palembang (op
+de z.o. kust) schatplichtig. Bovenal werd Makassar (in &#8217;t z.w.
+van Cel&#275;bes) het tooneel van een roemrijken kamp voor de Nederlandsche
+compagnie, welker hulp door een der elkander op
+dat eiland bestrijdende vorsten werd ingeroepen. Cornelis Speelman
+stond aan &#8217;t hoofd van de scheepsmacht der compagnie, die
+er, eenige jaren achtereen, oorlog voerde. Hij dwong den vorst
+van Makassar tot een verdrag, waarbij deze vorst zich verplichtte,
+de Portugeezen en de Engelschen uit zijn gebied te verwijderen
+en de compagnie den alleenhandel, vrij van tollen, toe te
+staan.</p>
+
+<p>&Eacute;&eacute;n jaar voordat Maatsuiker het bewind aanvaardde, had zich
+een volkplanting der Nederlanders aan de Kaap de goede hoop
+gevestigd. De streek zelve was dit volk sedert langer dan een
+halve eeuw bekend. Menig Nederlandsch schip was de Tafelbaai
+binnengeloopen, om er ververschingen in te nemen; doch aan
+een blijvende vestiging had niemand gedacht. Het eerst kwam
+dit denkbeeld op bij <span class="gesp">Jan van Riebeek</span>, een scheepsheelmeester,
+toen hij in 1648 met een vloot uit Indi&euml; naar het vaderland terugkeerde.
+De kamer van zeventienen (zie <a href="#Page_79">blz. 79</a>) keurde het
+ontwerp goed, en in April 1652 stichtte van Riebeek er een
+volkplanting. Slechts &eacute;&eacute;n donkere partij is er in het schitterend
+tijdperk van Maatsuikers landvoogdij op te merken: zij is het
+verlies van Form&#333;sa (zie <a href="#Page_80">blz. 80</a>). In &#8217;t midden der 17de eeuw
+werd de keizerlijke dynastie, die in Sina regeerde, van den troon
+gestooten. De Mantsjoe-Tartaren, een volk, ten n.o. van Sina
+wonende, overstroomden het groote rijk, en hun opperhoofd trok
+het bewind aan zich. Een der vele Sineezen, die zich tegen hem
+verklaarden en van het vasteland moesten wijken, was de zeeroover
+<span class="gesp">Coxinga</span>, die met een groote vloot de zee onveilig
+<span class="pagenum"><a name="Page_143" id="Page_143">[143]</a></span>
+maakte. Weldra zette hij koers naar Form&#333;sa, ten einde dit eiland
+te veroveren. De Nederlandsche gouverneur van Form&#333;sa, <span class="gesp">Coyet</span>,
+verdedigde wakker de sterkte Zelandia met de weinige troepen,
+die hij had. Den predikant <span class="gesp">Hambroek</span>, in &#8217;s vijands macht
+gevallen, zond Coxinga erheen, om op een spoedige overgave
+aan te dringen. Hij ried het tegendeel, weshalve hij, naar Coxinga
+teruggekeerd, kort daarna, onder voorwendsel dat hij de Formosanen
+had opgeruid, werd gedood. Eindelijk gaf Coyet, na
+een langdurig beleg, in 1662 het kasteel op eervolle voorwaarden
+over.</p>
+
+<p>In Maatsuikers tijd was nog maar een klein deel van Java in
+&#8217;t bezit der Oost-Indische compagnie: Batavia met den naasten
+omtrek. Van de inheemsche vorsten van dit eiland waren die
+van Mat&#257;ram (in &#8217;t midden van Java) en van Bantam (zie <a href="#Page_78">blz.
+78</a>) de voornaamste. Een zijner opvolgers was <span class="gesp">Cornelis Speelman</span>.
+Voortdurend won, sedert de eerste vestiging (zie <a href="#Page_79">blz. 79</a>),
+het gezag der compagnie veld op Ternate, Tidor en de overige
+Molukken. In &#8217;t laatst der 17de eeuw werd het Noorden van
+Cel&#275;bes geheelenal afhankelijk van de compagnie, in 1704 de
+Preanger landen, in 1741 het oostelijk gedeelte van Java, o. a.
+Soerabaya. In 1755 verdween de naam &#8222;Mat&#257;ra&#8221; uit de geschiedenis.
+Hij werd vervangen door die der <i>vorstenlanden</i>, <i>Soerakarta</i>
+en <i>Djokjokarta</i>, beide onder &#8217;t oppergezag der compagnie staande.
+Ruim twintig jaren later, in 1778, stond de sultan van Bantam
+de rechten van opperhoogheid, die hij op de westkust van Borneo
+had, aan de compagnie af. In al die onderworpen landstreken
+behielden de inlandsche vorsten, doorgaans onder den titel <i>regenten</i>,
+zoowel als hun stamhuizen, onder de opperheerschappij
+der compagnie hun rang en recht van opvolging. Hun werd, als
+leidsman en voogd, een Nederlandsch ambtenaar ter zijde gesteld,
+die den titel <i>resident</i> voerde. Tevens werd hun, ten bewijze
+hunner afhankelijkheid, de verplichte levering van deze of gene
+voortbrengselen van den grond opgelegd.</p>
+
+<p>Het vermeesteren van landen en het bemachtigen van volkeren
+waren evenwel niet de grootste voordeelen, die de compagnie
+uit haar ondernemingen trok. Meer waarde hadden de winsten,
+welke haar de koophandel verschafte. In 1671 verheugde zij haar<span class="pagenum"><a name="Page_144" id="Page_144">[144]</a></span>
+deelhebbers door een uitdeeling van 65 ten honderd. Bij de waren,
+welke de Oost-Indische vloten, <i>retourvloten</i> geheeten, Nederland
+toevoerden, kwam sinds den aanvang der 18de eeuw de Java-koffie,
+een vrucht, oorspronkelijk in Arabi&euml; te huis behoorende.</p>
+
+<p>Al was het niet op groote schaal, toch breidde ook de West-Indische
+compagnie haar bezittingen langzamerhand uit. Zoo voegde
+zij bij hetgeen zij had (zie <a href="#Page_88">blz. 88</a>) Berbice (in &#8217;t n. van Zuid-Amerika,
+ten w. van Suriname). Hoewel tot de West-Indische
+compagnie gerekend, was Berbice het bijzonder eigendom van
+eenige Amsterdamsche kooplieden en stond onder hun beheer.
+Gelijk Berbice en Suriname, was Essequ&#299;bo (ten w. van Berbice)
+haar ontstaan aan Zeeuwen verschuldigd. Reeds in het begin
+der 17de eeuw hadden zij er een volkplanting. Van haar
+ging de kolonie Demerary (tusschen Berbice en Essequ&#299;bo) uit.
+Beide stonden alleen onder de kamer Zeeland der West-Indische
+compagnie. Van Suriname&#8217;s (zie <a href="#Page_119">blz. 119</a>) eigendom stond
+deze compagnie een deel af aan Amsterdam. In weerwil van
+deze aanwinsten bleek het, sinds het verlies van Brazili&euml; (zie
+<a href="#Page_92">blz. 92</a>, <a href="#Page_93">93</a>), dat het lot der West-Indische compagnie moest zijn,
+even spoedig te vervallen, als zij zich had verheven. Weldra was
+zij niet meer in staat, eenige uitdeeling te doen of slechts eenige p. c.
+rente te betalen, weshalve de Staten-Generaal ze in 1674 ontbonden.
+Reeds in 1675 verrees een nieuwe compagnie, waaraan de
+Staten-Generaal octrooi verleenden. Het getal der <i>bewindhebbers</i>
+werd op 53 gebracht, de generale vergadering tot op 10 leden
+verminderd en daarom <i>de vergadering van tienen</i> geheeten. Het
+ging de nieuwe maatschappij nog ongelukkiger, dan de vorige.
+Haar uitdeelingen, die schier nimmer het cijfer van 5 ten honderd
+overschreden, bleven doorgaans lager.</p>
+
+<p>Van de compagnie&euml;n keeren wij tot den staat zelf terug.
+Reeds meermalen is gebleken, dat de soort van eenheid van den
+gevestigden staat, welke er nog bestond, dikwerf dreigde teniet
+te gaan door den strijd, dien de staten der gewesten bij herhaling
+tegen den band der unie voerden. Naast dien strijd ontstond allengs
+een tweede tusschen de staten der gewesten zelven en de leden,
+waaruit zij waren samengesteld. Van die leden waren de vroedschappen
+der steden de talrijkste en de voornaamste. Groot was<span class="pagenum"><a name="Page_145" id="Page_145">[145]</a></span>
+de macht dezer vroedschappen. De groote macht, waarover de stedelijke
+overheidspersonen beschikten, deed de begeerte bij hen opkomen
+haar te behouden en ze op hun verwanten te doen overgaan.
+Zoo zag men de waardigheid van lid der vroedschap van lieverlede
+zoo goed als erfelijk worden en onder de hand van die raden uitsluiten
+al wie niet tot de regeerende famili&euml;n behoorde. De gewoonte
+van &#8217;t aangaan van dergelijke overeenkomsten, waarbij de leden van
+zulke famili&euml;n zich verbonden, om elkander, hun verwanten en
+vrienden op het kussen te helpen, was in &#8217;t midden der 18de eeuw
+vrij algemeen. De overeenkomsten zelven noemde men veelal <i>correspondenti&euml;n</i>.
+Naar men meent, zal het eerste verdrag van dien aard
+reeds in 1652 te Zierikzee zijn gesloten.</p>
+
+<p>De kracht en de oorspronkelijkheid van Nederland verzwakten.
+Dit zag men ook op het veld der letterkunde en op het gebied der
+schoone kunsten. Vermaarde schilders kwamen minder voor. Wat
+de letteren aangaat, er waren schrijvers, verdienstelijke schrijvers
+zelfs; doch het waren meerendeels navolgers van de grootsche gestalten,
+waarop vroeger (zie <a href="#Page_101">blz. 101 vlg.</a>) werd gewezen. Vondel
+werd b. v. nagestreefd door <span class="gesp">Antonides van der Goes</span>, afkomstig
+uit Goes en in 1684 overleden, die in zijn <i>Ystroom</i> de reeks
+der Nederlandsche stroomdichters opende. Dit gedicht, dat tot de
+beschrijvende soort behoort, bezingt den lof van het Y en heeft
+alzoo den roem van Amsterdam tot onderwerp. Meer en meer
+oefende de Fransche letterkunde een doodenden invloed op de
+oorspronkelijkheid der Nederlanders, al verruimde zij van den
+anderen kant hun denkbeelden. Slechts <span class="gesp">Justus van Effen</span> (overleden
+in 1735) handhaafde in zijn <i>Hollandsche spectator</i> de eischen
+van een zuiveren en lossen Nederlandschen stijl, tevens de nationale
+ondeugden en gebreken van zijn tijd bestrijdende.</p>
+
+<p>Zin voor wetenschap bleef den Nederlanders evenwel eigen. In
+de natuurkunde verwierf o. a. <span class="gesp">Christiaan Huygens</span>, Constantijns
+(zie <a href="#Page_102">blz. 102</a>) zoon, de uitvinder der slingeruurwerken
+(overleden in 1695), grooten roem. Een Europeeschen naam had
+<span class="gesp">Herman Boerhaave</span>, hoogleeraar in de geneeskunde te Leiden
+(overleden in 1738), tot wiens lessen honderden studenten uit
+verschillende landen toestroomden.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_146" id="Page_146">[146]</a></span></p>
+<h2>&sect; 30.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het stadhouderschap van Willem IV.</p>
+
+<p>In de beide laatste oorlogen had Nederland een overspannen rol
+gespeeld. Als kampvechter voor Europa&#8217;s algemeene belangen had
+het meer gedaan, dan een kleine Republiek op den duur kon
+volhouden. Van nu aan namen vele regenten in de Zeven Gewesten
+zich voor, een anderen weg te bewandelen. De overweging,
+dat men tot dusver te veel had gedaan, voerde thans dikwerf
+tot het te weinig doen. Het werd van lieverlede het hoofdstreven
+der Republiek, zich veilig wanende achter haar barri&egrave;re, zooveel
+mogelijk het deelnemen aan oorlogen te vermijden. Vanhier, dat
+de Europeesche mogendheden, geheel anders dan in vroegere tijden,
+weldra zonder Nederland onderhandelden en bij de samenkomsten
+harer gezanten niet zelden besluiten namen ten nadeele
+van Nederlands belangen. In plaats van te hechten aan een
+rechtmatigen invloed, was men er in &#8217;t vervolg in de Republiek
+op uit, zich binnen een zoo nauw mogelijken kring te beperken.
+Voor land- en zeemacht droeg de regeering de noodige zorg niet
+langer, geenszins gedachtig aan het spreekwoord: &#8222;zoo gij den
+vrede wilt, bereid u ten oorlog&#8221; Millioenen verloren de Nederlandsche
+kooplieden door de kaapvaart der Algerijnen, met wier
+dey de Republiek eerst in 1726 vrede sloot.</p>
+
+<p>Het kon niet anders, of de Republiek moest, in weerwil van
+haar zoo even aangeduid streven, van tijd tot tijd worden gemengd in
+vele der verwikkelingen, welke Europa&#8217;s staatsmannen in de eerste
+helft der 18de eeuw hadden op te lossen. Zoo teekende zij in 1731 de
+pragmatieke sanctie (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 164), en wel niet
+dan onder voorwaarde, dat keizer Karel VI <i>de Oost-Indische maatschappij</i>,
+die hij te Ostende had opgericht, ophief. De Staten-Generaal
+toch beweerden, dat deze maatschappij geen recht van bestaan
+had, omdat de keizer de Zuidelijke Nederlanden bezat op den voet,
+vastgesteld bij den vrede van Munster. Onder de voorwaarden nu
+van dien vrede was er een (zie <a href="#Page_96">blz. 96</a>), waaruit, volgens hen,
+voortvloeide, dat, vermits de Zuidelijke Nederlanden op het tijdstip
+van het sluiten van dien vrede niet op de Indi&euml;n voeren, zij thans
+evenmin aan die vaart mochten deel nemen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_147" id="Page_147">[147]</a></span>
+In 1720 overleed de raadpensionaris Heinsius. Een zijner opvolgers
+was, sedert 1727, <span class="gesp">Simon van Slingelandt</span>. Deze
+schrandere man schonk eenigermate den ouden duister terug aan
+het gewichtige ambt, hetwelk, voor een goed deel, zijn glans
+ontleende aan voorgangers, als Oldenbarnevelt en de Witt. Gedurende
+de negen jaren, waarin hij de leidsman der staten van
+Holland was en dit gewest ter Staten-Generaal mede vertegenwoordigde,
+deed hij vele pogingen, om de gebreken, die zijn
+heldere blik had doorzien, uit den weg te ruimen. Maar het was
+hem niet gegeven, zijn denkbeelden tot daden te zien rijpen.
+De stem der vaderlandsliefde en van het doordringend verstand
+stiet af op den muur der zelfzucht en eigenbaat. Toen hij in 1736
+stierf, zeide de gezant van Portugal te &#8217;s Gravenhage: &#8222;Nu heeft
+de Republiek haar hoofd verloren.&#8221;</p>
+
+<p>Inmiddels was langzamerhand het getal toegenomen der waardigheden,
+opgedragen aan den spruit uit het huis van Nassau,
+den zoon van Johan Willem Friso (zie <a href="#Page_139">blz. 139</a>), <span class="gesp">Willem Karel
+Hendrik Friso</span>. Dadelijk bij zijn geboorte als erfstadhouder
+van Friesland erkend, werd hij in 1718 stadhouder van Groningen,
+in 1722 van Drente en van Gelderland. In 1732 werd de
+zaak der erfenis van Willem III (zie <a href="#Page_140">blz. 140</a>) beslecht. Met uitzondering
+van eenige bezittingen, die aan Frederik Willem I,
+koning van Pruisen, werden toegewezen, erlangde Willem Karel
+Hendrik Friso alle heerlijkheden, op Nederlands bodem gelegen.
+Bij hetzelfde verdrag, hetwelk dit vaststelde, stond de prins het
+prinsdom Oranje aan den koning van Pruisen af, dat deze vorst
+trouwens, als zich gerechtigd achtende, reeds in 1713 (zie <a href="#Page_140">t. a. p.</a>)
+aan de Fransche kroon had overgegeven. Den titel behield Willem
+Karel Hendrik Friso zich echter voor. Kort na deze beschikking,
+in 1734, trad de stadhouder van Friesland, Groningen, Drente
+en Gelderland in het huwelijk met <span class="gesp">Anna</span>, de oudste dochter
+van George II, koning van Engeland. Eenige jaren later verkreeg
+hij bij erfenis en verdrag eenige streken van Nassau in Duitschland,
+Dillenburg en andere.</p>
+
+<p>In weerwil van het streven der Staten-Generaal om zich in
+de geschillen, die nu en dan tusschen de hoven van Europa
+opkwamen, onzijdig te houden, was het hun niet mogelijk, zich<span class="pagenum"><a name="Page_148" id="Page_148">[148]</a></span>
+te onttrekken aan een der Europeesche oorlogen, die in 1740 losbarstte.
+Nauwelijks was de keizer van Duitschland, Karel VI,
+gestorven, of zijn dochter, Maria Theresia, had een groot aantal
+vijanden het hoofd te bieden (<i>Overzicht</i>, blz. 164). Onmiddellijk
+zocht zij hulp bij de mogendheden, die zich hadden verbonden
+tot het handhaven der pragmatieke sanctie. De Staten-Generaal
+begonnen met, evenals Engeland, hulpgelden te geven.
+Vervolgens ondersteunden zij de koningin van Hongarije met
+krijgsvolk. De koning van Frankrijk, Lodewijk XV, nam dit zeer
+euvel op en deed in 1747, na de slag van Fontenai (<i>Overzicht</i>,
+blz. 165) te hebben gewonnen, een inval op &#8217;t grondgebied der
+Republiek, allereerst in Staats-Vlaanderen.</p>
+
+<p>Sinds de oorlog was uitgebroken en met vrij ongunstigen uitslag
+werd gevoerd, kon men overal onder het volk toenemende
+blijken van ontevredenheid met de regeering bespeuren. Naar gelang
+de barri&egrave;re-steden bezweken en de oorlog de grenzen naderde, groeiden
+de ongerustheid en het misnoegen aan. Het gebulder van &#8217;t
+Fransche geschut voor Sluis (in Staats-Vlaanderen) herinnerde den
+burgers van &#8217;t naburige Veere, dat de prinsen uit het huis van
+Oranje-Nassau in netelige omstandigheden meermalen de redders
+van &#8217;t land waren geweest. Vanhier een herhaling van het jaar
+1672: wederom ging de beweging van Veere uit. Nadat de
+schutterij dezer stad in April 1747 haren wensch had te kennen
+gegeven, dat de vroedschap den prins tot stadhouder mocht verkiezen,
+nam dit lichaam een besluit in dien zin. Eveneens ging
+het in de overige steden van Zeeland, in de eene met, in de
+andere zonder opschudding. Den 28sten April werd de prins door
+de staten van Zeeland als stadhouder aangesteld.</p>
+
+<p>Van Zeeland sloeg&mdash;wederom zooals in 1672&mdash;de beweging
+tot Holland over. Het eerst geraakte het volk te Rotterdam en te
+Delft op de been, &#8217;s prinsen bevordering van de vroedschap verlangende.
+De andere steden volgden, en den 3den Mei 1747 had
+&#8217;s prinsen benoeming door de staten van Holland plaats. Op denzelfden
+dag, als in Holland, geschiedde de verheffing van den prins te
+Utrecht. Den 4den Mei droegen de Staten-Generaal hem het kapitein-generaal-admiraalschap
+over de krijgsmacht van den staat op.
+Den 10den Mei volgden de staten van Overijsel het voorbeeld<span class="pagenum"><a name="Page_149" id="Page_149">[149]</a></span>
+van die der andere gewesten. &#8217;t Spreekt vanzelf, dat de prins nu
+tevens zitting nam in den raad van state.</p>
+
+<p>Het scheen, dat er geen einde kwam aan het getal eerbewijzen
+en blijken van genegenheid, waarmede de stadhouder werd
+overstelpt. De Staten-Generaal vereerden den prins, van nu aan
+gewoonlijk <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> IV</span> (1747-1751) geheeten, met het stadhouder- en
+kapitein-generaalschap over de landen van Overmaas
+(zie <a href="#Page_96">blz. 96</a>) en voegden er welhaast dat over de andere Generaliteitslanden
+bij. Nog verklaarden de gewesten het stadhouderschap,
+waarmede de prins was bekleed, <i>erfelijk</i> in zijn nakomelingschap,
+ook in de vrouwelijke linie. De Staten-Generaal verklaarden
+het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de beide
+lini&euml;n. Bij de tallooze onderscheidingen kwam nog <i>het opper-directeur-gouverneurschap</i>
+van O. en W. Indi&euml;, dat den prins in 1749
+door de bewindhebbers der beide compagnie&euml;n werd opgedragen.
+Verre, zeer verre ging het gezag, hetwelk in de handen van
+Willem IV werd gelegd, dat zijner voorgangers te boven. Zonder
+den titel werd hij metterdaad souverein. Zien wij, hoe hij die
+macht aanwendde.</p>
+
+<p>De misbruiken, ten opzichte van <i>de pachterijen</i> bestaande, gaven
+in den tijd van Willems verheffing van de zijde der bevolking
+van de steden van Holland aanleiding tot hevige opschuddingen.
+Het volk was zeer gebeten op de pachters, d. i. op hen, aan
+wie, als aan de meestbiedenden, de staten der gewesten zekere
+belastingen voor een aantal maanden verpachtten. De menigte,
+hier en daar door knevelarijen dier pachters gekweld, stak de
+groote en vaak binnen korten tijd verkregen rijkdom dezer lieden
+in &#8217;t oog. Het eerste barstte &#8217;t misnoegen in Friesland los. Het
+volk stak de kleine opzichtershuizen in brand of haalde ze omver,
+plunderde de woningen der pachters, in &#8217;t kort beging allerlei
+baldadigheden. In Groningen en in de overige gewesten
+zag men weldra dezelfde tooneelen, vooral te Amsterdam. Met
+goedvinden en op raad van Willem IV schafte men in 1748 in
+Friesland, in Groningen, in Utrecht en in Holland de pachterijen af.
+In deze provinci&euml;n werden de pachterijen vervangen door de invordering
+bij wijze van <i>collecte</i> of inzameling. Aan <i>de collecteurs</i> of
+gaarders, thans ambtenaren, werden matige jaarwedden toegelegd.<span class="pagenum"><a name="Page_150" id="Page_150">[150]</a></span>
+In Overijsel hield men zich deels aan de pachterijen,
+deels aan de collecte. Gelderland en Zeeland bleven bij het
+verpachten.</p>
+
+<p>Inmiddels veroverden de Franschen de eene plaats na de andere
+in Staats-Vlaanderen en namen in 1747 zelfs de vesting Bergen
+op Zoom bij verrassing in. Het was inderdaad tot heil, van het
+land, dat de oorlog in &#8217;t volgende jaar met <i>den vrede van Aken</i>
+(<i>Overzicht</i>, blz. 166) een einde nam. Voor de Republiek bevatte die
+vrede geen andere hoofdvoorwaarden, dan dat zij alles, wat de
+Franschen op haar hadden veroverd, terugkreeg, benevens de barri&egrave;re-steden,
+maar deze grootendeels geslecht.</p>
+
+<p>Gedurende den korten levenstijd, die Willem IV na dien vrede
+van Aken werd gegund, wijdde hij zich, voor zoover zijn zwakke
+lichaamskrachten het gedoogden, zorgvuldig aan de belangen van
+Nederland. Wakker stond hem, sedert 1749, de raadpensionaris
+<span class="gesp">Pieter Stein</span> ter zijde. De stadhouder kon evenwel niet dadelijk
+al zijn aandacht vestigen op hetgeen hem toescheen voorziening
+te behoeven. Immers, in vele steden werd, reeds sedert eenigen
+tijd, gewezen op het wenschelijke eener geheele verandering der
+regeeringspersonen, hoedanige verandering met elken grooten
+schok in &#8217;s lands binnenlandsche historie, b. v. in 1672 en in
+1702, gepaard was gegaan. De meerderheid van &#8217;t volk achtte
+dit evenzeer noodig of was licht tot dergelijke bewering te bewegen.
+Alzoo begon de prins in 1748 met zoodanige verandering
+te Amsterdam. Gelijke verzetting der wet had in de meeste
+overige steden van Holland plaats, verder in Gelderland, in Overijsel,
+in Friesland en in Groningen. Zoo doortastend, als vroeger bij
+dergelijke omwentelingen, was intusschen deze regeeringsverandering
+niet.</p>
+
+<p>Te midden der verschillende bewegingen werd Willem IV in
+1749 op het verval der zijde- en andere weverijen opmerkzaam
+gemaakt. Ten einde dit, voorzooveel hij vermocht, tegen te
+gaan, verklaarde hij aan de staten van Holland, dat hij had
+besloten, voor zich en zijn hof van nu af geen zijden of andere
+stoffen te bezigen, dan inlandsche. Het voorbeeld vond navolging
+bij de staten van Holland. Zij verzochten de heeren van de ridderschap
+en de burgemeesters der stemmende steden, hetzelfde te<span class="pagenum"><a name="Page_151" id="Page_151">[151]</a></span>
+doen, als de prins. Aan de regenten van de niet-stemmende steden
+werd dit besluit der staten als gebod medegedeeld.</p>
+
+<p>Op deze en andere wijzen trachtte de prins &#8217;s lands welvaart
+te bevorderen. Hierbij gedachtig aan de belangen van zijn huis,
+bewoog hij in 1750, uit hoofde van den zwakken toestand zijner
+gezondheid, de Staten-Generaal, hertog <span class="gesp">Lodewijk Ernst van
+Brunswijk-Wolfenbuttel</span>, een verwant der prinses, die tot
+dus ver in dienst was van den keizer van Duitschland, als veldmaarschalk
+aan te stellen over het leger der Republiek. Willems
+gezondheid toch nam steeds af, en in October 1751 stierf hij.
+Die dood was een zware slag voor het vaderland. Weinig is
+dat, wat hem wordt verweten, in tegenstelling met het vele
+goede, dat men van hem getuigt. Onder het eerste mag evenwel
+niet worden verzwegen, dat hij vaak te spoedig het oor schijnt
+te hebben geleend aan plannenmakers. Willem IV, door vele
+kundigheden uitmuntende, had tevens de gaven om aan &#8217;t roer
+van den staat te staan. Geen der vorige stadhouders van de Vereenigde
+Gewesten was gematigder dan hij; geen hunner vereenigde
+met vastheid van daad meer zachtheid van vorm. Te hooger rijst
+de waarde dezer zelfbeheersching, omdat hij in aanzien en macht
+al zijn voorgangers overtrof. In de zaken hervormende, hetgeen hij
+noodig achtte, ontzag hij de personen, zooveel het welbegrepen
+belang der Republiek het veroorloofde. In de weinige jaren van
+zijn stadhouderschap heeft hij althans iets tot stand gebracht,
+meer nog willen doen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 31.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den
+hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van
+Willem V tot het begin van den oorlog
+tusschen Engeland en Nederland.</p>
+
+<p>Op den dag zelven van &#8217;t overlijden van Willem IV werd <span class="smcap"><span class="gesp">anna</span></span>
+als <i>gouvernante</i> en voogdes erkend van Willems eenigen zoon,
+<span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> V</span> (1751-1795, overl. 1806), die in 1748 was geboren.
+<span class="pagenum"><a name="Page_152" id="Page_152">[152]</a></span>
+De hertog van Brunswijk werd tot vertegenwoordiger van den
+kapitein-generaal benoemd. Tevens bleef hij de raadsman der gouvernante
+en hield een wakend oog op &#8217;s prinsen opvoeding. Vele
+waren de vakken, waarin de jonge vorst uitmuntte. Maar weldra
+bleek het, dat men in hem de voortvarendheid, de veerkracht en
+de vastheid miste, die, zooals beneden zal blijken, juist in die dagen
+onontbeerlijke eigenschappen in &#8217;t karakter van den stadhouder
+en kapitein-generaal der Republiek waren. Ook ontbrak
+hem het rechte doorzicht, om de gebreken, die er waren,
+naar eisch te doorgronden. In plaats van die hoedanigheden
+had hij de zucht, om, terwijl hij de gewichtigste en dringendste
+aangelegenheden verzuimde, zich met nietsbeteekenende
+zaken te bemoeien.</p>
+
+<p>De eenige gebeurtenis van eenig gewicht, die in de eerste jaren
+van Anna&#8217;s regentschap voorviel, was de schikking, die in 1754
+met den koning van Pruisen, Frederik II, werd getroffen nopens de
+goederen van het huis van Oranje-Nassau, hem vroeger toegedeeld
+(zie <a href="#Page_147">blz. 147</a>). Bij deze overeenkomst stond de koning die goederen
+voor een groote som aan Willem V af. De zeeoorlog, die in
+1756 tusschen Frankrijk en Engeland (<i>Overzicht</i>, blz. 167) losbarstte,
+bracht Nederlands regenten in groote moeielijkheden.
+Zoowel van den kant van Engeland, als van dien van Frankrijk
+werden pogingen gedaan, om Nederland aan zijn zijde te doen
+medestrijden. Desniettegenstaande wenschten de Staten-Generaal
+een onzijdige houding aan te nemen, en de schranderheid en de
+gematigdheid van de raadslieden der gouvernante wisten deze staatkunde,
+welke het welzijn van &#8217;t vaderland vereischte, te handhaven.
+Zij zegevierde in weerwil van de thans herlevende, nimmer geheel
+verdwenen staatspartijen, waartoe een goed deel van Nederlands
+ingezetenen behoorde.</p>
+
+<p>Welhaast leerde de tijd, hoeveel nadeel ook een oorlog, waaraan
+de Republiek geen deel nam, aan haar bewoners kon toebrengen.
+Een menigte Nederlandsche koopvaardijschepen, die scheepsbehoeften
+of andere goederen naar Frankrijks havens voerden en
+vandaar kwamen, werden, in strijd met vroeger gesloten verdragen,
+door de Engelschen als goede prijzen opgebracht. Daarenboven
+beroofden de Britsche kapers ook die Nederlandsche vaartuigen,<span class="pagenum"><a name="Page_153" id="Page_153">[153]</a></span>
+welke noch naar Frankrijk waren bestemd, noch de havens
+van dit rijk hadden aangedaan. Bij de nadeelen, die de handel op
+deze wijze leed, kwamen nog die, welke hij van Algiers en
+Marokko had te lijden. Het bleek, dat de zeemacht van de Republiek
+zelfs niet tegen die van deze roofstaten bestand was. Dit
+alles berokkende de gouvernante menigen vijand. Men verweet
+haar, dat zij, van geboorte een Engelsche prinses, de belangen
+van Nederland ter wille van Groot-Britanni&euml; verwaarloosde. Elders
+verwekte de manier, waarop zij openstaande plaatsen in de vroedschap
+vervulde, haar menigen tegenstander. Toen zij in 1759 was
+gestorven, nam de hertog van Brunswijk de taak der voogdij op
+zich. In Friesland beschouwde men de prinses-grootmoeder <span class="gesp">Maria
+Louise</span> (zie <a href="#Page_139">blz. 139</a>), door de Friezen <i>Maike-Moei</i> genoemd, als
+regentes en regeerde op haren naam.</p>
+
+<p>Eerst in 1763 kregen Nederlands handel en zeevaart rust, toen
+de vrede van Parijs een einde aan den zevenjarigen oorlog maakte
+(<i>Overzicht</i>, blz. 167). Drie jaren later, in 1766, aanvaardde de
+erfstadhouder, thans den leeftijd van achttien jaren hebbende
+bereikt, de hooge ambten, voorheen door zijn vader bekleed.
+Tevens werden hem die bedieningen, welke niet erfelijk waren
+verklaard, als het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnie&euml;n
+(zie <a href="#Page_149">blz. 149</a>), gelijk vroeger aan Willem IV, opgedragen. De
+hertog van Brunswijk werd door Zijn Hoogheid en door de staten
+der verschillende gewesten met een som van ruim 600,000 gl.
+begiftigd. De staten van Holland en de Staten-Generaal gaven hem
+terzelfder tijd te kennen, dat zij zeer wenschten, dat hij voortging,
+den staat voortdurend ten dienste te staan. Niets kon hem, die
+reeds vreesde, met het einde zijner voogdij, al zijn invloed op
+den loop der zaken te zullen verliezen, aangenamer zijn, dan
+dergelijke betuiging. Hiervoor behoefde echter niet de minste vrees
+te bestaan, want reeds v&oacute;&oacute;r het einde der voogdij, den 3den Mei
+1766, had de prins den hertog verzocht, met hem een geschrift
+te onderteekenen, waarin hij zich verbond, hem, den stadhouder
+en kapitein-generaal-admiraal, in alle aangelegenheden van &#8217;t
+bewind met raad en daad ter zijde te zullen staan. In dit geschrift,
+<i>de akte van consulentschap</i> geheeten, beloofde de prins
+hem plechtig, dat hij te dier zake van alle verantwoordelijkheid<span class="pagenum"><a name="Page_154" id="Page_154">[154]</a></span>
+zou zijn ontslagen. Het stuk zelf bleef in de dagen, toen het
+werd opgesteld en geteekend, voor ieder, behalve voor zeer
+weinige personen, een geheim. Thans was de hoogste staatsdienaar,
+wiens ambten hem, krachtens de erfelijkverklaring, van rechtswege
+toekwamen, niets dan een onmondige, onder een voortdurende
+voogdij verkeerende.</p>
+
+<p>Het is zeer waarschijnlijk, dat &#8217;s prinsen volgzaamheid jegens
+den hertog zich al dadelijk in de keuze eener gemalin betoonde.
+Niet een Engelsche prinses werd dit, maar <span class="gesp">Frederika Sophia
+Wilhelmina</span>, een dochter van prins August Willem, een
+broeder van Frederik II, koning van Pruisen. Uit Willems huwelijk
+sproten drie kinderen: Frederika Louisa Wilhelmina, later gehuwd
+met Karel George August, erfprins van Brunswijk, en twee zonen,
+Willem Frederik, geboren in 1772, en Willem George Frederik,
+geboren in 1774. De tweede dier zonen werd later, gedurende
+den tweeden coalitie-oorlog (<i>Overzicht</i>, blz. 180, 181), generaal
+in dienst van Frans II, keizer van Duitschland, en overleed in
+1799 aan een ziekte. Het gezin des stadhouders bewoonde &#8217;s Gravenhage,
+gelijk ook Willem IV sedert 1747 had gedaan. Over
+&#8217;t geheel waren de eerste jaren van het stadhouderschap van
+Willem V, nadat hij meerderjarig was geworden, een gelukkig
+tijdperk, voor hem en voor den staat. Het was vrede in &#8217;t Westen
+en Zuiden van Europa. Een ongestoord handelsvertier gaf welvaart
+en overvloed tot bij den geringsten burger. De vrij lange
+reeks van jaren, gedurende welke de Zeven Gewesten den vrede
+hadden genoten, hadden zij zich te nutte gemaakt, om den
+toestand der geldmiddelen op een beteren voet te brengen.
+Stein (zie <a href="#Page_150">blz. 150</a>) maakte dit tot het voorwerp van zijn aanhoudend
+streven.</p>
+
+<p>Nogtans waren er gronden, om de toekomst met bezorgdheid
+tegemoet te zien. Had Willem IV langer geleefd, misschien
+ware het hem gelukt, de partijschappen langzamerhand te doen
+verdwijnen, of althans haar kracht te doen verliezen. Met veel
+beleid had hij dit doel in de hand gewerkt. Doch de ineensmelting
+der partijen mocht geenszins plaats grijpen. Reeds de zeeoorlog
+(zie <a href="#Page_152">blz. 152</a>) riep de voormalige verdeeldheid weder in
+&#8217;t leven. Het waren de staatsgezinden, die de deelneming aan<span class="pagenum"><a name="Page_155" id="Page_155">[155]</a></span>
+dien oorlog ten gunste van Frankrijk voorstonden, terwijl de
+aanhangers des stadhouders voor Engelands belangen streden.
+En licht kon men in de eerste jaren van het stadhouderschap
+van Willem V voorzien, dat slechts &eacute;&eacute;n of meer aanleidende
+oorzaken noodig waren, om de partijen in vijandschap tegenover
+elkander te doen staan. Bij de oude namen (zie <a href="#Page_89">blz. 89</a> en
+<a href="#Page_112">112</a>) kregen de partijen in deze dagen nieuwe. Zij, die tot de
+staatsgezinden behoorden, werden ook <i>patriotten</i> of <i>keezen</i> genoemd.
+Met de jaren veranderden, sinds de partij meer leden aanwon,
+ook de begrippen. In plaats van alleen te streven naar beperking
+van &#8217;t stadhouderlijk gezag, zooals weleer, ten behoeve der regenten,
+waren er vele onder de staatsgezinden, die, naar volkomen
+gelijkstelling aller burgers staande, de leer der volkssouvereiniteit
+huldigden. De andere partij werd die der <i>Oranjemannen</i> of
+<i>Oranjeklanten</i> genoemd. Een andere reden tot bezorgdheid was
+hierin gelegen, dat de landprovinci&euml;n het geld, hetwelk Holland,
+Zeeland en Utrecht voor de vloot verlangden te besteden, aan het
+leger wenschten te koste te hebben gelegd. Terwijl dan de eene
+reeks gewesten niet voor de andere wilde wijken, werd doorgaans
+niets gedaan.</p>
+
+<p>Alles intusschen tezamengenomen, was er veel, dat, tegen het
+begin van het laatste vierde gedeelte der 18de eeuw, aan de
+Republiek grond gaf, zich gelukkig te achten. Doch op dat
+tijdstip brak de oorlog van Engeland met zijn volkplantingen
+in Noord-Amerika (<i>Overzicht</i>, blz. 168 vlg.) los. Deze oorlog gaf
+het sein tot een overmaat van rampen, die zich over het vaderland
+uitstortten. Nauwelijks waren de Noord-Amerikanen in verzet
+gekomen, of de gezant van Engeland, <span class="gesp">Yorke</span>, beklaagde
+zich bij de Staten-Generaal over den handel in wapenen en
+krijgsvoorraad, dien Nederlanders uit de bezittingen der West-Indische
+compagnie met de opgestane bewoners der volkplantingen
+dreven. Vooral was de aandacht van Engelands regeering
+gevallen op het eiland St. Eustatius (zie <a href="#Page_92">blz. 92</a>). Hierheen deden
+de Nederlanders vervoeren, wat zij maar wilden, en het vandaar
+den Amerikanen te doen toekomen viel zeer gemakkelijk.
+Onmiddellijk na Yorke&#8217;s mededeeling verboden de Staten-Generaal
+in 1775 den toevoer van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche<span class="pagenum"><a name="Page_156" id="Page_156">[156]</a></span>
+volkplantingen ten scherpste. Maar de bevelen der Staten-Generaal
+werden voortdurend &ograve;f openlijk overtreden, &ograve;f ontdoken.
+De sluikhandel gaf te veel winsten, dan dat men er aan dacht,
+dien te staken. Met de klachten van den Engelschen gezant
+hielden die der Nederlandsche kooplieden gelijken tred, welke
+luide riepen over het onderzoeken, opbrengen en voor goeden
+prijs verklaren hunner vaartuigen of waren door Engelsche oorlogschepen.</p>
+
+<p>Dan dit alles was nog van weinig beteekenis in vergelijking
+met hetgeen verder plaats greep. Ernstiger werd de verstandhouding
+van Nederland met Engeland bedreigd, toen de vrede
+tusschen dezen staat en Frankrijk (<i>Overzicht</i>, blz. 169) werd verbroken.
+De Engelsche regeering, thans meer dan ooit vreezende,
+dat haar vijanden door de Nederlandsche kooplieden werden voorzien
+van hetgeen zij voor den oorlog behoefden, verdubbelde haar
+nauwlettend toezicht. Meer en meer scheen het duidelijk te worden,
+dat Engeland tot een openbare breuk met de Republiek
+zocht te komen. Genoegzamen grond hiervoor had het nog niet;
+doch deze deed zich, naar de meening van de Engelsche regeering,
+weldra op. In 1778 sloot Frankrijk een handelsverdrag en
+verbond met de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Een gemachtigde
+dier staten, <span class="gesp">William Lee</span>, gaf te Aken aan een
+aanzienlijk Amsterdamsche koopman, <span class="gesp">Jan de Neufville</span>, te
+kennen, dat Amerika wel geneigd was, een dergelijk verdrag of
+althans een handelsverbintenis met de Republiek aan te gaan.
+De Neufville maakte dit aan de burgemeesters van Amsterdam
+bekend, die aan Lee deden weten, dat zij gezind waren, naar
+hun vermogen het hierheen te leiden, dat tusschen de Vereenigde
+Staten en deze Republiek een verdrag van vriendschap en handel
+werd gesloten, zoodra Engeland de onafhankelijkheid der staten
+zou hebben erkend. Na deze betuiging van bereidvaardigheid
+kwam nog in &#8217;t zelfde jaar, 1778, een schets of ontwerp op het
+papier, opgesteld door de Neufville en Lee, van een verdrag, dat
+tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Staten-Generaal
+zou kunnen worden gesloten.</p>
+
+<p>Twee jaren lang bleef deze onderhandeling bedekt. Toen kwam
+zij aan het licht. In 1780 vertrok <span class="gesp">Henry Laurens</span>, die in
+<span class="pagenum"><a name="Page_157" id="Page_157">[157]</a></span>
+1777 president van &#8217;t congres was geweest, aan boord van een
+pakketboot van Philadelphia naar Nederland. Den 10den September
+van dat jaar werd het schip op de hoogte van New-Foundland
+door een Engelsch fregat genomen en naar Londen opgebracht.
+Even v&oacute;&oacute;r de vermeestering der pakketboot wierp Laurens een
+doos, het ontwerpsverdrag bevattende, in zee. Doch daar het lood,
+aan de doos gehecht, niet zwaar genoeg was, om ze te doen
+zinken, vischten de Engelschen ze op. De gezant Yorke diende,
+uit naam van George III, over deze zaak bezwaren in. Gelijktijdig
+hiermede was de ontwikkeling eener andere aangelegenheid, die
+eindelijk het hangend onweder deed losbarsten. Door toedoen van
+Katharina II, keizerin van Rusland, sloten de Noordsche mogendheden,
+Rusland, Zweden en Denemarken, in 1780, onder den
+naam van <i>het stelsel eener gewapende onzijdigheid</i>, onderling een
+verdrag, ten einde het vrije verkeer ter zee te handhaven. Op
+uitnoodiging van Rusland besloten de Staten-Generaal eveneens
+toe te treden, waarop Nederlands afgevaardigden te Petersburg
+het verdrag onderteekenden. Maar ter zelfder tijd, als de Republiek
+haar aansluiting aan de Noordsche mogendheden aan Europa&#8217;s
+hoven mededeelde, in &#8217;t laatst van 1780, verklaarde Engeland aan
+de Zeven Gewesten den oorlog.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 32.</h2>
+
+<p class="chtitle">De oorlog van Engeland en Nederland.&mdash;De geschillen der
+Republiek met Jozef II.&mdash;De binnenlandsche
+oneenigheden en de komst der Pruisen.</p>
+
+<p>Zoo was dan de Republiek met gebonden handen en voeten
+aan Engelands willekeur overgelaten. Volgens zijn gewoonte richtte
+Engeland zijn wraak terstond tegen de Nederlandsche schepen,
+die, van niets wetende, rustig naar het vaderland stevenden. Op
+het einde van Januari 1781 waren reeds 200 koopvaardijschepen,
+met een waarde van 15 millioen beladen, in de Engelsche havens<span class="pagenum"><a name="Page_158" id="Page_158">[158]</a></span>
+opgebracht. Van Nederlands bezittingen viel o. a. St. Eustatius,
+alsmede de kust van Guin&#275;a in handen der Engelschen, terwijl
+Berbice, Demerary en Essequ&#299;bo zich vrijwillig onder hun hoede
+stelden. St. Eustatius werd nog in &#8217;t zelfde jaar, 1781, door de
+Franschen hernomen en aan de Staten-Generaal teruggegeven.
+Eveneens heroverden de Franschen in 1782 Berbice, Demerary en
+Essequ&#299;bo en namen deze streken voor Nederland in bewaring.
+In Oost-Indi&euml; bemachtigde Engeland Negapatnam (in Voor-Indi&euml;,
+ten z. van Madras).</p>
+
+<p>Engelands overmacht ter zee was zoo groot, dat aan &#8217;t leveren
+van slagen eigenlijk niet viel te denken. Maar in 1781 verleenden
+de Staten-Generaal een konvooi of gewapende geleide van oorlogschepen
+aan een aantal koopvaarders, naar Petersbrug, Riga en
+Narva bestemd. De oorlogschepen, ten getale van vijftien, stonden
+onder &#8217;t bevel van den schout-bij-nacht <span class="gesp">Johan Arnold Zoutman</span>.
+Op den 5den Augustus ontmoetten zij bij <span class="gesp">Doggersbank</span>
+(in de Noordzee, ten o. van Engeland) een Engelsch konvooi,
+eveneens een aantal koopvaardijschepen uit de Oostzee begeleidende.
+Over deze vloot, slechts twaalf, maar zwaardere en beter gewapende
+schepen tellende, voerde de vice-admiraal <span class="gesp">Hyde Parker</span>
+het bevel. Weldra geraakte het grootste gedeelte der wederzijdsche
+vloten, aan elke zijde zeven, met elkander slaags. Dat de Engelschen,
+hoewel de slag onbeslist bleef, het eerst afdeinsden,
+verhoogde in Nederland het nationaal gevoel. In Januari 1783
+sloot Engeland den vrede van Versailles (<i>Overzicht</i>, blz. 170). In
+Mei 1784 volgde <i>de vrede van Parijs</i> met Nederland, waarbij de
+Republiek Negapatnam aan Engeland afstond, maar zijn overige
+bezittingen terugkreeg.</p>
+
+<p>Te midden van den oorlog met Engeland, in 1781, liet keizer
+Jozef II (<i>Overzicht</i>, blz. 168) de Staten-Generaal weten, dat hij
+verlangde, dat de barri&egrave;re-steden door het krijgsvolk der Republiek
+werden ontruimd. Ofschoon de staten het vreemd vonden, dat
+hiertoe alleen zou worden overgegaan, omdat de keizer het
+wenschte, voldeden zij nog in &#8217;t zelfde jaar aan zijn verlangen.
+In 1783 rezen er op nieuw geschillen tusschen de Staten-Generaal
+en Jozef II, die, behalve meer, de vrije vaart op de Schelde
+eischte. De Staten-Generaal achtten &#8217;s keizers vorderingen overdreven
+<span class="pagenum"><a name="Page_159" id="Page_159">[159]</a></span>
+en riepen het hof van Frankrijk als middelaar of scheidsrechter
+in. Nog eer de afgevaardigden hun beraadslagingen hadden
+geopend, trachtte een oorlogschip, onder Oostenrijksche vlag uit
+Antwerpen de Schelde afvarende, in 1784 zich aan het onderzoek
+van den uitlegger, die bij Lillo lag (zie <a href="#Page_97">blz. 97</a>), te onttrekken.
+Het schip kreeg echter van een Nederlandsch oorlogschip de volle
+laag, draaide toen bij en werd in bewaring genomen, maar kort
+daarna weder ontslagen.</p>
+
+<p>De keizer, dit schieten op zijn vlag als een oorlogsverklaring
+aanmerkende, vaardigde het bevel uit, een aanzienlijk leger naar
+de grenzen der Republiek te doen oprukken. Van hunnen kant
+rustten ook de Staten-Generaal zich ten oorlog. Inmiddels werden
+de onderhandelingen voortgezet en in 1785 door <i>den vrede
+te Fontainebleau</i> tot zulk een einde gebracht, dat de oorlog
+achterwege bleef. De hoofdvoorwaarden waren, dat Jozef van zijn
+eischen afzag, mits hem de forten Lillo en Liefkenshoek afgestaan
+en een som van 9<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen uitgekeerd werd. Van deze
+9<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen nam Frankrijk
+4<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> voor zijn rekening. Ook deze
+zwarigheden kwam &#8217;s lands regeering alzoo te boven, al was het
+dan niet zonder opofferingen.</p>
+
+<p>Moeielijker was het, de binnenlandsche geschillen, die bij de
+rampen, welke den staat van buiten troffen, steeds heviger werden,
+bij te leggen. Met den aanvang van den oorlog tegen Engeland
+begon de ontevredenheid zich weder te openbaren. Evenals
+vroeger de gouvernante, werd de stadhouder eerst beschuldigd
+van Engelschgezindheid, omdat hij had getracht de vredebreuk
+tegen te houden. Vervolgens verweet men, hoewel Willem V jaren
+achtereen vruchteloos voorstellen tot uitbreiding der zee- en der
+landmacht had gedaan, hem en den hertog van Brunswijk den
+weerloozen toestand des lands. Zoo gezien de hertog gedurende
+het tijdvak van zijn regentschap was geweest, evenzeer werd hij
+van 1766 af hoe langer hoe meer gehaat. Vele leden der regeering
+betuigden, dat zij het voor wenschelijk hielden, dat hij zich geheel
+aan het bewind onttrok. En toen in 1784 het geheim van &#8217;t bestaan
+der akte van consulentschap (zie <a href="#Page_153">blz. 153</a>, <a href="#Page_154">154</a>) werd verbroken
+en de inhoud van dit geschrift alom bekend werd, rustte
+men niet, eer men van den gehaten vreemdeling, van den &#8222;dikken<span class="pagenum"><a name="Page_160" id="Page_160">[160]</a></span>
+herto&#8221;, was ontslagen. Daarom nam hijzelf zijn ontslag en vertrok
+in &#8217;t zelfde jaar uit den lande.</p>
+
+<p>Het werd intusschen weldra duidelijk, dat zij, die meenden
+in den hertog den oorsprong aller oneenigheden te moeten zoeken,
+dwaalden. Het getal van hen, die aan het volk meer invloed
+op de regeering wilden toekennen, groeide aan. Sedert het
+begin van &#8217;t jaar 1783 nam de gisting der gemoederen in de
+Republiek steeds toe. In vele steden richtte men, met goedvinden
+der vroedschappen, <i>exercitie-genootschappen</i> of <i>vrijkorpsen</i> op, uit
+burgers, de staatsgezinde partij toegedaan, bestaande, die zich
+vlijtig in den wapenhandel oefenden. In Februari 1785 verboden
+de staten van Holland het dragen van Oranjelinten en kokardes,
+alsmede het roepen van &#8222;Oranje boven&#8221; In September van dat
+jaar hadden er te &#8217;s Gravenhage eenige tooneelen van openlijke
+opschudding plaats, waarbij een burger dezer stad door een lid
+van een exercitie-genootschap licht werd gewond. Hiervan in
+kennis gesteld, beperkten de staten van Holland het gezag van
+den kapitein-generaal van dit gewest, als bevelhebber van de
+bezetting dezer stad.</p>
+
+<p>Nu was, in &#8217;t oog van den prins, de maat volgemeten. Nog
+v&oacute;&oacute;r het einde van &#8217;t jaar 1785 verliet hij met zijn gezin &#8217;s Gravenhage
+en vestigde zich vooreerst op het Loo, later te Nijmegen.
+In 1786 waren Elburg en Hattem het tooneel eener andere gebeurtenis.
+In deze beide steden kwam de gemeente, door een deel
+der leden van de regeering gesteund, in verzet tegen de staten van
+Gelderland. Alzoo gelastten die staten den stadhouder, krijgsvolk
+naar Hattem en Elburg te doen oprukken en bezetting in die
+steden te leggen. Het geschiedde, en vele regeeringsleden en
+inwoners dezer steden vluchtten naar Kampen of elders. Kort
+daarna werden tegen de hoofdpersonen der beweging zware vonnissen
+geveld. Geweldig was de indruk, dien hetgeen in Gelderland
+gebeurde op de regenten en op de bevolking der overige gewesten
+maakte. Op de tijding van het binnenrukken der troepen
+te Elburg en te Hattem schorsten de staten van Holland den
+kapitein-generaal van hun gewest in dit ambt en onthieven den
+raadpensionaris van de verplichting, in gemeenschappelijk overleg
+met den stadhouder te handelen (zie <a href="#Page_133">blz. 133</a>, <a href="#Page_134">134</a>).</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_161" id="Page_161">[161]</a></span>Jammerlijk was voorwaar de toestand des vaderlands. Thans
+zag men het tegendeel van de macht, die de eendracht gaf. Alle
+gewesten leverden overvloedige voorbeelden van de meest ingewikkelde
+en netelige burgerschillen op. Zij waren het tooneel
+van de schromelijkste verwarring. Er was oneenigheid tusschen
+de Staten-Generaal en de staten van Holland, oneenigheid tusschen
+deze staten en die van Gelderland. Onbeschrijfelijk waren de haat
+en de partijschap, die in het anders zoo rustige Nederland alom
+blaakten. Men wendde zich tegen de personen, in plaats van in
+de zaken te wraken, hetgeen verkeerd was. Talloos waren de
+schot- en lasterschriften, de spotprenten en blauwboekjes. Men
+vergeleek den stadhouder met een Nero en Alva en stelde Philips
+II boven hem.</p>
+
+<p>Bij alle partijen scheen het een uitgemaakte zaak te zijn, dat
+de redding van elders moest komen. De patriotten rekenden op
+Frankrijk; de stadhouderlijke partij wendde haar oogen naar
+Engeland of Pruisen. Inmiddels droegen de staten van Holland,
+bezorgd voor de veiligheid van hun gewest, de verdediging
+hiervan aan vijf regenten uit verschillende steden op, <i>commissie
+van defensie</i> geheeten, die zich te Woerden vestigde en over het
+krijgsvolk beschikte. Zij werd in haar bedoelingen ondersteund
+door een gewapend korps, <i>vliegend legertje</i> genoemd, hetwelk de
+gansche provincie doortrok, om de stadhoudersgezinde landlieden
+in toom te houden.</p>
+
+<p>Zoo was dan alles rijp voor een uitbarsting. De lont ontbrak
+niet, die het kruit zou doen ontvlammen. In Juni 1787 begaf
+de prinses zich met een klein gevolg uit Nijmegen op reis naar
+&#8217;s Gravenhage. Haar oogmerk was, door haar verschijning te
+midden van de bevolking dier stad de volksmenigte in geestdrift
+te doen ontvlammen en &#8217;s prinsen vijanden ontzag in te boezemen,
+ten einde alzoo een omwenteling teweeg te brengen. Ten o. van
+Gouda lag een sluis, <i>de Goejanverwellesluis</i> genoemd. Bij die sluis
+gekomen, werd de prinses tegengehouden door eenige manschappen
+van het vrijkorps van Gouda, d&aacute;&aacute;r op wacht staande. Vervolgens
+verzocht de commissie van defensie, zich terstond hierheen
+spoedende, haar, niet dieper in Holland door te dringen.
+Het geval, op zichzelf van weinig beteekenis, werd door de prinses<span class="pagenum"><a name="Page_162" id="Page_162">[162]</a></span>
+hoog opgenomen. De koning van Pruisen, Frederik Willem II, liet
+terstond een schitterende voldoening eischen voor de beleediging,
+zijn zuster (zie <a href="#Page_154">blz. 154</a>), en dus hem, aangedaan. Zij
+werd niet gegeven. Hierom rukte, op zijn last, <span class="gesp">Karel Willem
+Ferdinand</span>, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel, een
+neef van Lodewijk Ernst (zie <a href="#Page_151">blz. 151</a>), de Nederlanden met
+een leger van ongeveer 20,000 man binnen. Deze troepen trokken
+door Gelderland op Utrecht af en bezetteden deze stad. Na
+korten tegenstand gaf ook Amsterdam zich op zekere voorwaarden
+over.</p>
+
+<p>In een oogwenk was de omwenteling voltrokken. Binnen den
+kortst mogelijken tijd gaf men aan alles de vorige gedaante terug.
+De stadhouder werd door de staten der verschillende gewesten
+verzocht, zooals bij de vorige omwenteling steeds het geval was
+geweest, in de steden de wet te verzetten. Raadpensionaris werd
+in 1787 <span class="gesp">Laurens Pieter van de Spiegel</span>. Hij was een
+groot staatsman, die een uitstekende kennis bezat van staatsrecht
+en geschiedenis, tevens zeer ervaren in het financiewezen. Fel was
+de wraak, welke de zegevierende partij zich op vele plaatsen tegen
+de patriotten veroorloofde. In menige stad waren de Pruisen
+bereidvaardige dienaars dier wraakoefeningen. De patriotten werden
+in hun persoon aangerand, in hun goederen en bezittingen
+benadeeld. Niets was er evenwel, dat een volkomen verzoening
+meer in den weg stond, dan de wijze, waarop een <i>amnestie</i>, d. i.
+algemeene vergetelheid en vergiffenis, werd uitgevaardigd. In
+sommige provinci&euml;n kondigde men er een af, maar met zoovele
+uitzonderingen, dat zij dien naam niet verdiende. Hiervan was het
+gevolg, dat de reeks der reeds uitgeweken patriotten nog werd
+vermeerderd met een groot getal van hen, die door een rechterlijk
+vonnis werden getroffen of die zich, ook zonder dat, niet veilig
+rekenden. Duizenden bedroeg het cijfer van hen, die het vaderland
+verlieten en zich, voor een goed deel, in de Zuidelijke Nederlanden
+en in Frankrijk vestigden.</p>
+
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_163" id="Page_163">[163]</a></span></p>
+<h2>&sect; 33.</h2>
+
+<p class="chtitle">De val der Republiek.&mdash;Blik op den toestand des lands.</p>
+
+<p>Eerst in 1788 verlieten de Pruisen, met een vrij grooten buit
+beladen, de Nederlanden. Op allerlei wijze zocht men den nu
+herstelden regeeringsvorm voor de stormen des tijds te beveiligen.
+Zoo sloot de republiek in 1788 een verdedigend verbond met
+Engeland en met Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap
+waarborgden. Het ontbrak thans niet aan blijken, die
+van hooge ingenomenheid met het huis van Oranje-Nassau schenen
+te getuigen, zoovaak de gelegenheid zich daartoe aanbood, inzonderheid
+in 1791, toen de erfprins (zie <a href="#Page_154">blz. 154</a>) in het huwelijk
+trad met <span class="gesp">Frederika Louise Wilhelmina</span>, een dochter
+van den koning van Pruisen. Op vele plaatsen liet men het dragen
+der Oranje-versierselen niet aan de inspraak van &#8217;t gemoed der
+burgers over, maar werd zelfs het bevel hiertoe uitgevaardigd.
+Uit &#8217;s prinsen huwelijk sproten in 1792 Willem Frederik George
+Lodewijk, in 1797 Willem Frederik Karel, in 1809 Marianne.</p>
+
+<p>Desniettemin bleek het welhaast, dat er niets anders was voorgevallen,
+dan dat een vreemde mogendheid de stadhoudersgezinden
+had doen zegevieren en dat deze zegepraal de verbanning
+der patriotten ten gevolge had gehad. De rust&mdash;het is waar&mdash;was,
+doch met geweld, hersteld, niet de eendracht. Bij den
+omkeer der zaken had men geenszins vergeten en vergeven.
+Tweespalt en partijschap bleven voortwoelen. Vruchteloos poogde
+van de Spiegel de Republiek op te beuren. De gebreken in &#8217;t
+staatsbestuur waren vele; zij waren verouderd. Slechts in &#8217;t
+financiewezen was het hem mogelijk, eenige hervormingen in te
+voeren.</p>
+
+<p>Hevig was de schok, dien de omwenteling in een naburig land,
+in Frankrijk, uitgebarsten (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 174 vlg.),
+aan de Republiek gaf, duurzaam de gevolgen van dien schok. Een
+tijdlang slaagde van de Spiegel erin, de Republiek onzijdig te doen
+blijven, zelfs sedert April 1792, toen Frankrijk reeds in oorlog was
+met Pruisen en met Oostenrijk en zijn legerbenden alreede naar de
+Zuidelijke Nederlanden had gezonden. Van hun zijde spaarden de<span class="pagenum"><a name="Page_164" id="Page_164">[164]</a></span>
+patriotten, die zich in Frankrijk ophielden, geen poging, om de
+nationale conventie (zie <i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 177), die alle
+vorsten voor haar natuurlijke vijanden verklaarde, te nopen, haar
+beginselen op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen. Op
+den 1sten Februari 1793 voldeed de conventie aan den wensch der
+patriotten door den oorlog te verklaren aan den koning van Engeland
+en aan den stadhouder der Vereenigde Nederlanden. Kort
+hierna trok Dumouriez, een Fransch generaal, geleid door <span class="gesp">Herman
+Willem Daendels</span> aan &#8217;t hoofd der Bataafsche uitgewekenen,
+de grenzen van Nederland over. Doch na eenige vestingen
+te hebben veroverd, moesten zij terugtrekken, en de Republiek
+was nog eenmaal gered.</p>
+
+<p>Maar de verademing was van korten duur. Het &eacute;&eacute;ne vijandelijke
+leger na het andere stroomde naar de Zuidelijke Nederlanden,
+die, hoewel zij eerst bij den vrede van Campo Formio (<i>Overzicht</i>,
+negende druk, blz. 180) aan Frankrijk werden afgestaan, reeds
+sedert November 1792 metterdaad in de macht der conventie waren.
+Daarentegen zond de koning van Pruisen, zijn beloften brekende, zijn
+soldaten niet naar de kampplaats. Dus streden Willems zonen, de
+erfprins <span class="gesp">Willem Frederik</span> en <span class="gesp">Frederik</span>, vruchteloos met
+moed en beleid aan &#8217;t hoofd der Nederlandsche krijgsbenden, die
+een deel van &#8217;t leger der bondgenooten uitmaakten. De slag bij Fleurus
+in 1794 (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 178) was zoo beslissend, dat
+in deze oorden de Franschen thans geen weerstand meer hadden te
+duchten. Toch draalden de Franschen nog een oogenblik, eer zij
+verder gingen. Na den val van het schrikbewind (<i>Overzicht</i>, negende
+druk, blz. 177) helde de regeering van Frankrijk tot den vrede over.
+Doch Daendels en de overige patriotten spoorden steeds tot de overkomst
+aan. Zoo trok dan in December 1794 en Januari 1795 de
+Fransche generaal <span class="gesp">Pichegru</span>, wederom door de patriotten onder
+Daendels geleid, over de bevrozen rivieren en stroomen de Nederlanden
+binnen. Daar de nationale conventie had verklaard, dat zij
+zich in geen verdrag met de Republiek wilde inlaten, eer de stadhouder
+zich had verwijderd, scheepte Willem V zich den 18den
+Januari met zijn gezin naar Engeland in, waar hij tot 1800 vertoefde.
+Alzoo bleef de wederwerking op hetgeen het jaar 1787 had zien
+gebeuren niet achter. Thans, acht jaren na hun verbanning,<span class="pagenum"><a name="Page_165" id="Page_165">[165]</a></span>
+keerden de patriotten terug, op hun beurt door een vreemde
+mogendheid, door Frankrijk, geleid. Door haren ondergang
+bezegelde de Republiek de oude spreuk, eendracht maakt macht,
+tweedracht verstrooit.</p>
+
+<p>Onder de vele bewijzen van de steeds toenemende verzwakking
+der Republiek gedurende de 18de eeuw is het allengs meer en
+meer vervallen harer zeemacht een der meest in &#8217;t oog loopende.
+Met het verval der zeemacht hield dat van den handel gelijken
+tred. Evenals de handel, waren de haringvisscherij en de walvischvangst
+langzamerhand aan het kwijnen geraakt (zie <a href="#Page_141">blz.
+141</a>). Wat de Oost-Indische compagnie betreft, zij had eveneens
+luisterrijker dagen gekend, dan de laatste vijftig &agrave; zestig jaren
+van haar bestaan. Onder haar gouverneurs-generaal in dit tijdperk
+zijn <span class="gesp">Adriaan Valkenier</span> (1737-1741) en <span class="gesp">Gustaaf Willem
+baron van Imhoff</span> een paar van de meest beroemde. Het
+bewind van Valkenier werd gekenmerkt door <i>den</i> beruchten <i>moord
+der Sineezen</i> op den 9den October 1740 en volgende dagen. Sinds
+eenigen tijd hadden sommige maatregelen van &#8217;t bewind der compagnie
+het wantrouwen gewekt van een menigte te Batavia gevestigde
+Sineezen, die deswege naar &#8217;t gebergte en naar de bosschen
+weken, den omtrek van Batavia onveilig makende. Den 8sten
+October hadden er in de nabijheid dier stad eenige gevechten tusschen
+de Nederlanders en de Sineezen plaats, waarin de laatsten werden
+verslagen. Volgens besluit nu van den raad van Indi&euml; (zie <a href="#Page_80">blz. 80</a>)
+werd er den 9den en volgende dagen een ware bloedbruiloft gehouden
+onder de Sineezen te Batavia, die men verdacht hield van
+verstandhouding met hen, die buiten waren. Ruim 10,000 Sineezen
+vielen als de offers dezer vreeselijke wraakneming. Kort na dien
+moord werd van Imhoff gouverneur-generaal. Hij breidde het gebied
+der compagnie aanmerkelijk uit (zie <a href="#Page_143">blz. 143</a>), en is de stichter van
+<i>Buitenzorg</i>, nu het gewone verblijf van den gouverneur-generaal.</p>
+
+<p>Na van Imhoff ging de Oost-Indische compagnie steeds meer
+achteruit. Vele waren de oorzaken van haren achteruitgang.
+Een der voornaamste is, dat zij, reeds v&oacute;&oacute;r het midden der
+18de eeuw, elk jaar hare boeken met een tekort van eenige
+millioenen sloot. In plaats van de uitgaven naar evenredigheid
+te beperken, ging zij, die niets had uit te deelen, desniettegenstaande
+<span class="pagenum"><a name="Page_166" id="Page_166">[166]</a></span>
+met haar uitdeelingen voort. Ofschoon op een lager bedrag
+neerkomende dan voorheen (zie <a href="#Page_144">blz. 144</a>), beliepen die uitdeelingen
+toch nog 20 tot 12<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> ten honderd. Eveneens ging het de West-Indische
+compagnie. Reeds in de 17de eeuw (zie <a href="#Page_144">blz. 144</a>) was men
+begonnen, voor alle ingezetenen van den staat vrijstelling te verleenen
+van de vaart op eenige dier plaatsen, waarop het vroegere
+octrooi (zie <a href="#Page_88">blz. 88</a>) de compagnie den alleenhandel toekende. In
+de 18de eeuw werd dezelfde vergunning verleend ten opzichte van
+de kust van Guin&#275;a, van Essequ&#299;bo en Demerary. Hoezeer deze
+maatregelen Nederlands handel in &#8217;t algemeen moeten hebben begunstigd,
+zij konden de nieuwe West-Indische compagnie niet
+genoegzaam opbeuren.</p>
+
+<p>Nederlands kerkelijke toestand onderging sedert den vrede van
+Munster (zie <a href="#Page_99">blz. 99</a>, <a href="#Page_100">100</a>) geen groote veranderingen. Bij de vele
+sekten, die werden geduld, kwamen sinds het begin der 18de
+eeuw nog een paar andere: de Jansenisten en de Herrenhutters.
+<i>De Jansenisten</i> ontleenden hun naam aan <span class="gesp">Cornelis Janssen</span>,
+hoogleeraar te Leuven en later bisschop te Yperen, die in 1638
+stierf. Twee jaren na zijn dood kwam een werk van hem uit,
+<i>August&#299;nus</i> getiteld, hetwelk de leer van dezen kerkvader verklaarde.
+Rome verbood dit geschrift. Intusschen vonden de begrippen van
+het Jansenisme bijval bij een aantal der Nederlandsche katholieken,
+die aldus onderling werden verdeeld. Zij, welke die begrippen
+waren toegedaan, benoemden in 1723 hun eersten aartsbisschop,
+wiens zetel te Utrecht was. De <i>Herrenhutters</i> of broedergemeente
+worden zoo genoemd naar het dorp of vlek Herrnhutt (in &#8217;t z.o.
+van het koninkrijk Saksen, nabij Zittau), waar zij hun eerste
+gemeente stichtten. Sinds 1746 vestigden de Nederlandsche Herrenhutters
+zich te Zeist.</p>
+
+<p>In de eerste eeuw van het bestaan der Republiek werden
+kunsten en wetenschappen hoog gewaardeerd, ook om haarzelven,
+maar vooral met het praktische doel, om de heerschappij van
+Nederland over verre zee&euml;n en kusten uit te breiden. Al werd
+het praktische doel door de nazaten der 18de eeuw meer uit het
+oog verloren, van die zucht zelve voor vermeerdering van kennis
+vervreemdden zij niet. Achtereenvolgens verrezen talrijke genootschappen,
+als zoovele getuigen van den zin voor wetenschappen,<span class="pagenum"><a name="Page_167" id="Page_167">[167]</a></span>
+die de Nederlanders bezielde. Een ander doel dan deze genootschappen
+had <i>de Maatschappij tot Nut van &#8217;t Algemeen</i>, welke
+<span class="gesp">Jan Nieuwenhuizen</span>, Doopsgezind leeraar te Monnikendam,
+in 1784 stichtte. Op vele plaatsen verbeterde zij het Lager-Onderwijs,
+bevorderde een zekere verdraagzaamheid in zaken van godsdienst
+en verspreidde nuttige kennis onder alle standen der samenleving.</p>
+
+<p>In de letterkunde bleef het heerschend karakter gebrek aan
+kracht en oorspronkelijkheid. Zoetvloeiendheid was het hoofddoel,
+waarnaar de leden der talrijke dichtergenootschappen streefden,
+die den lof dezer kringen wilden verwerven. Daarom vonden
+zij weinig weerklank, wier werken den stempel droegen van
+dichterlijken gloed en eigen talent. Zoodanige uitzonderingen
+waren de gebroeders <span class="gesp">Willem</span> en <span class="gesp">Onno Zwier van Haren</span>,
+die, hoewel op &#8217;t gebied der staatkunde werkzaam, menig uur
+aan de beoefening der dichtkunst wijdden. Willems hoofdwerk,
+een heldendicht, verheerlijkt <i>Friso</i>, den gewaanden eersten koning
+der Friezen. De jongere broeder schreef een aaneengeschakelde
+reeks van lierdichten onder den titel <i>de Geuzen</i>. In breede
+trekken schildert dit gedicht de daden der Nederlanders, die in
+den strijd tegen Spanje den grondslag legden der onafhankelijkheid
+van hun vaderland.</p>
+
+<p>In het proza dier dagen nemen de vriendinnen <span class="gesp">Elizabeth
+Bekker</span> en <span class="gesp">Agatha Deken</span> den eersten rang in. Elizabeth
+Bekker, eerst getrouwd met den predikant Wolff, woonde en
+schreef, na den dood van haren echtgenoot, tezamen met Agatha
+Deken. Zij waren de eersten, die werken in &#8217;t licht gaven, welke
+in meer dan &eacute;&eacute;n opzicht den naam &#8222;Nederlandsche roman&#8221;
+verdienen. Twee dier werken, <i>Sara Burgerhart</i> en <i>Willem Leevend</i>,
+werden alom gelezen. De vrije wijze, waarop de schrijfsters hare
+gedachten ook over staatkundige onderwerpen uitten, deed het
+haar geraden achten, in 1787 met zoovele anderen het vaderland
+voor een wijl te verlaten. Een tijdgenoot dezer vriendinnen was,
+althans nog gedurende een aantal jaren, <span class="gesp">Jan Wagenaar</span>,
+sedert 1760 eerste klerk ter secretarie van Amsterdam en gestorven
+in 1773. Zijn hoofdwerk is <i>de Vaderlandsche historie</i>, de
+eerste poging om de verspreide deelen van Nederlands geschiedenis
+tot een groot geheel te vereenigen.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_168" id="Page_168">[168]</a></span></p>
+<h2>&sect; 34.</h2>
+
+<p class="chtitle">De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland.</p>
+
+<p>Zoo was dan de oude Republiek bezweken, om plaats te maken
+voor een nieuwen staat. Nauwelijks hadden zich de Fransche bajonetten
+vertoond, of de oude, afgeleefde vormen bezweken vanzelven.
+Terwijl een deel van &#8217;s lands bevolking, door te dansen
+rondom de vrijheidsboomen, zijn vreugde aan den dag legde, had
+er terstond een volledige omkeering in het bewind plaats. In plaats
+van het voormalige bestuur der Oost-Indische compagnie benoemde
+een vernieuwde vergadering der Staten-Generaal een <i>comit&eacute;</i> (raad
+of afdeeling) <i>tot de zaken van den Oost-Indischen handel en bezittingen</i>.
+Eveneens kwam het beheer van de West-Indi&euml;n aan een
+<i>comit&eacute; tot de zaken van de koloni&euml;n en bezittingen in Afrika en
+Amerika</i>. Verder hadden de Staten-Generaal in de eerste plaats
+&#8217;s lands betrekking tot Frankrijk te regelen. Den 16den Mei 1795
+kwam het <i>Haagsche verdrag</i> tot stand. Met 100,000,000 gl., den
+afstand van Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen en het toelaten
+van Fransche bezetting in Vlissingen moest het vaderland
+den schijn van onafhankelijkheid van Frankrijk en de erkenning
+als zelfstandige mogendheid, als <i>Bataafsche Republiek</i>, betalen.
+Een der geheime artikels, aan het verdrag toegevoegd, behelsde,
+dat het Fransche leger, hetwelk van nu aan de bezetting dier
+Republiek zou uitmaken en dat niet grooter mocht zijn dan
+25,000 man, door deze Republiek zou worden bezoldigd, gekleed en
+gevoed. Zoodra deze troepen in goeden toestand verkeerden, werden
+zij gedurig door andere vervangen, die slecht waren uitgerust
+en aan al het noodige gebrek hadden.</p>
+
+<p>Dit verdrag was een duidelijke verklaring der afhankelijkheid van
+de Bataafsche Republiek ten opzichte van Frankrijk. Een tweede
+gevolg van de nauwe betrekking tot Frankrijk waren de <i>assignaten</i>
+(<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 175), die weldra alle waarde verloren.
+Bovendien erfde de nieuwe Republiek dadelijk de vijandschap,
+die Engeland tegen Frankrijk, haar bondgenoot, voedde. Reeds
+v&oacute;&oacute;r den 16den Mei, terstond na het binnenrukken der Franschen,
+legde Groot-Britanni&euml; <i>embargo</i> of beslag op Nederlands<span class="pagenum"><a name="Page_169" id="Page_169">[169]</a></span>
+schepen, om ze later prijs te verklaren. In September verklaarde
+het aan de Bataafsche Republiek den oorlog. Van dit oogenblik af
+viel de eene der buitenlandsche bezittingen na de andere in
+handen der Engelschen, tegen wier meesterschap ter zee niemand
+was opgewassen. Reeds in 1801 was Java de eenige zijner bezittingen,
+die Nederland had behouden. Bij al die rampen zijn de
+gedwongen geldheffingen te voegen, welke de regeerende lichamen
+der Bataafsche Republiek achtereenvolgens uitschreven.</p>
+
+<p>Het spreekt vanzelf, dat, na de schikking met Frankrijk, de
+regeling van den regeeringsvorm de eerste taak was, hier te
+lande te verrichten. Te dien einde hield, den 1sten Maart 1796,
+een <i>nationale vergadering</i> haar eerste bijeenkomst. Zoodra zij te
+&#8217;s Gravenhage was bijeengekomen, werden de Staten-Generaal
+ontbonden. De leden der vergadering waren tot twee partijen te
+brengen, die der <i>unitarissen</i>, voorstanders eener volstrekte eenheid,
+en die der <i>foederalisten</i>, welke tot op zekere hoogte een bondgenootschap
+van zelfstandige staten wilden. Foederalist was o. a.
+Vitringa. Tot de hevigste unitarissen behoorden Pieter Vreede en
+Gogel, tot de gematigden onder hen Schimmelpenninck. Deze
+eerste nationale vergadering slaagde niet in haar plan, weshalve,
+den 1sten September 1797, een tweede werd geopend. Deze gelukte
+het evenmin, het werk tot stand te brengen, want den 22sten
+Januari 1798 waagden de hevigste unitarissen, met name Daendels,
+een <i>coup d&#8217;&eacute;tat</i> of aanslag op hun meest gematigde medeleden.
+Een aantal van hen lieten zij in hechtenis nemen. De op
+die wijze gezuiverde vergadering noemde zich <i>constitueerende vergadering,
+representeerende het Bataafsche volk</i>. In Maart had zij het
+ontwerp eener grondwet afgewerkt. In April had de stemming
+van &#8217;t Bataafsche volk over het ontwerp plaats, dat met een overgroote
+meerderheid van stemmen werd aangenomen.</p>
+
+<p>De hoofdinhoud dezer <i>staatsregeling</i>, den 1sten Mei 1798 afgekondigd,
+komt hierop neer. De oppermacht berust, in naam van
+het Bataafsche volk, bij <i>het vertegenwoordigend lichaam</i>, waarvan
+de leden door het volk worden gekozen. Het bestaat uit twee
+<i>kamers</i>. Het draagt de uitvoerende macht op aan <i>vijf directeuren</i>,
+door zijn leden te kiezen, <i>het uitvoerend bewind</i>, en behoudt zelf
+de wetgevende macht. Het grondgebied der Republiek wordt in<span class="pagenum"><a name="Page_170" id="Page_170">[170]</a></span>
+acht <i>departementen</i> verdeeld. De grenzen van geen dier departementen
+kwamen overeen met den omtrek eener voormalige provincie.
+Een daarvan b. v., hetwelk het departement van de Eems
+heette, bestond uit gedeelten van Friesland, Groningen en Drente.
+De geldmiddelen van den staat staan onder &eacute;&eacute;n beheer en komen
+in &eacute;&eacute;n algemeene kas. Eveneens heeft er een samensmelting der
+schulden plaats, <i>amalgame</i> geheeten. De kerk wordt van den
+staat gescheiden. Voorloopig zullen slechts de leeraren en dienaars
+der hervormde kerk uit &#8217;s lands kas worden bezoldigd.</p>
+
+<p>Niemand, die den inhoud dezer constitutie onbevooroordeeld
+gadeslaat, kan ontkennen, dat men het goede, hetwelk uit den
+druk der tijden werd geboren, grootendeels aan haar was verschuldigd.
+Vooreerst werd de pijnbank afgeschaft. Dan werd het
+Gemeenebest &eacute;&eacute;n en ondeelbaar verklaard, zoodat de zeven souvereine
+gewesten, benevens de Generaliteitslanden en het bondgenootschappelijke
+Drente van nu af maar &eacute;&eacute;n staat vormden. De
+provinciale naijver en tegenkanting weken langzamerhand voor
+&eacute;&eacute;n toenemende nationale eenheid. Insgelijks hield de druk op der
+stedelijke aristocratie. Volkomen gelijkstelling van allen voor de
+wet werd een vaste regel, en alle heerlijke rechten en wat verder
+van het leenstelsel afkomstig was werden vernietigd.</p>
+
+<p>Intusschen leverde de oorlog zelf, waarin de Bataafsche Republiek,
+als bondgenoot van Frankrijk, werd medegesleept, niets dan nadeelen
+op. Gedurende den tweeden coalitie-krijg (<i>Overzicht</i>, negende druk,
+blz. 181) werd Nederland zelf het tooneel der vijandelijkheden. Daar
+Engeland en Rusland een poging wilden wagen, om de Bataafsche
+Republiek aan &#8217;t oppergezag van Frankrijk te onttrekken, landde
+in Augustus 1799 een geduchte Engelsch-Russische krijgsmacht
+onder &#8217;t opperbevel van <span class="gesp">Frederik, hertog van York</span>, nabij
+de Helder. <span class="gesp">Daendels</span>, bevelhebber der Bataafsche krijgsmacht,
+moest wijken. Maar de Fransche generaal <span class="gesp">Brune</span>, zich met
+een aanzienlijk leger bij Daendels voegende, bracht den vijand
+den 19den September bij <span class="gesp">Bergen</span> (ten n.w. van Alkmaar) en
+den 6den October bij <span class="gesp">Castricum</span> (ten z.w. van Alkmaar) een
+nederlaag toe. Dit noodzaakte de Engelschen en de Russen, die
+bovendien in deze streken geen voldoende huisvesting en levensmiddelen
+konden vinden en hier te lande weinig blijken van<span class="pagenum"><a name="Page_171" id="Page_171">[171]</a></span>
+deelneming bespeurden, terug te trekken. Dus keerde ook de erfprins
+van Oranje, die eenigen tijd te Alkmaar had vertoefd, naar
+Engeland terug, vanwaar hij zich in &#8217;t begin van 1800 met zijn
+vader naar Brunswijk metterwoon begaf.</p>
+
+<p>Zelfs al zag men deze en andere nadeelige gevolgen van den
+oorlog voorbij, dan nog had het vaderland geen redenen tot
+blijdschap. De koophandel, de nijverheid en het vertier beteekenden
+schier niets; de schuldenlast was ondragelijk. Daarenboven
+was de vreugde over de staatsregeling van korten duur.
+De eenheid, die erin heerschte, diende slechts om het uitvoerend
+bewind met zooveel bezigheden te overladen, dat alles zeer langzaam
+of in &#8217;t geheel niet werd afgedaan. Dit deed wederom aan
+de noodzakelijkheid van &#8217;t vervaardigen eener nieuwe grondwet
+denken. Middelerwijl zag de eerste consul Napoleon (<i>Overzicht</i>,
+negende druk, blz. 181) met weerzin de oppermacht des volks, die
+hij in Frankrijk aan ketenen had gelegd, in het kleine gemeenebest
+gehuldigd. De Bataafsche Republiek, van &#8217;t oogenblik harer wording
+af gedwongen Frankrijk steeds uit de verte te volgen, kon dit ook
+thans niet nalaten. Met de meerderheid der vijf leden van &#8217;t uitvoerend
+bewind knoopte Napoleon in &#8217;t geheim onderhandelingen
+aan. Wetende, dat zij op den steun van hem kon rekenen, die
+alreede de machtigste man van geheel Europa begon te worden,
+liet de meerderheid van &#8217;t uitvoerend bewind zich door niets
+terughouden van de voltrekking van haar voornemen. Den 1sten
+October 1801 werd het volk een ontwerp ter stemming voorgelegd.
+De uitslag der stemming was, dat de staatsregeling werd
+aangenomen. Tot dien uitslag geraakte men door te bepalen, dat
+het groote aantal van hen, die niet waren opgekomen, moest
+worden geacht te hebben toegestemd.</p>
+
+<p><i>De staatsregeling</i> van 1801 naderde meer, dan die haar voorafging,
+de beginselen van het foederalisme. Zij behield de eenheid,
+maar gunde meer vrijheid aan de besturen der departementen en
+der gemeenten. Aan &#8217;t hoofd der Republiek stond thans een <i>staatsbewind</i>
+van twaalf personen met een <i>wetgevend lichaam</i>. Groot
+was het gezag, aan het staatsbewind opgedragen, terwijl de
+invloed van het wetgevend lichaam werd beperkt. Ook ten opzichte
+van de verdeeling van het grondgebied kwam deze constitutie<span class="pagenum"><a name="Page_172" id="Page_172">[172]</a></span>
+terug op de andere. Zij herstelde &egrave;n de namen &egrave;n de grenzen
+der voormalige gewesten, waarvan men toen, om het provincialisme
+te fnuiken, was afgeweken. Het getal der departementen
+bleef hetzelfde. Zij heetten nu: Holland, Zeeland, Brabant, Overijsel
+(waartoe Drente tevens grootendeels behoorde), enz. De
+constitutie, in haar geheel, is een bewijs, dat men tot gematigder
+gevoelens terugkeerde.</p>
+
+<p>In 1802 werd de Republiek &eacute;&eacute;n oogenblik verademing geschonken.
+Het was na het sluiten van <i>den algemeenen vrede te Ami&euml;ns</i>
+(<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 181) in Maart van dat jaar, waar
+<span class="gesp">Rutger Jan Schimmelpenninck</span> de Republiek vertegenwoordigde.
+Van de verschillende artikels had dat de meeste betrekking
+op de Republiek, waarin werd bepaald, dat, met uitzondering van
+Ceylon, Engeland haar al hare volkplantingen teruggaf. Tevens
+werd, overeenkomstig vroegere bepalingen, vastgesteld, dat de
+schadeloosstelling voor het huis van Oranje-Nassau niet ten laste
+zou komen der Republiek. De schadeloosstelling werd weldra gevonden
+ten koste van Duitschland en bestond uit het voormalige
+bisdom Fulda (in &#8217;t vroegere keurvorstendom Hessen, thans tot
+Pruisen behoorende) en eenige andere streken. Nimmer heeft echter
+Willem V het bewind over deze landen aanvaard. Hij bleef als
+ambteloos burger in Brunswijk, waarheen hij zich bij zijn vertrek
+uit Engeland (zie <a href="#Page_164">blz 164</a> en <a href="#Page_171">171</a>) had begeven. Zijn oudste zoon,
+wien hij de genoemde landen afstond, bleef ze ook na den dood
+zijns vaders, die in 1806 plaats had, besturen. Maar in 1807, bij
+den vrede van Tilsit, ontnam Napoleon hem, omdat hij voor
+Pruisen had gestreden, zoowel deze staten, als die, welke hij in
+Nassau van zijn vader had ge&euml;rfd.</p>
+
+<p>Op den gesloten vrede vertrouwende, begonnen handel en vertier
+in 1802 in Nederland weder te herleven; doch wederom was
+de verademing kort van duur. In Mei 1803 verklaarde Napoleon
+Groot-Britanni&euml; op nieuw den oorlog. Dit rijk legde zich nu
+dadelijk weder op de herovering toe der pas teruggegeven buitenlandsche
+bezittingen, die het allengs alle, behalve Java en een
+paar andere, in zijn macht kreeg. Thans werd geheele uitputting
+het lot van het fel geteisterde land. Het moest den consul voor
+de door hem beraamde verovering van Engeland troepen, schepen<span class="pagenum"><a name="Page_173" id="Page_173">[173]</a></span>
+en millioenen leveren. Hoezeer alle krachten werden ingespannen
+en de laatste penningen bijeengezocht, wat opgebracht werd voldeed
+niet. Aan den vorm van &#8217;t bestuur weet Napoleon dat,
+waarvan de oorzaak in het onvermogen was gelegen. Te midden
+dier nimmer eindigende eischen werd Napoleon keizer (<i>Overzicht</i>,
+negende druk, blz. 181). Nu moest alom, waar Frankrijks stem gold,
+ook de schaduw van volksregeering voor het eenhoofdig beginsel
+wijken. In &#8217;t begin van 1805 verkreeg Schimmelpenninck, de gezant
+der Republiek te Parijs, van Napoleon bevel, een nieuwe grondwet
+op het papier te brengen, waaraan het monarchale beginsel
+ten grondslag lag. Schimmelpenninck kweet zich van den last.
+Het ontwerp behaagde Napoleon en werd in April door het volk
+goedgekeurd. Wederom werden de zwijgenden gerekend het ontwerp
+te hebben aangenomen.</p>
+
+<p>Deze <i>derde staatsregeling</i>, waarvoor die van 1801 plaats maakte,
+stelde <span class="gesp">Rutger Jan Schimmelpenninck</span>, onder den naam
+<i>raadpensionaris</i>, met een meer dan vorstelijk gezag bekleed,
+aan &#8217;t hoofd van het Bataafsche gemeenebest. De wetgevende macht
+werd aan een <i>wetgevend lichaam</i> van 19 leden opgedragen. Den
+raadpensionaris stond een <i>staatsraad</i> van zeven leden ter zijde.
+Ten opzichte van de verdeeling van &#8217;t grondgebied was de eenige
+wijziging, in &#8217;t jaar 1805 ingevoerd, dat Drente van Overijsel
+werd afgescheiden en als <i>landschap</i> aan de acht departementen
+toegevoegd. Zooveel hij vermocht, wendde Schimmelpenninck zijn
+macht eenig ten algemeenen nutte aan, zooals dan ook de daadwerkelijke
+regeling van het lager-onderwijs bij de wet van den
+3den April 1806 en het invoeren van algemeene in plaats van de
+vroegere provinciale belastingen gunstig voor zijn bewind getuigen.
+De invoering dier algemeene belastingen was een zeer gewichtige
+financi&euml;ele omwenteling. Zij waren reeds door de unie (zie <a href="#Page_61">blz. 61</a>)
+voorgeschreven, maar nimmer in &#8217;t leven getreden. Groot zijn
+bovenal Schimmelpennincks verdiensten omtrent het lager-onderwijs.
+Het algemeene volksonderwijs was een der vruchten van de hervorming.
+Hierom was het opzicht over de scholen bij de kerk, waaraan
+het nu werd onttrokken. Eerst door deze wet werd alom de
+verbetering der scholen en van &#8217;t onderwijs krachtdadiger ter
+hand genomen en doorgezet.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_174" id="Page_174">[174]</a></span>Maar de machtige en alles beheerschende geest van Napoleon
+duldde ook deze zwakke schaduw van een onafhankelijke republiek
+maar kort. Een aanleiding tot verandering werd spoedig gevonden.
+Zij werd gezocht in een verzwakking van &#8217;t gezicht van den raadpensionaris.
+Wat de keizer van Frankrijk wilde was weldra geen
+geheim meer. Zijn broeder Lodewijk moest koning van Holland
+worden. Een plechtig gezantschap werd verplicht, den keizer te
+Parijs te komen verzoeken om datgeen, wat hijzelf, als zijn wil,
+aan Nederland opdrong. Alzoo volgde in Juni 1806 een <i>vierde
+constitutie</i>. <span class="smcap"><span class="gesp">lodewijk napoleon</span></span> werd <i>koning van Holland</i>
+tegen erkenning van de oppermacht zijns broeders als hoofd van
+&#8217;t geslacht. Hem werd een <i>wetgevend lichaam</i> van 39, alsmede een
+<i>staatsraad</i> van 13 leden toegevoegd. Lodewijks streven was in de
+eerste plaats, een Nederlander te worden. Waar hij als koning
+zijn eigen weg kon bewandelen, poogde hij het goede tot stand te
+brengen.</p>
+
+<p>Aan den derden coalitie-krijg, die inmiddels was uitgebarsten
+(<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 182 en boven blz. 172), namen de
+Nederlandsche krijgslieden in 1806 en 1807 deel. De vrede van
+Tilsit (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 183), welke aan dien oorlog,
+voorzoover hij te land werd gevoerd, een einde maakte, vergrootte
+het grondgebied van den staat, doordien Jever (thans in &#8217;t n.w.
+van &#8217;t groothertogdom Oldenburg) en Oost-Friesland, tegen den
+vollen afstand van Vlissingen en zijn tafel, hetwelk aan Frankrijk
+kwam, met Holland werden vereenigd. Kort v&oacute;&oacute;r het sluiten van
+dien vrede, nog in &#8217;t zelfde jaar 1807, werd het koninkrijk in tien
+departementen verdeeld, waarbij Oost-Friesland thans als elfde
+kwam. Hoewel de derde coalitie-oorlog niet op den bodem van
+het koninkrijk Holland werd gevoerd, was hij de aanleidende
+oorzaak van een noodlottig voorval, waardoor de stad Leiden
+werd getroffen. Op den 12den Januari 1807 sprong een schip,
+met veel kruit geladen, dat op zijn doorvaart naar Delft de
+stad aandeed. Na de uitbarsting lag een van de fraaiste gedeelten
+van Leiden, het Rapenburg, in puinhoopen. Meer dan
+twee honderd huizen werden omvergeworpen, honderden bovendien
+beschadigd. Te midden der algemeene ontzetting, eenige
+uren nadat men den schok te &#8217;s Gravenhage had gevoeld, kwam<span class="pagenum"><a name="Page_175" id="Page_175">[175]</a></span>
+de koning op de plaats zelve van &#8217;t ongeluk, om in persoon op
+alles orde te stellen. Vele bleven door de tijdig aangebrachte
+hulp behouden, ofschoon het getal van hen, die het leven verloren,
+nog 152 beliep.</p>
+
+<p>Hoe erg ook, het ongeluk van &#8217;t jaar 1807 was tijdelijk. Anders
+was het gelegen met die rampen, welke een gevolg waren van de
+onverbreekbare keten, welke het koninkrijk Holland aan Frankrijk
+verbond. Wrevelig over de nederlaag bij Trafalgar (<i>Overzicht</i>,
+negende druk, blz. 183), verordende Napoleon in 1806 <i>het continentaal-stelsel</i>,
+d. i. de uitsluiting der Engelschen van het vasteland,
+waardoor hij allen handel met Groot-Britanni&euml; verbood en al
+wat Engelsch was voor goeden buit verklaarde. Het besluit werd
+in de eerstvolgende jaren nog verscherpt door andere verordeningen,
+waarin de keizer o. a. het openlijk verbranden van
+alle Engelsche waren in de van hem afhankelijke staten gelastte.
+Voor Nederlands handel, in zoover er nog eenige handel was,
+werd het continentaal-stelsel de doodsteek.</p>
+
+<p>Het was, alsof het Nederland was voorbehouden, de maat te zien
+volgemeten van alle soorten van onheilen, die een land kunnen
+treffen. Er ontbrak nog maar een inval aan op het grondgebied van
+&#8217;t koninkrijk, en die inval kwam. Ten einde de heerschappij ter
+zee te beter te kunnen handhaven, achtte Engeland het geraden,
+Walcheren in bezit te nemen en Vlissingens alsmede Antwerpens
+werven en arsenalen te verwoesten. Tegen &#8217;t eind van Juli 1809
+stak een vloot in zee, de grootste, die Engelands havens immer
+had verlaten. Binnen weinige dagen waren Walcheren, Schouwen
+en Duiveland in handen van den vijand. Inmiddels verzuimden
+de Engelschen Antwerpen aan te tasten, terwijl een talrijk
+Fransch leger, zich bij het Nederlandsche voegende, niet
+ophield de Engelschen te bestoken. Meer nadeel nog brachten
+hun de Zeeuwsche koortsen toe. In &#8217;t kort, het doel der
+landing, aanvankelijk geslaagd, werd niet bereikt, zoodat de
+vijand op het einde van &#8217;t jaar Zeeland weder ontruimde. De
+onderneming, met zooveel ophef aangekondigd, liep teniet, evenals
+in 1799.</p>
+
+<p>Reeds sinds lang was Napoleon verbitterd op zijn broeder Lodewijk.
+Hij, het maaksel zijner hand, matigde zich aan, als zelfstandig<span class="pagenum"><a name="Page_176" id="Page_176">[176]</a></span>
+vorst te willen regeeren. Dit streed geheelenal met de
+bedoeling zijn broeders, die Holland alleen een eigen bestaan
+veroorloofde, onder voorwaarde dat het zich metterdaad als een
+Fransch wingewest liet behandelen. Voorloopig liet Napoleon
+zich in Maart 1810 nog tevreden stellen met een verdrag, bij
+hetwelk geheel Zeeland, Brabant, een gedeelte van Gelderland
+en een klein deel van Holland aan Frankrijk kwamen, zoodat de
+Waal de grens van &#8217;t koninkrijk in &#8217;t z.o. werd. Maar Lodewijk
+bleef van een onafhankelijk koningschap droomen en den sluikhandel
+met Engeland gedoogen. Van zijn kant toonde Napoleon
+duidelijk, wat hij in het schild voerde, door nieuwe troepen te
+zenden, die in last hadden, de hoofdstad te bezetten, en tolbeambten
+(<i>douaniers</i>), ten einde den sluikhandel te weren. De
+koning sprak ervan, Amsterdam tot het uiterste te verdedigen.
+De gansche natie wilde hij te wapen roepen. Doch zijn
+ministers beweerden, dat zoodanige kamp onmogelijk was. Zoo
+bleef hem niets anders over, dan afstand te doen van de kroon
+ten behoeve van zijn tweeden, toen oudsten zoon, Lodewijk
+Napoleon, onder regentschap der koningin Hortensia. Uit vrees
+van door de handlangers des keizers te worden belemmerd, verliet
+Lodewijk in den nacht van den 1sten Juli 1810 heimelijk
+het paviljoen bij Haarlem, waar hij toen vertoefde, en begaf
+zich naar Bohemen. Het land, waarover hij vier jaren had geregeerd,
+zag hij nimmer weder, ofschoon hij nog tot het jaar
+1846 leefde. Op zware sommen was zijn bewind het volk te
+staan gekomen. Daarentegen was voor alles, wat den waterstaat
+betreft, voor dijken en wegen veel gedaan. Onder de ministers,
+van wier diensten de koning een tijdlang gebruik maakte,
+waren mannen van erkende bekwaamheid, b. v. de admiraal
+<span class="gesp">Karel Hendrik Verhuell</span> voor de marine, <span class="gesp">van Maanen</span>
+voor de justitie.</p>
+
+<p>Het laatste punt, waarop, als op een voorwerp der werkdadige
+belangstelling van koning Lodewijk, de aandacht moet
+worden gevestigd, zijn de koloni&euml;n (zie <a href="#Page_165">blz. 165</a>, <a href="#Page_166">166</a>, <a href="#Page_168">168</a>).
+Bij de grondwet van 1798 was bepaald, dat de Bataafsche Republiek
+alle bezittingen der gewezen Oost-Indische compagnie
+en haar schulden tot zich nam. Het oppergezag kwam aan het<span class="pagenum"><a name="Page_177" id="Page_177">[177]</a></span>
+uitvoerend bewind (zie <a href="#Page_169">blz. 169</a>), in 1801 aan het staatsbewind
+(zie <a href="#Page_171">blz. 171</a>). Het bestuur werd in handen gesteld van <i>den raad
+der Aziatische bezittingen</i>. Terzelfdertijd werd dat van West-Indi&euml;
+opgedragen aan den <i>raad der Amerikaansche koloni&euml;n</i>. Lodewijk,
+den troon hebbende beklommen, was van oordeel, dat in de
+Oost-Indische bezittingen een doortastende hervorming moest plaats
+grijpen. Te dien einde benoemde hij in Januari 1807 <span class="gesp">Daendels</span>
+(zie <a href="#Page_164">blz. 164</a>, <a href="#Page_170">170</a>) tot gouverneur-generaal van Indi&euml;. Als een
+tweede Napoleon bracht hij in het bestuur der volkplantingen
+een geheele omkeering teweeg, weshalve hij door den een als
+een ware hervormer, door den ander als een willekeurig man
+en een vriend van harde maatregelen wordt voorgesteld. Het
+laatste is voorzeker niet volstrekt te loochenen. Maar onbetwistbaar
+is het, dat onder zijn bewind meer dan &eacute;&eacute;n wezenlijke
+verbetering tot stand kwam.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 35.</h2>
+
+<p class="chtitle">Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.&mdash;Het herkrijgt zijn
+onafhankelijkheid.</p>
+
+<p>Het koninkrijk Holland verkreeg de regeering niet, die Lodewijk
+het had toegedacht. Volgens besluit van den 9den Juli 1810 werd
+het bij Frankrijk ingelijfd. <span class="gesp">Charles Fran&ccedil;ois Lebrun, hertog
+van Plaisance</span> (d. i. Piacenza, het oude Placentia, in &#8217;t n.
+van Itali&euml;), kwam als <i>luitenant-generaal</i> of <i>algemeen stedehouder</i> in
+de Nederlanden. Amsterdam werd, na Parijs en Rome, verklaard
+de derde stad van het keizerrijk te zijn. <i>Het code Napoleon</i>, d. i.
+wetboek Napoleon, werd ingevoerd. Een der artikels van &#8217;t besluit
+stelde een staatsbankroet vast. De renten der publieke
+schuld zouden niet verder onder de lasten worden gebracht, dan
+voor een derde; zij werden <i>getierceerd</i>. De vroegere departementen
+werden nu Fransche departementen met <i>prefecten</i> tot bestuurders.
+Hunne namen waren b. v.: Zuiderzee (d. i. ongeveer het voormalige
+Noorderkwartier van Holland en Utrecht), Bouches de
+l&#8217; Escaut, d. i. Monden van de Schelde (Zeeland), Ems-Occidental,<span class="pagenum"><a name="Page_178" id="Page_178">[178]</a></span>
+d. i. Wester-Eems (Groningen en Drente). De burgemeesters werden
+van nu aan <i>maires</i>.</p>
+
+<p>In 1811 werd <i>de conscriptie</i> of gedwongen krijgsdienst ingevoerd.
+Elk jongeling, den ouderdom van twintig jaren hebbende bereikt,
+moest zich laten inschrijven. De regeering stelde het aantal vast,
+hetwelk telkens werd vereischt, en hierop gingen de ingeschrevenen
+tot de loting over. Ontslagen werd geen soldaat, tenzij ongeschikt
+voor den dienst. Al dadelijk werd de conscriptie hierdoor verzwaard,
+dat, bij wijze van terugwerking, het besluit ook werd
+uitgestrekt tot de laatste drie jaren, en zij, die reeds drie-en-twintig
+jaren telden, eveneens werden opgeroepen. Op de harde besluiten
+nopens de conscriptie volgde een harde uitvoering. Vooral
+maakte zich de prefect van het departement der Zuiderzee, <span class="gesp">de
+Celles</span>, door dergelijke handelwijze berucht. Tegen het misbruik
+der drukpers meende het Fransche bewind met een bijzonderen
+ijver te moeten waken. De censuur, die nauwlettend toezag, verbande
+alle vrijheid van schrijven. Het spreekt vanzelf, dat ten
+aanzien van het continentaal-stelsel alle oogluiking nu ophield.
+Te Rotterdam, te Groningen en elders zag men, gelijk te Veneti&euml;
+en te Leipzig, dat plechtig en in &#8217;t openbaar verbranden van al
+wat Engelsch fabriekgoed was, somtijds voor een waarde van
+een half millioen gl. Geen Oost-Indi&euml;vaarders vielen onze havens
+meer binnen. Ongehoord werd de prijs der koloniale voortbrengselen.
+Rijtuigen en dienstboden werden bijna alom afgeschaft,
+buitengoederen voor spotprijzen verkocht. De bevolking van Amsterdam
+nam bij duizenden af.</p>
+
+<p>Er is meer. De belastingen drukten den landzaat, die geenszins,
+gelijk tevoren, in ruime verdiensten de middelen vond om
+ze te betalen. De handel in tabak werd een alleenhandel of <i>monopolie</i>
+van den staat. Een argwanende en strenge politie beperkte
+zeer de vrijheid van spreken, want ook in besloten kringen was
+het zaak, nauwkeurig rond te zien, of zij er ook haar verspieders
+had. Het openbare onderwijs werd naar dat der Franschen
+verwrongen. Predikanten en onderwijzers ontvingen een tijdlang
+geen bezoldiging. Taal en letterkunde dreigde een volkomen verval.
+Ook de hoogescholen moesten het ontgelden. Slechts Leiden
+en Groningen bleven in wezen; de overige, zoo zij niet werden<span class="pagenum"><a name="Page_179" id="Page_179">[179]</a></span>
+opgeheven, werden hoogescholen van den tweeden rang en geraakten
+aan &#8217;t kwijnen. Bij dit alles kwam eindelijk het geheele
+verlies der koloni&euml;n. Nog in 1811 veroverden de Engelschen Java
+en de overige volkplantingen. Alleen op Desima (zie <a href="#Page_99">blz. 99</a>)
+bleef de Nederlandsche vlag waaien. Z&oacute;&oacute; was &#8217;s lands toestand
+in de jaren der Fransche overheersching. Na den rampspoedigen
+overtocht over de Berez&#299;na (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 184) kwam
+er bij de vele plagen nog een nieuwe. Napoleon stelde <i>de garde
+d&#8217;honneur</i> of eerewacht te paard in. Zij moest strekken, om, bij
+verzet of opstand, den keizer een genoegzaam aantal gijzelaars in
+handen te stellen. Het werd als een gunst voorgesteld, in deze
+lijfwacht te worden opgenomen. Daar ieder de kosten zijner eigen
+uitrusting moest dragen, trof de maatregel de aanzienlijkste ingezetenen
+het meest.</p>
+
+<p>Het kwade, dat de inlijving in Frankrijk aan Nederland heeft
+gebracht, is vaak opgeteekend. Naar evenredigheid is niet zoozeer
+gewezen op de, hoewel minder in &#8217;t oog vallende, lichtzijde
+dier inlijving, die echter niet geheel ontbreekt. De inlijving leverde
+dit groote voordeel op, dat zij Nederland op eens een
+stelsel van algemeene wetgeving deed deelachtig worden, hetwelk
+het uit zichzelf niet zoo spoedig, wellicht nimmer, had verkregen.
+De staatkundige en rechts-organisatie, toen ons land geschonken,
+oefende een beslissenden en duurzamen invloed op den later
+herboren staat.</p>
+
+<p>Intusschen deed de tocht naar Rusland eenige uitstekende
+Nederlanders denken, dat het niet meer tot het gebied der onmogelijkheden
+behoefde te behooren, het vaderland eens van de
+overheersching der Franschen te bevrijden. Z&oacute;&oacute; dachten <span class="gesp">Johan
+Melchior Kemper</span>, hoogleeraar in de rechten te Leiden, en
+<span class="gesp">Anton Reinhard Falck</span>. Zij kwamen met elkander overeen,
+naar vermogen partij te trekken van de veranderde tijdsomstandigheden
+ter herstelling van de nationale onafhankelijkheid. Terzelfdertijd
+begonnen <span class="gesp">Gijsbert Karel van Hogendorp</span>, een
+kleinzoon van O. Z. van Haren (zie <a href="#Page_167">blz. 167</a>), <span class="gesp">van der Duyn
+van Maasdam</span>, <span class="gesp">de graaf van Limburg-Stirum</span> en drie
+andere mannen te &#8217;s Gravenhage veelvuldige geheime bijeenkomsten
+te houden. De staatkundige beginselen, die &egrave;n de eerstgenoemden
+<span class="pagenum"><a name="Page_180" id="Page_180">[180]</a></span>
+&egrave;n de laatsten zich voornamen als richtsnoer te volgen
+en bij anderen zooveel mogelijk aan te kweeken, waren: een
+getemperde oppermacht van het huis van Oranje-Nassau en
+vernietiging der oude partijschappen. Hoewel in geen onmiddellijke
+betrekking tot het Haagsche zestal staande, waren Kemper
+en Falck toch niet onbekend met hetgeen dat zestal wilde.</p>
+
+<p>Middelerwijl schreed Napoleon op zijn loopbaan voort. Op de
+rampen van den tocht naar Rusland volgde de slag bij Leipzig.
+Nu meenden de Haagsche bondgenooten een stap verder te kunnen
+gaan en zich van de medewerking van een aantal lieden uit
+de gezeten standen der maatschappij te moeten verzekeren. Tot
+dergelijke voorbereidende maatregelen beperkte men zich vooreerst:
+het uur om te handelen scheen nog niet aangebroken.
+Anders dacht er het volk te Amsterdam over. Op de nadering der
+Pruisen en der Russen verlieten de Fransche ambtenaren inderhaast
+de steden, in &#8217;t n.o. van ons land gelegen. Den 14den November
+1813 ontruimden de Fransche troepen Amsterdam, om
+weldra door den gouverneur-generaal te worden gevolgd, en begaven
+zich naar Utrecht. Op den avond van den 15den geraakte
+de bevolking van Amsterdam op de been en stak de wachthuizen
+der Fransche tolbeambten in brand. De rust werd eerst hersteld,
+toen, op verzoek van de officieren der schutterij, een zeker
+aantal der aanzienlijkste ingezetenen het bestuur der stad voorloopig
+op zich nam. De ziel van alles, wat hier gebeurde, was
+A. R. Falck.</p>
+
+<p>Nu begrepen de Haagsche heeren, om te voorkomen, dat wellicht
+het volk ook tot oproer en geweld mocht overslaan, te
+moeten optreden. Op den morgen van den 17den November vertoonden
+zich de graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp
+in &#8217;t openbaar met de oranjekokarde op den hoed. Het voorbeeld
+vond weldra bij ieder navolging. Op denzelfden dag aanvaardde
+de graaf van Stirum, in naam van den prins van Oranje, de
+betrekking van gouverneur van den Haag. Den 21sten November
+aanvaardden <span class="gesp">van Hogendorp</span> en <span class="gesp">van der Duyn van Maasdam</span>
+het hoog bewind of <i>Algemeen Bestuur</i> tot de komst van
+den prins van Oranje. Men kan niet zeggen, dat zij, die thans
+als voorgangers bij den opstand optraden, in &#8217;t begin veel medewerking
+<span class="pagenum"><a name="Page_181" id="Page_181">[181]</a></span>
+bij het Nederlandsche volk vonden. Amsterdam, van de eene
+zijde uit Utrecht, van de andere uit Naarden bedreigd, bleef bij de
+onzijdige houding volharden, die het van den beginne af had
+aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich noch voor den
+prins, noch tegen den keizer verklaarde. Den 24sten November
+kwam hierin een verandering en werd ook hier de leus &#8222;Nederland
+en Oranj&#8221; gehuldigd. Na langer of korter aarzeling traden Rotterdam
+en andere steden van Holland toe. Terzelfdertijd werd
+Woerden door een deel van het Fransche krijgsvolk, dat te Utrecht
+in bezetting lag, overvallen en strekte gedurende eenige uren ter
+prooi aan een roof- en moordzucht, die velen aan de tooneelen
+van het jaar 1672 (zie <a href="#Page_130">blz. 130</a>) herinnerde.</p>
+
+<p>Den 30sten November landde de prins van Oranje, de oudste
+zoon van Willem V (zie <a href="#Page_172">blz. 172</a>), die toen in Engeland vertoefde,
+hiertoe uitgenoodigd, op den vaderlandschen bodem, te
+Scheveningen. Den 2den December nam hij, te Amsterdam gekomen,
+<i>de souvereiniteit</i> over deze landen, hem aangeboden, aan,
+onder voorbehoud eener grondwet, zoodra mogelijk uit te vaardigen.
+Middelerwijl volgden de andere gewesten, naarmate de
+Franschen ze ontruimden, het sein, door Holland gegeven. Voorzoover
+Zeeland zichzelf niet had bevrijd, deden de Engelschen het
+in 1814. In Gelderland, Overijsel, Groningen en Friesland deden
+het B&uuml;low (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 185) en de kozakken v&oacute;&oacute;r
+of na dit tijdstip. Maanden duurde het intusschen, eer het geheele
+land door de Franschen werd ontruimd. In &#8217;t begin van 1814 waren
+nog een aantal sterke punten in handen van den vijand. In Mei
+werd de kroon op het werk der bevrijding gezet. Den 4den dier
+maand had de ontruiming van het sterke den Helder plaats. Verhuell
+(zie <a href="#Page_176">blz. 176</a>), onverzettelijk vasthoudende aan den eed, eenmaal
+aan Napoleon gezworen, weigerde standvastig het over te
+geven en week eerst op een bevel van Lodewijk XVIII (<i>Overzicht</i>,
+negende druk, blz. 186). Het laatste punt, dat de Nederlanders
+herwonnen, was Delfzijl. Toen het den 23sten Mei in naam van
+den souvereinen vorst in bezit werd genomen, was de gansche
+bodem van Nederland aan de Franschen ontrukt.</p>
+
+<p>Aleer die gelukkige uitkomst was verkregen, had de prins het
+bewind, hem door de natie opgedragen, aanvaard met het nemen<span class="pagenum"><a name="Page_182" id="Page_182">[182]</a></span>
+dier maatregelen, welke de tijdsomstandigheden in de eerste plaats
+vorderden. Zij betroffen de krijgsmacht en de financi&euml;ele aangelegenheden,
+want er was noch geld, noch leger. Hierop maakte
+de vorst een begin met het vervullen der voorwaarde, waaronder
+hij de oppermacht had aanvaard. Den 21sten December benoemde
+hij een commissie ter samenstelling eener grondwet. Haar werd
+aanbevolen, de schets, door van Hogendorp in de dagen der
+verdrukking, nog v&oacute;&oacute;r den tocht naar Rusland, opgesteld, tot
+leiddraad harer beraadslagingen te nemen. De commissie achtte
+dit geraden en verkoos <span class="gesp">van Hogendorp</span> tot voorzitter. Het
+hoofddoel dezer schets was, zonder onnoodige veranderingen de
+gebreken van den voormaligen toestand der Republiek te verbeteren.
+Door sommige zijner medeleden in de commissie werd van
+Hogendorp evenwel genoopt, ook met veel, dat geheel nieuw
+was, in te stemmen. Den 2den Maart 1814 was het ontwerp der
+grondwet gereed. Nu moest het aan het oordeel van het Nederlandsche
+volk worden onderworpen. Te dien einde werd een lijst
+van 600 <i>notabelen</i> opgemaakt, d. i. van mannen, zich onderscheidende
+door deugd, bekwaamheden, geboorte, vermogen of ambtsbetrekkingen.
+Van de 600 verschenen den 29sten Maart 474 in
+de Nieuwe kerk te Amsterdam. Een overgroote meerderheid verklaarde
+zich ten gunste van de grondwet, zoodat zij binnen
+het tijdbestek van eenige uren verbindende kracht verkreeg. Den
+30sten Maart was dezelfde Nieuwe kerk getuige van &#8217;s vorsten
+inhuldiging.</p>
+
+<p><i>De</i> nieuwe <i>grondwet</i>,&mdash;een naam, die den vroegeren van &#8222;staatsregelin&#8221;
+of &#8222;constituti&#8221; verving, <i>de vijfde</i> regeling na 1795,
+erkende, als hoofdbeginselen, vrijheid van godsdienst, aller gelijkheid
+voor de wet en de onafhankelijkheid der rechterlijke macht. De
+verdere inhoud komt hoofdzakelijk hierop neer. Er zijn negen provinci&euml;n:
+Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel, Drente,
+Groningen, Friesland en Brabant. Tot Holland behooren de eilanden
+Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en Marken; tot
+Overijsel Schokland; tot Friesland Ameland en Schiermonnikoog;
+tot Groningen Rottum. Er is &eacute;&eacute;n kamer van volksvertegenwoordigers,
+bestaande uit 55 leden, door de staten der provinci&euml;n te benoemen
+en drie jaren zitting hebbende. De leden der Staten-Generaal<span class="pagenum"><a name="Page_183" id="Page_183">[183]</a></span>
+stemmen zonder last van de provinciale staten, die hen kiezen,
+en zonder eenige ruggespraak met hen. De provinciale staten
+zullen worden samengesteld uit leden der ridderschap en van de
+stedelijke raden. Deze leden worden gekozen door kiezers, te nemen
+uit hen, die de hoogste belastingen betalen. De provinciale
+staten hebben geen deel aan de oppermacht en beheeren de aangelegenheden
+van hun gewest. Voorzitters dier staten zijn, als
+&#8217;s vorsten commissarissen, de gouverneurs in de verschillende gewesten.
+Aan alle godsdiensten wordt gelijke bescherming toegezegd.
+Die van den vorst is de hervormde. In elke provincie is
+een gerechtshof, en bovendien, is er &eacute;&eacute;n hooge raad voor &#8217;t geheele
+rijk.</p>
+
+<p>In Augustus 1814 herkreeg Nederland bij een verdrag, met
+Engeland gesloten, de volkplantingen, welke het op den 1sten
+Januari 1803 had bezeten, met uitzondering van de Kaap de goede
+hoop, Demerary, Essequ&#299;bo en Berbice. Terwijl intusschen het
+congres van Weenen (<i>Overzicht</i>, negende druk, blz. 186) zoo over
+andere punten, als over de vereeniging van Nederland met Belgi&euml;
+beraadslaagde, landde Napoleon den 1sten Maart 1815 bij Cannes,
+en het tijdperk van de regeering der honderd dagen nam een
+aanvang. Den 16den Maart maakte de souvereine vorst aan de
+Staten-Generaal en aan het gansche volk bekend, dat hij de koninklijke
+waardigheid over Noord- en Zuid-Nederland, alsmede
+over Luik aanvaardde. Willems verklaring werd weldra door het
+congres bekrachtigd. Vier van de hoofdmogendheden van dit congres,
+Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen, sloten met den
+koning verdragen, waarbij het nieuwe koninkrijk der Nederlanden
+werd opgericht. Omtrent Luxemburg stelden deze verdragen vast,
+dat het, als <i>groothertogdom</i>, aan Willem werd afgestaan, die van
+zijn kant afstand deed van de Nassausche vorstendommen (zie
+<a href="#Page_49">blz. 49</a> en <a href="#Page_147">147</a>), alsmede van hetgeen men in 1803 aan zijn huis
+had toegekend (zie <a href="#Page_172">blz. 172</a>). Luxemburg bleef tevens een der
+staten van den Duitschen bond uitmaken.</p>
+
+<p>Intusschen waren de Zuidelijke Nederlanden bestemd om het
+tooneel te zijn, waar Napoleons lot en dat van Europa zouden worden
+beslist. Ongeveer 160,000 man had de keizer onder de wapens.
+Tegenover hem stonden twee hoofdlegers der bondgenooten: het<span class="pagenum"><a name="Page_184" id="Page_184">[184]</a></span>
+eene uit Engelschen en Nederlanders bestaande, onder <span class="gesp">den hertog
+van Wellington</span>, en het Pruisische, door den grijzen
+<span class="gesp">Bl&uuml;cher</span> aangevoerd, tesamen groot nagenoeg 230,000 man. Op
+denzelfden 16den Juni, waarop Bl&uuml;cher den slag van <span class="gesp">Ligny</span> verloor,
+had de ontmoeting bij <span class="gesp">Quatre-Bras</span> (een klein gehucht
+bij een kruisweg) plaats, waar <span class="gesp">de prins van Oranje</span> den
+maarschalk Ney zegevierend terugdrong. Eindelijk werd den 18den
+Juni de groote veldslag bij <span class="gesp">Waterloo</span>, een tweede Cannae,
+geleverd, waarin de plotselinge verschijning eerst van het korps
+van B&uuml;low en later van de overige afdeelingen van &#8217;t leger der
+Pruisen onder Bl&uuml;cher de zege aan de bondgenooten verzekerde.
+Hier bekwam de erfprins een wonde, waarvan hij evenwel spoedig
+genas. Reeds vier dagen daarna was de overwonnene geen
+keizer meer en sedert den 16den October een bewoner van St. Hel&#277;na,
+wat hij tot zijn dood bleef.</p>
+
+<p>Te midden van de voorbereidselen, allerwege voor den oorlog
+gemaakt, benoemde koning <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> I</span> (1815-1840, overl. 1843)
+een commissie, om de grondwet van 1814 te wijzigen. Terzelfdertijd
+verleende hij aan zijn oudsten zoon, den kroonprins, den
+titel &#8222;prins van Oranj&#8221;, gelijk hij zooeven is genoemd, hetgeen
+weldra de grondwet van 1815 bekrachtigde. Het gekletter
+der wapenen belette de commissie niet, in Juli 1815 met haar
+werk gereed zijn. Nu moest dit ontwerp aan de beide afdeelingen
+van &#8217;t koninkrijk ter goed- of afkeuring worden onderworpen.
+Voor het Noorden was de weg hiertoe gewezen door de grondwet
+van 1814. Het moest gebeuren door de Staten-Generaal, in dubbelen
+getale te &#8217;s Hage beschreven. De 110 leden namen het ontwerp
+in Augustus bij eenparigheid aan. In het Zuiden werd het
+aan een getal van 1603 notabelen ter stemming voorgelegd. Eer
+deze stemming plaats had, verklaarde zich reeds de invloedrijke
+Belgische geestelijkheid openlijk en sterk tegen het ontwerp. Zij
+beweerde, vooral bij monde van <span class="gesp">Maurice Jean Magdeleine
+de Broglio</span>, bisschop van Gent, dat geen waar katholiek een
+grondwet kon bezweren, waarin het beginsel van gelijkstelling
+van godsdienst was opgenomen. &#8217;t Gevolg was, dat de meerderheid
+van hen, die opkwamen, het ontwerp verwierp. In weerwil
+van die afkeurende meerderheid in Belgi&euml; verklaarde de koning,<span class="pagenum"><a name="Page_185" id="Page_185">[185]</a></span>
+welke dien uitslag had voorzien, op verschillende gronden, dat
+de natie de grondwet had aangenomen.</p>
+
+<p>De wijzigingen, bij deze nieuwe <i>grondwet</i>, <i>de zesde</i>, in die van
+1814 gemaakt, kwamen hoofdzakelijk op de volgende punten neer:
+op de opheffing van &#8217;t artikel, waarin was bepaald, dat de koning
+den hervormden godsdienst moest belijden; op de instelling
+eener <i>Eerste kamer</i> van 40 tot 60 leden, door den koning voor
+hun leven te benoemen; op de bepaling, dat <i>de Tweede kamer</i> uit
+110 leden zou bestaan en in &#8217;t openbaar beraadslagen; op de
+bepaling, dat de landelijke stand van nu aan werd vertegenwoordigd
+in de staten, der provinci&euml;n; op de toezegging van vrijheid
+van drukpers; op de bepaling, dat het koninkrijk der Nederlanden
+uit zeventien gewesten zou bestaan; op het artikel, houdende
+dat deze grondwet ook op Luxemburg zou toepasselijk zijn, behoudens
+zijn betrekking tot den bond, weshalve Luxemburg insgelijks
+zijn vertegenwoordigers zond naar de Staten-Generaal. De
+zeventien gewesten waren Zuid-Brabant, Limburg, Luik, Oost-Vlaanderen,
+West-Vlaanderen, Henegouwen, Namen, Antwerpen,
+gevoegd bij de boven (zie <a href="#Page_182">blz. 182</a>) opgetelde negen. Het d&aacute;&aacute;r
+genoemde Brabant werd thans Noord-Brabant.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 36.</h2>
+
+<p class="chtitle">Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van Belgi&euml;.</p>
+
+<p>Tot de vereeniging van Nederland met Belgi&euml; had men besloten
+in &#8217;t belang van &#8217;t evenwicht van Europa. Verschillende omstandigheden,
+bovenal de vrees voor Frankrijk, deden, toen men
+dit besluit nam, over alle bedenkingen heenstappen. Anders zou
+men waarschijnlijk de tegenwerping van het ongelijksoortige der
+bevolkingen, die men aan elkander hechtte, zwaarder hebben
+doen wegen. Twee nati&euml;n toch werden bijeengevoegd, van elkander
+verschillende in karakter, zeden en neigingen, in godsdienst
+en lotgevallen, ten deele ook in taal en belangen. Hoe uiteenloopend
+evenwel de beide bestanddeelen van &#8217;t koninkrijk der
+Nederlanden in menig opzicht mochten zijn, dit uiteenloopen<span class="pagenum"><a name="Page_186" id="Page_186">[186]</a></span>
+schijnt de bewering niet te wettigen, dat de stichting van dit
+koninkrijk een ondoordacht werk was. Het was niet voor de eerste
+maal dat de beide volkeren onder &eacute;&eacute;n bewind werden vereenigd.
+Tegen de bijeenvoeging van Nederland en Belgi&euml; valt niet meer
+in te brengen, dan tegen de samenstelling van alle of van de meeste
+van Europa&#8217;s staten.</p>
+
+<p>Dat onder de deugden van Willem I werkzaamheid een eerste
+plaats bekleedde, toonde deze vorst in de vele jaren zijner regeering
+over het koninkrijk der Nederlanden. Een der eerste wetsontwerpen,
+door de Staten-Generaal aangenomen, was dat van
+den 29sten September 1815, waarbij <i>de ridderorde van den Nederlandschen
+Leeuw</i> werd ingesteld. Reeds vroeger, in April van &#8217;t
+zelfde jaar, had <i>de Militaire Willemsorde</i> het aanzijn gekregen. In
+1816 trad de prins van Oranje in het huwelijk met <span class="gesp">Anna Paulowna</span>,
+de jongste zuster van Alexander, keizer van Rusland.
+Uit dit huwelijk sproten o. a.: Willem Alexander Paul Frederik
+Lodewijk, geboren in 1817; Willem Frederik Hendrik, doorgaans
+prins Hendrik der Nederlanden geheeten, geboren in 1820, tijdens
+zijn leven luitenant-admiraal van de vloot en &#8217;s konings stedehouder
+in Luxemburg; Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia,
+geboren in 1824, in 1842 getrouwd met Karel Alexander Augustus
+Jan, sinds 1853 groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach.
+Eenige jaren na zijn broeder, 1825, trouwde &#8217;s konings tweede
+zoon (zie <a href="#Page_163">blz. 163</a>), <span class="gesp">prins Frederik der Nederlanden</span>, met
+Louise Augusta Wilhelmina Amalia, een dochter van Frederik
+Willem III, koning van Pruisen.</p>
+
+<p>Intusschen kon de herboren staat, ook na den val van Napoleon,
+de wapens nog niet geheel laten rusten. De dey van Algiers had
+zijn zeerooverijen, waardoor de handel in de vorige eeuw reeds zooveel
+had geleden, hervat. Daarom bombardeerden de Engelsche
+admiraal, lord <span class="gesp">Exmouth</span>, en de Nederlandsche vice-admiraal,
+<span class="gesp">Theodoor Frederik baron van der Capellen</span>, in Augustus
+1816 de stad Algiers. De uitkomst beantwoordde aan het doel. Toen
+Algiers voor de helft in puin lag en de vloot van den dey was verbrand,
+ging hij op den dag na het bombardement een verdrag aan,
+hetwelk de veiligheid der Middellandsche Zee herstelde en waaraan
+meer dan 1000 Christenslaven hun vrijheid hadden te danken.<span class="pagenum"><a name="Page_187" id="Page_187">[187]</a></span>
+Terzelfdertijd geraakte het nieuwe koninkrijk in &#8217;t bezit zijner
+Oost- en West-Indische koloni&euml;n, die het tot dusverre, door den
+oorlog op het vasteland verhinderd, niet had kunnen overnemen.</p>
+
+<p>Er verliepen, sedert 1815, weinige jaren, of de onderdanen
+van Willem I hadden redenen om met hun toestand tevreden
+te zijn. De akkerbouw geraakte weldra tot aanmerkelijken bloei.
+Vele handen bleven voor dezen tak van bestaan beschikbaar door
+de bepalingen der grondwet, die onderscheid maakten tusschen
+het staande leger en de nationale militie. Het eerste bestond slechts
+uit vrijwilligers, de laatste deels uit vrijwilligers, deels uit hen,
+welke de loting hiertoe verplichtte. De militie evenwel kwam
+maar &eacute;&eacute;n maand in &#8217;t jaar onder de wapens. Evenals de landbouw,
+deed de bergbouw belangrijke schreden voorwaarts. Niet
+zoo gunstig stond het met de fabrieken en manufacturen. Hoe
+nadeelig de invloed van het continentaal-stelsel in &#8217;t algemeen ook
+was geweest, op &#8217;t vasteland had menige fabriek er haar opkomst
+of meer vertier harer voortbrengselen aan te danken gehad. Deze
+betrekkelijke voorspoed verdween thans weder met de oorzaak,
+die hem had doen geboren worden. Intusschen was die tijd van
+overgang kort. De koophandel en de zeevaart van het koninkrijk
+der Nederlanden verschaften mettertijd aan de voortbrengselen
+der fabrieken, welke den kwaden dag verduurden, in een deel
+van Europa, en bovenal in &#8217;s lands koloni&euml;n een marktplaats.
+Behalve de genoemde bedrijven, herleefden die, welke van ouds
+de bronnen van Nederlands welvaart waren geweest, de handel
+en de zeevaart. Naast het rijke Amsterdam en zijn mededinger
+Rotterdam begon Antwerpen, niet langer door sluiting der Schelde
+of oorlog met Engeland belemmerd, allengs op te komen.</p>
+
+<p>Was dit alles het werk der regeering? Geenszins. Doch deze
+verdienste had de regeering, dat zij de pogingen der natie in de
+hand zocht te werken en zich inmiddels zelve van de plichten
+poogde te kwijten, welke hare roeping haar oplegde. Aan Utrecht
+schonk zij een veeartsenijschool, aan Seraing (nabij Luik, aan
+de Maas) een zeer groote fabriek voor machines, die met de beste
+van dien aard kon wedijveren, welke Engeland bezat. Van haar
+menschlievendheid gaf de regeering een in &#8217;t oog vallend blijk
+door in 1818, op &#8217;t voorbeeld van Engeland, den slavenhandel<span class="pagenum"><a name="Page_188" id="Page_188">[188]</a></span>
+af te schaffen. Ter bevordering van de gemeenschap, die het vervoer
+van de voortbrengselen der nijverheid zoozeer vereenvoudigt,
+liet koning Willem I zich inzonderheid veel gelegen liggen aan
+de verbetering der groote wegen. Het waren meestal straatwegen,
+die door zijn toedoen werden aangelegd; maar onder zijn bewind
+werd ook <i>de</i> eerste <i>spoorweg</i> in Nederland, die van Haarlem naar
+Amsterdam, den 24sten September 1839 voor het publiek geopend.</p>
+
+<p>Vooral hield Willem zich ijverig bezig met het scheppen of
+bevorderen van binnenlandsche waterwegen. In dergelijke ondernemingen
+stelde hij zooveel belang, dat hij er persoonlijk uit
+eigen middelen deel aan nam. Kort na zijn komst in het vaderland
+liet hij de haven &#8222;het Nieuwe Die&#8221; (ten o. van den Helder)
+aanleggen. Met die haven stond in verband <i>het</i> groote <i>Noord-Hollandsche
+Kanaal</i>, hetwelk van het Nieuwe Diep tot Amsterdam
+loopt en voor groote zeeschepen bevaarbaar is. Dit reusachtige
+werk werd in 1825 voltooid. In 1830 kwam <i>het Apeldoornsche
+Kanaal</i>, van Apeldoorn naar Hattem in den Ysel loopende, tot
+stand. Reeds vroeger, in 1822, had men een begin gemaakt
+met het graven van <i>de Zuid-Willemsvaart</i> tusschen &#8217;s Hertogenbosch
+en Maastricht, een even grootsch gewrocht, als het Noord-Hollandsche
+kanaal, hetwelk mede binnen eenige jaren voor de
+vaart werd opengesteld. Hierdoor bekwam men een waterweg
+van Maastricht tot den Helder. Onder de bijzondere personen,
+die met Willem het aanleggen van kanalen als een hoofdtaak
+van hun leven beschouwden, moet in de eerste plaats <span class="gesp">baron
+van Dedem</span> worden genoemd (overleden in 1851), de schepper
+van <i>de Dedemsvaart</i>, welke, van Hasselt uit, het geheele Noorden
+van Overijsel, van &#8217;t W. naar &#8217;t O., doorsnijdt en met een
+tak in de Nieuwe Vecht loopt. Naast de vaarten en kanalen
+waren de indijkingen en inpolderingen een der onderwerpen, waarbij
+Willem gaarne zijn aandacht bepaalde en welke hij zeer bevorderde.
+Vooral was het droogmaken van &#8217;t Haarlemmermeer
+een zijner lievelingsplannen. De zaak, reeds zeer vaak (zie b. v.
+<a href="#Page_97">blz. 97</a>) overwogen, kwam in 1838 zoo ver, dat de koning een
+ontwerp van wet tot droogmaking van dat meer bij de Tweede
+Kamer der Staten-Generaal liet indienen; maar het werd met een
+groote meerderheid van stemmen verworpen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_189" id="Page_189">[189]</a></span>Het waren evenwel niet alleen de dingen van stoffelijken aard,
+waarin de koning belang stelde. Terecht begreep hij, dat de natie
+hoogere belangen had, waarvoor hij in de eerste plaats had te
+waken. Van die belangen achtte hij het onderwijs het gewichtigste.
+Veel heeft hij voor deze maatschappelijke instelling gedaan.
+Men overdrijft niet, wanneer men beweert, dat in Belgi&euml;, ten
+tijde der samenvoeging, het lager onderwijs zoo goed als niet
+bestond. Volvaardig nam Willem de taak op zich, in dit gemis
+te voorzien. Hij richtte een paar normaalscholen ter opleiding
+van onderwijzers en een groot aantal modelscholen op, alles ten
+koste van de staatskas. Wat de koning voor het hooger-onderwijs
+deed, toont alleen de vermelding, dat hij het voor het Noorden
+regelde bij een besluit van den 2den Augustus 1815 en voor
+het Zuiden bij een besluit van den 25sten September 1816. Nu
+werden de Hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en
+Leuven tot een nieuw leven geroepen. Te Gent en te Luik verrezen
+thans voor &#8217;t eerst academi&euml;n. De hoogescholen van Harderwijk en
+Franeker, thans rijks-athenae&euml;n geworden, bleven in stand, om
+later, in 1817 en in 1843, te worden opgeheven. Ten behoeve van
+het leger en de zeemacht schiep de koning de militaire academie
+te Breda en het instituut voor de marine te Medemblik (thans
+te Nieuwe Diep). Een andere van &#8217;s konings daden is de regeling
+der protestantsche kerkgenootschappen sedert in 1816. Meer
+moeite dan met deze regeling had de regeering van Willem I
+met de wetgeving. Het duurde tot den 1sten October 1838, eer
+de Fransche wetten verdrongen en de nieuwe Nederlandsche wetgeving
+werd ingevoerd.</p>
+
+<p>Nog is niet alles aangeroerd. Willem, die steeds van oordeel was,
+dat, zoolang er nog iets overbleef te verrichten, niets was verricht,
+was steeds ijverig in de weer, om armoede te weren en tot werkzaamheid
+op te wekken. Te dien einde riep hij in 1821 <i>de Maatschappij
+van weldadigheid</i> in &#8217;t leven, die de landbouwende koloni&euml;n
+Frederiksoord en Willemsoord (in &#8217;t z.w. van Drente, ten z.w. van
+Vledder), benevens de bedelaarsgestichten Veenhuizen (in &#8217;t n.w. van
+Drente, ten z.w. van Norg) en Ommerschans (in &#8217;t n. van Overijsel,
+ten n.o. van Zwol) stichtte. De oprichting der eerste was meer in
+&#8217;t bijzonder het werk van den luitenant-generaal <span class="gesp">Johannes van</span>
+<span class="pagenum"><a name="Page_190" id="Page_190">[190]</a></span>
+<span class="gesp">den Bosch</span>, die zich vele jaren aan de leiding dezer kolonie geheel
+toewijdde. Den naam &#8222;Frederiksoor&#8221; draagt zij naar prins Frederik,
+&#8217;s konings tweeden zoon (zie <a href="#Page_186">blz. 186</a>), aan wiens krachtige bescherming
+zij haar opkomst mede had te danken. Om den handel en die
+vaart op &#8217;s lands buitenlandsche bezittingen aan te moedigen werd in
+1824 <i>de Nederlandsche Handelsmaatschappij</i> opgericht. Zoozeer kwijnden
+toen de handel, de fabrieken, de reederijen en de scheepsbouw, dat de
+regeering meende te moeten voorgaan, ten einde bij bijzondere personen
+den uitgedoofden zin door groote ondernemingen te wekken.
+Nog steeds verkeert deze maatschappij in een zeer bloeienden toestand.</p>
+
+<p>Zooals boven (zie <a href="#Page_187">blz. 187</a>) terloops is opgemerkt, duurde
+het tot 1816, eer de Oost-Indische bezittingen metterdaad uit
+de handen van Engeland in die van Nederland overgingen. Zij
+bestonden toen, behalve uit de factorij op Desima, uit Java, de
+kleine Soenda-eilanden, Sum&#257;tra ten deele, Born&#275;o ten deele,
+Cel&#275;bes, de Molukken, het tinrijke Banka (ten o. van Sum&#257;tra) en
+de Riouwsche eilanden (tusschen Malakka en Banka gelegen). Ook
+behoorde destijds nog tot het gebied van Nederland Malakka (zie <a href="#Page_99">blz.
+99</a>), hetwelk echter in 1824 bij verdrag aan Engeland kwam tegen
+den afstand van al hetgeen dit rijk op Sum&#257;tra bezat, alsmede van
+Billiton, dat, evenals Banka, veel tin voortbrengt en in de nabijheid
+van dit eiland ligt. Terwijl Daendels (zie <a href="#Page_177">blz. 177</a>) werd afgezonden,
+om als gouverneur-generaal het bewind over de kust
+van Guin&#275;a op zich te nemen, waar hij weldra stierf, benoemde
+de koning tot eersten gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen
+van het koninkrijk <span class="gesp">Godard Alexander Gerard
+Philips baron van der Capellen</span>. Vele waren de moeielijkheden,
+waarmede hij had te worstelen. Bovenal gevaarlijk voor
+het Nederlandsche gezag was de opstand van <span class="gesp">Diepo Negoro</span>,
+voogd van den minderjarigen sultan van Djokjokarta (zie <a href="#Page_143">blz.
+143</a>), in 1826, wien het Nederlands krijgsmacht eerst in 1830
+gelukte machtig te worden en alzoo den oorlog te eindigen.</p>
+
+<p>In 1830 werd, na een kort tusschenbestuur, <span class="gesp">Johannes van
+den Bosch</span> de opvolger van van der Capellen, die reeds eenigen
+tijd tevoren was teruggeroepen. Het was van der Capellen niet
+gelukt, aan het moederland rijke <i>baten</i> uit Oost-Indi&euml; te verschaffen,
+en toch behoefden &#8217;s lands financi&euml;n dringend een dusdanigen<span class="pagenum"><a name="Page_191" id="Page_191">[191]</a></span>
+steun. Naar de meening van den nieuwen gouverneur-generaal
+moesten deze bezittingen veel meer opbrengen. Daarom voerde hij,
+aanvankelijk alleen op Java, een nieuw <i>cultuurstelsel</i> in, hetwelk
+de regeering in staat stelde, spoedig en vele Indische voortbrengselen
+te ontvangen en te gelde te maken. Het mocht van den Bosch
+gebeuren te ervaren, dat het cultuurstelsel voldeed aan de verwachting,
+die hij ervan had gekoesterd. Tot 1833 bleef hij aan &#8217;t
+hoofd van &#8217;t bestuur in Oost-Indi&euml;. Toen keerde hij naar het
+vaderland terug en stierf er later, door den koning tot den
+gravenstand verheven, als graaf van den Bosch in 1844. Zijn
+opvolgers hielden wel de hand aan het cultuurstelsel, maar wijzigden
+het in menig opzicht.</p>
+
+<p>Groot waren de moeilijkheden, waarmede Willem I uit den
+aard der zaak had te worstelen, als vorst van een rijk, waarin
+alle takken van bestuur geheel moesten worden geregeld. Doch
+de grootste zwarigheden berokkende den koning, van het begin
+af, de samenvoeging der beide, in &#8217;t oog der Belgische geestelijkheid
+onvereenigbare bestanddeelen des rijks. Deze geestelijkheid,
+oordeelende, dat de Roomsch katholieke kerk slechts gedoogd,
+in plaats van, zooals het behoorde, heerschende kerk werd,
+poogde eerst de grondwet te doen verwerpen en, toen dit haar
+invoering niet belette, den eed op die grondwet te verbieden.
+Hierin slaagde zij, zoo niet geheel, althans inzoover, dat de
+koning er wellicht door werd genoopt, aan de leden der Staten-Generaal
+te veroorloven, bij den eed zoodanig voorbehoud te nemen,
+als het geweten hun voorschreef. Van dit oogenblik af was
+zij voortdurend in de weer, om de regeering van Willem I hinderpalen
+in den weg te leggen, en aan stof en gelegenheid tot
+tegenkanting ontbrak het niet. Een zeer gevaarlijk en aanzienlijk
+tegenstander der regeering was de Broglio (zie <a href="#Page_184">blz. 184</a>). Met
+de overige Belgische bisschoppen gaf hij een geschrift in &#8217;t licht
+over den eed op de grondwet, waarin (zie <a href="#Page_184">t. a. p.</a>) de katholieken
+tegen het afleggen van dien eed werden gewaarschuwd.
+Hierom, alsmede uit hoofde van ongeoorloofde briefwisseling
+met den paus veroordeelde het gerechtshof te Brussel hem in
+1817 tot deportatie, d. i. tot gedwongen verblijf in een oord van
+ballingschap. De bisschop was gevlucht. Alzoo werd het vonnis<span class="pagenum"><a name="Page_192" id="Page_192">[192]</a></span>
+bij verstek gewezen en moest op onteerende wijze ter kennis
+van het volk worden gebracht. Hoe rechtvaardig ook dit vonnis
+moge zijn, het was een ongelukkige greep, dat men voor die
+kennisgeving een dag uitkoos, waarop twee zware misdadigers,
+tot dwangarbeid voor hun leven veroordeeld, te pronk stonden.
+Z&oacute;&oacute; werd de naam van den bisschop, in groote letters aan een
+paal op het schavot gehecht, tegelijk met de beide booswichten
+tentoongesteld.</p>
+
+<p>Veel aanstoot gaf een koninklijk besluit van het jaar 1819,
+houdende dat, te beginnen met 1823, in de provinci&euml;n Limburg,
+Oost- en West-Vlaanderen, Antwerpen en Zuid-Brabant de Nederlandsche
+taal voor de bij uitsluiting geldende in openbare
+aangelegenheden werd verklaard. Ofschoon in de genoemde gewesten
+het Nederduitsch de taal des volks was, maakte het besluit
+daarom een ongunstigen indruk, omdat de hoogere standen zich
+dagelijks van het Fransch bedienden. Een andere grieve der Belgen
+was, dat nog geen vijfde deel van de officieren van het
+leger tot hun natie behoorde. Zij bedachten evenwel niet, dat dit
+ten deele hieruit voortkwam, dat in de eerste jaren van &#8217;t bestaan
+van &#8217;t rijk het getal der Nederlandsche officieren, die hun diensten
+aan den koning aanboden, veel grooter was, dan dat der
+Belgen, en dat deze verhouding langen tijd ongeveer dezelfde
+moest blijven. Eindelijk beklaagden de Belgen zich erover, dat
+de schuldenlast van Noord-Nederland voor de helft op het Zuiden
+was overgebracht. Geenszins overwogen zij, dat tegenover den schuldenlast
+groote voordeelen stonden, die zij krachtens de vereeniging
+deelachtig, werden, als de zeemacht en de rijke koloni&euml;n.</p>
+
+<p>Doch geen dezer grieven woog in &#8217;t oog der Belgen zelven
+zwaarder, geen maatregel der regeering wekte meer hun verbittering,
+dan &#8217;s konings besluiten aangaande het onderwijs, bij hen
+vooral zoo nauw verwant aan den godsdienst, en inzonderheid
+dat nopens het collegium philosophicum. Ten einde het voorbereidend
+onderwijs, inzonderheid van de jonge lieden, die zich
+aan den geestelijken stand wijdden, aan de kleine seminari&euml;n of
+kweekscholen der over &#8217;t geheel niet zeer verlichte geestelijken
+te onttrekken, riep de koning, bij besluit van den 14den Juni
+1825, ter vervanging dier scholen, <i>het collegium philosophicum</i> in
+<span class="pagenum"><a name="Page_193" id="Page_193">[193]</a></span>
+&#8217;t leven. Het werd te Leuven gevestigd. Twee jaren na de
+opening mochten geen anderen, dan die hun voorbereidende
+studi&euml;n in het collegium hadden volbracht, als priester worden
+gewijd. Gelijk een donderslag klonk de mare van dit besluit den
+geestelijken in de ooren. Vele ouders trachtten het te ontwijken
+door hun kinderen buiten &#8217;s lands te laten onderwijzen; maar
+ook dit werd tegengegaan. Hevig was de afkeer, dien de meerderheid
+der inwoners uit het Zuiden tegen het collegium bleef
+koesteren.</p>
+
+<p>Een van de onmiddellijke gevolgen van &#8217;s konings besluit was
+de aaneensluiting en verbroedering van twee partijen in Belgi&euml;,
+welke tot dusverre tegenover elkander hadden gestaan. Behalve
+die der geestelijken, waartoe ook vele adellijken behoorden, was
+n.l. langzamerhand, van een geheel ander standpunt uitgaande,
+een tweede gekomen, die in vele opzichten Franschgezind was en
+zich &#8222;de liberal&#8221; of &#8222;vrijzinnig&#8221; noemde. Zij wenschte geheele
+vrijheid van onderwijs en drukpers. Om in haar streven des te
+beter te slagen, vereenigde zij zich met de partij der ijverige
+katholieken. Van dit oogenblik af, d. i. sedert het einde van 1828,
+begonnen zich de voorboden te vertoonen van een geregeld verzet
+tegen de regeering, blijkbaar in het indienen van een groote
+menigte verzoekschriften, welke in sterke bewoordingen om opheffing
+der talrijke bezwaren vroegen. Van denzelfden tijd af
+stonden in de Tweede Kamer de afgevaardigden uit het Noorden
+en die van het Zuiden als twee vijandelijke legerbenden in volle
+wapenrusting tegenover elkander geschaard. Netelig was &#8217;s konings
+toestand. Van den aanvang af was het zijn streven geweest, de
+samensmelting tusschen de beide deelen des rijks hoe langer
+hoe meer te bevorderen. Doch bij het nemen van doortastende
+maatregelen schijnt hij den volksgeest niet genoeg te hebben
+in &#8217;t oog gehouden en ontzien. Hoezeer de besluiten omtrent het
+onderwijs en de taal in staat waren, de inniger vereeniging in
+de hand te werken, zij kunnen niet worden vrijgepleit van de
+blaam, eenigszins voorbarig te zijn en te zeer indruisende tegen
+de in Belgi&euml; heerschende zienswijze. Niet genoeg, meende men,
+hield Willem I ook in &#8217;t oog, dat, uit den aard der zaak het
+tegengaan van allen invloed der Franschen op het zuidelijke gedeelte<span class="pagenum"><a name="Page_194" id="Page_194">[194]</a></span>
+van zijn rijk een hoofdzaak voor hem was. Het omgekeerde
+had plaats, want elke tegenstander der met de richting der katholieke
+geestelijkheid instemmende Bourbons (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 234),
+die uit Frankrijk kwam vlieden, vond in Belgi&euml; een toevluchtoord
+en vaak hulp en steun bij het hof. Zoo stemde de koning de regeering
+van Frankrijk ongunstig en werkte de unie tusschen de Belgische
+geestelijken en de liberalen in de hand.</p>
+
+<p>Deze unie had in 1828 plaatst. Zij bestond hierin, dat de beide
+partijen, op een voorstel, in de dagbladen der geestelijkheid gedaan,
+zonder voorshands op haar bijzonder belangen te letten, zich tot
+een gemeenschappelijken strijd tegen de regeering vereenigden. Zoodra
+die vereeniging was tot stand gekomen, nam de koning een weifelende
+houding aan tusschen gestrengheid en toegeven. Hiervan gaf hij
+over &#8217;t geheel, ook reeds vroeger, menig bewijs. Zoo sloot hij,
+om de katholieken tegemoet te komen, die sinds lang een geregeld
+kerkbestuur wenschen, in 1827 met paus <span class="gesp">Leo</span> XII een <i>concordaat</i>
+(d. i. een verdrag tusschen het hof te Rome en een wereldlijke
+regeering, waarbij deze haar toestemming geeft tot de regeling
+der kerkelijke aangelegenheden harer Roomsche onderdanen). Den
+verzoenenden zin, die hem bezielde, openbaarde Willem I verder
+door in 1829 de verplichting van &#8217;t bijwonen der lessen van &#8217;t
+collegium op te heffen, waardoor het weldra teniet ging. Eveneens
+trok hij de beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal
+in. Dat de koning van den anderen kant volstrekt niet van zins
+was, zich door de losbandigheid der drukpers te laten overvleugelen,
+toonden de rechtsgedingen, tegen de Potter en anderen gevoerd
+wegens pogingen, door hen gedaan om in hun geschriften hun
+medeburgers op te hitsen ter omverwerping der bestaande regeering.
+Zij werden veroordeeld tot een zeker aantal jaren ballingschap.
+Maar de veroordeelingen waren doelloos, want de overtreders der
+wetten op de pers beschouwde men als slachtoffers.</p>
+
+<p>Den 27-29sten Juli 1830 had in Frankrijk de omwenteling
+plaats (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz. 234), waardoor Karel X van den
+troon werd gestooten. De tijding werd in Belgi&euml; met de grootste
+opgewondenheid aangehoord. Koning Willem I, in zijn binnenlandsche
+staatkunde juist het tegendeel van Karel X, werd met
+hem op &eacute;&eacute;n lijn gesteld. Geen maand later, en ook de Belgen
+<span class="pagenum"><a name="Page_195" id="Page_195">[195]</a></span>
+toonden, hoe spoedig zij de kunst hadden geleerd, zich te ontslaan
+van een koning, over wien zij misnoegd waren.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 37.</h2>
+
+<p class="chtitle">De opstand van Belgi&euml; en het koninkrijk der Nederlanden
+sedert 1830.</p>
+
+<p>De ontevredenheid, van 1815 dagteekenende, was voortdurend
+in kracht toegenomen en diep in de gemoederen doorgedrongen.
+De mijn was geladen, slechts een kleine vonk noodig, om ze te
+doen springen. Sinds een paar jaren zag men in Belgi&euml; reeds
+naar de uitbarsting uit en werd de aanstaande omwenteling openlijk
+in de straten van Brussel aangekondigd. Dat er hoofden der beweging
+waren, lieden van aanzienlijken rang, die de volksmenigte
+bestuurden, spreekt vanzelf. Doch deze personen hebben niet veel
+anders gedaan, dan de mijn aansteken. De mijn, die ontvlamde,
+was het volk zelf. Den 25sten Augustus gaf men in den schouwburg
+der stad de &#8222;Muette de Portic&#8221; (<i>Overzicht</i>, 9de druk, blz.
+141), d. i. den opstand op het tooneel. Van den schouwburg
+tot de straat was een overgang van een paar uren. Te tien uur
+des avonds schoolden talrijke volkshoopen samen, die weldra verschillende
+huizen plunderden en verwoestten en zelfs de woning van
+den minister van justitie van Maanen in brand staken. Daar het
+opgeruide grauw toonde smaak in het plunderen te hebben gekregen,
+begonnen de gezeten lieden voor de openbare veiligheid beducht
+te worden. Uit deze overweging kwam den 27sten Augustus de
+oprichting eener gewapende burgermacht voort, die de Brabantsche
+kleuren aannam en in wier handen &#8217;s konings troepen de teugels
+van &#8217;t krijgsgezag over de oproerige stad terstond stelden. Te Luik
+en in de overige steden van Belgi&euml; beleefde men dadelijk een
+herhaling van dezelfde tooneelen.</p>
+
+<p>De Belgische opstand verraste de regeering van koning Willem
+I. De gewapende macht, die zich te Brussel bevond, had geen
+orders, hoe te handelen, en was niet krachtig genoeg. Eerst den
+28sten Augustus nam de koning eenige besluiten. Hij begon met<span class="pagenum"><a name="Page_196" id="Page_196">[196]</a></span>
+de Staten-Generaal buitengewoon te &#8217;s Gravenhage bijeen te roepen
+tegen den 13den September. Een legercorps werd bijeengebracht
+en kreeg bevel naar Brussel op te trekken. Aan &#8217;t hoofd dezer
+troepen werden &#8217;s konings beide zonen geplaatst, de prins van
+Oranje en prins Frederik, destijds admiraal en generaal over &#8217;s rijks
+krijgsmacht te water en te land. Groot was, bij de nadering van
+dit leger, de ontsteltenis onder de bevolking der stad. Binnen
+weinige uren was Brussel als een verschanste legerplaats. Vermits
+men zich desniettemin niet sterk genoeg achtte, om zich tegen
+geweld van wapenen te verdedigen, vaardigde men een bezending
+naar &#8217;s prinsen hoofdkwartier af. Deze bezending schilderde in
+zulke sterke kleuren de bedenkelijke stemming van Brussels bevolking,
+inzonderheid van het gemeen, dat de prins van Oranje
+beloofde, den 31sten Augustus, slechts begeleid door zijn staf, te
+zullen komen.</p>
+
+<p>Op het vastgestelde uur had, dien 31sten Augustus de intocht van
+den prins van Oranje binnen Brussel plaats. Het moet een indrukwekkend
+schouwspel zijn geweest, den prins, bijna onverzeld, de
+straten te zien doorrijden, opgevuld met duizenden manschappen der
+burgermacht en met een gewapende menigte, die nu eens een doodsch
+stilzwijgen bewaarde, dan weer in woeste kreten of bedreigingen haar
+gewaarwordingen lucht gaf. Bij het stadhuis, waarheen de hoofden
+van den opstand hem geleidden, sloeg de Arabische schimmel,
+dien de prins bereed, achteruit en kwetste plotseling een der omstanders.
+De prins, die terstond een ander paard had bestegen,
+aan het gewoel en getier ziende, dat de volksschare tot dadelijkheden
+dreigde over te gaan, zette het dier in den galop en baande
+zich door zijn koene sprongen over de barricaden en versperringen
+heen een weg naar zijn paleis.</p>
+
+<p>Kort hierna keerde de prins naar &#8217;s Gravenhage terug. Tegen
+de meening van den kroonprins, die op milde beloften en op het
+herstel der grieven aandrong, gaf de koning aan prins Frederik
+bevel, om de gehoorzaamheid aan het wettig gezag gewapenderhand
+te doen terugkeeren en een aanval op Brussel te doen. Doch
+het gunstige oogenblik was voorbij. Het vuur van den opstand had
+zich wijd en zijd verbreid. Te lang had de regeering, weifelende
+tusschen vredelievende gezindheid en de zucht om geweld te gebruiken,
+<span class="pagenum"><a name="Page_197" id="Page_197">[197]</a></span>
+gedobberd. Hierbij kwam, dat de aanval op Brussel niet
+met dat beleid en die doortastende kracht geschiedde, welke de
+waarborgen zijn van een goeden uitslag. Men wilde de stad vermeesteren;
+doch men wilde ze tevens zooveel mogelijk sparen en
+de burgerij geen geweld aandoen. Na een vierdaagsche worsteling,
+die aan vele wakkere soldaten het leven kostte, trokken de koninklijke
+troepen den 26sten September uit de stad terug. Het oproer zegevierde.</p>
+
+<p>Weinige dagen na den terugtocht van &#8217;s konings troepen uit
+Brussel werd, den 29sten September, in de Tweede Kamer
+der Staten-Generaal het besluit genomen, het staatsbestuur te
+splitsen zonder scheuring van het rijk en de grondwet te herzien.
+Aan de voornaamste eischen der Belgen had de koning niet willen
+tegemoet komen. Intusschen nam de strijd meer en meer het
+karakter aan van een oorlog, niet tegen de kroon, maar tusschen
+Noord- en Zuid-Nederland. De Belgen konden niet sterker naar
+een geheele scheiding verlangen, dan de Noord-Nederlanders
+zelven. Ook in het leger vertoonde zich die verdeeldheid. Geheele
+afdeelingen, uit Belgen bestaande, vielen af. Terwijl de wettige
+vertegenwoordigers van het Belgische volk in den Haag ter Staten-Generaal
+beraadslaagden, bestuurden eenige volksleiders den gang
+der gebeurtenissen in &#8217;t Zuiden. De Potter (zie <a href="#Page_194">blz. 194</a>) kwam
+uit de ballingschap terug, werd met uitbundige toejuiching ontvangen
+en mede aan &#8217;t hoofd van &#8217;t voorloopig bestuur te Brussel
+gesteld. Maar zes weken later was men hem reeds moede en verliet hij,
+zich er niet veilig rekenende, zijn vaderland voor de tweede maal.
+Ten einde, zoo mogelijk, de regeeringloosheid tegen te gaan,
+welke uit dezen staat van zaken dreigde voort te komen, zond
+Willem I, op verzoek van vele aanzienlijke Belgen, den prins
+van Oranje voor de tweede maal naar de kampplaats. Hij had in
+last, het bestuur over de getrouw gebleven gewesten op zich te
+nemen en de opgestane streken naar vermogen tot rust te brengen.
+Terstond beloofde de prins aan de Belgen de opheffing van
+vele hunner grieven. En toen het voorloopig bestuur, te Brussel
+gevestigd, de natie had opgeroepen om een congres te doen bijeenkomen
+en Antwerpen er ook deel aan wilde nemen, gaf de
+prins aan dit verlangen toe. Zoo doende ging hij verder, dan de
+koning had bedoeld, en werd teruggeroepen.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_198" id="Page_198">[198]</a></span>Terzelfder tijd, in &#8217;t midden van October 1830, wendde Willem
+I zich tot de vijf groote Europeesche mogendheden, Oostenrijk,
+Frankrijk, Engeland, Pruisen, Rusland, als leden van &#8217;t Weener-congres,
+die zich tot de handhaving van het koninkrijk der
+Nederlanden hadden verbonden. De gezanten dezer mogendheden
+openden in &#8217;t begin van November hun eerste <i>conferentie</i> (bijeenkomst)
+<i>te Londen</i>. Inmiddels was de prins van Oranje naar het vaderland
+teruggekeerd en er met groote koelheid ontvangen. De toegevendheid,
+door hem jegens de Belgen aan den dag gelegd, werd hem in
+&#8217;t Noorden zeer euvel geduid. Na zijn vertrek uit Antwerpen
+vertoonden zich ook hier en te Maastricht, tot dusver de eenige
+plaatsen, waar &#8217;s konings bewind nog werd ge&euml;erbiedigd, meer
+en meer onrustwekkende verschijnsels. Te Maastricht handhaafde
+echter de generaal Dibbets het gezag der Nederlandsche regeering.
+Te Antwerpen daarentegen brak de opstand openlijk uit en viel
+menig Nederlandsch krijgsman onder de kogels der muitende
+menigte. <span class="gesp">David Hendrik baron Chass&eacute;</span>, die er het bevel
+voerde, had de stad wel in staat van beleg verklaard, maar verzette
+zich in &#8217;t eerst niet krachtig tegen de buitensporigheden van
+&#8217;t gemeen. Doch eindelijk, den 27sten October, bedwong hij,
+ondersteund door de vloot, die onder &#8217;t bevel van den schout-bij-nacht
+<span class="gesp">Koopman</span> op de Schelde lag, door een uren lang aangehouden
+bombardement der stad den overmoed des vijands. Op uitnoodiging
+der conferentie te Londen stuitte inmiddels een wapenstilstand
+den verderen gang der vijandelijkheden.</p>
+
+<p>Op deze conferentie bleek het weldra, dat geen der vijf mogendheden
+genegen was, ten behoeve van het stamhuis van Oranje-Nassau
+den vrede van Europa op het spel te zetten. Alsof de
+koning dit had kunnen vermoeden, had hij, niet alleen op die
+conferentie bouwende, het volk van Noord-Nederland ter verdediging
+van de onafhankelijkheid des lands te wapen geroepen. De oproeping
+vond overvloedigen weerklank bij alle standen van &#8217;t volk.
+Langzamerhand stroomden duizenden manschappen naar de zuidelijke
+grenzen van Noord-Nederland en wachtten er geduldig
+&#8217;s konings bevelen af. Intusschen maakte de conferentie <i>de protocollen</i>
+van den 20sten en den 27sten Januari 1831 bekend, waarin
+de geheele scheiding van Nederland en Belgi&euml; werd uitgesproken
+<span class="pagenum"><a name="Page_199" id="Page_199">[199]</a></span>
+en vastgesteld, dat <span class="supscr">16</span>&#8260;<span class="subscr">31</span> der gemeenschappelijke schuld ten laste
+van Belgi&euml; zou komen. Middelerwijl was <i>het nationaal congres</i> den
+10den November 1830 te Brussel bijeengekomen en had, hoewel
+het zich voor &#8217;t behoud van den constitutioneel-monarchalen
+regeeringsvorm verklaarde, het huis van Oranje-Nassau van den
+troon uitgesloten. Dit congres verwierp de protocollen van Januari,
+terwijl Willem I verklaarde ermede in te stemmen.</p>
+
+<p>De Belgen vonden niet spoedig een koning voor den door hen
+ledig verklaarden troon. Daarom droeg het congres het oppergezag
+voorloopig op aan een regent, den baron <span class="gesp">Surlet de Chokier</span>,
+een rijk grondbezitter, tot dusver president dier vergadering. Eindelijk,
+den 4den Juni 1831, benoemde het met groote meerderheid
+van stemmen prins <span class="gesp">Leopold van Saksen-Koburg-Gotha</span>,
+een broeder van den regeerenden hertog van Saksen-Koburg-Gotha,
+tot <i>koning der Belgen</i>. Leopold aanvaardde de regeering den 21sten
+Juli van dat jaar, beloofde de zeer vrijzinnige grondwet, een van de
+eerste vruchten der werkzaamheid van &#8217;t congres, te zullen eerbiedigen
+en sloot in 1832 een tweede huwelijk met <span class="gesp">Louise</span>, de oudste
+dochter van Lodewijk Philips, koning der Franschen. Inmiddels stelde
+de conferentie in Juni 1831 eene nieuwe protocol, <i>de achttien artikels</i>,
+op, veel gunstiger voor Belgi&euml; dan de vorige, waarin zij de rechten
+van het huis van Oranje-Nassau op Luxemburg voor twijfelachtig
+verklaarde, Belgi&euml; uitzichten op het bezit van Maastricht opende
+en vaststelde, dat het niet verplicht was, een deel der schuld
+van het oude Nederland over te nemen. &Egrave;n deze wijzigingen, &egrave;n
+het optreden van Leopold als koning brachten Willem I, reeds
+lang ongeduldig over den langwijligen gang van de beraadslagingen
+der conferentie, tot het besluit, zijn recht met het zwaard te
+handhaven. Marschvaardig lag de Nederlandsche krijgsmacht op
+de grenzen, van geestdrift gloeiende en begeerig om, was het
+noodig, den heldendood voor het vaderland te sterven. Zij gedacht
+het voorbeeld van den wakkeren <span class="gesp">Johan Karel Jozef van Speyk</span>,
+die in Februari 1831, gedurende den wapenstilstand, met zijn kanonneerboot,
+welke de wind bij Antwerpen naar &#8217;s vijands wal had
+gedreven, in de lucht vloog, liever dan de vlag te strijken voor
+hen, die hij als muiters tegen hun wettigen koning aanmerkte,
+of, wat nog erger was, ze hun prijs te geven.</p>
+
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_200" id="Page_200">[200]</a></span>Was op het eind van 1830 Nederlands leger niet bestand geweest
+tegen dat van Belgi&euml;, thans, in den zomer van 1831, was
+die verhouding omgekeerd. Het leger van Willem I werd aangevoerd
+door <span class="gesp">den prins van Oranje</span>, wien prins Frederik ter
+zijde stond, en telde nog geen 36,000 man. De Belgische legers,
+dat van de Schelde en dat van de Maas, waren omtrent 30,000
+man groot. Aan &#8217;t hoofd van &#8217;t eerste stond de generaal <span class="gesp">de
+Ticken de Terhove</span>, het bevel over het tweede voerde <span class="gesp">Daine</span>.
+Het leger van de Schelde was in de nabijheid van Antwerpen
+geplaatst, het andere stond in het Limburgsche. Terstond besloot
+de prins van Oranje tusschen de beide legers door te breken, om
+daarna elk van hen afzonderlijk aan te vallen. Een goed deel van
+dit plan werd volvoerd door <i>den tiendaagschen veldtocht</i>, 2-12
+Augustus 1831. Den 5den Augustus was de doorbreking reeds
+geschied. Elke dag van dien veldtocht werd door gevechten gekenmerkt.
+De meestbeteekenende feiten zijn, wat men de slagen bij
+<span class="gesp">Hasselt</span> (den 8sten Augustus) en bij <span class="gesp">Leuven</span> (den 12den Augustus)
+noemt. De eerste dezer ontmoetingen was eigenlijk niets
+dan &eacute;&eacute;n krachtige aanval op het op Hasselt terugtrekkkende leger
+van Daine, dat dadelijk als een kudde schapen uiteenstoof en
+geheel werd verstrooid. Het had een slag in den waren zin des
+woords kunnen worden, indien Daine minder onbekwaam en lafhartig
+was geweest, en zoo niet de prins van Oranje, hoogstwaarschijnlijk
+Belgi&euml; liever willende winnen dan overwinnen, zich
+ertoe had bepaald, den vijand van zijn minderheid te overtuigen,
+in plaats van hem te vernietigen. In den slag van Leuven, die
+van meer beteekenis was, voerde koning Leopold in persoon zijn
+troepen aan. De Belgen werden er geheel verslagen, weken naar
+Leuven en hadden zonder eenigen twijfel, wilden zij niet tot den
+laatsten man toe gedood of gevangen genomen worden, op smadelijke
+wijze de wapenen moeten nederleggen. Maar nu rukte, op
+verzoek van Leopold, een Fransch leger onder maarschalk <span class="gesp">G&eacute;rard</span>
+Belgi&euml; binnen en was de prins verplicht, voor de meerderheid te
+zwichten. Hij stond eindelijk, op herhaald verzoek van den Britschen
+gezant te Brussel, een wapenstilstand toe, en de veldtocht
+nam een einde.</p>
+
+<p>Wederom hervatte de conferentie op &#8217;t einde van Augustus 1831<span class="pagenum"><a name="Page_201" id="Page_201">[201]</a></span>
+hare beraadslagingen, die in &#8217;t midden van October tot een
+nieuwe schikking, <i>de vier-en-twintig artikels</i>, voerden. Bij deze
+artikelen werd aan Belgi&euml; een deel van Luxemburg toegekend,
+waarvoor het een deel van Limburg moest afstaan. Maastricht
+bleef aan Nederland voorbehouden. Ten aanzien van de schuld
+bepaalden zij, dat Belgi&euml; met een jaarlijksche rente van 8,400,000
+gl. zou worden belast. Reeds den 15den November onderteekende
+Leopold, door de nederlagen van den tiendaagschen veldtocht
+ontmoedigd, dit ontwerp-verdrag, hoewel minder gunstig voor de
+Belgen dan de achttien artikels. Daarentegen weigerde Willem I
+de onderteekening. Hij was van oordeel, dat nagenoeg geheel
+Limburg een bestanddeel van Nederland behoorde te blijven en
+dat, voor &#8217;t geval dat hij afstand deed van een gedeelte van
+Luxemburg, hij hiervoor nog verdere schadeloosstelling moest bekomen.
+Ook omtrent de schikking nopens de schuld kon hij niet
+met de conferentie instemmen. Deze verklaring van den koning
+van Nederland verdroot de conferentie. Twee der vijf mogendheden,
+Frankrijk en Engeland, sloten den 22sten October 1832
+een overeenkomst, ten einde de noodige stappen te doen, om het
+grondgebied van Belgi&euml; door den vijand te doen ontruimen. Ten
+einde dit doel te bereiken, legden zij, terwijl Willem I daarentegen
+gebood, de vaartuigen der Engelsche en der Fransche natie te
+ontzien, embargo op de Nederlandsche schepen en trok een
+Fransch leger van 90,000 man onder maarschalk G&eacute;rard Belgi&euml; ten
+tweeden male binnen. Het rukte tegen de citadel van Antwerpen
+op, welker puinhoopen Chass&eacute;, na een roemrijke verdediging
+van negentien dagen, bij verdrag aan den vijand overgaf. De
+schout-bij-nacht Koopman (zie <a href="#Page_198">blz. 198</a>), van oordeel zijnde,
+dat zijn vloot niet in het verdrag was begrepen, haastte zich,
+ze te vernielen en stelde zich toen met zijn manschappen ter
+beschikking van G&eacute;rard. Evenals de bezetting van de citadel
+werd de bemanning der vloot als krijgsgevangenen naar Frankrijk
+gevoerd.</p>
+
+<p>Ook na dit wapenfeit der Franschen bleef de eindschikking met
+Belgi&euml; nog steeds hangende. Willem I volhardde in zijn verzet tegen
+den voorslag der overmacht. Dit veroorzaakte een langdurig en zeer
+kostbaar bestand (<i>status quo</i>), daar Nederland voortdurend een<span class="pagenum"><a name="Page_202" id="Page_202">[202]</a></span>
+zeer talrijk leger op de been moest hebben en de onzekerheid
+der toekomst, ofschoon het embargo in Mei 1833 werd opgeheven,
+den handel van groote ondernemingen afschrikte. Eindelijk
+noodzaakte de uitputting des lands den koning toe te geven. Den
+14den Maart 1838 gaf hij te kennen, dat hij de voorwaarden der
+vier-en-twintig artikels inwilligde. Maar nu beweerden de Belgen
+weder, vermits Nederland zoo laat toetrad en zij zelven, uit hoofde
+der dreigende houding van hun tegenpartij, kosten hadden gemaakt,
+niet gehouden te zijn tot betaling van een deel der renten van de
+schuld. Dit verwekte nieuwe moeilijkheden, die ten laatste door <i>het
+eindverdrag</i> van den 19den April 1839 uit den weg werden geruimd.
+Dit verdrag, hetwelk de vier-en-twintig artikels eenigszins wijzigde,
+bepaalde, dat Belgi&euml; een afzonderlijk rijk werd; dat het aandeel van
+Belgi&euml; in de rente der staatsschuld, jaarlijks van den 1sten Januari
+1839 af te betalen, 5,000,000 gl. zou zijn; dat het Duitsche verbond
+en de groothertog de westelijke helft van Luxemburg aan
+Belgi&euml; afstonden; dat Belgi&euml; hiervoor afzag van een gedeelte
+van Limburg, zoodat aan Nederland dat deel bleef, hetwelk
+aan den rechteroever der Maas ligt, alsmede de stad Maastricht met
+het omliggend land en het gebied ten n. van een lijn, getrokken
+van de zuidelijke punt van Noord-Brabant naar de Maas, ten
+n. van Stevensweert. Deze streek van Limburg heette &#8222;hertogdo&#8221;
+en maakte&mdash;behoudens Maastricht en Venlo, die alleen tot Nederland
+bleven behooren,&mdash;van nu aan een deel uit, zoowel van het
+koninkrijk der Nederlanden, als van het Duitsche verbond.</p>
+
+<p>In vele opzichten bleef de verhouding van Limburg tot Duitschland
+zeer vreemd. Het zond afgevaardigden naar de Staten-Generaal,
+maar was verplicht troepen voor het Duitsche verbond
+op de been te houden en werd ten deele door verordeningen
+van dat verbond geregeerd. Eerst in 1866 is de betrekking van
+Limburg met Duitschland geheel verbroken. In &#8217;t jaar 1840 werd
+bepaald, dat Holland van nu aan in Zuid- en Noord-Holland zou
+worden gesplitst, zoodat het koninkrijk der Nederlanden thans uit
+tien provinci&euml;n en uit het hertogdom Limburg bestond. &Eacute;&eacute;n jaar
+vroeger was de oudste zoon van den kroonprins (zie <a href="#Page_186">blz. 186</a>) getrouwd
+met prinses Sophia Frederika Mathilde, de jongste dochter van
+Willem I, koning van Wurtemberg, als koningin der Nederlanden<span class="pagenum"><a name="Page_203" id="Page_203">[203]</a></span>
+overleden in Juni 1877. Uit dit huwelijk sproot in 1840 prins
+Willem, overleden Juni 1879, in 1851 prins Alexander.</p>
+
+<p>Toen koning Willem I in de eerste jaren van den Belgischen
+opstand met moed en volharding wederstand bood zoowel aan de
+eischen van Belgi&euml;, als aan die der conferentie te Londen, was er
+niemand, die hem meer steunde en deze houding meer toejuichte,
+dan de Nederlandsche natie zelve. Langzamerhand echter veranderde
+die stemming, toen de koning, na aan de roepstem der eer
+ruimschoots te hebben voldaan, steeds hopende op eenige wijziging
+in de staatkunde der groote mogendheden of op een omkeering
+van zaken in Europa, er volstrekt niet toe was te bewegen, van
+zijn stelsel van volharding af te wijken. En nadat het eindelijk
+bekend was geworden, dat een verbazend hoog cijfer van staatsschuld
+de uitkomst was der volhardende staatkunde, maakte de
+gehechtheid van &#8217;t volk aan zijn vorst plaats voor wantrouwen
+en verkoeling. Thans deed het Noord-Nederlandsche volk ten deele
+dezelfde klachten hooren, die vroeger alleen in &#8217;t Zuiden waren
+geuit. Het verlangde een duidelijke openlegging van den toestand
+van &#8217;s lands financi&euml;n, waarborgen tegen misbruik van gezag, verantwoordelijkheid
+van &#8217;s konings ministers, in &#8217;t kort gewichtige
+hervormingen in het staatsbestuur. Bij de overige redenen van ontevredenheid
+kwam weldra een andere, die het misnoegen tot den
+hoogsten graad deed stijgen. Men vernam, dat de koning, die sinds
+1837 zijn echtgenoot (zie <a href="#Page_163">blz. 163</a>) door den dood had verloren,
+het voornemen koesterde, tot een tweede huwelijk over te gaan
+met de gravin d&#8217;Oultremont de Wigimont, een der dames van het
+huis van wijlen de koningin. Doch de gravin was een Belgische en
+Roomsch-katholiek. Dit was genoeg, om de meerderheid der Nederlanders
+tegen het huwelijk in te nemen.</p>
+
+<p>Zooveel tegenstand verdroot den koning. Afgemat door den
+negenjarigen kamp, had hij geen geneigdheid, ook zijn laatste
+levensjaren in een eindelooze worsteling door te brengen. Onverwachts
+begaf hij zich in den herfst van &#8217;t jaar 1840 uit &#8217;s Gravenhage
+naar het Loo en ontbood er zijn zonen en kleinzonen, alsmede
+zijn ministers. Hun deelde hij den 7den October mede, dat
+hij van dat oogenblik af afstand deed van de kroon en ze overdroeg
+aan den zoon, hiertoe door de grondwet aangewezen. De daad,<span class="pagenum"><a name="Page_204" id="Page_204">[204]</a></span>
+schier zonder eenige plechtigheid volbracht, werd nog denzelfden
+dag ter kennis van &#8217;t volk gebracht. In &#8217;t volgende jaar huwde Willem
+I, nu &#8222;graaf van Nassa&#8221; geheeten, de gravin d&#8217;Oultremont en leefde
+vervolgens bij afwisseling te Berlijn, op zijn goederen in Silezi&euml; en
+op het Loo, totdat hij den 12den December 1843 te Berlijn overleed.</p>
+
+<p>Den 28sten November 1840 werd <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> II</span> in de Nieuwe
+kerk te Amsterdam met groote plechtigheid ingehuldigd. Het was
+geen gunstige tijd, om de regeering over Nederland te aanvaarden.
+De natie en de schatkist beide waren uitgeput, en de leiders der
+volksmeening wezen op een doortastende herziening der grondwet,
+als op het eenige middel om tot welvaart en nationale kracht te
+geraken. Deze meening deelde Willem II geenszins. Hetgeen echter
+de meeste moeielijkheden baarde was de toestand van &#8217;s rijks
+financi&euml;n. Nadat de pogingen van een paar ministers van financi&euml;n
+ter herstelling van een geregelden toestand der geldmiddelen
+schipbreuk hadden geleden, droeg Willem II in September 1843
+het tijdelijk bestuur van het departement van financi&euml;n aan den
+minister van justitie, <span class="gesp">Floris Adriaan van Hall</span>, op. Ten
+einde in alles, wat voorziening behoefde, te voorzien, was het volstrekt
+noodzakelijk, zware offers van de natie te vergen. Hiertoe
+toonde het volk zich in 1844 bereid door, volgens een ontwerp
+van van Hall, een leening tot een bedrag van 127,000,000 gl.,
+naar 3 pct. &#8217;s jaars, zoo goed als vol te teekenen. Aan het verlangen
+naar een herziening der grondwet in vrijzinnigen geest werd
+voldaan in &#8217;t jaar 1848 te midden der volksbewegingen, die de
+meeste staten van Europa op hun grondvesten deden schudden.
+Luxemburg kreeg in &#8217;t zelfde jaar een nieuwe grondwet, waarbij
+het zijn afzonderlijke vertegenwoordiging, die het in 1841 had bekomen,
+behield.</p>
+
+<p>De hoofdtrekken der Nederlandsche grondwet van 1848 zijn:
+De kroon is erfelijk, zoowel in de mannelijke als in de vrouwelijke
+linie van het huis van Oranje. De koning heeft de uitvoerende
+macht en deelt de wetgevende macht met de Staten-Generaal.
+Hij heeft het opperbevel over de land- en de zeemacht en het opperbestuur
+der koloni&euml;n. Hij benoemt de ministers, die voor de
+daden der regeering verantwoording zijn verschuldigd aan de natie.
+De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele volk. Zij bestaan<span class="pagenum"><a name="Page_205" id="Page_205">[205]</a></span>
+uit een Eerste en een Tweede Kamer, voor welker leden de
+ouderdom van dertig jaren een vereischte is. De leden der Eerste
+Kamer, ten getale van negen-en-dertig, worden door de provinciale
+staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen in de directe belastingen.
+Zij hebben zitting voor negen jaren. De leden der Tweede Kamer
+worden rechtstreeks door de burgers gekozen, welke meerderjarig
+zijn en een zekere som in de directe belastingen betalen. Het aantal
+der leden, die voor vier jaren zitting hebben, is thans vijf-en-zeventig.
+Voorzitter der provinciale staten is de commissaris des konings.</p>
+
+<p>Het was Willem II niet gegeven, de vruchten te aanschouwen van
+het werk, waartoe hij den grond had gelegd. Reeds den 17den Maart
+1849 stierf hij te Tilburg, aan welke plaats hij gedurende zijn leven
+zeer gehecht was geweest. Het volk van Nederland betreurt hem
+als een held, die aan de grootsche gestalten zijner voorvaderen uit
+het huis van Oranje herinnerde, en als een welwillend koning,
+die in moeielijke dagen met beleid voor zijn belangen had gewaakt.</p>
+
+<p>Een paar woorden over de regeering van &#8217;s konings zoon en
+opvolger <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> III</span> mogen tot slot van dit hoofdstuk verstrekken.
+Onder zijn bewind werd eindelijk in 1853 het droogmaken
+van &#8217;t Haarlemmermeer (zie <a href="#Page_188">blz. 188</a>), een in Juni 1848
+aangevangen reuzenwerk, voltooid. In 1853 werd tevens weder een
+bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk ingevoerd,
+waarvan Utrecht als aartsbisdom de hoofdzetel is. Onder de vele
+wetten, die, als uitvloeisel van de in 1848 uitgevaardigde grondwet,
+zijn tot stand gekomen, verdienen de kies-, de gemeente- en
+de provinciale wet te worden genoemd. In 1857 verving een wet op
+het lager-onderwijs die van 1806. Zij werd in 1863 gevolgd door een
+wet op het middelbaar onderwijs, in 1876 door een op het Hooger-Onderwijs.</p>
+
+<p>Zooveel wat aangaat het binnenlandsch bewind. Ten aanzien van
+de buitenlandsche betrekkingen behoort het verdrag van Februari
+1871 te worden vermeld, bij hetwelk de Nederlandsche bezittingen
+op de Kust van Guin&#275;a (in &#8217;t w. van Afrika) voor de som van
+24,000 <img src="images/pond.png" alt="pond" width="13" height="14" /> sterling aan Groot-Britanni&euml; werden afgestaan. Twee jaar
+daarna, in Maart 1873, brak, ter zake van zeerooverij, een oorlog
+los van Nederland tegen den sultan van Atjeh (op de westkust van
+Sum&#257;tra), die nog steeds voortduurt. In Juni 1877 overleed de koningin
+<span class="pagenum"><a name="Page_206" id="Page_206">[206]</a></span>
+(zie <a href="#Page_202">blz. 202</a>), in Januari 1879 prins Hendrik, &#8217;s konings
+broeder (zie <a href="#Page_186">blz. 186</a>).</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<h2>&sect; 38.</h2>
+
+<p class="chtitle">Eindblik op den toestand des lands.</p>
+
+<p>Zoo is dan het plan, in de eerste paragraaf aangekondigd, volvoerd
+en wederom een beknopte geschiedenis van Nederland te
+boek gesteld. Nog bestaat dat rijk, aan welks geschiedenis de
+vorige bladzijden zijn gewijd. Behalve de bijna 31,000 vierkante
+mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners, die het in vreemde
+werelddeelen bezit, beslaat het in Europa een oppervlakte van
+ruim 600 vierkante mijlen, waarop een bevolking woont van
+ruim 3<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen.
+Ongeveer <span class="supscr">2</span>&#8260;<span class="subscr">3</span> gedeelte van den grond is bebouwd.
+Landbouw, veeteelt, handel, fabrieken en vischvangst
+blijven voortdurend de bronnen van het bestaan der ingezetenen.
+De haringvangst, ofschoon zij sinds een tiental jaren weder eenigszins
+begint op te komen, heeft veel geleden door den wedijver
+van Engelschen en Duitschers, en de walvischvangst is van weinig
+beteekenis. De handel, dien Nederland drijft, is nog steeds wereld- en
+binnenlandsche handel. Al is de eerste, in vergelijking
+met andere landen en van hetgeen hij is geweest, niet meer, wat
+hij weleer was, nog is hij belangrijk en verdient den naam van
+wereldhandel. De voorwerpen van dien handel zijn voornamelijk
+de voortbrengselen van landbouw en veeteelt, benevens de koloniale
+waren.</p>
+
+<p>Wat de Nederlandsche nijverheid betreft, zij heeft geen ongelukkiger
+tijdperk gekend, dat het twintigtal jaren, dat verliep
+tusschen de omwenteling van 1795 en de oprichting van het koninkrijk
+der Nederlanden. Gedurende het vijftienjarig tijdvak, dat
+met 1815 aanvangt, begon er wel op nieuw eenig leven te komen
+in het fabriekwezen van Noord-Nederland; maar de nijverheid van
+dit deel van het koninkrijk bleef verre, zeer verre ten achteren
+bij die van het Zuiden. Na de omwenteling van 1830 geraakte de
+nijverheid in ons vaderland geheel aan &#8217;t kwijnen. Dit kwam,<span class="pagenum"><a name="Page_207" id="Page_207">[207]</a></span>
+behalve uit den staatkundigen toestand en uit de ophooping der
+staatsschuld, uit de geringe geneigdheid der fabrikanten voort,
+om aan den eisch des tijds te voldoen en de stoomkracht op het
+fabriekwezen toe te passen. Doch allengs is de Nederlandsche nijverheid
+na de afscheiding der Zuidelijke gewesten weder opgekomen.
+Daarentegen kwijnt de scheepsbouw. Moge dus, in vergelijking
+met vroegere eeuwen, Nederlands bloei in den handel niet
+zijn toegenomen, in &#8217;t stuk der nijverheid is dit stellig het geval.
+Een andere lichtzijde van den tegenwoordigen toestand ziet men
+in de staatsschuld, waarvan het bedrag sinds de laatste twintig
+jaren regelmatig is verminderd.</p>
+
+<p>Dat de letterkunde sinds den val der Republiek (zie <a href="#Page_167">blz. 167</a>)
+een belangrijke schrede voorwaarts heeft gedaan, zal wellicht niet
+met grond kunnen worden staande gehouden. Toch heeft het zestig- of
+zeventigjarig tijdvak, sedert verloopen, op meer dan op
+&eacute;&eacute;n beroemden naam te wijzen. Er stonden schrijvers op, die aan
+de voortbrengselen hunner pen bekendheid of grooten roem verschaften.
+De namen dier schrijvers heeft de Geschiedenis der
+letterkunde opgeteekend. Hier kan slechts op een paar van de
+voornaamsten worden gewezen, in de eerste plaats op Bilderdijk.
+Op veelzijdiger ontwikkeling, dan <span class="gesp">Willem Bilderdijk</span>, een
+Amsterdammer (1756-1831) zichzelf gaf, kunnen weinigen bogen.
+Wijsbegeerte, oude en nieuwe talen, wis- en natuurkunde, rechtsgeleerdheid,
+geschiedenis, geneeskunde, godgeleerdheid, niets was
+hem vreemd. Een vruchtbaarder schrijver heeft Nederland niet
+aan te wijzen. Het hoogst staat hij als dichter. Alle dichtsoorten
+beoefende hij, buiten het blijspel, en in alle bracht hij meesterstukken
+voort. In het heldendicht leverde hij <i>den Ondergang
+der eerste wereld</i>, een grootsch maar onvoltooid gewrocht; in
+het leerdicht <i>de ziekte der geleerden</i>; in den lierzang <i>de ode
+aan Napoleon</i>. Op het gebied der taal schreef hij een <i>Spraakleer</i>.
+Op het veld van de <i>geschiedenis van &#8217;t Vaderland</i> leverde
+hij een werk, waarvan de hoofdstrekking een doorloopende bestrijding
+is van Wagenaar (zie <a href="#Page_167">blz. 167</a>). Tot heden toe is
+het aan dit geschrift niet gelukt, den ouden Wagenaar te verdringen.</p>
+
+<p>In menig vers heeft Bilderdijk de herstelling van Nederlands<span class="pagenum"><a name="Page_208" id="Page_208">[208]</a></span>
+nationaliteit bezongen. In &#8217;t jaar dier herstelling stierf een andere
+dichter, wiens naam voorzeker bij geen Nederlander onbekend is,
+welke op die nationaliteit prijs stelt. Dit is <span class="gesp">Jan Frederik Helmers</span>,
+die in zijn <i>Hollandsche natie</i>, een middelsoort tusschen
+het helden- en het lierdicht, den roem verheerlijkt, door het Nederlandsche
+volk behaald, zoowel te land als ter zee, op het veld
+der wetenschappen en op dat der fraaie kunsten.</p>
+
+<p>Een Nederlander, die zijn vaderland lief had, was Helmers.
+Niet minder deed dit <span class="gesp">Hendrik Tollens</span> Cz., in 1780 geboren
+te Rotterdam, overleden te Rijswijk in 1856. Was Cats de eerste
+Nederlandsche volksdichter geweest, de eerenaam van de tweede
+te zijn geweest komt Tollens toe. Immers behalve zoo menige
+andere zang op onderwerpen van Nederlandsche historie, die dit
+mede bevestigt, getuigt hiervoor het door hem vervaardigde volkslied:
+&#8222;Wien Ne&ecirc;rlands bloed door de adren vloeit&#8221; Een groot
+aantal van &#8217;s dichters verzen zijn gewijd aan den huiselijken haard.
+De meest bekende zijner gedichten zijn: <i>het tafereel van den vierdaagschen
+zeeslag</i>, <i>Beilink</i>, <i>het turfschip van Breda</i>, enz. en op het
+gebied der beschrijvende po&euml;zie: <i>het tafereel van de overwintering
+der Hollanders op Nova-Zembla</i>.</p>
+
+<p>Van de prozaschrijvers uit de eerste helft dezer eeuw behoort
+bovenal <span class="gesp">Jan Hendrik van der Palm</span> te worden aangehaald,
+hoogleeraar in de Oostersche talen te Leiden. Hij was de eerste
+prozaschrijver van zijn tijd. Onder zijn geschriften bekleeden <i>de
+Bijbelvertaling met aanteekeningen</i>, <i>de Bijbel voor de jeugd</i> en <i>de
+Salomo</i>, een uitbreiding van de spreuken, een eerste plaats.
+In deze en andere zijner werken vindt men, bij diepte van
+gedachten, een krachtigen en rijk geschakeerden, doch ook helderen
+en lossen stijl. Onder al die werken staat geheel op zichzelf
+<i>het Geschied- en Redekunstig gedenkschrift van Nederlands herstelling</i>,
+dat heden ten dage meer om den vorm, dan om den inhoud, de
+aandacht trekt. Van der Palm, die hoogbejaard in 1841 overleed,
+leefde te midden van een aantal uitstekende mannen op het gebied
+der letterkunde, als Kinker, Borger, Da Costa.</p>
+
+<p>Zullen de wijsgeerige, de dichterlijke en de taalkundige geschriften
+van <span class="gesp">Johannes Kinker</span> zijn naam lang voor de vergetelheid
+bewaren, alleen <i>de Ode aan den Rijn</i> zal dien van <span class="gesp">El&#299;as Annes</span>
+<span class="pagenum"><a name="Page_209" id="Page_209">[209]</a></span>
+<span class="gesp">Borger</span> doen voortleven. <span class="gesp">Iza&auml;k da Costa</span> is de voortreffelijkste
+van Bilderdijks leerlingen. Hij streed, als Bilderdijk, voor de rechtzinnige
+gereformeerde leer. Welk een gloed hij als dichter had, ziet
+men in zijn <i>Wachter, wat is er van den nacht?</i>, waarin hij de
+omkeeringen op staatkundig gebied van &#8217;t jaar 1848 voorspelt, in
+zijn <i>Slag bij Nieuwpoort</i> en andere verzen. In 1860 overleden, was
+Da Costa een tijdgenoot van Bogaers, de G&eacute;nestet, van Lennep en
+Beets, die, waar men van de hedendaagsche Nederlandsche letterkunde
+gewaagt, in de eerste rijen staan. Als bewijs van het keurige
+dichttalent van <span class="gesp">Bogaers</span> wordt, onder meer, doorgaans <i>De tocht
+van Heemskerk naar Gibraltar</i> aangehaald. <span class="gesp">De G&eacute;nestets</span>
+<i>Leekedichtjes</i> zijn bij jong en oud bekend, evenzeer als de <i>Camera
+obscura</i> van Hildebrand, d. i. <span class="gesp">Beets</span>. Van het genoemde viertal is
+Beets de eenige, die nog leeft. Bogaers werd in 1870, de G&eacute;nestet
+in 1861, van Lennep in 1868 door den dood weggerukt. <span class="gesp">Van
+Lenneps</span> werken zijn vooral gedichten en romans in proza. De
+laatste hebben hem gemaakt tot den gevierden schrijver, van wien
+elk iets heeft gelezen. Voor den beste dier romans houdt men
+<i>Ferdinand Huyck</i>.</p>
+
+<p>&nbsp;</p>
+<hr class="c40" />
+<p><span class="pagenum"><a name="Page_210" id="Page_210">[210]</a></span></p>
+<h2>TIJDREKENKUNDIG OVERZICHT</h2>
+
+<p class="center">DER</p>
+
+<h3>BEKNOPTE GESCHIEDENIS VAN HET VADERLAND.</h3>
+
+<table summary="Overzicht">
+
+<tr>
+<td style="width: 5%;">&nbsp;</td>
+<td style="width: 80%;">&nbsp;</td>
+<td style="width: 15%;">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;1.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Nederland in de laatste eeuwen v&oacute;&oacute;r Christus&#8217; geboorte en
+onder de heerschappij der Romeinen.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2">&nbsp;</td>
+<td class="top right">Jaren n. C.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oorsprong der Zuiderzee</td>
+<td class="right bot">839.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Dollard ontstaat</td>
+<td class="right bot">1277.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Biesbosch ontstaat</td>
+<td class="right bot">18 Nov. 1421.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Men begint op het dijkwezen te letten</td>
+<td class="right bot">ongev. 900 of 1200.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren
+geraken onder de heerschappij der Romeinen</td>
+<td class="right bot">100-1 v. C.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Drusus</span> onderwerpt de Friezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3" class="top just">Opstand der Friezen.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Corb&#365;lo beteugelt hen.</td>
+<td class="right bot">47.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Claudius Civ&#299;lis stelt zich aan &#8217;t hoofd van den opstand der Bataven</td>
+<td class="right bot">69.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3" class="top just">De Friezen, de Kaninefaten en andere stammen verbinden zich
+met de Bataven.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Claudius Civ&#299;lis hernieuwt het verbond met
+Rome.&mdash;<span class="gesp">Cere&#257;lis</span></td>
+<td class="right bot">70.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;2.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><i><b>De Franken en de Saksen in Nederland en Belgi&euml;.&mdash;Deze
+landen worden een bestanddeel van het Frankische rijk.&mdash;De
+invoering van het leenstelsel en van den Christelijken
+godsdienst.&mdash;De Noormannen.</b></i></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Herhaalde invallen der Franken, n.l. der Sali&euml;rs, in de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">sinds ongev. 300.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij vestigen zich hier</td>
+<td class="right bot">ongev. 361.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nederland en Belgi&euml; behooren tot Austrasi&euml;</td>
+<td class="right bot">sedert 511.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De landstreek bij den IJsel is het gebied der Saksen</td>
+<td class="right bot">sedert ongev.<br /> 400-500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Grenzen der Friezen.</td>
+<td><span class="pagenum"><a name="Page_211" id="Page_211">[211]</a></span>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De naam der Bataven en die der Kaninefaten verdwijnen</td>
+<td class="right bot">sinds 400-500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Onderwerping der Friezen aan Karel den groote</td>
+<td class="right bot">785.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willebrord</span>, <span class="gesp">Wulfran</span> en
+<span class="gesp">Winfried</span> of <span class="gesp">Bonifacius</span> bekeeren
+of doopen de Friezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willebrord eerste bisschop onder de Friezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ontmoeting van Wulfran met <span class="gesp">Radboud</span> te Hoogwoude</td>
+<td class="right bot">719.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Bonifacius te Dokkum</td>
+<td class="right bot">5 Juni 755.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Kerkrechtelijke verdeeling dezer landen in den tijd der Franken in
+bisdommen.&mdash;Staatsrechtelijke verdeeling in hertogdommen,
+graafschappen, schoutambten.&mdash;Burgerlijke verdeeling in volken
+of landen, elk land in <i>gouwen</i>, elke gouw in <i>marken</i>.&mdash;De
+aloude marken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het land bestuurd door drie <i>hertogen</i> en door <i>graven</i>.&mdash;Oorspronkelijke
+beteekenis van &#8217;t woord &#8222;graaf&#8221;.&mdash;<i>Schepenen</i>.&mdash;Aan
+&#8217;t hoofd der schoutambten staan <i>schouten</i>.&mdash;De standen der bevolking:
+<i>vrijen</i>, <i>liten</i>, <i>slaven</i> of <i>lijfeigenen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Heriold</span>, <span class="gesp">Roruk</span> en
+<span class="gesp">Hemming</span> laten zich doopen.&mdash;Lodewijk
+de vrome geeft Heriold Dorestad of <i>Duurstede</i> en omstreken,
+Roruk <i>Kennemerland</i> en Hemming <i>Zeeland</i></td>
+<td class="right bot">826.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Einde van de heerschappij der Noormannen in deze streken</td>
+<td class="right bot">885.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag van Verdun.&mdash;Lothar&#301;us I verwerft bijna geheel Belgi&euml;
+en Nederland, Karel de kale Vlaanderen, Artois en een deel
+van Zeeland</td>
+<td class="right bot">843.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het aandeel van Lothar&#301;us I komt aan Duitschland</td>
+<td class="right bot">870 en 879.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;3.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Onderscheid tusschen den toestand van Friesland en dien
+van andere streken van ons land.&mdash;De wisselingen in de
+opperheerschappij dezer landen na het verdrag van Verdun.&mdash;Staten,
+die in het Zuiden en in het Noorden verrijzen.&mdash;Aard
+en uitbreiding der grafelijke macht.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nederlanden en Belgi&euml; zijn een bestanddeel van Lotharingen,
+en van Neder-Lotharingen</td>
+<td class="right bot">sedert 965.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De meeste Nederlanden worden erfelijke leenen, waarschijnlijk</td>
+<td class="right bot">ongev. 800-1000.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Meerdere gouwen komen aan &eacute;&eacute;n graaf</td>
+<td class="right bot">sedert 1000-1100.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het geheele land verdeeld tusschen den graaf van Gelder, dien van
+Holland en den bisschop van Utrecht</td>
+<td class="right bot">1100-1200.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">In plaats van Neder-Lotharingen ontstaan, voor en na, verschillende
+zelfstandige staten, als het hertogdom <i>Brabant</i>, het markgraafschap
+<i>Namen</i> en het graafschap <i>Henegouwen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het bisdom <i>Luik</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het graafschap <i>Limburg</i> wordt een hertogdom</td>
+<td class="right bot">sedert 1000-1100.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Maastricht</i> voor een gedeelte een bezitting van den bisschop van
+Luik, voor een ander deel een op zichzelve staande rijksstad.&mdash;Karel
+V scheidt deze stad van het Duitsche rijk af en voegt ze
+aan Brabant toe.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het graafschap <i>Luxemburg</i> wordt een hertogdom</td>
+<td class="right bot">1354.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Antwerpen</i> is een markgraafschap van het Duitsche rijk en wordt
+door den hertog van Brabant bestuurd</td>
+<td class="right bot">900-1000.<span class="pagenum"><a name="Page_212" id="Page_212">[212]</a></span></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De heerlijkheid <i>Mechelen</i> komt aan Vlaanderen</td>
+<td class="right bot">1357.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Artois</i> en <i>Kroon-Vlaanderen</i> leenen van Duitschland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Noordelijk Vlaanderen, <i>Rijks-Vlaanderen</i>, een leen van Duitschland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hendrik II geeft Rijks-Vlaanderen in leen aan Boudewijn IV,
+graaf van Vlaanderen, die Zeeland bewester Schelde wederom
+in achterleen geeft aan Dirk III, graaf van Holland</td>
+<td class="right bot">1007.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel de eenvoudige geeft aan Dirk I eenige stukken grond</td>
+<td class="right bot">922.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Dirk</span> III</span> sticht een sterkte tusschen de Merwede en de oude
+Maas.&mdash;Hendrik II doet hem tevergeefs den oorlog aan</td>
+<td class="right bot">1018.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De stad Dordrecht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De naam &#8222;graaf van Holland&#8221; komt op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De graaf van Holland tevens graaf van <i>Zeeland</i></td>
+<td class="right bot">1323.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Gelderland</i> bestaat uit de graafschappen Gelder en Zutfen.&mdash;Eerste
+graaf van Gelder en Zutfen <span class="smcap"><span class="gesp">hendrik</span></span></td>
+<td class="right bot">1138.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Keizer Lodewijk verheft <span class="smcap"><span class="gesp">reinoud</span>
+II</span> of <span class="gesp">den zwarte</span> tot hertog
+van Gelderland</td>
+<td class="right bot">1339.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bisschop van Utrecht door de kanoniken van de vijf kapittelkerken
+gekozen</td>
+<td class="right bot">sedert 1122.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Friesland sedert Karel den groote beheerscht door graven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De heerlijkheid <i>Westerwolde</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uitbreiding bij trappen der macht van den graaf van Holland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De beden.</i>&mdash;<i>De privilegi&euml;n.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;4.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><i><b>Holland onder de graven uit het Hollandsche huis.</b></i></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Huis van Holland</td>
+<td class="right bot">922 (1018)-1299.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dirk I, Dirk II, Arnoud, Dirk III, Dirk IV, Floris I, Dirk V,
+Floris II, Dirk VI, Floris III, Dirk VII, Willem I, Floris
+IV, Willem II, Floris V, Jan I.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> II</span> komt tegen de West-Friezen
+om bij <span class="gesp">Hoogwoude</span></td>
+<td class="right bot">1256.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Floris</span> V bedwingt de Kennemerlanders.&mdash;Hij onderwerpt de
+West-Friezen, de Waterlanders en de Drechterlanders</td>
+<td class="right bot">1282 en 1287.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Dirk</span> VI</span> belegert Utrecht.&mdash;
+<span class="gesp">Herbert</span>&mdash;Dirk breekt het
+beleg op</td>
+<td class="right bot">ongev. 1145.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Floris</span> III overlijdt te Antiochi&euml;</td>
+<td class="right bot">1190.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem, later <span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> I</span>,
+vecht mede voor Acre</td>
+<td class="right bot">1191.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij neemt Damiate in</td>
+<td class="right bot">1219.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij ontruimt het</td>
+<td class="right bot">1221.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Damiaatjes</i> in de groote of St. Bavo&#8217;s kerk te Haarlem</td>
+<td class="right bot">sinds 1550.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dirk VII sterft.&mdash;Ada.&mdash;Ada door Adelheide uitgehuwd aan
+<span class="gesp">Lodewijk</span>, graaf van Loon</td>
+<td class="right bot">1203.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk uit Holland verdreven</td>
+<td class="right bot">1204.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem I wordt graaf.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem II, de stichter van &#8217;s Gravenhage, tot Roomsch koning benoemd</td>
+<td class="right bot">1247.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Floris V beoorloogt de heeren <span class="gesp">Gijsbrecht van Amstel</span> en
+<span class="gesp">Herman van Woerden</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Gijsbrecht doet afstand van Muiden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Herman doet afstand van Woerden.&mdash;De beide heeren doen afstand
+van hun alodi&euml;n, die zij als leenen terugkrijgen.</td>
+<td>&nbsp;<span class="pagenum"><a name="Page_213" id="Page_213">[213]</a></span></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Eduard</span> I, koning van Engeland, verplaatst den stapel der Engelsche
+wol van Dordrecht naar Brugge en Mechelen</td>
+<td class="right bot">1295.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Floris V sluit zich bij <span class="gesp">Philips IV</span> of <span class="gesp">den schoone</span> aan</td>
+<td class="right bot">1296.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Gerard van Velzen</span> en de overige saamgezworenen dooden
+Floris V</td>
+<td class="right bot">1296.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan.&mdash;<span class="gesp">Wolfert van Borselen</span> aan &#8217;t hoofd der regeering</td>
+<td class="right bot">1297.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt te Delft omgebracht</td>
+<td class="right bot">1299.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan draagt het bewind voor vier jaren aan <span class="gesp">Jan van Avennes</span>
+op.&mdash;Jan I sterft</td>
+<td class="right bot">1299.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;5.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Holland en Zeeland onder de graven uit het Henegouwsche
+en het Beiersche huis.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Instelling der <i>stad-</i> of <i>stedehouders</i> door <span class="smcap">
+<span class="gesp">jan</span> II</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Vlamingen, aangespoord door Jan van Renesse, vallen in Zeeland
+en Holland</td>
+<td class="right bot">1303.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij worden gestuit bij <i>het Manpad</i></td>
+<td class="right bot">1304.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De eer der zege komt toe aan <span class="gesp">Witte van Haamstede</span> en
+Willem van Oostervant.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> III<span class="gesp"> de goede</span></span></td>
+<td class="right bot">1304-1337.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Waarschijnlijke invoering der beden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij roept voor &#8217;t eerst, met de edelen, de schepenen der steden
+van Holland en Zeeland op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag van Willem III met Lodewijk I van Nevers, graaf van
+Vlaanderen, bekrachtigd door Lodewijk van Beieren.&mdash;Lodewijk
+ziet van de leenhulde wegens Zeeland bewester Schelde
+af.&mdash;De graaf van Holland tevens graaf van Zeeland</td>
+<td class="right bot">1323.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem III geeft zijn dochter Margareta aan keizer Lodewijk ten
+huwelijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> IV</span></td>
+<td class="right bot">1337-1345.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij komt om bij Stavoren</td>
+<td class="right bot">1345.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk beleent <span class="gesp">Margareta</span> met Holland, Zeeland en Friesland</td>
+<td class="right bot">1346.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta vertrekt naar haar graafschappen, doch keert spoedig
+naar Beieren terug.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem</span> wordt <i>verbeider</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk van Beieren sterft.&mdash;Karel IV keizer</td>
+<td class="right bot">1347.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag tusschen Margareta en Willem.&mdash;Zij erkent Willem als
+graaf van Holland en Zeeland en als heer van Friesland.&mdash;Willem
+zal haar jaarlijks ongeveer 30,000 gl. en een zekere som
+op eens betalen</td>
+<td class="right bot">1349.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta herroept haar gift en begeeft zich naar Henegouwen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Hoekschen</i> en <i>Kabeljauwschen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het buskruit voor &#8217;t eerst hier te land gebruikt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta staat Holland, Zeeland en Friesland aan <span class="smcap">
+<span class="gesp">willem</span> V</span>
+af, die belooft, haar een jaargeld te zullen betalen.&mdash;Zij behoudt
+Henegouwen</td>
+<td class="right bot">1354.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta overlijdt te Quesnoi</td>
+<td class="right bot">1356.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V gaat naar Quesnoi</td>
+<td class="right bot">1357.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Albrecht wordt <i>ruwaard</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V sterft.&mdash;<span class="smcap"><span class="gesp">Albrecht</span></span>
+<span class="pagenum"><a name="Page_214" id="Page_214">[214]</a></span></td>
+<td class="right bot">1389-1404.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Krijgstocht van Albrecht naar Friesland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij huwt zijn dochter <span class="gesp">Margareta</span> uit aan <span class="gesp">Jan zonder vrees</span>,
+zijn zoon Willem aan Margareta, een dochter van Philips den
+stoute.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn jongste zoon <span class="gesp">Jan</span> wordt bisschop van Luik.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">In de meeste steden van Holland treden <i>burgemeesters</i> met een
+<i>raad</i> op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Albrecht sterft</td>
+<td class="right bot">1404.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> VI</span></td>
+<td class="right bot">1404-1417.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij richt een staand leger op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem VI sterft</td>
+<td class="right bot">1417.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakoba van Beieren geboren</td>
+<td class="right bot">1401.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan van Touraine</span> sterft</td>
+<td class="right bot">1417.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geschillen tusschen Jakoba en <span class="gesp">Jan van Beieren</span> of Jan zonder
+genade.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakoba huwt <span class="gesp">Jan IV</span>, hertog van Brabant en Limburg, markgraaf
+van Antwerpen, stichter van de hoogeschool te Leuven</td>
+<td class="right bot">1418.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag van Jakoba met Jan van Beieren</td>
+<td class="right bot">1419.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan van Brabant verpandt Holland en Zeeland aan Jan van
+Beieren</td>
+<td class="right bot">1420.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Brabant ontzetten Jan van Brabant van het bewind.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakoba trouwt met <span class="gesp">Humphrey, hertog van Glocester</span></td>
+<td class="right bot">1422.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan van Beieren overlijdt</td>
+<td class="right bot">1425.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips de goede erfgenaam van Jan van Beieren.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland en Zeeland blijven Jan van Brabant getrouw.&mdash;Henegouwen
+huldigt Humphrey en Jakoba.&mdash;Jakoba&#8217;s troepen vermeesteren
+Schoonhoven.&mdash;<span class="gesp">Allaert Beilink</span> wordt levend
+begraven</td>
+<td class="right bot">1425.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Humphrey verlaat deze landen.&mdash;Jan van Brabant benoemt Philips
+den goede tot ruwaard van Holland en Zeeland</td>
+<td class="right bot">1425.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan van Brabant sterft</td>
+<td class="right bot">1427.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een geestelijk gerechtshof te Rome verklaart de echtverbintenis
+met Glocester voor onwettig</td>
+<td class="right bot">1428.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Verdrag te Delft</i>.&mdash;Philips de goede wordt erkend als ruwaard
+en erfgenaam van Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen;
+Jakoba zal niet hertrouwen, dan met toestemming van haar
+moeder, van Philips en van drie stenden der landen; zij zal
+een gedeelte trekken van de inkomsten der graafschappen</td>
+<td class="right bot">1428.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Frank van Borselen</span> wordt stadhouder van Philips over Holland
+en Zeeland.&mdash;Hij huwt Jakoba, verliest het stadhouderschap,
+doch wordt graaf van Oostervant.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakoba verliest de grafelijke waardigheid</td>
+<td class="right bot">1433.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij sterft</td>
+<td class="right bot">1436.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;6.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Holland en Zeeland onder de graven uit het Bourgondische
+huis.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan zonder vrees wordt gedood op de Yonnebrug</td>
+<td class="right bot">1419.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Philips de goede</span></span></td>
+<td class="right bot">1433-1467.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verkrijgt Bourgondi&euml;, Vlaanderen, Mechelen, Franche-Comt&eacute;,
+Artois en Salins</td>
+<td class="right bot">1419.</td>
+</tr>
+
+
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij koopt Namen van graaf Jan III
+<span class="pagenum"><a name="Page_215" id="Page_215">[215]</a></span></td>
+<td class="right bot">1421.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jan sterft.&mdash;Namen komt aan Philips</td>
+<td class="right bot">1429.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij erft van een neef Brabant, Limburg, Antwerpen</td>
+<td class="right bot">1430.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakoba staat hem Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen af</td>
+<td class="right bot">1433.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij koopt Luxemburg en neemt het in bezit in</td>
+<td class="right bot">1451.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De vroedschap en rijkheid.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips de goede richt <i>het hof van Holland</i> op</td>
+<td class="right bot">1428.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Instelling van <i>den geheimen</i> of <i>grooten raad</i></td>
+<td class="right bot">1455.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vergadering der <i>Algemeene Staten</i> te Brussel</td>
+<td class="right bot">25 April 1465.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De <i>dagvaart</i> van Holland voor &#8217;t eerst <i>staten</i> genoemd</td>
+<td class="right bot">1428.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De <i>zes</i> steden dier staten: Dordrecht, Haarlem, Delft, Leiden,
+Amsterdam, Gouda.&mdash;<i>&#8217;s Lands advocaat</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Staten van Zeeland.&mdash;Drie leden, de abt van Middelburg, de
+edelen en de vijf steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Instelling van <i>de orde van het gulden vlies</i></td>
+<td class="right bot">1430.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uitvinding der boekdrukkunst &ograve;f door Laurens Janszoon Coster
+van Haarlem, &ograve;f door Johan Gutenberg te Mains ongeveer</td>
+<td class="right bot">1455.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Beukelszoon van Biervliet.&mdash;Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1397.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De buizen.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Karel de stoute</span></span></td>
+<td class="right bot">1467-1477.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij vestigt <i>den grooten raad te Mechelen</i></td>
+<td class="right bot">1474.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij richt een staand leger ruiterij op</td>
+<td class="right bot">1471.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag van Karel met <span class="gesp">Arnoud van Egmond</span>.&mdash;Arnoud
+verpandt hem Gelderland voor 300,000 gl. en benoemt hem tot
+erfgenaam</td>
+<td class="right bot">1471.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bijeenkomst van Karel en Frederik III te Trier</td>
+<td class="right bot">1473.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel de stoute sneuvelt bij Nancy in een slag tegen R&eacute;n&eacute;, hertog
+van Lotharingen</td>
+<td class="right bot">1477.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Maria</span></span></td>
+<td class="right bot">1477-1482.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk XI vermeestert Bourgondi&euml;, bespringt Artois en Picardi&euml;,
+zelfs Franche-Comt&eacute;, bedreigt Vlaanderen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland en Zeeland verkrijgen het <i>groot-privilegie</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maximiliaan wordt Maria&#8217;s echtgenoot</td>
+<td class="right bot">1477.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frankrijk geeft Franche-Comt&eacute; en Artois, op eenige steden na,
+terug</td>
+<td class="right bot">1493.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maria sterft.&mdash;Maximiliaan wordt voogd voor Philips II of den
+schoone</td>
+<td class="right bot">1482.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;7.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Holland en Zeeland onder de eerste graven uit het Oostenrijksche
+huis.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Opstand van Gent en Brugge.&mdash;Gevangenschap van Maximiliaan
+te Brugge</td>
+<td class="right bot">1488.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan van Schaffelaar</span> komt te Barneveld om</td>
+<td class="right bot">1482.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Einde van het oproer van <i>het kaas-</i> en <i>broodvolk</i>, alsmede van
+den strijd der Hoekschen en Kabeljauwschen</td>
+<td class="right bot">1492.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maximiliaan wordt keizer van Duitschland</td>
+<td class="right bot">1493.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Philips</span> II</span> of
+<span class="smcap"><span class="gesp">de schoone</span></span></td>
+<td class="right bot">1494-1506.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bij zijn inhuldiging weigert hij het groot-privilegie te erkennen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips trouwt met <span class="gesp">Johanna</span></td>
+<td class="right bot">1496.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Isabella, koningin van Castili&euml;</td>
+<td class="right bot">1504.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips aanvaardt het bewind over dit rijk, maar
+sterft<span class="pagenum"><a name="Page_216" id="Page_216">[216]</a></span></td>
+<td class="right bot">1506.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maximiliaan wederom regent over de Nederlandsche staten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel geboren te Gent</td>
+<td class="right bot">1500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Karel</span> V</span> aanvaardt het bewind over de Nederlandsche staten</td>
+<td class="right bot">1515.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij volgt Ferdinand II den katholieke te Arragon op</td>
+<td class="right bot">1516.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt keizer van Duitschland</td>
+<td class="right bot">1519.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">George van Saksen verkoopt hem zijn rechten op Friesland voor
+350,000 gl.</td>
+<td class="right bot">1515.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Friezen erkennen hem als heer</td>
+<td class="right bot">1524.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Hendrik van Beieren</span> staat hem de wereldlijke macht over
+Utrecht en Overijsel af</td>
+<td class="right bot">1528.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen erkent hem als heer des lands</td>
+<td class="right bot">1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel van Gelder staat hem de heerschappij over Drente af</td>
+<td class="right bot">1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem van Gulik</span> en <span class="gesp">Kleef</span> staan hem Gelderland af</td>
+<td class="right bot">1543.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zeventien gewesten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;8.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Overzicht der geschiedenis van Gelderland gedurende de
+Middeleeuwen.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De graaf van Gelder eigent zich eenige rechten der kroon toe</td>
+<td class="right bot">1200-1300.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk van Beieren benoemt <span class="smcap"><span class="gesp">reinald</span> II</span> of
+<span class="gesp"><span class="smcap">den zwarte</span></span> tot hertog</td>
+<td class="right bot">1339.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Samensmelting der steden en edelen tot &eacute;&eacute;n lichaam van landsstenden</td>
+<td class="right bot">1418.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De naam <i>staten</i> komt in Gelderland in zwang</td>
+<td class="right bot">1477.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hoofdsteden der vier kwartieren: Nijmegen, Roermond, Zutfen, Arnhem.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leden van den landdag: <i>de bannerheeren</i>, de ridderschappen, de steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Stamhuizen, die over Gelderland het bewind hebben gevoerd: Gelder, Gulik en Egmond.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Graven uit <i>het huis Gelder</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Reinald II graaf</td>
+<td class="right bot">tot 1339.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hertog Reinald II sterft</td>
+<td class="right bot">1343.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Reinald</span> III</span> volgt hem op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geschil tusschen hem en Eduard.&mdash;De partijschappen der <i>Hekerens</i>
+en <i>Bronkhorsten</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eduard wint den slag bij Tiel</td>
+<td class="right bot">1361.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Reinald staat hem den titel en de rechten van hertog af</td>
+<td class="right bot">1361.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eduard sterft.&mdash;Reinald III wordt weder hertog en sterft</td>
+<td class="right bot">1371.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het huis Gulik</i>&mdash;<span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> I</span></td>
+<td class="right bot">1372.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt hertog van Gulik.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Reinald</span> IV</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1423.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het huis Egmond</i>.&mdash;De landsstenden erkennen <span class="gesp"><span class="smcap">arnold</span></span> als
+hertog</td>
+<td class="right bot">1423.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Adolf</span>, gesteund door <span class="gesp">Katharina van Kleef</span>, stelt zich aan
+&#8217;t hoofd der misnoegden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Adolf laat Arnold van het slot te Grave naar Buren voeren</td>
+<td class="right bot">9 Jan 1465.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel de stoute middelaar tusschen vader en zoon.&mdash;Hij laat
+Adolf gevangen zetten</td>
+<td class="right bot">1471.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Arnold verpandt Gelderland voor 300,000 gl. aan Karel den stoute</td>
+<td class="right bot">1471.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1473.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel de stoute onderwerpt Gelderland
+<span class="pagenum"><a name="Page_217" id="Page_217">[217]</a></span></td>
+<td class="right bot">1473.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel de stoute sneuvelt.&mdash;Dood van Adolf van Gelder</td>
+<td class="right bot">1477.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Gelderschen stellen <span class="gesp"><span class="smcap">karel</span></span> van Gelder aan hun hoofd</td>
+<td class="right bot">1492.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel van Egmond bijna meester van geheel Gelderland</td>
+<td class="right bot">1513.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Maarten van Rossum</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel van Egmond sterft</td>
+<td class="right bot">1538.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem van Gulik en Kleef staat Gelderland aan Karel V af</td>
+<td class="right bot">1543.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;9.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Overzicht der geschiedenis van Utrecht, Overijsel, Drente,
+Friesland en Groningen gedurende de Middeleeuwen.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Utrecht beschreven</td>
+<td class="right bot">sinds 1400-1500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drie leden dezer staten: <i>de ge&euml;ligeerden</i>, de edelen, de stad Utrecht
+en wellicht mede de kleinere steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De naam Overijsel opgekomen</td>
+<td class="right bot">1400-1500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leden der staten: de ridders en de steden Deventer, Kampen,
+Zwol.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De kastelein</i> of <i>burggraaf van Koevorden</i>.&mdash;<i>De landdag</i> van
+Drente.&mdash;De ridders en <i>de eigenerfden</i>.&mdash;<span class="gesp"><span class="smcap">Hendrik van
+Beieren</span></span> staat de wereldlijke macht over Utrecht aan Karel
+V af</td>
+<td class="right bot">1528.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overijsel erkent Karel V, in plaats van Karel van Egmond, als
+heer</td>
+<td class="right bot">1528.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente komt aan Karel V</td>
+<td class="right bot">1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De geschillen der <i>Schieringers</i> en <i>Vetkoopers</i></td>
+<td class="right bot">sedert omtrent 1300.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zware watervloeden in Friesland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maximiliaan verpandt Friesland aan <span class="gesp">Albrecht van Saksen-Meiszen</span>
+voor 300,000 gl. en bevestigt hem in <i>het erfpotestaatschap</i></td>
+<td class="right bot">1498.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Albrecht sterft.&mdash;<span class="gesp">Hendrik</span> en <span class="gesp">George</span></td>
+<td class="right bot">1500.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Friezen roepen <span class="gesp">Karel, hertog van Gelderland</span>, in</td>
+<td class="right bot">1508.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">George staat Friesland voor 350,000 gl. aan Karel V af</td>
+<td class="right bot">1515.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Groote Pier</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel V heer van Friesland</td>
+<td class="right bot">1524.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Albrecht van Saksen-Meiszen</span> door Maximiliaan tot heer
+van Groningen benoemd</td>
+<td class="right bot">1499.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Karel, hertog van Gelderland</span>, in Groningen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen erkent Karel V als heer</td>
+<td class="right bot">1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De landsvergadering van Friesland.&mdash;De afgevaardigden van
+Oostergo, Westergo en Zevenwouden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De grietmannen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drie kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo, Westerkwartier.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Westerwolde een heerlijkheid</td>
+<td class="right bot">tot 1795.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal leenheeren van Westerwolde</td>
+<td class="right bot">sedert 1594.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De stad Groningen koopt die heerlijkheid voor ruim 140,000 gl.</td>
+<td class="right bot">1619.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten bestaan uit de eigenerfden en uit andere afgevaardigden
+uit de drie kwartieren.&mdash;Later komt de stad erbij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;10.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><i><b>De Nederlanden onder het bewind van Karel V.</b></i></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel V heer van de zeventien Nederlandsche gewesten</td>
+<td class="right bot">1543-1555.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_218" id="Page_218">[218]</a></span>
+<i>De groote visscherij</i> verschaft aan meer dan 20,000 huisgezinnen
+het onderhoud.&mdash;De haring jaarlijks op de kusten van Engeland
+en Schotland gevangen</td>
+<td class="right bot">24 Juni-25 November.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">1500 haringbuizen, alleen uit Enkhuizen 140, loopen in zee.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De pekelharing</i>.&mdash;<i>De bokking</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Noordsche compagnie</td>
+<td class="right bot">sinds 1614.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">250 schepen uitgerust voor <i>de walvischvangst</i></td>
+<td class="right bot">1600-1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Antwerpen.&mdash;Meer dan 1000 vreemde handelshuizen.&mdash;De beurs
+telt meer dan 5000 bezoekers.&mdash;Amsterdam.&mdash;Fabrieken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Begin der Nederlandsche letterkunde</td>
+<td class="right bot">ongeveer 1200.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jakob van Maerlant</span> en <i>de spiegel historiael</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het Vlaamsch.&mdash;<i>Reinaert de Vos</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Rederijkerskamers.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Verdrag van Augsburg</i>.&mdash;Alle Nederlandsche gewesten zullen
+geheel onafhankelijk van Duitschland zijn, maar onder de hoede
+van dit rijk staan, mits een zeker aandeel in de rijkslasten
+dragende</td>
+<td class="right bot">1548.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp"><span class="smcap">Maria</span></span> <i>gouvernante</i></td>
+<td class="right bot">1530.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De raad van state</i>, <i>de geheime raad</i> en <i>de raad van financi&euml;n</i></td>
+<td class="right bot">sedert 1531.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oproer te Gent.&mdash;Karel vordert een bede ven 400,000 gl. van
+Vlaanderen, welke Gent weigert mede te betalen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vonnis, door Karel over de stad geveld</td>
+<td class="right bot">1540.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Wessel Gansfort</span>, <span class="gesp">Rudolf Agric&#335;la</span>.&mdash;
+<span class="gesp">Gerrit Gerritsz.</span>
+of <span class="gesp">Desiderius Erasmus</span> sterft</td>
+<td class="right bot">1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Meer dan Luthers stelsel verbreidt zich dat van Calvijn in Nederland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Wederdoopers.&mdash;<i>De Doopsgezinden</i> of <i>Mennonieten</i>.&mdash;<span class="gesp">Menno
+Simons</span> Roomsch priester te Witmaarsum</td>
+<td class="right bot">tot 1536.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij is een tijdlang leerling van Ubbo Philips.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel V vaardigt elf plakkaten tegen de hervorming uit.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Inquisiteurs ingesteld</td>
+<td class="right bot">1522.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">50,000 menschen om des geloofs wille, naar men zegt, onder Karels
+regeering ter dood gebracht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Afstand en overdracht der Nederlanden aan Philips II te Brussel</td>
+<td class="right bot">25 Oct. 1555.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel overlijdt in &#8217;t klooster Yuste</td>
+<td class="right bot">1558.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karels natuurlijke kinderen: Margareta en Don Jan van Oostenrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem van Oranje.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;11.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De Nederlanden onder Philips II tot de komst van Alva.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Philips II</span></td>
+<td class="right bot">1555-1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Margareta van Parma</span>, getrouwd met Octavius Farnese, hertog
+van Parma, landvoogdes der Nederlanden.&mdash;<span class="gesp">Karel, baron
+van Barlaimont</span> president van den raad van financi&euml;n&mdash;<span class="gesp">Viglius</span>
+of <span class="gesp">Wigele</span> van <span class="gesp">Aytta van Zuichem</span> van den
+geheimen raad.&mdash;Leden van den raad van state: <span class="gesp">Antonius
+Perenot</span>, de prins van Oranje, <span class="gesp">Lamoraal, graaf van Egmond</span>,
+later de <span class="gesp">Montmorency, graaf van Hoorne</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem van Oranje stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht;
+Egmond van Vlaanderen en Artois; Johan van Ligne, graaf
+van Aremberg, van Friesland, Groningen, Drente en Overijsel; de baron van Barlaimont van Namen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_219" id="Page_219">[219]</a></span>
+Twee lini&euml;n in het huis van Nassau</td>
+<td class="right bot">sedert 1250.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De jongste is die van <i>Nassau-Dillenburg</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem</span>, een zoon van Willem den rijke van Nassau-Dillenburg, geboren</td>
+<td class="right bot">1533.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem de rijke heeft vijf zonen: Willem, Jan den oude, Lodewijk, Adolf en Hendrik.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem erft het prinsdom Oranje van zijn neef R&eacute;n&eacute;.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Antonius Perenot geboren in Franche-Comt&eacute;.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Paus Paulus IV vaardigt de bul over de bisdommen uit</td>
+<td class="right bot">1559.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zaak zelve begint werkelijkheid te worden</td>
+<td class="right bot">1561.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Sommige zetels eerst bezet</td>
+<td class="right bot">1570.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">18 bisschopszetels opgericht, 3 aartsbisdommen en 15 bisdommen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Perenot en <span class="gesp">Granvelle</span>, tevens tot kardinaal benoemd,
+wordt aartsbisschop van Mechelen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vreemde troepen worden verwijderd</td>
+<td class="right bot">1560.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Viglius laat zich geheel door Granvelle leiden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem, Egmond en Hoorne weigeren in den raad van state zitting te nemen,
+zoolang Granvelle er komt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips beveelt Granvelle het land te verlaten</td>
+<td class="right bot">1564.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem, Egmond en Hoorne nemen weder zitting in den raad van state.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Egmond naar Spanje gezonden</td>
+<td class="right bot">1565.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het compromissum</i> met <span class="gesp">Lodewijk van Nassau</span> en
+<span class="gesp">Hendrik van Brederode</span> als hoofden</td>
+<td class="right bot">1565.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drie- of vierhonderd edelen, leden van dit verbond, bieden de landvoogdes een
+verzoekschrift aan.&mdash;De naam <i>geuzen</i></td>
+<td class="right bot">5 April 1566.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De <i>moderatie</i> wordt <i>moorderatie</i> genoemd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Floris van Montmorency, baron van Montigny</span>, en
+<span class="gesp">Jan van Glimes, markies van Bergen</span>, vertrekken als gezanten naar Spanje</td>
+<td class="right bot">1566.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De hagepreeken</i> in zwang.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De beeldenstorm</i></td>
+<td class="right bot">1566.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oranje, Egmond en Hoorne staan de landvoogdes in de vervolging der beeldenstormers getrouw
+ter zijde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta bewerkt de ontbinding van het compromissum en doet het prediken der hervormden staken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Egmond legt den eed van trouw aan den koning af.&mdash;Hoorne onttrekt zich tegelijk aan &#8217;s konings
+dienst en aan de bevordering van Oranje&#8217;s plannen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem neemt zijn ontslag als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht en gaat naar
+Duitschland.&mdash;Meer dan honderd duizend lieden volgen hem.&mdash;Onder hen <span class="gesp">Philips
+van Marnix</span>, heer van St. Aldegonde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Maximiliaan Hennin, graaf van Boussu</span>, bij voorraad stadhouder van Holland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Alv&#257;rez de Tol&#275;do, hertog van Alva</span>, komt als kapitein-generaal
+aan &#8217;t hoofd van een leger van ongeveer 17,000 man in de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1567.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;12.</b><span class="pagenum"><a name="Page_220" id="Page_220">[220]</a></span></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De Nederlanden onder &#8217;t bestuur van Philips&#8217; landvoogd Alva.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Alva heeft buitengewone volmacht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Margareta verwerft haar ontslag en vertrekt naar Itali&euml;.&mdash;Alva algemeen landvoogd</td>
+<td class="right bot">1567.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De raad van beroerte</i> of <i>bloedraad</i> opgericht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Egmond en Hoorne te Brussel ter dood gebracht</td>
+<td class="right bot">5 Juni 1568.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Standbeeld ter hunner eer in die stad opgericht</td>
+<td class="right bot">1864.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Montigny, op een vonnis van den bloedraad, in &#8217;t geheim in Spanje geworgd</td>
+<td class="right bot">1570.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bergen bezwijkt</td>
+<td class="right bot">1567.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Alva</span> laat <span class="gesp">Philips Willem, graaf
+van Buren</span>, van Leuven oplichten</td>
+<td class="right bot">1568.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem grijpt naar de wapens.&mdash;<span class="gesp">Lodewijk van Nassau</span>
+zegeviert bij <span class="gesp">Heiligerlee</span>.&mdash;Aremberg sneuvelt, maar ook Adolf</td>
+<td class="right bot">1568.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Alva verslaat Lodewijk bij <span class="gesp">Jemmingen</span></td>
+<td class="right bot">1568.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ontwerp van Alva omtrent de belastingen: een heffing voor eens van 1 pct.;
+<i>de tiende penning</i>; <i>de twintigste penning</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Alva begint met Brussel</td>
+<td class="right bot">1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Watergeuzen.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De driekleurige vlag de nationale vlag der Nederlanden sedert</td>
+<td class="right bot">1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Elizabeth verbiedt haar onderdanen, den Watergeuzen te verstrekken, wat zij behoeven.&mdash;Onder
+bevel van <span class="gesp">Lumey, graaf van der Marck</span>, eischen zij Brielle op</td>
+<td class="right bot">1 April 1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Boussu beproeft vruchteloos de stad te hernemen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vlissingen staat op.&mdash;Veere voor de vrijheid gewonnen.&mdash;Enkhuizen, Dordrecht, enz.
+volgen.&mdash;Vele steden van Gelderland, Utrecht, Overijsel, Friesland nemen bezettingen van den prins in.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De vergadering van Dordrecht</i></td>
+<td class="right bot">19 Juli 1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem hier erkend als gouverneur-generaal en als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zutfen en Naarden openen de poorten voor Frederik</td>
+<td class="right bot">1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Haarlem insgelijks</td>
+<td class="right bot">1573.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Alkmaar houdt zich staande.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Alva vertrekt.&mdash;Hij heeft 18.600 menschen door de handen des scherprechters laten ombrengen</td>
+<td class="right bot">1573.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;13.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De Nederlanden gedurende het bewind van Requ&#275;sens en
+van Don Jan van Oostenrijk.&mdash;De Unie van Utrecht.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Don Louis de Requ&#275;sens</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Middelburg geeft zich aan den prins over</td>
+<td class="right bot">1574.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De slag bij <span class="gesp">Mook</span>.&mdash;<span class="gesp">Lodewijk</span>
+en <span class="gesp">Hendrik van Nassau</span> komen om</td>
+<td class="right bot">1574.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het beleg van Leiden hervat.&mdash;<span class="gesp">Jan van der Does</span>.&mdash;<span class="gesp">Pieter
+Adriaansz. van de Werff</span></td>
+<td class="right bot">1574.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De dijken doorgestoken en de sluizen opengezet.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De dag van &#8217;t ontzet</td>
+<td class="right bot">3 Oct. 1574.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De stad verwerft een hoogeschool.
+<span class="pagenum"><a name="Page_221" id="Page_221">[221]</a></span></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Requ&#275;sens sterft</td>
+<td class="right bot">1576.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De raad van state aanvaardt het bewind na den dood van Requ&#275;sens.&mdash;De raad van
+beroerten houdt op te bestaan</td>
+<td class="right bot">1576.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Spanjaarden nemen Zierikzee bij verdrag in.&mdash;Opstand der Spaansche troepen op Schouwen</td>
+<td class="right bot">8 Nov. 1576.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Spaansche furie.</i>&mdash;Op Willems voorstel komen afgevaardigden uit het meerendeel
+der Zuidelijke gewesten te Gent bijeen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Pacificatie</i> of bevrediging <i>van Gent</i></td>
+<td class="right bot">8 Nov. 1576.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Don Jan van Oostenrijk.</span></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het eeuwig edict</i>, niet onderteekend door Willem, Holland en Zeeland</td>
+<td class="right bot">Febr. 1577.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De verrassing van Namen</td>
+<td class="right bot">1577.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem wordt <i>ruwaard</i> van Brabant.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eenige edelen roepen <span class="gesp">Matth&#299;as</span> in het land.&mdash;Matth&#299;as
+door de algemeene staten tot landvoogd benoemd onder beperkende voorwaarden</td>
+<td class="right bot">1578.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Matth&#299;as <i>&#8217;s prinsen griffier</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Algemeene Staten erkennen Don Jan niet langer als landvoogd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem van Oranje opgebracht in den Roomsch-katholieken godsdienst.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij gaat tot den hervormden godsdienst, naar de begrippen van Calvijn, over</td>
+<td class="right bot">1573.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Alexander Farnese</span>, hertog van Parma, komt in de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1578.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Henegouwen, Artois, Douai, enz. keeren onder &#8217;s konings gezag terug</td>
+<td class="right bot">Jan. 1579.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Verdrag van Atrecht</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Don Jan sterft</td>
+<td class="right bot">Oct. 1578.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Unie van Utrecht</i></td>
+<td class="right bot">22 en 23 Jan. 1579.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij wordt geteekend door <span class="gesp">Jan</span>, Holland, Zeeland, (met uitzondering
+van Middelburg), Utrecht, de Ommelanden en een deel van Gelderland</td>
+<td class="right bot">23 Jan. 1579.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem teekent</td>
+<td class="right bot">Mei 1579.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De overige deelen van Gelderland treden toe</td>
+<td class="right bot">1579 en 1580.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente voegt zich bij de Unie</td>
+<td class="right bot">April 1580.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overijsel komt bij de Unie</td>
+<td class="right bot">1591.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Friesland sluit zich bij gedeelten aan</td>
+<td class="right bot">1579-1598.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits brengt de stad Groningen bij de Unie</td>
+<td class="right bot">1594.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Antwerpen, Gent, Brugge voegen zich erbij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;14. </b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Van de Unie van Utrecht tot de vestiging der Republiek van
+Zeven Vereenigde Nederlanden.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">George van Lalaing, graaf van Rennenberg</span>, teekent de Unie.&mdash;Hij
+valt van haar af en brengt de stad Groningen, Drente en een deel van Overijsel onder de
+Spaansche heerschappij terug.&mdash;Steenwijk blijft behouden</td>
+<td class="right bot">1580.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Rennenberg sterft</td>
+<td class="right bot">1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ban van Philips over Willem opgemaakt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dit stuk afgekondigd in de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">Aug. 1580.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Afzwering van Philips II in den Haag door de Algemeene Staten
+<span class="pagenum"><a name="Page_222" id="Page_222">[222]</a></span></td>
+<td class="right bot">26 Juli 1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland draagt Willem de hooge overheid op.&mdash;De overige
+gewesten bekleeden <span class="gesp">Frans
+van Anjou</span> met het oppergezag</td>
+<td class="right bot">1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Matth&#299;as verlaat het land</td>
+<td class="right bot">1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Anjou komt in de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1581.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn macht aan banden gelegd.&mdash;Zijn titel is hertog van Gelderland en Brabant, graaf van Holland
+en Zeeland, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan Jaureguy</span>, een bediende van <span class="gesp">d&#8217;Anastro</span>,
+wondt den prins te Antwerpen</td>
+<td class="right bot">Maart 1582.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Anjou&#8217;s troepen bemachtigen Duinkerken, enz.</td>
+<td class="right bot">Jan. 1583.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Fransche furie</i> te Antwerpen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Anjou sterft</td>
+<td class="right bot">1584.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Balth&#259;sar Gerard</span> of <span class="gesp">Guyon</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij, de zesde, die Willem van Oranje naar het leven staat, doodt den prins te Delft</td>
+<td class="right bot">10 Juli 1584.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt ter dood gebracht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Parma verovert Maastricht</td>
+<td class="right bot">1579.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verovert Vlaanderen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij neemt de meeste steden van Brabant.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Marnix van St. Aldegonde verdedigt Antwerpen veertien maanden lang.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Antwerpen geeft zich bij verdrag aan Parma over</td>
+<td class="right bot">17 Aug. 1585.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De scheiding van &#8217;t Zuiden en &#8217;t Noorden voltooid.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Onderhandelingen van Holland om Willem tot &#8222;graaf van Holland en Zeeland&#8221; te verheffen.&mdash;Gouda en Zeeland toeven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem Lodewijk</span> stadhouder van Friesland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Algemeene Staten richten een nieuwen raad van state op en stellen <span class="gesp">Maurits</span> aan &#8217;t hoofd hiervan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal dragen de oppermacht over deze landen aan Hendrik III op.&mdash;Hetzelfde
+aanbod aan Elizabeth gedaan.&mdash;Zij zendt hulp tegen het bezetten van Brielle, Vlissingen en Rammekens</td>
+<td class="right bot">1585.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Robert Dudley, graaf van Leicester</span>, verschijnt aan &#8217;t hoofd van hare troepen</td>
+<td class="right bot">Dec. 1585.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal bekleeden Leicester met de algemeene landvoogdij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Maurits</span></span> stadhouder van Holland en Zeeland</td>
+<td class="right bot">1585-1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Johan van oldenbarnevelt</span></span> <i>advocaat van den Lande</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een verbod van uitvoer maar &#8217;s vijands land uitgevaardigd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leicester vertrekt naar Engeland</td>
+<td class="right bot">1586.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal wijzigen het plakkaat over den handel.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De leer van de souvereiniteit der staten komt op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leicester keert naar de Nederlanden terug</td>
+<td class="right bot">1587.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leicesters poging om Maurits en Oldenbarnevelt op te lichten mislukt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn aanslag op Amsterdam slaagt evenmin.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Noord-Holland verklaart zich tegen Leicester, op Medemblik en Hoorn na.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Door Elizabeth van zijn ambt ontslagen, gaat hij voor goed naar Engeland</td>
+<td class="right bot">1587.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Er komt een andere bevelhebber der Engelsche troepen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;15.</b><span class="pagenum"><a name="Page_223" id="Page_223">[223]</a></span></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De regeeringsvorm der Republiek van de Zeven Vereenigde
+Nederlanden.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De medewerking der staten tot de regeering in Holland begint</td>
+<td class="right bot">1572.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De medewerking der Algemeene Staten tot de regeering begint</td>
+<td class="right bot">1576.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten der verschillende gewesten nemen zelven de hooge overheid in handen.&mdash;Vestiging
+van de Republiek der Vereenigde Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1588.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Gelderland</i>.&mdash;Drie kwartieren: Nijmegen, Zutfen en Arnhem.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bannerheeren niet meer als afzonderlijk lid gedoogd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leden der staten: de edelen of ridderschap en de steden.&mdash;Elk kwartier heeft &eacute;&eacute;n stem.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Holland</i>.&mdash;Negentien stemmen, de edelen &eacute;&eacute;n, de steden achttien.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zes groote en twaalf kleine steden.&mdash;<i>De pensionarissen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het hof van Holland.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De hooge raad</i> opgericht</td>
+<td class="right bot">1582.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeland aan het rechtsgebied van dien raad onderworpen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De advocaat van den lande.</i>&mdash;Hij heet <i>raadpensionaris</i></td>
+<td class="right bot">sedert 1630.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn werkkring.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Zeeland</i>.&mdash;<i>De eerste edele</i> en zes steden.&mdash;Zeven stemmen.&mdash;De
+abt van Middelburg geraakt uit de vergadering der staten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De waardigheid van eerste edele komt later achtereenvolgens aan
+Maurits, Frederik Hendrik, Willem II, Willem III, Willem
+IV, Willem V.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Utrecht</i>.&mdash;Drie leden en drie stemmen.&mdash;<i>De ge&euml;ligeerden</i>, de
+edelen en de stad Utrecht, benevens een paar kleinere steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De secretaris van staat.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Friesland</i>.&mdash;Vier kwartieren: Oostergo, Westergo, Zevenwolde
+en de elf steden.&mdash;<i>De landdag</i>.&mdash;Elk kwartier heeft &eacute;&eacute;n stem.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Overijsel</i>.&mdash;Twee leden: de edelen uit de kwartieren Salland,
+Twente en Vollenhoven, en de steden Deventer, Kampen en
+Zwol.&mdash;De ridderschap stemt hoofd voor hoofd; elke stad
+heeft &eacute;&eacute;n stem.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Groningen</i>.&mdash;Twee leden en twee stemmen; de stad en de Ommelanden.&mdash;Drie
+kwartieren der Ommelanden: Hunsingo, Fivelingo en &#8217;t Westerkwartier.&mdash;Bij staking
+van stemmen beslist de stadhouder.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Drente</i>.&mdash;Twee leden, niet meer dan achttien ridders en zes-en-dertig
+eigenerfden, en drie stemmen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;16.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Vervolg.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Staten-Generaal</i>.&mdash;Zeven stemmen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De werkkring van den raad van state beperkt tot het beheer der krijgszaken en van de financi&euml;n</td>
+<td class="right bot">sedert 1593.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De unie van Utrecht de grondslag der Staten-Generaal.&mdash;Dit lichaam bestaat slechts uit de
+afgevaardigden van de staten der zeven gewesten</td>
+<td class="right bot">na 1585.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente uitgesloten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vraag omtrent de overstemming en art. 9 der unie.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De raad van state</i> telt twaalf leden, buiten de
+stadhouders.&mdash;Hoofdelijke stemming.<span class="pagenum"><a name="Page_224" id="Page_224">[224]</a></span></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De aandeelen in de algemeene lasten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De admiraliteit.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vijf collegi&euml;n, dat van de Maas, van Amsterdam, van Middelburg, van Noord-Holland, &ograve;f te
+Hoorn, &ograve;f te Enkhuizen, dat van Dokkum, hetwelk naar Harlingen wordt verplaatst</td>
+<td class="right bot">in 1645.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De admiraal-generaal voorzitter der vijf collegi&euml;n en van ieder in &#8217;t bijzonder.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De stadhouder</i> of <i>gouverneur</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De gouverneur vanwege de Staten-Generaal <i>kapitein-generaal</i> en <i>admiraal</i>.&mdash;De
+gouverneur veelal kapitein-generaal van het gewest.&mdash;Hij verkiest uit voordrachten der
+vroedschappen de leden dezer lichamen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">In Friesland afzonderlijke stadhouders</td>
+<td class="right bot">tot 1748.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Doorgaans is die van Friesland het tevens van Groningen en Drente.&mdash;De gouverneur van Holland
+ook steeds in Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijsel tot stadhouder benoemd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Einde der stadhouderlooze tijdperken in de vijf laatstgenoemde gewesten</td>
+<td class="right bot">1672, 1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het stadhouderschap en de overige waardigheden erfelijk verklaard in het huis van Oranje-Nassau,
+ook in de vrouwelijke linie</td>
+<td class="right bot">1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;17.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De onoverwinnelijke vloot.&mdash;Maurits&#8217; krijgsbedrijven.&mdash;De
+afstand van Nederland door Philips II.&mdash;De eerste
+zeeslagen van den tachtigjarigen oorlog.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips II verkrijgt de heerschappij over Portugal</td>
+<td class="right bot">1580.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Sixtus V schenkt Engeland aan de kroon van Spanje</td>
+<td class="right bot">1587.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De arm&#257;da</i>.&mdash;<span class="gesp">Alonzo Peter de Guzman</span>, hertog
+van <span class="gesp">Med&#299;na-Sidonia</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nederlaag der arm&#257;da door de Engelsche vloot en daarop door de Engelschen en de
+Nederlanders.&mdash;Terugtocht.&mdash;Een derde keert terug</td>
+<td class="right bot">Oct. 1588.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeland slaat een gedenkpenning.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Maurits</span></span></td>
+<td class="right bot">1590-1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits wordt stadhouder van Utrecht en Overijsel</td>
+<td class="right bot">1590.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt het van Gelderland</td>
+<td class="right bot">1591.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Oldenbarnevelt</span></span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits verrast Breda</td>
+<td class="right bot">1590.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verovert Zutfen</td>
+<td class="right bot">30 Mei 1591.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Deventer geeft zich over</td>
+<td class="right bot">Juni 1591.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Delfzijl overrompeld.&mdash;Nijmegen gaat over.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Steenwijk en Koevorden vallen</td>
+<td class="right bot">1592.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geertruidenberg veroverd</td>
+<td class="right bot">1593.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen geeft zich over aan Maurits en Willem Lodewijk</td>
+<td class="right bot">24 Juli 1594.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Voorwaarden: alleen de hervormde godsdienst; de stad en de Ommelanden &eacute;&eacute;n
+gewest met Willem Lodewijk als stadhouder.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente verkiest Willem als stadhouder</td>
+<td class="right bot">1595.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Parma sterft</td>
+<td class="right bot">1592.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Albert van Oostenrijk</span>.
+<span class="pagenum"><a name="Page_225" id="Page_225">[225]</a></span></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips Willem komt in deze landen terug.&mdash;Hij vestigt zich te
+Breda.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits behaalt de zege bij <span class="gesp">Turnhout</span>.&mdash;Maurits heeft
+1000 ruiters en verliest 10 man.&mdash;2000 dooden en 500 gevangenen</td>
+<td class="right bot">1597.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips II schenkt de Nederlanden aan <span class="gesp">Isabella</span>
+en <span class="gesp">Albert</span>.&mdash;<i>De aartshertog</i> en <i>de infante</i>.&mdash;Het
+Zuiden en het Noorden gaan voor goed uiteen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips II sterft.&mdash;Philips III</td>
+<td class="right bot">1598.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nieuw verdrag van Nederland en Engeland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De aartshertogen</i>.&mdash;Ondernemingen van Noord-Nederland tegen Duinkerken.&mdash;Maurits
+scheept zich in met een leger van ongeveer 15,000 man.&mdash;De aartshertog heeft
+12,000 man.&mdash;Zege van Maurits bij <span class="gesp">Nieuwpoort</span></td>
+<td class="right bot">2 Juli 1600.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Woordenwisseling tusschen Maurits en Oldenbarnevelt te Nieuwpoort.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ostende drie jaren lang verdedigd.&mdash;<span class="gesp">Ambrosius Spin&#335;la</span>
+verovert het</td>
+<td class="right bot">1604.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De oorlog te land gestaakt</td>
+<td class="right bot">1607.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Reinier Klaassens</span> vliegt bij <span class="gesp">St. Vincent</span> in de lucht</td>
+<td class="right bot">1606.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zege van <span class="gesp">Jakob van Heemskerk</span> in <span class="gesp">de baai
+van Gibraltar</span>.&mdash;Hij komt om</td>
+<td class="right bot">1607.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;18.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het twaalfjarig bestand.&mdash;De oprichting der Oost-Indische
+compagnie.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Elizabeth sterft</td>
+<td class="right bot">1603.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakob I sluit vrede met Spanje</td>
+<td class="right bot">1604.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Versperring der Schelde voor de Engelsche schepen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips III verbiedt allen handel van Nederland op zijn staten</td>
+<td class="right bot">1598.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Onderhandelingen tusschen de aartshertogen en de Republiek</td>
+<td class="right bot">1607.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Twee vorderingen van den vijand maken den vrede onmogelijk.&mdash;Hendrik IV zendt gezanten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Wapenstilstand te Antwerpen</i>.&mdash;De aartshertogen verklaren, ook uit naam van
+den koning van Spanje, de Vereenigde gewesten voor onafhankelijk.&mdash;Het bestand zal twaalf
+jaren duren.&mdash;Ieder zal behouden, wat hij heeft</td>
+<td class="right bot">April 1609.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eenige schepen naar het Noorden gezonden</td>
+<td class="right bot">1594 en 1595.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Amsterdam rust een paar schepen uit.&mdash;<span class="gesp">Willem Barentsz.</span> en
+<span class="gesp">Heemskerk</span> op Nova-Zembla.&mdash;Barentsz. bezwijkt</td>
+<td class="right bot">1596.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Maatschappij van verre</i> te Amsterdam.&mdash;<span class="gesp">Cornelis Houtman</span>
+waarschijnlijk door haar naar Lissabon gezonden.&mdash;Pieter Dirksz. Keyser en Cornelis Houtman
+lichten met vier schepen te Texel het anker</td>
+<td class="right bot">2 April 1595.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij landen te Bantam</td>
+<td class="right bot">Juni 1596.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Talrijke maatschappijen van verre opgericht, zoowel in Holland als in Zeeland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Olivier van Noort</span> stevent den aardbol om</td>
+<td class="right bot">1598.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oprichting van <i>de Vereenigde Oost-Indische compagnie</i>.&mdash;<i>Monopolie</i>,
+haar door de Staten-Generaal verleend.&mdash;Kapitaal van
+ongeveer 6<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen.&mdash;<i>Zes kamers:</i>
+Amsterdam met <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span>, Zeeland (te Middelburg) met
+<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">4</span>,
+Delft, Rotterdam, Enkhuizen en Hoorn elk met <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">16</span> van den inleg</td>
+<td class="right bot">1602.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_226" id="Page_226">[226]</a></span>
+<i>73 bewindhebbers</i>, wier getal kan dalen tot 60.&mdash;<i>De vergadering
+van zeventienen.</i>&mdash;Rechten der compagnie.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Portugeezen geven het kasteel op <i>Amboina</i> over</td>
+<td class="right bot">1605.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De compagnie vestigt zich ten deele op <i>Ternate</i>, <i>Timor</i> en de overige Molukken.&mdash;<span class="gesp">Pieter
+Both</span> eerste <i>gouverneur-generaal</i></td>
+<td class="right bot">1610.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn verblijf is op Ternate.&mdash;<i>De raad van Indi&euml;.</i>&mdash;<span class="gesp">Jan Pietersz.
+Coen</span>.&mdash;Coen verovert Jak&#259;tra en verheft de factorij onder den naam <i>Batavia</i> tot hoofdplaats</td>
+<td class="right bot">1619.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De compagnie verwerft <i>Form&#333;sa</i> en bouwt er Zelandia</td>
+<td class="right bot">1624.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Samenzwering van Engelsche kooplieden op Amboina.&mdash;Tien ter dood gebracht</td>
+<td class="right bot">1523.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;19.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De oneenigheden, die de Republiek ten tijde van het bestand
+schokken.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jakob Arminius</span> wordt hoogleeraar te Leiden.</td>
+<td class="right bot">1603.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De praedestinatie</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Franciscus Gomarus</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Arminius sterft.</td>
+<td class="right bot">1609.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Remonstranten</i>, naar <i>de remonstrantie</i> zoo geheeten, sedert</td>
+<td class="right bot">1610.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Contra-Remonstranten</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Lodewijk de raadsman van Maurits.&mdash;Jakob I staat de Contra-Remonstranten voor</td>
+<td class="right bot">1616.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Engeland geeft, tegen betaling van 3,000,000 gl., d. i. van ruim <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">3</span>
+der toen nog verschuldigde som, de pandsteden aan de Republiek terug</td>
+<td class="right bot">1615.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits gaat naar de Kloosterkerk</td>
+<td class="right bot">1617.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Fran&ccedil;ois van Aerssen</span>, heer van Sommelsdijk, op verzoek van
+Lodewijk XIII, als gezant uit Frankrijk teruggeroepen</td>
+<td class="right bot">1613.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt een van het zeven- of achttal.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oldenbarnevelt is tegen het opdragen van hooger gezag aan Maurits.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakob I raadt het houden eener <i>nationale synode</i> aan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De meeste provinci&euml;n de zaak der Contra-Remonstranten toegedaan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Utrecht en Holland grootendeels voor de Remonstranten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De scherpe resolutie</i>, door de meerderheid der staten van Holland genomen</td>
+<td class="right bot">4 Aug. 1617.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Waardgelders</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geheel getal voor Holland 1800.&mdash;De staten van Utrecht nemen er ruim zeshonderd aan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Twee besluiten der Staten-Generaal</td>
+<td class="right bot">Juni 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De deputatie der Staten-Generaal met Maurits komt te Utrecht</td>
+<td class="right bot">25 Juli 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits dankt op de Neude de waardgelders af</td>
+<td class="right bot">31 Juli 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verandert de vroedschap der stad Utrecht.&mdash;<span class="gesp">Gillis van
+Ledenberg</span> neemt zijn ontslag als secretaris der staten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Plakkaat der Staten-Generaal, goedgekeurd door de zes provinci&euml;n en zes steden uit Holland,
+aangaande de afdanking der waardgelders</td>
+<td class="right bot">21 Aug. 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Twee geheime besluiten der Staten-Generaal</td>
+<td class="right bot">28 en 29 Aug. 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De luitenant van de lijfwacht des stadhouders neemt Oldenbarnevelt gevangen.&mdash;De Groot,
+Hogerbeets en Ledenberg gekerkerd</td>
+<td class="right bot">29 Aug. 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_227" id="Page_227">[227]</a></span>
+De prins kiest andere leden in de vroedschappen van Hollands steden</td>
+<td class="right bot">Sept. 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De drie gevangenen verhoord ten overstaan eener commissie uit de
+Staten-Generaal.&mdash;Ledenberg heeft zich reeds gedood.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vier-en-twintig buitengewone rechters benoemd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hogerbeets pensionaris van Leiden</td>
+<td class="right bot">sinds Oct. 1617.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vonnissen, over de drie geveld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oldenbarnevelt onthoofd</td>
+<td class="right bot">13 Mei 1619.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De nationale synode te Dordrecht</i></td>
+<td class="right bot">13 Nov. 1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Veroordeeling van de gevoelens der Remonstranten</td>
+<td class="right bot">6 Mei 1619.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De akte van stilstand</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De synode stelt de voornaamste leerstukken der Nederlandsche
+hervormde kerk vast.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Staten-overzetting</i> of <i>Statenbijbel voltooid</i></td>
+<td class="right bot">1635.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;20.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De hernieuwing van den oorlog na het bestand.&mdash;De oprichting
+der West-Indische compagnie.&mdash;De aanslag op
+het leven van Maurits en zijn dood.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hogerbeets en de Groot naar Loevestein overgebracht</td>
+<td class="right bot">Juni 1619.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hogerbeets wordt vergund, een buitenhuis nabij Wassenaar te gaan bewonen</td>
+<td class="right bot">1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hugo de Groot ontsnapt.&mdash;<span class="gesp">Maria van Reigersbergen</span> en
+Elsje van Houweningen</td>
+<td class="right bot">Maart 1621.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips Willem sterft en laat Maurits al zijn bezittingen, ook
+Oranje na</td>
+<td class="right bot">1618.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vervolging der Remonstranten.&mdash;Tweehonderd hunner predikanten
+afgezet.&mdash;Ten minste tachtig verbannen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Door toedoen van Maurits worden Reinier van <span class="gesp">Groeneveld</span>
+en <span class="gesp">Willem van Stoutenburg</span> van hun ambten ontzet.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Lodewijk sterft</td>
+<td class="right bot">1620.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap">Ernst Kasimir</span> stadhouder van Friesland</td>
+<td class="right bot">1620-1632.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen en Drente nemen Maurits</td>
+<td class="right bot">1620.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oprichting der <i>West-Indische compagnie</i> bij vergunning, voor vier-en-twintig
+jaren door de Staten-Generaal verleend</td>
+<td class="right bot">3 Juni 1621.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eerste inleg &fnof; 7,200,000.&mdash;<i>Vijf kamers</i>: Amsterdam met <span class="supscr">4</span>&#8260;<span class="subscr">9</span>,
+Zeeland met <span class="supscr">2</span>&#8260;<span class="subscr">9</span>, Rotterdam, Noord-Holland en die van Friesland
+met Groningen, elke met <span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">9</span> aandeel.&mdash;<i>Vier-en-zeventig
+bewindhebbers</i>.&mdash;<i>De generale vergadering</i> bestaat uit 19 leden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Nieuw-Nederland</i> en <i>Nieuw-Amsterdam</i></td>
+<td class="right bot">1626.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Albert overlijdt.&mdash;De Zuidelijke Nederlanden vallen terug aan
+Philips IV.&mdash;Isabella landvoogdes</td>
+<td class="right bot">1621.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Isabella sterft</td>
+<td class="right bot">1633.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits&#8217; aanslag op Antwerpen mislukt</td>
+<td class="right bot">1624.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Spin&#335;la verovert Breda</td>
+<td class="right bot">1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Samenzwering tegen het leven van Maurits.&mdash;Stoutenburg vlucht
+en treedt in dienst van het Zuiden.&mdash;Vijftien personen onthoofd,
+o. a. Reinier van Groeneveld</td>
+<td class="right bot">1623.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Hendrik trouwt met <span class="gesp">Amalia van Solms</span></td>
+<td class="right bot">1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Maurits sterft, oud 58 jaren</td>
+<td class="right bot">23 April 1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><span class="pagenum"><a name="Page_228" id="Page_228">[228]</a></span><b>&sect;&nbsp;21.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het stadhouderschap van Frederik Hendrik.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De stadhouderlijke</i> en <i>de staatsgezinde partij</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap">Frederik hendrik</span> stadhouder van vijf gewesten.&mdash;De
+Staten-Generaal dragen hem de waardigheid van kapitein-generaal
+en admiraal op</td>
+<td class="right bot">1625-1647.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen en Drente verkiezen den stadhouder van Friesland</td>
+<td class="right bot">1625.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Remonstranten stichten te Amsterdam <i>een seminarium</i></td>
+<td class="right bot">1630.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het athenaeum</i> te Amsterdam gesticht</td>
+<td class="right bot">1632.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hugo de Groot bezoekt zijn vaderland</td>
+<td class="right bot">1631.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij moet weder vertrekken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt gezant van Christ&#299;na aan &#8217;t Fransche hof</td>
+<td class="right bot">1634.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sterft te Rostock</td>
+<td class="right bot">1645.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Raadpensionarissen van Holland: <span class="gesp">Antonie Duik</span>, <span class="gesp">Adriaan
+Pauw</span>.&mdash;<span class="gesp">Jakob Cats</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins neemt Grol in</td>
+<td class="right bot">1627.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij rukt met een leger tegen &#8217;s Hertogenbosch op.&mdash;Een Spaansch
+en een Duitsch leger doen een inval in de Veluwe.&mdash;De stadhouder
+van Friesland aan &#8217;t hoofd van een verdedigingsleger
+gesteld.&mdash;Een paar duizend man Nederlandsche troepen verrassen
+Wezel.&mdash;De vijanden ontruimen het grondgebied der
+Republiek.&mdash;&#8217;s Hertogenbosch geeft zich, na vier maanden,
+bij verdrag over</td>
+<td class="right bot">1629.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Hendrik en Ernst Kasimir dwingen Venlo en Roermond
+zich over te geven.&mdash;Maastricht belegerd</td>
+<td class="right bot">1632.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vijand herneemt Venlo en Roermond.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ernst Kasimir gewond voor Roermond.&mdash;Hij sterft.&mdash;<span class="smcap">Hendrik
+Kasimir</span></td>
+<td class="right bot">1632-1640.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag met Maastricht.&mdash;De hervormde godsdienst wordt er
+toegelaten.&mdash;De bisschop van Luik behoudt er zijn oude voorrechten</td>
+<td class="right bot">1632.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Loncq</span> vermeestert Olinda en het Recif</td>
+<td class="right bot">1630.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Piet Hein</span> bemachtigt in <span class="gesp">de baai van Matanzas</span> de
+Spaansche zilvervloot.&mdash;De waarde der kostbaarheden op ruim
+11<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen geschat.&mdash;Uitdeeling van 50 pct. aan de deelhebbers</td>
+<td class="right bot">1628.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De West-Indische compagnie bezit in Brazili&euml; de streek tusschen
+de rivier St. Francisco en Rio Grande</td>
+<td class="right bot">1636.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Johan Maurits van Nassau</span> landvoogd van Nederlandsch
+Brazili&euml;</td>
+<td class="right bot">1636.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De compagnie bezet St. Eustatius</td>
+<td class="right bot">1639.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Johan Maurits verovert St. George del Mina</td>
+<td class="right bot">1637.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Portugal herneemt zijn zelfstandigheid</td>
+<td class="right bot">1640.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De compagnie roept Johan Maurits terug</td>
+<td class="right bot">1644.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het Recif en eenige forten gaan aan Portugal over</td>
+<td class="right bot">1654.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal verklaren Portugal den oorlog.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te &#8217;s Gravenhage</i>.&mdash;Nederland doet voor 4,000,000 <i>gouden
+crusado&#8217;s</i> (8,000,000 gl.) afstand van Brazili&euml;</td>
+<td class="right bot">1661.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vrede wordt bekrachtigd</td>
+<td class="right bot">1663.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Hendrik leidt met een negental leden der Staten-Generaal
+de buitenlandsche staatkunde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Aanvallend en verdedigend verbond</i> met Frankrijk</td>
+<td class="right bot">8 Febr. 1635.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips IV rust een arm&#257;da uit.&mdash;67 schepen, o. a.
+33 <i>galjoenen</i>.&mdash;<span class="gesp">Don
+Antonio d&#8217;Oquendo</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_229" id="Page_229">[229]</a></span>
+<span class="gesp">Maarten Harpertszoon Tromp</span> levert hem met ruim
+honderd schepen slag bij <span class="gesp">Duins</span> en behaalt de zege.&mdash;Dertien
+Spaansche schepen ontsnappen uit Duins.&mdash;Achttien keeren
+terug</td>
+<td class="right bot">21 Oct. 1639.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hendrik Kasimir sterft.&mdash;Frederik Hendrik wordt stadhouder van
+Groningen en Drente</td>
+<td class="right bot">1640.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem Frederik</span></span> stadhouder van Friesland</td>
+<td class="right bot">1640-1664.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij trouwt met Albertine Agnes</td>
+<td class="right bot">1652.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem wordt verloofd met <span class="gesp">Maria</span></td>
+<td class="right bot">1641.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij trouwt met haar</td>
+<td class="right bot">1644.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Hendrik, oud 63 jaren, sterft</td>
+<td class="right bot">14 Maart 1647.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;22.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De vrede van Munster.&mdash;Blik op den toestand des lands.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Er is sprake van vrede</td>
+<td class="right bot">sedert 1641.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ferdinand III.&mdash;De gezanten van Zweden en van de protestantsche
+rijksvorsten komen bijeen <i>te Osnabr&uuml;ck</i>, die der Roomsch-katholieke
+staten <i>te Munster</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het congres wordt geopend</td>
+<td class="right bot">April 1645.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeland en Utrecht er tegen, dat men, buiten Frankrijk, vrede
+sluit.&mdash;<i>De Westphaalsche vrede</i> geteekend</td>
+<td class="right bot">30 Jan. 1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uitwisseling der <i>ratificati&euml;n</i> te Munster</td>
+<td class="right bot">15 Mei 1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeland treedt toe</td>
+<td class="right bot">30 Mei 1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Art. 1 van den vrede: De Vereenigde Nederlanden als vrije en
+onafhankelijke landen erkend.&mdash;Art. 3 en 5: De Staten-Generaal
+behouden hun veroveringen; de Spanjaarden beperken
+zich tot de vaart op Oost-Indi&euml;, gelijk zij nu is.&mdash;Art. 14:
+Sluiting der Schelde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De generaliteitslanden</i>: Staats-Vlaanderen, Staats-Brabant met
+Maastricht en Staats-Limburg of de landen van Overmaas.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Staats-Brabant poogt vruchteloos, als achtste gewest, tot de Generaliteit
+te worden toegelaten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De regeering van Maastricht tweeheerig.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Art. 14 van den vrede: de schepen moeten op de Schelde inkomende
+en uitgaande rechten betalen en hun lading in Nederlandsche
+binnenschepen laten brengen.&mdash;<i>De uitlegger</i> bij Lillo.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Beemster, de Purmer en de Wormer gewonnen</td>
+<td class="right bot">1600-1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leeghwater.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De handel op de Levant.&mdash;Smyrna.&mdash;Handel op Rome, Veneti&euml;,
+Sicili&euml;, Alexandri&euml;, Ca&iuml;ro, Constantinopel, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Handel op Frankrijk.&mdash;De waarde van alles, wat Frankrijk aan
+Nederland levert, begroot op omstreeks 36,000,000 gl.</td>
+<td class="right bot">1658.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Handel op Rusland, Noorwegen, Zweden, Denemarken en de
+Oostzee.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Oostzee jaarlijks bevaren door vierduizend Nederlandsche schepen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Handel langs den Rijn, op Duitschland en Zwitserland.&mdash;De
+waarde van den handel op den Rijn jaarlijks geschat op honderd
+millioen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Handel op de Zuidelijke Nederlanden, op Groot-Britanni&euml;, Spanje
+en Portugal.&mdash;De handel in diamanten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De vrachtvaart</i>.&mdash;De koopvaardijvloot van Nederland talrijker
+dan de schepen van alle volken van Europa tezamen.&mdash;De
+nijverheid.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_230" id="Page_230">[230]</a></span>Amsterdam.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het nieuwe stadhuis, gebouwd o. a. door <span class="gesp">Jakob van Kampen</span>,</td>
+<td class="right bot">1648, enz.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Coen keert naar het vaderland terug</td>
+<td class="right bot">1622.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt op nieuw gouverneur-generaal</td>
+<td class="right bot">1627.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Antonie van Diemen</span> verovert een fort van Ceylon op de
+Portugeezen</td>
+<td class="right bot">1638.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Malakka gaat van Portugal op de compagnie over</td>
+<td class="right bot">1641.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Japan breekt de buitenlandsche betrekkingen af, behalve met Sina
+en met de compagnie.&mdash;De factorij der compagnie te <i>Desima</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdraagzaamheid op &#8217;t stuk van den godsdienst.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Roomsch-katholieken hebben geen volledige vrijheid van eeredienst.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">In Holland en Zeeland vele leden der Waalsche kerk.&mdash;Doopsgezinden,
+Remonstranten, Lutherschen, Joden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zware belastingen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het athenaeum te Franeker, door Willem Lodewijk en de staten
+van Friesland gesticht</td>
+<td class="right bot">1585.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De universiteit van Groningen door de staten van &#8217;t gewest gegrondvest</td>
+<td class="right bot">1614.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De stad Utrecht sticht een academie</td>
+<td class="right bot">1636.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De provinciale academie te Harderwijk</td>
+<td class="right bot">sedert 1647.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Latijnsche scholen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De lagere scholen staan onder de leiding der kerk.&mdash;In de heerlijkheden
+bezit de heer er ook grooten invloed op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Marnix van St. Aldegonde</span> schrijver van <i>den Bijenkorf der
+heilige Roomsche kerk</i>.&mdash;Amsterdamsche Rederijkerskamer &#8222;in
+liefde bloeiende&#8221;.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Pieter Cornelisz. Hooft</span>, drossaart of drost van Muiden,
+schrijft <i>Gerard van Velzen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hooft, eigenlijk de eerste Nederlandsche geschiedschrijver, stelt
+<i>de Nederlandsche histori&euml;n</i> te boek, loopende over</td>
+<td class="right bot">1555-1587.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hooft sterft</td>
+<td class="right bot">1647.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Joost van den Vondel</span></td>
+<td class="right bot">1587-1679.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Reien: de lofzang in den <i>Lucifer</i> en die der Amsterdamsche
+maagden in den <i>Gijsbrecht van Amstel</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jakob Cats</span>, geboren te Brouwershaven.&mdash;<i>Ouderdom en Buitenleven</i>,
+<i>het huwelijk</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Cats</td>
+<td class="right bot">1660.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Constantijn Huygens</span>.&mdash;<i>De korenbloemen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Rembrandt</span></td>
+<td class="right bot">1608-1659.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">&#8222;De nachtwacht.&#8221;</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;23.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het stadhouderschap van Willem II.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal erkennen Karel II als koning.&mdash;Zij weigeren
+gehoor te geven aan de gezanten der Engelsche Republiek.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem II</span></span> volgt zijn vader in zijn bedieningen op, ook in het
+stadhouderschap van Groningen en Drente</td>
+<td class="right bot">1647, 1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij zoekt de Staten-Generaal tevergeefs te bewegen, zich voor
+Karel I in de bres te stellen.&mdash;Holland en Zeeland zijn er tegen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ongunstige toestand van Hollands financiewezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Tegen het goedvinden van den raad van state, van de Staten-Generaal
+<span class="pagenum"><a name="Page_231" id="Page_231">[231]</a></span>en den prins ontslaan
+de staten van Holland een aantal manschappen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Aanvrage der Staten van Holland, om vijftig compagnie&euml;n vreemdelingen
+af te danken, alsmede de helft der ruiterij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Besluit der staten van Holland om voort te gaan met de afdanking</td>
+<td class="right bot">30 Mei 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Brieven gezonden aan de kapiteins van een-en-dertig compagnie&euml;n
+voetvolk en twaalf eskadrons ruiterij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Buitengewone vergadering der Staten-Generaal, van den raad van
+state en de beide stadhouders.&mdash;Besluit</td>
+<td class="right bot">5 Juni 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bezending.&mdash;Dordrecht en <span class="gesp">Jakob de Witt</span>.&mdash;De bezending
+slaagt hier niet, evenmin te Amsterdam, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nieuwe onderhandelingen over de afdanking.&mdash;Verschil van 300
+ruiters en ruim 300 voetknechten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakob de Witt met vijf leden der staten van Holland te &#8217;s Gravenhage
+in hechtenis genomen</td>
+<td class="right bot">30 Juli 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zes worden naar Loevestein gebracht</td>
+<td class="right bot">31 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik breekt met de troepen tegen Amsterdam op</td>
+<td class="right bot">29 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een ander deel der troepen geraakt bij Hilversum aan het dwalen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Hamburger postbode brengt het bericht van den aantocht der
+troepen te Amsterdam</td>
+<td class="right bot">30 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins van Oranje komt bij het leger</td>
+<td class="right bot">31 Juli 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verzoek van Willem II en van de staten van Holland aan de
+Staten-Generaal.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag.&mdash;Amsterdam voegt zich in het twistgeding over het
+krijgsvolk naar de zes provinci&euml;n.&mdash;De troepen zullen aftrekken</td>
+<td class="right bot">3 Aug. 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zes heeren in vrijheid gesteld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins gaat naar Dieren.&mdash;Hij sterft, oud ruim vier-en-twintig
+jaren</td>
+<td class="right bot">6 Nov. 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij was door Frankrijk gewonnen, om den vrede te schenden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;24.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De groote vergadering.&mdash;De eerste Engelsche zeeoorlog.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Hendrik geboren</td>
+<td class="right bot">14 Nov. 1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bezending der staten van Holland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De voogdij over den jongen prins opgedragen aan de weduwe van
+Willem II, aan die van Frederik Hendrik en aan Frederik
+Willem, getrouwd met <span class="gesp">Louise Henri&euml;tte</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Willem door Groningen en Drente tot stadhouder benoemd</td>
+<td class="right bot">1650.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cats opent <i>de groote vergadering</i>, uit ruim 300 personen bestaande,</td>
+<td class="right bot">18 Jan. 1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Beraadslaging over <i>de unie</i>, <i>de religie</i> en de <i>militie</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verklaring omtrent de religie.&mdash;Op het stuk van &#8217;t krijgswezen
+wordt aan de staten der gewesten meer gezag en grooter bevoegdheid
+toegekend.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cats legt het ambt van raadpensionaris neer.&mdash;<span class="gesp">Adriaan Pauw</span>
+wordt zijn opvolger</td>
+<td class="right bot">1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Gezantschap van &#8217;t parlement naar Nederland gezonden.&mdash;Het
+verwerft gehoor in de groote vergadering.&mdash;Het stelt voor,
+een nauw verbond met Engeland te sluiten</td>
+<td class="right bot">1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_232" id="Page_232">[232]</a></span>
+Hiertoe bestaat weinig geneigdheid bij de Staten-Generaal.&mdash;Het
+parlement roept zijn gezanten terug</td>
+<td class="right bot">1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De akte van navigatie</i></td>
+<td class="right bot">Oct. 1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het getal der Nederlandsche vrachtschepen beloopt meer dan 11,000</td>
+<td class="right bot">1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eischen der Engelschen omtrent het strijken der vlag en over de
+zaak van Amboina.&mdash;Zij nemen eenige vaartuigen der Nederlanders.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Maarten Harpertsz. Tromp</span> stoot bij <span class="gesp">Dover</span>
+op <span class="gesp">Blake</span>.&mdash;Het gevecht blijft onbeslist</td>
+<td class="right bot">29 Mei 1652.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Michiel Adriaansz. de Ruiter</span> slaat <span class="gesp">Ayscue</span> bij
+<span class="gesp">Plymouth</span></td>
+<td class="right bot">1652.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De driedaagsche zeeslag</i> bij <span class="gesp">Portland</span> tusschen Tromp en Blake
+blijft onbeslist</td>
+<td class="right bot">Febr. 1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De slag bij <span class="gesp">ter Heijde</span> tusschen <span class="gesp">Tromp</span>
+en <span class="gesp">Monk</span>.&mdash;Tromp sneuvelt</td>
+<td class="right bot">10 Aug. 1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland laat in Engeland de eerste stappen tot den vrede doen</td>
+<td class="right bot">Maart 1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Pauw.&mdash;<span class="smcap"><span class="gesp">Johan de
+Witt</span></span> raadpensionaris van Holland</td>
+<td class="right bot">1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eenige gezanten der Staten-Generaal vertrekken naar Londen</td>
+<td class="right bot">1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geheime briefwisseling van een of twee dier gezanten met de Witt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ontwerp van vrede, aan de Nederlandsche gezanten medegedeeld,
+houdende het voorstel, dat de Staten-Generaal, noch de staten
+der gewesten den prins van Oranje of een zijner nakomelingen
+immer zullen aanstellen tot kapitein-generaal en admiraal of
+stadhouder</td>
+<td class="right bot">Nov. 1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cromwell protector van Groot-Britanni&euml;</td>
+<td class="right bot">1653.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cromwell staat vast op het stuk der uitsluiting van den prins.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Antwoord der Staten-Generaal op den voorslag der Engelsche Republiek.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cromwell verlangt de uitsluiting van de staten van Holland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De onderhandelingen over deze aangelegenheid blijven onbekend
+aan de Staten-Generaal en &#8217;t meerendeel der staten van Holland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede van Westminster</i>.&mdash;De Nederlanders zullen in de Britsche
+wateren voor &eacute;&eacute;n of meer Engelsche oorlogschepen de vlag strijken.&mdash;Er
+zal recht worden gedaan wegens het op Amboina
+gebeurde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vrede bekrachtigd door de Staten-Generaal</td>
+<td class="right bot">23 April 1654.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vrede bekrachtigd door Cromwell</td>
+<td class="right bot">30 April 1654.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Witt koestert de hoop, dat Cromwell ten aanzien der uitsluiting
+van inzicht zal veranderen</td>
+<td class="right bot">3 April 1654.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Loevesteinsche factie</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cromwell volhardt.&mdash;De zaak der uitsluiting in de staten van
+Holland overwogen.&mdash;Veertien leden ervoor</td>
+<td class="right bot">April en Mei 1654.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De akte van uitsluiting</i> naar Engeland gezonden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een vertoog van de Witt, met goedvinden van de meeste leden
+op naam der staten van Holland uitgegeven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;25.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De Staat onder de leiding van de Witt.&mdash;De bemoeiingen
+der Republiek met den oorlog in &#8217;t Noorden van Europa.&mdash;De
+tweede Engelsche zeeoorlog.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Witt regelt Hollands financiewezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Witt let voortdurend op het zeewezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oorlog tusschen Karel X Gustaaf van Zweden en Polen</td>
+<td class="right bot">1655.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_233" id="Page_233">[233]</a></span>
+<span class="gesp">Jakob van Wassenaar-Obdam</span> luitenant-admiraal van Holland.&mdash;Hij
+stevent naar de Oostzee.&mdash;Hij staat Frederik III bij</td>
+<td class="right bot">1656.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zege van Wassenaar nabij <span class="gesp">Kroonenburg</span>
+op <span class="gesp">Wrangel</span></td>
+<td class="right bot">1658.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De Ruiter</span> landt op Funen en verovert Nijborg</td>
+<td class="right bot">1659.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Ruiter door den koning van Denemarken met een gouden
+keten, alsmede met een jaarwedde van 2000 gl. begiftigd en in
+den adelstand verheven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel II beklimt den troon van Groot-Britanni&euml;</td>
+<td class="right bot">1660.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij reist van Breda naar Holland.&mdash;Karel beveelt de belangen
+van den jongen prins aan de Staten-Generaal en de staten van
+Holland aan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Intrekking der akte van seclusie</td>
+<td class="right bot">Sept. 1660.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Beginsel van de Witt aangaande Engeland en Frankrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verwerend verbond met Frankrijk</td>
+<td class="right bot">April 1662.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag met Engeland</td>
+<td class="right bot">Sept. 1662.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overtuiging van de Witt omtrent de Spaansche Nederlanden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De graaf <span class="gesp">d&#8217;Estrades</span> gezant van Frankrijk te &#8217;s Gravenhage.&mdash;Onderhandeling
+tusschen hem en de Witt over het lot der
+Zuidelijke Nederlanden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Engelschen vermeesteren Nieuw-Nederland met Nieuw-Amsterdam
+of New-York en nemen vele Nederlandsche koopvaardijschepen</td>
+<td class="right bot">1664.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Weerwraak van de Ruiter op de kust van Guin&#275;a.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De tweede Engelsche zeeoorlog</i>.&mdash;Nederlaag, aan de Nederlandsche
+vloot toegebracht op de hoogte van <span class="gesp">Lowesthoff</span> door
+<span class="gesp">den hertog van York</span>.&mdash;<span class="gesp">Kortenaar</span>
+sneuvelt.&mdash;<span class="gesp">Wassenaar-Obdam</span>
+vliegt in de lucht</td>
+<td class="right bot">13 Juni 1665.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vierdaagsche zeeslag</i>.&mdash;<span class="gesp">De Ruiter</span> aan &#8217;t hoofd eener vloot van
+meer dan 100 zeilen, met over de 21,000 koppen bemand.&mdash;Hij
+wint den slag bij <span class="gesp">Foreland</span> op prins <span class="gesp">Robert</span> en <span class="gesp">Monk,
+hertog van Albemarle</span>.&mdash;Ayscue met 3000 Engelschen
+gevangen.&mdash;Zes schepen veroverd</td>
+<td class="right bot">11-14 Juni 1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Gevecht bij <span class="gesp">Duinkerken</span>.&mdash;De Ruiter wijkt voor Monk.&mdash;<span class="gesp">Cornelis
+Tromp</span></td>
+<td class="right bot">Aug. 1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland ontslaan Tromp uit den dienst.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Engelschen steken 100 &agrave; 150 koopvaardijschepen in het Vlie
+in brand en verwoesten een gedeelte van Terschelling</td>
+<td class="right bot">1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Christoffel Bernhard van Galen</span> doet een inval in Gelderland</td>
+<td class="right bot">1665.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik sterft.&mdash;<span class="smcap"><span class="gesp">Hendrik Kasimir</span> II</span></td>
+<td class="right bot">1664-1696</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede van Kleef</i></td>
+<td class="right bot">1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeland dringt weder op de verheffing van den prins aan.&mdash;De
+meerderheid der staten van Holland houdt het tegen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland nemen Willem Hendrik tot <i>kind van staat</i> aan</td>
+<td class="right bot">April 1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Johan de Witt oefent het toezicht op die opvoeding.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ook <span class="gesp">Henri de Fleury de
+Coulan</span>, heer <span class="gesp">van Buat</span>, uit
+&#8217;s prinsen dienst ontslagen.&mdash;Hij laat de Witt de Engelsche
+brieven lezen.&mdash;Buat op last der staten van Holland in hechtenis
+genomen</td>
+<td class="right bot">Aug. 1666.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het hof van Holland veroordeelt Buat ter dood.&mdash;Het vonnis
+voltrokken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vredes-onderhandelingen te Breda</td>
+<td class="right bot">1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_234" id="Page_234">[234]</a></span>
+De Hollandsche vloot onder de Ruiter steekt in zee.&mdash;<span class="gesp">Cornelis
+de Witt</span> gevolmachtigde der Staten-Generaal.&mdash;<i>Tocht
+naar Chattam</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vloot voor den mond der Theems</td>
+<td class="right bot">17 Juni 1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een smaldeel zeilt de Medway of het kanaal van Rochester op</td>
+<td class="right bot">20 Juni.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Abraham Krijnszoon</span> vermeestert Suriname voor Zeeland</td>
+<td class="right bot">Febr. 1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te Breda</i>.&mdash;Beperking der akte van navigatie</td>
+<td class="right bot">31 Juli 1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;26.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De triple alliantie en de vrede te Aken.&mdash;Het begin van
+den oorlog van 1672.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips IV sterft.&mdash;Karel II</td>
+<td class="right bot">1665.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk XIV valt in de zuidelijke Nederlanden</td>
+<td class="right bot">Mei 1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verovert Charleroi, Doornik, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De Witt</span> brengt een wapenstilstand tusschen Spanje en Frankrijk
+tot stand</td>
+<td class="right bot">1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Eeuwig edict</i></td>
+<td class="right bot">5 Aug. 1667.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">William Temple</span> verstaat zich te &#8217;s Gravenhage
+met de Witt.&mdash;<i>De triple alliantie</i> komt in vier dagen tot stand.&mdash;Zwedens
+krijgsraad treedt toe</td>
+<td class="right bot">Jan. 1668.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Spanje treedt toe</td>
+<td class="right bot">1669.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vrede van Aken</td>
+<td class="right bot">1668.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag tusschen Lodewijk XIV en den rijksraad van Zweden</td>
+<td class="right bot">1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Geheim verdrag van Dover</i></td>
+<td class="right bot">1670.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De harmonie</i></td>
+<td class="right bot">1670.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal sluiten een verdedigend verbond met Spanje</td>
+<td class="right bot">Dec. 1671.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins wordt tot kapitein-generaal voor een veldtocht benoemd</td>
+<td class="right bot">Febr. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdragen met den keurvorst van Brandenburg en den keizer van
+Duitschland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oorlogsverklaring van Lodewijk</td>
+<td class="right bot">7 April 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De oorlogsverklaring van Engeland</td>
+<td class="right bot">7 April 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Bernhard van Galen</span> verklaart den oorlog</td>
+<td class="right bot">18 Mei 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Maximiliaan Hendrik</span> doet dit ook</td>
+<td class="right bot">1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk XIV breekt op</td>
+<td class="right bot">11 Mei.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij trekt voorbij Maastricht, neemt Wezel, Emmerik en andere
+steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het Nederlandsche leger bij den IJsel telt ruim 14,000 man voetvolk,
+7000 ruiters en eenige duizenden gewapende landlieden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het Fransche leger heeft 118,000 man, 2000 adellijke vrijwilligers
+en 200 stukken geschut.&mdash;<span class="gesp">Turenne en Cond&eacute;</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het overtrekken bij het tolhuis te Lobith begin</td>
+<td class="right bot">12 Juni 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het leger der Republiek trekt op Utrecht terug.&mdash;De meeste steden
+van Gelderland en geheel Utrecht bezwijken binnen tien dagen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De stad Utrecht gaat over</td>
+<td class="right bot">23 Juni 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Naarden geeft zich over.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen veroveren
+een deel van Gelderland.&mdash;Hieruit verdrijven hen de Franschen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij onderwerpen Overijsel en Koevorden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Franschen worden gedwongen, van Aardenburg af te deinzen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De Ruiter</span> levert den slag
+bij <span class="gesp">Solebay</span> tegen <span class="gesp">den hertog
+van York</span> en <span class="gesp">d&#8217;Estr&eacute;es</span>.&mdash;Het voordeel aan den kant van
+de Ruiter.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eischen van Lodewijk.&mdash;Vorderingen van Engeland</td>
+<td class="right bot">Juni 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;27.</b><span class="pagenum"><a name="Page_235" id="Page_235">[235]</a></span></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het vervolg van den oorlog van 1672.&mdash;De dood der gebroeders
+de Witt.&mdash;De verheffing van Willem III.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland steken de dijken door.&mdash;Toerusting van
+Amsterdam.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Aanslag op den raadpensionaris</td>
+<td class="right bot">21 Juni 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jakob van der Graaf door het hof van Holland ter dood veroordeeld.&mdash;Het
+vonnis voltrokken</td>
+<td class="right bot">29 Juni.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De schilderij te Dordrecht vernield.&mdash;Vruchtelooze aanslag tegen
+den ruwaard.&mdash;Aanval op het huis van de Ruiter.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Belofte van de wethouders te Veere</td>
+<td class="right bot">21 Juni 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vroedschap te Dordrecht draagt het stadhouderschap aan Willem
+op.&mdash;De ruwaard onderteekent het gedwongen</td>
+<td class="right bot">29 Juni.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Zeeland benoemen Willem tot stadhouder</td>
+<td class="right bot">2 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Die van Holland doen het</td>
+<td class="right bot">3-4 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> III</span></td>
+<td class="right bot">1672-1702.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal der unie.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De onderhandelingen met Engeland komen op den voorgrond,
+die met Frankrijk op den achtergrond.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Voorwaarden, door Willem III aangeboden aan Karel II.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Witt verwerft zijn ontslag als raadpensionaris</td>
+<td class="right bot">4 Aug. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vonnis tegen Willem Tichelaar</td>
+<td class="right bot">1670.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn beschuldiging tegen Cornelis de Witt.&mdash;Betuiging van de
+Witt.&mdash;De pijnbank.&mdash;Het vonnis</td>
+<td class="right bot">20 Aug. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Samenrotting van &#8217;t volk te &#8217;s Gravenhage.&mdash;De de Witten omgebracht
+te midden eener gewapende menigte van 1100 tot 1200
+menschen</td>
+<td class="right bot">20 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins belet de vervolging van &#8217;t misdrijf en geeft Tichelaar
+een jaargeld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Caspar Fagel tot raadpensionaris van Holland benoemd</td>
+<td class="right bot">20 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland machtigen den prins, de wet te verzetten</td>
+<td class="right bot">27 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verzetting der wet in Zeeland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De hertog van Luxembourg</span> doet een inval in Holland</td>
+<td class="right bot">Dec. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij overvalt Zwammerdam en Bodegraven.&mdash;Hij trekt terug.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen belegeren
+Groningen zes weken lang.&mdash;<span class="gesp">Karel van Rabenhaupt</span>.&mdash;De
+bisschop blaast den aftocht met een verlies van ongeveer
+5000 man.&mdash;De stad mist omtrent 100 menschen</td>
+<td class="right bot">27-28 Aug. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eybergen verrast Koevorden.&mdash;Meindert van Thijnen</td>
+<td class="right bot">30 Dec. 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Driedaagsche storm bij de kust van Holland</td>
+<td class="right bot">Juli 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zege van de Ruiter bij <span class="gesp">Kijkduin</span> op
+<span class="gesp">d&#8217;Estr&eacute;es</span> en <span class="gesp">prins
+Robert</span></td>
+<td class="right bot">21 Aug. 1673.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem verovert Bonn</td>
+<td class="right bot">Nov. 1673.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede van Westminster</i></td>
+<td class="right bot">19 Febr. 1674.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bisschop van Munster en de keurvorst van Keulen sluiten vrede</td>
+<td class="right bot">1674.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Utrecht, Gelderland en Overijsel weder tot het bondgenootschap
+toegelaten.&mdash;Willem III verandert de regeering der steden van
+de drie gewesten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland en Zeeland verklaren het stadhouderschap, de Staten-Generaal
+het kapitein-generaal-admiraalschap erfelijk in de mannelijke
+linie des prinsen van Oranje.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Utrecht en Overijsel volgen dit voorbeeld</td>
+<td class="right bot">1674.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_236" id="Page_236">[236]</a></span>
+Gelderland doet het ook</td>
+<td class="right bot">1675.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Groningen draagt aan Hendrik Kasimir II het erfstadhouderschap
+op</td>
+<td class="right bot">1674.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Gelderland bieden den prins den titel &#8222;hertog&#8221;
+aan.&mdash;Het aanbod wordt van de hand gewezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem III levert den slag van Senef.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De Ruiter</span> naar de Middellandsche Zee gezonden.&mdash;Drie slagen
+tegen <span class="gesp">du Quesne</span>, o. a. bij den <span class="gesp">Etna</span>, waar Nederland zegeviert,
+maar de Ruiter sneuvelt</td>
+<td class="right bot">1676.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem III trouwt met <span class="gesp">Maria</span></td>
+<td class="right bot">1677.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede van Nijmegen</i></td>
+<td class="right bot">10-11 Aug. 1678.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;28.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Willem III.&mdash;De negenjarige oorlog.&mdash;De Spaansche
+erfopvolgingsoorlog.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verbonden van Nederland met Leopold I, het grootste gedeelte
+van het Duitsche rijk en Spanje</td>
+<td class="right bot">1686.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Fagel wordt gemeen overleg met den stadhouder tot plicht gesteld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem III houdt zich niet te stipt aan de voorrechten der steden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Er komen <i>r&eacute;fugi&eacute;s</i> in Nederland.&mdash;Zij worden edelmoedig ontvangen</td>
+<td class="right bot">1685.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wenk van <span class="gesp">d&#8217;Avaux</span> aan Lodewijk XIV.&mdash;Deze koning waarschuwt
+Jakob II, maar tevergeefs.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nederlandsche vloot legt in de haven van Torbay aan</td>
+<td class="right bot">Nov. 1688.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem trekt naar Londen.&mdash;Jakob vlucht naar Frankrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem en Maria als koning en koningin van Groot-Britanni&euml;
+uitgeroepen</td>
+<td class="right bot">1689.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Fagel sterft.&mdash;<span class="gesp">Antonie Heinsius</span></td>
+<td class="right bot">1689.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk verklaart aan de bondgenooten den oorlog</td>
+<td class="right bot">1688, 1689.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het Weener-verbond</i></td>
+<td class="right bot">1690.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De negenjarige oorlog.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Luxembourg</span> zegeviert op Willem
+bij <span class="gesp">Steenkerken</span></td>
+<td class="right bot">1692.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">en bij <span class="gesp">Landen</span> en <span class="gesp">Neerwinden</span></td>
+<td class="right bot">1693.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Almonde</span> en <span class="gesp">Russel</span> overwinnen
+<span class="gesp">Tourville</span> bij <span class="gesp">la Hogue</span></td>
+<td class="right bot">1692.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede van Rijswijk</i>.&mdash;Lodewijk erkent Willem III als koning
+van Engeland en staat hem het prinsdom Oranje weer af</td>
+<td class="right bot">1697.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De handel geschokt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Engeland betaalt ruim 7,000,000 gl. aan Nederland</td>
+<td class="right bot">1689, enz.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hendrik Kasimir II sterft.&mdash;<span class="smcap">
+<span class="gesp">Johan Willem Friso</span></span> volgt
+hem in Groningen en Friesland op onder regentschap van <span class="gesp">Amalia
+van Anhalt-Dessau</span></td>
+<td class="right bot">1696-1711.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente draagt het stadhouderschap op aan Willem III.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Peter bezoekt Nederland.&mdash;Hij houdt zich eenige dagen te Zaandam
+op.&mdash;Hij timmert een schip op de werf te Amsterdam</td>
+<td class="right bot">1697.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Peter hervat het bezoek</td>
+<td class="right bot">1717.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Twee verdragen tusschen Engeland, Nederland en Lodewijk XIV
+over de landen der Spaansche kroon.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leopold sluit zich niet bij dit verdrag aan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel II sterft.&mdash;Zijn testament verklaart Philips van Anjou
+tot eenigen erfgenaam der kroon van Spanje</td>
+<td class="right bot">1 Nov. 1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips V begeeft zich naar Spanje</td>
+<td class="right bot">1701.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het <i>groote of Haagsche verbond</i>.&mdash;Leopold I, Engeland, Nederland</td>
+<td class="right bot">1701.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_237" id="Page_237">[237]</a></span>
+Frederik I van Pruisen, het Duitsche rijk, Portugal en Savoye voegen zich erbij.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem III sterft</td>
+<td class="right bot">Maart 1702.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij poogt tevergeefs Johan Willem Friso tot opvolger in zijn
+waardigheden te doen verkiezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland geven in de vergadering der Staten-Generaal
+te kennen, dat zij het voornemen hebben, de aangelegenheden
+te laten, zooals zij zijn.&mdash;De staten der overige gewesten,
+alsmede die van Drente, volgen hun voorbeeld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zaken der regeering teruggebracht op den voet van</td>
+<td class="right bot">1651.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het driemanschap: <span class="gesp">Johan Churchill</span>,
+graaf, daarna <span class="gesp">hertog van Marlborough</span>, <span class="gesp">Eugenius van Savoye</span>, Antonie
+Heinsius.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Rooke</span> en
+<span class="gesp">Callenburgh</span> nemen Gibraltar in.&mdash;Engeland
+eigent zich de stad toe</td>
+<td class="right bot">1704.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een der bevelhebbers van de krijgsbenden der Republiek is Johan
+Willem Friso.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Slag bij <span class="gesp">Ramillies</span>.&mdash;Marlborough
+verslaat <span class="gesp">Villeroi</span></td>
+<td class="right bot">1706.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Slag bij <span class="gesp">Oudenaarde</span>.&mdash;Marlborough en Eugenius verslaan
+<span class="gesp">Vend&ocirc;me</span> en <span class="gesp">den hertog van Bourgondi&euml;</span></td>
+<td class="right bot">1708.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Slag bij <span class="gesp">Malplaquet</span>.&mdash;Dezelfden
+verslaan <span class="gesp">Villars</span></td>
+<td class="right bot">1709.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk XIV wendt zich om vrede tot Heinsius</td>
+<td class="right bot">1709.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De onderhandelingen worden afgebroken.&mdash;Zij worden te Geertruidenberg
+hervat</td>
+<td class="right bot">1710.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij worden weder afgebroken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jozef I sterft.&mdash;Karel VI keizer van Duitschland</td>
+<td class="right bot">1711.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Terugroeping van Marlborough en val van het whig-ministerie.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Johan Willem Friso verdrinkt aan den Moerdijk, oud 24 jaar</td>
+<td class="right bot">1711.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn gemalin, <span class="gesp">Maria Louise</span>, brengt een zoon ter wereld, Willem
+Karel Hendrik Friso</td>
+<td class="right bot">1711.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te Utrecht</i>.&mdash;Bijeenkomst der gezanten</td>
+<td class="right bot">1712.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Philips V behoudt Spanje en de bezittingen buiten Europa.&mdash;De
+Nederlanden verwerven een voordeelig verdrag van handel en
+inkomende rechten</td>
+<td class="right bot">April 1713.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De barri&egrave;re</i>: Namen, Doornik, Meenen, Warneton, Yperen,
+Veurne, Knokke.&mdash;Dendermonde gemengd garnizoen</td>
+<td class="right bot">15 Nov. 1715.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Willem I ziet, tegen schadeloosstelling, van zijn rechten
+op Oranje af, hetwelk aan Frankrijk komt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;29.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Blik op den toestand des lands in de laatste helft der 17de
+en het begin der 18de eeuw.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Spaansche erfopvolgingsoorlog vermeerdert de schuld der Republiek
+met 350 millioen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Antonie Heinsius</span></span> wijzigt
+zijn denkbeelden naar de omstandigheden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De handel gedaald</td>
+<td class="right bot">sinds 1672.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nieuwe belastingen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De haringvisscherij neemt af</td>
+<td class="right bot">sedert 1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De walvischvangst in verval.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Noordsche compagnie</i> houdt op te bestaan</td>
+<td class="right bot">1645.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Achteruitgang der fabrieken en manufacturen</td>
+<td class="right bot">sedert 1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_238" id="Page_238">[238]</a></span>
+<span class="gesp">Johan Maatsuiker</span></td>
+<td class="right bot">1653-1678.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Portugeezen van Ceylon verdreven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Negapatnam veroverd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Palembang wordt schatplichtig.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Cornelis Speelman dwingt den vorst van Makassar tot een nadeelig
+verdrag.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan van Riebeek</span> keert uit Indi&euml; naar het vaderland terug</td>
+<td class="right bot">1648.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sticht een volkplanting aan de Kaap de goede hoop</td>
+<td class="right bot">April 1652.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Sinees <span class="gesp">Coxinga</span> valt Zelandia aan.&mdash;<span class="gesp">
+Coyet</span>.&mdash;<span class="gesp">Hambroek</span>.&mdash;Zelandia
+gaat bij verdrag over</td>
+<td class="right bot">1662.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Cornelis Speelman</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het gezag der compagnie wint velt op Ternate, Tidor en de overige
+Molukken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het Noorden van Cel&#275;bes afhankelijk van de compagnie</td>
+<td class="right bot">ongev. 1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Preanger-landen afhankelijk van de compagnie</td>
+<td class="right bot">1704.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Soerabaya afhankelijk van de compagnie</td>
+<td class="right bot">1741.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De naam &#8222;Mat&#257;ram&#8221; vervangen door die der <i>vorstendommen</i>, <i>Soerakarta</i>
+en <i>Djokjokarta</i></td>
+<td class="right bot">1755.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De sultan van Bantam staat de rechten van opperhoogheid op de
+westkust van Borneo aan de compagnie af</td>
+<td class="right bot">1778.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De compagnie doet een uitdeeling van 65 pct.</td>
+<td class="right bot">1671.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De retourvloten.</i></td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koffijboom in Ne&ecirc;rlandsch Indi&euml; gekweekt</td>
+<td class="right bot">ongev. 1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De West-Indische compagnie bekomt Berbice.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eenige Amsterdamsche kooplieden worden eigenaars van Berbice.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Essequ&#299;bo door de Zeeuwen gesticht</td>
+<td class="right bot">ongev. 1600.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Van Essequ&#299;bo gaat Demerary uit.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Beide staan onder de kamer van Zeeland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Suriname door de West-Indische compagnie ten deele aan Amsterdam
+afgestaan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal ontbinden de West-Indische compagnie</td>
+<td class="right bot">1674.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Er ontstaat een nieuwe compagnie.&mdash;50 <i>bewindhebbers</i>.&mdash;<i>De
+vergadering van tienen</i></td>
+<td class="right bot">1675.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De uitdeelingen blijven doorgaans beneden 5 pct.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De correspondenti&euml;n</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eerste verdrag van dien aard te Zierikzee</td>
+<td class="right bot">1652.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Antonides van der Goes</span>.&mdash;&#8222;<i>De
+Ystroom.</i>&#8221;&mdash;Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1684.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Justus van Effen</span>.&mdash;&#8222;<i>De
+Hollandsche Spectator.</i>&#8221;&mdash;Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1735.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Christiaan Huygens</span>, de uitvinder der slingeruurwerken,
+sterft</td>
+<td class="right bot">1695.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Herman Boerhave</span>.&mdash;Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1738.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;30.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het stadhouderschap van Willem IV.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Republiek sluit vrede met den dey van Algiers</td>
+<td class="right bot">1726.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij teekent de pragmatieke sanctie.&mdash;Karel VI heft <i>de Oost-Indische
+compagnie</i> op</td>
+<td class="right bot">1731.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Heinsius overlijdt</td>
+<td class="right bot">1720.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Simon van Slingelandt</span></td>
+<td class="right bot">1727-1736.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn ontwerpen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem Karel Hendrik Friso</span> wordt stadhouder van Groningen</td>
+<td class="right bot">1718.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt stadhouder van Drente en Gelderland</td>
+<td class="right bot">1722.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_239" id="Page_239">[239]</a></span>
+Beslissing van &#8217;t geschil over de erfenis van Willem III.&mdash;Willem
+Karel Hendrik Friso erlangt de meeste heerlijkheden,
+op Nederlands bodem gelegen.&mdash;Van Oranje behoudt hij
+niets dan den titel</td>
+<td class="right bot">1732.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij trouwt met <span class="gesp">Anna</span></td>
+<td class="right bot">1734.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij verkrijgt Dillenburg en andere streken in Nassau.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Karel VI sterft</td>
+<td class="right bot">1740.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal geven hulpgelden aan Maria Theresia.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij zenden troepen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De slag van Fontenai.&mdash;Lodewijk XV doet een inval in Staats-Vlaanderen</td>
+<td class="right bot">1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vroedschap te Veere besluit, den prins tot stadhouder te
+verkiezen</td>
+<td class="right bot">April 1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Zeeland stellen den prins tot stadhouder aan</td>
+<td class="right bot">28 April.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het volk geraakt te Rotterdam en te Delft op de been.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland benoemen den prins als stadhouder</td>
+<td class="right bot">3 Mei.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Utrecht benoemen den prins tot stadhouder</td>
+<td class="right bot">3 Mei.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal benoemen hem tot kapitein-generaal-admiraal</td>
+<td class="right bot">4 Mei.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Overijsel benoemen hem tot stadhouder</td>
+<td class="right bot">10 Mei.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins neemt zitting in den raad van state.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> IV</span></td>
+<td class="right bot">1747-1751.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal benoemen hem tot stadhouder en kapitein-generaal
+over de landen van Overmaas.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij dragen hem dezelfde waardigheden over de andere Generaliteitslanden
+op.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten der gewesten verklaren het stadhouderschap, de Staten-Generaal
+het kapitein-generaal-admiraalschap <i>erfelijk</i>, ook in
+de vrouwelijke linie</td>
+<td class="right bot">1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het opperdirecteur-gouverneurschap</i> van O. en W. Indi&euml; den prins
+door de bewindhebbers opgedragen</td>
+<td class="right bot">1749.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De pachters pachten de belastingen op de gemeene middelen voor
+een aantal maanden.&mdash;Opschuddingen hierover in Friesland,
+in Groningen, te Amsterdam.&mdash;De <i>pachterijen</i> in Friesland,
+Groningen, Utrecht en Holland afgeschaft</td>
+<td class="right bot">1748.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De collecte</i> ingesteld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overijsel houdt zich deels aan de pachterijen, deels aan de collecte.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Franschen nemen Bergen-op-Zoom bij verrassing in</td>
+<td class="right bot">1747.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te Aken</i>.&mdash;De Republiek krijgt het verlorene terug, alsmede
+de barri&egrave;re-steden, maar grootendeels geslecht</td>
+<td class="right bot">1748.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Pieter Stein</span></td>
+<td class="right bot">sedert 1749.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verzetting der wet te Amsterdam en in de meeste overige steden
+van Holland</td>
+<td class="right bot">1748.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verzetting der wet in de steden van Gelderland, Overijsel,
+Friesland en Groningen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bepaling, door Willem IV gemaakt ten gunste der fabrieken van
+zijde enz.&mdash;De staten van Holland volgen dit voorbeeld</td>
+<td class="right bot">1749.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal stellen hertog <span class="gesp">Lodewijk Ernst van
+Brunswijk Wolfenbuttel</span> als veldmaarschalk aan</td>
+<td class="right bot">1750.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem IV sterft</td>
+<td class="right bot">Oct. 1751.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><span class="pagenum"><a name="Page_240" id="Page_240">[240]</a></span><b>&sect;&nbsp;31.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het regentschap van de gouvernante Anna, de voogdij van den
+hertog van Brunswijk en het stadhouderschap van Willem V
+tot het begin van den oorlog tusschen Engeland en Nederland.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Anna</span></span> <i>gouvernante</i> en voogdes
+van Willems zoon</td>
+<td class="right bot">Oct. 1751.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt geboren</td>
+<td class="right bot">1748.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> V</span></td>
+<td class="right bot">1751-1795,<br /> overl. 1806.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hertog van Brunswijk tot vertegenwoordiger van den kapitein-generaal
+benoemd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij houdt een wakend oog op &#8217;s prinsen opvoeding.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik II staat de goederen, vroeger ge&euml;rfd, voor een groote
+som aan Willem V af</td>
+<td class="right bot">1754.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zeeoorlog tusschen Frankrijk en Engeland</td>
+<td class="right bot">1756.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Engeland wijkt in meer dan &eacute;&eacute;n opzicht af van de vroeger gesloten
+verdragen.&mdash;Het brengt een menigte Nederlandsche koopvaardijschepen
+op.&mdash;Zijn kapers.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nadeelen, den handel toegebracht door Algiers en Marokko.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Grieven tegen de gouvernante.&mdash;Zij sterft</td>
+<td class="right bot">1759.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hertog van Brunswijk voogd</td>
+<td class="right bot">1759.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Friesland beschouwt <span class="gesp">Maria
+Louise</span>, <i>Maike-Moei</i>, als regentes.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vrede van Parijs</td>
+<td class="right bot">1763.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V, 18 jaren oud, aanvaardt de hooge ambten</td>
+<td class="right bot">1766.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het opperdirecteur-gouverneurschap over de compagnie&euml;n enz. wordt
+hem opgedragen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hertog van Brunswijk door Willem V, door Holland en door
+de overige gewesten met ruim 600,000 gl. begiftigd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De akte van consulentschap</i> onderteekend door Willem V en
+den hertog</td>
+<td class="right bot">3 Mei 1766.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V trouwt met <span class="gesp">Frederika Sophia Wilhelmina</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drie kinderen uit dit huwelijk gesproten: Frederika Louise
+Wilhelmina, later gehuwd met Karel George August, erfprins
+van Brunswijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik</td>
+<td class="right bot">geboren 1772.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem George Frederik</td>
+<td class="right bot">geboren 1774.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem George Frederik, later generaal in dienst van Frans II,
+sterft</td>
+<td class="right bot">1799.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staatsgezinde partij of die der <i>patriotten</i> of <i>keezen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De partij der <i>Oranjemannen</i> of <i>Oranjeklanten</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Beklag van <span class="gesp">Yorke</span> over den
+handel, uit St. Eustatius door Nederlanders
+gedreven.&mdash;De Staten-Generaal verbieden den toevoer
+van krijgsbehoeften naar de Amerikaansche volkplantingen</td>
+<td class="right bot">1775.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De sluikhandel wordt niet gestaakt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oorlog tusschen Engeland en Frankrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frankrijk sluit een handelsverdrag en verbond met de Vereenigde
+Staten van Noord-Amerika</td>
+<td class="right bot">1778.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Mededeeling van <span class="gesp">William Lee</span> aan
+<span class="gesp">Jan de Neufville</span> te Aken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een ontwerp-verdrag opgesteld door de Neufville en door Lee</td>
+<td class="right bot">1778.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Henry Laurens</span> president van het congres der Amerikaansche
+staten</td>
+<td class="right bot">1777.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij vertrekt van Philadelphia naar Nederland.&mdash;Het schip bij
+New-Foundland genomen door een Engelsch fregat.&mdash;De in
+zee geworpen doos opgevischt</td>
+<td class="right bot">10 Sept. 1780.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_241" id="Page_241">[241]</a></span>
+Rusland, Zweden en Denemarken sluiten <i>het stelsel eener gewapende onzijdigheid</i></td>
+<td class="right bot">1780.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal besluiten toe te treden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nederlands gezanten te Petersburg onderteekenen het verdrag.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Republiek verzendt haar brieven ter kennisgeving van de aansluiting
+aan de Noordsche mogendheden.&mdash;Engeland verklaart
+den oorlog aan de Zeven Gewesten</td>
+<td class="right bot">1780.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;32.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De oorlog van Engeland en Nederland.&mdash;De geschillen der
+Republiek met Jozef II.&mdash;De binnenlandsche oneenigheden
+en de komst der Pruisen.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">200 koopvaardijschepen, met een waarde van 15,000,000 gl., in
+de Engelsche havens opgebracht</td>
+<td class="right bot">Jan. 1781.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">St. Eustatius en de kust van Guin&#275;a vallen in handen der Engelschen.&mdash;Berbice,
+Demerary en Essequ&#299;bo stellen zich onder
+hun hoede.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Franschen hernemen St. Eustatius en geven het aan de Staten-Generaal
+terug</td>
+<td class="right bot">1781.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij heroveren Berbice, Demerary en Essequ&#299;bo en nemen ze in bewaring</td>
+<td class="right bot">1782.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Engeland bemachtigt Negapatnam.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal verleenen een konvooi aan een aantal koopvaarders.&mdash;
+<span class="gesp">Johan Arnold Zoutman</span> met 15 oorlogschepen.&mdash;Slag
+met zeven schepen aan weerszijden tegen <span class="gesp">Hyde
+Parker</span> bij <span class="gesp">Doggersbank</span>.&mdash;De Engelschen deinzen het
+eerst af</td>
+<td class="right bot">5 Aug. 1781.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vrede van Versailles</td>
+<td class="right bot">Jan. 1783.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te Parijs</i>.&mdash;Negapatnam komt aan Engeland</td>
+<td class="right bot">Mei 1784.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Jozef II verlangt, dat de Staten-Generaal de steden der barri&egrave;re
+ontruimen.&mdash;Het gebeurt</td>
+<td class="right bot">1781.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nieuwe geschillen tusschen Jozef II en de Staten-Generaal over
+de opening van de Schelde</td>
+<td class="right bot">1783.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een oorlogschip onder Oostenrijksche vlag wil zich onttrekken aan
+het onderzoek van den uitlegger.&mdash;Het wordt genomen, maar
+kort daarna weder ontslagen</td>
+<td class="right bot">1784.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De keizer laat een leger naar de grenzen der Republiek oprukken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vrede te Fontainebleau</i>.&mdash;Lillo en Liefkenshoek aan Jozef afgestaan
+en een som van 9<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen aan hem uitgekeerd.&mdash;Frankrijk
+neemt 4<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen voor zijn rekening</td>
+<td class="right bot">1785.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het geheim van &#8217;t bestaan der akte van consulentschap wordt verbroken.&mdash;&#8222;De
+dikke hertog&#8221; gaat heen</td>
+<td class="right bot">1784.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Exercitie-genootschappen</i> of <i>vrijkorpsen</i></td>
+<td class="right bot">1783.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten van Holland verbieden het dragen of roepen van Oranje</td>
+<td class="right bot">Febr. 1785.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een burger van &#8217;s Gravenhage door een lid van een exercitie-genootschap
+gewond</td>
+<td class="right bot">Sept.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland beperken het gezag van den kapitein-generaal
+van &#8217;t gewest.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins verlaat met zijn gezin &#8217;s Gravenhage</td>
+<td class="right bot">1785.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij vestigt zich op het Loo, later te Nijmegen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geschillen te Elburg en te Hattem.&mdash;De staten van Gelderland gelasten
+den stadhouder, krijgsvolk naar Hattem en Elburg te doen
+oprukken en bezetting in die steden te leggen.&mdash;Vele regeeringsleden
+<span class="pagenum"><a name="Page_242" id="Page_242">[242]</a></span>en inwoners dezer steden vluchten naar Kampen of elders</td>
+<td class="right bot">1786.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zware vonnissen geveld tegen de hoofdpersonen der beweging.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland schorsen den kapitein-generaal van hun gewest
+in dit ambt en ontheffen den raadpensionaris van de verplichting,
+in gemeenschappelijk overleg met den stadhouder
+te handelen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Er is oneenigheid tusschen de Staten-Generaal en de staten van
+Holland, oneenigheid tusschen deze en die van Gelderland.&mdash;De
+stadhouder vergeleken bij een Nero en Alva.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De patriotten rekenen op Frankrijk, de stadhouderlijke partij op Engeland of Pruisen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staten van Holland dragen de verdediging van hun gewest aan
+<i>een commissie van defensie</i>, uit vijf personen bestaande, op, die
+te Woerden zetelt.&mdash;<i>Het vliegend legertje</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prinses gaat van Nijmegen op reis naar &#8217;s Gravenhage.&mdash;Bij
+<i>de Goejanverwellesluis</i> verzoekt haar de commissie van defensie,
+niet verder te gaan</td>
+<td class="right bot">Juni 1787.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frederik Willem II eischt een schitterende voldoening.&mdash;Tevergeefs.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Karel Willem Ferdinand</span>, regeerend hertog van Brunswijk-Wolfenbuttel,
+rukt met een leger van ongeveer 20,000 man de
+Nederlanden binnen.&mdash;De Pruisen bezetten de stad Utrecht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Amsterdam geeft zich over</td>
+<td class="right bot">1787.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De wet alom door den stadhouder verzet.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Laurens Pieter van de Spiegel</span> raadpensionaris</td>
+<td class="right bot">1787.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De zegevierende partij neemt op vele plaatsen wraak op de patriotten.&mdash;De
+Pruisen staan haar hierbij ten dienste.&mdash;In sommige
+provinci&euml;n een amnestie met vele uitzonderingen afgekondigd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Duizenden uitgewekenen vestigen zich in de Zuidelijke Nederlanden
+en in Frankrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;33.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De val der Republiek.&mdash;Blik op den toestand des lands.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Pruisen verlaten, met een vrij grooten buit beladen, de Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1788.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Republiek sluit een verdedigend verbond met Engeland en met
+Pruisen, waarbij deze mogendheden het erfstadhouderschap waarborgen</td>
+<td class="right bot">1788.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik treedt in het huwelijk met <span class="gesp">Frederika Louise
+Wilhelmina</span></td>
+<td class="right bot">1791.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik George Lodewijk geboren</td>
+<td class="right bot">1792.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik Karel geboren</td>
+<td class="right bot">1797.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Marianne geboren</td>
+<td class="right bot">1809.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De tweedracht duurt voort.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Eenige hervormingen in &#8217;t financiewezen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Frankrijk geraakt in oorlog met Pruisen en Oostenrijk</td>
+<td class="right bot">April 1792.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De patriotten sporen de nationale conventie aan, haar beginselen
+op de Nederlandsche Republiek te gaan toepassen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De conventie verklaart den oorlog aan den koning van Engeland
+en aan den stadhouder der Vereenigde Nederlanden</td>
+<td class="right bot">1 Febr. 1793.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dumouriez, geleid door <span class="gesp">Hendrik Willem Daendels</span>, trekt
+de grenzen van Nederland over.&mdash;Hij neemt eenige vestingen,
+doch moet terugtrekken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Zuidelijke Nederlanden bij den vrede van Campo Formio aan
+Frankrijk afgestaan</td>
+<td class="right bot">1797.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_243" id="Page_243">[243]</a></span>
+De koning van Pruisen zendt geen troepen naar de Zuidelijke Nederlanden.&mdash;Strijd
+van <span class="gesp">Willem Frederik</span> en <span class="gesp">Frederik</span>
+tegen de Franschen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bondgenooten verliezen den slag bij Fleurus</td>
+<td class="right bot">1794.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Val van het schrikbewind.&mdash;De regeering van Frankrijk helt
+tot den vrede over.&mdash;Daendels.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Pichegru</span> en Daendels rukken Nederland binnen</td>
+<td class="right bot">Dec. 1794 en Jan. 1795.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V scheept zich met zijn gezin in</td>
+<td class="right bot">18 Jan. 1795.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij gaat naar Engeland en blijft er</td>
+<td class="right bot">tot 1800.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verzwakking der zeemacht van Nederland</td>
+<td class="right bot">sinds 1750.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Adriaan Valkenier</span></td>
+<td class="right bot">1737-1741.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Gevechten nabij Batavia tusschen de Nederlanders en de Sineezen,
+waarin de laatsten worden verslagen</td>
+<td class="right bot">8 Oct. 1740.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Volgens besluit van den raad van Indi&euml; heeft <i>de moord der Sineezen</i>
+plaats.&mdash;Ruim 10,000 van hen vallen</td>
+<td class="right bot">9 Oct.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Gustaaf Willem baron van Imhoff</span></td>
+<td class="right bot">1741.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij is de stichter van <i>Buitenzorg</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Achteruitgang der Oost-Indische compagnie.&mdash;Zij sluit elk jaar
+haar boeken met een tekort van eenige millioenen</td>
+<td class="right bot">sinds ongev. 1750.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De uitdeelingen beloopen 20 tot 12<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> pct.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vrijstelling van de vaart verleend ten opzichte van sommige
+plaatsen der West-Indische compagnie</td>
+<td class="right bot">1600-1700.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dezelfde vergunning gegeven ten aanzien van de kust van Guin&#275;a,
+Essequ&#299;bo en Demerary</td>
+<td class="right bot">1700-1800.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Cornelis Janssen</span>, hoogleeraar te Leuven, later bisschop te
+Yperen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1638.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn werk <i>August&#299;nus</i> komt uit</td>
+<td class="right bot">1640.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Rome verbiedt het.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Jansenisten</i> benoemen hun eersten aartsbisschop, die te Utrecht
+zetelt</td>
+<td class="right bot">1723.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Herrenhutters</i> vestigen zich te Zeist</td>
+<td class="right bot">1746.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan Nieuwenhuizen</span> sticht <i>de Maatschappij tot Nut van &#8217;t
+Algemeen</i></td>
+<td class="right bot">1784.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem van Haren</span>.&mdash;<i>De Friso</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Onno Zwier van Haren</span>.&mdash;<i>De Geuzen</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Elizabeth Bekker</span>, eerst getrouwd met Wolff, woont later
+tezamen met <span class="gesp">Agatha Deken</span>.&mdash;<i>Sara Burgerhart</i>.&mdash;<i>Willem
+Levend</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij verlaten het vaderland</td>
+<td class="right bot">1787.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan Wagenaar</span> eerste klerk ter secretarie te Amsterdam</td>
+<td class="right bot">1760.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1773.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Vaderlandsche Historie</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;34.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De Bataafsche Republiek en het koninkrijk Holland.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Een comit&eacute; tot de zaken van den Oost-Indischen handel en bezittingen</i>
+ingesteld.&mdash;<i>Een comit&eacute; tot de zaken van de koloni&euml;n en
+bezittingen in Afrika en Amerika</i> ingesteld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het Haagsche verdrag</i>.&mdash;<i>De Bataafsche Republiek</i> betaalt
+100,000,000 gl., staat Maastricht, Venlo en Staats-Vlaanderen
+af en laat Fransche bezetting in Vlissingen toe.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een der geheime artikels: een leger van 25,000 man Franschen
+zal worden bezoldigd, gekleed en gevoed.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De assignaten</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_244" id="Page_244">[244]</a></span>
+Groot-Britanni&euml; legt <i>embargo</i> op Ne&ecirc;rlands schepen</td>
+<td class="right bot">v&oacute;&oacute;r 16 Mei 1795.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het verklaart den oorlog aan de Bataafsche Republiek</td>
+<td class="right bot">Sept.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Java is de eenige bezitting, die Nederland behoudt</td>
+<td class="right bot">1801.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De nationale vergadering</i> komt bijeen</td>
+<td class="right bot">1 Maart 1796.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Staten-Generaal ontbonden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Twee partijen, <i>de unitarissen</i>, als Pieter Vreede, Gogel, Schimmelpenninck,
+en <i>de foederalisten</i>, als Vitringa.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De tweede nationale vergadering geopend</td>
+<td class="right bot">1 Sept. 1797.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Coup d&#8217;&eacute;tat</i> van Daendels en anderen</td>
+<td class="right bot">22 Jan. 1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De constitueerende vergadering, representeerende het Bataafsche
+volk</i>.&mdash;Zij stelt het ontwerp eener grondwet op</td>
+<td class="right bot">Maart 1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Stemming.&mdash;Het ontwerp wordt aangenomen</td>
+<td class="right bot">April.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hoofdinhoud der staatsregeling, afgekondigd</td>
+<td class="right bot">1 Mei 1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De oppermacht berust bij het vertegenwoordigend lichaam.&mdash;Het
+bestaat uit <i>twee kamers</i>.&mdash;Het heeft de wetgevende, <i>vijf directeuren</i>
+de uitvoerende macht.&mdash;<i>Acht departementen</i>, b. v. dat
+van de Eems.&mdash;Er zal &eacute;&eacute;n algemeene kas voor de geldmiddelen
+zijn.&mdash;<i>De amalgame</i>.&mdash;Scheiding van kerk en staat.&mdash;Bezoldiging
+van de leeraren en dienaars der hervormde kerk uit
+&#8217;s lands kas.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Afschaffing van de pijnbank.&mdash;Het Gemeenebest &eacute;&eacute;n en ondeelbaar
+verklaard.&mdash;Volkomen gelijkstelling van allen voor de
+wet.&mdash;Alle heerlijke rechten en wat verder van het leenstelsel
+afkomstig is vernietigd</td>
+<td class="right bot">1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Landing van <span class="gesp">Frederik, hertog van York</span></td>
+<td class="right bot">Aug. 1799.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Daendels</span> wijkt.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vijand wordt door <span class="gesp">Brune</span>
+en Daendels bij <span class="gesp">Bergen</span> verslagen</td>
+<td class="right bot">19 Sept.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt door hen bij <span class="gesp">Castricum</span> verslagen</td>
+<td class="right bot">6 Oct.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De erfprins van Oranje vertoeft te Alkmaar.&mdash;Hij keert naar
+Engeland terug.&mdash;Hij gaat naar Brunswijk</td>
+<td class="right bot">1800.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon knoopt met de meerderheid der directeuren onderhandelingen
+aan.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De meerderheid van &#8217;t uitvoerend bewind roept het volk tot de
+stemming op</td>
+<td class="right bot">1 Oct. 1801.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De staatsregeling wordt aangenomen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Inhoud der <i>staatsregeling</i></td>
+<td class="right bot">van 1801.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Aan &#8217;t hoofd der Republiek staat een <i>staatsbewind</i> van twaalf personen
+met een <i>wetgevend lichaam</i>.&mdash;Groot gezag van het staatsbewind.&mdash;Namen
+der departementen: Holland, Zeeland, Brabant,
+Overijsel, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De algemeene vrede te Ami&euml;ns</i>.&mdash;<span class="gesp">Rutger
+Jan Schimmelpenninck</span>.&mdash;Engeland
+geeft de Republiek al haar volkplantingen
+terug, uitgezonderd Ceylon.&mdash;De schadeloosstelling voor het huis
+van Oranje-Nassau zal niet ten laste komen der Republiek</td>
+<td class="right bot">Maart 1802.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De schadeloosstelling bestaat uit Fulda en eenige andere streken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V staat deze landen aan zijn oudsten zoon af</td>
+<td class="right bot">1803.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem V sterft</td>
+<td class="right bot">1806.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon ontneemt Willems zoon deze staten</td>
+<td class="right bot">1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon verklaart Groot-Britanni&euml; den oorlog</td>
+<td class="right bot">1803.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Engeland herneemt bijna alle buitenlandsche bezittingen van Nederland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nederland levert den consul troepen, schepen en millioenen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon wordt keizer.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Schimmelpenninck moet een nieuwe grondwet opstellen</td>
+<td class="right bot">1805.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_245" id="Page_245">[245]</a></span>
+Het ontwerp wordt door Napoleon en het volk goedgekeurd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De derde staatsregeling</i></td>
+<td class="right bot">1805.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Rutger Jan Schimmelpenninck</span>
+<i>raadpensionaris</i>.&mdash;<i>Wetgevend
+lichaam</i> van 19 leden.&mdash;Een <i>staatsraad</i> van zeven leden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Drente <i>als landschap</i> aan de acht departementen toegevoegd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Algemeene belastingen ingevoegd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wet op het lager onderwijs van Schimmelpenninck</td>
+<td class="right bot">3 April 1806.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Vierde staatsregeling</i></td>
+<td class="right bot">Juni 1806.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">lodewijk napoleon</span></span> <i>koning
+van Holland</i>.&mdash;<i>Wetgevend lichaam</i>
+van 39 leden.&mdash;<i>Staatsraad</i> van 13 leden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nederlandsche krijgslieden strijden mede</td>
+<td class="right bot">1806, 1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vrede van Tilsit.&mdash;Jever en Oost-Friesland, tegen den afstand
+van Vlissingen en de tafel dezer stad, met Holland vereenigd</td>
+<td class="right bot">1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het koninkrijk in tien departementen verdeeld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oost-Friesland wordt een elfde departement</td>
+<td class="right bot">1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ramp te Leiden.&mdash;Het Rapenburg in puin.&mdash;Meer dan 200
+huizen omvergeworpen, honderden beschadigd.&mdash;De koning
+stelt op alles orde.&mdash;152 menschen komen om</td>
+<td class="right bot">12 Jan. 1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het continentaal-stelsel</i></td>
+<td class="right bot">1806.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verscherping van &#8217;t besluit.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een Engelsche vloot steekt in zee</td>
+<td class="right bot">Juli 1809.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Walcheren, Schouwen en Duiveland veroverd.&mdash;De vijand ontruimt
+Zeeland</td>
+<td class="right bot">1809.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag tusschen Napoleon en Lodewijk.&mdash;Zeeland, Brabant,
+een gedeelte van Gelderland en een klein deel van Holland
+komen aan Frankrijk</td>
+<td class="right bot">Maart 1810.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon zendt nieuwe troepen en <i>douaniers</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk wil Amsterdam tot het uiterste verdedigen.&mdash;Hij doet
+afstand van de kroon ten behoeve van zijn tweeden, toen oudsten,
+zoon Lodewijk Napoleon, onder regentschap van Hortensia.&mdash;Hij
+verlaat heimelijk het paviljoen bij Haarlem</td>
+<td class="right bot">1 Juli 1810.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij gaat naar Bohemen.&mdash;Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1846.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ministers van Lodewijk: <span class="gesp">Karel
+Hendrik Verhuell</span>, <span class="gesp">van
+Maanen</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Bataafsche Republiek neemt alle bezittingen en schulden der
+gewezen Oost-Indische compagnie over</td>
+<td class="right bot">1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het oppergezag komt aan het uitvoerend bewind</td>
+<td class="right bot">1798.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het komt aan het staatsbewind</td>
+<td class="right bot">1801.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het bestuur in handen gesteld van <i>den raad der Aziatische</i> bezittingen,
+dat van West-Indi&euml; opgedragen aan <i>den raad der Amerikaansche
+koloni&euml;n</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lodewijk benoemt <span class="gesp">Daendels</span>
+tot gouverneur-generaal van Indi&euml;</td>
+<td class="right bot">Jan. 1807.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;35.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Nederland bij het keizerrijk ingelijfd.&mdash;Het herkrijgt zijn
+onafhankelijkheid.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Inlijving van het koninkrijk Holland bij Frankrijk</td>
+<td class="right bot">9 Juli 1810.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Charles Fran&ccedil;ois Lebrun, hertog van Plaisance</span>, wordt
+<i>luitenant-generaal</i>.&mdash;Amsterdam de derde stad van het keizerrijk.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het code Napoleon</i> ingevoerd.&mdash;De renten der staatsschuld <i>getierceerd</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De departementen worden Fransche departementen met <i>prefecten</i>.&mdash;Hunne
+namen: Zuiderzee, Bouches de l&#8217;Escaut, Ems-Occidental.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Maires</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De conscriptie</i> ingevoerd</td>
+<td class="right bot">1811.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_246" id="Page_246">[246]</a></span>
+Het besluit wordt uitgestrekt tot de laatste drie jaren.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De Celles</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De censuur.&mdash;&#8217;t Verbranden van Engelsch fabriekgoed te Rotterdam,
+Groningen, enz. somtijds voor een waarde van een half
+millioen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bevolking van Amsterdam neemt bij duizenden af.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De politie.&mdash;Het onderwijs.&mdash;Taal en letterkunde.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hoogescholen van Leiden en Groningen blijven in wezen.&mdash;De
+overige worden hoogescholen van den tweeden rang of worden
+opgeheven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Engelschen veroveren Java en de overige volkplantingen</td>
+<td class="right bot">1811.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nederlandsche vlag blijft op Desima waaien.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overtocht over de Berezina</td>
+<td class="right bot">1812.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon stelt <i>de garde d&#8217;honneur</i> in.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De inlijving doet Nederland een stelsel van algemeene wetgeving
+deelachtig worden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Johan Melchior Kemper</span>
+en <span class="gesp">Anton Reinhard Falck</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bijeenkomst van <span class="gesp">Gijsbert
+Karel van Hogendorp</span>, <span class="gesp">van der
+Duyn van Maasdam</span>, den <span class="gesp">graaf van Stirum</span> en drie andere
+mannen te &#8217;s Gravenhage.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De slag bij Leipzig.&mdash;De zes Haagsche bondgenooten nemen
+eenige voorbereidende maatregelen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Fransche troepen ontruimen Amsterdam en gaan naar Utrecht</td>
+<td class="right bot">14 Nov. 1813.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De gouverneur-generaal en de andere ambtenaren volgen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De bevolking van Amsterdam geraakt op de been en keert zich
+tegen de wachthuizen der tolbeambten, enz.</td>
+<td class="right bot">15 Nov.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een zeker aantal der aanzienlijkste ingezetenen neemt het bestuur
+der stad voorloopig op zich.&mdash;Falck.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De graaf van Stirum en de zonen van van Hogendorp vertoonen
+zich met de oranje-kokarde.&mdash;De graaf van Stirum aanvaardt
+de betrekking van gouverneur van den Haag</td>
+<td class="right bot">17 Nov.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Amsterdam volhardt bij zijn onzijdige houding.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Te Amsterdam komt hierin een verandering</td>
+<td class="right bot">24 Nov.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Rotterdam en andere steden treden insgelijks toe.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Woerden door de Franschen overvallen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins landt op den vaderlandschen bodem</td>
+<td class="right bot">30 Nov.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins neemt de waardigheid van <i>souvereine vorst</i> aan, onder
+voorbehoud eener grondwet</td>
+<td class="right bot">2 Dec.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De vijand ontruimt de andere gewesten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Engelschen dragen tot de bevrijding van Zeeland bij</td>
+<td class="right bot">1814.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">B&uuml;low en de kozakken doen het in Gelderland, Overijsel, Groningen
+en Friesland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Op last van Lodewijk XVIII wijkt Verhuell uit den Helder</td>
+<td class="right bot">4 Mei 1814.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nederlanders herwinnen Delfzijl</td>
+<td class="right bot">23 Mei</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De souvereine vorst benoemt een commissie ter samenstelling eener
+grondwet</td>
+<td class="right bot">21 Dec.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Van Hogendorp</span> voorzitter dezer commissie.&mdash;Zijn schets.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het ontwerp der grondwet is gereed</td>
+<td class="right bot">2 Maart 1814.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">600 <i>notabelen</i> benoemd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">474 dezer notabelen stemmen met <i>voor</i> of <i>tegen</i> over dit ontwerp
+in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.&mdash;Een overgroote meerderheid
+is ervoor</td>
+<td class="right bot">29 Maart 1814.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Inhuldiging van den vorst in de Nieuwe Kerk</td>
+<td class="right bot">30 Maart.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Inhoud der <i>vijfde grondwet</i>.&mdash;Vrijheid van godsdienst, gelijkheid
+<span class="pagenum"><a name="Page_247" id="Page_247">[247]</a></span>
+voor de wet, onafhankelijkheid der rechterlijke macht.&mdash;Negen
+provinci&euml;n: Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland,
+Overijsel, Drente, Groningen, Friesland, Brabant.&mdash;Texel,
+Vlieland, Terschelling, Wieringen, Urk en Marken behooren
+tot Holland, Schokland tot Overijsel, Ameland en Schiermonnikoog
+tot Friesland, Rottum tot Groningen.&mdash;&Eacute;&eacute;n kamer van
+volksvertegenwoordigers, groot 55 leden, te benoemen door de
+staten der provinci&euml;n.&mdash;De leden der Staten-Generaal stemmen
+zonder last of ruggespraak.&mdash;De provinciale staten bestaan uit
+leden der ridderschap en van de stedelijke raden.&mdash;Deze leden
+gekozen door kiezers.&mdash;De gouverneurs.&mdash;De godsdienst van
+den vorst is de hervormde.&mdash;Gerechtshoven.&mdash;Een hooge
+raad.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag met Engeland.&mdash;Nederland herkrijgt de volkplantingen,
+die het op den 1sten Jan. 1803 heeft bezeten, met uitzondering
+van de Kaap de goede hoop, Demerary, Essequ&#299;bo en
+Berbice</td>
+<td class="right bot">Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon landt bij Cannes</td>
+<td class="right bot">1 Maart 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik aanvaardt de koninklijke waardigheid over Noord- en
+Zuid-Nederland, alsmede over Luik</td>
+<td class="right bot">16 Maart.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdragen met Engeland, Oostenrijk, Rusland en Pruisen.&mdash;Het
+koninkrijk der Nederlanden opgericht.&mdash;Luxemburg, als <i>groothertogdom</i>,
+aan Willem afgestaan.&mdash;Willem doet afstand van
+de Nassausche vorstendommen, alsmede van hetgeen men in
+1803 aan zijn huis heeft toegekend.&mdash;Luxemburg blijft een
+der staten van den Duitschen bond uitmaken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon heeft ongeveer 160,000 man onder de wapens.&mdash;Het
+leger der Engelschen en der Nederlanders, onder <span class="gesp">den hertog
+van Wellington</span>, en dat der Pruisen, onder <span class="gesp">Bl&uuml;cher</span>,
+tellen nagenoeg 230,000 man.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bl&uuml;cher verliest den slag bij <span class="gesp">Ligny</span></td>
+<td class="right bot">16 Juni</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ontmoeting bij <span class="gesp">Quatre-Bras</span>.&mdash;<span class="gesp">De
+prins van Oranje</span> dringt
+Ney terug.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Veldslag bij <span class="gesp">Waterloo</span>.&mdash;Verschijning
+van B&uuml;low, enz.&mdash;De
+erfprins gewond</td>
+<td class="right bot">18 Juni.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Napoleon bewoont St. Helena</td>
+<td class="right bot">sinds 16 Oct.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">Willem</span> I</span></td>
+<td class="right bot">1815-1840, overl. 1843.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij benoemt een commissie ter wijziging van de grondwet.&mdash;Hij
+verleent zijn oudsten zoon den titel &#8222;prins van Oranje.&#8221;&mdash;De
+grondwet van 1815 bekrachtigt dit.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De commissie voltooit haar werk</td>
+<td class="right bot">Juli 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De 110 leden der Staten-Generaal van &#8217;t Noorden nemen het ontwerp
+eenparig aan</td>
+<td class="right bot">Aug. 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">1603 notabelen in het Zuiden bijeengeroepen.&mdash;<span class="gesp">Maurice Jean
+Magdeleine de Broglio</span> verklaart zich tegen het ontwerp.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De meerderheid dier 1603 keurt het af.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koning verklaart de grondwet voor aangenomen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De zesde grondwet</i>.&mdash;Wijzigingen, door haar in de vorige gemaakt:
+opheffing van &#8217;t artikel, rakende den godsdienst van den
+koning; <i>Eerste Kamer</i> van 40 tot 60 leden, door den koning
+voor hun leven te benoemen; <i>de Tweede Kamer</i> zal uit 110 leden
+bestaan en in &#8217;t openbaar beraadslagen; de landelijke stand wordt
+vertegenwoordigd in de staten der provinci&euml;n; vrijheid van drukpers;
+het koninkrijk zal uit zeventien gewesten bestaan; Luxemburg
+zendt ook vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal.&mdash;<span class="pagenum"><a name="Page_248" id="Page_248">[248]</a></span>De
+zeventien gewesten: behalve de negen, Zuid-Brabant, Limburg,
+Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen,
+Namen, Antwerpen.&mdash;Brabant wordt Noord-Brabant.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Tweede vrede van Parijs.&mdash;Nederland krijgt eenige landstreken,
+welke gehecht worden aan Henegouwen, Namen en Luxemburg.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;36.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Het koninkrijk der Nederlanden tot den opstand van Belgi&euml;.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De militaire Willemsorde</i> ingesteld</td>
+<td class="right bot">April 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De ridderorde van den Nederlandschen Leeuw</i></td>
+<td class="right bot">29 Sept. 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De prins van Oranje trouwt met <span class="gesp">Anna Paulowna</span></td>
+<td class="right bot">1816.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uit &#8217;s prinsen huwelijk spruiten o. a.: Willem Alexander Paul Frederik
+Lodewijk</td>
+<td class="right bot">geboren 1817.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem Frederik Hendrik of prins Hendrik, tijdens zijn leven
+luitenant-admiraal en stedehouder in Luxemburg</td>
+<td class="right bot">geboren 1820.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">Jan. 1879.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wilhelmina Maria Sophia Louise of prinses Sophia</td>
+<td class="right bot">geboren 1824.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij trouwt met Karel Alexander Augustus</td>
+<td class="right bot">Jan 1842.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt groothertog van Saksen-Weimar-Eisenach</td>
+<td class="right bot">1853.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Prins <span class="gesp">Frederik</span> der
+<span class="gesp">Nederlanden</span> trouwt met Louise Augusta
+Wilhelmina Amalia</td>
+<td class="right bot">1825.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Lord <span class="gesp">Exmouth</span> en
+<span class="gesp">Theodoor Frederik baron van de Capellen</span>
+bombardeeren Algiers.&mdash;Verdrag met den dey van Algiers.&mdash;Meer
+dan 1000 Christenslaven in vrijheid gesteld</td>
+<td class="right bot">Aug. 1816.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het koninkrijk der Nederlanden geraakt in &#8217;t bezit zijner Oost- en
+West-Indische koloni&euml;n.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het staande leger bestaat uit vrijwilligers, de nationale militie uit
+vrijwilligers en uit lieden, door de loting hiertoe verplicht.&mdash;De
+militie komt &eacute;&eacute;n maand in &#8217;t jaar onder de wapens.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Utrecht krijgt een veeartsenijschool, Seraing een fabriek voor machines.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De slavenhandel afgeschaft</td>
+<td class="right bot">1818.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Straatwegen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Spoorweg</i> van Haarlem naar Amsterdam geopend</td>
+<td class="right bot">24 Sept. 1839.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem I laat het &#8222;Nieuwe Diep&#8221; aanleggen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het Noord-Hollandsche Kanaal</i> voltooid</td>
+<td class="right bot">1825.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het Apeldoornsche Kanaal</i></td>
+<td class="right bot">1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Zuid-Willemsvaart</i> begonnen</td>
+<td class="right bot">1822.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Dedemsvaart</i>.&mdash;<span class="gesp">De baron van Dedem</span></td>
+<td class="right bot">overl. 1851.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een ontwerp ter droogmaking van &#8217;t Haarlemmermeer door de
+Tweede Kamer der Staten-Generaal verworpen</td>
+<td class="right bot">1838.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Normaalscholen en modelscholen ten koste van de staatskas opgericht.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het hooger-onderwijs voor het Noorden bij besluit geregeld</td>
+<td class="right bot">2 Aug. 1815.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het hooger-onderwijs voor het Zuiden bij besluit geregeld</td>
+<td class="right bot">25 Sept. 1816.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De hoogescholen van Leiden, Utrecht, Groningen en Leuven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Academi&euml;n gesticht te Gent en te Luik.&mdash;Harderwijk en Franeker
+worden rijks-athenae&euml;n.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Harderwijk opgeheven</td>
+<td class="right bot">1817.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Franeker opgeheven</td>
+<td class="right bot">1843.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De militaire academie te Breda.&mdash;Het instituut voor de marine
+te Medemblik (thans te Nieuwe Diep).</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Regeling der protestantsche kerkgenootschappen</td>
+<td class="right bot">1816.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Nieuwe Nederlandsche wetgeving ingevoerd</td>
+<td class="right bot">1 Oct. 1838.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De Maatschappij van weldadigheid</i> gesticht</td>
+<td class="right bot">1821.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koloni&euml;n Frederiksoord, Veenhuizen, Ommerschans.&mdash;<span class="gesp">Johannes
+van den Bosch</span>.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_249" id="Page_249">[249]</a></span>
+<i>De Nederlandsche Handelmaatschappij</i> opgericht</td>
+<td class="right bot">1824.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Oost-Indische bezittingen: de factorij op Desima, Java, de
+kleine Soenda-eilanden, Sum&#257;tra ten deele, Borneo ten deele,
+Cel&#275;bes, de Molukken, Banka, de Riouwsche eilanden, Malakka.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Verdrag met Engeland.&mdash;Malakka aan dit rijk afgestaan tegen
+hetgeen het op Sum&#257;tra bezit en tegen Billiton</td>
+<td class="right bot">1824.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Daendels gaat, als gouverneur-generaal, naar de kust van Guin&#275;a
+en overlijdt er.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Godard Alexander Gerard Philips baron van de Capellen</span>
+gouverneur-generaal der Oost-Indische bezittingen</td>
+<td class="right bot">1816.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Opstand van <span class="gesp">Diepo Negoro</span> in Djokjokarta</td>
+<td class="right bot">1826.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Diepo Negoro gevangen genomen.&mdash;De opstand gedempt</td>
+<td class="right bot">1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Van de Capellen teruggeroepen.&mdash;<span class="gesp">Johannes van den Bosch</span></td>
+<td class="right bot">1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het cultuurstelsel</i>.&mdash;<i>De baten</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Van den Bosch keert naar het vaderland terug</td>
+<td class="right bot">1833.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij wordt graaf en sterft</td>
+<td class="right bot">1844.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vergunning, gegeven aan de leden der Staten-Generaal, om, bij
+het afleggen van den eed, zoodanig voorbehoud te nemen, als
+het geweten hun voorschrijft.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geschrift van de Broglio en de overige bisschoppen.&mdash;Hij wordt
+door het gerechtshof te Brussel tot deportatie veroordeeld</td>
+<td class="right bot">1817.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij vlucht.&mdash;De naam van den bisschop tegelijk met twee zware
+misdadigers ten toon gesteld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Besluit omtrent de taal</td>
+<td class="right bot">1819.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het zal van kracht zijn</td>
+<td class="right bot">1823.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Geen vijfde deel van de officieren van het leger zijn Belgen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De schuldenlast.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Besluit omtrent <i>het collegium philosophicum</i>, te Leuven te vestigen,</td>
+<td class="right bot">14 Juni 1825.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Besluit om het laten onderwijzen der kinderen buiten &#8217;s lands te
+belemmeren.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De &#8222;liberale&#8221; of &#8222;vrijzinnige&#8221; Franschgezinde partij.&mdash;Zij wenscht
+geheele vrijheid van drukpers en van onderwijs.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zij vereenigt zich met die der geestelijken.&mdash;Verzoekschriften.&mdash;De
+Tweede Kamer der Staten-Generaal als in twee vijandelijke
+legerplaatsen verdeeld.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Stelsel des konings.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De unie tusschen de beide partijen in Belgi&euml;</td>
+<td class="right bot">1828.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem I sluit een concordaat met <span class="gesp">Leo</span> XII</td>
+<td class="right bot">1827.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De verplichting van &#8217;t bijwonen der lessen van &#8217;t collegium opgeheven.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De beperkende bepalingen nopens het gebruik der landstaal ingetrokken.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Potter en anderen veroordeeld tot een zeker aantal jaren ballingschap.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Omwenteling in Frankrijk.&mdash;Karel X van den troon gestooten</td>
+<td class="right bot">27-29 Juli 1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;37.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>De opstand van Belgi&euml; en het koninkrijk der Nederlanden
+sedert 1830.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">In den schouwburg te Brussel wordt de &#8222;muette de Portici&#8221; gegeven</td>
+<td class="right bot">25 Aug. 1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Volkshoopen scholen samen.&mdash;Plundering</td>
+<td class="right bot">25 Aug., 10 uur &#8217;s avonds.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Oprichting eener gewapende burgermacht, die de Brabantsche kleuren
+aanneemt</td>
+<td class="right bot">27 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_250" id="Page_250">[250]</a></span>
+Oproer te Luik, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koning roept de Staten-Generaal buitengewoon op te &#8217;s Gravenhage.&mdash;De
+prins van Oranje en prins Frederik krijgen bevel,
+naar Brussel op te trekken</td>
+<td class="right bot">28 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een bezending gaat naar den prins.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Intocht van den prins van Oranje binnen Brussel</td>
+<td class="right bot">31 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Aanval van prins Frederik op Brussel.&mdash;De koninklijke troepen
+trekken uit de stad terug</td>
+<td class="right bot">26 Sept.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Tweede Kamer der Staten-Generaal neemt het besluit, het
+rijksbestuur te splitsen en de grondwet te herzien</td>
+<td class="right bot">29 Sept.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Voornaamste eischen der Belgen.&mdash;Scheuring in &#8217;t leger.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Potter staat zes weken mede aan &#8217;t hoofd van &#8217;t voorloopig
+bestuur te Brussel.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Tweede zending van den prins van Oranje naar Belgi&euml;.&mdash;Hij
+wordt teruggeroepen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De conferentie</i> te Londen geopend</td>
+<td class="right bot">Nov. 1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Koele ontvangst van den prins van Oranje in &#8217;t Noorden.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dibbets handhaaft het gezag der regeering te Maastricht.&mdash;Opstand
+te Antwerpen.&mdash;<span class="gesp">David Hendrik baron Chass&eacute;</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bombardement van Antwerpen.&mdash;<span class="gesp">Koopman</span></td>
+<td class="right bot">27 Oct. 1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wapenstilstand.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hoofdgedachte der conferentie.&mdash;Willem I roept het volk van
+Noord-Nederland te wapen.&mdash;Duizenden manschappen stroomen
+naar de grenzen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Protocollen</i> der conferentie.&mdash;Scheiding van Nederland en Belgi&euml;.&mdash;
+<span class="supscr">16</span>&#8260;<span class="subscr">31</span>
+der schuld ten laste van Belgi&euml;</td>
+<td class="right bot">20 en 27 Jan. 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het nationaal congres</i> komt te Brussel bijeen</td>
+<td class="right bot">10 Nov. 1830.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het sluit het huis van Oranje-Nassau van den troon uit.&mdash;Het
+verwerpt de protocollen van Januari.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het congres draagt het oppergezag voorloopig op aan <span class="gesp">Surlet
+de Chokier</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het congres benoemt <span class="gesp">Leopold van Saksen-Koburg-Gotha</span>
+tot <i>koning der Belgen</i></td>
+<td class="right bot">4 Juni 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij aanvaardt de regeering en belooft, de zeer vrijzinnige grondwet,
+door het congres samengesteld, te zullen eerbiedigen</td>
+<td class="right bot">21 Juli.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij sluit een tweede huwelijk met Louise</td>
+<td class="right bot">1832.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De achttien artikels</i>.&mdash;De rechten van het huis van Oranje-Nassau
+op Luxemburg voor twijfelachtig verklaard.&mdash;Belgi&euml; uitzichten
+geopend op het bezit van Maastricht.&mdash;Belgi&euml; vrijgesteld van
+het overnemen van een deel der schuld van Oud-Nederland</td>
+<td class="right bot">Juni 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Johan Karel Jozef van Speyk</span> vliegt in de lucht</td>
+<td class="right bot">Febr. 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">De prins van Oranje</span> en prins Frederik hebben bijna 36,000 man.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De Belgische legers tellen omtrent 30,000 man.&mdash;Aan &#8217;t hoofd
+van het leger van de Schelde staat de <span class="gesp">Ticken de Terhove</span>,
+aan &#8217;t hoofd van het leger van de Maas <span class="gesp">Daine</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het leger van de Schelde staat nabij Antwerpen, het andere in
+het Limburgsche.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De tiendaagsche veldtocht</i></td>
+<td class="right bot">2-12 Aug. 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De doorbreking tusschen de vijandelijke legers is geschied</td>
+<td class="right bot">5 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Slag bij <span class="gesp">Hasselt</span>.&mdash;Daine&#8217;s legers verstrooid</td>
+<td class="right bot">8 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Slag bij <span class="gesp">Leuven</span>.&mdash;Leopold.&mdash;De Belgen verslagen</td>
+<td class="right bot">12 Aug.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">G&eacute;rard</span> rukt
+Belgi&euml; binnen.&mdash;Op herhaald verzoek van den
+Britschen gezant staat de prins een wapenstilstand toe.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De conferentie hervat haar beraadslagingen</td>
+<td class="right bot">Aug. 1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>De vier-en-twintig artikels</i>.&mdash;Een deel van Luxemburg, tegen
+<span class="pagenum"><a name="Page_251" id="Page_251">[251]</a></span>
+den afstand van een deel van Limburg, aan Belgi&euml; toegekend.&mdash;Maastricht
+blijft aan Nederland voorbehouden.&mdash;Belgi&euml;
+zal worden belast met een jaarlijksche rente van 8,400,000 gl.</td>
+<td class="right bot">ongev. 15 Oct.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Leopold onderteekent dit ontwerp-verdrag</td>
+<td class="right bot">15 Nov.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem I weigert de onderteekening.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Overeenkomst van Frankrijk en Engeland.&mdash;Embargo</td>
+<td class="right bot">22 Oct. 1832.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">G&eacute;rard rukt Belgi&euml; met 90,000 man binnen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Chass&eacute; geeft hem, na 19 dagen, de puinhoopen der citadel van
+Antwerpen bij verdrag over.&mdash;Koopman vernielt de vloot.&mdash;De
+bezetting der citadel en de bemanning der vloot als krijgsgevangenen
+naar Frankrijk gevoerd.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Het status quo</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het embargo opgeheven</td>
+<td class="right bot">Mei 1833.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koning neemt de 24 artikels aan</td>
+<td class="right bot">14 Maart 1838.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Bewering der Belgen.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><i>Eindverdrag</i>.&mdash;Belgi&euml; wordt een afzonderlijk rijk.&mdash;Het aandeel,
+door Belgi&euml; jaarlijks, van 1 Jan. 1839 af, te betalen in
+de rente der staatsschuld, is 5,000,000 gl.&mdash;Het Duitsche verbond
+en de groothertog staan de westelijke helft van Luxemburg
+aan Belgi&euml; af.&mdash;Belgi&euml; ziet van een gedeelte van Limburg
+af, zoodat aan Nederland het deel blijft, dat aan den
+rechteroever der Maas ligt, alsmede Maastricht en het gebied
+ten n. van een lijn, getrokken van de zuidelijkste punt van
+Noord-Brabant naar de Maas, ten n. van Stevensweert</td>
+<td class="right bot">19 April 1839.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Deze streek van Limburg heet &#8222;hertogdom.&#8221;&mdash;Behoudens Maastricht
+en Venlo, maakt zij een deel uit, zoowel van Nederland,
+als van het Duitsche verbond.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Vreemde verhouding van Limburg tot Duitschland.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De betrekking van Limburg met Duitschland geheel verbroken</td>
+<td class="right bot">1866.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland.&mdash;Het koninkrijk
+bestaat uit tien provinci&euml;n en uit het hertogdom Limburg</td>
+<td class="right bot">1840.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De oudste zoon van den kroonprins trouwt met Sophia Frederika
+Mathilde</td>
+<td class="right bot">1839.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Sophia Frederika Mathilde, als koningin der Nederlanden</td>
+<td class="right bot">Juni 1877.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uit dit huwelijk spruiten Willem</td>
+<td class="right bot">geboren 1840.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">en Alexander</td>
+<td class="right bot">geboren 1851.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van Willem</td>
+<td class="right bot">Juni 1879.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wenschen van het Noord-Nederlandsche volk: openlegging van den
+toestand van &#8217;s lands financi&euml;n, waarborgen tegen misbruik van
+gezag, verantwoordelijkheid van &#8217;s konings ministers, enz.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koningin overlijdt</td>
+<td class="right bot">1837.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">De koning doet op het Loo afstand van de kroon en draagt ze
+aan zijn oudsten zoon over</td>
+<td class="right bot">7 Oct. 1840.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem I, nu &#8222;graaf van Nassau,&#8221; huwt de gravin d&#8217;Oultremont
+de Wigimont</td>
+<td class="right bot">1841.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij leeft bij afwisseling te Berlijn, in Silezi&euml;, op het Loo.&mdash;Hij
+overlijdt</td>
+<td class="right bot">12 Dec. 1843.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> II</span> in
+de Nieuwe Kerk te Amsterdam ingehuldigd</td>
+<td class="right bot">28 Nov. 1840.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het tijdelijk beheer van het departement van financi&euml;n opgedragen
+aan <span class="gesp">Floris Adriaan van Hall</span></td>
+<td class="right bot">Sept. 1843.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Ontwerp van van Hall.&mdash;De leening van 127,000,000 naar 3
+p.c. zoo goed als volgeteekend</td>
+<td class="right bot">1844.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Herziening der grondwet</td>
+<td class="right bot">1848.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="pagenum"><a name="Page_252" id="Page_252">[252]</a></span>
+Luxemburg bekomt een afzonderlijke vertegenwoordiging</td>
+<td class="right bot">1841.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het krijgt een nieuwe grondwet</td>
+<td class="right bot">Juni 1848.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Grondwet van 1848 voor Nederland: De kroon erfelijk in de
+beide lini&euml;n van het huis van Oranje.&mdash;De koning heeft de
+uitvoerende macht en deelt de wetgevende macht met de Staten-Generaal.&mdash;Hij
+heeft het opperbevel over de land- en zeemacht
+en het opperbestuur der koloni&euml;n.&mdash;De ministers verantwoordelijk
+aan de natie.&mdash;De leden der Eerste Kamer, negen-en-dertig,
+door de provinciale staten benoemd uit de hoogst aangeslagenen
+in de directe belastingen.&mdash;Zij hebben zitting voor
+negen jaren.&mdash;De leden der Tweede Kamer gekozen door de
+meerderjarige burgers, die een zekere som in de directe belastingen
+betalen.&mdash;Ouderdom dertig jaren.&mdash;Zitting voor
+vier jaren.&mdash;Hun aantal is 75.&mdash;De commissaris des konings.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Willem II sterft te Tilburg</td>
+<td class="right bot">17 Maart 1849.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="smcap"><span class="gesp">willem</span> III</span></td>
+<td class="right bot">1849.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Het droogmaken van &#8217;t Haarlemmermeer voltooid</td>
+<td class="right bot">Juni 1848-1853.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Een bisschoppelijk bestuur der Roomsch-katholieke kerk ingevoerd.&mdash;Utrecht
+aartsbisdom</td>
+<td class="right bot">1853.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Uitvaardiging van verschillende wetten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wet op het lager onderwijs</td>
+<td class="right bot">1857.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wet op het middelbaar onderwijs</td>
+<td class="right bot">1863.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Wet op het Hooger Onderwijs</td>
+<td class="right bot">1876.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Afstand der kust van Guin&#275;a aan Groot-Britanni&euml;</td>
+<td class="right bot">Febr. 1871.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Begin van den oorlog tegen den sultan van Atjeh</td>
+<td class="right bot">Mrt. 1873.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood der koningin</td>
+<td class="right bot">1877.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van prins Hendrik</td>
+<td class="right bot">Jan. 1879.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Dood van den kroonprins</td>
+<td class="right bot">Juni 1879.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="top"><b>&sect;&nbsp;38.</b></td>
+<td colspan="2" class="top just"><b><i>Eindblik op den toestand des lands.</i></b></td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="3">&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Nederland bezit in vreemde werelddeelen bijna 31,000 vierkante
+mijlen met nagenoeg 18,000,000 inwoners.&mdash;Het beslaat in
+Europa ruim 600 vierkante mijlen en heeft een bevolking van
+ruim 3<span class="supscr">1</span>&#8260;<span class="subscr">2</span> millioen.&mdash;Bedrijven.&mdash;Tijdperken der nijverheid
+sinds</td>
+<td class="right bot">1795.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Willem Bilderdijk</span> een Amsterdammer</td>
+<td class="right bot">1756-1831.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn veelzijdigheid.&mdash;<i>De ondergang der eerste wereld</i>.&mdash;<i>De
+ziekte der geleerden</i>.&mdash;<i>De ode aan Napoleon</i>.&mdash;Zijn <i>Spraakleer</i>.&mdash;Zijn
+<i>Geschiedenis van &#8217;t Vaderland</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan Frederik Helmers</span>.&mdash;<i>De
+Hollandsche natie</i>.&mdash;Hij sterft</td>
+<td class="right bot">1813.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Hendrik Tollens</span> geboren te Rotterdam</td>
+<td class="right bot">1780.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij is overleden te Rijswijk</td>
+<td class="right bot">1856.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Zijn volkslied.&mdash;Zijn meest bekende gedichten.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jan Hendrik van der Palm</span>.&mdash;Zijn geschriften.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just">Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1841.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Johannes Kinker</span>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">El&#299;as Annes Borger</span>.&mdash;<i>De ode aan den Rijn</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Iza&auml;k da Costa</span>.&mdash;<i>Wachter,
+wat is er van den nacht?</i>&mdash;<i>Slag
+bij Nieuwpoort.</i>&mdash;Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1860.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Adriaan Bogaers</span>.&mdash;<i>De
+tocht van Heemskerk naar Gibraltar.</i>&mdash;Hij
+overlijdt</td>
+<td class="right bot">1870.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Petrus Augustus de
+G&eacute;nestet</span>.&mdash;<i>Leekedichtjes.</i>&mdash;Hij overlijdt</td>
+<td class="right bot">1861.</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Nikolaas Beets</span> of Hildebrand.&mdash;<i>De Camera obscura</i>.</td>
+<td>&nbsp;</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td colspan="2" class="top just"><span class="gesp">Jakob van Lennep</span>.&mdash;<i>Ferdinand Huyck</i>.&mdash;Hij
+overlijdt</td>
+<td class="right bot">1868.</td>
+</tr>
+
+</table>
+
+<hr class="c40" style="margin-top: 2em;" />
+
+<p class="center">NIEUWE UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS:</p>
+
+<hr class="c40" />
+
+<table class="fsize80" summary="Nieuwe uitgaven">
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Leerboek der Aardrijkskunde</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">&fnof;</td>
+<td class="right bot">2,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Beknopt leerboek der Aardrijkskunde</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Schoolatlas der geheele Aarde</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos. Atlas bij het onderwijs in de nieuwere aardrijksk.</td>
+<td class="right bot">1e afl. &agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Aardrijkskunde voor de volksschool</td>
+<td class="right bot">2e druk</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten en 43 plat.</td>
+<td class="right bot">3e verm. dr.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Platen voor Aanschouw. Onderwijs in Aardrijksk.</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, Nederland en zijne Overzeesche Bezittingen</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,20</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">P. R. Bos, de Plaats der Aardrijksk. in het Systeem der Wetenschapp.</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,40</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Bogaerts en Koenen, Practische Taalstudie 3 deelen</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">H. Bouman, De vormleer in de lagere school</td>
+<td class="right bot">7e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">H. Bouman Aanschouwelijk onderwijs, 12 platen</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">H. Bouman, Handleiding bij het aanschouwelijk onderwijs</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">H. Bouman, Leesboekjes met plaatjes, 5 stukjes</td>
+<td class="right bot">15e druk, &agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">S. Bl. t. Cate en A. Moens, De wet op het lager onderwijs</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">5,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">C. F. van Duyl, Oefeningen in &#8217;t Nederlandsch</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">C. F. van Duyl, La Langue Fran&ccedil;aise. I, II et III</td>
+<td class="right bot">&agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">C. F. van Duyl, De Eerste Trap van het Taalonderwijs 4 st.</td>
+<td class="right bot">2e druk. &agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. Engelbregt, Latijnsch woordenboek, gebonden</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">9,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksch woordenboek, geb.</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">9,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Nederlandsch-Grieksche woordenlijst</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksche antiquiteiten</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksche opstellen. 4 st.</td>
+<td class="right bot">4e druk. &agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksche en Romeinsche letterkunde</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksche spraakkunst</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. van den Es, Grieksche buigingsleer</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. Gleuns, Beschouwing van het heelal</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. Gleuns, Wis- of sterrenkundige aardrijkskunde</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. Gleuns, Rekenkundige opgaven en oefeningen</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. Gleuns, Leerboek der meetkunde</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. Gleuns, Leerboek der algebra</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">T. Greidanus, Theorie der Rekenkunde</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">T. Greidanus, Rekenvoorstellen, 2 deeltjes</td>
+<td class="right bot">&agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">De Groot, Leopold en Rijkens, Nederlandsche letterkunde</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">D. Hoekzema, Gleanings from English prose</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">D. Hoekzema, Gleanings from English poetry</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. J. A. Jonckbloet, Gesch. d. Ned. letterk. 2 deelen</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">12,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. W. J. A. Jonckbloet, Bekn. gesch. der Nederl. letterk.</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Kaart van Europa door H. Schierbeek</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">15,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes Serie A</td>
+<td class="right bot">&agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">L. Leopold, Leesboek voor de volksschool. 8 stukjes Serie B</td>
+<td class="right bot">&agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">L. Leopold, Blaren van allerlei boomen</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Joh. A. en L. Leopold, Nederl. leesboek, 1e, 7e en 8e stukje</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">M. Leopold, Opvoeding in huis en school</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">M. en L. Leopold, Een sleutel. 2 deelen</td>
+<td class="right bot">3e druk, &agrave;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. C. Matthes, Nederlandsche taal- en spelregels</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">R. R. Rijkens, Aardrijkskunde van Nederland</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">R. R. Rijkens, Beknopte aardrijkskunde van Nederland</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">R. R. Rijkens, De reiziger</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,30</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">R. R. Rijkens, Schoolatlas van Nederland</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">R. R. Rijkens, Kleine Atlas van Nederland</td>
+<td class="right bot">6e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,35</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. M. Salverda, Plant- en dierkunde</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. G. Schlimmer, Romeinsche antiquiteiten</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,00</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. G. Schlimmer, Handboek der Rom. antiquiteiten</td>
+<td class="right bot">2e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. G. Schlimmer, Oude Aardrijkskunde</td>
+<td class="right bot">&nbsp;</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,50</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Spencers Opvoeding, door Joh. A. Leopold</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">J. Versluys, Beginselen der nieuwere meetkunde</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">0,60</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">J. Versluys, Leerboek der vlakke meetkunde</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,25</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">J. Worp, Melodi&euml;n der Psalmen</td>
+<td class="right bot">3e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">9,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, I,</td>
+<td class="right bot">8e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, II,</td>
+<td class="right bot">6e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, III,</td>
+<td class="right bot">7e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Algemeene geschiedenis, IV,</td>
+<td class="right bot">7e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">2,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Handboek der algemeene geschiedenis</td>
+<td class="right bot">4e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Overzicht der algemeene geschiedenis</td>
+<td class="right bot">9e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,75</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Geschiedenis van het vaderland</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">3,90</td>
+</tr>
+
+<tr>
+<td class="left top">Dr. J. A. Wijnne, Beknopte geschiedenis van het vaderland</td>
+<td class="right bot">5e druk.</td>
+<td class="center bot">-</td>
+<td class="right bot">1,75</td>
+</tr>
+
+</table>
+
+<hr class="c40" />
+<p class="center">Stoomdrukkerij van J. B. Wolters.</p>
+
+<hr class="c40" style="margin-top: 2em; margin-bottom: 2em;" />
+
+<div class="box4">
+
+<p class="center"><a name="TN" id="TN"></a><b>Opmerkingen van de bewerker:</b></p>
+
+<p>De originele tekst en opmaak, inclusief het gebruik van koppel- en afbreekstreepjes is zoveel mogelijk behouden, behalve in de
+ volgende gevallen:</p>
+ <ul>
+ <li>Overduidelijke spel- en zetfouten zijn stilzwijgend verbeterd.</li>
+ <li>Het gebruik van schuingedrukte, klein-kapitale en gespatiëerde namen en titels is gestandaardiseerd. Doorgevoerde
+ veranderingen: der <i>Hekerens en</i> der <i>Bronkhorsten</i> veranderd in der <i>Hekerens</i> en der
+ <i>Bronkhorsten</i> (blz. 37); de <span class="gesp">Ruiter</span> veranderd in <span class="gesp">de Ruiter</span>
+ (blz. 123, 130); <span class="gesp">van Hogendorp en van der Duyn van Maasdam</span> veranderd in <span class="gesp">van
+ Hogendorp</span> en <span class="gesp">van der Duyn van Maasdam</span> (blz. 180); Slag bij Nieuwpoort veranderd in <i>Slag bij
+ Nieuwpoort</i> (titel, blz. 252); Leekedichtjes veranderd in <i>Leekedichtjes</i> (titel, blz. 252); <i>Zijn Spraakleer</i>,
+ <i>Zijn Geschiedenis van 't Vaderland</i> veranderd in Zijn <i>Spraakleer</i>, Zijn <i>Geschiedenis van 't Vaderland</i>
+ (titels, blz. 252).</li>
+ <li>Tijdrekenkundig Overzicht (blz. 210-252): lay-out veranderd (aparte kolommen) voor betere overzichtelijkheid.</li>
+ <li>Eigennamen en geografische namen zijn gestandaardiseerd ter wille van de consistentie; vooral de spelling in het
+ Tijdrekenkundig Overzicht week af van die in de hoofdtekst: <i>Requesens</i> veranderd in <i>Requ&#275;sens</i>; <i>Verspasianus</i> in <i>Vespasianus</i>;
+ <i>Lourens</i> in <i>Laurens</i>; <i>Spinola</i> in <i>Spin&#335;la</i>; <i>Oldenbarnevalt</i> in <i>Oldenbarnevelt</i>; <i>Rubbens</i> in <i>Rubens</i>; <i>Maximilliaan</i> in <i>Maximiliaan</i>;
+ <i>Rapenhaupt</i> in <i>Rabenhaupt</i>; <i>d'&nbsp;Estr&eacute;es</i> in <i>d'Estr&eacute;es</i>; <i>Mantsjoe-Tartanen</i> in <i>Mantsjoe-Tartaren</i>; <i>Essequibo</i> in
+ <i>Essequ&#299;bo</i>; <i>Indie</i> (en samenstellingen) in <i>Indi&euml;</i>; <i>Belgie</i> in <i>Belgi&euml;</i>; <i>Matthias</i> in <i>Matth&#299;as</i>; <i>Yonne-brug</i> in
+ <i>Yonnebrug</i>; <i>Contra-remonstranten</i> in <i>Contra-Remonstranten</i>; <i>Maike-Moe</i> in <i>Maike-Moei</i>; <i>Medina</i> in <i>Med&#299;na</i>; <i>Allairt Beilink</i> in
+ <i>Allaert Beilink</i>; <i>Barnevelt</i> in <i>Barneveld</i>; <i>Boerhave</i> in <i>Boerhaave</i>; <i>Callenburg</i> in <i>Callenburgh</i>; <i>Christina</i> in <i>Christ&#299;na</i>;
+ <i>Dortrecht</i> in <i>Dordrecht</i>; <i>Fivelingoo</i> in <i>Fivelingo</i>; <i>Groenevelt</i> in <i>Groeneveld</i>; <i>Guinea</i> in <i>Guin&#275;a</i>; <i>Hunsingoo</i> in <i>Hunsingo</i>;
+ <i>IJstroom</i> in <i>Ystroom</i>; <i>Jauregui</i> in <i>Jaureguy</i>; <i>Pieter Dirksz de Keyzer</i> in <i>Pieter Dirksz de Keyser</i>; <i>Magdaleine de Broglio</i> in
+ <i>Magdeleine de Broglio</i>; <i>Sophia Frederika Mathilda</i> in <i>Sophia Frederika Mathilde</i>; <i>Oostergoo</i> in <i>Oostergo</i>; <i>Maarten van Rossem</i> in
+ <i>Maarten van Rossum</i>; <i>Ubbe Philips</i> in <i>Ubbo Philips</i>; <i>Franche Comt&eacute;</i> in <i>Franche-Comt&eacute;</i>; <i>Berezina</i> in <i>Berez&#299;na</i>;
+ <i>Hambreek</i> veranderd in <i>Hambroek</i>;
+ <i>Djokjokarta</i> is niet veranderd, aangezien dit consequent zo gespeld wordt in het origineel.</li>
+ <li>Overige gestandaardiseerde spellingen: <i>armada</i> veranderd in <i>arm&#257;da</i>; <i>Neerlands</i> in <i>Ne&ecirc;rlands</i>; <i>continentaalstelsel</i>
+ in <i>continentaal-stelsel</i>; <i>groot-hertog</i> in <i>groothertog</i>; <i>akademie</i> in <i>academie</i>; <i>catholicisme</i> in <i>katholicisme</i>; <i>compagni&euml;n</i>
+ in <i>compagnie&euml;n</i>; komma als scheiding van duizendtallen (als in 35,000) veranderd in punt (als in 35.000).</li>
+ <li>Belangrijker veranderingen: <i>maakte het een zuidelijke beweging veranderd</i> in <i>maakte hij een zuidelijke beweging</i> (blz. 123);
+ Alva verlaat Lodewijk in Alva verslaat Lodewijk (blz. 220); <i>te Gent bijeen&mdash;Pacificatie</i> in <i>te Gent bijeen [nieuwe regel]
+ Pacificatie</i> (blz. 221); <i>De orde aan Napoleon</i> in <i>De ode aan Napoleon</i> (blz. 252); <i>E&eacute;n</i> in <i>&Eacute;&eacute;n</i>.</li>
+ </ul>
+ <p>Verbeterde feitelijke onjuistheden (verbeterd na verificatie in de rest van het boek en/of externe bronnen): <i>den St. Elizabethsvloed
+ van den 18den November 1321</i> veranderd in ... <i>1421</i> (blz. 1); <i>stond Nederland op een goeden voet met Portugal</i> in
+ <i>stond Nederland niet op een goeden voet met Portugal</i> (blz. 103); <i>ten n.w. van Sina</i> in <i>ten n.o. van Sina</i> (blz. 142);
+ <i>Reeds den 17den Maart 1843</i> in ... <i>1849</i> (blz. 205); <i>Hooft sterft 1247</i> in <i>Hooft sterft 1647</i> (blz. 230);
+ <i>raadspensionaris van Holland 1658</i> in ... <i>1653</i> (blz. 232); <i>vermeestert Suriname voor Zeeland Febr. 1697</i> in ... <i>1637</i> (blz.
+ 234).</p>
+ <p>De rechterzijkant van blz. 252 ontbrak in het origineel. De onleesbare jaartallen/data zijn toegevoegd op basis van de hoofdtekst en externe bronnen (o.a. Wikipedia, kb.nl).
+</p>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Beknopte geschiedenis van het vaderland, by
+J. A. Wijnne
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK BEKNOPTE GESCHNIEDENIS ***
+
+***** This file should be named 37297-h.htm or 37297-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/7/2/9/37297/
+
+Produced by Anna Tuinman, Harry Lamé, Eline Visser and the
+Online Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/37297-h/images/pond.png b/37297-h/images/pond.png
new file mode 100644
index 0000000..e85c77f
--- /dev/null
+++ b/37297-h/images/pond.png
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..644c68a
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #37297 (https://www.gutenberg.org/ebooks/37297)