summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--33284-8.txt8810
-rw-r--r--33284-8.zipbin0 -> 166590 bytes
-rw-r--r--33284-h.zipbin0 -> 2758348 bytes
-rw-r--r--33284-h/33284-h.htm9178
-rw-r--r--33284-h/images/cover-t.jpgbin0 -> 46855 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/cover.jpgbin0 -> 359825 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_ad2a.pngbin0 -> 12728 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_ad2b.pngbin0 -> 17287 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_ad3.pngbin0 -> 7023 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_ad4.pngbin0 -> 8759 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_back.pngbin0 -> 1683 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_p003.pngbin0 -> 895 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_p005a.pngbin0 -> 4111 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_p005b.pngbin0 -> 2355 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_p212.pngbin0 -> 839 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pii-t.jpgbin0 -> 23789 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pii.jpgbin0 -> 624350 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_piii-t.jpgbin0 -> 23596 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_piii.jpgbin0 -> 543340 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pv-t.jpgbin0 -> 20131 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pv.jpgbin0 -> 381993 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pvii-t.jpgbin0 -> 23106 bytes
-rw-r--r--33284-h/images/ill_pvii.jpgbin0 -> 482467 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
26 files changed, 18004 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/33284-8.txt b/33284-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..6d76363
--- /dev/null
+++ b/33284-8.txt
@@ -0,0 +1,8810 @@
+Project Gutenberg's De Zwervers van het Groote Leger, by Piet Visser
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Zwervers van het Groote Leger
+ Historisch verhaal uit het tijdperk 1810-1813
+
+Author: Piet Visser
+
+Illustrator: Otto Geerling
+
+Release Date: July 28, 2010 [EBook #33284]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWERVERS VAN HET GROOTE LEGER ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at <a
+href="http://www.pgdp.net">http://www.pgdp.net</a>
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. De voetnoten |
+ | zijn hernummerd en naar het eind van de bijbehorende alinea |
+ | verplaatst. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. Variaties in spelling zijn behouden. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven |
+ | als _cursief_. Uitgespatieerde tekst is weergegeven als |
+ | ~uitgespatieerd~; vette tekst als =vet=. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens". |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op http://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ DE ZWERVERS VAN HET GROOTE LEGER.
+
+
+[Illustratie: »Ik wou, dat ik Napoleon zoo eens onder handen had!"]
+
+
+
+
+ DE ZWERVERS
+
+ VAN HET
+
+ GROOTE LEGER.
+
+ Historisch verhaal uit het tijdperk 1810-1813.
+
+ door P. VISSER.
+
+ Schrijver van: »Taco de Minstreel," »Heemskerck op Nova Zembla,"
+ »De Laatsten der Arkels," e.a.
+
+
+ Geïllustreerd door O. GEERLING.
+
+ [Decoratieve Illustratie]
+
+ ALKMAAR--GEBR. KLUITMAN
+ 1913.
+
+
+ Gebr. Kluitman's Boek- en Kunstdrukkerij, Alkmaar.
+
+
+ [Decoratieve Illustratie]
+
+
+
+
+Eerste Hoofdstuk.
+
+Een Kattenburger huisvader en zijn gezin.
+
+
+Hompelend achter zijn leege vischkar, de beenstomp doelloos in stâge
+wiegeling tusschen de ploffende kruk en het forsche rechterbeen, repte
+Franciscus Stargardt zich naar huis.
+
+Zijn gezicht stond grimmig van verzwegen wrok om het juist verschenen
+Keizerlijk decreet, waarbij ook in Holland de felgehate conscriptie[1]
+zou worden ingevoerd.
+
+[1] In de Republiek hadden nooit andere Nederlanders dan vrijwilligers
+onder onze troepen gediend.
+
+Reeds het vorige jaar, tegelijkertijd dat door Koning Lodewijk afstand
+van het bewind was gedaan ten behoeve van zijn minderjarigen zoon,
+had Napoleon maarschalk Oudinot met een Fransch leger naar Nederland
+gestuurd; leunend op zijn kruk had de kreupele op de Ossenmarkt, door de
+wijd-open ramen, met weemoedsblikken naar het feest gezien van den 4den
+Juli; en terwijl daar geklonken en gedronken, gejuicht en gejubeld werd
+door de Franschen en de Hollandsche militairen, had hij zelf, met schier
+heel de Amsterdamsche burgerij, in de vreeselijkste spanning verkeerd.
+
+Och, hij voorzag het toen wel, dat die gast-vrienden der Hollandsche
+militairen gekomen waren om Holland's vlag van de aarde te verdringen,
+Holland's taal uit te roeien, Holland's goed te rooven, Holland's
+jongelingen van de ouders af te scheuren om ze, ver van hun
+geboortegrond, te offeren aan de onverzadelijkste heerschzucht.
+
+Op de Kattenburgerbrug hield een _douanier_ hem staande, om zich te
+overtuigen, of hij ook koloniale waren in zijn handkar hebben mocht. Hij
+wist het reeds lang, zij wantrouwden hem, de Fransche tolbeambten, wijl
+zijn huidig bedrijf hem noodwendig met visschers in aanraking bracht,
+die als de grootste smokkelaars verdacht stonden. Maar toch steeg
+Franciscus geregeld nog het bloed naar het hoofd, telkens wanneer hij
+zich een onderzoek moest laten welgevallen.
+
+Door een enkelen blik had de belastingambtenaar gezien, dat de kar ledig
+was. Zwijgend wenkte hij toen, dat de aangehoudene weer dóór kon gaan.
+
+Hoe waren de tijden dan toch veranderd!
+
+En Franciscus Stargardt herdacht opeens met schaamte aan zijn opgewonden
+patriottenroes, toen ook hij den goedigen, maar helaas te zwakken
+stadhouder[2] voor een Alva en een Nero had uitgekreten, toen ook hij
+de Franschen als bevrijders der tirannie had ingehaald, en ze bij hun
+komst als broeders had helpen ontvangen. Ja, hij had ze vergood bijkans,
+diezelfde Franschen, nu door hem gevreesd als beulen, eerlang gereed om,
+op last van een overweldiger hem te ontrooven het dierbaarste wat hij
+bezat: zijn flinke, gezonde, levenslustige jongens.
+
+[2] Willem V.
+
+Jakob en Willem, ze waren beiden op 't timmeren. En schoon er
+tegenwoordig, bij de algemeene achteruitgang en armoede meer geslóópt
+dan gebóuwd werd, had de baas hun nog steeds aan het werk kunnen houden.
+Alzoo nooit zonder verdienste geweest, hadden zij hun vader de zorg voor
+het dagelijksch brood, sedert hij 's lands werf, na zijn ongeluk, had
+moeten verlaten, niet weinig helpen verlichten.
+
+Want »Frans met de kruk", gelijk hij tegenwoordig algemeen genoemd
+werd, had voor weinige jaren nog een paar stevige beenen tot zijn
+beschikking, die zonder vermoeienis zijn forsch en krachtig lichaam
+op zomersche Zondagen tot ver buiten de stad vermochten te brengen.
+
+Maar toen opeens die noodlottige val, onderwijl hij zijn beroep van
+blokkenmaker uitoefende!
+
+»Je bent nog een jonge, sterke vent", zei de dokter, »dat is je behoud".
+
+Zijn krachtig gestel bracht hem dan ook vrij spoedig er weer bovenop,
+maar--zijn rechterbeen had hem afgezet moeten worden en voor 's lands
+werf wist hij zich nu een, zijn leven lang, onbruikbaren kerel.
+
+Toen, pogende op een andere wijze zijn brood te verdienen, was hij met
+visch gaan venten. De begunstiging van zijn vrienden en vroegere makkers
+en de ijver van zijn flinke huisvrouw Jane Overbeek, ondersteunden hem
+daarbij met het beste gevolg. Hoe zorglijk de omstandigheden ook werden,
+»Frans met de kruk" vond toch altoos zijn bescheiden deel, zelfs thans
+nog te midden der vreemde onderdrukking.
+
+Want de tijd van spanning, door den troonsafstand van Koning Lodewijk
+ontstaan, was van heel korten duur geweest. Napoleon toch, de daad zijns
+broeders ten sterkste afkeurend, had, slechts weinige dagen later, het
+koninkrijk Holland tot een onderdeel van het Fransche Keizerrijk
+verklaard.
+
+Het vaderland bestond niet meer.
+
+Charles François Le Brun, hertog van Plaisance, kwam als
+_luitenant-generaal_ of algemeen stedehouder het paleis bewonen, het
+land werd in departementen verdeeld, met _prefecten_ tot bestuurders.
+Beneden die _prefecten_ stonden _onder-prefecten_; de burgemeesters
+werden _maires_.
+
+En tegelijkertijd bracht Napoleon een verpletterende slag toe aan de
+overblijfselen onzer vroegere welvaart. Het decreet der inlijving toch
+eischte van den ganschen Handelsstand 50 procent van de waarde der
+koloniale waren en tevens ontnam het, met één pennestreek, aan vele
+duizenden twee derden van hun vermogen. De renten der Hollandsche
+schuld zouden namelijk niet verder dan voor een derde onder de lasten
+worden opgenomen. Vermogende lieden waren door deze willekeur eensklaps
+tot een bekrompen staat, anderen, die van een klein kapitaal met hun
+huisgezinnen wisten te leven, tot diepe armoede gebracht.
+
+Al die ellende, voor Franciscus Stargardt was ze natuurlijk hoegenaamd
+niet nieuw meer, maar Napoleons jongste decreet en het onderzoek aan de
+brug, daareven, hadden gemaakt dat hij er op 't oogenblik meer dan ooit
+mee vervuld werd.
+
+In de grootste verbittering trad hij dan ook zijn woning binnen, die op
+den hoek van de Kleine Kattenburgerstraat en het Kattenburgerplein
+stond.
+
+»Er is toch niets gebeurd?" riep moeder Jane, toen zij nog maar
+nauwelijks zijn gezicht gezien had.
+
+»Het ergste wat ons nog overkomen kon!" zei de kreupele somber: »De
+conscriptie wordt ingevoerd!"
+
+Hij liet zich in zijn stoel neer, de kruk ruw naast zich in den hoek
+werpend.
+
+Moeder Jane verbleekte. De conscriptie! Vaak genoeg was de mogelijke
+invoering reeds in zorgelijke vrees besproken, om te kunnen weten wat
+dat zeggen wou. Niet langer dan vijf jaren hadden de conscrits te
+dienen, zoo heette het. Maar in Frankrijk was geen voorbeeld bekend dat
+men een soldaat, tenzij wegens ongeschiktheid voor den dienst, ooit weer
+ontsloeg.
+
+»Ja, zóóver is het dan gekomen!" vervolgde Stargardt dof. »Was het
+al niet genoeg dat wij dagelijks bloot staan aan de schandelijkste
+willekeur van douanen en gendarmen? Dat we worden bestuurd naar vreemde
+wetten en onder vreemde heerschers? Dat we voortdurend worden uitgeperst
+en uitgezogen, terwijl de lasten en opbrengsten, inplaats van het
+algemeen welzijn te dienen, als buit over de grenzen worden gevoerd?
+
+Maar nee, nu ook dàt nog!"
+
+Zijn ellebogen op tafel gesteund, liet hij het hoofd in beide vuisten
+rusten. Toen staarde hij verder, met saâmgetrokken wenkbrauwen, zwijgend
+voor zich uit.
+
+Ook het gezicht van moeder Jane stond zorgelijk.
+
+Maar zij was een flinke vrouw en na haar eerste ontsteltenis zon zij
+dadelijk op uitkomst. Willem werd al twee-en-twintig, die kwam voor
+de conscriptie dus niet meer in aanmerking, meende zij. En Jakob zou
+toekomende jaar pas moeten loten. Kon hij, bij dat, niet naar Engeland
+ontsnappen, waar Napoleon niemendal te vertellen had? Hàrd mocht dat
+zijn, 't zou toch altoos nog beter wezen dan verminkt of doodgeschoten
+te worden als soldaat. In ieder geval, waarom zouden zij nu zich al
+zorgen maken? Wie weet, wat nog gebeuren kon.
+
+»Willem niet in aanmerking komen?!..."
+
+Bruusk hief Stargardt het hoofd op: »Neen, dat is juist het
+onrechtvaardigste van alles, de Keizer heeft bevolen dat zijn decreet,
+voor dezen eersten keer, een terugwerkende kracht zal hebben van drie
+jaren liefst!"
+
+»Dat wil zeggen...?" vroeg moeder Jane beangst.
+
+»Dat zelfs de jonge mannen van drie-en-twintig nog aan de loting moeten
+deelnemen!"
+
+Nu wist ook Jane geen raad. In de diepste verslagenheid en schier
+zwijgend bleven zij tegenover elkander zitten, totdat eindelijk Willem
+en Jakob van 't werk thuiskwamen.
+
+»Wat ben jullie van avond laat, jongens?" zei Jane bezorgd.
+
+'t Was op het einde van Februari en met die korte dagen konden zij dus
+al lang binnen geweest zijn.
+
+»We hadden vandaag ons werk een heel eind van de stad," gaf Willem tot
+opheldering.
+
+»Een buitenplaats sloopen!" voegde Jakob er aan toe.
+
+»Ja, slóópen, slóópen! Da's tegenwoordig nog maar het bloeiendste
+handwerk!" barstte Stargardt wrevelig uit. »Hier in Amsterdam verdwijnen
+nu al gehééle wijken; de Vechtstreek, de Diemermeer en Haarlem's
+omgeving verloren het ééne landgoed na het andere!
+
+En ga eens door de stad!.. Bij troepen zie je ambachtslui met de handen
+in de zakken langs pleinen en straten slenteren. Geen dienstbode krijgt
+meer een betrekking, geen schipper vindt langer vracht, winkelier en
+kramer ervaren duizenden kwellingen!
+
+Vroeger, o 't was een liefhebberij om langs den IJkant te loopen. Geen
+mooier gezicht dan al die schepen, die er voor anker lagen. Een bòsch
+leek het wel, een bosch van masten!
+
+Kom daar nù eens om! Wat zie je? Een stuk of wat vaartuigen maar, die
+er liggen te rotten, omdat Napoleon met zijn Continentaal-stelsel onzen
+handel vermoord heeft.
+
+Ja, is het niet God geklaagd", wond hij zich al heviger op, »dat wegens
+dit stelsel niet minder dan 18000 man onze kusten moeten bewaken en
+al onze havens met oorlogsschepen worden geblokkeerd om toch maar te
+zorgen, dat er geen koopvaarder uit of in komt?
+
+O, als ik bedenk," ging hij al heftiger voort, »dat één man dit alles
+ons aandoet, dat één man onzen koophandel verlamd, onze visscherij en
+scheepvaart zoo goed als vernietigd en bankroet op bankroet veroorzaakt
+heeft, o, dan zou ik in staat zijn om den ellendeling..."
+
+»Fràns!!..." gilde Jane, doodelijk ontsteld.
+
+»Vader, vader!" waarschuwden de jongens verschrikt, »maak ons in
+Godsnaam toch niet allemaal ongelukkig!"
+
+Angstig luisterde Willem aan het venster, bevend kierde Jacob de deur...
+
+Want de Fransche geheime politie had overal haar agenten; in de
+koffiehuizen, in de schouwburgen, bij zijn vrienden, ja, zelfs in zijn
+eigen woning was het gevaarlijk om te morren over het tiranniek bestuur.
+Mijnheer Devilliers Duterrage[3] toch, had zijn stille verklikkers onder
+alle standen, onder de welgekleede heeren, onder eenvoudige kleine
+burgers, onder handwerkslieden, tot onder de voddenkrabbers incluis.
+
+[3] De directeur-generaal van politie.
+
+Vaak was een enkele aanklacht van zoo'n laag gezonkene voldoende om
+iemand in de gevangenis te brengen, of te doen veroordeelen tot den
+dood.
+
+Franciscus zat een oogenblik ontsteld, dat hij zich zóó had laten gaan.
+
+»Jullie hebt gelijk," sprak hij eindelijk meer bedaard en met gedempte
+stem. »Maar een mensch heeft wel eens behoefte om zich te uiten. Het zat
+me tot _hier_!" wees hij met het bekende gebaar.
+
+»Ook voor jou, mijn jongen, is er geen aangenaam nieuws," ging hij
+weemoedig voort, meer bepaald tot Willem sprekend.
+
+Willem zag doodsbleek, toen hij het wist.
+
+»Maar ik kan vrijloten!" bracht hij er eindelijk met moeite uit. 't Was
+een mislukte poging om zijn ouders met een verwachting op te beuren, die
+hij zelf niet had.
+
+»O, zeker, je kunt nog vrij loten!" zuchtten de anderen, meenend, dat
+dit hem troosten zou.
+
+Maar geen van die vier bedrukte menschen bezat in waarheid de hoop,
+waarmee elk den ander dacht te bemoedigen.
+
+ * * * * *
+
+IJverig werd nu met de inschrijving van alle dienstplichtige jongelingen
+begonnen en reeds den 28sten Maart zou de loting plaats hebben.
+
+Willem zou als reden tot vrijstelling opgeven, dat hij bijziende was.
+Voor een poosje namelijk was het Jakob eens opgevallen, dat zijn broer
+het boek onder het lezen wat dichter bij de oogen hield dan hijzelf.
+Dadelijk hadden zij daar toen allemaal een reden tot ongeschiktheid voor
+den dienst in gevonden.
+
+Op den morgen van den lotingsdag had echter geen van de Stargardts nog
+eenig vertrouwen meer in de deugdelijkheid van het kortelings ontdekte
+vrijstellingsmotief. Treurig zaten zij aan het ontbijt, maar alle vier
+konden zij niet dan met moeite eenige beten naar binnen krijgen.
+
+Er werd meer gezucht dan gesproken.
+
+»Kom, Willem! het wordt je tijd!" zei Stargardt eindelijk met een door
+aandoening verschorde stem.
+
+Hij nam zijn kruk onder den oksel en ook de beide jongens stonden op.
+
+Moeder Jane begon hevig te snikken. Het leek haar toe, of haar kind dit
+oogenblik de eerste stap tot een bloedigen dood ging doen.
+
+»Kom, moeder, flink wezen nu!" poogde Willem nog te troosten: »Wie weet
+of ik geen hoog nummer trek!" Maar in 't midden van die hokkend geuite
+woorden moest hij zich omkeeren, om zijn eigen ontroering te verbergen.
+
+Zij gingen met hun vieren de deur uit, naar het stadhuis. Want de
+loting zou deels in de Amstelkerk, deels ten raadhuize plaats hebben.
+
+Op straat zagen Jane's oogen nog rood van het schreien dat zij gedaan
+had. Maar moeder Jane was waarlijk in dit opzicht de eenige niet. Dien
+morgen bleek de stad vòl van vrouwen, die in gezelschap van lotelingen,
+met roodbekreten oogen over straat gingen.
+
+Voor het stadhuis was een groote ophooping van menschen; de Stargardts
+hadden moeite, er door te komen. Maar eindelijk was dit toch gelukt. De
+beide ouders en Jakob wilden nu méé naar binnen treden, maar door de
+gendarmen die den ingang bewaakten, werden zij met barschen grauw
+teruggehouden. Alleen Willem mocht binnengaan.
+
+»Flink raak grijpen maar!" bemoedigde Jakob zijn broer, die er in dit
+oogenblik allerellendigst uitzag.
+
+»Ja, mijn jongen, grijp maar ferm toe!" schorde zijns vaders ontroerde
+en hokkende stem: »Het geluk is voor de brutaalsten!"
+
+Maar Willem schudde treurig het hoofd; het lag hem zoo bij, dat hij wel
+een laag nummer zou trekken.
+
+Ook moeder Jane was begonnen, haar armen jongen nog een woord van troost
+toe te snikken; maar ongeduldig duwde een der gendarmen Willem naar
+binnen.
+
+»Allo, vooruit! Je kunt hier den heelen dag niet blijven staan janken!"
+schreeuwde hij ruw.
+
+Met vreemdstrakken blik liep Willem nu dóór. Uit de raadkamer hoorde
+hij de nummers afroepen en nu en dan ging een loteling hem voorbij, met
+roodgloeiend gezicht, of zoo wit als het genummerde stukje papier, dat
+tusschen zijn vingers beefde.
+
+Hij schuifelde de zaal in; daar zaten of stonden nog een menigte
+jongelingen hun beurt af te wachten, en niet één keek blijmoedig.
+Sommigen straalde de wanhoop als een koortsgloed de branderige oogen
+uit; anderen zaten, met het hoofd op de borst, als geknakte witte
+bloemen. Slechts enkelen deden zenuwachtig druk, om zich een voorkomen
+van flinkheid te geven, maar de meesten openbaarden een doffe, schier
+wezenlooze onderwerping.
+
+Bijna angstig staarde Willem naar de groote, met groen laken overdekte
+tafel, waarop de lotbus stond. Aan die tafel zat de Raad van
+Conscriptie; mijnheer De Celles, de om zijn wreedheid gehate prefect,
+had de eereplaats. Een sterke balie scheidde deze tafel van de
+zaalruimte, waar de lotelingen waren. Twee openingen, de eene tot
+ingang, de andere tot uitgang bestemd, bleken ieder bewaakt door vier
+Fransche soldaten.
+
+Eén voor één werden de lotelingen opgeroepen, om uit de noodlottige bus
+het stukje papier te grijpen, waaraan misschien hun leven hing. Soms
+snerpte een kreet van wanhoop door de zaal, als een conscrit een zeer
+laag nummer bleek getrokken te hebben, soms schalde er een juichkreet
+op, wanneer het een buitengewoon hóóg nummer bleek te zijn.
+
+»Willem Stargardt!" klonk het opeens.
+
+Willem voelde een schok, toen hij zijn naam hoorde aflezen.
+Tegelijkertijd ging hem een ijskoude huivering over den rug, alsof
+hij de koorts had. In een vreemde droomdoezeling ging hij tusschen de
+militairen door. 't Was of niet _hij_ daar ging, maar iemand anders; of
+niet _hij_ voor de heeren trad om zijn hand in de glazen bus te steken,
+maar iemand búiten hem... Doch opeens werd hij weer zichzelf, nadat hij
+het getrokken nummer aan den militairen auditeur had overgereikt.
+
+»No. 15", las de auditeur. Toen werd al weer een nieuwe loteling
+opgeroepen.
+
+Willem stond daar nog, roerloos, geheel verbijsterd.
+
+»Neen, mijn jongen, je behoeft vandáág nog niet op schildwacht te
+staan!" spotte mijnheer De Celles, en de andere heeren lachten dat
+zij schudden om die wreede grappigheid van den hardvochtigen prefect.
+
+Nu kwam Willem plotseling tot een klaar besef van zijn ongelukkigen
+toestand. Met een prikkelende trilling in zijn beenen ging hij naar de
+plaats waar zijn signalement werd opgenomen, en een oogenblik later
+stond hij weer op straat.
+
+Al dien tijd hadden de andere Stargardts daar in het vreeselijkste
+ongeduld staan wachten.
+
+»Daar komt hij!" riep Jakob nu opeens. »Maar..."
+
+»Hemelsche goedheid! Ik zie het al, ik zie het al!" jammerde moeder
+Jane, »zijn gezicht is zoo wit als een doek!"
+
+»Welnu?..." hijgde Stargardt, op zijn kruk naar voren wippend.
+
+»No. 15--soldaat!" zuchtte Willem.
+
+Zijn onderkaak was in zenuwachtige trilling, toen hij met moeite dit
+antwoord uitbracht.
+
+»Maar je hebt toch opgegeven, dat je bijziende was!" vraagde moeder nog
+angstig.
+
+Willem knikte.
+
+»Kom laten we gaan!" zei Stargardt dof.
+
+In somber zwijgen, als menschen die een dierbaren doode naar het kerkhof
+hebben gebracht, keerden zij daarop naar huis.
+
+Drie dagen later moest Willem reeds voor den Raad van keuring
+verschijnen, die zitting hield in het Besjeshuis aan den Amstel.
+
+Hij ging er heen met weinig hoop. Toen hem bovendien al heel spoedig
+bleek, dat tal van conscrits, die eveneens gebreken hadden opgegeven,
+reeds allemaal waren goedgekeurd, ging hij in doffe gelatenheid bij de
+nog wachtenden zitten.
+
+Weldra kraakte een deur open en tien lotelingen kwamen er
+uit,--goedgekeurd! Duidelijk was het te zien aan hun strakke, bedroefde
+gezichten.
+
+Onmiddellijk daarop stak een gendarme het hoofd door de deuropening en
+schreeuwde de namen van tien andere lotelingen uit. Ook die van Willem
+was er bij.
+
+Zij traden binnen en de gendarme sloot de deur.
+
+Verscheidene heeren, meerendeels notabelen, om zoo noodig van advies te
+dienen, zaten op stoelen in een halven kring; mijnheer De Celles, de
+gehaten prefect, op een leuningstoel in het midden; en zijn secretaris
+zat aan een tafel.
+
+Eenige militaire chirurgijns en een overste stonden in een hoek van het
+vertrek met elkaar te praten.
+
+»Uitkleeden!--Een beetje vlug asjeblieft!" commandeerde de gendarme
+barsch.
+
+Toen zij alle tien zich geheel ontkleed hadden, werden zij betast en
+bekeken als het vee op een marktplein.
+
+Een was er bij, die doofheid had opgegeven.
+
+»Hoe heet je?" werd hem gevraagd.
+
+»In de Willemstraat!" zei de jongen.
+
+»Mijnheer vraagt, hoe je heet!" bulderde een der gendarmen.
+
+»O, zóó! Frederik Nottens!--Ik dacht dat mijnheer de chirurgijn vroeg,
+waar ik wóónde. Ik ben een beetje doof, ziet u!"
+
+»Maar toch zeker niet zoo erg?"
+
+»Wâblief?" vroeg de Willemstrater, de hand aan het oor geschulpt.
+
+»Of het èrg is?" herhaalde de chirurgijn luid.
+
+»Vér? Ja, de Willemstraat is tamelijk ver", was het antwoord.
+
+»We moeten met hèm maar uitscheiden!" zei de prefect. »'t Is duidelijk,
+de lummel is zoo doof als een pot!" En zonder de minste stemverheffing
+liet hij terstond er op volgen:
+
+»Je bent afgekeurd, vriend. Je kunt gaan!"
+
+Met een glans van blijdschap op het gelaat keerde Frederik Nottens zich
+om en wilde dadelijk zijn kleeren aandoen om heen te gaan.
+
+»Halt!" donderde de stem van mijnheer De Celles. En toen zich met een
+boosaardig lachje tot den secretaris wendend:
+
+»Frederik Nottens,--goedgekeurd voor den dienst!"
+
+Een naar het uiterlijk sterke en gezonde loteling had vallende ziekte
+als reden tot vrijstelling opgegeven en, uit angst, kreeg hij plotseling
+werkelijk een toeval. Zijn oogen draaiden akelig in hun kassen, wit
+schuim bruiste hem om den mond en met een plof smakte hij op den vloer.
+
+De heeren notabelen toonden, met den armen jongen te doen te hebben.
+Maar mijnheer De Celles zei: »Nu, ja, de kunst gaat ver. We zullen
+dadelijk onderzoeken wat er van aan is."
+
+Toen liet hij door een der gendarmen, den beruchten Jean Malot, het
+naakte lichaam van den ongelukkige met brandend lak bedruipen, om te
+zien of de kwaal ook nagebootst was.
+
+Met een gevoel van afgrijzen zagen de andere heeren dat wreede bevel ten
+uitvoer brengen. De prefect echter nam een snuifje en keek doodbedaard
+toe.
+
+Toen de arme jongen nochtans roerloos liggen bleef sprak hij,
+onverschillig en koud: »Hm, de ziekte blijkt heusch toch echt te wezen!"
+
+Willem had dit alles met ontzetting bijgewoond en angstig vroeg hij zich
+af, wat men zoo meteen met hèm wel doen zou. Een tengere, bleeke jongen
+echter, die reeds van den aanvang af had staan trillen als was hij,
+onder een ijzigen vrieswind, zoo juist uit een bijt gered, was in
+onmacht gevallen.
+
+Om hem bij te brengen onderging hij dezelfde afschuwelijke bewerking.
+
+Gillend sprong de mishandelde stumper toen overeind.
+
+»U ziet het, heeren," zei de prefect, met zijn wreed lachje: »Het middel
+is waarlijk nog zoo kwaad niet."
+
+Als zoovele ambtenaren volvoerde mijnheer De Celles des Keizers bevelen
+met gestrengheid, zonder verschooning of verzachting; maar waar anderen
+dit deden uit angst voor Napoleon, uit zucht om zich aangenaam te maken,
+of uit nauwgezette plichtsbetrachting, daar deed _hij_ het steeds uit
+ingeboren neiging. Hoe wreeder de Keizerlijke bevelen waren, te minder
+blijk van weerzin of mededoogen deze prefect openbaarde, als ontbrak hem
+alle gevoel van menschelijkheid, als was het hem een genòt om leed te
+stichten.
+
+De jonge Stargardt, na alles wat hij gezien had, huiverde, toen
+eindelijk de beurt aan hèm kwam.
+
+»En jij?" vroeg een der militaire chirurgijns.
+
+»Bijziende!" stamelde Willem bevend.
+
+Enkele proeven werden nu genomen en daar hij te eerlijk was tot een
+poging om den raad van keuring te misleiden, klonk het weldra:
+
+»Willem Stargardt,--goedgekeurd voor den dienst!"
+
+
+
+
+Tweede Hoofdstuk.
+
+Het oproer aan de Haarlemmerpoort.
+
+
+Op den avond van den 10den April werden alle goedgekeurde conscrits
+bijeengebracht en in de kazerne aan de Utrechtsche poort opgesloten,
+om den volgenden dag naar hun corpsen te worden gezonden.
+
+Zoodra de morgen aanlicht, zet de sombere stoet zich in beweging, naar
+de Haarlemmerpoort, waar verscheidene schuiten tot hun vervoer gereed
+liggen.
+
+Door talrijke gendarmen begeleid volgt de droeve jongelingenschaar de
+aanvoerders als weerloos slachtvee.
+
+Willem Stargardts familie is niet aanwezig.
+
+Om hem het heengaan niet nog moeilijker te maken had hij dringend
+verzocht, dat het laatste afscheid den dag te voren in het ouderlijke
+huis zou plaats hebben.
+
+Maar in weerwil dat de tocht met voordacht langs achterbuurten gaat,
+zijn toch vele vrienden en verwanten op de been, die met de uittrekkende
+lotelingen meeloopen. En dat aantal wordt gaandeweg nog hoe langer hoe
+grooter. Af en toe knerpt een raam open, waardoor een vaarwel wordt
+toegewuifd. Dan heft de loteling dien het geldt in den regel zwijgend
+een hand op, en laat vervolgens het hoofd weer moedeloos op de borst
+zinken.
+
+Willem loopt tusschen Lodewijk Hantelman, den tengeren jongen die op den
+keuringsdag in zwijm viel, en Frederik Nottens, den Willemstrater, die
+doofheid had voorgewend.
+
+De doodsbleeke Lodewijk snikt als een kind, terwijl zijn roodgeschreide
+oogen aanhoudend naar zijn ouders kijken, zich voortbewegend onder
+de nog immer aangroeiende menigte. En naast Lodewijk's vader, den
+stevig-gedrongen, breedgeschouderden Antonie Hantelman, stapt de
+reuzengestalte van Toon Janssen. Zijn eigen jongen was wel is waar, om
+zijn vallende ziekte, ongeschikt verklaard voor den dienst, maar toch
+laait een felle woede weer telkens in hem op, zoo vaak hij maar bedenkt,
+hoe mishandeld hij zijn kind weer thuis kreeg.
+
+Hij is meegeloopen met den stoet, omdat hij er enkele verwanten onder
+heeft. En nu moet hij het zien dat, daar vóór hem, de ellendeling gaat
+die zich gretig haastte, het onmenschelijk bevel van den prefect ten
+uitvoer te brengen.
+
+Toon Janssen klemt de vingers krampachtig om de duimen, zijn oogen
+gloren somber van verzwegen wrok, nu hij daar dien hatelijken Jean Malot
+ontdekt, wiens hand de gloeiende lakdruppels op het naakte lijf van zijn
+ongelukkigen jongen liet inbranden.
+
+Zwaar stapt hij naast Antonie Hantelman voort, wiens jongen op dezelfde
+onmenschelijke wijze mishandeld werd.
+
+En in hun haat komen de versomberde zielen dier beide vaders tot
+elkander, voldoening zoekend in zacht-mompelend beurt-geschimp.
+
+Daar tracht iemand uit de menigte tot de lotelingen door te dringen,
+om zijn zoon de hand te drukken. Doch met een stomp wordt hij
+teruggedrongen onder het volk. Anderen pogen hetzelfde, maar stooten en
+slagen van de gendarmen doen hen dof-grommend af deinzen. Aanstekelijk
+werkt dit grommen op heel de verbitterde massa; het wordt een zwaar,
+gonzend, opstandig gebrom, langzaam groeiend en aansterkend tot nog
+onverstaanbaar, dreigend woordgezwatel; hoofden en handen komen in
+onrustig gebaar; oogen drinken haat uit anderer haatvervulde oogen....
+In dien toestand van nog onderdrukte opgewondenheid, geraakt heel de
+massa, met de lotelingen, tot buiten de Haarlemmerpoort.
+
+En daar liggen zij te wachten, de schuiten, stil-geduldig als loerende
+leviathans, de wijd-open klepluiken hongerig gapend als monstermuilen,
+om, zoo dadelijk, één voor één, die aangevoerde prooi van Amsterdamsche
+jongelingen te verslinden.
+
+Thans wordt de wanhoop die zwaarbeproefde vrienden en verwanten te
+machtig. Zij dringen zich door de gendarmen tot een laatsten handdruk,
+een laatste omhelzing.
+
+Moeder Hantelman heeft zich wild aan de borst van haar zoon geworpen,
+luid jammerend:
+
+»O mijn jongen, mijn jongen!.. Ik kàn je niet missen!.."
+
+Hun armen houden elkander vast als in onbreekbare omstrengeling. Maar
+driftig nadert Jean Malot. Barsch scheurt hij beiden van elkaar, dat de
+moeder met een smartkreet terzijde slingert, terwijl hij den zoon naar
+de schutten poogt voort te drijven.
+
+Doch in 't zelfde oogenblik springt de vader op den ruwen gendarme
+toe..; ontembare worgdrift vaart bevend door zijn armen, en als een
+roofdierklauw omhaken zijn vingers hem nijpend den strot...
+
+De Franschman, het vuurroode hoofd achterover, reutelt een gesmoorden
+vloek omhoog, zijn sabel trekkend tot bloedigen tegenweer... Maar Toon
+Janssen's sterke handen ontwringen het wapen aan zijn vuist... als een
+weerlicht flitst het over de hoofden der menigte, tot het neerploft in
+de Haarlemmervaart...
+
+Deze daad werkt op de massa als een vurig verbeid, onderling afgesproken
+aanvalssein. Het lang reeds smeulende vuur van hun wrok slaat plotseling
+uit in wild-flakkerende vlammen. Hun oordeel ligt in onmacht; hun haat,
+in zijn honger naar gewelddadigheden, ontwringt zich aan den greep der
+zelfbeheersching... En die vreedzame burgers, die rustige huisvaders en
+huismoeders, zij worden opeens tot furiën! Bij tientallen bespringen
+zij de schuiten, zij snijden de jaaglijnen in stukken, zij bemachtigen
+gretig de lange schippershaken, en de lotelingen die reeds waren
+ingescheept voelen zich eensklaps naar boven gesjord en weer aan wal
+gesleurd, nog vóór ze beseffen wat er eigenlijk te doen is.
+
+Zoodra Willem Stargardt zich bevrijd weet, begint hij zich echter af te
+vragen, wat hij met zijn vrijheid nu toch wel moet aanvangen. Liefst
+zou hij naar huis gaan, maar hij begrijpt zeer goed, dat de Fransche
+gendarmen hem niet rustig thuis zullen laten. Gauw genoeg zal hij daar
+ontdekt worden. En dan is zijn lot natuurlijk, dat hij tòch zal moeten
+uittrekken en heel zijn leven soldaat blijven, zoo hij niet gedood of
+verminkt wordt. Zijn leven lang zal hij dan hebben te vechten, niet
+voor zijn eigen vaderland en zijn eigen vorst, maar een vreemd land
+en een vreemden heerscher zal hij moeten dienen; hij zal zijn jonge
+leven aanhoudend moeten wagen in dienst van den nooit voldanen
+veroveringshonger van den man, die zijn land en zijn volk zoo diep
+heeft vernederd en nog dagelijks onderdrukt.
+
+Heel zijn ziel komt opnieuw tegen dit onduldbaar-hatelijk denkbeeld in
+verzet en hij besluit, niét naar huis te gaan.
+
+Maar, wat dàn?
+
+Terwijl hij hier nog over nadenkt, fluistert iemand hem in 't oor: »Maak
+dat je van avond aan 't Legmeer bent.--Maar òngemerkt, hoor!--dan zal ik
+je verbergen!"
+
+Meteen keert de man zich om en verdwijnt tusschen de vechtende en
+tierende menigte.
+
+Willem heeft echter dadelijk Ep de Breukelaar herkend, een visscher, van
+wien zijn vader nog al eens baars en paling koopt. Zoo ergens, dan is
+hij dààr veilig.
+
+Zijn besluit staat nu vast. Hij zal zich bij Ep de Breukelaar voorloopig
+schuil houden en vandaar trachten, naar Engeland te ontkomen.
+
+Dit laatste is zonder twijfel een onderneming, vol van het grootste
+gevaar. En wordt hij gesnapt, hij weet het, dan zal hij, als deserteur,
+tot den kogel veroordeeld worden.
+
+Maar dat waagt hij er op. Liever éénmaal de kans om doodgeschoten te
+worden bij zijn streven naar de vrijheid, dan honderd maal wellicht,
+op het slagveld den dood onder de oogen te moeten zien.
+
+Ongemerkt maakt hij zich nu uit de voeten, want het tumult en de
+verwarring zijn in dit oogenblik heviger dan ooit. Woedend de sabel
+zwaaiend pogen de politiemannen nog meester te blijven van den toestand.
+Maar met de lange vaarhaken worden zij smalend en jouwend omvergerukt,
+met woest getier overvallen, en ontwapend onder brullend
+triomfgeschreeuw.
+
+Het gevoel harer onmacht heeft die verbitterde menigte voor een
+oogenblik geheel verloren, tot de gehate gendarmen, getrapt en geslagen,
+gehavend en wapenloos, zich zoeken te redden in wilde, ordelooze
+vlucht...
+
+Die ongehoorde uitslag werkt plotseling als een ontnuchtering...
+
+Angstig komt men tot een klaar besef van wat men eigenlijk gedaan
+heeft... en trekt dan af, in de grootste verslagenheid, terwijl de
+bevrijde lotelingen zich door de stad verspreiden, waar de mare van
+hetgeen er aan de schuiten voorviel, hun reeds is vóórgegaan.
+
+In verschillende wijken ontstond nu gisting. Toen het 46ste regiment,
+dat op 't Funen manoeuvreerde, zich naar de Haarlemmerpoort wilde
+spoeden, werd het door de bewoners der Joden-Breestraat zoo vinnig met
+stokken en steenen en allerlei andere wapens bestookt, dat het hierdoor
+geruimen tijd werd tegengehouden. Ja, de Fransche ambtenaren begonnen
+blijkbaar voor hun leven te vreezen. Brunier, de knecht van mijnheer
+Devilliers Duterrage, den gevreesden directeur-generaal der Fransche
+politie, kwam tenminste bij den parfumeur Jaquement, op de
+Reguliers-Breestraat, binnensnellen onder den uitroep:
+
+»Ach, landsman, alle Franschen worden verwurgd!"
+
+»Maar wij zijn geen Franschen, wij zijn Zwitsers," antwoordde de
+winkelier bemoedigend.
+
+»Jawel, we zijn Zwitsers, maar Zwitsers die Fransch praten; dat is voor
+'t verbitterde volk genoeg om ons aan een lantaarnpaal op te hangen!"
+
+En werkelijk, er dreigde voor de Franschen gevaar. Maar in den namiddag
+kwam de Nationale garde (schutterij) in 't geweer, en deze hield het
+volk van verdere bewegingen terug.
+
+Zoozeer zat echter de schrik bij de Fransche regeering er in, dat zij
+per telegraaf versterking aanvroeg.
+
+Op de Weesperpoort stond namelijk een ijzeren stijl met zes ijzeren
+borden, die recht konden liggen of dwars opstaan. Hiermee vermocht men
+alle letters te maken, ja kon men zelfs teekens geven en allerlei andere
+seinen. Nu stond er op den toren van Ouwerkerk ook zoodanig toestel
+dat al die teekens onmiddellijk navolgde. De telegrafen te Vreeland,
+Westbroek en verdere dorpen deden evenzoo, en op die manier, van toren
+op toren overgebracht, konden, van Amsterdam uit, berichten worden
+gezonden tot zelfs naar Parijs.
+
+Langs dezen weg nu werd door de Fransche overheid, in haar ontsteltenis,
+naar Utrecht om hulp gevraagd, waarmee zij allerduidelijkst bewees, hoe
+ernstig zij den toestand nog altoos achtte.
+
+Intusschen zwierf Willem Stargardt op eenzame wegen en velden rond.
+
+Voorloopig had hij, om zijn spoor te verheimelijken, den weg naar
+Haarlem ingeslagen. Spoedig was hij evenwel Zuidwaarts afgeweken, immer
+zorgend, herhaaldelijk van richting te veranderen en zich liefst zoo ver
+mogelijk uit de menschen te houden.
+
+Beurtelings loopend en rustend, bracht hij op die manier den dag door,
+om zich eindelijk in de buurt van het Legmeer schuil te houden tot het
+donker zou zijn.
+
+Toen ging hij naar den oever en bleef er wachtend turen over den
+rietzoom, in de richting waar hij Ep de Breukelaar's woning wist...
+
+Een gevoel van verlatenheid beving hem, in de vreemde, geheimzinnige
+stilte om hem heen... Geen enkel gerucht, dat aan de nabijheid van
+menschen deed denken...
+
+»Nu moest Ep eens berouw gekregen hebben en wegblijven!" dacht hij
+bekommerd.
+
+Hij boog zijn hoofd over het riet, het oor in luistering naar het water
+gericht...
+
+Dáár vernam hij een vaag gekabbel... Dat gerucht viel echter dra te
+onderkennen... Het bleek een langzaam naderend, stil-omzichtig
+riemgeplas...
+
+Willem kon eindelijk den schimmigen vorm van bootje en roeier
+onderscheiden.
+
+De visscher legde aan, zacht werden wederzijds eenige woorden geuit...
+Willem stapte in... en even behoedzaam als Ep gekomen was, roeide hij
+weer, de duisternis in, naar zijn woning.
+
+Gebouwd op een der honderden eilandjes die, na het vervenen van den
+grond, nog in het meer waren overgebleven, lag het huisje van Ep de
+Breukelaar eenzaam te midden van hooge rietbosschen, gelijk het nest van
+een schuwen watervogel.
+
+'t Was spoedig bereikt; Ep maakte het schuitje aan den walkant vast en
+bracht Willem in het woonvertrek, waar hij allerhartelijkst door de
+vrouw van den visscher werd ontvangen.
+
+»Komaan, ga dáár nu eens zitten!" zei ze, een stoel van den wand bij de
+tafel plaatsend. »En kijk, dat zal er wel ingaan, denk ik!"
+
+Meteen zette zij een bord vol dampende karnemelksche pap voor hem neer.
+
+Nu, òf dat er in ging!--Want Willem had in de kazerne bijna niets door
+de keel kunnen krijgen en heel dien dag had hij verder nat noch droog
+gehad.
+
+Met ijver werd het bord dus leeg gelepeld, waardoor echter een opschrift
+bloot kwam, dat door Willem niet zonder verbazing gelezen werd:
+
+ Oranje boven is mijn leus,
+ Een Prinsman heeft geen andre keus!
+
+stond daar in sierlijke, blauwe krulletters.
+
+»Ja, ja," grinnikte Ep, die zijn verbazing gemerkt had: »Je bent hier
+bij een volbloed Oranjeklant! Kijk maar vrij om je heen, dan zal je daar
+méér bewijzen van zien!"
+
+»Ik denk, dat onze maat op 't oogenblik net zoo lief nog een bordje pap
+heeft," lachte zijn vrouw, terwijl zij meteen zijn bord nog eens vulde.
+
+Willem zei geen _neen_, maar toen hij ook dàt geleegd had, keek hij op
+zijn gemak het vertrek eens rond, naar de overige bewijzen van Ep de
+Breukelaar's Oranjeliefde.
+
+Aan den wand ontdekte hij nu een paar omlijste prenten, met Willem V en
+zijn gemalin ten voeten uit en een oranjeboom in het midden, waaronder:
+
+ Hier is de deugt en roem geplant
+ Den vorst van 't Vrije Nederlant.
+
+Op de katoenen paneelen der beddeurtjes zag hij den Prins en de Prinses
+_en medaillon_; en het kunstig houtsnijwerk waarmee de opstap-bankjes
+voor de hooge bedden gesierd waren, hield tusschen loovers en bloemen de
+letters: »P. W. D. 5."
+
+»Prins Willem De 5 de!" legde Ep hem uit.
+
+Maar dan de schoorsteen!
+
+'t Was een groote, vooruitspringende schouw, omrand met een veelkleurig
+katoenen, in plooien geregen valletje...
+
+O, dat vàlletje! 't was de trots van de huisvrouw! Maar wat daar bóven
+pronkte, in het rek van den breeden, geribden mantel, daar gingen
+ze _beiden_ hoog op! Die zes groote borden, ze waren hun een zoete
+herinnering aan voorbije dagen, een stille troost in het rampvol heden,
+een blijde hoop voor de toekomst! Want ieder bord droeg het beeld van
+den Prins en onder iedere Prinsenbeeltenis stond een zegewensch op het
+Oranjehuis te lezen.
+
+»Da's nog eens de moeite wáárd, hè?" riep Ep, met ingenomenheid zijn
+eigen woorden naknikkend.
+
+»Ja, vriendschap, die borden zijn nog uit den tijd van de Keezen en
+Prinsmannen! Maar ook onder de Bataafsche Republiek en de regeering van
+Koning Lodewijk zijn ze niet van hun plaats geweest!--En je ziet het,
+zelfs nou, onder de dwingelandij van Napoleon," besloot hij met
+voldoening, »nou staan ze daar nòg!"
+
+Zij raakten daarop over het voorval bij de schuiten aan het praten en
+Ep, die den anderen morgen met paling naar stad moest, nam op zich, om
+Willem's huisgenooten gerust te stellen.
+
+Den volgenden dag bleef Willem met het grootste ongeduld op Ep de
+Breukelaar's thuiskomst wachten. Pas tegen den avond kwam hij terug, een
+overvloed van nieuws meebrengend.
+
+»Nou, vriendschap, daar is je me gister wat gebeurd!" begon hij.
+»Niet alleen aan de Haarlemmerpoort is het er te doen geweest, maar ook
+binnen de stad zijn er nog verscheidene relletjes voorgevallen. In hun
+benauwdheid hebben de Franschen toen om hulp gevraagd; en van morgen,
+alheel in de vroegte, is het 93ste regiment uit Utrecht aangekomen, om
+de bezetting van Amsterdam te versterken.
+
+De gendarmen, die gister wel in een doosje konden, ze stappen nu weer
+als pauwen door de straten!
+
+En overal in de stad zijn bekendmakingen aangeplakt, vol van allerlei
+dreigementen:
+
+Vooreerst, dat er een commissie benoemd is om de aanstookers en
+medeplichtigen bij de relletjes van gister, op te sporen en te
+vonnissen.
+
+Verder zal er huiszoeking gedaan worden, staat er, in alle wijken, waar
+de lui oproerig geweest zijn; en alle verzamelingen van tien personen
+zijn streng verboden.
+
+Maar dan staat er óók nog wat op, dat voor _jou_ van belang is:
+
+De dienstplichtige lotelingen moeten zorgen, uiterlijk morgenochtend
+zeven uur, weer aan de Utrechtsche poort te zijn, of zij zullen als
+deserteurs beschouwd worden.
+
+Ik heb je vader gesproken en die wou het heelemaal aan jezelf overlaten,
+wat je nu doen wilt. Maar _blijf_ je bij je plan om te ontsnappen, dan
+raadt hij je aan, om dat vandáág nog te probeeren. Want mocht het eens
+blijken, dat je vlucht onmogelijk was, dan kan je nog altijd zorgen,
+niet als deserteur beschouwd te worden, door je in dat geval nog tijdig
+aan te melden.
+
+Toevallig was mijn broer Teunis van morgen in de stad en die wil
+probeeren, je aan boord van een Engelschman te krijgen, heeft hij me
+beloofd. Ook heb ik nog met een vertrouwden kennis afspraak gemaakt,
+dat hij ons, zoo gauw het donker is, met zijn wagen naar Noordwijk zal
+brengen.--Want mijn broer is een Noordwijker visscher, moet je weten!
+
+Dus--wàt is nu je plan?"
+
+Daar Willem halsstarrig bij zijn eerste voornemen blééf, roeiden zij dan
+'s avonds naar den Zuidelijken oever van het Legmeer, waar de boer al
+met zijn rijtuig op hen wachtte.
+
+Zij namen hun weg bezuiden het Haarlemmermeer en na een rit van
+verscheidene uren geraakten zij zonder tegenspoed tot in de buurt van
+het dorp Noordwijk.
+
+Hier zou de boer blijven wachten. Ep sloeg met Willem een duinpad in.
+Het pad was hem blijkbaar volkomen bekend, want schoon het vrij donker
+bleek, liep hij zonder de minste aarzeling voor Willem uit, tot zij
+eindelijk aan een eenzame duinhut gekomen waren.
+
+Ep de Breukelaar tikte aan het venster.
+
+»Wie daar?" werd er van binnen geroepen.
+
+»Goed volk, doe maar open Teun!"
+
+»Ha, zoo! Ben jij het?"
+
+Er volgde nu eenig gestommel; daarop werden beiden binnen gelaten.
+
+Bij het licht van een zwak olielampje zag Willem, dat de visscher geheel
+gekleed was. Hij kwam dus niet rechtstreeks uit bed, schoon het toch
+middernacht moest zijn.
+
+»En dat is dus de jonge borst, dien we naar Engeland moeten
+prakkizeeren?" zei Teun. »Nou, je hebt schoon gelijk, hoor! En wat
+het mooiste is, er leit juist een Engelschman op de kust. Hij heeft
+duidelijk een paar maal sein gemaakt.
+
+Asjeblieft Ep, daar heb-je wat koffie, suiker en thee en een paar
+pondjes tabak!--Maar nou moet ik er dadelijk op uit, want de maats
+zullen al met ongeduld op me wachten!"
+
+Willem begreep onmiddellijk--uit den aard der artikelen die Teun zijn
+broer present deed--dat de Noordwijker, evenals zoovéle visschers wier
+bedrijf door het continentaal stelsel zoo goed als stil stond--het
+gevaarlijk bedrijf van smokkelaar uitoefende en dat hijzelf op zoo'n
+nachtelijken smokkeltocht aan boord van het Engelsche vaartuig zou
+gebracht worden.
+
+Hij was evenwel tot alles bereid en nadat Ep dus afscheid genomen had om
+weer met den boer naar huis te rijden, gaf hij zich moedvol aan het
+geleide van zijn nieuwen helper over.
+
+»Nu geen woord spreken," zei Teun, »en je nergens over verwonderen!"
+
+Willem beloofde dit en volgde vol vertrouwen zijn gids die, een
+roeispaan over den schouder, met de grootste behoedzaamheid in het
+duister voortschreed...
+
+Dáár bleef de smokkelaar staan. Willem zag hem iets in den mond steken.
+Een soort van fluitje moest het geweest zijn, want plots liet de
+Noordwijker, bedrieglijk natuurlijk, het geluid van een smient hooren.
+
+Hij wachtte even... Daar klonk, heel zacht, hetzelfde fluitgeluid als
+antwoord... Donkere gestalten kwamen uit het duister naar voren, en een
+oogenblik later had zich een vijftal mannen bij hen gevoegd, ieder,
+evenals Teun, een riem over den schouder.
+
+»Wie heb je daar bij je?" werd achterdochtig gefluisterd.
+
+»Een neef van me, die op 't oogenblik werkeloos is," zei Teun gedempt.
+Hij vond dit korte leugentje gemakkelijker, dan zijn maats een
+breedvoerigen uitleg te geven.
+
+Met de grootste behoedzaamheid sloegen de smokkelaars nu een duinpad in,
+waarlangs zij weldra het strand genaderd waren.
+
+»De kustwacht!" waarschuwde de voorste opeens.
+
+»Laat je plat op den grond vallen!" fluisterde Teun tot Willem.
+
+Hij deed het onmiddellijk, bijna te gelijk met de anderen.
+
+Terwijl zij daar nu roerloos bleven liggen, weifelden de vage
+lichtvlakken van een schommelende handlantaarn over het strand. Het
+bleken inderdaad eenige mannen van de kustpolitie die een nachtelijke
+ronde deden.
+
+Toen het licht eindelijk weer verdwenen was, rezen de smokkelaars
+overeind.
+
+Willem meende, dat zij nu regelrecht naar het strand zouden gaan, maar
+hij vergiste zich:
+
+De Noordwijkers begonnen, even ter zijde van het pad, volijverig in het
+zand te woelen en daarop kwam een omgekeerde vlet te voorschijn, die
+gekanteld en naar zee gezeuld werd. De meegebrachte riemen werden
+tusschen de roeipinnen geplaatst... Geruischloos gleed het vaartuig den
+nacht in.
+
+Het lantaarnlicht in een der masten verried de plaats waar de
+koopvaarder ten anker lag.
+
+Spoedig had men het vaartuig bereikt en onderwijl Teunis met Willem
+langs de uitgeworpen valreep aan boord klom, werden achtereenvolgens
+verscheidene vaatjes, kisten en balen in de vlet neergelaten.
+
+Na een kort onderhoud met den koopman en den schipper, kwam Teun alleen
+weer van boord.
+
+»En je neef?" vroeg er een.
+
+»Heeft zich als scheepstimmerman laten aannemen! Vooruit, mannen!"
+
+Langzaam gleed de zwaargeladen vlet de kust te gemoet.
+
+Willem Stargardt bevond zich op Engelsch grondgebied; hij was gered!
+
+
+
+
+Derde Hoofdstuk.
+
+Een vreeselijke nacht.
+
+
+Tegenover de militaire macht, die thans binnen Amsterdam was vereenigd,
+viel aan geen nieuw verzet meer te denken. De lotelingen meldden zich
+dan ook aan, behalve Willem Stargardt en nog acht of negen anderen die
+voorloopig onvindbaar waren. En in den vroegen morgen van Zaterdag,
+den 13den April, trokken zij heen, ditmaal in het midden der Nationale
+garden (schutters) die hiertoe des nachts waren gewekt, zonder dat zij
+wisten welke dienst van hen werd gevorderd.
+
+De droeve stoet trok de Utrechtsche poort uit, de buitensingels langs,
+tot op den Haarlemmerweg,--zwijgend, somber, als bij een doodenmarsch.
+
+Het Amsterdamsche volk gevoelde zich als een afgeranselde hond, die
+plots een wilden sprong aan zijn ketting had gedaan. Maar de ketting was
+niet gebroken en de sprong had het arme dier slechts pijnlijk gewond.
+Onmiddellijk toch nadat de conscrits vertrokken waren, werden
+achtereenvolgens tal van personen gevangen genomen en in verscheidene
+woningen werd huiszoeking gedaan.
+
+In huivering van angst ging het gerucht dier gebeurtenissen de stad
+door, een atmosfeer van wee scheen plotseling dompig in alle straten
+neer te hangen, de menschen ademden als onder een zware benauwenis.
+
+Franciscus Stargardt stond dien morgen juist klaar om met zijn vischkar
+de stad in te gaan, toen een wachtmeester der gendarmen met twee
+ondergeschikten voor zijn deur stil hielden. Zij stegen af en onderwijl
+één van hen drieën bij de paarden bleef, traden de beide anderen binnen.
+
+»We komen huiszoeking doen!" zegt de wachtmeester.
+
+»Ga je gang!" antwoordt de kreupele onverschillig.
+
+Doch die onverschilligheid is maar schijn; want bedwongen toorn
+doorsiddert hem het bloed tot in de uiterste vezelen. Hij vindt het
+onverdraaglijk, dat die kerels bij hem rond komen spionneeren en dat
+hij dit machteloos moet aanzien.
+
+Die vreemde huurlingen kunnen zijn geheele huis het onderste boven
+halen; zij kunnen zijn brieven en papieren nalezen zoo ze dat willen; en
+als hij zich verzet, dan weet hij, dat ze hem zullen wegsleepen naar de
+gevangenis op den Heiligenweg, of naar een der drie andere gebouwen, die
+ijverig door de politie met ongelukkige stadgenooten worden volgepropt.
+
+Moeder Jane houdt zich wondergoed, onderwijl zij de gendarmen zoo in de
+weer ziet. Zij halen de kasten open, zij onderzoeken de bedsteden; de
+wachtmeester stoot zijn degen hier en daar in het stroo en luistert dan,
+of hij niets hoort, waarop hij het staal bekijkt, of er geen bloed
+aankleeft.
+
+Dan zetten de gendarmen het onderzoek weer voort; blijkbaar hebben zij
+het meer bij de hand gehad. In de pronkkamer kijken zij spiedend den
+ongebruikten schoorsteen in, zij halen er het pronkbed over den vloer
+en trappen er op met hun smerige laarzen; zij kloppen langs de muren,
+en luisteren naar den klank dien de muren geven; zij doorsnuffelen het
+geheele huis en klimmen van den kelder tot aan de vliering.
+
+Doch Willem Stargardt kunnen zij niet vinden en teleurgesteld rijden zij
+eindelijk weer weg.
+
+Nog verbitterd over de huiszoeking der gendarmen vangt Franciscus daarop
+zijn dagelijkschen rondgang bij de klanten aan.
+
+Zijn gemoed is bovendien bekommerd over Willem. Want wordt de arme
+jongen gesnàpt, dan gaat het om zijn leven. En slààgt hij in zijn pogen,
+dan zal hij toch nooit wellicht zijn kind nog weer terugzien...
+
+En dat alles om de heerschzucht van den Keizer, wrokt het in hem...
+
+Om de heerschzucht van één enkel mensch zijn van morgen al die gezonde,
+jonge mannen als een weerlooze schapendrift de stad uitgevoerd...
+Hoeveel zullen er van terug komen?... En _hoe_ komen die dan misschien
+terug?...
+
+Een opbeving van haat doortrilt hem plots, fel uitsidderend in de
+saâmgekrampte, zware wenkbrauwen.
+
+Maar hij wil aan dit gevaarlijk haatgevoel niet toegeven.----Hij wil het
+bedwingen en klemt de tanden op elkaar als onder de steking van een
+vlijmende pijn.
+
+Op zijn rondgang hoort hij echter niets dan allerlei schokkend nieuws,
+sarrend zijn verontwaardiging, om zich los te wringen uit den worgenden
+greep van zijn wil.
+
+Hier verneemt hij, dat Anthonie Hantelman, nog geen uur geleden, werd
+gearresteerd.
+
+Wat verder weet men hem te vertellen, dat Toon Janssen eveneens gevat
+werd.
+
+»Bij wel twintig menschen is nu al huiszoeking gedaan!" hoort hij
+elders.
+
+»Emanuel van Praag en Barth Meijer uit de Jodenbreêstraat zitten óók al
+achter slot!" verzekert een ander.
+
+Sneller hipt de kreupele achter zijn vischkar voort, als gedreven door
+de rusteloos elkander najachtende bevliegingen van zijn grimmigen wrok.
+
+Voor den winkel van mijnheer Vermaat, den tabaksverkooper over de Munt,
+houdt hij eindelijk weer stil.
+
+Mijnheer Vermaat heeft hem een bestelling gedaan met het oog op de
+naderende Paschen. Hij is nog een oud vriend van Stargardt uit die
+dwaas-opgewonden dagen van »gelijkheid en broederschap" en zelden zal
+hij verzuimen een praatje te maken, als Franciscus komt venten.
+
+Ook nu weer staat de tabaksverkooper in zijn winkeldeur, onderwijl
+Franciscus' mes, stuk voor stuk, de bestelde waterbaars schrapt en
+kerft.
+
+»Jan Dupker ook al door de gendarmen weggehaald, hè?" zegt mijnheer
+Vermaat meewarig.
+
+»Jan Dupker?!..."
+
+Het boven zijn werk gebogen hoofd van den kreupele veert overeind, de
+punt van het vinnige schrapmes wijst eensklaps doelloos de lucht in.
+
+»Jan Dupker?!..."
+
+»Had je 't nog niet gehoord?"...
+
+Neen, hij had het nog niet gehoord. Maar Dupker was, zoo al geen vriend,
+dan toch een goede kennis van hem. Het bericht schokte hem daarom meer
+dan alles wat hij tot nog toe reeds vernomen had.
+
+Jan Dupker!... Wat tijden waren het dan toch!
+
+Driftig greep hij een grooten, volronden baars; en de schubben vliegen
+als zilverspetten in het voorjaarszonnelicht.
+
+God, God, wat moet men al beleven tegenwoordig!
+
+Reng!--Venijnig kerft het mes een diep gapende snede in de
+blankgeschrapte visch.
+
+Reng!!--'t Is of zijn haat zich moet uitvieren in de kracht van iedere
+verwonding.
+
+»Ho, ho, je wilt me toch het beest niet aan moten kerven?" meent de
+tabaksverkooper te moeten waarschuwen.
+
+»Ik wou," barst Stargardt nu grimmig uit, »dat ik Napoleon zoo eens
+onder handen had!"
+
+Verschrikt schiet mijnheer Vermaat opeens den winkel in, gebarend of
+men daar iets brak. Hij wenscht niet als getuige tegen een stadgenoot op
+te treden en vooràl niet, waar die stadgenoot daarenboven nog een oud
+vriend van hem is.
+
+Franciscus begrijpt opeens, hoe zeer hij zich vergat. Hij siddert en
+ziet schrikkerig rond... Maar die voorbijgangers, neen, die moesten hem
+toch niet gehoord hebben, stelt hij zich gerust. Anders zouden ze daar
+toch wel eenig blijk van geven!
+
+Met aandacht schrapt en kerft hij vervolgens de overige baarzen, zich
+dwingend geheel òp te gaan in dien arbeid.
+
+»Drommels, dat was een leelijk-onvoorzichtige uitval van me, hè? daar
+zoo metéén!" zegt hij bij het weggaan.
+
+»Onvoorzichtige uitval?..."
+
+Mijnheer Vermaat's gezicht veinst groote verbazing: »Ik weet nergens
+van!--Maar ja, voorzichtigheid is in dezen tijd wel aan te bevelen,"
+laat hij er waarschuwend op volgen.
+
+Franciscus begrijpt wel, dat de tabaksverkooper liever buiten de zaak
+wenscht te blijven, en daar is hij hem dankbaar voor. Maar zoo'n vaart
+zal het niet loopen. Niemand heeft zijn uitval immers gehoord! Hij maakt
+zich daarover dan ook in 't minst niet angstig, ja, een oogenblik later
+denkt hij er zelfs niet meer aan.
+
+In den laten namiddag vertelde hem Ep de Breukelaar in de gauwigheid,
+dat Willem onverlet bij zijn broer was aangekomen en hij twijfelde niet,
+of de jongen zou nu wel al veilig op zee zijn.
+
+Franciscus, die juist zijn kar leeg had, repte zich, om deze tijding aan
+moeder Jane te brengen.
+
+De beide Paaschdagen die nu volgden, gingen voor de Stargardts niettemin
+treurig voorbij; want hun spreken en denken was steeds over Willem: Waar
+hij nu wel wezen mocht, of zij hem ooit nog wel eens terug zouden zien,
+ja, of het misschien toch niet beter zou zijn geweest, als hij zich maar
+gewillig weer aangemeld had.
+
+»Dat is de eerste Paschen," zei Stargardt 's avonds bij het naar bed
+gaan, »die we niet feestelijk hebben doorgebracht."
+
+»Ja", zuchtte Jakob verveeld, »'t zijn voor dit jaar een paar
+verdrietige dagen geweest".
+
+»Och", zei moeder Jane, »laten we maar dankbaar zijn, dat ze nog zóó
+waren. Als de gendarmen onzen Willem eens bij Ep de Breukelaar hadden
+gesnapt, zouden zij dan niet oneindig veel treuriger zijn geweest?"
+
+Ja, moeder had wel gelijk, meenden zij, deze Paschen had nog heel wat
+rampzaliger kunnen zijn. En hoe armelijk die troost was, toch gingen zij
+daardoor nog onder een vleugje van blijmoedigheid ter rust.
+
+Midden in den nacht schrikten zij eensklaps wakker door een hevig
+deurgeklop.
+
+»Gerechtige goedheid, wat moet dàt beteekenen?" vroeg moeder Jane
+angstig.
+
+»Ik denk vrouw, dat het gendarmen zijn, die opnieuw naar Willem komen
+zoeken".
+
+»En ze weten al, dat hij hier niet is!"
+
+»Maar hij kon later nog wel in het ouderlijk huis teruggekomen zijn, in
+de meening dat hij, nà de huiszoeking, daar volkomen veilig was, zullen
+ze denken".
+
+Het geklop op de deur herhaalde zich, maar nu veel luider dan te voren.
+
+»Hemel, wat gaan ze te keer!" klaagde Jane ontdaan.
+
+Jakob had reeds broek en kousen aangeschoten:
+
+»Ik zal wel even kijken, wat er aan de hand is!"
+
+Ook zijn ouders waren het bed al uit en begonnen zich te kleeden,
+onderwijl Jakob naar de huisdeur liep.
+
+Het kloppen was nu in bònzen overgegaan.
+
+»Wie daar?" riep Jakob.
+
+»De politie!" werd er terug geroepen. »Doe maar gauw open of we trappen
+de deur in!"
+
+Jakob schoof de grendels weg en onmiddellijk traden hem twee mannen
+voorbij, die regelrecht de kamer in liepen.
+
+Bij het licht van de kaars, die moeder Jane dadelijk bij het opstaan had
+aangestoken, bleken het inderdaad gendarmen te zijn: een wachtmeester en
+een ondergeschikte.
+
+»Woont hier Franciscus Stargardt?"
+
+»Jawel", antwoordde Stargardt stug; »Wat was er van uw order?"
+
+»Dan moeten we u verzoeken", richtte de wachtmeester zich tot Jakob, »om
+dadelijk met ons mee te gaan!"
+
+»Maar _ik_ ben Franciscus Stargardt", antwoordde de vader.
+
+»In dat geval zijn we verplicht, _ù_ te arresteeren!" zei de
+wachtmeester, met verwondering en zelfs met eenig medelijden den
+kreupele aanziend.
+
+»Maar... ik ben volstrekt niet aan de Haarlemmerpoort geweest... Aan
+géén van de opstootjes heb ik deelgenomen...!"
+
+»Neen, neen, mijn man is onschuldig...! Jullie moet je vergissen!" riep
+Jane zenuwachtig.
+
+De wachtmeester haalde de schouders op.
+
+»Wij hebben alleen onze instructie te volgen!"
+
+»Maar worden onschuldigen dan óók al gearresteerd?" jammerde moeder
+Jane. »Hij heeft toch niets, heelemaal niets verkeerds uitgevoerd!...
+Kijk, de stakker heeft immers niet eens zijn beide beenen tot zijn
+gebruik... Hoe wou hij dan aan het oproer mee gedaan hebben?..."
+
+»Hoor eens, vrouwtje", overreedde de wachtmeester gemoedelijk, »als hij
+werkelijk onschuldig is, dan zal dit natuurlijk wel blijken. En in dat
+geval wordt hij immers weer dadelijk op vrije voeten gesteld?"
+
+Maar tegen den gendarme zei hij zacht: »Een mooi karweitje waarachtig!
+Voor mijn part hadden ze maar een ander uitgestuurd om zoo'n kreupelen
+stakker gevangen te nemen!"
+
+»Vader", raadde Jakob, zich inspannend om kordaat te schijnen, »'t beste
+zal zijn, er ons in te schikken, en dat u zonder tegenspraak meegaat.
+'t Moet immers een misverstand wezen, u bent immers volkomen onschuldig!
+Gaat u dus maar kalm en bedaard met ze mee, dan zullen de gendarmen ook
+geen geweld gaan gebruiken!"
+
+Hij meende daarop zijn vader bij het verder aankleeden te helpen.
+
+Maar ontsteld hield hij het reeds opgevatte kleedingstuk plots roerloos
+in de hand.
+
+De kreupele toch zat daar doodsbleek op zijn stoel, de oogen wild van
+ontzetting in het verstrakte, bloedelooze gezicht....
+
+Want als een bliksemflits was hem opeens zijn uitval jegens den Keizer
+door het bewustzijn gevlogen!... Ze hadden het dan toch gehoord, die
+kerels! Ze hadden hem verraden! Met zijn vloekwaardige onvoorzichtigheid
+had hij dan nu zichzelf en zijn gezin tot de grootste ellende gebracht!
+
+In waanzinnig zelfverwijt mepte hij zich met de vuist op de borst, zijn
+wangen trilden onder de woeste siddering van zijn kaakspieren.
+
+Hij hoorde in verdoovingsdofheid, zijn vrouw kermen en zenuwhuilen; toen
+voelde hij haar armen zich ketenen om zijn hals en aan zijn oor klonk
+haar jammerstem: »O, mijn arme, goeie Frans, ik laat je niet weggaan,
+nooit, nooit! Je bent immers onschuldig, je zou immers geen kind zelfs
+kwaad kunnen doen?"
+
+Ze zoende zijn wangen, zijn voorhoofd,... en de verbijsterde kreupele
+voelde de wreede spierspanning zijner armen verslappen, onder die
+smartelijke omhelzing.
+
+Zijn borst hijgde en kreunend begon hij te snikken, in striemend
+zelfverwijt:
+
+»O, die rampzalige onvoorzichtigheid van me!... Ik heb den Keizer
+vervloekt!..."
+
+Jane rilde, als had ze zijn doodvonnis gehoord. Met een luiden gil wierp
+zij zich opnieuw aan zijn borst, het hoofd schokkend op zijn schouder
+onder haar heftig, pijnend zenuwgesnik.
+
+Franciscus' armen omstrengelden haar en schor smeekte zijn huilstem, als
+de klacht van een verdoemde:
+
+»Vergeef me; o, ik bid je, vergeef me, dat ik ook jullie heb ongelukkig
+gemaakt!"
+
+De gendarmen maanden met zachte stem tot spoed aan.
+
+Toen, onder een geweldige inspanning tot zelfbeheersching, maakte hij
+zich los uit haar omhelzing, en begonnen zijn bevende vingers zijn vest
+toe te knoopen.
+
+Jakob, de tanden op elkaar geklemd om niet úit te schreeuwen zijn
+schrijnend verdriet, deed onhandige moeite om zijn vader bij het verder
+aankleeden te helpen.
+
+De wachtmeester, geheel ontroerd, reikte hem toen zijn kruk.
+
+Nu drukte de ongelukkige Jakob de hand en zóó krachtig bleef hij die een
+poos omklemd houden, alsof hij ze nooit meer los zou laten.
+
+»Mijn jongen," hikte hij schor,... »het heeft zoo moeten zijn!... Wees
+jij ten minste verstandiger dan je vader was!--Belóóf je me dat?..."
+
+Jakob knikte, niet in staat om een woord te uiten.
+
+Toen nam Franciscus afscheid van zijn vrouw, die, gillend en jammerend,
+hem nogmaals en nogmaals omhelsde, tot de ontroerde gendarmen den
+arrestant voorzichtig uit haar armen los maakten, hem wenkend om mee te
+gaan....
+
+Akelig bleef het verflauwend geplof van de kruk moeder en zoon in de
+ooren martelen, zelfs toen zij het onmogelijk meer konden hooren.
+
+»O, mijn jongen,... mijn jongen!" jammerde moeder Jane onder zenuwachtig
+gesnik, »nu heb je geen vader meer!"
+
+»Ze zullen... het toch wel... bij gevangenisstraf laten!" nokte Jakob
+moeizaam.
+
+Maar zelf had hij geen vertrouwen in wat hij zei.
+
+
+
+
+Vierde Hoofdstuk.
+
+Tot den kogel veroordeeld.
+
+
+IJverig hield de militaire commissie, door den divisie-generaal Molitor
+benoemd, zich bezig met het uitvoerig onderzoek naar den aard en omvang
+der verschillende relletjes en met het verhoor der negen of tien
+gearresteerden.
+
+Niemand twijfelde, of Franciscus Stargardt zou wel ter dood veroordeeld
+worden. Toch deed moeder Jane wat maar mogelijk was, om nog genade voor
+haar man te verwerven.
+
+Het hoofd van alle Fransch-Hollandsche gewesten was Le Brun, Prins van
+het Keizerrijk en Hertog van Plaisance. Het was een grijsaard,
+zachtzinnig van inborst, iemand waarvan bekend was, dat hij elk ontving
+en te woord stond.
+
+Jane, zich aan het paleis vervoegend, kreeg dan ook zonder veel moeite
+toegang tot den luitenant-generaal.
+
+Welwillend hoorde hij haar aan, en toen zij zich eindelijk als
+smeekeling aan zijn voeten wierp, beurde hij haar minzaam op, de
+bedroefde vrouw eenige woorden van troost toesprekend, waardoor ze, een
+weinig bemoedigd, weer heen ging.
+
+Maar al spoedig hoorde zij, dat mijnheer Le Brun wel een goedaardig, oud
+man was, maar eigenlijk niets te vertellen had, veel minder dan De
+Celles, schoon die in rang beneden hem stond.
+
+En jammer genoeg, was het wáár, wat men haar zeide.
+
+Napoleon had reden om bevreesd te zijn, dat een man van vasten moed en
+karakter, in het bestuur dezer gewesten geplaatst, zijn broeders[4]
+voorbeeld zou volgen en, gelijk hij dat noemde, besmet worden met den
+Hollandschen geest. Daarom was de Keizer er toe gekomen, Le Brun, dien
+hij dóór en dóór kende, wijl deze vroeger zijn medeconsul was geweest,
+naar Holland te zenden onder een weidschen titel, maar bekleed met een
+schaduw van gezag. Beneden hem in rang, maar vèr boven hem in macht en
+vertrouwen, waren echter De Celles en--in Den Haag--De Stassart.
+
+[4] Koning Lodewijk.
+
+Jane besloot, zich dan tot den beruchten De Celles te wenden.
+
+Na ongelooflijk veel moeite gelukte het haar, tot den prefect door te
+dringen. Maar toen zij een beroep op zijn welwillendheid deed en hem
+om genade voor haar man begon te smeeken, antwoordde hij ongevoelig
+en koud, dat hij zich met de voorspraak van oproerlingen niet inliet;
+hij voor zich achtte het wenschelijk zelfs, dat er eens een flink
+afschrikwekkend voorbeeld werd gesteld; op _zijn_ hulp in deze zaak had
+zij dus allerminst te rekenen.
+
+Toen, in haar wanhoop, omklemde de ongelukkige vrouw zijn knieën, maar
+de prefect stootte haar onmeedoogend van zich af, zeggend, dat hij op
+zoo'n comedievertooning volstrekt niet gesteld was.
+
+Grievend beleedigd hief Jane zich op en ging heen, hem een blik
+toewerpend zóó vol van de diepste verachting, dat mijnheer De Celles
+onwillekeurig zijn oogen neêrsloeg.
+
+Maar nòg gaf de kloeke vrouw haar pogen niet op. Thans ging zij met haar
+bede naar den generaal Molitor, den samensteller der militaire commissie
+van onderzoek.
+
+Geduldig hoorde de generaal haar aan, maar verklaarde daarop, dat het
+recht nu eenmaal zijn beloop moest hebben en hij in dezen zelfs niet het
+geringste voor haar doen kon!
+
+Nu wist de arme vrouw geen raad meer en wachtte onder vlagen van
+wanhoop, angst en verbittering, de beslissende uitspraak der commissie
+af.
+
+Het vruchtelooze van al die pogingen zijner moeder was echter voor Jakob
+volstrekt geen verrassing geweest. Hij had niet anders verwacht. De
+Franschen, meende hij, nu ze gezien hadden dat de Amsterdammers nog
+tegen hun onderdrukkers in verzet durfden komen, zouden trachten wel zóó
+den schrik onder de mokkende bevolking te brengen, dat zij voor altoos
+den moed tot dergelijke opstootjes verloor.
+
+Jakob twijfelde dus niet, of zijn vader zou wel ter dood worden
+veroordeeld. En wat zou dan weldra het lot van zijn moeder zijn, vroeg
+hij zich bekommerd af? O, zeker, hij zou voor haar werken en zorgen zoo
+lang hij kon. Maar het volgend jaar liep hij kans om in de conscriptie
+te vallen. En dan,--och, dan stond zijn moeder geheel alleen.
+
+En van lieverlede kwam hij toen op het denkbeeld, om zichzelf in de
+plaats van zijn vader aan te bieden. Wat zou het die Franschen kunnen
+schelen _wien_ zij doodschoten ter bereiking van hun doel? Immers,
+het feit _dàt_ er een doodgeschoten werd moest toch eigenlijk den
+gewenschten schrik te weeg brengen! En zijn vàder zou hij, met zich op
+te offeren, het leven redden, zijn móeder er een _blijvenden_ verzorger
+door teruggeven, wat hijzelf waarschijnlijk toch maar hoogstens voor een
+jáár zou kunnen zijn. Neen, alles wel beschouwd was het veel beter dat
+_hij_ in plaats van zijn váder als offer viel.
+
+En welberaden begaf Jakob Stargardt zich, na van zijn baas een halven
+dag vrij gekregen te hebben, naar het huis van den Graaf De Celles, dat
+in de Doelenstraat stond.
+
+De huisknecht wees hem bij de deur barsch terug, zeggend dat zijn
+meester zoo aanstonds uitging en voor niemand te spreken was.
+
+Jakob echter liet zich maar niet zoo dadelijk afschepen; hij hield aan,
+bewerend dat zijn boodschap volstrekt geen uitstel lijden kon. En juist
+begon het tusschen den knecht en hem tot een woordenstrijd te komen,
+toen de prefect zelf in de vestibule verscheen.
+
+»Wat is er aan de hand, François?"
+
+»Wel, excellentie, dat brutale heerschap beweert, dat hij u met alle
+geweld spreken moet, ofschoon ik hem toch duidelijk gezegd heb, dat daar
+op het oogenblik geen gelegenheid voor is!"
+
+»Je naam?" vroeg De Celles.
+
+»Jakob Stargardt, excellentie!"
+
+»Stargardt?... Stargardt?... Ah, jawel! Dus zeker een broer van dien
+deserteur en een zoon van dien oproermaker."
+
+»Vergeef me, excellentie! Maar een oproermaker is mijn vader nooit
+geweest. Hij heeft zich alleen een onvoorzichtige uitdrukking laten
+ontvallen, die hij beter gedaan had vóór zich te houden..."
+
+»O, wel zeker," zei de prefect ironisch, »die Amsterdammers zijn in den
+grond toch eigenlijk zoo'n zachtaardig en onschuldig volkje! Als daar
+iemand, giftig van haat, in 't openbaar verklaart dat hij den Keizer wel
+eens als een baars zou willen kerven, dan is dat geen oproer maken, wel
+neen, dan is dat een _onvoorzichtige uitdrukking_!
+
+En nu kom je me zeker, evenals je moeder, genade voor dien
+onvoorzichtigen vader vragen?"
+
+»Toch niet," antwoordde Jakob met groote vastheid: »Ik begrijp zeer
+goed, dat die uitdrukking mijn armen vader het leven zal kosten en een
+verzoek om genade niemendal zal uitwerken..."
+
+»Hm! Inderdaad nog zoo dom niet!" zei de prefect, een snuifje nemend.
+
+»Maar--wat was dan je boodschap toch eigenlijk?"
+
+»Ik kwam uw excellentie smeeken, _mij_ in plaats van mijn vader de straf
+te laten ondergaan."
+
+»Ei, ei! Je bent een dappere borst. Maar juist daarom zou het toch zonde
+en jammer zijn, als wij je dood lieten schieten en den Keizer hierdoor
+van een dapper soldaat beroofden!" ging den prefect spottend voort.
+»Want waarlijk, een knaap die tot zooveel zelfopoffering bereid is, zal
+natuurlijk even bereidwillig en moedig zijn leven voor den Keizer ten
+offer brengen."
+
+Jakob wist niet, hoe hij het had. Hij had stugheid, zelfs barschheid
+verwacht, maar tegenover dergelijke taal stond hij onvoorbereid en dus
+een oogenblik geheel sprakeloos.
+
+Toen hij echter zag dat mijnheer De Celles wilde dóórloopen en de zaak
+blijkbaar voor afgedaan hield, begon hij te smeeken in een vloed van
+hartstochtelijke woorden, dat de prefect zijn verzoek toch mocht
+toestaan, ja, in zijn wanhoop greep hij zelfs een slip van diens rok
+vast.
+
+De Celles echter gaf stilzwijgend François een wenk en in 't zelfde
+oogenblik smeet de knecht den onthutsten jongen de deur uit...
+
+»Neem me niet kwalijk..." stamelde Jakob verbouwereerd, want hij was
+juist tegen een voorbijganger aan gekomen.
+
+Tegelijkertijd echter zag hij, dat het mijnheer Vermaat was.
+
+»Verbeeld u," begon hij thans, bevend van verontwaardiging: »Daar kom ik
+niets anders doen dan beleefd verzoeken, of ze _mij_ in plaats van mijn
+vader willen vonnissen. En wat is het antwoord? Dat ik als een hond op
+straat word gesmeten! O, 't is schande, schande!!" barstte hij uit, de
+nagels woedend in de handpalm drukkend.
+
+De tabaksverkooper legde hem echter haastig de hand op zijn mond, uit
+vrees dat de verontwaardigde knaap licht te veel mocht zeggen en troonde
+hem mee naar zijn huis.
+
+»Ziezoo," begon hij toen, »hier kunnen we ten minste veilig praten. Want
+de inkwartiering heb ik tot heden gelukkig af kunnen koopen." Hij liet
+nu Jakob uitvoerig zijn wedervaren bij De Celles vertellen, waardoor de
+knaap langzamerhand weer tot kalmte kwam.
+
+Onder het luisteren groeide in den tabaksverkooper en zijn vrouw een
+groote sympathie voor dien nobelen jongen, die zèlf zijn moedige,
+liefdevolle zelfopoffering blijkbaar voor de natuurlijkste zaak ter
+wereld hield.
+
+»Wacht, ik zal jullie eens trakteeren," zei juffrouw Vermaat. Het water
+was aan den kook en na een oogenblik hadden ze alle drie een geurig
+kopje _echte_ thee voor zich staan.
+
+»'t Is natuurlijk alleen bij hooge uitzondering," zei ze. »Want je
+begrijpt wel, hè?..."
+
+»Ja, als de thee meer dan drie gulden het pond kost, is ze voor
+dagelijksch gebruik wel wat duur," antwoordde Jakob. »Thuis drinken we
+altijd gedroogde abrikozenbladeren voor thee."
+
+»Zoo? Nee, òns bevallen gedroogde perzikbladeren nog het best, hè
+vrouw?"
+
+»Ja," zuchtte Juffrouw Vermaat, »'t is een treurige tijd tegenwoordig;
+àlles, letterlijk alles is even duur! Wanneer zal daar nog eens een eind
+aan komen?"
+
+»Niet, vóór we met het Oranje op de borst durven loopen. Maar ik vrees,
+dat _wij_ dat wel niet zullen beleven!
+
+En niettemin," ging hij voort, »wat wáren we, als jonge, vurige
+patriotten, toch op die kleur gebeten! Zelfs tot in 't kinderachtige
+toe!
+
+Zoo herinner ik me, hoe Nierop, de oude speelgoedkoopman uit de
+Stadhuissteeg, in het begin van 1787 een collectie poppen had ontvangen,
+die hij natuurlijk voor zijn winkelraam ten toon stelde.
+
+Nu wilde het geval, dat er onder die poppenverzameling één was, in 't
+hoog geel gekleed, een geel dat zwéémde naar 't oranje!
+
+Enkelen van onze Vrijheidshelden viel dat al heel gauw in 't oog
+en--daar hàdt je 't, hoor!
+
+Dadelijk gingen zij zich in de hoogste verontwaardiging tot de Regeering
+wenden, met het dringend verzoek, dien gruwel toch uit hun midden weg te
+nemen!
+
+Burgemeesters, om hun terwille te zijn, zonden toen een Bode naar
+Nierop, met last, dat die gele juffer onmiddellijk op het stadhuis
+diende te komen. Maar Nierop verkoos niet, dat ze met den Bode zou gaan.
+Hij nam ze daarom zelf met zich mee naar 't Raadhuis en introduceerde ze
+bij de overheid.
+
+Deftig en waardig, als past bij zoo'n ernstig geval, werd nu het
+poppenkostuum in beschouwing genomen. Maar helaas, tien Edelachtbaren
+zelf bleken het niet volkomen eens omtrent de kleur; de beoordeeling
+over het oranje of niet oranje bleef in deliberatie, het kwam niet tot
+een uitspraak en de pop werd inmiddels preventief gevangen gehouden.
+
+Of er een commissie van deskundigen werd benoemd om verslag uit te
+brengen over de kleur, heb ik nooit vernomen; wèl, dat de pop in
+hechtenis bleef, tot de Pruisen den Oranjevorst te hulp kwamen en een
+omwenteling te weeg brachten. Toen werd zij ontslagen en in zegepraal
+naar den winkel van Nierop teruggevoerd."
+
+De tabaksverkooper, eenmaal op dreef, vertelde nu nog een en ander uit
+de eerste dagen van 1795, waarop zijn zoon Reinier thuiskwam, die in de
+affaire van zijn vader werkzaam en van denzelfden leeftijd als Jakob
+was.
+
+De beide jongelui waren te voren nooit met elkander in aanraking
+geweest, waarom Jakob bij het heengaan aan den tabaksverkooper moest
+beloven, de kennismaking met Reinier maar eens gauw te komen vernieuwen.
+
+Voorloopig echter kwam daar weinig van, en inmiddels hield de
+militaire commissie haar laatste, beslissende vergadering. Alle tien
+gearresteerden had zij schuldig bevonden. Drie werden er tot twee jaren
+gevangenisstraf veroordeeld; Emanuel van Praag en Barth Meijer tot
+vijf jaar opsluiting; Jan Dupker en nog vier anderen kregen acht jaar
+tuchthuisstraf, terwijl Toon Janssen en Anthonie Hantelman, als de
+eigenlijke aanleggers van het oproer, gefusilleerd zouden worden.
+
+Franciscus Stargardt eindelijk werd, wegens majesteitsschennis, eveneens
+tot den kogel veroordeeld.
+
+Aan Stargardt zou het éérst dit harde vonnis worden voltrokken. Reeds
+des avonds werd hij in een koets van 't Verbeterhuis afgehaald en langs
+de Schans geleid, om den volgenden dag op het Funen te sterven.
+
+Voor de kazerne Saint-Charles had zich den anderen morgen, al vroeg, een
+groote volksmenigte opgehoopt.
+
+Eindelijk, daar trad een afdeeling Fransche soldaten het gebouw uit, een
+tamboer voorop, die den doodenmarsch sloeg.
+
+In het midden hompelde, lijkwit, Franciscus Stargardt. Naast hem liep
+een man, in het zwart gekleed, de veldprediker van het regiment. Hij
+trachtte den ongelukkige moed in te spreken en hield hem den troost van
+het Evangelie voor...
+
+De commandeerende officier liet halt maken. Nu trad de provoost vooruit
+en las, in de Fransche taal, het vonnis van den veroordeelde voor.
+
+»Zoo'n stakker toch," zei een vrouw meewarig.
+
+»Hij heeft niet eens zijn beenen tot zijn verdoen! 't Is een schande!"
+
+»Hou je mond!" grauwde haar man, »of het zou met jou al even ongelukkig
+afloopen!"
+
+»Ja, ja, 't is ongehoord zooals er met ons geleefd wordt!" zei ze weer.
+Maar nu toch wat zachter.
+
+»Kijk, hij vouwt zijn handen," merkte een ander op, »hij doet zeker zijn
+laatste gebed."
+
+»Arme kerel!" ging het dofmompelend door de volksmassa.
+
+Werkelijk bad de kreupele, de sidderende handen krampachtig te zamen
+gevlochten, het lijkwitte gelaat ten hemel gericht...
+
+Zoo stond hij een wijle.
+
+Toen naderde de provoost en deed hem een blinddoek voor. Daarop trad hij
+met den prediker terug en plaatsten beiden zich nevens den officier.
+
+Met zijn degen gaf de officier een teeken,--toen traden zes man vooruit.
+
+Weer zwaaide de officier het wapen,--nu legden de zes man hun geweren
+aan...
+
+Daar zwaaide de degen voor het laatst,--zes kogels doorboorden de borst
+van den ongelukkige, die onmiddellijk dood voorover viel.
+
+
+
+
+Vijfde Hoofdstuk.
+
+Hoe de Amsterdammers Napoleon ontvingen.
+
+
+»Een zware dag voor vrouw Stargardt!" Met die verzuchting was mijnheer
+Vermaat uit den winkel gekomen, waar men hem juist verteld had, dat een
+uur geleden het doodvonnis aan den kreupele was voltrokken.
+
+»Ik ga er dadelijk heen!" had juffrouw Vermaat toen gezegd. »De arme
+ziel zal wel wat troost en opbeuring noodig hebben." En zóó eenvoudig
+was haar binnenkomen, zóó hartelijk en natuurlijk haar deelneming
+geweest, dat sedert langzamerhand een warme genegenheid tusschen de
+beide vrouwen was ontstaan.
+
+Maar ook Jakob Stargardt en Reinier Vermaat waren van lieverlede groote
+vrienden geworden, die men weldra schier geen Zondag buiten elkanders
+gezelschap zag.
+
+Van Willem had moeder Jane, sinds Ep de Breukelaar nog eens was komen
+zeggen dat hij behouden aan boord van een Engelsch schip geraakt was,
+nooit weer iets vernomen.
+
+Trouwens, ze had niet anders kunnen verwachten, wijl Napoleon's
+continentaal stelsel alle briefwisseling met Engeland verbood. Maar
+moeder Jane was het onder die omstandigheid, of zij niet één, maar twee
+dooden had te betreuren en al haar liefde droeg zij sedert op haar zoon
+Jakob over. Zij zou hem graag den heelen Zondag bij zich thuis gehad
+hebben, maar spoorde hem niettemin zelf aan, om met zijn vriend Reinier
+de stad in te wandelen, wat te roeien op den Amstel of zich op eenige
+andere betamelijke wijze te verstrooien. 't Is het recht van zijn jeugd,
+redeneerde zij, en ze was er al tevreden mee, dat hij 's avonds
+gewoonlijk thuis bleef.
+
+Na een hunner Zondagsche uitstapjes, toen de beide vrienden in een
+koffiehuis een glas bier gingen drinken, vernamen zij daar als het
+groote nieuws, dat keizer Napoleon een reis door Holland ging doen en
+natuurlijk dan ook te Amsterdam zou komen.
+
+Zij geloofden er aanvankelijk weinig van, maar weldra bleek, dat er aan
+het gerucht niet langer viel te twijfelen.
+
+Reeds den 8sten Augustus had mijnheer De Celles den maire kennis gegeven
+van de komst des Keizers en hem uitgenoodigd, maatregelen voor een
+waardige ontvangst te beramen. Deze aanschrijving werd door meer dan
+twintig andere gevolgd, want op alle toebereidselen moest de goedkeuring
+van den prefect worden gegeven; hij moest een lijst hebben van de
+personen, die aan Zijne Majesteit zouden worden voorgesteld; zelfs
+mocht niet aan de versiering der loge in den schouwburg worden begonnen,
+voor mijnheer De Celles de inrichting had goedgekeurd. Ja, de geldsom,
+die de stad bij deze gelegenheid ten koste wilde leggen, moest ter
+beoordeeling aan den prefect worden toegezonden, een post, waarvoor de
+gemeenteraad den 25sten September 165.000 francs had toegestaan. Nog
+meer, de prefect geliefde zelfs over de beurs der ingezetenen te
+beschikken.
+
+Dra wist men ook, wat het doel van Napoleon's reis door Holland was.
+
+De keizer stond in die dagen op het toppunt van zijn glorie. Zijn
+monarchieën strekten zich uit van de Pyreneeën tot de bergen van
+Epirus, van de Middellandsche zee tot het Baltische strand. Van het
+Rijnverbond voerde hij den titel van beschermer, van het Zwitschersche
+bondgenootschap dien van bemiddelaar. Leden van zijn geslacht bekleedden
+de koninklijke of vorstelijke waardigheid in Spanje, in Napels, in
+Westfalen, in Lucca en in Berg. Een zijner generaals was erfgenaam
+geworden van den Zweedschen troon, een ander heerschte over het
+vorstendom Neuchâtel. Door staatszucht hiertoe genoopt, had de
+Keizer van Oostenrijk zijn dochter Maria Louise aan den gelukkige tot
+vrouw gegeven, en al de overige souvereinen van het vasteland waren
+Napoleon's gedweeë bondgenooten. De geboorte van een zoon, den Koning
+van Rome, op den 20sten Maart, had Napoleon's stamhuis bevestigd.
+Zij was gevierd met een praal zóó overweldigend, als nog nooit bij
+de geboorte van een vorstenkind aanschouwd was. In Bonaparte, door
+al dien voorspoed bedwelmd, begon in deze dagen hoe langer hoe meer
+de aan hoogmoeds-waanzin grenzende gedachte vorm te krijgen, dat de
+Voorzienigheid hem met een bepaalde roeping hier op aarde had doen
+verschijnen.
+
+En toch, in weerwil van al de glorie die hem omgaf, bleef Napoleon
+onbevredigd.
+
+Even als de hartstochtelijke speler, prikkelde ieder nieuw geluk hem, om
+nog grooter kansen te wagen, naar nog grooter gewin te trachten. Landen
+te veroveren, volken te bedwingen, vorsten te vernederen, overwonnenen,
+aan zijn voeten te zien, het was hem een onverzadelijke behoefte
+geworden, en het bleek ook deze behoefte die hem aanzette, Holland
+te bezoeken. Het trotsche Engeland, dat hem stoutmoedig bleef tarten,
+hem Egypte en Syrië had ontwrongen, hem de eene Fransche kolonie na
+de andere in Oost en West had ontrukt, hem belette om vasten voet op
+Sicilië te krijgen, hem in Portugal en Spanje niet zonder voordeel
+bestreed en ter zee de heerschappij voerde, dat Engeland bleef hem immer
+de donkere wolk boven den in hellen zonneglans badenden horizon van zijn
+bestaan. Kon hij Engeland vernederen en ten onder brengen, dan achtte
+hij geen macht meer ter wereld in staat, om perk te stellen aan zijn
+veroveringen, dan kon hij alleenheerscher worden van geheel Europa.
+
+De vereeniging nu der Fransche en Hollandsche zeemacht deed hem een
+uitbreiding zijner marine verwachten, welke hem in staat stellen zou om
+met zijn vloten die van Brittanje te vernietigen. Daarom achtte hij het
+van het hoogste belang, Holland's maritime krachten te leeren kennen uit
+eigen aanschouwing.
+
+Zoo waren de hooge autoriteiten te Amsterdam dan rusteloos in de weer,
+om den Keizer bij zijn bezoek aan »de derde hoofdstad" van zijn rijk,
+een schitterende ontvangst te bereiden en van wege den prefect, den
+maire of den politie-directeur Duterrage verscheen het eene bevel na
+het andere. Bevelen aan de voornaamste ingezetenen, om personen uit het
+Keizerlijk gevolg behoorlijk te huisvesten; bevelen omtrent de militaire
+inkwartiering der hoogstwaarschijnlijk te wachten vermeerdering van
+krijgsbezetting, verbodsbepalingen met betrekking tot het opslaan van
+kramen, stellages en stalletjes, het klimmen in boomen tijdens den
+intocht, het afsteken van voetzoekers of ander vuurwerk binnen de stad,
+kortom, het regende aanschrijvingen.
+
+En weldra kwamen Reiniers nog schoolgaande broers Bert en Bruno, die als
+echte jongens overal bij waren, op een Zaterdagmiddag thuis, druk en
+opgewonden over al het moois dat zij gezien hadden.
+
+»Aan den Outelerweg wordt een eereboog gemaakt," zei Bert, »toch zóó
+prachtig, ò!!..."
+
+»Nee maar, dan moet je de Muiderpoort eens zien!" riep Bruno, »die is
+nog veel, véél mooier!"
+
+»En in 't midden van de Plantage zijn ze óók al aan een eereboog te
+maken!" begon Bert nu weer.
+
+»En op de Reguliers-Breêstraat!" viel Bruno in.
+
+»En op het Kadijksplein!" vulde zijn broer weer dadelijk aan.
+
+»Jongens, jongens!" riep juffrouw Vermaat ten slotte wanhopig, »jullie
+maakt ons nog doof met al dat geschreeuw."
+
+Na zoo'n waarschuwing zwegen ze wel, maar de volgende dagen ging het
+precies hetzelfde. Dan waren zij in verrukking over de drie zegezuilen
+welke op de hooge Amstelbrug werden opgericht, over den fraaien tempel,
+die aan het einde der Keizersgracht getimmerd werd, of over het
+prachtige salon, dat op de muren der schutsluisen werd gemaakt, om den
+Keizer en de Keizerin te ontvangen, wanneer zij het vuurwerk op den
+Amstel zouden bijwonen.
+
+»En op school heb ik gehoord," zei Bruno, »dat àlle klokken bij den
+intocht moeten luiden!"
+
+»En àlle torens en openbare gebouwen moeten vlaggen!" viel Bert dadelijk
+in.
+
+»En àlle geestelijken in vol ornaat voor hun kerken staan!" wist Bruno
+weer te vertellen.
+
+Zij waren er vòl van, de jongens, en konden maar niet begrijpen, hoe hun
+vader en moeder er zoo weinig mee òp schenen te hebben.
+
+Op zekeren dag kwamen zij met vuurroode gezichten thuis, zwoegend onder
+den last van eenige potten met planten en bloemen, die ze met moeite in
+hun armen droegen.
+
+»Wat heb ik _nu_ aan de hand?" zei mijnheer Vermaat verbaasd.
+
+»Gekregen! Allemaal gekregen!" juichten de knapen, hun vracht behoedzaam
+neerzettend.
+
+Hun vader vertrouwde de zaak echter niet. Hij maakte zich erg ongerust,
+dat zijn jongens misschien de Bloemmarkt geplunderd hadden en ging
+onmiddellijk op onderzoek uit.
+
+Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bleek hem dra, dat Bert en Bruno
+werkelijk op een eerlijke wijze aan al die bloemen gekomen waren.
+
+Van wege Napoleon's hofhouding--zoo vernam de tabaksverkooper--was de
+groot-hofmaarschalk Duroc in het paleis aangekomen, om de vorstelijke
+verblijven in gereedheid te brengen. Niets veroorzaakte hem meer zorg
+dan de stallen. Die, waarvan Koning Lodewijk zich had bediend, waren
+te ver van de hand, daar de Keizer dikwijls onverwacht uitreed en het
+rijtuig dan oogenblikkelijk vóór moest zijn. De naburige Bloemmarkt werd
+eindelijk als de meest geschikte plaats beschouwd. Maar, daarbij deed
+zich een zwarigheid op. Duroc wist, dat de Keizer,--in kleinigheden
+althans,--de denkbeelden en gebruiken van het volk niet wilde kwetsen
+en wanneer hij nu de Amsterdammers hun bloemenmarkt ontnam, dan zou de
+groote menigte dit wel eens als een nieuwe grief kunnen opvatten.
+
+Om dit te voorkomen, bedacht hij een aardige vond.
+
+Hij gaf bevel aan eenige bedienden, om al de bloemen en planten, die
+ter markt waren gebracht, op te koopen tegen den prijs dien men er voor
+vroeg en ze weg te schenken aan de omstanders op voorwaarde, dat zij er
+dadelijk mee naar huis zouden gaan.
+
+De menschen wilden in het eerst niet best gelooven, dat het met dit
+aanbod ernst was. Zij aarzelden, om het aangebodene in ontvangst te
+nemen, maar toen zij ten leste begrepen, dat de Keizerlijke bedienden
+het werkelijk méénden, verwekte dit evenveel verbazing als genoegen. Elk
+nam nu zooveel hij dragen kon en ging er opgeruimd en blijmoedig mee
+naar huis.
+
+Oningewijde voorbijgangers, de Keizerlijke bedienden overal op de markt
+zoo ijverig bloemen ziende koopen, meenden eerst dat die tot versiering
+van het paleis moesten strekken, maar toen zij daarop menschen van
+allerlei slag in verschillende richtingen met bloempotten en planten
+zagen aftrekken, begrepen zij er niets van.
+
+Zonder wanorde of vechtpartijen geraakte het terrein op die manier in
+een oogenblik ontruimd. Ja, de heele zaak had zóó 'n rustig en kalm
+verloop, dat in het overige van de stad geen mensen gewaar werd, wat er
+was voorgevallen. Wie dus een uur later ter markt kwamen keken niet
+weinig verwonderd, dat er geen bloemen meer te koop waren, doch een
+honderdtal werklieden ijverig zwoegden om er stallen op te slaan.
+
+Mijnheer Vermaat behoefde zich dus over de herkomst van de bloemenschat
+zijner bengels niet langer te bekommeren en ging welgemoed weer aan zijn
+werk.
+
+Toen hij 's avonds met enkele bekenden, waaronder de humoristische
+schrijver en dichter, Fokke Simonsz., in een der koffiehuizen van
+de Kalverstraat te praten zat, vertelde hij het voorgevallene op de
+Bloemmarkt aan zijn gezelschap, en als vanzelf kwam toen het gesprek op
+Napoleon's reis door Holland en zijn aanstaande komst in Amsterdam.
+
+»Ik zal er geen voet om verzetten!" zei Fokke Simonsz., zoo los weg en
+daarmee werd het onderwerp beëindigd.
+
+Maar nauwelijks zat de dichter den volgenden morgen aan zijn
+schrijftafel, of hij ontving bezoek van een hem welbekend Fransch
+ambtenaar. Het was de tooneelschrijver Alexander van Ray, berucht om den
+ijver waarmee hij De Celles diende, en daardoor gehaat bij al zijn
+stadgenooten.
+
+De bezoeker begon met een luchtig praatje, dat in het minst geen kwaad
+deed vermoeden, sprak verder over allerlei onbeduidendheden, maar
+eindigde met de verklaring, dat de dichter zijn huis verlaten en met hem
+mee moest gaan.
+
+Fokke Simonsz., begrijpend dat het doelloos zijn zou, zich te verzetten,
+onderwierp zich, ondanks het gejammer van zijn gezin, aan het lot dat
+hem wachten mocht. Want zijn bezoeker liet hem in het onzekere, wat de
+aanleiding tot deze inhechtenisneming was.
+
+De dichter, die op de Prinsengracht bij het Aalmoezeniershuis woonde,
+had maar weinig schreden buiten zijn deur te doen, daar Van Ray hem
+geleidde naar een der beide gevangenissen, waarin bij voorkeur
+dergelijke ongelukkigen achter slot werden gebracht.
+
+Weldra zat Fokke Simonsz. in een akelige cel van het Verbeterhuis,
+vergeefs vorschend naar de reden, waarom men hem zijn vrijheid ontnomen
+had. De oppasser, die hem het levensonderhoud bracht, haalde bij zijn
+vragen de schouders op, en de politie gaf geen verantwoording van haar
+daden.
+
+Fokke Simonsz. was de eenige niet, wien in deze dagen het lot van
+inkerkering te beurt viel; hij deelde het met verscheidene anderen,
+terwijl daarenboven ettelijke burgers last hadden, om hun woning tot
+wederopzeggens niet te verlaten, of wel voor den tijd van enkele weken
+de stad te ontruimen.
+
+Op deze manier beijverde zich De Celles om alle, voor een gunstig
+verloop der aanstaande feestelijkheden gevaarlijk geachte elementen,
+intijds te isoleeren en onschadelijk te maken.
+
+'t Was dus waarlijk geen wonder--toen Jakob den Zondag vóór 's Keizers
+intocht zijn vriend Reinier tot een roeitochtje afhaalde--dat mijnheer
+Vermaat bij het heengaan hun meer dan ooit tot voorzichtigheid in hun
+spreken aanspoorde.
+
+Nauwelijks echter kon Jakob zijn woorden volkomen onbereikbaar achten
+voor ieder verraders-oor, of hij moest zich uiten over iets dat hem zeer
+onaangenaam had getroffen.
+
+»Kijk", begon hij, »dat je vader ons voortdurend tot voorzichtigheid
+aanmaant, is natuurlijk te prijzen. Aan mijn eigen vader hebben we
+kunnen zien, hoeveel ellende een enkel woord wel kan te weeg brengen.
+Maar voorzichtigheid is toch nog heel iets anders dan wat jullie
+doet..."
+
+»O, ik begrijp het al!" viel Reinier dadelijk in. »Je bedoelt, dat ons
+huis versierd is, nietwaar?..."
+
+»Ja, ronduit gezegd is me dat vreeselijk tegengevallen..."
+
+»Dacht je dan, dat het ons zèlf niet ergerde?" vroeg Reinier bitter.
+»Maar wij móeten wel! De Celles heeft den maire last gegeven om te
+zorgen, dat al de huizen, waar de Keizer bij zijn intocht langs moet
+komen, versierd zullen zijn. En de politie zorgt natuurlijk, dat die
+last behoorlijk wordt uitgevoerd.
+
+Begrijp je wel? 't Is den prefect niet genoeg dat de _autoriteiten_ hun
+hulde bewijzen, neen, ook de _burgerij_ moet den Keizer huldigen!
+
+Met hetzelfde doel zijn er van de week drie eerewachten opgericht, een
+eerewacht te paard, een te voet, en een marinewacht. Ook dáár was bij
+een heeleboel lui al even weinig liefhebberij voor. Maar De Celles wist
+al weer raad. Hij liet biljetten bij de voornaamste Amsterdammers
+rondbrengen, waarin gedreigd werd, dat zij voor hun zoons, als die
+straks in de loting mochten vallen, geen plaatsvervanger konden stellen,
+wanneer die zoons weigerden om den Keizer te verwelkomen."
+
+»Jawel", zei Jakob, »de prefect wil blijkbaar met alle mogelijke
+middelen Napoleon in het idée brengen, dat Amsterdam wonderveel van hem
+houdt, gedwongen stadsversieringen, gedwongen versiering vanwege de
+burgerij, gedwongen eerewachten,--och, och, wat een komedie! Maar bij
+een _welkomen_ intocht behoort nu eenmaal óók gejuich en gejubel, en
+meneer De Celles moet knap zijn, als hij dàt weet klaar te spelen!"
+
+»Neen, dáár zal hij toch wel geen kans toe zien!" gaf Reinier toe.
+
+Het bleek echter bij den intocht, hoe deerlijk zij zich hierin
+vergisten.
+
+'t Is waar, de algemeene stemming bij de burgerij was dof, somber,
+mokkend; en de prefect begreep zéér goed, van een dergelijke burgerij
+geen kreten van geestdrift te kunnen verwachten. Maar toch had hij het
+er op gezet, dat Napoleon bij zijn intocht zou toegejuicht worden, en
+tot het uiten van die jubelklanken had hij de tweeduizend manschappen op
+'s Rijks werf en de stedelijke werkwinkels bestemd. Die allen moesten
+zich bij 's Keizers intocht, onder contrôle hunner kommandeurs--doch
+zonder eenige onderscheidingsteekens--op bepaalde plaatsen vereenigen,
+daar hun »_Leve de Keizer!_" aanheffen en dan zoo gauw mogelijk langs
+een anderen weg opnieuw den stoet zien te bereiken, om dit spelletje te
+herhalen.
+
+Den 9den October, den dag, dat Napoleon zijn intocht zou houden, kon de
+prefect dus met volle gerustheid achten, de ontvangst behoorlijk _en
+scêne_ te hebben gezet.
+
+Te middag begaf zich Jakob, die vrijaf gekregen had, naar het huis
+van den tabaksverkooper over de Munt, om er den stoet voorbij te zien
+trekken, gedreven als hij werd door een onweerstaanbaar begeeren, om nu
+eindelijk den man zelf eens te zien, wiens naam en daden geheel Europa
+vervulden.
+
+Hij vond de geheele familie Vermaat op de voorbovenkamer vereenigd.
+
+Bert en Bruno stormden dadelijk naar hem toe, in de overtuiging dat zij
+reeds wonderveel nieuws te vertellen wisten.
+
+»O, o, wat ben je laat! Mijnheer Le Brun is den Keizer al te gemoet
+gereden!" riep Bert.
+
+»Met den prefect en den maire!" viel Bruno in.
+
+»Mijnheer Duterrage was er ook bij!" vervolledigde Bert weer, »en nog
+een heele boel andere heeren, wel twintig!"
+
+»Twintig?!--Puh! Wel dertig!" meende Bruno. Toen begonnen zij te
+kibbelen over het aantal, tot vader hun vermaande om wat rustig te zijn.
+
+Nu tuurden zij om de vijf minuten de straat in, keken aanhoudend op de
+klok en zuchtten gedurig: »Wat duurt het toch lang, wat duurt het toch
+lang!"
+
+Eindelijk, te drie uur ongeveer, daar ving het bulderen der kanonnen aan
+en in 't zelfde oogenblik begonnen alle klokken in de stad vroolijk te
+beieren...
+
+Bert en Bruno vlogen naar de ramen, schoon daar natuurlijk nog niemendal
+te zien was dan de dubbele rij van nationale garden, die heel den weg
+van de Muiderpoort tot aan het paleis bezet hadden en van dit oogenblik
+af niemand meer door mochten laten.
+
+»Blijf gerust nog maar wat zitten jongens", vermaande de
+tabaksverkooper, »de Keizer is de Muiderpoort nog pas genaderd!"
+
+Thans begon het wachten die onrustige jongens echter moeilijker te
+vallen dan ooit.
+
+Dáár klonk de kreet: _Le cheval blanc! Le cheval blanc!_ aangeheven door
+eenige personen, die den naderenden stoet voorafgaande, blijkbaar in
+last hadden de tallooze toeschouwers tot vreugdebetoon op te wekken.
+
+Allen namen nu aan de ramen plaats.
+
+Het eerste wat zij te zien kregen, was een piket van de eerewacht te
+paard.
+
+Toen volgde de Hollandsche ruiterij onder aanvoering van den generaal
+Colbert en nog was die niet voorbij of Bert en Bruno riepen om strijd:
+»Kijk, kijk! Allemaal vreemde soldaten, soldaten met pieken!"
+
+»Dat zijn Poolsche lanciers!" lichtte hun vader in.
+
+Na de Polen kwamen vijf statiekoetsen en zij begrepen onmiddellijk,
+dat in het laatste op een na de Keizerin moest zitten, want het was
+bespannen met niet minder dan acht melkwitte paarden, terwijl acht pages
+terzijde van het rijtuig gingen.
+
+Nu volgde een piket van vijf-en-twintig grenadiers te paard; daarop drie
+afdeelingen kurassiers, het piket van 's Keizers lijfwacht, de jagers
+der garde, de ordonnance-officieren en eindelijk, op een wit Arabisch
+paard--de Keizer!
+
+Plotseling daverde een zwaar en krachtig: _Vive l' Empereur!_ Want de
+stadstimmerlieden en stratenmakers, die kort te voren hun jubelkreet op
+de Botermarkt[5] hadden uitgegalmd, waren langs de Kistenmakersgracht
+naar de Muntsluis geijld, om thans ook hier hun gejuich aan te heffen.
+
+[5] Tegenwoordig het Rembrandtsplein.
+
+»Is dàt nu de Keizer!" zeiden Bert en Bruno teleurgesteld.
+
+»Stil, jongens!" waarschuwde hun vader, »of je gaat onmiddellijk naar de
+achterkamer!"
+
+Maar ook hij was zichtbaar teleurgesteld en evenzeer Reinier en Jakob.
+
+Die kleine, tamelijk gezette persoon, met zijn ronden rug, gekleed in
+de eenvoudige uniform van kolonel der garde-jagers te paard, die man,
+met zijn fluweelzachte oogen in het bleek-bolle gezicht, was dàt nu die
+geduchte Napoleon, waar heel Europa voor sidderde?
+
+En toch,--terwijl het vervolg van den schitterenden stoet, de officieren
+van 's Keizers Huis, de maarschalken, de generaals en stafofficieren,
+de grenadiers van de lijfwacht te paard, de dragonders der lijfwacht en
+eindelijk de zevende afdeeling kurassiers, terwijl dat alles aan hun
+blikken voorbijtrok, zagen zij in hun verbeelding nog altoos die kleine,
+gezette figuur met de raadselachtige oogen in het bleek-bolle gelaat.
+
+Toen de Keizer, in het paleis aangekomen, zich op het balkon vertoonde
+aan de menigte, die geheel den Dam vulde, klonk het gejuich en gejoel
+nog luider dan ergens anders.
+
+Geen wonder, het stads- en landswerkvolk, dat gecontroleerd door zijn
+kommandeurs, zich op verschillende plaatsen bij de geheime politie had
+moeten aansluiten, om het _Vive l' Empereur_ aan te heffen, had nergens
+gelegenheid gevonden, de Kalverstraat troepsgewijze binnen te dringen,
+om de voorgeschreven kreten te herhalen, doch het kreeg gelegenheid te
+over, om naar den Dam te snellen. Daar was ieder op het appèl en het
+_Vive l' Empereur_ daverde schier onafgebroken door de lucht.
+
+Mijnheer De Celles kon te vreden zijn: Amsterdam had den Keizer met
+gejuich ontvangen, schoon de prefect hierdoor met zijn eigen rapporten
+in tegenspraak gekomen was, die herhaaldelijk van de ontevreden stemming
+onder het volk gerept hadden. Om de waarheid dezer beweringen te staven,
+had hij niets anders behoeven te doen, dan de ontvangst van den Keizer
+geheel aan het volk over te laten. Maar--hij wist het--in dat geval zou
+aan Napoleons triomftocht een volkomen _fiasco_ ten deel zijn gevallen.
+
+Intusschen, men kon Napoleon niet straffeloos misleiden, zelfs niet om
+hem te vleien. Hij wees De Celles, die hem op het balkon gevolgd was, op
+de juichende menigte en zei: »Zie eens, mijnheer de prefect, hoezeer u
+zich vergist heeft!"
+
+De Celles was echter voorbereid op die aanmerking en met een buiging
+antwoordde hij hoffelijk: »Sire, dat is de cijns, die ieder volk brengt
+aan den grootsten man zijner eeuw."
+
+Onmiddellijk daarop ontving de Keizer de ministers en den staatsraad ten
+gehoor en zoolang hij te Amsterdam vertoefde werden iederen dag opnieuw
+mannen van rang en aanzien ter audiëntie ontvangen.
+
+Evenals bij zijn luisterrijken intocht deed hij bij deze gehooren de
+zeldzaamste pracht en weelde ten toon spreiden. Men kon zich inderdaad
+niets schitterenders voorstellen dan het Keizerlijk hof op het paleis te
+Amsterdam. De rijke en smaakvolle tooisels der dames van het Huis der
+Keizerin, de kostbare en verblindende costumes der groot-officieren,
+der hooge ambtenaren, der aides-de-camp en ordonnance-officieren,
+het civile en militaire Huis des Keizers uitmakende, de rijke mengeling
+van uniformen der officieren van land- en zeemacht, de met goud
+geborduurde kleeding der hoofdambtenaren van verschillende burgerlijke
+administratiën, de menigte van ordelinten, grootkruisen, versierselen
+van alle ridderorden in Europa, zetten aan de plechtige ontvangsten en
+feesten aldaar een ongemeenen luister bij.
+
+Over deze tentoonspreiding van schier nooit geziene weelde uitte
+Napoleon zich tot zijn vertrouwde, Caulincourt:
+
+»Denk toch niet, dat de pracht, die ik op deze reis ten toon spreid,
+het gevolg zou wezen van een kleingeestige ijdelheid! 't Is louter een
+middel, dat ik te baat neem. De menschen geraken gaarne in beweging
+en hun geestdrift valt hèm ten deel, die ze weet op te wekken. De
+verleiding gaat door de oogen tot het hart. Het Keizerlijk hof moet zich
+groot en indrukwekkend vertoonen; men is altijd geneigd zich te buigen
+voor hetgeen men bewondert."
+
+Herhaaldelijk liet Napoleon zich in een sloep naar de werf en de haven
+roeien, bezocht Muiden en Naarden om de linie van Amsterdam te leeren
+kennen, begaf zich over Broek-in-Waterland, Hoorn en Medemblik naar
+Den Helder, om er den staat der vloot en vesting- en havenwerken op te
+nemen, gaf overal bevelen, wilde alles zelf zien en was ook nu weer,
+door zijn juisten blik en afdoend ingrijpen waar hij fouten zag, als
+altoos en overal een raadsel voor allen die hem vergezelden.
+
+Den 21sten October vertrokken de Keizer en de Keizerin weer uit
+Amsterdam, om hun tocht naar de Hollandsche departementen voort te
+zetten. Den laatsten dier zelfde maand verlieten zij het Hollandsche
+grondgebied en keerden over Wezel en Keulen naar Frankrijk terug.
+
+
+
+
+Zesde Hoofdstuk.
+
+Moeder Jane neemt een kloekmoedig besluit.
+
+
+De burgers, die door de Fransche gezaghebbers, als gevaarlijk voor de
+rust, gedurende Napoleons reis in den kerker waren gezet, doch van geen
+misdaad of samenspanning konden beticht worden, kregen na 's Keizers
+vertrek hun vrijheid weer. Die ontsluiting kwam voor hen even onverwacht
+als de gevangenneming.
+
+Den dichter Fokke Simonsz. werd zijn vrijheid enkel aangekondigd met een
+kort: »Je bent ontslagen!" Dit moest hem genoeg zijn, en niet voor hij
+thuis gekomen was werd het hem duidelijk, dat hij _gedurende_ Napoleons
+verblijf te Amsterdam achter slot en grendel had moeten zitten.
+
+Hadden sommigen van de reis des Keizers naar Holland verzachting der
+drukkendste beperkingen, van de knevelarijen der ambtenaren, van de
+kwellingen der hooggeplaatste gezaghebbers gehoopt, die hoop werd ten
+volle verijdeld. Ja, weldra bleek, dat de naaste toekomst nog drukkender
+worden zou.
+
+Tegen betaling van een daalder per maand werd aan mijnheer Vermaat,
+uit het koffiehuis aan den overkant, iederen avond na zevenen, als de
+bezoekers de krant al gelezen hadden, het _Staatkundig Dagblad van het
+Departement der Zuiderzee_ bezorgd. Daar dit het orgaan der regeering
+was, werden alle stukken er dus het eerst in opgenomen. Bovenaan stond
+het Keizerlijk wapen, de Fransche adelaar, en het blad was, evenals toen
+al de andere bladen in ons land, in twee kolommen gedrukt, waarvan de
+eene in het Fransch was geschreven, de andere hetzelfde in het
+Hollandsch bevatte.
+
+Op een avond, nadat mijnheer Vermaat den winkel gesloten had, ging hij,
+als naar gewoonte, bij de familie in de huiskamer zitten, om de courant
+te lezen.
+
+Maar hij had het blad nog nauwelijks ingezien of wanhopig riep hij:
+»Groote God!... Dat wordt mijn ondergang!..."
+
+»Manlief, wat _is_ er?" riep juffrouw Vermaat ontsteld. Ook Reinier en
+de beide schooljongens keken vragend en angstig hun vader aan. Zijn
+gezicht zag doodsbleek en strak tuurde hij op de courant, die beefde
+tusschen zijn handen.
+
+»Een nieuw decreet... De Regie wordt ingevoerd!"
+
+Bert en Bruno begrepen daar niet veel van. Maar voor hun moeder en
+Reinier waren die enkele woorden droevig-duidelijk. Zij wisten dat ze
+beteekenden: Weldra is alleen de Keizer tabakshandelaar, dan mag niemand
+meer tabak verkoopen dan enkel de door Napoleon aangestelde ambtenaren.
+
+Door dit decreet werd alzoo hun welvaart, tegelijk met die van duizenden
+andere nijvere kooplieden, winkeliers en fabrikanten als met één slag
+vernield en zouden knechts en werklui met hun gezinnen tot volslagen
+armoede geraken.
+
+Op den eersten Januari 1812 moesten alle kerfbanken, snuifmolens en
+andere werktuigen, benevens al de nog voorhanden tabak onder eede en
+tegen vastgestelde prijzen aan de magazijnen van het Bestuur worden
+afgeleverd. De overneming en beoordeeling der waarde zou geschieden ten
+overstaan van twee rijksambtenaren en twee schatters; de eersten zouden
+de belangen van den Keizer, de beide anderen die van den koopman
+behartigen.
+
+Alle tabaksverkoopers werden niet meer dan slijters. Zij moesten naar
+die betrekking dingen en konden ze in geen geval zonder belangrijke
+geldelijke offers verwerven. Gelukte hun dit, dan kregen zij borden met
+het Keizerlijk wapen voor hun deur en verkochten de regie-tabak, door de
+magazijnen geleverd, in kleine pakjes, voorzien van het Keizerlijk merk.
+
+Mijnheer Vermaat had het onmogelijk van zich kunnen verkrijgen, om
+Fransch ambtenaar te worden en het Keizerlijk wapen voor zijn deur te
+dulden. Hij had zich dan ook niet aangegeven en zou dus op den 1sten
+Januari eensklaps zonder bestaansmiddel zijn.
+
+'t Was alzoo een treurige Oudejaarsavond voor de familie Vermaat, die
+Oudejaarsavond van 1811.
+
+In den winkel bleek het heel dien dag drukker dan ooit. Iedere klant
+wenschte zich zoo lang mogelijk van tabak te voorzien, om vooreerst
+althans niet van de, naar alle waarschijnlijkheid zeer dure rijkstabak,
+te moeten koopen. Niemand mocht echter meer dan tien pond in huis
+hebben. Toen zij later, wijl hun voorraad opgerookt was, van de Regie
+moesten inslaan, bleek die tabak, meerendeels inlandsch gewas, zóó duur
+en zóó slecht, dat men ze haast niet rooken kon.
+
+In den winkel hadden vader en Reinier het dus overdruk met het bedienen
+der klanten en intusschen was juffrouw Vermaat met toebereidselen tot de
+Oudejaarsavondviering beslommerd: Misschien is het voor de laatste maal
+dat we het doen kunnen, had ze gemeend.
+
+Terwijl ze juist even de deur was uitgewipt om nog wat inslag te doen,
+had Bert toevallig een ontdekking gedaan.
+
+»Psst!..." wenkte hij, het hoofd om de kamerdeur stekend, geheimzinnig
+fluisterend tegen Bruno, »Kom eens mee!"
+
+Bruno, die in een boek te lezen zat, was dadelijk gereed hem te volgen.
+
+Bert bracht hem in de keuken voor de aanrechtbank, waar hun moeder al
+een en ander had klaargezet, en gewichtig op een groote kan wijzend,
+vroeg hij:
+
+»Wat is dat?"
+
+»Melk!..."
+
+»En dat?"
+
+»Eieren!..."
+
+»En dàt?" ging Bert met onverstoorbare geheimzinnigheid voort, op een
+papieren zak wijzend.
+
+»Meel!" zei Bruno. »Maar wat wil je toch?"
+
+»Weet je, wat je van meel en melk wel maken kunt?..."
+
+Bruno bedacht opeens, dat het straks Oudejaarsavond was, een glans van
+begrijpen vloog over zijn gezicht, lichtte tintelend zijn oogen uit en
+van blijdschap een bokkesprong makend riep hij vroolijk:
+
+»Oliebollen!... O, heerlijk, we krijgen oliebollen van avond!"
+
+»Echt, hè?" zei Bert en uit den blij-tintelenden blik waarmee hij Bruno
+in de oogen zag straalde tegelijkertijd de trotsch dat _hij_ het was die
+de verrassende ontdekking deed. »Maar laten we nu weer naar de kamer
+gaan."
+
+Nauwelijks was echter hun moeder teruggekomen, of ook de jongens waren
+al weer in de keuken.
+
+»Komen er geen rozijnen in, moe?" vroeg Bert.
+
+»Wáárin?" glimlachte moeder, om hem te plagen.
+
+»Hè, nee, dat wéét u wel!" zei Bert met een verlegen lachje.
+
+»Nietwaar, we krijgen immers oliebollen van avond?" informeerde Bruno
+vrijmoediger.
+
+»Met rozijnen, hè moe?" vleide Bert.
+
+»Goed, met rozijnen dan! Maar nu ook verder niet lastig wezen, hoor!"
+
+De jongens beloofden het en muisstil zagen zij toe, hoe herhaaldelijk
+witte scheuten meel of melk in een grooten aarden pot gestort en tot
+deeg gemengd werden. Eén voor één sloeg moeder daarop de eieren stuk, ze
+klutsend tot een egale, lichtgeele gelei; met welbehagen snoven zij den
+geur van de smeltende, goudkleurige boter, en het sissen en pruttelen
+was hun als een zoete muziek.
+
+Het beslag was eindelijk gereed, werd toegedekt en op een warme plaats
+gezet om behoorlijk te rijzen.
+
+»Vooruit, jongens! Nu de keuken uit!" zei moeder.
+
+Maar 's avonds, toen het bakken begon, waren Bert en Bruno er dadelijk
+weer bij. Op hun knieën lagen zij bij den pot met beslag en zagen met
+onverdeelde belangstelling toe, hoe moeder met een ijzeren lepel telkens
+een schepje van het geurige beslag in de pan met kokende olie deed tot
+er geen plaats meer was, de bollen nu en dan naar onder stootend en ze
+er uit nemend, die een mooi-bruine kleur bekomen hadden.
+
+En in den winkel liep het intusschen nog altoos maar af en aan.
+
+Eindelijk was echter de laatste klant vertrokken, het laatste tonnetje
+met gekorven tabak schier leeg verkocht.
+
+Juffrouw Vermaat zat haar man en Reinier met een ketel warmen wijn en
+een schaal, hoog opgestapeld met versche, heerlijke oliebollen te
+wachten.
+
+Bert en Bruno speelden op het ganzebord, maar de rechte lust was er toch
+niet bij, verlangend als ze waren, dat vader nu toch eindelijk eens in
+den winkel gedààn had.
+
+Daar hoorden zij dan toch de winkeldeur sluiten, de kaarsen werden
+gesnoten, vader en Reinier kwamen binnen.
+
+»Ziezoo, vrouw," zei de tabaksverkooper mistroostig, »dat zijn de
+laatste ontvangsten geweest. _Verdienen_ doen we niet meer, als alles
+dus opgeteerd is, mogen we gaan bedelen."
+
+»Kom, kom! Moed houden!" troostte juffrouw Vermaat. »Is 't niet een
+zegen, dat we vooreerst geen gebrek behoeven te lijden? Geen ellende
+vóór den tijd, zeg ik maar en met zuinigheid en overleg kunnen we nog
+een heele poos voor armoe bewaard blijven."
+
+»Jawel, maar 't is zoo'n ellendig gevoel voor een man, te weten, dat hij
+niets voor zijn gezin meer kan verdienen..."
+
+»Komaan, zet nu al die zorg eens op zij en laat ons nog eens een
+onbekommerden Oudejaarsavond vieren. Wat helpt al dat getob? De zaken
+worden er toch niet beter door!"
+
+»Och nee, dat is wel zoo, maar..."
+
+»En dan--hebben we niet alle reden, om nog dankbaar te zijn? Bleven
+we niet allen met en voor elkaar gespaard en mochten we ons niet, het
+geheele jaar door, in een goede gezondheid verheugen?"
+
+»Ja, dat is waar!" gaf Vermaat grif toe.
+
+»Vergelijken we ons bij anderen, hoeveel gelukkiger zijn we dan niet!
+Bedenk eens, wat droevige Oudejaarsavond vrouw Stargardt en Jakob
+hebben!"
+
+Zoo voortgaande slaagde juffrouw Vermaat er in, haar man weer een weinig
+te bemoedigen. Maar toch bleef het een Oudejaarsavondviering, triestiger
+dan zij ooit beleefd hadden.
+
+Treurig ook was de Nieuwjaarsdag, de eerste Januari van het jaar
+1812, treurig voor de Vermaats, treurig voor duizenden bij duizenden
+in ons land. In steê van vrienden, verwanten en kennissen te gaan
+gelukwenschen, konden groot- en kleinhandelaars in tabak zich naar de
+magazijnen der Regie begeven, om daar hun goed dat ze niet kwijt wilden
+zijn, om daar hun werktuigen die hun een eerlijk stuk brood verschaften,
+te zien taxeeren tot een prijs, die--misschien nooit zou worden
+uitbetaald. Op verscheidene plaatsen althans hebben de tabaksfabrikanten
+nooit een enkelen penning ontvangen.
+
+Dat was dan het Nieuwjaarscadeau, hetwelk Napoleon Bonaparte aan zijn
+Hollandsche onderdanen gaf, die, tot slot van alles, nog in de kerken
+van den kansel God hoorden danken voor het gespaarde leven van hun
+onderdrukker, God hoorden bidden om voorspoed en geluk voor hem, die
+het geluk en den voorspoed van duizenden verwoestte.
+
+Ook onze landsbibliotheken en museums van schilderijen ontzag de
+Fransche Keizer niet. Wat had een overwonnen volk met kunsten en
+wetenschappen noodig? Belastingen opbrengen, soldaten leveren, zich
+onderwerpen en daarbij de zweep nog prijzen die hen striemde, dat
+was de taak voor slaven, voor een volk, dat zijn naam en zijn
+onafhankelijkheid verloren had. De zeldzaamste boekwerken, de
+meestberoemde schilderijen en de merkwaardigste prenten, ja, zelfs
+het stuk van den Munsterschen vrede, dat document onzer vroegere
+onafhankelijkheid, werden uit onze verzamelingen gehaald, in kisten
+gepakt en naar Parijs gevoerd.
+
+In dat zelfde jaar 1812 werd tevens de druk van het continentaal-stelsel
+nog weer dermate verzwaard, dat alle Engelsche fabriekswaren verbrand
+moesten worden.
+
+Toevallig was Jakob Stargardt van de eerste verbranding getuige, toen
+hij op een middag door zijn baas voor een karweitje naar den Kadijk was
+gestuurd.
+
+In 't Park bij de Plantage gekomen, zag hij een volksmenigte
+saamgehoopt, kijkend naar een groot vuur dat door eenige douanen werd
+gestookt. Pakken manufacturen, messen, scharen, horloges, van alles werd
+op den brandstapel geworpen, of het niet de minste waarde had.
+
+»'t Is verschrikkelijk! 't Is een schandaal!" hoorde hij mompelend om
+zich heen.
+
+»Wat zullen die Engelschen razend op Napoleon wezen!" zei een eenvoudige
+hals.
+
+»'t Mocht wat!" onderrichtte de man, die naast hem stond. »Hoe meer
+van hun goederen de Keizer hier laat verbranden, des te liever zij het
+hebben. Al die goederen hebben onze winkeliers van de Engelschen gekocht
+en aan hen betaald. 't Is dus niet _hun_ eigendom, maar het eigendom
+van onze eigen landslui, dat door die kerels daar, zoo roekeloos wordt
+vernield."
+
+»Maar dan..."
+
+»Is 't een schandaal, bedoel je!"
+
+»Stil toch, man, ze mochten je er voor achter de tralies brengen!"
+waarschuwde zijn vrouw.
+
+»Och wat, de gevangenis op de Heiligenweg is al veel te vol! Daar is dus
+geen plaats meer."
+
+»Het Verbeterhuis en het Spinhuis zitten ook al opgepropt!" wist er een
+aan toe te voegen.
+
+»En in 't Werkhuis is al net zoo min plaats meer," zei een ander.
+
+»Goeie genade, kijk toch! Is het geen zonde!" riep een vischwijf, »daar
+smijten ze me handen vol horloges in 't vuur!"
+
+»Ben je mal, Kee!" zei een mosselmeid, »denk je dat die nakende rotten
+de beste niet achterbaks houden? Mijn kop er af,--alleen de zilveren
+horloges gooien zij in den brandhoop en de gouden steken ze in hun
+hongerige zakken."
+
+Daar kwamen eenige douanen met wat balen koffie en een paar kisten
+suiker aan slepen.
+
+»'t Is God geklaagd!" zuchtte een kruidenier, toen die eveneens in den
+vuurgloed werden geworpen. »_Ons_ laten ze er veertig of vijftig procent
+belasting voor betalen en _zij_ smijten den boel maar zóó op het vuur!"
+
+»Kijk me daar nou toch ereis ân!" riep een groentevrouw. »En _wij_, arme
+stakkers, kunnen maar suikerij lebberen, omdat we zelfs nog aan geen
+loodje koffie kunnen toekomen!"
+
+»Ik wou, dat er per ongeluk een vaatje buskruit bij was, en dat heel dat
+douanentuig in de lucht vloog!" gromde een visscherman.
+
+Jakob durfde onmogelijk langer blijven. Wie weet, wat hij anders nog
+gehoord had. Maar hij zou zich niet gaarne de ontevredenheid van zijn
+baas berokkend hebben, bang als hij was, daardoor eens zonder werk te
+geraken. En dàn?--wat zou er dan van hem en zijn moeder worden?
+
+Met angst dacht hij dikwijls aan den dag, dat hij loten moest en die met
+onrustbarende snelheid naderde.
+
+Als hij nu toch eens in de conscriptie viel!
+
+Hij _wilde_ er niet aan denken, want dan scheen hem de toekomst zóó
+droevig, zóó troosteloos, dat hij er wanhopig onder worden kon. En toch
+werd hij er voortdurend aan herinnerd, overal ging het gerucht, dat er
+een oorlog met Rusland op til was en met zorg en kommer sprak men over
+de, reeds in 't vorige jaar uitgetrokken, lichtingen en van de nieuwe
+loting die in zicht was. Zijn moeder had het daar nimmer over, doch zij
+werd gaandeweg stil en mijmerend, schoon zij haar uiterste best deed om
+Jakob eenige opgeruimdheid te toonen.
+
+Eindelijk gebeurde wat moeder en zoon al zoo lang hadden gevreesd--Jakob
+werd soldaat!
+
+Het afscheid was van een wilde smart en toen hij, na een laatste
+omhelzing, schok-snikkend de deur uitging, viel de vereenzaamde vrouw
+bewusteloos op den grond.
+
+Medelijdende buren brachten haar te bed, oordeelend, dat rust het
+allernoodzakelijkst voor haar wezen zou.
+
+Maar toen de ongelukkige weduwe weer bij kwam, bleek ze geheel
+veranderd. Zij was stil en somber geworden, haar hooge, kloeke gestalte
+scheen opeens verslapt en ontzenuwd, haar krachtige natuur in één
+enkelen dag verlamd door den knotsslag van het noodlot die haar
+trof. Versuft zat zij uren lang in haar hoekje neer, starend, altoos
+starend... Maar naderde de tijd, dat de postbode in aantocht moest zijn,
+dan werd ze onrustig, opende de deur, keek het Kattenburgerplein over,
+liep weer in huis, deed wéér de deur open en tuurde opnieuw over het
+plein, soms wel tien maal achtereen.
+
+Maar als ze den man ten leste zag aankomen, dan was het haar onmogelijk,
+weer naar binnen te gaan. Ze bleef aan de deur staan wachten, in
+zenuwstrakkende aandacht elk zijner bewegingen verspiedend. Een schok
+doorsidderde haar het lijf, wanneer hij een greep in zijn tasch soms
+mocht doen...
+
+Maar onveranderlijk klonk het steeds, zoodra de bode haar nabij gekomen
+was: »Geen brief nog, moeder Jane!"
+
+Dan trok zij zich zuchtend terug en ging weer als wezenloos in haar
+hoekje zitten, of poogde wat te werken. Doch van het werken kwam
+gewoonlijk niet veel en haar huishouding liet zij meer en meer
+verwaarloozen. Want als zij begon met den leuningstoel af te stoffen,
+dan herinnerde dit meubel haar aan Franciscus; mijmerend over den armen
+kreupele stond zij dan langen tijd roerloos met den stofdoek in de
+werkelooze hand; nam zij een mat op, de indrukken van zijn kruk werden
+haar als smartvertrokken monden, die klagelijk van den dierbaren doode
+spraken; die stoelen, de tafel, dat kastje, de Friesche klok daar, al
+die voorwerpen, samen hadden zij ze gekozen en gekocht, elk meubelstuk
+had zijn kleine geschiedenis, onderdeel van het familieleven der
+Stargardts vormend; ieder ding kreeg een ziel voor moeder Jane, en de
+zielen van al die lieve dierbare voorwerpen om haar heen, begonnen nu
+met weeke, weenende stemmen van hun verleden te fluisteren...
+
+»Zóó kan het niet langer!" zei juffrouw Vermaat tegen haar man, toen zij
+weer eens tevergeefs gepoogd had moeder Jane wat op te beuren: »Het arme
+mensch verkniest hoe langer hoe meer en haar huishouden laat ze
+heelemaal verwaarloozen. Wist ik toch maar, wat ik er aan verhelpen
+kon!"
+
+Beiden hadden zij innig te doen met de ongelukkige weduwe. 't Is waar,
+ook _zij_ hadden hun zoon Reinier aan de legers van den Keizer moeten
+afstaan, maar bezaten zij niet elkánder, hadden zij niet hun
+luidruchtige bengels van jongens? Doch moeder Jane bezat thans niets
+meer en zij konden het zich dus zoo begrijpen, dat de vereenzaamde vrouw
+verkwijnde naar lichaam en ziel.
+
+Eindelijk meende het echtpaar Vermaat er iets op te hebben gevonden,
+waardoor de weduwe Stargardt een groot deel van den dag uit haar
+omgeving en daardoor allicht ook eenigermate aan haar herinneringen zou
+worden ontrukt: Zij zou namelijk, door hun bemoeiingen en voorspraak, in
+het Munthôtel als werkster kunnen komen.
+
+Met doffe onverschilligheid hoorde moeder Jane deze beschikking aan,
+maar toen juffrouw Vermaat op een morgen gekomen was om haar er heen te
+geleiden, maakte ze ook in het minst geen tegenwerping.
+
+Sedert kwam zij geregeld iederen dag in het hôtel haar werk verrichten
+en schoon de nieuwe werkster weinig spraakzaam bleek, wat zij dóen
+moest, dat deed zij met de nauwgezetheid van een machine.
+
+Op een avond--ze was juist een poosje te voren uit het hôtel weer thuis
+gekomen--had de postbode een brief voor haar.
+
+Nauwelijks had zij de acht stuivers port betaald, of ze scheurde het
+couvert open en zenuwachtig begon zij te lezen, want het was een brief
+van hèm, van Jakob, haar jongen! De letters dansten haar voor de oogen,
+onderwijl zij in jachtende haast de bladzijden doorvloog. Toen begon zij
+weer van voren af, en nu veel kalmer:
+
+ Sabelsdorph, 20 April 1812.
+
+ Lieve moeder, dit is dan de eerste brief, dien u van mij krijgt.
+ Waarom ik niet vroeger schreef, zal u hieruit straks wel blijken.
+
+ Zoodra wij te Wezel waren aangekomen, werden Reinier en ik met
+ nog verscheiden andere Amsterdamsche lotelingen als huzaren
+ uitgerust. En van toen af, na de eerste oefeningen in het
+ paardrijden te hebben doorstaan, is het niet anders geweest
+ dan marcheeren en exerceeren, over Munster en Osnabrück op
+ Maagdenburg aan en toen verder, altijd verder maar weer, en dat
+ langs zùlke slechte wegen en meestal onder zulk slecht weer, dat
+ ik 's avonds geregeld doodmoe op mijn leger viel.
+
+ En zoo zijn we dan nu hier, te Sabelsdorph, op een halven mijl
+ van Stettin. Het volk, dat deze streken door trekt of reeds
+ doorgetrokken is, blijkt gewoonweg onnoemelijk. Verscheidene
+ burgers zijn trouwens reeds uit de steden gevlucht, omdat zij
+ alle dagen 16 en 17 man in kwartier kregen. Men lijdt veel in
+ Holland, maar hier nog meer, men wordt hier opgegeten!
+
+ Ons regiment treft het goed, wij zijn altijd bij de boeren en
+ alleen de Generale staf met één compagnie blijft in de steden
+ en dat gaat geregeld zoo door, iedere compagnie op haar beurt.
+
+ Doordat wij altoos bij de plattelandsbevolking in kwartier liggen
+ heb ik niet veel gelegenheid om te schrijven, want meestal zijn
+ we met acht à negen man in dezelfde kleine ruimte en dan moet men
+ op zijn spullen passen. Bovendien weten de boeren hier te land
+ haast niet wat papier en pennen zijn.
+
+ Op het oogenblik liggen we met zijn negenen bij een goeden boer,
+ en die had ook pen en inkt, zooals u ziet, maar het is dan ook de
+ burgemeester van het dorp.
+
+ Zondag zijn we gearriveerd, Dinsdag maakten wij inspectie voor
+ den ritmeester, Donderdag voor den kolonel, die ons zóó duchtig
+ liet manoeuvreeren, dat mijn oude knol bijna niet meer voort kon
+ en 's avonds bij het afzadelen een gat als een vuist in zijn lijf
+ had.
+
+ Heden, Zondag, is het groote inspectie voor den Generaal, maar
+ omdat mijn paard zoo áf en gedrukt is, heb ik het geluk van thuis
+ te mogen blijven, waarom ik niet rouwig ben; want het sneeuwt
+ hier alle dagen en het is braaf koud ook.
+
+ De stad zelf ligt zóó vol van de Jonge Garde en Badensche en
+ Hesselsche troepen, dat men over de hoofden wel loopen kan.
+ Alle troepen moeten tweemaal daags exerceeren, wat _wij_ dus óók
+ gedaan hebben, de dagen dat wij geen inspectie hadden. Nu, daar
+ went men aan. Alleen hoop ik, dat ik maar spoedig een anderen
+ harddraver krijg. Denk eens aan, ik ben, gedurende onze opmarsch,
+ met dien ouden stijven knol al driemaal gevallen, gelukkig zonder
+ mij erg te bezeeren, doch niettemin met het plezierig gevolg, dat
+ ik van Brunswijk af een heel eind naast mijn oudje loopen mocht,
+ want de stumper was een weinig gedrukt op de schoft.
+
+ Dat marcheeren langs slechte wegen, tot aan de knieën door de
+ modder, was natuurlijk niet alles. Gelukkig echter kwam mijn
+ stramme sukkel toch al gauw weer wat op dreef. Maar verbeeld u,
+ den dag dat we hier aankwamen ging hij weer heel netjes met me
+ in het wagenspoor liggen en of ik hem al aanzette of wát ook,
+ sinjeur stond niet op voor en aleer ik er afging.
+
+ Of we hier nog lang zullen blijven? Het zeggen is, dat we
+ spoedig naar Koningsbergen zullen opmarcheeren en dan verder
+ naar Rusland, omdat er met dat rijk een oorlog op til is, zooals
+ iedereen beweert.
+
+ Ik ben tot nog toe heel gezond en als ik niet voortdurend
+ bekommerd was om u, dan zou ik mij in het soldatenleven heel goed
+ kunnen schikken. Maar o, hoe verlang ik er soms naar, u terug
+ te zien! Wat zou ik er niet voor geven om, al was het maar één
+ oogenblik, weer eens bij u te zijn en u te kunnen omhelzen. Maar
+ wie weet, hoe lang het nog wel kan duren, voor ik weer bij u
+ terug zal zijn.
+
+ Neen, dan is één van mijn nieuwe kameraads er toch vrij wat beter
+ aan toe. Zijn moeder, moet u weten, is een van de marketentsters.
+ Zij trekt geregeld achter het regiment aan, van de eene plaats
+ naar de andere en zoodoende kunnen zij, buiten diensttijd, elkaar
+ net zoo vaak ontmoeten als zij maar willen.
+
+Dit laatste gedeelte van den brief maakte op moeder Jane een diepen
+indruk, die van groote gevolgen zou wezen. Het wekte een voornemen bij
+haar op, waartoe zij uit zichzelf nooit zou gekomen zijn:
+
+Wat die moeder kon, dat kon _zij_ immers ook? En wat verlóór zij er
+bij? Haar leven toch was eenzaam en treurig en werd door slavigen
+arbeid gesleept van den eenen dag naar den volgenden, met geen ander
+vooruitzicht dan dat het eenzaam en treurig _blijven_ zou. Want niet
+alleen Willem was zoo goed als dood voor haar, ook haar Jakob zou zij,
+onder haar tegenwoordige omstandigheden, toch denkelijk wel nooit weer
+terug zien. Werd zij daarentegen marketentster, dan kon zij dag aan dag
+weer met en bij hem zijn. En zoo hij gekwetst mocht worden, wie zou hem
+beter kunnen oppassen en verzorgen dan zij, zijn eigen moeder?
+
+Zij keek op de klok. Het was nog vroeg genoeg om gauw even met den brief
+naar de Vermaats te gaan. Daar hoorde zij, dat ook Reinier geschreven
+had. Toen zij echter vertelde, tot welk besluit zij gekomen was, deed
+het echtpaar alles, om moeder Jane daar weer van terug te brengen.
+
+Zij wezen haar op de moeilijkheden, aan dat eindeloos reizen en trekken
+verbonden; op de gevaren, waaraan zij voortdurend zou bloot staan; niets
+mocht baten.
+
+»Maar je kunt immers niet eens met paarden omgaan?" zei juffrouw Vermaat
+ten leste. »En voor een huzarenmarketentster zal dat toch, dunkt me, wel
+noodig zijn."
+
+»Niet met paarden omgaan? Nu, dat zou je meevallen! In mijn jeugd woonde
+ik op een dorp; mijn ouders hadden een boerderij en ik ben dus, om zoo
+te zeggen, bij paarden grootgebracht. Ja, als kleine meid nog, was het
+altijd een van mijn grootste genoegens als ik het paard, waar vader mee
+naar stad was geweest, in de wei mocht brengen. Dan ging ik op het hek
+staan, klauterde vandaar parmantig op het beest zijn rug en reed er zoo
+mee tot aan den dam."
+
+Haar besluit bleek dus onwankelbaar en aan niets dacht zij thans zoo
+zeer, dan om het zoo goed mogelijk ten uitvoer te brengen. Haar huis en
+inboedel diende zij te verkoopen, allerlei inlichtingen had zij in te
+winnen, doch mijnheer Vermaat stond haar hierin met raad en daad ter
+zij.
+
+Meer en meer ging zij òp in haar plan, de oude energie herleefde, haar
+gang herkreeg zijn vroegere veerkracht, zij zag weer een toekomst, zij
+had weer een levensdoel, en toen zij eindelijk tot de afreis gereed was,
+bleek moeder Jane weer volkomen de kloeke, krachtige vrouw van voorheen.
+
+
+
+
+Zevende Hoofdstuk.
+
+Vrienden in vijandschap.
+
+
+In de laatste jaren waren de betrekkingen van Napoleon met Alexander van
+Rusland van zoodanigen aard geworden, dat een volslagen vredebreuk op
+den duur niet kon uitblijven. Steunende op zijn krijgsgenie rekende de
+Fransche Keizer de Russen niet alleen te _overwinnen_, maar tevens naar
+Azië terug te kunnen dringen, na welke operatiën Turkije aan de beurt
+lag.
+
+Gelukte Napoleon die stoute onderneming, dan zou hij met zijn phalanx
+langs Perzië naar Indië doordringen, ten einde Engeland in zijn koloniën
+aan te tasten en zoodoende dat gehate rijk tòch voor zijn wil te doen
+bukken. Mocht ook déze expeditie slagen, dan zou het vrede op aarde
+zijn!
+
+Tot de Fransche officieren, die eenigen tijd in Rusland hadden gediend,
+behoorde de overste De Ponthon. Toen de Keizer dezen officier omtrent
+de moeilijkheden van een oorlog tegen Rusland ondervroeg, vernam hij een
+reeks van bezwaren: De fanatieke tegenstand dien de oude Moscovieten aan
+den dag zouden leggen; de onherbergzame streken, welke de troepen zouden
+moeten doortrekken; de onbegaanbaarheid der wegen voor de artillerie
+wanneer het eenige uren geregend had en ten slotte, dat de ruwe,
+geduchte Russische winter, die meestal half October reeds inviel,
+het oorlogvoeren in dat land physiek onmogelijk maakte.
+
+Doch overste De Ponthon ging nog verder, dan den Keizer deze bezwaren
+te ontwikkelen. Hij viel voor Napoleon op de knieën, hem smeekend ter
+wille van het geluk van Frankrijk en van zijn eigen roem toch niet dien
+gevaarvollen veldtocht te ondernemen, waarvan de rampen niet te overzien
+zouden zijn.
+
+Verscheidene dagen na dit onderhoud bleef Napoleon afgetrokken en
+verspreidde zich het gerucht, dat de Keizer van den veldtocht had
+afgezien. Maar Napoleon had dezen karaktertrek dat hij _niets_ ontzag,
+voor _niets_ terugdeinsde om een eenmaal gesteld doel te bereiken. Zijn
+heerschzuchtswaanzin dreef hem reeds lang naar de alléénheerschappij
+over geheel Europa en openlijk deelde hij zijn voornemen mee, om zich
+op den zetel der Grieksche kerk te Moscou tot keizer van het Westen der
+oude wereld te doen kronen.
+
+Er was dan ook in de gewesten waar Fransche troepen stonden, doch
+vooral langs de oevers van de Oostzee tusschen Hamburg en de Weichsel,
+waar maarschalk Davoust commandeerde, en te Dantzig, waar generaal
+Rapp gouverneur was, reeds maanden lang een rustelooze bedrijvigheid.
+Derwaarts trokken, te voet en per scheepsgelegenheid, duizenden
+jonge mannen van verschillende natiën, om onder Davoust's gestrenge
+tucht gekleed, gewapend en gedrild te worden; derwaarts werden
+honderdduizenden Hectoliters graan, reusachtige voorraden wijn,
+kleedingstukken, munitie en andere krijgsbehoeften gezonden om een
+macht van schier een half millioen krijgers voor geruimen tijd van
+al het benoodigde te voorzien. Derwaarts togen langzamerhand gansche
+corpsen, in onderafdeelingen gesplitst, uit Frankrijk, uit Spanje,
+uit Italië en Duitschland, geleidelijk met kleine dagmarschen, om
+eerst langs den Oder en van hieruit langs de Weichsel te worden
+opgesteld. Duizenden paarden werden aangekocht, honderden lichte
+voertuigen bijeengebracht, pontontreinen samengesteld, al de
+voorbereidingsmaatregelen getroffen om een leger, zoo reusachtig als
+zich nog nooit te voren op één oorlogsterrein had bewogen, zonder te
+groote vermoeienis en zonder veel opzien te baren over een breed front,
+van Warschau tot Koningsbergen, geleidelijk te voeren naar Ruslands
+grenzen.
+
+Doof bleef de Keizer voor de vertoogen zijner ministers en vertrouwde
+generaals, en vruchteloos schreef zijn vertegenwoordiger aan het hof te
+Petersburg hem, dat keizer Alexander geen oorlog _wilde_ en zich alleen
+wapende, omdat Napoleons eigen geweldige krijgstoerustingen in Polen en
+Pruisen hem daartoe dwongen. Letterlijk door een boozen geest gedreven,
+beheerscht door een soort van grootheidswaanzin, die zijn brein met de
+stoutste plannen vervulde, die hem zelfs voortooverde dat zijn dynastie
+eenmaal de oudste kon worden van gansch Europa, liet hij zich door niets
+ter wereld van zijn plan afbrengen. In 1805 en 1807 had hij Rusland
+geslagen, doch niet onderworpen; thans zou hij het genade doen vragen.
+
+Reinier en Jakob moesten diensvolgens ten oorlog trekken.
+
+Beiden hadden zij zich na hun vertrek uit Amsterdam al heel spoedig
+in hun lot geschikt, maar terwijl Jakob zijn dienstplicht deed, om
+niet in onaangenaamheden te komen, was Reiniers eerzucht er ras op uit,
+bevordering te maken. Over een jaar wenschte hij officier te zijn.
+Schoon dat in onze dagen een ijdel voornemen zou heeten, hield zijn
+besluit toch niets buitengewoons in: Bij de opvoeding, door Reinier
+genoten, gepaard met zijn lichamelijke en verstandelijke hoedanigheden,
+behoefde hij slechts te _willen_ om ook te _worden_ hetgeen hij zich
+voornam. In het Fransche leger toch, welks kaders aanhoudend werden
+gedund, bestond ook geregeld behoefte aan geschikte personen om dat
+kader voltallig te houden.
+
+Uit vrees echter, dat zijn ijver en gedrag eens niet voldoende in het
+oog mochten vallen, meldde Reinier zich, na zijn eerzuchtig voornemen,
+bij den majoor aan.
+
+»Majoor," begon hij, »als ik er mijn best voor doe, zou ik dan niet heel
+gauw wachtmeester kunnen worden?"
+
+De majoor, een oudgediende, vond het altoos prettig, wanneer hij bij
+recruten de begeerte tot promotie mocht zien. Ook had hij reeds
+opgemerkt, dat Reinier wel bevattelijk was en een goede opvoeding had
+genoten. Hij was dus aangenaam verrast.
+
+»Is je dat ernst?" vroeg hij niettemin met strakken blik.
+
+»Volle ernst!" antwoordde Reinier met overtuiging.
+
+»Over vier dagen ben je korporaal. En blijf je stipt je best doen dan
+zal je, binnen een maand of wat, onderofficier zijn! Zoo niet, dan
+wordt je onmiddellijk weer gedegradeerd!"
+
+De majoor wenkte en Reinier trok af.
+
+Vier dagen daarna was hij korporaal en voor er drie maanden om waren had
+hij den graad van onderofficier.
+
+De nieuwe wachtmeester kreeg nu wel is waar omgang met andere
+onderofficieren, maar in de verhouding tot Jakob kwam hierdoor
+aanvankelijk toch geen verandering.
+
+Een week later kregen zij echter plotseling groote oneenigheid. Ze
+kwamen, na een korte dagmarsch, met een man of acht, in den omtrek van
+Thorn bij een boer in kwartier en zouden reeds den volgenden dag weer
+verder moeten. Ze kregen eenige sneden grof brood, met een laagje vet
+besmeerd. De menschen hadden het blijkbaar niet te ruim en aten er zelf
+lekker van. Ook de huzaren, in den laatsten tijd niet verwend, lieten
+het zich wel smaken.
+
+Reinier echter was er niet mee tevreden. Hij was wachtmeester en eischte
+ham!
+
+Ham aten zij nooit, zei de man.
+
+Ja, dat kon hèm wat schelen! Maar met vet was hij niet tevreden en hij
+zou dan zelf maar eens kijken of hij niet wat beters vinden kon.
+
+Weldra kwam hij met twee hammen terug, die hij lachend en triomfantelijk
+in de hoogte hield.
+
+Daarop bediende hij er zich van en deed de rest in zijn knapzak voor
+later.
+
+De boerin begon te schreien. Het waren hun beide laatste hammen,
+snikte ze, en zij hadden die morgen aan een herbergier in Thorn moeten
+bezorgen. Hoe zouden zij kunnen leven, als er door de soldaten, geregeld
+maar, zóó met hen gehandeld werd? Hadden de huzaren hun rieten schuurdak
+niet gebruikt om hun paarden er mee te voederen? Had niet gisteren een
+andere bende ruiters daarvoor het onrijpe koren afgesneden? Wáár moest
+het heen als dat zoo doorging? Zouden ze dan niet van honger en ellende
+moeten omkomen?
+
+Jakob kreeg medelijden met de arme menschen.
+
+»Kom," zei hij tegen Reinier, »ik zou dan die eene ham ten minste
+maar terug geven. Stel je voor, als andere soldaten zoo eens bij
+jullie thuis deden en het laatste pakje thee wederrechtelijk gebruikten
+terwijl jullie zelf toch op gewone dagen nooit anders dan aftreksel van
+morellebladeren drinkt? Dat zou je toch ook niet goed vinden, is 't wel?
+En is het hier eigenlijk nog niet erger? Geldt het hier niet een
+bestaansmiddel van die menschen?"
+
+Reinier gevoelde nu plotseling al het leelijke van zijn daad, schoon
+hij volstrekt niet verder was gegaan dan hetgeen hij dagelijks door
+anderen had zien doen. De transportwagens met levensmiddelen konden,
+door allerlei omstandigheden, onmogelijk het voorttrekkende leger snel
+genoeg volgen, en men voorzag zich dus van voorraad, terwijl men voort
+marcheerde. Daar het land vruchtbaar was, werden paarden, wagens,
+beesten, levensmiddelen van allerlei soort ontvoerd: men sleepte alles
+mee, ook de benoodigde inwoners om heel dien voorraad aan te voeren.
+
+Met dergelijke voorbeelden iederen dag voor oogen, had Reinier er niet
+zooveel kwaad ingezien, zich zelf eens wat beter te doen onthalen dan
+de anderen. Wel voelde hij, na Jakobs redeneering, hoe leelijk hij
+eigenlijk had gedaan, maar dit nobele gevoel werd in 't zelfde oogenblik
+door valsche schaamte overwonnen. Het ergerde hem, in tegenwoordigheid
+van die anderen zoo terecht gezet te worden. Wat drommel, wat verbeeldde
+Jakob Stargardt zich wel? Hij, Reinier, was toch wachtmeester, en wáár
+zou het met zijn prestige naar toe, als vriendschap het recht gaf hem
+een zedepreek te houden in het bijzijn van »minderen"!
+
+Hij stoof dus geweldig op, Jakob bleef hem het antwoord niet schuldig en
+het gevolg was, dat beiden, na een heftige woordentwist, met heete
+hoofden ter rust gingen.
+
+Den volgenden morgen scheen de oude verstandhouding weer volkomen
+hersteld. Toch had het voorgevallene bij Reinier een zekere vervreemding
+bewerkt, die hij gaandeweg al minder te verbergen wist.
+
+Jakobs voortdurend bijzijn, gepaard met dien vrijmoedigen omgang waar
+hun vriendschap recht op gaf, begon de jonge wachtmeester met den dag
+meer te gevoelen als iets hinderlijks, iets dat hem belemmerde in zijn
+gedragingen, terwijl aanhoudend de vrees hem verontrustte, dat die
+familjare omgang nadeel doen mocht aan het ontzag, dat zijn overige
+manschappen toch voor hem dienden te hebben.
+
+Voor Jakob Stargardt kon het natuurlijk niet verborgen blijven, dat
+Reinier steeds gedwongener jegens hem werd, en daar het niet in zijn
+karakter lag om zich ook in 't minst maar op te dringen, werd hun
+omgang, schoon naar het uiterlijk nog precies dezelfde gebleven, toch
+gaandeweg al minder vertrouwelijk.
+
+Na met korte dagmarschen van dorp tot dorp getrokken te zijn, kwamen de
+troepen waartoe ze beiden behoorden, in en om Koningsbergen in kwartier.
+
+Hun regiment zou weldra worden ingedeeld bij het derde legercorps, onder
+maarschalk Ney. Te Nogarisky moest dit corps zich met de regimenten van
+den Koning van Napels, Davoust, Bessières en Oudinot vereenigen, waarna
+deze verzamelde legermacht onder de persoonlijke leiding van Napoleon
+zou komen te staan.
+
+De bierbrouwerijen en herbergen in de stad waren aanhoudend overvuld van
+militairen en dit jongste legernieuws werd er dus overal levendig
+besproken.
+
+Reinier Vermaat zat met een groepje van andere onderofficieren voor
+de »_Bonte Os_." Ook oudgedienden waren daar bij, aan de hachelijkste
+omstandigheden gewoon, kerels die door niets meer werden afgeschrikt.
+Men herkende ze dadelijk aan hun krijgshaftige houding en aan hun
+gesprekken. Zij hadden geen herinneringen dan aan den oorlog, voor hen
+was geen toekomst dan in den krijg; over niets anders spraken zij.
+
+Tegenover de jongeren snoefden die gebronsde kerels over hun groote
+daden in den slag bij de Pyramiden, dien van Marengo, van Austerlitz,
+van Jena of Friedland, zij stroopten hun mouwen op of ontblootten hun
+breede borsten om te pronken met de litteekens hunner wonden; en daar
+zij intusschen met woord en daad voortdurend tot drinken aanspoorden,
+werden ook de nieuwelingen hoe langer hoe opgewondener.
+
+»Neen, dit," zeiden de oude ijzervreters, »werd een veldtocht, grooter
+dan zij ooit beleefd hadden!" De goede uitslag er van scheen zeker; het
+zou een militaire marsch wezen tot aan Petersburg en Moscou toe. Nog
+déze poging, en alle krijg zou misschien voor goed geëindigd zijn; dit
+was een laatste gelegenheid, meenden zij, om zich nog eens roemvol te
+onderscheiden.
+
+Een der nieuwelingen verklaarde dat hij, om de risico van den krijg,
+toch net zoo lief van deelname aan dezen veldtocht verschoond was
+gebleven.
+
+»Och wat," zei een grijze snorrebaard, »dacht je dan, dat je daardoor
+aan den oorlog ontkomen zou? Die is immers overal! Wees dus liever blij,
+dat je zoo'n buitenkansje hebt! Want slagveld of slagveld, dat is lang
+niet onverschillig! In Rusland zal de Keizer zèlf het bevel voeren,
+terwijl je in een ander land wel voor dezelfde zaak, maar onder een
+ander opperhoofd zou moeten strijden. En het is genoeg bekend, dat
+Napoleon nu eenmaal zijn gunsten het overvloedigst uitdeelt aan _die_
+soldaten, wier roem aan _zijn_ roem herinnert.
+
+Vooral jij, Vermaat," wendde hij zich nu meer in 't bijzonder tot
+Reinier, »moogt wel van geluk spreken. Kijk, _wij_ zijn maar domme
+kerels, die als kind niets geleerd hadden, maar help eens kijken, _jij_
+zult fortuin maken in dezen veldtocht! Als majoor zie ik je nog terug
+komen! Nu ja,--mits je moedig bent natuurlijk!"
+
+Reinier's ijdelheid was niet weinig gestreeld. Hij verklaarde, dat het
+hem aan moed niet zou ontbreken. Daarop liet hij, op zijn kosten, de
+glazen nog eens vullen en hield een opgewonden toost op den roem en den
+voorspoed van het Groote Leger, die met daverende toejuichingen werd
+beantwoord.
+
+Juist in dit oogenblik kwam Jakob uit de verte aan.
+
+»Daar komt je trouwe vriend, de timmerman!" zei een der jonge
+onderofficieren plagend.
+
+»Hm!... Vriénd?!" zei Reinier, »nou ja, omdat we vroeger kennissen
+waren loopt hij me nog altijd na als een hondje..."
+
+»Begrijpt zoo'n jongen dan niet, dat jullie verhouding nu toch heel
+anders geworden is," vroeg een tweede.
+
+Reinier, geërgerd, haalde de schouders op.
+
+»'t Schijnt van niet!" zei hij kregel.
+
+»Maar dan zou ik zelf daar toch een eind aan maken!" adviseerde een
+ander. »Hij zou je waarachtig zijn kameraadschap nog wel kunnen
+opdringen als je al lang en breed majoor was!"
+
+Daar had Jakob eindelijk Reinier in 't oog gekregen, die zich echter
+hield, of hij hem in 't geheel niet zag.
+
+Jakob Stargardt had juist een brief met de veldpost ontvangen, een brief
+van zijn moeder, waarin ze hem meldde, dat zij marketentster geworden
+was en zich voorloopig bij de voortrukkende Westfaalsche troepen had
+aangesloten, maar toestemming bezat, om zoo spoedig mogelijk bij het
+elfde regiment huzaren, _zijn_ regiment, over te gaan. Al binnen enkele
+dagen konden zij dus reeds bij elkander wezen.
+
+Jakob brandde van begeerte om die heugelijke tijding zoo gauw mogelijk
+aan Reinier mee te deelen. Wel was hun vriendschap niet meer dàt, wat
+zij te voren was geweest, maar toch gingen zij nog veel te dikwijls met
+elkander om dan dat hij zijn heerlijk nieuws niet in de eerste plaats
+aan Reinier zou verteld hebben.
+
+Nauwelijks kreeg hij dezen dus in 't oog, of hij stapte haastig op hem
+toe, vol blijdschap vertellend, waar hij zelf zoo vol van was.
+
+Reinier zag hem spottend aan:
+
+»Ei zoo, had het jongentje soms gevraagd of zijn moesje op hem wou komen
+passen?" vroeg hij ironisch. »En zal moesjes schort nu straks de kogels
+voor hem moeten opvangen?"
+
+Hij had meer gedronken dan hij verdragen kon en zei nu woorden, die hij
+zich in normalen toestand zou geschaamd hebben.
+
+Jakob werd rood van verontwaardiging.
+
+»Bah, wat laag, wat vreeselijk laag van je," riep hij driftig, »om
+mij als een lafaard voor te willen stellen, die bloôhartig de kogels
+ontvluchten zou! Want zoo iemand, dan moest _jij_ beter weten!"
+
+Hij doelde op het feit, dat hij indertijd zichzelf in de plaats van zijn
+vader had aangeboden.
+
+»'t Is waar, ik vergat een oogenblik dat het bij jullie een soort van
+familiekwaal lijkt, om zich te laten doodschieten--al is het dan ook
+maar wegens majesteitsschennis!..."
+
+'t Werd eensklaps doodstil. Allen begrepen, dat een van Jakob's
+bloedverwanten wegens majesteitsschennis gefusilleerd moest zijn en hem
+dit nu op de meest grievende wijze werd herinnerd. De gezichten, zoo
+even nog glinsterend van opgewektheid en genoegen, waren alle strak en
+ernstig.
+
+De armen over elkaar gekruist, doodsbleek, met vlammenden blik, stond
+Jakob Stargardt tegenover zijn beleediger, als een onheilspellende
+verschijning, die eensklaps uit den grond was opgerezen. Enkele schreden
+verder stond een oude huzaar, die met Jakob opgeloopen was en tot
+hetzelfde escadron behoorde. 't Was een brave, oppassende kerel, maar
+zóó gering van aanleg, dat hij het, spijt al zijn dienstjaren, nooit
+verder dan gewoon soldaat had kunnen brengen. Maar zoo klein zijn
+verstand mocht wezen, zoo nobel was zijn inborst. Die oude krijger zag
+dan ook even bleek als zijn jeugdige makker. Zwervend en onrustig ging
+zijn blik; want evenals al de aanwezigen duchtte ook hij ieder oogenblik
+een uitbarsting.
+
+»Kom!"--zei de oude huzaar, Jakob bij de mouw trekkend,--»kom,--we
+moeten weer naar ons kwartier!"
+
+Maar Jakob verroerde zich niet en zag Reinier nog altoos woest-dreigend
+aan.
+
+Reinier was eerst onthutst: maar hij herstelde zich spoedig en eveneens
+de armen kruisend, mat hij den verontwaardigden jongeling met tergenden
+blik.
+
+»Wat wil je?" vroeg hij barsch.
+
+»Wat ik wil," antwoordde Jakob schijnbaar kalm, »is licht te begrijpen;
+wat elk ander soldaat je in mijn plaats vragen zou: Een kans om mij te
+wreken!"
+
+»Het spijt me," antwoordde Reinier met een sarrend-hatelijk lachje, »dat
+ik je die voldoening niet geven mag, maar een wachtmeester duëlleert nu
+eenmaal niet met zijn minderen."
+
+»Welnu dan, ik zweer je, dat ik met mijn eischen bij je terug zal komen,
+meneer de wachtmeester, al is het ook over twintig jaar!"
+
+»Dan ben _ik_ generaal en _jij_--timmermansbaas!" zei Reinier spottend.
+»We zullen dus moeilijk met elkander tot vereffening kunnen komen."
+
+»Of _ik_ ben majoor en jij nog niet: Ik zal dan evenwel minder
+hooghartig wezen dan jij. Wees in ieder geval verzekerd, dat uitstel
+geen afstel is: Binnen een jaar zijn we gelijk in rang en dàn--geloof
+me, dan zal ik je toonen met wien je te doen hebt!"
+
+Reinier Vermaat werd woedend van schaamte en ergernis. Hoe grievend hij
+Jakob ook had bejegend, zijn ijdele inborst kon niet dulden, dat hij
+als een schuldige tegenover een »mindere" stond,--en vooràl niet,
+dat die mindere hem zijn schuld zoo vernederend deed gevoelen in
+tegenwoordigheid van mannen wier achting hij zoozeer op prijs stelde.
+
+»Huzaar Ros!"--beval hij den oudgediende met wien Jakob gekomen
+was,--»breng den kerel onmiddellijk in arrest!"
+
+»Dank u, wachtmeester," antwoordde de brave krijgsman,--»ik heb geen
+lust om een kameraad te arresteeren, alleen omdat zijn chef hem
+beleedigde en hij de vrijmoedigheid had, hém dat te verwijten. U kunt
+me straffen zoo zwaar u wil, maar een schelm hoop ik nooit te worden!"
+
+Hij maakte rechts-omkeert en wilde gaan.
+
+»Wacht, Ros, ik ga met je mee," zei Jakob, »ik zal me zelf in arrest
+begeven; wachtmeester Vermaat, tot ziens!"
+
+»Dat zal ik je beiden inpeperen!" gromde Reinier, bleek van wraakzucht.
+
+[Illustratie: ... mat hij den verontwaardigden jongeling met tergenden
+blik.]
+
+Maar tot zijn spijt werd hij reeds den volgenden morgen naar een nog
+onvolledig regiment overgeplaatst.
+
+
+
+
+Achtste Hoofdstuk.
+
+De opmarsch.
+
+
+Moeder Jane had zich bij het regiment van haar zoon aan kunnen sluiten,
+nog vóór dit Koningsbergen verliet, maar reeds den 22sten Juni lag
+geheel het Fransche leger op den linkeroever van den Niemen.
+
+Napoleon, die tot hiertoe in een rijtuig gezeten had, wierp zich 's
+morgens om twee uur in het zadel, om dien Russischen grensstroom te
+verkennen. Toen hij aan de rivier kwam, struikelde eensklaps zijn paard
+en wierp hem in het zand.
+
+»Een slecht voorteeken!" klonk het. »Een Romein zou terug keeren!"
+
+Of hij zelf het was of iemand van zijn gevolg, die deze woorden sprak,
+is niet bekend.
+
+Napoleon echter steeg kalm weer te paard om zijn onderzoek voort te
+zetten.
+
+Toen de verkenning afgeloopen was beval hij, dat er tegen het vallen
+van den avond drie bruggen over de rivier zouden gelegd worden. Daarop
+begaf hij zich naar zijn legerplaats, waar hij den geheelen dag nu eens
+in zijn tent, dan weer in een Poolsch huis doorbracht, machteloos
+neerliggend onder de zwoele, drukkende hitte en vergeefs naar rust
+zoekend.
+
+Zoodra de avond echter gevallen was naderde hij opnieuw de rivier, waar
+sappeurs reeds met het leggen der bruggen waren begonnen. Drie
+compagnieën soldaten moesten hen beschermen.
+
+Eenige sappeurs steken met een schuitje de rivier over. Tot hun
+verwondering komen zij zonder hindernis aan den Russischen oever. Alles
+is rustig op dien vreemden grond, dien men hun als zoo dreigend heeft
+afgemaald.
+
+Spoedig echter zien zij een kozakkenofficier aan het hoofd eener kleine
+patrouille. Hij is alleen, hij schijnt zich in vollen vrede te wanen en
+niet te weten, dat geheel Europa gewapend tegenover hem staat. Hij
+vraagt aan de vreemdelingen wie zij zijn.
+
+»Franschen!" antwoorden zij hem.
+
+»Frànschen?!" vraagt de Officier. »Maar wat komt ge dan in Rùsland
+doen?"
+
+Een der sappeurs zegt hem op barschen toon:
+
+»U beoorlogen! Wilna innemen! Polen bevrijden!"
+
+Zonder eenig antwoord te geven wendt de kozakkenofficier zijn paard en
+rent met de zijnen het bosch in, waarop drie sappeurs, in overdreven
+ijver, hun geweren lossen.
+
+Zoo werd het zwak gerucht van drie schoten, welke onbeantwoord bleven,
+het sein, dat er een nieuwe veldtocht geopend en een groote vijandelijke
+inval begonnen was.
+
+Een compagnie soldaten kreeg terstond bevel de rivier over te varen, om
+de plaatsing der bruggen te beschermen.
+
+Weldra kwamen al de Fransche colonnes uit de bosschen en van achter
+de heuvelen te voorschijn. Zij trokken, begunstigd door een dichte
+duisternis, stilzwijgend tot bij de rivier. Geen wachtvuren mochten
+ontstoken, geen vonken zelfs gezien worden. De groene en door een zwaren
+dauw bevochte rogge strekte de menschen tot bed, de paarden tot voedsel.
+
+'t Was de eerste keer dat Jakob Stargardt, evenals zoo menig ander jong
+soldaat, in de open lucht, en dat zonder bivakvuur, zou vernachten.
+
+Hij bleef aarzelend nog wat staan.
+
+»Leg je hoofd maar gerust op je ransel neer, kameraad!" zei Ros, »je
+bent jong en sterk, het zal-je geen kwaad doen."
+
+Jakob deed het, en onderwijl was het hem aangenaam te bedenken, dat ten
+minste zijn moeder in haar wagen een vrij wat beter nachtverblijf had.
+
+Maar och, wat zou zoo'n enkele slechte nacht, meende hij, als over
+weinige uren de zon toch al weer opging.
+
+Zoodra de dag aanbrak, richtte hij zich op en tuurde de rivier over,
+naar het Russische grondgebied. Hij zag niets dan somber-donkere wouden
+en kaal, dor zand. Op een driehonderd schreden van de rivier ontdekte
+hij de tent van den Keizer, die men in den nacht op den hoogsten heuvel
+geplaatst had. Daaromheen zag hij alle heuvelhellingen en dalen bedekt
+met menschen en paarden, die plotseling in beweging kwamen nu de
+reveille klonk.
+
+Moeder Jane stond met tal van anderen--kooplieden, marketentsters en
+zoetelaars,--alle tot den nasleep van het leger behoorend, op een
+heuveltop naar de eerste bewegingen van de groote armée te kijken.
+
+Zij zag een luisterrijken stoet van maarschalken en generaals Napoleons
+tent omstuwen... Daar trad de Keizer zelf naar buiten... Hij groette en
+besteeg zijn Arabischen schimmel...
+
+Dan weerklonk het sein... Opeens was het of de gansche landstreek woelde
+en golfde... En boven die bewegende donkere massa's flikkerden en
+wemelden de wapens in de gloeiende morgenzon als flitsende stralen en
+spattende zilvervonken...
+
+Arm Rusland! dacht moeder Jane bij den aanblik van die ontzettende
+strijdkrachten.--In drie breede stroomen zag zij den zwarten vloed
+over de gele zandvlakte naar de drie bruggen voortrollen... Zij zag ze
+kronkelend naar den oever afdalen, de bruggen naderen, zich uitstrekken
+en inéénkrimpen om die over te gaan en eindelijk den vreemden grond
+bereiken, dien zij gingen verwoesten en verderven.
+
+Napoleon haastte zich, om den voet op vijandelijken bodem te zetten.
+Zonder aarzelen deed hij dien eersten stap tot zijn verderf. In het
+begin hield hij zich dicht bij de bruggen op, de soldaten met zijn
+tegenwoordigheid aanmoedigend, die hem, als steeds, begroetten met hun:
+»Leve de Keizer!"
+
+Eindelijk werd hij ongeduldig en rende het bosch in, maar schoon hij er
+meer dan een mijl ver in dóórdrong--tot zijn verwondering zag hij geen
+vijand.
+
+Langzaam trokken de legermassa's langs den stroom voort; met een zekere
+beklemdheid spraken de soldaten over het zonderlinge feit, dat hun die
+voortgang in 't minst niet door den vijand betwist werd.
+
+»Daar hoor ik in de verte toch kanonschoten," zei Jakob tegen Ros, die
+naast hem reed.
+
+De oude krijgsman luisterde...
+
+Opnieuw klonk een dof gedreun...
+
+Ros schudde het hoofd: »Dat zijn geen kanonnen," zei hij, »maar een
+opkomend onweer."
+
+Inderdaad werd de lucht met ieder oogenblik duisterder. Donder en
+bliksem volgden weldra elkander rusteloos op, tot ontsteltenis van vele
+soldaten, die van »een slecht voorteeken" begonnen te mompelen.
+
+Het duurde niet lang, of de zwaarbetrokken lucht ontlastte zich in
+een geweldigen plasregen. Wegen en velden werden overstroomd en de
+ondraaglijke hitte werd eensklaps vervangen door een onaangename koude.
+De Keizer zocht een schuilplaats in een naburig klooster. Maar de arme
+soldaten waren zonder eenige beschutting aan het vreeselijke weer
+blootgesteld. Tienduizend paarden en vele menschen kwamen bij de daarop
+volgende marschen om, tal van voertuigen bleven in het zand zitten.
+Trouwens, door zijn vervaarlijke menigte reeds, was het Groote Leger
+verderfelijk voor zichzelf. Verscheidene behoeften vonden geen
+bevrediging. Al bij het bezetten der eerste stad, Kowno, heerschte
+gebrek aan levensbenoodigdheden en toen Napoleon de veste binnentrok,
+vond hij er de grootste wanorde.
+
+Dit gebrek en die wanorde vermeerderden, naarmate de Keizer dieper
+doordrong. Hij ondervond, dat het Russische volk, wild en woest als
+Rusland zelf, den oorlog beschouwde als een heilige zaak, waarvoor het
+alles moest opofferen om zijn tegenpartij te verdelgen. Overal ontmoette
+hij asch en puinhoopen, in plaats van kwartieren om uit te rusten;
+overal honger en ziekten, in plaats van den buit en den roem, dien hij
+verdeelen wilde.
+
+Zich alleen tot verdediging hunner strijdkrachten beperkend, trokken de
+Russische veldheeren Barclay de Tolly en Bagration van de eene stelling
+naar de andere. Nergens vonden de Franschen levensmiddelen! allen
+voorraad had de vijand zorgvuldig vernield, onderwijl hij aanhoudend
+achterwaarts trok.
+
+Daar was voor het Fransche leger iets onheilspellends in, dat ze in het
+vijandelijke land nergens een vijand vonden. Napoleon had gehoopt, dat
+de Russen hem ten minste Wilna zouden betwist hebben; maar hij vond de
+stad open en onverdedigd.
+
+In Pruisen had de Keizer zijn leger slechts voor twintig dagen
+levensmiddelen doen meenemen. Dat was genoeg om Wilna met één veldslag
+te winnen; maar Wilna behóefde niet veroverd te worden. En--voorwaarts
+ging het weer, met snelle marschen den vijand achterna, zoodat de
+onafzienbare toevoer van levensmiddelen onmogelijk kon volgen.
+Uitgehongerd kwamen de soldaten aan kasteelen en woningen, waar ze geen
+voedsel vonden en die ze uit wraak verwoestten en uitplunderden. Ja er
+waren er reeds, die door zelfmoord een eind aan hun leven maakten. En
+toch moest het leger maar immer voort...
+
+Als wilden de Russen Napoleon's verlangen om tot een beslissenden strijd
+te komen prikkelen, hem dieper naar het hart van Moskovië lokken,
+streelden ze hem soms met de hoop op een veldslag, doch wanneer Napoleon
+den volgenden morgen den vijand zocht, was hij in de duisternis van den
+nacht weer verder getrokken.
+
+Niet dan te Smolensk hielden de Russen stand, waar zij de versterkte
+stad bezetten. Den 17den Augustus werd zij krachtig door de Franschen
+aangegrepen. Hevige aanvallen volgden en werden besloten met een
+vernielend bombardement, hetwelk tot in den nacht aanhield.
+
+Napoleon zat voor zijn tent.
+
+Plots zag hij op verscheidene punten dikke en zwarte rookwolken
+opstijgen... Zij werden, bij tusschenpoozen, door flauwe schijnsels en
+daarna door vonken verlicht... Eindelijk stegen er hooge vuurkolommen
+van alle kanten op... Het was als een menigte van verschillende groote
+branden... De Keizer zag dit afgrijzelijk schouwspel met somber
+stilzwijgen aan... Dat kon onmogelijk de uitwerking der granaten zijn...
+Langzamerhand vereenigden zich die onderscheidene branden tot één groote
+vlam, die zich kronkelend ten hemel hief en heel Smolensk als in zich
+opnam: Er was geen twijfel meer aan of de Russen zelf hadden Smolensk,
+de Heilige stad, in brand gestoken.
+
+Omstreeks drie uur in den morgen sloop een onderofficier van Davoust tot
+aan den muur en waagde het, dien voorzichtig te beklimmen. Aangemoedigd
+door de stilte die er rondom hem heerschte, drong hij dieper de stad in.
+Zij bleek ledig en door de Russen verlaten.
+
+Nadat de Keizer hiervan kennis gekregen had rukte het leger op zijn
+gewone wijze de poorten binnen: met krijgsmuziek en oorlogspraal trok
+het over de rookende en bloedige ruïnen voort; zegevierende over die
+verlaten puinhoopen en slechts zichzelf tot getuige hebbend van zijn
+roem. Schouwspel zonder aanschouwers, overwinning bijna zonder winst,
+bloedige roem, waarvan de rook die het Fransche leger omringde, het
+treffendste zinnebeeld was.
+
+Weer bleek dus de beslissende veldslag, dien Napoleon zoo vurig
+begeerde, hem als een schaduw ontglipt.
+
+Barclay, die in den nacht den weg naar Moscou was ingeslagen, werd
+echter door maarschalk Ney achterhaald. De Russen begrepen, wilden zij
+een veiligen aftocht hebben, dat hun achterhoede diende stand te houden,
+daar anders de Franschen hun den pas zouden afsnijden.
+
+Bij Walutina had daarop een treffen plaats. Napoleon hield het er
+voor, dat het niet meer dan een schermutseling worden zou. Hij zond
+den maarschalk dus enkel generaal Gudin ter hulp, terwijl hij zelf
+binnen Smolensk bleef. Maar de schermutseling werd een kleine veldslag.
+Achtereenvolgens werden er van weerskanten dertig duizend man in
+betrokken. Vreeselijk was de verwoedheid, waarmee men aan beide zijden
+vocht en waaraan zelfs de invallende duisternis geen eind maakte.
+Eindelijk meester van de bergvlakte en uitgeput van bloedverlies,
+gaf Ney, die zich door dooden en stervenden omringd zag, bevel om met
+schieten op te houden. De Russen maakten van de duisternis van den nacht
+gebruik, om hun aftocht te bewerkstelligen. Zij oogstten evenveel roem
+met dien aftocht in, als de Franschen met hun zegepraal: want geen
+enkelen gewonde, geen enkel stuk geschut lieten zij achter.
+
+Gudin werd zwaar gekwetst binnen Smolensk gebracht, waar hij, ondanks de
+zorgen des Keizers, weldra aan zijn wonden stierf. De overwinning bij
+Walutina was duur gekocht.
+
+Den volgenden dag verscheen Napoleon zelf op het slagveld. Hij vond
+er de soldaten van Ney en die van de afdeeling Gudin, geschaard bij de
+lijken hunner makkers en die der Russen, omringd door half afgebroken
+boomen, op een door de strijders platgetreden en door kanonkogels
+geploegden grond, overdekt met overblijfsels van wapens, verscheurde
+kleederen, militaire gereedschappen, omvergeworpen wagens en verspreide
+ledematen. Want dit zijn de zegeteekenen van den oorlog! dit is de
+schoonheid van het veld der overwinning!
+
+De bataljons van Gudin schenen niet veel meer dan pelotons te zijn; zij
+toonden zich echter te hoogmoediger naar zij te meer verminderd waren;
+bij hen ademde men de lucht nog in der afgeschoten patronen en van het
+kruit, waarvan de grond doordrenkt, waarvan hun kleeren doortrokken en
+hun gezichten nog geheel zwart waren. De keizer kon hun gelederen niet
+langs gaan, zonder lijken te vermijden, of over te stappen; door de
+hevigheid van den schok bij den aanval, waren verscheidene bajonetten
+gekromd.
+
+Maar al deze afgrijselijkheden bedekte hij met roem. Zijn erkentenis
+herschiep dit veld des doods in een veld van zegepraal, waar, gedurende
+eenige uren, slechts aan roem en voldane eerzucht werd gedacht.
+
+Hij gevoelde, dat het tijd was om zijn soldaten met zijn woorden
+en belooningen op te monteren. Nooit waren dan ook zijn blikken
+vriendelijker geweest; in zijn toespraak noemde hij dit gevecht het
+schoonste wapenfeit uit Frankrijks militaire geschiedenis; de soldaten,
+die hem aanhoorden, waren mannen, met wie men de wereld kon veroveren;
+de gesneuvelden heetten oorlogshelden, die een onsterfelijken dood
+gestorven waren. Aldus sprak hij, wel wetend dat, in het midden van die
+verwoesting, woorden over onsterfelijkheid indruk zouden maken.
+
+Glansrijk waren de belooningen, welke hij daarop uitdeelde.
+Zeven-en-tachtig bevorderingen en eereteekenen ontvingen de troepen van
+Gudin; het 127ste regiment dat nog geen standaard had, omdat men zijn
+vaandels op het slagveld moest verdienen, kreeg er een; eigenhandig
+reikte de Keizer het over. Ook het corps van Ney werd bedacht.
+
+Jakob Stargardt, wiens regiment tot dit legercorps behoorde en die te
+Wilna reeds korporaal geworden was, ontving den graad van wachtmeester.
+Thans stond hij met Reinier Vermaat dus gelijk in rang; thans zou zijn
+beleediger, wanneer hij dezen nog eens ontmoeten mocht, het recht niet
+langer hebben hem zijn eisch te ontzeggen.
+
+Maar op 't oogenblik dacht Jakob Stargardt daar slechts vluchtig aan:
+Ondanks zichzelf was de jonge Hollander door de eerzucht-prikkelende
+toespraak des Keizers, diens erkentelijkheid jegens zijn dapperen, den
+vorm vooral waarin zij werd geopenbaard, geheel onder de betoovering van
+Napoleons machtige persoonlijkheid gekomen.
+
+De Keizer toch wist aan zijn belooningen, op zichzelf reeds groot, nog
+een hoogere waarde te geven, door de wijze waarop hij ze verleende:
+Hij liet zich achtereenvolgens van ieder regiment omringen als van een
+familie. Dan sprak hij met luider stem de officieren, onderofficieren
+en soldaten aan, hun naar de dappersten uit al die dapperen vragend om
+die terstond te kunnen beloonen. De officieren wezen aan, de soldaten
+bevestigden, de Keizer keurde goed: aldus werden de verkiezingen
+oogenblikkelijk gedaan en met toejuichingen door de troepen bevestigd.
+
+Deze vaderlijke manieren, ze verrukten Jakob. Bovendien, nooit leverde
+een veld van overwinning een schouwspel op, dat meer geschikt was om
+in geestdrift te brengen: het geschenk van dien zoo wèl verdienden
+standaard, de praal van die bevorderingen, de vreugdekreten, de roem
+van die oorlogshelden, welke op de plaats zelf, waar hij behaald was,
+werd beloond, dat alles te zamen bracht Jakob Stargardt in een wondere
+geestvervoering.
+
+Maar die bedwelming hield spoedig op, toen de troepen van Ney weer
+naar Smolensk terug keerden. De weg toch werd hun bemoeilijkt door
+de tallooze overblijfselen van het gevecht; telkens ondervonden zij
+vertraging door de lange reeksen van gewonden, die zich voortsleepten of
+stadwaarts werden gedragen; en in Smolensk zelf ontmoetten zij karren
+vol afgezette ledenmaten, welke men ergens buiten de stad ging
+wegwerpen.
+
+Al die afgrijselijkheden van den oorlog ontnuchterden, bedroefden, ja
+verbitterden hem. Smolensk was slechts een reusachtig hospitaal en het
+hevig gekreun dat er uit opsteeg was sterker dan de jubelkreten om den
+behaalden roem, die in de velden van Walutina waren opgegaan.
+
+Door zijn moeder, die een half verwoest huis tot cantine had ingericht,
+werd hij met ontstuimige blijdschap ontvangen. Zij had reeds gehoord,
+dat er den vorigen dag bloedig gevochten was en ieder oogenblik
+gevreesd, het bericht van zijn dood te vernemen.
+
+'t Was er druk, in de cantine van moeder Jane, maar de kortstondige
+opwinding over de zegepraal bij Walutina was reeds voorbij en schier
+over niets werd gesproken dan over de ellende van het leger.
+
+»Mijn compliment, moeder Jane," zei de oude Ros: »dat is andere
+brandewijn dan het bocht, dat ze hier te lande stoken."
+
+»Geen wonder," zei een grenadier, »ze stoken het uit graan, met
+verdoovende planten vermengd. 'k Heb jonge soldaten gezien, totaal òp
+van honger en vermoeienis, die dachten dat dit goedje hen weer wat zou
+opmonteren. Maar wat wàs het? Krek de laatste fut ging er nog uit en
+slap, als verlamd, vielen zij neer."
+
+»Dat waren dan misschien nog de matigsten,--of de zwaksten!"--zei Ros.
+»Ik heb er ten minste gezien wie dat ontuig nog vrij wat slechter
+bekwam. Ze kregen oogenblikkelijk duizelingen, of raakten zóó verdoofd,
+dat ze niet meer stáán konden zelfs! In greppels en aan den wegkant
+gingen zij zitten, totaal versuft... En dan zàg je als 't ware de dood
+over ze komen... zoo in ééns maar, zonder gekreun, zonder een zucht....
+ffúút!!.... 't was gebeurd!..."
+
+Toen kwam het gesprek op het groot aantal gekwetsten.
+
+»Eén ding helpt," zei de grenadier: »er is hier ten minste geen gebrek
+aan hospitalen, zooals in Wilna."
+
+»Neen," bevestigde moeder Jane, »vijftien steenen gebouwen, die niet
+verbrand waren, hebben ze daarvoor ingericht; zelfs Fransche brandewijn,
+wijn en geneesmiddelen zijn er gevonden..."
+
+»Nu ja, dat mag zoo wezen," meende een lansier, »maar toch is er van
+niets genoeg! Zóóveel geblesseerden, daar is dan ook geen helpen aan! De
+wondheelers werken dag en nacht door, maar verbeeld je, met den tweeden
+nacht al was er niets meer over om de gekwetsten te verbinden! In plaats
+van linnen gebruikten ze toen maar de perkamenten uit de archieven tot
+spalken en verbanden; en als pluksel namen zij uitgeplozen touw."
+
+»En dan moet je nog weten," zei een korporaal die juist binnen gekomen
+was, »dat ze een geheel hospitaal drie dagen lang vergeten hadden!
+Toevallig heb ik het van morgen ontdekt, doordat ik van 't eene
+hospitaal in het andere naar een vermisten vriend liep te zoeken.
+Eindelijk vond ik hem dáár, half uitgehongerd, te midden van stervenden
+en dooden, in een afschuwelijken stank. Aan maarschalk Rapp, dien ik
+toevallig tegenkwam, heb ik dadelijk mijn ontdekking verteld en toen is
+er onmiddellijk verpleging gekomen. De Keizer stuurde zelfs zijn eigen
+wijn, om onder die ongelukkige stakkers uit te deelen, voor zoover ze
+ten minste nog niet bezweken waren."
+
+»'t Is de ellendigste oorlog dien ik ooit meegemaakt heb," zuchtte Ros:
+»Lijken en gewonden bij duizenden en toch geen enkele groote veldslag!"
+
+»Neen," gromde een andere oudgediende, »we hebben nog niets veroverd dan
+verbrande en leeggeplunderde steden en dorpen. Van buit is geen sprake!
+We bezitten op 't oogenblik niets dan wat we zelf hebben meegebracht!"
+
+»Maar als we dan tòch alles uit Frankrijk naar Rusland moesten sleepen,"
+zei de grenadier, »waarom ons dan maar niet liever in Frankrijk
+gelaten?"
+
+»Acht honderd mijlen hebben ze ons nu al af laten leggen," verklaarde de
+korporaal; »en dat waarvóór? Om ten leste niets anders te vinden dan
+modderig water, hongersnood en bivakken op asch en puin!"
+
+In dien geest werd niet enkel in de cantine van moeder Jane, maar schier
+overal onder de soldaten geprutteld.
+
+Doch ook verscheidene generaals waren reeds ontevreden.
+
+»Wat geeft het," morden zij, »dat de Keizer ons rijk gemaakt heeft, als
+we er tòch geen genot van kunnen hebben; dat hij ons uitgehuwd heeft,
+als we verwijderd van onze vrouwen moeten leven; dat hij ons paleizen
+heeft geschonken, als we toch ver van ons land, op den blooten grond
+moeten huizen en vernachten? Welhaast zal Europa niet meer voldoende
+zijn voor zijn heerschzucht en zal hij ons naar Azië laten trekken!"
+
+Napoleon zelf was al evenmin goed gestemd.
+
+Op het slagveld scheen de vervoering zijner soldaten hem te hebben
+meegesleept. Doch van Walutina weer naar Smolensk terugkeerend onder een
+steeds drukkender hitte, terwijl zijn rijtuig door het schrikwekkend
+aantal gewonden slechts langzaam voort kon gaan, was spoedig de
+ontgoocheling gevolgd. Toen hem daarop weldra bleek, dat het Russische
+volk, door zijn overheden en priesters misleid, den brand van Smolensk
+aan hèm toeschreef en overal met het wijkende leger meevluchtte, begon
+de Keizer te weifelen in zijn besluit, om den veldtocht voort te zetten.
+
+Doch de hoop, door de verovering van Moscou Keizer Alexander tot den
+vrede te dwingen, dreef Napoleon, na een verblijf van zeven dagen, ook
+weer uit Smolensk, verder en verder, zijn verderf te gemoet.
+
+Moeilijk bleek de weg, geweldig de hitte, zeer onvoldoende de verpleging
+in die zoo goed als waterlooze, onafzienbare vlakten, welke het Fransche
+leger thans door moest. Ontzettend was dan ook de ellende, geleden door
+mensch en dier. En dan de steden die werden gepasseerd! Ze bleken alle
+grootendeels door de inwoners verlaten, half verbrand en in puinhoopen
+veranderd.
+
+Toch werd de marsch onafgebroken voortgezet, en tegen den 5den September
+naderde de dagelijks zwakker wordende hoofdmacht het dorp Borodino, aan
+den grooten weg naar Moscou.
+
+Alles wees er op, dat het hier eindelijk tot een grooten slag zou komen.
+
+Bij het Russische volk had de oorlog, zooals Alexander's veldheeren
+dien voerden, een algemeene ontevredenheid verwekt. Het welberekend
+terugtrekken kwam de menigte voor als een smadelijke, doemwaardige
+vlucht, inzonderheid omdat daardoor de heilige stad Moscou van dag tot
+dag grooter gevaar liep, den vijand in handen te vallen. Om het volk tot
+nog grootere opofferingen bereid te maken, snelde Keizer Alexander zelf
+naar de Czarenstad en sprak van het Kremlin zijn verzamelde onderdanen
+toe, die, door zijn treffende woorden ontvlamd, de duurste eeden
+zwoeren, dat zij alles geven, alles verlaten, alles ten offer brengen
+zouden om »den tiran der volken en van den godsdienst" te vernietigen.
+Tegelijkertijd werd de oude veldmaarschalk en lieveling des volks,
+de sluwe en vaderlandslievende Kutusof met het legercommando belast,
+daar Barclay de Tolly het algemeen vertrouwen had verloren. Kutusof
+gehoorzaamde de stem der natie en van zijn Keizer en besloot, ten einde
+Moscou te behouden, een veldslag te wagen. Bij Borodino zouden alzoo de
+Russen, met den moed der vertwijfelde vaderlandsliefde, den toegang tot
+hun hoofdstad verdedigen. Langs de steile hellingen van het riviertje
+dat zich door het landschap kronkelde, tegen de heuvelranden, tusschen
+de boomgroepen en in de vlakte, overal wierpen zij hun verschansingen op
+en maakten zich tot verdediging tegen den aanval der Fransche armee
+gereed.
+
+De veldslag die hier den 7den September plaats had, was dan ook een der
+bloedigste in de gansche wereldgeschiedenis.
+
+
+
+
+Negende Hoofdstuk.
+
+Afgunst en wrok.
+
+
+Napoleon had de overwinning behaald. Maar welk een overwinning! Te duur
+gekocht, om zoo onvolledig te zijn. In de naaste omgeving des Keizers
+betreurde ieder den dood van een vriend, een bloedverwant, een broeder:
+want de aanzienlijksten waren gevallen. Drie-en-veertig generaals waren
+gesneuveld of gekwetst. Meer dan zeventigduizend man van beide kanten,
+dood of gewond, bedekten het slagveld. Op de veroverde schansen lagen
+meer dooden dan er levenden stonden. Allen die de Keizer bij zich had
+laten roepen, hoorden hem over de overwinning spreken--en zwegen. Maar
+hun houding, hun naar den grond gerichte oogen, hun stilzwijgen waren
+niet sprakeloos.
+
+De Russen bleken in den nacht te zijn afgetrokken. Kutusof was tot de
+inzichten van Barclay overgegaan en had de verdediging van Moscou
+opgegeven, overtuigd dat de oude Czarenstad het graf van het Fransche
+leger worden zou en dat hij heel wat bloed zou gespaard hebben, wanneer
+hij van den aanvang af Barclay's raad gevolgd had.
+
+Den volgenden morgen bezocht Napoleon het slagveld. Nooit wellicht was
+er een, dat afgrijselijker gezicht opleverde. Alles liep te zamen: een
+donkere lucht, een koude regen, een hevige wind, de omliggende woningen
+in asch, een verwoeste vlakte bedekt met overblijfselen en puin, aan den
+gezichteinder het sombere groen der denneboomen, overal soldaten die
+tusschen de lijken dwaalden en eenig voedsel zochten, tot zelfs in de
+ransels hunner gesneuvelde metgezellen; doodsche bivakken; geen gezang
+meer, geen verhalen; een treurige stilzwijgendheid.
+
+Bij de monstering zijner troepen zag de Keizer het overschot der
+officieren en onderofficieren en eenige soldaten rondom de standaarden,
+nauwelijks genoeg om het vaandel te beschermen. Hun kleeren waren met
+bloed bevlekt, verscheurd door de verwoedheid van den strijd en zwart
+van den kruitdamp. Een enkele maal hoorde men het oude »Leve de
+Keizer!"--; echter zeer zeldzaam en zonder gloed.
+
+In en bij de schansen lagen de dooden op hoopen! Men begon de gekwetsten
+op te nemen en ze te vervoeren naar het groote klooster van Kolotskoï.
+Er waren er twintig duizend. Men vond ze vooral in de diepten der droge
+stroombeddingen, in welke de meeste der Franschen waren neergestort en
+waar verscheidene zich naar toe gesleept hadden om meer beveiligd te
+zijn voor den vijand en voor de stormvlagen. Sommigen spraken kermend
+den naam van hun vaderland uit of van hun moeder; dit waren de jongsten.
+De oudsten wachtten den dood met een gevoelloos of stuiptrekkend gelaat,
+zonder te klagen of om hulp te roepen; anderen verzochten, dat men hen
+oogenblikkelijk doodde; maar men ging die ongelukkigen haastig voorbij,
+terwijl men noch het nuttelooze medelijden had hun bijstand te bieden,
+noch het wreede mededoogen hen af te maken.
+
+De opperste heelmeester, dokter Larray, had uit alle regimenten
+helpers betrokken. De veldhospitalen waren aangekomen, maar alles
+was ontoereikend. Daarbij had hij hoegenaamd geen troepen om de
+hoogstnoodzakelijke dingen uit de omliggende dorpen te gaan halen.
+
+Zóó verwoed was er aan beide zijden gevochten, dat men niet meer dan
+achthonderd gevangenen had gemaakt.
+
+Het Hollandsche regiment huzaren waar Jakob Stargardt toe behoorde,
+op een onverantwoordelijke wijze zonder ondersteuning aangevoerd
+tegen de batterijen der Russische achterhoede en door drie regimenten
+vijandelijke ruiterij omsingeld, was versmolten tot zes-en-veertig
+weerbare manschappen. Een paar dagen later werd het weer wat aangevuld
+door een gedeelte der versterkingstroepen van den linkervleugel, welke,
+na den overtocht van den Niemen, tot de Duna was voortgedrongen.
+
+Jakob Stargardt had, bij deze reorganisatie, zijn aanstelling tot
+ritmeester ontvangen.
+
+Na aan zijn escadron voorgesteld te zijn trad hij op den pas
+gearriveerden wachtmeester toe, teneinde nader kennis te maken.
+
+Eensklaps deed hij een stap achteruit. Ook de ander deed een stap
+achterwaarts. Het bleek Reinier Vermaat, die met een gezichtsuitdrukking
+vol haat en afgunst tegenover hem stond.--Een oogenblik staarden beiden
+elkander diep in de oogen; toen ging ritmeester Stargardt met een lichte
+buiging voorbij.
+
+Nog dienzelfden morgen kwamen beiden opnieuw met elkander in aanraking.
+
+»Ik had niet gedacht, dat het noodlot ons zoo spoedig en op deze manier
+bij elkaar zou brengen, mijnheer," begon de ritmeester.
+
+»De _surprise_ is stellig voor u aangenamer dan voor mij, ritmeester,"
+antwoordde Reinier stug.
+
+»U vergist u, mijnheer!--de _surprise_ is mij volstrèkt niet aangenaam:
+de veete die tusschen ons bestaat, maakt _mijn_ positie onaangenamer dan
+de uwe."
+
+De ander haalde de schouders op.
+
+»Luister! mijnheer Vermaat," zei Jakob Stargardt. »Wanneer u even aan
+ons laatste onderhoud te Koningsbergen terug wilt denken dan zult u
+weten, dat u mij bij die gelegenheid allergrievendst beleedigd heeft
+en het nog erger maakte, door spottend mijn uitdaging van de hand te
+wijzen. Ik zwoer toen, nietwaar?--mij te zullen wreken en het was mijn
+vaste voornemen, eenmaal met u gelijk te worden en dan een bloedige
+voldoening van u te eischen. Ik heb mijn doel al voorbij gestreefd: het
+lot heeft mij op een zonderlinge manier begunstigd. De rollen zijn nu
+omgekeerd,--maar de enkele maanden van dezen rampzaligen veldtocht, al
+de jammer en ellende die ik van Wilna tot Borodino om mij heen heb
+gezien, hebben mij tot andere en betere gedachten gebracht.----De
+haat en de wraakzucht zijn verdwenen. Wel zwoer ik mij te zullen
+wreken,--maar het _schènden_ van zoo'n eed is, geloof ik, beter en
+christelijker dan dien nà te komen. Daarom, laat ons trachten het
+gebeurde te vergeten,--laat ons weer vrienden zijn."
+
+De ritmeester maakte een beweging om den ander de hand te reiken, maar
+deze verried niet de minste gezindheid om dat verzoeningsblijk te
+beantwoorden. Hij bleef met strakken blik zijn chef aanstaren en trok
+zoo mogelijk zijn stuursch gelaat in nog stuurscher plooi.
+
+»Het schijnt," zei de ritmeester, terwijl zijn gezicht opeens vuurrood
+werd,--»het schijnt dat _ik_ de beleediger was en dat _u_ het recht hebt
+voldoening te eischen."
+
+»Ritmeester, u heeft me indertijd bedreigd, en dien blaam mag ik niet
+op mij laten rusten. Wat zouden mijn kameraden van mij denken als zij
+morgen hoorden, wat er vroeger tusschen ons is voorgevallen,--wat u toen
+tegen mij gezegd hebt--en hoe wij nu die zaak bijgelegd hebben? Neen, ik
+ben u voldoening verschuldigd, dus zal ik u die geven..."
+
+»Genoeg, mijnheer,--ik begrijp u volkomen. Ik zal u daarom een pijnlijke
+bekentenis sparen en u ronduit zeggen wat er in u omgaat: 't Is enkel
+_wangunst_ dat u zoo kunt spreken! _Ik_, uw vroegere ondergeschikte, ben
+thans uw ritmeester, en dàt, nietwaar mijnheer, dat stéékt u! _U_ had
+ritmeester moeten zijn, of hóóger liefst! Het spijt me voor u--maar, het
+_is_ nu eenmaal niet anders."
+
+»Niet onmogelijk, dat u de waarheid spreekt," antwoordde Vermaat,--»de
+Keizer schijnt nu eenmaal meer op te hebben met zoons van marketentsters
+en zoetelaars dan met jonge mannen uit den koopmansstand..."
+
+»Foei, mijnheer Vermaat," zei Jakob Stargardt, »schaam u! Ik dacht dat
+een braaf en fatsoenlijk Amsterdammer zich nooit zóó ver door wangunst
+kon laten meesleepen! Maar omdat het dienen onder den _zoon van een
+marketentster_, in wien u tevens uw vijand ziet, u stellig bijzonder
+zwaar moet vallen, raad ik u ernstig aan, om overplaatsing naar een
+ander escadron te vragen;--ik zal uw verzoek ondersteunen."
+
+»Men zou kunnen denken dat ik u vrees," antwoordde de onhandelbare
+Reinier,--»dáárom wilde ik liever blijven,--hoewel ik om de eer blijf
+solliciteeren, die u mij hebt toegezegd toen ik nog uw wachtmeester
+was:--U herinnert u?..."
+
+»Zeer goed!" zei de ritmeester koel.--»Maar die eer kan ik u op 't
+oogenblik niet bewijzen. We staan tegenwoordig aanhoudend tegenover
+den vijand: wij kunnen er nu niet aan denken, personeele veeten te
+vereffenen. Na den veldtocht ben ik tot uw dienst."
+
+»Dus zal ik eerst nog de eer genieten, gedurende de campagne door u
+gekommandeerd te worden? Dat zal een voordeelige campagne voor mij
+zijn!"
+
+»Ei zoo, mijnheer!--Gelooft u, dat ik mij wreken zou door u onrecht te
+doen?"
+
+»Zoo'n gemakkelijke gelegenheid om u te wreken zou u voorbij laten
+gaan?" zei Reinier met een medelijdend lachje.
+
+»Naar welken maatstaf beoordeelt u zoons van marketentsters, mijnheer
+Vermaat?" vroeg de ritmeester, hem strak in de oogen ziend. »Niet naar u
+zelf, is 't wel? Want de familie Vermaat bleek mij altoos veel te nobel
+om lafhartig wraak te kunnen uitoefenen."
+
+Reinier beet zich op de lippen. Hij wist niets te antwoorden en maakte
+zich gereed om heen te gaan.
+
+»Ik twijfel niet, mijnheer," zei de ritmeester ten slotte,--»of u zult
+u in den dienst niet over mij te beklagen hebben. En evenzeer staat het
+bij mij buiten twijfel, of _ik_ zal ten opzichte van _u_ even tevreden
+zijn."
+
+Hij boog, en Reinier vertrok.
+
+Niet lang daarna kreeg de koning van Napels, Napoleons zwager, Murat,
+eindelijk verlof om met de cavalerie den terugtrekkenden vijand na te
+zetten.
+
+Tot bij Mohaisk werd de Russische achterhoede vervolgd. Toen Murat
+Mohaisk zag, waande hij zich er meester van en zond zijn adjudant
+naar den Keizer, om hem te zeggen, dat hij er kon overnachten. Maar
+de Russische achterhoede had stand genomen voor de muren van die stad,
+waarachter men het geheele overschot van het vijandelijke leger op
+een hoogte bespeurde. Een schermutseling kostte den Franschen weer
+eenig volk; ook een hunner generaals werd gekwetst. Men durfde, om de
+nabijheid van het Russische leger, niet verder te gaan en Murat was
+genoodzaakt, vóór de stad te overnachten.
+
+Hij had zijn volk kunnen sparen, want den volgenden morgen vond hij
+de poorten open en de Russische achterhoede, die de stad verlaten had,
+op de hoogten. Hij trok Mohaisk binnen, maar vond er inwoners noch
+levensmiddelen; wèl dooden, die men uit de vensters wierp, om er zelf
+te kunnen verblijven, en gekwetsten, die men op één plaats bij elkander
+bracht. Terwille van die gekwetsten hadden de Russen de houten stad niet
+durven verbranden, maar nauwelijks trokken de Franschen binnen, of ze
+werden door den vijand met eenige granaten ontvangen, die een gedeelte
+der huizen, met de ongelukkigen die er in waren achter gelaten,
+vernielden.
+
+Reeds den anderen morgen werd de vervolging van den vijand weer
+voortgezet en te Krimkoïé viel Murat verwoed op het leger van Kutusof
+aan, waarbij hij echter, geheel noodeloos, twee duizend man verloor.
+
+Ook bij Zelkowo had het maar weinig gescheeld of het Fransche leger
+zou opnieuw een gevoelig verlies geleden hebben. Hier echter redde
+het elfde regiment huzaren, door zijn moedig stand houden onder het
+moorddadig vuur des vijands, de brigade waartoe het behoorde, toen deze
+plotseling volkomen door het Russische leger omsingeld bleek geraakt.
+
+'t Was op een der volgende dagen, even na zonsondergang, dat een groepje
+van vier personen zich gezellig bij elkander had gevoegd onder een afdak
+van stroo, opgezet in de luwte van enkele zware boomen. Een hunner
+haalde van onder een strooleger een kleine mand te voorschijn, waarvan
+hij den inhoud op den grond uitstalde.
+
+»Te deksel!"--zei een oude wachtmeester met het eerelegioen,--»zouden
+we den Keizer niet te dineeren vragen!--'t Is een waar feestmaal, dat
+Vermaat voor ons aanricht. Hoe ter wereld kom je aan al die heerlijke
+zaken: ham, brood, worst?--En die flesschen zien er zoo eerwaardig uit
+als hadden ze hun honderdsten verjaardag gevierd... Zeg Vermaat, wie is
+je leverancier?"
+
+»Dat is de bewaarder van het halfverwoeste kasteel daarginds;--maar de
+goeie man is mijn leverancier geweest tegen wil en dank, natuurlijk.
+Maar oneindig veel meer heeft hij aan den Keizer moeten afstaan."
+
+»Dan behoeven we Zijne Majesteit niet te inviteeren," zei een jonge
+korporaal,--»maar we konden toch wel iemand anders
+noodigen--bijvoorbeeld den ritmeester."
+
+»Ja, dat moesten we doen!" riepen de anderen, behalve Vermaat.
+
+»Wat zegt de gastheer ervan?" vroeg de oude wachtmeester.
+
+»Ik ben er tegen," antwoordde Vermaat.
+
+»Je bent de eenige van het geheele escadron, die niet met onzen chef is
+ingenomen,--wat heb je toch tegen hem?" vroeg een fourier, de vierde van
+het clubje.
+
+»Vraag dat maar eens aan de anderen;--ik heb het hun verteld,"
+antwoordde Vermaat, terwijl hij een flesch open trok.
+
+»Och, oude nesterijen!" zei de grijze wachtmeester schouder-ophalend.
+»Maar de ritmeester handelt verstandiger dan jij, Vermaat;--hij toont,
+dat hij 't geen vroeger tusschen jullie is voorgevallen, vergeten en
+vergeven heeft."
+
+»Wie zègt je, dat hij vergeten heeft?" vroeg Reinier.
+
+»Hij is toch immers altijd even beleefd tegen je."
+
+»Dat bewijst niemendal! Ik heb de overtuiging, dat die beleefdheid maar
+een masker is. 'k Wou de rapporten wel eens zien, die hij over mij
+uitbrengt."
+
+»Hij kan niet anders dan goeds van je zeggen."
+
+»Weet jij, wat een ander achter je rug van je zegt?" vroeg Reinier
+eenigszins bits.
+
+»De ritmeester is de man niet om u iets na te geven, dat hij u niet
+in 't gezicht durft zeggen," bracht de jonge korporaal, die bij
+ondervinding sprak, in het midden.
+
+»Nieuwe bezems vegen schoon," zei Reinier met een medelijdend
+schouder-ophalen.--»Wij zullen zien, mijneheeren."
+
+Reinier wilde juist zijn glas aan de lippen brengen, toen Ros, die
+Stargardts oppasser geworden was, aankwam en zich, salueerend, tot den
+gastheer richtte met de boodschap:
+
+»Commandant, de ritmeester wou u graag even spreken."
+
+»Verduiveld!..." riep Reinier, niet in staat een opwelling van drift
+te bedwingen.--»'t Is goed!" zei hij tegen den huzaar, die daarop
+rechtsom-keert maakte en aftrok.
+
+»Mijneheeren,--gaat uw gang!--Ringsma,"--dit gold den korporaal, »wil
+jij de _honneurs_ voor mij waarnemen? Ik kom zoo spoedig mogelijk
+terug."
+
+Na verloop van een klein half uur kwam Reinier weer bij het drietal en
+ging, zonder een woord te spreken, zijn plaats weer innemen.
+
+»Te deksel--wat zie ik?" riep eensklaps de oude wachtmeester.
+
+De anderen keken op en deden gelijktijdig een uitroep van verrassing.
+
+Vermaat zat ernstig en bleek voor zich te staren: op zijn borst prijkte
+het vijf-armig kruis van het eere-legioen.
+
+Allen reikten den nieuwen legionaris de hand, om hem geluk te wenschen;
+maar Reinier Vermaat bleef ernstig, zelfs somber, voor zich zitten
+staren.
+
+»Het schijnt, amice, dat je niet bijzonder opgewonden bent," sprak de
+fourier, wiens grootste illusie het was, gedecoreerd te worden.
+
+»Dat ik het aan hèm te danken heb--dat hindert me," zei Vermaat en
+schonk zijn glas vol, dat hij vervolgens in één teug ledigde.
+
+»Je ziet nu, dat je den man ten onrechte verdacht hebt," sprak de oude
+wachtmeester.--»Hij heeft op een ridderlijke manier jullie wederzijdsche
+rekening vereffend."
+
+Reinier schonk zich opnieuw in, dronk wéér zijn glas in één teug leeg en
+schoof toen de flesch verder.
+
+»De gezondheid van den nieuwen legionaris!" riep de wachtmeester, zijn
+glas opheffend.
+
+Gedurende een half uur werd er nu niet veel anders gedaan dan gegeten en
+gedronken; vervolgens werden de pijpen opgestoken, terwijl de flesch
+bleef rondgaan.
+
+»En vertel ons nu eens, Vermaat, hoe de ritmeester je het kruis heeft
+overhandigd;--heeft hij niets gesproken?" vroeg de fourier.
+
+»Dat wil ik jullie in een paar woorden wel even zeggen. Toen ik
+binnenkwam wees hij me met een vrij stuursch gezicht een stoel en ging
+tegenover mij zitten. »Mijnheer," zei hij,--»ik heb een aangename
+tijding voor u."
+
+Ik boog; maar ik was al dadelijk hoogstverwonderd.
+
+»De Keizer heeft u benoemd tot ridder van het legioen van eer. Mag
+ik u geluk wenschen en u meteen de insigniën der orde overhandigen. De
+omstandigheden laten niet toe, dit op 't oogenblik met de gebruikelijke
+ceremoniën te doen: u had de decoratie moeten ontvangen te gelijk met
+de anderen, maar een verzuim aan het hoofdkwartier is de reden, dat het
+achteraan komt."
+
+»Is het mij vergund u te vragen, aan wien ik die onderscheiding
+verschuldigd ben?" zei ik.
+
+»Aan u zelf, mijnheer," was zijn antwoord.
+
+»Maar ù hebt me toch zeker voorgedragen, ritmeester."
+
+»Natuurlijk--wie anders?"
+
+»Maar ik dacht dat we vijanden waren?"
+
+»Ik weet ook niet beter, maar wat doet dit tot uw voordracht af?"
+
+»Zóóveel," antwoordde ik, »dat ik zeer verwonderd ben; ik had mij iets
+heel anders voorgesteld."
+
+»U schijnt teleurgesteld," zei hij.
+
+»Ik ben thans uw schuldenaar,--en dat hindert me."
+
+»U vergist u,--u bent mijn schuldenaar volstrekt niet, ik ben in zeker
+opzicht de uwe, daar u het mij zoo gemakkelijk gemaakt heeft u te
+toonen, dat ik jegens u de billijkheid niet uit het oog zou verliezen.""
+
+»Nobele kerel!" riep de fourier enthousiast.
+
+»Maar, mijneheeren--wat moet ik nu doen?" riep Reinier, die tamelijk
+veel had gedronken en op wien de wijn nimmer een vervroolijkenden
+invloed uitoefende.--»Wat moet ik doen? Want ronduit gezegd,--nu voel ik
+pas, dat ik den man, die mij in mijn eigen oogen vernederd heeft, meer
+haat dan ik ooit gedaan heb."
+
+»Kom, kom!" zei de oude wachtmeester afkeurend.
+
+»Je weet niet wat het is," riep Vermaat driftig,--»op die manier te
+worden getergd en geprikkeld; ik was veel liever met arrest
+gestraft--dan had ik ten minste mij kunnen beklagen, terwijl hij mij nu
+den mond gestopt heeft..."
+
+»St! St!" klonk het afkeurend van de anderen.
+
+»Wat!" riep de legionaris, zich al meer opwindend, »wat!--die
+decoratie!--ze heeft voor mij geen waarde...!"
+
+Allen sprongen overeind, en tegelijk verscheen aan den ingang van de
+hut--ritmeester Stargardt.
+
+Een poos stonden de vier krijgslieden zwijgend bij elkaar. De maan
+scheen helder aan den met sterren bezaaiden hemel, zoodat zij elkanders
+gelaatstrekken even duidelijk konden waarnemen als was het helder dag.
+De ritmeester zag ernstig en nadenkend. Vermaat, zoo meteen nog rood
+en opgezet, van drift niet minder dan van den wijn, was nu bleek en
+er lag iets zorgelijks in zijn trekken. Had zijn vijand zijn uitroep
+gehoord?--Dan was zijn loopbaan misschien voor altijd bedorven: de
+Keizer vergaf zoo iets nooit.
+
+»Goeden avond, heeren!" groette de ritmeester. »Neem me niet kwalijk,
+dat ik u een oogenblik stoor. Maar, wachtmeester Vermaat, zou ik u nog
+éven mogen spreken?"
+
+Reinier volgde zijn chef, die zich enkele schreden buiten het afdak met
+hem verwijderde.
+
+»U bent onvoorzichtig geweest," fluisterde hij toen zacht. »U spreekt
+te hard, en er zijn daar geen muren waarbinnen het geluid blijft
+opgesloten. U weet heel goed, dat uw ondoordachte woorden u groote
+onaangenaamheden zouden kunnen bezorgen;--maar wij zijn vijanden--daarom
+moet ik in dit geval doen, als had ik _niets_ gehoord."
+
+Hij groette en vervolgde zijn wandeling.
+
+»Dat is nu zeker, wat ze, geloof ik, een »edelmoedig vijand" gelieven te
+noemen," mompelde Vermaat woedend. »Bah, wat een onverdrágelijk ras!"
+
+
+
+
+Tiende Hoofdstuk.
+
+In de oude hoofdstad der Czaren.
+
+
+Den 14den September was Napoleon met de voorhoede van zijn leger tot op
+weinige mijlen het groote Moscou genaderd.
+
+Hij reed langzaam en met omzichtigheid voort. Alle bosschen en ravijnen
+voor zich uit liet hij onderzoeken, de toppen van alle heuvels deed hij
+bestijgen, of men het vijandelijke leger ook ontdekken mocht. Hij
+verwachtte een veldslag: de grond was er geschikt voor; er bleken zelfs
+verschansingen op afgeteekend, maar alles was blijven liggen en men
+ondervond niet den geringsten tegenstand.
+
+Eindelijk kwam men aan de laatste hoogte. Het was de Berg der
+Begroeting, aan Moscou grenzend en zoo genoemd, omdat de inwoners, van
+zijn kruin hun heilige stad ziende, zich knielend nederbogen en een
+kruis maakten.
+
+Spoedig waren de scherpschutters op den top en daar zagen zij Moscou
+aan hun voeten; Moscou, de stad der gulden koepeldaken, onmetelijke
+verzameling van tweehonderd vijf-en-negentig kerken en vijftien honderd
+kasteelen, met hun tuinen en bijgebouwen, zonderling vermengd met houten
+huizen en hutten zelfs, alles over een oneffen grond verspreid. Zij
+vormden een groep rondom een hooge citadel van een halve mijl in omtrek,
+die zelf weer verscheidene paleizen, verscheidene kerken en onbebouwde
+tusschenruimten in zich besloot, met daar omheen een onmetelijke
+bazaar, stad van kooplieden, waarin de vereenigde rijkdommen van vier
+werelddeelen schitterden. Die gebouwen, die paleizen, ja die winkels,
+waren alle met gepolijst en gekleurd ijzer bedekt en de kerken hadden
+platte daken en onderscheidene torens, uitloopend in vergulde bollen, al
+hetwelk aan de stad een Oostersch voorkomen gaf.
+
+Het was twee uur in den middag; de zonnestralen deden de oude Czarenstad
+glanzen en schitteren van duizenden kleuren.
+
+»Moscou! Moscou!" jubelden de soldaten, en verrukt bleven zij staan,
+want het was hun, of daar een Koningsstad uit een sprookje aan hun
+voeten lag, of een der wonderen uit de »Duizend en één Nacht," die zij
+in hun kindsheid gelezen hadden, plotseling voor hun verbaasde oogen tot
+werkelijkheid was geworden.
+
+Toen verhaastte een ieder zijn marsch, ijlde in wanorde aan en juichend
+herhaalde heel het leger: »Moscou! Moscou!" zooals voor eeuwen de
+Kruisvaarders onder Godfried van Bouillon »Jeruzalem! Jeruzalem!"
+hadden uitgeroepen.
+
+Ook Napoleon zelf was toegesneld, ook hem trof dat gezicht.
+
+»Ziedaar dan eindelijk die vermaarde stad!" riep hij verheugd. Maar
+onmiddellijk liet hij er op volgen: »Het werd tijd!"
+
+Doch heerlijk mochten de vergulde koepeldaken in het zonlicht flonkeren,
+verrukt mocht de Keizer dit panorama der uitgestrekte, half Oostersche
+hoofdstad overzien, tevergeefs wachtte hij op het openen der poorten, op
+de komst van afgevaardigden, die de bevolking, den senaat, den adel met
+hun schatten aan zijn voeten zou voeren.
+
+Een zekere ongerustheid begint hem te kwellen. Reeds ziet hij, op zijn
+linker- en rechtervleugel, prins Eugenius en Poniatowsky ongedeerd de
+vijandelijke stad omtrekken. Murat bereikt reeds haar poorten en nòg
+geen ambassade; slechts een Russisch luitenant, die hem op hoogen toon
+dreigt, dat zijn generaal de stad in brand zal steken, wanneer men aan
+de achterhoede den tijd niet laat, om haar te ontruimen.
+
+Napoleon staat alles toe.
+
+De voorhoede van het Fransche leger en de achterhoede van het leger
+der Russen ontmoeten elkander zonder het lossen van ook maar een
+enkel schot. Ondertusschen loopt de dag ten einde en Moscou blijft
+somber, stilzwijgend en als levenloos; in de vlakte vóór de poort van
+Dorogomilow vereenigt zich een groot gedeelte van het Fransche leger;
+een bivakvuur wordt voor den Keizer aangelegd en men ziet hem wel twee
+uur lang onrustig heen en weer loopen. Hij wacht nog steeds het
+gezantschap dat hem de sleutels zal komen aanbieden.
+
+Eenige officieren zijn tot in het binnenste der stad door gedrongen. Zij
+brengen den Keizer de boodschap: »Moscou is ledig!"
+
+Napoleon gelooft het niet, wordt zelfs boos bij dat bericht--en wacht.
+
+Daar brengt Murat dezelfde tijding, hem aansporend, de stad maar in te
+trekken.
+
+Nòg kan hij het niet aannemen. »Ga er weer heen," beveelt hij, »en zorg
+voor de strengste orde!" Hij hoopt nog.--»Misschien," zegt hij, »weten
+de inwoners niet hoe zij zich moeten overgeven; want hier is alles
+nieuw, zij voor ons, en wij voor hen."
+
+Maar weldra volgt het eene bericht het andere; en alle komen overeen.
+Eenige Franschen, inwoners van Moscou, hebben het gewaagd uit de
+schuilplaats te komen, die hen, sedert eenige dagen, voor de volkswoede
+verborg. Zij bevestigen de noodlottige tijding.
+
+De Keizer laat Daru, den kwartiermeester-generaal bij zich komen en
+zegt: »ze vertellen, dat Moscou ledig is! welk een onwaarschijnlijke
+gebeurtenis! Ga er heen en breng mij de raadsheeren hier."
+
+Hij denkt dat die menschen, òf uit hoogmoed, of van schrik, in hun
+woningen blijven. Het schijnt hem nu eenmaal onmogelijk dat men die
+prachtige paleizen, die schitterende kerken, die rijke magazijnen zou
+verlaten hebben, evenals die eenvoudige hutten, welke hij was
+voorbijgetrokken.
+
+Ondertusschen is Daru's poging mislukt. Er vertoont zich hoegenaamd geen
+Moscoviet; er verheft zich hoegenaamd geen rook uit eenig huis; men
+hoort niet het minste gerucht uit die reusachtige en volkrijke stad
+komen; haar driemaal honderdduizend inwoners schijnen als met verlamming
+en stomheid geslagen; het is de stilte eener woestijn!
+
+Maar nog is Napoleon ongeloovig, nòg blijft hij wachten.
+
+Eindelijk begeeft zich een officier in de stad, laat vijf of zes
+landloopers oppakken en drijft ze voor zijn paard uit, naar den Keizer,
+als was dat een gezantschap. Bij het eerste antwoord reeds dat die
+mannen hem geven bemerkt Napoleon, dat hij slechts ongelukkige
+daglooners voor zich heeft.
+
+Nu kan hij wel niet langer aan de volslagen ontruiming van Moscou
+twijfelen. Hij trekt de schouders op en zegt met die minachtende
+beweging waarmee hij alles bejegent wat zijn wenschen tegenstaat: »O, de
+Russen weten nog niet welk gevolg het innemen van hun hoofdstad voor
+hen zal hebben!"
+
+Het was een treurige intocht dien Murat met zijn lange, ineengedrongene
+colonne ruiterij in de groote stad deed. Het was, of zij in de stad der
+dooden reden. Met huivering hoorden de krijgslieden alleen de stappen
+hunner paarden tusschen die verlaten paleizen weergalmen. Somber en
+zwijgend reden zij voort, als gingen zij over een met lijken bezaaid
+slagveld of over een reusachtig kerkhof...
+
+Na aldus eenige uren de stad verkend te hebben gingen de troepen
+voorloopig op de straten en pleinen bivakkeeren.
+
+Eerst in den nacht kwam Napoleon zelf Moscou binnen, waar hij een der
+eerste huizen in de voorstad Dorogomilow betrok. Hier stelde hij
+maarschalk Mortier tot bevelhebber der stad aan, met de bijvoeging: »Met
+uw hoofd blijft ge mij borg, dat er niet geplunderd wordt! Verdedig
+Moscou tegen allen!"
+
+Omstreeks twee uur in den morgen, vernam de Keizer eensklaps, dat er
+brand was uitgebroken. De handelsbeurs, in het rijkste kwartier der
+stad, stond in lichter laaie. Oogenblikkelijk gaf Napoleon zijn orders
+tot blusschen en toen de dag aanbrak, begaf hij zelf zich er heen,
+uitvarend tegen de jonge garde en Mortier, wijl hij meent, dat de brand
+door onvoorzichtigheid der soldaten is veroorzaakt. Mortier toont hem
+echter, dat de huizen nog altoos gesloten zijn en er geen enkel soldaat
+binnen geweest is.
+
+De Keizer rijdt daarop naar het Kremlin, het oude paleis der Czaren. Een
+gevoel van hoogmoed en trots bevangt hem, als hij dat eerwaardige gebouw
+binnentreedt.
+
+»Eindelijk dan te Moscou," zegt hij. »Eindelijk dan toch in het
+Kremlin!"
+
+Door Mortier's zorg was de brand in den loop van dien dag gebluscht
+en nu werd de stad onder de verschillende legercorpsen ter bezetting
+verdeeld. Aan de officieren van het elfde regiment huzaren was een
+prachtig paleis toegewezen, dat zij nog dienzelfden dag betrokken.
+Moeder Jane, die een der vertrekken tot gebruik bekomen had, zou voor
+tafel en keuken zorgen.
+
+Blijkbaar hadden de bewoners in allerijl het huis verlaten; de zalen en
+vertrekken zagen er uit, alsof ze gisteren nog bewoond waren. Kristallen
+spiegels, rijk gesneden mahoniehouten meubelen, kostbare divans waarop
+de vermoeide officieren zich behagelijk neervleiden, de breede marmeren
+gangen en met zachte loopers belegde trappen, alles bewees dat de
+aanzienlijke bewoners van het gebouw niet den tijd of de gelegenheid
+hadden gehad, de meubelen te vervoeren of hun overige bezittingen mee te
+nemen.
+
+Slechts levensmiddelen bleken schaarsch aanwezig, doch voorloopig werd
+er toch een voldoende hoeveelheid gevonden, om een behoorlijken maaltijd
+aan te richten.
+
+Toen de officieren van tafel gingen was het reeds avond geworden en de
+marketentster stak een lamp op, om in de keuken nog het een en ander te
+beredderen.
+
+Tot haar verbazing vond ze het haardvuur geheel uit elkander geworpen en
+sterk verminderd; asch en stukken half verkoold vuur lagen tot midden op
+den steenen vloer. Zóó had zij de keuken niet verlaten...
+
+Daar ziet ze een koperen tabaksdoos op de tafel liggen... Geen twijfel
+meer, er moest hier iemand geweest zijn!...
+
+Een hevige ontroering bevangt haar, nu zij de doos opneemt. Want zij
+herkent die aan het inschrift:
+
+ »Voor Willem Stargardt, op zijn 18den verjaardag."
+
+»Hemel, hoe komt die doos hier, in het hartje van Rusland? Willem, als
+hij nog leefde, moest nu immers in Engeland zijn?"
+
+»Stom voorwerp," prevelde zij, »kon je nu maar praten! Kon je nu maar
+antwoord geven!" Zij keek en keek naar dat zwijgende, koperen ding,
+draaide het in haar vingers rond, opende doelloos het deksel...
+
+Dáár zag zij een met potlood beschreven briefje liggen! Willems naam
+stond er onder! En zenuwachtig doorvloog zij den inhoud.
+
+ »Lieve moeder," las ze, »ik schrijf dit in groote haast. Hoe ik
+ hier in Rusland gekomen ben kan ik u dus niet uitleggen, daarvoor
+ zou veel meer tijd noodig zijn. Maar ik heb u beiden heimelijk
+ kunnen zien, u en Jakob, en ik moet u dringend waarschuwen, dit
+ gebouw onmiddellijk te verlaten, want binnen korten tijd zal het
+ in brand staan en in de lucht vliegen.
+
+ Uw liefhebbende zoon
+
+ Willem."
+
+Als in een droom bevangen, bleef de ontstelde marketentster op die
+enkele regels staren, zoo schrikwekkend en duidelijk van _inhoud_, zoo
+raadselachtig wat hun hèrkomst betrof. Dan begrijpt ze, onmiddellijk
+Jakob met haar vondst in kennis te moeten stellen. Zij vindt hem echter
+niet. Van zijn oppasser verneemt ze, dat hij wegens dienstzaken de stad
+is ingegaan. Zij laat nu den ouden Ros het briefje lezen. Maar de
+veteraan schudt glimlachend het hoofd:
+
+»Ze hebben je bang willen maken, moeder Jane. Een misselijke laffe
+streek, da's zeker! Maar--maak je nou heusch toch niet zoo ongerust. Dit
+huis is immers onbewoond; wie zou het dan in de lucht laten vliegen, als
+we het zèlf niet deden?... Nou ja, misschien lijkt het schrift een
+beetje op dat van je zoon..."
+
+»Dat weet ik niet--want hij was bij ons thuis en schrijven kwam dus zoo
+niet voor..."
+
+»Wel, kijk nou 'ereis aan! Dus enkel om dat de een of andere miserabele
+vent wat bangmakerij op zoo'n vodje neerkrabbelt, zou je dwaas genoeg
+zijn, je zoo van streek te laten brengen?"
+
+»Maar--die dóós, hoe komt die doos daar dan?" vroeg zij gejaagd en zij
+haalde de tabaksdoos uit haar zak, vertellend dat die van haar Willem
+was.
+
+De oudgediende begon de zaak nu toch wat ernstiger in te zien.
+
+»Te deksel! Dat is een vreemde historie!" gromde hij, bedenkelijk aan
+zijn knevel trekkend.
+
+»En kom dan eens mee naar de keuken!" drong de marketentster opgewonden,
+»dan zal ik je nog vreemder dingen laten zien!"
+
+De oude Ros ging begrijpen, dat hij mogelijk wijs zou doen, een
+onderzoek in te stellen om te kunnen beoordeelen, of allicht de
+aanwezige officieren moesten gewaarschuwd worden.
+
+Onderweg kwamen zij nog twee andere oppassers tegen.
+
+»Jongens, ga eens even mee!" zei Ros. »Moeder Jane schijnt onraad
+ontdekt te hebben!"
+
+Met hun vieren kwamen zij in de keuken. Daar toonde de marketentster aan
+de soldaten het verspreide haardvuur, hun vertellend hoe zij het geheel
+anders verlaten had. Ook wees zij de asch en stukken houtskool op den
+vloer.
+
+»Da's verdacht!" zei Ros.--Met aandacht volgde hij het spoor, dat de
+gemorste asch met vrij groote duidelijkheid afteekende. Het liep tot aan
+een der wanden. Hij bekeek dien met aandacht, klopte er tegen, tuurde
+nog eens onderzoekend langs het eikenhouten beschot en trok vervolgens
+zijn sabel.
+
+»Hier vind ik wat!" zei hij zacht. Toen stak hij de punt van het staal
+wrikkend in een naad van den wand en peuterde, na eenig tobben, een door
+niemand verwachte deur open.
+
+Allen drongen haastig naderbij! Een kille kelderlucht kwam hun tegen;
+maar het was volslagen donker in die ruimte, daar voor hen. Alleen de
+bovenste treden van een steenen trap waren zichtbaar.
+
+De marketentster stak een kaars aan.
+
+»Heb jullie wapens?" vroeg Ros aan zijn makkers.
+
+De een greep zijn pistool, de ander trok zijn sabel.
+
+Ros, met de brandende kaars in zijn linker, en zijn zwaard in de
+rechterhand, daalde behoedzaam de trap af. De kameraden volgden hem.
+
+»Hm, wat een scherpe, prikkelende lucht!" gromde Ros. »Ruik jullie
+niets?"
+
+»Nou, òf ik!" kuchte zijn eerste volger. »Me dunkt, daar smeult hier het
+een of ander!"
+
+De trap kwam op een breede dwarsgang uit. Ook dáár was het donker; maar
+ze vernamen een zacht gepraat dat zich meer en meer verwijderde. Dra
+hoorden zij niets meer.
+
+»Daar dienen we meer van te weten!" fluisterde Ros. »Die schelmen
+voerden hier stellig niet veel goeds uit..."
+
+Nauwelijks echter waren zij een tiental schreden gevorderd, of een
+dichte, zwavelachtige damp sloeg hun tegen. De kaarsvlam gloeide op
+eenmaal blauwachtig-rood.
+
+»We moeten teruggaan!" waarschuwde de achterste.
+
+»Ja, 't wordt hier onsecuur!" meende de ander.
+
+»Kom, kom," zei Ros, »de terugweg blijft toch immers nog altoos vrij!"
+
+Weer gingen zij eenige schreden verder; de zwaveldamp werd dichter en
+dichter; het ademhalen ging moeilijker bij iederen stap. Plotseling woei
+hun een koelte tegemoet, of opeens de wind ergens een vrijen doortocht
+gekregen had. Op 't zelfde oogenblik was de kaars uit.
+
+Terwijl zij besluiteloos in 't donker stonden, dreunde een doffe knal,
+die het gansche gebouw deed sidderen...
+
+»Dat was een mijn!" riep een der soldaten. »We moeten onmiddellijk
+terug!"
+
+Ook Ros begreep, dat verder voortgaan dolzinnig zou wezen.
+
+Zij keerden dus om, tastend langs den muur van het gewelf, om de trap
+weer te vinden. Het gelukte. Maar zij voelden zich steeds dichter
+omwolkt van een verstikkenden walm en een verzengenden gloed. Met
+beklemden adem repten zij zich de trap op en stormden de keuken binnen.
+Maar ook dáár vonden zij reeds alles met rook en smook vervuld. Ros
+stiet met zijn sabel eenige ruiten stuk; kletterend rinkelden zij op
+straat... Nu kregen zij lucht en konden weer onbelemmerd ademhalen.
+
+»Brand! Brand!" klonk het opeens van buiten. Bijna te zelfder tijd
+roffelden de trommen en schetterden de trompetten op het bivak, onder
+de vensters... Officieren, soldaten, alles vloog langs de breede
+marmertrappen naar beneden, om op de straat veiligheid te zoeken.
+
+Bij de poort kwam Jakob in volle vaart op hen toesnellen.
+
+»Goddank dat u gered bent!" riep hij zijn moeder toe. »Ik was al bang,
+dat ik te laat mocht wezen... Maar we moeten ons haasten om buiten te
+komen... De vlammen slaan al overal door de vensters en boven het dak
+uit!..."
+
+Op straat pas konden zij het gevaar overzien in al zijn omvang.
+Een reusachtig wolkgevaarte van zwarten, dichten rook lag over het
+paleis, waar roodflakkerende vuurtongen aanhoudend doorheen flitsten.
+Rook wervelde tegelijkertijd uit alle vensters, spiraalde uit de
+benedenverdiepingen naar boven, steeg in zware kolommen uit de dakgoten
+op. Niemand kon twijfelen, of de brand was moedwillig aangelegd.
+Licht-ontvlambare stoffen moesten door het gansche gebouw verspreid
+geweest zijn en door een plotswerkend middel overal tegelijk zijn
+aangestoken, om zulk een brand te kunnen geven.
+
+Met moeite wist men de paarden, die op het binnenplein stonden
+vastgebonden, benevens eenigen voorraad te redden.
+
+Maar déze brand was de eenige niet. In verschillende wijken der stad
+stegen er vlammen omhoog; in verscheidene huizen werden eveneens
+ontploffingen vernomen. Dan week men naar de nog overeind staande
+stadsgedeelten uit, om een nieuw onderkomen te vinden. Maar op het punt
+om die geheel gesloten en onbewoonde huizen te betreden, hoorden zij een
+zwakke ontploffing; er steeg een lichte rook uit op, zich onmiddellijk
+verdichtend en verdonkerend; die zwarte rook kreeg schielijk een
+rosbruinen gloed; dat rosbruin nam even spoedig een vuurkleur aan; en
+welhaast verdween het gebouw in een maalstroom van vlammen.
+
+Velen hadden mannen van een afschuwelijk voorkomen, met lompen bedekt,
+en verwoede vrouwen nabij die vlammen zien ronddwalen. Door den wijn
+en door het goed gevolg hunner brandstichtingen bedwelmd, deden die
+ellendelingen niet eens meer de moeite, zich verborgen te houden; zij
+liepen in dollen triomf door de brandende straten; men verraste hen, met
+brandende toortsen en verwoed voortgaande om de vlammen te verspreiden;
+men moest hen met de sabel over de handen slaan om hen te doen ophouden.
+'t Was het uitvaagsel des volks, uit de gevangenissen losgelaten om,
+onder aanvoering van enkele lijfeigenen en politiedienaars, Moscou te
+verbranden tot verderf van de Fransche armee.
+
+Terstond werd bevel gegeven, om de brandstichters die men ontdekte
+zonder omslag dood te schieten. Maar wat de Franschen toen nog niet
+wisten was, dat het Kremlin een kruitmagazijn inhield; daarenboven
+hadden de in slaap gevallen en onachtzaam uitgezette wachtposten
+dienzelfden nacht een geheel artilleriepark laten binnenrukken en zich
+onder de vensters van Napoleon plaatsen. Eén enkele vonk op een der
+kruitkisten gevallen en de Keizer en de keur van het leger waren
+verloren geweest.
+
+De Russen, die wél wisten dat het kruitmagazijn er zich bevond, hadden
+juist ~die~ huizen aangestoken, welke gevaarlijk voor het Kremlin konden
+worden. Driemalen veranderde de vrij hevige wind dien nacht en telkens
+barstten nieuwe vlammen uit van den kant waar hij op dat oogenblik
+vandaan kwam.
+
+'t Was een vreeselijke nacht! De helle vlammen verlichtten alles met
+een rooden schijn en op sommige plaatsen vreesde men te stikken van den
+zwaren rook. En--nergens bluschmiddelen, nergens water zelfs: want de
+vijand had alle brandspuiten meegenomen, de waterleidingen afgesneden,
+de wellen en putten der stad ontoegankelijk gemaakt.
+
+Het geheele leger was op de been. Geheel de oude garde, die een gedeelte
+van het Kremlin betrokken had, was onder de wapenen. De bagage stond
+gepakt, paarden en wagens waren klaar, om, als de brand hen uit Moscou
+verjoeg, buiten de poorten te gaan bivakkeeren.
+
+Terwijl de soldaten schier wanhopig tegen de vlammen worstelden en aan
+het vuur zijn prooi betwistten, was Napoleon, wiens slaap men gedurende
+den nacht niet had durven storen, bij de dubbele helderheid van daglicht
+en vlammen ontwaakt. Zijn eerste gemoedsbeweging was gramschap, en
+terstond gaf hij bevel, den brand te blusschen, maar men overtuigt hem,
+dat dit onmogelijk is. Verwonderd van in een rijk, dat hij in het hart
+getroffen had, een andere gewaarwording te vinden dan vrees en
+onderwerping, gevoelt hij zich overwonnen en in doortastendheid
+overtroffen.
+
+Die verovering, waarvoor hij alles had opgeofferd, thans bleek zij als
+het ware een schaduw, welke hij had vervolgd en meenen te grijpen, maar
+die hij op dit oogenblik, te midden van rook en vlammen, in de lucht zag
+verzwinden.
+
+Een groote gejaagdheid maakt zich nu van hem meester. Elk oogenblik
+staat hij op, loopt met snelle schreden door zijn vertrekken, en gaat
+eensklaps weer zitten. Zijn korte en driftige gebaren duiden een hevige
+onrust aan; hij verlaat een dringend werk, neemt het vervolgens weer op,
+en laat het opnieuw liggen om naar zijn vensters te ijlen, en den brand
+te beschouwen. Driftige en korte uitroepen ontsnappen zijn beklemde
+borst: »Welk een afgrijselijk schouwspel! En zèlf hebben zij den brand
+gesticht! Hoe is 't mogelijk! Al die prachtige paleizen! Welk een
+besluit! Wat menschen toch!"
+
+Tusschen den brand en zijn verblijf lag een groote uitgestrektheid
+woeste bouwgrond, tot aan de Moskowa met haar beide kaden; en toch waren
+de glazen van het vensterraam, waartegen hij leunde, reeds heet, en
+de rustelooze arbeid der vegers, op de ijzeren daken van het paleis
+geplaatst, was onvoldoende om er de talrijke vuursprankels af te houden.
+
+Op dit oogenblik verspreidt zich het gerucht, dat het Kremlin ondermijnd
+is; Russen zeiden het en gevonden geschriften schenen het te bevestigen.
+Eenige bedienden worden zinneloos van schrik; de soldaten wachten
+gevoelloos af, wat het bevel des Keizers en hun noodlot zullen
+beslissen... En--de Keizer beantwoordt deze ontsteltenis slechts met een
+glimlach van ongeloof.
+
+Toch loopt hij nog altijd rusteloos heen en weer, houdt bij elk venster
+stil, en ziet het overwinnend verschrikkingselement zijn schitterende
+verovering met woede vernielen; zich van al de bruggen, van al de
+doortochten zijner vesting meester maken; elk oogenblik de omringende
+huizen overweldigen, om hem ten slotte binnen de muren van het Kremlin
+als op te sluiten.
+
+Reeds ademde men daar schier louter in rook en asch. Orde en krijgstucht
+bestonden niet meer; de soldaten, begeerig om aan de vlammen hun roof
+te betwisten, drongen de nog gespaarde paleizen en magazijnen binnen,
+plunderend wat van hun gading was. De nacht naderde, en zou door zijn
+duisternis de gevaren voor Napoleon en zijn omgeving nog vermeerderen;
+de wind, die de Russen behulpzaam was, werd heviger nog dan den nacht te
+voren. Toen zag men den koning van Napels en prins Eugenius toesnellen:
+zij voegden zich bij Berthier, drongen tot den Keizer door en op hun
+knieën smeekten zij hem, die gevaarlijke plaats toch te verlaten.
+
+Het was vergeefs.
+
+Eindelijk meester van het paleis der Czaren, blijft Napoleon halsstarrig
+weigeren die verovering af te staan, zelfs niet aan den brand, tot
+eensklaps de kreet weerklinkt: »Het Kremlin staat in vlammen!"
+
+De Keizer gaat naar buiten om het gevaar te beoordeelen. Tweemaal bleek
+de brand reeds uitgebroken en ook weer gebluscht in het gebouw waarin
+hij zich bevond; maar de toren van het tuighuis brandt nog. Men had er
+een politiesoldaat gevonden. Men voert hem mee, en Napoleon laat hem in
+zijn tegenwoordigheid ondervragen. Die Rus blijkt de brandstichter. Hij
+verklaart, te hebben gehandeld op hoog bevel. Alles, tot zelfs het oude
+geheiligde Kremlin, was dus ter vernieling gewijd.
+
+De Keizer maakte een gebaar van afkeer en gramschap; daarop bracht men
+den brandstichter naar het eerste voorplein, waar de woedende grenadiers
+hem met hun bajonetten afmaakten.
+
+Dit voorval had echter Napoleons onverzettelijkheid om te blijven, doen
+zwichten. Hij beval dat men hem naar het keizerlijk kasteel Petrowsky
+geleiden zou, een mijl buiten de stad.
+
+Van de zijnen vergezeld, wilde de Keizer zich nu naar de Dorogomilowsche
+poort begeven. Maar men zag zich reeds door een heir van vlammen
+belegerd; zij omsingelden al de poorten der vesting en weerden de
+eerste uittochtpogingen met verwoedheid af. Na eenigen tijd nauwlettend
+rondgezocht te hebben, ontdekte men een poortje, dat op de Moskowa
+uitkwam. Door dezen nauwen uitweg gelukte het Napoleon, met zijn staf en
+zijn garde uit het Kremlin te ontsnappen.
+
+Maar het scheen, dat men daarmee eigenlijk nog niets gewonnen had:
+Terwijl zij zich dichter bij den brand bevonden, konden zij noch
+terugkeeren, noch staan blijven; en hoe kon men vooruit gaan, hoe zou
+men door de golven van die onstuimige vuurzee heenkomen? Zelfs zij, die
+reeds de stad doorkruist hadden, waren het spoor volslagen bijster; de
+asch had hen schier blind gemaakt en de straten waren in den rook en
+onder de puinen verdwenen.
+
+Toch drong het gevaar tot spoed. Elk oogenblik vermeerderde rondom hen
+het knappend en loeiend vlammengedruisch...
+
+Een nauwe, kromme en geheel brandende straat deed zich eerder als de
+intrede dan als de uitgang van die hel op... De Keizer snelde te voet,
+en zonder aarzelen, dien gevaarlijken doortocht in. Onder het geknetter
+van die geweldige vuren, onder het geraas van krakende gewelven, het
+neerploffen van brandende balken, het donderend ineenstorten van
+gloeiende ijzeren daken, schreed de Keizer voort... Boven hem vormden de
+vlammen, door den wind gekromd en neergebogen, een gloeiend verwulf...
+
+Men liep op een grond van vuur, onder een hemel van vuur, tusschen twee
+muren van vuur! Schroeihitte pijnde stekend hun oogen, die zij nochtans
+open en op het gevaar moesten houden. Een verstikkende rook folterde
+hun keel en longen; de gloeiende lucht en verzengende asch verhitten
+steeds meer en meer hun korte, droge, hijgende ademhaling. Hun handen
+brandden, als zij hun gelaat tegen de onverdragelijke hitte poogden te
+beschermen en de vonken afsloegen, die elk oogenblik hun kleeren
+bedekten en invraten.
+
+Eensklaps staat de gids stil. Hij weet geen weg meer! Napoleon en de
+zijnen achten zich reddeloos verloren. Doch eenige plunderaars van het
+eerste corps hebben, in het midden van die vlammen, hun Keizer herkend;
+zij snellen toe en geleiden hem langs de rookende puinen van een des
+morgens reeds verbrande wijk.
+
+Daar ontmoet men maarschalk Davoust, die, in den slag bij Borodino
+gekwetst en nog niet hersteld, zich door de vlammen had laten dragen om
+er zijn Keizer uit te bevrijden of er met hem in om te komen. Ontroerd
+werpt hij zich in Napoleons armen; deze ontvangt hem hartelijk, maar met
+die bedaardheid, welke hem in het gevaar nooit begeeft.
+
+Alvorens hij echter geheel aan de rampzalige stad ontsnapt is, moet
+hij nog een convooi buskruit voorbij, dat te midden dier vuurzee wordt
+weggevoerd. Dit is niet zijn minste gevaar, maar het laatste en men komt
+met den nacht behouden te Petrowsky aan.
+
+
+
+
+Elfde Hoofdstuk.
+
+Eindelijk gewroken.
+
+
+Eenige dagen achtereen bleef de brand voortwoeden. Toen verminderde hij,
+uit gebrek aan voedsel. Den 20sten trok Napoleon naar het Kremlin terug,
+dat een bataljon zijner garde had weten te behouden.
+
+De bivakken, welke de Keizer op zijn weg naar Moscou doorreed, leverden
+een zonderling gezicht op. Te midden van een dikke, koude modder vlamden
+groote vuren, gevoed door mahoniehouten meubels, vergulde deuren en
+vensters. Daar omheen zag men, naast van vochtig stroo gemaakte bedden,
+slechts armelijk beschut door enkele planken, de soldaten en hun
+officieren, geheel met slijk bedekt en zwart geworden door den rook,
+doch zittend in kostbare leuningstoelen of liggend op met zijde bekleede
+divans. Aan hun voeten lagen, uitgespreid of opeengehoopt, de fijnste
+cachemiren sjaals, rijke Perzische weefsels, de zeldzaamste pelzen van
+Siberië. Hun eten gebruikten zij uit zilveren schotels en borden, maar
+het bestond slechts uit een zwart baksel, onder de asch bereid, en
+een lap half geroosterd, bloederig paardevleesch; 't was overal de
+zonderlingste vereeniging van overvloed en gebrek, van rijkdom en
+morsigheid, van weelde en ellende!
+
+Tusschen die bivakken en de stad ontmoette men groote scharen van
+soldaten, die zwoegend hun buit voortsleepten, of hun roof door
+ongelukkige Russen lieten torsen, die zij als lastdieren voor zich
+uitdreven; want de brand deed bijna twintig duizend inwoners voor den
+dag komen, welke tot dien tijd in de onmetelijke stad onopgemerkt waren
+gebleven.
+
+Toen de Keizer de stad zelf binnen kwam, vond hij van het groote
+Moscou slechts weinige verspreide huizen over, en de brandlucht overal
+was ondragelijk. De loop der straten bleek alleen nog maar kenbaar
+aan groote hoopen asch en puin en, van afstand tot afstand, half
+omvergestorte stukken muur of pilaren. Schier heel het leger was roovend
+en plunderend door de stad verspreid. Napoleon vond zich herhaaldelijk
+in zijn voortgang belemmerd door een lange reeks van stroopers,
+uittrekkend op buit of er mee terugkeerend; door oproerige benden van
+soldaten, zich opeenhoopend voor de keldergaten en voor de deuren der
+paleizen, om die open te breken, eer de vlammen ze bereikten.
+
+Overal ook was de weg versperd door kostbare meubelen, welke men uit
+de ramen geworpen had om ze aan den brand te onttrekken en die men
+nochtans, ter wille van een anderen buit, daar onverschillig had laten
+liggen. Pleinen en legerplaatsen bleken in markten herschapen, waar een
+ieder het overbodige tegen het noodzakelijke kwam verruilen. Daar werden
+de zeldzaamste voorwerpen, door hun bezitters niet gewaardeerd, voor
+een spotprijs verkocht; andere, die een bedriegelijk voorkomen hadden,
+daarentegen ver boven de waarde overgenomen. Overal zag men soldaten,
+die op balen met koopwaren zaten, in het midden der uitgezochtste wijnen
+en likeuren, welke zij tegen een stuk brood zouden willen verruilen.
+Door afmatting en dronkenschap overmeesterd vielen er verscheidene dicht
+bij de vlammen neer, door welke zij bereikt en verbrand werden.
+
+Onder zulke omstandigheden kwam Napoleon Moscou weer binnen. Hij liet de
+stad aan de plundering over, hopend dat zijn over de puinen verspreid
+leger deze niet vruchteloos doorzoeken zou. Toen hij echter vernam,
+dat zelfs de oude garde ook al aan het plunderen was geslagen, dat de
+Russische boeren, die men den voorraad welken zij aanbrachten ruim
+betaalde om er meer te lokken, door zijn soldaten beroofd werden; toen
+hij hoorde, dat de verschillende corpsen elkander de overblijfselen
+van Moscou met geweld begonnen te betwisten; dat eindelijk al de nog
+overgebleven hulpbronnen door de onregelmatige plundering verloren
+gingen; gaf hij gestrenge orders. Maar het was te laat; de boeren kwamen
+niet terug en vele levensmiddelen waren nutteloos verspild.
+
+Na zijn terugkomst in het Kremlin was Napoleon's eerste werk, er een
+vast bestuur op te richten; hij benoemde een gouverneur en stedelijke
+overheidspersonen en gaf bevel, om er zich van leeftocht voor den winter
+te voorzien. Reusachtige voorraden wijn en levensmiddelen van allerlei
+aard, meel en pekelvleesch werden door de zorg der korpscommandanten in
+het Kremlin of in magazijnen bijeengebracht. Ook in het onderhoud der
+troepen werd behoorlijk voorzien, terwijl door een krachtig optreden
+orde en krijgstucht weer spoedig bijkans volkomen waren teruggekeerd.
+Om aan Europa den indruk te geven, dat in Rusland alles naar wensch
+ging, schonk de Keizer aan een te Moscou achter gebleven troep Fransche
+comedianten zelfs verlof, voorstellingen te geven en voor de costumes
+gebruik te maken van de gevonden goederen. De troep maakte goede zaken;
+die voorstellingen werden door de soldaten druk bezocht.
+
+Inmiddels verwachtte de Keizer, in den vreeselijksten waan, dag op dag
+boden uit Sint-Petersburg, die hem den vrede zouden komen afsmeeken,
+althans tot onderhandelingen uitnoodigen. Want schoon het verbrande
+Moscou geen waarde meer voor hem bezat, en hij het hachelijke van zijn
+toestand zeer wel inzag, schrikte hij voor een achterwaartsche beweging.
+Alles achtte hij verloren, wanneer hij voor de oogen van het verbaasde
+Europa terugtrok, alles gewónnen, zoo hij Alexander in volharding
+overtreffen kon.
+
+Middelerwijl verdubbelde Napoleon de zorg voor zijn troepen. Zooveel
+doenlijk werden zij in Moscou zelf onder dak gebracht. De officieren
+van Jakob Stargardt's regiment hadden reeds dadelijk twee andere huizen
+betrokken, en na al de doorgestane ellende leefden zij daar over het
+algemeen zeer tevreden.
+
+Iederen dag trok moeder Jane met haar wagen op levensmiddelen uit.
+Vergezeld van een der officieren met enkele manschappen reed zij dan
+naar het midden der stad en kocht van de soldaten de eetwaren welke zij
+geplunderd hadden. Op deze manier kregen zij wijn, suiker, thee en nog
+tal van andere artikelen. Vleesch en brood werden dagelijksch uitgedeeld
+en daar in de moestuinen volop groenten werden gevonden, kon de
+marketentster steeds een vrij goeden maaltijd bereiden.
+
+Over niets werd door moeder Jane en haar zoon zoo dikwijls gesproken als
+over Willem's geheimzinnige waarschuwing,--het eenige levensteeken dat
+zij sedert van hem vernomen hadden--; en voorts, over den naderenden
+winter. Het scheen toch, dat men dien in het afgebrande Moscou zou
+doorbrengen. En nu hoorden zij wel, dat er groote magazijnen van granen,
+brandewijn en lakens in handen der Franschen waren gevallen, doch de
+juiste maatregelen voor een winter-campagne werden niet genomen. De
+lakens bleven in de magazijnen en aan de officieren en soldaten werd
+geen uitdeeling van een goede winterkleeding gedaan. Onder die
+omstandigheden besloten de marketentster en haar zoon, zichzelf zooveel
+mogelijk tegen de zoo geduchte Russische koude intijds te voorzien.
+
+In verband hiermee ging Jakob herhaaldelijk er op uit, om nu dit, dan
+dat aan te koopen.
+
+In de nabijheid van het Kremlin hielden namelijk de soldaten der garde
+een markt van geplunderde zaken. Zoo kocht hij daar op zekeren dag twee
+bonten mutsen met lange pelsooren voor slechts één franc per stuk; een
+ander maal twee pelzen voor tien francs samen; daarentegen moest men er
+tot honderd francs voor een paar nieuwe laarzen geven.
+
+Op een dier tochten had hij bijna het leven verloren. In de laatste
+weken van het verblijf der Franschen te Moscou was het plunderen
+strenger dan ooit verboden, ten gevolge waarvan er eenig vertier op de
+straten kwam. Nu wilde het toeval dat Jakob, door een afgelegen straat
+naar zijn kwartier terug rijdend, een soldaat van een der Duitsche
+contingenten met een Russische vrouw zag worstelen. De ellendeling had
+haar met geweld de oorbellen uitgetrokken, zoodat het arme schepsel
+bloedde over het geheele gezicht. Op het oogenblik dat Jakob naderde,
+wilde de kerel haar de amulet, die alle Russen dragen, van de borst
+afrukken. Deze amuletten, van goud, zilver of ook wel van papier, zijn
+door de Kerk gezegende voorwerpen, die men het vermogen toekent om den
+drager of de draagster te beschermen. Begrijpelijk was het dus, dat de
+Russin zich tegen dezen roof met wanhoop en woede verdedigde.
+
+Verontwaardigd steeg Jakob van zijn paard en beval den kerel, alles wat
+hij haar ontstolen had, aan de vrouw terug te geven. Morrend voldeed de
+soldaat hier aan en Jakob wachtte nog eenigen tijd, om de Russin in de
+gelegenheid te stellen te ontvluchten.
+
+Toen steeg hij weer op en vervolgde stapvoets zijn weg. Maar nog geen
+twintig passen verder hoorde hij een schot vallen in zijn onmiddellijke
+nabijheid. Verrast omziende bemerkte hij, dat die schelm van een
+soldaat, uit wraak dat hij zijn roof had moeten afstaan, op hem
+geschoten had. Woedend trok hij zijn degen en stormde op den deugniet
+los, die echter in een leegstaand huis de vlucht nam.
+
+Jakob wendde nu den teugel en reed in bedaarden stap weer voort. Zoo
+veel mogelijk toch werd zijn paard door hem ontzien, want wijl steeds
+grooter gebrek aan fourage begon te komen, had het arme dier in de
+laatste dagen weinig meer dan het dakstroo van een boerenwoning tusschen
+de kiezen gehad. Wat men tot onderhoud der paarden in de stad zelf had
+gevonden, was reeds opgebruikt en nu moesten de omliggende dorpen daarin
+voorzien. Men kon echter geen toevoer aanbrengen, noch fourageeren,
+zonder te vechten. Daarenboven zwierven groote troepen kozakken rond,
+die aan de flanken allerlei nadeelen toebrachten. Op den weg naar
+Moshaisk werden zelfs honderd en vijftig dragonders van de garde
+overrompeld en hun opperhoofd gevangen genomen. Ook hadden zij reeds
+twee aanzienlijke transporten opgelicht: het eene door de achteloosheid,
+het andere door de lafhartigheid van den aanvoerder. Elken morgen
+moesten de soldaten van de ruiterij het voedsel voor den avond en den
+volgenden morgen ver weg gaan zoeken. En daar de omstreken van Moscou en
+van Winkowo hoe langer hoe minder levensmiddelen opleverden, moesten zij
+die weldra op 4 à 6 uur afstand vandaan halen. Zoowel de menschen als de
+paarden keerden uitgeput terug--àls zij nog terug keerden; want elke
+maat haver, elke bundel fourage werd hun betwist. Men moest ze geregeld
+den vijand ontweldigen. Het waren aanhoudende overrompelingen,
+gevechten, verliezen.
+
+Ook de boeren werden lastig. Diegenen onder hen, welke uit winstbejag
+met eenige levensmiddelen naar de Fransche legerplaatsen waagden te
+gaan, straften zij met den dood. Anderen staken hun eigen dorpen in
+brand om er de fourageurs uit te verjagen en aan de kozakken over te
+leveren. Murat zelfs, die bij de dagelijksche schermutselingen de helft
+van het overschot zijner ruiterij had zien verloren gaan, begon
+eindelijk ongerust te worden.
+
+En steeds nog bleef keizer Alexander zwijgen.
+
+Napoleon werd hoe langer hoe onrustiger. In zijn toorn deed hij de
+kerken van het Kremlin berooven van al wat tot zegeteekenen van het
+Groote Leger kon verstrekken. Ook het reusachtige gouden kruis op den
+toren van Iwan den Grooten moest er worden afgenomen om er het hôtel des
+Invalides te Parijs mee te versieren. Het kostte enorm veel inspanning,
+om dat kolossale gedenkstuk naar beneden te krijgen, aan welks bezit het
+Russische volk het heil van 't rijk hechtte.
+
+Hoewel Napoleon toenmaals reeds zeer goed begreep, dat een langer
+verblijf in Moscou voor hem ondoenlijk was, bleef hij zijn besluit om
+heen te gaan nochtans uitstellen van den eenen dag in den anderen. Hij
+gevoelde, ja wist, dat hij de kracht van zijn strategisch kunnen had
+uitgeput, dat hij een grens had bereikt, die niet kon overschreden
+worden zonder gevaar voor vernietiging; dat hij niet verder in Rusland
+doordringen, niet tegen St. Petersburg oprukken, een nieuw doel zich
+stellen kon, omdat zijn leger hiertoe te zwak was geworden, te veel had
+geleden.
+
+Daar begon eensklaps de eerste sneeuw te vallen. Van dit oogenblik dacht
+hij slechts aan den aftocht, al wilde hij er ook den naam niet van
+uitspreken, geen bevel geven, dat dien stellig aankondigde.
+
+»Het leger moet zich over twintig dagen in zijn winterkwartieren
+bevinden," gelastte hij. »Men dient te zorgen voor het vervoer der
+gekwetsten."
+
+Er was gebrek aan paarden voor zijn grof geschut, dat voortaan te
+talrijk was voor zulk een verminderd leger; men ried hem aan, een
+gedeelte van zijn kanonnen in Moscou te laten.
+
+»Neen," stoof hij op, »de vijand zou er zich een gedenkteeken van
+oprichten. Alles moet worden meegevoerd!"
+
+Hij gaf, in dat woeste land, bevel tot het aankoopen van twintig
+duizend paarden en wilde, dat men zich voor twee maanden van fourage zou
+voorzien op een grond, waar de verste en gevaarlijkste tochten
+nauwelijks voldoende bleken om zich gedurende één dag te voeden.
+
+Ondertusschen verzamelde Napoleon zijn legercorpsen; de monsteringen,
+welke hij in het Kremlin hield, werden menigvuldiger; hij rangschikte al
+de van paarden beroofde ruiters in bataljons en liet al de vervoerbare
+gekwetsten naar Mohaisk brengen.
+
+Nog te midden van deze voorbereidselen dwong de vijand hem reeds tot
+handelen, want den 18den October greep deze Murats linkervleugel
+onverhoeds met overmacht aan en wierp hem met een geweldig verlies in
+Noordelijke richting terug.
+
+Thans was Napoleons besluit terstond genomen. Het gansche leger ontving
+bevel, zich den volgenden morgen buiten Moscou aan den weg naar Kaluga
+te verzamelen.
+
+In den avond van dienzelfden dag en gedurende heel den nacht trok het
+zonder ophouden Moscou uit. In die colonne van honderdveertig duizend
+menschen en omstreeks vijftig duizend paarden van allerlei soort,
+herkende men aan de krijgslieden, die, gepakt en gewapend, met meer dan
+vijfhonderd en vijftig stukken geschut en twee duizend artilleriewagens
+vooruittrokken, nog het Groote Leger van weleer. Maar de rest geleek
+meer op een bende Tartaren, die van een goed geslaagden rooftocht
+huiswaarts keerden.
+
+Het was een samenmengsel van kalessen, kruitwagens, prachtige rijtuigen
+en karren van allerlei soort, beladen met zegeteekenen van Russische,
+Turksche en Perzische standaards, alsook het reusachtige kruis van den
+Heiligen Iwan met al de kostbaarheden, welke men uit de stad der Czaren
+geroofd had. Lieden van allerlei volken, zonder wapenen; bedienden die
+verschillende talen spraken; Fransche neringdoenden met hun vrouwen
+en kinderen; gepreste Russische boeren wier paarden een gedeelte van
+den buit moesten dragen of voortsleepen; komedianten; heel die bonte
+karavaan zonder regelmaat en orde, deed aan een zwervend volk der
+oudheid denken. Eén enkele stoute aanval der kozakken--en deze gansche
+nasleep van het leger viel in hun handen.
+
+Ondanks de breedte van den weg en het geschreeuw van zijn escorte, had
+de Keizer moeite om door die zonderlinge menigte heen te komen. Toen hem
+dit eindelijk gelukt was, ging hij op den ouden weg naar Kaluga voort.
+Tegen den middag op het kasteel Krasnopasra aankomend, beval hij
+eensklaps, dat zijn leger den nieuwen weg zou gaan, dien het na drie
+marschen langs ongebaande wegen bereikte. Maar niet zonder moeite en
+gevaar; want een zware regen maakte dien weg schier onbegaanbaar. Door
+deze manoeuvre echter misleidde hij Kutusof, die hem op den ouden weg
+afwachtte en dien hij nu in één dagmarsch voorbijtrekken kon, om vóór
+hem te Kaluga te zijn.
+
+Den 23sten October bereikte de Keizer het geheel verlaten stadje
+Borowsk, waar hij, vertrouwende dat Kutusof achter hem was, een
+zorgeloozen en gerusten nacht doorbracht.
+
+Den volgenden dag werd prins Eugenius bij Malo-Jaroslawitz slaags met
+een gedeelte van Kutusofs armee en behaalde een bloedige overwinning:
+zij kostte Napoleon niet minder dan vierduizend man en zeven generaals.
+
+Ook het huzaren-regiment van Jakob Stargardt had aan den veldslag
+deelgenomen. Na den moorddadigen slag bij Borodino slechts zeer
+onvoldoende aangevuld, had het in de herhaalde gevechten en
+schermutselingen rondom Moscou nog weer tal van manschappen verloren;
+thans was dit overschot tot op de helft geslonken.
+
+Toen de Russen afgetrokken waren, reden Stargardt en de oude Ros in draf
+naar de plaats terug, waar hun escadron het hevigst had gevochten. Daar
+stegen zij af en zochten er tusschen de tallooze dooden en gewonden.
+
+»Wáár heb je den wachtmeester zien vallen?" vroeg Jakob Stargardt aan
+zijn oppasser.
+
+»'t Moet niet ver van deze plaats wezen," zei Ros.
+
+»Zàg je hem vallen?"
+
+»Ik zag, dat hij een officier een houw gaf; meteen kreeg zijn paard
+een slag, waardoor het begon te steigeren... Op dat oogenblik schoot
+een Russische dragonder zijn pistool af, vlak langs mijn oor, en
+wachtmeester Vermaat kreeg het schot in zijn borst. Hij stak zijn armen
+in de lucht en viel achterover; en het paard viel op hem."
+
+»Dus weet je niet zeker, of hij werkelijk dood is?"
+
+»Hm!.... zèker,--neen, zeker kan ik het niet zeggen... Maar 't is toch
+wel waarschijnlijk, ritmeester:--ik heb nog een paar keer naar hem
+gekeken, maar geen lid zag ik hem verroeren... Zoowáár,--daar zie ik hem
+liggen!"
+
+Tusschen doode paarden en gesneuvelde ruiters lag Reinier Vermaat, het
+hoofd rustend op den schouder van een gesneuvelden Franschman, die dwars
+over het lijk van een Rus gevallen was. Reinier scheen te sluimeren;
+zijn oogen waren half gesloten, heel zijn houding was die van een man,
+die na een zware vermoeienis was ingeslapen; zijn opengerukte dolman en
+vest, waardoor het van bloed doorweekte hemd zichtbaar werd, weersprak
+echter droevig die schijnbaar kalme rust.
+
+»Zoo heeft hij niet gelegen," zei Ros. Onwillekeurig sprak hij
+fluisterend, als vreesde hij, den wachtmeester te zullen wekken. »Hij
+lag met zijn gezicht naar den grond."
+
+»Dan is er wellicht nog leven in," zei Jakob Stargardt.
+
+Hij knielde bij den gewonde neer.
+
+Reinier opende de oogen, en staarde zijn ritmeester vlak in 't gezicht.
+
+»Laat mij sterven!" zei hij met zwakke stem, »en vervolg mij niet tot
+aan mijn dood!"
+
+»Je zult niet sterven, Vermaat," antwoordde Jakob Stargardt, zijn klamme
+hand grijpend, die geheel bebloed was;--»je zult niet sterven; we zullen
+doen wat we maar kunnen om je te laten genezen."
+
+»Waarom ben je me komen opzoeken?" vroeg de gekwetste, terwijl zijn
+oogen zich langzaam weer sloten.
+
+»Omdat ik het niet kon verdragen dat iemand die berouw voelde, wellicht
+de eeuwigheid kon ingaan, zonder in de gelegenheid te zijn, dat berouw
+te bekennen."
+
+»Ik heb geen berouw!" antwoordde Reinier somber.
+
+»Dat heb je wèl, Vermaat,--mij dunkt dat _moet_ je hebben. Ik heb je
+nooit eenig kwaad gedaan; ik heb je rechtvaardig behandeld,--en toch heb
+je nu eenmaal jezelf opgedrongen, dat je mij haten moest.--Kom, laat ons
+weer vrienden zijn.--Er is te veel goeds in je--je bent veel te
+verstandig om je gemoed door haat te laten vergiftigen."
+
+Reinier draaide zich om en streek met zijn mouw over de oogen.
+
+»Drommels!" pruttelde hij, »die wond schijnt ook al op mijn oogen te
+werken."
+
+De gekwetste zweeg, maar liet zijn hand in die van zijn vijand.
+
+»Zou je op een paard kunnen zitten, als je wat ondersteund werd?" vroeg
+Stargardt nu.
+
+»Ik weet het niet," antwoordde Reinier week.
+
+»We moeten het maar eens probeeren," zei Jakob, »Maar eerst wil ik zoo
+goed mogelijk je wonden zien te verbinden."
+
+Hij ging naar zijn paard, rukte het chabrak los en haalde uit een der
+holsters een rol linnen: Moeder Jane had hem geleerd, dat hij dit altijd
+bij zich diende te hebben.
+
+Reinier Vermaat bleek een schot in de borst te hebben; het bloed vloeide
+nog langzaam uit de wond. Jakob, bijgestaan door zijn oppasser, verbond
+de kwetsuur zoo goed hij kon, om het bloed te stelpen. Toen werd de
+gekwetste voorzichtig op Ros zijn paard getild, dat door den oppasser
+bij den teugel geleid werd. Stargardt ging naast Reinier rijden, om hem
+te ondersteunen.
+
+Op den wagen van moeder Jane werd daarop den gewonde zoo goed mogelijk
+een ligplaats ingeruimd. Daarop kwam een der chirurgijns hem van den
+Russischen kogel bevrijden en vervolgens verbinden.
+
+Den volgenden dag ging Jakob Stargardt den gekwetste zoo gauw mogelijk
+bezoeken. Hij lag stil voor zich uit te kijken.
+
+»Ik heb goeie berichten," zeide de ritmeester,--»de chirurgijn staat er
+voor in, dat je geneest; maar--je moet je rustig houden! Ook heb ik
+ander mooi nieuws voor je: Je bent tot ritmeester bevorderd."
+
+Reinier had geen enkele beweging gemaakt; hij sloot zijn oogen, maar
+twee dikke tranen rolden langzaam over zijn verbleekte wangen neer.
+
+»Ik zie," zei Stargardt, »dat ik je alleen moet laten; je bent wat van
+streek,--dat deugt niet voor je."
+
+Hij wilde weggaan, maar Vermaat greep zijn hand.
+
+»Vergeef me," zei hij met een weeke stem, »ik heb je beleedigd en
+miskend;--ik had gezworen mij niet door je edelmoedigheid te laten
+vermurwen, maar je hebt overwonnen. Je hebt je verschrikkelijk
+gewroken."
+
+
+
+
+Twaalfde Hoofdstuk.
+
+Op Smolensk terug.
+
+
+Met welk een vijand Napoleon van nu af rekening zou moeten houden,
+bleek hem reeds den morgen toen hij, het slagveld willende bezoeken,
+zich eensklaps omsingeld zag door een horde kozakken, die hij in
+de verte aanvankelijk voor Fransche cavalerie had aangezien. Aan de
+garde-grenadiers te paard gelukte het echter nog juist bijtijds, dien
+onverhoedschen aanval af te slaan.
+
+Napoleon keerde naar zijn hoofdkwartier terug, eerst somber en zwijgend,
+toen woedend, dat een handvol kozakken hem, den beheerscher van Europa,
+op de vlucht had gejaagd.
+
+Er werd nu langen tijd beraadslaagd en ten leste nam de Keizer het
+besluit om af te trekken en dat wel langs den weg, die hem vooreerst
+het spoedigst van den vijand zou verwijderen.
+
+Het is opmerkenswaardig, dat hij het bevel tot dien aftocht naar het
+Noorden gaf op hetzelfde oogenblik, dat Kutusof en zijn Russen, geheel
+tot wankelen gebracht door den bloedigen slag bij Malo-Jaroslawitz, naar
+het Zuiden aftrokken.
+
+Den 28sten October zag het Fransche leger Moshaisk weer. Deze stad
+was nog vol gewonden; sommige werden meegenomen, andere op één plaats
+vereenigd en, even als te Moscou, aan de edelmoedigheid van den vijand
+overgelaten. Na een verschrikkelijken strijd en na tien dagen met
+marschen en contra-marschen te hebben doorgebracht, was het leger drie
+dagreizen van Moscou af en--begon de winter!
+
+Het was de Russische winter, en er was gebrek aan levensmiddelen! In de
+eerste dagen van den aftocht had men de voorraadwagens, welke de paarden
+niet meer konden voorttrekken, reeds verbrand. Daarna kwam het bevel, om
+alles achter zich in brand te steken; men voldeed slechts gedeeltelijk
+daaraan, door de kruitwagens, welker paarden uitgeput waren, in de lucht
+te laten springen.
+
+Reeds bezweken er eenige manschappen; wat zou het dus zijn, als de
+winter zich in volle strengheid deed gevoelen? Het leger werd zelfs nu
+al bedrukt en neerslachtig. Al mokkend marcheerde men verder.
+
+Eensklaps gingen er kreten van ontroering op en een ieder zag om zich
+heen. Men ontwaarde een geheel plat getreden, naakten, vernielden grond;
+al de boomen bleken op eenige voeten boven de aarde afgehouwen en
+verderop zag men van spitsen ontbloote heuvels; de hoogste scheen de
+meest misvormde. Overal was de aarde bezaaid met overblijfsels van
+helmen en harnassen, met gebroken trommels, vernielde wapenen, lompen
+van monteeringen en met bloed bevlekte standaards.
+
+Op dien verwoesten grond lagen dertigduizend half verteerde lijken! Het
+was het slagveld van Borodino!
+
+De Keizer trok er haastig voorbij. Niemand hield zich op. De koude, de
+honger en de vijand drongen tot spoed; slechts wendde men, terwijl men
+voortging, nog eens het hoofd om, teneinde een droeven en laatsten blik
+te werpen op dat onmetelijke graf van zoo vele wapenbroeders, die
+nutteloos waren opgeofferd.
+
+In den nacht bereikte Napoleon Gjatz en twee dagen later Wiasme. Hier
+vertoefde hij, om de corpsen van Prins Eugenius en Davoust af te
+wachten, die van Malo-Jaroslawitz de achterhoede hadden gevormd.
+
+Den eersten November trok de Keizer weer verder, terwijl hij Ney te
+Wiasme liet, om met Davoust en Prins Eugenius den aftocht te dekken.
+
+Twee dagen later had een Russisch legercorps die stad bereikt en moest
+de achterhoede daar een formeelen veldslag leveren, om den terugtocht te
+kunnen voortzetten.
+
+De Franschen kostte dit treffen vierduizend man aan dooden en gewonden.
+Het overschot van het Hollandsche regiment huzaren was zoo goed als
+volkomen vernietigd. Slechts Jakob Stargardt, Ros en nog een stuk of wat
+anderen waren ongedeerd gebleven, maar hun paarden waren bezweken, zij
+zelf moedeloos en diep neerslachtig.
+
+Moeder Jane poogde haar zoon te troosten: Weldra zouden zij immers
+Smolensk bereikt hebben: en daar was overvloed, daar wachtten hun goede
+winterkwartieren; daar nam hun ellende een einde.
+
+»Maar vóór we zoo ver gekomen zijn, kunnen wij al lang verhongerd
+wezen," zei Ros. »Uitdeelingen worden niet meer gedaan en nergens langs
+den weg vinden we eenige levensmiddelen, want de voor ons uit gaande
+corpsen zijn zoo roekeloos, om de meeste huizen en dorpen te verbranden.
+De achterhoede vindt niets dan asch."
+
+Inderdaad had de ellende reeds een groote hoogte bereikt. Het eenig
+voedsel, nu bijna elk zijn kleinen voorraad zoo zoetjes aan had
+verbruikt, was een stuk paardevleesch. En wijl iederen dag, door gebrek
+aan voeding, honderden paarden neervielen, was dááraan geen gebrek.
+
+Ook de beide paarden voor moeder Jane's voertuig konden nog slechts
+moeizaam meer voort. Tegen den avond van den volgenden dag, juist toen
+zij ze uit wilde spannen, stortte een der uitgeputte beesten plotseling
+in elkaar, door zijn val ook het andere deerlijk verzwakte dier omver
+werpend. De marketentster maakte de gareelen los en poogde de dieren
+weer overeind en althans op zij van den weg te krijgen. Maar haar
+inspanning bleek vergeefs. Vermoeid moest zij van alle verder pogen
+afzien en even later bleken de dieren reeds dood.
+
+Terwijl moeder Jane, diep verslagen, nog altoos naar haar arme, van
+honger gestorven beesten te kijken stond, kwam plotseling een troep
+soldaten aan, samenmengsel van verschillende regimenten. Zij wierpen
+zich als een zwerm roofvogels op de doode paarden neer, hieuwen er
+lappen vleesch van af, en ondanks het protest van Reinier Vermaat en
+enkele andere vrienden, ondanks de smeekingen van moeder Jane, sloegen
+zij den wagen tot brandhout, om het vleesch aan de punt van sabel of
+bajonet een weinig te roosteren en daarop half rauw te verslinden.
+
+Jakob, Ros en nog een tiental anderen waren er op uit gegaan om te zien,
+of zij niet eenig voedsel op konden sporen. Toen zij met het invallen
+van de duisternis terugkeerden, vonden zij de marketentster zonder wagen
+en paarden.
+
+Maar zij waren zoo gelukkig geweest een vos te schieten en brachten
+bovendien een flinken voorraad hout mee.
+
+Dadelijk werd het bivakvuur gemaakt en het vleesch geroosterd, dat zij
+vervolgens, te gelijk met het laatste overblijfsel van den uit Moscou
+meegevoerden leeftocht, verorberden.
+
+Toen kwam het gesprek weer, als gewoonlijk in de laatste dagen, op den
+rampzaligen toestand van het leger en natuurlijk ook weer op het jongste
+verlies, dat de marketentster geleden had.
+
+»Och," zei moeder Jane, »het spijt me natuurlijk om de arme dieren. Maar
+ik was het immers ieder oogenblik te wachten dat ik ze kwijt zou raken.
+En den wagen hadden we tòch niet mee kunnen nemen. Wel beschouwd is het
+dus maar beter, dat onze ongelukkige soldaten er zich nog mee verwarmen,
+dan dat hij in handen van die roofzieke Kozakken gevallen was. Maar ja,
+op zoo'n eerste oogenblik zie je dat zoo niet in! Dan meen je, dat je
+het grootste onrecht wordt aangedaan."
+
+»Maar _wij_ hadden toch anders het vleesch gehad, dat zullie daar nu
+verslonden hebben," zei een der soldaten van hun groepje, wijzend naar
+de mannen rondom een naburig bivakvuur.
+
+»Zou je dan denken, dat ik ook maar een enkele beet van mijn eigen
+paarden zou kunnen eten?" vroeg moeder Jane. »En jullie hebt toch van
+avond óók geen gebrek gehad, is 't wel?"
+
+»Neen, neen," zei Reinier, »het maal heeft me kostelijk gesmaakt!"--De
+Russische kogel die hem op het slagveld bij Malo-Jaroslawitz getroffen
+had, bleek gelukkig niet diep gegaan te zijn en had geen edele deelen
+geraakt. De zorgvuldige oppassing van Jakob en zijn moeder, gepaard
+aan zijn gezond en krachtig lichaamsgestel, brachten dan ook een
+wonderbaarlijk voorspoedige genezing. Bovendien was ook hij zoo
+verstandig geweest, zich in Moscou voor den naderenden winter uit te
+rusten.
+
+Gelukkig echter werkte de natuur tot heden mee, om den tocht niet nòg
+zwaarder te maken. Overdag was het meestal zonnig, zacht weer; alleen 's
+nachts was het merkbaar, dat het koude jaargetijde naderde.
+
+Maar den volgenden morgen veranderde opeens de lucht; het azuur verdween
+in een sluier van koude dampen. Deze dampen werden al dichter en vormden
+zich weldra tot een ontzaggelijke wolk, die in groote sneeuwvlokken op
+de voorttrekkende legerbenden neerdaalde. Het scheen alsof de hemel
+nederviel en zich vereenigde met den vijandelijken grond en zijn
+bewoners, om hun verderf volkomen te maken. Alles werd verward en
+onkenbaar; de dingen veranderden van gedaante; men trok voort zonder te
+weten waar men was, zonder zijn doel te bespeuren, alles werd
+verhindering.
+
+Terwijl de soldaat zijn pogingen in het werk stelde om zich, te midden
+van ijzige wervelwinden een doortocht te verschaffen, hoopten zich de
+sneeuwvlokken, door den wind voortgedreven, opéén, en bleven in elke
+holte liggen. Zoo verborg haar oppervlakte aanhoudend onbekende diepten,
+welke zich trouweloos onder de voeten openden. De krijgsman zonk er in
+weg, en de zwaksten werden er in bedolven. Zij, die achter hen kwamen,
+maakten dan een omweg, maar de storm joeg de sneeuw des hemels en die
+welke hij van de aarde opjoeg hun grimmig in het gezicht en verblindde
+hun oogen; verwoed scheen hij zich tegen hun marsch te willen verzetten.
+
+Onder deze nieuwe gedaante viel de Russische winter hun van alle kanten
+aan: hij drong snijdend door hun dun gewaad en opengescheurd schoeisel
+heen. Hun natte kleeren bevroren op hun lichamen; het ijs hechtte zich
+op hun vel en verstijfde al hun leden. De scherpe en hevige wind deed
+hun de lippen op elkander klemmen, maakte zich meester van hun adem, als
+zij dien uitbliezen en herschiep hem in ijskegels, welke langs hun baard
+om hun mond hingen.
+
+Klappertandend sleepten de ongelukkigen zich voort, totdat de sneeuw,
+die zich aan hun voeten klompte, een tak, een verloren wapen, of het
+lichaam van een hunner kameraden hen deed struikelen en vallen.
+Onmachtig de handen te roeren, was hun kermen te vergeefs; zij werden
+spoedig door de sneeuw bedekt: een kleine verhevenheid slechts deed hen
+dan nog onderkennen: dáár was hun graf!...
+
+De weg was vòl van zulke verhevenheden; de onverschilligsten, de
+onverschrokkensten werden er door geroerd; met de oogen er van
+afgekeerd, gingen zij er voorbij.
+
+Maar vóór hen, achter hen, overal was de sneeuw; hun gezicht verloor
+zich in die onoverzienbare en treurige gelijkvormigheid; het was als
+een onmetelijk doodskleed, waarmee de natuur het leger omhangen had.
+De eenige voorwerpen, die er zich van losrukten, waren de donkere
+mastboomen, boomen des grafs, met hun ontzettende somberheid en de
+reusachtige onbewogenheid van hun zwarte stammen, waardoor zij dit
+ijselijk schouwspel van een stervend wereldleger, te midden eener doode
+natuur, slechts volmaakten.
+
+Het geweer werd voor de verstijfde armen der nog levenden een
+ondragelijk gewicht. Zij wierpen het niet weg, maar in hun menigvuldig
+vallen ontschoot het aan hun handen, het brak in stukken, of ging
+verloren in de sneeuw. Van vele anderen vroren de vingers aan het geweer
+dat zij nog vasthielden en dat hun de beweging ontnam, vereischt om er
+een overschot van leven en warmte in te behouden.
+
+Welhaast ontmoette men een menigte menschen van allerlei corpsen, nu
+eens afgezonderd, dan weer bij troepen. Zij waren niet laf van hun
+standaards weggeloopen, het was de koude, de afmatting, die hen van hun
+colonnes had gescheiden. En nu dwaalden zij rond, ongewapend,
+overwonnen, zonder verdediging, zonder opperhoofden, slechts
+gehoorzamend aan den drang tot zelfbehoud.
+
+Velen, door het zien van eenige zijdelingsche paden verlokt,
+verspreidden zich in de velden met de hoop, er brood en een schuilplaats
+voor den naderenden nacht te zullen vinden; maar alles bleek over een
+breedte tusschen de zeven en acht mijlen verwoest; zij ontmoetten
+slechts kozakken of gewapende boeren, die hen omringden, mishandelden,
+uitplunderden en hen, onder een woest gelach, naakt op de sneeuw lieten
+omkomen.
+
+Spoedig naderde de nacht, een nacht van zestien uren. Maar in die
+sneeuw, welke alles bedekte, wist men niet wáár stil te houden en zich
+neer te zetten om te rusten, of waar droog hout te vinden om de vuren te
+ontsteken.
+
+Toch dwongen vermoeidheid en duisternis om stand te houden. Maar de
+storm die nog altijd woedde, verspreidde de eerste toebereidselen
+der bivakken; de denneboomen, geheel met sneeuw beladen, weigerden
+gewoonlijk halsstarrig vuur te vatten en al vlamden zij soms een
+oogenblik op,--de sneeuw die door de warmte smolt, doofde die
+opflikkerende vlam en daarmee tevens den moed en de hoop op redding.
+
+»Neen, jongens, zóó gaat het niet!" zei moeder Jane, toen eenigen van
+haar troepje met het bijeengebrachte dennenhout reeds een vuur wilden
+maken: »We moeten eerst de sneeuw wegvegen!"
+
+»Dat is gemakkelijk genoeg gezegd," meende een der soldaten, »maar,
+waarmee?"
+
+»Wel, met bezems natuurlijk!"
+
+»Die we niet hebben!" gromde een ander.
+
+»Maar die we best kunnen maken!" viel de marketentster in. »Dit bosch
+heeft takken genoeg! Een bundeltje daarvan bij elkander gebonden, een
+dikken tak tot steel, en--de bezem is klaar!"
+
+»Warempel, je hebt gelijk!" zei Ros. »Komt, mannen, dan maar dadelijk
+aan 't werk!"
+
+Met hun drieën gingen zij nu aan het hakken en snijden; Jakob Stargardt,
+Reinier en moeder Jane bonden de takken met eenige dunne twijgen bijeen,
+terwijl de overigen met deze bezems het terrein schoon veegden.
+
+De plaats voor het bivak gaf blijk van een verstandige keuze. Een hoogte
+beschutte tegen den fellen wind; als het hun dus gelukken mocht om vuur
+aan te maken, dan zou dit ten minste niet verwaaid worden. Maar het
+versch gekapte hout wilde slecht branden. Schier een half uur tobbens
+was reeds voorbijgegaan, zonder noemenswaardig resultaat, toen Ros en
+Jakob, na veel zoekens, ieder met een arm vol dood hout kwamen
+aandragen.
+
+Nu laaide de vlam in een oogenblik hoog op, zoodat ook het andere hout
+bruikbaar werd en waarvan men een genoegzame hoeveelheid bijeen had
+gebracht om het vuur den ganschen nacht te kunnen onderhouden.
+
+Zij roosterden nu hun paardevleesch en het weinigje roggemeel dat ieder
+nog bezat kneedde hij met sneeuwwater tot deeg, om dit vervolgens in de
+heete asch te laten bakken.
+
+Dat was hun avondmaal.
+
+Niet lang bleven zij echter alleen. Tal van ongelukkigen, aangelokt door
+het flikkerende vuur, hadden zich al spoedig bij hen gevoegd en slechts
+met moeite konden zij hun plaats behouden. Er werd afgesproken, dat
+telkens twee hunner bij beurten het vuur zouden bewaken en voeden,
+terwijl de overigen mochten slapen. Zoo ging men den nacht in.
+
+Toen zij den volgenden morgen, ondanks het goed onderhouden vuur,
+verkleumd en huiverend van het bivak opstonden om den vreeselijken tocht
+weer voort te zetten, moesten zij over een dubbelen kring van lijken
+stappen: soldaten, die, uit plaatsgebrek, buiten de warmtesfeer van
+het vuur gebleven, in den fellen vriesnacht waren doodgevroren. Overal
+elders zagen zij de bivakken door dergelijke gruwbare kringen
+afgeteekend, en verder bleek de grond bedekt met honderden doode
+paarden.
+
+Sedert dien dag zonderden zich bij elk bivak, bij elken slechten
+overtocht, voortdurend een gedeelte der nog georganiseerde troepen af,
+om zich bij den ordeloozen nasleep te voegen.
+
+Alleen bij de Keizerlijke garde bleef nog altoos de krijgstucht bestaan.
+Maar men had zich genoodzaakt gezien, den buit van Moscou in een meer te
+werpen: Kanonnen, Gotische wapenrustingen, uit het Kremlin meegenomen om
+als zegeteekenen naar Parijs te worden gevoerd, zelfs het reusachtige
+gouden kruis van den heiligen Iwan, alles verzonk in de diepte. Op dezen
+ontzettenden terugtocht wierp het leger, evenals een groot schip dat
+door den verschrikkelijksten storm geteisterd wordt, zonder aarzelen
+alles wat zijn voortgang kon bemoeilijken of vertragen, in die zee van
+sneeuw en ijs. Het was niet meer te doen om zijn leven áángenaam te
+maken, maar om het te redden!
+
+Eindelijk zag het leger Smolensk weer, waar men het eind van al zijn
+rampen dacht te vinden. Reeds van verre wezen de soldaten het elkander
+aan. Dáár was het beloofde land, waar hun hongersnood den begeerden
+overvloed, hun vermoeidheid de rust zou erlangen; waar de bivakken van
+negentien graden koude in wèl verwarmde huizen zouden vergeten worden.
+Dààr zouden zij een herstellenden slaap genieten; hun havelooze plunje
+kunnen oplappen; dáár zouden hun nieuwe schoenen en voor het klimaat
+geschikte kleeren worden uitgedeeld!
+
+Alleen de garde en eenige andere uitgelezen korpsen bleven in hun
+gelederen, de overigen liepen weg en snelden naar de lang verbeide stad.
+Duizenden van menschen, meest zonder wapenen, bedekten de twee steile
+oevers van den Dnieper; zij verdrongen zich voor de hooge muren en
+poorten der stad; maar hun onordelijke menigte, hun vervuilde gezichten,
+zwart geworden door aarde en rook, hun gescheurde monteeringen, de
+zonderlinge kleeding waarmee zij zich behielpen, heel hun vreemd,
+afzichtelijk voorkomen en hun vervaarlijke drift, schrikten af. Uit
+vrees dat die van honger razende menigte, wanneer men haar binnen liet,
+alles zou uitplunderen, sloot men de poorten. Men hoopte door deze
+gestrengheid tevens te bewerken, dat die verstrooiden zich weer zouden
+vereenigen.
+
+Toen ontstond er onder het overschot van het rampzalige leger een
+verschrikkelijke strijd tusschen de orde en de wanorde. Het was te
+vergeefs, dat sommigen baden, weenden, smeekten, dat zij dreigden en
+trachtten de poorten open te breken, dat zij stervende neervielen voor
+de voeten van hun metgezellen, die belast waren hen terug te drijven.
+
+Daar kwamen de oude en de jonge garde aan. Zij waren met den Keizer
+meegekomen, die hen voor het vuur der Russen gespaard had, en niet de
+minste wanorde was in hun gelederen voorgekomen, want voor hun voeding
+was wel gezorgd. Eerst nà hen konden de ongelukkigen die voor de poorten
+stonden binnentrekken, voor zoover ze niet dood of stervende aan de
+steile oevers der rivier nederlagen; zij snelden naar de magazijnen,
+maar men dreef hen er uit terug, omdat zij hun korps verlaten hadden en
+niet in het bezit van volgbriefjes waren, waarmee de magazijnmeesters
+zich verantwoorden konden en die door daartoe gemachtigde officieren
+moesten worden ingeleverd. Zij hàdden geen officieren meer, ze wisten
+niet eens waar hun regimenten waren. In dezen toestand bevond zich
+tweederde van het leger.
+
+Toen verspreidden zich die rampzaligen door de straten, geen hoop meer
+hebbend dan in de plundering. Maar overal kondigden tot op de beenderen
+toe ontlede paarden hun den hongersnood aan: overal waren de vernielde
+en losgerukte deuren en ramen gebruikt om de bivakvuren te onderhouden
+der doortrekkende troepen. Er waren geen winterkwartieren voorbereid,
+men vond er geen hout; de zieken, de gekwetsten bleven in de straten,
+op de wagens, die hen hadden vervoerd. Het was en bleef steeds de
+noodlottige groote weg, dwars door een ijdelen naam heenloopende; het
+was een nieuw bivak te midden van bedriegelijke puinen, die nog kouder
+waren dan de bosschen, welke zij hadden verlaten. Kortom, datzelfde
+Smolensk, door het leger als de grens van zijn lijden beschouwd, scheen
+er slechts het eigenlijke begin van te worden. Honderden bij honderden
+stierven ook hier van koude en gebrek; en toen het bleek, dat de
+magazijnen slechts zeer onvoldoende werden bewaakt, kwamen de
+uitgehongerde benden ze eensklaps plunderen, waarbij nog heel wat
+voedsel nutteloos verloren ging.
+
+Moeder Jane, Jakob, Reinier en Ros waren de eenigen van hun troepje, die
+zich te midden van al die wanorde bij elkander hadden gehouden. Maar
+juist door hun gering aantal was het hun des te gemakkelijker gelukt,
+een vrij dragelijk verblijf te bekomen.
+
+Reeds van Wiasme af droegen zij hun pelzen, in Moscou gekocht, op het
+bloote lichaam, waardoor de koude hun weinig nadeel toebracht. Steeds
+waren zij matig geweest, wanneer er onderweg nog eens voedsel gevonden
+werd, en ook van het paardevleesch, soms overvloedig voorhanden, hadden
+zij altoos maar weinig gebruikt. Daarenboven bezaten zij alle vier een
+gezond en sterk gestel. In vergelijking van duizenden hunner metgezellen
+waren zij er dus nog zoo slecht niet aan toe, maar wijl zij uit de
+magazijnen niets hadden ontvangen, hadden zij thans volslagen gebrek aan
+voedsel.
+
+Gelukkig echter werden te Smolensk de achterstallige soldijen
+uitbetaald, met een voorschot van twee maanden, waardoor hun beurzen
+opeenmaal goed gevuld raakten.
+
+Zij kochten nu zooveel mogelijk van de geroofde eetwaren der anderen,
+wel wetend, dat nog tweehonderd uren gaans moesten afgelegd worden,
+alvorens zij de Weichsel zouden bereikt hebben. Want dat men te Smolensk
+niet overwinteren kon, was voor ieder nu wel duidelijk.
+
+Onderweg had Jakob geducht met zijn laarzen gesukkeld: zijn pelslaarzen,
+te Moscou opgedaan, waren wel warm geweest te paard, maar niet geschikt
+om te loopen. Na eenige dagen marcheeren waren zij dan ook reeds zonder
+zolen. Voor tachtig francs had hij toen een paar oude laarzen van een
+rijdend artillerist gekocht, maar deze bleken hem te nauw, zoodat hij ze
+hier en daar had moeten opensnijden. In Smolensk kocht hij thans voor
+twintig francs een paar nieuwe soldatenschoenen.
+
+Napoleon had er op gerekend, dat er voor vijftien dagen levensmiddelen
+en fourage aanwezig zouden zijn voor een leger van honderd duizend man;
+hij vond nog niet de helft dezer hoeveelheden aan meel, rijst en
+brandewijn. Vleesch was er niet.
+
+Onder die omstandigheden moest het verbazing wekken, dat de Keizer
+niettemin zijn verblijf onnoodig te rekken scheen.
+
+»We zijn hier nu al vier dagen," zei Jakob, »en onze aangekochte
+eetwaren zijn al zoo goed als op. Wat heeft Napoleon in dit afgebrande,
+verwoeste Smolensk anders te doen dan van de aanwezige levensmiddelen
+gebruik te maken en zoo gauw mogelijk verder te gaan?"
+
+»Misschien meent de Keizer," vond Reinier, »wanneer hij gedurende
+verscheidene dagen zijn brieven uit Smolensk dateert, dat hij zijn
+vlucht zal laten voorkomen als een langzame, roemrijke terugtocht. Hij
+heeft ten minste bevel gegeven, de torens op de wallen te vernielen,
+omdat hij niet meer door die muren wil opgehouden worden, zooals hij
+zegt."
+
+»Jawel," zei Ros, »alsof de mogelijkheid bestaat dat hij er weer terug
+zal keeren, terwijl het nog niet eens zeker is, of hij er wel uit zal
+kunnen komen."
+
+»Licht wacht hij hier wel zoo lang, om de artilleristen gelegenheid te
+geven, hun paarden op scherp te zetten," giste moeder Jane.
+
+»Alsof er arbeid te verwachten is van werklui die uitgeput zijn van
+honger en van de langdurige marschen!" zei Jakob. »De dag is voor de
+meesten nog niet toereikend om de noodige levensmiddelen te vinden en ze
+gereed te maken."
+
+»En dan," zei Ros, »de smidswagens zijn achter gelaten of vernield en
+alle materiaal ontbreekt voor zoo'n omvangrijk werk. Dàt kan het dus óók
+niet zijn."
+
+Evenwel, den volgenden dag, den 14den November, verliet Napoleon
+eindelijk Smolensk toch weer. Prins Eugenius had bevel gekregen, om
+de stad op den 15den, Davoust om ze op den 16den te ontruimen. Ney
+daarentegen moest eerst den 17den vertrekken. Hem was opgedragen, de
+assen der affuiten van de kanonnen die hij moest achterlaten, te laten
+doorzagen; die kanonnen zelf te begraven, de munitie onbruikbaar te
+maken, alle achterblijvers voor zich uit te drijven en de torens op de
+wallen te laten springen.
+
+Tegen vijf uur in den morgen vertrok de Keizerlijke colonne. Zij
+marcheerde nog ordelijk, doch de houding der manschappen was somber en
+zwijgend. De nachtelijke stilte werd slechts afgebroken door het geluid
+der slagen waarmee de arme paarden voortdurend aangezet werden, alsook
+door de driftige verwenschingen bij het doortrekken van een ravijn,
+wanneer er op de gladde hellingen, in de duisternis, paarden voor de
+kanonnen neerstortten en de geheele bespanning in een verwarden hoop
+naar beneden tuimelde.
+
+Op dezen eersten dag werden vijf mijlen afgelegd. De artillerie van de
+garde had er twee en twintig uur voor noodig gehad.
+
+
+
+
+Dertiende Hoofdstuk.
+
+Van Smolensk naar Orcha.
+
+
+Toen de Keizer vertrokken was trachtte Prins Eugenius in Smolensk zijn
+verspreide troepen weder te vereenigen; met moeite onttrok hij hen aan
+de plundering der magazijnen en eerst den 15den gelukte het hem, acht
+duizend man bij elkaar te brengen, waarmee hij zich weer op weg begaf.
+Ook Jakob Stargardt en zijn moeder, benevens hun beide vrienden, sloten
+zich daar bij aan.
+
+Het was omstreeks drie uur in den namiddag toen dit viertal het waagde,
+den grooten weg te verlaten, in de hoop eenig voedsel te vinden. Weldra
+stonden zij voor de ruïne van een huis. Het was een steenen gebouw
+geweest, waarvan het dak en het gansche binnenwerk bleek verdwenen. De
+sporen van groote bivakvuren in de omgeving bewezen duidelijk genoeg,
+waartoe dat binnenwerk had moeten dienen; slechts de muren waren blijven
+staan.
+
+Schoon die bouwval dus weinig hopen deed, ving niettemin terstond een
+scherp onderzoek aan; een ieder deed zijn best om nog iets uit de ruïne
+op te schommelen, dat in een of ander opzicht bruikbaar wezen mocht.
+
+Aanvankelijk bleef alle onderzoek vruchteloos.
+
+»Ik geef het op!" zei Ros al tegen Reinier. »Maar kijk eens!--wat heeft
+moeder Jane daar gevonden? Daar is vast iets bijzonders, want haar zoon
+staat er bij met een gezicht als rook bij ossengebraad."
+
+Reinier keek in de aangeduide richting en zag de marketentster zich
+bukken tot een poging, om een zwaar stuk puin weg te wentelen.
+
+Jakob, zonder recht te begrijpen wat zijn moeder eigenlijk voor had,
+sloeg nu dadelijk zijn handen aan den steenbrok en rolde dien, schoon
+niet zonder krachtsinspanning, op zij.
+
+»Neem nu dàt stuk óók nog weg," zei de marketentster, nog hijgend van
+haar vergeefsche poging.
+
+Jakob deed het, zonder te vragen waarom en nam daarop een afwachtende
+houding aan.
+
+»Als we nu die kleine brokken ook nog wegruimen--dan zal het misschien
+gaan," zei de marketentster.
+
+»Wàt zal gaan?" vroeg Reinier, die inmiddels met Ros naderbij gekomen
+was.
+
+»Wel, kijk eens in dit gat hier," verzocht moeder Jane.
+
+Reinier bukte en zag, tusschen de kleinere steenbrokken door, een losse
+trap, slechts eenige treden diep, en onder die trap, een deur.
+
+»Dat is een kelder!" riep hij, met een uitdrukking in zijn oogen, die
+dadelijk aan een menigte »goede zaken" deed denken, welke een flink
+voorziene kelder zoo al bevatten kan.
+
+Volijverig zetten hij en Ros zich nu mede aan den arbeid, en in een
+oogenblik was de trap geheel vrij. Maar de deur, of juister het luik,
+dat zoo zeer de algemeene verwachting gespannen hield, was goed gesloten
+en bood weerstand aan de krachtigste pogingen om het open te breken.
+
+De arme zwervers waren echter sedert hun vertrek uit Moscou te zeer
+gewoon geraakt aan de aanwending van allerlei middelen van geweld, om
+lang verlegen te staan. Er werden eenige halfverkoolde stukken hout bij
+elkaar gezocht en tegen het luik gelegd, vervolgens werd vuur gemaakt en
+daarna het houtstapeltje aangestoken. Toen gingen zij blazen en de lucht
+in beweging brengen om het vuur goed te doen vlammen, en binnen een
+kwartier was het luik zoo ver verbrand, dat het verder met gemak kon
+worden verbrijzeld.
+
+Jakob kroop vervolgens door de opening heen... Toen hij een oogenblik
+beneden geweest was stak hij het hoofd weer buiten het verbrijzelde luik
+en zei verheugd: »Roep nou maar, zoo luid je kunt, hoezee!--Maar,
+drommels, neen! laten wij ons liever dood stil houden, er mochten kapers
+op de kust komen!"
+
+Toen hij dit gezegd had, wierp hij achtereenvolgens twee Westfaalsche
+hammen op den besneeuwden grond, en verdween weer in de diepte.
+
+Een oogenblik later kwamen er gerookte worsten te voorschijn en Jakob
+verklaarde, dat er nog meer lekkernijen in den kelder waren; ja, hij
+geloofde, dat er ook nog wat anders in was, want er stond een groote
+ijzeren kist, die hij met geen mogelijkheid alleen kon optillen.
+
+Reinier reikte Jakob nu een brandend stuk hout aan, om hem tot fakkel te
+dienen; maar het bleek dat de kelder, op de ijzeren kist na, niets meer
+bevatte dan een paar flesschen wijn. Maar de totale voorraad was toch
+meer dan voldoende om het viertal gedurende eenige dagen tot onderhoud
+te kunnen strekken.
+
+»Wij zullen verstandig doen," zei Jakob, zich weer bij de overigen
+voegend, »met die ijzeren kist maar ongemoeid te laten; het ding is zoo
+zwaar, dat het wel geen twijfel lijdt of het houdt geld en voorwerpen
+van waarde in. Wij zijn geen roovers,--laat de eigenaar zijn schat dus
+ongedeerd terugvinden."
+
+»En dan," zei Reinier, »waarvoor zou de ballast ons dienen? Morgen
+zouden wij dien misschien toch moeten wegwerpen. Neen, laten wij liever
+eens een proefje van onze kostelijke provisie nemen; want ik moet
+eerlijk bekennen, dat het gezicht van al die heerlijkheden mij doet
+watertanden."
+
+Nadat alle vier zich met een teug wijn verkwikt en een paar flinke
+sneden ham benevens een stuk worst genuttigd hadden, besloten zij,
+binnen den bouwval hun bivak gereed te maken. Zij togen dus naar het
+nabij gelegen bosch, om een voldoende hoeveelheid hout te verzamelen.
+
+Nauwelijks echter waren zij daar mee bezig, of zij werden door een
+sterke bende Russische boeren overvallen. Tegenover die groote overmacht
+zou alle weerstand nutteloos zijn geweest, te meer, wijl zij hun wapenen
+in den bouwval hadden achter gelaten. De boeren namen het viertal
+in hun midden en voerden hun gevangenen met zich mee het bosch in.
+Na een kwartier ongeveer hielden zij stil op een plaats, waar reeds
+verscheidene der hunnen op hen wachtten; van tijd tot tijd kwamen andere
+troepen den weg van Smolensk af en sommige hadden eenige Franschen als
+gevangenen bij zich. De Russen schenen eindelijk voltallig te zijn. Zij
+dreven de gevangenen te hoop, namen ze daarop in hun midden en trokken
+verder het woud in.
+
+Na een half uur bereikten ze een open plaats, die echter rondom door
+het bosch was ingesloten. Hier brandden hooge wachtvuren, waar talrijke
+groepen gewapende landlieden omheen lagen.
+
+Met verwondering zagen de gevangenen ook vele vrouwen, die de algemeene
+haat tegen den vijand van haar vreedzame werkzaamheden afgerukt en
+midden in het krijgsgewoel der mannen gevoerd had. Eenige maakten het
+eten klaar, andere poetsten wapenen, enkele zagen zij een gewonde
+verbinden.
+
+Door de nabijheid van het Fransche leger hadden de Russen, die de vier
+Hollanders waren overvallen, zich geen tijd gegund, hun gevangenen te
+berooven. Thans schenen zij daartoe echter te willen overgaan. Een
+baardige Rus trad op moeder Jane toe en wilde haar de pelsmuts van het
+hoofd rukken. Onwillekeurig trad zij een stap achteruit, terwijl Jakob
+toesprong en den boer met de hand afweerde. Woedend hief deze nu zijn
+knuppel tot een geweldigen slag omhoog. Doch opeens klonk de kreet van
+een vrouwenstem; in 't zelfde oogenblik drong een Russin door de rijen
+en hield den opgeheven arm van den boer tegen. Driftig keerde deze zich
+om, doch toen hij zag wie hem tegenhield, veranderde zijn toorn opeens
+in onderdanigheid en trad hij zwijgend terug.
+
+Jakob drukte dankbaar de hand van zijn redster in wie hij thans de vrouw
+herkende, die hij in Moscou tegen de roofzucht van den Duitschen soldaat
+verdedigd had. Met gebaren beval hij nu ook zijn drie lotgenooten in
+haar bescherming aan.
+
+Zij knikte, als bewijs dat zij hem begrepen had.
+
+Op dit oogenblik naderde de aanvoerder, die blijkbaar haar echtgenoot
+was. Hij scheen inlichtingen te vragen, maar aan de vier Hollanders
+ontging het niet, dat hij onder het uitvoerig relaas der vrouw af en toe
+de wenkbrauwen samen trok en herhaaldelijk het hoofd schudde.
+
+Even later liet hij allen verzamelen en men zette zich in beweging,
+terwijl de vier Hollandsche gevangenen door eenige landlieden met pieken
+bewaakt werden.
+
+Eindelijk bereikte men een dorp, waar de bende zich in verscheidene
+groepjes splitste om een onderkomen te zoeken.
+
+De aanvoerder trok met een kleine afdeeling nog wat verder, tot zij aan
+een halfverwoest landhuis kwamen. Hier werden de Hollanders in een klein
+vertrek opgesloten, waar zij al spoedig van vermoeidheid in slaap
+vielen.
+
+Nauwelijks drong het eerste licht van den wintermorgen tot hen door, of
+een jonge Rus trad binnen die hun eenig voedsel bracht. Moeder Jane, bij
+het zien van den Russischen lijfeigene, werd plotseling doodsbleek; zij
+uitte een kreet van ontroering... In 't volgende oogenblik lag zij,
+snikkend van blijdschap, in de armen van haar oudsten zoon.
+
+»En vader?..." was Willems eerste vraag.
+
+»Leeft niet meer!" zei moeder Jane somber.
+
+Uit de aanwezigheid zijner moeder bij het Groote Leger had hij dit wel
+begrepen; toch werd hij door het antwoord hevig geschokt.
+
+»Maar hoe ben je nu _hier_ toch te recht gekomen?" vroeg Jakob.
+
+»Ja," zei moeder Jane, »vertel ons dat toch eens: we meenden stellig,
+dat je ergens in Engeland zat."
+
+»Toen ik aan boord van dat Engelsche vaartuig gekomen was, ondernamen we
+al heel gauw een reis naar de Oostzee. We leden evenwel schipbreuk en,
+zonder een penning op zak, werd ik aan de kust geworpen. Een Russische
+herbergier borgde mij voor zes roebels. Betalen kon ik die niet en zoo
+werd ik, volgens de gebruiken van dit land, zijn lijfeigene."
+
+»Om zes roebels?" vroeg moeder Jane ontroerd. »Verschrikkelijk!"
+
+»De herbergier verkocht me aan een baron en in _zijn_ dienst was het,
+dat ik zijn prachtige woning te Moscou moest helpen in brand steken.
+Gelukkig had ik, ongezien, u beiden herkend en kwam ik in de
+gelegenheid, u nog juist bij tijds door middel van dat briefje voor het
+gevaar te waarschuwen.
+
+Toen wij ons vernielingswerk in Moscou verricht hadden, voegden wij ons
+bij het Russische leger, maar al heel spoedig sneuvelde de baron in een
+van die vele schermutselingen nabij de stad, en door zijn weduwe werd
+ik daarop aan een aanzienlijk koopman verkocht, mijn tegenwoordigen
+meester. Te Moscou bezat hij eenige groote magazijnen en winkels, maar
+zij werden door de Franschen geplunderd en toen trok ook hij uit om
+Napoleon's leger zooveel mogelijk afbreuk te doen.
+
+Het huis waar we nú zijn is van zijn broer, een aanzienlijk
+grondbezitter, die zich met al zijn volk bij de Russische landweer heeft
+aangesloten...
+
+Maar nu kan ik hier heusch niet langer blijven!" brak hij eensklaps
+haastig af, »want dat mocht argwaan wekken. En als onze betrekking eens
+bekend werd, zou stellig een ander met de verzorging van u vieren belast
+worden."
+
+»Wat hebben ze eigenlijk met ons vóór?" vroeg Ros.
+
+Willem haalde de schouders op: »Ik hoop het uit te vorschen," zei hij
+onder het heengaan.
+
+In den loop van den dag kwam hij terug. Hij wist te vertellen, dat zijn
+meesteres de vier gevangenen had willen vrij laten, doch haar echtgenoot
+was daarvoor niet te vinden. Hij vreesde, dan in moeilijkheden te komen.
+Sommigen mopperden al, dat Marasof, zoo heette de koopman, een gedeelte
+van den buit voor zich alleen behield, anderen daarentegen pruttelden,
+dat hij heulde met de vijanden van het vaderland. Mocht dat gemopper
+toenemen, dan was hij niet van plan het viertal nog langer te
+beschermen, maar zou hun het lot der andere gevangenen doen deelen.
+
+Dat zag er dus vrij bedenkelijk uit en daarom werd besloten, hoe eer
+hoe liever te vluchten. Daar er bij de ontzettende wanorde die in het
+terugtrekkende Fransche leger heerschte, voor Willem Stargardt niet het
+minste gevaar bestond er zich insgelijks bij aan te sluiten, zou ook hij
+mee gaan.
+
+Te middernacht kwam Willem, volgens afspraak, de deur ontgrendelen,
+waarop het viertal hem zoo stil mogelijk volgde. Na eenigen tijd met
+de grootste behoedzaamheid te zijn voort gegaan, bracht hij hen op een
+plaats waar een tweetal paarden, voor een Russische slede gespannen, aan
+een boom stond vastgebonden.
+
+Onder voorwendsel dat zijn meester plotseling naar het leger van Kutusof
+moest afreizen was het Willem gelukt om, zonder achterdocht te wekken,
+aan dat zoo hoognoodige voertuig te komen.
+
+Zij wisten, dat Ney met de achterhoede pas den 17den Smolensk mocht
+verlaten en hoopten dus, in den loop van den volgenden dag, diens leger
+te bereiken.
+
+Zoo snelden zij dus voort, in de richting van Krasnoé. Zij reden door
+een groot bosch. De tamelijk heldere nacht en de sneeuw op den grond
+maakten dat zij den weg zeer goed zien konden. Uren aanéén snelden zij
+voort en met het aanbreken van den dag hadden zij den zoom van het woud
+bereikt. Maar nu konden de paarden onmogelijk verder; de dieren waren òp
+van vermoeidheid.
+
+»Zouden wij de rest van den tocht maar niet te voet afleggen?" stelde
+Jakob voor. »Me dunkt, in den loop van den dag zullen wij het corps van
+Ney toch wel ingehaald hebben."
+
+»Mij best," zei moeder Jane. »Ik ben verstijfd van de koû en een flinke
+lichaamsbeweging zal goed doen!"
+
+»En de paarden?" vroeg Reinier.
+
+»Wel," zei Willem, »die zullen, zoodra zij uitgerust zijn, den weg naar
+huis wel weer terug vinden. En als de slee met de paarden weer behouden
+in 't dorp terug gekomen is, zullen de Russen een reden te minder
+hebben, om ons te vervolgen."
+
+Zij namen nu de weinige levensmiddelen die Willem des avonds had kunnen
+inladen en na zich overtuigd te hebben, dat er geen vijand te zien was,
+verlieten zij daarop het woud.
+
+Weldra behoefden zij geen oogenblik te twijfelen, of zij zich wel op den
+weg bevonden, dien het terugtrekkende Fransche leger genomen had, want
+de bodem van ieder ravijn bleek bezaaid met wapens, helmen, schako's,
+stukgeslagen kisten, kleedingstukken van allerlei aard, voertuigen en
+kanonnen; sommige omgevallen; andere bespannen met neergestorte paarden,
+waarvan er nog leefden en waarvan er half opgegeten waren.
+
+Ros, Jakob en Reinier zochten zich een geschikt wapen uit; Willem,
+vreezend dat zijn Russisch voorkomen hem bij het Fransche leger allicht
+in moeilijkheid kon brengen, hulde zich in een gescheurden mantel;
+daarop trokken zij weer voort.
+
+Op het midden van den dag maakten zij halt om wat uit te rusten en iets
+van hun levensmiddelen te nuttigen.
+
+Nauwelijks echter waren zij weer op marsch, of zij hoorden eensklaps een
+ontzettende ontploffing, gevolgd door het fluiten van tallooze kogels
+boven hun hoofd. Verschrikt bleven zij staan... Die ontploffing had
+plaats gehad vóór hen en in hun onmiddellijke nabijheid, op den weg zelf
+en--wonderlijk!--toch zagen zij nergens een vijand.
+
+Toen ze weer verder trokken vonden zij in een bocht van den weg twee
+Fransche batterijen die, met munitie en al, waren achtergelaten; tevens
+zagen zij over het naburige veld een bende kozakken vluchten, verschrikt
+over hun eigen vermetelheid, die batterijen in brand te hebben gestoken
+en over de geweldige ontploffing, die er het gevolg van was geweest.
+
+Zorgelijk vroegen zij elkander, wat er wel moest plaats gehad hebben,
+waardoor die algemeene ontmoediging ontstaan was en waarom men den
+vijand geheel bruikbare wapens had achtergelaten. Zou er dan zelfs geen
+tijd geweest zijn om de stukken te vernagelen en de munitie onbruikbaar
+te maken?
+
+Onder zulke kommervolle overdenkingen vervolgde het vijftal zijn weg.
+
+Tot nog toe hadden zij slechts de sporen gevonden van een rampzalige
+marsch. Thans echter was het anders geworden; wat zij nù zagen deed hun
+het ergste vermoeden, want zij kwamen aan een plek, waar de sneeuw rood
+zag van bloed, waar wapens, vuurmonden en verminkte lijken overal
+verspreid lagen. De gesneuvelden gaven nog de stelling der gelederen
+aan, hoe het gevecht had plaats gehad; zij toonden het elkander aan.
+'t Was niet de achterhoede van Ney maar het corps van prins Eugenius
+geweest, waarmee zij zelf, in den vroegen morgen van den 15den, uit
+Smolensk waren vertrokken. _Hier_ toch had de 14de divisie gestaan; aan
+de nummers der schako's konden zij zien, welke regimenten het waren
+geweest. Dáár had de Italiaansche garde gevochten; de uniformen der
+gesneuvelden wezen het aan.
+
+Maar wat zou wel het lot der overgeblevenen zijn geworden? Dit bloedige
+veld, die vele ziellooze lichamen, de volkomen stilte in die woestijn
+van ijs en dood; te vergeefs trachtten zij er uit te weten te komen, wat
+er van hun kameraden geworden was en wat hunzelf zou te wachten staan.
+
+Met spoed trokken zij die akeligheden voorbij; onverhinderd bereikten
+zij de achterhoede, juist toen ze bivakkeeren ging. Zij vernamen,
+hoe deze uit Smolensk vertrokken was met twaalf kanonnen, zesduizend
+bajonetten en driehonderd paarden, terwijl zij er vijfduizend zieken
+aan de edelmoedigheid van den vijand had moeten achterlaten. Ook
+hoorden zij, dat Ney, zonder de kanonnen van Platof's kozakken en
+het laten springen der vestingmuren, er nooit in zou geslaagd zijn, de
+zevenduizend achterblijvers te ontrukken aan die stad, waar zij tusschen
+de puinhopen een toevlucht hadden gevonden.
+
+De soldaten, vertelden, hoe zij met den maarschalk naar Krasnoé trokken;
+hoe zij alle overblijfselen van het leger op den weg voorbijkwamen; welk
+een treurigen aanblik dit opleverde; hoe een wanhopige massa menschen
+hen volgde en een andere troep die voor hen uitliep, door den honger
+gedreven, zijn schreden verhaastte.
+
+Een bleek maanlicht viel door de grijze wolken, toen de krijgslieden
+opnieuw opbraken. Geen tromgeroffel of trompetgeschal verried den
+afmarsch. In diepe stilte maakte men zich tot den moeilijken tocht
+gereed. Ieder oogenblik toch verwachtte men een vijandelijken aanval.
+
+Intusschen legde men verscheidene uren door de sneeuw af zonder op
+eenige wijze verontrust te worden. De koude bleek eenigszins minder,
+zoodat men er niet zooveel meer van te lijden had; het scheen zelfs,
+dat men dooiweer kon verwachten.
+
+Het corps was eindelijk een diep ravijn genaderd, waarin de weg
+afdaalde, om vervolgens weer tegen een uitgestrekte hoogvlakte op te
+loopen. Het was de hoogvlakte van Katova.
+
+»Herken je dit terrein?" vroeg Jakob aan Ros.
+
+De oude krijgsman keek opmerkzaam rond. De sneeuw toch had alles zoo'n
+geheel ander aanzicht gegeven. Niettemin zag hij spoedig, waar zij
+waren.
+
+»'t Is de plaats," zei hij, »waar wij, drie maanden geleden, Neverowskoi
+hebben overwonnen en aan den Keizer de veroverde kanonnen hebben
+getoond."
+
+»Wat dunkt je, zouden we vandaag wéér overwinnen?"
+
+Juist wilde Ros antwoorden, dat hij daar een zwaar hoofd in had, toen
+eenigen van den ongewapenden bijsleep, die vooruit waren geloopen, in
+groote haast terugkeerden. Zij riepen, dat de sneeuwvlakten zwart zagen
+van vijanden. In 't zelfde oogenblik kwam een Russisch officier, een
+witten doek wuivend, de hoogvlakte afrennen. Hij was alleen, richtte
+zich tot maarschalk Ney en ried hem, zich over te geven, doch kleedde
+zijn sommatie in de vleiendste termen.
+
+Hij kwam, verklaarde hij, namens Kutusof. Zijn veldmaarschalk zou zulk
+een wreed voorstel niet durven doen aan een krijgsman als hij, zoo hem
+nog een enkele kans tot redding was gebleven. Maar tachtigduizend Russen
+bevonden zich vóór hem en om hem heen; mocht hij er aan twijfelen, dan
+stond Kutusof hem toe, iemand te zenden, die de gelederen langs kon
+gaan en tellen.
+
+Nog eer de Rus uitgesproken had, donderde eensklaps een salvo uit
+veertig vuurmonden, die op de rechterflank van het vijandelijk leger
+waren opgesteld, waardoor een hagel van kartetskogels door de lucht
+vloog en de Fransche gelederen verscheurde.
+
+Onmiddellijk werpt een Fransch officier zich op den Rus, om hem als een
+verrader te dooden. Ney echter verhindert dat en roept den afgezant toe:
+»Een maarschalk van Frankrijk gééft zich niet over; men onderhandelt
+niet onder het vuur; u is mijn gevangene!"
+
+De ongelukkige officier, die door de onvoorzichtigheid der zijnen op
+deze wijze werd opgeofferd, gaf zijn degen gewillig over. Tegelijkertijd
+opende de vijand van alle zijden het vuur; alle hoogten, die er een
+oogenblik te voren nog doodsch en verlaten uitzagen, geleken eensklaps
+op werkende vulkanen. Doch Ney werd er door in geestvervoering gebracht;
+te midden van dat hevige vuur scheen die man van ijzer als in zijn
+element te zijn.
+
+Kutusof had hem niet bedrogen. Aan de Russische zijde stonden
+tachtigduizend man aaneengesloten, in diepe, dreigende colonnes,
+talrijke escadrons en een geduchte artillerie, die een sterke stelling
+had ingenomen; kortom een gansche legermacht. Aan de zijde der
+Franschen: vijfduizend soldaten, een uitgeputte, verbrokkelde colonne;
+een onzekere, slepende marsch; onvoldoende, vuile wapens, waarvan de
+meeste in die bevende, verzwakte handen niet veel kwaad meer konden
+doen.
+
+En evenwel dacht Ney er geen oogenblik aan zich over te geven, evenmin
+om te sterven; wel om dóór te dringen, zich er doorheen te slaan, zonder
+er bij in aanmerking te nemen dat hij een bovenmenschelijke poging
+waagde.
+
+Alléén, zonder eenigen steun, terwijl alles op hèm steunde, volgde
+hij slechts de ingeving van zijn krachtige natuur en handelde met het
+zelfvertrouwen van den overwinnaar, dien de gewoonte van zelfs in de
+meest onwaarschijnlijke gevallen de zege te behalen, het geloof
+geschonken had, dat hem àlles mogelijk was.
+
+Ricardo bevond zich aan het hoofd met vijftienhonderd man. Ney laat hem
+tegen den vijand aanrukken en de rest nakomen. Den weg volgende, daalt
+de divisie in het ravijn af, maar nauwelijks aan de andere zijde er
+weer uit te voorschijn komend, wordt zij door het vuur van de voorste
+vijandelijke linie bijna geheel vernietigd. Zonder zich hierover
+te verbazen of te veroorloven dat men er van ontstelt, verzamelt de
+maarschalk het overschot, vormt er een reserve van en rukt er zelf mee
+voorwaarts. Aan vierhonderd Illyriërs geeft hij last, den vijand op zijn
+linkerflank aan te vallen; hijzelf tast hem met drieduizend man in het
+front aan. Allen volgen hem. Zij vallen de voorste Russische linie aan,
+dringen er doorheen, jagen haar uit elkaar en zonder zich op te houden,
+willen zij zich op de tweede werpen, doch eer zij haar bereikt hebben,
+komt een regen van ijzer en lood hen te gemoet. In een oogenblik ziet
+Ney al zijn generaals gewond en de meesten zijner soldaten gedood; zijn
+verzwakte colonne wankelt, begint te aarzelen, gaat terug en sleept hem
+mee.
+
+Ney begrijpt, dat hij het onmogelijke heeft beproefd; hij wacht af,
+dat de vlucht der zijnen het ravijn tusschen hem en den vijand heeft
+geplaatst; het eenige wat hem redden kan. Zonder hoop en zonder vrees
+weet hij hen daar tot staan te brengen en deelt hen opnieuw in.
+Tegenover tachtigduizend man kan hij er slechts tweeduizend stellen;
+beantwoordt hij met zes kanonnen het vuur van tweehonderd!
+
+En toch scheen Kutusof als met traagheid geslagen.
+
+Er was slechts een uitbarsting van verontwaardiging van een enkel
+Russisch corps noodig geweest om er een einde aan te maken; allen
+vreesden echter, een beslissende handeling te doen; allen bleven op hun
+plek, met een slaafsche onbeweeglijkheid, alsof zij slechts stoutmoedig
+waren in het nakomen van bevelen en gehoorzamen hun eenige kracht was.
+
+Ook de Illyriërs waren in volkomen wanorde teruggekeerd. Kutusof, die
+meer op zijn kanonnen dan op zijn soldaten vertrouwde, trachtte thans
+van uit de verte de overwinning te behalen. Zijn vuur bestreek zoodanig
+het geheele terrein waar de Franschen zich bevonden, dat dezelfde kogel
+die een man in het eerste gelid trof, nog slachtoffers maakte bij de
+achterste voertuigen, waar zich de ongewapende mannen, vrouwen en
+kinderen bevonden.
+
+Onder dit moorddadige vuur sloegen de soldaten van Ney, die onbeweeglijk
+staan bleven, met verwondering hun aanvoerder gade; ieder oogenblik
+verwachtten zij van hem de uitspraak te hooren dat zij verloren waren,
+dat er niets meer aan te doen was. Zonder te weten waarom, bleven zij
+nochtans hopen, omdat zij te midden van dit uiterste gevaar hem daar
+zagen staan met een kalmte van gemoed, alsof er niets bijzonders
+gebeurde. Zijn gelaat stond zwijgend en beslist; hij hield het
+vijandelijk leger in 't oog dat zijn flanken hoe langer hoe verder
+uitbreidde om hem iederen uitweg af te sluiten.
+
+Door de invallende duisternis begon men de voorwerpen moeilijker te
+onderscheiden; de winter,--alleen in dit opzicht gunstig voor hun
+terugtocht,--deed den nacht reeds vroeg aanvangen. Ney had er op
+gewacht. Thans geeft hij aan zijn troepen bevel--op Smolensk terug te
+trekken!
+
+»Is de man krankzinnig geworden?" gromde de oude Ros.
+
+»Het begint er op te lijken," antwoordde Reinier. »Teruggaan en weer
+dieper de Russische wildernissen binnen dringen! Waarachtig, men moet
+wel aan den maarschalk zijn verstand beginnen te twijfelen!"
+
+»Nu," zei Jakob, die zich in dit oogenblik bij hen voegde, »je bent
+heusch de eenige niet, die er zoo over denkt. Zelfs zijn adjudant kon,
+naar ik hoor, zijn ooren niet gelooven; hij begreep er niets van; met
+een ontsteld gezicht bleef hij zijn chef sprakeloos aanstaren. Maar de
+maarschalk herhaalde dezelfde order nog eens; zijn stem klonk beslist en
+gebiedend; zijn omgeving werd er door gerust gesteld. Ik geloof dan ook
+vast en stellig, dat hij een doordacht plan heeft gevormd, dat hij een
+uitweg heeft gevonden."
+
+Na de eerste verbazing begon langzamerhand die overtuiging ook tot de
+andere soldaten door te dringen. Hoe kritiek de toestand ook was, zij
+kregen de zekerheid dat hij dien zou weten te beheerschen, en--zij
+gehoorzaamden. Zonder aarzelen keerden zij den rug naar hun leger, naar
+Napoleon, naar Frankrijk en trokken het noodlottige Rusland weer binnen.
+Hun achterwaartsche marsch duurde een uur; zij zagen het slagveld,
+aangeduid door de overblijfselen van het Italiaansche leger weer terug.
+Hier bleven zij staan en voegde de maarschalk, die alleen in de
+achterhoede was gebleven, zich weer bij hen.
+
+Zij volgden al zijn bewegingen. Wat zal hij gaan beginnen? En welk ook
+zijn voornemen mag zijn, hoe zal hij zijn schreden kunnen richten zonder
+gids, in een onbekend land?
+
+Doch hij, met zijn krijgsmansinstinct, begeeft zich naar een ravijn van
+zulk een diepte, dat er waarschijnlijk op den bodem een beek vloeit. Hij
+laat er de sneeuw opruimen en het ijs stuk slaan. Toen, den loop van het
+water nagaande, roept hij uit: »Het is een zijstroom van den Dnieper,
+hij zal ons tot gids dienen; hem moeten wij volgen totdat hij ons aan
+de rivier brengt; wij zullen haar overtrekken; onze redding is op den
+anderen oever."
+
+Hij laat nu onmiddellijk, in de aangewezen richting, den nachtelijken
+marsch vervolgen. Op eenigen afstand van den grooten weg, dien hij nu
+verlaten heeft, doet hij halt houden in een dorp, verzamelt er zijn
+troep en laat vuren aanleggen, alsof hij er bivakkeeren wil. De kozakken
+die hem volgden, doet hij dit ten minste gelooven en zonder twijfel gaan
+zij Kutusof reeds inlichten omtrent de plaats waar den volgenden dag een
+Fransch veldmaarschalk zijn wapen zal overgeven.
+
+Ney echter laat den marsch voortzetten. Intusschen waren zijn Polen op
+onderzoek uitgegaan. Een kreupele boer bleek de eenige bewoner dien zij
+konden ontdekken. Toch was dit een onverhoopt geluk. Hij deelde mee, dat
+de Dnieper slechts een mijl daarvandaan stroomde, doch dat hij niet te
+doorwaden was, wijl het ijs niet vast zat.
+
+»Dat zal het wel," antwoordt Ney en toen men hem er opmerkzaam op
+maakte dat het was gaan dooien, liet hij er op volgen: »Het doet er niet
+toe; we zullen er toch wel over komen; een anderen uitweg hebben we
+niet!"
+
+Tegen acht uur kwam men aan een dorp; het ravijn hield hier op en de
+kreupele moejik die aan het hoofd marcheerde, bleef staan en wees op
+de rivier. Ney en de eersten die hem volgden, begaven zich er heen.
+De ijsschotsen bleken hier door een scherpe bocht tusschen de oevers
+bekneld geraakt, de winter had ze aan elkaar doen vriezen; doch alleen
+op _dit_ punt:--beneden- en bovenwaarts er van was de rivier in
+beweging. Deze vreugdevolle ontdekking werd echter weldra gevolgd door
+een gevoel van ongerustheid: Dit ijsvlak kon van een bedriegelijke
+sterkte zijn.
+
+Jakob Stargardt bood aan, zich er op te wagen ten einde dat te
+onderzoeken. Men zag hem met moeite den anderen oever bereiken. Hij kwam
+terug en meldde, dat de menschen en misschien eenige paarden er over
+konden, doch het overige zou men moeten achterlaten; bovendien moest men
+zich haasten, wijl door den dooi het ijs al tamelijk dun was geworden.
+
+Doch daar men bij dezen nachtelijken tocht zoo stil mogelijk te werk had
+moeten gaan en buiten de wegen had moeten marcheeren, was die colonne
+van uitgeputte mannen, van gewonden en vrouwen met hun kinderen, uit
+elkaar geraakt, waren er groote tusschenruimten ontstaan en had men in
+de duisternis niet altijd elkanders spoor kunnen volgen. Zoo bemerkt Ney
+dan ook, dat hij slechts een gedeelte van zijn troep bij elkaar heeft.
+Hij stond daarom drie uren toe, om zich te verzamelen en zonder zich
+te laten beheerschen door ongeduld of door gevaar dat dit wachten
+kon opleveren, wikkelde hij zich in zijn mantel en bracht die drie
+gevaarlijke uren door aan den oever der rivier in een diepen slaap; hij
+toonde dat hij het gestel bezat van een buitengewoon man; een sterke
+ziel in een krachtig en volkomen gezond lichaam.
+
+Eindelijk, tegen middernacht, begon de overtocht, doch de eersten die
+zich van den wal hadden verwijderd waarschuwden, dat het ijs onder hen
+boog en wegzakte; dat zij tot aan de knieën in het water liepen en het
+duurde dan ook niet lang, of men hoorde dien zwakken bodem aan alle
+zijden op een onrustbarende wijze kraken, welk geluid zich tot in de
+verte voortplantte, alsof de rivier kruien ging.
+
+Verschrikt bleven allen staan.
+
+Ney gelastte, dat men er slechts één voor één over mocht; behoedzaam
+schreed men nu voorwaarts, in de duisternis dikwijls niet wetend of men
+den voet zette op een ijsschots of in een tusschenruimte. Op sommige
+plaatsen moest men over breede scheuren heen en van de eene schots op
+de andere springen, op gevaar af van tusschen die beide in te vallen en
+voor goed te verdwijnen. De voorsten aarzelden, doch van achteren riep
+men hun toe zich te haasten.
+
+Als men dan na veel inspanning en gevaar den anderen oever had bereikt
+en zich gered dacht, had men nog tegen een steile helling op te
+klauteren, die geheel bedekt was met ijs, wat het beklimmen bijna
+onmogelijk maakte. Verscheidenen gleden weer naar beneden en kwamen
+terecht op het ijs, dat door dien val brak of waardoor zij zelf iets
+braken.
+
+Jakob Stargardt had zich naar den ongewapenden bijsleep van het corps
+begeven, waar hij zijn moeder en zijn broer Willem wist. Afgrijselijk
+was hier de ontsteltenis en de wanhoop der vrouwen en zieken nu zij, met
+hun bagage, het overschot moesten achterlaten van al hun bezittingen,
+van hun levensmiddelen, kortom van hun hulpbronnen, zoowel voor nu als
+voor de toekomst. Jakob zag ze hun eigen bezittingen plunderen,
+voorwerpen uitzoeken, wegwerpen en weer opnemen en eindelijk van
+uitputting en wanhoop op den bevroren oever neerzijgen.
+
+Toen Jakob er eindelijk in geslaagd was, Willem en zijn moeder te
+vinden, geleidde hij beiden door de steeds toenemende verwarring naar de
+plaats, waar men de rivier over moest. En nu ving ook voor hen de
+angstwekkende, gevaarvolle tocht aan.
+
+Na ontzettende inspanning bereikten zij echter, één voor één, behouden
+den anderen oever. Maar nog rilden zij bij de herinnering aan hun
+omzichtige schreden en noodwendige sprongen op die verraderlijke
+ijsvlakte, aan het gekraak als er van hun tochtgenooten uitgleden en
+vielen, aan de angstkreten dergenen die er doorzakten en--wat het ergste
+was--de wanhoopskreten der gewonden, die van hun voertuigen, welke men
+over dezen zwakken overgang niet durfde te wagen, de handen uitstrekten
+naar hun metgezellen en hun smeekten om hen toch niet achter te laten.
+
+Eindelijk besloot Ney het te beproeven en eenige voertuigen met deze
+ongelukkigen over te brengen. Doch in het midden der rivier gekomen, kon
+het ijs den last niet meer dragen en brak... Aan den oever hoorde men
+hun hartverscheurende en gillende angstkreten... daarna eenig steunen
+dat weldra uitstierf...; eindelijk een huiveringwekkende stilte... Allen
+waren in de diepte verdwenen!
+
+Sedert den vorigen dag waren vierduizend achterblijvers en drieduizend
+soldaten dood of vermist; alle kanonnen en de bagage was verloren;
+nauwelijks bleven er van Ney nog een drieduizend strijders over en
+evenveel achterblijvers.
+
+Nadat al die verliezen waren geleden en alles wat den anderen oever
+had kunnen bereiken weer verzameld was, werd de marsch voortgezet; de
+verraderlijke stroom was nu hun bondgenoot en gids geworden.
+
+Op goed geluk af en tastende ging men verder. Plotseling gleed Jakob uit
+en kwam op den grond terecht. Hij ontdekte nu, dat de weg reeds begaan
+was en deelde zijn bevinding met bezorgdheid aan Reinier en Ros mee. Zij
+bukten zich, voelden met hun handen over den grond en riepen verschrikt
+dat zij versche sporen vonden van een groote menigte kanonnen en
+paarden.
+
+»We hebben dus het eene vijandelijke leger slechts ontloopen," zuchtte
+Reinier, »om het andere te gemoet te gaan!"
+
+»Nauwelijks zijn we in staat ons nog voort te sleepen, en nu moeten we
+zoowaar al weer vechten!" klaagde Ros.
+
+»Moet het dan overal oorlog wezen!" riep Jakob moedeloos.
+
+In ieder geval, men diende den maarschalk te waarschuwen en Jakob bracht
+hem rapport van zijn bevinding. Ney echter werd er in 't minst niet door
+getroffen en zijn aarzelende manschappen voorwaarts drijvende, volgde
+hij koelbloedig het dreigende spoor.
+
+Het voerde hem naar een dorp, Gusina genaamd, waar men onverhoeds
+binnenviel, zich van alles wat er zich bevond meester maakte en waar men
+alles aantrof wat men noodig had, hetgeen sedert Moscou niet voorgekomen
+was: bewoners, levensmiddelen, warme huizen en een honderdtal kozakken
+die als gevangenen ontwaakten. Hun mededeelingen en de noodzakelijkheid
+om wat rust te genieten alvorens verder te kunnen gaan, deden Ney
+besluiten er eenigen tijd te vertoeven.
+
+Omstreeks tien uur in den morgen had men twee andere dorpen bereikt en
+was er gaan uitrusten, toen men eensklaps in de omliggende bosschen
+overal beweging bemerkte. Terwijl men elkaar waarschuwt en zich
+verzamelt in het gehucht dat het dichtst bij den Dnieper gelegen was,
+komen duizenden kozakken tusschen de boomen te voorschijn en omsingelen
+dezen ongelukkigen troep met hun lansen en kanonnen.
+
+Het was Platof met zijn geheele bende, die den oever van den Dnieper
+volgden. Zij hadden het dorp in brand kunnen steken, den zwakken troep
+van Ney er uitjagen en afmaken, doch in plaats daarvan bleven zij drie
+uren lang onbewegelijk staan; men wist niet waarom. Later vernam
+men, dat zij geen orders ontvangen hadden; dat hun aanvoerder op dat
+oogenblik niet in staat was ze te geven en dat men in Rusland niets op
+eigen verantwoording ondernemen durfde.
+
+De houding van Ney hield hen in toom; hij met enkele soldaten waren
+daartoe voldoende; zelfs gaf hij de overigen gelegenheid, om met hun
+maaltijd voort te gaan. Tegen den nacht gaf hij bevel, om zoo stil
+mogelijk op te breken, elkaar voorzichtig te waarschuwen en gesloten te
+blijven. Daarop zetten zij zich in beweging, doch de eerste schrede die
+zij deden was als een signaal voor den vijand; zijn stukken gaven vuur
+en al zijn escadrons kwamen te gelijk te voorschijn.
+
+Ney wist echter den oever van den Dnieper te bereiken, waardoor althans
+zijn linkerflank aangeland was; aldus marcheert hij voorwaarts, van het
+eene bosch naar het volgende en van de eene terreinplooi naar de andere
+en van alle verhevenheden in het terrein gebruik makende. Dikwijls is
+hij genoodzaakt zich van den stroom te verwijderen, wat Platof dan
+gelegenheid geeft hem van alle zijden in te sluiten.
+
+Zoo bleven gedurende twee dagen en onder het afleggen van twintig
+mijlen, voortdurend zesduizend kozakken heenzwermen om de flanken der
+colonne, die tot vijftienhonderd gewapenden inkromp.
+
+De nacht bracht eenige ontspanning aan; met een zeker gevoel van vreugde
+zag men dan ook de duisternis te gemoet, als iemand ook maar een
+oogenblik achterbleef om van een kameraad die gewond of uitgeput
+neerviel, een laatste afscheid te nemen, liep men veel kans het spoor
+der anderen kwijt te raken. Er waren dan ook wreede oogenblikken,
+en wanhopige tooneelen vielen er voor; evenwel, schoon hongerig en
+doodelijk afgemat, bereikte men ten laatste toch Orcha, waar, na
+bloedige gevechten, de deerlijk gehavende Corpsen van Napoleon, Prins
+Eugenius en Davoust reeds vroeger waren aangekomen. De Keizer was er
+binnengetreden met zesduizend man gardetroepen, het overschot van vijf
+en dertig duizend; Eugenius met achttienhonderd man, het overschot van
+twee en veertig duizend; Davoust met vierduizend, het overschot van
+zeventig duizend!
+
+Zelf had deze maarschalk alles verloren; hij bezat geen linnengoed
+meer en was uitgehongerd. Gretig nam hij een brood aan, dat een zijner
+wapenbroeders hem aanbood en verslond het als 't ware. Men gaf hem een
+zakdoek om zijn gezicht, dat bedekt was met rijm, te kunnen afvegen. Hij
+riep uit, dat alleen menschen van ijzer tegen dergelijke lotgevallen
+bestand waren, dat het uithoudingsvermogen zijn grenzen had en de
+grenzen der menschelijke kracht overschreden waren.
+
+Te Orcha echter trof men vrij goed gevulde magazijnen met levensmiddelen
+aan, verder een pontontrein van zestig pontons met toebehooren, die
+echter alle op Napoleons bevel verbrand moesten worden, en zes en dertig
+bespannen vuurmonden, welke verdeeld werden tusschen Davoust, Eugenius
+en Maubourg.
+
+Het rampzalige overschot van Ney's troepen werd met vreugde verwelkomd,
+want men had den maarschalk reeds verloren geacht. Zoo spoedig
+mogelijk werden de uitgeputte manschappen onder dak gebracht en van
+levensmiddelen voorzien. Om den bijsleep van het corps werd echter niet
+gedacht en zonder Jakob Stargardt en zijn beide vrienden zouden moeder
+Jane en Willem er dan ook slecht aan toe geweest zijn. Thans werd
+natuurlijk voor beiden behoorlijk gezorgd.
+
+Toen Napoleon, die zich alweer op twee mijlen van Orcha bevond, de
+tijding vernam dat Ney terecht was, sprong hij op van blijdschap en
+riep: »Ik heb dus mijn vleugels gered! Drie millioen uit mijn eigen kas
+had ik willen geven, om het verlies van zulk een man te voorkomen!"
+
+
+
+
+Veertiende Hoofdstuk.
+
+De doodssnik van het Groote Leger.
+
+
+Den 22sten November begon voor het Fransche leger de vermoeiende
+marsch van Orcha naar Borizof. De weg was bedekt met smeltende sneeuw,
+waaronder een dikke modderlaag. De zwakkeren waren niet in staat er
+doorheen te komen; velen bleven liggen. Allen, die te Smolensk in de
+verwachting dat de vorst niet zou ophouden, hun wagens tegen sleden
+hadden verwisseld en nu niet verder konden, vielen in handen der
+kozakken.
+
+Het leger van Oudinot, dat niet naar Moscou was geweest, maar toch
+eveneens terug had moeten trekken, zou thans de voorhoede vormen. Den
+volgenden morgen, op drie mijlen voor Borizof, stootte deze maarschalk
+op de Russische voorhoede, die hij krachtig terugwierp, waarbij hem een
+heele bagage-trein van den vijand in handen viel. Meer dan duizend
+bespannen wagens met levensmiddelen en uitrustingstukken van allerlei
+aard werden zijn buit. Reusachtig was de hoeveelheid ham, worst, gerookt
+vleesch, scheepsbeschuit, die werd gevonden. En dan die duizenden paren
+schoenen! Verscheidene soldaten hebben zich toen voor vijf en twintig
+dagen van voedsel voorzien. Dit, en de buitgemaakte schoenen hebben
+menig armen krijgsman het leven gered.
+
+Ongelukkig genoeg werd echter door het overschot van dit corps, bij het
+doortrekken van Borizof, de brug over de Berezina vernield. Napoleon
+zelf bevond zich nog op drie dagmarschen van de stad, toen hem de ramp
+bericht werd. Hij stampte met zijn stok op den grond van woede. Daarop
+liet hij zich de positie van Borizof beschrijven. Men verzekerde hem,
+dat op dit punt de Berezina niet alleen een rivier, doch een meer was
+van drijvende ijsschotsen; dat de brug een lengte had van driehonderd
+vademen en deze zoodanig vernield was, dat herstelling ondoenlijk bleek
+en een overgang daardoor onmogelijk.
+
+De Keizer zag zich thans van alle kanten ingesloten en opdat geen zijner
+standaards als zegeteeken in handen van den vijand mocht vallen, liet
+hij de adelaars van alle corpsen verzamelen en verbranden.
+
+Den 24sten vernam Napoleon, dat de overtocht alleen mogelijk zou zijn
+bij Studianka, waar de stroom slechts 54 voet breed en zes voet diep is,
+doch dat men op den anderen oever in een moeras terecht kwam, onder het
+vuur van den vijand, die daar een zeer overheerschende stelling had
+ingenomen.
+
+De Keizer begaf zich nu onverwijld met zijn leger in de donkere en
+uitgestrekte bosschen van de provincie Minsk, waar slechts enkele
+gehuchten en ellendige woningen hier en daar nauwelijks een open ruimte
+hadden gelaten. Het kanon van Witgenstein deed zich daar hooren. Deze
+Rus, van het Noorden komend, trok op de rechterflank van het stervende
+leger aan; tevens begon het weer te vriezen. Het dreigend kanongebulder
+verhaastte den tocht. Veertigduizend mannen, vrouwen en kinderen volgden
+het leger door deze bosschen, zoo snel als hun zwakte en het ijs dat
+zich weer vormde, hun veroorloofde.
+
+Deze geforceerde marschen, die bij het aanbreken van den dag begonnen
+en bij het vallen van den avond nog niet ophielden, deed den weinigen
+samenhang, die er nog bestond, geheel verdwijnen. In de duisternis dier
+onmetelijke bosschen en der lange nachten, raakte men elkander kwijt.
+Des avonds werd er halt gehouden; tegen het aanbreken van den dag begaf
+men zich weer op marsch, in de duisternis, op den gis en zonder het
+signaal af te wachten; wat er nog van de corpsen overgebleven was, bleek
+niet meer bijeen te krijgen; in de grootste verwarring liep alles door
+elkaar.
+
+In dit laatste stadium van verzwakking en wanorde in de nabijheid van
+Borizof gekomen, hoorde men in de verte luide kreten. Het was het leger
+van Victor, dat door Witgenstein langzamerhand naar de rechterzijde van
+de Fransche hoofdarmee toegedrongen was. Het wachtte het voorbijtrekken
+van Napoleon af. Dit leger bestond nog in zijn geheel en verkeerde in
+een goeden toestand. Het zag zijn Keizer terug en begroette hem met den
+gebruikelijken uitroep, die bij Napoleons krijgers zelf reeds lang
+vergeten was.
+
+Men was daar van hun tegenspoeden onkundig gebleven; zij waren
+zorgvuldig verborgen gehouden; zelfs voor de officieren.
+
+Toen zij dan ook in plaats van het zegevierende leger van Moscou,
+achter Napoleon dien sleep van uitgeputte gedaanten ontwaarden, gekleed
+in lompen, vrouwenpelzen, stukken tapijt of smerige mantels, verschroeid
+door het bivakvuur en vol gaten, terwijl de meesten hun voeten hadden
+omwikkeld met vodden van allerlei aard, werden zij er ten hoogste door
+ontsteld. Met schrik zagen zij die ongelukkige, uitgemergelde soldaten
+voorbijtrekken, met vuile gezichten, afschuwelijke baarden, zonder
+wapens, zonder schaamte, zich met moeite voortslepende, met hangende
+hoofden, de oogen op den grond gevestigd, zwijgend als een troep
+gevangenen.
+
+Wat het meest verwondering wekte, was het zien van de talrijke
+verspreide, alleenloopende kolonels en generaals, die zich enkel met
+zichzelf bemoeiden en wier eenig doel nog was, hun persoon te redden;
+zij marcheerden te midden van soldaten, die hen niet eens bemerkten, die
+zij niets meer te bevelen hadden; alle banden waren verbroken, alle
+rangen uitgewischt door de ellende.
+
+De soldaten van Victor konden hun oogen niet gelooven. Hun officieren,
+door medelijden bewogen, hielden met tranen in de oogen hun kameraden,
+die zij herkenden, staande. Zij ondersteunden dezen met levensmiddelen
+en kleeren; vroegen hun waar hun corps was gebleven. En wanneer het hun
+dan gewezen werd, zagen zij in plaats van zooveel duizend man, slechts
+een zwak peloton officieren en onderofficieren om een chef; zij moesten
+er nog naar zoeken.
+
+En evenwel twijfelden zelfs de ongewapenden, de stervenden niet aan de
+overwinning, hoewel zij er niet onkundig van waren, dat zij een rivier
+over moesten en zich door een nieuwen vijand hadden heen te slaan.
+
+Het was niet meer dan de schaduw van een leger, doch het was de schaduw
+van het Groote Leger. Men voelde zich slechts overwonnen door de natuur.
+Het gezicht van hun Keizer gaf hun nog vertrouwen. Sedert lang was men
+al niet meer gewend op hem te rekenen om te kunnen leven, doch wel om te
+overwinnen. Het was de eerste noodlottige veldtocht, en er waren zoovele
+gelukkige gevoerd. Als men nog maar de kracht had om hem te volgen, kon
+hij alleen hen nog redden.
+
+In de achterhoede marcheerde thans de generaal Victor met vijftien
+duizend man; de voorhoede van vijfduizend man, onder Oudinot, was reeds
+tot aan de Berezina genaderd; de Keizer bevond zich tusschen beiden in
+met zevenduizend man, veertigduizend achterblijvers en een langen sleep
+van voertuigen en artillerie. Zoo bereikte het leger de Berezina.
+
+Onder bevel van den generaal der genie Eblé rukt nu het overschot der
+pontonniers, ongeveer vierhonderd man, benevens enkele sappeurs, naar de
+aangewezen plaats voor den overtocht, om hier het werk, door Oudinot's
+mannen reeds begonnen, te voltooien. Van het pontonmateriaal, dat
+men bij Orcha op Napoleon's bevel moest vernielen, had Eblé zes
+voorraadwagens met gereedschap, spijkers, klampen, in één woord al de
+benoodigdheden voor den bouw van twee schraagbruggen, benevens twee
+veldsmidsen, alle voertuigen goed bespannen, alsmede twee karren met
+steenkolen weten te redden. De huizen van Studianka zouden het noodige
+hout leveren.
+
+In den namiddag van den 25sten kwam dit detachement ter plaatse aan.
+Een compagnie was bij Oukoholda achtergelaten, die al het mogelijke
+moest doen om den vijand van Studianka weg te lokken en in den waan te
+brengen, dat men bij eerstgenoemde plaats den overgang beproeven wilde.
+Deze schijnbeweging, meesterlijk uitgevoerd, had het gewenschte
+resultaat; de vijand liet zich er door verschalken.
+
+Napoleon, in zijn ongeduld, had verlangd dat de bruggen nog dien avond
+gereed zouden zijn. Met geen mogelijkheid echter kon hieraan worden
+voldaan, want ondenkbaar waren de moeilijkheden, waarmee de pontonniers
+bij hun arbeid hadden te kampen. Vermits er hoegenaamd geen vaartuig
+voor handen was, moesten zij vier aan vier telkens met een schraag te
+water gaan en deze in de modderige en ongelijke rivierbedding zóódanig
+bevestigen, dat de kopstukken van al de schragen zich in hetzelfde vlak
+bevonden om het daarover te brengen dek de vereischte horizontale
+richting te geven. Het kostte een ongehoorde inspanning. Want tot
+overmaat van ongeluk was, door het wassen van de rivier, de doorwaadbare
+plaats zoo goed als geheel verdwenen. De beklagenswaardige kerels
+moesten soms tot aan den hals in het water de ijsschotsen van zich
+afhouden, die met den stroom kwamen afdrijven. Verscheidenen hunner
+stierven reeds onder den arbeid van koude of werden door het ijs, dat
+door den hevigen wind werd voortgestuwd, reddeloos meegesleept.
+
+Eblé is later te Koningsbergen van uitputting gestorven. Van zijn
+dapperen, meerendeels Hollanders, hebben geen twaalf het vaderland
+teruggezien. Opgeofferd hebben zij zich, die mannen! Zij hadden dan ook
+met alles te kampen, behalve met den vijand. Het weer was juist streng
+genoeg om den overtocht zoo bezwaarlijk mogelijk te doen zijn, zonder
+dat het ijs er door ging vastzitten of dat het moerassige terrein waarin
+men terecht kwam, er meer vastheid door verkreeg.
+
+Twee bruggen zouden worden geslagen, ongeveer tweehonderd meter van
+elkander, de rechter voor de ruiters en de voetgangers, de andere voor
+de voertuigen en het geschut. Hoewel zij geen ander voedsel kregen
+dan een stuk gekookt paardevleesch zonder zout, hoewel het water zich
+op hun armen, beenen en borst als ijskorsten vastzette en hun hevige
+pijn veroorzaakte, bleven de pontonniers onafgebroken aan het werk.
+Drieentwintig schragen werden voor elke brug te water gebracht, waarover
+vervolgens een dekvloer werd gelegd van balken en planken, die echter de
+vereischte afmetingen niet hadden en dus nieuwe moeilijkheden gaven. Met
+boomschors, hennep en hooi werd eindelijk de dekvloer belegd, om sterkte
+en samenhang te geven aan het geheel.
+
+Den volgenden dag, om één uur, was de eerste brug voltooid; de overtocht
+kon beginnen. Een divisie kurassiers opende den trein, dan kwamen drie
+Zwitschersche regimenten. De enkele kozakkenposten, die zij aantroffen,
+werden over de kling gejaagd of verstrooid. Op ernstigen weerstand werd
+aanvankelijk nergens gestooten.
+
+Onafgebroken werd de overtocht nu voortgezet. Op den rechteroever kwam
+Oudinot al spoedig in gevecht met een Russische divisie, welke zich in
+allerijl tegenover hem begon te ontwikkelen doch teruggedreven werd.
+Zembin met de lange bruggen door het moeras aldaar werd vervolgens
+bezet. De veilige terugtocht van het Fransche leger was hiermee
+voorloopig verzekerd.
+
+Om vier uur was ook de andere brug gereed. De zwakke constructie, het
+gebrekkige materiaal, de slappe bodem en de geweldige vrachten die zij
+te torschen kreeg waren echter oorzaak, dat zij in de volgende dagen bij
+herhaling onbruikbaar werd; dat stukken er van met schragen, voertuigen
+en al, door het water werden verzwolgen en dat de pontonniers telkens
+uit hun welverdienden slaap moesten opgewekt worden, om weer in het
+ijskoude water af te dalen en de schade te herstellen. De eerste brug
+behield haar samenhang onder den last der overtrekkende troepen; maar
+herhaaldelijk moest de dekvloer hersteld worden, wijl de paarden er
+doorheen trapten.
+
+Intusschen had Maarschalk Victor in last, om met zijn corps den
+overtocht tegen de aanvallen der Russen te beschermen. Zijn generaal
+Partouneaux was met een divisie in Borizof door hem achtergelaten om er
+den aandringenden vijand te keeren, de talrijke achterblijvers die zich
+in de stad bleven ophouden, voor zich uit te drijven en zich tegen den
+avond weer met het corps van Victor te vereenigen. Tot deze divisie
+behoorden ook twee Hollandsche regimenten en Ros, alsmede Jakob
+Stargardt en Reinier Vermaat, de beide ritmeesters zonder ruiterij,
+waren met nog andere Hollanders, daarbij ingedeeld. Willem en moeder
+Jane, in de verwachting daar veiliger te zijn dan onder de tallooze
+ongewapende achterblijvers, hadden zich bij deze Hollandsche krijgsmacht
+aangesloten. Zij vermoedden niet, evenmin als de soldaten zelf het
+deden, dat deze troepen bestemd waren om opgeofferd te worden.
+
+In den namiddag bemerkte Partouneaux, dat de voorhoede van Witgenstein
+reeds tot op den weg tusschen Borizof en Studianka was doorgedrongen,
+en dat hij dus was afgesneden. Ofschoon hij slechts over drie kanonnen
+en 3500 man beschikken kon, besloot hij onmiddellijk, zich er doorheen
+te slaan; hij nam zijn maatregelen en begaf zich op marsch.
+
+Aanvankelijk had hij te kampen met een glibberigen weg, die geheel
+ingenomen was door voertuigen en vluchtelingen, met een hevigen,
+ijskouden wind waar men recht tegen in moest, bovendien met de
+duisternis. Weldra kwamen nog duizenden schoten van den vijand, die de
+hoogten aan zijn rechterhand bezet had, zijn tegenspoed vermeerderen.
+Zoolang hij van terzijde werd beschoten, bleef hij zijn marsch
+vervolgen, doch het duurde niet lang of hij ontving ook vuur in front
+van een talrijken vijand, die zich daar opgesteld had en wiens kogels
+niet alleen het hoofd maar ook den staart zijner colonne troffen.
+
+De ongelukkige divisie bevond zich in de laagte; een lange trein
+van vijf- tot zeshonderd voertuigen belemmerden zijn bewegingen;
+zevenduizend achterblijvers, huilende van ontzetting en wanhoop, drongen
+zich tusschen zijn zwakke gelederen. Zij verbraken ze, veroorzaakten
+wanorde in de pelotons en sleepten in hun verwarring nieuwe soldaten
+mee, die den moed begonnen te verliezen. Om zich te verzamelen en een
+betere opstelling te zoeken, moest men weer omkeeren, doch hierdoor
+stootte men op de kozakken van Platof.
+
+Reeds was de helft der soldaten bezweken, terwijl de vijftienhonderd
+overblijvenden zich ingesloten zagen door drie legers en een rivier.
+Toch wil Partouneaux nog een laatste poging wagen en zich een bloedigen
+weg naar de bruggen banen.
+
+Dáár ontvangt hij uit zijn voorhoede de tijding, dat de bruggen bij
+Studianka in brand staan. Partouneaux gelooft dit onjuiste bericht,
+hij acht zich verlaten, overgeleverd en laat nu zeggen dat men, onder
+begunstiging van de duisternis, bij kleine groepjes langs 's vijands
+flank moet trachten te ontkomen.
+
+Jakob Stargardt en de zijnen behoorden dien ten gevolge tot een groep
+van een man of vijftien, die een steile, boschrijke hoogte hadden
+beklommen, hopende in het donker door het leger van Witgenstein heen te
+kunnen sluipen en zich met Victor te vereenigen.
+
+Doch waar zij zich ook wenden, van alle kanten bespeuren zij den vijand.
+Lange colonnen van voertuigen en benden ordelooze soldaten vluchtten
+langs verschillende richtingen naar Studianka. De kleine schare, door
+een dezer meegesleept, vergiste zich in den weg en daar zij zoodoende
+den weg dien het leger gevolgd had rechts lieten liggen, kwamen zij
+geheel bij toeval aan den oever der Berezina. Zij hóórden het aan het
+op elkander schuren der ijsschotsen. Zij volgden nu de rivier langs al
+haar bochten en begunstigd door het gevecht van hun minder gelukkige
+kameraden, door de duisternis en zelfs door de moeilijkheden in het
+terrein, wisten zij in stilte den vijand te ontkomen. Veilig bereikten
+zij de plaats van overgang, maar op dat oogenblik heerschte daar de
+afschuwelijkste verwarring.
+
+Het Groote Leger had twee dagen en twee nachten beschikbaar gehad voor
+den overtocht. In den eersten nacht was de brug voor de voertuigen
+tweemaal stuk geraakt; bij gebrek aan bouwstoffen had dit den overtocht
+zeven uur vertraagd. Omstreeks vier uur in den namiddag van den 27sten
+brak zij voor de derde maal. Opnieuw werd zij hersteld. Maar in plaats
+van den overtocht nu voort te zetten, bleven de bruggen geheel verlaten.
+De achterblijvers hadden zich naar het dorp Studianka teruggetrokken; al
+de houten huizen waaruit het bestond gesloopt en alzoo het geheele dorp
+in een onmetelijk bivak veranderd. Honger en koude hadden er die
+ongelukkigen heen getrokken. Het was onmogelijk hen er vandaan te
+krijgen en zoo ging opnieuw weer een gansche nacht voor den overtocht
+verloren.
+
+Toen, in den morgen van den 28sten, deden plotseling de vereenigde
+Russische legers op de armzalige krijgsmacht der Franschen een hevigen
+aanval. De achterblijvers, bevangen door een wilden schrik, vluchtten
+thans in dolzinnige haast naar de bruggen. Van alle zijden drongen zij
+op elkaar in en weldra vormde die ontzettende menigte daar aan den
+rivieroever, met de talrijke paarden en voertuigen, een geweldige
+versperring. Tegen den middag sloegen de eerste vijandelijke kogels in
+dien chaos neer; zij waren het signaal tot een algemeene wanhoop.
+
+Het was in dit oogenblik, dat de kleine troep van Jakob Stargardt en de
+zijnen het terrein van den overgang was genaderd. Dicht aaneengedrongen
+bleven zij aanvankelijk stilstaan op den oever, met angstige bezorgdheid
+het gunstige oogenblik bespiedend, om zich te midden van den golvenden
+stroom van menschen, paarden en voertuigen te wagen, die aanhoudend naar
+de bruggen vloeide.
+
+Zij zagen hoe sommigen, woedend en niets ontziende, zich met de sabel in
+de hand een afschuwelijken doortocht openden. Anderen zagen zij een nog
+wreeder weg zich banen; met hun voertuigen reden zij onbarmhartig door
+die menigte van rampzaligen heen, die zij verpletterden. Door walgelijke
+hebzucht gedreven, offerden zij hun metgezellen in het ongeluk op, ter
+wille van hun bagage. Anderen, door een weerzinwekkende vrees bevangen,
+schreiden, jammerden en bezweken; de schrik had hun laatste krachten
+uitgeput.
+
+Huiverend van koude bracht ons troepje verscheidene uren door met op en
+neer van de eene brug naar de andere te gaan en twintig en meermalen,
+dicht aaneengedrongen, opnieuw den overtocht te beproeven. Maar iederen
+keer weken zij terug, wanneer een nieuwe onweerstaanbare menschenmassa
+vooruit stroomde en het ontzettend gedrang nog vermeerderde.
+
+Velen van die zich vooraan bevonden in die massa vertwijfelden en van de
+brug afgedrongen werden, beproefden haar langs de kanten te beklimmen,
+doch de meesten kwamen in het water terecht. Zij zagen vrouwen met hun
+kinderen in de armen te midden van ijsschotsen, hen omhoog heffende
+naarmate zij zonken; reeds ondergedompeld, trachtten zij ze nog met hun
+verstijfde armen boven water te houden.
+
+Te midden van die ontzettende verwarring zakte de brug voor de
+artillerie in elkaar. Zij, die er zich op bevonden, wilden terugkeeren,
+de ontzaggelijke menschenstroom die achter hen was en het ongeluk niet
+bemerkte, luisterde niet naar de angstkreten der voorsten, drong hen
+vooruit en in de opening, waar zij op hun beurt in geduwd werden. Toen
+snelde alles naar de andere brug. Een groot aantal kruitwagens, zware
+voertuigen en vuurmonden kwamen van alle zijden aanrijden. Door hun
+geleiders voortgedreven, reden zij van een steile, oneffen helling in
+sterken gang plotseling door die menschenmassa heen, vermorzelden de
+ongelukkigen die zich in hun weg bevonden, terwijl anderen door den
+schrik van de been geraakten en in hun val sloegen en grepen naar
+degenen die in hun nabijheid waren. Geheele rijen radelooze menschen
+vielen zoodoende op elkaar, raakten in elkaar verward en werden vertrapt
+door anderen, die evenzoo werden opgedrongen; men vernam slechts kreten
+van smart en woede. In het ontzettend gedrang stelden zij, die onder den
+voet waren geraakt en bijna stikten, zich wanhopig te weer met nagels en
+tanden. Zonder medelijden sloegen en stompten de aangevallenen van zich
+af, alsof zij met vijanden te doen hadden. Het afgrijzelijk rumoer dat
+uit die wriemelende menigte opsteeg, vermeerderd met het loeien van
+den storm, het gedonder van het geschut, het springen van granaten, het
+uitbraken van verwenschingen en vloeken, maakte die ordelooze bende doof
+voor de klachten der slachtoffers die zij vertrapte.
+
+Eindelijk toch scheen voor Jakob Stargardt en de zijnen het gunstig
+oogenblik daar, om te trachten, den overkant te bereiken. De kloeksten
+van den hoop vormden de spits: als een wig moesten zij door de woelende
+menigte klieven. Zij bereiken de brug. Met den stormpas rukken zij nu
+vooruit. In een oogenblik zijn zij een tiental schreden voortgedrongen.
+Onweerstaanbaar wringt zich de kleine schaar in den dichten, verwarden
+hoop, maar weldra stuit zij in die wriemelende menschenmassa; zij golft
+met haar heen en weer, machteloos worstelend tegen den drang, die haar
+gelederen dreigt te breken, in den stroom te werpen, of onder den voet
+te treden.
+
+Over hoopen gewonden, halfgestikte vrouwen en kinderen, duwden de
+volgenden hen vooruit. Vergeefs dat moeder Jane met gillende angstkreten
+haar beide zoons toeriep, waarvan zij zich plotseling zag losgerukt en
+die zij onmogelijk weer bereiken kon. Zij strekte de armen naar Jakob en
+Willem uit, smeekte om haar dóór te laten en zich weer bij haar kinderen
+te mogen voegen; doch links en rechts door de menigte opgedrongen, aan
+alle kanten geduwd en gestompt, viel zij neer als zoovele anderen.
+
+Maar de oude Ros, die ook van het troepje was afgescheurd, wist haar te
+grijpen en met haar voort te dringen. Jakob strekte zijn handen nu naar
+zijn moeder uit en werkelijk gelukte het hem, haar weer met hun troepje
+te vereenigen. Maar in 't zelfde oogenblik werd Ros door een kanonskogel
+allervreeselijkst verminkt. Jakob poogde hem op te vangen; de oude
+krijgsman kon echter geen woord meer uitbrengen; enkel bewoog hij met
+moeite de lippen en zijn machtelooze hand sloot zich om die van zijn
+meester en vriend met een zachten druk. Een smartelijk lachje zweefde
+over zijn bleek gezicht, toen zonk hij zielloos neer.
+
+Op dit oogenblik bevond de kleine troep zich midden op de brug. Dáár
+klinkt eensklaps, boven het rumoer van zoo vele duizenden jammerstemmen,
+boven den aanhoudenden donder van het geschut en het geknetter der
+geweren van Victor's korps, strijdende met Witgensteins macht,--een
+doordringende kreet: »~De cavalerie!~"
+
+Ongeveer dertig ruiters van alle wapens, en daaronder vele officieren,
+stuiven de brug op, met opgeheven sabel; zij drijven hun vermagerde
+paarden met spoorslagen in de op elkaar gedrongen menigte; houwen links
+en rechts om ruimte te maken; werpen alles voor zich neer en zijn in
+een oogwenk midden op de brug. Maar daar worden zij in hun woeste vaart
+gestuit. Als een niet te ontwarren kluwen staan de veertien vereenigden
+rug aan rug tegen elkaar gedrongen, vast besloten tot een wanhopige
+verdediging. De moedige houding van het hoopje bleek ontzag in te
+boezemen; maar in zijn gevaarlijken toestand, daar zoo midden op de
+brug, kon de weifeling bij den ruitertroep niet lang duren.
+
+»~Vooruit!~" klonk een gebiedende stem: »~Er op in!~"
+
+Nu volgde een gevecht, waarbij de gevechten met den vijand in
+verwoedheid niet waren te vergelijken.
+
+Jakob streed als nog nooit te voren; hij had zich voor zijn moeder
+geplaatst, om haar met zijn lijf te beschutten. Een oogenblik verloor
+de marketentster het evenwicht, struikelend door een verschoven plank
+of een opening in den dekvloer. Zij dreigde te midden der woelende
+ijsschotsen in het donkere water te storten, dat al zoo menig
+slachtoffer verslonden had. Maar Willem sloeg zijn arm om haar heen en
+redde haar nog tijdig uit dit gevaar.
+
+De worsteling duurde slechts een oogenblik; de ruiters, op ~hun~ beurt
+gedrongen door de massa die achter hen opzette, hieuwen als razenden
+er op in, en--braken een bres in den kleinen phalanx. Sommigen van het
+veertiental werden overhoop gereden; anderen stortten in de rivier;
+Jakob bleef als een schaduw zijn moeder nabij; opgestuwd raakten beiden
+steeds verder voort door het gedrang. Nog waren zij slechts een tiental
+schreden van den overliggenden oever verwijderd--daar voelde Jakob een
+schok in zijn rug, die hem bijna voorover wierp en hem zijn moeder deed
+loslaten. Door een schier bovenmenschelijke inspanning gelukte het
+hem, zich overeind te worstelen. Maar op hetzelfde oogenblik drong een
+kurassier zijn reusachtig ros op hem in en scheen hem onder den voet te
+willen rijden.
+
+Jakob greep de teugels van het paard en deed het eenige schreden
+achteruit wijken. Maar de ruiter gaf het dier de sporen en deed met
+zijn lange sabel een woedenden houw naar zijn tegenstander. Deze echter
+ontweek den slag en rukte zoo geweldig aan den teugel, dat het paard een
+oogenblik op zijn achterbeenen werd neergedrukt.
+
+Terwijl de zóón op die manier worstelde met den ruiter, geraakte de
+móeder opnieuw in het gedrang. Zij hield echter met de kracht der
+wanhoop een punt van zijn kleeren in de hand, en zoolang Jakob die hand
+voelde, bleef hij omzichtig verkennen hoe hij zijn moeder zoo goed
+mogelijk door alle gevaren zou heenvoeren.
+
+Maar opeens, terwijl hij den teugel van het ros nog vasthield, klonk,
+vlak bij hem, een doordringende vrouwengil, die hem door merg en been
+ging. Hij wendde het hoofd en zag iemand van de brug in het water
+storten--het was Willem! Een gevoel als zonk eensklaps het waggelend
+bruggedek met hem in diepte, overviel Jakob op dat vreeselijk gezicht;
+het bloed vloog hem naar het hoofd, bruiste en kookte in zijn hersenen
+en benevelde zijn blik... Hij liet den teugel glippen.
+
+De kurassier dreef zijn paard aan; het dier sprong onder de felle
+spoorslagen stijgerend op, gereed om over Jakob Stargardt en zijn moeder
+en al wie zich maar in den weg bevinden mocht, naar den oever te rennen.
+
+»Ellendige hond!--dat zal je ontgelden!" riep Reinier nu woedend. Met
+de kracht der razernij omklemden zijn armen het been van den ruiter en
+hij wierp den man letterlijk uit het zadel. Het paard werd door zijn
+berijder, die de teugels krampachtig in zijn vuist besloten hield, mee
+getrokken, en ruiter en ros stortten over elkander in den stroom.
+
+Juist in dit oogenblik sloegen er opnieuw eenige kanonskogels in de
+verwarde, weerlooze menschenmenigte neer. Een wilde opstuwing was er het
+gevolg van; en geperst en mee gesleurd kwamen Reinier, de marketentster
+en Jakob daardoor, over lijken en stervenden, aan den anderen oever.
+Daar vonden zij Willem die, door den korten afstand, er in geslaagd was
+den kant te bereiken. Hij klappertandde van koû en zijn natte kleeren
+begonnen reeds te bevriezen, waarom het viertal besloot, zoo spoedig
+mogelijk naar Zembin te gaan, waar het overschot van het Groote Leger
+heen trok of zich reeds gedeeltelijk bevond.
+
+Eerst laat in den avond kwam een einde aan het gevecht, dat herhaalde
+malen in een gruwelijk handgemeen ontaard was. De Russen gingen terug;
+zij waren op alle punten geslagen, ja, half vernietigd. Om negen uur
+begon Victor den afmarsch over de bruggen, nadat zijn soldaten zich
+met geweld een weg hadden moeten breken door de gillende, jammerende
+menschenmassa die zich, met voertuigen en losse paarden bont dooreen,
+aan de toegangen verdrong en die den kostbaren tijd om de rivier over te
+komen den vorigen dag had laten verloren gaan.
+
+Om één uur in den nacht had de laatste afdeeling van Victors mannen
+den overkant bereikt. Slechts eenige duizenden achterblijvers bevonden
+zich toen nog ongewapend op den linkeroever; en den volgenden morgen om
+half negen liet Eblé, die uit medelijden met al die rampzaligen met de
+uitvoering van 's Keizers bevel zoo lang maar eenigszins mogelijk was
+gewacht had, de bruggen in brand steken. Een uur later bestonden zij
+niet meer.--Toen kwamen de kozakken met hun ijzingwekkend _hoera!_...
+
+Op dezelfde wijze liet de Keizer handelen met de bruggen bij Zembin
+door de moerassen aldaar; doch de vorst viel weer in en maakte al zijn
+pogingen om zich de Russen hierdoor van het lijf te houden doelloos.
+Deze naderden thans over het ijs.
+
+Na den tocht over de Berezina kwam het Fransche leger zoo goed als
+volslagen tot oplossing. Binnen drie dagen slonk het effectief der
+strijdbare manschappen weg tot beneden de negenduizend. Ney voerde weer
+de achterhoede aan.
+
+Niet ver van Molodecno, den 3den December, zagen de vier Amsterdammers
+Keizer Napoleon voor het laatst van hun leven. Hij droeg een pels van
+marterbont en had een bonten muts op het hoofd. Zijn koets volgde op
+korten afstand. Zij herkenden hem door eenige officieren, die in zijn
+omgeving waren. Geen enkel »leve de Keizer" waaraan de groote veldheer
+zoo gewend was, werd gehoord.
+
+In Molodecno wisten zij eenige levensmiddelen te bekomen. Het was toen
+een heldere winterdag en de koude was dragelijk. Tot hiertoe was de weg,
+hoewel moeilijk, niet door een zoo talrijk aantal lijken afgeteekend
+als vóór de Berezina. Deze vermindering was te danken aan Ney, die den
+vijand op een afstand wist te houden, aan de meer dragelijke natuur, aan
+eenige hulpbronnen die een minder verwoeste landstreek opleverde en ten
+slotte aan de omstandigheid, dat het de krachtigsten waren, die de
+overzijde van de Berezina hadden weten te bereiken.
+
+De groote massa vluchtelingen had zich reeds lang verdeeld in kleine
+troepen van hoogstens acht tot tien man. Verscheidene dezer beschikten
+nog over een paard, dat bepakt was met hun levensmiddelen of, bij gebrek
+hiervan, zelf daartoe moest dienen. Lompen, eenig keukengereedschap, een
+zak en een stok, dit was de uitrusting, de bewapening van de meesten
+dier ongelukkigen. In niets geleken zij meer op soldaten, zij bezaten
+geen uniform, geen wapens meer; noch den wil, andere vijanden te
+bestrijden dan honger en koude; het eenige wat hun nog restte was de
+standvastigheid, de gewoonte om gevaren en lijden te verdragen, zoo ook
+een steeds vaardigen geest om in hun toestand van alles zoo veel
+mogelijk partij te trekken.
+
+Te Smorgoni schreef de Keizer eigenhandig zijn laatste bulletin, het
+29ste, en verliet daarna in den vroegen morgen zijn stervend leger.
+
+Bezorgd, om bij een gevreesden afval der Pruisen tegengehouden te
+worden, snelde hij, in een eenvoudige slede en vergezeld van slechts
+weinigen, door Polen, Silezië en Saksen, naar den Rijn en verder naar
+Parijs, waar hij in den nacht van den 18den December onverwachts
+aankwam, twee dagen na de verschijning van zijn 29ste bulletin.
+
+Eén reusachtig, hartverscheurend drama vormde de terugtocht van het
+Groote Leger over Wilna naar den Niemen, nadat Napoleon was heengegaan.
+Aan honderden, die door zijn tegenwoordigheid tot nog toe zedelijk waren
+geschraagd, ontzonk thans eensklaps de moed. Velen vervloekten hem.
+Anderen keurden zijn handelwijze volkomen goed. Het leger redden stond
+niet meer in zijn macht; dit leger was gedoemd om onder te gaan en bij
+een veldheer en een vorst als hij behoorde, meenden zij, het belang van
+den staat te gaan boven het gevoel.
+
+Van krijgstucht was echter thans geen schijn of schaduw meer. Reeds in
+den nacht van Napoleons vertrek had een generaal geweigerd, om aan Murat
+te gehoorzamen, en weldra nam niemand meer bevelen aan--ieder meende
+verplicht te zijn, voor zichzelf te zorgen. Geen menschelijkheid, geen
+verbroedering meer; de honger had alle gevoel verstompt. Zooals onder de
+wilden de sterksten de zwakkeren berooven, zoo wierp men zich op zijn
+stervende metgezellen, meermalen niet wachtend zelfs op hun laatsten
+snik. Als een paard neerstortte, zou men gemeend hebben een troep
+hyena's te zien; tal van ongelukkigen verdrongen er zich omheen, rukten
+het in stukken en betwistten ze elkaar als verscheurende dieren.
+
+En toch waren er nog enkelen, die ondanks al hun ellende, de zwaksten
+beschermden en ondersteunden, doch dezen waren zeldzaam.
+
+Den 6den December, den dag nadat Napoleon vertrokken was, werd
+plotseling de koude weer feller dan ooit. Het vroor zóó hard, dat vogels
+verstijfd en dood op den grond vielen. Vooral Willem had er veel onder
+te lijden. Na het ijskoude bad in de Berezina was hij nooit recht gezond
+meer geweest en zijn weerstandsvermogen bleek dan ook lang zoo groot
+niet als van de drie anderen. Weldra kon hij geen schoenen meer dragen
+omdat van zijn beide voeten de teenen waren bevroren: hij moest ze toen
+vervangen door hazenvellen en oude lompen. Tot overmaat van ongeluk
+kreeg hij den volgenden dag een geweerkogel in het rechterbeen; de
+wond was echter niet van zoo ernstigen aard, of hij bleef dien dag
+met de anderen voortsukkelen; doch onder steeds heviger pijn. Want de
+vellen en lompen om zijn voeten, doorweekt met het bloed uit zijn wond,
+waren spoedig bevroren. 's Avonds, bij het bivakvuur, was dan ook zijn
+eerste werk, zijn voetlappen los te maken, want de pijn was in 't laatst
+ondragelijk geworden.
+
+[Illustratie: ... en ruiter en ros stortten over elkander in den
+stroom.]
+
+Hij bevond zijn teenen in een ellendigen staat; de wond in zijn been
+bleek echter van weinig beteekenis. Jakob nam nu het hemd, dat hij nog
+schoon in zijn ransel had, scheurde het aan strooken en verbond daar
+Willems voeten mee. Dit scheen hem heel wat op te frisschen zoodat hij
+er eenige rust door genoot. Den volgenden morgen echter kon hij niet
+voortgaan, zonder beurtelings ondersteund te worden door de anderen; en
+nog geen dag later was de ongelukkige reeds van vermoeidheid, koude en
+ontbering bezweken.
+
+Treurig en met de wanhoop in 't hart vervolgden de drie overgeblevenen
+hun weg... In den dampkring was niet de minste beweging; het scheen of
+alles in de natuur, zelfs de wind, door de felle koude was aangetast
+en als verstijfd door een algemeenen dood. Hun volharding en
+uithoudingsvermogen werden op een zware proef gesteld; nu eens zakten
+zij in de sneeuw weg, dan weer bood de spiegelgladde oppervlakte geen
+enkelen steun; bij iederen stap gleden zij dan uit en moesten onder
+gedurig vallen voorwaarts zien te komen; het was alsof die vijandige
+bodem weigerde hen te dragen, en hun weg met opzet bemoeilijkte om de
+ongelukkigen over te leveren aan de nog maar altoos hen vervolgende
+Russen of aan de barheid van het klimaat.
+
+Hun oogen waren rood en ontstoken door gebrek aan slaap, door die
+aanhoudende witheid van sneeuw om hen heen en den rook der bivakvuren.
+
+Zwijgend en somber gingen de drie zwervelingen naast elkander voort;
+ook om hen heen hoorden zij thans geen stemmen, geen gemor meer; in dit
+rijk der dooden bewoog men zich als rampzalige schimmen voorwaarts: het
+gedempt en eentonig geluid hunner schreden, het gekraak van de sneeuw
+en de zwakke zuchten der stervenden, waren het eenige wat die algemeene
+stilte verbrak. Nu geen toorn, geen verwenschingen meer; nauwelijks
+bezat men nog de kracht, om hulp te smeeken; de meesten van hen die
+niet meer verder konden vielen neer zonder kreet of klacht, hetzij uit
+zwakte of uit berusting.
+
+Moeder Jane voelde met den dag haar krachten slinken en met angst nam
+zij waar, hoe ook haar zoon en hun vriend al zwakker, al magerder
+werden.
+
+En toch, geen hunner durfde rusten, zoolang hij nog maar éénigszins
+voort kon gaan. Want, honderdmaal reeds hadden zij het gezien, wie
+rusten gingen gaven zich over aan den dood. Nauwelijks toch waren
+zij gaan zitten, of terstond greep de winter hen aan. Dan was het
+te vergeefs dat die ongelukkigen, voelende dat zij verstijfden, weer
+opstonden en sprakeloos, versuft en half verdoofd als automaten eenige
+passen voorwaarts deden... Zij waggelden en kwamen niet meer verder; uit
+hun ontstoken oogen vloeiden in werkelijkheid bloedige tranen; hun borst
+stootte diepe zuchten uit; zij zagen met een verschrikten, starenden
+blik naar den hemel, vervolgens naar hun makkers en naar dien bevroren
+grond. Hun knieën knikten; zij zonken er op neer, daarna op hun handen;
+hun hoofd maakte nog een enkele beweging terwijl uit hun open mond
+eenige stervensgeluiden kwamen; eindelijk raakte ook deze de sneeuw,
+die dadelijk lichtrood werd gekleurd en hun lijden was geëindigd.
+
+Honderd maal wel hadden zij dit gezien en daarom--niet rusten, zoolang
+zij nog een voet konden verzetten, maar vóórt, steeds voort, tot zij een
+beschutting tegen den nacht bereikt hadden.
+
+Want bij die ontzettende koude was ieder verloren, die den nacht niet
+onder een dak doorbracht, of althans aan een bivakvuur in de luwte der
+bosschen.
+
+Meermalen reeds had ons drietal met over de honderd menschen in een
+klein vertrek moeten doorbrengen. Spoedig volgde dan een ondragelijke
+warmte, terwijl zij geplaagd werden door ongedierte en vuil, want in
+verscheidene weken hadden zij zich niet gewasschen of verschoond; de
+huid begon dan onduldbaar te jeuken, zoodat zulk een nacht moeilijker
+door te brengen was dan de dagen met hun vermoeiende marschen.
+
+O, de vreeselijkste dingen hadden onze drie zwervers al beleefd! Geen
+schuur aan den weg, of soldaten en officieren, allen wilden er binnen.
+Zij hoopten en drongen er zich als beesten op elkaar om eenige vuren,
+en daar zij de dooden niet van den haard konden wegkrijgen, gingen zij
+er op zitten, om straks misschien zelf weer tot zetel van anderen te
+dienen. Of nieuwe troepen kwamen en om het bezit van de schuur werd dan
+dikwerf gevochten op leven en dood.
+
+Ja, het waren huiveringwekkende tooneelen, die het drietal soms had
+bijgewoond. Op een der dorpen bijvoorbeeld, die zij waren doorgetrokken,
+staken de soldaten geheele huizen van buiten in brand, enkel om zich
+eenige oogenblikken te kunnen verwarmen. Door het schijnsel dezer
+branden werden andere ongelukkigen aangelokt, die door de hevige koude
+en de vele ontberingen tot razernij waren vervallen. Woest kwamen deze
+bezetenen er op aangeloopen; tandenknersend en onder een helschen
+schaterlach wierpen zij zich in den vuurpoel, waar zij onder
+afschuwelijke stuiptrekkingen den dood vonden.
+
+Zulke afgrijzelijke tooneelen had het drietal reeds beleefd. Met het
+Groote Leger was het zóó ver al gekomen, dat tusschen Smorgoni en Wilna
+zelfs geen achterhoede meer bestond. Zij hadden Davoust, niet ver van
+Osmiana, zich persoonlijk de grootste moeite zien geven om een peloton
+uit alle wapens samen te stellen, ten einde aan de kozakken, die voor de
+vervolgende Russische troepen uitzwermden, nog iets te kunnen vertoonen.
+Hij beloofde hun gouden bergen en eindelijk was het hem gelukt een
+honderdtal bijeen te brengen in twee gelederen; doch de maarschalk had
+zich nog geen 500 pas verwijderd, of alles was weer uit elkander.
+
+In dezen staat van volkomen oplossing bereikte het vluchtende leger
+eindelijk Wilna. Ongehoorde gruweltooneelen zijn ook dáár voorgevallen,
+toen die benden uitgehongerde, van ellende en gebrek half waanzinnige
+menschen voedsel verlangden, dat daar volop in de magazijnen was
+opgehoopt, en--afgewezen werden omdat zij niet meer tot een corps
+behoorden en dus niet van gewaarmerkte bons waren voorzien. Bij
+gebrek aan bevelen zijn te Wilna duizenden gewonden en zieken--en
+ziek waren bijna allen;--omgekomen van ellende naast magazijnen die
+met levensmiddelen en kleedingstukken waren gevuld voor honderdduizend
+soldaten! Eenige dagen later zouden die een buit worden voor de eveneens
+half verhongerde kozakken die, voor de geregelde Russische troepen uit,
+reeds den 10den December als een zwerm gieren om de stad begonnen te
+zwerven.
+
+Onze drie Amsterdammers waren reeds in den avond van den 8sten binnen de
+stad gekomen. Zoo brachten zij den nacht door in een herberg en sliepen
+in een warme kamer na zich voor het eerst weer met brood en zelfs met
+een flesch wijn verkwikt te hebben. Hoe heerlijk was het hun, toen
+zij eindelijk zich weer in een bewoonbaar huis bevonden! Wat scheen
+een behoorlijk gebakken brood hun een kostelijk voedsel! Welk een
+onuitputtelijk welbehagen, het te kunnen opeten, zittende op een stoel
+en onder de koesterende warmte van een kachel! Het scheen hun toe, alsof
+zij van het einde der wereld gekomen waren, zoodanig had die reeks van
+ellenden hen uit al hun gewoonten gerukt.
+
+Doch nauwelijks hadden zij een korten tijd van deze weldaden genoten,
+toen het kanon der Russen al weer begon te bulderen. Alzoo vóórt!
+rusteloos voort dus maar weer!
+
+Met groote dagreizen, die hun krachten geheel moesten uitputten, kwamen
+zij de Russische voorhoede vooruit, die het vluchtende Fransche leger,
+zonder zich zelf te desorganiseeren, niet geregeld volgen kon.
+
+Weldra kwam het drietal te Kowno. Dit was de laatste stad op Russisch
+grondgebied. In den morgen van den 13den geraakten zij over den Niemen
+en betraden, tusschen Wyrballe en Stallupönen, den Pruisischen bodem: Na
+zes en veertig dagen onder de treurigste omstandigheden gemarcheerd te
+hebben, zagen zij eindelijk een bevriend land terug.
+
+Zonder zich op te houden, zonder achter zich te zien, trokken de meeste
+hunner lotgenooten de Pruisische bosschen in, en verspreidden zich
+aldaar.
+
+Moeder Jane echter keerde zich om, teneinde nog éénmaal een blik te
+werpen op het land, dat zij te nauwernood ontvlucht waren, waar zoo
+véél ellende geleden was en--waar het overschot van haar oudsten jongen
+rustte; tranen liepen haar langs de vermagerde wangen.
+
+Maar ook Reinier en Jakob wierpen een laatsten blik naar dat vreeselijke
+Russische land, waarin zoovelen waren achtergebleven, die het met
+zooveel vreugde en trotsch waren binnengerukt.
+
+»Kom, moeder, kom!..." zegt Jakob; het wordt hem daar op eenmaal zóó
+nameloos wee, dat hij nu maar verder wil.
+
+Doch de marketentster schijnt zich niet los te kunnen rukken van deze
+plek; het is, of zij het beeld daarvan voor immer in haar geest wil
+opnemen.
+
+Dit was dan diezelfde oever, welke geschitterd had van die duizenden
+bajonetten! Dit dezelfde grond die, slechts vijf maanden geleden,
+op dien helderen Juli-morgen, haar had toegeschenen als veranderd in
+heuvelen en dalen van bewegende menschen en paarden! Daar zag zij weer
+diezelfde inzinkingen in het terrein, waar, onder een brandende zon,
+de drie lange colonnes dragonders en kurassiers uit te voorschijn waren
+gekomen als even zoovele stroomen van schitterend ijzer en staal!.....
+
+En nu?...: Soldaten, wapens, adelaars, paarden,--zelfs de zon en de
+rivier die de krijgers met zooveel hoop en moed waren
+overgetrokken,--alles is verdwenen!
+
+De Niemen is niet meer dan een uitgestrekte massa ijsschotsen, die door
+den steeds in strengheid toegenomen winter in elkaar zijn geschoven en
+vastgelegd. In plaats van de drie Fransche bruggen, die vijfhonderd
+mijlen door de wakkere pontonniers waren meegevoerd en die met zulk een
+stoutmoedige vaardigheid gelegd waren, bevindt er zich nu slechts een
+enkele Russische brug. Van dat half millioen soldaten, die...
+
+»Komaan", dringt zij nu zelf opeens, »laten we verder gaan!"
+
+In Stollupönen vonden zij gelegenheid om ieder een paar warme sokken en
+een paar wanten te koopen en aldus toegerust kwamen zij 's avonds om
+acht uur nog te Gumbinnen.
+
+Met hun verzwakte lichamen hadden zij in acht dagen den weg van Wilna
+naar hier afgelegd, een afstand van vijf en zestig uur gaans.
+
+Vergeefs poogden zij in Gumbinnen een onderkomen te krijgen. Toen
+begaven zij zich naar het stadhuis, om een inkwartieringsbiljet. Doch
+honderden van menschen verdrongen zich voor de kamer, waar de kwartieren
+werden aangewezen en zij gaven den moed op, een biljet te krijgen.
+Doodelijk vermoeid als zij waren, wilden zij nu in het stadhuis hier of
+daar maar een hoekje opzoeken om den nacht door te brengen. De deuren
+van het ruime gebouw waren gesloten, doch één deur ging open en zij
+zagen een paar heeren aan lessenaars werkzaam. Jakob trad nu naar voren
+en zei, in het beetje Duitsch dat hij indertijd in Pruisen had opgedaan:
+»Mijne heeren, wij zijn ongelukkige Hollanders, twee ritmeesters en een
+marketentster, die verschrikkelijk veel geleden hebben. Vergun ons,
+dezen nacht aan uw heerlijk warme kachel door te brengen."
+
+Deze woorden gaven aanleiding tot een lang gesprek, waarin onze
+zwervelingen aan die menschen, in een mengelmoes van Fransch en Duitsch,
+hun ongelukken verhaalden.
+
+Het gevolg daarvan was, dat een der heeren hen in zijn huis nam, hoewel
+het overvol van inkwartiering was. Hij verstrekte hun een matras, ja,
+den volgenden morgen bezorgde hij hun zelfs een volledige verschooning.
+Niets was het drietal aangenamer, dan zich het lichaam weer eens goed te
+reinigen.
+
+Gesterkt door deze vriendelijke behandeling en hartelijk dank betuigend
+aan hun braven gastheer namen zij afscheid.
+
+Een weinig later het stadhuis passeerend, wenkte hun een kolonel die hen
+herkende en die daar juist op dat oogenblik een uitbetaling van eenige
+soldij aan de officieren deed. Jakob en Reinier ontvingen ieder
+driehonderd francs.
+
+Den 18den December bereikte het drietal Koningsbergen waar zij, van
+al hun vermoeienissen en ellenden nu eindelijk eens heerlijk dachten
+te bekomen. De winter, die hen tot daar had vervolgd, verliet hen
+eensklaps; in één nacht steeg de thermometer twintig graden. Die
+plotselinge overgang was velen noodlottig. Een aantal soldaten en
+generaals, die zich tot nog toe op de been gehouden hadden, verslapten
+eensklaps en geraakten tot verval van krachten. Velen bezweken. Iederen
+dag, ieder uur ontstelde men op het vernemen van nieuwe verliezen.
+
+Ook voor onze Hollandsche zwervelingen werd die plotselinge overgang van
+temperatuur noodlottig. Den volgenden morgen reeds lagen zij alle drie
+doodziek in het hospitaal.
+
+
+
+
+Vijftiende Hoofdstuk.
+
+Weer thuis.
+
+
+Sedert Napoleon met zijn machtig leger Rusland binnengetrokken was,
+vernam men te Amsterdam herhaaldelijk het gedreun van een en twintig
+achtereenvolgende kanonschoten.
+
+»Alweer een overwinning!" riepen Bert en Bruno dan en zij snelden naar
+de Doelenstraat, waar zij wisten, dat geregeld het nieuwste
+oorlogsbulletin werd aangeplakt.
+
+Maar hun moeder zuchtte: »Onze arme Reinier!... Misschien heeft hem die
+overwinning wel het leven gekost... Of mogelijk is hij zwaar gewond...
+Ach wie weet, wat er van onzen armen jongen en zijn vriend en van die
+wakkere vrouw Stargardt geworden is!..."
+
+Zoo ging het geregeld bij ieder overwinningsbericht en geregeld ook
+poogde mijnheer Vermaat haar dan te troosten, zeggend, »dat zij toch
+niet altoos het ergste mocht onderstellen. Hun zoon kon immers net zoo
+goed bevòrderd zijn ook; al die gesneuvelden moesten toch weer aangevuld
+worden!..."
+
+In het _Dagblad_ dat hij nog altijd las, werden Napoleons overwinningen
+nog breeder uitgemeten dan in de bulletins; maar--nooit kwamen er
+brieven uit het leger en dat moest zelfs de luchthartigsten wel ongerust
+maken.
+
+Half September vernam men te Amsterdam des Keizers groote overwinning
+bij de Moskowa, gelijk Napoleon zelf den slag bij Borodino genoemd had.
+Verheugd kwam mijnheer Vermaat er mee thuis: »Nu zal het vrede worden...
+nu is de oorlog gedaan!... Reinier loopt nu geen gevaar meer te
+sneuvelen!..."
+
+Maar zijn vrouw werd er niet opgewekter door. »Och kom," zei ze, »als
+Rusland veroverd is komt er wel gauw weer een ander land aan de beurt...
+De wereld is nog zoo groot, lieve man!... En de Keizer zal niet te
+vreden zijn, voor hij de heele wereld in zijn macht heeft..."
+
+Acht dagen later wist men in de hoofdstad, dat het Fransche leger te
+Moscou was, en er waren er die meenden, dat nu de drukkende belastingen
+toch wel spoedig wat zouden verminderen. Van wege den grooten buit
+natuurlijk, want Moscou, zeiden ze, was de rijkste stad van Rusland.
+
+Maar het duurde niet lang of daar ging het gerucht, dat de Russen zelf
+Moscou in brand hadden gestoken als was het een wespennest, en dat het
+Fransche leger, om niet van honger te sterven, den terugtocht naar Polen
+moest aanvangen.
+
+Toch gingen de bulletins en dagbladen maar voort, het volk met
+leugenachtige berichten omtrent het leger te misleiden.
+
+En middelerwijl was reeds de winter gekomen, een winter, zoo streng,
+als niemand heugde. Wie niet geregeld door stookte, zat te rillen in
+zijn kamer.
+
+»Arme soldaten, daar in dat barre Polen!" zei de barbier, toen hij op
+een morgen bij mijnheer Vermaat binnenkwam.--Het was de 22ste December,
+twee dagen nadat Napoleon als een geslagen vluchteling in de Fransche
+hoofdstad was teruggekeerd.--
+
+»Arme soldaten!" herhaalde de barbier, zijn groene wanten uittrekkend en
+zich de verkleumde handen wrijvend. »Want _wij_ klagen al over de kou,
+maar hoe koud zal het dáár nu wel zijn!"
+
+»Nu, dat moet nog al meevallen," zei mijnheer Vermaat. »In het _Dagblad_
+las ik ten minste, gisteravond, dat wij ons hier te lande over het
+algemeen een veel te buitensporig denkbeeld van zoo'n Poolschen winter
+maken, maar dat wij, wat dàt betreft, over onze vrienden en verwanten
+bij het leger niet zoo ongerust behoeven te zijn."
+
+Hij nam de courant van tafel en, het blad open vouwend vervolgde hij:
+»_Hier_ bijvoorbeeld staat: _De koude is er zelden vinniger dan in
+Holland, ja, verkieslijker zelfs, omdat zij geen vorst of regen
+aanbrengt. Onze soldaten kunnen zich gemakkelijk daartegen beschutten.
+Zij verdragen de koude even goed als de Polen en Russen, en de
+winterkwartieren zijn te aangenamer, daar overal ontzaggelijke
+magazijnen zijn opgericht, waarin alle voorwerpen aanwezig zijn, die
+een groot leger van nut kunnen wezen. En evenzoo is er overvloed van
+levensmiddelen._
+
+Dat ziet er dus heusch zoo bedenkelijk nog niet uit!"
+
+De barbier haalde de schouders op. Trouwens, mijnheer Vermaat geloofde
+zelf maar half, wat hij las en zei; maar hij hoopte dat zijn vrouw, die
+juist warm water in het bekken goot, het zou gelooven.
+
+Onder het scheren hadden beide mannen het druk over het andere
+legernieuws; want hetzelfde nummer van het »_Dagblad_" deelde
+»_nouvelles_" over den Keizer mee van den 3den December, waarin breed,
+ja zelfs tot vier malen, werd gepraald met »de overwinning die den
+28sten November bij den overtocht van de Berezina behaald was." Het
+gevecht was--volgens het nieuwsblad--»door de luisterrijkste gevolgen
+bekroond geworden." De Russische legers (eenvoudig corpsen genoemd)
+waren deerlijk gehavend. Men had 9000 à 10.000 krijgsgevangenen gemaakt
+en tien stukken geschut en zes standaards veroverd.
+
+Doch hoe zeer mijnheer Vermaat zichzelf dit alles ook als waarheid
+poogde op te dringen, wijl hij zoo gaarne aan den welstand van het
+Groote Leger gelóófde, slechts enkele dagen later had ook hij geen hoop
+meer.
+
+'s Morgens door de Doelenstraat gaande, had hij, niet ver van het huis
+waarin mijnheer De Celles woonde, wel meer dan honderd menschen op een
+hoop zien staan. Zij stonden met bleeke gezichten en uitgerekten hals
+naar een groot aanplakbiljet te staren, dat alleen de voorsten lezen
+konden. Het was het beruchte 29ste bulletin, waarin Napoleon vertelde,
+dat de paarden gedurende den terugtocht alle nachten bij duizenden
+stierven.
+
+Van de menschen zei hij niets!...
+
+Mijnheer Vermaat, die tot de voorste rijen had weten door te dringen,
+las het papier met klimmende ontroering. Maar toen hij aan dat gedeelte
+kwam:--»Onze kavalerie was zoodanig geslonken, dat men de officieren,
+die nog een paard hadden overgehouden, heeft moeten vereenigen, ten
+einde er vier compagnieën van te formeeren, elke compagnie van honderd
+vijftig man. De generaals vervulden er de functiën van kapiteins, de
+kolonels die van onderofficieren,"--toen hij dàt gedeelte las, hetwelk
+over de ellende van het Groote Leger méér zei dan al het overige, toen
+klemde hij de bleeke lippen krampachtig op elkaar om niet luide den man
+te vervloeken, van wien het biljet, bij wijze van troost, aan het slot
+nog meldde: »Nooit is de gezondheid van Zijne Majesteit beter geweest."
+
+Om hem heen hoorde hij jammerkreten en gekerm van vrouwen, met een
+doffen ondergrond van somber mompelende mannenstemmen. Diep geschokt
+gingen allen naar huis; maar weer anderen kwamen en het smartbetoon
+herhaalde zich; en dat duurde zoo tot den avond door. Heel Amsterdam,
+geheel het Vaderland kwam in een toestand van moedelooze droefenis door
+het bericht van de onmetelijke ramp der Groote Armee. Men treurde niet
+enkel om verwanten en vrienden die men reeds omgekomen waande, maar was
+te gelijk vol angst voor de nog achtergeblevenen. Want ieder begreep
+wel, dat het overschot van het leger zoo spoedig mogelijk zou aangevuld
+worden.
+
+Te midden van de algemeene verslagenheid zagen echter eenige uitstekende
+Nederlanders in, dat het, na dien noodlottigen tocht naar Rusland, niet
+meer tot het gebied der onmogelijkheden hoefde te behooren, het
+Vaderland eens van de overheersching der Franschen te bevrijden.
+Zóó dachten Johan Melchior Kemper, hoogleeraar in de rechten te
+Leiden, en Anton Reinhard Falck, die, na onder Koning Lodewijk hooge
+staatsbetrekkingen bekleed te hebben, eenigen tijd, als verdacht bij
+de keizerlijke politie, buiten 's lands was geweest, maar sedert 1812
+de betrekking van kapitein bij een afdeeling der nationale garde te
+Amsterdam op zich genomen had. Zij kwamen met elkander overeen, naar
+vermogen partij te trekken van de omstandigheden, tot herstelling van
+de nationale onafhankelijkheid. Hun staatkundige beginselen waren: een
+getemperde oppermacht van het Huis van Oranje en vernietiging der oude
+partijschappen.
+
+Te zelfder tijd begonnen in Den Haag Van Hogendorp, die met het oog op
+een mogelijke bevrijding reeds de schets van een grondwet had opgesteld,
+Van der Duyn van Maasdam, de graaf Van Limburg Stirum en nog drie
+anderen met datzelfde doel geheime bijeenkomsten te houden. Hoewel in
+geen onmiddellijke betrekking tot het Haagsche zestal staande, waren
+Kemper en Falck toch niet onbekend met hetgeen dat zestal wilde.
+
+Doch vooreerst scheen er van bevrijding nog geen sprake, want weer zoo
+rusteloos als ooit te voren was Napoleon bezig, Frankrijks strijdmacht
+te herstellen. Zoo bepaalde hij reeds bij een decreet van den 24sten
+Januari 1813, dat de conscriptie dat jaar verscheidene maanden vervroegd
+zou worden. Vervolgens liet hij de lotelingen van 1809 tot 1812, die
+nog niet gediend hadden, onder de wapenen roepen. Voorts werden uit
+Spanje regimenten ontboden die, met de soldaten en kaders uit Rusland
+teruggekeerd, bestemd werden om het jonge personeel te onderwijzen en de
+kern te vormen voor nieuwe afdeelingen. Eindelijk moest onder de wapenen
+komen--de lichting van 1814! Niet veel meer dan knapen dus nog.
+
+»Nu nemen ze letterlijk alles, van huisvaders tot kinderen!" zuchtte het
+onderdrukte volk. »Straks zullen ook nog de kreupelen, bijzienden en
+halflammen den Keizer moeten dienen!"
+
+En waarlijk, daar begon het spoedig veel op te lijken. Reeds in 't
+vorige jaar toch had Napoleon bevel gegeven tot het oprichten eener
+Nationale garde (schutterij) verdeeld in twee bans. De eerste ban
+was verdeeld in cohorten en mobile nationale gardes: hij bestond uit
+80.000 jongelingen die, òf vrijgeloot waren, òf vrijstelling wegens
+broederdienst hadden gekregen, òf door geringe lichaamsgebreken niet in
+de conscriptie waren gevallen. Beide bans zouden echter nooit, volgens
+een Keizerlijk decreet, in het veld worden gebruikt.
+
+Napoleon bekommerde zich evenwel thans weinig om dat vroeger besluit en
+bepaalde, dat zij zich met het leger te velde zouden vereenigen. Ja, er
+kwam zelfs nog een oproeping van een derden ban, bestaande uit mannen
+die reeds jaren gehuwd waren, plaatsvervangers hadden gesteld, of om
+andere gewichtige redenen vrijstelling hadden bekomen.
+
+Door deze verschillende maatregelen, berekende de Keizer, zouden alle
+gaten weer gestopt wezen en het leger zelfs nog grooter dan vóór den
+Russischen veldtocht zijn.
+
+Het uittrekken van de 80.000 man cohorten had plaats onder groote
+weerspannigheid, maar ook de opschrijving voor den krijgsdienst
+veroorzaakte op sommige plaatsen vreeselijke opschuddingen. Te
+Oud-Beierland bijvoorbeeld moest de prefect zelf overkomen om de
+lichting te bewerkstelligen met behulp van de gewapende macht, waarbij
+de opstand in het bloed van een aantal boeren werd gesmoord.
+
+Van gelijke gevolgen was het verzet, dat zich half April in Rijnland
+openbaarde, toen de Fransche autoriteiten de gehuwden voor den tweeden
+ban begonnen op te schrijven. De anders zoo vreedzame huislieden stonden
+in een oogenblik van wanhoop op en verscheurden de lijsten der
+krijgsopschrijvingen, waarna ruim twintig personen werden gekerkerd.
+
+Aan de Zaanstreek, in Delfland en het Westland ging het desgelijks en
+met hetzelfde gevolg. In het geheel werden vijftien landgenooten, bij
+deze woeligen betrokken, ter dood gebracht, terwijl vele anderen tot
+dwangarbeid, gevangenisstraf en verbanning werden veroordeeld.
+
+Duidelijk echter had men gezien, hoe onder den algemeenen druk
+zoowel de Patriotten als de Oranjegezinden snakten naar vrijheid en
+onafhankelijkheid. Er scheen geen twijfel, of de vrijheidskreet zou
+weerklank vinden, zoo die slechts door mannen van achting en aanzien
+met kracht en vastberadenheid werd geuit. Om nu den lust tot opstand bij
+de Nederlanders voor goed te onderdrukken richtte Napoleon een _garde
+d'honneur_ op, bestaande uit jongelingen van de aanzienlijkste familiën,
+die hun kostbare uitrusting zelf moesten betalen en hem in náám als
+eerewacht, in werkelijkheid als gijzelaars moesten vergezellen. De
+aanneming tot deze garde werd als een gunst voorgesteld, wat niet
+wegnam dat vooral in Amsterdam De Celles meestal dwang moest aanwenden,
+om de jongelieden van het keizerlijk gunstbewijs gebruik te doen maken.
+Het gebeurde zelfs wel, dat er voor eenige der gepreste jongelingen,
+bloedverwanten van gelijken stand en leeftijd zich als plaatsvervangers
+aanboden.
+
+»U is wel vriendelijk, mijnheer," antwoordde De Celles dan met
+hatelijken spot, »om zóó onze wenschen te voorkomen en de eer te
+erkennen, die 's Keizers decreet van 5 April u vergunt. Inderdaad,
+het was te wenschen, dat àllen zoo dachten!" En dan werden beiden,
+de gepreste en die hem wilde vervangen, in dienst gesteld.
+
+Onder al die kwellingen wachtte men hier te lande met angstige spanning
+den loop der gebeurtenissen in Duitschland af. Tegen de gezamenlijke
+legers van Rusland, Pruisen en Zweden,--waar later dat van Oostenrijk
+nog bij kwam,--streed Napoleon met afwisselend geluk, doch de bulletins
+en dagbladen vermeldden weer de eene overwinning na de andere.
+
+Bert en Bruno hadden thuis al zoo vaak gehoord, hoe onbetrouwbaar die
+berichten waren, dat zij in hun jongenswijsheid meenden, de menschen
+daarvoor toch eens te moeten waarschuwen.
+
+En toen er nu weer zoo'n biljet was aangeplakt, slopen de onnadenkende
+bengels naar hun zolderkamertje, namen een vel papier en, na oneindig
+veel hoofdbrekens, verscheen daar eindelijk een achtregelig versje op.
+
+Het toeval wilde, dat zij 's avonds voor hun vader een boodschap moesten
+doen. Stilletjes liepen zij nu naar de Doelenstraat en terwijl Bert
+op den uitkijk ging staan of er geen onraad kwam, plakte Bruno hun
+rijmprodukt vlak onder het bulletin van mijnheer De Celles. Grinnekend
+van pleizier gingen zij daarop weer naar huis.
+
+De menschen die den volgenden morgen door de Doelenstraat kwamen, hadden
+niet weinig schik toen ze daar, onder het bulletin dat met zooveel ophef
+een nieuwe overwinning van den Keizer meldde, ter inlichting lazen:
+
+ 't Is louter kool en Fransche wind
+ Al wat men hier van 't leger vindt,
+ Wie nog de bulletins gelooft,
+ Is zeker toch niet wel bij 't hoofd;
+ Napoleon, die menschenplaag,
+ Krijgt tegenwoordig telkens slaag;
+ Ja, als dat zoo nog voort blijft gaan
+ Dan is zijn macht gauw naar de maan.
+
+'t Werd spoedig een heel oploopje, daar in de Doelenstraat; elk wilde
+met eigen oogen dat versje lezen waar zoo druk over gesproken werd; men
+duwde en drong elkander om er bij te komen. Dat duurde zoo voort tot
+opeens die hatelijke gendarme Jean Malon verscheen en nijdig het
+rijmprodukt van Bert en Bruno afscheurde. Gelukkig voor de deugnieten
+had hun streek geen noodlottige gevolgen, en zij verheugden zich, de
+menschen, naar zij meenden, nu toch eens wat beter te hebben ingelicht
+dan die bulletins altoos deden.
+
+In werkelijkheid echter voerde Napoleon den krijg aanvankelijk niet
+ongelukkig. Den 2den Mei behaalde hij bij Lützen een overwinning,
+welke den 23sten door een tweede, bij Bautzen, gevolgd werd. Zijn
+veldmaarschalken Oudinot, Macdonald en Ney waren echter minder
+voorspoedig. Na een wapenstilstand van twee maanden werden hun legers in
+Augustus en September achtereenvolgens verslagen en eindelijk stond de
+Fransche Keizer,--die eerst nog een schitterende zege te Dresden had
+behaald,--met slechts 170.000 man tegenover 300.000 van de bondgenooten,
+in de vlakten bij Leipzig. De bloedige veldslag die hier geleverd werd
+en van den 16den tot den 19den October duurde, viel ten nadeele van
+Napoleon uit. De eens zoo machtige Keizer was zelfs genoodzaakt, zich in
+Frankrijk terug te trekken en de geallieerden rukten voort tot aan den
+Rijn.
+
+Groot was de schrik en ontsteltenis der Fransche ambtenaren hier te
+lande, toen de uitslag van dezen strijd in Holland bekend werd, grooter
+evenwel de blijdschap van het zoo lang onderdrukte Nederlandsche volk.
+
+Het Haagsche zestal meende nu een stap verder te kunnen gaan en zich de
+medewerking van een aantal personen uit de gezeten standen der
+maatschappij te moeten verzekeren. Daartoe stelde ieder van hen zich in
+betrekking met vier personen, die, zonder elkaar te kennen, zich
+verplichtten om op het eerste teeken gereed te zijn en naar het
+ontvangen bevel te handelen. Deze vier kozen weer vier anderen, en op
+die wijze konden de zes weldra op 400 personen rekenen. Ten einde de
+nasporingen der Franschen te ontgaan werd niets op schrift gesteld. Tot
+deze voorbereidende maatregelen beperkte men zich vooreerst: het uur om
+te handelen scheen nog niet aangebroken.
+
+Anders dacht het volk te Amsterdam er over.
+
+Op de nadering der Pruisen en der Russen bracht het eene beurtschip na
+het andere vluchtende Fransche ambtenaren en douanen uit de steden in
+het Noordoosten van ons land, naar Amsterdam, waar hun vervoer met
+wagens en schuiten naar het Zuiden dag en nacht werd voortgezet. De
+diligences naar Antwerpen, Brussel en Parijs waren tot stikkens gevuld
+met vertrekkenden, en het inpakken van goederen in de hotels der
+hoofdambtenaren, ja zelfs op het Paleis, duidde aan, hoe zij die
+achterbleven voorzagen, dat het wellicht spoedig ook hun beurt zou
+worden. Amsterdam's burgerij begon onder het zien van al die bedrijven
+met den dag vrijmoediger te worden. De vrees voor de politie had reeds
+een einde: reeds Zaterdag den 13den begroetten de burgers elkaar op
+straat met de levendigste vreugde en wenschten elkander, zonder omwegen,
+geluk met de naderende bevrijding. Zondagavond nam de blijdschap nog
+toe, bij het gerucht dat zeventien schuiten aan de Berebijt gereed
+lagen om de 800 man van het strafbataillon, naar Utrecht te vervoeren.
+Duizenden liepen naar den Amstel en toefden er tot omstreeks
+middernacht, toen ze werkelijk de schuiten, opgepropt met Fransche
+manschappen, zagen afvaren. Ook de gewapende douanen trokken nog dien
+avond af, onder het gejuich en gejouw der menigte.
+
+Den volgenden morgen kwam een buurman de familie Vermaat met een
+stralend gezicht vertellen, dat generaal Molitor met zijn 1600 man 's
+nachts in alle stilte naar Utrecht was gegaan. »En nu is 't Oranje boven
+in de stad!" vervolgde de man opgewonden. »Aan den Zandhoek, hoor ik,
+staat al een Oranjeboom en daar dansen jonge meisjes in 't wit om heen,
+dat het een liefhebberij is! En de garen- en lintwinkel op de Leidsche
+straat hing vol met Oranje lint! Maar die werd binnen een half uur al
+leeg verkocht! Eindelijk is het dan toch Oranjeboven!"
+
+»Ei kom," zei mijnheer Vermaat, »ik kan het nog maar slecht gelooven."
+En hij stond op, om naar zijn kantoor te gaan; want na lang tobben had
+hij eindelijk een baantje gevonden, dat redelijk wel betaald werd.
+
+[Illustratie: Een oogenblik later sloegen de vlammen het houten
+gebouwtje reeds uit.]
+
+»Niet gelóóven? Maar, luister dan!... Daar hoor ik juist een troep
+aankomen... Nu zult u toch zeker niet meer twijfelen!"
+
+Allen stormden naar de stoep! En daar zagen zij een veertig of vijftig
+mannen, vrouwen en kinderen, met Oranje versierd, die liepen te zingen:
+»_Al is ons Prinsje nog zoo klein_," terwijl ze tusschenbeide luidkeels
+schreeuwden: »De Franschen zijn weg, de Franschen zijn weg! Oranje
+boven!"
+
+Het zingen klonk valsch en het roepen was ruw, maar toch werden allen er
+van ontroerd.
+
+»Tjonge, tjonge! Als ze maar niet te gauw roepen," zei mijnheer Vermaat.
+»Het heele Fransche bestuur is er toch nog en als dat maar even naar
+Utrecht seint... Hei, jongens! waar wou jullie heen?"
+
+»We mogen toch wel eens kijken, hé vader?" vroeg Bert.
+
+»Als jullie in 's hemelsnaam toch maar voorzichtig bent!" zei moeder
+bezorgd.
+
+»Zeker, zeker!" riepen Bert en Bruno, die dit maar voor een verlof
+hielden. En wèg waren ze reeds.
+
+Eerst gingen ze door de Kalverstraat. Daar bleek me wat aan de hand! 't
+Was er een gejoel en gedruisch, dat de jongens hun eigen woorden haast
+niet konden verstaan! De straat zag zwart van de voetgangers en alle
+koffiehuizen zaten vol met lachend-pratende menschen, die openlijk op
+het vertrek der Franschen en de verlossing van Nederland dronken, zich
+in 't minst niet meer bekommerend om betaalde spionnen.
+
+Met moeite kwamen Bert en Bruno op den Dam. Ook hier was het volk reeds
+op de been, ook hier klonk herhaaldelijk de vroolijke kreet: _Oranje
+boven!_--en af en toe begon men daar reeds tusschen te roepen: _Weg met
+de Franschen!_--en wel zóó krachtig en luid, dat mijnheer Le Brun, op
+het Paleis, het stellig duidelijk hooren moest.
+
+Toen de beide jongens aan het eind van het Damrak gekomen waren, riep
+Bert opeens: »Kijk Ep de Breukelaar, wat gaat _die_ nu toch beginnen?"
+
+»'t Is, of hij iemand uit het water redden wil. Hij trekt ten minste
+zijn buis al uit!" zei Bruno.
+
+Maar toen zagen zij, dat hij een Oranjevlag te voorschijn haalde en
+ontplooide.
+
+»Ja, menschen," zei hij tegen de omstanders, »al zes weken achter elkaar
+heb ik die onder mijn kleeren gedragen! Maar nou, Goddank, behoeft dat
+toch niet langer!"
+
+Onmiddellijk waren vier wakkere maats gereed om hem te helpen. En dra
+stond, aan een hooge steng, het dundoek op de Zuidwestzijde der Nieuwe
+Brug, ter plaatse waar Y en Amstel elkander ontmoeten.
+
+Zoo wapperde dan nu voor het eerst weer de Oranjevlag in Neerland's
+hoofdstad en met daverend hoezee-gejuich werd zij begroet. Binnen
+weinige minuten hadden al de omstanders zich met Oranje getooid, hing
+Oranjelint te koop in tallooze winkels, wier eigenaars tot nog toe
+geaarzeld hadden, en nog geen uur daarna versierde die kleur de dichte
+volksmassa's, die juichten en jubelden in alle buurten der groote stad.
+
+De honger dreef Bert en Bruno eindelijk naar huis, maar na den maaltijd
+gingen zij onmiddellijk de straat weer op, om te zien wat daar verder
+voorviel.
+
+Op de Botermarkt[6] zagen zij een dichte volkshoop voor de hoofdwacht
+der Nationale garden saamgestroomd, die reeds vrij rumoerig bleek.
+Kolonel Van Brienen, die er het bevel voerde, sprak de menigte echter
+met warmte en waardigheid toe en vermaande haar, zich van baldadigheid
+te onthouden.
+
+[6] Het Rembrandtsplein.
+
+»Leve Kolonel van Brienen!" was het honderdvoudig antwoord en dansend en
+springend ging het volk heen, onder het zingen van het lied:
+
+ Nu zijn de Franschen van den vloer, Hoezee!
+ Prins Willem komt nu aan het roer, Hoezee!
+ Nu dansen wij weer hand aan hand
+ Voor 't oude, lieve vaderland.
+ 't Is Oranje, 't blijft Oranje, toch Oranje boven!
+
+'t Bleek allerwege vroolijkheid; op de pleinen, op de sluizen, overal
+waar maar plaats was, zag men dansende troepjes en wie er aankwam, werd
+juichend in den kring getrokken en moest meedansen. Bert en Bruno hadden
+het zeker wel vijftig maal gedaan en nóg waren zij de pret niet moe.
+
+Tegen den avond bevonden zij zich op het Droogbak, waar groote
+volkshoopen, joelend en schreeuwend, en met stokken gewapend, zich op
+dat oogenblik te zamen dromden.
+
+»Zouden we nu toch niet eens naar huis gaan?" vroeg Bruno.
+
+»Ja," zei Bert, »moeder mocht ongerust worden, als we nog langer
+bleven."
+
+Maar juist toen ze heen zouden gaan gebeurde er iets, dat hen tot
+blijven noopte. Bij het volk, door de Fransche tolbeambten en commiesen
+zoo vaak gekneveld en uitgebuit, ging eindelijk de behoefte aan wraak
+zich in daden uiten.
+
+»Daar hèb je zoo'n afzetterskrot!" zei de ballastschipper »Kees draai
+me een loer," en hij schopte verachtelijk tegen de houten barak der
+douanen, die daar stond.
+
+Een sleeper spuwde er tegen.
+
+»Laten we de keet omver halen!" schreeuwde een knuistige varensgast.
+
+»Neen, in brand steken!" riep een sjouwerman.
+
+Dat vond gretig bijval; verscheidene mannen, schippers en sjouwerlui,
+beijverden zich om lichtbrandbare stoffen bijeen te sleepen.
+
+»Vuur, hier heb jullie vuur, menschen!" krijschte van verre een schrale
+oude-vrouwenstem. Bedrijvig kwam een schonkerig, kromgegroeid bestje met
+een glimmende kool in een stooftest aangejacht.
+
+De tongpunt stak tusschen haar verwelkte paarse lippen en de geslonken
+borst hijgde piepend onder de inspanning waarmee het krom
+geraamte-lijfje zich voorwaarts repte.
+
+»Hier, menschen, hier; ik zal je helpen!" gorgelde het niettemin uit
+haar dorre keel in schrale, kort-uitgehijgde snerp-geluidjes.
+
+»Hoezee!" brulden de kerels en »Kees draai me een loer," de test
+aannemend, klopte het menschje op den rechter schouderschonk en zei:
+»Bedankt, ouwe! Nou mag je zoo meteen je eens lekker warmen, voor je
+moeite!"
+
+De lichtontbrandbare stoffen vatten dadelijk vuur en een oogenblik later
+sloegen de vlammen het houten gebouwtje reeds uit. Een luid
+triomfgeschreeuw ging uit de menigte op en afschuwelijk schril klonk de
+lach der oude, die het vuur geleverd had; het magere, kromme lijfje
+schokte; en haar krukje stampte zij op en neer, onder die
+weerzinwekkende uitbarsting van haar wraakgenot.
+
+De zucht tot brandstichten werd aanstekelijk; kerels en wijven zochten
+halfverbrande stukken hout te bemachtigen en snelden er mee weg, om een
+volgend octrooihuisje aan te steken. Er stonden er meer dan twintig,
+daar aan den Buitenkant. En binnen het uur stegen, op een lengte van
+ongeveer een Hollandsche mijl, uit al die verblijven der gehate douanen
+de vlammen ten hemel, zoodat men in Waterland en aan de Zaan meende, dat
+half Amsterdam in brand stond.
+
+Drie personen, die pas met de Harlinger beurtschuit aangekomen waren,
+stonden met ernstige verbazing het woeste schouwspel aan te zien.
+
+Nauwelijks echter had Bert het drietal bespeurd of hij gaf zijn broer
+een bof in den rug van blijde verrassing en riep: »O, Bruno!--Daar heb
+je Reinier!"
+
+»En Jakob Stargardt met zijn moeder!" schreeuwde Bruno verrukt. Want in
+'t zelfde oogenblik had ook hij het drietal in 't oog. Als dol draafden
+de jongens nu hun broer en de beide Stargardts te gemoet, niet achtend
+de stompen en verwenschingen die hun deel werden, waar zij, zich door de
+menigte spoedend, er een op de teenen trapten of tegen het lijf boften.
+
+»En waar zijn vader en moeder?" vroeg Reinier, onmiddellijk na de
+allerhartelijkste begroeting. Want hij kon natuurlijk niet denken, dat
+de knapen, geheel alleen, zoo laat nog aan den Buitenkant zouden zijn.
+
+Bert en Bruno bekenden met schaamte, dat zij eigenlijk lang reeds thuis
+behoorden te wezen, maar zich, door het willen bijwonen van de
+verbranding der douanenhuisjes, zoo schandelijk verlaat hadden.
+
+»Allo, dan met spoed mee naar huis!" zei Reinier, »want vader en moeder
+zullen doodelijk ongerust over jullie zijn!"
+
+Maar van dien spoed kwam vooreerst niet veel, want opeens riep Bert:
+»Daar komt de patrouille van de garde-te-paard! Nu zal 't er spannen!
+Wisten we maar een goed heenkomen!"
+
+»Hm! ze rijden nog al zacht," zei Jakob Stargardt. »Het beste zal wezen,
+dat we maar met den stroom mee gaan."
+
+Inderdaad, de patrouille, allen Hollandsche lotelingen--waaruit trouwens
+de geheele garde was samengesteld--reed langzaam met ontbloote sabels,
+door de menigte. Geen paard lieten zij springen, geen sabel werd tot
+slaan gebruikt; statig reden zij voort. Hier en daar moesten zij
+ophouden. »Hei mannen!" riep het volk, »jullie bent net zoo goed
+Hollandsche jongens als wij! Zou je dan niet ereis op de gezondheid
+van den prins willen drinken!" en dan werden hun glazen bij glazen
+toegereikt en spelde men hun groote oranjestrikken op de witte mantels,
+terwijl de meesten van hen mooi dronken in de kazerne terugkeerden.
+
+»Hé, Vermaat!" riep een man, Reinier herkennend, »ben je waarachtig de
+ellende ontkomen?" 't Was een vroegere klant van zijn vader, die menig
+pondje tabak uit den winkel gehaald had.--»Nou, wat zeg je er van?" ging
+hij voort: »Een prachtig vuurwerk, hè?"
+
+»Dom genoeg," zei Reinier. »Als meneer De Celles het morgen naar Utrecht
+seint, wat hier aan de hand is, dan kan generaal Molitor met zijn volk
+weer gauw genoeg in Amsterdam terug wezen. En dan..."
+
+»Waarachtig! hij heeft gelijk!" riep »Kees draai me een loer." En toen
+tot het volk: »Komt jongens! We moeten naar de Weesperpoort, om de
+telegraaf te vernielen! Anders brengt die stille verklikker het naar
+Molitor of misschien wel naar Parijs over, dat we hier van avond een
+pretje hebben!"
+
+»Ja, ja! Naar de telegraaf!" schreeuwde de menigte en een dichte drom
+bewoog zich nu in de richting van het Weesperplein. Heel dien nacht
+bleef het volk op de been en terwijl het bij gansche troepen, zingend
+en joelend, zich door de straten bewoog en overal de Fransche
+wapenborden afrukte en vernielde, zaten mijnheer Vermaat en zijn vrouw
+met betraande oogen te luisteren naar het lijdensverhaal der drie
+zwervelingen.--O, hoe ànders bleek die ontzettende terugtocht te zijn
+geweest, dan de bluffende bulletins en de leugenachtige dagbladen
+verteld hadden!--En eindelijk, toen reeds alles geleden scheen, wat
+vreeselijke dagen toen nog, daar in dat hospitaal te Koningsbergen!
+Maanden lang hadden zij er gelegen in worsteling met den dood, maar hun
+sterk gestel had toch ten slotte gezegevierd. Doch toen zij het ten
+laatste verlieten, waren het Duitsche in plaats van Fransche dokters,
+die hen hersteld verklaarden. Want heel Pruisen, enkele vestingen
+uitgezonderd, bleek van Franschen te zijn bevrijd. Reinier en Jakob
+behoefden dus niet bang te zijn, opnieuw bij het Fransche leger te
+worden ingelijfd, tenzij ze dat zelf gewenscht hadden. Zij besloten
+toen, de kans af te wachten, weer veilig naar het Vaderland terug te
+kunnen keeren en zoo waren zij dan nu eindelijk weer in Amsterdam.
+
+Aanvankelijk meenden moeder Jane en haar zoon, voorloopig in een herberg
+hun intrek te nemen, doch de Vermaats wisten te bewerken, dat zij net
+zoo lang van hun gastvrijheid zouden gebruik maken, tot zij een
+geschikte woning hadden gehuurd.
+
+
+
+
+Zestiende Hoofdstuk.
+
+Oranje boven!
+
+
+Den volgenden dag mochten Bert en Bruno, tot straf voor hun laat thuis
+komen, de deur niet uit. Reinier en Jakob gingen echter de stad in,
+benieuwd naar het verder beloop der gebeurtenissen.
+
+Op straat bleek het veel rumoeriger nog dan daags te voren. Al dadelijk
+ontmoetten zij een bende woestelingen, aangevoerd door kerels met
+knuppels, terwijl de hoofdman een knuppel droeg, geheel met oranjelinten
+versierd. Daarachter kwamen een aantal jonge kerels van het gemeenste
+rapalje, met witpapieren strooken om hun hoeden, waarop in plompe
+cijfers het nummer stond, dat hun in de loting voor de conscriptie was
+te beurt gevallen.--»Hier heb jelui nog verzwegen conscrits! Hier bennen
+jongens, die derlui verzwegen hebben!" gilde en brulde, met gloeiende
+koppen en puilende oogen, de woeste troep.
+
+»Nou naar de Doelenstraat!" schreeuwde de aanvoerder.
+
+»Ja, naar de Doelenstraat!" tierde de bende. »Dan zullen wij dien schelm
+van een De Celles uit zijn huis halen!"
+
+»En hem ophangen in de post van zijn deur!" voegde de hoofdman er aan
+toe.
+
+»Ik ga mee!" riep een smidsgezel, die 't hoorde, terwijl hij haastig een
+hamer en een grooten spijker greep. Een slager hield triomfantelijk een
+stuk touw omhoog en sloot zich insgelijks aan bij de moordlustige bende.
+
+»Maar De Celles is al weg," zei er een, die tot nog toe vergeefs gepoogd
+had, zich verstaanbaar te maken. »Hij is van morgen met meneer Le Brun
+naar Utrecht afgetrokken."
+
+»Hij is niet weg!" verzekerde de aanvoerder. »Hij lijdt aan 't pootje.
+Ik weet secuur, dat de schelm nog niet weg is! En hij zal er aan
+gelooven, de hond!"
+
+»Drommels, dat loopt verkeerd," zegt Reinier. »Als het volk zóó gaat
+beginnen, waar zal dan het einde zijn!"
+
+Maar Jakob antwoordde niet. Hij dacht aan alles, wat hij en zijn
+familie reeds door dien man geleden hadden en hij smaakte een oogenblik
+een wreedaardig genoegen bij het vooruitzicht, dat ~nú~ het uur der
+vergelding bleek aangebroken, dat ~nu~ het einde van den onmenschelijken
+prefect nabij was.
+
+Maar opeens bedacht hij, hoe het een eeuwige schande voor zijn
+vaderstad zou blijven, zoo het volk werkelijk volvoerde, wat het vóór
+had. En dan--Reinier had gelijk--als het Janhagel eenmaal begòn te
+moorden, dan was er alle kans, dat het daarmee niet zoo dadelijk weer
+zou eindigen. Maar--wat er aan te doen?
+
+Plots kreeg de dolzinnige troep, op zijn weg naar De Celles' huis, een
+paar wapenborden met den Franschen adelaar in 't oog! Die moesten er
+eerst afgerukt en tot een vreugdevuurtje verstookt worden!
+
+»Kom mee," zei Jakob, »door dit oponthoud kunnen wij den moord misschien
+nog voorkomen!"
+
+Zij snelden nu de uitgelaten bende vooruit, naar De Celles' woning.
+Den huisknecht, die hen keeren wilde, smeten ze op zij en doorliepen
+vervolgens eenige leege vertrekken. Onhoorbaar waren hun stappen op
+de zachte tapijten. Eindelijk vonden zij den door pijnen gefolterden
+prefect, schier radeloos van angst, terwijl hij vloekend en klagend zijn
+papieren en kostbaarheden ter verzending deed inpakken.
+
+»Dit huis is _mijn_ huis!" riep de man wanhopig, toen hij het tweetal
+zag binnenkomen; tegelijkertijd greep hij naar een pistool, dat naast
+hem op de tafel lag.
+
+»Schiet niet!" riep Jakob, »want dat is juist uw ondergang!"
+
+»Wij behooren niet tot de opstandelingen," zei Reinier. »Wij komen u
+redden... Het oproerige volk is al op weg naar hier... Het zal u
+vermoorden, zoo u zich niet in alles door ons raden laat!"
+
+Jakob wist nu den wanhopigen prefect te bewegen, zich in een afgelegen
+donker vertrekje te laten opsluiten en hem zijn keldersleutel toe te
+vertrouwen. Daarop liet hij de knechts eenige ankers wijn op de stoep
+zetten; vervolgens ging hij zelf voor de geopende huisdeur staan en
+wachtte zoo het volk af. Reinier was inmiddels reeds heen gesneld om de
+hoofdmacht der gardes te waarschuwen.
+
+Daar kwamen zij aan, de woest tierende belhamels, vlammend op het
+leven van den man, die hen zoo lang getergd en onderdrukt had.--»Nou
+is het onze beurt!" schreeuwde de smidsgezel, den grooten spijker als
+gereedhoudend, om dien in de deurpost te hameren.--De varkensslachter
+strekte zijn touw langs de wijdgespreide armen uit: »Wat dunkt je,
+menschen, zou het lang genoeg zijn?" vroeg hij met een boosaardigen
+lach.--»Er schiet nog best een eindje voor Devilliers-Duterrage over!"
+spotte een half dronken schippersgast.--Een daverend vreugdgebrul klonk
+als goedkeurend antwoord.
+
+Inmiddels was de troep het huis genaderd; Jakob Stargardt wenkte met de
+hand;--»Wel jongens!" riep hij met zijn krachtige stem: »Een beetje te
+laat is véél te laat; de vogel is al gevlogen! Maar hier heb ik zijn
+sleutels. Deksels nog toe, de schelm heeft zoo 'n goeden wijnkelder!
+'k Heb alvast den heelen voorraad naar buiten gesjouwd, om met jullie
+op de gezondheid van den Prins van Oranje te drinken!"
+
+In woeste graaizucht viel de bende nu op de meer dan honderd flesschen
+aan, met hun tanden rukten zij de kurken af, gulzig zwelgend den
+kostelijken wijn, die hun als bloed langs mond en kleeren droop.--»Nou
+bennen we groote heeren, nou maggen we ook 'ereis volop wijn zuipen!"
+schreeuwde de aanvoerder van het plebs. Opnieuw nam hij een geweldigen
+slok; maar hij verslikte zich, waardoor schier de gansche rest van
+het vocht hem bij den hals in gulpte.--»Vervloekt," riep de woesteling,
+»ik heb genoeg van dat kleverige tuig!" Kletterend wierp hij de flesch,
+waarvan de inhoud hem eigenlijk in het geheel niet gesmaakt had, tegen
+de straatsteenen aan scherven.--»Vooruit, jongens!" schreeuwde hij toen.
+»Naar de Oude Turfmarkt!"
+
+»Ja, ja, naar de Oude Turfmarkt!" herhaalden verscheidene stemmen. En
+joelend en tierend trok de losbandige troep weer voort: Het leven van
+den prefect bleef verschoond. 's Avonds werd hij, met zijn secretaris
+Dubois, in een overdekte schuit gebracht, die bij zijn huis lag, en wist
+veilig uit de stad te komen.
+
+Op de Oude Turfmarkt, waar de plaats-commandant woonde en de Fransche
+politie haar hoofdbureaux gevestigd had, ging de menigte, door den wijn
+nog doller geworden, veel ontstuimiger te werk. Voor deze bureaux--twee
+aanzienlijke huizen--lag een drijvend vlot, waarop een houten gebouw,
+het schoutshuisje, stond, met een vertrek voor de directie, een tweede
+voor de agenten en een derde ter bewaring der arrestanten die naar de
+politie waren overgebracht. Berucht als holen van willekeur en tirannie,
+waren zij thans ter bewaking toevertrouwd aan een kleine afdeeling van
+Nationale gardes, die echter geen oogenblik aarzelde, om zich tegen de
+beraamde vernieling te verzetten. Doch wat vermocht het geringe aantal
+tegen de aandringende, opeengepakte menigte, die nog voortdurend grooter
+werd? Nadat de officier en een der manschappen zware wonden hadden
+bekomen, werd de post overweldigd, het schoutshuisje in brand gestoken
+en de bureaux aan de plundenaars prijs gelaten. Van boven tot beneden
+zijn in weinige oogenblikken al de vensterramen dier hooge huizen
+verbrijzeld, kostbare spiegels, commodes, tafels, stoelen, pendules,
+lampen, porselein, alles wordt met duivelsche vernielzucht de ramen
+uitgesmeten, de bedden worden opengesneden en het dons, evenals de
+losgescheurde bladen der registers en schrifturen, in de gracht
+geworpen. Duizenden menschen aanschouwen dit tooneel van schandelijken
+moedwil en vernielzucht.
+
+Eensklaps rijst, onder 't gewoel, gejuich, gedruisch en gekraak, een
+kreet van ontzetting op!... Dertig of veertig Fransche gendarmes komen
+rennend van de Doelenbrug met uitgetrokken sabels en werpen zich te
+midden der dichte drommen! De toeschouwers stuiven uit elkaar! Maar het
+gemeen blijft stand houden.----»Niet wijken, niet wijken!" riepen de
+opstandelingen. »Smijt de honden in het water!... Weg met dat Fransche
+canaille!..."--De gendarmes, niet in staat met hun sabels ruim baan te
+maken, branden hun karabijnen los, die dood en verderf onder de menigte
+brengen. Maar het gezicht der gevallenen verdubbelt de woede der
+opstandelingen; ze werpen zich tandeknarsend op de kavaleristen, halen
+den aanvoerder van zijn paard, smijten er eenigen in het water en
+drijven de anderen op de vlucht. Ook de plaats-kommandant is nog in
+tijds ontkomen.
+
+De plunderaars zouden echter niet lang meester blijven van het slagveld.
+Welhaast rukken Nationale garden in dichte drommen aan, vuren hun
+geweren af, en, met kracht voortdringende, doen zij de plunderaars
+verstuiven, die verscheidene gewonden en zelfs dooden achterlieten.
+
+Jakob, die de plundering van de politiebureaux tot aan de komst der
+gendarmes had bijgewoond, had daarop spoedig Reinier weer ontmoet, die
+hem dadelijk zijn wedervaren vertelde.
+
+»Toen ik aan het gebouw van de hoofdwacht kwam," zei Reinier, »liet
+kolonel Van Brienen daar juist parade houden. Met verbazing zag ik, hoe
+hij daarbij verscheen als Hollandsch bevelhebber, zonder adelaar op den
+chako. Denkelijk deed hij dit, om zijn vertrouwen op de burgerij te
+toonen en haar te bemoedigen.--Nu, zijn manschappen bleven niet achter,
+dat begrijp je! Onmiddellijk rukten ook zij de teekenen der dwingelandij
+van hun chako's, vertrapten ze en, onder het presenteeren en kletteren
+der geweren, zwoeren zij hun bevelhebber trouw! De Fransche jagers, die
+óók op de Botermarkt stonden, zagen dit tooneel met groote oogen aan en
+zochten, na den post aan kapitein Falck overgegeven te hebben, als de
+wind een goed heenkomen!"
+
+Jakob vertelde nu op zijn beurt, hoe het bij De Celles was afgeloopen.
+Inmiddels waren zij, aan de overzijde van het Rokin, tot bij de
+Olieslagerssteeg gekomen, toen zij ook dáár een bende opstandelingen
+aan den gang zagen. Het bureau en de woning van den gehaten
+politie-commissaris Veyl bleken het te moeten ontgelden. Het bureau op
+den wal, tegenover de woning, is welhaast aan de vlammen prijs gegeven,
+en nu volgt de plundering van het huis. Alles wordt er vernield, stuk
+geslagen en naar buiten geworpen. Hoewel de garden van den prefect in
+'t hoekhuis aan de steeg waren gehuisvest, kwamen zij niet tegen dien
+euvelmoed in verzet. Zélf slachtoffers van dwang en willekeur,
+huiverden zij, om zich aan de volkswraak bloot te stellen.
+
+De beide vrienden zwierven nog eenigen tijd de stad door, om te zien hoe
+het elders gesteld was.
+
+Zij vernamen, dat het volk reeds vroeg in den morgen naar het Werkhuis
+was getrokken en er Emanuel van Praag en Barth Meyer, benevens nog
+enkele andere gevangenen met geweld bevrijd had.
+
+Van het Werkhuis was de menigte naar het Spinhuis getogen, waar andere
+slachtoffers der vroegere, mislukte opstanden waren gekerkerd. Ook deze
+gevangenen had men verlost en in zegepraal rondgevoerd. Ten slotte had
+het volk de onschuldig gevangenen in het Verbeterhuis de vrijheid
+hergeven.
+
+Hadden zij zelf den moord op De Celles weten te keeren, ook door anderen
+werden buitensporigheden voorkomen. Zoo wisten Kapitein Falck en de
+Kattenburgers, naar zij hoorden, een machtige bende opstandelingen tegen
+te houden, die het uitzinnige plan hadden gevormd om de magazijnen,
+de pakhuizen der douanen en de gebouwen der Keizerlijke tabaksfabriek
+op de eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg te vernielen; en
+de bewoners van Droogbak voorkwamen het in de lucht springen van 't
+bedreigde kommandantsjacht--een vaartuig van den chef der douanen,
+dat veel buskruit aan boord had--door, alvorens de aanrukkende benden
+naderden, dit schip te bemachtigen, het kruit over boord te werpen en de
+Hollandsche vlag in top te hijschen.
+
+Maar lang niet overal kon de dolle moedwil van het gepeupel worden
+voorkomen. Zoo zagen Reinier en Jakob een andere bende van woestelingen
+bij het huis van den politie-commissaris Chandon en dat van den
+ontvanger der belastingen Jonas, hun domme, schandelijke vernielzucht
+uitvieren. Chandon lag ziek te bed. Zijn dienstmeisjes riepen dit het
+volk toe, smeekend, haar meester toch te sparen.
+
+»Laat hem zijn eigen dood sterven!" schreeuwden de dolzinnigen. »Onze
+handen zijn veel te goed, om zoo'n Franschen hond te vermoorden! Maar
+de boeken moeten we hebben!"
+
+In doodsangst werden zij afgestaan. Daarop stak het rapalje het houten
+kantoortje aan den waterkant in brand en wierp de registers en
+schrifturen in het vuur.
+
+Minder goed kwam Jonas er af. Ook bij hem verbrandde het losbandige
+grauw het houten kantoortje aan den wal en, om het eens ferm te laten
+lieren, haalde het eenige vaten boter uit 's mans kelder en wierp die op
+den vlammenden hoop. Daarop begon de menigte het huis te plunderen en
+hierbij waren Jakob en Reinier bijna het slachtoffer geworden hunner
+pogingen, om de benden tot bedaren te brengen. Nauwelijks toch hadden
+zij, na een ernstige vermaning, de stoep verlaten, of een zware geldkist
+kwam door een der bovenramen getuimeld en sloeg barsten en gaten in
+zerksteen en metselwerk.
+
+Een afdeeling Nationale gardes kwam aangerukt, om de orde te herstellen,
+maar om den hoek van de Vijzelstraat konden zij niet verder door de
+onafzienbare menigte van volk. Genoodzaakt tot schieten troffen hun
+kogels drie opgeschoten jongens, waarop de plunderende bende in wilden
+angst op de vlucht sloeg.
+
+In andere wijken ging het niet beter toe en ten hoogste bekommerd om
+alles wat zij gehoord en gezien hadden, keerden de beide vrienden ten
+leste naar huis.
+
+»Welnu, wat nieuws?" vroegen moeder Jane en juffrouw Vermaat om strijd.
+
+»'t Is treurig met Amsterdam gesteld," was Reinier's weinig bemoedigend
+antwoord. »Het hoofdbestuur heeft de stad verlaten, we zijn op 't
+oogenblik volslagen regeeringloos!"
+
+»Ja," zei Jakob, »een bandeloos gemeen, dat van kwaad tot erger dreigt
+te gaan, speelt feitelijk de baas; ieder uur kunnen bovendien de
+Franschen terug komen; het ziet er voor ons arme Amsterdam dus
+bedenkelijk uit!"
+
+Daarop vertelden zij, wat ze zoo al hadden bijgewoond.
+
+»'t Is toch hard voor die gardes," zuchtte juffrouw Vermaat, »om op hun
+eigen medeburgers te moeten schieten."
+
+»Dat is het ook," zei Jakob, »maar die medeburgers waren op dat
+oogenblik geen menschen meer, maar woeste, losgebroken tijgers."
+
+Gelukkig kwam mijnheer Vermaat tegen den avond met hoopvoller berichten
+thuis: Voornamelijk door toedoen van kapitein Falck,--zoo had hij op het
+kantoor vernomen,--was door de gezamenlijke officieren der gardes een
+commissie uit hun midden benoemd, met opdracht, een aantal geachte,
+aanzienlijke ingezeten op te roepen en deze te bewegen, aan de
+regeeringloosheid een einde te maken, door zelf het bestuur in handen te
+nemen. Deze commissie had onmiddellijk vergaderd en het resultaat harer
+bemoeiingen was, dat, zoo aanstonds reeds, de genoodigden in de
+vroedschapskamer zouden bijeenkomen.
+
+Reinier en Jakob begaven zich nu terstond naar het stadhuis, om toch
+maar zoo spoedig mogelijk den uitslag dier bijeenkomst te kunnen
+vernemen.
+
+Inderdaad kwamen weldra twintig van de vier-en-twintig genoodigden in de
+raadzaal bijeen. Zoodra allen plaats genomen hadden nam Falck, op
+verzoek van Kolonel van Brienen het woord.
+
+»Het is noodeloos," sprak hij, »den toestand der stad voor u open te
+leggen. Verlaten door de Hoofden van het Fransch Bestuur,--God geve
+dat zij er nimmer wederkeeren!--zijn alle banden van gezag losgemaakt.
+Het wilde gedruisch daarbuiten, de vlammen die ten hemel stijgen,
+toonen--luider dan _ik_ het vermag--den algemeenen nood. Nog kunnen wij
+de woeste menigte beteugelen; maar straks zal zij haar krachten kennen,
+en het gevaar niet meer tellen. Dan wordt de dag, die de eerste van ons
+geluk moest wezen, het begin van nieuwe ellende. Het gemeen kan door
+kogels en bajonetten worden uiteen gejaagd; maar voor anderen dan voor
+medeburgers moeten onze kogels en bajonetten zijn; en het volk, al is
+het uitééngejaagd, is daarmee nog niet tot bedáren gebracht. Het gezag
+alleen kan het onderwerpen, de rust herstellen, en bloed dat ons
+dierbaar is, sparen. Zoo lang dit volk nog meent geregeerd te zijn door
+Franschen, zoo lang zal de wanorde duren, grooter, ijselijker worden, ja
+ten laatste zich van alles meester maken.
+
+Maar toont het volk een Vaderlandsch Bestuur aan het hoofd der stad;
+laat het namen hooren, die het oude ontzag en vertrouwen doen herleven:
+die klank alleen zal reeds eerbied inboezemen, zal het verschiet van
+betere tijden openen! Zoo zal de hoop ontluiken, en met haar de kalmte;
+bandelooze woede zal voor zachtere gewaarwordingen plaats maken; en
+duizenden handen, die nu slechts brandstichting en vernieling dreigen,
+zullen zich wapenen voor de vrijheid! Aanvaardt dan de regeering van
+Amsterdam, die wij u opdragen. Of vraagt gij, wat ons daartoe wettigt?
+Wij zouden uit naam van het Fransch Bestuur zelve, u dit nieuw gezag
+kunnen aanbieden. Maar gij wilt niet, dat het uit zulk een bron zal
+vloeien. Al wat in de stad goed of eer te verliezen heeft roept u in, om
+haar te beschermen tegen den moedwil. Het Vaderland, dat uit zijn asch
+herrijzen zal, roept u in, als de eersten om het te behouden. En zoudt
+gij voor die stem uw ooren dan willen sluiten? Gij _kunt_ het niet!"
+
+Na deze overtuigende toespraak verklaarden zeventien van de twintig
+aanwezigen zich bereid, om deel te nemen aan het voorloopig bestuur.
+
+De aanstelling van dit nieuwe bestuur werd nu openlijk aan het volk
+verkondigd, en de rustverstoorders onder bedreiging van strenge straffen
+aangemaand, zich van alle baldadigheden te onthouden en tot orde en
+rust terug te keeren. In plechtigen optocht, onder escorte van een
+gedeelte der schutterij--welken naam de nationale garde reeds weer had
+aangenomen--trokken de benoemde raadsleden bij fakkellicht door de
+straten, luide toegejuicht door alle weldenkenden, die door herhaalde
+hoezee's hun vertrouwen op het nieuw stadsbestuur te kennen gaven. De
+genomen maatregelen hadden het beoogde gevolg, de stad kwam tot rust.
+
+Nog dienzelfden avond werd het gebeurde te Amsterdam aan de verbondenen
+in Den Haag bekend.
+
+De Haagsche heeren begrepen, dat nu ook voor hen de tijd van handelen
+gekomen was. Den volgenden morgen vertoonden zich Van Stirum en de zonen
+van Van Hogendorp met de oranjecocarde op den hoed in de straten. Waar
+zulke mannen dit waagden, daar twijfelde niemand, of de dageraad der
+vrijheid was waarlijk aangebroken. Binnen weinige oogenblikken prijkte
+de oranjekleur op aller hoofd of borst; welhaast zag men haar ook
+voor de vensters en wapperde zij voor alle winkeldeuren. Huizen en
+werkplaatsen liepen leeg, de gansche bevolking kwam op de straat, de
+lucht weergalmde van gejuich en gelukwenschingen en uit veler oogen
+vloeiden vreugdetranen! En schoon het aan geen verwenschingen van de
+Franschen ontbrak, schoon welhaast hun adelaars en wapenschilden ook
+hier niet langer geduld werden, nergens toch werd geweld gepleegd, en
+nergens ontdekte men sporen der voormalige tweedracht.
+
+De graaf Van Limburg Stirum aanvaardde nog dienzelfden dag, in naam van
+den Prins van Oranje, de betrekking van gouverneur van Den Haag en
+weldra trok de Fransche bezetting bij minnelijke schikking af.
+
+Het eerste werk der Haagsche heeren was nu, de prinsgezinde oud-regenten
+bijeen te roepen, om te beraadslagen over de instelling van een algemeen
+landsbestuur. Deze vergadering leidde echter tot niets, evenals een
+tweede, waarbij ook voormalige tegenstanders van het Huis van Oranje
+waren genoodigd. Uit angst waren velen der opgeroepenen thuis gebleven
+en voorzichtigheidshalve weigerde de overgroote meerderheid der
+aanwezigen, vooreerst aan het voorgestelde doel mede te werken, daar
+de uitslag van den opstand geheel zou afhangen van het oorlogsbeloop
+in het buitenland. Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam echter,
+begrijpende dat het volk niet moest wachten, totdat het door vreemde
+wapenen werd verlost, maar de gelegenheid diende aan te vatten om zich
+zelf te bevrijden, aanvaardden den 21sten November het hooge landsbewind
+tot de aankomst van den Prins van Oranje. Niet wetende of deze in
+Engeland of in Duitschland was, zond men twee deputaties af, waarvan de
+eene hem in Engeland aantrof.
+
+Het algemeen bestuur ontsloeg onmiddellijk alle Nederlanders van den eed
+van trouw aan den keizer der Franschen, doch aanvankelijk ondervond die
+stoute daad niet de gewenschte medewerking bij het Nederlandsche volk,
+al sloten zich ook verscheidene Hollandsche steden bij den opstand aan.
+Amsterdam echter, van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit
+Naarden bedreigd, bleef bij de onzijdige houding volharden, die het van
+het begin af had aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich nòch
+vóór den Prins, noch tegen den Keizer verklaarde.
+
+Den 24sten kwam daarin verandering. Op den morgen van dien dag verscheen
+namelijk een voorhoede van tweehonderd Kozakken voor de Muiderpoort,
+die door de burgerij met de uitbundigste vreugde werd ontvangen. De
+verschijning dier woeste gasten was als die van beschermende Engelen. En
+hoe weinig ook die 200 man beteekenden, hoe ook Molitor met zijn 4000
+Franschen Amsterdam bleef bedreigen--de overtuiging, dat de verbonden
+mogendheden zich Holland's zaak aantrokken, vooral de ijverige pogingen
+van Falck, brachten thans de stadsregeering er toe, zich bij het
+Algemeene Bestuur aan te sluiten.
+
+Ook Jakob en Reinier zagen dien morgen de aangekomen Kozakken, maar niet
+met de opgewondenheid hunner stadgenooten. Het stemde hun bitter, dat
+diezelfde ellendige, smerige kerels, die luizige schooiers in vodden van
+kleeren gehuld, zittend op oude schonkige knollen, zonder zadel, met den
+voet in een touw bijwijze van stijgbeugel, een oud verroest pistool als
+vuurwapen, een stok met een verroesten spijker er aan in plaats van een
+lans,--diezelfde eeuwig naar brandewijn stinkende schooiers, welke als
+een troep gieren het stervende Groote Leger hadden omzwermd, maar de
+vlucht namen bij het minste verweer,--het stemde hun bitter dat die
+paar honderd hongerige lafaards door de Amsterdamsche burgerij als
+vrijheidshelden werden verwelkomd en dat de komst van zóó'n bende het
+weifelend stadsbestuur bemoedigde, om zich bij den opstand te voegen.
+
+Evenwel, toen dit besluit, onder het uitsteken der oranjevlag, van
+de pui van het stadhuis afgelezen, opnieuw het volk in geestdrift
+bracht,--toen waren toch ook zij van harte verheugd, dat Amsterdam
+eveneens voor de zaak der vrijheid was gewonnen.
+
+Dordrecht, dat zich dadelijk had aangesloten, sloeg een aanval der
+Franschen moedig af, doch Woerden had nog een allerschandelijkste
+plundering der troepen van Molitor te doorstaan. Intusschen waren de
+Kozakken de grenzen overgetrokken en hadden de Noordelijke provinciën
+bezet. De Pruisen drongen tegelijkertijd Gelderland binnen en
+vermeesterden den 30sten November Arnhem, terwijl de Zeeuwen in hun
+opstand door de Engelschen ondersteund werden. Bij het einde van 1813
+waren nog slechts enkele vestingen in de macht der Franschen.
+
+Wel stond 's Gravenhage dus niet zoo heel lang alleen, wel werd ook
+Utrecht den 28sten door Molitor ontruimd en den volgenden dag door
+Kozakken bezet, doch zoolang men niets van den Prins van Oranje vernam,
+in wiens naam men handelde, stond het te vreezen, dat de minste
+tegenspoed de zoo lang gerekte en telkens weer opgewonden geestdrift
+zou ter neder slaan. Gelukkig kwam er Zondag den 28sten een brief van
+den Prins, waarin de vorst zijn blijdschap over de gebeurtenissen in
+Holland te kennen gaf, zijn goedkeuring betuigde ten opzichte der
+genomen maatregelen en de belofte deed, dat hij binnen weinige dagen
+zou overkomen.
+
+Op het Engelsche fregat »~The Warrior~" stak hij in zee en kreeg den
+30sten November Scheveningen in het gezicht. Men drong den Prins om,
+alvorens te landen, kondschap in te winnen omtrent den staat van zaken,
+doch Willem Frederik wees dit voorstel van de hand. Hij ging van 't
+oorlogsschip in een pink over en werd vervolgens, onder het gebulder
+der kanonschoten van het fregat, met een wagen aan wal gebracht. 't
+Bericht dat Oranje naderde, was reeds te 's Gravenhage verspreid vóór
+~The Warrior~ het anker wierp en vandaar dat strand, duinen en gansch
+Scheveningen vervuld waren met tallooze scharen, die den langgewenschten
+vorst verbeidden en hem jubelend welkom heetten. Van Hogendorp, Van der
+Duin en de graaf van Stirum ontbraken niet, om den Prins te begroeten,
+die nu in een open rijtuig, te midden der feestvierenden, naar 's
+Gravenhage reed.
+
+Mijnheer Vermaat bevond zich juist in Den Haag, waarheen hij door zijn
+patroon was gezonden, om een hangende kwestie met een daar gevestigde
+firma, zoo mogelijk, tot klaarheid te brengen. En schoon hij nooit op
+redenaarstalenten had mogen bogen, werd de goede man zelfs welsprekend,
+toen hij 's anderendaags aan zijn huisgenooten 's Prinsen aankomst ging
+verhalen.
+
+»De reis van Scheveningen naar Den Haag," vertelde hij, »was een
+zegetocht, door het fraaiste weer begunstigd en onder de toejuiching
+van duizenden! Nooit heb ik menschelijke blijdschap zich op zóó
+verschillende manier zien uiten. Hier staarden de menschen wezenloos,
+alsof zij niet geloofden wat zij zagen; dáár stonden er met gloeiende
+wangen, anderen weer waren doodsbleek van ontroering. De een barstte
+los in gejuich, de oogen van den ander stonden vol tranen. Nooit hoorde
+ik zóóveel gejubel, nooit zag ik zóóveel geestdrift! Sommigen snikten,
+anderen vielen elkander om den hals, ja, de menschen ontzagen vaak
+hoeven noch wielen en lieten zich bijna overrijden door de Prinselijke
+koets, om maar een blik of een glimlach van den Vorst op te vangen.
+Hoeden werden gezwaaid, doeken werden gewuifd, het Oranjeboven galmde
+uit ieders mond. 't Was, of de bejaarden een zoon, of de mannen een
+broêr, of de jongelingen een vader uit den dood hadden terug gekregen!
+
+De Prins stapte in het Voorhout bij Van Stirum af. De deuren van het
+hôtel bleven open en ieder had vrijen toegang tot den Vorst.
+
+Weinige uren na zijn aankomst liet de Prins een proclamatie afkondigen,
+waarin hij verklaarde, al het verledene te vergeven en te vergeten en al
+zijn landgenooten opriep, om zich met hem te vereenigen tot bevestiging
+van Holland's onafhankelijkheid."
+
+»Die proclamatie heb ik gelezen," zei Reinier. »Die is van morgen
+ook hier in Amsterdam aangeplakt. Maar tegelijk nog een andere, van
+Fannius Scholten en Kemper, waarin zij verklaren dat de vorst, die het
+Nederlandsche volk terug heeft gevraagd, niet is Willem de Zesde, van
+wien de natie niet weet wat zij eigenlijk te hopen of te verwachten
+heeft, maar Willem de Eerste, die als een souverein vorst, zijn volk
+aan de slavernij van een schandelijke buitenlandsche overheersching zal
+ontrukken."
+
+»Mooi zoo," riep mijnheer Vermaat, »dat is de beste manier om de oude
+partijschappen nooit meer te laten herleven en nieuwe verdeeldheid te
+voorkomen."
+
+Niet minder groot dan te 's Gravenhage was de geestdrift, toen de Prins
+den volgenden dag zijn intocht in de hoofdstad deed. Meer dan twee volle
+uren duurde het, eer de stoet den Dam bereikt had. Dat was een andere
+intocht dan die, welke, twee jaar te voren, Napoleon in dezelfde
+hoofdstad had gedaan. Toen schreeuwden gehuurden en gedwongenen het
+»Vive l'Empereur!"--~nu~ klonk uit duizenden monden het hartelijk en
+welgemeend: »Oranje-boven!"
+
+En de drie zwervers van het Groote Leger, hoe verheugd zij ook den voet
+weer in het vaderland gezet hadden, zij kregen eigenlijk pas thans het
+rechte, heerlijke gevoel van weer thuis te zijn!
+
+[Decoratieve Illustratie]
+
+
+
+
+ Taco de Minstreel
+
+ [Illustratie]
+
+ door P. VISSER.
+
+ Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.
+
+ Prijs in prachtband f 1.90.
+
+De schrijver heeft voor zijn geschiedenis uit den tijd der graven van
+het Hollandsche huis de beste bronnen voor het tijdvak geraadpleegd.
+Trouwens de heer Visser is geen onbekende en het boek geen eersteling.
+Integendeel, velen weten hoe voortreffelijk hij vertelt van dingen,
+die onze jongens wel moeten interesseeren. Vooral in dit nieuwe werk
+ontwikkelt de schrijver een romantische kracht, die aan den beroemden
+Van Lennep doet denken.
+
+
+ De Laatsten der Arkels
+
+ [Illustratie]
+
+ door P. VISSER.
+
+ Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.
+
+ Prijs in prachtband f 1.90.
+
+In dit werk stelt de schrijver zich ten doel den tragischen ondergang
+van het machtige Arkelsche huis te schetsen en tevens een beeld te geven
+van het schier niets ontziende streven der landheeren om zich van het
+eenhoofdig gezag meester te maken. Zonder overdrijving of ongezonde
+spanning is de schrijftrant levendig en boeiend. Hij laat u mee-trekken,
+mee-strijden, mee-vluchten, mee-feesten naar het voorkomt.
+
+Behalve door de vele illustraties wordt de geschiedenis toegelicht ook
+door een kaart van Gorkum uit den tijd, waarin het verhaal speelt.
+
+
+ Het Beleg van Alkmaar
+
+ door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door H. C. LOUWERSE.
+
+ Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.
+
+Het Beleg van Alkmaar is beschreven door den Heer P. VISSER, die hier
+een zeer boeiend en blijkbaar historisch zeer nauwkeurig verhaal heeft
+gegeven van het beroemde beleg, waarvan de victorie begon. Twee kaartjes
+en vier illustraties verduidelijken het werk zeer.
+
+
+ Heemskerck op Nova-Zembla
+
+ door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door A. H. GOUWE.
+
+ Derde Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.
+
+De ontdekkingstochten in de Noordelijke IJszee leveren een prachtige
+stof voor avontuurlijke verhalen met een geschiedkundigen ondergrond.
+Over den tocht der Hollanders onder Heemskerck en Barendsz is het boek
+van P. VISSER zeer aanbevelenswaardig.
+
+
+ Heemskerck voor Gibraltar
+
+ door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door H. C. LOUWERSE.
+
+ Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.
+
+Een aanbevelenswaardig geschiedkundig verhaal is »Heemskerck voor
+Gibraltar" door P. VISSER; de schrijver verstaat de kunst, den lezer te
+doen meeleven met zijn personen uit het verleden. Hij weet maat te
+houden en wordt niet langdradig; vandaar dat zijn boeken een bescheiden
+omvang hebben, 't geen een deugd is in een kinderboek.
+
+
+ De Vliegende Hollander
+
+ door P. VISSER. -:- Geïllustreerd door A. RÜNCKEL.
+
+ Tweede Druk. :: Prijs in prachtband f 1.25.
+
+Kapitein van Halen, de uitvinder van een snelzeilend fregat, wordt door
+zijn tijdgenooten miskend, en snijdt allen omgang met zijn medemenschen
+af. Hij verwerft den bijnaam van »de Vliegende Hollander" en zijn schip
+speelt een rol in de geschiedenis der Boekaniers, die in dien tijd
+West-Indië onveilig maakten.
+
+
+ Prins Almanzor's Makker
+
+ door =Marie Boddaert=. Geïll. door =B.= en =J. Midderigh-Bokhorst=.
+
+ =Prijs in prachtband f 1.90=.
+
+[Illustratie]
+
+Prins Almanzor's makker is, zijn besluiteloosheid, zijn zucht tot
+weifelen, belichaamd in de gestalte van zijn sprekend op hem gelijkenden
+voedsterbroeder Manuel. En het middel om hem van die karakterzwakheid
+te genezen, vindt de »Wijze van het Woud," door Almanzor met Manuel een
+avontuurlijke reis vol gevaren te laten maken, waarbij de zwakke wil van
+zijn voedsterbroeder den kroonprins hoe langer hoe duidelijker wordt.
+En daardoor leert hij niet alleen zichzelf kennen, maar ook zichzelf
+zoo flink aanpakken, dat hij aan het einde van het boek met het volste
+vertrouwen kan zeggen: »Ik wil ook."
+
+Marie Boddaert heeft deze mooie paedagogische gedachte met veel talent
+uitgewerkt en zij is er volkomen in geslaagd de belangstelling van haar
+lezers door het geheele boek heen te behouden.
+
+Gebr. Kluitman hebben alle eer van deze uitgave die, versierd met
+prachtige illustraties van B. en J. Midderigh-Bokhorst een rustig
+voornamen indruk maakt.
+
+
+ De Schipper van de Jacomina
+
+ door MARIE BODDAERT. Geïll. door LOUIS RAEMAEKERS.
+
+ =Prijs in prachtband f 1.90=.
+
+Dit nieuwe werk van de begaafde schrijfster speelt op Walcheren in de
+jaren toen de bevolking het vreemde dwangjuk moede was en de wensch en
+wil wakker werden, dat de Prins van Oranje weer mocht terugkeeren en 't
+als van ouds »Oranje Boven" zou worden. De overheerschers keken scherp
+toe en waar zij vrienden van Oranje vermoedden, straften zij even
+scherp. Vreedzame burgers werden opgebracht, hun huizen doorsnuffeld,
+hun papieren in beslag genomen en zij zelf zonder vorm van proces achter
+slot en grendel gezet.
+
+In die atmosfeer van geheimzinnigheid, waarin wij ook vaak smokkelaars
+aantreffen op avonden dat de storm loeit en Walcheren's kust door de
+zee wordt gebeukt, speelt Koen Lievensz een eervollen rol. Het is een
+waagstuk, van de kust, bewaakt door gendarmes, in een wrakke boot af
+te steken, door de branding heen naar de Engelsche vloot te gaan om
+berichten over te brengen en daarna met tijdingen van de buitenwereld op
+het eiland terug te keeren. Als ten slotte de Franschen zijn verjaagd,
+spreekt schipper Bot deze woorden, welke als een profetie klinken: »_'k
+Hoop dat Nederland in de toekomst geen verdere les zal noodig hebben_,"
+en met het oog op zijn Gillis en Marees en Koen. »_Met zulke jongens?
+Dat's best mogelijk!_"
+
+
+ De Page van Napoleon
+
+ door =S. J. Andriessen=. Geïllustreerd door =J. H. Isings Jr.=
+
+ =Prijs in prachtband f 1.90=.
+
+[Illustratie]
+
+Een historisch verhaal uit de dagen van Napoleon, dat elke jongen met de
+grootste belangstelling zal lezen.
+
+Hector d'Albas, de jeugdige afstammeling van een oud adellijk geslacht
+vervalt door de revolutie tot groote armoede, maar komt door allerlei
+wederwaardigheden aan het hof van Napoleon en wordt tot page bevorderd.
+Hoe hij zich in deze betrekking gedraagt en ook wel eens misdraagt,
+wordt in dit boek op onderhoudende wijze beschreven. De mooie
+teekeningen van J. H. Isings Jr., verleenen aan dit royale en met
+zorg uitgevoerde boek een groote attractie.
+
+
+ NAPOLEON
+
+ Tweede Druk.
+
+ =Prijs in prachtband f 2.90=.
+
+ door H. TH. CHAPPUIS en A. H. P. BLAAUW.
+
+Het beste werk in onze taal over den grooten keizer is dat van den
+overste H. Th. Chappuis. Het is waarlijk een standaardwerk, dat de
+Napoleontische reuzenfiguur inderdaad op de meest voortreffelijke
+wijze schetst. Er is van dit werk thans bij de gebroeders Kluitman te
+Alkmaar in fraaie uitgave een tweede geheel omgewerkte druk verschenen,
+waaraan de heer A. H. P. Blaauw, leeraar in de geschiedenis aan de
+Cadettenschool te Alkmaar zijn medewerking heeft verleend. Met genoegen
+maken wij van deze uitgave melding.
+ _Rotterdamsch Nieuwsblad._
+
+Het groote Napoleon-boek van Generaal Chappuis, met 32 platen,
+een boek voor de groote jongens over den grooten man, historisch
+wèl-gedocumenteerd en voorzien van kaarten en plattegronden: Wagram,
+Waterloo, is, omgewerkt door den samensteller, met behulp van den
+leeraar in de geschiedenis aan de Alkmaarsche cadettenschool A. H. P.
+Blaauw, in tweeden druk verschenen bij Gebr. Kluitman te Alkmaar.
+Uiterlijke zoowel als innerlijke verzorging zijn den prijs waard.
+ _Alg. Handelsblad._
+
+Van dit voortreffelijke boek is eene tweede druk verschenen, met
+platen naar oorspronkelijke schilderijen. De heer Blaauw, leeraar aan
+de Cadettenschool te Alkmaar, heeft het werk van den heer Chappuis,
+toen deze bezweek, overgenomen. De tweede druk is aldus omgewerkt en
+verbeterd en tot een standaardwerk geworden.
+ _Prov. Groninger Courant._
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: stem van mijnheer de Celles. En |
+ | C: stem van mijnheer De Celles. En |
+ | B: Maar mijnheer de Celles zei: |
+ | C: Maar mijnheer De Celles zei: |
+ | B: »Ja, ja," gronnikte Ep, |
+ | C: »Ja, ja," grinnikte Ep, |
+ | B: trots van de huisvouw! Maar |
+ | C: trots van de huisvrouw! Maar |
+ | B: Nu geen woord spreken," |
+ | C: »Nu geen woord spreken," |
+ | B: Laat je plat op den |
+ | C: »Laat je plat op den |
+ | B: En je neef?" |
+ | C: »En je neef?" |
+ | B: dan ook aan behalve Willem |
+ | C: dan ook aan, behalve Willem |
+ | B: gendarmen het ondezoekweer voort; |
+ | C: gendarmen het onderzoek weer voort; |
+ | B: en daar is hij hij hem dankbaar |
+ | C: en daar is hij hem dankbaar |
+ | B: En niettemin, ging hij voort |
+ | C: En niettemin," ging hij voort |
+ | B: die onmiddelijk dood voorover |
+ | C: die onmiddellijk dood voorover |
+ | B: uit van de Pyreneëen tot de |
+ | C: uit van de Pyreneeën tot de |
+ | B: riep Bruno, die is |
+ | C: riep Bruno, »die is |
+ | B: onaangenaan had getroffen. |
+ | C: onaangenaam had getroffen. |
+ | B: vervolledigde Bert weer, en nog |
+ | C: vervolledigde Bert weer, »en nog |
+ | B: garde, de ordonnence-officieren en |
+ | C: garde, de ordonnance-officieren en |
+ | B: krachtig: _Vive 'l Empereur!_ |
+ | C: krachtig: _Vive l' Empereur!_ |
+ | B: van verschillende burgelijke |
+ | C: van verschillende burgerlijke |
+ | B: Oliebollen!... O, heerlijk, |
+ | C: »Oliebollen!... O, heerlijk, |
+ | B: Maar na ook verder niet astig |
+ | C: Maar nu ook verder niet lastig |
+ | B: gelukkiger zijn we dan niet!" |
+ | C: gelukkiger zijn we dan niet! |
+ | B: wat droevige oudejaarsavond vrouw |
+ | C: wat droevige Oudejaarsavond vrouw |
+ | B: vernield. |
+ | C: vernield." |
+ | B: min plaats meer." zei |
+ | C: min plaats meer," zei |
+ | B: mosselmeid, denk je dat |
+ | C: mosselmeid, »denk je dat |
+ | B: door den knotslag van het noodlot |
+ | C: door den knotsslag van het noodlot |
+ | B: Het zeggen i,s dat |
+ | C: Het zeggen is, dat |
+ | B: beleefd hadden! De goede uitslag |
+ | C: beleefd hadden!" De goede uitslag |
+ | B: die blôohartig de kogels |
+ | C: die bloôhartig de kogels |
+ | B: Jabob Stargardt tegenover zijn |
+ | C: Jakob Stargardt tegenover zijn |
+ | B: maar een wachmeester duëlleert |
+ | C: maar een wachtmeester duëlleert |
+ | B: tot vereffening kunnen komen," |
+ | C: tot vereffening kunnen komen." |
+ | B: Dat zal ik je beiden inpeperen!" |
+ | C: »Dat zal ik je beiden inpeperen!" |
+ | B: regiment over geplaatst. |
+ | C: regiment overgeplaatst. |
+ | B: treffenste zinnebeeld was. |
+ | C: treffendste zinnebeeld was. |
+ | B: namen zij uitgeplozen touw. |
+ | C: namen zij uitgeplozen touw." |
+ | B: wraak te kunnen uitoefenen. |
+ | C: wraak te kunnen uitoefenen." |
+ | B: ze hun hondersten verjaardag |
+ | C: ze hun honderdsten verjaardag |
+ | B: korporaal,--maar we konden |
+ | C: korporaal,--»maar we konden |
+ | B: vroeg de onde wachtmeester. |
+ | C: vroeg de oude wachtmeester. |
+ | B: toch tegen hem? vroeg een fourier, |
+ | C: toch tegen hem?" vroeg een fourier, |
+ | B: Wij zullen zien, mijneheeren. |
+ | C: »Wij zullen zien, mijneheeren." |
+ | B: niet uit het oog zou verliezen." |
+ | C: niet uit het oog zou verliezen." |
+ | B: »Ga er weer heen, beveelt hij, |
+ | C: »Ga er weer heen," beveelt hij, |
+ | B: verlaten hehben, evenals |
+ | C: verlaten hebben, evenals |
+ | B: voorbijgetrokken, |
+ | C: voorbijgetrokken. |
+ | B: de tafel liggen,.. Geen |
+ | C: de tafel liggen... Geen |
+ | B: Hemel, hoe komt die doos |
+ | C: »Hemel, hoe komt die doos |
+ | B: een der soldaten. We moeten |
+ | C: een der soldaten. »We moeten |
+ | B: aanhoudend daarheen flitsten. |
+ | C: aanhoudend doorheen flitsten. |
+ | B: Siberiê. Hun eten gebruikten |
+ | C: Siberië. Hun eten gebruikten |
+ | B: voor tien frans samen; |
+ | C: voor tien francs samen; |
+ | B: te Kaluga te zijn |
+ | C: te Kaluga te zijn. |
+ | B: bij Malo-Jaroslawetz slaags |
+ | C: bij Malo-Jaroslawitz slaags |
+ | B: Hm!.... zèker,--neen, |
+ | C: »Hm!.... zèker,--neen, |
+ | B: heel zijn honding was die |
+ | C: heel zijn houding was die |
+ | B: met zwakke stem »en |
+ | C: met zwakke stem, »en |
+ | B: had men de voorraadswagens, welke |
+ | C: had men de voorraadwagens, welke |
+ | B: onkomen. |
+ | C: omkomen. |
+ | B: zei Jabob, zich weer |
+ | C: zei Jakob, zich weer |
+ | B: Napoleons's leger zooveel mogelijk |
+ | C: Napoleon's leger zooveel mogelijk |
+ | B: de bodem van iedere ravijn bleek |
+ | C: de bodem van ieder ravijn bleek |
+ | B: Franschen: vijfduizen soldaten, |
+ | C: Franschen: vijfduizend soldaten, |
+ | B: Tegen over tachtigduizend man |
+ | C: Tegenover tachtigduizend man |
+ | B: kanonnen en de bage was verloren; |
+ | C: kanonnen en de bagag ewas verloren; |
+ | B: dat het dichts bij den Dnieper |
+ | C: dat het dichtst bij den Dnieper |
+ | B: en zonder Jacob Stargardt en zijn |
+ | C: en zonder Jakob Stargardt en zijn |
+ | B: Stargardt en de zijnen het ganstig |
+ | C: Stargardt en de zijnen het gunstig |
+ | B: klappertandde van kôu en zijn natte |
+ | C: klappertandde van koû en zijn natte |
+ | B: nacht van den 18en December |
+ | C: nacht van den 18den December |
+ | B: drietal te Kowo. Dit was |
+ | C: drietal te Kowno. Dit was |
+ | B: kom!... zegt Jakob; |
+ | C: kom!..." zegt Jakob; |
+ | B: troosten, zeggend, dat zij toch |
+ | C: troosten, zeggend, »dat zij toch |
+ | B: 'd honneur_ op, bestaande |
+ | C: d'honneur_ op, bestaande |
+ | B: Als jullie in 's hemelsnaam |
+ | C: »Als jullie in 's hemelsnaam |
+ | B: _die_ nu toch beginnen? |
+ | C: _die_ nu toch beginnen?" |
+ | B: Daar hèb je zoo'n afzetterskrot!" |
+ | C: »Daar hèb je zoo'n afzetterskrot!" |
+ | B: mee," zei Jakob »door |
+ | C: mee," zei Jakob, »door |
+ | B: vocht hem hij den hals |
+ | C: vocht hem bij den hals |
+ | B: scherven.--Vooruit, jongens!" |
+ | C: scherven.--»Vooruit, jongens!" |
+ | B: blijft stand houden,----»Niet wijken, |
+ | C: blijft stand houden.----»Niet wijken, |
+ | B: rondgevoerd. Ten slottte had |
+ | C: rondgevoerd. Ten slotte had |
+ | B: veel te goed. om zoo'n |
+ | C: veel te goed, om zoo'n |
+ | B: zoo ter neder slaan. Gelukkig |
+ | C: zou ter neder slaan. Gelukkig |
+ | B: oorlogschip in een pink |
+ | C: oorlogsschip in een pink |
+ | B: de schrijftrant levendlg en boeiend. |
+ | C: de schrijftrant levendig en boeiend. |
+ | B: geslaagd de belanstelling van haar |
+ | C: geslaagd de belangstelling van haar |
+ | |
+ +--------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Zwervers van het Groote Leger, by Piet Visser
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWERVERS VAN HET GROOTE LEGER ***
+
+***** This file should be named 33284-8.txt or 33284-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/2/8/33284/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at <a
+href="http://www.pgdp.net">http://www.pgdp.net</a>
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/33284-8.zip b/33284-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..ee56f45
--- /dev/null
+++ b/33284-8.zip
Binary files differ
diff --git a/33284-h.zip b/33284-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..b9008ca
--- /dev/null
+++ b/33284-h.zip
Binary files differ
diff --git a/33284-h/33284-h.htm b/33284-h/33284-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..52a8859
--- /dev/null
+++ b/33284-h/33284-h.htm
@@ -0,0 +1,9178 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of De Zwervers van het Groote Leger, by Piet Visser.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 0.5em;
+ font-size: 275%; line-height: 1.5em; word-spacing: 0.2em;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; margin-bottom: 2em;
+ font-size: 125%; font-weight: normal;}
+small {font-size: 60%;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 2em;}
+p.tp {margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.subh2 {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; text-align: center; text-indent: 0em;
+ font-weight: bold; font-size: 100%;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+ .ap {margin-top: .5em; margin-bottom: .5em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.adtxt {margin-top: .5em; margin-bottom: .5em; text-align: justify; text-indent: 2em; font-size: 85%;}
+p.cap_1 {text-indent: -1.4em; }
+
+div.title {margin-top: 3em; margin-bottom: 1em; text-align: center;}
+div.verso {margin-top: 10em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 32em; font-size: 67%; text-align: center; border-top: 1px solid black;}
+div.drop {margin-top: 2.5em;}
+div.drop p {margin-bottom: 0;}
+div.drop p:first-letter {color: Window;}
+div.first {text-indent: 0em;}
+div.first:first-letter {font-size: 275%; font-variant: normal; font-weight: normal;
+ float: left; padding-right: 2px; margin-top: 0.1em;}
+div.precap {margin-top: 0em; margin-bottom: 0em; text-align: justify;}
+span.precap0 {float: left; font-size: 100%; margin-top: 1em; margin-bottom: 0;}
+div.blockq {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: 2.5em;}
+div.datum {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; text-align: right;}
+div.ad {margin-top: 7em; margin-bottom: 2em; margin-left: 5%; margin-right: 5%; text-align: center;}
+
+/* TB */
+hr {width: 20%; clear: both;
+ margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.fnsep {width: 20%; text-align: left; margin-bottom: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+hr.chend {width: 20%; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+hr.chbegin {width: 15%; margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;}
+hr.hrad {width: 15%; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; clear: none;}
+hr.newad {width: 100%; margin-top: 1em; margin-bottom: 1em;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+ .toc {border: 1px dotted red; margin-top: 4em; margin-bottom: 2em; font-size: 80%;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdc {text-align: center; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.center {text-align: center;}
+.right {text-align: right;}
+.floatleft {float: left; width: auto;}
+.floatright {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: auto;}
+.ri45 {padding-right: 4.5em;}
+.ri6 {padding-right: 6em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+.word2 {word-spacing: 0.2em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+
+.size67 {font-size: 67%;}
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+.size125 {font-size: 125%;}
+.size167 {font-size: 167%;}
+.size200 {font-size: 200%;}
+.size275 {font-size: 275%;}
+
+/* IMAGES */
+img.cap {float: left; margin: -1.5em 0.7em 0 0; position: relative;}
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+.figleft {float: left; clear: left; padding: 0; text-align: center; width: 100%;
+ margin-left: 0; margin-bottom: 0em; margin-top: 0em; margin-right: 1em;}
+.figright {float: right; clear: right; padding: 0; text-align: center; width: 100%;
+ margin-left: 1em; margin-bottom: 0em; margin-top: 0em; margin-right: 0;}
+.caption {text-align: center; font-size: 67%;}
+.enlarge {text-align: center; font-size: 67%; display: block;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; margin-top: 0.25em; margin-bottom: 0.25em; font-size: 75%;}
+.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;}
+.fnanchor {padding-left: 0.1em; text-decoration: none;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left; font-size: 85%;}
+.poem br {display: none;}
+.poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+.poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+.poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; line-height: 2em;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%; font-size: 90%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's De Zwervers van het Groote Leger, by Piet Visser
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Zwervers van het Groote Leger
+ Historisch verhaal uit het tijdperk 1810-1813
+
+Author: Piet Visser
+
+Illustrator: Otto Geerling
+
+Release Date: July 28, 2010 [EBook #33284]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWERVERS VAN HET GROOTE LEGER ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at <a
+href="http://www.pgdp.net">http://www.pgdp.net</a>
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>De voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van het hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling (o.a. met/zonder afbreekstreepje, <i>'s</i>/<i>s</i>) zijn behouden.
+ Inconsistent gebruik van verbindingsstreepjes is behouden.</p>
+
+ <p>In het origineel zijn de verschillende advertenties op één pagina gescheiden door een
+ paginabrede lijn. In dit e-boek is zonder verdere vermelding een identieke lijn ingevoegd
+ tussen de advertenties op verschillende pagina's.</p>
+
+ <p>Een inhoudsopgave ontbreekt in het origineel en is daarom toegevoegd
+ aan <a href="#corr0">begin van het boek</a>.<br />
+ Een volledig overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="voor"></span><a id="p_voor"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 416px;">
+<img src="images/cover-t.jpg" width="416" height="590" alt="voorkant" title="" />
+<span class="enlarge">(<a href="images/cover.jpg">vergroting 1157×1640, 351kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1"></span><a id="p_1"></a></p>
+
+<p class="noi center size167" style="margin-top: 3em; margin-bottom: 1em;">DE ZWERVERS<br />VAN HET GROOTE LEGER.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a>
+<span class="pagenum" title="i"><br /></span><a id="p_i"></a>
+<span class="pagenum" title="ii"><br /><br /></span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 271px; margin-top: 4em;">
+<img src="images/ill_pii-t.jpg" width="271" height="413" alt="&bdquo;Ik wou, dat ik Napoleon zoo eens onder handen had!&rdquo;" title="" />
+<span class="caption">&bdquo;Ik wou, dat ik Napoleon zoo eens onder handen had!&rdquo;</span>
+<span class="enlarge">(<a href="images/ill_pii.jpg">vergroting 1128×1719, 609kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a></p>
+
+<div class="title">
+
+ <h1>DE ZWERVERS<br />
+ <small>VAN HET</small><br />
+ GROOTE LEGER.</h1>
+
+ <p class="tp" style="margin-top: 0.5em;">Historisch verhaal uit het tijdperk 1810&ndash;1813.</p>
+
+ <p class="tp word2" style="margin-bottom: 0.4em;">door <span class="size167">P. VISSER</span>.</p>
+
+ <p class="tp size67" style="margin-top: 0.4em;">Schrijver van: &bdquo;Taco de Minstreel,&rdquo;
+ &bdquo;Heemskerck op Nova Zembla,&rdquo;<br />
+ &bdquo;De Laatsten der Arkels,&rdquo; e.a.</p>
+
+ <hr class="tp" style="margin-top: 3em; margin-bottom: 3em;" />
+
+ <p class="tp word2 size125">Geïllustreerd door O. GEERLING.</p>
+
+ <div class="figcenter" style="width: 83px; margin-top: 4em; margin-bottom: 4em;">
+ <img src="images/ill_p003.png" width="83" height="34" alt="Decoratieve illustratie" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="tp word2">ALKMAAR&mdash;GEBR. KLUITMAN<br />
+ 1913.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a></p>
+
+<div class="verso">Gebr. Kluitman's Boek- en Kunstdrukkerij, Alkmaar.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="-"></span><a id="p_toc"></a></p>
+
+<table class="toc" id="corr0" title="[Niet in Bron]" summary="inhoudsopgave">
+<thead>
+ <tr><td colspan="2" class="tdc mixcap">Inhoudsopgave</td></tr>
+</thead>
+<tbody>
+ <tr><td class="tdr"></td><td class="tdl"></td><td class="tdr">Blz.</td></tr>
+ <tr><td class="tdr">1</td><td class="tdl"><a href="#Eerste">Een Kattenburger huisvader en zijn gezin.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_5">5</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">2</td><td class="tdl"><a href="#Tweede">Het oproer aan de Haarlemmerpoort.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_17">17</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">3</td><td class="tdl"><a href="#Derde">Een vreeselijke nacht.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_28">28</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">4</td><td class="tdl"><a href="#Vierde">Tot den kogel veroordeeld.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_36">36</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">5</td><td class="tdl"><a href="#Vijfde">Hoe de Amsterdammers Napoleon ontvingen.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_44">44</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">6</td><td class="tdl"><a href="#Zesde">Moeder Jane neemt een kloekmoedig besluit.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_57">57</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">7</td><td class="tdl"><a href="#Zevende">Vrienden in vijandschap.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_71">71</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">8</td><td class="tdl"><a href="#Achtste">De opmarsch.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_81">81</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">9</td><td class="tdl"><a href="#Negende">Afgunst en wrok.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_93">93</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">10</td><td class="tdl"><a href="#Tiende">In de oude hoofdstad der Czaren.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_103">103</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">11</td><td class="tdl"><a href="#Elfde">Eindelijk gewroken.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_117">117</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">12</td><td class="tdl"><a href="#Twaalfde">Op Smolensk terug.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_128">128</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">13</td><td class="tdl"><a href="#Dertiende">Van Smolensk naar Orcha.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_141">141</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">14</td><td class="tdl"><a href="#Veertiende">De doodssnik van het Groote Leger.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_160">160</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">15</td><td class="tdl"><a href="#Vijftiende">Weer thuis.</a></td><td class="tdr"><a href="#p_183">183</a></td></tr>
+ <tr><td class="tdr">16</td><td class="tdl"><a href="#Zestiende">Oranje boven!</a></td><td class="tdr"><a href="#p_198">198</a></td></tr>
+</tbody>
+</table>
+
+<p><span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 350px; margin-top: 3em;">
+<img src="images/ill_p005a.png" width="350" height="51" alt="Decoratieve illustratie" title="" />
+</div>
+
+<h2><a id="Eerste"></a>Eerste Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Een Kattenburger huisvader en zijn gezin.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="drop">
+ <img src="images/ill_p005b.png" class="cap" alt="H" width="95" height="94" />
+
+ <p class="cap_1">Hompelend achter zijn leege vischkar, de beenstomp doelloos in stâge
+ wiegeling tusschen de ploffende kruk en het forsche rechterbeen, repte
+ Franciscus Stargardt zich naar huis.</p>
+</div>
+
+<p>Zijn gezicht stond grimmig van verzwegen wrok om het juist verschenen
+Keizerlijk decreet, waarbij ook in Holland de felgehate conscriptie<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>
+zou worden ingevoerd.</p>
+
+<p>Reeds het vorige jaar, tegelijkertijd dat door Koning Lodewijk afstand
+van het bewind was gedaan ten behoeve van zijn minderjarigen zoon, had
+Napoleon maarschalk <span xml:lang="fr">Oudinot</span> met een Fransch leger naar Nederland
+gestuurd; leunend op zijn kruk had de kreupele op de Ossenmarkt, door
+de wijd-open ramen, met weemoedsblikken naar het feest gezien van den
+4<sup>den</sup> Juli; en terwijl daar geklonken en gedronken, gejuicht en
+gejubeld werd door de Franschen en de Hollandsche militairen, had hij
+zelf, met schier heel de Amsterdamsche burgerij, in de vreeselijkste
+spanning verkeerd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a></p>
+
+<p>Och, hij voorzag het toen wel, dat die gast-vrienden der Hollandsche
+militairen gekomen waren om Holland's vlag van de aarde te verdringen,
+Holland's taal uit te roeien, Holland's goed te rooven, Holland's
+jongelingen van de ouders af te scheuren om ze, ver van hun
+geboortegrond, te offeren aan de onverzadelijkste heerschzucht.</p>
+
+<p>Op de Kattenburgerbrug hield een <i>douanier</i> hem staande, om zich te
+overtuigen, of hij ook koloniale waren in zijn handkar hebben mocht. Hij
+wist het reeds lang, zij wantrouwden hem, de Fransche tolbeambten, wijl
+zijn huidig bedrijf hem noodwendig met visschers in aanraking bracht,
+die als de grootste smokkelaars verdacht stonden. Maar toch steeg
+Franciscus geregeld nog het bloed naar het hoofd, telkens wanneer hij
+zich een onderzoek moest laten welgevallen.</p>
+
+<p>Door een enkelen blik had de belastingambtenaar gezien, dat de kar ledig
+was. Zwijgend wenkte hij toen, dat de aangehoudene weer dóór kon gaan.</p>
+
+<p>Hoe waren de tijden dan toch veranderd!</p>
+
+<p>En Franciscus Stargardt herdacht opeens met schaamte aan zijn opgewonden
+patriottenroes, toen ook hij den goedigen, maar helaas te zwakken
+stadhouder<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a> voor een Alva en een Nero had uitgekreten, toen ook hij de
+Franschen als bevrijders der tirannie had ingehaald, en ze bij hun komst
+als broeders had helpen ontvangen. Ja, hij had ze vergood bijkans,
+diezelfde Franschen, nu door hem gevreesd als beulen, eerlang gereed om,
+op last van een overweldiger hem te ontrooven het dierbaarste wat hij
+bezat: zijn flinke, gezonde, levenslustige jongens.</p>
+
+<p>Jakob en Willem, ze waren beiden op 't timmeren. En schoon er
+tegenwoordig, bij de algemeene achteruitgang en armoede meer geslóópt
+dan gebóuwd werd, had de baas hun nog steeds aan het werk kunnen houden.
+Alzoo nooit zonder verdienste geweest, hadden zij hun vader de zorg voor
+het dagelijksch brood, sedert hij 's lands werf, na zijn ongeluk, had
+moeten verlaten, niet weinig helpen verlichten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a></p>
+
+<p>Want &bdquo;Frans met de kruk&rdquo;, gelijk hij tegenwoordig algemeen genoemd
+werd, had voor weinige jaren nog een paar stevige beenen tot zijn
+beschikking, die zonder vermoeienis zijn forsch en krachtig lichaam op
+zomersche Zondagen tot ver buiten de stad vermochten te brengen.</p>
+
+<p>Maar toen opeens die noodlottige val, onderwijl hij zijn beroep van
+blokkenmaker uitoefende!</p>
+
+<p>&bdquo;Je bent nog een jonge, sterke vent&rdquo;, zei de dokter, &bdquo;dat is je behoud&rdquo;.</p>
+
+<p>Zijn krachtig gestel bracht hem dan ook vrij spoedig er weer bovenop,
+maar&mdash;zijn rechterbeen had hem afgezet moeten worden en voor 's lands
+werf wist hij zich nu een, zijn leven lang, onbruikbaren kerel.</p>
+
+<p>Toen, pogende op een andere wijze zijn brood te verdienen, was hij met
+visch gaan venten. De begunstiging van zijn vrienden en vroegere makkers
+en de ijver van zijn flinke huisvrouw Jane Overbeek, ondersteunden hem
+daarbij met het beste gevolg. Hoe zorglijk de omstandigheden ook werden,
+&bdquo;Frans met de kruk&rdquo; vond toch altoos zijn bescheiden deel, zelfs thans
+nog te midden der vreemde onderdrukking.</p>
+
+<p>Want de tijd van spanning, door den troonsafstand van Koning Lodewijk
+ontstaan, was van heel korten duur geweest. Napoleon toch, de daad zijns
+broeders ten sterkste afkeurend, had, slechts weinige dagen later, het
+koninkrijk Holland tot een onderdeel van het Fransche Keizerrijk
+verklaard.</p>
+
+<p>Het vaderland bestond niet meer.</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">Charles François Le Brun</span>, hertog van <span xml:lang="fr">Plaisance</span>, kwam als
+<i>luitenant-generaal</i> of algemeen stedehouder het paleis bewonen, het
+land werd in departementen verdeeld, met <i>prefecten</i> tot bestuurders.
+Beneden die <i>prefecten</i> stonden <i>onder-prefecten</i>; de burgemeesters
+werden <i>maires</i>.</p>
+
+<p>En tegelijkertijd bracht Napoleon een verpletterende slag toe aan de
+overblijfselen onzer vroegere welvaart. Het decreet der inlijving toch
+eischte van den ganschen Handelsstand 50 procent van de waarde der
+koloniale waren en tevens ontnam het, met één pennestreek, aan vele
+duizenden twee derden van hun vermogen. De renten der Hollandsche
+<span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a>schuld zouden namelijk niet verder dan voor een derde onder de lasten
+worden opgenomen. Vermogende lieden waren door deze willekeur eensklaps
+tot een bekrompen staat, anderen, die van een klein kapitaal met hun
+huisgezinnen wisten te leven, tot diepe armoede gebracht.</p>
+
+<p>Al die ellende, voor Franciscus Stargardt was ze natuurlijk hoegenaamd
+niet nieuw meer, maar Napoleons jongste decreet en het onderzoek aan de
+brug, daareven, hadden gemaakt dat hij er op 't oogenblik meer dan ooit
+mee vervuld werd.</p>
+
+<p>In de grootste verbittering trad hij dan ook zijn woning binnen, die op
+den hoek van de Kleine Kattenburgerstraat en het Kattenburgerplein
+stond.</p>
+
+<p>&bdquo;Er is toch niets gebeurd?&rdquo; riep moeder Jane, toen zij nog maar
+nauwelijks zijn gezicht gezien had.</p>
+
+<p>&bdquo;Het ergste wat ons nog overkomen kon!&rdquo; zei de kreupele somber: &bdquo;De
+conscriptie wordt ingevoerd!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij liet zich in zijn stoel neer, de kruk ruw naast zich in den hoek
+werpend.</p>
+
+<p>Moeder Jane verbleekte. De conscriptie! Vaak genoeg was de mogelijke
+invoering reeds in zorgelijke vrees besproken, om te kunnen weten wat
+dat zeggen wou. Niet langer dan vijf jaren hadden de conscrits te
+dienen, zoo heette het. Maar in Frankrijk was geen voorbeeld bekend dat
+men een soldaat, tenzij wegens ongeschiktheid voor den dienst, ooit weer
+ontsloeg.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, zóóver is het dan gekomen!&rdquo; vervolgde Stargardt dof. &bdquo;Was het
+al niet genoeg dat wij dagelijks bloot staan aan de schandelijkste
+willekeur van douanen en gendarmen? Dat we worden bestuurd naar vreemde
+wetten en onder vreemde heerschers? Dat we voortdurend worden uitgeperst
+en uitgezogen, terwijl de lasten en opbrengsten, inplaats van het
+algemeen welzijn te dienen, als buit over de grenzen worden gevoerd?</p>
+
+<p>Maar nee, nu ook dàt nog!&rdquo;</p>
+
+<p>Zijn ellebogen op tafel gesteund, liet hij het hoofd in beide vuisten
+rusten. Toen staarde hij verder, met saâmgetrokken wenkbrauwen, zwijgend
+voor zich uit.</p>
+
+<p>Ook het gezicht van moeder Jane stond zorgelijk.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a></p>
+
+<p>Maar zij was een flinke vrouw en na haar eerste ontsteltenis zon zij
+dadelijk op uitkomst. Willem werd al twee-en-twintig, die kwam voor
+de conscriptie dus niet meer in aanmerking, meende zij. En Jakob zou
+toekomende jaar pas moeten loten. Kon hij, bij dat, niet naar Engeland
+ontsnappen, waar Napoleon niemendal te vertellen had? Hàrd mocht dat
+zijn, 't zou toch altoos nog beter wezen dan verminkt of doodgeschoten
+te worden als soldaat. In ieder geval, waarom zouden zij nu zich al
+zorgen maken? Wie weet, wat nog gebeuren kon.</p>
+
+<p>&bdquo;Willem niet in aanmerking komen?!...&rdquo;</p>
+
+<p>Bruusk hief Stargardt het hoofd op: &bdquo;Neen, dat is juist het
+onrechtvaardigste van alles, de Keizer heeft bevolen dat zijn decreet,
+voor dezen eersten keer, een terugwerkende kracht zal hebben van drie
+jaren liefst!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat wil zeggen...?&rdquo; vroeg moeder Jane beangst.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zelfs de jonge mannen van drie-en-twintig nog aan de loting moeten
+deelnemen!&rdquo;</p>
+
+<p>Nu wist ook Jane geen raad. In de diepste verslagenheid en schier
+zwijgend bleven zij tegenover elkander zitten, totdat eindelijk Willem
+en Jakob van 't werk thuiskwamen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat ben jullie van avond laat, jongens?&rdquo; zei Jane bezorgd.</p>
+
+<p>'t Was op het einde van Februari en met die korte dagen konden zij dus
+al lang binnen geweest zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;We hadden vandaag ons werk een heel eind van de stad,&rdquo; gaf Willem tot
+opheldering.</p>
+
+<p>&bdquo;Een buitenplaats sloopen!&rdquo; voegde Jakob er aan toe.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, slóópen, slóópen! Da's tegenwoordig nog maar het bloeiendste
+handwerk!&rdquo; barstte Stargardt wrevelig uit. &bdquo;Hier in Amsterdam verdwijnen
+nu al gehééle wijken; de Vechtstreek, de Diemermeer en Haarlem's
+omgeving verloren het ééne landgoed na het andere!</p>
+
+<p>En ga eens door de stad!.. Bij troepen zie je ambachtslui met de handen
+in de zakken langs pleinen en straten slenteren. Geen dienstbode krijgt
+meer een betrekking, geen schipper vindt langer vracht, winkelier en
+kramer ervaren duizenden kwellingen!</p>
+
+<p>Vroeger, o 't was een liefhebberij om langs den IJkant <span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>te loopen. Geen
+mooier gezicht dan al die schepen, die er voor anker lagen. Een bòsch
+leek het wel, een bosch van masten!</p>
+
+<p>Kom daar nù eens om! Wat zie je? Een stuk of wat vaartuigen maar, die er
+liggen te rotten, omdat Napoleon met zijn Continentaal-stelsel onzen
+handel vermoord heeft.</p>
+
+<p>Ja, is het niet God geklaagd&rdquo;, wond hij zich al heviger op, &bdquo;dat wegens
+dit stelsel niet minder dan 18000 man onze kusten moeten bewaken en al
+onze havens met oorlogsschepen worden geblokkeerd om toch maar te
+zorgen, dat er geen koopvaarder uit of in komt?</p>
+
+<p>O, als ik bedenk,&rdquo; ging hij al heftiger voort, &bdquo;dat één man dit alles
+ons aandoet, dat één man onzen koophandel verlamd, onze visscherij en
+scheepvaart zoo goed als vernietigd en bankroet op bankroet veroorzaakt
+heeft, o, dan zou ik in staat zijn om den ellendeling...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Fràns!!...&rdquo; gilde Jane, doodelijk ontsteld.</p>
+
+<p>&bdquo;Vader, vader!&rdquo; waarschuwden de jongens verschrikt, &bdquo;maak ons in
+Godsnaam toch niet allemaal ongelukkig!&rdquo;</p>
+
+<p>Angstig luisterde Willem aan het venster, bevend kierde Jacob de deur...</p>
+
+<p>Want de Fransche geheime politie had overal haar agenten; in de
+koffiehuizen, in de schouwburgen, bij zijn vrienden, ja, zelfs in zijn
+eigen woning was het gevaarlijk om te morren over het tiranniek bestuur.
+Mijnheer <span xml:lang="fr">Devilliers Duterrage</span><a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a> toch, had zijn stille verklikkers onder
+alle standen, onder de welgekleede heeren, onder eenvoudige kleine
+burgers, onder handwerkslieden, tot onder de voddenkrabbers incluis.</p>
+
+<p>Vaak was een enkele aanklacht van zoo'n laag gezonkene voldoende om
+iemand in de gevangenis te brengen, of te doen veroordeelen tot den
+dood.</p>
+
+<p>Franciscus zat een oogenblik ontsteld, dat hij zich zóó had laten gaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Jullie hebt gelijk,&rdquo; sprak hij eindelijk meer bedaard en met gedempte
+stem. &bdquo;Maar een mensch heeft wel eens behoefte om zich te uiten. Het zat
+me tot <i>hier</i>!&rdquo; wees hij met het bekende gebaar.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ook voor jou, mijn jongen, is er geen aangenaam nieuws,&rdquo; ging hij
+weemoedig voort, meer bepaald tot Willem sprekend.</p>
+
+<p>Willem zag doodsbleek, toen hij het wist.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ik kan vrijloten!&rdquo; bracht hij er eindelijk met moeite uit. 't Was
+een mislukte poging om zijn ouders met een verwachting op te beuren, die
+hij zelf niet had.</p>
+
+<p>&bdquo;O, zeker, je kunt nog vrij loten!&rdquo; zuchtten de anderen, meenend, dat
+dit hem troosten zou.</p>
+
+<p>Maar geen van die vier bedrukte menschen bezat in waarheid de hoop,
+waarmee elk den ander dacht te bemoedigen.</p>
+
+<hr />
+
+<p>IJverig werd nu met de inschrijving van alle dienstplichtige jongelingen
+begonnen en reeds den 28<sup>sten</sup> Maart zou de loting plaats hebben.</p>
+
+<p>Willem zou als reden tot vrijstelling opgeven, dat hij bijziende was.
+Voor een poosje namelijk was het Jakob eens opgevallen, dat zijn broer
+het boek onder het lezen wat dichter bij de oogen hield dan hijzelf.
+Dadelijk hadden zij daar toen allemaal een reden tot ongeschiktheid voor
+den dienst in gevonden.</p>
+
+<p>Op den morgen van den lotingsdag had echter geen van de Stargardts nog
+eenig vertrouwen meer in de deugdelijkheid van het kortelings ontdekte
+vrijstellingsmotief. Treurig zaten zij aan het ontbijt, maar alle vier
+konden zij niet dan met moeite eenige beten naar binnen krijgen.</p>
+
+<p>Er werd meer gezucht dan gesproken.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, Willem! het wordt je tijd!&rdquo; zei Stargardt eindelijk met een door
+aandoening verschorde stem.</p>
+
+<p>Hij nam zijn kruk onder den oksel en ook de beide jongens stonden op.</p>
+
+<p>Moeder Jane begon hevig te snikken. Het leek haar toe, of haar kind dit
+oogenblik de eerste stap tot een bloedigen dood ging doen.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, moeder, flink wezen nu!&rdquo; poogde Willem nog te troosten: &bdquo;Wie weet
+of ik geen hoog nummer trek!&rdquo; Maar in 't midden van die hokkend geuite
+woorden moest hij zich omkeeren, om zijn eigen ontroering te verbergen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a></p>
+
+<p>Zij gingen met hun vieren de deur uit, naar het stadhuis. Want de
+loting zou deels in de Amstelkerk, deels ten raadhuize plaats hebben.</p>
+
+<p>Op straat zagen Jane's oogen nog rood van het schreien dat zij gedaan
+had. Maar moeder Jane was waarlijk in dit opzicht de eenige niet. Dien
+morgen bleek de stad vòl van vrouwen, die in gezelschap van lotelingen,
+met roodbekreten oogen over straat gingen.</p>
+
+<p>Voor het stadhuis was een groote ophooping van menschen; de Stargardts
+hadden moeite, er door te komen. Maar eindelijk was dit toch gelukt. De
+beide ouders en Jakob wilden nu méé naar binnen treden, maar door de
+gendarmen die den ingang bewaakten, werden zij met barschen grauw
+teruggehouden. Alleen Willem mocht binnengaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Flink raak grijpen maar!&rdquo; bemoedigde Jakob zijn broer, die er in dit
+oogenblik allerellendigst uitzag.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, mijn jongen, grijp maar ferm toe!&rdquo; schorde zijns vaders ontroerde
+en hokkende stem: &bdquo;Het geluk is voor de brutaalsten!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Willem schudde treurig het hoofd; het lag hem zoo bij, dat hij wel
+een laag nummer zou trekken.</p>
+
+<p>Ook moeder Jane was begonnen, haar armen jongen nog een woord van troost
+toe te snikken; maar ongeduldig duwde een der gendarmen Willem naar
+binnen.</p>
+
+<p>&bdquo;Allo, vooruit! Je kunt hier den heelen dag niet blijven staan janken!&rdquo;
+schreeuwde hij ruw.</p>
+
+<p>Met vreemdstrakken blik liep Willem nu dóór. Uit de raadkamer hoorde
+hij de nummers afroepen en nu en dan ging een loteling hem voorbij, met
+roodgloeiend gezicht, of zoo wit als het genummerde stukje papier, dat
+tusschen zijn vingers beefde.</p>
+
+<p>Hij schuifelde de zaal in; daar zaten of stonden nog een menigte
+jongelingen hun beurt af te wachten, en niet één keek blijmoedig.
+Sommigen straalde de wanhoop als een koortsgloed de branderige oogen
+uit; anderen zaten, met het hoofd op de borst, als geknakte witte
+bloemen. Slechts enkelen deden zenuwachtig druk, om zich een voorkomen
+van flinkheid te geven, maar de meesten <span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a>openbaarden een doffe, schier
+wezenlooze onderwerping.</p>
+
+<p>Bijna angstig staarde Willem naar de groote, met groen laken overdekte
+tafel, waarop de lotbus stond. Aan die tafel zat de Raad van
+Conscriptie; mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span>, de om zijn wreedheid gehate prefect,
+had de eereplaats. Een sterke balie scheidde deze tafel van de
+zaalruimte, waar de lotelingen waren. Twee openingen, de eene tot
+ingang, de andere tot uitgang bestemd, bleken ieder bewaakt door vier
+Fransche soldaten.</p>
+
+<p>Eén voor één werden de lotelingen opgeroepen, om uit de noodlottige bus
+het stukje papier te grijpen, waaraan misschien hun leven hing. Soms
+snerpte een kreet van wanhoop door de zaal, als een conscrit een zeer
+laag nummer bleek getrokken te hebben, soms schalde er een juichkreet
+op, wanneer het een buitengewoon hóóg nummer bleek te zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;Willem Stargardt!&rdquo; klonk het opeens.</p>
+
+<p>Willem voelde een schok, toen hij zijn naam hoorde aflezen.
+Tegelijkertijd ging hem een ijskoude huivering over den rug, alsof hij
+de koorts had. In een vreemde droomdoezeling ging hij tusschen de
+militairen door. 't Was of niet <i>hij</i> daar ging, maar iemand anders; of
+niet <i>hij</i> voor de heeren trad om zijn hand in de glazen bus te steken,
+maar iemand búiten hem... Doch opeens werd hij weer zichzelf, nadat hij
+het getrokken nummer aan den militairen auditeur had overgereikt.</p>
+
+<p>&bdquo;No. 15&rdquo;, las de auditeur. Toen werd al weer een nieuwe loteling
+opgeroepen.</p>
+
+<p>Willem stond daar nog, roerloos, geheel verbijsterd.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, mijn jongen, je behoeft vandáág nog niet op schildwacht te
+staan!&rdquo; spotte mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span>, en de andere heeren lachten dat zij
+schudden om die wreede grappigheid van den hardvochtigen prefect.</p>
+
+<p>Nu kwam Willem plotseling tot een klaar besef van zijn ongelukkigen
+toestand. Met een prikkelende trilling in zijn beenen ging hij naar de
+plaats waar zijn signalement werd opgenomen, en een oogenblik later
+stond hij weer op straat.</p>
+
+<p>Al dien tijd hadden de andere Stargardts daar in het vreeselijkste
+ongeduld staan wachten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Daar komt hij!&rdquo; riep Jakob nu opeens. &bdquo;Maar...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hemelsche goedheid! Ik zie het al, ik zie het al!&rdquo; jammerde moeder
+Jane, &bdquo;zijn gezicht is zoo wit als een doek!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu?...&rdquo; hijgde Stargardt, op zijn kruk naar voren wippend.</p>
+
+<p>&bdquo;No. 15&mdash;soldaat!&rdquo; zuchtte Willem.</p>
+
+<p>Zijn onderkaak was in zenuwachtige trilling, toen hij met moeite dit
+antwoord uitbracht.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar je hebt toch opgegeven, dat je bijziende was!&rdquo; vraagde moeder nog
+angstig.</p>
+
+<p>Willem knikte.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom laten we gaan!&rdquo; zei Stargardt dof.</p>
+
+<p>In somber zwijgen, als menschen die een dierbaren doode naar het kerkhof
+hebben gebracht, keerden zij daarop naar huis.</p>
+
+<p>Drie dagen later moest Willem reeds voor den Raad van keuring
+verschijnen, die zitting hield in het Besjeshuis aan den Amstel.</p>
+
+<p>Hij ging er heen met weinig hoop. Toen hem bovendien al heel spoedig
+bleek, dat tal van conscrits, die eveneens gebreken hadden opgegeven,
+reeds allemaal waren goedgekeurd, ging hij in doffe gelatenheid bij de
+nog wachtenden zitten.</p>
+
+<p>Weldra kraakte een deur open en tien lotelingen kwamen er
+uit,&mdash;goedgekeurd! Duidelijk was het te zien aan hun strakke, bedroefde
+gezichten.</p>
+
+<p>Onmiddellijk daarop stak een gendarme het hoofd door de deuropening en
+schreeuwde de namen van tien andere lotelingen uit. Ook die van Willem
+was er bij.</p>
+
+<p>Zij traden binnen en de gendarme sloot de deur.</p>
+
+<p>Verscheidene heeren, meerendeels notabelen, om zoo noodig van advies te
+dienen, zaten op stoelen in een halven kring; mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span>, de
+gehaten prefect, op een leuningstoel in het midden; en zijn secretaris
+zat aan een tafel.</p>
+
+<p>Eenige militaire chirurgijns en een overste stonden in een hoek van het
+vertrek met elkaar te praten.</p>
+
+<p>&bdquo;Uitkleeden!&mdash;Een beetje vlug asjeblieft!&rdquo; commandeerde de gendarme
+barsch.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a></p>
+
+<p>Toen zij alle tien zich geheel ontkleed hadden, werden zij betast en
+bekeken als het vee op een marktplein.</p>
+
+<p>Een was er bij, die doofheid had opgegeven.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoe heet je?&rdquo; werd hem gevraagd.</p>
+
+<p>&bdquo;In de Willemstraat!&rdquo; zei de jongen.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijnheer vraagt, hoe je heet!&rdquo; bulderde een der gendarmen.</p>
+
+<p>&bdquo;O, zóó! Frederik Nottens!&mdash;Ik dacht dat mijnheer de chirurgijn vroeg,
+waar ik wóónde. Ik ben een beetje doof, ziet u!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar toch zeker niet zoo erg?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wâblief?&rdquo; vroeg de Willemstrater, de hand aan het oor geschulpt.</p>
+
+<p>&bdquo;Of het èrg is?&rdquo; herhaalde de chirurgijn luid.</p>
+
+<p>&bdquo;Vér? Ja, de Willemstraat is tamelijk ver&rdquo;, was het antwoord.</p>
+
+<p>&bdquo;We moeten met hèm maar uitscheiden!&rdquo; zei de prefect. &bdquo;'t Is duidelijk,
+de lummel is zoo doof als een pot!&rdquo; En zonder de minste stemverheffing
+liet hij terstond er op volgen:</p>
+
+<p>&bdquo;Je bent afgekeurd, vriend. Je kunt gaan!&rdquo;</p>
+
+<p>Met een glans van blijdschap op het gelaat keerde Frederik Nottens zich
+om en wilde dadelijk zijn kleeren aandoen om heen te gaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Halt!&rdquo; donderde de stem van mijnheer <span xml:lang="fr"><ins class="corr" id="corr1" title="Bron: de">De</ins> Celles</span>. En toen zich met
+een boosaardig lachje tot den secretaris wendend:</p>
+
+<p>&bdquo;Frederik Nottens,&mdash;goedgekeurd voor den dienst!&rdquo;</p>
+
+<p>Een naar het uiterlijk sterke en gezonde loteling had vallende ziekte
+als reden tot vrijstelling opgegeven en, uit angst, kreeg hij plotseling
+werkelijk een toeval. Zijn oogen draaiden akelig in hun kassen, wit
+schuim bruiste hem om den mond en met een plof smakte hij op den vloer.</p>
+
+<p>De heeren notabelen toonden, met den armen jongen te doen te hebben.
+Maar mijnheer <span xml:lang="fr"><ins class="corr" id="corr2" title="Bron: de">De</ins> Celles</span> zei: &bdquo;Nu, ja, de kunst gaat ver. We zullen
+dadelijk onderzoeken wat er van aan is.&rdquo;</p>
+
+<p>Toen liet hij door een der gendarmen, den beruchten <span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>Jean Malot, het
+naakte lichaam van den ongelukkige met brandend lak bedruipen, om te
+zien of de kwaal ook nagebootst was.</p>
+
+<p>Met een gevoel van afgrijzen zagen de andere heeren dat wreede bevel ten
+uitvoer brengen. De prefect echter nam een snuifje en keek doodbedaard
+toe.</p>
+
+<p>Toen de arme jongen nochtans roerloos liggen bleef sprak hij,
+onverschillig en koud: &bdquo;Hm, de ziekte blijkt heusch toch echt te wezen!&rdquo;</p>
+
+<p>Willem had dit alles met ontzetting bijgewoond en angstig vroeg hij zich
+af, wat men zoo meteen met hèm wel doen zou. Een tengere, bleeke jongen
+echter, die reeds van den aanvang af had staan trillen als was hij,
+onder een ijzigen vrieswind, zoo juist uit een bijt gered, was in
+onmacht gevallen.</p>
+
+<p>Om hem bij te brengen onderging hij dezelfde afschuwelijke bewerking.</p>
+
+<p>Gillend sprong de mishandelde stumper toen overeind.</p>
+
+<p>&bdquo;U ziet het, heeren,&rdquo; zei de prefect, met zijn wreed lachje: &bdquo;Het middel
+is waarlijk nog zoo kwaad niet.&rdquo;</p>
+
+<p>Als zoovele ambtenaren volvoerde mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> des Keizers bevelen
+met gestrengheid, zonder verschooning of verzachting; maar waar anderen
+dit deden uit angst voor Napoleon, uit zucht om zich aangenaam te maken,
+of uit nauwgezette plichtsbetrachting, daar deed <i>hij</i> het steeds uit
+ingeboren neiging. Hoe wreeder de Keizerlijke bevelen waren, te minder
+blijk van weerzin of mededoogen deze prefect openbaarde, als ontbrak hem
+alle gevoel van menschelijkheid, als was het hem een genòt om leed te
+stichten.</p>
+
+<p>De jonge Stargardt, na alles wat hij gezien had, huiverde, toen
+eindelijk de beurt aan hèm kwam.</p>
+
+<p>&bdquo;En jij?&rdquo; vroeg een der militaire chirurgijns.</p>
+
+<p>&bdquo;Bijziende!&rdquo; stamelde Willem bevend.</p>
+
+<p>Enkele proeven werden nu genomen en daar hij te eerlijk was tot een
+poging om den raad van keuring te misleiden, klonk het weldra:</p>
+
+<p>&bdquo;Willem Stargardt,&mdash;goedgekeurd voor den dienst!&rdquo;</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label"><sup>1</sup>)</a> In de Republiek hadden nooit andere Nederlanders dan
+vrijwilligers onder onze troepen gediend.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label"><sup>2</sup>)</a> Willem V.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label"><sup>3</sup>)</a> De directeur-generaal van politie.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a></p>
+
+<h2><a id="Tweede"></a>Tweede Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Het oproer aan de Haarlemmerpoort.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Op den avond van den 10<sup>den</sup> April werden alle goedgekeurde conscrits
+bijeengebracht en in de kazerne aan de Utrechtsche poort opgesloten, om
+den volgenden dag naar hun corpsen te worden gezonden.</div>
+
+<p>Zoodra de morgen aanlicht, zet de sombere stoet zich in beweging, naar
+de Haarlemmerpoort, waar verscheidene schuiten tot hun vervoer gereed
+liggen.</p>
+
+<p>Door talrijke gendarmen begeleid volgt de droeve jongelingenschaar de
+aanvoerders als weerloos slachtvee.</p>
+
+<p>Willem Stargardts familie is niet aanwezig.</p>
+
+<p>Om hem het heengaan niet nog moeilijker te maken had hij dringend
+verzocht, dat het laatste afscheid den dag te voren in het ouderlijke
+huis zou plaats hebben.</p>
+
+<p>Maar in weerwil dat de tocht met voordacht langs achterbuurten gaat,
+zijn toch vele vrienden en verwanten op de been, die met de uittrekkende
+lotelingen meeloopen. En dat aantal wordt gaandeweg nog hoe langer hoe
+grooter. Af en toe knerpt een raam open, waardoor een vaarwel wordt
+toegewuifd. Dan heft de loteling dien het geldt in den regel zwijgend
+een hand op, en laat vervolgens het hoofd weer moedeloos op de borst
+zinken.</p>
+
+<p>Willem loopt tusschen Lodewijk Hantelman, den tengeren jongen die op den
+keuringsdag in zwijm viel, en Frederik Nottens, den Willemstrater, die
+doofheid had voorgewend.</p>
+
+<p>De doodsbleeke Lodewijk snikt als een kind, terwijl zijn roodgeschreide
+oogen aanhoudend naar zijn ouders kijken, zich voortbewegend onder
+de nog immer aangroeiende menigte. En naast Lodewijk's vader, den
+stevig-gedrongen, breedgeschouderden Antonie Hantelman, stapt de
+reuzengestalte van Toon Janssen. Zijn eigen jongen <span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a>was wel is waar, om
+zijn vallende ziekte, ongeschikt verklaard voor den dienst, maar toch
+laait een felle woede weer telkens in hem op, zoo vaak hij maar bedenkt,
+hoe mishandeld hij zijn kind weer thuis kreeg.</p>
+
+<p>Hij is meegeloopen met den stoet, omdat hij er enkele verwanten onder
+heeft. En nu moet hij het zien dat, daar vóór hem, de ellendeling gaat
+die zich gretig haastte, het onmenschelijk bevel van den prefect ten
+uitvoer te brengen.</p>
+
+<p>Toon Janssen klemt de vingers krampachtig om de duimen, zijn oogen
+gloren somber van verzwegen wrok, nu hij daar dien hatelijken Jean Malot
+ontdekt, wiens hand de gloeiende lakdruppels op het naakte lijf van zijn
+ongelukkigen jongen liet inbranden.</p>
+
+<p>Zwaar stapt hij naast Antonie Hantelman voort, wiens jongen op dezelfde
+onmenschelijke wijze mishandeld werd.</p>
+
+<p>En in hun haat komen de versomberde zielen dier beide vaders tot
+elkander, voldoening zoekend in zacht-mompelend beurt-geschimp.</p>
+
+<p>Daar tracht iemand uit de menigte tot de lotelingen door te dringen,
+om zijn zoon de hand te drukken. Doch met een stomp wordt hij
+teruggedrongen onder het volk. Anderen pogen hetzelfde, maar stooten en
+slagen van de gendarmen doen hen dof-grommend af deinzen. Aanstekelijk
+werkt dit grommen op heel de verbitterde massa; het wordt een zwaar,
+gonzend, opstandig gebrom, langzaam groeiend en aansterkend tot nog
+onverstaanbaar, dreigend woordgezwatel; hoofden en handen komen in
+onrustig gebaar; oogen drinken haat uit anderer haatvervulde oogen....
+In dien toestand van nog onderdrukte opgewondenheid, geraakt heel de
+massa, met de lotelingen, tot buiten de Haarlemmerpoort.</p>
+
+<p>En daar liggen zij te wachten, de schuiten, stil-geduldig als loerende
+leviathans, de wijd-open klepluiken hongerig gapend als monstermuilen,
+om, zoo dadelijk, één voor één, die aangevoerde prooi van Amsterdamsche
+jongelingen te verslinden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a></p>
+
+<p>Thans wordt de wanhoop die zwaarbeproefde vrienden en verwanten te
+machtig. Zij dringen zich door de gendarmen tot een laatsten handdruk,
+een laatste omhelzing.</p>
+
+<p>Moeder Hantelman heeft zich wild aan de borst van haar zoon geworpen,
+luid jammerend:</p>
+
+<p>&bdquo;O mijn jongen, mijn jongen!.. Ik kàn je niet missen!..&rdquo;</p>
+
+<p>Hun armen houden elkander vast als in onbreekbare omstrengeling. Maar
+driftig nadert Jean Malot. Barsch scheurt hij beiden van elkaar, dat de
+moeder met een smartkreet terzijde slingert, terwijl hij den zoon naar
+de schutten poogt voort te drijven.</p>
+
+<p>Doch in 't zelfde oogenblik springt de vader op den ruwen gendarme
+toe..; ontembare worgdrift vaart bevend door zijn armen, en als een
+roofdierklauw omhaken zijn vingers hem nijpend den strot...</p>
+
+<p>De Franschman, het vuurroode hoofd achterover, reutelt een gesmoorden
+vloek omhoog, zijn sabel trekkend tot bloedigen tegenweer... Maar Toon
+Janssen's sterke handen ontwringen het wapen aan zijn vuist... als een
+weerlicht flitst het over de hoofden der menigte, tot het neerploft in
+de Haarlemmervaart...</p>
+
+<p>Deze daad werkt op de massa als een vurig verbeid, onderling afgesproken
+aanvalssein. Het lang reeds smeulende vuur van hun wrok slaat plotseling
+uit in wild-flakkerende vlammen. Hun oordeel ligt in onmacht; hun haat,
+in zijn honger naar gewelddadigheden, ontwringt zich aan den greep der
+zelfbeheersching... En die vreedzame burgers, die rustige huisvaders en
+huismoeders, zij worden opeens tot furiën! Bij tientallen bespringen zij
+de schuiten, zij snijden de jaaglijnen in stukken, zij bemachtigen
+gretig de lange schippershaken, en de lotelingen die reeds waren
+ingescheept voelen zich eensklaps naar boven gesjord en weer aan wal
+gesleurd, nog vóór ze beseffen wat er eigenlijk te doen is.</p>
+
+<p>Zoodra Willem Stargardt zich bevrijd weet, begint hij zich echter af te
+vragen, wat hij met zijn vrijheid nu toch wel moet aanvangen. Liefst
+zou hij naar huis gaan, maar hij begrijpt zeer goed, dat de Fransche
+gendarmen hem niet rustig thuis zullen laten. Gauw genoeg zal hij <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a>daar
+ontdekt worden. En dan is zijn lot natuurlijk, dat hij tòch zal moeten
+uittrekken en heel zijn leven soldaat blijven, zoo hij niet gedood of
+verminkt wordt. Zijn leven lang zal hij dan hebben te vechten, niet voor
+zijn eigen vaderland en zijn eigen vorst, maar een vreemd land en een
+vreemden heerscher zal hij moeten dienen; hij zal zijn jonge leven
+aanhoudend moeten wagen in dienst van den nooit voldanen
+veroveringshonger van den man, die zijn land en zijn volk zoo diep heeft
+vernederd en nog dagelijks onderdrukt.</p>
+
+<p>Heel zijn ziel komt opnieuw tegen dit onduldbaar-hatelijk denkbeeld in
+verzet en hij besluit, niét naar huis te gaan.</p>
+
+<p>Maar, wat dàn?</p>
+
+<p>Terwijl hij hier nog over nadenkt, fluistert iemand hem in 't oor: &bdquo;Maak
+dat je van avond aan 't Legmeer bent.&mdash;Maar òngemerkt, hoor!&mdash;dan zal ik
+je verbergen!&rdquo;</p>
+
+<p>Meteen keert de man zich om en verdwijnt tusschen de vechtende en
+tierende menigte.</p>
+
+<p>Willem heeft echter dadelijk Ep de Breukelaar herkend, een visscher, van
+wien zijn vader nog al eens baars en paling koopt. Zoo ergens, dan is
+hij dààr veilig.</p>
+
+<p>Zijn besluit staat nu vast. Hij zal zich bij Ep de Breukelaar voorloopig
+schuil houden en vandaar trachten, naar Engeland te ontkomen.</p>
+
+<p>Dit laatste is zonder twijfel een onderneming, vol van het grootste
+gevaar. En wordt hij gesnapt, hij weet het, dan zal hij, als deserteur,
+tot den kogel veroordeeld worden.</p>
+
+<p>Maar dat waagt hij er op. Liever éénmaal de kans om doodgeschoten te
+worden bij zijn streven naar de vrijheid, dan honderd maal wellicht, op
+het slagveld den dood onder de oogen te moeten zien.</p>
+
+<p>Ongemerkt maakt hij zich nu uit de voeten, want het tumult en de
+verwarring zijn in dit oogenblik heviger dan ooit. Woedend de sabel
+zwaaiend pogen de politiemannen nog meester te blijven van den toestand.
+Maar met de lange vaarhaken worden zij smalend en jouwend omvergerukt,
+met woest getier overvallen, en ontwapend onder brullend
+triomfgeschreeuw.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="21"></span><a id="p_21"></a></p>
+
+<p>Het gevoel harer onmacht heeft die verbitterde menigte voor een
+oogenblik geheel verloren, tot de gehate gendarmen, getrapt en geslagen,
+gehavend en wapenloos, zich zoeken te redden in wilde, ordelooze
+vlucht...</p>
+
+<p>Die ongehoorde uitslag werkt plotseling als een ontnuchtering...</p>
+
+<p>Angstig komt men tot een klaar besef van wat men eigenlijk gedaan
+heeft... en trekt dan af, in de grootste verslagenheid, terwijl de
+bevrijde lotelingen zich door de stad verspreiden, waar de mare van
+hetgeen er aan de schuiten voorviel, hun reeds is vóórgegaan.</p>
+
+<p>In verschillende wijken ontstond nu gisting. Toen het 46<sup>ste</sup> regiment,
+dat op 't Funen manoeuvreerde, zich naar de Haarlemmerpoort wilde
+spoeden, werd het door de bewoners der Joden-Breestraat zoo vinnig met
+stokken en steenen en allerlei andere wapens bestookt, dat het hierdoor
+geruimen tijd werd tegengehouden. Ja, de Fransche ambtenaren begonnen
+blijkbaar voor hun leven te vreezen. Brunier, de knecht van mijnheer
+<span xml:lang="fr">Devilliers Duterrage</span>, den gevreesden directeur-generaal der Fransche
+politie, kwam tenminste bij den parfumeur <span xml:lang="fr">Jaquement</span>, op de
+Reguliers-Breestraat, binnensnellen onder den uitroep:</p>
+
+<p>&bdquo;Ach, landsman, alle Franschen worden verwurgd!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar wij zijn geen Franschen, wij zijn Zwitsers,&rdquo; antwoordde de
+winkelier bemoedigend.</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel, we zijn Zwitsers, maar Zwitsers die Fransch praten; dat is voor
+'t verbitterde volk genoeg om ons aan een lantaarnpaal op te hangen!&rdquo;</p>
+
+<p>En werkelijk, er dreigde voor de Franschen gevaar. Maar in den namiddag
+kwam de Nationale garde (schutterij) in 't geweer, en deze hield het
+volk van verdere bewegingen terug.</p>
+
+<p>Zoozeer zat echter de schrik bij de Fransche regeering er in, dat zij
+per telegraaf versterking aanvroeg.</p>
+
+<p>Op de Weesperpoort stond namelijk een ijzeren stijl met zes ijzeren
+borden, die recht konden liggen of dwars opstaan. Hiermee vermocht men
+alle letters te maken, ja kon men zelfs teekens geven en allerlei andere
+<span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a>seinen. Nu stond er op den toren van Ouwerkerk ook zoodanig toestel
+dat al die teekens onmiddellijk navolgde. De telegrafen te Vreeland,
+Westbroek en verdere dorpen deden evenzoo, en op die manier, van toren
+op toren overgebracht, konden, van Amsterdam uit, berichten worden
+gezonden tot zelfs naar Parijs.</p>
+
+<p>Langs dezen weg nu werd door de Fransche overheid, in haar ontsteltenis,
+naar Utrecht om hulp gevraagd, waarmee zij allerduidelijkst bewees, hoe
+ernstig zij den toestand nog altoos achtte.</p>
+
+<p>Intusschen zwierf Willem Stargardt op eenzame wegen en velden rond.</p>
+
+<p>Voorloopig had hij, om zijn spoor te verheimelijken, den weg naar
+Haarlem ingeslagen. Spoedig was hij evenwel Zuidwaarts afgeweken, immer
+zorgend, herhaaldelijk van richting te veranderen en zich liefst zoo ver
+mogelijk uit de menschen te houden.</p>
+
+<p>Beurtelings loopend en rustend, bracht hij op die manier den dag door,
+om zich eindelijk in de buurt van het Legmeer schuil te houden tot het
+donker zou zijn.</p>
+
+<p>Toen ging hij naar den oever en bleef er wachtend turen over den
+rietzoom, in de richting waar hij Ep de Breukelaar's woning wist...</p>
+
+<p>Een gevoel van verlatenheid beving hem, in de vreemde, geheimzinnige
+stilte om hem heen... Geen enkel gerucht, dat aan de nabijheid van
+menschen deed denken...</p>
+
+<p>&bdquo;Nu moest Ep eens berouw gekregen hebben en wegblijven!&rdquo; dacht hij
+bekommerd.</p>
+
+<p>Hij boog zijn hoofd over het riet, het oor in luistering naar het water
+gericht...</p>
+
+<p>Dáár vernam hij een vaag gekabbel... Dat gerucht viel echter dra te
+onderkennen... Het bleek een langzaam naderend, stil-omzichtig
+riemgeplas...</p>
+
+<p>Willem kon eindelijk den schimmigen vorm van bootje en roeier
+onderscheiden.</p>
+
+<p>De visscher legde aan, zacht werden wederzijds eenige woorden geuit...
+Willem stapte in... en even behoedzaam als Ep gekomen was, roeide hij
+weer, de duisternis in, naar zijn woning.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a></p>
+
+<p>Gebouwd op een der honderden eilandjes die, na het vervenen van den
+grond, nog in het meer waren overgebleven, lag het huisje van Ep de
+Breukelaar eenzaam te midden van hooge rietbosschen, gelijk het nest van
+een schuwen watervogel.</p>
+
+<p>'t Was spoedig bereikt; Ep maakte het schuitje aan den walkant vast en
+bracht Willem in het woonvertrek, waar hij allerhartelijkst door de
+vrouw van den visscher werd ontvangen.</p>
+
+<p>&bdquo;Komaan, ga dáár nu eens zitten!&rdquo; zei ze, een stoel van den wand bij de
+tafel plaatsend. &bdquo;En kijk, dat zal er wel ingaan, denk ik!&rdquo;</p>
+
+<p>Meteen zette zij een bord vol dampende karnemelksche pap voor hem neer.</p>
+
+<p>Nu, òf dat er in ging!&mdash;Want Willem had in de kazerne bijna niets door
+de keel kunnen krijgen en heel dien dag had hij verder nat noch droog
+gehad.</p>
+
+<p>Met ijver werd het bord dus leeg gelepeld, waardoor echter een opschrift
+bloot kwam, dat door Willem niet zonder verbazing gelezen werd:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i2">Oranje boven is mijn leus,<br /></span>
+ <span class="i0">Een Prinsman heeft geen andre keus!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="noi">stond daar in sierlijke, blauwe krulletters.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ja,&rdquo; <ins class="corr" id="corr3" title="Bron: gronnikte">grinnikte</ins> Ep, die zijn verbazing gemerkt had:
+&bdquo;Je bent hier bij een volbloed Oranjeklant! Kijk maar vrij om je heen,
+dan zal je daar méér bewijzen van zien!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik denk, dat onze maat op 't oogenblik net zoo lief nog een bordje pap
+heeft,&rdquo; lachte zijn vrouw, terwijl zij meteen zijn bord nog eens vulde.</p>
+
+<p>Willem zei geen <i>neen</i>, maar toen hij ook dàt geleegd had, keek hij op
+zijn gemak het vertrek eens rond, naar de overige bewijzen van Ep de
+Breukelaar's Oranjeliefde.</p>
+
+<p>Aan den wand ontdekte hij nu een paar omlijste prenten, met Willem V en
+zijn gemalin ten voeten uit en een oranjeboom in het midden, waaronder:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a></p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hier is de deugt en roem geplant<br /></span>
+ <span class="i0">Den vorst van 't Vrije Nederlant.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Op de katoenen paneelen der beddeurtjes zag hij den Prins en de Prinses
+<i xml:lang="fr">en medaillon</i>; en het kunstig houtsnijwerk waarmee de opstap-bankjes
+voor de hooge bedden gesierd waren, hield tusschen loovers en bloemen de
+letters: &bdquo;P. W. D. 5.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Prins Willem De 5 de!&rdquo; legde Ep hem uit.</p>
+
+<p>Maar dan de schoorsteen!</p>
+
+<p>'t Was een groote, vooruitspringende schouw, omrand met een veelkleurig
+katoenen, in plooien geregen valletje...</p>
+
+<p>O, dat vàlletje! 't was de trots van de <ins class="corr" id="corr4" title="Bron: huisvouw">huisvrouw</ins>! Maar
+wat daar bóven pronkte, in het rek van den breeden, geribden mantel,
+daar gingen ze <i>beiden</i> hoog op! Die zes groote borden, ze waren hun een
+zoete herinnering aan voorbije dagen, een stille troost in het rampvol
+heden, een blijde hoop voor de toekomst! Want ieder bord droeg het beeld
+van den Prins en onder iedere Prinsenbeeltenis stond een zegewensch op
+het Oranjehuis te lezen.</p>
+
+<p>&bdquo;Da's nog eens de moeite wáárd, hè?&rdquo; riep Ep, met ingenomenheid zijn
+eigen woorden naknikkend.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, vriendschap, die borden zijn nog uit den tijd van de Keezen en
+Prinsmannen! Maar ook onder de Bataafsche Republiek en de regeering van
+Koning Lodewijk zijn ze niet van hun plaats geweest!&mdash;En je ziet het,
+zelfs nou, onder de dwingelandij van Napoleon,&rdquo; besloot hij met
+voldoening, &bdquo;nou staan ze daar nòg!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij raakten daarop over het voorval bij de schuiten aan het praten en
+Ep, die den anderen morgen met paling naar stad moest, nam op zich, om
+Willem's huisgenooten gerust te stellen.</p>
+
+<p>Den volgenden dag bleef Willem met het grootste ongeduld op Ep de
+Breukelaar's thuiskomst wachten. Pas tegen den avond kwam hij terug, een
+overvloed van nieuws meebrengend.</p>
+
+<p>&bdquo;Nou, vriendschap, daar is je me gister wat gebeurd!&rdquo; <span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a>begon hij. &bdquo;Niet
+alleen aan de Haarlemmerpoort is het er te doen geweest, maar ook binnen
+de stad zijn er nog verscheidene relletjes voorgevallen. In hun
+benauwdheid hebben de Franschen toen om hulp gevraagd; en van morgen,
+alheel in de vroegte, is het 93<sup>ste</sup> regiment uit Utrecht aangekomen,
+om de bezetting van Amsterdam te versterken.</p>
+
+<p>De gendarmen, die gister wel in een doosje konden, ze stappen nu weer
+als pauwen door de straten!</p>
+
+<p>En overal in de stad zijn bekendmakingen aangeplakt, vol van allerlei
+dreigementen:</p>
+
+<p>Vooreerst, dat er een commissie benoemd is om de aanstookers en
+medeplichtigen bij de relletjes van gister, op te sporen en te
+vonnissen.</p>
+
+<p>Verder zal er huiszoeking gedaan worden, staat er, in alle wijken, waar
+de lui oproerig geweest zijn; en alle verzamelingen van tien personen
+zijn streng verboden.</p>
+
+<p>Maar dan staat er óók nog wat op, dat voor <i>jou</i> van belang is:</p>
+
+<p>De dienstplichtige lotelingen moeten zorgen, uiterlijk morgenochtend
+zeven uur, weer aan de Utrechtsche poort te zijn, of zij zullen als
+deserteurs beschouwd worden.</p>
+
+<p>Ik heb je vader gesproken en die wou het heelemaal aan jezelf overlaten,
+wat je nu doen wilt. Maar <i>blijf</i> je bij je plan om te ontsnappen, dan
+raadt hij je aan, om dat vandáág nog te probeeren. Want mocht het eens
+blijken, dat je vlucht onmogelijk was, dan kan je nog altijd zorgen,
+niet als deserteur beschouwd te worden, door je in dat geval nog tijdig
+aan te melden.</p>
+
+<p>Toevallig was mijn broer Teunis van morgen in de stad en die wil
+probeeren, je aan boord van een Engelschman te krijgen, heeft hij me
+beloofd. Ook heb ik nog met een vertrouwden kennis afspraak gemaakt, dat
+hij ons, zoo gauw het donker is, met zijn wagen naar Noordwijk zal
+brengen.&mdash;Want mijn broer is een Noordwijker visscher, moet je weten!</p>
+
+<p>Dus&mdash;wàt is nu je plan?&rdquo;</p>
+
+<p>Daar Willem halsstarrig bij zijn eerste voornemen blééf, roeiden zij dan
+'s avonds naar den Zuidelijken <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>oever van het Legmeer, waar de boer al
+met zijn rijtuig op hen wachtte.</p>
+
+<p>Zij namen hun weg bezuiden het Haarlemmermeer en na een rit van
+verscheidene uren geraakten zij zonder tegenspoed tot in de buurt van
+het dorp Noordwijk.</p>
+
+<p>Hier zou de boer blijven wachten. Ep sloeg met Willem een duinpad in.
+Het pad was hem blijkbaar volkomen bekend, want schoon het vrij donker
+bleek, liep hij zonder de minste aarzeling voor Willem uit, tot zij
+eindelijk aan een eenzame duinhut gekomen waren.</p>
+
+<p>Ep de Breukelaar tikte aan het venster.</p>
+
+<p>&bdquo;Wie daar?&rdquo; werd er van binnen geroepen.</p>
+
+<p>&bdquo;Goed volk, doe maar open Teun!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ha, zoo! Ben jij het?&rdquo;</p>
+
+<p>Er volgde nu eenig gestommel; daarop werden beiden binnen gelaten.</p>
+
+<p>Bij het licht van een zwak olielampje zag Willem, dat de visscher geheel
+gekleed was. Hij kwam dus niet rechtstreeks uit bed, schoon het toch
+middernacht moest zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;En dat is dus de jonge borst, dien we naar Engeland moeten
+prakkizeeren?&rdquo; zei Teun. &bdquo;Nou, je hebt schoon gelijk, hoor! En wat het
+mooiste is, er leit juist een Engelschman op de kust. Hij heeft
+duidelijk een paar maal sein gemaakt.</p>
+
+<p>Asjeblieft Ep, daar heb-je wat koffie, suiker en thee en een paar
+pondjes tabak!&mdash;Maar nou moet ik er dadelijk op uit, want de maats
+zullen al met ongeduld op me wachten!&rdquo;</p>
+
+<p>Willem begreep onmiddellijk&mdash;uit den aard der artikelen die Teun zijn
+broer present deed&mdash;dat de Noordwijker, evenals zoovéle visschers wier
+bedrijf door het continentaal stelsel zoo goed als stil stond&mdash;het
+gevaarlijk bedrijf van smokkelaar uitoefende en dat hijzelf op zoo'n
+nachtelijken smokkeltocht aan boord van het Engelsche vaartuig zou
+gebracht worden.</p>
+
+<p>Hij was evenwel tot alles bereid en nadat Ep dus afscheid genomen had om
+weer met den boer naar huis te rijden, gaf hij zich moedvol aan het
+geleide van zijn nieuwen helper over.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a></p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr5" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Nu geen woord spreken,&rdquo; zei Teun, &bdquo;en je nergens over
+verwonderen!&rdquo;</p>
+
+<p>Willem beloofde dit en volgde vol vertrouwen zijn gids die, een
+roeispaan over den schouder, met de grootste behoedzaamheid in het
+duister voortschreed...</p>
+
+<p>Dáár bleef de smokkelaar staan. Willem zag hem iets in den mond steken.
+Een soort van fluitje moest het geweest zijn, want plots liet de
+Noordwijker, bedrieglijk natuurlijk, het geluid van een smient hooren.</p>
+
+<p>Hij wachtte even... Daar klonk, heel zacht, hetzelfde fluitgeluid als
+antwoord... Donkere gestalten kwamen uit het duister naar voren, en een
+oogenblik later had zich een vijftal mannen bij hen gevoegd, ieder,
+evenals Teun, een riem over den schouder.</p>
+
+<p>&bdquo;Wie heb je daar bij je?&rdquo; werd achterdochtig gefluisterd.</p>
+
+<p>&bdquo;Een neef van me, die op 't oogenblik werkeloos is,&rdquo; zei Teun gedempt.
+Hij vond dit korte leugentje gemakkelijker, dan zijn maats een
+breedvoerigen uitleg te geven.</p>
+
+<p>Met de grootste behoedzaamheid sloegen de smokkelaars nu een duinpad in,
+waarlangs zij weldra het strand genaderd waren.</p>
+
+<p>&bdquo;De kustwacht!&rdquo; waarschuwde de voorste opeens.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Laat je plat op den grond vallen!&rdquo; fluisterde Teun tot Willem.</p>
+
+<p>Hij deed het onmiddellijk, bijna te gelijk met de anderen.</p>
+
+<p>Terwijl zij daar nu roerloos bleven liggen, weifelden de vage
+lichtvlakken van een schommelende handlantaarn over het strand. Het
+bleken inderdaad eenige mannen van de kustpolitie die een nachtelijke
+ronde deden.</p>
+
+<p>Toen het licht eindelijk weer verdwenen was, rezen de smokkelaars
+overeind.</p>
+
+<p>Willem meende, dat zij nu regelrecht naar het strand zouden gaan, maar
+hij vergiste zich:</p>
+
+<p>De Noordwijkers begonnen, even ter zijde van het pad, volijverig in het
+zand te woelen en daarop kwam een omgekeerde vlet te voorschijn, die
+gekanteld en naar zee gezeuld werd. De meegebrachte riemen werden
+tusschen de roeipinnen geplaatst... Geruischloos gleed het vaartuig den
+nacht in.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a></p>
+
+<p>Het lantaarnlicht in een der masten verried de plaats waar de
+koopvaarder ten anker lag.</p>
+
+<p>Spoedig had men het vaartuig bereikt en onderwijl Teunis met Willem
+langs de uitgeworpen valreep aan boord klom, werden achtereenvolgens
+verscheidene vaatjes, kisten en balen in de vlet neergelaten.</p>
+
+<p>Na een kort onderhoud met den koopman en den schipper, kwam Teun alleen
+weer van boord.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>En je neef?&rdquo; vroeg er een.</p>
+
+<p>&bdquo;Heeft zich als scheepstimmerman laten aannemen! Vooruit, mannen!&rdquo;</p>
+
+<p>Langzaam gleed de zwaargeladen vlet de kust te gemoet.</p>
+
+<p>Willem Stargardt bevond zich op Engelsch grondgebied; hij was gered!</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Derde"></a>Derde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Een vreeselijke nacht.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Tegenover de militaire macht, die thans binnen Amsterdam was vereenigd,
+viel aan geen nieuw verzet meer te denken. De lotelingen meldden zich
+dan ook aan<ins class="corr" id="corr8" title="Niet in Bron.">,</ins> behalve Willem Stargardt en nog acht of negen anderen
+die voorloopig onvindbaar waren. En in den vroegen morgen van Zaterdag,
+den 13<sup>den</sup> April, trokken zij heen, ditmaal in het midden der
+Nationale garden (schutters) die hiertoe des nachts waren gewekt, zonder
+dat zij wisten welke dienst van hen werd gevorderd.</div>
+
+<p>De droeve stoet trok de Utrechtsche poort uit, de buitensingels langs,
+tot op den Haarlemmerweg,&mdash;zwijgend, somber, als bij een doodenmarsch.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="29"></span><a id="p_29"></a></p>
+
+<p>Het Amsterdamsche volk gevoelde zich als een afgeranselde hond, die
+plots een wilden sprong aan zijn ketting had gedaan. Maar de ketting was
+niet gebroken en de sprong had het arme dier slechts pijnlijk gewond.
+Onmiddellijk toch nadat de conscrits vertrokken waren, werden
+achtereenvolgens tal van personen gevangen genomen en in verscheidene
+woningen werd huiszoeking gedaan.</p>
+
+<p>In huivering van angst ging het gerucht dier gebeurtenissen de stad
+door, een atmosfeer van wee scheen plotseling dompig in alle straten
+neer te hangen, de menschen ademden als onder een zware benauwenis.</p>
+
+<p>Franciscus Stargardt stond dien morgen juist klaar om met zijn vischkar
+de stad in te gaan, toen een wachtmeester der gendarmen met twee
+ondergeschikten voor zijn deur stil hielden. Zij stegen af en onderwijl
+één van hen drieën bij de paarden bleef, traden de beide anderen binnen.</p>
+
+<p>&bdquo;We komen huiszoeking doen!&rdquo; zegt de wachtmeester.</p>
+
+<p>&bdquo;Ga je gang!&rdquo; antwoordt de kreupele onverschillig.</p>
+
+<p>Doch die onverschilligheid is maar schijn; want bedwongen toorn
+doorsiddert hem het bloed tot in de uiterste vezelen. Hij vindt het
+onverdraaglijk, dat die kerels bij hem rond komen spionneeren en dat hij
+dit machteloos moet aanzien.</p>
+
+<p>Die vreemde huurlingen kunnen zijn geheele huis het onderste boven
+halen; zij kunnen zijn brieven en papieren nalezen zoo ze dat willen; en
+als hij zich verzet, dan weet hij, dat ze hem zullen wegsleepen naar de
+gevangenis op den Heiligenweg, of naar een der drie andere gebouwen, die
+ijverig door de politie met ongelukkige stadgenooten worden volgepropt.</p>
+
+<p>Moeder Jane houdt zich wondergoed, onderwijl zij de gendarmen zoo in de
+weer ziet. Zij halen de kasten open, zij onderzoeken de bedsteden; de
+wachtmeester stoot zijn degen hier en daar in het stroo en luistert dan,
+of hij niets hoort, waarop hij het staal bekijkt, of er geen bloed
+aankleeft.</p>
+
+<p>Dan zetten de gendarmen het <ins class="corr" id="corr9" title="Bron: ondezoek">onderzoek</ins> weer voort;
+<span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a>blijkbaar hebben zij het meer bij de hand gehad. In de pronkkamer
+kijken zij spiedend den ongebruikten schoorsteen in, zij halen er het
+pronkbed over den vloer en trappen er op met hun smerige laarzen; zij
+kloppen langs de muren, en luisteren naar den klank dien de muren geven;
+zij doorsnuffelen het geheele huis en klimmen van den kelder tot aan de
+vliering.</p>
+
+<p>Doch Willem Stargardt kunnen zij niet vinden en teleurgesteld rijden zij
+eindelijk weer weg.</p>
+
+<p>Nog verbitterd over de huiszoeking der gendarmen vangt Franciscus daarop
+zijn dagelijkschen rondgang bij de klanten aan.</p>
+
+<p>Zijn gemoed is bovendien bekommerd over Willem. Want wordt de arme
+jongen gesnàpt, dan gaat het om zijn leven. En slààgt hij in zijn pogen,
+dan zal hij toch nooit wellicht zijn kind nog weer terugzien...</p>
+
+<p>En dat alles om de heerschzucht van den Keizer, wrokt het in hem...</p>
+
+<p>Om de heerschzucht van één enkel mensch zijn van morgen al die gezonde,
+jonge mannen als een weerlooze schapendrift de stad uitgevoerd...
+Hoeveel zullen er van terug komen?... En <i>hoe</i> komen die dan misschien
+terug?...</p>
+
+<p>Een opbeving van haat doortrilt hem plots, fel uitsidderend in de
+saâmgekrampte, zware wenkbrauwen.</p>
+
+<p>Maar hij wil aan dit gevaarlijk haatgevoel niet toegeven.&mdash;&mdash;Hij wil het
+bedwingen en klemt de tanden op elkaar als onder de steking van een
+vlijmende pijn.</p>
+
+<p>Op zijn rondgang hoort hij echter niets dan allerlei schokkend nieuws,
+sarrend zijn verontwaardiging, om zich los te wringen uit den worgenden
+greep van zijn wil.</p>
+
+<p>Hier verneemt hij, dat Anthonie Hantelman, nog geen uur geleden, werd
+gearresteerd.</p>
+
+<p>Wat verder weet men hem te vertellen, dat Toon Janssen eveneens gevat
+werd.</p>
+
+<p>&bdquo;Bij wel twintig menschen is nu al huiszoeking gedaan!&rdquo; hoort hij
+elders.</p>
+
+<p>&bdquo;Emanuel van Praag en Barth Meijer uit de Jodenbreêstraat zitten óók al
+achter slot!&rdquo; verzekert een ander.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a></p>
+
+<p>Sneller hipt de kreupele achter zijn vischkar voort, als gedreven door
+de rusteloos elkander najachtende bevliegingen van zijn grimmigen wrok.</p>
+
+<p>Voor den winkel van mijnheer Vermaat, den tabaksverkooper over de Munt,
+houdt hij eindelijk weer stil.</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat heeft hem een bestelling gedaan met het oog op de
+naderende Paschen. Hij is nog een oud vriend van Stargardt uit die
+dwaas-opgewonden dagen van &bdquo;gelijkheid en broederschap&rdquo; en zelden zal
+hij verzuimen een praatje te maken, als Franciscus komt venten.</p>
+
+<p>Ook nu weer staat de tabaksverkooper in zijn winkeldeur, onderwijl
+Franciscus' mes, stuk voor stuk, de bestelde waterbaars schrapt en
+kerft.</p>
+
+<p>&bdquo;Jan Dupker ook al door de gendarmen weggehaald, hè?&rdquo; zegt mijnheer
+Vermaat meewarig.</p>
+
+<p>&bdquo;Jan Dupker?!...&rdquo;</p>
+
+<p>Het boven zijn werk gebogen hoofd van den kreupele veert overeind, de
+punt van het vinnige schrapmes wijst eensklaps doelloos de lucht in.</p>
+
+<p>&bdquo;Jan Dupker?!...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Had je 't nog niet gehoord?&rdquo;...</p>
+
+<p>Neen, hij had het nog niet gehoord. Maar Dupker was, zoo al geen vriend,
+dan toch een goede kennis van hem. Het bericht schokte hem daarom meer
+dan alles wat hij tot nog toe reeds vernomen had.</p>
+
+<p>Jan Dupker!... Wat tijden waren het dan toch!</p>
+
+<p>Driftig greep hij een grooten, volronden baars; en de schubben vliegen
+als zilverspetten in het voorjaarszonnelicht.</p>
+
+<p>God, God, wat moet men al beleven tegenwoordig!</p>
+
+<p>Reng!&mdash;Venijnig kerft het mes een diep gapende snede in de
+blankgeschrapte visch.</p>
+
+<p>Reng!!&mdash;'t Is of zijn haat zich moet uitvieren in de kracht van iedere
+verwonding.</p>
+
+<p>&bdquo;Ho, ho, je wilt me toch het beest niet aan moten kerven?&rdquo; meent de
+tabaksverkooper te moeten waarschuwen.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik wou,&rdquo; barst Stargardt nu grimmig uit, &bdquo;dat ik Napoleon zoo eens
+onder handen had!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a></p>
+
+<p>Verschrikt schiet mijnheer Vermaat opeens den winkel in, gebarend of
+men daar iets brak. Hij wenscht niet als getuige tegen een stadgenoot op
+te treden en vooràl niet, waar die stadgenoot daarenboven nog een oud
+vriend van hem is.</p>
+
+<p>Franciscus begrijpt opeens, hoe zeer hij zich vergat. Hij siddert en
+ziet schrikkerig rond... Maar die voorbijgangers, neen, die moesten hem
+toch niet gehoord hebben, stelt hij zich gerust. Anders zouden ze daar
+toch wel eenig blijk van geven!</p>
+
+<p>Met aandacht schrapt en kerft hij vervolgens de overige baarzen, zich
+dwingend geheel òp te gaan in dien arbeid.</p>
+
+<p>&bdquo;Drommels, dat was een leelijk-onvoorzichtige uitval van me, hè? daar
+zoo metéén!&rdquo; zegt hij bij het weggaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Onvoorzichtige uitval?...&rdquo;</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat's gezicht veinst groote verbazing: &bdquo;Ik weet nergens
+van!&mdash;Maar ja, voorzichtigheid is in dezen tijd wel aan te bevelen,&rdquo;
+laat hij er waarschuwend op volgen.</p>
+
+<p>Franciscus begrijpt wel, dat de tabaksverkooper liever buiten de zaak
+wenscht te blijven, en daar is <ins class="corr" id="corr10" title="Bron: hij hij">hij</ins> hem dankbaar voor.
+Maar zoo'n vaart zal het niet loopen. Niemand heeft zijn uitval immers
+gehoord! Hij maakt zich daarover dan ook in 't minst niet angstig, ja,
+een oogenblik later denkt hij er zelfs niet meer aan.</p>
+
+<p>In den laten namiddag vertelde hem Ep de Breukelaar in de gauwigheid,
+dat Willem onverlet bij zijn broer was aangekomen en hij twijfelde niet,
+of de jongen zou nu wel al veilig op zee zijn.</p>
+
+<p>Franciscus, die juist zijn kar leeg had, repte zich, om deze tijding aan
+moeder Jane te brengen.</p>
+
+<p>De beide Paaschdagen die nu volgden, gingen voor de Stargardts niettemin
+treurig voorbij; want hun spreken en denken was steeds over Willem: Waar
+hij nu wel wezen mocht, of zij hem ooit nog wel eens terug zouden zien,
+ja, of het misschien toch niet beter zou zijn geweest, als hij zich maar
+gewillig weer aangemeld had.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is de eerste Paschen,&rdquo; zei Stargardt 's avonds <span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>bij het naar bed
+gaan, &bdquo;die we niet feestelijk hebben doorgebracht.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja&rdquo;, zuchtte Jakob verveeld, &bdquo;'t zijn voor dit jaar een paar
+verdrietige dagen geweest&rdquo;.</p>
+
+<p>&bdquo;Och&rdquo;, zei moeder Jane, &bdquo;laten we maar dankbaar zijn, dat ze nog zóó
+waren. Als de gendarmen onzen Willem eens bij Ep de Breukelaar hadden
+gesnapt, zouden zij dan niet oneindig veel treuriger zijn geweest?&rdquo;</p>
+
+<p>Ja, moeder had wel gelijk, meenden zij, deze Paschen had nog heel wat
+rampzaliger kunnen zijn. En hoe armelijk die troost was, toch gingen zij
+daardoor nog onder een vleugje van blijmoedigheid ter rust.</p>
+
+<p>Midden in den nacht schrikten zij eensklaps wakker door een hevig
+deurgeklop.</p>
+
+<p>&bdquo;Gerechtige goedheid, wat moet dàt beteekenen?&rdquo; vroeg moeder Jane
+angstig.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik denk vrouw, dat het gendarmen zijn, die opnieuw naar Willem komen
+zoeken&rdquo;.</p>
+
+<p>&bdquo;En ze weten al, dat hij hier niet is!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar hij kon later nog wel in het ouderlijk huis teruggekomen zijn, in
+de meening dat hij, nà de huiszoeking, daar volkomen veilig was, zullen
+ze denken&rdquo;.</p>
+
+<p>Het geklop op de deur herhaalde zich, maar nu veel luider dan te voren.</p>
+
+<p>&bdquo;Hemel, wat gaan ze te keer!&rdquo; klaagde Jane ontdaan.</p>
+
+<p>Jakob had reeds broek en kousen aangeschoten:</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zal wel even kijken, wat er aan de hand is!&rdquo;</p>
+
+<p>Ook zijn ouders waren het bed al uit en begonnen zich te kleeden,
+onderwijl Jakob naar de huisdeur liep.</p>
+
+<p>Het kloppen was nu in bònzen overgegaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Wie daar?&rdquo; riep Jakob.</p>
+
+<p>&bdquo;De politie!&rdquo; werd er terug geroepen. &bdquo;Doe maar gauw open of we trappen
+de deur in!&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob schoof de grendels weg en onmiddellijk traden hem twee mannen
+voorbij, die regelrecht de kamer in liepen.</p>
+
+<p>Bij het licht van de kaars, die moeder Jane dadelijk bij het opstaan had
+aangestoken, bleken het inderdaad gendarmen te zijn: een wachtmeester en
+een ondergeschikte.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Woont hier Franciscus Stargardt?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel&rdquo;, antwoordde Stargardt stug; &bdquo;Wat was er van uw order?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan moeten we u verzoeken&rdquo;, richtte de wachtmeester zich tot Jakob, &bdquo;om
+dadelijk met ons mee te gaan!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar <i>ik</i> ben Franciscus Stargardt&rdquo;, antwoordde de vader.</p>
+
+<p>&bdquo;In dat geval zijn we verplicht, <i>ù</i> te arresteeren!&rdquo; zei de
+wachtmeester, met verwondering en zelfs met eenig medelijden den
+kreupele aanziend.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar... ik ben volstrekt niet aan de Haarlemmerpoort geweest... Aan
+géén van de opstootjes heb ik deelgenomen...!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, neen, mijn man is onschuldig...! Jullie moet je vergissen!&rdquo; riep
+Jane zenuwachtig.</p>
+
+<p>De wachtmeester haalde de schouders op.</p>
+
+<p>&bdquo;Wij hebben alleen onze instructie te volgen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar worden onschuldigen dan óók al gearresteerd?&rdquo; jammerde moeder
+Jane. &bdquo;Hij heeft toch niets, heelemaal niets verkeerds uitgevoerd!...
+Kijk, de stakker heeft immers niet eens zijn beide beenen tot zijn
+gebruik... Hoe wou hij dan aan het oproer mee gedaan hebben?...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hoor eens, vrouwtje&rdquo;, overreedde de wachtmeester gemoedelijk, &bdquo;als hij
+werkelijk onschuldig is, dan zal dit natuurlijk wel blijken. En in dat
+geval wordt hij immers weer dadelijk op vrije voeten gesteld?&rdquo;</p>
+
+<p>Maar tegen den gendarme zei hij zacht: &bdquo;Een mooi karweitje waarachtig!
+Voor mijn part hadden ze maar een ander uitgestuurd om zoo'n kreupelen
+stakker gevangen te nemen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Vader&rdquo;, raadde Jakob, zich inspannend om kordaat te schijnen, &bdquo;'t beste
+zal zijn, er ons in te schikken, en dat u zonder tegenspraak meegaat. 't
+Moet immers een misverstand wezen, u bent immers volkomen onschuldig!
+Gaat u dus maar kalm en bedaard met ze mee, dan zullen de gendarmen ook
+geen geweld gaan gebruiken!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij meende daarop zijn vader bij het verder aankleeden te helpen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a></p>
+
+<p>Maar ontsteld hield hij het reeds opgevatte kleedingstuk plots roerloos
+in de hand.</p>
+
+<p>De kreupele toch zat daar doodsbleek op zijn stoel, de oogen wild van
+ontzetting in het verstrakte, bloedelooze gezicht....</p>
+
+<p>Want als een bliksemflits was hem opeens zijn uitval jegens den Keizer
+door het bewustzijn gevlogen!... Ze hadden het dan toch gehoord, die
+kerels! Ze hadden hem verraden! Met zijn vloekwaardige onvoorzichtigheid
+had hij dan nu zichzelf en zijn gezin tot de grootste ellende gebracht!</p>
+
+<p>In waanzinnig zelfverwijt mepte hij zich met de vuist op de borst, zijn
+wangen trilden onder de woeste siddering van zijn kaakspieren.</p>
+
+<p>Hij hoorde in verdoovingsdofheid, zijn vrouw kermen en zenuwhuilen; toen
+voelde hij haar armen zich ketenen om zijn hals en aan zijn oor klonk
+haar jammerstem: &bdquo;O, mijn arme, goeie Frans, ik laat je niet weggaan,
+nooit, nooit! Je bent immers onschuldig, je zou immers geen kind zelfs
+kwaad kunnen doen?&rdquo;</p>
+
+<p>Ze zoende zijn wangen, zijn voorhoofd,... en de verbijsterde kreupele
+voelde de wreede spierspanning zijner armen verslappen, onder die
+smartelijke omhelzing.</p>
+
+<p>Zijn borst hijgde en kreunend begon hij te snikken, in striemend
+zelfverwijt:</p>
+
+<p>&bdquo;O, die rampzalige onvoorzichtigheid van me!... Ik heb den Keizer
+vervloekt!...&rdquo;</p>
+
+<p>Jane rilde, als had ze zijn doodvonnis gehoord. Met een luiden gil wierp
+zij zich opnieuw aan zijn borst, het hoofd schokkend op zijn schouder
+onder haar heftig, pijnend zenuwgesnik.</p>
+
+<p>Franciscus' armen omstrengelden haar en schor smeekte zijn huilstem, als
+de klacht van een verdoemde:</p>
+
+<p>&bdquo;Vergeef me; o, ik bid je, vergeef me, dat ik ook jullie heb ongelukkig
+gemaakt!&rdquo;</p>
+
+<p>De gendarmen maanden met zachte stem tot spoed aan.</p>
+
+<p>Toen, onder een geweldige inspanning tot zelfbeheersching, maakte hij
+zich los uit haar omhelzing, en begonnen zijn bevende vingers zijn vest
+toe te knoopen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a></p>
+
+<p>Jakob, de tanden op elkaar geklemd om niet úit te schreeuwen zijn
+schrijnend verdriet, deed onhandige moeite om zijn vader bij het verder
+aankleeden te helpen.</p>
+
+<p>De wachtmeester, geheel ontroerd, reikte hem toen zijn kruk.</p>
+
+<p>Nu drukte de ongelukkige Jakob de hand en zóó krachtig bleef hij die een
+poos omklemd houden, alsof hij ze nooit meer los zou laten.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijn jongen,&rdquo; hikte hij schor,... &bdquo;het heeft zoo moeten zijn!... Wees
+jij ten minste verstandiger dan je vader was!&mdash;Belóóf je me dat?...&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob knikte, niet in staat om een woord te uiten.</p>
+
+<p>Toen nam Franciscus afscheid van zijn vrouw, die, gillend en jammerend,
+hem nogmaals en nogmaals omhelsde, tot de ontroerde gendarmen den
+arrestant voorzichtig uit haar armen los maakten, hem wenkend om mee te
+gaan....</p>
+
+<p>Akelig bleef het verflauwend geplof van de kruk moeder en zoon in de
+ooren martelen, zelfs toen zij het onmogelijk meer konden hooren.</p>
+
+<p>&bdquo;O, mijn jongen,... mijn jongen!&rdquo; jammerde moeder Jane onder zenuwachtig
+gesnik, &bdquo;nu heb je geen vader meer!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ze zullen... het toch wel... bij gevangenisstraf laten!&rdquo; nokte Jakob
+moeizaam.</p>
+
+<p>Maar zelf had hij geen vertrouwen in wat hij zei.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Vierde"></a>Vierde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Tot den kogel veroordeeld.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="noi"><span class="floatleft size275">IJ</span>verig hield de militaire commissie, door den divisie-generaal Molitor
+benoemd, zich bezig met het uitvoerig onderzoek naar den aard en omvang
+der verschillende <span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a>relletjes en met het verhoor der negen of tien
+gearresteerden.</div>
+
+<p>Niemand twijfelde, of Franciscus Stargardt zou wel ter dood veroordeeld
+worden. Toch deed moeder Jane wat maar mogelijk was, om nog genade voor
+haar man te verwerven.</p>
+
+<p>Het hoofd van alle Fransch-Hollandsche gewesten was <span xml:lang="fr">Le Brun</span>, Prins van
+het Keizerrijk en Hertog van Plaisance. Het was een grijsaard,
+zachtzinnig van inborst, iemand waarvan bekend was, dat hij elk ontving
+en te woord stond.</p>
+
+<p>Jane, zich aan het paleis vervoegend, kreeg dan ook zonder veel moeite
+toegang tot den luitenant-generaal.</p>
+
+<p>Welwillend hoorde hij haar aan, en toen zij zich eindelijk als
+smeekeling aan zijn voeten wierp, beurde hij haar minzaam op, de
+bedroefde vrouw eenige woorden van troost toesprekend, waardoor ze, een
+weinig bemoedigd, weer heen ging.</p>
+
+<p>Maar al spoedig hoorde zij, dat mijnheer <span xml:lang="fr">Le Brun</span> wel een goedaardig, oud
+man was, maar eigenlijk niets te vertellen had, veel minder dan <span xml:lang="fr">De
+Celles</span>, schoon die in rang beneden hem stond.</p>
+
+<p>En jammer genoeg, was het wáár, wat men haar zeide.</p>
+
+<p>Napoleon had reden om bevreesd te zijn, dat een man van vasten moed en
+karakter, in het bestuur dezer gewesten geplaatst, zijn broeders<a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a>
+voorbeeld zou volgen en, gelijk hij dat noemde, besmet worden met den
+Hollandschen geest. Daarom was de Keizer er toe gekomen, <span xml:lang="fr">Le Brun</span>, dien
+hij dóór en dóór kende, wijl deze vroeger zijn medeconsul was geweest,
+naar Holland te zenden onder een weidschen titel, maar bekleed met een
+schaduw van gezag. Beneden hem in rang, maar vèr boven hem in macht en
+vertrouwen, waren echter <span xml:lang="fr">De Celles</span> en&mdash;in Den Haag&mdash;De Stassart.</p>
+
+<p>Jane besloot, zich dan tot den beruchten <span xml:lang="fr">De Celles</span> te wenden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a></p>
+
+<p>Na ongelooflijk veel moeite gelukte het haar, tot den prefect door te
+dringen. Maar toen zij een beroep op zijn welwillendheid deed en hem om
+genade voor haar man begon te smeeken, antwoordde hij ongevoelig en
+koud, dat hij zich met de voorspraak van oproerlingen niet inliet; hij
+voor zich achtte het wenschelijk zelfs, dat er eens een flink
+afschrikwekkend voorbeeld werd gesteld; op <i>zijn</i> hulp in deze zaak had
+zij dus allerminst te rekenen.</p>
+
+<p>Toen, in haar wanhoop, omklemde de ongelukkige vrouw zijn knieën, maar
+de prefect stootte haar onmeedoogend van zich af, zeggend, dat hij op
+zoo'n comedievertooning volstrekt niet gesteld was.</p>
+
+<p>Grievend beleedigd hief Jane zich op en ging heen, hem een blik
+toewerpend zóó vol van de diepste verachting, dat mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span>
+onwillekeurig zijn oogen neêrsloeg.</p>
+
+<p>Maar nòg gaf de kloeke vrouw haar pogen niet op. Thans ging zij met haar
+bede naar den generaal Molitor, den samensteller der militaire commissie
+van onderzoek.</p>
+
+<p>Geduldig hoorde de generaal haar aan, maar verklaarde daarop, dat het
+recht nu eenmaal zijn beloop moest hebben en hij in dezen zelfs niet het
+geringste voor haar doen kon!</p>
+
+<p>Nu wist de arme vrouw geen raad meer en wachtte onder vlagen van
+wanhoop, angst en verbittering, de beslissende uitspraak der commissie
+af.</p>
+
+<p>Het vruchtelooze van al die pogingen zijner moeder was echter voor Jakob
+volstrekt geen verrassing geweest. Hij had niet anders verwacht. De
+Franschen, meende hij, nu ze gezien hadden dat de Amsterdammers nog
+tegen hun onderdrukkers in verzet durfden komen, zouden trachten wel zóó
+den schrik onder de mokkende bevolking te brengen, dat zij voor altoos
+den moed tot dergelijke opstootjes verloor.</p>
+
+<p>Jakob twijfelde dus niet, of zijn vader zou wel ter dood worden
+veroordeeld. En wat zou dan weldra het lot van zijn moeder zijn, vroeg
+hij zich bekommerd af? <span class="pagenum" title="39"></span><a id="p_39"></a>O, zeker, hij zou voor haar werken en zorgen zoo
+lang hij kon. Maar het volgend jaar liep hij kans om in de conscriptie
+te vallen. En dan,&mdash;och, dan stond zijn moeder geheel alleen.</p>
+
+<p>En van lieverlede kwam hij toen op het denkbeeld, om zichzelf in de
+plaats van zijn vader aan te bieden. Wat zou het die Franschen kunnen
+schelen <i>wien</i> zij doodschoten ter bereiking van hun doel? Immers, het
+feit <i>dàt</i> er een doodgeschoten werd moest toch eigenlijk den
+gewenschten schrik te weeg brengen! En zijn vàder zou hij, met zich op
+te offeren, het leven redden, zijn móeder er een <i>blijvenden</i> verzorger
+door teruggeven, wat hijzelf waarschijnlijk toch maar hoogstens voor een
+jáár zou kunnen zijn. Neen, alles wel beschouwd was het veel beter dat
+<i>hij</i> in plaats van zijn váder als offer viel.</p>
+
+<p>En welberaden begaf Jakob Stargardt zich, na van zijn baas een halven
+dag vrij gekregen te hebben, naar het huis van den Graaf <span xml:lang="fr">De Celles</span>, dat
+in de Doelenstraat stond.</p>
+
+<p>De huisknecht wees hem bij de deur barsch terug, zeggend dat zijn
+meester zoo aanstonds uitging en voor niemand te spreken was.</p>
+
+<p>Jakob echter liet zich maar niet zoo dadelijk afschepen; hij hield aan,
+bewerend dat zijn boodschap volstrekt geen uitstel lijden kon. En juist
+begon het tusschen den knecht en hem tot een woordenstrijd te komen,
+toen de prefect zelf in de vestibule verscheen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat is er aan de hand, François?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, excellentie, dat brutale heerschap beweert, dat hij u met alle
+geweld spreken moet, ofschoon ik hem toch duidelijk gezegd heb, dat daar
+op het oogenblik geen gelegenheid voor is!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Je naam?&rdquo; vroeg <span xml:lang="fr">De Celles</span>.</p>
+
+<p>&bdquo;Jakob Stargardt, excellentie!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Stargardt?... Stargardt?... Ah, jawel! Dus zeker een broer van dien
+deserteur en een zoon van dien oproermaker.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Vergeef me, excellentie! Maar een oproermaker is mijn vader nooit
+geweest. Hij heeft zich alleen een onvoorzichtige <span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a>uitdrukking laten
+ontvallen, die hij beter gedaan had vóór zich te houden...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, wel zeker,&rdquo; zei de prefect ironisch, &bdquo;die Amsterdammers zijn in den
+grond toch eigenlijk zoo'n zachtaardig en onschuldig volkje! Als daar
+iemand, giftig van haat, in 't openbaar verklaart dat hij den Keizer wel
+eens als een baars zou willen kerven, dan is dat geen oproer maken, wel
+neen, dan is dat een <i>onvoorzichtige uitdrukking</i>!</p>
+
+<p>En nu kom je me zeker, evenals je moeder, genade voor dien
+onvoorzichtigen vader vragen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toch niet,&rdquo; antwoordde Jakob met groote vastheid: &bdquo;Ik begrijp zeer
+goed, dat die uitdrukking mijn armen vader het leven zal kosten en een
+verzoek om genade niemendal zal uitwerken...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hm! Inderdaad nog zoo dom niet!&rdquo; zei de prefect, een snuifje nemend.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar&mdash;wat was dan je boodschap toch eigenlijk?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik kwam uw excellentie smeeken, <i>mij</i> in plaats van mijn vader de straf
+te laten ondergaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ei, ei! Je bent een dappere borst. Maar juist daarom zou het toch zonde
+en jammer zijn, als wij je dood lieten schieten en den Keizer hierdoor
+van een dapper soldaat beroofden!&rdquo; ging den prefect spottend voort.
+&bdquo;Want waarlijk, een knaap die tot zooveel zelfopoffering bereid is, zal
+natuurlijk even bereidwillig en moedig zijn leven voor den Keizer ten
+offer brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob wist niet, hoe hij het had. Hij had stugheid, zelfs barschheid
+verwacht, maar tegenover dergelijke taal stond hij onvoorbereid en dus
+een oogenblik geheel sprakeloos.</p>
+
+<p>Toen hij echter zag dat mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> wilde dóórloopen en de zaak
+blijkbaar voor afgedaan hield, begon hij te smeeken in een vloed van
+hartstochtelijke woorden, dat de prefect zijn verzoek toch mocht
+toestaan, ja, in zijn wanhoop greep hij zelfs een slip van diens rok
+vast.</p>
+
+<p><span xml:lang="fr">De Celles</span> echter gaf stilzwijgend François een wenk en in 't zelfde
+oogenblik smeet de knecht den onthutsten jongen de deur uit...</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Neem me niet kwalijk...&rdquo; stamelde Jakob verbouwereerd, want hij was
+juist tegen een voorbijganger aan gekomen.</p>
+
+<p>Tegelijkertijd echter zag hij, dat het mijnheer Vermaat was.</p>
+
+<p>&bdquo;Verbeeld u,&rdquo; begon hij thans, bevend van verontwaardiging: &bdquo;Daar kom ik
+niets anders doen dan beleefd verzoeken, of ze <i>mij</i> in plaats van mijn
+vader willen vonnissen. En wat is het antwoord? Dat ik als een hond op
+straat word gesmeten! O, 't is schande, schande!!&rdquo; barstte hij uit, de
+nagels woedend in de handpalm drukkend.</p>
+
+<p>De tabaksverkooper legde hem echter haastig de hand op zijn mond, uit
+vrees dat de verontwaardigde knaap licht te veel mocht zeggen en troonde
+hem mee naar zijn huis.</p>
+
+<p>&bdquo;Ziezoo,&rdquo; begon hij toen, &bdquo;hier kunnen we ten minste veilig praten. Want
+de inkwartiering heb ik tot heden gelukkig af kunnen koopen.&rdquo; Hij liet
+nu Jakob uitvoerig zijn wedervaren bij <span xml:lang="fr">De Celles</span> vertellen, waardoor de
+knaap langzamerhand weer tot kalmte kwam.</p>
+
+<p>Onder het luisteren groeide in den tabaksverkooper en zijn vrouw een
+groote sympathie voor dien nobelen jongen, die zèlf zijn moedige,
+liefdevolle zelfopoffering blijkbaar voor de natuurlijkste zaak ter
+wereld hield.</p>
+
+<p>&bdquo;Wacht, ik zal jullie eens trakteeren,&rdquo; zei juffrouw Vermaat. Het water
+was aan den kook en na een oogenblik hadden ze alle drie een geurig
+kopje <i>echte</i> thee voor zich staan.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is natuurlijk alleen bij hooge uitzondering,&rdquo; zei ze. &bdquo;Want je
+begrijpt wel, hè?...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, als de thee meer dan drie gulden het pond kost, is ze voor
+dagelijksch gebruik wel wat duur,&rdquo; antwoordde Jakob. &bdquo;Thuis drinken we
+altijd gedroogde abrikozenbladeren voor thee.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo? Nee, òns bevallen gedroogde perzikbladeren nog het best, hè
+vrouw?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zuchtte Juffrouw Vermaat, &bdquo;'t is een treurige tijd tegenwoordig;
+àlles, letterlijk alles is even duur! Wanneer zal daar nog eens een eind
+aan komen?&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Niet, vóór we met het Oranje op de borst durven loopen. Maar ik vrees,
+dat <i>wij</i> dat wel niet zullen beleven!</p>
+
+<p>En niettemin,<ins class="corr" id="corr11" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> ging hij voort, &bdquo;wat wáren we, als jonge, vurige
+patriotten, toch op die kleur gebeten! Zelfs tot in 't kinderachtige
+toe!</p>
+
+<p>Zoo herinner ik me, hoe Nierop, de oude speelgoedkoopman uit de
+Stadhuissteeg, in het begin van 1787 een collectie poppen had ontvangen,
+die hij natuurlijk voor zijn winkelraam ten toon stelde.</p>
+
+<p>Nu wilde het geval, dat er onder die poppenverzameling één was, in 't
+hoog geel gekleed, een geel dat zwéémde naar 't oranje!</p>
+
+<p>Enkelen van onze Vrijheidshelden viel dat al heel gauw in 't oog
+en&mdash;daar hàdt je 't, hoor!</p>
+
+<p>Dadelijk gingen zij zich in de hoogste verontwaardiging tot de Regeering
+wenden, met het dringend verzoek, dien gruwel toch uit hun midden weg te
+nemen!</p>
+
+<p>Burgemeesters, om hun terwille te zijn, zonden toen een Bode naar
+Nierop, met last, dat die gele juffer onmiddellijk op het stadhuis
+diende te komen. Maar Nierop verkoos niet, dat ze met den Bode zou gaan.
+Hij nam ze daarom zelf met zich mee naar 't Raadhuis en introduceerde ze
+bij de overheid.</p>
+
+<p>Deftig en waardig, als past bij zoo'n ernstig geval, werd nu het
+poppenkostuum in beschouwing genomen. Maar helaas, tien Edelachtbaren
+zelf bleken het niet volkomen eens omtrent de kleur; de beoordeeling
+over het oranje of niet oranje bleef in deliberatie, het kwam niet tot
+een uitspraak en de pop werd inmiddels preventief gevangen gehouden.</p>
+
+<p>Of er een commissie van deskundigen werd benoemd om verslag uit te
+brengen over de kleur, heb ik nooit vernomen; wèl, dat de pop in
+hechtenis bleef, tot de Pruisen den Oranjevorst te hulp kwamen en een
+omwenteling te weeg brachten. Toen werd zij ontslagen en in zegepraal
+naar den winkel van Nierop teruggevoerd.&rdquo;</p>
+
+<p>De tabaksverkooper, eenmaal op dreef, vertelde nu nog een en ander uit
+de eerste dagen van 1795, waarop zijn zoon Reinier thuiskwam, die in de
+affaire van zijn <span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a>vader werkzaam en van denzelfden leeftijd als Jakob
+was.</p>
+
+<p>De beide jongelui waren te voren nooit met elkander in aanraking
+geweest, waarom Jakob bij het heengaan aan den tabaksverkooper moest
+beloven, de kennismaking met Reinier maar eens gauw te komen vernieuwen.</p>
+
+<p>Voorloopig echter kwam daar weinig van, en inmiddels hield de militaire
+commissie haar laatste, beslissende vergadering. Alle tien
+gearresteerden had zij schuldig bevonden. Drie werden er tot twee jaren
+gevangenisstraf veroordeeld; Emanuel van Praag en Barth Meijer tot vijf
+jaar opsluiting; Jan Dupker en nog vier anderen kregen acht jaar
+tuchthuisstraf, terwijl Toon Janssen en Anthonie Hantelman, als de
+eigenlijke aanleggers van het oproer, gefusilleerd zouden worden.</p>
+
+<p>Franciscus Stargardt eindelijk werd, wegens majesteitsschennis, eveneens
+tot den kogel veroordeeld.</p>
+
+<p>Aan Stargardt zou het éérst dit harde vonnis worden voltrokken. Reeds
+des avonds werd hij in een koets van 't Verbeterhuis afgehaald en langs
+de Schans geleid, om den volgenden dag op het Funen te sterven.</p>
+
+<p>Voor de kazerne <span xml:lang="fr">Saint-Charles</span> had zich den anderen morgen, al vroeg, een
+groote volksmenigte opgehoopt.</p>
+
+<p>Eindelijk, daar trad een afdeeling Fransche soldaten het gebouw uit, een
+tamboer voorop, die den doodenmarsch sloeg.</p>
+
+<p>In het midden hompelde, lijkwit, Franciscus Stargardt. Naast hem liep
+een man, in het zwart gekleed, de veldprediker van het regiment. Hij
+trachtte den ongelukkige moed in te spreken en hield hem den troost van
+het Evangelie voor...</p>
+
+<p>De commandeerende officier liet halt maken. Nu trad de provoost vooruit
+en las, in de Fransche taal, het vonnis van den veroordeelde voor.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo'n stakker toch,&rdquo; zei een vrouw meewarig.</p>
+
+<p>&bdquo;Hij heeft niet eens zijn beenen tot zijn verdoen! 't Is een schande!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hou je mond!&rdquo; grauwde haar man, &bdquo;of het zou met jou al even ongelukkig
+afloopen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ja, 't is ongehoord zooals er met ons geleefd <span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a>wordt!&rdquo; zei ze weer.
+Maar nu toch wat zachter.</p>
+
+<p>&bdquo;Kijk, hij vouwt zijn handen,&rdquo; merkte een ander op, &bdquo;hij doet zeker zijn
+laatste gebed.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Arme kerel!&rdquo; ging het dofmompelend door de volksmassa.</p>
+
+<p>Werkelijk bad de kreupele, de sidderende handen krampachtig te zamen
+gevlochten, het lijkwitte gelaat ten hemel gericht...</p>
+
+<p>Zoo stond hij een wijle.</p>
+
+<p>Toen naderde de provoost en deed hem een blinddoek voor. Daarop trad hij
+met den prediker terug en plaatsten beiden zich nevens den officier.</p>
+
+<p>Met zijn degen gaf de officier een teeken,&mdash;toen traden zes man vooruit.</p>
+
+<p>Weer zwaaide de officier het wapen,&mdash;nu legden de zes man hun geweren
+aan...</p>
+
+<p>Daar zwaaide de degen voor het laatst,&mdash;zes kogels doorboorden de borst
+van den ongelukkige, die <ins class="corr" id="corr12" title="Bron: onmiddelijk">onmiddellijk</ins> dood voorover
+viel.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label"><sup>4</sup>)</a> Koning Lodewijk.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Vijfde"></a>Vijfde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Hoe de Amsterdammers Napoleon ontvingen.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="precap"><span class="precap0">&bdquo;</span></div><div class="first">Een zware dag voor vrouw Stargardt!&rdquo; Met die verzuchting was mijnheer
+Vermaat uit den winkel gekomen, waar men hem juist verteld had, dat een
+uur geleden het doodvonnis aan den kreupele was voltrokken.</div>
+
+<p>&bdquo;Ik ga er dadelijk heen!&rdquo; had juffrouw Vermaat toen gezegd. &bdquo;De arme
+ziel zal wel wat troost en opbeuring noodig hebben.&rdquo; En zóó eenvoudig
+was haar <span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>binnenkomen, zóó hartelijk en natuurlijk haar deelneming
+geweest, dat sedert langzamerhand een warme genegenheid tusschen de
+beide vrouwen was ontstaan.</p>
+
+<p>Maar ook Jakob Stargardt en Reinier Vermaat waren van lieverlede groote
+vrienden geworden, die men weldra schier geen Zondag buiten elkanders
+gezelschap zag.</p>
+
+<p>Van Willem had moeder Jane, sinds Ep de Breukelaar nog eens was komen
+zeggen dat hij behouden aan boord van een Engelsch schip geraakt was,
+nooit weer iets vernomen.</p>
+
+<p>Trouwens, ze had niet anders kunnen verwachten, wijl Napoleon's
+continentaal stelsel alle briefwisseling met Engeland verbood. Maar
+moeder Jane was het onder die omstandigheid, of zij niet één, maar twee
+dooden had te betreuren en al haar liefde droeg zij sedert op haar zoon
+Jakob over. Zij zou hem graag den heelen Zondag bij zich thuis gehad
+hebben, maar spoorde hem niettemin zelf aan, om met zijn vriend Reinier
+de stad in te wandelen, wat te roeien op den Amstel of zich op eenige
+andere betamelijke wijze te verstrooien. 't Is het recht van zijn jeugd,
+redeneerde zij, en ze was er al tevreden mee, dat hij 's avonds
+gewoonlijk thuis bleef.</p>
+
+<p>Na een hunner Zondagsche uitstapjes, toen de beide vrienden in een
+koffiehuis een glas bier gingen drinken, vernamen zij daar als het
+groote nieuws, dat keizer Napoleon een reis door Holland ging doen en
+natuurlijk dan ook te Amsterdam zou komen.</p>
+
+<p>Zij geloofden er aanvankelijk weinig van, maar weldra bleek, dat er aan
+het gerucht niet langer viel te twijfelen.</p>
+
+<p>Reeds den 8<sup>sten</sup> Augustus had mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> den maire kennis
+gegeven van de komst des Keizers en hem uitgenoodigd, maatregelen voor
+een waardige ontvangst te beramen. Deze aanschrijving werd door meer dan
+twintig andere gevolgd, want op alle toebereidselen moest de goedkeuring
+van den prefect worden gegeven; hij moest een lijst hebben van de
+personen, <span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a>die aan Zijne Majesteit zouden worden voorgesteld; zelfs
+mocht niet aan de versiering der loge in den schouwburg worden begonnen,
+voor mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> de inrichting had goedgekeurd. Ja, de geldsom,
+die de stad bij deze gelegenheid ten koste wilde leggen, moest ter
+beoordeeling aan den prefect worden toegezonden, een post, waarvoor de
+gemeenteraad den 25<sup>sten</sup> September 165.000 francs had toegestaan. Nog
+meer, de prefect geliefde zelfs over de beurs der ingezetenen te
+beschikken.</p>
+
+<p>Dra wist men ook, wat het doel van Napoleon's reis door Holland was.</p>
+
+<p>De keizer stond in die dagen op het toppunt van zijn glorie. Zijn
+monarchieën strekten zich uit van de <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: Pyreneëen">Pyreneeën</ins> tot de
+bergen van Epirus, van de Middellandsche zee tot het Baltische strand.
+Van het Rijnverbond voerde hij den titel van beschermer, van het
+Zwitschersche bondgenootschap dien van bemiddelaar. Leden van zijn
+geslacht bekleedden de koninklijke of vorstelijke waardigheid in Spanje,
+in Napels, in Westfalen, in Lucca en in Berg. Een zijner generaals was
+erfgenaam geworden van den Zweedschen troon, een ander heerschte over
+het vorstendom Neuchâtel. Door staatszucht hiertoe genoopt, had de
+Keizer van Oostenrijk zijn dochter Maria Louise aan den gelukkige tot
+vrouw gegeven, en al de overige souvereinen van het vasteland waren
+Napoleon's gedweeë bondgenooten. De geboorte van een zoon, den Koning
+van Rome, op den 20<sup>sten</sup> Maart, had Napoleon's stamhuis bevestigd. Zij
+was gevierd met een praal zóó overweldigend, als nog nooit bij de
+geboorte van een vorstenkind aanschouwd was. In Bonaparte, door al dien
+voorspoed bedwelmd, begon in deze dagen hoe langer hoe meer de aan
+hoogmoeds-waanzin grenzende gedachte vorm te krijgen, dat de
+Voorzienigheid hem met een bepaalde roeping hier op aarde had doen
+verschijnen.</p>
+
+<p>En toch, in weerwil van al de glorie die hem omgaf, bleef Napoleon
+onbevredigd.</p>
+
+<p>Even als de hartstochtelijke speler, prikkelde ieder nieuw geluk hem, om
+nog grooter kansen te wagen, naar nog grooter gewin te trachten. Landen
+te veroveren, <span class="pagenum" title="47"></span><a id="p_47"></a>volken te bedwingen, vorsten te vernederen, overwonnenen,
+aan zijn voeten te zien, het was hem een onverzadelijke behoefte
+geworden, en het bleek ook deze behoefte die hem aanzette, Holland te
+bezoeken. Het trotsche Engeland, dat hem stoutmoedig bleef tarten, hem
+Egypte en Syrië had ontwrongen, hem de eene Fransche kolonie na de
+andere in Oost en West had ontrukt, hem belette om vasten voet op
+Sicilië te krijgen, hem in Portugal en Spanje niet zonder voordeel
+bestreed en ter zee de heerschappij voerde, dat Engeland bleef hem immer
+de donkere wolk boven den in hellen zonneglans badenden horizon van zijn
+bestaan. Kon hij Engeland vernederen en ten onder brengen, dan achtte
+hij geen macht meer ter wereld in staat, om perk te stellen aan zijn
+veroveringen, dan kon hij alleenheerscher worden van geheel Europa.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr14" title="Bron: [geen inspringing]"></ins>De vereeniging nu der Fransche en Hollandsche zeemacht
+deed hem een uitbreiding zijner marine verwachten, welke hem in staat
+stellen zou om met zijn vloten die van Brittanje te vernietigen. Daarom
+achtte hij het van het hoogste belang, Holland's maritime krachten te
+leeren kennen uit eigen aanschouwing.</p>
+
+<p>Zoo waren de hooge autoriteiten te Amsterdam dan rusteloos in de weer,
+om den Keizer bij zijn bezoek aan &bdquo;de derde hoofdstad&rdquo; van zijn rijk,
+een schitterende ontvangst te bereiden en van wege den prefect, den
+maire of den politie-directeur <span xml:lang="fr">Duterrage</span> verscheen het eene bevel na het
+andere. Bevelen aan de voornaamste ingezetenen, om personen uit het
+Keizerlijk gevolg behoorlijk te huisvesten; bevelen omtrent de militaire
+inkwartiering der hoogstwaarschijnlijk te wachten vermeerdering van
+krijgsbezetting, verbodsbepalingen met betrekking tot het opslaan van
+kramen, stellages en stalletjes, het klimmen in boomen tijdens den
+intocht, het afsteken van voetzoekers of ander vuurwerk binnen de stad,
+kortom, het regende aanschrijvingen.</p>
+
+<p>En weldra kwamen Reiniers nog schoolgaande broers Bert en Bruno, die als
+echte jongens overal bij waren, op een Zaterdagmiddag thuis, druk en
+opgewonden over al het moois dat zij gezien hadden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Aan den Outelerweg wordt een eereboog gemaakt,&rdquo; zei Bert, &bdquo;toch zóó
+prachtig, ò!!...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nee maar, dan moet je de Muiderpoort eens zien!&rdquo; riep Bruno, <ins class="corr" id="corr15" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>die
+is nog veel, véél mooier!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En in 't midden van de Plantage zijn ze óók al aan een eereboog te
+maken!&rdquo; begon Bert nu weer.</p>
+
+<p>&bdquo;En op de Reguliers-Breêstraat!&rdquo; viel Bruno in.</p>
+
+<p>&bdquo;En op het Kadijksplein!&rdquo; vulde zijn broer weer dadelijk aan.</p>
+
+<p>&bdquo;Jongens, jongens!&rdquo; riep juffrouw Vermaat ten slotte wanhopig, &bdquo;jullie
+maakt ons nog doof met al dat geschreeuw.&rdquo;</p>
+
+<p>Na zoo'n waarschuwing zwegen ze wel, maar de volgende dagen ging het
+precies hetzelfde. Dan waren zij in verrukking over de drie zegezuilen
+welke op de hooge Amstelbrug werden opgericht, over den fraaien tempel,
+die aan het einde der Keizersgracht getimmerd werd, of over het
+prachtige salon, dat op de muren der schutsluisen werd gemaakt, om den
+Keizer en de Keizerin te ontvangen, wanneer zij het vuurwerk op den
+Amstel zouden bijwonen.</p>
+
+<p>&bdquo;En op school heb ik gehoord,&rdquo; zei Bruno, &bdquo;dat àlle klokken bij den
+intocht moeten luiden!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En àlle torens en openbare gebouwen moeten vlaggen!&rdquo; viel Bert dadelijk
+in.</p>
+
+<p>&bdquo;En àlle geestelijken in vol ornaat voor hun kerken staan!&rdquo; wist Bruno
+weer te vertellen.</p>
+
+<p>Zij waren er vòl van, de jongens, en konden maar niet begrijpen, hoe hun
+vader en moeder er zoo weinig mee òp schenen te hebben.</p>
+
+<p>Op zekeren dag kwamen zij met vuurroode gezichten thuis, zwoegend onder
+den last van eenige potten met planten en bloemen, die ze met moeite in
+hun armen droegen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat heb ik <i>nu</i> aan de hand?&rdquo; zei mijnheer Vermaat verbaasd.</p>
+
+<p>&bdquo;Gekregen! Allemaal gekregen!&rdquo; juichten de knapen, hun vracht behoedzaam
+neerzettend.</p>
+
+<p>Hun vader vertrouwde de zaak echter niet. Hij maakte <span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a>zich erg ongerust,
+dat zijn jongens misschien de Bloemmarkt geplunderd hadden en ging
+onmiddellijk op onderzoek uit.</p>
+
+<p>Tot zijn onuitsprekelijke vreugde bleek hem dra, dat Bert en Bruno
+werkelijk op een eerlijke wijze aan al die bloemen gekomen waren.</p>
+
+<p>Van wege Napoleon's hofhouding&mdash;zoo vernam de tabaksverkooper&mdash;was de
+groot-hofmaarschalk Duroc in het paleis aangekomen, om de vorstelijke
+verblijven in gereedheid te brengen. Niets veroorzaakte hem meer zorg
+dan de stallen. Die, waarvan Koning Lodewijk zich had bediend, waren te
+ver van de hand, daar de Keizer dikwijls onverwacht uitreed en het
+rijtuig dan oogenblikkelijk vóór moest zijn. De naburige Bloemmarkt werd
+eindelijk als de meest geschikte plaats beschouwd. Maar, daarbij deed
+zich een zwarigheid op. Duroc wist, dat de Keizer,&mdash;in kleinigheden
+althans,&mdash;de denkbeelden en gebruiken van het volk niet wilde kwetsen en
+wanneer hij nu de Amsterdammers hun bloemenmarkt ontnam, dan zou de
+groote menigte dit wel eens als een nieuwe grief kunnen opvatten.</p>
+
+<p>Om dit te voorkomen, bedacht hij een aardige vond.</p>
+
+<p>Hij gaf bevel aan eenige bedienden, om al de bloemen en planten, die ter
+markt waren gebracht, op te koopen tegen den prijs dien men er voor
+vroeg en ze weg te schenken aan de omstanders op voorwaarde, dat zij er
+dadelijk mee naar huis zouden gaan.</p>
+
+<p>De menschen wilden in het eerst niet best gelooven, dat het met dit
+aanbod ernst was. Zij aarzelden, om het aangebodene in ontvangst te
+nemen, maar toen zij ten leste begrepen, dat de Keizerlijke bedienden
+het werkelijk méénden, verwekte dit evenveel verbazing als genoegen. Elk
+nam nu zooveel hij dragen kon en ging er opgeruimd en blijmoedig mee
+naar huis.</p>
+
+<p>Oningewijde voorbijgangers, de Keizerlijke bedienden overal op de markt
+zoo ijverig bloemen ziende koopen, meenden eerst dat die tot versiering
+van het paleis moesten strekken, maar toen zij daarop menschen van
+allerlei slag in verschillende richtingen met bloempotten <span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>en planten
+zagen aftrekken, begrepen zij er niets van.</p>
+
+<p>Zonder wanorde of vechtpartijen geraakte het terrein op die manier in
+een oogenblik ontruimd. Ja, de heele zaak had zóó 'n rustig en kalm
+verloop, dat in het overige van de stad geen mensen gewaar werd, wat er
+was voorgevallen. Wie dus een uur later ter markt kwamen keken niet
+weinig verwonderd, dat er geen bloemen meer te koop waren, doch een
+honderdtal werklieden ijverig zwoegden om er stallen op te slaan.</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat behoefde zich dus over de herkomst van de bloemenschat
+zijner bengels niet langer te bekommeren en ging welgemoed weer aan zijn
+werk.</p>
+
+<p>Toen hij 's avonds met enkele bekenden, waaronder de humoristische
+schrijver en dichter, Fokke Simonsz., in een der koffiehuizen van de
+Kalverstraat te praten zat, vertelde hij het voorgevallene op de
+Bloemmarkt aan zijn gezelschap, en als vanzelf kwam toen het gesprek op
+Napoleon's reis door Holland en zijn aanstaande komst in Amsterdam.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zal er geen voet om verzetten!&rdquo; zei Fokke Simonsz., zoo los weg en
+daarmee werd het onderwerp beëindigd.</p>
+
+<p>Maar nauwelijks zat de dichter den volgenden morgen aan zijn
+schrijftafel, of hij ontving bezoek van een hem welbekend Fransch
+ambtenaar. Het was de tooneelschrijver Alexander van Ray, berucht om den
+ijver waarmee hij <span xml:lang="fr">De Celles</span> diende, en daardoor gehaat bij al zijn
+stadgenooten.</p>
+
+<p>De bezoeker begon met een luchtig praatje, dat in het minst geen kwaad
+deed vermoeden, sprak verder over allerlei onbeduidendheden, maar
+eindigde met de verklaring, dat de dichter zijn huis verlaten en met hem
+mee moest gaan.</p>
+
+<p>Fokke Simonsz., begrijpend dat het doelloos zijn zou, zich te verzetten,
+onderwierp zich, ondanks het gejammer van zijn gezin, aan het lot dat
+hem wachten mocht. Want zijn bezoeker liet hem in het onzekere, wat de
+aanleiding tot deze inhechtenisneming was.</p>
+
+<p>De dichter, die op de Prinsengracht bij het Aalmoezeniershuis woonde,
+had maar weinig schreden buiten <span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a>zijn deur te doen, daar Van Ray hem
+geleidde naar een der beide gevangenissen, waarin bij voorkeur
+dergelijke ongelukkigen achter slot werden gebracht.</p>
+
+<p>Weldra zat Fokke Simonsz. in een akelige cel van het Verbeterhuis,
+vergeefs vorschend naar de reden, waarom men hem zijn vrijheid ontnomen
+had. De oppasser, die hem het levensonderhoud bracht, haalde bij zijn
+vragen de schouders op, en de politie gaf geen verantwoording van haar
+daden.</p>
+
+<p>Fokke Simonsz. was de eenige niet, wien in deze dagen het lot van
+inkerkering te beurt viel; hij deelde het met verscheidene anderen,
+terwijl daarenboven ettelijke burgers last hadden, om hun woning tot
+wederopzeggens niet te verlaten, of wel voor den tijd van enkele weken
+de stad te ontruimen.</p>
+
+<p>Op deze manier beijverde zich <span xml:lang="fr">De Celles</span> om alle, voor een gunstig
+verloop der aanstaande feestelijkheden gevaarlijk geachte elementen,
+intijds te isoleeren en onschadelijk te maken.</p>
+
+<p>'t Was dus waarlijk geen wonder&mdash;toen Jakob den Zondag vóór 's Keizers
+intocht zijn vriend Reinier tot een roeitochtje afhaalde&mdash;dat mijnheer
+Vermaat bij het heengaan hun meer dan ooit tot voorzichtigheid in hun
+spreken aanspoorde.</p>
+
+<p>Nauwelijks echter kon Jakob zijn woorden volkomen onbereikbaar achten
+voor ieder verraders-oor, of hij moest zich uiten over iets dat hem zeer
+<ins class="corr" id="corr16" title="Bron: onaangenaan">onaangenaam</ins> had getroffen.</p>
+
+<p>&bdquo;Kijk&rdquo;, begon hij, &bdquo;dat je vader ons voortdurend tot voorzichtigheid
+aanmaant, is natuurlijk te prijzen. Aan mijn eigen vader hebben we
+kunnen zien, hoeveel ellende een enkel woord wel kan te weeg brengen.
+Maar voorzichtigheid is toch nog heel iets anders dan wat jullie
+doet...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;O, ik begrijp het al!&rdquo; viel Reinier dadelijk in. &bdquo;Je bedoelt, dat ons
+huis versierd is, nietwaar?...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ronduit gezegd is me dat vreeselijk tegengevallen...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dacht je dan, dat het ons zèlf niet ergerde?&rdquo; vroeg Reinier bitter.
+&bdquo;Maar wij móeten wel! <span xml:lang="fr">De Celles</span> heeft <span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a>den maire last gegeven om te
+zorgen, dat al de huizen, waar de Keizer bij zijn intocht langs moet
+komen, versierd zullen zijn. En de politie zorgt natuurlijk, dat die
+last behoorlijk wordt uitgevoerd.</p>
+
+<p>Begrijp je wel? 't Is den prefect niet genoeg dat de <i>autoriteiten</i> hun
+hulde bewijzen, neen, ook de <i>burgerij</i> moet den Keizer huldigen!</p>
+
+<p>Met hetzelfde doel zijn er van de week drie eerewachten opgericht, een
+eerewacht te paard, een te voet, en een marinewacht. Ook dáár was bij
+een heeleboel lui al even weinig liefhebberij voor. Maar <span xml:lang="fr">De Celles</span> wist
+al weer raad. Hij liet biljetten bij de voornaamste Amsterdammers
+rondbrengen, waarin gedreigd werd, dat zij voor hun zoons, als die
+straks in de loting mochten vallen, geen plaatsvervanger konden stellen,
+wanneer die zoons weigerden om den Keizer te verwelkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel&rdquo;, zei Jakob, &bdquo;de prefect wil blijkbaar met alle mogelijke
+middelen Napoleon in het idée brengen, dat Amsterdam wonderveel van hem
+houdt, gedwongen stadsversieringen, gedwongen versiering vanwege de
+burgerij, gedwongen eerewachten,&mdash;och, och, wat een komedie! Maar bij
+een <i>welkomen</i> intocht behoort nu eenmaal óók gejuich en gejubel, en
+meneer <span xml:lang="fr">De Celles</span> moet knap zijn, als hij dàt weet klaar te spelen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, dáár zal hij toch wel geen kans toe zien!&rdquo; gaf Reinier toe.</p>
+
+<p>Het bleek echter bij den intocht, hoe deerlijk zij zich hierin
+vergisten.</p>
+
+<p>'t Is waar, de algemeene stemming bij de burgerij was dof, somber,
+mokkend; en de prefect begreep zéér goed, van een dergelijke burgerij
+geen kreten van geestdrift te kunnen verwachten. Maar toch had hij het
+er op gezet, dat Napoleon bij zijn intocht zou toegejuicht worden, en
+tot het uiten van die jubelklanken had hij de tweeduizend manschappen op
+'s Rijks werf en de stedelijke werkwinkels bestemd. Die allen moesten
+zich bij 's Keizers intocht, onder contrôle hunner kommandeurs&mdash;doch
+zonder eenige onderscheidingsteekens&mdash;op bepaalde plaatsen vereenigen,
+daar hun &bdquo;<i>Leve de Keizer!</i>&rdquo; aanheffen <span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a>en dan zoo gauw mogelijk langs
+een anderen weg opnieuw den stoet zien te bereiken, om dit spelletje te
+herhalen.</p>
+
+<p>Den 9<sup>den</sup> October, den dag, dat Napoleon zijn intocht zou houden, kon
+de prefect dus met volle gerustheid achten, de ontvangst behoorlijk <i xml:lang="fr">en
+scêne</i> te hebben gezet.</p>
+
+<p>Te middag begaf zich Jakob, die vrijaf gekregen had, naar het huis van
+den tabaksverkooper over de Munt, om er den stoet voorbij te zien
+trekken, gedreven als hij werd door een onweerstaanbaar begeeren, om nu
+eindelijk den man zelf eens te zien, wiens naam en daden geheel Europa
+vervulden.</p>
+
+<p>Hij vond de geheele familie Vermaat op de voorbovenkamer vereenigd.</p>
+
+<p>Bert en Bruno stormden dadelijk naar hem toe, in de overtuiging dat zij
+reeds wonderveel nieuws te vertellen wisten.</p>
+
+<p>&bdquo;O, o, wat ben je laat! Mijnheer <span xml:lang="fr">Le Brun</span> is den Keizer al te gemoet
+gereden!&rdquo; riep Bert.</p>
+
+<p>&bdquo;Met den prefect en den maire!&rdquo; viel Bruno in.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijnheer <span xml:lang="fr">Duterrage</span> was er ook bij!&rdquo; vervolledigde Bert weer, <ins class="corr" id="corr17" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>en
+nog een heele boel andere heeren, wel twintig!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Twintig?!&mdash;Puh! Wel dertig!&rdquo; meende Bruno. Toen begonnen zij te
+kibbelen over het aantal, tot vader hun vermaande om wat rustig te zijn.</p>
+
+<p>Nu tuurden zij om de vijf minuten de straat in, keken aanhoudend op de
+klok en zuchtten gedurig: &bdquo;Wat duurt het toch lang, wat duurt het toch
+lang!&rdquo;</p>
+
+<p>Eindelijk, te drie uur ongeveer, daar ving het bulderen der kanonnen aan
+en in 't zelfde oogenblik begonnen alle klokken in de stad vroolijk te
+beieren...</p>
+
+<p>Bert en Bruno vlogen naar de ramen, schoon daar natuurlijk nog niemendal
+te zien was dan de dubbele rij van nationale garden, die heel den weg
+van de Muiderpoort tot aan het paleis bezet hadden en van dit oogenblik
+af niemand meer door mochten laten.</p>
+
+<p>&bdquo;Blijf gerust nog maar wat zitten jongens&rdquo;, vermaande de
+tabaksverkooper, &bdquo;de Keizer is de Muiderpoort nog pas genaderd!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a></p>
+
+<p>Thans begon het wachten die onrustige jongens echter moeilijker te
+vallen dan ooit.</p>
+
+<p>Dáár klonk de kreet: <i xml:lang="fr">Le cheval blanc! Le cheval blanc!</i> aangeheven door
+eenige personen, die den naderenden stoet voorafgaande, blijkbaar in
+last hadden de tallooze toeschouwers tot vreugdebetoon op te wekken.</p>
+
+<p>Allen namen nu aan de ramen plaats.</p>
+
+<p>Het eerste wat zij te zien kregen, was een piket van de eerewacht te
+paard.</p>
+
+<p>Toen volgde de Hollandsche ruiterij onder aanvoering van den generaal
+Colbert en nog was die niet voorbij of Bert en Bruno riepen om strijd:
+&bdquo;Kijk, kijk! Allemaal vreemde soldaten, soldaten met pieken!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zijn Poolsche lanciers!&rdquo; lichtte hun vader in.</p>
+
+<p>Na de Polen kwamen vijf statiekoetsen en zij begrepen onmiddellijk, dat
+in het laatste op een na de Keizerin moest zitten, want het was
+bespannen met niet minder dan acht melkwitte paarden, terwijl acht pages
+terzijde van het rijtuig gingen.</p>
+
+<p>Nu volgde een piket van vijf-en-twintig grenadiers te paard; daarop drie
+afdeelingen kurassiers, het piket van 's Keizers lijfwacht, de jagers
+der garde, de <ins class="corr" id="corr18" title="Bron: ordonnence">ordonnance</ins>-officieren en
+eindelijk, op een wit Arabisch paard&mdash;de Keizer!</p>
+
+<p>Plotseling daverde een zwaar en krachtig: <i xml:lang="fr">Vive <ins class="corr" id="corr19" title="Bron: 'l">l'</ins> Empereur!</i>
+Want de stadstimmerlieden en stratenmakers, die kort te voren hun
+jubelkreet op de Botermarkt<a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a> hadden uitgegalmd, waren langs de
+Kistenmakersgracht naar de Muntsluis geijld, om thans ook hier hun
+gejuich aan te heffen.</p>
+
+<p>&bdquo;Is dàt nu de Keizer!&rdquo; zeiden Bert en Bruno teleurgesteld.</p>
+
+<p>&bdquo;Stil, jongens!&rdquo; waarschuwde hun vader, &bdquo;of je gaat onmiddellijk naar de
+achterkamer!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar ook hij was zichtbaar teleurgesteld en evenzeer Reinier en Jakob.</p>
+
+<p>Die kleine, tamelijk gezette persoon, met zijn ronden <span class="pagenum" title="55"></span><a id="p_55"></a>rug, gekleed in
+de eenvoudige uniform van kolonel der garde-jagers te paard, die man,
+met zijn fluweelzachte oogen in het bleek-bolle gezicht, was dàt nu die
+geduchte Napoleon, waar heel Europa voor sidderde?</p>
+
+<p>En toch,&mdash;terwijl het vervolg van den schitterenden stoet, de officieren
+van 's Keizers Huis, de maarschalken, de generaals en stafofficieren, de
+grenadiers van de lijfwacht te paard, de dragonders der lijfwacht en
+eindelijk de zevende afdeeling kurassiers, terwijl dat alles aan hun
+blikken voorbijtrok, zagen zij in hun verbeelding nog altoos die kleine,
+gezette figuur met de raadselachtige oogen in het bleek-bolle gelaat.</p>
+
+<p>Toen de Keizer, in het paleis aangekomen, zich op het balkon vertoonde
+aan de menigte, die geheel den Dam vulde, klonk het gejuich en gejoel
+nog luider dan ergens anders.</p>
+
+<p>Geen wonder, het stads- en landswerkvolk, dat gecontroleerd door zijn
+kommandeurs, zich op verschillende plaatsen bij de geheime politie had
+moeten aansluiten, om het <i xml:lang="fr">Vive l' Empereur</i> aan te heffen, had nergens
+gelegenheid gevonden, de Kalverstraat troepsgewijze binnen te dringen,
+om de voorgeschreven kreten te herhalen, doch het kreeg gelegenheid te
+over, om naar den Dam te snellen. Daar was ieder op het appèl en het
+<i xml:lang="fr">Vive l' Empereur</i> daverde schier onafgebroken door de lucht.</p>
+
+<p>Mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> kon te vreden zijn: Amsterdam had den Keizer met
+gejuich ontvangen, schoon de prefect hierdoor met zijn eigen rapporten
+in tegenspraak gekomen was, die herhaaldelijk van de ontevreden stemming
+onder het volk gerept hadden. Om de waarheid dezer beweringen te staven,
+had hij niets anders behoeven te doen, dan de ontvangst van den Keizer
+geheel aan het volk over te laten. Maar&mdash;hij wist het&mdash;in dat geval zou
+aan Napoleons triomftocht een volkomen <i>fiasco</i> ten deel zijn gevallen.</p>
+
+<p>Intusschen, men kon Napoleon niet straffeloos misleiden, zelfs niet om
+hem te vleien. Hij wees <span xml:lang="fr">De Celles</span>, die hem op het balkon gevolgd was, op
+de juichende menigte en zei: &bdquo;Zie eens, mijnheer de prefect, hoezeer u
+zich vergist heeft!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a></p>
+
+<p><span xml:lang="fr">De Celles</span> was echter voorbereid op die aanmerking en met een buiging
+antwoordde hij hoffelijk: &bdquo;Sire, dat is de cijns, die ieder volk brengt
+aan den grootsten man zijner eeuw.&rdquo;</p>
+
+<p>Onmiddellijk daarop ontving de Keizer de ministers en den staatsraad ten
+gehoor en zoolang hij te Amsterdam vertoefde werden iederen dag opnieuw
+mannen van rang en aanzien ter audiëntie ontvangen.</p>
+
+<p>Evenals bij zijn luisterrijken intocht deed hij bij deze gehooren de
+zeldzaamste pracht en weelde ten toon spreiden. Men kon zich inderdaad
+niets schitterenders voorstellen dan het Keizerlijk hof op het paleis te
+Amsterdam. De rijke en smaakvolle tooisels der dames van het Huis der
+Keizerin, de kostbare en verblindende costumes der groot-officieren, der
+hooge ambtenaren, der <span xml:lang="fr">aides-de-camp</span> en ordonnance-officieren, het civile
+en militaire Huis des Keizers uitmakende, de rijke mengeling van
+uniformen der officieren van land- en zeemacht, de met goud geborduurde
+kleeding der hoofdambtenaren van verschillende <ins class="corr" id="corr20" title="Bron: burgelijke">burgerlijke</ins>
+administratiën, de menigte van ordelinten, grootkruisen, versierselen
+van alle ridderorden in Europa, zetten aan de plechtige ontvangsten en
+feesten aldaar een ongemeenen luister bij.</p>
+
+<p>Over deze tentoonspreiding van schier nooit geziene weelde uitte
+Napoleon zich tot zijn vertrouwde, <span xml:lang="fr">Caulincourt</span>:</p>
+
+<p>&bdquo;Denk toch niet, dat de pracht, die ik op deze reis ten toon spreid, het
+gevolg zou wezen van een kleingeestige ijdelheid! 't Is louter een
+middel, dat ik te baat neem. De menschen geraken gaarne in beweging en
+hun geestdrift valt hèm ten deel, die ze weet op te wekken. De
+verleiding gaat door de oogen tot het hart. Het Keizerlijk hof moet zich
+groot en indrukwekkend vertoonen; men is altijd geneigd zich te buigen
+voor hetgeen men bewondert.&rdquo;</p>
+
+<p>Herhaaldelijk liet Napoleon zich in een sloep naar de werf en de haven
+roeien, bezocht Muiden en Naarden om de linie van Amsterdam te leeren
+kennen, begaf zich over Broek-in-Waterland, Hoorn en Medemblik naar Den
+<span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a>Helder, om er den staat der vloot en vesting- en havenwerken op te
+nemen, gaf overal bevelen, wilde alles zelf zien en was ook nu weer,
+door zijn juisten blik en afdoend ingrijpen waar hij fouten zag, als
+altoos en overal een raadsel voor allen die hem vergezelden.</p>
+
+<p>Den 21<sup>sten</sup> October vertrokken de Keizer en de Keizerin weer uit
+Amsterdam, om hun tocht naar de Hollandsche departementen voort te
+zetten. Den laatsten dier zelfde maand verlieten zij het Hollandsche
+grondgebied en keerden over Wezel en Keulen naar Frankrijk terug.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label"><sup>5</sup>)</a> Tegenwoordig het Rembrandtsplein.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Zesde"></a>Zesde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Moeder Jane neemt een kloekmoedig besluit.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">De burgers, die door de Fransche gezaghebbers, als gevaarlijk voor de
+rust, gedurende Napoleons reis in den kerker waren gezet, doch van geen
+misdaad of samenspanning konden beticht worden, kregen na 's Keizers
+vertrek hun vrijheid weer. Die ontsluiting kwam voor hen even onverwacht
+als de gevangenneming.</div>
+
+<p>Den dichter Fokke Simonsz. werd zijn vrijheid enkel aangekondigd met een
+kort: &bdquo;Je bent ontslagen!&rdquo; Dit moest hem genoeg zijn, en niet voor hij
+thuis gekomen was werd het hem duidelijk, dat hij <i>gedurende</i> Napoleons
+verblijf te Amsterdam achter slot en grendel had moeten zitten.</p>
+
+<p>Hadden sommigen van de reis des Keizers naar Holland verzachting der
+drukkendste beperkingen, van de knevelarijen der ambtenaren, van de
+kwellingen der hooggeplaatste gezaghebbers gehoopt, die hoop werd ten
+volle verijdeld. Ja, weldra bleek, dat de naaste toekomst nog drukkender
+worden zou.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a></p>
+
+<p>Tegen betaling van een daalder per maand werd aan mijnheer Vermaat, uit
+het koffiehuis aan den overkant, iederen avond na zevenen, als de
+bezoekers de krant al gelezen hadden, het <i>Staatkundig Dagblad van het
+Departement der Zuiderzee</i> bezorgd. Daar dit het orgaan der regeering
+was, werden alle stukken er dus het eerst in opgenomen. Bovenaan stond
+het Keizerlijk wapen, de Fransche adelaar, en het blad was, evenals toen
+al de andere bladen in ons land, in twee kolommen gedrukt, waarvan de
+eene in het Fransch was geschreven, de andere hetzelfde in het
+Hollandsch bevatte.</p>
+
+<p>Op een avond, nadat mijnheer Vermaat den winkel gesloten had, ging hij,
+als naar gewoonte, bij de familie in de huiskamer zitten, om de courant
+te lezen.</p>
+
+<p>Maar hij had het blad nog nauwelijks ingezien of wanhopig riep hij:
+&bdquo;Groote God!... Dat wordt mijn ondergang!...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Manlief, wat <i>is</i> er?&rdquo; riep juffrouw Vermaat ontsteld. Ook Reinier en
+de beide schooljongens keken vragend en angstig hun vader aan. Zijn
+gezicht zag doodsbleek en strak tuurde hij op de courant, die beefde
+tusschen zijn handen.</p>
+
+<p>&bdquo;Een nieuw decreet... De Regie wordt ingevoerd!&rdquo;</p>
+
+<p>Bert en Bruno begrepen daar niet veel van. Maar voor hun moeder en
+Reinier waren die enkele woorden droevig-duidelijk. Zij wisten dat ze
+beteekenden: Weldra is alleen de Keizer tabakshandelaar, dan mag niemand
+meer tabak verkoopen dan enkel de door Napoleon aangestelde ambtenaren.</p>
+
+<p>Door dit decreet werd alzoo hun welvaart, tegelijk met die van duizenden
+andere nijvere kooplieden, winkeliers en fabrikanten als met één slag
+vernield en zouden knechts en werklui met hun gezinnen tot volslagen
+armoede geraken.</p>
+
+<p>Op den eersten Januari 1812 moesten alle kerfbanken, snuifmolens en
+andere werktuigen, benevens al de nog voorhanden tabak onder eede en
+tegen vastgestelde prijzen aan de magazijnen van het Bestuur worden
+afgeleverd. De overneming en beoordeeling der waarde zou geschieden <span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a>ten
+overstaan van twee rijksambtenaren en twee schatters; de eersten zouden
+de belangen van den Keizer, de beide anderen die van den koopman
+behartigen.</p>
+
+<p>Alle tabaksverkoopers werden niet meer dan slijters. Zij moesten naar
+die betrekking dingen en konden ze in geen geval zonder belangrijke
+geldelijke offers verwerven. Gelukte hun dit, dan kregen zij borden met
+het Keizerlijk wapen voor hun deur en verkochten de regie-tabak, door de
+magazijnen geleverd, in kleine pakjes, voorzien van het Keizerlijk merk.</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat had het onmogelijk van zich kunnen verkrijgen, om
+Fransch ambtenaar te worden en het Keizerlijk wapen voor zijn deur te
+dulden. Hij had zich dan ook niet aangegeven en zou dus op den 1<sup>sten</sup>
+Januari eensklaps zonder bestaansmiddel zijn.</p>
+
+<p>'t Was alzoo een treurige Oudejaarsavond voor de familie Vermaat, die
+Oudejaarsavond van 1811.</p>
+
+<p>In den winkel bleek het heel dien dag drukker dan ooit. Iedere klant
+wenschte zich zoo lang mogelijk van tabak te voorzien, om vooreerst
+althans niet van de, naar alle waarschijnlijkheid zeer dure rijkstabak,
+te moeten koopen. Niemand mocht echter meer dan tien pond in huis
+hebben. Toen zij later, wijl hun voorraad opgerookt was, van de Regie
+moesten inslaan, bleek die tabak, meerendeels inlandsch gewas, zóó duur
+en zóó slecht, dat men ze haast niet rooken kon.</p>
+
+<p>In den winkel hadden vader en Reinier het dus overdruk met het bedienen
+der klanten en intusschen was juffrouw Vermaat met toebereidselen tot de
+Oudejaarsavondviering beslommerd: Misschien is het voor de laatste maal
+dat we het doen kunnen, had ze gemeend.</p>
+
+<p>Terwijl ze juist even de deur was uitgewipt om nog wat inslag te doen,
+had Bert toevallig een ontdekking gedaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Psst!...&rdquo; wenkte hij, het hoofd om de kamerdeur stekend, geheimzinnig
+fluisterend tegen Bruno, &bdquo;Kom eens mee!&rdquo;</p>
+
+<p>Bruno, die in een boek te lezen zat, was dadelijk gereed hem te volgen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a></p>
+
+<p>Bert bracht hem in de keuken voor de aanrechtbank, waar hun moeder al
+een en ander had klaargezet, en gewichtig op een groote kan wijzend,
+vroeg hij:</p>
+
+<p>&bdquo;Wat is dat?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Melk!...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dat?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Eieren!...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dàt?&rdquo; ging Bert met onverstoorbare geheimzinnigheid voort, op een
+papieren zak wijzend.</p>
+
+<p>&bdquo;Meel!&rdquo; zei Bruno. &bdquo;Maar wat wil je toch?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Weet je, wat je van meel en melk wel maken kunt?...&rdquo;</p>
+
+<p>Bruno bedacht opeens, dat het straks Oudejaarsavond was, een glans van
+begrijpen vloog over zijn gezicht, lichtte tintelend zijn oogen uit en
+van blijdschap een bokkesprong makend riep hij vroolijk:</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr21" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Oliebollen!... O, heerlijk, we krijgen oliebollen van avond!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Echt, hè?&rdquo; zei Bert en uit den blij-tintelenden blik waarmee hij Bruno
+in de oogen zag straalde tegelijkertijd de trotsch dat <i>hij</i> het was die
+de verrassende ontdekking deed. &bdquo;Maar laten we nu weer naar de kamer
+gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>Nauwelijks was echter hun moeder teruggekomen, of ook de jongens waren
+al weer in de keuken.</p>
+
+<p>&bdquo;Komen er geen rozijnen in, moe?&rdquo; vroeg Bert.</p>
+
+<p>&bdquo;Wáárin?&rdquo; glimlachte moeder, om hem te plagen.</p>
+
+<p>&bdquo;Hè, nee, dat wéét u wel!&rdquo; zei Bert met een verlegen lachje.</p>
+
+<p>&bdquo;Nietwaar, we krijgen immers oliebollen van avond?&rdquo; informeerde Bruno
+vrijmoediger.</p>
+
+<p>&bdquo;Met rozijnen, hè moe?&rdquo; vleide Bert.</p>
+
+<p>&bdquo;Goed, met rozijnen dan! Maar <ins class="corr" id="corr22" title="Bron: na">nu</ins> ook verder niet
+<ins class="corr" id="corr23" title="Bron: astig">lastig</ins> wezen, hoor!&rdquo;</p>
+
+<p>De jongens beloofden het en muisstil zagen zij toe, hoe herhaaldelijk
+witte scheuten meel of melk in een grooten aarden pot gestort en tot
+deeg gemengd werden. Eén voor één sloeg moeder daarop de eieren stuk, ze
+klutsend tot een egale, lichtgeele gelei; met welbehagen snoven zij den
+geur van de smeltende, goudkleurige <span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a>boter, en het sissen en pruttelen
+was hun als een zoete muziek.</p>
+
+<p>Het beslag was eindelijk gereed, werd toegedekt en op een warme plaats
+gezet om behoorlijk te rijzen.</p>
+
+<p>&bdquo;Vooruit, jongens! Nu de keuken uit!&rdquo; zei moeder.</p>
+
+<p>Maar 's avonds, toen het bakken begon, waren Bert en Bruno er dadelijk
+weer bij. Op hun knieën lagen zij bij den pot met beslag en zagen met
+onverdeelde belangstelling toe, hoe moeder met een ijzeren lepel telkens
+een schepje van het geurige beslag in de pan met kokende olie deed tot
+er geen plaats meer was, de bollen nu en dan naar onder stootend en ze
+er uit nemend, die een mooi-bruine kleur bekomen hadden.</p>
+
+<p>En in den winkel liep het intusschen nog altoos maar af en aan.</p>
+
+<p>Eindelijk was echter de laatste klant vertrokken, het laatste tonnetje
+met gekorven tabak schier leeg verkocht.</p>
+
+<p>Juffrouw Vermaat zat haar man en Reinier met een ketel warmen wijn en
+een schaal, hoog opgestapeld met versche, heerlijke oliebollen te
+wachten.</p>
+
+<p>Bert en Bruno speelden op het ganzebord, maar de rechte lust was er toch
+niet bij, verlangend als ze waren, dat vader nu toch eindelijk eens in
+den winkel gedààn had.</p>
+
+<p>Daar hoorden zij dan toch de winkeldeur sluiten, de kaarsen werden
+gesnoten, vader en Reinier kwamen binnen.</p>
+
+<p>&bdquo;Ziezoo, vrouw,&rdquo; zei de tabaksverkooper mistroostig, &bdquo;dat zijn de
+laatste ontvangsten geweest. <i>Verdienen</i> doen we niet meer, als alles
+dus opgeteerd is, mogen we gaan bedelen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, kom! Moed houden!&rdquo; troostte juffrouw Vermaat. &bdquo;Is 't niet een
+zegen, dat we vooreerst geen gebrek behoeven te lijden? Geen ellende
+vóór den tijd, zeg ik maar en met zuinigheid en overleg kunnen we nog
+een heele poos voor armoe bewaard blijven.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel, maar 't is zoo'n ellendig gevoel voor een man, te weten, dat hij
+niets voor zijn gezin meer kan verdienen...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Komaan, zet nu al die zorg eens op zij en laat <span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a>ons nog eens een
+onbekommerden Oudejaarsavond vieren. Wat helpt al dat getob? De zaken
+worden er toch niet beter door!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Och nee, dat is wel zoo, maar...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan&mdash;hebben we niet alle reden, om nog dankbaar te zijn? Bleven we
+niet allen met en voor elkaar gespaard en mochten we ons niet, het
+geheele jaar door, in een goede gezondheid verheugen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, dat is waar!&rdquo; gaf Vermaat grif toe.</p>
+
+<p>&bdquo;Vergelijken we ons bij anderen, hoeveel gelukkiger zijn we dan
+niet!<ins class="corr" id="corr24" title="Bron: &rdquo;"></ins> Bedenk eens, wat droevige
+<ins class="corr" id="corr25" title="Bron: oudejaarsavond">Oudejaarsavond</ins> vrouw Stargardt en Jakob hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo voortgaande slaagde juffrouw Vermaat er in, haar man weer een weinig
+te bemoedigen. Maar toch bleef het een Oudejaarsavondviering, triestiger
+dan zij ooit beleefd hadden.</p>
+
+<p>Treurig ook was de Nieuwjaarsdag, de eerste Januari van het jaar 1812,
+treurig voor de Vermaats, treurig voor duizenden bij duizenden in ons
+land. In steê van vrienden, verwanten en kennissen te gaan
+gelukwenschen, konden groot- en kleinhandelaars in tabak zich naar de
+magazijnen der Regie begeven, om daar hun goed dat ze niet kwijt wilden
+zijn, om daar hun werktuigen die hun een eerlijk stuk brood verschaften,
+te zien taxeeren tot een prijs, die&mdash;misschien nooit zou worden
+uitbetaald. Op verscheidene plaatsen althans hebben de tabaksfabrikanten
+nooit een enkelen penning ontvangen.</p>
+
+<p>Dat was dan het Nieuwjaarscadeau, hetwelk Napoleon Bonaparte aan zijn
+Hollandsche onderdanen gaf, die, tot slot van alles, nog in de kerken
+van den kansel God hoorden danken voor het gespaarde leven van hun
+onderdrukker, God hoorden bidden om voorspoed en geluk voor hem, die het
+geluk en den voorspoed van duizenden verwoestte.</p>
+
+<p>Ook onze landsbibliotheken en museums van schilderijen ontzag de
+Fransche Keizer niet. Wat had een overwonnen volk met kunsten en
+wetenschappen noodig? Belastingen opbrengen, soldaten leveren, zich
+onderwerpen en daarbij de zweep nog prijzen die hen striemde, dat <span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a>was
+de taak voor slaven, voor een volk, dat zijn naam en zijn
+onafhankelijkheid verloren had. De zeldzaamste boekwerken, de
+meestberoemde schilderijen en de merkwaardigste prenten, ja, zelfs het
+stuk van den Munsterschen vrede, dat document onzer vroegere
+onafhankelijkheid, werden uit onze verzamelingen gehaald, in kisten
+gepakt en naar Parijs gevoerd.</p>
+
+<p>In dat zelfde jaar 1812 werd tevens de druk van het continentaal-stelsel
+nog weer dermate verzwaard, dat alle Engelsche fabriekswaren verbrand
+moesten worden.</p>
+
+<p>Toevallig was Jakob Stargardt van de eerste verbranding getuige, toen
+hij op een middag door zijn baas voor een karweitje naar den Kadijk was
+gestuurd.</p>
+
+<p>In 't Park bij de Plantage gekomen, zag hij een volksmenigte
+saamgehoopt, kijkend naar een groot vuur dat door eenige douanen werd
+gestookt. Pakken manufacturen, messen, scharen, horloges, van alles werd
+op den brandstapel geworpen, of het niet de minste waarde had.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is verschrikkelijk! 't Is een schandaal!&rdquo; hoorde hij mompelend om
+zich heen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat zullen die Engelschen razend op Napoleon wezen!&rdquo; zei een eenvoudige
+hals.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Mocht wat!&rdquo; onderrichtte de man, die naast hem stond. &bdquo;Hoe meer van
+hun goederen de Keizer hier laat verbranden, des te liever zij het
+hebben. Al die goederen hebben onze winkeliers van de Engelschen gekocht
+en aan hen betaald. 't Is dus niet <i>hun</i> eigendom, maar het eigendom van
+onze eigen landslui, dat door die kerels daar, zoo roekeloos wordt
+vernield.<ins class="corr" id="corr26" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Maar dan...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Is 't een schandaal, bedoel je!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Stil toch, man, ze mochten je er voor achter de tralies brengen!&rdquo;
+waarschuwde zijn vrouw.</p>
+
+<p>&bdquo;Och wat, de gevangenis op de Heiligenweg is al veel te vol! Daar is dus
+geen plaats meer.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het Verbeterhuis en het Spinhuis zitten ook al opgepropt!&rdquo; wist er een
+aan toe te voegen.</p>
+
+<p>&bdquo;En in 't Werkhuis is al net zoo min plaats meer<ins class="corr" id="corr27" title="Bron: .">,</ins>&rdquo; zei een ander.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Goeie genade, kijk toch! Is het geen zonde!&rdquo; riep een vischwijf, &bdquo;daar
+smijten ze me handen vol horloges in 't vuur!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ben je mal, Kee!&rdquo; zei een mosselmeid, <ins class="corr" id="corr28" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>denk je dat die nakende
+rotten de beste niet achterbaks houden? Mijn kop er af,&mdash;alleen de
+zilveren horloges gooien zij in den brandhoop en de gouden steken ze in
+hun hongerige zakken.&rdquo;</p>
+
+<p>Daar kwamen eenige douanen met wat balen koffie en een paar kisten
+suiker aan slepen.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is God geklaagd!&rdquo; zuchtte een kruidenier, toen die eveneens in den
+vuurgloed werden geworpen. &bdquo;<i>Ons</i> laten ze er veertig of vijftig procent
+belasting voor betalen en <i>zij</i> smijten den boel maar zóó op het vuur!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Kijk me daar nou toch ereis ân!&rdquo; riep een groentevrouw. &bdquo;En <i>wij</i>, arme
+stakkers, kunnen maar suikerij lebberen, omdat we zelfs nog aan geen
+loodje koffie kunnen toekomen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik wou, dat er per ongeluk een vaatje buskruit bij was, en dat heel dat
+douanentuig in de lucht vloog!&rdquo; gromde een visscherman.</p>
+
+<p>Jakob durfde onmogelijk langer blijven. Wie weet, wat hij anders nog
+gehoord had. Maar hij zou zich niet gaarne de ontevredenheid van zijn
+baas berokkend hebben, bang als hij was, daardoor eens zonder werk te
+geraken. En dàn?&mdash;wat zou er dan van hem en zijn moeder worden?</p>
+
+<p>Met angst dacht hij dikwijls aan den dag, dat hij loten moest en die met
+onrustbarende snelheid naderde.</p>
+
+<p>Als hij nu toch eens in de conscriptie viel!</p>
+
+<p>Hij <i>wilde</i> er niet aan denken, want dan scheen hem de toekomst zóó
+droevig, zóó troosteloos, dat hij er wanhopig onder worden kon. En toch
+werd hij er voortdurend aan herinnerd, overal ging het gerucht, dat er
+een oorlog met Rusland op til was en met zorg en kommer sprak men over
+de, reeds in 't vorige jaar uitgetrokken, lichtingen en van de nieuwe
+loting die in zicht was. Zijn moeder had het daar nimmer over, doch zij
+werd gaandeweg stil en mijmerend, schoon zij haar <span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a>uiterste best deed om
+Jakob eenige opgeruimdheid te toonen.</p>
+
+<p>Eindelijk gebeurde wat moeder en zoon al zoo lang hadden gevreesd&mdash;Jakob
+werd soldaat!</p>
+
+<p>Het afscheid was van een wilde smart en toen hij, na een laatste
+omhelzing, schok-snikkend de deur uitging, viel de vereenzaamde vrouw
+bewusteloos op den grond.</p>
+
+<p>Medelijdende buren brachten haar te bed, oordeelend, dat rust het
+allernoodzakelijkst voor haar wezen zou.</p>
+
+<p>Maar toen de ongelukkige weduwe weer bij kwam, bleek ze geheel
+veranderd. Zij was stil en somber geworden, haar hooge, kloeke gestalte
+scheen opeens verslapt en ontzenuwd, haar krachtige natuur in één
+enkelen dag verlamd door den <ins class="corr" id="corr29" title="Bron: knotslag">knotsslag</ins> van het noodlot die
+haar trof. Versuft zat zij uren lang in haar hoekje neer, starend,
+altoos starend... Maar naderde de tijd, dat de postbode in aantocht
+moest zijn, dan werd ze onrustig, opende de deur, keek het
+Kattenburgerplein over, liep weer in huis, deed wéér de deur open en
+tuurde opnieuw over het plein, soms wel tien maal achtereen.</p>
+
+<p>Maar als ze den man ten leste zag aankomen, dan was het haar onmogelijk,
+weer naar binnen te gaan. Ze bleef aan de deur staan wachten, in
+zenuwstrakkende aandacht elk zijner bewegingen verspiedend. Een schok
+doorsidderde haar het lijf, wanneer hij een greep in zijn tasch soms
+mocht doen...</p>
+
+<p>Maar onveranderlijk klonk het steeds, zoodra de bode haar nabij gekomen
+was: &bdquo;Geen brief nog, moeder Jane!&rdquo;</p>
+
+<p>Dan trok zij zich zuchtend terug en ging weer als wezenloos in haar
+hoekje zitten, of poogde wat te werken. Doch van het werken kwam
+gewoonlijk niet veel en haar huishouding liet zij meer en meer
+verwaarloozen. Want als zij begon met den leuningstoel af te stoffen,
+dan herinnerde dit meubel haar aan Franciscus; mijmerend over den armen
+kreupele stond zij dan langen tijd roerloos met den stofdoek in de
+werkelooze hand; nam zij een <span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a>mat op, de indrukken van zijn kruk werden
+haar als smartvertrokken monden, die klagelijk van den dierbaren doode
+spraken; die stoelen, de tafel, dat kastje, de Friesche klok daar, al
+die voorwerpen, samen hadden zij ze gekozen en gekocht, elk meubelstuk
+had zijn kleine geschiedenis, onderdeel van het familieleven der
+Stargardts vormend; ieder ding kreeg een ziel voor moeder Jane, en de
+zielen van al die lieve dierbare voorwerpen om haar heen, begonnen nu
+met weeke, weenende stemmen van hun verleden te fluisteren...</p>
+
+<p>&bdquo;Zóó kan het niet langer!&rdquo; zei juffrouw Vermaat tegen haar man, toen zij
+weer eens tevergeefs gepoogd had moeder Jane wat op te beuren: &bdquo;Het arme
+mensch verkniest hoe langer hoe meer en haar huishouden laat ze
+heelemaal verwaarloozen. Wist ik toch maar, wat ik er aan verhelpen
+kon!&rdquo;</p>
+
+<p>Beiden hadden zij innig te doen met de ongelukkige weduwe. 't Is waar,
+ook <i>zij</i> hadden hun zoon Reinier aan de legers van den Keizer moeten
+afstaan, maar bezaten zij niet elkánder, hadden zij niet hun
+luidruchtige bengels van jongens? Doch moeder Jane bezat thans niets
+meer en zij konden het zich dus zoo begrijpen, dat de vereenzaamde vrouw
+verkwijnde naar lichaam en ziel.</p>
+
+<p>Eindelijk meende het echtpaar Vermaat er iets op te hebben gevonden,
+waardoor de weduwe Stargardt een groot deel van den dag uit haar
+omgeving en daardoor allicht ook eenigermate aan haar herinneringen zou
+worden ontrukt: Zij zou namelijk, door hun bemoeiingen en voorspraak, in
+het Munthôtel als werkster kunnen komen.</p>
+
+<p>Met doffe onverschilligheid hoorde moeder Jane deze beschikking aan,
+maar toen juffrouw Vermaat op een morgen gekomen was om haar er heen te
+geleiden, maakte ze ook in het minst geen tegenwerping.</p>
+
+<p>Sedert kwam zij geregeld iederen dag in het hôtel haar werk verrichten
+en schoon de nieuwe werkster weinig spraakzaam bleek, wat zij dóen
+moest, dat deed zij met de nauwgezetheid van een machine.</p>
+
+<p>Op een avond&mdash;ze was juist een poosje te voren uit het hôtel weer thuis
+gekomen&mdash;had de postbode een brief voor haar.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="67"></span><a id="p_67"></a></p>
+
+<p>Nauwelijks had zij de acht stuivers port betaald, of ze scheurde het
+couvert open en zenuwachtig begon zij te lezen, want het was een brief
+van hèm, van Jakob, haar jongen! De letters dansten haar voor de oogen,
+onderwijl zij in jachtende haast de bladzijden doorvloog. Toen begon zij
+weer van voren af, en nu veel kalmer:</p>
+
+<div class="blockq">
+
+ <div class="datum">Sabelsdorph, 20 April 1812.</div>
+
+ <p>Lieve moeder, dit is dan de eerste brief, dien u van mij krijgt.
+ Waarom ik niet vroeger schreef, zal u hieruit straks wel blijken.</p>
+
+ <p>Zoodra wij te Wezel waren aangekomen, werden Reinier en ik met
+ nog verscheiden andere Amsterdamsche lotelingen als huzaren
+ uitgerust. En van toen af, na de eerste oefeningen in het
+ paardrijden te hebben doorstaan, is het niet anders geweest dan
+ marcheeren en exerceeren, over Munster en Osnabrück op
+ Maagdenburg aan en toen verder, altijd verder maar weer, en dat
+ langs zùlke slechte wegen en meestal onder zulk slecht weer, dat
+ ik 's avonds geregeld doodmoe op mijn leger viel.</p>
+
+ <p>En zoo zijn we dan nu hier, te Sabelsdorph, op een halven mijl
+ van Stettin. Het volk, dat deze streken door trekt of reeds
+ doorgetrokken is, blijkt gewoonweg onnoemelijk. Verscheidene
+ burgers zijn trouwens reeds uit de steden gevlucht, omdat zij
+ alle dagen 16 en 17 man in kwartier kregen. Men lijdt veel in
+ Holland, maar hier nog meer, men wordt hier opgegeten!</p>
+
+ <p>Ons regiment treft het goed, wij zijn altijd bij de boeren en
+ alleen de Generale staf met één compagnie blijft in de steden en
+ dat gaat geregeld zoo door, iedere compagnie op haar beurt.</p>
+
+ <p>Doordat wij altoos bij de plattelandsbevolking in kwartier liggen
+ heb ik niet veel gelegenheid om te schrijven, want meestal zijn
+ we met acht à negen man in dezelfde kleine ruimte en dan moet men
+ op zijn spullen passen. Bovendien weten de boeren <span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a>hier te land
+ haast niet wat papier en pennen zijn.</p>
+
+ <p>Op het oogenblik liggen we met zijn negenen bij een goeden boer,
+ en die had ook pen en inkt, zooals u ziet, maar het is dan ook de
+ burgemeester van het dorp.</p>
+
+ <p>Zondag zijn we gearriveerd, Dinsdag maakten wij inspectie voor
+ den ritmeester, Donderdag voor den kolonel, die ons zóó duchtig
+ liet manoeuvreeren, dat mijn oude knol bijna niet meer voort kon
+ en 's avonds bij het afzadelen een gat als een vuist in zijn lijf
+ had.</p>
+
+ <p>Heden, Zondag, is het groote inspectie voor den Generaal, maar
+ omdat mijn paard zoo áf en gedrukt is, heb ik het geluk van thuis
+ te mogen blijven, waarom ik niet rouwig ben; want het sneeuwt
+ hier alle dagen en het is braaf koud ook.</p>
+
+ <p>De stad zelf ligt zóó vol van de Jonge Garde en Badensche en
+ Hesselsche troepen, dat men over de hoofden wel loopen kan. Alle
+ troepen moeten tweemaal daags exerceeren, wat <i>wij</i> dus óók
+ gedaan hebben, de dagen dat wij geen inspectie hadden. Nu, daar
+ went men aan. Alleen hoop ik, dat ik maar spoedig een anderen
+ harddraver krijg. Denk eens aan, ik ben, gedurende onze opmarsch,
+ met dien ouden stijven knol al driemaal gevallen, gelukkig zonder
+ mij erg te bezeeren, doch niettemin met het plezierig gevolg, dat
+ ik van Brunswijk af een heel eind naast mijn oudje loopen mocht,
+ want de stumper was een weinig gedrukt op de schoft.</p>
+
+ <p>Dat marcheeren langs slechte wegen, tot aan de knieën door de
+ modder, was natuurlijk niet alles. Gelukkig echter kwam mijn
+ stramme sukkel toch al gauw weer wat op dreef. Maar verbeeld u,
+ den dag dat we hier aankwamen ging hij weer heel netjes met me in
+ het wagenspoor liggen en of ik hem al aanzette of wát ook,
+ sinjeur stond niet op voor en aleer ik er afging.</p>
+
+ <p>Of we hier nog lang zullen blijven? Het zeggen <ins class="corr" id="corr30" title="Bron: i,s">is,</ins> dat we
+ spoedig naar Koningsbergen zullen <span class="pagenum" title="69"></span><a id="p_69"></a>opmarcheeren en dan verder
+ naar Rusland, omdat er met dat rijk een oorlog op til is, zooals
+ iedereen beweert.</p>
+
+ <p>Ik ben tot nog toe heel gezond en als ik niet voortdurend
+ bekommerd was om u, dan zou ik mij in het soldatenleven heel goed
+ kunnen schikken. Maar o, hoe verlang ik er soms naar, u terug te
+ zien! Wat zou ik er niet voor geven om, al was het maar één
+ oogenblik, weer eens bij u te zijn en u te kunnen omhelzen. Maar
+ wie weet, hoe lang het nog wel kan duren, voor ik weer bij u
+ terug zal zijn.</p>
+
+ <p>Neen, dan is één van mijn nieuwe kameraads er toch vrij wat beter
+ aan toe. Zijn moeder, moet u weten, is een van de marketentsters.
+ Zij trekt geregeld achter het regiment aan, van de eene plaats
+ naar de andere en zoodoende kunnen zij, buiten diensttijd, elkaar
+ net zoo vaak ontmoeten als zij maar willen.</p>
+
+</div>
+
+<p>Dit laatste gedeelte van den brief maakte op moeder Jane een diepen
+indruk, die van groote gevolgen zou wezen. Het wekte een voornemen bij
+haar op, waartoe zij uit zichzelf nooit zou gekomen zijn:</p>
+
+<p>Wat die moeder kon, dat kon <i>zij</i> immers ook? En wat verlóór zij er bij?
+Haar leven toch was eenzaam en treurig en werd door slavigen arbeid
+gesleept van den eenen dag naar den volgenden, met geen ander
+vooruitzicht dan dat het eenzaam en treurig <i>blijven</i> zou. Want niet
+alleen Willem was zoo goed als dood voor haar, ook haar Jakob zou zij,
+onder haar tegenwoordige omstandigheden, toch denkelijk wel nooit weer
+terug zien. Werd zij daarentegen marketentster, dan kon zij dag aan dag
+weer met en bij hem zijn. En zoo hij gekwetst mocht worden, wie zou hem
+beter kunnen oppassen en verzorgen dan zij, zijn eigen moeder?</p>
+
+<p>Zij keek op de klok. Het was nog vroeg genoeg om gauw even met den brief
+naar de Vermaats te gaan. Daar hoorde zij, dat ook Reinier geschreven
+had. Toen zij <span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a>echter vertelde, tot welk besluit zij gekomen was, deed
+het echtpaar alles, om moeder Jane daar weer van terug te brengen.</p>
+
+<p>Zij wezen haar op de moeilijkheden, aan dat eindeloos reizen en trekken
+verbonden; op de gevaren, waaraan zij voortdurend zou bloot staan; niets
+mocht baten.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar je kunt immers niet eens met paarden omgaan?&rdquo; zei juffrouw Vermaat
+ten leste. &bdquo;En voor een huzarenmarketentster zal dat toch, dunkt me, wel
+noodig zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Niet met paarden omgaan? Nu, dat zou je meevallen! In mijn jeugd woonde
+ik op een dorp; mijn ouders hadden een boerderij en ik ben dus, om zoo
+te zeggen, bij paarden grootgebracht. Ja, als kleine meid nog, was het
+altijd een van mijn grootste genoegens als ik het paard, waar vader mee
+naar stad was geweest, in de wei mocht brengen. Dan ging ik op het hek
+staan, klauterde vandaar parmantig op het beest zijn rug en reed er zoo
+mee tot aan den dam.&rdquo;</p>
+
+<p>Haar besluit bleek dus onwankelbaar en aan niets dacht zij thans zoo
+zeer, dan om het zoo goed mogelijk ten uitvoer te brengen. Haar huis en
+inboedel diende zij te verkoopen, allerlei inlichtingen had zij in te
+winnen, doch mijnheer Vermaat stond haar hierin met raad en daad ter
+zij.</p>
+
+<p>Meer en meer ging zij òp in haar plan, de oude energie herleefde, haar
+gang herkreeg zijn vroegere veerkracht, zij zag weer een toekomst, zij
+had weer een levensdoel, en toen zij eindelijk tot de afreis gereed was,
+bleek moeder Jane weer volkomen de kloeke, krachtige vrouw van voorheen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a></p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Zevende"></a>Zevende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Vrienden in vijandschap.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">In de laatste jaren waren de betrekkingen van Napoleon met Alexander van
+Rusland van zoodanigen aard geworden, dat een volslagen vredebreuk op
+den duur niet kon uitblijven. Steunende op zijn krijgsgenie rekende de
+Fransche Keizer de Russen niet alleen te <i>overwinnen</i>, maar tevens naar
+Azië terug te kunnen dringen, na welke operatiën Turkije aan de beurt
+lag.</div>
+
+<p>Gelukte Napoleon die stoute onderneming, dan zou hij met zijn phalanx
+langs Perzië naar Indië doordringen, ten einde Engeland in zijn koloniën
+aan te tasten en zoodoende dat gehate rijk tòch voor zijn wil te doen
+bukken. Mocht ook déze expeditie slagen, dan zou het vrede op aarde
+zijn!</p>
+
+<p>Tot de Fransche officieren, die eenigen tijd in Rusland hadden gediend,
+behoorde de overste De Ponthon. Toen de Keizer dezen officier omtrent de
+moeilijkheden van een oorlog tegen Rusland ondervroeg, vernam hij een
+reeks van bezwaren: De fanatieke tegenstand dien de oude Moscovieten aan
+den dag zouden leggen; de onherbergzame streken, welke de troepen zouden
+moeten doortrekken; de onbegaanbaarheid der wegen voor de artillerie
+wanneer het eenige uren geregend had en ten slotte, dat de ruwe,
+geduchte Russische winter, die meestal half October reeds inviel, het
+oorlogvoeren in dat land physiek onmogelijk maakte.</p>
+
+<p>Doch overste De Ponthon ging nog verder, dan den Keizer deze bezwaren te
+ontwikkelen. Hij viel voor Napoleon op de knieën, hem smeekend ter wille
+van het geluk van Frankrijk en van zijn eigen roem toch niet dien
+gevaarvollen veldtocht te ondernemen, waarvan de rampen niet te overzien
+zouden zijn.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a></p>
+
+<p>Verscheidene dagen na dit onderhoud bleef Napoleon afgetrokken en
+verspreidde zich het gerucht, dat de Keizer van den veldtocht had
+afgezien. Maar Napoleon had dezen karaktertrek dat hij <i>niets</i> ontzag,
+voor <i>niets</i> terugdeinsde om een eenmaal gesteld doel te bereiken. Zijn
+heerschzuchtswaanzin dreef hem reeds lang naar de alléénheerschappij
+over geheel Europa en openlijk deelde hij zijn voornemen mee, om zich op
+den zetel der Grieksche kerk te Moscou tot keizer van het Westen der
+oude wereld te doen kronen.</p>
+
+<p>Er was dan ook in de gewesten waar Fransche troepen stonden, doch vooral
+langs de oevers van de Oostzee tusschen Hamburg en de Weichsel, waar
+maarschalk <span xml:lang="fr">Davoust</span> commandeerde, en te Dantzig, waar generaal Rapp
+gouverneur was, reeds maanden lang een rustelooze bedrijvigheid.
+Derwaarts trokken, te voet en per scheepsgelegenheid, duizenden jonge
+mannen van verschillende natiën, om onder <span xml:lang="fr">Davoust</span>'s gestrenge tucht
+gekleed, gewapend en gedrild te worden; derwaarts werden
+honderdduizenden Hectoliters graan, reusachtige voorraden wijn,
+kleedingstukken, munitie en andere krijgsbehoeften gezonden om een macht
+van schier een half millioen krijgers voor geruimen tijd van al het
+benoodigde te voorzien. Derwaarts togen langzamerhand gansche corpsen,
+in onderafdeelingen gesplitst, uit Frankrijk, uit Spanje, uit Italië en
+Duitschland, geleidelijk met kleine dagmarschen, om eerst langs den Oder
+en van hieruit langs de Weichsel te worden opgesteld. Duizenden paarden
+werden aangekocht, honderden lichte voertuigen bijeengebracht,
+pontontreinen samengesteld, al de voorbereidingsmaatregelen getroffen om
+een leger, zoo reusachtig als zich nog nooit te voren op één
+oorlogsterrein had bewogen, zonder te groote vermoeienis en zonder veel
+opzien te baren over een breed front, van Warschau tot Koningsbergen,
+geleidelijk te voeren naar Ruslands grenzen.</p>
+
+<p>Doof bleef de Keizer voor de vertoogen zijner ministers en vertrouwde
+generaals, en vruchteloos schreef zijn vertegenwoordiger aan het hof te
+Petersburg hem, dat keizer Alexander geen oorlog <i>wilde</i> en zich alleen
+wapende, <span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a>omdat Napoleons eigen geweldige krijgstoerustingen in Polen en
+Pruisen hem daartoe dwongen. Letterlijk door een boozen geest gedreven,
+beheerscht door een soort van grootheidswaanzin, die zijn brein met de
+stoutste plannen vervulde, die hem zelfs voortooverde dat zijn dynastie
+eenmaal de oudste kon worden van gansch Europa, liet hij zich door niets
+ter wereld van zijn plan afbrengen. In 1805 en 1807 had hij Rusland
+geslagen, doch niet onderworpen; thans zou hij het genade doen vragen.</p>
+
+<p>Reinier en Jakob moesten diensvolgens ten oorlog trekken.</p>
+
+<p>Beiden hadden zij zich na hun vertrek uit Amsterdam al heel spoedig in
+hun lot geschikt, maar terwijl Jakob zijn dienstplicht deed, om niet in
+onaangenaamheden te komen, was Reiniers eerzucht er ras op uit,
+bevordering te maken. Over een jaar wenschte hij officier te zijn.
+Schoon dat in onze dagen een ijdel voornemen zou heeten, hield zijn
+besluit toch niets buitengewoons in: Bij de opvoeding, door Reinier
+genoten, gepaard met zijn lichamelijke en verstandelijke hoedanigheden,
+behoefde hij slechts te <i>willen</i> om ook te <i>worden</i> hetgeen hij zich
+voornam. In het Fransche leger toch, welks kaders aanhoudend werden
+gedund, bestond ook geregeld behoefte aan geschikte personen om dat
+kader voltallig te houden.</p>
+
+<p>Uit vrees echter, dat zijn ijver en gedrag eens niet voldoende in het
+oog mochten vallen, meldde Reinier zich, na zijn eerzuchtig voornemen,
+bij den majoor aan.</p>
+
+<p>&bdquo;Majoor,&rdquo; begon hij, &bdquo;als ik er mijn best voor doe, zou ik dan niet heel
+gauw wachtmeester kunnen worden?&rdquo;</p>
+
+<p>De majoor, een oudgediende, vond het altoos prettig, wanneer hij bij
+recruten de begeerte tot promotie mocht zien. Ook had hij reeds
+opgemerkt, dat Reinier wel bevattelijk was en een goede opvoeding had
+genoten. Hij was dus aangenaam verrast.</p>
+
+<p>&bdquo;Is je dat ernst?&rdquo; vroeg hij niettemin met strakken blik.</p>
+
+<p>&bdquo;Volle ernst!&rdquo; antwoordde Reinier met overtuiging.</p>
+
+<p>&bdquo;Over vier dagen ben je korporaal. En blijf je stipt je best doen dan
+zal je, binnen een maand of wat, <span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a>onderofficier zijn! Zoo niet, dan
+wordt je onmiddellijk weer gedegradeerd!&rdquo;</p>
+
+<p>De majoor wenkte en Reinier trok af.</p>
+
+<p>Vier dagen daarna was hij korporaal en voor er drie maanden om waren had
+hij den graad van onderofficier.</p>
+
+<p>De nieuwe wachtmeester kreeg nu wel is waar omgang met andere
+onderofficieren, maar in de verhouding tot Jakob kwam hierdoor
+aanvankelijk toch geen verandering.</p>
+
+<p>Een week later kregen zij echter plotseling groote oneenigheid. Ze
+kwamen, na een korte dagmarsch, met een man of acht, in den omtrek van
+Thorn bij een boer in kwartier en zouden reeds den volgenden dag weer
+verder moeten. Ze kregen eenige sneden grof brood, met een laagje vet
+besmeerd. De menschen hadden het blijkbaar niet te ruim en aten er zelf
+lekker van. Ook de huzaren, in den laatsten tijd niet verwend, lieten
+het zich wel smaken.</p>
+
+<p>Reinier echter was er niet mee tevreden. Hij was wachtmeester en eischte
+ham!</p>
+
+<p>Ham aten zij nooit, zei de man.</p>
+
+<p>Ja, dat kon hèm wat schelen! Maar met vet was hij niet tevreden en hij
+zou dan zelf maar eens kijken of hij niet wat beters vinden kon.</p>
+
+<p>Weldra kwam hij met twee hammen terug, die hij lachend en triomfantelijk
+in de hoogte hield.</p>
+
+<p>Daarop bediende hij er zich van en deed de rest in zijn knapzak voor
+later.</p>
+
+<p>De boerin begon te schreien. Het waren hun beide laatste hammen, snikte
+ze, en zij hadden die morgen aan een herbergier in Thorn moeten
+bezorgen. Hoe zouden zij kunnen leven, als er door de soldaten, geregeld
+maar, zóó met hen gehandeld werd? Hadden de huzaren hun rieten schuurdak
+niet gebruikt om hun paarden er mee te voederen? Had niet gisteren een
+andere bende ruiters daarvoor het onrijpe koren afgesneden? Wáár moest
+het heen als dat zoo doorging? Zouden ze dan niet van honger en ellende
+moeten omkomen?</p>
+
+<p>Jakob kreeg medelijden met de arme menschen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Kom,&rdquo; zei hij tegen Reinier, &bdquo;ik zou dan die eene ham ten minste maar
+terug geven. Stel je voor, als andere soldaten zoo eens bij jullie thuis
+deden en het laatste pakje thee wederrechtelijk gebruikten terwijl
+jullie zelf toch op gewone dagen nooit anders dan aftreksel van
+morellebladeren drinkt? Dat zou je toch ook niet goed vinden, is 't wel?
+En is het hier eigenlijk nog niet erger? Geldt het hier niet een
+bestaansmiddel van die menschen?&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier gevoelde nu plotseling al het leelijke van zijn daad, schoon hij
+volstrekt niet verder was gegaan dan hetgeen hij dagelijks door anderen
+had zien doen. De transportwagens met levensmiddelen konden, door
+allerlei omstandigheden, onmogelijk het voorttrekkende leger snel genoeg
+volgen, en men voorzag zich dus van voorraad, terwijl men voort
+marcheerde. Daar het land vruchtbaar was, werden paarden, wagens,
+beesten, levensmiddelen van allerlei soort ontvoerd: men sleepte alles
+mee, ook de benoodigde inwoners om heel dien voorraad aan te voeren.</p>
+
+<p>Met dergelijke voorbeelden iederen dag voor oogen, had Reinier er niet
+zooveel kwaad ingezien, zich zelf eens wat beter te doen onthalen dan de
+anderen. Wel voelde hij, na Jakobs redeneering, hoe leelijk hij
+eigenlijk had gedaan, maar dit nobele gevoel werd in 't zelfde oogenblik
+door valsche schaamte overwonnen. Het ergerde hem, in tegenwoordigheid
+van die anderen zoo terecht gezet te worden. Wat drommel, wat verbeeldde
+Jakob Stargardt zich wel? Hij, Reinier, was toch wachtmeester, en wáár
+zou het met zijn prestige naar toe, als vriendschap het recht gaf hem
+een zedepreek te houden in het bijzijn van &bdquo;minderen&rdquo;!</p>
+
+<p>Hij stoof dus geweldig op, Jakob bleef hem het antwoord niet schuldig en
+het gevolg was, dat beiden, na een heftige woordentwist, met heete
+hoofden ter rust gingen.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen scheen de oude verstandhouding weer volkomen
+hersteld. Toch had het voorgevallene bij Reinier een zekere vervreemding
+bewerkt, die hij gaandeweg al minder te verbergen wist.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a></p>
+
+<p>Jakobs voortdurend bijzijn, gepaard met dien vrijmoedigen omgang waar
+hun vriendschap recht op gaf, begon de jonge wachtmeester met den dag
+meer te gevoelen als iets hinderlijks, iets dat hem belemmerde in zijn
+gedragingen, terwijl aanhoudend de vrees hem verontrustte, dat die
+familjare omgang nadeel doen mocht aan het ontzag, dat zijn overige
+manschappen toch voor hem dienden te hebben.</p>
+
+<p>Voor Jakob Stargardt kon het natuurlijk niet verborgen blijven, dat
+Reinier steeds gedwongener jegens hem werd, en daar het niet in zijn
+karakter lag om zich ook in 't minst maar op te dringen, werd hun
+omgang, schoon naar het uiterlijk nog precies dezelfde gebleven, toch
+gaandeweg al minder vertrouwelijk.</p>
+
+<p>Na met korte dagmarschen van dorp tot dorp getrokken te zijn, kwamen de
+troepen waartoe ze beiden behoorden, in en om Koningsbergen in kwartier.</p>
+
+<p>Hun regiment zou weldra worden ingedeeld bij het derde legercorps, onder
+maarschalk Ney. Te Nogarisky moest dit corps zich met de regimenten van
+den Koning van Napels, <span xml:lang="fr">Davoust, Bessières</span> en <span xml:lang="fr">Oudinot</span> vereenigen, waarna
+deze verzamelde legermacht onder de persoonlijke leiding van Napoleon
+zou komen te staan.</p>
+
+<p>De bierbrouwerijen en herbergen in de stad waren aanhoudend overvuld van
+militairen en dit jongste legernieuws werd er dus overal levendig
+besproken.</p>
+
+<p>Reinier Vermaat zat met een groepje van andere onderofficieren voor de
+&bdquo;<i>Bonte Os</i>.&rdquo; Ook oudgedienden waren daar bij, aan de hachelijkste
+omstandigheden gewoon, kerels die door niets meer werden afgeschrikt.
+Men herkende ze dadelijk aan hun krijgshaftige houding en aan hun
+gesprekken. Zij hadden geen herinneringen dan aan den oorlog, voor hen
+was geen toekomst dan in den krijg; over niets anders spraken zij.</p>
+
+<p>Tegenover de jongeren snoefden die gebronsde kerels over hun groote
+daden in den slag bij de Pyramiden, dien van Marengo, van Austerlitz,
+van Jena of Friedland, zij stroopten hun mouwen op of ontblootten hun
+breede borsten om te pronken met de litteekens hunner wonden; <span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a>en daar
+zij intusschen met woord en daad voortdurend tot drinken aanspoorden,
+werden ook de nieuwelingen hoe langer hoe opgewondener.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, dit,&rdquo; zeiden de oude ijzervreters, &bdquo;werd een veldtocht, grooter
+dan zij ooit beleefd hadden!<ins class="corr" id="corr31" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> De goede uitslag er van scheen
+zeker; het zou een militaire marsch wezen tot aan Petersburg en Moscou
+toe. Nog déze poging, en alle krijg zou misschien voor goed geëindigd
+zijn; dit was een laatste gelegenheid, meenden zij, om zich nog eens
+roemvol te onderscheiden.</p>
+
+<p>Een der nieuwelingen verklaarde dat hij, om de risico van den krijg,
+toch net zoo lief van deelname aan dezen veldtocht verschoond was
+gebleven.</p>
+
+<p>&bdquo;Och wat,&rdquo; zei een grijze snorrebaard, &bdquo;dacht je dan, dat je daardoor
+aan den oorlog ontkomen zou? Die is immers overal! Wees dus liever blij,
+dat je zoo'n buitenkansje hebt! Want slagveld of slagveld, dat is lang
+niet onverschillig! In Rusland zal de Keizer zèlf het bevel voeren,
+terwijl je in een ander land wel voor dezelfde zaak, maar onder een
+ander opperhoofd zou moeten strijden. En het is genoeg bekend, dat
+Napoleon nu eenmaal zijn gunsten het overvloedigst uitdeelt aan <i>die</i>
+soldaten, wier roem aan <i>zijn</i> roem herinnert.</p>
+
+<p>Vooral jij, Vermaat,&rdquo; wendde hij zich nu meer in 't bijzonder tot
+Reinier, &bdquo;moogt wel van geluk spreken. Kijk, <i>wij</i> zijn maar domme
+kerels, die als kind niets geleerd hadden, maar help eens kijken, <i>jij</i>
+zult fortuin maken in dezen veldtocht! Als majoor zie ik je nog terug
+komen! Nu ja,&mdash;mits je moedig bent natuurlijk!&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier's ijdelheid was niet weinig gestreeld. Hij verklaarde, dat het
+hem aan moed niet zou ontbreken. Daarop liet hij, op zijn kosten, de
+glazen nog eens vullen en hield een opgewonden toost op den roem en den
+voorspoed van het Groote Leger, die met daverende toejuichingen werd
+beantwoord.</p>
+
+<p>Juist in dit oogenblik kwam Jakob uit de verte aan.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar komt je trouwe vriend, de timmerman!&rdquo; zei een der jonge
+onderofficieren plagend.</p>
+
+<p>&bdquo;Hm!... Vriénd?!&rdquo; zei Reinier, &bdquo;nou ja, omdat we <span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a>vroeger kennissen
+waren loopt hij me nog altijd na als een hondje...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Begrijpt zoo'n jongen dan niet, dat jullie verhouding nu toch heel
+anders geworden is,&rdquo; vroeg een tweede.</p>
+
+<p>Reinier, geërgerd, haalde de schouders op.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Schijnt van niet!&rdquo; zei hij kregel.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar dan zou ik zelf daar toch een eind aan maken!&rdquo; adviseerde een
+ander. &bdquo;Hij zou je waarachtig zijn kameraadschap nog wel kunnen
+opdringen als je al lang en breed majoor was!&rdquo;</p>
+
+<p>Daar had Jakob eindelijk Reinier in 't oog gekregen, die zich echter
+hield, of hij hem in 't geheel niet zag.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt had juist een brief met de veldpost ontvangen, een brief
+van zijn moeder, waarin ze hem meldde, dat zij marketentster geworden
+was en zich voorloopig bij de voortrukkende Westfaalsche troepen had
+aangesloten, maar toestemming bezat, om zoo spoedig mogelijk bij het
+elfde regiment huzaren, <i>zijn</i> regiment, over te gaan. Al binnen enkele
+dagen konden zij dus reeds bij elkander wezen.</p>
+
+<p>Jakob brandde van begeerte om die heugelijke tijding zoo gauw mogelijk
+aan Reinier mee te deelen. Wel was hun vriendschap niet meer dàt, wat
+zij te voren was geweest, maar toch gingen zij nog veel te dikwijls met
+elkander om dan dat hij zijn heerlijk nieuws niet in de eerste plaats
+aan Reinier zou verteld hebben.</p>
+
+<p>Nauwelijks kreeg hij dezen dus in 't oog, of hij stapte haastig op hem
+toe, vol blijdschap vertellend, waar hij zelf zoo vol van was.</p>
+
+<p>Reinier zag hem spottend aan:</p>
+
+<p>&bdquo;Ei zoo, had het jongentje soms gevraagd of zijn moesje op hem wou komen
+passen?&rdquo; vroeg hij ironisch. &bdquo;En zal moesjes schort nu straks de kogels
+voor hem moeten opvangen?&rdquo;</p>
+
+<p>Hij had meer gedronken dan hij verdragen kon en zei nu woorden, die hij
+zich in normalen toestand zou geschaamd hebben.</p>
+
+<p>Jakob werd rood van verontwaardiging.</p>
+
+<p>&bdquo;Bah, wat laag, wat vreeselijk laag van je,&rdquo; riep hij <span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a>driftig, &bdquo;om mij
+als een lafaard voor te willen stellen, die <ins class="corr" id="corr32" title="Bron: blôohartig">bloôhartig</ins>
+de kogels ontvluchten zou! Want zoo iemand, dan moest <i>jij</i> beter
+weten!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij doelde op het feit, dat hij indertijd zichzelf in de plaats van zijn
+vader had aangeboden.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is waar, ik vergat een oogenblik dat het bij jullie een soort van
+familiekwaal lijkt, om zich te laten doodschieten&mdash;al is het dan ook
+maar wegens majesteitsschennis!...&rdquo;</p>
+
+<p>'t Werd eensklaps doodstil. Allen begrepen, dat een van Jakob's
+bloedverwanten wegens majesteitsschennis gefusilleerd moest zijn en hem
+dit nu op de meest grievende wijze werd herinnerd. De gezichten, zoo
+even nog glinsterend van opgewektheid en genoegen, waren alle strak en
+ernstig.</p>
+
+<p>De armen over elkaar gekruist, doodsbleek, met vlammenden blik, stond
+<ins class="corr" id="corr33" title="Bron: Jabob">Jakob</ins> Stargardt tegenover zijn beleediger, als een
+onheilspellende verschijning, die eensklaps uit den grond was opgerezen.
+Enkele schreden verder stond een oude huzaar, die met Jakob opgeloopen
+was en tot hetzelfde escadron behoorde. 't Was een brave, oppassende
+kerel, maar zóó gering van aanleg, dat hij het, spijt al zijn
+dienstjaren, nooit verder dan gewoon soldaat had kunnen brengen. Maar
+zoo klein zijn verstand mocht wezen, zoo nobel was zijn inborst. Die
+oude krijger zag dan ook even bleek als zijn jeugdige makker. Zwervend
+en onrustig ging zijn blik; want evenals al de aanwezigen duchtte ook
+hij ieder oogenblik een uitbarsting.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom!&rdquo;&mdash;zei de oude huzaar, Jakob bij de mouw trekkend,&mdash;&bdquo;kom,&mdash;we
+moeten weer naar ons kwartier!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Jakob verroerde zich niet en zag Reinier nog altoos woest-dreigend
+aan.</p>
+
+<p>Reinier was eerst onthutst: maar hij herstelde zich spoedig en eveneens
+de armen kruisend, mat hij den verontwaardigden jongeling met tergenden
+blik.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat wil je?&rdquo; vroeg hij barsch.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat ik wil,&rdquo; antwoordde Jakob schijnbaar kalm, <span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a>&bdquo;is licht te begrijpen;
+wat elk ander soldaat je in mijn plaats vragen zou: Een kans om mij te
+wreken!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Het spijt me,&rdquo; antwoordde Reinier met een sarrend-hatelijk lachje, &bdquo;dat
+ik je die voldoening niet geven mag, maar een <ins class="corr" id="corr34" title="Bron: wachmeester">wachtmeester</ins>
+duëlleert nu eenmaal niet met zijn minderen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu dan, ik zweer je, dat ik met mijn eischen bij je terug zal komen,
+meneer de wachtmeester, al is het ook over twintig jaar!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan ben <i>ik</i> generaal en <i>jij</i>&mdash;timmermansbaas!&rdquo; zei Reinier spottend.
+&bdquo;We zullen dus moeilijk met elkander tot vereffening kunnen komen<ins class="corr" id="corr35" title="Bron: ,">.</ins>&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Of <i>ik</i> ben majoor en jij nog niet: Ik zal dan evenwel minder
+hooghartig wezen dan jij. Wees in ieder geval verzekerd, dat uitstel
+geen afstel is: Binnen een jaar zijn we gelijk in rang en dàn&mdash;geloof
+me, dan zal ik je toonen met wien je te doen hebt!&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier Vermaat werd woedend van schaamte en ergernis. Hoe grievend hij
+Jakob ook had bejegend, zijn ijdele inborst kon niet dulden, dat hij als
+een schuldige tegenover een &bdquo;mindere&rdquo; stond,&mdash;en vooràl niet, dat die
+mindere hem zijn schuld zoo vernederend deed gevoelen in
+tegenwoordigheid van mannen wier achting hij zoozeer op prijs stelde.</p>
+
+<p>&bdquo;Huzaar Ros!&rdquo;&mdash;beval hij den oudgediende met wien Jakob gekomen
+was,&mdash;&bdquo;breng den kerel onmiddellijk in arrest!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dank u, wachtmeester,&rdquo; antwoordde de brave krijgsman,&mdash;&bdquo;ik heb geen
+lust om een kameraad te arresteeren, alleen omdat zijn chef hem
+beleedigde en hij de vrijmoedigheid had, hém dat te verwijten. U kunt me
+straffen zoo zwaar u wil, maar een schelm hoop ik nooit te worden!&rdquo;</p>
+
+<p>Hij maakte rechts-omkeert en wilde gaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Wacht, Ros, ik ga met je mee,&rdquo; zei Jakob, &bdquo;ik zal me zelf in arrest
+begeven; wachtmeester Vermaat, tot ziens!&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr36" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Dat zal ik je beiden inpeperen!&rdquo; gromde Reinier, bleek van
+wraakzucht.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="iii"></span><a id="p_iii"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 271px;">
+<img src="images/ill_piii-t.jpg" width="271" height="414" alt="... mat hij den verontwaardigden jongeling met tergenden blik." title="" />
+<span class="caption">... mat hij den verontwaardigden jongeling met tergenden blik.</span>
+<span class="enlarge">(<a href="images/ill_piii.jpg">vergroting 1130×1726, 530kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="iv"></span><a id="p_iv"></a>
+<span class="pagenum" title="81"><br /></span><a id="p_81"></a></p>
+
+<p>Maar tot zijn spijt werd hij reeds den volgenden morgen naar een nog
+onvolledig regiment <ins class="corr" id="corr37" title="Bron: over geplaatst">overgeplaatst</ins>.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Achtste"></a>Achtste Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">De opmarsch.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Moeder Jane had zich bij het regiment van haar zoon aan kunnen sluiten,
+nog vóór dit Koningsbergen verliet, maar reeds den 22<sup>sten</sup> Juni lag
+geheel het Fransche leger op den linkeroever van den Niemen.</div>
+
+<p>Napoleon, die tot hiertoe in een rijtuig gezeten had, wierp zich 's
+morgens om twee uur in het zadel, om dien Russischen grensstroom te
+verkennen. Toen hij aan de rivier kwam, struikelde eensklaps zijn paard
+en wierp hem in het zand.</p>
+
+<p>&bdquo;Een slecht voorteeken!&rdquo; klonk het. &bdquo;Een Romein zou terug keeren!&rdquo;</p>
+
+<p>Of hij zelf het was of iemand van zijn gevolg, die deze woorden sprak,
+is niet bekend.</p>
+
+<p>Napoleon echter steeg kalm weer te paard om zijn onderzoek voort te
+zetten.</p>
+
+<p>Toen de verkenning afgeloopen was beval hij, dat er tegen het vallen van
+den avond drie bruggen over de rivier zouden gelegd worden. Daarop begaf
+hij zich naar zijn legerplaats, waar hij den geheelen dag nu eens in
+zijn tent, dan weer in een Poolsch huis doorbracht, machteloos
+neerliggend onder de zwoele, drukkende hitte en vergeefs naar rust
+zoekend.</p>
+
+<p>Zoodra de avond echter gevallen was naderde hij opnieuw de rivier, waar
+sappeurs reeds met het leggen <span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a>der bruggen waren begonnen. Drie
+compagnieën soldaten moesten hen beschermen.</p>
+
+<p>Eenige sappeurs steken met een schuitje de rivier over. Tot hun
+verwondering komen zij zonder hindernis aan den Russischen oever. Alles
+is rustig op dien vreemden grond, dien men hun als zoo dreigend heeft
+afgemaald.</p>
+
+<p>Spoedig echter zien zij een kozakkenofficier aan het hoofd eener kleine
+patrouille. Hij is alleen, hij schijnt zich in vollen vrede te wanen en
+niet te weten, dat geheel Europa gewapend tegenover hem staat. Hij
+vraagt aan de vreemdelingen wie zij zijn.</p>
+
+<p>&bdquo;Franschen!&rdquo; antwoorden zij hem.</p>
+
+<p>&bdquo;Frànschen?!&rdquo; vraagt de Officier. &bdquo;Maar wat komt ge dan in Rùsland
+doen?&rdquo;</p>
+
+<p>Een der sappeurs zegt hem op barschen toon:</p>
+
+<p>&bdquo;U beoorlogen! Wilna innemen! Polen bevrijden!&rdquo;</p>
+
+<p>Zonder eenig antwoord te geven wendt de kozakkenofficier zijn paard en
+rent met de zijnen het bosch in, waarop drie sappeurs, in overdreven
+ijver, hun geweren lossen.</p>
+
+<p>Zoo werd het zwak gerucht van drie schoten, welke onbeantwoord bleven,
+het sein, dat er een nieuwe veldtocht geopend en een groote vijandelijke
+inval begonnen was.</p>
+
+<p>Een compagnie soldaten kreeg terstond bevel de rivier over te varen, om
+de plaatsing der bruggen te beschermen.</p>
+
+<p>Weldra kwamen al de Fransche colonnes uit de bosschen en van achter de
+heuvelen te voorschijn. Zij trokken, begunstigd door een dichte
+duisternis, stilzwijgend tot bij de rivier. Geen wachtvuren mochten
+ontstoken, geen vonken zelfs gezien worden. De groene en door een zwaren
+dauw bevochte rogge strekte de menschen tot bed, de paarden tot voedsel.</p>
+
+<p>'t Was de eerste keer dat Jakob Stargardt, evenals zoo menig ander jong
+soldaat, in de open lucht, en dat zonder bivakvuur, zou vernachten.</p>
+
+<p>Hij bleef aarzelend nog wat staan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="83"></span><a id="p_83"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Leg je hoofd maar gerust op je ransel neer, kameraad!&rdquo; zei Ros, &bdquo;je
+bent jong en sterk, het zal-je geen kwaad doen.&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob deed het, en onderwijl was het hem aangenaam te bedenken, dat ten
+minste zijn moeder in haar wagen een vrij wat beter nachtverblijf had.</p>
+
+<p>Maar och, wat zou zoo'n enkele slechte nacht, meende hij, als over
+weinige uren de zon toch al weer opging.</p>
+
+<p>Zoodra de dag aanbrak, richtte hij zich op en tuurde de rivier over,
+naar het Russische grondgebied. Hij zag niets dan somber-donkere wouden
+en kaal, dor zand. Op een driehonderd schreden van de rivier ontdekte
+hij de tent van den Keizer, die men in den nacht op den hoogsten heuvel
+geplaatst had. Daaromheen zag hij alle heuvelhellingen en dalen bedekt
+met menschen en paarden, die plotseling in beweging kwamen nu de
+reveille klonk.</p>
+
+<p>Moeder Jane stond met tal van anderen&mdash;kooplieden, marketentsters en
+zoetelaars,&mdash;alle tot den nasleep van het leger behoorend, op een
+heuveltop naar de eerste bewegingen van de groote armée te kijken.</p>
+
+<p>Zij zag een luisterrijken stoet van maarschalken en generaals Napoleons
+tent omstuwen... Daar trad de Keizer zelf naar buiten... Hij groette en
+besteeg zijn Arabischen schimmel...</p>
+
+<p>Dan weerklonk het sein... Opeens was het of de gansche landstreek woelde
+en golfde... En boven die bewegende donkere massa's flikkerden en
+wemelden de wapens in de gloeiende morgenzon als flitsende stralen en
+spattende zilvervonken...</p>
+
+<p>Arm Rusland! dacht moeder Jane bij den aanblik van die ontzettende
+strijdkrachten.&mdash;In drie breede stroomen zag zij den zwarten vloed over
+de gele zandvlakte naar de drie bruggen voortrollen... Zij zag ze
+kronkelend naar den oever afdalen, de bruggen naderen, zich uitstrekken
+en inéénkrimpen om die over te gaan en eindelijk den vreemden grond
+bereiken, dien zij gingen verwoesten en verderven.</p>
+
+<p>Napoleon haastte zich, om den voet op vijandelijken bodem te zetten.
+Zonder aarzelen deed hij dien eersten <span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a>stap tot zijn verderf. In het
+begin hield hij zich dicht bij de bruggen op, de soldaten met zijn
+tegenwoordigheid aanmoedigend, die hem, als steeds, begroetten met hun:
+&bdquo;Leve de Keizer!&rdquo;</p>
+
+<p>Eindelijk werd hij ongeduldig en rende het bosch in, maar schoon hij er
+meer dan een mijl ver in dóórdrong&mdash;tot zijn verwondering zag hij geen
+vijand.</p>
+
+<p>Langzaam trokken de legermassa's langs den stroom voort; met een zekere
+beklemdheid spraken de soldaten over het zonderlinge feit, dat hun die
+voortgang in 't minst niet door den vijand betwist werd.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar hoor ik in de verte toch kanonschoten,&rdquo; zei Jakob tegen Ros, die
+naast hem reed.</p>
+
+<p>De oude krijgsman luisterde...</p>
+
+<p>Opnieuw klonk een dof gedreun...</p>
+
+<p>Ros schudde het hoofd: &bdquo;Dat zijn geen kanonnen,&rdquo; zei hij, &bdquo;maar een
+opkomend onweer.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad werd de lucht met ieder oogenblik duisterder. Donder en
+bliksem volgden weldra elkander rusteloos op, tot ontsteltenis van vele
+soldaten, die van &bdquo;een slecht voorteeken&rdquo; begonnen te mompelen.</p>
+
+<p>Het duurde niet lang, of de zwaarbetrokken lucht ontlastte zich in een
+geweldigen plasregen. Wegen en velden werden overstroomd en de
+ondraaglijke hitte werd eensklaps vervangen door een onaangename koude.
+De Keizer zocht een schuilplaats in een naburig klooster. Maar de arme
+soldaten waren zonder eenige beschutting aan het vreeselijke weer
+blootgesteld. Tienduizend paarden en vele menschen kwamen bij de daarop
+volgende marschen om, tal van voertuigen bleven in het zand zitten.
+Trouwens, door zijn vervaarlijke menigte reeds, was het Groote Leger
+verderfelijk voor zichzelf. Verscheidene behoeften vonden geen
+bevrediging. Al bij het bezetten der eerste stad, Kowno, heerschte
+gebrek aan levensbenoodigdheden en toen Napoleon de veste binnentrok,
+vond hij er de grootste wanorde.</p>
+
+<p>Dit gebrek en die wanorde vermeerderden, naarmate de Keizer dieper
+doordrong. Hij ondervond, dat het Russische volk, wild en woest als
+Rusland zelf, den <span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a>oorlog beschouwde als een heilige zaak, waarvoor het
+alles moest opofferen om zijn tegenpartij te verdelgen. Overal ontmoette
+hij asch en puinhoopen, in plaats van kwartieren om uit te rusten;
+overal honger en ziekten, in plaats van den buit en den roem, dien hij
+verdeelen wilde.</p>
+
+<p>Zich alleen tot verdediging hunner strijdkrachten beperkend, trokken de
+Russische veldheeren Barclay de Tolly en Bagration van de eene stelling
+naar de andere. Nergens vonden de Franschen levensmiddelen! allen
+voorraad had de vijand zorgvuldig vernield, onderwijl hij aanhoudend
+achterwaarts trok.</p>
+
+<p>Daar was voor het Fransche leger iets onheilspellends in, dat ze in het
+vijandelijke land nergens een vijand vonden. Napoleon had gehoopt, dat
+de Russen hem ten minste Wilna zouden betwist hebben; maar hij vond de
+stad open en onverdedigd.</p>
+
+<p>In Pruisen had de Keizer zijn leger slechts voor twintig dagen
+levensmiddelen doen meenemen. Dat was genoeg om Wilna met één veldslag
+te winnen; maar Wilna behóefde niet veroverd te worden. En&mdash;voorwaarts
+ging het weer, met snelle marschen den vijand achterna, zoodat de
+onafzienbare toevoer van levensmiddelen onmogelijk kon volgen.
+Uitgehongerd kwamen de soldaten aan kasteelen en woningen, waar ze geen
+voedsel vonden en die ze uit wraak verwoestten en uitplunderden. Ja er
+waren er reeds, die door zelfmoord een eind aan hun leven maakten. En
+toch moest het leger maar immer voort...</p>
+
+<p>Als wilden de Russen Napoleon's verlangen om tot een beslissenden strijd
+te komen prikkelen, hem dieper naar het hart van Moskovië lokken,
+streelden ze hem soms met de hoop op een veldslag, doch wanneer Napoleon
+den volgenden morgen den vijand zocht, was hij in de duisternis van den
+nacht weer verder getrokken.</p>
+
+<p>Niet dan te Smolensk hielden de Russen stand, waar zij de versterkte
+stad bezetten. Den 17<sup>den</sup> Augustus werd zij krachtig door de Franschen
+aangegrepen. Hevige aanvallen volgden en werden besloten met een
+vernielend <span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a>bombardement, hetwelk tot in den nacht aanhield.</p>
+
+<p>Napoleon zat voor zijn tent.</p>
+
+<p>Plots zag hij op verscheidene punten dikke en zwarte rookwolken
+opstijgen... Zij werden, bij tusschenpoozen, door flauwe schijnsels en
+daarna door vonken verlicht... Eindelijk stegen er hooge vuurkolommen
+van alle kanten op... Het was als een menigte van verschillende groote
+branden... De Keizer zag dit afgrijzelijk schouwspel met somber
+stilzwijgen aan... Dat kon onmogelijk de uitwerking der granaten zijn...
+Langzamerhand vereenigden zich die onderscheidene branden tot één groote
+vlam, die zich kronkelend ten hemel hief en heel Smolensk als in zich
+opnam: Er was geen twijfel meer aan of de Russen zelf hadden Smolensk,
+de Heilige stad, in brand gestoken.</p>
+
+<p>Omstreeks drie uur in den morgen sloop een onderofficier van <span xml:lang="fr">Davoust</span> tot
+aan den muur en waagde het, dien voorzichtig te beklimmen. Aangemoedigd
+door de stilte die er rondom hem heerschte, drong hij dieper de stad in.
+Zij bleek ledig en door de Russen verlaten.</p>
+
+<p>Nadat de Keizer hiervan kennis gekregen had rukte het leger op zijn
+gewone wijze de poorten binnen: met krijgsmuziek en oorlogspraal trok
+het over de rookende en bloedige ruïnen voort; zegevierende over die
+verlaten puinhoopen en slechts zichzelf tot getuige hebbend van zijn
+roem. Schouwspel zonder aanschouwers, overwinning bijna zonder winst,
+bloedige roem, waarvan de rook die het Fransche leger omringde, het
+<ins class="corr" id="corr38" title="Bron: treffenste">treffendste</ins> zinnebeeld was.</p>
+
+<p>Weer bleek dus de beslissende veldslag, dien Napoleon zoo vurig
+begeerde, hem als een schaduw ontglipt.</p>
+
+<p>Barclay, die in den nacht den weg naar Moscou was ingeslagen, werd
+echter door maarschalk Ney achterhaald. De Russen begrepen, wilden zij
+een veiligen aftocht hebben, dat hun achterhoede diende stand te houden,
+daar anders de Franschen hun den pas zouden afsnijden.</p>
+
+<p>Bij Walutina had daarop een treffen plaats. Napoleon hield het er voor,
+dat het niet meer dan een schermutseling worden zou. Hij zond den
+maarschalk dus enkel generaal Gudin ter hulp, terwijl hij zelf binnen
+Smolensk bleef. <span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a>Maar de schermutseling werd een kleine veldslag.
+Achtereenvolgens werden er van weerskanten dertig duizend man in
+betrokken. Vreeselijk was de verwoedheid, waarmee men aan beide zijden
+vocht en waaraan zelfs de invallende duisternis geen eind maakte.
+Eindelijk meester van de bergvlakte en uitgeput van bloedverlies, gaf
+Ney, die zich door dooden en stervenden omringd zag, bevel om met
+schieten op te houden. De Russen maakten van de duisternis van den nacht
+gebruik, om hun aftocht te bewerkstelligen. Zij oogstten evenveel roem
+met dien aftocht in, als de Franschen met hun zegepraal: want geen
+enkelen gewonde, geen enkel stuk geschut lieten zij achter.</p>
+
+<p>Gudin werd zwaar gekwetst binnen Smolensk gebracht, waar hij, ondanks de
+zorgen des Keizers, weldra aan zijn wonden stierf. De overwinning bij
+Walutina was duur gekocht.</p>
+
+<p>Den volgenden dag verscheen Napoleon zelf op het slagveld. Hij vond er
+de soldaten van Ney en die van de afdeeling Gudin, geschaard bij de
+lijken hunner makkers en die der Russen, omringd door half afgebroken
+boomen, op een door de strijders platgetreden en door kanonkogels
+geploegden grond, overdekt met overblijfsels van wapens, verscheurde
+kleederen, militaire gereedschappen, omvergeworpen wagens en verspreide
+ledematen. Want dit zijn de zegeteekenen van den oorlog! dit is de
+schoonheid van het veld der overwinning!</p>
+
+<p>De bataljons van Gudin schenen niet veel meer dan pelotons te zijn; zij
+toonden zich echter te hoogmoediger naar zij te meer verminderd waren;
+bij hen ademde men de lucht nog in der afgeschoten patronen en van het
+kruit, waarvan de grond doordrenkt, waarvan hun kleeren doortrokken en
+hun gezichten nog geheel zwart waren. De keizer kon hun gelederen niet
+langs gaan, zonder lijken te vermijden, of over te stappen; door de
+hevigheid van den schok bij den aanval, waren verscheidene bajonetten
+gekromd.</p>
+
+<p>Maar al deze afgrijselijkheden bedekte hij met roem. Zijn erkentenis
+herschiep dit veld des doods in een veld <span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a>van zegepraal, waar, gedurende
+eenige uren, slechts aan roem en voldane eerzucht werd gedacht.</p>
+
+<p>Hij gevoelde, dat het tijd was om zijn soldaten met zijn woorden en
+belooningen op te monteren. Nooit waren dan ook zijn blikken
+vriendelijker geweest; in zijn toespraak noemde hij dit gevecht het
+schoonste wapenfeit uit Frankrijks militaire geschiedenis; de soldaten,
+die hem aanhoorden, waren mannen, met wie men de wereld kon veroveren;
+de gesneuvelden heetten oorlogshelden, die een onsterfelijken dood
+gestorven waren. Aldus sprak hij, wel wetend dat, in het midden van die
+verwoesting, woorden over onsterfelijkheid indruk zouden maken.</p>
+
+<p>Glansrijk waren de belooningen, welke hij daarop uitdeelde.
+Zeven-en-tachtig bevorderingen en eereteekenen ontvingen de troepen van
+Gudin; het 127<sup>ste</sup> regiment dat nog geen standaard had, omdat men zijn
+vaandels op het slagveld moest verdienen, kreeg er een; eigenhandig
+reikte de Keizer het over. Ook het corps van Ney werd bedacht.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt, wiens regiment tot dit legercorps behoorde en die te
+Wilna reeds korporaal geworden was, ontving den graad van wachtmeester.
+Thans stond hij met Reinier Vermaat dus gelijk in rang; thans zou zijn
+beleediger, wanneer hij dezen nog eens ontmoeten mocht, het recht niet
+langer hebben hem zijn eisch te ontzeggen.</p>
+
+<p>Maar op 't oogenblik dacht Jakob Stargardt daar slechts vluchtig aan:
+Ondanks zichzelf was de jonge Hollander door de eerzucht-prikkelende
+toespraak des Keizers, diens erkentelijkheid jegens zijn dapperen, den
+vorm vooral waarin zij werd geopenbaard, geheel onder de betoovering van
+Napoleons machtige persoonlijkheid gekomen.</p>
+
+<p>De Keizer toch wist aan zijn belooningen, op zichzelf reeds groot, nog
+een hoogere waarde te geven, door de wijze waarop hij ze verleende: Hij
+liet zich achtereenvolgens van ieder regiment omringen als van een
+familie. Dan sprak hij met luider stem de officieren, onderofficieren en
+soldaten aan, hun naar de dappersten uit al die dapperen vragend om die
+terstond te kunnen <span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a>beloonen. De officieren wezen aan, de soldaten
+bevestigden, de Keizer keurde goed: aldus werden de verkiezingen
+oogenblikkelijk gedaan en met toejuichingen door de troepen bevestigd.</p>
+
+<p>Deze vaderlijke manieren, ze verrukten Jakob. Bovendien, nooit leverde
+een veld van overwinning een schouwspel op, dat meer geschikt was om in
+geestdrift te brengen: het geschenk van dien zoo wèl verdienden
+standaard, de praal van die bevorderingen, de vreugdekreten, de roem van
+die oorlogshelden, welke op de plaats zelf, waar hij behaald was, werd
+beloond, dat alles te zamen bracht Jakob Stargardt in een wondere
+geestvervoering.</p>
+
+<p>Maar die bedwelming hield spoedig op, toen de troepen van Ney weer
+naar Smolensk terug keerden. De weg toch werd hun bemoeilijkt door de
+tallooze overblijfselen van het gevecht; telkens ondervonden zij
+vertraging door de lange reeksen van gewonden, die zich voortsleepten of
+stadwaarts werden gedragen; en in Smolensk zelf ontmoetten zij karren
+vol afgezette ledenmaten, welke men ergens buiten de stad ging wegwerpen.</p>
+
+<p>Al die afgrijselijkheden van den oorlog ontnuchterden, bedroefden, ja
+verbitterden hem. Smolensk was slechts een reusachtig hospitaal en het
+hevig gekreun dat er uit opsteeg was sterker dan de jubelkreten om den
+behaalden roem, die in de velden van Walutina waren opgegaan.</p>
+
+<p>Door zijn moeder, die een half verwoest huis tot cantine had ingericht,
+werd hij met ontstuimige blijdschap ontvangen. Zij had reeds gehoord,
+dat er den vorigen dag bloedig gevochten was en ieder oogenblik
+gevreesd, het bericht van zijn dood te vernemen.</p>
+
+<p>'t Was er druk, in de cantine van moeder Jane, maar de kortstondige
+opwinding over de zegepraal bij Walutina was reeds voorbij en schier
+over niets werd gesproken dan over de ellende van het leger.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijn compliment, moeder Jane,&rdquo; zei de oude Ros: &bdquo;dat is andere
+brandewijn dan het bocht, dat ze hier te lande stoken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Geen wonder,&rdquo; zei een grenadier, &bdquo;ze stoken het <span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a>uit graan, met
+verdoovende planten vermengd. 'k Heb jonge soldaten gezien, totaal òp
+van honger en vermoeienis, die dachten dat dit goedje hen weer wat zou
+opmonteren. Maar wat wàs het? Krek de laatste fut ging er nog uit en
+slap, als verlamd, vielen zij neer.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat waren dan misschien nog de matigsten,&mdash;of de zwaksten!&rdquo;&mdash;zei Ros.
+&bdquo;Ik heb er ten minste gezien wie dat ontuig nog vrij wat slechter
+bekwam. Ze kregen oogenblikkelijk duizelingen, of raakten zóó verdoofd,
+dat ze niet meer stáán konden zelfs! In greppels en aan den wegkant
+gingen zij zitten, totaal versuft... En dan zàg je als 't ware de dood
+over ze komen... zoo in ééns maar, zonder gekreun, zonder een zucht....
+ffúút!!.... 't was gebeurd!...&rdquo;</p>
+
+<p>Toen kwam het gesprek op het groot aantal gekwetsten.</p>
+
+<p>&bdquo;Eén ding helpt,&rdquo; zei de grenadier: &bdquo;er is hier ten minste geen gebrek
+aan hospitalen, zooals in Wilna.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; bevestigde moeder Jane, &bdquo;vijftien steenen gebouwen, die niet
+verbrand waren, hebben ze daarvoor ingericht; zelfs Fransche brandewijn,
+wijn en geneesmiddelen zijn er gevonden...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu ja, dat mag zoo wezen,&rdquo; meende een lansier, &bdquo;maar toch is er van
+niets genoeg! Zóóveel geblesseerden, daar is dan ook geen helpen aan! De
+wondheelers werken dag en nacht door, maar verbeeld je, met den tweeden
+nacht al was er niets meer over om de gekwetsten te verbinden! In plaats
+van linnen gebruikten ze toen maar de perkamenten uit de archieven tot
+spalken en verbanden; en als pluksel namen zij uitgeplozen touw.<ins class="corr" id="corr39" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;En dan moet je nog weten,&rdquo; zei een korporaal die juist binnen gekomen
+was, &bdquo;dat ze een geheel hospitaal drie dagen lang vergeten hadden!
+Toevallig heb ik het van morgen ontdekt, doordat ik van 't eene
+hospitaal in het andere naar een vermisten vriend liep te zoeken.
+Eindelijk vond ik hem dáár, half uitgehongerd, te midden van stervenden
+en dooden, in een afschuwelijken stank. Aan maarschalk Rapp, dien ik
+toevallig tegenkwam, heb ik dadelijk mijn ontdekking verteld en toen is
+er onmiddellijk <span class="pagenum" title="91"></span><a id="p_91"></a>verpleging gekomen. De Keizer stuurde zelfs zijn eigen
+wijn, om onder die ongelukkige stakkers uit te deelen, voor zoover ze
+ten minste nog niet bezweken waren.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is de ellendigste oorlog dien ik ooit meegemaakt heb,&rdquo; zuchtte Ros:
+&bdquo;Lijken en gewonden bij duizenden en toch geen enkele groote veldslag!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; gromde een andere oudgediende, &bdquo;we hebben nog niets veroverd dan
+verbrande en leeggeplunderde steden en dorpen. Van buit is geen sprake!
+We bezitten op 't oogenblik niets dan wat we zelf hebben meegebracht!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar als we dan tòch alles uit Frankrijk naar Rusland moesten sleepen,&rdquo;
+zei de grenadier, &bdquo;waarom ons dan maar niet liever in Frankrijk
+gelaten?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Acht honderd mijlen hebben ze ons nu al af laten leggen,&rdquo; verklaarde de
+korporaal; &bdquo;en dat waarvóór? Om ten leste niets anders te vinden dan
+modderig water, hongersnood en bivakken op asch en puin!&rdquo;</p>
+
+<p>In dien geest werd niet enkel in de cantine van moeder Jane, maar schier
+overal onder de soldaten geprutteld.</p>
+
+<p>Doch ook verscheidene generaals waren reeds ontevreden.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat geeft het,&rdquo; morden zij, &bdquo;dat de Keizer ons rijk gemaakt heeft, als
+we er tòch geen genot van kunnen hebben; dat hij ons uitgehuwd heeft,
+als we verwijderd van onze vrouwen moeten leven; dat hij ons paleizen
+heeft geschonken, als we toch ver van ons land, op den blooten grond
+moeten huizen en vernachten? Welhaast zal Europa niet meer voldoende
+zijn voor zijn heerschzucht en zal hij ons naar Azië laten trekken!&rdquo;</p>
+
+<p>Napoleon zelf was al evenmin goed gestemd.</p>
+
+<p>Op het slagveld scheen de vervoering zijner soldaten hem te hebben
+meegesleept. Doch van Walutina weer naar Smolensk terugkeerend onder een
+steeds drukkender hitte, terwijl zijn rijtuig door het schrikwekkend
+aantal gewonden slechts langzaam voort kon gaan, was spoedig de
+ontgoocheling gevolgd. Toen hem daarop weldra bleek, <span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a>dat het Russische
+volk, door zijn overheden en priesters misleid, den brand van Smolensk
+aan hèm toeschreef en overal met het wijkende leger meevluchtte, begon
+de Keizer te weifelen in zijn besluit, om den veldtocht voort te zetten.</p>
+
+<p>Doch de hoop, door de verovering van Moscou Keizer Alexander tot den
+vrede te dwingen, dreef Napoleon, na een verblijf van zeven dagen, ook
+weer uit Smolensk, verder en verder, zijn verderf te gemoet.</p>
+
+<p>Moeilijk bleek de weg, geweldig de hitte, zeer onvoldoende de verpleging
+in die zoo goed als waterlooze, onafzienbare vlakten, welke het Fransche
+leger thans door moest. Ontzettend was dan ook de ellende, geleden door
+mensch en dier. En dan de steden die werden gepasseerd! Ze bleken alle
+grootendeels door de inwoners verlaten, half verbrand en in puinhoopen
+veranderd.</p>
+
+<p>Toch werd de marsch onafgebroken voortgezet, en tegen den 5<sup>den</sup>
+September naderde de dagelijks zwakker wordende hoofdmacht het dorp
+Borodino, aan den grooten weg naar Moscou.</p>
+
+<p>Alles wees er op, dat het hier eindelijk tot een grooten slag zou komen.</p>
+
+<p>Bij het Russische volk had de oorlog, zooals Alexander's veldheeren dien
+voerden, een algemeene ontevredenheid verwekt. Het welberekend
+terugtrekken kwam de menigte voor als een smadelijke, doemwaardige
+vlucht, inzonderheid omdat daardoor de heilige stad Moscou van dag tot
+dag grooter gevaar liep, den vijand in handen te vallen. Om het volk tot
+nog grootere opofferingen bereid te maken, snelde Keizer Alexander zelf
+naar de Czarenstad en sprak van het Kremlin zijn verzamelde onderdanen
+toe, die, door zijn treffende woorden ontvlamd, de duurste eeden
+zwoeren, dat zij alles geven, alles verlaten, alles ten offer brengen
+zouden om &bdquo;den tiran der volken en van den godsdienst&rdquo; te vernietigen.
+Tegelijkertijd werd de oude veldmaarschalk en lieveling des volks, de
+sluwe en vaderlandslievende Kutusof met het legercommando belast, daar
+Barclay de Tolly het algemeen vertrouwen had verloren. Kutusof
+gehoorzaamde de stem der natie <span class="pagenum" title="93"></span><a id="p_93"></a>en van zijn Keizer en besloot, ten einde
+Moscou te behouden, een veldslag te wagen. Bij Borodino zouden alzoo de
+Russen, met den moed der vertwijfelde vaderlandsliefde, den toegang tot
+hun hoofdstad verdedigen. Langs de steile hellingen van het riviertje
+dat zich door het landschap kronkelde, tegen de heuvelranden, tusschen
+de boomgroepen en in de vlakte, overal wierpen zij hun verschansingen op
+en maakten zich tot verdediging tegen den aanval der Fransche armee
+gereed.</p>
+
+<p>De veldslag die hier den 7<sup>den</sup> September plaats had, was dan ook een
+der bloedigste in de gansche wereldgeschiedenis.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Negende"></a>Negende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Afgunst en wrok.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Napoleon had de overwinning behaald. Maar welk een overwinning! Te duur
+gekocht, om zoo onvolledig te zijn. In de naaste omgeving des Keizers
+betreurde ieder den dood van een vriend, een bloedverwant, een broeder:
+want de aanzienlijksten waren gevallen. Drie-en-veertig generaals waren
+gesneuveld of gekwetst. Meer dan zeventigduizend man van beide kanten,
+dood of gewond, bedekten het slagveld. Op de veroverde schansen lagen
+meer dooden dan er levenden stonden. Allen die de Keizer bij zich had
+laten roepen, hoorden hem over de overwinning spreken&mdash;en zwegen. Maar
+hun houding, hun naar den grond gerichte oogen, hun stilzwijgen waren
+niet sprakeloos.</div>
+
+<p>De Russen bleken in den nacht te zijn afgetrokken. Kutusof was tot de
+inzichten van Barclay overgegaan en <span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a>had de verdediging van Moscou
+opgegeven, overtuigd dat de oude Czarenstad het graf van het Fransche
+leger worden zou en dat hij heel wat bloed zou gespaard hebben, wanneer
+hij van den aanvang af Barclay's raad gevolgd had.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen bezocht Napoleon het slagveld. Nooit wellicht was
+er een, dat afgrijselijker gezicht opleverde. Alles liep te zamen: een
+donkere lucht, een koude regen, een hevige wind, de omliggende woningen
+in asch, een verwoeste vlakte bedekt met overblijfselen en puin, aan den
+gezichteinder het sombere groen der denneboomen, overal soldaten die
+tusschen de lijken dwaalden en eenig voedsel zochten, tot zelfs in de
+ransels hunner gesneuvelde metgezellen; doodsche bivakken; geen gezang
+meer, geen verhalen; een treurige stilzwijgendheid.</p>
+
+<p>Bij de monstering zijner troepen zag de Keizer het overschot der
+officieren en onderofficieren en eenige soldaten rondom de standaarden,
+nauwelijks genoeg om het vaandel te beschermen. Hun kleeren waren met
+bloed bevlekt, verscheurd door de verwoedheid van den strijd en zwart
+van den kruitdamp. Een enkele maal hoorde men het oude &bdquo;Leve de
+Keizer!&rdquo;&mdash;; echter zeer zeldzaam en zonder gloed.</p>
+
+<p>In en bij de schansen lagen de dooden op hoopen! Men begon de gekwetsten
+op te nemen en ze te vervoeren naar het groote klooster van Kolotskoï.
+Er waren er twintig duizend. Men vond ze vooral in de diepten der droge
+stroombeddingen, in welke de meeste der Franschen waren neergestort en
+waar verscheidene zich naar toe gesleept hadden om meer beveiligd te
+zijn voor den vijand en voor de stormvlagen. Sommigen spraken kermend
+den naam van hun vaderland uit of van hun moeder; dit waren de jongsten.
+De oudsten wachtten den dood met een gevoelloos of stuiptrekkend gelaat,
+zonder te klagen of om hulp te roepen; anderen verzochten, dat men hen
+oogenblikkelijk doodde; maar men ging die ongelukkigen haastig voorbij,
+terwijl men noch het nuttelooze medelijden had hun bijstand te bieden,
+<span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a>noch het wreede mededoogen hen af te maken.</p>
+
+<p>De opperste heelmeester, dokter Larray, had uit alle regimenten helpers
+betrokken. De veldhospitalen waren aangekomen, maar alles was
+ontoereikend. Daarbij had hij hoegenaamd geen troepen om de
+hoogstnoodzakelijke dingen uit de omliggende dorpen te gaan halen.</p>
+
+<p>Zóó verwoed was er aan beide zijden gevochten, dat men niet meer dan
+achthonderd gevangenen had gemaakt.</p>
+
+<p>Het Hollandsche regiment huzaren waar Jakob Stargardt toe behoorde, op
+een onverantwoordelijke wijze zonder ondersteuning aangevoerd tegen de
+batterijen der Russische achterhoede en door drie regimenten
+vijandelijke ruiterij omsingeld, was versmolten tot zes-en-veertig
+weerbare manschappen. Een paar dagen later werd het weer wat aangevuld
+door een gedeelte der versterkingstroepen van den linkervleugel, welke,
+na den overtocht van den Niemen, tot de Duna was voortgedrongen.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt had, bij deze reorganisatie, zijn aanstelling tot
+ritmeester ontvangen.</p>
+
+<p>Na aan zijn escadron voorgesteld te zijn trad hij op den pas
+gearriveerden wachtmeester toe, teneinde nader kennis te maken.</p>
+
+<p>Eensklaps deed hij een stap achteruit. Ook de ander deed een stap
+achterwaarts. Het bleek Reinier Vermaat, die met een gezichtsuitdrukking
+vol haat en afgunst tegenover hem stond.&mdash;Een oogenblik staarden beiden
+elkander diep in de oogen; toen ging ritmeester Stargardt met een lichte
+buiging voorbij.</p>
+
+<p>Nog dienzelfden morgen kwamen beiden opnieuw met elkander in aanraking.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik had niet gedacht, dat het noodlot ons zoo spoedig en op deze manier
+bij elkaar zou brengen, mijnheer,&rdquo; begon de ritmeester.</p>
+
+<p>&bdquo;De <i>surprise</i> is stellig voor u aangenamer dan voor mij, ritmeester,&rdquo;
+antwoordde Reinier stug.</p>
+
+<p>&bdquo;U vergist u, mijnheer!&mdash;de <i>surprise</i> is mij volstrèkt niet aangenaam:
+de veete die tusschen ons bestaat, maakt <i>mijn</i> positie onaangenamer dan
+de uwe.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a></p>
+
+<p>De ander haalde de schouders op.</p>
+
+<p>&bdquo;Luister! mijnheer Vermaat,&rdquo; zei Jakob Stargardt. &bdquo;Wanneer u even aan
+ons laatste onderhoud te Koningsbergen terug wilt denken dan zult u
+weten, dat u mij bij die gelegenheid allergrievendst beleedigd heeft en
+het nog erger maakte, door spottend mijn uitdaging van de hand te
+wijzen. Ik zwoer toen, nietwaar?&mdash;mij te zullen wreken en het was mijn
+vaste voornemen, eenmaal met u gelijk te worden en dan een bloedige
+voldoening van u te eischen. Ik heb mijn doel al voorbij gestreefd: het
+lot heeft mij op een zonderlinge manier begunstigd. De rollen zijn nu
+omgekeerd,&mdash;maar de enkele maanden van dezen rampzaligen veldtocht, al
+de jammer en ellende die ik van Wilna tot Borodino om mij heen heb
+gezien, hebben mij tot andere en betere gedachten gebracht.&mdash;&mdash;De haat
+en de wraakzucht zijn verdwenen. Wel zwoer ik mij te zullen
+wreken,&mdash;maar het <i>schènden</i> van zoo'n eed is, geloof ik, beter en
+christelijker dan dien nà te komen. Daarom, laat ons trachten het
+gebeurde te vergeten,&mdash;laat ons weer vrienden zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>De ritmeester maakte een beweging om den ander de hand te reiken, maar
+deze verried niet de minste gezindheid om dat verzoeningsblijk te
+beantwoorden. Hij bleef met strakken blik zijn chef aanstaren en trok
+zoo mogelijk zijn stuursch gelaat in nog stuurscher plooi.</p>
+
+<p>&bdquo;Het schijnt,&rdquo; zei de ritmeester, terwijl zijn gezicht opeens vuurrood
+werd,&mdash;&bdquo;het schijnt dat <i>ik</i> de beleediger was en dat <i>u</i> het recht hebt
+voldoening te eischen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ritmeester, u heeft me indertijd bedreigd, en dien blaam mag ik niet op
+mij laten rusten. Wat zouden mijn kameraden van mij denken als zij
+morgen hoorden, wat er vroeger tusschen ons is voorgevallen,&mdash;wat u toen
+tegen mij gezegd hebt&mdash;en hoe wij nu die zaak bijgelegd hebben? Neen, ik
+ben u voldoening verschuldigd, dus zal ik u die geven...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Genoeg, mijnheer,&mdash;ik begrijp u volkomen. Ik zal u daarom een pijnlijke
+bekentenis sparen en u ronduit zeggen wat er in u omgaat: 't Is enkel
+<i>wangunst</i> dat u zoo kunt spreken! <i>Ik</i>, uw vroegere ondergeschikte, ben
+<span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a>thans uw ritmeester, en dàt, nietwaar mijnheer, dat stéékt u! <i>U</i> had
+ritmeester moeten zijn, of hóóger liefst! Het spijt me voor u&mdash;maar, het
+<i>is</i> nu eenmaal niet anders.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Niet onmogelijk, dat u de waarheid spreekt,&rdquo; antwoordde Vermaat,&mdash;&bdquo;de
+Keizer schijnt nu eenmaal meer op te hebben met zoons van marketentsters
+en zoetelaars dan met jonge mannen uit den koopmansstand...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Foei, mijnheer Vermaat,&rdquo; zei Jakob Stargardt, &bdquo;schaam u! Ik dacht dat
+een braaf en fatsoenlijk Amsterdammer zich nooit zóó ver door wangunst
+kon laten meesleepen! Maar omdat het dienen onder den <i>zoon van een
+marketentster</i>, in wien u tevens uw vijand ziet, u stellig bijzonder
+zwaar moet vallen, raad ik u ernstig aan, om overplaatsing naar een
+ander escadron te vragen;&mdash;ik zal uw verzoek ondersteunen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Men zou kunnen denken dat ik u vrees,&rdquo; antwoordde de onhandelbare
+Reinier,&mdash;&bdquo;dáárom wilde ik liever blijven,&mdash;hoewel ik om de eer blijf
+solliciteeren, die u mij hebt toegezegd toen ik nog uw wachtmeester
+was:&mdash;U herinnert u?...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zeer goed!&rdquo; zei de ritmeester koel.&mdash;&bdquo;Maar die eer kan ik u op 't
+oogenblik niet bewijzen. We staan tegenwoordig aanhoudend tegenover den
+vijand: wij kunnen er nu niet aan denken, personeele veeten te
+vereffenen. Na den veldtocht ben ik tot uw dienst.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dus zal ik eerst nog de eer genieten, gedurende de campagne door u
+gekommandeerd te worden? Dat zal een voordeelige campagne voor mij
+zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ei zoo, mijnheer!&mdash;Gelooft u, dat ik mij wreken zou door u onrecht te
+doen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo'n gemakkelijke gelegenheid om u te wreken zou u voorbij laten
+gaan?&rdquo; zei Reinier met een medelijdend lachje.</p>
+
+<p>&bdquo;Naar welken maatstaf beoordeelt u zoons van marketentsters, mijnheer
+Vermaat?&rdquo; vroeg de ritmeester, hem strak in de oogen ziend. &bdquo;Niet naar u
+zelf, is 't wel? Want de familie Vermaat bleek mij altoos veel te nobel
+om lafhartig wraak te kunnen uitoefenen.<ins class="corr" id="corr40" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Reinier beet zich op de lippen. Hij wist niets te <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>antwoorden en maakte
+zich gereed om heen te gaan.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik twijfel niet, mijnheer,&rdquo; zei de ritmeester ten slotte,&mdash;&bdquo;of u zult u
+in den dienst niet over mij te beklagen hebben. En evenzeer staat het
+bij mij buiten twijfel, of <i>ik</i> zal ten opzichte van <i>u</i> even tevreden
+zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij boog, en Reinier vertrok.</p>
+
+<p>Niet lang daarna kreeg de koning van Napels, Napoleons zwager, Murat,
+eindelijk verlof om met de cavalerie den terugtrekkenden vijand na te
+zetten.</p>
+
+<p>Tot bij Mohaisk werd de Russische achterhoede vervolgd. Toen Murat
+Mohaisk zag, waande hij zich er meester van en zond zijn adjudant naar
+den Keizer, om hem te zeggen, dat hij er kon overnachten. Maar de
+Russische achterhoede had stand genomen voor de muren van die stad,
+waarachter men het geheele overschot van het vijandelijke leger op een
+hoogte bespeurde. Een schermutseling kostte den Franschen weer eenig
+volk; ook een hunner generaals werd gekwetst. Men durfde, om de
+nabijheid van het Russische leger, niet verder te gaan en Murat was
+genoodzaakt, vóór de stad te overnachten.</p>
+
+<p>Hij had zijn volk kunnen sparen, want den volgenden morgen vond hij de
+poorten open en de Russische achterhoede, die de stad verlaten had, op
+de hoogten. Hij trok Mohaisk binnen, maar vond er inwoners noch
+levensmiddelen; wèl dooden, die men uit de vensters wierp, om er zelf te
+kunnen verblijven, en gekwetsten, die men op één plaats bij elkander
+bracht. Terwille van die gekwetsten hadden de Russen de houten stad niet
+durven verbranden, maar nauwelijks trokken de Franschen binnen, of ze
+werden door den vijand met eenige granaten ontvangen, die een gedeelte
+der huizen, met de ongelukkigen die er in waren achter gelaten,
+vernielden.</p>
+
+<p>Reeds den anderen morgen werd de vervolging van den vijand weer
+voortgezet en te Krimkoïé viel Murat verwoed op het leger van Kutusof
+aan, waarbij hij echter, geheel noodeloos, twee duizend man verloor.</p>
+
+<p>Ook bij Zelkowo had het maar weinig gescheeld of het Fransche leger zou
+opnieuw een gevoelig verlies <span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a>geleden hebben. Hier echter redde het
+elfde regiment huzaren, door zijn moedig stand houden onder het
+moorddadig vuur des vijands, de brigade waartoe het behoorde, toen deze
+plotseling volkomen door het Russische leger omsingeld bleek geraakt.</p>
+
+<p>'t Was op een der volgende dagen, even na zonsondergang, dat een groepje
+van vier personen zich gezellig bij elkander had gevoegd onder een afdak
+van stroo, opgezet in de luwte van enkele zware boomen. Een hunner
+haalde van onder een strooleger een kleine mand te voorschijn, waarvan
+hij den inhoud op den grond uitstalde.</p>
+
+<p>&bdquo;Te deksel!&rdquo;&mdash;zei een oude wachtmeester met het eerelegioen,&mdash;&bdquo;zouden we
+den Keizer niet te dineeren vragen!&mdash;'t Is een waar feestmaal, dat
+Vermaat voor ons aanricht. Hoe ter wereld kom je aan al die heerlijke
+zaken: ham, brood, worst?&mdash;En die flesschen zien er zoo eerwaardig uit
+als hadden ze hun <ins class="corr" id="corr41" title="Bron: hondersten">honderdsten</ins> verjaardag gevierd... Zeg
+Vermaat, wie is je leverancier?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is de bewaarder van het halfverwoeste kasteel daarginds;&mdash;maar de
+goeie man is mijn leverancier geweest tegen wil en dank, natuurlijk.
+Maar oneindig veel meer heeft hij aan den Keizer moeten afstaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan behoeven we Zijne Majesteit niet te inviteeren,&rdquo; zei een jonge
+korporaal,&mdash;<ins class="corr" id="corr42" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>maar we konden toch wel iemand anders
+noodigen&mdash;bijvoorbeeld den ritmeester.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, dat moesten we doen!&rdquo; riepen de anderen, behalve Vermaat.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat zegt de gastheer ervan?&rdquo; vroeg de <ins class="corr" id="corr43" title="Bron: onde">oude</ins> wachtmeester.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ben er tegen,&rdquo; antwoordde Vermaat.</p>
+
+<p>&bdquo;Je bent de eenige van het geheele escadron, die niet met onzen chef is
+ingenomen,&mdash;wat heb je toch tegen hem?<ins class="corr" id="corr44" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> vroeg een fourier, de
+vierde van het clubje.</p>
+
+<p>&bdquo;Vraag dat maar eens aan de anderen;&mdash;ik heb het hun verteld,&rdquo;
+antwoordde Vermaat, terwijl hij een flesch open trok.</p>
+
+<p>&bdquo;Och, oude nesterijen!&rdquo; zei de grijze wachtmeester schouder-ophalend.
+&bdquo;Maar de ritmeester handelt verstandiger <span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a>dan jij, Vermaat;&mdash;hij toont,
+dat hij 't geen vroeger tusschen jullie is voorgevallen, vergeten en
+vergeven heeft.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wie zègt je, dat hij vergeten heeft?&rdquo; vroeg Reinier.</p>
+
+<p>&bdquo;Hij is toch immers altijd even beleefd tegen je.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat bewijst niemendal! Ik heb de overtuiging, dat die beleefdheid maar
+een masker is. 'k Wou de rapporten wel eens zien, die hij over mij
+uitbrengt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hij kan niet anders dan goeds van je zeggen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Weet jij, wat een ander achter je rug van je zegt?&rdquo; vroeg Reinier
+eenigszins bits.</p>
+
+<p>&bdquo;De ritmeester is de man niet om u iets na te geven, dat hij u niet in
+'t gezicht durft zeggen,&rdquo; bracht de jonge korporaal, die bij
+ondervinding sprak, in het midden.</p>
+
+<p>&bdquo;Nieuwe bezems vegen schoon,&rdquo; zei Reinier met een medelijdend
+schouder-ophalen.&mdash;<ins class="corr" id="corr45" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Wij zullen zien, mijneheeren.<ins class="corr" id="corr46" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>Reinier wilde juist zijn glas aan de lippen brengen, toen Ros, die
+Stargardts oppasser geworden was, aankwam en zich, salueerend, tot den
+gastheer richtte met de boodschap:</p>
+
+<p>&bdquo;Commandant, de ritmeester wou u graag even spreken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Verduiveld!...&rdquo; riep Reinier, niet in staat een opwelling van drift te
+bedwingen.&mdash;&bdquo;'t Is goed!&rdquo; zei hij tegen den huzaar, die daarop
+rechtsom-keert maakte en aftrok.</p>
+
+<p>&bdquo;Mijneheeren,&mdash;gaat uw gang!&mdash;Ringsma,&rdquo;&mdash;dit gold den korporaal, &bdquo;wil
+jij de <i>honneurs</i> voor mij waarnemen? Ik kom zoo spoedig mogelijk
+terug.&rdquo;</p>
+
+<p>Na verloop van een klein half uur kwam Reinier weer bij het drietal en
+ging, zonder een woord te spreken, zijn plaats weer innemen.</p>
+
+<p>&bdquo;Te deksel&mdash;wat zie ik?&rdquo; riep eensklaps de oude wachtmeester.</p>
+
+<p>De anderen keken op en deden gelijktijdig een uitroep van verrassing.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="101"></span><a id="p_101"></a></p>
+
+<p>Vermaat zat ernstig en bleek voor zich te staren: op zijn borst prijkte
+het vijf-armig kruis van het eere-legioen.</p>
+
+<p>Allen reikten den nieuwen legionaris de hand, om hem geluk te wenschen;
+maar Reinier Vermaat bleef ernstig, zelfs somber, voor zich zitten
+staren.</p>
+
+<p>&bdquo;Het schijnt, amice, dat je niet bijzonder opgewonden bent,&rdquo; sprak de
+fourier, wiens grootste illusie het was, gedecoreerd te worden.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat ik het aan hèm te danken heb&mdash;dat hindert me,&rdquo; zei Vermaat en
+schonk zijn glas vol, dat hij vervolgens in één teug ledigde.</p>
+
+<p>&bdquo;Je ziet nu, dat je den man ten onrechte verdacht hebt,&rdquo; sprak de oude
+wachtmeester.&mdash;&bdquo;Hij heeft op een ridderlijke manier jullie wederzijdsche
+rekening vereffend.&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier schonk zich opnieuw in, dronk wéér zijn glas in één teug leeg en
+schoof toen de flesch verder.</p>
+
+<p>&bdquo;De gezondheid van den nieuwen legionaris!&rdquo; riep de wachtmeester, zijn
+glas opheffend.</p>
+
+<p>Gedurende een half uur werd er nu niet veel anders gedaan dan gegeten en
+gedronken; vervolgens werden de pijpen opgestoken, terwijl de flesch
+bleef rondgaan.</p>
+
+<p>&bdquo;En vertel ons nu eens, Vermaat, hoe de ritmeester je het kruis heeft
+overhandigd;&mdash;heeft hij niets gesproken?&rdquo; vroeg de fourier.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat wil ik jullie in een paar woorden wel even zeggen. Toen ik
+binnenkwam wees hij me met een vrij stuursch gezicht een stoel en ging
+tegenover mij zitten. &bdquo;Mijnheer,&rdquo; zei hij,&mdash;&bdquo;ik heb een aangename
+tijding voor u.&rdquo;</p>
+
+<p>Ik boog; maar ik was al dadelijk hoogstverwonderd.</p>
+
+<p>&bdquo;De Keizer heeft u benoemd tot ridder van het legioen van eer. Mag ik u
+geluk wenschen en u meteen de insigniën der orde overhandigen. De
+omstandigheden laten niet toe, dit op 't oogenblik met de gebruikelijke
+ceremoniën te doen: u had de decoratie moeten ontvangen te gelijk met de
+anderen, maar een verzuim aan het hoofdkwartier is de reden, dat het
+achteraan komt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Is het mij vergund u te vragen, aan wien ik die onderscheiding
+verschuldigd ben?&rdquo; zei ik.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Aan u zelf, mijnheer,&rdquo; was zijn antwoord.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ù hebt me toch zeker voorgedragen, ritmeester.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Natuurlijk&mdash;wie anders?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar ik dacht dat we vijanden waren?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik weet ook niet beter, maar wat doet dit tot uw voordracht af?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Zóóveel,&rdquo; antwoordde ik, &bdquo;dat ik zeer verwonderd ben; ik had mij iets
+heel anders voorgesteld.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;U schijnt teleurgesteld,&rdquo; zei hij.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ben thans uw schuldenaar,&mdash;en dat hindert me.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;U vergist u,&mdash;u bent mijn schuldenaar volstrekt niet, ik ben in zeker
+opzicht de uwe, daar u het mij zoo gemakkelijk gemaakt heeft u te
+toonen, dat ik jegens u de billijkheid niet uit het oog zou
+verliezen.&rdquo;<ins class="corr" id="corr47" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p>&bdquo;Nobele kerel!&rdquo; riep de fourier enthousiast.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar, mijneheeren&mdash;wat moet ik nu doen?&rdquo; riep Reinier, die tamelijk
+veel had gedronken en op wien de wijn nimmer een vervroolijkenden
+invloed uitoefende.&mdash;&bdquo;Wat moet ik doen? Want ronduit gezegd,&mdash;nu voel ik
+pas, dat ik den man, die mij in mijn eigen oogen vernederd heeft, meer
+haat dan ik ooit gedaan heb.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, kom!&rdquo; zei de oude wachtmeester afkeurend.</p>
+
+<p>&bdquo;Je weet niet wat het is,&rdquo; riep Vermaat driftig,&mdash;&bdquo;op die manier te
+worden getergd en geprikkeld; ik was veel liever met arrest
+gestraft&mdash;dan had ik ten minste mij kunnen beklagen, terwijl hij mij nu
+den mond gestopt heeft...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;St! St!&rdquo; klonk het afkeurend van de anderen.</p>
+
+<p>&bdquo;Wat!&rdquo; riep de legionaris, zich al meer opwindend, &bdquo;wat!&mdash;die
+decoratie!&mdash;ze heeft voor mij geen waarde...!&rdquo;</p>
+
+<p>Allen sprongen overeind, en tegelijk verscheen aan den ingang van de
+hut&mdash;ritmeester Stargardt.</p>
+
+<p>Een poos stonden de vier krijgslieden zwijgend bij elkaar. De maan
+scheen helder aan den met sterren bezaaiden hemel, zoodat zij elkanders
+gelaatstrekken even duidelijk konden waarnemen als was het helder dag.
+De ritmeester zag ernstig en nadenkend. Vermaat, <span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a>zoo meteen nog rood en
+opgezet, van drift niet minder dan van den wijn, was nu bleek en er lag
+iets zorgelijks in zijn trekken. Had zijn vijand zijn uitroep
+gehoord?&mdash;Dan was zijn loopbaan misschien voor altijd bedorven: de
+Keizer vergaf zoo iets nooit.</p>
+
+<p>&bdquo;Goeden avond, heeren!&rdquo; groette de ritmeester. &bdquo;Neem me niet kwalijk,
+dat ik u een oogenblik stoor. Maar, wachtmeester Vermaat, zou ik u nog
+éven mogen spreken?&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier volgde zijn chef, die zich enkele schreden buiten het afdak met
+hem verwijderde.</p>
+
+<p>&bdquo;U bent onvoorzichtig geweest,&rdquo; fluisterde hij toen zacht. &bdquo;U spreekt te
+hard, en er zijn daar geen muren waarbinnen het geluid blijft
+opgesloten. U weet heel goed, dat uw ondoordachte woorden u groote
+onaangenaamheden zouden kunnen bezorgen;&mdash;maar wij zijn vijanden&mdash;daarom
+moet ik in dit geval doen, als had ik <i>niets</i> gehoord.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij groette en vervolgde zijn wandeling.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is nu zeker, wat ze, geloof ik, een &bdquo;edelmoedig vijand&rdquo; gelieven te
+noemen,&rdquo; mompelde Vermaat woedend. &bdquo;Bah, wat een onverdrágelijk ras!&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Tiende"></a>Tiende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">In de oude hoofdstad der Czaren.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Den 14<sup>den</sup> September was Napoleon met de voorhoede van zijn leger tot
+op weinige mijlen het groote Moscou genaderd.</div>
+
+<p>Hij reed langzaam en met omzichtigheid voort. Alle bosschen en ravijnen
+voor zich uit liet hij onderzoeken, <span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a>de toppen van alle heuvels deed hij
+bestijgen, of men het vijandelijke leger ook ontdekken mocht. Hij
+verwachtte een veldslag: de grond was er geschikt voor; er bleken zelfs
+verschansingen op afgeteekend, maar alles was blijven liggen en men
+ondervond niet den geringsten tegenstand.</p>
+
+<p>Eindelijk kwam men aan de laatste hoogte. Het was de Berg der
+Begroeting, aan Moscou grenzend en zoo genoemd, omdat de inwoners, van
+zijn kruin hun heilige stad ziende, zich knielend nederbogen en een
+kruis maakten.</p>
+
+<p>Spoedig waren de scherpschutters op den top en daar zagen zij Moscou aan
+hun voeten; Moscou, de stad der gulden koepeldaken, onmetelijke
+verzameling van tweehonderd vijf-en-negentig kerken en vijftien honderd
+kasteelen, met hun tuinen en bijgebouwen, zonderling vermengd met houten
+huizen en hutten zelfs, alles over een oneffen grond verspreid. Zij
+vormden een groep rondom een hooge citadel van een halve mijl in omtrek,
+die zelf weer verscheidene paleizen, verscheidene kerken en onbebouwde
+tusschenruimten in zich besloot, met daar omheen een onmetelijke bazaar,
+stad van kooplieden, waarin de vereenigde rijkdommen van vier
+werelddeelen schitterden. Die gebouwen, die paleizen, ja die winkels,
+waren alle met gepolijst en gekleurd ijzer bedekt en de kerken hadden
+platte daken en onderscheidene torens, uitloopend in vergulde bollen, al
+hetwelk aan de stad een Oostersch voorkomen gaf.</p>
+
+<p>Het was twee uur in den middag; de zonnestralen deden de oude Czarenstad
+glanzen en schitteren van duizenden kleuren.</p>
+
+<p>&bdquo;Moscou! Moscou!&rdquo; jubelden de soldaten, en verrukt bleven zij staan,
+want het was hun, of daar een Koningsstad uit een sprookje aan hun
+voeten lag, of een der wonderen uit de &bdquo;Duizend en één Nacht,&rdquo; die zij
+in hun kindsheid gelezen hadden, plotseling voor hun verbaasde oogen tot
+werkelijkheid was geworden.</p>
+
+<p>Toen verhaastte een ieder zijn marsch, ijlde in wanorde aan en juichend
+herhaalde heel het leger: &bdquo;Moscou! Moscou!&rdquo; zooals voor eeuwen de
+Kruisvaarders onder <span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a>Godfried van Bouillon &bdquo;Jeruzalem! Jeruzalem!&rdquo;
+hadden uitgeroepen.</p>
+
+<p>Ook Napoleon zelf was toegesneld, ook hem trof dat gezicht.</p>
+
+<p>&bdquo;Ziedaar dan eindelijk die vermaarde stad!&rdquo; riep hij verheugd. Maar
+onmiddellijk liet hij er op volgen: &bdquo;Het werd tijd!&rdquo;</p>
+
+<p>Doch heerlijk mochten de vergulde koepeldaken in het zonlicht flonkeren,
+verrukt mocht de Keizer dit panorama der uitgestrekte, half Oostersche
+hoofdstad overzien, tevergeefs wachtte hij op het openen der poorten, op
+de komst van afgevaardigden, die de bevolking, den senaat, den adel met
+hun schatten aan zijn voeten zou voeren.</p>
+
+<p>Een zekere ongerustheid begint hem te kwellen. Reeds ziet hij, op zijn
+linker- en rechtervleugel, prins Eugenius en Poniatowsky ongedeerd de
+vijandelijke stad omtrekken. Murat bereikt reeds haar poorten en nòg
+geen ambassade; slechts een Russisch luitenant, die hem op hoogen toon
+dreigt, dat zijn generaal de stad in brand zal steken, wanneer men aan
+de achterhoede den tijd niet laat, om haar te ontruimen.</p>
+
+<p>Napoleon staat alles toe.</p>
+
+<p>De voorhoede van het Fransche leger en de achterhoede van het leger der
+Russen ontmoeten elkander zonder het lossen van ook maar een enkel
+schot. Ondertusschen loopt de dag ten einde en Moscou blijft somber,
+stilzwijgend en als levenloos; in de vlakte vóór de poort van
+Dorogomilow vereenigt zich een groot gedeelte van het Fransche leger;
+een bivakvuur wordt voor den Keizer aangelegd en men ziet hem wel twee
+uur lang onrustig heen en weer loopen. Hij wacht nog steeds het
+gezantschap dat hem de sleutels zal komen aanbieden.</p>
+
+<p>Eenige officieren zijn tot in het binnenste der stad door gedrongen. Zij
+brengen den Keizer de boodschap: &bdquo;Moscou is ledig!&rdquo;</p>
+
+<p>Napoleon gelooft het niet, wordt zelfs boos bij dat bericht&mdash;en wacht.</p>
+
+<p>Daar brengt Murat dezelfde tijding, hem aansporend, de stad maar in te
+trekken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a></p>
+
+<p>Nòg kan hij het niet aannemen. &bdquo;Ga er weer heen,<ins class="corr" id="corr48" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> beveelt hij,
+&bdquo;en zorg voor de strengste orde!&rdquo; Hij hoopt nog.&mdash;&bdquo;Misschien,&rdquo; zegt hij,
+&bdquo;weten de inwoners niet hoe zij zich moeten overgeven; want hier is
+alles nieuw, zij voor ons, en wij voor hen.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar weldra volgt het eene bericht het andere; en alle komen overeen.
+Eenige Franschen, inwoners van Moscou, hebben het gewaagd uit de
+schuilplaats te komen, die hen, sedert eenige dagen, voor de volkswoede
+verborg. Zij bevestigen de noodlottige tijding.</p>
+
+<p>De Keizer laat Daru, den kwartiermeester-generaal bij zich komen en
+zegt: &bdquo;ze vertellen, dat Moscou ledig is! welk een onwaarschijnlijke
+gebeurtenis! Ga er heen en breng mij de raadsheeren hier.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij denkt dat die menschen, òf uit hoogmoed, of van schrik, in hun
+woningen blijven. Het schijnt hem nu eenmaal onmogelijk dat men die
+prachtige paleizen, die schitterende kerken, die rijke magazijnen zou
+verlaten <ins class="corr" id="corr49" title="Bron: hehben">hebben</ins>, evenals die eenvoudige hutten, welke hij
+was voorbijgetrokken<ins class="corr" id="corr50" title="Bron: ,">.</ins></p>
+
+<p>Ondertusschen is Daru's poging mislukt. Er vertoont zich hoegenaamd geen
+Moscoviet; er verheft zich hoegenaamd geen rook uit eenig huis; men
+hoort niet het minste gerucht uit die reusachtige en volkrijke stad
+komen; haar driemaal honderdduizend inwoners schijnen als met verlamming
+en stomheid geslagen; het is de stilte eener woestijn!</p>
+
+<p>Maar nog is Napoleon ongeloovig, nòg blijft hij wachten.</p>
+
+<p>Eindelijk begeeft zich een officier in de stad, laat vijf of zes
+landloopers oppakken en drijft ze voor zijn paard uit, naar den Keizer,
+als was dat een gezantschap. Bij het eerste antwoord reeds dat die
+mannen hem geven bemerkt Napoleon, dat hij slechts ongelukkige
+daglooners voor zich heeft.</p>
+
+<p>Nu kan hij wel niet langer aan de volslagen ontruiming van Moscou
+twijfelen. Hij trekt de schouders op en zegt met die minachtende
+beweging waarmee hij alles bejegent wat zijn wenschen tegenstaat: &bdquo;O, de
+Russen <span class="pagenum" title="107"></span><a id="p_107"></a>weten nog niet welk gevolg het innemen van hun hoofdstad voor
+hen zal hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>Het was een treurige intocht dien Murat met zijn lange, ineengedrongene
+colonne ruiterij in de groote stad deed. Het was, of zij in de stad der
+dooden reden. Met huivering hoorden de krijgslieden alleen de stappen
+hunner paarden tusschen die verlaten paleizen weergalmen. Somber en
+zwijgend reden zij voort, als gingen zij over een met lijken bezaaid
+slagveld of over een reusachtig kerkhof...</p>
+
+<p>Na aldus eenige uren de stad verkend te hebben gingen de troepen
+voorloopig op de straten en pleinen bivakkeeren.</p>
+
+<p>Eerst in den nacht kwam Napoleon zelf Moscou binnen, waar hij een der
+eerste huizen in de voorstad Dorogomilow betrok. Hier stelde hij
+maarschalk Mortier tot bevelhebber der stad aan, met de bijvoeging: &bdquo;Met
+uw hoofd blijft ge mij borg, dat er niet geplunderd wordt! Verdedig
+Moscou tegen allen!&rdquo;</p>
+
+<p>Omstreeks twee uur in den morgen, vernam de Keizer eensklaps, dat er
+brand was uitgebroken. De handelsbeurs, in het rijkste kwartier der
+stad, stond in lichter laaie. Oogenblikkelijk gaf Napoleon zijn orders
+tot blusschen en toen de dag aanbrak, begaf hij zelf zich er heen,
+uitvarend tegen de jonge garde en Mortier, wijl hij meent, dat de brand
+door onvoorzichtigheid der soldaten is veroorzaakt. Mortier toont hem
+echter, dat de huizen nog altoos gesloten zijn en er geen enkel soldaat
+binnen geweest is.</p>
+
+<p>De Keizer rijdt daarop naar het Kremlin, het oude paleis der Czaren. Een
+gevoel van hoogmoed en trots bevangt hem, als hij dat eerwaardige gebouw
+binnentreedt.</p>
+
+<p>&bdquo;Eindelijk dan te Moscou,&rdquo; zegt hij. &bdquo;Eindelijk dan toch in het
+Kremlin!&rdquo;</p>
+
+<p>Door Mortier's zorg was de brand in den loop van dien dag gebluscht en
+nu werd de stad onder de verschillende legercorpsen ter bezetting
+verdeeld. Aan de officieren van het elfde regiment huzaren was een
+prachtig paleis <span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a>toegewezen, dat zij nog dienzelfden dag betrokken.
+Moeder Jane, die een der vertrekken tot gebruik bekomen had, zou voor
+tafel en keuken zorgen.</p>
+
+<p>Blijkbaar hadden de bewoners in allerijl het huis verlaten; de zalen en
+vertrekken zagen er uit, alsof ze gisteren nog bewoond waren. Kristallen
+spiegels, rijk gesneden mahoniehouten meubelen, kostbare divans waarop
+de vermoeide officieren zich behagelijk neervleiden, de breede marmeren
+gangen en met zachte loopers belegde trappen, alles bewees dat de
+aanzienlijke bewoners van het gebouw niet den tijd of de gelegenheid
+hadden gehad, de meubelen te vervoeren of hun overige bezittingen mee te
+nemen.</p>
+
+<p>Slechts levensmiddelen bleken schaarsch aanwezig, doch voorloopig werd
+er toch een voldoende hoeveelheid gevonden, om een behoorlijken maaltijd
+aan te richten.</p>
+
+<p>Toen de officieren van tafel gingen was het reeds avond geworden en de
+marketentster stak een lamp op, om in de keuken nog het een en ander te
+beredderen.</p>
+
+<p>Tot haar verbazing vond ze het haardvuur geheel uit elkander geworpen en
+sterk verminderd; asch en stukken half verkoold vuur lagen tot midden op
+den steenen vloer. Zóó had zij de keuken niet verlaten...</p>
+
+<p>Daar ziet ze een koperen tabaksdoos op de tafel liggen<ins class="corr" id="corr51" title="Bron: ,..">...</ins> Geen
+twijfel meer, er moest hier iemand geweest zijn!...</p>
+
+<p>Een hevige ontroering bevangt haar, nu zij de doos opneemt. Want zij
+herkent die aan het inschrift:</p>
+
+<p class="center" style="margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em;">&bdquo;Voor Willem Stargardt, op zijn 18<sup>den</sup> verjaardag.&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr52" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Hemel, hoe komt die doos hier, in het hartje
+van Rusland? Willem, als hij nog leefde, moest nu immers in Engeland
+zijn?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Stom voorwerp,&rdquo; prevelde zij, &bdquo;kon je nu maar praten! Kon je nu maar
+antwoord geven!&rdquo; Zij keek en keek naar dat zwijgende, koperen ding,
+draaide het in haar vingers rond, opende doelloos het deksel...</p>
+
+<p>Dáár zag zij een met potlood beschreven briefje <span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a>liggen! Willems naam
+stond er onder! En zenuwachtig doorvloog zij den inhoud.</p>
+
+<div class="blockq">
+
+ <p>&bdquo;Lieve moeder,&rdquo; las ze, &bdquo;ik schrijf dit in groote haast. Hoe ik
+ hier in Rusland gekomen ben kan ik u dus niet uitleggen, daarvoor
+ zou veel meer tijd noodig zijn. Maar ik heb u beiden heimelijk
+ kunnen zien, u en Jakob, en ik moet u dringend waarschuwen, dit
+ gebouw onmiddellijk te verlaten, want binnen korten tijd zal het
+ in brand staan en in de lucht vliegen.</p>
+
+ <p class="right ri6">Uw liefhebbende zoon</p>
+
+ <p class="right ri45">Willem.&rdquo;</p>
+
+</div>
+
+<p>Als in een droom bevangen, bleef de ontstelde marketentster op die
+enkele regels staren, zoo schrikwekkend en duidelijk van <i>inhoud</i>, zoo
+raadselachtig wat hun hèrkomst betrof. Dan begrijpt ze, onmiddellijk
+Jakob met haar vondst in kennis te moeten stellen. Zij vindt hem echter
+niet. Van zijn oppasser verneemt ze, dat hij wegens dienstzaken de stad
+is ingegaan. Zij laat nu den ouden Ros het briefje lezen. Maar de
+veteraan schudt glimlachend het hoofd:</p>
+
+<p>&bdquo;Ze hebben je bang willen maken, moeder Jane. Een misselijke laffe
+streek, da's zeker! Maar&mdash;maak je nou heusch toch niet zoo ongerust. Dit
+huis is immers onbewoond; wie zou het dan in de lucht laten vliegen, als
+we het zèlf niet deden?... Nou ja, misschien lijkt het schrift een
+beetje op dat van je zoon...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat weet ik niet&mdash;want hij was bij ons thuis en schrijven kwam dus zoo
+niet voor...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, kijk nou 'ereis aan! Dus enkel om dat de een of andere miserabele
+vent wat bangmakerij op zoo'n vodje neerkrabbelt, zou je dwaas genoeg
+zijn, je zoo van streek te laten brengen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar&mdash;die dóós, hoe komt die doos daar dan?&rdquo; vroeg zij gejaagd en zij
+haalde de tabaksdoos uit haar zak, vertellend dat die van haar Willem
+was.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a></p>
+
+<p>De oudgediende begon de zaak nu toch wat ernstiger in te zien.</p>
+
+<p>&bdquo;Te deksel! Dat is een vreemde historie!&rdquo; gromde hij, bedenkelijk aan
+zijn knevel trekkend.</p>
+
+<p>&bdquo;En kom dan eens mee naar de keuken!&rdquo; drong de marketentster opgewonden,
+&bdquo;dan zal ik je nog vreemder dingen laten zien!&rdquo;</p>
+
+<p>De oude Ros ging begrijpen, dat hij mogelijk wijs zou doen, een
+onderzoek in te stellen om te kunnen beoordeelen, of allicht de
+aanwezige officieren moesten gewaarschuwd worden.</p>
+
+<p>Onderweg kwamen zij nog twee andere oppassers tegen.</p>
+
+<p>&bdquo;Jongens, ga eens even mee!&rdquo; zei Ros. &bdquo;Moeder Jane schijnt onraad
+ontdekt te hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>Met hun vieren kwamen zij in de keuken. Daar toonde de marketentster aan
+de soldaten het verspreide haardvuur, hun vertellend hoe zij het geheel
+anders verlaten had. Ook wees zij de asch en stukken houtskool op den
+vloer.</p>
+
+<p>&bdquo;Da's verdacht!&rdquo; zei Ros.&mdash;Met aandacht volgde hij het spoor, dat de
+gemorste asch met vrij groote duidelijkheid afteekende. Het liep tot aan
+een der wanden. Hij bekeek dien met aandacht, klopte er tegen, tuurde
+nog eens onderzoekend langs het eikenhouten beschot en trok vervolgens
+zijn sabel.</p>
+
+<p>&bdquo;Hier vind ik wat!&rdquo; zei hij zacht. Toen stak hij de punt van het staal
+wrikkend in een naad van den wand en peuterde, na eenig tobben, een door
+niemand verwachte deur open.</p>
+
+<p>Allen drongen haastig naderbij! Een kille kelderlucht kwam hun tegen;
+maar het was volslagen donker in die ruimte, daar voor hen. Alleen de
+bovenste treden van een steenen trap waren zichtbaar.</p>
+
+<p>De marketentster stak een kaars aan.</p>
+
+<p>&bdquo;Heb jullie wapens?&rdquo; vroeg Ros aan zijn makkers.</p>
+
+<p>De een greep zijn pistool, de ander trok zijn sabel.</p>
+
+<p>Ros, met de brandende kaars in zijn linker, en zijn zwaard in de
+rechterhand, daalde behoedzaam de trap af. De kameraden volgden hem.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Hm, wat een scherpe, prikkelende lucht!&rdquo; gromde Ros. &bdquo;Ruik jullie
+niets?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nou, òf ik!&rdquo; kuchte zijn eerste volger. &bdquo;Me dunkt, daar smeult hier het
+een of ander!&rdquo;</p>
+
+<p>De trap kwam op een breede dwarsgang uit. Ook dáár was het donker; maar
+ze vernamen een zacht gepraat dat zich meer en meer verwijderde. Dra
+hoorden zij niets meer.</p>
+
+<p>&bdquo;Daar dienen we meer van te weten!&rdquo; fluisterde Ros. &bdquo;Die schelmen
+voerden hier stellig niet veel goeds uit...&rdquo;</p>
+
+<p>Nauwelijks echter waren zij een tiental schreden gevorderd, of een
+dichte, zwavelachtige damp sloeg hun tegen. De kaarsvlam gloeide op
+eenmaal blauwachtig-rood.</p>
+
+<p>&bdquo;We moeten teruggaan!&rdquo; waarschuwde de achterste.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, 't wordt hier onsecuur!&rdquo; meende de ander.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, kom,&rdquo; zei Ros, &bdquo;de terugweg blijft toch immers nog altoos vrij!&rdquo;</p>
+
+<p>Weer gingen zij eenige schreden verder; de zwaveldamp werd dichter en
+dichter; het ademhalen ging moeilijker bij iederen stap. Plotseling woei
+hun een koelte tegemoet, of opeens de wind ergens een vrijen doortocht
+gekregen had. Op 't zelfde oogenblik was de kaars uit.</p>
+
+<p>Terwijl zij besluiteloos in 't donker stonden, dreunde een doffe knal,
+die het gansche gebouw deed sidderen...</p>
+
+<p>&bdquo;Dat was een mijn!&rdquo; riep een der soldaten. <ins class="corr" id="corr53" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>We moeten onmiddellijk
+terug!&rdquo;</p>
+
+<p>Ook Ros begreep, dat verder voortgaan dolzinnig zou wezen.</p>
+
+<p>Zij keerden dus om, tastend langs den muur van het gewelf, om de trap
+weer te vinden. Het gelukte. Maar zij voelden zich steeds dichter
+omwolkt van een verstikkenden walm en een verzengenden gloed. Met
+beklemden adem repten zij zich de trap op en stormden de keuken binnen.
+Maar ook dáár vonden zij reeds alles met rook en smook vervuld. Ros
+stiet met zijn sabel eenige ruiten stuk; kletterend rinkelden zij op
+straat... Nu kregen zij lucht en konden weer onbelemmerd ademhalen.</p>
+
+<p>&bdquo;Brand! Brand!&rdquo; klonk het opeens van buiten. Bijna te zelfder tijd
+roffelden de trommen en schetterden de <span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a>trompetten op het bivak, onder
+de vensters... Officieren, soldaten, alles vloog langs de breede
+marmertrappen naar beneden, om op de straat veiligheid te zoeken.</p>
+
+<p>Bij de poort kwam Jakob in volle vaart op hen toesnellen.</p>
+
+<p>&bdquo;Goddank dat u gered bent!&rdquo; riep hij zijn moeder toe. &bdquo;Ik was al bang,
+dat ik te laat mocht wezen... Maar we moeten ons haasten om buiten te
+komen... De vlammen slaan al overal door de vensters en boven het dak
+uit!...&rdquo;</p>
+
+<p>Op straat pas konden zij het gevaar overzien in al zijn omvang. Een
+reusachtig wolkgevaarte van zwarten, dichten rook lag over het paleis,
+waar roodflakkerende vuurtongen aanhoudend <ins class="corr" id="corr54" title="Bron: daarheen">doorheen</ins>
+flitsten. Rook wervelde tegelijkertijd uit alle vensters, spiraalde uit
+de benedenverdiepingen naar boven, steeg in zware kolommen uit de
+dakgoten op. Niemand kon twijfelen, of de brand was moedwillig
+aangelegd. Licht-ontvlambare stoffen moesten door het gansche gebouw
+verspreid geweest zijn en door een plotswerkend middel overal tegelijk
+zijn aangestoken, om zulk een brand te kunnen geven.</p>
+
+<p>Met moeite wist men de paarden, die op het binnenplein stonden
+vastgebonden, benevens eenigen voorraad te redden.</p>
+
+<p>Maar déze brand was de eenige niet. In verschillende wijken der stad
+stegen er vlammen omhoog; in verscheidene huizen werden eveneens
+ontploffingen vernomen. Dan week men naar de nog overeind staande
+stadsgedeelten uit, om een nieuw onderkomen te vinden. Maar op het punt
+om die geheel gesloten en onbewoonde huizen te betreden, hoorden zij een
+zwakke ontploffing; er steeg een lichte rook uit op, zich onmiddellijk
+verdichtend en verdonkerend; die zwarte rook kreeg schielijk een
+rosbruinen gloed; dat rosbruin nam even spoedig een vuurkleur aan; en
+welhaast verdween het gebouw in een maalstroom van vlammen.</p>
+
+<p>Velen hadden mannen van een afschuwelijk voorkomen, met lompen bedekt,
+en verwoede vrouwen nabij die vlammen zien ronddwalen. Door den wijn en
+door het <span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a>goed gevolg hunner brandstichtingen bedwelmd, deden die
+ellendelingen niet eens meer de moeite, zich verborgen te houden; zij
+liepen in dollen triomf door de brandende straten; men verraste hen, met
+brandende toortsen en verwoed voortgaande om de vlammen te verspreiden;
+men moest hen met de sabel over de handen slaan om hen te doen ophouden.
+'t Was het uitvaagsel des volks, uit de gevangenissen losgelaten om,
+onder aanvoering van enkele lijfeigenen en politiedienaars, Moscou te
+verbranden tot verderf van de Fransche armee.</p>
+
+<p>Terstond werd bevel gegeven, om de brandstichters die men ontdekte
+zonder omslag dood te schieten. Maar wat de Franschen toen nog niet
+wisten was, dat het Kremlin een kruitmagazijn inhield; daarenboven
+hadden de in slaap gevallen en onachtzaam uitgezette wachtposten
+dienzelfden nacht een geheel artilleriepark laten binnenrukken en zich
+onder de vensters van Napoleon plaatsen. Eén enkele vonk op een der
+kruitkisten gevallen en de Keizer en de keur van het leger waren
+verloren geweest.</p>
+
+<p>De Russen, die wél wisten dat het kruitmagazijn er zich bevond, hadden
+juist <em class="g">die</em> huizen aangestoken, welke gevaarlijk voor het Kremlin konden
+worden. Driemalen veranderde de vrij hevige wind dien nacht en telkens
+barstten nieuwe vlammen uit van den kant waar hij op dat oogenblik
+vandaan kwam.</p>
+
+<p>'t Was een vreeselijke nacht! De helle vlammen verlichtten alles met een
+rooden schijn en op sommige plaatsen vreesde men te stikken van den
+zwaren rook. En&mdash;nergens bluschmiddelen, nergens water zelfs: want de
+vijand had alle brandspuiten meegenomen, de waterleidingen afgesneden,
+de wellen en putten der stad ontoegankelijk gemaakt.</p>
+
+<p>Het geheele leger was op de been. Geheel de oude garde, die een gedeelte
+van het Kremlin betrokken had, was onder de wapenen. De bagage stond
+gepakt, paarden en wagens waren klaar, om, als de brand hen uit Moscou
+verjoeg, buiten de poorten te gaan bivakkeeren.</p>
+
+<p>Terwijl de soldaten schier wanhopig tegen de vlammen <span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a>worstelden en aan
+het vuur zijn prooi betwistten, was Napoleon, wiens slaap men gedurende
+den nacht niet had durven storen, bij de dubbele helderheid van daglicht
+en vlammen ontwaakt. Zijn eerste gemoedsbeweging was gramschap, en
+terstond gaf hij bevel, den brand te blusschen, maar men overtuigt hem,
+dat dit onmogelijk is. Verwonderd van in een rijk, dat hij in het hart
+getroffen had, een andere gewaarwording te vinden dan vrees en
+onderwerping, gevoelt hij zich overwonnen en in doortastendheid
+overtroffen.</p>
+
+<p>Die verovering, waarvoor hij alles had opgeofferd, thans bleek zij als
+het ware een schaduw, welke hij had vervolgd en meenen te grijpen, maar
+die hij op dit oogenblik, te midden van rook en vlammen, in de lucht zag
+verzwinden.</p>
+
+<p>Een groote gejaagdheid maakt zich nu van hem meester. Elk oogenblik
+staat hij op, loopt met snelle schreden door zijn vertrekken, en gaat
+eensklaps weer zitten. Zijn korte en driftige gebaren duiden een hevige
+onrust aan; hij verlaat een dringend werk, neemt het vervolgens weer op,
+en laat het opnieuw liggen om naar zijn vensters te ijlen, en den brand
+te beschouwen. Driftige en korte uitroepen ontsnappen zijn beklemde
+borst: &bdquo;Welk een afgrijselijk schouwspel! En zèlf hebben zij den brand
+gesticht! Hoe is 't mogelijk! Al die prachtige paleizen! Welk een
+besluit! Wat menschen toch!&rdquo;</p>
+
+<p>Tusschen den brand en zijn verblijf lag een groote uitgestrektheid
+woeste bouwgrond, tot aan de Moskowa met haar beide kaden; en toch waren
+de glazen van het vensterraam, waartegen hij leunde, reeds heet, en de
+rustelooze arbeid der vegers, op de ijzeren daken van het paleis
+geplaatst, was onvoldoende om er de talrijke vuursprankels af te houden.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik verspreidt zich het gerucht, dat het Kremlin ondermijnd
+is; Russen zeiden het en gevonden geschriften schenen het te bevestigen.
+Eenige bedienden worden zinneloos van schrik; de soldaten wachten
+gevoelloos af, wat het bevel des Keizers en hun noodlot zullen
+beslissen... En&mdash;de Keizer beantwoordt deze ontsteltenis slechts met een
+glimlach van ongeloof.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a></p>
+
+<p>Toch loopt hij nog altijd rusteloos heen en weer, houdt bij elk venster
+stil, en ziet het overwinnend verschrikkingselement zijn schitterende
+verovering met woede vernielen; zich van al de bruggen, van al de
+doortochten zijner vesting meester maken; elk oogenblik de omringende
+huizen overweldigen, om hem ten slotte binnen de muren van het Kremlin
+als op te sluiten.</p>
+
+<p>Reeds ademde men daar schier louter in rook en asch. Orde en krijgstucht
+bestonden niet meer; de soldaten, begeerig om aan de vlammen hun roof te
+betwisten, drongen de nog gespaarde paleizen en magazijnen binnen,
+plunderend wat van hun gading was. De nacht naderde, en zou door zijn
+duisternis de gevaren voor Napoleon en zijn omgeving nog vermeerderen;
+de wind, die de Russen behulpzaam was, werd heviger nog dan den nacht te
+voren. Toen zag men den koning van Napels en prins Eugenius toesnellen:
+zij voegden zich bij Berthier, drongen tot den Keizer door en op hun
+knieën smeekten zij hem, die gevaarlijke plaats toch te verlaten.</p>
+
+<p>Het was vergeefs.</p>
+
+<p>Eindelijk meester van het paleis der Czaren, blijft Napoleon halsstarrig
+weigeren die verovering af te staan, zelfs niet aan den brand, tot
+eensklaps de kreet weerklinkt: &bdquo;Het Kremlin staat in vlammen!&rdquo;</p>
+
+<p>De Keizer gaat naar buiten om het gevaar te beoordeelen. Tweemaal bleek
+de brand reeds uitgebroken en ook weer gebluscht in het gebouw waarin
+hij zich bevond; maar de toren van het tuighuis brandt nog. Men had er
+een politiesoldaat gevonden. Men voert hem mee, en Napoleon laat hem in
+zijn tegenwoordigheid ondervragen. Die Rus blijkt de brandstichter. Hij
+verklaart, te hebben gehandeld op hoog bevel. Alles, tot zelfs het oude
+geheiligde Kremlin, was dus ter vernieling gewijd.</p>
+
+<p>De Keizer maakte een gebaar van afkeer en gramschap; daarop bracht men
+den brandstichter naar het eerste voorplein, waar de woedende grenadiers
+hem met hun bajonetten afmaakten.</p>
+
+<p>Dit voorval had echter Napoleons onverzettelijkheid om te blijven, doen
+zwichten. Hij beval dat men hem <span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a>naar het keizerlijk kasteel Petrowsky
+geleiden zou, een mijl buiten de stad.</p>
+
+<p>Van de zijnen vergezeld, wilde de Keizer zich nu naar de Dorogomilowsche
+poort begeven. Maar men zag zich reeds door een heir van vlammen
+belegerd; zij omsingelden al de poorten der vesting en weerden de eerste
+uittochtpogingen met verwoedheid af. Na eenigen tijd nauwlettend
+rondgezocht te hebben, ontdekte men een poortje, dat op de Moskowa
+uitkwam. Door dezen nauwen uitweg gelukte het Napoleon, met zijn staf en
+zijn garde uit het Kremlin te ontsnappen.</p>
+
+<p>Maar het scheen, dat men daarmee eigenlijk nog niets gewonnen had:
+Terwijl zij zich dichter bij den brand bevonden, konden zij noch
+terugkeeren, noch staan blijven; en hoe kon men vooruit gaan, hoe zou
+men door de golven van die onstuimige vuurzee heenkomen? Zelfs zij, die
+reeds de stad doorkruist hadden, waren het spoor volslagen bijster; de
+asch had hen schier blind gemaakt en de straten waren in den rook en
+onder de puinen verdwenen.</p>
+
+<p>Toch drong het gevaar tot spoed. Elk oogenblik vermeerderde rondom hen
+het knappend en loeiend vlammengedruisch...</p>
+
+<p>Een nauwe, kromme en geheel brandende straat deed zich eerder als de
+intrede dan als de uitgang van die hel op... De Keizer snelde te voet,
+en zonder aarzelen, dien gevaarlijken doortocht in. Onder het geknetter
+van die geweldige vuren, onder het geraas van krakende gewelven, het
+neerploffen van brandende balken, het donderend ineenstorten van
+gloeiende ijzeren daken, schreed de Keizer voort... Boven hem vormden de
+vlammen, door den wind gekromd en neergebogen, een gloeiend verwulf...</p>
+
+<p>Men liep op een grond van vuur, onder een hemel van vuur, tusschen twee
+muren van vuur! Schroeihitte pijnde stekend hun oogen, die zij nochtans
+open en op het gevaar moesten houden. Een verstikkende rook folterde hun
+keel en longen; de gloeiende lucht en verzengende asch verhitten steeds
+meer en meer hun korte, droge, <span class="pagenum" title="117"></span><a id="p_117"></a>hijgende ademhaling. Hun handen
+brandden, als zij hun gelaat tegen de onverdragelijke hitte poogden te
+beschermen en de vonken afsloegen, die elk oogenblik hun kleeren
+bedekten en invraten.</p>
+
+<p>Eensklaps staat de gids stil. Hij weet geen weg meer! Napoleon en de
+zijnen achten zich reddeloos verloren. Doch eenige plunderaars van het
+eerste corps hebben, in het midden van die vlammen, hun Keizer herkend;
+zij snellen toe en geleiden hem langs de rookende puinen van een des
+morgens reeds verbrande wijk.</p>
+
+<p>Daar ontmoet men maarschalk <span xml:lang="fr">Davoust</span>, die, in den slag bij Borodino
+gekwetst en nog niet hersteld, zich door de vlammen had laten dragen om
+er zijn Keizer uit te bevrijden of er met hem in om te komen. Ontroerd
+werpt hij zich in Napoleons armen; deze ontvangt hem hartelijk, maar met
+die bedaardheid, welke hem in het gevaar nooit begeeft.</p>
+
+<p>Alvorens hij echter geheel aan de rampzalige stad ontsnapt is, moet hij
+nog een convooi buskruit voorbij, dat te midden dier vuurzee wordt
+weggevoerd. Dit is niet zijn minste gevaar, maar het laatste en men komt
+met den nacht behouden te Petrowsky aan.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Elfde"></a>Elfde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Eindelijk gewroken.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Eenige dagen achtereen bleef de brand voortwoeden. Toen verminderde hij,
+uit gebrek aan voedsel. Den 20<sup>sten</sup> trok Napoleon naar het Kremlin
+terug, dat een bataljon zijner garde had weten te behouden.</div>
+
+<p>De bivakken, welke de Keizer op zijn weg naar <span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a>Moscou doorreed, leverden
+een zonderling gezicht op. Te midden van een dikke, koude modder vlamden
+groote vuren, gevoed door mahoniehouten meubels, vergulde deuren en
+vensters. Daar omheen zag men, naast van vochtig stroo gemaakte bedden,
+slechts armelijk beschut door enkele planken, de soldaten en hun
+officieren, geheel met slijk bedekt en zwart geworden door den rook,
+doch zittend in kostbare leuningstoelen of liggend op met zijde bekleede
+divans. Aan hun voeten lagen, uitgespreid of opeengehoopt, de fijnste
+cachemiren sjaals, rijke Perzische weefsels, de zeldzaamste pelzen van
+<ins class="corr" id="corr55" title="Bron: Siberiê">Siberië</ins>. Hun eten gebruikten zij uit zilveren schotels en
+borden, maar het bestond slechts uit een zwart baksel, onder de asch
+bereid, en een lap half geroosterd, bloederig paardevleesch; 't was
+overal de zonderlingste vereeniging van overvloed en gebrek, van rijkdom
+en morsigheid, van weelde en ellende!</p>
+
+<p>Tusschen die bivakken en de stad ontmoette men groote scharen van
+soldaten, die zwoegend hun buit voortsleepten, of hun roof door
+ongelukkige Russen lieten torsen, die zij als lastdieren voor zich
+uitdreven; want de brand deed bijna twintig duizend inwoners voor den
+dag komen, welke tot dien tijd in de onmetelijke stad onopgemerkt waren
+gebleven.</p>
+
+<p>Toen de Keizer de stad zelf binnen kwam, vond hij van het groote Moscou
+slechts weinige verspreide huizen over, en de brandlucht overal was
+ondragelijk. De loop der straten bleek alleen nog maar kenbaar aan
+groote hoopen asch en puin en, van afstand tot afstand, half
+omvergestorte stukken muur of pilaren. Schier heel het leger was roovend
+en plunderend door de stad verspreid. Napoleon vond zich herhaaldelijk
+in zijn voortgang belemmerd door een lange reeks van stroopers,
+uittrekkend op buit of er mee terugkeerend; door oproerige benden van
+soldaten, zich opeenhoopend voor de keldergaten en voor de deuren der
+paleizen, om die open te breken, eer de vlammen ze bereikten.</p>
+
+<p>Overal ook was de weg versperd door kostbare meubelen, welke men uit de
+ramen geworpen had om ze <span class="pagenum" title="119"></span><a id="p_119"></a>aan den brand te onttrekken en die men
+nochtans, ter wille van een anderen buit, daar onverschillig had laten
+liggen. Pleinen en legerplaatsen bleken in markten herschapen, waar een
+ieder het overbodige tegen het noodzakelijke kwam verruilen. Daar werden
+de zeldzaamste voorwerpen, door hun bezitters niet gewaardeerd, voor een
+spotprijs verkocht; andere, die een bedriegelijk voorkomen hadden,
+daarentegen ver boven de waarde overgenomen. Overal zag men soldaten,
+die op balen met koopwaren zaten, in het midden der uitgezochtste wijnen
+en likeuren, welke zij tegen een stuk brood zouden willen verruilen.
+Door afmatting en dronkenschap overmeesterd vielen er verscheidene dicht
+bij de vlammen neer, door welke zij bereikt en verbrand werden.</p>
+
+<p>Onder zulke omstandigheden kwam Napoleon Moscou weer binnen. Hij liet de
+stad aan de plundering over, hopend dat zijn over de puinen verspreid
+leger deze niet vruchteloos doorzoeken zou. Toen hij echter vernam, dat
+zelfs de oude garde ook al aan het plunderen was geslagen, dat de
+Russische boeren, die men den voorraad welken zij aanbrachten ruim
+betaalde om er meer te lokken, door zijn soldaten beroofd werden; toen
+hij hoorde, dat de verschillende corpsen elkander de overblijfselen van
+Moscou met geweld begonnen te betwisten; dat eindelijk al de nog
+overgebleven hulpbronnen door de onregelmatige plundering verloren
+gingen; gaf hij gestrenge orders. Maar het was te laat; de boeren kwamen
+niet terug en vele levensmiddelen waren nutteloos verspild.</p>
+
+<p>Na zijn terugkomst in het Kremlin was Napoleon's eerste werk, er een
+vast bestuur op te richten; hij benoemde een gouverneur en stedelijke
+overheidspersonen en gaf bevel, om er zich van leeftocht voor den winter
+te voorzien. Reusachtige voorraden wijn en levensmiddelen van allerlei
+aard, meel en pekelvleesch werden door de zorg der korpscommandanten in
+het Kremlin of in magazijnen bijeengebracht. Ook in het onderhoud der
+troepen werd behoorlijk voorzien, terwijl door een krachtig optreden
+orde en krijgstucht weer spoedig bijkans volkomen waren teruggekeerd. Om
+aan Europa den indruk <span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a>te geven, dat in Rusland alles naar wensch ging,
+schonk de Keizer aan een te Moscou achter gebleven troep Fransche
+comedianten zelfs verlof, voorstellingen te geven en voor de costumes
+gebruik te maken van de gevonden goederen. De troep maakte goede zaken;
+die voorstellingen werden door de soldaten druk bezocht.</p>
+
+<p>Inmiddels verwachtte de Keizer, in den vreeselijksten waan, dag op dag
+boden uit Sint-Petersburg, die hem den vrede zouden komen afsmeeken,
+althans tot onderhandelingen uitnoodigen. Want schoon het verbrande
+Moscou geen waarde meer voor hem bezat, en hij het hachelijke van zijn
+toestand zeer wel inzag, schrikte hij voor een achterwaartsche beweging.
+Alles achtte hij verloren, wanneer hij voor de oogen van het verbaasde
+Europa terugtrok, alles gewónnen, zoo hij Alexander in volharding
+overtreffen kon.</p>
+
+<p>Middelerwijl verdubbelde Napoleon de zorg voor zijn troepen. Zooveel
+doenlijk werden zij in Moscou zelf onder dak gebracht. De officieren van
+Jakob Stargardt's regiment hadden reeds dadelijk twee andere huizen
+betrokken, en na al de doorgestane ellende leefden zij daar over het
+algemeen zeer tevreden.</p>
+
+<p>Iederen dag trok moeder Jane met haar wagen op levensmiddelen uit.
+Vergezeld van een der officieren met enkele manschappen reed zij dan
+naar het midden der stad en kocht van de soldaten de eetwaren welke zij
+geplunderd hadden. Op deze manier kregen zij wijn, suiker, thee en nog
+tal van andere artikelen. Vleesch en brood werden dagelijksch uitgedeeld
+en daar in de moestuinen volop groenten werden gevonden, kon de
+marketentster steeds een vrij goeden maaltijd bereiden.</p>
+
+<p>Over niets werd door moeder Jane en haar zoon zoo dikwijls gesproken als
+over Willem's geheimzinnige waarschuwing,&mdash;het eenige levensteeken dat
+zij sedert van hem vernomen hadden&mdash;; en voorts, over den naderenden
+winter. Het scheen toch, dat men dien in het afgebrande Moscou zou
+doorbrengen. En nu hoorden zij wel, dat er groote magazijnen van granen,
+brandewijn en lakens in handen der Franschen waren gevallen, doch <span class="pagenum" title="121"></span><a id="p_121"></a>de
+juiste maatregelen voor een winter-campagne werden niet genomen. De
+lakens bleven in de magazijnen en aan de officieren en soldaten werd
+geen uitdeeling van een goede winterkleeding gedaan. Onder die
+omstandigheden besloten de marketentster en haar zoon, zichzelf zooveel
+mogelijk tegen de zoo geduchte Russische koude intijds te voorzien.</p>
+
+<p>In verband hiermee ging Jakob herhaaldelijk er op uit, om nu dit, dan
+dat aan te koopen.</p>
+
+<p>In de nabijheid van het Kremlin hielden namelijk de soldaten der garde
+een markt van geplunderde zaken. Zoo kocht hij daar op zekeren dag twee
+bonten mutsen met lange pelsooren voor slechts één franc per stuk; een
+ander maal twee pelzen voor tien <ins class="corr" id="corr56" title="Bron: frans">francs</ins> samen; daarentegen
+moest men er tot honderd francs voor een paar nieuwe laarzen geven.</p>
+
+<p>Op een dier tochten had hij bijna het leven verloren. In de laatste
+weken van het verblijf der Franschen te Moscou was het plunderen
+strenger dan ooit verboden, ten gevolge waarvan er eenig vertier op de
+straten kwam. Nu wilde het toeval dat Jakob, door een afgelegen straat
+naar zijn kwartier terug rijdend, een soldaat van een der Duitsche
+contingenten met een Russische vrouw zag worstelen. De ellendeling had
+haar met geweld de oorbellen uitgetrokken, zoodat het arme schepsel
+bloedde over het geheele gezicht. Op het oogenblik dat Jakob naderde,
+wilde de kerel haar de amulet, die alle Russen dragen, van de borst
+afrukken. Deze amuletten, van goud, zilver of ook wel van papier, zijn
+door de Kerk gezegende voorwerpen, die men het vermogen toekent om den
+drager of de draagster te beschermen. Begrijpelijk was het dus, dat de
+Russin zich tegen dezen roof met wanhoop en woede verdedigde.</p>
+
+<p>Verontwaardigd steeg Jakob van zijn paard en beval den kerel, alles wat
+hij haar ontstolen had, aan de vrouw terug te geven. Morrend voldeed de
+soldaat hier aan en Jakob wachtte nog eenigen tijd, om de Russin in de
+gelegenheid te stellen te ontvluchten.</p>
+
+<p>Toen steeg hij weer op en vervolgde stapvoets zijn <span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a>weg. Maar nog geen
+twintig passen verder hoorde hij een schot vallen in zijn onmiddellijke
+nabijheid. Verrast omziende bemerkte hij, dat die schelm van een
+soldaat, uit wraak dat hij zijn roof had moeten afstaan, op hem
+geschoten had. Woedend trok hij zijn degen en stormde op den deugniet
+los, die echter in een leegstaand huis de vlucht nam.</p>
+
+<p>Jakob wendde nu den teugel en reed in bedaarden stap weer voort. Zoo
+veel mogelijk toch werd zijn paard door hem ontzien, want wijl steeds
+grooter gebrek aan fourage begon te komen, had het arme dier in de
+laatste dagen weinig meer dan het dakstroo van een boerenwoning tusschen
+de kiezen gehad. Wat men tot onderhoud der paarden in de stad zelf had
+gevonden, was reeds opgebruikt en nu moesten de omliggende dorpen daarin
+voorzien. Men kon echter geen toevoer aanbrengen, noch fourageeren,
+zonder te vechten. Daarenboven zwierven groote troepen kozakken rond,
+die aan de flanken allerlei nadeelen toebrachten. Op den weg naar
+Moshaisk werden zelfs honderd en vijftig dragonders van de garde
+overrompeld en hun opperhoofd gevangen genomen. Ook hadden zij reeds
+twee aanzienlijke transporten opgelicht: het eene door de achteloosheid,
+het andere door de lafhartigheid van den aanvoerder. Elken morgen
+moesten de soldaten van de ruiterij het voedsel voor den avond en den
+volgenden morgen ver weg gaan zoeken. En daar de omstreken van Moscou en
+van Winkowo hoe langer hoe minder levensmiddelen opleverden, moesten zij
+die weldra op 4 à 6 uur afstand vandaan halen. Zoowel de menschen als de
+paarden keerden uitgeput terug&mdash;àls zij nog terug keerden; want elke
+maat haver, elke bundel fourage werd hun betwist. Men moest ze geregeld
+den vijand ontweldigen. Het waren aanhoudende overrompelingen,
+gevechten, verliezen.</p>
+
+<p>Ook de boeren werden lastig. Diegenen onder hen, welke uit winstbejag
+met eenige levensmiddelen naar de Fransche legerplaatsen waagden te
+gaan, straften zij met den dood. Anderen staken hun eigen dorpen in
+brand om er de fourageurs uit te verjagen en aan de kozakken <span class="pagenum" title="123"></span><a id="p_123"></a>over te
+leveren. Murat zelfs, die bij de dagelijksche schermutselingen de helft
+van het overschot zijner ruiterij had zien verloren gaan, begon
+eindelijk ongerust te worden.</p>
+
+<p>En steeds nog bleef keizer Alexander zwijgen.</p>
+
+<p>Napoleon werd hoe langer hoe onrustiger. In zijn toorn deed hij de
+kerken van het Kremlin berooven van al wat tot zegeteekenen van het
+Groote Leger kon verstrekken. Ook het reusachtige gouden kruis op den
+toren van Iwan den Grooten moest er worden afgenomen om er het hôtel des
+Invalides te Parijs mee te versieren. Het kostte enorm veel inspanning,
+om dat kolossale gedenkstuk naar beneden te krijgen, aan welks bezit het
+Russische volk het heil van 't rijk hechtte.</p>
+
+<p>Hoewel Napoleon toenmaals reeds zeer goed begreep, dat een langer
+verblijf in Moscou voor hem ondoenlijk was, bleef hij zijn besluit om
+heen te gaan nochtans uitstellen van den eenen dag in den anderen. Hij
+gevoelde, ja wist, dat hij de kracht van zijn strategisch kunnen had
+uitgeput, dat hij een grens had bereikt, die niet kon overschreden
+worden zonder gevaar voor vernietiging; dat hij niet verder in Rusland
+doordringen, niet tegen St. Petersburg oprukken, een nieuw doel zich
+stellen kon, omdat zijn leger hiertoe te zwak was geworden, te veel had
+geleden.</p>
+
+<p>Daar begon eensklaps de eerste sneeuw te vallen. Van dit oogenblik dacht
+hij slechts aan den aftocht, al wilde hij er ook den naam niet van
+uitspreken, geen bevel geven, dat dien stellig aankondigde.</p>
+
+<p>&bdquo;Het leger moet zich over twintig dagen in zijn winterkwartieren
+bevinden,&rdquo; gelastte hij. &bdquo;Men dient te zorgen voor het vervoer der
+gekwetsten.&rdquo;</p>
+
+<p>Er was gebrek aan paarden voor zijn grof geschut, dat voortaan te
+talrijk was voor zulk een verminderd leger; men ried hem aan, een
+gedeelte van zijn kanonnen in Moscou te laten.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen,&rdquo; stoof hij op, &bdquo;de vijand zou er zich een gedenkteeken van
+oprichten. Alles moet worden meegevoerd!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a></p>
+
+<p>Hij gaf, in dat woeste land, bevel tot het aankoopen van twintig
+duizend paarden en wilde, dat men zich voor twee maanden van fourage zou
+voorzien op een grond, waar de verste en gevaarlijkste tochten
+nauwelijks voldoende bleken om zich gedurende één dag te voeden.</p>
+
+<p>Ondertusschen verzamelde Napoleon zijn legercorpsen; de monsteringen,
+welke hij in het Kremlin hield, werden menigvuldiger; hij rangschikte al
+de van paarden beroofde ruiters in bataljons en liet al de vervoerbare
+gekwetsten naar Mohaisk brengen.</p>
+
+<p>Nog te midden van deze voorbereidselen dwong de vijand hem reeds tot
+handelen, want den 18<sup>den</sup> October greep deze Murats linkervleugel
+onverhoeds met overmacht aan en wierp hem met een geweldig verlies in
+Noordelijke richting terug.</p>
+
+<p>Thans was Napoleons besluit terstond genomen. Het gansche leger ontving
+bevel, zich den volgenden morgen buiten Moscou aan den weg naar Kaluga
+te verzamelen.</p>
+
+<p>In den avond van dienzelfden dag en gedurende heel den nacht trok het
+zonder ophouden Moscou uit. In die colonne van honderdveertig duizend
+menschen en omstreeks vijftig duizend paarden van allerlei soort,
+herkende men aan de krijgslieden, die, gepakt en gewapend, met meer dan
+vijfhonderd en vijftig stukken geschut en twee duizend artilleriewagens
+vooruittrokken, nog het Groote Leger van weleer. Maar de rest geleek
+meer op een bende Tartaren, die van een goed geslaagden rooftocht
+huiswaarts keerden.</p>
+
+<p>Het was een samenmengsel van kalessen, kruitwagens, prachtige rijtuigen
+en karren van allerlei soort, beladen met zegeteekenen van Russische,
+Turksche en Perzische standaards, alsook het reusachtige kruis van den
+Heiligen Iwan met al de kostbaarheden, welke men uit de stad der Czaren
+geroofd had. Lieden van allerlei volken, zonder wapenen; bedienden die
+verschillende talen spraken; Fransche neringdoenden met hun vrouwen en
+kinderen; gepreste Russische boeren wier paarden een gedeelte van den
+buit moesten dragen of voortsleepen; komedianten; heel die bonte
+karavaan zonder regelmaat en orde, deed <span class="pagenum" title="125"></span><a id="p_125"></a>aan een zwervend volk der
+oudheid denken. Eén enkele stoute aanval der kozakken&mdash;en deze gansche
+nasleep van het leger viel in hun handen.</p>
+
+<p>Ondanks de breedte van den weg en het geschreeuw van zijn escorte, had
+de Keizer moeite om door die zonderlinge menigte heen te komen. Toen hem
+dit eindelijk gelukt was, ging hij op den ouden weg naar Kaluga voort.
+Tegen den middag op het kasteel Krasnopasra aankomend, beval hij
+eensklaps, dat zijn leger den nieuwen weg zou gaan, dien het na drie
+marschen langs ongebaande wegen bereikte. Maar niet zonder moeite en
+gevaar; want een zware regen maakte dien weg schier onbegaanbaar. Door
+deze manoeuvre echter misleidde hij Kutusof, die hem op den ouden weg
+afwachtte en dien hij nu in één dagmarsch voorbijtrekken kon, om vóór
+hem te Kaluga te zijn<ins class="corr" id="corr57" title="Niet in Bron.">.</ins></p>
+
+<p>Den 23<sup>sten</sup> October bereikte de Keizer het geheel verlaten stadje
+Borowsk, waar hij, vertrouwende dat Kutusof achter hem was, een
+zorgeloozen en gerusten nacht doorbracht.</p>
+
+<p>Den volgenden dag werd prins Eugenius bij Malo-<ins class="corr" id="corr58" title="Bron: Jaroslawetz">Jaroslawitz</ins>
+slaags met een gedeelte van Kutusofs armee en behaalde een bloedige
+overwinning: zij kostte Napoleon niet minder dan vierduizend man en
+zeven generaals.</p>
+
+<p>Ook het huzaren-regiment van Jakob Stargardt had aan den veldslag
+deelgenomen. Na den moorddadigen slag bij Borodino slechts zeer
+onvoldoende aangevuld, had het in de herhaalde gevechten en
+schermutselingen rondom Moscou nog weer tal van manschappen verloren;
+thans was dit overschot tot op de helft geslonken.</p>
+
+<p>Toen de Russen afgetrokken waren, reden Stargardt en de oude Ros in draf
+naar de plaats terug, waar hun escadron het hevigst had gevochten. Daar
+stegen zij af en zochten er tusschen de tallooze dooden en gewonden.</p>
+
+<p>&bdquo;Wáár heb je den wachtmeester zien vallen?&rdquo; vroeg Jakob Stargardt aan
+zijn oppasser.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Moet niet ver van deze plaats wezen,&rdquo; zei Ros.</p>
+
+<p>&bdquo;Zàg je hem vallen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zag, dat hij een officier een houw gaf; meteen <span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a>kreeg zijn paard een
+slag, waardoor het begon te steigeren... Op dat oogenblik schoot een
+Russische dragonder zijn pistool af, vlak langs mijn oor, en
+wachtmeester Vermaat kreeg het schot in zijn borst. Hij stak zijn armen
+in de lucht en viel achterover; en het paard viel op hem.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dus weet je niet zeker, of hij werkelijk dood is?&rdquo;</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr59" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Hm!.... zèker,&mdash;neen, zeker kan ik het niet zeggen... Maar 't is
+toch wel waarschijnlijk, ritmeester:&mdash;ik heb nog een paar keer naar hem
+gekeken, maar geen lid zag ik hem verroeren... Zoowáár,&mdash;daar zie ik hem
+liggen!&rdquo;</p>
+
+<p>Tusschen doode paarden en gesneuvelde ruiters lag Reinier Vermaat, het
+hoofd rustend op den schouder van een gesneuvelden Franschman, die dwars
+over het lijk van een Rus gevallen was. Reinier scheen te sluimeren;
+zijn oogen waren half gesloten, heel zijn <ins class="corr" id="corr60" title="Bron: honding">houding</ins> was die
+van een man, die na een zware vermoeienis was ingeslapen; zijn
+opengerukte dolman en vest, waardoor het van bloed doorweekte hemd
+zichtbaar werd, weersprak echter droevig die schijnbaar kalme rust.</p>
+
+<p>&bdquo;Zoo heeft hij niet gelegen,&rdquo; zei Ros. Onwillekeurig sprak hij
+fluisterend, als vreesde hij, den wachtmeester te zullen wekken. &bdquo;Hij
+lag met zijn gezicht naar den grond.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dan is er wellicht nog leven in,&rdquo; zei Jakob Stargardt.</p>
+
+<p>Hij knielde bij den gewonde neer.</p>
+
+<p>Reinier opende de oogen, en staarde zijn ritmeester vlak in 't gezicht.</p>
+
+<p>&bdquo;Laat mij sterven!&rdquo; zei hij met zwakke stem<ins class="corr" id="corr61" title="Niet in Bron.">,</ins> &bdquo;en vervolg mij niet
+tot aan mijn dood!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Je zult niet sterven, Vermaat,&rdquo; antwoordde Jakob Stargardt, zijn klamme
+hand grijpend, die geheel bebloed was;&mdash;&bdquo;je zult niet sterven; we zullen
+doen wat we maar kunnen om je te laten genezen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waarom ben je me komen opzoeken?&rdquo; vroeg de gekwetste, terwijl zijn
+oogen zich langzaam weer sloten.</p>
+
+<p>&bdquo;Omdat ik het niet kon verdragen dat iemand die berouw voelde, wellicht
+de eeuwigheid kon ingaan, zonder in de gelegenheid te zijn, dat berouw
+te bekennen.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="127"></span><a id="p_127"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Ik heb geen berouw!&rdquo; antwoordde Reinier somber.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat heb je wèl, Vermaat,&mdash;mij dunkt dat <i>moet</i> je hebben. Ik heb je
+nooit eenig kwaad gedaan; ik heb je rechtvaardig behandeld,&mdash;en toch heb
+je nu eenmaal jezelf opgedrongen, dat je mij haten moest.&mdash;Kom, laat ons
+weer vrienden zijn.&mdash;Er is te veel goeds in je&mdash;je bent veel te
+verstandig om je gemoed door haat te laten vergiftigen.&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier draaide zich om en streek met zijn mouw over de oogen.</p>
+
+<p>&bdquo;Drommels!&rdquo; pruttelde hij, &bdquo;die wond schijnt ook al op mijn oogen te
+werken.&rdquo;</p>
+
+<p>De gekwetste zweeg, maar liet zijn hand in die van zijn vijand.</p>
+
+<p>&bdquo;Zou je op een paard kunnen zitten, als je wat ondersteund werd?&rdquo; vroeg
+Stargardt nu.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik weet het niet,&rdquo; antwoordde Reinier week.</p>
+
+<p>&bdquo;We moeten het maar eens probeeren,&rdquo; zei Jakob, &bdquo;Maar eerst wil ik zoo
+goed mogelijk je wonden zien te verbinden.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij ging naar zijn paard, rukte het chabrak los en haalde uit een der
+holsters een rol linnen: Moeder Jane had hem geleerd, dat hij dit altijd
+bij zich diende te hebben.</p>
+
+<p>Reinier Vermaat bleek een schot in de borst te hebben; het bloed vloeide
+nog langzaam uit de wond. Jakob, bijgestaan door zijn oppasser, verbond
+de kwetsuur zoo goed hij kon, om het bloed te stelpen. Toen werd de
+gekwetste voorzichtig op Ros zijn paard getild, dat door den oppasser
+bij den teugel geleid werd. Stargardt ging naast Reinier rijden, om hem
+te ondersteunen.</p>
+
+<p>Op den wagen van moeder Jane werd daarop den gewonde zoo goed mogelijk
+een ligplaats ingeruimd. Daarop kwam een der chirurgijns hem van den
+Russischen kogel bevrijden en vervolgens verbinden.</p>
+
+<p>Den volgenden dag ging Jakob Stargardt den gekwetste zoo gauw mogelijk
+bezoeken. Hij lag stil voor zich uit te kijken.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik heb goeie berichten,&rdquo; zeide de ritmeester,&mdash;&bdquo;de <span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a>chirurgijn staat er
+voor in, dat je geneest; maar&mdash;je moet je rustig houden! Ook heb ik
+ander mooi nieuws voor je: Je bent tot ritmeester bevorderd.&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier had geen enkele beweging gemaakt; hij sloot zijn oogen, maar
+twee dikke tranen rolden langzaam over zijn verbleekte wangen neer.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik zie,&rdquo; zei Stargardt, &bdquo;dat ik je alleen moet laten; je bent wat van
+streek,&mdash;dat deugt niet voor je.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij wilde weggaan, maar Vermaat greep zijn hand.</p>
+
+<p>&bdquo;Vergeef me,&rdquo; zei hij met een weeke stem, &bdquo;ik heb je beleedigd en
+miskend;&mdash;ik had gezworen mij niet door je edelmoedigheid te laten
+vermurwen, maar je hebt overwonnen. Je hebt je verschrikkelijk
+gewroken.&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Twaalfde"></a>Twaalfde Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Op Smolensk terug.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Met welk een vijand Napoleon van nu af rekening zou moeten houden, bleek
+hem reeds den morgen toen hij, het slagveld willende bezoeken, zich
+eensklaps omsingeld zag door een horde kozakken, die hij in de verte
+aanvankelijk voor Fransche cavalerie had aangezien. Aan de
+garde-grenadiers te paard gelukte het echter nog juist bijtijds, dien
+onverhoedschen aanval af te slaan.</div>
+
+<p>Napoleon keerde naar zijn hoofdkwartier terug, eerst somber en zwijgend,
+toen woedend, dat een handvol kozakken hem, den beheerscher van Europa,
+op de vlucht had gejaagd.</p>
+
+<p>Er werd nu langen tijd beraadslaagd en ten leste nam de Keizer het
+besluit om af te trekken en dat wel <span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a>langs den weg, die hem vooreerst
+het spoedigst van den vijand zou verwijderen.</p>
+
+<p>Het is opmerkenswaardig, dat hij het bevel tot dien aftocht naar het
+Noorden gaf op hetzelfde oogenblik, dat Kutusof en zijn Russen, geheel
+tot wankelen gebracht door den bloedigen slag bij Malo-Jaroslawitz, naar
+het Zuiden aftrokken.</p>
+
+<p>Den 28<sup>sten</sup> October zag het Fransche leger Moshaisk weer. Deze stad
+was nog vol gewonden; sommige werden meegenomen, andere op één plaats
+vereenigd en, even als te Moscou, aan de edelmoedigheid van den vijand
+overgelaten. Na een verschrikkelijken strijd en na tien dagen met
+marschen en contra-marschen te hebben doorgebracht, was het leger drie
+dagreizen van Moscou af en&mdash;begon de winter!</p>
+
+<p>Het was de Russische winter, en er was gebrek aan levensmiddelen! In de
+eerste dagen van den aftocht had men de <ins class="corr" id="corr62" title="Bron: voorraadswagens">voorraadwagens</ins>, welke de
+paarden niet meer konden voorttrekken, reeds verbrand. Daarna kwam het
+bevel, om alles achter zich in brand te steken; men voldeed slechts
+gedeeltelijk daaraan, door de kruitwagens, welker paarden uitgeput
+waren, in de lucht te laten springen.</p>
+
+<p>Reeds bezweken er eenige manschappen; wat zou het dus zijn, als de
+winter zich in volle strengheid deed gevoelen? Het leger werd zelfs nu
+al bedrukt en neerslachtig. Al mokkend marcheerde men verder.</p>
+
+<p>Eensklaps gingen er kreten van ontroering op en een ieder zag om zich
+heen. Men ontwaarde een geheel plat getreden, naakten, vernielden grond;
+al de boomen bleken op eenige voeten boven de aarde afgehouwen en
+verderop zag men van spitsen ontbloote heuvels; de hoogste scheen de
+meest misvormde. Overal was de aarde bezaaid met overblijfsels van
+helmen en harnassen, met gebroken trommels, vernielde wapenen, lompen
+van monteeringen en met bloed bevlekte standaards.</p>
+
+<p>Op dien verwoesten grond lagen dertigduizend half verteerde lijken! Het
+was het slagveld van Borodino!</p>
+
+<p>De Keizer trok er haastig voorbij. Niemand hield <span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a>zich op. De koude, de
+honger en de vijand drongen tot spoed; slechts wendde men, terwijl men
+voortging, nog eens het hoofd om, teneinde een droeven en laatsten blik
+te werpen op dat onmetelijke graf van zoo vele wapenbroeders, die
+nutteloos waren opgeofferd.</p>
+
+<p>In den nacht bereikte Napoleon Gjatz en twee dagen later Wiasme. Hier
+vertoefde hij, om de corpsen van Prins Eugenius en <span xml:lang="fr">Davoust</span> af te
+wachten, die van Malo-Jaroslawitz de achterhoede hadden gevormd.</p>
+
+<p>Den eersten November trok de Keizer weer verder, terwijl hij Ney te
+Wiasme liet, om met <span xml:lang="fr">Davoust</span> en Prins Eugenius den aftocht te dekken.</p>
+
+<p>Twee dagen later had een Russisch legercorps die stad bereikt en moest
+de achterhoede daar een formeelen veldslag leveren, om den terugtocht te
+kunnen voortzetten.</p>
+
+<p>De Franschen kostte dit treffen vierduizend man aan dooden en gewonden.
+Het overschot van het Hollandsche regiment huzaren was zoo goed als
+volkomen vernietigd. Slechts Jakob Stargardt, Ros en nog een stuk of wat
+anderen waren ongedeerd gebleven, maar hun paarden waren bezweken, zij
+zelf moedeloos en diep neerslachtig.</p>
+
+<p>Moeder Jane poogde haar zoon te troosten: Weldra zouden zij immers
+Smolensk bereikt hebben: en daar was overvloed, daar wachtten hun goede
+winterkwartieren; daar nam hun ellende een einde.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar vóór we zoo ver gekomen zijn, kunnen wij al lang verhongerd
+wezen,&rdquo; zei Ros. &bdquo;Uitdeelingen worden niet meer gedaan en nergens langs
+den weg vinden we eenige levensmiddelen, want de voor ons uit gaande
+corpsen zijn zoo roekeloos, om de meeste huizen en dorpen te verbranden.
+De achterhoede vindt niets dan asch.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad had de ellende reeds een groote hoogte bereikt. Het eenig
+voedsel, nu bijna elk zijn kleinen voorraad zoo zoetjes aan had
+verbruikt, was een stuk paardevleesch. En wijl iederen dag, door gebrek
+aan voeding, honderden paarden neervielen, was dááraan geen gebrek.</p>
+
+<p>Ook de beide paarden voor moeder Jane's voertuig <span class="pagenum" title="131"></span><a id="p_131"></a>konden nog slechts
+moeizaam meer voort. Tegen den avond van den volgenden dag, juist toen
+zij ze uit wilde spannen, stortte een der uitgeputte beesten plotseling
+in elkaar, door zijn val ook het andere deerlijk verzwakte dier omver
+werpend. De marketentster maakte de gareelen los en poogde de dieren
+weer overeind en althans op zij van den weg te krijgen. Maar haar
+inspanning bleek vergeefs. Vermoeid moest zij van alle verder pogen
+afzien en even later bleken de dieren reeds dood.</p>
+
+<p>Terwijl moeder Jane, diep verslagen, nog altoos naar haar arme, van
+honger gestorven beesten te kijken stond, kwam plotseling een troep
+soldaten aan, samenmengsel van verschillende regimenten. Zij wierpen
+zich als een zwerm roofvogels op de doode paarden neer, hieuwen er
+lappen vleesch van af, en ondanks het protest van Reinier Vermaat en
+enkele andere vrienden, ondanks de smeekingen van moeder Jane, sloegen
+zij den wagen tot brandhout, om het vleesch aan de punt van sabel of
+bajonet een weinig te roosteren en daarop half rauw te verslinden.</p>
+
+<p>Jakob, Ros en nog een tiental anderen waren er op uit gegaan om te zien,
+of zij niet eenig voedsel op konden sporen. Toen zij met het invallen
+van de duisternis terugkeerden, vonden zij de marketentster zonder wagen
+en paarden.</p>
+
+<p>Maar zij waren zoo gelukkig geweest een vos te schieten en brachten
+bovendien een flinken voorraad hout mee.</p>
+
+<p>Dadelijk werd het bivakvuur gemaakt en het vleesch geroosterd, dat zij
+vervolgens, te gelijk met het laatste overblijfsel van den uit Moscou
+meegevoerden leeftocht, verorberden.</p>
+
+<p>Toen kwam het gesprek weer, als gewoonlijk in de laatste dagen, op den
+rampzaligen toestand van het leger en natuurlijk ook weer op het jongste
+verlies, dat de marketentster geleden had.</p>
+
+<p>&bdquo;Och,&rdquo; zei moeder Jane, &bdquo;het spijt me natuurlijk om de arme dieren. Maar
+ik was het immers ieder oogenblik te wachten dat ik ze kwijt zou raken.
+En den wagen <span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a>hadden we tòch niet mee kunnen nemen. Wel beschouwd is het
+dus maar beter, dat onze ongelukkige soldaten er zich nog mee verwarmen,
+dan dat hij in handen van die roofzieke Kozakken gevallen was. Maar ja,
+op zoo'n eerste oogenblik zie je dat zoo niet in! Dan meen je, dat je
+het grootste onrecht wordt aangedaan.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Maar <i>wij</i> hadden toch anders het vleesch gehad, dat zullie daar nu
+verslonden hebben,&rdquo; zei een der soldaten van hun groepje, wijzend naar
+de mannen rondom een naburig bivakvuur.</p>
+
+<p>&bdquo;Zou je dan denken, dat ik ook maar een enkele beet van mijn eigen
+paarden zou kunnen eten?&rdquo; vroeg moeder Jane. &bdquo;En jullie hebt toch van
+avond óók geen gebrek gehad, is 't wel?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, neen,&rdquo; zei Reinier, &bdquo;het maal heeft me kostelijk gesmaakt!&rdquo;&mdash;De
+Russische kogel die hem op het slagveld bij Malo-Jaroslawitz getroffen
+had, bleek gelukkig niet diep gegaan te zijn en had geen edele deelen
+geraakt. De zorgvuldige oppassing van Jakob en zijn moeder, gepaard aan
+zijn gezond en krachtig lichaamsgestel, brachten dan ook een
+wonderbaarlijk voorspoedige genezing. Bovendien was ook hij zoo
+verstandig geweest, zich in Moscou voor den naderenden winter uit te
+rusten.</p>
+
+<p>Gelukkig echter werkte de natuur tot heden mee, om den tocht niet nòg
+zwaarder te maken. Overdag was het meestal zonnig, zacht weer; alleen 's
+nachts was het merkbaar, dat het koude jaargetijde naderde.</p>
+
+<p>Maar den volgenden morgen veranderde opeens de lucht; het azuur verdween
+in een sluier van koude dampen. Deze dampen werden al dichter en vormden
+zich weldra tot een ontzaggelijke wolk, die in groote sneeuwvlokken op
+de voorttrekkende legerbenden neerdaalde. Het scheen alsof de hemel
+nederviel en zich vereenigde met den vijandelijken grond en zijn
+bewoners, om hun verderf volkomen te maken. Alles werd verward en
+onkenbaar; de dingen veranderden van gedaante; men trok voort zonder te
+weten waar men was, zonder zijn doel te bespeuren, alles werd
+verhindering.</p>
+
+<p>Terwijl de soldaat zijn pogingen in het werk stelde <span class="pagenum" title="133"></span><a id="p_133"></a>om zich, te midden
+van ijzige wervelwinden een doortocht te verschaffen, hoopten zich de
+sneeuwvlokken, door den wind voortgedreven, opéén, en bleven in elke
+holte liggen. Zoo verborg haar oppervlakte aanhoudend onbekende diepten,
+welke zich trouweloos onder de voeten openden. De krijgsman zonk er in
+weg, en de zwaksten werden er in bedolven. Zij, die achter hen kwamen,
+maakten dan een omweg, maar de storm joeg de sneeuw des hemels en die
+welke hij van de aarde opjoeg hun grimmig in het gezicht en verblindde
+hun oogen; verwoed scheen hij zich tegen hun marsch te willen verzetten.</p>
+
+<p>Onder deze nieuwe gedaante viel de Russische winter hun van alle kanten
+aan: hij drong snijdend door hun dun gewaad en opengescheurd schoeisel
+heen. Hun natte kleeren bevroren op hun lichamen; het ijs hechtte zich
+op hun vel en verstijfde al hun leden. De scherpe en hevige wind deed
+hun de lippen op elkander klemmen, maakte zich meester van hun adem, als
+zij dien uitbliezen en herschiep hem in ijskegels, welke langs hun baard
+om hun mond hingen.</p>
+
+<p>Klappertandend sleepten de ongelukkigen zich voort, totdat de sneeuw,
+die zich aan hun voeten klompte, een tak, een verloren wapen, of het
+lichaam van een hunner kameraden hen deed struikelen en vallen.
+Onmachtig de handen te roeren, was hun kermen te vergeefs; zij werden
+spoedig door de sneeuw bedekt: een kleine verhevenheid slechts deed hen
+dan nog onderkennen: dáár was hun graf!...</p>
+
+<p>De weg was vòl van zulke verhevenheden; de onverschilligsten, de
+onverschrokkensten werden er door geroerd; met de oogen er van
+afgekeerd, gingen zij er voorbij.</p>
+
+<p>Maar vóór hen, achter hen, overal was de sneeuw; hun gezicht verloor
+zich in die onoverzienbare en treurige gelijkvormigheid; het was als een
+onmetelijk doodskleed, waarmee de natuur het leger omhangen had. De
+eenige voorwerpen, die er zich van losrukten, waren de donkere
+mastboomen, boomen des grafs, met hun ontzettende <span class="pagenum" title="134"></span><a id="p_134"></a>somberheid en de
+reusachtige onbewogenheid van hun zwarte stammen, waardoor zij dit
+ijselijk schouwspel van een stervend wereldleger, te midden eener doode
+natuur, slechts volmaakten.</p>
+
+<p>Het geweer werd voor de verstijfde armen der nog levenden een
+ondragelijk gewicht. Zij wierpen het niet weg, maar in hun menigvuldig
+vallen ontschoot het aan hun handen, het brak in stukken, of ging
+verloren in de sneeuw. Van vele anderen vroren de vingers aan het geweer
+dat zij nog vasthielden en dat hun de beweging ontnam, vereischt om er
+een overschot van leven en warmte in te behouden.</p>
+
+<p>Welhaast ontmoette men een menigte menschen van allerlei corpsen, nu
+eens afgezonderd, dan weer bij troepen. Zij waren niet laf van hun
+standaards weggeloopen, het was de koude, de afmatting, die hen van hun
+colonnes had gescheiden. En nu dwaalden zij rond, ongewapend,
+overwonnen, zonder verdediging, zonder opperhoofden, slechts
+gehoorzamend aan den drang tot zelfbehoud.</p>
+
+<p>Velen, door het zien van eenige zijdelingsche paden verlokt,
+verspreidden zich in de velden met de hoop, er brood en een schuilplaats
+voor den naderenden nacht te zullen vinden; maar alles bleek over een
+breedte tusschen de zeven en acht mijlen verwoest; zij ontmoetten
+slechts kozakken of gewapende boeren, die hen omringden, mishandelden,
+uitplunderden en hen, onder een woest gelach, naakt op de sneeuw lieten
+<ins class="corr" id="corr63" title="Bron: onkomen">omkomen</ins>.</p>
+
+<p>Spoedig naderde de nacht, een nacht van zestien uren. Maar in die
+sneeuw, welke alles bedekte, wist men niet wáár stil te houden en zich
+neer te zetten om te rusten, of waar droog hout te vinden om de vuren te
+ontsteken.</p>
+
+<p>Toch dwongen vermoeidheid en duisternis om stand te houden. Maar de
+storm die nog altijd woedde, verspreidde de eerste toebereidselen der
+bivakken; de denneboomen, geheel met sneeuw beladen, weigerden
+gewoonlijk halsstarrig vuur te vatten en al vlamden zij soms een
+oogenblik op,&mdash;de sneeuw die door de warmte smolt, doofde die
+opflikkerende vlam en daarmee tevens den moed en de hoop op redding.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="135"></span><a id="p_135"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Neen, jongens, zóó gaat het niet!&rdquo; zei moeder Jane, toen eenigen van
+haar troepje met het bijeengebrachte dennenhout reeds een vuur wilden
+maken: &bdquo;We moeten eerst de sneeuw wegvegen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is gemakkelijk genoeg gezegd,&rdquo; meende een der soldaten, &bdquo;maar,
+waarmee?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, met bezems natuurlijk!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die we niet hebben!&rdquo; gromde een ander.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar die we best kunnen maken!&rdquo; viel de marketentster in. &bdquo;Dit bosch
+heeft takken genoeg! Een bundeltje daarvan bij elkander gebonden, een
+dikken tak tot steel, en&mdash;de bezem is klaar!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Warempel, je hebt gelijk!&rdquo; zei Ros. &bdquo;Komt, mannen, dan maar dadelijk
+aan 't werk!&rdquo;</p>
+
+<p>Met hun drieën gingen zij nu aan het hakken en snijden; Jakob Stargardt,
+Reinier en moeder Jane bonden de takken met eenige dunne twijgen bijeen,
+terwijl de overigen met deze bezems het terrein schoon veegden.</p>
+
+<p>De plaats voor het bivak gaf blijk van een verstandige keuze. Een hoogte
+beschutte tegen den fellen wind; als het hun dus gelukken mocht om vuur
+aan te maken, dan zou dit ten minste niet verwaaid worden. Maar het
+versch gekapte hout wilde slecht branden. Schier een half uur tobbens
+was reeds voorbijgegaan, zonder noemenswaardig resultaat, toen Ros en
+Jakob, na veel zoekens, ieder met een arm vol dood hout kwamen
+aandragen.</p>
+
+<p>Nu laaide de vlam in een oogenblik hoog op, zoodat ook het andere hout
+bruikbaar werd en waarvan men een genoegzame hoeveelheid bijeen had
+gebracht om het vuur den ganschen nacht te kunnen onderhouden.</p>
+
+<p>Zij roosterden nu hun paardevleesch en het weinigje roggemeel dat ieder
+nog bezat kneedde hij met sneeuwwater tot deeg, om dit vervolgens in de
+heete asch te laten bakken.</p>
+
+<p>Dat was hun avondmaal.</p>
+
+<p>Niet lang bleven zij echter alleen. Tal van ongelukkigen, aangelokt door
+het flikkerende vuur, hadden zich al spoedig bij hen gevoegd en slechts
+met moeite <span class="pagenum" title="136"></span><a id="p_136"></a>konden zij hun plaats behouden. Er werd afgesproken, dat
+telkens twee hunner bij beurten het vuur zouden bewaken en voeden,
+terwijl de overigen mochten slapen. Zoo ging men den nacht in.</p>
+
+<p>Toen zij den volgenden morgen, ondanks het goed onderhouden vuur,
+verkleumd en huiverend van het bivak opstonden om den vreeselijken tocht
+weer voort te zetten, moesten zij over een dubbelen kring van lijken
+stappen: soldaten, die, uit plaatsgebrek, buiten de warmtesfeer van het
+vuur gebleven, in den fellen vriesnacht waren doodgevroren. Overal
+elders zagen zij de bivakken door dergelijke gruwbare kringen
+afgeteekend, en verder bleek de grond bedekt met honderden doode
+paarden.</p>
+
+<p>Sedert dien dag zonderden zich bij elk bivak, bij elken slechten
+overtocht, voortdurend een gedeelte der nog georganiseerde troepen af,
+om zich bij den ordeloozen nasleep te voegen.</p>
+
+<p>Alleen bij de Keizerlijke garde bleef nog altoos de krijgstucht bestaan.
+Maar men had zich genoodzaakt gezien, den buit van Moscou in een meer te
+werpen: Kanonnen, Gotische wapenrustingen, uit het Kremlin meegenomen om
+als zegeteekenen naar Parijs te worden gevoerd, zelfs het reusachtige
+gouden kruis van den heiligen Iwan, alles verzonk in de diepte. Op dezen
+ontzettenden terugtocht wierp het leger, evenals een groot schip dat
+door den verschrikkelijksten storm geteisterd wordt, zonder aarzelen
+alles wat zijn voortgang kon bemoeilijken of vertragen, in die zee van
+sneeuw en ijs. Het was niet meer te doen om zijn leven áángenaam te
+maken, maar om het te redden!</p>
+
+<p>Eindelijk zag het leger Smolensk weer, waar men het eind van al zijn
+rampen dacht te vinden. Reeds van verre wezen de soldaten het elkander
+aan. Dáár was het beloofde land, waar hun hongersnood den begeerden
+overvloed, hun vermoeidheid de rust zou erlangen; waar de bivakken van
+negentien graden koude in wèl verwarmde huizen zouden vergeten worden.
+Dààr zouden zij een herstellenden slaap genieten; hun havelooze plunje
+kunnen oplappen; dáár zouden hun nieuwe schoenen en <span class="pagenum" title="137"></span><a id="p_137"></a>voor het klimaat
+geschikte kleeren worden uitgedeeld!</p>
+
+<p>Alleen de garde en eenige andere uitgelezen korpsen bleven in hun
+gelederen, de overigen liepen weg en snelden naar de lang verbeide stad.
+Duizenden van menschen, meest zonder wapenen, bedekten de twee steile
+oevers van den Dnieper; zij verdrongen zich voor de hooge muren en
+poorten der stad; maar hun onordelijke menigte, hun vervuilde gezichten,
+zwart geworden door aarde en rook, hun gescheurde monteeringen, de
+zonderlinge kleeding waarmee zij zich behielpen, heel hun vreemd,
+afzichtelijk voorkomen en hun vervaarlijke drift, schrikten af. Uit
+vrees dat die van honger razende menigte, wanneer men haar binnen liet,
+alles zou uitplunderen, sloot men de poorten. Men hoopte door deze
+gestrengheid tevens te bewerken, dat die verstrooiden zich weer zouden
+vereenigen.</p>
+
+<p>Toen ontstond er onder het overschot van het rampzalige leger een
+verschrikkelijke strijd tusschen de orde en de wanorde. Het was te
+vergeefs, dat sommigen baden, weenden, smeekten, dat zij dreigden en
+trachtten de poorten open te breken, dat zij stervende neervielen voor
+de voeten van hun metgezellen, die belast waren hen terug te drijven.</p>
+
+<p>Daar kwamen de oude en de jonge garde aan. Zij waren met den Keizer
+meegekomen, die hen voor het vuur der Russen gespaard had, en niet de
+minste wanorde was in hun gelederen voorgekomen, want voor hun voeding
+was wel gezorgd. Eerst nà hen konden de ongelukkigen die voor de poorten
+stonden binnentrekken, voor zoover ze niet dood of stervende aan de
+steile oevers der rivier nederlagen; zij snelden naar de magazijnen,
+maar men dreef hen er uit terug, omdat zij hun korps verlaten hadden en
+niet in het bezit van volgbriefjes waren, waarmee de magazijnmeesters
+zich verantwoorden konden en die door daartoe gemachtigde officieren
+moesten worden ingeleverd. Zij hàdden geen officieren meer, ze wisten
+niet eens waar hun regimenten waren. In dezen toestand bevond zich
+tweederde van het leger.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="138"></span><a id="p_138"></a></p>
+
+<p>Toen verspreidden zich die rampzaligen door de straten, geen hoop meer
+hebbend dan in de plundering. Maar overal kondigden tot op de beenderen
+toe ontlede paarden hun den hongersnood aan: overal waren de vernielde
+en losgerukte deuren en ramen gebruikt om de bivakvuren te onderhouden
+der doortrekkende troepen. Er waren geen winterkwartieren voorbereid,
+men vond er geen hout; de zieken, de gekwetsten bleven in de straten, op
+de wagens, die hen hadden vervoerd. Het was en bleef steeds de
+noodlottige groote weg, dwars door een ijdelen naam heenloopende; het
+was een nieuw bivak te midden van bedriegelijke puinen, die nog kouder
+waren dan de bosschen, welke zij hadden verlaten. Kortom, datzelfde
+Smolensk, door het leger als de grens van zijn lijden beschouwd, scheen
+er slechts het eigenlijke begin van te worden. Honderden bij honderden
+stierven ook hier van koude en gebrek; en toen het bleek, dat de
+magazijnen slechts zeer onvoldoende werden bewaakt, kwamen de
+uitgehongerde benden ze eensklaps plunderen, waarbij nog heel wat
+voedsel nutteloos verloren ging.</p>
+
+<p>Moeder Jane, Jakob, Reinier en Ros waren de eenigen van hun troepje, die
+zich te midden van al die wanorde bij elkander hadden gehouden. Maar
+juist door hun gering aantal was het hun des te gemakkelijker gelukt,
+een vrij dragelijk verblijf te bekomen.</p>
+
+<p>Reeds van Wiasme af droegen zij hun pelzen, in Moscou gekocht, op het
+bloote lichaam, waardoor de koude hun weinig nadeel toebracht. Steeds
+waren zij matig geweest, wanneer er onderweg nog eens voedsel gevonden
+werd, en ook van het paardevleesch, soms overvloedig voorhanden, hadden
+zij altoos maar weinig gebruikt. Daarenboven bezaten zij alle vier een
+gezond en sterk gestel. In vergelijking van duizenden hunner metgezellen
+waren zij er dus nog zoo slecht niet aan toe, maar wijl zij uit de
+magazijnen niets hadden ontvangen, hadden zij thans volslagen gebrek aan
+voedsel.</p>
+
+<p>Gelukkig echter werden te Smolensk de achterstallige soldijen
+uitbetaald, met een voorschot van twee maanden, waardoor hun beurzen
+opeenmaal goed gevuld raakten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="139"></span><a id="p_139"></a></p>
+
+<p>Zij kochten nu zooveel mogelijk van de geroofde eetwaren der anderen,
+wel wetend, dat nog tweehonderd uren gaans moesten afgelegd worden,
+alvorens zij de Weichsel zouden bereikt hebben. Want dat men te Smolensk
+niet overwinteren kon, was voor ieder nu wel duidelijk.</p>
+
+<p>Onderweg had Jakob geducht met zijn laarzen gesukkeld: zijn pelslaarzen,
+te Moscou opgedaan, waren wel warm geweest te paard, maar niet geschikt
+om te loopen. Na eenige dagen marcheeren waren zij dan ook reeds zonder
+zolen. Voor tachtig francs had hij toen een paar oude laarzen van een
+rijdend artillerist gekocht, maar deze bleken hem te nauw, zoodat hij ze
+hier en daar had moeten opensnijden. In Smolensk kocht hij thans voor
+twintig francs een paar nieuwe soldatenschoenen.</p>
+
+<p>Napoleon had er op gerekend, dat er voor vijftien dagen levensmiddelen
+en fourage aanwezig zouden zijn voor een leger van honderd duizend man;
+hij vond nog niet de helft dezer hoeveelheden aan meel, rijst en
+brandewijn. Vleesch was er niet.</p>
+
+<p>Onder die omstandigheden moest het verbazing wekken, dat de Keizer
+niettemin zijn verblijf onnoodig te rekken scheen.</p>
+
+<p>&bdquo;We zijn hier nu al vier dagen,&rdquo; zei Jakob, &bdquo;en onze aangekochte
+eetwaren zijn al zoo goed als op. Wat heeft Napoleon in dit afgebrande,
+verwoeste Smolensk anders te doen dan van de aanwezige levensmiddelen
+gebruik te maken en zoo gauw mogelijk verder te gaan?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Misschien meent de Keizer,&rdquo; vond Reinier, &bdquo;wanneer hij gedurende
+verscheidene dagen zijn brieven uit Smolensk dateert, dat hij zijn
+vlucht zal laten voorkomen als een langzame, roemrijke terugtocht. Hij
+heeft ten minste bevel gegeven, de torens op de wallen te vernielen,
+omdat hij niet meer door die muren wil opgehouden worden, zooals hij
+zegt.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Jawel,&rdquo; zei Ros, &bdquo;alsof de mogelijkheid bestaat dat hij er weer terug
+zal keeren, terwijl het nog niet eens zeker is, of hij er wel uit zal
+kunnen komen.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Licht wacht hij hier wel zoo lang, om de artilleristen <span class="pagenum" title="140"></span><a id="p_140"></a>gelegenheid te
+geven, hun paarden op scherp te zetten,&rdquo; giste moeder Jane.</p>
+
+<p>&bdquo;Alsof er arbeid te verwachten is van werklui die uitgeput zijn van
+honger en van de langdurige marschen!&rdquo; zei Jakob. &bdquo;De dag is voor de
+meesten nog niet toereikend om de noodige levensmiddelen te vinden en ze
+gereed te maken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan,&rdquo; zei Ros, &bdquo;de smidswagens zijn achter gelaten of vernield en
+alle materiaal ontbreekt voor zoo'n omvangrijk werk. Dàt kan het dus óók
+niet zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Evenwel, den volgenden dag, den 14<sup>den</sup> November, verliet Napoleon
+eindelijk Smolensk toch weer. Prins Eugenius had bevel gekregen, om de
+stad op den 15<sup>den</sup>, <span xml:lang="fr">Davoust</span> om ze op den 16<sup>den</sup> te ontruimen. Ney
+daarentegen moest eerst den 17<sup>den</sup> vertrekken. Hem was opgedragen, de
+assen der affuiten van de kanonnen die hij moest achterlaten, te laten
+doorzagen; die kanonnen zelf te begraven, de munitie onbruikbaar te
+maken, alle achterblijvers voor zich uit te drijven en de torens op de
+wallen te laten springen.</p>
+
+<p>Tegen vijf uur in den morgen vertrok de Keizerlijke colonne. Zij
+marcheerde nog ordelijk, doch de houding der manschappen was somber en
+zwijgend. De nachtelijke stilte werd slechts afgebroken door het geluid
+der slagen waarmee de arme paarden voortdurend aangezet werden, alsook
+door de driftige verwenschingen bij het doortrekken van een ravijn,
+wanneer er op de gladde hellingen, in de duisternis, paarden voor de
+kanonnen neerstortten en de geheele bespanning in een verwarden hoop
+naar beneden tuimelde.</p>
+
+<p>Op dezen eersten dag werden vijf mijlen afgelegd. De artillerie van de
+garde had er twee en twintig uur voor noodig gehad.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="141"></span><a id="p_141"></a></p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Dertiende"></a>Dertiende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Van Smolensk naar Orcha.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Toen de Keizer vertrokken was trachtte Prins Eugenius in Smolensk zijn
+verspreide troepen weder te vereenigen; met moeite onttrok hij hen aan
+de plundering der magazijnen en eerst den 15<sup>den</sup> gelukte het hem, acht
+duizend man bij elkaar te brengen, waarmee hij zich weer op weg begaf.
+Ook Jakob Stargardt en zijn moeder, benevens hun beide vrienden, sloten
+zich daar bij aan.</div>
+
+<p>Het was omstreeks drie uur in den namiddag toen dit viertal het waagde,
+den grooten weg te verlaten, in de hoop eenig voedsel te vinden. Weldra
+stonden zij voor de ruïne van een huis. Het was een steenen gebouw
+geweest, waarvan het dak en het gansche binnenwerk bleek verdwenen. De
+sporen van groote bivakvuren in de omgeving bewezen duidelijk genoeg,
+waartoe dat binnenwerk had moeten dienen; slechts de muren waren blijven
+staan.</p>
+
+<p>Schoon die bouwval dus weinig hopen deed, ving niettemin terstond een
+scherp onderzoek aan; een ieder deed zijn best om nog iets uit de ruïne
+op te schommelen, dat in een of ander opzicht bruikbaar wezen mocht.</p>
+
+<p>Aanvankelijk bleef alle onderzoek vruchteloos.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik geef het op!&rdquo; zei Ros al tegen Reinier. &bdquo;Maar kijk eens!&mdash;wat heeft
+moeder Jane daar gevonden? Daar is vast iets bijzonders, want haar zoon
+staat er bij met een gezicht als rook bij ossengebraad.&rdquo;</p>
+
+<p>Reinier keek in de aangeduide richting en zag de marketentster zich
+bukken tot een poging, om een zwaar stuk puin weg te wentelen.</p>
+
+<p>Jakob, zonder recht te begrijpen wat zijn moeder <span class="pagenum" title="142"></span><a id="p_142"></a>eigenlijk voor had,
+sloeg nu dadelijk zijn handen aan den steenbrok en rolde dien, schoon
+niet zonder krachtsinspanning, op zij.</p>
+
+<p>&bdquo;Neem nu dàt stuk óók nog weg,&rdquo; zei de marketentster, nog hijgend van
+haar vergeefsche poging.</p>
+
+<p>Jakob deed het, zonder te vragen waarom en nam daarop een afwachtende
+houding aan.</p>
+
+<p>&bdquo;Als we nu die kleine brokken ook nog wegruimen&mdash;dan zal het misschien
+gaan,&rdquo; zei de marketentster.</p>
+
+<p>&bdquo;Wàt zal gaan?&rdquo; vroeg Reinier, die inmiddels met Ros naderbij gekomen
+was.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel, kijk eens in dit gat hier,&rdquo; verzocht moeder Jane.</p>
+
+<p>Reinier bukte en zag, tusschen de kleinere steenbrokken door, een losse
+trap, slechts eenige treden diep, en onder die trap, een deur.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat is een kelder!&rdquo; riep hij, met een uitdrukking in zijn oogen, die
+dadelijk aan een menigte &bdquo;goede zaken&rdquo; deed denken, welke een flink
+voorziene kelder zoo al bevatten kan.</p>
+
+<p>Volijverig zetten hij en Ros zich nu mede aan den arbeid, en in een
+oogenblik was de trap geheel vrij. Maar de deur, of juister het luik,
+dat zoo zeer de algemeene verwachting gespannen hield, was goed gesloten
+en bood weerstand aan de krachtigste pogingen om het open te breken.</p>
+
+<p>De arme zwervers waren echter sedert hun vertrek uit Moscou te zeer
+gewoon geraakt aan de aanwending van allerlei middelen van geweld, om
+lang verlegen te staan. Er werden eenige halfverkoolde stukken hout bij
+elkaar gezocht en tegen het luik gelegd, vervolgens werd vuur gemaakt en
+daarna het houtstapeltje aangestoken. Toen gingen zij blazen en de lucht
+in beweging brengen om het vuur goed te doen vlammen, en binnen een
+kwartier was het luik zoo ver verbrand, dat het verder met gemak kon
+worden verbrijzeld.</p>
+
+<p>Jakob kroop vervolgens door de opening heen... Toen hij een oogenblik
+beneden geweest was stak hij het hoofd weer buiten het verbrijzelde luik
+en zei verheugd: <span class="pagenum" title="143"></span><a id="p_143"></a>&bdquo;Roep nou maar, zoo luid je kunt, hoezee!&mdash;Maar,
+drommels, neen! laten wij ons liever dood stil houden, er mochten kapers
+op de kust komen!&rdquo;</p>
+
+<p>Toen hij dit gezegd had, wierp hij achtereenvolgens twee Westfaalsche
+hammen op den besneeuwden grond, en verdween weer in de diepte.</p>
+
+<p>Een oogenblik later kwamen er gerookte worsten te voorschijn en Jakob
+verklaarde, dat er nog meer lekkernijen in den kelder waren; ja, hij
+geloofde, dat er ook nog wat anders in was, want er stond een groote
+ijzeren kist, die hij met geen mogelijkheid alleen kon optillen.</p>
+
+<p>Reinier reikte Jakob nu een brandend stuk hout aan, om hem tot fakkel te
+dienen; maar het bleek dat de kelder, op de ijzeren kist na, niets meer
+bevatte dan een paar flesschen wijn. Maar de totale voorraad was toch
+meer dan voldoende om het viertal gedurende eenige dagen tot onderhoud
+te kunnen strekken.</p>
+
+<p>&bdquo;Wij zullen verstandig doen,&rdquo; zei <ins class="corr" id="corr64" title="Bron: Jabob">Jakob</ins>, zich weer bij de
+overigen voegend, &bdquo;met die ijzeren kist maar ongemoeid te laten; het
+ding is zoo zwaar, dat het wel geen twijfel lijdt of het houdt geld en
+voorwerpen van waarde in. Wij zijn geen roovers,&mdash;laat de eigenaar zijn
+schat dus ongedeerd terugvinden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En dan,&rdquo; zei Reinier, &bdquo;waarvoor zou de ballast ons dienen? Morgen
+zouden wij dien misschien toch moeten wegwerpen. Neen, laten wij liever
+eens een proefje van onze kostelijke provisie nemen; want ik moet
+eerlijk bekennen, dat het gezicht van al die heerlijkheden mij doet
+watertanden.&rdquo;</p>
+
+<p>Nadat alle vier zich met een teug wijn verkwikt en een paar flinke
+sneden ham benevens een stuk worst genuttigd hadden, besloten zij,
+binnen den bouwval hun bivak gereed te maken. Zij togen dus naar het
+nabij gelegen bosch, om een voldoende hoeveelheid hout te verzamelen.</p>
+
+<p>Nauwelijks echter waren zij daar mee bezig, of zij werden door een
+sterke bende Russische boeren overvallen. Tegenover die groote overmacht
+zou alle weerstand nutteloos zijn geweest, te meer, wijl zij hun wapenen
+<span class="pagenum" title="144"></span><a id="p_144"></a>in den bouwval hadden achter gelaten. De boeren namen het viertal in
+hun midden en voerden hun gevangenen met zich mee het bosch in. Na een
+kwartier ongeveer hielden zij stil op een plaats, waar reeds
+verscheidene der hunnen op hen wachtten; van tijd tot tijd kwamen andere
+troepen den weg van Smolensk af en sommige hadden eenige Franschen als
+gevangenen bij zich. De Russen schenen eindelijk voltallig te zijn. Zij
+dreven de gevangenen te hoop, namen ze daarop in hun midden en trokken
+verder het woud in.</p>
+
+<p>Na een half uur bereikten ze een open plaats, die echter rondom door het
+bosch was ingesloten. Hier brandden hooge wachtvuren, waar talrijke
+groepen gewapende landlieden omheen lagen.</p>
+
+<p>Met verwondering zagen de gevangenen ook vele vrouwen, die de algemeene
+haat tegen den vijand van haar vreedzame werkzaamheden afgerukt en
+midden in het krijgsgewoel der mannen gevoerd had. Eenige maakten het
+eten klaar, andere poetsten wapenen, enkele zagen zij een gewonde
+verbinden.</p>
+
+<p>Door de nabijheid van het Fransche leger hadden de Russen, die de vier
+Hollanders waren overvallen, zich geen tijd gegund, hun gevangenen te
+berooven. Thans schenen zij daartoe echter te willen overgaan. Een
+baardige Rus trad op moeder Jane toe en wilde haar de pelsmuts van het
+hoofd rukken. Onwillekeurig trad zij een stap achteruit, terwijl Jakob
+toesprong en den boer met de hand afweerde. Woedend hief deze nu zijn
+knuppel tot een geweldigen slag omhoog. Doch opeens klonk de kreet van
+een vrouwenstem; in 't zelfde oogenblik drong een Russin door de rijen
+en hield den opgeheven arm van den boer tegen. Driftig keerde deze zich
+om, doch toen hij zag wie hem tegenhield, veranderde zijn toorn opeens
+in onderdanigheid en trad hij zwijgend terug.</p>
+
+<p>Jakob drukte dankbaar de hand van zijn redster in wie hij thans de vrouw
+herkende, die hij in Moscou tegen de roofzucht van den Duitschen soldaat
+verdedigd had. Met gebaren beval hij nu ook zijn drie lotgenooten in
+haar bescherming aan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="145"></span><a id="p_145"></a></p>
+
+<p>Zij knikte, als bewijs dat zij hem begrepen had.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik naderde de aanvoerder, die blijkbaar haar echtgenoot
+was. Hij scheen inlichtingen te vragen, maar aan de vier Hollanders
+ontging het niet, dat hij onder het uitvoerig relaas der vrouw af en toe
+de wenkbrauwen samen trok en herhaaldelijk het hoofd schudde.</p>
+
+<p>Even later liet hij allen verzamelen en men zette zich in beweging,
+terwijl de vier Hollandsche gevangenen door eenige landlieden met pieken
+bewaakt werden.</p>
+
+<p>Eindelijk bereikte men een dorp, waar de bende zich in verscheidene
+groepjes splitste om een onderkomen te zoeken.</p>
+
+<p>De aanvoerder trok met een kleine afdeeling nog wat verder, tot zij aan
+een halfverwoest landhuis kwamen. Hier werden de Hollanders in een klein
+vertrek opgesloten, waar zij al spoedig van vermoeidheid in slaap
+vielen.</p>
+
+<p>Nauwelijks drong het eerste licht van den wintermorgen tot hen door, of
+een jonge Rus trad binnen die hun eenig voedsel bracht. Moeder Jane, bij
+het zien van den Russischen lijfeigene, werd plotseling doodsbleek; zij
+uitte een kreet van ontroering... In 't volgende oogenblik lag zij,
+snikkend van blijdschap, in de armen van haar oudsten zoon.</p>
+
+<p>&bdquo;En vader?...&rdquo; was Willems eerste vraag.</p>
+
+<p>&bdquo;Leeft niet meer!&rdquo; zei moeder Jane somber.</p>
+
+<p>Uit de aanwezigheid zijner moeder bij het Groote Leger had hij dit wel
+begrepen; toch werd hij door het antwoord hevig geschokt.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar hoe ben je nu <i>hier</i> toch te recht gekomen?&rdquo; vroeg Jakob.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zei moeder Jane, &bdquo;vertel ons dat toch eens: we meenden stellig,
+dat je ergens in Engeland zat.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Toen ik aan boord van dat Engelsche vaartuig gekomen was, ondernamen we
+al heel gauw een reis naar de Oostzee. We leden evenwel schipbreuk en,
+zonder een penning op zak, werd ik aan de kust geworpen. Een Russische
+herbergier borgde mij voor zes roebels. Betalen kon ik die niet en zoo
+werd ik, volgens de gebruiken van dit land, zijn lijfeigene.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="146"></span><a id="p_146"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Om zes roebels?&rdquo; vroeg moeder Jane ontroerd. &bdquo;Verschrikkelijk!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;De herbergier verkocht me aan een baron en in <i>zijn</i> dienst was het,
+dat ik zijn prachtige woning te Moscou moest helpen in brand steken.
+Gelukkig had ik, ongezien, u beiden herkend en kwam ik in de
+gelegenheid, u nog juist bij tijds door middel van dat briefje voor het
+gevaar te waarschuwen.</p>
+
+<p>Toen wij ons vernielingswerk in Moscou verricht hadden, voegden wij ons
+bij het Russische leger, maar al heel spoedig sneuvelde de baron in een
+van die vele schermutselingen nabij de stad, en door zijn weduwe werd ik
+daarop aan een aanzienlijk koopman verkocht, mijn tegenwoordigen
+meester. Te Moscou bezat hij eenige groote magazijnen en winkels, maar
+zij werden door de Franschen geplunderd en toen trok ook hij uit om
+<ins class="corr" id="corr65" title="Bron: Napoleons's">Napoleon's</ins> leger zooveel mogelijk afbreuk te doen.</p>
+
+<p>Het huis waar we nú zijn is van zijn broer, een aanzienlijk
+grondbezitter, die zich met al zijn volk bij de Russische landweer heeft
+aangesloten...</p>
+
+<p>Maar nu kan ik hier heusch niet langer blijven!&rdquo; brak hij eensklaps
+haastig af, &bdquo;want dat mocht argwaan wekken. En als onze betrekking eens
+bekend werd, zou stellig een ander met de verzorging van u vieren belast
+worden.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat hebben ze eigenlijk met ons vóór?&rdquo; vroeg Ros.</p>
+
+<p>Willem haalde de schouders op: &bdquo;Ik hoop het uit te vorschen,&rdquo; zei hij
+onder het heengaan.</p>
+
+<p>In den loop van den dag kwam hij terug. Hij wist te vertellen, dat zijn
+meesteres de vier gevangenen had willen vrij laten, doch haar echtgenoot
+was daarvoor niet te vinden. Hij vreesde, dan in moeilijkheden te komen.
+Sommigen mopperden al, dat Marasof, zoo heette de koopman, een gedeelte
+van den buit voor zich alleen behield, anderen daarentegen pruttelden,
+dat hij heulde met de vijanden van het vaderland. Mocht dat gemopper
+toenemen, dan was hij niet van plan het viertal nog langer te
+beschermen, maar zou hun het lot der andere gevangenen doen deelen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="147"></span><a id="p_147"></a></p>
+
+<p>Dat zag er dus vrij bedenkelijk uit en daarom werd besloten, hoe eer
+hoe liever te vluchten. Daar er bij de ontzettende wanorde die in het
+terugtrekkende Fransche leger heerschte, voor Willem Stargardt niet het
+minste gevaar bestond er zich insgelijks bij aan te sluiten, zou ook hij
+mee gaan.</p>
+
+<p>Te middernacht kwam Willem, volgens afspraak, de deur ontgrendelen,
+waarop het viertal hem zoo stil mogelijk volgde. Na eenigen tijd met de
+grootste behoedzaamheid te zijn voort gegaan, bracht hij hen op een
+plaats waar een tweetal paarden, voor een Russische slede gespannen, aan
+een boom stond vastgebonden.</p>
+
+<p>Onder voorwendsel dat zijn meester plotseling naar het leger van Kutusof
+moest afreizen was het Willem gelukt om, zonder achterdocht te wekken,
+aan dat zoo hoognoodige voertuig te komen.</p>
+
+<p>Zij wisten, dat Ney met de achterhoede pas den 17<sup>den</sup> Smolensk mocht
+verlaten en hoopten dus, in den loop van den volgenden dag, diens leger
+te bereiken.</p>
+
+<p>Zoo snelden zij dus voort, in de richting van Krasnoé. Zij reden door
+een groot bosch. De tamelijk heldere nacht en de sneeuw op den grond
+maakten dat zij den weg zeer goed zien konden. Uren aanéén snelden zij
+voort en met het aanbreken van den dag hadden zij den zoom van het woud
+bereikt. Maar nu konden de paarden onmogelijk verder; de dieren waren òp
+van vermoeidheid.</p>
+
+<p>&bdquo;Zouden wij de rest van den tocht maar niet te voet afleggen?&rdquo; stelde
+Jakob voor. &bdquo;Me dunkt, in den loop van den dag zullen wij het corps van
+Ney toch wel ingehaald hebben.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Mij best,&rdquo; zei moeder Jane. &bdquo;Ik ben verstijfd van de koû en een flinke
+lichaamsbeweging zal goed doen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En de paarden?&rdquo; vroeg Reinier.</p>
+
+<p>&bdquo;Wel,&rdquo; zei Willem, &bdquo;die zullen, zoodra zij uitgerust zijn, den weg naar
+huis wel weer terug vinden. En als de slee met de paarden weer behouden
+in 't dorp terug gekomen is, zullen de Russen een reden te minder
+hebben, om ons te vervolgen.&rdquo;</p>
+
+<p>Zij namen nu de weinige levensmiddelen die Willem <span class="pagenum" title="148"></span><a id="p_148"></a>des avonds had kunnen
+inladen en na zich overtuigd te hebben, dat er geen vijand te zien was,
+verlieten zij daarop het woud.</p>
+
+<p>Weldra behoefden zij geen oogenblik te twijfelen, of zij zich wel op den
+weg bevonden, dien het terugtrekkende Fransche leger genomen had, want
+de bodem van <ins class="corr" id="corr66" title="Bron: iedere">ieder</ins> ravijn bleek bezaaid met wapens, helmen,
+schako's, stukgeslagen kisten, kleedingstukken van allerlei aard,
+voertuigen en kanonnen; sommige omgevallen; andere bespannen met
+neergestorte paarden, waarvan er nog leefden en waarvan er half
+opgegeten waren.</p>
+
+<p>Ros, Jakob en Reinier zochten zich een geschikt wapen uit; Willem,
+vreezend dat zijn Russisch voorkomen hem bij het Fransche leger allicht
+in moeilijkheid kon brengen, hulde zich in een gescheurden mantel;
+daarop trokken zij weer voort.</p>
+
+<p>Op het midden van den dag maakten zij halt om wat uit te rusten en iets
+van hun levensmiddelen te nuttigen.</p>
+
+<p>Nauwelijks echter waren zij weer op marsch, of zij hoorden eensklaps een
+ontzettende ontploffing, gevolgd door het fluiten van tallooze kogels
+boven hun hoofd. Verschrikt bleven zij staan... Die ontploffing had
+plaats gehad vóór hen en in hun onmiddellijke nabijheid, op den weg zelf
+en&mdash;wonderlijk!&mdash;toch zagen zij nergens een vijand.</p>
+
+<p>Toen ze weer verder trokken vonden zij in een bocht van den weg twee
+Fransche batterijen die, met munitie en al, waren achtergelaten; tevens
+zagen zij over het naburige veld een bende kozakken vluchten, verschrikt
+over hun eigen vermetelheid, die batterijen in brand te hebben gestoken
+en over de geweldige ontploffing, die er het gevolg van was geweest.</p>
+
+<p>Zorgelijk vroegen zij elkander, wat er wel moest plaats gehad hebben,
+waardoor die algemeene ontmoediging ontstaan was en waarom men den
+vijand geheel bruikbare wapens had achtergelaten. Zou er dan zelfs geen
+tijd geweest zijn om de stukken te vernagelen en de munitie onbruikbaar
+te maken?</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="149"></span><a id="p_149"></a></p>
+
+<p>Onder zulke kommervolle overdenkingen vervolgde het vijftal zijn weg.</p>
+
+<p>Tot nog toe hadden zij slechts de sporen gevonden van een rampzalige
+marsch. Thans echter was het anders geworden; wat zij nù zagen deed hun
+het ergste vermoeden, want zij kwamen aan een plek, waar de sneeuw rood
+zag van bloed, waar wapens, vuurmonden en verminkte lijken overal
+verspreid lagen. De gesneuvelden gaven nog de stelling der gelederen
+aan, hoe het gevecht had plaats gehad; zij toonden het elkander aan. 't
+Was niet de achterhoede van Ney maar het corps van prins Eugenius
+geweest, waarmee zij zelf, in den vroegen morgen van den 15<sup>den</sup>, uit
+Smolensk waren vertrokken. <i>Hier</i> toch had de 14<sup>de</sup> divisie gestaan;
+aan de nummers der schako's konden zij zien, welke regimenten het waren
+geweest. Dáár had de Italiaansche garde gevochten; de uniformen der
+gesneuvelden wezen het aan.</p>
+
+<p>Maar wat zou wel het lot der overgeblevenen zijn geworden? Dit bloedige
+veld, die vele ziellooze lichamen, de volkomen stilte in die woestijn
+van ijs en dood; te vergeefs trachtten zij er uit te weten te komen, wat
+er van hun kameraden geworden was en wat hunzelf zou te wachten staan.</p>
+
+<p>Met spoed trokken zij die akeligheden voorbij; onverhinderd bereikten
+zij de achterhoede, juist toen ze bivakkeeren ging. Zij vernamen, hoe
+deze uit Smolensk vertrokken was met twaalf kanonnen, zesduizend
+bajonetten en driehonderd paarden, terwijl zij er vijfduizend zieken aan
+de edelmoedigheid van den vijand had moeten achterlaten. Ook hoorden
+zij, dat Ney, zonder de kanonnen van Platof's kozakken en het laten
+springen der vestingmuren, er nooit in zou geslaagd zijn, de
+zevenduizend achterblijvers te ontrukken aan die stad, waar zij tusschen
+de puinhopen een toevlucht hadden gevonden.</p>
+
+<p>De soldaten, vertelden, hoe zij met den maarschalk naar Krasnoé trokken;
+hoe zij alle overblijfselen van het leger op den weg voorbijkwamen; welk
+een treurigen aanblik dit opleverde; hoe een wanhopige massa menschen
+hen volgde en een andere troep die voor hen uitliep, <span class="pagenum" title="150"></span><a id="p_150"></a>door den honger
+gedreven, zijn schreden verhaastte.</p>
+
+<p>Een bleek maanlicht viel door de grijze wolken, toen de krijgslieden
+opnieuw opbraken. Geen tromgeroffel of trompetgeschal verried den
+afmarsch. In diepe stilte maakte men zich tot den moeilijken tocht
+gereed. Ieder oogenblik toch verwachtte men een vijandelijken aanval.</p>
+
+<p>Intusschen legde men verscheidene uren door de sneeuw af zonder op
+eenige wijze verontrust te worden. De koude bleek eenigszins minder,
+zoodat men er niet zooveel meer van te lijden had; het scheen zelfs, dat
+men dooiweer kon verwachten.</p>
+
+<p>Het corps was eindelijk een diep ravijn genaderd, waarin de weg
+afdaalde, om vervolgens weer tegen een uitgestrekte hoogvlakte op te
+loopen. Het was de hoogvlakte van Katova.</p>
+
+<p>&bdquo;Herken je dit terrein?&rdquo; vroeg Jakob aan Ros.</p>
+
+<p>De oude krijgsman keek opmerkzaam rond. De sneeuw toch had alles zoo'n
+geheel ander aanzicht gegeven. Niettemin zag hij spoedig, waar zij
+waren.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is de plaats,&rdquo; zei hij, &bdquo;waar wij, drie maanden geleden, Neverowskoi
+hebben overwonnen en aan den Keizer de veroverde kanonnen hebben
+getoond.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wat dunkt je, zouden we vandaag wéér overwinnen?&rdquo;</p>
+
+<p>Juist wilde Ros antwoorden, dat hij daar een zwaar hoofd in had, toen
+eenigen van den ongewapenden bijsleep, die vooruit waren geloopen, in
+groote haast terugkeerden. Zij riepen, dat de sneeuwvlakten zwart zagen
+van vijanden. In 't zelfde oogenblik kwam een Russisch officier, een
+witten doek wuivend, de hoogvlakte afrennen. Hij was alleen, richtte
+zich tot maarschalk Ney en ried hem, zich over te geven, doch kleedde
+zijn sommatie in de vleiendste termen.</p>
+
+<p>Hij kwam, verklaarde hij, namens Kutusof. Zijn veldmaarschalk zou zulk
+een wreed voorstel niet durven doen aan een krijgsman als hij, zoo hem
+nog een enkele kans tot redding was gebleven. Maar tachtigduizend Russen
+bevonden zich vóór hem en om hem heen; mocht hij er aan twijfelen, dan
+stond Kutusof hem toe, iemand te <span class="pagenum" title="151"></span><a id="p_151"></a>zenden, die de gelederen langs kon
+gaan en tellen.</p>
+
+<p>Nog eer de Rus uitgesproken had, donderde eensklaps een salvo uit
+veertig vuurmonden, die op de rechterflank van het vijandelijk leger
+waren opgesteld, waardoor een hagel van kartetskogels door de lucht
+vloog en de Fransche gelederen verscheurde.</p>
+
+<p>Onmiddellijk werpt een Fransch officier zich op den Rus, om hem als een
+verrader te dooden. Ney echter verhindert dat en roept den afgezant toe:
+&bdquo;Een maarschalk van Frankrijk gééft zich niet over; men onderhandelt
+niet onder het vuur; u is mijn gevangene!&rdquo;</p>
+
+<p>De ongelukkige officier, die door de onvoorzichtigheid der zijnen op
+deze wijze werd opgeofferd, gaf zijn degen gewillig over. Tegelijkertijd
+opende de vijand van alle zijden het vuur; alle hoogten, die er een
+oogenblik te voren nog doodsch en verlaten uitzagen, geleken eensklaps
+op werkende vulkanen. Doch Ney werd er door in geestvervoering gebracht;
+te midden van dat hevige vuur scheen die man van ijzer als in zijn
+element te zijn.</p>
+
+<p>Kutusof had hem niet bedrogen. Aan de Russische zijde stonden
+tachtigduizend man aaneengesloten, in diepe, dreigende colonnes,
+talrijke escadrons en een geduchte artillerie, die een sterke stelling
+had ingenomen; kortom een gansche legermacht. Aan de zijde der
+Franschen: <ins class="corr" id="corr67" title="Bron: vijfduizen">vijfduizend</ins> soldaten, een uitgeputte,
+verbrokkelde colonne; een onzekere, slepende marsch; onvoldoende, vuile
+wapens, waarvan de meeste in die bevende, verzwakte handen niet veel
+kwaad meer konden doen.</p>
+
+<p>En evenwel dacht Ney er geen oogenblik aan zich over te geven, evenmin
+om te sterven; wel om dóór te dringen, zich er doorheen te slaan, zonder
+er bij in aanmerking te nemen dat hij een bovenmenschelijke poging
+waagde.</p>
+
+<p>Alléén, zonder eenigen steun, terwijl alles op hèm steunde, volgde hij
+slechts de ingeving van zijn krachtige natuur en handelde met het
+zelfvertrouwen van den overwinnaar, dien de gewoonte van zelfs in de
+meest onwaarschijnlijke gevallen de zege te behalen, het geloof
+geschonken had, dat hem àlles mogelijk was.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="152"></span><a id="p_152"></a></p>
+
+<p>Ricardo bevond zich aan het hoofd met vijftienhonderd man. Ney laat hem
+tegen den vijand aanrukken en de rest nakomen. Den weg volgende, daalt
+de divisie in het ravijn af, maar nauwelijks aan de andere zijde er weer
+uit te voorschijn komend, wordt zij door het vuur van de voorste
+vijandelijke linie bijna geheel vernietigd. Zonder zich hierover te
+verbazen of te veroorloven dat men er van ontstelt, verzamelt de
+maarschalk het overschot, vormt er een reserve van en rukt er zelf mee
+voorwaarts. Aan vierhonderd Illyriërs geeft hij last, den vijand op zijn
+linkerflank aan te vallen; hijzelf tast hem met drieduizend man in het
+front aan. Allen volgen hem. Zij vallen de voorste Russische linie aan,
+dringen er doorheen, jagen haar uit elkaar en zonder zich op te houden,
+willen zij zich op de tweede werpen, doch eer zij haar bereikt hebben,
+komt een regen van ijzer en lood hen te gemoet. In een oogenblik ziet
+Ney al zijn generaals gewond en de meesten zijner soldaten gedood; zijn
+verzwakte colonne wankelt, begint te aarzelen, gaat terug en sleept hem
+mee.</p>
+
+<p>Ney begrijpt, dat hij het onmogelijke heeft beproefd; hij wacht af, dat
+de vlucht der zijnen het ravijn tusschen hem en den vijand heeft
+geplaatst; het eenige wat hem redden kan. Zonder hoop en zonder vrees
+weet hij hen daar tot staan te brengen en deelt hen opnieuw in. <ins class="corr" id="corr68" title="Bron: Tegen over">Tegenover</ins>
+tachtigduizend man kan hij er slechts tweeduizend stellen;
+beantwoordt hij met zes kanonnen het vuur van tweehonderd!</p>
+
+<p>En toch scheen Kutusof als met traagheid geslagen.</p>
+
+<p>Er was slechts een uitbarsting van verontwaardiging van een enkel
+Russisch corps noodig geweest om er een einde aan te maken; allen
+vreesden echter, een beslissende handeling te doen; allen bleven op hun
+plek, met een slaafsche onbeweeglijkheid, alsof zij slechts stoutmoedig
+waren in het nakomen van bevelen en gehoorzamen hun eenige kracht was.</p>
+
+<p>Ook de Illyriërs waren in volkomen wanorde teruggekeerd. Kutusof, die
+meer op zijn kanonnen dan op zijn soldaten vertrouwde, trachtte thans
+van uit de verte de <span class="pagenum" title="153"></span><a id="p_153"></a>overwinning te behalen. Zijn vuur bestreek zoodanig
+het geheele terrein waar de Franschen zich bevonden, dat dezelfde kogel
+die een man in het eerste gelid trof, nog slachtoffers maakte bij de
+achterste voertuigen, waar zich de ongewapende mannen, vrouwen en
+kinderen bevonden.</p>
+
+<p>Onder dit moorddadige vuur sloegen de soldaten van Ney, die onbeweeglijk
+staan bleven, met verwondering hun aanvoerder gade; ieder oogenblik
+verwachtten zij van hem de uitspraak te hooren dat zij verloren waren,
+dat er niets meer aan te doen was. Zonder te weten waarom, bleven zij
+nochtans hopen, omdat zij te midden van dit uiterste gevaar hem daar
+zagen staan met een kalmte van gemoed, alsof er niets bijzonders
+gebeurde. Zijn gelaat stond zwijgend en beslist; hij hield het
+vijandelijk leger in 't oog dat zijn flanken hoe langer hoe verder
+uitbreidde om hem iederen uitweg af te sluiten.</p>
+
+<p>Door de invallende duisternis begon men de voorwerpen moeilijker te
+onderscheiden; de winter,&mdash;alleen in dit opzicht gunstig voor hun
+terugtocht,&mdash;deed den nacht reeds vroeg aanvangen. Ney had er op
+gewacht. Thans geeft hij aan zijn troepen bevel&mdash;op Smolensk terug te
+trekken!</p>
+
+<p>&bdquo;Is de man krankzinnig geworden?&rdquo; gromde de oude Ros.</p>
+
+<p>&bdquo;Het begint er op te lijken,&rdquo; antwoordde Reinier. &bdquo;Teruggaan en weer
+dieper de Russische wildernissen binnen dringen! Waarachtig, men moet
+wel aan den maarschalk zijn verstand beginnen te twijfelen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu,&rdquo; zei Jakob, die zich in dit oogenblik bij hen voegde, &bdquo;je bent
+heusch de eenige niet, die er zoo over denkt. Zelfs zijn adjudant kon,
+naar ik hoor, zijn ooren niet gelooven; hij begreep er niets van; met
+een ontsteld gezicht bleef hij zijn chef sprakeloos aanstaren. Maar de
+maarschalk herhaalde dezelfde order nog eens; zijn stem klonk beslist en
+gebiedend; zijn omgeving werd er door gerust gesteld. Ik geloof dan ook
+vast en stellig, dat hij een doordacht plan heeft gevormd, dat hij een
+uitweg heeft gevonden.&rdquo;</p>
+
+<p>Na de eerste verbazing begon langzamerhand die <span class="pagenum" title="154"></span><a id="p_154"></a>overtuiging ook tot de
+andere soldaten door te dringen. Hoe kritiek de toestand ook was, zij
+kregen de zekerheid dat hij dien zou weten te beheerschen, en&mdash;zij
+gehoorzaamden. Zonder aarzelen keerden zij den rug naar hun leger, naar
+Napoleon, naar Frankrijk en trokken het noodlottige Rusland weer binnen.
+Hun achterwaartsche marsch duurde een uur; zij zagen het slagveld,
+aangeduid door de overblijfselen van het Italiaansche leger weer terug.
+Hier bleven zij staan en voegde de maarschalk, die alleen in de
+achterhoede was gebleven, zich weer bij hen.</p>
+
+<p>Zij volgden al zijn bewegingen. Wat zal hij gaan beginnen? En welk ook
+zijn voornemen mag zijn, hoe zal hij zijn schreden kunnen richten zonder
+gids, in een onbekend land?</p>
+
+<p>Doch hij, met zijn krijgsmansinstinct, begeeft zich naar een ravijn van
+zulk een diepte, dat er waarschijnlijk op den bodem een beek vloeit. Hij
+laat er de sneeuw opruimen en het ijs stuk slaan. Toen, den loop van het
+water nagaande, roept hij uit: &bdquo;Het is een zijstroom van den Dnieper,
+hij zal ons tot gids dienen; hem moeten wij volgen totdat hij ons aan de
+rivier brengt; wij zullen haar overtrekken; onze redding is op den
+anderen oever.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij laat nu onmiddellijk, in de aangewezen richting, den nachtelijken
+marsch vervolgen. Op eenigen afstand van den grooten weg, dien hij nu
+verlaten heeft, doet hij halt houden in een dorp, verzamelt er zijn
+troep en laat vuren aanleggen, alsof hij er bivakkeeren wil. De kozakken
+die hem volgden, doet hij dit ten minste gelooven en zonder twijfel gaan
+zij Kutusof reeds inlichten omtrent de plaats waar den volgenden dag een
+Fransch veldmaarschalk zijn wapen zal overgeven.</p>
+
+<p>Ney echter laat den marsch voortzetten. Intusschen waren zijn Polen op
+onderzoek uitgegaan. Een kreupele boer bleek de eenige bewoner dien zij
+konden ontdekken. Toch was dit een onverhoopt geluk. Hij deelde mee, dat
+de Dnieper slechts een mijl daarvandaan stroomde, doch dat hij niet te
+doorwaden was, wijl het ijs niet vast zat.</p>
+
+<p>&bdquo;Dat zal het wel,&rdquo; antwoordt Ney en toen men hem <span class="pagenum" title="155"></span><a id="p_155"></a>er opmerkzaam op
+maakte dat het was gaan dooien, liet hij er op volgen: &bdquo;Het doet er niet
+toe; we zullen er toch wel over komen; een anderen uitweg hebben we
+niet!&rdquo;</p>
+
+<p>Tegen acht uur kwam men aan een dorp; het ravijn hield hier op en de
+kreupele moejik die aan het hoofd marcheerde, bleef staan en wees op de
+rivier. Ney en de eersten die hem volgden, begaven zich er heen. De
+ijsschotsen bleken hier door een scherpe bocht tusschen de oevers
+bekneld geraakt, de winter had ze aan elkaar doen vriezen; doch alleen
+op <i>dit</i> punt:&mdash;beneden- en bovenwaarts er van was de rivier in
+beweging. Deze vreugdevolle ontdekking werd echter weldra gevolgd door
+een gevoel van ongerustheid: Dit ijsvlak kon van een bedriegelijke
+sterkte zijn.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt bood aan, zich er op te wagen ten einde dat te
+onderzoeken. Men zag hem met moeite den anderen oever bereiken. Hij kwam
+terug en meldde, dat de menschen en misschien eenige paarden er over
+konden, doch het overige zou men moeten achterlaten; bovendien moest men
+zich haasten, wijl door den dooi het ijs al tamelijk dun was geworden.</p>
+
+<p>Doch daar men bij dezen nachtelijken tocht zoo stil mogelijk te werk had
+moeten gaan en buiten de wegen had moeten marcheeren, was die colonne
+van uitgeputte mannen, van gewonden en vrouwen met hun kinderen, uit
+elkaar geraakt, waren er groote tusschenruimten ontstaan en had men in
+de duisternis niet altijd elkanders spoor kunnen volgen. Zoo bemerkt Ney
+dan ook, dat hij slechts een gedeelte van zijn troep bij elkaar heeft.
+Hij stond daarom drie uren toe, om zich te verzamelen en zonder zich te
+laten beheerschen door ongeduld of door gevaar dat dit wachten kon
+opleveren, wikkelde hij zich in zijn mantel en bracht die drie
+gevaarlijke uren door aan den oever der rivier in een diepen slaap; hij
+toonde dat hij het gestel bezat van een buitengewoon man; een sterke
+ziel in een krachtig en volkomen gezond lichaam.</p>
+
+<p>Eindelijk, tegen middernacht, begon de overtocht, doch de eersten die
+zich van den wal hadden verwijderd <span class="pagenum" title="156"></span><a id="p_156"></a>waarschuwden, dat het ijs onder hen
+boog en wegzakte; dat zij tot aan de knieën in het water liepen en het
+duurde dan ook niet lang, of men hoorde dien zwakken bodem aan alle
+zijden op een onrustbarende wijze kraken, welk geluid zich tot in de
+verte voortplantte, alsof de rivier kruien ging.</p>
+
+<p>Verschrikt bleven allen staan.</p>
+
+<p>Ney gelastte, dat men er slechts één voor één over mocht; behoedzaam
+schreed men nu voorwaarts, in de duisternis dikwijls niet wetend of men
+den voet zette op een ijsschots of in een tusschenruimte. Op sommige
+plaatsen moest men over breede scheuren heen en van de eene schots op de
+andere springen, op gevaar af van tusschen die beide in te vallen en
+voor goed te verdwijnen. De voorsten aarzelden, doch van achteren riep
+men hun toe zich te haasten.</p>
+
+<p>Als men dan na veel inspanning en gevaar den anderen oever had bereikt
+en zich gered dacht, had men nog tegen een steile helling op te
+klauteren, die geheel bedekt was met ijs, wat het beklimmen bijna
+onmogelijk maakte. Verscheidenen gleden weer naar beneden en kwamen
+terecht op het ijs, dat door dien val brak of waardoor zij zelf iets
+braken.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt had zich naar den ongewapenden bijsleep van het corps
+begeven, waar hij zijn moeder en zijn broer Willem wist. Afgrijselijk
+was hier de ontsteltenis en de wanhoop der vrouwen en zieken nu zij, met
+hun bagage, het overschot moesten achterlaten van al hun bezittingen,
+van hun levensmiddelen, kortom van hun hulpbronnen, zoowel voor nu als
+voor de toekomst. Jakob zag ze hun eigen bezittingen plunderen,
+voorwerpen uitzoeken, wegwerpen en weer opnemen en eindelijk van
+uitputting en wanhoop op den bevroren oever neerzijgen.</p>
+
+<p>Toen Jakob er eindelijk in geslaagd was, Willem en zijn moeder te
+vinden, geleidde hij beiden door de steeds toenemende verwarring naar de
+plaats, waar men de rivier over moest. En nu ving ook voor hen de
+angstwekkende, gevaarvolle tocht aan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="157"></span><a id="p_157"></a></p>
+
+<p>Na ontzettende inspanning bereikten zij echter, één voor één, behouden
+den anderen oever. Maar nog rilden zij bij de herinnering aan hun
+omzichtige schreden en noodwendige sprongen op die verraderlijke
+ijsvlakte, aan het gekraak als er van hun tochtgenooten uitgleden en
+vielen, aan de angstkreten dergenen die er doorzakten en&mdash;wat het ergste
+was&mdash;de wanhoopskreten der gewonden, die van hun voertuigen, welke men
+over dezen zwakken overgang niet durfde te wagen, de handen uitstrekten
+naar hun metgezellen en hun smeekten om hen toch niet achter te laten.</p>
+
+<p>Eindelijk besloot Ney het te beproeven en eenige voertuigen met deze
+ongelukkigen over te brengen. Doch in het midden der rivier gekomen, kon
+het ijs den last niet meer dragen en brak... Aan den oever hoorde men
+hun hartverscheurende en gillende angstkreten... daarna eenig steunen
+dat weldra uitstierf...; eindelijk een huiveringwekkende stilte... Allen
+waren in de diepte verdwenen!</p>
+
+<p>Sedert den vorigen dag waren vierduizend achterblijvers en drieduizend
+soldaten dood of vermist; alle kanonnen en de <ins class="corr" id="corr69" title="Bron: bage">bagage</ins> was
+verloren; nauwelijks bleven er van Ney nog een drieduizend strijders
+over en evenveel achterblijvers.</p>
+
+<p>Nadat al die verliezen waren geleden en alles wat den anderen oever had
+kunnen bereiken weer verzameld was, werd de marsch voortgezet; de
+verraderlijke stroom was nu hun bondgenoot en gids geworden.</p>
+
+<p>Op goed geluk af en tastende ging men verder. Plotseling gleed Jakob uit
+en kwam op den grond terecht. Hij ontdekte nu, dat de weg reeds begaan
+was en deelde zijn bevinding met bezorgdheid aan Reinier en Ros mee. Zij
+bukten zich, voelden met hun handen over den grond en riepen verschrikt
+dat zij versche sporen vonden van een groote menigte kanonnen en
+paarden.</p>
+
+<p>&bdquo;We hebben dus het eene vijandelijke leger slechts ontloopen,&rdquo; zuchtte
+Reinier, &bdquo;om het andere te gemoet te gaan!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nauwelijks zijn we in staat ons nog voort te sleepen, <span class="pagenum" title="158"></span><a id="p_158"></a>en nu moeten we
+zoowaar al weer vechten!&rdquo; klaagde Ros.</p>
+
+<p>&bdquo;Moet het dan overal oorlog wezen!&rdquo; riep Jakob moedeloos.</p>
+
+<p>In ieder geval, men diende den maarschalk te waarschuwen en Jakob bracht
+hem rapport van zijn bevinding. Ney echter werd er in 't minst niet door
+getroffen en zijn aarzelende manschappen voorwaarts drijvende, volgde
+hij koelbloedig het dreigende spoor.</p>
+
+<p>Het voerde hem naar een dorp, Gusina genaamd, waar men onverhoeds
+binnenviel, zich van alles wat er zich bevond meester maakte en waar men
+alles aantrof wat men noodig had, hetgeen sedert Moscou niet voorgekomen
+was: bewoners, levensmiddelen, warme huizen en een honderdtal kozakken
+die als gevangenen ontwaakten. Hun mededeelingen en de noodzakelijkheid
+om wat rust te genieten alvorens verder te kunnen gaan, deden Ney
+besluiten er eenigen tijd te vertoeven.</p>
+
+<p>Omstreeks tien uur in den morgen had men twee andere dorpen bereikt en
+was er gaan uitrusten, toen men eensklaps in de omliggende bosschen
+overal beweging bemerkte. Terwijl men elkaar waarschuwt en zich
+verzamelt in het gehucht dat het <ins class="corr" id="corr70" title="Bron: dichts">dichtst</ins> bij den Dnieper
+gelegen was, komen duizenden kozakken tusschen de boomen te voorschijn
+en omsingelen dezen ongelukkigen troep met hun lansen en kanonnen.</p>
+
+<p>Het was Platof met zijn geheele bende, die den oever van den Dnieper
+volgden. Zij hadden het dorp in brand kunnen steken, den zwakken troep
+van Ney er uitjagen en afmaken, doch in plaats daarvan bleven zij drie
+uren lang onbewegelijk staan; men wist niet waarom. Later vernam men,
+dat zij geen orders ontvangen hadden; dat hun aanvoerder op dat
+oogenblik niet in staat was ze te geven en dat men in Rusland niets op
+eigen verantwoording ondernemen durfde.</p>
+
+<p>De houding van Ney hield hen in toom; hij met enkele soldaten waren
+daartoe voldoende; zelfs gaf hij de overigen gelegenheid, om met hun
+maaltijd voort te gaan. Tegen den nacht gaf hij bevel, om zoo stil
+mogelijk <span class="pagenum" title="159"></span><a id="p_159"></a>op te breken, elkaar voorzichtig te waarschuwen en gesloten te
+blijven. Daarop zetten zij zich in beweging, doch de eerste schrede die
+zij deden was als een signaal voor den vijand; zijn stukken gaven vuur
+en al zijn escadrons kwamen te gelijk te voorschijn.</p>
+
+<p>Ney wist echter den oever van den Dnieper te bereiken, waardoor althans
+zijn linkerflank aangeland was; aldus marcheert hij voorwaarts, van het
+eene bosch naar het volgende en van de eene terreinplooi naar de andere
+en van alle verhevenheden in het terrein gebruik makende. Dikwijls is
+hij genoodzaakt zich van den stroom te verwijderen, wat Platof dan
+gelegenheid geeft hem van alle zijden in te sluiten.</p>
+
+<p>Zoo bleven gedurende twee dagen en onder het afleggen van twintig
+mijlen, voortdurend zesduizend kozakken heenzwermen om de flanken der
+colonne, die tot vijftienhonderd gewapenden inkromp.</p>
+
+<p>De nacht bracht eenige ontspanning aan; met een zeker gevoel van vreugde
+zag men dan ook de duisternis te gemoet, als iemand ook maar een
+oogenblik achterbleef om van een kameraad die gewond of uitgeput
+neerviel, een laatste afscheid te nemen, liep men veel kans het spoor
+der anderen kwijt te raken. Er waren dan ook wreede oogenblikken, en
+wanhopige tooneelen vielen er voor; evenwel, schoon hongerig en
+doodelijk afgemat, bereikte men ten laatste toch Orcha, waar, na
+bloedige gevechten, de deerlijk gehavende Corpsen van Napoleon, Prins
+Eugenius en <span xml:lang="fr">Davoust</span> reeds vroeger waren aangekomen. De Keizer was er
+binnengetreden met zesduizend man gardetroepen, het overschot van vijf
+en dertig duizend; Eugenius met achttienhonderd man, het overschot van
+twee en veertig duizend; <span xml:lang="fr">Davoust</span> met vierduizend, het overschot van
+zeventig duizend!</p>
+
+<p>Zelf had deze maarschalk alles verloren; hij bezat geen linnengoed meer
+en was uitgehongerd. Gretig nam hij een brood aan, dat een zijner
+wapenbroeders hem aanbood en verslond het als 't ware. Men gaf hem een
+zakdoek om zijn gezicht, dat bedekt was met rijm, te kunnen afvegen. Hij
+riep uit, dat alleen menschen van <span class="pagenum" title="160"></span><a id="p_160"></a>ijzer tegen dergelijke lotgevallen
+bestand waren, dat het uithoudingsvermogen zijn grenzen had en de
+grenzen der menschelijke kracht overschreden waren.</p>
+
+<p>Te Orcha echter trof men vrij goed gevulde magazijnen met levensmiddelen
+aan, verder een pontontrein van zestig pontons met toebehooren, die
+echter alle op Napoleons bevel verbrand moesten worden, en zes en dertig
+bespannen vuurmonden, welke verdeeld werden tusschen <span xml:lang="fr">Davoust</span>, Eugenius
+en Maubourg.</p>
+
+<p>Het rampzalige overschot van Ney's troepen werd met vreugde verwelkomd,
+want men had den maarschalk reeds verloren geacht. Zoo spoedig mogelijk
+werden de uitgeputte manschappen onder dak gebracht en van
+levensmiddelen voorzien. Om den bijsleep van het corps werd echter niet
+gedacht en zonder <ins class="corr" id="corr71" title="Bron: Jacob">Jakob</ins> Stargardt en zijn beide vrienden
+zouden moeder Jane en Willem er dan ook slecht aan toe geweest zijn.
+Thans werd natuurlijk voor beiden behoorlijk gezorgd.</p>
+
+<p>Toen Napoleon, die zich alweer op twee mijlen van Orcha bevond, de
+tijding vernam dat Ney terecht was, sprong hij op van blijdschap en
+riep: &bdquo;Ik heb dus mijn vleugels gered! Drie millioen uit mijn eigen kas
+had ik willen geven, om het verlies van zulk een man te voorkomen!&rdquo;</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Veertiende"></a>Veertiende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">De doodssnik van het Groote Leger.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Den 22<sup>sten</sup> November begon voor het Fransche leger de vermoeiende
+marsch van Orcha naar Borizof. De weg was bedekt met smeltende sneeuw,
+waaronder <span class="pagenum" title="161"></span><a id="p_161"></a>een dikke modderlaag. De zwakkeren waren niet in staat er
+doorheen te komen; velen bleven liggen. Allen, die te Smolensk in de
+verwachting dat de vorst niet zou ophouden, hun wagens tegen sleden
+hadden verwisseld en nu niet verder konden, vielen in handen der
+kozakken.</div>
+
+<p>Het leger van <span xml:lang="fr">Oudinot</span>, dat niet naar Moscou was geweest, maar toch
+eveneens terug had moeten trekken, zou thans de voorhoede vormen. Den
+volgenden morgen, op drie mijlen voor Borizof, stootte deze maarschalk
+op de Russische voorhoede, die hij krachtig terugwierp, waarbij hem een
+heele bagage-trein van den vijand in handen viel. Meer dan duizend
+bespannen wagens met levensmiddelen en uitrustingstukken van allerlei
+aard werden zijn buit. Reusachtig was de hoeveelheid ham, worst, gerookt
+vleesch, scheepsbeschuit, die werd gevonden. En dan die duizenden paren
+schoenen! Verscheidene soldaten hebben zich toen voor vijf en twintig
+dagen van voedsel voorzien. Dit, en de buitgemaakte schoenen hebben
+menig armen krijgsman het leven gered.</p>
+
+<p>Ongelukkig genoeg werd echter door het overschot van dit corps, bij het
+doortrekken van Borizof, de brug over de Berezina vernield. Napoleon
+zelf bevond zich nog op drie dagmarschen van de stad, toen hem de ramp
+bericht werd. Hij stampte met zijn stok op den grond van woede. Daarop
+liet hij zich de positie van Borizof beschrijven. Men verzekerde hem,
+dat op dit punt de Berezina niet alleen een rivier, doch een meer was
+van drijvende ijsschotsen; dat de brug een lengte had van driehonderd
+vademen en deze zoodanig vernield was, dat herstelling ondoenlijk bleek
+en een overgang daardoor onmogelijk.</p>
+
+<p>De Keizer zag zich thans van alle kanten ingesloten en opdat geen zijner
+standaards als zegeteeken in handen van den vijand mocht vallen, liet
+hij de adelaars van alle corpsen verzamelen en verbranden.</p>
+
+<p>Den 24<sup>sten</sup> vernam Napoleon, dat de overtocht alleen mogelijk zou zijn
+bij Studianka, waar de stroom slechts 54 voet breed en zes voet diep is,
+doch dat men op den anderen oever in een moeras terecht kwam, onder <span class="pagenum" title="162"></span><a id="p_162"></a>het
+vuur van den vijand, die daar een zeer overheerschende stelling had
+ingenomen.</p>
+
+<p>De Keizer begaf zich nu onverwijld met zijn leger in de donkere en
+uitgestrekte bosschen van de provincie Minsk, waar slechts enkele
+gehuchten en ellendige woningen hier en daar nauwelijks een open ruimte
+hadden gelaten. Het kanon van Witgenstein deed zich daar hooren. Deze
+Rus, van het Noorden komend, trok op de rechterflank van het stervende
+leger aan; tevens begon het weer te vriezen. Het dreigend kanongebulder
+verhaastte den tocht. Veertigduizend mannen, vrouwen en kinderen volgden
+het leger door deze bosschen, zoo snel als hun zwakte en het ijs dat
+zich weer vormde, hun veroorloofde.</p>
+
+<p>Deze geforceerde marschen, die bij het aanbreken van den dag begonnen en
+bij het vallen van den avond nog niet ophielden, deed den weinigen
+samenhang, die er nog bestond, geheel verdwijnen. In de duisternis dier
+onmetelijke bosschen en der lange nachten, raakte men elkander kwijt.
+Des avonds werd er halt gehouden; tegen het aanbreken van den dag begaf
+men zich weer op marsch, in de duisternis, op den gis en zonder het
+signaal af te wachten; wat er nog van de corpsen overgebleven was, bleek
+niet meer bijeen te krijgen; in de grootste verwarring liep alles door
+elkaar.</p>
+
+<p>In dit laatste stadium van verzwakking en wanorde in de nabijheid van
+Borizof gekomen, hoorde men in de verte luide kreten. Het was het leger
+van Victor, dat door Witgenstein langzamerhand naar de rechterzijde van
+de Fransche hoofdarmee toegedrongen was. Het wachtte het voorbijtrekken
+van Napoleon af. Dit leger bestond nog in zijn geheel en verkeerde in
+een goeden toestand. Het zag zijn Keizer terug en begroette hem met den
+gebruikelijken uitroep, die bij Napoleons krijgers zelf reeds lang
+vergeten was.</p>
+
+<p>Men was daar van hun tegenspoeden onkundig gebleven; zij waren
+zorgvuldig verborgen gehouden; zelfs voor de officieren.</p>
+
+<p>Toen zij dan ook in plaats van het zegevierende <span class="pagenum" title="163"></span><a id="p_163"></a>leger van Moscou,
+achter Napoleon dien sleep van uitgeputte gedaanten ontwaarden, gekleed
+in lompen, vrouwenpelzen, stukken tapijt of smerige mantels, verschroeid
+door het bivakvuur en vol gaten, terwijl de meesten hun voeten hadden
+omwikkeld met vodden van allerlei aard, werden zij er ten hoogste door
+ontsteld. Met schrik zagen zij die ongelukkige, uitgemergelde soldaten
+voorbijtrekken, met vuile gezichten, afschuwelijke baarden, zonder
+wapens, zonder schaamte, zich met moeite voortslepende, met hangende
+hoofden, de oogen op den grond gevestigd, zwijgend als een troep
+gevangenen.</p>
+
+<p>Wat het meest verwondering wekte, was het zien van de talrijke
+verspreide, alleenloopende kolonels en generaals, die zich enkel met
+zichzelf bemoeiden en wier eenig doel nog was, hun persoon te redden;
+zij marcheerden te midden van soldaten, die hen niet eens bemerkten, die
+zij niets meer te bevelen hadden; alle banden waren verbroken, alle
+rangen uitgewischt door de ellende.</p>
+
+<p>De soldaten van Victor konden hun oogen niet gelooven. Hun officieren,
+door medelijden bewogen, hielden met tranen in de oogen hun kameraden,
+die zij herkenden, staande. Zij ondersteunden dezen met levensmiddelen
+en kleeren; vroegen hun waar hun corps was gebleven. En wanneer het hun
+dan gewezen werd, zagen zij in plaats van zooveel duizend man, slechts
+een zwak peloton officieren en onderofficieren om een chef; zij moesten
+er nog naar zoeken.</p>
+
+<p>En evenwel twijfelden zelfs de ongewapenden, de stervenden niet aan de
+overwinning, hoewel zij er niet onkundig van waren, dat zij een rivier
+over moesten en zich door een nieuwen vijand hadden heen te slaan.</p>
+
+<p>Het was niet meer dan de schaduw van een leger, doch het was de schaduw
+van het Groote Leger. Men voelde zich slechts overwonnen door de natuur.
+Het gezicht van hun Keizer gaf hun nog vertrouwen. Sedert lang was men
+al niet meer gewend op hem te rekenen om te kunnen leven, doch wel om te
+overwinnen. Het was de eerste noodlottige veldtocht, en er waren zoovele
+gelukkige <span class="pagenum" title="164"></span><a id="p_164"></a>gevoerd. Als men nog maar de kracht had om hem te volgen, kon
+hij alleen hen nog redden.</p>
+
+<p>In de achterhoede marcheerde thans de generaal Victor met vijftien
+duizend man; de voorhoede van vijfduizend man, onder <span xml:lang="fr">Oudinot</span>, was reeds
+tot aan de Berezina genaderd; de Keizer bevond zich tusschen beiden in
+met zevenduizend man, veertigduizend achterblijvers en een langen sleep
+van voertuigen en artillerie. Zoo bereikte het leger de Berezina.</p>
+
+<p>Onder bevel van den generaal der genie Eblé rukt nu het overschot der
+pontonniers, ongeveer vierhonderd man, benevens enkele sappeurs, naar de
+aangewezen plaats voor den overtocht, om hier het werk, door <span xml:lang="fr">Oudinot</span>'s
+mannen reeds begonnen, te voltooien. Van het pontonmateriaal, dat men
+bij Orcha op Napoleon's bevel moest vernielen, had Eblé zes
+voorraadwagens met gereedschap, spijkers, klampen, in één woord al de
+benoodigdheden voor den bouw van twee schraagbruggen, benevens twee
+veldsmidsen, alle voertuigen goed bespannen, alsmede twee karren met
+steenkolen weten te redden. De huizen van Studianka zouden het noodige
+hout leveren.</p>
+
+<p>In den namiddag van den 25<sup>sten</sup> kwam dit detachement ter plaatse aan.
+Een compagnie was bij Oukoholda achtergelaten, die al het mogelijke
+moest doen om den vijand van Studianka weg te lokken en in den waan te
+brengen, dat men bij eerstgenoemde plaats den overgang beproeven wilde.
+Deze schijnbeweging, meesterlijk uitgevoerd, had het gewenschte
+resultaat; de vijand liet zich er door verschalken.</p>
+
+<p>Napoleon, in zijn ongeduld, had verlangd dat de bruggen nog dien avond
+gereed zouden zijn. Met geen mogelijkheid echter kon hieraan worden
+voldaan, want ondenkbaar waren de moeilijkheden, waarmee de pontonniers
+bij hun arbeid hadden te kampen. Vermits er hoegenaamd geen vaartuig
+voor handen was, moesten zij vier aan vier telkens met een schraag te
+water gaan en deze in de modderige en ongelijke rivierbedding zóódanig
+bevestigen, dat de kopstukken van al de schragen zich in hetzelfde vlak
+bevonden om het daarover te <span class="pagenum" title="165"></span><a id="p_165"></a>brengen dek de vereischte horizontale
+richting te geven. Het kostte een ongehoorde inspanning. Want tot
+overmaat van ongeluk was, door het wassen van de rivier, de doorwaadbare
+plaats zoo goed als geheel verdwenen. De beklagenswaardige kerels
+moesten soms tot aan den hals in het water de ijsschotsen van zich
+afhouden, die met den stroom kwamen afdrijven. Verscheidenen hunner
+stierven reeds onder den arbeid van koude of werden door het ijs, dat
+door den hevigen wind werd voortgestuwd, reddeloos meegesleept.</p>
+
+<p>Eblé is later te Koningsbergen van uitputting gestorven. Van zijn
+dapperen, meerendeels Hollanders, hebben geen twaalf het vaderland
+teruggezien. Opgeofferd hebben zij zich, die mannen! Zij hadden dan ook
+met alles te kampen, behalve met den vijand. Het weer was juist streng
+genoeg om den overtocht zoo bezwaarlijk mogelijk te doen zijn, zonder
+dat het ijs er door ging vastzitten of dat het moerassige terrein waarin
+men terecht kwam, er meer vastheid door verkreeg.</p>
+
+<p>Twee bruggen zouden worden geslagen, ongeveer tweehonderd meter van
+elkander, de rechter voor de ruiters en de voetgangers, de andere voor
+de voertuigen en het geschut. Hoewel zij geen ander voedsel kregen dan
+een stuk gekookt paardevleesch zonder zout, hoewel het water zich op hun
+armen, beenen en borst als ijskorsten vastzette en hun hevige pijn
+veroorzaakte, bleven de pontonniers onafgebroken aan het werk.
+Drieentwintig schragen werden voor elke brug te water gebracht, waarover
+vervolgens een dekvloer werd gelegd van balken en planken, die echter de
+vereischte afmetingen niet hadden en dus nieuwe moeilijkheden gaven. Met
+boomschors, hennep en hooi werd eindelijk de dekvloer belegd, om sterkte
+en samenhang te geven aan het geheel.</p>
+
+<p>Den volgenden dag, om één uur, was de eerste brug voltooid; de overtocht
+kon beginnen. Een divisie kurassiers opende den trein, dan kwamen drie
+Zwitschersche regimenten. De enkele kozakkenposten, die zij aantroffen,
+werden over de kling gejaagd of verstrooid. Op ernstigen weerstand werd
+aanvankelijk nergens gestooten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="166"></span><a id="p_166"></a></p>
+
+<p>Onafgebroken werd de overtocht nu voortgezet. Op den rechteroever kwam
+<span xml:lang="fr">Oudinot</span> al spoedig in gevecht met een Russische divisie, welke zich in
+allerijl tegenover hem begon te ontwikkelen doch teruggedreven werd.
+Zembin met de lange bruggen door het moeras aldaar werd vervolgens
+bezet. De veilige terugtocht van het Fransche leger was hiermee
+voorloopig verzekerd.</p>
+
+<p>Om vier uur was ook de andere brug gereed. De zwakke constructie, het
+gebrekkige materiaal, de slappe bodem en de geweldige vrachten die zij
+te torschen kreeg waren echter oorzaak, dat zij in de volgende dagen bij
+herhaling onbruikbaar werd; dat stukken er van met schragen, voertuigen
+en al, door het water werden verzwolgen en dat de pontonniers telkens
+uit hun welverdienden slaap moesten opgewekt worden, om weer in het
+ijskoude water af te dalen en de schade te herstellen. De eerste brug
+behield haar samenhang onder den last der overtrekkende troepen; maar
+herhaaldelijk moest de dekvloer hersteld worden, wijl de paarden er
+doorheen trapten.</p>
+
+<p>Intusschen had Maarschalk Victor in last, om met zijn corps den
+overtocht tegen de aanvallen der Russen te beschermen. Zijn generaal
+<span xml:lang="fr">Partouneaux</span> was met een divisie in Borizof door hem achtergelaten om er
+den aandringenden vijand te keeren, de talrijke achterblijvers die zich
+in de stad bleven ophouden, voor zich uit te drijven en zich tegen den
+avond weer met het corps van Victor te vereenigen. Tot deze divisie
+behoorden ook twee Hollandsche regimenten en Ros, alsmede Jakob
+Stargardt en Reinier Vermaat, de beide ritmeesters zonder ruiterij,
+waren met nog andere Hollanders, daarbij ingedeeld. Willem en moeder
+Jane, in de verwachting daar veiliger te zijn dan onder de tallooze
+ongewapende achterblijvers, hadden zich bij deze Hollandsche krijgsmacht
+aangesloten. Zij vermoedden niet, evenmin als de soldaten zelf het
+deden, dat deze troepen bestemd waren om opgeofferd te worden.</p>
+
+<p>In den namiddag bemerkte <span xml:lang="fr">Partouneaux</span>, dat de voorhoede van Witgenstein
+reeds tot op den weg tusschen <span class="pagenum" title="167"></span><a id="p_167"></a>Borizof en Studianka was doorgedrongen,
+en dat hij dus was afgesneden. Ofschoon hij slechts over drie kanonnen
+en 3500 man beschikken kon, besloot hij onmiddellijk, zich er doorheen
+te slaan; hij nam zijn maatregelen en begaf zich op marsch.</p>
+
+<p>Aanvankelijk had hij te kampen met een glibberigen weg, die geheel
+ingenomen was door voertuigen en vluchtelingen, met een hevigen,
+ijskouden wind waar men recht tegen in moest, bovendien met de
+duisternis. Weldra kwamen nog duizenden schoten van den vijand, die de
+hoogten aan zijn rechterhand bezet had, zijn tegenspoed vermeerderen.
+Zoolang hij van terzijde werd beschoten, bleef hij zijn marsch
+vervolgen, doch het duurde niet lang of hij ontving ook vuur in front
+van een talrijken vijand, die zich daar opgesteld had en wiens kogels
+niet alleen het hoofd maar ook den staart zijner colonne troffen.</p>
+
+<p>De ongelukkige divisie bevond zich in de laagte; een lange trein van
+vijf- tot zeshonderd voertuigen belemmerden zijn bewegingen;
+zevenduizend achterblijvers, huilende van ontzetting en wanhoop, drongen
+zich tusschen zijn zwakke gelederen. Zij verbraken ze, veroorzaakten
+wanorde in de pelotons en sleepten in hun verwarring nieuwe soldaten
+mee, die den moed begonnen te verliezen. Om zich te verzamelen en een
+betere opstelling te zoeken, moest men weer omkeeren, doch hierdoor
+stootte men op de kozakken van Platof.</p>
+
+<p>Reeds was de helft der soldaten bezweken, terwijl de vijftienhonderd
+overblijvenden zich ingesloten zagen door drie legers en een rivier.
+Toch wil <span xml:lang="fr">Partouneaux</span> nog een laatste poging wagen en zich een bloedigen
+weg naar de bruggen banen.</p>
+
+<p>Dáár ontvangt hij uit zijn voorhoede de tijding, dat de bruggen bij
+Studianka in brand staan. <span xml:lang="fr">Partouneaux</span> gelooft dit onjuiste bericht, hij
+acht zich verlaten, overgeleverd en laat nu zeggen dat men, onder
+begunstiging van de duisternis, bij kleine groepjes langs 's vijands
+flank moet trachten te ontkomen.</p>
+
+<p>Jakob Stargardt en de zijnen behoorden dien ten <span class="pagenum" title="168"></span><a id="p_168"></a>gevolge tot een groep
+van een man of vijftien, die een steile, boschrijke hoogte hadden
+beklommen, hopende in het donker door het leger van Witgenstein heen te
+kunnen sluipen en zich met Victor te vereenigen.</p>
+
+<p>Doch waar zij zich ook wenden, van alle kanten bespeuren zij den vijand.
+Lange colonnen van voertuigen en benden ordelooze soldaten vluchtten
+langs verschillende richtingen naar Studianka. De kleine schare, door
+een dezer meegesleept, vergiste zich in den weg en daar zij zoodoende
+den weg dien het leger gevolgd had rechts lieten liggen, kwamen zij
+geheel bij toeval aan den oever der Berezina. Zij hóórden het aan het op
+elkander schuren der ijsschotsen. Zij volgden nu de rivier langs al haar
+bochten en begunstigd door het gevecht van hun minder gelukkige
+kameraden, door de duisternis en zelfs door de moeilijkheden in het
+terrein, wisten zij in stilte den vijand te ontkomen. Veilig bereikten
+zij de plaats van overgang, maar op dat oogenblik heerschte daar de
+afschuwelijkste verwarring.</p>
+
+<p>Het Groote Leger had twee dagen en twee nachten beschikbaar gehad voor
+den overtocht. In den eersten nacht was de brug voor de voertuigen
+tweemaal stuk geraakt; bij gebrek aan bouwstoffen had dit den overtocht
+zeven uur vertraagd. Omstreeks vier uur in den namiddag van den
+27<sup>sten</sup> brak zij voor de derde maal. Opnieuw werd zij hersteld. Maar
+in plaats van den overtocht nu voort te zetten, bleven de bruggen geheel
+verlaten. De achterblijvers hadden zich naar het dorp Studianka
+teruggetrokken; al de houten huizen waaruit het bestond gesloopt en
+alzoo het geheele dorp in een onmetelijk bivak veranderd. Honger en
+koude hadden er die ongelukkigen heen getrokken. Het was onmogelijk hen
+er vandaan te krijgen en zoo ging opnieuw weer een gansche nacht voor
+den overtocht verloren.</p>
+
+<p>Toen, in den morgen van den 28<sup>sten</sup>, deden plotseling de vereenigde
+Russische legers op de armzalige krijgsmacht der Franschen een hevigen
+aanval. De achterblijvers, bevangen door een wilden schrik, vluchtten
+thans in dolzinnige haast naar de bruggen. Van alle <span class="pagenum" title="169"></span><a id="p_169"></a>zijden drongen zij
+op elkaar in en weldra vormde die ontzettende menigte daar aan den
+rivieroever, met de talrijke paarden en voertuigen, een geweldige
+versperring. Tegen den middag sloegen de eerste vijandelijke kogels in
+dien chaos neer; zij waren het signaal tot een algemeene wanhoop.</p>
+
+<p>Het was in dit oogenblik, dat de kleine troep van Jakob Stargardt en de
+zijnen het terrein van den overgang was genaderd. Dicht aaneengedrongen
+bleven zij aanvankelijk stilstaan op den oever, met angstige bezorgdheid
+het gunstige oogenblik bespiedend, om zich te midden van den golvenden
+stroom van menschen, paarden en voertuigen te wagen, die aanhoudend naar
+de bruggen vloeide.</p>
+
+<p>Zij zagen hoe sommigen, woedend en niets ontziende, zich met de sabel in
+de hand een afschuwelijken doortocht openden. Anderen zagen zij een nog
+wreeder weg zich banen; met hun voertuigen reden zij onbarmhartig door
+die menigte van rampzaligen heen, die zij verpletterden. Door walgelijke
+hebzucht gedreven, offerden zij hun metgezellen in het ongeluk op, ter
+wille van hun bagage. Anderen, door een weerzinwekkende vrees bevangen,
+schreiden, jammerden en bezweken; de schrik had hun laatste krachten
+uitgeput.</p>
+
+<p>Huiverend van koude bracht ons troepje verscheidene uren door met op en
+neer van de eene brug naar de andere te gaan en twintig en meermalen,
+dicht aaneengedrongen, opnieuw den overtocht te beproeven. Maar iederen
+keer weken zij terug, wanneer een nieuwe onweerstaanbare menschenmassa
+vooruit stroomde en het ontzettend gedrang nog vermeerderde.</p>
+
+<p>Velen van die zich vooraan bevonden in die massa vertwijfelden en van de
+brug afgedrongen werden, beproefden haar langs de kanten te beklimmen,
+doch de meesten kwamen in het water terecht. Zij zagen vrouwen met hun
+kinderen in de armen te midden van ijsschotsen, hen omhoog heffende
+naarmate zij zonken; reeds ondergedompeld, trachtten zij ze nog met hun
+verstijfde armen boven water te houden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="170"></span><a id="p_170"></a></p>
+
+<p>Te midden van die ontzettende verwarring zakte de brug voor de
+artillerie in elkaar. Zij, die er zich op bevonden, wilden terugkeeren,
+de ontzaggelijke menschenstroom die achter hen was en het ongeluk niet
+bemerkte, luisterde niet naar de angstkreten der voorsten, drong hen
+vooruit en in de opening, waar zij op hun beurt in geduwd werden. Toen
+snelde alles naar de andere brug. Een groot aantal kruitwagens, zware
+voertuigen en vuurmonden kwamen van alle zijden aanrijden. Door hun
+geleiders voortgedreven, reden zij van een steile, oneffen helling in
+sterken gang plotseling door die menschenmassa heen, vermorzelden de
+ongelukkigen die zich in hun weg bevonden, terwijl anderen door den
+schrik van de been geraakten en in hun val sloegen en grepen naar
+degenen die in hun nabijheid waren. Geheele rijen radelooze menschen
+vielen zoodoende op elkaar, raakten in elkaar verward en werden vertrapt
+door anderen, die evenzoo werden opgedrongen; men vernam slechts kreten
+van smart en woede. In het ontzettend gedrang stelden zij, die onder den
+voet waren geraakt en bijna stikten, zich wanhopig te weer met nagels en
+tanden. Zonder medelijden sloegen en stompten de aangevallenen van zich
+af, alsof zij met vijanden te doen hadden. Het afgrijzelijk rumoer dat
+uit die wriemelende menigte opsteeg, vermeerderd met het loeien van den
+storm, het gedonder van het geschut, het springen van granaten, het
+uitbraken van verwenschingen en vloeken, maakte die ordelooze bende doof
+voor de klachten der slachtoffers die zij vertrapte.</p>
+
+<p>Eindelijk toch scheen voor Jakob Stargardt en de zijnen het
+<ins class="corr" id="corr72" title="Bron: ganstig">gunstig</ins> oogenblik daar, om te trachten, den overkant te
+bereiken. De kloeksten van den hoop vormden de spits: als een wig
+moesten zij door de woelende menigte klieven. Zij bereiken de brug. Met
+den stormpas rukken zij nu vooruit. In een oogenblik zijn zij een
+tiental schreden voortgedrongen. Onweerstaanbaar wringt zich de kleine
+schaar in den dichten, verwarden hoop, maar weldra stuit zij in die
+wriemelende menschenmassa; zij golft met haar heen en weer, machteloos
+worstelend tegen den drang, die haar gelederen dreigt te breken, in <span class="pagenum" title="171"></span><a id="p_171"></a>den
+stroom te werpen, of onder den voet te treden.</p>
+
+<p>Over hoopen gewonden, halfgestikte vrouwen en kinderen, duwden de
+volgenden hen vooruit. Vergeefs dat moeder Jane met gillende angstkreten
+haar beide zoons toeriep, waarvan zij zich plotseling zag losgerukt en
+die zij onmogelijk weer bereiken kon. Zij strekte de armen naar Jakob en
+Willem uit, smeekte om haar dóór te laten en zich weer bij haar kinderen
+te mogen voegen; doch links en rechts door de menigte opgedrongen, aan
+alle kanten geduwd en gestompt, viel zij neer als zoovele anderen.</p>
+
+<p>Maar de oude Ros, die ook van het troepje was afgescheurd, wist haar te
+grijpen en met haar voort te dringen. Jakob strekte zijn handen nu naar
+zijn moeder uit en werkelijk gelukte het hem, haar weer met hun troepje
+te vereenigen. Maar in 't zelfde oogenblik werd Ros door een kanonskogel
+allervreeselijkst verminkt. Jakob poogde hem op te vangen; de oude
+krijgsman kon echter geen woord meer uitbrengen; enkel bewoog hij met
+moeite de lippen en zijn machtelooze hand sloot zich om die van zijn
+meester en vriend met een zachten druk. Een smartelijk lachje zweefde
+over zijn bleek gezicht, toen zonk hij zielloos neer.</p>
+
+<p>Op dit oogenblik bevond de kleine troep zich midden op de brug. Dáár
+klinkt eensklaps, boven het rumoer van zoo vele duizenden jammerstemmen,
+boven den aanhoudenden donder van het geschut en het geknetter der
+geweren van Victor's korps, strijdende met Witgensteins macht,&mdash;een
+doordringende kreet: &bdquo;<em class="g">De cavalerie!</em>&rdquo;</p>
+
+<p>Ongeveer dertig ruiters van alle wapens, en daaronder vele officieren,
+stuiven de brug op, met opgeheven sabel; zij drijven hun vermagerde
+paarden met spoorslagen in de op elkaar gedrongen menigte; houwen links
+en rechts om ruimte te maken; werpen alles voor zich neer en zijn in een
+oogwenk midden op de brug. Maar daar worden zij in hun woeste vaart
+gestuit. Als een niet te ontwarren kluwen staan de veertien vereenigden
+rug aan rug tegen elkaar gedrongen, vast besloten tot een wanhopige
+verdediging. De moedige houding van het <span class="pagenum" title="172"></span><a id="p_172"></a>hoopje bleek ontzag in te
+boezemen; maar in zijn gevaarlijken toestand, daar zoo midden op de
+brug, kon de weifeling bij den ruitertroep niet lang duren.</p>
+
+<p>&bdquo;<em class="g">Vooruit!</em>&rdquo; klonk een gebiedende stem: &bdquo;<em class="g">Er op in!</em>&rdquo;</p>
+
+<p>Nu volgde een gevecht, waarbij de gevechten met den vijand in
+verwoedheid niet waren te vergelijken.</p>
+
+<p>Jakob streed als nog nooit te voren; hij had zich voor zijn moeder
+geplaatst, om haar met zijn lijf te beschutten. Een oogenblik verloor de
+marketentster het evenwicht, struikelend door een verschoven plank of
+een opening in den dekvloer. Zij dreigde te midden der woelende
+ijsschotsen in het donkere water te storten, dat al zoo menig
+slachtoffer verslonden had. Maar Willem sloeg zijn arm om haar heen en
+redde haar nog tijdig uit dit gevaar.</p>
+
+<p>De worsteling duurde slechts een oogenblik; de ruiters, op <em class="g">hun</em> beurt
+gedrongen door de massa die achter hen opzette, hieuwen als razenden er
+op in, en&mdash;braken een bres in den kleinen phalanx. Sommigen van het
+veertiental werden overhoop gereden; anderen stortten in de rivier;
+Jakob bleef als een schaduw zijn moeder nabij; opgestuwd raakten beiden
+steeds verder voort door het gedrang. Nog waren zij slechts een tiental
+schreden van den overliggenden oever verwijderd&mdash;daar voelde Jakob een
+schok in zijn rug, die hem bijna voorover wierp en hem zijn moeder deed
+loslaten. Door een schier bovenmenschelijke inspanning gelukte het hem,
+zich overeind te worstelen. Maar op hetzelfde oogenblik drong een
+kurassier zijn reusachtig ros op hem in en scheen hem onder den voet te
+willen rijden.</p>
+
+<p>Jakob greep de teugels van het paard en deed het eenige schreden
+achteruit wijken. Maar de ruiter gaf het dier de sporen en deed met zijn
+lange sabel een woedenden houw naar zijn tegenstander. Deze echter
+ontweek den slag en rukte zoo geweldig aan den teugel, dat het paard een
+oogenblik op zijn achterbeenen werd neergedrukt.</p>
+
+<p>Terwijl de zóón op die manier worstelde met den <span class="pagenum" title="173"></span><a id="p_173"></a>ruiter, geraakte de
+móeder opnieuw in het gedrang. Zij hield echter met de kracht der
+wanhoop een punt van zijn kleeren in de hand, en zoolang Jakob die hand
+voelde, bleef hij omzichtig verkennen hoe hij zijn moeder zoo goed
+mogelijk door alle gevaren zou heenvoeren.</p>
+
+<p>Maar opeens, terwijl hij den teugel van het ros nog vasthield, klonk,
+vlak bij hem, een doordringende vrouwengil, die hem door merg en been
+ging. Hij wendde het hoofd en zag iemand van de brug in het water
+storten&mdash;het was Willem! Een gevoel als zonk eensklaps het waggelend
+bruggedek met hem in diepte, overviel Jakob op dat vreeselijk gezicht;
+het bloed vloog hem naar het hoofd, bruiste en kookte in zijn hersenen
+en benevelde zijn blik... Hij liet den teugel glippen.</p>
+
+<p>De kurassier dreef zijn paard aan; het dier sprong onder de felle
+spoorslagen stijgerend op, gereed om over Jakob Stargardt en zijn moeder
+en al wie zich maar in den weg bevinden mocht, naar den oever te rennen.</p>
+
+<p>&bdquo;Ellendige hond!&mdash;dat zal je ontgelden!&rdquo; riep Reinier nu woedend. Met de
+kracht der razernij omklemden zijn armen het been van den ruiter en hij
+wierp den man letterlijk uit het zadel. Het paard werd door zijn
+berijder, die de teugels krampachtig in zijn vuist besloten hield, mee
+getrokken, en ruiter en ros stortten over elkander in den stroom.</p>
+
+<p>Juist in dit oogenblik sloegen er opnieuw eenige kanonskogels in de
+verwarde, weerlooze menschenmenigte neer. Een wilde opstuwing was er het
+gevolg van; en geperst en mee gesleurd kwamen Reinier, de marketentster
+en Jakob daardoor, over lijken en stervenden, aan den anderen oever.
+Daar vonden zij Willem die, door den korten afstand, er in geslaagd was
+den kant te bereiken. Hij klappertandde van <ins class="corr" id="corr73" title="Bron: kôu">koû</ins> en zijn natte
+kleeren begonnen reeds te bevriezen, waarom het viertal besloot, zoo
+spoedig mogelijk naar Zembin te gaan, waar het overschot van het Groote
+Leger heen trok of zich reeds gedeeltelijk bevond.</p>
+
+<p>Eerst laat in den avond kwam een einde aan het <span class="pagenum" title="174"></span><a id="p_174"></a>gevecht, dat herhaalde
+malen in een gruwelijk handgemeen ontaard was. De Russen gingen terug;
+zij waren op alle punten geslagen, ja, half vernietigd. Om negen uur
+begon Victor den afmarsch over de bruggen, nadat zijn soldaten zich met
+geweld een weg hadden moeten breken door de gillende, jammerende
+menschenmassa die zich, met voertuigen en losse paarden bont dooreen,
+aan de toegangen verdrong en die den kostbaren tijd om de rivier over te
+komen den vorigen dag had laten verloren gaan.</p>
+
+<p>Om één uur in den nacht had de laatste afdeeling van Victors mannen den
+overkant bereikt. Slechts eenige duizenden achterblijvers bevonden zich
+toen nog ongewapend op den linkeroever; en den volgenden morgen om half
+negen liet Eblé, die uit medelijden met al die rampzaligen met de
+uitvoering van 's Keizers bevel zoo lang maar eenigszins mogelijk was
+gewacht had, de bruggen in brand steken. Een uur later bestonden zij
+niet meer.&mdash;Toen kwamen de kozakken met hun ijzingwekkend <i>hoera!</i>...</p>
+
+<p>Op dezelfde wijze liet de Keizer handelen met de bruggen bij Zembin door
+de moerassen aldaar; doch de vorst viel weer in en maakte al zijn
+pogingen om zich de Russen hierdoor van het lijf te houden doelloos.
+Deze naderden thans over het ijs.</p>
+
+<p>Na den tocht over de Berezina kwam het Fransche leger zoo goed als
+volslagen tot oplossing. Binnen drie dagen slonk het effectief der
+strijdbare manschappen weg tot beneden de negenduizend. Ney voerde weer
+de achterhoede aan.</p>
+
+<p>Niet ver van Molodecno, den 3<sup>den</sup> December, zagen de vier
+Amsterdammers Keizer Napoleon voor het laatst van hun leven. Hij droeg
+een pels van marterbont en had een bonten muts op het hoofd. Zijn koets
+volgde op korten afstand. Zij herkenden hem door eenige officieren, die
+in zijn omgeving waren. Geen enkel &bdquo;leve de Keizer&rdquo; waaraan de groote
+veldheer zoo gewend was, werd gehoord.</p>
+
+<p>In Molodecno wisten zij eenige levensmiddelen te <span class="pagenum" title="175"></span><a id="p_175"></a>bekomen. Het was toen
+een heldere winterdag en de koude was dragelijk. Tot hiertoe was de weg,
+hoewel moeilijk, niet door een zoo talrijk aantal lijken afgeteekend als
+vóór de Berezina. Deze vermindering was te danken aan Ney, die den
+vijand op een afstand wist te houden, aan de meer dragelijke natuur, aan
+eenige hulpbronnen die een minder verwoeste landstreek opleverde en ten
+slotte aan de omstandigheid, dat het de krachtigsten waren, die de
+overzijde van de Berezina hadden weten te bereiken.</p>
+
+<p>De groote massa vluchtelingen had zich reeds lang verdeeld in kleine
+troepen van hoogstens acht tot tien man. Verscheidene dezer beschikten
+nog over een paard, dat bepakt was met hun levensmiddelen of, bij gebrek
+hiervan, zelf daartoe moest dienen. Lompen, eenig keukengereedschap, een
+zak en een stok, dit was de uitrusting, de bewapening van de meesten
+dier ongelukkigen. In niets geleken zij meer op soldaten, zij bezaten
+geen uniform, geen wapens meer; noch den wil, andere vijanden te
+bestrijden dan honger en koude; het eenige wat hun nog restte was de
+standvastigheid, de gewoonte om gevaren en lijden te verdragen, zoo ook
+een steeds vaardigen geest om in hun toestand van alles zoo veel
+mogelijk partij te trekken.</p>
+
+<p>Te Smorgoni schreef de Keizer eigenhandig zijn laatste bulletin, het
+29<sup>ste</sup>, en verliet daarna in den vroegen morgen zijn stervend leger.</p>
+
+<p>Bezorgd, om bij een gevreesden afval der Pruisen tegengehouden te
+worden, snelde hij, in een eenvoudige slede en vergezeld van slechts
+weinigen, door Polen, Silezië en Saksen, naar den Rijn en verder naar
+Parijs, waar hij in den nacht van den 18<sup><ins class="corr" id="corr74" title="Bron: en">den</ins></sup> December
+onverwachts aankwam, twee dagen na de verschijning van zijn 29<sup>ste</sup>
+bulletin.</p>
+
+<p>Eén reusachtig, hartverscheurend drama vormde de terugtocht van het
+Groote Leger over Wilna naar den Niemen, nadat Napoleon was heengegaan.
+Aan honderden, die door zijn tegenwoordigheid tot nog toe zedelijk waren
+geschraagd, ontzonk thans eensklaps de moed. <span class="pagenum" title="176"></span><a id="p_176"></a>Velen vervloekten hem.
+Anderen keurden zijn handelwijze volkomen goed. Het leger redden stond
+niet meer in zijn macht; dit leger was gedoemd om onder te gaan en bij
+een veldheer en een vorst als hij behoorde, meenden zij, het belang van
+den staat te gaan boven het gevoel.</p>
+
+<p>Van krijgstucht was echter thans geen schijn of schaduw meer. Reeds in
+den nacht van Napoleons vertrek had een generaal geweigerd, om aan Murat
+te gehoorzamen, en weldra nam niemand meer bevelen aan&mdash;ieder meende
+verplicht te zijn, voor zichzelf te zorgen. Geen menschelijkheid, geen
+verbroedering meer; de honger had alle gevoel verstompt. Zooals onder de
+wilden de sterksten de zwakkeren berooven, zoo wierp men zich op zijn
+stervende metgezellen, meermalen niet wachtend zelfs op hun laatsten
+snik. Als een paard neerstortte, zou men gemeend hebben een troep
+hyena's te zien; tal van ongelukkigen verdrongen er zich omheen, rukten
+het in stukken en betwistten ze elkaar als verscheurende dieren.</p>
+
+<p>En toch waren er nog enkelen, die ondanks al hun ellende, de zwaksten
+beschermden en ondersteunden, doch dezen waren zeldzaam.</p>
+
+<p>Den 6<sup>den</sup> December, den dag nadat Napoleon vertrokken was, werd
+plotseling de koude weer feller dan ooit. Het vroor zóó hard, dat vogels
+verstijfd en dood op den grond vielen. Vooral Willem had er veel onder
+te lijden. Na het ijskoude bad in de Berezina was hij nooit recht gezond
+meer geweest en zijn weerstandsvermogen bleek dan ook lang zoo groot
+niet als van de drie anderen. Weldra kon hij geen schoenen meer dragen
+omdat van zijn beide voeten de teenen waren bevroren: hij moest ze toen
+vervangen door hazenvellen en oude lompen. Tot overmaat van ongeluk
+kreeg hij den volgenden dag een geweerkogel in het rechterbeen; de wond
+was echter niet van zoo ernstigen aard, of hij bleef dien dag met de
+anderen voortsukkelen; doch onder steeds heviger pijn. Want de vellen en
+lompen om zijn voeten, doorweekt met het bloed uit zijn wond, waren
+spoedig bevroren. 's Avonds, bij het bivakvuur, was dan ook <span class="pagenum" title="177"></span><a id="p_177"></a><span class="pagenum" title="vi"><br /></span><a id="p_vi"></a><span class="pagenum" title="v"><br /><br /></span><a id="p_v"></a>zijn
+eerste werk, zijn voetlappen los te maken, want de pijn was in 't laatst
+ondragelijk geworden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 271px;">
+<img src="images/ill_pv-t.jpg" width="271" height="415" alt="... en ruiter en ros stortten over elkander in den stroom." title="" />
+<span class="caption">... en ruiter en ros stortten over elkander in den stroom.</span>
+<span class="enlarge">(<a href="images/ill_pv.jpg">vergroting 1131×1729, 373kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Hij bevond zijn teenen in een ellendigen staat; de wond in zijn been
+bleek echter van weinig beteekenis. Jakob nam nu het hemd, dat hij nog
+schoon in zijn ransel had, scheurde het aan strooken en verbond daar
+Willems voeten mee. Dit scheen hem heel wat op te frisschen zoodat hij
+er eenige rust door genoot. Den volgenden morgen echter kon hij niet
+voortgaan, zonder beurtelings ondersteund te worden door de anderen; en
+nog geen dag later was de ongelukkige reeds van vermoeidheid, koude en
+ontbering bezweken.</p>
+
+<p>Treurig en met de wanhoop in 't hart vervolgden de drie overgeblevenen
+hun weg... In den dampkring was niet de minste beweging; het scheen of
+alles in de natuur, zelfs de wind, door de felle koude was aangetast en
+als verstijfd door een algemeenen dood. Hun volharding en
+uithoudingsvermogen werden op een zware proef gesteld; nu eens zakten
+zij in de sneeuw weg, dan weer bood de spiegelgladde oppervlakte geen
+enkelen steun; bij iederen stap gleden zij dan uit en moesten onder
+gedurig vallen voorwaarts zien te komen; het was alsof die vijandige
+bodem weigerde hen te dragen, en hun weg met opzet bemoeilijkte om de
+ongelukkigen over te leveren aan de nog maar altoos hen vervolgende
+Russen of aan de barheid van het klimaat.</p>
+
+<p>Hun oogen waren rood en ontstoken door gebrek aan slaap, door die
+aanhoudende witheid van sneeuw om hen heen en den rook der bivakvuren.</p>
+
+<p>Zwijgend en somber gingen de drie zwervelingen naast elkander voort; ook
+om hen heen hoorden zij thans geen stemmen, geen gemor meer; in dit rijk
+der dooden bewoog men zich als rampzalige schimmen voorwaarts: het
+gedempt en eentonig geluid hunner schreden, het gekraak van de sneeuw en
+de zwakke zuchten der stervenden, waren het eenige wat die algemeene
+stilte verbrak. Nu geen toorn, geen verwenschingen meer; nauwelijks
+bezat men nog de kracht, om hulp te smeeken; de meesten van hen die niet
+meer verder konden vielen neer zonder <span class="pagenum" title="178"></span><a id="p_178"></a>kreet of klacht, hetzij uit
+zwakte of uit berusting.</p>
+
+<p>Moeder Jane voelde met den dag haar krachten slinken en met angst nam
+zij waar, hoe ook haar zoon en hun vriend al zwakker, al magerder
+werden.</p>
+
+<p>En toch, geen hunner durfde rusten, zoolang hij nog maar éénigszins
+voort kon gaan. Want, honderdmaal reeds hadden zij het gezien, wie
+rusten gingen gaven zich over aan den dood. Nauwelijks toch waren zij
+gaan zitten, of terstond greep de winter hen aan. Dan was het te
+vergeefs dat die ongelukkigen, voelende dat zij verstijfden, weer
+opstonden en sprakeloos, versuft en half verdoofd als automaten eenige
+passen voorwaarts deden... Zij waggelden en kwamen niet meer verder; uit
+hun ontstoken oogen vloeiden in werkelijkheid bloedige tranen; hun borst
+stootte diepe zuchten uit; zij zagen met een verschrikten, starenden
+blik naar den hemel, vervolgens naar hun makkers en naar dien bevroren
+grond. Hun knieën knikten; zij zonken er op neer, daarna op hun handen;
+hun hoofd maakte nog een enkele beweging terwijl uit hun open mond
+eenige stervensgeluiden kwamen; eindelijk raakte ook deze de sneeuw, die
+dadelijk lichtrood werd gekleurd en hun lijden was geëindigd.</p>
+
+<p>Honderd maal wel hadden zij dit gezien en daarom&mdash;niet rusten, zoolang
+zij nog een voet konden verzetten, maar vóórt, steeds voort, tot zij een
+beschutting tegen den nacht bereikt hadden.</p>
+
+<p>Want bij die ontzettende koude was ieder verloren, die den nacht niet
+onder een dak doorbracht, of althans aan een bivakvuur in de luwte der
+bosschen.</p>
+
+<p>Meermalen reeds had ons drietal met over de honderd menschen in een
+klein vertrek moeten doorbrengen. Spoedig volgde dan een ondragelijke
+warmte, terwijl zij geplaagd werden door ongedierte en vuil, want in
+verscheidene weken hadden zij zich niet gewasschen of verschoond; de
+huid begon dan onduldbaar te jeuken, zoodat zulk een nacht moeilijker
+door te brengen was dan de dagen met hun vermoeiende marschen.</p>
+
+<p>O, de vreeselijkste dingen hadden onze drie zwervers al beleefd! Geen
+schuur aan den weg, of soldaten en <span class="pagenum" title="179"></span><a id="p_179"></a>officieren, allen wilden er binnen.
+Zij hoopten en drongen er zich als beesten op elkaar om eenige vuren, en
+daar zij de dooden niet van den haard konden wegkrijgen, gingen zij er
+op zitten, om straks misschien zelf weer tot zetel van anderen te
+dienen. Of nieuwe troepen kwamen en om het bezit van de schuur werd dan
+dikwerf gevochten op leven en dood.</p>
+
+<p>Ja, het waren huiveringwekkende tooneelen, die het drietal soms had
+bijgewoond. Op een der dorpen bijvoorbeeld, die zij waren doorgetrokken,
+staken de soldaten geheele huizen van buiten in brand, enkel om zich
+eenige oogenblikken te kunnen verwarmen. Door het schijnsel dezer
+branden werden andere ongelukkigen aangelokt, die door de hevige koude
+en de vele ontberingen tot razernij waren vervallen. Woest kwamen deze
+bezetenen er op aangeloopen; tandenknersend en onder een helschen
+schaterlach wierpen zij zich in den vuurpoel, waar zij onder
+afschuwelijke stuiptrekkingen den dood vonden.</p>
+
+<p>Zulke afgrijzelijke tooneelen had het drietal reeds beleefd. Met het
+Groote Leger was het zóó ver al gekomen, dat tusschen Smorgoni en Wilna
+zelfs geen achterhoede meer bestond. Zij hadden <span xml:lang="fr">Davoust</span>, niet ver van
+Osmiana, zich persoonlijk de grootste moeite zien geven om een peloton
+uit alle wapens samen te stellen, ten einde aan de kozakken, die voor de
+vervolgende Russische troepen uitzwermden, nog iets te kunnen vertoonen.
+Hij beloofde hun gouden bergen en eindelijk was het hem gelukt een
+honderdtal bijeen te brengen in twee gelederen; doch de maarschalk had
+zich nog geen 500 pas verwijderd, of alles was weer uit elkander.</p>
+
+<p>In dezen staat van volkomen oplossing bereikte het vluchtende leger
+eindelijk Wilna. Ongehoorde gruweltooneelen zijn ook dáár voorgevallen,
+toen die benden uitgehongerde, van ellende en gebrek half waanzinnige
+menschen voedsel verlangden, dat daar volop in de magazijnen was
+opgehoopt, en&mdash;afgewezen werden omdat zij niet meer tot een corps
+behoorden en dus niet van gewaarmerkte bons waren voorzien. Bij gebrek
+aan bevelen zijn te Wilna duizenden gewonden en zieken&mdash;en ziek <span class="pagenum" title="180"></span><a id="p_180"></a>waren
+bijna allen;&mdash;omgekomen van ellende naast magazijnen die met
+levensmiddelen en kleedingstukken waren gevuld voor honderdduizend
+soldaten! Eenige dagen later zouden die een buit worden voor de eveneens
+half verhongerde kozakken die, voor de geregelde Russische troepen uit,
+reeds den 10<sup>den</sup> December als een zwerm gieren om de stad begonnen te
+zwerven.</p>
+
+<p>Onze drie Amsterdammers waren reeds in den avond van den 8<sup>sten</sup> binnen
+de stad gekomen. Zoo brachten zij den nacht door in een herberg en
+sliepen in een warme kamer na zich voor het eerst weer met brood en
+zelfs met een flesch wijn verkwikt te hebben. Hoe heerlijk was het hun,
+toen zij eindelijk zich weer in een bewoonbaar huis bevonden! Wat scheen
+een behoorlijk gebakken brood hun een kostelijk voedsel! Welk een
+onuitputtelijk welbehagen, het te kunnen opeten, zittende op een stoel
+en onder de koesterende warmte van een kachel! Het scheen hun toe, alsof
+zij van het einde der wereld gekomen waren, zoodanig had die reeks van
+ellenden hen uit al hun gewoonten gerukt.</p>
+
+<p>Doch nauwelijks hadden zij een korten tijd van deze weldaden genoten,
+toen het kanon der Russen al weer begon te bulderen. Alzoo vóórt!
+rusteloos voort dus maar weer!</p>
+
+<p>Met groote dagreizen, die hun krachten geheel moesten uitputten, kwamen
+zij de Russische voorhoede vooruit, die het vluchtende Fransche leger,
+zonder zich zelf te desorganiseeren, niet geregeld volgen kon.</p>
+
+<p>Weldra kwam het drietal te <ins class="corr" id="corr75" title="Bron: Kowo">Kowno</ins>. Dit was de laatste stad op
+Russisch grondgebied. In den morgen van den 13<sup>den</sup> geraakten zij over
+den Niemen en betraden, tusschen Wyrballe en Stallupönen, den
+Pruisischen bodem: Na zes en veertig dagen onder de treurigste
+omstandigheden gemarcheerd te hebben, zagen zij eindelijk een bevriend
+land terug.</p>
+
+<p>Zonder zich op te houden, zonder achter zich te zien, trokken de meeste
+hunner lotgenooten de Pruisische bosschen in, en verspreidden zich
+aldaar.</p>
+
+<p>Moeder Jane echter keerde zich om, teneinde nog <span class="pagenum" title="181"></span><a id="p_181"></a>éénmaal een blik te
+werpen op het land, dat zij te nauwernood ontvlucht waren, waar zoo véél
+ellende geleden was en&mdash;waar het overschot van haar oudsten jongen
+rustte; tranen liepen haar langs de vermagerde wangen.</p>
+
+<p>Maar ook Reinier en Jakob wierpen een laatsten blik naar dat vreeselijke
+Russische land, waarin zoovelen waren achtergebleven, die het met
+zooveel vreugde en trotsch waren binnengerukt.</p>
+
+<p>&bdquo;Kom, moeder, kom!...<ins class="corr" id="corr76" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> zegt Jakob; het wordt hem daar op eenmaal
+zóó nameloos wee, dat hij nu maar verder wil.</p>
+
+<p>Doch de marketentster schijnt zich niet los te kunnen rukken van deze
+plek; het is, of zij het beeld daarvan voor immer in haar geest wil
+opnemen.</p>
+
+<p>Dit was dan diezelfde oever, welke geschitterd had van die duizenden
+bajonetten! Dit dezelfde grond die, slechts vijf maanden geleden, op
+dien helderen Juli-morgen, haar had toegeschenen als veranderd in
+heuvelen en dalen van bewegende menschen en paarden! Daar zag zij weer
+diezelfde inzinkingen in het terrein, waar, onder een brandende zon, de
+drie lange colonnes dragonders en kurassiers uit te voorschijn waren
+gekomen als even zoovele stroomen van schitterend ijzer en staal!.....</p>
+
+<p>En nu?...: Soldaten, wapens, adelaars, paarden,&mdash;zelfs de zon en de
+rivier die de krijgers met zooveel hoop en moed waren
+overgetrokken,&mdash;alles is verdwenen!</p>
+
+<p>De Niemen is niet meer dan een uitgestrekte massa ijsschotsen, die door
+den steeds in strengheid toegenomen winter in elkaar zijn geschoven en
+vastgelegd. In plaats van de drie Fransche bruggen, die vijfhonderd
+mijlen door de wakkere pontonniers waren meegevoerd en die met zulk een
+stoutmoedige vaardigheid gelegd waren, bevindt er zich nu slechts een
+enkele Russische brug. Van dat half millioen soldaten, die...</p>
+
+<p>&bdquo;Komaan&rdquo;, dringt zij nu zelf opeens, &bdquo;laten we verder gaan!&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="182"></span><a id="p_182"></a></p>
+
+<p>In Stollupönen vonden zij gelegenheid om ieder een paar warme sokken en
+een paar wanten te koopen en aldus toegerust kwamen zij 's avonds om
+acht uur nog te Gumbinnen.</p>
+
+<p>Met hun verzwakte lichamen hadden zij in acht dagen den weg van Wilna
+naar hier afgelegd, een afstand van vijf en zestig uur gaans.</p>
+
+<p>Vergeefs poogden zij in Gumbinnen een onderkomen te krijgen. Toen
+begaven zij zich naar het stadhuis, om een inkwartieringsbiljet. Doch
+honderden van menschen verdrongen zich voor de kamer, waar de kwartieren
+werden aangewezen en zij gaven den moed op, een biljet te krijgen.
+Doodelijk vermoeid als zij waren, wilden zij nu in het stadhuis hier of
+daar maar een hoekje opzoeken om den nacht door te brengen. De deuren
+van het ruime gebouw waren gesloten, doch één deur ging open en zij
+zagen een paar heeren aan lessenaars werkzaam. Jakob trad nu naar voren
+en zei, in het beetje Duitsch dat hij indertijd in Pruisen had opgedaan:
+&bdquo;Mijne heeren, wij zijn ongelukkige Hollanders, twee ritmeesters en een
+marketentster, die verschrikkelijk veel geleden hebben. Vergun ons,
+dezen nacht aan uw heerlijk warme kachel door te brengen.&rdquo;</p>
+
+<p>Deze woorden gaven aanleiding tot een lang gesprek, waarin onze
+zwervelingen aan die menschen, in een mengelmoes van Fransch en Duitsch,
+hun ongelukken verhaalden.</p>
+
+<p>Het gevolg daarvan was, dat een der heeren hen in zijn huis nam, hoewel
+het overvol van inkwartiering was. Hij verstrekte hun een matras, ja,
+den volgenden morgen bezorgde hij hun zelfs een volledige verschooning.
+Niets was het drietal aangenamer, dan zich het lichaam weer eens goed te
+reinigen.</p>
+
+<p>Gesterkt door deze vriendelijke behandeling en hartelijk dank betuigend
+aan hun braven gastheer namen zij afscheid.</p>
+
+<p>Een weinig later het stadhuis passeerend, wenkte hun een kolonel die hen
+herkende en die daar juist op dat oogenblik een uitbetaling van eenige
+soldij aan de <span class="pagenum" title="183"></span><a id="p_183"></a>officieren deed. Jakob en Reinier ontvingen ieder
+driehonderd francs.</p>
+
+<p>Den 18<sup>den</sup> December bereikte het drietal Koningsbergen waar zij, van
+al hun vermoeienissen en ellenden nu eindelijk eens heerlijk dachten te
+bekomen. De winter, die hen tot daar had vervolgd, verliet hen
+eensklaps; in één nacht steeg de thermometer twintig graden. Die
+plotselinge overgang was velen noodlottig. Een aantal soldaten en
+generaals, die zich tot nog toe op de been gehouden hadden, verslapten
+eensklaps en geraakten tot verval van krachten. Velen bezweken. Iederen
+dag, ieder uur ontstelde men op het vernemen van nieuwe verliezen.</p>
+
+<p>Ook voor onze Hollandsche zwervelingen werd die plotselinge overgang van
+temperatuur noodlottig. Den volgenden morgen reeds lagen zij alle drie
+doodziek in het hospitaal.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Vijftiende"></a>Vijftiende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Weer thuis.</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Sedert Napoleon met zijn machtig leger Rusland binnengetrokken was,
+vernam men te Amsterdam herhaaldelijk het gedreun van een en twintig
+achtereenvolgende kanonschoten.</div>
+
+<p>&bdquo;Alweer een overwinning!&rdquo; riepen Bert en Bruno dan en zij snelden naar
+de Doelenstraat, waar zij wisten, dat geregeld het nieuwste
+oorlogsbulletin werd aangeplakt.</p>
+
+<p>Maar hun moeder zuchtte: &bdquo;Onze arme Reinier!... Misschien heeft hem die
+overwinning wel het leven <span class="pagenum" title="184"></span><a id="p_184"></a>gekost... Of mogelijk is hij zwaar gewond...
+Ach wie weet, wat er van onzen armen jongen en zijn vriend en van die
+wakkere vrouw Stargardt geworden is!...&rdquo;</p>
+
+<p>Zoo ging het geregeld bij ieder overwinningsbericht en geregeld ook
+poogde mijnheer Vermaat haar dan te troosten, zeggend, <ins class="corr" id="corr77" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>dat zij
+toch niet altoos het ergste mocht onderstellen. Hun zoon kon immers net
+zoo goed bevòrderd zijn ook; al die gesneuvelden moesten toch weer
+aangevuld worden!...&rdquo;</p>
+
+<p>In het <i>Dagblad</i> dat hij nog altijd las, werden Napoleons overwinningen
+nog breeder uitgemeten dan in de bulletins; maar&mdash;nooit kwamen er
+brieven uit het leger en dat moest zelfs de luchthartigsten wel ongerust
+maken.</p>
+
+<p>Half September vernam men te Amsterdam des Keizers groote overwinning
+bij de Moskowa, gelijk Napoleon zelf den slag bij Borodino genoemd had.
+Verheugd kwam mijnheer Vermaat er mee thuis: &bdquo;Nu zal het vrede worden...
+nu is de oorlog gedaan!... Reinier loopt nu geen gevaar meer te
+sneuvelen!...&rdquo;</p>
+
+<p>Maar zijn vrouw werd er niet opgewekter door. &bdquo;Och kom,&rdquo; zei ze, &bdquo;als
+Rusland veroverd is komt er wel gauw weer een ander land aan de beurt...
+De wereld is nog zoo groot, lieve man!... En de Keizer zal niet te
+vreden zijn, voor hij de heele wereld in zijn macht heeft...&rdquo;</p>
+
+<p>Acht dagen later wist men in de hoofdstad, dat het Fransche leger te
+Moscou was, en er waren er die meenden, dat nu de drukkende belastingen
+toch wel spoedig wat zouden verminderen. Van wege den grooten buit
+natuurlijk, want Moscou, zeiden ze, was de rijkste stad van Rusland.</p>
+
+<p>Maar het duurde niet lang of daar ging het gerucht, dat de Russen zelf
+Moscou in brand hadden gestoken als was het een wespennest, en dat het
+Fransche leger, om niet van honger te sterven, den terugtocht naar Polen
+moest aanvangen.</p>
+
+<p>Toch gingen de bulletins en dagbladen maar voort, het volk met
+leugenachtige berichten omtrent het leger te misleiden.</p>
+
+<p>En middelerwijl was reeds de winter gekomen, een <span class="pagenum" title="185"></span><a id="p_185"></a>winter, zoo streng,
+als niemand heugde. Wie niet geregeld door stookte, zat te rillen in
+zijn kamer.</p>
+
+<p>&bdquo;Arme soldaten, daar in dat barre Polen!&rdquo; zei de barbier, toen hij op
+een morgen bij mijnheer Vermaat binnenkwam.&mdash;Het was de 22<sup>ste</sup>
+December, twee dagen nadat Napoleon als een geslagen vluchteling in de
+Fransche hoofdstad was teruggekeerd.&mdash;</p>
+
+<p>&bdquo;Arme soldaten!&rdquo; herhaalde de barbier, zijn groene wanten uittrekkend en
+zich de verkleumde handen wrijvend. &bdquo;Want <i>wij</i> klagen al over de kou,
+maar hoe koud zal het dáár nu wel zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Nu, dat moet nog al meevallen,&rdquo; zei mijnheer Vermaat. &bdquo;In het <i>Dagblad</i>
+las ik ten minste, gisteravond, dat wij ons hier te lande over het
+algemeen een veel te buitensporig denkbeeld van zoo'n Poolschen winter
+maken, maar dat wij, wat dàt betreft, over onze vrienden en verwanten
+bij het leger niet zoo ongerust behoeven te zijn.&rdquo;</p>
+
+<p>Hij nam de courant van tafel en, het blad open vouwend vervolgde hij:
+&bdquo;<i>Hier</i> bijvoorbeeld staat: <i>De koude is er zelden vinniger dan in
+Holland, ja, verkieslijker zelfs, omdat zij geen vorst of regen
+aanbrengt. Onze soldaten kunnen zich gemakkelijk daartegen beschutten.
+Zij verdragen de koude even goed als de Polen en Russen, en de
+winterkwartieren zijn te aangenamer, daar overal ontzaggelijke
+magazijnen zijn opgericht, waarin alle voorwerpen aanwezig zijn, die een
+groot leger van nut kunnen wezen. En evenzoo is er overvloed van
+levensmiddelen.</i></p>
+
+<p>Dat ziet er dus heusch zoo bedenkelijk nog niet uit!&rdquo;</p>
+
+<p>De barbier haalde de schouders op. Trouwens, mijnheer Vermaat geloofde
+zelf maar half, wat hij las en zei; maar hij hoopte dat zijn vrouw, die
+juist warm water in het bekken goot, het zou gelooven.</p>
+
+<p>Onder het scheren hadden beide mannen het druk over het andere
+legernieuws; want hetzelfde nummer van het &bdquo;<i>Dagblad</i>&rdquo; deelde
+&bdquo;<i xml:lang="fr">nouvelles</i>&rdquo; over den Keizer mee van den 3<sup>den</sup> December, waarin
+breed, ja zelfs tot vier malen, werd gepraald met &bdquo;de overwinning die
+den 28<sup>sten</sup> November bij den overtocht van de Berezina behaald was.&rdquo;
+Het gevecht was&mdash;volgens het nieuwsblad&mdash;&bdquo;door <span class="pagenum" title="186"></span><a id="p_186"></a>de luisterrijkste
+gevolgen bekroond geworden.&rdquo; De Russische legers (eenvoudig corpsen
+genoemd) waren deerlijk gehavend. Men had 9000 à 10.000 krijgsgevangenen
+gemaakt en tien stukken geschut en zes standaards veroverd.</p>
+
+<p>Doch hoe zeer mijnheer Vermaat zichzelf dit alles ook als waarheid
+poogde op te dringen, wijl hij zoo gaarne aan den welstand van het
+Groote Leger gelóófde, slechts enkele dagen later had ook hij geen hoop
+meer.</p>
+
+<p>'s Morgens door de Doelenstraat gaande, had hij, niet ver van het huis
+waarin mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span> woonde, wel meer dan honderd menschen op een
+hoop zien staan. Zij stonden met bleeke gezichten en uitgerekten hals
+naar een groot aanplakbiljet te staren, dat alleen de voorsten lezen
+konden. Het was het beruchte 29<sup>ste</sup> bulletin, waarin Napoleon
+vertelde, dat de paarden gedurende den terugtocht alle nachten bij
+duizenden stierven.</p>
+
+<p>Van de menschen zei hij niets!...</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat, die tot de voorste rijen had weten door te dringen,
+las het papier met klimmende ontroering. Maar toen hij aan dat gedeelte
+kwam:&mdash;&bdquo;Onze kavalerie was zoodanig geslonken, dat men de officieren,
+die nog een paard hadden overgehouden, heeft moeten vereenigen, ten
+einde er vier compagnieën van te formeeren, elke compagnie van honderd
+vijftig man. De generaals vervulden er de functiën van kapiteins, de
+kolonels die van onderofficieren,&rdquo;&mdash;toen hij dàt gedeelte las, hetwelk
+over de ellende van het Groote Leger méér zei dan al het overige, toen
+klemde hij de bleeke lippen krampachtig op elkaar om niet luide den man
+te vervloeken, van wien het biljet, bij wijze van troost, aan het slot
+nog meldde: &bdquo;Nooit is de gezondheid van Zijne Majesteit beter geweest.&rdquo;</p>
+
+<p>Om hem heen hoorde hij jammerkreten en gekerm van vrouwen, met een
+doffen ondergrond van somber mompelende mannenstemmen. Diep geschokt
+gingen allen naar huis; maar weer anderen kwamen en het smartbetoon
+herhaalde zich; en dat duurde zoo tot den avond <span class="pagenum" title="187"></span><a id="p_187"></a>door. Heel Amsterdam,
+geheel het Vaderland kwam in een toestand van moedelooze droefenis door
+het bericht van de onmetelijke ramp der Groote Armee. Men treurde niet
+enkel om verwanten en vrienden die men reeds omgekomen waande, maar was
+te gelijk vol angst voor de nog achtergeblevenen. Want ieder begreep
+wel, dat het overschot van het leger zoo spoedig mogelijk zou aangevuld
+worden.</p>
+
+<p>Te midden van de algemeene verslagenheid zagen echter eenige uitstekende
+Nederlanders in, dat het, na dien noodlottigen tocht naar Rusland, niet
+meer tot het gebied der onmogelijkheden hoefde te behooren, het
+Vaderland eens van de overheersching der Franschen te bevrijden. Zóó
+dachten Johan Melchior Kemper, hoogleeraar in de rechten te Leiden, en
+Anton Reinhard Falck, die, na onder Koning Lodewijk hooge
+staatsbetrekkingen bekleed te hebben, eenigen tijd, als verdacht bij de
+keizerlijke politie, buiten 's lands was geweest, maar sedert 1812 de
+betrekking van kapitein bij een afdeeling der nationale garde te
+Amsterdam op zich genomen had. Zij kwamen met elkander overeen, naar
+vermogen partij te trekken van de omstandigheden, tot herstelling van de
+nationale onafhankelijkheid. Hun staatkundige beginselen waren: een
+getemperde oppermacht van het Huis van Oranje en vernietiging der oude
+partijschappen.</p>
+
+<p>Te zelfder tijd begonnen in Den Haag Van Hogendorp, die met het oog op
+een mogelijke bevrijding reeds de schets van een grondwet had opgesteld,
+Van der Duyn van Maasdam, de graaf Van Limburg Stirum en nog drie
+anderen met datzelfde doel geheime bijeenkomsten te houden. Hoewel in
+geen onmiddellijke betrekking tot het Haagsche zestal staande, waren
+Kemper en Falck toch niet onbekend met hetgeen dat zestal wilde.</p>
+
+<p>Doch vooreerst scheen er van bevrijding nog geen sprake, want weer zoo
+rusteloos als ooit te voren was Napoleon bezig, Frankrijks strijdmacht
+te herstellen. Zoo bepaalde hij reeds bij een decreet van den 24<sup>sten</sup>
+Januari 1813, dat de conscriptie dat jaar verscheidene maanden vervroegd
+zou worden. Vervolgens liet hij de lotelingen <span class="pagenum" title="188"></span><a id="p_188"></a>van 1809 tot 1812, die
+nog niet gediend hadden, onder de wapenen roepen. Voorts werden uit
+Spanje regimenten ontboden die, met de soldaten en kaders uit Rusland
+teruggekeerd, bestemd werden om het jonge personeel te onderwijzen en de
+kern te vormen voor nieuwe afdeelingen. Eindelijk moest onder de wapenen
+komen&mdash;de lichting van 1814! Niet veel meer dan knapen dus nog.</p>
+
+<p>&bdquo;Nu nemen ze letterlijk alles, van huisvaders tot kinderen!&rdquo; zuchtte het
+onderdrukte volk. &bdquo;Straks zullen ook nog de kreupelen, bijzienden en
+halflammen den Keizer moeten dienen!&rdquo;</p>
+
+<p>En waarlijk, daar begon het spoedig veel op te lijken. Reeds in 't
+vorige jaar toch had Napoleon bevel gegeven tot het oprichten eener
+Nationale garde (schutterij) verdeeld in twee bans. De eerste ban was
+verdeeld in cohorten en mobile nationale gardes: hij bestond uit 80.000
+jongelingen die, òf vrijgeloot waren, òf vrijstelling wegens
+broederdienst hadden gekregen, òf door geringe lichaamsgebreken niet in
+de conscriptie waren gevallen. Beide bans zouden echter nooit, volgens
+een Keizerlijk decreet, in het veld worden gebruikt.</p>
+
+<p>Napoleon bekommerde zich evenwel thans weinig om dat vroeger besluit en
+bepaalde, dat zij zich met het leger te velde zouden vereenigen. Ja, er
+kwam zelfs nog een oproeping van een derden ban, bestaande uit mannen
+die reeds jaren gehuwd waren, plaatsvervangers hadden gesteld, of om
+andere gewichtige redenen vrijstelling hadden bekomen.</p>
+
+<p>Door deze verschillende maatregelen, berekende de Keizer, zouden alle
+gaten weer gestopt wezen en het leger zelfs nog grooter dan vóór den
+Russischen veldtocht zijn.</p>
+
+<p>Het uittrekken van de 80.000 man cohorten had plaats onder groote
+weerspannigheid, maar ook de opschrijving voor den krijgsdienst
+veroorzaakte op sommige plaatsen vreeselijke opschuddingen. Te
+Oud-Beierland bijvoorbeeld moest de prefect zelf overkomen om de
+lichting te bewerkstelligen met behulp van de gewapende macht, waarbij
+de opstand in het bloed van een aantal boeren werd gesmoord.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="189"></span><a id="p_189"></a></p>
+
+<p>Van gelijke gevolgen was het verzet, dat zich half April in Rijnland
+openbaarde, toen de Fransche autoriteiten de gehuwden voor den tweeden
+ban begonnen op te schrijven. De anders zoo vreedzame huislieden stonden
+in een oogenblik van wanhoop op en verscheurden de lijsten der
+krijgsopschrijvingen, waarna ruim twintig personen werden gekerkerd.</p>
+
+<p>Aan de Zaanstreek, in Delfland en het Westland ging het desgelijks en
+met hetzelfde gevolg. In het geheel werden vijftien landgenooten, bij
+deze woeligen betrokken, ter dood gebracht, terwijl vele anderen tot
+dwangarbeid, gevangenisstraf en verbanning werden veroordeeld.</p>
+
+<p>Duidelijk echter had men gezien, hoe onder den algemeenen druk zoowel de
+Patriotten als de Oranjegezinden snakten naar vrijheid en
+onafhankelijkheid. Er scheen geen twijfel, of de vrijheidskreet zou
+weerklank vinden, zoo die slechts door mannen van achting en aanzien met
+kracht en vastberadenheid werd geuit. Om nu den lust tot opstand bij de
+Nederlanders voor goed te onderdrukken richtte Napoleon een <i xml:lang="fr">garde
+<ins class="corr" id="corr78" title="Bron: 'd honneur">d'honneur</ins></i> op, bestaande uit jongelingen van de
+aanzienlijkste familiën, die hun kostbare uitrusting zelf moesten
+betalen en hem in náám als eerewacht, in werkelijkheid als gijzelaars
+moesten vergezellen. De aanneming tot deze garde werd als een gunst
+voorgesteld, wat niet wegnam dat vooral in Amsterdam <span xml:lang="fr">De Celles</span> meestal
+dwang moest aanwenden, om de jongelieden van het keizerlijk gunstbewijs
+gebruik te doen maken. Het gebeurde zelfs wel, dat er voor eenige der
+gepreste jongelingen, bloedverwanten van gelijken stand en leeftijd zich
+als plaatsvervangers aanboden.</p>
+
+<p>&bdquo;U is wel vriendelijk, mijnheer,&rdquo; antwoordde <span xml:lang="fr">De Celles</span> dan met
+hatelijken spot, &bdquo;om zóó onze wenschen te voorkomen en de eer te
+erkennen, die 's Keizers decreet van 5 April u vergunt. Inderdaad, het
+was te wenschen, dat àllen zoo dachten!&rdquo; En dan werden beiden, de
+gepreste en die hem wilde vervangen, in dienst gesteld.</p>
+
+<p>Onder al die kwellingen wachtte men hier te lande <span class="pagenum" title="190"></span><a id="p_190"></a>met angstige spanning
+den loop der gebeurtenissen in Duitschland af. Tegen de gezamenlijke
+legers van Rusland, Pruisen en Zweden,&mdash;waar later dat van Oostenrijk
+nog bij kwam,&mdash;streed Napoleon met afwisselend geluk, doch de bulletins
+en dagbladen vermeldden weer de eene overwinning na de andere.</p>
+
+<p>Bert en Bruno hadden thuis al zoo vaak gehoord, hoe onbetrouwbaar die
+berichten waren, dat zij in hun jongenswijsheid meenden, de menschen
+daarvoor toch eens te moeten waarschuwen.</p>
+
+<p>En toen er nu weer zoo'n biljet was aangeplakt, slopen de onnadenkende
+bengels naar hun zolderkamertje, namen een vel papier en, na oneindig
+veel hoofdbrekens, verscheen daar eindelijk een achtregelig versje op.</p>
+
+<p>Het toeval wilde, dat zij 's avonds voor hun vader een boodschap moesten
+doen. Stilletjes liepen zij nu naar de Doelenstraat en terwijl Bert op
+den uitkijk ging staan of er geen onraad kwam, plakte Bruno hun
+rijmprodukt vlak onder het bulletin van mijnheer <span xml:lang="fr">De Celles</span>. Grinnekend
+van pleizier gingen zij daarop weer naar huis.</p>
+
+<p>De menschen die den volgenden morgen door de Doelenstraat kwamen, hadden
+niet weinig schik toen ze daar, onder het bulletin dat met zooveel ophef
+een nieuwe overwinning van den Keizer meldde, ter inlichting lazen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">'t Is louter kool en Fransche wind<br /></span>
+ <span class="i0">Al wat men hier van 't leger vindt,<br /></span>
+ <span class="i0">Wie nog de bulletins gelooft,<br /></span>
+ <span class="i0">Is zeker toch niet wel bij 't hoofd;<br /></span>
+ <span class="i0">Napoleon, die menschenplaag,<br /></span>
+ <span class="i0">Krijgt tegenwoordig telkens slaag;<br /></span>
+ <span class="i0">Ja, als dat zoo nog voort blijft gaan<br /></span>
+ <span class="i0">Dan is zijn macht gauw naar de maan.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>'t Werd spoedig een heel oploopje, daar in de Doelenstraat; elk wilde
+met eigen oogen dat versje lezen waar zoo druk over gesproken werd; men
+duwde en drong elkander om er bij te komen. Dat duurde zoo voort tot
+opeens die hatelijke gendarme Jean Malon verscheen en <span class="pagenum" title="191"></span><a id="p_191"></a>nijdig het
+rijmprodukt van Bert en Bruno afscheurde. Gelukkig voor de deugnieten
+had hun streek geen noodlottige gevolgen, en zij verheugden zich, de
+menschen, naar zij meenden, nu toch eens wat beter te hebben ingelicht
+dan die bulletins altoos deden.</p>
+
+<p>In werkelijkheid echter voerde Napoleon den krijg aanvankelijk niet
+ongelukkig. Den 2<sup>den</sup> Mei behaalde hij bij Lützen een overwinning,
+welke den 23<sup>sten</sup> door een tweede, bij Bautzen, gevolgd werd. Zijn
+veldmaarschalken <span xml:lang="fr">Oudinot</span>, Macdonald en Ney waren echter minder
+voorspoedig. Na een wapenstilstand van twee maanden werden hun legers in
+Augustus en September achtereenvolgens verslagen en eindelijk stond de
+Fransche Keizer,&mdash;die eerst nog een schitterende zege te Dresden had
+behaald,&mdash;met slechts 170.000 man tegenover 300.000 van de bondgenooten,
+in de vlakten bij Leipzig. De bloedige veldslag die hier geleverd werd
+en van den 16<sup>den</sup> tot den 19<sup>den</sup> October duurde, viel ten nadeele
+van Napoleon uit. De eens zoo machtige Keizer was zelfs genoodzaakt,
+zich in Frankrijk terug te trekken en de geallieerden rukten voort tot
+aan den Rijn.</p>
+
+<p>Groot was de schrik en ontsteltenis der Fransche ambtenaren hier te
+lande, toen de uitslag van dezen strijd in Holland bekend werd, grooter
+evenwel de blijdschap van het zoo lang onderdrukte Nederlandsche volk.</p>
+
+<p>Het Haagsche zestal meende nu een stap verder te kunnen gaan en zich de
+medewerking van een aantal personen uit de gezeten standen der
+maatschappij te moeten verzekeren. Daartoe stelde ieder van hen zich in
+betrekking met vier personen, die, zonder elkaar te kennen, zich
+verplichtten om op het eerste teeken gereed te zijn en naar het
+ontvangen bevel te handelen. Deze vier kozen weer vier anderen, en op
+die wijze konden de zes weldra op 400 personen rekenen. Ten einde de
+nasporingen der Franschen te ontgaan werd niets op schrift gesteld. Tot
+deze voorbereidende maatregelen beperkte men zich vooreerst: het uur om
+te handelen scheen nog niet aangebroken.</p>
+
+<p>Anders dacht het volk te Amsterdam er over.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="192"></span><a id="p_192"></a></p>
+
+<p>Op de nadering der Pruisen en der Russen bracht het eene beurtschip na
+het andere vluchtende Fransche ambtenaren en douanen uit de steden in
+het Noordoosten van ons land, naar Amsterdam, waar hun vervoer met
+wagens en schuiten naar het Zuiden dag en nacht werd voortgezet. De
+diligences naar Antwerpen, Brussel en Parijs waren tot stikkens gevuld
+met vertrekkenden, en het inpakken van goederen in de hotels der
+hoofdambtenaren, ja zelfs op het Paleis, duidde aan, hoe zij die
+achterbleven voorzagen, dat het wellicht spoedig ook hun beurt zou
+worden. Amsterdam's burgerij begon onder het zien van al die bedrijven
+met den dag vrijmoediger te worden. De vrees voor de politie had reeds
+een einde: reeds Zaterdag den 13<sup>den</sup> begroetten de burgers elkaar op
+straat met de levendigste vreugde en wenschten elkander, zonder omwegen,
+geluk met de naderende bevrijding. Zondagavond nam de blijdschap nog
+toe, bij het gerucht dat zeventien schuiten aan de Berebijt gereed lagen
+om de 800 man van het strafbataillon, naar Utrecht te vervoeren.
+Duizenden liepen naar den Amstel en toefden er tot omstreeks
+middernacht, toen ze werkelijk de schuiten, opgepropt met Fransche
+manschappen, zagen afvaren. Ook de gewapende douanen trokken nog dien
+avond af, onder het gejuich en gejouw der menigte.</p>
+
+<p>Den volgenden morgen kwam een buurman de familie Vermaat met een
+stralend gezicht vertellen, dat generaal Molitor met zijn 1600 man 's
+nachts in alle stilte naar Utrecht was gegaan. &bdquo;En nu is 't Oranje boven
+in de stad!&rdquo; vervolgde de man opgewonden. &bdquo;Aan den Zandhoek, hoor ik,
+staat al een Oranjeboom en daar dansen jonge meisjes in 't wit om heen,
+dat het een liefhebberij is! En de garen- en lintwinkel op de Leidsche
+straat hing vol met Oranje lint! Maar die werd binnen een half uur al
+leeg verkocht! Eindelijk is het dan toch Oranjeboven!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ei kom,&rdquo; zei mijnheer Vermaat, &bdquo;ik kan het nog maar slecht gelooven.&rdquo;
+En hij stond op, om naar zijn kantoor te gaan; want na lang tobben had hij
+eindelijk <span class="pagenum" title="vii"></span><a id="p_vii"></a><span class="pagenum" title="viii"><br /></span><a id="p_viii"></a><span class="pagenum" title="193"><br /><br /></span><a id="p_193"></a>een
+baantje gevonden, dat redelijk wel betaald werd.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 417px;">
+<img src="images/ill_pvii-t.jpg" width="417" height="273" alt="Een oogenblik later sloegen de vlammen het houten gebouwtje reeds uit." title="" />
+<span class="caption">Een oogenblik later sloegen de vlammen het houten gebouwtje reeds uit.</span>
+<span class="enlarge">(<a href="images/ill_pvii.jpg">vergroting 1737×1138, 471kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>&bdquo;Niet gelóóven? Maar, luister dan!... Daar hoor ik juist een troep
+aankomen... Nu zult u toch zeker niet meer twijfelen!&rdquo;</p>
+
+<p>Allen stormden naar de stoep! En daar zagen zij een veertig of vijftig
+mannen, vrouwen en kinderen, met Oranje versierd, die liepen te zingen:
+&bdquo;<i>Al is ons Prinsje nog zoo klein</i>,&rdquo; terwijl ze tusschenbeide luidkeels
+schreeuwden: &bdquo;De Franschen zijn weg, de Franschen zijn weg! Oranje
+boven!&rdquo;</p>
+
+<p>Het zingen klonk valsch en het roepen was ruw, maar toch werden allen er
+van ontroerd.</p>
+
+<p>&bdquo;Tjonge, tjonge! Als ze maar niet te gauw roepen,&rdquo; zei mijnheer Vermaat.
+&bdquo;Het heele Fransche bestuur is er toch nog en als dat maar even naar
+Utrecht seint... Hei, jongens! waar wou jullie heen?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;We mogen toch wel eens kijken, hé vader?&rdquo; vroeg Bert.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr79" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Als jullie in 's hemelsnaam toch maar voorzichtig bent!&rdquo; zei
+moeder bezorgd.</p>
+
+<p>&bdquo;Zeker, zeker!&rdquo; riepen Bert en Bruno, die dit maar voor een verlof
+hielden. En wèg waren ze reeds.</p>
+
+<p>Eerst gingen ze door de Kalverstraat. Daar bleek me wat aan de hand! 't
+Was er een gejoel en gedruisch, dat de jongens hun eigen woorden haast
+niet konden verstaan! De straat zag zwart van de voetgangers en alle
+koffiehuizen zaten vol met lachend-pratende menschen, die openlijk op
+het vertrek der Franschen en de verlossing van Nederland dronken, zich
+in 't minst niet meer bekommerend om betaalde spionnen.</p>
+
+<p>Met moeite kwamen Bert en Bruno op den Dam. Ook hier was het volk reeds
+op de been, ook hier klonk herhaaldelijk de vroolijke kreet: <i>Oranje
+boven!</i>&mdash;en af en toe begon men daar reeds tusschen te roepen: <i>Weg met
+de Franschen!</i>&mdash;en wel zóó krachtig en luid, dat mijnheer <span xml:lang="fr">Le Brun</span>, op
+het Paleis, het stellig duidelijk hooren moest.</p>
+
+<p>Toen de beide jongens aan het eind van het Damrak gekomen waren, riep
+Bert opeens: &bdquo;Kijk Ep de Breukelaar, wat gaat <i>die</i> nu toch
+beginnen?<ins class="corr" id="corr80" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins></p>
+
+<p><span class="pagenum" title="194"></span><a id="p_194"></a></p>
+
+<p>&bdquo;'t Is, of hij iemand uit het water redden wil. Hij trekt ten minste
+zijn buis al uit!&rdquo; zei Bruno.</p>
+
+<p>Maar toen zagen zij, dat hij een Oranjevlag te voorschijn haalde en
+ontplooide.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, menschen,&rdquo; zei hij tegen de omstanders, &bdquo;al zes weken achter elkaar
+heb ik die onder mijn kleeren gedragen! Maar nou, Goddank, behoeft dat
+toch niet langer!&rdquo;</p>
+
+<p>Onmiddellijk waren vier wakkere maats gereed om hem te helpen. En dra
+stond, aan een hooge steng, het dundoek op de Zuidwestzijde der Nieuwe
+Brug, ter plaatse waar Y en Amstel elkander ontmoeten.</p>
+
+<p>Zoo wapperde dan nu voor het eerst weer de Oranjevlag in Neerland's
+hoofdstad en met daverend hoezee-gejuich werd zij begroet. Binnen
+weinige minuten hadden al de omstanders zich met Oranje getooid, hing
+Oranjelint te koop in tallooze winkels, wier eigenaars tot nog toe
+geaarzeld hadden, en nog geen uur daarna versierde die kleur de dichte
+volksmassa's, die juichten en jubelden in alle buurten der groote stad.</p>
+
+<p>De honger dreef Bert en Bruno eindelijk naar huis, maar na den maaltijd
+gingen zij onmiddellijk de straat weer op, om te zien wat daar verder
+voorviel.</p>
+
+<p>Op de Botermarkt<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a> zagen zij een dichte volkshoop voor de hoofdwacht
+der Nationale garden saamgestroomd, die reeds vrij rumoerig bleek.
+Kolonel Van Brienen, die er het bevel voerde, sprak de menigte echter
+met warmte en waardigheid toe en vermaande haar, zich van baldadigheid
+te onthouden.</p>
+
+<p>&bdquo;Leve Kolonel van Brienen!&rdquo; was het honderdvoudig antwoord en dansend en
+springend ging het volk heen, onder het zingen van het lied:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Nu zijn de Franschen van den vloer, Hoezee!<br /></span>
+ <span class="i0">Prins Willem komt nu aan het roer, Hoezee!<br /></span>
+ <span class="i0">Nu dansen wij weer hand aan hand<br /></span>
+ <span class="i0">Voor 't oude, lieve vaderland.<br /></span>
+ <span class="i0">'t Is Oranje, 't blijft Oranje, toch Oranje boven!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>'t Bleek allerwege vroolijkheid; op de pleinen, op de sluizen, overal
+waar maar plaats was, zag men <span class="pagenum" title="195"></span><a id="p_195"></a>dansende troepjes en wie er aankwam, werd
+juichend in den kring getrokken en moest meedansen. Bert en Bruno hadden
+het zeker wel vijftig maal gedaan en nóg waren zij de pret niet moe.</p>
+
+<p>Tegen den avond bevonden zij zich op het Droogbak, waar groote
+volkshoopen, joelend en schreeuwend, en met stokken gewapend, zich op
+dat oogenblik te zamen dromden.</p>
+
+<p>&bdquo;Zouden we nu toch niet eens naar huis gaan?&rdquo; vroeg Bruno.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zei Bert, &bdquo;moeder mocht ongerust worden, als we nog langer
+bleven.&rdquo;</p>
+
+<p>Maar juist toen ze heen zouden gaan gebeurde er iets, dat hen tot
+blijven noopte. Bij het volk, door de Fransche tolbeambten en commiesen
+zoo vaak gekneveld en uitgebuit, ging eindelijk de behoefte aan wraak
+zich in daden uiten.</p>
+
+<p><ins class="corr" id="corr81" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Daar hèb je zoo'n afzetterskrot!&rdquo; zei de ballastschipper &bdquo;Kees
+draai me een loer,&rdquo; en hij schopte verachtelijk tegen de houten barak
+der douanen, die daar stond.</p>
+
+<p>Een sleeper spuwde er tegen.</p>
+
+<p>&bdquo;Laten we de keet omver halen!&rdquo; schreeuwde een knuistige varensgast.</p>
+
+<p>&bdquo;Neen, in brand steken!&rdquo; riep een sjouwerman.</p>
+
+<p>Dat vond gretig bijval; verscheidene mannen, schippers en sjouwerlui,
+beijverden zich om lichtbrandbare stoffen bijeen te sleepen.</p>
+
+<p>&bdquo;Vuur, hier heb jullie vuur, menschen!&rdquo; krijschte van verre een schrale
+oude-vrouwenstem. Bedrijvig kwam een schonkerig, kromgegroeid bestje met
+een glimmende kool in een stooftest aangejacht.</p>
+
+<p>De tongpunt stak tusschen haar verwelkte paarse lippen en de geslonken
+borst hijgde piepend onder de inspanning waarmee het krom
+geraamte-lijfje zich voorwaarts repte.</p>
+
+<p>&bdquo;Hier, menschen, hier; ik zal je helpen!&rdquo; gorgelde het niettemin uit
+haar dorre keel in schrale, kort-uitgehijgde snerp-geluidjes.</p>
+
+<p>&bdquo;Hoezee!&rdquo; brulden de kerels en &bdquo;Kees draai me een loer,&rdquo; de test
+aannemend, klopte het menschje op den <span class="pagenum" title="196"></span><a id="p_196"></a>rechter schouderschonk en zei:
+&bdquo;Bedankt, ouwe! Nou mag je zoo meteen je eens lekker warmen, voor je
+moeite!&rdquo;</p>
+
+<p>De lichtontbrandbare stoffen vatten dadelijk vuur en een oogenblik later
+sloegen de vlammen het houten gebouwtje reeds uit. Een luid
+triomfgeschreeuw ging uit de menigte op en afschuwelijk schril klonk de
+lach der oude, die het vuur geleverd had; het magere, kromme lijfje
+schokte; en haar krukje stampte zij op en neer, onder die
+weerzinwekkende uitbarsting van haar wraakgenot.</p>
+
+<p>De zucht tot brandstichten werd aanstekelijk; kerels en wijven zochten
+halfverbrande stukken hout te bemachtigen en snelden er mee weg, om een
+volgend octrooihuisje aan te steken. Er stonden er meer dan twintig,
+daar aan den Buitenkant. En binnen het uur stegen, op een lengte van
+ongeveer een Hollandsche mijl, uit al die verblijven der gehate douanen
+de vlammen ten hemel, zoodat men in Waterland en aan de Zaan meende, dat
+half Amsterdam in brand stond.</p>
+
+<p>Drie personen, die pas met de Harlinger beurtschuit aangekomen waren,
+stonden met ernstige verbazing het woeste schouwspel aan te zien.</p>
+
+<p>Nauwelijks echter had Bert het drietal bespeurd of hij gaf zijn broer
+een bof in den rug van blijde verrassing en riep: &bdquo;O, Bruno!&mdash;Daar heb
+je Reinier!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En Jakob Stargardt met zijn moeder!&rdquo; schreeuwde Bruno verrukt. Want in
+'t zelfde oogenblik had ook hij het drietal in 't oog. Als dol draafden
+de jongens nu hun broer en de beide Stargardts te gemoet, niet achtend
+de stompen en verwenschingen die hun deel werden, waar zij, zich door de
+menigte spoedend, er een op de teenen trapten of tegen het lijf boften.</p>
+
+<p>&bdquo;En waar zijn vader en moeder?&rdquo; vroeg Reinier, onmiddellijk na de
+allerhartelijkste begroeting. Want hij kon natuurlijk niet denken, dat
+de knapen, geheel alleen, zoo laat nog aan den Buitenkant zouden zijn.</p>
+
+<p>Bert en Bruno bekenden met schaamte, dat zij eigenlijk lang reeds thuis
+behoorden te wezen, maar zich, door het willen bijwonen van de
+verbranding der douanenhuisjes, zoo schandelijk verlaat hadden.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="197"></span><a id="p_197"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Allo, dan met spoed mee naar huis!&rdquo; zei Reinier, &bdquo;want vader en moeder
+zullen doodelijk ongerust over jullie zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar van dien spoed kwam vooreerst niet veel, want opeens riep Bert:
+&bdquo;Daar komt de patrouille van de garde-te-paard! Nu zal 't er spannen!
+Wisten we maar een goed heenkomen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hm! ze rijden nog al zacht,&rdquo; zei Jakob Stargardt. &bdquo;Het beste zal wezen,
+dat we maar met den stroom mee gaan.&rdquo;</p>
+
+<p>Inderdaad, de patrouille, allen Hollandsche lotelingen&mdash;waaruit trouwens
+de geheele garde was samengesteld&mdash;reed langzaam met ontbloote sabels,
+door de menigte. Geen paard lieten zij springen, geen sabel werd tot
+slaan gebruikt; statig reden zij voort. Hier en daar moesten zij
+ophouden. &bdquo;Hei mannen!&rdquo; riep het volk, &bdquo;jullie bent net zoo goed
+Hollandsche jongens als wij! Zou je dan niet ereis op de gezondheid van
+den prins willen drinken!&rdquo; en dan werden hun glazen bij glazen
+toegereikt en spelde men hun groote oranjestrikken op de witte mantels,
+terwijl de meesten van hen mooi dronken in de kazerne terugkeerden.</p>
+
+<p>&bdquo;Hé, Vermaat!&rdquo; riep een man, Reinier herkennend, &bdquo;ben je waarachtig de
+ellende ontkomen?&rdquo; 't Was een vroegere klant van zijn vader, die menig
+pondje tabak uit den winkel gehaald had.&mdash;&bdquo;Nou, wat zeg je er van?&rdquo; ging
+hij voort: &bdquo;Een prachtig vuurwerk, hè?&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Dom genoeg,&rdquo; zei Reinier. &bdquo;Als meneer <span xml:lang="fr">De Celles</span> het morgen naar Utrecht
+seint, wat hier aan de hand is, dan kan generaal Molitor met zijn volk
+weer gauw genoeg in Amsterdam terug wezen. En dan...&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Waarachtig! hij heeft gelijk!&rdquo; riep &bdquo;Kees draai me een loer.&rdquo; En toen
+tot het volk: &bdquo;Komt jongens! We moeten naar de Weesperpoort, om de
+telegraaf te vernielen! Anders brengt die stille verklikker het naar
+Molitor of misschien wel naar Parijs over, dat we hier van avond een
+pretje hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ja! Naar de telegraaf!&rdquo; schreeuwde de menigte en een dichte drom
+bewoog zich nu in de richting van het Weesperplein. Heel dien nacht
+bleef het volk op de <span class="pagenum" title="198"></span><a id="p_198"></a>been en terwijl het bij gansche troepen, zingend
+en joelend, zich door de straten bewoog en overal de Fransche
+wapenborden afrukte en vernielde, zaten mijnheer Vermaat en zijn vrouw
+met betraande oogen te luisteren naar het lijdensverhaal der drie
+zwervelingen.&mdash;O, hoe ànders bleek die ontzettende terugtocht te zijn
+geweest, dan de bluffende bulletins en de leugenachtige dagbladen
+verteld hadden!&mdash;En eindelijk, toen reeds alles geleden scheen, wat
+vreeselijke dagen toen nog, daar in dat hospitaal te Koningsbergen!
+Maanden lang hadden zij er gelegen in worsteling met den dood, maar hun
+sterk gestel had toch ten slotte gezegevierd. Doch toen zij het ten
+laatste verlieten, waren het Duitsche in plaats van Fransche dokters,
+die hen hersteld verklaarden. Want heel Pruisen, enkele vestingen
+uitgezonderd, bleek van Franschen te zijn bevrijd. Reinier en Jakob
+behoefden dus niet bang te zijn, opnieuw bij het Fransche leger te
+worden ingelijfd, tenzij ze dat zelf gewenscht hadden. Zij besloten
+toen, de kans af te wachten, weer veilig naar het Vaderland terug te
+kunnen keeren en zoo waren zij dan nu eindelijk weer in Amsterdam.</p>
+
+<p>Aanvankelijk meenden moeder Jane en haar zoon, voorloopig in een herberg
+hun intrek te nemen, doch de Vermaats wisten te bewerken, dat zij net
+zoo lang van hun gastvrijheid zouden gebruik maken, tot zij een
+geschikte woning hadden gehuurd.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label"><sup>6</sup>)</a> Het Rembrandtsplein.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Zestiende"></a>Zestiende Hoofdstuk.</h2>
+
+<p class="subh2">Oranje boven!</p>
+
+<hr class="chbegin" />
+
+<div class="first">Den volgenden dag mochten Bert en Bruno, tot straf voor hun laat thuis
+komen, de deur niet uit. Reinier en Jakob gingen echter de stad in,
+benieuwd naar het verder beloop der gebeurtenissen.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="199"></span><a id="p_199"></a></p>
+
+<p>Op straat bleek het veel rumoeriger nog dan daags te voren. Al dadelijk
+ontmoetten zij een bende woestelingen, aangevoerd door kerels met
+knuppels, terwijl de hoofdman een knuppel droeg, geheel met oranjelinten
+versierd. Daarachter kwamen een aantal jonge kerels van het gemeenste
+rapalje, met witpapieren strooken om hun hoeden, waarop in plompe
+cijfers het nummer stond, dat hun in de loting voor de conscriptie was
+te beurt gevallen.&mdash;&bdquo;Hier heb jelui nog verzwegen conscrits! Hier bennen
+jongens, die derlui verzwegen hebben!&rdquo; gilde en brulde, met gloeiende
+koppen en puilende oogen, de woeste troep.</p>
+
+<p>&bdquo;Nou naar de Doelenstraat!&rdquo; schreeuwde de aanvoerder.</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, naar de Doelenstraat!&rdquo; tierde de bende. &bdquo;Dan zullen wij dien schelm
+van een <span xml:lang="fr">De Celles</span> uit zijn huis halen!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;En hem ophangen in de post van zijn deur!&rdquo; voegde de hoofdman er aan
+toe.</p>
+
+<p>&bdquo;Ik ga mee!&rdquo; riep een smidsgezel, die 't hoorde, terwijl hij haastig een
+hamer en een grooten spijker greep. Een slager hield triomfantelijk een
+stuk touw omhoog en sloot zich insgelijks aan bij de moordlustige bende.</p>
+
+<p>&bdquo;Maar <span xml:lang="fr">De Celles</span> is al weg,&rdquo; zei er een, die tot nog toe vergeefs gepoogd
+had, zich verstaanbaar te maken. &bdquo;Hij is van morgen met meneer <span xml:lang="fr">Le Brun</span>
+naar Utrecht afgetrokken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Hij is niet weg!&rdquo; verzekerde de aanvoerder. &bdquo;Hij lijdt aan 't pootje.
+Ik weet secuur, dat de schelm nog niet weg is! En hij zal er aan
+gelooven, de hond!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Drommels, dat loopt verkeerd,&rdquo; zegt Reinier. &bdquo;Als het volk zóó gaat
+beginnen, waar zal dan het einde zijn!&rdquo;</p>
+
+<p>Maar Jakob antwoordde niet. Hij dacht aan alles, wat hij en zijn familie
+reeds door dien man geleden hadden en hij smaakte een oogenblik een
+wreedaardig genoegen bij het vooruitzicht, dat <em class="g">nú</em> het uur der vergelding
+bleek aangebroken, dat <em class="g">nu</em> het einde van den onmenschelijken prefect
+nabij was.</p>
+
+<p>Maar opeens bedacht hij, hoe het een eeuwige <span class="pagenum" title="200"></span><a id="p_200"></a>schande voor zijn
+vaderstad zou blijven, zoo het volk werkelijk volvoerde, wat het vóór
+had. En dan&mdash;Reinier had gelijk&mdash;als het Janhagel eenmaal begòn te
+moorden, dan was er alle kans, dat het daarmee niet zoo dadelijk weer
+zou eindigen. Maar&mdash;wat er aan te doen?</p>
+
+<p>Plots kreeg de dolzinnige troep, op zijn weg naar <span xml:lang="fr">De Celles</span>' huis, een
+paar wapenborden met den Franschen adelaar in 't oog! Die moesten er
+eerst afgerukt en tot een vreugdevuurtje verstookt worden!</p>
+
+<p>&bdquo;Kom mee,&rdquo; zei Jakob<ins class="corr" id="corr82" title="Niet in Bron.">,</ins> &bdquo;door dit oponthoud kunnen wij den moord
+misschien nog voorkomen!&rdquo;</p>
+
+<p>Zij snelden nu de uitgelaten bende vooruit, naar <span xml:lang="fr">De Celles</span>' woning. Den
+huisknecht, die hen keeren wilde, smeten ze op zij en doorliepen
+vervolgens eenige leege vertrekken. Onhoorbaar waren hun stappen op de
+zachte tapijten. Eindelijk vonden zij den door pijnen gefolterden
+prefect, schier radeloos van angst, terwijl hij vloekend en klagend zijn
+papieren en kostbaarheden ter verzending deed inpakken.</p>
+
+<p>&bdquo;Dit huis is <i>mijn</i> huis!&rdquo; riep de man wanhopig, toen hij het tweetal
+zag binnenkomen; tegelijkertijd greep hij naar een pistool, dat naast
+hem op de tafel lag.</p>
+
+<p>&bdquo;Schiet niet!&rdquo; riep Jakob, &bdquo;want dat is juist uw ondergang!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Wij behooren niet tot de opstandelingen,&rdquo; zei Reinier. &bdquo;Wij komen u
+redden... Het oproerige volk is al op weg naar hier... Het zal u
+vermoorden, zoo u zich niet in alles door ons raden laat!&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob wist nu den wanhopigen prefect te bewegen, zich in een afgelegen
+donker vertrekje te laten opsluiten en hem zijn keldersleutel toe te
+vertrouwen. Daarop liet hij de knechts eenige ankers wijn op de stoep
+zetten; vervolgens ging hij zelf voor de geopende huisdeur staan en
+wachtte zoo het volk af. Reinier was inmiddels reeds heen gesneld om de
+hoofdmacht der gardes te waarschuwen.</p>
+
+<p>Daar kwamen zij aan, de woest tierende belhamels, vlammend op het leven
+van den man, die hen zoo lang <span class="pagenum" title="201"></span><a id="p_201"></a>getergd en onderdrukt had.&mdash;&bdquo;Nou is het
+onze beurt!&rdquo; schreeuwde de smidsgezel, den grooten spijker als
+gereedhoudend, om dien in de deurpost te hameren.&mdash;De varkensslachter
+strekte zijn touw langs de wijdgespreide armen uit: &bdquo;Wat dunkt je,
+menschen, zou het lang genoeg zijn?&rdquo; vroeg hij met een boosaardigen
+lach.&mdash;&bdquo;Er schiet nog best een eindje voor <span xml:lang="fr">Devilliers-Duterrage</span> over!&rdquo;
+spotte een half dronken schippersgast.&mdash;Een daverend vreugdgebrul klonk
+als goedkeurend antwoord.</p>
+
+<p>Inmiddels was de troep het huis genaderd; Jakob Stargardt wenkte met de
+hand;&mdash;&bdquo;Wel jongens!&rdquo; riep hij met zijn krachtige stem: &bdquo;Een beetje te
+laat is véél te laat; de vogel is al gevlogen! Maar hier heb ik zijn
+sleutels. Deksels nog toe, de schelm heeft zoo 'n goeden wijnkelder! 'k
+Heb alvast den heelen voorraad naar buiten gesjouwd, om met jullie op de
+gezondheid van den Prins van Oranje te drinken!&rdquo;</p>
+
+<p>In woeste graaizucht viel de bende nu op de meer dan honderd flesschen
+aan, met hun tanden rukten zij de kurken af, gulzig zwelgend den
+kostelijken wijn, die hun als bloed langs mond en kleeren droop.&mdash;&bdquo;Nou
+bennen we groote heeren, nou maggen we ook 'ereis volop wijn zuipen!&rdquo;
+schreeuwde de aanvoerder van het plebs. Opnieuw nam hij een geweldigen
+slok; maar hij verslikte zich, waardoor schier de gansche rest van het
+vocht hem <ins class="corr" id="corr83" title="Bron: hij">bij</ins> den hals in gulpte.&mdash;&bdquo;Vervloekt,&rdquo; riep de
+woesteling, &bdquo;ik heb genoeg van dat kleverige tuig!&rdquo; Kletterend wierp hij
+de flesch, waarvan de inhoud hem eigenlijk in het geheel niet gesmaakt
+had, tegen de straatsteenen aan scherven.&mdash;<ins class="corr" id="corr84" title="Niet in Bron.">&bdquo;</ins>Vooruit, jongens!&rdquo;
+schreeuwde hij toen. &bdquo;Naar de Oude Turfmarkt!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja, ja, naar de Oude Turfmarkt!&rdquo; herhaalden verscheidene stemmen. En
+joelend en tierend trok de losbandige troep weer voort: Het leven van
+den prefect bleef verschoond. 's Avonds werd hij, met zijn secretaris
+Dubois, in een overdekte schuit gebracht, die bij zijn huis lag, en wist
+veilig uit de stad te komen.</p>
+
+<p>Op de Oude Turfmarkt, waar de plaats-commandant woonde en de Fransche
+politie haar hoofdbureaux gevestigd <span class="pagenum" title="202"></span><a id="p_202"></a>had, ging de menigte, door den wijn
+nog doller geworden, veel ontstuimiger te werk. Voor deze bureaux&mdash;twee
+aanzienlijke huizen&mdash;lag een drijvend vlot, waarop een houten gebouw,
+het schoutshuisje, stond, met een vertrek voor de directie, een tweede
+voor de agenten en een derde ter bewaring der arrestanten die naar de
+politie waren overgebracht. Berucht als holen van willekeur en tirannie,
+waren zij thans ter bewaking toevertrouwd aan een kleine afdeeling van
+Nationale gardes, die echter geen oogenblik aarzelde, om zich tegen de
+beraamde vernieling te verzetten. Doch wat vermocht het geringe aantal
+tegen de aandringende, opeengepakte menigte, die nog voortdurend grooter
+werd? Nadat de officier en een der manschappen zware wonden hadden
+bekomen, werd de post overweldigd, het schoutshuisje in brand gestoken
+en de bureaux aan de plundenaars prijs gelaten. Van boven tot beneden
+zijn in weinige oogenblikken al de vensterramen dier hooge huizen
+verbrijzeld, kostbare spiegels, commodes, tafels, stoelen, pendules,
+lampen, porselein, alles wordt met duivelsche vernielzucht de ramen
+uitgesmeten, de bedden worden opengesneden en het dons, evenals de
+losgescheurde bladen der registers en schrifturen, in de gracht
+geworpen. Duizenden menschen aanschouwen dit tooneel van schandelijken
+moedwil en vernielzucht.</p>
+
+<p>Eensklaps rijst, onder 't gewoel, gejuich, gedruisch en gekraak, een
+kreet van ontzetting op!... Dertig of veertig Fransche gendarmes komen
+rennend van de Doelenbrug met uitgetrokken sabels en werpen zich te
+midden der dichte drommen! De toeschouwers stuiven uit elkaar! Maar het
+gemeen blijft stand houden<ins class="corr" id="corr85" title="Bron: ,">.</ins>&mdash;&mdash;&bdquo;Niet wijken, niet wijken!&rdquo; riepen
+de opstandelingen. &bdquo;Smijt de honden in het water!... Weg met dat
+Fransche canaille!...&rdquo;&mdash;De gendarmes, niet in staat met hun sabels ruim
+baan te maken, branden hun karabijnen los, die dood en verderf onder de
+menigte brengen. Maar het gezicht der gevallenen verdubbelt de woede der
+opstandelingen; ze werpen zich tandeknarsend op de kavaleristen, halen
+den aanvoerder van zijn paard, smijten <span class="pagenum" title="203"></span><a id="p_203"></a>er eenigen in het water en
+drijven de anderen op de vlucht. Ook de plaats-kommandant is nog in
+tijds ontkomen.</p>
+
+<p>De plunderaars zouden echter niet lang meester blijven van het slagveld.
+Welhaast rukken Nationale garden in dichte drommen aan, vuren hun
+geweren af, en, met kracht voortdringende, doen zij de plunderaars
+verstuiven, die verscheidene gewonden en zelfs dooden achterlieten.</p>
+
+<p>Jakob, die de plundering van de politiebureaux tot aan de komst der
+gendarmes had bijgewoond, had daarop spoedig Reinier weer ontmoet, die
+hem dadelijk zijn wedervaren vertelde.</p>
+
+<p>&bdquo;Toen ik aan het gebouw van de hoofdwacht kwam,&rdquo; zei Reinier, &bdquo;liet
+kolonel Van Brienen daar juist parade houden. Met verbazing zag ik, hoe
+hij daarbij verscheen als Hollandsch bevelhebber, zonder adelaar op den
+chako. Denkelijk deed hij dit, om zijn vertrouwen op de burgerij te
+toonen en haar te bemoedigen.&mdash;Nu, zijn manschappen bleven niet achter,
+dat begrijp je! Onmiddellijk rukten ook zij de teekenen der dwingelandij
+van hun chako's, vertrapten ze en, onder het presenteeren en kletteren
+der geweren, zwoeren zij hun bevelhebber trouw! De Fransche jagers, die
+óók op de Botermarkt stonden, zagen dit tooneel met groote oogen aan en
+zochten, na den post aan kapitein Falck overgegeven te hebben, als de
+wind een goed heenkomen!&rdquo;</p>
+
+<p>Jakob vertelde nu op zijn beurt, hoe het bij <span xml:lang="fr">De Celles</span> was afgeloopen.
+Inmiddels waren zij, aan de overzijde van het Rokin, tot bij de
+Olieslagerssteeg gekomen, toen zij ook dáár een bende opstandelingen aan
+den gang zagen. Het bureau en de woning van den gehaten
+politie-commissaris Veyl bleken het te moeten ontgelden. Het bureau op
+den wal, tegenover de woning, is welhaast aan de vlammen prijs gegeven,
+en nu volgt de plundering van het huis. Alles wordt er vernield, stuk
+geslagen en naar buiten geworpen. Hoewel de garden van den prefect in 't
+hoekhuis aan de steeg waren gehuisvest, kwamen zij niet tegen dien
+euvelmoed in <span class="pagenum" title="204"></span><a id="p_204"></a>verzet. Zélf slachtoffers van dwang en willekeur,
+huiverden zij, om zich aan de volkswraak bloot te stellen.</p>
+
+<p>De beide vrienden zwierven nog eenigen tijd de stad door, om te zien hoe
+het elders gesteld was.</p>
+
+<p>Zij vernamen, dat het volk reeds vroeg in den morgen naar het Werkhuis
+was getrokken en er Emanuel van Praag en Barth Meyer, benevens nog
+enkele andere gevangenen met geweld bevrijd had.</p>
+
+<p>Van het Werkhuis was de menigte naar het Spinhuis getogen, waar andere
+slachtoffers der vroegere, mislukte opstanden waren gekerkerd. Ook deze
+gevangenen had men verlost en in zegepraal rondgevoerd. Ten <ins class="corr" id="corr86" title="Bron: slottte">slotte</ins> had het
+volk de onschuldig gevangenen in het Verbeterhuis de vrijheid hergeven.</p>
+
+<p>Hadden zij zelf den moord op <span xml:lang="fr">De Celles</span> weten te keeren, ook door anderen
+werden buitensporigheden voorkomen. Zoo wisten Kapitein Falck en de
+Kattenburgers, naar zij hoorden, een machtige bende opstandelingen tegen
+te houden, die het uitzinnige plan hadden gevormd om de magazijnen, de
+pakhuizen der douanen en de gebouwen der Keizerlijke tabaksfabriek op de
+eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg te vernielen; en de
+bewoners van Droogbak voorkwamen het in de lucht springen van 't
+bedreigde kommandantsjacht&mdash;een vaartuig van den chef der douanen, dat
+veel buskruit aan boord had&mdash;door, alvorens de aanrukkende benden
+naderden, dit schip te bemachtigen, het kruit over boord te werpen en de
+Hollandsche vlag in top te hijschen.</p>
+
+<p>Maar lang niet overal kon de dolle moedwil van het gepeupel worden
+voorkomen. Zoo zagen Reinier en Jakob een andere bende van woestelingen
+bij het huis van den politie-commissaris Chandon en dat van den
+ontvanger der belastingen Jonas, hun domme, schandelijke vernielzucht
+uitvieren. Chandon lag ziek te bed. Zijn dienstmeisjes riepen dit het
+volk toe, smeekend, haar meester toch te sparen.</p>
+
+<p>&bdquo;Laat hem zijn eigen dood sterven!&rdquo; schreeuwden de dolzinnigen. &bdquo;Onze
+handen zijn veel te goed<ins class="corr" id="corr87" title="Bron: .">,</ins> om zoo'n <span class="pagenum" title="205"></span><a id="p_205"></a>Franschen hond te vermoorden!
+Maar de boeken moeten we hebben!&rdquo;</p>
+
+<p>In doodsangst werden zij afgestaan. Daarop stak het rapalje het houten
+kantoortje aan den waterkant in brand en wierp de registers en
+schrifturen in het vuur.</p>
+
+<p>Minder goed kwam Jonas er af. Ook bij hem verbrandde het losbandige
+grauw het houten kantoortje aan den wal en, om het eens ferm te laten
+lieren, haalde het eenige vaten boter uit 's mans kelder en wierp die op
+den vlammenden hoop. Daarop begon de menigte het huis te plunderen en
+hierbij waren Jakob en Reinier bijna het slachtoffer geworden hunner
+pogingen, om de benden tot bedaren te brengen. Nauwelijks toch hadden
+zij, na een ernstige vermaning, de stoep verlaten, of een zware geldkist
+kwam door een der bovenramen getuimeld en sloeg barsten en gaten in
+zerksteen en metselwerk.</p>
+
+<p>Een afdeeling Nationale gardes kwam aangerukt, om de orde te herstellen,
+maar om den hoek van de Vijzelstraat konden zij niet verder door de
+onafzienbare menigte van volk. Genoodzaakt tot schieten troffen hun
+kogels drie opgeschoten jongens, waarop de plunderende bende in wilden
+angst op de vlucht sloeg.</p>
+
+<p>In andere wijken ging het niet beter toe en ten hoogste bekommerd om
+alles wat zij gehoord en gezien hadden, keerden de beide vrienden ten
+leste naar huis.</p>
+
+<p>&bdquo;Welnu, wat nieuws?&rdquo; vroegen moeder Jane en juffrouw Vermaat om strijd.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is treurig met Amsterdam gesteld,&rdquo; was Reinier's weinig bemoedigend
+antwoord. &bdquo;Het hoofdbestuur heeft de stad verlaten, we zijn op 't
+oogenblik volslagen regeeringloos!&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Ja,&rdquo; zei Jakob, &bdquo;een bandeloos gemeen, dat van kwaad tot erger dreigt
+te gaan, speelt feitelijk de baas; ieder uur kunnen bovendien de
+Franschen terug komen; het ziet er voor ons arme Amsterdam dus
+bedenkelijk uit!&rdquo;</p>
+
+<p>Daarop vertelden zij, wat ze zoo al hadden bijgewoond.</p>
+
+<p>&bdquo;'t Is toch hard voor die gardes,&rdquo; zuchtte juffrouw Vermaat, &bdquo;om op hun
+eigen medeburgers te moeten schieten.&rdquo;</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="206"></span><a id="p_206"></a></p>
+
+<p>&bdquo;Dat is het ook,&rdquo; zei Jakob, &bdquo;maar die medeburgers waren op dat
+oogenblik geen menschen meer, maar woeste, losgebroken tijgers.&rdquo;</p>
+
+<p>Gelukkig kwam mijnheer Vermaat tegen den avond met hoopvoller berichten
+thuis: Voornamelijk door toedoen van kapitein Falck,&mdash;zoo had hij op het
+kantoor vernomen,&mdash;was door de gezamenlijke officieren der gardes een
+commissie uit hun midden benoemd, met opdracht, een aantal geachte,
+aanzienlijke ingezeten op te roepen en deze te bewegen, aan de
+regeeringloosheid een einde te maken, door zelf het bestuur in handen te
+nemen. Deze commissie had onmiddellijk vergaderd en het resultaat harer
+bemoeiingen was, dat, zoo aanstonds reeds, de genoodigden in de
+vroedschapskamer zouden bijeenkomen.</p>
+
+<p>Reinier en Jakob begaven zich nu terstond naar het stadhuis, om toch
+maar zoo spoedig mogelijk den uitslag dier bijeenkomst te kunnen
+vernemen.</p>
+
+<p>Inderdaad kwamen weldra twintig van de vier-en-twintig genoodigden in de
+raadzaal bijeen. Zoodra allen plaats genomen hadden nam Falck, op
+verzoek van Kolonel van Brienen het woord.</p>
+
+<p>&bdquo;Het is noodeloos,&rdquo; sprak hij, &bdquo;den toestand der stad voor u open te
+leggen. Verlaten door de Hoofden van het Fransch Bestuur,&mdash;God geve dat
+zij er nimmer wederkeeren!&mdash;zijn alle banden van gezag losgemaakt. Het
+wilde gedruisch daarbuiten, de vlammen die ten hemel stijgen,
+toonen&mdash;luider dan <i>ik</i> het vermag&mdash;den algemeenen nood. Nog kunnen wij
+de woeste menigte beteugelen; maar straks zal zij haar krachten kennen,
+en het gevaar niet meer tellen. Dan wordt de dag, die de eerste van ons
+geluk moest wezen, het begin van nieuwe ellende. Het gemeen kan door
+kogels en bajonetten worden uiteen gejaagd; maar voor anderen dan voor
+medeburgers moeten onze kogels en bajonetten zijn; en het volk, al is
+het uitééngejaagd, is daarmee nog niet tot bedáren gebracht. Het gezag
+alleen kan het onderwerpen, de rust herstellen, en bloed dat ons
+dierbaar is, sparen. Zoo lang dit volk nog meent geregeerd <span class="pagenum" title="207"></span><a id="p_207"></a>te zijn door
+Franschen, zoo lang zal de wanorde duren, grooter, ijselijker worden, ja
+ten laatste zich van alles meester maken.</p>
+
+<p>Maar toont het volk een Vaderlandsch Bestuur aan het hoofd der stad;
+laat het namen hooren, die het oude ontzag en vertrouwen doen herleven:
+die klank alleen zal reeds eerbied inboezemen, zal het verschiet van
+betere tijden openen! Zoo zal de hoop ontluiken, en met haar de kalmte;
+bandelooze woede zal voor zachtere gewaarwordingen plaats maken; en
+duizenden handen, die nu slechts brandstichting en vernieling dreigen,
+zullen zich wapenen voor de vrijheid! Aanvaardt dan de regeering van
+Amsterdam, die wij u opdragen. Of vraagt gij, wat ons daartoe wettigt?
+Wij zouden uit naam van het Fransch Bestuur zelve, u dit nieuw gezag
+kunnen aanbieden. Maar gij wilt niet, dat het uit zulk een bron zal
+vloeien. Al wat in de stad goed of eer te verliezen heeft roept u in, om
+haar te beschermen tegen den moedwil. Het Vaderland, dat uit zijn asch
+herrijzen zal, roept u in, als de eersten om het te behouden. En zoudt
+gij voor die stem uw ooren dan willen sluiten? Gij <i>kunt</i> het niet!&rdquo;</p>
+
+<p>Na deze overtuigende toespraak verklaarden zeventien van de twintig
+aanwezigen zich bereid, om deel te nemen aan het voorloopig bestuur.</p>
+
+<p>De aanstelling van dit nieuwe bestuur werd nu openlijk aan het volk
+verkondigd, en de rustverstoorders onder bedreiging van strenge straffen
+aangemaand, zich van alle baldadigheden te onthouden en tot orde en rust
+terug te keeren. In plechtigen optocht, onder escorte van een gedeelte
+der schutterij&mdash;welken naam de nationale garde reeds weer had
+aangenomen&mdash;trokken de benoemde raadsleden bij fakkellicht door de
+straten, luide toegejuicht door alle weldenkenden, die door herhaalde
+hoezee's hun vertrouwen op het nieuw stadsbestuur te kennen gaven. De
+genomen maatregelen hadden het beoogde gevolg, de stad kwam tot rust.</p>
+
+<p>Nog dienzelfden avond werd het gebeurde te Amsterdam aan de verbondenen
+in Den Haag bekend.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="208"></span><a id="p_208"></a></p>
+
+<p>De Haagsche heeren begrepen, dat nu ook voor hen de tijd van handelen
+gekomen was. Den volgenden morgen vertoonden zich Van Stirum en de zonen
+van Van Hogendorp met de oranjecocarde op den hoed in de straten. Waar
+zulke mannen dit waagden, daar twijfelde niemand, of de dageraad der
+vrijheid was waarlijk aangebroken. Binnen weinige oogenblikken prijkte
+de oranjekleur op aller hoofd of borst; welhaast zag men haar ook voor
+de vensters en wapperde zij voor alle winkeldeuren. Huizen en
+werkplaatsen liepen leeg, de gansche bevolking kwam op de straat, de
+lucht weergalmde van gejuich en gelukwenschingen en uit veler oogen
+vloeiden vreugdetranen! En schoon het aan geen verwenschingen van de
+Franschen ontbrak, schoon welhaast hun adelaars en wapenschilden ook
+hier niet langer geduld werden, nergens toch werd geweld gepleegd, en
+nergens ontdekte men sporen der voormalige tweedracht.</p>
+
+<p>De graaf Van Limburg Stirum aanvaardde nog dienzelfden dag, in naam van
+den Prins van Oranje, de betrekking van gouverneur van Den Haag en
+weldra trok de Fransche bezetting bij minnelijke schikking af.</p>
+
+<p>Het eerste werk der Haagsche heeren was nu, de prinsgezinde oud-regenten
+bijeen te roepen, om te beraadslagen over de instelling van een algemeen
+landsbestuur. Deze vergadering leidde echter tot niets, evenals een
+tweede, waarbij ook voormalige tegenstanders van het Huis van Oranje
+waren genoodigd. Uit angst waren velen der opgeroepenen thuis gebleven
+en voorzichtigheidshalve weigerde de overgroote meerderheid der
+aanwezigen, vooreerst aan het voorgestelde doel mede te werken, daar de
+uitslag van den opstand geheel zou afhangen van het oorlogsbeloop in het
+buitenland. Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam echter,
+begrijpende dat het volk niet moest wachten, totdat het door vreemde
+wapenen werd verlost, maar de gelegenheid diende aan te vatten om zich
+zelf te bevrijden, aanvaardden den 21<sup>sten</sup> November het hooge
+landsbewind tot de aankomst van den Prins van Oranje. Niet wetende of
+deze in Engeland of in Duitschland was, zond men twee <span class="pagenum" title="209"></span><a id="p_209"></a>deputaties af,
+waarvan de eene hem in Engeland aantrof.</p>
+
+<p>Het algemeen bestuur ontsloeg onmiddellijk alle Nederlanders van den eed
+van trouw aan den keizer der Franschen, doch aanvankelijk ondervond die
+stoute daad niet de gewenschte medewerking bij het Nederlandsche volk,
+al sloten zich ook verscheidene Hollandsche steden bij den opstand aan.
+Amsterdam echter, van de eene zijde uit Utrecht, van de andere uit
+Naarden bedreigd, bleef bij de onzijdige houding volharden, die het van
+het begin af had aangenomen en die hierop neerkwam, dat men zich nòch
+vóór den Prins, noch tegen den Keizer verklaarde.</p>
+
+<p>Den 24<sup>sten</sup> kwam daarin verandering. Op den morgen van dien dag
+verscheen namelijk een voorhoede van tweehonderd Kozakken voor de
+Muiderpoort, die door de burgerij met de uitbundigste vreugde werd
+ontvangen. De verschijning dier woeste gasten was als die van
+beschermende Engelen. En hoe weinig ook die 200 man beteekenden, hoe ook
+Molitor met zijn 4000 Franschen Amsterdam bleef bedreigen&mdash;de
+overtuiging, dat de verbonden mogendheden zich Holland's zaak
+aantrokken, vooral de ijverige pogingen van Falck, brachten thans de
+stadsregeering er toe, zich bij het Algemeene Bestuur aan te sluiten.</p>
+
+<p>Ook Jakob en Reinier zagen dien morgen de aangekomen Kozakken, maar niet
+met de opgewondenheid hunner stadgenooten. Het stemde hun bitter, dat
+diezelfde ellendige, smerige kerels, die luizige schooiers in vodden van
+kleeren gehuld, zittend op oude schonkige knollen, zonder zadel, met den
+voet in een touw bijwijze van stijgbeugel, een oud verroest pistool als
+vuurwapen, een stok met een verroesten spijker er aan in plaats van een
+lans,&mdash;diezelfde eeuwig naar brandewijn stinkende schooiers, welke als
+een troep gieren het stervende Groote Leger hadden omzwermd, maar de
+vlucht namen bij het minste verweer,&mdash;het stemde hun bitter dat die paar
+honderd hongerige lafaards door de Amsterdamsche burgerij als
+vrijheidshelden werden verwelkomd en dat de komst van zóó'n bende het
+weifelend stadsbestuur bemoedigde, om zich bij den opstand te voegen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="210"></span><a id="p_210"></a></p>
+
+<p>Evenwel, toen dit besluit, onder het uitsteken der oranjevlag, van de
+pui van het stadhuis afgelezen, opnieuw het volk in geestdrift
+bracht,&mdash;toen waren toch ook zij van harte verheugd, dat Amsterdam
+eveneens voor de zaak der vrijheid was gewonnen.</p>
+
+<p>Dordrecht, dat zich dadelijk had aangesloten, sloeg een aanval der
+Franschen moedig af, doch Woerden had nog een allerschandelijkste
+plundering der troepen van Molitor te doorstaan. Intusschen waren de
+Kozakken de grenzen overgetrokken en hadden de Noordelijke provinciën
+bezet. De Pruisen drongen tegelijkertijd Gelderland binnen en
+vermeesterden den 30<sup>sten</sup> November Arnhem, terwijl de Zeeuwen in hun
+opstand door de Engelschen ondersteund werden. Bij het einde van 1813
+waren nog slechts enkele vestingen in de macht der Franschen.</p>
+
+<p>Wel stond 's Gravenhage dus niet zoo heel lang alleen, wel werd ook
+Utrecht den 28<sup>sten</sup> door Molitor ontruimd en den volgenden dag door
+Kozakken bezet, doch zoolang men niets van den Prins van Oranje vernam,
+in wiens naam men handelde, stond het te vreezen, dat de minste
+tegenspoed de zoo lang gerekte en telkens weer opgewonden geestdrift
+<ins class="corr" id="corr88" title="Bron: zoo">zou</ins> ter neder slaan. Gelukkig kwam er Zondag den 28<sup>sten</sup> een
+brief van den Prins, waarin de vorst zijn blijdschap over de
+gebeurtenissen in Holland te kennen gaf, zijn goedkeuring betuigde ten
+opzichte der genomen maatregelen en de belofte deed, dat hij binnen
+weinige dagen zou overkomen.</p>
+
+<p>Op het Engelsche fregat &bdquo;<em class="g" xml:lang="en">The Warrior</em>&rdquo; stak hij in zee en kreeg den
+30<sup>sten</sup> November Scheveningen in het gezicht. Men drong den Prins om,
+alvorens te landen, kondschap in te winnen omtrent den staat van zaken,
+doch Willem Frederik wees dit voorstel van de hand. Hij ging van 't
+<ins class="corr" id="corr89" title="Bron: oorlogschip">oorlogsschip</ins> in een pink over en werd vervolgens, onder
+het gebulder der kanonschoten van het fregat, met een wagen aan wal
+gebracht. 't Bericht dat Oranje naderde, was reeds te 's Gravenhage
+verspreid vóór <em class="g" xml:lang="en">The Warrior</em> het anker wierp en vandaar dat strand, duinen
+en gansch Scheveningen vervuld waren met tallooze scharen, die den
+langgewenschten vorst <span class="pagenum" title="211"></span><a id="p_211"></a>verbeidden en hem jubelend welkom heetten. Van
+Hogendorp, Van der Duin en de graaf van Stirum ontbraken niet, om den
+Prins te begroeten, die nu in een open rijtuig, te midden der
+feestvierenden, naar 's Gravenhage reed.</p>
+
+<p>Mijnheer Vermaat bevond zich juist in Den Haag, waarheen hij door zijn
+patroon was gezonden, om een hangende kwestie met een daar gevestigde
+firma, zoo mogelijk, tot klaarheid te brengen. En schoon hij nooit op
+redenaarstalenten had mogen bogen, werd de goede man zelfs welsprekend,
+toen hij 's anderendaags aan zijn huisgenooten 's Prinsen aankomst ging
+verhalen.</p>
+
+<p>&bdquo;De reis van Scheveningen naar Den Haag,&rdquo; vertelde hij, &bdquo;was een
+zegetocht, door het fraaiste weer begunstigd en onder de toejuiching van
+duizenden! Nooit heb ik menschelijke blijdschap zich op zóó
+verschillende manier zien uiten. Hier staarden de menschen wezenloos,
+alsof zij niet geloofden wat zij zagen; dáár stonden er met gloeiende
+wangen, anderen weer waren doodsbleek van ontroering. De een barstte los
+in gejuich, de oogen van den ander stonden vol tranen. Nooit hoorde ik
+zóóveel gejubel, nooit zag ik zóóveel geestdrift! Sommigen snikten,
+anderen vielen elkander om den hals, ja, de menschen ontzagen vaak
+hoeven noch wielen en lieten zich bijna overrijden door de Prinselijke
+koets, om maar een blik of een glimlach van den Vorst op te vangen.
+Hoeden werden gezwaaid, doeken werden gewuifd, het Oranjeboven galmde
+uit ieders mond. 't Was, of de bejaarden een zoon, of de mannen een
+broêr, of de jongelingen een vader uit den dood hadden terug gekregen!</p>
+
+<p>De Prins stapte in het Voorhout bij Van Stirum af. De deuren van het
+hôtel bleven open en ieder had vrijen toegang tot den Vorst.</p>
+
+<p>Weinige uren na zijn aankomst liet de Prins een proclamatie afkondigen,
+waarin hij verklaarde, al het verledene te vergeven en te vergeten en al
+zijn landgenooten opriep, om zich met hem te vereenigen tot bevestiging
+van Holland's onafhankelijkheid.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Die proclamatie heb ik gelezen,&rdquo; zei Reinier. &bdquo;Die <span class="pagenum" title="212"></span><a id="p_212"></a>is van morgen ook
+hier in Amsterdam aangeplakt. Maar tegelijk nog een andere, van Fannius
+Scholten en Kemper, waarin zij verklaren dat de vorst, die het
+Nederlandsche volk terug heeft gevraagd, niet is Willem de Zesde, van
+wien de natie niet weet wat zij eigenlijk te hopen of te verwachten
+heeft, maar Willem de Eerste, die als een souverein vorst, zijn volk aan
+de slavernij van een schandelijke buitenlandsche overheersching zal
+ontrukken.&rdquo;</p>
+
+<p>&bdquo;Mooi zoo,&rdquo; riep mijnheer Vermaat, &bdquo;dat is de beste manier om de oude
+partijschappen nooit meer te laten herleven en nieuwe verdeeldheid te
+voorkomen.&rdquo;</p>
+
+<p>Niet minder groot dan te 's Gravenhage was de geestdrift, toen de Prins
+den volgenden dag zijn intocht in de hoofdstad deed. Meer dan twee volle
+uren duurde het, eer de stoet den Dam bereikt had. Dat was een andere
+intocht dan die, welke, twee jaar te voren, Napoleon in dezelfde
+hoofdstad had gedaan. Toen schreeuwden gehuurden en gedwongenen het
+&bdquo;<span xml:lang="fr">Vive l'Empereur!</span>&rdquo;&mdash;<em class="g">nu</em> klonk uit duizenden monden het hartelijk en
+welgemeend: &bdquo;Oranje-boven!&rdquo;</p>
+
+<p>En de drie zwervers van het Groote Leger, hoe verheugd zij ook den voet
+weer in het vaderland gezet hadden, zij kregen eigenlijk pas thans het
+rechte, heerlijke gevoel van weer thuis te zijn!</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 61px; margin-top: 3em;">
+<img src="images/ill_p212.png" width="61" height="60" alt="Decoratieve illustratie" title="" />
+</div>
+
+<div class="ad">
+
+ <span class="pagenum" title="-"></span><a id="p_ad1"></a>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <div class="figleft" style="width: 153px;">
+ <img src="images/ill_ad2a.png" width="153" height="239" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="ap size200 word2">Taco de Minstreel</p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span></p>
+
+ <p class="ap">Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.</p>
+
+ <p class="ap size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.90.</p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">De schrijver heeft voor zijn geschiedenis uit den tijd der graven van
+ het Hollandsche huis de beste bronnen voor het tijdvak geraadpleegd.
+ Trouwens de heer Visser is geen onbekende en het boek geen eersteling.
+ Integendeel, velen weten hoe voortreffelijk hij vertelt van dingen, die
+ onze jongens wel moeten interesseeren. Vooral in dit nieuwe werk
+ ontwikkelt de schrijver een romantische kracht, die aan den beroemden
+ Van Lennep doet denken.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <div class="figright" style="width: 186px;">
+ <img src="images/ill_ad2b.png" width="186" height="297" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="ap size200 word2">De Laatsten der Arkels</p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span></p>
+
+ <p class="ap">Met 8 platen van J. H. ISINGS Jr.</p>
+
+ <p class="ap size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.90.</p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">In dit werk stelt de schrijver zich ten doel den tragischen ondergang
+ van het machtige Arkelsche huis te schetsen en tevens een beeld te geven
+ van het schier niets ontziende streven der landheeren om zich van het
+ eenhoofdig gezag meester te maken. Zonder overdrijving of ongezonde
+ spanning is de schrijftrant <ins class="corr" id="corr90" title="Bron: levendlg">levendig</ins> en boeiend. Hij laat
+ u mee-trekken, mee-strijden, mee-vluchten, mee-feesten naar het
+ voorkomt.</p>
+
+ <p class="adtxt">Behalve door de vele illustraties wordt de geschiedenis toegelicht ook
+ door een kaart van Gorkum uit den tijd, waarin het verhaal speelt.</p>
+
+ <div class="clear"></div>
+
+ <span class="pagenum" title="-"></span><a id="p_ad2"></a>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2">Het Beleg van Alkmaar</p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span> &nbsp; &nbsp; -:- &nbsp; &nbsp; <span class="size75">Geïllustreerd door</span> <span class="size125">H. C. LOUWERSE.</span></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">Tweede Druk.</span> &nbsp; :: &nbsp; <span class="size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.25.</span></p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">Het Beleg van Alkmaar is beschreven door den Heer P. VISSER, die hier
+ een zeer boeiend en blijkbaar historisch zeer nauwkeurig verhaal heeft
+ gegeven van het beroemde beleg, waarvan de victorie begon. Twee kaartjes
+ en vier illustraties verduidelijken het werk zeer.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2">Heemskerck op Nova-Zembla</p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span> &nbsp; &nbsp; -:- &nbsp; &nbsp; <span class="size75">Geïllustreerd door</span> <span class="size125">A. H. GOUWE.</span></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">Derde Druk.</span> &nbsp; :: &nbsp; <span class="size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.25.</span></p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">De ontdekkingstochten in de Noordelijke IJszee leveren een prachtige
+ stof voor avontuurlijke verhalen met een geschiedkundigen ondergrond.
+ Over den tocht der Hollanders onder Heemskerck en Barendsz is het boek
+ van P. VISSER zeer aanbevelenswaardig.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2"><b>Heemskerck voor Gibraltar</b></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span> &nbsp; &nbsp; -:- &nbsp; &nbsp; <span class="size75">Geïllustreerd door</span> <span class="size125">H. C. LOUWERSE.</span></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">Tweede Druk.</span> &nbsp; :: &nbsp; <span class="size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.25.</span></p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">Een aanbevelenswaardig geschiedkundig verhaal is &bdquo;Heemskerck voor
+ Gibraltar&rdquo; door P. VISSER; de schrijver verstaat de kunst, den lezer te
+ doen meeleven met zijn personen uit het verleden. Hij weet maat te
+ houden en wordt niet langdradig; vandaar dat zijn boeken een bescheiden
+ omvang hebben, 't geen een deugd is in een kinderboek.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2"><b>De Vliegende Hollander</b></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">door</span> <span class="size125">P. VISSER.</span> &nbsp; &nbsp; -:- &nbsp; &nbsp; <span class="size75">Geïllustreerd door</span> <span class="size125">A. RÜNCKEL.</span></p>
+
+ <p class="ap"><span class="size75">Tweede Druk.</span> &nbsp; :: &nbsp; <span class="size85">Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.25.</span></p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">Kapitein van Halen, de uitvinder van een snelzeilend fregat, wordt door
+ zijn tijdgenooten miskend, en snijdt allen omgang met zijn medemenschen
+ af. Hij verwerft den bijnaam van &bdquo;de Vliegende Hollander&rdquo; en zijn schip
+ speelt een rol in de geschiedenis der Boekaniers, die in dien tijd
+ West-Indië onveilig maakten.</p>
+
+ <span class="pagenum" title="-"></span><a id="p_ad3"></a>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2"><b>Prins Almanzor's Makker</b></p>
+
+ <p class="ap right"><span class="floatleft"><span class="size85">door</span> <b class="size125">Marie Boddaert</b>.</span> <span class="size85">Geïll. door <b>B.</b> en <b>J. Midderigh-Bokhorst</b>.</span></p>
+
+ <p class="ap size85"><b>Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.90</b>.</p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <div class="figright" style="width: 182px;">
+ <img src="images/ill_ad3.png" width="182" height="199" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="adtxt">Prins Almanzor's makker is, zijn besluiteloosheid, zijn zucht tot
+ weifelen, belichaamd in de gestalte van zijn sprekend op hem gelijkenden
+ voedsterbroeder Manuel. En het middel om hem van die karakterzwakheid te
+ genezen, vindt de &bdquo;Wijze van het Woud,&rdquo; door Almanzor met Manuel een
+ avontuurlijke reis vol gevaren te laten maken, waarbij de zwakke wil van
+ zijn voedsterbroeder den kroonprins hoe langer hoe duidelijker wordt. En
+ daardoor leert hij niet alleen zichzelf kennen, maar ook zichzelf zoo
+ flink aanpakken, dat hij aan het einde van het boek met het volste
+ vertrouwen kan zeggen: &bdquo;Ik wil ook.&rdquo;</p>
+
+ <p class="adtxt">Marie Boddaert heeft deze mooie paedagogische gedachte met veel talent
+ uitgewerkt en zij is er volkomen in geslaagd de <ins class="corr" id="corr91" title="Bron: belanstelling">belangstelling</ins> van
+ haar lezers door het geheele boek heen te behouden.</p>
+
+ <p class="adtxt">Gebr. Kluitman hebben alle eer van deze uitgave die, versierd met
+ prachtige illustraties van B. en J. Midderigh-Bokhorst een rustig
+ voornamen indruk maakt.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2"><b>De Schipper van de Jacomina</b></p>
+
+ <p class="ap right"><span class="floatleft"><span class="size67">door</span> <span class="size125">MARIE BODDAERT.</span></span> <span class="size67">Geïll. door</span> <span class="size85">LOUIS RAEMAEKERS.</span></p>
+
+ <p class="ap size85"><b>Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.90</b>.</p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt size75">Dit nieuwe werk van de begaafde schrijfster speelt op Walcheren in de
+ jaren toen de bevolking het vreemde dwangjuk moede was en de wensch en
+ wil wakker werden, dat de Prins van Oranje weer mocht terugkeeren en 't
+ als van ouds &bdquo;Oranje Boven&rdquo; zou worden. De overheerschers keken scherp
+ toe en waar zij vrienden van Oranje vermoedden, straften zij even
+ scherp. Vreedzame burgers werden opgebracht, hun huizen doorsnuffeld,
+ hun papieren in beslag genomen en zij zelf zonder vorm van proces achter
+ slot en grendel gezet.</p>
+
+ <p class="adtxt size75">In die atmosfeer van geheimzinnigheid, waarin wij ook vaak smokkelaars
+ aantreffen op avonden dat de storm loeit en Walcheren's kust door de zee
+ wordt gebeukt, speelt Koen Lievensz een eervollen rol. Het is een
+ waagstuk, van de kust, bewaakt door gendarmes, in een wrakke boot af te
+ steken, door de branding heen naar de Engelsche vloot te gaan om
+ berichten over te brengen en daarna met tijdingen van de buitenwereld op
+ het eiland terug te keeren. Als ten slotte de Franschen zijn verjaagd,
+ spreekt schipper Bot deze woorden, welke als een profetie klinken: &bdquo;<i>'k
+ Hoop dat Nederland in de toekomst geen verdere les zal noodig hebben</i>,&rdquo;
+ en met het oog op zijn Gillis en Marees en Koen. &bdquo;<i>Met zulke jongens?
+ Dat's best mogelijk!</i>&rdquo;</p>
+
+ <span class="pagenum" title="-"></span><a id="p_ad4"></a>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <p class="ap size200 word2"><b>De Page van Napoleon</b></p>
+
+ <p class="ap right"><span class="floatleft"><span class="size85">door</span> <b class="size125">S. J. Andriessen</b>.</span> <span class="size85">Geïllustreerd door</span> <b class="size125">J. H. Isings Jr.</b></p>
+
+ <p class="ap size85 clear"><b>Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;1.90</b>.</p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <div class="figleft" style="width: 167px;">
+ <img src="images/ill_ad4.png" width="167" height="205" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="adtxt">Een historisch verhaal uit de dagen van Napoleon, dat elke jongen met de
+ grootste belangstelling zal lezen.</p>
+
+ <p class="adtxt"><span xml:lang="fr">Hector d'Albas</span>, de jeugdige afstammeling van een oud adellijk geslacht
+ vervalt door de revolutie tot groote armoede, maar komt door allerlei
+ wederwaardigheden aan het hof van Napoleon en wordt tot page bevorderd.
+ Hoe hij zich in deze betrekking gedraagt en ook wel eens misdraagt,
+ wordt in dit boek op onderhoudende wijze beschreven. De mooie
+ teekeningen van J. H. Isings Jr., verleenen aan dit royale en met zorg
+ uitgevoerde boek een groote attractie.</p>
+
+<hr class="newad" />
+
+ <div class="center">
+ <span class="size275 g floatleft" style="width: 60%;"><a href="http://www.gutenberg.org/files/27883/27883-h/27883-h.htm" title="Dit boek is via http://www.gutenberg.org als e-boek #27883 beschikbaar.">NAPOLEON</a></span>
+
+ <p class="ap"><span class="size85">Tweede Druk.</span><br />
+ <span class="size75"><b>Prijs in prachtband &fnof;&nbsp;2.90</b>.</span></p>
+ </div>
+
+ <p class="ap clear center word2"><span class="size67">door</span> <span class="size125 mixcap">H. Th. CHAPPUIS</span> <span class="size67">en</span> <span class="size125">A. H. P. BLAAUW.</span></p>
+
+ <hr class="hrad" />
+
+ <p class="adtxt">Het beste werk in onze taal over den grooten keizer is dat van den
+ overste H. Th. Chappuis. Het is waarlijk een standaardwerk, dat de
+ Napoleontische reuzenfiguur inderdaad op de meest voortreffelijke wijze
+ schetst. Er is van dit werk thans bij de gebroeders Kluitman te Alkmaar
+ in fraaie uitgave een tweede geheel omgewerkte druk verschenen, waaraan
+ de heer A. H. P. Blaauw, leeraar in de geschiedenis aan de
+ Cadettenschool te Alkmaar zijn medewerking heeft verleend. Met genoegen
+ maken wij van deze uitgave melding. <span class="floatright"><i>Rotterdamsch Nieuwsblad.</i></span></p>
+
+ <p class="adtxt clear">Het groote Napoleon-boek van Generaal Chappuis, met 32 platen, een boek
+ voor de groote jongens over den grooten man, historisch
+ wèl-gedocumenteerd en voorzien van kaarten en plattegronden: Wagram,
+ Waterloo, is, omgewerkt door den samensteller, met behulp van den
+ leeraar in de geschiedenis aan de Alkmaarsche cadettenschool A. H. P.
+ Blaauw, in tweeden druk verschenen bij Gebr. Kluitman te Alkmaar.
+ Uiterlijke zoowel als innerlijke verzorging zijn den prijs waard.<span class="floatright"><i>Alg. Handelsblad.</i></span></p>
+
+ <p class="adtxt clear">Van dit voortreffelijke boek is eene tweede druk verschenen, met platen
+ naar oorspronkelijke schilderijen. De heer Blaauw, leeraar aan de
+ Cadettenschool te Alkmaar, heeft het werk van den heer Chappuis, toen
+ deze bezweek, overgenomen. De tweede druk is aldus omgewerkt en
+ verbeterd en tot een standaardwerk geworden. <span class="floatright"><i>Prov. Groninger Courant.</i></span></p>
+
+<hr class="clear newad" />
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="achter"></span><a id="p_achter"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 130px; margin-top: 6em; margin-bottom: 6em;">
+<img src="images/ill_back.png" width="130" height="127" alt="ALKMAAR GEBR. KLUITMAN" title="" />
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 15</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">De</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 15</a></td><td class="td4">de</td><td class="td4">De</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 23</a></td><td class="td4">gronnikte</td><td class="td4">grinnikte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 24</a></td><td class="td4">huisvouw</td><td class="td4">huisvrouw</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 27</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 27</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 28</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 28</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 29</a></td><td class="td4">ondezoek</td><td class="td4">onderzoek</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 32</a></td><td class="td4">hij hij</td><td class="td4">hij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 42</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 44</a></td><td class="td4">onmiddelijk</td><td class="td4">onmiddellijk</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 46</a></td><td class="td4">Pyreneëen</td><td class="td4">Pyreneeën</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 47</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">[<i>Inspringing toegevoegd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 48</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 51</a></td><td class="td4">onaangenaan</td><td class="td4">onaangenaam</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr17">Blz. 53</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr18">Blz. 54</a></td><td class="td4">ordonnence</td><td class="td4">ordonnance</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr19">Blz. 54</a></td><td class="td4">'l</td><td class="td4">l'</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr20">Blz. 56</a></td><td class="td4">burgelijke</td><td class="td4">burgerlijke</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr21">Blz. 60</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr22">Blz. 60</a></td><td class="td4">na</td><td class="td4">nu</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr23">Blz. 60</a></td><td class="td4">astig</td><td class="td4">lastig</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr24">Blz. 62</a></td><td class="td4">&rdquo;</td><td class="td4">[<i>Verwijderd</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr25">Blz. 62</a></td><td class="td4">oudejaarsavond</td><td class="td4">Oudejaarsavond</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr26">Blz. 63</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr27">Blz. 63</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr28">Blz. 64</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr29">Blz. 65</a></td><td class="td4">knotslag</td><td class="td4">knotsslag</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr30">Blz. 68</a></td><td class="td4">i,s</td><td class="td4">is,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr31">Blz. 77</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr32">Blz. 79</a></td><td class="td4">blôohartig</td><td class="td4">bloôhartig</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr33">Blz. 79</a></td><td class="td4">Jabob</td><td class="td4">Jakob</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr34">Blz. 80</a></td><td class="td4">wachmeester</td><td class="td4">wachtmeester</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr35">Blz. 80</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr36">Blz. 80</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr37">Blz. 81</a></td><td class="td4">over geplaatst</td><td class="td4">overgeplaatst</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr38">Blz. 86</a></td><td class="td4">treffenste</td><td class="td4">treffendste</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr39">Blz. 90</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr40">Blz. 97</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr41">Blz. 99</a></td><td class="td4">hondersten</td><td class="td4">honderdsten</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr42">Blz. 99</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr43">Blz. 99</a></td><td class="td4">onde</td><td class="td4">oude</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr44">Blz. 99</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr45">Blz. 100</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr46">Blz. 100</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr47">Blz. 102</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr48">Blz. 106</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr49">Blz. 106</a></td><td class="td4">hehben</td><td class="td4">hebben</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr50">Blz. 106</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr51">Blz. 108</a></td><td class="td4">,..</td><td class="td4">...</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr52">Blz. 108</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr53">Blz. 111</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr54">Blz. 112</a></td><td class="td4">daarheen</td><td class="td4">doorheen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr55">Blz. 118</a></td><td class="td4">Siberiê</td><td class="td4">Siberië</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr56">Blz. 121</a></td><td class="td4">frans</td><td class="td4">francs</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr57">Blz. 125</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr58">Blz. 125</a></td><td class="td4">Jaroslawetz</td><td class="td4">Jaroslawitz</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr59">Blz. 126</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr60">Blz. 126</a></td><td class="td4">honding</td><td class="td4">houding</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr61">Blz. 126</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr62">Blz. 129</a></td><td class="td4">voorraadswagens</td><td class="td4">voorraadwagens</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr63">Blz. 134</a></td><td class="td4">onkomen</td><td class="td4">omkomen</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr64">Blz. 143</a></td><td class="td4">Jabob</td><td class="td4">Jakob</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr65">Blz. 146</a></td><td class="td4">Napoleons's</td><td class="td4">Napoleon's</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr66">Blz. 148</a></td><td class="td4">iedere</td><td class="td4">ieder</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr67">Blz. 151</a></td><td class="td4">vijfduizen</td><td class="td4">vijfduizend</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr68">Blz. 152</a></td><td class="td4">Tegen over</td><td class="td4">Tegenover</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr69">Blz. 157</a></td><td class="td4">bage</td><td class="td4">bagage</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr70">Blz. 158</a></td><td class="td4">dichts</td><td class="td4">dichtst</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr71">Blz. 160</a></td><td class="td4">Jacob</td><td class="td4">Jakob</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr72">Blz. 169</a></td><td class="td4">ganstig</td><td class="td4">gunstig</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr73">Blz. 173</a></td><td class="td4">kôu</td><td class="td4">koû</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr74">Blz. 175</a></td><td class="td4">en</td><td class="td4">den</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr75">Blz. 180</a></td><td class="td4">Kowo</td><td class="td4">Kowno</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr76">Blz. 181</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr77">Blz. 184</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr78">Blz. 189</a></td><td class="td4" xml:lang="fr">'d honneur</td><td class="td4" xml:lang="fr">d'honneur</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr79">Blz. 193</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr80">Blz. 193</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr81">Blz. 195</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr82">Blz. 200</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr83">Blz. 201</a></td><td class="td4">hij</td><td class="td4">bij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr84">Blz. 201</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&bdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr85">Blz. 202</a></td><td class="td4">,</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr86">Blz. 204</a></td><td class="td4">slottte</td><td class="td4">slotte</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr87">Blz. 205</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr88">Blz. 210</a></td><td class="td4">zoo</td><td class="td4">zou</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr89">Blz. 210</a></td><td class="td4">oorlogschip</td><td class="td4">oorlogsschip</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr90">Blz. -</a></td><td class="td4">levendlg</td><td class="td4">levendig</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr91">Blz. -</a></td><td class="td4">belanstelling</td><td class="td4">belangstelling</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's De Zwervers van het Groote Leger, by Piet Visser
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZWERVERS VAN HET GROOTE LEGER ***
+
+***** This file should be named 33284-h.htm or 33284-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/3/2/8/33284/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at <a
+href="http://www.pgdp.net">http://www.pgdp.net</a>
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/33284-h/images/cover-t.jpg b/33284-h/images/cover-t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..645d49d
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/cover-t.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/cover.jpg b/33284-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5af27cb
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_ad2a.png b/33284-h/images/ill_ad2a.png
new file mode 100644
index 0000000..8fc7a7e
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_ad2a.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_ad2b.png b/33284-h/images/ill_ad2b.png
new file mode 100644
index 0000000..59a6df8
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_ad2b.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_ad3.png b/33284-h/images/ill_ad3.png
new file mode 100644
index 0000000..a49991f
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_ad3.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_ad4.png b/33284-h/images/ill_ad4.png
new file mode 100644
index 0000000..4d32b36
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_ad4.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_back.png b/33284-h/images/ill_back.png
new file mode 100644
index 0000000..b8d9d7b
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_back.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_p003.png b/33284-h/images/ill_p003.png
new file mode 100644
index 0000000..4e5f74c
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_p003.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_p005a.png b/33284-h/images/ill_p005a.png
new file mode 100644
index 0000000..7dc5186
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_p005a.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_p005b.png b/33284-h/images/ill_p005b.png
new file mode 100644
index 0000000..5143d55
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_p005b.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_p212.png b/33284-h/images/ill_p212.png
new file mode 100644
index 0000000..4afd57f
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_p212.png
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pii-t.jpg b/33284-h/images/ill_pii-t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2dcb23b
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pii-t.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pii.jpg b/33284-h/images/ill_pii.jpg
new file mode 100644
index 0000000..dab0dae
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pii.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_piii-t.jpg b/33284-h/images/ill_piii-t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..91749a1
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_piii-t.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_piii.jpg b/33284-h/images/ill_piii.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d84e23c
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_piii.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pv-t.jpg b/33284-h/images/ill_pv-t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..5551a40
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pv-t.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pv.jpg b/33284-h/images/ill_pv.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ce8a601
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pv.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pvii-t.jpg b/33284-h/images/ill_pvii-t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..3fd7080
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pvii-t.jpg
Binary files differ
diff --git a/33284-h/images/ill_pvii.jpg b/33284-h/images/ill_pvii.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6f0d39a
--- /dev/null
+++ b/33284-h/images/ill_pvii.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..a1d1d82
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #33284 (https://www.gutenberg.org/ebooks/33284)