summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--31849-8.txt3516
-rw-r--r--31849-8.zipbin0 -> 69417 bytes
-rw-r--r--31849-h.zipbin0 -> 7937832 bytes
-rw-r--r--31849-h/31849-h.htm4043
-rw-r--r--31849-h/images/cover.jpgbin0 -> 82501 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_hand.pngbin0 -> 225 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p007.pngbin0 -> 67234 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p007t.pngbin0 -> 9220 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p009.pngbin0 -> 57757 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p009t.pngbin0 -> 8298 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p013.jpgbin0 -> 128622 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p013t.jpgbin0 -> 16781 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p018.pngbin0 -> 57048 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p018t.pngbin0 -> 7755 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p019.jpgbin0 -> 159320 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p019t.jpgbin0 -> 19837 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p020.jpgbin0 -> 227286 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p020t.jpgbin0 -> 14789 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p028.jpgbin0 -> 389806 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p028t.jpgbin0 -> 19628 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p031.pngbin0 -> 105402 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p031t.pngbin0 -> 12862 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p034.jpgbin0 -> 255495 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p034t.jpgbin0 -> 14538 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p038.jpgbin0 -> 304577 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p038t.jpgbin0 -> 15169 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p046.jpgbin0 -> 378975 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p046t.jpgbin0 -> 19686 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p048.jpgbin0 -> 191252 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p048t.jpgbin0 -> 19966 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p052.jpgbin0 -> 197478 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p052t.jpgbin0 -> 29015 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p054.jpgbin0 -> 347267 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p054t.jpgbin0 -> 17179 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p057.jpgbin0 -> 139848 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p057t.jpgbin0 -> 28220 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p058.jpgbin0 -> 112849 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p058t.jpgbin0 -> 22990 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p059.jpgbin0 -> 127312 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p059t.jpgbin0 -> 22600 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p068.jpgbin0 -> 343878 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p068t.jpgbin0 -> 17484 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p077.jpgbin0 -> 202395 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p077t.jpgbin0 -> 28655 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p082.jpgbin0 -> 256488 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p082t.jpgbin0 -> 20492 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p090.jpgbin0 -> 266422 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p090t.jpgbin0 -> 14398 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p092.jpgbin0 -> 270546 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p092t.jpgbin0 -> 17778 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p093.jpgbin0 -> 99702 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p093t.jpgbin0 -> 25298 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p099.jpgbin0 -> 223132 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p099t.jpgbin0 -> 28290 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p100.jpgbin0 -> 236100 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p100t.jpgbin0 -> 15106 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p106.jpgbin0 -> 268922 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p106t.jpgbin0 -> 17933 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p116.jpgbin0 -> 269473 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p116t.jpgbin0 -> 17543 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p118.jpgbin0 -> 284396 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p118t.jpgbin0 -> 17514 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p120.jpgbin0 -> 226023 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p120t.jpgbin0 -> 14392 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p122.jpgbin0 -> 346426 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p122t.jpgbin0 -> 23735 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p124.jpgbin0 -> 288204 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p124t.jpgbin0 -> 15301 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p126.jpgbin0 -> 222280 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p126t.jpgbin0 -> 14743 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p130.jpgbin0 -> 141060 bytes
-rw-r--r--31849-h/images/ill_p130t.jpgbin0 -> 13826 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
75 files changed, 7575 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/31849-8.txt b/31849-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..ef3bf98
--- /dev/null
+++ b/31849-8.txt
@@ -0,0 +1,3516 @@
+The Project Gutenberg EBook of Langs Rotte, Maas en Schie. I., by
+J.M. Droogendijk and J.S. Verburg
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Langs Rotte, Maas en Schie. I.
+ schetsen uit de geschiedenis van Rotterdam
+
+Author: J.M. Droogendijk
+ J.S. Verburg
+
+Release Date: March 31, 2010 [EBook #31849]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE. I. ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+ +----------------------------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, |
+ | verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te |
+ | moderniseren. |
+ | |
+ | Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn |
+ | gecorrigeerd. |
+ | |
+ | Bladzijde-nummering is verwijderd. Afgebroken woorden aan het |
+ | einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. De voetnoten |
+ | zijn hernummerd en naar het eind van de bijbehorende alinea |
+ | verplaatst. |
+ | |
+ | De in het origineel als cursieve tekst is weergegeven als |
+ | _cursief_. Vette tekst is weergegeven als +vet+. |
+ | Onderstreepte tekst is weergegeven als =onderstreept=. |
+ | |
+ | In dit boek worden lage en hoge aanhalingstekens gebruikt. |
+ | Deze zijn respectievelijk aangegeven als »aanhalingstekens«. |
+ | |
+ | Aan het eind van het boek volgt een overzicht van de |
+ | aangebrachte correcties. |
+ | |
+ | De illustraties zijn beschikbaar bij de html-versie van dit |
+ | e-boek op https://www.gutenberg.org |
+ | |
+ +----------------------------------------------------------------+
+
+
+
+
+ UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+P. R. BOS--C. L. VAN BALEN, Volledige Aardrijkskundige Leergang voor de
+Volksschool:
+
+ Nederland, 1e stukje, geïllustreerd +f 0,30+
+
+ Europa en de Wereld, 2e stukje, geïllustreerd +0,30+
+
+ De Wereld, Oost- en West-Indië en Nederland, 3e stukje, geïll. +0,30+
+
+ Atlas van Nederland +0,25+
+
+ Invulatlas van Nederland +0,10+
+
+ Eerste Atlas voor de Volksschool in 16 kaarten, _+10+e druk_,
+ ingenaaid +f 0,30+, gecartonneerd +0,55+
+
+ Atlas der geheele aarde +0,35+
+
+ Invulatlas der geheele aarde +0,15+
+
+ Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten en 52 platen, _+24+e
+ druk_, ingenaaid +f 1,00+, gecartonneerd +f 1,40+, gebonden +1,75+
+
+ Toelichting +0,30+
+
+ Globes (hoofdelijk leermiddel) per dozijn in doos +0,90+
+
+==>> ~_Bovenstaande boekjes en atlassen kunnen in de volgende leerjaren
+gebruikt worden:_~
+
+ Nederland } in het vierde leerjaar of in de laatste helft
+ Atlas van Nederland } van het derde en in het vierde leerjaar.
+
+~_Desverkiezende als uitvoeriger atlas hiernevens:_~ de Eerste atlas
+voor de Volksschool.
+
+ Europa en de Wereld }
+ Atlas der geheele aarde } in het vijfde leerjaar.
+ Invulatlas der geheele aarde }
+
+~_Desverkiezende als uitvoeriger atlas hiernevens:_~ de Atlas voor de
+Volksschool; _en als hoofdelijk leermiddel voor de allereerste
+grondbegrippen der wiskundige aardrijkskunde_ de Globes.
+
+ De Wereld, Oost- en West-Indië en Nederland }
+ Invulatlas van Nederland } in het zesde
+ De atlassen en invulatlas der voorafgaande leerjaren } leerjaar.
+
+ * * * * *
+
+Scholen met beperkt leerplan kunnen met de boekjes en atlassen van het
+vierde en vijfde leerjaar, welke een afgerond geheel geven, volstaan.
+
+
+ * * * * *
+
+In een korte toelichting wordt de gang der methode en de wijze, waarop
+de schrijver enkele zaken aan de kinderen duidelijk maakt, uiteengezet.
+
+ UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+
+
+
+ LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE.
+
+ SCHETSEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN ROTTERDAM,
+
+ DOOR
+
+
+ J. M. DROOGENDIJK en J. S. VERBURG.
+
+ EERSTE DEELTJE.--GEILLUSTREERD.
+
+ f 0,50.
+
+ TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS' U. M., 1911.
+
+
+ STOOMDRUKKERIJ VAN J. B. WOLTERS.
+
+
+
+
+VOORBERICHT.
+
+
+Bij het verschijnen van dit werkje is het ons een aangename plicht
+onzen hartelijken dank te betuigen aan Mej. Dr. H. C. H. Moquette,
+Adjunct-Archivaris en den Heer G. v. Rijn, Gemeente-Bibliothecaris, voor
+de zeer gewaardeerde medewerking, die wij van hen mochten ondervinden.
+
+Voor de kaartjes zijn wij veel verplicht aan Dr. C. te Lintum, Leeraar
+aan de H. B. S. alhier. Ook hem onzen hartelijken dank.
+
+Van de illustratie's danken wij er eenige aan particulieren; enkele zijn
+afkomstig uit het Museum van Oudheden, maar verreweg de meeste uit de
+rijke verzameling van het Gemeente-Archief.
+
+Een woord van dank past hier zeker aan de ambtenaren dezer instellingen,
+benevens aan die van de Gemeente-Bibliotheek voor de groote
+welwillendheid, waarmede zij ons steeds weer behulpzaam waren.
+
+Niet onvermeld mogen wij ook laten de bereidwilligheid, waarmede
+verschillende ambtenaren, verbonden aan onderscheidene Takken van Dienst
+in deze gemeente, ons steeds een afdoend antwoord gaven op onze vragen
+om inlichtingen. Ook waar wij een enkele maal bij particulieren
+aanklopten, vonden wij steeds een gewillig gehoor.
+
+Hoewel het noemen van onze bronnen hier onnoodig geacht kan worden,
+willen wij een uitzondering maken voor het op de scholen nog te weinig
+gebruikte werk »Rotterdam in den loop der eeuwen« door Dr. C. te Lintum
+e. a. en de Rotterdamsche Jaarboekjes, die ons van zeer veel dienst zijn
+geweest.
+
+Ons boekje is bestemd voor de hoogste klassen der Rotterdamsche scholen.
+We zijn nl. van meening, dat de historie onzer stad, voor zoo ver ze
+voor kinderen belangwekkend en begrijpelijk is, in deze leerjaren in
+verband met de Vaderlandsche geschiedenis onderwezen dient te worden.
+Ook op Herhalingscholen kan, naar het ons schijnt, dit werkje dienstig
+zijn, om bij de oudere leerlingen de belangstelling in de geschiedenis
+hunner woonplaats te wekken en levendig te houden, terwijl de uitgever
+van meening is, dat het boekje in een prachtbandje ook kan dienen als
+prijs voor de leerlingen, die de school verlaten.
+
+ ROTTERDAM, 1911. DE SCHRIJVERS.
+
+
+
+
+1. De Wilde Venen.
+
+
+I.
+
+Wanneer twintig eeuwen geleden een verdwaalde Germaan in zijn kano, van
+den Ouden Rijn af, den grilligen loop der Rotte had gevolgd, zou hij,
+indien het eentonige landschap van riet en biezen aan den mond van
+dit riviertje had plaats gemaakt voor een wijd vergezicht over een
+onafzienbaren waterplas, geen Rotterdam hebben ontdekt. Van onze stad
+met haar 400.000 inwoners bestond nog niets. Geen dorp, geen gehucht,
+geen enkele hut zelfs zou het oog van den eenzamen reiziger hebben
+getroffen. Dit zou ook niet mogelijk geweest zijn, want van den bodem,
+waarop Rotterdam is verrezen, was òf nog niets, òf zeer weinig aanwezig.
+Daar spoelden nog lustig de golven van de breede binnenzee of lagune,
+door de Romeinen Helinium genoemd.
+
+De enkele deelen, die zich aan den mond der Rotte misschien boven de
+wateren verhieven, kunnen een paar zandbanken geweest zijn.
+
+We treffen nl. in onze stad enkele plaatsen aan, waar de ondergrond uit
+zand bestaat. Hier moeten zich dus vroeger zandbanken bevonden hebben,
+die, dit weet men zeker, al zeer vroeg te zien waren. De bedoelde deelen
+zijn Feyenoord en de Zandstraat met het Roodezand. Deze laatste twee
+straten hebben zelfs haar naam naar een dezer zandplaten ontvangen, die,
+van verre gezien, een rosachtig voorkomen had. Nu zou het mogelijk zijn,
+dat deze banken ± 2000 jaar geleden reeds boven het water uitstaken,
+maar zekerheid daaromtrent bestaat niet. Waar wij Rotterdammers, wat
+de geschiedenis onzer stad aangaat, echter toch al zooveel ten achter
+staan bij de bewoners van Wijk-bij-Duurstede, Nijmegen, Tiel, Utrecht,
+Vlaardingen, Voorburg, e. m. a., alle plaatsen, waarvan de geschiedenis
+zich tot ver in de grijze oudheid verliest, laten wij, om de historie
+onzer stad wat meer glorie bij te zetten, dan maar als vaststaand
+aannemen, dat deze deelen van den Rotterdamschen bodem zich ten tijde
+der Romeinen reeds boven de wateren van het Helinium vertoonden.
+
+In deze binnenzee mondden behalve de Rotte nog andere wateren uit, die
+we nu kennen als Waal, Lek, Hollandschen IJsel en Schie. Deze Schie
+met de Vliet staan op het kaartje aangegeven als »Gracht van Corbulo«.
+Dit water werd door dezen Romeinschen landvoogd gegraven om een
+verbinding te verkrijgen van den Ouden Rijn met het Zuiden. De Rotte,
+het ondiepe, kronkelende watertje, met zijn uitgestrekte moerassen
+aan weerszijden--veengronden, die half onder, half boven het water
+uitstaken--kon hiervoor maar moeilijk dienen. Geen wonder, dat deze
+»Wilde Venen« door geen menschenvoet werden betreden, dat daar geen
+andere bewoners werden aangetroffen, dan lepelaars, reigers en
+roerdompen.
+
+De hooge en droge gronden ten Westen der moerassen waren wel bewoond.
+Al waren ze ook schaarsch, toch vond men in dit deel van Holland
+reeds eenige plaatsen. We lezen op het kaartje: Flenum en Pretorium
+Agrippinae. Het laatste is Voorburg, Flenum waarschijnlijk Vlaardingen
+geworden.
+
+[Illustratie: Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden
+Rijn ten tijde der Romeinen.]
+
+Van deze plaatsen moeten wij ons geen te grootsche voorstelling maken.
+Feitelijk waren het niets meer dan Romeinsche nederzettingen, waar
+omheen sommige bewoners dezer landen hun woningen hadden gebouwd. Onder
+de hoede van zoo'n steenen gebouw gevoelden ze zich veiliger, dan alleen
+in een hutje op een eenzame plaats. Bovendien hadden de bezettingen van
+die sterkten verschillende levensmiddelen noodig, die ze verkregen van
+de bewoners dezer streken. Zoodoende ontstond er tusschen de Romeinen en
+Germanen handel: weer een reden te meer voor de laatsten om hun hutten
+zoo dicht mogelijk bij de legersterkten te bouwen.
+
+
+II.
+
+Bezien wij nu het kaartje, dat den toestand van Maasland aangeeft
+omtrent het jaar 1000. Al aanstonds valt ons op, dat er meer plaatsen
+liggen.
+
+We lezen o. a.: Hargan, Schie en Bergan, namen, die ge bij de
+aardrijkskunde van Zuid-Holland niet geleerd hebt. De plaatsen liggen er
+echter nog; het zijn Kethel, Overschie en Hillegersberg. Verder zien wij
+naar het Westen nog Flardinga of Vlaardingen, maar dit dagteekende reeds
+uit den tijd der Romeinen, ofschoon het toen waarschijnlijk iets
+zuidelijker lag.
+
+En hoe staat het met Rotterdam? Nog niets van te ontdekken. Aan de Rotte
+ligt nog geen enkele plaats.
+
+Nu dringen zich twee vragen aan ons op. Ten eerste: Als bovengenoemde
+dorpen in het jaar 1000 wel, maar ten tijde der Romeinen nog niet
+bestonden, wanneer zijn zij dan ontstaan? Op deze vraag moeten wij het
+juiste antwoord schuldig blijven; de geschiedenis vermeldt het jaartal
+van het ontstaan niet. We vermoeden echter, dat zij dagteekenen uit de
+10de of 11de eeuw.
+
+[Illustratie: Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden
+Rijn omstreeks het jaar 1000.]
+
+De tweede vraag, die wij als vanzelf stellen is deze: Waren de Wilde
+Venen niet meer zoo moerassig? Hierop kunt ge zelf wel een antwoord
+geven. Bekijk het kaartje maar, dan zult ge zien, dat de moerassen nog
+steeds zijn aangegeven. Vreemd, niet waar, dat men zich midden in deze
+lage streken een woonplaats koos; dat er zich zelfs zoovelen daar
+neerzetten, dat er plaatsen ontstonden? Maar nog vreemder zult ge het
+vinden, als wij u zeggen, dat daar juist dorpen verrezen, _omdat_ het
+er moerassig was. Indien de bodem er droog en vast geweest was, zouden
+waarschijnlijk Hargan, Schie en Bergan niet zijn ontstaan.
+
+Om dit duidelijk te maken, moeten wij ons een gedeelte der Vaderlandsche
+Geschiedenis voor den geest roepen.
+
+Zooals bekend is, werd ons land tusschen 800 en 1000 zwaar geteisterd
+door de invallen der ruwe Noormannen. Vele plaatsen, waaronder ook
+Vlaardingen, werden door deze zonen van het koude Noorden gebrandschat.
+Witla, dat in den omtrek van Vlaardingen gelegen heeft, (waarschijnlijk
+op het eiland Voorne) is door deze barbaren zelfs zoo volkomen verwoest,
+dat men niet eens met zekerheid kan aanwijzen, waar deze plaats gevonden
+werd. Geen wonder, dat men in de kerken bad: »God, verlos ons van de
+Noormannen«; want men moet niet meenen, dat een plaats, eenmaal door de
+woestelingen bezocht, voortaan veilig voor hen zou zijn. Neen, wanneer
+de zwaar bezochte bewoners na groote inspanning de zware slagen, hun
+toegebracht, eenigszins te boven waren gekomen; wanneer er weer eenige
+welvaart begon te heerschen dàar, waar door de Noormannen armoede en
+verschrikking was gebracht; wanneer de zoon den leeftijd had bereikt,
+dat de moeder hem kon duidelijk maken, waarheen zijn vader als slaaf
+was weggevoerd, dan konden op datzelfde oogenblik de geesels dezer
+lage landen op hun draakvormige schepen voor de verschrikte bewoners
+verschijnen, wederom dood en vernieling brengende, waar nog weinige
+jaren geleden hun hand reeds zoo zwaar had gerust.
+
+Was het wonder, dat vele bewoners der duinstreken vluchtten, dat zij
+have en goed achterlieten om ten minste het veege lijf te redden? Maar,
+waarheen? Natuurlijk daar, waar men kans had veilig te zijn; waar de
+Noormannen niet dan met gevaar voor eigen leven konden komen. De eenige
+streek in deze buurt, die zulk een toevluchtsoord voor onze voorouders
+bood, was de plek, waarover wij hierboven spraken: de moerassige
+streken langs de Rotte. Daarheen zijn dan ook tusschen 800 en 1000
+waarschijnlijk zoo velen gevlucht, dat de genoemde plaatsen ontstonden.
+
+
+
+
+2. De hooge zeedijk. Jong Rotterdam.
+
+
+I.
+
+ Schielands zeedijk, die 't vermetel,
+ 't Onbezonnen zeegeweldt,
+ Trots weerstaet en wetten stelt
+ Strekt haer tot een vasten zetel.
+
+Als we de kaart van Zuid-Holland bezien, vinden we ten Noorden van het
+Scheur, de Nieuwe Maas en den Hollandschen IJsel een dijk, die het
+achterliggende land beschermt. Deze zware dijk loopt midden door
+Maassluis, Vlaardingen, Schiedam en Rotterdam. Hij is daar aan
+weerszijden bebouwd en draagt in al deze plaatsen den naam van
+Hoogstraat. Zeker een duidelijk sprekende naam.
+
+Wanneer is deze lange dijk ontstaan?
+
+Vóór we deze vraag beantwoorden, moeten wij eerst de Vaderlandsche
+Geschiedenis weer eens raadplegen en wel het tijdvak, gedurende hetwelk
+de Romeinen in deze landen hebben vertoefd.
+
+Als wij u eens vroegen al de lichtzijden van het verblijf van dezen
+volksstam op te noemen, zouden wij ongetwijfeld ook hooren: »de Romeinen
+legden dijken langs de rivieren«. Tot op zekere hoogte is dit waar. We
+moeten echter oppassen, dat we ons geen onjuiste voorstelling van deze
+»dijken« maken. Meen vooreerst niet, dat de Romeinen _overal_ dijken
+opwierpen om het water te beteugelen en stel u evenmin voor, dat deze
+zoo zwaar en hoog waren, als wij ze tegenwoordig kennen. Feitelijk waren
+het niets anders dan wegen, die moesten dienen om gemakkelijk van de
+eene legerplaats naar de andere te kunnen trekken. Om deze wegen goed
+begaanbaar te maken en te houden, was het wenschelijk, dat ze beveiligd
+waren tegen het water. Daarom werden ze hoog gemaakt en waren het dus
+dijk-wegen. Uit het voorgaande hebt ge wel reeds kunnen opmaken, dat de
+Romeinen ze niet uit liefde voor hun bondgenooten opwierpen, het was
+zuiver eigenbelang, dat hen tot het leggen van deze »dijken« drong.
+
+Nu zijn er geschiedschrijvers, die veronderstellen, dat er ten Noorden
+van het tegenwoordige Rotterdam ook zoo'n opgehoogde heirweg werd
+aangetroffen. Deze liep dan van Nijmegen door de Alblasserwaard over den
+IJsel en de Rotte naar Praetorium Agrippinae. Waar de weg over de Rotte
+ging, zou een toltoren gestaan hebben, die naar de grijze duifsteen,
+waarvan hij was opgetrokken, het Duifhuis genoemd werd. De plaats,
+waar deze toren gestaan heeft, is bij het tegenwoordige Crooswijk te
+zoeken[1].
+
+[1] Zie het kaartje op pag. 7.
+
+[Illustratie: Het Duifhuis aan de Rotte.]
+
+Of dit alles wel precies zoo is, weten we niet; het is echter niet
+onmogelijk. We hebben daarom op het kaartje dezen dijk dan ook maar
+geteekend. Ook de toren is aangegeven. Bestaan heeft hij zeer zeker. Of
+hij echter al in den Romeinschen tijd gebouwd is, zouden wij niet met
+zekerheid durven beweren.
+
+Deze Romeinsche dijk is dan de eerste waterkeering geweest, die de
+streken ten Noorden van het Helinium gekend hebben. Of ze voldoende
+geweest zal zijn, om het land tegen overstroomingen te beschermen? We
+gelooven het niet. Mocht ze als weg al bruikbaar zijn, als dijk zal ze
+niet veel nut hebben afgeworpen.
+
+Wanneer de vroegere bewoners zelf en opzettelijk dijken langs den Maas-
+of Merwestroom hebben opgeworpen, is niet met zekerheid te zeggen. Wel
+weet men, dat er ten Noorden van den tegenwoordigen hoogen zeedijk
+en ten Zuiden van den Romeinschen dijk omstreeks 1200 een dijk werd
+aangetroffen, die bekend is als de Oude Dijk. Deze had van den Hoek van
+Holland tot Vlaardingen de richting, die de tegenwoordige dijk volgt,
+maar van daar af strekte hij zich veel noordelijker uit. Eerst liep hij
+naar Ouwerschie en vandaar met een groote bocht onder den naam van Oude
+Dijk en Kleiweg naar Crooswijk en Kralingen om dan als 's-Gravenweg naar
+Moordrecht en Ter Gouw te loopen. Vergelijken we de richting van dezen
+ouden en den nieuwen zeedijk, dan blijkt ons, dat er zich tusschen beide
+een groot grondgebied uitstrekt. Voor een deel was dit reeds aanwezig,
+toen men den Ouden Dijk legde. Met opzet echter had men de breede
+gorzen er vóór niet bedijkt. De dijk was nl., evenmin als de Romeinsche
+heirweg, bijzonder hoog en sterk; bevond er zich dus een breed gors
+voor, dat alleen bij hoog water onderliep, dan was het gevaar voor
+doorbraak en overstrooming heel wat geringer, dan wanneer men de
+waterkeering tot vlak aan het diepe water bracht.
+
+Door het leggen van bovengenoemden dijk was dus nog niets van den bodem
+van Rotterdam voor de wateren beveiligd.
+
+Maasland echter kon nu niet meer overstroomd worden, hoewel we ons niet
+moeten voorstellen, dat de bewoners er erg droog gewoond zullen hebben.
+Hadden ze van het buitenwater thans geen last, van het binnenwater
+zooveel te meer. Dit moest men zien te loozen op de Rotte en de Schie en
+daar men nog geen windwatermolens of stoomgemalen kende, moest men zich
+behelpen met handmolens, paardenmolens, ja zelfs met hoosvaten.
+
+Door wien deze Oude Dijk aangelegd is, weet men weer niet zeker, maar
+hoogstwaarschijnlijk is dit werk ondernomen door de edelen; dit wil dan
+zeggen, onder hun toezicht, want zooals te begrijpen is, zullen de
+hoorigen en lijfeigenen het werk verricht hebben.
+
+Ging een edelman er toe over een streek droog te leggen, dan werd hij
+vooraf door den graaf bekleed met zekere macht over dat stuk grond: hij
+kreeg het ambacht of ambt van rechter. Zijn titel werd heer of
+ambachtsheer.
+
+Thans zijn er hier en daar in ons land nog ambachtsheeren en -vrouwen.
+Deze bezitten wel niet meer de rechtspraak in hun heerlijkheid, maar
+toch hebben zij nog bijzondere rechten: b.v. het jacht- en vischrecht
+en soms het collatierecht--dat is het recht tot het beroepen van een
+predikant. Aan dit laatste herinnert nog in verschillende dorpskerken de
+zoogenaamde »ambachtsheerbank«, die alleen door den ambachtsheer en zijn
+familie gebruikt wordt.
+
+
+II.
+
+De dijk, die Maasland tegen het buitenwater moest beschermen, was niet
+zeer zwaar en hoog, hij werd bovendien niet voldoende onderhouden. De
+plicht voor dit onderhoud rustte op de bezitters van de gronden, welke
+aan den dijk grensden. Niet meer dan natuurlijk, zult ge zeggen. En toch
+ook weer niet zoo van zelf sprekend! Want hadden alleen de bezitters
+van de gronden vlak aan den dijk gelegen maar belang bij een goede
+waterkeering, of moest al het land ten Noorden van de Maas er door
+beschermd worden? Zou het daarom niet billijker geweest zijn, dat alle
+belanghebbenden ook hadden medegewerkt, om den dijk stevig en sterk te
+maken en te houden? En niet alleen, dat dit billijker geweest ware, maar
+men had ook tevens meer zekerheid gehad, dat de dijk goed onderhouden
+werd. Nu kwam het voor, dat sommigen van hen, die aangewezen waren om
+den dijk in goeden staat te houden finantieel niet sterk genoeg stonden,
+om dit naar behooren te doen. Al vond men dus eigenaars, die hun deel
+sterk en hecht maakten, anderen waren daartoe niet altijd bij machte,
+zoodat de dijk steeds zwakke punten behield. Vooral werd dit het geval,
+toen de ambachtsheeren stukken grond gingen verkoopen aan boeren
+(eigengeërfden). Dit geschiedde na de Kruistochten, die een einde
+maakten aan de lijfeigenschap en hoorigheid, waarin een groot deel der
+bevolking verkeerd had. Deze boeren bezaten in den regel maar juist
+voldoende om hun grond te koopen, zoodat zij aan hun verplichtingen ten
+opzichte van den dijk bijna nooit konden voldoen.
+
+Aan dezen onhoudbaren toestand werd een einde gemaakt tijdens de
+regeering van den bekenden Graaf Floris V (1266-1296). Deze liet aan
+zijn baljuw, dit was de persoon, dien hij aangesteld had over een deel
+van zijn graafschap en die daar in zijn naam regeerde, berichten, dat
+er tusschen de Delftsche Schie en Gouwe aan niemand land mocht verkocht
+worden, van wien men niet zeker was, dat hij den dijk behoorlijk zou
+kunnen helpen onderhouden. Verder bepaalde hij, dat er ieder jaar een
+dijkschouw zou plaats vinden en dat hij, wiens deel niet in orde werd
+bevonden, beboet zou worden.
+
+Toen ook deze bepalingen nog niet doeltreffend bleken, verordineerde de
+Graaf, dat de ingezetenen der acht ambachten tusschen Schie en Gouwe op
+gezamenlijke kosten hun dijkwerken in stand zouden houden.
+
+Deze ambachten waren--de namen zullen U wel bekend klinken--Zevenhuizen,
+Bleiswijk, Rotteban, Ouwerschie, Schiebroek, Bokelsdijk, Cralingen en
+Berkel met Rodenrijs.
+
+Nadat gebleken was, dat ook zelfs deze bepaling niet de uitwerking had,
+die de Graaf er zich van had voorgesteld, riep hij ten slotte al de
+betrokken edelen bijeen. Deze erkenden met den Graaf het groote nut van
+een zwaren dijk. Ze kwamen overeen, dat ieder hunner een deel voor zijn
+rekening zou nemen. Tevens zou een stuk van den aangeslibden grond
+worden ingedijkt, zoodat dus op sommige plaatsen de nieuwe dijk
+zuidelijker zou loopen, dan de oude.
+
+[Illustratie: De drie Schie's.]
+
+Zooals gewoonlijk verlangden de edelen voor hun hulp een belooning.
+Deze verkregen ze ook. Ze ontvingen de nieuw ingedijkte gronden van den
+Graaf in leen. Zoo werd het gebied der edelen uitgebreid en tevens het
+land afdoend tegen overstroomingen beveiligd, want de dijk, die tusschen
+1281 en 1299 gelegd werd, mocht nu inderdaad een zeedijk heeten.
+
+[Illustratie: Het Hof van Weena.]
+
+Voor ons Rotterdammers, zijn er onder de edelen, die zich bij genoemd
+werk verdienstelijk gemaakt hebben, een tweetal van beteekenis.
+
+Het zijn: de Heer van Bokel, die als de legger van den Westzeedijk,
+het Vasteland, den Schiedamschedijk, de Korte Hoogstraat en een gedeelte
+van de Hoogstraat kan worden beschouwd, en de Heer van Cralingen, aan
+wien we het oostelijk deel van de Hoogstraat met den Oostzeedijk te
+danken hebben.
+
+[Illustratie: Het slot Honingen.]
+
+De eerste woonde op het Hof van Weena, dat in den omtrek van het
+tegenwoordige Weenaplein gevonden werd. Dit plein, benevens de
+Weenastraat, de Hofdijk en het Hofplein ontleenen alle hun naam aan dit
+adellijk slot, waarvan de fundamenten in het jaar 1905 werden gevonden.
+Deze bleken van onderen 3 M., van boven 2 M. breed te zijn, terwijl ze
+op eikenhouten balken steunden.[2]
+
+[2] Een en ander is nog in het Museum van Oudheden te zien.
+
+De Heer van Cralingen bewoonde eveneens een kasteel en wel het slot
+Honingen. Het tegenwoordige Park Honingen, benevens de Slot- en Hoflaan
+zullen u wel voldoende aanduiden, waar dit kasteel ongeveer gevonden
+werd. Deze beide kasteelen zijn in 1426 tijdens de Hoeksche en
+Kabeljauwsche twisten door de Hoekschen verwoest. Volgens vroegere
+geschiedschrijvers bevond er zich hier nog een derde kasteel: het slot
+Bulgersteijn op het Roodezand, de zandplaat, die reeds ten tijde van de
+Romeinen boven de golven uitstak. Latere onderzoekingen hebben aan het
+bestaan van dit slot doen twijfelen. Zeker weet men, dat er een gebouw
+gestaan heeft, dat den naam Bulgersteijn heeft gedragen. Het kan echter
+heel goed zijn, dat dit nooit een slot, maar slechts een stevig
+boerenhuis geweest is. Toen de dijk gelegd werd, was er al niet veel
+meer dan een ruïne van over.
+
+Keeren we thans weer tot onzen dijk terug.
+
+Het deel van de tegenwoordige Hoogstraat, dat zich tusschen de monden
+van de Rotte bevond, noemde men Middeldam. Het was als het ware een
+lange dam door de Rottemonden en tevens het middelste deel van het
+rechte stuk, hetwelk later den naam Hoogstraat verkreeg.
+
+Van deze drie mondingen der Rotte was de westelijkste, de Slikvaart, het
+latere Verlaat, waaraan de Verlaatstraat nog herinnert; de Nieuwe Rotte
+was de thans Gedempte Binnenrotte; de oostelijkste is later de--nu
+eveneens gedempte--Botersloot geworden.
+
+Had men dezen »middeldam« zonder meer door de Rottemonden gelegd, dan
+zou de Rotte haar water niet in de Maas hebben kunnen loozen. Daarom
+maakte men onder den dijk aan het einde der Nieuwe Rotte een
+duikersluis. Later kregen ook de andere monden sluizen.
+
+Aan den Middeldam verrezen al spoedig huizen. In 1299 stonden er reeds
+zooveel, dat de twee gehuchten, die ze vormden, door graaf Jan I tot een
+gemeente werden verklaard. Tevens kreeg Rotte(r)dam, zooals de plaats
+werd genoemd het paalrecht, d. w. z. het mocht, om zich beter te kunnen
+verdedigen, palen aan de Maaszijde slaan. Vóór den Middeldam strekte
+zich een gors uit, dat door een smalle kreek van Rotterdam was
+gescheiden. Hierin voeren de schepen, die de jonge plaats al heel
+spoedig aandeden. Daarom bouwde men aan dit water een aanlegsteiger.
+Later werd de geheele kreek naar dezen steiger het Steiger genoemd,
+welken naam het water nog draagt. Dit Steiger kon door een boom van de
+Maas worden afgesloten, zoodat het voor de schepen een veilige ligplaats
+bood: het was dus de eerste haven van Rotterdam.
+
+
+
+
+3. Van dorp tot stad.
+
+
+Zooals we zagen, kunnen we 1299 als het geboortejaar van Rotterdam
+aanmerken. Bestond het toen nog slechts uit enkele huisjes, verrezen aan
+den dijk langs de Maas, al spoedig had het zich in Noordelijke richting
+uitgebreid, doordat de Rotte-delta bij het stadsgebied werd getrokken.
+Bij de oude stad, of Middeldam, had zich een Nieuwe Stad, of in de taal
+dier dagen, een »Nieuwe Poort« gevoegd.
+
+Dat het in dit nieuwe stadsdeel nog moerassig was, is licht te
+begrijpen. Voor men er dan ook huizen kon neerzetten, diende men den
+grond voldoende op te hoogen. Dit gebeurde het eerst tusschen de Oude en
+Nieuwe Rotte. De kade, die gelegd en langzamerhand met huizen bebouwd
+werd, is de eerste straat in dit stadsdeel geworden (1339). Men noemde
+ze »de straat in de Nieuwpoort«, later zelf »de Nieuwpoort« of »de
+Nupoort«, wat door verbastering ten slotte »den Oppert« geworden is.
+
+Men heeft wel eens het vermoeden uitgesproken, dat deze kade
+oorspronkelijk ten behoeve der Heeren van Weena is aangelegd, om zich
+gemakkelijk van hun Slot naar de stad te kunnen begeven, wat niet
+onmogelijk is. Dit Rotterdam uit het jaar 1339 moeten wij ons nog
+voorstellen als een armelijk dorpje, bestaande uit houten huisjes met
+rieten daken, die verspreid lagen langs Visschersdijk, Middeldam en
+Oppert. Het telde toen 46 hofsteden, d. w. z. huizen met tuinen en
+akkerland. Ieder bewoner beoefende nl. naast zijn ambacht of bedrijf
+wat land- en tuinbouw en waarschijnlijk ook wat veeteelt, die hem de
+voornaamste levensmiddelen moesten verschaffen.
+
+Welke waren nu die andere bedrijven?
+
+Ziehier eenige namen van bewoners. Ze zijn sprekend genoeg, om er den
+naam van het beroep uit op te maken.
+
+Dat er reeds aan visscherij gedaan werd, vertelt ons Henric de Visser.
+Doede Smids en Hannkeijn de Mandenmaker herinneren aan het smids- en
+mandenmakersbedrijf. Hugo de Linemaker was waarschijnlijk een wever,
+terwijl Aelwijn de Snider schaar en naald hanteerde. Arend de Blokemaker
+zal onze eerste scheepstimmerman geweest zijn en Adaem die Marseman de
+eerste Rotterdamsche koopman. Dat het wonen aan de Rottemonden niet
+altijd gezond was, leert ons de rheumatische Claes die Pijnlike, die
+bij onzen eersten esculaap, Claes die Condighe, genezing ging zoeken.
+Veel handel en scheepvaart kan er nog niet geweest zijn, daarvoor
+was Rotterdam nog te jong en lag het ook niet gunstig genoeg. Van
+overzeeschen handel was natuurlijk nog geen sprake, de binnenlandsche
+was pas in opkomst. Nu lag Rotterdam wel aan de Maas, maar daaraan had
+het niet veel, zoolang het geen verbinding had met het »achterland«.
+Zoo'n verbinding bestond wel door de Rotte, maar deze beteekende als
+vaarwater niet veel, daar er langs, of bij dit water slechts weinig
+menschen woonden. Te Ouwerschie, Delft en Leiden kon men langs dezen weg
+niet, of moeilijk komen; deze plaatsen waren door de Schie te bereiken.
+Op deze Schie nu hadden de Rotterdammers het oog geslagen.
+
+ * * * * *
+
+Aan den mond van dit water, dat in de Maas uitliep, was al heel vroeg,
+tusschen 1000 en 1100, een plaats ontstaan, die evenals het water den
+naam van Schie droeg. Hoe meer de gorzen zich vóór den Ouden Dijk
+verbreedden en verhoogden, hoe smaller de Maas en hoe langer de Schie
+dus werd. Met en zonder hulp der menschen koos ze zich een kronkelenden
+loop tusschen de gorzen. Aan den mond dezer »Nieuwe Schie« werd ± 1000
+een kasteel gebouwd, het huis te Riviere, dat later den naam van Huis
+van Mathenesse kreeg. Hierbij kwamen al spoedig eenige woningen en een
+kapel te staan en naast »Schie« was een »Niewerschie« ontstaan. De namen
+dezer beide plaatsen zijn in den loop der tijden veranderd tot:
+Ouwerschie of Overschie en Schiedam[3].
+
+[3] Zie het kaartje op pag. 18.
+
+Wilden de Rotterdammers nu de Schie opvaren, dan waren ze genoodzaakt
+eerst door de Maas naar Schiedam te stevenen om door de sluis, die na
+het leggen van den Hoogen Zeedijk aldaar was gemaakt, de Schie te
+bereiken. Deze route was een omweg en bovendien kostbaar, daar de
+Schiedammers van ieder schip tol eischten en, wat misschien nog het
+ergste was, de Rotterdammers waren, wat hun scheepvaart aanging, voor
+een zeer groot deel van hun concurrenten afhankelijk. Dit mocht zoo niet
+blijven. Men wilde een eigen vaart hebben, die Rotterdam rechtstreeks
+met de Schie verbond. Dit kon heel goed. Men behoefde daarvoor slechts
+een watertje, dat reeds van Rotterdam naar Overschie liep, te verbreeden
+en uit te diepen. Zonder toestemming van den Graaf mochten zulke werken
+echter in dien tijd niet geschieden. Voor een goede som geld gaf Willem
+IV in 1340 »den goeden luden« van Rotterdam vergunning tot het graven
+van een »opene vaert tot in de Schije«. Acht jaar later was deze
+Rotterdamsche Schie, zeer tegen den zin van Schiedam, voltooid.
+
+Voor dien tijd was er een flink stuk werk verricht. Behalve toch, dat
+het reeds bestaande water moest worden verbreed en uitgediept, had men
+twee dijken, den Ouden Dijk bij Overschie en den Beukelsdijk ten Noorden
+van Rotterdam (waar nu de Heulbrug ligt) doorgegraven en hierin een
+sluis en een heul moeten maken. Bovendien moest de Delftsche Vaart,
+waarvan waarschijnlijk niets bestond, en het rechte deel van de Schie
+tusschen de Schiekaden worden gegraven om in verbinding met de Maas te
+kunnen komen.
+
+Behalve de Schiedammers zagen ook de Delvenaars met leede oogen
+Rotterdam, tengevolge het graven dezer Schie, zich vrij snel
+ontwikkelen.
+
+Af en toe vonden onze schippers de doorvaart aan den ingang te
+Overschie versperd door hoopen puin, welke daar 's nachts waren
+neergeworpen. Al had men het niet gezien, men verdacht--en met reden--de
+Delvenaars van dezen streek.
+
+Deze wisten het in 1375 zoover te brengen, dat Hertog Aelbrecht, die
+toen voor zijn krankzinnigen broeder Willem IV regeerde, den
+Rotterdammers gelastte, de heul te Overschie dicht te gooien. Men maakte
+daar nu een overtoom, waarlangs de schepen uit de Rotterdamsche- in de
+Oude Schie werden getrokken.
+
+Wat zullen die Delvenaars gelachen hebben, toen ze hun concurrenten
+zulk een hak gezet hadden! Maar dezen zaten ook niet stil. Hadden de
+Delvenaars een vollen buidel, de Rotterdammers konden ook in den zak
+tasten, als het noodig was. Vijf jaar later kregen zij weer toestemming
+de heul te openen, omdat den hertog gebleken was, dat de open heul niet
+verderfelijk, maar daarentegen »zeer nuttig was voor den lande en voor
+den graaf zelf«.
+
+ * * * * *
+
+Toen de Delvenaars aldus hun pogingen om Rotterdam in zijn groei te
+belemmeren, zagen mislukken, trachtten ze voor zich zelf te krijgen, wat
+ze hun naburen zoo misgunden; dus--ook een open vaart naar de Maas. In
+1389 kregen, of beter gezegd kochten, ze dit recht van den Hertog. Ze
+groeven toen van Overschie een rechte vaart, die ten Westen van het dorp
+Schoonderloo in de Maas uitmondde. Waar de Hooge Zeedijk doorgegraven
+werd, moest een »kapitale« sluis gemaakt worden, die we nog kennen
+onder den naam van Aelbrechtssluis. In het gors, dat zich tusschen den
+Dijk en de Maas uitstrekte, mochten de Delvenaars een haven graven: de
+nog bestaande Voorhaven.
+
+[Illustratie: Het Slot Spangen.]
+
+Nu de vrije open vaart er was en Delft daardoor een zeehaven was
+geworden, trachtte men er ook zooveel mogelijk voordeel van te trekken,
+waarom de Delftsche Overheid aan de inwoners verbood van de
+Rotterdamsche of Schiedamsche Schie gebruik te maken.
+
+De Rotterdammers waren de poets, hun indertijd door de Delvenaars
+gebakken, nog niet vergeten en ze wachtten slechts op een goede
+gelegenheid om hun naburen met gelijke munt te betalen. Die gelegenheid
+deed zich weldra voor.
+
+Niet ver van de Delfshavensche Schie, tusschen Overschie en Schoonderloo
+stond het kasteel Spangen. Een der voorwaarden, waaronder de Delvenaars
+hun vaarwater mochten graven, luidde, dat er altijd een uitpad in den
+vorm van een brug over de Schie, voor de kasteelbewoners zou zijn. Toen
+dit brugrecht later verkocht werd, wilden de Rotterdammers het koopen,
+met het snoode voornemen daar ter plaatse een lage steenen brug te
+bouwen, zoodat alle scheepvaart onmogelijk zou worden.
+
+Dat zou nu met recht geweest zijn, iemand in zijn vaarwater zitten!
+
+De toeleg mislukte echter; Delft had de lucht gekregen van het
+vriendelijke plan van zijn nabuur en wist het recht voor zich zelf te
+koopen.
+
+Aan den mond van deze nieuwe Schie is het plaatsje Delfshaven ontstaan,
+dat tot 1795 met Delft vereenigd is gebleven. Daarna was het tot 1803
+een zelfstandige gemeente, waarna het tot 1811 weer een deel van Delft
+werd. Na de inlijving bij Frankrijk werd het bij een der eerste
+besluiten van Napoleon, tot een zelfstandige gemeente verklaard. De
+ambachten Beukelsdijk en Schoonderloo werden er toen mede vereenigd.
+In 1817 verkreeg Delfshaven het bekende wapen: drie korenaren en een
+haring, de symbolen van de jeneverindustrie en visscherij, de twee
+voornaamste bestaansmiddelen van de Havenaren. In 1825 werd het in de
+rij der steden opgenomen om ten slotte in het jaar 1886 met Rotterdam
+vereenigd te worden.
+
+ * * * * *
+
+In hetzelfde jaar, dat de Rotterdammers hun Schie mochten graven,
+kregen ze van Willem IV nog een ander voorrecht en wel dat van eigen
+rechtspraak, d. w. z.: Rotterdamsche poorters zouden voor Rotterdamsche
+schepenen (rechters) terechtstaan. Hiermee werd Rotterdam tot een stad
+verklaard en was het al weer een stap in aanzien en beteekenis vooruit
+gegaan.
+
+Alle goede dingen bestaan in drieën. Dat wisten onze voorouders ook
+reeds en daarom hadden ze nog gaarne één wensch vervuld gezien.
+Rotterdam was nu wel een stad, maar nog geen versterkte stad, geen
+vesting. Nog 18 jaren moesten de »goede luden van Rotterdam« wachten,
+voor ze hun woonplaats als het ware mochten maken tot één, groot sterk
+kasteel.
+
+In het jaar 1358 kwam Aelbrecht in onze stad en bij dit bezoek gaf hij
+verlof, het open vlek in een vesting te veranderen. Tevens werd het
+stadsgebied, dat waarschijnlijk in 1340 reeds aan de Oostzijde vergroot
+was met een deel van het Ambacht Rubroek, thans aanzienlijk aan de
+Westzijde uitgebreid, daar de Ambachtsheer van Beukelsdijk en Cool,
+Willem van der Wateringhe, het Roodezand aan de stad afstond.
+
+[Illustratie: Uitbreiding van Rotterdam van het ontstaan tot het jaar
+1600.]
+
+Het groote werk om de stad te bemantelen werd met kracht aangevat.
+Langs het ambacht Cool werd de Coolvest gegraven tot aan de Schie en
+van daar de Goudsche Vest met een bocht naar de Maas. In den muur,
+die om de geheele stad heen liep, werden vier poorten aangebracht: de
+Schiedamsche, de Delftsche, de Goudsche en de Kralingsche. De eerste
+stond ter plaatse van het tegenwoordige Museum Boijmans, de tweede op
+nagenoeg dezelfde plek als de nog bestaande, de derde op den Goudschen
+Weg bij de Lange Warande en de laatste op de Hoogstraat bij de
+Valkensteeg. Bovendien droeg de muur nog verschillende torens. De stad
+had, evenals alle Oud-Hollandsche steden, de gedaante van een vierhoek.
+Deze vorm is thans nog terug te vinden in het traject Coolvest, Galerij,
+Jan van Loonslaan en Lange Warande.
+
+
+
+
+4. De Jonker Fransenoorlog.
+
+
+I.
+
+ 't Lust mij in het breed te melden
+ Hoe zij vaek werd aengetast
+ Of door Jonker Frans verrast.
+
+Rotterdam lag dus nu versterkt aan de Maas. In de rumoerige tijden,
+die volgden, was dit van zeer groot belang. Heeft men hier toch reeds
+de nadeelige gevolgen van den burgeroorlog ondervonden, het is maar
+moeilijk te zeggen, hoe het met onze stad gegaan zou zijn, indien ze
+gedurende dit tijdperk niet van muren en grachten voorzien geweest was.
+
+Driemaal heeft Rotterdam van zeer nabij kennis gemaakt met deze bloedige
+twisten.
+
+Allereerst in 1358, toen Willem V krankzinnig werd en zijn broer
+Aelbrecht hem als ruwaard verving. Delft weigerde hem als zoodanig te
+erkennen, waarom de Hertog een heirvaart tegen de weerspannige stad
+uitschreef. Rotterdam nam, evenals andere omliggende steden, deel aan
+het beleg, dat 10 weken duurde. Toen de stad zich overgegeven had,
+werden de bewoners tot strenge straffen veroordeeld: 1000 burgers
+moesten blootshoofds en barrevoets vergiffenis vragen. Met hangende
+haren en in haar beste kleeding, moesten 500 vrouwen voor haar
+echtgenooten het behoud hunner betrekkingen komen afsmeeken. Bovendien
+werden velen voor goed verbannen en de verdedigingswerken der stad
+geslecht. En alsof dit alles nog niet genoeg was, werd de stad een boete
+van 60 000 Brugsche schilden[4] opgelegd.
+
+[4] Een Brugsch schild had een waarde van f 3,28 125.
+
+ * * * * *
+
+In 1426 zagen de Rotterdammers van nog meer nabij den strijd. Toen
+woedde hij onder de muren hunner stad. In dat jaar toch werden door de
+Hoekschen de kasteelen Honingen, Weena en Spangen verwoest. Ook het slot
+te Hillegersberg, waarvan men nog heden ten dage de ruïne kan zien,
+moest het ontgelden. De stad zelf liep bij deze gelegenheid vrij, maar
+wat zou haar lot geweest zijn, indien zij niet versterkt geweest was!
+
+[Illustratie: Het Slot te Hillegersberg.]
+
+
+II.
+
+We schrijven 1488. Meer dan 60 jaren reeds zijn er verloopen, sedert de
+Kennemer vrijbuiters onder Jan van Nagel de Rotterdammers met angst en
+beven naar de brandende kasteelen in den omtrek hebben doen staren. De
+strijd tusschen de rood- en grauwmutsen loopt ten einde. De Hoekschen
+hebben steeds meer en meer in aanhang en macht verloren en zich
+teruggetrokken in hun laatste wijkplaats: Sluis. Nog eenmaal zullen
+ze een poging wagen om hun oude macht en aanzien te herwinnen. Jonker
+Frans van Brederode zal hun aanvoerder zijn. Wel is hij jong, zoodat
+aanvankelijk niet allen hem als hun gebieder willen erkennen, maar hij
+is een afstammeling van een der oudste en edelste geslachten; de naam
+Brederode heeft een goeden klank en de tweeëntwintigjarige jongeling
+wordt als hoofd gekozen. Als hij na eenige aarzeling beloofd heeft de
+Hoeksche zaak met zijn zwaard en, moet het zijn, met zijn leven te
+dienen, toont hij zich een waardig zoon van een roemrijke familie:
+zonder dralen ontwerpt hij een plan van aanval.
+
+Den 18den November zeilt hij, met een vloot van 48 schepen, bemand met
+2000 Hoekschen, de Maas op. Tot Delfshaven kunnen zij het brengen,
+dan belet de ijsmassa het verder voortvaren. Acht honderd en vijftig
+man worden in alle stilte ontscheept; zij zullen trachten Rotterdam
+te overrompelen, terwijl de anderen achterblijven om de vloot te
+beschermen. Over het landijs en den hard bevroren grond trekt een deel
+den Coolpolder door tot voor den Heer Jan Vettentoren[5]. Behoedzaam
+kruipt men over het ijs in de gracht, dat de zorgelooze Rotterdammers
+vergeten hebben stuk te hakken. En dit was toch wel noodig geweest,
+daar de muren in een zeer bouwvalligen toestand verkeeren. Met groote
+behendigheid worden de stormladders aan de muren gehaakt, als katten
+klauteren de Hoekschen er tegen op en de eerste vijanden zijn weldra in
+de stad. Vlug volgen de anderen. Nu allen naar de Schiedamsche Poort.
+De wachters, in slaap verzonken, zijn overrompeld, voor ze aan tegenweer
+kunnen denken; de poort wordt geopend en de rest der 850 manschappen,
+die over den Schiedamschedijk tot voor de poort zijn genaderd en zich
+in het langs den dijk groeiend riet verborgen hebben, komen binnen.
+De andere stadspoorten en het Stadshuis worden bezet en als de morgen
+aanbreekt, is de stad in handen der vijanden, zonder dat er één doode
+gevallen is. Aan tegenweer is niet gedacht, men kende het aantal
+Hoekschen niet, en bovendien, velen in de stad maakten gemeene zaak met
+Jonker Frans.
+
+[5] Deze stond aan den Coolsingel, op dezelfde plaats, waar thans de
+korenmolen »de Hoop« gevonden wordt.
+
+De Rotterdammers schikten er zich wonderwel in, zoo eensklaps van
+Kabeljauwsch Hoeksch te zijn geworden. Niet weinig droeg daartoe bij de
+verstandige handelwijze van Jonker Frans, die de Rotterdammers liever te
+vriend, dan te vijand maakte. Alleen de hoofden der tegenpartij moesten
+de stad verlaten.
+
+Om zijn manschappen tevreden te stellen, kregen zij als buit de
+Keulsche, Brabantsche, Engelsche, Fransche en Oostzeeschepen, die met
+koren, wijn en andere goederen geladen, in de havens aangetroffen
+werden.
+
+ * * * * *
+
+Jonker Frans begreep zeer goed, dat hij in zijn veroverde veste niet
+met rust gelaten zou worden. Om goed tegenweer te kunnen bieden, moest
+vooral de rivierzijde beter versterkt worden. Mannen, zoowel als vrouwen
+en kinderen werden hiertoe opgeroepen. Niettegenstaande den strengen
+vorst, die den grond zoo hard als ijzer maakte, kwamen de
+verdedigingswerken, dank zij de vele handen en den ijver, waarmee
+gewerkt werd, binnen vijf weken gereed.
+
+Wat de Hoeksche aanvoerder verwacht had, gebeurde. Maximiliaan van
+Oostenrijk, die voor zijn minderjarigen zoon Filips den Schoonen, na den
+dood van diens moeder Maria van Bourgondië, regeerde, riep de groote
+steden op tot een heirvaart tegen Rotterdam. Persoonlijk kwam hij naar
+deze landen om tot krachtige hulp op te wekken. Haarlem, Leiden,
+Amsterdam, Naarden, Muiden, Weesp, den Haag, Dordrecht, Gouda, den
+Briel, Vlaardingen, Schiedam en Delft gaven aan den oproep van hun
+landsheer gehoor en Rotterdam werd aan alle zijden ingesloten. Aan de
+Maaszijde werd de stad bedreigd door de Kabeljauwsche schepen, terwijl
+het voetvolk te Schiedam, Overschie, Bleiswijk, Nieuwerkerk en Capelle
+aan den IJsel werd gelegerd. De Hoekschen zaten dus als een muis in de
+val; van alle kanten werden ze bedreigd.
+
+[Illustratie: Maximiliaan van Oostenrijk.]
+
+Vóór evenwel het net, waarin de vogel gevangen moest worden, toegehaald
+was, hadden de Hoekschen al heel wat ellende en rampen veroorzaakt.
+Beschouwden zij de Rotterdammers zoo half en half als hun bondgenooten,
+wien men derhalve zoo min mogelijk overlast aandeed, de omliggende
+plaatsen werden met de gewone wreedheid dier tijden op een gruwelijke
+wijze gebrandschat. Uren ver werden de rooftochten uitgestrekt, men
+waagde zich zelfs tot den Haag, Woerden, Schoonhoven en Geertruidenberg.
+De plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van Rotterdam hadden, zooals
+te begrijpen is, het meest te lijden. Open vlekken en alleenstaande
+boerenwoningen vielen den Hoekschen zonder slag of stoot in handen. Wie
+zich verzette, werd gedood, of zag minstens zijn huis in vlammen opgaan.
+
+Schiedam, hoewel goed versterkt en bewaakt, kreeg ook bezoek van de ruwe
+gasten.
+
+Den 4den December vertoonen zich voor de Ouwerschiesche Poort
+honderdvijftig, met buit beladen Hoekschen. De Schiedammers doen een
+uitval en de Hoekschen slaan op de vlucht met achterlating van den roof.
+De Schiedammers zetten hen na en ..... loopen in de val. Even voorbij
+het kasteel Starrenburg[6] aan den weg naar Ouwerschie gelegen, worden
+ze in den rug aangevallen door een troep Hoekschen, die zich in den
+boomgaard verscholen hebben. De vluchtelingen keeren ook om, zoodat de
+Schiedammers tusschen twee vuren zitten en haastig een goed heenkomen
+moeten zoeken. Velen hunner sneuvelen.
+
+[6] Zie het kaartje op pag. 18.
+
+Natuurlijk zinnen zij op wraak.
+
+Als de Rotterdammers een poosje daarna met een groot aantal schepen
+de Maas zijn afgevaren en met buit beladen naar hun stad terugkeeren,
+zien ze zich tusschen Vlaardingen en Schiedam door de Schiedammers
+aangevallen. Weer is de zege aan de zijde der Hoekschen. Na twee uur
+strijdens worden de Kabeljauwschen met groote verliezen terug geslagen
+en de roovers bereiken veilig en wel hun woonplaats.
+
+Na deze twee nederlagen meent Schiedam van batterij te moeten
+veranderen. Delfshaven, tusschen beide steden gelegen, zal door hen
+worden bezet, en vandaar uit zullen de Hoekschen worden bestookt.
+
+Deze geven echter hun vijanden de gelegenheid niet het zoover te laten
+komen. Den 18den December trekken 300 Rotterdammers langs den dijk
+naar Delfshaven, dat geheel verwoest wordt. Geen huis of schip wordt
+gespaard, alles gaat in vlammen op. Het dorp Schoonderloo wordt eveneens
+in brand gestoken. Met buit beladen keert de bende des middags drie uur
+weer door de Schiedamsche Poort in de stad, zonder zich te bekommeren om
+al de ongelukkigen, die van huis en haard beroofd, in de strenge koude
+ronddolen.
+
+Nu de Schiedammers zien, dat er met geweld niet veel tegen de Hoeksche
+roofbenden uit te richten valt, wenden ze het weer over een anderen
+boeg. Ze zullen het thans met list beproeven.
+
+Tusschen de puinhoopen te Delfshaven graven ze diepe kuilen, die door
+takken, latten, rijs en stroo, met puin bedekt, onzichtbaar gemaakt
+worden. Vele gewapenden verbergen zich achter brokstukken muur, terwijl
+men er voor zorgt, dat in Rotterdam de tijding verspreid wordt, dat er
+een troep Schiedammers op weg naar Rotterdam is. Meer is er niet noodig
+om de Hoekschen uit hun tent te lokken. Gerard Rooftas krijgt van Jonker
+Frans verlof met vier schepen, bemand met 150 man, langs de Maas naar
+Delfshaven te stevenen. Ze roeien de haven in en stappen aan land. Geen
+spoor van vijanden is echter te zien. Ja toch, daar ginds vluchten
+zes of zeven man langs de Haven. De Hoekschen hen na, maar zooals
+ge begrijpt, niet ver, want eenige schreden nog en de aanvoerder met
+een dertigtal zijner mannen liggen in de modderputten te spartelen
+en te vloeken op de slimme Schiedammers. Deze komen natuurlijk uit hun
+schuilhoeken en vallen de verschrikte vijanden aan, die hals over kop
+naar hun schepen ijlen en met achterlating van een 60 tal dooden naar
+Rotterdam terugkeeren, waar ze nu juist wel niet vriendelijk door Jonker
+Frans ontvangen zullen zijn.
+
+Rooftas en zijn makkers worden met groote moeite uit de modder
+geheschen, stevig gebonden en in triomf medegevoerd.
+
+ * * * * *
+
+Deze welgeslaagde list geeft den Schiedammers nieuwen moed.
+
+Als ze hooren, dat de roovers weer in het Overmaasche bezig zijn,
+trekken zij de Maas over en vinden daar de negen schepen, waarmee de
+Rotterdammers gekomen zijn en die slechts door een gering aantal mannen
+bewaakt worden. Vier zijn er spoedig genomen, de vijf andere worden op
+de vlucht gedreven. Nu gaan de veroveraars aan wal, de Hoekschen, die
+met grooten buit beladen, op den terugweg zijn, tegemoet. De landlieden,
+wien alles ontnomen is, zijn geprest om den roof met paard en wagen naar
+de schepen te brengen. Aan tegenweer denken de arme menschen niet; die
+is immers toch nutteloos en zal hun ellende slechts vergrooten. Daar
+komen echter de Schiedammers, die op hun vijanden indringen. Nu durven
+de boeren ook en met vereende krachten worden de roovers op de vlucht
+gedreven naar hun schepen ...., die er niet meer zijn. Medelijden kennen
+de verbitterde boeren, nòch de Schiedammers en zonder genade wordt
+ieder, die niet vluchten kan, neergeslagen.
+
+Het spreekt van zelf, dat de Hoekschen op wraak zinnen. Schiedam zit hun
+bij alles, wat ze ondernemen, dwars.
+
+Jonker Frans heeft spoedig een plan beraamd. In Schiedam zijn behalve
+schutters uit Haarlem, Leiden, Amsterdam en Delft, Duitsche en
+Zwitsersche huursoldaten gelegerd. Dat ze tegen de Hoekschen durven
+strijden, hebben ze bewezen. Maar niet altijd is er te vechten. Wat
+ze dan in Schiedam uitvoeren, is niet veel goeds. Menige vechtpartij
+tusschen de poorters en de ingekwartierden is daarvan reeds het gevolg
+geweest.
+
+Een drietal van deze gehuurde helpers is ten slotte zoo op de
+Schiedammers gebeten, dat ze besluiten de stad in handen van den vijand
+te spelen. Bij een uitval tegen de Hoekschen ondernomen, laten ze zich
+gevangen nemen en deelen, voor Jonker Frans gebracht, dezen hun plan
+mede. Of dit ook in goede aarde valt!
+
+Er wordt afgesproken, dat de verraders zullen trachten zooveel mogelijk
+soldaten tot hun plannen over te halen. Om den Jonker op de hoogte te
+houden zal er op een nader aangeduide plaats in het verbrande Delfshaven
+telkens een brief neergelegd worden.
+
+Nu moeten ze echter weer in Schiedam terug zien te komen. Hierop verzint
+men het volgende.
+
+Ze rijden met een troep Hoekschen over Overschie naar Schiedam. Daar
+vertoont zich in de verte een troep krijgsvolk uit Delft. Nu begint
+de komedie. Onder veel geschreeuw en getier worden de drie verraders
+aangevallen, overmeesterd en gebonden. Daar verschijnen de ijlings
+toegeschoten Delvenaars ten tooneele. Ze trekken hun zwaarden en
+komen de aangevallenen te hulp. De Hoekschen vluchten hals over kop,
+natuurlijk met achterlating van hun gevangenen. Fluks zijn de koorden
+doorgesneden en is het dankbare drietal in vrijheid. Straks zijn ze weer
+in Schiedam terug, waar zij een romantisch verhaal van hun wedervaren
+opdisschen en hun verraderswerk verder voortzetten. Geregeld worden de
+berichten in de afgebrande woning te Delfshaven neergelegd en velen van
+het in Schiedam gelegerde, vreemde krijgsvolk worden tot hun plannen
+overgehaald. Hoewel de burgers, zoowel als de schutters, zorgvuldig
+buiten het komplot gehouden worden, lekt er toch iets van uit en daarom
+besluit men, niet langer te dralen en op den avond van St.
+Valentijnsdag (13 Februari) den aanslag te wagen.
+
+Op den 12den vertoont zich in den vroegen morgen voor de Delftsche
+poort van onze stad een zonderling ruiter. Hij maakt een geweld van
+belang en stelt zich aan als een krankzinnige. Als zoodanig beschouwen
+de poortwachters den zonderlingen gast dan ook. Als ze hem binnen laten,
+slaat hij als een dolleman om zich heen, schatert het nu eens uit van
+lachen en begint dan weer luidkeels te zingen. Zijn gekke kuren wisselt
+hij af door te roepen: »Ik moet den Jonker spreken, ik moet Jonker Frans
+spreken«.
+
+Als deze van den vreemden ruiter hoort, laat hij hem voor zich komen
+en nu ontpopt de krankzinnige zich als een bode van de ontevredenen
+te Schiedam. Hij overhandigt den Jonker een verzegelden brief, waarin
+medegedeeld wordt, dat alles voor den aanslag op den volgenden avond in
+gereedheid is.
+
+We schrijven 13 Februari.
+
+De bondgenooten te Schiedam hebben in de duisternis één hunner buiten
+de Rotterdamsche Poort gezonden, om uit te zien, of de Hoeken al in
+aantocht zijn. Door een afgesproken teeken, een schreeuw, zal hij zijn
+makkers waarschuwen.
+
+Daar slaat het acht uur! Nog een uur en de Rotterdammers zullen er zijn.
+Maar, wat is dat? Hooren de wachters aan de poort daar niet reeds het
+bepaalde sein? Zeker zijn de Hoeken vroeger gekomen, dan is afgesproken.
+Vooruit dan maar! De poort laat men door middel van buskruit
+openspringen, om de vrienden binnen te laten. Maar geen der Hoeken is
+in velden of wegen te ontdekken. Zij liggen nog rustig te Delfshaven te
+wachten. Geen wonder, dat nu de aanslag mislukt. De verraders moeten
+zich door een snelle vlucht zien te redden. Schiedam, aan een groot
+bloedbad ontsnapt, is na het voorgevallene nog meer op zijn hoede en
+twee hernieuwde pogingen van Jonker Frans om de stad te verrassen,
+mislukken.
+
+ * * * * *
+
+De insluiting van Rotterdam wordt voortdurend nauwer, zoodat het steeds
+bezwaarlijker gaat, levensmiddelen in de stad te brengen. Geen wonder,
+dat gebrek zijn intrede doet, en dat de poorters gaan mopperen. Zoolang
+Jonker Frans succes had op zijn rooftochten, was men op zijn hand en
+deed zelfs dapper mee; maar gebrek lijden, van honger omkomen, handel
+en scheepvaart totaal zien verloopen, dat heeft men voor den Hoekschen
+Hoofdman niet over. Ging er enkele maanden geleden een gejuich op, als
+de Jonker zich aan de menigte vertoonde, thans gaat er een dof gemor
+door de vermagerde schare. Er wordt geroepen: »Wij sterven van honger.
+Geef de stad over«!
+
+ 't Heugt mij, hoe ze in haer wallen
+ Door ondraegbren hongersnoodt
+ Gansch van moedt en magt ontbloot
+ Als in flaeuwte lag gevallen.
+
+Den 25sten Juli vertoont zich voor de Goudsche poort een bode met
+een witte vlag. Met luider stemme roept hij: »Poorters van Rotterdam.
+Verdrag! Overgaaf! Vergiffenis. In naam van Koning Maximiliaan opent de
+poort«!
+
+[Illustratie: De Rotterdammers smeeken Jonker Frans de stad over te
+geven.]
+
+De bode treedt binnen en richt, door de hongerige poorters gevolgd,
+zijn schreden naar de woning van den Jonker op de Hoogstraat. Hier neemt
+Jonker Frans kennis van de voorwaarden, hem aangeboden: hij mag de stad
+met al zijn soldaten in volle wapenrusting verlaten, doch met
+achterlating van krijgsvoorraden en oorlogsvaartuigen. De gevangenen
+zullen op vrije voeten gesteld worden en wie met Brederode de stad wil
+verlaten, heeft daartoe vrijheid.
+
+Het kost den fieren Jonker grooten zelfstrijd, voor hij een besluit
+kan nemen. Den trotschen nek te buigen, hij, een Brederode; heeft hij
+daarvoor alles opgeofferd? Maar toch, de voorwaarden zijn eervol; kunnen
+haast niet eervoller zijn. En dan--mag hij nog langer den ongelijken
+strijd volhouden; nog meer bloed vergieten voor een verloren zaak;
+nog meer ellende en kommer brengen over de burgers van Rotterdam? Hij
+besluit de stad over te geven.
+
+ En Breêroo, de oorzaak van haar tranen,
+ Neemt met zijn ongeschonden vanen,
+ De ellenden van den oorlog mee.
+
+Hij vertrekt naar zijn oude wijkplaats Sluis.
+
+Een maand later vinden wij hem weer in de gevangenis te Dordrecht. Hij
+heeft zijn laatste gevecht geleverd. Zijn rechterknie is door een kogel
+verbrijzeld. Met bleek gelaat en pijnlijk verwrongen trekken ligt hij in
+den kerker. Het bed van stroo, hem gespreid, zal straks zijn sterfbed
+zijn. En met hem sterft de Hoeksche partij. Van haar aanvoerder beroofd,
+is haar kracht gebroken.
+
+[Illustratie: Zegel in zwart was, gehecht aan het stuk, waarbij
+Maximiliaan de stad Rotterdam vergiffenis schonk. Het origineel wordt
+bewaard op het Gemeente-Archief. Maximiliaan houdt, zooals duidelijk is
+waar te nemen, zijn zoon Filips bij de hand. Een verkorte inhoud van het
+op perkament geschreven stuk volgt hier.
+
+December 1489. Maximiliaan, Roomsch Koning en Philips, zijn zoon,
+aartshertogen van Oostenrijk enz. verklaren aan de regeering van
+Rotterdam, op haar verzoek, de stad vergiffenis te hebben geschonken
+voor hetgeen ze misdreven heeft, bij het innemen der stad door Frans van
+Brederode, bepalende, dat zij echter de helft der kosten zal dragen van
+de in de stad aan te leggen sterkten en van de bezetting daarbij
+noodig.]
+
+Na een kamp van 150 jaren heeft de taaie volharding der poorters
+gezegevierd over de woeste kracht der edelen.
+
+Hoe ging het nu met Rotterdam?
+
+Zwaar was de stad gestraft geworden voor haar zorgeloosheid. Groot waren
+de verwoestingen, aangericht tijdens het verblijf der Hoekschen; vele
+menschenlevens vielen te betreuren. Heel wat poorters, en juist de meest
+gegoeden, hadden de stad verlaten, vele anderen waren door de duurte der
+levensmiddelen en door den stilstand van alle handel, scheepvaart en
+nijverheid tot den bedelstaf gebracht.
+
+En of de stad hierdoor nog niet genoeg getroffen was, werd haar door
+Maximiliaan nog een schatting van 26000 Rijnsche guldens[7] opgelegd.
+Dat was de prijs, waarvoor de plundering werd voorkomen.
+
+[7] Een Rijnsche gulden had een waarde van f 2.625.
+
+Het ging in onze verarmde stad niet gemakkelijk een zoo groote som
+bijeen te brengen. Om de door de stadsregeering opgelegde belasting te
+kunnen voldoen, moesten velen hun kostbaarheden verkoopen; de schatten
+der kerk, ja zelfs 1700 bedden, werden verkocht en toen was nog slechts
+de helft der som bijeen. Gelukkig gaf Maximiliaan voor de andere helft
+uitstel en schold in 1496 zelfs het nog onbetaalde gedeelte kwijt.
+
+Daar gebleken was, dat de verdediging aan de Noordzijde het zwakst
+gevoerd was, werd bevel gegeven de stad aan deze zijde te verkleinen.
+Duizend schreden in de lengte en 300 in de breedte zag Rotterdam van
+zijn grondgebied afgaan. Natuurlijk moest hiervoor de stadsgracht
+worden verlegd, wat weer veel geld kostte.
+
+ »'t Kabeljaeuws beleg had alles schots verkurven,
+ De Rotterdamsche Schie was t'eenemael bedurven,
+ En moest hergraven zijn«.
+
+De Delftsche Poort en andere verdedigingswerken, die veel hadden
+geleden, eischten herstelling. Geen wonder, dat er vele jaren verliepen,
+voor de stad zich van de toegebrachte slagen had hersteld.
+
+Thans is de naam van Jonker Frans aan een drukke winkelstraat verbonden.
+Nog steeds herinnert de dappere jongeling ons daardoor aan zijn
+heldendaden, maar tevens ook aan al de ellende, die hij over onze stad
+gebracht heeft.
+
+
+
+
+5. De St. Laurenskerk.
+
+
+Jongens, jongens, als die eens vertellen kon, wat er al gebeurd is in
+den tijd, dat zij daar staat, wat zouden we dan een massa te hooren
+krijgen. De Groote Kerk toch is het alleroudste gebouw in Rotterdam; al
+vijf eeuwen staat ze daar op dezelfde plaats en hoe lang zal ze den tand
+des tijds nog wel kunnen doorstaan? Ze ziet er nog niet naar uit, dat ze
+al vijfhonderd jaar allerlei stormen getrotseerd heeft en toch is dat
+zoo.
+
+In het begin der 15de eeuw was Rotterdam nog maar een klein plaatsje
+met niet meer dan 1200 huizen--op 1 Januari 1911 waren er 45751
+gebouwen, die 94870 woningen bevatten. Onder de regeering van Graaf
+Albrecht heerschten er rust en welvaart in deze gewesten. Ook Rotterdam
+profiteerde van die rust en ging goed vooruit. De poorters wenschten
+een bedehuis te bezitten, hetwelk wedijveren kon met dat der omliggende
+plaatsen, ja, als het kon, de kerken uit den omtrek overtreffen. Dat
+was geen kleinigheid voor zoo'n kleine plaats, maar de geheele burgerij
+was vol moed het grootsche plan uit te voeren. Hoe aan het geld voor
+den bouw te komen? Vele burgers schonken vrijwillige bijdragen; wie
+als poorter zich binnen de muren der stad vestigde, moest 3000 steenen
+leveren voor den kerkbouw. Heel wat opgelegde boeten kwamen het
+bouwfonds ten goede; allerlei belastingen werden ten bate van den
+kerkbouw aangewend. Ofschoon het geld voor den bouw der geheele kerk
+nog lang niet bij elkaar was, begon men toch met moed en hield zich
+overtuigd het tot een goed einde te zullen brengen.
+
+In 1409 werd de eerste spade in den grond gestoken; in 1412 werd de
+eerste steen gelegd; in 1426 kon een deel der kerk in gebruik genomen
+worden.
+
+[Illustratie: S. Laurentius Martyr.]
+
+Volgens Katholieke gewoonte werd zij aan een Heilige gewijd en wel aan
+den Heiligen Laurentius. Bij zijn leven was Laurentius een der zeven
+diakenen of armverzorgers der kerk van Rome, onder Paus Sixtus II.
+Toen deze Paus op bevel van Keizer Valerianus gevangen genomen werd,
+begeleidde Laurentius hem naar de strafplaats. Daar werd hem door den
+Prefect van Rome bevolen alle rijkdommen der Kerk, welke hij onder zich
+had, uit te leveren. Laurentius vroeg drie dagen uitstel om aan het
+bevel gevolg te kunnen geven; hij verkreeg dit, verkocht in dien tijd
+alle kostbaarheden en verdeelde de opbrengst onder de armen. Toen de
+Prefect na drie dagen bij hem kwam om de schatten in bezit te nemen,
+toonde Laurentius hem een aantal armen en gebrekkigen en zei: »Ziedaar
+de schatten der kerk«. Volgens de overlevering was de Prefect over deze
+handelwijze zoo vertoornd, dat Laurentius gegeeseld en op een rooster
+levend verbrand werd. Onder de regeering van Keizer Constantijn den
+Grooten werd op de plaats, waar Laurentius begraven werd, een der zeven
+patriarchale zuilenkerken van Rome gebouwd.
+
+De naamdag van den Rotterdamschen beschermheilige, 10 Augustus, wordt
+nog ieder jaar herdacht; vroeger met groote plechtigheid. Na het einde
+der Hoogmis trok een processie, waaraan aanvankelijk slechts
+geestelijken, maar later ook de schutters en ambachtsgilden deelnamen,
+door de versierde straten.
+
+Evenals met zooveel oude kerken het geval geweest is, is ook onze
+Sint-Laurenskerk niet achter elkaar afgebouwd. Nu eens ontbrak het
+aan geld om verder te bouwen, dan weer maakten de Hoekschen met hun
+kaperschepen het den Rotterdammers zoo lastig, dat zij wel aan wat
+anders te denken hadden, dan aan den opbouw van het bedehuis. Eerst
+tegen het einde der 15de eeuw kon men zeggen, dat het gebouw voltooid
+was. Bijna een eeuw lang was men met groote tusschenpoozen bezig geweest
+het trotsche gebouw, dat wij nog dagelijks kunnen aanschouwen, te doen
+verrijzen. De Kerk was voltooid, maar de toren nog niet. In 1449 was
+men met den bouw hiervan begonnen. Aanvankelijk was hij door een smal
+watertje van de kerk gescheiden. Het hoogheemraadschap van Schieland had
+nl. bezwaar gemaakt »de Sluysvliet« te dempen, daar er niet voor een
+goede afwatering kon gezorgd worden. Doch in 1460 geloofde men, dat
+het dempen van het watertje geen overwegend bezwaar zou opleveren. Het
+schip der kerk werd nu zoover verlengd, dat kerk en toren één geheel
+uitmaakten. Op het einde der 15de eeuw was men met den torenbouw nog
+niet verder gevorderd, dan tot het dak der kerk. Eerst in 1548 werd de
+toren belangrijk verhoogd; een eeuw later, in 1645 nog eens, zoodat hij
+toen zijn tegenwoordige hoogte bereikte. Oorspronkelijk bestemd voor den
+dienst der Roomsch-Katholieken, ging de kerk, na de Hervorming in deze
+gewesten, in 1572 aan de Hervormden over. Sedert dien is zij in het
+bezit der laatsten gebleven.
+
+[Illustratie: Aert van Nes.]
+
+Het mooiste gedeelte van de Kerk is het koor; het was oorspronkelijk dan
+ook bestemd de aandacht der talrijke bezoekers te trekken. Immers, daar
+stond eens het hoogaltaar, waar de plechtigste missen werden gehouden.
+Het fraaie koperen hek, dat het koor sinds 1715 afsluit, is door den
+kopergieter F. van Douwe vervaardigd en kostte niet minder dan de voor
+dien tijd kapitale som van 32000 gulden.
+
+In het koor liggen verschillende beroemde personen begraven; o. m. Aert
+van Nes, de rechterhand van admiraal De Ruyter, die meer dan 50 jaren
+lang--van 1637 tot 1692--het land zijn diensten heeft bewezen. Was hij
+op het veld van eer gesneuveld, wellicht had men voor hem ook een
+sierlijk monument opgericht, evenals voor Witte Cornelisz. de With,
+wiens graftombe ten zuiden van het koor te vinden is.
+
+Tot blijvende gedachtenis aan dezen zeeheld, die van 1579 tot 1658 bijna
+onafgebroken de zee bevaren heeft en in 1658 in de Sont sneuvelde, werd
+in 1660 deze schoone graftombe opgericht. Het geharnaste beeld van den
+held ligt uitgestrekt op een sierlijke lijkbus, waarvoor twee kinderen
+een keurige afbeelding ontrold houden van den zeeslag, waarin hij het
+leven liet. Aan de voeten staat de geopende, gepluimde helm. Tusschen
+twee gevlamde marmeren kolommen vinden we den aardbol, daarachter den
+steen, die in gouden letters den roem en de bedrijven ter zee van den
+»Kregel Mennoniet«[8] in het Latijn vermeldt. Links van den steen staat
+de zeegod Neptunus, met den drietand in de hand en een dolfijn aan zijn
+voeten; rechts zien we den krijgsgod Mars, met den haan als zinnebeeld
+der waakzaamheid. De twee kinderen boven houden het wapenschild van
+W. C. de With vast. Evenals zoovele geslachtswapens is ook dit in den
+Franschen tijd weggehakt. Het bestond uit drie geknotte vogels door een
+kroon gedekt. Op de kolommen rust een kroonlijst; daarop bevinden zich
+de wapenschilden van ons land, dat van Rotterdam en dat der Admiraliteit
+van Holland en West-Friesland, waarvan De With in 1637 vice-admiraal
+geworden was. Tusschen deze wapens bevinden zich twee beelden, de
+Zeevaart en de Faam voorstellende. Vlaggen, wimpels, scheeps- en
+krijgstuig voltooien het geheel, dat door den beeldhouwer Ricx
+vervaardigd werd en door een ijzeren hek omgeven is.
+
+[8] Welke geest W. C. de With als knaap reeds bezielde, blijkt uit het
+feit, dat hij zich op tienjarigen leeftijd zonder toestemming zijner
+ouders, die Mennist waren, liet doopen, daar de jongens op school hem
+dikwijls plaagden, dat hij als Doopsgezinde niet mocht vechten of
+terugslaan.
+
+[Illustratie: Graftombe van Witte Cornelisz. de With.]
+
+In de Metselaarskapel, achter de tombe van De With, hangt een schilderij
+met het onderschrift »gebouwd op het fondament der apostelen en
+profeten«. Op het schilderstuk zien wij een burcht, waarvoor kinderen
+de attributen van het metselaarsvak opheffen. Beneden vinden we
+de zerk, die het stoffelijk omhulsel van Johan de Liefde dekt, die
+als vice-admiraal in den zeeslag bij Kijkduin (1666) sneuvelde.
+In de daarachter liggende Schoenmakerskapel is Johan van Brakel,
+schout-bij-nacht van Holland en West-Friesland, die in 1690 tegen de
+Franschen sneuvelde, begraven. De wit marmeren zerk draagt het volgende
+opschrift:
+
+ Hier rust d' Heer Johan van Brakel
+ Schoudt bij Naght van Hollandt en West-Vrieslandt
+ geschooten in de bataelje tegen de France Koninghs vloot
+ den 10 Julius 1690.
+
+[Illustratie: Johan van Brakel.]
+
+Tegen den muur prijkt het borstbeeld van den zeeheld, eveneens van wit
+marmer. De buste is door een lauwerkrans omgeven. Daaronder vinden we
+een Latijnsch bijschrift en het volgend Hollandsch gedicht:
+
+ Door ketens, donders, loot en staal en bliksemstraalen
+ Te vliegen, en een roof op 's vijands grond te haalen,
+ Was Brakels werk, die zijn triomf rukte uit den brand
+ Zijn naam en krijgsdeugd eert zijn graf en Vaderland.
+
+[Illustratie: Graftombe van Egbert Meeuwisz. Kortenaer.]
+
+Als pendant van de graftombe van W. C. de With, vinden we links van
+het koor het monument van Egbert Meeuwisz. Kortenaer, die in 1665 bij
+Lowestoff tegen de Engelschen sneuvelde. Op de tombe ligt het beeld van
+den dapperen held in wit marmer uitgehouwen. Zijn hoofd rust op een
+gevlochten matras; den bevelhebbersstaf houdt hij in de handen geklemd.
+De verminking aan het linkeroog en de rechterhand, waarvan het
+grafschrift spreekt, is duidelijk te zien. Aan de voeten merken wij
+weer den gepluimden helm en achter het beeld een zegetronk met een
+sierlijken lijfrok behangen, die op den linkerarm een schild, vroeger
+het familiewapen vertoonende, draagt. Vier ranke, wit marmeren pilaren
+dragen het zwarte frontespice met het wapenschild der Generaliteit, een
+kroon en twee kruiswijs liggende ankers. Op de kroonlijst vinden we weer
+een Latijnsch opschrift. Op de tombe zelf lezen we het bekende gedicht
+van Gerard Brandt:
+
+ De Heldt der Maes, verminckt aen oog en rechterhandt
+ En echter 't oog van 't roer, de vuyst van 't Vaderlandt
+ De groote Kortenaer, de schrick van 's vijants vlooten
+ D' ontsluyter van de Sondt, leyt in dit graf beslooten.
+
+Tal van vlaggen en ander oorlogstuig voltooien weer het geheel, dat door
+den beeldhouwer Verhulst vervaardigd, in het laatst van 1669 werd
+opgericht.
+
+Wel niet aan een of ander zeegevecht, maar toch aan een belangrijke
+gebeurtenis uit onze geschiedenis herinnert het Julianaraam, dicht
+bij de graftombe van Kortenaer. Dit is ter blijvende gedachtenis
+aan de geboorte van prinses Juliana opgericht. Het geeft ons Koningin
+Wilhelmina met de kleine Prinses te zien; Prins Hendrik staat naast haar
+onder het baldakijn, waarover de »Oranjezon« haar stralen op de
+jonggeborene schiet.
+
+Rotterdams stedemaagd wordt gevolgd door de Zeevaart, de Binnenvaart,
+den Koophandel en de Industrie en brengt Hare Majesteit hulde; een page
+draagt het wapen der stad, terwijl Fortuna haar gaven voor den troon
+nederlegt.
+
+Op den achtergrond ziet men de Maas met de stad in het verschiet;
+tusschen de wolken slingert zich een lint met de woorden: »Wilhelmus van
+Nassauwe ben ick van Duytschen bloedt«.
+
+Op de onderste helft vinden we de wapens van het Huis van Oranje, van
+Prins Willem I tot Koningin Wilhelmina ter eener zijde, aan den anderen
+kant de wapens der elf Provinciën. Tusschen deze verschillende wapens
+staat de opdracht:
+
+»Ter herdenking van de geboorte van H. K. H. Juliana, Louise, Emma,
+Marie, Wilhelmina, Prinses van Oranje-Nassau, Hertogin van Mecklenburg,
+enz. enz. den 30sten April 1909«.
+
+Hoewel er in de Kerk nog heel wat geschiedkundige herinneringen door de
+opschriften op de zerken kunnen gewekt worden, willen wij het hierbij
+laten om nog een kort oogenblik te verwijlen bij den fraaien preekstoel,
+door het doophek omringd en in 1707 vervaardigd. De balustrade der trap
+is met mooi houtsnijwerk versierd. De glorie der kerk is en blijft
+echter het orgel, een der grootste van ons land. Reeds lang voor dat
+de Sint-Laurens voltooid was, bezat de kerk een orgel. In het laatst
+der 18de eeuw bleek een nieuw instrument dringend noodig te zijn. De
+Fransche tijd was evenwel niet geschikt om het groote werk te bevorderen
+en eerst in 1828 was het orgel voltooid. In 1845 is het hersteld en
+vergroot met een vierde klavier.
+
+Enkele jaren geleden heeft het belangrijke herstellingen ondergaan.
+De reusachtige pijpen in het front zijn 32 voet hoog, de grootste dier
+pijpen (in het geheel zijn er ruim 5000) weegt 500 pond. De engel met de
+bazuin is 5 Meter hoog. Een voetstuk met twaalf marmeren zuilen draagt
+het orgel, dat 126000 gulden gekost heeft.
+
+ Hier volgt nog een vertaling der Latijnsche opschriften in de les
+ genoemd:
+
+ 1. Op het grafmonument van Egbert Meeuwiszoon Kortenaer:
+
+ »Voor den onvergelijkelijken held Egbert Meeuwisz. Kortenaer
+ hebben de Edelmogende Heeren der Admiraliteit van de Maas dit
+ gedenkteeken van heldendeugd en roemrijken dood gesticht«.
+
+ 2. Op het grafmonument van Witte Cornelisz. de With:
+
+ »Aan de verdiensten en onsterfelijkheid van den Ridder Witte
+ Corneliszoon de With«.
+
+
+
+
+6. Een ramp op de Maas.
+
+
+Het is in de laatste dagen van Februari van het jaar 1511. Reeds meer
+dan drie maanden heerscht er zoo'n strenge vorst, dat alle scheepvaart
+gestremd is en de rivieren met een dikken ijsvloer bedekt zijn. Ook
+de Maas is door den wintervorst in boeien geklonken en waar anders de
+vlugge zeilers het breede, haast onafzienbare, watervlak tusschen Blaak
+en Overmaaschen oever stoffeeren, zien wij nu de Rotterdammers op de
+gladde ijzers zwieren.
+
+Zóó hecht en sterk is de ijsspiegel, dat hij zelfs tenten en
+uitstallingen van allerlei grootte en zwaarte kan dragen. Sleden en
+vrachtwagens met honderden ponden beladen, wagen zich zonder vrees op
+het gestolde watervlak. Een ondernemende hoefsmid heeft voor de St.
+Laurenspoort zijn werkplaats opgericht en zet de paarden scherp, zoowel
+van den vrachtboer als van den gegoeden stedeling, die zich in zijn
+slede over de baan laat voeren. Hier en daar zien wij zelfs kolfbanen
+afgebakend, en verlustigen de poorters zich met dit geliefde, oude
+volksspel.
+
+Sinds het laatst van November reeds, kan men dagelijks van dit
+schilderachtig en levenslustig tafereel genieten.
+
+Thans echter schijnt er een eind aan te zullen komen. Een krachtige
+Noordwestenwind is opgestoken, een sterke dooi ingevallen. De opgestuwde
+wateren hebben de metalen ijskorst reeds hier en daar doen barsten.
+
+De Vroedschap roept de poorters door klokgeklep voor het Stadshuis
+en laat mededeelen, dat alle kramen en verdere opstallen van de Maas
+verwijderd moeten worden. Het sterk opgestuwde water kan in zijn wilden
+loop ieder oogenblik den ijsvloer verbreken en medevoeren.
+
+Niet allen helaas nemen den welgemeenden raad van het stadsbestuur
+ter harte. Een groote menigte geestelijken maakt zich zelfs op tot een
+tocht over de rivier. Wat mag het wel zijn, dat deze vrome mannen het
+waarschuwend woord van hun Overheid in den wind doet slaan? Is het de
+zucht tot genot, die hen nog een laatsten keer van het ijsvermaak wil
+doen genieten? Geenszins, vrome ijver drijft hen, niettegenstaande den
+ingevallen dooi, dezen reeds lang van te voren beraamden tocht te
+ondernemen.
+
+Aan den overkant der Maas ligt het nederig dorpje Charlois in het
+ambacht van dien naam. Het is aldus genoemd naar den heer van Charollois
+(Karel den Stouten), die de »concessie« tot bedijking heeft verleend.
+Het aan St. Clemens gewijde bouwvallige houten kerkje is thans van steen
+opgetrokken en het kerkgebruik eischt een hernieuwde inwijding. Daarom
+trekt men in plechtigen optocht over de reeds dooiende ijsvlakte. Luid
+klinken de lofzangen der vrome geestelijken en koorbroeders, omstuwd
+door een ontelbare menigte, die mee optrekt. De wind giert en het ijs
+is reeds allerwege met water overdekt. Haast is men op de plaats van
+bestemming gekomen. Maar hoor, wat is dat! Welk een machtig geluid, dat
+de angstkreten der processie overstemt! De broze ijsvlakte waggelt onder
+de voeten van de bijna 5000 menschen, die zich juist boven een draaikolk
+bevinden, waardoor de ijskorst niet zoo hecht en sterk is, als op andere
+plaatsen. Schrik en ontzetting teekenen zich op ieders gelaat. Daar
+scheurt met een donderend geluid het ijs van een, in wilde vaart worden
+menschen en ijsschollen door het van zijn boeien ontslagen water
+medegevoerd. Ruim 4000 menschen vinden hun graf in »de Monnikkenput«; in
+weinige oogenblikken is geheel Rotterdam en omstreken in diepen rouw
+gedompeld.
+
+Eén groot graf heeft men voor de talrijke slachtoffers van de ramp
+gegraven. Nabij den Sluisjesdijk, aan den weg naar Pernis, vonden ze hun
+laatste rustplaats.
+
+
+
+
+7. Erasmus.
+
+1467-1536.
+
+
+ De achtbre wijsheit zelf knielt neer
+ Voor Uw grooten Desideer.
+
+Ieder onzer kent wel den grijzen monnik op de Grootemarkt, die, zonder
+zich te storen aan het geroezemoes der groentevrouwen vòòr hem, of het
+ratelen van den trein àchter hem, aandachtig in zijn boek staat te
+lezen. Gedurende al de jaren, die over hem zijn heengegaan--en dat zijn
+er heel wat--heeft hij geen oog opgeslagen.
+
+ * * * * *
+
+Desiderius Erasmus Rogerii, of Erasmus Roterodamus, zooals hij zich
+schreef, werd ± 1467 in het huisje in de Wijde Kerkstraat, dat later
+naar hem het Erasmushuisje genoemd is, geboren. Dit gebouwtje bestaat
+reeds sinds lang niet meer, maar toch kunnen we ons nog een denkbeeld
+vormen van het uiterlijk. Men heeft nl. de gelukkige gedachte gehad den
+vroegeren gevel in zijn oorspronkelijken vorm tegen het daar nu staande
+huis aan te bouwen. Om de illusie nog volkomener te maken, heeft men ook
+een luifel en den klopper, waarvan vroeger haast alle huizen voorzien
+waren, aangebracht.
+
+ * * * * *
+
+Den 27sten September 1549 was er in onze stad een aanzienlijk gezelschap
+bijeen. Philips van Spanje, de latere Philips II, en zijn tante Maria
+van Hongarije, de Landvoogdes, die met een aanzienlijk gevolg de
+Nederlanden doorreisden, vereerden ook Rotterdam met een bezoek.
+De tweeëntwintigjarige Prins, die deze reis op verlangen van zijn
+vader deed, om kennis te maken met zijn toekomstige onderdanen, werd
+feestelijk ingehaald. De geheele versierde stad jubelde den hoogen gast
+het welkom tegen. De huizen waren behangen met lakens van verschillende
+kleuren, voornamelijk rood en wit. Op alle waren de letters P. P.
+aangebracht, wat de dubbele beteekenis had van: »Aan Prins don Philips«
+en »Padre de la Patria«, dit is »Aan Prins Philips, den Vader des
+Vaderlands«. De burgemeesters, toen twee in getal, beijverden zich den
+Prins volgens rang en stand te ontvangen. Ze leidden hem door de kwistig
+getooide straten, tusschen twee rijen poorters, die, naar Zuidelijk
+gebruik, met brandende fakkels in de hand stonden. Toen de stoet op
+de plaats kwam, waar nu de Grootemarkt is, maar destijds nog voor het
+grootste deel water was, werd er halt gehouden. Hier wachtte Erasmus, de
+geleerde en beroemde Rotterdammer, den Prins op en overhandigde hem een
+welkomstgroet, geschreven in de taal der geleerden, het Latijn, en
+vertaald aldus luidende:
+
+»Desiderius Erasmus aan Filips van Bourgondië, Prins van Spanje.
+Rotterdammer zijnde, heb ik wel willen toonen, dat ik mijne medeburgers
+niet verlaat. Op hun verzoek heet ik U, doorluchtige Prins, welkom
+binnen onze wallen, en ik beveel dit volk aan in Uwe genegenheid en
+bescherming. Allen huldigen U, o Keizerszoon, als Heer en kennen geen
+grooter geluk«.
+
+Philips betoonde zijn tevredenheid, door onder de saamgestroomde menigte
+handenvol geld te strooien, wat denkelijk eveneens de goedkeuring onzer
+voorvaderen wegdroeg en voor de koninklijke bezoekers een amusement te
+meer was.
+
+De Prins kon Erasmus zelf niet danken voor zijn welkomstgroet, evenmin
+als deze den keizerszoon den volgenden morgen in zijn nederige woning
+kon rondleiden, toen Philips na de godsdienstoefening in de St.
+Laurenskerk te hebben bijgewoond, een gang deed naar het geboortehuis
+van Erasmus en dit woninkje bezichtigde. De groote geleerde toch was
+reeds in 1536 te Bazel gestorven en met veel statie in de hoofdkerk
+begraven. Nog wijst een gedenkteeken, door zijn vereerders opgericht,
+de rustplaats aan van den grooten denker. En hoe kon Erasmus dan den
+vorigen dag Philips verwelkomen, zult gij vragen? Het zal u duidelijk
+zijn, als we zeggen, dat de feestredenaar van ..... hout was.
+
+ * * * * *
+
+Zooals we zagen, werd Erasmus ± 1467 te Rotterdam geboren. Zeer kort
+daarna verliet hij deze stad, waar hij nooit meer is teruggekeerd.
+
+[Illustratie: ERASMVS ROTERODAMVS.]
+
+Gouda werd zijn woonplaats, waar hij zijn eerste opvoeding en
+onderwijs genoot. Daarna woonde hij te Utrecht en kwam in 1478 te
+Deventer op de Fraterschool. Reeds als kind blonk hij zoo zeer uit door
+schranderheid, ijver en leerlust, dat hij zich op twaalfjarigen leeftijd
+door een beroemd persoon hoorde toevoegen: »Ga zoo voort, eenmaal wordt
+gij een groot man«. En hij heeft zijn leermeesters niet teleurgesteld;
+integendeel, hij heeft hun stoutste verwachtingen overtroffen. Als groot
+geleerde heeft hij zich een naam gemaakt, die nu nog in alle beschaafde
+landen met eere wordt genoemd. De boeken, die hij heeft geschreven, zijn
+in vele talen overgezet en worden thans nog gelezen en bewonderd. »De
+lof der zotheid« is zijn bekendste werk.
+
+Als monnik heeft hij een tijdlang in een klooster te Stein bij Gouda
+doorgebracht, waarna hij in verschillende landen, o. a. Zuid-Nederland,
+Frankrijk, Engeland, Italië en Zwitserland reisde en studeerde, zich
+steeds grooter naam als geleerde verwervende. Koningen en Keizers
+overlaadden hem met gunsten en eerbewijzen, en bij zijn bezoeken aan
+verschillende plaatsen werd hij gevierd, als was hij van koninklijken
+bloede. Als een bewijs, dat men den grooten geleerde nog steeds eert,
+kan het bericht in Engelsche bladen dienen, dat de toren van de
+Anglikaansche Kerk te Aldington voltooid is en daarmede een werk, dat
+ondernomen werd ter eere van Erasmus, die korten tijd rector van die
+gemeente is geweest. Het geld voor dezen toren, die men vier eeuwen
+geleden begon te bouwen en in 1911 eindelijk voltooid is, werd
+bijeengebracht door vereerders van Erasmus over de heele wereld.
+
+Al had hij na zijn prille jeugd Rotterdam nooit meer betreden,
+hij noemde zich toch steeds Erasmus Roterodamus; hij maakte zijn
+geboortestad, die aldus in zijn roem deelde, tot ver over de
+landsgrenzen bekend, en het is dus in de Rotterdammers te prijzen, dat
+ze 13 jaar na zijn dood den grijzen geleerde nog eens ten tooneele
+voerden, om als een waardige zoon van zijn vaderstad den Prins te
+verwelkomen.
+
+Wat nu echter met het houten beeld gedaan? Opbergen tot er zich weer
+een feestelijke gelegenheid voordeed? Onze voorouders wisten beter.
+Ze plaatsten het op de brug, die over het Steiger gelegd werd en aldus
+het West-Nieuwland met de Hoogstraat verbond. Op deze brug werd markt
+gehouden, zoodat de man, die bij zijn leven steeds de stilte en de
+eenzaamheid zocht, in Rotterdam althans deze nooit heeft gekend. Want al
+meer dan 300 jaren is hij getuige geweest van het bedrijvige marktgewoel
+vóór hem.
+
+Niet lang duurde het, of regen en wind hadden het houten beeld verteerd.
+Men was echter reeds te zeer gehecht aan en te trotsch op dezen
+beroemden stadgenoot om hem voortaan niet meer in zijn midden te
+wenschen. Daarom verrees er in 1557 een beeld van steen, dat beter tegen
+den tand des tijds bestand was en het tot 1622 uithield. Toen werd door
+den beroemden beeldhouwer Hendrik de Keyser--naar wien de Hendrik de
+Keyserstraat is genoemd--een nieuw beeld van koper vervaardigd. Dit
+metalen gietsel heeft de eeuwen getrotseerd en staat nog ongeschonden
+op de Grootemarkt.
+
+Wanneer de ernstige man eens spreken kon, wanneer hij zijn eigen
+lotgevallen en die van zijn stad eens kon verhalen, ge zoudt wat hooren.
+Hij zou u vertellen van al de veranderingen, die in zijn onmiddellijke
+omgeving hebben plaats gegrepen; hoe langzamerhand mèt de stad, ook zijn
+terrein, de Markt is gegroeid; hoe de eenvoudige houten brug, waarop hij
+eerst een plaatsje kreeg, is geworden tot het breede terrein van heden.
+Hij zou u wat weten te vertellen van al de Rotterdammers, die hij aan
+zijn voeten heeft zien spelen, groot worden en heengaan. En wanneer
+de geleerde eens van eigen lijden en strijden ging verhalen! Dan zou
+hij u spreken over de woeste Spanjaarden, die hem in 1572 beschoten,
+verminkten en ten slotte te water wierpen, hoe hij later weer is
+opgehaald en opnieuw zijn oude plaats verkreeg. Hij zou het
+tegenwoordige geslacht zeker ook danken, dat het hem met rust laat en
+'s zomers niet meer blank poetst, want hij schaamt zich zijn oud gewaad,
+dat bij zijn ernstig uiterlijk past, niet. Met smart zou hij u spreken
+van den Franschen tijd; hoe hij er getuige van is geweest, dat daar voor
+hem de brooddronken Rotterdammers hand in hand met de Franschen om den
+vrijheidsboom dansten; van de daarop gevolgde vernedering, die zijn
+vaderstad ondervond; van den handel, die verliep; de industrie, die
+kwijnde; de armoede, die heerschte; hoe hij zelf in angst en beven
+verkeerde, toen Napoleon, bij zijn bezoek aan Rotterdam, hem, den man
+des vredes, tot kanonnen had willen gieten; van zijn dankbaarheid, toen
+vermogende stadgenooten dit gevaar door betaling van een aanzienlijke
+som gelds wisten te bezweren. En zeker zou hij u met fierheid verhalen,
+hoe hij, na de jaren van vernedering te hebben medegemaakt, zich op een
+morgen, met de oranjekleur getooid, aan zijn medeburgers vertoonde, hoe
+hij door zijn tweeregelig versje:
+
+ Durft niemand nog Oranje dragen,
+ Ik durf mijn grijzen kop wel wagen,
+
+een der eersten was, die den Franschen dwingeland openlijk durfde
+trotseeren.
+
+
+
+
+8. Anneken Jans.
+
+
+Nadat Maarten Luther in 1517 de 95 stellingen aan de slotkerk te
+Wittenberg had aangeplakt en daarmee openlijk met de Roomsch-Katholieke
+kerk en leer had gebroken, sloten zich velen, die slechts op een
+voorganger hadden gewacht, bij den Hervormer aan.
+
+Begon de Hervorming in Duitschland, als een niet te keeren stroom drong
+ze voort over de grenzen. Weldra waren er ook in ons land velen, die,
+hetzij openlijk, hetzij in het geheim, de nieuwe leer beleden.
+
+De veranderingen, die Luther en zijn volgelingen wilden invoeren,
+bepaalden zich tot den godsdienst. Andere Hervormers echter wilden niet
+alleen de kerk, maar ook de maatschappij volgens hun inzicht inrichten;
+ze droomden zich onder meer een samenleving in gemeenschap van goederen.
+
+Onder Jan Mathijszoon van Haarlem en Jan van Leiden wisten deze
+godsdienstige dweepers--Wederdoopers werden ze genoemd, omdat zij
+zich voor de tweede maal lieten doopen--Munster in Duitschland in
+hun macht te krijgen. In deze stad ging men nu leven volgens de door
+hen verkondigde denkbeelden. Er werden daar echter, zoowel door de
+voorgangers als de volgelingen, zulke buitensporigheden en wreedheden
+bedreven, dat ze terecht als gevaarlijk voor de maatschappelijke orde
+werden gebrandmerkt. Geen wonder dan ook, dat de aanhangers dezer leer
+aan felle vervolgingen blootstonden. Te vuur en te zwaard werden ze
+vervolgd; want, werden àlle afvalligen gevaarlijk geacht, de secte der
+Wederdoopers in dubbele mate. Wel waren er onder hen stille en bedaarde
+menschen, die al gelukkig geweest zouden zijn, indien ze ongemoeid
+hun nieuwe leer hadden kunnen belijden en verkondigen, maar in de
+vervolgingen, waaraan ze blootstonden, maakte dit geen onderscheid: ze
+waren allen des doods schuldig. Velen van hen zijn op gruwelijke wijze
+ter dood gebracht. Ook in Rotterdam hebben enkelen terecht gestaan. Van
+één dezer strafoefeningen willen wij hier wat verhalen.
+
+ * * * * *
+
+Het is 24 December 1538. Zoo juist zijn twee vrouwen, die de Delftsche
+poort uittraden om met de schuit naar Delft te vertrekken, aangehouden.
+Ze zijn dezen morgen met den vrachtwagen van het Kralingsche Veer
+gekomen en hebben de onvoorzichtigheid begaan onderweg een lied te
+zingen, dat geen twijfel liet, of ze behoorden tot de secte der
+Wederdoopers. Een reiziger heeft enkele klanken opgevangen en spoedig is
+zijn besluit genomen. De 50 Carolusguldens[9], die op het aanbrengen van
+een ketter gesteld zijn, wil hij verdienen. Als de vrouwen, waarvan de
+jongste met een knaapje op den arm, zich na eenig oponthoud in de stad,
+te voet naar de Delftsche schuit begeven, snelt hij naar den Baljuw
+Minnebeek, wien hij zijn ontdekking mededeelt. Enkele »rakkers« worden
+den verklikker medegegeven en weldra zijn de beide weerlooze, doodelijk
+verschrikte vrouwen aangehouden. Nog denzelfden avond worden ze ten
+huize van den baljuw, voor dezen en de vier schepenen geleid. Daar
+hooren wij de ondervraging, de namen en ook de bekentenis, dat zij tot
+de gehate secte behooren. De oudste is Christina Michiel Barents uit
+Leuven, oud 50 jaar, de jongste Anneken Jans uit den Briel, 28 jaar oud.
+In plaats door ontkenning te trachten haar leven te redden, bekennen zij
+onbeschroomd tot de Wederdoopers te behooren. Met geestdrift, die haar
+rechters niet kunnen begrijpen, roept de jongste der vrouwen uit: »Gij
+hoort het, wij bekennen ons geloof, omdat het geen misdaad is, maar een
+eeuwige eere, dat men wordt waardig gekeurd om de martelkroon te dragen
+ter eere Gods, tot verheerlijking van dien Heer, die in der Eeuwigheid
+woont, Wiens oogen ons gadeslaan en Die ons roept tot een oordeel der
+wereld en tot Zijnen en onze glorie, Amen«.
+
+[9] 1 Carolusgulden = f 1,675.
+
+Thans is haar vonnis geveld. Ze zullen beiden den waterdood sterven.
+
+Een maand is voorbijgegaan. Het is de 23ste Januari 1539 en het uur
+der voltrekking van het vonnis heeft geslagen. Beide vrouwen zullen
+verdronken worden buiten het Hofpoortje, waar de Rotte en Schie te zamen
+vloeien[10]. Naargeestig luidt de klok op dien somberen Januarimorgen.
+Bleek en verzwakt, de hoofden ontbloot, in het grauwe gewaad der
+boetelingen, de verkleumde handen wringende in doodelijken angst, treden
+ze nader. Achter haar loopen de beul en zijn knechten, niets dragende
+dan twee zakken en eenige koorden.
+
+[10] Het tegenwoordige Hofplein, in 1829 gedempt.
+
+De beul is gekleed in den bloedrooden mantel en heeft een witte twijg in
+de hand: het symbool der gerechtigheid.
+
+Daar achter treden eenige geestelijken, die de ter dood veroordeelden
+straks woorden van moed en troost zullen toespreken, en baljuw en
+schepenen, allen plechtig in het zwart gekleed.
+
+Zoo treedt de droeve stoet den Oppert in, omstuwd door een groote
+menigte, die getuige wil zijn van de terechtstelling. Hier en daar
+hooren wij een afkeurend gemompel tegen de goddelooze ketters[11], maar
+ook treffen ons oor uitingen van medelijden met de twee ongelukkigen,
+die, ten doode gedoemd, zich met wankelende schreden naar haar kille
+graf voortsleepen. Vooral de jongste wekt het medelijden op. Haar kind,
+een knaapje van nog geen twee jaren, houdt ze krampachtig in de armen
+gekneld. Met smeekenden blik keert ze zich tot de burgers en roept:
+»Goede lieden, in den naam Gods en ons aller Verlosser, op Wiens genade
+ik hoop, maak mij het sterven licht door dit arm, onschuldig kind tot u
+te nemen en op te voeden, in eere en in de vreeze Gods! Dit geld, alles
+wat ik nog bezit, zij het uwe, en Gods zegen zal er op rusten en uw werk
+is welgevallig in Zijn oog! Mannen, vrouwen, moeders als ik, moet ik dan
+sterven, sterven en mijn kind nalaten in handen van hen, die wellicht
+den zoon van de wederdoopster zullen mishandelen en haten om mijnentwil.
+Genade alleen voor hem; dit geld is toereikend voor zijn onderhoud! Is
+er dan niemand onder u allen? niemand! niemand! O mijn God, dit is de
+zwaarste beproeving!----de zwaarste!«
+
+[11] Zoowel mannen als vrouwen werden ketters genoemd.
+
+Iedereen is diep bewogen, maar geen arm strekt zich uit naar het
+hulpeloos jongske. Zou er dan niemand zijn, die den moed heeft het kind
+van een kettersche tot zich te nemen en daarmee zich aan het gevaar
+bloot te stellen, zelf voor een afvallige te worden aangezien?
+
+ »Daar drong een man de drommen door,
+ Een schaamle bakkersknecht;
+ Hij gaf zijn hart alleen gehoor
+ En stapte voor 't geregt.
+ Dit bloedje heeft geen maag of vrind;
+ Ik ben niet rijk, maar geef mij 't kind,
+ Vijf spruiten schonk mijn Machteld mij,
+ Daar kan een zesde bij«!
+
+Het gelaat van de ter dood veroordeelde moeder wordt door een laatsten
+vreugdeblos overtogen. Nog eens kust ze hartstochtelijk het weenende
+knaapje en geeft het daarna over aan den menschlievenden bakker,
+zeggende: »O, dat loone u God, brave man! volg mij, tot daar, dáár«!
+
+[Illustratie: Anneken Jans reikt haar kind over aan bakker De Lint.]
+
+En voort gaat de droeve stoet weer, het Hofpoortje uit. De schuit, die
+de vrouwen tot midden op het water zal brengen, ligt reeds gereed.
+Christina Barents wordt er opgebracht; de beul werpt haar een wijden
+zak over het hoofd en bindt dezen dicht. De beulsknechten doen hun
+plicht.... een kreet weerklinkt, een doffe plomp en de ongelukkige heeft
+haar straf ondergaan.
+
+Thans is het de beurt van Anneken Jans. Nogmaals drukt de moeder haar
+lieveling aan het hart. Ze is gereed haar vonnis te ondergaan. Maar wat
+is dat? Vanwaar dat gekraak en angstgegil? Het brugje buiten de poort,
+propvol met nieuwsgierigen, is bezweken en een aantal menschen spartelt
+in den vloed.
+
+ »Men zegt, schoon wij 't met geen bewijzen kunnen staven,
+ Dat hij, die Anna Jans verklikte en bragt in lij,
+ Ook bij de aenschouwers was, en eer verdronk dan zij«.
+
+Zouden Anneken Jans, de toeschouwers en de rechters, er geen teeken in
+zien van Gods toorn, dat men daar twee vrouwen ter dood brengt, wier
+grootste overtreding bestaat in het dienen van God op een andere wijze,
+dan volgens de wetten geoorloofd is? De rechters zeker niet, want geen
+genade wordt verleend. Nog eenmaal omhelst Anneken haar lieveling,
+daarna geeft ze hem aan zijn pleegvader. »Neem dit kind, zijn naam is
+Esaias, voedt het op in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen
+geestes, Amen«! Het zijn haar laatste woorden,--weldra is zij haar
+geloofsgenoote in den dood gevolgd.
+
+ * * * * *
+
+Tegen den avond werden de beide vrouwen uit het water opgehaald en op
+het kerkhof aan het Roodezand begraven. Voor ter dood gebrachten en
+zelfmoordenaars was geen plaats in den gewijden grond rondom de St.
+Laurenskerk.
+
+De bakker, De Lint genaamd, die in zijn edelmoedigheid het hulpeloos
+knaapje tot zich had genomen, zag zijn goede daad beloond. Zijn zaak nam
+van jaar tot jaar in bloei toe en de man, die eertijds met moeite zijn
+brood kon verdienen, liet bij zijn dood een aanzienlijke erfenis na[12].
+
+[12] Volgens de overlevering woonde hij in de bakkerij, waar thans nog
+»In den Gloeienden oven« uithangt.
+
+En het kind! Het had een gelukkiger leven dan zijn moeder. Esaias
+Arentsz. de Lint werd een welgesteld man en mocht zich in later jaren
+zoo in het aanzien zijner medeburgers verheugen, dat hij Burgemeester
+werd van de stad, waar zijn moeder was terechtgesteld. Moge hij zich in
+deze waardigheid verdraagzamer hebben betoond, dan zij, die zijn moeder
+hadden gerecht. Hij zal er haar gedachtenis het best door hebben kunnen
+eeren.
+
+
+
+
+9. De Brand in 1563.
+
+
+Het was Zaterdag 10 Juli 1563, omstreeks twee uur in den middag, dat
+er bij een kuiper in de Molensteeg brand uitbrak. De licht brandbare
+stoffen in de werkplaats gaven de ramp reeds van den aanvang af een
+ernstig aanzien. Hoe de meester en zijn gezellen, straks geholpen
+door de buren, al hun krachten inspanden het vernielend element te
+beteugelen, het mocht niet baten; zij stonden machteloos tegenover de
+hoog oplaaiende vlammen, die zich boven het West-Nieuwland verhieven.
+De toegesnelde mannen, die zich weldra met hun lederen emmers gewapend,
+dubbel hadden gerijd van de watertrappen aan de Grootemarkt tot de
+plaats des onheils, mochten zich weren zoo hard zij konden, mochten
+vliegensvlug de gevulde en weer geledigde emmers en ketels van hand tot
+hand doen gaan, de vlammen vonden een te willige prooi in de belendende
+gebouwen, werden te zeer aangewakkerd door den sterken zuidwestenwind,
+dan dat de strijd tusschen de twee elementen lang onbeslist kon blijven.
+Na zeer korten tijd stond de geheele steeg in lichtelaaie, kronkelden
+de lekkende vlammen om de houten huizen en de werkplaatsen, joeg een
+verstikkende rook over het oostelijk deel der stad, vlogen de brandende
+rietstengels hoog door de lucht, tot ze dwarrelend neervielen op
+de daken van de in de nabijheid staande woningen. Wel poogde men,
+door natte zeilen over de daken te leggen, den brand tot de steeg
+te beperken, maar vruchteloos; na korten tijd was het geheele
+West-Nieuwland, van Molensteeg tot Kolk één vlammenzee, die zich door
+niets liet stuiten, die voortrolde over de brug, welke naar den Rijstuin
+leidde, die de schepen in de Kolk aantastte en ze in rook deed opgaan,
+die zich wierp op Rijstuin en Hoofdsteeg, nieuw voedsel vond in Houttuin
+en Groenendaal, oversprong op Hoogstraat, Achterklooster en Goudsche
+Wagenstraat, om eindelijk in haar razenden loop bij de Hoenderbrug en
+Frankenstraat gestuit te worden.
+
+Toen de avond daalde over het verwoeste stadsdeel, en de Julizon haar
+laatste stralen over het geteisterde Oosterkwartier wierp, bescheen
+ze één grooten puinhoop, waarover de mannen, vrouwen en kinderen
+als verwezen rondliepen en naar de verkoolde overblijfselen hunner
+dierbaren zochten; die in één dag zich ontnomen zagen, waarvoor zij een
+menschenleven hadden moeten zwoegen; die zich enkele uren te voren nog
+hadden verheugd in het gelukkige bezit van een bloeiend bedrijf en nu
+niets meer het hunne konden noemen dan de rookende en smeulende massa
+daar voor hen.
+
+Van de 1731 huizen, die Rotterdam toen telde, waren er 250 totaal
+verwoest, 700 zwaar beschadigd. De Waterpoort aan het eind der
+Hoofdsteeg, de Oost- en Goudsche Poort waren in vlammen opgegaan.
+Het Pesthuis, op het eind van de Goudsche Wagenstraat--waar nu het
+Gereformeerd Burgerweeshuis wordt aangetroffen--was, evenals het
+uitgestrekte Dominicanerklooster op het oosteinde der Hoogstraat, door
+het vernielend element verteerd. Zestig, meerendeels geladen, schepen in
+de Kolk, pottebakkerijen, lijnbanen, schuren en loodsen, waren een prooi
+der vlammen geworden. Daar men nog geen verzekering tegen brandschade
+kende, misten honderden alle middelen, zich nieuwe woonhuizen of
+werkplaatsen te bouwen of nieuwe gereedschappen aan te schaffen, om hun
+bedrijf weer te hervatten.
+
+Is het te verwonderen, dat sommigen de stad verlieten, die hun lief was
+geworden, maar hun geen brood meer gaf; dat de nood hoog, de armoede
+groot was?
+
+[Illustratie: Filips II.]
+
+Gelukkig kwam er hulp en wel van den man, die later zooveel wee heeft
+gebracht over deze landen; van wien steeds zooveel kwaads en zoo bitter
+weinig goeds vernomen wordt. Wij Rotterdammers mogen zijn naam dan ook
+niet noemen, zonder met een gevoel van dankbaarheid te gewagen van de
+helpende hand, ons toegestoken in de benauwde tijden na den brand.
+
+Filips, onze landsheer, vaardigde nl. eenige besluiten uit, waarbij
+verordineerd werd, dat onze stad in geen 14 jaren eenige belasting aan
+hem behoefde op te brengen. Verder verleende hij aan ieder, die schulden
+bezat, het recht, de betaling hiervan vier jaren uit te stellen, terwijl
+zij, die iets misdreven hadden, kwijtschelding van straf verkregen,
+indien zij binnen vier jaar hun woning weer hadden opgebouwd, of
+verarmden stadgenooten bij den herbouw hunner verwoeste haardsteden hulp
+hadden verleend.
+
+Onthieven de eerste twee bepalingen onze voorouders van groote zorgen,
+de laatste twee waren voor velen een prikkel om den herbouw spoediger
+aan te vangen en flinker door te zetten, dan anders zeker het geval zou
+geweest zijn.
+
+De Stedelijke Regeering deed eveneens al wat in haar vermogen was, om de
+geleden schade te herstellen en zoo mogelijk een herhaling der ramp te
+voorkomen.
+
+Het was toch immers ten duidelijkste gebleken, dat de hoofdoorzaak,
+waardoor de brand zoo'n omvang verkregen had, gezocht moest worden in de
+met riet gedekte houten huizen. Daarom werd nu door de Overheid de al te
+zeer verwaarloosde bepaling van het jaar 1558, waarbij het verboden was
+nieuwe huizen met riet te dekken of oude daken met riet te herstellen,
+opnieuw uitgevaardigd en--wat meer zegt--er werd streng de hand
+aangehouden. Zoodoende werden vele der nieuwgebouwde of herstelde
+woningen geheel of gedeeltelijk van steen opgetrokken, terwijl zij alle
+van een hard dak voorzien werden. De kosten van dit laatste werden voor
+1/3 deel door het stadsbestuur gedragen.
+
+Doch men deed meer. De steeg van de Hoogstraat naar de Waterpoort, de
+tegenwoordige Hoofdsteeg, was zeer nauw. Van de gunstige gelegenheid
+maakte men nu gebruik ze te verwijden tot een straat, welke voor dien
+tijd als breed kon gelden. De drukke weg van en naar het Hoofd werd
+zoodoende zeer verbeterd. De nieuw opgetrokken woningen werden hier dus
+meer achterwaarts geplaatst. Het stadsbestuur had daartoe van Filips het
+recht verkregen om de strook grond, benoodigd om de straat te
+verbreeden, te onteigenen.
+
+De opbouw van de stad ging echter niet zóó vlug, als men wel gehoopt en
+verwacht had. Vooral het volgend jaar was een tijd van kommer en gebrek,
+toen heerschte hier zeer groote armoede: de levensmiddelen waren
+schaarsch en dientengevolge duur, de verdiensten gering.
+
+Weer was het de landsheer, die zijn onderdanen ter hulp kwam. Hij schonk
+Rotterdam het privilegie om ieder jaar een ledermarkt te mogen houden.
+Dit voorrecht, dat in gewone omstandigheden vaak met goud werd betaald,
+bracht dagen lang een bonte mengeling van kooplustige vreemdelingen in
+de stad, gaf leven en vertier, werk en brood.
+
+Ware het niet, dat zoo spoedig na 1563 de tachtigjarige oorlog een
+aanvang genomen had, wellicht dat Rotterdam zich spoediger had hersteld
+van den toegebrachten slag, dan nu het geval was.
+
+
+
+
+10. Rotterdam onder het Spaansche Juk.
+
+
+ Wat al nare en bange dagen
+ Sleet zij, toen de Spaensche Vorst
+ 't Wraekzwaerdt zette op Hollands borst!
+ Wat verdroeg ze al harde slagen
+ Onder Alvaes tiranny!
+ Toen Bossu haar kwam bespringen,
+ En met scherpgewette klingen,
+ Woedde op hare Burgerij.
+
+Wij kennen allen de monumentale fontein op de Nieuwemarkt. Bezien we
+deze nader, dan lezen wij de volgende opschriften: Ter Herinnering aan
+de feestviering van 1 April 1872-1 April 1572. Het morgenrood der
+vrijheid--Onthuld 22 October 1874--
+
+ Den Briel ontrukt aan Spanje
+ Behouden door Oranje.
+
+Het statige, uit zandsteen gehouwen vrouwenbeeld, dat het geheel kroont,
+stelt de Nederlandsche Maagd voor. Zij rust met de hand op een speer,
+waarop de vrijheidshoed prijkt. De hoeken zijn versierd met vier staande
+leeuwtjes, die als schildhouders dienst doen. Daaronder zien we vier
+mannenfiguren, voorstellende: een Batavier, een Poorter, een krijgsman
+en een zegelbewaarder[13]. De hardsteenen kom, die het water opvangt
+van twee zwanen en twee dolfijnen, voltooit het geheel. Ge wist het
+al wel en anders vertellen de opschriften het u zeer duidelijk,
+dat dit monument daar is geplaatst als een herinnering aan een der
+roemruchtigste gebeurtenissen uit onze heldenhistorie: de inneming van
+den Briel door de Watergeuzen.
+
+[13] Een zegelbewaarder was een der hoogste ambtenaren, aan wien de
+bewaring van het Staatszegel was toevertrouwd en die de stukken van den
+Staat uitgaande, moest zegelen.
+
+Waarom heeft men dit gedenkteeken nu juist in Rotterdam opgericht? Heeft
+onze stad dan wat met de inneming van den Briel te maken gehad?
+
+Zeer zeker, en niet weinig ook. De Rotterdamsche burgerij, die in 1872,
+bij het driehonderdjarig herdenken van dit overbekende wapenfeit zoo
+duchtig heeft feest gevierd, had daarvoor in 1572 al zeer weinig reden.
+Gloorde voor de Brielenaren de dageraad, voor de Rotterdammers werd
+het donkere nacht; zal de daad der Watergeuzen menig dankgebed in
+de St. Catharinakerk hebben doen opgaan, de St. Laurens zal de stille
+getuige geweest zijn van menige smeekbede om verlossing; zal de
+grijze steenklomp aan den Maasmond met vreugde en trots de wapperende
+Oranjekleur aan land en zee hebben vertoond, onze oude toren zal met
+smart en tegenzin de Spaansche kleuren hebben gedragen. En wij willen
+hopen voor de jubelende Rotterdammers uit 1872, dat er ook onder hen
+zijn geweest, die zich een oogenblik aan de feestvierende menigte hebben
+onttrokken en met eenigen weemoed de voorvaderen hebben herdacht, die in
+1572 door de handen der moord- en plunderzieke Spanjaarden zijn
+gevallen.
+
+Den 1sten April 1572 was den Briel door de Watergeuzen ingenomen.
+Zoodra Bossu, stadhouder van Holland, van de Rotterdamsche burgemeesters
+deze tijding in den Haag ontving, spoedde hij zich naar Maaslandsluis
+(Maassluis). Hier trok hij zijn troepen te zamen, stak den Maasmond
+over[14] en landde in de Bornesse, tusschen Voorne en Putten. Onder
+bewaking van een geringe krijgsmacht liet hij de transportschepen daar
+achter en rukte zelf op den Briel aan. Krachtig tastte hij de stad aan
+en het scheen, dat de Spanjaarden overwinnaars zouden blijven in den
+strijd. Daar veranderden echter de oorlogskansen: de Geuzen hadden een
+bondgenoot gekregen in het bruisende water, dat den polder, waarin
+gestreden werd, binnenstroomde. Rochus Meeuwiszoon, een Brielsch
+timmerman, had al zwemmende, onder een regen van musketschoten, de
+Nieuwlandsche sluis weten te bereiken en open te hakken, zoodat het
+terrein van den strijd geheel onder water kwam te staan. Toen bovendien
+de slecht bewaakte transportschepen door de Watergeuzen in brand waren
+gestoken of tot zinken gebracht, oordeelde Bossu het maar het
+verstandigst het beleg op te breken en de stad voorloopig in handen der
+Watergeuzen te laten.
+
+[14] Rozenburg bestond nog niet.
+
+ Hoezee! Behouden was den Briel,
+ Door Rochus Meeuwisz. trouwe.
+ Hij was er een met hart en ziel
+ Voor Willem van Nassouwe.
+ Wie ooit op Neêrlands vrijheid roem'
+ Zorg' dat hij Rochus Meeuwisz. noem.
+
+Waar moest hij nu echter heen? De weg over den Maasmond was voor hem
+zoo goed als afgesloten. Al had hij schepen kunnen bemachtigen, dan
+toch zou de overtocht te gevaarlijk geweest zijn, daar de »Piraten« met
+hun vlugge zeilers de geheele Maas bestreken. Van den nood een deugd
+makende, besloot hij daarom oostwaarts op Dordrecht aan te trekken. Voor
+deze stad gekomen, vonden de Spanjaarden echter de poorten gesloten,
+en hoe mooi Bossu ook praatte, ze bleven dicht; men verkoos het ruwe
+krijgsvolk niet binnen zijn muren te ontvangen. Het eenige, wat
+de verbolgen Bossu wist te verkrijgen, was, dat Dordrecht hem de
+transportschepen leverde, waarmede de troepen verder vervoerd zouden
+kunnen worden. Het lag in de bedoeling van den stadhouder met deze
+schepen weer naar Maassluis te stevenen. Dicht bij Rotterdam gekomen,
+vernam hij echter, dat de Watergeuzen Delfshaven hadden bezet, zoodat
+hij wel genoodzaakt was van plan te veranderen. Voor Kralingen liet hij
+dan ook landen en ontscheepte zijn troepen aan den Honingerdijk.
+
+Het was in den avond van den 8sten April, dus pas een week na de
+inname van den Briel, toen Bossu zich met zijn mannen voor de Oostpoort
+vertoonde en verlangde binnengelaten te worden, om--zoo hij zeide--met
+zijn manschappen weer door de Delftsche Poort de stad te verlaten. Aan
+Bossu zelf werd toegang verleend. Burgemeesteren en Vroedschap ontvingen
+hem op het Raadhuis, waar hij zijn verzoek om doortocht herhaalde.
+Bevreesd voor Alva's toorn, indien men niet aan het verzoek van den
+stadhouder voldeed, was het stadsbestuur aan de andere zijde toch ook
+weer niet erg geneigd de poorten voor de Spanjaarden te openen, daar het
+vreesde, dat deze, als ze eenmaal in de stad waren, ze niet zoo spoedig
+zouden verlaten, als wel door Bossu beloofd werd. Het is dan ook lang
+niet onmogelijk, dat de bestuurders onzer stad zich van de zaak wilden
+afmaken, door zich op de vijandig gezinde menigte te beroepen, die aan
+de Oostpoort was saamgestroomd en met geweld wilde beletten, dat de
+poort geopend werd. Hoe het zij, de troepen werden niet toegelaten en
+moesten den nacht in de open lucht doorbrengen. Het eenige, wat het
+stadsbestuur deed, was den soldaten voedsel en bier verstrekken.
+
+[Illustratie: De troep van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572.
+
+ (Reproductie van één der Schoolplaten voor de
+ Vaderlandsche Geschiedenis.--De Jongh en Wagenvoort.)]
+
+Den volgenden dag, nadat Bossu nog eens sterk op opening der poort
+heeft aangedrongen en nadat de Pastoor der St. Laurenskerk, Duifhuis,
+de menigte voor de poort kalmeerend heeft toegesproken, besluit men
+eindelijk de Spanjaarden door te laten. Met rotten van 25 man zullen ze
+worden toegelaten, mits de lonten gedoofd en de musketten naar beneden
+gericht zijn. Pas is de brug neergelaten en de poort geopend, of het
+krijgsvolk dringt in grooter getal naar binnen dan als voorwaarde is
+gesteld. De smid Zwart Jan, die met anderen de wacht houdt, maakt Bossu
+hierop opmerkzaam. De trotsche edelman, in woede ontstoken over deze
+terechtwijzing van een geminachten poorter, bijt hem toe: »Het voegt
+u niet, 's konings krijgslieden te tellen«. Gelijktijdig heft hij
+zijn zwaard en slaat daarmede in de richting van Zwart Jan. Deze
+weet den slag echter te ontwijken en valt nu op den Graaf aan, die
+ten tweedenmale naar den smid slaat en hem nu zoodanig treft, dat deze
+machteloos ter aarde zinkt. Een musketkogel treft hem ter zelfder tijd
+in de borst en Rotterdam telt een plichtvol burger minder.
+
+ Daar zwom hij in zijn heldenbloed,
+ Vertrapt door 't woedend rot,
+ En gaf, gelijk een held het doet,
+ Zijn vrome ziel aan God.
+
+Deze korte strijd is het sein voor een algemeenen aanval op de
+burgerwacht. De bakker Jan Dominicuszoon heeft met anderen weldra het
+lot van zijn wapenbroeder gedeeld.
+
+ En woedende om den wederstand,
+ Met bloedig moordtuig in de hand,
+ Stoof heel het bent de stadspoort binnen.
+
+[Illustratie: In Duizend Vreezen.]
+
+Joelende en tierende gaat het naar de Grootemarkt, waar de Spaansche
+vlag wordt geplant. Wie tegenstand biedt, wordt gedood. De Delftsche
+poort, verdedigd onder den oud-burgemeester Jan Jacobsz. Roos, die
+eveneens met velen zijner getrouwen het leven laat, is ook weldra in
+het bezit der Spanjaarden, die nu heer en meester zijn in de stad.
+Schrikkelijk houden ze thans huis. Mannen, vrouwen en kinderen, het moet
+alles nu boeten voor de aanvankelijke weigering om de Spanjaarden binnen
+te laten. Velen verbergen zich voor de moord- en plunderzieke bende.
+Een huis op den hoek van het Hang biedt een schuilplaats aan enkele
+familieleden en vrienden. Om het den schijn te geven, of de woning reeds
+doorzocht is en er dus geen buit meer te behalen valt, heeft de bewoner
+de deurpost met bloed besmeerd. De list gelukt en een ander huis wordt
+binnengeloopen en geplunderd, maar niet voor men den weerloozen bewoner
+uit het hoekhuis aan zijn been in de deuropening heeft opgehangen en dit
+met een kogel heeft doorboord. Gelukkig werd de man nog intijds gered;
+hoewel hij zijn geheele leven kreupel bleef, genas hij van zijn wonden.
+
+[Illustratie: IN DUIZEND VREEZEN
+
+De zinnebeeldige voorstelling op den steen is niet met zekerheid bekend.
+Het is waarschijnlijk, dat we in het Lam de Republiek te zien hebben,
+die van alle zijden door gevaren--de roofdieren--wordt bedreigd. In de
+twee mannen zouden dan het Staatsche en Spaansche leger verpersoonlijkt
+zijn.]
+
+Op de plaats, waar dit huis stond, bouwde men in 1594 een nieuw pand.
+Als herinnering aan de angstige oogenblikken, die de in den kelder
+verscholen vluchtelingen doorgebracht hadden, metselde men in den gevel
+een steen, met het opschrift: »In Duizend Vreezen«.
+
+Het oude huisje met het aantrekkelijk oud-Hollandsche trapgeveltje,
+waarvan nog een model in het Museum van Oudheden te zien is, werd later
+afgebroken en in nieuwerwetschen stijl herbouwd, maar toch draagt het
+nog steeds den naam, »In Duizend Vreezen«.
+
+Niet alleen, dat de Spanjaarden hun woede koelden tegen de levenden, ook
+het levenlooze moest het ontgelden. Erasmus, toen nog van steen, werd
+beschoten, verminkt, en in het Steiger geworpen.
+
+Hoewel Bossu zelf den 22sten April Rotterdam reeds weer verliet, bleven
+de Spaansche troepen hier tot 22 Juli, toen ze door Alva naar het Zuiden
+werden ontboden. Een zucht van verlichting zal onze stad geslaakt
+hebben, toen de poort gesloten werd achter de muitzieke bende, die voor
+haar vertrek nog, hoewel gelukkig vergeefs, getracht had, de stad in
+vlammen te doen opgaan. Is het te verwonderen, dat het volgend jaar,
+toen door den Prins hulp werd gevraagd om Haarlem te ontzetten,
+vele stadgenooten, onder wie ook de latere beroemde Oldenbarnevelt,
+optrokken; dat ze in 1574 zonder morren hun stad voor een deel onder
+water zagen zetten, toen dit door de in den Maasdijk gemaakte gaten
+binnenstroomde? De herinnering aan de ondervonden behandeling van
+de dienaren was niet van dien aard, om de trouw aan den meester te
+versterken. Rotterdam koos de zijde van den opstand. Men richtte zelfs
+het oude Agnietenklooster aan de Botersloot--ter plaatse waar nu de
+Nieuwemarkt gevonden wordt--in, als tijdelijke woonplaats voor den Prins
+van Oranje.
+
+Is het te begrijpen, dat men juist dezen historischen grond, bij de
+Prinsenkerk en Prinsenstraat, de eer waardig keurde, de monumentale
+fontein te dragen?
+
+Als ge door de Oostpoort gaat, bezie dan af en toe eens den steen, daar
+ingemetseld als herinnering aan het verblijf der Spanjaarden, lees het
+opschrift en verwijl in uw geest een korte pooze bij mannen als Zwart
+Jan en Jan Dominicuszoon.
+
+
+
+
+11. Rotterdam vergroot naar de Maas.
+
+
+ »Daar hij[15] slib en slijk weleer
+ Uit zijn kill' plagt op te lossen,
+ Ziet hij nu de speelkarossen
+ Daeglijks rijden ginds en weer«.
+
+[15] De Rotte.
+
+Na het vertrek van Bossu met zijn soldaten heeft Rotterdam de
+Spanjaarden gelukkig niet meer binnen zijn muren gezien. Na het ontzet
+van Leiden in 1574 werd het oorlogstooneel, dat steeds in de Noordelijke
+Nederlanden geweest was, zuidelijker verplaatst.
+
+In twee opzichten is dit voor de Noordelijke steden--ook voor
+Rotterdam--van groot belang geweest.
+
+Nu toch konden handel, scheepvaart en industrie, die voor een goed
+deel verloopen waren, zich weer herstellen van de toegebrachte slagen.
+Dank zij de inspanning en volharding onzer voorouders merken we dan
+ook ± 1600 in haast alle steden--en niet het minst in onze stad--een
+wederopbloei van deze middelen van bestaan. Weldra heerschte er in de
+koopsteden een betrekkelijke welvaart, zooals men die vóór den oorlog
+niet had gekend.
+
+Middellijk had hiertoe de oorlog zelf mede geholpen.
+
+Het verblijf van de Spanjaarden in de Zuidelijke Nederlanden toch, deed
+een groot aantal kooplieden en handwerkslieden die gewesten ontvluchten
+en zich in de groote steden in Noord-Nederland vestigen. Na de Spaansche
+Furie in 1576 en vooral na den val van Antwerpen in 1585, kwamen velen
+uit deze en andere Belgische steden naar ons land. Middelburg, destijds
+een flinke koopstad, zag op deze wijze in drie jaar tijd zijn bevolking
+met 2700 nijvere burgers vermeerderen. De toeloop in Rotterdam was
+niet zóó groot, maar toch kwamen er hier ook heel wat, zoo bv. in 1584
+vijftig weversgezinnen. Het stadsbestuur zag zulke gasten gaarne komen.
+Zij verstonden--en in den regel goed--een ambacht, brachten op deze
+wijze nieuwe industrieën in de stad en daardoor leven en vertier, werk
+en brood.
+
+Het gevolg van dezen toevloed van nieuwe bewoners was al heel spoedig
+een te kort aan woningen, zoodat men alle nog beschikbare ruimten ging
+bebouwen.
+
+In dien tijd zijn toen een groot aantal huisjes verrezen tusschen
+Goudschesingel, Goudsche Wagenstraat, Kipsloot en Pannekoekstraat.
+Bijkans dit geheele stuk was nog onbebouwd en in gebruik als boomgaard,
+weiland en lijnbanen. Langs de talrijke slootjes, die dit terrein
+doorsneden, bouwde men in smalle, donkere straatjes, huizen, die
+natuurlijk erg vochtig en ongezond moesten zijn.
+
+Hier en daar bracht men, op erg ondiepe bouwterreinen, de huizen met den
+achterkant zelfs tot aan het water. Voorbeelden van deze bouworde kunnen
+we nog heden ten dage zien aan het Hang en de Weste-Wagenstraat.
+
+Niet alleen dat er gebrek aan huizen ontstond, men kreeg evenzoo een
+te kort aan werkplaatsen, pakhuizen en havenruimte. Daarom ging men er
+toe over de stad uit te breiden en wel naar den waterkant, dus naar de
+Maaszijde. De Blaak en de Nieuwe Haven waren de stadsgrachten; daar
+voor strekte zich een groot terrein uit, rivierslib, door de Maas zelf
+gedurende eeuwen daar neergelegd. Dit gors of slik werd opgehoogd, omdat
+het veel te laag en moerassig was, om, zooals het daar lag, in gebruik
+te worden genomen. Den grond voor deze ophooging verkreeg men, doordat
+men tegelijk havens ging graven. Zoo ontstonden: Haringvliet, Buizengat,
+Leuvehaven, waarvoor men de Leuve alleen had uit te diepen en te
+verbreeden, Glashaven, Bierhaven, Wijnhaven en Scheepmakershaven[16].
+
+[16] Zie het kaartje op pag. 31.
+
+De namen dezer havens duiden al aan, waarvoor ze voornamelijk dienden,
+òf waar de Rotterdammers hun bestaan in vonden. De wijnhandel en de
+bierbrouwerij waren van zoo groote beteekenis, dat er twee havens
+naar werden genoemd. Twee andere herinneren ons aan de visscherij; de
+Scheepmakershaven aan de scheepsindustrie. De Glashaven verkreeg haar
+naam, omdat het eerste gebouw aan deze haven een glashuis of
+glasblazerij was.
+
+Om de stad, die nu tot aan de Maas gebracht was, te versterken, werden
+er verschillende bolwerken gemaakt. Deze zijn thans al lang verdwenen,
+maar het tegenwoordige Bolwerk duidt nog aan, waar één er van gelegen
+heeft. Achter de Scheepmakershaven bouwde men langs de Maas een muur.
+Hier zou dus het landen voor vijandelijke schepen al heel gemakkelijk
+gemaakt zijn. Dit was echter niet de bedoeling en daarom werden er langs
+de geheele Maaszijde, op een afstand van eenige Meters, palen in de Maas
+geslagen, die dus als verdedigingsmiddel bedoeld waren.
+
+De werven, die aan de Scheepmakershaven ontstonden, lieten tusschen
+deze en de Maas nog een breede strook grond open. Hier werden door het
+Stadsbestuur drie rijen lindeboomen geplant (later vervangen door twee
+rijen olmen), die aan deze wandelplaats, want dit werd het, den naam
+Boompjes gegeven hebben. Daar kon men in de 17de eeuw, op zomersche
+dagen, wanneer de brandende zon den geheelen dag had gelaaid en gestoofd
+en de sloppen en stegen tot ovens had gestookt, de Rotterdammers, zoowel
+rijken als armen, verkwikking en verpoozing zien zoeken in het frissche
+rivierwindje en den heerlijken aanblik, die de zacht deinende Maas met
+haar langzaam naar den mond der Oude- of Leuvehaven voortglijdende
+schepen aanbood.
+
+Om den toegang tot deze havens te beschermen, werden er vier poorten
+gebouwd. Die aan de oostzijde van de Oudehaven werd de mooiste. Ze is
+later bekend geworden als de Oude Hoofdpoort en gebleven tot 1856, toen
+dit kunstwerk, daar men het voor het verkeer hinderlijk achtte, onder
+sloopershanden is gevallen. Modellen in het Museum van Oudheden
+vertellen ons thans nog, hoe de Rotterdamsche poorten er hebben
+uitgezien.
+
+[Illustratie: De Boompjes, met het Oost-Indisch huis op den voorgrond.]
+
+[Illustratie: De Oude Hoofdpoort van de Maaszijde gezien.
+
+Het scheepje, dat als windwijzer dienst doet, wordt in het Museum van
+Oudheden bewaard. Het gat in het zeil is door een in 1830 naar België
+vertrekkenden schutter daarin geschoten.]
+
+Des nachts werd de toegang tot de haven tusschen de twee poorten
+afgesloten door een zwaren balk, met stevige ijzeren punten bezet.
+
+Aan de westzijde der Leuvehaven werd de stad eveneens uitgelegd. De
+Coolsingel werd als Schiedamschesingel tot in de Maas verlengd. Aan
+dezen nieuwen Singel werden twee bolwerken gebouwd. Eén ervan lag ter
+plaatse, waar de Singel de bocht maakt naar het Vasteland. Ook moest de
+Schiedamsche Poort, die op het begin van den Schiedamschedijk stond,
+verplaatst worden. Ze werd op het Vasteland gebouwd en kreeg om
+haar kleur den naam van Roodepoort. Tusschen den Coolsingel en den
+Schiedamschesingel kwam ten slotte de Binnenwegsche Poort, die toegang
+tot den Binnenweg gaf.
+
+Dit alles was voor dien tijd een reuzenwerk, dat jaren tijds en schatten
+gelds kostte. Dat men het noodig oordeelde en durfde ondernemen, is
+wel het beste bewijs voor de welvaart, die hier heerschte; den sterken
+vooruitgang, dien men verwachtte; den grooten ondernemingsgeest en den
+ver vooruitzienden blik, dien onze Vroedschap bezat; want ge begrijpt
+wel, dat die havens zich niet als door een tooverslag vulden, dat de
+kaden niet direct geheel en al bebouwd werden. Dit ging geleidelijk.
+Woonhuizen hebben zelfs in dit stadsdeel lang op zich laten wachten.
+Maar een glasblazerij, pottebakkerijen, bierbrouwerijen, touwbanen,
+scheepswerven, met daartusschen pakhuizen voor de koopmansgoederen--ze
+verrezen tamelijk spoedig.
+
+Een schrijver uit dien tijd, die al die veranderingen heeft zien
+worden, noemde het dan ook bijkans een wonder, dat geschied was.
+
+En de nog onbebouwde gedeelten zouden zich vullen in de eeuw, die men
+was ingetreden, die voor geheel ons land, voornamelijk voor de groote
+steden en zeker niet het minst voor Rotterdam in zooveel opzichten is
+geworden de »Gouden Eeuw«.
+
+
+
+
+12. Een wandeling door Rotterdam. (± 1600)
+
+
+I.
+
+Laten wij thans in gedachten eens een wandeling door Rotterdam maken.
+Stellen we ons daarbij voor, dat wij de stad van de zijde van Delft
+naderen.
+
+In de verte zien we reeds den grijzen kolossus, den toren van de St.
+Laurenskerk, zich statig verheffen boven de stadsmuren, die zich flauw
+tegen den horizon afteekenen. We loopen langs de Westzijde der Schie
+tot bij de Waelheul, waar een cirkelvormig terrein, door een muur en
+boomgewas aan het gezicht onttrokken, onze aandacht vraagt. Het is het
+Galgenveld. Daarbinnen is de driehoekige galg opgericht. Ze bestaat uit
+drie arduinsteenen pilaren, van boven door ijzeren bouten verbonden en
+met leeuwen versierd. Het steenen poortje in zijn groenwitte stadskleur
+geeft toegang tot deze plaats der gerechtigheid. Gehangen te worden
+tusschen hemel en aarde is een veel voorkomende straf. De executie
+zelf wordt, daar ze als afschrikwekkend voorbeeld bedoeld is, in het
+publiek, op het schavot achter het stadhuis voltrokken. Daarna wordt het
+ontzielde lichaam naar het Galgenveld vervoerd om aan de vertering te
+worden prijsgegeven en tot voedsel te dienen voor de vogelen des hemels.
+Schrikkelijk nietwaar! En toch is deze straf, hoewel zeer onteerend, nog
+niet de onmenschelijkste. Nog in 1567 heeft een valsche munter zich
+hooren veroordeelen om levend gekookt te worden! We gruwen reeds als we
+het »Sensentie«- of Strafboek doorbladeren en lezen van straffen als
+levend begraven, verdrinken, de tong doorboren met een gloeiende priem
+enz.
+
+Zorg dan ook maar niet tegen de »keuren« te zondigen, als wij straks de
+stad binnentreden. De »Schout en zijn rakkers« zouden u spoedig voor de
+»Schepenen« leiden en deze weten u de bekentenis wel te ontlokken; gaat
+het niet goedschiks, dan zal een scherpe »examinatie« op de pijnbank u
+de tong wel los maken. Wees vooral nooit weerspannig tegen het gerecht,
+want dan haalt ge u zeker een strenge straf op den hals. In 1542
+werd Digna Mercelisdochter, die van de Overheid kwaad gesproken had,
+veroordeeld om acht uren te pronk te staan. Bovendien werd haar een
+stuk van de kwaadsprekende tong afgesneden. Twee jaar later zag Jacob
+Hasepoot wegens bedreiging van een stedelijk ambtenaar zich tot een
+dergelijke straf veroordeeld. Hem werd een puntig ijzer door de tong
+gestoken, terwijl hij in geen twee jaar de stad mocht verlaten of een
+herberg bezoeken. Geeselen en brandmerken zijn ook veel voorkomende
+straffen. Daar men nog geen gevangenisstraf kent, loopt men al tamelijk
+spoedig een geeseling op. Ze kan zijn: »simpel, strengelijck« of »tot
+bloedens toe«.
+
+ * * * * *
+
+Veel ziet ge hier aan de Schiekade niet. Waar ginds aan de Oostzijde die
+enkele woningen verrijzen, stond vóór 1426 het machtige slot Weena.
+
+ »Nu leydt dit Hoff
+ Geheel tot stoff,
+ En d'ouwe steenen
+ Van Weena weenen«.
+
+Ook aan de Westzijde merken we, behalve eenige watermolens, slechts één
+flink, groot gebouw op.
+
+Wilt ge het binnentreden? Ge zoudt het niet doen, als ge wist, waarvoor
+het dient. Het is het Leprooshuis. De lijders aan melaatschheid--een
+Oostersche ziekte door de Kruisvaarders naar Europa overgebracht--worden
+hier verpleegd. Naar den Heiligen Lazarus, die ook aan deze ziekte
+geleden heeft, worden de gebouwen ook wel Lazarushuizen genoemd en daar
+het Latijnsche woord voor melaatschheid lepra is, staan ze algemeen
+bekend als Leprooshuizen.
+
+Niet alleen Rotterdam heeft zoo'n ziekenhuis, in vele gemeenten treft
+men ze aan, evenals hier, buiten de stad, om zooveel mogelijk besmetting
+te voorkomen.
+
+Het is een flink gebouw, het staat er reeds van vóór 1438 en is in 1580
+geheel vernieuwd.
+
+Ziet ge ginds uit de richting van de stad dien man aankomen? Het is een
+der lepralijders. Daar ziet hij ons. Direct laat hij zijn lazarusklep
+hooren, om ons te waarschuwen. Hier op de Schiekade, waar weinig
+menschen loopen, had hij zijn vermoeide hand, die in de stad de klep
+voortdurend in beweging moest houden, wat rust gegund. Houd maar op,
+arme man, uw »swarte hoet, bekleet met eenen witten bant« vertellen ons
+toch wel, dat gij door de vreeselijke ziekte zijt aangetast en een
+aalmoes zullen wij u niet onthouden.
+
+Daar komen uit de richting van het gebouw twee personen, waarvan de een
+geen spoor van de vreeselijke ziekte vertoont. Zeker een chirurgijn,
+meent ge? Neen, het is een »provenier« of »kostkooper«. Hij heeft zich,
+door zijn geheele bezitting aan de inrichting te schenken, voor zijn
+geheele verdere leven een tehuis verzekerd in een deel van het gebouw,
+dat geheel gescheiden is van het eigenlijke Leprooshuis. Daar het aantal
+lijders aan Lepra gelukkig voortdurend afneemt, is het gebouw te groot
+geworden. Laten wij hopen, dat het nog eenmaal in zijn geheel tot
+Proveniershuis ingericht kan worden[17].
+
+[17] Dit is in de 17de eeuw ook werkelijk gebeurd.
+
+En die andere man met dat wit geschilderde bordje op borst en rug? Hij
+draagt een bus en een langen stok met een netje er aan in de hand. Tast
+maar in den zak en offer voor de arme zieken den duit, dien de
+»klapknecht« ons komt vragen.
+
+Let nu eens op de Marktschuit, die uit de richting van Delft komt
+aanvaren. Ziet ge, wat de schipper doet? Hij werpt een bosje stroo in
+de Schie en het goed gedresseerde hondje van den klapknecht is reeds
+te water gesprongen om het in den bek te nemen en aan zijn meester te
+brengen, die er binnenin een kleine gave vindt.
+
+ * * * * *
+
+Maar laat ons verder gaan, we hebben in de stad nog heel wat te
+bekijken.
+
+[Illustratie: De Delftsche- of St. Jorispoort.]
+
+Hier staan we voor de Delftsche- of St. Jorispoort. Ze heet naar den St.
+Joris-Doelen aan de Spuivaart (thans de Doele aan het Haagsche Veer),
+waar de voetboogschutters te zamen komen om zich te oefenen. Straks
+zullen wij het gebouw zien. Bekijken we thans de poort eens aandachtig.
+Ziet ge daar aan de voorzijde en in de hoogte dien man te paard
+afgebeeld? Het stelt St. Joris voor, den draak bevechtende. Stevig ziet
+het gebouw er uit, hè? Dat mag ook wel, want in tijden van belegering
+moet het een stootje kunnen verdragen. De neergelaten brug verleent ons
+den toegang tot de stad. Nà zonsondergang is het niet zoo gemakkelijk in
+de stad te komen. Als de »poortklok« geluid heeft, is het zaak, spoedig
+binnen te zijn, want dan wordt de brug opgehaald, de zware met ijzer
+beslagen deuren worden gesloten en niemand kan meer in of uit de stad.
+Als ge een stadgenoot zijt, kunt ge, als ge poortgeld betaalt, nog
+binnen komen, maar anders moet ge, niettegenstaande al uw bidden en
+smeeken, den nacht buiten doorbrengen. Wilt ge dan beproeven om door
+de Schiedamsche-, Goudsche of Oostpoort de stad te betreden? Het zou u
+niet baten. Ook deze zijn gesloten en de poortwachters laten u evenmin
+binnen. De gracht overvaren? En hoe woudt ge dan dien steilen muur
+beklimmen, die de geheele stad omringt en aan het oog der wachters
+ontsnappen, die in de torens op deze muren voor de veiligheid hunner
+medeburgers zorgen?
+
+Zelfs bij vorst zou het u niet gelukken binnen te komen. Zoodra
+de stadsbode, op een horen blazende, door de stad gaat, begeven de
+»Schuitenvoerders«, »Waagdragers« en »Turfdragers« zich naar de vesten
+om het ijs stuk te hakken. Dat geeft dubbele veiligheid, zoowel tegen
+ongewenscht bezoek als bij brand.
+
+Op het oogenblik echter ligt de weg voor ons open en wij kunnen ons
+gerust in de stad wagen. Het gerecht behoeven wij niet te vreezen: wij
+zijn geen bannelingen, die bij ontdekking gevaar loopen de rechterhand
+te verliezen.
+
+Hier ziet gij het gebouw, waarover wij zoo even reeds spraken: den St.
+Joris-Doelen. Veertig mannen komen hier te zamen om zich te oefenen in
+het schieten met den voetboog. Ze vormen met de handboogschutters, die
+St.-Sebastiaan tot schutspatroon hebben gekozen en die hun Doele vroeger
+in de Lombardstraat hadden, de twee schuttersgilden.
+
+Waarom ze »schutters« heeten? Ze moeten de stad in tijden van nood
+beschutten, d. i. beschermen. Geen wonder dus, dat het Stadsbestuur
+deze vereenigingen op hoogen prijs stelt. Vooral het St. Jorisgilde mag
+zich in de gunst verheugen. De Zilveren St. Joris kan er van getuigen.
+Het is een »giftbrief«, reeds ± 1422 door de Overheid aan het gilde
+geschonken. Deze kostbare brief wordt in een zilveren doos bewaard,
+vandaar den naam van Zilveren St. Joris. Heel wat voorrechten zijn de
+vereeniging geschonken. Hoor maar eens. Het gilde zal genieten:
+
+1º. van elk Hollandsch pond visch, dat verkocht wordt, 8 penningen;
+
+2º. het vischrecht in de Schie en de Stadsvesten;
+
+3º. 16 penningen peesgeld voor elken schutter, die buiten de Vest dienst
+doet;
+
+4º. een mengsel Rijnschen wijn per man op St. Maartenavond (11
+November);
+
+5º. vrijdom van accijns voor den wijn en het bier, die verbruikt worden
+bij het schieten naar den papegaai tusschen 1 Mei en 24 Juni.
+
+Tegenover deze voorrechten staan ook eenige verplichtingen voor het
+gilde, waartoe het een eer gerekend wordt, te behooren:
+
+ten 1e moeten de leden zich oefenen in het schieten, van den eersten
+Zondag in April tot 1 November. Wie zonder geldige reden verzuimt,
+beloopt een boete van 4 »schellingen«. Is deze boete den derden dag niet
+aangezuiverd, dan moet de gestrafte voor iederen dag, dien hij te laat
+betaalt, 1000 baksteenen leveren voor den kerkbouw;
+
+ten 2e hebben alle leden zich te voorzien van een wapenrok of »caproen«;
+
+ten 3e behooren ze op Sacramentsdag (d. i. de Donderdag volgende op den
+Zondag na Paschen) bij de »processie« in den optocht te zijn.
+
+Nu wij het toch over de gilden hebben, willen wij, al voortwandelende,
+u nog wat over de ambachtsgilden vertellen.
+
+Dit zijn vereenigingen van menschen, die hetzelfde vak of bedrijf
+uitoefenen. Zoo hebben we hier in Rotterdam gilden van: bakkers,
+brouwers, wevers, timmerlieden, metselaars, wapensmeden, harnasmakers,
+schilders, kleer- en schoenmakers, chirurgijns, naaisters en nog meer
+andere. Ge zoudt geen beroep kunnen opnoemen, waarvan geen gilde
+bestaat. Alle hebben hun eigen »deken« en »hoofdlieden«, die hun vaste
+»kamerdagen« in hun gildehuis houden.
+
+De bazen of »meesters« zijn de leden van het gilde. Meen niet, dat
+elkeen maar opgenomen wordt in de vereeniging. Iedere »leerling« moet
+eerst zijn »proefstuk« leveren, dat door de overlieden gekeurd wordt.
+Wàt streng wordt er gekeken. Is het niet in orde, hij moet nog maar
+eens terugkomen. Voldoet het aan de eischen, dan krijgt hij zijn
+getuigschrift als »gezel«. Wil de gezel meester worden, dan moet hij ook
+daarvoor een proeve van bekwaamheid afleggen.
+
+Iedere week houdt het bestuur een »kamerzitting«, waar zoowel de
+meesters als de gezellen en de leerlingen met klachten kunnen komen, die
+dan door deken en overlieden worden onderzocht.
+
+De jaarlijksche bijdragen of »jaarzangen« aan de »gildekas« worden in de
+stevige ijzeren »gildekist« bewaard. De »gildeknecht« bewoont het huis;
+tot meerdere veiligheid hebben de meesten hunner zich een »gildehond«
+aangeschaft.
+
+De gilden staan onder streng toezicht van het bestuur der stad, die ze
+heel wat verplichtingen heeft opgelegd. Zoo moeten b.v. de bakkers aan
+elk brood een teeken aanbrengen en wel aan een brood van 1 penning één
+stip, van 2 penningen twee stippen enz. Elke week moet in de kerk
+afgelezen worden, wat het brood zal kosten. Er mag alleen overdag en
+niet in woonhuizen gebakken worden. Wil iemand leeren bakken, dan moet
+hij twee pond was voor het altaar der kerk geven[18]. Wil de gezel
+meester worden, dan dient hij allereerst een getuigschrift over te
+leggen, dat hij twee jaar in het bakkersbedrijf werkzaam geweest is.
+Daarna wordt hij tot het proefstuk toegelaten, waarvoor hij negen gulden
+moet betalen. Zijn proef bestaat in het bakken van een tarwe-, een
+rogge- en een wittebrood in een oven, die met rijs heetgemaakt is.
+
+[18] Deze laatste bepaling zal zeker wel niet langer dan tot 1572 van
+kracht geweest zijn. Toen immers ging de kerk aan de Hervormden over.
+
+ * * * * *
+
+Al pratende en wandelende zijn we door de St. Jacobstraat in den Oppert
+gekomen.
+
+Laten wij hier onze aandacht eens aan de huizen schenken. Let allereerst
+eens op de gevels. Van sommige woningen loopen zij spits toe, andere
+hebben een trapgevel. De ramen zijn klein, de in lood gevatte ruitjes
+evenzoo. Geen wonder, dat er niet veel licht naar binnen valt. En dat
+weinige licht wordt nog onderschept door de overal uitstekende luifels.
+Waarvoor die dienen hebt ge waarschijnlijk reeds opgemerkt. De
+gildebroeders verrichten er hun werkzaamheden onder. En de talrijke
+pothuizen voor de woningen, die de toch al niet breede straat nog meer
+vernauwen? Gluur maar eens naar binnen en ge zult een schoenmaker,
+kleermaker of blikslager aan den arbeid zien. IJverig zijn ze bezig tot
+zonsondergang toe. Dan is het werken gedaan; bij het zwakke kunstlicht
+gaat het slecht en ze zouden bovendien nog maar een boete oploopen.
+Ge moet nl. weten, dat de Overheid, om het brandgevaar te verminderen,
+bepaald heeft, dat er alleen bij daglicht gewerkt mag worden. Zoodra dan
+ook de schemering valt, wordt de arbeid gestaakt, men verpoost zich wat
+en houdt een buurpraatje op de houten of steenen bank, die terzijde van
+de stoep aan vele woningen aangebracht is, waarna het niet lang duurt,
+of allen begeven zich ter ruste, om den volgenden morgen met het krieken
+van den dag de taak weer te hervatten.
+
+Daar komt een knaap ons al zoekende te gemoet. Hij vraagt iets aan een
+voorbijganger. »O, moet ge in »het blaauwe Schaep« zijn,« zegt deze,
+»dat is verderop, dicht bij »De Roode Hant«.« Ge staat verbaasd te
+kijken van een »blauw schaap« en een »roode hand«. Wat zegt ge dan wel
+van »de Vergulde Besem«, de »Drie Swerte Verkens«, »'t Blaaeuwe en Roo
+Paert«, of »de Blaauwe Arent« en »Blaauwe Voet«? Wilt ge die rariteiten
+zien? Nu, daar is gelegenheid te over voor. Ge hebt op de verdere
+wandeling maar naar de gevels der huizen te kijken. Om de gebouwen uit
+elkaar te houden, hebben de meeste een uithangteeken of een gevelsteen,
+al of niet voorzien van een òp- of onderschrift. Het »blaauwe Schaep«,
+waar de knaap moet wezen, is een lakenververij, waar grootendeels
+blaauw laken gemaakt wordt. Lijkt de naam nu nog zoo dwaas? Van deze
+lakenververijen treft men er nog al wat aan in den Oppert. In de
+winkels, waar deze veel gedragen stof verkocht wordt, »hangt bijna
+overal het laken uit« en wel bij voorkeur dat, waarin het meest handel
+wordt gedreven. Zoo zijn er hier in de stad nog: »het Blaauwe Laken«,
+»het Carmozijnrood Laken«, »het Goude Laken«, »het Zwarte, Groene, Witte
+en Gele Laken«, »het Spaansche Laken« en »het Wit Engelsch Laken«. Of al
+die kleuren gedragen worden? Ja zeker, maar zwart en blauw toch het
+meest. Dat is de dracht der poorters. Voor een gulden of acht is er al
+een heel goed lakenpak te verkrijgen. Daar moet een handwerksman een
+vijftal weken voor werken, want die verdient een stuiver of 5 per dag.
+Eén geluk, hij behoeft zich niet dikwijls in het nieuw te steken! Aan
+mode stoort hij zich niet, en onze lakenwevers verstaan hun ambacht zoo
+goed, dat de stof haast onverslijtbaar is.
+
+ Als iemand zich van echt Leidsch laken
+ Een mooijen bruigomsrok liet maken,
+ Zijn zoon had levenslang daaraan
+ Een Zondagskleed om uit te gaan.
+ De kleinzoon kon weêr, al zijn dagen,
+ Dienzelfden rok als weekpak dragen,
+ En de achterkleinzoon kreeg op 't lest
+ Een buis en broek nog uit de rest;
+ En dan--dat mogt eerst laken heeten,
+ Was hij er uitgegroeid, eer 't pak nog was versleten!
+
+
+II.
+
+Wat is het hier in den Oppert morsig. De regen der laatste dagen heeft
+de straat in een waren modderpoel herschapen. Ons schoeisel ziet er dan
+ook fraai uit! Al tien keer zeker hebben wij in zoo'n verraderlijk met
+water gevulden kuil gestapt. Die poorter daar voor ons is er beter
+achter. Hij heeft plankjes met rolletjes onder de schoenen. Dat loopt
+wel niet zoo gemakkelijk, maar nu spaart hij ten minste zijn met mooie
+figuren bestikte »snavel- of puntschoenen«. Zoo fraai uitgedost zijn
+echter alleen de zeer aanzienlijke poorters. Misschien is hij wel een
+der leden van de vroedschap! Ziet gij wel dien langen »tabberd«, met
+wijde mouwen en bont omzoomd, over het zijden onderkleed en zijn
+»toppermuts« met kleurigen zijden »lamfer«? De »joffer«, die daar juist
+de deur uitkomt, behoort zeer zeker tot de deftige poorteressen. Haar
+hoofddeksel of »tuit« is van duur Kamerijksch doek vervaardigd, de
+sluier, die tot over de schouders valt en in een punt eindigt, is van
+fijne kant vervaardigd. Het satijnen, laag uitgesneden »keurs« is met
+gouddraad bestikt. Daarvan zien we echter niet veel, want het tot op den
+grond hangende overkleed bedekt het bijna geheel en al. Aan één zijde
+is het kleed echter opgenomen en nu zien we ook de »hulse« of rok en de
+puntschoentjes met kleine hakjes. Het is de joffer zeker te vuil op
+straat om te loopen, ze neemt ten minste plaats in een draagkoetsje.
+
+Het drietal, dat ge ginds ziet aankomen, is heel wat eenvoudiger
+gekleed. De man met wijde »hozen«, wollen buis en muts is
+waarschijnlijk een schipper; de ander heeft een rok tot aan de knieën
+reikend, die door een gordel om het middel wordt gesloten. Zijn mantel
+of »kovel« heeft hij thuis gelaten, zoodat wij zeer goed kunnen zien,
+dat kousen en broek uit één stuk zijn vervaardigd. De vrouw, die in hun
+gezelschap is, schijnt ook tot den minderen poortersstand te behooren.
+Voor tuit heeft zij een gewoon linnen doek om het hoofd, terwijl haar
+kort jak en lange rok eveneens van eenvoudige stof en snit zijn.
+
+De woning, die ze binnengaan, is nog met riet gedekt. Zoo zijn er
+nog heel wat in de stad. De huizen, na den brand in 1563 gebouwd of
+vernieuwd, hebben echter alle een pannen dak. Hebt ge ook wel opgemerkt,
+dat de woningen lang niet overal tegen elkaar aan staan? Hier en daar
+liggen nog groote, onbebouwde stukken, die als weiland of tuin in
+gebruik zijn.
+
+ * * * * *
+
+Nu staan we voor de Groote Kerk, het hoogste en grootste gebouw
+uit de stad. Zooals ge ziet, wordt het terrein rondom de kerk voor
+begraafplaats gebruikt. De rijken vinden hun laatste rustplaats in de
+kerk, de gewone burgers rònd het bedehuis. Men zal echter weldra naar
+een andere begraafplaats moeten omzien: er dreigt gebrek aan ruimte te
+ontstaan.
+
+[Illustratie: De Binnenrotte (18de eeuw).]
+
+De kruisvormige gedaante der kerk vertelt ons, dat ze oorspronkelijk
+voor den Roomsch-Katholieken eeredienst gebouwd is. Sinds 1572 is ze
+door de Protestanten in gebruik genomen. Aan den buitenkant is dat niet
+te zien, wel als wij de kerk binnentreden. De altaren, ook die van de
+gilden, waarvan de voornaamste hun eigen kapel bezaten, zijn weggenomen,
+evenals de mooie beelden en schilderijen, die het gebouw vroeger
+sierden. Gelukkig, dat de beeldenstorm, die zooveel schoons heeft
+vernield of beschadigd, hier niet gewoed heeft. Wel hebben er eenige
+onregelmatigheden plaats gegrepen en heeft een zekere Snap het gewaagd
+zich aan een Christusbeeld te vergrijpen--voor welke daad hij onthalsd
+is--maar de eigenlijke storm is Rotterdam voorbijgegaan.
+
+[Illustratie: Gezicht op de Oudehaven en de stad in de 17de eeuw.]
+
+Verlaten wij het bedehuis, dat ons, ontdaan van zijn tooi, wel wat
+leeg en somber lijkt en begeven wij ons door de Wijde Kerkstraat langs
+het geboortehuis van Erasmus naar de Hoogstraat. Nu, die draagt haar
+naam niet ten onrechte. Hoog ligt ze. Zie maar eens, hoe hellend de
+Kerkstraat loopt. Geen wonder ook. We staan thans op een deel van den
+langen zeedijk, die vroeger de Maas moest keeren. Het is het oudste en
+hoogste deel van Rotterdam. Gaan we nu het »Merctveld« over. Dit is
+eigenlijk een steenen brug over het Steiger gebouwd. Erasmus staat vlak
+aan het water, met zijn gelaat naar de Markt gekeerd. Loopen we het
+West-Nieuwland over langs de Kolk, dan zien wij op het einde, dicht
+aan de Blaak een der bekendste stadstorens. Menigeen heeft reeds in
+dezen »Blauwen toren« angstige uren doorgebracht, voor hij zich door de
+»schepenen« zijn vonnis hoorde aanzeggen. Rechts ervoor, over de Blaak,
+ligt de lange Gapersbrug. We zullen ze niet overgaan. Aan den overkant
+is nog niet veel meer te zien dan enkele scheepstimmerwerven. Slaan
+we liever linksom over de Draaibrug. Wat een mooi gezicht hebben wij
+hier. Vòòr ons de Oudehaven, met aan het eind de fraaie Hoofdpoort; het
+gebouw met het sierlijke torentje op den hoek van het Haringvliet is
+de pas voltooide Koopmansbeurs; achter ons zien we de Kolk, waarin de
+Zeeuwsche schepen een ligplaats gevonden hebben. Daar komt juist de
+Dordtsche Marktschuit de Oudehaven binnenglijden. Dat gaat vlot genoeg,
+want de zware boom, met dikke ijzeren punten bezet, ligt tegen den wal.
+'s Nachts echter sluit deze de haven af en een knappe schipper, die
+dan de stad binnen komt. Het schijnt, dat de schuit vlak op onze brug
+komt aanvaren. Dat zal stukken geven. Laten wij vlug maken, dat we er
+afkomen. Heb maar geen nood. Let eens op, hoe de handige schipper hem
+dat levert. Hij weet zijn schuit precies de richting te geven, die zij
+hebben moet, zoodat de mast tegen het middelste deel van de brug stuit.
+Dit stuk biedt wel eenigen weerstand, doordat het verzwaard is door een
+bak met steenen, die er onder aanhangt, maar toch draait het onder den
+uitgeoefenden druk mee en het schip vaart met staanden mast door de nu
+ontstane opening. Wijd is deze niet en menige rappe gast springt er dan
+ook maar overheen, als de brug, nadat er een schip is doorgevaren,
+nog niet goed gesloten is. Want de schipper draait ze wel open, maar
+het sluiten laat hij in den regel aan de voetgangers over. Daar het
+draaibare deel lang niet de volle breedte van de brug inneemt, is
+het duidelijk, dat ze niet voor voertuigen gebruikt kan worden. Ook
+kruiwagens en andere smalle vervoermiddelen mogen echter niet over de
+brug: ze is alleen voor voetgangers bestemd.
+
+[Illustratie:
+ van de draybrugge. dezen toren comt de stadt toe.
+
+ den druckertoren. blaeuwen toren.
+
+ draeybrugge.
+
+Grondkaart of plattegrond van de erven bij den Blauwen Toren, door Simon
+Dammasz. van Dueren, landmeter.
+
+(No. 2 uit het Kaartenboek der Gemeente Rotterdam, 1578.)]
+
+We staan voor de Hoofdsteeg. Deze is heel wat breeder dan een 50 jaar
+geleden. Toen was het werkelijk een steeg, thans kan ze met de flinkste
+straten wedijveren. Laten wij nu linksaf slaan en den Rijstuin doorgaan.
+Veel huizen treffen wij hier nog niet aan. De rijswerkers oefenen er hun
+bedrijf uit en hebben binnen een afgesloten ruimte hun opslagplaats
+van rijshout. Willen de gildebroeders hun waar aan den man brengen,
+dan behoeven zij niet ver te loopen. De Mandenmakersbrug[19] is hun
+marktplaats. Ze is wel niet groot, maar in ieder geval breeder dan de
+meeste straten met de grachten midden in. Dat de markt juist hier is, is
+geen toeval. Een »keur« uit ± 1420 bepaalt nl., dat er alleen mandenwerk
+verkocht mag worden op den marktdag in het Oost-Nieuwland en anders
+ieder voor zijn eigen deur.
+
+[19] Deze brug kreeg later den naam van Hoenderbrug, omdat de
+Hoendermarkt er op gehouden werd. Ze verbond de Hoofdsteeg met de Korte
+Hoofdsteeg. Door de demping van het Middensteiger en Boerensteiger is
+zij verdwenen.
+
+Nu staan we weer op de Hoogstraat en hebben het Stadhuis met zijn
+aardig torentje voor ons. De verguld koperen windwijzer in den vorm
+van een haringbuis of »bun« zegt ons, dat de haringvisscherij voor de
+Rotterdammers van groot belang is. De ruimte onder den toren wordt als
+gevangenis gebruikt. Als men van iemand zegt: »Hij zit in de bun«, wees
+dan verzekerd, dat hij goed opgeborgen is. Wanneer ge het Stadhuis
+door den hoofdingang wilt binnentreden, dient ge het bordes van
+twintig trappen te beklimmen. De twee opzittende leeuwen aan weerszijden
+houden, zooals ge reeds opgemerkt zult hebben, het stadswapen. Behalve
+als Raadhuis en Gevangenis dient het gebouw ook tot Vleeschhal en Waag.
+Nog veel vroeger was het zelfs Gasthuis. De zieken en zwakken hebben
+echter plaats moeten maken voor de Vroedschap.
+
+[Illustratie: Het Stadhuis aan de voorzijde in de 17de eeuw.]
+
+Gaan we door de Waagstraat (thans Stadhuissteeg) naar de achterzijde van
+het gebouw.
+
+We staan op de Huibrug, zoo genoemd omdat volgens een keur uit ± 1420
+hier de huidenmarkt gehouden moest worden. De eertijds houten brug is
+nu al veel verbreed en heeft thans meer van een plein. Soms kan het
+hier stampvol staan; dan verdringen de poorters zich langs Kipsloot
+en Botersloot. Hier wordt nl. het schavot opgeslagen, wanneer er een
+terechtstelling plaats zal vinden. Op het balcon aan het Stadhuis nemen
+dan de rechters plaats. Ook dient dit tot afkondiging van belangrijke
+mededeelingen. Boven het balcon ziet ge twee staande leeuwen, die het
+stadswapen dragen. We lezen het onderschrift: »Ik, oprechtheid sterk U,
+Bedieningen en wijze raad geven sterkte. O, Rotterdam! Uw recht groent
+als een laurier«. En daar geheel in de hoogte, op den top van den gevel
+staat de Gerechtigheid. In de eene hand draagt ze de weegschaal, in de
+andere het zwaard. Ze is geblinddoekt, want zonder onderscheid des
+persoons dient ze recht te spreken.
+
+Langs de Botersloot gaande, staan we weldra voor het Prinsenhof. Dit
+gebouw is oorspronkelijk een nonnenklooster geweest. De zusters van St.
+Agnes, naar haar kleeding ook Grauwe Zusters genoemd, hadden er kort na
+1400 reeds haar woning, die na dien tijd zeer vergroot is.
+
+[Illustratie: Het Prinsenhof.
+
+Het Admiraliteitsjacht ligt voor den hoofdingang.]
+
+Na de Hervorming was het echter met den bloei der kloosters gedaan. Ook
+het St. Agnietenklooster verminderde zeer in bewoonsters. In 1575 werd
+dan ook reeds een groot deel van het gebouw tot andere doeleinden in
+gebruik genomen. Sommige vertrekken werden ingericht tot logement voor
+den Prins van Oranje, als deze in de stad vertoefde, andere tot woning
+van den pensionaris der stad. Oldenbarnevelt, die van 1576 tot 1586 deze
+betrekking heeft bekleed, had hier zijn woonplaats. Sinds 1593 zijn de
+overgebleven nonnen in het Gasthuis ondergebracht en hebben de Heeren
+van de Admiraliteit van de Maze hun kantoor in het Prinsenhof. Zij zijn
+de bestuurders van het deel der vloot, dat in Rotterdam thuis behoort.
+
+Behalve dit klooster heeft Rotterdam nog andere binnen zijn muren
+gekend.
+
+In 1441 werd het Cellebroedersklooster aan de Delftsche Vaart, dicht bij
+de Kerk gevestigd. De Cellebroeders waren zeer godvruchtig en leidden
+een sober bestaan.
+
+[Illustratie: Johan van Oldenbarnevelt.]
+
+Ze wijdden zich aan het verplegen van zieken en het afleggen en
+begraven van dooden, die zij zingende ten grave droegen, waarom zij
+ook wel »Lollaerts« werden genoemd. Vooral bij het heerschen van een
+besmettelijke ziekte, zooals pokken en pest, waren de Cellebroeders[20]
+goud waard. Waar soms het geheele gezin door de vreeselijke ziekte was
+aangetast, waar niemand de besmette woning durfde betreden, daar gingen
+de Cellebroerkens binnen, en al konden zij geen genezing brengen, ze
+gaven tenminste troost en verlichting van lijden en zorgden voor een
+Christelijke begrafenis van de gestorvenen. In hun stemmig zwarte
+kleeding liepen zij barrevoets rond; daarom werden ze ook wel Zwarte
+monniken of Barrevoeters geheeten.
+
+[20] Celle = Graf.
+
+Nog van een ander mannenklooster willen wij u wat mededeelen.
+
+Keeren we daartoe langs de Botersloot en de Kipsloot terug. We zijn in
+de Oostwagenstraat[21], zoo genoemd, omdat hier het Goudsche Wagenveer
+afrijdt. Volgen we de helling naar den dijk en slaan wij linksom naar
+het Oosteinde der Hoogstraat. Ook hier heeft een klooster gestaan.
+Het was dat van de Predikheeren of Dominicanen. Deze vrome heeren
+kwamen reeds in het begin der 15de eeuw in Rotterdam prediken. Hun
+eerste gebouw, een schenking van een godsdienstig poorter, stond in de
+Lombardstraat. Het aantal monniken nam echter dermate toe, dat men reeds
+in 1444 er toe overging hier op het Oosteinde een klooster te bouwen.
+Het bevatte meer dan honderd cellen voor de kloosterlingen, die lang zoo
+sober niet leefden als de Cellebroeders. Zij zagen dan ook niet, zooals
+deze ongeletterde monniken, altijd maar weer smart en ellende rondom
+zich. Hun aandacht en bemoeiingen betroffen meer de levenden. Wie
+behoefte gevoelde aan een geestelijk woord, hij trad de prachtige kapel
+der »heeren« binnen om straks, gesterkt door de gehoorde »preek«, weer
+aan den arbeid te gaan. Vele der Dominicanen wijdden zich aan de studie.
+Zij waren de dragers der wetenschap; de geleerden, die boeken schreven
+en versierden met prachtige gouden en zilveren letters. Anderen
+onderwezen de zonen der rijke poorters of arbeidden in den grooten
+kloostertuin, die zich ver tot over de Achterkloostergracht uitstrekte.
+
+[21] De tegenwoordige Goudsche Wagenstraat.
+
+Bij den brand in 1563 is ook dit klooster voor het grootste deel
+vernield. Twee jaar later is het gedeeltelijk opgebouwd en weer door de
+monniken in gebruik genomen. Thans echter doet het dienst als Gasthuis.
+Nadat het Stadhuis geheel door de Vroedschap in gebruik was genomen, is
+dit ziekenhuis ondergebracht aan de Kipsloot, sinds 1575 in het oude
+Predikheerenklooster.
+
+Nog andere inrichtingen van liefdadigheid vinden we op dit deel der
+Hoogstraat.
+
+Het Heilige Geesthuis of Oudemannenhuis, een stichting van Aelwijn
+Floriszoon van der Meer, biedt een onderkomen aan XIII ouden van dagen,
+waarom ze ook wel »de kamer van XIII« genoemd wordt. Het is geen toeval,
+dat de inrichting juist aan een dertiental een onderkomen biedt. Met
+opzet is dit aantal vastgesteld, als een herinnering aan Jezus en zijn
+12 discipelen.
+
+Behalve deze dertien, die een te huis vinden in het gebouw, verschaft
+de stichting nog aan velen onderstand in den vorm van brood, turf, enz.
+De bedeelden dragen een penning, waarop een duif is afgebeeld, het
+zinnebeeld van den Heiligen Geest, »van den geest des vredes en der
+liefde, het schoonste beeld van een weldoend, zachtaardig Christendom«.
+
+Naast een Oudemannenhuis is er ook een Oudevrouwenhuis. Dit staat in de
+Lombardstraat[22].
+
+[22] In 1622 werd het eveneens naar het Oosteinde der Hoogstraat
+overgebracht.
+
+Waarvoor dient dat nieuwe gebouw naast het Gasthuis? Laten wij maar eens
+nader treden en het opschrift op dien ingemetselden steen lezen:
+
+ »In 't jaer 1599, sonder confuis,
+ Heeft Jan Claessoen den eersten steen gelegt van dit Huis«.
+
+Dat zegt ons nog niet veel. Misschien geeft het opschrift op dien
+anderen steen meer licht.
+
+ »De Heeren van de Stadt hebben bedogt
+ Dit Huis te bouwen
+ Voor Mans en Vrouwen
+ Die met de gave Godts sullen werden besocht«.
+
+[Illustratie: Kaatje.
+
+Een verpleegde uit het Oudevrouwenhuis op de Hoogstraat.]
+
+Onwillekeurig deinzen wij een schrede terug, nu we begrijpen, dat wij
+voor het Pesthuis staan. Toch behoeven wij niet bang te zijn voor
+besmetting. De »Zwarte dood« heerscht thans niet in de stad. Nog
+maar enkele jaren geleden[23] heeft de »pestilentie« echter op een
+vreeselijke wijze gewoed. Honderden zijn er aan gestorven. Om de
+besmetting tegen te gaan, verordineerde het Stadsbestuur toen, dat
+op marktdagen niet in den namiddag zou begraven worden en dat er geen
+vrouwen mede ter begrafenis mochten gaan. Gelukkig is thans de ziekte
+weer geweken en wordt het gebouw op het oogenblik alleen gebruikt als
+Dolhuis. De »dollen« of krankzinnigen worden er verpleegd, vandaar
+dat de inrichting den dubbelen naam van Pest- en Dolhuis draagt.
+Bij de laatste epidemie is echter de wenschelijkheid gebleken van een
+afzonderlijk gebouw voor de zinneloozen. Men heeft er dan ook reeds
+over gedacht naast het Pesthuis afzonderlijke Dolhuisjes te bouwen. Vóór
+1598 was het Pesthuis op het eind van de Oostwagenstraat bij de Goudsche
+Poort, in het vroegere vrouwenklooster van St. Anna. Thans is daarin het
+Weeshuis gevestigd, dat eertijds in de Weste Wagenstraat en nog vroeger
+op de Hoogstraat, tegenover deze straat stond[24].
+
+[23] In 1602 en 1603 woedde de pest hier vreeselijk.
+
+[24] Waar nu de Weezenstraat is.
+
+En hiermede zullen wij onze wandeling maar eindigen. Nog veel meer zou
+er in de stad te bezien zijn, doch het merkwaardigste hebben we bekeken.
+
+Laten wij van onzen vermoeienden tocht wat uitrusten en ons verfrisschen
+in de taveerne »de Vergulde Valk« daar vlak bij ons, om daarna de stad
+te verlaten. Het zal toch zoo heel lang niet meer duren, dat de
+poortklok geluid wordt en dan--ge weet het--wordt de poort gesloten.
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Blz.
+
+ 1. De Wilde Venen 5
+ 2. De hooge zeedijk. Jong Rotterdam 11
+ 3. Van dorp tot stad 23
+ 4. De Jonker Fransenoorlog 32
+ 5. De St. Laurenskerk 50
+ 6. Een ramp op de Maas 62
+ 7. Erasmus 65
+ 8. Anneken Jans 72
+ 9. De Brand in 1563 79
+ 10. Rotterdam onder het Spaansche Juk 85
+ 11. Rotterdam vergroot naar de Maas 95
+ 12. Een wandeling door Rotterdam (± 1600) 102
+
+
+
+
+ UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+ PLATEN-ATLAS
+
+ VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,
+
+ +ten dienste van het Gymnasiaal en Middelbaar
+ Onderwijs, Kweekscholen en Normaallessen,+
+
+ DOOR
+
+ Dr. A. J. VAN DER MEULEN,
+
+ +met medewerking van+
+
+ M. TEN BOUWHUYS.
+
+ +Prijs, gecartonneerd f 1,90.+
+
+Geen ouderwetsche historieprenten bevat deze atlas, sprekend alleen van
+'n woeste »histoire de bataille«, maar 'n volledige cultuurgeschiedenis.
+Van den ruwen steenen beitel uit de vroegste beschavingsperiode voert
+ons deze platen-serie geleidelijk naar de koene evoluties van den
+vliegenier Jan Olieslagers te Rotterdam in den zomer van 1910.
+
+De voortschrijdende ontwikkelingsgang van schier vijftig eeuwen op 't
+gebied van techniek en beschaving ligt daartusschen.
+
+Deze keurbundel historieplaten, 150 bladz. met 356 afbeeldingen op zwaar
+kunstdrukpapier, met titelplaat en twee reproducties in kleurendruk
+verdient 'n plaats niet slechts op de inrichtingen van onderwijs, maar
+in elk ontwikkeld gezin. Den luttelen prijs is hij driedubbel waard.
+
+En wie hem koopt, zal zich niet teleurgesteld vinden.
+
+ _Het Katholieke Schoolblad_, 8 Juni 1911.
+
+ * * * * *
+
++Wij hebben hier nu eens een uitgave die we onvoorwaardelijk kunnen
+aanbevelen.+
+
+Deze atlas moet een +uitnemend leermiddel+ zijn in handen van den
+onderwijzer, die bedreven is in het teekenen. Daar is overvloed van
+materiaal om de geschiedenisles te illustreeren met teekeningen op het
+bord. Indien 't nog eens zoover komt, dat de onderwijzer geheel van en
+voor de school kan leven, dan zal deze atlas tevens de stof leveren voor
+een serie historieplaten, die hij bewerkt speciaal voor zijn school.
+Want zoo ver moet het komen.
+
+Intusschen bevelen we dezen atlas aan bij de studie geschiedenis voor
+onderwijzers- en hoofdakte, voor Gymnasiaal en Middelbaar onderwijs.
+
+ _School met den Bijbel_, 23 Juni 1911.
+
+ UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+
+
+
+ UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+ SCHOOLPLATEN
+
+ VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,
+
+ DOOR
+
+ J. W. DE JONGH en H. WAGENVOORT.
+
+ NAAR OORSPRONKELIJKE AQUARELLEN VAN
+
+ J. Hoynck van Papendrecht, Gerard van Hove, J. H. Isings Jr.,
+ C. Jetses, J. H. Jurres, G. Westerman, J. J. R. de Wetstein Pfister.
+
+ (Grootte 84 bij 110 cM.).
+
+ Prijs per plaat met geïllustreerde toelichting f 1,90
+ Opgeplakt op zwaar carton 2,30
+ Geïllustreerde toelichting afzonderlijk 0,25
+
+ ~+Verschenen de eerste serie:+~
+
+1. De Romeinen in ons land. (Een nederzetting bij een vesting).
+
+2. De troepen van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572.
+
+3. Een vergadering van de Nationale Synode te Dordrecht, 1619.
+
+4. Ter Walvischvaart.
+
+5. Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, 1812.
+
+6. De verovering van Tjakranegara op Lombok, 1894.
+
+ ~+Ter perse de tweede serie:+~
+
+7. Aan het Hof van Karel den Grooten.
+
+8. Ter Kruisvaart.
+
+9. Floris V door de Edelen omgebracht.
+
+10. Belegering van een Kasteel. (Het Huis te Voorst, 1362).
+
+11. De Prins trekt over de Maas, 1568.
+
+12. De Prins van Oranje aan het hoofd van de Nationale Militie bij
+Quatre-Bras, 16 Juni 1815.
+
+ ~+In voorbereiding de derde en vierde serie.+~
+
+ ~+Februari 1911.+~
+
+ UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.
+
+
+
+
+ +--------------------------------------------+
+ | |
+ | OPMERKINGEN VAN DE BEWERKER: |
+ | |
+ | De volgende correcties zijn in de tekst |
+ | aangebracht: |
+ | |
+ | Bron (B:) -- Correctie (C:) |
+ | |
+ | B: welwillendendheid, waarmede zij ons |
+ | C: welwillendheid, waarmede zij ons |
+ | B: half onder, half boven hetwater |
+ | C: half onder, half boven het water |
+ | B: De drie Schie's |
+ | C: De drie Schie's. |
+ | B: te spelen Bij een uitval |
+ | C: te spelen. Bij een uitval |
+ | B: de burgers van Rotterdam! Hij |
+ | C: de burgers van Rotterdam? Hij |
+ | B: de la Patria« dit is »Aan Prins |
+ | C: de la Patria«, dit is »Aan Prins |
+ | B: gewijden grond rondom de St |
+ | C: gewijden grond rondom de St. |
+ | B: blaauwe Schaep« zijn, zegt deze, |
+ | C: blaauwe Schaep« zijn,« zegt deze, |
+ | B: »De Roode Hant«. Ge staat verbaasd |
+ | C: »De Roode Hant«.« Ge staat verbaasd |
+ | B: »Blaauwe Voet«?. Wilt ge die |
+ | C: »Blaauwe Voet«?. Wilt ge die |
+ | B: Groene, Witte en Gele Laken«, »het |
+ | C: Groene, Witte en Gele Laken«, »het |
+ | B: bekendste stadstorens Menigeen heeft |
+ | C: bekendste stadstorens. Menigeen heeft |
+ | B: van de erven hij den Blauwen Toren, |
+ | C: van de erven bij den Blauwen Toren, |
+ | B: ander mannenkloosters willen wij |
+ | C: ander mannenklooster willen wij |
+ | B: naar het oosteinde der Hoogstraat |
+ | C: naar het Oosteinde der Hoogstraat |
+ | B: ook reeds overgedacht naast het |
+ | C: ook reeds over gedacht naast het |
+ | |
+ +--------------------------------------------+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Langs Rotte, Maas en Schie. I., by
+J.M. Droogendijk and J.S. Verburg
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE. I. ***
+
+***** This file should be named 31849-8.txt or 31849-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/8/4/31849/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/31849-8.zip b/31849-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..6942f45
--- /dev/null
+++ b/31849-8.zip
Binary files differ
diff --git a/31849-h.zip b/31849-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..dc0999f
--- /dev/null
+++ b/31849-h.zip
Binary files differ
diff --git a/31849-h/31849-h.htm b/31849-h/31849-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..1351cb1
--- /dev/null
+++ b/31849-h/31849-h.htm
@@ -0,0 +1,4043 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.1//EN"
+ "http://www.w3.org/TR/xhtml11/DTD/xhtml11.dtd">
+
+<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl">
+
+<head>
+ <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" />
+ <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" />
+ <title>
+ The Project Gutenberg eBook of Langs Rotte, Maas en Schie. I. Schetsen uit de geschiedenis van Rotterdam, by J. M. Droogendijk, J. S. Verburg.
+ </title>
+ <style type="text/css">
+
+body {margin-left: 8%; margin-right: 8%;}
+
+h1 {text-align: center; clear: both; margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; font-size: 250%; word-spacing: 0.3em;}
+h2 {text-align: center; clear: both; margin-top: 4em; font-size: 120%; word-spacing: 0.2em;}
+h3 {text-align: center; clear: both; margin-top: 3em;}
+
+h2.inhoud {text-align: left; font-size: medium;}
+h2.h2sub {font-size: medium; font-weight: normal; margin-top: 1em;}
+small {font-size: 60%; word-spacing: normal; letter-spacing: -0.1em;}
+
+p {margin-top: .4em; margin-bottom: .4em; text-align: justify; text-indent: 1em;}
+p.tp {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; text-align: center; text-indent: 0em;}
+p.noi {text-indent: 0em;}
+
+div.titel {margin-top: 3em; margin-bottom: 2em; text-align: center;}
+div.voorrede {margin-top: 5em; margin-bottom: 5em; font-size: 90%;}
+div.inhoud {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; font-size: 90%;}
+div.prijs {margin-top: 3em; margin-bottom: 3em; margin-left: 60%; width: 4em;
+ border: 2px solid black; padding: 0.5em; font-size: 85%;}
+div.uitgever {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto; width: 30em;
+ border-top: 1px dotted black; font-size: 75%; text-align: center; padding: 1em;}
+div.drukker {margin-top: 10em; margin-bottom: 7em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: 30em; font-size: 67%; text-align: center; padding: 2em;
+ border-top: 1px dotted black; border-bottom: 1px dotted black;}
+div.wolters {margin-top: 1.5em; margin-bottom: 1.5em; margin-left: auto; margin-right: auto;
+ width: auto; font-size: 85%; text-align: center; padding: 0.5em;}
+div.graf {font-size: 75%;}
+div.ad {width: 40em; padding: 1em;
+ margin-top: 2em; margin-bottom: 2em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+div.recensie {font-size: 75%;}
+div.serie {text-indent: 5.5em; font-weight: bold; text-decoration: underline;
+ margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em;font-size: 85%;}
+
+/* TB */
+p.tbhoog {margin-top: 0.4em; margin-bottom: 0.4em; margin-left: 10%; margin-right: 10%;
+ text-align: center; vertical-align: 0.5em; text-indent: 0em;}
+ .tblaag {vertical-align: -0.5em;}
+hr {width: 33%; clear: both;
+ margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; margin-left: auto; margin-right: auto;}
+hr.tb {border-style: none;}
+hr.fnsep {width: 10%; text-align: left; margin-top: 0.5em; margin-left: 0; margin-right: 0;}
+hr.chend {width: 15%;}
+
+.pagenum {/* uncomment the next line for invisible page numbers */
+ /* visibility: hidden; */
+ position: absolute; left: 93%; text-indent: 0em; text-align: right;
+ font-size: small; font-weight: normal; font-variant: normal; font-style: normal;
+ letter-spacing: normal; color: #888888;}
+span[title].pagenum:after {content: "[" attr(title) "] ";}
+
+/* TABLES */
+table {margin-left: auto; margin-right: auto;
+ padding: 0; border: 0; border-collapse: collapse;}
+.bosbalen {margin-left: 1em; font-size: 85%;}
+.brace {margin-left: 0em; font-size: 85%; vertical-align: bottom;}
+.plaat {margin-top: 1em; margin-bottom: 1em; font-weight: bold; font-style: italic; width: 31em;}
+td.tdl {text-align: left; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdj {text-align: justify; padding-left: 0em; padding-right: 0.5em;}
+td.tdr {text-align: right; padding-left: 0.5em; padding-right: 0.5em; vertical-align: bottom;}
+
+/* BORDERS */
+.bt {border-top: 1px solid black;}
+.bb {border-bottom: 1px solid black;}
+.bbox {border: 3px solid black;}
+
+/* ALIGN */
+.clear {clear: both;}
+.right {text-align: right;}
+.floatleft {float: left; width: auto;}
+.floatright {text-align: left; text-indent: 0em; float: right; width: auto;}
+.ri1 {padding-right: 1em;}
+.ri2 {padding-right: 2em;}
+
+sup {vertical-align: 0.3em; font-size: 75%;}
+.mixcap {font-variant: small-caps;}
+.u {text-decoration: underline;}
+.g {letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em; font-weight: normal; font-style: normal;}
+.smalled {letter-spacing: -0.1em;}
+.wide {word-spacing: 0.3em;}
+ins.corr {border-bottom: 1px dotted red; text-decoration: none;}
+
+/* LISTS */
+.list {padding-left: 5em; font-size: 85%;}
+.list .label {float: left; width: 2em; text-align: right; margin-left: -3em;}
+
+/* IMAGES */
+.figcenter {margin: auto; text-align: center;}
+.figleft {float: left; clear: left; padding: 0; text-align: center; width: 100%;
+ margin-left: 0; margin-bottom: 0.5em; margin-top: 0.5em; margin-right: 1em;}
+.figright {float: right; clear: right; padding: 0; text-align: center; width: 100%;
+ margin-left: 1em; margin-bottom: 0.5em; margin-top: 0.5em; margin-right: 0;}
+.caption {font-weight: normal; text-align: center; font-size: 75%;}
+.illlarge {font-weight: normal; text-align: center; font-size: 75%;}
+
+/* FOOTNOTES */
+.footnote {margin-left: 5%; margin-right: 5%; font-size: 75%;}
+.footnote .label {position: absolute; right: 89%; text-align: right; text-decoration: none;}
+.fnanchor {padding-left: 0.1em; text-decoration: none;}
+
+/* POETRY */
+.poem {margin-left: 10%; margin-right: 10%; text-align: left; font-size: 75%;}
+.chpoem {margin-left: 60%; margin-right: 0%; text-align: left; font-size: 75%; margin-bottom: 1.5em;}
+.poem br {display: none;}
+.chpoem br {display: none;}
+.stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;}
+
+span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;}
+
+.adcent {text-align: center; text-indent: 0em; margin-top: 0.6em; margin-bottom: 0.6em;}
+.size67 {font-size: 67%;}
+.size75 {font-size: 75%;}
+.size85 {font-size: 85%;}
+.size120 {font-size: 120%;}
+.size140 {font-size: 140%;}
+.size167 {font-size: 167%;}
+.size200 {font-size: 200%;}
+
+/* Transcriber Note */
+.TNbox {margin: 10% 10% 5% 10%; border: 1px solid; padding: 1em;
+ background-color: #dddddd; font-family: sans-serif; font-size: 90%;}
+.TNbox h1 {font-variant: small-caps; font-size: 130%; letter-spacing: 0;}
+.TNbox p {text-indent: 0em; margin-top: 0.7em; margin-bottom: 0.7em;}
+.TNbox table {width: 100%;}
+.TNbox th {text-align: left;}
+.TNbox td {text-align: left; vertical-align: top;}
+td.td2 {width: 20%;}
+td.td4 {width: 40%;}
+
+ </style>
+</head>
+
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Langs Rotte, Maas en Schie. I., by
+J.M. Droogendijk and J.S. Verburg
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Langs Rotte, Maas en Schie. I.
+ schetsen uit de geschiedenis van Rotterdam
+
+Author: J.M. Droogendijk
+ J.S. Verburg
+
+Release Date: March 31, 2010 [EBook #31849]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE. I. ***
+
+
+
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="TNbox">
+
+ <h1>Opmerkingen van de bewerker</h1>
+
+ <p>De tekst in dit bestand wordt weergegeven in de originele, verouderde spelling.
+ Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren.</p>
+
+ <p>Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld.</p>
+
+ <p>De voetnoten zijn naar het eind van het hoofdstuk verplaatst.<br />
+ Voetnoten zijn hernummerd en verplaatst naar het eind van elk hoofdstuk.</p>
+
+ <p>Overduidelijke druk- en spelfouten in het origineel zijn gecorrigeerd; deze zijn voorzien van een
+ <ins class="corr" title="Bron: dnnne roed stipppellijn">dunne rode stippellijn</ins>,
+ waarbij de Brontekst via een zwevende pop-up beschikbaar is.<br />
+ Variaties in spelling zijn behouden.</p>
+
+ <p>Een overzicht van de aangebrachte correcties is te vinden aan
+ <a href="#correctie">het eind van dit bestand</a>.</p>
+
+ <p>Dit Project Gutenberg e-boek bevat externe referenties. Het kan zijn
+ dat deze links voor u niet werken.</p>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="voorkant"></span><a id="p_voor"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 512px;">
+<img src="images/cover.jpg" width="512" height="720" alt="voorkant boek" title="voorkant boek" />
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="i"></span><a id="p_i"></a></p>
+
+<div class="ad">
+
+ <div class="wolters bb">UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+ <p class="size85" style="text-indent: -1em; padding-left: 1em;"><b>P. R. BOS&mdash;C. L. VAN BALEN,
+ Volledige Aardrijkskundige Leergang voor de Volksschool:</b></p>
+
+ <table class="bosbalen" summary="volledige leergang">
+ <tbody>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Nederland, 1e stukje, geïllustreerd</td>
+ <td class="tdr"><b>&fnof;&nbsp;0,30</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Europa en de Wereld, 2e stukje, geïllustreerd</td>
+ <td class="tdr"><b>0,30</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">De Wereld, Oost- en West-Indië en Nederland, 3e stukje, geïll.</td>
+ <td class="tdr"><b>0,30</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Atlas van Nederland</td>
+ <td class="tdr"><b>0,25</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Invulatlas van Nederland</td>
+ <td class="tdr"><b>0,10</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Eerste Atlas voor de Volksschool in 16 kaarten, <i><b>10</b>e druk</i>,
+ ingenaaid <b>&fnof;&nbsp;0,30</b>, gecartonneerd</td>
+ <td class="tdr"><b>0,55</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Atlas der geheele aarde</td>
+ <td class="tdr"><b>0,35</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Invulatlas der geheele aarde</td>
+ <td class="tdr"><b>0,15</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Atlas voor de Volksschool in 40 kaarten en 52 platen, <i><b>24</b>e druk</i>,
+ ingenaaid <b>&fnof;&nbsp;1,00</b>, gecartonneerd <b>&fnof;&nbsp;1,40</b>, gebonden</td>
+ <td class="tdr"><b>1,75</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Toelichting</td>
+ <td class="tdr"><b>0,30</b></td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td class="tdj">Globes (hoofdelijk leermiddel) per dozijn in doos</td>
+ <td class="tdr"><b>0,90</b></td>
+ </tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <div class="figleft" style="width: 33px; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0em;">
+ <img src="images/ill_hand.png" width="33" height="13" alt="" title="" />
+ </div>
+
+ <p class="u size75 noi"><b>Bovenstaande boekjes en atlassen kunnen in de volgende
+ leerjaren gebruikt worden:</b></p>
+
+ <table class="clear brace" summary="">
+ <tbody>
+ <tr>
+ <td style="padding-top: 0.5em;">Nederland</td>
+ <td rowspan="2" style="font-size: 240%; vertical-align: top;">}</td>
+ <td rowspan="2">in het vierde leerjaar of in de laatste helft van het derde en in het vierde leerjaar.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td>Atlas&nbsp;van&nbsp;Nederland</td>
+ </tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <p class="size85" style="text-indent: -1em; padding-left: 2em;"><span class="u"><i>Desverkiezende als uitvoeriger atlas hiernevens:</i></span> de Eerste atlas voor
+ de Volksschool.</p>
+
+ <table class="brace" summary="">
+ <tbody>
+ <tr>
+ <td style="padding-top: 0.7em;">Europa en de Wereld</td>
+ <td rowspan="3" style="font-size: 380%; vertical-align: top;">}</td>
+ <td rowspan="3">in het vijfde leerjaar.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td>Atlas der geheele aarde</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td>Invulatlas der geheele aarde</td>
+ </tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <p class="size85 noi" style="padding-left: 1em;"><span class="u"><i>Desverkiezende als uitvoeriger atlas hiernevens:</i></span> de Atlas voor de
+ Volksschool; <i>en als hoofdelijk leermiddel voor de allereerste
+ grondbegrippen der wiskundige aardrijkskunde</i> de Globes.</p>
+
+ <table class="brace" summary="">
+ <tbody>
+ <tr>
+ <td style="padding-top: 0.7em;">De Wereld, Oost- en West-Indië en Nederland</td>
+ <td rowspan="3" style="font-size: 375%; vertical-align: top;">}</td>
+ <td rowspan="3">in het zesde leerjaar.</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td>Invulatlas van Nederland</td>
+ </tr>
+ <tr>
+ <td>De atlassen en invulatlas der voorafgaande leerjaren</td>
+ </tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <p class="tbhoog">* <span class="tblaag">*</span> *</p>
+
+ <p class="size75"><b>Scholen met beperkt leerplan kunnen met de boekjes en atlassen van het
+ vierde en vijfde leerjaar, welke een afgerond geheel geven, volstaan.</b></p>
+
+ <p class="tbhoog">* <span class="tblaag">*</span> *</p>
+
+ <p class="size75"><b>In een korte toelichting wordt de gang der methode en de wijze, waarop
+ de schrijver enkele zaken aan de kinderen duidelijk maakt, uiteengezet.</b></p>
+
+ <div class="wolters bt">UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="1"></span><a id="p_1"></a></p>
+
+<div class="titel">
+
+ <h1>LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE.<br />
+ <small>SCHETSEN UIT DE GESCHIEDENIS VAN ROTTERDAM,</small></h1>
+
+ <p class="tp size67">DOOR</p>
+
+ <p class="tp size85"><span class="mixcap">J. M. DROOGENDIJK en J. S. VERBURG.</span></p>
+
+ <p class="tp size67 g">EERSTE DEELTJE.&mdash;GEILLUSTREERD.</p>
+
+ <div class="prijs"><b><i>&fnof;&nbsp;0,50.</i></b></div>
+
+ <div class="uitgever">TE GRONINGEN BIJ J. B. WOLTERS' U. M., 1911.</div>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="2"></span><a id="p_2"></a></p>
+
+<div class="drukker">STOOMDRUKKERIJ VAN J. B. WOLTERS.</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="3"></span><a id="p_3"></a></p>
+
+<div class="voorrede">
+
+ <h3 class="g"><a id="VOORBERICHT"></a>VOORBERICHT.</h3>
+
+ <p>Bij het verschijnen van dit werkje is het ons een aangename plicht
+ onzen hartelijken dank te betuigen aan Mej. Dr. H. C. H. Moquette,
+ Adjunct-Archivaris en den Heer G. v. Rijn, Gemeente-Bibliothecaris, voor
+ de zeer gewaardeerde medewerking, die wij van hen mochten ondervinden.</p>
+
+ <p>Voor de kaartjes zijn wij veel verplicht aan Dr. C. te Lintum, Leeraar
+ aan de H. B. S. alhier. Ook hem onzen hartelijken dank.</p>
+
+ <p>Van de illustratie's danken wij er eenige aan particulieren; enkele zijn
+ afkomstig uit het Museum van Oudheden, maar verreweg de meeste uit de
+ rijke verzameling van het Gemeente-Archief.</p>
+
+ <p>Een woord van dank past hier zeker aan de ambtenaren dezer instellingen,
+ benevens aan die van de Gemeente-Bibliotheek voor de groote
+ <ins class="corr" id="corr1" title="Bron: welwillendendheid">welwillendheid</ins>, waarmede zij ons steeds weer
+ behulpzaam waren.</p>
+
+ <p>Niet onvermeld mogen wij ook laten de bereidwilligheid, waarmede
+ verschillende ambtenaren, verbonden aan onderscheidene Takken van Dienst
+ in deze gemeente, ons steeds een afdoend antwoord gaven op onze vragen
+ om inlichtingen. Ook waar wij een enkele maal bij particulieren
+ aanklopten, vonden wij steeds een gewillig gehoor.</p>
+
+ <p><span class="pagenum" title="4"></span><a id="p_4"></a></p>
+
+ <p>Hoewel het noemen van onze bronnen hier onnoodig geacht kan worden,
+ willen wij een uitzondering maken voor het op de scholen nog te weinig
+ gebruikte werk &bdquo;Rotterdam in den loop der eeuwen&rdquo; door Dr. C. te Lintum
+ e. a. en de Rotterdamsche Jaarboekjes, die ons van zeer veel dienst zijn
+ geweest.</p>
+
+ <p>Ons boekje is bestemd voor de hoogste klassen der Rotterdamsche scholen.
+ We zijn nl. van meening, dat de historie onzer stad, voor zoo ver ze
+ voor kinderen belangwekkend en begrijpelijk is, in deze leerjaren in
+ verband met de Vaderlandsche geschiedenis onderwezen dient te worden.
+ Ook op Herhalingscholen kan, naar het ons schijnt, dit werkje dienstig
+ zijn, om bij de oudere leerlingen de belangstelling in de geschiedenis
+ hunner woonplaats te wekken en levendig te houden, terwijl de uitgever
+ van meening is, dat het boekje in een prachtbandje ook kan dienen als
+ prijs voor de leerlingen, die de school verlaten.</p>
+
+ <p class="size85 floatleft mixcap">Rotterdam, 1911.</p>
+
+ <p class="size85 right ri1 mixcap">De Schrijvers.</p>
+
+</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="5"></span><a id="p_5"></a></p>
+
+<h2><a id="De_Wilde_Venen"></a>1. De Wilde Venen.</h2>
+
+<h3>I.</h3>
+
+<p>Wanneer twintig eeuwen geleden een verdwaalde Germaan in zijn kano, van
+den Ouden Rijn af, den grilligen loop der Rotte had gevolgd, zou hij,
+indien het eentonige landschap van riet en biezen aan den mond van
+dit riviertje had plaats gemaakt voor een wijd vergezicht over een
+onafzienbaren waterplas, geen Rotterdam hebben ontdekt. Van onze stad
+met haar 400.000 inwoners bestond nog niets. Geen dorp, geen gehucht,
+geen enkele hut zelfs zou het oog van den eenzamen reiziger hebben
+getroffen. Dit zou ook niet mogelijk geweest zijn, want van den bodem,
+waarop Rotterdam is verrezen, was òf nog niets, òf zeer weinig aanwezig.
+Daar spoelden nog lustig de golven van de breede binnenzee of lagune,
+door de Romeinen Helinium genoemd.</p>
+
+<p>De enkele deelen, die zich aan den mond der Rotte misschien boven de
+wateren verhieven, kunnen een paar zandbanken geweest zijn.</p>
+
+<p>We treffen nl. in onze stad enkele plaatsen aan, waar de ondergrond uit
+zand bestaat. Hier moeten zich dus vroeger zandbanken bevonden hebben,
+die, dit weet men zeker, al zeer vroeg te zien waren. De bedoelde deelen
+zijn Feyenoord en de Zandstraat met het Roodezand. Deze laatste twee
+straten hebben zelfs haar naam naar een dezer zandplaten ontvangen, die,
+van verre <span class="pagenum" title="6"></span><a id="p_6"></a>gezien, een rosachtig voorkomen had. Nu zou het mogelijk zijn,
+dat deze banken ± 2000 jaar geleden reeds boven het water uitstaken,
+maar zekerheid daaromtrent bestaat niet. Waar wij Rotterdammers, wat
+de geschiedenis onzer stad aangaat, echter toch al zooveel ten achter
+staan bij de bewoners van Wijk-bij-Duurstede, Nijmegen, Tiel, Utrecht,
+Vlaardingen, Voorburg, e. m. a., alle plaatsen, waarvan de geschiedenis
+zich tot ver in de grijze oudheid verliest, laten wij, om de historie
+onzer stad wat meer glorie bij te zetten, dan maar als vaststaand
+aannemen, dat deze deelen van den Rotterdamschen bodem zich ten tijde
+der Romeinen reeds boven de wateren van het Helinium vertoonden.</p>
+
+<p>In deze binnenzee mondden behalve de Rotte nog andere wateren uit, die
+we nu kennen als Waal, Lek, Hollandschen IJsel en Schie. Deze Schie met
+de Vliet staan op het kaartje aangegeven als &bdquo;Gracht van Corbulo&rdquo;.
+Dit water werd door dezen Romeinschen landvoogd gegraven om een
+verbinding te verkrijgen van den Ouden Rijn met het Zuiden. De Rotte,
+het ondiepe, kronkelende watertje, met zijn uitgestrekte moerassen
+aan weerszijden&mdash;veengronden, die half onder, half boven <ins class="corr" id="corr2" title="Bron: hetwater">het water</ins>
+uitstaken&mdash;kon hiervoor maar moeilijk dienen. Geen wonder, dat deze
+&bdquo;Wilde Venen&rdquo; door geen menschenvoet werden betreden, dat daar geen
+andere bewoners werden aangetroffen, dan lepelaars, reigers en
+roerdompen.</p>
+
+<p>De hooge en droge gronden ten Westen der moerassen waren wel bewoond.
+Al waren ze ook schaarsch, toch vond men in dit deel van Holland
+reeds eenige plaatsen. <span class="pagenum" title="7"></span><a id="p_7"></a>We lezen op het kaartje: Flenum en Pretorium
+Agrippinae. Het laatste is Voorburg, Flenum waarschijnlijk Vlaardingen
+geworden.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p007t.png" width="400" height="399" alt="Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden Rijn ten tijde der Romeinen." title="" />
+<span class="caption">Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden Rijn ten tijde der Romeinen.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p007.png" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1174×1173, 65kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Van deze plaatsen moeten wij ons geen te grootsche voorstelling maken.
+Feitelijk waren het niets meer dan Romeinsche nederzettingen, waar
+omheen sommige bewoners <span class="pagenum" title="8"></span><a id="p_8"></a>dezer landen hun woningen hadden gebouwd. Onder
+de hoede van zoo'n steenen gebouw gevoelden ze zich veiliger, dan alleen
+in een hutje op een eenzame plaats. Bovendien hadden de bezettingen van
+die sterkten verschillende levensmiddelen noodig, die ze verkregen van
+de bewoners dezer streken. Zoodoende ontstond er tusschen de Romeinen en
+Germanen handel: weer een reden te meer voor de laatsten om hun hutten
+zoo dicht mogelijk bij de legersterkten te bouwen.</p>
+
+<h3>II.</h3>
+
+<p>Bezien wij nu het kaartje, dat den toestand van Maasland aangeeft
+omtrent het jaar 1000. Al aanstonds valt ons op, dat er meer plaatsen
+liggen.</p>
+
+<p>We lezen o. a.: Hargan, Schie en Bergan, namen, die ge bij de
+aardrijkskunde van Zuid-Holland niet geleerd hebt. De plaatsen liggen er
+echter nog; het zijn Kethel, Overschie en Hillegersberg. Verder zien wij
+naar het Westen nog Flardinga of Vlaardingen, maar dit dagteekende reeds
+uit den tijd der Romeinen, ofschoon het toen waarschijnlijk iets
+zuidelijker lag.</p>
+
+<p>En hoe staat het met Rotterdam? Nog niets van te ontdekken. Aan de Rotte
+ligt nog geen enkele plaats.</p>
+
+<p>Nu dringen zich twee vragen aan ons op. Ten eerste: Als bovengenoemde
+dorpen in het jaar 1000 wel, maar ten tijde der Romeinen nog niet
+bestonden, wanneer zijn zij dan ontstaan? Op deze vraag moeten wij het
+juiste antwoord schuldig blijven; de geschiedenis vermeldt <span class="pagenum" title="9"></span><a id="p_9"></a>het jaartal
+van het ontstaan niet. We vermoeden echter, dat zij dagteekenen uit de
+10<sup>de</sup> of 11<sup>de</sup> eeuw.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 379px;">
+<img src="images/ill_p009t.png" width="379" height="400" alt="Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden
+Rijn omstreeks het jaar 1000." title="" />
+<span class="caption">Vermoedelijke toestand van het land bezuiden den Ouden
+Rijn omstreeks het jaar 1000.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p009.png" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1119×1181, 56kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>De tweede vraag, die wij als vanzelf stellen is deze: Waren de Wilde
+Venen niet meer zoo moerassig? Hierop kunt ge zelf wel een antwoord
+geven. Bekijk het kaartje maar, dan zult ge zien, dat de moerassen nog
+steeds <span class="pagenum" title="10"></span><a id="p_10"></a>zijn aangegeven. Vreemd, niet waar, dat men zich midden in deze
+lage streken een woonplaats koos; dat er zich zelfs zoovelen daar
+neerzetten, dat er plaatsen ontstonden? Maar nog vreemder zult ge het
+vinden, als wij u zeggen, dat daar juist dorpen verrezen, <i>omdat</i> het er
+moerassig was. Indien de bodem er droog en vast geweest was, zouden
+waarschijnlijk Hargan, Schie en Bergan niet zijn ontstaan.</p>
+
+<p>Om dit duidelijk te maken, moeten wij ons een gedeelte der Vaderlandsche
+Geschiedenis voor den geest roepen.</p>
+
+<p>Zooals bekend is, werd ons land tusschen 800 en 1000 zwaar geteisterd
+door de invallen der ruwe Noormannen. Vele plaatsen, waaronder ook
+Vlaardingen, werden door deze zonen van het koude Noorden gebrandschat.
+Witla, dat in den omtrek van Vlaardingen gelegen heeft, (waarschijnlijk
+op het eiland Voorne) is door deze barbaren zelfs zoo volkomen verwoest,
+dat men niet eens met zekerheid kan aanwijzen, waar deze plaats gevonden
+werd. Geen wonder, dat men in de kerken bad: &bdquo;God, verlos ons van de
+Noormannen&rdquo;; want men moet niet meenen, dat een plaats, eenmaal door de
+woestelingen bezocht, voortaan veilig voor hen zou zijn. Neen, wanneer
+de zwaar bezochte bewoners na groote inspanning de zware slagen, hun
+toegebracht, eenigszins te boven waren gekomen; wanneer er weer eenige
+welvaart begon te heerschen dàar, waar door de Noormannen armoede en
+verschrikking was gebracht; wanneer de zoon den leeftijd had bereikt,
+dat de moeder hem kon duidelijk <span class="pagenum" title="11"></span><a id="p_11"></a>maken, waarheen zijn vader als slaaf
+was weggevoerd, dan konden op datzelfde oogenblik de geesels dezer
+lage landen op hun draakvormige schepen voor de verschrikte bewoners
+verschijnen, wederom dood en vernieling brengende, waar nog weinige
+jaren geleden hun hand reeds zoo zwaar had gerust.</p>
+
+<p>Was het wonder, dat vele bewoners der duinstreken vluchtten, dat zij
+have en goed achterlieten om ten minste het veege lijf te redden? Maar,
+waarheen? Natuurlijk daar, waar men kans had veilig te zijn; waar de
+Noormannen niet dan met gevaar voor eigen leven konden komen. De eenige
+streek in deze buurt, die zulk een toevluchtsoord voor onze voorouders
+bood, was de plek, waarover wij hierboven spraken: de moerassige
+streken langs de Rotte. Daarheen zijn dan ook tusschen 800 en 1000
+waarschijnlijk zoo velen gevlucht, dat de genoemde plaatsen ontstonden.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="De_hooge_zeedijk_Jong_Rotterdam"></a>2. De hooge zeedijk. Jong Rotterdam.</h2>
+
+<h3>I.</h3>
+
+<div class="chpoem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Schielands zeedijk, die 't vermetel,<br /></span>
+ <span class="i0">'t Onbezonnen zeegeweldt,<br /></span>
+ <span class="i0">Trots weerstaet en wetten stelt<br /></span>
+ <span class="i0">Strekt haer tot een vasten zetel.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Als we de kaart van Zuid-Holland bezien, vinden we ten Noorden van het
+Scheur, de Nieuwe Maas en den Hollandschen IJsel een dijk, die het
+achterliggende <span class="pagenum" title="12"></span><a id="p_12"></a>land beschermt. Deze zware dijk loopt midden door
+Maassluis, Vlaardingen, Schiedam en Rotterdam. Hij is daar aan
+weerszijden bebouwd en draagt in al deze plaatsen den naam van
+Hoogstraat. Zeker een duidelijk sprekende naam.</p>
+
+<p>Wanneer is deze lange dijk ontstaan?</p>
+
+<p>Vóór we deze vraag beantwoorden, moeten wij eerst de Vaderlandsche
+Geschiedenis weer eens raadplegen en wel het tijdvak, gedurende hetwelk
+de Romeinen in deze landen hebben vertoefd.</p>
+
+<p>Als wij u eens vroegen al de lichtzijden van het verblijf van dezen
+volksstam op te noemen, zouden wij ongetwijfeld ook hooren: &bdquo;de Romeinen
+legden dijken langs de rivieren&rdquo;. Tot op zekere hoogte is dit waar. We
+moeten echter oppassen, dat we ons geen onjuiste voorstelling van deze
+&bdquo;dijken&rdquo; maken. Meen vooreerst niet, dat de Romeinen <i>overal</i> dijken
+opwierpen om het water te beteugelen en stel u evenmin voor, dat deze
+zoo zwaar en hoog waren, als wij ze tegenwoordig kennen. Feitelijk waren
+het niets anders dan wegen, die moesten dienen om gemakkelijk van de
+eene legerplaats naar de andere te kunnen trekken. Om deze wegen goed
+begaanbaar te maken en te houden, was het wenschelijk, dat ze beveiligd
+waren tegen het water. Daarom werden ze hoog gemaakt en waren het dus
+dijk-wegen. Uit het voorgaande hebt ge wel reeds kunnen opmaken, dat de
+Romeinen ze niet uit liefde voor hun bondgenooten opwierpen, het was
+zuiver eigenbelang, dat hen tot het leggen van deze &bdquo;dijken&rdquo; drong.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="13"></span><a id="p_13"></a></p>
+
+<p>Nu zijn er geschiedschrijvers, die veronderstellen, dat er ten Noorden
+van het tegenwoordige Rotterdam ook zoo'n opgehoogde heirweg werd
+aangetroffen. Deze liep dan van Nijmegen door de Alblasserwaard over den
+IJsel en de Rotte naar Praetorium Agrippinae. Waar de weg over de Rotte
+ging, zou een toltoren gestaan hebben, die naar de grijze duifsteen,
+waarvan hij was opgetrokken, het Duifhuis genoemd werd. De plaats, waar
+deze toren gestaan heeft, is bij het tegenwoordige Crooswijk te
+zoeken<a id="FNa_1" href="#FN_1" class="fnanchor"><sup>1</sup>)</a>.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p013t.jpg" width="400" height="269" alt="Het Duifhuis aan de Rotte." title="" />
+<span class="caption">Het Duifhuis aan de Rotte.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p013.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1184×798, 125kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Of dit alles wel precies zoo is, weten we niet; <span class="pagenum" title="14"></span><a id="p_14"></a>het is echter niet
+onmogelijk. We hebben daarom op het kaartje dezen dijk dan ook maar
+geteekend. Ook de toren is aangegeven. Bestaan heeft hij zeer zeker. Of
+hij echter al in den Romeinschen tijd gebouwd is, zouden wij niet met
+zekerheid durven beweren.</p>
+
+<p>Deze Romeinsche dijk is dan de eerste waterkeering geweest, die de
+streken ten Noorden van het Helinium gekend hebben. Of ze voldoende
+geweest zal zijn, om het land tegen overstroomingen te beschermen? We
+gelooven het niet. Mocht ze als weg al bruikbaar zijn, als dijk zal ze
+niet veel nut hebben afgeworpen.</p>
+
+<p>Wanneer de vroegere bewoners zelf en opzettelijk dijken langs den Maas-
+of Merwestroom hebben opgeworpen, is niet met zekerheid te zeggen. Wel
+weet men, dat er ten Noorden van den tegenwoordigen hoogen zeedijk
+en ten Zuiden van den Romeinschen dijk omstreeks 1200 een dijk werd
+aangetroffen, die bekend is als de Oude Dijk. Deze had van den Hoek van
+Holland tot Vlaardingen de richting, die de tegenwoordige dijk volgt,
+maar van daar af strekte hij zich veel noordelijker uit. Eerst liep hij
+naar Ouwerschie en vandaar met een groote bocht onder den naam van Oude
+Dijk en Kleiweg naar Crooswijk en Kralingen om dan als 's-Gravenweg naar
+Moordrecht en Ter Gouw te loopen. Vergelijken we de richting van dezen
+ouden en den nieuwen zeedijk, dan blijkt ons, dat er zich tusschen beide
+een groot grondgebied uitstrekt. Voor een deel was dit reeds aanwezig,
+toen men den Ouden Dijk legde. Met opzet echter had men de breede gorzen
+er vóór niet bedijkt. De dijk was nl., evenmin als de <span class="pagenum" title="15"></span><a id="p_15"></a>Romeinsche
+heirweg, bijzonder hoog en sterk; bevond er zich dus een breed gors
+voor, dat alleen bij hoog water onderliep, dan was het gevaar voor
+doorbraak en overstrooming heel wat geringer, dan wanneer men de
+waterkeering tot vlak aan het diepe water bracht.</p>
+
+<p>Door het leggen van bovengenoemden dijk was dus nog niets van den bodem
+van Rotterdam voor de wateren beveiligd.</p>
+
+<p>Maasland echter kon nu niet meer overstroomd worden, hoewel we ons niet
+moeten voorstellen, dat de bewoners er erg droog gewoond zullen hebben.
+Hadden ze van het buitenwater thans geen last, van het binnenwater
+zooveel te meer. Dit moest men zien te loozen op de Rotte en de Schie en
+daar men nog geen windwatermolens of stoomgemalen kende, moest men zich
+behelpen met handmolens, paardenmolens, ja zelfs met hoosvaten.</p>
+
+<p>Door wien deze Oude Dijk aangelegd is, weet men weer niet zeker, maar
+hoogstwaarschijnlijk is dit werk ondernomen door de edelen; dit wil dan
+zeggen, onder hun toezicht, want zooals te begrijpen is, zullen de
+hoorigen en lijfeigenen het werk verricht hebben.</p>
+
+<p>Ging een edelman er toe over een streek droog te leggen, dan werd hij
+vooraf door den graaf bekleed met zekere macht over dat stuk grond: hij
+kreeg het ambacht of ambt van rechter. Zijn titel werd heer of
+ambachtsheer.</p>
+
+<p>Thans zijn er hier en daar in ons land nog ambachtsheeren en -vrouwen.
+Deze bezitten wel niet meer de rechtspraak in hun heerlijkheid, maar
+toch hebben zij <span class="pagenum" title="16"></span><a id="p_16"></a>nog bijzondere rechten: b.v. het jacht- en vischrecht
+en soms het collatierecht&mdash;dat is het recht tot het beroepen van een
+predikant. Aan dit laatste herinnert nog in verschillende dorpskerken de
+zoogenaamde &bdquo;ambachtsheerbank&rdquo;, die alleen door den ambachtsheer en zijn
+familie gebruikt wordt.</p>
+
+<h3>II.</h3>
+
+<p>De dijk, die Maasland tegen het buitenwater moest beschermen, was niet
+zeer zwaar en hoog, hij werd bovendien niet voldoende onderhouden. De
+plicht voor dit onderhoud rustte op de bezitters van de gronden, welke
+aan den dijk grensden. Niet meer dan natuurlijk, zult ge zeggen. En toch
+ook weer niet zoo van zelf sprekend! Want hadden alleen de bezitters
+van de gronden vlak aan den dijk gelegen maar belang bij een goede
+waterkeering, of moest al het land ten Noorden van de Maas er door
+beschermd worden? Zou het daarom niet billijker geweest zijn, dat alle
+belanghebbenden ook hadden medegewerkt, om den dijk stevig en sterk te
+maken en te houden? En niet alleen, dat dit billijker geweest ware, maar
+men had ook tevens meer zekerheid gehad, dat de dijk goed onderhouden
+werd. Nu kwam het voor, dat sommigen van hen, die aangewezen waren om
+den dijk in goeden staat te houden finantieel niet sterk genoeg stonden,
+om dit naar behooren te doen. Al vond men dus eigenaars, die hun deel
+sterk en hecht maakten, anderen waren daartoe <span class="pagenum" title="17"></span><a id="p_17"></a>niet altijd bij machte,
+zoodat de dijk steeds zwakke punten behield. Vooral werd dit het geval,
+toen de ambachtsheeren stukken grond gingen verkoopen aan boeren
+(eigengeërfden). Dit geschiedde na de Kruistochten, die een einde
+maakten aan de lijfeigenschap en hoorigheid, waarin een groot deel der
+bevolking verkeerd had. Deze boeren bezaten in den regel maar juist
+voldoende om hun grond te koopen, zoodat zij aan hun verplichtingen ten
+opzichte van den dijk bijna nooit konden voldoen.</p>
+
+<p>Aan dezen onhoudbaren toestand werd een einde gemaakt tijdens de
+regeering van den bekenden Graaf Floris V (1266&ndash;1296). Deze liet aan
+zijn baljuw, dit was de persoon, dien hij aangesteld had over een deel
+van zijn graafschap en die daar in zijn naam regeerde, berichten, dat
+er tusschen de Delftsche Schie en Gouwe aan niemand land mocht verkocht
+worden, van wien men niet zeker was, dat hij den dijk behoorlijk zou
+kunnen helpen onderhouden. Verder bepaalde hij, dat er ieder jaar een
+dijkschouw zou plaats vinden en dat hij, wiens deel niet in orde werd
+bevonden, beboet zou worden.</p>
+
+<p>Toen ook deze bepalingen nog niet doeltreffend bleken, verordineerde de
+Graaf, dat de ingezetenen der acht ambachten tusschen Schie en Gouwe op
+gezamenlijke kosten hun dijkwerken in stand zouden houden.</p>
+
+<p>Deze ambachten waren&mdash;de namen zullen U wel bekend klinken&mdash;Zevenhuizen,
+Bleiswijk, Rotteban, Ouwerschie, Schiebroek, Bokelsdijk, Cralingen en
+Berkel met Rodenrijs.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="18"></span><a id="p_18"></a></p>
+
+<p>Nadat gebleken was, dat ook zelfs deze bepaling niet de uitwerking had,
+die de Graaf er zich van had voorgesteld, riep hij ten slotte al de
+betrokken edelen bijeen. Deze erkenden met den Graaf het groote nut van
+een zwaren dijk. Ze kwamen overeen, dat ieder hunner een deel voor zijn
+rekening zou nemen. Tevens zou een stuk van den aangeslibden grond
+worden ingedijkt, zoodat dus op sommige plaatsen de nieuwe dijk
+zuidelijker zou loopen, dan de oude.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p018t.png" width="400" height="351" alt="De drie Schie&#39;s." title="" />
+<span class="caption">De drie Schie&#39;s<ins class="corr" id="corr3" title="Niet in Bron.">.</ins></span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p018.png" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1186×1041, 55kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Zooals gewoonlijk verlangden de edelen voor hun <span class="pagenum" title="19"></span><a id="p_19"></a>hulp een belooning.
+Deze verkregen ze ook. Ze ontvingen de nieuw ingedijkte gronden van den
+Graaf in leen. Zoo werd het gebied der edelen uitgebreid en tevens het
+land afdoend tegen overstroomingen beveiligd, want de dijk, die tusschen
+1281 en 1299 gelegd werd, mocht nu inderdaad een zeedijk heeten.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p019t.jpg" width="400" height="312" alt="Het Hof van Weena." title="" />
+<span class="caption">Het Hof van Weena.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p019.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1190×931, 155kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Voor ons Rotterdammers, zijn er onder de edelen, die zich bij genoemd
+werk verdienstelijk gemaakt hebben, een tweetal van beteekenis.</p>
+
+<p>Het zijn: de Heer van Bokel, die als de legger van <span class="pagenum" title="20"></span><a id="p_20"></a><span class="pagenum" title="21"><br /></span><a id="p_21"></a>den Westzeedijk,
+het Vasteland, den Schiedamschedijk, de Korte Hoogstraat en een gedeelte
+van de Hoogstraat kan worden beschouwd, en de Heer van Cralingen, aan
+wien we het oostelijk deel van de Hoogstraat met den Oostzeedijk te
+danken hebben.</p>
+
+<p>De eerste woonde op het Hof van Weena, dat in den omtrek van het
+tegenwoordige Weenaplein gevonden werd. Dit plein, benevens de
+Weenastraat, de Hofdijk en het Hofplein ontleenen alle hun naam aan dit
+adellijk slot, waarvan de fundamenten in het jaar 1905 werden gevonden.
+Deze bleken van onderen 3 M., van boven 2 M. breed te zijn, terwijl ze
+op eikenhouten balken steunden.<a id="FNa_2" href="#FN_2" class="fnanchor"><sup>2</sup>)</a></p>
+
+<p>De Heer van Cralingen bewoonde eveneens een kasteel en wel het slot
+Honingen. Het tegenwoordige Park Honingen, benevens de Slot- en Hoflaan
+zullen u wel voldoende aanduiden, waar dit kasteel ongeveer gevonden
+werd. Deze beide kasteelen zijn in 1426 tijdens de Hoeksche en
+Kabeljauwsche twisten door de Hoekschen verwoest. Volgens vroegere
+geschiedschrijvers bevond er zich hier nog een derde kasteel: het slot
+Bulgersteijn op het Roodezand, de zandplaat, die reeds ten tijde van de
+Romeinen boven de golven uitstak. Latere onderzoekingen hebben aan het
+bestaan van dit slot doen twijfelen. Zeker weet men, dat er een gebouw
+gestaan heeft, dat den naam Bulgersteijn heeft gedragen. Het kan echter
+heel goed zijn, dat dit nooit een slot, maar slechts een stevig
+boerenhuis geweest is. <span class="pagenum" title="22"></span><a id="p_22"></a>Toen de dijk gelegd werd, was er al niet veel
+meer dan een ruïne van over.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p020t.jpg" width="400" height="290" alt="Het slot Honingen." title="" />
+<span class="caption">Het slot Honingen.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p020.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1649×1197, 221kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Keeren we thans weer tot onzen dijk terug.</p>
+
+<p>Het deel van de tegenwoordige Hoogstraat, dat zich tusschen de monden
+van de Rotte bevond, noemde men Middeldam. Het was als het ware een
+lange dam door de Rottemonden en tevens het middelste deel van het
+rechte stuk, hetwelk later den naam Hoogstraat verkreeg.</p>
+
+<p>Van deze drie mondingen der Rotte was de westelijkste, de Slikvaart, het
+latere Verlaat, waaraan de Verlaatstraat nog herinnert; de Nieuwe Rotte
+was de thans Gedempte Binnenrotte; de oostelijkste is later de&mdash;nu
+eveneens gedempte&mdash;Botersloot geworden.</p>
+
+<p>Had men dezen &bdquo;middeldam&rdquo; zonder meer door de Rottemonden gelegd, dan
+zou de Rotte haar water niet in de Maas hebben kunnen loozen. Daarom
+maakte men onder den dijk aan het einde der Nieuwe Rotte een
+duikersluis. Later kregen ook de andere monden sluizen.</p>
+
+<p>Aan den Middeldam verrezen al spoedig huizen. In 1299 stonden er reeds
+zooveel, dat de twee gehuchten, die ze vormden, door graaf Jan I tot een
+gemeente werden verklaard. Tevens kreeg Rotte(r)dam, zooals de plaats
+werd genoemd het paalrecht, d. w. z. het mocht, om zich beter te kunnen
+verdedigen, palen aan de Maaszijde slaan. Vóór den Middeldam strekte
+zich een gors uit, dat door een smalle kreek van Rotterdam was
+gescheiden. Hierin voeren de schepen, die de jonge plaats al heel
+spoedig aandeden. Daarom bouwde men aan dit water een aanlegsteiger.
+Later werd de geheele kreek naar dezen steiger het Steiger genoemd,
+welken <span class="pagenum" title="23"></span><a id="p_23"></a>naam het water nog draagt. Dit Steiger kon door een boom van de
+Maas worden afgesloten, zoodat het voor de schepen een veilige ligplaats
+bood: het was dus de eerste haven van Rotterdam.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_1" href="#FNa_1" class="label"><sup>1</sup>)</a> Zie het kaartje op pag. <a href="#p_7">7</a>.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_2" href="#FNa_2" class="label"><sup>2</sup>)</a> Een en ander is nog in het Museum van Oudheden te zien.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Van_dorp_tot_stad"></a>3. Van dorp tot stad.</h2>
+
+<p>Zooals we zagen, kunnen we 1299 als het geboortejaar van Rotterdam
+aanmerken. Bestond het toen nog slechts uit enkele huisjes, verrezen aan
+den dijk langs de Maas, al spoedig had het zich in Noordelijke richting
+uitgebreid, doordat de Rotte-delta bij het stadsgebied werd getrokken.
+Bij de oude stad, of Middeldam, had zich een Nieuwe Stad, of in de taal
+dier dagen, een &bdquo;Nieuwe Poort&rdquo; gevoegd.</p>
+
+<p>Dat het in dit nieuwe stadsdeel nog moerassig was, is licht te
+begrijpen. Voor men er dan ook huizen kon neerzetten, diende men den
+grond voldoende op te hoogen. Dit gebeurde het eerst tusschen de Oude en
+Nieuwe Rotte. De kade, die gelegd en langzamerhand met huizen bebouwd
+werd, is de eerste straat in dit stadsdeel geworden (1339). Men noemde
+ze &bdquo;de straat in de Nieuwpoort&rdquo;, later zelf &bdquo;de Nieuwpoort&rdquo; of &bdquo;de
+Nupoort&rdquo;, wat door verbastering ten slotte &bdquo;den Oppert&rdquo; geworden is.</p>
+
+<p>Men heeft wel eens het vermoeden uitgesproken, dat deze kade
+oorspronkelijk ten behoeve der Heeren van Weena is aangelegd, om zich
+gemakkelijk van hun <span class="pagenum" title="24"></span><a id="p_24"></a>Slot naar de stad te kunnen begeven, wat niet
+onmogelijk is. Dit Rotterdam uit het jaar 1339 moeten wij ons nog
+voorstellen als een armelijk dorpje, bestaande uit houten huisjes met
+rieten daken, die verspreid lagen langs Visschersdijk, Middeldam en
+Oppert. Het telde toen 46 hofsteden, d. w. z. huizen met tuinen en
+akkerland. Ieder bewoner beoefende nl. naast zijn ambacht of bedrijf
+wat land- en tuinbouw en waarschijnlijk ook wat veeteelt, die hem de
+voornaamste levensmiddelen moesten verschaffen.</p>
+
+<p>Welke waren nu die andere bedrijven?</p>
+
+<p>Ziehier eenige namen van bewoners. Ze zijn sprekend genoeg, om er den
+naam van het beroep uit op te maken.</p>
+
+<p>Dat er reeds aan visscherij gedaan werd, vertelt ons Henric de Visser.
+Doede Smids en Hannkeijn de Mandenmaker herinneren aan het smids- en
+mandenmakersbedrijf. Hugo de Linemaker was waarschijnlijk een wever,
+terwijl Aelwijn de Snider schaar en naald hanteerde. Arend de Blokemaker
+zal onze eerste scheepstimmerman geweest zijn en Adaem die Marseman de
+eerste Rotterdamsche koopman. Dat het wonen aan de Rottemonden niet
+altijd gezond was, leert ons de rheumatische Claes die Pijnlike, die
+bij onzen eersten esculaap, Claes die Condighe, genezing ging zoeken.
+Veel handel en scheepvaart kan er nog niet geweest zijn, daarvoor
+was Rotterdam nog te jong en lag het ook niet gunstig genoeg. Van
+overzeeschen handel was natuurlijk nog geen sprake, de binnenlandsche
+was pas in opkomst. Nu lag Rotterdam wel aan de Maas, maar daaraan had
+het niet veel, zoolang het geen verbinding had <span class="pagenum" title="25"></span><a id="p_25"></a>met het &bdquo;achterland&rdquo;.
+Zoo'n verbinding bestond wel door de Rotte, maar deze beteekende als
+vaarwater niet veel, daar er langs, of bij dit water slechts weinig
+menschen woonden. Te Ouwerschie, Delft en Leiden kon men langs dezen weg
+niet, of moeilijk komen; deze plaatsen waren door de Schie te bereiken.
+Op deze Schie nu hadden de Rotterdammers het oog geslagen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Aan den mond van dit water, dat in de Maas uitliep, was al heel vroeg,
+tusschen 1000 en 1100, een plaats ontstaan, die evenals het water den
+naam van Schie droeg. Hoe meer de gorzen zich vóór den Ouden Dijk
+verbreedden en verhoogden, hoe smaller de Maas en hoe langer de Schie
+dus werd. Met en zonder hulp der menschen koos ze zich een kronkelenden
+loop tusschen de gorzen. Aan den mond dezer &bdquo;Nieuwe Schie&rdquo; werd ± 1000
+een kasteel gebouwd, het huis te Riviere, dat later den naam van Huis
+van Mathenesse kreeg. Hierbij kwamen al spoedig eenige woningen en een
+kapel te staan en naast &bdquo;Schie&rdquo; was een &bdquo;Niewerschie&rdquo; ontstaan. De namen
+dezer beide plaatsen zijn in den loop der tijden veranderd tot:
+Ouwerschie of Overschie en Schiedam<a id="FNa_3" href="#FN_3" class="fnanchor"><sup>3</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Wilden de Rotterdammers nu de Schie opvaren, dan waren ze genoodzaakt
+eerst door de Maas naar Schiedam te stevenen om door de sluis, die na
+het leggen van den Hoogen Zeedijk aldaar was gemaakt, de Schie te
+bereiken. Deze route was een omweg en bovendien <span class="pagenum" title="26"></span><a id="p_26"></a>kostbaar, daar de
+Schiedammers van ieder schip tol eischten en, wat misschien nog het
+ergste was, de Rotterdammers waren, wat hun scheepvaart aanging, voor
+een zeer groot deel van hun concurrenten afhankelijk. Dit mocht zoo niet
+blijven. Men wilde een eigen vaart hebben, die Rotterdam rechtstreeks
+met de Schie verbond. Dit kon heel goed. Men behoefde daarvoor slechts
+een watertje, dat reeds van Rotterdam naar Overschie liep, te verbreeden
+en uit te diepen. Zonder toestemming van den Graaf mochten zulke werken
+echter in dien tijd niet geschieden. Voor een goede som geld gaf Willem
+IV in 1340 &bdquo;den goeden luden&rdquo; van Rotterdam vergunning tot het graven
+van een &bdquo;opene vaert tot in de Schije&rdquo;. Acht jaar later was deze
+Rotterdamsche Schie, zeer tegen den zin van Schiedam, voltooid.</p>
+
+<p>Voor dien tijd was er een flink stuk werk verricht. Behalve toch, dat
+het reeds bestaande water moest worden verbreed en uitgediept, had men
+twee dijken, den Ouden Dijk bij Overschie en den Beukelsdijk ten Noorden
+van Rotterdam (waar nu de Heulbrug ligt) doorgegraven en hierin een
+sluis en een heul moeten maken. Bovendien moest de Delftsche Vaart,
+waarvan waarschijnlijk niets bestond, en het rechte deel van de Schie
+tusschen de Schiekaden worden gegraven om in verbinding met de Maas te
+kunnen komen.</p>
+
+<p>Behalve de Schiedammers zagen ook de Delvenaars met leede oogen
+Rotterdam, tengevolge het graven dezer Schie, zich vrij snel
+ontwikkelen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="27"></span><a id="p_27"></a></p>
+
+<p>Af en toe vonden onze schippers de doorvaart aan den ingang te
+Overschie versperd door hoopen puin, welke daar 's nachts waren
+neergeworpen. Al had men het niet gezien, men verdacht&mdash;en met reden&mdash;de
+Delvenaars van dezen streek.</p>
+
+<p>Deze wisten het in 1375 zoover te brengen, dat Hertog Aelbrecht, die
+toen voor zijn krankzinnigen broeder Willem IV regeerde, den
+Rotterdammers gelastte, de heul te Overschie dicht te gooien. Men maakte
+daar nu een overtoom, waarlangs de schepen uit de Rotterdamsche- in de
+Oude Schie werden getrokken.</p>
+
+<p>Wat zullen die Delvenaars gelachen hebben, toen ze hun concurrenten
+zulk een hak gezet hadden! Maar dezen zaten ook niet stil. Hadden de
+Delvenaars een vollen buidel, de Rotterdammers konden ook in den zak
+tasten, als het noodig was. Vijf jaar later kregen zij weer toestemming
+de heul te openen, omdat den hertog gebleken was, dat de open heul niet
+verderfelijk, maar daarentegen &bdquo;zeer nuttig was voor den lande en voor
+den graaf zelf&rdquo;.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Toen de Delvenaars aldus hun pogingen om Rotterdam in zijn groei te
+belemmeren, zagen mislukken, trachtten ze voor zich zelf te krijgen, wat
+ze hun naburen zoo misgunden; dus&mdash;ook een open vaart naar de Maas. In
+1389 kregen, of beter gezegd kochten, ze dit recht van den Hertog. Ze
+groeven toen van Overschie een rechte vaart, die ten Westen van het dorp
+Schoonderloo in de Maas uitmondde. Waar de Hooge Zeedijk doorgegraven
+werd, moest een &bdquo;kapitale&rdquo; sluis gemaakt <span class="pagenum" title="28"></span><a id="p_28"></a><span class="pagenum" title="29"><br /></span><a id="p_29"></a>worden, die we nog kennen
+onder den naam van Aelbrechtssluis. In het gors, dat zich tusschen den
+Dijk en de Maas uitstrekte, mochten de Delvenaars een haven graven: de
+nog bestaande Voorhaven.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p028t.jpg" width="400" height="254" alt="Het Slot Spangen." title="" />
+<span class="caption">Het Slot Spangen.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p028.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1780×1134, 380kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Nu de vrije open vaart er was en Delft daardoor een zeehaven was
+geworden, trachtte men er ook zooveel mogelijk voordeel van te trekken,
+waarom de Delftsche Overheid aan de inwoners verbood van de
+Rotterdamsche of Schiedamsche Schie gebruik te maken.</p>
+
+<p>De Rotterdammers waren de poets, hun indertijd door de Delvenaars
+gebakken, nog niet vergeten en ze wachtten slechts op een goede
+gelegenheid om hun naburen met gelijke munt te betalen. Die gelegenheid
+deed zich weldra voor.</p>
+
+<p>Niet ver van de Delfshavensche Schie, tusschen Overschie en Schoonderloo
+stond het kasteel Spangen. Een der voorwaarden, waaronder de Delvenaars
+hun vaarwater mochten graven, luidde, dat er altijd een uitpad in den
+vorm van een brug over de Schie, voor de kasteelbewoners zou zijn. Toen
+dit brugrecht later verkocht werd, wilden de Rotterdammers het koopen,
+met het snoode voornemen daar ter plaatse een lage steenen brug te
+bouwen, zoodat alle scheepvaart onmogelijk zou worden.</p>
+
+<p>Dat zou nu met recht geweest zijn, iemand in zijn vaarwater zitten!</p>
+
+<p>De toeleg mislukte echter; Delft had de lucht gekregen van het
+vriendelijke plan van zijn nabuur en wist het recht voor zich zelf te
+koopen.</p>
+
+<p>Aan den mond van deze nieuwe Schie is het plaatsje <span class="pagenum" title="30"></span><a id="p_30"></a>Delfshaven ontstaan,
+dat tot 1795 met Delft vereenigd is gebleven. Daarna was het tot 1803
+een zelfstandige gemeente, waarna het tot 1811 weer een deel van Delft
+werd. Na de inlijving bij Frankrijk werd het bij een der eerste
+besluiten van Napoleon, tot een zelfstandige gemeente verklaard. De
+ambachten Beukelsdijk en Schoonderloo werden er toen mede vereenigd.
+In 1817 verkreeg Delfshaven het bekende wapen: drie korenaren en een
+haring, de symbolen van de jeneverindustrie en visscherij, de twee
+voornaamste bestaansmiddelen van de Havenaren. In 1825 werd het in de
+rij der steden opgenomen om ten slotte in het jaar 1886 met Rotterdam
+vereenigd te worden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In hetzelfde jaar, dat de Rotterdammers hun Schie mochten graven,
+kregen ze van Willem IV nog een ander voorrecht en wel dat van eigen
+rechtspraak, d. w. z.: Rotterdamsche poorters zouden voor Rotterdamsche
+schepenen (rechters) terechtstaan. Hiermee werd Rotterdam tot een stad
+verklaard en was het al weer een stap in aanzien en beteekenis vooruit
+gegaan.</p>
+
+<p>Alle goede dingen bestaan in drieën. Dat wisten onze voorouders ook
+reeds en daarom hadden ze nog gaarne één wensch vervuld gezien.
+Rotterdam was nu wel een stad, maar nog geen versterkte stad, geen
+vesting. Nog 18 jaren moesten de &bdquo;goede luden van Rotterdam&rdquo; wachten,
+voor ze hun woonplaats als het ware mochten maken tot één, groot sterk
+kasteel.</p>
+
+<p>In het jaar 1358 kwam Aelbrecht in onze stad en bij dit bezoek gaf hij
+verlof, het open vlek in een <span class="pagenum" title="31"></span><a id="p_31"></a>vesting te veranderen. Tevens werd het
+stadsgebied, dat waarschijnlijk in 1340 reeds aan de Oostzijde vergroot
+was met een deel van het Ambacht Rubroek, thans aanzienlijk aan de
+Westzijde uitgebreid, daar de Ambachtsheer van Beukelsdijk en Cool,
+Willem van der Wateringhe, het Roodezand aan de stad afstond.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p031t.png" width="400" height="398" alt="Uitbreiding van Rotterdam van het ontstaan tot het jaar 1600." title="" />
+<span class="caption">Uitbreiding van Rotterdam van het ontstaan tot het jaar 1600.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p031.png" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1172×1168, 102kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Het groote werk om de stad te bemantelen werd met <span class="pagenum" title="32"></span><a id="p_32"></a>kracht aangevat.
+Langs het ambacht Cool werd de Coolvest gegraven tot aan de Schie en
+van daar de Goudsche Vest met een bocht naar de Maas. In den muur,
+die om de geheele stad heen liep, werden vier poorten aangebracht: de
+Schiedamsche, de Delftsche, de Goudsche en de Kralingsche. De eerste
+stond ter plaatse van het tegenwoordige Museum Boijmans, de tweede op
+nagenoeg dezelfde plek als de nog bestaande, de derde op den Goudschen
+Weg bij de Lange Warande en de laatste op de Hoogstraat bij de
+Valkensteeg. Bovendien droeg de muur nog verschillende torens. De stad
+had, evenals alle Oud-Hollandsche steden, de gedaante van een vierhoek.
+Deze vorm is thans nog terug te vinden in het traject Coolvest, Galerij,
+Jan van Loonslaan en Lange Warande.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_3" href="#FNa_3" class="label"><sup>3</sup>)</a> Zie het kaartje op pag. <a href="#p_18">18</a>.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="De_Jonker_Fransenoorlog"></a>4. De Jonker Fransenoorlog.</h2>
+
+<h3>I.</h3>
+
+<div class="chpoem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">'t Lust mij in het breed te melden<br /></span>
+ <span class="i0">Hoe zij vaek werd aengetast<br /></span>
+ <span class="i0">Of door Jonker Frans verrast.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Rotterdam lag dus nu versterkt aan de Maas. In de rumoerige tijden,
+die volgden, was dit van zeer groot belang. Heeft men hier toch reeds
+de nadeelige gevolgen van den burgeroorlog ondervonden, het is maar
+moeilijk te zeggen, hoe het met onze stad gegaan zou zijn, <span class="pagenum" title="33"></span><a id="p_33"></a>indien ze
+gedurende dit tijdperk niet van muren en grachten voorzien geweest was.</p>
+
+<p>Driemaal heeft Rotterdam van zeer nabij kennis gemaakt met deze bloedige
+twisten.</p>
+
+<p>Allereerst in 1358, toen Willem V krankzinnig werd en zijn broer
+Aelbrecht hem als ruwaard verving. Delft weigerde hem als zoodanig te
+erkennen, waarom de Hertog een heirvaart tegen de weerspannige stad
+uitschreef. Rotterdam nam, evenals andere omliggende steden, deel aan
+het beleg, dat 10 weken duurde. Toen de stad zich overgegeven had,
+werden de bewoners tot strenge straffen veroordeeld: 1000 burgers
+moesten blootshoofds en barrevoets vergiffenis vragen. Met hangende
+haren en in haar beste kleeding, moesten 500 vrouwen voor haar
+echtgenooten het behoud hunner betrekkingen komen afsmeeken. Bovendien
+werden velen voor goed verbannen en de verdedigingswerken der stad
+geslecht. En alsof dit alles nog niet genoeg was, werd de stad een boete
+van 60&nbsp;000 Brugsche schilden<a id="FNa_4" href="#FN_4" class="fnanchor"><sup>4</sup>)</a> opgelegd.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>In 1426 zagen de Rotterdammers van nog meer nabij den strijd. Toen
+woedde hij onder de muren hunner stad. In dat jaar toch werden door de
+Hoekschen de kasteelen Honingen, Weena en Spangen verwoest. Ook het slot
+te Hillegersberg, waarvan men nog heden ten dage de ruïne kan zien,
+moest het ontgelden. De stad zelf liep bij deze gelegenheid vrij, maar
+wat zou haar lot geweest zijn, indien zij niet versterkt geweest was!</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="34"></span><a id="p_34"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p034t.jpg" width="400" height="256" alt="Het Slot te Hillegersberg." title="" />
+<span class="caption">Het Slot te Hillegersberg.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p034.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1760×1130, 249kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="35"></span><a id="p_35"></a></p>
+
+<h3>II.</h3>
+
+<p>We schrijven 1488. Meer dan 60 jaren reeds zijn er verloopen, sedert de
+Kennemer vrijbuiters onder Jan van Nagel de Rotterdammers met angst en
+beven naar de brandende kasteelen in den omtrek hebben doen staren. De
+strijd tusschen de rood- en grauwmutsen loopt ten einde. De Hoekschen
+hebben steeds meer en meer in aanhang en macht verloren en zich
+teruggetrokken in hun laatste wijkplaats: Sluis. Nog eenmaal zullen
+ze een poging wagen om hun oude macht en aanzien te herwinnen. Jonker
+Frans van Brederode zal hun aanvoerder zijn. Wel is hij jong, zoodat
+aanvankelijk niet allen hem als hun gebieder willen erkennen, maar hij
+is een afstammeling van een der oudste en edelste geslachten; de naam
+Brederode heeft een goeden klank en de tweeëntwintigjarige jongeling
+wordt als hoofd gekozen. Als hij na eenige aarzeling beloofd heeft de
+Hoeksche zaak met zijn zwaard en, moet het zijn, met zijn leven te
+dienen, toont hij zich een waardig zoon van een roemrijke familie:
+zonder dralen ontwerpt hij een plan van aanval.</p>
+
+<p>Den 18<sup>den</sup> November zeilt hij, met een vloot van 48 schepen, bemand
+met 2000 Hoekschen, de Maas op. Tot Delfshaven kunnen zij het brengen,
+dan belet de ijsmassa het verder voortvaren. Acht honderd en vijftig
+man worden in alle stilte ontscheept; zij zullen trachten Rotterdam
+te overrompelen, terwijl de anderen achterblijven om de vloot te
+beschermen. Over het landijs en den hard bevroren grond trekt een deel
+den Coolpolder <span class="pagenum" title="36"></span><a id="p_36"></a>door tot voor den Heer Jan Vettentoren<a id="FNa_5" href="#FN_5" class="fnanchor"><sup>5</sup>)</a>. Behoedzaam
+kruipt men over het ijs in de gracht, dat de zorgelooze Rotterdammers
+vergeten hebben stuk te hakken. En dit was toch wel noodig geweest, daar
+de muren in een zeer bouwvalligen toestand verkeeren. Met groote
+behendigheid worden de stormladders aan de muren gehaakt, als katten
+klauteren de Hoekschen er tegen op en de eerste vijanden zijn weldra in
+de stad. Vlug volgen de anderen. Nu allen naar de Schiedamsche Poort. De
+wachters, in slaap verzonken, zijn overrompeld, voor ze aan tegenweer
+kunnen denken; de poort wordt geopend en de rest der 850 manschappen,
+die over den Schiedamschedijk tot voor de poort zijn genaderd en zich
+in het langs den dijk groeiend riet verborgen hebben, komen binnen.
+De andere stadspoorten en het Stadshuis worden bezet en als de morgen
+aanbreekt, is de stad in handen der vijanden, zonder dat er één doode
+gevallen is. Aan tegenweer is niet gedacht, men kende het aantal
+Hoekschen niet, en bovendien, velen in de stad maakten gemeene zaak met
+Jonker Frans.</p>
+
+<p>De Rotterdammers schikten er zich wonderwel in, zoo eensklaps van
+Kabeljauwsch Hoeksch te zijn geworden. Niet weinig droeg daartoe bij de
+verstandige handelwijze van Jonker Frans, die de Rotterdammers liever te
+vriend, dan te vijand maakte. Alleen de hoofden der tegenpartij moesten
+de stad verlaten.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="37"></span><a id="p_37"></a></p>
+
+<p>Om zijn manschappen tevreden te stellen, kregen zij als buit de
+Keulsche, Brabantsche, Engelsche, Fransche en Oostzeeschepen, die met
+koren, wijn en andere goederen geladen, in de havens aangetroffen
+werden.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Jonker Frans begreep zeer goed, dat hij in zijn veroverde veste niet
+met rust gelaten zou worden. Om goed tegenweer te kunnen bieden, moest
+vooral de rivierzijde beter versterkt worden. Mannen, zoowel als vrouwen
+en kinderen werden hiertoe opgeroepen. Niettegenstaande den strengen
+vorst, die den grond zoo hard als ijzer maakte, kwamen de
+verdedigingswerken, dank zij de vele handen en den ijver, waarmee
+gewerkt werd, binnen vijf weken gereed.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 277px;">
+<img src="images/ill_p038t.jpg" width="277" height="400" alt="Maximiliaan van Oostenrijk." title="" />
+<span class="caption">Maximiliaan van Oostenrijk.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p038.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1157×1666, 297kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Wat de Hoeksche aanvoerder verwacht had, gebeurde. Maximiliaan van
+Oostenrijk, die voor zijn minderjarigen zoon Filips den Schoonen, na den
+dood van diens moeder Maria van Bourgondië, regeerde, riep de groote
+steden op tot een heirvaart tegen Rotterdam. Persoonlijk kwam hij naar
+deze landen om tot krachtige hulp op te wekken. Haarlem, Leiden,
+Amsterdam, Naarden, Muiden, Weesp, den Haag, Dordrecht, Gouda, den
+Briel, Vlaardingen, Schiedam en Delft gaven aan den oproep van hun
+landsheer gehoor en Rotterdam werd aan alle zijden ingesloten. Aan de
+Maaszijde werd de stad bedreigd door de Kabeljauwsche schepen, terwijl
+het voetvolk te Schiedam, Overschie, Bleiswijk, Nieuwerkerk en Capelle
+aan den IJsel werd gelegerd. De Hoekschen zaten dus als een muis in de
+val; van alle kanten werden ze bedreigd.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="38"></span><a id="p_38"></a>
+<span class="pagenum" title="39"><br /></span><a id="p_39"></a></p>
+
+<p>Vóór evenwel het net, waarin de vogel gevangen moest worden, toegehaald
+was, hadden de Hoekschen al heel wat ellende en rampen veroorzaakt.
+Beschouwden zij de Rotterdammers zoo half en half als hun bondgenooten,
+wien men derhalve zoo min mogelijk overlast aandeed, de omliggende
+plaatsen werden met de gewone wreedheid dier tijden op een gruwelijke
+wijze gebrandschat. Uren ver werden de rooftochten uitgestrekt, men
+waagde zich zelfs tot den Haag, Woerden, Schoonhoven en Geertruidenberg.
+De plaatsen in de onmiddellijke nabijheid van Rotterdam hadden, zooals
+te begrijpen is, het meest te lijden. Open vlekken en alleenstaande
+boerenwoningen vielen den Hoekschen zonder slag of stoot in handen. Wie
+zich verzette, werd gedood, of zag minstens zijn huis in vlammen opgaan.</p>
+
+<p>Schiedam, hoewel goed versterkt en bewaakt, kreeg ook bezoek van de ruwe
+gasten.</p>
+
+<p>Den 4<sup>den</sup> December vertoonen zich voor de Ouwerschiesche Poort
+honderdvijftig, met buit beladen Hoekschen. De Schiedammers doen een
+uitval en de Hoekschen slaan op de vlucht met achterlating van den roof.
+De Schiedammers zetten hen na en ..... loopen in de val. Even voorbij
+het kasteel Starrenburg<a id="FNa_6" href="#FN_6" class="fnanchor"><sup>6</sup>)</a> aan den weg naar Ouwerschie gelegen, worden
+ze in den rug aangevallen door een troep Hoekschen, die zich in den
+boomgaard verscholen hebben. De vluchtelingen keeren ook om, zoodat de
+Schiedammers tusschen twee vuren <span class="pagenum" title="40"></span><a id="p_40"></a>zitten en haastig een goed heenkomen
+moeten zoeken. Velen hunner sneuvelen.</p>
+
+<p>Natuurlijk zinnen zij op wraak.</p>
+
+<p>Als de Rotterdammers een poosje daarna met een groot aantal schepen
+de Maas zijn afgevaren en met buit beladen naar hun stad terugkeeren,
+zien ze zich tusschen Vlaardingen en Schiedam door de Schiedammers
+aangevallen. Weer is de zege aan de zijde der Hoekschen. Na twee uur
+strijdens worden de Kabeljauwschen met groote verliezen terug geslagen
+en de roovers bereiken veilig en wel hun woonplaats.</p>
+
+<p>Na deze twee nederlagen meent Schiedam van batterij te moeten
+veranderen. Delfshaven, tusschen beide steden gelegen, zal door hen
+worden bezet, en vandaar uit zullen de Hoekschen worden bestookt.</p>
+
+<p>Deze geven echter hun vijanden de gelegenheid niet het zoover te laten
+komen. Den 18<sup>den</sup> December trekken 300 Rotterdammers langs den dijk
+naar Delfshaven, dat geheel verwoest wordt. Geen huis of schip wordt
+gespaard, alles gaat in vlammen op. Het dorp Schoonderloo wordt eveneens
+in brand gestoken. Met buit beladen keert de bende des middags drie uur
+weer door de Schiedamsche Poort in de stad, zonder zich te bekommeren om
+al de ongelukkigen, die van huis en haard beroofd, in de strenge koude
+ronddolen.</p>
+
+<p>Nu de Schiedammers zien, dat er met geweld niet veel tegen de Hoeksche
+roofbenden uit te richten valt, wenden ze het weer over een anderen
+boeg. Ze zullen het thans met list beproeven.</p>
+
+<p>Tusschen de puinhoopen te Delfshaven graven ze <span class="pagenum" title="41"></span><a id="p_41"></a>diepe kuilen, die door
+takken, latten, rijs en stroo, met puin bedekt, onzichtbaar gemaakt
+worden. Vele gewapenden verbergen zich achter brokstukken muur, terwijl
+men er voor zorgt, dat in Rotterdam de tijding verspreid wordt, dat er
+een troep Schiedammers op weg naar Rotterdam is. Meer is er niet noodig
+om de Hoekschen uit hun tent te lokken. Gerard Rooftas krijgt van Jonker
+Frans verlof met vier schepen, bemand met 150 man, langs de Maas naar
+Delfshaven te stevenen. Ze roeien de haven in en stappen aan land. Geen
+spoor van vijanden is echter te zien. Ja toch, daar ginds vluchten
+zes of zeven man langs de Haven. De Hoekschen hen na, maar zooals ge
+begrijpt, niet ver, want eenige schreden nog en de aanvoerder met een
+dertigtal zijner mannen liggen in de modderputten te spartelen en te
+vloeken op de slimme Schiedammers. Deze komen natuurlijk uit hun
+schuilhoeken en vallen de verschrikte vijanden aan, die hals over kop
+naar hun schepen ijlen en met achterlating van een 60 tal dooden naar
+Rotterdam terugkeeren, waar ze nu juist wel niet vriendelijk door Jonker
+Frans ontvangen zullen zijn.</p>
+
+<p>Rooftas en zijn makkers worden met groote moeite uit de modder
+geheschen, stevig gebonden en in triomf medegevoerd.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Deze welgeslaagde list geeft den Schiedammers nieuwen moed.</p>
+
+<p>Als ze hooren, dat de roovers weer in het Overmaasche bezig zijn,
+trekken zij de Maas over en vinden <span class="pagenum" title="42"></span><a id="p_42"></a>daar de negen schepen, waarmee de
+Rotterdammers gekomen zijn en die slechts door een gering aantal mannen
+bewaakt worden. Vier zijn er spoedig genomen, de vijf andere worden op
+de vlucht gedreven. Nu gaan de veroveraars aan wal, de Hoekschen, die
+met grooten buit beladen, op den terugweg zijn, tegemoet. De landlieden,
+wien alles ontnomen is, zijn geprest om den roof met paard en wagen naar
+de schepen te brengen. Aan tegenweer denken de arme menschen niet; die
+is immers toch nutteloos en zal hun ellende slechts vergrooten. Daar
+komen echter de Schiedammers, die op hun vijanden indringen. Nu durven
+de boeren ook en met vereende krachten worden de roovers op de vlucht
+gedreven naar hun schepen ...., die er niet meer zijn. Medelijden kennen
+de verbitterde boeren, nòch de Schiedammers en zonder genade wordt
+ieder, die niet vluchten kan, neergeslagen.</p>
+
+<p>Het spreekt van zelf, dat de Hoekschen op wraak zinnen. Schiedam zit hun
+bij alles, wat ze ondernemen, dwars.</p>
+
+<p>Jonker Frans heeft spoedig een plan beraamd. In Schiedam zijn behalve
+schutters uit Haarlem, Leiden, Amsterdam en Delft, Duitsche en
+Zwitsersche huursoldaten gelegerd. Dat ze tegen de Hoekschen durven
+strijden, hebben ze bewezen. Maar niet altijd is er te vechten. Wat
+ze dan in Schiedam uitvoeren, is niet veel goeds. Menige vechtpartij
+tusschen de poorters en de ingekwartierden is daarvan reeds het gevolg
+geweest.</p>
+
+<p>Een drietal van deze gehuurde helpers is ten slotte zoo op de
+Schiedammers gebeten, dat ze besluiten de <span class="pagenum" title="43"></span><a id="p_43"></a>stad in handen van den vijand
+te spelen<ins class="corr" id="corr4" title="Niet in Bron.">.</ins> Bij een uitval tegen de Hoekschen ondernomen, laten ze
+zich gevangen nemen en deelen, voor Jonker Frans gebracht, dezen hun
+plan mede. Of dit ook in goede aarde valt!</p>
+
+<p>Er wordt afgesproken, dat de verraders zullen trachten zooveel mogelijk
+soldaten tot hun plannen over te halen. Om den Jonker op de hoogte te
+houden zal er op een nader aangeduide plaats in het verbrande Delfshaven
+telkens een brief neergelegd worden.</p>
+
+<p>Nu moeten ze echter weer in Schiedam terug zien te komen. Hierop verzint
+men het volgende.</p>
+
+<p>Ze rijden met een troep Hoekschen over Overschie naar Schiedam. Daar
+vertoont zich in de verte een troep krijgsvolk uit Delft. Nu begint
+de komedie. Onder veel geschreeuw en getier worden de drie verraders
+aangevallen, overmeesterd en gebonden. Daar verschijnen de ijlings
+toegeschoten Delvenaars ten tooneele. Ze trekken hun zwaarden en
+komen de aangevallenen te hulp. De Hoekschen vluchten hals over kop,
+natuurlijk met achterlating van hun gevangenen. Fluks zijn de koorden
+doorgesneden en is het dankbare drietal in vrijheid. Straks zijn ze weer
+in Schiedam terug, waar zij een romantisch verhaal van hun wedervaren
+opdisschen en hun verraderswerk verder voortzetten. Geregeld worden de
+berichten in de afgebrande woning te Delfshaven neergelegd en velen van
+het in Schiedam gelegerde, vreemde krijgsvolk worden tot hun plannen
+overgehaald. Hoewel de burgers, zoowel als de schutters, zorgvuldig
+buiten het komplot gehouden worden, lekt er toch iets van uit en daarom
+besluit men, niet <span class="pagenum" title="44"></span><a id="p_44"></a>langer te dralen en op den avond van St.
+Valentijnsdag (13 Februari) den aanslag te wagen.</p>
+
+<p>Op den 12<sup>den</sup> vertoont zich in den vroegen morgen voor de Delftsche
+poort van onze stad een zonderling ruiter. Hij maakt een geweld van
+belang en stelt zich aan als een krankzinnige. Als zoodanig beschouwen
+de poortwachters den zonderlingen gast dan ook. Als ze hem binnen laten,
+slaat hij als een dolleman om zich heen, schatert het nu eens uit van
+lachen en begint dan weer luidkeels te zingen. Zijn gekke kuren wisselt
+hij af door te roepen: &bdquo;Ik moet den Jonker spreken, ik moet Jonker Frans
+spreken&rdquo;.</p>
+
+<p>Als deze van den vreemden ruiter hoort, laat hij hem voor zich komen en
+nu ontpopt de krankzinnige zich als een bode van de ontevredenen te
+Schiedam. Hij overhandigt den Jonker een verzegelden brief, waarin
+medegedeeld wordt, dat alles voor den aanslag op den volgenden avond in
+gereedheid is.</p>
+
+<p>We schrijven 13 Februari.</p>
+
+<p>De bondgenooten te Schiedam hebben in de duisternis één hunner buiten
+de Rotterdamsche Poort gezonden, om uit te zien, of de Hoeken al in
+aantocht zijn. Door een afgesproken teeken, een schreeuw, zal hij zijn
+makkers waarschuwen.</p>
+
+<p>Daar slaat het acht uur! Nog een uur en de Rotterdammers zullen er zijn.
+Maar, wat is dat? Hooren de wachters aan de poort daar niet reeds het
+bepaalde sein? Zeker zijn de Hoeken vroeger gekomen, dan is afgesproken.
+Vooruit dan maar! De poort laat men door middel van buskruit
+openspringen, om <span class="pagenum" title="45"></span><a id="p_45"></a>de vrienden binnen te laten. Maar geen der Hoeken is
+in velden of wegen te ontdekken. Zij liggen nog rustig te Delfshaven te
+wachten. Geen wonder, dat nu de aanslag mislukt. De verraders moeten
+zich door een snelle vlucht zien te redden. Schiedam, aan een groot
+bloedbad ontsnapt, is na het voorgevallene nog meer op zijn hoede en
+twee hernieuwde pogingen van Jonker Frans om de stad te verrassen,
+mislukken.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="figright" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p046t.jpg" width="400" height="267" alt="De Rotterdammers smeeken Jonker Frans de stad over te geven." title="" />
+<span class="caption">De Rotterdammers smeeken Jonker Frans de stad over te geven.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p046.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1767×1180, 370kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>De insluiting van Rotterdam wordt voortdurend nauwer, zoodat het steeds
+bezwaarlijker gaat, levensmiddelen in de stad te brengen. Geen wonder,
+dat gebrek zijn intrede doet, en dat de poorters gaan mopperen. Zoolang
+Jonker Frans succes had op zijn rooftochten, was men op zijn hand en
+deed zelfs dapper mee; maar gebrek lijden, van honger omkomen, handel
+en scheepvaart totaal zien verloopen, dat heeft men voor den Hoekschen
+Hoofdman niet over. Ging er enkele maanden geleden een gejuich op, als
+de Jonker zich aan de menigte vertoonde, thans gaat er een dof gemor
+door de vermagerde schare. Er wordt geroepen: &bdquo;Wij sterven van honger.
+Geef de stad over&rdquo;!</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">'t Heugt mij, hoe ze in haer wallen<br /></span>
+ <span class="i0">Door ondraegbren hongersnoodt<br /></span>
+ <span class="i0">Gansch van moedt en magt ontbloot<br /></span>
+ <span class="i0">Als in flaeuwte lag gevallen.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Den 25<sup>sten</sup> Juli vertoont zich voor de Goudsche poort een bode met
+een witte vlag. Met luider stemme roept hij: &bdquo;Poorters van Rotterdam.
+Verdrag! Overgaaf! Vergiffenis. In naam van Koning Maximiliaan opent de
+poort&rdquo;!</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="46"></span><a id="p_46"></a>
+<span class="pagenum" title="47"><br /></span><a id="p_47"></a></p>
+
+<p>De bode treedt binnen en richt, door de hongerige poorters gevolgd,
+zijn schreden naar de woning van den Jonker op de Hoogstraat. Hier neemt
+Jonker Frans kennis van de voorwaarden, hem aangeboden: hij mag de stad
+met al zijn soldaten in volle wapenrusting verlaten, doch met
+achterlating van krijgsvoorraden en oorlogsvaartuigen. De gevangenen
+zullen op vrije voeten gesteld worden en wie met Brederode de stad wil
+verlaten, heeft daartoe vrijheid.</p>
+
+<p>Het kost den fieren Jonker grooten zelfstrijd, voor hij een besluit
+kan nemen. Den trotschen nek te buigen, hij, een Brederode; heeft hij
+daarvoor alles opgeofferd? Maar toch, de voorwaarden zijn eervol; kunnen
+haast niet eervoller zijn. En dan&mdash;mag hij nog langer den ongelijken
+strijd volhouden; nog meer bloed vergieten voor een verloren zaak; nog
+meer ellende en kommer brengen over de burgers van Rotterdam<ins class="corr" id="corr5" title="Bron: !">?</ins> Hij
+besluit de stad over te geven.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">En Breêroo, de oorzaak van haar tranen,<br /></span>
+ <span class="i0">Neemt met zijn ongeschonden vanen,<br /></span>
+ <span class="i0">De ellenden van den oorlog mee.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Hij vertrekt naar zijn oude wijkplaats Sluis.</p>
+
+<p>Een maand later vinden wij hem weer in de gevangenis te Dordrecht. Hij
+heeft zijn laatste gevecht geleverd. Zijn rechterknie is door een kogel
+verbrijzeld. Met bleek gelaat en pijnlijk verwrongen trekken ligt hij in
+den kerker. Het bed van stroo, hem gespreid, zal straks zijn sterfbed
+zijn. En met hem sterft de Hoeksche partij. Van haar aanvoerder beroofd,
+is haar kracht gebroken.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="48"></span><a id="p_48"></a></p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p048t.jpg" width="400" height="361" alt="Zegel in zwart was, (...)" title="" />
+<span class="caption">Zegel in zwart was, gehecht aan het stuk, waarbij
+Maximiliaan de stad Rotterdam vergiffenis schonk. Het origineel wordt
+bewaard op het Gemeente-Archief. Maximiliaan houdt, zooals duidelijk is
+waar te nemen, zijn zoon Filips bij de hand. Een verkorte inhoud van het
+op perkament geschreven stuk volgt hier.
+
+December 1489. Maximiliaan, Roomsch Koning en Philips, zijn zoon,
+aartshertogen van Oostenrijk enz. verklaren aan de regeering van
+Rotterdam, op haar verzoek, de stad vergiffenis te hebben geschonken
+voor hetgeen ze misdreven heeft, bij het innemen der stad door Frans van
+Brederode, bepalende, dat zij echter de helft der kosten zal dragen van
+de in de stad aan te leggen sterkten en van de bezetting daarbij
+noodig.</span>
+<br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p048.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1318×1192, 186kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="49"></span><a id="p_49"></a></p>
+
+<p>Na een kamp van 150 jaren heeft de taaie volharding der poorters
+gezegevierd over de woeste kracht der edelen.</p>
+
+<p>Hoe ging het nu met Rotterdam?</p>
+
+<p>Zwaar was de stad gestraft geworden voor haar zorgeloosheid. Groot waren
+de verwoestingen, aangericht tijdens het verblijf der Hoekschen; vele
+menschenlevens vielen te betreuren. Heel wat poorters, en juist de meest
+gegoeden, hadden de stad verlaten, vele anderen waren door de duurte der
+levensmiddelen en door den stilstand van alle handel, scheepvaart en
+nijverheid tot den bedelstaf gebracht.</p>
+
+<p>En of de stad hierdoor nog niet genoeg getroffen was, werd haar door
+Maximiliaan nog een schatting van 26000 Rijnsche guldens<a id="FNa_7" href="#FN_7" class="fnanchor"><sup>7</sup>)</a> opgelegd.
+Dat was de prijs, waarvoor de plundering werd voorkomen.</p>
+
+<p>Het ging in onze verarmde stad niet gemakkelijk een zoo groote som
+bijeen te brengen. Om de door de stadsregeering opgelegde belasting te
+kunnen voldoen, moesten velen hun kostbaarheden verkoopen; de schatten
+der kerk, ja zelfs 1700 bedden, werden verkocht en toen was nog slechts
+de helft der som bijeen. Gelukkig gaf Maximiliaan voor de andere helft
+uitstel en schold in 1496 zelfs het nog onbetaalde gedeelte kwijt.</p>
+
+<p>Daar gebleken was, dat de verdediging aan de Noordzijde het zwakst
+gevoerd was, werd bevel gegeven de stad aan deze zijde te verkleinen.
+Duizend schreden in de lengte en 300 in de breedte zag Rotterdam van
+<span class="pagenum" title="50"></span><a id="p_50"></a>zijn grondgebied afgaan. Natuurlijk moest hiervoor de stadsgracht
+worden verlegd, wat weer veel geld kostte.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;'t Kabeljaeuws beleg had alles schots verkurven,<br /></span>
+ <span class="i0">De Rotterdamsche Schie was t'eenemael bedurven,<br /></span>
+ <span class="i0">En moest hergraven zijn&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>De Delftsche Poort en andere verdedigingswerken, die veel hadden
+geleden, eischten herstelling. Geen wonder, dat er vele jaren verliepen,
+voor de stad zich van de toegebrachte slagen had hersteld.</p>
+
+<p>Thans is de naam van Jonker Frans aan een drukke winkelstraat verbonden.
+Nog steeds herinnert de dappere jongeling ons daardoor aan zijn
+heldendaden, maar tevens ook aan al de ellende, die hij over onze stad
+gebracht heeft.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_4" href="#FNa_4" class="label"><sup>4</sup>)</a> Een Brugsch schild had een waarde van &fnof;&nbsp;3,28&nbsp;125.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_5" href="#FNa_5" class="label"><sup>5</sup>)</a> Deze stond aan den Coolsingel, op dezelfde plaats, waar
+thans de korenmolen &bdquo;de Hoop&rdquo; gevonden wordt.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_6" href="#FNa_6" class="label"><sup>6</sup>)</a> Zie het kaartje op pag. <a href="#p_18">18</a>.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_7" href="#FNa_7" class="label"><sup>7</sup>)</a> Een Rijnsche gulden had een waarde van &fnof;&nbsp;2.62<sup>5</sup>.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="De_St_Laurenskerk"></a>5. De St. Laurenskerk.</h2>
+
+<p>Jongens, jongens, als die eens vertellen kon, wat er al gebeurd is in
+den tijd, dat zij daar staat, wat zouden we dan een massa te hooren
+krijgen. De Groote Kerk toch is het alleroudste gebouw in Rotterdam; al
+vijf eeuwen staat ze daar op dezelfde plaats en hoe lang zal ze den tand
+des tijds nog wel kunnen doorstaan? Ze ziet er nog niet naar uit, dat ze
+al vijfhonderd jaar allerlei stormen getrotseerd heeft en toch is dat
+zoo.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 236px;">
+<img src="images/ill_p052t.jpg" width="236" height="400" alt="S. Laurentius Martyr." title="" />
+<span class="caption">S. Laurentius Martyr.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p052.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 709×1199, 192kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>In het begin der 15<sup>de</sup> eeuw was Rotterdam nog maar een klein plaatsje
+met niet meer dan 1200 huizen&mdash;op 1 Januari 1911 waren er 45751
+gebouwen, die <span class="pagenum" title="51"></span><a id="p_51"></a>94870 woningen bevatten. Onder de regeering van Graaf
+Albrecht heerschten er rust en welvaart in deze gewesten. Ook Rotterdam
+profiteerde van die rust en ging goed vooruit. De poorters wenschten
+een bedehuis te bezitten, hetwelk wedijveren kon met dat der omliggende
+plaatsen, ja, als het kon, de kerken uit den omtrek overtreffen. Dat was
+geen kleinigheid voor zoo'n kleine plaats, maar de geheele burgerij was
+vol moed het grootsche plan uit te voeren. Hoe aan het geld voor den
+bouw te komen? Vele burgers schonken vrijwillige bijdragen; wie als
+poorter zich binnen de muren der stad vestigde, moest 3000 steenen
+leveren voor den kerkbouw. Heel wat opgelegde boeten kwamen het
+bouwfonds ten goede; allerlei belastingen werden ten bate van den
+kerkbouw aangewend. Ofschoon het geld voor den bouw der geheele kerk
+nog lang niet bij elkaar was, begon men toch met moed en hield zich
+overtuigd het tot een goed einde te zullen brengen.</p>
+
+<p>In 1409 werd de eerste spade in den grond gestoken; in 1412 werd de
+eerste steen gelegd; in 1426 kon een deel der kerk in gebruik genomen
+worden.</p>
+
+<p>Volgens Katholieke gewoonte werd zij aan een Heilige gewijd en wel aan
+den Heiligen Laurentius. Bij zijn leven was Laurentius een der zeven
+diakenen of armverzorgers der kerk van Rome, onder Paus Sixtus II.
+Toen deze Paus op bevel van Keizer Valerianus gevangen genomen werd,
+begeleidde Laurentius hem naar de strafplaats. Daar werd hem door den
+Prefect van Rome bevolen alle rijkdommen der Kerk, welke hij onder zich
+had, uit te leveren. Laurentius vroeg drie <span class="pagenum" title="52"></span><a id="p_52"></a>dagen uitstel om aan het
+bevel gevolg te kunnen geven; hij verkreeg dit, verkocht in dien tijd
+alle kostbaarheden en verdeelde de opbrengst onder de armen. Toen de
+Prefect na drie dagen bij hem kwam om de schatten in bezit te nemen,
+toonde Laurentius hem een aantal armen en gebrekkigen en zei: &bdquo;Ziedaar
+de schatten der kerk&rdquo;. Volgens de overlevering was de Prefect over deze
+handelwijze zoo vertoornd, dat Laurentius gegeeseld <span class="pagenum" title="53"></span><a id="p_53"></a>en op een rooster
+levend verbrand werd. Onder de regeering van Keizer Constantijn den
+Grooten werd op de plaats, waar Laurentius begraven werd, een der zeven
+patriarchale zuilenkerken van Rome gebouwd.</p>
+
+<p>De naamdag van den Rotterdamschen beschermheilige, 10 Augustus, wordt
+nog ieder jaar herdacht; vroeger met groote plechtigheid. Na het einde
+der Hoogmis trok een processie, waaraan aanvankelijk slechts
+geestelijken, maar later ook de schutters en ambachtsgilden deelnamen,
+door de versierde straten.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 287px;">
+<img src="images/ill_p054t.jpg" width="287" height="400" alt="Aert van Nes." title="" />
+<span class="caption">Aert van Nes.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p054.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1193×1658, 339kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Evenals met zooveel oude kerken het geval geweest is, is ook onze
+Sint-Laurenskerk niet achter elkaar afgebouwd. Nu eens ontbrak het aan
+geld om verder te bouwen, dan weer maakten de Hoekschen met hun
+kaperschepen het den Rotterdammers zoo lastig, dat zij wel aan wat
+anders te denken hadden, dan aan den opbouw van het bedehuis. Eerst
+tegen het einde der 15<sup>de</sup> eeuw kon men zeggen, dat het gebouw voltooid
+was. Bijna een eeuw lang was men met groote tusschenpoozen bezig geweest
+het trotsche gebouw, dat wij nog dagelijks kunnen aanschouwen, te doen
+verrijzen. De Kerk was voltooid, maar de toren nog niet. In 1449 was
+men met den bouw hiervan begonnen. Aanvankelijk was hij door een smal
+watertje van de kerk gescheiden. Het hoogheemraadschap van Schieland had
+nl. bezwaar gemaakt &bdquo;de Sluysvliet&rdquo; te dempen, daar er niet voor een
+goede afwatering kon gezorgd worden. Doch in 1460 geloofde men, dat het
+dempen van het watertje geen overwegend bezwaar zou opleveren. Het
+schip der kerk werd nu zoover verlengd, dat kerk <span class="pagenum" title="54"></span><a id="p_54"></a><span class="pagenum" title="55"><br /></span><a id="p_55"></a>en toren één geheel
+uitmaakten. Op het einde der 15<sup>de</sup> eeuw was men met den torenbouw nog
+niet verder gevorderd, dan tot het dak der kerk. Eerst in 1548 werd de
+toren belangrijk verhoogd; een eeuw later, in 1645 nog eens, zoodat hij
+toen zijn tegenwoordige hoogte bereikte. Oorspronkelijk bestemd voor den
+dienst der Roomsch-Katholieken, ging de kerk, na de Hervorming in deze
+gewesten, in 1572 aan de Hervormden over. Sedert dien is zij in het
+bezit der laatsten gebleven.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 313px;">
+<img src="images/ill_p057t.jpg" width="313" height="400" alt="Graftombe van Witte Cornelisz. de With." title="" />
+<span class="caption">Graftombe van Witte Cornelisz. de With.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p057.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 764×975, 136kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Het mooiste gedeelte van de Kerk is het koor; het was oorspronkelijk dan
+ook bestemd de aandacht der talrijke bezoekers te trekken. Immers, daar
+stond eens het hoogaltaar, waar de plechtigste missen werden gehouden.
+Het fraaie koperen hek, dat het koor sinds 1715 afsluit, is door den
+kopergieter F. van Douwe vervaardigd en kostte niet minder dan de voor
+dien tijd kapitale som van 32000 gulden.</p>
+
+<p>In het koor liggen verschillende beroemde personen begraven; o. m. Aert
+van Nes, de rechterhand van admiraal De Ruyter, die meer dan 50 jaren
+lang&mdash;van 1637 tot 1692&mdash;het land zijn diensten heeft bewezen. Was hij
+op het veld van eer gesneuveld, wellicht had men voor hem ook een
+sierlijk monument opgericht, evenals voor Witte Cornelisz. de With,
+wiens graftombe ten zuiden van het koor te vinden is.</p>
+
+<p>Tot blijvende gedachtenis aan dezen zeeheld, die van 1579 tot 1658 bijna
+onafgebroken de zee bevaren heeft en in 1658 in de Sont sneuvelde, werd
+in 1660 deze schoone graftombe opgericht. Het geharnaste beeld van den
+held ligt uitgestrekt op een sierlijke lijkbus, <span class="pagenum" title="56"></span><a id="p_56"></a>waarvoor twee kinderen
+een keurige afbeelding ontrold houden van den zeeslag, waarin hij het
+leven liet. Aan de voeten staat de geopende, gepluimde helm. Tusschen
+twee gevlamde marmeren kolommen vinden we den aardbol, daarachter den
+steen, die in gouden letters den roem en de bedrijven ter zee van den
+&bdquo;Kregel Mennoniet&rdquo;<a id="FNa_8" href="#FN_8" class="fnanchor"><sup>8</sup>)</a> in het Latijn vermeldt. Links van den steen staat
+de zeegod Neptunus, met den drietand in de hand en een dolfijn aan zijn
+voeten; rechts zien we den krijgsgod Mars, met den haan als zinnebeeld
+der waakzaamheid. De twee kinderen boven houden het wapenschild van
+W. C. de With vast. Evenals zoovele geslachtswapens is ook dit in den
+Franschen tijd weggehakt. Het bestond uit drie geknotte vogels door een
+kroon gedekt. Op de kolommen rust een kroonlijst; daarop bevinden zich
+de wapenschilden van ons land, dat van Rotterdam en dat der Admiraliteit
+van Holland en West-Friesland, waarvan De With in 1637 vice-admiraal
+geworden was. Tusschen deze wapens bevinden zich twee beelden, de
+Zeevaart en de Faam voorstellende. Vlaggen, wimpels, scheeps- en
+krijgstuig voltooien het geheel, dat door den beeldhouwer Ricx
+vervaardigd werd en door een ijzeren hek omgeven is.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 322px;">
+<img src="images/ill_p058t.jpg" width="322" height="400" alt="Johan van Brakel." title="" />
+<span class="caption">Johan van Brakel.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p058.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 795×985, 110kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>In de Metselaarskapel, achter de tombe van De With, hangt een schilderij
+met het onderschrift &bdquo;gebouwd op <span class="pagenum" title="57"></span><a id="p_57"></a>het fondament der apostelen en
+profeten&rdquo;. Op het schilderstuk zien wij een burcht, waarvoor kinderen
+de attributen van het metselaarsvak opheffen. Beneden vinden we
+de zerk, die het stoffelijk omhulsel van Johan de Liefde dekt, die
+als vice-admiraal in den zeeslag bij Kijkduin (1666) sneuvelde.
+In de daarachter liggende Schoenmakerskapel is Johan van Brakel,
+schout-bij-nacht van Holland en West-Friesland, die in 1690 tegen de
+Franschen sneuvelde, begraven. De wit marmeren zerk draagt het volgende
+opschrift:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="58"></span><a id="p_58"></a></p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i4">Hier rust d' Heer Johan van Brakel<br /></span>
+ <span class="i0">Schoudt bij Naght van Hollandt en West-Vrieslandt<br /></span>
+ <span class="i0">geschooten in de bataelje tegen de France Koninghs vloot<br /></span>
+ <span class="i4">den 10 Julius 1690.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Tegen den muur prijkt het borstbeeld van den zeeheld, eveneens van wit
+marmer. De buste is door een lauwerkrans omgeven. Daaronder vinden we
+een Latijnsch bijschrift en het volgend Hollandsch gedicht:</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="59"></span><a id="p_59"></a></p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Door ketens, donders, loot en staal en bliksemstraalen<br /></span>
+ <span class="i0">Te vliegen, en een roof op 's vijands grond te haalen,<br /></span>
+ <span class="i0">Was Brakels werk, die zijn triomf rukte uit den brand<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn naam en krijgsdeugd eert zijn graf en Vaderland.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Als pendant van de graftombe van W. C. de With, vinden we links van
+het koor het monument van Egbert Meeuwisz. Kortenaer, die in 1665 bij
+Lowestoff tegen de Engelschen sneuvelde. Op de tombe ligt het beeld van
+den dapperen held in wit marmer uitgehouwen. Zijn hoofd rust op een
+gevlochten matras; den <span class="pagenum" title="60"></span><a id="p_60"></a>bevelhebbersstaf houdt hij in de handen geklemd.
+De verminking aan het linkeroog en de rechterhand, waarvan het
+grafschrift spreekt, is duidelijk te zien. Aan de voeten merken wij
+weer den gepluimden helm en achter het beeld een zegetronk met een
+sierlijken lijfrok behangen, die op den linkerarm een schild, vroeger
+het familiewapen vertoonende, draagt. Vier ranke, wit marmeren pilaren
+dragen het zwarte frontespice met het wapenschild der Generaliteit, een
+kroon en twee kruiswijs liggende ankers. Op de kroonlijst vinden we weer
+een Latijnsch opschrift. Op de tombe zelf lezen we het bekende gedicht
+van Gerard Brandt:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">De Heldt der Maes, verminckt aen oog en rechterhandt<br /></span>
+ <span class="i0">En echter 't oog van 't roer, de vuyst van 't Vaderlandt<br /></span>
+ <span class="i0">De groote Kortenaer, de schrick van 's vijants vlooten<br /></span>
+ <span class="i0">D' ontsluyter van de Sondt, leyt in dit graf beslooten.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<div class="figright" style="width: 297px;">
+<img src="images/ill_p059t.jpg" width="297" height="400" alt="Graftombe van Egbert Meeuwisz. Kortenaer." title="" />
+<span class="caption">Graftombe van Egbert Meeuwisz. Kortenaer.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p059.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 723×971, 124kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Tal van vlaggen en ander oorlogstuig voltooien weer het geheel, dat door
+den beeldhouwer Verhulst vervaardigd, in het laatst van 1669 werd
+opgericht.</p>
+
+<p>Wel niet aan een of ander zeegevecht, maar toch aan een belangrijke
+gebeurtenis uit onze geschiedenis herinnert het Julianaraam, dicht
+bij de graftombe van Kortenaer. Dit is ter blijvende gedachtenis
+aan de geboorte van prinses Juliana opgericht. Het geeft ons Koningin
+Wilhelmina met de kleine Prinses te zien; Prins Hendrik staat naast haar
+onder het baldakijn, waarover de &bdquo;Oranjezon&rdquo; haar stralen op de
+jonggeborene schiet.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="61"></span><a id="p_61"></a></p>
+
+<p>Rotterdams stedemaagd wordt gevolgd door de Zeevaart, de Binnenvaart,
+den Koophandel en de Industrie en brengt Hare Majesteit hulde; een page
+draagt het wapen der stad, terwijl Fortuna haar gaven voor den troon
+nederlegt.</p>
+
+<p>Op den achtergrond ziet men de Maas met de stad in het verschiet;
+tusschen de wolken slingert zich een lint met de woorden: &bdquo;Wilhelmus van
+Nassauwe ben ick van Duytschen bloedt&rdquo;.</p>
+
+<p>Op de onderste helft vinden we de wapens van het Huis van Oranje, van
+Prins Willem I tot Koningin Wilhelmina ter eener zijde, aan den anderen
+kant de wapens der elf Provinciën. Tusschen deze verschillende wapens
+staat de opdracht:</p>
+
+<p>&bdquo;Ter herdenking van de geboorte van H. K. H. Juliana, Louise, Emma,
+Marie, Wilhelmina, Prinses van Oranje-Nassau, Hertogin van Mecklenburg,
+enz. enz. den 30<sup>sten</sup> April 1909&rdquo;.</p>
+
+<p>Hoewel er in de Kerk nog heel wat geschiedkundige herinneringen door de
+opschriften op de zerken kunnen gewekt worden, willen wij het hierbij
+laten om nog een kort oogenblik te verwijlen bij den fraaien preekstoel,
+door het doophek omringd en in 1707 vervaardigd. De balustrade der trap
+is met mooi houtsnijwerk versierd. De glorie der kerk is en blijft
+echter het orgel, een der grootste van ons land. Reeds lang voor dat de
+Sint-Laurens voltooid was, bezat de kerk een orgel. In het laatst der
+18<sup>de</sup> eeuw bleek een nieuw instrument dringend noodig te zijn. De
+Fransche tijd was evenwel niet geschikt om het groote werk te bevorderen
+<span class="pagenum" title="62"></span><a id="p_62"></a>en eerst in 1828 was het orgel voltooid. In 1845 is het hersteld en
+vergroot met een vierde klavier.</p>
+
+<p>Enkele jaren geleden heeft het belangrijke herstellingen ondergaan.
+De reusachtige pijpen in het front zijn 32 voet hoog, de grootste dier
+pijpen (in het geheel zijn er ruim 5000) weegt 500 pond. De engel met de
+bazuin is 5 Meter hoog. Een voetstuk met twaalf marmeren zuilen draagt
+het orgel, dat 126000 gulden gekost heeft.</p>
+
+<div class="graf">
+
+<p>Hier volgt nog een vertaling der Latijnsche opschriften in de les genoemd:</p>
+
+<p>1. Op het grafmonument van Egbert Meeuwiszoon Kortenaer:</p>
+
+<p>&bdquo;Voor den onvergelijkelijken held Egbert Meeuwisz. Kortenaer
+hebben de Edelmogende Heeren der Admiraliteit van de Maas dit
+gedenkteeken van heldendeugd en roemrijken dood gesticht&rdquo;.</p>
+
+<p>2. Op het grafmonument van Witte Cornelisz. de With:</p>
+
+<p>&bdquo;Aan de verdiensten en onsterfelijkheid van den Ridder Witte
+Corneliszoon de With&rdquo;.</p>
+
+</div>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_8" href="#FNa_8" class="label"><sup>8</sup>)</a> Welke geest W. C. de With als knaap reeds bezielde, blijkt
+uit het feit, dat hij zich op tienjarigen leeftijd zonder toestemming
+zijner ouders, die Mennist waren, liet doopen, daar de jongens op school
+hem dikwijls plaagden, dat hij als Doopsgezinde niet mocht vechten of
+terugslaan.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Een_ramp_op_de_Maas"></a>6. Een ramp op de Maas.</h2>
+
+<p>Het is in de laatste dagen van Februari van het jaar 1511. Reeds meer
+dan drie maanden heerscht er zoo'n strenge vorst, dat alle scheepvaart
+gestremd is en de rivieren met een dikken ijsvloer bedekt zijn. Ook
+de Maas is door den wintervorst in boeien geklonken en waar anders de
+vlugge zeilers het breede, haast onafzienbare, watervlak tusschen Blaak
+en Overmaaschen oever stoffeeren, zien wij nu de Rotterdammers op de
+gladde ijzers zwieren.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="63"></span><a id="p_63"></a></p>
+
+<p>Zóó hecht en sterk is de ijsspiegel, dat hij zelfs tenten en
+uitstallingen van allerlei grootte en zwaarte kan dragen. Sleden en
+vrachtwagens met honderden ponden beladen, wagen zich zonder vrees op
+het gestolde watervlak. Een ondernemende hoefsmid heeft voor de St.
+Laurenspoort zijn werkplaats opgericht en zet de paarden scherp, zoowel
+van den vrachtboer als van den gegoeden stedeling, die zich in zijn
+slede over de baan laat voeren. Hier en daar zien wij zelfs kolfbanen
+afgebakend, en verlustigen de poorters zich met dit geliefde, oude
+volksspel.</p>
+
+<p>Sinds het laatst van November reeds, kan men dagelijks van dit
+schilderachtig en levenslustig tafereel genieten.</p>
+
+<p>Thans echter schijnt er een eind aan te zullen komen. Een krachtige
+Noordwestenwind is opgestoken, een sterke dooi ingevallen. De opgestuwde
+wateren hebben de metalen ijskorst reeds hier en daar doen barsten.</p>
+
+<p>De Vroedschap roept de poorters door klokgeklep voor het Stadshuis
+en laat mededeelen, dat alle kramen en verdere opstallen van de Maas
+verwijderd moeten worden. Het sterk opgestuwde water kan in zijn wilden
+loop ieder oogenblik den ijsvloer verbreken en medevoeren.</p>
+
+<p>Niet allen helaas nemen den welgemeenden raad van het stadsbestuur ter
+harte. Een groote menigte geestelijken maakt zich zelfs op tot een tocht
+over de rivier. Wat mag het wel zijn, dat deze vrome mannen het
+waarschuwend woord van hun Overheid in den wind doet slaan? Is het de
+zucht tot genot, die hen <span class="pagenum" title="64"></span><a id="p_64"></a>nog een laatsten keer van het ijsvermaak wil
+doen genieten? Geenszins, vrome ijver drijft hen, niettegenstaande den
+ingevallen dooi, dezen reeds lang van te voren beraamden tocht te
+ondernemen.</p>
+
+<p>Aan den overkant der Maas ligt het nederig dorpje Charlois in het
+ambacht van dien naam. Het is aldus genoemd naar den heer van Charollois
+(Karel den Stouten), die de &bdquo;concessie&rdquo; tot bedijking heeft verleend.
+Het aan St. Clemens gewijde bouwvallige houten kerkje is thans van steen
+opgetrokken en het kerkgebruik eischt een hernieuwde inwijding. Daarom
+trekt men in plechtigen optocht over de reeds dooiende ijsvlakte. Luid
+klinken de lofzangen der vrome geestelijken en koorbroeders, omstuwd
+door een ontelbare menigte, die mee optrekt. De wind giert en het ijs
+is reeds allerwege met water overdekt. Haast is men op de plaats van
+bestemming gekomen. Maar hoor, wat is dat! Welk een machtig geluid, dat
+de angstkreten der processie overstemt! De broze ijsvlakte waggelt onder
+de voeten van de bijna 5000 menschen, die zich juist boven een draaikolk
+bevinden, waardoor de ijskorst niet zoo hecht en sterk is, als op andere
+plaatsen. Schrik en ontzetting teekenen zich op ieders gelaat. Daar
+scheurt met een donderend geluid het ijs van een, in wilde vaart worden
+menschen en ijsschollen door het van zijn boeien ontslagen water
+medegevoerd. Ruim 4000 menschen vinden hun graf in &bdquo;de Monnikkenput&rdquo;; in
+weinige oogenblikken is geheel Rotterdam en omstreken in diepen rouw
+gedompeld.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="65"></span><a id="p_65"></a></p>
+
+<p>Eén groot graf heeft men voor de talrijke slachtoffers van de ramp
+gegraven. Nabij den Sluisjesdijk, aan den weg naar Pernis, vonden ze hun
+laatste rustplaats.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Erasmus"></a>7. <span style="letter-spacing: 0.2em; margin-right: -0.2em;">Erasmus</span>.</h2>
+
+<h2 class="h2sub">1467&ndash;1536.</h2>
+
+<div class="chpoem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">De achtbre wijsheit zelf knielt neer<br /></span>
+ <span class="i0">Voor Uw grooten Desideer.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Ieder onzer kent wel den grijzen monnik op de Grootemarkt, die, zonder
+zich te storen aan het geroezemoes der groentevrouwen vòòr hem, of het
+ratelen van den trein àchter hem, aandachtig in zijn boek staat te
+lezen. Gedurende al de jaren, die over hem zijn heengegaan&mdash;en dat zijn
+er heel wat&mdash;heeft hij geen oog opgeslagen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Desiderius Erasmus Rogerii, of Erasmus Roterodamus, zooals hij zich
+schreef, werd ± 1467 in het huisje in de Wijde Kerkstraat, dat later
+naar hem het Erasmushuisje genoemd is, geboren. Dit gebouwtje bestaat
+reeds sinds lang niet meer, maar toch kunnen we ons nog een denkbeeld
+vormen van het uiterlijk. Men heeft nl. de gelukkige gedachte gehad den
+vroegeren gevel in zijn oorspronkelijken vorm tegen het daar nu staande
+huis aan te bouwen. Om de illusie nog volkomener te maken, heeft men ook
+een luifel en den klopper, <span class="pagenum" title="66"></span><a id="p_66"></a>waarvan vroeger haast alle huizen voorzien
+waren, aangebracht.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Den 27<sup>sten</sup> September 1549 was er in onze stad een aanzienlijk
+gezelschap bijeen. Philips van Spanje, de latere Philips II, en zijn
+tante Maria van Hongarije, de Landvoogdes, die met een aanzienlijk
+gevolg de Nederlanden doorreisden, vereerden ook Rotterdam met een
+bezoek. De tweeëntwintigjarige Prins, die deze reis op verlangen van
+zijn vader deed, om kennis te maken met zijn toekomstige onderdanen,
+werd feestelijk ingehaald. De geheele versierde stad jubelde den
+hoogen gast het welkom tegen. De huizen waren behangen met lakens van
+verschillende kleuren, voornamelijk rood en wit. Op alle waren de
+letters P. P. aangebracht, wat de dubbele beteekenis had van: &bdquo;Aan Prins
+don Philips&rdquo; en &bdquo;Padre de la Patria&rdquo;<ins class="corr" id="corr6" title="Niet in Bron.">,</ins> dit is &bdquo;Aan Prins Philips,
+den Vader des Vaderlands&rdquo;. De burgemeesters, toen twee in getal,
+beijverden zich den Prins volgens rang en stand te ontvangen. Ze leidden
+hem door de kwistig getooide straten, tusschen twee rijen poorters, die,
+naar Zuidelijk gebruik, met brandende fakkels in de hand stonden. Toen
+de stoet op de plaats kwam, waar nu de Grootemarkt is, maar destijds nog
+voor het grootste deel water was, werd er halt gehouden. Hier wachtte
+Erasmus, de geleerde en beroemde Rotterdammer, den Prins op en
+overhandigde hem een welkomstgroet, geschreven in de taal der geleerden,
+het Latijn, en vertaald aldus luidende:</p>
+
+<p>&bdquo;Desiderius Erasmus aan Filips van Bourgondië, <span class="pagenum" title="67"></span><a id="p_67"></a>Prins van Spanje.
+Rotterdammer zijnde, heb ik wel willen toonen, dat ik mijne medeburgers
+niet verlaat. Op hun verzoek heet ik U, doorluchtige Prins, welkom
+binnen onze wallen, en ik beveel dit volk aan in Uwe genegenheid en
+bescherming. Allen huldigen U, o Keizerszoon, als Heer en kennen geen
+grooter geluk&rdquo;.</p>
+
+<p>Philips betoonde zijn tevredenheid, door onder de saamgestroomde menigte
+handenvol geld te strooien, wat denkelijk eveneens de goedkeuring onzer
+voorvaderen wegdroeg en voor de koninklijke bezoekers een amusement te
+meer was.</p>
+
+<p>De Prins kon Erasmus zelf niet danken voor zijn welkomstgroet, evenmin
+als deze den keizerszoon den volgenden morgen in zijn nederige woning
+kon rondleiden, toen Philips na de godsdienstoefening in de St.
+Laurenskerk te hebben bijgewoond, een gang deed naar het geboortehuis
+van Erasmus en dit woninkje bezichtigde. De groote geleerde toch was
+reeds in 1536 te Bazel gestorven en met veel statie in de hoofdkerk
+begraven. Nog wijst een gedenkteeken, door zijn vereerders opgericht,
+de rustplaats aan van den grooten denker. En hoe kon Erasmus dan den
+vorigen dag Philips verwelkomen, zult gij vragen? Het zal u duidelijk
+zijn, als we zeggen, dat de feestredenaar van ..... hout was.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Zooals we zagen, werd Erasmus ± 1467 te Rotterdam geboren. Zeer kort
+daarna verliet hij deze stad, waar hij nooit meer is teruggekeerd.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 261px;">
+<img src="images/ill_p068t.jpg" width="261" height="400" alt="ERASMVS ROTERODAMVS." title="ERASMVS ROTERODAMVS." /><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p068.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1168×1785, 335kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Gouda werd zijn woonplaats, waar hij zijn eerste <span class="pagenum" title="68"></span><a id="p_68"></a><span class="pagenum" title="69"><br /></span><a id="p_69"></a>opvoeding en
+onderwijs genoot. Daarna woonde hij te Utrecht en kwam in 1478 te
+Deventer op de Fraterschool. Reeds als kind blonk hij zoo zeer uit door
+schranderheid, ijver en leerlust, dat hij zich op twaalfjarigen leeftijd
+door een beroemd persoon hoorde toevoegen: &bdquo;Ga zoo voort, eenmaal wordt
+gij een groot man&rdquo;. En hij heeft zijn leermeesters niet teleurgesteld;
+integendeel, hij heeft hun stoutste verwachtingen overtroffen. Als groot
+geleerde heeft hij zich een naam gemaakt, die nu nog in alle beschaafde
+landen met eere wordt genoemd. De boeken, die hij heeft geschreven, zijn
+in vele talen overgezet en worden thans nog gelezen en bewonderd. &bdquo;De
+lof der zotheid&rdquo; is zijn bekendste werk.</p>
+
+<p>Als monnik heeft hij een tijdlang in een klooster te Stein bij Gouda
+doorgebracht, waarna hij in verschillende landen, o. a. Zuid-Nederland,
+Frankrijk, Engeland, Italië en Zwitserland reisde en studeerde, zich
+steeds grooter naam als geleerde verwervende. Koningen en Keizers
+overlaadden hem met gunsten en eerbewijzen, en bij zijn bezoeken aan
+verschillende plaatsen werd hij gevierd, als was hij van koninklijken
+bloede. Als een bewijs, dat men den grooten geleerde nog steeds eert,
+kan het bericht in Engelsche bladen dienen, dat de toren van de
+Anglikaansche Kerk te Aldington voltooid is en daarmede een werk, dat
+ondernomen werd ter eere van Erasmus, die korten tijd rector van die
+gemeente is geweest. Het geld voor dezen toren, die men vier eeuwen
+geleden begon te bouwen en in 1911 eindelijk voltooid is, werd
+bijeengebracht <span class="pagenum" title="70"></span><a id="p_70"></a>door vereerders van Erasmus over de heele wereld.</p>
+
+<p>Al had hij na zijn prille jeugd Rotterdam nooit meer betreden,
+hij noemde zich toch steeds Erasmus Roterodamus; hij maakte zijn
+geboortestad, die aldus in zijn roem deelde, tot ver over de
+landsgrenzen bekend, en het is dus in de Rotterdammers te prijzen, dat
+ze 13 jaar na zijn dood den grijzen geleerde nog eens ten tooneele
+voerden, om als een waardige zoon van zijn vaderstad den Prins te
+verwelkomen.</p>
+
+<p>Wat nu echter met het houten beeld gedaan? Opbergen tot er zich weer
+een feestelijke gelegenheid voordeed? Onze voorouders wisten beter. Ze
+plaatsten het op de brug, die over het Steiger gelegd werd en aldus
+het West-Nieuwland met de Hoogstraat verbond. Op deze brug werd markt
+gehouden, zoodat de man, die bij zijn leven steeds de stilte en de
+eenzaamheid zocht, in Rotterdam althans deze nooit heeft gekend. Want al
+meer dan 300 jaren is hij getuige geweest van het bedrijvige marktgewoel
+vóór hem.</p>
+
+<p>Niet lang duurde het, of regen en wind hadden het houten beeld verteerd.
+Men was echter reeds te zeer gehecht aan en te trotsch op dezen
+beroemden stadgenoot om hem voortaan niet meer in zijn midden te
+wenschen. Daarom verrees er in 1557 een beeld van steen, dat beter tegen
+den tand des tijds bestand was en het tot 1622 uithield. Toen werd door
+den beroemden beeldhouwer Hendrik de Keyser&mdash;naar wien de Hendrik de
+Keyserstraat is genoemd&mdash;een nieuw beeld van koper vervaardigd. Dit
+metalen gietsel heeft <span class="pagenum" title="71"></span><a id="p_71"></a>de eeuwen getrotseerd en staat nog ongeschonden
+op de Grootemarkt.</p>
+
+<p>Wanneer de ernstige man eens spreken kon, wanneer hij zijn eigen
+lotgevallen en die van zijn stad eens kon verhalen, ge zoudt wat hooren.
+Hij zou u vertellen van al de veranderingen, die in zijn onmiddellijke
+omgeving hebben plaats gegrepen; hoe langzamerhand mèt de stad, ook zijn
+terrein, de Markt is gegroeid; hoe de eenvoudige houten brug, waarop hij
+eerst een plaatsje kreeg, is geworden tot het breede terrein van heden.
+Hij zou u wat weten te vertellen van al de Rotterdammers, die hij aan
+zijn voeten heeft zien spelen, groot worden en heengaan. En wanneer de
+geleerde eens van eigen lijden en strijden ging verhalen! Dan zou
+hij u spreken over de woeste Spanjaarden, die hem in 1572 beschoten,
+verminkten en ten slotte te water wierpen, hoe hij later weer is
+opgehaald en opnieuw zijn oude plaats verkreeg. Hij zou het
+tegenwoordige geslacht zeker ook danken, dat het hem met rust laat en
+'s zomers niet meer blank poetst, want hij schaamt zich zijn oud gewaad,
+dat bij zijn ernstig uiterlijk past, niet. Met smart zou hij u spreken
+van den Franschen tijd; hoe hij er getuige van is geweest, dat daar voor
+hem de brooddronken Rotterdammers hand in hand met de Franschen om den
+vrijheidsboom dansten; van de daarop gevolgde vernedering, die zijn
+vaderstad ondervond; van den handel, die verliep; de industrie, die
+kwijnde; de armoede, die heerschte; hoe hij zelf in angst en beven
+verkeerde, toen Napoleon, bij zijn bezoek aan Rotterdam, hem, den man
+des vredes, tot kanonnen <span class="pagenum" title="72"></span><a id="p_72"></a>had willen gieten; van zijn dankbaarheid, toen
+vermogende stadgenooten dit gevaar door betaling van een aanzienlijke
+som gelds wisten te bezweren. En zeker zou hij u met fierheid verhalen,
+hoe hij, na de jaren van vernedering te hebben medegemaakt, zich op een
+morgen, met de oranjekleur getooid, aan zijn medeburgers vertoonde, hoe
+hij door zijn tweeregelig versje:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Durft niemand nog Oranje dragen,<br /></span>
+ <span class="i0">Ik durf mijn grijzen kop wel wagen,<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p class="noi">een der eersten was, die den Franschen dwingeland openlijk durfde
+trotseeren.</p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Anneken_Jans"></a>8. Anneken Jans.</h2>
+
+<p>Nadat Maarten Luther in 1517 de 95 stellingen aan de slotkerk te
+Wittenberg had aangeplakt en daarmee openlijk met de Roomsch-Katholieke
+kerk en leer had gebroken, sloten zich velen, die slechts op een
+voorganger hadden gewacht, bij den Hervormer aan.</p>
+
+<p>Begon de Hervorming in Duitschland, als een niet te keeren stroom drong
+ze voort over de grenzen. Weldra waren er ook in ons land velen, die,
+hetzij openlijk, hetzij in het geheim, de nieuwe leer beleden.</p>
+
+<p>De veranderingen, die Luther en zijn volgelingen wilden invoeren,
+bepaalden zich tot den godsdienst. Andere Hervormers echter wilden niet
+alleen de kerk, maar ook de maatschappij volgens hun inzicht inrichten;
+ze droomden zich onder meer een samenleving in gemeenschap van goederen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="73"></span><a id="p_73"></a></p>
+
+<p>Onder Jan Mathijszoon van Haarlem en Jan van Leiden wisten deze
+godsdienstige dweepers&mdash;Wederdoopers werden ze genoemd, omdat zij
+zich voor de tweede maal lieten doopen&mdash;Munster in Duitschland in
+hun macht te krijgen. In deze stad ging men nu leven volgens de door
+hen verkondigde denkbeelden. Er werden daar echter, zoowel door de
+voorgangers als de volgelingen, zulke buitensporigheden en wreedheden
+bedreven, dat ze terecht als gevaarlijk voor de maatschappelijke orde
+werden gebrandmerkt. Geen wonder dan ook, dat de aanhangers dezer leer
+aan felle vervolgingen blootstonden. Te vuur en te zwaard werden ze
+vervolgd; want, werden àlle afvalligen gevaarlijk geacht, de secte der
+Wederdoopers in dubbele mate. Wel waren er onder hen stille en bedaarde
+menschen, die al gelukkig geweest zouden zijn, indien ze ongemoeid
+hun nieuwe leer hadden kunnen belijden en verkondigen, maar in de
+vervolgingen, waaraan ze blootstonden, maakte dit geen onderscheid: ze
+waren allen des doods schuldig. Velen van hen zijn op gruwelijke wijze
+ter dood gebracht. Ook in Rotterdam hebben enkelen terecht gestaan. Van
+één dezer strafoefeningen willen wij hier wat verhalen.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Het is 24 December 1538. Zoo juist zijn twee vrouwen, die de Delftsche
+poort uittraden om met de schuit naar Delft te vertrekken, aangehouden.
+Ze zijn dezen morgen met den vrachtwagen van het Kralingsche Veer
+gekomen en hebben de onvoorzichtigheid begaan onderweg een lied te
+zingen, dat geen twijfel <span class="pagenum" title="74"></span><a id="p_74"></a>liet, of ze behoorden tot de secte der
+Wederdoopers. Een reiziger heeft enkele klanken opgevangen en spoedig is
+zijn besluit genomen. De 50 Carolusguldens<a id="FNa_9" href="#FN_9" class="fnanchor"><sup>9</sup>)</a>, die op het aanbrengen van
+een ketter gesteld zijn, wil hij verdienen. Als de vrouwen, waarvan de
+jongste met een knaapje op den arm, zich na eenig oponthoud in de stad,
+te voet naar de Delftsche schuit begeven, snelt hij naar den Baljuw
+Minnebeek, wien hij zijn ontdekking mededeelt. Enkele &bdquo;rakkers&rdquo; worden
+den verklikker medegegeven en weldra zijn de beide weerlooze, doodelijk
+verschrikte vrouwen aangehouden. Nog denzelfden avond worden ze ten
+huize van den baljuw, voor dezen en de vier schepenen geleid. Daar
+hooren wij de ondervraging, de namen en ook de bekentenis, dat zij tot
+de gehate secte behooren. De oudste is Christina Michiel Barents uit
+Leuven, oud 50 jaar, de jongste Anneken Jans uit den Briel, 28 jaar oud.
+In plaats door ontkenning te trachten haar leven te redden, bekennen zij
+onbeschroomd tot de Wederdoopers te behooren. Met geestdrift, die haar
+rechters niet kunnen begrijpen, roept de jongste der vrouwen uit: &bdquo;Gij
+hoort het, wij bekennen ons geloof, omdat het geen misdaad is, maar een
+eeuwige eere, dat men wordt waardig gekeurd om de martelkroon te dragen
+ter eere Gods, tot verheerlijking van dien Heer, die in der Eeuwigheid
+woont, Wiens oogen ons gadeslaan en Die ons roept tot een oordeel der
+wereld en tot Zijnen en onze glorie, Amen&rdquo;.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="75"></span><a id="p_75"></a></p>
+
+<p>Thans is haar vonnis geveld. Ze zullen beiden den waterdood sterven.</p>
+
+<p>Een maand is voorbijgegaan. Het is de 23<sup>ste</sup> Januari 1539 en het uur
+der voltrekking van het vonnis heeft geslagen. Beide vrouwen zullen
+verdronken worden buiten het Hofpoortje, waar de Rotte en Schie te zamen
+vloeien<a id="FNa_10" href="#FN_10" class="fnanchor"><sup>10</sup>)</a>. Naargeestig luidt de klok op dien somberen Januarimorgen.
+Bleek en verzwakt, de hoofden ontbloot, in het grauwe gewaad der
+boetelingen, de verkleumde handen wringende in doodelijken angst, treden
+ze nader. Achter haar loopen de beul en zijn knechten, niets dragende
+dan twee zakken en eenige koorden.</p>
+
+<p>De beul is gekleed in den bloedrooden mantel en heeft een witte twijg in
+de hand: het symbool der gerechtigheid.</p>
+
+<p>Daar achter treden eenige geestelijken, die de ter dood veroordeelden
+straks woorden van moed en troost zullen toespreken, en baljuw en
+schepenen, allen plechtig in het zwart gekleed.</p>
+
+<p>Zoo treedt de droeve stoet den Oppert in, omstuwd door een groote
+menigte, die getuige wil zijn van de terechtstelling. Hier en daar
+hooren wij een afkeurend gemompel tegen de goddelooze ketters<a id="FNa_11" href="#FN_11" class="fnanchor"><sup>11</sup>)</a>, maar
+ook treffen ons oor uitingen van medelijden met de twee ongelukkigen,
+die, ten doode gedoemd, zich met wankelende schreden naar haar kille
+graf voortsleepen. Vooral de jongste wekt het medelijden op. Haar kind,
+<span class="pagenum" title="76"></span><a id="p_76"></a>een knaapje van nog geen twee jaren, houdt ze krampachtig in de armen
+gekneld. Met smeekenden blik keert ze zich tot de burgers en roept:
+&bdquo;Goede lieden, in den naam Gods en ons aller Verlosser, op Wiens genade
+ik hoop, maak mij het sterven licht door dit arm, onschuldig kind tot u
+te nemen en op te voeden, in eere en in de vreeze Gods! Dit geld, alles
+wat ik nog bezit, zij het uwe, en Gods zegen zal er op rusten en uw werk
+is welgevallig in Zijn oog! Mannen, vrouwen, moeders als ik, moet ik dan
+sterven, sterven en mijn kind nalaten in handen van hen, die wellicht
+den zoon van de wederdoopster zullen mishandelen en haten om mijnentwil.
+Genade alleen voor hem; dit geld is toereikend voor zijn onderhoud! Is
+er dan niemand onder u allen? niemand! niemand! O mijn God, dit is de
+zwaarste beproeving!&mdash;&mdash;de zwaarste!&rdquo;</p>
+
+<p>Iedereen is diep bewogen, maar geen arm strekt zich uit naar het
+hulpeloos jongske. Zou er dan niemand zijn, die den moed heeft het kind
+van een kettersche tot zich te nemen en daarmee zich aan het gevaar
+bloot te stellen, zelf voor een afvallige te worden aangezien?</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Daar drong een man de drommen door,<br /></span>
+ <span class="i0">Een schaamle bakkersknecht;<br /></span>
+ <span class="i0">Hij gaf zijn hart alleen gehoor<br /></span>
+ <span class="i0">En stapte voor 't geregt.<br /></span>
+ <span class="i0">Dit bloedje heeft geen maag of vrind;<br /></span>
+ <span class="i0">Ik ben niet rijk, maar geef mij 't kind,<br /></span>
+ <span class="i0">Vijf spruiten schonk mijn Machteld mij,<br /></span>
+ <span class="i0">Daar kan een zesde bij&rdquo;!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Het gelaat van de ter dood veroordeelde moeder wordt door een laatsten
+vreugdeblos overtogen. Nog eens kust ze <span class="pagenum" title="77"></span><a id="p_77"></a>hartstochtelijk het weenende
+knaapje en geeft het daarna over aan den menschlievenden bakker,
+zeggende: &bdquo;O, dat loone u God, brave man! volg mij, tot daar, dáár&rdquo;!</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p077t.jpg" width="400" height="321" alt="Anneken Jans reikt haar kind over aan bakker De Lint." title="" />
+<span class="caption">Anneken Jans reikt haar kind over aan bakker De Lint.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p077.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1193×958, 197kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>En voort gaat de droeve stoet weer, het Hofpoortje uit. De schuit, die
+de vrouwen tot midden op het water zal brengen, ligt reeds gereed.
+Christina Barents wordt er opgebracht; de beul werpt haar een wijden
+zak over het hoofd en bindt dezen dicht. De beulsknechten doen hun
+plicht.... een kreet weerklinkt, een doffe plomp en de ongelukkige heeft
+haar straf ondergaan.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="78"></span><a id="p_78"></a></p>
+
+<p>Thans is het de beurt van Anneken Jans. Nogmaals drukt de moeder haar
+lieveling aan het hart. Ze is gereed haar vonnis te ondergaan. Maar wat
+is dat? Vanwaar dat gekraak en angstgegil? Het brugje buiten de poort,
+propvol met nieuwsgierigen, is bezweken en een aantal menschen spartelt
+in den vloed.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Men zegt, schoon wij 't met geen bewijzen kunnen staven,<br /></span>
+ <span class="i0">Dat hij, die Anna Jans verklikte en bragt in lij,<br /></span>
+ <span class="i0">Ook bij de aenschouwers was, en eer verdronk dan zij&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Zouden Anneken Jans, de toeschouwers en de rechters, er geen teeken in
+zien van Gods toorn, dat men daar twee vrouwen ter dood brengt, wier
+grootste overtreding bestaat in het dienen van God op een andere wijze,
+dan volgens de wetten geoorloofd is? De rechters zeker niet, want geen
+genade wordt verleend. Nog eenmaal omhelst Anneken haar lieveling,
+daarna geeft ze hem aan zijn pleegvader. &bdquo;Neem dit kind, zijn naam is
+Esaias, voedt het op in den naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen
+geestes, Amen&rdquo;! Het zijn haar laatste woorden,&mdash;weldra is zij haar
+geloofsgenoote in den dood gevolgd.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Tegen den avond werden de beide vrouwen uit het water opgehaald en op
+het kerkhof aan het Roodezand begraven. Voor ter dood gebrachten en
+zelfmoordenaars was geen plaats in den gewijden grond rondom de
+St<ins class="corr" id="corr7" title="Niet in Bron.">.</ins> Laurenskerk.</p>
+
+<p>De bakker, De Lint genaamd, die in zijn edelmoedigheid het hulpeloos
+knaapje tot zich had genomen, zag zijn goede daad beloond. Zijn zaak nam
+van jaar <span class="pagenum" title="79"></span><a id="p_79"></a>tot jaar in bloei toe en de man, die eertijds met moeite zijn
+brood kon verdienen, liet bij zijn dood een aanzienlijke erfenis na<a id="FNa_12" href="#FN_12" class="fnanchor"><sup>12</sup>)</a>.</p>
+
+<p>En het kind! Het had een gelukkiger leven dan zijn moeder. Esaias
+Arentsz. de Lint werd een welgesteld man en mocht zich in later jaren
+zoo in het aanzien zijner medeburgers verheugen, dat hij Burgemeester
+werd van de stad, waar zijn moeder was terechtgesteld. Moge hij zich in
+deze waardigheid verdraagzamer hebben betoond, dan zij, die zijn moeder
+hadden gerecht. Hij zal er haar gedachtenis het best door hebben kunnen
+eeren.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_9" href="#FNa_9" class="label"><sup>9</sup>)</a> 1 Carolusgulden = &fnof;&nbsp;1,675.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_10" href="#FNa_10" class="label"><sup>10</sup>)</a> Het tegenwoordige Hofplein, in 1829 gedempt.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_11" href="#FNa_11" class="label"><sup>11</sup>)</a> Zoowel mannen als vrouwen werden ketters genoemd.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_12" href="#FNa_12" class="label"><sup>12</sup>)</a> Volgens de overlevering woonde hij in de bakkerij, waar
+thans nog &bdquo;In den Gloeienden oven&rdquo; uithangt.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="De_Brand_in_1563"></a>9. De Brand in 1563.</h2>
+
+<p>Het was Zaterdag 10 Juli 1563, omstreeks twee uur in den middag, dat
+er bij een kuiper in de Molensteeg brand uitbrak. De licht brandbare
+stoffen in de werkplaats gaven de ramp reeds van den aanvang af een
+ernstig aanzien. Hoe de meester en zijn gezellen, straks geholpen door
+de buren, al hun krachten inspanden het vernielend element te
+beteugelen, het mocht niet baten; zij stonden machteloos tegenover de
+hoog oplaaiende vlammen, die zich boven het West-Nieuwland verhieven.
+De toegesnelde mannen, die zich weldra met hun lederen emmers gewapend,
+dubbel hadden gerijd van de watertrappen aan de Grootemarkt tot de
+<span class="pagenum" title="80"></span><a id="p_80"></a>plaats des onheils, mochten zich weren zoo hard zij konden, mochten
+vliegensvlug de gevulde en weer geledigde emmers en ketels van hand tot
+hand doen gaan, de vlammen vonden een te willige prooi in de belendende
+gebouwen, werden te zeer aangewakkerd door den sterken zuidwestenwind,
+dan dat de strijd tusschen de twee elementen lang onbeslist kon blijven.
+Na zeer korten tijd stond de geheele steeg in lichtelaaie, kronkelden
+de lekkende vlammen om de houten huizen en de werkplaatsen, joeg een
+verstikkende rook over het oostelijk deel der stad, vlogen de brandende
+rietstengels hoog door de lucht, tot ze dwarrelend neervielen op
+de daken van de in de nabijheid staande woningen. Wel poogde men,
+door natte zeilen over de daken te leggen, den brand tot de steeg
+te beperken, maar vruchteloos; na korten tijd was het geheele
+West-Nieuwland, van Molensteeg tot Kolk één vlammenzee, die zich door
+niets liet stuiten, die voortrolde over de brug, welke naar den Rijstuin
+leidde, die de schepen in de Kolk aantastte en ze in rook deed opgaan,
+die zich wierp op Rijstuin en Hoofdsteeg, nieuw voedsel vond in Houttuin
+en Groenendaal, oversprong op Hoogstraat, Achterklooster en Goudsche
+Wagenstraat, om eindelijk in haar razenden loop bij de Hoenderbrug en
+Frankenstraat gestuit te worden.</p>
+
+<p>Toen de avond daalde over het verwoeste stadsdeel, en de Julizon haar
+laatste stralen over het geteisterde Oosterkwartier wierp, bescheen
+ze één grooten puinhoop, waarover de mannen, vrouwen en kinderen
+als verwezen rondliepen en naar de verkoolde overblijfselen <span class="pagenum" title="81"></span><a id="p_81"></a>hunner
+dierbaren zochten; die in één dag zich ontnomen zagen, waarvoor zij een
+menschenleven hadden moeten zwoegen; die zich enkele uren te voren nog
+hadden verheugd in het gelukkige bezit van een bloeiend bedrijf en nu
+niets meer het hunne konden noemen dan de rookende en smeulende massa
+daar voor hen.</p>
+
+<p>Van de 1731 huizen, die Rotterdam toen telde, waren er 250 totaal
+verwoest, 700 zwaar beschadigd. De Waterpoort aan het eind der
+Hoofdsteeg, de Oost- en Goudsche Poort waren in vlammen opgegaan.
+Het Pesthuis, op het eind van de Goudsche Wagenstraat&mdash;waar nu het
+Gereformeerd Burgerweeshuis wordt aangetroffen&mdash;was, evenals het
+uitgestrekte Dominicanerklooster op het oosteinde der Hoogstraat, door
+het vernielend element verteerd. Zestig, meerendeels geladen, schepen in
+de Kolk, pottebakkerijen, lijnbanen, schuren en loodsen, waren een prooi
+der vlammen geworden. Daar men nog geen verzekering tegen brandschade
+kende, misten honderden alle middelen, zich nieuwe woonhuizen of
+werkplaatsen te bouwen of nieuwe gereedschappen aan te schaffen, om hun
+bedrijf weer te hervatten.</p>
+
+<p>Is het te verwonderen, dat sommigen de stad verlieten, die hun lief was
+geworden, maar hun geen brood meer gaf; dat de nood hoog, de armoede
+groot was?</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p082t.jpg" width="400" height="340" alt="Filips II." title="" />
+<span class="caption">Filips II.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p082.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1428×1217, 250kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Gelukkig kwam er hulp en wel van den man, die later zooveel wee heeft
+gebracht over deze landen; van wien steeds zooveel kwaads en zoo bitter
+weinig goeds vernomen wordt. Wij Rotterdammers mogen zijn naam dan ook
+niet noemen, zonder met een gevoel van <span class="pagenum" title="82"></span><a id="p_82"></a><span class="pagenum" title="83"><br /></span><a id="p_83"></a>dankbaarheid te gewagen van de
+helpende hand, ons toegestoken in de benauwde tijden na den brand.</p>
+
+<p>Filips, onze landsheer, vaardigde nl. eenige besluiten uit, waarbij
+verordineerd werd, dat onze stad in geen 14 jaren eenige belasting aan
+hem behoefde op te brengen. Verder verleende hij aan ieder, die schulden
+bezat, het recht, de betaling hiervan vier jaren uit te stellen, terwijl
+zij, die iets misdreven hadden, kwijtschelding van straf verkregen,
+indien zij binnen vier jaar hun woning weer hadden opgebouwd, of
+verarmden stadgenooten bij den herbouw hunner verwoeste haardsteden hulp
+hadden verleend.</p>
+
+<p>Onthieven de eerste twee bepalingen onze voorouders van groote zorgen,
+de laatste twee waren voor velen een prikkel om den herbouw spoediger
+aan te vangen en flinker door te zetten, dan anders zeker het geval zou
+geweest zijn.</p>
+
+<p>De Stedelijke Regeering deed eveneens al wat in haar vermogen was, om de
+geleden schade te herstellen en zoo mogelijk een herhaling der ramp te
+voorkomen.</p>
+
+<p>Het was toch immers ten duidelijkste gebleken, dat de hoofdoorzaak,
+waardoor de brand zoo'n omvang verkregen had, gezocht moest worden in de
+met riet gedekte houten huizen. Daarom werd nu door de Overheid de al te
+zeer verwaarloosde bepaling van het jaar 1558, waarbij het verboden was
+nieuwe huizen met riet te dekken of oude daken met riet te herstellen,
+opnieuw uitgevaardigd en&mdash;wat meer zegt&mdash;er werd streng de hand
+aangehouden. Zoodoende werden vele der nieuwgebouwde of herstelde
+woningen geheel of gedeeltelijk <span class="pagenum" title="84"></span><a id="p_84"></a>van steen opgetrokken, terwijl zij alle
+van een hard dak voorzien werden. De kosten van dit laatste werden voor
+&#8531; deel door het stadsbestuur gedragen.</p>
+
+<p>Doch men deed meer. De steeg van de Hoogstraat naar de Waterpoort, de
+tegenwoordige Hoofdsteeg, was zeer nauw. Van de gunstige gelegenheid
+maakte men nu gebruik ze te verwijden tot een straat, welke voor dien
+tijd als breed kon gelden. De drukke weg van en naar het Hoofd werd
+zoodoende zeer verbeterd. De nieuw opgetrokken woningen werden hier dus
+meer achterwaarts geplaatst. Het stadsbestuur had daartoe van Filips het
+recht verkregen om de strook grond, benoodigd om de straat te
+verbreeden, te onteigenen.</p>
+
+<p>De opbouw van de stad ging echter niet zóó vlug, als men wel gehoopt en
+verwacht had. Vooral het volgend jaar was een tijd van kommer en gebrek,
+toen heerschte hier zeer groote armoede: de levensmiddelen waren
+schaarsch en dientengevolge duur, de verdiensten gering.</p>
+
+<p>Weer was het de landsheer, die zijn onderdanen ter hulp kwam. Hij schonk
+Rotterdam het privilegie om ieder jaar een ledermarkt te mogen houden.
+Dit voorrecht, dat in gewone omstandigheden vaak met goud werd betaald,
+bracht dagen lang een bonte mengeling van kooplustige vreemdelingen in
+de stad, gaf leven en vertier, werk en brood.</p>
+
+<p>Ware het niet, dat zoo spoedig na 1563 de tachtigjarige oorlog een
+aanvang genomen had, wellicht dat Rotterdam zich spoediger had hersteld
+van den toegebrachten slag, dan nu het geval was.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="85"></span><a id="p_85"></a></p>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Rotterdam_onder_het_Spaansche_Juk"></a>10. Rotterdam onder het Spaansche Juk.</h2>
+
+<div class="chpoem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Wat al nare en bange dagen<br /></span>
+ <span class="i0">Sleet zij, toen de Spaensche Vorst<br /></span>
+ <span class="i0">'t Wraekzwaerdt zette op Hollands borst!<br /></span>
+ <span class="i0">Wat verdroeg ze al harde slagen<br /></span>
+ <span class="i0">Onder Alvaes tiranny!<br /></span>
+ <span class="i0">Toen Bossu haar kwam bespringen,<br /></span>
+ <span class="i0">En met scherpgewette klingen,<br /></span>
+ <span class="i0">Woedde op hare Burgerij.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Wij kennen allen de monumentale fontein op de Nieuwemarkt. Bezien we
+deze nader, dan lezen wij de volgende opschriften: Ter Herinnering aan
+de feestviering van 1 April 1872&ndash;1 April 1572. Het morgenrood
+der vrijheid&mdash;Onthuld 22 October 1874&mdash;</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Den Briel ontrukt aan Spanje<br /></span>
+ <span class="i0">Behouden door Oranje.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Het statige, uit zandsteen gehouwen vrouwenbeeld, dat het geheel kroont,
+stelt de Nederlandsche Maagd voor. Zij rust met de hand op een speer,
+waarop de vrijheidshoed prijkt. De hoeken zijn versierd met vier staande
+leeuwtjes, die als schildhouders dienst doen. Daaronder zien we vier
+mannenfiguren, voorstellende: een Batavier, een Poorter, een krijgsman
+en een zegelbewaarder<a id="FNa_13" href="#FN_13" class="fnanchor"><sup>13</sup>)</a>. De hardsteenen kom, die het water opvangt<span class="pagenum" title="86"></span><a id="p_86"></a>
+van twee zwanen en twee dolfijnen, voltooit het geheel. Ge wist het
+al wel en anders vertellen de opschriften het u zeer duidelijk,
+dat dit monument daar is geplaatst als een herinnering aan een der
+roemruchtigste gebeurtenissen uit onze heldenhistorie: de inneming van
+den Briel door de Watergeuzen.</p>
+
+<p>Waarom heeft men dit gedenkteeken nu juist in Rotterdam opgericht? Heeft
+onze stad dan wat met de inneming van den Briel te maken gehad?</p>
+
+<p>Zeer zeker, en niet weinig ook. De Rotterdamsche burgerij, die in 1872,
+bij het driehonderdjarig herdenken van dit overbekende wapenfeit zoo
+duchtig heeft feest gevierd, had daarvoor in 1572 al zeer weinig reden.
+Gloorde voor de Brielenaren de dageraad, voor de Rotterdammers werd
+het donkere nacht; zal de daad der Watergeuzen menig dankgebed in
+de St. Catharinakerk hebben doen opgaan, de St. Laurens zal de stille
+getuige geweest zijn van menige smeekbede om verlossing; zal de grijze
+steenklomp aan den Maasmond met vreugde en trots de wapperende
+Oranjekleur aan land en zee hebben vertoond, onze oude toren zal met
+smart en tegenzin de Spaansche kleuren hebben gedragen. En wij willen
+hopen voor de jubelende Rotterdammers uit 1872, dat er ook onder hen
+zijn geweest, die zich een oogenblik aan de feestvierende menigte hebben
+onttrokken en met eenigen weemoed de voorvaderen hebben herdacht, die in
+1572 door de handen der moord- en plunderzieke Spanjaarden zijn
+gevallen.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="87"></span><a id="p_87"></a></p>
+
+<p>Den 1<sup>sten</sup> April 1572 was den Briel door de Watergeuzen ingenomen.
+Zoodra Bossu, stadhouder van Holland, van de Rotterdamsche burgemeesters
+deze tijding in den Haag ontving, spoedde hij zich naar Maaslandsluis
+(Maassluis). Hier trok hij zijn troepen te zamen, stak den Maasmond
+over<a id="FNa_14" href="#FN_14" class="fnanchor"><sup>14</sup>)</a> en landde in de Bornesse, tusschen Voorne en Putten. Onder
+bewaking van een geringe krijgsmacht liet hij de transportschepen daar
+achter en rukte zelf op den Briel aan. Krachtig tastte hij de stad aan
+en het scheen, dat de Spanjaarden overwinnaars zouden blijven in den
+strijd. Daar veranderden echter de oorlogskansen: de Geuzen hadden een
+bondgenoot gekregen in het bruisende water, dat den polder, waarin
+gestreden werd, binnenstroomde. Rochus Meeuwiszoon, een Brielsch
+timmerman, had al zwemmende, onder een regen van musketschoten, de
+Nieuwlandsche sluis weten te bereiken en open te hakken, zoodat het
+terrein van den strijd geheel onder water kwam te staan. Toen bovendien
+de slecht bewaakte transportschepen door de Watergeuzen in brand
+waren gestoken of tot zinken gebracht, oordeelde Bossu het maar het
+verstandigst het beleg op te breken en de stad voorloopig in handen der
+Watergeuzen te laten.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Hoezee! Behouden was den Briel,<br /></span>
+ <span class="i0">Door Rochus Meeuwisz. trouwe.<br /></span>
+ <span class="i0">Hij was er een met hart en ziel<br /></span>
+ <span class="i0">Voor Willem van Nassouwe.<br /></span>
+ <span class="i0">Wie ooit op Neêrlands vrijheid roem'<br /></span>
+ <span class="i0">Zorg' dat hij Rochus Meeuwisz. noem.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="88"></span><a id="p_88"></a></p>
+
+<p>Waar moest hij nu echter heen? De weg over den Maasmond was voor hem
+zoo goed als afgesloten. Al had hij schepen kunnen bemachtigen, dan
+toch zou de overtocht te gevaarlijk geweest zijn, daar de &bdquo;Piraten&rdquo; met
+hun vlugge zeilers de geheele Maas bestreken. Van den nood een deugd
+makende, besloot hij daarom oostwaarts op Dordrecht aan te trekken. Voor
+deze stad gekomen, vonden de Spanjaarden echter de poorten gesloten,
+en hoe mooi Bossu ook praatte, ze bleven dicht; men verkoos het ruwe
+krijgsvolk niet binnen zijn muren te ontvangen. Het eenige, wat
+de verbolgen Bossu wist te verkrijgen, was, dat Dordrecht hem de
+transportschepen leverde, waarmede de troepen verder vervoerd zouden
+kunnen worden. Het lag in de bedoeling van den stadhouder met deze
+schepen weer naar Maassluis te stevenen. Dicht bij Rotterdam gekomen,
+vernam hij echter, dat de Watergeuzen Delfshaven hadden bezet, zoodat
+hij wel genoodzaakt was van plan te veranderen. Voor Kralingen liet hij
+dan ook landen en ontscheepte zijn troepen aan den Honingerdijk.</p>
+
+<p>Het was in den avond van den 8<sup>sten</sup> April, dus pas een week na de
+inname van den Briel, toen Bossu zich met zijn mannen voor de Oostpoort
+vertoonde en verlangde binnengelaten te worden, om&mdash;zoo hij zeide&mdash;met
+zijn manschappen weer door de Delftsche Poort de stad te verlaten. Aan
+Bossu zelf werd toegang verleend. Burgemeesteren en Vroedschap ontvingen
+hem op het Raadhuis, waar hij zijn verzoek om doortocht herhaalde.
+Bevreesd voor Alva's toorn, indien men niet aan het verzoek van den
+stadhouder voldeed, was het <span class="pagenum" title="89"></span><a id="p_89"></a>stadsbestuur aan de andere zijde toch ook
+weer niet erg geneigd de poorten voor de Spanjaarden te openen, daar het
+vreesde, dat deze, als ze eenmaal in de stad waren, ze niet zoo spoedig
+zouden verlaten, als wel door Bossu beloofd werd. Het is dan ook lang
+niet onmogelijk, dat de bestuurders onzer stad zich van de zaak wilden
+afmaken, door zich op de vijandig gezinde menigte te beroepen, die aan
+de Oostpoort was saamgestroomd en met geweld wilde beletten, dat de
+poort geopend werd. Hoe het zij, de troepen werden niet toegelaten en
+moesten den nacht in de open lucht doorbrengen. Het eenige, wat het
+stadsbestuur deed, was den soldaten voedsel en bier verstrekken.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p090t.jpg" width="400" height="270" alt="De troep van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572." title="" />
+<span class="caption">De troep van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572.<br />
+<span class="size85">(Reproductie van één der Schoolplaten voor de Vaderlandsche Geschiedenis.&mdash;De Jongh en Wagenvoort.)</span></span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p090.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1779×1202, 260kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Den volgenden dag, nadat Bossu nog eens sterk op opening der poort heeft
+aangedrongen en nadat de Pastoor der St. Laurenskerk, Duifhuis, de
+menigte voor de poort kalmeerend heeft toegesproken, besluit men
+eindelijk de Spanjaarden door te laten. Met rotten van 25 man zullen ze
+worden toegelaten, mits de lonten gedoofd en de musketten naar beneden
+gericht zijn. Pas is de brug neergelaten en de poort geopend, of het
+krijgsvolk dringt in grooter getal naar binnen dan als voorwaarde is
+gesteld. De smid Zwart Jan, die met anderen de wacht houdt, maakt Bossu
+hierop opmerkzaam. De trotsche edelman, in woede ontstoken over deze
+terechtwijzing van een geminachten poorter, bijt hem toe: &bdquo;Het voegt u
+niet, 's konings krijgslieden te tellen&rdquo;. Gelijktijdig heft hij zijn
+zwaard en slaat daarmede in de richting van Zwart Jan. Deze weet
+den slag echter te ontwijken en valt nu op den Graaf <span class="pagenum" title="90"></span><a id="p_90"></a><span class="pagenum" title="91"><br /></span><a id="p_91"></a>aan, die ten
+tweedenmale naar den smid slaat en hem nu zoodanig treft, dat deze
+machteloos ter aarde zinkt. Een musketkogel treft hem ter zelfder tijd
+in de borst en Rotterdam telt een plichtvol burger minder.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Daar zwom hij in zijn heldenbloed,<br /></span>
+ <span class="i0">Vertrapt door 't woedend rot,<br /></span>
+ <span class="i0">En gaf, gelijk een held het doet,<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn vrome ziel aan God.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Deze korte strijd is het sein voor een algemeenen aanval op de
+burgerwacht. De bakker Jan Dominicuszoon heeft met anderen weldra het
+lot van zijn wapenbroeder gedeeld.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">En woedende om den wederstand,<br /></span>
+ <span class="i0">Met bloedig moordtuig in de hand,<br /></span>
+ <span class="i0">Stoof heel het bent de stadspoort binnen.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<div class="figleft" style="width: 267px;">
+<img src="images/ill_p092t.jpg" width="267" height="400" alt="In Duizend Vreezen." title="" />
+<span class="caption">In Duizend Vreezen.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p092.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1134×1696, 264kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Joelende en tierende gaat het naar de Grootemarkt, waar de Spaansche
+vlag wordt geplant. Wie tegenstand biedt, wordt gedood. De Delftsche
+poort, verdedigd onder den oud-burgemeester Jan Jacobsz. Roos, die
+eveneens met velen zijner getrouwen het leven laat, is ook weldra in
+het bezit der Spanjaarden, die nu heer en meester zijn in de stad.
+Schrikkelijk houden ze thans huis. Mannen, vrouwen en kinderen, het moet
+alles nu boeten voor de aanvankelijke weigering om de Spanjaarden binnen
+te laten. Velen verbergen zich voor de moord- en plunderzieke bende.
+Een huis op den hoek van het Hang biedt een schuilplaats aan enkele
+familieleden en vrienden. Om het den schijn te geven, of de woning reeds
+doorzocht is en er dus geen buit meer te behalen valt, heeft de bewoner
+de deurpost <span class="pagenum" title="92"></span><a id="p_92"></a><span class="pagenum" title="93"><br /></span><a id="p_93"></a>met bloed besmeerd. De list gelukt en een ander huis wordt
+binnengeloopen en geplunderd, maar niet voor men den weerloozen bewoner
+uit het hoekhuis aan zijn been in de deuropening heeft opgehangen en dit
+met een kogel heeft doorboord. Gelukkig werd de man nog intijds gered;
+hoewel hij zijn geheele leven kreupel bleef, genas hij van zijn wonden.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p093t.jpg" width="400" height="322" alt="in duizend vreezen" title="in duizend vreezen" />
+<span class="caption">De zinnebeeldige voorstelling op den steen is niet met zekerheid bekend.
+Het is waarschijnlijk, dat we in het Lam de Republiek te zien hebben,
+die van alle zijden door gevaren&mdash;de roofdieren&mdash;wordt bedreigd.
+In de twee mannen zouden dan het Staatsche en Spaansche leger verpersoonlijkt zijn.</span>
+<br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p093.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 838×675, 97kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Op de plaats, waar dit huis stond, bouwde men in 1594 een nieuw pand.
+Als herinnering aan de angstige oogenblikken, die de in den kelder
+verscholen vluchtelingen doorgebracht hadden, metselde men in den gevel
+een steen, met het opschrift: &bdquo;In Duizend Vreezen&rdquo;.</p>
+
+<p>Het oude huisje met het aantrekkelijk oud-Hollandsche <span class="pagenum" title="94"></span><a id="p_94"></a>trapgeveltje,
+waarvan nog een model in het Museum van Oudheden te zien is, werd later
+afgebroken en in nieuwerwetschen stijl herbouwd, maar toch draagt het
+nog steeds den naam, &bdquo;In Duizend Vreezen&rdquo;.</p>
+
+<p>Niet alleen, dat de Spanjaarden hun woede koelden tegen de levenden, ook
+het levenlooze moest het ontgelden. Erasmus, toen nog van steen, werd
+beschoten, verminkt, en in het Steiger geworpen.</p>
+
+<p>Hoewel Bossu zelf den 22<sup>sten</sup> April Rotterdam reeds weer verliet,
+bleven de Spaansche troepen hier tot 22 Juli, toen ze door Alva naar het
+Zuiden werden ontboden. Een zucht van verlichting zal onze stad geslaakt
+hebben, toen de poort gesloten werd achter de muitzieke bende, die voor
+haar vertrek nog, hoewel gelukkig vergeefs, getracht had, de stad in
+vlammen te doen opgaan. Is het te verwonderen, dat het volgend jaar,
+toen door den Prins hulp werd gevraagd om Haarlem te ontzetten,
+vele stadgenooten, onder wie ook de latere beroemde Oldenbarnevelt,
+optrokken; dat ze in 1574 zonder morren hun stad voor een deel onder
+water zagen zetten, toen dit door de in den Maasdijk gemaakte gaten
+binnenstroomde? De herinnering aan de ondervonden behandeling van
+de dienaren was niet van dien aard, om de trouw aan den meester te
+versterken. Rotterdam koos de zijde van den opstand. Men richtte zelfs
+het oude Agnietenklooster aan de Botersloot&mdash;ter plaatse waar nu de
+Nieuwemarkt gevonden wordt&mdash;in, als tijdelijke woonplaats voor den Prins
+van Oranje.</p>
+
+<p>Is het te begrijpen, dat men juist dezen historischen <span class="pagenum" title="95"></span><a id="p_95"></a>grond, bij de
+Prinsenkerk en Prinsenstraat, de eer waardig keurde, de monumentale
+fontein te dragen?</p>
+
+<p>Als ge door de Oostpoort gaat, bezie dan af en toe eens den steen, daar
+ingemetseld als herinnering aan het verblijf der Spanjaarden, lees het
+opschrift en verwijl in uw geest een korte pooze bij mannen als Zwart
+Jan en Jan Dominicuszoon.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_13" href="#FNa_13" class="label"><sup>13</sup>)</a> Een zegelbewaarder was een der hoogste ambtenaren, aan wien
+de bewaring van het Staatszegel was toevertrouwd en die de stukken van
+den Staat uitgaande, moest zegelen.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_14" href="#FNa_14" class="label"><sup>14</sup>)</a> Rozenburg bestond nog niet.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Rotterdam_vergroot_naar_de_Maas"></a>11. Rotterdam vergroot naar de Maas.</h2>
+
+<div class="chpoem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Daar hij<a id="FNa_15" href="#FN_15" class="fnanchor"><sup>15</sup>)</a> slib en slijk weleer<br /></span>
+ <span class="i0">Uit zijn kill' plagt op te lossen,<br /></span>
+ <span class="i0">Ziet hij nu de speelkarossen<br /></span>
+ <span class="i0">Daeglijks rijden ginds en weer&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Na het vertrek van Bossu met zijn soldaten heeft Rotterdam de
+Spanjaarden gelukkig niet meer binnen zijn muren gezien. Na het ontzet
+van Leiden in 1574 werd het oorlogstooneel, dat steeds in de Noordelijke
+Nederlanden geweest was, zuidelijker verplaatst.</p>
+
+<p>In twee opzichten is dit voor de Noordelijke steden&mdash;ook voor
+Rotterdam&mdash;van groot belang geweest.</p>
+
+<p>Nu toch konden handel, scheepvaart en industrie, die voor een goed
+deel verloopen waren, zich weer herstellen van de toegebrachte slagen.
+Dank zij de inspanning en volharding onzer voorouders merken <span class="pagenum" title="96"></span><a id="p_96"></a>we dan
+ook ± 1600 in haast alle steden&mdash;en niet het minst in onze stad&mdash;een
+wederopbloei van deze middelen van bestaan. Weldra heerschte er in de
+koopsteden een betrekkelijke welvaart, zooals men die vóór den oorlog
+niet had gekend.</p>
+
+<p>Middellijk had hiertoe de oorlog zelf mede geholpen.</p>
+
+<p>Het verblijf van de Spanjaarden in de Zuidelijke Nederlanden toch, deed
+een groot aantal kooplieden en handwerkslieden die gewesten ontvluchten
+en zich in de groote steden in Noord-Nederland vestigen. Na de Spaansche
+Furie in 1576 en vooral na den val van Antwerpen in 1585, kwamen velen
+uit deze en andere Belgische steden naar ons land. Middelburg, destijds
+een flinke koopstad, zag op deze wijze in drie jaar tijd zijn bevolking
+met 2700 nijvere burgers vermeerderen. De toeloop in Rotterdam was niet
+zóó groot, maar toch kwamen er hier ook heel wat, zoo bv. in 1584
+vijftig weversgezinnen. Het stadsbestuur zag zulke gasten gaarne komen.
+Zij verstonden&mdash;en in den regel goed&mdash;een ambacht, brachten op deze
+wijze nieuwe industrieën in de stad en daardoor leven en vertier, werk
+en brood.</p>
+
+<p>Het gevolg van dezen toevloed van nieuwe bewoners was al heel spoedig
+een te kort aan woningen, zoodat men alle nog beschikbare ruimten ging
+bebouwen.</p>
+
+<p>In dien tijd zijn toen een groot aantal huisjes verrezen tusschen
+Goudschesingel, Goudsche Wagenstraat, Kipsloot en Pannekoekstraat.
+Bijkans dit geheele stuk was nog onbebouwd en in gebruik als boomgaard,
+weiland en lijnbanen. Langs de talrijke slootjes, die <span class="pagenum" title="97"></span><a id="p_97"></a>dit terrein
+doorsneden, bouwde men in smalle, donkere straatjes, huizen, die
+natuurlijk erg vochtig en ongezond moesten zijn.</p>
+
+<p>Hier en daar bracht men, op erg ondiepe bouwterreinen, de huizen met den
+achterkant zelfs tot aan het water. Voorbeelden van deze bouworde kunnen
+we nog heden ten dage zien aan het Hang en de Weste-Wagenstraat.</p>
+
+<p>Niet alleen dat er gebrek aan huizen ontstond, men kreeg evenzoo een
+te kort aan werkplaatsen, pakhuizen en havenruimte. Daarom ging men er
+toe over de stad uit te breiden en wel naar den waterkant, dus naar de
+Maaszijde. De Blaak en de Nieuwe Haven waren de stadsgrachten; daar
+voor strekte zich een groot terrein uit, rivierslib, door de Maas zelf
+gedurende eeuwen daar neergelegd. Dit gors of slik werd opgehoogd, omdat
+het veel te laag en moerassig was, om, zooals het daar lag, in gebruik
+te worden genomen. Den grond voor deze ophooging verkreeg men, doordat
+men tegelijk havens ging graven. Zoo ontstonden: Haringvliet, Buizengat,
+Leuvehaven, waarvoor men de Leuve alleen had uit te diepen en te
+verbreeden, Glashaven, Bierhaven, Wijnhaven en Scheepmakershaven<a id="FNa_16" href="#FN_16" class="fnanchor"><sup>16</sup>)</a>.</p>
+
+<p>De namen dezer havens duiden al aan, waarvoor ze voornamelijk dienden,
+òf waar de Rotterdammers hun bestaan in vonden. De wijnhandel en de
+bierbrouwerij waren van zoo groote beteekenis, dat er twee havens
+naar werden genoemd. Twee andere herinneren ons aan <span class="pagenum" title="98"></span><a id="p_98"></a>de visscherij; de
+Scheepmakershaven aan de scheepsindustrie. De Glashaven verkreeg haar
+naam, omdat het eerste gebouw aan deze haven een glashuis of
+glasblazerij was.</p>
+
+<p>Om de stad, die nu tot aan de Maas gebracht was, te versterken, werden
+er verschillende bolwerken gemaakt. Deze zijn thans al lang verdwenen,
+maar het tegenwoordige Bolwerk duidt nog aan, waar één er van gelegen
+heeft. Achter de Scheepmakershaven bouwde men langs de Maas een muur.
+Hier zou dus het landen voor vijandelijke schepen al heel gemakkelijk
+gemaakt zijn. Dit was echter niet de bedoeling en daarom werden er langs
+de geheele Maaszijde, op een afstand van eenige Meters, palen in de Maas
+geslagen, die dus als verdedigingsmiddel bedoeld waren.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p099t.jpg" width="400" height="343" alt="De Boompjes, met het Oost-Indisch huis op den voorgrond." title="" />
+<span class="caption">De Boompjes, met het Oost-Indisch huis op den voorgrond.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p099.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1191×1023, 217kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>De werven, die aan de Scheepmakershaven ontstonden, lieten tusschen
+deze en de Maas nog een breede strook grond open. Hier werden door het
+Stadsbestuur drie rijen lindeboomen geplant (later vervangen door twee
+rijen olmen), die aan deze wandelplaats, want dit werd het, den naam
+Boompjes gegeven hebben. Daar kon men in de 17<sup>de</sup> eeuw, op zomersche
+dagen, wanneer de brandende zon den geheelen dag had gelaaid en gestoofd
+en de sloppen en stegen tot ovens had gestookt, de Rotterdammers, zoowel
+rijken als armen, verkwikking en verpoozing zien zoeken in het frissche
+rivierwindje en den heerlijken aanblik, die de zacht deinende Maas met
+haar langzaam naar den mond der Oude- of Leuvehaven voortglijdende
+schepen aanbood.</p>
+
+<p>Om den toegang tot deze havens te beschermen, <span class="pagenum" title="99"></span><a id="p_99"></a>werden er vier poorten
+gebouwd. Die aan de oostzijde van de Oudehaven werd de mooiste. Ze is
+later bekend geworden als de Oude Hoofdpoort en gebleven tot 1856, toen
+dit kunstwerk, daar men het voor het verkeer hinderlijk achtte, onder
+sloopershanden is gevallen. Modellen in het Museum van Oudheden
+vertellen ons thans nog, hoe de Rotterdamsche poorten er hebben
+uitgezien.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="100"></span><a id="p_100"></a></p>
+
+<div class="figleft" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p100t.jpg" width="400" height="279" alt="De Oude Hoofdpoort van de Maaszijde gezien." title="" />
+<span class="caption">De Oude Hoofdpoort van de Maaszijde gezien.<br />
+Het scheepje, dat als windwijzer dienst doet, wordt in het Museum van
+Oudheden bewaard. Het gat in het zeil is door een in 1830 naar België
+vertrekkenden schutter daarin geschoten.</span>
+<br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p100.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1700×1187, 230kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="101"><br /></span><a id="p_101"></a></p>
+
+<p>Des nachts werd de toegang tot de haven tusschen de twee poorten
+afgesloten door een zwaren balk, met stevige ijzeren punten bezet.</p>
+
+<p>Aan de westzijde der Leuvehaven werd de stad eveneens uitgelegd. De
+Coolsingel werd als Schiedamschesingel tot in de Maas verlengd. Aan
+dezen nieuwen Singel werden twee bolwerken gebouwd. Eén ervan lag ter
+plaatse, waar de Singel de bocht maakt naar het Vasteland. Ook moest de
+Schiedamsche Poort, die op het begin van den Schiedamschedijk stond,
+verplaatst worden. Ze werd op het Vasteland gebouwd en kreeg om
+haar kleur den naam van Roodepoort. Tusschen den Coolsingel en den
+Schiedamschesingel kwam ten slotte de Binnenwegsche Poort, die toegang
+tot den Binnenweg gaf.</p>
+
+<p>Dit alles was voor dien tijd een reuzenwerk, dat jaren tijds en schatten
+gelds kostte. Dat men het noodig oordeelde en durfde ondernemen, is
+wel het beste bewijs voor de welvaart, die hier heerschte; den sterken
+vooruitgang, dien men verwachtte; den grooten ondernemingsgeest en den
+ver vooruitzienden blik, dien onze Vroedschap bezat; want ge begrijpt
+wel, dat die havens zich niet als door een tooverslag vulden, dat de
+kaden niet direct geheel en al bebouwd werden. Dit ging geleidelijk.
+Woonhuizen hebben zelfs in dit stadsdeel lang op zich laten wachten.
+Maar een glasblazerij, pottebakkerijen, bierbrouwerijen, touwbanen,
+scheepswerven, met daartusschen pakhuizen voor de koopmansgoederen&mdash;ze
+verrezen tamelijk spoedig.</p>
+
+<p>Een schrijver uit dien tijd, die al die veranderingen <span class="pagenum" title="102"></span><a id="p_102"></a>heeft zien
+worden, noemde het dan ook bijkans een wonder, dat geschied was.</p>
+
+<p>En de nog onbebouwde gedeelten zouden zich vullen in de eeuw, die men
+was ingetreden, die voor geheel ons land, voornamelijk voor de groote
+steden en zeker niet het minst voor Rotterdam in zooveel opzichten is
+geworden de &bdquo;Gouden Eeuw&rdquo;.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_15" href="#FNa_15" class="label"><sup>15</sup>)</a> De Rotte.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_16" href="#FNa_16" class="label"><sup>16</sup>)</a> Zie het kaartje op pag. <a href="#p_31">31</a>.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<h2><a id="Een_wandeling_door_Rotterdam_1600"></a>12. Een wandeling door Rotterdam. (± 1600)</h2>
+
+<h3>I.</h3>
+
+<p>Laten wij thans in gedachten eens een wandeling door Rotterdam maken.
+Stellen we ons daarbij voor, dat wij de stad van de zijde van Delft
+naderen.</p>
+
+<p>In de verte zien we reeds den grijzen kolossus, den toren van de St.
+Laurenskerk, zich statig verheffen boven de stadsmuren, die zich flauw
+tegen den horizon afteekenen. We loopen langs de Westzijde der Schie
+tot bij de Waelheul, waar een cirkelvormig terrein, door een muur en
+boomgewas aan het gezicht onttrokken, onze aandacht vraagt. Het is het
+Galgenveld. Daarbinnen is de driehoekige galg opgericht. Ze bestaat uit
+drie arduinsteenen pilaren, van boven door ijzeren bouten verbonden en
+met leeuwen versierd. Het steenen poortje in zijn groenwitte stadskleur
+geeft toegang tot deze plaats der gerechtigheid. Gehangen te <span class="pagenum" title="103"></span><a id="p_103"></a>worden
+tusschen hemel en aarde is een veel voorkomende straf. De executie zelf
+wordt, daar ze als afschrikwekkend voorbeeld bedoeld is, in het publiek,
+op het schavot achter het stadhuis voltrokken. Daarna wordt het
+ontzielde lichaam naar het Galgenveld vervoerd om aan de vertering te
+worden prijsgegeven en tot voedsel te dienen voor de vogelen des hemels.
+Schrikkelijk nietwaar! En toch is deze straf, hoewel zeer onteerend, nog
+niet de onmenschelijkste. Nog in 1567 heeft een valsche munter zich
+hooren veroordeelen om levend gekookt te worden! We gruwen reeds als we
+het &bdquo;Sensentie&rdquo;- of Strafboek doorbladeren en lezen van straffen als
+levend begraven, verdrinken, de tong doorboren met een gloeiende priem
+enz.</p>
+
+<p>Zorg dan ook maar niet tegen de &bdquo;keuren&rdquo; te zondigen, als wij straks de
+stad binnentreden. De &bdquo;Schout en zijn rakkers&rdquo; zouden u spoedig voor de
+&bdquo;Schepenen&rdquo; leiden en deze weten u de bekentenis wel te ontlokken; gaat
+het niet goedschiks, dan zal een scherpe &bdquo;examinatie&rdquo; op de pijnbank u
+de tong wel los maken. Wees vooral nooit weerspannig tegen het gerecht,
+want dan haalt ge u zeker een strenge straf op den hals. In 1542
+werd Digna Mercelisdochter, die van de Overheid kwaad gesproken had,
+veroordeeld om acht uren te pronk te staan. Bovendien werd haar een
+stuk van de kwaadsprekende tong afgesneden. Twee jaar later zag Jacob
+Hasepoot wegens bedreiging van een stedelijk ambtenaar zich tot een
+dergelijke straf veroordeeld. Hem werd een puntig ijzer door de tong
+gestoken, terwijl hij in geen twee jaar de stad mocht verlaten <span class="pagenum" title="104"></span><a id="p_104"></a>of een
+herberg bezoeken. Geeselen en brandmerken zijn ook veel voorkomende
+straffen. Daar men nog geen gevangenisstraf kent, loopt men al tamelijk
+spoedig een geeseling op. Ze kan zijn: &bdquo;simpel, strengelijck&rdquo; of &bdquo;tot
+bloedens toe&rdquo;.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Veel ziet ge hier aan de Schiekade niet. Waar ginds aan de Oostzijde die
+enkele woningen verrijzen, stond vóór 1426 het machtige slot Weena.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;Nu leydt dit Hoff<br /></span>
+ <span class="i0">Geheel tot stoff,<br /></span>
+ <span class="i0">En d'ouwe steenen<br /></span>
+ <span class="i0">Van Weena weenen&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Ook aan de Westzijde merken we, behalve eenige watermolens, slechts één
+flink, groot gebouw op.</p>
+
+<p>Wilt ge het binnentreden? Ge zoudt het niet doen, als ge wist, waarvoor
+het dient. Het is het Leprooshuis. De lijders aan melaatschheid&mdash;een
+Oostersche ziekte door de Kruisvaarders naar Europa overgebracht&mdash;worden
+hier verpleegd. Naar den Heiligen Lazarus, die ook aan deze ziekte
+geleden heeft, worden de gebouwen ook wel Lazarushuizen genoemd en daar
+het Latijnsche woord voor melaatschheid lepra is, staan ze algemeen
+bekend als Leprooshuizen.</p>
+
+<p>Niet alleen Rotterdam heeft zoo'n ziekenhuis, in vele gemeenten treft
+men ze aan, evenals hier, buiten de stad, om zooveel mogelijk besmetting
+te voorkomen.</p>
+
+<p>Het is een flink gebouw, het staat er reeds van vóór 1438 en is in 1580
+geheel vernieuwd.</p>
+
+<p>Ziet ge ginds uit de richting van de stad dien man <span class="pagenum" title="105"></span><a id="p_105"></a>aankomen? Het is een
+der lepralijders. Daar ziet hij ons. Direct laat hij zijn lazarusklep
+hooren, om ons te waarschuwen. Hier op de Schiekade, waar weinig
+menschen loopen, had hij zijn vermoeide hand, die in de stad de klep
+voortdurend in beweging moest houden, wat rust gegund. Houd maar op,
+arme man, uw &bdquo;swarte hoet, bekleet met eenen witten bant&rdquo; vertellen ons
+toch wel, dat gij door de vreeselijke ziekte zijt aangetast en een
+aalmoes zullen wij u niet onthouden.</p>
+
+<p>Daar komen uit de richting van het gebouw twee personen, waarvan de een
+geen spoor van de vreeselijke ziekte vertoont. Zeker een chirurgijn,
+meent ge? Neen, het is een &bdquo;provenier&rdquo; of &bdquo;kostkooper&rdquo;. Hij heeft zich,
+door zijn geheele bezitting aan de inrichting te schenken, voor zijn
+geheele verdere leven een tehuis verzekerd in een deel van het gebouw,
+dat geheel gescheiden is van het eigenlijke Leprooshuis. Daar het aantal
+lijders aan Lepra gelukkig voortdurend afneemt, is het gebouw te groot
+geworden. Laten wij hopen, dat het nog eenmaal in zijn geheel tot
+Proveniershuis ingericht kan worden<a id="FNa_17" href="#FN_17" class="fnanchor"><sup>17</sup>)</a>.</p>
+
+<p>En die andere man met dat wit geschilderde bordje op borst en rug? Hij
+draagt een bus en een langen stok met een netje er aan in de hand. Tast
+maar in den zak en offer voor de arme zieken den duit, dien de
+&bdquo;klapknecht&rdquo; ons komt vragen.</p>
+
+<p>Let nu eens op de Marktschuit, die uit de richting van Delft komt
+aanvaren. Ziet ge, wat de schipper <span class="pagenum" title="106"></span><a id="p_106"></a><span class="pagenum" title="107"><br /></span><a id="p_107"></a>doet? Hij werpt een bosje stroo in
+de Schie en het goed gedresseerde hondje van den klapknecht is reeds
+te water gesprongen om het in den bek te nemen en aan zijn meester te
+brengen, die er binnenin een kleine gave vindt.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<div class="figright" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p106t.jpg" width="400" height="280" alt="De Delftsche- of St. Jorispoort." title="" />
+<span class="caption">De Delftsche- of St. Jorispoort.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p106.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1693×1188, 262kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Maar laat ons verder gaan, we hebben in de stad nog heel wat te bekijken.</p>
+
+<p>Hier staan we voor de Delftsche- of St. Jorispoort. Ze heet naar den St.
+Joris-Doelen aan de Spuivaart (thans de Doele aan het Haagsche Veer),
+waar de voetboogschutters te zamen komen om zich te oefenen. Straks
+zullen wij het gebouw zien. Bekijken we thans de poort eens aandachtig.
+Ziet ge daar aan de voorzijde en in de hoogte dien man te paard
+afgebeeld? Het stelt St. Joris voor, den draak bevechtende. Stevig ziet
+het gebouw er uit, hè? Dat mag ook wel, want in tijden van belegering
+moet het een stootje kunnen verdragen. De neergelaten brug verleent ons
+den toegang tot de stad. Nà zonsondergang is het niet zoo gemakkelijk in
+de stad te komen. Als de &bdquo;poortklok&rdquo; geluid heeft, is het zaak, spoedig
+binnen te zijn, want dan wordt de brug opgehaald, de zware met ijzer
+beslagen deuren worden gesloten en niemand kan meer in of uit de stad.
+Als ge een stadgenoot zijt, kunt ge, als ge poortgeld betaalt, nog
+binnen komen, maar anders moet ge, niettegenstaande al uw bidden en
+smeeken, den nacht buiten doorbrengen. Wilt ge dan beproeven om door
+de Schiedamsche-, Goudsche of Oostpoort de stad te betreden? Het zou u
+niet baten. Ook deze zijn gesloten <span class="pagenum" title="108"></span><a id="p_108"></a>en de poortwachters laten u evenmin
+binnen. De gracht overvaren? En hoe woudt ge dan dien steilen muur
+beklimmen, die de geheele stad omringt en aan het oog der wachters
+ontsnappen, die in de torens op deze muren voor de veiligheid hunner
+medeburgers zorgen?</p>
+
+<p>Zelfs bij vorst zou het u niet gelukken binnen te komen. Zoodra
+de stadsbode, op een horen blazende, door de stad gaat, begeven de
+&bdquo;Schuitenvoerders&rdquo;, &bdquo;Waagdragers&rdquo; en &bdquo;Turfdragers&rdquo; zich naar de vesten
+om het ijs stuk te hakken. Dat geeft dubbele veiligheid, zoowel tegen
+ongewenscht bezoek als bij brand.</p>
+
+<p>Op het oogenblik echter ligt de weg voor ons open en wij kunnen ons
+gerust in de stad wagen. Het gerecht behoeven wij niet te vreezen: wij
+zijn geen bannelingen, die bij ontdekking gevaar loopen de rechterhand
+te verliezen.</p>
+
+<p>Hier ziet gij het gebouw, waarover wij zoo even reeds spraken: den St.
+Joris-Doelen. Veertig mannen komen hier te zamen om zich te oefenen in
+het schieten met den voetboog. Ze vormen met de handboogschutters, die
+St.-Sebastiaan tot schutspatroon hebben gekozen en die hun Doele vroeger
+in de Lombardstraat hadden, de twee schuttersgilden.</p>
+
+<p>Waarom ze &bdquo;schutters&rdquo; heeten? Ze moeten de stad in tijden van nood
+beschutten, d. i. beschermen. Geen wonder dus, dat het Stadsbestuur
+deze vereenigingen op hoogen prijs stelt. Vooral het St. Jorisgilde mag
+zich in de gunst verheugen. De Zilveren St. Joris kan er van getuigen.
+Het is een &bdquo;giftbrief&rdquo;, reeds ± 1422 <span class="pagenum" title="109"></span><a id="p_109"></a>door de Overheid aan het gilde
+geschonken. Deze kostbare brief wordt in een zilveren doos bewaard,
+vandaar den naam van Zilveren St. Joris. Heel wat voorrechten zijn de
+vereeniging geschonken. Hoor maar eens. Het gilde zal genieten:</p>
+
+<p>1º. van elk Hollandsch pond visch, dat verkocht wordt, 8 penningen;</p>
+
+<p>2º. het vischrecht in de Schie en de Stadsvesten;</p>
+
+<p>3º. 16 penningen peesgeld voor elken schutter, die buiten de Vest dienst
+doet;</p>
+
+<p>4º. een mengsel Rijnschen wijn per man op St. Maartenavond (11
+November);</p>
+
+<p>5º. vrijdom van accijns voor den wijn en het bier, die verbruikt worden
+bij het schieten naar den papegaai tusschen 1 Mei en 24 Juni.</p>
+
+<p>Tegenover deze voorrechten staan ook eenige verplichtingen voor het
+gilde, waartoe het een eer gerekend wordt, te behooren:</p>
+
+<p>ten 1<sup>e</sup> moeten de leden zich oefenen in het schieten, van den eersten
+Zondag in April tot 1 November. Wie zonder geldige reden verzuimt,
+beloopt een boete van 4 &bdquo;schellingen&rdquo;. Is deze boete den derden dag niet
+aangezuiverd, dan moet de gestrafte voor iederen dag, dien hij te laat
+betaalt, 1000 baksteenen leveren voor den kerkbouw;</p>
+
+<p>ten 2<sup>e</sup> hebben alle leden zich te voorzien van een wapenrok of
+&bdquo;caproen&rdquo;;</p>
+
+<p>ten 3<sup>e</sup> behooren ze op Sacramentsdag (d. i. de Donderdag volgende op den
+Zondag na Paschen) bij de &bdquo;processie&rdquo; in den optocht te zijn.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="110"></span><a id="p_110"></a></p>
+
+<p>Nu wij het toch over de gilden hebben, willen wij, al voortwandelende,
+u nog wat over de ambachtsgilden vertellen.</p>
+
+<p>Dit zijn vereenigingen van menschen, die hetzelfde vak of bedrijf
+uitoefenen. Zoo hebben we hier in Rotterdam gilden van: bakkers,
+brouwers, wevers, timmerlieden, metselaars, wapensmeden, harnasmakers,
+schilders, kleer- en schoenmakers, chirurgijns, naaisters en nog meer
+andere. Ge zoudt geen beroep kunnen opnoemen, waarvan geen gilde
+bestaat. Alle hebben hun eigen &bdquo;deken&rdquo; en &bdquo;hoofdlieden&rdquo;, die hun vaste
+&bdquo;kamerdagen&rdquo; in hun gildehuis houden.</p>
+
+<p>De bazen of &bdquo;meesters&rdquo; zijn de leden van het gilde. Meen niet, dat
+elkeen maar opgenomen wordt in de vereeniging. Iedere &bdquo;leerling&rdquo; moet
+eerst zijn &bdquo;proefstuk&rdquo; leveren, dat door de overlieden gekeurd wordt.
+Wàt streng wordt er gekeken. Is het niet in orde, hij moet nog maar
+eens terugkomen. Voldoet het aan de eischen, dan krijgt hij zijn
+getuigschrift als &bdquo;gezel&rdquo;. Wil de gezel meester worden, dan moet hij ook
+daarvoor een proeve van bekwaamheid afleggen.</p>
+
+<p>Iedere week houdt het bestuur een &bdquo;kamerzitting&rdquo;, waar zoowel de
+meesters als de gezellen en de leerlingen met klachten kunnen komen, die
+dan door deken en overlieden worden onderzocht.</p>
+
+<p>De jaarlijksche bijdragen of &bdquo;jaarzangen&rdquo; aan de &bdquo;gildekas&rdquo; worden in de
+stevige ijzeren &bdquo;gildekist&rdquo; bewaard. De &bdquo;gildeknecht&rdquo; bewoont het huis;
+tot meerdere veiligheid hebben de meesten hunner zich een &bdquo;gildehond&rdquo;
+aangeschaft.</p>
+
+<p><span class="pagenum" title="111"></span><a id="p_111"></a></p>
+
+<p>De gilden staan onder streng toezicht van het bestuur der stad, die ze
+heel wat verplichtingen heeft opgelegd. Zoo moeten b.v. de bakkers aan
+elk brood een teeken aanbrengen en wel aan een brood van 1 penning één
+stip, van 2 penningen twee stippen enz. Elke week moet in de kerk
+afgelezen worden, wat het brood zal kosten. Er mag alleen overdag en
+niet in woonhuizen gebakken worden. Wil iemand leeren bakken, dan moet
+hij twee pond was voor het altaar der kerk geven<a id="FNa_18" href="#FN_18" class="fnanchor"><sup>18</sup>)</a>. Wil de gezel
+meester worden, dan dient hij allereerst een getuigschrift over te
+leggen, dat hij twee jaar in het bakkersbedrijf werkzaam geweest is.
+Daarna wordt hij tot het proefstuk toegelaten, waarvoor hij negen gulden
+moet betalen. Zijn proef bestaat in het bakken van een tarwe-, een
+rogge- en een wittebrood in een oven, die met rijs heetgemaakt is.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Al pratende en wandelende zijn we door de St. Jacobstraat in den Oppert
+gekomen.</p>
+
+<p>Laten wij hier onze aandacht eens aan de huizen schenken. Let allereerst
+eens op de gevels. Van sommige woningen loopen zij spits toe, andere
+hebben een trapgevel. De ramen zijn klein, de in lood gevatte ruitjes
+evenzoo. Geen wonder, dat er niet veel licht naar binnen valt. En dat
+weinige licht wordt nog onderschept door de overal uitstekende luifels.
+Waarvoor die dienen hebt ge waarschijnlijk reeds opgemerkt. <span class="pagenum" title="112"></span><a id="p_112"></a>De
+gildebroeders verrichten er hun werkzaamheden onder. En de talrijke
+pothuizen voor de woningen, die de toch al niet breede straat nog meer
+vernauwen? Gluur maar eens naar binnen en ge zult een schoenmaker,
+kleermaker of blikslager aan den arbeid zien. IJverig zijn ze bezig tot
+zonsondergang toe. Dan is het werken gedaan; bij het zwakke kunstlicht
+gaat het slecht en ze zouden bovendien nog maar een boete oploopen.
+Ge moet nl. weten, dat de Overheid, om het brandgevaar te verminderen,
+bepaald heeft, dat er alleen bij daglicht gewerkt mag worden. Zoodra dan
+ook de schemering valt, wordt de arbeid gestaakt, men verpoost zich wat
+en houdt een buurpraatje op de houten of steenen bank, die terzijde van
+de stoep aan vele woningen aangebracht is, waarna het niet lang duurt,
+of allen begeven zich ter ruste, om den volgenden morgen met het krieken
+van den dag de taak weer te hervatten.</p>
+
+<p>Daar komt een knaap ons al zoekende te gemoet. Hij vraagt iets aan een
+voorbijganger. &bdquo;O, moet ge in &bdquo;het blaauwe Schaep&rdquo; zijn,<ins class="corr" id="corr8" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> zegt deze,
+&bdquo;dat is verderop, dicht bij &bdquo;De Roode Hant&rdquo;.<ins class="corr" id="corr9" title="Niet in Bron.">&rdquo;</ins> Ge staat verbaasd te kijken
+van een &bdquo;blauw schaap&rdquo; en een &bdquo;roode hand&rdquo;. Wat zegt ge dan wel van &bdquo;de
+Vergulde Besem&rdquo;, de &bdquo;Drie Swerte Verkens&rdquo;, &bdquo;'t Blaaeuwe en Roo Paert&rdquo;,
+of &bdquo;de Blaauwe Arent&rdquo; en &bdquo;Blaauwe Voet&rdquo;?<ins class="corr" id="corr10" title="Bron: ."></ins> Wilt ge die rariteiten zien?
+Nu, daar is gelegenheid te over voor. Ge hebt op de verdere wandeling
+maar naar de gevels der huizen te kijken. Om de gebouwen uit elkaar te
+houden, hebben de meeste een uithangteeken <span class="pagenum" title="113"></span><a id="p_113"></a>of een gevelsteen, al of niet
+voorzien van een òp- of onderschrift. Het &bdquo;blaauwe Schaep&rdquo;, waar de
+knaap moet wezen, is een lakenververij, waar grootendeels blaauw laken
+gemaakt wordt. Lijkt de naam nu nog zoo dwaas? Van deze lakenververijen
+treft men er nog al wat aan in den Oppert. In de winkels, waar deze veel
+gedragen stof verkocht wordt, &bdquo;hangt bijna overal het laken uit&rdquo; en wel
+bij voorkeur dat, waarin het meest handel wordt gedreven. Zoo zijn er
+hier in de stad nog: &bdquo;het Blaauwe Laken&rdquo;, &bdquo;het Carmozijnrood Laken&rdquo;,
+&bdquo;het Goude Laken&rdquo;, &bdquo;het Zwarte, Groene, Witte en Gele Laken&rdquo;<ins class="corr" id="corr11" title="Niet in Bron.">,</ins> &bdquo;het
+Spaansche Laken&rdquo; en &bdquo;het Wit Engelsch Laken&rdquo;. Of al die kleuren gedragen
+worden? Ja zeker, maar zwart en blauw toch het meest. Dat is de dracht
+der poorters. Voor een gulden of acht is er al een heel goed lakenpak te
+verkrijgen. Daar moet een handwerksman een vijftal weken voor werken,
+want die verdient een stuiver of 5 per dag. Eén geluk, hij behoeft zich
+niet dikwijls in het nieuw te steken! Aan mode stoort hij zich niet, en
+onze lakenwevers verstaan hun ambacht zoo goed, dat de stof haast
+onverslijtbaar is.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">Als iemand zich van echt Leidsch laken<br /></span>
+ <span class="i0">Een mooijen bruigomsrok liet maken,<br /></span>
+ <span class="i0">Zijn zoon had levenslang daaraan<br /></span>
+ <span class="i0">Een Zondagskleed om uit te gaan.<br /></span>
+ <span class="i0">De kleinzoon kon weêr, al zijn dagen,<br /></span>
+ <span class="i0">Dienzelfden rok als weekpak dragen,<br /></span>
+ <span class="i0">En de achterkleinzoon kreeg op 't lest<br /></span>
+ <span class="i0">Een buis en broek nog uit de rest;<br /></span>
+ <span class="i0">En dan&mdash;dat mogt eerst laken heeten,<br /></span>
+ <span class="i0">Was hij er uitgegroeid, eer 't pak nog was versleten!<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="114"></span><a id="p_114"></a></p>
+
+<h3>II.</h3>
+
+<p>Wat is het hier in den Oppert morsig. De regen der laatste dagen heeft
+de straat in een waren modderpoel herschapen. Ons schoeisel ziet er dan
+ook fraai uit! Al tien keer zeker hebben wij in zoo'n verraderlijk met
+water gevulden kuil gestapt. Die poorter daar voor ons is er beter
+achter. Hij heeft plankjes met rolletjes onder de schoenen. Dat loopt
+wel niet zoo gemakkelijk, maar nu spaart hij ten minste zijn met mooie
+figuren bestikte &bdquo;snavel- of puntschoenen&rdquo;. Zoo fraai uitgedost zijn
+echter alleen de zeer aanzienlijke poorters. Misschien is hij wel een
+der leden van de vroedschap! Ziet gij wel dien langen &bdquo;tabberd&rdquo;, met
+wijde mouwen en bont omzoomd, over het zijden onderkleed en zijn
+&bdquo;toppermuts&rdquo; met kleurigen zijden &bdquo;lamfer&rdquo;? De &bdquo;joffer&rdquo;, die daar juist
+de deur uitkomt, behoort zeer zeker tot de deftige poorteressen. Haar
+hoofddeksel of &bdquo;tuit&rdquo; is van duur Kamerijksch doek vervaardigd, de
+sluier, die tot over de schouders valt en in een punt eindigt, is van
+fijne kant vervaardigd. Het satijnen, laag uitgesneden &bdquo;keurs&rdquo; is met
+gouddraad bestikt. Daarvan zien we echter niet veel, want het tot op den
+grond hangende overkleed bedekt het bijna geheel en al. Aan één zijde
+is het kleed echter opgenomen en nu zien we ook de &bdquo;hulse&rdquo; of rok en de
+puntschoentjes met kleine hakjes. Het is de joffer zeker te vuil op
+straat om te loopen, ze neemt ten minste plaats in een draagkoetsje.</p>
+
+<p>Het drietal, dat ge ginds ziet aankomen, is heel wat eenvoudiger
+gekleed. De man met wijde &bdquo;hozen&rdquo;, <span class="pagenum" title="115"></span><a id="p_115"></a>wollen buis en muts is
+waarschijnlijk een schipper; de ander heeft een rok tot aan de knieën
+reikend, die door een gordel om het middel wordt gesloten. Zijn mantel
+of &bdquo;kovel&rdquo; heeft hij thuis gelaten, zoodat wij zeer goed kunnen zien,
+dat kousen en broek uit één stuk zijn vervaardigd. De vrouw, die in hun
+gezelschap is, schijnt ook tot den minderen poortersstand te behooren.
+Voor tuit heeft zij een gewoon linnen doek om het hoofd, terwijl haar
+kort jak en lange rok eveneens van eenvoudige stof en snit zijn.</p>
+
+<p>De woning, die ze binnengaan, is nog met riet gedekt. Zoo zijn er
+nog heel wat in de stad. De huizen, na den brand in 1563 gebouwd of
+vernieuwd, hebben echter alle een pannen dak. Hebt ge ook wel opgemerkt,
+dat de woningen lang niet overal tegen elkaar aan staan? Hier en daar
+liggen nog groote, onbebouwde stukken, die als weiland of tuin in
+gebruik zijn.</p>
+
+<hr class="tb" />
+
+<p>Nu staan we voor de Groote Kerk, het hoogste en grootste gebouw
+uit de stad. Zooals ge ziet, wordt het terrein rondom de kerk voor
+begraafplaats gebruikt. De rijken vinden hun laatste rustplaats in de
+kerk, de gewone burgers rònd het bedehuis. Men zal echter weldra naar
+een andere begraafplaats moeten omzien: er dreigt gebrek aan ruimte te
+ontstaan.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p116t.jpg" width="400" height="233" alt="De Binnenrotte (18de eeuw)."
+title="GESIGT AAN HET WATER GENAAMT DE ROTTE SIENDE NAAR DE VISMARKT EN GROOTE KERK TOT ROTTERDAM. &mdash; VUE DE LA RIVIERE DU ROTTE SE REGARDANT VERS LA POISSONNERIE ET LA GRANDE ÉGLISE A ROTTERDAM." />
+<span class="caption">De Binnenrotte (18de eeuw).</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p116.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1782×1042, 263kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>De kruisvormige gedaante der kerk vertelt ons, dat ze oorspronkelijk
+voor den Roomsch-Katholieken eeredienst gebouwd is. Sinds 1572 is ze
+door de Protestanten in gebruik genomen. Aan den buitenkant is dat niet
+te zien, wel als wij de kerk binnentreden. De <span class="pagenum" title="116"></span><a id="p_116"></a><span class="pagenum" title="117"><br /></span><a id="p_117"></a>altaren, ook die van de
+gilden, waarvan de voornaamste hun eigen kapel bezaten, zijn weggenomen,
+evenals de mooie beelden en schilderijen, die het gebouw vroeger
+sierden. Gelukkig, dat de beeldenstorm, die zooveel schoons heeft
+vernield of beschadigd, hier niet gewoed heeft. Wel hebben er eenige
+onregelmatigheden plaats gegrepen en heeft een zekere Snap het gewaagd
+zich aan een Christusbeeld te vergrijpen&mdash;voor welke daad hij onthalsd
+is&mdash;maar de eigenlijke storm is Rotterdam voorbijgegaan.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p118t.jpg" width="400" height="233" alt="Gezicht op de Oudehaven en de stad in de 17de eeuw."
+title="GESIGT VAN DE SEER BEROEMDE KOOP STADT ROTTERDAM GELEEGEN IN HOLLAND TE SIEN BY HET OUDE HOOFT &mdash; VUE DE LA FAMEUSE VILLE MARCHANDE DE ROTTERDAM SITUEE EN HOLLANDE SE REGARDANT DU COTE DU VIEU QUAI" />
+<span class="caption">Gezicht op de Oudehaven en de stad in de 17de eeuw.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p118.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1783×1048, 277kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Verlaten wij het bedehuis, dat ons, ontdaan van zijn tooi, wel wat
+leeg en somber lijkt en begeven wij ons door de Wijde Kerkstraat langs
+het geboortehuis van Erasmus naar de Hoogstraat. Nu, die draagt haar
+naam niet ten onrechte. Hoog ligt ze. Zie maar eens, hoe hellend de
+Kerkstraat loopt. Geen wonder ook. We staan thans op een deel van den
+langen zeedijk, die vroeger de Maas moest keeren. Het is het oudste en
+hoogste deel van Rotterdam. Gaan we nu het &bdquo;Merctveld&rdquo; over. Dit is
+eigenlijk een steenen brug over het Steiger gebouwd. Erasmus staat vlak
+aan het water, met zijn gelaat naar de Markt gekeerd. Loopen we het
+West-Nieuwland over langs de Kolk, dan zien wij op het einde, dicht aan
+de Blaak een der bekendste stadstorens<ins class="corr" id="corr12" title="Niet in Bron.">.</ins> Menigeen heeft reeds in
+dezen &bdquo;Blauwen toren&rdquo; angstige uren doorgebracht, voor hij zich door de
+&bdquo;schepenen&rdquo; zijn vonnis hoorde aanzeggen. Rechts ervoor, over de Blaak,
+ligt de lange Gapersbrug. We zullen ze niet overgaan. Aan den overkant
+is nog niet veel meer te zien dan enkele scheepstimmerwerven. Slaan we
+liever linksom over <span class="pagenum" title="118"></span><a id="p_118"></a><span class="pagenum" title="119"><br /></span><a id="p_119"></a>de Draaibrug. Wat een mooi gezicht hebben wij
+hier. Vòòr ons de Oudehaven, met aan het eind de fraaie Hoofdpoort; het
+gebouw met het sierlijke torentje op den hoek van het Haringvliet is
+de pas voltooide Koopmansbeurs; achter ons zien we de Kolk, waarin de
+Zeeuwsche schepen een ligplaats gevonden hebben. Daar komt juist de
+Dordtsche Marktschuit de Oudehaven binnenglijden. Dat gaat vlot genoeg,
+want de zware boom, met dikke ijzeren punten bezet, ligt tegen den wal.
+'s Nachts echter sluit deze de haven af en een knappe schipper, die
+dan de stad binnen komt. Het schijnt, dat de schuit vlak op onze brug
+komt aanvaren. Dat zal stukken geven. Laten wij vlug maken, dat we er
+afkomen. Heb maar geen nood. Let eens op, hoe de handige schipper hem
+dat levert. Hij weet zijn schuit precies de richting te geven, die zij
+hebben moet, zoodat de mast tegen het middelste deel van de brug stuit.
+Dit stuk biedt wel eenigen weerstand, doordat het verzwaard is door een
+bak met steenen, die er onder aanhangt, maar toch draait het onder den
+uitgeoefenden druk mee en het schip vaart met staanden mast door de nu
+ontstane opening. Wijd is deze niet en menige rappe gast springt er dan
+ook maar overheen, als de brug, nadat er een schip is doorgevaren,
+nog niet goed gesloten is. Want de schipper draait ze wel open, maar
+het sluiten laat hij in den regel aan de voetgangers over. Daar het
+draaibare deel lang niet de volle breedte van de brug inneemt, is
+het duidelijk, dat ze niet voor voertuigen gebruikt kan worden. Ook
+kruiwagens en andere smalle vervoermiddelen <span class="pagenum" title="120"></span><a id="p_120"></a><span class="pagenum" title="121"><br /></span><a id="p_121"></a>mogen echter niet over de
+brug: ze is alleen voor voetgangers bestemd.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p120t.jpg" width="400" height="291" alt="Grondkaart of plattegrond van de erven bij den Blauwen Toren,
+door Simon Dammasz. van Dueren, landmeter. (No. 2 uit het Kaartenboek der Gemeente Rotterdam, 1578.)" title="van de draybrugge.&mdash;dezen toren comt
+de stadt toe.&mdash;den druckertoren.&mdash;blaeuwen toren.&mdash;draeybrugge." />
+<span class="caption">Grondkaart of plattegrond van de erven <ins class="corr" id="corr13" title="Bron: hij">bij</ins> den Blauwen Toren,
+door Simon Dammasz. van Dueren, landmeter.<br />
+(No. 2 uit het Kaartenboek der Gemeente Rotterdam, 1578.)</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p120.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1808×1363, 220kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>We staan voor de Hoofdsteeg. Deze is heel wat breeder dan een 50 jaar
+geleden. Toen was het werkelijk een steeg, thans kan ze met de flinkste
+straten wedijveren. Laten wij nu linksaf slaan en den Rijstuin doorgaan.
+Veel huizen treffen wij hier nog niet aan. De rijswerkers oefenen er hun
+bedrijf uit en hebben binnen een afgesloten ruimte hun opslagplaats
+van rijshout. Willen de gildebroeders hun waar aan den man brengen,
+dan behoeven zij niet ver te loopen. De Mandenmakersbrug<a id="FNa_19" href="#FN_19" class="fnanchor"><sup>19</sup>)</a> is hun
+marktplaats. Ze is wel niet groot, maar in ieder geval breeder dan de
+meeste straten met de grachten midden in. Dat de markt juist hier is, is
+geen toeval. Een &bdquo;keur&rdquo; uit ± 1420 bepaalt nl., dat er alleen mandenwerk
+verkocht mag worden op den marktdag in het Oost-Nieuwland en anders
+ieder voor zijn eigen deur.</p>
+
+<p>Nu staan we weer op de Hoogstraat en hebben het Stadhuis met zijn
+aardig torentje voor ons. De verguld koperen windwijzer in den vorm
+van een haringbuis of &bdquo;bun&rdquo; zegt ons, dat de haringvisscherij voor de
+Rotterdammers van groot belang is. De ruimte onder den toren wordt als
+gevangenis gebruikt. Als men van iemand zegt: &bdquo;Hij zit in de bun&rdquo;, wees
+dan verzekerd, dat hij goed opgeborgen is. Wanneer ge het Stadhuis
+<span class="pagenum" title="122"></span><a id="p_122"></a><span class="pagenum" title="123"><br /></span><a id="p_123"></a>door den hoofdingang wilt binnentreden, dient ge het bordes van
+twintig trappen te beklimmen. De twee opzittende leeuwen aan weerszijden
+houden, zooals ge reeds opgemerkt zult hebben, het stadswapen. Behalve
+als Raadhuis en Gevangenis dient het gebouw ook tot Vleeschhal en Waag.
+Nog veel vroeger was het zelfs Gasthuis. De zieken en zwakken hebben
+echter plaats moeten maken voor de Vroedschap.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p122t.jpg" width="400" height="300" alt="Het Stadhuis aan de voorzijde in de 17de eeuw." title="HET STADT-HUYS" />
+<span class="caption">Het Stadhuis aan de voorzijde in de 17de eeuw.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p122.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1584×1188, 338kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Gaan we door de Waagstraat (thans Stadhuissteeg) naar de achterzijde van
+het gebouw.</p>
+
+<p>We staan op de Huibrug, zoo genoemd omdat volgens een keur uit ± 1420
+hier de huidenmarkt gehouden moest worden. De eertijds houten brug is nu
+al veel verbreed en heeft thans meer van een plein. Soms kan het hier
+stampvol staan; dan verdringen de poorters zich langs Kipsloot en
+Botersloot. Hier wordt nl. het schavot opgeslagen, wanneer er een
+terechtstelling plaats zal vinden. Op het balcon aan het Stadhuis nemen
+dan de rechters plaats. Ook dient dit tot afkondiging van belangrijke
+mededeelingen. Boven het balcon ziet ge twee staande leeuwen, die het
+stadswapen dragen. We lezen het onderschrift: &bdquo;Ik, oprechtheid sterk U,
+Bedieningen en wijze raad geven sterkte. O, Rotterdam! Uw recht groent
+als een laurier&rdquo;. En daar geheel in de hoogte, op den top van den gevel
+staat de Gerechtigheid. In de eene hand draagt ze de weegschaal, in de
+andere het zwaard. Ze is geblinddoekt, want zonder onderscheid des
+persoons dient ze recht te spreken.</p>
+
+<p>Langs de Botersloot gaande, staan we weldra voor <span class="pagenum" title="124"></span><a id="p_124"></a><span class="pagenum" title="125"><br /></span><a id="p_125"></a>het Prinsenhof. Dit
+gebouw is oorspronkelijk een nonnenklooster geweest. De zusters van St.
+Agnes, naar haar kleeding ook Grauwe Zusters genoemd, hadden er kort na
+1400 reeds haar woning, die na dien tijd zeer vergroot is.</p>
+
+<div class="figcenter" style="width: 400px;">
+<img src="images/ill_p124t.jpg" width="400" height="269" alt="Het Prinsenhof. Het Admiraliteitsjacht ligt voor den hoofdingang." title="" />
+<span class="caption">Het Prinsenhof.<br /> Het Admiraliteitsjacht ligt voor den hoofdingang.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p124.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1771×1195, 281kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Na de Hervorming was het echter met den bloei der kloosters gedaan. Ook
+het St. Agnietenklooster verminderde zeer in bewoonsters. In 1575 werd
+dan ook reeds een groot deel van het gebouw tot andere doeleinden in
+gebruik genomen. Sommige vertrekken werden ingericht tot logement voor
+den Prins van Oranje, als deze in de stad vertoefde, andere tot woning
+van den pensionaris der stad. Oldenbarnevelt, die van 1576 tot 1586 deze
+betrekking heeft bekleed, had hier zijn woonplaats. Sinds 1593 zijn de
+overgebleven nonnen in het Gasthuis ondergebracht en hebben de Heeren
+van de Admiraliteit van de Maze hun kantoor in het Prinsenhof. Zij zijn
+de bestuurders van het deel der vloot, dat in Rotterdam thuis behoort.</p>
+
+<div class="figleft" style="width: 327px;">
+<img src="images/ill_p126t.jpg" width="327" height="400" alt="Johan van Oldenbarnevelt." title="" />
+<span class="caption">Johan van Oldenbarnevelt.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p126.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 1188×1452, 217kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Behalve dit klooster heeft Rotterdam nog andere binnen zijn muren
+gekend.</p>
+
+<p>In 1441 werd het Cellebroedersklooster aan de Delftsche Vaart, dicht bij
+de Kerk gevestigd. De Cellebroeders waren zeer godvruchtig en leidden
+een sober bestaan.</p>
+
+<p>Ze wijdden zich aan het verplegen van zieken en het afleggen en
+begraven van dooden, die zij zingende ten grave droegen, waarom zij
+ook wel &bdquo;Lollaerts&rdquo; werden genoemd. Vooral bij het heerschen van een
+besmettelijke ziekte, zooals pokken en pest, waren de <span class="pagenum" title="126"></span><a id="p_126"></a><span class="pagenum" title="127"><br /></span><a id="p_127"></a>Cellebroeders<a id="FNa_20" href="#FN_20" class="fnanchor"><sup>20</sup>)</a>
+goud waard. Waar soms het geheele gezin door de vreeselijke ziekte was
+aangetast, waar niemand de besmette woning durfde betreden, daar gingen
+de Cellebroerkens binnen, en al konden zij geen genezing brengen, ze
+gaven tenminste troost en verlichting van lijden en zorgden voor een
+Christelijke begrafenis van de gestorvenen. In hun stemmig zwarte
+kleeding liepen zij barrevoets rond; daarom werden ze ook wel Zwarte
+monniken of Barrevoeters geheeten.</p>
+
+<p>Nog van een ander <ins class="corr" id="corr14" title="Bron: mannenkloosters">mannenklooster</ins> willen wij u wat mededeelen.</p>
+
+<p>Keeren we daartoe langs de Botersloot en de Kipsloot terug. We zijn in
+de Oostwagenstraat<a id="FNa_21" href="#FN_21" class="fnanchor"><sup>21</sup>)</a>, zoo genoemd, omdat hier het Goudsche Wagenveer
+afrijdt. Volgen we de helling naar den dijk en slaan wij linksom naar
+het Oosteinde der Hoogstraat. Ook hier heeft een klooster gestaan. Het
+was dat van de Predikheeren of Dominicanen. Deze vrome heeren kwamen
+reeds in het begin der 15<sup>de</sup> eeuw in Rotterdam prediken. Hun eerste
+gebouw, een schenking van een godsdienstig poorter, stond in de
+Lombardstraat. Het aantal monniken nam echter dermate toe, dat men reeds
+in 1444 er toe overging hier op het Oosteinde een klooster te bouwen.
+Het bevatte meer dan honderd cellen voor de kloosterlingen, die lang zoo
+sober niet leefden als de Cellebroeders. Zij zagen dan ook niet, zooals
+deze ongeletterde monniken, altijd maar weer smart en ellende rondom
+<span class="pagenum" title="128"></span><a id="p_128"></a>zich. Hun aandacht en bemoeiingen betroffen meer de levenden. Wie
+behoefte gevoelde aan een geestelijk woord, hij trad de prachtige kapel
+der &bdquo;heeren&rdquo; binnen om straks, gesterkt door de gehoorde &bdquo;preek&rdquo;, weer
+aan den arbeid te gaan. Vele der Dominicanen wijdden zich aan de studie.
+Zij waren de dragers der wetenschap; de geleerden, die boeken schreven
+en versierden met prachtige gouden en zilveren letters. Anderen
+onderwezen de zonen der rijke poorters of arbeidden in den grooten
+kloostertuin, die zich ver tot over de Achterkloostergracht uitstrekte.</p>
+
+<p>Bij den brand in 1563 is ook dit klooster voor het grootste deel
+vernield. Twee jaar later is het gedeeltelijk opgebouwd en weer door de
+monniken in gebruik genomen. Thans echter doet het dienst als Gasthuis.
+Nadat het Stadhuis geheel door de Vroedschap in gebruik was genomen, is
+dit ziekenhuis ondergebracht aan de Kipsloot, sinds 1575 in het oude
+Predikheerenklooster.</p>
+
+<p>Nog andere inrichtingen van liefdadigheid vinden we op dit deel der
+Hoogstraat.</p>
+
+<p>Het Heilige Geesthuis of Oudemannenhuis, een stichting van Aelwijn
+Floriszoon van der Meer, biedt een onderkomen aan XIII ouden van dagen,
+waarom ze ook wel &bdquo;de kamer van XIII&rdquo; genoemd wordt. Het is geen toeval,
+dat de inrichting juist aan een dertiental een onderkomen biedt. Met
+opzet is dit aantal vastgesteld, als een herinnering aan Jezus en zijn
+12 discipelen.</p>
+
+<p>Behalve deze dertien, die een te huis vinden in het gebouw, verschaft
+de stichting nog aan velen onderstand in den vorm van brood, turf, enz.
+De bedeelden dragen <span class="pagenum" title="129"></span><a id="p_129"></a>een penning, waarop een duif is afgebeeld, het
+zinnebeeld van den Heiligen Geest, &bdquo;van den geest des vredes en der
+liefde, het schoonste beeld van een weldoend, zachtaardig Christendom&rdquo;.</p>
+
+<div class="figright" style="width: 226px;">
+<img src="images/ill_p130t.jpg" width="226" height="400" alt="Kaatje. Een verpleegde uit het Oudevrouwenhuis op de Hoogstraat." title="" />
+<span class="caption">Kaatje.<br /> Een verpleegde uit het Oudevrouwenhuis op de Hoogstraat.</span><br />
+<span class="illlarge">(<a href="images/ill_p130.jpg" title="link naar grotere afbeelding">vergroting: 807×1427, 137kb</a>)</span>
+</div>
+
+<p>Naast een Oudemannenhuis is er ook een Oudevrouwenhuis. Dit staat in de
+Lombardstraat<a id="FNa_22" href="#FN_22" class="fnanchor"><sup>22</sup>)</a>.</p>
+
+<p>Waarvoor dient dat nieuwe gebouw naast het Gasthuis? Laten wij maar eens
+nader treden en het opschrift op dien ingemetselden steen lezen:</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;In 't jaer 1599, sonder confuis,<br /></span>
+ <span class="i0">Heeft Jan Claessoen den eersten steen gelegt van dit Huis&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Dat zegt ons nog niet veel. Misschien geeft het opschrift op dien
+anderen steen meer licht.</p>
+
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+ <span class="i0">&bdquo;De Heeren van de Stadt hebben bedogt<br /></span>
+ <span class="i0">Dit Huis te bouwen<br /></span>
+ <span class="i0">Voor Mans en Vrouwen<br /></span>
+ <span class="i0">Die met de gave Godts sullen werden besocht&rdquo;.<br /></span>
+</div>
+</div>
+
+<p>Onwillekeurig deinzen wij een schrede terug, nu we begrijpen, dat wij
+voor het Pesthuis staan. Toch behoeven wij niet bang te zijn voor
+besmetting. De &bdquo;Zwarte dood&rdquo; heerscht thans niet in de stad. Nog maar
+enkele jaren geleden<a id="FNa_23" href="#FN_23" class="fnanchor"><sup>23</sup>)</a> heeft de &bdquo;pestilentie&rdquo; echter op een vreeselijke
+wijze gewoed. Honderden zijn er aan gestorven. Om de besmetting tegen te
+gaan, verordineerde het Stadsbestuur toen, dat op marktdagen niet in den
+namiddag zou <span class="pagenum" title="130"></span><a id="p_130"></a><span class="pagenum" title="131"><br /></span><a id="p_131"></a>begraven worden en dat er geen vrouwen mede ter begrafenis
+mochten gaan. Gelukkig is thans de ziekte weer geweken en wordt het
+gebouw op het oogenblik alleen gebruikt als Dolhuis. De &bdquo;dollen&rdquo; of
+krankzinnigen worden er verpleegd, vandaar dat de inrichting den
+dubbelen naam van Pest- en Dolhuis draagt. Bij de laatste epidemie is
+echter de wenschelijkheid gebleken van een afzonderlijk gebouw voor de
+zinneloozen. Men heeft er dan ook reeds <ins class="corr" id="corr16" title="Bron: overgedacht">over gedacht</ins> naast het
+Pesthuis afzonderlijke Dolhuisjes te bouwen. Vóór 1598 was het Pesthuis
+op het eind van de Oostwagenstraat bij de Goudsche Poort, in het
+vroegere vrouwenklooster van St. Anna. Thans is daarin het Weeshuis
+gevestigd, dat eertijds in de Weste Wagenstraat en nog vroeger op de
+Hoogstraat, tegenover deze straat stond<a id="FNa_24" href="#FN_24" class="fnanchor"><sup>24</sup>)</a>.</p>
+
+<p>En hiermede zullen wij onze wandeling maar eindigen. Nog veel meer zou
+er in de stad te bezien zijn, doch het merkwaardigste hebben we bekeken.</p>
+
+<p>Laten wij van onzen vermoeienden tocht wat uitrusten en ons verfrisschen
+in de taveerne &bdquo;de Vergulde Valk&rdquo; daar vlak bij ons, om daarna de stad
+te verlaten. Het zal toch zoo heel lang niet meer duren, dat de
+poortklok geluid wordt en dan&mdash;ge weet het&mdash;wordt de poort gesloten.</p>
+
+<hr class="fnsep" />
+
+<div class="footnote"><a id="FN_17" href="#FNa_17" class="label"><sup>17</sup>)</a> Dit is in de 17<sup>de</sup> eeuw ook werkelijk gebeurd.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_18" href="#FNa_18" class="label"><sup>18</sup>)</a> Deze laatste bepaling zal zeker wel niet langer dan tot
+1572 van kracht geweest zijn. Toen immers ging de kerk aan de Hervormden
+over.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_19" href="#FNa_19" class="label"><sup>19</sup>)</a> Deze brug kreeg later den naam van Hoenderbrug, omdat de
+Hoendermarkt er op gehouden werd. Ze verbond de Hoofdsteeg met de Korte
+Hoofdsteeg. Door de demping van het Middensteiger en Boerensteiger is
+zij verdwenen.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_20" href="#FNa_20" class="label"><sup>20</sup>)</a> Celle = Graf.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_21" href="#FNa_21" class="label"><sup>21</sup>)</a> De tegenwoordige Goudsche Wagenstraat.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_22" href="#FNa_22" class="label"><sup>22</sup>)</a> In 1622 werd het eveneens naar het
+<ins class="corr" id="corr15" title="Bron: oosteinde">Oosteinde</ins> der Hoogstraat overgebracht.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_23" href="#FNa_23" class="label"><sup>23</sup>)</a> In 1602 en 1603 woedde de pest hier vreeselijk.</div>
+
+<div class="footnote"><a id="FN_24" href="#FNa_24" class="label"><sup>24</sup>)</a> Waar nu de Weezenstraat is.</div>
+
+<hr class="chend" />
+
+<p><span class="pagenum" title="132"></span><a id="p_132"></a></p>
+
+<div class="inhoud">
+
+<h2><a id="INHOUD"></a>INHOUD.</h2>
+
+<table id="toc" summary="inhoudsopgave">
+ <tbody>
+ <tr><td></td><td></td><td class="tdr">Blz.</td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">1.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#De_Wilde_Venen">De Wilde Venen</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_5">5</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">2.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#De_hooge_zeedijk_Jong_Rotterdam">De hooge zeedijk. Jong Rotterdam</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_11">11</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">3.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Van_dorp_tot_stad">Van dorp tot stad</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_23">23</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">4.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#De_Jonker_Fransenoorlog">De Jonker Fransenoorlog</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_32">32</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">5.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#De_St_Laurenskerk">De St. Laurenskerk</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_50">50</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">6.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Een_ramp_op_de_Maas">Een ramp op de Maas</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_62">62</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">7.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Erasmus">Erasmus</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_65">65</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">8.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Anneken_Jans">Anneken Jans</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_72">72</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">9.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#De_Brand_in_1563">De Brand in 1563</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_79">79</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">10.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Rotterdam_onder_het_Spaansche_Juk">Rotterdam onder het Spaansche Juk</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_85">85</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">11.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Rotterdam_vergroot_naar_de_Maas">Rotterdam vergroot naar de Maas</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_95">95</a></td>
+ </tr>
+ <tr><td class="tdr">12.</td>
+ <td class="tdl"><a href="#Een_wandeling_door_Rotterdam_1600">Een wandeling door Rotterdam (± 1600)</a></td>
+ <td class="tdr"><a href="#p_102">102</a></td>
+ </tr>
+ </tbody>
+</table>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="ii"></span><a id="p_ii"></a></p>
+
+<div class="ad">
+
+ <div class="wolters bb">UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+ <div class="adcent size200"><b>PLATEN-ATLAS</b></div>
+ <div class="adcent size120">VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,</div>
+ <div class="adcent size85"><b>ten dienste van het Gymnasiaal en Middelbaar<br />
+ Onderwijs, Kweekscholen en Normaallessen,</b></div>
+ <div class="adcent size75">DOOR</div>
+ <div class="adcent size85 smalled wide">Dr. A. J. VAN DER MEULEN,</div>
+ <div class="adcent size75"><b>met medewerking van</b></div>
+ <div class="adcent size85 smalled wide">M. TEN BOUWHUYS.</div>
+
+ <table class="plaat" summary="prijs platen">
+ <tbody>
+ <tr><td class="tdl">Prijs, gecartonneerd</td><td class="tdr">&fnof;&nbsp;1,90.</td></tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <div class="recensie">
+
+ <p>Geen ouderwetsche historieprenten bevat deze atlas, sprekend alleen van
+ 'n woeste &bdquo;histoire de bataille&rdquo;, maar 'n volledige cultuurgeschiedenis.
+ Van den ruwen steenen beitel uit de vroegste beschavingsperiode voert
+ ons deze platen-serie geleidelijk naar de koene evoluties van den
+ vliegenier Jan Olieslagers te Rotterdam in den zomer van 1910.</p>
+
+ <p>De voortschrijdende ontwikkelingsgang van schier vijftig eeuwen op 't
+ gebied van techniek en beschaving ligt daartusschen.</p>
+
+ <p>Deze keurbundel historieplaten, 150 bladz. met 356 afbeeldingen op zwaar
+ kunstdrukpapier, met titelplaat en twee reproducties in kleurendruk
+ verdient 'n plaats niet slechts op de inrichtingen van onderwijs, maar
+ in elk ontwikkeld gezin. Den luttelen prijs is hij driedubbel waard.</p>
+
+ <p>En wie hem koopt, zal zich niet teleurgesteld vinden.</p>
+
+ <p class="floatright"><i>Het Katholieke Schoolblad</i>, 8 Juni 1911.</p>
+
+ </div>
+
+ <hr class="clear tb" />
+
+ <div class="recensie">
+
+ <p><b>Wij hebben hier nu eens een uitgave die we onvoorwaardelijk kunnen
+ aanbevelen.</b></p>
+
+ <p>Deze atlas moet een <b>uitnemend leermiddel</b> zijn in handen van den
+ onderwijzer, die bedreven is in het teekenen. Daar is overvloed van
+ materiaal om de geschiedenisles te illustreeren met teekeningen op het
+ bord. Indien 't nog eens zoover komt, dat de onderwijzer geheel van en
+ voor de school kan leven, dan zal deze atlas tevens de stof leveren voor
+ een serie historieplaten, die hij bewerkt speciaal voor zijn school.
+ Want zoo ver moet het komen.</p>
+
+ <p>Intusschen bevelen we dezen atlas aan bij de studie geschiedenis voor
+ onderwijzers- en hoofdakte, voor Gymnasiaal en Middelbaar onderwijs.</p>
+
+ <p class="floatright"><i>School met den Bijbel</i>, 23 Juni 1911.</p>
+
+ </div>
+
+ <div class="clear wolters bt">UITGAVE VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+</div>
+
+<p><span class="pagenum" title="achterkant"></span><a id="p_achter"></a></p>
+
+<div class="ad bbox">
+
+ <div class="wolters bb">UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+ <div class="adcent size200"><b>SCHOOLPLATEN</b></div>
+ <div class="adcent size167 smalled"><b>VOOR DE VADERLANDSCHE GESCHIEDENIS,</b></div>
+ <div class="adcent size75">DOOR</div>
+ <div class="adcent size140 mixcap">J. W. DE JONGH en H. WAGENVOORT.</div>
+ <div class="adcent size85">NAAR OORSPRONKELIJKE AQUARELLEN VAN</div>
+ <div class="adcent size85"><b>J. Hoynck van Papendrecht, Gerard van Hove, J. H. Isings Jr.,<br />
+ C. Jetses, J. H. Jurres, G. Westerman, J. J. R. de Wetstein Pfister.</b></div>
+ <div class="adcent size85">(Grootte 84 bij 110 cM.).</div>
+
+ <table class="plaat" summary="prijs platen">
+ <tbody>
+ <tr><td class="tdl">Prijs per plaat met geïllustreerde toelichting</td><td class="tdr">&fnof;&nbsp;1,90</td></tr>
+ <tr><td class="tdl" style="padding-left: 2em;">Opgeplakt op zwaar carton</td><td class="tdr">2,30</td></tr>
+ <tr><td class="tdl" style="padding-left: 2em;">Geïllustreerde toelichting afzonderlijk</td><td class="tdr">0,25</td></tr>
+ </tbody>
+ </table>
+
+ <div class="serie">Verschenen de eerste serie:</div>
+
+ <div class="list"><div class="label">1.</div> De Romeinen in ons land. (Een nederzetting bij een vesting).</div>
+ <div class="list"><div class="label">2.</div> De troepen van Bossu dringen Rotterdam binnen, 9 April 1572.</div>
+ <div class="list"><div class="label">3.</div> Een vergadering van de Nationale Synode te Dordrecht, 1619.</div>
+ <div class="list"><div class="label">4.</div> Ter Walvischvaart.</div>
+ <div class="list"><div class="label">5.</div> Hollandsche Infanterie bij de bruggen over de Berezina, 1812.</div>
+ <div class="list"><div class="label">6.</div> De verovering van Tjakranegara op Lombok, 1894.</div>
+
+ <div class="serie">Ter perse de tweede serie:</div>
+
+ <div class="list"><div class="label">7.</div> Aan het Hof van Karel den Grooten.</div>
+ <div class="list"><div class="label">8.</div> Ter Kruisvaart.</div>
+ <div class="list"><div class="label">9.</div> Floris V door de Edelen omgebracht.</div>
+ <div class="list"><div class="label">10.</div> Belegering van een Kasteel. (Het Huis te Voorst, 1362).</div>
+ <div class="list"><div class="label">11.</div> De Prins trekt over de Maas, 1568.</div>
+ <div class="list"><div class="label">12.</div> De Prins van Oranje aan het hoofd van de Nationale Militie bij Quatre-Bras, 16 Juni 1815.</div>
+
+ <div class="serie">In voorbereiding de derde en vierde serie.</div>
+
+ <div class="serie right ri2">Februari 1911.</div>
+
+ <div class="wolters bt">UITGAVEN VAN J. B. WOLTERS TE GRONINGEN.</div>
+
+</div>
+
+<div class="TNbox">
+<a id="correctie"></a>
+
+<h1>Overzicht aangebrachte correcties</h1>
+
+<p>De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:</p>
+
+<table summary="correcties in tekst">
+ <thead>
+ <tr><th>Plaats</th><th>Bron</th><th>Correctie</th></tr>
+ </thead>
+ <tbody>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr1">Blz. 3</a></td><td class="td4">welwillendendheid</td><td class="td4">welwillendheid</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr2">Blz. 6</a></td><td class="td4">hetwater</td><td class="td4">het water</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr3">Blz. 18</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr4">Blz. 43</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr5">Blz. 47</a></td><td class="td4">!</td><td class="td4">?</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr6">Blz. 66</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr7">Blz. 78</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr8">Blz. 112</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr9">Blz. 112</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">&rdquo;</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr10">Blz. 113</a></td><td class="td4">.</td><td class="td4">[<i>Verwijderd.</i>]</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr11">Blz. 113</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">,</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr12">Blz. 117</a></td><td class="td4">[<i>Niet in Bron.</i>]</td><td class="td4">.</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr13">Blz. 120</a></td><td class="td4">hij</td><td class="td4">bij</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr14">Blz. 127</a></td><td class="td4">mannenkloosters</td><td class="td4">mannenklooster</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr15">Blz. 129 (voetnoot)</a></td><td class="td4">oosteinde</td><td class="td4">Oosteinde</td></tr>
+ <tr><td class="td2"><a href="#corr16">Blz. 131</a></td><td class="td4">overgedacht</td><td class="td4">over gedacht</td></tr>
+ </tbody>
+</table>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Langs Rotte, Maas en Schie. I., by
+J.M. Droogendijk and J.S. Verburg
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK LANGS ROTTE, MAAS EN SCHIE. I. ***
+
+***** This file should be named 31849-h.htm or 31849-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/3/1/8/4/31849/
+
+Produced by the Online Distributed Proofreading Team at
+https://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/31849-h/images/cover.jpg b/31849-h/images/cover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2828903
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/cover.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_hand.png b/31849-h/images/ill_hand.png
new file mode 100644
index 0000000..2c31a98
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_hand.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p007.png b/31849-h/images/ill_p007.png
new file mode 100644
index 0000000..07a5387
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p007.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p007t.png b/31849-h/images/ill_p007t.png
new file mode 100644
index 0000000..b2ef403
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p007t.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p009.png b/31849-h/images/ill_p009.png
new file mode 100644
index 0000000..e4a2d2e
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p009.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p009t.png b/31849-h/images/ill_p009t.png
new file mode 100644
index 0000000..428ebd3
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p009t.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p013.jpg b/31849-h/images/ill_p013.jpg
new file mode 100644
index 0000000..58f4ac9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p013.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p013t.jpg b/31849-h/images/ill_p013t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ffc03b9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p013t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p018.png b/31849-h/images/ill_p018.png
new file mode 100644
index 0000000..9369f4e
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p018.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p018t.png b/31849-h/images/ill_p018t.png
new file mode 100644
index 0000000..fa6cd19
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p018t.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p019.jpg b/31849-h/images/ill_p019.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6cbf7ae
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p019.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p019t.jpg b/31849-h/images/ill_p019t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f63a31c
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p019t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p020.jpg b/31849-h/images/ill_p020.jpg
new file mode 100644
index 0000000..895d9e6
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p020.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p020t.jpg b/31849-h/images/ill_p020t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cc01056
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p020t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p028.jpg b/31849-h/images/ill_p028.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1481232
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p028.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p028t.jpg b/31849-h/images/ill_p028t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f3b9ee5
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p028t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p031.png b/31849-h/images/ill_p031.png
new file mode 100644
index 0000000..09d9b44
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p031.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p031t.png b/31849-h/images/ill_p031t.png
new file mode 100644
index 0000000..f7028d7
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p031t.png
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p034.jpg b/31849-h/images/ill_p034.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1062ea7
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p034.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p034t.jpg b/31849-h/images/ill_p034t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..088a57c
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p034t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p038.jpg b/31849-h/images/ill_p038.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9460fd9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p038.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p038t.jpg b/31849-h/images/ill_p038t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ae39008
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p038t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p046.jpg b/31849-h/images/ill_p046.jpg
new file mode 100644
index 0000000..24b5587
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p046.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p046t.jpg b/31849-h/images/ill_p046t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..6d3be7b
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p046t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p048.jpg b/31849-h/images/ill_p048.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f16e8d4
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p048.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p048t.jpg b/31849-h/images/ill_p048t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..980c310
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p048t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p052.jpg b/31849-h/images/ill_p052.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8bd5933
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p052.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p052t.jpg b/31849-h/images/ill_p052t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..7a9448f
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p052t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p054.jpg b/31849-h/images/ill_p054.jpg
new file mode 100644
index 0000000..443330a
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p054.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p054t.jpg b/31849-h/images/ill_p054t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..1c6600f
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p054t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p057.jpg b/31849-h/images/ill_p057.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c622121
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p057.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p057t.jpg b/31849-h/images/ill_p057t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cc11c9d
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p057t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p058.jpg b/31849-h/images/ill_p058.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ec56a22
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p058.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p058t.jpg b/31849-h/images/ill_p058t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..968b238
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p058t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p059.jpg b/31849-h/images/ill_p059.jpg
new file mode 100644
index 0000000..cf239ff
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p059.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p059t.jpg b/31849-h/images/ill_p059t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b91d0d9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p059t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p068.jpg b/31849-h/images/ill_p068.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f1691e7
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p068.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p068t.jpg b/31849-h/images/ill_p068t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..64819ee
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p068t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p077.jpg b/31849-h/images/ill_p077.jpg
new file mode 100644
index 0000000..4fe6fe6
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p077.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p077t.jpg b/31849-h/images/ill_p077t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8833693
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p077t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p082.jpg b/31849-h/images/ill_p082.jpg
new file mode 100644
index 0000000..05edfd4
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p082.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p082t.jpg b/31849-h/images/ill_p082t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e944507
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p082t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p090.jpg b/31849-h/images/ill_p090.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d9d29a8
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p090.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p090t.jpg b/31849-h/images/ill_p090t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c3edcc9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p090t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p092.jpg b/31849-h/images/ill_p092.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a8a0035
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p092.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p092t.jpg b/31849-h/images/ill_p092t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f63196f
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p092t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p093.jpg b/31849-h/images/ill_p093.jpg
new file mode 100644
index 0000000..705d6d9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p093.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p093t.jpg b/31849-h/images/ill_p093t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b4337da
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p093t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p099.jpg b/31849-h/images/ill_p099.jpg
new file mode 100644
index 0000000..a0870e9
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p099.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p099t.jpg b/31849-h/images/ill_p099t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8dc5669
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p099t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p100.jpg b/31849-h/images/ill_p100.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f514b65
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p100.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p100t.jpg b/31849-h/images/ill_p100t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..faa8030
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p100t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p106.jpg b/31849-h/images/ill_p106.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8f1bf15
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p106.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p106t.jpg b/31849-h/images/ill_p106t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b66ecf2
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p106t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p116.jpg b/31849-h/images/ill_p116.jpg
new file mode 100644
index 0000000..b7583d0
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p116.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p116t.jpg b/31849-h/images/ill_p116t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..d42d679
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p116t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p118.jpg b/31849-h/images/ill_p118.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2c5e65b
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p118.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p118t.jpg b/31849-h/images/ill_p118t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..78ef146
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p118t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p120.jpg b/31849-h/images/ill_p120.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e5acc52
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p120.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p120t.jpg b/31849-h/images/ill_p120t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..f72da6b
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p120t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p122.jpg b/31849-h/images/ill_p122.jpg
new file mode 100644
index 0000000..8b3f462
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p122.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p122t.jpg b/31849-h/images/ill_p122t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..36ac4f3
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p122t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p124.jpg b/31849-h/images/ill_p124.jpg
new file mode 100644
index 0000000..ba75125
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p124.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p124t.jpg b/31849-h/images/ill_p124t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..c917028
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p124t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p126.jpg b/31849-h/images/ill_p126.jpg
new file mode 100644
index 0000000..66e6650
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p126.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p126t.jpg b/31849-h/images/ill_p126t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..152865c
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p126t.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p130.jpg b/31849-h/images/ill_p130.jpg
new file mode 100644
index 0000000..9f9c14f
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p130.jpg
Binary files differ
diff --git a/31849-h/images/ill_p130t.jpg b/31849-h/images/ill_p130t.jpg
new file mode 100644
index 0000000..e223627
--- /dev/null
+++ b/31849-h/images/ill_p130t.jpg
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..1cea769
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #31849 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31849)