summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/31052-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '31052-8.txt')
-rw-r--r--31052-8.txt2146
1 files changed, 2146 insertions, 0 deletions
diff --git a/31052-8.txt b/31052-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d758129
--- /dev/null
+++ b/31052-8.txt
@@ -0,0 +1,2146 @@
+The Project Gutenberg EBook of Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Siska van Roosemael
+
+Author: Hendrik Conscience
+
+Release Date: January 23, 2010 [EBook #31052]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL ***
+
+
+
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+SISKA VAN ROOSEMAEL
+
+Hendrik CONSCIENCE
+
+Brussel.--Drukkerij J. Janssens, Marcqstraat, 16.
+
+J. LEBÈGUE & C^{ie}, BOEKHANDELAARS-UITGEVERS
+
+36, NIEUWSTRAAT, 36
+
+1912
+
+
+
+
+I
+
+ BURGERS VAN DEN OUDEN EED
+ KWAKZALVERS VAN DEN NIEUWEN STIJL
+
+
+Het is weinige jaren geleden, dat er in eene der straten omtrent het Groen
+kerkhof te Antwerpen een oude en befaamde kruidenierswinkel bestond, die,
+van vader tot zoon overgezet, sedert meer dan driehonderd jaren bekend was
+om zijne goede waren en geringe prijzen. De laatste eigenaar van dezen
+winkel heette Jan Van Roosemael, zoon van Frans, zoon van Karel, zoon van
+Kasper Van Roosemael, en was getrouwd met eene Siska Pot, afstammelinge
+van den beruchten Peter Pot, wiens naam men in de twee Peter-Pot-straten
+terugvindt[1].
+
+Deze beide echtgenooten, van kindsbeen af tot een nuttig en arbeidzaam
+leven opgevoed en nu gedurig bezig met hunnen kleinen koophandel, hadden
+geenen ledigen tijd over gehad, om in den voortgang der hedendaagsche
+beschaving deel te nemen, anders gezegd om zich te verfranschen. Hunne
+kleederen, van sterk laken gemaakt, waren eenvoudig en veranderden bijna
+nooit van vorm; alleenlijk onderscheidden zij deze in werkdaagsche, in
+Zondagsche en in Paaschkleederen. Deze laatste kwamen nooit uit de kas dan
+op hoogtijden, wanneer de Van Roosemaels ter Heilige Tafel gingen, of
+wanneer zij een kind over de doopvonte houden moesten of getuigen waren bij
+het huwelijk van eenen vriend. Genoegzaam is het te begrijpen, dat deze
+burgers van de Vlaamsche wereld, alhoewel hun opschik een groot geld gekost
+had, er slechts arm moesten uitzien nevens den eenen of anderen
+voorbijgaanden pronker, die zich voor eenige franken in de hedendaagsche
+papieren kleederen had laten steken en misschien met kleinachting op de Van
+Roosemaels nederzag; maar zij stoorden zich daar niet in en dachten bij
+zich zelven: «/Ieder wat in deze wereld, gij den wind en wij de
+schijven!/»--Onwetend genoeg waren zij, om onbewust te zijn, dat een
+treffelijk man op den middag niet mag eten, en zij hadden dus de /gemeene/
+gewoonte van juist op klokslag van twaalf zich bij de tafel neder te
+zetten; daarbij, zij vergaten nooit te bidden, en inderdaad, te bidden vóór
+en na den maaltijd. Andere gebreken nog kon men hun ten laste leggen: onder
+anderen zij verstonden geen woord Fransch en hadden nooit gevoeld, dat hun
+die kennis noodig was;--zij waren godvruchtig, werkzaam, ootmoedig en
+bovenal vredezoekend. Maar hunne grootste domheid bestond hierin, dat zij
+in hunne Vlaamsche eenvoudigheid geloofden, dat het beter was alle dagen
+eenen eerlijk gewonnen stuiver ter zijde te kunnen leggen, dan zich met
+treken en met bedriegerij in twee of drie jaren zoo rijk te tooveren, dat
+iedereen de oogen er van openspalkt en met verwondering uitroept: «Maar!
+maar! Waar heeft die Rat[2] het toch gehaald?»--In één woord, zij waren
+Vlaamsche burgers van den ouden eed.
+
+Meester Jan Van Roosemael had eene jonge dochter, genaamd Siska, gelijk
+hare moeder, van omtrent de vijftien jaren, tamelijk lang opgeschoten voor
+haren ouderdom, fraai van gestalte en van gelaat, met blond haar en blauwe
+oogen: een echt schoon Brabantsch kind.--Tot hiertoe had zij in de stad
+naar eene gewone school van jonge meisjes gegaan en had er de moedertaal
+bijna grondig geleerd, benevens de rekenkunde en al de handwerken, welke
+eene goede burgervrouw moet kennen, al ware het slechts om meer van het
+huishouden te weten dan hare dienstmeid. Eenvoudig was zij gelijk hare
+ouders, godvruchtig, onderdanig, beminnend, niet dartel, niet lui, niet
+eigenzinnig,--en waarlijk geschikt om met den man, die haar zou trouwen, in
+deugd en eere het huis harer voorvaderen staande te houden en den befaamden
+kruidenierswinkel voort te zetten.
+
+Hoe komt het, dat de honderdjarige winkel nu gesloten is? Wat rampspoed
+heeft onlangs de tonnekens, snuifpotten, flesschen en kannekens van Van
+Roosemael naar de Vrijdagsche markt gevoerd? Deze geschiedenis zal u dit
+verhalen.
+
+Weet dan vooreerst, dat er in de gebuurte van onzen winkelier een
+meester-schoenmaker woonde, die de beste vriend van meester Van Roosemael
+was, met hem des Zondags naar de Steenenbrug[3] ging wandelen, des avonds
+een smousjas met hem speelde, en verder als een broeder zonder hem geen
+vermaak vond. Dit veranderde eensklaps om eene zonderlinge reden.
+
+De schoenmaker, die te voren fraai aan zijn brood kwam en reeds door
+spaarzaamheid zijn eigen huis bezat, deed op zekeren dag, terwijl Van
+Roosemael met de koorts te bed lag, zijne twee vensters voor aan de straat
+uitwerpen en een groot uitstekend winkelraam in de plaats stellen. Op de
+ruiten liet hij in roode verf allerlei Fransche berichten schilderen. In
+het midden stond: /A la botte sans couture. Magasin de bottes et souliers
+de Paris/[4];--eene leugen, vermits hij voornemens was de schoenen en
+laarzen zelf te maken. Wat lager pronkte er voor het glas eene print,
+waarop men een persoon verbeeld had, die door de wederspiegeling der zon in
+eene geblonkene laars aan beide oogen stekeblind wordt; en boven dit
+meesterstuk van kwakzalverij kon men deze woorden lezen: /Véritable cirage
+anglais/[5];--nog eene leugen, want het was altijd zijn oude blink, dien
+hij zelf maakte. De klanten verloren daar toch niets bij; het verschil was,
+dat hij zijnen blink nu viermaal duurder dan te voren deed betalen. Verder
+op de hoekruiten stond: /Souliers en caoutchouc/, /Poudre de savon/,
+/Semelles de liège/, enz.[6]
+
+Toen meester Van Roosemael van de koorts genezen was en voor de eerste maal
+met langzame stappen zijne straat doorwandelde, viel zijn gezicht op het
+nieuwe vensterraam van den schoenmaker. Hij bleef plotseling staan, wreef
+zijne oogen als iemand, die door den slaap bekropen wordt, en bezag al de
+huizen één voor één en met verbaasdheid, gelijk een vreemdeling, die
+verloren geloopen is.
+
+«Wat is dat?» dacht hij in zich zelven. «Dat is toch de winkel van meester
+Spinael niet. Zou hij verhuisd zijn, zonder dat ik het geweten hebbe?
+Alweder eene Rat, die hier den Piro[7] komt uithangen en de menschen gaarne
+wat zemelen in de oogen zou werpen, om des te beter bankroet te kunnen
+spelen, als het schaap binnen is. Maar hij zal mij toch niet vangen.....»
+
+Terwijl Van Roosemael dus in gepeinzen dwaalde, kwam er een heer van binnen
+uit den schoenmakerswinkel op den dorpel staan. Deze was fraai gekleed, met
+eene paletot van ruitengoed, eene chocolaadkleurige broek, een wit
+ondervest en eenen zoogezegden gouden ketting voor de borst, waaraan een
+uurwerk of een kijkglas moest gehecht zijn. Dikke bakkebaarden van blinkend
+zwart haar omvingen zijn gansche aangezicht; zijn hoofd was kunstmatig
+opgedaan en geleek wonderwel aan die wassen poppen, welke men voor de
+vensters der paruikmakers ziet.
+
+«Ha!» dacht Van Roosemael, «daar is de Rat. Het is zonde van zulken knappen
+vent!»
+
+Maar de nieuwe gebuur kwam rechtstreeks op hem aan, en op zijnen schouder
+kloppende, sprak hij:
+
+«Gij zijt genezen, vriend Roosemael?»
+
+De verbaasde man herkende de stem van Spinael; hij ging twee stappen
+achteruit, bezag zijnen vriend van hoofd tot voeten, en dan eerst zeide hij
+eenvoudiglijk:
+
+«Wat zijt gij schoon, eh!--Hebt gij den grooten prijs in de loterij van
+Rusland gewonnen? Hebt gij misschien een erfdeel gedaan? Proficiat dan, ik
+wensch u geluk..... Nu, ik heb immers mijn geheele leven lang gedacht, dat
+gij ros haar hadt!»
+
+Spinael glimlachte met eene soort van slim medelijden en antwoordde,
+terwijl hij zich eenen zekeren lossen toon gaf, die gewoonlijk /Fransche
+chique/ genoemd wordt:
+
+«Van Roosemael, mijn vriend, gij zult nooit rijk worden, gij. De wereld is
+veranderd, niemand laat zich tegenwoordig vangen zonder lokvinken of zonder
+vogelteer. /Slechte waar, goed voorgezet, is half verkocht./ Wie van de
+Vlaamsche burgers moet leven, slaaft tot zijne oude jaren, eer hij mag
+zeggen: /ik ben binnen/! Zij zijn te houvast, vriend, en willen goed leder
+en goed werk voor eenen nauwen prijs. Spreek mij van de Fransche jonkheid;
+daar is vet op, alle maanden een paar laarzen, duur betaald en licht
+gemaakt.»
+
+De verstomde Van Roosemael wist niet, of hij waakte of sliep. Hij voelde
+zijne ooren tuiten van die zonderlinge taal en was genoeg genegen om te
+denken, dat Spinael zijne vijf zinnen niet meer bezat.
+
+«Maar,» viel hij hem in de rede, «ik heb nog al hooren zeggen, dat die
+Fransche windmakers dikwijls vergeten te betalen. Let gij maar op; daar
+staan bij mij nog al eenigen van die overvliegers in het krijt, en scheer
+dan al waar geene wol is. /Liever oordje zeker en het geweten zuiver./»
+
+«Oude praat, vriend,» antwoordde de schoenmaker, «wij zullen elkander
+binnen twee of drie jaren spreken, als het God belieft, en dan zullen wij
+eens zien, wie het verste zijn zal. Mijn zoon Jules is naar Parijs om
+zijnen stiel te leeren: daar verwacht ik veel van.»
+
+«Wie is er naar Parijs, zegt gij? Jules? Ik dacht, dat ik de peter van uwen
+eenigen zoon was, en dat hij Jan heette gelijk ik?»
+
+«Welnu, ja, Jan is naar Parijs; maar hij heeft zijnen gemeenen naam
+veranderd en heet nu Jules: dat is veel treffelijker, en mijne dochter, die
+deze week uit het pensionaat gekomen is, noemt zich Hortense. Ik zeg u dit
+slechts, omdat gij hen niet in tegenwoordigheid mijner klanten Jan en
+Trees zoudt heeten.»
+
+Meester Van Roosemael schudde het hoofd met twijfel, bezag beurtelings de
+opschriften van het vensterraam en de verschillende kleedingstukken van
+zijnen vriend, en sprak dan op half schertsenden toon:
+
+«Ik geloof niet, dat gij het wel voor hebt, meester Spinael! Ik heb er al
+zoovelen langs dien weg zien om zeep gaan[8] en die te voren nog al vast in
+hunne schoenen liepen; dan, ieder is meester van te doen wat hij wil,--het
+zijn mijne zaken niet, en daarmede is het uit!--Zeg, gij vergeet misschien,
+dat het dezen morgen Kamer is van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw.
+Gaat gij niet mede?»
+
+«Broederschap van Onze Lieve Vrouw!» riep Spinael bijna spottend. «Ik ben
+geen lid meer, vriend. Iemand, die voor het groote /Theater/ werkt, gelijk
+ik, die mag met geene flambouw in de processie meer loopen. Waarlijk, het
+zou niet staan.»
+
+«Goeden dag dan!» morde Van Roosemael op droeven toon, en hij liet den
+verfranschten schoenmaker voor zijne deur staan.
+
+Eenigen tijd daarna kwam Spinael bij den winkelier, en, na veel gepocht en
+gestoft te hebben over den schoonen gang zijner zaken, sprak hij van eene
+groote partij leder, welke hij te koop wist bij eenen huidvetter, die
+oogenblikkelijk geld noodig had. Hij heette het eene /brillante affaire/[9]
+en deed zooveel met zijne nieuw aangeleerde treken, dat de eenvoudige man,
+in gedachtenis hunner vriendschap, hem vijfhonderd gulden wisselgeld
+leende, op drie maanden te betalen. Van Roosemael deed zich terzelfder tijd
+de maat nemen voor een paar nieuwe schoenen. De schoenen borsten den
+achtsten dag aan stukken, en in plaats van zijne vijfhonderd gulden kreeg
+de winkelier wat schoonen praat en oneindig veel beloften.
+
+Dit laatste punt verwekte eene stille vijandschap tusschen de twee geburen,
+die voorts elkander niet meer aanspraken. Hunne beide kinderen deelden
+echter niet in deze verwijdering en bleven elkander dagelijks bezoeken.
+
+[1] Peter Pot, een edelman, stichtte te Antwerpen in het jaar 1433 het
+klooster van St.-Salvator, dat men gemeenlijk /Peter-Pots-klooster/ noemde,
+en dat in 1575 door de beeldenstormers tot den grond werd afgebrand. De
+talrijke afstammelingen van dezen edelman, nu meest geringe burgers, heet
+men de /Potten/.
+
+[2] De vreemde gelukzoekers, die, uit armoede hun vaderland verlatende in
+België komen en daar door uitwendige pracht en ijdel gesnork willen doen
+gelooven, dat zij /iets/ zijn, noemt men te Antwerpen met den zonderlingen
+naam van /Ratten/; maar dewijl de meesten dezer kwakzalvers ons uit het
+Zuiden toekomen, begint het volk dezen spotnaam nu uitsluijtelijk toe te
+eigenen aan de leden eener enkele groote natie.
+
+[3] Eene wandeling buiten Antwerpen.
+
+[4] In de laars zonder naad.--Magazijn van laarzen en schoenen van Parijs.
+
+[5] Waarachtige Engelsche blink.
+
+[6] Ezelsooren-schoenen, Zeeppoeder, Kurken zolen, enz.
+
+[7] Pierrot, een vastenavondzot, die met zemelen werpt.
+
+[8] /Om zeep gaan/ beteekent tot armoede vervallen.
+
+[9] Eene veelbelovende zaak.
+
+
+
+
+II
+
+GOEDE RAAD, SLECHT BESLUIT
+
+
+Sedert de dochter van Spinael uit het pensionaat gekomen was, had Siska Van
+Roosemael veel van hare zuivere eenvoudigheid verloren. Zij had reeds veel
+te dikwijls bij den toog van het schoenenmagazijn gezien, hoe de
+verfranschte jonkheid met lossen zwier hare vriendin liefkoosde, en hoe
+zij, met lonken en pinken, daarop wist te antwoorden /in de schoone en
+lieftallige Fransche taal/. Onnoozel nog, en niet wetende wat vuile
+wulpschheid onder zulke geveinsde liefdewoorden verborgen ligt, werd zij
+meer dan eens rood van schaamte, wanneer de eene of andere windmaker haar
+in gebroken Fransch aansprak en dat zij niet als hare vriendin kon
+antwoorden. Hierom vroeg zij dagelijks aan hare moeder om ook naar het
+pensionaat te mogen gaan. Vrouw Van Roosemael, die hare dochter met
+verblindheid beminde, had insgelijks met nijd gezien, dat Hortense, of
+liever Trees Spinael, alhoewel bijna leelijk zijnde, al de oogen tot zich
+trok, en dat hare arme Siska er verschrikkelijk gemeen uitzag nevens de
+opgepronkte dochter van den meester-schoenmaker. In haren moederlijken
+hoogmoed dacht zij, dat het niet betaamde haar kind langer te laten
+achteruitstaan voor eene, die minder was dan zij. Na eenige maanden
+hierover aan de ooren van haren man gezaagd te hebben, werd er besloten,
+dat Siska naar het pensionaat zou gaan, maar dat men eerst den ouden
+Pelkmans over dit gewichtig punt zou raadplegen.
+
+Deze Pelkmans was de dokter of geneesheer van het huisgezin, gelijk zijn
+vader de dokter der vorige Van Roosemaels geweest was. Dikwijls had hij
+door zijnen wijzen raad den winkelier in moeilijke zaken bijgestaan; maar
+wat hem het meest door de beide ouders deed beminnen, was, dat hij Siska
+tweemaal in ontstekende ziekten, en laatst nog tijdens den cholera-morbus
+van eenen gewissen dood gered had. Zij hadden in hunne dankbaarheid
+begrepen, dat de dokter hierdoor eenig recht op het leven en op de toekomst
+hunner dochter gewonnen had, en beslisten nooit iets, dat haar aanging,
+zonder zijnen raad te vragen. Dan, daarin deden zij zeer wel; want de oude
+Pelkmans was een wijs en geleerd man, die den loop der wereld goed kende en
+alles met Vlaamsche bezadigdheid in stilte naspeurde en doorgrondde.
+
+Op den gestelden dag zat de dokter, met vader en moeder Van Roosemael, in
+eene kamer achter den winkel, en het gesprek werd door meester Van
+Roosemael dus begonnen:
+
+«Dokter Pelkmans, mijne vrouw wil volstrekt hebben, dat Siska naar een
+Fransch pensionaat gezonden worde. Wat mij betreft, ik ben er al lang tegen
+geweest, maar de tranen van Siska hebben mij eindelijk van gedachte doen
+veranderen.»
+
+«Naar eene Fransche kostschool?» vroeg de dokter verwonderd. «Naar een
+Fransch pensionaat? Er zijn immers goede scholen genoeg in de stad, en zoo
+kan men ten minste dagelijks zien, of het schaap niet verloren loopt.»
+
+«Och, och!» riep de moeder lachend en met eene soort van misprijzen. «Wat
+is er op de scholen in de stad te leeren? Breien, naaien, lijnwaad
+teekenen, hemden snijden, cijferen--en Vlaamsch, dat ieder toch kent! Zie
+de dochter van Spinael eens: dat gaat /blok/ weg en komt /juffrouw/ terug;
+dat spreekt Fransch, dat is beleefd, dat wordt van alle deftige lieden
+aangehaald..... Zij heeft maar te kiezen met wien zij wil fortuin doen.»
+
+De dokter trok de schouders op en schudde het hoofd met nadenken. Hij
+antwoordde:
+
+«Gij bedroeft mij, vrouw Van Roosemael; ik begrijp niet, wat kwade geest u
+aanblaast en uw gezond oordeel eensklaps heeft vernietigd; de deftige
+lieden, waarvan gij spreekt, zijn wat kleermakers, wat komedianten en wat
+magere klerken, die naar den schoenmakerswinkel komen, gelijk de vliegen
+naar eenen kop broodsuiker. Ik ken Hortense Spinael, en ik mag u zeggen,
+dat ik de helft van mijn goed zou willen verliezen, om te beletten dat
+Siska haar ooit gelijke. Zult gij dat eenvoudig, dat schoon en zuiver kind
+laten bederven; haar van godsdienst, van goede zeden en van Vlaamsche
+rechtzinnigheid aftrekken, om er eene lichte en wulpsche /coquette/[10]
+van te maken? Pas op! Misschien zal mijn raad hier onmachtig zijn; maar dan
+zult gij u de ooren krabben, indien wij het geluk hebben nog wat te leven.»
+
+De twee ouders waren door de strenge woorden des dokters verschillend
+getroffen; beiden glimlachten: de vader van vreugd, omdat hij voorzag, dat
+de dokter overwinnen zou; de moeder van spijt. Zij gaf niet ten onderen en
+riep:
+
+«Dokter, dokter, gij snijdt er te sterk door! Ik weet wel, dat gij eenen
+haat hebt tegen al wat Fransch is; maar wij zijn van de oude wereld, man.
+Het gaat er nu zoo niet meer.....»
+
+«Vrouw Van Roosemael,» viel de dokter in, «gij wilt mij niet verstaan. Het
+is mijne gedachte niet, iemand te beletten vreemde talen te leeren, en dit
+kunt gij genoeg bemerken aan mijnen zoon Lodewijk, die op de Hoogeschool
+is. Kan hij geen Fransch? Ja, en wat beter, hoop ik, dan de jonge
+weetnieten, die het hoofd van Hortense Spinael op den hol helpen en u de
+oogen uitsteken, vrouw Van Roosemael. Gij moet mij zoo niet bezien:
+weetnieten, ja! Wat kennen zij? Wat straatfransch, dat zij dikwijls nog
+onbarmhartig martelen; hunne moedertaal kennen zij ook niet, en wat de
+nuttigste wetenschappen aangaat, daarvan zijn de namen zelfs hun onbekend.
+Al hunne geleerdheid bestaat in Franschen wind, in woorden en gezegden, die
+zij hier en daar uit gazetten of uit romans opvisschen. Daarvan spinnen zij
+een hol en ijdel gerammel aaneen en verkoopen dit aan onkundige menschen
+voor Fransche geleerdheid! Maar gij maakt mij gram: wij geraken van ons
+onderwerp. Laat ons elkander beter verstaan. Ik zeg u dan, en luistert wel
+op mijne woorden: er zijn goede kostscholen, maar oneindig meer slechte
+zijn er. De goede zijn die, waar de meesteressen, hunne heilige zending
+verstaande, een nuttiger doel hebben dan dat van eene dochter met een
+wereldsch vernis te beglanzen ten koste harer godsvrucht en harer
+eerbaarheid; waar de meesteressen samenspannen en altijd en overal waken om
+het vreemde vergif af te weren, de ijdelheid te bestrijden en de dartelheid
+te bevechten;--waar men weet, wat goede hoedanigheden in de Vlaamsche
+inborst hunne wortelen hebben, en hoe gevaarlijk het is dien zuiveren grond
+te verfranschen; in één woord, waar men zich niet voorstelt, modische
+juffers, maar wel nuttige en waardige huismoeders te maken..... Is het nu
+naar zulk eene kostschool, dat gij Siska zenden wilt, zoo heb ik er niets
+tegen: verre van daar, ik zal er blijde om zijn. Alles hangt af van de
+keus, die gij gaat doen. Ik weet het: meest al de Fransche pensionaten zijn
+nesten van bederf en van zedenverlies; nogtans de goede zijn licht te
+vinden, als men ze maar zoeken wil. Indien gij het verlangt, ik zal er u
+een aanwijzen. De kostschool van X..... bij voorbeeld?»
+
+«Ja, het pensionaat van X.....!» riep de moeder, «ik dacht het wel. Neen,
+dan kan Siska ook wel te huis blijven. Zie Anna Van Straten eens. Zij is op
+die kostschool geweest: na drie jaren is zij teruggekomen, gelijk zij er
+naar toe gegaan was. Zij is wel braaf en zedig, ik hoor wel zeggen, dat zij
+geleerd is en alles kent, wat een goed huishouden aangaat; maar dat kan men
+immers overal leeren? Daarom moet men naar geene kostschool gaan!»
+
+«En waarom moet men er dan naar toe gaan, moeder Van Roosemael? Ik versta u
+genoegzaam: om verfranscht te worden, niet waar? Om gelijk Hortense
+Spinael, te leeren dartelen en zedeloos te worden; om zich boven zijnen
+staat te leeren kleeden en, tot verergernis van iedereen, de modepop en de
+lichtvink te kunnen uithangen?»
+
+«Maar, dokter,» bemerkte vader Van Roosemael, «indien de meeste pensionaten
+de kinderen bederven, hoe komt het dan, dat alle rijke menschen, die toch
+ook niet dom zijn, hunne dochters er naar toe zenden?»
+
+«Verstaat mij wel, mijne vrienden,» hernam de oude Pelkmans met verkalmd
+gemoed, «elke stand der samenleving heeft zijne wijze van denken en zijne
+zeden. Hetgeen goed, eerbaar en nuttig is voor een edelmanskind, is
+dikwijls slecht, oneerlijk en schadelijk voor het kind van eenen winkelier.
+Het kwaad der opvoeding, welke men in zulke pensionaten aan de meisjes
+geeft, ligt bovenal hierin, dat men er de dochter van eenen schoenmaker of
+van eenen beenhouwer, van eenen edelman of van eenen rentenier dezelfde
+gedachten inboezemt,--en aan die, welke bestemd zijn om te werken, eene
+zelfde opvoeding geeft met degenen, welke nimmer iets anders zullen moeten
+doen dan hun verstand gebruiken om zich in de weelde niet te verdrieten.
+Zoo bederft men de maatschappij in haar gronden: ieder meisje wil juffrouw
+zijn, en met de pracht komen luiheid, geldverkwisting, zedeloosheid en nog
+erger. Men maakt Fransche /coquetten/ met den hoop, maar Vlaamsche
+arbeidzame huisvrouwen? Geen enkele!»
+
+Nu stond vader Van Roosemael eensklaps van zijnen zetel op en sprak met
+besluit:
+
+«Toe, toe! Gij zijt veel te goed, dokter, om zoolang daarover te willen
+redeneeren. Gij hebt gelijk, en Siska zal naar het pensionaat van X.....
+gaan, of zij zal te huis blijven, indien het waar is, dat ik hier meester
+ben. Die vrouw met haar Fransch! Zoudt ge niet zeggen, dat wij gebrek
+hebben geleden en achteruit zijn geboerd, omdat wij onze moedertaal
+spreken? Ik zeg: goed is goed, en wie goed beter wil maken, zie ik voor een
+botten ezel aan.--En, om het kort te maken, Siska blijft te huis!»
+
+Maar de brave man had zonder zijnen waard, of liever zonder zijne vrouw
+gerekend. Deze riep met gramschap:
+
+«Hola, zoo gauw niet, Van Roosemael! Het schijnt dat gij vandaag wat vele
+noten op uwen zang hebt. Zit maar neder en maak u geen kwaad bloed, man.
+Dokter, zeg mij eens, wat groote zonde zou het nu zijn, dat onze Siska zoo
+beleefd was en zoo goed Fransch kende als een edelmanskind? Of zou zij daar
+een haar slechter om zijn?»
+
+Op deze vraag verstond de dokter, dat hij tegen een genomen besluit en
+tegen de vrouwelijke koppigheid te worstelen had; daarom veranderde hij van
+toon, gaf aan zijne stem meer ernstigheid en antwoordde:
+
+«Neen, indien zij in het pensionaat, dat gij bedoelt, beleefdheid en
+nuttige kennis alleen kon verkrijgen; maar gij weet niet, moeder, wat de
+meisjes in zulk pensionaat van hunne meesteressen, doch bovenal van
+elkander leeren. Wil ik het u zeggen? Luister dan, het zijn droeve
+waarheden:--men leert er Fransch ja; maar met de Fransche taal leert men er
+ook Fransche treken. Bij voorbeeld: hoe men oogkens en gezichtjes zal
+trekken en zijn mondje zal toenijpen om bevallig en beminnelijk te
+schijnen; hoe men ten voordeele eener romantische, dat wil zeggen geheime
+liefde, zijne ouders bedriegen zal; hoe men zich het hoofd vol geest- en
+lichaamuitputtende minnebeelden zal steken: hoe men zich met pommades van
+allerlei reuken zal bestrijken; hoe men het haar /à la neige/, /en
+tire-bouchons/ of /à la chinoise/ zal krullen[11]; hoe men zich kleeden zal
+/en négligé/, /en robe de ville/ of /en costume de bal/[12]; hoe men buigen
+en neigen zal volgens den staat der menschen: diep voor eenen rijke, bijna
+niet voor eenen burger en in het geheel niet voor een gering mensch.--Men
+leert er zotte Fransche liedekens, die, onder den naam van romancen, de
+driften te vroeg doen ontgloeien en aan een onwetend kind woorden en dingen
+leeren, die het niet weten mag;--in één woord, liederen, die onder een
+gulden bekleedsel voor jonge meisjes niets zijn dan zedenbederf, vergif en
+vuiligheid..... Is dit kennis, die een Christenmeisje, die eene
+burgerdochter betaamt?»
+
+De dokter zag op dit oogenblik met blijdschap, dat zijne woorden indruk op
+zijne beide aanhoorders deden, en inderdaad, zij hielden hunne oogen strak
+in de zijne gevestigd en schenen beweegloos, alsof de zware stem van den
+ouden redenaar hen had verpletterd; willende het kind, dat hij beminde,
+geheel van de verderving bevrijden, ging hij voort op nog meer
+nadrukkelijken toon:
+
+«En door het overdrijven van een onnatuurlijk en onverzadelijk
+liefdegevoel, wordt het hart dier jonge dochters dor en ledig; hunne ouders
+worden knorrepotten van de andere eeuw, oortjesdood! Hunne echtgenooten,
+die zij droogzakken en vijanden van het vermaak noemen, gelijken niet aan
+hunne ingebeelde jonkers en ridders; zij kunnen nimmer hunnen man oprecht
+beminnen; zij breken hunne trouw en spotten met al de wetten der
+eerbaarheid. Kendet gij het nest, waaruit al deze schoone zaken gesproten
+zijn! Wist gij, wat modderpoel van goddeloosheid en zedenbederf dat Parijs
+is, welks levenswijs gij uwe dochter wilt doen aanleeren! Beziet Hortense
+Spinael! Wat is zij anders dan eene wulpsche /coquette/, die met vijftig
+onkuische jongelingen te gelijk liefdewoorden spreekt, zich de ooren vol
+ijdelen klap laat blazen en dagelijks dingen hoort, die mijn berimpeld
+voorhoofd onder mijne grijze haren zouden doen rood worden, eene Dante, die
+nu reeds hare goede faam verloren heeft. Wat zal er van haar geworden?
+Fortuin doen? Neen, neen; zij zal zoolang met het vuur spelen, totdat zij
+zich brandt, en dan is het dartelen gedaan..... Van iedereen veracht en
+verfoeid, zal zij dan in tranen het overige van haar leven slijten en te
+laat eene eerbaarheid betreuren, die onwederroepelijk geschonden
+blijft.--O, mijne vrienden, is dit het lot, dat gij uw eenig kind, uwe
+goede Siska, wilt doen ondergaan? Zult gij voor God durven verschijnen,
+wanneer gij de zaligheid van uwe dochter met hare zeden zult hebben
+verspeeld, om anderen in de Fransche boosheid na te apen? Wilt gij ze
+verwijzen tot een leven van berouw en van wroeging, tot het storten van
+bloedtranen over hare geschondene eerbaarheid? O, zegt mij neen, ik bid u!»
+
+Hier borst vader Van Roosemael in tranen los; hij wilde spreken, doch kon
+in het eerst niet, zoozeer verkropte hem de angst, dien het voorgeschetst
+lot van Siska hem had ingeboezemd. Hij stond op, vatte de hand van den
+dokter en riep eindelijk:
+
+«Dank, dank, vriend. Uw wijze raad zal hier gevolgd worden; ik versta wel,
+dat mijne vrouw onze Siska naar het pensionaat van Hortense Spinael wil
+zenden; maar dat men er niet meer van spreke, hoort gij, vrouw, of ik zal u
+laten zien, dat uwe koppigheid slechts zoolang duren kan, als ik het wil
+verdragen!»
+
+De vrouw begreep aan de klemmende stem van haren man, dat hij ditmaal de
+zaak ernstig meende; zij antwoordde koelbloediglijk:
+
+«Nu, nu, zwijg er maar van. Gij moet daarom niet weenen. Dat Siska dan al
+te huis blijve, en zie, dat gij zelf er iets van maakt!»
+
+Deze woorden bedroefden den dokter; hij begreep genoegzaam, dat moeder Van
+Roosemael niet bekeerd was, en bracht nog vele en verschillende redenen in
+tegen haar gevaarlijk voornemen. Eindelijk begon hij te gelooven, dat hij
+had gezegepraald en nam zijn afscheid, half vergenoegd en half droef.
+
+Omtrent drie maanden later zag de dokter eens van verre meester Van
+Roosemael hem te gemoet komen. De man zag er ongemeen treurig uit en ging,
+tegen zijne gewoonte, zeer langzaam voort, alsof hij uit eene zware ziekte
+ware opgestaan. De oude Pelkmans, hem genaderd zijnde, vatte hem bij den
+pols en sprak;
+
+«Niet ziek, hoop ik? Er scheelt toch iets aan; uw pols slaat zoo langzaam.
+Wat hebt gij, vriend?»
+
+De goede Van Roosemael sloeg zijne oogen op, en terwijl twee tranen op
+zijne wangen vielen, zuchtte hij:
+
+«Siska is naar het pensionaat!.....»
+
+«Dit is niet erg,» bemerkte de dokter, «maar naar welke kostschool is zij?»
+
+«Naar het pensionaat van Hortense Spinael! Word niet boos op mij, vriend
+Pelkmans; het is mijne schuld niet. De duivel heeft mijn huishouden twee
+maanden lang overhoop gezet, eer ik heb toegestemd; maar den zaag, den
+twist en het weenen van moeder en dochter kon ik niet langer uitstaan; ik
+ben er zuiver mager van geworden.»
+
+Een gevoel van droefheid kwam het hart des dokters vervullen; dan, hij had
+medelijden met zijnen vriend en antwoordde glimlachend:
+
+«Meester Van Roosemael, de oude Grieken schrijven van eenen wonderbaren
+held, dien zij /Hercules/ noemen. Deze heeft vele reuzenwerken uitgevoerd:
+rotsgebergten gekloofd, stroomen verdraaid, wilde stieren den nek
+omgewrongen, slangen platgenepen, ja, zelfs eenen draak met zeven hoofden
+den hals gebroken; maar dat hij in zijn geheele leven een vrouwenhoofd zou
+gebroken hebben, dit heeft men niet durven schrijven. Waarom zouden wij
+het dan kunnen?--Troost u toch, ik heb alles ten ergste opgegeven; het zal
+er waarschijnlijk zoo slecht niet gaan als wij denken, en in alle geval,
+Siska komt toch alle jaren tweemaal naar huis: dan zullen wij het kwaad al
+vroeg kunnen tegenhouden, indien wij het bemerken.»
+
+De vader glimlachte troostvol en blij: hij drukte met dankbaarheid de hand
+des dokters en vervorderde zijnen weg met versnelde stappen.
+
+[10] Door het woord /coquette/ verstaan de Franschen eene mannenzottin, die
+zich met niets bezig houdt dan met modekleederen, pommades, blanketsel,
+geveinsden liefdezang, Fransche complimenten en anderen wind;--die,
+getrouwd of ongetrouwd, Jan en alleman tot vrijers zou willen hebben, en in
+de wereld niets veroorzaakt dan ergernis, huistwist en zedenbederf.
+
+Voortijds was dit soort van vrouwen in de Vlaamsche landen onbekend; ook
+bestaat er in onze moedertaal geen woord, dat met /coquette/ overeenkomt.
+Wij hebben wel /Lichtvink/, /Dante/ en nog een ander zeer bekend woord, dat
+ik niet zeggen wil; maar deze benamingen worden niet toegepast dan op
+/coquetten/ der geringste klasse. Te Antwerpen zegt men nog wel, sprekende
+van eene juffer, wier goede faam niet zwaar weegt: het is een /haantje/!
+Zou dit het woord /coquette/ niet zijn?
+
+[11] Verschillende wijzen van het haar op te doen: op zijn sneeuwsch, op
+zijn kurketrekkersch, op zijn Chineesch.
+
+[12] Verschillende wijzen van kleeden: een morgenkleed, een wandelkleed,
+een balkleed.
+
+
+
+
+III
+
+HOOG VLIEGEN, DIEP VALLEN
+
+
+Siska was met nette burgerkleederen en eene welvoorziene kist vol nieuw
+lijnwaad naar de kostschool vertrokken; maar niet lang bevond zij zich
+daar, of zij begon onder allerlei voorwendsels en met schoone woorden om
+geld te schrijven. Haar eerste brief ving in dezer voege aan:
+
+«Lieve en welbeminde Mama,
+
+Ik ben het slechts gekleed van het geheele pensionaat; de andere
+mammezellen lachen mij uit en zeggen, dat ik eene boerin ben. Ik doe niets
+dan krijschen en ik heb veel verdriet en ik zal ziek worden, allerbeste
+mama, als gij geene /compassie/ met uwe ongelukkige Siska hebt. De dochter
+van den coiffeur, die papa komt scheren, is hier ook op het pensionaat, en
+die is wel gekleed in het satijn en in de zijde gelijk de anderen; ik
+alleen loop met een licht katoenen kleêken en heb geenen hoed of geene
+bottinnen, dat ik heel krom geworden ben van schaamte en van met mijne
+oogen naar den grond te gaan. Ik word bleek en mager, en ik zal zeker ziek
+worden, lieve mama, als ik nog langer de verstootelinge van het pensionaat
+moet zijn.--Ik ben al in den /Télémaque/, en ik kan al zoo schoon dansen,
+dat de andere mammezellen er jaloersch over zijn.
+
+De complimenten aan papa.
+
+ Uwe getrouwe dochter tot in den dood,
+ Eudoxie van Roosemael.»
+
+De moeder durfde dezen brief aan haren man niet toonen. Zij gevoelde wel,
+dat daarin de voorteekenen lagen van het kwaad, dat dokter Pelkmans had
+aangewezen: er heerschte reeds een toon van lichtvaardigheid in; het einde
+scheen haar uit een minnebrief ontleend te zijn, en met droefheid poogde
+zij de uitlegging te vinden van het woord /Eudoxie/, dat zij eindelijk
+aanzag als de vertaling van den voornaam /Siska/. Uit medelijden tot hare
+dochter zond zij haar tweemaal zooveel geld als deze zou hebben durven
+verwachten. Dit geschiedde meer dan eens: Siska bezat nu alreeds de kunst
+om zoogezegde onnoozele leugens aaneen te knoopen, en de liefde harer
+moeder uit te persen als eene spons. Men zou zich kunnen verwonderen over
+deze spoedige verandering;--maar was zij dan alleen? Had zij in hare
+gezellinnen niet meer dan honderd leermeesteressen, die haar door woorden
+en voorbeelden in al de aardige en grillige ondeugden der luiheid en der
+wulpschheid onderwezen? O, dit deel harer Fransche opvoeding was
+onmiddellijk voltrokken. De eerste maand had zij een zijden kleed met
+gewatteerde borst: het was de mode; de tweede maand eenen satijnen hoed
+met bloemen; de derde een zonnescherm of /parasol/; de vierde een kleed met
+ontblooten hals; de vijfde gebruikte zij pommade en amandelmelk, en had
+ergens een zeer klein doosken verborgen, waarin zij van tijd tot tijd den
+vinger eens stak en dan hare blozende wangen met een schaamloos rood
+bestreek, alleenlijk maar om eens te beproeven, hoe zij er dan zou uitzien.
+Was dit geene zeer eerzame opvoeding, zooals de burgerdochters er eene
+moeten ontvangen?
+
+Ja, maar de zesde maand nadert met snelle stappen, en het zal verloftijd of
+/vacantie/ zijn. Wat zal de dokter zeggen, als hij Siska zal zien met
+wulpsche kleederen, met een welriekend voorhoofd, met een genepen mondje en
+een altijd lachend gezichtje? Zal hij dat vrouwelijk hart kunnen
+doorgronden en zien, wat zaden van bederf er in ontkiemen? Voorzeker, dit
+zou hij hebben kunnen zien; maar op het oogenblik dat Siska gereedstond om
+naar het pensionaat te vertrekken, had hare moeder geheimelijk gezegd:
+
+«Let op, Siska, dat gij nu wijs zijt,--en als gij met schoolverlof komt,
+wees dan niet te wild of te hoovaardig; want zoo dokter Pelkmans dit
+bemerkt, zal uw vader u niet meer laten teruggaan.»
+
+Deze woorden waren niet in het oor van een doove gesproken. Siska had met
+hare gezellinnen dikwijls er om gelachen en geraadpleegd, hoe men /dokter
+moeial/ zou bedriegen.
+
+Zij kwam dan op eenen namiddag met hare moeder, die haar was gaan afhalen,
+aan de deur van den winkel afgestapt. Is dat wel de Siska, die wij kennen?
+Zie, wij misgrepen ons: zij draagt een zedig burgerkleed; het haar
+platgestreken, zonder krullen, geenen hoed, geene pommade en met het hoofd
+gebogen en de oogen nedergeslagen! Men zou zeggen: het is /Truiken roert
+mij niet/. De dokter ondervraagt haar; zij antwoordt zoo eenvoudiglijk, zij
+is zoo stil en zoo weinig van spreken, dat hij zich verloren geeft..... En
+Siska mag naar het pensionaat wederkeeren.
+
+ * * * * *
+
+Terwijl de dochter van meester Van Roosemael de verfranschte opvoeding
+genoot, ging het niet zeer wel met den winkel en het huisgezin van meester
+Spinael. De Fransche jonkheid betaalde zeer zelden, en bij het einde van
+elk tooneeljaar lichtten al de komedianten den voet, welvoorzien van
+onbetaalde laarzen en schoenen. Hortense bracht er ook al een aardig
+geldeken door in kleederen en snoeperijen; misschien gaf zij somtijds wel
+iets weg aan hare kale vrijers. Kort gezegd: meester Spinael stak in de
+schuld tot over de ooren; zijn huis was reeds belast met eene zware rente.
+
+In dezen droeven toestand begonnen de oogen van den schoenmaker open te
+gaan; de plakkaart, waarop de glans eener laars den aanschouwer verblindt,
+lag reeds lang gescheurd op den zolder, en er stond slechts nog een
+opschrift op het vensterraam: /Magasin de souliers/, en daaronder
+/Schoenenmagazijn/. Maar de Vlaamsche klanten hadden den weg tot zijnen
+kwakzalverswinkel vergeten; de te vroeg geborsten schoenen lagen hun nog in
+het geheugen..... En meester Spinael met zijne paletot, zijne
+chocoladekleurige broek en zijnen spinsbekken ketting, wist niet meer van
+wat hout pijlen te maken: hij was er doorgetobd, de vent!
+
+De ondeugd is door hare natuur alleenheerschend; wanneer zij eens de baan
+tot het hart gevonden heeft en daar met vriendschap wordt ontvangen, wil
+zij het geheel alleen bezitten en rukt, tot den laatsten toe, al de
+wortelen der ingeboren deugden uit. Niets weerstaat aan hare onophoudende
+bevechting; alle gevoelens van rechtvaardigheid en plicht werpt zij uit
+hare woning, en zij neemt bezit van den mensch als van eenen slaaf. Dit
+ondervond meester Spinael op eene verschrikkelijke wijze. Hij was nu in
+zijne zaken tot het uiterste punt geraakt: overladen met schulden, arm en
+lijdend, betreurde hij zijne onvoorzichtigheid en poogde in de deelneming
+zijner dochter eenen troost te zoeken; maar van haar kreeg hij niets dan
+schandelijke verwijten, en ondanks het gebrek, waarin hij leefde, ging de
+ondeugende Hortense voort in allerlei verkwistingen en in schuld te maken
+om hare wulpschheid te voeden.
+
+Weinig tijds daarna kwam Jan Spinael, of liever Jules, zoo hij zich noemde,
+van Parijs terug; doch in stede van bij den schoenmakersdrieprikkel neder
+te zitten en zijnen ongelukkigen vader voort te helpen, had de jongen
+nergens trek naar dan naar schoone kleederen, koffiehuizen afloopen,
+biljart spelen, sigaren rooken en Franschen wind verkoopen. Hij ging met
+zijne zuster eene vloekbare samenspanning aan tegen den onmachtigen vader:
+zij deden hem zijn huis verkoopen en begonnen onder zijne oogen schoon
+weder te spelen met het weinige, dat er, na het afleggen der renten,
+overschoot. Allengs verviel meester Spinael tot dat punt van armoede, dat
+de kleederen en het gelaat deze komen verraden; zijne ellebogen staken door
+zijne mouwen; hij was vuil en onzindelijk, daar hij zelfs den moed niet
+meer had om pogingen tot het verbergen zijner ellende te doen. Zijne
+kinderen waren desniettemin schoon gekleed en leefden, met verachtelijke
+onbeschaamdheid, in weelde onder het oog huns vaders. Ongetwijfeld hadden
+zij van het geld een deel verborgen, om tot hunne dartelheid te gebruiken,
+en zij weigerden nu, doemelingen als zij waren, hunnen vader er deel in te
+geven.
+
+Op eenen Zondag, dat meester Spinael, uit schaamte voor zijne gescheurde
+kleederen, zelfs niet ter kerk had durven gaan, en dat hij, met de tranen
+in de oogen en met het hoofd gebogen, zijnen levensloop en de boosheid
+zijner kinderen overdacht, kwam er een jonge heer (/kleermaker of edelman,
+het was in zijnen persoon niet te onderscheiden/) naar Jules en Hortense
+Spinael vragen. Hij zag den droeven man voor den knecht des huizes aan en
+sprak in gebroken Fransch tot hem:
+
+«Garçon, va dire à M. Jules et à M^{lle} Hortense, qu'on les attend pour
+partir[13].»
+
+En alzoo de verbaasde Spinael den jonker roerloos, aanzag, viel deze
+onbeschoft tegen hem uit:
+
+«Ah ça, veux-tu bien m'annoncer, insolent valet[14]?»
+
+(/Deze woorden had hij geleerd uit de laatste VAUDEVILLE, die men op het
+THEATER had gespeeld./)
+
+Eensklaps werd Spinael ongemeen bleek en beefde schrikkelijk; zijne oogen
+schoten stralen vuurs op den jonker; maar deze, hierover vergramd, hief
+zijnen gaanstok in de hoogte en riep dreigend:
+
+«Maraud, je te rosserai[15]!»
+
+Een schreeuw van woede ontsnapte de borst van Spinael; hij stond op, vatte
+eenen spanriem van den grond, sloeg den jonker er mede in het aangezicht en
+wierp hem op de straat, eer hij den tijd had om een woord te spreken. Dan,
+nog bevende, sloot hij zijne deur toe en klom de trap op, om zijne kinderen
+te gaan vinden. Sedert lang had Spinael den moed niet gevonden om hun de
+minste verwijting toe te sturen: doch nu de woede hem bezielde, durfde hij
+het wagen, hun al de schandelijkheid van hun gedrag onder het oog te
+leggen. Hij vond hen in groot /toilet/, met /parasol/ en gaanstok in de
+hand, gereed om, volgens dat zij zeiden, met een gezelschap naar Brussel
+een speelreisje te gaan doen. De verwijten des vaders waren streng en
+drukkend, maar het misprijzen, waarmede deze godvergeten kinderen ze
+ontvingen, was oneindig. Hoe meer de gramschap des vaders klom, hoe
+onbeschaamder de kinderen werden, en nadat zij hem eenige oogenblikken
+hadden uitgelachen, wenschten zij hem spottend goeden dag en meenden uit te
+gaan.
+
+De vader, door zooveel boosheid in blinde razernij ontstoken, sprong voor
+de deur om hun den uitgang te beletten, en riep:
+
+«O, gij slangen, het is u niet genoeg mij tot den bedelzak gebracht te
+hebben, nog zoudt gij mij gaarne doen sterven door uwe spotternij! Niet
+genoeg is het, dat gij in schandelijke weelde de vruchten van mijn zweet
+verkwist, terwijl ik, als een bedelaar, zonder kleederen en zonder het
+noodige voedsel leven moet; niet genoeg, dat een schaamtelooze modejonker
+mij voor den knecht mijner kinderen aanziet en mij in het aangezicht spuwt,
+dat hij mij als eenen knecht zal slaan; niet genoeg, dat ik hier honger
+lijd en bittere tranen stort, terwijl gij in losbandige vermaken zwemt;--ik
+moet sterven als een hond, niet waar? Van iedereen veracht en door u
+verfoeid, in het graf zinken, zonder dat mijn dood een enkel gevoel van
+droefheid of van medelijden doe ontstaan! Maar het is gedaan: de maat is
+vol! Gij zult niet uitgaan; en zoo gij niet oogenblikkelijk deze
+weeldekleederen afwerpt, zal ik u onder mijn voeten verpletteren gelijk
+ongedierte, dat gij zijt!»
+
+[Illustration: En bezag den inkomende met stijve aandacht. (Bladz. 35.)]
+
+Een schaterende lach begroette des vaders toorn, en hij zag genoegzaam, dat
+zijne bedorvene kinderen noch aan zijne macht, noch aan zijnen wil geloof
+gaven. De zoon naderde stoutelijk tot bij de deur en poogde zijnen vader
+met geweld er van weg te rukken.....
+
+Hier volgde nu een tooneel van onnoemelijke boosheid, welks beschrijving
+ons walgt.
+
+Eenige oogenblikken later gingen Jules en Hortense Spinael de huisdeur uit;
+aan de roode kleur, die hunne aangezichten deed gloeien, en aan de moeite,
+welke zij aanwendden om hunne verkrookte kleederen te schikken, kon men
+genoeg bemerken, dat zij uit eene hevige worsteling kwamen; niettemin, zij
+lachten spottend als menschen die over eenen misprijsbaren vijand
+gezegepraald hadden, en namen weldra hunnen gang om het reisgezelschap te
+gaan vinden en in de hoofdstad zich aan dwaze vermaken te gaan overleveren.
+
+In tusschentijd was de ongelukkige vader bezig met het bloed te stelpen,
+dat hem van het aangezicht leekte.
+
+ * * * * *
+
+Eene maand later, op eenen Zaterdag, zat vader Van Roosemael in zijne
+achterkamer rekeningen uit een groot boek te schrijven; sedert meer dan een
+uur zocht hij met hardnekkigheid naar de drie /deniers/, die hem bij elke
+optelling ontsnapten. Zijn voorhoofd glom met het vuur der drift, en zijne
+hersens waren reeds duizelig geworden, toen hij met wanhoop uitriep:
+
+«Wel, wel, is dat zoeken! Al die posten, op de vingeren geteld, maken toch
+vijf en zestig guldens, acht stuivers en vijf deniers; en op dit
+schelmachtig papier kan ik slechts twee deniers krijgen! Ik kon de drie
+deniers wel laten schieten en ze verliezen, maar dit is de zaak niet; het
+moet uitkomen: ieder 't zijne, dan heeft de duivel niets! Nog eens
+gerekend!»
+
+Op dit oogenblik, dat Van Roosemael inderdaad opnieuw zijne drie deniers
+begon na te jagen, ging de deur der kamer open, en een man trad vreesachtig
+binnen; de winkelier sprong met verbaasdheid van zijnen stoel op en bezag
+den inkomende met stijve aandacht, doch zonder spreken. De man, die slechts
+twee stappen in de kamer waagde, was tot het uiterste punt van ellende
+vervallen: mager, bleek, met verward haar, gescheurde kleederen en gapende
+schoenen, stond hij daar als iemand, die om eene aalmoes komt bidden. Van
+Roosemael herkende hem in het eerst niet en zag hem met vragende blikken
+aan; onder zijn gezicht ontstelde zich de man, en twee tranen schoten hem
+blinkend onder de oogleden.
+
+«Meester Spinael, wat wilt gij van mij?» vroeg eindelijk de winkelier met
+mistrouwen. «Indien gij weder hier komt om mij geld te ontleenen, kunt gij
+gerust vertrekken, want ik ben niet te huis voor zulke zaken.»
+
+Tranen sprongen bij deze woorden in overvloed uit de oogen van Spinael.
+
+«Meester Van Roosemael,» zuchtte hij, «ik kom hier niet om u geld te
+ontleenen of te vragen. Wist gij, hoe ongelukkig ik ben, gij zoudt mij niet
+verstooten: iedereen veracht mij, en ik heb zelfs den troost niet meer om
+aan iemand van mijne ellende te kunnen spreken. Ik heb u bedrogen, Van
+Roosemael, maar gij zijt eens mijn vriend geweest; weiger mij nu ook ten
+minste uw medelijden niet!»
+
+Met verbaasdheid luisterde de winkelier op de smeekende stem van Spinael;
+hij begreep oogenblikkelijk, dat men van hem geen bedrog meer te vreezen
+had, en dat eene ongeveinsde en diepe ellende den man had getroffen, die
+lang zijn boezemvriend en zijn broeder was geweest. De ingeborene
+edelmoedigheid nam in zijn hart de overhand; zijne oogen begonnen
+insgelijks door de toevloeiing van eenen bedwongen traan te blikkeren; hij
+vatte de hand van Spinael, trok eenen stoel bij en sprak:
+
+«Gij zijt ongelukkig, vriend, ik zie het. Welaan, alles is vergeten. Zit
+neer en zeg mij, wat kan ik voor u doen? Vrees niet, ik zal u behulpzaam
+zijn, kost wat kost!»
+
+«De eenige weldaad, die ik van u vragen durf, is, dat gij mij toelaat u
+mijn lijden te vertellen en mijne smart uit te storten in het hart van den
+eenigen oprechten vriend, dien ik heb gehad. Lange jaren heb ik u gevlucht,
+Van Roosemael; niet omdat ik u niet achtte en beminde, maar omdat ik mij
+schuldig gevoelde en onder de oogen van een rechtzinnig man niet
+verschijnen durfde. Nu is het met mij zooverre gekomen, dat ik mijn
+vaderland verlaten moet en, als een zwerver, mijne schaamte en mijn lijden
+in eene vreemde streek moet gaan verbergen. Ik ben stout genoeg, Van
+Roosemael, om te denken, dat gij mij uwe vergiffenis schenken zult, voordat
+ik vertrekke, om nooit de plaats mijner geboorte weder te zien.»
+
+Deze woorden, op den toon van diepe smart gesproken, ontroerden den
+winkelier zeer; hij greep de hand van Spinael met diepe belangstelling en
+sprak:
+
+«Ongelukkig zijt gij, ik twijfel er niet aan; maar uw vaderland verlaten,
+Spinael? Neen, neen, wanhoop niet. Ik speel wel voor oortjedood[16] in
+mijnen handel, omdat er moet gezorgd worden; maar dit kan mij niet beletten
+den eenigen vriend, dien ik heb gehad, uit den nood te redden, al moest ik
+zelfs daartoe een groot gat in mijn goed maken. Dus spreek, Spinael, spreek
+stoutelijk, gij zult mij verheugen; want ik wil u helpen.»
+
+Een dankbare glimlach kwam het vermagerd gelaat van Spinael beglanzen,
+terwijl tranen over zijne wangen rolden; hij sprak met ontroerde stem:
+
+«Ik zegen den goeden God, dat Hij mij inboezemde bij u mijnen laatsten
+troost te zoeken, Van Roosemael. Sedert een jaar is dit mijn eerste
+oogenblik van vreugde: dank moet gij daarvoor hebben! maar luister op mijne
+woorden, en gij zult zelf begrijpen, dat het onmogelijk is, mij eene andere
+hulp dan die van een vriendelijk medelijden te schenken..... Gij weet, wat
+dwaze gedachte mij aandreef tot het navolgen der Fransche lichtzinnigheid;
+ik heb de vaderlijke zeden en de Vlaamsche eerlijkheid afgezworen om in
+bedriegerij mijn geluk te zoeken, en ik waagde in dat gevaarlijk spel de
+vruchten van mijn vorig zwoegen tegen valschen schijn. Het spreekwoord zegt
+de waarheid, vriend: beter één vogel in de hand dan zeven in de lucht.
+Hadde ik dit begrepen! Maar tot mijn verderf heb ik niet alleen mij zelven
+aan de valschheid overgegeven, ik heb ook gewild, dat mijne kinderen aan
+den vergifkelk der Fransche beschaving dronken. Dit is de bitterheid mijner
+ellende; hadde ik mijne dochter Theresia nooit naar een Fransch pensionaat
+gedaan, zoo ware ik meester Spinael..... Maar gij wordt bleek, Van
+Roosemael, gij beeft?»
+
+«Het is niets, ga voort. Ik dacht aan onze Siska, die ook in een Fransch
+pensionaat is.»
+
+«Doe ze terugkomen, Van Roosemael,--ik bezweer u, doe ze terugkomen!--Reeds
+zult gij ze niet meer herkennen!»
+
+«Gij hebt misschien gelijk, vriend; maar ga voort, ik wil weten of ik u
+niet helpen kan.»
+
+«Ziet gij, Van Roosemael, er bleef mij nog genoeg over, om mijne spelden
+van het kussen te trekken[17], zoodra ik mijnen aanstaanden val zou hebben
+voorzien; doch er zijn noch /vaders/, noch /kinderen/ in de Fransche
+beschaving. Ik was de knecht en zij de meesters. Zij hebben gegeten,
+gedronken, gespeeld, gedanst, totdat alles op was; dan zijn zij immer in
+hunne ondeugd voortgegaan, hebben schuld gemaakt en alles verkocht, wat ik
+liggen of roeren had, mij voor gek en dom uitmakende en mij bespottende,
+wanneer ik waagde hen met goede of kwade woorden toe te spreken. Vóór eene
+maand hebben zij de maat hunner boosheid gevuld..... Zij hebben mij
+geslagen, Van Roosemael, geslagen, dat het bloed mij over het aangezicht
+liep.--Ik ben ziek geworden, en zij hebben mij zonder zorg laten liggen,
+alsof zij om mijnen dood wenschten.....»
+
+Hier zweeg Spinael; zijne stem had bij de laatste woorden eenen doffen toon
+verkregen, die genoeg deed hooren, hoe het vertellen dier daad hem de borst
+beneep. De winkelier zweeg insgelijks; hij kon niet gelooven wat hij
+hoorde.
+
+«En nu,» hernam Spinael, «nu mijn huis ledig is, alsof nooit iemand er had
+in gewoond,--nu alles door hen is weggedragen, tot het deksel van mijn bed
+toe, nu zijn zij vertrokken. Mijne dochter, die ik zoo zeer beminde en nog
+bemin, ondanks haar misdadig gedrag, mijne Theresia loopt te Brussel met
+eenen komediant..... Mijn zoon Jan, uw ongelukkig petekind, is terug naar
+Parijs. Wat mij betreft, vriend Van Roosemael, ik moet het land uit: alwien
+ik ontmoet, is mijn schuldeischer en beticht mij van bedrog en
+aftruggelarij. Met het ongeluk is mij het gevoel van eer teruggekomen: ik
+kan zóó niet leven..... En wat kan ik er aan doen? Niemand geeft mij te
+werken, men weigert bij andere schoenmakersbazen mij als knecht aan te
+nemen; ik heb geen eten, geen deksel op mijn bed, geene kleederen; mijn
+huis is aan andere personen verhuurd, ik moet het overmorgen verlaten. O,
+Van Roosemael, ik heb hoog willen vliegen en ben, eilaas, diep gevallen,
+gij ziet het!»
+
+Van Roosemael had met aandacht en met vochtig oog op het verhaal zijns
+vriends geluisterd; nu deze gedaan had met spreken, riep hij bijna in
+gramschap:
+
+«Maar, Spinael, ik weet niet, waarom gij mij wilt verbergen, wat ik verlang
+te weten! Gij zegt, dat gij het land uit moet; dit is mij niet zonneklaar
+bewezen. Een echt vriend kan veel doen, als hij wil. Laat hooren, tot
+hoeveel beloopt uwe schuld?»
+
+«Ik begrijp u,» riep Spinael met bewondering uit, «maar ik zal het niet
+lijden. Genoeg gelukkig ben ik, te zien dat er nog een mensch is, die mij
+zijner hulp waardig acht. Laat mij vertrekken, Van Roosemael, ik zal werken
+als een slaaf; en, kan ik alles, wat ik schuldig ben, toch niet betalen,
+voordat ik de wereld verlate, zoo zal de goede wil mij niet ontbroken
+hebben. Geef mij de hand als een troostend vaarwel, en bid somtijds voor
+mijne kinderen, vriend!»
+
+Eensklaps scheen de winkelier van zijn voornemen af te zien en stond van
+zijnen stoel op, zeggende:
+
+«Wilt gij niet, ik kan er niet aan doen; maar gij zult toch met mij den
+wijn der goede reis drinken: ik heb nog een puik fleschken van het jaar Elf
+in mijnen kelder. Zit neer, Spinael, geen moed verloren: er loopt op een
+jaar zooveel water door de Schelde; een ongeluk is gauw gekomen, maar een
+geluk komt ook onverwachts. God weet, gij moogt niet wanhopen. Zit neer!»
+
+Met deze woorden liep hij naar den kelder en kwam weinige oogenblikken
+daarna terug; hij plaatste twee romers op de tafel, schonk ze vol tot aan
+den boord en sprak:
+
+«Kom, Spinael, als gij dan toch vertrekken wilt, op uwe welvaart en
+gezondheid! Een goed glas, niet waar? Nu, vermits gij in alle geval mijne
+hulp niet wilt aanvaarden, zeg mij dan tot hoeveel beloopt uwe schuld, en
+hoe denkt gij ze te kunnen betalen: met werken wint men niet veel, als men
+geenen handel drijft, dit weet gij wel.»
+
+«Ja, ik weet het zekerlijk; dan, wat onmogelijk is, kan men niet doen; maar
+voor de gerustheid van mijn eigen geweten zal ik het brood uit mijnen mond
+sparen om jaarlijks iets van mijn schuld af te leggen, en, wie weet, indien
+God mij een lang leven verleende, zou ik misschien nog wel geheel effeu
+kunnen geraken; want zeshonderd guldens kunnen toch wel, stuiver voor
+stuiver, op twintig jaren bijeengezameld worden.»
+
+«Zeshonderd gulden, zegt gij? Hollandsche guldens?»
+
+«Neen, Brabantsche. Ik ben veel meer schuldig geweest; maar toen mijn huis
+verkocht werd, is ieder zoo al met een stuk er van gaan loopen.»
+
+«Zeshonderd guldens Brabantsch,--zonder stuivers of deniers?»
+
+«Zestien stuivers, zeven deniers. Gij ziet, dat ik mijne rekening van
+buiten weet.»
+
+«Laat ons nog eens drinken, Spinael,--Ja, het is zeker mogelijk die som in
+te winnen; en uwe kinderen zullen ook wel beteren: iedereen is jong of is
+jong geweest, Spinael; het verstand komt niet vóór de jaren, zegt het
+spreekwoord. Ik zie, dat wij bij onzen wijn niets te brokkelen hebben. Een
+oogenblik, ik ga wat krakelingen halen.»
+
+Meester Van Roosemael bleef tamelijk lang weg, langer dan men tot het halen
+van iets noodig heeft. Terugkomende, plaatste hij eenen schotel met
+krakelingen op de tafel, en sprak op ernstigen toon tot den ontroerden
+schoenmaker:
+
+«Spinael, wij zijn te zamen opgevoed als gebuurkinderen; uw vader was de
+beste vriend van mijnen vader; wij hebben te zamen gespeeld, en tot de
+veertig jaar toe zijn wij als broeders onscheidbaar gebleven; gij zijt
+nooit mijn vijand geweest, want anders zoudt gij mij uw ongeluk niet komen
+vertellen; ik bleef altijd uw vriend, anders zou uwe smart mij de tranen
+niet uit de oogen persen. Ergo, dus heb ik het recht om u in uwen nood bij
+te staan en u ten minste wat geld te leenen om op reis te gaan; maar, alzoo
+de goede rekeningen de beste vrienden maken, verlang ik, dat gij mij een
+ontvangbewijs gevet van het geld, dat ik u leen. Ziehier een geschreven
+bewijs; teeken het, zooals het gevouwen is, zonder de som te lezen; ik wil
+niet, dat gij met vijf of tien gulden op reis gaat en gebrek lijdt: en, om
+van uwentwege geene tegenspraak te veroorzaken, verzoek ik u als vriend:
+doe mij het vermaak, teeken zonder zien.»
+
+Spinael, die inderdaad geen oortje in zijn bezit had en misschien innerlijk
+verblijd was over het zoo gelukkig vinden van eenen vriend, edelmoedig
+genoeg om hem reisgeld te leenen, drukte de hand des winkeliers, nam de pen
+en teekende.
+
+Van Roosemael rukte de geteekende kwitantie van onder zijne hand, hief zijn
+glas in de hoogte en riep:
+
+«Dat gaat op uwe welvaart in ons dierbaar vaderland, vriend!--En op de
+welvaart van uwen nieuwen winkel! Op! op! bescheid gedaan aan deze blijde
+teug! Bezie mij zoo niet, vriend Spinael, gij zijt in het net. Gevangen!
+gevangen! Hoera! hoera!»
+
+«Ik versta niet wat gij zeggen wilt!» riep de verbaasde Spinael. «Gij lacht
+zoo vroolijk, dat ik zelf mij er in verheug, maar wat is er toch gaande?»
+
+«Wat er gaande is? Zie eens, voor hoeveel gij mij kwitantie hebt gegeven.»
+
+Dit zeggende, toonde hij Spinael op eenen afstand het papier, en wees met
+den vinger ter zijde, waar het getal 1000 met groote cijfers stond
+uitgedrukt.
+
+«Duizend gulden!» viel Spinael uit, terwijl hij naar het papier greep,
+zonder het te kunnen vatten. «Duizend gulden!»
+
+«Ja, duizend gulden wisselgeld!» riep Van Roosemael zegepralend uit,
+terwijl hij eenige briefjes en eenen zak met geld op de tafel wierp. «En
+daar ligt de som!»
+
+«Ik wil niet! O, dwing mij niet tot het aanvaarden van dit geld!» smeekte
+de schoenmaker, wiens tranen van ontsteltenis als beken begonnen te
+stroomen. «O, denk niet, dat ik gekomen ben tot zulk einde.»
+
+«Gij zult de gekheid toch niet begaan mij deze kwitantie te laten behouden
+zonder het geld te nemen..... Maar luister, Spinael, de blijdschap vervoert
+mij; laat ons ernstiger spreken. Ik ben rijk; mijn eenig kind Siska kan
+geen gebrek lijden, indien zij het niet zoekt; onze winkel is jaarlijks
+eenige duizenden waard: wij bezitten eigendommen en liggend gel. Wat zijn
+die duizend guldens voor mij? Niets..... eenige maanden oplettendheid. En
+zou ik mijnen eenigen vriend laten gaan dwalen en zwerven voor zulke
+kleinigheid? Hoor, wat mijn voornemen is: gij gaat uwe schuldeischers
+betalen,--zij zullen dan van vijand vriend worden;--ik heb hier achter den
+hoek een huis ledig staan; daar gaat gij in wonen. Gij koopt leder en neemt
+gasten; ik zal u bijstaan, totdat uw handel gaat; gij schrijft boven uwen
+winkel niets anders dan /Jan Spinael, meester-schoenmaker/; gij levert goed
+werk, in trouw en in rechtzinnigheid; ik zal u klanten genoeg aanbrengen,
+en, alzoo er op uwe kwitantie geen betaaltijd is aangewezen, zult gij
+allengskens het geleende geld wel kunnen teruggeven. Als uwe kinderen door
+het ongeluk zullen geleerd zijn, zullen zij van zelf terugkomen en om uwe
+vergiffenis bidden.--En nu, vriend Spinael, stel u maar gauw in uwen
+vorigen staat; want Zondag, na het Lof, gaan wij te zamen naar de
+Steenenbrug eene flesch dubbele seef drinken en een uurken op de ton
+spelen. Ik geef u honderd vóór, zoo gij durft!»
+
+«Zou ik dat van uw goed hart aannemen?» riep Spinael als verdwaald.
+
+«Hier, in mijne armen!» antwoordde Van Roosemael. «Ik heb vandaag voor meer
+dan tienduizend gulden geluk. In mijne armen, vriend Spinael, gauw!»
+
+De twee vrienden omhelsden elkander met tranen van vreugde en bleven eenige
+oogenblikken sprakeloos. Dan dronken zij, insgelijks zonder spreken, elk
+eenen romer wijn tot op den bodem ledig.
+
+Van Roosemael zeide eindelijk met verkalmd gemoed:
+
+«Spinael, gij moogt aan mijne vrouw niets er van zeggen. De vrouwen zijn
+ook wel edelmoedig, maar op hunne manier: zij willen zelden lijden, dat hun
+man het zij. Betaal de huishuur aan haar en houd u, alsof gij van niets
+wist. Pas nu maar op voor de Fransche jonkheid van zaliger memorie!»
+
+«Het heeft geen nood, vriend. Een ezel stoot zich geene tweemaal tegen
+denzelfden steen; de put is gevuld, het kalf kan er niet meer in. Ik ken de
+vogels, zij hangen aaneen met treken en slenders, en ik ben er zoodanig op
+gebeten, dat een paar schoenen, in het Fransch gevraagd, eene slechte
+/recommandatie/ bij mij zal zijn.»
+
+«Ho, ho, Spinael, zooverre moogt gij het ook niet drijven. De Franschen,
+die hier als burgers in Antwerpen wonen en handel drijven, ken ik altemaal
+voor eerlijke menschen, en ik tel er vele van mijne beste klanten onder;
+maar die kale Ratten, die hier sedert het jaar Dertig als naar het
+Luilekkerland komen geloopen, dat zijn de gauwkens, die gij in 't oog moet
+houden. Kom, wij gaan naar uwe nieuwe woning zien: het is een schoon huis,
+man. Steek dat geld en die briefkens weg.»
+
+Eenige dagen later woonde Spinael in het huis, dat Van Roosemael hem had
+geleend of verhuurd, de winkel was voorzien van schoenen en leder, twee
+gasten zaten nevens Spinael te werken. In minder dan eenige maanden tijds
+had hij vele klanten, deels door de deugd van het werk, dat hij leverde en
+deels door de onophoudende aanbeveling van Van Roosemael. Elken Zondag
+gingen de twee vrienden naar de Steenenbrug en speelden des avonds in de
+eene of andere herberg hunnen smousjas: in één woord, zij hadden al hunne
+vorige gewoonten hernomen; en, ware het niet het lot der kinderen van
+Spinael geweest, zoo hadden de beide vrienden zich wellicht over al het
+gebeurde verblijd.
+
+[13] Knecht, ga zeggen aan M. Jules en Juffrouw Hortense, dat men hen
+wacht om te vertrekken.
+
+[14] Wilt gij mij aanmelden, onbeschaamde knecht?
+
+[15] Ik zal u aframmelen, schurk.
+
+[16] Spaarzaam zijn tot op de kleinste zaken.
+
+[17] Uit het spel scheiden. Eene zaak verlaten.
+
+
+
+
+IV
+
+FRANSCHE PRONKERS, KALE JONKERS
+
+
+De schandelijke levenswijs en het lot van Hortense Spinael had vader Van
+Roosemael te baat genomen, om zijne vrouw tot het terugroepen van Siska
+over te halen; dokter Pelkmans was hem hierin behulpzaam geweest. Eindelijk
+nadat Siska drie volle jaren de Fransche opvoeding had genoten en dit
+laatste jaar geweigerd had, den verloftijd bij hare ouders te komen
+doorbrengen, stemde de moeder toe in de begeerte van haren man en van den
+dokter. Er werd een brief geschreven om de meesteresse te bedanken, en men
+meldde aan Siska, dat hare moeder op den 15^{den} der loopende maand, te
+vier uren des namiddags, haar aan den ijzeren weg zou gaan afhalen.
+
+Op dien dag was het helder en schoon weder. Omtrent een half uur vóór de
+gestelde aankomst, stond er eene bijna oude vrouw eenzaam voor de bureelen
+van den ijzeren weg: zij was zindelijk gekleed, met eene kostelijke kanten
+trekmuts op het hoofd en eenen fijnen lakenschen mantel om het lichaam.
+Genoegzaam nochtans kon men bemerken, dat het eene burgervrouw was, die
+hare Zondagsche kleederen droeg, en daarom, zeker tegen alle gevaar van
+slecht weder, een buitengewoon groot regenscherm of /parapluie/ met zich
+genomen had.--Het hart van vrouw Van Roosemael, want zij was het, klopte
+fel van moederlijke teederheid; zij ging hare lieve Siska omhelzen, dat
+beminde kind in hare armen drukken, en nu zonder ophouden de belooning
+smaken van al den twist, al het verdriet en al de moeilijkheden, die zij
+had doorworsteld, om haar eene /luisterrijke opvoeding/ te doen geven. O,
+wat vreugd zal dit haar zijn!
+
+Ha, daar fluit het ijzeren gevaarte in de verte! Van alle zijden komen de
+bedienden uit hoeken en kanten geloopen, uit magazijnen en barakken
+gekropen. De metalen stem van den monsterwagen hertoovert de doodstille
+statie in een woelig veld, en het is onder allerlei geroep en geschreeuw,
+dat het gevaarte stilhoudt.
+
+Nu jaagt de moederlijke boezem onstuimiger: het gelukkig oogenblik is
+aanstaande! De oude vrouw plaatst zich bij den uitgang der statie en blikt
+met nauwkeurigheid op het gelaat van al de vrouwen, die haar
+voorbijsnellen. Weldra vliegen de huurrijtuigen beurtelings stedewaarts, de
+zware /omnibussen/ sluiten den stoet, en in min dan eenige oogenblikken is
+het ijzeren paard op stal gezet, de bedienden zijn in hunne holen
+teruggekropen, de reizigers verdwenen en de statie is weder in hare vorige
+stilte gedompeld. Moeder Van Roosemael ziet het hek toegaan; droefheid
+beklemt haren boezem; een pijnlijke zucht ontsnapt hare borst..... Zij
+heeft hare lieve Siska niet gezien! Nochtans blijft zij ter plaatse staan,
+alsof zij door eene geheime kracht aan het hek vastgehecht ware, en
+misschien zou zij nog lang in treurige gedachten gedoold hebben, hadde zij
+niet van verre eene jonge vrouw bij eene /vigilante/ zien staan in de
+houding van iemand, die wacht en rondziet.
+
+Zou dat wel hare Siska zijn? Onmogelijk! het is eene rijke dame; haar
+weerschijnend en kleurwisselend zijden kleed laat een groot gedeelte van
+haren hals bloot! Het is waar, een wazen /fichu/ schijnt hem te willen
+bedekken, doch verbergt hem niet; bij elke beweging, die zij doet, dansen
+lange krullen rondom hare wangen, van haren kostelijken hoed waait een
+winderig gepluimte: hare hand houdt een zeer klein parasolleken; vijftien
+doozen van allerlei vorm en twee groote kisten liggen voor hare voeten.....
+Het is Siska niet.
+
+Dit zijn de aanmerkingen, die moeder Van Roosemael maakt, en de gedachten,
+welke door haren ontstelden geest gaan. Eensklaps doet de jongedame een
+teeken van ongeduld aan de oude vrouw, en laat daardoor hare wezenstrekken
+beter zien. Hemel! het is hare Siska!..... Zie, de stramme moeder huppelt
+vooruit als een jeugdig meisje, twee tranen schieten in hare oogen, een
+blikkerende lach beglanst haar gelaat, zij opent de armen en roept met
+roerende blijdschap:
+
+«O, Siska, mijn kind!»
+
+Het moet zijn, dat de naam Siska de jonge dame beschaamt; zij wordt rood!
+Dan, die kleur vergaat spoedig, en zij doet twee stappen vooruit naar hare
+moeder. Deze wil hare beide armen om den hals van haar kind slaan; maar
+zie, de verfranschte dochter zal zich niet aan de omstanders ten tooneele
+geven. Zij vat de hand harer moeder, houdt die sterk vast en belet de
+omhelzing. Dan zegt zij:
+
+«Goeden dag, mama. Hoe gaat het? En met papa?--Let op, gij trapt op mijne
+doozen..... Ik sta hier al een half uur op u te wachten.»
+
+[Illustration: Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten
+(Bladz. 56.)]
+
+Waren deze woorden hard of onbetamelijk? In eene andere omstandigheid
+zouden zij het misschien niet geweest zijn; maar nu doorsneden zij het hart
+der liefderijke moeder als zoovele messen. Inderdaad, was dit de taal,
+welke hare Siska voeren moest na een geheel jaar afwezigheid? Geen enkele
+zoen, geen handdruk voor haar, die gedurende drie jaren in twist met haren
+goeden man geleefd had om Siska te believen; voor haar, die al hare hoop
+in de wederliefde van haar eenig kind gesteld had? Zij moest haar pijnlijk
+zijn, de hartscheurende, de dorre ontmoeting; want de arme vrouw sloeg zich
+de twee handen voor de oogen en begon snikkend en met overvloedige tranen
+te weenen.
+
+Zooverre was alle natuurlijk gevoel echter bij Siska nog niet uitgedoofd,
+dat zij de smart harer moeder zonder medelijden kon aanzien; integendeel,
+hare goede inborst nam de overhand. Zij bracht haren arm op den hals harer
+moeder en zoende ze op beide wangen met eene drift, die zooveel te sterker
+was, daar zij uit eene geweldsaandoening voortsproot. Getroost en
+gelukzalig was de oude vrouw; zij hield haar kind tegen de borst gesloten
+en staarde met zuigende blikken haar in de oogen. «O, Siska, mijne lieve
+Siska!» herhaalde zij, bevend van ontsteltenis.
+
+Niet waar, zulke oogenblikken zouden talrijk in het menschenleven moeten
+zijn? Maar, o ramp, daar lacht iemand! Siska hoort het; zij ziet om en
+bemerkt de spottende uitdrukking op het gelaat van een jong heerken, dat
+als een schimpend aanschouwer op de betuigingen harer liefde schijnt te
+letten. Het rood der schaamte kleurt de wangen der juffer; zij rukt zich
+los uit de armen harer moeder en herneemt haar onverschillig gelaat.
+
+Onderwijl waren de doozen in de vigilante gezet; het rijtuig was er
+dusdanig mede opgevuld, dat twee personen onmogelijk er nog plaats in
+konden vinden. Daar Siska zich oneindig veel gelegen liet aan al de
+modegrillen, welke in de doozen gesloten waren, en bang was voor het
+verkreuken en pletteren, gaf zij aan den koetsier, die in hare gebuurte
+woonde, het bevel, om deze goederen naar huis te voeren, en besloot zelve
+te voet de stad in te gaan. Zouden wij ons bedriegen met te zeggen, dat
+hoogmoed en ijdelheid aan dit besluit niet vreemd waren, en dat de juffer
+wel gaarne hare schoone kleederen aan hare bekenden van Antwerpen liet
+zien?
+
+Siska opende haar zonnescherm, nam eene losse houding aan en trok
+stedewaarts, zonder hare moeder nog andere bewijzen van liefde te geven.
+Door deze wreede koelheid was vrouw Van Roosemael pijnlijk aangedaan; zij
+dorst haar kind niet van boosheid beschuldigen; maar wat de liefde in haar
+hart voor haar ook pleitte, zij gevoelde toch wel, dat de dokter geen
+geheel slecht raadsman was geweest. In hare droeve mijmering stapte zij
+voort als eene dienstbode, die hare meesteresse volgt. Het stilzwijgen
+duurde al eenigen tijd, en reeds waren de twee vrouwen binnen de stad, toen
+Siska, hare moeder van hoofd tot voeten op eene zonderlinge wijze beziende,
+tot haar sprak:
+
+«Maar, mama, hoe zijt gij toch gekleed! Het is gelijk eene arme sloor, met
+die leelijke trekmuts en dien mantel van den ouden tijd. Ik ben beschaamd
+voor de menschen. Steek die pastoorsparapluie onder uwen mantel, want wij
+zien er uit als boerinnen, die van hun dorp komen!»
+
+Vrouw Van Roosemael antwoordde hierop met eene stille stem, die den stempel
+harer hartsdroefheid droeg:
+
+«Siska, mijn kind, gij moogt zoo vies niet zijn. Ik ben gekleed gelijk
+mijne moeder zaliger gekleed was; en kan ik nu in mijne oude dagen gaan
+veranderen? Zie daar niet naar, de menschen hebben er zich niet mede te
+bemoeien; wij zijn immers niemand iets schuldig?»
+
+Terwijl moeder Van Roosemael deze woorden sprak, hield Siska haar oog
+gericht op de voorbijgaande lieden, om te zien of de bevalligheden van haar
+persoon hun uitwerksel deden; zij was uitnemend blijde, wanneer een hoop
+jonge losbollen lachend onder elkander van haar schenen te spreken en door
+de uitdrukking huns gelaats schenen te zeggen: «Wat schoone juffer is dat!»
+
+De arme moeder waagde het aan hare dochter te vragen, of zij zich in het
+pensionaat niet verdroten had, of zij niet liever te huis bij hare ouders
+was, en meer andere dingen; evenwel, wat pogingen zij ook deed om een
+vertrouwend en troostend gesprek aan te knoopen, het was al om niet: de
+dartele Siska had werks genoeg om aan haren gang den noodigen zwier te
+geven en de loftuitingen in te zamelen, die zij op de wezenstrekken der
+voorbijgaanden meende te lezen.
+
+Op de Melkmarkt kwam een jong heerken recht op haar aan, met een lachend
+aangezicht en met zulke gemeenzame uitdrukking, dat men wel zou hebben
+kunnen denken, dat hij haar broeder was. Vrouw Van Roosemael opende de
+oogen zoo wijd zij kon en poogde dezen jonkman te herkennen:--zij had hem
+nooit gezien. Deze liet zich echter door de ondervragende blikken der
+moeder niet ontstellen, plantte zich stoutelijk voor Siska en zeide met
+genepene lippen in de Fransche taal:
+
+«Ah, bonjour, mademoiselle Eudoxie! Gij hebt het pensionaat verlaten?
+Antwerpen gaat het geluk genieten eene zoo betooverende juffer te
+bezitten? Waarlijk, eene goede fortuin voor ons, arme jongelieden, die
+zuchten over de zeldzaamheid van zoovele vereenigde schoonheden!»
+
+Hierop antwoordde Siska, terwijl zij een verleidend lonkje van onder hare
+wimpers uitschoot en een bedeesd gelaat aannam:
+
+«Gij spot, Mijnheer Georges! Maar hoe gaat het met uwe zuster Clotilde?»
+
+«Goed, zeer goed,» sprak de jonge heer onverschillig. Dan aan zijne
+wezenstrekken eene half spottende uitdrukking gevende, vroeg hij, terwijl
+hij de oude vrouw aanwees:
+
+«Is dit uwe dienstmeid?»
+
+Deze vraag deed Siska rood worden tot onder den hoed; zij was beschaamd
+over hare goede moeder, de verfranschte juffer! Er liep eene zekere wijl
+voorbij, vooraleer zij, nog blozend en als gedwongen, antwoordde:
+
+«Neen, het is mijne moeder.»
+
+«Ah! ah!» riep de jongeling; en zich tot de oude vrouw keerende, sprak hij
+met eene gemaakte buiging: «Madame Van Rosmal[18], duld dat ik u mijnen
+eerbied bewijze. Gij hebt eene bevallige dochter!»
+
+De oude vrouw verstond hem niet; doch zij begreep genoeg wat er omging, en
+hoe zij het voorwerp zijner schaamtelooze spotternij was. Niettemin, zij
+knikte met het hoofd om hem zijne buiging weder te geven. De jongeling
+verwijderde zich, zeggende tot Siska:
+
+«Arme vrouw! zij heeft gelijk, dat zij u onder haren wijden mantel bewaart.
+Er zijn er zoovelen onder ons, die u zouden willen stelen. Tot wederziens,
+mademoiselle Eudoxie!»
+
+Met diepen angst had de moeder dit alles nagezien, en zij ware ongetwijfeld
+in grammoedige verwijten uitgevallen, hadde niet een smartelijk gevoel
+haren boezem verkropt. Met eene merkbare spijt sprak zij:
+
+«Die Fransche vliegenpikker, wie denkt hij, dat wij zijn? Hij neemt u zeker
+voor eene andere, want hij heet u /Eudoxie/ en zegt tot mij /Madame Van
+Rosmal/! Hoe kunt gij toch gediend zijn met den praat van zulk flauw
+bescheid? Van een mensch, dien gij niet kent?»
+
+Deze woorden vielen niet in den smaak van Siska; dit kon men genoeg
+bemerken aan haar meesmuilend gelaat. Het was bijna met trotsch medelijden,
+dat zij antwoordde:
+
+«Gij denkt zeker, dat ik drie jaren lang op een Fransch pensionaat ben
+geweest om onbeleefd en bot te blijven! Die jonge heer is een kennis van
+mij; zijne zuster Clotilde was mijne vriendin, en hij kwam haar dikwijls
+bezoeken.»
+
+«Is het misschien Piet Van der Tangen?» vroeg de moeder.
+
+«Ja, het is M. Van der Tangen.»
+
+«Wel, wel, Siska! Zijt gij niet beschaamd om zooveel wisjewasjes te maken
+met den zoon van uws vaders baardkrabber? Met dien kalen, luien bliksem,
+die anders niet kan dan zijnen vader opeten en kasseien verslijten[19]?»
+
+«Hoor eens, moeder, hij kan maar eene goede /educatie/ gehad hebben. Hij
+heeft in Parijs gewoond en, al is hij slechts /coiffeur/, hij is toch
+geleerd en hij kent zijne wereld.»
+
+«Ha, dat heet gij zijne wereld kennen? Niets doen, altijd loopen en
+oudersverdriet zijn? Welnu, ik zeg u, Siska, dat ik niet wil hebben, dat
+gij met zulke onbeschaamde sprinkhanen kennis maakt, en wat uwen naam
+aangaat: ik heet Siska, en gij heet ook Siska. God weet uit wat
+geuzenalmanak gij dien belachelijken naam van Eudoxie hebt opgevischt.»
+
+Siska was kwaad. Zij antwoordde met bijtende stem:
+
+«Is het mijne schuld dat de demoisellen in het pensionaat mijnen gemeenen
+naam veranderd hebben?--En toch, ik heet liever /Eudoxie Van Rosmal/, dan
+mijne ooren altijd met het plat boerenvlaamsch /Francisca Van Roosemael/ te
+moeten hooren verscheuren.»
+
+Ongelukkige moeder, zij dacht op dat oogenblik aan het gedrag van Hortense
+Spinael, en beefde van angst in al hare ledematen. Voorzeker zou zij
+scherpere woorden tot hare dochter gesproken hebben: maar nu stonden zij
+voor den dorpel van den winkel en stapten binnen. Niemand bevond zich
+alsdan daarin, dan meester Van Roosemael, die bezig was met koffie te
+malen. Het kostte Siska nu geen geweld om haren vader te omhelzen, daar
+geen vreemd oog haar kon beschamen. De goede man gaf zich in dit eerste
+oogenblik gansch aan zijne vaderlijke teederheid over en zoende het
+opgesmukte kind met blijdschap. Deze liefdesbetuiging werd echter alweder
+spoedig door Siska afgebroken, en haar ontviel onmiddellijk de Fransche
+roep:
+
+«/Maman, ma chambre?/ Zeg, waar is mijne kamer? Kan ik deze doozen nu in
+den winkel laten staan? Koetsier, help mij dit eens boven dragen!»
+
+Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten en was bezig met hare
+menigerlei hoeden en kleederen uit te pakken, hare pommadepotten en
+balsemfleschkens te schikken en hare krullen met de vingeren wat zwieriger
+dooreen te fladderen. Men hoorde hare stem tot in den winkel: zij zong het
+eeuwig Fransch referein van /ô ma belle, sois moins cruelle/, en zoo voorts
+van hetzelfde staaltje[20].
+
+Meester Van Roosemael stond als bedwelmd achter zijnen toog; zijne eene
+hand rustte nog zwaar op den arm van den koffiemolen, en met de andere
+krabde hij achter zijne ooren als een radeloos mensch. Zijn oog blikte
+stijf en beweegloos vooruit in den winkel; eene diepe, eene pijnlijke
+overweging had hem weggerukt: hij ook dacht aan Hortense Spinael en
+mompelde van tijd tot tijd:
+
+«Beest dat ik ben! Hadde ik liever mijne koppige vrouw armen en beenen
+gebroken. Dokter Pelkmans mocht het wel zeggen, dat ik mijne ooren zou
+krabben; maar dat klagen helpt er nu wat aan! Eene schoone pleister voor
+den dood!»
+
+Meer angst, meer benauwdheid en bovenal bittere wroeging des gewetens
+folterden de arme moeder. In hare halfduistere keuken zat zij in eenen hoek
+aan de innigste smart overgeleverd, en weende bij poozen met min of meer
+tranen, naar mate der angstigheid harer overdenkingen.
+
+Ongelukkiglijk hielp het weenen en klagen zoo min als de vermaningen en
+gebeden: het was al boter tegen den galg gekletst[21]. Siska bleef haren
+wil doen. Allengskens nochtans nam het moederlijk gevoel van vrouw Van
+Roosemael toch weder de overhand, en door het geweld, dat zij doen moest om
+Siska bij haren vergramden vader te verschoonen, eindigde zij zelfs met
+niets, dat waarlijk slecht was, in haar te zien: wel wat grillen en wat
+eigenzinnigheden, maar toch zonder erg. Het kind is nog jong; dat zal wel
+veranderen!--Door deze toegevendheid verkreeg de moeder meer
+liefdesbetuigingen van hare dochter, en zij troostte zich met aan de
+klanten te kunnen zeggen:
+
+«Onze Siska is geleerd, man. Zij kent haar Fransch beter dan haar Vlaamsch.
+Zij is eene perel van eene vrouw!»
+
+Even gelijk alle burgerdochters, die in een Fransch pensionaat zijn
+opgevoed, bezat Siska eene zeer aardige geleerdheid. Van de Fransche taal
+kende zij hetgene noodig is om ijdele woorden te wisselen, en te spreken
+van /amour/ en /toilette/. In die gesprekken zelve trok zij het Fransch
+schrikkelijk bij het haar; doch hare stoutheid en hare losse wending deden
+deze feilen lichtelijk over het hoofd zien. De rekenkunde kende zij niet:
+dit is eene veel te moeilijke wetenschap voor zulke teere jufferkens; ook
+kon Siska geene optelling maken, alhoewel zij genoeg in het cijferen
+geleerd was, om te weten, dat, wanneer men drie vrijers te gelijk heeft,
+men er dan al eenen kan verliezen zonder daarom geheel verlaten te zijn.
+Van de aardrijkskunde had zij onthouden dat Parijs de schoonste stad der
+wereld is, het Luilekkerland der jonge meisjes, waar men altijd malt en
+danst, waar tienmaal meer komedies dan kerken zijn, waar de modes en de
+pommades uitgevonden worden, enz.; de schoonste dingen verzwijgen wij. De
+fabelkunde of /mythologie/ had haar anders niet geleerd dan dat de godin
+der liefde Venus heet en dat de kleine Cupido haar zoon is. Verder wist zij
+de Fransche benamingen van alle soorten van kleederen en stoffen, van alle
+haartooisels, van alle pommades, reuken en stanken, van alle pasteikens en
+bankettaartjes..... Zie, daarin bestond de geleerdheid van Siska. Was zij
+eene parel van eene vrouw of eene verfranschte windblaas?
+
+Vader Van Roosemael zou op deze vraag niet gunstig geantwoord hebben,
+zooals genoeg blijkt uit de volgende woorden, welke hij omtrent dien tijd
+tot dokter Pelkmans sprak:
+
+«Hadden wij uwen raad gevolgd, dokter, dan zou onze Siska nu vergenoegd en
+eenvoudig achter haren toog staan. Zij zou ons beminnen, en wij zouden met
+vermaak werken om haar een goed erfdeel en eenen welgekalandeerden winkel
+na te laten; maar wat is het nu? Zij zit achter den toog met eenen zijden
+voorschoot en gekruld haar, zonder muts; zij klapt en babbelt den ganschen
+dag met jonge melkbaarden en kale Ratten, die, onder voorwendsel van
+sigaren te koopen, mijn huis afloopen en de burgers er uitjagen. De helft
+mijner klanten ben ik reeds kwijt. Vriend Pelkmans, als ik dood ben, zal de
+vaderlijke winkel ook te niet gaan; want Siska zal nooit willen trouwen met
+een jongen van haren staat; en zeg mij eens, waar zijn die papieren jonkers
+goed toe? Gij hadt gelijk, dokter: eene grondige Vlaamsche opvoeding zou
+van mijne Siska eene bekwame en spaarzame huisvrouw gemaakt hebben; meer
+nuttige dingen zou zij kennen dan zij nu kent; zij zou godvruchtig en zedig
+gebleven zijn; maar neen, zij moest naar een pensionaat gaan en Fransch
+leeren.--Zie, het is mogelijk, doch ik kan niet gelooven, dat zulke
+opvoeding een edelmanskind betaamt. Dan, wat ik het best weet, is, dat zij
+een burgermeisje in den grond bederft. Maar wat is het, dokter? Als het
+kalf verdronken is, vult men den put, en men krabt zijne ooren, gelijk zij
+zegt.»
+
+[18] De naam Van Roosemael op zijn Fransch uitgesproken.
+
+[19] Altijd op de straat zijn en dus de kasseien en steenen verslijten.
+
+[20] Wij zeggen van hetzelfde staaltje, en bedoelen hierdoor van die
+kinderachtige Fransche liedekens, waarvan de rijmen altijd en
+onveranderlijk de volgende zijn:
+
+ amour douleur jolie
+ retour. c[oe]ur. ravie.
+ charmes tendresse ta vue
+ alarmes. allégresse. âme émue.
+ belle âme revoir
+ cruelle. flamme. desespoir, etc.
+
+[21] Nuttelooze moeite.
+
+
+
+
+V
+
+BETER LAAT BEROUW DAN GEEN
+
+
+Van den eersten dag harer terugkomst in het vaderlijk huis, had Siska alles
+daar begonnen te beschimpen. Niets konden de goede ouders doen, of het was
+gemeen, slecht of onbetamelijk; en daar de verfranschte juffer doorleerd
+was in velerlei grillige gauwigheden, boog en plooide zij den wil harer
+ouders als warm was.
+
+Och! vóór drie uren kon zij niet eten: zij had geene boerenmaag! Bij het
+hooren dezer nieuwigheid werd de vader gram, de moeder bedroefd; beiden,
+omdat zij nu hun geheele leven lang op hetzelfde uur het middagmaal genomen
+hadden en schrikten van zulke grondige verandering, die al hunne andere
+bezigheden moest overhoop werpen; maar Siska begon te moffelen en zuur te
+zien,--het hielp toch niet, alhoewel de moeder haar ditmaal uit medelijden
+bijstond. Dan viel Siska in onmacht; zij kreeg leelijke stuiptrekkingen en
+ging te werk als iemand, die zijn pak maakt om naar de andere wereld te
+verhuizen. Een verfranscht dokter, ervaren in de eigenzinnige ziekten der
+welopgevoede juffers, kwam zoovele ijselijke dingen van de zenuwen der
+vrouwen vertellen, dat de ouders Van Roosemael uit benauwdheid besloten om
+drie uren het middagmaal te nemen. Hoe dikwijls nochtans scheurden zij van
+honger, daar zij altijd van vier of vijf uren des morgens opstonden en
+zoolang moesten vasten, terwijl de dartele Siska nooit vóór negen uren
+beneden kwam.
+
+En de keuken dan? Wat arme keuken! Altijd aardappelen, koolen of savooien,
+en ossenvleesch, gezoden of gebraden; het is altijd hetzelfde; Siska is van
+tijd tot tijd zoo slap en zoo flauw!--Zij zal een duifken of wat vinkskens
+eten..... dat zal haar beter smaken en haar deugd doen.--Hare zakken steken
+altijd vol pepermunt en citroenpastilen, en niet zonder reden; want het
+ongelukkige kind heeft allerlei kwalen: pijn aan de maag, pijn aan het
+hart, pijn in het hoofd, pijn op de zenuwen, pijn overal..... Och arme!
+
+Met hare moeder naar de mis van zes uren gaan, zal zij niet doen: in den
+Winter is het te koud, en in den Zomer wil zij tusschen al dat gemeen volk
+niet zitten; zij zou wel kwalijk vallen. De hoogmis duurt veel te lang; zij
+krijgt koude voeten op die blauwe steenen. Maar de kwartjesmis[22], dit is
+hare zaak; daar ziet zij schoone /toiletten/ om die na te apen. En dan kan
+zij nog eens over het Groen kerkhof wandelen en hare nieuwe mantille laten
+zien aan de jonkheid van /bon ton/. (Nota bene. Vele kleermakers,
+sigarenrollers en heerenknechts).
+
+Ziet, zij heeft hare oude moeder gedwongen, hare kanten trekmuts tegen
+eenen zijden hoed te verwisselen en bottinnen aan hare voeten te rijgen,
+anders zou zij met haar niet meer willen uitgaan. Maar hoe ongelukkig ziet
+moeder Van Roosemael er uit onder haar kartonnen dak! Zij krabt gedurig aan
+hare ooren, want die zijn het pletteren nog niet gewoon, en zij kan
+nauwelijks drie stappen doen, of zij beweegt hare voeten gelijk iemand, die
+in eene oude mat of in eenen vuilnishoop verward is: de nestels der
+bottinnen kunnen met hare beenen maar geen kennis maken. Arme vrouw! de
+geburen lachen haar uit, terwijl zij parelen zweet en wel door de steenen
+zou willen zinken van schaamte.... Dan, vergeet niet, dat zij dit alles
+voor hare dochter lijdt, en het dus geen wonder is, dat zij zonder klagen
+hare smart verkropt. Wat vader Van Roosemael betreft, die werd nog het
+meest door de grillige Siska gepijnigd; hij was altijd meester in zijn huis
+geweest en had zijne zaken zoo voorzichtig aangelegd, dat deze op geen
+oogenblik van zijn leven achteruit waren gegaan. Nu voorzag hij, dat er
+wargaren ging ontstaan; doch hij had bijna niets meer te zeggen. Wat hij
+goedvond, keurde zijne dochter af, en niet zelden dorst zij te kennen
+geven, dat hij bekrompene gedachten had. Werd de man dan boos, zoo geraakte
+het huis in rep en roer: hij aan de eene zijde en Siska met hare moeder aan
+de andere. Men weet het: zoo haast het op snauwen en twisten uitkomt, is de
+man een onmachtig kind in vergelijking der vrouw; hij maakt zich eenige
+kannen zwart bloed, slaat wat op de tafel en bijt wat op de tanden; maar
+heeft hij ooit het laatste woord gehad?
+
+Dokter Pelkmans had men het insgelijks zoo moede gemaakt, dat hij eene walg
+van het huis gekregen had en er schuw was van geworden.
+
+Vader Van Roosemael was niet tusschen twisten en kijven opgevoed; vrede en
+stille vriendschap achtte hij het grootste geluk op aarde; ook liet hij
+eindelijk vele zaken tegen zijnen dank geschieden, om in geenen nutteloozen
+woordenstrijd te vallen. Niettemin, deze eeuwige dwang en de plotselinge
+verandering van zijn huishouden benevelden zijnen geest met diepe
+droefheid, en niet zelden begroette hem de eene of andere bekende met deze
+woorden: «Maar, Van Roosemael, wat zij gij mager geworden! Zijt gij ziek
+geweest?»
+
+In eene enkele zaak was het den goeden man gelukt, tot hiertoe te
+overwinnen, namelijk in de aanvallen, welke Siska tegen den winkel zelven
+richtte. O, die zou en die moest veranderd worden! Dan, dit kostte meer
+moeite en meer listen.--Achter dien toog was vader Van Roosemael opgevoed;
+de stoel, waarop zijne moeder zaliger hem gezoogd had, stond er nog; die
+tonnekens en kinnekens had hij toegelachen, eer hij spreken kon; geen
+barstje, geen teeken, of het was hem eene zalige herinnering: ter oorzake
+van den geblutsten pot, die daar staat, had zijn vader, den dag vóór zijnen
+dood, hem eene zoo treffende vermaning over de spaarzaamheid gegeven, dat
+hij ze nu onuitwischbaar in zijnen geest geprent hield; de zware vlekken,
+op dat groen tonneken, waren vlekken, die hij, kind zijnde, met zijne
+handekens gemaakt had, omdat zijne goede moeder hem somtijds daaruit een
+stuk suiker langde, en hij het tonneken dikwijls poogde open te streelen;
+op dien houten bak staan twee letters ingesneden: J.-S..... Zij beteekenen
+Jan-Siska en zijn een gedenkstuk zijner eerste en innige liefde.--In één
+woord, deze winkel was zijn vaderland, zijne wereld; alles, wat er zich in
+bevond, maakte deel van zijn bestaan en van zijn leven.
+
+Ook, wie zal zeggen wat vloed van tranen Siska gestort heeft, hoe dikwijls
+zij flauwgevallen is, hoevele dagen zij geweigerd heeft te eten, hoevele
+stuipen en zenuwtrekkingen zij gehad heeft om den onverbiddelijken wil
+haars vaders te breken en den winkel te mogen verfranschen?--Ja, dit heeft
+een jaar lang geduurd: twaalf maanden van twist, van huisverdriet zijn er
+voorbijgegaan, eer de oude Van Roosemael, als een overwonnen soldaat, het
+hoofd liet vallen en met tranen in de oogen zeide: «Doet al aan!»
+
+Maar dit woord, dat als zijn eigen vonnis hem door het harte sneed, knakte
+terzelfder tijd zijn gemoed en zijn lichaam ter neder; hij begon te
+kwijnen, werd bleek en zwak, en scheen met eene geheime kwaal naar het graf
+te wandelen. Niet zelden beefde Siska als een riet, wanneer het glinsterend
+oog van haren grijzen vader eenen beschuldigenden blik in haar oog schoot;
+maar hij sprak niet, de moedelooze man,--en staarde in stom verdriet op de
+werklieden, die bezig waren met zijnen winkel overhoop te zetten. Hij zag
+al zijne dierbare herinneringen vernietigen; en, naarmate er eene van deze
+onder den borstel des schilders of onder den beitel des timmermans
+verdween, werden zijn adem en zijn leven korter.
+
+[Illustration: Eene jonge vrouw geheel in eenen zwarten mantel gedoken.
+(Bladz. 70.)]
+
+Welhaast was de eenvoudige burgerwinkel herschapen in een prachtig
+magazijn. Alles blonk er van koper; de toog was beschilderd met engeltjes,
+die koffie maalden, sigaren rookten of tabak wogen; de vensterglazen waren
+zoo groot als spiegels en overdekt met Fransche opschriften. Het gas
+verlichtte dit alles; eene meid en een knecht stonden achter den toog met
+de armen overeen geslagen, en Siska of mademoiselle Eudoxie Van Rosmal zat
+tegen het venster, op eene hoogte, eenen Franschen roman te lezen.
+
+Die staat van zaken duurde langen tijd, tot het groote verdriet van den
+moedeloozen vader. Zooverre was hij nu geraakt, dat hij aan alles
+onverschillig scheen, tot zelfs aan de vriendschap van Spinael. Deze had,
+op aanrading van Van Roosemael, den koophandel in huiden en leder begonnen
+en had in korten tijd veel gelds gewonnen, zoodat hij in staat ware geweest
+om de ontleende duizend gulden af te leggen, hadde Van Roosemael ze niet
+blijven weigeren. Van zijne kinderen had hij nog niets vernomen.
+
+Terwijl alles in den winkel verwardelijk toeging en de geldkas ledig
+geraakte, lag vader Van Roosemael ziek te bed; maar, vermits hij nooit
+klaagde van pijn of ongemak, dacht men of wilde men denken, dat het eene
+gewone onpasselijkheid was, en men vergenoegde zich met hem wel zorglijk te
+dienen.
+
+Op eenen morgen nochtans verzocht hij, dat men M. Pelkmans en Spinael zou
+gaan roepen.
+
+De laatste was juist voor handelszaken naar Keulen gereisd.
+
+De dokter kwam onmiddellijk en bleef lang alleen met den zieke. Wat er
+tusschen hen beiden omging of wat zij zeiden, weten wij niet. Dan, na een
+uur tijds hoorde men iemand de trappen afkomen,--en de dokter verscheen in
+den winkel. Zijn gelaat was bleek als dat van eenen doode en loste ijselijk
+uit op den kraag van zijnen zwarten mantel; de oogen stonden hem fonkelend
+in het hoofd, en zijne wangen beefden krampachtig als die van een woedend
+mensch: door de opening van zijnen mantel kon men zien, hoe zijne geslotene
+vuist zich nijdig toeneep. Van het oogenblik zijner verschijning in den
+winkel had hij zijne vlammende oogen als pijlen in die van Siska gericht,
+en ging nu als een spook achter den toog tot haar. Zij, vol angst en
+benauwdheid, stak hare twee handen vooruit, alsof zij deze akelige
+verschijning van zich wilde weren; maar de dokter ontsloot zijne vuist,
+sloeg zijne hand aan haren pols, neep dien te pletten en sprak met eene
+ijselijke stem:
+
+«Uw vader gaat sterven, misdadig kind!--Gij hebt hem vermoord!»
+
+Dan liet hij haar in onmacht op haren stoel nedervallen, ging ten huize uit
+om eenen geestelijke te halen, en kwam kort daarna met de Berechting terug.
+
+Nadat de zieke Van Roosemael de laatste hulp der Kerk ontvangen had en de
+priester weg was, zuchtte hij:
+
+«Mijn kind, mijne Siska wil ik zien, dokter..... Maar vergiffenis voor
+haar!--o, pijnig ze niet door strenge woorden!»
+
+«Ik ga ze halen; maar zij moet gestraft, zij moet gebroken worden.
+Misschien zult gij dan uit den hemel op een deugdzaam en berouwend kind
+kunnen nederzien.»
+
+Met deze woorden opende de dokter de deur der kamer en ging beneden in de
+keuken. Dáár zaten moeder en dochter met de handen voor de oogen te weenen;
+Siska ging te werk, dat zij een steenen hart zou hebben vermorzeld:
+zuchten, kermen en akelige klachten welden op uit haren boezem. O, ditmaal
+was hare wanhoop niet geveinsd! De pletterende woorden, welke de dokter als
+de vervloeking van den vergramden God in hare ooren had doen klinken,
+hadden haar den blinddoek met geweld afgerukt. De naam van vadermoordster,
+die nu gedurig voor hare oogen in vlammende letteren stond te lezen,
+brandde op haren geest als eene sprankel van het helsche vuur, dat haar
+wachtte. De zware stap des dokters deed haar met schrik opzien..... Ho!
+daar staat hij weder voor haar, de wraakengel des Heeren! Zijn stekend oog
+dringt tot in hare ziel; onder zijnen machtigen blik voelt zij hare
+krachten verminderen; eene koude ijzing stolt het bloed in hare aderen.....
+Maar zij rukt zich los van onder dit toovergeweld;--zij springt op, ploft
+neder op hare knieën voor hem, heft de armen in de hoogte en roept:
+
+«Uwe gramschap is rechtvaardig! Ik ben een misdadig en verfoeilijk
+schepsel...... maar, in den naam van mijnen stervenden vader, o, genade,
+genade voor mij!»
+
+Twee tranen rolden blinkend over de wangen des dokters; zijn gelaat verloor
+eensklaps de uitdrukking van toorn, om alleen nog de kenmerken der diepste
+droefheid te behouden. Hij naderde tot het smeekende meisje, nam haar bij
+de hand en sprak, zonder haar van den grond op te lichten:
+
+«Siska, ongelukkig kind, gij hebt schrikkelijk tegen God misdaan, want Hij
+heeft gezegd: bemint uwen vader en uwe moeder,--en gij, wat hebt gij
+gedaan?..... Neen, neen, vrees niet, ik zal het ijselijk woord niet meer
+herhalen.--Herkoop uwe misdaad, Siska; er is nog één middel om u met God en
+met uwen vader te verzoenen. Ga tot hem, hij roept u stervende,--maar geef
+acht! Indien hij deze wereld verlaat zonder de overtuiging van uw berouw en
+uwe bekeering, indien hij den geest geeft zonder troost, zonder vrede en
+zonder hoop voor u..... o, dan zal de vloek des Heeren u vervolgen tot na
+dit leven!»
+
+Hoe bitter, hoe hartverscheurend deze woorden ook waren, scheen Siska
+daaruit meer moed te putten; zij zoende de handen van den dokter met drift
+en riep, terwijl zij opsprong en naar de kamer haars vaders vloog:
+
+«Dank! dank!»
+
+ * * * * *
+
+..... Zou ik nu het plechtig stervensuur des vaders en de wanhoop der
+dochter afschilderen? Zou ik u Siska toonen, waar zij huilend en met
+hangende haren door de plassen harer gestorte tranen kruipt? Zou ik u
+zeggen, hoe zij haar hoofd tot bloedens toe tegen het doodbed haars vaders
+knotst; hoe zij hare schoonheid poogt te vernietigen en met hare nagels
+door hare wangen ploegt; hoe zij al de teekens harer wulpschheid scheurt,
+vertrapt en verbrijzelt?--O, neen, dit tooneel ware te wreed en te
+pijnlijk!
+
+Ziet, de vader gaat sterven; maar eene uitdrukking van gelukzaligheid maakt
+zijn aangezicht gelijk aan dat van eenen heilige. Zijne brekende oogen zijn
+met een troostvol gevoel voor het bed gericht. Dáár zit Siska geknield; zij
+houdt hare moeder in beide armen omsloten, zoent ze met teederheid en
+smeekt om vergiffenis; de dokter staat bij haar en stort tranen van
+ontroering.--Dit tafereel ziet de stervende..... hij laat zijne slappe hand
+over de bedsponde rijzen en op het hoofd van zijn kind nedervallen. Dan
+zegt hij, terwijl zijne ziel hare vleugelen ontplooit en van de aarde
+hemelwaarts opschiet:
+
+«Gezegend, gezegend, o Siska, mijn kind!»
+
+ * * * * *
+
+De honderdjarige winkel van Van Roosemael is nu gesloten. Moeder en dochter
+leiden een eenzaam en boetvaardig leven; zij herinneren zich met afschrik
+de oorzaak hunner rampen en voegen in hunne litanieën dit beteekenend
+gebed: /Van het Fransche zedenbederf bevrijd ons, Heer!/
+
+Heer Lezer, ik heb eenige hoop, dat deze ware geschiedenis uwe toegevende
+aandacht zal gevestigd hebben, en dan zult gij wellicht ook nieuwsgierig
+zijn om Siska te zien. Welnu, indien gij inderdaad die begeerte hebt, ga
+dan des Vrijdags, omtrent zes uren des morgens, of wat later, naar de
+Predikheerenkerk; doe de deur ter rechterhand open en stap voort over het
+oude kerkhof, tot onder den Kalvarieberg en in de spelonk van het Vagevuur.
+Hier zult gij eene jonge vrouw geknield zien zitten, geheel in eenen
+zwarten mantel gedoken en met de kap over het aangezicht. Indien gij scherp
+luistert, zult gij de parelen van eenen rozenkrans tusschen hare vingeren
+hooren glijden, en van tijd tot tijd zal van onder hare kap een zucht
+opgaan als die van eene der lijdende zielen. Zij echter zal zich niet
+roeren, en in de halve duisternis zal zij u voorkomen als een biddend
+beeld, dat daar gesteld is. Indien gij dan ziet, dat zij, opstaande, eenen
+langen kus op de hand der smeekende ziel plaatst en traaglijk de spelonk
+verlaat, zonder u schijnbaar te hebben bemerkt, zeg dan stoutelijk: ik heb
+Siska Van Roosemael gezien!
+
+De dochter van Spinael zal ik u niet wijzen: er zijn plaatsen, die men niet
+noemen mag. Wat haren broeder betreft, er zijn gevangenissen genoeg in
+Frankrijk, om gauwdieven en schelmen op te sluiten.
+
+EINDE VAN SISKA VAN ROOSEMAEL
+
+[22] In de hoofdkerk te Antwerpen wordt er des Zondags, te twaalf uren,
+eene misse gelezen, die men de /kwartjesmis/ noemt, omdat zij gewoonlijk
+slechts een kwartier duurt. Wie laat opstaat of schoone kleederen te toonen
+heeft, gaat naar deze mis.
+
+
+
+
+Transcriber's notes
+
+
+ * This novella was combined into one printed volume with another novella
+ called "Hoe men schilder wordt," which will also appear at Project
+ Gutenberg in due time. References such as a table of contents that
+ point to the other novella have been left out of this e-text.
+ * A footnote is missing on page 57 of the print version. Also, the
+ numbering of footnote references on that page is in the wrong order.
+ This has been corrected in the e-text.
+ * Page 9: inserted full stop after "Semelles de liège, enz".
+ * Page 10: inserted closing quotes after "toch niet vangen.....".
+ * Page 19: capitalized "ik" at the beginning of a sentence: "Ik versta
+ u genoegzaam".
+ * Corrected: "et hare moeder" to "met hare moeder" on page 62.
+ * Corrected comma to full stop after "in hare aderen...." on page 68.
+ * Corrected "gescheurt" to "gescheurd" in "reeds lang gescheurt" on
+ page 29.
+ * OE ligatures have been transcribed as "[oe]" in the TXT version.
+ * The HTML version contains invisible page numbers that refer to the
+ page numbers of the original print edition.
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL ***
+
+***** This file should be named 31052-8.txt or 31052-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31052/
+
+Produced by Branko Collin and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.