diff options
23 files changed, 4447 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/31052-8.txt b/31052-8.txt new file mode 100644 index 0000000..d758129 --- /dev/null +++ b/31052-8.txt @@ -0,0 +1,2146 @@ +The Project Gutenberg EBook of Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Siska van Roosemael + +Author: Hendrik Conscience + +Release Date: January 23, 2010 [EBook #31052] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL *** + + + + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + + + + +SISKA VAN ROOSEMAEL + +Hendrik CONSCIENCE + +Brussel.--Drukkerij J. Janssens, Marcqstraat, 16. + +J. LEBÈGUE & C^{ie}, BOEKHANDELAARS-UITGEVERS + +36, NIEUWSTRAAT, 36 + +1912 + + + + +I + + BURGERS VAN DEN OUDEN EED + KWAKZALVERS VAN DEN NIEUWEN STIJL + + +Het is weinige jaren geleden, dat er in eene der straten omtrent het Groen +kerkhof te Antwerpen een oude en befaamde kruidenierswinkel bestond, die, +van vader tot zoon overgezet, sedert meer dan driehonderd jaren bekend was +om zijne goede waren en geringe prijzen. De laatste eigenaar van dezen +winkel heette Jan Van Roosemael, zoon van Frans, zoon van Karel, zoon van +Kasper Van Roosemael, en was getrouwd met eene Siska Pot, afstammelinge +van den beruchten Peter Pot, wiens naam men in de twee Peter-Pot-straten +terugvindt[1]. + +Deze beide echtgenooten, van kindsbeen af tot een nuttig en arbeidzaam +leven opgevoed en nu gedurig bezig met hunnen kleinen koophandel, hadden +geenen ledigen tijd over gehad, om in den voortgang der hedendaagsche +beschaving deel te nemen, anders gezegd om zich te verfranschen. Hunne +kleederen, van sterk laken gemaakt, waren eenvoudig en veranderden bijna +nooit van vorm; alleenlijk onderscheidden zij deze in werkdaagsche, in +Zondagsche en in Paaschkleederen. Deze laatste kwamen nooit uit de kas dan +op hoogtijden, wanneer de Van Roosemaels ter Heilige Tafel gingen, of +wanneer zij een kind over de doopvonte houden moesten of getuigen waren bij +het huwelijk van eenen vriend. Genoegzaam is het te begrijpen, dat deze +burgers van de Vlaamsche wereld, alhoewel hun opschik een groot geld gekost +had, er slechts arm moesten uitzien nevens den eenen of anderen +voorbijgaanden pronker, die zich voor eenige franken in de hedendaagsche +papieren kleederen had laten steken en misschien met kleinachting op de Van +Roosemaels nederzag; maar zij stoorden zich daar niet in en dachten bij +zich zelven: «/Ieder wat in deze wereld, gij den wind en wij de +schijven!/»--Onwetend genoeg waren zij, om onbewust te zijn, dat een +treffelijk man op den middag niet mag eten, en zij hadden dus de /gemeene/ +gewoonte van juist op klokslag van twaalf zich bij de tafel neder te +zetten; daarbij, zij vergaten nooit te bidden, en inderdaad, te bidden vóór +en na den maaltijd. Andere gebreken nog kon men hun ten laste leggen: onder +anderen zij verstonden geen woord Fransch en hadden nooit gevoeld, dat hun +die kennis noodig was;--zij waren godvruchtig, werkzaam, ootmoedig en +bovenal vredezoekend. Maar hunne grootste domheid bestond hierin, dat zij +in hunne Vlaamsche eenvoudigheid geloofden, dat het beter was alle dagen +eenen eerlijk gewonnen stuiver ter zijde te kunnen leggen, dan zich met +treken en met bedriegerij in twee of drie jaren zoo rijk te tooveren, dat +iedereen de oogen er van openspalkt en met verwondering uitroept: «Maar! +maar! Waar heeft die Rat[2] het toch gehaald?»--In één woord, zij waren +Vlaamsche burgers van den ouden eed. + +Meester Jan Van Roosemael had eene jonge dochter, genaamd Siska, gelijk +hare moeder, van omtrent de vijftien jaren, tamelijk lang opgeschoten voor +haren ouderdom, fraai van gestalte en van gelaat, met blond haar en blauwe +oogen: een echt schoon Brabantsch kind.--Tot hiertoe had zij in de stad +naar eene gewone school van jonge meisjes gegaan en had er de moedertaal +bijna grondig geleerd, benevens de rekenkunde en al de handwerken, welke +eene goede burgervrouw moet kennen, al ware het slechts om meer van het +huishouden te weten dan hare dienstmeid. Eenvoudig was zij gelijk hare +ouders, godvruchtig, onderdanig, beminnend, niet dartel, niet lui, niet +eigenzinnig,--en waarlijk geschikt om met den man, die haar zou trouwen, in +deugd en eere het huis harer voorvaderen staande te houden en den befaamden +kruidenierswinkel voort te zetten. + +Hoe komt het, dat de honderdjarige winkel nu gesloten is? Wat rampspoed +heeft onlangs de tonnekens, snuifpotten, flesschen en kannekens van Van +Roosemael naar de Vrijdagsche markt gevoerd? Deze geschiedenis zal u dit +verhalen. + +Weet dan vooreerst, dat er in de gebuurte van onzen winkelier een +meester-schoenmaker woonde, die de beste vriend van meester Van Roosemael +was, met hem des Zondags naar de Steenenbrug[3] ging wandelen, des avonds +een smousjas met hem speelde, en verder als een broeder zonder hem geen +vermaak vond. Dit veranderde eensklaps om eene zonderlinge reden. + +De schoenmaker, die te voren fraai aan zijn brood kwam en reeds door +spaarzaamheid zijn eigen huis bezat, deed op zekeren dag, terwijl Van +Roosemael met de koorts te bed lag, zijne twee vensters voor aan de straat +uitwerpen en een groot uitstekend winkelraam in de plaats stellen. Op de +ruiten liet hij in roode verf allerlei Fransche berichten schilderen. In +het midden stond: /A la botte sans couture. Magasin de bottes et souliers +de Paris/[4];--eene leugen, vermits hij voornemens was de schoenen en +laarzen zelf te maken. Wat lager pronkte er voor het glas eene print, +waarop men een persoon verbeeld had, die door de wederspiegeling der zon in +eene geblonkene laars aan beide oogen stekeblind wordt; en boven dit +meesterstuk van kwakzalverij kon men deze woorden lezen: /Véritable cirage +anglais/[5];--nog eene leugen, want het was altijd zijn oude blink, dien +hij zelf maakte. De klanten verloren daar toch niets bij; het verschil was, +dat hij zijnen blink nu viermaal duurder dan te voren deed betalen. Verder +op de hoekruiten stond: /Souliers en caoutchouc/, /Poudre de savon/, +/Semelles de liège/, enz.[6] + +Toen meester Van Roosemael van de koorts genezen was en voor de eerste maal +met langzame stappen zijne straat doorwandelde, viel zijn gezicht op het +nieuwe vensterraam van den schoenmaker. Hij bleef plotseling staan, wreef +zijne oogen als iemand, die door den slaap bekropen wordt, en bezag al de +huizen één voor één en met verbaasdheid, gelijk een vreemdeling, die +verloren geloopen is. + +«Wat is dat?» dacht hij in zich zelven. «Dat is toch de winkel van meester +Spinael niet. Zou hij verhuisd zijn, zonder dat ik het geweten hebbe? +Alweder eene Rat, die hier den Piro[7] komt uithangen en de menschen gaarne +wat zemelen in de oogen zou werpen, om des te beter bankroet te kunnen +spelen, als het schaap binnen is. Maar hij zal mij toch niet vangen.....» + +Terwijl Van Roosemael dus in gepeinzen dwaalde, kwam er een heer van binnen +uit den schoenmakerswinkel op den dorpel staan. Deze was fraai gekleed, met +eene paletot van ruitengoed, eene chocolaadkleurige broek, een wit +ondervest en eenen zoogezegden gouden ketting voor de borst, waaraan een +uurwerk of een kijkglas moest gehecht zijn. Dikke bakkebaarden van blinkend +zwart haar omvingen zijn gansche aangezicht; zijn hoofd was kunstmatig +opgedaan en geleek wonderwel aan die wassen poppen, welke men voor de +vensters der paruikmakers ziet. + +«Ha!» dacht Van Roosemael, «daar is de Rat. Het is zonde van zulken knappen +vent!» + +Maar de nieuwe gebuur kwam rechtstreeks op hem aan, en op zijnen schouder +kloppende, sprak hij: + +«Gij zijt genezen, vriend Roosemael?» + +De verbaasde man herkende de stem van Spinael; hij ging twee stappen +achteruit, bezag zijnen vriend van hoofd tot voeten, en dan eerst zeide hij +eenvoudiglijk: + +«Wat zijt gij schoon, eh!--Hebt gij den grooten prijs in de loterij van +Rusland gewonnen? Hebt gij misschien een erfdeel gedaan? Proficiat dan, ik +wensch u geluk..... Nu, ik heb immers mijn geheele leven lang gedacht, dat +gij ros haar hadt!» + +Spinael glimlachte met eene soort van slim medelijden en antwoordde, +terwijl hij zich eenen zekeren lossen toon gaf, die gewoonlijk /Fransche +chique/ genoemd wordt: + +«Van Roosemael, mijn vriend, gij zult nooit rijk worden, gij. De wereld is +veranderd, niemand laat zich tegenwoordig vangen zonder lokvinken of zonder +vogelteer. /Slechte waar, goed voorgezet, is half verkocht./ Wie van de +Vlaamsche burgers moet leven, slaaft tot zijne oude jaren, eer hij mag +zeggen: /ik ben binnen/! Zij zijn te houvast, vriend, en willen goed leder +en goed werk voor eenen nauwen prijs. Spreek mij van de Fransche jonkheid; +daar is vet op, alle maanden een paar laarzen, duur betaald en licht +gemaakt.» + +De verstomde Van Roosemael wist niet, of hij waakte of sliep. Hij voelde +zijne ooren tuiten van die zonderlinge taal en was genoeg genegen om te +denken, dat Spinael zijne vijf zinnen niet meer bezat. + +«Maar,» viel hij hem in de rede, «ik heb nog al hooren zeggen, dat die +Fransche windmakers dikwijls vergeten te betalen. Let gij maar op; daar +staan bij mij nog al eenigen van die overvliegers in het krijt, en scheer +dan al waar geene wol is. /Liever oordje zeker en het geweten zuiver./» + +«Oude praat, vriend,» antwoordde de schoenmaker, «wij zullen elkander +binnen twee of drie jaren spreken, als het God belieft, en dan zullen wij +eens zien, wie het verste zijn zal. Mijn zoon Jules is naar Parijs om +zijnen stiel te leeren: daar verwacht ik veel van.» + +«Wie is er naar Parijs, zegt gij? Jules? Ik dacht, dat ik de peter van uwen +eenigen zoon was, en dat hij Jan heette gelijk ik?» + +«Welnu, ja, Jan is naar Parijs; maar hij heeft zijnen gemeenen naam +veranderd en heet nu Jules: dat is veel treffelijker, en mijne dochter, die +deze week uit het pensionaat gekomen is, noemt zich Hortense. Ik zeg u dit +slechts, omdat gij hen niet in tegenwoordigheid mijner klanten Jan en +Trees zoudt heeten.» + +Meester Van Roosemael schudde het hoofd met twijfel, bezag beurtelings de +opschriften van het vensterraam en de verschillende kleedingstukken van +zijnen vriend, en sprak dan op half schertsenden toon: + +«Ik geloof niet, dat gij het wel voor hebt, meester Spinael! Ik heb er al +zoovelen langs dien weg zien om zeep gaan[8] en die te voren nog al vast in +hunne schoenen liepen; dan, ieder is meester van te doen wat hij wil,--het +zijn mijne zaken niet, en daarmede is het uit!--Zeg, gij vergeet misschien, +dat het dezen morgen Kamer is van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw. +Gaat gij niet mede?» + +«Broederschap van Onze Lieve Vrouw!» riep Spinael bijna spottend. «Ik ben +geen lid meer, vriend. Iemand, die voor het groote /Theater/ werkt, gelijk +ik, die mag met geene flambouw in de processie meer loopen. Waarlijk, het +zou niet staan.» + +«Goeden dag dan!» morde Van Roosemael op droeven toon, en hij liet den +verfranschten schoenmaker voor zijne deur staan. + +Eenigen tijd daarna kwam Spinael bij den winkelier, en, na veel gepocht en +gestoft te hebben over den schoonen gang zijner zaken, sprak hij van eene +groote partij leder, welke hij te koop wist bij eenen huidvetter, die +oogenblikkelijk geld noodig had. Hij heette het eene /brillante affaire/[9] +en deed zooveel met zijne nieuw aangeleerde treken, dat de eenvoudige man, +in gedachtenis hunner vriendschap, hem vijfhonderd gulden wisselgeld +leende, op drie maanden te betalen. Van Roosemael deed zich terzelfder tijd +de maat nemen voor een paar nieuwe schoenen. De schoenen borsten den +achtsten dag aan stukken, en in plaats van zijne vijfhonderd gulden kreeg +de winkelier wat schoonen praat en oneindig veel beloften. + +Dit laatste punt verwekte eene stille vijandschap tusschen de twee geburen, +die voorts elkander niet meer aanspraken. Hunne beide kinderen deelden +echter niet in deze verwijdering en bleven elkander dagelijks bezoeken. + +[1] Peter Pot, een edelman, stichtte te Antwerpen in het jaar 1433 het +klooster van St.-Salvator, dat men gemeenlijk /Peter-Pots-klooster/ noemde, +en dat in 1575 door de beeldenstormers tot den grond werd afgebrand. De +talrijke afstammelingen van dezen edelman, nu meest geringe burgers, heet +men de /Potten/. + +[2] De vreemde gelukzoekers, die, uit armoede hun vaderland verlatende in +België komen en daar door uitwendige pracht en ijdel gesnork willen doen +gelooven, dat zij /iets/ zijn, noemt men te Antwerpen met den zonderlingen +naam van /Ratten/; maar dewijl de meesten dezer kwakzalvers ons uit het +Zuiden toekomen, begint het volk dezen spotnaam nu uitsluijtelijk toe te +eigenen aan de leden eener enkele groote natie. + +[3] Eene wandeling buiten Antwerpen. + +[4] In de laars zonder naad.--Magazijn van laarzen en schoenen van Parijs. + +[5] Waarachtige Engelsche blink. + +[6] Ezelsooren-schoenen, Zeeppoeder, Kurken zolen, enz. + +[7] Pierrot, een vastenavondzot, die met zemelen werpt. + +[8] /Om zeep gaan/ beteekent tot armoede vervallen. + +[9] Eene veelbelovende zaak. + + + + +II + +GOEDE RAAD, SLECHT BESLUIT + + +Sedert de dochter van Spinael uit het pensionaat gekomen was, had Siska Van +Roosemael veel van hare zuivere eenvoudigheid verloren. Zij had reeds veel +te dikwijls bij den toog van het schoenenmagazijn gezien, hoe de +verfranschte jonkheid met lossen zwier hare vriendin liefkoosde, en hoe +zij, met lonken en pinken, daarop wist te antwoorden /in de schoone en +lieftallige Fransche taal/. Onnoozel nog, en niet wetende wat vuile +wulpschheid onder zulke geveinsde liefdewoorden verborgen ligt, werd zij +meer dan eens rood van schaamte, wanneer de eene of andere windmaker haar +in gebroken Fransch aansprak en dat zij niet als hare vriendin kon +antwoorden. Hierom vroeg zij dagelijks aan hare moeder om ook naar het +pensionaat te mogen gaan. Vrouw Van Roosemael, die hare dochter met +verblindheid beminde, had insgelijks met nijd gezien, dat Hortense, of +liever Trees Spinael, alhoewel bijna leelijk zijnde, al de oogen tot zich +trok, en dat hare arme Siska er verschrikkelijk gemeen uitzag nevens de +opgepronkte dochter van den meester-schoenmaker. In haren moederlijken +hoogmoed dacht zij, dat het niet betaamde haar kind langer te laten +achteruitstaan voor eene, die minder was dan zij. Na eenige maanden +hierover aan de ooren van haren man gezaagd te hebben, werd er besloten, +dat Siska naar het pensionaat zou gaan, maar dat men eerst den ouden +Pelkmans over dit gewichtig punt zou raadplegen. + +Deze Pelkmans was de dokter of geneesheer van het huisgezin, gelijk zijn +vader de dokter der vorige Van Roosemaels geweest was. Dikwijls had hij +door zijnen wijzen raad den winkelier in moeilijke zaken bijgestaan; maar +wat hem het meest door de beide ouders deed beminnen, was, dat hij Siska +tweemaal in ontstekende ziekten, en laatst nog tijdens den cholera-morbus +van eenen gewissen dood gered had. Zij hadden in hunne dankbaarheid +begrepen, dat de dokter hierdoor eenig recht op het leven en op de toekomst +hunner dochter gewonnen had, en beslisten nooit iets, dat haar aanging, +zonder zijnen raad te vragen. Dan, daarin deden zij zeer wel; want de oude +Pelkmans was een wijs en geleerd man, die den loop der wereld goed kende en +alles met Vlaamsche bezadigdheid in stilte naspeurde en doorgrondde. + +Op den gestelden dag zat de dokter, met vader en moeder Van Roosemael, in +eene kamer achter den winkel, en het gesprek werd door meester Van +Roosemael dus begonnen: + +«Dokter Pelkmans, mijne vrouw wil volstrekt hebben, dat Siska naar een +Fransch pensionaat gezonden worde. Wat mij betreft, ik ben er al lang tegen +geweest, maar de tranen van Siska hebben mij eindelijk van gedachte doen +veranderen.» + +«Naar eene Fransche kostschool?» vroeg de dokter verwonderd. «Naar een +Fransch pensionaat? Er zijn immers goede scholen genoeg in de stad, en zoo +kan men ten minste dagelijks zien, of het schaap niet verloren loopt.» + +«Och, och!» riep de moeder lachend en met eene soort van misprijzen. «Wat +is er op de scholen in de stad te leeren? Breien, naaien, lijnwaad +teekenen, hemden snijden, cijferen--en Vlaamsch, dat ieder toch kent! Zie +de dochter van Spinael eens: dat gaat /blok/ weg en komt /juffrouw/ terug; +dat spreekt Fransch, dat is beleefd, dat wordt van alle deftige lieden +aangehaald..... Zij heeft maar te kiezen met wien zij wil fortuin doen.» + +De dokter trok de schouders op en schudde het hoofd met nadenken. Hij +antwoordde: + +«Gij bedroeft mij, vrouw Van Roosemael; ik begrijp niet, wat kwade geest u +aanblaast en uw gezond oordeel eensklaps heeft vernietigd; de deftige +lieden, waarvan gij spreekt, zijn wat kleermakers, wat komedianten en wat +magere klerken, die naar den schoenmakerswinkel komen, gelijk de vliegen +naar eenen kop broodsuiker. Ik ken Hortense Spinael, en ik mag u zeggen, +dat ik de helft van mijn goed zou willen verliezen, om te beletten dat +Siska haar ooit gelijke. Zult gij dat eenvoudig, dat schoon en zuiver kind +laten bederven; haar van godsdienst, van goede zeden en van Vlaamsche +rechtzinnigheid aftrekken, om er eene lichte en wulpsche /coquette/[10] +van te maken? Pas op! Misschien zal mijn raad hier onmachtig zijn; maar dan +zult gij u de ooren krabben, indien wij het geluk hebben nog wat te leven.» + +De twee ouders waren door de strenge woorden des dokters verschillend +getroffen; beiden glimlachten: de vader van vreugd, omdat hij voorzag, dat +de dokter overwinnen zou; de moeder van spijt. Zij gaf niet ten onderen en +riep: + +«Dokter, dokter, gij snijdt er te sterk door! Ik weet wel, dat gij eenen +haat hebt tegen al wat Fransch is; maar wij zijn van de oude wereld, man. +Het gaat er nu zoo niet meer.....» + +«Vrouw Van Roosemael,» viel de dokter in, «gij wilt mij niet verstaan. Het +is mijne gedachte niet, iemand te beletten vreemde talen te leeren, en dit +kunt gij genoeg bemerken aan mijnen zoon Lodewijk, die op de Hoogeschool +is. Kan hij geen Fransch? Ja, en wat beter, hoop ik, dan de jonge +weetnieten, die het hoofd van Hortense Spinael op den hol helpen en u de +oogen uitsteken, vrouw Van Roosemael. Gij moet mij zoo niet bezien: +weetnieten, ja! Wat kennen zij? Wat straatfransch, dat zij dikwijls nog +onbarmhartig martelen; hunne moedertaal kennen zij ook niet, en wat de +nuttigste wetenschappen aangaat, daarvan zijn de namen zelfs hun onbekend. +Al hunne geleerdheid bestaat in Franschen wind, in woorden en gezegden, die +zij hier en daar uit gazetten of uit romans opvisschen. Daarvan spinnen zij +een hol en ijdel gerammel aaneen en verkoopen dit aan onkundige menschen +voor Fransche geleerdheid! Maar gij maakt mij gram: wij geraken van ons +onderwerp. Laat ons elkander beter verstaan. Ik zeg u dan, en luistert wel +op mijne woorden: er zijn goede kostscholen, maar oneindig meer slechte +zijn er. De goede zijn die, waar de meesteressen, hunne heilige zending +verstaande, een nuttiger doel hebben dan dat van eene dochter met een +wereldsch vernis te beglanzen ten koste harer godsvrucht en harer +eerbaarheid; waar de meesteressen samenspannen en altijd en overal waken om +het vreemde vergif af te weren, de ijdelheid te bestrijden en de dartelheid +te bevechten;--waar men weet, wat goede hoedanigheden in de Vlaamsche +inborst hunne wortelen hebben, en hoe gevaarlijk het is dien zuiveren grond +te verfranschen; in één woord, waar men zich niet voorstelt, modische +juffers, maar wel nuttige en waardige huismoeders te maken..... Is het nu +naar zulk eene kostschool, dat gij Siska zenden wilt, zoo heb ik er niets +tegen: verre van daar, ik zal er blijde om zijn. Alles hangt af van de +keus, die gij gaat doen. Ik weet het: meest al de Fransche pensionaten zijn +nesten van bederf en van zedenverlies; nogtans de goede zijn licht te +vinden, als men ze maar zoeken wil. Indien gij het verlangt, ik zal er u +een aanwijzen. De kostschool van X..... bij voorbeeld?» + +«Ja, het pensionaat van X.....!» riep de moeder, «ik dacht het wel. Neen, +dan kan Siska ook wel te huis blijven. Zie Anna Van Straten eens. Zij is op +die kostschool geweest: na drie jaren is zij teruggekomen, gelijk zij er +naar toe gegaan was. Zij is wel braaf en zedig, ik hoor wel zeggen, dat zij +geleerd is en alles kent, wat een goed huishouden aangaat; maar dat kan men +immers overal leeren? Daarom moet men naar geene kostschool gaan!» + +«En waarom moet men er dan naar toe gaan, moeder Van Roosemael? Ik versta u +genoegzaam: om verfranscht te worden, niet waar? Om gelijk Hortense +Spinael, te leeren dartelen en zedeloos te worden; om zich boven zijnen +staat te leeren kleeden en, tot verergernis van iedereen, de modepop en de +lichtvink te kunnen uithangen?» + +«Maar, dokter,» bemerkte vader Van Roosemael, «indien de meeste pensionaten +de kinderen bederven, hoe komt het dan, dat alle rijke menschen, die toch +ook niet dom zijn, hunne dochters er naar toe zenden?» + +«Verstaat mij wel, mijne vrienden,» hernam de oude Pelkmans met verkalmd +gemoed, «elke stand der samenleving heeft zijne wijze van denken en zijne +zeden. Hetgeen goed, eerbaar en nuttig is voor een edelmanskind, is +dikwijls slecht, oneerlijk en schadelijk voor het kind van eenen winkelier. +Het kwaad der opvoeding, welke men in zulke pensionaten aan de meisjes +geeft, ligt bovenal hierin, dat men er de dochter van eenen schoenmaker of +van eenen beenhouwer, van eenen edelman of van eenen rentenier dezelfde +gedachten inboezemt,--en aan die, welke bestemd zijn om te werken, eene +zelfde opvoeding geeft met degenen, welke nimmer iets anders zullen moeten +doen dan hun verstand gebruiken om zich in de weelde niet te verdrieten. +Zoo bederft men de maatschappij in haar gronden: ieder meisje wil juffrouw +zijn, en met de pracht komen luiheid, geldverkwisting, zedeloosheid en nog +erger. Men maakt Fransche /coquetten/ met den hoop, maar Vlaamsche +arbeidzame huisvrouwen? Geen enkele!» + +Nu stond vader Van Roosemael eensklaps van zijnen zetel op en sprak met +besluit: + +«Toe, toe! Gij zijt veel te goed, dokter, om zoolang daarover te willen +redeneeren. Gij hebt gelijk, en Siska zal naar het pensionaat van X..... +gaan, of zij zal te huis blijven, indien het waar is, dat ik hier meester +ben. Die vrouw met haar Fransch! Zoudt ge niet zeggen, dat wij gebrek +hebben geleden en achteruit zijn geboerd, omdat wij onze moedertaal +spreken? Ik zeg: goed is goed, en wie goed beter wil maken, zie ik voor een +botten ezel aan.--En, om het kort te maken, Siska blijft te huis!» + +Maar de brave man had zonder zijnen waard, of liever zonder zijne vrouw +gerekend. Deze riep met gramschap: + +«Hola, zoo gauw niet, Van Roosemael! Het schijnt dat gij vandaag wat vele +noten op uwen zang hebt. Zit maar neder en maak u geen kwaad bloed, man. +Dokter, zeg mij eens, wat groote zonde zou het nu zijn, dat onze Siska zoo +beleefd was en zoo goed Fransch kende als een edelmanskind? Of zou zij daar +een haar slechter om zijn?» + +Op deze vraag verstond de dokter, dat hij tegen een genomen besluit en +tegen de vrouwelijke koppigheid te worstelen had; daarom veranderde hij van +toon, gaf aan zijne stem meer ernstigheid en antwoordde: + +«Neen, indien zij in het pensionaat, dat gij bedoelt, beleefdheid en +nuttige kennis alleen kon verkrijgen; maar gij weet niet, moeder, wat de +meisjes in zulk pensionaat van hunne meesteressen, doch bovenal van +elkander leeren. Wil ik het u zeggen? Luister dan, het zijn droeve +waarheden:--men leert er Fransch ja; maar met de Fransche taal leert men er +ook Fransche treken. Bij voorbeeld: hoe men oogkens en gezichtjes zal +trekken en zijn mondje zal toenijpen om bevallig en beminnelijk te +schijnen; hoe men ten voordeele eener romantische, dat wil zeggen geheime +liefde, zijne ouders bedriegen zal; hoe men zich het hoofd vol geest- en +lichaamuitputtende minnebeelden zal steken: hoe men zich met pommades van +allerlei reuken zal bestrijken; hoe men het haar /à la neige/, /en +tire-bouchons/ of /à la chinoise/ zal krullen[11]; hoe men zich kleeden zal +/en négligé/, /en robe de ville/ of /en costume de bal/[12]; hoe men buigen +en neigen zal volgens den staat der menschen: diep voor eenen rijke, bijna +niet voor eenen burger en in het geheel niet voor een gering mensch.--Men +leert er zotte Fransche liedekens, die, onder den naam van romancen, de +driften te vroeg doen ontgloeien en aan een onwetend kind woorden en dingen +leeren, die het niet weten mag;--in één woord, liederen, die onder een +gulden bekleedsel voor jonge meisjes niets zijn dan zedenbederf, vergif en +vuiligheid..... Is dit kennis, die een Christenmeisje, die eene +burgerdochter betaamt?» + +De dokter zag op dit oogenblik met blijdschap, dat zijne woorden indruk op +zijne beide aanhoorders deden, en inderdaad, zij hielden hunne oogen strak +in de zijne gevestigd en schenen beweegloos, alsof de zware stem van den +ouden redenaar hen had verpletterd; willende het kind, dat hij beminde, +geheel van de verderving bevrijden, ging hij voort op nog meer +nadrukkelijken toon: + +«En door het overdrijven van een onnatuurlijk en onverzadelijk +liefdegevoel, wordt het hart dier jonge dochters dor en ledig; hunne ouders +worden knorrepotten van de andere eeuw, oortjesdood! Hunne echtgenooten, +die zij droogzakken en vijanden van het vermaak noemen, gelijken niet aan +hunne ingebeelde jonkers en ridders; zij kunnen nimmer hunnen man oprecht +beminnen; zij breken hunne trouw en spotten met al de wetten der +eerbaarheid. Kendet gij het nest, waaruit al deze schoone zaken gesproten +zijn! Wist gij, wat modderpoel van goddeloosheid en zedenbederf dat Parijs +is, welks levenswijs gij uwe dochter wilt doen aanleeren! Beziet Hortense +Spinael! Wat is zij anders dan eene wulpsche /coquette/, die met vijftig +onkuische jongelingen te gelijk liefdewoorden spreekt, zich de ooren vol +ijdelen klap laat blazen en dagelijks dingen hoort, die mijn berimpeld +voorhoofd onder mijne grijze haren zouden doen rood worden, eene Dante, die +nu reeds hare goede faam verloren heeft. Wat zal er van haar geworden? +Fortuin doen? Neen, neen; zij zal zoolang met het vuur spelen, totdat zij +zich brandt, en dan is het dartelen gedaan..... Van iedereen veracht en +verfoeid, zal zij dan in tranen het overige van haar leven slijten en te +laat eene eerbaarheid betreuren, die onwederroepelijk geschonden +blijft.--O, mijne vrienden, is dit het lot, dat gij uw eenig kind, uwe +goede Siska, wilt doen ondergaan? Zult gij voor God durven verschijnen, +wanneer gij de zaligheid van uwe dochter met hare zeden zult hebben +verspeeld, om anderen in de Fransche boosheid na te apen? Wilt gij ze +verwijzen tot een leven van berouw en van wroeging, tot het storten van +bloedtranen over hare geschondene eerbaarheid? O, zegt mij neen, ik bid u!» + +Hier borst vader Van Roosemael in tranen los; hij wilde spreken, doch kon +in het eerst niet, zoozeer verkropte hem de angst, dien het voorgeschetst +lot van Siska hem had ingeboezemd. Hij stond op, vatte de hand van den +dokter en riep eindelijk: + +«Dank, dank, vriend. Uw wijze raad zal hier gevolgd worden; ik versta wel, +dat mijne vrouw onze Siska naar het pensionaat van Hortense Spinael wil +zenden; maar dat men er niet meer van spreke, hoort gij, vrouw, of ik zal u +laten zien, dat uwe koppigheid slechts zoolang duren kan, als ik het wil +verdragen!» + +De vrouw begreep aan de klemmende stem van haren man, dat hij ditmaal de +zaak ernstig meende; zij antwoordde koelbloediglijk: + +«Nu, nu, zwijg er maar van. Gij moet daarom niet weenen. Dat Siska dan al +te huis blijve, en zie, dat gij zelf er iets van maakt!» + +Deze woorden bedroefden den dokter; hij begreep genoegzaam, dat moeder Van +Roosemael niet bekeerd was, en bracht nog vele en verschillende redenen in +tegen haar gevaarlijk voornemen. Eindelijk begon hij te gelooven, dat hij +had gezegepraald en nam zijn afscheid, half vergenoegd en half droef. + +Omtrent drie maanden later zag de dokter eens van verre meester Van +Roosemael hem te gemoet komen. De man zag er ongemeen treurig uit en ging, +tegen zijne gewoonte, zeer langzaam voort, alsof hij uit eene zware ziekte +ware opgestaan. De oude Pelkmans, hem genaderd zijnde, vatte hem bij den +pols en sprak; + +«Niet ziek, hoop ik? Er scheelt toch iets aan; uw pols slaat zoo langzaam. +Wat hebt gij, vriend?» + +De goede Van Roosemael sloeg zijne oogen op, en terwijl twee tranen op +zijne wangen vielen, zuchtte hij: + +«Siska is naar het pensionaat!.....» + +«Dit is niet erg,» bemerkte de dokter, «maar naar welke kostschool is zij?» + +«Naar het pensionaat van Hortense Spinael! Word niet boos op mij, vriend +Pelkmans; het is mijne schuld niet. De duivel heeft mijn huishouden twee +maanden lang overhoop gezet, eer ik heb toegestemd; maar den zaag, den +twist en het weenen van moeder en dochter kon ik niet langer uitstaan; ik +ben er zuiver mager van geworden.» + +Een gevoel van droefheid kwam het hart des dokters vervullen; dan, hij had +medelijden met zijnen vriend en antwoordde glimlachend: + +«Meester Van Roosemael, de oude Grieken schrijven van eenen wonderbaren +held, dien zij /Hercules/ noemen. Deze heeft vele reuzenwerken uitgevoerd: +rotsgebergten gekloofd, stroomen verdraaid, wilde stieren den nek +omgewrongen, slangen platgenepen, ja, zelfs eenen draak met zeven hoofden +den hals gebroken; maar dat hij in zijn geheele leven een vrouwenhoofd zou +gebroken hebben, dit heeft men niet durven schrijven. Waarom zouden wij +het dan kunnen?--Troost u toch, ik heb alles ten ergste opgegeven; het zal +er waarschijnlijk zoo slecht niet gaan als wij denken, en in alle geval, +Siska komt toch alle jaren tweemaal naar huis: dan zullen wij het kwaad al +vroeg kunnen tegenhouden, indien wij het bemerken.» + +De vader glimlachte troostvol en blij: hij drukte met dankbaarheid de hand +des dokters en vervorderde zijnen weg met versnelde stappen. + +[10] Door het woord /coquette/ verstaan de Franschen eene mannenzottin, die +zich met niets bezig houdt dan met modekleederen, pommades, blanketsel, +geveinsden liefdezang, Fransche complimenten en anderen wind;--die, +getrouwd of ongetrouwd, Jan en alleman tot vrijers zou willen hebben, en in +de wereld niets veroorzaakt dan ergernis, huistwist en zedenbederf. + +Voortijds was dit soort van vrouwen in de Vlaamsche landen onbekend; ook +bestaat er in onze moedertaal geen woord, dat met /coquette/ overeenkomt. +Wij hebben wel /Lichtvink/, /Dante/ en nog een ander zeer bekend woord, dat +ik niet zeggen wil; maar deze benamingen worden niet toegepast dan op +/coquetten/ der geringste klasse. Te Antwerpen zegt men nog wel, sprekende +van eene juffer, wier goede faam niet zwaar weegt: het is een /haantje/! +Zou dit het woord /coquette/ niet zijn? + +[11] Verschillende wijzen van het haar op te doen: op zijn sneeuwsch, op +zijn kurketrekkersch, op zijn Chineesch. + +[12] Verschillende wijzen van kleeden: een morgenkleed, een wandelkleed, +een balkleed. + + + + +III + +HOOG VLIEGEN, DIEP VALLEN + + +Siska was met nette burgerkleederen en eene welvoorziene kist vol nieuw +lijnwaad naar de kostschool vertrokken; maar niet lang bevond zij zich +daar, of zij begon onder allerlei voorwendsels en met schoone woorden om +geld te schrijven. Haar eerste brief ving in dezer voege aan: + +«Lieve en welbeminde Mama, + +Ik ben het slechts gekleed van het geheele pensionaat; de andere +mammezellen lachen mij uit en zeggen, dat ik eene boerin ben. Ik doe niets +dan krijschen en ik heb veel verdriet en ik zal ziek worden, allerbeste +mama, als gij geene /compassie/ met uwe ongelukkige Siska hebt. De dochter +van den coiffeur, die papa komt scheren, is hier ook op het pensionaat, en +die is wel gekleed in het satijn en in de zijde gelijk de anderen; ik +alleen loop met een licht katoenen kleêken en heb geenen hoed of geene +bottinnen, dat ik heel krom geworden ben van schaamte en van met mijne +oogen naar den grond te gaan. Ik word bleek en mager, en ik zal zeker ziek +worden, lieve mama, als ik nog langer de verstootelinge van het pensionaat +moet zijn.--Ik ben al in den /Télémaque/, en ik kan al zoo schoon dansen, +dat de andere mammezellen er jaloersch over zijn. + +De complimenten aan papa. + + Uwe getrouwe dochter tot in den dood, + Eudoxie van Roosemael.» + +De moeder durfde dezen brief aan haren man niet toonen. Zij gevoelde wel, +dat daarin de voorteekenen lagen van het kwaad, dat dokter Pelkmans had +aangewezen: er heerschte reeds een toon van lichtvaardigheid in; het einde +scheen haar uit een minnebrief ontleend te zijn, en met droefheid poogde +zij de uitlegging te vinden van het woord /Eudoxie/, dat zij eindelijk +aanzag als de vertaling van den voornaam /Siska/. Uit medelijden tot hare +dochter zond zij haar tweemaal zooveel geld als deze zou hebben durven +verwachten. Dit geschiedde meer dan eens: Siska bezat nu alreeds de kunst +om zoogezegde onnoozele leugens aaneen te knoopen, en de liefde harer +moeder uit te persen als eene spons. Men zou zich kunnen verwonderen over +deze spoedige verandering;--maar was zij dan alleen? Had zij in hare +gezellinnen niet meer dan honderd leermeesteressen, die haar door woorden +en voorbeelden in al de aardige en grillige ondeugden der luiheid en der +wulpschheid onderwezen? O, dit deel harer Fransche opvoeding was +onmiddellijk voltrokken. De eerste maand had zij een zijden kleed met +gewatteerde borst: het was de mode; de tweede maand eenen satijnen hoed +met bloemen; de derde een zonnescherm of /parasol/; de vierde een kleed met +ontblooten hals; de vijfde gebruikte zij pommade en amandelmelk, en had +ergens een zeer klein doosken verborgen, waarin zij van tijd tot tijd den +vinger eens stak en dan hare blozende wangen met een schaamloos rood +bestreek, alleenlijk maar om eens te beproeven, hoe zij er dan zou uitzien. +Was dit geene zeer eerzame opvoeding, zooals de burgerdochters er eene +moeten ontvangen? + +Ja, maar de zesde maand nadert met snelle stappen, en het zal verloftijd of +/vacantie/ zijn. Wat zal de dokter zeggen, als hij Siska zal zien met +wulpsche kleederen, met een welriekend voorhoofd, met een genepen mondje en +een altijd lachend gezichtje? Zal hij dat vrouwelijk hart kunnen +doorgronden en zien, wat zaden van bederf er in ontkiemen? Voorzeker, dit +zou hij hebben kunnen zien; maar op het oogenblik dat Siska gereedstond om +naar het pensionaat te vertrekken, had hare moeder geheimelijk gezegd: + +«Let op, Siska, dat gij nu wijs zijt,--en als gij met schoolverlof komt, +wees dan niet te wild of te hoovaardig; want zoo dokter Pelkmans dit +bemerkt, zal uw vader u niet meer laten teruggaan.» + +Deze woorden waren niet in het oor van een doove gesproken. Siska had met +hare gezellinnen dikwijls er om gelachen en geraadpleegd, hoe men /dokter +moeial/ zou bedriegen. + +Zij kwam dan op eenen namiddag met hare moeder, die haar was gaan afhalen, +aan de deur van den winkel afgestapt. Is dat wel de Siska, die wij kennen? +Zie, wij misgrepen ons: zij draagt een zedig burgerkleed; het haar +platgestreken, zonder krullen, geenen hoed, geene pommade en met het hoofd +gebogen en de oogen nedergeslagen! Men zou zeggen: het is /Truiken roert +mij niet/. De dokter ondervraagt haar; zij antwoordt zoo eenvoudiglijk, zij +is zoo stil en zoo weinig van spreken, dat hij zich verloren geeft..... En +Siska mag naar het pensionaat wederkeeren. + + * * * * * + +Terwijl de dochter van meester Van Roosemael de verfranschte opvoeding +genoot, ging het niet zeer wel met den winkel en het huisgezin van meester +Spinael. De Fransche jonkheid betaalde zeer zelden, en bij het einde van +elk tooneeljaar lichtten al de komedianten den voet, welvoorzien van +onbetaalde laarzen en schoenen. Hortense bracht er ook al een aardig +geldeken door in kleederen en snoeperijen; misschien gaf zij somtijds wel +iets weg aan hare kale vrijers. Kort gezegd: meester Spinael stak in de +schuld tot over de ooren; zijn huis was reeds belast met eene zware rente. + +In dezen droeven toestand begonnen de oogen van den schoenmaker open te +gaan; de plakkaart, waarop de glans eener laars den aanschouwer verblindt, +lag reeds lang gescheurd op den zolder, en er stond slechts nog een +opschrift op het vensterraam: /Magasin de souliers/, en daaronder +/Schoenenmagazijn/. Maar de Vlaamsche klanten hadden den weg tot zijnen +kwakzalverswinkel vergeten; de te vroeg geborsten schoenen lagen hun nog in +het geheugen..... En meester Spinael met zijne paletot, zijne +chocoladekleurige broek en zijnen spinsbekken ketting, wist niet meer van +wat hout pijlen te maken: hij was er doorgetobd, de vent! + +De ondeugd is door hare natuur alleenheerschend; wanneer zij eens de baan +tot het hart gevonden heeft en daar met vriendschap wordt ontvangen, wil +zij het geheel alleen bezitten en rukt, tot den laatsten toe, al de +wortelen der ingeboren deugden uit. Niets weerstaat aan hare onophoudende +bevechting; alle gevoelens van rechtvaardigheid en plicht werpt zij uit +hare woning, en zij neemt bezit van den mensch als van eenen slaaf. Dit +ondervond meester Spinael op eene verschrikkelijke wijze. Hij was nu in +zijne zaken tot het uiterste punt geraakt: overladen met schulden, arm en +lijdend, betreurde hij zijne onvoorzichtigheid en poogde in de deelneming +zijner dochter eenen troost te zoeken; maar van haar kreeg hij niets dan +schandelijke verwijten, en ondanks het gebrek, waarin hij leefde, ging de +ondeugende Hortense voort in allerlei verkwistingen en in schuld te maken +om hare wulpschheid te voeden. + +Weinig tijds daarna kwam Jan Spinael, of liever Jules, zoo hij zich noemde, +van Parijs terug; doch in stede van bij den schoenmakersdrieprikkel neder +te zitten en zijnen ongelukkigen vader voort te helpen, had de jongen +nergens trek naar dan naar schoone kleederen, koffiehuizen afloopen, +biljart spelen, sigaren rooken en Franschen wind verkoopen. Hij ging met +zijne zuster eene vloekbare samenspanning aan tegen den onmachtigen vader: +zij deden hem zijn huis verkoopen en begonnen onder zijne oogen schoon +weder te spelen met het weinige, dat er, na het afleggen der renten, +overschoot. Allengs verviel meester Spinael tot dat punt van armoede, dat +de kleederen en het gelaat deze komen verraden; zijne ellebogen staken door +zijne mouwen; hij was vuil en onzindelijk, daar hij zelfs den moed niet +meer had om pogingen tot het verbergen zijner ellende te doen. Zijne +kinderen waren desniettemin schoon gekleed en leefden, met verachtelijke +onbeschaamdheid, in weelde onder het oog huns vaders. Ongetwijfeld hadden +zij van het geld een deel verborgen, om tot hunne dartelheid te gebruiken, +en zij weigerden nu, doemelingen als zij waren, hunnen vader er deel in te +geven. + +Op eenen Zondag, dat meester Spinael, uit schaamte voor zijne gescheurde +kleederen, zelfs niet ter kerk had durven gaan, en dat hij, met de tranen +in de oogen en met het hoofd gebogen, zijnen levensloop en de boosheid +zijner kinderen overdacht, kwam er een jonge heer (/kleermaker of edelman, +het was in zijnen persoon niet te onderscheiden/) naar Jules en Hortense +Spinael vragen. Hij zag den droeven man voor den knecht des huizes aan en +sprak in gebroken Fransch tot hem: + +«Garçon, va dire à M. Jules et à M^{lle} Hortense, qu'on les attend pour +partir[13].» + +En alzoo de verbaasde Spinael den jonker roerloos, aanzag, viel deze +onbeschoft tegen hem uit: + +«Ah ça, veux-tu bien m'annoncer, insolent valet[14]?» + +(/Deze woorden had hij geleerd uit de laatste VAUDEVILLE, die men op het +THEATER had gespeeld./) + +Eensklaps werd Spinael ongemeen bleek en beefde schrikkelijk; zijne oogen +schoten stralen vuurs op den jonker; maar deze, hierover vergramd, hief +zijnen gaanstok in de hoogte en riep dreigend: + +«Maraud, je te rosserai[15]!» + +Een schreeuw van woede ontsnapte de borst van Spinael; hij stond op, vatte +eenen spanriem van den grond, sloeg den jonker er mede in het aangezicht en +wierp hem op de straat, eer hij den tijd had om een woord te spreken. Dan, +nog bevende, sloot hij zijne deur toe en klom de trap op, om zijne kinderen +te gaan vinden. Sedert lang had Spinael den moed niet gevonden om hun de +minste verwijting toe te sturen: doch nu de woede hem bezielde, durfde hij +het wagen, hun al de schandelijkheid van hun gedrag onder het oog te +leggen. Hij vond hen in groot /toilet/, met /parasol/ en gaanstok in de +hand, gereed om, volgens dat zij zeiden, met een gezelschap naar Brussel +een speelreisje te gaan doen. De verwijten des vaders waren streng en +drukkend, maar het misprijzen, waarmede deze godvergeten kinderen ze +ontvingen, was oneindig. Hoe meer de gramschap des vaders klom, hoe +onbeschaamder de kinderen werden, en nadat zij hem eenige oogenblikken +hadden uitgelachen, wenschten zij hem spottend goeden dag en meenden uit te +gaan. + +De vader, door zooveel boosheid in blinde razernij ontstoken, sprong voor +de deur om hun den uitgang te beletten, en riep: + +«O, gij slangen, het is u niet genoeg mij tot den bedelzak gebracht te +hebben, nog zoudt gij mij gaarne doen sterven door uwe spotternij! Niet +genoeg is het, dat gij in schandelijke weelde de vruchten van mijn zweet +verkwist, terwijl ik, als een bedelaar, zonder kleederen en zonder het +noodige voedsel leven moet; niet genoeg, dat een schaamtelooze modejonker +mij voor den knecht mijner kinderen aanziet en mij in het aangezicht spuwt, +dat hij mij als eenen knecht zal slaan; niet genoeg, dat ik hier honger +lijd en bittere tranen stort, terwijl gij in losbandige vermaken zwemt;--ik +moet sterven als een hond, niet waar? Van iedereen veracht en door u +verfoeid, in het graf zinken, zonder dat mijn dood een enkel gevoel van +droefheid of van medelijden doe ontstaan! Maar het is gedaan: de maat is +vol! Gij zult niet uitgaan; en zoo gij niet oogenblikkelijk deze +weeldekleederen afwerpt, zal ik u onder mijn voeten verpletteren gelijk +ongedierte, dat gij zijt!» + +[Illustration: En bezag den inkomende met stijve aandacht. (Bladz. 35.)] + +Een schaterende lach begroette des vaders toorn, en hij zag genoegzaam, dat +zijne bedorvene kinderen noch aan zijne macht, noch aan zijnen wil geloof +gaven. De zoon naderde stoutelijk tot bij de deur en poogde zijnen vader +met geweld er van weg te rukken..... + +Hier volgde nu een tooneel van onnoemelijke boosheid, welks beschrijving +ons walgt. + +Eenige oogenblikken later gingen Jules en Hortense Spinael de huisdeur uit; +aan de roode kleur, die hunne aangezichten deed gloeien, en aan de moeite, +welke zij aanwendden om hunne verkrookte kleederen te schikken, kon men +genoeg bemerken, dat zij uit eene hevige worsteling kwamen; niettemin, zij +lachten spottend als menschen die over eenen misprijsbaren vijand +gezegepraald hadden, en namen weldra hunnen gang om het reisgezelschap te +gaan vinden en in de hoofdstad zich aan dwaze vermaken te gaan overleveren. + +In tusschentijd was de ongelukkige vader bezig met het bloed te stelpen, +dat hem van het aangezicht leekte. + + * * * * * + +Eene maand later, op eenen Zaterdag, zat vader Van Roosemael in zijne +achterkamer rekeningen uit een groot boek te schrijven; sedert meer dan een +uur zocht hij met hardnekkigheid naar de drie /deniers/, die hem bij elke +optelling ontsnapten. Zijn voorhoofd glom met het vuur der drift, en zijne +hersens waren reeds duizelig geworden, toen hij met wanhoop uitriep: + +«Wel, wel, is dat zoeken! Al die posten, op de vingeren geteld, maken toch +vijf en zestig guldens, acht stuivers en vijf deniers; en op dit +schelmachtig papier kan ik slechts twee deniers krijgen! Ik kon de drie +deniers wel laten schieten en ze verliezen, maar dit is de zaak niet; het +moet uitkomen: ieder 't zijne, dan heeft de duivel niets! Nog eens +gerekend!» + +Op dit oogenblik, dat Van Roosemael inderdaad opnieuw zijne drie deniers +begon na te jagen, ging de deur der kamer open, en een man trad vreesachtig +binnen; de winkelier sprong met verbaasdheid van zijnen stoel op en bezag +den inkomende met stijve aandacht, doch zonder spreken. De man, die slechts +twee stappen in de kamer waagde, was tot het uiterste punt van ellende +vervallen: mager, bleek, met verward haar, gescheurde kleederen en gapende +schoenen, stond hij daar als iemand, die om eene aalmoes komt bidden. Van +Roosemael herkende hem in het eerst niet en zag hem met vragende blikken +aan; onder zijn gezicht ontstelde zich de man, en twee tranen schoten hem +blinkend onder de oogleden. + +«Meester Spinael, wat wilt gij van mij?» vroeg eindelijk de winkelier met +mistrouwen. «Indien gij weder hier komt om mij geld te ontleenen, kunt gij +gerust vertrekken, want ik ben niet te huis voor zulke zaken.» + +Tranen sprongen bij deze woorden in overvloed uit de oogen van Spinael. + +«Meester Van Roosemael,» zuchtte hij, «ik kom hier niet om u geld te +ontleenen of te vragen. Wist gij, hoe ongelukkig ik ben, gij zoudt mij niet +verstooten: iedereen veracht mij, en ik heb zelfs den troost niet meer om +aan iemand van mijne ellende te kunnen spreken. Ik heb u bedrogen, Van +Roosemael, maar gij zijt eens mijn vriend geweest; weiger mij nu ook ten +minste uw medelijden niet!» + +Met verbaasdheid luisterde de winkelier op de smeekende stem van Spinael; +hij begreep oogenblikkelijk, dat men van hem geen bedrog meer te vreezen +had, en dat eene ongeveinsde en diepe ellende den man had getroffen, die +lang zijn boezemvriend en zijn broeder was geweest. De ingeborene +edelmoedigheid nam in zijn hart de overhand; zijne oogen begonnen +insgelijks door de toevloeiing van eenen bedwongen traan te blikkeren; hij +vatte de hand van Spinael, trok eenen stoel bij en sprak: + +«Gij zijt ongelukkig, vriend, ik zie het. Welaan, alles is vergeten. Zit +neer en zeg mij, wat kan ik voor u doen? Vrees niet, ik zal u behulpzaam +zijn, kost wat kost!» + +«De eenige weldaad, die ik van u vragen durf, is, dat gij mij toelaat u +mijn lijden te vertellen en mijne smart uit te storten in het hart van den +eenigen oprechten vriend, dien ik heb gehad. Lange jaren heb ik u gevlucht, +Van Roosemael; niet omdat ik u niet achtte en beminde, maar omdat ik mij +schuldig gevoelde en onder de oogen van een rechtzinnig man niet +verschijnen durfde. Nu is het met mij zooverre gekomen, dat ik mijn +vaderland verlaten moet en, als een zwerver, mijne schaamte en mijn lijden +in eene vreemde streek moet gaan verbergen. Ik ben stout genoeg, Van +Roosemael, om te denken, dat gij mij uwe vergiffenis schenken zult, voordat +ik vertrekke, om nooit de plaats mijner geboorte weder te zien.» + +Deze woorden, op den toon van diepe smart gesproken, ontroerden den +winkelier zeer; hij greep de hand van Spinael met diepe belangstelling en +sprak: + +«Ongelukkig zijt gij, ik twijfel er niet aan; maar uw vaderland verlaten, +Spinael? Neen, neen, wanhoop niet. Ik speel wel voor oortjedood[16] in +mijnen handel, omdat er moet gezorgd worden; maar dit kan mij niet beletten +den eenigen vriend, dien ik heb gehad, uit den nood te redden, al moest ik +zelfs daartoe een groot gat in mijn goed maken. Dus spreek, Spinael, spreek +stoutelijk, gij zult mij verheugen; want ik wil u helpen.» + +Een dankbare glimlach kwam het vermagerd gelaat van Spinael beglanzen, +terwijl tranen over zijne wangen rolden; hij sprak met ontroerde stem: + +«Ik zegen den goeden God, dat Hij mij inboezemde bij u mijnen laatsten +troost te zoeken, Van Roosemael. Sedert een jaar is dit mijn eerste +oogenblik van vreugde: dank moet gij daarvoor hebben! maar luister op mijne +woorden, en gij zult zelf begrijpen, dat het onmogelijk is, mij eene andere +hulp dan die van een vriendelijk medelijden te schenken..... Gij weet, wat +dwaze gedachte mij aandreef tot het navolgen der Fransche lichtzinnigheid; +ik heb de vaderlijke zeden en de Vlaamsche eerlijkheid afgezworen om in +bedriegerij mijn geluk te zoeken, en ik waagde in dat gevaarlijk spel de +vruchten van mijn vorig zwoegen tegen valschen schijn. Het spreekwoord zegt +de waarheid, vriend: beter één vogel in de hand dan zeven in de lucht. +Hadde ik dit begrepen! Maar tot mijn verderf heb ik niet alleen mij zelven +aan de valschheid overgegeven, ik heb ook gewild, dat mijne kinderen aan +den vergifkelk der Fransche beschaving dronken. Dit is de bitterheid mijner +ellende; hadde ik mijne dochter Theresia nooit naar een Fransch pensionaat +gedaan, zoo ware ik meester Spinael..... Maar gij wordt bleek, Van +Roosemael, gij beeft?» + +«Het is niets, ga voort. Ik dacht aan onze Siska, die ook in een Fransch +pensionaat is.» + +«Doe ze terugkomen, Van Roosemael,--ik bezweer u, doe ze terugkomen!--Reeds +zult gij ze niet meer herkennen!» + +«Gij hebt misschien gelijk, vriend; maar ga voort, ik wil weten of ik u +niet helpen kan.» + +«Ziet gij, Van Roosemael, er bleef mij nog genoeg over, om mijne spelden +van het kussen te trekken[17], zoodra ik mijnen aanstaanden val zou hebben +voorzien; doch er zijn noch /vaders/, noch /kinderen/ in de Fransche +beschaving. Ik was de knecht en zij de meesters. Zij hebben gegeten, +gedronken, gespeeld, gedanst, totdat alles op was; dan zijn zij immer in +hunne ondeugd voortgegaan, hebben schuld gemaakt en alles verkocht, wat ik +liggen of roeren had, mij voor gek en dom uitmakende en mij bespottende, +wanneer ik waagde hen met goede of kwade woorden toe te spreken. Vóór eene +maand hebben zij de maat hunner boosheid gevuld..... Zij hebben mij +geslagen, Van Roosemael, geslagen, dat het bloed mij over het aangezicht +liep.--Ik ben ziek geworden, en zij hebben mij zonder zorg laten liggen, +alsof zij om mijnen dood wenschten.....» + +Hier zweeg Spinael; zijne stem had bij de laatste woorden eenen doffen toon +verkregen, die genoeg deed hooren, hoe het vertellen dier daad hem de borst +beneep. De winkelier zweeg insgelijks; hij kon niet gelooven wat hij +hoorde. + +«En nu,» hernam Spinael, «nu mijn huis ledig is, alsof nooit iemand er had +in gewoond,--nu alles door hen is weggedragen, tot het deksel van mijn bed +toe, nu zijn zij vertrokken. Mijne dochter, die ik zoo zeer beminde en nog +bemin, ondanks haar misdadig gedrag, mijne Theresia loopt te Brussel met +eenen komediant..... Mijn zoon Jan, uw ongelukkig petekind, is terug naar +Parijs. Wat mij betreft, vriend Van Roosemael, ik moet het land uit: alwien +ik ontmoet, is mijn schuldeischer en beticht mij van bedrog en +aftruggelarij. Met het ongeluk is mij het gevoel van eer teruggekomen: ik +kan zóó niet leven..... En wat kan ik er aan doen? Niemand geeft mij te +werken, men weigert bij andere schoenmakersbazen mij als knecht aan te +nemen; ik heb geen eten, geen deksel op mijn bed, geene kleederen; mijn +huis is aan andere personen verhuurd, ik moet het overmorgen verlaten. O, +Van Roosemael, ik heb hoog willen vliegen en ben, eilaas, diep gevallen, +gij ziet het!» + +Van Roosemael had met aandacht en met vochtig oog op het verhaal zijns +vriends geluisterd; nu deze gedaan had met spreken, riep hij bijna in +gramschap: + +«Maar, Spinael, ik weet niet, waarom gij mij wilt verbergen, wat ik verlang +te weten! Gij zegt, dat gij het land uit moet; dit is mij niet zonneklaar +bewezen. Een echt vriend kan veel doen, als hij wil. Laat hooren, tot +hoeveel beloopt uwe schuld?» + +«Ik begrijp u,» riep Spinael met bewondering uit, «maar ik zal het niet +lijden. Genoeg gelukkig ben ik, te zien dat er nog een mensch is, die mij +zijner hulp waardig acht. Laat mij vertrekken, Van Roosemael, ik zal werken +als een slaaf; en, kan ik alles, wat ik schuldig ben, toch niet betalen, +voordat ik de wereld verlate, zoo zal de goede wil mij niet ontbroken +hebben. Geef mij de hand als een troostend vaarwel, en bid somtijds voor +mijne kinderen, vriend!» + +Eensklaps scheen de winkelier van zijn voornemen af te zien en stond van +zijnen stoel op, zeggende: + +«Wilt gij niet, ik kan er niet aan doen; maar gij zult toch met mij den +wijn der goede reis drinken: ik heb nog een puik fleschken van het jaar Elf +in mijnen kelder. Zit neer, Spinael, geen moed verloren: er loopt op een +jaar zooveel water door de Schelde; een ongeluk is gauw gekomen, maar een +geluk komt ook onverwachts. God weet, gij moogt niet wanhopen. Zit neer!» + +Met deze woorden liep hij naar den kelder en kwam weinige oogenblikken +daarna terug; hij plaatste twee romers op de tafel, schonk ze vol tot aan +den boord en sprak: + +«Kom, Spinael, als gij dan toch vertrekken wilt, op uwe welvaart en +gezondheid! Een goed glas, niet waar? Nu, vermits gij in alle geval mijne +hulp niet wilt aanvaarden, zeg mij dan tot hoeveel beloopt uwe schuld, en +hoe denkt gij ze te kunnen betalen: met werken wint men niet veel, als men +geenen handel drijft, dit weet gij wel.» + +«Ja, ik weet het zekerlijk; dan, wat onmogelijk is, kan men niet doen; maar +voor de gerustheid van mijn eigen geweten zal ik het brood uit mijnen mond +sparen om jaarlijks iets van mijn schuld af te leggen, en, wie weet, indien +God mij een lang leven verleende, zou ik misschien nog wel geheel effeu +kunnen geraken; want zeshonderd guldens kunnen toch wel, stuiver voor +stuiver, op twintig jaren bijeengezameld worden.» + +«Zeshonderd gulden, zegt gij? Hollandsche guldens?» + +«Neen, Brabantsche. Ik ben veel meer schuldig geweest; maar toen mijn huis +verkocht werd, is ieder zoo al met een stuk er van gaan loopen.» + +«Zeshonderd guldens Brabantsch,--zonder stuivers of deniers?» + +«Zestien stuivers, zeven deniers. Gij ziet, dat ik mijne rekening van +buiten weet.» + +«Laat ons nog eens drinken, Spinael,--Ja, het is zeker mogelijk die som in +te winnen; en uwe kinderen zullen ook wel beteren: iedereen is jong of is +jong geweest, Spinael; het verstand komt niet vóór de jaren, zegt het +spreekwoord. Ik zie, dat wij bij onzen wijn niets te brokkelen hebben. Een +oogenblik, ik ga wat krakelingen halen.» + +Meester Van Roosemael bleef tamelijk lang weg, langer dan men tot het halen +van iets noodig heeft. Terugkomende, plaatste hij eenen schotel met +krakelingen op de tafel, en sprak op ernstigen toon tot den ontroerden +schoenmaker: + +«Spinael, wij zijn te zamen opgevoed als gebuurkinderen; uw vader was de +beste vriend van mijnen vader; wij hebben te zamen gespeeld, en tot de +veertig jaar toe zijn wij als broeders onscheidbaar gebleven; gij zijt +nooit mijn vijand geweest, want anders zoudt gij mij uw ongeluk niet komen +vertellen; ik bleef altijd uw vriend, anders zou uwe smart mij de tranen +niet uit de oogen persen. Ergo, dus heb ik het recht om u in uwen nood bij +te staan en u ten minste wat geld te leenen om op reis te gaan; maar, alzoo +de goede rekeningen de beste vrienden maken, verlang ik, dat gij mij een +ontvangbewijs gevet van het geld, dat ik u leen. Ziehier een geschreven +bewijs; teeken het, zooals het gevouwen is, zonder de som te lezen; ik wil +niet, dat gij met vijf of tien gulden op reis gaat en gebrek lijdt: en, om +van uwentwege geene tegenspraak te veroorzaken, verzoek ik u als vriend: +doe mij het vermaak, teeken zonder zien.» + +Spinael, die inderdaad geen oortje in zijn bezit had en misschien innerlijk +verblijd was over het zoo gelukkig vinden van eenen vriend, edelmoedig +genoeg om hem reisgeld te leenen, drukte de hand des winkeliers, nam de pen +en teekende. + +Van Roosemael rukte de geteekende kwitantie van onder zijne hand, hief zijn +glas in de hoogte en riep: + +«Dat gaat op uwe welvaart in ons dierbaar vaderland, vriend!--En op de +welvaart van uwen nieuwen winkel! Op! op! bescheid gedaan aan deze blijde +teug! Bezie mij zoo niet, vriend Spinael, gij zijt in het net. Gevangen! +gevangen! Hoera! hoera!» + +«Ik versta niet wat gij zeggen wilt!» riep de verbaasde Spinael. «Gij lacht +zoo vroolijk, dat ik zelf mij er in verheug, maar wat is er toch gaande?» + +«Wat er gaande is? Zie eens, voor hoeveel gij mij kwitantie hebt gegeven.» + +Dit zeggende, toonde hij Spinael op eenen afstand het papier, en wees met +den vinger ter zijde, waar het getal 1000 met groote cijfers stond +uitgedrukt. + +«Duizend gulden!» viel Spinael uit, terwijl hij naar het papier greep, +zonder het te kunnen vatten. «Duizend gulden!» + +«Ja, duizend gulden wisselgeld!» riep Van Roosemael zegepralend uit, +terwijl hij eenige briefjes en eenen zak met geld op de tafel wierp. «En +daar ligt de som!» + +«Ik wil niet! O, dwing mij niet tot het aanvaarden van dit geld!» smeekte +de schoenmaker, wiens tranen van ontsteltenis als beken begonnen te +stroomen. «O, denk niet, dat ik gekomen ben tot zulk einde.» + +«Gij zult de gekheid toch niet begaan mij deze kwitantie te laten behouden +zonder het geld te nemen..... Maar luister, Spinael, de blijdschap vervoert +mij; laat ons ernstiger spreken. Ik ben rijk; mijn eenig kind Siska kan +geen gebrek lijden, indien zij het niet zoekt; onze winkel is jaarlijks +eenige duizenden waard: wij bezitten eigendommen en liggend gel. Wat zijn +die duizend guldens voor mij? Niets..... eenige maanden oplettendheid. En +zou ik mijnen eenigen vriend laten gaan dwalen en zwerven voor zulke +kleinigheid? Hoor, wat mijn voornemen is: gij gaat uwe schuldeischers +betalen,--zij zullen dan van vijand vriend worden;--ik heb hier achter den +hoek een huis ledig staan; daar gaat gij in wonen. Gij koopt leder en neemt +gasten; ik zal u bijstaan, totdat uw handel gaat; gij schrijft boven uwen +winkel niets anders dan /Jan Spinael, meester-schoenmaker/; gij levert goed +werk, in trouw en in rechtzinnigheid; ik zal u klanten genoeg aanbrengen, +en, alzoo er op uwe kwitantie geen betaaltijd is aangewezen, zult gij +allengskens het geleende geld wel kunnen teruggeven. Als uwe kinderen door +het ongeluk zullen geleerd zijn, zullen zij van zelf terugkomen en om uwe +vergiffenis bidden.--En nu, vriend Spinael, stel u maar gauw in uwen +vorigen staat; want Zondag, na het Lof, gaan wij te zamen naar de +Steenenbrug eene flesch dubbele seef drinken en een uurken op de ton +spelen. Ik geef u honderd vóór, zoo gij durft!» + +«Zou ik dat van uw goed hart aannemen?» riep Spinael als verdwaald. + +«Hier, in mijne armen!» antwoordde Van Roosemael. «Ik heb vandaag voor meer +dan tienduizend gulden geluk. In mijne armen, vriend Spinael, gauw!» + +De twee vrienden omhelsden elkander met tranen van vreugde en bleven eenige +oogenblikken sprakeloos. Dan dronken zij, insgelijks zonder spreken, elk +eenen romer wijn tot op den bodem ledig. + +Van Roosemael zeide eindelijk met verkalmd gemoed: + +«Spinael, gij moogt aan mijne vrouw niets er van zeggen. De vrouwen zijn +ook wel edelmoedig, maar op hunne manier: zij willen zelden lijden, dat hun +man het zij. Betaal de huishuur aan haar en houd u, alsof gij van niets +wist. Pas nu maar op voor de Fransche jonkheid van zaliger memorie!» + +«Het heeft geen nood, vriend. Een ezel stoot zich geene tweemaal tegen +denzelfden steen; de put is gevuld, het kalf kan er niet meer in. Ik ken de +vogels, zij hangen aaneen met treken en slenders, en ik ben er zoodanig op +gebeten, dat een paar schoenen, in het Fransch gevraagd, eene slechte +/recommandatie/ bij mij zal zijn.» + +«Ho, ho, Spinael, zooverre moogt gij het ook niet drijven. De Franschen, +die hier als burgers in Antwerpen wonen en handel drijven, ken ik altemaal +voor eerlijke menschen, en ik tel er vele van mijne beste klanten onder; +maar die kale Ratten, die hier sedert het jaar Dertig als naar het +Luilekkerland komen geloopen, dat zijn de gauwkens, die gij in 't oog moet +houden. Kom, wij gaan naar uwe nieuwe woning zien: het is een schoon huis, +man. Steek dat geld en die briefkens weg.» + +Eenige dagen later woonde Spinael in het huis, dat Van Roosemael hem had +geleend of verhuurd, de winkel was voorzien van schoenen en leder, twee +gasten zaten nevens Spinael te werken. In minder dan eenige maanden tijds +had hij vele klanten, deels door de deugd van het werk, dat hij leverde en +deels door de onophoudende aanbeveling van Van Roosemael. Elken Zondag +gingen de twee vrienden naar de Steenenbrug en speelden des avonds in de +eene of andere herberg hunnen smousjas: in één woord, zij hadden al hunne +vorige gewoonten hernomen; en, ware het niet het lot der kinderen van +Spinael geweest, zoo hadden de beide vrienden zich wellicht over al het +gebeurde verblijd. + +[13] Knecht, ga zeggen aan M. Jules en Juffrouw Hortense, dat men hen +wacht om te vertrekken. + +[14] Wilt gij mij aanmelden, onbeschaamde knecht? + +[15] Ik zal u aframmelen, schurk. + +[16] Spaarzaam zijn tot op de kleinste zaken. + +[17] Uit het spel scheiden. Eene zaak verlaten. + + + + +IV + +FRANSCHE PRONKERS, KALE JONKERS + + +De schandelijke levenswijs en het lot van Hortense Spinael had vader Van +Roosemael te baat genomen, om zijne vrouw tot het terugroepen van Siska +over te halen; dokter Pelkmans was hem hierin behulpzaam geweest. Eindelijk +nadat Siska drie volle jaren de Fransche opvoeding had genoten en dit +laatste jaar geweigerd had, den verloftijd bij hare ouders te komen +doorbrengen, stemde de moeder toe in de begeerte van haren man en van den +dokter. Er werd een brief geschreven om de meesteresse te bedanken, en men +meldde aan Siska, dat hare moeder op den 15^{den} der loopende maand, te +vier uren des namiddags, haar aan den ijzeren weg zou gaan afhalen. + +Op dien dag was het helder en schoon weder. Omtrent een half uur vóór de +gestelde aankomst, stond er eene bijna oude vrouw eenzaam voor de bureelen +van den ijzeren weg: zij was zindelijk gekleed, met eene kostelijke kanten +trekmuts op het hoofd en eenen fijnen lakenschen mantel om het lichaam. +Genoegzaam nochtans kon men bemerken, dat het eene burgervrouw was, die +hare Zondagsche kleederen droeg, en daarom, zeker tegen alle gevaar van +slecht weder, een buitengewoon groot regenscherm of /parapluie/ met zich +genomen had.--Het hart van vrouw Van Roosemael, want zij was het, klopte +fel van moederlijke teederheid; zij ging hare lieve Siska omhelzen, dat +beminde kind in hare armen drukken, en nu zonder ophouden de belooning +smaken van al den twist, al het verdriet en al de moeilijkheden, die zij +had doorworsteld, om haar eene /luisterrijke opvoeding/ te doen geven. O, +wat vreugd zal dit haar zijn! + +Ha, daar fluit het ijzeren gevaarte in de verte! Van alle zijden komen de +bedienden uit hoeken en kanten geloopen, uit magazijnen en barakken +gekropen. De metalen stem van den monsterwagen hertoovert de doodstille +statie in een woelig veld, en het is onder allerlei geroep en geschreeuw, +dat het gevaarte stilhoudt. + +Nu jaagt de moederlijke boezem onstuimiger: het gelukkig oogenblik is +aanstaande! De oude vrouw plaatst zich bij den uitgang der statie en blikt +met nauwkeurigheid op het gelaat van al de vrouwen, die haar +voorbijsnellen. Weldra vliegen de huurrijtuigen beurtelings stedewaarts, de +zware /omnibussen/ sluiten den stoet, en in min dan eenige oogenblikken is +het ijzeren paard op stal gezet, de bedienden zijn in hunne holen +teruggekropen, de reizigers verdwenen en de statie is weder in hare vorige +stilte gedompeld. Moeder Van Roosemael ziet het hek toegaan; droefheid +beklemt haren boezem; een pijnlijke zucht ontsnapt hare borst..... Zij +heeft hare lieve Siska niet gezien! Nochtans blijft zij ter plaatse staan, +alsof zij door eene geheime kracht aan het hek vastgehecht ware, en +misschien zou zij nog lang in treurige gedachten gedoold hebben, hadde zij +niet van verre eene jonge vrouw bij eene /vigilante/ zien staan in de +houding van iemand, die wacht en rondziet. + +Zou dat wel hare Siska zijn? Onmogelijk! het is eene rijke dame; haar +weerschijnend en kleurwisselend zijden kleed laat een groot gedeelte van +haren hals bloot! Het is waar, een wazen /fichu/ schijnt hem te willen +bedekken, doch verbergt hem niet; bij elke beweging, die zij doet, dansen +lange krullen rondom hare wangen, van haren kostelijken hoed waait een +winderig gepluimte: hare hand houdt een zeer klein parasolleken; vijftien +doozen van allerlei vorm en twee groote kisten liggen voor hare voeten..... +Het is Siska niet. + +Dit zijn de aanmerkingen, die moeder Van Roosemael maakt, en de gedachten, +welke door haren ontstelden geest gaan. Eensklaps doet de jongedame een +teeken van ongeduld aan de oude vrouw, en laat daardoor hare wezenstrekken +beter zien. Hemel! het is hare Siska!..... Zie, de stramme moeder huppelt +vooruit als een jeugdig meisje, twee tranen schieten in hare oogen, een +blikkerende lach beglanst haar gelaat, zij opent de armen en roept met +roerende blijdschap: + +«O, Siska, mijn kind!» + +Het moet zijn, dat de naam Siska de jonge dame beschaamt; zij wordt rood! +Dan, die kleur vergaat spoedig, en zij doet twee stappen vooruit naar hare +moeder. Deze wil hare beide armen om den hals van haar kind slaan; maar +zie, de verfranschte dochter zal zich niet aan de omstanders ten tooneele +geven. Zij vat de hand harer moeder, houdt die sterk vast en belet de +omhelzing. Dan zegt zij: + +«Goeden dag, mama. Hoe gaat het? En met papa?--Let op, gij trapt op mijne +doozen..... Ik sta hier al een half uur op u te wachten.» + +[Illustration: Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten +(Bladz. 56.)] + +Waren deze woorden hard of onbetamelijk? In eene andere omstandigheid +zouden zij het misschien niet geweest zijn; maar nu doorsneden zij het hart +der liefderijke moeder als zoovele messen. Inderdaad, was dit de taal, +welke hare Siska voeren moest na een geheel jaar afwezigheid? Geen enkele +zoen, geen handdruk voor haar, die gedurende drie jaren in twist met haren +goeden man geleefd had om Siska te believen; voor haar, die al hare hoop +in de wederliefde van haar eenig kind gesteld had? Zij moest haar pijnlijk +zijn, de hartscheurende, de dorre ontmoeting; want de arme vrouw sloeg zich +de twee handen voor de oogen en begon snikkend en met overvloedige tranen +te weenen. + +Zooverre was alle natuurlijk gevoel echter bij Siska nog niet uitgedoofd, +dat zij de smart harer moeder zonder medelijden kon aanzien; integendeel, +hare goede inborst nam de overhand. Zij bracht haren arm op den hals harer +moeder en zoende ze op beide wangen met eene drift, die zooveel te sterker +was, daar zij uit eene geweldsaandoening voortsproot. Getroost en +gelukzalig was de oude vrouw; zij hield haar kind tegen de borst gesloten +en staarde met zuigende blikken haar in de oogen. «O, Siska, mijne lieve +Siska!» herhaalde zij, bevend van ontsteltenis. + +Niet waar, zulke oogenblikken zouden talrijk in het menschenleven moeten +zijn? Maar, o ramp, daar lacht iemand! Siska hoort het; zij ziet om en +bemerkt de spottende uitdrukking op het gelaat van een jong heerken, dat +als een schimpend aanschouwer op de betuigingen harer liefde schijnt te +letten. Het rood der schaamte kleurt de wangen der juffer; zij rukt zich +los uit de armen harer moeder en herneemt haar onverschillig gelaat. + +Onderwijl waren de doozen in de vigilante gezet; het rijtuig was er +dusdanig mede opgevuld, dat twee personen onmogelijk er nog plaats in +konden vinden. Daar Siska zich oneindig veel gelegen liet aan al de +modegrillen, welke in de doozen gesloten waren, en bang was voor het +verkreuken en pletteren, gaf zij aan den koetsier, die in hare gebuurte +woonde, het bevel, om deze goederen naar huis te voeren, en besloot zelve +te voet de stad in te gaan. Zouden wij ons bedriegen met te zeggen, dat +hoogmoed en ijdelheid aan dit besluit niet vreemd waren, en dat de juffer +wel gaarne hare schoone kleederen aan hare bekenden van Antwerpen liet +zien? + +Siska opende haar zonnescherm, nam eene losse houding aan en trok +stedewaarts, zonder hare moeder nog andere bewijzen van liefde te geven. +Door deze wreede koelheid was vrouw Van Roosemael pijnlijk aangedaan; zij +dorst haar kind niet van boosheid beschuldigen; maar wat de liefde in haar +hart voor haar ook pleitte, zij gevoelde toch wel, dat de dokter geen +geheel slecht raadsman was geweest. In hare droeve mijmering stapte zij +voort als eene dienstbode, die hare meesteresse volgt. Het stilzwijgen +duurde al eenigen tijd, en reeds waren de twee vrouwen binnen de stad, toen +Siska, hare moeder van hoofd tot voeten op eene zonderlinge wijze beziende, +tot haar sprak: + +«Maar, mama, hoe zijt gij toch gekleed! Het is gelijk eene arme sloor, met +die leelijke trekmuts en dien mantel van den ouden tijd. Ik ben beschaamd +voor de menschen. Steek die pastoorsparapluie onder uwen mantel, want wij +zien er uit als boerinnen, die van hun dorp komen!» + +Vrouw Van Roosemael antwoordde hierop met eene stille stem, die den stempel +harer hartsdroefheid droeg: + +«Siska, mijn kind, gij moogt zoo vies niet zijn. Ik ben gekleed gelijk +mijne moeder zaliger gekleed was; en kan ik nu in mijne oude dagen gaan +veranderen? Zie daar niet naar, de menschen hebben er zich niet mede te +bemoeien; wij zijn immers niemand iets schuldig?» + +Terwijl moeder Van Roosemael deze woorden sprak, hield Siska haar oog +gericht op de voorbijgaande lieden, om te zien of de bevalligheden van haar +persoon hun uitwerksel deden; zij was uitnemend blijde, wanneer een hoop +jonge losbollen lachend onder elkander van haar schenen te spreken en door +de uitdrukking huns gelaats schenen te zeggen: «Wat schoone juffer is dat!» + +De arme moeder waagde het aan hare dochter te vragen, of zij zich in het +pensionaat niet verdroten had, of zij niet liever te huis bij hare ouders +was, en meer andere dingen; evenwel, wat pogingen zij ook deed om een +vertrouwend en troostend gesprek aan te knoopen, het was al om niet: de +dartele Siska had werks genoeg om aan haren gang den noodigen zwier te +geven en de loftuitingen in te zamelen, die zij op de wezenstrekken der +voorbijgaanden meende te lezen. + +Op de Melkmarkt kwam een jong heerken recht op haar aan, met een lachend +aangezicht en met zulke gemeenzame uitdrukking, dat men wel zou hebben +kunnen denken, dat hij haar broeder was. Vrouw Van Roosemael opende de +oogen zoo wijd zij kon en poogde dezen jonkman te herkennen:--zij had hem +nooit gezien. Deze liet zich echter door de ondervragende blikken der +moeder niet ontstellen, plantte zich stoutelijk voor Siska en zeide met +genepene lippen in de Fransche taal: + +«Ah, bonjour, mademoiselle Eudoxie! Gij hebt het pensionaat verlaten? +Antwerpen gaat het geluk genieten eene zoo betooverende juffer te +bezitten? Waarlijk, eene goede fortuin voor ons, arme jongelieden, die +zuchten over de zeldzaamheid van zoovele vereenigde schoonheden!» + +Hierop antwoordde Siska, terwijl zij een verleidend lonkje van onder hare +wimpers uitschoot en een bedeesd gelaat aannam: + +«Gij spot, Mijnheer Georges! Maar hoe gaat het met uwe zuster Clotilde?» + +«Goed, zeer goed,» sprak de jonge heer onverschillig. Dan aan zijne +wezenstrekken eene half spottende uitdrukking gevende, vroeg hij, terwijl +hij de oude vrouw aanwees: + +«Is dit uwe dienstmeid?» + +Deze vraag deed Siska rood worden tot onder den hoed; zij was beschaamd +over hare goede moeder, de verfranschte juffer! Er liep eene zekere wijl +voorbij, vooraleer zij, nog blozend en als gedwongen, antwoordde: + +«Neen, het is mijne moeder.» + +«Ah! ah!» riep de jongeling; en zich tot de oude vrouw keerende, sprak hij +met eene gemaakte buiging: «Madame Van Rosmal[18], duld dat ik u mijnen +eerbied bewijze. Gij hebt eene bevallige dochter!» + +De oude vrouw verstond hem niet; doch zij begreep genoeg wat er omging, en +hoe zij het voorwerp zijner schaamtelooze spotternij was. Niettemin, zij +knikte met het hoofd om hem zijne buiging weder te geven. De jongeling +verwijderde zich, zeggende tot Siska: + +«Arme vrouw! zij heeft gelijk, dat zij u onder haren wijden mantel bewaart. +Er zijn er zoovelen onder ons, die u zouden willen stelen. Tot wederziens, +mademoiselle Eudoxie!» + +Met diepen angst had de moeder dit alles nagezien, en zij ware ongetwijfeld +in grammoedige verwijten uitgevallen, hadde niet een smartelijk gevoel +haren boezem verkropt. Met eene merkbare spijt sprak zij: + +«Die Fransche vliegenpikker, wie denkt hij, dat wij zijn? Hij neemt u zeker +voor eene andere, want hij heet u /Eudoxie/ en zegt tot mij /Madame Van +Rosmal/! Hoe kunt gij toch gediend zijn met den praat van zulk flauw +bescheid? Van een mensch, dien gij niet kent?» + +Deze woorden vielen niet in den smaak van Siska; dit kon men genoeg +bemerken aan haar meesmuilend gelaat. Het was bijna met trotsch medelijden, +dat zij antwoordde: + +«Gij denkt zeker, dat ik drie jaren lang op een Fransch pensionaat ben +geweest om onbeleefd en bot te blijven! Die jonge heer is een kennis van +mij; zijne zuster Clotilde was mijne vriendin, en hij kwam haar dikwijls +bezoeken.» + +«Is het misschien Piet Van der Tangen?» vroeg de moeder. + +«Ja, het is M. Van der Tangen.» + +«Wel, wel, Siska! Zijt gij niet beschaamd om zooveel wisjewasjes te maken +met den zoon van uws vaders baardkrabber? Met dien kalen, luien bliksem, +die anders niet kan dan zijnen vader opeten en kasseien verslijten[19]?» + +«Hoor eens, moeder, hij kan maar eene goede /educatie/ gehad hebben. Hij +heeft in Parijs gewoond en, al is hij slechts /coiffeur/, hij is toch +geleerd en hij kent zijne wereld.» + +«Ha, dat heet gij zijne wereld kennen? Niets doen, altijd loopen en +oudersverdriet zijn? Welnu, ik zeg u, Siska, dat ik niet wil hebben, dat +gij met zulke onbeschaamde sprinkhanen kennis maakt, en wat uwen naam +aangaat: ik heet Siska, en gij heet ook Siska. God weet uit wat +geuzenalmanak gij dien belachelijken naam van Eudoxie hebt opgevischt.» + +Siska was kwaad. Zij antwoordde met bijtende stem: + +«Is het mijne schuld dat de demoisellen in het pensionaat mijnen gemeenen +naam veranderd hebben?--En toch, ik heet liever /Eudoxie Van Rosmal/, dan +mijne ooren altijd met het plat boerenvlaamsch /Francisca Van Roosemael/ te +moeten hooren verscheuren.» + +Ongelukkige moeder, zij dacht op dat oogenblik aan het gedrag van Hortense +Spinael, en beefde van angst in al hare ledematen. Voorzeker zou zij +scherpere woorden tot hare dochter gesproken hebben: maar nu stonden zij +voor den dorpel van den winkel en stapten binnen. Niemand bevond zich +alsdan daarin, dan meester Van Roosemael, die bezig was met koffie te +malen. Het kostte Siska nu geen geweld om haren vader te omhelzen, daar +geen vreemd oog haar kon beschamen. De goede man gaf zich in dit eerste +oogenblik gansch aan zijne vaderlijke teederheid over en zoende het +opgesmukte kind met blijdschap. Deze liefdesbetuiging werd echter alweder +spoedig door Siska afgebroken, en haar ontviel onmiddellijk de Fransche +roep: + +«/Maman, ma chambre?/ Zeg, waar is mijne kamer? Kan ik deze doozen nu in +den winkel laten staan? Koetsier, help mij dit eens boven dragen!» + +Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten en was bezig met hare +menigerlei hoeden en kleederen uit te pakken, hare pommadepotten en +balsemfleschkens te schikken en hare krullen met de vingeren wat zwieriger +dooreen te fladderen. Men hoorde hare stem tot in den winkel: zij zong het +eeuwig Fransch referein van /ô ma belle, sois moins cruelle/, en zoo voorts +van hetzelfde staaltje[20]. + +Meester Van Roosemael stond als bedwelmd achter zijnen toog; zijne eene +hand rustte nog zwaar op den arm van den koffiemolen, en met de andere +krabde hij achter zijne ooren als een radeloos mensch. Zijn oog blikte +stijf en beweegloos vooruit in den winkel; eene diepe, eene pijnlijke +overweging had hem weggerukt: hij ook dacht aan Hortense Spinael en +mompelde van tijd tot tijd: + +«Beest dat ik ben! Hadde ik liever mijne koppige vrouw armen en beenen +gebroken. Dokter Pelkmans mocht het wel zeggen, dat ik mijne ooren zou +krabben; maar dat klagen helpt er nu wat aan! Eene schoone pleister voor +den dood!» + +Meer angst, meer benauwdheid en bovenal bittere wroeging des gewetens +folterden de arme moeder. In hare halfduistere keuken zat zij in eenen hoek +aan de innigste smart overgeleverd, en weende bij poozen met min of meer +tranen, naar mate der angstigheid harer overdenkingen. + +Ongelukkiglijk hielp het weenen en klagen zoo min als de vermaningen en +gebeden: het was al boter tegen den galg gekletst[21]. Siska bleef haren +wil doen. Allengskens nochtans nam het moederlijk gevoel van vrouw Van +Roosemael toch weder de overhand, en door het geweld, dat zij doen moest om +Siska bij haren vergramden vader te verschoonen, eindigde zij zelfs met +niets, dat waarlijk slecht was, in haar te zien: wel wat grillen en wat +eigenzinnigheden, maar toch zonder erg. Het kind is nog jong; dat zal wel +veranderen!--Door deze toegevendheid verkreeg de moeder meer +liefdesbetuigingen van hare dochter, en zij troostte zich met aan de +klanten te kunnen zeggen: + +«Onze Siska is geleerd, man. Zij kent haar Fransch beter dan haar Vlaamsch. +Zij is eene perel van eene vrouw!» + +Even gelijk alle burgerdochters, die in een Fransch pensionaat zijn +opgevoed, bezat Siska eene zeer aardige geleerdheid. Van de Fransche taal +kende zij hetgene noodig is om ijdele woorden te wisselen, en te spreken +van /amour/ en /toilette/. In die gesprekken zelve trok zij het Fransch +schrikkelijk bij het haar; doch hare stoutheid en hare losse wending deden +deze feilen lichtelijk over het hoofd zien. De rekenkunde kende zij niet: +dit is eene veel te moeilijke wetenschap voor zulke teere jufferkens; ook +kon Siska geene optelling maken, alhoewel zij genoeg in het cijferen +geleerd was, om te weten, dat, wanneer men drie vrijers te gelijk heeft, +men er dan al eenen kan verliezen zonder daarom geheel verlaten te zijn. +Van de aardrijkskunde had zij onthouden dat Parijs de schoonste stad der +wereld is, het Luilekkerland der jonge meisjes, waar men altijd malt en +danst, waar tienmaal meer komedies dan kerken zijn, waar de modes en de +pommades uitgevonden worden, enz.; de schoonste dingen verzwijgen wij. De +fabelkunde of /mythologie/ had haar anders niet geleerd dan dat de godin +der liefde Venus heet en dat de kleine Cupido haar zoon is. Verder wist zij +de Fransche benamingen van alle soorten van kleederen en stoffen, van alle +haartooisels, van alle pommades, reuken en stanken, van alle pasteikens en +bankettaartjes..... Zie, daarin bestond de geleerdheid van Siska. Was zij +eene parel van eene vrouw of eene verfranschte windblaas? + +Vader Van Roosemael zou op deze vraag niet gunstig geantwoord hebben, +zooals genoeg blijkt uit de volgende woorden, welke hij omtrent dien tijd +tot dokter Pelkmans sprak: + +«Hadden wij uwen raad gevolgd, dokter, dan zou onze Siska nu vergenoegd en +eenvoudig achter haren toog staan. Zij zou ons beminnen, en wij zouden met +vermaak werken om haar een goed erfdeel en eenen welgekalandeerden winkel +na te laten; maar wat is het nu? Zij zit achter den toog met eenen zijden +voorschoot en gekruld haar, zonder muts; zij klapt en babbelt den ganschen +dag met jonge melkbaarden en kale Ratten, die, onder voorwendsel van +sigaren te koopen, mijn huis afloopen en de burgers er uitjagen. De helft +mijner klanten ben ik reeds kwijt. Vriend Pelkmans, als ik dood ben, zal de +vaderlijke winkel ook te niet gaan; want Siska zal nooit willen trouwen met +een jongen van haren staat; en zeg mij eens, waar zijn die papieren jonkers +goed toe? Gij hadt gelijk, dokter: eene grondige Vlaamsche opvoeding zou +van mijne Siska eene bekwame en spaarzame huisvrouw gemaakt hebben; meer +nuttige dingen zou zij kennen dan zij nu kent; zij zou godvruchtig en zedig +gebleven zijn; maar neen, zij moest naar een pensionaat gaan en Fransch +leeren.--Zie, het is mogelijk, doch ik kan niet gelooven, dat zulke +opvoeding een edelmanskind betaamt. Dan, wat ik het best weet, is, dat zij +een burgermeisje in den grond bederft. Maar wat is het, dokter? Als het +kalf verdronken is, vult men den put, en men krabt zijne ooren, gelijk zij +zegt.» + +[18] De naam Van Roosemael op zijn Fransch uitgesproken. + +[19] Altijd op de straat zijn en dus de kasseien en steenen verslijten. + +[20] Wij zeggen van hetzelfde staaltje, en bedoelen hierdoor van die +kinderachtige Fransche liedekens, waarvan de rijmen altijd en +onveranderlijk de volgende zijn: + + amour douleur jolie + retour. c[oe]ur. ravie. + charmes tendresse ta vue + alarmes. allégresse. âme émue. + belle âme revoir + cruelle. flamme. desespoir, etc. + +[21] Nuttelooze moeite. + + + + +V + +BETER LAAT BEROUW DAN GEEN + + +Van den eersten dag harer terugkomst in het vaderlijk huis, had Siska alles +daar begonnen te beschimpen. Niets konden de goede ouders doen, of het was +gemeen, slecht of onbetamelijk; en daar de verfranschte juffer doorleerd +was in velerlei grillige gauwigheden, boog en plooide zij den wil harer +ouders als warm was. + +Och! vóór drie uren kon zij niet eten: zij had geene boerenmaag! Bij het +hooren dezer nieuwigheid werd de vader gram, de moeder bedroefd; beiden, +omdat zij nu hun geheele leven lang op hetzelfde uur het middagmaal genomen +hadden en schrikten van zulke grondige verandering, die al hunne andere +bezigheden moest overhoop werpen; maar Siska begon te moffelen en zuur te +zien,--het hielp toch niet, alhoewel de moeder haar ditmaal uit medelijden +bijstond. Dan viel Siska in onmacht; zij kreeg leelijke stuiptrekkingen en +ging te werk als iemand, die zijn pak maakt om naar de andere wereld te +verhuizen. Een verfranscht dokter, ervaren in de eigenzinnige ziekten der +welopgevoede juffers, kwam zoovele ijselijke dingen van de zenuwen der +vrouwen vertellen, dat de ouders Van Roosemael uit benauwdheid besloten om +drie uren het middagmaal te nemen. Hoe dikwijls nochtans scheurden zij van +honger, daar zij altijd van vier of vijf uren des morgens opstonden en +zoolang moesten vasten, terwijl de dartele Siska nooit vóór negen uren +beneden kwam. + +En de keuken dan? Wat arme keuken! Altijd aardappelen, koolen of savooien, +en ossenvleesch, gezoden of gebraden; het is altijd hetzelfde; Siska is van +tijd tot tijd zoo slap en zoo flauw!--Zij zal een duifken of wat vinkskens +eten..... dat zal haar beter smaken en haar deugd doen.--Hare zakken steken +altijd vol pepermunt en citroenpastilen, en niet zonder reden; want het +ongelukkige kind heeft allerlei kwalen: pijn aan de maag, pijn aan het +hart, pijn in het hoofd, pijn op de zenuwen, pijn overal..... Och arme! + +Met hare moeder naar de mis van zes uren gaan, zal zij niet doen: in den +Winter is het te koud, en in den Zomer wil zij tusschen al dat gemeen volk +niet zitten; zij zou wel kwalijk vallen. De hoogmis duurt veel te lang; zij +krijgt koude voeten op die blauwe steenen. Maar de kwartjesmis[22], dit is +hare zaak; daar ziet zij schoone /toiletten/ om die na te apen. En dan kan +zij nog eens over het Groen kerkhof wandelen en hare nieuwe mantille laten +zien aan de jonkheid van /bon ton/. (Nota bene. Vele kleermakers, +sigarenrollers en heerenknechts). + +Ziet, zij heeft hare oude moeder gedwongen, hare kanten trekmuts tegen +eenen zijden hoed te verwisselen en bottinnen aan hare voeten te rijgen, +anders zou zij met haar niet meer willen uitgaan. Maar hoe ongelukkig ziet +moeder Van Roosemael er uit onder haar kartonnen dak! Zij krabt gedurig aan +hare ooren, want die zijn het pletteren nog niet gewoon, en zij kan +nauwelijks drie stappen doen, of zij beweegt hare voeten gelijk iemand, die +in eene oude mat of in eenen vuilnishoop verward is: de nestels der +bottinnen kunnen met hare beenen maar geen kennis maken. Arme vrouw! de +geburen lachen haar uit, terwijl zij parelen zweet en wel door de steenen +zou willen zinken van schaamte.... Dan, vergeet niet, dat zij dit alles +voor hare dochter lijdt, en het dus geen wonder is, dat zij zonder klagen +hare smart verkropt. Wat vader Van Roosemael betreft, die werd nog het +meest door de grillige Siska gepijnigd; hij was altijd meester in zijn huis +geweest en had zijne zaken zoo voorzichtig aangelegd, dat deze op geen +oogenblik van zijn leven achteruit waren gegaan. Nu voorzag hij, dat er +wargaren ging ontstaan; doch hij had bijna niets meer te zeggen. Wat hij +goedvond, keurde zijne dochter af, en niet zelden dorst zij te kennen +geven, dat hij bekrompene gedachten had. Werd de man dan boos, zoo geraakte +het huis in rep en roer: hij aan de eene zijde en Siska met hare moeder aan +de andere. Men weet het: zoo haast het op snauwen en twisten uitkomt, is de +man een onmachtig kind in vergelijking der vrouw; hij maakt zich eenige +kannen zwart bloed, slaat wat op de tafel en bijt wat op de tanden; maar +heeft hij ooit het laatste woord gehad? + +Dokter Pelkmans had men het insgelijks zoo moede gemaakt, dat hij eene walg +van het huis gekregen had en er schuw was van geworden. + +Vader Van Roosemael was niet tusschen twisten en kijven opgevoed; vrede en +stille vriendschap achtte hij het grootste geluk op aarde; ook liet hij +eindelijk vele zaken tegen zijnen dank geschieden, om in geenen nutteloozen +woordenstrijd te vallen. Niettemin, deze eeuwige dwang en de plotselinge +verandering van zijn huishouden benevelden zijnen geest met diepe +droefheid, en niet zelden begroette hem de eene of andere bekende met deze +woorden: «Maar, Van Roosemael, wat zij gij mager geworden! Zijt gij ziek +geweest?» + +In eene enkele zaak was het den goeden man gelukt, tot hiertoe te +overwinnen, namelijk in de aanvallen, welke Siska tegen den winkel zelven +richtte. O, die zou en die moest veranderd worden! Dan, dit kostte meer +moeite en meer listen.--Achter dien toog was vader Van Roosemael opgevoed; +de stoel, waarop zijne moeder zaliger hem gezoogd had, stond er nog; die +tonnekens en kinnekens had hij toegelachen, eer hij spreken kon; geen +barstje, geen teeken, of het was hem eene zalige herinnering: ter oorzake +van den geblutsten pot, die daar staat, had zijn vader, den dag vóór zijnen +dood, hem eene zoo treffende vermaning over de spaarzaamheid gegeven, dat +hij ze nu onuitwischbaar in zijnen geest geprent hield; de zware vlekken, +op dat groen tonneken, waren vlekken, die hij, kind zijnde, met zijne +handekens gemaakt had, omdat zijne goede moeder hem somtijds daaruit een +stuk suiker langde, en hij het tonneken dikwijls poogde open te streelen; +op dien houten bak staan twee letters ingesneden: J.-S..... Zij beteekenen +Jan-Siska en zijn een gedenkstuk zijner eerste en innige liefde.--In één +woord, deze winkel was zijn vaderland, zijne wereld; alles, wat er zich in +bevond, maakte deel van zijn bestaan en van zijn leven. + +Ook, wie zal zeggen wat vloed van tranen Siska gestort heeft, hoe dikwijls +zij flauwgevallen is, hoevele dagen zij geweigerd heeft te eten, hoevele +stuipen en zenuwtrekkingen zij gehad heeft om den onverbiddelijken wil +haars vaders te breken en den winkel te mogen verfranschen?--Ja, dit heeft +een jaar lang geduurd: twaalf maanden van twist, van huisverdriet zijn er +voorbijgegaan, eer de oude Van Roosemael, als een overwonnen soldaat, het +hoofd liet vallen en met tranen in de oogen zeide: «Doet al aan!» + +Maar dit woord, dat als zijn eigen vonnis hem door het harte sneed, knakte +terzelfder tijd zijn gemoed en zijn lichaam ter neder; hij begon te +kwijnen, werd bleek en zwak, en scheen met eene geheime kwaal naar het graf +te wandelen. Niet zelden beefde Siska als een riet, wanneer het glinsterend +oog van haren grijzen vader eenen beschuldigenden blik in haar oog schoot; +maar hij sprak niet, de moedelooze man,--en staarde in stom verdriet op de +werklieden, die bezig waren met zijnen winkel overhoop te zetten. Hij zag +al zijne dierbare herinneringen vernietigen; en, naarmate er eene van deze +onder den borstel des schilders of onder den beitel des timmermans +verdween, werden zijn adem en zijn leven korter. + +[Illustration: Eene jonge vrouw geheel in eenen zwarten mantel gedoken. +(Bladz. 70.)] + +Welhaast was de eenvoudige burgerwinkel herschapen in een prachtig +magazijn. Alles blonk er van koper; de toog was beschilderd met engeltjes, +die koffie maalden, sigaren rookten of tabak wogen; de vensterglazen waren +zoo groot als spiegels en overdekt met Fransche opschriften. Het gas +verlichtte dit alles; eene meid en een knecht stonden achter den toog met +de armen overeen geslagen, en Siska of mademoiselle Eudoxie Van Rosmal zat +tegen het venster, op eene hoogte, eenen Franschen roman te lezen. + +Die staat van zaken duurde langen tijd, tot het groote verdriet van den +moedeloozen vader. Zooverre was hij nu geraakt, dat hij aan alles +onverschillig scheen, tot zelfs aan de vriendschap van Spinael. Deze had, +op aanrading van Van Roosemael, den koophandel in huiden en leder begonnen +en had in korten tijd veel gelds gewonnen, zoodat hij in staat ware geweest +om de ontleende duizend gulden af te leggen, hadde Van Roosemael ze niet +blijven weigeren. Van zijne kinderen had hij nog niets vernomen. + +Terwijl alles in den winkel verwardelijk toeging en de geldkas ledig +geraakte, lag vader Van Roosemael ziek te bed; maar, vermits hij nooit +klaagde van pijn of ongemak, dacht men of wilde men denken, dat het eene +gewone onpasselijkheid was, en men vergenoegde zich met hem wel zorglijk te +dienen. + +Op eenen morgen nochtans verzocht hij, dat men M. Pelkmans en Spinael zou +gaan roepen. + +De laatste was juist voor handelszaken naar Keulen gereisd. + +De dokter kwam onmiddellijk en bleef lang alleen met den zieke. Wat er +tusschen hen beiden omging of wat zij zeiden, weten wij niet. Dan, na een +uur tijds hoorde men iemand de trappen afkomen,--en de dokter verscheen in +den winkel. Zijn gelaat was bleek als dat van eenen doode en loste ijselijk +uit op den kraag van zijnen zwarten mantel; de oogen stonden hem fonkelend +in het hoofd, en zijne wangen beefden krampachtig als die van een woedend +mensch: door de opening van zijnen mantel kon men zien, hoe zijne geslotene +vuist zich nijdig toeneep. Van het oogenblik zijner verschijning in den +winkel had hij zijne vlammende oogen als pijlen in die van Siska gericht, +en ging nu als een spook achter den toog tot haar. Zij, vol angst en +benauwdheid, stak hare twee handen vooruit, alsof zij deze akelige +verschijning van zich wilde weren; maar de dokter ontsloot zijne vuist, +sloeg zijne hand aan haren pols, neep dien te pletten en sprak met eene +ijselijke stem: + +«Uw vader gaat sterven, misdadig kind!--Gij hebt hem vermoord!» + +Dan liet hij haar in onmacht op haren stoel nedervallen, ging ten huize uit +om eenen geestelijke te halen, en kwam kort daarna met de Berechting terug. + +Nadat de zieke Van Roosemael de laatste hulp der Kerk ontvangen had en de +priester weg was, zuchtte hij: + +«Mijn kind, mijne Siska wil ik zien, dokter..... Maar vergiffenis voor +haar!--o, pijnig ze niet door strenge woorden!» + +«Ik ga ze halen; maar zij moet gestraft, zij moet gebroken worden. +Misschien zult gij dan uit den hemel op een deugdzaam en berouwend kind +kunnen nederzien.» + +Met deze woorden opende de dokter de deur der kamer en ging beneden in de +keuken. Dáár zaten moeder en dochter met de handen voor de oogen te weenen; +Siska ging te werk, dat zij een steenen hart zou hebben vermorzeld: +zuchten, kermen en akelige klachten welden op uit haren boezem. O, ditmaal +was hare wanhoop niet geveinsd! De pletterende woorden, welke de dokter als +de vervloeking van den vergramden God in hare ooren had doen klinken, +hadden haar den blinddoek met geweld afgerukt. De naam van vadermoordster, +die nu gedurig voor hare oogen in vlammende letteren stond te lezen, +brandde op haren geest als eene sprankel van het helsche vuur, dat haar +wachtte. De zware stap des dokters deed haar met schrik opzien..... Ho! +daar staat hij weder voor haar, de wraakengel des Heeren! Zijn stekend oog +dringt tot in hare ziel; onder zijnen machtigen blik voelt zij hare +krachten verminderen; eene koude ijzing stolt het bloed in hare aderen..... +Maar zij rukt zich los van onder dit toovergeweld;--zij springt op, ploft +neder op hare knieën voor hem, heft de armen in de hoogte en roept: + +«Uwe gramschap is rechtvaardig! Ik ben een misdadig en verfoeilijk +schepsel...... maar, in den naam van mijnen stervenden vader, o, genade, +genade voor mij!» + +Twee tranen rolden blinkend over de wangen des dokters; zijn gelaat verloor +eensklaps de uitdrukking van toorn, om alleen nog de kenmerken der diepste +droefheid te behouden. Hij naderde tot het smeekende meisje, nam haar bij +de hand en sprak, zonder haar van den grond op te lichten: + +«Siska, ongelukkig kind, gij hebt schrikkelijk tegen God misdaan, want Hij +heeft gezegd: bemint uwen vader en uwe moeder,--en gij, wat hebt gij +gedaan?..... Neen, neen, vrees niet, ik zal het ijselijk woord niet meer +herhalen.--Herkoop uwe misdaad, Siska; er is nog één middel om u met God en +met uwen vader te verzoenen. Ga tot hem, hij roept u stervende,--maar geef +acht! Indien hij deze wereld verlaat zonder de overtuiging van uw berouw en +uwe bekeering, indien hij den geest geeft zonder troost, zonder vrede en +zonder hoop voor u..... o, dan zal de vloek des Heeren u vervolgen tot na +dit leven!» + +Hoe bitter, hoe hartverscheurend deze woorden ook waren, scheen Siska +daaruit meer moed te putten; zij zoende de handen van den dokter met drift +en riep, terwijl zij opsprong en naar de kamer haars vaders vloog: + +«Dank! dank!» + + * * * * * + +..... Zou ik nu het plechtig stervensuur des vaders en de wanhoop der +dochter afschilderen? Zou ik u Siska toonen, waar zij huilend en met +hangende haren door de plassen harer gestorte tranen kruipt? Zou ik u +zeggen, hoe zij haar hoofd tot bloedens toe tegen het doodbed haars vaders +knotst; hoe zij hare schoonheid poogt te vernietigen en met hare nagels +door hare wangen ploegt; hoe zij al de teekens harer wulpschheid scheurt, +vertrapt en verbrijzelt?--O, neen, dit tooneel ware te wreed en te +pijnlijk! + +Ziet, de vader gaat sterven; maar eene uitdrukking van gelukzaligheid maakt +zijn aangezicht gelijk aan dat van eenen heilige. Zijne brekende oogen zijn +met een troostvol gevoel voor het bed gericht. Dáár zit Siska geknield; zij +houdt hare moeder in beide armen omsloten, zoent ze met teederheid en +smeekt om vergiffenis; de dokter staat bij haar en stort tranen van +ontroering.--Dit tafereel ziet de stervende..... hij laat zijne slappe hand +over de bedsponde rijzen en op het hoofd van zijn kind nedervallen. Dan +zegt hij, terwijl zijne ziel hare vleugelen ontplooit en van de aarde +hemelwaarts opschiet: + +«Gezegend, gezegend, o Siska, mijn kind!» + + * * * * * + +De honderdjarige winkel van Van Roosemael is nu gesloten. Moeder en dochter +leiden een eenzaam en boetvaardig leven; zij herinneren zich met afschrik +de oorzaak hunner rampen en voegen in hunne litanieën dit beteekenend +gebed: /Van het Fransche zedenbederf bevrijd ons, Heer!/ + +Heer Lezer, ik heb eenige hoop, dat deze ware geschiedenis uwe toegevende +aandacht zal gevestigd hebben, en dan zult gij wellicht ook nieuwsgierig +zijn om Siska te zien. Welnu, indien gij inderdaad die begeerte hebt, ga +dan des Vrijdags, omtrent zes uren des morgens, of wat later, naar de +Predikheerenkerk; doe de deur ter rechterhand open en stap voort over het +oude kerkhof, tot onder den Kalvarieberg en in de spelonk van het Vagevuur. +Hier zult gij eene jonge vrouw geknield zien zitten, geheel in eenen +zwarten mantel gedoken en met de kap over het aangezicht. Indien gij scherp +luistert, zult gij de parelen van eenen rozenkrans tusschen hare vingeren +hooren glijden, en van tijd tot tijd zal van onder hare kap een zucht +opgaan als die van eene der lijdende zielen. Zij echter zal zich niet +roeren, en in de halve duisternis zal zij u voorkomen als een biddend +beeld, dat daar gesteld is. Indien gij dan ziet, dat zij, opstaande, eenen +langen kus op de hand der smeekende ziel plaatst en traaglijk de spelonk +verlaat, zonder u schijnbaar te hebben bemerkt, zeg dan stoutelijk: ik heb +Siska Van Roosemael gezien! + +De dochter van Spinael zal ik u niet wijzen: er zijn plaatsen, die men niet +noemen mag. Wat haren broeder betreft, er zijn gevangenissen genoeg in +Frankrijk, om gauwdieven en schelmen op te sluiten. + +EINDE VAN SISKA VAN ROOSEMAEL + +[22] In de hoofdkerk te Antwerpen wordt er des Zondags, te twaalf uren, +eene misse gelezen, die men de /kwartjesmis/ noemt, omdat zij gewoonlijk +slechts een kwartier duurt. Wie laat opstaat of schoone kleederen te toonen +heeft, gaat naar deze mis. + + + + +Transcriber's notes + + + * This novella was combined into one printed volume with another novella + called "Hoe men schilder wordt," which will also appear at Project + Gutenberg in due time. References such as a table of contents that + point to the other novella have been left out of this e-text. + * A footnote is missing on page 57 of the print version. Also, the + numbering of footnote references on that page is in the wrong order. + This has been corrected in the e-text. + * Page 9: inserted full stop after "Semelles de liège, enz". + * Page 10: inserted closing quotes after "toch niet vangen.....". + * Page 19: capitalized "ik" at the beginning of a sentence: "Ik versta + u genoegzaam". + * Corrected: "et hare moeder" to "met hare moeder" on page 62. + * Corrected comma to full stop after "in hare aderen...." on page 68. + * Corrected "gescheurt" to "gescheurd" in "reeds lang gescheurt" on + page 29. + * OE ligatures have been transcribed as "[oe]" in the TXT version. + * The HTML version contains invisible page numbers that refer to the + page numbers of the original print edition. + + + + + +End of Project Gutenberg's Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL *** + +***** This file should be named 31052-8.txt or 31052-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31052/ + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/31052-8.zip b/31052-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..294399b --- /dev/null +++ b/31052-8.zip diff --git a/31052-h.zip b/31052-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a968332 --- /dev/null +++ b/31052-h.zip diff --git a/31052-h/31052-h.htm b/31052-h/31052-h.htm new file mode 100644 index 0000000..839b1d6 --- /dev/null +++ b/31052-h/31052-h.htm @@ -0,0 +1,2285 @@ +<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" + "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> + +<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml"> + <head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=iso-8859-1" /> + <title> + Siska van Roosemael by Hendrik Conscience + </title> + <style type="text/css"> + <!-- + p { margin-top: .75em; + text-align: justify; + margin-bottom: .75em; + } + h1,h2,h3,h4,h5,h6 { + text-align: center; /* all headings centered */ + clear: both; + } + hr { width: 33%; + margin-top: 2em; + margin-bottom: 2em; + margin-left: auto; + margin-right: auto; + clear: both; + } + + table {margin-left: auto; margin-right: auto;} + + body{margin-left: 10%; + margin-right: 10%; + } + sup {line-height: 13px; vertical-align: top;} + .pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ + /* visibility: hidden; */ + position: absolute; + left: 92%; + font-size: smaller; + text-align: right; + } /* page numbers */ + + .linenum {position: absolute; top: auto; left: 4%;} /* poetry number */ + .blockquot{margin-left: 5%; margin-right: 10%;} + .sidenote {width: 20%; padding-bottom: .5em; padding-top: .5em; + padding-left: .5em; padding-right: .5em; margin-left: 1em; + float: right; clear: right; margin-top: 1em; + font-size: smaller; color: black; background: #eeeeee; border: dashed 1px;} + + .bb {border-bottom: solid 2px;} + .bl {border-left: solid 2px;} + .bt {border-top: solid 2px;} + .br {border-right: solid 2px;} + .bbox {border: solid 2px;} + + .center {text-align: center;} + .smcap {font-variant: small-caps;} + i .smcap {font-style: normal;} + .u {text-decoration: underline;} + + .caption {font-weight: bold;} + + .figcenter {margin: auto; text-align: center;} + + .figleft {float: left; clear: left; margin-left: 0; margin-bottom: 1em; margin-top: + 1em; margin-right: 1em; padding: 0; text-align: center;} + + .figright {float: right; clear: right; margin-left: 1em; margin-bottom: 1em; + margin-top: 1em; margin-right: 0; padding: 0; text-align: center;} + + .footnotes {border: dashed 1px;} + .footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%; font-size: 0.9em;} + .footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} + .fnanchor {vertical-align: top; font-size: .8em; line-height: .8em; text-decoration: none;} + + .poem {margin-left:10%; margin-right:10%; text-align: left;} + .poem br {display: none;} + .poem .stanza {margin: 1em 0em 1em 0em;} + .poem span.i0 {display: block; margin-left: 0em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i2 {display: block; margin-left: 2em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + .poem span.i4 {display: block; margin-left: 4em; padding-left: 3em; text-indent: -3em;} + + .titlepage {border: 2px solid #ddd; margin: 3em 0em 7em 0em; padding: 5em;} + .transcribernote { + background-color: #dde; + border: 1px dotted #000; + font-size: smaller; + margin: 2em; + padding: 1em; + } + --> + </style> + </head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Siska van Roosemael + +Author: Hendrik Conscience + +Release Date: January 23, 2010 [EBook #31052] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL *** + + + + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + + + + + +</pre> + + +<p class="center"><span class='pagenum'><a name="Page_i" id="Page_i"></a></span><a href="images/illustration_01.jpg"><img src="images/illustration_01-thumb.jpg" alt="Hendrik Conscience - Geillustreerd - Siska van Roosemael" /></a></p> + +<p class="center"><span class='pagenum'><a name="Page_1" id="Page_1"></a></span><span class='pagenum'><a name="Page_iv" id="Page_iv"></a></span><span class='pagenum'><a name="Page_iii" id="Page_iii"></a></span><span class='pagenum'><a name="Page_ii" id="Page_ii"></a></span><span class='pagenum'><a name="Page_2" id="Page_2"></a></span><span class='pagenum'><a name="Page_3" id="Page_3"></a></span>Brussel.—Drukkerij <span class="smcap">J. Janssens</span>, Marcqstraat, 16.</p> +<div class="titlepage"> +<p class="center"><span class="smcap">Hendrik CONSCIENCE</span></p> + +<h1 class="center">Siska van Roosemael</h1> + +<p class="center"><a href="images/illustration_02.png"><img src="images/illustration_02-thumb.png" alt="" /></a></p> + +<p class="center">BRUSSEL</p> + +<p class="center">J. LEBÈGUE & C<sup>ie</sup>, BOEKHANDELAARS-UITGEVERS</p> + +<p class="center">36, NIEUWSTRAAT, 36<span class='pagenum'><a name="Page_4" id="Page_4"></a></span></p> +<p class="center">1912<span class='pagenum'><a name="Page_5" id="Page_5"></a></span></p> +</div> +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="Illustration_SISKA_VAN_ROOSEMAEL" id="Illustration_SISKA_VAN_ROOSEMAEL" href="images/illustration_03.png"><img src="images/illustration_03-thumb.png" alt="SISKA VAN ROOSEMAEL" /></a> +<br /> +<br />I</h2> + +<p class="center">BURGERS VAN DEN OUDEN EED +<br />KWAKZALVERS VAN DEN NIEUWEN STIJL</p> + + +<p>Het is weinige jaren geleden, dat er in eene der straten omtrent het Groen +kerkhof te Antwerpen een oude en befaamde kruidenierswinkel bestond, die, +van vader tot zoon overgezet, sedert meer dan driehonderd jaren bekend was +om zijne goede waren en geringe prijzen. De laatste eigenaar van dezen +winkel heette Jan Van Roosemael, zoon van Frans, zoon van Karel, zoon van +Kasper Van Roosemael, en was getrouwd met eene Siska Pot, afstammelinge +<span class='pagenum'><a name="Page_6" id="Page_6"></a></span>van den beruchten Peter Pot, wiens naam men in de twee Peter-Pot-straten +terugvindt<a name="FNanchor_1_1" id="FNanchor_1_1"></a><a href="#Footnote_1_1" class="fnanchor">[1]</a>.</p> + +<p>Deze beide echtgenooten, van kindsbeen af tot een nuttig en arbeidzaam +leven opgevoed en nu gedurig bezig met hunnen kleinen koophandel, hadden +geenen ledigen tijd over gehad, om in den voortgang der hedendaagsche +beschaving deel te nemen, anders gezegd om zich te verfranschen. Hunne +kleederen, van sterk laken gemaakt, waren eenvoudig en veranderden bijna +nooit van vorm; alleenlijk onderscheidden zij deze in werkdaagsche, in +Zondagsche en in Paaschkleederen. Deze laatste kwamen nooit uit de kas dan +op hoogtijden, wanneer de Van Roosemaels ter Heilige Tafel gingen, of +wanneer zij een kind over de doopvonte houden moesten of getuigen waren bij +het huwelijk van eenen vriend. Genoegzaam is het te begrijpen, dat deze +burgers van de Vlaamsche wereld, alhoewel hun opschik een groot geld gekost +had, er slechts arm moesten uitzien nevens den eenen of anderen +voorbijgaanden pronker, die zich voor eenige franken in de hedendaagsche +papieren kleederen had laten steken en misschien met kleinachting op de Van +Roosemaels nederzag; maar zij stoorden zich daar niet in en dachten bij +zich zelven: «<i>Ieder wat in deze wereld, gij den wind en wij de +schijven!</i>»—Onwetend genoeg waren zij, om onbewust te zijn, dat een +<span class='pagenum'><a name="Page_7" id="Page_7"></a></span>treffelijk man op den middag niet mag eten, en zij hadden dus de <i>gemeene</i> +gewoonte van juist op klokslag van twaalf zich bij de tafel neder te +zetten; daarbij, zij vergaten nooit te bidden, en inderdaad, te bidden vóór +en na den maaltijd. Andere gebreken nog kon men hun ten laste leggen: onder +anderen zij verstonden geen woord Fransch en hadden nooit gevoeld, dat hun +die kennis noodig was;—zij waren godvruchtig, werkzaam, ootmoedig en +bovenal vredezoekend. Maar hunne grootste domheid bestond hierin, dat zij +in hunne Vlaamsche eenvoudigheid geloofden, dat het beter was alle dagen +eenen eerlijk gewonnen stuiver ter zijde te kunnen leggen, dan zich met +treken en met bedriegerij in twee of drie jaren zoo rijk te tooveren, dat +iedereen de oogen er van openspalkt en met verwondering uitroept: «Maar! +maar! Waar heeft die Rat<a name="FNanchor_2_2" id="FNanchor_2_2"></a><a href="#Footnote_2_2" class="fnanchor">[2]</a> het toch gehaald?»—In één woord, zij waren +Vlaamsche burgers van den ouden eed.</p> + +<p>Meester Jan Van Roosemael had eene jonge dochter, genaamd Siska, gelijk +hare moeder, van omtrent de vijftien jaren, tamelijk lang opgeschoten voor +haren ouderdom, fraai van gestalte en van gelaat, met blond haar en blauwe +oogen: een echt schoon Brabantsch kind.—Tot hiertoe had zij in de stad +naar eene gewone school van jonge meisjes gegaan en had er de moedertaal +<span class='pagenum'><a name="Page_8" id="Page_8"></a></span>bijna grondig geleerd, benevens de rekenkunde en al de handwerken, welke +eene goede burgervrouw moet kennen, al ware het slechts om meer van het +huishouden te weten dan hare dienstmeid. Eenvoudig was zij gelijk hare +ouders, godvruchtig, onderdanig, beminnend, niet dartel, niet lui, niet +eigenzinnig,—en waarlijk geschikt om met den man, die haar zou trouwen, in +deugd en eere het huis harer voorvaderen staande te houden en den befaamden +kruidenierswinkel voort te zetten.</p> + +<p>Hoe komt het, dat de honderdjarige winkel nu gesloten is? Wat rampspoed +heeft onlangs de tonnekens, snuifpotten, flesschen en kannekens van Van +Roosemael naar de Vrijdagsche markt gevoerd? Deze geschiedenis zal u dit +verhalen.</p> + +<p>Weet dan vooreerst, dat er in de gebuurte van onzen winkelier een +meester-schoenmaker woonde, die de beste vriend van meester Van Roosemael +was, met hem des Zondags naar de Steenenbrug<a name="FNanchor_3_3" id="FNanchor_3_3"></a><a href="#Footnote_3_3" class="fnanchor">[3]</a> ging wandelen, des avonds +een smousjas met hem speelde, en verder als een broeder zonder hem geen +vermaak vond. Dit veranderde eensklaps om eene zonderlinge reden.</p> + +<p>De schoenmaker, die te voren fraai aan zijn brood kwam en reeds door +spaarzaamheid zijn eigen huis bezat, deed op zekeren dag, terwijl Van +Roosemael met de koorts te bed lag, zijne twee vensters voor aan de straat +uitwerpen en een groot uitstekend winkelraam in de plaats stellen. Op de +ruiten liet hij in roode verf allerlei Fransche berichten schilderen. In +het midden stond: <i>A la botte sans couture. Magasin de<span class='pagenum'><a name="Page_9" id="Page_9"></a></span> bottes et souliers +de Paris</i><a name="FNanchor_4_4" id="FNanchor_4_4"></a><a href="#Footnote_4_4" class="fnanchor">[4]</a>;—eene leugen, vermits hij voornemens was de schoenen en +laarzen zelf te maken. Wat lager pronkte er voor het glas eene print, +waarop men een persoon verbeeld had, die door de wederspiegeling der zon in +eene geblonkene laars aan beide oogen stekeblind wordt; en boven dit +meesterstuk van kwakzalverij kon men deze woorden lezen: <i>Véritable cirage +anglais</i><a name="FNanchor_5_5" id="FNanchor_5_5"></a><a href="#Footnote_5_5" class="fnanchor">[5]</a>;—nog eene leugen, want het was altijd zijn oude blink, dien +hij zelf maakte. De klanten verloren daar toch niets bij; het verschil was, +dat hij zijnen blink nu viermaal duurder dan te voren deed betalen. Verder +op de hoekruiten stond: <i>Souliers en caoutchouc</i>, <i>Poudre de savon</i>, +<i>Semelles de liège</i>, enz.<a name="FNanchor_6_6" id="FNanchor_6_6"></a><a href="#Footnote_6_6" class="fnanchor">[6]</a></p> + +<p>Toen meester Van Roosemael van de koorts genezen was en voor de eerste maal +met langzame stappen zijne straat doorwandelde, viel zijn gezicht op het +nieuwe vensterraam van den schoenmaker. Hij bleef plotseling staan, wreef +zijne oogen als iemand, die door den slaap bekropen wordt, en bezag al de +huizen één voor één en met verbaasdheid, gelijk een vreemdeling, die +verloren geloopen is.</p> + +<p>«Wat is dat?» dacht hij in zich zelven. «Dat is toch de winkel van meester +Spinael niet. Zou hij verhuisd zijn, zonder dat ik het geweten hebbe? +Alweder eene Rat, die hier den Piro<a name="FNanchor_7_7" id="FNanchor_7_7"></a><a href="#Footnote_7_7" class="fnanchor">[7]</a> komt uithangen en de menschen gaarne +wat zemelen in de oogen zou werpen, om des te beter bankroet te<span class='pagenum'><a name="Page_10" id="Page_10"></a></span> kunnen +spelen, als het schaap binnen is. Maar hij zal mij toch niet vangen.....»</p> + +<p>Terwijl Van Roosemael dus in gepeinzen dwaalde, kwam er een heer van binnen +uit den schoenmakerswinkel op den dorpel staan. Deze was fraai gekleed, met +eene paletot van ruitengoed, eene chocolaadkleurige broek, een wit +ondervest en eenen zoogezegden gouden ketting voor de borst, waaraan een +uurwerk of een kijkglas moest gehecht zijn. Dikke bakkebaarden van blinkend +zwart haar omvingen zijn gansche aangezicht; zijn hoofd was kunstmatig +opgedaan en geleek wonderwel aan die wassen poppen, welke men voor de +vensters der paruikmakers ziet.</p> + +<p>«Ha!» dacht Van Roosemael, «daar is de Rat. Het is zonde van zulken knappen +vent!»</p> + +<p>Maar de nieuwe gebuur kwam rechtstreeks op hem aan, en op zijnen schouder +kloppende, sprak hij:</p> + +<p>«Gij zijt genezen, vriend Roosemael?»</p> + +<p>De verbaasde man herkende de stem van Spinael; hij ging twee stappen +achteruit, bezag zijnen vriend van hoofd tot voeten, en dan eerst zeide hij +eenvoudiglijk:</p> + +<p>«Wat zijt gij schoon, eh!—Hebt gij den grooten prijs in de loterij van +Rusland gewonnen? Hebt gij misschien een erfdeel gedaan? Proficiat dan, ik +wensch u geluk..... Nu, ik heb immers mijn geheele leven lang gedacht, dat +gij ros haar hadt!»</p> + +<p>Spinael glimlachte met eene soort van slim medelijden en antwoordde, +terwijl hij zich eenen zekeren lossen toon gaf, die gewoonlijk <i>Fransche +chique</i> genoemd wordt:</p> + +<p>«Van Roosemael, mijn vriend, gij zult nooit rijk<span class='pagenum'><a name="Page_11" id="Page_11"></a></span> worden, gij. De wereld is +veranderd, niemand laat zich tegenwoordig vangen zonder lokvinken of zonder +vogelteer. <i>Slechte waar, goed voorgezet, is half verkocht.</i> Wie van de +Vlaamsche burgers moet leven, slaaft tot zijne oude jaren, eer hij mag +zeggen: <i>ik ben binnen</i>! Zij zijn te houvast, vriend, en willen goed leder +en goed werk voor eenen nauwen prijs. Spreek mij van de Fransche jonkheid; +daar is vet op, alle maanden een paar laarzen, duur betaald en licht +gemaakt.»</p> + +<p>De verstomde Van Roosemael wist niet, of hij waakte of sliep. Hij voelde +zijne ooren tuiten van die zonderlinge taal en was genoeg genegen om te +denken, dat Spinael zijne vijf zinnen niet meer bezat.</p> + +<p>«Maar,» viel hij hem in de rede, «ik heb nog al hooren zeggen, dat die +Fransche windmakers dikwijls vergeten te betalen. Let gij maar op; daar +staan bij mij nog al eenigen van die overvliegers in het krijt, en scheer +dan al waar geene wol is. <i>Liever oordje zeker en het geweten zuiver.</i>»</p> + +<p>«Oude praat, vriend,» antwoordde de schoenmaker, «wij zullen elkander +binnen twee of drie jaren spreken, als het God belieft, en dan zullen wij +eens zien, wie het verste zijn zal. Mijn zoon Jules is naar Parijs om +zijnen stiel te leeren: daar verwacht ik veel van.»</p> + +<p>«Wie is er naar Parijs, zegt gij? Jules? Ik dacht, dat ik de peter van uwen +eenigen zoon was, en dat hij Jan heette gelijk ik?»</p> + +<p>«Welnu, ja, Jan is naar Parijs; maar hij heeft zijnen gemeenen naam +veranderd en heet nu Jules: dat is veel treffelijker, en mijne dochter, die +deze week uit het pensionaat gekomen is, noemt zich Hortense. Ik zeg u dit +slechts, omdat gij hen niet in<span class='pagenum'><a name="Page_12" id="Page_12"></a></span> tegenwoordigheid mijner klanten Jan en +Trees zoudt heeten.»</p> + +<p>Meester Van Roosemael schudde het hoofd met twijfel, bezag beurtelings de +opschriften van het vensterraam en de verschillende kleedingstukken van +zijnen vriend, en sprak dan op half schertsenden toon:</p> + +<p>«Ik geloof niet, dat gij het wel voor hebt, meester Spinael! Ik heb er al +zoovelen langs dien weg zien om zeep gaan<a name="FNanchor_8_8" id="FNanchor_8_8"></a><a href="#Footnote_8_8" class="fnanchor">[8]</a> en die te voren nog al vast in +hunne schoenen liepen; dan, ieder is meester van te doen wat hij wil,—het +zijn mijne zaken niet, en daarmede is het uit!—Zeg, gij vergeet misschien, +dat het dezen morgen Kamer is van de Broederschap van Onze Lieve Vrouw. +Gaat gij niet mede?»</p> + +<p>«Broederschap van Onze Lieve Vrouw!» riep Spinael bijna spottend. «Ik ben +geen lid meer, vriend. Iemand, die voor het groote <i>Theater</i> werkt, gelijk +ik, die mag met geene flambouw in de processie meer loopen. Waarlijk, het +zou niet staan.»</p> + +<p>«Goeden dag dan!» morde Van Roosemael op droeven toon, en hij liet den +verfranschten schoenmaker voor zijne deur staan.</p> + +<p>Eenigen tijd daarna kwam Spinael bij den winkelier, en, na veel gepocht en +gestoft te hebben over den schoonen gang zijner zaken, sprak hij van eene +groote partij leder, welke hij te koop wist bij eenen huidvetter, die +oogenblikkelijk geld noodig had. Hij heette het eene <i>brillante affaire</i><a name="FNanchor_9_9" id="FNanchor_9_9"></a><a href="#Footnote_9_9" class="fnanchor">[9]</a> +en deed zooveel met zijne nieuw aangeleerde treken, dat de eenvoudige<span class='pagenum'><a name="Page_13" id="Page_13"></a></span> man, +in gedachtenis hunner vriendschap, hem vijfhonderd gulden wisselgeld +leende, op drie maanden te betalen. Van Roosemael deed zich terzelfder tijd +de maat nemen voor een paar nieuwe schoenen. De schoenen borsten den +achtsten dag aan stukken, en in plaats van zijne vijfhonderd gulden kreeg +de winkelier wat schoonen praat en oneindig veel beloften.</p> + +<p>Dit laatste punt verwekte eene stille vijandschap tusschen de twee geburen, +die voorts elkander niet meer aanspraken. Hunne beide kinderen deelden +echter niet in deze verwijdering en bleven elkander dagelijks bezoeken.</p> + +<p class="center"><img src="images/illustration_04.png" alt="" style="width: 148px;" /><span class='pagenum'><a name="Page_14" id="Page_14"></a></span></p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_1_1" id="Footnote_1_1"></a><a href="#FNanchor_1_1"><span class="label">[1]</span></a> Peter Pot, een edelman, stichtte te Antwerpen in het jaar 1433 +het klooster van St.-Salvator, dat men gemeenlijk <i>Peter-Pots-klooster</i> +noemde, en dat in 1575 door de beeldenstormers tot den grond werd +afgebrand. De talrijke afstammelingen van dezen edelman, nu meest geringe +burgers, heet men de <i>Potten</i>.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_2_2" id="Footnote_2_2"></a><a href="#FNanchor_2_2"><span class="label">[2]</span></a> De vreemde gelukzoekers, die, uit armoede hun vaderland +verlatende in België komen en daar door uitwendige pracht en ijdel gesnork +willen doen gelooven, dat zij <i>iets</i> zijn, noemt men te Antwerpen met den +zonderlingen naam van <i>Ratten</i>; maar dewijl de meesten dezer kwakzalvers +ons uit het Zuiden toekomen, begint het volk dezen spotnaam nu +uitsluijtelijk toe te eigenen aan de leden eener enkele groote natie.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_3_3" id="Footnote_3_3"></a><a href="#FNanchor_3_3"><span class="label">[3]</span></a> Eene wandeling buiten Antwerpen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_4_4" id="Footnote_4_4"></a><a href="#FNanchor_4_4"><span class="label">[4]</span></a> In de laars zonder naad.—Magazijn van laarzen en schoenen van +Parijs.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_5_5" id="Footnote_5_5"></a><a href="#FNanchor_5_5"><span class="label">[5]</span></a> Waarachtige Engelsche blink.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_6_6" id="Footnote_6_6"></a><a href="#FNanchor_6_6"><span class="label">[6]</span></a> Ezelsooren-schoenen, Zeeppoeder, Kurken zolen, enz.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_7_7" id="Footnote_7_7"></a><a href="#FNanchor_7_7"><span class="label">[7]</span></a> Pierrot, een vastenavondzot, die met zemelen werpt.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_8_8" id="Footnote_8_8"></a><a href="#FNanchor_8_8"><span class="label">[8]</span></a> <i>Om zeep gaan</i> beteekent tot armoede vervallen.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_9_9" id="Footnote_9_9"></a><a href="#FNanchor_9_9"><span class="label">[9]</span></a> Eene veelbelovende zaak.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="II" id="II"></a>II</h2> + +<p class="center">GOEDE RAAD, SLECHT BESLUIT</p> + + +<p>Sedert de dochter van Spinael uit het pensionaat gekomen was, had Siska Van +Roosemael veel van hare zuivere eenvoudigheid verloren. Zij had reeds veel +te dikwijls bij den toog van het schoenenmagazijn gezien, hoe de +verfranschte jonkheid met lossen zwier hare vriendin liefkoosde, en hoe +zij, met lonken en pinken, daarop wist te antwoorden <i>in de schoone en +lieftallige Fransche taal</i>. Onnoozel nog, en niet wetende wat vuile +wulpschheid onder zulke geveinsde liefdewoorden verborgen ligt, werd zij +meer dan eens rood van schaamte, wanneer de eene of andere windmaker haar +in gebroken Fransch aansprak en dat zij niet als hare vriendin kon +antwoorden. Hierom vroeg zij dagelijks aan hare moeder om ook naar het +pensionaat te mogen gaan. Vrouw Van Roosemael, die hare dochter met +verblindheid beminde, had insgelijks met nijd gezien, dat Hortense, of +liever Trees Spinael, alhoewel bijna leelijk zijnde, al de oogen tot zich +trok, en dat hare arme Siska er verschrikkelijk gemeen uitzag nevens de +opgepronkte dochter van den meester-schoen<span class='pagenum'><a name="Page_15" id="Page_15"></a></span>maker. In haren moederlijken +hoogmoed dacht zij, dat het niet betaamde haar kind langer te laten +achteruitstaan voor eene, die minder was dan zij. Na eenige maanden +hierover aan de ooren van haren man gezaagd te hebben, werd er besloten, +dat Siska naar het pensionaat zou gaan, maar dat men eerst den ouden +Pelkmans over dit gewichtig punt zou raadplegen.</p> + +<p>Deze Pelkmans was de dokter of geneesheer van het huisgezin, gelijk zijn +vader de dokter der vorige Van Roosemaels geweest was. Dikwijls had hij +door zijnen wijzen raad den winkelier in moeilijke zaken bijgestaan; maar +wat hem het meest door de beide ouders deed beminnen, was, dat hij Siska +tweemaal in ontstekende ziekten, en laatst nog tijdens den cholera-morbus +van eenen gewissen dood gered had. Zij hadden in hunne dankbaarheid +begrepen, dat de dokter hierdoor eenig recht op het leven en op de toekomst +hunner dochter gewonnen had, en beslisten nooit iets, dat haar aanging, +zonder zijnen raad te vragen. Dan, daarin deden zij zeer wel; want de oude +Pelkmans was een wijs en geleerd man, die den loop der wereld goed kende en +alles met Vlaamsche bezadigdheid in stilte naspeurde en doorgrondde.</p> + +<p>Op den gestelden dag zat de dokter, met vader en moeder Van Roosemael, in +eene kamer achter den winkel, en het gesprek werd door meester Van +Roosemael dus begonnen:</p> + +<p>«Dokter Pelkmans, mijne vrouw wil volstrekt hebben, dat Siska naar een +Fransch pensionaat gezonden worde. Wat mij betreft, ik ben er al lang tegen +geweest, maar de tranen van Siska hebben mij eindelijk van gedachte doen +veranderen.»<span class='pagenum'><a name="Page_16" id="Page_16"></a></span></p> + +<p>«Naar eene Fransche kostschool?» vroeg de dokter verwonderd. «Naar een +Fransch pensionaat? Er zijn immers goede scholen genoeg in de stad, en zoo +kan men ten minste dagelijks zien, of het schaap niet verloren loopt.»</p> + +<p>«Och, och!» riep de moeder lachend en met eene soort van misprijzen. «Wat +is er op de scholen in de stad te leeren? Breien, naaien, lijnwaad +teekenen, hemden snijden, cijferen—en Vlaamsch, dat ieder toch kent! Zie +de dochter van Spinael eens: dat gaat <i>blok</i> weg en komt <i>juffrouw</i> terug; +dat spreekt Fransch, dat is beleefd, dat wordt van alle deftige lieden +aangehaald..... Zij heeft maar te kiezen met wien zij wil fortuin doen.»</p> + +<p>De dokter trok de schouders op en schudde het hoofd met nadenken. Hij +antwoordde:</p> + +<p>«Gij bedroeft mij, vrouw Van Roosemael; ik begrijp niet, wat kwade geest u +aanblaast en uw gezond oordeel eensklaps heeft vernietigd; de deftige +lieden, waarvan gij spreekt, zijn wat kleermakers, wat komedianten en wat +magere klerken, die naar den schoenmakerswinkel komen, gelijk de vliegen +naar eenen kop broodsuiker. Ik ken Hortense Spinael, en ik mag u zeggen, +dat ik de helft van mijn goed zou willen verliezen, om te beletten dat +Siska haar ooit gelijke. Zult gij dat eenvoudig, dat schoon en zuiver kind +laten bederven; haar van godsdienst, van goede zeden en van Vlaamsche +rechtzinnigheid aftrekken, om er eene lichte en wulpsche <i>coquette</i><a name="FNanchor_10_10" id="FNanchor_10_10"></a><a href="#Footnote_10_10" class="fnanchor">[10]</a><span class='pagenum'><a name="Page_17" id="Page_17"></a></span> +van te maken? Pas op! Misschien zal mijn raad hier onmachtig zijn; maar dan +zult gij u de ooren krabben, indien wij het geluk hebben nog wat te leven.»</p> + +<p>De twee ouders waren door de strenge woorden des dokters verschillend +getroffen; beiden glimlachten: de vader van vreugd, omdat hij voorzag, dat +de dokter overwinnen zou; de moeder van spijt. Zij gaf niet ten onderen en +riep:</p> + +<p>«Dokter, dokter, gij snijdt er te sterk door! Ik weet wel, dat gij eenen +haat hebt tegen al wat Fransch is; maar wij zijn van de oude wereld, man. +Het gaat er nu zoo niet meer.....»</p> + +<p>«Vrouw Van Roosemael,» viel de dokter in, «gij wilt mij niet verstaan. Het +is mijne gedachte niet, iemand te beletten vreemde talen te leeren, en dit +kunt gij genoeg bemerken aan mijnen zoon Lodewijk, die op de Hoogeschool +is. Kan hij geen Fransch? Ja, en wat beter, hoop ik, dan de jonge +weetnieten, die het hoofd van Hortense Spinael op den hol helpen en u de +oogen uitsteken, vrouw Van Roosemael. Gij moet mij zoo niet bezien: +weetnieten, ja! Wat kennen zij? Wat straatfransch, dat zij dikwijls nog +onbarmhartig martelen; hunne moedertaal kennen zij ook niet, en wat de +nuttigste wetenschappen aangaat, daarvan zijn de namen zelfs hun<span class='pagenum'><a name="Page_18" id="Page_18"></a></span> onbekend. +Al hunne geleerdheid bestaat in Franschen wind, in woorden en gezegden, die +zij hier en daar uit gazetten of uit romans opvisschen. Daarvan spinnen zij +een hol en ijdel gerammel aaneen en verkoopen dit aan onkundige menschen +voor Fransche geleerdheid! Maar gij maakt mij gram: wij geraken van ons +onderwerp. Laat ons elkander beter verstaan. Ik zeg u dan, en luistert wel +op mijne woorden: er zijn goede kostscholen, maar oneindig meer slechte +zijn er. De goede zijn die, waar de meesteressen, hunne heilige zending +verstaande, een nuttiger doel hebben dan dat van eene dochter met een +wereldsch vernis te beglanzen ten koste harer godsvrucht en harer +eerbaarheid; waar de meesteressen samenspannen en altijd en overal waken om +het vreemde vergif af te weren, de ijdelheid te bestrijden en de dartelheid +te bevechten;—waar men weet, wat goede hoedanigheden in de Vlaamsche +inborst hunne wortelen hebben, en hoe gevaarlijk het is dien zuiveren grond +te verfranschen; in één woord, waar men zich niet voorstelt, modische +juffers, maar wel nuttige en waardige huismoeders te maken..... Is het nu +naar zulk eene kostschool, dat gij Siska zenden wilt, zoo heb ik er niets +tegen: verre van daar, ik zal er blijde om zijn. Alles hangt af van de +keus, die gij gaat doen. Ik weet het: meest al de Fransche pensionaten zijn +nesten van bederf en van zedenverlies; nogtans de goede zijn licht te +vinden, als men ze maar zoeken wil. Indien gij het verlangt, ik zal er u +een aanwijzen. De kostschool van X..... bij voorbeeld?»</p> + +<p>«Ja, het pensionaat van X.....!» riep de moeder, «ik dacht het wel. Neen, +dan kan Siska ook wel te huis blijven. Zie Anna Van Straten eens. Zij is op +die<span class='pagenum'><a name="Page_19" id="Page_19"></a></span> kostschool geweest: na drie jaren is zij teruggekomen, gelijk zij er +naar toe gegaan was. Zij is wel braaf en zedig, ik hoor wel zeggen, dat zij +geleerd is en alles kent, wat een goed huishouden aangaat; maar dat kan men +immers overal leeren? Daarom moet men naar geene kostschool gaan!»</p> + +<p>«En waarom moet men er dan naar toe gaan, moeder Van Roosemael? Ik versta u +genoegzaam: om verfranscht te worden, niet waar? Om gelijk Hortense +Spinael, te leeren dartelen en zedeloos te worden; om zich boven zijnen +staat te leeren kleeden en, tot verergernis van iedereen, de modepop en de +lichtvink te kunnen uithangen?»</p> + +<p>«Maar, dokter,» bemerkte vader Van Roosemael, «indien de meeste pensionaten +de kinderen bederven, hoe komt het dan, dat alle rijke menschen, die toch +ook niet dom zijn, hunne dochters er naar toe zenden?»</p> + +<p>«Verstaat mij wel, mijne vrienden,» hernam de oude Pelkmans met verkalmd +gemoed, «elke stand der samenleving heeft zijne wijze van denken en zijne +zeden. Hetgeen goed, eerbaar en nuttig is voor een edelmanskind, is +dikwijls slecht, oneerlijk en schadelijk voor het kind van eenen winkelier. +Het kwaad der opvoeding, welke men in zulke pensionaten aan de meisjes +geeft, ligt bovenal hierin, dat men er de dochter van eenen schoenmaker of +van eenen beenhouwer, van eenen edelman of van eenen rentenier dezelfde +gedachten inboezemt,—en aan die, welke bestemd zijn om te werken, eene +zelfde opvoeding geeft met degenen, welke nimmer iets anders zullen moeten +doen dan hun verstand gebruiken om zich in de weelde niet te verdrieten. +Zoo bederft men de<span class='pagenum'><a name="Page_20" id="Page_20"></a></span> maatschappij in haar gronden: ieder meisje wil juffrouw +zijn, en met de pracht komen luiheid, geldverkwisting, zedeloosheid en nog +erger. Men maakt Fransche <i>coquetten</i> met den hoop, maar Vlaamsche +arbeidzame huisvrouwen? Geen enkele!»</p> + +<p>Nu stond vader Van Roosemael eensklaps van zijnen zetel op en sprak met +besluit:</p> + +<p>«Toe, toe! Gij zijt veel te goed, dokter, om zoolang daarover te willen +redeneeren. Gij hebt gelijk, en Siska zal naar het pensionaat van X..... +gaan, of zij zal te huis blijven, indien het waar is, dat ik hier meester +ben. Die vrouw met haar Fransch! Zoudt ge niet zeggen, dat wij gebrek +hebben geleden en achteruit zijn geboerd, omdat wij onze moedertaal +spreken? Ik zeg: goed is goed, en wie goed beter wil maken, zie ik voor een +botten ezel aan.—En, om het kort te maken, Siska blijft te huis!»</p> + +<p>Maar de brave man had zonder zijnen waard, of liever zonder zijne vrouw +gerekend. Deze riep met gramschap:</p> + +<p>«Hola, zoo gauw niet, Van Roosemael! Het schijnt dat gij vandaag wat vele +noten op uwen zang hebt. Zit maar neder en maak u geen kwaad bloed, man. +Dokter, zeg mij eens, wat groote zonde zou het nu zijn, dat onze Siska zoo +beleefd was en zoo goed Fransch kende als een edelmanskind? Of zou zij daar +een haar slechter om zijn?»</p> + +<p>Op deze vraag verstond de dokter, dat hij tegen een genomen besluit en +tegen de vrouwelijke koppigheid te worstelen had; daarom veranderde hij van +toon, gaf aan zijne stem meer ernstigheid en antwoordde:</p> + +<p>«Neen, indien zij in het pensionaat, dat gij be<span class='pagenum'><a name="Page_21" id="Page_21"></a></span>doelt, beleefdheid en +nuttige kennis alleen kon verkrijgen; maar gij weet niet, moeder, wat de +meisjes in zulk pensionaat van hunne meesteressen, doch bovenal van +elkander leeren. Wil ik het u zeggen? Luister dan, het zijn droeve +waarheden:—men leert er Fransch ja; maar met de Fransche taal leert men er +ook Fransche treken. Bij voorbeeld: hoe men oogkens en gezichtjes zal +trekken en zijn mondje zal toenijpen om bevallig en beminnelijk te +schijnen; hoe men ten voordeele eener romantische, dat wil zeggen geheime +liefde, zijne ouders bedriegen zal; hoe men zich het hoofd vol geest- en +lichaamuitputtende minnebeelden zal steken: hoe men zich met pommades van +allerlei reuken zal bestrijken; hoe men het haar <i>à la neige</i>, <i>en +tire-bouchons</i> of <i>à la chinoise</i> zal krullen<a name="FNanchor_11_11" id="FNanchor_11_11"></a><a href="#Footnote_11_11" class="fnanchor">[11]</a>; hoe men zich kleeden zal +<i>en négligé</i>, <i>en robe de ville</i> of <i>en costume de bal</i><a name="FNanchor_12_12" id="FNanchor_12_12"></a><a href="#Footnote_12_12" class="fnanchor">[12]</a>; hoe men buigen +en neigen zal volgens den staat der menschen: diep voor eenen rijke, bijna +niet voor eenen burger en in het geheel niet voor een gering mensch.—Men +leert er zotte Fransche liedekens, die, onder den naam van romancen, de +driften te vroeg doen ontgloeien en aan een onwetend kind woorden en dingen +leeren, die het niet weten mag;—in één woord, liederen, die onder een +gulden bekleedsel voor jonge meisjes niets zijn dan zedenbederf, vergif en +vuiligheid..... Is dit kennis, die een Christenmeisje, die eene +burgerdochter betaamt?»</p> + +<p>De dokter zag op dit oogenblik met blijdschap,<span class='pagenum'><a name="Page_22" id="Page_22"></a></span> dat zijne woorden indruk op +zijne beide aanhoorders deden, en inderdaad, zij hielden hunne oogen strak +in de zijne gevestigd en schenen beweegloos, alsof de zware stem van den +ouden redenaar hen had verpletterd; willende het kind, dat hij beminde, +geheel van de verderving bevrijden, ging hij voort op nog meer +nadrukkelijken toon:</p> + +<p>«En door het overdrijven van een onnatuurlijk en onverzadelijk +liefdegevoel, wordt het hart dier jonge dochters dor en ledig; hunne ouders +worden knorrepotten van de andere eeuw, oortjesdood! Hunne echtgenooten, +die zij droogzakken en vijanden van het vermaak noemen, gelijken niet aan +hunne ingebeelde jonkers en ridders; zij kunnen nimmer hunnen man oprecht +beminnen; zij breken hunne trouw en spotten met al de wetten der +eerbaarheid. Kendet gij het nest, waaruit al deze schoone zaken gesproten +zijn! Wist gij, wat modderpoel van goddeloosheid en zedenbederf dat Parijs +is, welks levenswijs gij uwe dochter wilt doen aanleeren! Beziet Hortense +Spinael! Wat is zij anders dan eene wulpsche <i>coquette</i>, die met vijftig +onkuische jongelingen te gelijk liefdewoorden spreekt, zich de ooren vol +ijdelen klap laat blazen en dagelijks dingen hoort, die mijn berimpeld +voorhoofd onder mijne grijze haren zouden doen rood worden, eene Dante, die +nu reeds hare goede faam verloren heeft. Wat zal er van haar geworden? +Fortuin doen? Neen, neen; zij zal zoolang met het vuur spelen, totdat zij +zich brandt, en dan is het dartelen gedaan..... Van iedereen veracht en +verfoeid, zal zij dan in tranen het overige van haar leven slijten en te +laat eene eerbaarheid betreuren, die onwederroepelijk geschon<span class='pagenum'><a name="Page_23" id="Page_23"></a></span>den +blijft.—O, mijne vrienden, is dit het lot, dat gij uw eenig kind, uwe +goede Siska, wilt doen ondergaan? Zult gij voor God durven verschijnen, +wanneer gij de zaligheid van uwe dochter met hare zeden zult hebben +verspeeld, om anderen in de Fransche boosheid na te apen? Wilt gij ze +verwijzen tot een leven van berouw en van wroeging, tot het storten van +bloedtranen over hare geschondene eerbaarheid? O, zegt mij neen, ik bid u!»</p> + +<p>Hier borst vader Van Roosemael in tranen los; hij wilde spreken, doch kon +in het eerst niet, zoozeer verkropte hem de angst, dien het voorgeschetst +lot van Siska hem had ingeboezemd. Hij stond op, vatte de hand van den +dokter en riep eindelijk:</p> + +<p>«Dank, dank, vriend. Uw wijze raad zal hier gevolgd worden; ik versta wel, +dat mijne vrouw onze Siska naar het pensionaat van Hortense Spinael wil +zenden; maar dat men er niet meer van spreke, hoort gij, vrouw, of ik zal u +laten zien, dat uwe koppigheid slechts zoolang duren kan, als ik het wil +verdragen!»</p> + +<p>De vrouw begreep aan de klemmende stem van haren man, dat hij ditmaal de +zaak ernstig meende; zij antwoordde koelbloediglijk:</p> + +<p>«Nu, nu, zwijg er maar van. Gij moet daarom niet weenen. Dat Siska dan al +te huis blijve, en zie, dat gij zelf er iets van maakt!»</p> + +<p>Deze woorden bedroefden den dokter; hij begreep genoegzaam, dat moeder Van +Roosemael niet bekeerd was, en bracht nog vele en verschillende redenen in +tegen haar gevaarlijk voornemen. Eindelijk begon hij te gelooven, dat hij +had gezegepraald en nam zijn afscheid, half vergenoegd en half droef.<span class='pagenum'><a name="Page_24" id="Page_24"></a></span></p> + +<p>Omtrent drie maanden later zag de dokter eens van verre meester Van +Roosemael hem te gemoet komen. De man zag er ongemeen treurig uit en ging, +tegen zijne gewoonte, zeer langzaam voort, alsof hij uit eene zware ziekte +ware opgestaan. De oude Pelkmans, hem genaderd zijnde, vatte hem bij den +pols en sprak;</p> + +<p>«Niet ziek, hoop ik? Er scheelt toch iets aan; uw pols slaat zoo langzaam. +Wat hebt gij, vriend?»</p> + +<p>De goede Van Roosemael sloeg zijne oogen op, en terwijl twee tranen op +zijne wangen vielen, zuchtte hij:</p> + +<p>«Siska is naar het pensionaat!.....»</p> + +<p>«Dit is niet erg,» bemerkte de dokter, «maar naar welke kostschool is zij?»</p> + +<p>«Naar het pensionaat van Hortense Spinael! Word niet boos op mij, vriend +Pelkmans; het is mijne schuld niet. De duivel heeft mijn huishouden twee +maanden lang overhoop gezet, eer ik heb toegestemd; maar den zaag, den +twist en het weenen van moeder en dochter kon ik niet langer uitstaan; ik +ben er zuiver mager van geworden.»</p> + +<p>Een gevoel van droefheid kwam het hart des dokters vervullen; dan, hij had +medelijden met zijnen vriend en antwoordde glimlachend:</p> + +<p>«Meester Van Roosemael, de oude Grieken schrijven van eenen wonderbaren +held, dien zij <i>Hercules</i> noemen. Deze heeft vele reuzenwerken uitgevoerd: +rotsgebergten gekloofd, stroomen verdraaid, wilde stieren den nek +omgewrongen, slangen platgenepen, ja, zelfs eenen draak met zeven hoofden +den hals gebroken; maar dat hij in zijn geheele leven een vrouwenhoofd zou +gebroken hebben, dit heeft men<span class='pagenum'><a name="Page_25" id="Page_25"></a></span> niet durven schrijven. Waarom zouden wij +het dan kunnen?—Troost u toch, ik heb alles ten ergste opgegeven; het zal +er waarschijnlijk zoo slecht niet gaan als wij denken, en in alle geval, +Siska komt toch alle jaren tweemaal naar huis: dan zullen wij het kwaad al +vroeg kunnen tegenhouden, indien wij het bemerken.»</p> + +<p>De vader glimlachte troostvol en blij: hij drukte met dankbaarheid de hand +des dokters en vervorderde zijnen weg met versnelde stappen.<span class='pagenum'><a name="Page_26" id="Page_26"></a></span></p> + +<p class="center"><img src="images/illustration_05.png" style="width: 211px;" alt="" /></p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_10_10" id="Footnote_10_10"></a><a href="#FNanchor_10_10"><span class="label">[10]</span></a> Door het woord <i>coquette</i> verstaan de Franschen eene +mannenzottin, die zich met niets bezig houdt dan met modekleederen, +pommades, blanketsel, geveinsden liefdezang, Fransche complimenten en +anderen wind;—die, getrouwd of ongetrouwd, Jan en alleman tot vrijers zou +willen hebben, en in de wereld niets veroorzaakt dan ergernis, huistwist en +zedenbederf.</p> + +<p>Voortijds was dit soort van vrouwen in de Vlaamsche landen onbekend; ook +bestaat er in onze moedertaal geen woord, dat met <i>coquette</i> overeenkomt. +Wij hebben wel <i>Lichtvink</i>, <i>Dante</i> en nog een ander zeer bekend woord, dat +ik niet zeggen wil; maar deze benamingen worden niet toegepast dan op +<i>coquetten</i> der geringste klasse. Te Antwerpen zegt men nog wel, sprekende +van eene juffer, wier goede faam niet zwaar weegt: het is een <i>haantje</i>! +Zou dit het woord <i>coquette</i> niet zijn?</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_11_11" id="Footnote_11_11"></a><a href="#FNanchor_11_11"><span class="label">[11]</span></a> Verschillende wijzen van het haar op te doen: op zijn +sneeuwsch, op zijn kurketrekkersch, op zijn Chineesch.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_12_12" id="Footnote_12_12"></a><a href="#FNanchor_12_12"><span class="label">[12]</span></a> Verschillende wijzen van kleeden: een morgenkleed, een +wandelkleed, een balkleed.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="III" id="III"></a>III</h2> + +<p class="center">HOOG VLIEGEN, DIEP VALLEN</p> + + +<p>Siska was met nette burgerkleederen en eene welvoorziene kist vol nieuw +lijnwaad naar de kostschool vertrokken; maar niet lang bevond zij zich +daar, of zij begon onder allerlei voorwendsels en met schoone woorden om +geld te schrijven. Haar eerste brief ving in dezer voege aan:</p> + +<p>«Lieve en welbeminde Mama,</p> + +<p>Ik ben het slechts gekleed van het geheele pensionaat; de andere +mammezellen lachen mij uit en zeggen, dat ik eene boerin ben. Ik doe niets +dan krijschen en ik heb veel verdriet en ik zal ziek worden, allerbeste +mama, als gij geene <i>compassie</i> met uwe ongelukkige Siska hebt. De dochter +van den coiffeur, die papa komt scheren, is hier ook op het pensionaat, en +die is wel gekleed in het satijn en in de zijde gelijk de anderen; ik +alleen loop met een licht katoenen kleêken en heb geenen hoed of geene +bottinnen, dat ik heel krom geworden ben van schaamte en van met mijne +oogen<span class='pagenum'><a name="Page_27" id="Page_27"></a></span> naar den grond te gaan. Ik word bleek en mager, en ik zal zeker ziek +worden, lieve mama, als ik nog langer de verstootelinge van het pensionaat +moet zijn.—Ik ben al in den <i>Télémaque</i>, en ik kan al zoo schoon dansen, +dat de andere mammezellen er jaloersch over zijn.</p> + +<p>De complimenten aan papa.</p> + +<p> +<span style="margin-left: 1em;">Uwe getrouwe dochter tot in den dood,</span><br /> +<span style="margin-left: 1em;"><span class="smcap">Eudoxie van Roosemael.</span>»</span><br /> +</p> + +<p>De moeder durfde dezen brief aan haren man niet toonen. Zij gevoelde wel, +dat daarin de voorteekenen lagen van het kwaad, dat dokter Pelkmans had +aangewezen: er heerschte reeds een toon van lichtvaardigheid in; het einde +scheen haar uit een minnebrief ontleend te zijn, en met droefheid poogde +zij de uitlegging te vinden van het woord <i>Eudoxie</i>, dat zij eindelijk +aanzag als de vertaling van den voornaam <i>Siska</i>. Uit medelijden tot hare +dochter zond zij haar tweemaal zooveel geld als deze zou hebben durven +verwachten. Dit geschiedde meer dan eens: Siska bezat nu alreeds de kunst +om zoogezegde onnoozele leugens aaneen te knoopen, en de liefde harer +moeder uit te persen als eene spons. Men zou zich kunnen verwonderen over +deze spoedige verandering;—maar was zij dan alleen? Had zij in hare +gezellinnen niet meer dan honderd leermeesteressen, die haar door woorden +en voorbeelden in al de aardige en grillige ondeugden der luiheid en der +wulpschheid onderwezen? O, dit deel harer Fransche opvoeding was +onmiddellijk voltrokken. De eerste maand had zij een zijden kleed met +gewatteerde borst: het was<span class='pagenum'><a name="Page_28" id="Page_28"></a></span> de mode; de tweede maand eenen satijnen hoed +met bloemen; de derde een zonnescherm of <i>parasol</i>; de vierde een kleed met +ontblooten hals; de vijfde gebruikte zij pommade en amandelmelk, en had +ergens een zeer klein doosken verborgen, waarin zij van tijd tot tijd den +vinger eens stak en dan hare blozende wangen met een schaamloos rood +bestreek, alleenlijk maar om eens te beproeven, hoe zij er dan zou uitzien. +Was dit geene zeer eerzame opvoeding, zooals de burgerdochters er eene +moeten ontvangen?</p> + +<p>Ja, maar de zesde maand nadert met snelle stappen, en het zal verloftijd of +<i>vacantie</i> zijn. Wat zal de dokter zeggen, als hij Siska zal zien met +wulpsche kleederen, met een welriekend voorhoofd, met een genepen mondje en +een altijd lachend gezichtje? Zal hij dat vrouwelijk hart kunnen +doorgronden en zien, wat zaden van bederf er in ontkiemen? Voorzeker, dit +zou hij hebben kunnen zien; maar op het oogenblik dat Siska gereedstond om +naar het pensionaat te vertrekken, had hare moeder geheimelijk gezegd:</p> + +<p>«Let op, Siska, dat gij nu wijs zijt,—en als gij met schoolverlof komt, +wees dan niet te wild of te hoovaardig; want zoo dokter Pelkmans dit +bemerkt, zal uw vader u niet meer laten teruggaan.»</p> + +<p>Deze woorden waren niet in het oor van een doove gesproken. Siska had met +hare gezellinnen dikwijls er om gelachen en geraadpleegd, hoe men <i>dokter +moeial</i> zou bedriegen.</p> + +<p>Zij kwam dan op eenen namiddag met hare moeder, die haar was gaan afhalen, +aan de deur van den winkel afgestapt. Is dat wel de Siska, die wij kennen? +Zie, wij misgrepen ons: zij draagt een zedig burgerkleed; het haar +platgestreken, zonder krullen, geenen<span class='pagenum'><a name="Page_29" id="Page_29"></a></span> hoed, geene pommade en met het hoofd +gebogen en de oogen nedergeslagen! Men zou zeggen: het is <i>Truiken roert +mij niet</i>. De dokter ondervraagt haar; zij antwoordt zoo eenvoudiglijk, zij +is zoo stil en zoo weinig van spreken, dat hij zich verloren geeft..... En +Siska mag naar het pensionaat wederkeeren.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Terwijl de dochter van meester Van Roosemael de verfranschte opvoeding +genoot, ging het niet zeer wel met den winkel en het huisgezin van meester +Spinael. De Fransche jonkheid betaalde zeer zelden, en bij het einde van +elk tooneeljaar lichtten al de komedianten den voet, welvoorzien van +onbetaalde laarzen en schoenen. Hortense bracht er ook al een aardig +geldeken door in kleederen en snoeperijen; misschien gaf zij somtijds wel +iets weg aan hare kale vrijers. Kort gezegd: meester Spinael stak in de +schuld tot over de ooren; zijn huis was reeds belast met eene zware rente.</p> + +<p>In dezen droeven toestand begonnen de oogen van den schoenmaker open te +gaan; de plakkaart, waarop de glans eener laars den aanschouwer verblindt, +lag reeds lang gescheurd op den zolder, en er stond slechts nog een +opschrift op het vensterraam: <i>Magasin de souliers</i>, en daaronder +<i>Schoenenmagazijn</i>. Maar de Vlaamsche klanten hadden den weg tot zijnen +kwakzalverswinkel vergeten; de te vroeg geborsten schoenen lagen hun nog in +het geheugen..... En meester Spinael met zijne paletot, zijne +chocoladekleurige broek en zijnen spinsbekken ketting, wist niet meer van +wat hout pijlen te maken: hij was er doorgetobd, de vent!</p> + +<p>De ondeugd is door hare natuur alleenheerschend;<span class='pagenum'><a name="Page_30" id="Page_30"></a></span> wanneer zij eens de baan +tot het hart gevonden heeft en daar met vriendschap wordt ontvangen, wil +zij het geheel alleen bezitten en rukt, tot den laatsten toe, al de +wortelen der ingeboren deugden uit. Niets weerstaat aan hare onophoudende +bevechting; alle gevoelens van rechtvaardigheid en plicht werpt zij uit +hare woning, en zij neemt bezit van den mensch als van eenen slaaf. Dit +ondervond meester Spinael op eene verschrikkelijke wijze. Hij was nu in +zijne zaken tot het uiterste punt geraakt: overladen met schulden, arm en +lijdend, betreurde hij zijne onvoorzichtigheid en poogde in de deelneming +zijner dochter eenen troost te zoeken; maar van haar kreeg hij niets dan +schandelijke verwijten, en ondanks het gebrek, waarin hij leefde, ging de +ondeugende Hortense voort in allerlei verkwistingen en in schuld te maken +om hare wulpschheid te voeden.</p> + +<p>Weinig tijds daarna kwam Jan Spinael, of liever Jules, zoo hij zich noemde, +van Parijs terug; doch in stede van bij den schoenmakersdrieprikkel neder +te zitten en zijnen ongelukkigen vader voort te helpen, had de jongen +nergens trek naar dan naar schoone kleederen, koffiehuizen afloopen, +biljart spelen, sigaren rooken en Franschen wind verkoopen. Hij ging met +zijne zuster eene vloekbare samenspanning aan tegen den onmachtigen vader: +zij deden hem zijn huis verkoopen en begonnen onder zijne oogen schoon +weder te spelen met het weinige, dat er, na het afleggen der renten, +overschoot. Allengs verviel meester Spinael tot dat punt van armoede, dat +de kleederen en het gelaat deze komen verraden; zijne ellebogen staken door +zijne mouwen; hij was vuil en onzindelijk, daar hij zelfs den moed niet +meer had om pogin<span class='pagenum'><a name="Page_31" id="Page_31"></a></span>gen tot het verbergen zijner ellende te doen. Zijne +kinderen waren desniettemin schoon gekleed en leefden, met verachtelijke +onbeschaamdheid, in weelde onder het oog huns vaders. Ongetwijfeld hadden +zij van het geld een deel verborgen, om tot hunne dartelheid te gebruiken, +en zij weigerden nu, doemelingen als zij waren, hunnen vader er deel in te +geven.</p> + +<p>Op eenen Zondag, dat meester Spinael, uit schaamte voor zijne gescheurde +kleederen, zelfs niet ter kerk had durven gaan, en dat hij, met de tranen +in de oogen en met het hoofd gebogen, zijnen levensloop en de boosheid +zijner kinderen overdacht, kwam er een jonge heer (<i>kleermaker of edelman, +het was in zijnen persoon niet te onderscheiden</i>) naar Jules en Hortense +Spinael vragen. Hij zag den droeven man voor den knecht des huizes aan en +sprak in gebroken Fransch tot hem:</p> + +<p>«Garçon, va dire à M. Jules et à M<sup>lle</sup> Hortense, qu'on les attend pour +partir<a name="FNanchor_13_13" id="FNanchor_13_13"></a><a href="#Footnote_13_13" class="fnanchor">[13]</a>.»</p> + +<p>En alzoo de verbaasde Spinael den jonker roerloos, aanzag, viel deze +onbeschoft tegen hem uit:</p> + +<p>«Ah ça, veux-tu bien m'annoncer, insolent valet<a name="FNanchor_14_14" id="FNanchor_14_14"></a><a href="#Footnote_14_14" class="fnanchor">[14]</a>?»</p> + +<p>(<i>Deze woorden had hij geleerd uit de laatste <span class="smcap">vaudeville</span>, die men op het +<span class="smcap">theater</span> had gespeeld.</i>)</p> + +<p>Eensklaps werd Spinael ongemeen bleek en beefde schrikkelijk; zijne oogen +schoten stralen vuurs op den jonker; maar deze, hierover vergramd, hief +zijnen gaanstok in de hoogte en riep dreigend:<span class='pagenum'><a name="Page_32" id="Page_32"></a></span></p> + +<p>«Maraud, je te rosserai<a name="FNanchor_15_15" id="FNanchor_15_15"></a><a href="#Footnote_15_15" class="fnanchor">[15]</a>!»</p> + +<p>Een schreeuw van woede ontsnapte de borst van Spinael; hij stond op, vatte +eenen spanriem van den grond, sloeg den jonker er mede in het aangezicht en +wierp hem op de straat, eer hij den tijd had om een woord te spreken. Dan, +nog bevende, sloot hij zijne deur toe en klom de trap op, om zijne kinderen +te gaan vinden. Sedert lang had Spinael den moed niet gevonden om hun de +minste verwijting toe te sturen: doch nu de woede hem bezielde, durfde hij +het wagen, hun al de schandelijkheid van hun gedrag onder het oog te +leggen. Hij vond hen in groot <i>toilet</i>, met <i>parasol</i> en gaanstok in de +hand, gereed om, volgens dat zij zeiden, met een gezelschap naar Brussel +een speelreisje te gaan doen. De verwijten des vaders waren streng en +drukkend, maar het misprijzen, waarmede deze godvergeten kinderen ze +ontvingen, was oneindig. Hoe meer de gramschap des vaders klom, hoe +onbeschaamder de kinderen werden, en nadat zij hem eenige oogenblikken +hadden uitgelachen, wenschten zij hem spottend goeden dag en meenden uit te +gaan.</p> + +<p>De vader, door zooveel boosheid in blinde razernij ontstoken, sprong voor +de deur om hun den uitgang te beletten, en riep:</p> + +<p>«O, gij slangen, het is u niet genoeg mij tot den bedelzak gebracht te +hebben, nog zoudt gij mij gaarne doen sterven door uwe spotternij! Niet +genoeg is het, dat gij in schandelijke weelde de vruchten van mijn zweet +verkwist, terwijl ik, als een bedelaar, zonder kleederen en zonder het +noodige voedsel<span class='pagenum'><a name="Page_33" id="Page_33"></a></span> leven moet; niet genoeg, dat een schaamtelooze modejonker +mij voor den knecht mijner kinderen aanziet en mij in het aangezicht spuwt, +dat hij mij als eenen knecht zal slaan; niet genoeg, dat ik hier honger +lijd en bittere tranen stort, terwijl gij in losbandige vermaken zwemt;—ik +moet sterven als een hond, niet waar? Van iedereen veracht en door u +verfoeid, in het graf zinken, zonder dat mijn dood een enkel gevoel van +droefheid of van medelijden doe ontstaan! Maar het is gedaan: de maat is +vol! Gij zult niet uitgaan; en zoo gij niet oogenblikkelijk deze +weeldekleederen afwerpt, zal ik u onder mijn<span class='pagenum'><a name="Page_34" id="Page_34"></a></span> voeten verpletteren gelijk +ongedierte, dat gij zijt!»</p> + +<p class="center"><a href="images/illustration_06.png"><img src="images/illustration_06-thumb.png" alt="" /></a><br />Afbeelding: En bezag den inkomende met stijve aandacht. (<a href="#Page_35">Bladz. 35.</a>)</p> + +<p>Een schaterende lach begroette des vaders toorn, en hij zag genoegzaam, dat +zijne bedorvene kinderen noch aan zijne macht, noch aan zijnen wil geloof +gaven. De zoon naderde stoutelijk tot bij de deur en poogde zijnen vader +met geweld er van weg te rukken.....</p> + +<p>Hier volgde nu een tooneel van onnoemelijke boosheid, welks beschrijving +ons walgt.</p> + +<p>Eenige oogenblikken later gingen Jules en Hortense Spinael de huisdeur uit; +aan de roode kleur, die hunne aangezichten deed gloeien, en aan de moeite, +welke zij aanwendden om hunne verkrookte kleederen te schikken, kon men +genoeg bemerken, dat zij uit eene hevige worsteling kwamen; niettemin, zij +lachten spottend als menschen die over eenen misprijsbaren vijand +gezegepraald hadden, en namen weldra hunnen gang om het reisgezelschap te +gaan vinden en in de hoofdstad zich aan dwaze vermaken te gaan overleveren.</p> + +<p>In tusschentijd was de ongelukkige vader bezig met het bloed te stelpen, +dat hem van het aangezicht leekte.</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>Eene maand later, op eenen Zaterdag, zat vader Van Roosemael in zijne +achterkamer rekeningen uit een groot boek te schrijven; sedert meer dan een +uur zocht hij met hardnekkigheid naar de drie <i>deniers</i>, die hem bij elke +optelling ontsnapten. Zijn voorhoofd glom met het vuur der drift, en zijne +hersens waren reeds duizelig geworden, toen hij met wanhoop uitriep:</p> + +<p>«Wel, wel, is dat zoeken! Al die posten, op de<span class='pagenum'><a name="Page_35" id="Page_35"></a></span> vingeren geteld, maken toch +vijf en zestig guldens, acht stuivers en vijf deniers; en op dit +schelmachtig papier kan ik slechts twee deniers krijgen! Ik kon de drie +deniers wel laten schieten en ze verliezen, maar dit is de zaak niet; het +moet uitkomen: ieder 't zijne, dan heeft de duivel niets! Nog eens +gerekend!»</p> + +<p>Op dit oogenblik, dat Van Roosemael inderdaad opnieuw zijne drie deniers +begon na te jagen, ging de deur der kamer open, en een man trad vreesachtig +binnen; de winkelier sprong met verbaasdheid van zijnen stoel op en bezag +den inkomende met stijve aandacht, doch zonder spreken. De man, die slechts +twee stappen in de kamer waagde, was tot het uiterste punt van ellende +vervallen: mager, bleek, met verward haar, gescheurde kleederen en gapende +schoenen, stond hij daar als iemand, die om eene aalmoes komt bidden. Van +Roosemael herkende hem in het eerst niet en zag hem met vragende blikken +aan; onder zijn gezicht ontstelde zich de man, en twee tranen schoten hem +blinkend onder de oogleden.</p> + +<p>«Meester Spinael, wat wilt gij van mij?» vroeg eindelijk de winkelier met +mistrouwen. «Indien gij weder hier komt om mij geld te ontleenen, kunt gij +gerust vertrekken, want ik ben niet te huis voor zulke zaken.»</p> + +<p>Tranen sprongen bij deze woorden in overvloed uit de oogen van Spinael.</p> + +<p>«Meester Van Roosemael,» zuchtte hij, «ik kom hier niet om u geld te +ontleenen of te vragen. Wist gij, hoe ongelukkig ik ben, gij zoudt mij niet +verstooten: iedereen veracht mij, en ik heb zelfs den troost niet meer om +aan iemand van mijne ellende te<span class='pagenum'><a name="Page_36" id="Page_36"></a></span> kunnen spreken. Ik heb u bedrogen, Van +Roosemael, maar gij zijt eens mijn vriend geweest; weiger mij nu ook ten +minste uw medelijden niet!»</p> + +<p>Met verbaasdheid luisterde de winkelier op de smeekende stem van Spinael; +hij begreep oogenblikkelijk, dat men van hem geen bedrog meer te vreezen +had, en dat eene ongeveinsde en diepe ellende den man had getroffen, die +lang zijn boezemvriend en zijn broeder was geweest. De ingeborene +edelmoedigheid nam in zijn hart de overhand; zijne oogen begonnen +insgelijks door de toevloeiing van eenen bedwongen traan te blikkeren; hij +vatte de hand van Spinael, trok eenen stoel bij en sprak:</p> + +<p>«Gij zijt ongelukkig, vriend, ik zie het. Welaan, alles is vergeten. Zit +neer en zeg mij, wat kan ik voor u doen? Vrees niet, ik zal u behulpzaam +zijn, kost wat kost!»</p> + +<p>«De eenige weldaad, die ik van u vragen durf, is, dat gij mij toelaat u +mijn lijden te vertellen en mijne smart uit te storten in het hart van den +eenigen oprechten vriend, dien ik heb gehad. Lange jaren heb ik u gevlucht, +Van Roosemael; niet omdat ik u niet achtte en beminde, maar omdat ik mij +schuldig gevoelde en onder de oogen van een rechtzinnig man niet +verschijnen durfde. Nu is het met mij zooverre gekomen, dat ik mijn +vaderland verlaten moet en, als een zwerver, mijne schaamte en mijn lijden +in eene vreemde streek moet gaan verbergen. Ik ben stout genoeg, Van +Roosemael, om te denken, dat gij mij uwe vergiffenis schenken zult, voordat +ik vertrekke, om nooit de plaats mijner geboorte weder te zien.»</p> + +<p>Deze woorden, op den toon van diepe smart<span class='pagenum'><a name="Page_37" id="Page_37"></a></span> gesproken, ontroerden den +winkelier zeer; hij greep de hand van Spinael met diepe belangstelling en +sprak:</p> + +<p>«Ongelukkig zijt gij, ik twijfel er niet aan; maar uw vaderland verlaten, +Spinael? Neen, neen, wanhoop niet. Ik speel wel voor oortjedood<a name="FNanchor_16_16" id="FNanchor_16_16"></a><a href="#Footnote_16_16" class="fnanchor">[16]</a> in +mijnen handel, omdat er moet gezorgd worden; maar dit kan mij niet beletten +den eenigen vriend, dien ik heb gehad, uit den nood te redden, al moest ik +zelfs daartoe een groot gat in mijn goed maken. Dus spreek, Spinael, spreek +stoutelijk, gij zult mij verheugen; want ik wil u helpen.»</p> + +<p>Een dankbare glimlach kwam het vermagerd gelaat van Spinael beglanzen, +terwijl tranen over zijne wangen rolden; hij sprak met ontroerde stem:</p> + +<p>«Ik zegen den goeden God, dat Hij mij inboezemde bij u mijnen laatsten +troost te zoeken, Van Roosemael. Sedert een jaar is dit mijn eerste +oogenblik van vreugde: dank moet gij daarvoor hebben! maar luister op mijne +woorden, en gij zult zelf begrijpen, dat het onmogelijk is, mij eene andere +hulp dan die van een vriendelijk medelijden te schenken..... Gij weet, wat +dwaze gedachte mij aandreef tot het navolgen der Fransche lichtzinnigheid; +ik heb de vaderlijke zeden en de Vlaamsche eerlijkheid afgezworen om in +bedriegerij mijn geluk te zoeken, en ik waagde in dat gevaarlijk spel de +vruchten van mijn vorig zwoegen tegen valschen schijn. Het spreekwoord zegt +de waarheid, vriend: beter één vogel in de hand dan zeven in de lucht. +Hadde ik dit begrepen! Maar tot mijn verderf heb<span class='pagenum'><a name="Page_38" id="Page_38"></a></span> ik niet alleen mij zelven +aan de valschheid overgegeven, ik heb ook gewild, dat mijne kinderen aan +den vergifkelk der Fransche beschaving dronken. Dit is de bitterheid mijner +ellende; hadde ik mijne dochter Theresia nooit naar een Fransch pensionaat +gedaan, zoo ware ik meester Spinael..... Maar gij wordt bleek, Van +Roosemael, gij beeft?»</p> + +<p>«Het is niets, ga voort. Ik dacht aan onze Siska, die ook in een Fransch +pensionaat is.»</p> + +<p>«Doe ze terugkomen, Van Roosemael,—ik bezweer u, doe ze terugkomen!—Reeds +zult gij ze niet meer herkennen!»</p> + +<p>«Gij hebt misschien gelijk, vriend; maar ga voort, ik wil weten of ik u +niet helpen kan.»</p> + +<p>«Ziet gij, Van Roosemael, er bleef mij nog genoeg over, om mijne spelden +van het kussen te trekken<a name="FNanchor_17_17" id="FNanchor_17_17"></a><a href="#Footnote_17_17" class="fnanchor">[17]</a>, zoodra ik mijnen aanstaanden val zou hebben +voorzien; doch er zijn noch <i>vaders</i>, noch <i>kinderen</i> in de Fransche +beschaving. Ik was de knecht en zij de meesters. Zij hebben gegeten, +gedronken, gespeeld, gedanst, totdat alles op was; dan zijn zij immer in +hunne ondeugd voortgegaan, hebben schuld gemaakt en alles verkocht, wat ik +liggen of roeren had, mij voor gek en dom uitmakende en mij bespottende, +wanneer ik waagde hen met goede of kwade woorden toe te spreken. Vóór eene +maand hebben zij de maat hunner boosheid gevuld..... Zij hebben mij +geslagen, Van Roosemael, geslagen, dat het bloed mij over het aangezicht +liep.—Ik ben ziek geworden, en zij hebben mij zonder zorg laten liggen, +alsof zij om mijnen dood wenschten.....»<span class='pagenum'><a name="Page_39" id="Page_39"></a></span></p> + +<p>Hier zweeg Spinael; zijne stem had bij de laatste woorden eenen doffen toon +verkregen, die genoeg deed hooren, hoe het vertellen dier daad hem de borst +beneep. De winkelier zweeg insgelijks; hij kon niet gelooven wat hij +hoorde.</p> + +<p>«En nu,» hernam Spinael, «nu mijn huis ledig is, alsof nooit iemand er had +in gewoond,—nu alles door hen is weggedragen, tot het deksel van mijn bed +toe, nu zijn zij vertrokken. Mijne dochter, die ik zoo zeer beminde en nog +bemin, ondanks haar misdadig gedrag, mijne Theresia loopt te Brussel met +eenen komediant..... Mijn zoon Jan, uw ongelukkig petekind, is terug naar +Parijs. Wat mij betreft, vriend Van Roosemael, ik moet het land uit: alwien +ik ontmoet, is mijn schuldeischer en beticht mij van bedrog en +aftruggelarij. Met het ongeluk is mij het gevoel van eer teruggekomen: ik +kan zóó niet leven..... En wat kan ik er aan doen? Niemand geeft mij te +werken, men weigert bij andere schoenmakersbazen mij als knecht aan te +nemen; ik heb geen eten, geen deksel op mijn bed, geene kleederen; mijn +huis is aan andere personen verhuurd, ik moet het overmorgen verlaten. O, +Van Roosemael, ik heb hoog willen vliegen en ben, eilaas, diep gevallen, +gij ziet het!»</p> + +<p>Van Roosemael had met aandacht en met vochtig oog op het verhaal zijns +vriends geluisterd; nu deze gedaan had met spreken, riep hij bijna in +gramschap:</p> + +<p>«Maar, Spinael, ik weet niet, waarom gij mij wilt verbergen, wat ik verlang +te weten! Gij zegt, dat gij het land uit moet; dit is mij niet zonneklaar +bewezen. Een echt vriend kan veel doen, als hij wil. Laat hooren, tot +hoeveel beloopt uwe schuld?»<span class='pagenum'><a name="Page_40" id="Page_40"></a></span></p> + +<p>«Ik begrijp u,» riep Spinael met bewondering uit, «maar ik zal het niet +lijden. Genoeg gelukkig ben ik, te zien dat er nog een mensch is, die mij +zijner hulp waardig acht. Laat mij vertrekken, Van Roosemael, ik zal werken +als een slaaf; en, kan ik alles, wat ik schuldig ben, toch niet betalen, +voordat ik de wereld verlate, zoo zal de goede wil mij niet ontbroken +hebben. Geef mij de hand als een troostend vaarwel, en bid somtijds voor +mijne kinderen, vriend!»</p> + +<p>Eensklaps scheen de winkelier van zijn voornemen af te zien en stond van +zijnen stoel op, zeggende:</p> + +<p>«Wilt gij niet, ik kan er niet aan doen; maar gij zult toch met mij den +wijn der goede reis drinken: ik heb nog een puik fleschken van het jaar Elf +in mijnen kelder. Zit neer, Spinael, geen moed verloren: er loopt op een +jaar zooveel water door de Schelde; een ongeluk is gauw gekomen, maar een +geluk komt ook onverwachts. God weet, gij moogt niet wanhopen. Zit neer!»</p> + +<p>Met deze woorden liep hij naar den kelder en kwam weinige oogenblikken +daarna terug; hij plaatste twee romers op de tafel, schonk ze vol tot aan +den boord en sprak:</p> + +<p>«Kom, Spinael, als gij dan toch vertrekken wilt, op uwe welvaart en +gezondheid! Een goed glas, niet waar? Nu, vermits gij in alle geval mijne +hulp niet wilt aanvaarden, zeg mij dan tot hoeveel beloopt uwe schuld, en +hoe denkt gij ze te kunnen betalen: met werken wint men niet veel, als men +geenen handel drijft, dit weet gij wel.»</p> + +<p>«Ja, ik weet het zekerlijk; dan, wat onmogelijk is, kan men niet doen; maar +voor de gerustheid van<span class='pagenum'><a name="Page_41" id="Page_41"></a></span> mijn eigen geweten zal ik het brood uit mijnen mond +sparen om jaarlijks iets van mijn schuld af te leggen, en, wie weet, indien +God mij een lang leven verleende, zou ik misschien nog wel geheel effeu +kunnen geraken; want zeshonderd guldens kunnen toch wel, stuiver voor +stuiver, op twintig jaren bijeengezameld worden.»</p> + +<p>«Zeshonderd gulden, zegt gij? Hollandsche guldens?»</p> + +<p>«Neen, Brabantsche. Ik ben veel meer schuldig geweest; maar toen mijn huis +verkocht werd, is ieder zoo al met een stuk er van gaan loopen.»</p> + +<p>«Zeshonderd guldens Brabantsch,—zonder stuivers of deniers?»</p> + +<p>«Zestien stuivers, zeven deniers. Gij ziet, dat ik mijne rekening van +buiten weet.»</p> + +<p>«Laat ons nog eens drinken, Spinael,—Ja, het is zeker mogelijk die som in +te winnen; en uwe kinderen zullen ook wel beteren: iedereen is jong of is +jong geweest, Spinael; het verstand komt niet vóór de jaren, zegt het +spreekwoord. Ik zie, dat wij bij onzen wijn niets te brokkelen hebben. Een +oogenblik, ik ga wat krakelingen halen.»</p> + +<p>Meester Van Roosemael bleef tamelijk lang weg, langer dan men tot het halen +van iets noodig heeft. Terugkomende, plaatste hij eenen schotel met +krakelingen op de tafel, en sprak op ernstigen toon tot den ontroerden +schoenmaker:</p> + +<p>«Spinael, wij zijn te zamen opgevoed als gebuurkinderen; uw vader was de +beste vriend van mijnen vader; wij hebben te zamen gespeeld, en tot de +veertig jaar toe zijn wij als broeders onscheidbaar gebleven; gij zijt +nooit mijn vijand geweest, want<span class='pagenum'><a name="Page_42" id="Page_42"></a></span> anders zoudt gij mij uw ongeluk niet komen +vertellen; ik bleef altijd uw vriend, anders zou uwe smart mij de tranen +niet uit de oogen persen. Ergo, dus heb ik het recht om u in uwen nood bij +te staan en u ten minste wat geld te leenen om op reis te gaan; maar, alzoo +de goede rekeningen de beste vrienden maken, verlang ik, dat gij mij een +ontvangbewijs gevet van het geld, dat ik u leen. Ziehier een geschreven +bewijs; teeken het, zooals het gevouwen is, zonder de som te lezen; ik wil +niet, dat gij met vijf of tien gulden op reis gaat en gebrek lijdt: en, om +van uwentwege geene tegenspraak te veroorzaken, verzoek ik u als vriend: +doe mij het vermaak, teeken zonder zien.»</p> + +<p>Spinael, die inderdaad geen oortje in zijn bezit had en misschien innerlijk +verblijd was over het zoo gelukkig vinden van eenen vriend, edelmoedig +genoeg om hem reisgeld te leenen, drukte de hand des winkeliers, nam de pen +en teekende.</p> + +<p>Van Roosemael rukte de geteekende kwitantie van onder zijne hand, hief zijn +glas in de hoogte en riep:</p> + +<p>«Dat gaat op uwe welvaart in ons dierbaar vaderland, vriend!—En op de +welvaart van uwen nieuwen winkel! Op! op! bescheid gedaan aan deze blijde +teug! Bezie mij zoo niet, vriend Spinael, gij zijt in het net. Gevangen! +gevangen! Hoera! hoera!»</p> + +<p>«Ik versta niet wat gij zeggen wilt!» riep de verbaasde Spinael. «Gij lacht +zoo vroolijk, dat ik zelf mij er in verheug, maar wat is er toch gaande?»</p> + +<p>«Wat er gaande is? Zie eens, voor hoeveel gij mij kwitantie hebt gegeven.»</p> + +<p>Dit zeggende, toonde hij Spinael op eenen afstand<span class='pagenum'><a name="Page_43" id="Page_43"></a></span> het papier, en wees met +den vinger ter zijde, waar het getal 1000 met groote cijfers stond +uitgedrukt.</p> + +<p>«Duizend gulden!» viel Spinael uit, terwijl hij naar het papier greep, +zonder het te kunnen vatten. «Duizend gulden!»</p> + +<p>«Ja, duizend gulden wisselgeld!» riep Van Roosemael zegepralend uit, +terwijl hij eenige briefjes en eenen zak met geld op de tafel wierp. «En +daar ligt de som!»</p> + +<p>«Ik wil niet! O, dwing mij niet tot het aanvaarden van dit geld!» smeekte +de schoenmaker, wiens tranen van ontsteltenis als beken begonnen te +stroomen. «O, denk niet, dat ik gekomen ben tot zulk einde.»</p> + +<p>«Gij zult de gekheid toch niet begaan mij deze kwitantie te laten behouden +zonder het geld te nemen..... Maar luister, Spinael, de blijdschap vervoert +mij; laat ons ernstiger spreken. Ik ben rijk; mijn eenig kind Siska kan +geen gebrek lijden, indien zij het niet zoekt; onze winkel is jaarlijks +eenige duizenden waard: wij bezitten eigendommen en liggend gel. Wat zijn +die duizend guldens voor mij? Niets..... eenige maanden oplettendheid. En +zou ik mijnen eenigen vriend laten gaan dwalen en zwerven voor zulke +kleinigheid? Hoor, wat mijn voornemen is: gij gaat uwe schuldeischers +betalen,—zij zullen dan van vijand vriend worden;—ik heb hier achter den +hoek een huis ledig staan; daar gaat gij in wonen. Gij koopt leder en neemt +gasten; ik zal u bijstaan, totdat uw handel gaat; gij schrijft boven uwen +winkel niets anders dan <i>Jan Spinael, meester-schoenmaker</i>; gij levert goed +werk, in trouw en in rechtzinnigheid; ik zal u klanten genoeg aanbrengen, +en,<span class='pagenum'><a name="Page_44" id="Page_44"></a></span> alzoo er op uwe kwitantie geen betaaltijd is aangewezen, zult gij +allengskens het geleende geld wel kunnen teruggeven. Als uwe kinderen door +het ongeluk zullen geleerd zijn, zullen zij van zelf terugkomen en om uwe +vergiffenis bidden.—En nu, vriend Spinael, stel u maar gauw in uwen +vorigen staat; want Zondag, na het Lof, gaan wij te zamen naar de +Steenenbrug eene flesch dubbele seef drinken en een uurken op de ton +spelen. Ik geef u honderd vóór, zoo gij durft!»</p> + +<p>«Zou ik dat van uw goed hart aannemen?» riep Spinael als verdwaald.</p> + +<p>«Hier, in mijne armen!» antwoordde Van Roosemael. «Ik heb vandaag voor meer +dan tienduizend gulden geluk. In mijne armen, vriend Spinael, gauw!»</p> + +<p>De twee vrienden omhelsden elkander met tranen van vreugde en bleven eenige +oogenblikken sprakeloos. Dan dronken zij, insgelijks zonder spreken, elk +eenen romer wijn tot op den bodem ledig.</p> + +<p>Van Roosemael zeide eindelijk met verkalmd gemoed:</p> + +<p>«Spinael, gij moogt aan mijne vrouw niets er van zeggen. De vrouwen zijn +ook wel edelmoedig, maar op hunne manier: zij willen zelden lijden, dat hun +man het zij. Betaal de huishuur aan haar en houd u, alsof gij van niets +wist. Pas nu maar op voor de Fransche jonkheid van zaliger memorie!»</p> + +<p>«Het heeft geen nood, vriend. Een ezel stoot zich geene tweemaal tegen +denzelfden steen; de put is gevuld, het kalf kan er niet meer in. Ik ken de +vogels, zij hangen aaneen met treken en slenders, en ik ben er zoodanig op +gebeten, dat een paar schoe<span class='pagenum'><a name="Page_45" id="Page_45"></a></span>nen, in het Fransch gevraagd, eene slechte +<i>recommandatie</i> bij mij zal zijn.»</p> + +<p>«Ho, ho, Spinael, zooverre moogt gij het ook niet drijven. De Franschen, +die hier als burgers in Antwerpen wonen en handel drijven, ken ik altemaal +voor eerlijke menschen, en ik tel er vele van mijne beste klanten onder; +maar die kale Ratten, die hier sedert het jaar Dertig als naar het +Luilekkerland komen geloopen, dat zijn de gauwkens, die gij in 't oog moet +houden. Kom, wij gaan naar uwe nieuwe woning zien: het is een schoon huis, +man. Steek dat geld en die briefkens weg.»</p> + +<p>Eenige dagen later woonde Spinael in het huis, dat Van Roosemael hem had +geleend of verhuurd, de winkel was voorzien van schoenen en leder, twee +gasten zaten nevens Spinael te werken. In minder dan eenige maanden tijds +had hij vele klanten, deels door de deugd van het werk, dat hij leverde en +deels door de onophoudende aanbeveling van Van Roosemael. Elken Zondag +gingen de twee vrienden naar de Steenenbrug en speelden des avonds in de +eene of andere herberg hunnen smousjas: in één woord, zij hadden al hunne +vorige gewoonten hernomen; en, ware het niet het lot der kinderen van +Spinael geweest, zoo hadden de beide vrienden zich wellicht over al het +gebeurde verblijd.</p> + +<p class="center"><img src="images/illustration_07.png" style="width: 190px;" alt="" /><span class='pagenum'><a name="Page_46" id="Page_46"></a></span></p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_13_13" id="Footnote_13_13"></a><a href="#FNanchor_13_13"><span class="label">[13]</span></a> Knecht, ga zeggen aan M. Jules en Juffrouw Hortense, dat men +hen wacht om te vertrekken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_14_14" id="Footnote_14_14"></a><a href="#FNanchor_14_14"><span class="label">[14]</span></a> Wilt gij mij aanmelden, onbeschaamde knecht?</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_15_15" id="Footnote_15_15"></a><a href="#FNanchor_15_15"><span class="label">[15]</span></a> Ik zal u aframmelen, schurk.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_16_16" id="Footnote_16_16"></a><a href="#FNanchor_16_16"><span class="label">[16]</span></a> Spaarzaam zijn tot op de kleinste zaken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_17_17" id="Footnote_17_17"></a><a href="#FNanchor_17_17"><span class="label">[17]</span></a> Uit het spel scheiden. Eene zaak verlaten.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="IV" id="IV"></a>IV</h2> + +<p class="center">FRANSCHE PRONKERS, KALE JONKERS</p> + + +<p>De schandelijke levenswijs en het lot van Hortense Spinael had vader Van +Roosemael te baat genomen, om zijne vrouw tot het terugroepen van Siska +over te halen; dokter Pelkmans was hem hierin behulpzaam geweest. Eindelijk +nadat Siska drie volle jaren de Fransche opvoeding had genoten en dit +laatste jaar geweigerd had, den verloftijd bij hare ouders te komen +doorbrengen, stemde de moeder toe in de begeerte van haren man en van den +dokter. Er werd een brief geschreven om de meesteresse te bedanken, en men +meldde aan Siska, dat hare moeder op den 15<sup>den</sup> der loopende maand, te +vier uren des namiddags, haar aan den ijzeren weg zou gaan afhalen.</p> + +<p>Op dien dag was het helder en schoon weder. Omtrent een half uur vóór de +gestelde aankomst, stond er eene bijna oude vrouw eenzaam voor de bureelen +van den ijzeren weg: zij was zindelijk gekleed, met eene kostelijke kanten +trekmuts op het hoofd en eenen fijnen lakenschen mantel om het lichaam. +Genoegzaam nochtans kon men bemerken,<span class='pagenum'><a name="Page_47" id="Page_47"></a></span> dat het eene burgervrouw was, die +hare Zondagsche kleederen droeg, en daarom, zeker tegen alle gevaar van +slecht weder, een buitengewoon groot regenscherm of <i>parapluie</i> met zich +genomen had.—Het hart van vrouw Van Roosemael, want zij was het, klopte +fel van moederlijke teederheid; zij ging hare lieve Siska omhelzen, dat +beminde kind in hare armen drukken, en nu zonder ophouden de belooning +smaken van al den twist, al het verdriet en al de moeilijkheden, die zij +had doorworsteld, om haar eene <i>luisterrijke opvoeding</i> te doen geven. O, +wat vreugd zal dit haar zijn!</p> + +<p>Ha, daar fluit het ijzeren gevaarte in de verte! Van alle zijden komen de +bedienden uit hoeken en kanten geloopen, uit magazijnen en barakken +gekropen. De metalen stem van den monsterwagen hertoovert de doodstille +statie in een woelig veld, en het is onder allerlei geroep en geschreeuw, +dat het gevaarte stilhoudt.</p> + +<p>Nu jaagt de moederlijke boezem onstuimiger: het gelukkig oogenblik is +aanstaande! De oude vrouw plaatst zich bij den uitgang der statie en blikt +met nauwkeurigheid op het gelaat van al de vrouwen, die haar +voorbijsnellen. Weldra vliegen de huurrijtuigen beurtelings stedewaarts, de +zware <i>omnibussen</i> sluiten den stoet, en in min dan eenige oogenblikken is +het ijzeren paard op stal gezet, de bedienden zijn in hunne holen +teruggekropen, de reizigers verdwenen en de statie is weder in hare vorige +stilte gedompeld. Moeder Van Roosemael ziet het hek toegaan; droefheid +beklemt haren boezem; een pijnlijke zucht ontsnapt hare borst..... Zij +heeft hare lieve Siska niet gezien! Nochtans blijft zij ter plaatse staan, +alsof zij<span class='pagenum'><a name="Page_48" id="Page_48"></a></span> door eene geheime kracht aan het hek vastgehecht ware, en +misschien zou zij nog lang in treurige gedachten gedoold hebben, hadde zij +niet van verre eene jonge vrouw bij eene <i>vigilante</i> zien staan in de +houding van iemand, die wacht en rondziet.</p> + +<p>Zou dat wel hare Siska zijn? Onmogelijk! het is eene rijke dame; haar +weerschijnend en kleurwisselend zijden kleed laat een groot gedeelte van +haren hals bloot! Het is waar, een wazen <i>fichu</i> schijnt hem te willen +bedekken, doch verbergt hem niet; bij elke beweging, die zij doet, dansen +lange krullen rondom hare wangen, van haren kostelijken hoed waait een +winderig gepluimte: hare hand houdt een zeer klein parasolleken; vijftien +doozen van allerlei vorm en twee groote kisten liggen voor hare voeten..... +Het is Siska niet.</p> + +<p>Dit zijn de aanmerkingen, die moeder Van Roosemael maakt, en de gedachten, +welke door haren ontstelden geest gaan. Eensklaps doet de jongedame een +teeken van ongeduld aan de oude vrouw, en laat daardoor hare wezenstrekken +beter zien. Hemel! het is hare Siska!..... Zie, de stramme moeder huppelt +vooruit als een jeugdig meisje, twee tranen schieten in hare oogen, een +blikkerende lach beglanst haar gelaat, zij opent de armen en roept met +roerende blijdschap:</p> + +<p>«O, Siska, mijn kind!»</p> + +<p>Het moet zijn, dat de naam Siska de jonge dame beschaamt; zij wordt rood! +Dan, die kleur vergaat spoedig, en zij doet twee stappen vooruit naar hare +moeder. Deze wil hare beide armen om den hals van haar kind slaan; maar +zie, de verfranschte dochter zal zich niet aan de omstanders ten tooneele<span class='pagenum'><a name="Page_49" id="Page_49"></a></span> +geven. Zij vat de hand harer moeder, houdt die sterk vast en belet de +omhelzing. Dan zegt zij:</p> + +<p>«Goeden dag, mama. Hoe gaat het? En met papa?—Let op, gij trapt op mijne +doozen..... Ik sta hier al een half uur op u te wachten.»</p> + +<p class="center"><a href="images/illustration_08.png"><img src="images/illustration_08-thumb.png" alt="" /></a> +<br />Afbeelding: Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten +(<a href="#Page_56">Bladz. 56.</a>)</p> + +<p>Waren deze woorden hard of onbetamelijk? In eene andere omstandigheid +zouden zij het misschien niet geweest zijn; maar nu doorsneden zij het hart +der liefderijke moeder als zoovele messen. Inderdaad, was dit de taal, +welke hare Siska voeren moest na een geheel jaar afwezigheid? Geen enkele +zoen, geen handdruk voor haar, die gedurende drie jaren in twist met haren +goeden man geleefd had om Siska<span class='pagenum'><a name="Page_50" id="Page_50"></a></span> te believen; voor haar, die al hare hoop +in de wederliefde van haar eenig kind gesteld had? Zij moest haar pijnlijk +zijn, de hartscheurende, de dorre ontmoeting; want de arme vrouw sloeg zich +de twee handen voor de oogen en begon snikkend en met overvloedige tranen +te weenen.</p> + +<p>Zooverre was alle natuurlijk gevoel echter bij Siska nog niet uitgedoofd, +dat zij de smart harer moeder zonder medelijden kon aanzien; integendeel, +hare goede inborst nam de overhand. Zij bracht haren arm op den hals harer +moeder en zoende ze op beide wangen met eene drift, die zooveel te sterker +was, daar zij uit eene geweldsaandoening voortsproot. Getroost en +gelukzalig was de oude vrouw; zij hield haar kind tegen de borst gesloten +en staarde met zuigende blikken haar in de oogen. «O, Siska, mijne lieve +Siska!» herhaalde zij, bevend van ontsteltenis.</p> + +<p>Niet waar, zulke oogenblikken zouden talrijk in het menschenleven moeten +zijn? Maar, o ramp, daar lacht iemand! Siska hoort het; zij ziet om en +bemerkt de spottende uitdrukking op het gelaat van een jong heerken, dat +als een schimpend aanschouwer op de betuigingen harer liefde schijnt te +letten. Het rood der schaamte kleurt de wangen der juffer; zij rukt zich +los uit de armen harer moeder en herneemt haar onverschillig gelaat.</p> + +<p>Onderwijl waren de doozen in de vigilante gezet; het rijtuig was er +dusdanig mede opgevuld, dat twee personen onmogelijk er nog plaats in +konden vinden. Daar Siska zich oneindig veel gelegen liet aan al de +modegrillen, welke in de doozen gesloten waren, en bang was voor het +verkreuken en pletteren, gaf zij<span class='pagenum'><a name="Page_51" id="Page_51"></a></span> aan den koetsier, die in hare gebuurte +woonde, het bevel, om deze goederen naar huis te voeren, en besloot zelve +te voet de stad in te gaan. Zouden wij ons bedriegen met te zeggen, dat +hoogmoed en ijdelheid aan dit besluit niet vreemd waren, en dat de juffer +wel gaarne hare schoone kleederen aan hare bekenden van Antwerpen liet +zien?</p> + +<p>Siska opende haar zonnescherm, nam eene losse houding aan en trok +stedewaarts, zonder hare moeder nog andere bewijzen van liefde te geven. +Door deze wreede koelheid was vrouw Van Roosemael pijnlijk aangedaan; zij +dorst haar kind niet van boosheid beschuldigen; maar wat de liefde in haar +hart voor haar ook pleitte, zij gevoelde toch wel, dat de dokter geen +geheel slecht raadsman was geweest. In hare droeve mijmering stapte zij +voort als eene dienstbode, die hare meesteresse volgt. Het stilzwijgen +duurde al eenigen tijd, en reeds waren de twee vrouwen binnen de stad, toen +Siska, hare moeder van hoofd tot voeten op eene zonderlinge wijze beziende, +tot haar sprak:</p> + +<p>«Maar, mama, hoe zijt gij toch gekleed! Het is gelijk eene arme sloor, met +die leelijke trekmuts en dien mantel van den ouden tijd. Ik ben beschaamd +voor de menschen. Steek die pastoorsparapluie onder uwen mantel, want wij +zien er uit als boerinnen, die van hun dorp komen!»</p> + +<p>Vrouw Van Roosemael antwoordde hierop met eene stille stem, die den stempel +harer hartsdroefheid droeg:</p> + +<p>«Siska, mijn kind, gij moogt zoo vies niet zijn. Ik ben gekleed gelijk +mijne moeder zaliger gekleed was; en kan ik nu in mijne oude dagen gaan +veranderen?<span class='pagenum'><a name="Page_52" id="Page_52"></a></span> Zie daar niet naar, de menschen hebben er zich niet mede te +bemoeien; wij zijn immers niemand iets schuldig?»</p> + +<p>Terwijl moeder Van Roosemael deze woorden sprak, hield Siska haar oog +gericht op de voorbijgaande lieden, om te zien of de bevalligheden van haar +persoon hun uitwerksel deden; zij was uitnemend blijde, wanneer een hoop +jonge losbollen lachend onder elkander van haar schenen te spreken en door +de uitdrukking huns gelaats schenen te zeggen: «Wat schoone juffer is dat!»</p> + +<p>De arme moeder waagde het aan hare dochter te vragen, of zij zich in het +pensionaat niet verdroten had, of zij niet liever te huis bij hare ouders +was, en meer andere dingen; evenwel, wat pogingen zij ook deed om een +vertrouwend en troostend gesprek aan te knoopen, het was al om niet: de +dartele Siska had werks genoeg om aan haren gang den noodigen zwier te +geven en de loftuitingen in te zamelen, die zij op de wezenstrekken der +voorbijgaanden meende te lezen.</p> + +<p>Op de Melkmarkt kwam een jong heerken recht op haar aan, met een lachend +aangezicht en met zulke gemeenzame uitdrukking, dat men wel zou hebben +kunnen denken, dat hij haar broeder was. Vrouw Van Roosemael opende de +oogen zoo wijd zij kon en poogde dezen jonkman te herkennen:—zij had hem +nooit gezien. Deze liet zich echter door de ondervragende blikken der +moeder niet ontstellen, plantte zich stoutelijk voor Siska en zeide met +genepene lippen in de Fransche taal:</p> + +<p>«Ah, bonjour, mademoiselle Eudoxie! Gij hebt het pensionaat verlaten? +Antwerpen gaat het geluk<span class='pagenum'><a name="Page_53" id="Page_53"></a></span> genieten eene zoo betooverende juffer te +bezitten? Waarlijk, eene goede fortuin voor ons, arme jongelieden, die +zuchten over de zeldzaamheid van zoovele vereenigde schoonheden!»</p> + +<p>Hierop antwoordde Siska, terwijl zij een verleidend lonkje van onder hare +wimpers uitschoot en een bedeesd gelaat aannam:</p> + +<p>«Gij spot, Mijnheer Georges! Maar hoe gaat het met uwe zuster Clotilde?»</p> + +<p>«Goed, zeer goed,» sprak de jonge heer onverschillig. Dan aan zijne +wezenstrekken eene half spottende uitdrukking gevende, vroeg hij, terwijl +hij de oude vrouw aanwees:</p> + +<p>«Is dit uwe dienstmeid?»</p> + +<p>Deze vraag deed Siska rood worden tot onder den hoed; zij was beschaamd +over hare goede moeder, de verfranschte juffer! Er liep eene zekere wijl +voorbij, vooraleer zij, nog blozend en als gedwongen, antwoordde:</p> + +<p>«Neen, het is mijne moeder.»</p> + +<p>«Ah! ah!» riep de jongeling; en zich tot de oude vrouw keerende, sprak hij +met eene gemaakte buiging: «Madame Van Rosmal<a name="FNanchor_18_18" id="FNanchor_18_18"></a><a href="#Footnote_18_18" class="fnanchor">[18]</a>, duld dat ik u mijnen +eerbied bewijze. Gij hebt eene bevallige dochter!»</p> + +<p>De oude vrouw verstond hem niet; doch zij begreep genoeg wat er omging, en +hoe zij het voorwerp zijner schaamtelooze spotternij was. Niettemin, zij +knikte met het hoofd om hem zijne buiging weder te geven. De jongeling +verwijderde zich, zeggende tot Siska:<span class='pagenum'><a name="Page_54" id="Page_54"></a></span></p> + +<p>«Arme vrouw! zij heeft gelijk, dat zij u onder haren wijden mantel bewaart. +Er zijn er zoovelen onder ons, die u zouden willen stelen. Tot wederziens, +mademoiselle Eudoxie!»</p> + +<p>Met diepen angst had de moeder dit alles nagezien, en zij ware ongetwijfeld +in grammoedige verwijten uitgevallen, hadde niet een smartelijk gevoel +haren boezem verkropt. Met eene merkbare spijt sprak zij:</p> + +<p>«Die Fransche vliegenpikker, wie denkt hij, dat wij zijn? Hij neemt u zeker +voor eene andere, want hij heet u <i>Eudoxie</i> en zegt tot mij <i>Madame Van +Rosmal</i>! Hoe kunt gij toch gediend zijn met den praat van zulk flauw +bescheid? Van een mensch, dien gij niet kent?»</p> + +<p>Deze woorden vielen niet in den smaak van Siska; dit kon men genoeg +bemerken aan haar meesmuilend gelaat. Het was bijna met trotsch medelijden, +dat zij antwoordde:</p> + +<p>«Gij denkt zeker, dat ik drie jaren lang op een Fransch pensionaat ben +geweest om onbeleefd en bot te blijven! Die jonge heer is een kennis van +mij; zijne zuster Clotilde was mijne vriendin, en hij kwam haar dikwijls +bezoeken.»</p> + +<p>«Is het misschien Piet Van der Tangen?» vroeg de moeder.</p> + +<p>«Ja, het is M. Van der Tangen.»</p> + +<p>«Wel, wel, Siska! Zijt gij niet beschaamd om zooveel wisjewasjes te maken +met den zoon van uws vaders baardkrabber? Met dien kalen, luien bliksem, +die anders niet kan dan zijnen vader opeten en kasseien verslijten<a name="FNanchor_19_19" id="FNanchor_19_19"></a><a href="#Footnote_19_19" class="fnanchor">[19]</a>?»<span class='pagenum'><a name="Page_55" id="Page_55"></a></span></p> + +<p>«Hoor eens, moeder, hij kan maar eene goede <i>educatie</i> gehad hebben. Hij +heeft in Parijs gewoond en, al is hij slechts <i>coiffeur</i>, hij is toch +geleerd en hij kent zijne wereld.»</p> + +<p>«Ha, dat heet gij zijne wereld kennen? Niets doen, altijd loopen en +oudersverdriet zijn? Welnu, ik zeg u, Siska, dat ik niet wil hebben, dat +gij met zulke onbeschaamde sprinkhanen kennis maakt, en wat uwen naam +aangaat: ik heet Siska, en gij heet ook Siska. God weet uit wat +geuzenalmanak gij dien belachelijken naam van Eudoxie hebt opgevischt.»</p> + +<p>Siska was kwaad. Zij antwoordde met bijtende stem:</p> + +<p>«Is het mijne schuld dat de demoisellen in het pensionaat mijnen gemeenen +naam veranderd hebben?—En toch, ik heet liever <i>Eudoxie Van Rosmal</i>, dan +mijne ooren altijd met het plat boerenvlaamsch <i>Francisca Van Roosemael</i> te +moeten hooren verscheuren.»</p> + +<p>Ongelukkige moeder, zij dacht op dat oogenblik aan het gedrag van Hortense +Spinael, en beefde van angst in al hare ledematen. Voorzeker zou zij +scherpere woorden tot hare dochter gesproken hebben: maar nu stonden zij +voor den dorpel van den winkel en stapten binnen. Niemand bevond zich +alsdan daarin, dan meester Van Roosemael, die bezig was met koffie te +malen. Het kostte Siska nu geen geweld om haren vader te omhelzen, daar +geen vreemd oog haar kon beschamen. De goede man gaf zich in dit eerste +oogenblik gansch aan zijne vaderlijke teederheid over en zoende het +opgesmukte kind met blijdschap. Deze liefdesbetuiging werd echter alweder<span class='pagenum'><a name="Page_56" id="Page_56"></a></span> +spoedig door Siska afgebroken, en haar ontviel onmiddellijk de Fransche +roep:</p> + +<p>«<i>Maman, ma chambre?</i> Zeg, waar is mijne kamer? Kan ik deze doozen nu in +den winkel laten staan? Koetsier, help mij dit eens boven dragen!»</p> + +<p>Een uur later had Siska zich in hare kamer opgesloten en was bezig met hare +menigerlei hoeden en kleederen uit te pakken, hare pommadepotten en +balsemfleschkens te schikken en hare krullen met de vingeren wat zwieriger +dooreen te fladderen. Men hoorde hare stem tot in den winkel: zij zong het +eeuwig Fransch referein van <i>ô ma belle, sois moins cruelle</i>, en zoo voorts +van hetzelfde staaltje<a name="FNanchor_20_20" id="FNanchor_20_20"></a><a href="#Footnote_20_20" class="fnanchor">[20]</a>.</p> + +<p>Meester Van Roosemael stond als bedwelmd achter zijnen toog; zijne eene +hand rustte nog zwaar op den arm van den koffiemolen, en met de andere +krabde hij achter zijne ooren als een radeloos mensch. Zijn oog blikte +stijf en beweegloos vooruit in den winkel; eene diepe, eene pijnlijke +overweging had hem weggerukt: hij ook dacht aan Hortense Spinael en +mompelde van tijd tot tijd:</p> + +<p>«Beest dat ik ben! Hadde ik liever mijne koppige vrouw armen en beenen +gebroken. Dokter Pelkmans mocht het wel zeggen, dat ik mijne ooren zou +krabben; maar dat klagen helpt er nu wat aan! Eene schoone pleister voor +den dood!»<span class='pagenum'><a name="Page_57" id="Page_57"></a></span></p> + +<p>Meer angst, meer benauwdheid en bovenal bittere wroeging des gewetens +folterden de arme moeder. In hare halfduistere keuken zat zij in eenen hoek +aan de innigste smart overgeleverd, en weende bij poozen met min of meer +tranen, naar mate der angstigheid harer overdenkingen.</p> + +<p>Ongelukkiglijk hielp het weenen en klagen zoo min als de vermaningen en +gebeden: het was al boter tegen den galg gekletst<a name="FNanchor_21_21" id="FNanchor_21_21"></a><a href="#Footnote_21_21" class="fnanchor">[21]</a>. Siska bleef haren +wil doen. Allengskens nochtans nam het moederlijk gevoel van vrouw Van +Roosemael toch weder de overhand, en door het geweld, dat zij doen moest om +Siska bij haren vergramden vader te verschoonen, eindigde zij zelfs met +niets, dat waarlijk slecht was, in haar te zien: wel wat grillen en wat +eigenzinnigheden, maar toch zonder erg. Het kind is nog jong; dat zal wel +veranderen!—Door deze toegevendheid verkreeg de moeder meer +liefdesbetuigingen van hare dochter, en zij troostte zich met aan de +klanten te kunnen zeggen:</p> + +<p>«Onze Siska is geleerd, man. Zij kent haar Fransch beter dan haar Vlaamsch. +Zij is eene perel van eene vrouw!»</p> + +<p>Even gelijk alle burgerdochters, die in een Fransch pensionaat zijn +opgevoed, bezat Siska eene zeer aardige geleerdheid. Van de Fransche taal +kende zij hetgene noodig is om ijdele woorden te wisselen, en te spreken +van <i>amour</i> en <i>toilette</i>. In die gesprekken zelve trok zij het Fransch +schrikkelijk bij het haar; doch hare stoutheid en hare losse wending deden +deze feilen lichtelijk over het hoofd zien. De reken<span class='pagenum'><a name="Page_58" id="Page_58"></a></span>kunde kende zij niet: +dit is eene veel te moeilijke wetenschap voor zulke teere jufferkens; ook +kon Siska geene optelling maken, alhoewel zij genoeg in het cijferen +geleerd was, om te weten, dat, wanneer men drie vrijers te gelijk heeft, +men er dan al eenen kan verliezen zonder daarom geheel verlaten te zijn. +Van de aardrijkskunde had zij onthouden dat Parijs de schoonste stad der +wereld is, het Luilekkerland der jonge meisjes, waar men altijd malt en +danst, waar tienmaal meer komedies dan kerken zijn, waar de modes en de +pommades uitgevonden worden, enz.; de schoonste dingen verzwijgen wij. De +fabelkunde of <i>mythologie</i> had haar anders niet geleerd dan dat de godin +der liefde Venus heet en dat de kleine Cupido haar zoon is. Verder wist zij +de Fransche benamingen van alle soorten van kleederen en stoffen, van alle +haartooisels, van alle pommades, reuken en stanken, van alle pasteikens en +bankettaartjes..... Zie, daarin bestond de geleerdheid van Siska. Was zij +eene parel van eene vrouw of eene verfranschte windblaas?</p> + +<p>Vader Van Roosemael zou op deze vraag niet gunstig geantwoord hebben, +zooals genoeg blijkt uit de volgende woorden, welke hij omtrent dien tijd +tot dokter Pelkmans sprak:</p> + +<p>«Hadden wij uwen raad gevolgd, dokter, dan zou onze Siska nu vergenoegd en +eenvoudig achter haren toog staan. Zij zou ons beminnen, en wij zouden met +vermaak werken om haar een goed erfdeel en eenen welgekalandeerden winkel +na te laten; maar wat is het nu? Zij zit achter den toog met eenen zijden +voorschoot en gekruld haar, zonder muts; zij klapt en babbelt den ganschen +dag met jonge melkbaarden en<span class='pagenum'><a name="Page_59" id="Page_59"></a></span> kale Ratten, die, onder voorwendsel van +sigaren te koopen, mijn huis afloopen en de burgers er uitjagen. De helft +mijner klanten ben ik reeds kwijt. Vriend Pelkmans, als ik dood ben, zal de +vaderlijke winkel ook te niet gaan; want Siska zal nooit willen trouwen met +een jongen van haren staat; en zeg mij eens, waar zijn die papieren jonkers +goed toe? Gij hadt gelijk, dokter: eene grondige Vlaamsche opvoeding zou +van mijne Siska eene bekwame en spaarzame huisvrouw gemaakt hebben; meer +nuttige dingen zou zij kennen dan zij nu kent; zij zou godvruchtig en zedig +gebleven zijn; maar neen, zij moest naar een pensionaat gaan en Fransch +leeren.—Zie, het is mogelijk, doch ik kan niet gelooven, dat zulke +opvoeding een edelmanskind betaamt. Dan, wat ik het best weet, is, dat zij +een burgermeisje in den grond bederft. Maar wat is het, dokter? Als het +kalf verdronken is, vult men den put, en men krabt zijne ooren, gelijk zij +zegt.»</p> + +<p class="center"><img src="images/illustration_09.png" alt="" style="width: 136px;" /><span class='pagenum'><a name="Page_60" id="Page_60"></a></span></p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_18_18" id="Footnote_18_18"></a><a href="#FNanchor_18_18"><span class="label">[18]</span></a> De naam Van Roosemael op zijn Fransch uitgesproken.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_19_19" id="Footnote_19_19"></a><a href="#FNanchor_19_19"><span class="label">[19]</span></a> Altijd op de straat zijn en dus de kasseien en steenen +verslijten.</p></div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_20_20" id="Footnote_20_20"></a><a href="#FNanchor_20_20"><span class="label">[20]</span></a> Wij zeggen van hetzelfde staaltje, en bedoelen hierdoor van +die kinderachtige Fransche liedekens, waarvan de rijmen altijd en +onveranderlijk de volgende zijn:</p> + +<table style="width: 100%;" summary=""> +<tr><td>amour </td><td>douleur </td><td>jolie</td></tr> +<tr><td>retour. </td><td>cœur. </td><td>ravie.</td></tr> +<tr><td>charmes </td><td>tendresse </td><td>ta vue</td></tr> +<tr><td>alarmes. </td><td>allégresse. </td><td>âme émue.</td></tr> +<tr><td>belle </td><td>âme </td><td>revoir</td></tr> +<tr><td>cruelle. </td><td>flamme. </td><td>desespoir, etc.</td></tr> +</table> +</div> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_21_21" id="Footnote_21_21"></a><a href="#FNanchor_21_21"><span class="label">[21]</span></a> Nuttelooze moeite.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<h2><a name="V" id="V"></a>V</h2> + +<p class="center">BETER LAAT BEROUW DAN GEEN</p> + + +<p>Van den eersten dag harer terugkomst in het vaderlijk huis, had Siska alles +daar begonnen te beschimpen. Niets konden de goede ouders doen, of het was +gemeen, slecht of onbetamelijk; en daar de verfranschte juffer doorleerd +was in velerlei grillige gauwigheden, boog en plooide zij den wil harer +ouders als warm was.</p> + +<p>Och! vóór drie uren kon zij niet eten: zij had geene boerenmaag! Bij het +hooren dezer nieuwigheid werd de vader gram, de moeder bedroefd; beiden, +omdat zij nu hun geheele leven lang op hetzelfde uur het middagmaal genomen +hadden en schrikten van zulke grondige verandering, die al hunne andere +bezigheden moest overhoop werpen; maar Siska begon te moffelen en zuur te +zien,—het hielp toch niet, alhoewel de moeder haar ditmaal uit medelijden +bijstond. Dan viel Siska in onmacht; zij kreeg leelijke stuiptrekkingen en +ging te werk als iemand, die zijn pak maakt om naar de andere wereld te +verhuizen. Een verfranscht dokter, ervaren in de eigen<span class='pagenum'><a name="Page_61" id="Page_61"></a></span>zinnige ziekten der +welopgevoede juffers, kwam zoovele ijselijke dingen van de zenuwen der +vrouwen vertellen, dat de ouders Van Roosemael uit benauwdheid besloten om +drie uren het middagmaal te nemen. Hoe dikwijls nochtans scheurden zij van +honger, daar zij altijd van vier of vijf uren des morgens opstonden en +zoolang moesten vasten, terwijl de dartele Siska nooit vóór negen uren +beneden kwam.</p> + +<p>En de keuken dan? Wat arme keuken! Altijd aardappelen, koolen of savooien, +en ossenvleesch, gezoden of gebraden; het is altijd hetzelfde; Siska is van +tijd tot tijd zoo slap en zoo flauw!—Zij zal een duifken of wat vinkskens +eten..... dat zal haar beter smaken en haar deugd doen.—Hare zakken steken +altijd vol pepermunt en citroenpastilen, en niet zonder reden; want het +ongelukkige kind heeft allerlei kwalen: pijn aan de maag, pijn aan het +hart, pijn in het hoofd, pijn op de zenuwen, pijn overal..... Och arme!</p> + +<p>Met hare moeder naar de mis van zes uren gaan, zal zij niet doen: in den +Winter is het te koud, en in den Zomer wil zij tusschen al dat gemeen volk +niet zitten; zij zou wel kwalijk vallen. De hoogmis duurt veel te lang; zij +krijgt koude voeten op die blauwe steenen. Maar de kwartjesmis<a name="FNanchor_22_22" id="FNanchor_22_22"></a><a href="#Footnote_22_22" class="fnanchor">[22]</a>, dit is +hare zaak; daar ziet zij schoone <i>toiletten</i> om die na te apen. En dan kan +zij nog eens over het Groen kerkhof wandelen en hare nieuwe mantille laten +zien aan de jonkheid<span class='pagenum'><a name="Page_62" id="Page_62"></a></span> van <i>bon ton</i>. (Nota bene. Vele kleermakers, +sigarenrollers en heerenknechts).</p> + +<p>Ziet, zij heeft hare oude moeder gedwongen, hare kanten trekmuts tegen +eenen zijden hoed te verwisselen en bottinnen aan hare voeten te rijgen, +anders zou zij met haar niet meer willen uitgaan. Maar hoe ongelukkig ziet +moeder Van Roosemael er uit onder haar kartonnen dak! Zij krabt gedurig aan +hare ooren, want die zijn het pletteren nog niet gewoon, en zij kan +nauwelijks drie stappen doen, of zij beweegt hare voeten gelijk iemand, die +in eene oude mat of in eenen vuilnishoop verward is: de nestels der +bottinnen kunnen met hare beenen maar geen kennis maken. Arme vrouw! de +geburen lachen haar uit, terwijl zij parelen zweet en wel door de steenen +zou willen zinken van schaamte.... Dan, vergeet niet, dat zij dit alles +voor hare dochter lijdt, en het dus geen wonder is, dat zij zonder klagen +hare smart verkropt. Wat vader Van Roosemael betreft, die werd nog het +meest door de grillige Siska gepijnigd; hij was altijd meester in zijn huis +geweest en had zijne zaken zoo voorzichtig aangelegd, dat deze op geen +oogenblik van zijn leven achteruit waren gegaan. Nu voorzag hij, dat er +wargaren ging ontstaan; doch hij had bijna niets meer te zeggen. Wat hij +goedvond, keurde zijne dochter af, en niet zelden dorst zij te kennen +geven, dat hij bekrompene gedachten had. Werd de man dan boos, zoo geraakte +het huis in rep en roer: hij aan de eene zijde en Siska met hare moeder aan +de andere. Men weet het: zoo haast het op snauwen en twisten uitkomt, is de +man een onmachtig kind in vergelijking der vrouw; hij maakt zich eenige +kannen zwart bloed, slaat wat op<span class='pagenum'><a name="Page_63" id="Page_63"></a></span> de tafel en bijt wat op de tanden; maar +heeft hij ooit het laatste woord gehad?</p> + +<p>Dokter Pelkmans had men het insgelijks zoo moede gemaakt, dat hij eene walg +van het huis gekregen had en er schuw was van geworden.</p> + +<p>Vader Van Roosemael was niet tusschen twisten en kijven opgevoed; vrede en +stille vriendschap achtte hij het grootste geluk op aarde; ook liet hij +eindelijk vele zaken tegen zijnen dank geschieden, om in geenen nutteloozen +woordenstrijd te vallen. Niettemin, deze eeuwige dwang en de plotselinge +verandering van zijn huishouden benevelden zijnen geest met diepe +droefheid, en niet zelden begroette hem de eene of andere bekende met deze +woorden: «Maar, Van Roosemael, wat zij gij mager geworden! Zijt gij ziek +geweest?»</p> + +<p>In eene enkele zaak was het den goeden man gelukt, tot hiertoe te +overwinnen, namelijk in de aanvallen, welke Siska tegen den winkel zelven +richtte. O, die zou en die moest veranderd worden! Dan, dit kostte meer +moeite en meer listen.—Achter dien toog was vader Van Roosemael opgevoed; +de stoel, waarop zijne moeder zaliger hem gezoogd had, stond er nog; die +tonnekens en kinnekens had hij toegelachen, eer hij spreken kon; geen +barstje, geen teeken, of het was hem eene zalige herinnering: ter oorzake +van den geblutsten pot, die daar staat, had zijn vader, den dag vóór zijnen +dood, hem eene zoo treffende vermaning over de spaarzaamheid gegeven, dat +hij ze nu onuitwischbaar in zijnen geest geprent hield; de zware vlekken, +op dat groen tonneken, waren vlekken, die hij, kind zijnde, met zijne +handekens gemaakt had, omdat zijne goede moeder hem<span class='pagenum'><a name="Page_64" id="Page_64"></a></span> somtijds daaruit een +stuk suiker langde, en hij het tonneken dikwijls poogde open te streelen; +op dien houten bak staan twee letters ingesneden: J.-S..... Zij beteekenen +Jan-Siska en zijn een gedenkstuk zijner eerste en innige liefde.—In één +woord, deze winkel was zijn vaderland, zijne wereld; alles, wat er zich in +bevond, maakte deel van zijn bestaan en van zijn leven.</p> + +<p>Ook, wie zal zeggen wat vloed van tranen Siska gestort heeft, hoe dikwijls +zij flauwgevallen is, hoevele dagen zij geweigerd heeft te eten, hoevele +stuipen en zenuwtrekkingen zij gehad heeft om den onverbiddelijken wil +haars vaders te breken en den winkel te mogen verfranschen?—Ja, dit heeft +een jaar lang geduurd: twaalf maanden van twist, van huisverdriet zijn er +voorbijgegaan, eer de oude Van Roosemael, als een overwonnen soldaat, het +hoofd liet vallen en met tranen in de oogen zeide: «Doet al aan!»</p> + +<p>Maar dit woord, dat als zijn eigen vonnis hem door het harte sneed, knakte +terzelfder tijd zijn gemoed en zijn lichaam ter neder; hij begon te +kwijnen, werd bleek en zwak, en scheen met eene geheime kwaal naar het graf +te wandelen. Niet zelden beefde Siska als een riet, wanneer het glinsterend +oog van haren grijzen vader eenen beschuldigenden blik in haar oog schoot; +maar hij sprak niet, de moedelooze man,—en staarde in stom verdriet op de +werklieden, die bezig waren met zijnen winkel overhoop te zetten. Hij zag +al zijne dierbare herinneringen vernietigen; en, naarmate er eene van deze +onder den borstel des schilders of onder den beitel des timmermans +verdween, werden zijn adem en zijn leven korter.<span class='pagenum'><a name="Page_65" id="Page_65"></a></span></p> + +<p class="center"><a href="images/illustration_10.png"><img src="images/illustration_10-thumb.png" alt="" /></a> +<br />Afbeelding: Eene jonge vrouw geheel in eenen zwarten mantel gedoken. +(<a href="#Page_70">Bladz. 70.</a>)</p> + +<p>Welhaast was de eenvoudige burgerwinkel herschapen in een prachtig +magazijn. Alles blonk er van koper; de toog was beschilderd met engeltjes, +die koffie maalden, sigaren rookten of tabak wogen; de vensterglazen waren +zoo groot als spiegels en overdekt met Fransche opschriften. Het gas +verlichtte dit alles; eene meid en een knecht stonden achter den toog met +de armen overeen geslagen, en Siska of mademoiselle Eudoxie Van Rosmal zat +tegen het venster, op eene hoogte, eenen Franschen roman te lezen.</p> + +<p>Die staat van zaken duurde langen tijd, tot het groote verdriet van den +moedeloozen vader. Zooverre<span class='pagenum'><a name="Page_66" id="Page_66"></a></span> was hij nu geraakt, dat hij aan alles +onverschillig scheen, tot zelfs aan de vriendschap van Spinael. Deze had, +op aanrading van Van Roosemael, den koophandel in huiden en leder begonnen +en had in korten tijd veel gelds gewonnen, zoodat hij in staat ware geweest +om de ontleende duizend gulden af te leggen, hadde Van Roosemael ze niet +blijven weigeren. Van zijne kinderen had hij nog niets vernomen.</p> + +<p>Terwijl alles in den winkel verwardelijk toeging en de geldkas ledig +geraakte, lag vader Van Roosemael ziek te bed; maar, vermits hij nooit +klaagde van pijn of ongemak, dacht men of wilde men denken, dat het eene +gewone onpasselijkheid was, en men vergenoegde zich met hem wel zorglijk te +dienen.</p> + +<p>Op eenen morgen nochtans verzocht hij, dat men M. Pelkmans en Spinael zou +gaan roepen.</p> + +<p>De laatste was juist voor handelszaken naar Keulen gereisd.</p> + +<p>De dokter kwam onmiddellijk en bleef lang alleen met den zieke. Wat er +tusschen hen beiden omging of wat zij zeiden, weten wij niet. Dan, na een +uur tijds hoorde men iemand de trappen afkomen,—en de dokter verscheen in +den winkel. Zijn gelaat was bleek als dat van eenen doode en loste ijselijk +uit op den kraag van zijnen zwarten mantel; de oogen stonden hem fonkelend +in het hoofd, en zijne wangen beefden krampachtig als die van een woedend +mensch: door de opening van zijnen mantel kon men zien, hoe zijne geslotene +vuist zich nijdig toeneep. Van het oogenblik zijner verschijning in den +winkel had hij zijne vlammende oogen als pijlen in die van Siska gericht, +en ging nu als een spook achter den<span class='pagenum'><a name="Page_67" id="Page_67"></a></span> toog tot haar. Zij, vol angst en +benauwdheid, stak hare twee handen vooruit, alsof zij deze akelige +verschijning van zich wilde weren; maar de dokter ontsloot zijne vuist, +sloeg zijne hand aan haren pols, neep dien te pletten en sprak met eene +ijselijke stem:</p> + +<p>«Uw vader gaat sterven, misdadig kind!—Gij hebt hem vermoord!»</p> + +<p>Dan liet hij haar in onmacht op haren stoel nedervallen, ging ten huize uit +om eenen geestelijke te halen, en kwam kort daarna met de Berechting terug.</p> + +<p>Nadat de zieke Van Roosemael de laatste hulp der Kerk ontvangen had en de +priester weg was, zuchtte hij:</p> + +<p>«Mijn kind, mijne Siska wil ik zien, dokter..... Maar vergiffenis voor +haar!—o, pijnig ze niet door strenge woorden!»</p> + +<p>«Ik ga ze halen; maar zij moet gestraft, zij moet gebroken worden. +Misschien zult gij dan uit den hemel op een deugdzaam en berouwend kind +kunnen nederzien.»</p> + +<p>Met deze woorden opende de dokter de deur der kamer en ging beneden in de +keuken. Dáár zaten moeder en dochter met de handen voor de oogen te weenen; +Siska ging te werk, dat zij een steenen hart zou hebben vermorzeld: +zuchten, kermen en akelige klachten welden op uit haren boezem. O, ditmaal +was hare wanhoop niet geveinsd! De pletterende woorden, welke de dokter als +de vervloeking van den vergramden God in hare ooren had doen klinken, +hadden haar den blinddoek met geweld afgerukt. De naam van vadermoordster, +die nu gedurig voor hare<span class='pagenum'><a name="Page_68" id="Page_68"></a></span> oogen in vlammende letteren stond te lezen, +brandde op haren geest als eene sprankel van het helsche vuur, dat haar +wachtte. De zware stap des dokters deed haar met schrik opzien..... Ho! +daar staat hij weder voor haar, de wraakengel des Heeren! Zijn stekend oog +dringt tot in hare ziel; onder zijnen machtigen blik voelt zij hare +krachten verminderen; eene koude ijzing stolt het bloed in hare aderen..... +Maar zij rukt zich los van onder dit toovergeweld;—zij springt op, ploft +neder op hare knieën voor hem, heft de armen in de hoogte en roept:</p> + +<p>«Uwe gramschap is rechtvaardig! Ik ben een misdadig en verfoeilijk +schepsel...... maar, in den naam van mijnen stervenden vader, o, genade, +genade voor mij!»</p> + +<p>Twee tranen rolden blinkend over de wangen des dokters; zijn gelaat verloor +eensklaps de uitdrukking van toorn, om alleen nog de kenmerken der diepste +droefheid te behouden. Hij naderde tot het smeekende meisje, nam haar bij +de hand en sprak, zonder haar van den grond op te lichten:</p> + +<p>«Siska, ongelukkig kind, gij hebt schrikkelijk tegen God misdaan, want Hij +heeft gezegd: bemint uwen vader en uwe moeder,—en gij, wat hebt gij +gedaan?..... Neen, neen, vrees niet, ik zal het ijselijk woord niet meer +herhalen.—Herkoop uwe misdaad, Siska; er is nog één middel om u met God en +met uwen vader te verzoenen. Ga tot hem, hij roept u stervende,—maar geef +acht! Indien hij deze wereld verlaat zonder de overtuiging van uw berouw en +uwe bekeering, indien hij den geest geeft zonder troost, zonder vrede en +zonder hoop voor u..... o, dan zal de vloek des Heeren u vervolgen tot na +dit leven!»<span class='pagenum'><a name="Page_69" id="Page_69"></a></span></p> + +<p>Hoe bitter, hoe hartverscheurend deze woorden ook waren, scheen Siska +daaruit meer moed te putten; zij zoende de handen van den dokter met drift +en riep, terwijl zij opsprong en naar de kamer haars vaders vloog:</p> + +<p>«Dank! dank!»</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>..... Zou ik nu het plechtig stervensuur des vaders en de wanhoop der +dochter afschilderen? Zou ik u Siska toonen, waar zij huilend en met +hangende haren door de plassen harer gestorte tranen kruipt? Zou ik u +zeggen, hoe zij haar hoofd tot bloedens toe tegen het doodbed haars vaders +knotst; hoe zij hare schoonheid poogt te vernietigen en met hare nagels +door hare wangen ploegt; hoe zij al de teekens harer wulpschheid scheurt, +vertrapt en verbrijzelt?—O, neen, dit tooneel ware te wreed en te +pijnlijk!</p> + +<p>Ziet, de vader gaat sterven; maar eene uitdrukking van gelukzaligheid maakt +zijn aangezicht gelijk aan dat van eenen heilige. Zijne brekende oogen zijn +met een troostvol gevoel voor het bed gericht. Dáár zit Siska geknield; zij +houdt hare moeder in beide armen omsloten, zoent ze met teederheid en +smeekt om vergiffenis; de dokter staat bij haar en stort tranen van +ontroering.—Dit tafereel ziet de stervende..... hij laat zijne slappe hand +over de bedsponde rijzen en op het hoofd van zijn kind nedervallen. Dan +zegt hij, terwijl zijne ziel hare vleugelen ontplooit en van de aarde +hemelwaarts opschiet:</p> + +<p>«Gezegend, gezegend, o Siska, mijn kind!»</p> + +<hr style='width: 45%;' /> + +<p>De honderdjarige winkel van Van Roosemael is nu gesloten. Moeder en dochter +leiden een eenzaam<span class='pagenum'><a name="Page_70" id="Page_70"></a></span> en boetvaardig leven; zij herinneren zich met afschrik +de oorzaak hunner rampen en voegen in hunne litanieën dit beteekenend +gebed: <i>Van het Fransche zedenbederf bevrijd ons, Heer!</i></p> + +<p>Heer Lezer, ik heb eenige hoop, dat deze ware geschiedenis uwe toegevende +aandacht zal gevestigd hebben, en dan zult gij wellicht ook nieuwsgierig +zijn om Siska te zien. Welnu, indien gij inderdaad die begeerte hebt, ga +dan des Vrijdags, omtrent zes uren des morgens, of wat later, naar de +Predikheerenkerk; doe de deur ter rechterhand open en stap voort over het +oude kerkhof, tot onder den Kalvarieberg en in de spelonk van het Vagevuur. +Hier zult gij eene jonge vrouw geknield zien zitten, geheel in eenen +zwarten mantel gedoken en met de kap over het aangezicht. Indien gij scherp +luistert, zult gij de parelen van eenen rozenkrans tusschen hare vingeren +hooren glijden, en van tijd tot tijd zal van onder hare kap een zucht +opgaan als die van eene der lijdende zielen. Zij echter zal zich niet +roeren, en in de halve duisternis zal zij u voorkomen als een biddend +beeld, dat daar gesteld is. Indien gij dan ziet, dat zij, opstaande, eenen +langen kus op de hand der smeekende ziel plaatst en traaglijk de spelonk +verlaat, zonder u schijnbaar te hebben bemerkt, zeg dan stoutelijk: ik heb +Siska Van Roosemael gezien!</p> + +<p>De dochter van Spinael zal ik u niet wijzen: er zijn plaatsen, die men niet +noemen mag. Wat haren broeder betreft, er zijn gevangenissen genoeg in +Frankrijk, om gauwdieven en schelmen op te sluiten.</p> + +<p class="center">EINDE VAN SISKA VAN ROOSEMAEL</p> + +<div class="footnote"><p><a name="Footnote_22_22" id="Footnote_22_22"></a><a href="#FNanchor_22_22"><span class="label">[22]</span></a> In de hoofdkerk te Antwerpen wordt er des Zondags, te twaalf +uren, eene misse gelezen, die men de <i>kwartjesmis</i> noemt, omdat zij +gewoonlijk slechts een kwartier duurt. Wie laat opstaat of schoone +kleederen te toonen heeft, gaat naar deze mis.</p></div> + + + +<hr style="width: 65%;" /> +<div class="transcribernote"> +<h2><a name="Transcribers_notes" id="Transcribers_notes"></a>Transcriber's notes</h2> + + +<ul> +<li>This novella was combined into one printed volume with another novella +called "Hoe men schilder wordt," which will also appear in due time. +References such as a table of contents that +point to the other novella have been left out of this e-text.</li> +<li>A footnote is missing on <a href="#Page_57">page 57</a> of the print version. Also, the +numbering of footnote references on that page is in the wrong order. +This has been corrected in the e-text.</li> +<li><a href="#Page_9">Page 9</a>: inserted full stop after "Semelles de liège, enz".</li> +<li><a href="#Page_10">Page 10</a>: inserted closing quotes after "toch niet vangen.....".</li> +<li><a href="#Page_19">Page 19</a>: capitalized "ik" at the beginning of a sentence: "Ik versta +u genoegzaam".</li> +<li>Corrected: "et hare moeder" to "met hare moeder" on <a href="#Page_62">page 62</a>.</li> +<li>Corrected comma to full stop after "in hare aderen...." on <a href="#Page_68">page 68</a>.</li> +<li>Corrected "gescheurt" to "gescheurd" in "reeds lang gescheurt" on +<a href="#Page_29">page 29</a>.</li> +<li>OE ligatures have been transcribed as "[oe]" in the TXT version.</li> +<li>The HTML version contains invisible page numbers that refer to the +page numbers of the original print edition.</li> +</ul> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of Project Gutenberg's Siska van Roosemael, by Hendrik Conscience + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SISKA VAN ROOSEMAEL *** + +***** This file should be named 31052-h.htm or 31052-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/3/1/0/5/31052/ + +Produced by Branko Collin and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/31052-h/images/illustration_01-thumb.jpg b/31052-h/images/illustration_01-thumb.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4d03912 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_01-thumb.jpg diff --git a/31052-h/images/illustration_01.jpg b/31052-h/images/illustration_01.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..71beff8 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_01.jpg diff --git a/31052-h/images/illustration_02-thumb.png b/31052-h/images/illustration_02-thumb.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1f32d43 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_02-thumb.png diff --git a/31052-h/images/illustration_02.png b/31052-h/images/illustration_02.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1ba1443 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_02.png diff --git a/31052-h/images/illustration_03-thumb.png b/31052-h/images/illustration_03-thumb.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..64f98e0 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_03-thumb.png diff --git a/31052-h/images/illustration_03.png b/31052-h/images/illustration_03.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d21be1d --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_03.png diff --git a/31052-h/images/illustration_04.png b/31052-h/images/illustration_04.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b2101a9 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_04.png diff --git a/31052-h/images/illustration_05.png b/31052-h/images/illustration_05.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..10eba0d --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_05.png diff --git a/31052-h/images/illustration_06-thumb.png b/31052-h/images/illustration_06-thumb.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9f680a8 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_06-thumb.png diff --git a/31052-h/images/illustration_06.png b/31052-h/images/illustration_06.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..564b226 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_06.png diff --git a/31052-h/images/illustration_07.png b/31052-h/images/illustration_07.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e32ffc7 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_07.png diff --git a/31052-h/images/illustration_08-thumb.png b/31052-h/images/illustration_08-thumb.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d968079 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_08-thumb.png diff --git a/31052-h/images/illustration_08.png b/31052-h/images/illustration_08.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5ca0038 --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_08.png diff --git a/31052-h/images/illustration_09.png b/31052-h/images/illustration_09.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..de3bccc --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_09.png diff --git a/31052-h/images/illustration_10-thumb.png b/31052-h/images/illustration_10-thumb.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7d962ad --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_10-thumb.png diff --git a/31052-h/images/illustration_10.png b/31052-h/images/illustration_10.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..10f1ffa --- /dev/null +++ b/31052-h/images/illustration_10.png diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..60d5937 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #31052 (https://www.gutenberg.org/ebooks/31052) |
